summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/64438-0.txt22108
-rw-r--r--old/64438-0.zipbin358772 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/64438-h.zipbin498002 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/64438-h/64438-h.htm21727
-rw-r--r--old/64438-h/images/book.pngbin219 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/64438-h/images/card.pngbin230 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/64438-h/images/external.pngbin151 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/64438-h/images/frontispiece.jpgbin50236 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/64438-h/images/new-cover.jpgbin52033 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/64438-h/images/titlepage.pngbin3831 -> 0 bytes
13 files changed, 17 insertions, 43835 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..8a7d041
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #64438 (https://www.gutenberg.org/ebooks/64438)
diff --git a/old/64438-0.txt b/old/64438-0.txt
deleted file mode 100644
index c4becb9..0000000
--- a/old/64438-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,22108 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Hermelijn, by Melati van Java
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Hermelijn
-
-Author: Melati van Java
-
-Release Date: February 01, 2021 [eBook #64438]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This book
- was produced from scanned images of public domain material
- from the Google Books project.)
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HERMELIJN ***
-
-
-
-
- HERMELIJN
-
- DOOR
-
- MELATI VAN JAVA
-
-
-
- TWEEDE DRUK
-
- SCHIEDAM
-
- H. A. M. ROELANTS
-
-
-
-
-
-
-
-I.
-
-
-De stoomboot »Menado” had zoo juist de Rietlanden verlaten voor haar
-grooten overzeeschen tocht; de muziek van Sonneman had het »Wien
-Neerlandsch bloed” doen hooren en er was met zakdoeken gewuifd nat van
-tranen. De kolonialen hieven een herhaald »Hoera” aan en het groote
-schip schoof langzaam en statig voorbij de groetende en schreiende
-menschengroepen, die op den steiger zoolang zij konden bekende
-gezichten naóógden als om elk hunner trekken beter in den geest te
-prenten.
-
-Zoolang mogelijk bleven ook de passagiers over de verschansing gebogen;
-was Amsterdam nog in zicht, dan scheen de reis niet begonnen; als men
-vergeten kon zich op een zeekasteel van 3000 tonnenmaat te bevinden,
-zou men bijna gelooven, eenvoudig terug te keeren van een uitstapje op
-een havenboot naar Zeeburg.
-
-Het was dezelfde Handelskade met de witte koppen van haar duc d’alven,
-dezelfde schepen met hun verschillende vlaggen, dezelfde rij donkere
-pakhuizen met oude gevels of nieuwe rozige gebouwen, diepe kijkjes
-gunnend langs schilderachtige grachten, de zwart berookte torens van
-Montalban, der Oude-, Zuider- en Westerkerk; dieper in de Koepel van
-het Dampaleis, naast de slanke spits der Nieuwe kerk, de ronde, grauwe
-Schreierstoren, de houten loods, die het Centraalstation verbeeldt, en
-verder huizen en niets dan huizen, waar ten minste geen schepen liggen
-en over alles een scherpe Aprilzon, geestig en grillig langs een
-geveltje strijkende, een binnenwatertje doende glimmen, een rood dak
-gloeien, het glazen dak van het Volksvlijtpaleis schitteren in
-zilverglans, een partij boomen voorbij gaande en ze aldus in
-schemerdonker doezelend, de witte kozijnen der ramen schel latende
-schreeuwen tegen den somberen achtergrond, diamanten tooverend in de
-keizerskroon op den Westertoren, en het sappig groene water van het IJ
-nu en dan aan het flonkeren en flikkeren makend, als bestond het uit
-louter spattende, vurige vonken.
-
-Een laatsten blik wierpen de reizigers op de stad, reeds vóór een
-tweetal eeuwen door dichters bezongen, als de »keizerin van Euroop”, en
-bedachten misschien hoeveel liefs ze in die muren achterlieten, liefs
-dat eenigen dierbare vrienden, hartelijke verwanten noemden, terwijl
-anderen daaronder niets meer verstonden dan roekeloos weggeworpen geld,
-guldens, waarmede men slechts wroeging en spijt tegen een kort
-vervlogen genot had geruild.
-
-Voor anderen weer was de stad niets meer dan een laatste herinnering
-aan het geliefde land, dat in zijn diepsten schoot geliefde wezens, een
-onvergetelijk te huis verborg, dat men nu verlaten moest, gehoorzamend
-aan de onverbiddelijke wet der noodzakelijkheid, met slechts een flauwe
-hoop op wederzien.
-
-Al die gedachten welke de heengaanden vervullen bij het scheiden van
-Amsterdam, openbaren zich bij de vrouwen in luide snikken en zelfs
-zenuwtoevallen, bij de mannen in doodelijke bleekheid, in herhaald
-bijten op knevels of lippen, of wel in vroolijke zetten en wanhopende
-pogingen om altijd, zelfs in zulke hoogst ernstige oogenblikken,
-grappig te blijven, bij de kolonialen in meer of minder vluchtige
-aanrakingen van hun mond met de veldflesschen aan hunne zijde. Zoo
-zocht ieder zijn troost, de een in grappen, de ander in tranen, enkelen
-in jenever, maar niemand was op zijn gemak. Met het wegnemen der
-loopplank scheen iets uit hun leven afgesneden, een stukje verleden had
-afgedaan, een nieuwe toekomst brak aan, terwijl de stad haar
-dagelijksch leven voortzette; slechts zeer weinigen bekommerden zich om
-het kleine gedeelte harer inwoners, die zich van haar afgescheiden
-hadden. De Kalverstraat zou er ’s middags niet minder druk om zijn,
-daar het mevrouw Die en Die onmogelijk was haar asphalt meer te
-betreden, in de Beurs zou het rumoer geen toontje lager dalen, omdat
-een zijner trouwe bezoekers er geruïneerd was en nu zijn geluk in Indië
-ging beproeven, de »Jan” in Kras of het Poolsche koffiehuis zou met
-dezelfde stem en hetzelfde buitenlandsche accent zijn »Asjeblieft
-meneer” op elke bestelling antwoorden, en misschien een enkele
-weemoedige gedachte wijden aan den royalen Indischen officier, die
-nooit kleingeld van hem terug wilde ontvangen en die nu nimmermeer daar
-op zijn gewoon plaatsje zitten zou.
-
-En ’t zou op den gewonen tijd avond worden, de gaslichten werden
-aangestoken, de komedies raakten in vollen gang, op de planken werd
-weer gezucht, gevloekt, gelachen, geweend, gedanst, in de zaal
-geapplaudisseerd en gebisseerd en niemand miste de bezoekers van
-gisteren, die op de zilten baren overwogen, hoe dat Holland toch zoo
-kwaad niet was, vooral als men goed geld op zak had en niet voor die
-eeuwige schulden bevreesd moest zijn, dat Indië toch eigenlijk erg
-tegenviel, en tot troost der aanstaande baren [1], waarmee men zoo pas
-kennis had gemaakt, werd gezegd, dat niemand zijn land verlaten moest,
-die het niet volstrekt behoefde, dat in de Oost het geld ook maar niet
-zoo op straat te vinden was, dat er hard voor gewerkt moest worden, en
-meer van dergelijke aanmoedigende liefelijkheden.
-
-Eindelijk waren de laatste uitloopers der geliefde stad voorbij, de een
-na den ander verliet de verschansing; sommigen met een zucht, anderen
-met een laatste afdrogende beweging van neus en oogen, allen met het
-vaste voornemen zich er in te schikken en de vijf weken reis, die voor
-hen lagen zoo aangenaam mogelijk door te brengen.
-
-Er waaide een frissche bries en men maakte hier en daar de opmerking
-dat het koel begon te worden op het dek, eenigen zochten den salon op,
-anderen trachtten het gezelschap te verkennen en begonnen uit te
-rekenen dat er nog verscheidene ontbraken, die in Marseille of Napels
-zouden embarkeeren.
-
-Een was er, die onbewegelijk en steeds in dezelfde houding bij de
-verschansing bleef staan; het was een zeer jong meisje, niemand had
-haar weggebracht, niemand haar zien aankomen, want zij scheen den nacht
-aan boord te hebben doorgebracht. Zij was de eenige, die niet gewuifd
-of geschreid had bij de afvaart; onverschillig als ging het haar niet
-aan zag zij de toebereidselen tot het vertrek, eindelijk, het
-eenigszins plechtige oogenblik zelf; zij verroerde zich niet zoolang
-het schip langs Amsterdam voer, maar hield het oog onafgebroken op de
-kust gevestigd; nu had zij zich omgekeerd en overzag met rustigen blik
-de groepjes passagiers, zonder in het minst te vermoeden, dat iemand
-haar eenige belangstelling waardig keurde.
-
-En toch trok zij algemeen de aandacht; van de passagiers, die niet tot
-de rubriek kinderen behoorden, was zij ontegenzeggelijk de jongste en
-wist daarenboven het voorrecht van jong te zijn ten volle recht te doen
-wedervaren.
-
-Men kon er over twisten of ze bepaald schoon was, maar frisch en mooi
-kwam zij ieder der passagiers op dien Aprilmorgen voor, zooals zij daar
-stond met den eenen arm op het hek geleund, met de andere hand de dikke
-plooien van haar granaatrooden doek op haar schouders verdedigend tegen
-de vinnige aanvallen van den wind.
-
-Verrassend wit kwamen haar kin en hals uit tegen die warme, roode
-kleur, en de zon gaf een weerglans van blinkend koper aan haar dik,
-eenvoudig opgestoken blond haar, maar vooral trof de fijne teekening
-harer donkere wenkbrauwen, zich welvend over oogen van die zeldzame
-viooltjesblauwe kleur, welke in de schaduw gitzwart lijken, maar zoodra
-zij beginnen te fonkelen saphieren worden.
-
-»Een kranige meid,” zei een der officieren tot zijn buurman, een
-piepjong ambtenaartje ter beschikking.
-
-»Weet u niet, wie zij is?”
-
-»Neen.”
-
-»En ook niet onder wiens geleide zij meegaat?”
-
-»Nog minder, interesseert zij je reeds?”
-
-»En zou ze niet, zij de eenige bloem aan boord?”
-
-»Die naar Indië gaat om een plukker te vinden; zeker een gouvernante of
-onderwijzeres.”
-
-»Maar dat ware toch zonde!”
-
-»Zij doet stellig een domme streek.”
-
-»Hoe weet u dat, zonder haar te kennen?”
-
-»Ze is een blondine en blondine’s deugen niet in de Oost. Zij worden na
-een jaar of wat bleek, vaal, flets, die een mooie blonde vrouw meeneemt
-naar Indië, merkt spoedig dat hij bekocht is.”
-
-De jonge ambtenaar keek als onwillekeurig naar het kleine zwarte
-meisje, dat aan de knie stond van den kapitein en dacht, dat mevrouw
-diens echtgenoote zeker voorzichtigheidshalve geheel het
-tegenovergestelde moest zijn van een blondine.
-
-»En toch geloof ik, kapitein,” sprak een ander heer naderbij komend,
-»dat zulk soort van blondine’s als die jonge dame daar, tegen alle
-atmosferische invloeden bestand is, zelfs tegen een tropische zon.”
-
-»Denkt u, mijnheer! Enfin, u is leeraar in natuurkunde en weet het
-misschien beter, maar ik geloof het nog niet.”
-
-»Weet u wie ze is?” vroeg het gebrilde ambtenaartje met klimmende
-nieuwsgierigheid.
-
-»Nog niet, maar er is wel aan de weet te komen. Ha Dokter,” en hij riep
-den scheepsgeneesheer, die met de handen achter op den rug heen en weer
-ging, naderbij, »wie is de jonge juffrouw, die daar zoo pas is gaan
-zitten?”
-
-Inderdaad had zij zich op een mailstoel neergezet en leunde achterover
-met een ernstige uitdrukking, die alleen in haar oogen te lezen was,
-want zij had haar doek over het fraai geteekende, vastberadenheid
-verradend mondje geschoven.
-
-»Een jonge juffrouw, dat is ze niet meer, ’t is mevrouw de Géran, die
-onder bescherming van den kommandant naar Indië vertrekt.”
-
-»Getrouwd!” riep de ambtenaar met veel beteekenende teleurstelling in
-zijn klagend stemmetje.
-
-»Met den handschoen zeker!”
-
-»Dat denk ik wel.”
-
-»Géran, Géran! zijn dat niet die schatrijke koffielords van
-Midden-Java?”
-
-»Ik geloof, dat zij tot Samarang meegaat.”
-
-»En hoe hebben ze haar in ’t net gekregen?”
-
-»Vraag ’t haar zelf, als het je interesseert. ’t Is zonde zoo’n
-prachtig schepsel in die binnenlanden te begraven.”
-
-»Vind je ze mooi; niets aan, hoor! Een bleekneusje.”
-
-»Nu ja, de aandoening van het oogenblik.”
-
-»En ze heeft geen traan gelaten, niemand gegroet.”
-
-»Wat je haar opgenomen hebt!”
-
-»Géran, is dat niet een ongemakkelijke oude heer van Fransche afkomst?”
-
-Een derde had zich bij de groep gevoegd, een koopman, die zijn vrouw
-uit Europa had gehaald, waar zij eenige jaren voor de opvoeding der
-kinderen had doorgebracht.
-
-»Mijnheer van Diteren.”
-
-»Kapitein Brant.”
-
-»Wel dat doet me genoegen!”
-
-Er werd voorgesteld, kennis gemaakt, men drukte handjes en zette toen
-het gesprek voort.
-
-»We spraken over die jonge dame, mevrouw de Géran.”
-
-»Géran de Saint-Paul, zoo heet de volle naam, ach kom, is dat weer een
-nieuwe plant, die de kolonie moet uitbreiden.”
-
-De beeldspraak was alles behalve nauwkeurig.
-
-»Welke kolonie?”
-
-»Wel, weet u dan niet dat de Gérans de koffiekoningen van Midden-Java
-zijn, dat die oude heer een familie heeft, zoo groot dat ze haast niet
-te overzien is, en dat hij al zijn kinderen of ten minste bijna allen
-uitgehuwelijkt en op zijn uitgestrekte landen geplaatst heeft. Nu zal
-deze jonge dame wel weer een vrouw zijn voor een van de jongens. Hoe is
-hij er aan gekomen? Ze zeggen zelfs dat hij uitgebreide advertentiën
-plaatst voor schoonzoons en schoondochters.”
-
-»Die natuurlijk bij de vleet te krijgen zijn.”
-
-»’t Is anders zoo’n benijdenswaardig baantje niet lid van de familie de
-Géran te worden. De oude heer is de zoon van een generaal van Napoleon,
-die indertijd na Waterloo den franschen dienst verlaten heeft en als
-koloniaal naar Indië vertrok; hij heeft er fortuin gemaakt en zijn zoon
-nog meer. Het militaire zit hem nog in ’t bloed, er valt met hem niet
-te spelen; de volwassen zoons beven voor zijn oogen, niemand durft hem
-aan dan zijn oudste dochter, die moet nog een graadje erger zijn dan
-papa, een bataillons-kommandant, mijnheer, zooals onze kapitein het
-stellig nooit worden zal. Die twee kommandeeren het regiment.”
-
-»En is er geen vrouw aan huis.”
-
-»Ik geloof dat er drie geweest zijn, maar je kunt begrijpen, dat de
-stiefmoedertjes haar pret ook op konden met een dochter als de oudste
-juffrouw de Géran.”
-
-»En zou dit meisje weten, wat zij tegemoet gaat?”
-
-»Best mogelijk heeft zij nooit haar aanstaanden man gezien.”
-
-»Maar dat zou toch vreeselijk wezen en schandelijk!”
-
-»Schandelijk?”
-
-»Wel zeker noem ik dat schandelijk, zich voor altijd te verbinden aan
-een man, dien men niet kent.”
-
-»En die misschien niet eens weet dat hij getrouwd is.”
-
-»Des te erger, maar ik kan ’t van haar niet gelooven.”
-
-»Zoo, en waarom niet.”
-
-»Zij ziet er niet naar uit.”
-
-De anderen barstten in een spotlach uit om den toon van volle
-overtuiging, waarmee de naïve ambtenaar deze woorden uitsprak.
-
-De kapitein en de koopman wisselden een paar woorden in het Maleisch
-met elkaar en gingen een eindje verder; de dokter slenterde weer heen
-en het jongmensch kon zijn oogen niet afhouden van het schoone altijd
-even onbewegelijke meisje.
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-
-Eindelijk kwam er beweging in haar oogen en zij richtte zich zelfs half
-op; een zacht, onderdrukt maar toch niet te overwinnen snikken trof
-haar oor.
-
-Het kwam van mevrouw van Diteren, een knappe, wel eenigszins afgetobde
-Indische dame, die achter haar zat en vergeefsche pogingen deed om zich
-goed te houden; haar verdriet duurde ongetwijfeld nog het langste van
-alle ontroostbaren, die straks schreiend Amsterdam hadden nagestaard.
-
-Niemand sloeg er acht op; haar man dacht misschien dat zij in haar hut
-was, bezig met de noodige beredderingen, welke het best vóór IJmuiden
-in het kanaal ondernomen worden, vóór dat er vrees bestaat dat de
-zeeziekte aan alle goede, ordelievende plannen een einde maakt.
-
-Zij had ook werkelijk de trap willen afgaan, maar het verdriet had haar
-overmand en zij was op een bank neergevallen zonder de kracht te hebben
-verder voort te gaan.
-
-Als door een geheime veer bewogen rees de jonge mevrouw plotseling
-overeind. »Wat is haar gestalte goed ontwikkeld boven het middelmatige
-zelfs, maar hoe blijft elk harer bewegingen altijd even bevallig!”
-dacht de ambtenaar.
-
-Zij had een flacon voor den dag gehaald en besproeide het klamme
-voorhoofd der half onmachtige vrouw met Eau de Cologne.
-
-»Hoe handig weet ze dat te doen, hoe belangstellend buigt zij zich!
-Zie, nu vraagt ze iets. Gelukkige vrouw, kon ik maar zoo huilen,
-misschien troostte zij mij ook even lief.”
-
-»Doet het u goed, mevrouw?” vroeg zij zacht.
-
-»Dank u juffrouw, dank u! O ’t is zoo hard, mijn lieve kinderen!”
-
-»Heeft u ze achtergelaten?”
-
-»Ja, alle vier.”
-
-»En gaat u alleen terug?”
-
-»Met mijn man.”
-
-En zij begon alweer wanhopig te snikken.
-
-»Maar als ’t u zoo hard valt mevrouw, dan had ik ze niet
-achtergelaten.”
-
-»Het moest.”
-
-»Ik zie niet in waarom.”
-
-»Van Diteren wilde het.”
-
-Zij schroefde haar flaconnetje toe en de vastberaden trek om haar mond
-teekende zich nog eens zoo duidelijk en scherp, er lag op te lezen:
-
-»Al wilde mijn man het duizendmaal, gebeuren zou ’t toch niet.”
-
-»’t Is voor hun bestwil,” helderde de arme vrouw op, »maar ’t is toch
-zoo hard, alle vier!”
-
-»Verschrikkelijk.”
-
-»En is u ook alleen?”
-
-Dat »ook” vond de jonge dame misschien wat zonderling in den mond eener
-vrouw, die met haar man reisde, maar zij antwoordde zonder daar
-schijnbaar op te letten:
-
-»Ja, ik ken hier niemand, zelfs niet van aanzien.”
-
-»Gaat u naar uw ouders?”
-
-Een heldere glimlach vloog over haar gelaat en gaf tinteling aan haar
-mooie oogen, de ambtenaar ving dien vluchtigen zonnestraal op en vond
-haar nu wonderschoon, het schoonste meisje dat hij ooit gezien had.
-
-»Neen, naar mijn man.”
-
-»Is u dan getrouwd?”
-
-»Dat is maar zoo wat, met een handschoen in plaats van met een man.”
-
-»Met wie heb ik dan ’t genoegen... Ik ben mevrouw van Diteren.”
-
-»Hermel... Hermine Van Voorden, of liever neen, zoo heet ik niet meer,
-Géran de Saint-Paul.”
-
-»O dien naam kent ieder op Java, met welken van zijn zoons is u
-getrouwd?”
-
-»Met Conrad.”
-
-»Dat is geloof ik de derde, niet waar?”
-
-»Kent u hem?” vroeg zij met blijde verrassing in de stem, en zette zich
-toen naast de bedrukte moeder neer, die voor een oogenblik haar bitter
-leed vergat en zag haar vragend en afwachtend aan.
-
-»Neen,” ging mevrouw van Diteren voort, »hem ken ik zoo goed niet, wel
-zijn andere broêrs August en Guillaume en de oudste zuster.”
-
-»Ja, Corona.”
-
-»’t Is een groote familie. Waar heeft u ze leeren kennen?”
-
-De zachte gloed van een blos wierp een rozigen schijn op haar
-doorschijnend witte huid.
-
-»Ik ken alleen mijn... mijn man en een jonger broertje, dat later aan
-de cholera overleden is.”
-
-»Zijn ze dan in Holland geweest?”
-
-»Ja, ze hebben school gelegen in de stad, waar Papa in garnizoen lag en
-waren bij ons in den kost. Papa was majoor moet u weten, en mijn eigen
-mama de zuster van mijnheer Géran’s eerste vrouw.”
-
-»De moeder van Corona, August en Guillaume?”
-
-»Juist, daarom kwamen die kinderen veel bij ons. Eens werd Conrad ziek
-bij ons aan huis en omdat mijn stiefmoeder het zoo druk had met de
-kleintjes, paste ik hem op. ’t Was zoo’n aardige jongen,” ging zij als
-in zich zelf pratende voort en een paar allerliefste kuiltjes werden
-zichtbaar bij het schalksche glimlachje, dat nu om haar lippen speelde.
-
-»Wat lacht ze dikwijls, zij is zoo ongenaakbaar niet als ik eerst
-meende,” dacht het ambtenaartje.
-
-Mevrouw van Diteren zag haar aan, en er lag iets zeer bezorgds in haar
-blik, maar zij zeide niets op deze lofspraak.
-
-»Later gingen zij naar kostschool, Papa werd naar Leeuwarden
-overgeplaatst; we verloren mekaar uit het oog; ze zijn naar Indië
-teruggekeerd na een jaar of wat en we hoorden niets meer van de Gérans,
-totdat Papa het vorige jaar stierf. Mama schreef hem en er kwam een
-brief terug, waarin de vader mij uit naam van zijn zoon ten huwelijk
-vroeg.”
-
-»En heeft u dadelijk ja gezegd,” vroeg mevrouw van Diteren op
-verschrikten toon.
-
-»Neen, niet dadelijk, maar we waren zoo arm. Ik heb acht stiefbroertjes
-en zusjes, de oudste is twaalf jaar; gelukkig heeft mama rijke familie
-en die wilden haar wel ondersteunen. Ik moest natuurlijk in betrekking,
-maar ik had geen enkel examen gedaan, ik heb altijd moeten werken in ’t
-huishouden,” voegde zij er treurig bij, »en ik wilde mama, met wie ik
-toch niet erg harmonieerde, niet langer tot last zijn. Ik begrijp
-eigenlijk niet, waarom ik u dat alles vertel, mevrouw, ’t zal u niets
-kunnen schelen, maar misschien geeft het u wat afleiding en ik vind het
-zoo prettig dat u Conrad of liever zijn familie kent.”
-
-»Ze zijn heel rijk.”
-
-»Maar daarom zou ik niet met hem getrouwd zijn, als ik niet van hem
-hield. Ik vond het zoo aardig dat hij nog aan mij dacht.”
-
-»Hoe oud was u toen u hem oppaste?”
-
-»Hij was twaalf en ik tien, maar hij heeft nog hetzelfde gezicht, wil u
-eens kijken?”
-
-En een medaillon voor den dag halend toonde zij een knap donker
-eenigszins stuursch gelaat.
-
-»Ja, dat is het echte Géran gezicht,” was alles, wat mevrouw van
-Diteren zich liet ontvallen.
-
-»Ik heb moeite gehad mij te decideeren, ik zag er tegen op reeds
-dadelijk te trouwen. Ik wilde wel naar Indië gaan om eerst de kennis te
-hernieuwen maar dat stond mijn oom niet toe.”
-
-»En uw man?”
-
-»Hij nog minder; ik heb zulke lieve brieven van hem.”
-
-»O zoo!”
-
-’t Scheen of er een last van haar weggenomen was, zoo verruimd klonk
-dat eene woordje.
-
-»En toen heb ik er maar toe besloten. In Holland had ik na Papa’s dood
-niets, wat mij boeide.”
-
-»Uw broers en zusjes ook niet.”
-
-»Och jawel, ik mocht ze graag, maar wat niet eigen is wordt niet
-eigen.”
-
-»Nu me... ik zal maar Hermine zeggen niet waar, ik hoop dat u recht
-eigen wordt met de familie Géran. Ze zijn heel goed, heb ik altijd
-hooren zeggen, alleen maar een beetje eigenaardig in sommige
-opzichten.”
-
-»Dat vind ik juist prettig, ik houd niet van al te gewone dingen, maar
-ik ben blij, dat ik kennis met u heb gemaakt, lieve mevrouw, we zijn
-beiden zoo alleen...”
-
-Zij zweeg en bedacht zich wellicht, hoe heel anders dat alleen zijn van
-haar was; zij liet niets achter en ging alles tegemoet, terwijl de arme
-moeder veel had verlaten en niets haar meer wachtte.
-
-Deze gedachte scheen haar echter weer nieuwe tranen te kosten en
-Hermine de Géran begon haar te troosten of liever haar gedachten een
-andere richting te geven.
-
-»Hoe oud is uw oudste, mevrouw?”
-
-»Tien jaar en de jongste zes.”
-
-»O foei,” had zij haast verontwaardigd uitgeroepen.
-
-»Dat komt er van als men met een Hollander trouwt,” zeide de andere,
-als had zij het onderdrukte woord werkelijk gehoord.
-
-»Zijn ze op een pensionaat?”
-
-»Neen, bij mijn schoonzusters.”
-
-En er vielen nieuwe tranen, die zeker geen gunstige getuigenis aflegden
-voor het vertrouwen dat mevrouw van Diteren in de familie van haar man
-stelde.
-
-»Maar was u dan niet liever in Holland gebleven?” vroeg de jonge
-mevrouw.
-
-»Wel zeker, maar mijn man wilde het niet en daarom moest ik mee.”
-
-»En al uw kinderen achterlaten?”
-
-»Ze moesten toch leeren.”
-
-Eindelijk bemerkte van Diteren dat zijn vrouw nog op het dek was
-gebleven en tot zijn nog grootere verwondering zag hij haar in druk en
-zelfs vertrouwelijk gesprek met de jonge dame, die zoo de algemeene
-belangstelling had opgewekt.
-
-Hij naderde het tweetal en zeide tot Hermine:
-
-»Mevrouw de Géran de Saint-Paul, niet waar?”
-
-»Ja mijnheer,” en zij boog even het hoofd.
-
-»Mijn man!” fluisterde mevrouw tusschen twee snikken.
-
-»O zoo!”
-
-De tegenwoordigheid van hem, die zijn vrouw zoo gewelddadig scheidde
-van haar lievelingen, scheen haar niet erg te bevallen; zij wendde het
-trotsche kopje ten minste onmiddellijk van hem af.
-
-»Ik heb het genoegen uw nieuwe familie te kennen... maar vrouw, schei
-toch eens uit met dat gegrien, voor de juf... ik bedoel voor mevrouw,
-die toch ook een zwaar afscheid genomen heeft, is dat alles behalve
-opwekkend.”
-
-»Ik heb geen zwaar afscheid genomen,” sprak Hermine koel.
-
-»Mijn vrouw is wat zenuwachtig, ziet u! Zij kan zich niet boven haar
-verdriet verheffen, maar waar de noodzakelijkheid spreekt, daar moet
-toch alles voor zwijgen, vindt u niet?”
-
-Hermine perste haar lippen samen als om niet alles te zeggen, wat zij
-dacht.
-
-Maar de heer van Diteren had er behoefte aan, dat iemand hem gelijk gaf
-tegenover zijn vrouw en sloeg op ’t zelfde aambeeld voort.
-
-»Er zijn geen kinderen, die het zoo goed kunnen hebben als zij; mijn
-zusters zijn gek op hen, ze zullen hun een door en door Hollandsche
-opvoeding geven; al het Indische, dat zij door hun geboorte en eerste
-opvoeding mochten hebben overgehouden zal er af gaan, daarbij zijn ze
-op een uitstekende school; het zal hun aan niets ontbreken.”
-
-»Behalve aan hun moeder!” kon Hermine zich niet weerhouden te zeggen.
-
-»Zij hebben nu zes moeders in stede van een,” sprak de heer van Diteren
-afgemeten in het volle bewustzijn van iets zeer indrukwekkends te
-zeggen.
-
-»Zes,” herhaalde de jonge mevrouw en dacht: »Zes stiefmoeders en ik,
-die er aan een meer dan genoeg had.”
-
-»Ja zes, die niets te doen hebben dan alle gangen mijner lievelingen
-nauwlettend te volgen, die met de teederste liefde voor hen bezield
-zijn en die zich allen verheugen mogen in een buitengewone
-ontwikkeling, elk op haar eigen gebied; eene is zelfs schrijfster.
-Waarschijnlijk kent u ze wel van reputatie; zij schrijft onder den naam
-van Fedora.”
-
-»Zij houdt immers ook lezingen over de vrouwenquaestie?”
-
-»Ja en zij zal de kleine Non geheel naar haar beginselen opvoeden.”
-
-»O zoo, dus worden die theorieën van haar eerst op uw dochtertje
-geprobeerd?”
-
-De heer van Diteren zag dat aanmatigende ding eens flink aan; spotlust
-flikkerde in haar oogen en een ondeugend lachje plooide haar mond.
-
-»Als u opvoeden probeeren noemen wil, ja!”
-
-»Zoo de proef dan maar goed uitvalt!”
-
-»Waarom zou ze niet goed uitvallen, als de theorieën goed zijn?”
-
-»Omdat er een groot verschil is tusschen theorie en praktijk.”
-
-»U heeft veel ondervinding schijnt het, mevrouw!”
-
-»Van kinderen, ja mijnheer, ik heb ook wel eens theorieën willen
-toepassen, maar kwam er gewoonlijk slecht af.”
-
-»Maar mijn zuster wil u toch niet op een lijn plaatsen...”
-
-»Met mijzelf? O neen mijnheer! Ze heeft het voorrecht een menschenleven
-ouder te zijn dan ik. Ik heb haar hooren lezen.”
-
-De lange, hoekige vrouw met de scherpe stem en de overdreven eischen
-van gelijke rechten voor man en vrouw, met de bittere grieven tegen
-alles wat man was, en de sombere levensbeschouwing kwam haar duidelijk
-voor den geest.
-
-»Dora is zoo streng,” zuchtte het arme moedertje, »en zij luisteren
-allen naar haar.”
-
-»Niet zoo streng,” en een onaangename trek kwam op mijnheer van
-Diteren’s gelaat, »als uw aanstaande schoonzuster mevrouw, die alles
-bij uw schoonpapa aan huis bereddert. Zij heeft er den naam van over
-heel Java. U zal er een ongemakkelijke zus aan hebben.”
-
-Zij glimlachte en sprak uit de hoogte:
-
-»O dat is minder, ik trouw geen schoonzuster, en zal er wel voor
-oppassen, dat mijn man en ik niet onder haar bevelen komen.”
-
-»Ei, ei, wil u dat, nu dat is een kloek besluit! Zeg vrouw, zullen we
-niet eens kijken, hoe ’t er in de hut uitziet. Straks word je weer
-zeeziek en ligt voor dood. Tot genoegen, dapper mevrouwtje van
-anderhalf dag!”
-
-»Wat een onaangename man! Foei, daar zal ik voor oppassen, dat mijn
-Coen zoo niet wordt,” zeide Hermine bij zich zelf.
-
-»Mevrouw, mag ik me aan u voorstellen. Ik ben Simons, ambtenaar ter
-beschikking.... maar hier is mijn kaartje...” zoo stotterde haar
-jeugdige bewonderaar, die ’t eindelijk van zijn hart kon verkrijgen
-haar te naderen.
-
-»O zoo mijnheer! ’t Spijt me wel, dat ik nu juist naar beneden ga, maar
-de reis is nog zoo lang, we hebben al den tijd tot kennismaking.”
-
-En ’t kaartje als gedachteloos toevouwend, gaf zij hem een genadig
-knikje en verwijderde zich met de houding eener koningin, die van daag
-geen audiëntie verkiest te geven.
-
-»Verduiveld,” zei de kapitein, die de beweging had aangezien uit de
-verte, »ze weet reeds goed als koffieprinses op te treden, maar wat ben
-je toch ook haastig Simons, heb je geen geduld te wachten, tot van
-Diteren of ik je aan haar voorstellen? ’t Geeft toch niets meer. Zij is
-getrouwd!”
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-
-De »Menado” stoomde onvermoeid door den Indischen oceaan, die op ’t
-oogenblik ten minste, zich kalm en glad uitspreidde als de oppervlakte
-van een metalen spiegel.
-
-In den salon zit voor een der tafels mevrouw de Géran te schrijven. Een
-ongeloofelijk dikke vlecht hangt tot voorbij haar middel, op haar
-voorhoofd dartelt een rijkdom van donkerblonde krulletjes, die zich
-nimmer de beleediging zouden getroosten voor poneyhaar gehouden te
-worden; de zeelucht heeft haar wangen frisch gekleurd, maar vermocht
-haar schitterend blanke kleur niet te verbranden. Zij heeft een
-donkerblauwe huisjapon met donkerroode opslagen aan, die hare
-welgevormde, ranke gestalte knap omsluit.
-
-Terwijl zij schrijft schitteren haar oogen onder de lange wimpers, de
-kuiltjes komen te zien en verraden hoe ondeugend zij lacht.
-
-»Verbeeld je, beste Coen,” zoo staat er, »die jongen verbeeldt zich
-verliefd op mij te zijn; ik doe of ik ’t niet begrijp en hij staat
-verbaasd over zooveel onbegrijpelijkheid. ’t Is zoo dwaas, die
-onbehouwen knaap.”
-
-»Wat voor liefs zou ik niet geven mevrouw, om een kijkje te mogen nemen
-in dat keurige boekje.”
-
-Hermine schrijft nog een paar letters, tot de kuiltjes verdwijnen, wat
-echter niet zoo dadelijk gelukken wil en antwoordt den spreker.
-
-»Och meneer Simons, misschien loonde dat kijkje ’t offer niet.”
-
-»Niet, o mevrouw, uw intiemste gedachten, uw journaal.”
-
-»Hoe weet u dat?”
-
-»Een dame aan boord, die in een boekje schrijft, wat zou die anders
-doen dan een journaal aanleggen.”
-
-»Vooral wanneer er zulke belangrijke dingen voorvallen als hier; wat
-zou u interesseeren?”
-
-»Uw manier van alles te zien en weer te geven.”
-
-»O meneer, dat is de moeite van het nieuwsgierig zijn niet waard.”
-
-Zij schreef voort.
-
-»Het boekje is bijna half vol,” zuchtte hij, zich tegenover haar
-plaatsend.
-
-»Zucht u daarover?”
-
-»En zou ik niet zuchten?”
-
-»Omdat mijn boek half uit is?”
-
-»Dan zal de reis ook geëindigd zijn; ze is reeds over de helft.”
-
-»Gelukkig.”
-
-Zij ging voort met schrijven:
-
-»Nu zit hij tegenover mij en vertelt allerlei flauwe dingen, ik moet er
-mij zelf telkens aan herinneren dat ik getrouwde vrouw ben; hoe zou ik
-hem anders er in laten loopen. Denk eens aan, Coen, een blonde jongen,
-van dat akelige vlasblond, dat op het voorhoofd reeds heel ver naar
-achter kruipt, maar met studie over den kruin is gekamd om alle leemten
-zooveel mogelijk te bedekken, een baard en snorretje bestaande uit
-twintig en nog eenige haren, gedecideerd rossig, oogen, waarvan zonder
-het brilletje niets zou te zien zijn. Ik heb zeker portret voor mij, en
-onwillekeurig vergelijk ik beide, dat breede voorhoofd, die mooie,
-fluweelachtige oogen, dien donkeren knevel, dat karakteristieke in kin
-en neus, o beste Coen wat tel ik de dagen, wanneer ik dat alles zien
-kan, niet op een koud, stom portret maar in werkelijkheid...”
-
-Haar pen ging vlugger over het papier, haar lippen zeiden zachtjes de
-woorden na, die zij schreef. Een lieve blos steeg naar haar wangen.
-
-»Wat voor moois schrijft u weer?” klaagde haar trouwe ridder, die haar
-stilzwijgend bewonderde.
-
-»Is u daar nog? Foei meneer Simons, nu stoort u mij bepaald.”
-
-»Zoo uit de verte, mevrouw! Mag ik dat niet eens? Moet ik heengaan?”
-
-»U heeft het recht overal te zitten, waar u wil, maar niet om met mij
-te praten, als ik schrijf.”
-
-»Maar als u eens niet schreef.”
-
-»Dan was het een ander geval; voorloopig ben ik aan ’t schrijven.”
-
-»U kan uw heele leven nog schrijven.”
-
-»En met u praten niet? Neen, dat is waar, maar ik schrijf liever op dit
-oogenblik, dan dat ik ooit weer met u praat.”
-
-»Kan ik u dan zoo weinig schelen?”
-
-»Dat weet ik niet, ik heb er nooit aan gedacht en ’t komt er ook niet
-op aan, of u mij iets of niets schelen kan.”
-
-»Bij u misschien, maar bij mij niet.”
-
-Zij trachtte weer te schrijven maar de draad was afgebroken.
-
-»Ik wou dat u ging dammen met mevrouw Brant,” zeide zij ongeduldig.
-
-»Is dat een straf?” vroeg hij op nederigen toon.
-
-»Neen, een voorzorgsmaatregel, om niet te maken, dat u ophoudt mij
-onverschillig te zijn.”
-
-»Zal dat gebeuren als ik hier blijf?”
-
-»Stellig.”
-
-»En hoe?”
-
-»Ik zou eenvoudig mijn schrijfmaterieel bij elkaar zoeken, denken, dat
-het schrijven mij van daag niet gegund is en het u levenslang
-verwijten.”
-
-»Met bitterheid?”
-
-»Wat dacht u, met zoetigheid? Kom, meneer Simons, het schip is groot
-genoeg, ik zie niet in wat u daar tegenover mij als een gaslantaarn bij
-officieel maanlicht doet.”
-
-»U zien is mij genoeg.”
-
-»Dat kan u evengoed als u mevrouw Brant verzoekt een spelletje te
-dammen en u verbeeldt, dat ik het ben.”
-
-»Juffrouw Hermine.”
-
-»Mijnheer!”
-
-»Och ik vergis me weer, ik kan me niet voorstellen dat u een heusche
-mevrouw is. Ik kan het niet gelooven, ik gaf de helft van mijn leven,
-als er zoo’n malle formaliteit niet had plaats gehad.”
-
-»Dan zou u ver gevorderd zijn, als u dat halve leven kwijt was.”
-
-»Ik mocht dan op hoop leven.”
-
-»Een mager voedsel, waarvan onze kok, vrees ik, moeilijk iets
-smakelijks kan maken, en dat de dokter niemand als versterkend middel
-zal voorschrijven.”
-
-»Meent u dat hoop niet versterkend en krachtig is? O had ik meer hoop,
-ik zou sterker zijn.”
-
-»Nu, zoodra ik daarvan te veel heb, zal ik ze u in poeiers verdeeld
-toezenden.”
-
-»Altijd even gevat, even geestig! U moest weten, hoe ik u bewonder.”
-
-»Bewonder dan mijn geduld, dat mij zonder boos worden naar uw
-belangrijke praatjes doet luisteren. En te denken dat mevrouw Brant met
-haar dambord naar u smacht.”
-
-»U is meedoogenloos! Ik zal u mijn gezelschap niet langer opdringen.”
-
-»’t Verstandigste, wat ik nog van u gehoord heb. Zie zoo, daarvoor
-verdient u een belooning.”
-
-Zij trok de stalen pen uit haar houder, stak die nog vochtig van den
-inkt aan de punt van haar haaknaald, en bood ze op deze wijze haar
-vurigen bewonderaar aan.
-
-»Alles wat van u komt is mij oneindig veel waard,” zeide hij ootmoedig,
-nam met zijn twee vingers de pen uit het haakje, bemorste zich met den
-inkt, tot groote vroolijkheid van Hermine, en deed toen het zwarte,
-verroeste ding verdwijnen in zijn portemonnaie.
-
-»Daar zal ze blijven als een herinnering aan de mooiste vingers, die
-ooit een pen in beweging hebben gebracht,” zeide hij, »als een
-aandenken aan de prachtige woorden, die zij op uw bevel geschreven
-heeft en die ik nooit, nooit zal mogen lezen.”
-
-»Gelukkig dat uw portemonnaie niet met wit satijn gevoerd is,” merkte
-de jonge mevrouw spottend aan. »Ha, kijk eens hoe het gele leer reeds
-de sporen draagt van uwe vingertoppen.”
-
-Simons zuchtte hoorbaar, en trachtte met zijn zakdoek alles weer in
-orde te brengen; ondertusschen scheen Hermine den draad teruggevonden
-te hebben en schreef voort:
-
-»Och mijn lieve, beste man, hoe verlang ik naar je, als ik naar al die
-nauwe, onbeteekenende praatjes luister van menschen, die mij niets,
-niets aangaan! O, ’t is zoo vreemd, daar alleen tusschen te zijn,
-niemand te hebben, voor wie ik iets voel—de goede mevrouw van Diteren
-uitgezonderd—mij tegenover hen trotsch en statig te moeten houden.
-Lieve Coen, wat zal ik me anders voordoen als we samen zijn; we kennen
-mekaar nog zoo weinig niet waar, maar we zullen spoedig kennis maken of
-liever hernieuwen. Je Hermelijntje is nog dezelfde van vroeger; weet je
-nog, hoe je mij dien naam gaf, nadat we in de dictionnaire gezocht
-hadden, wat Hermine in het Fransch beteekende. »Hermelijn!” zoo moet je
-heeten, zei je. »Wit en zwart, zoo is het ook, je wenkbrauwen en je
-oogen zijn zwart en anders ben je wit.”
-
-»Na dien tijd heeft niemand mij meer Hermine genoemd, maar nu zal jij
-me weer Hermelijntje noemen, ik zal zoo’n zacht lief hermelijntje voor
-je wezen, Conrad! voor jou alleen, versta je dat?
-
-»Ze hebben wel eens gezegd dat ik een nagemaakte hermelijn ben. Ik zal
-je vertellen van waar dat komt, want in Indië weet men zeker weinig van
-bont af; het hermelijn is erg duur en zeldzaam, maar toch verkoopen de
-bontwerkers veel wit bont met zwarte staarten. Weet je, waar dat alles
-van afkomstig is? Van witte poezen en van de staarten van zwarte. En nu
-bedoelen ze daarmeê dat ik in plaats van een hermelijn een kat ben. Hoe
-vind je dat, ventje lief? Ik kan me verbeelden, dat wij al deze
-malligheid samen lezen, op een regenachtigen middag in onze
-voorgalerij, maar dan moet ik heel dicht bij je zitten, om wanneer ik
-verlegen ben over al die gekheid mijn gezicht op je schouder te
-verbergen. O Conrad, ik mag er niet aan denken, zooveel geluk. Wat is
-Onze Lieve Heer toch goed! Toen mijn arme papa stierf, dacht ik dat er
-nooit meer iemand op de wereld zou wezen, die aan mij dacht, dat het
-niemand ooit meer zou kunnen schelen of ik vroolijk was dan bedroefd,
-of ik altijd maar voor me zelf zou moeten leven, van de eene betrekking
-in de andere gaan, al mijn vroolijkheid verliezen, nooit meer hartelijk
-lachen, nooit meer stoeien. Ik was papa’s oogappel, Moe was altijd even
-knorrig en grienig. Ik deed alles, ik stak mijn handen uit, ik lachte
-en zong en als er geen vleesch op tafel zou komen, dan wist ik zulke
-mooie bloemen in de vazen te doen, dat zij reeds dadelijk daaraan
-zagen, wat er mankeerde, en dan zei ik er een paar grappen over en
-prees de sauce piquante, die precies rook als gebraden vleesch. De
-kinderen waren ziekelijk en lastig; maar ik kon er goed mee terecht,
-dat beviel Moe niet en toen het groote ongeluk ons getroffen had, zocht
-zij troost bij haar familie en deed mij voelen dat elke band tusschen
-ons verbroken was. En toen kwam jou voorstel!
-
-»Och Conrad! ik kan het mij niet verbeelden dat ik voor jou alleen zal
-moeten leven, dat het mijn plicht is, mijn eerste, mijn grootste plicht
-je gelukkig te maken, je alles te zijn.
-
-»Ik vind het zoo heerlijk dat we daar zullen wonen afgescheiden van de
-wereld, geheel voor en met mekaar, als Paul en Virginie. Ik ben niet
-bang voor de eentonigheid van Ngaroengan; een piano zal er immers zijn,
-en ik heb boeken bij me, die we samen zullen lezen..... Wat zijn we nog
-jong, Coen! Vind je dat niet heel prettig? Twee en veertig jaar met ons
-tweeën,—we zullen echte goede kameraadjes zijn. Ik verbeeld me, dat we
-er nog pleizier in zouden hebben met den vlieger te spelen, en ik kan
-ook paardrijden! En dan gaan we samen rijden, uren, uren ver!
-
-»Ik schrijf hier alles wat mijn hart mij ingeeft, mijn brieven
-verscheur ik drie, vier malen en begin ze telkens opnieuw: ik ben nog
-een beetje bang voor den Conrad, dien ik niet ken, maar de andere met
-wien ik kennis zal maken, die mij schaakt en mij brengt, diep, diep in
-het gebergte, waar hij ons nestje gebouwd heeft, die moet alles weten,
-alles wat in mijn hart omgaat.
-
-»Ach Coen, ik ben zoo gelukkig! Als je toch wist, hoe ik iederen morgen
-en iederen avond, je portret een nachtkus geef, en hoe ik me voorstel,
-dat we in het vervolg zoo’n akelig stuk papier niet noodig zullen
-hebben om dat mekaar te doen.
-
-»Ondankbaar schepsel, nu spreek ik zoo van dat lieve portret en ik zou
-’t niet willen missen voor ik weet niet hoeveel. Ik ben te gelukkig,
-Coen, en dat doet me zulke dwaasheden zeggen. Is ’t wel goed zoo
-gelukkig te wezen en geeft dat geen teleurstelling? Ze zeggen... maar
-zijn we niet allen in Gods hand? Beste Coen, je gelooft het immers ook,
-dat wij een goeden Vader in den hemel hebben, die al ons doen en laten
-bestiert, die ons verdriet toezendt—zooals Papa’s overlijden—opdat wij
-ons leed moedig dragen en daardoor beter worden, die evenals Hij regen
-en droogte aan het land geeft, ons ook tranen en geluk toezendt.
-Lieveling, als wij samenzijn, vrees ik geen leed, ik zal op je steunen,
-je zult me leeren beter te worden, want...”
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-
-»Ben je zoo druk aan ’t schrijven, Mientje?”
-
-»Och mijn lief mamaatje.”
-
-Hermelijn streek met de hand over de oogen, die een weinig vochtig
-waren, trok mevrouw van Diteren naar zich toe en kuste haar hartelijk.
-
-»Ik amuseer mij zoo met mijn Coentje alles te schrijven wat mij op het
-hart ligt.”
-
-»Moet hij dat alles lezen?”
-
-»Ja later, als wij op ’t land samen zijn. Nog achttien dagen!”
-
-»Nog achttien dagen, dan ben ik weer zooveel verder van mijn
-kindertjes.”
-
-»Maar dan krijgt u ook spoedig tijding van hen!”
-
-»Ze mogen zoo dikwijls niet schrijven, dat leidt hen af in hun studie.”
-
-»O mevrouwtje, dat u zich dit alles heeft laten wijsmaken, u die meer
-verstand in uw pink heeft, dan die zes totebellen...”
-
-»Mientje, wat een leelijk woord, het zijn toch van Diteren’s zusters en
-ze zijn zoo knap.”
-
-»Zoo knap, zoo knap, dat zij uw liefde en eenvoud niet meer kennen. En
-ik zeg u, dat u veel knapper is dan alle zes te zamen met... uw man
-daarbij,” wilde zij zeggen, maar hield het woord in en zei alleen:
-
-»Ik had ù eerder moeten kennen.”
-
-»Je bent ook zoo flink. Kassian, die arme Simons.”
-
-»Zit hij te dammen met zijn tweede vlam, mevrouw Brant?”
-
-»Als je niet getrouwd was, werd hij stellig op je verliefd.”
-
-»Zou hij ’t dan nog moeten worden?”
-
-»Nu ja, je bent getrouwd en al wordt hij verliefd, het helpt hem
-weinig.”
-
-»Neen, daar vrees ik ook voor! Maar ik ben moe van ’t schrijven. Ik ga
-mijn boekje opbergen en dan wil ik eens kijken hoe hij ’t daar boven
-maakt.”
-
-»Mevrouw wint altijd.”
-
-»Natuurlijk, anders was er geen aardigheid bij.”
-
-Een oogenblik later kwamen beide dames op het dek, waar Simons
-werkelijk vlijtig aan het dammen was met de kolossale mevrouw Brant,
-een dame met sterk Groningsch accent, die ook voor ’t eerst de
-keerkringen passeerde en nog geen twee jaar gehuwd was.
-
-Kapitein Brant, die met verlof in Europa geweest was met zijn twee
-voorkinderen, had daar haar kennis gemaakt. Zij was een weduwe ook met
-twee kinderen en woonde in de kleine stad, waar Brant zijn familie kwam
-bezoeken en plan had zich te vestigen.
-
-»Mooier kon je het niet treffen,” zeide men, »mevrouw X gaat de stad
-uit en heeft nog huur aan haar huisje. ’t Is juist groot genoeg voor u
-en misschien wil zij zich ook van haar meubels ontdoen.”
-
-Kapitein Brant maakte haar een visite; och ja, zij wilde om mijnheer
-pleizier te doen, wel het een en ander verkoopen, maar zij had er geen
-plan op gehad, alles was nog betrekkelijk nieuw en keurig netjes
-onderhouden.
-
-Dit zag Brant’s militair oog onmiddellijk; smaakvol waren de meubeltjes
-niet, fijn nog minder maar solide, ô zoo solide. Voor een officier, die
-voor twee jaren met verlof in Holland is, komt het er echter op een
-weinig meer of minder soliditeit niet aan. Het moeten al heel zwakke
-dingen zijn, die ’t geen twee jaar kunnen uithouden; doch mevrouw sprak
-zoo mooi, zelfs aandoenlijk, daar waar zij het over haar verlatenheid
-als arme weduwe had en zij vroeg hem zoo weinig.
-
-De kapitein vond alles dol goedkoop, toen zij met een zucht en de
-verklaring dat zij er zich van ontdeed alleen om mijnheer te gerieven,
-hem een prijs noemde, dien hij in vergelijking met de Indische prijzen
-werkelijk laag vond, maar t’huis gekomen en alles optellend en
-besprekend met zijn moeder en broers, verklaarden deze niet meer of
-minder dan dat mevrouw X een afzetster was. Zij bepaalden een som,
-waarvoor zij alles te houden of te geven had, en den volgenden morgen
-ging onze kapitein met looden schoenen naar de weduwe. Hij had een
-afschuw van loven en bieden, en in plaats van met zijn voorstel aan te
-komen, verklaarde hij haar spoedig, dat hij alles voor den door haar
-gestelden prijs overnam.
-
-Nu werd zij waarlijk onweerstaanbaar; zij liet haar kindertjes komen en
-sprak over »de engeltjes” van den kapitein, luisterde naar de opsomming
-hunner kwalen, raadde dik ondergoed aan, flanellen borstrokken en
-wollen kousjes, verzocht hen eens bij haar grut te komen spelen; in een
-woord de kapitein raakte in de wolken.
-
-Den nacht bracht hij slapeloos door; een enkel denkbeeld hield hem
-bezig, waarom moest die teere, zorgvolle moeder dit huis nu voor hem
-verlaten, zou er iets tegen zijn, dat hij met zijn lievelingen bij haar
-introk?
-
-Neen niets, als zij maar wilde.
-
-En zij wilde. De kinderen waren geen bezwaar, integendeel ze zouden met
-mekaar heel aardig kunnen spelen.
-
-»En nu we toch trouwen, zal ik je maar bekennen, dat ik je heel, heel
-veel voor alles in rekening heb gebracht. Ik zag er eerst tegen op maar
-nu ieder van ons met zijn drieën is, hebben we mekaar niets te
-verwijten,” zoo sprak zij. Kort daarna werd het huwelijk gesloten; de
-beide meisjes van weerskanten gingen mee naar Indië en de
-geïmproviseerde broertjes bleven op dezelfde kostschool; gedurende het
-verblijf in Holland had geen der partijen zich over den genomen stap
-beklaagd en mevrouw Brant zag er niets tegen op den man harer keuze te
-volgen.
-
-Een hartstocht had zij en dat was dammen; ieder werd om beurten voor
-het bord gezet en was er niemand te vinden dan werd de man er aan
-gewaagd.
-
-»Maar met hem kan ik het nog dikwijls doen in de eene of andere
-negorij, waar hij geplaatst wordt,” sprak zij openhartig, »nu wil ik
-het liever met een ander probeeren.”
-
-»Wint u, mevrouw?” vroeg Hermelijn naderbij komend.
-
-»Ja, als u er bij komt, dan kan ik drie tegelijk slaan zonder dat hij
-er iets van merkt, hij kan zijn gedachten niet bij het spel houden.”
-
-»Dus zal ik maar heen gaan om u de overwinning niet te gemakkelijk te
-maken!”
-
-»Ik heb er een nederlaag voor over, als u bij ons komt staan,” zei
-Simons, »heeft u gedaan met schrijven?”
-
-»Voorloopig,” en mevrouw van Diteren toefluisterend, »een drama
-getiteld: »Het damspel op de Menado” of »de zelfopofferende
-ambtenaar”.”
-
-De beide onafscheidelijke dames verwijderden zich.
-
-»Men zou niet zeggen dat zij al getrouwd is,” merkte mevrouw Brant op
-met al het gewicht dat eene, die het reeds tweemaal geweest is, in
-zoo’n opmerking kan leggen.
-
-»Zij is ’t toch helaas! wel!” zuchtte Simons.
-
-»Och, ’t is de moeite niet waard; met den handschoen of liever niet
-eens met een handschoen, want dat doen ze niet meer.”
-
-»Vindt u het geen waagstuk van haar?”
-
-»Verschrikkelijk.... ongehoord!.... Ze kennen mekaar zoo goed als
-niet.”
-
-»Dat treft de kerel, zonder eenige moeite, zonder gevaar voor een
-blauwtje zulk een vrouw t’huis te krijgen.”
-
-»En ’t moet een nare, akelige jongen zijn. Brant kent die familie, door
-en door inlandsch—dat zeggen de Oosterschen voor Indisch, moet u
-weten—echte sinjo’s, die geheel onder den invloed van hun vader en
-zuster staan.”
-
-»Kent de kapitein haar man?”
-
-»Neen, maar wel zijn familie! De vader zoekt de vrouwen voor zijn zoons
-uit. Misschien hebben ze dien zoogenaamden man van haar zijn
-handteekening laten plaatsen onder de procuratie zonder dat hij wist,
-wat hij teekende.”
-
-»Maar dat zou onmogelijk wezen.”
-
-»Verbeeld je, getrouwd zijn zonder het zelf te weten.”
-
-»En is daar niets aan te doen?”
-
-»Zij is vol illusiën, het spijt me alleen dat wij te Batavia
-uitstappen. Ik zou die ontmoeting zoo graag gezien hebben op Samarang
-tusschen die onbekende echtgenooten.”
-
-»Ik niet, ik vind een teleurstelling hartverscheurend. Waarom kon ze
-niet wachten met trouwen tot ze in Indië was?”
-
-»De Gérans weten ook wat zij doen. Op geld komt het bij hun niet aan,
-ze moeten een mooi meisje hebben, van goede familie, want trotsch is
-dat volk er bij, zegt Brant. Verbeeld je, als zij eens kennis maakte
-met die menschen en ze bevielen haar niet, dan kwam er van trouwen
-niets.”
-
-»Des te beter.”
-
-»Maar dan zou ze toch niet juist u nemen.”
-
-»Dat weet ik wel, maar er was altijd meer kans.”
-
-»Nu verbeelding heb je genoeg, Simons, maar kijk eens aan waar je dien
-dam zet. Is ’t je ernst? Praten of spelen, een van tweeën, naaien en
-breien gaan niet samen.”
-
-Haar echtgenoot liep met van Diteren op en neer. Ook zij hadden het
-over Hermine de Géran! Wat zou er van de conversatie aan boord der
-Menado geworden zijn, wanneer zij de reis op een andere boot had
-gemaakt?
-
-»Ik zie hun vriendschap niet graag, zij haalt mijn vrouw allerlei
-dingen in ’t hoofd,” sprak van Diteren.
-
-»En de mijne zet ze onophoudelijk met haar stillen aanbidder voor het
-dambord.”
-
-»Ik mag ze niet, en jij?”
-
-»Ik vind het een verduiveld aardige meid. Bij de hand, van alle markten
-t’huis, niet preutsch en toch met zoo’n air over zich, dat niemand het
-wagen zal haar te na te komen.”
-
-»Maar bemoeiziek in de hoogste mate.”
-
-»Dat kan ik niet vinden, enfin, ik heb er geen ondervinding van.”
-
-»In plaats van mijn vrouw wat neer te zetten, en te zeggen, dat het
-voor ’t welzijn der kinderen is, dat zij in Europa blijven, zet zij
-haar op en verzekert, dat het onnoodige plagerij van mijn kant is en
-volstrekt niet noodzakelijk.”
-
-»Heeft zij dat gezegd?”
-
-»Nu ja, niet precies maar in dien geest toch.”
-
-»Een bewijs dat zij oprecht is.”
-
-»Laat ze haar oprechtheid voor zich houden. Ik kan er mij in
-verkneukelen, dat zij bij die Gérans komt. Let maar op, Brant, we
-zullen er mooie dingen van beleven.”
-
-»In elk geval niets ten nadeele van haar naam en karakter, want zij is
-zoo braaf als trotsch. En een vrouw, die beide is, zal zelfs door onze
-alles behalve reine Indische maatschappij geëerbiedigd worden.”
-
-»Wat zij is, hoe weet je dat?”
-
-»Hermelijn wordt zij genoemd en dat is zij, blank en fier; zoo zal zij
-ook blijven.”
-
-»Mijn hemel, Brant, ken je haar van van daag of van gisteren, hoe kom
-je zoo poëtisch?”
-
-Het gesprek werd fluisterend voortgezet. Van Diteren had nu eenmaal een
-antipathie opgevat tegen de vrouw, die hem geen gelijk gaf in iets, wat
-hij tegen beter weten in had volgehouden, alleen om de arme moeder te
-toonen dat zij van zulke dingen geen verstand had.
-
-Daarbij was hij een van die ongelukkige wezens, bij wien de Indische
-zon alles verzengd heeft wat eeuwig jong en frisch moet blijven; hij
-geloofde niet aan liefde, zelfs aan geen ouderliefde, aan
-onbaatzuchtigheid, aan opoffering, alles werd gedaan om bij-oogmerken,
-niemand was volgens hem goed en edel dan omdat hij inzag dat hij door
-zich zoo te vertoonen beter zijn doel zou bereiken dan omgekeerd.
-
-Nu begon hij den kapitein staaltjes te verhalen, die hij zelf had
-bijgewoond van meisjes, bij wie Hermine niet in de schaduw kon staan en
-waarop thans zeer veel af te dingen viel, die de laster had aangevallen
-met of zonder recht.
-
-»De laster, o spreek me niet van laster! Ga maar eens bij Verhuell
-kijken, daar zie je wat laster doen kan en hoor wat Bouwmeester als
-Hamlet er van zegt. »Wees zoo rein als ijs, zoo koud als marmer,” ik
-weet het niet precies meer, maar ’t komt er op aan dat het niemendal
-helpt, hoe men zich houdt; als de laster je pakken wil, dan krijgt hij
-je ook beet.”
-
-»Men noemt geen koe bont of er is een vlekje aan.”
-
-»En welk vlekje is er aan mevrouw de Géran? Is er een zweem van
-koketterie in haar houding tegenover dien fat van een Simons of... òf
-tegenover jou?”
-
-»Tegenover mij, jawel, zij kan me niet luchten.”
-
-»En dat pikeert je tegen wil en dank.”
-
-»Ik heb geen moeite gedaan om haar een andere opinie van mij te geven.”
-
-»Maar je zoudt willen dat zij die had. Heeft ze niet altijd standvastig
-geweigerd piano te spelen of te zingen?”
-
-»Omdat ze niet wist of haar man het goed zou vinden, heeft ze aan mijn
-vrouw gezegd. Ik geloof om ons een hoog idee van haar talent te laten
-behouden.”
-
-»Hoe ’t ook zij, die jonge Géran is een gelukkige kerel; ’t is te hopen
-dat het uilskuiken zijn geluk beseft.”
-
-»Wel kapitein,” vroeg Simons, die na schitterend verslagen te zijn door
-de vrouw, den man naderde, »u heeft het ook over de jonge mevrouw,
-geloof ik! Vindt u die huwelijken met den handschoen geen ellendige
-instelling?”
-
-»Even ellendig als het: »Hier liggen voetangels en klemmen” in een
-mooien, open bloementuin.”
-
-»Pas maar op de voetangels, jong mensch! Ik zou je daarvan kunnen
-vertellen, ’t kan zijn nut hebben.”
-
-Een damspel met mevrouw Brant was stellig veel geschikter, zoo niet
-nuttiger bezigheid voor den vrij baarschen jongen ambtenaar, dan een
-gesprek onder vier oogen met den levenswijzen van Diteren, dat hem
-moest bekend maken met de mindere ideale zijde van het Indische leven.
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-
-Batavia was in zicht en de reis met de Menado ten einde. Het was een
-gelukkige reis geweest met weinig stormen, zoo goed als geen
-onaangenaamheden, geen oproer onder het transport, voordeeligen wind,
-zoodat men binnen den bepaalden tijd aankwam.
-
-Vriendschappen en verbintenissen voor het leven waren er, wel is waar,
-niet aangeknoopt, maar toch, men had het goed met elkaar kunnen vinden;
-die elkaar minder mochten lijden, waren rustig uit mekaar’s weg
-gebleven, de anderen hadden zich wat vaster aaneengesloten en toch was
-men blijde op Java te zijn, allen, behalve Simons, die nu het voorwerp
-zijner platonische bewondering zou verliezen.
-
-Het oogenblik van afscheid kwam, mevrouw Brant had haar beide meisjes
-»de bonte tweeling”, zooals Hermelijn ze noemde omdat ze van dezelfde
-grootte maar van verschillende gelaatskleur waren—zeer netjes voor de
-gelegenheid gekleed, precies gelijk, want zij wilde geen onderscheid
-maken tusschen de bleeke vlasblonde Cis en de donkerbruine Non, en toch
-waren het toevallig steeds kleuren, die de lichte goed en de donkere
-afschuwelijk kleedden.
-
-Mevrouw van Diteren had weer eenige kwade oogenblikken op het gezicht
-van het eiland, waar al haar lievelingen geboren waren en dat zij ook
-met het lieve viertal verlaten had.
-
-Haar echtgenoot snauwde haar onbarmhartig toe dat zij al die malle
-kunsten zeker van die gekke meid had geleerd, die zij steeds zoo
-naliep.
-
-Simons liep rond, met een pakje onder den arm, zoo druk en tevens zoo
-schichtig, dat kapitein Brant hem vroeg, of hij reeds door de
-tarantulaspin gestoken was.
-
-Eindelijk zag hij Hermine de Géran op het dek verschijnen. Zij had voor
-’t eerst een sneeuwwit morgenkleed aan, dat haar hermelijnachtige
-schoonheid ten volle deed uitkomen.
-
-Zij liep als gewoonlijk naast mevrouw van Diteren; aangenaam ware het
-Simons geweest, als hij haar alleen had mogen spreken, maar daar
-bestond weinig kans toe, want de beide dames waren onafscheidelijk,
-vooral nu in de laatste oogenblikken.
-
-De treurende moeder begon erbarmelijk te schreien; Hermelijn sloeg den
-arm om haar middel en drukte haar hoofd tegen haar borst; zacht
-fluisterde zij haar lieve troostende woorden toe.
-
-»Och Mientje,” snikte de arme vrouw, »ik weet niet hoe ik die reis had
-kunnen doen zonder jou, je bent mij zoo tot troost geweest. Nu ik je
-verlaten moet is het of ik opnieuw van mijn kindertjes afscheid neem.”
-
-»Kom, lieve mevrouw, moed! Vijf jaar zijn gauw om, dan zal immers uw
-oudste terugkomen, of liever daar moet u voor zorgen, dat is lang
-genoeg; dan moet u uw wil doordrijven, ’t is wel geweest. En nu is u
-terug op Batavia...”
-
-»Ach, dat leege huis en al hun speelgoed terug te vinden, waar ik ’t
-heb gelaten! Ik zie er zoo tegen op Hermine! Zal je mij dikwijls
-schrijven?”
-
-»Stellig, mevrouw, en dan komt u eens bij me logeeren.”
-
-»Ik wou dat je meeging met ons, ’t zou mij zoo goeddoen.”
-
-»Dat kan niet, ’t spijt me erg, maar u begrijpt het zelf, ik weet niet
-of mijn man het goedkeurt en daarbij mijnheer van Diteren,” voegde zij
-er lachend bij, »vindt het stellig niet goed.”
-
-Daar naderde Simons juist.
-
-»Gaat u nog naar wal?” vroeg hij eerbiedig buigend.
-
-»Neen mijnheer!”
-
-»Dus moet ik hier afscheid nemen.”
-
-»Als u daaraan behoefte heeft, ja!”
-
-»Mag ik u een klein souvenir aanbieden, ik heb er nog steeds een
-onwaardeerbaar van u.”
-
-»Heeft u die mooie pen nog?”
-
-»Ze zal met mij begraven worden.”
-
-Hermelijn barstte in een helder gelach uit; als zij lachte klonk er
-iets als neerklaterende parelen, zoo melodieus en harmonisch, zoo
-opwekkend en verfrisschend tegelijk. Alles was jong in Hermine en dat
-maakte haar voor ieder, die niet innerlijk verdord en verdroogd was als
-van Diteren, onweerstaanbaar aantrekkelijk.
-
-»Verlangt u hetzelfde van uw souvenir aan mij?”
-
-»Neen, als u het bij uw leven maar soms beziet.”
-
-Hij reikte haar het pakje over, het waren photographieën naar beroemde
-schilderijen in een daarvoor bestemd doosje.
-
-»Ik dank u zeer, mijnheer Simons,” zeide Hermelijn op den
-natuurlijksten toon der wereld, »’t is een heel aardig souvenir van
-onze reis, juist geschikt voor menschen, die weinig kans hebben de
-schilderijen ooit in werkelijkheid te zien. Mijn man en ik zullen er
-met genot naar kijken; u weet »A thing of beauty is a joy for ever” en
-aan kunstvreugde zal het ons in het gebergte maar te dikwijls
-ontbreken. Nogmaals hartelijk dank!”
-
-En zij reikte hem haar hand en zag hem tegelijk recht in de oogen.
-
-»Wat ziet hij er vreemd uit,” dacht zij.
-
-Hij hield haar hand iets langer en steviger vast, dan de strikte
-beleefdheid vorderde, maar plotseling liet hij ze los, keerde zich om,
-en ging over de verschansing leunen; aan de beweging zijner schouders
-zag Hermelijn duidelijk, dat hij streed om een plotselinge aandoening
-meester te worden.
-
-»Mijn hemel, zou hij ’t ernstig meenen?” vroeg zij half lachend, half
-bewogen aan mevrouw van Diteren.
-
-»Waarom zou hij ’t niet meenen, denk je dat het zoo moeilijk is van je
-te houden?”
-
-»Vreemd,” dacht Hermelijn, »onbekend kom ik op het schip en nu zijn er
-twee, die bij ’t afscheid om mij schreien. Wat zal Coen er van zeggen,
-’t schijnt dat zijn vrouwtje in den smaak valt, maar ik heb dien armen
-jongen toch altijd zoo geplaagd.”
-
-De andere afscheidsgroeten liepen zeer gewoon af; de bonte tweeling
-stortte ook tranen bij het verlaten van de lieve, jonge mevrouw, die
-zich zoo aardig met haar had beziggehouden.
-
-»Als ze allen beginnen, ga ik ook nog huilen,” sprak mevrouw Brant, »en
-dat heb ik nog maar zelden in mijn leven gedaan. Het ga u goed,
-mevrouwtje!”
-
-En zij kuste Hermelijn’s zachte wangen.
-
-Van Diteren’s laatste afscheidswoorden waren minder hartelijk dan die
-zijner vrouw:
-
-»Nu nieuwe mevrouw, het beste succes met je schoonzuster.”
-
-»O ik ben niet bang voor één schoonzuster, voor geen zes!” riep zij met
-van ondeugd tintelende oogen hem tartend na.
-
-Van Diteren beet zich op de lippen en mompelde er iets bij.
-
-»We zullen eens kijken verdraaide heks, hoe ze je spoedig leeren een
-toontje lager te zingen.”
-
-En zoo vertrokken ze allen. Hermelijn bleef het kleine bootje de
-»Tjiliwong” nastaren en voelde zich getroffen, bij de gedachte dat zij
-de menschen, met wie zij zes weken lief en leed had gedeeld, nu
-misschien nimmer zou terugzien, vooral voor die goede mevrouw van
-Diteren, deed het haar verdriet, maar alles werd overtroffen door de
-gedachte:
-
-»Over een paar dagen zie ik mijn man, en van hem zal ik nooit scheiden,
-vóór de akelige dood er tusschen komt,” juichte zij in het diepste van
-haar hart.
-
-»Ik vind het niets hartelijk van haar man, dat hij haar niet komt
-afhalen,” zei mevrouw van Diteren aan boord van den »Tjiliwong” tot
-mevrouw Brant.
-
-»Brant dacht ook dat hij hier zou wezen. ’t Is vreemd.”
-
-Maar Hermelijn zag er niets vreemds in. Zij had een telegram ontvangen
-met de woorden:
-
-»Welkom in Indië!”
-
-Zij vond dat een allerliefste attentie van Conrad Géran; een grooten
-brief had zij toch aangenamer gevonden; die laatste dagen vielen haar
-het zwaarste, slechts de heer Tulings en een andere familie, die zich
-zeer op den achtergrond had gehouden, bleven op de boot. Zij brandde
-van verlangen aan wal te gaan en Batavia te zien, maar zij durfde niets
-op eigen gezag doen in het vreemde land.
-
-Eindelijk kwam de »Menado” te Samarang aan; den laatsten nacht had
-Hermelijn geen oog gesloten, nu zij aan het begin stond van een nieuw
-leven, begon zij eerst er het volle gewicht van te gevoelen; in die
-laatste stille uren kwamen de herhaalde waarschuwingen en plagerijen
-van van Diteren haar weer voor den geest, maar dan trachtte zij er om
-te lachen. Haar Conrad zou met haar zijn, en wat behoefde zij nog te
-vreezen?
-
-Zij trachtte zich opgeruimd te voelen maar haar hartje klopte geweldig,
-zij hoopte spoedig aan te komen en ’t was een verlichting, te hooren
-dat het nog langer zou duren dan men aanvankelijk dacht.
-
-Eindelijk kwam men aan; de haven van Samarang laat, wat veiligheid
-betreft, veel te wenschen over, soms zijn de stoombooten van wal uit
-niet te genaken.
-
-»De blauwe vlag waait.”
-
-En dan weet men dat alle gemeenschap over zee verbroken is; de
-tambangans (schuiten) mogen de rivier niet verlaten, daar de onstuimige
-zee te veel gevaren zou opleveren voor hen, die zich toch op de golven
-wilden wagen.
-
-Gelukkig voor Hermelijn was de blauwe vlag niet op den toren der
-hoofdwacht geheschen, de witte huizen der stad teekenden zich scherp af
-tegen het geboomte en de hooge berg Oenarang vormde een indrukwekkenden
-achtergrond, tegenover de vrij wilde zee.
-
-Een tambangan worstelde met de golven, nu eens zwevend in de hoogte,
-dan weer diep nederdalend, Hermelijn volgde den eersten zwarten tip,
-die langzamerhand grooter en grooter werd, met kloppend hart en
-trillende oogen.
-
-Twee heeren zaten er in, haar schoonvader zeker... en hij.
-
-»Er ist’s, die Flagge der Liebe mag wehen.”
-
-Onophoudelijk gonsden haar die woorden uit de Freischütz door het
-hoofd, terwijl ze met ijskoude handen zich aan de leuning vastklemde en
-niets anders meer zag, niets anders meer hoorde, dan het bootje en het
-klotsen der roeispanen in de dansende golven. De heeren zwaaiden met
-hun hoeden, zij haalde haar zakdoek uit en wuifde terug.
-
-»Er ist’s, er ist’s!”
-
-’t Was of elke golf, die tegen het schip opvloog en het zilverschuim
-hoog en sissend deed omhoogspatten, de woorden zong en nog eens zong,
-zoo zelfs dat zij haar tergend in de ooren klonken. Zij begon de
-gezichten te onderscheiden en toen kon zij het niet langer meer boven
-uithouden; zij wist het zelf niet of ’t angst, dan wel vreugde, of
-schaamte was, maar zij had nu willen vluchten verre van daar. Iets
-bleef in haar hart de overhand behouden, de zekerheid dat over weinige
-oogenblikken, zij niets anders meer gevoelen zou dan diep innig geluk,
-het bewustzijn dat al haar wenschen vervuld waren, dat zij niets meer
-te verlangen of te vreezen had, dat zij dan eerst zich in veilige haven
-zou bevinden.
-
-»Wil u den damessalon ingaan?” vroeg de kommandant, die haar op de trap
-ontmoette.
-
-»Heel graag mijnheer! Brengt u de heeren dan beneden?”
-
-»Zeker mevrouw, ik zal mij met de ontvangst belasten,” zeide hij zeer
-ernstig zonder een in zulke omstandigheden, zoo goedkoope poging om
-aardig te zijn.
-
-Daar zat zij nu op de rood fluweelen divan en volgde met haar oog de
-vergulde lijsten, die kleine bloemstukken omgaven; zij telde
-werktuigelijk de roode en blauwe blaadjes, en deelde de figuren van het
-lijstje in vijftallen af.
-
-Eensklaps rees zij op.
-
-»Was dat wel Conrad geweest, die eene heer! Misschien had hij een
-ongeluk gehad, misschien was hij ziek, misschien...”
-
-»Hoe dwaas! hoe kinderachtig,” zeide zij dadelijk er op, en streek zich
-met de hand over de golvende lokken, die ondanks al haar moeite om zich
-van daag bijzonder netjes te kappen, weerbarstiger schenen dan ooit en
-zij begon te lachen. Maar die lach klonk zoo zonderling, ’t was of zij
-nu eerst voelde dat zij de Hermelijn van vroeger nimmer meer zou zijn,
-dat zij zich zelf vreemd werd.
-
-Daar hoorde zij duidelijk dat de tambangan aanlegde, dat de kapitein de
-aankomelingen begroette; er werd over de onstuimige zee gesproken, hoe
-kon men dat doen op zoo’n oogenblik?
-
-Zij ging naar de deur maar kwam terug en bleef weer zitten, even zag
-zij in den spiegel en schrikte over haar bleekheid; die zwarte japon
-kleurde haar niets, zij zag er niets goed uit, zij zou haar man stellig
-teleurstellen. Waarom had ze met geen rood of blauw dat zwart
-opgevroolijkt?
-
-Daar hoorde ze mannenstappen de trap afgaan, toen vouwde ze haar handen
-en lispelde, bevend:
-
-»O vader, sta me bij, ik ben bang.”
-
-Van Diteren als hij er bij geweest ware zou gegrijnslacht hebben, zoo
-was die brutale meid nu eindelijk klein geworden.
-
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
-
-De deur werd geopend en twee heeren kwamen binnen, beiden lang en door
-de zon gebruind, maar van verschillenden leeftijd.
-
-De oudste was een goede vijftiger, hoewel men hem in Holland voor even
-in de zestig kon aangezien hebben; zijn krullend haar was nog vol maar
-spierwit, een kort geknipte gitzwarte knevel groeide onder een scherp
-gebogen neus; even zwart maar nog borsteliger waren de wenkbrauwen, die
-fronsend over een paar doordringende zwarte oogen hingen;
-breedgeschouderd en forsch gebouwd, droeg hij een wit jasje van
-vreemden vorm, was hoog tot aan zijn kin dichtgeknoopt en in zijn hand
-hield hij een badientje. De jongere mager, min of meer voorover
-gebogen, had een overmatigen langen, stijven hals en klein hoofd; zijn
-gelaat miste alle uitdrukking, hij maakte den indruk van een adjudant
-naast zijn generaal, van een weinig zeggenden en nauwelijks
-toeluisterenden vertrouweling naast een tooneelkoning.
-
-Hermelijn ging hen tegemoet.
-
-»Hij is er niet bij,” was haar eerste gedachte.
-
-»Welkom, kind!” sprak de oude heer en kuste haar op het voorhoofd; »ik
-ben je nieuwe vader en dat is je zwager August. Je man is niet
-meegekomen, hij wacht je in het hotel. Van middag kerkelijke inzegening
-en dan onmiddellijk naar huis. Is je goed ingepakt, ik bedoel, wat je
-dadelijk noodig hebt, voor de rest wordt gezorgd.”
-
-De zwager vergenoegde zich zijn schoonzuster een slappe hand toe te
-steken, die zij even aanraakte, zonder er zelfs aan te denken dat hij
-haar volle neef was. Toch was zij niet teleurgesteld; Conrad wilde hun
-ontmoeting niet aan boord doen plaats hebben; hij had gelijk, wat
-hadden die officieren, matrozen en bedienden met hun liefde noodig?
-
-»Hij is toch niet ziek papa?” vroeg zij, dapper hem dien titel gevend.
-
-»Waarom zou hij ziek wezen? August, ga naar den kapitein en zeg hem,
-dat wij dadelijk vertrekken.”
-
-August verdween zeer gehoorzaam.
-
-»Maak je dan maar klaar, hoe is je voornaam ook weer?”
-
-»Hermine!”
-
-»Nu spoedig dan, we hebben geen tijd te verliezen. Het is 11 uur.”
-
-Nog geen drie minuten later had Hermine haar hoed op en den mantel
-omgedaan en stond met haar handkoffertje op het dek, zeide den
-kapitein, zijn officieren en de overgebleven passagiers vluchtig
-»goeden dag” want haar schoonvader was reeds in het bootje afgestegen,
-en ging toen zelf het trapje af, dat naar het tamelijk sterk deinende
-bootje leidde.
-
-De oude heer de Géran reikte haar de behulpzame hand, August sprong hen
-na, de roeiers zetten hun spanen in beweging en het schuitje begon
-Samarang te naderen.
-
-Hermelijn kon nog maar niet op haar gemak komen; haar schoonvader deed
-haar geen enkele vraag over haar reis, over haar familie, vertelde
-niets van het eenige, dat haar belang inboezemde, maar sprak over de
-ellendige haven van Samarang, over de moeite, die het kosten zou daarin
-verandering te brengen, over de ellendige bandjirs [2], die in de
-laatste Westmousson de stad geteisterd hadden en die van het aangename,
-schilderachtige plaatsje uit de dagen zijner jeugd een akelig hol
-hadden gemaakt.
-
-Dat was alles zeker hoogst interessant, maar op dit oogenblik boezemde
-Samarang Hermelijn slechts in zooverre eenige belangstelling in, daar
-het in een zijner huizen haar Conrad bevatte.
-
-August’s stem was met geen mogelijkheid te hooren, want zoolang de
-tocht duurde gaf hij haar geen gelegenheid zijn lippen te ontsnappen.
-Eindelijk kwam men in de rivier, die gevuld was met djangollans [3],
-prauwen en tambangans, en weinige oogenblikken later aan de
-aanlegplaats »Boom” genaamd.
-
-Daar stond een rijtuig hen op te wachten, een zoogenaamde palankijn,
-waarin het drietal plaats nam.
-
-Later kon Hermine zich niets meer herinneren, van de straten, die zij
-doorgereden was, met de naar Europeesch model gebouwde huisjes die de
-brandende zon nu in een vuurgloed blakerde; ’t was of zij in een droom
-voortleefde, waaruit alleen de stem van Conrad haar kon doen ontwaken.
-
-Men reed het ruime plein van het Heerenlogement op; het was twaalf uur
-en de rijsttafel juist begonnen.
-
-»We zullen maar dadelijk gaan eten,” zei de oude heer de Géran, toen
-zij uitgestapt waren en wees Hermelijn de deur aan naar de groote
-binnengalerij, waar een vijftigtal heeren, dames en kinderen om een
-lange tafel zaten.
-
-»Waar is Conrad?” had zij willen vragen, maar de vraag verstijfde haar
-op de lippen, daar van hem geen sprake scheen te zijn.
-
-Het drietal zette zich aan tafel, Hermine tusschen de beide heeren, den
-steeds zwijgenden August en den vader, die ’t weldra met zijn over- en
-naasten buurman druk had over allerlei belangrijke onderwerpen, waarvan
-Hermelijn niets anders kon onthouden dan dat het in Indië een ellendige
-boel was, dat alle dingen verkeerd gingen, dat het gouvernement een
-menigte boosheden op zijn rekening had, dat ieder verongelijkt werd en
-het niet lang zoo duren kon.
-
-De heer de Géran had een korte, gebiedende manier van spreken, hij
-zeide iets, dat als zijn overtuiging moest gelden, en kwam er niet op
-terug; wanneer de anderen hem wilden verzekeren, dat het niet juist zoo
-was, dat er iets op af te dingen viel, dan ging hij met eten voort,
-zonder zich in het minste over de redeneeringen van den ander te
-bekommeren, of hij maakte er plotseling een einde aan door de een of
-andere opmerking, die met het gesprokene in volstrekt geen verband
-stond.
-
-Hermelijn kon niets door de keel krijgen; de rijsttafel was haar nog
-geheel vreemd, en daarbij was zij zoo vervuld van haar zonderlingen
-toestand, zoo teleurgesteld door de afwezigheid van Conrad, dat zij
-zich nauwelijks de moeite wilde gunnen om te eten als elk ander. Zij
-merkte niet, hoe zij de algemeene aandacht opwekte, hoe eenigen haar
-beklaagden, anderen benijdden; een ding trof haar slechts, de
-verbazende bergen rijst, die de zwijgende, magere August op zijn bord
-nam en met ongeloofelijke snelheid deed verdwijnen.
-
-Zij kon die verlatenheid niet langer dragen en wendde zich tot hem met
-de vraag:
-
-»Waar is Conrad nu toch?”
-
-»Nog niet aangekomen, strakjes pas.”
-
-En hij nam een hoop sambel [4] op zijn bord.
-
-»Behoort dat hier zoo?”
-
-»Weet niet.”
-
-»Sinds wanneer is u dan op Samarang?”
-
-»Acht dagen.”
-
-»En... pa-pa ook?”
-
-»Jawel.”
-
-»Voor zaken, of om mij af te halen?”
-
-»Altijd maakt papa de boel in orde om dezen tijd.”
-
-Welke boel, kon Hermelijn met geen mogelijkheid raden.
-
-»U is getrouwd, niet waar?”
-
-»Ikke, jawel.”
-
-»En hoeveel kinderen heeft u?”
-
-»Tien en een op komst.”
-
-Hermelijn vertrouwde haar ooren niet, die opgeschoten knaap, vader van
-tien kinderen.
-
-»Maar hoe oud is u dan, August?”
-
-»Acht en twintig.”
-
-»En uw vrouw heet immers Sophie?”
-
-»Jawel.”
-
-»Is zij een Europeesche?”
-
-»Neen.”
-
-»En uw broer Guillaume heeft ook al een vrouw.”
-
-»Jawel.”
-
-»En ook kinderen?”
-
-»Vijf, pas weer een gekregen.”
-
-»Van uw zusters zijn er ook al een paar getrouwd.”
-
-»Dolly en Kitty.”
-
-»Wonen zij ook op het land?”
-
-»In Kaboelen.”
-
-»En hoe heeten hun mannen?”
-
-Hermelijn zou verlegen geweest zijn, als iemand gehoord had, hoe weinig
-zij haar tegenwoordige familie kende, maar niettegenstaande de kosten
-van het gesprek geheel op haar rekening kwamen, vond zij ’t zoo beter
-en nuttiger dan geheel en al te zwijgen en zette dus haar verhoor
-voort.
-
-»Van Akkeveen en Portias.”
-
-»Corona is toch de oudste?”
-
-»Wie?”
-
-»Corona.”
-
-»O Cor, ja.”
-
-»Ouder dan u?”
-
-»Weet niet.”
-
-»Zij wordt dus Cor genoemd!”
-
-»Jawel.”
-
-»En hoeveel kinderen zijn er nog behalve u en Corona, Guillaume, Dolly,
-Kitty en Conrad.”
-
-Een lange pauze, August scheen te tellen.
-
-»Zes, neen zeven... wacht eens, ja toch zes.”
-
-»En is hun moeder al lang dood.”
-
-»Vijf jaar.”
-
-»Corona is dan zeker hun pleegmoeder.”
-
-August vond deze vraag zeker de moeite niet waard om er het genot aan
-op te offeren, dat het kluiven van een in kerrie toebereid kippepootje
-hem bereidde; zijn vingers en lippen waren er goudgeel door gekleurd.
-
-De oude heer de Géran had echter zijn maal geëindigd; hij stond op en
-vroeg Hermelijn of ook zij gedaan had; dadelijk was zij met haar
-toestemmend antwoord gereed en wilde hem volgen toen van het andere
-gedeelte der tafel een heer naar hen toekwam.
-
-»Mijnheer de Géran, uw nieuwe schoondochter, als ik mij niet vergis,
-mag ik u de eer verzoeken mij aan mevrouw voor te stellen.”
-
-»Mijnheer Thoren van Hagen, Hermine de Géran.”
-
-»Hermelijn!”
-
-»Iwan!”
-
-Lachend zagen de beiden elkander aan; de vreugde een bekend gelaat te
-zien, tusschen al die onbekenden deed Hermine’s oogen stralen en zij
-reikte hem de hand.
-
-»Kent ge mekaar?” vroeg de schoonvader.
-
-»Och ja, van het Graafje, toen juffrouw van Voorden haar papa er
-kommandant was, en ik als sergeant bij hem aanbevolen was.”
-
-»Heeft u den militairen dienst verlaten?” vroeg de oude heer.
-
-»Ja, zoodra ik de luitenants-epauletten had, heb ik ze weggeworpen.”
-
-»En wat ben je thans?”
-
-»Niets Her... ik zal mevrouw moeten zeggen.”
-
-»Natuurlijk, mijnheer Thoren van Hagen, ik ben het te kort, om niet op
-dien titel gesteld te zijn.”
-
-»Nu, ik ben letterlijk niets, ik reis voor mijn pleizier.”
-
-»Gelukkige menschen, die ’t kunnen doen. Reis je met ons mee, Thoren?
-Naar Ngaroengan?”
-
-»Met zeer veel genoegen, mijnheer de Géran.”
-
-»Nu, ’t blijft afgesproken, om vier uur rijden we naar de kerk, om half
-vijf naar boven.”
-
-»Als u mij verzekert, dat ik niemand hinder, noch door de plaats, die
-ik inneem, noch door mijn tegenwoordigheid en familie.”
-
-»Wel neen, volstrekt niet. Is er wat Beersma?”
-
-De heer de Géran stond weer iemand anders te woord; ’t was niet
-moeilijk te zien, dat hij hier met zeer veel onderscheiding behandeld
-werd en dat ieder hoog tegen hem opzag; hij zelf scheen het volle
-bewustzijn te hebben van zijn waardigheid.
-
-»Wat verwondert het mij je hier te zien, Hermelijn,” zeide Thoren van
-Hagen, »je ziet hoe waar het is dat oude praatje à la monsieur de la
-Palisse van die bergen en dalen. Mijn goede majoor is dus niet meer!”
-
-»Anders zou ik hier niet wezen,” zeide Hermelijn met een trilling in de
-stem, want plotseling was ’t haar of zij er spijt van moest hebben dat
-zij den stap had gewaagd.
-
-»Je man is er nog niet.”
-
-»Neen, ken je de familie, Iwan?”
-
-»Volstrekt niet, ik ben sinds een maand hier in het logement gelogeerd,
-en maakte een dag of wat geleden kennis met den ouden heer de Géran,
-een kranige kerel, van wien ik veel gehoord had, de koffiekoning van
-midden-Java, die altijd gereed staat elke onderneming te steunen, alles
-wat goed en grootsch is, tot stand te brengen. Een man, waaraan Indië
-veel verplichting heeft, je mag trotsch zijn tot die familie te
-behooren, Hermelijn!”
-
-»O dat ben ik ook.”
-
-»Van waar kende je je man?”
-
-»Uit Holland.”
-
-»Is hij daar geweest, dan zal ’t hoop ik een ander exemplaar wezen
-dan...” en hij knipoogde glimlachend in de richting van August.
-
-»O stellig, ’t is zoo’n lieve jongen.”
-
-»Is ’t de jongen, die je den naam van Hermelijn gaf?”
-
-»Juist en daarom was mij die altijd zoo lief. Ik was zoo blij hem weer
-te hooren. En hoe gaat het je vader, Iwan?”
-
-»Goed... ik denk ’t ten minste.”
-
-»Is ’t weer mis?”
-
-»Wanneer zou ’t dit niet zijn?”
-
-»En trek je nu de wereld zoo doelloos rond?”
-
-»Wel zeker, ’t is de nuttigste en prettigste manier om mijn tijd zoek
-te brengen.”
-
-»Is dat het doel van ’t leven?”
-
-»Voor jou niet, lief bruidje, je hebt nu maar een doel, straks zoo mooi
-mogelijk in tegenwoordigheid van je heer en meester te verschijnen.
-Maar zeg eens Hermelijn, vind je dat niet wat raar? Ik ben, geloof ik
-erg in den smaak gevallen van den heer de Géran; hij heeft op alle
-manieren bij mij aangedrongen, dat ik mee zou gaan naar zijn land, maar
-toen wist ik niet dat hij nog een schoondochter verwachtte en nu
-schijnen wij samen te reizen met het jonge paar.”
-
-»Ik weet het niet, ik vind alles hier zoo wonderlijk. ’t Is misschien
-Indische mode, maar ik kan er niets tegen zeggen, als anderen het goed
-vinden.”
-
-»Nu ’t is mij een troost, dat ik het ten minste niet ben, die het tête
-à tête verstoor; waar een papa bij is en dan nog bovendien zoo’n hark
-als die nieuwe zwager van je, daar is van een zoet samenzijn toch geen
-spraak. Wat zult ge mekaar veel te vertellen hebben als het ijs eenmaal
-gebroken is; nu in die heerlijke Indische natuur kan je een
-verrukkelijke honigmaand doorbrengen.”
-
-»Ik heb nog een schoonzuster à prendre.”
-
-»Daar heb ik van gehoord! Dat moet geen katje zijn om ongehandschoend
-aan te pakken; meen je dat ik er roeping toe voel om »the Taming of the
-Shrew” bij haar te beproeven?”
-
-»Ik weet het niet, ik heb dat altijd een akelig stuk gevonden.”
-
-»Met jou zal zoo’n operatie wel niet noodig zijn, zachte Hermelijn?”
-
-»Ik ben niet zacht.”
-
-»Daarvan weet ik mee te praten; wat hebben wij veel gekibbeld en mekaar
-geplaagd.”
-
-»Toch zijn wij steeds goede vrienden gebleven.”
-
-»Dat schijnt zoo, als ik me niet vergis, zijn we als kwade gescheiden.”
-
-»Omdat je mijn poes op de gracht had laten schaatsenrijden; ’t beest is
-na dien tijd niet meer gezond geweest.”
-
-»O ja, door mij is ze zeker in het katten-asyl terecht gekomen?”
-
-Beiden lachten en voelden zich recht op hun gemak; de heer de Géran
-keerde zich juist om en zeide aan August, die zijn laatste spinazie had
-gegeten, dat hij zijn schoonzuster naar haar kamer moest brengen, dan
-kon zij zich lekker maken.
-
-»Maar precies om half vier komt Conrad, zorg dat je dan klaar bent.”
-
-Thoren van Hagen glimlachte om die zonderlinge manier van bruiloft
-vieren.
-
-Hermelijn boog zich voor de heeren en volgde toen haar langen,
-stakerigen zwager, die haar voor ging naar de buitengalerij.
-
-Voor een der kamerdeuren, die daar op uitkwamen, bleef hij staan.
-
-»Van u,” zeide hij alleen.
-
-»Dank je wel, August.”
-
-Zij ging naar binnen en vond er haar handkoffertje en granatendoekje;
-de kamer was groot, eenvoudig maar netjes gemeubeld, een groote divan
-stond tegenover het ledekant; zonder zich uit te kleeden, strekte
-Hermelijn zich daarop uit, nog steeds onder den indruk van al het
-vreemde dat haar overkwam.
-
-Zij had zich alles zoo heel anders voorgesteld; waarom moest ze hier nu
-alleen zitten in dit vreemde logement, terwijl het anders zoo’n
-geschikte gelegenheid zou geweest zijn om met haar man kennis te maken.
-Zij trachtte de gedachte, die zich telkens en telkens aan haar opdrong,
-met geweld te verdrijven en de vraag niet te beantwoorden.
-
-»Of zulk een talmen wel verwacht mocht worden van een jongen bruidegom
-en of dat niet gelijk stond met onverschilligheid?”
-
-Liever dacht zij aan Iwan Thoren van Hagen; hoe aardig, dat zij dien
-dollen jongen hier moest terugzien; hij scheen bedaarder geworden, hij
-was dan nu ook een groot, deftig heer, keurig in kleeding en verzorgd
-in voorkomen, met een vollen, kort geknipten donkeren baard; maar zijn
-mooie oogen, die soms zoo ontzaggelijk treurig konden zien, om dadelijk
-weer te tintelen van ondeugende vroolijkheid waren dezelfde gebleven en
-daaraan had zij hem dadelijk herkend. Wat had die wildzang haar vader
-soms moeilijke uren doen doorleven en als die oude heer Thoren van
-Hagen kwam met zijn gebogen gestalte, en zijn vergrijsde lokken en den
-zwarten doek om zijn hals, die iets bedekte, waaraan een vreeselijke
-geschiedenis heette verbonden te zijn, dan was Iwan stellig nergens te
-vinden. Hoe was Moe steeds uit haar humeur, als hij een paar van haar
-kleine jongens mee had genomen naar Velp of Escharen en laat in den
-avond met hen thuis kwam, berooid en wel; natuurlijk volgden daar weer
-eenige dagen arrest op, totdat de majoor eindelijk verzocht had
-ontheven te worden van zulk een voogdijschap en hij naar Maastricht in
-garnizoen werd gezonden, dicht bij het landgoed van zijn vader, tot
-groote blijdschap van haar stiefmoeder, tot verdriet van de broertjes
-en zusjes en zelfs van haar, want zij mocht hem graag als haar oudsten
-broer, maar niet zooals zij van Conrad hield, dat was iets heel anders
-geweest, reeds toen.
-
-Zij had veel onder kinderen verkeerd en nu raakte zij er weer geheel
-in; hoeveel kneuters waren er wel bij de Gérans, tien van August, vijf
-van Guillaume, zes neen zeven... zij raakte verward in al die cijfers,
-en kon ze niet meer uiteenhouden.
-
-’t Was koel en frisch in de kamer, de jalouzieën van deuren en ramen
-stonden open, de rieten valgordijnen in de voorgalerij hingen neer, een
-zacht koeltje streelde Hermelijns wangen, zij was moe gedacht en moe
-gerekend. Voor eenige oogenblikken vergat zij alles om zich heen.
-
-
-
-
-
-
-
-VII.
-
-
-Er werd aan de deur getikt.
-
-»Hermine.”
-
-Zij sprong op, en riep »Binnen”; er was niets aan haar toilet te
-veranderen, alleen haar blonde lokken hingen in allerliefste verwarring
-om haar voorhoofd en slapen, maar zij was te bevangen door den slaap om
-daarvan bewustzijn te hebben.
-
-De deur werd geopend en haar schoonvader trad binnen, gevolgd door een
-slanke jongensfiguur.
-
-»Hier is je man, Hermine.”
-
-Zij stond als vastgenageld, waarom kwam hij niet nader, was het aan
-haar om hem tegemoet te gaan? Was dit het oogenblik, waarnaar zij zoo
-lang en vurig had gesmacht?
-
-Hij geleek sprekend op zijn portret: een mooie, donkere knaap, nog niet
-geheel uitgegroeid misschien, maar met een norsche, ontevreden
-uitdrukking onder de gefronsde wenkbrauwen; als een automaat stak hij
-de hand uit, waar hij beide armen had moeten uitbreiden en vroeg op een
-toon als zeide hij een van buiten geleerd lesje op:
-
-»Hoe maakt u het?”
-
-’t Liefst was Hermelijn in tranen uitgebarsten maar haar trots hield
-haar staande en eenigszins spottend antwoordde zij:
-
-»Heel goed, dank u en u ook?”
-
-De heer de Géran, hoewel hij zeker genoegzaam wist, hoe een bruidegom
-zijn bruid op den huwelijksdag begroeten moest—hij had driemaal in dat
-zelfde geval verkeerd—achtte het beneden zijn waardigheid tusschenbeide
-te treden, misschien bezat hij ook geen oog voor zulke kleinigheden.
-
-»Ben je klaar?” vroeg hij.
-
-»Op mijn haar na.”
-
-»’t Is hoog tijd, zet je hoedje maar op en kom dan mee!”
-
-Volgens Fransche wijze bood hij als vader haar den arm, de bruidegom
-volgde; Hermelijn meende den sleutel van Conrad’s zonderling gedrag
-gevonden te hebben, hij was uit zijn humeur over die gestadige
-tegenwoordigheid en inmenging van zijn vader. ’t Pleitte voor zijn
-karakter, dat was ontegenzeggelijk; maar toch wilde zij niet de minste
-toenadering van haar kant doen.
-
-Wat was dat toch een vreemd huwelijk, het hare; hoe geheel anders was
-die burgerlijke en kerkelijke plechtigheid bij volmacht niet geweest,
-in het kleine garnizoensplaatsje, waar iedereen uitgeloopen was om de
-jonge bruid, die trouwde met een getrouwd man, zonder eigen bruidegom,
-te komen zien. Zij had zich toen niet in ’t wit willen kleeden, omdat
-zij dat minder gepast vond, maar nu zou zij zoo gaarne anders dan in
-reistoilet geweest zijn.
-
-Al het bruidachtige ontbrak zoo, zelfs geen bloempje kon zij op haar
-borst steken; ’t is waar, nu gold het ook niets dan een bloote
-plechtigheid, welke de Gérans, die aan hun godsdienst, zelfs in de
-anders zoo onverschillige koloniën, trouw waren blijven hechten, op
-prijs stelden, maar voor haar eigen gevoel had Hermelijn zich nu zoo
-gaarne als bruid gevoeld, naast den man, wien zij haar hart
-onvoorwaardelijk had geschonken.
-
-Zij ging naast haar schoonvader, bleek maar hoog opgericht, zij wilde
-niet den schijn aannemen, dat zij zich over iets verwonderde. Aan de
-trap stond Thoren van Hagen, in zijn lange gekleede jas, veel meer op
-een bruidegom gelijkend dan de jongen in zijn fantasiepak achter haar;
-hij hield een bouquet melati’s en witte rozen in de hand, dat hij het
-bruidje aanbood.
-
-»Die bloemen groeten de dochter van mijn hooggeachten vriend op haar
-hoogtijdsdag,” sprak hij ernstig.
-
-Hermelijn zag hem dankbaar aan en de tranen sprongen haar in de oogen;
-het eenige bewijs van belangstelling, dat zij ontving, werd haar thans
-uit naam van haar vader geboden, en zij wilde er gaarne een goed
-voorteeken in zien.
-
-Met meer moed nam zij thans naast haar schoonvader plaats, de andere
-vier—er was nog een broer of zwager bijgekomen, en ook Thoren van Hagen
-reed mede, als getuige—zaten in het tweede rijtuig; in de stille, lieve
-kerk voelde Hermelijn zich diep bewogen; zij boog het hoofd en bad
-oprecht en vurig om kracht, ten einde een goed, trouw echtgenoot te
-mogen zijn voor den jongen man, die naast haar knielde en die geen
-oogenblik vriendelijker zag, zelfs niet toen zij de handen in elkander
-legden en God tot getuige namen van den bond, dien zij voor het leven
-hadden gesloten.
-
-Nog geen uur later reed de ruime reiswagen den weg op naar Oenarang;
-altijd zat Hermelijn naast den ouden heer, op het middelbankje werden
-Thoren van Hagen en Van Akkeveen, de zwager, neergezet, op de voorbank
-tusschen een koffer en een mand nestelden zich de beide broeders,
-waarvan niemand meer de stem hoorde en tusschen wie het waarlijk
-moeilijk zou gevallen zijn den bruidegom te zoeken.
-
-De drie andere heeren hadden een druk gesprek; maar Hermelijn nam er
-geen deel aan; zij vond haar toestand allertreurigst; als Conrad
-tenminste met een blik of een handdruk haar moed had ingeboezemd, maar
-neen, hij bekommerde zich even weinig om haar als August. Akkeveen, die
-zijn wereld scheen te kennen, ofschoon zijn bleekgeel papperig, dik
-gelaat en gezette gestalte lang geen aangenaam uiterlijk vormden, had
-dikwijls beproefd met haar een gesprek te beginnen maar het praten was
-haar te veel, zij was moe, dood moede.
-
-De avond was intusschen gevallen, de reiswagen vloog er goed door, de
-loopers met brandende fakkels draafden bijna gedurig even hard als de
-vier paarden, hijgend naast het gevaarte; om de vijf palen kondigden
-lichten een post aan, waar het vierspan moest verwisseld worden; daar
-stond het rijtuig even stil om dan met nieuwe kracht weer het gebergte
-te doorvliegen.
-
-Een heerlijke sterrenhemel welfde zich boven hen; bij dat schemerende
-schijnsel onderscheidde Hermine bosschen en ravijnen, vlakten en
-bergen, hier en daar een flikkerend licht, maar overigens niets dan de
-trotsche eenzaamheid der onverstoorbare natuur.
-
-Huiverend en met gesloten oogen leunde zij achterover, de stemmen van
-de sprekende reizigers klonken haar onnatuurlijk en vreemd toe; op haar
-schoot lagen nog de melati’s van het bruidsbouquet, dat de vriend harer
-jeugd haar had aangeboden, die frissche geur bedwelmde haar min of
-meer. Akelige beelden traden voor den geest, ’t was of zij alleen,
-geheel alleen een vreemde wereld betrad, of niets meer haar zou
-ontmoeten, dat aan het verledene herinnerde, of zij er verlaten en
-eenzaam zou wezen, of geen vriendenhand ooit de hare meer mocht
-drukken, of zij nooit meer zou leunen op een sterkeren arm, of alles,
-alles haar begaf en zij voortaan doelloos een onbekenden weg moest
-gaan.
-
-Dan sloeg zij de oogen op en trachtte haar man te onderscheiden, maar
-het voorbankje was zoo ver weg; waarom was hij daar gaan zitten, of
-liever, welke overdreven beleefdheid van haar schoonvader haar de
-eereplaats naast hem te geven, hoeveel liever had zij daar in August’s
-plaats gezeten, doch zekere schroom hield haar terug. Geen woord, geen
-blik van Conrad had haar welkom geheeten, zou hij wel verheugd zijn
-haar te zien en zij herinnerde zich zijn brieven, die zij zoo dikwijls
-had overgelezen, de geschenken, die hij haar had toegezonden. Dat was
-toch geen droom, maar zij smachtte naar een tastbaar bewijs, dat het
-waarheid was, dat zijn oog, zijn hand, zijn kus bezegelde wat zijn pen
-geschreven had. O konden zij maar een oogenblik alleen zijn, dan zou
-hij alles goed maken. En dan dacht zij er bevend aan, hoeveel
-ongelukkiger en eenzamer zij zou wezen als zij die bekende stem van
-Thoren van Hagen niet hoorde; als zij daarin geen band had gevonden,
-die haar aan Holland, aan haar vader hechtte.
-
-Wanneer de loopers in hun onvermoeide haast met hun flambouwen langs de
-open portieren snelden, wierpen zij plotseling op de reizigers een
-roodachtig licht, dat even gloeide in de gitzwarte kijkers van Conrad,
-die altijd even barsch en strak voor zich uitstaarden, op het slapende
-gezicht van August, die tegen den koffer aanleunde, op den witten
-knevel van haar schoonvader en het grijze jasje van Akkeveen, maar dan
-ook op de edele, fijn besneden trekken van Iwan, wiens oog steeds
-beschermend op haar rustte.
-
-Aan een der posten was de oude heer uitgestapt, en ook Conrad had, vlug
-als een eekhoorn, zich over beenen en pakken een weg gebaand en stond
-nu naar het verspannen der paarden te zien.
-
-»Zijn we er haast?” vroeg Hermelijn rillend.
-
-»Heb je het koud?” vroeg Thoren belangstellend: »de lucht in het
-gebergte is frisch en kil; doe je sortie om,” en hij nam den
-granatendoek, die ergens op een der koffers lag, reikte haar dien over,
-en toen hij zag, dat het haar moeilijk viel zich daarin te wikkelen,
-stond hij op en hielp haar.
-
-»’t Zal nog een drietal posten aanhouden, zoowat drie en een half uur,”
-antwoordde Akkeveen. »Hoe bevalt u het reizen in Indië, Hermine?”
-
-»Uitstekend.”
-
-»Ik hoop dat de verwantschap met de Gérans u ook zoo goed zal bevallen.
-Men moet er zich in leeren schikken” zeide hij op hoogwijzen toon.
-
-»Men schikt zich in alles,” antwoordde zij dof en zag naar buiten.
-
-Conrad had onafgebroken naar binnen gestaard; het weifelend licht der
-flambouwen en der olielampen van de afspanning wierp zijn weifelende
-weerglanzen op het matbleeke gelaat van zijn jonge vrouw, dat tegen den
-donkeren achtergrond rein en wit uitkwam als een marmeren beeld; met
-toornige oogen had hij Thoren’s bereidwilligheid om haar te helpen
-gezien en den glimlach, waarmee zij hem bedankte.
-
-Nu zij hem scheen te zoeken, keerde hij zich snel om en keek naar een
-arme bedelares, die met haar kind op den arm aalmoezen vroeg en sprak
-haar in het Javaansch toe.
-
-»Een malle vent,” zei Akkeveen lachend het hoofd schuddend tot Thoren,
-en fluisterde »het zit in de familie. Een wonderlijke pan menschen.”
-
-Hermine verstond de woorden niet, maar raadde den zin; zij voelde, als
-instinktmatig, dat zij vóór een afscheid stond, het zwaarste, dat een
-jong, liefhebbend gemoed kan nemen, dat van haar liefste illusiën. Bij
-den volgenden post, was het aan Thoren van Hagen en Akkeveen om zich
-even buiten te vertreden.
-
-»Ik begrijp er niets van,” zeide Thoren. »Mijn God, wat een toekomst
-gaat dat kind tegemoet!”
-
-»U kent haar van vroeger.”
-
-»Ja en ik stel groot belang in haar.”
-
-»Och, die man, of liever die jongen, heeft nog ’t meeste karakter van
-de heele troep. ’t Zijn anders alle poppen, die beven en sidderen op
-een wenk van den vader of de zuster. Ik heb moeite genoeg gehad er mij
-aan te wennen, maar nu gaat het goed. Mijn vrouw is een best schepsel,
-dat me niets in den weg legt, ik haar ook niet; als we maar weten te
-schipperen buiten de groote Cor om, die me alles behalve genegen is en
-’t mij ook laat voelen, dan gaat het nogal!”
-
-»En wat denkt u dan van Hermine’s toekomst?”
-
-»’t Zal wel losloopen; ze zullen eens in mekaar passen! Ik zal ’t je
-later uitvoerig vertellen, er is een heele historie aan verbonden. Och
-zie je, ik was ’t van huis niet zoo bijzonder gewend, ik ben als
-onderwijzer uitgekomen, werd gouverneur bij de Géran’s en raakte toen
-min of meer verliefd op Dolly. Of zij ’t ooit op mij was, weet ik niet,
-maar de oude heer en de groote Cor vonden mij geschikt om in hun kader
-te worden opgenomen, en vóór wij ’t recht wisten, waren wij getrouwd,
-en ons huwelijk is niet ongelukkig.”
-
-»Maar niet ieder schikt zich zoo spoedig, er zijn karakters, die...”
-
-»Kom, wat is een karakter anders dan ballast; niets beter dan zich te
-plooien en te buigen; er zijn ijzeren en aarden potten. Nu, als de
-aarden potten zich willen meten met de ijzeren, dan gaan ze stuk, het
-beste is dus maar ze stil hun gang te laten gaan in afwachting dat men
-zelf voor ijzer kan spelen en het de anderen eveneens laat voelen.”
-
-»Mooie theorieën, recht verkwikkelijk voor een twintigjarig bruidje.”
-
-»Ik zal haar bij gelegenheid op de hoogte brengen; mijn zwager Portias,
-een idealist, en een wijsgeer op zijn tijd, heeft de in Ngaroengan
-opgedane wijze ondervindingen verzameld; hij spreekt er van ze uit te
-geven, bij wijze van handleiding voor degenen, die plan hebben, zich te
-doen opnemen in de familie de Géran. ’t Is een verdienstelijk werk. Hun
-getal zal fameus groot worden, want de kolonie breidt zich hoe langer
-hoe meer uit.”
-
-»’t Doet me genoegen haar op mijn omzwervingen te hebben aangetroffen,
-meer dan dat ik de dochter van mijn vaderlijken vriend reeds in haar
-midden opgenomen vind. Daar komt de bruidegom ook aan! Mijnheer de
-Géran, ik moet u nogmaals hartelijk gelukwenschen met de aankomst van
-uwe jonge vrouw. U was straks zoo gauw verdwenen....”
-
-»U behoeft mij niet te feliciteeren,” was het korte, gemelijke
-antwoord. »Als u iemand feliciteeren wil, dan moet u papa en de rest
-gelukwenschen. Ik heb geen geluk noodig.”
-
-»Maar ’t komt tot u in den vorm van een welopgevoede, mooie vrouw.”
-
-Hij keerde zich zonder plichtplegingen om en wendde den beiden sprekers
-zijn rug toe.
-
-»Een ongelikte beer,” sprak Thoren half lachend, half ongerust »maar er
-is iets in zijn manier van doen, dat mij bevalt.”
-
-»Ik heb ’t u gezegd, hij is misschien de beste van den heelen rommel.
-Ik verzeker u dat het moeite heeft gekost.”
-
-»Om het huwelijk tot stand te brengen?”
-
-»Stil, de oude heer roept ons, de paarden zijn ingespannen.”
-
-
-
-
-
-
-
-VIII.
-
-
-»Zie eens Hermine!” riep van Akkeveen plotseling, toen zij de laatste
-afspanning achter zich hadden.
-
-»Wat is er?” vroeg zij, zich verschrikt opheffend, want zij was juist
-even ingesluimerd zonder het zelf te weten.
-
-»U wordt begroet op het grondgebied van Ngaroengan.”
-
-Drie, vier luchtpijlen stegen in de duisternis op en lieten een regen
-van bont gekleurde sterren na, die tusschen de groote constellatiën aan
-den donkeren hemel een oogenblik flikkerden om dadelijk weer te
-verdwijnen.
-
-»Dan heeft Cor toch de boel in beweging gebracht,” zei de oude heer
-ontevreden.
-
-»Natuurlijk papa!” antwoordde van Akkeveen spottend. »U zal nog wel wat
-anders zien, alle kampongs zijn in rep en roer.”
-
-Werkelijk hoorde Hermelijn een verward gedruisch van Javaansche
-muziekinstrumenten, dat zelfs het gerol van de wielen overstemde.
-
-»Is dat voor ons?” vroeg zij verbaasd.
-
-»Ja zeker, voor u en voor dien akeligen Sinjo, die daar in den hoek zit
-en niets van al dat spektakel verdient,” sprak haar schoonvader met
-verbeten toorn, die nu eindelijk zich lucht gaf.
-
-Hermine werd ijskoud, zij voelde zich vernederd en beschaamd in den
-persoon van Conrad. Een onbestemde vrees voor verschrikkelijke dingen
-verlamde haar spraak en deed haar huiverend ineenkrimpen.
-
-»’t Liefst had zij zich thans aan Thoren geklampt en hem gesmeekt:
-
-»Niet verder, neem mij mee! Ik vertrouw u alleen, Iwan! Ik ben zoo bang
-voor al die zonderlinge menschen.”
-
-Maar reeds dadelijk verweet zij zich die gedachte als een zonde tegen
-haar man, als een beleediging hem aangedaan; hij zou haar steunen,
-zoodra zij hem slechts beter begreep; zij overwon den aanval van echt
-vrouwelijken angst, die haar had bevangen en staarde naar buiten.
-
-Overal brandden lichten, overal waren vreugdevuren ontstoken ter eere
-van de jonge bruid, die haar intrede kwam doen en die den bruidegom nog
-steeds aan haar zijde miste.
-
-Conrad had nu eindelijk zijn oogen gesloten en leunde achterover; zijn
-hand hield hij gebald als in machtelooze woede, zijn trillende lippen
-perste hij samen als om de bittere woorden te onderdrukken, waarmede
-hij zoo gaarne den uitval zijns vaders had beantwoord.
-
-August richtte zich op, wreef zijn oogen uit en zeide alleen:
-
-»Nu bijna. Ik hoor al de doeng-doeng!” [5]
-
-»En ik de breng-breng,” merkte Akkeveen lachend op, »zusje Hermine, u
-is muzikaal heb ik gehoord, wat zal u genieten bij dat concert,
-waarnaast de Grenadiers in de schaduw verzinken.”
-
-»’t Maakt toch een heerlijk effect.”
-
-»Getemperd door den afstand en de geheimzinnige muziek van een
-tropischen nacht,” zeide Thoren, »ik ben u zeer dankbaar, mijnheer de
-Géran, dat u mij in de gelegenheid heeft gesteld tot het bijwonen van
-zulk een echt Indisch feest.”
-
-»Daar was het toch niet om, Thoren,” was ’t antwoord, dat aan
-oprechtheid niets te wenschen overliet; »ik wist er niets van dat mijn
-dochter die komedie had gearrangeerd. Enfin, ze houdt van zulke
-dingen.”
-
-»’t Bewijst voor juffrouw de Géran’s poëtische neigingen.”
-
-Akkeveen grinnikte van pret; August zelfs deed iets hooren, dat
-eenigszins op een lach geleek, de slaap had hem blijkbaar wakker
-achtergelaten. Conrad stopte zijn ooren toe als een bewijs dat hij
-niets wilde hooren.
-
-»Wat zijn de bloemen spoedig verflenst,” zeide Hermine met een zucht.
-
-»Geef hier, ik zal ze wegwerpen,” vroeg Thoren, »een bruid mag haar
-blijde intrede niet doen met verwelkte bloemen.”
-
-»Neen, laat ze mij houden, ten wille van hem, wiens naam je bij het
-overreiken hebt genoemd,” fluisterde zij met vochtigen blik.
-
-»En als een herinnering aan de onbeleefdheid van uw bruidegom,” beet de
-oude heer haar spijtig toe.
-
-Zonder een woord te zeggen, wierp Hermelijn het bouquet ’t raampje uit.
-
-Even opende Conrad zijn groote oogen maar sloot ze weer en alleen
-August hoorde hem zacht kreunen.
-
-»Allah, allah!”
-
-»Diam,” zeide hij op een soort van troostenden toon goedig en
-medelijdend, »toch tra boleh boeat!” [6]
-
-Niemand, die dat groote rijtuig, schijnbaar vroolijk en opgewekt, den
-weg zag overvliegen, terwijl links en rechts vuurpijlen opstegen en de
-muziekinstrumenten hun groet brachten, kon vermoeden hoeveel daar
-binnen geleden werd.
-
-De weg ging nu langzaam stijgend, want het landhuis van de Gérans lag
-op de helling van een berg; sterke balsemgeuren vervulden de lucht en
-stegen Hermelijn naar het hoofd.
-
-»Dat zijn de bloeiende koffiebosschen,” sprak Akkeveen, »zie nu daar
-tegen dien berg op, Hermine!”
-
-Een roodachtig licht, gloeiend als een ontzaggelijke brand, spreidde
-zijn schijnsel in de donkere massa uit, de palmboomen schenen gloeiende
-pluimen; een keten van gouden kralen gelijk, kronkelde een rij lichten
-zich langs de helling omhoog als om den weg te wijzen naar die groote
-glinsterende lichtbron.
-
-»Cor heeft alles grootsch gedaan,” zei Akkeveen en August scheen geen
-rust meer te hebben, hij wrong zich naar het portier en stak zijn hoofd
-naar buiten.
-
-»Daar is Portias!” riep hij uit.
-
-Een ruiter kwam hen tegemoet, aan het hoofd van een soort eerewacht,
-bestaande uit Javanen op hun kleine, vurige met roode linten en
-kleurige schabrakken opgesierde paarden; allen hielden brandende
-toortsen in de hand, die zij bij wijze van welkomstgroet hoog boven het
-hoofd zwaaiden.
-
-Er scheen plan te zijn een aanspraak te houden maar de heer de Géran
-gaf bevel voort te rijden.
-
-»Ga door, ga door! Ik heb haast om met die ellendige komedie gedaan te
-maken,” zeide hij.
-
-Nu reed de eerewacht langs beide zijden van het rijtuig, dat thans
-slechts stapvoets de helling kon opkomen; de muziek werd hoe langer hoe
-levendiger en minder harmonisch; anklong, rebab, gambang en gamelang
-vereenigden hun onsamenhangende klanken in een concert, dat de dieren
-van het woud zeker deed wakker schrikken; er werd geschoten en gevuurd,
-en de echo’s uit het gebergte weerkaatsten het feestgejuich honderden
-malen.
-
-De lucht brandde van het vuurwerk en de sierlichten; in de verte
-schitterde als een poort van het zonnerijk een groote helder verlichte
-boog in blauwe, roode en gouden glanzen; de boomen en rotsen werden
-door bengaalsch vuur afwisselend met zacht zeegroen, hel oranje of
-teeder azuur overgoten; alles verkreeg een tooverachtig aanzien in dat
-geheimzinnige licht.
-
-De bergen straalden een vreemden bovenaardschen gloed uit, de kleine
-gestalten der Javanen schenen als berggeesten heen en weer te gaan, hun
-bamboezen woningen geleken paleizen, waardig de hovelingen van een
-bergkoning te herbergen.
-
-»Zullen we uitstappen, meneer van Akkeveen?” vroeg Thoren van Hagen.
-
-»Dank je, ik zit goed,” was het flegmatische antwoord.
-
-»Wacht, ik wil wel,” en met een sprong was August hem voor.
-
-Conrad maakte ook aanstalten hem te volgen.
-
-»Wat beteekent dat?” vroeg barsch en kort de vader, »je blijft!”
-
-En de hoofdpersoon van het feest kroop weer in zijn verloren hoekje.
-Hermelijn had een onweerstaanbaren lust iets te zeggen, iets te vragen,
-maar de woorden bleven haar voor de lippen steken.
-
-»’t Is een misverstand, Conrad meent het zoo goed,” zoo troostte zij
-zich zelf en begon met werkelijk genot naar die schitterende ontvangst
-te zien.
-
-Hoe heel anders zou ’t geweest zijn, als zij Conrad naast zich mocht
-hebben, hoe had zij zich dan verheugd; want waarlijk in haar stoutste
-droom en had zij zulk een intrede niet durven hopen.
-
-De voetgangers hadden een onvergelijkelijk schouwspel voor oogen, dat
-bij elke kromming van den weg veranderde; een reusachtige waaier van
-gouden vonken, steeg achter de eerepoort op en liet haar vallende
-sterren regenen over boomen, menschen en rotsen.
-
-»’t Is eenig,” riep Thoren van Hagen opgetogen uit, »ik heb respect
-voor degene, die dit feest zoo regelde. Uw zuster deed het immers?”
-
-»Jawel, maar Javanen helpen haar.”
-
-»Dat spreekt, de hoofdgedachte komt toch van haar.”
-
-»En van Portias.”
-
-»De bruidegom schijnt niet in zijn humeur. Waarom zou dat zijn?”
-
-»Weet niet.”
-
-»Hij krijgt toch een allerliefst vrouwtje.”
-
-»Jawel.”
-
-»Zie, wat een feeënslot!”
-
-Inderdaad waren ze nu op het punt gekomen, van waar men het
-tooverpaleis kon zien in dit feeënland; een paleis, zoo scheen Thoren
-van Hagen het sneeuwwitte, hooggelegen gebouw toe, dat op eenigen
-afstand van de eereboog, zich als een lichtende massa losmaakte van den
-somberen achtergrond, vonkelend in verblindenden goudglans.
-
-Slingers van licht, strekten zich uit van dat hoofdgebouw, naar de
-vleugels en de eerepoort; loodsen, waarin de Javanen voor hun
-instrumenten zaten, waren eveneens door de lampen in lichtkiosken
-herschapen; danseressen wier glazen kralen in al dien glans flikkerden
-als topazen en brillanten, kronkelden hun lenige ledematen tot het
-voeren van den tandakdans; op het oogenblik dat de reiswagen in volle
-vaart de eerepoort doorreed, lieten alle instrumenten den koningsmarsch
-hooren.
-
-»O hoe heerlijk, hoe poëtisch,” riep de bruid, slechts door één wensch
-bezield, »Conrad, kom hier naast mij!”
-
-Er lag zulk een smeekende toon in haar stem, dat de oude heer, die
-anders niet aan overmaat van gevoel leed, er door getroffen werd.
-
-»Neem er geen notitie van!” zeide hij knorrig, »die kwajongen is boos
-op zijn vader, recht mooi op zulk een dag! Wij allen zeggen u hartelijk
-welkom, Hermine, ik ben er van overtuigd dat je een goede dochter voor
-ons zijn zult.”
-
-»O vader, kan u er aan twijfelen?” vroeg Hermelijn en schoof zich
-dorstend naar een liefkozing aan zijn zijde; hij sloeg den arm om haar
-middel en kuste haar hartelijk. »Je zult van dien wildeman een mensch
-maken, ik ben er van overtuigd,” fluisterde hij en voegde er bij:
-
-»Je moet Corona ook zeggen dat je ’t zoo mooi vindt.”
-
-»Zeker papa, ’t is dan ook tooverachtig!”
-
-Zoo grootsch en indrukwekkend als de mise en scène, zoo ongeregeld was
-de eigenlijke intocht.
-
-De eerewacht reed nog steeds om den reiswagen, Portias liet zijn paard
-allerlei fraaie sprongen maken; August wandelde naast Thoren van Hagen,
-op geringen afstand van het rijtuig; toch zagen zij ’t eerst de tot
-plechtige ontvangst bestemde groep.
-
-Een twaalftal kinderen, meisjes in witte kleeren, jongens in blauwe
-pakjes, met krullende kopjes, en bloemen in de hand, stonden op de
-marmeren trappen, tusschen de met hooge aloës en cactussen gevulde
-vazen; achter hen strekte zich de breede galerij uit, badend in licht;
-de pilaren waren alle met groene slingers van boven naar beneden
-omwonden, waarin, vurig brandende rozen gelijk, de veelkleurige lampjes
-verscholen waren, die aan het huis het aanzien van een tooverslot
-gaven.
-
-In het midden hing een groote kroon van groen en lichten, tusschen een
-helder glinsterende C. en H.; op de bovenste trede der marmeren trap
-stonden verscheidene heeren en dames, onder welke het oog
-onweerstaanbaar getrokken werd door een koninklijke verschijning.
-
-Zooals zij daar stond met het bevallig kindergroepje aan haar voeten,
-omgeven door verscheidene personen, die zich als bij afspraak naar het
-tweede plan terugtrokken, scheen zij de koningin te wier eere dat feest
-gegeven werd; haar donkerrood fluweelen costuum kwam scherp uit in het
-felle licht, om haar hals schitterden in duizend facetten de brillanten
-van haar ketting, in haar gitten lokken, die van haar breeden diadeem;
-haar armen en vingers wierpen vonken naar links en rechts, zoo waren
-ook deze met edelgesteenten bedekt.
-
-Alles scheen een reusachtige troon voor haar; al dat licht moest
-slechts dienen om haar in een lichtgloed te baden om haar een aureool
-en een voettrede te geven, haar vorstelijkheid ten volle waardig.
-
-Thoren van Hagen’s oogen trilden bij het zien van al dien glans.
-
-»Moest ik daarom op Java en in dit bergland komen,” dacht hij, »om die
-koningin van den nacht te zien, in haar paleis, die prinses, wie de
-kroon van Insulinde alleen passen zou? Ik zag haar gelijke nog niet, ik
-die zoo verre ben geweest; zij of geen andere!”
-
-Juist kwam de reiswagen aan den voet der trappen en hief Europeesche
-muziek thans de »Hochzeitsmarsch” aan; de oude heer de Géran, die al
-dien ophef kinderachtig vond en het liefst zijn huis donker en stil had
-gevonden, stapte het eerst uit en bood zijn schoondochter de behulpzame
-hand en daarna den arm aan; de bruidegom kwam achter hem, linksch,
-verlegen met zijn figuur, nog somberder en knorriger dan hij ’t reeds
-geweest was.
-
-Hermelijn werd duizelig door al dien glans en pracht, zij voelde zich
-zoo klein, zoo nietig in haar eenvoudig reisjaponnetje, zoo ongeschikt
-om de hoofdpersoon van dat alles te zijn.
-
-Een der kinderen bood haar een bouquet aan, zij nam het in de hand,
-onweerstaanbaar geboeid door de hooge, statige gestalte, die haar boven
-aan de trap opwachtte.
-
-Twee armen sloten zich om haar, zij voelde het donzige fluweel aan hare
-wangen en haar oor schaafde door de aanraking met de à-jour gezette
-diamanten; zij hoorde dat men haar toefluisterde:
-
-»Welkom, in ons midden! We hebben zoo naar u verlangd. Ik ben Corona!”
-
-Maar zij kon zich van geen enkelen indruk meer duidelijk rekenschap
-geven; alles danste en flikkerde voor haar oogen, als in de verte
-hoorde zij wat Corona haar bij het voorstellen van elk der familieleden
-zeide:
-
-»Sophie, Phientje, Dolly, Kitty, Margot...”
-
-Zij zag schemerend voor zich een dikke, Indische dame, met een knap
-maar dom gelaat, een magere, schrale, blondine, die echter genoeg haar
-Oostersche afkomst verried; twee mooie brunetten, sprekend op elkaar en
-op Conrad gelijkend, een opgeschoten meisje, dat men in Holland
-zestien, hier echter gerust drie jaar jonger kon geven; door allen werd
-zij min of meer hartelijk gekust.
-
-»Toen kwam de beurt aan de kinderen; als een eindelooze, verwarde
-litanie hoorde Hermelijn hun namen door de respectieve moeders
-opdreunen. Zij kuste en werd gekust, zij glimlachte en boog zich,
-altijd met het vage bewustzijn dat alles niet haar maar een geheel
-vreemde Hermine overkwam.
-
-»U zal zeker behoefte hebben aan iets verfrisschends, mevraauw?” zeide
-een fleemende stem naast haar: Hermelijn zag om en verschrikte.
-
-Een kleine, bijna monsterachtige gedaante stond voor haar.
-
-’t Was een vrouwtje, niet grooter dan een kind van twaalf jaar, met een
-diep tusschen de schouders ingezakt hoofd, dat op een grooter lichaam
-scheen t’huis te behooren; de rug welfde zich van achteren tot een vrij
-hooge bult, waarover een netwerk van koordachtige losse krullen
-uitgespreid lag; de borst was ingezonken en het gelaat vergoedde niet,
-wat aan het uiterlijk overigens te kort schoot.
-
-Een breede mond vertrok zich bijna telkens tot iets, wat een glimlach
-bedoelde te wezen maar het niet verder kon brengen dan tot een grijns;
-de oogen waren ver van elkander geplaatst en niet geheel en al
-eensgezind, als zij zich op één punt moesten vestigen; het haar was
-borstelachtig en stijf en slechts groote inspanning had het stellig tot
-krullen weten te wringen. Van voren gezien maakte het geheele menschje
-den indruk of zij oorspronkelijk van middelmatige lengte had moeten
-zijn, maar door een vreemd toeval in tweeën was gebogen; al het
-materieel scheen aanwezig om van haar een gewoon figuur te maken, doch
-een booze fee had haar op het hoofd geslagen en het was ingezakt,
-zoodat alles zich naar een verkeerde richting moest uitzetten.
-
-Dat afzichtelijke voorkomen had Hermelijn uit haar verdooving ontrukt,
-en zonder het te willen teekende haar gelaat schrik of afkeer; voor een
-seconde slechts, want om haar onwillekeurige beweging goed te maken,
-zeide zij zoo vriendelijk mogelijk:
-
-»O, als ’t u belieft, ik voel me zoo mat.”
-
-Het schepseltje verwijderde zich en dadelijk kwam een bediende, in het
-nette, witte en roode, liverei der Gérans, om de heupen met een korte,
-tot de knie afhangende sarong voorzien, haar een zilveren blad
-aanbieden, waarop champagne, pasteitjes, sandwiches en taartjes.
-Hermelijn dronk en herinnerde zich nooit iets gebruikt te hebben, dat
-haar meer goed deed; zij nam ook een pasteitje en zag onderwijl naar
-haar man om; hij was echter nergens te ontwaren.
-
-Corona stond als middelpunt van een groepje heeren; juist werd Thoren
-van Hagen aan haar voorgesteld; zij sprak en lachte vroolijk, coquet
-spelend met haar grooten zilverkleurigen waaier, dien zij als een
-scepter wist te hanteeren.
-
-»Is u moe, zuster?” vroeg de goedige dikkert, in wie Hermelijn August’s
-vrouw, de moeder van tien kinderen, raadde.
-
-»Ik ben zoo af.”
-
-»Dan u moet maar gauw slapen, anders wordt u nog ziek.”
-
-»Ik geloof dat het ook ’t verstandigst zou wezen,” antwoordde Hermelijn
-glimlachend.
-
-Als een gedienstig kaboutertje, stond de kleine bochel weer naast haar.
-
-»Zou u willen rusten, zal ik juffrouw de Géran vragen, of ik u naar uw
-kamer zal brengen?” vroeg zij in zuiver Amsterdamsch dialect met den
-echt Haarlemmerdijkschen tongval.
-
-»Als juffrouw de Géran dat moet beslissen dan maar ja,” antwoordde
-Hermelijn, die, hoe vermoeid zij ook was, het algemeen erkende
-overwicht van haar schoonzuster maar niet zoo voetstoots wilde
-erkennen.
-
-De kleine figuur schoot snel weg en was onmiddellijk naast Corona te
-zien, die haar hooge gestalte voorover boog om haar fluisterend te
-woord te kunnen staan.
-
-»Wie is die dame?” vroeg Hermelijn aan de dikke vrouw.
-
-»De juffrouw.”
-
-»Een gouvernante?”
-
-»Ja, huishoudster meteen.”
-
-»O zoo en u is zeker de vrouw van August.”
-
-»Ja, ik ben Poppie.”
-
-Hermelijn herinnerde zich niet dien naam gehoord te hebben bij de
-opnoeming, maar deed geen verdere navraag.
-
-»Dan zijn we schoonzusters, ik heet Hermine.”
-
-»Ja, ik weet wel.”
-
-Juist kwam »de juffrouw” terug.
-
-»Juffrouw de Géran vindt het jammer, dat u al heengaat. Het bal gaat
-dadelijk voort en u moet niet vergeten, dat u er hoofdpersoon van is.”
-
-»Ja, ik had ’t vergeten,” antwoordde Hermelijn weemoedig, »maar mij
-dunkt dat alleen mijn man hier te beslissen heeft.”
-
-Vier hoofden werden bij deze woorden nieuwsgierig bij elkaar gestoken;
-Hermine was ontevreden gestemd, zij voelde er behoefte aan zich te
-kanten tegen haar omgeving en had lust haar wil door te drijven.
-
-De vier schoonzusters keken elkaar veelbeteekenend aan.
-
-»Waar is Conrad?” vroeg zij.
-
-»Wel!” sprak de juffrouw, »ik weet het niet. Ik zal ereisis kijken,
-mijnheer is misschien ook moe.”
-
-De zusters gichelden onder elkaar, Hermelijn, door de champagne
-opgewekt, voelde haar bloed koken.
-
-»Ik zal het mijn man vragen en wat hem dunkt, is natuurlijk goed.”
-
-»Ik zal ’t juffrouw de Géran ereisis zeggen,” sprak de juffrouw op een
-toon, die duidelijk beteekenen moest, »dan ben ik van de
-verantwoordelijkheid ontslagen.”
-
-»We hebben nog geen oogenblik samen gesproken,” klaagde Hermine, die
-van het viertal afgescheiden stond, als ging het geheele feest haar
-niet aan.
-
-»Mag ik mij aan u voorstellen, waarde zuster!” zeide, op een wijze die
-niet van pedanterie vrij was, een hoogst welluidende stem, en Hermelijn
-herkende in het rijcostuum, dat hem zeer goed kleedde, den kommandant
-van de eerewacht, haar zwager Portias.
-
-»Mijn man,” zeide Kitty trotsch.
-
-»Juist, die eer en dat geluk heb ik, lieve vrouw! Ik hoor dat u
-muzikaal is, zuster Hermine! Ik aanbid de muziek, ik had er mijn leven
-aan gewijd, voordat Amor onder gedaante van dat ondeugende schepseltje
-daar naast u, mij trouweloos had gemaakt aan mijn hooge bruid, niet
-waar, beste harp?”
-
-Kitty lachte en vleide zich liefkozend naast haar man, die haar met
-zijn arm omgaf en snel een paar kussen op de lippen drukte; ’t was het
-eerste bewijs van hartelijkheid, dat Hermelijn van haar nieuwe
-familieleden zag en het maakte een aangenamen indruk op haar.
-
-»Hoe veel ik anders ook van muziek houd,” zeide Hermelijn glimlachend,
-»nu kan ik het woord zelfs niet meer hooren. Ik ben zoo moe en
-Conrad...”
-
-»Heeft nog niet naar mij omgezien,” wilde zij zeggen, maar weerhield
-het verwijt op haar lippen.
-
-»Ik hoop dat u beiden langzamerhand twee gelijkgestemde instrumenten
-moogt worden,” wenschte Portias, »’t gaat zoo spoedig niet, dat stemmen
-neemt veel tijd weg, daar weten wij van mee te praten, niet waar
-viooltje, maar als ge eenmaal op één diapason staat, dan hinderen
-sommige dissonanten niet; al zijt ge dan nog zoo geheel verschillend
-van neigingen en karakter, dat beteekent niets, ge zult toch aangename
-harmonieën voortbrengen.”
-
-»Een mooie vergelijking,” zeide Hermine lachend.
-
-»Hij praat altijd zoo,” verzekerde Kitty met een lief Indisch accent,
-en wierp haar man een bewonderenden blik toe.
-
-»En de stemvork is liefde en de stemhamer geduld, denk daar aan, zus
-Hermine!”
-
-»Ik zal er om denken,” en de tranen schoten haar in de oogen en reeds
-dadelijk voelde zij zich tot dit paar meer aangetrokken dan tot de
-overigen.
-
-»Als ik me niet vergis zijn wij nog al in denzelfden toon gestemd,”
-merkte Portias op als had hij haar gedachten geraden, »denk je ook
-niet, kleine Cello? Wat dunkt je, zullen wij ’t nieuwe zusje naar haar
-kamer brengen.”
-
-»Ach neen, Jo, Cor wil ’t niet.”
-
-»Mijn piano! durf je het waarlijk niet doen? Kom, ik zal het Cor maar
-eens vragen.”
-
-»Niet doen, Jo, niet doen! Waarvoor toch je daarmee bemoeien?”
-
-Juist viel de dansmuziek in en eindelijk was Conrad gevonden; Corona
-gaf hem den arm en bracht hem zoo naar Hermelijn.
-
-»Zie, nu moet je de polonaise openen,” zeide zij.
-
-»Geef je ons nog geen vrijaf?” vroeg Hermine, »ik heb meer behoefte aan
-rusten dan aan dansen.”
-
-»Na de polonaise ben je vrij.”
-
-Conrad gaf zijn vrouw den arm, zonder de uitdrukking van zijn gelaat te
-veranderen, zonder haar een woord te zeggen, zonder haar hand meer te
-drukken dan volstrekt noodig was.
-
-Vlak achter hen ging Corona aan den arm van een veel kleineren man, den
-resident der residentie, waarin Ngaroengan gelegen was en die reeds
-sinds verscheidene jaren alle mogelijke pogingen deed om het onneembare
-hart der schoone, trotsche jonkvrouw de Géran te veroveren; achter hen
-gingen familieleden en genoodigden, paar aan paar; enkelen bleven
-terzijde, waaronder Augustus vrouw, de oude heer, Thoren van Hagen en
-de steeds bedrijvige juffrouw.
-
-Hun blik volgde onophoudelijk het zonderlinge bruidspaar; niemand kon
-ontkennen dat zij een fraai contrast met elkander vormden; beiden
-stralend van jeugd, flink gebouwd, maar toch kon niemand hen met
-voldoening nastaren. Zij zag er nu althans afgemat en treurig uit, en
-sleepte zich voort en Conrad ergerde ieder door zijn onverschillige
-houding en knorrig gelaat.
-
-»Arme Hermelijn,” dacht Thoren van Hagen, »zult ge gelukkig worden, ik
-vrees dat ge uw geluk tot duren prijs moet koopen.” Maar
-onwederstaanbaar werden zijn oogen geboeid door de godinnen-gestalte
-van Corona.
-
-»’t Is jammer dat zij zoo’n partner heeft,” mompelde hij, »ik geloof
-dat ik alleen haar nog in lengte voor ben.”
-
-Plotseling bleef de bruid staan.
-
-»Ik kan niet meer,” fluisterde zij, de aandoeningen werden haar te
-machtig, de gedachte, dat zij vertoond werd als een kermispop onder het
-klinken eener luidruchtige muziek, dat ieder haar besprak en
-beoordeelde, hinderde haar eenigszins, maar zou haar op andere tijden
-slechts een hartelijken lach hebben ontlokt; nu echter voegde dit
-denkbeeld zich bij haar hopeloos smachten naar een woord van
-herkenning, naar een schaduw van een liefkozing van hem, wien ten wille
-zij haar vaderland en vrienden had verlaten.
-
-Alles werd haar onverschillig, een onverklaarbare, namelooze walg voor
-de geheele omgeving vervulde haar ziel, alles scheen haar een landschap
-toe in motregen, een boek zonder geest, een schilderij zonder kleur.
-
-»Laat mij gaan, ik bid het u!”
-
-De levendige gordel hield op zich voort te bewegen.
-
-»Iteko,” riep Corona en op dezen zonderlingen naam sprong de juffrouw
-overeind en tusschen alle paren, die elkaar eensklaps loslieten en zich
-met de anderen vermengden, baande zij zich een weg en hoorde het kort
-uitgesproken bevel harer meesteres aan.
-
-»Breng mevrouw naar de logeerkamer!”
-
-»Bestig, juffrouw.”
-
-Wat er nu gebeurde, wist Hermelijn zich later niet meer met
-nauwkeurigheid te herinneren; alleen voelde zij dat Conrad haar zijde
-verliet, dat de muziek een anderen deun aanhief en dat het monstertje
-haar voorging naar een der binnenkamers, haar hielp ontkleeden en toen
-te bed bracht, waar Hermelijn onmiddellijk in een doffen slaap viel,
-die veel van bewusteloosheid had.
-
-
-
-
-
-
-
-IX.
-
-
-Toen Hermelijn den volgenden morgen ontwaakte, vielen de zonnestralen
-door de rieten gordijnen op den marmeren vloer, waarop, als een vurige
-roode vlek, een tapijt uitgestrekt lag voor het in mousseline gehulde
-ledekant.
-
-Hermelijn sprong verschrikt op en het duurde eenige seconden voor zij
-tot bezinning kwam; het scheen haar onmogelijk toe dat zij den vorigen
-nacht nog aan boord had doorwaakt, in blijde spanning naar hetgeen haar
-dien dag wachtte, de blijde ontmoeting met haar man.
-
-Haar man! was zij dan werkelijk getrouwd, was het geen droom, zou hij
-van daag eindelijk eenig blijk geven, waaruit zij kon opmaken dat zijn
-uit verre landen overgekomen bruid hem welkom was?
-
-Hermelijn moest sterk blijven; zij wilde tot geen prijs zich laten ter
-neder slaan, en die mijmeringen benamen haar den moed. Aan één hoop
-klampte zij zich vast, al dat feestvieren en die drukten, kwamen Conrad
-ten hoogste ongepast en onaangenaam voor, als zij eindelijk eens alleen
-tegenover elkander stonden dan zou hij zijn hart uitstorten en zijn
-onverklaarbare houding vergoelijken.
-
-Zij kleedde zich snel, stak haar dikke lokken, die nu door de
-ochtendzonnestralen in goudgloed baadden, met een zwarten pijl op, en
-was juist bezig de laatste hand aan haar toilet te leggen, toen de
-juffrouw, door Corona als Iteko betiteld, binnentrad.
-
-»Wat zie ik mevrouw!” riep zij verbaasd, »reeds gekleed maar gaat u
-zich niet mandi?”
-
-»Mij baden? Och neen, ik heb er niet aan gedacht, de waschtafel is mij
-genoeg geweest.”
-
-»Maar kleedt u zich dadelijk aan, waarom niet eerst in négligé voor den
-dag gekomen.”
-
-»Ik heb geen négligé in mijn koffertje; mijn goed is nog niet
-aangekomen?”
-
-»Daar kon in voorzien worden; juffrouw Corona had mij gezegd, dat ik er
-voor zorgen moest, maar ik had niet gedacht...”
-
-»Men kan niet aan alles denken; ik elk geval zal ik geheel gekleed meer
-op mijn gemak wezen.”
-
-»Naar uw verkiezing, mevrouw! Juffrouw Corona wacht u op haar kamer,
-vóór u naar de achtergalerij gaat. ’t Bal heeft lang geduurd, tot vier
-uur ’s morgens; maar juffrouw Corona vindt het ’t best dat u om 11 uur
-vóór de rijsttafel vertrekt.”
-
-»Waarheen moeten we vertrekken?”
-
-»Naar Djantong, waar u gaat wonen.”
-
-»Daar weet ik niets van.”
-
-»Dat huis hebben we voor u in orde gemaakt; Baboe Tjita zal voor het
-eten gezorgd hebben; het feest gaat hier natuurlijk door, maar de
-juffrouw dacht, dat u wel zou verlangen in uw eigen huis te komen.”
-
-»’t Is zeer vriendelijk van de juffrouw dat eindelijk te bedenken.”
-
-»O de juffrouw denkt om alles, een buitengewone dame, hoogst
-buitengewoon. Vindt u ze geen beeld?”
-
-»Neen, een beeld juist niet.”
-
-»En iedereen roept zoo over haar schoonheid.”
-
-»Dat kan wel wezen, maar niet ieder beeld is schoon en alle vrouwen,
-die mooi zijn, zijn daarom nog geen beelden.”
-
-»Een juiste opmerking, mevrouw! Zeer juist! Zoo bedoelde ik het dan
-ook. Als u gereed is, wil u mij volgen naar de kamer van juffrouw
-Corona.”
-
-»’t Is goed.”
-
-Hermelijn volgde haar naar de buiten-zijgalerij, waarop ook de kamer
-van Corona uitkwam; deze was even groot als de logeerkamer en bijzonder
-fraai gemeubeld, met turksch roode divans, hooge kasten, marmeren
-beelden, ingelegde chineesche tafeltjes, japansche vazen, ivoren
-snijwerk, een allersierlijkst ledekant met witte en roode gordijnen.
-
-Corona zat voor de toilettafel; een handig Javaansch meisje kamde haar
-lange, schitterend zwarte haren uit, die, een fluweelen mantel gelijk,
-over de leuning van den stoel ter aarde hingen; in haar eene hand hield
-zij een spiegeltje in schildpadden lijst, waardoor zij zich van ter
-zijde en van achteren in den grooten spiegel bezag; een kleiner meisje
-zat voor haar voeten geknield en trok haar dunne rooskleurige kousjes
-aan; een derde veel oudere Javaansche vrouw ging in de kamer op en
-neer, van de eene kast naar de andere, de kleederen met geurige ramping
-(fijn gesneden bloemen en bladeren) bestrooiend. Toen juffrouw Iteko
-met Hermelijn binnenkwam, legde zij het spiegeltje neer en stak haar
-schoonzuster beide handen toe.
-
-»Wat ben je matineus, kom hier geef mij een kus. Al zoo vroeg gekleed
-en gekapt! Ik kan je niet zeggen, Hermine, hoe ik met mijn nieuwe
-schoonzuster ingenomen ben,” zeide zij op hartelijken toon.
-
-»Dat doet mij pleizier, Corona, en ik hoop dat Conrad van dezelfde
-meening is.”
-
-»Die kwajongen, foei, ik ben zoo boos op hem geweest, ik heb hem
-gisteren avond de les gelezen, ongemakkelijk hoor! ’t Zal hem heugen.”
-
-»En waarom dan?”
-
-»Wel, om zijn malle kuren.”
-
-»Conrad zal wel weten, waarom hij zoo doet.”
-
-»Wat, verschoon je hem nog?”
-
-»Moet ik niet!”
-
-»Ben je dan niet boos op hem?”
-
-»Op mijn man, wel neen! Ik denk er niet aan.”
-
-»Hij heeft zich gedragen als een sinjo, als een kwast,” siste zij met
-een onheilspellend fronsen van haar wenkbrauwen en een zenuwachtig
-samenpersen der lippen.
-
-»Ik zal wachten zijn gedrag te beoordeelen, tot hij mij daarvan
-uitlegging geeft, ik twijfel niet of deze zal mij geheel tevreden
-stellen.”
-
-»Zoo’n kind, hij uitleggingen geven! ’t Zal wat moois wezen als het
-voor den dag komt, enfin, je zult het mij vertellen als hij je
-gesproken heeft. Ik ben geïndigneerd.”
-
-»Alles schijnt me zoo vreemd en zonderling, dat ik nog niet weet wat te
-gevoelen. Mag ik u vragen, hoe laat het is?”
-
-»Over negen! Ik heb wat langer geslapen omdat het zoo laat geworden is
-met het bal. ’t Is jammer dat je zoo vroeg bent heengegaan; wij hebben
-nog zooveel pleizier gehad.”
-
-»Ik was doodmoede.”
-
-»Ja dat begreep ik wel, anders had ik je niet laten vertrekken. Is
-Iteko weg? Ik wilde haar vragen, welke kamer zij dien heer met den
-vreemden naam heeft gegeven. Is hij niet met je mee gekomen?”
-
-»Bedoelt u Thoren van Hagen?”
-
-»Juist; een oude kennis van je?”
-
-»Ja, van mijn jeugd, ik was nog een heel klein ding, toen hij bij mijn
-vader aan huis kwam en met mij speelde.”
-
-»Hij is officier geweest?”
-
-»Korten tijd, naar ik hoor, toen was hij pas sergeant.”
-
-»O zoo, weet je waarom hij den dienst verlaten heeft?”
-
-»Omdat hij er geen lust meer in had.”
-
-»Is hij dan zoo rijk om alles te doen, waartoe hij lust voelt?”
-
-»Ja, hij moet heel rijk wezen.”
-
-»En heeft hij nooit moeite gedaan voor je hand?”
-
-»Voor mijn hand,” en Hermelijn lachte, »wel neen, hoe komt u er aan?”
-
-»Me dacht zoo. Weet je wel dat je mijn nichtje bent, Hermine?”
-
-»Ja zeker, en van wie nog meer.”
-
-»Van August en Guillaume. Zij lijken niet op mij, vind je wel?”
-
-»Neen, niets.”
-
-»Als ge ja had gezegd, zou het geen compliment geweest zijn, ten minste
-wat August betreft.”
-
-»Daarom zou ik het toch niet verzwegen hebben, zoo ik ’t had gedacht.
-Ik geef alleen complimentjes, als ik ze werkelijk meen.”
-
-Corona zag haar glimlachend aan en zeide toen:
-
-»Je bevalt mij hoe langer hoe meer! Je bent zoo heel anders, dan al die
-zusters en schoonzusters van me. Conrad moest mij op zijn knieën
-bedanken.”
-
-»Waarom?”
-
-»Wel omdat ik hem mijn nichtje heb afgestaan.”
-
-»Een zonderlinge afstand.”
-
-»Nu we zullen er later over spreken, om elf uur vertrek je naar
-Djantjong.”
-
-»Met Conrad natuurlijk?”
-
-»Dat spreekt, dan begint je huwelijksreis; hoe heerlijk als men in
-Europa is, dan gaat men naar Italië of Zwitserland. Hier is alles even
-eentonig en prozaisch.”
-
-»Daarom wacht u zeker met uw huwelijksreis tot u in Europa is.”
-
-»Ik wacht met mijn huwelijk tot ik iemand vinden kan, die mij in alles
-en alles bevalt.”
-
-»Dan zal u lang moeten zoeken.”
-
-»Denk je dat ik zoo moeilijk te voldoen ben?”
-
-»Dat weet ik nog niet; maar ’t is in het algemeen niet mogelijk iets te
-vinden dat ons geheel bevalt, hoe lang men ook zoekt.”
-
-»Meen je dat? Nu, ik heb nog niets gevonden wat er in de verste verte
-op geleek. Je hebt groot gelijk, Hermine, van niet te hebben gekozen,
-maar met gesloten oogen je toekomst bent tegemoet gegaan.”
-
-»De tijd zal leeren of ik wijs heb gehandeld.”
-
-»Ik vrees dat je te goed bent voor dien jongen, maar ik zal er niets
-meer van zeggen; je moet het zelf ondervinden. ’t Doet me pleizier dat
-ge je gekleed hebt, dan zal het beter uitkomen. Zie eens hier!”
-
-Op de toilettafel tusschen de poeierdoozen, de reukflesschen en de
-ringenbakjes lag een donkerblauwe étui met gouden letters versierd.
-
-»Dat is voor jou!” sprak Corona, het haar overreikend.
-
-»Voor mij?”
-
-»Ja, alle dochters en schoondochters van ons krijgen iets op hun
-huwelijksdag, je hebt er dus recht op.”
-
-Zij las het opschrift: »Hermine.”
-
-»Nu maak je het niet open, ben je niet nieuwsgierig? Geef dan maar eens
-hier!” en Corona zette de étui open en de zonnestralen kwamen zich met
-veelkleurige prisma’s breken in de fijn geslepen facetten van een rijke
-parure, halsketting, bracelet, oorringen en broche.
-
-Hermelijn was te veel vrouw, dan dat ook haar oogen niet zouden
-schitteren, op het gezicht van al dat goud en brillanten.
-
-»O Corona, dat is te veel,” riep zij.
-
-»Te veel! En die dikke logge Sophie heeft het ook gekregen, en die
-domme gans van een Toetie en toen wij een fat als Portias in de familie
-toelieten en een slaapmuts als van Akkeveen, toen kregen Kitty en Dolly
-ook zoo’n parure.”
-
-»Je denkt niet hartelijk van je aangetrouwde familie,” zeide Hermelijn
-lachend, »hoe zal je eens over mij spreken?”
-
-»Je bent heel iets anders, mijn mooie blondine! Ik ben dol op
-blondines, maar niet op zulke blonde nonnies als Toetie. Kom hier ik
-zal het je om doen.”
-
-»Op mijn zwarte jurk?”
-
-»Wel zeker waarom niet.”
-
-»En aan de ontbijttafel, dat staat zoo pronkerig!”
-
-»Papa zal het genoegen doen.”
-
-»En Conrad?”
-
-»Och die! Laat me eens zien.”
-
-Zij stond op, zonder er op te letten dat zij haar met moeite opgericht
-kapsel weer geheel in de war bracht, en versierde Hermelijn’s hals,
-ooren en arm met de glansvolle diamanten.
-
-»Zie nu eens in den spiegel,” sprak zij.
-
-»Marguérite ce n’est plus toi!”
-
-»C’est la fille d’un roi!” neuriede Hermelijn.
-
-»Het eerste bal het beste dat we geven, en ’t zal spoedig wezen, zal ik
-voor je toilet zorgen, Hermine; lichtblauw gaas met witte rozen en...
-wacht eens Iteko!”
-
-»Iteko is er niet.”
-
-»Zij zorgt voor het ontbijt, nu dat is minder, ik zal mijn Mode
-Illustrée er eens voor opslaan, ik moet je prachtig hebben, Hermine,
-prachtig, eindelijk zal ik eens eer beleven.”
-
-»Aan mij!”
-
-»Aan een van de zusters! Tot nu toe kijken ze alleen naar mij, dat
-verveelt me zoo vreeselijk, ik moet er een eind aan maken, nu zal ’t
-jou beurt wezen, Hermine!”
-
-»’t Is nog de vraag of Conrad het goed vindt.”
-
-»Altijd die Conrad.”
-
-»Natuurlijk. Hij is toch mijn man.”
-
-»Nu ja, dat is wel zoo... maar... ik wil je geen illusiën ontnemen; zou
-die Thor of Thoren lang blijven?”
-
-»Ik weet er niets van, papa stelde hem voor mee te rijden. Heeft u met
-hem gedanst?”
-
-»Neen, ik had mijn balboekje reeds geheel vol. Is hij aardig?”
-
-»Aardig, dat weet ik nu juist niet, maar ik mocht hem vroeger graag,
-hij was erg wild en ik niet minder.”
-
-»Hij kan iemand zoo raar aanzien of hij je bespot.”
-
-»Ja, hij ziet er soms erg ondeugend uit, maar toch zijn er oogenblikken
-dat hij somber is. Zijn moeder heeft hij jong verloren.”
-
-»Ik ook en toch kijk ik niet somber.”
-
-»Ja, maar het was een treurige dood; zij heeft zich zelf gedood.”
-
-»En waarom?”
-
-»Ik weet het niet, haar huwelijk was ongelukkig, zeggen sommigen;
-anderen verzekeren dat zij krankzinnig was, maar na dien tijd leeft
-zijn vader als een kluizenaar; hij heeft vroeger ook zelfmoord
-beproefd, hij draagt nog altijd een zwarten halsdoek en is daarbij
-zeer, zeer streng tegenover Iwan.”
-
-»Heet die mijnheer zoo, wat dwaze naam!”
-
-»Ja, wij plaagden er hem vroeger altijd mee; eigenlijk heette hij
-Johan, doch zijn moeder noemde hem Iwan—dat vond ze zoo mooi—en hij is
-aan dien naam gehecht.”
-
-»Ik kan niet zeggen dat hij mij bevalt.”
-
-»Och, ik mag hem wel, hij heeft een goed hart.”
-
-»En ik kan geen goede harten uitstaan. Goede harten hebben al degenen,
-die dom, onbeduidend, onhandelbaar, lastig, onuitstaanbaar zijn; als
-men geen enkele goede eigenschap vinden kan, dan wordt dat goede hart
-er met de haren bijgesleept. Verbeeld je dat ze van mij ook durven
-zeggen dat ik een goed hart heb.”
-
-»Ik hoop, dat ik het zal ondervinden, Corona.”
-
-»Bezit ik dan zoovele ondeugden, dat mij zoo’n vergoeding moet gegeven
-worden? Tima ben je nog niet klaar,” de laatste woorden in het
-Maleisch, »wat duurt het toch lang! Steek het maar vast, ’t komt er
-niet op aan, hoor!”
-
-De kamenier stak in de dikke zwarte massa een paar diamanten haarpennen
-en zeide toen het enkele woord:
-
-»Abis.” (Klaar!)
-
-Corona stond op; zij had een sarong [7] van keurige teekening in fraaie
-donkerroode kleur aan; een fijne, witte kabaja[7] deed haar slanke,
-welgevormde gestalte ten volle uitkomen. Hermelijn vond haar nu nog
-schooner dan gisteravond; haar gelaatskleur had de warme tint,
-herinnerend aan die der agaatroos en door velen boven lelieblank
-verkozen. In elk geval is het de kleur, die in de tropische landen het
-best tegen de werking van het klimaat bestand is, en nog steeds
-dezelfde blijft, als de rozentinten reeds lang in wasgeel zijn
-overgegaan; haar trekken, hoewel eenigszins scherp, waren fijn besneden
-en regelmatig, doch het meest trokken hare oogen aan, wonderbare diepe
-amandelvormige oogen, niet ongelijk aan die van Hermelijn, schuil
-gaande achter lange, franjeachtige wimpers, die, als zij ze nedersloeg,
-een schaduw op de wangen wierpen; hun opslag was echter gebiedend,
-geheel in overeenstemming met den strengen trek om de lippen, die
-onaangenaam trof, als Corona iets afkeurde of haar wil als een wet
-opdrong; glimlachte zij echter, dan straalde uit haar blik een teedere
-smeltende gloed, alles, wat zooeven als hard en scherp had
-teruggestooten, scheen in een oogwenk verdwenen en niets bleef over dan
-een zachte, vriendelijke, onweerstaanbaar aantrekkelijke uitdrukking.
-
-Nu lachte Corona en zooals zij daar tegenover haar schoonzuster stond,
-haar tooiend en opsierend, viel de gelijkenis tusschen de beide nichten
-nog meer op dan haar verschil in complexie zou kunnen doen vermoeden.
-
-Zij sloeg haar arm om Hermelijn’s hals en verliet met haar de
-slaapkamer om zich naar de achtergalerij te begeven. Daar was de
-geheele familie vereenigd rondom de ontbijttafel; August’s vrouw zat
-voor een bord gevuld met ham, pâté de foie gras en pauwenbout en zij,
-die ook de appetijt van haar man hadden gezien, zouden wel reden hebben
-zich te verbazen over de hoeveelheden mondbehoeften, voor dat groote
-huishouden noodig. Drie of vier kleine kinderen hingen aan mama’s
-stoel, zagen haar de beten uit den mond en dwongen telkens en niet te
-vergeefs nu om dit, dan om dat stukje.
-
-Mevrouw Guillaume schommelde in een wipstoel met een klein meisje op
-den schoot en een jongetje, dat in een djamboe [8] beet, naast haar!
-Dolly van Akkeveen liep heen en weer met een wanhopig schreeuwend kind
-op den arm, dat weerstand bood aan al haar pogingen om het tot bedaren
-te brengen.
-
-Aan een tafeltje stond Kitty Portias, allerliefst en frisch in haar
-Indisch morgen-négligé, voor een hoop bloemen, die zij tot bouquetten
-samenbond; haar zusje Margot heette haar te helpen, maar had het nog
-drukker om door allerlei half Maleische, half Hollandsche scheldwoorden
-een paar alleraardigste jongentjes, van wie niemand zeggen zou, dat zij
-oom en neef waren, van de bloemen en van haar lange vlechten af te
-houden.
-
-In een grooten luiaardstoel lag van Akkeveen in de bijna
-ondoordringbare blauwe rookwolken van een manillasigaar gehuld; nog een
-paar van de broers waren of aan het eten of aan het spelen met de door
-alles krioelende, woelige kinderen. Het was een levendig, aantrekkelijk
-gezicht, dat den indruk van gezondheid en jeugdige kracht gaf.
-
-Tegen het hek op een afstand van het gezelschap geleund, stond Portias
-te praten met Thoren van Hagen, die hem glimlachend aanhoorde, totdat
-zijn aandacht plotseling afgeleid werd door het binnentreden der beide
-schoonzusters, die arm in arm aan den ingang verschenen.
-
-»Twee luchtstreken, twee beschavingen, twee rassen, twee instrumenten,
-de trotsche harp, de liefelijke mandoline,” zeide Portias.
-
-Het sterke zonnelicht speelde in de brillanten parure van Hermelijn en
-bedekte den marmeren vloer en de geel-witte muren met een regen van
-roode, blauwe en paarsche vonken, die de kinderen tot de grootste
-luidruchtigheid voerden; allen sprongen en dansten om de trillende,
-vluchtende prismabeelden, welke zij als bonte kapellen aanzagen en te
-vergeefs trachtten te vangen.
-
-»Bienatang, bienatang! Poepoe [9]!” gierden zij op alle tonen en
-klanken.
-
-»Houd jelui toch je snaters ver....” barstte Akkeveen los, in zijn
-zoete rust gestoord.
-
-»Ik zou de kinderen maar niet tot een verwijt maken, wat voor een
-gering gedeelte je niet zou misstaan, Ak,” zeide Corona spottend en
-wees Hermelijn een stoel aan.
-
-»Is papa uit?” vroeg zij haar groote oogen over het gezelschap weidend.
-
-»Natuurlijk,” bromde Akkeveen, »de ouwe is wel zoo wijs om zoo vroeg
-mogelijk uit te rijden, als er hier zoo’n Babelsche verwarring
-heerscht. Zeg Dol, je zorgt dat je tegen vier uur klaar bent, dan gaan
-we heen.”
-
-»Ik dacht één uur.”
-
-»’t Is waarlijk of de nacht niet kort genoeg is geweest, dat je mij
-mijn middagslaapje niet gunt.”
-
-Margot was Hermelijn genaderd en onderzocht haar diamanten.
-
-»Mooier dan van Toetie en Dol,” zeide zij, »die steenen zijn niet zoo
-geel.”
-
-»Dat spreekt! ’t Is ook een nicht-zuster,” mompelde Akkeveen,
-»verdraaide meid, zit daar niet zoo aan mijn stoel te dauwelen.”
-
-»’t Is geen parure voor mijn kleedje,” sprak Hermelijn glimlachend,
-»maar Corona wilde dat ik.....”
-
-»Dat je ons allen de oogen daarmee uitstak. Jawel juist iets voor Cor.”
-
-»Mijn hemel, Akkeveen, wat ben je onhebbelijk van morgen, haarpijn he?”
-vroeg Corona gemelijk.
-
-»Ik dank u wel lieve zuster voor dien inval,” zeide Portias, »niets
-heerlijker dan die schitterende glans, welke een jonge bruid omgeeft;
-is u uitgerust?”
-
-Ook Thoren van Hagen was beide dames genaderd.
-
-»U heeft gister te veel van uw krachten gevergd, Hermelijn, ik bedoel
-mevrouw,” sprak hij.
-
-»Hermelijn, wat een naam, maar veel mooier dan Hermine. Hoe kom je
-daaraan?” vroeg Corona.
-
-»Conrad gaf mij dien!” antwoordde zij met een diepen blos.
-
-»Conrad? Och, ’t is waar, je kent hem nog uit Holland!”
-
-Hermelijn zag haar verbaasd aan, de vraag brandde haar op de lippen:
-
-»Meent u dan dat ik hem anders zou getrouwd hebben?” Maar zij hield
-zich in, niets mocht hier in het openbaar haar gevoelens verraden;
-vergeefs had zij haar man gezocht, hij ontbrak in den kring en die
-afwezigheid scheen nu ook Corona op te vallen.
-
-»Waar is dat onhandelbare ventje gebleven?” vroeg zij rondziende.
-
-»Wie heeft het geluk zoo door u betiteld te worden.”
-
-»Mijn broeder, de bruidegom, mijnheer van Hagen!”
-
-»Coen is na de partij dadelijk gaan jagen,” zei Margot.
-
-»Heeft hij nog niet ontbeten?”
-
-»Neen!”
-
-Een kleine Géran, bruin en lenig als een katje, was onder de tafel
-gekropen en scheen zijn tante of zuster, daar op de fijn geborduurde
-gouden muiltjes te hebben getrapt, want plotseling flikkerde een
-bliksemstraal in Corona’s oogen, de zwarte wenkbrauwen trokken zich
-onheilspellend als onweerswolken samen, de mond nam een toornige
-uitdrukking aan; met een forschen ruk haalde zij het ventje onder de
-tafel vandaan, gaf hem een fikschen klap om de ooren, en een duw, die
-hem drie stappen vooruit deed stuiven, en beval toen:
-
-»Nu heb ik genoeg aan al dien rommel! Baboe’s en kinderen naar de
-bijgebouwen! Iteko, zorg dat die levenmakers wegkomen en wij mekaar
-eindelijk verstaan kunnen.”
-
-»Een wijs besluit,” gromde Akkeveen, »als men zelf het maar eens
-ondervindt.”
-
-»Ja, kassian!” riep Toetie zich uit haar wipstoel opheffend, een kind
-op den grond zettend en het geslagen jongentje troostend, »kassian mana
-sakiet, njo?” [10]
-
-Corona’s toorn was nog niet bedaard.
-
-»Toetie! laat die komedie varen,” snauwde zij haar toe, »op die manier,
-als dat jonge volk zoo verwend wordt en in alles zijn zin krijgt, wordt
-het hier nog een kolonie van boeven en schurken.”
-
-Toevallig ontmoette haar verontwaardigde blik de lachende oogen van
-Thoren van Hagen, die op zijn knevel beet om een glimlach ook niet over
-zijn lippen te laten spelen.
-
-Zij zag hem strak aan, maar die lach werd nog duidelijker en toen vroeg
-zij:
-
-»Waarom lacht u?”
-
-»Omdat ik het altijd prettig vind naar een onweer te kijken.”
-
-»Koerang adjar,” [11] mompelde zij tusschen haar lippen en wendde zich
-weer met een bevel naar Iteko, die haar handen vol had om chocolade te
-schenken voor de beide laatst gekomen dames en om de kinderen, die
-allen min of meer tegenstribbelden, de galerij uit te krijgen.
-
-»Wat zijn wij gelukkig er geen te hebben,” fluisterde Portias, de
-bloemen naderend en zijn vrouw over de geurige, losse zwarte haren
-strijkend, »je zoudt er genoeg van krijgen alleen door het gezicht.”
-
-Zij glimlachte min of meer treurig.
-
-»Als Corona ze sloeg, kon ik het niet velen!” zeide zij zacht.
-
-»Neen, ik ook niet.”
-
-Zij stak hem een paar rozenknopjes in de tressen van zijn chineesch
-buisje, waarvoor hij haar door een zoen beloonde.
-
-»Als je vrijen wilt, Kit, zou ik maar heengaan,” beet Corona haar zusje
-toe, »ik heb hier al ergernis genoeg!”
-
-»Niets liever dan dat, zus Cor! We zullen het ontstemde instrument uwer
-ziel geen verdere dissonanten meer doen voortbrengen. Mijnheer Thoren,
-u wilde de paarden immers zien. Tot straks, Violetta mia!”
-
-Zoo werd de galerij allengs leeger en Corona zeide op kalmer toon:
-
-»Zie zoo, nu kunnen we tenminste ademhalen. Je ziet hier van alles
-Hermelijn, vechten, vrijen, schelden, luieren, huilen, grienen. Als ik
-er geen orde onder hield, hoe zou het dan gaan? Ik vind dien logé van
-papa vreeselijk impertinent. Mij in mijn gezicht uit te lachen.”
-
-»Hij heeft nog niet gelachen, Cor!” riep Margot.
-
-»Ben je nog hier! Je hoort er ook niet.”
-
-»Jawel, ik wil bij Hermelijn blijven, heeft u mooie dingen uit Holland
-mee gebracht? Wanneer komen uw koffers?”
-
-»Iteko, moet Margot geen piano studeeren, zij heeft al lang genoeg
-vacantie gehad!”
-
-»Zeker, juffrouw de Géran, zoodra het ontbijt afgeloopen is.”
-
-»Het ontbijt is afgeloopen, ik heb gedaan en mevrouw Conrad ook. Laat
-Sarko de tafel afhalen.”
-
-»Maar mijnheer Conrad!”
-
-»Dan moet hij maar op zijn tijd komen. Zullen we wat muziek maken,
-Hermelijn, ik vind dien naam zoo mooi, en zoo geschikt voor je.”
-
-Margot was op het eerste woord van piano onzichtbaar geworden.
-
-»Ik dacht dat Margot studeeren moest,” antwoordde Hermelijn.
-
-»Ja, op haar piano in de schoolkamer, want aan de mijne mag dat nest
-nooit komen.”
-
-»Zal ik me niet moeten klaarmaken?”
-
-»En je man is nergens te vinden. Zoo’n bruidegom heb ik nog nooit
-eerder gezien.”
-
-
-
-
-
-
-
-X.
-
-
-Juist verscheen de nooit eerder geziene bruidegom op de trap, die den
-tuin aan de galerij verbond; hij zag er nu heel anders uit dan
-gisteren; de booze uitdrukking van zijn oogen was verdwenen, zij lagen
-hol en diep in hun kassen, hij was doodsbleek en er rustte een moede
-trek om zijn lippen.
-
-»Conrad, waar ben je toch gebleven?” vroeg Hermelijn, hem ongedwongen
-tegemoetkomend.
-
-»Goeden morgen!” zeide hij koel zonder hand en zonder kus, de armen op
-zijn rug gekruist.
-
-Met een hatelijken glimlach had Akkeveen zich opgericht, en verliet het
-bruidspaar niet met zijn kleine oogen.
-
-Corona sloeg den arm om Hermelijn en kuste haar met een hartelijkheid,
-die te heftig was om niet het gevolg te zijn van inwendige
-opgewondenheid.
-
-»Je moet het je niet aantrekken, wat die akelige jongen doet of zegt,
-hij verdient niet de punt van je pink te kussen, zoo’n lummel.”
-
-»Corona,” zeide Hermelijn, zich zacht maar beslist aan die liefkozingen
-onttrekkend, »we zijn man en vrouw! Alles wat u van mijn man zegt, is
-ook van mij gezegd! Ik wil het niet aanhooren.”
-
-Verbaasd zag Corona haar aan; zij voelde zich vreemd te moede, ’t was
-of met de nieuw aangekomenen van gisteren een nieuw element zich in
-haar leven had gemengd, of alles niet meer zoo zou worden als vroeger
-toen zij onbeperkte heerscheres was, toen men wel tegen haar
-heerschzucht durfde opkomen, maar er niemand was, die lachte om haar
-toorn, of haar liefkozingen van zich afweerde.
-
-Conrad scheen niet te luisteren; met den rug naar zijn vrouw en zuster
-gekeerd, dronk hij in kleine teugen het kopje koffie door Iteko hem
-voorgezet en weigerde hardnekkig al haar aanbiedingen om iets te eten.
-Hermelijn ging intusschen naar haar kamer, legde haar parure af en deed
-hoed en mantel om, trouw aan haar Hollandsche gewoonten; zelfs trok zij
-haar handschoenen aan, zich verwonderend over haar eigen kalmte en
-onverschilligheid.
-
-»Mag ik binnenkomen?” vroeg een zachte, vriendelijke stem en Kitty’s
-lief kopje verscheen boven een fraai bouquet, dat zij in de handen
-droeg.
-
-»Ik hoop dat je gelukkig zult worden, zusje Hermine,” zeide zij, »zoo
-gelukkig als wij; Conrad is zeer goed, hij is mijn lievelingsbroer
-maar... Cor weet niet met hem om te gaan.”
-
-»Dat behoeft ook niet, lieve Kitty! Als ik ’t maar kan.”
-
-»Dat zal wel komen mettertijd.”
-
-»Mettertijd.” Hermelijn herhaalde het woord werktuigelijk, dat had zij
-zich niet voorgesteld, mettertijd!
-
-»Ik zal die bloemen in den wagen laten brengen, niet waar Hermine! Ik
-heb ze zelf met José geplukt van morgen vroeg.”
-
-»Lieve Kitty, ik dank je!” en Hermelijn kuste haar hartelijk en voelde
-dat haar oogen vochtig werden, bij dat ongekunstelde blijk van
-sympathie.
-
-Zij gingen naar buiten en kwamen Corona tegen, die maar half tevreden
-scheen Kitty in Hermelijn’s gezelschap te zien.
-
-»Je moet niet zeggen dat ik bij je ben geweest op de kamer,” fluisterde
-Kitty haastig.
-
-»En waarom niet?”
-
-»Anders wordt zij boos!”
-
-»Boos worden, ik zou ’t niet denken.”
-
-»Och, zij wil je heelemaal voor zich hebben en kan niet verdragen dat
-wij ons met je bemoeien.”
-
-»’t Is waarlijk of ik met haar getrouwd ben.”
-
-Kitty lachte, als zij niet zoo’n door en door goed schepseltje was
-geweest zou men kunnen meenen, dat die lach de beteekenis had van:
-
-»Nu wat anders?”
-
-»’t Rijtuig staat je te wachten, Hermelijn!” sprak Corona vrij effen,
-en toen tot Kitty, »o foei, wat bederf je het huis al vroeg in den
-morgen met die bloemenlucht, zonder nog te denken aan al de rupsen, die
-je in huis haalt.”
-
-»Ik ben klaar, wacht Conrad mij?” vroeg Hermelijn op vastberaden toon.
-
-»In de voorgalerij, de heele kolonie is er verzameld; Papa is zoo wijs
-geweest het land in te gaan, als ik me niet had verslapen had ik ’t ook
-gedaan. Kan je paard rijden, Hermelijn?”
-
-»Ik heb ’t tenminste geleerd.”
-
-»Heerlijk, dan zullen we samen prachtige tochten maken. Die andere
-vrouwen kan ik nooit mee krijgen, Kitty was vroeger mijn trouwe
-kameraad, maar nu wil die malle Jozef het niet meer hebben.”
-
-Een grenzenlooze verachting sprak uit dat woord, waarmede zij zich
-beklaagde dat een man zijn vrouw iets durfde verbieden, wat haar,
-Corona, aangenaam was.
-
-Zij kwamen in de rijk gemeubelde voorgalerij, klein en groot was daar
-vereenigd; op de onderste trede stond Conrad naast een opgeschoten
-knaap, en zag naar de fraaie koets met vier gitzwarte paarden
-bespannen, die op het kiezelzand ongeduldig stonden te trappelen.
-
-»Ongeduldiger dan de bruidegom,” grinnikte Akkeveen, »en ’t is toch
-zonde, zoo’n pracht van een meid! Als ik in zijn plaats was....”
-
-Thoren van Hagen was er ook en toen Hermelijn zich gedwee door allen
-liet kussen en de hand drukken, naderde hij haar eveneens en nam haar
-kleine hand in zijn beide.
-
-»Moed Hermelijn, moed!” fluisterde hij haar hartelijk toe.
-
-»Geloof je werkelijk dat ik dien noodig zal hebben?” vroeg zij met een
-droevigen blik.
-
-»Ja, maar je vader waakt over je!”
-
-»Dank je,” antwoordde zij eenvoudig en steeg, door Portias geholpen, in
-het rijtuig, dat geurde van Kitty’s bloemen, Kitty wierp zich om
-Conrad’s hals:
-
-»Zij is zoo lief, wees toch goed voor haar!” smeekte zij zacht.
-
-Met een alles behalve vriendelijke beweging weerde de broer zijn zuster
-af, en toen alles overziende, riep hij kortaf:
-
-»Goedendag!”
-
-»Goede reis, goede reis, dag Conrad, dag Hermine!” riepen allen en
-Hermelijn wuifde met haar hand en haar zakdoekje, hen allen een vaarwel
-toe; Conrad leunde achterover en verwaardigde zich niet iets meer van
-zich te laten zien.
-
-»Zie zoo, nu moeten zij varen in de huwelijksschuit,” zeide Guillaume.
-
-»Het accordeeren begint, dat kost altijd moeite, en in deze
-omstandigheden meer dan ooit,” meende Portias.
-
-»Conrad is een windbuil, een domoor,” beweerde Akkeveen.
-
-Thoren van Hagen zag ernstig, zijn oogen hadden hun peinzende, droevige
-uitdrukking.
-
-»Zoo zag zijn moeder er uit, toen zij hem het laatst kuste,” placht dan
-de oude, trouwe dienstbode te zeggen, die hem opgevoed had.
-
-»Waarom is u zoo stil, mijnheer van Hagen, benijdt u Conrad?” vroeg een
-spottende stem.
-
-»Neen, juffrouw de Géran, ik dacht niet aan uw broer, ik dacht aan een
-meisje, dat rijk aan illusiën haar vaderland verliet en hier niets
-vindt dan onverschilligheid en wantrouwen.”
-
-»Bedoelt u Hermine, wat ontbreekt haar?”
-
-»Het eenige, wat zij noodig heeft, de liefde van haar man.”
-
-»Liefde? Komt u pas uit Europa en gelooft u daaraan?”
-
-»Wordt dat artikel dan niet uit Europa geïmporteerd?” en hij begon weer
-te lachen.
-
-»We kennen dat tenminste hier niet! Hermelijn wordt door mij ontvangen
-als een zuster, verwelkomd als een vriendin, zij had in Europa niets
-anders dan de keus tusschen dienstbaarheid en genadebrood. Zij is
-getrouwd, rijk....”
-
-»En haar man behandelt haar met beleedigende onverschilligheid; wie
-voorspelt, wat hij nog doen zal?”
-
-»Och kom! Conrad is nog een kwâjongen.”
-
-»Des te erger voor Hermelijn, die een man verdiende.”
-
-»Zij zal hem wel naar haar hand zetten.”
-
-»Nooit gehoord, dat huwelijksgeluk in naar de hand zetten bestaat.”
-
-Corona lachte nu ook, maar gedwongen.
-
-»Dat is zeker,” ging hij ernstig voort, »die haar bedroog, en deed
-gelooven dat Conrad haar ten huwelijk vroeg, omdat hij nog iets voor
-haar voelde uit zijn kinderjaren, deed een slecht werk. Ik weet
-natuurlijk niet hoe men hem heeft kunnen brengen tot een huwelijk, dat
-hij blijkbaar niet wenschte, maar de wijze waarop Hermelijn er toe
-overgehaald werd, noem ik onverantwoordelijk.
-
-»Maar mijnheer, u vergeet tot wie u spreekt!”
-
-»Toch niet tot de bewerkster van dat huwelijk, wil ik hopen?”
-
-»Waarom hoopt u dat?”
-
-»Omdat ik u niet in staat reken tot een lage daad.”
-
-»Een lage daad! maar dat is zij niet! Is Hermelijn niet beter af, dan
-dat zij bijvoorbeeld gouvernante was geweest?”
-
-»Volstrekt niet! Dan had zij haar vrijheid nog en die is meer waard dan
-alle schatten van de familie de Géran.”
-
-»Gelooft u dat werkelijk?”
-
-»Zeker.”
-
-»En toch vinden de menschen het zoo dwaas, dat ik mijn vrijheid niet
-wil verkoopen!”
-
-»Omdat men er u nog niet genoeg voor geboden heeft, want, stellig heeft
-niemand u nog den eenigen prijs kunnen geven, welke die vrijheid waard
-is.
-
-»En dat zou wezen?”
-
-»De liefde van een man, dien u ook achten, beminnen en gehoorzamen
-kunt.”
-
-»Ik gehoorzaam niemand.”
-
-»Omdat u het nog niet wil.”
-
-»Voor wien zou ik het willen?”
-
-»Dat weet ik evenmin, maar dat die ergens ter wereld bestaat zal u niet
-ontkennen!”
-
-»Ik zou hem eerst moeten zien.”
-
-»En Hermelijn is de gelegenheid ontnomen om met voordacht te kiezen.”
-
-»Nu, als zij het niet gaarne gewild had, zou zij niet toegestemd
-hebben.”
-
-»Zij vertrouwde op zijn brieven, God geve dat haar vertrouwen niet moge
-beschaamd worden.”
-
-Corona werd rood en toen bleek; zij sloeg haar oogen neer.
-
-»Als u zoo’n belang in haar stelt, waarom is u niet met haar getrouwd?”
-vroeg zij min of meer verlegen.
-
-»Omdat... omdat ik haar lief heb als een vriendin, een zuster bijna,
-maar ik een andere vrouw wensch te beminnen als mijn bruid.”
-
-»Liefde is kinderspel en het huwelijk hooge ernst, die twee passen niet
-samen.”
-
-»Een theorie om over na te denken,” zei Thoren met spottenden ernst.
-
-Zij keerde zich om en ging naar haar kamer, waar de altijd bedrijvige
-juffrouw Iteko in de weer was.
-
-»Iteko,” zeide Corona. »Iteko! Ze zijn weg!”
-
-»Om u te dienen, juffrouw!”
-
-»Zou ’t goed gaan, Iteko?”
-
-»Waarom niet, juffrouw! Ze zijn jong en mevrouw Hermine is zeer
-verstandig.”
-
-»Dat geloof ik ook, als ze maar niet te verstandig is, Iteko; we hebben
-tot nu toe met domme eendjes te doen gehad, maar zij heeft een wil en
-verstand. Als zij er achter kwam, o ’t stond mij altijd zoo tegen.”
-
-»’t Was voor hun bestwil.”
-
-»Jawel, jawel, ik weet het, maar toch! Zeg, Iteko, weet je ook hoe lang
-mijnheer Thoren van Hagen hier blijft?”
-
-»Ik zal ’t eens zien te hooren, juffrouw.”
-
-»Ik wil papa zeggen, dat hij gauw moet heengaan want hij hindert me, ik
-vind hem onuitstaanbaar pedant.”
-
-»Hij ziet er erg knap uit, ik zag nog zelden zoo’n mooie man.”
-
-»Och kom! kijk jij daar naar? Ik nooit! vond je Conrad niet dwaas,
-Iteko?”
-
-»Ik had niet anders verwacht, juffrouw! ’t Valt me nog mee, na alles
-wat er gebeurd is.”
-
-»’t Is een akelige dwarskop, ’t spijt me voor Hermelijntje, zij is
-alles, wat we wenschen kunnen, niet waar Iteko?”
-
-»Ik hoop dat u ’t altijd zal blijven denken, juffrouw.”
-
-»Vrees je het tegendeel?”
-
-»Ik ken haar te slecht, ik durf niet beslissen.”
-
-»Je bent ook altijd bang je te branden aan ijswater! Wat valt er op
-haar aan te merken?”
-
-»Niets.”
-
-»Ga heen, je maakt me zenuwachtig, ik weet toch niet wat mij van morgen
-scheelt. Ik ben mijzelf niet. Die man wordt mijn noodlot!”
-
-
-
-
-
-
-
-XI.
-
-
-De coupé rolde intusschen over den gladden weg, die bergafwaarts ging;
-Conrad leunde in een der hoeken zoo ver mogelijk van zijn vrouw af.
-
-Hermelijn was doodsbleek geworden, zij voelde en hoorde niets anders
-dan het onstuimig kloppen van haar hart, dat zelfs het gerol der wielen
-overstemde.
-
-»Conrad,” zeide zij met verstikte stem eindelijk. »Conrad!”
-
-»Wat is er?” vroeg hij zonder zijn achtelooze houding te verlaten.
-
-»Conrad, zal je mij nu eindelijk uitlegging geven van je onverklaarbaar
-raadselachtig gedrag.”
-
-»Je bent immers met mij getrouwd, wat wil je meer?”
-
-»Met je getrouwd! Heb jij dat dan niet gewild.”
-
-»Geen oogenblik, ik kende je niet.”
-
-»En weet je dan niet meer, hoe wij vroeger samen speelden, hoe je ziek
-bent geweest en ik je altijd voorlas, is ’t niet omdat je nog aan dat
-alles dacht, dat je mij ten huwelijk hebt gevraagd?”
-
-»Ik heb je niet ten huwelijk gevraagd!”
-
-»Wie deed het dan?”
-
-»Cor, wie anders, Cor doet alles en papa ziet haar naar de oogen. Zij
-heeft op een goeden dag gezegd, Conrad moet trouwen, ik weet een goede
-vrouw voor hem, mijn nicht!”
-
-»En heb jij toen dadelijk toegestemd?”
-
-»Volstrekt niet, ik wilde nog niet trouwen en al zou ik het willen, dan
-nog bedankte ik er voor een meisje te nemen, dat Cor voor mij had
-uitgezocht, dat, dat... maar ze hebben mij gedwongen.”
-
-En zijn hoofd in de handen verbergend, barstte hij in een luid snikken
-los.
-
-»We mogen hier niets zijn dan poppen, eerst hebben ze mij belet
-officier te worden en nu... ben ik zoo ongelukkig,” jammerde hij.
-
-»Meen je dat ik het niet ben?” vroeg Hermelijn op bijna onhoorbaren
-toon; zij huiverde en sloot de oogen; het was of zij zich op een
-helling bevond, die recht naar een afgrond voerde en of er niets meer
-te doen was dan zich te laten afglijden in den stikduisteren, eeuwigen
-nacht.
-
-»Ik kan het niet helpen!” mompelde hij.
-
-»Maar waarom je laten dwingen, Conrad, waarom mij bedrogen, ik
-vertrouwde zoo op de liefde, die uit je brieven sprak.”
-
-»Welke brieven?”
-
-»De uwe.”
-
-»Ik schreef geen brieven aan je.”
-
-’t Was of het nog donkerder om haar heen werd; zij bracht de hand aan
-de ooren en aan de oogen, als wilde zij de vreeselijke verwoesting van
-haar jeugdig leven niet hooren of aanschouwen.
-
-»Maar wie schreef ze dan?” vroeg zij bevend.
-
-»Weet ik het? Zij zelf misschien.”
-
-»Corona! O God, ’t is ongehoord, maar dan zijn we niet getrouwd,
-Conrad, we kunnen nog vrij worden.”
-
-»Neen, ik heb het stuk immers geteekend, we zijn vastgeketend voor
-altijd.”
-
-»O, dat het kort moge wezen! Schande, schande, eeuwige schande...
-Waarom juist mij?”
-
-»Je bent een nicht van Corona! Zij wilde je volstrekt bij zich hebben,
-ze wilde in de eerste plaats haar familie bevoordeelen, en al mijn
-broers en zusters, behalve Kitty, zijn getrouwd, omdat zij het wilde,
-August zelfs en toen was zij pas zestien jaar; zij heeft mijn arme mama
-verdriet gedaan tot zij gestorven is en zij heeft ook Kitty bijna
-vermoord, omdat zij Portias heeft getrouwd en niet den akeligen
-resident, dien zij zelf niet hebben wou. Zij is een monster!”
-
-»Maar waarom ben je ook niet flink geweest.”
-
-»Omdat.... omdat.... ik kan ’t niet zeggen! Maar ik mocht niet anders
-handelen, en ik had vroeger gezworen, dat ze mij nooit een vrouw zou
-opdringen en nu ben ik er ’t ergste aan toe. Ik haat je, zooals ik
-Corona haat, en ik kan niet anders handelen; al wil je ’t ook alles
-vertellen aan haar, ik geef er niets om! Ga gerust, zoek bescherming
-bij papa of bij haar, dan zal ik weggaan, al moest ik ook soldaat
-worden; ik had het zeker gedaan, maar die arme, lieve Kitty!”
-
-»Ik begrijp niet wat Kitty en papa en Corona hier te maken hebben; wij
-zijn man en vrouw, daaraan kan niets veranderd worden, niets.”
-
-»Neen, en daarom moet ik ook bij je blijven. Ik heb het beloofd,
-gisteren in de kerk, en vroeger aan papa, maar vriendelijk tegen je
-zijn, dat kan ik niet, want je lacht ons sinjo’s toch uit, je vindt mij
-een kwajongen; dat ik rijk ben is je genoeg. Corona geeft je diamanten,
-wat zal ik je meer geven? Mijn naam, dien heb je, ik kan er niets aan
-doen, maar ik wil niets anders met je te maken hebben, niets!”
-
-»Dat moet jij weten, maar ik heb me niets tegenover je te verwijten,
-Conrad. Ik dacht waarlijk, dat ik een goede, trouwe vrouw voor je mocht
-wezen, dat je het verlangde; nu is ’t anders uitgekomen; één ding
-alleen moet ik je verzoeken, laat niemand vermoeden wat er tusschen ons
-is voorgevallen.”
-
-»Je zult toch alles aan Corona vertellen, dat begrijp ik wel, maar ik
-geef er niets om. Ik ben getrouwd en niemand zal iets te zeggen hebben
-in mijn huis, ik zal daarin handelen, zooals ik verkies.”
-
-»Dan is er tenminste een zaak, waarover wij ’t eens zijn,” zeide
-Hermelijn kalm en waardig.
-
-Hij zweeg en zag naar buiten, zij vouwde de handen en bad:
-
-»Goede God, verlaat mij niet! Ik heb niemand meer op aarde, niemand dan
-mij zelf.”
-
-Geen woord werd er meer gewisseld tot zij in Djantòng kwamen, een
-allerliefste, kleine woning, schilderachtig gelegen tusschen
-hoogopgaande tjamara [12] boomen, in een verrukkelijk klein dal;
-waarvan men zich niet voorstellen kon, dat het op Java en niet in
-Zwitserland lag; de rieten gordijnen hingen omlaag; de trappen waren
-met uitgezochte bloemen voorzien, perken veelkleurig en bloeiend
-schitterden in de zonnestralen achter de loentasheg; alles was hier
-vereenigd om een paradijs te vormen voor een liefhebbend, gelukkig paar
-en die beide jonge menschen traden er binnen, met nog smartvoller
-bewustzijn dan gevangenen, die de cel ingaan, hun levenslang tot
-verblijf aangewezen.
-
-Hermelijn trad het huis binnen, alles was even smaakvol en keurig
-ingericht, de meubeltjes waren van sierlijker en artistieker vorm dan
-men gewoonlijk in Indië ziet. Fraaie staalgravuren en busten versierden
-de muren. Overal waren bloemen en planten, aan alles scheen gedacht; al
-had Hermelijn zelf alles willen schikken, zij had niet beter haar eigen
-smaak kunnen treffen, maar nu zag zij niets; alles boezemde haar
-bitteren afkeer in, zij liep de eene kamer in, de andere uit, als in
-een droom. In de achtergalerij stond de tafel gedekt, een Javaansche
-vrouw begroette het jonge paar en legde de sleutels voor Hermelijn
-neer; zij nam ze werktuigelijk aan en zette zich op de canapé neer,
-wezenloos voor zich uitstarend; hij ging heen en weer, blijkbaar
-verlegen en besluiteloos.
-
-»Conrad!” zeide zij eindelijk, »we moeten een besluit nemen; wij kunnen
-niets anders doen dan hier blijven; de wereld heeft niets te maken met
-hetgeen tusschen ons is voorgevallen. Ik wil niet dat Corona vermoedt,
-hoe rampzalig zij mij gemaakt heeft; ik ben te trotsch om te klagen.
-Stel dus niet de geheele familie, die je houding tegenover mij gezien
-heeft, in de gelegenheid ons te bespotten, wij behoeven niet hartelijk
-te wezen in hun bijzijn, maar laten we dan ook geen vijanden schijnen.”
-
-»Ik kan niet veinzen.”
-
-»En ik verlang het, je bent het aan mij verplicht, aan mij, arm
-bedrogen meisje, dat op je liefde rekende en niets ontving dan de
-verzekering van je haat.”
-
-Een onderdrukte snik ontsnapte haar.
-
-»Verneder mij niet in het gezicht van anderen, dat vraag ik je alleen!”
-
-»En zal je dan niemand iets zeggen, van hetgeen hier gebeurt?”
-
-»Wat denk je van mij? Alles is heilig, wat in dit huis voorvalt en
-zelfs al zoudt je mij mishandelen, dan nog zou ik zeggen, dat het aan
-een ongeluk te wijten was en niet aan mijn man.”
-
-»Dat zal ik nooit doen.”
-
-»En beloof je mij, dat je voor de buitenwereld tegen mij zult wezen zoo
-als hier de mannen, op Portias na, tegen hun vrouwen zijn?”
-
-»’t Is goed!”
-
-»Ik dank er je voor.”
-
-Het eten werd opgebracht; zwijgend trachtten zij eenige beten door de
-keel te krijgen; zoo was het eerste middagmaal, dat Hermelijn in haar
-huis met haar man gebruikte. Hoe heel anders had zij zich dat eerste
-samenzijn gedroomd, zelfs van morgen nog! Zij voelde zich diep
-vernederd, ellendig bedrogen en toch.... toch kon zij niet boos zijn op
-haar jongen echtgenoot, zij kon haar oogen niet afwenden van zijn mooi,
-donker golvend haar, van zijn gelaat, dat sprekend op Kitty geleek, van
-zijn levendige, gitzwarte oogen, die nu meer bedroefd dan boos voor
-zich uitstaarden, van zijn lippen, die zij nog niet had zien
-glimlachen, maar die dan zeker zijn gelaatsuitdrukking even
-aantrekkelijk zouden maken als die zijner zuster.
-
-Had zij de neiging van haar hart gevolgd, zij zou hem de hand hebben
-toegestoken en gevraagd:
-
-»Och Conrad, waartoe dient het zóó boos te zijn? Zou je dan niet kunnen
-beproeven van mij te houden? Ik verlang zoo je te kussen en door je
-gekust te worden?”
-
-Maar haar fierheid belette haar een stap te doen, die wellicht tot nog
-meer verwijdering tusschen hen aanleiding zou geven. Zij dacht aan de
-ruwe wijze, waarop Conrad straks Kitty had afgeweerd, Kitty, die hij
-toch scheen te beminnen; als hij haar nu van zich stiet, wie weet of
-zij zelf dan geen afkeer van hem ging voelen. Neen, ’t was zoo beter!
-
-Toen het schijnmaal afgeloopen was, stond zij op en begaf zich naar
-haar kamer; de baboe wachtte haar, Hermelijn kon zich redelijk goed in
-’t Maleisch uitdrukken, en zij liet zich alles door het meisje
-aanwijzen.
-
-De kast was gevuld met de kleederen van mijnheer, en een volledig
-Indisch négligé van mevrouw, de toilettafel, versierd met witte en
-blauwe tulle, droeg een schat van odeurs en poeiers; de divans en
-stoelen waren met licht blauw cretonne overtrokken, alles even jeugdig,
-even frisch, even geurig.
-
-Een verkwikkelijke koelte blies door de neergelaten jaloezieën, en
-voerde een sterke geur van kananga en patjar [13] naar binnen, de
-tjemara’s wuifden zacht en vriendelijk hun pluimen, en de zon strooide
-schijven, groot als goudguldens, op den met fijne matten bedekten
-vloer.
-
-Nadat Hermelijn zich in sarong en kabaja had gekleed, stuurde zij haar
-meisje weg en wierp zich op den divan neer met samengewrongen handen en
-bevende lippen.
-
-Een gedachte vervolgde haar, aan de arme, bedrogen moeder van Thoren
-van Hagen, die ook zoo innig bemind had en toch tot stervens toe
-vernederd was.
-
-»Zoo zal ’t gaan, ons lange leven door! We zijn beiden nog zoo jong!
-Sterven als zij, wellicht dat hij dan...”
-
-Maar zij was te krachtig, te jong, te gezond van lichaam en geest om
-aan zelfmoord anders dan vluchtig te kunnen denken; haar sterke ziel,
-afkeerig van berusten, dorstte naar handeling.
-
-Zij wilde iets hebben om zich in de toekomst aan vast te klampen, een
-hoop, hoe gering ook, moest in den donkeren nacht schitteren, dan kon
-zij worstelen tegen de golven, dan kon zij vooruitgaan en haar weg
-zoeken; niets gemakkelijker dan neer te zitten en zich te laten
-meeslepen door den stroom van haar droefheid; weenen als een kind, wat
-een zaligheid! maar het zou haar verzwakken en zij mocht niet zwak
-zijn, zij wilde sterk blijven, niemand het voorrecht gunnen van haar
-vernedering te aanschouwen, dat was er voor het oogenblik te doen en
-anders niets, niets!
-
-En later!
-
-Later: zij sidderde maar trad niet terug, zij wilde dat gevreesde later
-onbevreesd in het gelaat zien.
-
-»We zijn nog zoo jong, en de toekomst is zoo lang. Ik heb hem lief
-ondanks alles, kan ik hem dan niet leeren mij ook te beminnen? Ik ben
-toch geen monster als Iteko. Simons, wien ik nooit iets anders zeide
-dan scherpe dingen, hield van mij en als ik mij er op toelegde Conrad’s
-hart te winnen, als ik hem eerst leerde mij te achten en dan lief te
-hebben, zouden we dan niet eenmaal gelukkig kunnen worden?”
-
-Zij ging voor den spiegel staan en bond haar rijken haartooi los, die
-thans als een gouden helm ver over haar schouders reikte; het Indische
-négligé kleedde haar even goed als Corona, zij miste de onbeholpenheid,
-welke andere Europeesche vrouwen nooit verlaat, en die hen belet met
-gratie dat kleed te dragen.
-
-Voor ’t eerst bezag Hermelijn zich met het doel zichzelf schoon te
-vinden; zij had vroeger altijd zorg gedragen voor haar uiterlijk zonder
-ooit mee te doen aan de overdreven eischen der mode. De bekrompen
-leefwijze in haar vader’s gezin had haar steeds genoodzaakt veel te
-doen met weinig geld, haar aangeboren smaak bewees haar hierbij de
-beste diensten; wat zij ook aanhad, het stond haar mooi en zooals zij
-was, zoo vond zij zich goed zonder zich er ooit om te bekommeren, wat
-anderen van haar zeiden.
-
-Nu echter bezag zij zichzelf met het zoekend oog van den strijder, die
-vóór den kamp zijn wapenen beproeft; zij liet haar blonde haren
-schitteren in de zonnestralen, zij streek de hand over haar huid om
-elke oneffenheid te verwijderen, zij beet zich de lippen, die er thans
-bleek en bestorven uitzagen, om ze frisch en rozig te maken; zij wreef
-haar wangen om er een blos op te voorschijn te roepen, zij welfde de
-wenkbrauwen en bezag haar fijne, witte handen.
-
-»Ik ben de mooiste van alle schoondochters,” dacht zij; »maar foei! ’t
-Is schande, dat ik mijn lichamelijke gaven zoo hoog stel; die moeten
-het laatste middel zijn om hem te winnen. Hij moet eerbied krijgen voor
-mijn karakter, hij moet mijn hart leeren kennen en liefhebben.”
-
-Zij knielde neer op den grond, niet op het sierlijk gothische
-prie-Dieu, dat Corona’s zorg ook niet had vergeten, en smeekte:
-
-»Laat ons eens gelukkig worden, Vader in den hemel! ’t Is immers geen
-zonde te vragen dat te mogen zijn, wat mijn plicht gebiedt, een goede
-vrouw voor mijn armen, lieven Conrad.”
-
-
-
-
-
-
-
-XII.
-
-
-De dagen kropen voor Hermelijn om; zoo zwaar had zij zich haar taak
-niet gedacht. Conrad ging zijn eigen weg; ’s morgens vroeg vertrok hij
-naar de koffietuinen, te paard of te voet, in het laatste geval met
-zijn geweer op schouder. Tegen etenstijd kwam hij t’huis, wierp zijn
-wild in de keuken en hield met de kokkie een conferentie over het
-behandelen daarvan, trad in de achtergalerij, waar Hermelijn zat te
-werken, zeide onveranderlijk zonder haar te noemen:
-
-»Goeden dag”, waarop zij met een vriendelijk:
-
-»Dag Conrad!” antwoordde.
-
-Dan liet hij zijn bemorste schoenen of rijlaarzen door den knecht
-uittrekken, ging met zijn groote honden spelen om zich een houding te
-geven, totdat het eten was opgediend, nam van alles zonder zijn vrouw
-iets aan te bieden, at zoo haastig mogelijk zijn bord leeg om haar
-verder alleen te laten en zich in zijn kamer op te sluiten.
-
-Hermelijn sprak geen woord, zij ging kort daarop eveneens naar binnen,
-hetzij om huiswerk te doen, of om te lezen, want ook de bibliotheek in
-Djantong was rijk voorzien en met zorg gekozen.
-
-In de eerste dagen had zij genoeg te doen met haar koffers uit te
-pakken en de duizend kleine nietigheden, waaraan haar hart hing, een
-plaats te geven; een bitter oogenblik was het, toen zij de geschenken
-uitpakte, welke zij met zooveel liefde voor Conrad had gemaakt. Maar
-zij wilde zich niet laten verteederen, zij pakte ze bij elkander en
-verborg ze in een der geheimste afdeelingen van haar kast.
-
-Tegen vier uur was het theedrinkenstijd maar ook de thee moest zij
-alleen gebruiken; Conrad op bloote voeten, in een kort Chineesch buisje
-met pantalon van sarongstof, liep naar den stal, dresseerde de paarden,
-liet zijn honden apporteeren, en kleedde zich tot haar groote ergernis
-voor den middag niet beter. Zij ging zich baden en trok een harer
-liefste toiletten aan, dan zette zij met een boek in de hand zich in de
-voorgalerij op een wipstoeltje neer. Haar man vermeed haar zorgvuldig;
-zij wist niet waar hij bleef, totdat om zeven uur het avondeten werd
-voorgediend; dan zetten zij zich weer zwijgend tegenover elkaar; het
-was een zonderling contrast, zij keurig als een voor een feest gekleed
-vrouwtje, hij in zijn onbehoorlijk négligé.
-
-Conrad’s oogen staarden grimmig voor zich uit; hij voelde zich niet op
-zijn gemak, hij had gaarne iets gezegd, maar deed het niet. Na het
-eten, nam hij een zaagmachine en ging aan het zagen van allerlei
-knutselarijen, altijd even zwijgend, even boos. Reeds den tweeden avond
-zette Hermelijn zich voor de piano en goot haar geheele ziel in de
-tonen over; zij weende en smeekte, zij bad en hoopte. Conrad luisterde
-soms met opgeheven hoofd maar dan flikkerde er een straal van toorn in
-zijn oogen en hij begon verwoed te werken en met zijn machine zulk een
-geweld te maken, dat het Hermelijn stellig zou gehinderd hebben wanneer
-zij niet zoo verdiept was geweest in haar spel. Eindelijk om tien uur
-verdween hij voor goed en Hermelijn trok haar mooie kleeren weer uit en
-voelde zich zoo eenzaam, zoo verlaten, dat zij al haar geestkracht
-noodig had om niet te bezwijken.
-
-»Je moet niet denken, dat ik mij mooi zal gaan kleeden voor boomen en
-beesten,” snauwde hij haar eens toe.
-
-»Dat moet je zelf weten Conrad. Ik kleed me zoo om mij zelf en om
-niemand anders.”
-
-»Je bent even koket als je nicht.”
-
-»Wanneer je dit koketterie noemt, dan zal ’t wel zoo wezen.”
-
-»En ik blijf zoo gekleed.”
-
-In de verte hoorde men paardengetrappel; de huisjongen kwam binnen met
-het bericht dat toewan besaar [14] en de nonna in aantocht waren.
-
-»Zal je nu volgens onze afspraak je gaan kleeden, Conrad?” vroeg
-Hermelijn bedaard, »je begrijpt dat je mij geen grooter beleediging
-kunt doen dan je vader en zuster in zulk een toilet naast mij te
-ontvangen.”
-
-»Trek je kabaja dan ook aan!”
-
-»Dat ben ik ’s middags niet van plan ooit te doen. Denk aan onze
-afspraak!”
-
-Conrad stond besluiteloos, maar hij bedacht zich na een poos en ging
-zwijgend heen.
-
-Intusschen was een geheele cavalcade genaderd; aan het hoofd daarvan
-reed de oude heer de Géran, nog kaarsrecht en ridderlijk, zooals zijn
-vader de keizerlijke kolonel zeker eens vóór zijn regiment had gereden,
-naast hem Corona op haar sneeuwwit paard; zij droeg een donkerblauwe
-amazone en een hoed met lange afhangende veer; achter hem herkende
-Hermelijn Thoren van Hagen, Guillaume en Conrad’s jongeren broeder
-Philip.
-
-Haar hart klopte van gemengde aandoeningen; zij was blijde
-menschenstemmen te hooren, bekende gezichten te zien na de doodsche
-stilte van haar bruidsdagen, maar zij schrikte terug voor een
-ontmoeting met de bewerkers van haar ongeluk, van Corona bovenal. Zij
-stapten af en Hermelijn ging hen met lachend gelaat tegemoet.
-
-»Ik ben nieuwsgierig hoe dat veinzen mij afgaat,” dacht zij vol
-bitterheid.
-
-De oude heer de Géran gaf haar een vaderlijken kus; terwijl hij haar
-eenigszins bezorgd aanzag.
-
-»Gaat het goed, kind?” vroeg hij.
-
-»O, zoo goed papa! Wat heeft u hier een heerlijk nestje voor ons
-gebouwd!”
-
-»Zoo bevalt het je, wel dat doet me genoegen, en Conrad?”
-
-»O Conrad, is zoo’n lieve jongen, hij is nog niet gekleed, verbeeld u
-eens!”
-
-»En verwachtte je ons, dat je er zoo keurig uitziet.”
-
-»Wel neen, maar Conrad wil me niet anders hebben.”
-
-Corona had Thoren’s hand aangenomen bij het afstijgen, haar gelaat
-schitterde van vreugde toen zij Hermelijn hoorde spreken.
-
-»Wel lief zusje, ben je tevreden?”
-
-»O ik ben u zoo dankbaar voor de ontvangst mij bereid, ik begrijp het
-wel, alles heb ik u te danken; ik erken overal uw teedere zorg en ik
-weet niet hoe mijn erkentelijkheid uit te drukken...” verzekerde zij op
-een toon, die Thoren van Hagen plotseling den schrik om het hart deed
-slaan.
-
-Niemand anders vermoedde echter welke geheime beteekenis zij in die
-woorden legde; zij was geheel de beminnelijke, vroolijke gastvrouw,
-alleen voor hem, die haar goed kende, al te opgewonden om natuurlijk te
-zijn, maar voor anderen, die nog niets van haar wisten, opgewekt, en
-gelukkig zoo als elke jonge vrouw het in de schoonste dagen van haar
-leven is.
-
-»Heb je de piano reeds geprobeerd?” vroeg Corona.
-
-»O zeker, alle avonden breng ik er een paar genotvolle uren aan door.”
-
-»En Conrad?”
-
-»Ik heb hem nog niet gehoord.”
-
-»Hij speelt toch heel goed.”
-
-»Maar nu luistert hij liever,” merkte Thoren van Hagen op.
-
-»Wij krijgen je toch ook te hooren, Hermelijn! Zondag kom je den heelen
-dag op ’t groote huis, dan is er zulk een drukte niet, want ze zijn
-allen weg op de muzikanten na.”
-
-»Bedoel je Portias en Kitty?”
-
-»Ja, hij heeft nog geen huis, zij wonen in een paviljoen op ons erf. We
-kunnen al die djankriks [15] niet onderhouden.”
-
-»Je hebt ook reeds zooveel te doen! Corona, ’t is geen wonder dat je er
-soms moe van wordt.”
-
-»Och ja, maar ik doe het met genoegen.”
-
-»O je dienstvaardigheid is boven allen lof verheven,” en zich tot haar
-schoonvader wendend, »wat mag ik u aanbieden, vindt u niet dat bij zulk
-een heugelijke gebeurtenis, als uw eerste bezoek ten huize van uw
-kinderen, de champagneflesch wel mag opengetrokken worden? Coen geeft
-me stellig gelijk.”
-
-Zij riep den huisjongen en beval hem glazen en angor-poef [16] te
-brengen; zij zag er vreemd uit, schooner dan ooit maar heel
-verschillend van vroeger; er lag een nieuwe uitdrukking op haar gelaat,
-men leert niet veinzen dan ten koste van zijn innigste, zijn heiligste
-gevoelens.
-
-Het gezelschap was vroolijk; Guillaume, die veel levendiger was dan
-August, maar zooals alle Gérans er het zwijgen toedeed als vader en
-zuster dicht bij waren, ging zijn broer opzoeken. Philip speelde met de
-honden en Corona vroeg Hermelijn of zij dat en dat wel had opgemerkt,
-of zij die bloemen niet recht Europeesch vond en of het haar keuze van
-muziek was, die zij had getroffen, of de boeken haar bevielen en of de
-sarongs niet mooi gebatikt [17] waren.
-
-»Ik vind alles even volmaakt, even mooi! Ik herhaal ’t je Corona, ik
-zelf had niet beter kunnen kiezen, o je bent de beste van alle
-zusters.”
-
-»’t Doet me pleizier, dat je het erkent, Hermelijn; zoo velen zijn er,
-die mij niet verstaan, die mij bedoelingen toeschrijven, welke mij
-altijd zijn vreemd geweest, en ik verzeker ’t je nogmaals, ik heb nooit
-iets anders op ’t oog, dan het geluk van hen, die me lief zijn.”
-
-»Zeker en daarom heeft u mij ook dit waarlijk éénige lot bereid!”
-
-Geen woord van haar ontsnapte Thoren van Hagen ofschoon hij schijnbaar
-een druk gesprek met den ouden heer voerde.
-
-»Ik hoop dat je er eens voor beloond zult worden, zooals je ’t
-verdient,” vervolgde zij, en de vriend harer jeugd brak plotseling zijn
-eigen woorden af en zag haar aan op eene wijze, die haar door de ziel
-sneed en bijna de zoo moeilijk veroverde zelfbeheersching deed
-verliezen.
-
-Maar de angor-poef werd binnengebracht en Hermelijn begon haar
-huisvrouwelijke plichten te vervullen.
-
-»Nog een oogenblik, we wachten onzen gastheer,” verzocht zij. »Hij
-maakt groot toilet, naar ’t schijnt!”
-
-Corona wiegelde zich in haar schommelstoel op en neer en tikte
-werktuigelijk met de punt van haar rijzweepje op den ruigen kop van
-Matjan, haar forschen Terre-Neuve, die zich niet wilde ophouden met de
-hazewinden van Conrad; een vergenoegd lachje speelde om haar lippen en
-blijkbaar vermoedde zij niet in de verste verte, den verborgen zin van
-Hermelijn’s woorden en haar werkelijke stemming.
-
-»We hebben gister een séance littéraire of liever ethnographique van
-mijnheer Thoren van Hagen gehad,” zeide zij tot Hermelijn. »Hij heeft
-van zijn Noordpooltochten verhaald.”
-
-»Is hij daar ook geweest?”
-
-»Weet je dat niet? ’t Was heel interessant maar ik kan hem niet
-uitstaan,” en zij sloeg Matjan zoo hevig, dat hij het spel voor ernst
-beschouwde, opstond, den ruigen kop schudde en haar grimmig aanzag.
-
-»Daar moet ge je aan wennen, Matjan,” zeide Corona lachend, »die ik
-liefheb, plaag ik het meeste.”
-
-»Zei u me iets?” vroeg Thoren van Hagen nabij komend.
-
-»U iets zeggen, wel neen, ik sprak met Matjan, hoe komt u er in ’s
-hemelsnaam aan?”
-
-»Ik dacht dat u mij aankeek.”
-
-»Ben ik niet vrij te zien, waarheen ik verkies?”
-
-»Even vrij als ik om u te vragen, of u mij noodig heeft.”
-
-Zij wendde het hoofd om en vroeg Hermelijn of ze samen naar binnen
-zouden gaan.
-
-Juist kwam de heer des huizes, thans goed gekleed, naar buiten.
-
-»Ha, Conrad, wat heb je ons laten wachten,” verweet Hermelijn.
-
-»Dag pa, dag Cor!” was de vrij koele begroeting die niemand echter
-vreemd scheen te vinden.
-
-»Nu je hier bent om de eer van het huis op te houden, ga ik met Corona
-naar de piano zien. Straks zal je wel de angor-poef laten opentrekken,
-een alleraardigste klanknabootsende naam, vind je niet, Thoren?
-Angor-poef, die Javanen weten het wel, Conrad zal me Javaansch leeren,
-niet waar Coen.”
-
-»De dispens is goed voorzien,” stotterde Conrad verlegen, om maar iets
-te zeggen.
-
-»Eindelijk een woord van waardeering,” zeide Corona.
-
-»O alles spreekt van Corona’s teedere zorgen. Ik weet niet hoe u uit te
-drukken, wat ik voor u voel,” sprak Hermelijn toen ze alleen waren,
-»zoo’n schitterende ontvangst, zulk een beeldig huisje, alles gevuld
-met nieuwe meubels, nieuwe kleeren, nieuwe eet- en drinkwaren. Hoe
-ondankbaar zou ik wezen als ik niet alles erkende.”
-
-»Ik ben tweemaal naar Samarang geweest om alles te bestellen en te
-koopen,” verklaarde Corona, nog steeds onder den indruk van Hermelijn’s
-woorden, waarvan zij den eigenlijken zin nog niet vatte.
-
-»Ik bewonder uw echt Europeeschen smaak.”
-
-»Ja, ik haat alles wat inlandsch is. Maar Conrad, hoe is hij voor u?”
-
-»Zooals ik het wenschen kan; voor onbescheiden oogen stroef en koel,
-maar als wij samen zijn, weet hij niet, hoe mij met liefkozingen te
-overladen; hij volgt mij met zijn attenties, meer dan ik had durven
-hopen zelfs na zijn hartelijke, lieve brieven.”
-
-Corona was min of meer verbijsterd; de uitslag overtrof haar
-verwachting maar toch.... toch....
-
-»Wij beleven zulke heerlijke wittebroodsweken, we zijn zoo gelukkig,”
-en plotseling met het hoofd tegen de kast der piano vallend, begon zij
-zacht te schreien.
-
-Niemand hoorde het dan Thoren van Hagen en Conrad, die plotseling zijn
-hoofd omwendde en naar binnen zag, maar dadelijk weer den blik met een
-onverschillige uitdrukking naar buiten richtte; Thoren stond echter op,
-als door een onweerstaanbare kracht gedreven en ging naar de
-binnenkamer.
-
-»Scheelt u iets? Misschien ben ik onbescheiden uw vertrouwelijk
-samenzijn zoo te storen!”
-
-»O neen Thoren, volstrekt niet!” zeide Hermelijn, met geweld haar
-tranen onderdrukkend, »ik schrei van aandoening, van geluk. Niet waar
-Corona, vertelde ik het je daar niet, hoe lief Conrad voor mij is, hoe
-gelukkig ik met hem ben, o zoo gelukkig! Als mijn vader eens den omvang
-kende van mijn geluk!”
-
-Conrad zat te beven op zijn stoel, maar hardnekkig bleef hij volhouden
-niet naar binnen te zien.
-
-»U heeft er alle eer van, u, die het bewerkte, want zonder uw raad,
-heeft Conrad gezegd, zou hij de vriendin zijner jeugd niet het voorstel
-gedaan nebben, hem te zoeken ver over de zee. Laat ons naar voren gaan
-en dan drinken op het geluk van het bruidspaar!”
-
-Zij streek met den zakdoek over de oogen en glimlachte weer. Corona was
-stil en in zich zelf gekeerd; zij twijfelde en voelde zich vreemd te
-moede; er was iets in Hermelijn’s uitbarsting, dat haar onnatuurlijk en
-zonderling voorkwam.
-
-De champagne werd gedronken en Hermelijn lachte met het zonderlinge
-vuur in de oogen, dat Thoren van Hagen zoo somber stemde; hij sprak
-geen woord, hij, die anders zoo levendig kon zijn. Ook Corona was
-nadenkend; tegen zeven uur kwamen de paarden weer voor; de voorrijders
-hadden flambouwen in de hand, er werd afscheid genomen, Corona sloot
-haar schoonzuster hartelijk in de armen, zonder te bemerken hoe zij als
-van afschuw rilde onder die omhelzing; de heeren reden vooruit, zij
-bleef achter met Thoren.
-
-»Hoe bevalt u uw zuster?” vroeg hij ernstig.
-
-»O, zij is een snoesje.”
-
-»Dat vraag ik u niet, ik wilde weten, hoe u denkt over haar... haar
-huwelijksgeluk.”
-
-»Van drie dagen?”
-
-»Van het begin hangt veel af.”
-
-»Zij schijnt overgelukkig, een beetje zenuwachtig. Ik heb daar geen
-verstand van, ik ken geen zenuwen.”
-
-»U heeft ze misschien nog niet gevoeld in uw kalm, gelukkig leven.”
-
-»Kalm, gelukkig leven, hoe weet u dat?”
-
-»Men is immers overeengekomen om het leven gelukkig te noemen dat kalm
-voortgaat en nergens tegenstand ontmoet. Ik wil niet zeggen dat dit nu
-juist mijn ideaal is, maar daarop komt het minder aan.”
-
-»Het mijne is ’t evenmin, ik overwin graag bezwaren.”
-
-»Ook ten koste van anderen?”
-
-»Hoe bedoelt u dat?”
-
-»Ik wilde niets anders zeggen, dan dat u zich dit genoegen niet mag
-gunnen, wanneer anderen voor uw overwonnen bezwaren moeten blijven
-staan. Het is u gelukt Hermelijn tot uw schoonzuster te maken, u
-verheugt zich over uw werk, maar vraagt niet, hoe zij er onder gestemd
-is?”
-
-»Is alles dan niet goed?”
-
-»Haar geheim is het mijne niet, en ik mis waarschijnlijk het recht om
-uit te spreken, wat zij met zooveel moeite wil verzwijgen maar het is
-toch beter dat u ’t weet: Hermelijn is diep ongelukkig, Conrad haat
-zijn vrouw, of hij haar waardig is kan ik niet beoordeelen, dat is aan
-u, maar ik dank den hemel, dat ik de verantwoordelijkheid niet draag
-van zulk een koppeling.”
-
-Corona zag hem met groote oogen aan, doch zij sprak geen woord; haar
-keel was als dichtgeschroefd.
-
-»Wat moet ik doen?” vroeg zij eindelijk op doffen toon.
-
-»U niet mengen in den strijd, welken zij te voeren heeft, misschien is
-er nog overwinning mogelijk.”
-
-»Waarom houdt Conrad dan niet van haar? Zij is zoo lief, zoo goed, zoo
-geheel anders dan alle meisjes, die hij ooit gezien heeft.”
-
-»Conrad heeft liever de bloem, die hij zelf koos, dan de diamant, die
-hem door een vreemde, misschien gehate hand, werd aangeboden.”
-
-»Ik geloof u niet, ze zijn zeer gelukkig,” verzekerde zij.
-
-»Zooals u wil,” antwoordde hij spottend.
-
-Zij gaf haar paard de sporen en verliet Thoren’s zijde om naast haar
-vader voort te rijden. Later aan tafel was zij opvallend bleek.
-
-»’t Gaat goed met de luidjes,” sprak de vader kennelijk tevreden, »ze
-zijn vroolijk en dol op mekaar.”
-
-»Goddank,” zei Kitty op een toon van ware verlichting.
-
-»Zou het stemmen zoo spoedig zijn gegaan?” vroeg Portias.
-
-Er was slechts een klein gezelschap aan tafel; Portias en Thoren hadden
-een druk gesprek over kunst; de eerste dweepte met Wagner en zijn
-toekomstmuziek, de andere verklaarde nog liever de gamelang in het
-gebergte te hooren. Corona luisterde zwijgend, haar blik wendde zich
-niet af van Thoren, een zonderlinge uitdrukking lag om haar mond; soms
-drukte zij de lippen op elkander dan weer sloeg zij de oogen neer, een
-enkele keer verfde een blos haar wangen, het was toen Thoren van Hagen
-haar vroeg:
-
-»Doet u niets aan de muziek?”
-
-»Ja, ik bespeel de viool.”
-
-»En u heeft ons nog geen proeve van uw talent gegeven.”
-
-»Een zeer groot talent,” verzekerde Portias.
-
-»Ik verlang geen complimenten van je,” zeide zij bits.
-
-»Gelukkig dat ik dan de waarheid reeds gezegd heb,” antwoordde hij
-kalm.
-
-»Mag ik zoo gelukkig zijn u van avond te hooren?” vroeg Thoren.
-
-»Neen, van avond niet.”
-
-»Ik ben erg nieuwsgierig het peil der muzikale ontwikkeling van onze
-nieuwe schoonzuster te leeren kennen,” hernam Portias.
-
-»Ze komt Zondag niet waar, Cor?” vroeg Kitty.
-
-»Ik verwacht ze tenminste.”
-
-»O, ze zijn nog te druk aan hun wittebrood.”
-
-»Niet ieder is zoo dwaas als jij en Kitty.”
-
-»Ja, wij zijn echte kinderen van weelde; ons roggebrood is nog niet
-gebakken.”
-
-»En hoelang is u getrouwd.”
-
-»Een jaar.”
-
-»Dertien maanden,” verbeterde Kitty.
-
-»En hoeveel dagen?” vroeg Cor spottend, »ik houd niet van menschen, die
-met hun geluk of ongeluk te koop loopen.”
-
-»Ook niet van hen, die ’t omkeeren en zoo laten zien?”
-
-»Ik kan geen raadsels oplossen. Is de post gekomen, papa? Mag ik eens
-kijken wat er is?”
-
-Toen zij kort daarna alleen op haar kamer was, viel zij op den divan
-neer, haar handen op de knieën gevouwen, de oogen onbestemd voor zich
-uit starend.
-
-Haar trouwe adjudant, Iteko, was haar gevolgd.
-
-»Scheelt er iets aan, juffrouw?” vroeg zij.
-
-»Iteko! Weet jij wat wroeging is?”
-
-Een soort van lach sperde Iteko’s lippen open bijna tot aan de ooren.
-
-»Gelooft u er aan?” vroeg zij.
-
-»Ik heb er van gelezen, Macbeth, die den slaap vermoordde, vreeselijk!
-’t Schijnt waar te kunnen zijn.”
-
-»Maar lieve juffrouw, hoe kan u daarvoor vreezen?”
-
-»Iteko, ik wil je geen verwijten doen, hoewel je me altijd gezegd hebt
-dat ik een goed werk deed door Conrad tot man te geven aan mijn
-nichtje.”
-
-»En zou ’t dat niet wezen?”
-
-»Ik weet het niet, ze was zoo vreemd, zoo opgewonden. Ik had gehoopt in
-haar een vergoeding te vinden voor die dwaze Kitty, die mij verraden en
-verlaten heeft om dien kwast. Hermelijn is allerliefst tegen mij en
-toch, ’t is of ik liever de bitterste verwijten hoorde dan dien blik
-van haar te ontmoeten.”
-
-»Heeft mijnheer van Hagen u iets gezegd?”
-
-»Hoe kom je daaraan!”
-
-»Ik weet het zelf niet, ik geloof, dat hij doodelijk van u is.” Corona
-barstte in een valschen schaterlach uit.
-
-»Iteko, Iteko, als een ander dat zei, ik zou hem vragen, of hij mij
-bespotten of beleedigen wilde. Hij heeft me niets anders dan
-onaangenaamheden gezegd.”
-
-En plotseling begon zij luid te snikken; Iteko, die zulke vlagen van
-haar meesteres kende, ging aan de tafel zitten, waarboven een lamp
-brandde en begon bedaard te schrijven, na de deuren gesloten te hebben.
-
-Corona schreide eenige minuten achter elkaar, met de heftigheid, die
-zij in al haar handelingen legde; ’t scheen echter dat de aanval langer
-duurde, dan Iteko gewoon was. Zij vroeg haar tenminste:
-
-»Wil u drinken?”
-
-Corona antwoordde niet en ging voort met snikken; langzamerhand begon
-het zachter en bedaarder te worden, totdat zij eindelijk geheel
-stilhield.
-
-»Zie zoo, dat heeft me goed gedaan! Ik was zoo bang dat de bui aan
-tafel zou beginnen,” sprak zij, »niemand dan jij, Iteko, vermoedt hoe
-zwak en meisjesachtig ik soms kan zijn. Geef me een glas limonade.”
-
-»Hij sprak van zenuwen,” ging zij na een oogenblik voort »zouden dit
-zenuwen zijn? Ik zal papa verzoeken hem weg te laten gaan. Ik vrees
-hem!”
-
-»Daar heeft u groot gelijk in, u moet op uw hoede zijn voor dien man.”
-
-»Waarom?”
-
-»Ik weet het zelf niet, maar ik voel, dat hij u ongeluk zal
-aanbrengen.”
-
-»Foei Iteko, je hebt mij altijd om mijn Indisch bijgeloof uitgelachen!
-Verbeeld je, dat hij me eens zoo had hooren aangaan, hij had gedacht
-dat het om hem was, en je weet zelf, dat ik zoo schrei alleen omdat ik
-niet anders kan, omdat het mij oplucht.”
-
-
-
-
-
-
-
-XIII.
-
-
-Nadat het gezelschap vertrokken was, bleven Conrad en Hermelijn alleen
-tegenover elkander.
-
-»Ik kan niet komedie spelen zooals jij,” sprak hij barsch.
-
-»Ik moet zooveel, wat ik niet kon,” antwoordde zij.
-
-»Maar begrijp je dan niet, hoe ik hun gelijk geef, hoe zij zich zullen
-verheugen omdat alles zoo goed is gegaan, omdat ik mij in mijn lot
-geschikt heb?”
-
-»En dus, daar mijnheer Conrad zoo zwak is geweest een stuk te teekenen,
-dat een huwelijks-contract heette, moest ik aan hem opgeofferd worden,
-moest ik voor de geheele familie de Géran mij laten behandelen als een
-verstooten vrouw, moest men mij beklagen, moest ik door ieder besproken
-worden? Neen, er is geen middenweg, je dient mij in hun bijzijn te
-behandelen als je vrouw, niet hartelijk, dat is hier niet noodig, maar
-tenminste mij niet beleedigen, zooals je op de heele reis hebt gedaan,
-of ik ga naar je vader en zeg hem, dat ik weiger met je onder één dak
-te leven, dat ik bedrogen ben door valsche brieven. Hij is een man van
-eer, aan dat bedrog heeft hij stellig geen schuld; mocht ik bij hem
-geen bescherming vinden, dan ga ik naar Samarang en klaag je allen
-aan!”
-
-»Voor mijn part kan je dat doen. Zij hebben het spel doorgedreven, de
-gevolgen zullen zij dragen.”
-
-»Maar je hebt je toestemming gegeven, dat wascht het water der zee niet
-af.”
-
-»Men heeft mij die afgedwongen.”
-
-»Zoo iets laat men zich niet afdwingen. De familie de Géran heet over
-geheel Java hoogst achtenswaardig en nobel, gehecht aan den godsdienst
-van hun adellijke voorouders, maar ik noem de dingen, die bij hen
-voorvallen, schandelijk en misdadig. En jij bent de schuldigste,
-Conrad!”
-
-»Ik?”
-
-»Ja! Je hebt mij je naam gegeven en nu weiger je mij je liefde, je
-vertrouwen; je zoudt het liefst mij willen verjagen uit je huis, mij
-mishandelen om je haat aan Corona bot te vieren, waarom mij dan
-getrouwd?”
-
-»Omdat, omdat ik medelijden had met Kitty.”
-
-»Met Kitty?”
-
-»Kitty wilde trouwen met Portias; zij was met hem gevlucht, omdat Papa
-zijn toestemming niet mocht geven; maar zij hebben hen achterhaald en
-toen werd zij opgesloten in haar kamer en nadat ik maanden lang had
-geweigerd om Corona’s wil te doen, heb ik eindelijk »ja” gezegd, op die
-voorwaarde alleen wilde Corona Papa verzoeken hun huwelijk toe te
-staan.”
-
-»Dus ik ben opgeofferd aan je broederliefde, ik die droomde van je
-trouwe herinnering aan mij, ik die zooveel illusiën had, maar ik zoek
-niet beklaagd te worden. Zeg me alleen wat je vader weet.”
-
-»Hij weet niets en hij mag het nooit weten! Hij weet niets van Kitty’s
-misstap, als hij ’t wist, en daarom... daarom wil ik dat je het
-verzwijgt.”
-
-»Alweer uit liefde voor je zuster! En denk je dan niet Conrad, hoe
-ongelukkig ik ben?”
-
-»Ongelukkig? en je hebt Corona zoo lief, en ze gaf je diamanten en
-zoo’n mooi huis en alles wat er in is. Paarden, rijtuigen, geen van ons
-allen heeft zooveel gekregen.”
-
-»Ik veracht haar.”
-
-»Ik geloof je toch niet. Je houdt niet van de Indischen, mijn moeder
-was een Nonna, geen Hollandsche als die van Corona; als je samen bent,
-lach je me uit.”
-
-»Op zulke laffe beschuldigingen verwaardig ik mij niet te antwoorden,
-dus je kiest mijn eerste voorstel.”
-
-»Ja, om Kitty.”
-
-»Natuurlijk, om wie anders! Laten we het leven dan maar in ’s
-hemelsnaam verder voortslepen. Goeden nacht, Conrad!”
-
-Hij stond besluiteloos; het was of er een stem in zijn hart opkwam, die
-sprak van vergeven of liever van vergeten. Hij was jong en had goede
-oogen; hij zag genoeg welk mooi en bevallig vrouwtje hij het zijne
-noemen mocht maar toch kon hij ’t niet over zich verkrijgen haar een
-vriendelijk woord toe te voegen.
-
-Het was hem niet mogelijk geweest Hermelijn anders dan onverschillig en
-onbeleefd te ontvangen, overtuigd als hij was dat zulk een houding
-Corona diep zou grieven; het liefst ware hij weggevlucht, verre van
-daar, doch de gedachte aan Kitty en Portias weerhield hem; alles zou
-dan uitkomen door Corona’s verbittering.
-
-Die vrees had hem zekere grenzen niet doen overschrijden; hij was in
-tweestrijd geweest tusschen zijn wensch om zijn zuster werkelijk te
-plagen en om aan den anderen kant haar toorn niet op te wekken, waarvan
-Kitty en Portias de slachtoffers zouden zijn.
-
-Hij had het plan eenigen tijd voor het oog der wereld met Hermelijn
-vereenigd te blijven en dan de een of andere reden te zoeken om haar te
-kunnen verlaten en misschien van haar te scheiden.
-
-In een opgewonden oogenblik, bezield door medelijden voor de
-troostelooze Kitty, die niets meer vreesde dan de verbittering van haar
-afwezigen, op het punt van grondbeginselen zoo strengen vader, had hij
-ja gezegd, maar dadelijk reeds had ’t hem berouwd en zijn doel was het
-thans die nicht van Corona te laten boeten voor den zedelijken dwang
-hem opgelegd.
-
-Hermelijn’s houding boezemde hem ontzag in; hij voelde zich tegenover
-haar geheel als kwajongen en om dat bewustzijn van zich af te zetten,
-beproefde hij onbeleefd te zijn, maar het ging hem slecht af. Als hij
-half gekleed tegenover haar zat, was hij niet op zijn gemak, hij
-schaamde zich, vond dat hij een belachelijk figuur maakte en was op
-zich zelf vertoornd, daar hij dit meende. Nu voelde hij zich nog dieper
-ongelukkig dan ooit te voren en achtte het vreeselijk Corona te moeten
-doen gelooven dat hij zich naar haar wensch schikte, maar toch ’t was
-of het niet meer zou gaan, Hermelijn in tegenwoordigheid van anderen
-onbeleefd te behandelen.
-
-Hij bleef alleen in de voorgalerij, er lag een boek op tafel, hij nam
-het op en zag het in; ’t was Fransch dat hij slecht verstond.
-
-Hoe geleerd was zij toch, misschien nog geleerder dan Corona, die vier
-talen sprak en hij haatte geleerde vrouwen omdat hijzelf niet had mogen
-leeren. Kort was hij maar in Europa geweest, omdat Corona het lang
-genoeg vond; alles beredderde zij, alles! Wie verzekerde hem dat die
-twee zich niet met elkander over hem en over zijn domme broers en
-zusters vroolijk maakten!
-
-Hij balde de vuisten en wipte in machtelooze woede op en neer.
-
-»We zijn poppen, niets meer! Corona met haar nicht zullen ons samen
-regeeren; ’t is niets, ’t zal altijd vroeg genoeg zijn om dienst te
-nemen naar Atjeh; maar ik wil me niet laten beetnemen door die blonde
-Hollandsche! Als ik haar zin doe is het omdat ik ’t ook het beste vind.
-’t Zal haar wat kunnen schelen hoe ik mij tegen haar gedraag, zij heeft
-haar mooie Fransche en Engelsche boeken, zij kan zingen en pianospelen,
-wat geeft het haar of ik stil en knorrig ben? Wanneer ik nog die mooie
-mijnheer was, die haar zoo goed schijnt te kennen, dan was het nog
-iets, maar ik, wat ben ik naast die deftige dames met al hun
-geleerdheid? Een eenvoudig Indisch meisje zou ik duizendmaal liever
-hebben gehad als ik toch moest trouwen.”
-
-Intusschen vond hij noch Poppie, noch Toetie naar zijn smaak en onder
-al zijn kennissen was er geen, die hij gaarne zijn vrouw had genoemd
-maar die Hermine in ’t geheel niet. Vroeger, in Holland, was zij wel
-aardig geweest, maar zijn herinnering daaraan scheen zoo flauw. Bij
-haar was zij levendig gebleven; de tijd, toen zij als ziekenoppasster
-had gespeeld, rekende in haar leven, bij hem waren de indrukken snel
-door andere verdrongen, en er bleef nu weinig meer van over.
-
-Dat hij ’t blonde meisje eens lief had gevonden, kon mogelijk zijn,
-maar toen wist hij niet dat zij de nicht van Corona was of liever hij
-wist nog weinig van Corona af; haar trouwen was nog ver van haar lief
-vinden en zoo matte hij zijn gedachten af, terwijl Hermelijn ook
-slechts aan hem dacht en aan de treurige rol, die zij hier kwam spelen.
-
-Een enkele lichtstraal ontdekte Hermelijn in haar duistere toekomst:
-Conrad had Kitty lief, Conrad was vatbaar voor teedere aandoeningen,
-voor zelfopofferende liefde; als hij haar eens leerde beminnen...
-mettertijd, zooals Portias zeide.
-
-Wat zij het meeste vreesde, zou zijn te moeten erkennen dat Conrad een
-onbeduidende knaap was, haar liefde geheel onwaardig; met die erkenning
-zou alles onherstelbaar verloren zijn, maar zoolang zij hem nog bleef
-liefhebben, zoolang zij in haar hart nog belang kon stellen in den
-onbuigzamer, wilden jongen, zoo lang was alle hoop niet verloren.
-
-»Waar liefde is, daar blijft ook leven; ik wil strijden en ik zal
-overwinnen,” dit besloot zij vast.
-
-Intusschen had hij het boek voor zich genomen en las.
-
-Het waren verzen van Lamartine; slechts enkele woorden wist hij te
-vertalen; hij ging naar zijn kamer en haalde een versleten dictionnaire
-voor den dag, die ergens onder zijn weinige boeken stond.
-
-Woord voor woord begon hij te zoeken, het vers scheen hem te boeien.
-»Bonaparte” was het gedicht waarop zijn aandacht viel. Dat was niet
-flauw, dat sprak niet van liefde, en wat zijn vrouw kon lezen, dat
-wilde hij ook verstaan.
-
-»Waarom niet? Hij was niet dom zooals August en de kinderen van de
-laatste stiefmoeder; maar hij had niet geleerd, daar kwam zijn domheid
-vandaan; Cor vond het veel gemakkelijker als haar broers en zusters dom
-bleven, dan durfden zij haar niet tegenspreken.”
-
-In alles zag hij haar werk en zoo zat nog midden in den nacht de jonge
-echtgenoot Fransche woorden te vertalen, en verheugde zich als hij een
-paar regels zonder dictionnaire kon lezen.
-
-Bonaparte was gelezen en nu vond hij een ander gedicht: »Le Lac”.
-
-Dat had Kitty gezongen, hij herkende de woorden, dit was toch knap
-geweest; neen, hij begon pleizier in zich zelf en in zijn vorderingen
-te krijgen. ’t Ging goed, de avond was omgevlogen, als hij dit meer
-beproefde, dan behoefde hij zich tenminste in zijn gedachten niet
-beschaamd tegenover zijn vrouw te gevoelen.
-
-Den volgenden morgen verscheen hij niet aan het ontbijt en ’t was voor
-Hermelijn een verlichting, zijn boos, zwijgend gelaat niet tegenover
-zich te hebben; haar plan was gevormd, zij wilde haar leven zoo bezig
-mogelijk inrichten om geen tijd tot veel nadenken te hebben.
-
-Het opzicht over het kleine huishouden, de zorg voor haar bloemen en
-vogels, het maken van handwerken en vooral het lezen en de muziek
-vulden afwisselend haar dagen; zij ging haar weg en bekommerde zich
-volstrekt niet om Conrad. Hij bracht den morgen in de koffietuinen
-door, jaagde, en reed; wanneer het regende bleef hij t’huis zagen;
-lezen deed hij alleen, wanneer zijn vrouw naar haar kamer was; hij
-vreesde niets meer dan dat zij hem op zulk een misdaad betrappen zou,
-overigens legde hij haar niets in den weg; zij gingen bedaard naast
-elkander, de gedachten van den eene steeds met de andere vervuld en
-toch schijnbaar, als merkten zij niets van elkaars bestaan.
-
-Toen het Zondag was, zeide Conrad ’s morgens:
-
-»Wij moeten vandaag naar het groote huis!”
-
-»Om hoe laat?”
-
-»Om tien uur!”
-
-»Ik zal klaar wezen.”
-
-Zij kleedde zich met nog meer zorg dan anders, geheel in Europeesch
-wandeltoilet met een veeren toque op, een voilette vóór, glacé
-handschoenen en een licht manteltje om.
-
-Natuurlijk was zij allerliefst, maar de uitdrukking in Conrad’s oogen
-werd er niet beter door; hij had zich ook op zijn Zondagsch gekleed en
-zooals zij daar in de voorgalerij gereed stonden om in het rijtuig te
-stappen, was er geen mooier, jeugdiger paar te denken, alleen zou men
-bij hem zoo gaarne dien geheimzinnigen gloed hebben gevonden, welken
-slechts de liefde kan geven en bij haar dien schalkschen, innig
-gelukkigen blik, bij de jonge bruid te voorschijn geroepen door de
-warmte, door dezen gloed uitgestraald.
-
-Zij stapten in en reden altijd door zwijgend naar Ngaroengan. Toen zij
-daar aankwamen, waren Guillaume, zijn vrouw en een paar kinderen er
-ook; Portias en Kitty, verder het jongere geslacht, Corona en haar
-vader.
-
-Het jonge paar werd met vreugde ontvangen, Hermelijn was vriendelijk,
-beleefd, opgeruimd, Conrad zooals men van hem gewoon was. Thoren van
-Hagen was uit rijden gegaan en nog niet terug. Met zekeren schroom
-naderde Corona haar schoonzuster.
-
-»Ben je nu kalmer?” vroeg zij.
-
-»O ja, ik ben zoo kalm!”
-
-»’t Doet mij genoegen; nu zal je ruim gelegenheid hebben met je nieuwe
-familie kennis te maken.”
-
-»De kennis met de voornaamsten heb ik reeds gemaakt.”
-
-»Wil je zeggen, dat aan de rest niet veel gelegen is! Je bent
-ondeugend, Hermelijn!”
-
-»O neen! dat is mijn bedoeling niet. Ik ben overtuigd dat er een
-hemelsbreed verschil zal zijn tusschen de leden, die ik leerde kennen
-en de anderen, wier bestaan ik slechts vermoed!”
-
-»Nu, dan zal je over dat verschil in persoon kunnen oordeelen. Zal ik
-je op de hoogte brengen van de exemplaren, die op het oogenblik hier
-zijn?”
-
-»Zeer gaarne.”
-
-»Daar heb je Guillaume, een vroolijke, luchthartige jongen, die niet
-boos kan zijn, niet koppig, niet lui is, niet liegt, een uitzondering
-in de Indische Maatschappij.”
-
-»Een volmaaktheid?”
-
-»Volmaaktheden kennen we hier niet, en niets is ook vervelender dan
-volmaaktheden; hij is nonchalant in de hoogste mate, lichtzinnig,
-droomt van dansen, feestvieren, als hij goed maar slordig gewerkt
-heeft; Toetie zijn vrouw is zijn tegenbeeld, een blonde nonna, wat ik
-afschuwelijk vind. Zie maar eens hoe hardgeel haar tint is en hoe die
-haren bijna dezelfde kleur hebben. Je zult altijd zacht, mooi vel
-houden Hermelijn, en je haren zijn te donker, te warm blond dan dat men
-ze niet van je huid zal kunnen onderscheiden. Toetie, of wil je liever
-Adolphine, is lastig van humeur, klaagt over alles, is bijna altijd
-ziek, heeft stoute kinderen, die de vader bederft, en die zij
-verwaarloost. De oudsten wonen hier, en deelen met hun kleine ooms en
-tantes de lessen van juffrouw Iteko, onder mijn toezicht.”
-
-»Dus zijn ze slecht gepaard!”
-
-»Ik weet het niet! Ze kunnen het met mekaar vinden.”
-
-»Maar hoe?”
-
-»Hoe!”
-
-»Ga voort Corona, ga voort! Ik begrijp dat het kleinigheden zijn,
-waarmede uw machtige, veel omvattende geest zich niet kan bezig houden.
-Als u wist, hoe ik u bewonderde.”
-
-»Ik wilde dat je mij liefhadt.”
-
-»Liefde, och kom! Wat is liefde, een stemvork, zegt Portias.”
-
-»Een flauwe aardigheid! Die man, Hermelijn, heeft de gave mij buiten
-mij zelf te brengen van ergernis, verbeeld je eens.... interesseert je
-die geschiedenis?”
-
-»Boven alle beschrijving.”
-
-»Nu dan, José Portias is van Spaansche of Portugeesche afkomst, hij gaf
-in Amsterdam muzieklessen voor ƒ 1 per uur, ƒ 1 denk eens aan, een
-gulden.”
-
-»Dat gaat nog al, dat is tegenwoordig zoo duur niet....
-
-»Wat duur! ’t Is belachelijk goedkoop, je ziet, wat een hongerlijder,
-een knoeier hij moet zijn; maar toch scheen hij nog geen lessen genoeg
-voor dat beetje geld te kunnen krijgen, of hij voerde iets minder moois
-uit, want hij nam dienst als militair. Door zijn vioolspel trok hij de
-aandacht te Samarang, maakte opgang, en werd door papa in staat gesteld
-zich vrij te koopen en daar ik mij gaarne wilde volmaken op de viool,
-verzocht papa hem te kwader ure hier te komen wonen, en de muzikale
-opleiding van de kolonie op zich te nemen. Dat is nu het verleden van
-dien heer.”
-
-»Hij mag zich dus niet in uw gunst verheugen?”
-
-»Hij? Ik veracht hem, dat insekt! Toen hij hier kwam was Dolly juist
-getrouwd; Kitty nog pas vijftien jaar. Ik hield veel van haar!”
-
-Corona’s stem beefde een weinig.
-
-»Ik dacht haar de beste van allen. Zij was jong en ziekelijk toen haar
-moeder stierf.”
-
-»De moeder van Conrad?”
-
-»Juist, ’t is moeilijk moeders en kinderen uit mekaar te houden, vind
-je niet? Maar met een beetje geheugen komt men er wel! Nu, ik gaf
-weinig om haar, misschien ben ik geen modelstiefdochter geweest, later
-heb ik haar eerst gewaardeerd toen ik mijn stiefmoeder No. 2 kreeg, een
-dwaas, onzinnig schepsel. Maar Hélène had mij de liefde van mijn vader
-ontstolen. O, ik was alles voor hem, hij alles voor mij, toen hij
-hertrouwde.”
-
-»En hoe oud was u toen?”
-
-»Nog geen zes jaar.”
-
-»En reeds jaloersch op uw vader! Geen wonder dat u nu ieder overtreft,
-als u reeds zoo vroeg rijp was.”
-
-»Ik ben nu ruim zes en twintig! Ik schaam mij niet mijn leeftijd te
-zeggen; voor mij is het geen schande zoo oud te zijn, wel voor de
-mannen, dat er onder hen geen is, dien ik waardig keur mijn meester te
-worden. Waarover spraken we ook? O ja, over Kitty’s moeder, zij stierf
-bij de geboorte van Margot.”
-
-Corona zocht naar woorden, ’t scheen dat dit onderwerp haar moeite
-kostte om aan te roeren.
-
-»Er is maar een ding, dat ik meer haat dan stiefmoeders, het zijn
-zwagers. Mijn stiefmoeder was dood en de vijfjarige Kitty werd mijn
-kind; ik was toen dertien en nog grooter dan Margot nu is, en had reeds
-twee huwelijksaanzoeken gehad. Alles had ik voor Kitty over; altijd
-waren we samen; ik heb haar alles geleerd wat zij kan, en zij is
-verreweg de meest ontwikkelde van allen; zij was dol op mij, nooit
-waren we gescheiden. Ik was misschien getrouwd indien het mij niet te
-veel had gekost haar te missen. Cor’s schaduw werd Kitty genoemd en
-nu... kan zij mij niets meer schelen, niets.”
-
-Zij sprak die laatste woorden sissend uit, haar oogen schoten vonken,
-haar handjes balden zich tot vuisten.
-
-»Hoe is die groote liefde zoo in onverschilligheid veranderd?” vroeg
-Hermelijn, met iets spottends in de stem, dat Corona echter niet
-opmerkte.
-
-»Portias kwam hier; hij logeerde in het paviljoen, waar ook Akkeveen
-had gelogeerd, mijn zusters hebben ’t op meesters voorzien, nu zullen
-er geen Ngaroengan meer betreden. Iteko moet die aspirant-zwagers
-vervangen.”
-
-»En u behoeft in haar geen schoonzuster of stiefmoeder te vreezen?”
-
-»Daarom heb ik ze gekozen. Ik heb een advertentie in de courant laten
-plaatsen. »Een gouvernante gevraagd, vereischten: zeer geleerd en
-buitengewoon leelijk.” Een enkele schreef er op en zij bezat die
-vereischten in de hoogste mate, maar ik dwaal telkens af. Portias gaf
-mij les en werd natuurlijk verliefd op mij. Bah, ’t is zoo afgezaagd,
-er kan hier geen meester, geen logé komen, of hij gaat heen, omdat hij
-zich aan mij declareerde, ’t is vervelend.”
-
-Zij wrong haar zakdoek in elkaar en fronste de wenkbrauwen.
-
-»Nu maak u zoo boos niet. Ik kan u toch niet beklagen.”
-
-»Dat is trouwens niet noodig. Portias componeerde muziekstukken en
-droeg ze mij op, ik zong de wijs met de dwaaste woorden, toen sprak hij
-van zelfmoord en Kitty kreeg medelijden met hem; zij begon die mopjes
-voor hem te zingen en ik lachte, domoor die ik was; ik plaagde haar met
-Portias, eerst vond zij het aardig, later niet meer, zij werd stiller
-en nog veel hartelijker tegen mij dan anders en eindelijk kwam het
-hooge woord er uit: Portias had zijn liefde overgebracht op haar en ook
-zij beminde hem.”
-
-»Wat zal dat kind een storm hebben doorstaan.”
-
-»Ik was radeloos; nu vertellen die lafaards, dat ik Kitty wilde laten
-trouwen met den resident, maar dat is niet waar, ik trachtte zijn
-aanzoek te doen dienen als reddingsplank, want ik vond het idee van
-Kitty’s huwelijk reeds als kind vreeselijk. Toen de resident zag, dat
-ik niet te bewegen was hem te trouwen, verzocht hij mij een vrouw uit
-mijn hand.”
-
-»Een bewijs voor uw roem als vrouwenzoekster.”
-
-»Och ja, ik moest de jongens getrouwd krijgen zooals ik voor
-gouvernantes en gouverneurs zorgde. Liever gaf ik Kitty aan hem dan aan
-Portias, maar het hielp niets; zij stond tegen mij op, zij sprak
-bittere woorden tegen mij, haar moederlijke zuster; was dat niet hard,
-Hermelijn?”
-
-»’t Gebeurt dagelijks.”
-
-»’t Ergste kwam nog, Papa was naar Batavia voor drie maanden.
-Correspondentie met hem was niet te houden, op alle brieven antwoordde
-hij slechts met telegrammen; daarbij had ik de zorg voor Kitty geheel
-op mij genomen, ik wilde Papa er niet over schrijven. Allen stonden aan
-haar zij; niemand mocht Portias lijden, zoolang hij mij het hof maakte,
-nu gaven allen hem en Kitty gelijk. Ik sloot haar op en op zekeren
-morgen was zij met hem verdwenen. Portias had haar geschaakt, Akkeveen
-vergezelde hen voor het fatsoen. Ik liet mijn paard zadelen en zette ze
-na, en vond ze in het logement van de hoofdplaats. Portias en Akkeveen
-namen een hoogen toon aan, maar ik bedreigde hen met de politie en
-maakte Kitty zoo bang, dat zij gewillig met mij terugging.”
-
-»En toen heeft u uw toestemming gegeven?”
-
-»Wat kon ik anders doen? Zij was gecompromitteerd en vader bleef nog
-afwezig.”
-
-»Keurde hij hun huwelijk goed?”
-
-»Wat ik goed vind, is hem uitstekend. Ik heb hem zelfs zijn derde vrouw
-aangewezen, toen ik ’t raadzaam achtte dat hij hertrouwde.”
-
-»En zij is u tegengevallen?”
-
-»Ja, zooals alle anderen; mijn beide schoonzusters zijn
-onbeduidendheden; Sophie, August’s vrouw kan heerlijk koken, goed
-naaien, goed huishouden. Ze eten het meest en verteren het minst maar
-overigens is zij een plant, August een etende steen, ze komen juist bij
-mekaar. Hun kinderen zijn mirakels van domheid; vijf zijn er nu hier.
-Dan heb je Akkeveen, een luie, lastige parvenu; toen hij nog
-onderwijzer was, vond ik hem een geschikt mensch, niet kwaad voor
-Dolly, die goed en vlug is, maar niet zoo graag studeerde als Kitty;
-hij zal haar nog veel kunnen leeren, dacht ik en werkte het huwelijk in
-de hand; nu is zij een arme tobster geworden, die dag en nacht met haar
-kinderen sjouwt, terwijl haar man niets doet dan rooken, slapen,
-brommen en mij tegenwerken. Je ziet, dat ik geen reden heb mij te
-verhoovaardigen over mijn omgeving.”
-
-»Je hebt zooveel andere redenen om dat te doen, Corona!”
-
-»Meen je dat? Tot nu toe geloofde ik, het op een aardige hoogte
-gebracht te hebben met de viool, maar weet je wat die onuitstaanbare
-aanmatigende vriend van je zei, nadat hij me gehoord had. »’t Is hoogst
-merkwaardig een vrouw zoo te hooren spelen.” Dus als het een man
-geweest ware, zou het middelmatig zijn. Ik spreek hem niet meer aan.”
-
-»Daarom?”
-
-»Niet juist daarom, maar omdat ik hem niet lijden mag. Ik wil
-voorzichtig tegenover dien man wezen. Kan je hem geen wenk geven om
-heen te gaan?”
-
-»’t Is niet aan mij dat te doen. Ik heb hier niets te zeggen.”
-
-»Wat, je hebt hier veel, zeer veel te zeggen. Jij bent de eenige
-schoonzuster, die ik onze familie waardig acht.”
-
-»O, ik zal u nog meer tegenvallen dan de anderen; ik verdien zulk een
-eer niet.”
-
-»Van avond zullen we musiceeren; als die Thoren er maar niet was!”
-
-»Hij zal zich wel laten hooren, hij speelt geniaal piano ofschoon hij
-’t nooit leerde.”
-
-»Hij doet alles geniaal, schijnt het. De broers noemen zijn schieten op
-jacht geniaal, papa roemt zijn algemeene kennis, zelfs van de cultures
-en ik vind zijn manier van doen geniaal pedant.”
-
-
-
-
-
-
-
-XIV.
-
-
-»Je hebt een pracht van een vrouw, Conrad,” zei Guillaume. »Ik heb nog
-nooit een tweede gezien, zoo lief, zoo vriendelijk.”
-
-»Dat schijnt Cor ook te denken,” zeide de gelukkige echtgenoot kortaf,
-»dadelijk heeft ze haar meegenomen naar die hoek-canapé en haar mond
-staat geen oogenblik stil.”
-
-»Waarom sta je dat toe, Coen? Als ik je was, liet ik haar geen
-oogenblik met de prinses alleen! Zij heeft haar zondagsch humeur van
-daag niet, van morgen bij het kerkhouden liet zij de juffrouw een preek
-voorlezen van wel twaalf bladzijden lang, en toen Jantje van August en
-mijn Njo daarbij in slaap vielen, kregen zij voor vandaag huisarrest op
-droge rijst, kassian!”
-
-»Maar hoe kun je dat toelaten? vraag ik op mijn beurt.”
-
-»Jij zult ook wel toegeven, als je zoover bent. Ik kan dat gezanik niet
-uitstaan; je begrijpt dat Toetie of Kitty wel zorgen zullen dat de
-kinderen het noodige krijgen. Ik kan die eeuwige ruzie niet velen.
-Apaboleh boeat?” [18]
-
-»Dat is jelui lijfspreuk, dat heeft August me ook al gezegd.”
-
-»Maar jij bent pas getrouwd, je vrouw weet nog van niets. Hoe minder
-zij met Corona omgaat, hoe beter.”
-
-»’t Kan me niets schelen!”
-
-»Heb je nog de bokkenpruik op? Beken toch dat Cor goed voor je
-uitgezocht heeft. Leek Toetie maar half op haar! Zeg eens, wat is dat
-een flinke vent die Thoren, vind je niet?”
-
-»Ik kan er niet over oordeelen, ik heb hem nog niet gesproken.”
-
-»Hij kan van alles, maar het meeste schik geeft het mij, als ik zie hoe
-hij Cor aandurft! Gisteravond heeft zij na lang bidden eindelijk viool
-gespeeld; Portias accompagneerde haar, zie je, ’t klonk prachtig, ik
-kon niet anders zeggen en hij gaf haar toch een compliment dat geen
-compliment was. Ik dacht een oogenblik dat zij de viool stuk zou slaan
-op zijn hoofd, maar ze hield zich in, en van morgen wenschte zij hem
-nauwelijks goeden morgen!”
-
-»Als ieder zoo bang niet was voor haar, zou zij niet zooveel durven.”
-
-»Ik geloof dat zij papa erg opstookt tegen Portias; de arme kerel
-krijgt toch niet meer dan alles vrij en f 50.”
-
-»Hij klaagt toch niet.”
-
-»Wel neen, hij zei me gisteren. »’t Doet me genoegen; papa en Corona
-zullen langzamerhand overtuigd raken, dat ik mijn Kitty wou hebben
-alleen omdat ik haar lief had, en niet omdat zij de dochter van de
-rijke Gérans is.” Zoo iets moest Akkeveen overkomen, die heeft nooit
-genoeg naar zijn zin. Maar vertel me nu eens wat van je vrouw! Hoe
-prettig voor je dat het zoo uitgevallen is; ze is niet alleen mooi maar
-goed bovendien. ’t Doet mij pleizier voor jou, je hebt het verdiend aan
-Kitty.”
-
-De goede Guillaume was geen scherp opmerker en het somber zwijgen van
-zijn broer op dien gelukwensch viel hem niet op; er kwamen een paar
-kleine jongens langs, hij pakte er een beet, wierp dien in de hoogte,
-ving hem met de schouders op en draafde de voorgalerij zoo door tot bij
-de canapé, waar Corona en Hermelijn nog zaten.
-
-»Heb je geen moeite om al die kinderen te onderscheiden?” vroeg
-Hermelijn.
-
-»Ik ken mijn eigen er nauwelijks uit,” antwoordde hij lachend. »Laat
-eens kijken, is dat er een van mij, óf is ’t een broertje of een
-neefje. Hoe heet je, vent?” en hij keek naar boven.
-
-»Herman.”
-
-»Dien heb ik niet, dat is een zoon van August, geloof ik! Die kneuter
-daar is zijn oom, een heuveltje in vergelijking van Dora August.”
-
-»En de uwe?”
-
-»Lientje, daar komt ze aan. ’t Is No. 3 van de zes, mijn jongste is elf
-weken; ja, de klapperboomen zitten hier vol kleine Gérantjes, men heeft
-ze maar voor het plukken.”
-
-»Iteko,” riep Corona, die opgestaan was en naar de binnengalerij
-wandelde; zij had een lange, slepende grijze peignoir aan met
-donkerroode opslagen gegarneerd, een bloedkoralen kam in de hoog
-opgestoken haren, bloedkoralen groot als duiveneieren om hals en armen.
-
-»Zeg me toch eens, wat voor wonderlijke naam dat is?” zei Hermelijn.
-
-»Iteko, bedoelt u? Wel, dat is Margaretha Jacoba, heb ik eens gehoord.
-’t Is een goed mensch die juffrouw! Zij leert de kinderen van alles, en
-bemoeit zich niet met onze zaken, Corona behandelt haar als een meid en
-als een koningin.”
-
-»Iteko,” vroeg Corona, toen het bultje voor haar stond, »waar blijft
-Margot van morgen?”
-
-»Zij is met meneer Philip, meneer Portias en meneer Thoren uit rijden
-gegaan.”
-
-»Zonder mijn verlof op Zondag. ’t Is goed! Zeg haar dat zij vandaag de
-kamer niet verlaat.”
-
-»Ook niet voor het eten?”
-
-»Neen.”
-
-Op hetzelfde oogenblik kwam van den achterkant het viertal het erf
-oprijden. Margot, die zich dol geamuseerd had, omdat »meneer Thoren zoo
-aardig kon zijn” had dicht bij huis plotseling gewetenswroegingen
-gekregen.
-
-»Niet daar boven langs, onder langs, dan komen wij niet van voren aan,”
-bad zij.
-
-»En waarom dan, juffrouw Margot?” vroeg Thoren.
-
-»Ze is bang voor Cor,” verklapte Philip, »zij heeft haar geen permissie
-gevraagd.”
-
-»Ik ook niet,” zei Portias, »en jij Philip?”
-
-»O bij de jongens komt het er niet op aan,” sprak het meisje weemoedig.
-»Maar voor de meisjes is zij zeer streng.”
-
-»Kom, het zal zoo erg niet wezen; zullen wij haar ontevredenheid niet
-tarten?”
-
-»Och neen, neen, doe het niet! Ze is vandaag toch niet goed gehumeurd.”
-
-»Niet, en waarom?”
-
-»Omdat u haar gisteravond geen mooi compliment heeft gegeven over haar
-vioolspelen,” zeide het meisje schalksch lachend.
-
-»Foei Margot, foei enfant terrible!” verweet Portias haar.
-
-»Kom, je zoudt me nog ijdel maken Margot, waarom zou juffrouw Corona
-vragen naar mijn meening; als het nu nog die van Portias was.”
-
-»O, dat is oudbakken brood, ’t is een straatdeun,” verklaarde deze
-oprecht.
-
-»Gaan we nu door den klappertuin?”
-
-»Zullen wij de kleine meid haar zin geven, Portias?”
-
-»Ik ben geen kleine meid meer!”
-
-»Neen, een aardige, groote heks.”
-
-»Och ja, laat ons maar links inslaan, Thoren.”
-
-Nauwelijks kwam Margot, die er in haar lange zwarte amazone met haar
-rijhoedje op, reeds geheel als een volwassen dame uitzag, de trap der
-achtergalerij op of Iteko kwam haar tegen.
-
-»Foei Margauw,” begon zij op haar zoetsappigsten toon, »hoe heeft u dat
-kunnen doen?”
-
-»Weet Cor...”
-
-»Ja en nu mag u den heelen dag niet uw kamer verlaten.”
-
-Margot had verscheidene prettige plannetjes voor den Zondag en nu werd
-daaraan op zoo onverwachte wijze een eind gemaakt.
-
-»Cor is een gek!” riep zij, en vergetend dat zij gaarne voor een
-verstandige, groote meid werd aangezien, wierp zij haar hoed en zweep
-op den grond en begon hardop te schreeuwen en te stampvoeten, terwijl
-zij in haar kamer verdween.
-
-»Ze zijn allemaal hetzelfde, die inlandsche kinderen,” mompelde
-juffrouw Iteko, hoed en zweep gedwee opnemend.
-
-Juist kwam Thoren ook binnen.
-
-»Hoorde ik Margot daar niet aangaan?” vroeg hij.
-
-»Och ja, zij is wat verdrietig mijnheer, zij heeft kamerarrest
-gekregen.”
-
-»Omdat ze uit rijden is geweest?”
-
-»Ik denk het wel mijnheer.”
-
-Thoren van Hagen en Portias gingen naar de voorgalerij en maakten hun
-opwachting bij de dames; Corona was statig en koel en verwaardigde ze
-nauwelijks met een blik; Thoren van Hagen sprak haar evenmin aan en
-onderhield zich met Hermelijn.
-
-Hij zat tegenover haar op een klein tabouret en vroeg hoe het Indische
-leven haar beviel; Conrad stond op eenige stappen afstand en luisterde
-zonder het te willen doen blijken.
-
-»Java is een paradijs,” sprak zij bitter, »maar niet ieder kan het
-waardeeren.”
-
-»Nu, ik blijf voorloopig hier.”
-
-Corona hief ’t hoofd op en zelfs Conrad’s aandacht scheen opgewekt.
-
-»Hier blijven Iwan?” vroeg Hermelijn.
-
-»Ja, ik heb een verrukkelijk plekje gevonden, waar het goed is te
-rusten; daarvoor reis ik de aarde rond om er een plaats te vinden, waar
-ik gaarne zou blijven, tot... het mij verveelt.”
-
-»En waar is die bevoorrechte plek?” vroeg Corona scherp.
-
-»Bij het meer Ngaroe, in het huis van Bremmers,” haastte Philip zich te
-zeggen.
-
-»Kinderen moeten wachten tot hun iets gevraagd wordt: Hou je stil,”
-beval Corona.
-
-»De jongeheer heeft het beter gezegd dan ik het zou kunnen. Dat namen
-onthouden is mijn kracht niet; ja, ’t is een heerlijk romantisch punt,
-ik zal ’t huis huren en laten inrichten.”
-
-»Wie weet voor hoe korten tijd?”
-
-»Men moet het oogenblik vasthouden, ’t gaat zoo snel voorbij. Ik vind
-dien inval kostelijk en zou hem niet willen verliezen; morgen ga ik
-naar de hoofdplaats en vandaar naar Samarang om meubels en een piano te
-koopen.”
-
-»Hij is niet wijs,” mompelde Corona binnensmonds en zocht toen haar
-vader op, die rustig in den anderen hoek der galerij zijn courant las.
-
-»Papa,” sprak zij, »is het huis van Bremmers nog niet verhuurd?”
-
-»Neen kind, wie zou het willen huren?”
-
-»Ik hoor, de mijnheer, die u uit Samarang mee heeft gebracht. Staat u
-dat toe?”
-
-»Verhuren zal ik ’t hem niet, maar hij kan het bewonen als hij het
-verlangt.”
-
-»Doe me pleizier en weiger ’t hem.”
-
-»En waarom? Thoren van Hagen is een ontwikkeld, aangenaam mensch, een
-goede omgang voor je broers.”
-
-»Doe ’t niet!”
-
-»Maar Corona, geef een reden op!”
-
-Zij beet zich op de lippen; iets boosaardigs glimde in haar oogen, maar
-dadelijk sloeg zij ze neer en antwoordde niets anders dan:
-
-»U moet het zelf weten, als er ongelukken van komen.”
-
-»Kom, kind, wees verstandig! Wat voor kwaad zou het geven?”
-
-Hij zette zijn lectuur voort, en zij verwijderde zich.
-
-Intusschen gaf Thoren met vuur een beschrijving van het plekje dat hem
-geboeid had.
-
-»’t Lijkt een tooversprookje zoo romantisch, zoo wild; verbeeld u,
-Hermelijn, een meer groen als een smaragd, omsloten door hooge rotsen
-aan eene zijde, waaruit slingers van woekerplanten met groote,
-pluimachtige bloemen bevallig neerhangen en dikke boomen zich door de
-spleten wringen om dan hun takken droomerig in het water te laten
-slepen; eilandjes, die groote bonte bouquetten lijken, verstrooid over
-het water, aan de andere zijde hooge waringins en alang-alang, die het
-in gele planken opgetrokken paviljoen, bijna geheel verschuilen. Uw
-villa is mooi, maar de mijne wint het toch!”
-
-»Altijd even grillig, Iwan!”
-
-»Och ja, met grilligheid bevind ik mij het beste; ik hou niet van lang
-vastgestelde plannen, van uitgewerkte levensprogramma’s, van wissels op
-de toekomst. Elke dag brengt zijn eigen lief en leed.”
-
-»Gelukkig, die zich de weelde veroorloven kan er grillen op na te
-houden,” zei Hermelijn glimlachend.
-
-Juist werden zij voor de lunch geroepen, Thoren naderde Hermelijn van
-nabij en vroeg fluisterend:
-
-»Meen je werkelijk dat ik gelukkig ben?”
-
-»Wel neen, zeker niet, men mag immers niet gelukkig zijn op aarde.”
-
-»O Hermelijntje, wat heb je vorderingen gemaakt in levenswijsheid,”
-dacht Iwan, maar sprak het niet uit.
-
-’t Was een gezellige rijsttafel, niettegenstaande twee derden het
-stilzwijgen niet verbraken; Corona was plotseling levendig en
-spraakzaam geworden zelfs tegen Thoren, die het geheele gezelschap iets
-mededeelde van het vuur, dat uit zijn gesprekken en blikken ontsprong.
-
-»Mag ik u een gunst verzoeken?” vroeg hij over de tafel heen aan Corona
-bij het dessert.
-
-»Als ik die mag weigeren?”
-
-»Een slecht begin, maar ik roep mijnheer uw vader op mijn hand. Is het
-niet wreed, dat bij het eerste familiemaal waarbij een nieuwe
-schoonzuster aanzit, een der zusjes afwezig moet blijven?”
-
-»Wie is dat?” vroeg de oude heer de Géran rondziende.
-
-»Juffrouw Margot.”
-
-»Dat ondeugende kind; maar ik wil vandaag genade voor recht laten gaan,
-nu zal zij wel in ontoonbaren toestand zijn en niet eens verlangen hier
-in ’t openbaar te verschijnen, maar van middag mag ze zich kleeden
-Iteko, en aan het diner komen.”
-
-»Op de barmhartigheid der Koningin,” riep Thoren van Hagen zijn glas
-opheffend, »voor haar, die genade voor recht laat gaan!”
-
-En toen allen van tafel opstonden na het maal, zeide hij zacht tot
-Corona:
-
-»Ik blijf u dankbaar voor die gunst, de eerste, die ik u heb gevraagd.
-Moge dat een goed voorteeken blijken!”
-
-»Waarvan?”
-
-»Van uw goedgunstigheid voor het vervolg!”
-
-Hij zag haar aan met zulk een blik, dat Corona plotseling alles om haar
-heen zag wentelen; zij kreeg een gevoel zooals zij nimmer nog had
-ondervonden, haar oogen flikkerden, haar hand beefde, en zonder een
-woord te spreken, verliet zij hem.
-
-»Iteko!” vroeg zij in haar kamer gekomen, »wat zeg je van Thoren’s
-plan?”
-
-»Wel juffrouw, wat zou ik er van zeggen. Hij is vrij zich te vestigen,
-waar hij wil. En ’t is hier heel mooi.”
-
-»Ik zou willen weten wat hem drijft hier te blijven.”
-
-»Ik heb mijn vermoedens.”
-
-Tot Iteko’s groote verwondering deed Corona geen verdere vragen meer.
-
-
-
-
-
-
-
-XV.
-
-
-»Zullen wij wat samen gaan praten, Hermine?” vroeg Kitty aan hare
-schoonzuster, terwijl Conrad, Guillaume en Philip zich naar de
-bijgebouwen begaven, vermoedelijk naar de stallen.
-
-In het groote huis was het wel de gewoonte dat ieder na de rijsttafel
-zijn weg ging, maar aan slapen deed het jongere geslacht, op enkele
-uitzonderingen na, niet veel.
-
-Corona ging lezen of werken aan het handwerk, dat zij met vuur steeds
-begon om het later door Iteko te doen voltooien; Kitty en Portias
-trokken zich in hun paviljoen terug, de kinderen, waaronder zelfs
-Margot en Philip, kregen les in de ruime, geheel naar de eischen
-ingerichte schoolkamer, of mochten er zondags onder Iteko’s waakzaam
-oog, den tijd korten met allerlei spellen; de heeren wierpen zich
-echter bijna altijd in de armen van Morpheus als zij tenminste geen
-bepaalde werkzaamheden te vervullen of tochten door de koffietuinen te
-maken hadden.
-
-Hermelijn volgde haar zuster naar het paviljoen, waarvan de kleine
-buitengalerij geheel met bloemen gevuld was. Achter het bevallige
-gordijn van groen klimop met de witte en blauwe klokjes stond een
-alleraardigste kleine divan met een tafeltje er voor.
-
-»Daar ontbijten we, als Corona het toestaat,” zeide Kitty met
-schitterende oogen.
-
-»Altijd en overal Corona,” sprak Hermelijn geërgerd.
-
-Kitty dwong haar met zacht geweld neer te zitten en toen den arm om
-haar hals slaande, vroeg zij deelnemend:
-
-»Zeg me de waarheid Hermine, ben je ongelukkig?”
-
-Hermelijn zag haar met groote starende oogen aan en vroeg terug:
-
-»Zie ik er dan zoo ongelukkig uit?”
-
-»Dat weet ik niet. Dat kan ik niet beoordeelen, maar toen je uit den
-wagen stapte, toen waren je oogen heel anders. Is Conrad niet goed voor
-je?”
-
-»Zeer goed!”
-
-»Neen, dat zou je niet zoo zeggen. Toen ik pas getrouwd was, o toen had
-ik een gevoel of alles mij onverschillig werd, alles behalve José, of
-er niemand op de wereld was dan hij. Nu is ’t ook nog wel zoo, maar
-natuurlijk men raakt er meer aan gewoon.”
-
-Hermelijn zuchtte.
-
-»Dat weet ik ook! Ik heb ’t zelfde gehad toen ik pas getrouwd was, in
-Holland namelijk.”
-
-»Waarom heeft Conrad je dan getrouwd, als hij niet van je hield, als
-hij niet lief voor je wilde zijn.”
-
-Verwonderd zag Hermelijn Kitty aan; zij wist van niets, zwijgend had
-Conrad het offer gebracht, waarvan zij de bittere gevolgen droeg.
-
-»Vertel mij alles Kitty,” verzocht zij, »’t is beter dat ik alles weet,
-’t zal gemakkelijker gaan mijn rol te spelen als één weet dat het een
-rol is. Ja, Conrad en ik leven als geslagen vijanden, we spreken elkaar
-niet aan, hij heeft me gezegd dat hij me haat evenals Corona. Dat was
-zijn declaratie,” ging zij bitter voort. »De brieven die hij me schreef
-waren valsch; zeg, werd er een meisje ooit meer bedrogen dan ik?”
-
-»O, die Corona,” zuchtte Kitty.
-
-»’t Is schandelijk maar wat moet ik doen? Ik kan toch niet weigeren bij
-Conrad te blijven en de spot worden van geheel Indië, waar de familie
-de Géran algemeen bekend is? Een ding blijft me over: geduldig wachten,
-en dat is het juist wat mij zoo zwaar valt. Nu denkt Corona, nu ik
-tevredenheid huichel, dat haar list gelukt is, dat hij toe heeft
-gegeven, dat ik reden heb haar te bedanken voor mijn schitterende
-positie; zij vermoedt niet, hoe rampzalig ik ben.”
-
-Kitty begon te schreien.
-
-»Ach, ik weet het lieve zuster, ’t is zoo akelig, ongelukkig te zijn,
-ik weet het bij ondervinding; ik zal je later vertellen, hoe slecht wij
-geweest zijn, maar we hielden zooveel van elkaar en er was geen hoop om
-anders haar toestemming te krijgen. Ik wilde dat zij zelf iemand lief
-kreeg, dan zou ze eens ondervinden hoe ongelukkig zij anderen maken
-kan.”
-
-»Ik wensch haar niets toe; dat zij niet verder in mijn leven taste, ’t
-heeft reeds ongeluk genoeg veroorzaakt.”
-
-»Maar is er nu niets aan te doen Hermine, niets? Wil Conrad dan niet
-inzien, hoe lief je bent? Ik zou ’t hem willen zeggen, maar hij wordt
-dadelijk zoo driftig.”
-
-»Zeg hem niets Kitty; laten wij het samen uitmaken, mijn trots beveelt
-me tegenover allen behalve jou de gelukkige vrouw te blijven, maar aan
-den anderen kant moet ik Corona toch doen voelen, hoe haar plannen
-slechts strekten tot mijn ongeluk.”
-
-»Dat verdient zij ook! Durf je het zeggen?”
-
-»Het durven?” en Hermelijn’s lippen krulden zich trotsch, »het durven,
-meen je, dat ik haar vrees, die vrouw zonder hart?”
-
-»Dat moet je niet zeggen Hermine, daarvoor ken je haar niet genoeg. Cor
-heeft wel degelijk een hart en een goed hart ook.”
-
-Hermelijn dacht aan Corona’s uitval op dien morgen tegen goede harten,
-maar Kitty vervolgde:
-
-»Zooals zij voor me geweest is, zooals zij dag en nacht op mij gepast
-heeft toen ik klein en ziekelijk was, hoe lief zij mij altijd
-aankleedde en niets voor mij te mooi of te duur vond, dat kan ik niet
-vergeten. Nooit kreeg ik van haar een kwaad woord, alle avonden kwam ze
-mijn klamboes [19] sluiten na mij een nachtkus te hebben gegeven. Ach,
-ze was zoo goed, zoo lief! Je lacht er om Hermine! Je kunt het je niet
-begrijpen, maar ’t is toch zoo! Al is zij soms scherp en onbillijk, zij
-meent het zoo goed.”
-
-»’t Eerste goede wat ik van haar hoor! Wat is ze dan veranderd!”
-
-»Alleen tegen mij, en ik heb ’t verdiend. Waarom moest ik ook juist
-Portias lief krijgen, dien zij niet lijden mocht, of neen, dat deed ze
-vroeger niet. Zij had heel iets anders voor mij gedroomd, die goede
-Corona maar ik, domoor, moest een armen muziekmeester hebben, kost wat
-kost! Als zij van iemand houdt dan heeft ze alles voor hem over.”
-
-»Dan schijnt ze al heel weinig van Conrad te houden.”
-
-»Zij meende het goed, zeg ik je, en waarlijk wat kon die nare jongen
-meer verlangen dan zoo’n allerliefst vrouwtje? Hij is met blindheid
-geslagen, maar voor alle broers en zusters is zij goed, zelfs voor
-Akkeveen, dien zij niet kan uitstaan en, zooals zij de moeder van de
-kleintjes verzorgd heeft in haar laatste ziekte, ofschoon zij volstrekt
-niet met haar overweg kon, dat is boven alle beschrijving. Neen
-Hermine, ik begrijp ’t wel, je hebt heel veel grieven tegen Corona,
-maar haar heelemaal veroordeelen mag je niet, zoolang je haar niet
-beter kent.”
-
-»Maar ben je de eenige niet, Kitty, die zoo goed van haar denkt?”
-
-»Och, ze zijn allemaal bang voor haar, dat is zoo, maar ze weten ook
-dat als ze werkelijk iets noodig hebben, zij altijd van goeden wille is
-hen te helpen. De helft van August’s kinderen heeft zij voor haar
-rekening genomen; als er een Javaan ziek is dan gaat zij hem bezoeken,
-voor de kraamvrouwen laat zij versterkend voedsel koken, we lachen er
-haar om uit, want die zijn dikwijls zoo raar, ze lusten het niet of
-doen er sambel in; ze doet zich slechter voor dan ze is. Wij zijn niet
-allemaal lieve menschen, Hermine, er zijn akelige jongens bij en
-vervelende meisjes, maar dat verzeker ik je, wij hebben gevoel en dat
-kan niet van ieder gezegd worden. Daar heb je nu bijvoorbeeld Akkeveen,
-die man is zoo droog als een hout, hij kan Dolly zien sjouwen en hoort
-haar kinderen huilen zonder zich te verroeren, dat zou geen van ons
-kunnen.”
-
-»Zelfs Conrad niet?”
-
-»Conrad is misschien de beste van ons allen. Wanneer je mekaar leerdet
-kennen, Hermine, zou je stellig gelukkig worden.”
-
-»Ik wanhoop aan geluk!”
-
-»Kom, dat heb ik ook gedaan en nu ben ik zoo dol gelukkig; wil je ons
-huisje zien, wij hebben niet veel want Corona wou niets voor mij doen,
-maar Portias heeft er zoo’n pleizier in alles netjes te arrangeeren.”
-
-Hermelijn volgde haar naar de kamer, die op de binnengalerij uitkwam;
-een zwarte piano, zwarte meubels met rotting zittingen, een gewone mat
-vormden wel een groot contrast, met de weelderige inrichting van het
-hoofdgebouw, maar toch bracht het geheel den aangenaamsten indruk
-voort, zoo smaakvol was alles geschikt.
-
-Fraaie gravuren uit het leven der beroemde componisten, de laatste
-droom van Weber, de storm van Händel, Glück bij Marie Antoinette en
-Mozart’s sterfbed, versierden de muren, afgewisseld door busten van
-Beethoven en andere componisten; op een lessenaar, waarover
-muziekpapier uitgespreid lag, stond een metronome, een vioolkast, en
-een ruiker bloemen; overal zag men bloemen in sierlijke hangmandjes, in
-vazen en potten.
-
-»Hoe vind je ons nestje?” vroeg Kitty met stralende oogen.
-
-»Ik kan me begrijpen, hoe gelukkig je hier bent,” antwoordde Hermelijn
-weemoedig.
-
-»Om negen uur gaan wij gewoonlijk naar de kamer, maar dan blijven we
-nog lang op, José speelt zoo mooi of componeert, en ik houd hem
-gezelschap, dat zijn de prettigste uren van den dag. De menschen vinden
-het eentonig dat wij hier zoo in de wildernis wonen maar je weet niet
-hoe heerlijk, hoe rustig wij met ons tweeën leven, zonder vrees van
-gestoord te worden.”
-
-»Ja, het kan heerlijk zijn,” zuchtte de arme Hermelijn.
-
-»Als Conrad dat wilde inzien maar hij is altijd erg koppig geweest, en
-hij wantrouwt je, omdat je een nicht van Corona bent, maar ik ben er
-zeker van dat je altijd, zoo ’t noodig is, je man gelijk zult geven
-zelfs tegenover haar.”
-
-»Ik dank je, Kitty, je hebt mij het best beoordeeld. We zullen
-vriendinnen worden.”
-
-»Maar laat Cor het niet merken dat wij ’t eens zijn, ’t zou voor ons
-beiden niet goed wezen.”
-
-Dien avond werd er muziek gemaakt; voor ’t eerst weerklonk Hermelijn’s
-lieve stem in de tropische lucht, die Ngaroengan omringde; zelfs haar
-schoonvader luisterde en Guillaume was in de wolken en fluisterde
-Conrad telkens toe:
-
-»Gelukkige kerel, wees niet ondankbaar! Wat een verschil met mijn
-Toetie!”
-
-Corona was verrukt, zij zag er recht blijde uit en eens zelfs vergat
-zij zichzelf zoozeer, dat zij Conrad zacht vroeg:
-
-»Ben je mij nu niet dankbaar, dat ik je zoo’n vrouw heb bezorgd?”
-
-»Ik had er je niet om gevraagd,” was het norsche antwoord.
-
-Thoren van Hagen deed ook zijn spel hooren, waaronder Conrad zich
-verwijderde: eerst was het Corona’s plan niet te spelen, maar na een
-vraag, over de wijnmerken die zij voor te dienen had fluisterde Iteko
-haar toe:
-
-»Als ik u een raad geven mag juffrouw de Géran, laat u niet bidden en
-speel.”
-
-»Waarom?”
-
-»Omdat hij anders denken zou dat u het liet om hem.”
-
-»Wat een verbeelding!”
-
-Toch volgde Corona den raad op en speelde waarlijk uitstekend. Zij
-oogstte niet veel bijval in, maar was tevreden, want Hermelijn zeide
-haar eenvoudig:
-
-»U speelt zeer goed!”
-
-»Zulk een compliment stel ik op prijs,” verklaarde zij met een
-zijdelingschen blik op Thoren van Hagen.
-
-»Hermelijn spreekt mijn meening uit,” zeide deze, »en gister avond heb
-ik ’t zelfde reeds gezegd.”
-
-Toen Conrad met zijn vrouw huiswaarts reed, zeide hij plotseling na
-lang stilzwijgen:
-
-»Is dat de mode in Holland, dat de heeren jonggetrouwde vrouwen bij den
-naam noemen al zijn ze geen familie van hen en omgekeerd?”
-
-»Wie deed ’t dan?”
-
-»Die kwast en u.”
-
-»Bedoel je Thoren van Hagen?”
-
-»Ja.”
-
-Een scherp antwoord zweefde om Hermelijn’s lippen. »Welk recht hebt ge
-mij dat te verbieden tegenover den vriend mijner jeugd, die mij meer
-achting en eerbied betoont, dan gij, mijn man?” Maar zij weerhield zich
-en zeide met groote krachtsinspanning zoo zacht en vriendelijk
-mogelijk:
-
-»’t Is goed Conrad. Ik wist niet dat het je onaangenaam was, maar ’t
-zal voortaan niet meer gebeuren.”
-
-In de eenzaamheid overwoog zij nogmaals zijn uitval en dacht:
-
-»Zou ’t waar zijn, wat sommigen beweren, dat daar, waar jaloezie zich
-vertoont, de liefde niet ver af is?”
-
-
-
-
-
-
-
-XVI.
-
-
-Den volgenden dag vertrok Thoren van Hagen naar de hoofdplaats en van
-daar naar Samarang; hij bleef acht dagen weg en kwam terug eenige uren
-nadat een groote vrachtwagen, door karbouwen bespannen, hoog met
-meubels opgeladen voor het kleine huis bij het Ngaroemeer kwam
-stilhouden.
-
-Natuurlijk was de geheele kolonie de Géran vervuld van de
-bijzonderheid, dat een Hollander, zoo pas uit Europa aangekomen, zich
-op hun grondgebied kwam vestigen en zich inrichtte of hij er voor goed
-wilde blijven.
-
-»Maar, beste Thoren,” vroeg de oude heer de Géran, »ben je voornemens
-hier je leven te eindigen?”
-
-»Te eindigen mijnheer, dat staat niet in mijn macht want ik ben tegen
-zelfmoord.”
-
-Hermelijn alleen kon vermoeden, welke treurige beteekenis die woorden
-in zijn mond hadden.
-
-»Maar of ik het hier zal doorbrengen is nog de groote vraag. Misschien
-blijf ik hier jaren, misschien een maand.”
-
-De jonge Gérans en Portias koesterden de grootste belangstelling in
-Thoren’s doen en laten, hij had hun harten geheel gewonnen.
-
-»Die meubels zijn heel solide,” verzekerde Guillaume, die van alles
-verstand scheen te hebben.
-
-»Maar niet mooi. ’t Is ongelukkig hoe weinig men in Indië nog aan
-vormen doet,” zeide Portias, die om de ingepakte piano drentelde als
-een mug om de kaars.
-
-»Ik heb genomen, wat er was,” sprak Thoren van Hagen, »ik wil niet
-zeggen dat ze mij erg aanstaan, maar voor de binnengalerij heb ik de
-modellen geteekend, dan kunnen ze die in djatihout uitvoeren, dat
-eikenhout het meest nabij komt. Jonge juffertjes meubelen moet ik hier
-niet hebben.”
-
-»Ik ben benieuwd hoe je piano is, Thoren!”
-
-»Niet kwaad, Portias, een mollige toon, ik had liever een vleugel
-gehad, maar die was er niet.”
-
-»Je hadt op een vendutie moeten wachten.”
-
-»Die misschien juist plaats heeft als ik er weer aan denk op te
-breken.”
-
-»Nu, dat doe je zoo gauw niet, ’t zal je hier stellig veel te goed
-bevallen.”
-
-»’t Is me wat lekkers,” bromde Akkeveen, die ook een kijkje kwam nemen,
-ofschoon hij al een paar maal had gevraagd of die vreemde snoeshaan
-iets achter zijn voorhoofd mankeerde. Een verstandig mensch ging zich
-niet begraven in zoo’n wilde boel als die ellendige negorij.
-
-»Wacht tot het regenmousson is, vriend! Dat alle goten stroomen, dat je
-dak lekt, de meubels bederven, dat het meer niets is dan borrelend
-water dagen lang, dat je niet rijden, niet loopen, niet wandelen kunt.”
-
-»Meent u dat ik mij binnenshuis niet zal kunnen amuseeren?”
-
-»Maar je kon voor hetzelfde geld je in Amsterdam, Brussel of Parijs
-installeeren, een leven leiden als een prins, eten in de eerste
-restaurants, uitgaan met wie je wilt, gij, die zakken vol geld en geen
-blokken aan je beenen hebt. Een ander moest in je plaats zijn!”
-
-»Elk zijn smaak, Akkeveen; een volgend jaar eens weer wat anders.”
-
-»Nu, niemand maakt me wijs dat hij er geen bedoelingen mee heeft,”
-bromde Akkeveen, »hij zal toch geen idées hebben op de groote Cor?”
-
-Thoren van Hagen was zelf druk in de weer met de kisten openslaan, de
-meubels ontpakken, de schilderijen ophangen en hij had er bijzonder
-slag van ook de jonge Gérans aan het werk te zetten, daar hij de
-voorzichtigheid van den mandoer [20], die van Samarang meegekomen was,
-slecht vertrouwde. Allen stonden verbaasd over de wijze, waarmede hij
-zich met het maleisch wist te redden, na zulk een kort verblijf in
-Indië.
-
-Hij was in een lichtblauwe kiel gekleed, en als hij naar buiten ging
-met zijn grooten stroohoed op, zag hij er meer uit als een
-Amerikaansche planter dan als een zoo pas uit Europa aangekomen
-oud-officier.
-
-Alle Gérans kwamen hem achtereenvolgens bezoeken, zelfs August. Zij
-moesten altijd een paar maal in de week op het groote huis verslag
-geven van hun werk en kwamen dan van hun respectieve woningen naar
-»beneden;” nu was er een reden te meer om een extra-verschijning te
-maken en den nieuwen gast in zijn doen en laten te bespieden.
-
-»Wel mijnheer August,” sprak Thoren, »hoe bevalt u de inboedel?”
-
-»Jammer, de witte mieren zullen opeten.”
-
-»Witte mieren, zijn die dan hier.”
-
-»Overal witte mieren, vooral onder tapijten.”
-
-»Nu, we zullen er wel raad op weten. De buitengalerij ga ik eens
-behangen.”
-
-»Tjitjak [21] maken toch de behangsel kapot.”
-
-»Maar ik kan die ellendige witte muren niet zien. Als ik ze eens
-beschilderde, Portias.”
-
-»Dan zal ik u helpen,” riep Philip, die een kist met glaswerk uitpakte,
-»ik heb heel veel verf.”
-
-»De vocht bederft toch de verf.”
-
-»Kom, mijnheer August, wees niet zoo zwaartillend.”
-
-»Dat is hij altijd,” zeide Portias, »hij ziet niets dan de schaduwzijde
-van de dingen.”
-
-»Vindt u dat geen mooi gezicht op het meer?”
-
-»Kan wel, maar ongezond, alle menschen gaan dood hier.”
-
-»Hebben hier al zooveel gewoond?”
-
-»Je bent de derde, Thoren; toevallig zijn er twee gestorven, maar die
-kwamen er ziek aan.”
-
-»En over Bremmers’ dood hangt een sluier.”
-
-»Ik woon vroeger ook hier maar Poppie wil niet langer.”
-
-»Omdat het ongezond was?”
-
-»Neen, zij ziet gendroewo [22], en toen ze moet bevallen, is zij bang,
-dat die steelt het kind.”
-
-»Nou, daar was niet veel aan verloren, één van de tien,” merkte
-Akkeveen boosaardig aan.
-
-»Wij verliezen toch niet graag één!” zei August met een overtuiging,
-die aan het banale woord zekere kracht gaf.
-
-»En vooral niet per gendroewo, dat spreekt.”
-
-»Nu, als die gendroewo voor niets anders te vreezen is, dan kan ze hier
-gerust komen.”
-
-»U moet niet zoo praten, als zij hoort of de kalang!”
-
-»Wie is dat?”
-
-»De roode hond, een allerdwaast bijgeloof.”
-
-»Niet dwaas; als u ziet die roode hond, u wordt ongelukkig.”
-
-»Kom, mijnheer August, je bent toch wijzer.”
-
-»Ik zeg maar, wat de menschen vertellen.”
-
-»Als iemand den rooden hond ziet, wordt hij ongelukkig in zijn liefde,”
-vertelde Guillaume, »maar de Gérans zijn allen zoo gelukkig in hun
-keuzen, daar zij die zelf niet doen, dat de roode hond hun nooit
-verschijnt.”
-
-»Conrad ziet hem, toen hij nog jong is!”
-
-»Conrad? Nu, dan is die roode hond het grootste leugenbeest ter wereld,
-want hij heeft de mooiste vrouw gekregen, die op God’s aardbodem
-leeft.”
-
-»Apa boleh boeat! Mooi, is niet alles.”
-
-»Wel neen, Poppie kan nog meer dan mooi zijn.”
-
-»Poppie is een goede vrouw, maar je weet August:
-
-
- »Darie mana datang linta?
- Darie kali toeron di sawak,
- Darie mana dateng tjinta?
- Darie mata toeron di atti.” [23]
-
-
-»En zoo zal het met Conrad gaan, al heeft hij ook honderdmaal den
-rooden hond gezien.”
-
-»Ik zal het er maar op wagen; woont de kalang hier in de buurt?”
-
-»Hij woont overal en nergens, hij sluipt door de bosschen en schuilt in
-de alang-alang, hij verschrikt de tijgers en doet de vogels
-wegvliegen.”
-
-»En hoe ziet hij er zoowat uit?”
-
-»Donkerrood met oogen van vuur.”
-
-»Nu, dan zal ik hem wel kennen als ik ’t dier tegenkom!”
-
-»Wees maar blij als je dat monster ziet en hoop dan dat die
-voorspelling uitkomt, want liefde brengt niets dan last en dwang.”
-
-»Hoe kan je dat weten, Ak?” vroeg Portias leuk. »Die legende van den
-rooden hond is niet onaardig, ik heb beproefd er een kleine opera van
-te maken. De Indische opera, ziedaar een veld, dat nog geheel braak
-ligt.”
-
-»En dat jij wilt ontginnen?”
-
-»Trachten tenminste. Mijn vermogens zijn zwak, ik weet het, maar mijn
-wil is goed en als de bezieling maar eens komt!”
-
-»O zie, wat een beeldige bloemenvaas!” riep Philip bewonderend, een
-Boheemsch kristallen horen opheffend, die op zilveren voetstuk stond.
-
-»Goed voor dames,” zei August.
-
-»Wel, wie weet voor welke schoone dame Thoren het bestemt!” riep
-Guillaume.
-
-»’t Is het eenige artistieke ding, dat ik in de toko’s kon vinden; de
-gravures zijn afgezaagde platen of opera-decoraties, die aan den Bijbel
-ontleend heeten of muziek of schilder- of dichtergroepen even
-geaffecteerd van opzet als ordinair van opvatting. Nergens iets nieuws
-of oorspronkelijks.”
-
-»Ik ga naar huis, het zal regenen. Bonjour gezelschap! ’t Is een genot
-eens ergens te kunnen komen, waar wij zeker zijn Corona niet aan te
-treffen.”
-
-»Wat niet is kan komen!” mompelde Guillaume, maar Thoren van Hagen, die
-anders een bewonderenswaardig gehoor had, scheen het niet te hooren.
-
-»Denk je dat het regenen gaat, Gus?”
-
-»Neen, mooi weer!”
-
-»Altijd in de contramine; wil je hem iets laten goedkeuren, Thoren,
-begin er dan kwaad van te spreken.”
-
-»Wat is uw Jansje een mooi kind, meneer August.”
-
-»Ja, maar leelijke ooren.”
-
-»Ik geloof dat uw vrouw een flinke huishoudster is.”
-
-»Jawel, maar zij kan geen kokkie houden.”
-
-»Zij kookt zelf zeker uitstekend.”
-
-»Maar Hollandsch eten kan zij niet klaarmaken.”
-
-»U woont daar akelig in dat uithoekje.”
-
-»Maar ’t huis heel prettig en groot.”
-
-»Uw kinderen leeren zeker goed bij juffrouw Iteko.”
-
-»Ik geloof wel, maar zij kijkt niet naar de karakters.”
-
-»Heb je van mijn leven, wie er al niet naar karakters kijkt. Wat voor
-soort karakter heb jij, August!”
-
-»Raakt je niet, beter dan van jou, Akkeveen.”
-
-»Dat geloof ik ook,” zeide Portias binnensmonds en hardop: »Ga je naar
-huis, Gus?”
-
-»Neen, ik ga naar Djantong, en vraag zuster Hermine of ze bij ons
-komt.”
-
-»Conrad is de eenige, die mij met geen bezoek vereert... van het
-mannelijke personeel althans,” zei Thoren.
-
-Weinige oogenblikken later kwam de reeds door Thoren gehuurde jongen
-binnen, met eenige ketoepats en satehs [24] in pisangbladeren
-gewikkeld.
-
-»Mijn diné, heeren! excuseert!” zeide de huisheer lachend, en zette
-alles op een kist, die hij voorloopig als tafel gebruikte, »de naaste
-warong [25] is mijn Krasnapolsky.”
-
-»Ik begrijp niet, dat u niet bij ons aan huis komt eten. Heeft Cor u
-niet geïnviteerd?” vroeg Guillaume.
-
-»Je vader deed het, maar ik prefereer mijn eigen keuken in al deze
-drukte, dat wint het heen en weer loopen uit.”
-
-»Nu, ’t wordt tijd naar huis te gaan, ’t is bij twaalven. Onze Cor kan
-niet tegen wachten.”
-
-»Waartegen kan zij dan wel?”
-
-»Vindt u uw oudste zuster geen prachtige vrouw?” vroeg Thoren van
-Hagen, zijn ketoepat opensnijdend, aan August.
-
-»Ja wel, maar haar humeur is niet prettig.”
-
-»Jij slaat den spijker op den kop, brave August! Nu, het beste succès
-met je huishoudelijke zorgen, Thoren!”
-
-Weinige minuten later waren zij allen heengegaan, en zette Thoren van
-Hagen zijn arbeid alleen voort.
-
-
-
-
-
-
-
-XVII.
-
-
-Aan tafel, waarbij van daag nog al veel familieleden aanzaten, was het
-gesprek drukker dan gewoonlijk.
-
-Thoren van Hagen’s heldenfeiten waren er natuurlijk het onderwerp van;
-Corona luisterde met een minachtenden, trotschen blik.
-
-»Ik begrijp niet wat zijn plan is,” zeide zij.
-
-»Hij is verliefd!” antwoordde Guillaume.
-
-»Op wie?” vroeg Kitty.
-
-»Op Iteko,” grinnikte Akkeveen.
-
-»Akkeveen, ik duld geen booze aardigheden,” riep Corona met vlammende
-oogen, »dat is laf; zoo’n hoog idee heb ik wel niet van je
-mannelijkheid, maar dat is toch ieder mensch onwaardig.”
-
-»Waarom kan Thoren niet op Iteko verlieven; Venus is wel met Vulcaan
-getrouwd.”
-
-»Maar zij was nooit verliefd op hem,” merkte Guillaume op.
-
-»Verliefd wordt hier ook niemand op zijn aanstaande, daar staat zware
-straf op.”
-
-»Akkeveen, je bent onverdragelijker dan ooit, van middag! Ik begrijp
-niet, wat je hier van daag doet; ’t is de betaaldag niet.”
-
-»Maar Corona, maak je zoo boos niet, kind,” zei de vader, »je weet dat
-mijn huis voor mijn zoons en schoonzoons alle dagen openstaat.”
-
-»Jammer genoeg, daarom hebben we nooit kalmte en rust. We zijn nooit
-onder ons! Ze komen tegenwoordig alle dagen hun tijd hier verliezen, om
-te zien wat die mijnheer Thoren doet of niet doet. Die man heeft
-bedoelingen, met zijn komst; ik heb papa genoeg gewaarschuwd, let u
-maar op! Als het te laat is, zal papa inzien, dat ik gelijk had.”
-
-»Hij is een spion in Spaanschen dienst, door zijn gouvernement
-uitgezonden om Java in te palmen,” zeide Akkeveen.
-
-»Ik vind hem een hoogst humaan, beschaafd mensch, een wel gestemde
-harmonische ziel,” verzekerde Portias.
-
-»’t Is of je met de strijkstok er langs gestreken hebt,” hervatte
-Corona verachtelijk.
-
-»Ik ga naar Djantong van middag. Ga je mee, Cor?”
-
-»Dank je, ik hou er niet van mij in te dringen bij jongelui, die hun
-wittebrood nog niet op hebben.”
-
-»Ze zijn er nog niet aan geweest,” fluisterde Guillaume Portias toe:
-»ik ben van je gezelschap Gus.”
-
-»Poppie verzoekt Hermine.”
-
-»Om daar te logeeren! Wat een dwaasheid, jongelui, die pas vier weken
-getrouwd zijn, al te scheiden; nu probeer het maar, je krijgt er toch
-niets gedaan.”
-
-Iteko was intusschen, toen zij onwillekeurig oorzaak werd van een
-minder aangename gedachtenwisseling tusschen schoonzuster en zwager,
-druk op en neer gegaan tusschen de groote en de kindertafel, die in het
-andere gedeelte der galerij stond. In het voorbijgaan nam zij nu en dan
-een bete, want zij had genoeg te doen om te zorgen dat ieder het zijne
-kreeg. Toch hoorde zij alles maar vertrok haar gelaat niet.
-
-Na de rijsttafel ging Corona naar haar kamer en wenkte Iteko haar te
-volgen.
-
-»Die Akkeveen zal geen verhooging meer krijgen, die vent kan ik niet
-uitstaan,” sprak zij voor haar lessenaar gezeten, aanteekeningen
-makend.
-
-»Och juffrouw! Hij is zoo kwaad niet, maar hij moppert alleen graag,
-dat is een Indische kwaal.”
-
-»Je hebt alles gehoord, dat begrijp ik wel; ik vind het schandelijk,
-meer dan schandelijk!”
-
-Corona zag haar lijftrawant niet aan en bemerkte dus ook niet den blik
-vol gloeienden haat, welken deze haar toewierp en die haar anders
-onbeduidend leelijk gezicht een bijna duivelachtige uitdrukking gaf.
-
-»U moet zich dat niet aantrekken,” fluisterde zij weer, »ik ben aan
-zulke liefelijkheden gewoon.”
-
-»Neen, op iemands uiterlijk grappen te maken vind ik beneden alles,
-zoo’n wezen als Dolly’s man alleen waardig. O die zwagers, die zwagers,
-die zoeterige Portias en die luie, ellendige parvenu!”
-
-»U heeft het beter met uw schoonzusters getroffen.”
-
-»’t Mocht wat; Hermelijn alleen maar... maar vind je niet dat ze erg
-koel tegen mij is, Iteko?”
-
-»Zij heeft den vorigen Zondag weer den heelen middag met mevrouw
-Portias gewandeld, ik heb haar zelfs hooren snikken.”
-
-»Hermelijn huilen en waarom?”
-
-»Dat kan ik niet vermoeden, juffrouw de Géran.”
-
-»’t Zal uit aandoenlijkheid zijn. Ze dacht aan haar papa misschien.
-Want ze zijn immers gelukkig, geloof je niet Iteko?”
-
-»Wel zeker, waarom zouden ze niet, juffrouw?”
-
-»Dat weet ik niet, ’t is gek hoe ik veranderd ben in den laatsten tijd,
-Iteko! Zeg me toch eens, wat je van dien Thoren denkt?”
-
-»Och, wat kan dat de juffrouw schelen?”
-
-»Als het me niet schelen kon, zou ik ’t je niet vragen! Zeg mij alles
-ronduit.”
-
-»Ik ben bang dat u boos wordt.”
-
-»Boos word ik alleen als je zwijgt. Zeg op!”
-
-»Ik weet het waarachtig niet, juffrouw.”
-
-»Dat begrijp ik, hij zal je niet tot vertrouweling nemen, maar zeg in
-’s hemels naam wat je denkt, niet wat je weet.”
-
-»’t Is zoo slecht!”
-
-»Dat doet er niet toe; of je iets denkt dat slecht is of het zegt, dat
-komt op hetzelfde neer. Ga je ’t eindelijk uitspreken?”
-
-»Belooft u me dan, niet de minste waarde aan mijn woorden te hechten?”
-
-»Niet meer dan ze verdienen.”
-
-»En in ’t oog te houden, dat het alleen een gedachte is, die door niets
-werd opgewekt?”
-
-»Ja zeker, nu kom dan.”
-
-»Mijnheer Thoren van Hagen is gekomen met mevrouw Conrad.”
-
-»Dat weet ik sinds lang en verder.”
-
-»Ze kennen mekaar van vroeger.”
-
-»Ook oud nieuws.”
-
-»Nu, dan is ’t geen wonder, dat mijnheer Thoren er op gesteld is in de
-buurt van de jonge dame te blijven wonen, misschien haar te beschermen
-als het noodig is.”
-
-Corona was doodsbleek geworden.
-
-»Haar beschermen en tegen wie?”
-
-»Ik weet het niet; haar gezelschap meteen genieten, haar spel en zang
-hooren, die hij zoo bewondert, niet alleen omdat zij van een vrouw
-komen.”
-
-Corona beet haar fijne paarlemoeren penhouder in stukken.
-
-»’t Is goed, Iteko, ik dank je voor de waarschuwing. Ik zal mijn oogen
-open houden; je bent een echte Argus.”
-
-»Dan deug ik toch nog voor iets anders, dan alleen om de menschen
-vroolijk te maken.”
-
-»Ik zou me niet kunnen redden zonder jou. ’t Is geen kleinigheid zoo’n
-kolonie te besturen.”
-
-»’t Is u goed toevertrouwd, juffrouw!”
-
-»En ’t verveelt me zoo, ’t verveelt, ’t walgt me! Al die
-onbeduidendheden, die kleingeestige berekeningen en wie weet welke
-onaangename dingen mij nog wachten. Ga maar heen, Iteko, ’t is tijd
-voor de middagles.”
-
-»Komt u straks eens kijken?”
-
-»Wat heb je?”
-
-»Geschiedenis.”
-
-»Nu goed, ik zal komen.”
-
-Iteko verwijderde zich en Corona ging de kamer op en neer.
-
-»Iteko!” riep zij plotseling.
-
-De geroepene kwam onmiddellijk terug.
-
-»Iteko” en een lichte blos kleurde haar wangen. »Iteko, weet je wel,
-dat je mij vroeger iets anders zeidet?”
-
-»Van wie?”
-
-»Van Thoren van Hagen.”
-
-»Ik wist het niet meer, juffrouw! Wat was ’t?”
-
-»Dat hij... hier bleef om mij?”
-
-»Heb ik dat gezegd? Ik wist het heusch niet meer, maar als ik ’t gezegd
-heb, dan vergiste ik mij zeker, want hij geeft bepaald niets om u; hij
-ziet u niet eens aan en als u speelt, dan praat hij met mijnheer de
-Géran of mijnheer Portias.”
-
-»En toen Hermine speelde?”
-
-»Toen was hij geheel ooren, zoodat meneer Conrad er nijdig van werd, ik
-zag ’t duidelijk.”
-
-»En zij noemt hem bij den naam?”
-
-»Hij zegt Hermelijn, ook van haar sprekend.”
-
-»Waarom is hij dan niet met haar getrouwd?”
-
-»Men trouwt niet altijd met zijn keuze.”
-
-»’t Is goed, ik weet nu dat gij je ook vergissen kunt.”
-
-Toen ze alleen was, wierp zij zich op den divan neer in haar gewone
-houding, de handen op de knieën gevouwen, het voorste gedeelte van het
-lichaam voorover gebogen. Verscheidene dingen hinderden haar, de koele
-houding van Hermelijn die zij maar niet kon overwinnen en die haar op
-zekeren afstand wist te houden—een bewustzijn dat de alom gevleide
-Corona nog niet ondervonden had; verder haar vriendschap met Kitty en
-Portias, die zij toeschreef aan Conrad’s oprechtheid, dan eindelijk al
-bekende zij het zich zelf niet, de wijze, waarop Thoren van Hagen haar
-behandelde; hij scheen haar niet te bewonderen, niet te vreezen, niet
-te zoeken. Hij bleef hier ter wille van Hermelijn, van een getrouwde
-vrouw; zij kon het niet gelooven, maar waarom kwam hij zich anders
-midden in deze wildernis vestigen?
-
-’t Ging haar niets aan, ’t was dwaas er haar geest mee te vermoeien.
-Thoren van Hagen was immers vrij, zelfs op de Merapi of Merawoe, in den
-krater desnoods te gaan wonen! Dat zij er toch telkens en telkens weer
-aan moest denken en dan voelde zij zich zoo vreemd te moede als zij
-dacht aan zijn woorden van dien middag, toen hij excuus vroeg voor
-Margot.
-
-»’t Is een goed voorteeken als ik u iets anders kom vragen.” Wat zou
-hij te vragen hebben, hij, die haar zijn aandacht niet waardig keurde;
-als zij dacht aan den blik zijner oogen, toen hij dat uitsprak, was ’t
-of haar hart even stilstond en of ze iets zag, iets zeer schitterends,
-iets zonnigs, iets verblindends. Zou het Hermelijn of Conrad gelden?
-Had Hermelijn misschien geklaagd dat Conrad’s inkomen niet groot genoeg
-was? Foei, foei, wat was dat dwaas en kinderachtig, maar wat dan in ’s
-hemelsnaam, wat wilde hij van haar?
-
-Weinige oogenblikken later kwam zij statig en indrukwekkend in de tot
-school ingerichte kamer, zette zich naast den lessenaar van juffrouw
-Iteko en deed aan de kinderen, die stil en vol ontzag voor de gevreesde
-zuster of tante op hun bankjes zaten, eenige vragen over hun
-geschiedenislessen.
-
-Maar zij was er niet bij. Hare gedachten zwierven weg verre van daar
-maar toen een der knapen, die het over Peter den Groote had, opdreunde
-dat deze prins eerst met zijn broer Iwan had geregeerd, was ’t of een
-electrieke schok haar bewoog, haar oogleden trilden, zij vreesde zelfs
-dat zij bloosde.
-
-Iteko had gelijk: die vreemdeling bracht niets goeds voor de familie de
-Géran aan, papa had hem niet tegelijk met zijn nieuwe schoondochter
-moeten meebrengen.
-
-
-
-
-
-
-
-XVIII.
-
-
-Intusschen was het voor de arme, eenzame Hermelijn een uitkomst toen
-August voor haar huis van het paard steeg en de invitatie van zijn
-Poppie overbracht.
-
-»Als Conrad het goedvindt,” antwoordde zij.
-
-Conrad was echter niet te vinden; hij ging den geheelen dag uit,
-kleedde zich ’s middags nooit meer aan en bracht zijn vrijen tijd door
-met op kalongs [26] te schieten, en zich zoo Inlandsch mogelijk vóór te
-doen.
-
-Aan tafel speelde hij met den hond, gaf hem de beste beten, ging
-dikwijls zonder zadel te paard rijden en holde den weg af, op gevaar
-van in een ravijn te storten; soms ging hij nog verder en plaagde
-Hermelijn op echt kinderachtige wijze; hij scheurde eens uit haar
-keurige Frithjofssage eenige bladzijden om er een propje voor zijn
-geweer uit te maken, zoodat onwillekeurig de tranen haar in de oogen
-sprongen bij deze daad van kwajongens moedwil.
-
-Zij vermoedde niet, hoe den vorigen avond Conrad met datzelfde boek en
-een duitsche dictionaire voor zich had gezeten, onmogelijke pogingen
-aanwendend om het gedicht, dat hem belang inboezemde, te volgen, maar
-vergeefs, hoe hij daarna die dictionaire in machtelooze woede op den
-grond had gegooid, zoo hard dat Hermelijn meende een stoel te hooren
-omvallen.
-
-Hij was boos en ontevreden op de geheele wereld, maar schreef toch
-dienzelfden dag naar Samarang om een Duitsche spraakkunst voor
-zelfonderricht te ontbieden en een nieuw exemplaar van de
-Frithjofssage.
-
-Hermelijn moest uit alle kracht strijden tegen de vreeselijke matheid
-welke haar overviel, alles was haar te veel, alles boezemde haar schrik
-en afkeer in. Wat zou zij doen?
-
-Boeken lezen, maar die spraken van geluk, van liefde, van hoop, en van
-alle drie moest zij afstand doen, alles was zoo onbeduidend, vergeleken
-bij haar eigen lot; de verzen van Byron en Musset alleen hadden haar
-geboeid, daarin vond haar geest een welkome echo, ’t was of hun bittere
-ondervindingen hun geleerd hadden een blik in haar ziel te slaan. Zijn
-vertwijfelde klachten waren ook de hare, hij gaf een vorm aan de
-onbestemde beelden van haar ziel, zoo levensmoede, zoo ontgoocheld, zoo
-bitter voelde zij zich ook. Na de lezing van eenige zijner gedichten
-bleef zij een geheelen nacht wakker, ter prooi aan onrustige droomen,
-aan wanhopige vragen, waarop geen antwoord mogelijk was. ’t Liefst ware
-zij zoo gebleven zonder opstaan, zonder terugkeer naar het werkelijke
-leven om dan stil af te wachten wat het leven haar nog bitters zou
-aanbrengen.
-
-Maar toen zij opgestaan was, triomfeerde haar krachtige geest over die
-ziekelijke gedachten.
-
-»Ik zal Musset niet meer lezen, hij maakt me zwak, kleinzielig. Zijn
-boeken zijn vergift voor mij; ik moet sterk wezen, mij niet laten
-neerslaan en het leven moedig in de oogen zien, hoe vreeselijk het ook
-schijne.”
-
-In haar huishouden had zij weinig lust; waarom zou zij in de keuken
-bezig zijn, waarom smakelijke schotels klaar maken? Zij wist immers
-niet eens of haar man aan tafel kwam, òf wel dan gaf hij de Hollandsche
-spijzen, die zij zelf had toebereid dadelijk aan de honden om wat koude
-rijst tusschen zijn vijf vingers te nemen en ze met een stukje dendeng
-[27] en een lombok[27] op te eten.
-
-Dan ging zij alles in ’t huis verzetten, opdat er niets van Corona’s
-regelingen zou overblijven, maar toen dit gedaan was, kon het niet meer
-herhaald worden en het gaf haar geen werk meer.
-
-De piano was haar eenige uitkomst, uren lang stortte zij haar hart in
-tonen uit, zingen kon zij niet, haar keel was als dichtgeschroefd, maar
-als zij begon te spelen, zorgde Conrad dat hij wegkwam; als hij naar
-huis terugkeerde en haar voor de piano zag, maakte hij onmiddellijk
-rechtsomkeert.
-
-Eens zeide Hermelijn tot hem:
-
-»Maar Conrad, ik zie ’t niet in, waarom wij altijd stommetje tegenover
-elkaar moeten spelen.”
-
-»Ik heb niets te praten,” snauwde hij.
-
-Eens toen het pak boeken uit Samarang kwam, was hij niet t’huis; toen
-hij echter het pakje zag, nam hij het spoedig mee en sloot zich in zijn
-kamer op.
-
-»Nog geheimen bovendien!” zuchtte Hermelijn, »o God, sta me bij, ik kan
-haast niet meer.”
-
-Hermelijn was steeds gewoon al haar gedachten, al haar daden te adelen
-door een echt godsdienstige opvatting, die haar beter, geduldiger,
-liefdevoller moest maken; zij geloofde vast dat het lijden, goed
-gedragen, de ziel verheft, het hart nader tot God brengt; zij trachtte
-eerst steun in het gebed te zoeken, zij las bij voorkeur godsdienstige
-boeken, dan voelde zij zich sterk en hoopvol, maar nadat zij zich dag
-aan dag met haar naar liefde dorstend hart, behandeld zag met de meest
-ijskoude onverschilligheid, haar fijne beschaving telkens gekwetst werd
-door Conrad’s opzettelijk ruwe manieren, ontviel haar alle hoop, alle
-moed, alle vertrouwen. Zij voelde zich hoe langer hoe meer afgemat,
-zwak, troosteloos; niets wekte haar meer op uit de doodsche stilte, die
-haar omringde; haar overviel een gevoel of zij met gesloten oogen niets
-te doen had dan zich over te geven aan den stroom van het leven, die
-haar langzaam maar zeker wegvoerde naar den dood, den eenigen
-verlosser.
-
-Vooral in die lange avonden en nachten, als de eigenaardige stilte van
-den tropischen nacht haar omringde, als buiten de sterren fonkelden
-tusschen het franje-achtige loof der tjemara’s en tamarinden, als het
-gebladerte zacht ruischte en dat gemurmel zich vermengde met het
-eindelooze sissen en piepen der insecten, met het klagende geroep der
-houtduif of de schrille kreten van de jakhalzen, als in het maanlicht
-de katjapirings [28] tusschen de donkere bladen gloeiden als zilveren
-rozen en de kamoening [29] haar fijne bloemen als een welriekenden
-regen ter aarde liet vallen, de melati’s[29] haar geuren naar
-Hermelijn’s kamer opzonden als een groete aan de eenzame Westersche,
-dan voelde zij zich meer dan ooit alleen, verlaten, ongelukkig; haar
-hart smachtte naar sympathie, naar een vriendelijk woord, een
-liefkozing; dikwijls voelde zij bekoring zich voor Conrad’s voeten te
-werpen en hem te zeggen:
-
-»Zend mij weg òf behandel mij tenminste als vriendin! Ik zal je
-gehoorzamen als mijn meester.”
-
-Doch haar trots weerhield haar; zij wilde zich zijn mindere niet
-toonen. Hij zou haar kunnen breken maar buigen nooit; liever had zij
-dat de storm wild door het gebergte loeide, dat de donder weergalmde
-door de rotsen, de regen kletterde en de wind de boomen heen en weer
-zweepte; dan droomde zij gaarne van een ramp, die de wereld uit haar
-grondvesten rukte, die haar en Conrad en Corona met zich rukte,
-waarheen, wist zij zelf niet en wilde het ook niet weten.
-
-Zoolang mogelijk streed Hermelijn tegen de namelooze matheid, die haar
-dreigde te overstelpen; lichamelijke beweging had haar goed gedaan,
-maar waar zou zij die nemen, alleen als zij steeds was? Een wandeling
-ver van huis in de wildernis deed haar huiveren; in de onmiddellijke
-nabijheid van Djantong maakte zij soms ontdekkingstochten, doch zij
-kende den weg niet en vreesde onaangename ontmoetingen; lectuur kon
-haar niet meer boeien of het moest wanhoopspoëzie zijn en zoolang zij
-kon, hield zij hare hand af van Byron of Musset, die haar
-onweerstaanbaar aantrokken; het huishouden en de muziek boezemden haar
-weldra afkeer in, niets was in haar oog belangrijker dan haar eigen
-gedachten.
-
-Haar hoofd klopte, haar oogen brandden, haar borst deed haar pijn; ’t
-was of zij zwaar ziek ging worden, in waarheid was slechts haar
-zenuwgestel aangedaan.
-
-»Zou men zich zoo gevoelen als men krankzinnig wordt,” dacht zij
-sidderend en zag dan angstig naar den grooten weg, hopende, dat er
-iemand zou komen om eenige afwisseling te brengen in haar ondragelijk
-leven.
-
-Een enkelen keer zag zij een of meer ruiters naderen; soms was het haar
-vader, of wel een van de broeders, maar de pogingen, die zij aan moest
-wenden om tegenover hen opgeruimd en tevreden te schijnen, vielen haar
-telkens zwaarder en als zij weg waren, voelde zij zich nog meer
-uitgeput.
-
-»Kon ik maar iets uitrichten, die lijdelijke werkeloosheid is meer dan
-ik dragen kan,” verzuchtte zij weinige minuten vóór dat August kwam met
-zijn verzoek.
-
-»Conrad zal wel dadelijk komen. Vraag ’t hem zelf,” antwoordde zij.
-August en Poppie waren nu juist geen personen aan wier omgang zij veel
-had maar toch, beiden schenen goed en hartelijk, en dan waren er
-kinderen. Zij zou daar leven en beweging vinden, maar vooral zou haar
-man van haar gehate tegenwoordigheid voor korten tijd ontslagen zijn.
-
-Zooals te denken was, antwoordde Conrad niets anders dan:
-
-»Als je trek hebt, ga je gang!”
-
-Op die beminnelijke toestemming haastte Hermelijn zich haar goed in te
-pakken, terwijl August met zijn broer de beste wijze besprak om naar
-zijn woning te gaan.
-
-»Je moet van avond maar slapen in het groote huis, Hermine,” zei Conrad
-op zulk een vreemden toon, nu hij haar aansprak, dat zijn vrouw er van
-schrikte.
-
-»Morgen kan je verder gaan met de tandoe [30].”
-
-»Heel goed, ’t is zooals je het beschikt het beste.”
-
-Er werd gerijsttafeld. August en Conrad hadden het druk over de
-koffiecultuur en Hermelijn verwonderde er zich over dat haar man,
-wanneer hij aan den gang was, zoo aardig en in zulk goed Hollandsch
-redeneeren kon.
-
-Na het eten kwam het rijtuig voor; August en Hermelijn stapten in;
-Conrad sloot het portier en beantwoordde zeer slapjes de hand, die zij
-hem toestak.
-
-»Compliment aan Portias en Kitty,” riep hij hen na.
-
-
-
-
-
-
-
-XIX.
-
-
-Onwillekeurig voelde Hermelijn zich herleven toen zij ’s middags in de
-gezellige voorgalerij van Ngaroengan zat, waar Kitty, Margot en Corona
-in Europeesch toilet vereenigd waren, waar Portias zijn eenigszins
-hoogdravende maar welgemeende volzinnen ten beste gaf, waar kinderen
-stoeiden en groote menschen praatten en lachten.
-
-»Vind je dat reizen in zoo’n tandoe niet kinderachtig,” vroeg Corona
-aan Hermelijn; »wil je niet liever te paard de reis doen?”
-
-»Ik heb er geen kleeren voor.”
-
-»Maar ik zal je een amazone geven; dat ik iets langer ben hindert niet
-bij een rijkleed; daarbij, in het gebergte is alles mooi.”
-
-»Dank je, ik draag het kleed van anderen niet,” antwoordde Hermelijn
-kortaf.
-
-Allen stonden verbaasd over dit onverwachte antwoord, Corona bood iets
-aan en het werd geweigerd; hoe durfde Conrad’s vrouw dat doen?
-
-»Nu, ik ben niet gewoon iets op te dringen,” hernam zij geraakt.
-
-Het bitterst griefde ’t haar, dat Thoren van Hagen juist binnen was
-gekomen, en het antwoord van Hermelijn stellig gehoord had. Hij was er
-ook verwonderd over en zag zijn jonge vriendin scherp aan; ’t viel hem
-dadelijk op, dat zij zeer veranderd was, een pijnlijke trek lag om haar
-mond en haar oogen; een grenzenlooze minachting sprak uit haar toon en
-haar blik.
-
-Welke droevige gewaarwordingen hadden het blijmoedige, opgewekte meisje
-in zoo korten tijd verbitterd en veranderd!
-
-Hij groette haar zonder meer en zij noemde hem bij opzet niet.
-
-’t Duurde niet lang of het gesprek werd algemeen; de plannen van Thoren
-van Hagen werden besproken, goed- of afgekeurd; Corona mengde zich niet
-in het gesprek en Thoren scheen nauwelijks haar tegenwoordigheid op te
-merken.
-
-»Ik ga mee bij Poppie logeeren?” fluisterde Kitty Hermelijn toe. »Is
-dat niet heerlijk?”
-
-»O lieve Kitty! Je had mij geen betere tijding kunnen mededeelen.”
-
-’t Was een genot voor Hermelijn het hartelijke, warme handje van haar
-schoonzuster in de hare te mogen houden en haar liefkozende stem te
-hooren, zoo heel iets anders dan die eeuwige stilte, welke haar in
-Djantong omgaf, haar oogen schitterden en Thoren van Hagen dacht:
-
-»’t Is niets dan levensgeluk dat haar ontbreekt.”
-
-Er werd besloten een wandeling te maken; Kitty en Portias, Philip en
-Margot, August en Corona, Thoren van Hagen en Hermelijn waren van de
-partij, Kitty had den arm van haar man genomen.
-
-»Je bent precies een sirihplant, als je geen staak hebt om op te leunen
-dan val je om,” was het lieve bescheid van Corona.
-
-Zij zelf voelde zich verlegen met haar houding; te trotsch een stap
-naar Hermelijn of Thoren van Hagen te doen, bleef zij zich vergenoegen
-met het gezelschap van August en liep met hem vooruit; zoo bleef
-ongezocht Hermelijn in Iwan’s gezelschap achter.
-
-Zij zweeg, haar hart was te vol en zij kon niet klagen.
-
-»Arme Hermelijn!” zeide hij eindelijk zacht.
-
-»Waarom arm, ik beklaag mij niet.”
-
-»Maar je trekken, je oogen doen ’t voor je! Ik had ’t sinds lang
-geraden, je bent teleurgesteld.”
-
-»Zeg liever bedrogen; Conrad is de minst schuldige maar zij die slang,
-die... o Iwan, ik wilde dat ik woorden kon vinden om haar te noemen en
-haar te...”
-
-»Foei Hermelijn, foei, ik ken je niet meer.”
-
-»Maar ken ik mezelf dan nog? O ’t is zoo gemakkelijk, goed, braaf,
-vroom te zijn als men gelukkig is, en dan spreken ze nog van een lijden
-dat verheft, dat veredelt, neen ’t verlaagt, ’t maakt slecht.”
-
-»Arm kind!”
-
-»Zeg dat woord niet meer Iwan; zeg dat niet; ik zou mij neer kunnen
-werpen op den grond, en wachten tot er een tijger kwam om mij te
-verslinden, of een bliksemstraal om mij te treffen; alles, alles, maar
-niet dit vreeselijke lot.”
-
-»Hermelijn, denk je nog aan die zwarte wolken met zilveren randen, die
-ik als kind, wanneer ik bij uitzondering stil en rustig was, met je
-bewonderde?”
-
-»Ik ken geen zilveren randen meer, niets dan duisternis.”
-
-»Heb je alle vertrouwen op God verloren, Hermelijn? ’t Is zoo diep
-treurig, een vrouw, die geen vertrouwen, geen hoop meer heeft.”
-
-»Dat weet ik... ik denk zooveel aan je moeder Iwan, ik begrijp haar nu;
-dien dood, waardoor zij zich zoo verschrikkelijk op je vader wreekte.”
-
-»En die straf viel tevens op mij, Hermelijn! Waarom ben ik zwerver
-geworden, waarom vind ik nergens rust? Omdat geen moederoog mijn jeugd
-leidde, geen moederhand mijn karakter vormde, omdat ik tegen mijn vader
-met schrik en... en afkeer leerde opzien! Elke zonde draagt haar straf
-in zich, je ziet het hoe mijn vaders fouten gewroken werden, en ik
-onschuldige draag den vollen last.”
-
-»En ik dan, ben ik niet even onschuldig en even ongelukkig?”
-
-»Alles is aaneengeschakeld, Hermelijn; ik ben waarlijk een wonderlijke
-zedepreker, maar lieve meid, ik wou je zoo graag een beetje troost
-geven voor den steun, dien je vader mij zoo ruim schonk! Als ik hem
-niet had ontmoet dan ware er nog minder van mij gekomen, en beken dat
-het dan bitter weinig was geweest, Hermelijn! Ik heb met je te doen; ik
-weet dat het hard is zijn illusiën te verliezen, maar zie je nergens
-licht? Is er nergens hoop op iets beters? Als mijn moeder sterk ware
-geweest, zij had mij in de armen genomen en gezegd: »Voor mijn jongen
-wil ik leven! Voor hem zal ik alles dragen!” En elke moedige daad van
-zelfoverwinning, elk offer draagt zijn belooning in zich. Zie je
-nergens een zilveren puntje, Hermelijn?”
-
-»Neen, als ik t’huis ben denk ik nergens, maar hier..”
-
-»Nu kijk goed naar dat puntje, en denk dat Onze Lieve Heer het daar
-heeft geplaatst. Ik zal je vertrouwen in Hem niet schokken, Hermelijn!
-Wij mannen, voor wie de wereld openligt, wij meenen dikwijls hem te
-kunnen missen en toch wat is ’t ons vaak hier leeg en grauw, maar gij
-vrouwen die leven moet van zelfvergetelheid, van offers, van
-onbeantwoorde liefde, waar moet gij heen, als gij in uw eenzaamheid
-geen vriend bezit, tot wien ge gaan kunt, die nooit moede wordt van uw
-klagen, van wien gij vast gelooft dat Hij uw lot in zijn vaderlijke
-zorg regelt.”
-
-Hermelijn droogde eenige brandende tranen af.
-
-»Mijn ongelukkige moeder, was zoo diep niet gezonken als zij dat geloof
-en vertrouwen had bewaard.”
-
-»Diep gezonken, zeg je?”
-
-»Ja, diep zeer diep; zij heeft het heiligste, wat in haar borst
-schuilde, haar moederliefde vertrapt uit wraakzucht.”
-
-»Je bent streng, Iwan.”
-
-»Misschien had het verdriet haar waanzinnig gemaakt. ’t Is haar eenige
-verontschuldiging.”
-
-»Maar daar is niets aan te verhelpen als men dat wordt.”
-
-»Alleen zwakken van ziel worden het; blijf dus sterk Hermelijn!”
-
-»Wil je mij een genoegen doen, Iwan?”
-
-»Natuurlijk!”
-
-»Noem mij zoo niet meer als Conrad er bij is, hij heeft het niet
-graag.”
-
-»Zei hij dat?”
-
-»Ja!”
-
-»En dan zocht je naar het zilveren puntje, Hermelijn! of liever
-mevrouw! Ik zal er om denken, dat beloof ik je. Tusschenpersonen baten
-hier niets, Portias heeft me alles verteld, de strijd moet tusschen je
-beiden worden afgestreden en uw lieftalligheid, uw geduld, mevrouw de
-Géran, kunnen alleen overwinnen.”
-
-»Wat een druk gesprek! Mogen wij daarvan niet meegenieten?” vroeg
-Corona, wie het zwijgend gaan naast August ontzaggelijk verveelde.
-
-»We hadden het over de trachietvorming der rotsen, juffrouw de Géran.”
-
-Een der knaapjes, een aardige krullebol van vier jaar, was meegeloopen,
-maar over vermoeidheid klagend, wierp hij zich op den grond en weigerde
-voort te gaan.
-
-»Ondeugende bangsat [31]!” riep Corona, trok hem in de hoogte, en nam
-hem op de armen, »wat doe je ook mee?”
-
-»Mag ik u van dien zoeten last ontheffen?” vroeg Thoren van Hagen.
-»Maar ’t zou me echter spijten, als u mijn verzoek toestond.”
-
-»Dan moet u het niet vragen.”
-
-»’t Is van mijn kant een daad van zelfopoffering, ik doe afstand van
-een feest der oogen; met dat kind op den arm gelijkt u...”
-
-»Een madonna!” riep Kitty.
-
-»Dat toevallig niet! Een moeder der Grachen.”
-
-»De eene Grach mankeert, helaas!”
-
-»Ik belief voor geen moeder aangezien te worden; gevoelt u er roeping
-toe dien bengel te dragen dan geef ik hem u dadelijk over.”
-
-»Zie zoo, ’t is gelukt, Tjapé Njo [32]?”
-
-Corona, ofschoon innerlijk gekrenkt over de wijze, waarop hij haar ’t
-kind had afhandig gemaakt, kon een lach niet weerhouden toen zij hem
-Maleisch hoorde spreken met het knaapje.
-
-Thoren van Hagen ging vooruit met het ventje op den nek, de weg was een
-holle, hoog beschaduwd met bamboestruiken en ramboetanboomen
-waartusschen de koffieplant groeide.
-
-»Weet u wel, dat we vlak bij mijn villa zijn,” vroeg hij, zich
-plotseling omkeerend, en tot het kind: »Nu Njo, genoeg paardje gereden
-op oom?”
-
-»Oom,” gierde Margot, »hoor je Philip, meneer noemt zich oom.”
-
-»Nu Margot, is dat zoo onmogelijk? Njo vindt het zoo vreemd niet, hé
-jongen?”
-
-»De jongen ziet en hoort ook van niets anders dan van ooms en tantes!”
-zei Kitty.
-
-»Dan hindert een oom meer of minder niet, waar de boom zoo vol geladen
-is.”
-
-»En nu gaat Njo, zooals het een behoorlijk jongmensch past, aan oom’s
-handje wandelen! Heel netjes en fatsoenlijk; morgen krijg je wat
-lekkers van oom.”
-
-De weg kwam werkelijk uit op het verrukkelijk meertje, dat Thoren van
-Hagen zich tot woonplaats had uitgekozen; stil en vredig lag het daar
-in de vallende duisternis, omzoomd door rotsen en boomen. Een enkele
-ster spiegelde zich in het gladde water, eenige watervogels gleden
-statig over de licht gerimpelde oppervlakte.
-
-Een kleine boot lag bij een der eilanden, en verried het plan van den
-landheer, om over het meer tochtjes te doen.
-
-»Een schuitje, hoe prettig!” riep Kitty.
-
-»’t Staat te uwer beschikking, mevrouw! En aan wie mag ik nu mijn
-Njotje toevertrouwen, aan jou, Philip, je hebt er nu net een gezicht
-naar, om zonder dat jezelf er veel last van hebt hem veilig t’huis te
-brengen.”
-
-»Ga je niet mee, Thoren! We hadden zoo gerekend op een gezellig
-muziekavondje, nu Hermine er is.”
-
-»’t Spijt me, Portias, maar ik moet van avond dringend t’huis zijn; ik
-heb mijn huisgenoot beloofd met hem op de vleermuizenjacht te gaan. Die
-beesten maken het mij zoo geducht lastig! En dan, we hebben van avond
-ketan item [33] voor diné.”
-
-»Is u heel ingericht?” vroeg Hermelijn.
-
-»Op de voorgalerij na! Dan hoop ik een inwijdingsfeest te geven.”
-
-»Een mooi vooruitzicht!” zeide Corona spottend.
-
-»Een jongeheeren feest?” vroeg Kitty.
-
-»Wel neen, ik zal juffrouw Iteko verzoeken er de honneurs van waar te
-nemen.”
-
-»U ook al meneer van Hagen? Van Akkeveen is zoo iets te verwachten,
-maar van u.”
-
-»Van mij, lieve juffrouw, wat bedoelt u!”
-
-»Ik wil geen laffe aardigheden hooren op een uitstekend goed schepsel,
-wier eenige fout het is dat ze ongelukkig is.”
-
-»Maak ik dan aardigheden? Ik verzeker u dat het mij ernst is en zal het
-bewijzen ook. De vrouwen zijn wel gelukkig, ze mogen alles straffeloos
-wezen, mooi, geestig, scherp, voorbarig, en wij arme sukkels staan er
-weerloos tegenover.”
-
-»U is wel te beklagen,” antwoordde Corona vol ingehouden toorn.
-
-
-
-
-
-
-
-XX.
-
-
-De koffielanden der Gérans lagen op de helling van den Merawoe, een
-sinds jaren schijnbaar rustige vulcaan, die echter in den laatsten tijd
-enkele teekenen van leven gaf in den vorm van luchtige pluimen die als
-donzige wolken den krater ontsnapten; nu en dan hoorden de Javanen ook
-een onderaardsch gedruisch, dat schrik en vrees onder hen bracht, maar
-tot nu toe geen verdere gevolgen had.
-
-Aan den voet van den berg strekte zich een heuvelachtige oppervlakte
-uit, rijk aan wouden en dalen, aan stille meren en oudheden uit den
-Hindoetijd, die dit gedeelte tot een der merkwaardigste van Java
-maakten.
-
-Vredige dessa’s [34] brachten met hun goudbruine daken afwisseling in
-die zee van groen, en sawahs [35], dambordvormig afgedeeld, daalden
-trapsgewijze de hellingen af. Het groote huis lag tegen den heuvelrug
-aan, vanwaar men een uitgestrekt gezicht had; hoogerop, dieper in het
-woud, bevond zich het land, waarover August het opzicht had.
-
-De weg ging steil opwaarts, langs rotsmuren en ravijnen, gevuld met den
-weelderigsten plantengroei; een rijtuig zou langs den smal kronkelenden
-weg niet kunnen voortgaan, slechts het kleine, dappere paard van
-August, te klein bijna voor zijn lange beenen, en de tandoe, waarin
-beide schoonzusters zaten, door zes koelies gedragen, konden zich aan
-de moeilijke bestijging wagen.
-
-Portias had gaarne zijn vrouwtje gevolgd maar zijn schoonvader
-vertrouwde hem een werk toe, dat veel te doen gaf, en waarbij zulk een
-haast was, dat er van meegaan geen sprake kon zijn.
-
-Corona liet zich dien morgen niet zien; zij had haar vader gevraagd of
-’t met zijn goedkeuring was, dat Kitty meeging.
-
-»Maar kindlief,” was het antwoord, »wat kan ’t mij schelen als haar man
-het goedvindt; heb jij er iets tegen, belet ’t haar dan.”
-
-Zij voelde haar onmacht om dat uitstapje te beletten; met leede oogen
-zag zij de toenemende vriendschap tusschen Kitty en Hermelijn aan, een
-vriendschap, waarop zij alleen recht meende te hebben; zij had alle
-moeite gedaan die te verwerven, zij die niet gewoon was om liefde of
-vriendschap te bedelen, en Hermelijn bleef standvastig op een afstand.
-Zij behandelde haar met koelen afkeer, zou ’t dan waar zijn, wat Thoren
-van Hagen had gezegd, dat het een slechte daad geweest was, Conrad te
-dwingen tot zijn geluk?
-
-Zoo vertrokken dan Kitty en Hermelijn zonder haar afscheidsgroet en hun
-stemming was er niet slechter om. Het was zeer vroeg in den morgen, de
-dauw lag nog over het gras en de boomen, de bamboes en varens, de
-alang-alang en de woudbloemen; hoe hooger men kwam, hoe frisscher de
-atmosfeer werd, een nieuw leven doortintelde Hermelijn’s aderen; daar
-de tandoe hoogst langzaam ging, stapte zij nu en dan uit om te wandelen
-en ten volle de heerlijke natuur te genieten.
-
-Bij elke kromming van den weg vertoonde zich een ander gezicht:
-rotsblokken in chaotische verwarring opeengestapeld, bedekt met mantels
-van groen, wit en rood gebladerte, vergezichten op rijstvelden, die een
-groot meer geleken, waaruit als eilanden de groene boomen doken, die
-een kampong overschaduwden; wouden, ineengestrengelde koepeldaken, die
-met moeite een zonnestraal doorlieten en op welks bodem het
-donkergroene mos met ontelbare woekerplanten doorwoeld werd; ravijnen,
-waarin de toppen van de hoogste boomen onbereikbaar diep aan haar
-voeten lagen.
-
-En boven dat alles de top van den bergreus, verscholen tusschen blauwe
-wolken, die nu eens een bekoorlijken sluier wierpen over bosschen en
-rotsen, dan weer door de zon beschenen, schitterden in weergaloozen
-gouden gloed.
-
-»Hoe heerlijk te leven en gelukkig te zijn,” riep Hermelijn, Kitty’s
-arm drukkende, terwijl zij de wonderbare tropische natuur plotseling
-omfloersd zag door het vochtige waas dat haar oogen bedekte.
-
-»We moesten met ons vieren zijn, ik met met mijn José, jij met Conrad!”
-
-»Niets gemakkelijker dan dat voor jou, maar voor mij!”
-
-»Wacht maar, Hermelijn! Wie verzekert ons dat hij niet evenveel
-verdriet heeft als jij?”
-
-»Omdat hij met mij getrouwd is?”
-
-»Neen, omdat hij verlegen is met zijn eigen houding! Let maar op,
-zusjelief, hij weet niet, hoe hij ’t moet aanleggen, want hij is een
-domme jongen, maar geloof me, als hij alles vooruit had geweten, zou
-hij ’t anders hebben aangelegd.”
-
-»Wat vooruit geweten?”
-
-»Wel dat je zoo’n lief, goed Hermelijntje was, die Cor zoo aardig op
-haar plaats kon zetten. Portias zal ’t hem vertellen, wat je gisteren
-avond tegen haar hebt durven zeggen.”
-
-»Maar is daar nu zoo’n moed toe noodig?”
-
-»We zijn allemaal bang voor haar, ik heb zooveel van haar gehouden en
-toch, zoo iets durfde ik nooit uitspreken.”
-
-Tegen den middag kwam men aan het hooggelegen, bijna geheel in de
-bosschen verscholen huis van August; het was van bamboes opgetrokken en
-met atap [36] gedekt, maar het zag er toch netjes uit. Een loentasheg
-omgaf het van drie zijden; in de voorgalerij stonden potten met
-bloemen, die Hermelijn wel wat kinderachtig vond, daar waar men de
-heerlijkste exemplaren van het plantenrijk voor het bewonderen had in
-den vrijen grond; de kerees [37] hingen neer, maar op het getrappel van
-papa’s paard kwamen een zestal kereltjes, van verschillende
-schakeeringen bruin, opstuiven. Het eenige verschil was dat eenige in
-hansop, schilderachtig badjoe monjet (apenbaadje) genoemd, waren
-gekleed zonder aanzien van geslacht of leeftijd, terwijl de anderen dit
-eenige kleedingstuk geheel misten. De jongste scheen nauwelijks één
-jaar en hield een groote pisang [38] onophoudelijk tusschen hand en
-mond, de anderen hadden òf kuikens, òf vruchten in de vuile vingers.
-
-Zij spraken niet eens Maleisch maar Javaansch, allen door mekaar, een
-gillend, de andere kermend, papa tegemoet vliegend. Kitty greep er
-twee, die als droppels water op elkaar geleken bij de badjoe monjet en
-stelde ze Hermelijn voor.
-
-»Het tweede tweelingpaar, tot het oudste behoort Jantje.”
-
-»Dan is het gemakkelijk er tien bij mekaar te krijgen,” antwoordde
-Hermelijn lachend en dreef de zelfoverwinning zoover, dat zij op het
-met zand en pisangpap bemorste gezichtje een plek zocht, waar zij een
-kus drukte, bij welk onverwacht bewijs van tantelijke liefde het
-jongentje of meisje ’t op zulk een luid geschreeuw zette, dat zij zich
-niet meer aan de herhaling der liefkoozing waagde.
-
-Toen zij het huis betrad kwam de dikke Poppie in een bonte kabaja, met
-hooge kondé [39], geheel het uiterlijk eener Javaansche baboe,
-aangewaggeld, haar in het Maleisch verwelkomend.
-
-»Hoor eens Pop,” zei Kitty, »onze lieve zus kan reeds heel aardig
-maleisch voor haar doen, maar met haar schoonzuster spreekt zij bij
-voorkeur Hollandsch.”
-
-»Ja, ik vergeet haast! Kom hier, ik zal wijzen met jou kamer en dan wij
-gaan eten.”
-
-»Laper sekali,” [40] bromde August.
-
-»Ja, kassian! Cor geeft ook niets mee voor te eten, wacht als ze weg
-gaat, ik geef ketoepat en saté, en kwee-kwee!”
-
-»Dadelijk eten!”
-
-Met bedrijvige hartelijkheid rolde de goedhartige dikkert voor hen uit
-naar de logeerkamer, die er heel anders uitzag dan die van Ngaroengan
-en Djantong; alles had een even Inlandsch aanzien, ofschoon blinkend
-van zindelijkheid. De voorgalerij werd nooit gebruikt en was bijna
-altijd gesloten; in de achtergalerij scheen men te huizen, daar stond
-tenminste August’s leuningstoel en de rustbank met kussens opgestapeld,
-waarop moeder Poppie en haar kinderen met opgetrokken knieën zaten te
-eten, want van aan tafel zitten was geen sprake.
-
-Poppie deed op gewone dagen als er geen logés waren alles op een diep
-bord en zette den hoogen rijstberg voor August, die in zijn
-luiaardstoel lag en zoo dineerde, dan nam zij op een ander bord een
-bijna even grooten hoop, ging met de onnavolgbare vlugheid van een
-Indische vrouw op de baleh-baleh [41] zitten, de beenen kruisgewijze
-onder haar gevouwen en begon met haar vijf vingers eerst zich zelf te
-voeren en dan haar talrijk kroost, dat op bloote voeten om haar heen
-trippelde of wel op de baléh-baléh klom, stoeide, griende, kibbelde om
-elk stukje vleesch dat Adik meer kreeg dan Non, of om elke hap, die een
-beurt oversloeg bij Pietje of Jootje; zoo hadden ten huize van August
-de middagmalen plaats. De grootere kinderen kregen een batok
-(uitgeholde klappernoot) vol rijst en toebehooren en gingen ergens op
-de trappen zitten of in den tuin en kwamen zich aanmelden als de
-voorraad uitgeput was. Na het diner of de lunch, nam mevrouw Poppie
-haar mooie schildpadden sirihdoos en tracteerde zich zelf op een
-pruimpje dat zij met grooten smaak toebereidde; zij spoelde daarna
-echter steeds haar mond en durfde zich niet te veel aan haar
-liefhebberij overgeven; want als Corona er achter kwam, wist zij wel,
-wat er volgen zou.
-
-Daarna ging Njonja [42] een praatje houden met de kokkie, die naast de
-naaister op een matje kwam hurken; zij zelf nam daarbij een korte
-welverdiende rust op de baléh-baléh, omringd door haar lievelingen.
-
-Nu echter was alles anders ingericht; de zusters waren het zoo deftig
-gewoon, daarbij de eene was een tottok. [43] De tafel werd behoorlijk
-gedekt en van zilveren lepels en vorken voorzien; de stoelen waren
-aangezet maar de kinderen kregen hun batok en de kleinen werden door de
-baboe op een matje vereenigd en door haar gedoelangd (gevoed).
-Hermelijn moest uit een ondragelijke omgeving ontsnapt zijn om zich
-hier op haar gemak te voelen. August sprak met zijn vrouw slechts in
-het Maleisch of Javaansch, Poppie draafde door zonder te bemerken,
-hoeveel bokken tegen het Hollandsch door haar geschoten werden en links
-en rechts neervielen; Kitty alleen was haar gezelschap waard en
-Hermelijn smachtte er naar met haar samen te kunnen zijn.
-
-Na het maal, dat zoo overvloedig was als een echte Indische rijsttafel
-het slechts kon wezen, gingen zij naar haar kamer en daar spraken
-beiden naar hartelust over hetgeen hen zoo ter harte ging: Conrad en
-alweer Conrad; Hermelijn werd niet moe over zijn jeugd te hooren
-verhalen.
-
-»Hou je nog altijd veel van hem?” vroeg Kitty.
-
-»Moet ik ’t dan niet? Hij is mijn man, als ik niet meer van hem kon
-houden dan zou mijn ongeluk niet te overzien zijn.”
-
-’s Middags werd er gebaad, maar het toilet van Poppie bepaalde zich tot
-het aantrekken van een schoone witte kabaja, dat was nog een
-beleefdheid den gasten aangedaan, anders werd de bonte kabaja tegen een
-andere van die kleur verruild. De kinderen kregen schoone hansoppen
-aan, vóór dat zij het bosch ingingen. Mama had voor pisang goreng en
-kollak [44] gezorgd, waaraan zij zich zoolang te gast deden, tot er
-zelfs onpasselijkheden en nieuwe huilpartijen ontstonden.
-
-Al was dus de geest, die in dit huishouden heerschte, voor Hermelijn nu
-juist niet opwekkend of verfrisschend, materieel deed het haar
-bijzonder goed, dank de groote wandelingen, die zij met Kitty en August
-maakte, de rijtoertjes, welke zij alleen met hem ondernam, want Kitty
-bleef t’huis gehoorzaam aan haar man, met alle blijmoedigheid, die een
-liefhebbende vrouw leggen kan in haar onderwerping aan den wil van een
-beminden meester.
-
-»Kon ik den mijne ook maar gehoorzamen. Gaf hij mij maar een gebod, een
-wensch, dien ik opvolgen moest!” zuchtte Hermelijn.
-
-Maar voornamelijk was het haar een troost met Kitty over al die duizend
-kleine nietigheden te kunnen keuvelen, waarover jonge meisjes en
-vrouwtjes nooit uitgeput raken, en waaraan zij evengoed behoefte hebben
-als aan versche lucht en dagelijksch brood. Zich uit te praten is zoo
-iets echt vrouwelijks, dat zij, die er de gelegenheid niet toe hebben,
-het gemis daarvan voelen tot schade van haar lichaams- of
-zielsgezondheid; het onverstoorbaar optimisme van Kitty werkte gunstig
-op Hermelijn, haar gezonde natuur, die een afkeer had van
-neerslachtigheid, kwam den druk te boven, welke haar in Djantong zoo
-pijnigde; zij begon zooals Thoren van Hagen het raadde, zilveren randen
-aan de donkere wolken te onderscheiden en vreesde niet terug te keeren
-naar huis; ook trachtte zij de kinderen van August uit hun verwilderden
-staat op te heffen. Vroeger had zij het in haar blinde ingenomenheid
-tegen Corona wreed en onnatuurlijk gevonden dat deze de kinderen van
-hun ouders verwijderde om ze onder haar oog op te voeden, nu echter, nu
-zij hen als Javanen in het wilde hier zag opgroeien kon zij de groote,
-gevreesde Cor geen ongelijk meer geven.
-
-Haar schoonzuster Poppie gaf zich veel af met Inlandsche geneeskunde;
-geen kwaal of zij wist er raad voor; zij had zalfjes en dranken voor
-ieder ten beste, maar zeide zij:
-
-»Cor geeft niet ik gebruik die obat! Kassian, als laatst ik mag helpen
-met kleine Jantje, hij stellig beter, maar nu hij is dood.”
-
-Zij was steeds in groote zorg of haar kinderen wel gebruik maakten van
-de djamoe’s, borehs, parems en hoe al die middeltjes, welke den
-anti-kwakzalversbond een griezeling op het lijf zouden jagen, nog meer
-heeten mogen; niettegenstaande Corona’s verbod had zij toch steeds een
-menigte tampah’s [45] met allerlei kruiden op het dak harer bijgebouwen
-te drogen gelegd, om ze als vloeistoffen te laten trekken in den
-maneschijn. Er was altijd een heele apotheek in de maak, en Hermelijn,
-die gaarne iets leerde, won haar hart door naar het gebruik en de
-samenstelling van die middeltjes te vragen.
-
-August liet zijn vrouw haar gang gaan; hij zat het liefst in Indisch
-costuum staten te schrijven, hij was de copiist der kolonie, had een
-prachtige hand en maakte nooit fouten, zijn vrouw zorgde goed voor zijn
-tafel; meer scheen hij niet van haar te verlangen.
-
-Acht dagen bleef Hermelijn hier logeeren en verkreeg daardoor een blik
-in een echt Indisch huishouden, dat haar volstrekt niet aantrekkelijk
-voorkwam. Kitty, die reeds in dien tusschentijd een kort bezoek van
-haar man en dagelijks eenige brieven van hem had ontvangen, verlangde
-naar huis, maar Guillaume kwam zijn beide zusters dringend vragen, ook
-zijn Toetie eens te komen bezoeken, en Hermelijn, die geen haast had
-naar Djantong terug te keeren, vanwaar zij taal noch teeken ontving,
-voelde lust de uitnoodiging aan te nemen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXI.
-
-
-De weg naar Wilhelmshöhe, zoo had Guillaume zijn landhuis genoemd, was
-dalende en liep bijna geheel door de koffietuinen; de kleine struiken
-schieten niet boven 10 tot 12 voet op; de takken spreiden zich in de
-breedte uit daar de kroon weggesneden is, waardoor de bloesems zich
-rijker ontwikkelen; de bodem was zorgvuldig van struikgewas en onkruid
-gezuiverd, terwijl tusschen de jonge boompjes, de hooge schaduwrijke
-dadapboomen geplant zijn, die hun takken ineenstrengelen en zoo een dak
-vormen, om de koffieplanten te beschutten en den grond rein te houden,
-want lommer is een levensvoorwaarde van de kostbare aanplanting. Het
-golvende terrein was geheel met zulke tuinen bedekt, de bloeiende
-planten verspreidden de zoetste geuren; later kwam men in een laan, aan
-weerszijden met hoogopgaande palmen omzoomd, pinang, areng en
-kokosboomen. Te midden van zulk een klappertuin stond het eenvoudige
-huis van Guillaume. Onmiddellijk trof het Hermelijn’s aandacht, dat
-hier een minder Indische toon heerschte dan bij August, doch ook de
-zindelijkheid van Poppie ontbrak geheel.
-
-Toetie had een witte kabaja aan vol vlekken, haar haar was zoo netjes
-niet gekamd en gladglimmend als dat van haar schoonzuster, maar in een
-verwarde lus opgebonden; de kinderen hadden Europeesche pakjes vol
-scheuren en gaten aan. De meubels waren van goed Europeesch model, doch
-afgebroken, gelijmd, het bekleedsel bemorst en gescheurd; Toetie had
-een vriendin bij zich, een echt Indisch meisje met dikke lippen en
-platten neus. ’s Middags amuseerden zij zich met main keplèk, een soort
-van dobbelspel met Chineesche kaarten, waaraan zij veel geld verloor.
-
-Kitty vergezelde Hermelijn niet; zij bleef nog een dag bij haar oudsten
-broer, in afwachting dat Portias haar zou komen halen. ’t Hollandsch
-vrouwtje voelde zich hier nog minder t’huis, Guillaume maakte over
-alles gekheid, al lachend verweet hij zijn vrouw haar
-onregelmatigheden; de kinderen waren vreeselijk ondeugend maar hij
-strafte hen nooit.
-
-Toen in de achtergalerij het eten klaar stond, en de familie zich om de
-tafel zette, bemerkte Hermelijn dadelijk dat de borden gebarsten, het
-tafelkleed bemorst, de lepels en glazen er ongewasschen uitzagen. De
-rijst verscheen in een koekoesan [46], waaruit Toetie schepte;
-intusschen waren de kinderen niet bij elkaar te houden; een stond op
-een stoel met lepel en bord, een ander lag schreeuwend op den grond,
-een derde alleen, een knaapje met ondeugende oogen, keek zijn moeder en
-de tantes zwijgend aan.
-
-»Allah, minta ainpon!” [47] gilde plotseling Toetie, want haar
-rijstlepel stuitte op een hard voorwerp, dat bij nader inzien een
-versleten, vuile slof bleek te zijn.
-
-Het zoete knaapje gierde ’t uit van lachen, zijn moeder die het
-voorwerp der misdaad in de hand nam, vloog hem na, zoo vlug als men van
-haar vadsigheid niet had verwacht, greep den jongen bij zijn haar en
-hield een strafoefening, zoo overdreven streng, dat Hermelijn, die
-anders verontwaardigd genoeg was over deze jongensstreek, er
-zenuwachtig van werd.
-
-Guillaume deed niets dan lachen, bediende zich van saus en kip, en
-scheen zijn eetlust er niet bij verloren te hebben.
-
-Toetie kwam terug met het gezicht en de gebaren van een feeks, de
-jongen gilde zoo hard dat men het uren ver in het gebergte moest
-hooren; zijn moeder bond het verwarde haar op en deed haar man de
-bitterste verwijten:
-
-»Ik moet ook alles doen, jij verwent de kinderen maar, jij lacht om
-alles. ’t Is hier een huishouden als van Jan Steen. Wat zal Hermine
-daarvan denken? Ik moet ook alles doen met zoo weinig tractement; Cor
-houdt niet van mij en niemand houdt van mij, voor de nicht moet alles
-mooi zijn, maar voor mij is niets noodig, we eten altijd droge rijst.
-Ik kan geen japon koopen voor mij en dan zeggen ze nog, dat wij rijk
-zijn. Als ik geweten had, ik was nooit getrouwd, betoel!”
-
-»Heb je nu niets voor Hermine om te eten, zij lust die sloffenrijst
-stellig niet.”
-
-»Ah ja, die tottoks zijn zoo fijn, ik geef er niets om en als zij er om
-geeft, dan moet zij maar niet eten.
-
-»Foei, Toetie, foei!”
-
-De goede Guillaume stond op, ging naar de keuken en haalde een bord
-rijst voor zijn schoonzuster!
-
-»Dat komt er van als je logés vraagt en men geen geld heeft, maar voor
-tottoks moet alles gedaan worden en voor de eigen vrouw niemendal. Dat
-ben ik zoo gewoon, niet waar Adik! Dat is altijd zoo, jammer dat je
-niet bent getrouwd met zoo’n nonna blanda!” [48]
-
-Hermelijn voelde zich zoo uit het veld geslagen, dat zij niet meer eten
-kon; onwillekeurig dacht zij aan Diteren’s raad:
-
-»Pas op je schoonzusters!”
-
-En aan haar overmoedig:
-
-»Ik ben niet bang voor een schoonzuster, voor geen zes!” Wat een tijd
-lag daar tusschen; voor de schoonzuster, wie die waarschuwing gold
-behoefde zij niet ’t minst te vreezen; haar eenige, grootste vijand was
-haar toen zoo aangebeden echtgenoot.
-
-»Ik zal je niet lang hinderen, Toetie,” antwoordde zij kalm. »Als het
-kan zou ik van middag reeds willen vertrekken.”
-
-»Dat zou wat moois zijn, Hermelijn, je laten afschrikken door het
-gekakel van die onwijze hen? Je ziet, ik geef er niets om, laat ze
-pruttelen, straks gaat ze keplek spelen en dan vergeet zij alles; zij
-gaat links, ik rechts, we bemoeien ons anders niet met mekaar, ’t is
-mijn huis en je blijft er zoolang ik het hebben wil. Het geld komt nog
-liefst van mij en zij verspeelt het.”
-
-Hermelijn’s gevoel kwam in opstand tegen die onkiesche verwijten
-tusschen man en vrouw, vooral nu Toetie uitbarstte in een stortvloed
-van scheldwoorden, waarvan zij niets verstond, en waarvoor Guillaume
-lachend zijn beide ooren toesloot.
-
-De andere logée at rustig voort, als ware zij aan zulke tooneelen
-gewend.
-
-»Hoor eens Guillaume en Toetie,” zoo maakte zij gebruik van een
-oogenblik windstilte te midden van den storm, »je moet het me niet
-kwalijk nemen maar ik ben aan zulke scènes niet gewoon en daarom wil ik
-onmiddellijk vertrekken. Ik kom hier niet meer terug of mijn
-schoonzuster moet mij persoonlijk inviteeren; dan zal zij mij ook
-stellig hartelijker ontvangen dan nu ik alleen door haar man schijn
-verzocht te zijn. Je moet mij straks de tandoe laten klaarmaken
-Guillaume, want ik blijf hier niet slapen, al moest ik ook te voet naar
-Djantong gaan.”
-
-»Dat is nu jou schuld, Xantippe,” zei Guillaume, »je houdt de
-fatsoenlijke menschen van mijn huis. Poppie die op geen pensionaat is
-geweest, heeft er beter verstand van de lui te ontvangen dan jij. ’t Is
-goed Hermine, ga maar terug naar ’t groote huis en vertel wat je hier
-gezien hebt en hoe Toetie je behandelt.”
-
-Met groote oogen zag de jonge vrouw haar schoonzuster aan.
-
-»Als je zoo brani [49] bent,” zei ze met ingehouden drift.
-
-»Brani ben ik genoeg,” antwoordde Hermelijn, »maar ik ben niet gewoon,
-uit de huizen, waar ik logeerde, te klikken.”
-
-»Maar je kunt wel hier blijven,” begon Toetie te vleien, »bij ons is
-het wel niet zoo netjes als bij jou, wij zijn zoo arm.”
-
-»Neen, ik zal mijn bezoek liever uitstellen, tot ik eens met Conrad
-kom,” verzekerde Hermelijn vastberaden.
-
-»Zooals je wilt, Hermine,” sprak Guillaume, »als je maar weet dat je
-mij ’t ergste straft; ik had me zoo’n paar prettige dagen voorgesteld
-in je gezelschap.”
-
-»Natuurlijk, andere vrouwen vindt hij alleen lief.”
-
-»Dat komt er van als men gekoppeld wordt aan zoo’n heks. ’t Is alles
-jouw schuld, vrouw! Geen wonder dat je mij het huis uitjaagt.”
-
-Het was voor Hermelijn een werkelijke verlichting toen zij in de tandoe
-stapte om naar Ngaroengan te worden teruggedragen; Toetie was nu heel
-anders, haar toorn was bedaard en maakte plaats voor haar gewone
-matheid.
-
-»Wat zal Cor zeggen, dat je het niet kunt uithouden bij mij?” vroeg ze.
-
-»Ik zal antwoorden dat ik te veel naar Conrad verlang,” was het
-antwoord, met een pijnlijken lach gegeven, »ik ben niet boos op je,
-Toetie, want ik begrijp ’t heel goed wat het is. Je vindt het niet
-aardig dat Guillaume mij zonder je te waarschuwen verzocht heeft en je
-er niet op ingericht was mij te ontvangen. Een volgenden keer schrijf
-je mij zelf en dan blijf ik met heel veel pleizier logeeren.”
-
-Misschien had nog niemand ooit met zooveel erkenning van haar
-waardigheid tot Toetie gesproken; zij scheen verlegen.
-
-»Je moet maar blijven, ik zal niet tjoewawak [50] meer zijn.”
-
-»Dezen keer niet, Toetie! Een volgende maal met genoegen.”
-
-Guillaume wilde haar vergezellen; ofschoon de mandoer, een Javaan met
-stemmige, bedaarde houding naast haar tandoe ging.
-
-»Neen Guillaume,” zeide zij, »blijf t’huis, dat is beter.”
-
-»En waarom?”
-
-»Toetie zal ’t waardeeren.”
-
-»Waardeeren, och Hermine, zij weet niet, wat waardeeren is. Je ziet,
-wat voor prettig intérieur ik hier heb,” ging hij voort, naast haar
-draagkoetsje stappend, »gelukkig dat ik er niets om geef. Ik zoek mijn
-pleizier buitenshuis. ’t Is alles Cor haar schuld, zij liet ons trouwen
-toen we nog te jong waren om te weten wat we deden. Toetie is van goede
-familie; Cor had alles met haar moeder afgesproken en toen werd ons
-gezegd dat we het maar samen moesten vinden.”
-
-»’t Is ongelooflijk,” zuchtte Hermine.
-
-»Je ziet de gevolgen! Zij is driftig, slordig, lui, en speelt
-bovendien. Als ik een andere vrouw had, Hermine, zou ik beter zijn,
-maar een van al die eigenschappen maakt een man reeds ongelukkig.”
-
-»Zou er niets aan te doen zijn, Guillaume, met redeneering en
-zachtheid?”
-
-»Wel neen, je moet zoo’n heks aandurven! Ze is alleen bang voor Cor,
-die haar soms duchtig onder handen neemt. Ik weet niet Hermine, of
-Conrad je wel hoog genoeg schat, maar als je mijn vrouw was.... Wil je
-vriendelijk voor me zijn, Hermelijntje, een lief, aardig zusje?”
-
-Hij zag er sprekend Conrad uit; zijn stem klonk, zooals zij zich die
-van haar man had gedroomd, hij boog zich in de tandoe en staarde haar
-smeekend aan.
-
-»Wel zeker, Guillaume,” antwoordde Hermelijn onbevangen. »’t Is altijd
-mijn plan geweest, voor mijn nieuwe broers en zusters goed en
-vriendelijk te zijn. Voor jou zoo goed als voor een ander en zelfs
-tegen Toetie koester ik niet den minsten wrok.”
-
-»Maar heb je met mij geen medelijden?”
-
-»Jawel, ofschoon ik vind dat je zelf de noodige schuld draagt aan je
-huiselijk leed.”
-
-»’t Is zoo hard te moeten trouwen met een vrouw, die men niet lief
-heeft, zelfs niet eens kent. Toetie kwam zoo van school en dadelijk
-werd ze met mij geëngageerd.”
-
-»Je moet allen de wrange vruchten plukken van je slaafsche
-gehoorzaamheid aan Corona; maar Guillaume, ik bemoei mij met geen
-familiezaken. Ga spoedig naar huis en maak het bij je vrouw goed. De
-mandoer zal behoorlijk op mij passen. Bonjour!”
-
-»Heb je geen woordje van troost, lieve Hermine? Och, nu ik je ken, weet
-ik eerst hoe gelukkig men kan zijn met een lieve, beschaafde vrouw.”
-
-»Kom Guillaume, men schat altijd ’t geen men niet bezit op dubbele
-waarde; wie weet hoe Conrad over mij denkt.”
-
-»Conrad is een aartsdomoor, meer niet. Hij is altijd een dwarskop
-geweest, hij houdt innig van je, dat weet ik zeker, maar hij zal nog
-liever zijn tong stuk bijten dan het je te laten merken.”
-
-»Geloof je dat?”
-
-»Wel, hoe kan men je zien en je niet aanbidden, Hermelijn?”
-
-»Guillaume, die opera-complimentjes hooren niet tusschen ons t’huis. Ga
-nu kalmpjes terug en handel verstandig met Toetie, dat raadt je het
-zusje.”
-
-»Je bent een engel,” en voor zij ’t beletten kon, had hij haar hand
-genomen en die aan zijn lippen gedrukt.
-
-»Ik ga nu werkelijk heen, denk soms aan mij!”
-
-Maar Hermelijn dacht niet meer aan Guillaume; zij leunde achterover in
-de tandoe en zuchtte.
-
-»Nog geen vijf weken vereenigd en reeds moet ik alleen zwerven door een
-Javaansche wildernis, hoe kan Guillaume dat toch werkelijk meenen: van
-mij houden! Hij veracht, hij verwenscht mij, die hem meer is
-opgedrongen dan Toetie aan haar man!”
-
-
-
-
-
-
-
-XXII.
-
-
-Niets verrukkelijker dan een morgen in het Javaansche gebergte.
-
-Alles is verzonken in rust; de donkere mantel van den nacht omhult het
-landschap nog, maar zijn plooien schijnen minder dik, de sterren
-flonkeren aan de lucht maar met verbleekten glans, de maan werpt
-slechts flauwe schaduwen over de bosschen en ravijnen. Het gezang der
-krekels heeft opgehouden, het geroep der wilde dieren is verstomd, de
-uil verbergt zich in zijn dagpaleis en rust uit van zijn schrille
-nachtkreten; niets verbreekt de stilte dan het knarsen van het juk der
-bedrijvige Javanen, die nu met hun groenten of gevogelte de dessa’s
-verlaten en zich naar de markt begeven, dan het regelmatig stampen van
-de rijst in de blokken der bedrijvige huismoeders, dan het steeds
-luider en luider kraaien der hanen, en nu en dan het eentonig rollen
-van een door karbauwen bespannen kar in de holle wegen, of het ruischen
-van de ontelbare beekjes, die de rijstvelden besproeien en het klotsen
-van den bergstroom in zijn diepe bedding.
-
-In het oosten vertoont zich een flauwe grijze streep, die steeds
-schitterender wordt tot hij in vurig rood overgaat en den geheelen
-horizont als in laaien gloed ontsteekt; veelkleurige pijlen schieten
-naar rechts en links, in de hoogte zweven sluiers van purper; alles wat
-eerst dof en kleurloos scheen, doorloopt langzamerhand alle toonladders
-van sluimerend grauw tot glinsterend groen, rood, violet en oranje.
-
-De sterren verdwijnen, de maan is slechts een bleeke sikkel meer, de
-bergen en rotsen lossen zich in sprekende kleuren op tegen de sombere
-lucht; de vogels kwelen en zingen en orgelen—wie durft zeggen dat de
-vogelenkeel op Java stom is?—de dauw vonkelt, en flikkert bij den
-eersten kus der morgenstralen als een kleed van diamant over elke
-struik, elk blad, elke grashalm neergeworpen; zacht buigen zich de
-toppen der woudreuzen en murmelen wonder verhalen over de geesten, die
-hen dezen nacht bezochten. De bloemen in elke rotsspleet bloeiend of
-over het grastapijt kruipend, heffen de kopjes omhoog en fluisteren
-over de koningin der feeën, die in hun kelken bruiloft vierde, over de
-elfen, die in den geurigen nacht dansten en huppelden door het voor
-menschen ontoegankelijke woud en over de gevechten door de monsters der
-duisternis daar gevoerd. De ravijnen ontvangen bundels licht in hun
-gapende diepten; dan luiden de bonte klokjes den zonnigen morgen in, de
-pluimen der woudplanten wuiven hem hun blijde groete toe, de geuren van
-de koffiebloesems ontwikkelen zich sterker nu de tooverstaf der
-zonnestralen hen tot ontwaken roept. Alles leeft, alles juicht, de
-verschrikkingen van den nacht zijn weggevlucht, alles peinst slechts op
-schoonheid, op glans, op kracht en leven, nu het oog van den dag zich
-over het landschap heeft geopend.
-
-Het oosten was nog zacht rozerood gekleurd toen twee ruiters het groote
-huis—door Corona het liefst St. Paul genoemd—verlieten; twee groote
-honden draafden voor hen uit. Zij reden in vrij snellen draf den
-grooten weg langs en het morgenwindje deed de kleederen van een hunner
-golvend wapperen, waardoor het zichtbaar werd dat deze aan eene amazone
-toebehoorden.
-
-»Wat een frissche, geurige morgen,” zeide zij, diep ademhalend »niets
-loont toch zoo de opoffering van een uurtje slaap als zulk een vroege
-tocht.”
-
-»Ik ben nieuwsgierig of Thoren ook den moed heeft zijn belofte te
-houden.”
-
-»Een belofte van Thoren, papa? Wat bedoelt u!”
-
-»Hij zou ons bij de pasanggrahan [51] beneden opwachten.”
-
-»Dat had u mij eer moeten zeggen, papa!”
-
-»En waarom dan, Corona.”
-
-»Als ik geweten had dat mijn gezelschap papa niet genoeg was, zou ik
-t’huis zijn gebleven.”
-
-»Maar kind, ’t is niet in mij opgekomen dat je liever niet met Thoren
-van Hagen uitreedt.”
-
-»Ach, alles wat mij aangaat, is u ook onverschillig. Hoe dikwijls heb
-ik papa niet gezegd, dat ik hem onverdragelijk vind, dat het mij hoogst
-onaangenaam was dat u hem ’t huis aan het Ngaroemeer verhuurd had. Ik
-heb grooten lust rechtsomkeert te maken.”
-
-»Maar Corona, wees toch verstandig! Ik moet naar Gobal rijden en Thoren
-zou gaarne de waterwerken van Djira zien.”
-
-»En moet ik ze hem wijzen?”
-
-»’t Ware een kleine moeite; de weg splitst zich bij Batoe Toelis in
-tweeën, de eene gaat naar Gobal, de andere naar Djira.”
-
-»Moet ik dan alleen de cicerone voor hem spelen? Grand merci! Papa
-heeft over mij beschikt, zonder mij te raadplegen, dat merk ik wel.”
-
-»Ik heb niets beschikt; je hebt zelf aangeboden mij te vergezellen.”
-
-»Omdat ik niet wist dat papa reeds voorzien was van gezelschap.”
-
-»Kom Corrie, word nu niet boos. Ik begrijp niet wat je tegen dien man
-hebt; hij is zoo door en door beleefd en beschaafd, zoo heel anders dan
-de meeste jongelui die uit Europa komen; een beetje excentriek maar dat
-moet jou ’t allerlaatst tegenstaan!”
-
-»Er valt niet over te redeneeren papa, hij is mij antipathiek.”
-
-»Nu kind, ’t spijt me erg, je weet hoe zeer ik op een ritje met je
-gesteld ben, en het overkomt mij zoo zelden, dat je met je ouden vader
-rijdt.”
-
-»U heeft ook zoovele andere zoons en schoonzoons om mee te rijden,” en
-Corona’s stem klonk bitter.
-
-»Geen die mijn oudste dochter kan vervangen.”
-
-»Dat kan alleen een vrouw!”
-
-»Corona, Corona! Je bent onbarmhartig; hoe weinig mijn beide vrouwen er
-in konden slagen je op den achtergrond te dringen, heb ik genoeg
-getoond, niet alleen door woorden maar ook door daden. Arme Helena, zij
-heeft weinig geluk gekend en zij verdiende het toch wel.”
-
-»Ja, ze was niet kwaad en als ze nog leefde, zou ik het haar bewijzen,
-dat ik van meening veranderd ben; Leonie moest mij haar leeren
-waardeeren, maar o papa, wat waren we gelukkig geweest met ons beiden
-en de twee jongens desnoods, als we zoo’n kolonie niet rondom ons
-hadden gehad, die niets dan zorg en ergernis geeft.”
-
-»Corona, je wil het nu eenmaal niet begrijpen, hoe een mensch aan een
-andere liefde, dan die van bloedverwanten kan toegeven. Denk er om dat
-je vroeg of laat tot je schade het tegendeel kunt leeren; je bent
-onbarmhartig en blind voor ieder, die uit liefde een onberedeneerden
-stap doet, voor je vader zoowel als voor je broers en zusters.”
-
-»Ik vind het een dwaasheid, goed voor dichters en romanschrijvers; als
-een mensch maar genoeg te doen heeft dan kan hij die armzalige
-dweperijen heel goed missen!”
-
-»Wat dunkt je van Conrad? Die jongen handelt zoo vreemd. Hij laat zijn
-vrouwtje uit logeeren gaan en komt geen enkelen keer bij ons, ook
-Hermine vind ik stijf en koel.”
-
-»Zij is zooals zij wezen moet en Conrad is nog niet in zijn humeur. ’t
-Duurt lang, ik beken het.”
-
-»Zou hij wel goed zijn voor zijn vrouwtje.”
-
-»Ik weet het niet, ik zal ’t onderzoeken. Guillaume heeft weer om
-voorschot gevraagd.”
-
-»Een Danaïdenvat.”
-
-»Ik zal dezer dagen Toetie verrassen en zien of zij nog speelt en dan,
-verzeker ik u, krijgen ze geen cent meer; ’t wordt ook hoog tijd dat
-kleine Willem uit die omgeving wegkomt. Ik zal hem meenemen naar huis.”
-
-»Je hebt Poppie honderd gulden gegeven?”
-
-»Hoe weet u dat? Heeft August dat verteld? ’t Arme schaap had ze hard
-noodig, de luiermand is afgesleten door het veelvuldig gebruik en ik
-zal er tegen dien tijd komen logeeren, anders verknoeit zij zichzelf en
-de kleine nog met haar likkepotjes.”
-
-»Maar wat denk je, moet Portias niet eens een kleine verhooging hebben;
-de kerel doet zijn best.”
-
-»Doet hij dat? Maakt hij geen noten meer op de staten?”
-
-»Ik heb er in de laatste maand geen gezien.”
-
-»We moeten daar eens nader over spreken; ik zie hem in staat om op een
-goeden dag met Kitty naar Samarang of Batavia te gaan en daar
-pianolessen te geven.”
-
-»Dat zou ik niet willen.”
-
-»Ik ook niet, maar Kitty is een kleine slang, zij stookt Hermelijn
-tegen mij op. En zou ik dan de liefde niet haten, papa, die mij niet
-alleen een vader maar ook een zuster heeft ontnomen?”
-
-De hoefslagen van een paard deden zich hooren.
-
-»Daar is hij reeds! Och papa, wat vind ik dat vervelend; we reden zoo
-gezellig, altijd moet u ook personen stellen tusschen u en mij; mijn
-gezelschap is papa nooit genoeg.”
-
-»Maar beste meid, bedenk toch...”
-
-De over geheel Java om zijn trots bekende koffielord de Géran, kon
-alleen vleien en smeeken bij zijn oudste dochter.
-
-Thoren van Hagen was intusschen vlak voor het tweetal gekomen; hij reed
-op zijn fraaien, vurigen vos en had een fantastisch costuum aan, een
-soort van groen jachtcostuum met tyrolerhoed, waarop een paar veeren
-prijkten.
-
-Het was nog niet geheel licht geworden, toch kon men menschen en dingen
-reeds vrij duidelijk onderscheiden.
-
-»U ziet dat ik woord houd,” sprak hij, Corona hoffelijk groetend en den
-ouden heer de hand reikend, »ik vermoedde niet dat na het genoegen van
-uw gezelschap mijnheer de Géran, mij nog zulk een aangename verrassing
-wachtte.”
-
-»Het aangename der verrassing is dan slechts van een kant,” antwoordde
-Corona scherp, »ik hoorde nu eerst dat papa zich reeds een kameraad
-uitgekozen had. Wanneer ik het eer geweten had, zou ik u geen
-vrouwelijk gezelschap hebben opgedrongen, wat ruiters altijd
-onaangenaam is op verre tochten.”
-
-»O ik geloof niet dat u ons in het minst zal hinderen. Ik zou eer
-zeggen het tegendeel, gelooft u ook niet mijnheer de Géran? Mejuffrouw
-uw dochter is een uitstekende amazone.”
-
-»Altijd een dubbelzinnig compliment, waar hij gelegenheid had mij iets
-werkelijk vleiends te zeggen,” dacht Corona.
-
-Thoren van Hagen reed aan de andere zijde van haar vader en begon met
-hem een gesprek over de koffieteelt.
-
-Hoe druk het liep, hij vond toch gelegenheid om bij het licht der
-vroegste zonnestralen, Corona’s zonderling rijtoilet te beschouwen. Het
-was een luchtig wit kleed dat hals en armen onder het fijne gaas deed
-zichtbaar worden; een gouden band omsloot haar middel; een goudkleurig
-hoedje bedekte haar hoofd, terwijl haar lokken in volle lengte en
-breedte daaraan ontsnapten; haar handen staken in lange tot de
-ellebogen reikende handschoenen; zij zag er vreemd uit maar schooner
-dan ooit, verguld als haar matbronzen tint werd door de stralen der zon
-en door den weerglans van haar hoofddeksel.
-
-»Er ontbreken u slechts pijlenkoker en boog, om uw Walkurencostuum
-volledig te maken,” kon hij zich niet weerhouden te zeggen; »zelfs de
-gouden helm is niet vergeten.”
-
-»Ja, zij ziet er ridderlijk genoeg uit,” merkte de Géran op en zag haar
-aan met een blik vol liefde en bewondering, zooals hij alleen haar kon
-aanzien.
-
-»Ik wist niet dat ik menschen zou ontmoeten, die mijn toilet zouden
-opmerken; anders zou ik niet met losse haren zijn uitgereden, wat u
-deftigen Hollander zeker ten hoogste ongepast voorkomt.”
-
-»En ik wist niet dat juffrouw de Géran zich zoozeer stoorde aan het
-oordeel van anderen, dat zij daarnaar hare kleeding regelde.”
-
-Het paard kreeg met haar zweepje een tik, waardoor het vurige dier, dat
-koket den hals wist te krommen, als vermoedde het welk een schoonen
-last het droeg, hoog begon te steigeren. Zij bleef vast in den zadel,
-zwenkte en bracht toen het dier weer tot zijn plicht.
-
-»De dierenbedwingster Antiope of Penthesilea!”
-
-»Mevrouw Carré, zou dat niet minder ver gezocht zijn?” vroeg Corona.
-Zij voelde als bij instinct dat Thoren van Hagen zijn oogen niet van
-haar kon afwenden en dat hij haar werkelijk bewonderde, dit bracht haar
-in betere stemming.
-
-»Ik bid u, breng in deze omgeving, waarin men alleen van een Sakontala,
-een Diana, een Corinna of Clorinde des noods zou kunnen spreken, geen
-herinnering aan circusdames; verstoor de illusie niet.”
-
-»Mijn dochter stamt van een heldengeslacht,” zei de oude heer de Géran
-met een fierheid, die hem goed afging.
-
-»U is van Franschen adel?”
-
-»Zeer ouden zelfs,” bevestigde Corona.
-
-»Haar overgrootvader heeft bij Fontenoy gestreden, en begeleidde later
-Marie Antoinette van Versailles naar Marly en haar grootvader was
-meermalen de cavalier van de prinses Borghese of koningin Hortense.”
-
-»Ook mijn grootvader behoorde tot haar pages.”
-
-»Een familiegelijkenis dus, maar in ernst! Ik heb nog het volle uniform
-van mijn vader, waarvan hij zich niet kon scheiden toen hij na Waterloo
-Frankrijk ontvluchtte.”
-
-»Wilde hij zich niet met de Bourbons verzoenen?”
-
-»Dat had hij na Fontainebleau gedaan op verzoek zijns vaders, die
-onveranderlijk legitimist gebleven was, zelfs na een verblijf van vele
-jaren in Amsterdam, waar hij en mijn tante lessen gaven om in hun
-onderhoud te voorzien; maar die vader stierf kort na de herstelling der
-Bourbons. »Nu kan ik in vrede gaan, nu ik de leliën weer heb zien
-bloeien”; het waren zijn laatste woorden. Hij stierf op zijn kasteel
-St. Paul, waar nu nog de Fransche Gérans wonen.”
-
-»En houdt u met hen briefwisseling?”
-
-»Zeker, dat wil zeggen Corona, doet het; zij wacht met trouwen tot er
-een neef komt, die haar de gravinnekroon weder op het hoofd drukt.”
-
-»Dat is niet noodig papa, ik ben gravin en behoef het door geen
-huwelijk met wien ook meer te worden. Wij wisselen brieven en
-portretten, maar die hoogadellijke familie huivert van alle
-mésalliances waarmee onze kinderen zich hier bezoedelen. Ik geef niets
-om dien adel, niets.”
-
-Een fijne glimlach speelde om Thorens lippen; al zag Corona dien niet,
-zoo onderschepte zij toch even den ondeugenden blik, die in zijn oogen
-tintelde en dien zij reeds als iets eigenaardigs bij hem begon te
-leeren kennen omdat hij haar daarmede altijd prikkelde.
-
-»Corona gelijkt sprekend op hare tante, de engelachtige Yolande.”
-
-»Uw evenbeeld, gravin?”
-
-»Ik heb geen aanleg voor engelachtigheid, mijnheer van Hagen.”
-
-»Voor een strijdenden engel misschien, een vrouwelijken Michaël?”
-
-»Door mijn moeder, die van Javaansche afkomst was, heeft haar type de
-weekelijkheid verloren en het is nu krachtiger geworden, overigens
-hebben Conrad en Guillaume nog de meeste gelijkenis met mijn vader.
-Maar ik vertelde juist zijn levensloop. Toen Napoleon van Elba
-terugkeerde kon mijn oude heer niet rustig op zijn landgoed blijven.
-Hij kwam in zijn ouden rang weer bij het leger terug, streed hij
-Waterloo en wilde toen niet meer van de genade der Bourbons afhankelijk
-zijn; hij nam als gewoon soldaat dienst in Indië.”
-
-»Een generaal?”
-
-»Ja en hij toonde even goed te kunnen gehoorzamen als te gebieden. ’t
-Was een echt mannelijk geslacht, dat zich om Napoleon had geschaard.”
-
-»Als ik in zijn tijd had geleefd, ik zou mijn epauletten niet hebben
-weggeworpen, maar thans, welk verstandig man speelt nog langer
-soldaatje?”
-
-»Noemt u den oorlog tegen Atjeh kinderwerk?”
-
-»Of liever een onrechtvaardigen oorlog, juffrouw de Géran. Ik weiger te
-strijden tegen mannen, voor wien ik eerbied heb, daar zij hun
-onafhankelijkheid verdedigen, zooals de Atjineezen.”
-
-»Waren Napoleon’s oorlogen dan zoo rechtvaardig?”
-
-»Neen, maar hem te volgen, deed alles vergeten.”
-
-»Zoo dacht mijn vader er ook over! Hij had een blinde vereering voor
-Napoleon; jaren lang was hij door zijn vader verloochend en zelfs
-gevloekt omdat hij diens vlag had verkozen boven die der Bourbons. Als
-hij over Napoleon sprak dan gloeiden zijn oogen van geestdrift, dan was
-het of hij die veldslagen nogmaals bijwoonde. In Indië maakte hij menig
-gevecht in de Molukken en hier op Java mede, maar werd gewond en
-verminkt; hij verloor zijn rechterarm en leerde toen mijn moeder, de
-dochter van een rijken landheer, kennen. Zij was meer ontwikkeld dan de
-meeste meisjes uit dien tijd en dweepte met mijns vaders
-krijgsverhalen, zij werd zijn vrouw, hij nam ontslag uit den dienst en
-vestigde zich op het koffieland, dat onder den oorlog van Dipo Negoro
-veel had geleden. Maar hij wist het weer op te heffen uit dien staat
-van verval, en toen zijn zuster na het huwelijk van haar neef met een
-Rochechouart, haar geheimen wensch vervulde en in een klooster ging,
-voelde hij dat alle banden met Frankrijk voor hem verbroken waren; hij
-bleef hier tot zijn dood!”
-
-»Heeft u hem nog gekend juffrouw, of liever freule de Géran?”
-
-»Juffrouw is voldoende. Ja zeker kende ik hem. Ik was zijn lieveling,
-niet waar papa? Hij is gestorven kort na Conrad’s geboorte.”
-
-»En we misten hem zeer! Hij had een warm, gloeiend hart behouden, dat
-de tropische zon niet heeft kunnen verschroeien. Mijn moeder is jong
-gestorven.”
-
-»Met zijn eenen arm schoot hij nog op tijgers.”
-
-»Je moest Thoren van Hagen eens zijn herinneringen toonen, Corona; ’t
-is zijn aandacht wel waard.”
-
-»Alles uit dien tijd boezemt mij belang in.”
-
-»Maar dan moet u er niet mee spotten. Dat zou ik niet kunnen
-verdragen,” riep zij met glinsterende oogen, en Thoren van Hagen dacht:
-
-»Zoo een dolk in haar gordel verborgen was, zou die uitgetrokken worden
-en mee flikkeren.”
-
-»Ik ben niet gewoon over eerbiedwaardige familieherinneringen te
-spotten,” antwoordde hij met een hoogen ernst die haar tevreden stelde.
-
-»Wie dat ook doet, is een lafaard. En daarvoor zie je mijnheer Thoren
-van Hagen toch niet aan, Corona?”
-
-»Neen papa, al heb ik het tegendeel niet gezien.”
-
-»Ik hoop gelegenheid te hebben het u eens te toonen.”
-
-»En nu scheiden zich onze wegen, daar gaat de weg bergaf naar Gobal, en
-hier dwars door de dessa naar Djira! Blijf je bij uw plan, er heen te
-rijden, Thoren, zie dan mijn dochter over te halen je te begeleiden.
-Beteren gids zou je zelfs in Junghuhn en Veth niet kunnen bezitten.”
-
-»De freule zal zulk een gelegenheid, om de eer van haar geboorteland
-tegenover een vreemdeling op te houden, niet voorbij laten gaan, naar
-ik hoop.”
-
-»Ik zou moeilijk anders kunnen handelen, nu Papa u een belofte heeft
-gedaan, moet ik dien gestand houden.”
-
-»Alleen beloften door u zelf gedaan, kunnen voor u waarde hebben.”
-
-»Meent u dat?” vroeg zij plotseling nadenkend; misschien dacht zij aan
-al die beloften, welke zij uit naam van anderen had gedaan en die zij
-hen daarom zedelijk verplichtte te houden.
-
-»Zooeven wilde u mij wel voor geen lafaard aanzien, hoewel u het
-tegendeel niet wist en nu denkt u dat ik iets zou uitspreken als mijn
-meening, wat het niet is?”
-
-»Als je mijnheer vergezelt, Corona, zal ik je tegemoet rijden tot den
-eersten paal, vandaar rijden we tegen 10 uur naar het groote huis
-terug.”
-
-»Nu dan, laten we het zoo afspreken,” zeide zij min of meer weifelend.
-
-»Dan heb je Djario voor de paarden, ik kan Ketjil mee nemen, adieu tot
-straks!”
-
-Thoren groette en sloeg met Corona het zijpad in; de heer de Géran zag
-hen na, een opmerkelijk schoon paar in hun fantastische kleeding,
-omringd door de trotsche schoonheid van het Javaansche landschap.
-
-»Zou zij in hem haar portuur vinden?” dacht de vader, haar met trots
-nastarend. »Arm kind! Wie zal haar begrijpen, wie haar liefhebben als
-ik mijn oogen sluit? O, dat ik haar voor dien tijd gelukkig getrouwd
-wist met een man, die haar schatten kon op de rechte waarde.”
-
-
-
-
-
-
-
-XXIII.
-
-
-In het oog van den heer de Géran was Corona zoo geheel boven alle
-wetten verheven van een zoogenaamd fatsoen, zoo volkomen onafhankelijk
-van alle kleingeestige oordeelvellingen, dat het niet in zijn geest
-opkwam, er iets ongepast in te vinden dat zij op een vroegen morgen
-alleen de wildernis introk, met een bijna onbekend jonkman.
-
-Het was de eerste keer ook niet dat Corona alleen met een der gasten
-haars vaders uit rijden ging, maar nimmer had zij er iets in gezien; en
-thans scheen ’t zoo vreemd, zoo zonderling, zoo onaangenaam dat zij
-haar vader die schikking zeer kwalijk nam, maar ze kon nu niets anders
-doen dan Thoren van Hagen begeleiden.
-
-Zij trokken door een kampong; de huizen stonden netjes en regelmatig
-naast elkaar; kinderen in de meest primitieve kleeding speelden in het
-zand; onder de afdakjes zaten de vrouwen te batikken [52], of een
-buurpraatje te houden, de warong had druk klandisie in het vroege
-morgenuur, de landbouwer, door zijn jongentjes vergezeld, dreef de
-karbouwen naar de sawahs; hun beschilderde tjapings [53] gloeiden in de
-morgenzon; alles sprak van vredige kalmte.
-
-Thoren van Hagen vroeg zijn schoone begeleidster of zij ook aan
-batikken deed.
-
-»Ik heb ’t wel eens gedaan,” antwoordde zij, »maar ik kan niet zeggen
-dat het werk mij aantrekt; ’t is misschien een gevolg van onze
-opvoeding dat wij onwillekeurig die Indische liefhebberijen wat te min
-voor ons vinden. De Hollanders denken er anders over, verbeeld u dat
-Portias het geluid van gamelang en anklong op de piano wil nabootsen.”
-
-»Ik heb zelfs gehoord van een symphonie, die hij componeert over »De
-roode hond”.”
-
-»Laat hij oppassen dat hij zelf dien rooden hond niet ontmoet! Ik hou
-niet van dat tarten.”
-
-»Maar juffrouw de Géran, wie wordt hier getart? U gelooft toch niet aan
-baboesprookjes.”
-
-»Naar sprookjes van mijn baboe heb ik nooit willen luisteren, maar de
-»Kalang,” zoo noemt men dat dier, is geen sprookje. Er is een legende
-aan verbonden, een dwaze legende zal u in uw hooge wijsheid wel
-beweren. U Hollanders bent zoo wijs en toch, hoe dikwijls doet u niet
-aan betooveringen, hekserijen, klopgeesten, tafeldansen en wat al niet.
-Wees niet wijzer dan Hamlet, Horatio!”
-
-»Ik wil niets liever dan geloof slaan aan dingen tusschen hemel en
-aarde, waarvan schoolsche wijsheid evenmin als mijn domheid ooit
-droomde, en zal mij volstrekt niet aanmatigen er een oordeel over uit
-te spreken; zij hebben immers recht van bestaan. Het bovenaardsche
-openbaart zich waarschijnlijk ook wel in groteske dingen; mij is het te
-heilig om daartoe te worden verlaagd, maar tot het al of niet bestaan
-van dergelijke geheimzinnigheden, doet mijn meening niets af.”
-
-»En voor u is ’t ook goed, dat u het niet eenvoudig ontkent. Weet u
-wel, dat het meer, waarbij u woont, de oorsprong is van het geheele
-verhaal?”
-
-»En zwerft die spookhond daar misschien rond, in en om het meer?”
-
-»Men zegt het! Mijn moeder zag het dier kort voor haar dood; zij was
-een Europeesche en zal dus even als u over zulke dingen hebben gedacht.
-Mijn grootvader zelfs sprak met een soort eerbied over die legende.”
-
-»Maar hoe is de legende eigenlijk, ik ken ze niet!”
-
-»Kent u ze niet?”
-
-»Wel neen, niemand wist ze mij precies te vertellen.”
-
-»Zoo zijn ze; praten en spotten over het onbekende, dat gaat hun
-gemakkelijk af, maar zelf onderzoeken, een eigen oordeel uitspreken,
-dat is te moeilijk, te lastig.”
-
-»Zal ik ze van u mogen hooren?”
-
-»We moeten aanstappen, als wij Djira willen zien en papa op den
-bepaalden tijd tegemoet rijden. Ik kan moeilijk een lang verhaal al
-rijdend doen.”
-
-»Kunnen wij daar uitrusten?”
-
-»Wanneer we tijd hebben.”
-
-»O tijd, tijd zullen we maken des noods, al moet ik er de zon voor
-laten stilstaan, het zou mij de moeite waard zijn.”
-
-»Die hond boezemt u toch belang in.”
-
-»Ik weet niet of ’t om den hond is,” antwoordde Thoren van Hagen op
-gedempten toon.
-
-Zij gaven hun paarden de sporen en reden snel over den goed onderhouden
-weg, die dwars door koffietuinen voerde; zij spraken geen woord meer,
-de wind joeg een frisschen blos op Corona’s wangen, haar oogen
-schitterden door den snellen rit, haar neusvleugels trilden, haar half
-geopende lippen verrieden door een onwillekeurigen glimlach het genot
-dat zij er in vond, zoo snel te rijden in de balsemgeurige morgenlucht.
-
-Thoren van Hagen kon zijn blik niet van haar afwenden; haar lange
-schitterende, blauwzwarte haren wapperden als een mantel van onder haar
-»gouden helm”, zooals hij dat hoedje noemde, haar wit gewaad golfde om
-haar heen; hij voelde meer dan ooit het verlangen, die schoone,
-vreemdsoortige vrouw de zijne te noemen. Alles kon hij op ’t spel
-zetten, dat voelde hij, om haar te veroveren, maar de tijd was niet
-gekomen, een onvoorzichtigheid zou alles doen verliezen; hij voelde
-zijn bloed sneller stroomen, zijn polsen hoorbaar kloppen bij het
-voortrijden.
-
-»Daar moeten we afstappen,” zeide Corona, met haar zweepje op een
-reusachtigen waringinboom wijzend, die nog eenige minuten van hen
-verwijderd was.
-
-»Nu al!” zeide hij met zekeren spijt.
-
-»O beklaag er u niet over! U weet niet, mijnheer Thoren, hoeveel
-heerlijks u nog wacht.”
-
-Zij reden langzamer; onder den waringin die voor heilig scheen gehouden
-te worden, zag men offers van de eenvoudige landlieden, bloemen,
-lampjes.
-
-Het schildknaapje sprong van zijn paard en hield Corona’s dier bij den
-toom; Thoren van Hagen wierp hem ook zijn leidsels toe en bood zijn
-geleidster de hand tot afstappen. Zij nam die onverschillig aan, en
-zoodra zij op den vasten grond was, wierp zij met een bevallige
-beweging haar sleep over den arm en ging Thoren van Hagen voor naar een
-schijnbaar dichtbegroeid bosch; een zachte, onuitsprekelijk liefelijke,
-onbestemde muziek trof hun oor.
-
-»Kan Portias dat ook op zijn piano of op zijn viool overbrengen,” vroeg
-zij. »Ik ben eens hier geweest met hem en toen beweerde hij ’t
-natuurlijk ook.”
-
-Een toornige gloed lichtte even in haar oogen. Zij dacht er aan hoe
-Portias toen had gedurfd, wat deze haar cavalier stellig verre beneden
-zich zou achten, hij had gewaagd haar zijn liefde te bekennen. Hij, de
-verliefde nar van Kitty, ’t was Corona of zij haar schaterenden
-spotlach van toen nog hoorde, die het liefelijke gemurmel overstemde.
-
-»Vroeger was hier een dalem,” zoo ging zij voort, »een lusthuis van een
-Javaanschen sultan of radhen, ’t doet er niet toe. Van het lusthuis is
-niets meer overgebleven dan die muren, waarover nu mos en klimop
-groeien, maar hier in den tuin had men waterwerken aangelegd, die zijn
-behouden gebleven, want de natuur was de grootste kunstenares.”
-
-Zij kwamen aan een onbeschrijfelijk, schilderachtig plekje; de hooge
-boomen weken eenigszins terug, op een zacht glooiende vlakte
-ontsprongen tallooze natuurlijke bronnen, helder als kristal, melodieus
-ruischend als een gezang, zoo doorschijnend, dat de duizenden visschen,
-die onbevreesd in het water dartelden, even helder te onderscheiden
-waren als de weerspiegeling van de varens en bloemen, die zich er over
-nederbogen; tusschen die altijd voortkabbelende golfjes had het genie
-der Javaansche waterkunstenaars, holle bamboes doen hangen van
-verschillende dikte en lengte, in beweging gebracht door kleine
-raderen; hierdoor ontstond die eigenaardige muziek, welke nacht en dag
-voortduurde, altijd weemoedig klagend, treurend als over vervallen
-grootheid.
-
-Er lag iets sombers, iets plechtigs in de geheele omgeving; de boomen
-met hun hooge bladerkruinen, de rijke orchidéen, die zich aan de
-stammen vasthechtten en hun pluimvormige bloemen en bevallige slingers
-af lieten hangen, als dorstten zij naar dat water, de fijne geknipte
-varens in hunne rijke verscheidenheid, de waterleliën en sokkabloemen,
-die tusschen de visschen in het vloeibaar kristal dreven, alles
-omringde een rust en kalmte, die men vreesde door een enkel woord te
-verbreken.
-
-»Wil u mij nu vertellen,” vroeg Thoren van Hagen, »ik ben in een
-stemming om alles te gelooven; al kwamen er ook waternimfen uit die
-kelken opstijgen of de grotten verlaten, dan nog zou het mij niet
-verwonderen.”
-
-En in zijn hart dacht hij dat er niets tooverachtiger, niets meer
-gepast in deze omgeving zijn kon dan de schoone amazone.
-
-»Verhaal me van een bevallige sultane,” zeide hij, »die hier liefhad,
-die hier weende en zuchtte om haar afwezigen Achmed, maar verhaal ook
-hoe zij elkaar vonden, gelukkig werden en lang, heel lang regeerden.”
-
-Zij glimlachte zooals zij het zelden deed hoewel het haar
-onweerstaanbaar aantrekkelijk maakte.
-
-»Durft u hier zitten?” vroeg hij, »op dezen steen?”
-
-Het was een zwarte, bemoste steen, met een Hindoesch opschrift
-voorzien. Thoren streek eenige varens weg en zij zette zich neer; hij
-wilde voor haar zich op het gras uitstrekken. Corona maakte een gebaar
-van afschuw:
-
-»Doe dat niet, heeft u dan nooit gehoord van de slangen, die zich hier
-altijd in het gras verschuilen?”
-
-»O, ik vrees geen slang aan uw voeten.”
-
-Even bedekte een blos haar wangen, maar op zijn gewonen half
-schertsenden toon ging Thoren van Hagen voort:
-
-»Wil u nu vertellen? Ik ben nieuwsgierig als een schoolknaap, wien tot
-belooning een sprookje is beloofd.”
-
-»Nu dan, maar u moet niet spotten, niet lachen!”
-
-»Spotten, lachen! O waarvoor ziet u mij aan!”
-
-»Ik heb ’t in een oud javaansch boek gelezen en zoo zal ik het u ook
-overbrengen.”
-
-»Neen, ik vraag niet, van waar u ’t weet, al had u ’t ook verzonnen,
-dan nog zou ik u gelooven en... u danken!”
-
-»Welnu dan! In ouden, ouden tijd... u verlangt immers geen jaartallen!”
-
-»Foei, wees niet wreed.”
-
-»Toen woonde hier in den Dalem een machtig vorst, die over Midden Java
-regeerde, hij had een zoon, wiens moeder tot het reuzengeslacht
-behoorde, en van wien hem voorspeld was, dat hij zijn vader van troon
-en leven zou berooven. De prins werd verbannen en zijn bedroefde moeder
-gaf hem tot vergoeding de macht om allerlei gedaanten aan te nemen. Zoo
-zwierf hij dan in den omtrek van zijn vaders paleis, en voerde menig
-bedrog uit; dan won hij als schoone jongeling de gunst eener prinses
-maar veranderde zich voor haar voeten in een afschuwelijk gedrocht, dan
-legde hij zich over de rivier en strekte den voorbijgangers tot brug.
-
-»Eens sloeg een landman zijn bijl in die brug, doch toen het bloed van
-prins Djamar begon te vloeien ontdekte men dat het een slang was; de
-dessabewoners sloegen hem in stukken en Djamar’s ziel ging over in het
-lichaam van een kind. Eenzaam wandelde hij door het woud en speelde met
-een lidi [54], welke hij in den grond stak, daar ongeveer waar thans uw
-huis staat; maar nauwelijks had hij dat gedaan of de aarde schudde
-driemaal, de donder ratelde en als een fontein spoot het water uit de
-kleine opening omhoog, alles verkeerde in een watervloed.”
-
-»En zoo ontstond mijn meer!”
-
-»Ja, en de grond waarop Djamar’s voeten rustten veranderde in een
-eiland; toen steeg hij op in de lucht en verdween voor het
-menschenoog.”
-
-»Maar de hond?”
-
-»Geduld! Hij was een luchtgeest geworden die alles zag en alles hoorde;
-eens woonde in dezen Dalem een mooie prinses, prinsessen zijn altijd
-mooi... die zat te weven en liet haar weefspoel in een van deze bronnen
-vallen. Zij had misschien een stiefmoeder die haar over het verlies
-hard zou vallen, tenminste zij was troosteloos, en dat trof den
-luchtgeest Djamar; hij hoorde hoe de sultan, aan hem die de weefspoel
-aan zijn schoone beschermeling terugbracht, haar hand beloofde en nu
-veranderde hij zich in een rooden hond, wierp zich in de bron en vond
-de weefspoel.”
-
-»En de belofte des konings?”
-
-»Zij moest den hond trouwen, en in haar wanhoop vloog zij weg van hier,
-den berg op, om zich in den krater te werpen. Djamar volgde haar van
-nabij, zij hoorde zijn blaffen en snelde altijd voort over rotsblokken
-en lavavelden. Daar stond zij eindelijk boven, het afschuwelijke dier
-kwam haar steeds nader, nog eenige stappen en zij kon hem voor goed
-ontsnappen, een laatste rotsblok... zij wilde den sprong wagen, haar
-sarong was reeds tusschen zijn tanden geklemd, zij rukte dien los en...
-voor haar oogen stond een beeldschoon jongeling, die haar in zijn armen
-sloot.”
-
-»En zij maakte geen tegenwerpingen meer?”
-
-»’t Schijnt van niet! Zij trouwden en verjoegen den ouden sultan en
-regeerden in zijn plaats, maar ’s nachts alleen mocht Djamar mensch
-zijn; over dag zwierf hij als hond in de bosschen. Zijn vrouw schonk
-hem een zoon, die veel op jacht ging. De roode hond hielp hem het wild
-opsporen; eens viel hij een tijger aan, die zijn zoon aanviel; het
-ondier stierf, maar tevens de hond. Troosteloos kwam de jonge prins t’
-huis en nu verhaalde zijn moeder hem het treurige geheim dat de roode
-hond zijn vader was. En nu nog zeggen de Javanen, hooren zij tegen het
-vallen van den avond een scherp geblaf; dan zwijgen alle honden en
-spitsen de ooren. ’t Is Djamar, die zich naar huis spoedt naar zijn
-vrouw om tegen zonsondergang de menschengedaante weer aan te nemen.”
-
-»En voorspelt zijn verschijning ongeluk?”
-
-»Ja, dat gelooft men hier algemeen.”
-
-»Als men hem ziet, maar dat zal nooit gebeuren, ’t doet er niet toe, ik
-vind uw verhaal aantrekkelijk, ik heb dien luchtgeest lief, en geloof
-dat hij hier woont, maar ik begeer hem niet te zien!”
-
-»Wij stammen van Djamar af,” zeide Corona glimlachend.
-
-»U?”
-
-»Ja, door mijn grootmoeder; daarom hecht ik zooveel aan die legende,
-evenveel als aan de verhalen, die mijn grootvader uit den tijd van den
-grooten keizer placht te doen. Misschien zijn deze na twee eeuwen
-evenveel of even weinig geloofwaardig als de heldenfeiten van den
-rooden hond.”
-
-»Verbeeld u, dat hij voor ons verscheen! Ik zou ’t voorbeeld van den
-jongen prins volgen en hem dooden, misschien kan ik u dan meteen
-bewijzen iets, waarvan ge het tegendeel niet hebt gezien.”
-
-»En dat is?”
-
-»Dat ik moed bezit, meer dan uw zwager Akkeveen.”
-
-Zij glimlachte en vroeg:
-
-»Heeft u dat niet vergeten?”
-
-»Zou ik een van uw woorden kunnen vergeten? Zij klinken voort in mijn
-eenzaamheid. Heeft Hermelijn u verteld van mijn treurige jeugd, van de
-schaduw, die op mijn leven rust?”
-
-»Ja, met een enkel woord.”
-
-»Vindt u niet dat het veel uitlegt en veel vergoelijkt?”
-
-»Moet er iets vergoelijkt worden?”
-
-»Mijn nutteloos leven, mijn... ongedurigheid en toch, ’t is nu of er
-een crisis in mijn lot komt, of het nu een andere wending gaat nemen.”
-
-»Hier?”
-
-»Ja hier; het schijnt mij dikwijls toe of ik mijn leven niet voor niets
-verspeeld, mijn jaren niet vergeefs verbruikt heb, daar ik in
-Ngaroengan mocht komen en...”
-
-Hij zweeg als verschrikt voor zijn eigen woorden, die hem te ver
-voerden.
-
-Hij stond vlak voor haar tegen een boom geleund; het water murmelde een
-zoet melodieus wiegelied, de aromatische geur van bloemen en bladeren
-vervulde de lucht, zacht speelde het windje dat door de boomen voer,
-met Corona’s lange lokken, zij streek ze met een ongeduldig gebaar naar
-achteren en sprong op.
-
-»Laat ons gaan! Dat eeuwige zingen van het water ontstemt mij geheel;
-ik kan me begrijpen dat hier alleen droomerige, vadsige Javanen konden
-leven, en ik moet beweging, arbeid, verstrooiing hebben; ik aard meer
-naar de Gérans dan naar de Djamars.”
-
-»U is een Diana en geen peinzende waternimf; maar ook Diana rustte soms
-aan de waterbronnen, waarom wil u zichzelf geen oogenblik kalmte
-gunnen?”
-
-»’t Wordt laat; papa wacht ons, u kan hier immers terugkeeren, als u
-het plekje zoo aantrekkelijk vindt.”
-
-»Zal het nog zoo wezen als Diana verdwenen is?”
-
-»Mijnheer Thoren van Hagen, hoe aardig u die complimenten ook weet in
-te kleeden, ik herken ze toch en brandmerk ze als verboden waar.”
-
-»Nu, dan zal ik ze niet meer trachten binnen te smokkelen. U wil
-vertrekken, en ik blijf u dankbaar voor het genot mij geschonken.”
-
-»Ja, ’t is een mooi punt.”
-
-»En uw verhaal op deze plek gaf er een eigenaardige bekoorlijkheid aan.
-Moeten we ons haasten om bijtijds uw vader te ontmoeten?”
-
-»Aan de schaduw der boomen zie ik dat het omstreeks tien uur is. We
-moeten hem tegemoet gaan.”
-
-Hun gesprek klonk nu zeer gewoon, in zijn stem was geen spoor meer over
-van den eigenaardigen klank, welke haar straks bijna onder een
-betoovering had gebracht, die zij met geweld van zich wenschte af te
-schudden. Zij bestegen hun paarden weder en reden den heer de Géran
-tegemoet.
-
-
-
-
-
-
-
-XXIV.
-
-
-Toen Hermelijn in Djantong terugkwam, was haar man niet thuis; zij trad
-binnen met het gevoel van een vogeltje, dat in zijn kooi terugkeert,
-uit eigen wil, na eerst getracht te hebben in de vrije lucht te leven
-en het daar even treurig, even somber vond als binnen.
-
-Zij ging alle kamers door als zocht zij een spoor van hem, wiens beeld
-haar geen oogenblik uit de gedachte week; zoo betrad zij ook zijn
-kamer. Aan de muur hing het portret zijner moeder, eene schoone
-peinzende vrouw, daaronder dat van een paar zijner zusters en
-broers,—niets dat aan haar herinnerde; op tafel lagen boeken en cahiers
-in echte jongensachtige verwarring door elkander.
-
-Met licht verklaarbare nieuwsgierigheid wierp Hermelijn daarin een blik
-en glimlachte; het waren Duitsche en Fransche leesboeken, die hij
-scheen te bestudeeren. De Frithjofssage lag er tusschen, rijk met
-potlood-aanteekeningen voorzien; hij scheen het er op gezet te hebben,
-die te verstaan, ook teekeningen lagen daar half verspreid of half
-weggeborgen in een portefeuille.
-
-Conrad teekende uitstekend; zonder veel les te hebben gehad, slaagde
-hij er in paarden en menschen vlug uit de hand weer te geven. Hermelijn
-nam ze op en zag die kloek uitgevoerde schetsen bewonderend na, totdat
-haar aandacht getrokken werd door een blad papier, waarop allerlei
-losse schetsen waren neergeworpen, een vrouwekop, in verschillende
-uitdrukkingen en van alle kanten weergegeven, kwam telkens en telkens
-terug, als wanhoopte hij er aan, ooit in de uitvoering te slagen.
-
-Het bloed steeg Hermelijn naar het hoofd; dat was zijzelf, er kon geen
-twijfel mogelijk zijn; ondanks zijn schijnbare onverschilligheid was
-Conrad’s geest toch met haar bezig. In haar afwezigheid had hij
-getracht haar na te teekenen, hij dacht aan haar, hij wilde haar zien;
-met bevende handen, als in een droom, legde zij de teekeningen weer op
-hun oorspronkelijke plaats, en verliet de kamer zoo zacht als zij kon,
-met de oogen half gesloten, zoo vreesde zij het gezicht dat zij
-aanschouwd hadden, door de nabijheid van andere voorwerpen, te
-verliezen.
-
-Het was of er iets lossprong in haar hart, of een band die haar ziel
-samensnoerde, plotseling verwijd werd, zij kon jubelen, zij kon bidden,
-zij kon danken; het was of zij weken lang gedoold had in een sombere
-grot en nu eindelijk een flauw schijnsel ontwaarde, dat redding, leven,
-geluk beloofde. Zij was zoo verheugd door haar ontdekking als een
-schipbreukeling zijn moet, die na zijn lange omzwerving op den Oceaan
-eindelijk een landvogel ontwaart of de onbepaalde geur ruikt van
-bosschen en bloemen; en zij smachtte naar liefde, naar geluk, als de
-drenkeling naar vasten grond.
-
-»Mijn God, ik dank u, ’t is of ik ook U weer teruggevonden heb, nu ik
-weer een bewijs voor uw liefde, uw goedheid zie,” snikte zij, »o, ik
-kon mij u niet anders voorstellen dan als een teederen vader en zoudt
-ge mij hier alleen laten tusschen al die vreemden, zonder steun, zonder
-plicht, zonder hoop?”
-
-Zij trachtte langzaam tot bedaren te komen, den storm van blijde
-gevoelens, die in haar opstak te onderdrukken, opdat hij niets zou
-bemerken als hij terugkwam; wanneer hij nu eens binnentrad en haar
-plotseling in zijn armen sloot, zou zij nog wrok tegen hem voelen?
-Neen, niets, niets meer, zij zou de oogen sluiten, tegen hem rusten als
-een vermoeid, gewond vogeltje en hem niets anders verwijten dan:
-
-»Stoute jongen, wat heb je mij geplaagd!”
-
-Maar zij moest leven in de werkelijkheid, niet in het land der droomen
-en met een glimlach stond zij op en trachtte de gangen van haar huis na
-te gaan.
-
-Er was weinig te doen, alles bevond zich in de volmaaktste orde; de
-bedienden, door Corona aan haar afgestaan, waren beproefd en
-vertrouwbaar; zoo zij niet vol was van het reinste, hoogste geluk, zou
-’t bewustzijn haar pijnlijk getroffen hebben dat zij volstrekt niet
-onmisbaar was, dat haar afwezigheid niet de minste stoornis bracht in
-het kleine raderwerk van haar huishoudentje.
-
-Daar hoorde zij plotseling Conrad’s stem, die zijn staljongens iets
-toeriep; al het bloed stroomde uit haar gelaat weg, wat moest zij doen,
-hem tegemoet gaan, zooals haar hart dat ingaf? Of afwachten?
-
-Hij sprak met Guillaume’s mandoer, die met zijn dienstpersoneel rustig
-in een der bijgebouwen rondom de sirih-doos geschaard zat, en wist
-alzoo dat zijn vrouw teruggekeerd was; na enkele minuten, die Hermelijn
-uren toeschenen, trad hij door de achtergalerij het huis binnen; hij
-wist niet wat hij doen zou. Hermelijn’s gespitste oortjes namen
-duidelijk elk geluid op, dat hij heen en weer loopende, maakte. Na
-eenigen tijd op en neer schuiven kwam hij eindelijk naar voren, waar
-Hermelijn in haar schommelstoeltje zat te lezen, schijnbaar tenminste,
-want het boek met al zijn letters danste haar voor oogen.
-
-»Dag Hermine,” zeide hij kortaf.
-
-»Dag Conrad,” antwoordde zij zonder de oogen op te slaan; ’t was of
-alles bij haar klopte, de polsen, het hart, de keel, de oogleden zelfs;
-zij kon zich niet verroeren en vermoedde niet, hoe zij in Conrad’s oog
-het beeld der volmaaktste onverschilligheid scheen.
-
-En toen hij bleef zwijgen en al zijn aandacht wijdde aan een knoop in
-het ophaaltouw der rieten zonneblinden, ging zij voort:
-
-»Je moet de groeten hebben van Poppie en August, en van Guillaume en
-Toetie.”
-
-»Zoo, waren ze allemaal wel?”
-
-»Ja, ik vond Poppie recht hartelijk en goedig voor mij!”
-
-»Dat doet me pleizier.”
-
-»Je zegt het of ’t je niet schelen kan.”
-
-Hij antwoordde niet en ging voort den knoop te ontwarren.
-
-»Heb je nog visite gehad?”
-
-»Neen.”
-
-»En ben je nog naar ’t groote huis geweest?”
-
-»Wat zou ik er doen? Je komt er zeker van daan?”
-
-»Neen, ik kom rechtstreeks van Wilhelmshöhe.”
-
-»Waarom ben je er niet langer gebleven?”
-
-»Omdat ik mij liever misplaatst voel in mijn eigen huis, dan in dat van
-anderen.”
-
-Daar bleef het gesprek bij; arme Hermelijn, al haar droomen van
-toenadering en verzoening verdwenen in rook maar toch, het sterretje
-bleef flikkeren, te midden van den stikdonkeren nacht, en daarheen
-wendde zij nu al haar hoop, al haar vertrouwen.
-
-Er was niet de minste verandering in Conrad’s houding tegenover haar;
-hij ging zijn weg en zij den hare; Hermelijn merkte alleen op, dat hij
-iets minder onbeleefd was. Een enkelen keer gaf hij haar aan tafel wat
-aan, hij kleedde zich des middags en joeg zijn honden niet door het
-huis, maar bij elke toenadering van zijn vrouw, hoe gering ook, trok
-hij zich terug en, hoeveel ’t haar kostte, begreep Hermelijn nu toch,
-dat er niets beters kon zijn dan hem geheel aan zich zelf over te
-laten, en niet de minste blijken te geven dat zij door zijn houding
-bitter leed. Onverwacht kreeg zij den volgenden dag bezoek van Portias
-en Kitty, die van August terugkeerden en langs een omweg Djantong
-aandeden.
-
-Hermelijn’s wangen gloeiden door de aangename verrassing. Conrad was
-natuurlijk van huis; zonder zijn stroohoed af te zetten, nam Portias
-plaats voor de piano en sloeg eenige helderklinkende accoorden aan.
-Kitty moest alles weten wat er bij Toetie voorgevallen was en gierde
-het uit van ’t lachen; beiden waren opgewonden als een paar
-schoolkinderen, die een dag vacantie hadden.
-
-»Morgen zitten we weer onder Cor’s duim, laten we vandaag maar pret
-maken!” juichte Kitty, »och toe, Jo, speel nu eens een walsje, dan gaan
-we een rondje maken! Mineke en ik!”
-
-»Op sloffen?” vroeg Hermelijn lachend.
-
-»Dat hindert niet, kom ventje, dan speelt Mine straks ook en dan gaan
-wij samen dansen! An der schönen, blauen Donau.”
-
-En zij greep haar zuster om het middel en toen de muiltjes haar
-hinderden, wierp zij ze af en danste op haar bloote voeten. Hermelijn
-had Europeesche pantoffels met hakjes aan en kende dus dat bezwaar
-niet, al vond zij de sarong nu juist geen geschikte dansjapon.
-
-Plotseling zag Portias echter dat zijn Kitty met haar rose voetjes over
-het witte marmer trippelde; hij sprong op, nam haar in zijn armen en
-deed haar zelf de muiltjes weer aan, luid knorrend over haar
-onvoorzichtigheid.
-
-»Viooltje, viooltje! wat doe je toch je man een verdriet, foei, foei!
-heb je dat van Poppie geleerd; je weet ik hou niet van zulke adat Djawa
-[55].”
-
-»Maar ik kan moeilijk zoo dansen.”
-
-»Dan moet je spelen?”
-
-»Ondeugende jongen, dat is om met Hermelijn te kunnen dansen! Nu, ik
-zal maar denken, dat je de vrouw ontwend bent. Verbeeld je Mine, al
-dien tijd heeft hij zijn oude vlam Cor het hof gemaakt. Kun je ’t nu
-begrijpen, dat ik zoo’n vlinder heb willen nemen? Hij is doodelijker
-van Cor geweest dan ooit van mij!”
-
-»Viooltje, viooltje! Wat klink je nu valsch.”
-
-»Haar noemde hij altijd violoncel! Ik ben maar een kleine viool, en zij
-is het zuiverste, het grootste instrument. Ja, ik kan ook jaloersch
-wezen; nu, op Mientje ben ik het niet. Dans maar eens een walsje met
-haar, je kunt het zoo mooi; ik zal wat gaan tingelen.”
-
-Juist was Hermelijn druk met Portias aan het doorwalsen van de galerij,
-toen Conrad t’huis kwam en het luide gelach van Kitty hoorde, dat haar
-vrij hakkelend pianospel overstemde.
-
-Portias danste potsierlijk; hij zwaaide met het bovenlijf, wierp zijn
-lange beenen naar links en rechts, stiet tegen muur en meubels aan, tot
-Hermelijn, even hard lachend als Kitty, hijgend bleef staan, terwijl
-haar cavalier uitgeput van de inspanning zich het zweet van het
-voorhoofd droogde.
-
-Haar geparelde, melodieuze lach trof voor het eerst Conrad’s oor. Zij
-zag er allerliefst uit, zooals zij daar tegenover Portias stond met de
-blonde lokken, in verwarde krullen over voorhoofd en hals hangend, een
-hoogen blos op de fijne witte wangen, en de stralende lach om de
-lippen, in haar sneeuwwitte kabaja en donkerblauwe sarong, die de
-fraaie lijnen van haar gestalte zoo bevallig volgde.
-
-»Je komt of je geroepen wordt, Coen,” riep Kitty hem toe, »je ziet, wij
-hebben hier een miniatuur bal, maar mijn domme strijkstok weet van
-dansen niets af en ik niets van spelen, kom José, de Faustwals, en Coen
-pak nu je vrouwtje beet en toon haar hoe de Indischen kunnen dansen.”
-
-»Ik ben moe,” zei Conrad kortaf, terwijl Hermelijn plotseling ernstig
-werd, haar weerbarstige lokken gladstreek, en zich omkeerde, zonder
-naar haar man om te zien.
-
-»Je bent een saaie, akelige jongen, maak het de poes wijs, dat je moe
-bent, mij niet! Probeer het maar eerst met mij, neen wees niet bang,
-oude bromtol! Ik heb mijn slofjes aan, kom, een, twee drie!” Conrad
-wierp hoed en rijzweep weg, toen hij zag dat er niets aan te doen was
-en danste met zijn zuster eenige malen op en neer.
-
-»Neen, ik kan waarlijk niet,” riep zij ontevreden uit, »ik mag niet
-ongehoorzaam wezen, en die muiltjes zijn me veel te groot. Conrad, laat
-mijn man niet voor niemendal spelen, pak Hermelijntje beet en denk dat
-het een kunstenaar, een groote artist is die jelui accompagneert.”
-
-Zij nam haar broer bij de eene en haar zuster bij de andere hand en
-trok ze naar elkander toe, beiden schenen even onwillig en Hermelijn
-had grooten lust zich van Kitty’s vingertjes los te maken, maar zij
-wilde geen gelegenheid tot toenadering laten ontsnappen en dus Kitty
-niet tegenwerken. Conrad sloeg eindelijk met een boos gezicht zijn arm
-om haar heen en deed eenige stappen.
-
-»Wil je ook handschoenen hebben om haar aan te pakken?” vroeg Kitty.
-»’t Schijnt dat je het dansen verleerd bent. Foei, wat zal je vrouw van
-zoo’n sinjo denken?”
-
-Of hem dat woord prikkelde, of dat hij een vast besluit nam om zich
-niet belachelijk voor te doen, zoodra de maat der muziek het hem
-veroorloofde, beschouwde hij Hermelijn als een gewone danseres en vloog
-met haar de zaal door. Portias speelde al vuriger en vuriger,
-aangehitst door zijne vrouw, en het tweetal zweefde hoe langer hoe
-sneller voort. Hermelijn voelde zich als bedwelmd, zij rustte thans in
-Conrad’s armen, hij klemde haar vaster aan zich, waarom kon die dans
-niet altijd duren, waarom moest hij hij haar straks weer los laten? Zij
-voelde zich zoo veilig, zoo gelukkig, zoo zalig aan zijn borst geklemd,
-door zijn hand gesteund.
-
-Zij dansten voort, altijd sneller totdat Portias eindelijk stil hield;
-toen bleven zij staan, beiden even duizelig, en even verward, de
-betoovering moest eerst langzaam wijken. Nog leunde Hermelijn met
-gesloten oogen op zijn schouder, zijn oogen schitterden en de booze,
-norsche uitdrukking was er uit verdwenen.
-
-»Wat ben je toch met je beiden een prachtig paar,” riep Kitty uit, hen
-bewonderend aanstarend.
-
-Dat woord verbrak de ban, Conrad liet Hermelijn los, die, nog niet tot
-zich zelf gekomen, op de canapé neerviel, en ging naar de piano om
-Portias te vragen of hij ’t instrument niet erg ontstemd vond.
-
-Kitty omhelsde Hermelijn en vleide zoo hartelijk mogelijk:
-
-»Wat dans je toch mooi, ik wist niet dat ze ’t in Holland zoo goed
-kenden. Die andere Hollandsche meisjes dansen zoo stijf, maar je bent
-volstrekt niet als een tottok. Vind je niet José?”
-
-»Foei Kitty, wat een onbescheidene vraag!” zeide Hermelijn glimlachend.
-
-»O dat is hij van mij gewend, niet waar manneke? De vrouw meent het zoo
-goed, maar zij heeft toch oogen om te zien, dat een sapoe lidi [56] nog
-meer gratie heeft dan hij; al zijn elegance zit in zijn vingers of
-liever in de piano en de viool als hij er op speelt.”
-
-»Dat was een uitstekend duet, door de beenen uitgevoerd! Is het niet
-vreemd, Hermine, dat alles door muziek kan uitgedrukt worden, zelfs de
-kunsten die er ’t minst op gelijken?”
-
-»Ik heb er nooit over nagedacht, Portias.”
-
-»Let dan maar eens op! De dans is muziek, zij gelijkt er het meest op,
-zij heeft tempo’s en noten, al zijn de duetten het meest voorkomende,
-toch bezit zij ook soli en quartetten, zelfs een vol orkest, want wat
-is een balzaal eindelijk dan een vol orkest? Dichtkunst en muziek zijn
-ook gemakkelijk te vergelijken, en schilderkunst is niets dan een
-symfonie van kleuren; ik wed dat dan eerst het hoogste in de kunst
-bereikt is als de schilder er in slaagt de verborgen cadans der kleuren
-en lijnen op te sporen, ze samen te voegen tot melodieën en daarmede
-muziekstukken op het doek samen te voegen.”
-
-»Maar de beeldhouwkunst en de architectuur dan?”
-
-»Dat zijn de lijnen, dat is de rust, die over het figuur verspreid
-ligt, ’t is het perspectief, de... de... maar dat moet ik nog nader
-bestudeeren. De menschelijke ziel ook, de philosophie, laat zich ’t
-best door muziek verklaren. In de middeleeuwen waren ze er niet blind
-voor; nu zijn de menschen te mathematisch, alles moet wiskunstig
-verklaard worden, zelfs de indruk, dien de muziek op den mensch
-uitoefent. ’t Is belachelijk vind je ook niet, Coen?”
-
-»Ik weet het niet, ik ben te dom om die geleerde dingen te begrijpen,
-ik weet niets,” was het barsche antwoord.
-
-»Dan gaat het je als mij, Coen!” riep de goedhartige maar niet altijd
-even voorzichtige Kitty, »ik begrijp ook niets van al die wijsheid.
-Alleen vind ik het heel mooi om aan te hooren; als José nu een knapper
-vrouw had gehad, zou zij dat misschien nonsens vinden en er om lachen
-als Cor, maar ’t is zoo gemakkelijk een dom bebèkje [57] tot vrouw te
-hebben, hé vent?”
-
-»O ja, dat is ’t beste wat een man treffen kan,” antwoordde Conrad uit
-de volheid van zijn hart op een toon, die Hermelijn door de ziel sneed.
-
-»Adres aan Guillaume!” kon zij niet laten te zeggen.
-
-»Toetie is niet dom,” riepen Conrad en Kitty tegelijk uit, »maar zij is
-onverstandig,” vulde de laatste aan, »en ben ik dat ook, Jo?”
-
-»Jij bent het liefste wijfje van God’s schoone schepping, dat na Eva op
-de wereld is verschenen,” riep hij in volle overtuiging uit en
-bezegelde zijn woorden met een omhelzing zoo innig dat Kitty luid
-»adoe, adoe, je doet me pijn,” riep en zich met een gezicht, stralend
-van genoegen, los maakte.
-
-»Enfin, je komt laat tot die erkenning! Vroeger dacht je anders, maar
-ik vind het toch bijzonder vleiend, na Cor in aanmerking te komen en
-niet erg tegen te vallen,” schertste zij.
-
-Het eten werd opgediend; Kitty en Portias hadden het zeer druk en
-Hermelijn wond zich op, om hen niet af te vallen. Zij was nog onder den
-indruk van den dans met Conrad, die haast geen woord sprak, zwijgend at
-en onheilspellend voor zich uitkeek; alle plagerijen van Kitty konden
-geen glimlach op zijn somber geplooide lippen te voorschijn roepen.
-
-Na het maal gingen de zusters naar de bijgebouwen om de vogels te zien
-en de dispens te bezoeken.
-
-»Is hij nu altijd zoo?” vroeg Kitty.
-
-»O ’t is van daag een Zondagshumeur,” was ’t antwoord, met die
-bitterheid gezegd, welke bij Hermelijn zoo pijnlijk en valsch klonk.
-
-»Wat scheelt hem toch? Wat verhaalt hij toch op jou? Waarom is hij dan
-met je getrouwd?”
-
-Hermelijn zweeg op deze vraag, waarvan zij het antwoord maar al te goed
-wist en dat de gelukkige, luchthartige Kitty niet vermoeden kon.
-
-’s Middags vertrokken zij; Kitty als een koningin in haar draagstoel
-geïnstalleerd, Portias als een trouwe cavalier aan haar zijde rijdend;
-toen ze weg waren, ging Hermelijn naar haar kamer, Conrad het bosch in.
-
-Weinig vermoedde zijn vrouw, hoe hij zich daar op het gras neerwierp en
-in hartstochtelijke snikken uitbarstte, die aan zijn gefolterd gemoed
-eenige lucht gaven.
-
-»Wat moet zij mij uitlachen, wat moet zij mij een akelige, linksche
-sinjo vinden, een domoor, een onbeschaafde kwâjongen!” kermde hij, »wat
-doe ik naast zoo’n vrouw, die van mij niet kan houden, die alleen
-vroolijk is, als ik niet bij haar ben. Ik ben geen man voor haar! Ik
-moet een domme vrouw hebben als Poppie of Toetie, niet een, die.....
-koningin zou kunnen wezen! O God, God, laat mij toch sterven, dan kan
-zij trouwen met iemand, die haar beter waard is.”
-
-
-
-
-
-
-
-XXV.
-
-
-Op den dag van het tochtje naar Djira was Corona bijzonder goed
-gehumeurd, Thoren van Hagen bleef den geheelen dag in het groote huis;
-’s avonds liet Corona hem de souvenirs van haar grootvader zien en
-verhaalde zij met een trots, die haar bijzonder goed stond, van zijn
-dapperheid en van Napoleon’s vriendschap voor hem.
-
-Ook toonde zij hem muziek, afkomstig van het Fransche hof, waaraan haar
-overgrootmoeder eens schitterde; zij speelde die ouderwetsche airs op
-de piano en neuriede ze zelfs zoo goed zij kon, want haar stem was niet
-mooi.
-
-»Dat leerde mijn oudtante aan de Amsterdamsche jeugd op de harp
-spelen,” zeide zij glimlachend, »zij moet een wonder van zachtheid
-geweest zijn. ’t Javaansche bloed heeft al die zachtheid weggespoeld,
-want geen der Gérans is zacht, zelfs die kleine bengels niet, vraag het
-Iteko maar.”
-
-»Meent u dan dat zachtheid niet evenals alle deugden met moeite wordt
-verkregen?” vroeg Thoren van Hagen.
-
-»Wel neen, men is zacht of men is ’t niet, daar is geen middelweg
-tusschen!”
-
-»Dan ben ik zoo vrij aan zachtheid weinig verdiensten toe te kennen.
-Een schaap is ook zacht, en ik kan niet zeggen dat ik met dat dier
-bijzonder veel op heb; wat ik als zachtheid waardeer, is een
-eigenschap, die slechts langzaam wordt veroverd. ’t Is de kunst om het
-scherpe, bitse woord bijtijds terug te trekken als we voelen daarmee
-onnoodig een wond te zullen slaan, ’t is te oordeelen, zooals wij
-zouden wenschen geoordeeld te worden, ’t is lief te hebben met
-vergetelheid van zichzelf. ’t Is de kracht om zichzelf te overwinnen.
-Hij, die niet als het te pas komt, toornig en verontwaardigd kan zijn,
-die niet geeselen kan, waar een tuchtiging noodig is, maar zich zelfs
-dan op zijn zachtheid beroemt, dien reken ik haar meer als een gebrek
-dan als een deugd aan.”
-
-»Meent u dat iemand hier zoo diep nadenkt?” vroeg Corona met een
-medelijdenden lach, »denkt u dat men hier aan zelfopvoeding doet en aan
-zelfoverwinning?”
-
-»Foei, wat lastert u uw familie, juffrouw de Géran! Denkt u dat ik niet
-weet hoe over geheel Java uw familie bekend staat om haar vlekkeloos
-gedrag, om haar trouw aan de overleveringen en goede beginselen van
-haar aloud geslacht, des te schooner omdat zij hier in de
-onverschillige Indische omgeving zoo zeldzaam is?”
-
-»In groote dingen misschien, maar in kleine? Wie denkt er aan, zich
-beter te maken dan hij is? Als er een van ons goed is, is hij ’t, omdat
-hij ’t gemakkelijker en prettiger vindt dan slecht te zijn.”
-
-»Gelooft u dat waarlijk?” vroeg Thoren van Hagen, »en leert de
-godsdienst hun dan niet om beter te worden dan zichzelf?”
-
-Corona boog het hoofd en voelde zich klein.
-
-»U miskent u en uw familie, juffrouw de Géran! Hoe menige daad is niet
-verricht, hoe menig woord niet uitgesproken, alleen omdat u het
-bewustzijn in u droeg dat het beter ware ze achterwege te laten.”
-
-»Wat moet u toch een deugdzaam en braaf mensch zijn,” riep Corona met
-een hellen spotlach, »daar u zoo mooi spreken kunt!”
-
-»Ik,” antwoordde Thoren van Hagen, en de peinzende uitdrukking, die
-zulk een droevige wolk over zijn gelaat kon doen trekken, werd sterker
-dan Corona ze ooit opgemerkt had.
-
-»Ik, u weet niet hoe slecht ik dikwijls was, u weet niet hoe vaak ik
-het goede heb gezien en toch mijn hand naar het kwade uitstak; u weet
-niet hoe ik meermalen gestreden heb en overwonnen ben. Maar dat is
-juist het ergste, te weten wat wij moeten doen om ons zedelijk te
-verheffen en toch het tegenovergestelde te verrichten. Maar u kan dat
-niet beoordeelen, juffrouw de Géran, u staat zoo hoog boven alle
-menschelijke zwakheden, u vindt elke zonde zoo verachtelijk, omdat u
-niets heeft te doen dan uw edele natuur te volgen.”
-
-Corona antwoordde niet; zij bladerde een muziekboek door en hief de
-oogen niet naar hem op; waarom voelde zij zich zoo, zoo onbeduidend,
-zoo ontevreden met zichzelf als hij sprak? Van morgen had zij voor ’t
-eerst eenig genoegen in zijn gezelschap gevonden, maar nu was hij weer
-onverdragelijk en toch scheen het een teleurstelling, toen hij zonder
-iets meer te zeggen naar Margot ging, die druk aan het dammen was met
-Philip, en haar vroeg of zij den volgenden morgen met haar broer bij
-hem kwam roeien.
-
-»Ik heb alle visschen commando gegeven zich door Kromo te laten vangen
-en hun zondagsche baadjes aan te trekken.”
-
-»O ja, heel graag, Thoren. Heel graag!”
-
-Het bloed vloog Corona naar de wangen; zij wiep het muziekboek op de
-piano en keerde haar toornig gelaat naar Margot.
-
-»Wat zeg je daar? Hoor ik ’t goed! Brutaal nest, ga naar je kamer en je
-blijft er morgen den heelen dag. Hoe durf je, mijnheer Thoren van Hagen
-aan te spreken of hij je speelkameraad is?”
-
-»Mijnheer heeft het me toegestaan,” schreide zij.
-
-»Dat doet er niet toe, je mag het niet zeggen en al vraagt mijnheer nu
-ook duizendmaal excuus voor je, je gaat morgen niet uit en nu naar bed!
-Ik dien je voortaan weer als kleine meid te behandelen.”
-
-Margot stond snikkend op, stiet haar stoel omver en wilde de kamer
-uitgaan, maar de oudste zuster riep haar terug.
-
-»Wil je dien stoel wel eens oprapen, ondeugend kind, of ik geef je een
-week kamerarrest.”
-
-Zoo onwillig mogelijk zette Margot den stoel recht en verwijderde zich,
-luid schreiende; Corona stond als een beleedigde koningin tegen de
-piano, zoodra de strafoefening voorbij was, begon zij weer in de muziek
-te bladeren.
-
-»’t Spijt me dat ik onwillekeurig oorzaak ben van deze scène,” zei
-Thoren van Hagen haar naderend met zijn spotlach, die haar steeds tot
-verzet prikkelde.
-
-»Ik begrijp niet hoe u zulke familiariteiten van zoo’n kind wilt
-dulden.”
-
-»Vindt u mijn naam nog niet lang genoeg?” vroeg hij lachend, »ik doe er
-zoo graag een stuk van present, in afwachting dat ik hem heelemaal
-weggeef.”
-
-»Zij kan u mijnheer Thoren noemen, maar bij den naam, dat verdraag ik
-niet.”
-
-»’t Spijt mij dat ik u zoo geërgerd heb en ik zal bij juffrouw Margot
-de vergunning intrekken.”
-
-Toen ’s avonds Corona in haar kamer kwam, zat Iteko daar aan een
-handwerkje bezig.
-
-»Wat heeft die Margot aangegaan!” zeide zij, »’t kind schijnt erg aan
-mijnheer Thoren gehecht te zijn. De straf is haar betrekkelijk
-onverschillig, maar dat zij zoo vernederd werd in zijn presentie, dat
-schijnt ze vreeselijk te vinden.”
-
-»Zoo’n kind!”
-
-»Zij is het niet meer; ik stond verbaasd over haar vrouwelijke
-woorden.”
-
-»Tegen mij?”
-
-»Natuurlijk! Ik durf u niet alles herhalen wat ze zeide.”
-
-»Ik wil ’t ook liever niet weten.”
-
-»Zij is, geloof ik, erg op mijnheer Thoren gesteld en verbeeldt zich
-dat hij verliefd op haar is...”
-
-»Reden te over om haar te doen voelen dat zij niets meer is dan een
-stout kind.”
-
-»Maar ’t ergste is dat zij uw handelingen aan een allerdwaaste
-beweegreden toeschrijft.”
-
-»Wat durft zij over mijn handelingen oordeelen, van wie heeft ze dat
-geleerd?”
-
-»Wel, ik vrees van mijnheer Thoren zelf, want zij is geheel veranderd
-na zijn komst.”
-
-»En wat heeft ze dan gezegd?”
-
-»Ik durf ’t u niet herhalen.”
-
-»Dwaasheid, als ik het verlang.”
-
-»Zal u ’t dan nooit aan haar laten merken? Mijn prestige is er mee
-gemoeid, tegenover de kinderen.”
-
-»Dat spreekt, wat heeft dat impertinente ding gezegd?”
-
-»Dat u.... dat u.... o, ’t is te onzinnig om het te zeggen, dat u zoo
-boos was omdat u zelf veel van mijnheer Thoren houdt.”
-
-Corona sprong niet op als een getergde leeuwin, zooals Iteko had
-verwacht, zij viel niet uit tegen Margot, maar keek peinzend voor zich;
-na eenige oogenblikken vroeg zij en haar stem klonk dof en heesch:
-
-»Zou je meenen dat anderen ook reden hadden te denken, wat Margot
-durfde zeggen bij ’t zien van mijn strengheid?”
-
-»Als u ’t mij zoo stellig afvraagt, moet ik oprecht antwoorden: Me
-dunkt het wel.”
-
-»Waarom waarschuw je mij niet bijtijds, de menschen zijn zoo slecht en
-zuigen uit alles kwaad; hoe onzinniger een denkbeeld is, hoe eerder het
-geloofd wordt; je hadt het mij moeten zeggen.”
-
-»Maar juffrouw, ik wist niet...”
-
-»’t Gewone praatje! Je hadt het moeten weten, ’t is geen kunst iets te
-begrijpen als het reeds gebeurd is maar men moet het vooruit kunnen
-zien.”
-
-»Ik hoop ’t waar te nemen,” antwoordde Iteko onderdanig.
-
-Corona bleef zwijgend nadenken.
-
-»Iteko,” zoo begon zij weer, »zeg morgen aan Margot, dat ik de straf
-ophef; ze kan doen en laten wat ze verkiest, gaan waarheen ze wil.”
-
-»Best juffrouw!”
-
-»Hoe oud is Margot?”
-
-»Bijna veertien jaar.”
-
-»Nu, over twee en een halfjaar kan mijnheer Thoren van Hagen om haar
-komen; tot zoo lang mag hij in zijn meer blijven visschen tot groote
-ergernis van de inlanders. Dan zal eindelijk de echte goudvisch zich
-laten vangen.”
-
-Zij lachte onnatuurlijk scherp.
-
-»Ik wilde dat hij voor dien tijd weg was,” mompelde Iteko.
-
-»Waarom? Hij hindert me niet en is zijn gezelschap wel waard. Wat maak
-je daar, Iteko?”
-
-»U sprak van granaatbloemen voor het volgende bal en ik probeer ze te
-maken.”
-
-»Dat is reeds spoedig, vandaag over 14 dagen. Denk er om dat we een
-mooi toilet voor mevrouw Conrad klaar hebben. Ik wil dat zij prachtig
-is, lichtblauw natuurlijk met fijne gele bloemen, zal dat niet goed
-staan voor een blondine?”
-
-»De tint van mevrouw is wat te warm voor lichtblauw. Niets zou haar
-beter kleuren dan rozerood van de allerlichtste nuance, met
-vergeet-mij-nietjes.”
-
-»Nu, bestel het dan dadelijk uit Samarang, voor de bloemen kun je zelf
-zorgen.”
-
-»Ik zal mijn best doen ze klaar te krijgen.”
-
-»Je bent een juweel, Iteko. Hoe zou ik me redden zonder jou?”
-
-
-
-
-
-
-
-XXVI.
-
-
-Den volgenden namiddag kwamen Portias en zijn vrouw uit Djantong terug.
-
-»Vrouwtje,” had hij tot Kitty onderweg gezegd, »in een muziekstuk
-worden de grootste effecten verkregen door wel aangebrachte rustpunten;
-dat wil zeggen door zwijgen, waar het noodig is. Geloof me, hou je
-mondje dicht over de onbegrijpelijke verhouding tusschen Conrad en
-Hermelijn, niemand heeft er iets mee te maken, Corona het allerminst.”
-
-»Voor hoe dom zie je me aan?” vroeg zij pruilend, »denk je dat ik mijn
-liefsten broer en mijn nieuw zusje zal verklappen?”
-
-Maar hoe goed en hartelijk de kleine Kitty ook was, onnadenkend kon zij
-ook wezen; ten rechten tijd gewaarschuwd door haar man, sprak zij geen
-woord over het jonge paar, wat anders zeker het geval zou geweest zijn;
-niemand had haar echter gezegd dat het beter was over Hermelijn’s
-ondervindingen ten huize van Toetie te zwijgen, en daar zij er behoefte
-aan had, Corona’s aandacht op te wekken door haar vertellingen gaf zij
-een zeer gekleurd en opgesierd verhaal van het voorgevallene.
-
-Corona was verontwaardigd, en besloot reeds den volgenden dag naar
-Djantong te gaan om van Hermelijn alles te vernemen.
-
-Zij was verheugd over dat voorwendsel, want sinds lang wenschte zij een
-dag alleen met Hermelijn door te brengen; den volgenden morgen liet zij
-haar paard zadelen, gaf Dario, haar javaanschen jockey, bevel haar te
-vergezellen, en reed naar Conrad, waar zij omstreeks 12 uren aankwam.
-
-De echtgenooten begonnen juist hun zwijgend maal, toen zij het erf kwam
-oprijden; zij zag er in haar donker grijslakensch kleed, dat haar
-figuur als het ware in een vorm omsloot, met haar hoog hoedje Henri IV
-uit als een amazone van de vorige eeuw; de karwats hield zij nog in de
-hand, toen zij in de achtergalerij verscheen; de slip van haar kleed
-had zij in haar ceintuur gestoken, zoodat een gedeelte van haar
-donkerroode rok er onder uitkwam.
-
-Haar geheele houding was krijgshaftig en haar stap klonk veerkrachtig
-en energiek op de roode vloersteenen.
-
-»Ik kom juist bij tijds naar ik zie,” sprak zij glimlachend en gaf
-Hermelijn een kus, terwijl zij naar de gewoonte der Gérans haar broer
-met geen groet verwaardigde.
-
-»’t Is wel een ongehoopt bezoek,” zeide Hermelijn min of meer uit de
-hoogte.
-
-Corona voelde het dubbelzinnige van dit woord niet en ging voort:
-
-»Ik hoorde van Kitty dat je terug was, en nu kon ik het verlangen niet
-weerstaan om je eens in je huishoudentje te zien.”
-
-»O, ’t is allerliefst van je! Wil je mee eten!”
-
-»Natuurlijk, ik heb Angot naar den stal gezonden en je verliest me
-eerst tegen van avond! Misschien komt papa mij halen; ik heb veel met
-je te bespreken, Hermelijn.”
-
-»Ik misschien ook,” was het kalme antwoord.
-
-»O foei, Conrad! Wat laat je die honden toch om de tafel dwalen, ze
-komen telkens met hun pooten aan het laken. Dit moet Hermelijn toch erg
-hinderlijk zijn, niet?”
-
-»Als hij vermoedde dat ’t mij hinderde, zou Conrad ze reeds lang het
-erf op gestuurd hebben.”
-
-»Maar ik kan ze niet uitstaan, mijn Matjan komt nooit in de
-achtergalerij als we eten. Stuur ze weg, Conrad!”
-
-Conrad gaf ze een teeken, waarop ze zich verwijderden, hij zelf had een
-courant genomen en scheen druk te lezen.
-
-»Is hij altijd zoo amusant?” vroeg Corona.
-
-»Dat kan u begrijpen; hij wil aan u de zorg overlaten om hier leven en
-vroolijkheid te brengen.”
-
-Conrad bromde iets onverstaanbaars, zijn wenkbrauwen fronsten zich en
-hij trappelde met de voeten.
-
-»O foei, wat is die rijst naar gekookt en die sajor [58] is erg flauw,
-ik begrijp niet dat Bitja ze gekookt heeft.”
-
-»Dat deed ze ook niet.”
-
-»En wie heeft het gedaan?”
-
-»Ik, en voor een eerste proeve vind ik het nog al dragelijk.”
-
-»En waar is Bitja?”
-
-»Haar grootmoeder of tante was ziek en ze is naar de kampong.”
-
-»Dat heb je haar toegestaan?”
-
-»Natuurlijk.”
-
-»Nu, dan kan je er pret van beleven; als je begint met hun permissie te
-geven voor elke kleinigheid, dan ben je goed af. Ik begrijp niet
-Conrad, dat jij je vrouw niet beter raadt.”
-
-»Ik bemoei me met geen huishoudelijke dingen,” was het korte antwoord.
-
-»Maar vind je die rijst niet oneetbaar; ik verkies dat brouwsel niet.”
-
-»Ze is heel goed!”
-
-»Mijn hemel! Wat voor tottok ben je geworden om daar genoegen mee te
-nemen!”
-
-»Ik zal je beschuiten geven, dat is ’t eenige wat ik in huis heb,”
-zeide Hermelijn opstaande om naar de dispens te gaan.
-
-»Nu, ik zie wel dat je heele huishouding misloopt, Conrad,” verzekerde
-Corona terwijl Hermelijn weg was, »’t is haar schuld niet, maar zij is
-toch vreemd en ik geloof een beetje eigenzinnig, of heb ik het mis?”
-
-»Zij is zeer goed, er valt niets op haar te zeggen,” en Conrad boog
-zijn hoofd al dieper en dieper over de courant, zonder te merken dat
-deze al een paar maanden oud was.
-
-»Nu, dat wil ik graag gelooven maar je moet haar raden en niet in alles
-haar zin laten, anders kom je geheel onder haar pantoffeltje.”
-
-»Daarvoor kan ik zelf zorgen, ik heb niemands raad noodig,” hij stond
-op en ging meer oprecht dan beleefd naar de stallingen.
-
-»Wil je eens kijken of Angot goed verzorgd is?” riep zij hem na.
-
-Hermelijn kwam terug met een schaaltje ham en Amerikaansche beschuit,
-die zij op tafel zette.
-
-»Weinig maar uit een goed hart,” sprak zij, »’t spijt me dat je het zoo
-treft, Corona!”
-
-»Dat het mij treft is minder, maar ik vind het idee onaangenaam dat
-jelui gebrek lijden en dat je huishouding niet op rolletjes gaat. Had
-ik dat geweten...”
-
-»O laat het mij over, als er niets anders was dan dat!”
-
-»Dit zijn kleinigheden waarvan je toekomstig geluk afhangt.”
-
-»Mijn geluk!”
-
-»Ja zeker, je hebt er staaltjes van gezien, hoe een net ingericht huis
-heel in de war kan raken door een slordige, domme vrouw zooals Toetie,
-en gaat men eens de helling af dan is er geen redding mogelijk.”
-
-»Ik ben je dankbaar voor je goeden raad! Neem nog een beschuit.”
-
-»Dank je, hé, waarom heb je het buffet verplaatst?”
-
-»’t Beviel me daar niet.”
-
-»Maar ik had ’t zelf daar het doelmatigst gevonden.”
-
-»Ik vond het niet en ik heb ’t veranderd.”
-
-»Dan heb je misschien nog meer verzet.”
-
-»’t Kan best wezen.”
-
-Corona stond op en ging de kamers door; zij vond alles geheel anders
-gearrangeerd; Hermelijn was bezig op Hollandsche wijze de tafel af te
-nemen, blijde een voorwendsel te vinden om haar schoonzuster alleen te
-laten.
-
-Conrad kwam door een omweg juist in de voorgalerij.
-
-»Maar Coen,” riep zij, »hoe heb je dat kunnen aanzien? Hermine heeft
-hier alles veranderd, wat ik geschikt had. Laat je alles dan zoo maar
-toe?”
-
-»’t Is immers mijn en dus ook haar huis.”
-
-»Foei, zoo’n wijsneuzigheid, dat jonge ding! Zij wil mij tegenwerken,
-maar ik zal ze...”
-
-Deze laatste woorden werden niet luid uitgesproken; de kamers betrad
-Corona niet, zij ging weer naar de achtergalerij en zette zich op de
-kanapé neer.
-
-»En bevalt het je hier goed, Hermelijn?” vroeg zij.
-
-»Uitstekend.”
-
-»Erg stil?”
-
-»Levendig genoeg voor ons!”
-
-»Dat begrijp ik, daarom moest zeker alles door mekaar gehaald worden.
-Wat een idée!”
-
-»Van wie zijn onze meubels?”
-
-»Van wie... van wie? Wel, ze komen van mij!”
-
-»Maar nu zijn ze toch van ons, niet waar en we kunnen er mee doen wat
-ons bevalt!”
-
-Corona zag haar schoonzuster scherp in de oogen; zij vertrouwde haar
-ooren niet, maar zij kende Hermelijn niet genoeg en wilde haar peilen,
-vóór zij haar terechtwees.
-
-»’t Schijnt dat ge je hier erg verveelt om tot zoo’n amusement je
-toevlucht te nemen. Vond je het bij August of Guillaume prettiger?”
-
-»Een goede vrouw, zooals ik ’t hoop te worden, amuseert zich alleen bij
-haar man.”
-
-»Maar vertel me eens wat er tusschen jou en Toetie gebeurd is.”
-
-»O foei die Kitty!” dacht Hermelijn geërgerd en antwoordde:
-
-»Niets bijzonders, wat het vertellen waard is.”
-
-»Maar ik moet het weten. Daarvoor kom ik opzettelijk hier.”
-
-»Dan hadt ge u de moeite kunnen sparen. ’t Is mijn gewoonte niet, te
-klagen over de huizen, waar ik gastvrij ontvangen werd.”
-
-»Maar hier is ’t een ander geval. ’t Is van het grootste belang dat ik
-alles hoor, wat Toetie jou gezegd heeft.”
-
-»Dat gaat niemand aan!”
-
-»Mij wel!”
-
-»Waarom u meer dan anderen?”
-
-»Waarom, waarom? Wel, wat een vraag! Omdat...”
-
-»Omdat u alles weten moet, wat er bij uw broers en zusters voorvalt,
-niet waar? Nu, van mij zal u het niet weten, want ik zie er het
-noodzakelijke niet van in.”
-
-»Maar Hermine, doe je mij den oorlog aan?”
-
-»Dat is volstrekt mijn bedoeling niet, maar als u ’t daarvoor wil
-aanzien, dan kan ik er niets aan doen!”
-
-»Je bent een onverstandig meisje, meer niet, Hermine; met hoeveel
-liefde ben ik je niet tegemoet gekomen, hoe hartelijk heb ik je als
-mijn zuster begroet! En je slaat nu een toon tegen mij aan, zooals geen
-mijner zusters en broers het ooit gedaan heeft; als het je maar niet
-eens spijt zoo aan je humeur te hebben toegegeven.”
-
-»Niets kan me in het vervolg meer spijten, niets!”
-
-Juist kwam Conrad binnen en maakte een einde aan het gesprek, dat een
-zeer onaangename richting begon aan te nemen, want Hermelijn had alle
-moeite om niet in grieven uit te barsten en haar overvol hart eindelijk
-eens lucht te geven tegen haar, die ze van laag bedrog en geheime
-kuiperijen verdacht hield en voor de oorzaak van haar treurig leven
-aanzag.
-
-»We zullen er maar over zwijgen,” sprak Corona met een
-zelfbeheersching, die haar vreemd was; misschien dacht zij aan Thoren’s
-woorden van dien avond, misschien was er iets in Hermelijns oogen dat
-haar deed vreezen voort te gaan en raadde zij den bitteren wrok, dien
-het vrouwtje van haar broer tegen haar koesterde en wilde zij tot allen
-prijs een uitbarsting vermijden.
-
-»Over veertien dagen geeft de regent een bal ter gelegenheid van het
-huwelijk zijner dochter na een groote senènan. Dat is een Javaansch
-tournooi, Hermelijn; papa verwacht dat ge beiden er zult komen; wij
-overnachten natuurlijk in Soekarenga. Als je inlichtingen wilt hebben,
-ben ik bereid je die te geven.”
-
-»Ik weet niet hoe Conrad er over denkt.”
-
-»Als je gaan wilt, is ’t mij goed.”
-
-»Papa rekent er op.”
-
-De middag ging langzaam voorbij; het was een zonderlinge verhouding
-tusschen dat drietal, Conrad ging heen, Hermelijn nam een werkje,
-Corona begon te lezen, zij voelde zich slecht op haar gemak en was
-blijde toen het tijd werd thee te drinken.
-
-Hermelijn liet haar veel alleen, zij had huiselijke zorgen, dubbel
-zwaar in de afwezigheid van haar meid, en ’t was Corona een verlichting
-als zij verdween; het gesprek wilde niet vlotten en zij had zich toch
-zoo veel van den omgang met haar Europeesch nichtje voorgesteld; ook
-over Toetie kreeg zij niets te hooren.
-
-»Hermine,” de bijnaam ging haar niet goed meer af, »ik heb iets
-bedacht; het huishouden veroorzaakt je zooveel moeite en je bent er nog
-zoo vreemd in. Zal ik je Iteko zenden? Zij is een uitstekende
-huishoudster. In dien tusschentijd zal ik de kinderen wel les geven.”
-
-Werkelijk dacht Corona een goede daad te verrichten, want Iteko afstaan
-was voor haar een groote opoffering; zij hield er volstrekt niet van,
-de kinderen bezig te houden, maar zij wilde Hermelijn gunstig stemmen
-en misschien ook doen wat Thoren goed en edel had genoemd; zij was er
-zich niet van bewust en zou de laatste veronderstelling zeker met
-verontwaardiging van zich afgeworpen hebben.
-
-’t Viel haar tegen toen Hermelijn koel antwoordde:
-
-»Dank je, Conrad is tevreden en ik ben blijde iets te kunnen doen. Ik
-kan vreemde hulp missen en wil u geen overlast aandoen.”
-
-Ook dat gelukte niet, maar wat kon Hermelijn haar toch verwijten, zij
-had immers alles wat een mensch begeeren kan! Zij vond niets bijzonders
-in de verhouding tusschen Conrad en haar; ’t waren alleen de dwaze
-Portias en Kitty, die het publiek met hun flauw gekir lastig vielen.
-
-En toch er lag zoo’n bittere trek om Hermelijn’s lippen, dien zij den
-eersten morgen niet gezien had, in haar oogen las zij een stil, maar
-niet minder welsprekend verwijt. ’t Werd Corona eng tegenover haar en
-zij was innig blijde toen haar vader met Philip aan kwam rijden om haar
-af te halen.
-
-Geheel anders was Hermelijn tegenover hen; zoo hartelijk, zoo echt
-kinderlijk, dat was zij werkelijk; tegen haar alleen gedroeg zij zich
-zoo zonderling. Eindelijk kon Corona het niet langer verdragen; op het
-oogenblik dat de gasten zouden vertrekken nam zij haar schoonzuster ter
-zijde en, haar handen op Hermelijn’s schouders leggend, vroeg zij:
-
-»Zeg me de waarheid Hermelijn, verwijt je mij iets? Ben je niet
-gelukkig in je nieuw leven?”
-
-Hermelijn zag haar aan met de groote oogen, welke slechts bestemd
-schenen om de wereld toe te lachen en waaruit nu een aan wanhoop
-grenzende smart sprak:
-
-»Je hebt je wil, Corona,” antwoordde zij, haar handen losmakend, »ik
-ben getrouwd, maar wanneer je eens iemand innig lief krijgt, dan zal je
-eerst begrijpen, wat voor lot je mij bezorgd hebt door je bedrog!”
-
-Corona was doodsbleek geworden, haar lippen trilden.
-
-»Angot wacht,” riep haar vader.
-
-Zij keerde zich om en besteeg haar paard, maar werktuigelijk als ware
-zij in een droom verzonken.
-
-»Mijn bedrog! En ik deed het om haar bestwil!” mompelde zij, en haar
-vader verwonderde zich over het vreemde stilzwijgen van zijn oudste
-dochter.
-
-
-
-
-
-
-
-XXVII.
-
-
-Op een half uur afstand van het »groote huis” lag een Javaansch
-kerkhof; de weg daarheen was kaal en slechts hier en daar met eenige
-klapper- en arengboomen omzoomd; tusschen den weelderigen plantengroei,
-die van alle kanten Ngaroengan omringde, maakte deze kalkachtige, in
-het zonlicht verblindend witte weg een zonderlingen indruk; over het
-kerkhof echter lag koele schaduw.
-
-De gambodja, de bloemdragende graf- en treurboomen der Javanen, wierpen
-de schaduw van hun schier bladerlooze takken tegelijk met hun duizenden
-witte bloemen, over de eenvoudige graven. Hun sterke eigenaardige geur
-vervulde de lucht; de talrijke graven zijn alle even eenvormig en
-verlaten, van vier zijden door een balkje begrensd, wijst een kort
-paaltje slechts de plek aan, waar het hoofd der dooden rust; geen
-andere tooi siert de koeboeran [59] dan de neervallende regen der
-gambodja bloemen.
-
-Op het einde staat een meer versierd graf, door een dakje van atap
-overdekt en met offergaven, uit rijst, vruchten en plita’s [60]
-bestaande, versierd. ’t Is dat van een hadji [61], wellicht twee eeuwen
-geleden daar gestorven; een man zoo heilig dat zelfs tijgers eerbied
-voor hem hadden en zijn lijk ontzagen.
-
-Een oude vrouw, afzichtelijk zooals de Javaansche Nènèks [62] er uit
-kunnen zien, hinkte langs de graven, tot zij aan de heilige koeboeran
-kwam: zij leunde op een stok, haar kleeren waren oud en versleten al
-hingen zij nu juist niet in flarden langs haar leden. De sarong hoog
-opgebonden liet een paar bruine, knokelige staven zien, die beenen
-verbeeldden, daar zij uitliepen in voeten met ver uitstaande teenen; de
-badjoe [63], met de gebruikelijke split op de borst, was ook veel te
-kort en liet een verdroogd zwart vel zien, dat los en gerimpeld over
-het gelaat hing, waarin een voorstander der zoogenaamde apentheorie
-misschien bewijzen voor zijn leer kon vinden. De neus was plat en van
-wijde gaten voorzien, de mond afschuwelijk, de lippen gebarsten en
-blauw paars gekleurd; de schaarsche haren van een vuil grijswit waren
-in een kleine knoop samengebonden, en lieten den kalen kruin geheel
-bloot.
-
-In een harer dorre handen droeg zij een van pisangbladen gevlochten
-korfje, waarin vruchten en bloemen lagen, die zij op de heilige plek
-neerlegde terwijl zij op de hurken ging zitten, een »slamat” [64]
-maakte, en haar door talrijke hoofdbuigingen en op en neer wiegen van
-de toegevouwen handen, vergezelde sembayang [65] begon. Zij mompelde
-daarbij iets met een eentonig geluid, tot zij eindelijk opstond en aan
-het plukken ging van eenige kruiden, die tusschen de graven groeiden.
-
-Eens sprong een kikvorsch tegen haar op, waarna zij het op een luid
-geschreeuw en achteruit loopen zette, met een verwilderden blik rondom
-zich heen ziende, om onmiddellijk weer haar oogst voort te zetten.
-
-Toen zij het noodige bij mekaar had gebonden, strompelde zij het
-kerkhof weer af, waar juist een Javaansche begrafenis aankwam; een
-viertal Javanen met bloot bovenlijf en allen in een sarong gekleed, die
-in niet onbevallige plooien langs de heupen viel, droegen de baar,
-waarop de doode, alleen door een wit lijkkleed bedekt, rustte; paarse
-en witte soelassa bloemen waren daarover gestrooid.
-
-Twee andere Javanen hielden hun geopende zonneschermen over de
-lijkbaar; daar achter ging de stoet, uit eenige mannen en kinderen
-bestaande, die echter allen baadjes aanhadden, terwijl hun hoofden
-evenals die der dragers met hoofddoek en tjaping [66] bedekt waren.
-
-De oude vrouw ging stil en als vreesachtig op zijde; zij hield haar bos
-kruiden in de hand en stapte, over het lage steenen muurtje, weer op
-den weg; zij had daar slechts weinige stappen te doen, een smal voetpad
-daalde aan den overkant bergaf; zij verdween tusschen de pisangboomen,
-die het met hun breede, wuivende, langwerpige bladen overschaduwden.
-
-Daar lag een klein dal, van drie zijden door roodachtige rotsen
-ingesloten, waartusschen slechts betrekkelijk weinig planten groeiden.
-Een kleine bamboezen hut stond er beschut tegen wind en stormen en ook
-tegen de heftige zonnestralen, want zelfs midden op den dag was het
-hier koel.
-
-Voor de deur zat een magere knaap, rillend in zijn sarong gewikkeld;
-zijn oogen stonden hol en zijn lippen, door geen sirih gekleurd, waren
-bleek en bevend; zijn tanden schenen tegen elkaar te klapperen.
-
-»Begiemana, Mas?” (»Hoe gaat het, schat?”) vroeg de Nènèk.
-
-»Demem,” (koorts) was het lakonieke antwoord.
-
-»Ik zal je wel beter maken, ik heb hier obat [67] voor je geplukt en
-die zal zeker goed werken, want ik heb er een sembayang voor gedaan en
-ik ben een begrafenis tegengekomen. Je zult zien wat goede djamoe[67]
-ik daarvan maak.”
-
-»Och grootmoeder, ’t zal me niet helpen. Ik ben op een vrijdag in den
-klapperboom geklommen en toen heb ik ’s nachts de wéwéh [68] gezien,
-die heeft het ’m gedaan en daar helpt niets tegen, niets!”
-
-»Dat zou ik wel eens willen zien; of de wéwéh bestand is tegen mijn
-obat.”
-
-»Ik had liever, moeder, dat u de medicijn, die Nonna besaar [69] hier
-gebracht heeft, niet had weggegooid; toen laatst sinjo Philip ziek was,
-rilde hij ook als ik en de hollandsche toewan dokter gaf hem medicijn,
-waardoor hij spoedig beter werd. Misschien is dat dezelfde.”
-
-»Denk je dat de wéwéh niet boos is als men met obat-blanda [70]
-aankomt? Ik heb zooveel vreemde kinderen genezen, zou ik mijn eigen
-kleinzoon niet kunnen doen herstellen?”
-
-»Och neen, spaar die moeite! ’t Helpt niets en ik wou zoo graag beter
-zijn, nu rijdt de Nonna altijd met Gollok rond en hij heeft mijn
-kleeren aan en Djankrik mijn paard raakt mij ontwend!”
-
-»Wie weet, of je niet met Nonna op plaatsen geweest bent, die anker
-(noodlottig) waren of je niet over een heilige koeboer geloopen hebt,
-of gevischt in een gewijde bron. Ik weet niet, welke boschgeest door je
-vertoornd is, en zoo moet ik het met allerlei djamoe’s probeeren.”
-
-»Geef me toch hollandsche medicijn, Mak! De Nonna komt niet meer naar
-me kijken, zij denkt niet meer aan mij. Gollok heeft mijn plaats
-ingenomen; hij zal nu ook Sima zeker het hof maken ach! en zij had mij
-toch beloofd na de poewassa [71] met mij te trouwen; de Nonna zou onze
-bruiloft betalen!”
-
-»Zoo zijn de Toewan Blanda allen, Djario, allen! Heb je niet gehoord
-wat de Hadji laatst zei? Spoedig zal de tijd komen dat er alleen maar
-Orang Slam [72] in de Negri Djawa [73] zullen zijn en dat de groote
-Sheik Ibn-Moelem terug komt met de groene vlag.”
-
-»Ik geloof ’t niet en zou het niet wenschen moeder! Ik heb liever met
-orang blanda [74] te doen dan met onze wedono’s en onze loera’s [75].
-Toewan en Nonna zijn goed voor ons als we maar werken willen, en die...
-Mak weet, hoe zij vader naar de rantés [76] hebben gezonden.”
-
-»Die Pangoeloe[75] was bedorven door de Blanda’s en jij bent het ook
-Djario en tot straf daarvan heeft Toewan Allah je die ziekte
-toegezonden, voor niets anders. Op een sedeka [77] ga je alleen om te
-eten, zelf beken je dat, in plaats van naar de Missigit [78] te gaan,
-je in een klapperboom hebt geklommen. Is het nu wonder dat je ziek
-wordt!”
-
-De oude heks betrad het armelijke door geen deur afgesloten huisje; een
-baléh-baléh waarop de geheele familie, want er waren er nog meer,
-sliepen, een opgerold matje, een kleine kerpek (koffertje), waarin hun
-eenvoudige garderobe geborgen was, een paar aarden pannetjes en
-komforen, een koekoesan om rijst in te koken, het onvermijdelijke
-rijstblok met stamper, dat was het eenige meubilair.
-
-Eenige Europeesche prentjes versierden alleen den gevlochten bamboezen
-muur; Djario had ze bij de Blanda’s gevonden en daar opgehangen;
-niettegenstaande de gewetensbezwaren zijner grootmoeder, die hun een
-onheilspellenden invloed toeschreef, wilde hij ze niet verwijderen.
-
-Toen zij haar kookgereedschap ging uithalen, gaf de oude vrouw
-plotseling weer een reeks doordringende gillen.
-
-»Alla-la-la-lak-Astaga!” schreeuwde zij luid, vreemde bewegingen met
-haar handen makende, doch het scherpe geluid bracht niet den minsten
-indruk op Djario teweeg; hij was er aan gewoon dat zijn grootmoeder
-latah was, een soort van bij de Javaansche vrouwen veel voorkomende
-opschrikkerigheid, die echter dikwijls in een soort van biologie
-overgaat.
-
-Jongeren drijven er soms een boos spel mede als zij een door latah
-toevallen gekwelde vrouw, plotseling doen schrikken, gebaren voor haar
-maken en gezichten trekken, die zij als door een onzichtbare macht
-gedreven, tot in de kleinste bijzonderheden nabootst; nu was de schrik
-alleen voortgekomen door de plotselinge verschijning van een oude,
-leelijke kat, van het soort op Java koetjing-maling genaamd en wier
-staart even als die harer meeste landgenooten door een knoop ontsierd
-werd.
-
-De oude vrouw ging buiten zitten op een laag bankje en plukte haar
-kruiden af; de zon neigde ten ondergang, boven was het nog helder licht
-maar in het dal vielen reeds schaduwen.
-
-Onverwacht sprongen een paar Europeesche kinderen te voorschijn; men
-wist niet van waar, en de Nènèk begon tot hun grootste pret weer met
-haar latah-geroep; wie weet, welke grappen zij uitgehaald hadden indien
-zij niet op den voet gevolgd werden door een groote, indrukwekkende
-gestalte, op wier nadering de arme, zieke knaap en de schrikachtige
-grootmoeder eerbiedig opstonden om dadelijk weer neer te hurken en hun
-hoofd voor haar voeten ter aarde te buigen.
-
-Het was Corona, die met een paar van het jonge volk haar zieken jockey
-kwam bezoeken.
-
-»Stil, kinderen,” gebood zij en sprak toen in het Javaansch grootmoeder
-en zoon aan.
-
-»Hoe gaat het, ben je nog niet beter, Djario,” vroeg zij zoo
-medelijdend als weinigen het van haar zouden verwacht hebben.
-
-»Ik mis je erg, Gollok is een slordige jongen, die meer aan spelen en
-slapen denkt dan aan werken. Heb je mijn medicijn niet trouw
-ingenomen?”
-
-»O ja, maar alles is op,” antwoordde Nènèk snel.
-
-»Nu Nèk, als het maar waar is; hier heb je een nieuw fleschje dat ik
-zelf voor je heb klaar gemaakt, Djario! Drink daar nu ’s morgens en ’s
-avonds van uit den lepel, dien ik je heb meegebracht; Baji,” zoo riep
-zij tegen een Javaansch meisje, dat een mandje droeg. »Leg dat alles nu
-daar neer! Hier is herten-dendeng [79] voor jou en hier zijn nog
-pillen, daar moet je vier malen per dag van innemen, begrijp je.”
-
-»Trima kassi, nona,” antwoordde Djario onderworpen.
-
-»En kom nu niet met die djamoe’s aan Nènèk; je bent weer aan ’t plukken
-geweest, ik zie ’t wel. Ik had Djario niet naar huis moeten laten gaan,
-ik had hem bij ons moeten behandelen, dat was beter geweest.”
-
-»Ze zijn niet voor obat,” hernam de Nènèk met gemaakte verlegenheid,
-»ze zijn voor iets heel anders.”
-
-»Waarvoor dan?”
-
-»Niet voor sakit badan (lichaamskwalen) maar sakitatti (hartskwalen),”
-zeide zij op geheimzinnigen toon.
-
-»Malligheid,” sprak Corona glimlachend, »wat zal zoo’n drankje helpen
-voor een ziek hart?”
-
-»Nonna wil me niet gelooven, Nonna weet alles beter, Nonna wil geen
-toewan Resident tot man hebben; de Toewan Besaar [80] alleen, zou goed
-genoeg wezen voor Nonna en ik ben een oude Nènèk, dat weet ik wel, maar
-toch komen de meisjes van de dessa’s dikwijls bij de oude Baboe
-Tjioeng, en zelfs de Chineezen koopen haar obats. Zouden ze dat doen
-als Nènèk slechte dingen verkocht, die niet hielpen?”
-
-»En waarvoor helpen ze dan?”
-
-Zij zat op het omgekeerd rijstblok en wendde snel het hoofd om daar de
-kinderen bezig waren de kat op te jagen, die akelig miauwde; zij
-verbood hen ’t dier te plagen en zag de afzichtelijke Nènèk weer
-glimlachend aan.
-
-»Nu Nènèk, misschien gebruik ik ze ook wel, als ik er aan geloof,” zoo
-drong zij aan.
-
-»Als de meisjes verlieven op een man, dien zij niet mogen trouwen en
-die hun betooverd heeft, dan krijgen zij van mij een drankje dat zij in
-hun drinkwater moeten doen, als zij altijd denken aan iemand, die niets
-om hun geeft, dan heb ik een soort parem [81] welke hen die gedachten
-doet verliezen of ze hem ook ingeeft; als haar liefste ontrouw wordt,
-heb ik een andere djamoe.”
-
-»Kan je mij iets geven, waardoor een man, zijn... zijn vrouw mooi en
-lief vindt en van haar leert houden?”
-
-»Die heb ik juist klaargemaakt; wil Nonna ze hebben?”
-
-»Dank je, ik geloof er niet aan, ik vraag het maar. Zorg liever dat
-Djario geregeld zijn medicijnen inneemt en de dengdengs trouw opeet,
-dat zal hem krachten geven. Want ik sta er op, dat hij spoedig beter
-wordt, hier heb jij je traktement van deze maand; ’t is je schuld niet
-dat je ziek bent en ook Hollandsche ambtenaren krijgen verlof wegens
-gezondheidsredenen met vol tractement.”
-
-De oogen van den knaap schitterden, hij zag haar aan als ware zij zijn
-godin, kroop voor haar voeten en kuste de plek, waarop zij stond.
-
-»Kom Djario,” zeide zij vriendelijk, »maak zooveel beweging niet! Neem
-trouw in, dan kan je me weer vergezellen; in je mooi jockeypakje, dat
-Gollok volstrekt niet staat.”
-
-Zij riep de jongetjes en verliet het dal:
-
-»Zuster,” sprak Alain haar bleekneuzig stiefbroertje. »Ik ben bang
-voorbij het kerkhof te gaan.”
-
-»Foei, van wie heb je die dwaasheid geleerd? Weet je niet dat wij
-overal in God’s hand zijn en dat dooden geen kwaad meer kunnen doen?”
-
-»Maar de geesten?”
-
-»Dat is Inlandsch bijgeloof, waaraan een Christenkind niet gelooven
-mag.”
-
-»Jantje heeft van zijn mama gehoord!”
-
-Corona fronste haar wenkbrauwen, zooals zij gewoonlijk deed, wanneer
-zij zich ergerde en zij dacht:
-
-»Poppie is erg bijgeloovig; Nènèk Tjioeng is vroeger haar baboe
-geweest; zij heeft van haar al die inlandsche knoeierijen leeren maken.
-Zou hij waarlijk denken, dat ik aan dien rooden hond geloofde? Ik
-schaam er mij voor en ’t is toch zoo, wat ik ook aan die kinderen zeg!”
-
-Zij ging snel vooruit en hield haar broertje aan de hand; de duisternis
-viel in, de gambodja bloemen vervulden de lucht met hun welriekende
-geuren, die echter in Indië steeds aan graven en lijken doen denken en
-daarom onaangenaam aandoet.
-
-Op den eenzamen weg, aan de eene zijde door sawah-velden omzoomd, aan
-de andere, op eenigen afstand door het kerkhof van de koffietuinen
-gescheiden, was niets te zien, mensen noch dier.
-
-Corona voelde het handje van den knaap in het hare beven. Jantje liep
-eenige stappen achter haar en amuseerde zich met al fluitend steenen op
-de kraaien te werpen, die over de graven stapten, deftig als waren zij
-Hollandsche bidders, en soms hun akelig gekras deden hooren.
-
-»Wil je dat laten, Jan! Neem Alain’s andere hand!”
-
-Jantje gehoorzaamde zijn tante, hoewel schoorvoetend; Baji, het kleine
-meisje, volgde hen een paar stappen verder. Toen zij eindelijk aan den
-uitersten grens van het kerkhof gekomen waren, waar de weg zich in
-tweeën scheidde, de eene naar de vlakte, de andere naar huis, was het
-bijna geheel donker geworden.
-
-»Ik ga nooit meer zoo laat van huis zonder één van de heeren,” dacht
-Corona, die ook min of meer angstig begon te worden, welk gevoel zij
-vertolkte door het enkele woord »Mergilan” (griezelig.)
-
-»Zijn we haast t’huis?” vroeg Alain klagend.
-
-»Dadelijk! ventje, dadelijk,” troostte Corona.
-
-»Kijk eens! Zuster kijk!” riep de knaap en wees naar voren. Corona zag
-iets roods en vurigs door het gebladerte schitteren, en in de richting
-van het kerkhof verdwijnen; meteen begonnen de kraaien angstig te
-krassen en een huilend hondengeblaf vervulde de lucht.
-
-»De kalang,” riep Baji, »Astaga!”
-
-En de jongetjes grepen zich vast aan Corona’s kleeren. Zij huiverde en
-voelde zich niets op haar gemak, maar met haar gewone geestkracht
-overwon zij dat onwillekeurige angstgevoel.
-
-»Komt kinderen! weest zoo dwaas niet! ’t zal een hond zijn, die een
-stuk brandend stroo draagt of ’t is een kat, die ze geplaagd hebben. Er
-zijn geen spoken, daar gelooven alleen domme menschen aan, kom, als je
-zoo aan mijn kleeren hangt, kan ik niet voort en we moeten gauw t’huis
-zijn. Je krijgt morgen middag ketan en kolak ketéla [82] te eten als je
-flink voortstapt. We zijn vlak bij huis! Baji, hoû op met dat huilen,
-of ik zal je moeder zeggen, dat ze je een pak slaag geeft!”
-
-De kinderen liepen voort, nu beiden vastgeklemd aan haar handen; het
-javaansche meisje zoo dicht mogelijk achter haar.
-
-De weg ging opwaarts en met een kleine bocht kwam men achter in den
-bloementuin uit; na weinige oogenblikken zag men de lichten van het
-groote huis door het geboomte flikkeren.
-
-»Zie jullie wel, daar zijn we t’huis,” zei Corona met een zucht van
-verlichting naar het licht wijzend.
-
-»Maar we hebben toch den kalang gezien!” verzekerde Jantje.
-
-
-
-
-
-
-
-XXVIII.
-
-
-Den volgenden morgen zat Corona niet zeer vroeg na een onrustigen nacht
-voor haar toilettafel.
-
-Zij had gedroomd van den rooden hond, en van Hermelijn, van Nènèk
-Tjioeng en Thoren van Hagen, alles krielde in de grootste verwarring
-door haar hoofd; ’s nachts had zij nooit gedacht dat zij die dwaasheden
-ooit weer zou ontwarren, maar nu bij de vroolijke lachende zon spotte
-zij met haar eigen angsten.
-
-Zooals gewoonlijk zat zij te lezen, terwijl Sima haar lokken uitkamde
-en samenvlocht.
-
-Een onderdrukt gesnik trof haar; zij zag om en bemerkte dat het
-Javaansche meisje schreide.
-
-»Wat scheelt er aan?” vroeg zij verwonderd.
-
-»Och Nonna, ’t is zoo slecht met Djario.”
-
-»Slecht? Gister avond heb ik hem bezocht en hij zat goed en wel voor de
-deur.”
-
-»Van morgen is zijn zusje Roesa er geweest; zij zeide, dat hij reeds
-stijf was van de koorts en van de krampen.”
-
-Corona verbleekte; een geheime vrees kwam in haar op. Zij bezat een
-groote medicijnkist, door een geneesheer voor haar toebereid met een
-handleiding en instrumenten; daarmede behandelde zij alle zieken op
-Ngaroengan en dikwijls met voldoend succes.
-
-Poppie zeide dikwijls als Corona het niet hoorde:
-
-»Cor verwijt mij altijd dat ik obat maak en zijzelf dan, wat doet ze
-anders? Van mij is tenminste al dikwijls geprobeerd, en zij moet maar
-gelooven die dokter.”
-
-Gisteren had zij vrij sterke medicijnen voor Djario gemaakt; hij had
-koorts meende zij en krampen en werkte dus daarop. Een namelooze angst
-vervulde haar plotseling; als die verergering der kwaal eens een gevolg
-was van haar medicijnen! Haastig stond zij op, trok haar donkerblauwe
-zijden kabaja aan en liet de Américaine inspannen.
-
-»Neem de medicijnkist en ga met mij mee, Sima!” beval zij.
-
-In dien tusschentijd nam zij de handleiding en las nog eens over wat
-zij voor hem toebereid had; zij begon te twijfelen of zij wel het
-rechte fleschje had genomen, of de druppels niet te groot en te talrijk
-waren geweest.
-
-»Als Djario eens stierf, zou ik ooit die gedachte van me kunnen
-afzetten?” vroeg zij zichzelf af.
-
-Zij hoorde het rollen van het rijtuig dat vóórreed en snel stapte zij
-in, gevolgd door Sima; ’t kwam haar niet in de gedachte dat zij nog
-niets had gebruikt, zij wilde hulp aanbrengen, misschien zekerheid
-hebben.
-
-Zij reed den eenzamen weg af van gister avond, die nu echter blaakte in
-de zonnestralen en niets afschrikwekkends meer vertoonde.
-
-Op het voorbankje zat het Javaansche meisje met de kist op haar schoot;
-Corona hield veel van Sima, zij had haar van jongs af onder haar
-leiding genomen, mooi naaien, borduren en kappen geleerd; haar kennis
-met Djario had zij bevorderd en op haar hoog bevel werd het huwelijk,
-dat anders bij de Javanen schier onmiddellijk de verloving volgt, niet
-zoo spoedig voltrokken.
-
-Men kon slechts rijden tot het voetpad, waarlangs de oude grootmoeder
-gister avond naar beneden was geklauterd; hier stapten beide vrouwen
-uit en moedig ging Corona voor. Weinige oogenblikken later stond zij
-voor de bamboezen tent, die zij binnentrad.
-
-Daar zaten een paar kinderen in een hoek gehurkt, rondom de
-grootmoeder, die een dof, gerekt gehuil uitgalmde en met de beenige
-handen in haar schaarsche lokken wroette.
-
-Op de baleh-baleh lag Djario bewegingloos uitgestrekt, zijn groote
-oogen puilden uit hun kassen, zijn lange haren hingen verward langs
-zijn uitgeteerd gelaat, handen en voeten waren ineengekrompen, en
-slechts een onrustig hijgen verried dat hij nog leefde.
-
-Voor ’t eerst misschien in haar leven voelde Corona zich hulpeloos
-tusschen de vrouwen en kinderen, die slechts aan klagen en niet aan
-helpen dachten; een gevoel van machteloosheid, haar geheel onbekend,
-overviel haar; het was of een onuitsprekelijke angst, een wantrouwen in
-zichzelf al haar bewegingen en besluiten verlamde en toch zij moest dat
-overwinnen; allen zagen in haar, zoo meende zij tenminste, een
-reddenden engel, die alleen hulp kon aanbrengen.
-
-»Nènèk,” vroeg zij met onvaste stem, »wanneer is dat begonnen?”
-
-»Van nacht,” antwoordde de vrouw, die meer naar haar toekroop dan ging.
-
-»En mijn obat, heeft hij die niet ingenomen?”
-
-»Ja zeker, hij wilde en moest die innemen, maar kort daarop is ’t
-begonnen. Allah, allah, ill-allah.”
-
-»Maak toch geen leven, maar tracht hem dit in te geven.”
-
-»Neen, nonna, neen, nonna’s medicijnen werken als vuur, zij hebben hem
-zoo erg gemaakt.”
-
-Corona’s bloed steeg haar naar het hoofd bij deze beschuldiging en toch
-kon en durfde zij die niet afweren.
-
-»Neem dan ten minste dit vocht en smeer hem daarmee in! Kom Sima, zit
-nu zoo niet te huilen! en steek de handen uit de mouw!”
-
-»Neen, ’t mag niet, nonna! ’t Is nonna’s schuld niet, nonna is goed
-maar haar obats deugen niet. Toewan Allah wil Djario straffen, en nu
-moet hij sterven. Er is niets aan te doen, niets! Hollandsche obat
-helpen niet, en Javaansche evenmin.”
-
-»Maar je kunt hem niet zoo hulpeloos laten! Sima, ga naar den koetsier
-en zeg, dat hij naar Soekarenga rijdt om den dokter te halen; laat hem
-’t paard doodrijden als het moet!”
-
-Haar handen beefden, terwijl zij haar medicijnen uithaalde, de
-fleschjes opende en ze weer sloot; zij voelde zich zoo klein, zoo
-onmachtig tegenover den vreeselijken gast, wiens nabijheid zij voelde;
-’t was vermetel den strijd op te vatten tegen dien geweldigen dood,
-wiens komst zij misschien door haar onvoorzichtigheid verhaast had.
-
-Zij liet Djario ether opsnuiven, zij verbrandde haar vingers met
-helschen steen, dien zij in plaats van pepermuntolie op haar hand
-uitstortte, zij knielde neder en wreef met haar fijne handen zijn
-bruine, ruwe huid in de borstholte; hij begon nog harder te kermen.
-
-»Nonna zal maken, dat hij nog veel meer pijn lijdt, vóór hij gaat
-sterven,” steunde Nènèk Tjioeng.
-
-»Mijn God, sta mij bij!” smeekte Corona. »Ik ben zoo hulpeloos!”
-
-Als hij nu eens stierf onder haar handen; zij ijsde bij de gedachte en
-had er behoefte aan het uit te snikken.
-
-»Daagde er nergens redding? Nergens?”
-
-Zij voelde of verbeeldde zich te voelen dat Djario koud werd, dat het
-doodszweet bij hem uitbrak! Ze durfde niet voortgaan met wrijven en kon
-ook niet besluiten werkeloos te blijven; dat akelige klagen der oude
-vrouw vermeerderde haar onzekerheid.
-
-»Is ’t hier?” hoorde zij een heldere stem in ’t Maleisch vragen, vlak
-bij de deur.
-
-Zij sprong op en zonder nog te weten wat zij deed, vloog zij den
-binnentredende te gemoet.
-
-Door een opgeschoten Javaanschen knaap gevolgd, trad Thoren van Hagen
-binnen.
-
-»He, juffrouw Corona! U ook hier? Djario is een broer of neef van mijn
-vleugel-adjudant; hij moet niet recht wel zijn, hoor ik!”
-
-»Als hij nog maar leeft,” antwoordde zij bevend, »heeft u verstand van
-medicijnen?”
-
-»Och, als men zoo gezworven heeft als ik, dan krijgt men verstand van
-alles. Laat eens kijken, wat scheelt den armen kerel?”
-
-Hij ging vertrouwelijk op de baleh-baleh zitten, er was iets in zijn
-manier van doen dat kalmer stemde, dat de dingen weer op hun rechte
-waarde bracht. Corona stond terzijde met gewrongen handen, bijna even
-bleek als de zieke zou zijn, ware hij minder bruin.
-
-»Pols erg zwak! Jongen, hij heeft ’t fameus beet, maar als ik voor
-dokter spelen moet dan kan ik zoo’n huilende familie niet om mij heen
-hebben. Hoor eens, Mak of Nènèk, jij kunt hier blijven mits je diam
-[83] bent, maar dat kleine grut moet allemaal de deur uit.”
-
-»Weg, weg!” riep de oude en greep er een bij den sarong, zijn eenig
-kleedingstuk, waarin hij zich van af de schouders wikkelde.
-
-’t Viel Corona op, in andere omstandigheden had ’t haar misschien
-geërgerd, dat de onwillige grootmoeder van daareven nu zoo grif
-gehoorzaamde en van zins scheen alles te doen, wat Thoren beval.
-
-»Zie zoo en nu kunnen we beginnen! Maar wat heeft u daar, juffrouw de
-Géran, een medicijnkist? Daar kan wat goeds in zijn. Heeft u hem wat
-ingegeven?”
-
-»Nu niet,” antwoordde zij haperend, »maar gisteren heb ik hem
-quinine-pillen gegeven en... en... laudanum.”
-
-»Die hij misschien in eens opgebruikt heeft, waar is die obat, Nènèk,
-van gisteren.”
-
-»Zou u denken...?” vroeg Corona, hijgend.
-
-»Alle overdaad schaadt,” antwoordde hij bedaard, »zoo, is dat er van
-over? Nu, dan heeft hij zich gehaast, hoeveel pillen waren er in?”
-
-»Dertig, om de twee uren drie.”
-
-»Ik denk dat het klokkenstelsel bij onze Nènèk wel ’t een en ander te
-wenschen overlaat, en dat zij zich niet precies aan den tijd heeft
-gehouden; sedert gisteravond heeft hij er dus vijf en twintig gebruikt.
-Het kan wel! En de laudanum, wist u dan precies, wat hem scheelde?”
-
-»Hij klaagde over krampen en had dagelijks koorts.”
-
-»Maar u weet dat beide symptomen gevolgen van verschillende ziekten
-kunnen zijn. Nu, ’t is alleen erg wanneer men er te veel van gebruikt.”
-
-»Zou het dan vergift kunnen worden?” vroeg Corona.
-
-»Hij heeft er de helft van ingenomen; de arme duivel had haast beter te
-worden en stelde een volledig vertrouwen in uw geneeskunst.”
-
-Corona sloeg de handen voor het gelaat; zij voelde zich vernederd, en
-dat het nu juist door hem moest zijn!
-
-»Is er geen hoop?” vroeg zij sidderend.
-
-»Och, waar leven is, moeten wij altijd hopen! Kom maar eens hier,
-kerel. Drink dit uit! Een flinke teug!”
-
-Hij goot zijn veldflesch tusschen de droge lippen van den zieke, nam
-toen van den brandewijn in de holte zijner hand en wreef met alle
-kracht over Djario’s borst en rug.
-
-»Om zoo’n knaap te behandelen moet men meer kracht tot zijn beschikking
-hebben dan in uw lieve handjes schuilt,” sprak hij glimlachend. Corona
-zweeg; hoe onaangenaam haar later vele dingen ook zouden voorkomen, nu
-voelde zij slechts een groote verlichting omdat zij van een deel der
-verantwoordelijkheid ontheven was.
-
-Het kermen hield op; de uitpuilende oogen schenen achteruit te treden
-en sloten zich. Nènèk zat op haar hurken, vlak bij de baléh, en
-gehoorzaamde elk bevel van Thoren.
-
-»Leg een kruik, maar die heb je niet, een steen, je loempang [84]
-desnoods in het vuur,” zeide hij, »heb je niet een stuk van een wollen
-lap. Nu, smakelijk ziet dat ding er juist niet uit! Geef maar hier!”
-
-»Kan ik u niet helpen?” vroeg Corona.
-
-»Op ’t oogenblik neen. Hij komt bij; merkt u niet?”
-
-»Ja, ja, Goddank!” zeide Corona en, plotseling overmand door een gevoel
-van dankbaarheid, riep zij uit: »hoe zal ik u mijn dank betuigen?”
-
-»Mij dank betuigen? Juffrouw de Géran, u houdt me toch voor geen kind.
-Als de grootmama zich nu nog in ’t hoofd stelde, dankbaar tegen mij te
-wezen; maar u, wat voor dienst heb ik u bewezen, door uw ambt als
-dokter op mij te nemen?”
-
-Zij bloosde en boog het hoofd diep; ’t was haar onmogelijk, te erkennen
-dat hij goed maakte wat zij bedorven had. Zou hij ’t niet weten?
-
-»Ik heb den dokter van Soekarenga met mijn rijtuig laten halen.”
-
-»Die kan hier niet zijn voor 12 uur als hij onmiddellijk meegaat. Mag
-ik uw verzameling eens nazien, misschien vind ik daar iets in, dat den
-patient wat doet ophalen.”
-
-Hij bezag de etiquettes en keek het boekje door terwijl een glimlach
-over zijn lippen speelde.
-
-»Is dat de eerste, die u van uwe geneeskundige bekwaamheid laat
-profiteeren?” vroeg hij met zijn gewonen spottenden lach.
-
-»Bij wien ze minder goed werkt, ja,” antwoordde zij,—met het wijken van
-het gevaar kwam haar trots weer boven,—»maar ’t is toch mijn schuld
-niet, als hij misbruik maakt van hetgeen ik voorschreef.”
-
-»Natuurlijk niet, maar u kan met het toedienen van zulke sterke
-medicijnen niet te voorzichtig zijn.”
-
-»Moet ik dan die menschen die zoo ver van elken dokter wonen, geheel
-verstoken laten van geneeskundige hulp, als ik die geven kan?”
-
-»Dat is juist de vraag! Of u die werkelijk geven kan: enkele
-huismiddeltjes kunnen geen kwaad, maar om een ziekte, die u
-oppervlakkig beoordeelt, met medicijnen te willen genezen, die wellicht
-deugen voor den schoenmaker en niet voor den smid, dat onderstelt een
-kennis, die slechts door langjarige studie en ondervinding verkregen
-wordt.”
-
-»Maar zou dat in elk geval niet beter zijn dan hen stil te laten
-knoeien met hun obat?”
-
-»Ik wil ’t niet beweren; u weet, le mieux est l’ennemi du bien! In elk
-geval: verantwoordelijkheid voor menschenlevens is geen lichte last.”
-
-Al pratende had hij in het bokaaltje eenige druppels gemengd en gaf ze
-den zieke, die ze met zeker bewustzijn innam.
-
-»Ik matig mij ook niets meer aan dan ik kan,” sprak Thoren, »en daarom
-geef ik hem alleen zeer onschadelijke, opwekkende dingen, in afwachting
-dat de dokter komt.”
-
-»Ik ben er zoo van geschrikt, er is mij nooit zoo iets overkomen!”
-
-»In uw praktijk? Ik feliciteer u.” Dit werd zoo spottend gezegd, dat
-hij even goed, op denzelfden toon had kunnen zeggen. »’t Is meer geluk
-dan wijsheid.”
-
-»Ik voer hier eigenlijk niets uit,” zeide Corona, »maar ik kan moeilijk
-weg; mijn rijtuig is naar de hoofdplaats en ik kan toch niet te voet
-naar huis gaan.”
-
-»Des te beter!” antwoordde Thoren, »dan dragen wij samen de
-verantwoordelijkheid. Ik heb sinds zoo lang gedacht dat het een
-onuitsprekelijk genot moest wezen met u samen iets te dragen, al
-bedoelde ik eigenlijk iets anders!”
-
-»En dat is?” vroeg zij met kloppend hart.
-
-»De tijd is er nog niet het te zeggen! Wil u eens er naar kijken, hoe
-dat goede mensch die loempang warmt; ondertusschen ga ik mijn rol van
-frère de charité uitspelen en zijn maag met brandewijn wasschen. Ik
-moet er meer hebben, hoor eens Scipio, ga naar mijn huis en haal nog
-een flesch brandy; wat zou het leven van een armen zwerveling zijn
-zonder brandy.”
-
-Corona hielp de Nènèk den steen warmen en na eenige gezamenlijke
-pogingen met de oude vrouw om den stamper, die nu gloeiend was
-geworden, op te beuren, werd hij op een tampak geladen en naar binnen
-gebracht. Thoren wilde het ding aanvatten, maar brandde zijn vingers.
-
-»Lieve hemel, je wilt toch zijn voeten, hoe dikhuidig die ook zijn,
-niet verschroeien,” riep hij lachend uit, »laat hem maar eerst
-afkoelen. U heeft aanleg voor veel, juffrouw de Géran, maar voor
-liefdezuster gelukkig nog niet.”
-
-»Waarom gelukkig?” vroeg zij.
-
-»Omdat met den aanleg de roeping licht zou kunnen komen en dat, zou ik
-de vrijheid nemen, te betreuren.”
-
-»Ik begrijp niet, waarom!”
-
-»U moet ook het wat en waarom van alles weten,” antwoordde hij.
-
-»Zie zoo, nu zijn de pootjes al wat minder stijf. Ik begin respect voor
-mijzelf te krijgen, de pols slaat ook krachtiger; als nu de dokter komt
-en eens vertelt, wat hem eigenlijk mankeert, zullen we er wel komen!”
-
-»Ik moet voor dien tijd weg,” zeide Corona, en toen, tot haar meisje:
-
-»Sima, ga als je blieft naar huis en laat den tandoe dadelijk hier
-komen, of neen, ik ga met je meê, geef mij maar een pajong [85],
-Nènèk.”
-
-»Over dien zonnigen weg, waar denkt u aan, in deze kleeding?”
-
-»Vindt u die kleeding ongepast? Daarvoor kent u de Indische gebruiken
-niet genoeg en daarbij, hier in ’t gebergte bemoeien wij ons met die
-Europeesche dwaasheden niet.”
-
-Dit woord klonk vrij vreemd uit den mond van een jonge dame, die al
-haar toiletten tot in het oneindige wist te varieeren, zelfs te midden
-der grootste wildernis.
-
-»Maar ’t is brandend heet.”
-
-»Als Sima er door kan, waarom zou ik ’t niet kunnen. Ik heb hier niets
-te maken, ik zou de heeren maar hinderen.”
-
-»Wat dat betreft, hierop mag ik uit vrees voor van te veel te zeggen,
-niet antwoorden; ik durf u overigens niet vragen hier langer te
-blijven, ’t is in deze Javaansche ziekenkamer waarlijk zoo aanlokkelijk
-niet.”
-
-»Dat zou voor mij geen reden wezen, maar ik heb er niets te doen, u zal
-den dokter op de hoogte brengen, beter dan ik.”
-
-»Mag ik hem alles vertellen,” vroeg Thoren van Hagen plotseling met
-ongewonen ernst in de stem; zij raakte verward, voelde zich verlegen en
-stamelde:
-
-»Als het zijn moet... natuurlijk!”
-
-»Ik heb me niet vergist,” sprak hij thans half luid, »laat het aan mij
-over, ik weet wat ik zeggen en zwijgen moet.”
-
-»’t Is niet noodig,” wilde Corona op haar gewonen trotschen toon
-zeggen, maar het kon niet over haar lippen komen; zij voelde zich zoo
-machteloos tegenover hem, zoo dom, dat het haar kinderachtig voorkwam,
-nog een schijn van eigenwaan te willen aannemen.
-
-’t Was of zij zich min of meer in zijn macht bevond, of hij nu van haar
-zeggen en denken kon wat hij wilde, zoo was zij overgeleverd aan zijn
-goedvinden.
-
-»Ik herinner me juist dat ik nog niets gebruikt heb,” zeide zij,
-misschien meer om haar verlegenheid, waaraan zij nog zoo weinig gewoon
-was, te verbergen, dan omdat zij werkelijk behoefte aan voedsel had.
-
-»Heb je iets voor mij, Nènèk?”
-
-Nènèk ging naar den hoek, die provisiekast, eettafel en keuken tegelijk
-scheen te wezen, en kwam met een kopje lauwe koffie, een stuk
-Javaansche suiker en wat ketan [86] van den vorigen dag terug;
-plotseling keerde zij zich om en kroop rond als om iets te zoeken.
-
-»Nonna zal dien toewan ook niet willen hebben en hij zou toch zeer goed
-voor haar zijn. Nonna is niet jong meer en de toewan besaar [87] woont
-zoo ver af.”
-
-Zij wierp iets in de koffie en mompelde een paar formulieren.
-
-Corona dronk in één teug het kopje leeg en trok een gezicht alsof zij
-medicijnen slikte.
-
-»Trima kassi,” [88] zeide zij, het kopje teruggevend.
-
-»Belieft mijnheer ook,” vroeg de allesbehalve smakelijke gastvrouw.
-
-»Ik zou ’t u niet aanraden,” sprak Corona, »u zal uw illusiën over de
-Oostersche moka op ons koffieland verliezen.”
-
-»Heel graag, Nènèk, maar schenk het er dadelijk in.”
-
-De oude ging weer in den hoek aan het zoeken.
-
-»Wat scharrelt die Javaansche Canidia daar toch,” vroeg Thoren van
-Hagen lachend, »geef hier, ouwe!”
-
-Zij had hetzelfde door den drank gemengd, dien zij hem overreikte; hij
-zocht de plek, door Corona’s lippen aangeraakt en dronk het kopje toen
-ook even snel leeg.
-
-»’t Is geen Mazagran,” zeide hij, »maar er is een eigenaardige smaak
-aan, iets dat men in geen Europeesche koffie terug vindt. Blijft u bij
-uw plan, juffrouw de Géran? Als ’t u maar op geen hoofdpijn te staan
-komt.”
-
-»Dat heb ik er voor over,” antwoordde zij.
-
-Hij volgde haar naar buiten; de zon ging achter dikke wolken schuil.
-
-»U treft het goed, ’t is mendoeng!” [89] sprak hij.
-
-Zij glimlachte zooals zij gewoonlijk deed, wanneer hij, op Indische
-manier, Maleische woorden door zijn gesprek vlocht.
-
-»Goed succes verder!” wenschte zij en, zich even bedenkend, als
-behaalde zij een overwinning op zichzelf, reikte zij hem haar hand toe.
-
-Hij hield die even vast en zag de zwarte vlekken, door de lapis
-infernalis er op gebrand en die tusschen de ringen zonderling
-uitkwamen; zoo hoffelijk als hem mogelijk was, bracht hij de vingers
-aan zijn lippen en raakte ze even aan, gelijk het bij zulk een
-vormelijke beleefdheid past; zij trok haar hand snel terug en zonder
-hem meer aan te zien, verdween zij, door haar meisje gevolgd, tusschen
-het geboomte.
-
-
-
-
-
-
-
-XXIX.
-
-
-De dag voor het feest in de hoofdplaats bestemd was aangebroken; reeds
-den geheelen dag waren de dessabewoners in feestgewaad, met de kris op
-zij, den nieuw beschilderden tjaping op het hoofd, langs alle
-boschwegen naar het plaatsje samengestroomd.
-
-Verscheidene leden van de familie de Géran hadden eveneens hun intrek
-genomen in het geheel nieuw ingerichte woonhuis, dat zij op Soekarenga
-bezaten, en dat bijna altijd een of meer hunner huisvesting verleende.
-
-Tegen vier uur zou het steekspel beginnen; voor het huis van den regent
-strekte zich ook hier, gelijk overal, een groot plein uit, door
-tamarindeboomen omringd, en in welks midden een reusachtige waringin,
-de heilige boom der Javanen, geplant was, die op zich zelf reeds een
-klein bosch vormde, want zijn lange slingers reikten tot aan den grond,
-vatten daar wortel en werden op hun beurt nieuwe stammen.
-
-Een gedeelte van dat plein of, zooals de Javanen het noemen,
-aloon-aloon was tot strijdperk ingericht; eenige tribunes waren voor de
-Europeanen en voornaamste Inlandsche hoofden opgericht; de duizenden en
-duizenden inlanders staan rondom langs den weg geschaard; de kooplieden
-met hun draagbare gaarkeukentjes, hun verfrisschende dawet of
-bedwelmende arak, hebben het druk; algemeene maar kalme vroolijkheid,
-geheel verschillend van het luidruchtige dringen en woelen bij ons
-Hollanders, heerscht in hunne rijen. Plotseling heerscht ademlooze
-stilte. De feestoptocht verlaat den dalem van den regent.
-
-De dorps- en afdeelingshoofden verschijnen eerst op hun vurige zwarte
-paardjes gezeten; zij dragen den hoofddoek om het glimmende haar, in
-den sarong, die halverwege den engsluitenden broek hangt, steekt een
-kris, gewoonlijk een erfstuk uit oude tijden, de greep fraai besneden
-uit hout of ivoor, versierd met zilver, goud en edelgesteenten; in de
-hand houden zij de lans.
-
-Ook de paarden zijn feestelijk getuigd, met zilveren kettingen, zijden
-of fluweelen schabrakken; achter hen komt de regent met zijn Radhen
-Ajoe, een schoone, slanke vrouw in zijden baadje en met goud bestikte
-sarong, met groote diamanten in den kondé, aan de ooren en in de
-braceletten, gevolgd door een paar zijner dochters. De gamelang
-begeleidt met zijn klanken den feestelijken stoet, de familie van den
-regent betreedt de tribune, waar nu ook de resident en de notabelen
-plaats nemen.
-
-De Javaansche ridders treden in het strijdperk; het is een opwekkend
-gezicht, de zon speelt grillig in hun wapens en doet hun kleederen en
-versierselen schitteren, de bonte kleuren van de sarongs en hoofddoeken
-der mannen en de slendangs der vrouwen een schrille tegenstelling
-vormend met het groene veld en de kroon van hooge boomen rondom het
-plein; de ruime in de breedte uitgebouwde huizen met hun uitgestrekte
-erven zijn als een schilderij, in een reusachtig raam omsloten door de
-trapsgewijze opgaande heuvelen, en in het verschiet door den
-blauwgroenen bergreus met zijn afgeplatten kruin.
-
-De spelen zijn afwisselend genoeg; nu eens wedrennen dan
-spiegelgevechten met de lans, een gedurige aanval en verdediging; een
-kleine, leelijke dwerg zit op een opzettelijk daartoe verminkt paard
-zonder staart of ooren. Als de nar aan de oude koningshoven, is hij
-overal te vinden, waar hij spotten en springen kan; nu eens tuimelt hij
-van het paard, dan springt hij een der ridders achterop, werpt zich
-ruggelings op een der paarden en wekt door elk zijner buitelingen het
-uitbundig gelach der talrijke toeschouwers op.
-
-In de tribune van den regent zat Corona de Géran de Saint Paul naast de
-Radhen-Ayoe, de dames hadden het druk met praten en zagen nauwelijks
-naar de spiegelgevechten der ruiters, en de kluchtige sprongen van den
-nar.
-
-Met haar waaier wist Corona een uitstekend spel te spelen. Zij had die
-aardigheden van den senènan al zoo dikwijls gezien dat het geen wonder
-was, als zij er weinig aandacht aan wijdde. Zij was zeer bevriend met
-de Regentsvrouw, een geboren Prinses, wat menigeen de goedkoope
-aardigheid ontlokte dat soort altijd soort zoekt, want de trotsche
-juffrouw de Géran, zei men, kon maar niet vergeten, dat zij eigenlijk
-gravin geboren was en, hoewel zij haar broers en zusters links en
-rechts uithuwelijkte aan wien haar goeddacht, vond zij voor zich zelf
-een prins nauwelijks goed en groot genoeg.
-
-Aan de andere zijde naast den Resident zag men de nieuwste
-schoondochter, allerliefst in haar lichtgrijs kleedje, het lenteachtige
-witte hoedje op de blonde lokken; een opgewekte glimlach om haar lippen
-spelend. Als zij zon en leven en beweging zag, als zij muziek hoorde,
-dan vergat Hermelijn spoedig haar verborgen leed en kon voor een
-oogenblik weer schertsen en lachen als ware alles geluk rondom en in
-haar.
-
-Kitty zat naast haar, even lief en innig gelukkig als altijd, en
-daardoor een scherpe tegenstelling vormend met de ontevredene
-taankleurige Toetie, die in haar opzichtig, schreeuwerig toilet zeer
-afstak bij haar elegante schoonzusters. De heeren stonden meer
-achteraf, Thoren van Hagen ontbrak niet, evenmin als Conrad, die met
-zijn gewone knorrige uitdrukking naar alles keek of naar niets, dat
-wist niemand te zeggen. Akkeveen had zijn vrouw thuis gelaten, het ééne
-kind was ziek en het andere lastig, daarbij merkte hij op een toon van
-gezag aan:
-
-»Een goede vrouw en een goede kat hooren t’huis. Ik zie het heel
-ongaarne als een jonge vrouw haar genoegen buitenshuis zoekt. Dansen
-komt voor een getrouwde dame gewoon niet te pas.”
-
-»Van dat idée krijg je mij nooit, manneke!” sprak Kitty. »Als ik
-ophield met dansen zou ’t zijn omdat...”
-
-Een vochtige sluier dreef langs haar schitterende oogen en een ernstig
-trekje teekende zich om haar lachend mondje.
-
-»Foei, viooltje,” troostte Portias, »geduld! geduld! Wij doen het
-gedistingueerd; ’t staat zoo ordinair, reeds dadelijk zijn huisje vol
-te krijgen.
-
-»Waarom zegent Onze Lieve Heer hen met zoo ruime hand en wij, die
-getrouwd zijn uit liefde...”
-
-»Waarom, waarom? Waarom haalt de een niets dan wanklanken en de ander
-goddelijke melodieën uit zijn instrument? We mogen naar geen waarom
-vragen, lieve, kleine Harp! Breng melodie in ons beider leven, dan
-vraag ik niet naar minder harmonische geluiden.”
-
-»Die ik liever hoor, zelfs dan jou compositiën,” zeide Kitty, haar
-kopje aan zijn borst verschuilend.
-
-De jongste mevrouw de Géran trok natuurlijk de algemeene aandacht.
-
-»Zou ’t waar wezen dat haar huwelijk zoo ongelukkig is?” werd er
-gevraagd, en de heeren antwoordden:
-
-»Geen wonder! die slungel verdient ze niet. Ik geloof dat Guillaume
-haar nog meer bewondert.”
-
-»Je kunt niet weten, stille waters hebben diepe gronden; hij is
-gesloten als een echt inlandsch kind.”
-
-Gelukkig dat de arme, argelooze Hermelijn de vaak onkiesche
-toespelingen niet hoorde, welke op haar gemaakt werden, en ook niet hoe
-menigeen Thoren’s verblijf aan het meer met haar komst in verband
-bracht.
-
-Akkeveen, die er het zijne van dacht, wilde Thoren van Hagen op een
-andere wijze prikkelen.
-
-»Ik hoor, je hebt zoo goed als dokter gefungeerd,” zeide hij hem op
-spottenden toon, »en met zulk goed succes!”
-
-»Ja, de arme kerel is er geheel van opgekomen, hij was er slecht aan
-toe.”
-
-»Door ’t geknoei van mijn geëerbiedigde schoonzuster; die meid bemoeit
-zich ook met alles, niemand mag er trouwen, sterven, of geboren worden
-of zij is er bij. Maar ’t doet me pleizier dat ze een lesje heeft
-gekregen, ofschoon als de vent er van door was gegaan, ’t beter zou
-zijn geweest. Een nieuw bewijs tegen de emancipatie der vrouw!”
-
-»Dat zie ik niet in,” antwoordde Thoren ernstig, »juffrouw de Géran zou
-stellig een uitstekende dokter wezen als zij studiën had gemaakt,
-tenminste als ge er op staat, emancipatie te noemen wat niets anders is
-dan het recht van elk mensch om zijn roeping te volgen, waar hij die
-meent te vinden.”
-
-»En ge keurt dus dat dokteren van vrouwen goed?”
-
-»Als er voor een stevige onderlaag studie gezorgd is, begrijp ik niet
-waarom zij er minder toe geschikt zou zijn dan een man. Of gelooft u
-misschien niet dat juffrouw de Géran, wat natuurlijke begaafdheden
-betreft, hooger staat dan het gros der mannen?”
-
-»Maar ’t past niet voor vrouwen,” merkte een ingenieurtje aan.
-
-»Op dat punt ben ik onbevoegd te oordeelen,” antwoordde Thoren van
-Hagen spottend.
-
-Dit gesprek was door Portias gehoord, die ’t natuurlijk zijn Kitty
-vertelde, en door haar kwam het Corona weer ter ooren.
-
-Het steekspel was afgeloopen; de menigte ging langzaam uiteen; in de
-pendoppo van den dalem—een groote overdekte plaats, zonder muren en van
-alle zijden toegankelijk—zetten de regent met zijn familie zich neer,
-omringd door de mindere hoofden; de ridders en andere voorname Javanen
-kwamen hem hun opwachting maken; de avond viel in en op het ruime erf
-hadden de tandak en topengspelen ten genoege van den minderen man
-plaats. De muziek van de gamalang, die nu eens treurige, dan weer
-opgewekte tonen deed hooren, en het schel geschreeuw der rongengs of
-dansmeisjes begeleidde het eentonige verhaal, dat die gebaren van de
-topengspelers vergezelde.
-
-Deze spelen in de pendoppo en behooren tot de hoogere standen; zij
-dragen hun nationale kleeding, zooals zij straks te paard reden, maar
-hun gelaat is met een masker bedekt; zij spreken niet, doch voeren een
-soort pantomime uit; een ander persoon geeft met een stokje het teeken
-aan van hun gebaren, en verhaalt de geschiedenis, gewoonlijk een of
-andere legende uit de oude Javaansche historie.
-
-Ondertusschen werden in de voorgalerij de lichten opgestoken, daar zou
-het bal voor de Europeanen plaats hebben.
-
-De dames maakten haar toilet; op haar kamer gekomen, waar het licht
-reeds opgestoken was, stond Hermelijn verbaasd, toen zij op het bed een
-volledig baltoilet zag liggen in fijn bleekrood foulard, met
-donkerblauwe bloemen versierd, een medaillon, bracelet en oorringen van
-saffieren.
-
-»Van wie komt dat,” vroeg Hermelijn koel aan het Javaansche meisje, dat
-haar hielp kleeden.
-
-»Korang priksa, njonja,” was het antwoord (Ik weet het niet).
-
-Zonder een woord meer te zeggen, opende Hermelijn haar eigen koffer en
-haalde er een zeer eenvoudig wit neteldoeksch met zwart lint opgemaakt
-kleedje uit, dat zij uit Europa had meegebracht, en deed om haar hals
-een eenvoudig zwart lint, waaraan een zwart email medaillon hing met
-het portret haars vaders. Haar lange zwarte handschoenen reikten tot
-haar ellebogen; juist was zij bezig ze aan te trekken toen Kitty
-binnenkwam.
-
-»Maar Mientje,” riep zij uit, »Mientje, wat scheelt je, ’t is of je in
-halven rouw bent!”
-
-»Heb ik dan reden om zulke mooie kleuren te dragen?” vroeg Hermelijn
-met een droevigen blik.
-
-»Maar lieveling, kijk zoo treurig niet, dat is geen balgezichtje,
-straks was ik zoo blij toen ik je hoorde lachen.”
-
-»Ik kan er niets aan doen; wanneer alles vroolijk om mij is, dan word
-ik er ook door aangestoken, maar kom ik op mijn kamer terug, dan voel
-ik weer hoe eenzaam, hoe diep ongelukkig ik ben naast den man, die mij
-haat.”
-
-»Kom, Conrad weet niet eens wat haat is; zoo’n stoute jongen, om zoo’n
-lief Hermelijntje niet op te eten, zooals ik stellig zou doen, en velen
-met mij. Maar heb je geen andere japon, heusch waar? Ik schaam mij in
-mijn lichtblauw kleedje, ik oud-getrouwde vrouw. Wat is dat?”
-
-En zij zag het compleete baltoilet.
-
-»Van wie komt het?”
-
-»Van Corona, denk ik; maar ’t kan mij niet schelen.”
-
-»’t Is een verrassing van haar, zoo deed ze vroeger altijd met mij, die
-goede tijd is nu voorbij. Trek het toch aan!”
-
-»Neen!”
-
-Zoo vastberaden klonk dat woord, dat Kitty geen poging meer aanwendde
-om haar zuster tot andere gedachten te brengen.
-
-»Wat een storm wacht je nog,” zeide zij alleen en sloop naar haar
-kamer, om ’t Portias eens heel eventjes te vertellen, wat Hermelijn
-durfde doen.
-
-Mevrouw Conrad nam intusschen haar waaier en ging naar de pendoppo,
-waar Akkeveen, Guillaume en Conrad stonden te praten; allen zagen haar
-verbaasd aan, zij zag er allerliefst uit, maar haar eenige tooi waren
-haar jeugd en frischheid.
-
-»Conrad, maak mijn handschoen dicht, wil je?” verzocht zij op den
-natuurlijksten toon der wereld.
-
-Conrad voldeed aan haar verzoek, maar hij kon er niet goed mee overweg;
-hij zag er uit of hij een zeer zwaar werk verrichtte, hij wist niet wat
-zijn vingers scheelde, ’t was of zij beefden; gelukkig kwam de galante
-Guillaume nader en kon er spoediger mee klaar komen.
-
-»’t Is jammer, dat Europeanen niet meedoen in dat tournooi,” zeide hij,
-»dan had ik uw kleuren gedragen, Blanche Hermine, wit en zwart als het
-echte hermelijn.”
-
-Zij gaf hem een speelsch tikje met haar waaier.
-
-»Van alle Gérans verraad je ’t meest je Fransche afkomst, door je
-complimenten.”
-
-»Je hadt mij in mijn tijd moeten hooren, nu heb ik ze allen reeds
-verbruikt bij Toetie.”
-
-Een spottend gegrinnik steeg uit den luiaardstoel, waarin Akkeveen zoo
-lui mogelijk uitgestrekt lag.
-
-»Waarom heb je de diamanten niet omgedaan?” vroeg Conrad zoo kortaf als
-hij maar kon.
-
-»Ik wist niet dat je er op gesteld waart, Conrad! Ik ben ’t niet.”
-
-»Hermine, wat hoor ik, ben je zoo’n fenixvogel?” vroeg Akkeveen, »dan
-hoor je niet bij de Gérans t’huis; diamanten zullen ze koopen, vóór ze
-brood hebben om te eten of een huis om te wonen.”
-
-»Wie weet, hoe ik nog doen zou als ik voor de keuze stond,” wilde
-Hermelijn zeggen, maar zij weerhield het woord.
-
-»Je wilt Corona in volle pracht laten schitteren, zeer edelmoedig, je
-twintig jaren winnen het toch reeds van haar dertig....”
-
-Daar verspreidde zich een geur van duizend bloemen door het vertrek; de
-stralen der lamp wierpen roode en blauwe lichten naar links en rechts.
-
-»Haar Majesteit komt!” zeide Akkeveen, en zoo lui was hij niet of hij
-richtte zich nog even op.
-
-Inderdaad was Corona verblindend in haar goudgeel zijden kleed met
-donkere rozen bezaaid, en behangen met diamanten; maar zij had toch
-haar beau-jour niet, hetzij dat het geel haar niet kleurde, of om welke
-andere reden ook.
-
-»Hermelijn!” en haar gelaat verwrong zich toornig.
-
-»Wat beteekent dat?”
-
-»Wat?” vroeg het vrouwtje schijnbaar onnoozel.
-
-»Zoo’n weesmeisjeskleeding.”
-
-»De kleuren van het hermelijn,” zegt Guillaume, »wit en zwart, niets
-beter dan dat!”
-
-»En heb je niets op je kamer gevonden?”
-
-»Wel zeker, een volledig toilet, bijna zoo mooi als ’t uwe.”
-
-»En waarom je daarmee niet gekleed!”
-
-»Ik heb liever een eenvoudig weesmeisjescostuum aan, dat ik me zelf
-uitkoos, dan iets anders, dat men mij voorlegt.”
-
-»En ik heb ’t zelf uitgekozen.”
-
-»Ik twijfel er niet aan of ’t zal even uitstekend wezen als alles wat u
-uitzoekt.”
-
-Akkeveen liet weer zijn gewoon, hatelijk gegrinnik hooren.
-
-»Dus je maakt er geen gebruik van. En die juweelen?”
-
-»Dit medaillon is mij voldoende.”
-
-»’t Is schande, je wil de zonderlinge spelen. Ik begrijp niet Conrad,
-dat je ’t zoo aanziet en toestaat.”
-
-»Zij moet weten wat zij doet!”
-
-»Je bederft mij den geheelen avond.”
-
-Hermelijn boog zich naar haar en fluisterde.
-
-»U heeft mij meer bedorven! Ik wil uw geschenken niet.”
-
-Corona zag haar met een mengsel van verontwaardiging en schrik aan; zij
-werd doodsbleek en keerde zich om met de waardigheid van een beleedigde
-vorstin, maar in haar hart voelde zij zich diep vernederd als nog nooit
-te voren.
-
-»Bravo, kleine heldin! Ik zou je een zoen voor je moed kunnen geven als
-Conrad het toestaat!” riep Akkeveen, toen Corona weg was. »Waarlijk dat
-doet me goed aan ’t hart.”
-
-»Daarvoor heb ik ’t heusch niet gedaan Ak,” antwoordde Hermine
-glimlachend, »en voor de belooning, die je mij toedenkt, nog minder.”
-
-
-
-
-
-
-
-XXX.
-
-
-Het bal was bijzonder geanimeerd; de regent was een gulle, hartelijke
-gastheer, die er op stond alles zoo Europeesch mogelijk in te richten;
-vele van de landheeren uit den omtrek, de officieren van het naaste
-garnizoen, de ambtenaren van de plaats zelve, en hun dames, die echter
-in veel kleiner getal aanwezig waren, vulden de ruime galerij geheel.
-
-In een oogwenk waren de balboekjes der dames gevuld; Corona had echter
-bezwaren; zij kon er niet toe besluiten al haar dansen weg te geven,
-zij wachtte, hield er eerst twee, later een open, maar toen de vragers
-te talrijk werden moest zij ook over die twee beschikken.
-
-Zij was niet bijzonder spraakzaam, en scherper en trotscher dan ooit;
-dikwijls zag zij naar de buitengalerij. Eensklaps bedekte een gloeiend
-rood haar wangen, zij had, leunende tegen een der pilaren van de
-waranda, haar zwager Akkeveen herkend die op zijn gewone onaangename
-manier druk lachte en praatte met Thoren van Hagen.
-
-Deze scheen bijna evenveel pleizier te hebben; zij dronken samen en
-waren onafscheidelijk; Corona gevoelde zich hoe langer hoe meer
-geprikkeld. Was dat nu dezelfde man, die haar zoo flink en vriendelijk
-terzijde had gestaan bij het ziekbed van Djario; zoo kiesch had hij ’t
-aangelegd, dat zij zich volstrekt niet schaamde, tegenover hem in het
-ongelijk te zijn, en nu gaf hij zich af met een onbeduidend ellendig
-personage, als Akkeveen.
-
-Dat hij met Portias goede vrienden was, kon zij desnoods aanzien, want
-in den diepsten schuilhoek van haar hart moest zij zich bekennen, dat
-Kitty’s man toch zoo kwaad niet was; eenmaal zelfs had zij zich zeer
-welwillend jegens hem gezind gevoeld. Zij had zijn hulde schertsend
-aangenomen en niet verworpen; hem liefhebben was natuurlijk nooit in
-haar geest opgekomen maar toch, ’t was haar tegengevallen dat hij zijn
-vruchteloos smachten naar het onbereikbare had opgegeven om zich zeer
-prozaisch met de jongere zuster tevreden te stellen; wezenlijke grieven
-had zij eigenlijk niet tegen den zachten, goedigen Portias, die Kitty
-zoo innig gelukkig maakte.
-
-Begon zij echter met hare grieven tegen Akkeveen op te sommen, dan
-raakte zij zoo gauw niet uitgeput; zijn karakter deugde niet en zijn
-gezelschap vond zij onverdragelijk. Dat nu Thoren van Hagen zich
-daarmee tevreden stelde, in plaats van te dansen en haar in de
-gelegenheid te brengen hem te bedanken.
-
-Zeker onthaalde Akkeveen hem weer op dat onuitputtelijke onderwerp van
-de Indische samenleving, de chronique scandaleuse der plaats, die in
-Corona’s bijzijn nimmer mocht aangeroerd worden. O, dat cynieke
-gegrijns, zij kende het te goed, daartusschen klonk nu Thoren’s
-hartelijke, ronde lach.
-
-Zij antwoordde haast niet op de welgemeende pogingen van haar
-cavaliers, die reeds trotsch genoeg waren, de gunst van een dans te
-hebben verkregen van de schoone prinses, dan dat zij het haar niet
-gaarne zouden vergeven, als een harer koninklijke luimen haar
-stilzwijgendheid voorschreef.
-
-Behalve voor Thoren van Hagen had Corona ook aandacht voor Hermelijn.
-
-»Hoor eens Conrad,” had zij haar man gezegd, »je danst ten minste twee
-malen met mij,” en Hermelijn schreef haar naam op zijn boekje.
-
-»Ik dans niet.”
-
-»Met mij wel, ’t behoort zoo!”
-
-En hij was op zijn beurt haar komen halen en zij hadden zeer behoorlijk
-en deftig hun plicht vervuld.
-
-Ieder vond Hermelijn allerliefst, heel wat anders dan haar trotsche
-schoonzuster; zij had er slag van met heeren om te gaan. Zij was
-vroolijk, geestig, mooi, en toch wist zij op een wijze, die zelfs den
-losbandigste eerbied afdwong, ieder grenzen te stellen.
-
-De avond was reeds half om, toen er een nieuwe gast binnentrad.
-
-Hermelijn herkende onmiddellijk haar reisgenoot Simons.
-
-’t Duurde eenigen tijd, voor hij door zijn brilletje heen, het voorwerp
-zijner stille bewondering ontwaarde, maar toen verloor hij geen seconde
-om haar te naderen.
-
-»Me... vrouw!” begon hij haperend en van inwendige ontroering bevend.
-
-»Ha meneer Simons, dat doet me pleizier eens weer aan de »Menado”
-herinnerd te worden! Toevallig, dat we mekaar zien, is u in de buurt
-geplaatst?”
-
-’t Was niet mogelijk eenvoudiger en kalmer den jongen, opgewonden man
-tot een recht besef van den toestand te brengen.
-
-»Dat wil zeggen in de Kadoe. Ik ben op mijn reis derwaarts; ik heb
-dezen kleinen omweg gemaakt enkel om...”
-
-»Om de mooie streek te zien. Ja, ik begrijp ’t heel goed. ’t Is ook de
-moeite waard; een prachtige natuur, vindt u niet? En hoe bevalt Indië
-u?”
-
-»Slecht, ik heb soms heimwee naar Holland en naar de »Menado”. Maar u
-behoef ik het niet te vragen; uw van geluk stralend gelaat zegt genoeg
-dat u al uw illusiën heeft vervuld gevonden.”
-
-»Dat spreekt! Ik wilde dat ik mijn man zag. U wenscht zeker wel aan hem
-voorgesteld te worden.”
-
-»’t Zal mij een eer wezen, maar gunt u mij niet een enkel dansje?”
-
-»Alles weg! U komt ook zoo laat.”
-
-»Ik kon niet, een ongeluk aan den reiswagen...”
-
-»Of mijn man moest zich opofferen, ik heb nog een dans van hem
-genoteerd; daar komt mijn cavalier voor deze quadrille. U neemt me niet
-kwalijk meneer Simons! tot straks!”
-
-Zij verwijderde zich en toen de dans afgeloopen was, verzocht zij haar
-cavalier Conrad de Géran op te zoeken; de jonge man zat in de
-voorgalerij, door een paar jongelui omringd, maar hij sprak niet veel;
-hij scheen verdiept in het beschouwen der dansende paren.
-
-»Conrad,” zeide ze, hem terzijde nemend, »je bent zeker niet gesteld op
-dien eenen dans met mij.”
-
-»Wie vraagt er om?” vroeg hij barsch.
-
-»Een controleur, die met mij de reis heeft gemaakt.”
-
-»Hoe heet hij?”
-
-»Simons.”
-
-Conrad was doodsbleek geworden, zijn lippen trilden, zijn wenkbrauwen
-fronsten zich en hij antwoordde met ingehouden drift:
-
-»Ga je gang! ’t Kan me niets schelen, niets.”
-
-»Dat wist ik wel!” hernam zij schijnbaar kalm, zich weer naar haar
-cavalier wendend, en keerde met hem naar de galerij terug.
-
-Het toeval wilde dat zij vlak langs Thoren van Hagen kwam; hij liet
-Akkeveen varen, misschien blijde van hem ontslagen te zijn en volgde
-haar al pratend naar binnen; zij ging naast Kitty op een soort van
-Turkschen divan zitten en hij bleef voor haar staan.
-
-»Ik bewonder den goeden smaak van uw toilet,” sprak hij.
-
-»Hoe zoo?”
-
-»Och, als ik er toe besluiten kon te dansen, zou ’t alleen met u
-wezen.”
-
-»Vanwaar komt mij die eer?” vroeg zij lachend.
-
-»Bij de andere dames—mevrouw Portias ook uitgezonderd—is men bang een
-vrouw aan te vatten, die bij nader inzien zou blijken een diamant, dus
-een steen te zijn.”
-
-»Vindt u die steenen dan niet mooi?” vroeg Kitty.
-
-»Wel zeker, onder een stolp, of in een juweliersuitstalling.”
-
-»Diamanten zijn voor het toilet van een vrouw, wat water is voor de
-schoonheid van een landschap.”
-
-»O ja, mevrouw Conrad, maar als er te veel water in een landschap kwam,
-zou ik vreezen dat we het met een onhollandsch woord waterschap moesten
-noemen.”
-
-»Kitty, speld die strook eens vast.”
-
-Met dien korten, gebiedenden toon naderde Corona haar zuster; zij had
-even achter Thoren gestaan en dus het gesprek waarschijnlijk gehoord.
-
-»Amuseert u zich, juffrouw de Géran?” vroeg Thoren van Hagen.
-
-»Dol,” was het korte, spitse antwoord, »en u zal ik het maar niet
-vragen,” ging zij na een poos voort.
-
-»Ik vind zoo’n Indo-Europeesch bal alleramusantst.”
-
-»Wie weet, hoeveel leelijke dingen u daarover zal gaan schrijven, want
-de Hollanders zijn er altijd op uit, voordeelen van ons te trekken en
-tot loon daarvoor maken ze ons belachelijk.
-
-»Heb je gedaan Kitty? Ik ben niet van plan er nachtwerk van te maken,
-reken er dus op met je dansen!”
-
-Zij verwijderde zich trotsch, met het hoofd achterover geworpen.
-
-»Een dans zal u niet meer vrij hebben, Hermelijn, ik bedoel, mevrouw,
-maar wil u dit toertje nog met mij maken in afwachting van den nieuwen
-dans?”
-
-»Liever niet, ik zou nu gaarne wat uitrusten, mijnheer!”
-
-Zij begonnen beiden te lachen over dien deftigen toon en toen Kitty
-zich met Portias had verwijderd, zette hij zich naast haar neer.
-
-»Uw schoonzuster is niet goed te spreken van avond,” zeide hij.
-
-»Dat kan wel, ’t is misschien mijn schuld, maar ik kan ’t niet helpen.
-Ik wil niet onder haar invloed komen, daarvoor acht ik haar niet
-genoeg; ik heb haar geschenken afgewezen.”
-
-»Ben je niet hard in je oordeel?” vroeg Thoren fluisterend.
-
-»Ik weet het niet, ik weet alleen dat Conrad en ik ons ongeluk aan haar
-danken.”
-
-»Niets veranderd?”
-
-»Niets.”
-
-»En het zilveren randje niet duidelijker geworden, of ben ik
-onbescheiden?”
-
-»Neen, voltrekt niet! Ik ben moe van te hopen; o, je kunt niet gelooven
-hoe eenzaam, hoe ongelukkig ik mij tusschen al die vroolijke menschen
-gevoel.”
-
-Simons kwam haar vragen of zij zich over hem ontfermde.
-
-»Is dat mijnheer de Géran?” vroeg hij met een blik op Thoren van Hagen.
-
-»Toevallig niet,” antwoordde zij en stelde hen aan elkander voor.
-
-Zij zag niet, hoe Conrad op eenigen afstand van hen door Corona werd
-aangehouden.
-
-»Ik begrijp niet Conrad, hoe je met je vrouw handelt,” sprak zij, »je
-kent ze nog zoo weinig. Wie is dat vreemde ventje, dat daar zoovele
-complimenten tegen haar maakt, en wat zat die Thoren vertrouwelijk
-naast haar. Hoe kun je dat aanzien?”
-
-»’t Zal mijn zorg wezen, gaat je niet aan,” antwoordde hij bijna
-snauwend.
-
-Corona voelde zich van alle kanten achteruitgezet, vernederd en
-gegriefd; hoe was toch alles in korten tijd zoo veranderd? Ieder scheen
-haar te bespotten en te verachten.
-
-Zij behield van dezen avond vol kwelling niets dan een herinnering als
-aan een akeligen, verwarden droom, het was haar toch onmogelijk vóór
-drie uur huiswaarts te keeren; lang vóór dien tijd was Thoren van Hagen
-reeds verdwenen.
-
-In haar kamer gekomen, waar Iteko nog zat te lezen, even wakker als
-ware het in den vooravond, was het Corona’s eerste werk, aan haar drift
-op echt Javaansche wijze lucht te geven. Zij slingerde haar fijnen
-mooien waaier ter aarde zonder er zich om te bekommeren dat deze in
-stukken vloog, scheurde haar satijnen kleed open, rukte de diamanten
-uit haar ooren en van haar hals en wierp ze over de tafel, terwijl
-Iteko doodkalm als iemand, die nog veel wonderlijker dingen heeft
-gezien, alles een voor een opraapte en haar hielp zich te ontkleeden.
-Nog voor dit echter ten einde was, viel Corona op de sofa neer en
-barstte in een van haar hartstochtelijke snikbuien los; haar geheele
-lichaam trilde, haar voeten stampten op den grond, haar lokken hingen
-verward langs haar hals en schouders, zij balde haar handen en sloeg
-zich daarmee voor de oogen. Zulk een heftige uitbarsting had zelfs
-Iteko nog niet bijgewoond.
-
-»Och juffrouw, kan u zich niet wat kalmeeren?” vroeg zij bedaard, »denk
-dat mevrouw Portias en mevrouw Conrad hiernaast logeeren.”
-
-»’t Kan me niets schelen,” kermde Corona, »niets, niets! ’t Zijn allen
-lafaards, verraders, en jij hebt me in het ongeluk gestort Iteko, met
-je ellendigen raad. Waarom heb ik die brieven geschreven op jou
-aandringen?”
-
-»Maar juffrouw, wie moest ze anders schrijven!”
-
-»En nu heeft ze hem zeker alles verteld, die slang! en hij veracht mij
-en ik kan er niets aan doen!”
-
-»Drinkt u eens wat oranjebloesem, juffrouw! ’t Is toch uw schuld niet
-en u heeft zelf erkend dat het ’t eenige middel zou zijn om juffrouw
-Hermine over te halen.”
-
-»Ik wist niet dat zij zoo was, dat zij.... o wat moet ze mij haten, mij
-minachten. ’t Is zoo vreemd Iteko, dat de menschen mij den rug keeren,
-ze doen ’t allen, zelfs die kwajongen van een Conrad!”
-
-»Heeft mijnheer Thoren veel werk gemaakt van mevrouw Conrad?”
-
-»Geloof je nog altijd, dat hij om haar zich hier gevestigd heeft?”
-
-»Om wie anders! Mijnheer Conrad zou heel anders wezen, als zijn vrouw
-hem wat minder uit de hoogte behandelde, maar zij laat hem voelen, dat
-zij hem eigenlijk bij vergissing heeft getrouwd en alleen mijnheer
-Thoren haar goed genoeg zou zijn.”
-
-»O foei Iteko, ik kan ’t niet gelooven.”
-
-»Ik heb u altijd geraden voorzichtig te zijn, juffrouw, zoowel voor
-dien vreemden man als voor mevrouw uw schoonzuster!”
-
-»Hadden we haar maar stil in Europa gelaten, Iteko! Ik ben zoo
-ongelukkig, zoo diep ongelukkig; zou ’t waar zijn dat ik den rooden
-hond gezien heb?”
-
-
-
-
-
-
-
-XXXI.
-
-
-De familie de Géran bleef nog eenige dagen in de hoofdplaats; vele
-pretjes hadden zij in dien tijd: een hertenjacht, een receptie bij den
-resident, eindelijk werd er nog besloten een tocht te maken naar den
-krater van den Merawoe.
-
-Nog zeer vroeg in den ochtend, verzamelde zich het gezelschap op den
-aloon-aloon; de regent had bergpaardjes laten aanrukken en een menigte
-Javanen, door hun groote schildvormige hoeden gedekt, stonden reeds
-gereed om den stoet te vergezellen. Ook eenige dames waren van de
-partij: Corona de Géran en haar beide zusters Hermelijn en Kitty, de
-zuster van den resident, een weduwe, die met haar kinderen bij hem
-inwoonde en de eer van zijn huis ophield, de vrouw van den ingenieur en
-de dochters van een koffieplanter uit de nabijheid hadden het besluit
-genomen, de heeren te vergezellen. Daartoe behoorden verder Guillaume,
-Conrad, hun vader, Portias en Akkeveen, evenals Thoren van Hagen, die
-alle feesten had bijgewoond, maar slechts als toeschouwer.
-
-’t Was opgemerkt, dat hij zich zeer weinig met de dames de Géran bezig
-hield en Hermelijn nauwelijks aansprak; twee paar oogen volgden hem
-onophoudelijk, die van broeder en zuster. Hoe los ook de band was, die
-ze vereenigde, in één punt dachten zij eenstemmig, de verhouding
-tusschen Hermelijn en den vriend harer jeugd streng na te gaan.
-
-Een vroolijke geest heerschte onder het gezelschap; waren er eenige
-minder levendigen bij, dit viel niet op; er werd veel gelachen en
-geschertst. Men dronk met volle teugen de balsemgeuren in van het
-ontwakende woud; de eerste stralen der zon doopten de toppen der bergen
-in purperen tinten, die langzaam over de valleien neerdaalden; witte
-wolkjes zweefden om den getanden top van den Merawoe en vermengden zich
-met de fijne, witte pluim die achteloos den krater verliet, als wilde
-de vulkaan door dezen bevalligen groet aan den aanbrekenden dag tevens
-het bewijs leveren, dat hij nog leven en vernielende kracht binnen zijn
-rotswanden verborg, maar het versmaadde, die anders dan door een
-liefelijk, dartel wolkje te openbaren.
-
-Eerst ging de stoet door de bloeiende koffietuinen, wier bloemen zich
-reeds tot vruchten zetten en een rijken oogst beloofden, afgewisseld
-door aanplantingen van vanille, kina of indigo, kaneel en kruidnagelen.
-
-Deze geuren, welke in Europa slechts in den kruidenierswinkel t’huis
-hooren en daar steeds met zekere mufheid vermengd zijn, vervulden hier
-de lucht met hun fijn onbedorven aroma; langzamerhand werden zij
-zeldzamer, men kwam aan het tweede gedeelte der beklimming.
-
-Een zee van groen strekte zich voor de reizigers uit, aangenaam
-fonkelden de roode hoeden en gele sarongs der inlanders daartusschen en
-gaven een bonten tint aan het landschap. Men kwam nu in het woud, een
-moeilijk pad kronkelde zich omhoog; de dames, die er op hadden
-aangedrongen mee te gaan, deden hun best niet te klagen, wat
-verscheidene zeer moeilijk viel.
-
-Corona was steeds vooruit; haar hooge gestalte stak boven allen uit als
-Diana tusschen hare nymphen; de resident verliet haar zijde niet, hielp
-haar opstijgen als de weg te moeilijk was en over trappen van klei of
-rots leidde. ’t Pad werd hoe langer hoe steiler en meer onbegaanbaar.
-
-»Portias, ik kan niet verder,” riep Kitty plotseling, hoewel zij ’t
-misschien het gemakkelijkst had, gedragen als zij bijna werd door de
-lange armen van haar man.
-
-Die uitroep van Kitty deed de dames stilstaan; zij sprak uit, wat allen
-sinds lang hadden gedacht, maar wat valsche schaamte haar dwong te
-verzwijgen; te meer indruk maakte haar klimstaking, daar juist zij ’t
-hardst op het meegaan der dames had aangedrongen.
-
-»Och ja, ik geloof ook dat het beter is...” zei de residentszuster.
-
-»’t Duurt nog zoo lang.”
-
-»En ’t wordt van kwaad tot erger.”
-
-»Ik geloof dat de dames groot gelijk hebben,” verzekerde de oude heer
-de Géran, »er is alle gevaar dat zij er bij neervallen, want het
-moeilijkste komt; nu is er nog terugkeeren mogelijk.”
-
-»Als de njonja’s het veroorloven, zal ik hen naar beneden brengen,”
-sprak een der wedono’s, die nog al zwaarlijvig was en misschien zelf
-ook tegen de beklimming opzag.
-
-»Ik laat mijn vrouw natuurlijk niet alleen gaan!” verzekerde Portias.
-
-»Dus geleide genoeg, dan kunnen wij na die flinke aderlating behoorlijk
-marcheeren. Ik heb lust er ook den brui aan te geven, alle bergen
-lijken op mekaar,” bromde Akkeveen, »die vrouwen zijn me ook schepsels
-om mee uit visschen te gaan, allemaal.”
-
-»Daarom laat je bij preferentie je vrouw t’huis,” zeide een ander.
-
-»Wie keeren nu terug.”
-
-»Ik, ik, ik...” riepen de vrouwenstemmen.
-
-»Ik niet!” sprak Corona.
-
-»Anders had ik niet van u verwacht,” fluisterde de resident haar toe.
-
-»Dat spijt me, dan had ik misschien anders besloten,” antwoordde zij,
-»ik hou van verrassingen.”
-
-»En ik alleen van prettige.”
-
-»Dan is deze al een heel onaangename, niet waar, dat uw steun nog
-verder gevraagd wordt?”
-
-»Ik ga ook niet terug!” verklaarde Hermelijn.
-
-»Maar zusje,” riep Kitty, »bedenk je toch!”
-
-»Ik hou meer van geheel dwalen dan halverwege terugkeeren.”
-
-Zoo scheidde het gezelschap zich in tweeën, het eene ging snel bergaf,
-het andere zette zijn tocht voort naar boven. Hermelijn verliet de
-zijde van haar schoonvader niet en, wat zelden gebeurde, nu was
-Guillaume ook steeds in de buurt van zijn papa te vinden.
-
-Thoren van Hagen had zich bij de overige heeren aangesloten; de weg
-voerde nu eens langs ravijnen, die met bosschen gevuld waren, of
-steile, loodrechte rotswanden, bosschen van woudrozen en lianen,
-tunnels van dertig à veertig voet hooge varens, reusachtige boomen, die
-hun koepelachtige kronen in elkaar slingerden, en ondoordringbare
-gewelven vormden en wier stammen zoo dicht omstrikt waren door de
-orchideeën, als wilden deze hen in hun omarming verstikken;
-daartusschen de tjilpende vogels, de dartele eekhoorns en de
-glinsterende kapellen, hun eindeloozen dans uitvoerend. Langzamerhand
-wordt de weelderige plantengroei armer, de rijkdom aan kleuren
-verbleekt, het loof wordt schaarscher, de varens verdwijnen, de lianen
-laten hun slingerende trossen niet langer van de kale stammen afhangen,
-geen specerijgeur maar een sterke zwavellucht omgeeft hen. Nergens meer
-bloemen of vlinders, vogels of eekhorens; men nadert den krater, een
-dof gerommel doet zich onder de hoeven der paarden en de voeten der
-reizigers hooren.
-
-Over rotsblokken gaat het thans bijna steil in de hoogte, men ziet de
-rookwolken geheel nabij; eindelijk staat men aan den rand van een der
-wijdgapende kraters, alles is met asch bedekt, en de zwaveldampen, die
-er uit opstijgen en de rookpluimen vormen, vervullen ooren, oogen en
-neus der omstanders met een onaangenaam scherp gevoel.
-
-Eerst als men zijn oogen gewend heeft, door den rook omlaag te zien,
-bemerkt men, dat de dampen uit ontelbare rotsspleten opstijgen, gevormd
-door reusachtige blokken, welke boven en naast elkander liggen en over
-een klein meer hangen, dat op den bodem van den afgrond ligt en waarvan
-het kokende, onstuimig borrelende water zich aan den rand van den
-krater doet hooren.
-
-»Nu zullen de dames het ons toch overlaten, dat meer van nabij te
-bezoeken,” sprak de resident tot Corona en Hermelijn.
-
-»Ik ben juist hier gekomen om het te zien,” antwoordde zij.
-
-»En wat mijn schoonzuster doet, hoop ik ook te kunnen,” verzekerde
-Hermelijn.
-
-Corona zag haar aan, sinds den dag van het bal hadden zij elkaar niet
-meer toegesproken; een onheilspellende trek lag over haar mond en
-tusschen haar oogen, die Corona deed huiveren.
-
-Als zij eens vreeselijke bedoelingen had, als zij werkelijk ongelukkig
-was, omdat zij Conrad had getrouwd en Thoren beminde.
-
-»Neen, laat ons hier blijven,” riep zij plotseling angstig.
-
-»Ik dacht wel dat u op ’t laatst aan het halverwege keeren de voorkeur
-zou geven,” zei Thoren, die eensklaps naast haar stond.
-
-»In elk geval is het niet halfweg,” merkte de resident op.
-
-»’t Is niets moeilijk,” raadde Thoren aan, »’t eenig ongemak zal uw
-japonnen gelden, want een dikke laag asch bedekt de rotsen. Het zal een
-glissade zijn; meer niet.”
-
-»Kom Iwan!” zeide Hermelijn en reikte hem de hand; hij greep die en zij
-liet zich afglijden.
-
-»Papa, Conrad, verbied ’t haar,” gilde Corona haast in doodsangst.
-
-Een helder gelach steeg uit den krater en vermengde zich met het
-rusteloos koken der golven en het rommelen van den onderaardschen
-donder.
-
-»’t Is hier heerlijk, poëtisch! Komt spoedig!” riep Hermelijn en tot
-Thoren sprak zij:
-
-»Een stap, en ’t ware gedaan... misschien!”
-
-»Och, daarvoor hoefde je zoo hoog niet te klimmen, Hermelijn,” hernam
-hij droogjes, »bij mijn meer is een geschikter gelegenheid, daar ziet
-het er veel netter uit en je kunt als laatste herinnering aan de aarde
-heerlijke bloemengeuren en geen zwavellucht mee nemen, maar je hebt
-gelijk, niets gemakkelijker dan een afdaling tot de onderwereld.”
-
-Het gezelschap volgde spoedig; Corona was toch van de partij, daar
-stonden zij nu aan de oevers van het meer, dat aan Dante en zijn
-Inferno, aan den Styx en Charon herinnerde; als akelige spoken, met
-verkoolde en verdorde stammen, bogen zich reusachtige boomen ter aarde,
-beken van gloeienden zwavel stroomden tusschen de rotsblokken door;
-duizenden en duizenden rookspiralen ontsnapten uit den grond en
-kronkelden hun schier ondragelijk riekende dampen omhoog; de zilveren
-sieraden der dames, de geldstukken in de zakken der heeren werden
-gitzwart, de bloemen die de dames op de kleederen droegen, raakten
-verwelkt en verbleekt; toch ontzonk haar de moed niet, zij volgden
-moedig de heeren op hun ontdekkingstocht.
-
-Hermelijn leunde op Thoren van Hagen, Corona scheen niet te kunnen
-scheiden van haar resident.
-
-»Maar Conrad, hoe kan je toch zoo weinig om je vrouw geven?” vroeg
-Guillaume, »als zij de mijne was, ik zou nog dwazer zijn met haar dan
-Portias met Kitty.”
-
-»Zij geeft niets om mij, zij spreekt veel liever met haar
-landgenooten.”
-
-»Dat wil ik gelooven, als je ook zoo bokkig bent, en ’t is ook niet
-waar. Nu eerst geeft zij Thoren den arm; tot nu toe heeft zij altijd
-met papa en mij geloopen en we zijn toch geen tottoks.”
-
-Zij stonden nu aan een groote spleet van verscheidene vierkante meters;
-een helsch geraas deed zich daarbinnen hooren, dat nu eens aan het
-stoomen van een locomotief, dan aan het snuiven van een reusachtigen
-blaasbalg herinnerde.
-
-»Vulcaan is aan het werk met zijn cyclopen,” zeide Thoren van Hagen tot
-Hermelijn, »hoeveel eenvoudiger en natuurlijker dachten die oude
-Grieken toch over de geweldigste natuurverschijnselen dan wij met onze
-Neptunus- en Plutotheorieën. Zij wisten zelfs een glimlach op het
-gelaat van den helschen reus te tooveren door hem Venus tot gezellin te
-geven.”
-
-»Die hij niet beminde; ik geloof niet dat hij haar ooit toelachte.”
-
-»Waarover zij zich ook wist te troosten,” grinnikte Akkeveen met een
-boosaardig lachje.
-
-»Papa,” riep Hermelijn, »is u daar?”
-
-De oude heer kwam nader, Thoren liet haar arm los en boog zich voorover
-als wilde hij zelf den bodem van het meer onderzoeken; onmiddellijk
-voegde zich Hermelijn bij hem.
-
-Een akelig klagend gebrul deed zich uit de zwavelzee hooren, de gele
-zwavel vormde prachtige kristallisatiën, die als pyramiden en heggen de
-spleten omzoomden.
-
-»Nu een walsje, dan hebben wij met recht op een vulkaan gedanst,” zeide
-Guillaume.
-
-»Geen dwaasheden,” beval de heer de Géran, »we gaan naar boven, ’t is
-wel geweest.”
-
-»Nu ’t wordt dan ook tijd, onze oogen zijn fonteinen geworden en zie
-onze kleeren eens! Dames, ’t is misschien voor ’t eerst dat uw geslacht
-in den Merawoe is gedaald, wat moeten we doen om die heldendaad te
-vereeuwigen?” vroeg de resident.
-
-»Daar!” riep Corona, nam den zilveren ketting dien zij om den hals
-droeg en wierp hem in het meer; »als er een uitbarsting komt, krijg ik
-hem misschien terug!”
-
-»Bravo,” werd er algemeen geroepen en de resident zeide half spottend:
-
-»We mogen wel onze dames bewonderen, die zoo gemakkelijk kostbare
-sieraden offeren.”
-
-»Noemt u dat een offer?” vroeg Corona.
-
-»O neen, ’t is het penningske der weduwe niet, eerder de ring van
-Polycrates,” sprak Thoren van Hagen.
-
-Zij beet zich op haar lippen en toonde plotseling nog meer haast dan
-haar vader om naar boven te komen.
-
-»Zou er gevaar zijn voor een nieuwe uitbarsting?” vroeg Hermelijn haar
-schoonvader.
-
-»Gevaar altijd, kind! deze krater is nog in volle kracht en hoevele
-vulkanen, die men geheel uitgebrand dacht, hebben ons weer verschrikt
-door geweldige uitbarstingen, maar wat is dat?”
-
-Vreeselijke donderslagen deden zich hooren, door de kale rotswanden
-honderdmalen weerkaatst, de reuzentrechter, met dampen gevuld, scheen
-te weergalmen van een duivelachtig concert; ’t was of hemel en aarde
-vergingen.
-
-»De vulkaan zal nog meer teruggeven dan uw ketting,” hoorde Corona
-Thoren van Hagen zeggen; duisternis omgaf haar. Angstige gillen klonken
-door het gedruisch heen, men trachtte zich aan elkander vast te klemmen
-en zoo de helling op te gaan.
-
-»’t Is niets, ’t is een onweer,” riep de resident en werkelijk, de
-regen viel bij stroomen neer en kletterde met onbeschrijfelijke woede
-tegen de rotsen; nu en dan doorboorden flikkerende bliksemstralen de
-zwavel- en waterdampen, de asch scheen een modderbad geworden.
-
-»’t Is onmogelijk je op te werken verd....” vloekte Akkeveen
-klappertandend van natte koude.
-
-»Halverwege kunnen we nu niet blijven,” riep de resident, »nog een
-weinig moed!”
-
-De dames hoorde men niet; niemand kon zeggen dat zij het gezelschap
-bezwaarden. Thoren van Hagen had den arm om Corona geslagen, die
-eindelijk in de algemeene woede der elementen haar cavalier kwijt was
-geraakt en zich nu gewillig door hem liet helpen. Eindelijk was men aan
-den rand van den krater.
-
-»De weg uit de hel is moeilijker, dan die er heen,” zeide Thoren
-lachend, »oef! men herleeft, ’t is hier zoo frisch.”
-
-»Frischjes,” spotte Akkeveen, »ik ben nat tot het merg. Een beroerde
-liefhebberij, wie er mij ooit weer toe vangt!”
-
-Het onweer ging met steeds toenemende kracht voort, de boomstammen
-werden geveld als waren zij geen woudreuzen maar zwakke stengels; de
-een na den andere, die zoo straks zijn kale takken nog omhoog hief werd
-weggemaaid door een onzichtbaren sikkel, boven en onder, overal dreven
-zwarte wolken beladen met electriciteit. ’t Was of er vurige ballen
-ronddreven, die in getakte bliksemflitsen losbarstten en de regen ging
-voort zijn ijskoude wateren uit te storten; het meer diep in den krater
-ontving al bruisend en bulderend dien nieuwen toevoer, de zwaveldampen
-sloegen zelfs neer door de kracht der neerstortende wateren; alles
-scheen in opstand, de berggeesten waren blijkbaar verstoord over de
-vermetelheid der stervelingen, die zich binnen hun gebied waagden.
-
-»Corona ik heb je lief, ik moet het je nu zeggen te midden van het
-woeden der elementen,” fluisterde haar een stem in de ooren, zij
-schrikte terug en zag om, neen, ’t was de resident niet, die haar met
-zijn liefdesbetuigingen vervolgde en die zij niet eens meer hoorde,
-Thoren van Hagen had haar in zijn plaid gewikkeld maar hij zag haar
-niet aan, van hem kon toch die stem niet wezen?
-
-Een nieuwe uitbarsting volgde; Corona bedekte oogen en ooren met de
-handen en toen zij weer rondzag was de hevigheid van het onweer
-eenigszins bedaard.
-
-»Hermelijn, waar is Hermelijn?” gilde zij plotseling.
-
-»Is ze dan niet bij jou?” vroeg de oude heer de Géran.
-
-»Bij het begin van het onweer hield ik haar vast, maar toen hebben
-Guillaume of Conrad haar onder den arm genomen.”
-
-»Waar kan zij wezen?” en Corona, die onder het razen van den storm haar
-tegenwoordigheid van geest had behouden, stond nu hulpeloos te beven en
-te klagen. »Zoek haar toch! Zij is weg, zij is weg,” snikte zij.
-
-»We moeten terug naar den krater, er helpt niets aan!” sprak Thoren van
-Hagen kalm en maakte aanstalten om af te dalen; een hand hield met
-stevigen greep hem terug.
-
-»Dat hoeft niet, ik zal ’t wel doen,” zei kortaf een stem, hij zag om
-en herkende Conrad’s doodsbleek gelaat en verwilderde oogen, »ik kan
-mijn vrouw wel zelf zoeken!”
-
-»’t Is ook je plicht en alleen als je in gebreke bleef, zou ik ’t
-beproeven, maar toch twee zullen ’t beter kunnen dan een.”
-
-»Er komt een nieuw onweer op,” waarschuwde de regent, en wees op de
-zwarte wolken, die zich weer samenpakten terwijl zij op een ander punt
-vaneen geschuurd waren en valsche gele zonnestralen doorlieten.
-
-Maar Conrad, Thoren en een paar jongelui hadden zich reeds op nieuw in
-den krater gewaagd; tot aan de knieën staken zij in de slijkerige asch,
-door geen der Javanen gevolgd.
-
-»U krijgt ze met geen geld of goede woorden er toe, meneer de
-resident,” sprak de regent; »de poetrie, [90] die hier inwoont is
-vertoornd omdat de orang blanda haar bezocht hebben en nu zendt zij dat
-onweer.... ze denken dat ten minste,” voegde hij er bij opdat men niet
-zou meenen, dat ook hij het bijgeloof deelde.
-
-Zoo was men eindelijk aan de oevers van het meer teruggekeerd; nergens
-een spoor van Hermelijn.
-
-»Zij is in het meer gevallen,” fluisterde Guillaume aan Thoren van
-Hagen, »o ’t is zoo jammer, zoo jammer van die lieve meid, maar Conrad
-heeft het verdiend.”
-
-»Waar is hij?” vroeg Thoren van Hagen, wiens inwendige gemoedsangst
-zich slechts openbaarde door een doodelijke bleekheid.
-
-Conrad was intusschen over de rotsen geklauterd, en vlug over de beken
-gloeiende zwavel gesprongen, tot hij een opening zag, die in een der
-rotswanden gaapte.
-
-Zwaveldampen ontsnapten door den ingang, hij tastte er door heen.
-
-»Hermine!” riep hij, »Hermine!”
-
-Doch ’t was of slechts het geborrel der kokende wateren en het sissen
-van de zwavel hem antwoordden.
-
-»Hermine!” riep hij nogmaals.
-
-»Conrad,” antwoordde iets, onbestemd als een zucht.
-
-Hij trad in de grot; een weinig dieper stond Hermelijn, geleund tegen
-den rotswand, omhuld door den zwavelrook, doodsbleek met de haren
-verward over rug en schouders, het hoofd gebogen, op ’t punt in
-bezwijming te vallen; zij kon geen stap vooruit doen, al wilde zij ook,
-zij was te bedwelmd om hem te toonen hoe verheugd zij zich voelde over
-de naderende redding. Hij ging tot haar, en nam haar op in zijn sterke
-armen als ware zij een kind geweest, en wilde zoo met haar naar buiten
-terugkeeren. Geen woord kwam over zijn lippen, geen kreet van vreugde
-geen liefkoozing; daar begon de berg weer te dreunen en op zijn
-grondvesten te daveren, een nieuw onweer brak los, geweldige slagen
-klonken rechts en links. Vondel en Milton zelfs, die de hemelsche en
-helsche machten in strijd zagen, hadden zich geen denkbeeld kunnen
-vormen van het razende gebulder hoog in de lucht; de boomen stortten
-telkens, als door het vuur getroffen soldaten, krakend en kletterend in
-den afgrond, de wind gierde in de kolk, en daalde, na zijn woede tegen
-de wanden gebroken te hebben spiraalvormig in de diepte.
-
-»Hou me vast met beide armen,” fluisterde Conrad zijn vrouw toe.
-
-Zij gehoorzaamde half bewusteloos, en verborg het hoofd op zijn borst;
-hij klemde haar vast aan zich en bleef in de opening staan om het razen
-van den storm te laten voorbijtrekken; telkens kwamen de zwaveldampen
-hem benauwen en het gezicht benevelen, soms meende hij het stikken
-nabij te zijn; hij ging op een rotsblok zitten, met zijn last op de
-knieën.
-
-»Is er gevaar, Conrad?” vroeg Hermelijn.
-
-»Ik weet het niet, het moet niet lang meer duren!”
-
-De slagen namen intusschen af in heftigheid, de stormen zijn geweldig
-in de tropische gewesten maar gaan snel voorbij; nu ontlastte de
-donderwolk zich wellicht een half uur verder op een anderen bergtop,
-het gebulder klonk zeldzamer en slechts in de verte, de bliksemflitsen
-glinsterden flauw en moesten den strijd opgeven tegen de doorbrekende
-zonnestralen.
-
-Conrad stond op, en trad naar buiten.
-
-»Laat me los, Conrad!” verzocht Hermelijn, »je kunt zoo de helling niet
-opklimmen; ik zal ’t zelf beproeven.”
-
-Hij hield haar steeds vast, als kon hij geen besluit nemen, maar er was
-niets aan te doen, zij moesten deze benauwde atmosfeer verlaten; de
-helling was bezaaid met neergestorte boomstammen, die het opstijgen
-wellicht konden vergemakkelijken.
-
-»Conrad, Hermine,” werd er geroepen.
-
-»Hier, hier!” riepen beiden tegelijk, daar kwamen inderdaad Guillaume
-en Thoren aan; zij hadden in een andere grot het voorbijtrekken van den
-storm afgewacht.
-
-»Goddank, dat wij je terug hebben!” riep Guillaume, »nu maar spoedig
-naar boven.”
-
-»Hoe?”
-
-»Wacht,” zeide Thoren van Hagen, »ik weet iets: klim spoedig op de
-helling, eekhoorn, die je bent, ik volg je en blijf half of minder dan
-halfweg staan; Conrad reikt me zijn vrouw over en ik geef haar weer aan
-jou, Guillaume! Opgepast!”
-
-Thoren’s raad bleek echt practisch; Hermelijn werd van hand tot hand
-overgereikt en daarna kropen ook de mannen bijna op handen en voeten
-naar boven.
-
-Corona vloog hen te gemoet en slaakte een juichkreet toen zij Hermelijn
-ongedeerd, hoewel bevend van natheid en koude en bedwelmd door de
-zwaveldampen, terugzag.
-
-»Mankeert je niets, heusch niets? Arm kind, hoe is dat toch toegegaan,
-en wat lompe jongens, om je zoo te kunnen achterlaten.”
-
-»’t Is niemands schuld,” antwoordde Hermelijn, »misschien mijn eigene;
-toen het zoo regende en onweerde, werd ik duizelig, ik hield iemands
-arm vast en liet dien los, maar toen gleed ik af en merkte dat ik
-alleen was. Ik wist niet meer wat er gebeurde, maar zag een overhangend
-rotsblok en zocht daaronder een toevlucht.”
-
-»Nu ontbreekt ons niemand meer, we zijn er allen,” riep de heer de
-Géran, »laat ons terugkeeren, de weg zal moeilijk genoeg zijn.”
-
-Moeilijker dan iemand het kon denken; de grond was een gladde
-schaatsbaan geworden van blauwachtige glinsterende klei, waarin het
-azuur des hemels zich weerkaatste en door de zon met bonte kleuren
-getooid, maar toch heerschte er vroolijkheid, men lachte en schertste
-ondanks de natte kleeren en den moeilijken weg; de dames waren bijna de
-eenigen, die te paard zaten, door de heeren gesteund; de anderen
-sprongen of gleden af en bekommerden er zich niet om of het slijk hunne
-reeds zoo gehavende kleeren nog meer kwam ontsieren.
-
-Eindelijk bereikte men de streek van het dichte woud, waar de storm
-groote verwoestingen had aangericht; op den roodachtigen grond, waaruit
-een frissche, opwekkende geur van natte aarde steeg, zag men duidelijke
-sporen van tijgerklauwen en van de kronkelingen der vergiftige slangen.
-
-Men ontmoette gelukkig een vrij groote Javaansche woning, waarin een
-Inlandsch hoofd huisde; daar besloot men gastvrijheid te vragen, want
-er viel niet aan te denken, in zulk toilet naar de hoofdplaats terug te
-keeren.
-
-Met de grootste beleefdheid ontving de wedono hen; zijn vrouw bood haar
-geurige, zindelijke kleeren aan de dames en deze maakten gaarne van het
-vriendelijk aanbod gebruik, terwijl hun natte garderobe gedroogd werd;
-de heeren maakten hun toilet zoo goed als het ging en droogden zich bij
-het vuur, dat de gastheer in de open lucht deed ontsteken.
-
-»Was je niet erg geschrikt, Hermelijn?” vroeg Corona vriendelijk.
-
-»Och neen,” antwoordde zij koel, »’t ergste wat me wachten kon is de
-dood en voor mij is hij een uitkomst.”
-
-»Ik bid je, zeg me alles!” smeekte Corona, »hoe kan je mij veroordelen
-zonder mij gehoord te hebben? Misschien kan ik er iets aan veranderen;
-Conrad heeft je niet lief en je geeft mij de schuld van alles.”
-
-»Ik geef niemand de schuld en ik klaag ook niet, niets kan mij meer
-helpen!”
-
-Corona zag haar aan, terwijl Hermelijn zich omkeerde en haar lange
-haren afdroogde; ’t was haar zoo vreemd te moede. Er klonk haar nog
-steeds een stem in de ooren met zulke wonderbaar weeke tonen.
-
-»Ik heb je lief, Corona.”
-
-Had hij er Corona bij gezegd? Misschien niet eens, misschien bedoelde
-hij wel Hermelijn, schande, een getrouwde vrouw!
-
-Haar hart klopte, haar oogen schitterden, ’t was of zij duizelde; zij
-smachtte naar zekerheid, maar hoe die te verkrijgen?
-
-»Hermelijn,” wilde zij nogmaals roepen, maar Hermelijn deed of zij niet
-hoorde en ging de kamer uit.
-
-»Hoor eens, Hermine,” zoo sprak Akkeveen haar aan, »ik heb je een
-voorstel te doen; we zijn hier maar een paal of drie van mijn huis af.
-Wat dunkt je er van als je gebruik maakte van het voorstel van onzen
-wedono, die een tandoe voor je beschikbaar stelt? Dan kan je nu bij mij
-op je gemak uitrusten en nog een paar dagen blijven.”
-
-»Wat zegt Conrad er van?”
-
-»Hij zegt dat het uitstekend is. Ik verlang naar huis, zie je, naar
-warme kleeren, naar een stevige grog; Conrad gaat naar huis je koffer
-met kleeren halen en brengt die bij ons op Kaboelen.”
-
-»Nu, ik heb er niets tegen.”
-
-Corona verbeet zich; het was opmerkelijk hoe allen Hermelijn met
-vriendelijkheid omringden, terwijl ze haar vroeger steeds benijd
-hadden; nu zij wisten, welke houding zij tegenover haar, de gevreesde
-prinses aannam, werd zij zelfs door Akkeveen gevleid en gezocht.
-
-»En ik kan ’t haar niet afraden, zij zou niet naar mij luisteren; zij
-vindt mij te min om mee te spreken; wat is er tusschen haar en Thoren?
-Mij ziet hij niet aan, hij veracht mij ook. Waarom toch, waarom? En dan
-zou ik dwaze denken, dat hij ’t mij had gezegd. Maar Hermelijn was toen
-juist weg en hij zal mij niet voor haar hebben aangezien. Als dat toch
-zoo ware... ik zou me wreken!”
-
-Waarom, op wie, wanneer, dat wist Corona zelf niet!
-
-
-
-
-
-
-
-XXXII.
-
-
-Dolly was als altijd druk bezig met haar twee kleine kinderen, terwijl
-de oudste, een allerliefst meisje van drie jaren, in den tuin speelde,
-waar zij de koepoes (vlinders) vervolgde.
-
-Dolly moest de moeilijke kunst uitvoeren, met een hoogst beperkt
-inkomen een veeleischenden, gemaklievenden man in goed humeur te
-houden, drie kinderen te verzorgen, een grooten tuin en een ruim huis
-na te gaan, terwijl slechts één mannelijke en twee vrouwelijke
-bedienden haar daarin ter zijde stonden.
-
-Zij was nog geen een-en-twintig jaar, en eerst een goed viertal jaren
-getrouwd, maar zij zag er mager en bleek uit; holle kringen lagen om
-haar oogen en een zekere matheid verried zich in al haar bewegingen;
-soms alleen flikkerden haar oogen als zij tijd had, met haar oudste en
-eenige meisje te spelen. Nonnie was een aardig, vlug kind, dat niets
-dan Hollandsch sprak en vol lieve oplettendheden voor haar moeder was;
-zij droeg de kleertjes aan als ma de kleine Njo’tjes hielp, die
-bijzonder lastig en ondeugend waren; zij speelde met haar oudste
-broertje, zoo aardig als ware zij een klein moedertje.
-
-Zij gehoorzaamde elken blik van Dolly, maar als zij haar vader hoorde,
-werd de kleine Nonnie schuw en angstig en alleen het bevel van mama kon
-haar er toe brengen, papa een kusje te geven.
-
-Toen Hermelijn onverwachts aankwam, betrok Dolly’s gelaat een weinig;
-zij kende haar nieuwe schoonzuster volstrekt niet, zij had noch op haar
-man, nog minder op een gast gerekend en haar eerste gedachte gold
-natuurlijk het menu.
-
-Met een onbeschaafdheid, die Hermelijn tegen de borst stiet, zonder
-zijn vrouw te groeten of eenige excuses te maken, beval hij Dolly:
-
-»Maak me gauw een grog; Hermine blijft hier logeeren, zij zal wel een
-kop koffie lusten, en schep maar goed op van avond, verstaan?”
-
-»Lieve Dolly, ik hoop dat je niets geen last van me zult hebben,” zeide
-Hermelijn vriendelijk, »ik zal je vertellen, wat voor avonturen wij
-doorleefd hebben, en dan zal je begrijpen, hoe dankbaar ik ben, hier
-wat te kunnen bekomen.”
-
-Dolly zag het vreemdsoortige négligé van haar schoonzuster en
-glimlachte even:
-
-»Kom met mij mee naar mijn kamer,” zeide zij, »je kunt mijn kleeren
-passen, we zijn zoo wat even groot.”
-
-»Zorg eerst voor mijn grog,” riep Akkeveen, zijn laarzen uitgooiend
-zoodat zij door de galerij vlogen, »waar is Non, kan zij d’r vader niet
-helpen? Je moet weten, zus Hermine, dat wij stiefkinderen zijn en geen
-stoet bedienden er op na kunnen houden, we dresseeren onze kinderen er
-dus maar op. Non, waar zit dat kind, moet ik je bij de ooren hierheen
-trekken?”
-
-’t Kleine meisje kwam uit den tuin aangeloopen, en zag haar moeder even
-vragend aan.
-
-»Help papa, poes!” verzocht Dolly op zachten toon, »breng die laarzen
-naar achteren.”
-
-»Doe de kousen er ook maar bij!”
-
-Hermelijn vroeg zich af, of hij zich nu geheel onder de galerij wilde
-uitkleeden en verzocht Dolly, met haar naar binnen te gaan.
-
-»Maar mijn grog,” riep Akkeveen, »’t is toch schande, Dolly, zooals jij
-je met alles bemoeit behalve met je man!”
-
-»Heb toch geduld, Ak, ik kan niet alles tegelijk doen!” zeide zij
-weemoedig en ging naar binnen van waar zij weldra met een gevuld glas
-terugkeerde; hij proefde even.
-
-»Bah! wat een kost! ’t Smaakt naar niets; ik zou liever zuiver water
-geven,” bromde hij, »overal anders kun je de bedienden wakker
-schreeuwen, maar hier moet je alles aan je vrouw overlaten, die van
-niets verstand heeft. De kebon [91] moet dienst doen van huisjongen,
-staljongen, tuinman! Was ik maar nooit in die vervloekte boel gekomen.”
-
-Hermelijn volgde Dolly binnenshuis, waar ze de kleine Non tegenkwamen,
-die door haar tante innig gekust en getroeteld werd.
-
-»Hoe heet je, engeltje?” vroeg Hermelijn, het mooie kopje streelend.
-
-»Yolande,” antwoordde Dolly, »een vreemde naam, vind je niet? Cor wilde
-het absoluut! En dan is er niets aan te doen, als zij iets verlangt. Ik
-had haar liever Leentje genoemd, Hélène, naar mijn lieve mama.”
-
-»Ook de mijne,” zeide Hermelijn zacht.
-
-Dolly’s oogen vulden zich met tranen.
-
-»Laten we naar binnen gaan; Non, breng papa zijn sloffen!”
-
-Dolly hielp Hermelijn zich verkleeden, maar telkens werd haar aandacht
-afgeleid, óf door het geroep van Akkeveen, óf door het geschreeuw der
-jongetjes.
-
-»Zoo gaat het nu den heelen dag,” sprak Dolly met een zucht en een
-gelaten glimlach, »die heeren weten niets van zich te behelpen.”
-
-Intusschen moest de arme Dolly nog maar naar de keuken gaan, om met
-Kokkie schikkingen te maken voor het diner, en haar baboe te ontlasten
-van de kinderen, daar deze het logeerbed zou opmaken.
-
-Hermelijn vertelde het gebeurde in den krater en stak tevens haar
-handen uit, nam een der kinderen op den arm en bracht hem al sussend en
-zingend tot kalmte, hetgeen haar uitstekend gelukte.
-
-Akkeveen, die, in kabaja en sloffen zoo lekker mogelijk gemaakt, in de
-galerij terugkwam, maakte haar een kompliment over haar handigheid, en
-voegde er onkiesche toespelingen bij, die ’t blanke Hermelijntje het
-bloed naar de wangen jaagden.
-
-Het begon donker te worden en Dolly was nog steeds in de weer, het
-verveelde Hermelijn, de eindelooze klachten van Akkeveen te hooren over
-de achteruitzetting, waaraan hij leed door Corona’s schuld.
-
-»En als ik nu maar een flinke vrouw had, dan eischte zij Dolly’s
-moederlijk erfdeel op, maar jawel! dat wil zij niet doen en als ik ’t
-probeerde dan had je de poppen aan het dansen, vat je! De groote Cor
-was in staat ons met pak en zak van het land weg te jagen; en de ouwe,
-’t is crimineel hoe die onder haar pantoffel zit, daarbij is ’t een
-verduiveld klein beetje wat wij hebben. Een uitgeslapen loeris, die
-ouwe heer van ons. Dolly haar mama was een arm weesmeisje moet je
-weten, die bij Corona voor een soort van bonne speelde en hij is me
-waarachtig toch nog met huwelijksvoorwaarden getrouwd.”
-
-»Och Akkeveen, dat kan me heel weinig schelen. Me dunkt als Corona
-alles durft ondernemen komt het voornamelijk door jelui schuld. Je
-geeft haar veel te veel toe.”
-
-»Niet allen durven wat jij durft, maar ze kijkt je ook naar de oogen!
-Ik weet niet, wat haar scheelt, zij is toch een beetje raar in den
-laatsten tijd.”
-
-Om van hem af te zijn riep Hermelijn kleine Nonnie, die druk en ernstig
-met haar pop speelde en liet het kleine ding naar hartelust babbelen;
-zij stond verbaasd over het verstand van het schepseltje, dat vleiend
-naar haar toeschoof en smeekte om een sprookje.
-
-Hermelijn nam haar op den schoot en vertelde van Roodkapje; met
-glinsterende oogen en half geopende lipjes luisterde de kleine en riep
-zoodra het uit was:
-
-»Nog een, tante, nog een!”
-
-Dolly kwam zeggen dat het eten klaar was; zij had zelf het meeste
-moeten gereed maken, want haar kokkie was dom en onwillig; zij kon
-nauwelijks den tijd vinden, een schoone witte kabaja aan te trekken,
-toch snauwde Akkeveen haar toe:
-
-»Dat eeuwige ongekleed zijn, den eersten avond, den besten dat Hermine
-hier is; kon jij je dan niet een beetje fatsoenlijk kleeden? Wat een
-nonnaboel zal zij ’t hier vinden.”
-
-»Dan ben ik de grootste nonna,” sprak Hermelijn lachend, »want ik geef
-’t voorbeeld van mij niet te kleeden.”
-
-»O jij, dat is wat anders, je bent hier logée en daarbij ben je in
-gevaar geweest om te stikken en te verbranden. Maar zoo’n vrouw, die
-den heelen dag in huis zit.”
-
-»En handen vol heeft met kinderen, bedienden en man.”
-
-»Och Hermine,” verzocht Dolly, »zeg er niets op, ’t helpt niets; een
-vrouw is op de wereld om te tobben van ’s morgens vroeg tot ’s avonds
-laat.”
-
-»O ja, word maar eens sentimenteel, dat staat je goed. Wat moet ik dan
-wel zeggen, ik, die dacht een rijke vrouw te krijgen en ’t nu
-ellendiger heb met dien heelen nasleep dan voor mijn huwelijk!”
-
-»Waarom heb je mij getrouwd?”
-
-»Waarom, wel omdat ik je krijgen kon.”
-
-»Als ’t zoo voortgaat, vind ik het in den Merawoe nog amusanter,” zei
-Hermelijn, »we hebben immers allen ons leed, allen zonder onderscheid,
-de eene meer, de andere minder.”
-
-»Behalve Cor, dat schepsel gaat alles voor den wind.”
-
-Het diner was niet zeer vroolijk, Akkeveen had het hoogste woord; Dolly
-sprak niets, de kleine meid werd door de moeder geliefkoosd, door den
-vader afgesnauwd. Nu eens hield zij haar vork niet goed, dan dronk zij
-te haastig, dan had zij gemorst; zoolang hij slechts aanmerkingen en
-vitterijen op haar zelf had, bleef Dolly kalm, maar toen hij tegen het
-kind begon, werd zij driftig.
-
-»Nonnie kan ook nooit iets goeds bij je doen! Ze doet nu volstrekt geen
-kwaad,” zeide zij.
-
-»Je zoudt dat kind heel bederven, met je malle toegevendheid. Non, sta
-op van tafel!”
-
-’t Kind zag hem verbaasd aan en scheen niet van zins te gehoorzamen,
-maar met een forsche stem herhaalde hij:
-
-»Opstaan, kwade meid! hoor je ’t niet!”
-
-Toen kroop ’t meisje van haar stoeltje af, kroop bij haar moeder en,
-met het hoofd in Dolly’s sarong verscholen, begon zij luid te schreien.
-
-»Zie je, daar heb je ’t! Je moet opstaan, omdat ik ’t zeg, ik verlang
-blinde gehoorzaamheid, dat mankeert er nog aan, dat je zoo’n kleine
-heuvel nog rekenschap van al je woorden geeft! Moet ik bij je komen?”
-
-»Als ’t kind van tafel moet opstaan om niets, dan ga ik met haar mee,”
-sprak Dolly, stond op, nam het schreiende kind in haar armen en verliet
-de achtergalerij.
-
-»Zoo gaat het nu altijd, altijd zit ze mijn opvoedingssysteem in den
-weg; een domme, onverstandige vrouw, die je niet begrijpt, je weet niet
-wat voor kruis dat is. Verbeeld je, een van Cor’s grieven tegen ons is
-dat Dolly standvastig weigert haar dat kind af te staan.”
-
-»Daar heeft ze groot gelijk aan!”
-
-»En waarom dan? Ze wil ons ƒ 100 in de maand schadevergoeding geven, is
-dat niet prachtig?”
-
-»Dan vind ik het nog meer te prijzen in Dolly, dat ze haar kind niet
-verkoopen of verhuren wil.”
-
-»Zoo, is dat je oordeel, juffrouw wijsneus, nu, ik zie wel, alle
-vrouwen hangen aan mekaar; zelfs die men voor de verstandigste houdt,
-willen hun waar belang niet erkennen.”
-
-»’t Spijt me erg dat ik je tegenval, Akkeveen, en misschien ook hierin
-dat ik me zeer moe en mat voel, zoodat ik dus mijn bedje ga opzoeken,
-al is ’t nog nauwelijks acht uur.”
-
-»Doe dat niet, Hermine, ik heb nog een boel met je te praten. Vertel me
-eens, waarom je zoo’n gloeienden hekel aan Cor hebt. Ik weet wel, dat
-het koppelen met Conrad niet zoo van een leien dakje geloopen is, maar
-’t fijne weet ik er eigenlijk niet van.”
-
-»Dan zal je ’t van mij ook niet hooren, Akkeveen! Goeden nacht!”
-
-Zij ging naar Dolly’s kamer, die reeds te bed lag, kleine Non speelde
-naast haar met de poppen.
-
-»Tante Mien,” riep ze uit, »tante Mien! kom hier! Non houdt veel van
-tante Mien, maar nog meer van Maatje.”
-
-En zij kuste Dolly hartelijk en vroeg toen op een allerliefsten
-deelnemenden toon:
-
-»Maatje huilt, waarom Maatje bedroefd?”
-
-Dolly had werkelijk in tranen haar troost gezocht; toen zij Hermine
-hoorde binnenkomen, stond zij op en ging met haar schoonzuster op den
-divan zitten.
-
-»Och, ’t is zoo beter, nu kan ik ten minste dadelijk naar bed gaan,”
-zeide zij met een droevigen lach, »anders moest ik nog tot 12 uur met
-hem in de galerij zitten, ik ben altijd zoo moe ’s avonds, maar hij
-staat me niet toe te gaan slapen. Nu ben ik boos en dan doe ik ’t
-niet.”
-
-»En anders wel?”
-
-»Zeker, we praten niet veel samen, maar telkens als ik een beetje
-ingedommeld ben, heeft hij me wat te vragen en dan word ik weer
-wakker.”
-
-»Maar dat is toch wreed, Dolly!”
-
-»’t Is het eenige bewijs dat hij nog een beetje op zijn vrouw gesteld
-is. Als hij dat niet meer deed, dan was ik geheel en al zijn meid. Kom
-hier Non, je moet naar bed! Ga eerst paatje goeden nacht zeggen.”
-
-»Och, maatje, Non bang voor papa!”
-
-»Maar Non mag niet bang voor haar paatje zijn. Kom, ga naar buiten en
-geef papa een zoen!”
-
-»Neen Maatje, Non blijft bij Maatje en bij tante, Non zal tante dertig
-zoenen geven?”
-
-»Nu kom dan maar, pak tante eens heel lekkertjes beet en nu mij. Gaat
-Non haar avondgebedje opzeggen?”
-
-Hermelijn, hoewel Dolly’s zwakheid afkeurend, kon haar tranen niet
-weerhouden bij het zien van dat arme, jonge moedertje, zelf nog bijna
-een kind, dat haar dochtertje het korte, hartelijke gebed voorzeide en
-haar toen onder een menigte liefkoozingen en zoete woorden te bed
-legde.
-
-»Je vindt me onverstandig, Hermine,” zoo begon zij nadat zij de kleine
-meid te slapen had gelegd, »ik ben ’t ook. Ik moest volhouden, maar ik
-kan er niets aan doen, waarom stoot hij het kind altijd van zich af?
-Met een vriendelijk woordje maakt hij die lieve Non zoo gelukkig maar
-hij heeft niets dan hardheid voor haar, geen wonder dat zij bang voor
-hem is!”
-
-»Hoe is ’t mogelijk, dat een vader zoo’n dot van een kind niet opeet of
-doodknuffelt!”
-
-»Och, Akkeveen houdt niet van kinderen, maar hier is er nog wat anders,
-iets heel anders. Je moet weten,” en nu vertelde zij haar het voorstel
-van Corona.
-
-»Maar je hebt groot gelijk,” riep Hermelijn uit, »en ik begrijp niet
-hoe je man er aan denkt, zijn kind toe te vertrouwen aan Corona die hij
-zoo haat.”
-
-»Als ’t hem maar voordeel aanbrengt; meer vraagt hij niet. Hoe ’t ook
-zij, Corona is mijn zuster en ik kan het niet verdragen dat hij zelfs
-tegen wildvreemden zoo over haar uitvaart. Ik weet nu heel goed wat hij
-vóórheeft met dat plagen van de kleine; hij wil me dwingen haar weg te
-zenden. Misschien zal ik het ook doen, ik kan ’t niet langer aanzien.”
-
-»O foei, Dolly, doe dat niet! Zij is je alles en wie kan voor haar zoo
-goed zorgen op het groote huis, waar er reeds zoovelen zijn?”
-
-»Laat hij ’t niet hooren, Hermine, dan verbiedt hij je ook, mij te
-bezoeken, zooals hij ’t Kitty heeft verboden. Niemand van mijn familie
-komt hier ooit meer. Papa alleen voor zaken, maar noch Conrad, noch
-Margot mogen mij gezelschap houden, en de andere bedanken er voor hier
-te komen. ’t Is er ook niet heel prettig.”
-
-»En woon je in deze eenzaamheid zonder ooit menschen te zien of zonder
-eenige afleiding?”
-
-»Ik ga eens of tweemaal in ’t jaar naar het groote huis, zooals toen je
-kwam, maar anders spreek ik niemand.”
-
-»En vind je dat niet verschrikkelijk?”
-
-»Ik heb mijn kinderen, vooral mijn Non en wij zijn immers niet op de
-wereld om geluk te hebben.”
-
-’t Was ontzaggelijk treurig, dat woord te hooren uit den mond van die
-jonge, mooie vrouw, wie men ’t kon aanzien dat zij geen uitroep zonder
-innerlijke beteekenis slaakte, maar slechts lucht gaf aan haar eigen
-levensbeschouwing.
-
-»Dus wel om verdriet te hebben?” vroeg Hermelijn spottend, »nu ik moet
-je zeggen, als anderen gelukkig zijn, dan wil ik het ook wezen, ik heb
-er evenveel recht toe als een ander en tegen diegenen, welke oorzaak
-zijn van mijn verdriet, koester ik bitteren wrok.”
-
-»En helpt je dat? Er is maar één ding, dat het ons mogelijk maakt, dag
-aan dag ons leed te dragen, ’s morgens er mee op te staan en het ’s
-avonds weer naar bed mee te nemen. Je kunt mij gelooven, Hermine, ik
-spreek bij ondervinding.”
-
-»En dat is?”
-
-»Veel en hard werk!”
-
-»Juist wat mij ontbreekt.”
-
-»En verder het leed aan te nemen zooals God ’t ons toezendt, en te
-gelooven dat Hij het doet om ons beter te maken. Soms is het mij of ik
-er slechter tegen in word maar dan tracht ik mij te overreden, dat het
-niets helpt, wanneer ik mor en onaangenaam word, dat ik dan geen nut
-trek uit mijn verdriet. Wanneer je nu niet hier was, zou ik toch weer
-bij Akkeveen zijn gaan zitten.”
-
-»Maar je houdt veel van hem?” vroeg Hermelijn weifelend. ’t Was of de
-met moeite veroverde kalmte van Dolly voor een oogenblik plaats maakte
-voor haar oorspronkelijke, hartstochtelijke natuur; haar oogen
-fonkelden, zooals die van Conrad in zijn toorn het konden doen, en haar
-lippen trilden.
-
-»Waarom zou ik van hem houden?” vroeg zij.
-
-»Wel, omdat je met hem getrouwd bent.”
-
-»Is dat een reden?” en zij zuchtte diep, »hou jij zooveel van Conrad?”
-
-»Zeker, anders zou ik mijn land niet voor hem verlaten hebben.”
-
-»Daar wordt hier niet naar gevraagd; niemand heeft hier zijn man of
-vrouw lief, behalve Kitty en je weet hoe ’t haar gegaan is. Ik ben met
-hem getrouwd, zooals een ander naar een bal gaat. Cor zei me: Akkeveen
-heeft je gevraagd, dat en dat en dat heeft hij in zijn voordeel, papa
-en ik vinden het goed; nu, zoo waren August en Guillaume ook getrouwd
-en ik dacht dat het altijd zoo ging.”
-
-»Maar je hadt toch wel eens boeken gelezen.”
-
-»Jawel, heel veel zelfs. Maar Cor zei, in het leven ging alles heel
-anders toe dan in de boeken. Akkeveen was toen ook zeer goed;
-natuurlijk, dat zijn ze allen vóór het trouwen, ze veranderen allen
-behalve Portias, zegt Kitty, en ik ben zijn vrouw geworden. Nu moet ik
-ook een goede, brave vrouw voor hem zijn; voor de kinderen zorg ik
-omdat ik ze lief heb, maar voor mijn man omdat het mijn plicht is, en
-Onze Lieve Heer mij rekenschap zal vragen van al mijn daden en zelfs
-mijn gedachten. De eene heeft wat meer leed, de andere wat minder, heb
-je straks gezegd, ’t voornaamste is dat ik niemand verdriet veroorzaak
-en daarom... daarom...”
-
-Groote tranen rolden uit Dolly’s oogen.
-
-»Wil ik Nonnie wegzenden?”
-
-»O foei Dolly, je eenige zonnestraal buitensluiten, wat zal er van je
-worden als de kleine meid weg is!”
-
-»Dat weet ik niet, ’t komt er niets op aan, men mag in de eerste plaats
-aan zich zelf niet denken; ’t kind wordt geheel bedorven door
-Akkeveen’s plagen, en ik kan haar niet dwingen om hem te gehoorzamen
-want hij is veel te onredelijk. Als hij het in ’t hoofd kreeg, zou hij
-haar uit het bedje nemen om haar te dwingen, hem een nachtzoen te
-geven.”
-
-»Maar Dolly, niemand kan de moeder vervangen. Hoe zal ’t haar gaan
-tusschen al die vreemde kinderen, zij de jongste!”
-
-»Corona zal goed op haar passen. Maak ’t mij niet moeilijker Hermine,
-je weet niet hoeveel ’t mij kost. Zij is mijn alles!”
-
-»Juist daarom mag je haar niet wegzenden, de eenige roos, waarmee Onze
-Lieve Heer je kruis versiert, zou je afwijzen?”
-
-»Die roos heeft zulke scherpe doornen,” hernam zij met haar
-hartverscheurenden lach.
-
-Hermine omhelsde haar schoonzuster en raadde haar, over haar besluit
-nog eens te slapen.
-
-»Neen,” antwoordde zij hoofdschuddend, »ik ga ’t dadelijk Akkeveen
-zeggen! Ik moet het doen Hermine, het kan zoo niet langer blijven, ik
-word hoe langer, hoe meer gergetèn—nijdig—ik weet er geen beter
-Hollandsch woord voor—tegen hem. Ik ondermijn zijn gezag wanneer hij
-dat kind zoo onbillijk behandelt; ik zou hem kunnen haten en daarvoor
-bid ik dagelijks, opdat ik het niet eenmaal doe.”
-
-»Maar er zijn zooveel oogenblikken dat hij niet t’ huis is en je alleen
-bent met het kind!”
-
-»Je behoeft me niet te zeggen, hoe hard het is, Hermine, ik weet het
-genoeg maar geloof me, ’t is zoo het beste.”
-
-Hermelijn ging naar haar kamer, terwijl Dolly haar man opzocht om hem
-haar besluit mee te deelen.
-
-’t Duurde lang vóór dat Hermelijn den slaap kon vatten, alle
-gebeurtenissen van den langen dag trokken haar voor den geest, die
-vreeselijke oogenblikken in den krater, Conrad’s verschijning, de
-wijze, waarop hij haar aan zijn borst had gedrukt, zijn gewone koele
-houding toen het gevaar even geweken was, de treurige toestand in dit
-huishouden, en het smartelijke besluit der arme moeder. Ofschoon zij
-haar best deed nooit eenstemmig met Corona te denken, toch moest zij
-haar op één punt volledig gelijk geven, ’t was in haar antipathie tegen
-Akkeveen.
-
-»Maar hoe slecht dat zij hun verhouding nog verergert door hem dat
-lokaas voor te houden; arme, arme Dolly, ik weet niet van wie ik meer
-hou, van haar of Kitty.”
-
-In haar gedachten ging zij de verschillende huishoudens na, door
-Corona’s teedere zorg gesticht, August en Poppie waren er het beste af,
-doch ze leidden dan ook een volledig plantenleven; Guillaume en Toetie,
-Akkeveen en Dolly, zij zelf en Conrad, maar een zilveren rand zag zij
-aan de donkere wolk; alle de Gérans—Corona zonderde zij natuurlijk
-uit—schenen goedig, hartelijk, liefdevol. Tegen Dolly met haar ernstige
-hoewel bitter treurige levensbeschouwing zag zij hoog op, Guillaume
-scheen de goedheid in persoon zelfs jegens zijn akelige, lastige vrouw,
-Kitty was de verpersoonlijking van geluk en liefde. Zou Conrad
-hetzelfde karakter hebben? Als hij haar eens liefkreeg, zou ’t haar
-geen moeite kosten om van haar huis geheel iets anders te maken dan van
-dat der anderen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXIII.
-
-
-»Heb je dat gehoord, Iteko,” zoo sprak Corona den volgenden morgen
-tegen den middag tot haar trouwe adjudante, »Akkeveen is opzettelijk
-beneden gekomen om mij te zeggen, dat Yolande bij ons blijft.”
-
-»O juffrouw, wat doet me dat pleizier! ’t Zou zonde wezen van het kind,
-als het in die omgeving bleef.”
-
-»Ja, dat heb je mij altijd gezegd; ’t spijt me wel voor Dolly maar nu
-heeft ze ook minder te doen, zij houdt er nog twee over en haar
-geldduivel van een man strijkt zijn ƒ 100 ’s maands naar binnen. Om
-alles is het goed; ik bewonder je scherpen blik, Iteko, voor alles weet
-je raad, ik wou dat je die zaak met Hermine ook in orde bracht; als ik
-maar wist wat er aan haperde. Kun je er niets aan doen?”
-
-»Mevrouw Conrad vereert mij niet met haar vertrouwen.”
-
-»En hij?”
-
-»Met hem zou ik ’t kunnen probeeren, maar...”
-
-»Nu ja, zie ’t uit hem te krijgen; met mij leven zij in openlijke
-vijandschap en ik kan me niet begrijpen waarom. Denk je dat Hermelijn’s
-komst invloed heeft uitgeoefend op Dolly’s besluit? Akkeveen pocht er
-op, natuurlijk is zij in zijn achting gestegen, sedert ze mij
-beleedigde. Foei, wat een verachtelijke vent, voor geld zijn kind af te
-staan; zoodra Yolande er is, krijgt hij zijn briefje van ƒ 100, maar
-hij voelt geen vernederingen. Ik verlang naar het kind, zij is de
-eenige, die de Gérans aard verraadt, de andere zijn domooren en
-onbeduidende stijfkoppen.”
-
-»’t Komt misschien door haar naam.”
-
-»Ja, ik stond er op, dat zij dien familienaam zou dragen, maar nu spijt
-het me, ik dacht er niet om dat die dan voor goed zou gekoppeld zijn
-aan Akkeveen. Yolande Akkeveen, bah! ’t is een heiligschennis.”
-
-»Bij welken van zou uw mooie naam kunnen passen?”
-
-»Bij geen enkelen, daarom trouw ik niet. Ik heb mijn naam veel te
-lief.”
-
-»Corona Meijers, dat klinkt niet, ’t zou een reden zijn den resident te
-bedanken, daar hij u niet beter kan doen heeten. Corona Thoren van
-Hagen, dat is beter.”
-
-»Iteko!” riep Corona bloedrood uit, »aan alle scherts zijn grenzen, die
-man is.....”
-
-»U gevaarlijk!”
-
-»Altijd die waarschuwing, geef me toch je redenen op!”
-
-»Die mis ik nog steeds, ik vertrouw hem niet, dat is alles.”
-
-»Maar wat wil hij dan?”
-
-En zij dacht aan die woorden te midden van den storm.
-
-»Iteko, ’t is tijd voor de lessen, ga heen!” gebood zij plotseling, als
-om haar ondergeschikte weer den afstand tusschen hen beiden te doen
-gevoelen.
-
-Akkeveen was dien morgen reeds vroeg op het pad gegaan, hij vreesde
-zeker, dat zijn vrouw van plan zou veranderen.
-
-Een booze vreugde vervulde hem.
-
-Zijn doel was bereikt, Dolly wist nu wel, dat wanneer hij iets
-wenschte, zij slechts te gehoorzamen had, hij kon zijn doel bereiken,
-op welke wijze dan ook; nu zou hij haar ook spoedig weten te dwingen,
-haar moederlijk erfdeel op te eischen. Honderd gulden in de maand, dat
-was het gemis van het kind meer dan waard.
-
-»Corona moet maar zeggen, wanneer zij haar hebben wil,” sprak Dolly met
-pijnlijke kalmte, »misschien was het ’t beste, als Hermine haar meenam,
-aan haar is zij ten minste gehecht.”
-
-»Meer dan aan haar vader, een gevolg van je mooie opvoeding; maar
-Conrad komt haar vandaag halen en je begrijpt dat ik er niet op gesteld
-ben twee logés tegelijk te houden.”
-
-»Misschien zal Hermine nog een dag er bij willen voegen.”
-
-En zij ging naar haar schoonzuster, die juist wakker was geworden en
-vroeg of zij haar nog een dag gezelschap wilde houden.
-
-»Maar lieve Dolly, niets liever!”
-
-»’t Is de laatste dag, ik vind ’t heerlijk dat we dan samen blijven; ik
-heb mijn moed zoo noodig, ik moet dien sparen.”
-
-Zoo vertrok Akkeveen en liet de beide vrouwen achter; hij was nu hoog
-met Hermelijn ingenomen en dacht niets anders dan dat zij een invloed
-ten goede op Dolly uitoefende.
-
-Conrad was nog niet vertrokken.
-
-»Iteko zal wel voor Hermine’s reistoilet zorgen,” zeide Corona tot hem,
-»en ik begrijp niet, waarom je straks maar niet gaat. Een andere man
-zou verlangend zijn te weten, hoe zijn vrouwtje geslapen had, na zoo’n
-vreeselijk avontuur.”
-
-»Je weet er nog al wat van, hoe mannen zich voelen,” gromde hij, haar
-een norschen blik toewerpend.
-
-»Meneer,” zoo kwam Iteko dood onnoozel bij hem, »zou u eens willen
-zeggen wat ik mee moet nemen.”
-
-De eerste beweging van Conrad was haar te antwoorden dat hij niets wist
-van de kleeren zijner vrouw, maar bij nader inzien besloot hij haar te
-volgen naar de kamer, die Hermine met Kitty deelde, terwijl de heeren
-op Corona’s bestelling in de bijgebouwen waren gekwartierd. Iteko hield
-een amazonekleed in de eene hand en het gewone huiskleedje van
-Hermelijn in de andere.
-
-»Dat is alles, wat ik van mevrouw vind!” sprak zij, »blijft mevrouw nog
-een paar dagen dan moet ik ze wel beide inpakken, vindt u zelf niet?”
-
-»Paardrijden zal zij wel niet doen, pak dus dat andere kleedje dan maar
-in,” zeide Conrad vrij kortaf.
-
-»Gaat u er morgen heen, meneer?”
-
-»Ik denk het wel!”
-
-»O zoo, dan heb ik mij vergist, ik meen gehoord te hebben dat iemand
-met meneer Akkeveen meeging, dan zal het meneer Thoren van Hagen zijn.”
-
-»Gaat die naar Kaboelen?” vroeg Conrad, plotseling verbleekend.
-
-»Ik weet het niet mijnheer, ik weet het heusch niet! maar ik hoorde het
-hem gister avond juist zeggen tegen meneer uw Papa, dat hij graag
-meneer Akkeveen zijn huis zou willen bezoeken, u weet, ze zijn heele
-goede vrienden.”
-
-»Maar ik heb den heelen dag Thoren niet gezien!”
-
-»Niet, ô dan zal hij misschien van morgen reeds naar Kaboelen zijn
-gegaan; weet u er niets van? Ik denk dat mevrouw ’t met hem besproken
-heeft. Is ’t hoedje van mevrouw ook bedorven, dan zal ik dat Spaansche
-kanten doekje maar meenemen, dunkt u niet? Ik vind het erg aardig voor
-mevrouw dat zij hier midden in het gebergte een schoolkameraad heeft
-aangetroffen. En ’t is zoo’n net mensch, die meneer Thoren, juist
-iemand voor freule Corona, gelooft u niet?”
-
-Conrad gaf geen antwoord, hij liep de kamer op en neer. »’t Is niet om
-te verdragen,” mompelde hij, »’t kan zoo niet langer, ’t kan niet!”
-
-»Hoe gelukkig dat het mevrouw hier zoo goed bevalt,” zoo begon de
-lijmerige stem van Iteko weer, »ik was er anders bang voor, zoo’n echte
-Hollandsche vrouw!”
-
-»Was ze in Holland gebleven,” riep Conrad met een echt jongensachtige
-drift. »Iteko, ik weet dat je alles durft zeggen aan Corona, zeg haar
-dan dat ze mij en haar nicht diep ongelukkig heeft gemaakt, zoo
-ongelukkig als menschen het maar zijn kunnen.”
-
-»Maar meneer Conrad!”
-
-»Zeg niets meer! Hoor je, niets! Ik weet wat mij te doen staat, om haar
-van mij te verlossen! Maar die kerel zal haar niet krijgen, Sidin!”
-riep hij, naar buiten gaande, »zadel mijn paard!”
-
-»Wat moet dat beteekenen, Iteko, waarom rijdt Conrad weg?” vroeg Corona
-verbaasd.
-
-»Och juffrouw, meneer kreeg zoo’n verlangen naar mevrouw, hij
-verbeeldde zich, dat u de hand in ’t spel had gehad om haar tot een
-huwelijk over te halen en dat heb ik natuurlijk ontkend bij hoog en
-laag. En nu gaat hij haar afhalen, hij heeft de kleeren zelfs vergeten,
-ik mag ’t wel, zoo’n vurigheid in jonge lui.”
-
-»Gaat meneer Thoren van Hagen daar niet langs, ik wed dat hij van
-Kaboelen komt, nu ik ben in de tegenwoordige omstandigheden maar blij,
-dat hij er niet meer is.”
-
-»Zou je denken, dat hij er geweest was?” vroeg Corona.
-
-»Wel zeker, daarom heeft meneer Akkeveen uw schoonzuster te logeeren
-gevraagd.”
-
-Het viel Iteko op, hoe sprekend Corona thans op haar broer geleek,
-bleek en verwrongen van bitterheid.
-
-»O jalouzie,” schreef zij dien morgen in haar dagboek, »wat zou de
-wereld zijn zonder u. Ge zijt de machtigste hefboom, de koningin der
-wereld; laat hen de liefde daarvoor niet roemen, zij is niets zonder
-jalouzie. Jalouzie is haar schaduw, haar schijnbeeld, zij houdt de
-maatschappij aan elkander, zij vereenigt de vijanden en scheidt de
-echtgenooten. Jalouzie alleen wekt op tot groote daden en doet ons
-buiten ons zelf treden, zij helpt de machteloozen, de leelijken, de
-geteekenden, zooals ik, aan moed en lust om zich naast anderen te
-verheffen, die alle gaven bezitten om dat alles nutteloos te maken of
-in vloek te veranderen. Jalouzie, jalouzie waarom hebt ge geen dichter
-gevonden om u te verheerlijken, gij oppermachtige alleenheerscheres,
-eerste kracht die het heelal beweegt.”
-
-
-
-
-
-
-
-XXXIV.
-
-
-Conrad reed zoo snel als de bergachtige weg ’t hem toeliet naar boven;
-de haastige rit bracht zijn onstuimig bloed eenigszins tot bedaren, het
-was bijzonder koel en frisch na het onweer van den vorigen dag; en die
-kalmte deelde zich ook aan hem mede, maar het was de kalmte, die den
-storm volgt en wellicht een nieuwe uitbarsting voorafgaat.
-
-In de laatste nachten had hij niet geslapen, spijt en wroeging
-vervulden zijn ziel, onophoudelijk hield een gedachte hem bezig, met
-martelende eentonigheid.
-
-»Als ik anders tegen haar geweest ware in het begin, wie weet of zij
-mij dan niet lief had gekregen, terwijl zij thans naar Thoren van Hagen
-opziet als naar haar redder maar ik geef niets om haar liefde, niets.
-Zij heeft met hem gewandeld op den vulkaan, wat zei Guillaume ook? Maar
-ik kan er niets aan veranderen, ik zal met hem duelleeren als ik hem in
-Kaboelen vind; die gemeene Akkeveen, ik zal mij ook op hem wreken, één
-van ons zal sterven, hij of ik; als ik het ben, dan kan hij toch niet
-met mijn weduwe trouwen! Mijn weduwe...” herhaalde hij bij zichzelf met
-een soort van genot, gaf zijn paard de sporen en reed sneller en
-sneller voort.
-
-Hij had den weg reeds meer dan half afgelegd, toen een Javaan op zijn
-klein vlug paard gezeten hem tegemoet kwam; zoodra hij Conrad herkende,
-stapte hij af, zette zich met de beenen kruiselings op den grond neder
-en boog het hoofd op zijn samengevoegde handen.
-
-Conrad herkende Sariman, Akkeveen’s huis- stal- en tuinjongen.
-
-»Wat is er Sariman?” hij wist niet waarom hij zoo koud en angstig werd.
-
-»Ik ben gezonden naar den dokter, nonna is hard ziek.”
-
-»Wat zeg je, njonja, mijn njonja?”
-
-Een vreeselijk voorgevoel maakte zich van Conrad meester; ’t kon wezen,
-wat Corona had gezegd, zijn vrouw ondervond de treurige gevolgen van
-het avontuur in den vulcaan.
-
-»Ik vraag u verschooning,” was het kalme, afgemeten antwoord, »’t is de
-kleine nonna, die onwel is en mevrouw heeft mij gezonden om mijnheer te
-waarschuwen en den dokter te halen.”
-
-»Nonnie ziek, het oogappeltje van Dolly!” hij gevoelde er behoefte aan,
-zijn arme zuster bij te staan.
-
-»Rijd spoedig naar beneden, Sariman en zeg den dokter, dat hij
-onmiddellijk komt, ik ga naar mijn zuster.”
-
-»Dan is er tenminste een man t’huis,” sprak de trouwe bediende, terwijl
-hij het paard eenige schreden verder leidde om daar te kunnen
-opstijgen. Conrad reed door, maar keerde zich plotseling om.
-
-»Sariman?” vroeg hij met verstikte stem, »is er geen bezoek op
-Kaboelen, is er niemand geweest, mijnheer Thoren, dien je wel kent?”
-
-»Neen meneer, niemand; van morgen is onze toewan vertrokken en dadelijk
-is Nonnie zoo akelig beginnen te hoesten, ik heb hier een brief van uw
-njonja aan den toewan dokter.”
-
-»Goed, maak haast!”
-
-»Zou dat ellendige wijf mij bedrogen hebben,” dacht Conrad, »of zijn ze
-allen medeplichtig, zelfs Sariman?”
-
-Hij dreef zijn paard voort; waar loopen gemakkelijker viel, steeg hij
-af en klom vlug als een eekhoorn, de bergruggen op; eindelijk zag hij
-het eenvoudige atappen dak van Akkeveen’s woning en ’t eerst Hermelijn,
-die op het hooren van den hoefslag in de voorgalerij verscheen.
-
-»O Conrad, Goddank, dat je er bent! Die arme Nonnie! ’t is de croup, ik
-heb geholpen, wat er te helpen viel. Een van mijn broertjes heeft het
-ook gehad, maar ach, ’t is zoo erg.”
-
-Conrad voelde zich vreemd te moede; om een soort van Othello-scène te
-maken was hij gekomen en hij werd geroepen aan het bed van een ziek
-kind.
-
-»Waar is Dolly?” vroeg hij zoo norsch mogelijk.
-
-Hermelijn voelde dat hij hun verhouding weer afbakende, en antwoordde
-hem ijskoud:
-
-»Bij het zieke kind natuurlijk, kom je mee?”
-
-In de slaapkamer zat de arme moeder met het akelig blaffende kind op
-den schoot. Yolande’s lief gezichtje scheen blauw van benauwdheid, haar
-oogen stonden akelig, star en stijf; haar kleine vuistjes waren kil en
-krampachtig in elkaar gedrukt.
-
-»Dag Conrad,” zei Dolly met pijnlijke bedaardheid, »je had niet gedacht
-hier zoo aan te komen.”
-
-»Kan ik iets doen?” vroeg hij met verstikte stem.
-
-»Vraag Hermine, zij alleen weet het. Als ik haar niet had....”
-
-Er was weinig te doen, zoo bitter weinig, Hermelijn bracht eenige
-verlichting aan in afwachting dat de dokter kwam. Intusschen trachtte
-zij de beide jongentjes tot bedaren te brengen, suste den jongste,
-speelde met den oudste, al brak haar hart; Conrad knielde naast Dolly
-en trachtte de kleine meid tot bewustzijn te wekken.
-
-»Oom,” fluisterde zij tusschen twee hoestbuien, »oom Conrad, waar is
-tante?”
-
-Dolly moest haar jongste helpen, dat om voedsel schreide. In dien tijd
-nam Hermelijn het zieke kind op den schoot.
-
-»Houd haar bezig,” fluisterde zij haar man toe, »zij mag niet slapen.”
-
-Conrad knielde voor haar neer, speelde met haar poppen alleen om haar
-aandacht te wekken, maar haar oogjes vielen telkens toe, terwijl haar
-akelig benauwd hoesten onophoudelijk weerklonk.
-
-Om de vijf minuten gaf Hermelijn haar een lepeltje van de door haar
-bereide medicijnen in; haar bewegingen waren zoo zeker, er lag zulk een
-geruststellende kalmte in haar geheel optreden dat zelfs Conrad naar
-haar opzag als naar de eenige, van wie redding en hulp kon komen.
-
-»Zou er hoop zijn?” vroeg hij fluisterend.
-
-»Als de croup niet te laag zit. Ik moet bloedzuigers hebben, zou je de
-jongens er niet om uit kunnen zenden?”
-
-Conrad stond dadelijk op en ging naar de bijgebouwen, waar hij
-Javaansche kinderen naar de sawahs stuurde om de dieren te zoeken; ’t
-was of hij nog in een droom verkeerde. Hij was hier gekomen om te
-dooden, te duelleeren, hij wist zelfs niet wat, en nu moest hij met
-zijn vrouw een menschelijk wezentje aan den dood betwisten.
-
-Er gingen eenige uren om vol angst en schrik en spanning; ’t was of het
-hoesten minder benauwd klonk, of de kleine ruimer adem haalde.
-
-»O Hermine, Hermine, hoe zal ik je ooit danken,” riep Dolly.
-
-»Bedaard, zusje! Ik weet niet of het gevaar geweken is. Als de dokter
-komt....”
-
-»Ik wilde dat de dokter niet kwam, ik stel meer vertrouwen in jou dan
-in hem!”
-
-Daar kwam een reiswagen aanrollen.
-
-»O hemel, wie komt er nu weer aan?” zuchtte Dolly en haar zucht was
-niet zonder oorzaak geweest, want er stapten uit haar man, de dokter,
-Corona, Iteko en nog een baboe.
-
-»Ook een mooie manier om te troosten,” bromde Conrad, »zoo vol beladen
-aan te komen.”
-
-De dokter was een bejaard Duitscher, die als officier van gezondheid
-was »uitgekomen”, later zijn ontslag gevraagd en zich in Soekarenga
-gevestigd had; hij had veel praktijk omdat er uren ver in de rondte
-geen mededinger te duchten was, maar overigens was het vertrouwen in
-hem niet bijster groot; hij had zijn eigen begrippen, waarvan niets hem
-kon afbrengen; alles voerde hij op tot in het overdrevene. Zoo was hij
-de inderdaad niet verwerpelijke meening toegedaan, dat niets voor het
-oppassen der zieken dienstiger is dan dat de omstanders hun kalmte en
-bedaardheid behouden, daarom wilde hij tot geen prijs hen agiteeren,
-maar de weg, dien hij tot dat doel insloeg, was een geheel verkeerde.
-
-Hij vertoonde zich doodkalm, over niets ongerust, altijd glimlachend en
-tot het einde ontkennend dat er gevaar was, daarbij volstrekt niet
-haastig, steeds zijn voorschriften afwisselend met de onnoozelste
-praatjes, zonder te willen begrijpen, dat deze wijze van handelen den
-patiënt en zijn familie tot de uiterste graden van zenuwachtigheid en
-ongeduld bracht.
-
-Met Corona leefde hij sinds jaren in aanhoudenden oorlog, die zich in
-eindelooze schermutselingen openbaarde; dat was dan ook de reden
-geweest, waarom zij dien morgen de hut van Djario zoo snel had
-verlaten; eens had zij zelfs een jongen dokter weten over te halen den
-militairen dienst te verlaten en zich geheel te wijden aan de
-behandeling der de Gérans en hun onderhoorigen.
-
-Het huis bij ’t meer Ngaroe was voor hem gebouwd; wat er nu volgde
-scheen een duistere bladzijde in Corona’s levensboek te vormen; zij
-sprak er liefst niet over. De menschen fluisterden van een dollen
-hartstocht, dien de jonge man voor zijn schoone beschermster had
-opgevat, dien zij eerst min of meer had aangemoedigd om hem later te
-bespotten; hoe ’t ook zij, de arme Bremmers, aan wien zij haar beruchte
-medicijnen-kist dankte, had in het meer zijn dood gevonden, opzet of
-toeval, niemand wist het, maar na dien tijd beproefde Corona niet meer
-dokter Altorff’s praktijk te dwarsboomen en stond haar onderdanen met
-weerzin toe gebruik te maken van zijn diensten.
-
-Toen Sariman met Hermelijn’s briefje kwam, dacht zij dat de dokter wel
-vooruit zou rijden, maar hij antwoordde onveranderlijk kalm:
-
-»Liebe Fräulein, aber dat kann ja niet! Ik durf het niet doen; dat
-angstigt de arme moetter te veel. Als u er heen vaart, kom ik mit, dat
-is beter.”
-
-Corona nam natuurlijk haar rechterhand, Iteko, mede, en nog een meid;
-Akkeveen gaf den dokter gelijk.
-
-»Och, ’t zal een verkoudheid zijn, niet meer. Die twee vrouwen maken
-mekaar gek met die malle drukte. ’t Zou al heel toevallig wezen als
-Nonnie wat mankeerde en ’t erg was, juist nu Hermine er is.”
-
-Maar toen Conrad hen met een bezorgd gezicht tegenkwam, en zeide dat
-het zeer bedenkelijk was, raakte hij ook een weinig uit de plooi en
-ging dadelijk naar de ziekenkamer.
-
-»Laat ze niet allen binnenkomen. Ik heb alleen om den dokter gevraagd,”
-zeide Dolly.
-
-De dokter kwam, gevolgd door Corona, die Iteko voorloopig buiten had
-gelaten; haar mocht men toch de ziekenkamer niet ontzeggen.
-
-»Hoe is ’t met je, Dolly?” vroeg zij deelnemend, »wat heb ik je
-beklaagd, zoo alleen met dat zieke kind.”
-
-»Ik had Hermine,” antwoordde zij eenvoudig.
-
-»Dokter,” sprak Hermelijn, »ik heb ’t een en ander gedaan...”
-
-Zij wilde hem alles uitleggen, maar hij viel haar in de rede.
-
-»Bedaard, mevrouwtje, bedaard! Kalmte alleen helpt. Laat eenmaal zien!
-Kom hier, kleine Fräulein! Wat heeft u een ongeluk gehad darüber op den
-berg!”
-
-»Och dokter, kijk liever naar het kind.”
-
-»Gewis, gewis, daarvoor kom ik, ja! En was u niet erg besturzt?”
-
-»Kom dokter! Geen praatjes,” beval Corona, »en zeg wat er van is.”
-
-»Immer dieselbe, Fräulein, immer!”
-
-En zoo ging het voort terwijl de drie dames hem onophoudelijk
-aanzetten, waardoor hij steeds treuzeliger werd.
-
-Voor Hermelijn’s behandeling had hij slechts lof.
-
-»Met uw medicijnkist,” voegde hij er boosaardig bij, zich tot Corona
-wendend, die vuurrood werd van toorn, »had u het kind freilich niet zoo
-lang in leben gehouden!”
-
-Hij had steeds een kleine handapotheek bij zich en begon uit te leggen
-hoe veel het verschilt, als een dokter zulke dingen hanteert of een
-leek en droeg Hermelijn alles op, wat voor de zieke gedaan moest
-worden, gedurende den nacht; hij kon onmogelijk overblijven, want
-»beneden” had hij nog een paar zware kranken.
-
-»’t Schijnt dat ik hier te veel ben,” zei Corona, »Dolly, ik heb Iteko
-meegebracht, om je met de kleinen te helpen; ik blijf natuurlijk hier
-en zij ook.”
-
-»’t Is goed Corona, ik dank je wel,” antwoordde Dolly weemoedig; het
-vonkje hoop, dat haar straks bezield had, was vervlogen, de
-benauwdheden der kleine namen meer en meer toe.
-
-»Maatje, zend Non niet weg!” fluisterde zij.
-
-»Neen mijn engel, neen! Als Onze Lieve Heer je aan mij laat,”
-antwoordde Dolly, haar hartstochtelijk aan het hart drukkend, »blijf je
-bij Mama.”
-
-»Is paatje nog boos?” vroeg zij half onhoorbaar.
-
-Akkeveen kwam nader en streek haar langs het gloeiende kopje.
-
-»Papa is niet boos geweest, Non,” zeide hij met grove stem, »word maar
-gauw beter!”
-
-»Sedert dat zij dokter’s medicijnen gebruikt, wordt zij erger,”
-mompelde Dolly, »ik vergis mij niet!”
-
-»De croup zit te laag, vrees ik!” zeide Hermelijn.
-
-Het waren vreeselijke uren, die volgden; Corona bestelde alles in huis,
-Akkeveen ging op en neer in de voorgalerij, soms vragend hoe het met de
-zieke ging. Iteko trachtte de andere kinderen stil te honden maar deze
-gilden het uit, zoodra zij het monstertje zagen.
-
-»We zullen ze naar het groote huis zenden,” besliste Corona, »hier
-brengen zij nog maar meer drukte en verwarring.”
-
-Maar nauwelijks had Dolly iets van dit plan gehoord of zij verzette er
-zich met kracht tegen.
-
-»Neen, ik sta geen van mijn kinderen meer af. Ik ben er genoeg voor
-gestraft,” en hoe dwaas en onredelijk Corona dit ook vond, er viel
-niets aan te doen; zij was zeer onrustig, en de werkeloosheid, waartoe
-zij zich veroordeeld zag, maakte haar nog prikkelbaarder.
-
-Conrad en Hermelijn waren vereenigd in hun liefdewerk, beiden schenen
-Dolly onmisbaar en haar, die zooveel verstand had van zieken, kon men
-missen. Welk een ander figuur maakte Hermelijn bij dit ziekbed dan zij
-bij dat van Djario!
-
-»Conrad,” fluisterde zij hem in, terwijl hij een paar Spaansche vliegen
-toebereidde, »weet je ook of Thoren van Hagen er van morgen geweest
-is?”
-
-»Ze hadden wel wat anders te doen dan visites ontvangen,” antwoordde
-hij barsch.
-
-Den volgenden morgen was er reeds een groote verandering in de arme
-kleine Nonnie te bespeuren, haar lieve oogjes stonden dof en
-vertrokken, haar wangen waren blauw, haar borstje, door de bloedzuigers
-uitgezogen, was met bloed bedekt en haar halsje ruw van de Spaansche
-vliegen.
-
-»Maatje, zoo benauwd,” kermde zij zacht; het waren haar laatste
-woorden; koud zweet parelde op haar voorhoofd, zij begon te hikken en
-te kreunen en zoo vond haar de dokter bij zijn bezoek.
-
-»Dokter,” voegde Hermelijn hem zacht toe, »ik heb er u gisteren reeds
-over gesproken. Durft u de operatie niet wagen, die zij in Europa met
-veel succes op de croup beproeven? ’t Spreekt van zelf, dat u bijstand
-uit Samarang moogt laten komen.”
-
-»Mevrouwtje begrijpt, dat als ik een patient behandelen durf, ik voor
-alles verantwoordelijk blijf. Maar het gaat ja goed!”
-
-Van daag bleef de dokter den geheelen dag; de oude heer scheen hem de
-les te hebben gelezen; tegen den middag sprak hij er van, een telegram
-naar Samarang te sturen.
-
-Corona, die voelde dat zij en haar adjudant hier eigenlijk te veel
-waren, besloot met haar te vertrekken; de kinderen in het groote huis
-waren al zoo lang zonder toezicht; ook kon zij te Soekarenga beter
-zorgen voor geneeskundige hulp.
-
-»Corona, ik behoef haar niet meer aan je af te staan,” sprak Dolly met
-een bitteren lach.
-
-»O Dolly, ’t is de groote vraag, alle hoop is nog niet vervlogen. Ik
-zal Dr. X. laten komen en je zult zien dat hij de operatie waagt.”
-
-»Neen, ’t kan niet meer. Hermelijn had haar kunnen redden, misschien.”
-
-Zoo vertrokken de beide dames en haar vertrek was een ware verlichting;
-Conrad nam Iteko nog even ter zijde:
-
-»Juffrouw! Ik heb nog iets met u af te rekenen. Je hebt gelogen,
-schandelijk gelogen!”
-
-»Och meneer, een mensch kan zich vergissen! U was net weg toen ik het
-merkte. ’t Is toch van achteren beschouwd maar goed, dat u naar boven
-is gegaan, vindt u zelf niet?”
-
-Corona was nog geen half uur weg, toen de kleine zich onrustig begon
-uit te rekken, even sloeg zij de lieve oogjes op; toen greep een
-geweldige benauwdheid haar aan, Dolly stond op en liep radeloos met
-haar op en neer.
-
-»Mijn engel, mijn Nonnie, verlaat je arme moeder niet! O God, laat haar
-mij!” smeekte zij, het kind vurig aan haar hart drukkend. Helaas! ’t
-was slechts een levenloos lichaam, dat zij omklemde, door het zieltje
-reeds ontvloden.
-
-Akkeveen werd zenuwachtig en begon luid misbaar te maken toen Hermelijn
-bleek en ontdaan hem de treurmare bracht; Conrad sloop dadelijk naar
-zijn zuster, die met haar dood kindje nog op den schoot zat, versteend
-als een Niobe.
-
-»Dolly, lieve Dolly! hoe kan het zijn?” snikte hij, en toen Hermelijn
-binnenkwam, zag zij haar man naast de zwaar beproefde vrouw zitten met
-zijn armen om haar heen, zoo innig deelnemend, zoo teeder troostend als
-zij niet had kunnen vermoeden, dat hij ooit doen kon; het was de
-norsche, onvriendelijke Conrad niet meer, dien zij te goed kende.
-
-»Zoo is hij alleen tegenover mij!” dacht zij vol bitterheid, maar zich
-reeds onmiddellijk over die gedachte op zulk een oogenblik schamend.
-Zij ook trachtte Dolly tot het bewustzijn te brengen dat het kind haar
-kort leven geëindigd had.
-
-»Ik heb ze afgestaan,” zeide Dolly eindelijk, »ik mag niet klagen. ’t
-Is nog beter aan God, dan aan Corona. Ik ben gestraft!”
-
-Zij legde haar op het bedje neer en begon met ijzige kalmte het lijkje
-te ontkleeden; zij vroeg Hermelijn water en reukwerk om haar af te
-wasschen.
-
-»Maar Dolly, dat zullen wij wel doen!” riep Conrad.
-
-»Neen, haar moeder alleen mag haar aanraken voor het laatst,”
-antwoordde zij. Akkeveen kwam bij zijn vrouw en wilde haar omhelzen.
-Zij weerde hem bedaard af.
-
-»Nu zal zij je geen ƒ 100 ’s maands meer opbrengen, Akkeveen!” sprak ze
-met snijdenden spot; ieder voelde dat de ramp inplaats van toenadering
-slechts meerdere scheiding tusschen de echtgenooten zou aanbrengen.
-
-Hij deed of hij haar niet verstond; Dolly bleef onnatuurlijk kalm, zij
-kleedde het kind in ’t wit, bestrooide haar met bloemen, vlocht zelf
-een kransje in elkander van witte rozeknopjes en melati’s en legde haar
-die om het donkere kopje, dat nu allengs zijn gewone uitdrukking terug
-kreeg.
-
-Toen brak Dolly’s moed; zij zonk voor het bedje neer, begroef haar
-gelaat in de bloemen en snikte het uit:
-
-»’t Is niet waar, ’t is niet waar;” gilde zij, »mijn eenig geluk!
-Waarom moet ik zoo lijden en anderen niet. O God, waaraan heb ik ’t
-verdiend? Deed ik dan niet altijd mijn plicht?”
-
-Eindelijk gelukte het Hermelijn haar weg te voeren naar een andere
-kamer.
-
-»O Hermine, blijf bij mij, verlaat mij niet!” smeekte zij, »je hieldt
-zooveel van haar en zij ook van jou. ’t Is vreeselijk, ik kan, ik wil
-niet meer leven zonder mijn Non! Ik heb niet genoeg van haar gehouden,
-ik heb niet goed op haar gepast. Ze hoestte reeds een paar dagen lang
-en ik had er niet op gelet. Je hebt er mij ’t eerst over ongerust
-gemaakt; als de dokter niet gekomen was, dan zou ze nog leven en beter
-zijn geworden!”
-
-Hermelijn liet haar uitbarsten, zij wist dat elk woord, in deze
-oogenblikken uitgesproken, werkt als de druppel koud water op de
-gloeiende plaat; dat de wanhopige voor elke troostreden met
-onbegrijpelijke scherpzinnigheid, honderd ontzenuwende woorden gereed
-heeft, dat zij slechts aan één ding behoefte had, haar smart uit te
-weenen en te rusten aan een deelnemend, medevoelend hart.
-
-Hermelijn dacht aan mevrouw van Diteren, die ook zoo menigmaal haar
-verdriet aan haar oor toegefluisterd, op haar borst uitgeschreid had;
-’t scheen of er van haar omhelzingen een bedarende werking uitging,
-want de afgetobde vrouw werd kalmer en kalmer; zij liet haar uitgeput
-hoofd rusten in Hermine’s armen en viel moegeweend in een gerusten
-slaap.
-
-Zachtkens legde Hermelijn haar op de kussens van den divan neer en
-verliet toen zacht het vertrek om zich met Conrad bij de kleine doode
-op te sluiten.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXV.
-
-
-Volgens Indisch gebruik zou reeds den volgenden morgen vroeg de
-begrafenis plaats hebben; te midden der koffietuinen bevond zich het
-familie-graf der Gérans.
-
-Reeds vroeg in den ochtend reden de reiswagens naar boven; alle
-familieleden waren tegenwoordig en nog verscheidene belangstellenden
-uit de hoofdplaats vergezelden hen.
-
-Daar was de oude heer, deftig als een Fransche markies uit het oude
-régime, de magere August, die ’t altijd van de zwakke Yolande had
-gedacht; Akkeveen gaf immers zijn vrouw geen geld genoeg om de kinderen
-te voeden, neen dan liet hij Poppie anders voor de hunnen zorgen.
-Guillaume was zeer gevoelig en schreide als een kind, toen hij zijn
-zwager, die zich buitengewoon goed hield, de hand drukte; Portias beet
-op zijn langen knevel, Kitty vergezelde hem troosteloos, als moest zij
-al haar tranen in eens vergieten, Corona bleef statig en bedaard, maar
-men kon zien dat zij zwaren strijd voerde om de onrust, die haar
-vervulde, te verbergen; zij voelde zich op nieuw vernederd door
-Nonnie’s dood, zooals zij zich in den laatsten tijd telkens had
-gevoeld; niemand had haar noodig, niemand scheen behoefte aan haar te
-hebben. Iteko had zij naar huis gezonden.
-
-Ook Thoren van Hagen kwam mede; hij reed met de broers. Corona, die met
-Kitty, Portias en haar vader in een rijtuig was gekomen, had geen
-gelegenheid hem te zien of te spreken. Dolly sliep toen zij
-binnenkwamen.
-
-»Laat haar gerust slapen,” beval Corona, »op het oogenblik der
-begrafenis.”
-
-»Papa,” zeide Hermelijn, »ik heb Dolly beloofd, toen zij van nacht
-wakker was, dat ik haar zou wekken als het tijd werd, op die voorwaarde
-alleen is zij rustig gaan slapen. Mag ik haar wekken?”
-
-»Vraag het Akkeveen, ik wil niet beslissen,” sprak de Géran.
-
-»Neen, neen, dan begint het weer! Waarvoor dienen al die
-overgevoeligheden, ik hou daar niets van, ’t is al een beroerde boel
-genoeg,” bromde hij.
-
-»Akkeveen heeft gelijk, ’t zal haar te veel aandoen,” meende Corona;
-voor ’t eerst waren zwager en schoonzuster het eens.
-
-»Zij zal zich goed houden, ze heeft het mij beloofd,” verzekerde
-Hermelijn, »maar laat mij haar wekken.”
-
-»Och, wat bemoeit ge je ook met alles. Je hebt hier al genoeg te
-bestellen; ’t is of er niets zonder jou kan klaar komen; van het eerste
-oogenblik heb je hier een toon aangenomen, die niet te pas komt. Ik had
-behoefte het je te zeggen; je bemoeizucht wordt alleen geëvenaard door
-je pretentie en als je niet begonnen was met dat kind te knoeien, wie
-weet of dan niet...”
-
-»Dat lieg je!” barstte Conrad plotseling bleek van toorn uit, »de
-dokter heeft zelf verklaard, dat alles wat zij gedaan heeft, uitstekend
-was en als hij dadelijk haar raad had gevolgd of jij, die hier alles te
-bevelen wilt hebben, waart haar bijgebleven, wie weet dan of de ziekte
-niet overwonnen was.”
-
-Hermelijn, die gebloosd had van verontwaardiging bij Corona’s bitter
-verwijt, keerde zich met stralende oogen naar haar man; zij wist niet
-of zij waakte dan wel droomde, hij verdedigde haar met een vuur, zooals
-zij ’t nog nimmer van hem had ondervonden.
-
-»Stil kinderen, stil! De plaats is te heilig voor zulke woorden,” beval
-de vader met gebiedenden blik. »Als Dolly moet gewekt worden, zal
-Akkeveen het wel doen.”
-
-»Ik had van jou zoo’n warme verdediging niet verwacht voor de tottok,
-die je toch uitlacht,” beet Corona haar broer toe.
-
-Hij keerde zich om met minachtend gebaar.
-
-De begrafenis had plaats zonder dat Dolly wakker werd; de stoet
-kronkelde reeds sinds lang omlaag door de gewelfde lanen van
-neerbuigende boomtakken, waar, kleine acrobaten gelijk, de vogeltjes
-stoeiden en dartelden in hun goud-, robijn- en saffierkleurig kleed; de
-bloemen vielen op het witte kleed, dat de kleine baar dekte. Zoolang
-mogelijk had men gereden, maar toen de weg te moeilijk werd, stapten de
-heeren uit en volgden het kistje naar de stille plek, door ruischende
-bamboestruiken omringd, die hun geheimzinnig eeuwig lied murmelden
-rondom de monumenten, wier witte gedaanten zich ophieven tegen het
-zachte, wegsmeltende groen der buigzame stammen.
-
-Toen Dolly ontwaakte, was haar eerste vraag:
-
-»Zijn ze gekomen?”
-
-»Bedaard, lieveling!” sprak Corona zoo zacht en teeder als zij
-vermocht, »’t moest eens immers gebeuren!”
-
-»Wat is er gebeurd? Is ze weg? Waar is Hermine, zij had beloofd mij te
-wekken. Je hebt haar weggezonden, Corona, je ontneemt mij alles, je
-hebt mij mijn lief kind misgund, nu beroof je mij van mijn zuster, mijn
-vriendin!”
-
-»Ik zal haar roepen,” zei Corona dof, »maar Dolly, ben ik je eigen
-zuster niet, waarom is Hermelijn je meer, zij een vreemde!”
-
-Kitty kwam binnen en nam Dolly in de armen, zij liet zich door haar
-omhelzen maar herhaalde telkens:
-
-»Ze hebben mij bedrogen! Ze hebben het altijd op mijn kind voorzien,
-allen, allen! Niemand gunt mij iets!” En zij brak los in een storm van
-hartstocht en woede, zooals Indische vrouwen die kunnen ontwikkelen;
-niets baatte, men moest Hermelijn, die even ingesluimerd was, roepen.
-Zij knielde bij de razende vrouw neer en fluisterde haar teeder toe,
-maar niets baatte nog, geen liefkoozingen, geen beroep op Dolly’s
-godsdienstige gevoelens, geen herinnering aan hare andere kinderen.
-
-Eindelijk viel zij uitgeput neer; hevige koorts greep haar aan en
-beurtelings lachte en schreide zij, wees ieder af, behalve Kitty die
-zij duldde en Hermelijn om wie zij telkens riep.
-
-Corona stond alleen, ieder spande tegen haar samen, en zij had toch
-zulk innig medelijden met Dolly; zij hield waarlijk veel van Yolande en
-voelde spijt, bitteren spijt zonder het zich zelf te bekennen over haar
-aandringen om het kind af te staan. Toen de begrafenisstoet
-terugkeerde, vonden zij Dolly in een treurigen toestand, die Hermelijn
-in het gelijk stelde.
-
-»Hadden we haar maar gewekt,” zeide de oude heer.
-
-»Dan hadden we nog meer spektakel gezien.”
-
-»Zij had dan niemand iets te verwijten gehad,” meende Portias.
-
-Alleen enkelen kwamen weer, de meesten, waaronder de vreemden, waren
-teruggekeerd naar de hoofdplaats.
-
-Tegen den avond wilde ook de heer de Géran vertrekken.
-
-»Blijf je nog, Corona?” vroeg hij.
-
-»Neen papa, ik heb hier niets te doen,” antwoordde zij scherp.
-
-»En Kitty?”
-
-Het gezicht van Akkeveen verried genoeg, hoe bezwarend hij de
-aanwezigheid van vele logés vond.
-
-»Wij gaan ook mee,” sprak Portias.
-
-»Evenals ik,” zei Conrad.
-
-»Je vrouw is de eenige, die met haar overweg kan; je zult mij pleizier
-doen te blijven.”
-
-»Maar morgen moet ik naar huis. Ik ben er lang genoeg vandaan!”
-
-»Zooals je verkiest, als Hermine maar niet meegaat.”
-
-»Dat moet zij weten!”
-
-Zoo bleven dan Conrad en Hermelijn alleen bij de beroofde ouders; de
-reiswagens verdwenen, het licht der fakkels, door de loopers gezwaaid,
-flikkerde door het geboomte, de vonken spatten weg tusschen het groen,
-en diepe duisternis omhulde weldra het huis, waaruit dien morgen het
-helderste licht was weggedragen.
-
-Toen na een onrustigen slaap Dolly den volgenden morgen ontwaakte, zag
-zij met starende oogen voor zich uit, als ontbrak haar alle bewustzijn
-en alle herinnering aan het gebeurde. Hermelijn, die bij haar had
-gewaakt, kwam met haar oudste jongetje op den arm voor haar bed staan,
-zij wilde of kon het niet opmerken; wezenloos bleef zij voor zich uit
-zien.
-
-Akkeveen kwam haar bezoeken; zij rilde even maar sprak niets, geen
-voedsel of drank wilde zij gebruiken op Hermelijn’s dringende beden;
-zoo bleef zij uren lang.
-
-»Dolly,” fluisterde Hermelijn. »Ik wil je iets laten zien, je moet mij
-zeggen, of het gelijkt en wat er aan ontbreekt.”
-
-Vragend zag zij op terwijl Hermelijn een portefeuille opensloeg en haar
-een teekening toonde, het welgelijkende portret der kleine Nonnie, met
-haar sprekende zwarte oogjes en het bloemkransje op ’t haar.
-
-»Vind je dat het gelijkt, Conrad heeft het op mijn verzoek geteekend.”
-
-»O Hermine,” en snikkend viel de arme vrouw in de kussens terug en gaf
-zich nu aan een natuurlijke droefheid over.
-
-Hermelijn verliet haar geen oogenblik; het portret moest voor haar
-blijven staan; ’t was het eenige, wat zij van haar behield en de
-krulletjes, die Hermelijn had afgeknipt.
-
-»Je hebt aan alles gedacht, ik dank je!” zuchtte zij.
-
-Zij lag kalm, hoewel zielsbedroefd en vroeg eindelijk naar haar man.
-
-»Akkeveen,” sprak zij toen hij binnenkwam, »als ik je misschien iets
-bitters gezegd heb, vergeef ’t mij! Ik wist niet wat ik zei; ’t had
-niet veel gescheeld of ik was krankzinnig geworden. Zij heeft mij
-gered! Zie, wat ze mij bracht.”
-
-Ook Akkeveen was diep ontroerd, toen hij de teekening zag.
-
-»Heb je daarom je bij haar bedje opgesloten, Hermine, we zullen je
-altijd dankbaar blijven,” sprak hij, haar de hand drukkend.
-
-Tegen den middag keerde Conrad naar huis terug; een koortsachtige
-spanning dreef hem weg; wat het was kon niemand vermoeden, Hermelijn
-bleef natuurlijk. Dolly kon en wilde haar nog niet missen.
-
-Hij nam afscheid van zijn zuster, die juist alleen was.
-
-»Conrad,” zeide Dolly hoog ernstig, »waardeer toch goed wat voor schat
-je in Hermine bezit! Ik geloof niet dat zij gelukkig is.”
-
-»Ben ik het dan?” vroeg hij bitter.
-
-»Dan heb je het aan jezelf te wijten; het leven is zoo vol ellende en
-verdriet, dat we door onze eigen schuld geen oogenblik van geluk mogen
-laten verloren gaan. Waarom ben je niet gelukkig, Coen?”
-
-»Omdat.... omdat zij mij uitlacht en bespot!”
-
-»Zij, o foei Conrad! schaam je!”
-
-Juist trad Hermelijn binnen en Conrad wilde heengaan.
-
-»Dag Hermine,” zei hij en gaf haar verlegen de hand.
-
-»Dag Conrad,” en zij drukte die; toen ging hij snel heen.
-
-»Je moet me alles vertellen, Hermine,” fluisterde Dolly, »misschien kan
-ik er iets aan doen; ’t mag zoo niet blijven.”
-
-»Niemand kan het veranderen, niemand!” was het moedelooze antwoord, dat
-Dolly door de reeds zoo verwonde ziel sneed.
-
-Reeds daags daarop stond zij op en deed haar gewone werk, zij streefde
-er naar, niet om weer zichzelf te zijn, maar om dat te blijven, waartoe
-zij zich met alle krachtsinspanning had opgewerkt.
-
-Zij deed haar gewone bezigheden, verzorgde haar kinderen, opende het
-kastje met de kleertjes van de lieve, kleine afwezige, en sloot daar
-alles in weg, haar poppen, haar speelgoed, haar kleertjes; soms werd de
-aandoening te machtig, en dan liet zij haar tranen vloeien op de
-geurige kleertjes, op de voorwerpen, die nog den indruk bewaarden van
-haar thans verstijfde vingertjes.
-
-»Ik sluit alles weg, ik wil niets meer van haar zien dan haar portret,”
-zeide zij tot Hermelijn, »’t maakt mij zwak en ik moet sterk wezen om
-mijn plicht te doen.”
-
-»Altijd plicht, o Dolly, wat is dat koud,” sprak de jongere zuster
-huiverend en onwillig.
-
-»Wat blijft er over als alles heengaat? Wat zouden we zijn zonder
-plichten! God heeft het beschikt dat ik Nonnie moest missen. Hij weet
-ook waarom! Hier zou zij bedorven zijn, bij Corona was zij misschien
-ook overleden, verre van mij, en toch, ik kon niet anders handelen, ik
-kon niet! Zij is goed bewaard bij de engelen, haar zusjes.”
-
-Zij snikte, maar zonder wanhoop of woeste smart.
-
-»Als ik geen andere kinderen had, zou ik bidden dat ik spoedig bij haar
-mocht komen want het leven is niets dan last, maar nu mag ik het niet.
-Ik wil mijn jongetjes niet alleen laten. Ik hoop dat Corona hun vader
-niet meer in de verleiding brengt. En daarom moet ik sterk zijn en mag
-mij niet meer aan mijn droefheid zoo overgeven als dien ochtend.”
-
-»Dolly je leert mij veel!” zeide Hermelijn diep ontroerd. »Ik geloof ’t
-ook, plichtsvervulling alleen geeft ons kracht, maar ach, ik heb geen
-plichten.”
-
-»En tegenover je man!”
-
-Toen verborg Hermelijn het gelaat aan Dolly’s borst en bekende haar
-alles.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXVI.
-
-
-Conrad was in dolle vaart naar zijn huis gerend; één denkbeeld alleen
-hield hem bezig; hij herinnerde zich dat in een hoekje van zijn
-lessenaar ongeopende brieven lagen, door Hermelijn aan hem geschreven;
-het waren er slechts enkele. De meeste had Iteko onderschept, daar zij
-vreesde dat het bedrog zou uitkomen als Hermelijn brieven beantwoordde
-die Conrad nimmer geschreven had; deze waren hem in handen gevallen,
-hij had ze niet geopend maar slechts bewaard. Nu smachtte hij er naar,
-ze te lezen.
-
-Zonder zich uit te kleeden, stak hij de lamp op, nam de elegante
-enveloppen in de handen, bezag ze van alle zijden en verbrak toen de
-zegels.
-
-Hij las met gefronste wenkbrauwen en samengeperste lippen; ’t was
-vreeselijk, al die zoete woorden te moeten vernemen, die niet aan hem,
-maar aan de schrijfster dier brieven gericht waren. Zij had hem
-liefgehad, zij maakte plannen voor hun beider toekomst, zij verhaalde
-hem al haar jonge-meisjesgeheimen, zij beantwoordde liefkoozingen die
-hij haar niet gegeven had.
-
-Hij stampvoette van machtelooze woede; hij had van die correspondentie
-geweten en kon Corona niet eens van bedrog beschuldigen.
-
-»Als jij haar niet schrijft, zal ik het doen,” had ze hem duidelijk
-gezegd, waarop hij even duidelijk had geantwoord:
-
-»Ga je gang, ’t kan me niets schelen!”
-
-Hij ging naar haar kamer en vond daar in haar dagboek, nog meer dan in
-de brieven, de uitdrukking van haar hart; nu eerst las hij alles, nu
-het te laat was, nu hij haar liefde had vertrapt en versmaad, nu hij
-een voorwerp van spot en minachting in haar oogen was geworden, nu hij
-met eigen hand het beeld had verbrijzeld, dat zij zich eenmaal in haar
-reine droomen van haar man oprichtte.
-
-En hij was haar niet waard, neen, in lang niet! Thoren van Hagen alleen
-zou haar verdienen, maar toch, zij bleef de zijne, niemand kon daaraan
-iets veranderen hoewel zij zeker het oogenblik vloekte, waarop zij
-bedrogen was en in gedachte de hand reikte aan den bruidegom, die haar
-verfoeide.
-
-Zijn geheele gedrag, van de eerste ontmoeting af, kwam hem thans
-erbarmelijk, klein en kinderachtig voor; hij was een domme, akelige
-jongen geweest, uit de hoogte zag zij op hem neer. Wat was zij
-teleurgesteld geweest in hem! Als zij hem bespotte, had zij er reden
-toe, al die hatelijke plagerijen van hem, dat hardnekkige zwijgen, die
-kwetsende onverschilligheid, alles was er op berekend geweest haar van
-hem afkeerig te maken.
-
-Hij kende haar volstrekt niet, hij dacht dat zij de trouwe aanhangster
-van Corona zou worden en in plaats daarvan was zij de eenige, die de
-gevreesde schoonzuster durfde weerstaan, won zij de genegenheid van
-zijn beide liefste zusters, de achting van zijn broeders; Hermelijn had
-groot gelijk, als zij zich ver boven hem verheven waande.
-
-Brandende tranen vielen op die brieven en het boekje neer; wanhoop, dat
-hij zijn geluk verspeeld, zijn leven verwoest had, vervulde zijn ziel.
-
-Een plan kwam in zijn geest op, door nadenken wilde hij ’t tot rijpheid
-brengen.
-
-Zoo vond hem de morgen, toen een plotseling herhaald klagend geroep het
-gebergte vervulde.
-
-»Er is een kiai [92] in den omtrek!” gaf dat eigenaardig geroep te
-kennen.
-
-De Javaan geeft aan den tijger den naam van »grootvader” en erkent
-daardoor zijn afstamming van den koning der bergen.
-
-Sinds lang had een koningstijger de karbouwen bedreigd en de kampongs
-onveilig gemaakt; nu eens was hij hier, dan weer daar gezien. Thans
-verhaalde men dat hij zich verscholen hield in een alang-alangveld [93]
-tusschen het groote huis en Djantong.
-
-Die alarmkreten ontrukten Conrad aan zichzelf, hij sprong op, vloog
-naar zijn wapenrek, nam zijn pistolen en ponjaard, en liet zijn paard
-zadelen.
-
-»Ik wou dat de tijger mij verscheurde,” mompelde hij, »dat ware ’t
-beste voor mij en voor haar!”
-
-Corona was in Ngaroengan terug, toen alles in rep en roer werd gebracht
-voor de tijgerjacht; zij kon nergens rust vinden. De gebeurtenissen der
-laatste dagen hadden haar zeer aangegrepen, zij had er zich altijd op
-beroemd geen zenuwen te kennen, maar wat was dan dat ongedurige, dat
-trillen van handen en voeten, dat prikken in het hoofd?
-
-Thoren van Hagen kwam haar vader afhalen; hij reed te paard en riep
-haar schertsend van verre toe:
-
-»Ik breng u de tijgerhuid, gravin Corona!”
-
-»Och papa, stel u niet te veel bloot aan het gevaar,” smeekte zij.
-
-»Wees gerust, kind,” en hij kuste haar vaarwel.
-
-Tot Thoren van Hagen sprak de oude heer:
-
-»’t Doet me pleizier dat er zoo iets komt, want waarlijk, ik voelde mij
-ellendig door die treurige geschiedenis bij Dolly. Ze zeggen wel, een
-kind is maar een kind en we hebben er genoeg, maar Yolande was
-bijzonder ontwikkeld en werkelijk Dolly heeft zoo veel niet.”
-
-Het alang-alangbosch werd omsingeld; de Javanen, met knuppels gewapend,
-sloten zich in een kring, die hoe langer hoe nauwer werd. Thoren van
-Hagen, Conrad en de oude heer de Géran waren de eenige Europeanen.
-
-»Ik heb alle mogelijke buitenkansjes,” zeide Thoren lachend, »wat ben
-ik u dankbaar, mijnheer de Géran, dat u zich over mij, arme zwerver,
-heeft ontfermd en naar Ngaroengan meenam.”
-
-»Zeg liever dat ik er alle voldoening van heb; ’t is anders niet veel,
-wat je hier geniet.”
-
-»Kan Java nog meer geven? Soms dunkt het mij, dat u mijn leven
-nutteloos en ledig vindt, ik ben niets, voer niets nuttigs uit.”
-
-»Je hebt er den tijd anders wel toe,” zeide de oude heer glimlachend.
-
-»Dat is zoo en ik moest er geen tijd toe hebben. ’t Zal ook niet altijd
-zoo gaan, maar ik wil eerst een verleden hebben, waar men iets aan
-heeft, dat de moeite van het bekijken waard is; het leven zie ik aan
-voor een schilderij—Portias zou zeggen voor een muziekstuk—dat ieder
-zich zelf schildert, de omstandigheden zijn de verven. Nu wil ik het
-mijne heel bont en schitterend maken, voor ik er voor goed een lijst
-omzet.”
-
-»En daarom ga je op avonturen uit?”
-
-»Ja, ik ben naar de Noordpool geweest en keerde terug naar den Equator;
-ik had niet gedacht dat ik hier misschien de laatste hand zou leggen
-aan het schilderij, dat mijn jeugd moet voorstellen.”
-
-»Wil je dan hier blijven?”
-
-»Willen, ja, maar ik kan zelf niet beslissen of het zal gebeuren; dat
-moet een ander doen. Ik kan hier alleen blijven als uw dochter Corona
-het mij toestaat.”
-
-»Corona!”
-
-»Ik heb Corona liefgehad van het eerste oogenblik dat ik haar zag; zij
-of geen andere wordt mijn vrouw.”
-
-Verbaasd zag de oude heer de Géran hem aan.
-
-»En weet zij het reeds?”
-
-»Ik heb ’t haar gezegd, maar zij zal het niet verstaan hebben. Ik deed
-nog niets om haar te verdienen, daarom bid ik u, laat mij den tijger
-dooden, als u mij toestaat haar hand te vragen.”
-
-»Maar Thoren, ’t is haar zaak, zij heeft alle huwelijken bij ons
-gesloten. Laat zij voor het hare nu ook maar zelf zorgen! Ik heb niets
-tegen u, je bent een man van eer, en ik ben er van overtuigd, dat je
-mijn dochter niet zoudt ten huwelijk vragen als je er niet zeker van
-waart haar daardoor niet te doen afdalen.”
-
-»Dat verzeker ik u! Ik heb niet als kluizenaar geleefd, integendeel, er
-zijn bladzijden in mijn leven, die ik er gaarne uit wilde scheuren,
-vlekken op mijn schilderij, die haar in mijn oog jammerlijk ontsieren,
-maar hoe schuldig ik ook voor mijn geweten in menig opzicht moge zijn,
-er kleeft aan mijn naam of verleden niets, wat in de oogen der wereld
-daarop eenige smet zou kunnen werpen en wat mij belet een eerlijke
-vrouw mijn hand aan te bieden.”
-
-»Die ruiterlijke bekentenis pleit voor je, Thoren! Ik geloof, dat je er
-in zult slagen, je door Corona te laten eerbiedigen, zij is anders niet
-gemakkelijk.”
-
-»Dat weet ik, maar het trekt mij te meer in haar aan; ik waardeer haar
-karakter zooals het is met zijn licht en schaduw. Mijn liefde is niet
-geblinddoekt.”
-
-»Des te beter! Ik hoop voor je en voor ons dat je slagen moogt.”
-
-»En niet voor haar?” vroeg Thoren van Hagen lachend.
-
-»Voor haar? Ik geloof, dat zij nog heel anders moet worden, om in het
-huwelijk geluk te vinden.”
-
-»Laat het aan mij over! Die zorg vrees ik niet op mijn schouders te
-nemen.”
-
-Daar liet zich een ontzettend gebrul hooren midden in het
-alang-alangwoud; de tijger, gewekt door de steenworpen der Javanen,
-rekte zijn lenige ledematen uit, gaapte en vervulde de lucht met zijn
-afgrijselijk geluid, dat het bloed in de aderen deed stollen van de
-landbewoners, uren ver in den omtrek.
-
-»Meneer Conrad, ik hoop dat u mij de eer zal gunnen het monster te
-vellen, ik heb zijn huid aan een schoone dame van uw kennis beloofd,”
-zei Thoren van Hagen schertsend.
-
-Conrad werd doodsbleek en beet zich op de lippen.
-
-»Wie is die dame?”
-
-»Wel, u zou haar niet kennen?”
-
-»Ik los hier geen raadsels op.”
-
-»Daar heeft u wel gelijk aan, het oogenblik is slecht gekozen.”
-
-»Kiai, kiai,” gilden de Javanen plotseling, en werkelijk, daar
-flonkerden zijn gloeiende oogen tusschen het hooge witgroene gras.
-
-Conrad mikte en schoot, maar zijn hand beefde van innerlijke
-gemoedsbeweging en de kogel wondde slechts even het oor van den tijger.
-
-Woest brullend hief hij zich op zijn achterpooten in de hoogte, aan
-zijn breed gapenden muil drupte nog het bloed van het geitje, dat hij
-verslonden had, zijn gekromde tong hing langs de scherpe witte tanden,
-de klauwen met hun puntige nagels, spalkten zich samen, tot den
-noodlottigen sprong gereed; de Javanen trokken zich snel terug, een
-hunner, alleen met zijn kris gewapend, wachtte hem, hij had met den
-kiai, die zijn kind meegevoerd had, nog een rekening te vereffenen.
-
-Het bloeddorstig monster bereikte hem, hij stak het zijn mes in de
-zijde, maar de arm, die ’t wapen voerde, werd door zijn greep
-machteloos gemaakt; de man viel ter aarde en de tijger zette zijn
-tanden in het bruine vleesch van zijn borst.
-
-Thoren van Hagen en Conrad snelden toe, terwijl het dier zijn wraak
-wilde volvoeren; de laatste stak hem den ponjaard in den nek, maar weer
-niet diep genoeg.
-
-De tijger liet nu ten minste zijn prooi los en schoot op Thoren van
-Hagen los; met bewonderenswaardige tegenwoordigheid van geest en met de
-zekerheid van een goed schutter, loste hij zijn pistool en het schot
-drong in de keel van het dier, dat stuiptrekkend achterover viel.
-
-»Een koningsschot!” riep de oude heer de Géran, die reeds in zijn leven
-zoovele tijgers geveld had en nu dit godengenoegen gaarne aan de jonge
-lui overliet, »maar wat Conrad vandaag scheelt? Twee keer mis! en hij
-is anders zoo zeker. Jongen, jongen, bedenk dat haastige spoed zelden
-goed is.”
-
-»Ik ben ook geen tijgerhuid verschuldigd aan een schoone dame,”
-antwoordde Conrad spottend, en zich toen tot Thoren van Hagen wendend,
-die zonder aan zijn triomf te denken zich slechts met den gewonden
-Javaan bezig hield, fluisterde hij hem toe:
-
-»Als je haar die durft brengen en zij neemt het aan, dan kan je er
-zeker van zijn, dat ik niet zal misschieten als ik op jou en haar
-tegelijk aanleg.”
-
-»Maar beste vriend!” riep Thoren van Hagen lachend uit, »wat scheelt er
-aan? Waarom mag ik mijn belofte niet houden? Wat voor kwaad steekt er
-in?”
-
-»Je ziet me voor een kwajongen aan, misschien heb je gelijk en ik heb
-me ook zóó gedragen, maar nu wordt het anders. Ik laat mij niet meer
-beleedigen.”
-
-»Wie denkt er toch aan je te beleedigen? Je vermoedt niet eens ter wier
-eere ik den tijger heb gedood.”
-
-»Ik niet vermoeden?”
-
-»Papa de Géran, ik mag u zoo immers wel noemen...” riep hij met zijn
-vroolijke, heldere stem door het woud.
-
-»Haal papa er niet bij! We kunnen het alleen af,” snauwde Conrad.
-
-»... na ’t geen ik u straks gezegd heb,” ging hij voort, »wil u Conrad
-vertellen aan wie ik mijn tijgerhuid heb beloofd? Hij kan het
-raadseltje maar niet oplossen.”
-
-»Ik zie ook niet in, dat het hem iets aangaat, wat je aan zijn zuster
-beloofd hebt.”
-
-»Mijn zuster, welke, Margot?”
-
-Thoren van Hagen barstte in een gullen lach uit, en zelfs de oude heer
-de Géran moest glimlachen.
-
-»Margot, die kleine meid; hoe kom je er aan? Heb je geen andere zusters
-meer, die nog vrij zijn.”
-
-»Corona?” vroeg hij haperend, en ’t werd hem plotseling licht.
-
-»Hoor eens, Conrad,” zeide Thoren van Hagen; »’t is nog een geheim. Ik
-had weinig lust om me door jou te laten tijgeren en daarom liet ik het
-aan je papa over, je de waarheid te vertellen, maar denk er om, den
-matjan heb ik geschoten en mag met zijn huid doen wat ik verkies, maar
-de hand van je zuster heb ik nog niet gevraagd, betoon me dus niet te
-gauw je zwagerlijke liefde.”
-
-Conrad zweeg met zijn gewoon boos gezicht.
-
-»Ik maak mij hoe langer, hoe belachelijker!” dacht hij, »het zou toch
-te dwaas zijn dat ik jaloersch was om niets.”
-
-De tijger, een prachtige koningstijger, werd in triomf weggedragen, ook
-den gewonden Javaan wilde men op een draagbaar leggen, maar hij stond
-op, kreunde zacht, en verklaarde wel te kunnen loopen. Het dier zou in
-den kampong gestroopt worden.
-
-In al den tijd, dat de strijd geduurd had, was Corona rusteloos van de
-eene kamer naar de andere geloopen, haar slapen klopten, haar polsen
-hamerden, was dat alleen uit onrust over haar vader? Maar hoe dikwijls
-had hij niet met haar broeders deelgenomen aan zulk een jacht en dan
-dacht zij nauwelijks aan het gevaar, dat zij liepen, maar nu?
-
-»Iteko,” riep zij tot haar toevlucht in den nood, »zeg mij toch wat mij
-scheelt. Maak me iets klaar, ik weet niet wat, maar het moet iets
-opwekkends en tegelijk kalmeerends zijn.”
-
-De toevlucht ging naar achteren, daar stond Kitty, die juist met een
-inlander had gepraat.
-
-»Verbeeld u toch eens, juffrouw,” riep zij op haar gewone drukke
-manier, »ik ben zoo blij dat Portias niet mee is gaan jagen, daar
-vertelt me Kromo juist, dat de tijger mijnheer Thoren van Hagen
-verscheurd heeft.”
-
-»Wat zeg je?” en daar stond Corona plotseling voor haar, bleek en
-bestorven met starende oogen. »Thoren van Hagen verscheurd door den
-tijger.”
-
-»Dat vertelt Kromo! Gelukkig, dat het papa of Conrad maar niet is,
-Hermine zal er wel om treuren, hij was immers haar vriend en
-speelkameraad; ’t spijt me ook, ik vond hem een aardig mensch, maar
-toch!...”
-
-»Hou je stil! ik verzoek het je,” en Corona viel op een sofa neer,
-bleek met gesloten oogen; was dat nu een onmacht?
-
-»Maar wat is het toch, wat kan het haar schelen, juffrouw,” vroeg
-Kitty, »wat ziet ze er naar uit?”
-
-»Geef wat vlugzout en Eau de cologne, overspanning, anders niet,
-mevrouw Portias,” antwoordde Iteko.
-
-»Mijn hemel, als ’t mijn man was, zou ik niet naarder kunnen wezen.
-Waar moet ik dat alles vinden, juffrouw?”
-
-Corona kwam echter spoedig bij; toen zij zich omringd zag van een half
-dozijn broertjes en zusters, nichtjes en neefjes, allen even
-nieuwsgierig, voelde zij zich diep beschaamd en verbitterd; zij stond
-op en weigerde door Kitty gesteund te worden.
-
-»Men zou zeggen, dat ik doodziek was! ik ben geschokt door al den
-schrik van de laatste dagen, eerst die tocht op den Merawoe, dan de
-dood van Yolande en nu...”
-
-»Dat is ook heel natuurlijk, juffrouw! U moet maar stilletjes gaan
-uitrusten,” ried Iteko.
-
-Zij ging in haar kamer terug en viel toen als uitgeput neer.
-
-»Iteko, wat scheelt me?” vroeg zij op wanhopenden toon.
-
-»Men kan niet alles zeggen zonder te spreken, juffrouw! Maar het kan
-best een valsch alarm zijn.”
-
-»Zou je denken? O God, wat zou ’t mij kunnen schelen? Hij gaat me niet
-aan en toch, hij is zoo jong, zoo...”
-
-»Zoo knap, ja dat is hij zeker!”
-
-Huiverend verborg Corona haar gelaat in de kussens.
-
-»Ik kan ’t niet gelooven, ik kan ’t niet gelooven,” kermde zij.
-
-»Juffrouw, ik bid u, blijf toch kalm, ik geloof dat de mandoer gekomen
-is met nadere berichten. Geef u niet ten schouwspel aan die menschen,
-ze zullen zeggen dat...”
-
-»Ze kunnen zeggen wat zij willen. Ga spoedig, Iteko, ga luisteren en
-zeg mij alles... mijn vonnis.”
-
-Corona hief zich op; met zenuwachtig samengewrongen handen en
-opeengeperste lippen, de brandende oogen strak voor zich uitstarend,
-bleef zij zitten en wachten.
-
-De seconden schenen haar uren toe; er werd luid gesproken en gelachen,
-zij hoorde Margot’s juichende stem.
-
-»Dan is het niet waar!”
-
-En zij rees in de hoogte en had een gevoel of zij op haar knieën moest
-vallen om God te danken, maar zij hield zich goed, zij wilde zelfs niet
-voor haar eigen gevoel toegeven aan den storm van jubelende blijdschap,
-die haar ziel vervulde.
-
-Iteko kwam terug en zeide met een glimlach—haar glimlach:
-
-»U behoeft zich niet verder ongerust te maken, juffrouw Corona, ’t is
-een dwaas praatje geweest. Meneer Thoren van Hagen heeft den tijger
-gedood maar is zelfs niet eens gewond.”
-
-»Gelukkig maar,” antwoordde Corona schijnbaar bedaard doch nog steeds
-bevend, »ik vond dat denkbeeld van verscheurd te worden zoo vreeselijk.
-Ik geloof dat het mij even erg zou aangegrepen hebben als het Akkeveen
-geweest ware.
-
-»Och ja, dat geloof ik eigenlijk ook. ’t Is een minder prettige manier
-van sterven.”
-
-»Je moet het hun maar zeggen, Iteko, anders schrijven ze mijn schrik
-nog toe aan... iets anders. ’t Is toch vreeselijk onaangenaam dat men
-zijn eigen gevoelens en trekken zoo weinig in bedwang heeft.”
-
-
-
- „Gefühl und Auge sind Verräther,
- Nach ihnen späht die Welt der Dieb.”
-
-
-
-declameerde Iteko.
-
-»Ja, een dief! Wie weet hoe vroolijk ze zich over mij maken. O, ’t is
-ellendig! Ik begrijp niet wat me tegenwoordig overkomt, alles spant
-samen om mij ongelukkig te doen zijn.”
-
-»Sedert mevrouw Conrad er is! Wat is die vriendschap tusschen haar en
-mevrouw Akkeveen spoedig innig geworden!”
-
-»Zij is een intriguante, meer niet! Wie had het uit haar brieven kunnen
-opmaken?”
-
-»Weet u ook of zij er van wist dat mijnheer Thoren op Samarang was,
-toen zij aankwam?”
-
-»Hoe kan ik dat weten, en wat zou ’t ook?”
-
-»Och, niets!”
-
-»Hij heeft mij den tijger beloofd! Of hij me dien brengen zal?”
-
-»U heeft tijgervellen genoeg!”
-
-»O zeker, ik geef er niets om.”
-
-»Waarom zou u ook?”
-
-’s Middags kwam de oude heer de Géran terug, en hij, die anders zoo
-spaarzaam met zijne woorden was, als waren ze gouden munten, verhaalde
-nu vele bijzonderheden over de jacht; over Thoren van Hagen was hij
-onuitputtelijk; hij prees uitbundig zijn moed en onverschrokkenheid.
-
-Corona deed of zij niet luisterde, haar oogen moest zij neerslaan,
-omdat zij voelde dat zij te veel zouden schitteren, als zij daarmede de
-woorden haars vaders wilde volgen.
-
-»Waarom is Thoren niet meegekomen, papa?” vroeg Portias, »wilde hij
-niet komen eten?”
-
-»Ik heb er moeite genoeg voor gedaan, hij kon niet. Ik geloof dat hij
-plan had, Akkeveen van middag een condoleantie-visite te maken.”
-
-Corona voelde dat zij hevig bloosde; ’t was of een mes haar het hart
-doorboorde, of ieder ’t oog op haar gevestigd had; zij had zich willen
-verbergen, misschien het liefst diep in den krater van den Merawoe.
-
-»Hoor eens Jo, zal ik je wat vertellen?” vroeg Kitty, zich op haar
-teentjes omhoog heffend en Portias toefluisterend.
-
-»Wat dan, nieuwsgierig bazuintje?”
-
-»Foei, neen, ik ben geen bazuin, zelfs geen bazuin-engeltje! Maar ik
-zal het je gauw zeggen. Cor is verliefd!”
-
-»Corona?”
-
-»Ja zeker, word er maar niet jaloersch om, dat je oude vlam naar een
-anderen kant uitslaat; zij is verliefder dan ik ooit op jou geweest
-ben.”
-
-»En op wien?”
-
-»Op Thoren van Hagen.”
-
-»Zij had slechter kunnen kiezen, maar hij?”
-
-»Hij geeft niet zooveel om haar. Is dat niet erg voor die arme Cor? Als
-ik nu minder goedhartig was, zou ik zeggen: het verdiende loon!”
-
-»En hoe heb je het gemerkt?”
-
-Natuurlijk raakte Kitty’s tongetje eerst nu heelemaal los en duurde het
-nog lang voor zij uitverteld had.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXVII.
-
-
-Waarlijk ging Thoren van Hagen dien middag naar Kaboelen; hij had er
-behoefte aan, Hermelijn te spreken.
-
-Dolly was zeer afgevallen in die weinige dagen, maar zij hield zich
-altijd even sterk en even moedig.
-
-»’t Ergste komt als je weg bent,” zeide zij, »Hermelijn, ’t zal mij
-wezen of ik mijn engeltje nog eens verlies, maar lieveling, wanneer ik
-hoor dat je beiden mekaar gevonden hebt, dan zal ik denken dat het mijn
-Nonnie is, die uit den hemel haar moeder dien troost, den eenigen,
-toezendt.”
-
-»Ik hoop er niet meer op,” zuchtte Hermelijn.
-
-Onverwacht kwamen Thoren van Hagen en Philip hen bezoeken; ’t was juist
-vier uur en zoo zij nog dien avond terug wilden keeren, kon het bezoek
-maar zeer kort duren.
-
-Akkeveen was blijde, dat hij eens verstandig praten kon; dat gezeur van
-die vrouwen verveelde hem zoo; er was niets meer aan hem te merken, dat
-zulk een groote ramp hem had getroffen.
-
-Hij deed misschien juist zijn best, een luidruchtigen toon aan te slaan
-in tegenwoordigheid zijner vrouw om haar afleiding te bezorgen; dat
-gedurige grienen diende immers voor niets.
-
-Thoren van Hagen vertelde van de tijgerjacht en van den wel wat
-onbekookten moed van Conrad, Hermelijn luisterde, doodsbleek van schrik
-over het gevaar, dat haar man had geloopen.
-
-Spoedig stelde Thoren echter voor, terug te keeren; de dames en
-Akkeveen hadden misschien lust ze een eind weg te brengen.
-
-Met zijn gewone luiheid vond de gastheer er bezwaar in, maar toen
-Hermelijn zich bereid verklaarde, terwijl Dolly weigerde omdat zij de
-kinderen niet kon verlaten, kon hij moeilijk anders doen dan uit zijn
-luiaardstoel oprijzen.
-
-Philip en Hermelijn gingen vooruit, totdat een kromming in den weg hen
-scheidde, toen eerst vond Thoren gelegenheid haar te naderen en Philip
-achter te doen blijven.
-
-»Je zult spoedig groot nieuws hooren, Hermelijn!” zeide hij
-glimlachend.
-
-»En dat is?”
-
-»Mijn engagement met Corona, mijn hartewensch wordt vervuld, wij worden
-broer en zuster.”
-
-»Och kom,” riep zij lachend, »’t is natuurlijk een praatje.”
-
-»Waarachtig niet! Morgen reeds gaat de kogel door de kerk. Ik heb
-papa’s toestemming in den zak.”
-
-»Maar Iwan?”
-
-»Bedaard, Hermelijn, ik wil ’t voor Akkeveen nog niet weten, Dolly mag
-je ’t zeggen; ik geloof niet dat je mijn toekomstige bruid een goed
-hart toedraagt, maar daarom kan ik ’t toch niet laten.”
-
-»Iwan, ’t zou me zoo bitter, zoo bitter spijten.”
-
-»En waarom?”
-
-»Hoe kun je met haar gelukkig zijn?”
-
-»Gelukkig,” en hij lachte nog eens zoo hartelijk, »wat noem je
-gelukkig? Kirren als tortelduifjes, dat ligt in geen van ons beider
-aard, we zullen vechten tot bloedens toe,—figuurlijk gesproken—maar dat
-trekt me juist aan. Ik stel me veel genot voor van zoo’n voortdurend
-tijgergevecht.”
-
-»O foei, hoe lichtzinnig, hoe echt jongensachtig is dat weer van je,
-Iwan! ’t Is zoo gemakkelijk het huwelijk in te gaan...”
-
-»Zoo gemakkelijk als het glijden in den Merawoe of als de nederdaling
-in den Avernis.”
-
-»Juist, maar is de poort eenmaal gesloten, dan is ’t zoo vreeselijk,
-zoo hopeloos! Lasciate ogni speranza! Iwan, ik weet natuurlijk niet,
-wat je bezielt, maar die toon van je klinkt mij in de ooren als
-profanatie van een der heiligste instellingen; ik zie hier van alle
-kanten een ergerlijk spelen met den ernst van het huwelijk. Ik zelf ben
-er slachtoffer van geworden. O, Iwan, trek je terug als het nog tijd
-is.”
-
-»Maar Hermelijn, ik meen het ernstig. Je weet, ik hou er niet van, de
-dingen met een doodgraversgezicht te behandelen.”
-
-»Trouwen voor het pleizier met haar te kibbelen, maar ik ben wel dwaas
-om tegen je te preeken; Corona zal je ontvangen, zooals zij haar 20.000
-vrijers—volgens Akkeveen—ontvangen heeft.”
-
-»Geloof je dat, en ik verbeeld me dat ik het al heel ver gebracht heb
-in the Taming of the Shrew.”
-
-»Haal dat stuk niet weer aan. Ik vind dat een afschuwelijke comedie,
-een vernederend schouwspel, hoe een man door brutale kracht een vrouw
-dwingt, haar gezond verstand, haar rede, haar karakter te dooden. Als
-een klucht, waarop Shakespeare den stempel van zijn genie heeft
-gedrukt, bezit het waarde, meer niet! Anders vind ik het
-menschonteerend.”
-
-»Van je standpunt als vrouw beschouwd?”
-
-»Neen, van mijn standpunt als mensch! Geen sterveling heeft het recht
-om door list of door geweld een ander wezen zoo te onderdrukken, dat
-deze zijn eigen oordeel ten offer brengt en zich niet schaamt onzin na
-te praten.”
-
-»Maar vergeet je dat een vrouw haar man onderdanig moet zijn?”
-
-»Zoolang hij zich haar meerdere toont, maar als hij van haar een
-hansworst of een willoos slachtoffer maakt, dan wordt zij verachtelijk
-als zij hem niet tegenstreeft. Niets eervoller voor haar dan hem te
-kunnen volgen, hem te gehoorzamen, niet als een blind werktuig, maar
-omdat zij hem ten volle vertrouwt en begrijpt, dat hetgeen hij oordeelt
-billijk en juist is.”
-
-»En wie zegt je, dat ik het anders zou willen, dat ik Petrucchio na zal
-volgen in zijn brutaliteit; misschien zal ik op de wijze, zoo
-welsprekend door je geschetst, het temmen van de feeks.... foei neen,
-van Corona, zekerder en beter ten einde brengen.”
-
-»Als je ’t zoo meent, als je ’t zoo kunt, dan.... dan kan ik niets
-beters doen dan je geluk toewenschen, een geluk zooals je bedoelt, maar
-of je er zelf toe geschikt zijt, of je slagen zult...?”
-
-»Misschien niet zoo spoedig als u. Ik ben oprecht tegen je, Hermelijn,
-mag ik je nog een raad geven?”
-
-»En die is?”
-
-»Ga spoedig naar hem terug, morgen reeds! Er moet een ontknooping
-volgen, je man is mij zoo Othellogezind als mogelijk; van morgen had
-hij den grootsten lust om mij en niet den tijger een kogel door het
-lijf te jagen.”
-
-»Wat helpt dat! Als hij jaloersch is, dan komt het uit haat en niet uit
-liefde.”
-
-»Haat en liefde zijn halve zusters! Moedig, Hermelijn, even moedig
-tegen hem als tegen mij, die je zoo ongenadig de les hebt gelezen.”
-
-»Ik hoop dat het helpen zal. Laat ons nu maar afscheid nemen!”
-
-Zij wachtten Philip en Akkeveen af en het gezelschap splitste zich toen
-in tweeën. ’t Was een heerlijke maneschijn, een voorrijder zwaaide zijn
-fakkels over den hobbeligen weg; Philip floot een deuntje als hij zijn
-seroetoe [94] niet rookte, maar zijn kameraad was bijzonder stil en
-nadenkend.
-
-Dien nacht sliep Corona weinig of niets; toen zij den volgenden morgen
-in den spiegel zag, vond zij, dat zij erg vermoeid scheen en legde zich
-een laag bedak [95] over het gezicht; zij voelde zich moedeloos en
-bitter gestemd, ’t was of de wereld haar onverschillig werd.
-
-Zij had in niets lust, ’t liefst was zij op de kanapé blijven liggen,
-alles hinderde en kwelde haar; tegen den middag kwam een bediende haar
-het tijgervel brengen met Thoren’s kaartje.
-
-Dit ontrukte haar plotseling aan die gedrukte stemming; zij stuurde het
-hare terug en schreef er de woorden op:
-
-»die de gelegenheid wenscht te hebben u mondeling te bedanken en tevens
-u eenige oogenblikken te spreken.”
-
-’s Middags besteedde zij meer zorg dan anders aan haar toilet en
-terwijl Iteko haar laatste hand er nog aan legde, zeide zij
-veelbeteekenend:
-
-»Men zou zeggen, dat u een huwelijks-aanzoek verwacht!”
-
-»Dat ik stellig zou afslaan, maar er is geen quaestie van.”
-
-»Meent u dat?”
-
-»En waarom denk je het tegenovergestelde?”
-
-»Och, wat kunnen mijn redenen de juffrouw schelen?”
-
-»Je kunt soms zoo grappig scherpzinnig zijn.”
-
-»Ik geloof dat een lucifer veel vuur kan aanrichten, als de brandstof
-aanwezig is.”
-
-»En is die er nu? Iteko, ik wil oprecht zijn tegen je, heel oprecht; ik
-beken, dat ik iets voel voor Thoren van Hagen, waarvan ik mij geen
-rekenschap kan geven. Is ’t dat, wat de dichters liefde noemen, ik weet
-het heusch niet, maar al ware dat zoo, ’t zou nog geen reden zijn mijn
-vrijheid aan banden te leggen, mij te onderwerpen aan een man.”
-
-»Voor u kan van onderwerping geen sprake zijn.”
-
-»En dan, hij denkt niet aan mij... hij denkt aan Hermelijn. Verboden
-vruchten immers trekken het meest aan.”
-
-Corona zat alleen in de voorgalerij toen Thoren van Hagen het hek
-binnentrad; zij hield een boek op den schoot maar las niet. Zij ging
-hem tegemoet met een vriendelijken lach, waarachter zij haar
-verlegenheid wilde verbergen, want het was haar bedoeling niet geweest
-hem »vriendelijk” te ontvangen.
-
-»Ik dank u voor uw jachttrophee,” zeide zij.
-
-»En ik blijf u erkentelijk voor de gelegenheid, die ik zocht en die u
-mij schonk om dat bedankje van uw lippen te hooren.”
-
-»Wil u plaats nemen,” en zij wees hem een stoel tegenover haar.
-
-Corona’s hoekje in de ruime, breede voorgalerij was uiterst bevallig
-aan twee kanten met een klimopgordijn behangen, waartusschen
-veelkleurige bloemkelken afwisseling brachten in het zachte, teedere
-groen; groote aloës en cactussen stonden sierlijk gearrangeerd, een
-reusachtige varen vormde met zijn fijn uitgeknipte bladeren een
-sierlijken achtergrond voor het wipstoeltje, waarop Corona in haar fijn
-lichtgeel kleed zachtkens op en neer wiegelde, terwijl zij met haar
-Japanschen waaier onachtzaam speelde.
-
-»Ik moet u over iets zeer belangrijks spreken.”
-
-»Dat begrijp ik, anders zou deze eer mij niet overkomen zijn.”
-
-Corona scheen verdiept in het beschouwen der figuren op haar waaier;
-zij had er spijt van, dat zij dit onderhoud had uitgelokt, ze zou nu
-elke stoornis als welkom hebben beschouwd; maar, zonderling, ’t was of
-allen opzettelijk de voorgalerij meden.
-
-»Ik wilde u spreken over mijn schoonzuster,” begon zij eindelijk toen
-Thoren’s afwachtend zwijgen te drukkend werd.
-
-»Die ik gisteravond nog heb mogen spreken.”
-
-»Juist daarom,” het was of zij moed kreeg, of zij plotseling weer
-zichzelf werd, »’t is een moeilijk, een teer punt. Ik wil niets ten
-uwen of ten haren nadeele zeggen, maar zij is erg jong en ik ken haar
-zoo weinig; zij wil mij geen gelegenheid geven haar te leeren kennen,
-hoewel ik genoeg zie dat zij en Conrad niet gelukkig zijn en ik vrees
-dat het uw schuld is!”
-
-»De mijne?”
-
-»Ja, ik wil gaarne gelooven onwillekeurig! U kent haar van vroeger, u
-heeft haar te Samarang ontmoet...”
-
-»Zeer toevallig.”
-
-»Ik neem het aan. Conrad was tegen haar ingenomen en hoe hij zich tegen
-haar gedragen heeft, dat hoor ik misschien nooit. Onwillekeurig voelde
-zij zich tot u aangetrokken en... ik vrees dat Conrad het niet gaarne
-heeft. De kloof tusschen hen beiden wordt dieper door uw omgang met
-haar.”
-
-»Gelooft u dat?”
-
-»Ik heb ’t gezien.”
-
-»En ik denk dat die kloof thans een heel klein beekje geworden is,
-waarover zij gemakkelijk kunnen stappen wanneer het tijd is, maar wat
-ik met die zaak te doen heb, verklaar ik niet weten.”
-
-»Meent u dan dat het Conrad niet ter oore zal komen, hoe u gisteravond
-zijn vrouw heeft bezocht?”
-
-»Dat mag hij weten, ik zie er geen kwaad in. Hermelijn,... ik bedoel
-mevrouw Conrad, is de eenige, die mij van vroeger kent....”
-
-»En zou dat hem onverschillig zijn?”
-
-»Waarom? ’t Is niets meer dan natuurlijk dat ik er behoefte aan voel,
-nu mijn leven wellicht een belangrijke wending gaat nemen, met iemand
-te spreken, die mij kent van vroeger met al mijn eigenaardigheden.”
-
-Haar voetje trappelde driftig op het marmer.
-
-»En zou Conrad aan die reden gelooven en er geen aanstoot in vinden?”
-
-»Hij kan in alles aanstoot zoeken, maar ik hoop dat u persoonlijk
-daarboven verheven zal zijn.”
-
-»’t Komt er niet op aan, wat ik denk.”
-
-»Op niets anders! Weet u waarom ik meende dat u mij geroepen had,
-juffrouw de Géran? Ik dacht dat u mij antwoord wenschte te geven op de
-vraag, die ik u deed te midden van den storm, aan den rand van den
-krater. Dat is meer de moeite waard, zou ik meenen, dan die
-kinderachtige jaloezie van uw broer.”
-
-Corona was doodsbleek geworden.
-
-»Ik weet niet wat u bedoelt. Ik heb niets verstaan,” stamelde zij.
-
-»Hoeveel moeite ’t mij kost, ik moet dat tegenspreken. Ik herhaal ’t u
-nog eens, kort en bondig. U weet dat ik u liefheb, wil u mijn vrouw
-worden?”
-
-»Maar meneer Thoren van Hagen, u overvalt me... u kan dat niet
-meenen...”
-
-»Van het eerste oogenblik heb ik u tot mijn vrouw begeerd; daarom
-alleen ben ik hier gebleven, daarom heb ik mij hier gevestigd en nu...
-komt u mij met een dwaas verzoek lastig vallen. Ik heb uw schoonzuster
-van mijn plan verhaald, zooals ik uws vaders toestemming reeds vroeg.
-Zeg me dus, wat kan ik hopen?”
-
-Haar borst hijgde, zij wist niet wat zij voelde, wat zij wenschte, wat
-zij ondervond; hij stond voor haar, niet als een zuchtende, smachtende
-minnaar maar als de veroveraar, die zijn goed opeischt; kon ze nu maar
-lachen, spotten, of weigeren zooals vroeger?
-
-»Waarom vraagt u mij dat?”
-
-»Omdat ik je liefheb, wil je dat nog eens hooren, Corona? Dan zal ik ’t
-herhalen, zoolang tot je ’t mij nazegt, want ik weet, dat je mij in ’t
-diepst van je hart ook bemint. Ontken dat eens!”
-
-Hij drukte haar beide handen in de zijne en zag haar aan, diep in de
-oogen, die zij verward nedersloeg terwijl zij fluisterde:
-
-»Is ’t waar, Thoren van Hagen? Ik kan ’t niet gelooven. Ik dacht dat je
-mij... mij minachtte.”
-
-»Zeg Iwan, liefste, je weet niet, hoe ik verlangde mijn naam van je
-lippen te hooren; was ’t je ernst te denken dat ik om ons zusje
-Hermelijn hier bleef?”
-
-»Ik weet het niet, ik ben zoo zonderling, zoo kinderachtig, wat scheelt
-me?”
-
-»Niets dan dat je beschikken wilt over uw toekomst, die je mij
-vertrouwt. Weet je nog, hoe ik sprak van iets, dat ik zou wenschen met
-je te dragen, ’t is het leven, met al zijn lusten en lasten. Maar als
-we te zamen zijn, wat hebben we dan te vreezen?”
-
-»Iwan,” zeide zij, »ik geloof dat ik me gelukkig voel, dat je gelijk
-hebt. Maar ’t is zoo plotseling, zoo onverwacht opgekomen. Is er
-werkelijk niets tusschen u en Hermelijn? Heb je mij lief om mijzelf
-alleen?”
-
-»Om wat anders? Om je geld? Ik ben rijk genoeg om het te ontberen.”
-
-Zij stond op en deed eenige stappen, hij ging naast haar, den arm om
-haar heen geslagen, haar eene hand nog steeds in de zijne.
-
-»Wat zullen zij zeggen, als zij ’t hooren?” vroeg zij weifelend.
-
-»Ze zullen zeggen dat Corona theorie en praktijk vereenigt. Liefde is
-immers kinderachtig en ’t huwelijk is ernstig, nu zullen wij toonen,
-hoe ze vereenigd een schouwspel aanbieden, dat zelfs de engelen gaarne
-aanschouwen.”
-
-Plotseling rukte zij zich los, en keerde zich van hem af.
-
-»’t Kan niet, Iwan, ’t kan niet!” en een snik belette haar voort te
-gaan; hij trachtte haar weer te liefkoozen, zij weerde hem af.
-
-»O Iwan, ik mag het niet. Ik heb ’t niet verdiend, ik ben zoo gelukkig
-op dit oogenblik, maar ô wat heb ik anderen gedaan! Ik heb nooit willen
-gelooven aan liefde en die onwaar en romantisch genoemd, daarom heb ik
-er zoovelen ongelukkig gemaakt. Hermelijn had gelijk....”
-
-»Waarin?”
-
-»Zij heeft ’t mij voorspeld. »Als je zelf iemand lief krijgt, zult ge
-eerst begrijpen, wat ik lijd”. O als ze werkelijk Conrad bemint, wat
-moet ze ongelukkig wezen door mijn schuld. Ik verdien het niet dat je
-van mij houdt, Iwan!”
-
-Hij voelde iets nieuws voor haar, een soort eerbied en ontzag, een
-zekere ontevredenheid met zichzelf, die reeds gisteravond onder zijn
-gesprek met Hermelijn ontstaan was en allengs toenam.
-
-»Ik heb voor allen beslist en geen hunner is gelukkig, behalve Kitty,
-die ik tegenwerkte! O Iwan, ik mis den moed om gelukkig te zijn, ik zal
-’t nooit durven.”
-
-Zij vermoedde niet hoe klein hij zich thans voelde tegenover haar, hij
-had haar overwonnen, haar, de onoverwinnelijke, niets scheen hem te
-scheiden van de vervulling zijner wenschen en nu was het of zijn
-victorie hem met schaamte vervulde.
-
-»Corona,” fluisterde hij, »mijn Corona! Aan ’t verledene is niets te
-veranderen, maar de toekomst...”
-
-»Is niet meer in mijn macht, Iwan! Neen, je moet mij vergeten, het zal
-je gemakkelijk vallen, ik geloof niet dat je van mij houdt zooals ik
-van jou! ’t Is of ik alles nu duidelijk voor me zie, ik ben lang blind
-geweest, nu begrijp ik eerst, wat ik voor je voelde, als ’t langer
-duurde, zou ik misschien de kracht niet hebben om je te zien
-vertrekken, maar zoolang Conrad en Hermine mekaar haten, zoolang is ’t
-mij of er geen zegen op onze liefde rust!”
-
-»Maar Corona, je begrijpt, dat ik je niet meer ontsla nu ik weet dat je
-mijn liefde beantwoordt.”
-
-»Laat me eenige dagen wachten, Iwan, ik ben nu tevreden, ik weet dat
-je... een eerlijk man bent.”
-
-Hij greep haar hand, en drukte die aan zijn lippen en zwoer in stilte
-dat zij nimmer het tegenovergestelde zou ondervinden.
-
-»En ik weet dat je mijn genegenheid beantwoordt. Ik kan nog een weinig
-geduld hebben.”
-
-»Laat het dan een geheim blijven, behalve voor papa die niets behoeft
-te weten dan dat ik uitstel vroeg.”
-
-»Ik onderwerp mij voorloopig, maar als ik niet meer veinzen kan, zal je
-mij vergeven?”
-
-Niemand wist wat Corona scheelde dien avond.
-
-Zoo had niemand haar ooit gezien, zoo vriendelijk, zoo goed; er lag een
-schitterende glans in haar oogen, in elk harer bewegingen schuilde een
-bevallige zachtheid, iets teer vrouwelijks, dat haar geheel vreemd was,
-maar haar zoo onuitsprekelijk schoon maakte, dat Thoren van Hagen haar
-vol verrukking aanschouwde.
-
-Vóór hij afscheid nam, fluisterde hij haar toe:
-
-»Ik zei straks dat ik een weinig geduld had, maar waarlijk Corona, ik
-geloof dat het minder dan weinig is. Stel me niet te lang op de proef!”
-
-Kitty volgde hen met van ondeugende schalkschheid tintelende oogen, die
-Corona opmerkte.
-
-»Kitty,” riep zij, toen haar zuster na haar gewoon goeden nacht, door
-kus, noch handdruk vergezeld, naar haar kamer wilde gaan.
-
-»Is er iets, Cor?” vroeg zij.
-
-Zonder een woord te spreken omhelsde haar de oudste zuster; ’t was of
-de liefde van vroeger, die zoo lang gesluimerd had, dat beide zusters
-haar gestorven waanden, plotseling weer in beider harten ontwaakte.
-
-Kitty beantwoordde de liefkoozing zoo hartelijk mogelijk.
-
-»Ik hoop dat je gelukkig moogt worden als wij beiden, Corona,” zeide
-zij diep bewogen.
-
-»Vergeef me! Ik voel nu dat ik misdeed!” fluisterde Corona, zonder te
-vragen hoe haar zuster iets wist van haar geheim.
-
-»O ’t heeft ons niet gehinderd,” antwoordde Kitty met een stralend
-lachje.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXVIII.
-
-
-Hermelijn was teruggekeerd in haar eenzame woning.
-
-Na de hartelijkheid en warme liefde, waarmee Dolly haar omringd had,
-viel de koude ontvangst en de onverschillige begroeting van haar man
-dubbel hard.
-
-Zij ging haar weg, en bekommerde zich in ’t minst niet om hem; zij
-speelde piano, zong als de vogeltjes, zonder er om te vragen, of iemand
-naar haar luisterde; hij kwam niet eens meer aan tafel en liet haar
-geheel alleen.
-
-»En dat noemt Iwan opkomende liefde,” dacht Hermelijn, »’t wordt hoe
-langer hoe zwaarder, ’t is niet meer te dragen. En toch ’t moet eens
-eindigen, maar hoe?”
-
-Alle woorden en daden van Conrad, maakten den indruk of hij met geweld
-zeker gevoel onderdrukte, dat hem te machtig werd; Hermelijn beefde in
-stilte, niets zou haar natuurlijker zijn voorgekomen dan als hij, door
-’t een of ander getergd, plotseling opgesprongen was om zich met een
-mes in de hand op haar te werpen.
-
-Zij hoorde hem onrustig heen en weer loopen, terwijl zij voor de piano
-zat en de liefelijkste melodieën van Schubert zong; hij mishandelde
-zijn hond, dien hij anders zoo verwende, sloeg den huisjongen, die hem
-wat lang op vuur liet wachten, de tali api [96] tegen het gezicht, en
-toen eindelijk Hermelijn opstond, daar hare bevende vingers het haar
-onmogelijk maakten langer te spelen, snelde hij naar het instrument,
-wierp het deksel met geweld dicht, zoodat de bobèches in stukken vlogen
-en de snaren een dof geknars deden hooren.
-
-»Ik wist niet dat mijn spel je hinderde, Conrad,” sprak zij zacht en
-kalm, terwijl haar stem hoorbaar trilde, »waarom het mij niet bedaard
-gezegd?”
-
-Hij zag haar aan met een woeste uitdrukking, het was of zijn vuisten
-zich balden, of hij zich op haar wilde storten.
-
-Zij verroerde zich niet en zag hem onverschrokken in het wit der
-rollende oogen, hoewel haar hart tot brekens toe klopte.
-
-Als door bovenmenschelijke inspanning overwonnen, keerde hij zich om en
-verliet het huis, zonder naar haar om te zien.
-
-De arme Hermelijn viel bevend in haar stoeltje neer.
-
-»Mijn God, sta me bij! ’t Is zoo duister,” bad zij, »alleen met hem
-zijn, met dien woesteling! En toch, wat heb ik te vreezen? Mijn leven,
-wat is ’t mij waard, niets meer? Dolly is moedig en sterk, maar zij
-heeft nog haar kinderen en ik ben verlaten, eenzaam. O vader, als u ’t
-wist...!”
-
-Zij sloot zich in haar kamer op; de nacht viel, maar Conrad kwam niet
-t’huis; een zwaar onweer brak los, het gebergte schudde en beefde, de
-boomen ruischten woest en wild, telkens doorboorden de bliksemflitsen
-de neerhangende jalouzieën en vervulden haar kamer met de helderheid
-des daags; de donderslagen volgden elkander bijna zonder tusschenpoozen
-op, en het arme Hermelijntje lag achter haar wit tullen gordijnen te
-huiveren en te rillen, zij die vroeger geen angst kende. Zij was bang
-voor het weer, bang voor haar man, bang voor alles, bij elken slag, elk
-weerlicht.
-
-Eindelijk toen het onweer voorbij trok, viel zij in een onrustige
-sluimering, waaruit ze plotseling gewekt werd door een licht, dat haar
-vlak op het gelaat viel en door de gesloten oogleden drong; zij sloeg
-ze op en staarde verward rond.
-
-Daar zag zij Conrad in de kamer staan, met verwarde haren en druipende
-kleeren, een lamp in de hand; zijn oogen waren strak op haar gevestigd
-en hij zag er zoo schrikwekkend en vreemd uit, dat de reeds opgewonden
-Hermine sidderend haar oogen afwendde en met een angstigen gil het
-gelaat in de kussens verborg.
-
-»Je behoeft niet bang te zijn en niet te schreeuwen,” hoorde zij hem
-zeggen, »morgen is het gedaan!”
-
-En toen zij het hoofd weer bevend omhoog hief, was hij verdwenen.
-Eindelijk was die nacht van verschrikking voorbij en een zonnige morgen
-vol zilver en diamanten brak over het woud en het gebergte aan, maar
-terwijl de kalmte, het leven en het geluk in de natuur terug keerden,
-waren de beide jonge harten slechts vervuld van angst, schrik en toorn.
-
-Hermelijn was reeds vroeg buiten, zij zag naar haar bloemen, waarvan
-vele door den storm geleden hadden; zij trachtte kalmte en hoop te
-putten uit het gezicht der lachende, stralende morgenure, maar haar
-hart was te vol zorg en zelfs bitterheid en wrok om daarin troost en
-moed te vinden.
-
-»Ik zal mijn liefde voor hem verliezen, als het langer duurt; hij is
-onrechtvaardig en haatdragend, ik heb alles gedaan wat ik kon om hem te
-toonen, dat ik niets liever wilde dan een goede, liefhebbende vrouw
-voor hem te zijn. Maar hij bedreigt me, hij zal me mishandelen, wat
-moet ik doen?”
-
-Alleen zat zij aan het ontbijt, dat zij nauwelijks aanroerde; zij had
-te veel op haar krachten gebouwd, nu kon zij niet meer; haar
-dagelijksche werkzaamheden boezemden haar afkeer in, neen, alles zou
-haar nu welkom zijn geweest, het liefst de dood!
-
-Dan zou zij niet meer zijn verwrongen gelaat behoeven te zien, dat haar
-steeds vervolgde als een angstig vizioen, zijn woedende stem en
-uitbarstingen niet meer hooren welke haar aan het redelooze dier
-herinnerden; het was of zij haar arme liefde belichaamd zag als een
-teeder, dartel vlindertje, dat hoewel gewond, telkens het zonnelicht te
-gemoet vloog, maar nu eindelijk in zijn laatste stuiptrekkingen
-stervend ter aarde lag.
-
-Hij kwam niet in de galerij, en zij liet door den huisjongen hem een
-kop koffie op de kamer brengen.
-
-»Toewan slaapt met al zijn kleeren aan op de bank, en zie eens, dat lag
-naast hem.”
-
-Het was een revolver.
-
-Hermelijn huiverde en zag den bediende aan, die veel hoorde en zag,
-maar met zooveel kieschheid zweeg als weinige beschaafden zouden
-toonen.
-
-»Ik dank je, Sarko, ik dank je!” zeide Hermelijn en de knecht
-verwijderde zich, stijf als een automatisch beeld en even stom.
-
-Zij zat met het hoofd in de handen voor de tafel, zonder kracht om op
-te staan, zonder iets te kunnen eten, zonder aan het volgende uur, het
-volgende oogenblik te willen denken, dat misschien de ontknooping van
-het drama kwam brengen, waarin zij de hoofdrol speelde. Daar buiten
-kweelden de vogeltjes, stoeiend met de zonnestralen, daar hieven de
-bloemen hun bedauwde kelkjes omhoog, alles scheen te zingen, te juichen
-in liefde en jeugd en zij worstelde hier alleen met waanzin en dood.
-
-»Laat me vertrouwen op u, o God, op uw hulp! Gij tenminste verlaat mij
-niet,” zoo bewogen zich haar lippen maar haar hart was bang en moe; ’t
-was of elke minuut haar nader bracht aan iets vreeselijks, iets
-onherstelbaars.
-
-Hoe lang zij daar onbewegelijk zat, wist zij niet, het hadden uren maar
-ook minuten kunnen zijn, doch de zon teekende niet langer de slingers
-van klimop en de scherpe bladeren der kaktussen op den rooden vloer,
-toen het gerol van wielen haar uit haar mijmering deed opschrikken. Zij
-stond op en voelde haar oude geestkracht terugkeeren. Het pistool moest
-weggeborgen worden tot elken prijs. Zij bracht het in haar kamer en
-sloot het in haar kast, toen ging zij naar de voorgalerij om te zien,
-wie haar bezocht.
-
-De coupé van het groote huis hield juist voor de trappen stil en Corona
-stapte er uit in een frisch wit morgengewaad, rijk met kant en roode
-linten versierd, stralend als de morgen, schooner dan Hermelijn haar
-ooit gezien had.
-
-Nu was zij het, die met somber geplooid gelaat haar schoonzuster
-ontving want van verwelkomen was geen sprake.
-
-»Hermelijn, weiger je mij zelfs een hand?” vroeg Corona op droevigen,
-teleurgestelden toon.
-
-»Wie zou ik die beter weigeren dan u, die hier niets dan ellende en
-jammer heeft gezaaid. Wat doet u hier?”
-
-»U vergiffenis vragen, Hermine! U mijn hulp aanbieden om goed te maken,
-wat er nog goed te maken valt.”
-
-»Daar is het te laat voor! Mijn vergiffenis, wat is u daaraan gelegen
-en al hadt u die ook, meent u daardoor uw wroeging uit te wisschen over
-het onherstelbare?”
-
-»O Hermine, wat moet je geleden hebben, dat je zoo bitter, zoo scherp
-geworden bent, ik voel nu, wat je mij eens gezegd hebt, wanneer ik eens
-genegenheid zou voelen...”
-
-»Is dat uur gekomen? ’t Verheugt me; voel nu, hoe ge mij bedrogen hebt,
-zooals geen vrouw ’t ooit werd. Wees gelukkig, trouw met Iwan maar
-tracht dan ook te vergeten, hoe je Conrad en mij het leven hebt
-verwoest.”
-
-»Maar Hermine, hoor me aan! ’t Was slecht van me hem zedelijk te
-dwingen, maar ik dacht....”
-
-»Je dacht dat hij van hetzelfde kneedbare deeg was als August en
-Guillaume, als die arme, heilige martelares, die je aan Akkeveen te
-prooi hebt gegeven. Maar neen, Conrad heeft een karakter, een lastig
-ding om daarmee door de wereld te komen, en hij heeft zich niet willen
-buigen in het onvermijdelijke. Hij is getrouwd om uw wil te doen, maar
-overigens bleef zijn vrouw een vreemde, erger nog, in zijn hart en
-huis. Hem vergeef ik alles maar u niets, hij heeft door zijn gedrag
-tegen mij de achting herwonnen, die hij zou verloren hebben, als hij me
-op uw bevel gewillig getrouwd had, maar ik ben het slachtoffer en
-waarlijk ik heb er nooit roeping toe gevoeld slachtoffer te zijn.”
-
-»Hermine, hoor me bedaard aan! Ik zal hem spreken.”
-
-»Dat behoeft niet, niemand mag zich in mijn huiselijke zaken dringen.”
-
-»En wat wil je dan doen? Zoo kan ’t niet langer voortgaan. Kom met mij
-mede naar huis, ik zal papa, die niets vermoedt, alles zeggen. Blijf
-niet langer in zijn macht, hij is tot alles in staat.”
-
-»Hij mag en kan alles doen! Ik heb hem getrouwd uit vrijen wil omdat ik
-hem innig liefhad en meende, dat hij om diezelfde reden mij tot vrouw
-verlangde; ik zal hem niet verlaten dan als hij me verjaagt uit ons
-huis!”
-
-»Dat is romantaal, Hermine, dat kan je niet meenen! Zie je dan niet hoe
-bitter het mij berouwt, hoe ik alles zou ten offer brengen om je
-gelukkig te zien, alles, versta je, alles, zelfs mijn geluk!”
-
-»Je hebt niets op te offeren, laat mij over aan mijn lot, wat het ook
-wezen mag, en maak mij het leven niet zwaarder dan het reeds is.”
-
-»Ik zal er toch papa over spreken, een scheiding...”
-
-»Dat verbied ik je! Een enkelen troost kan je mij geven, mijn geheim,
-dat alle broeders en zusters raden, blijve tenminste een geheim voor de
-wereld. Dit is ’t eenige, waarover Conrad en ik ’t eens zijn.”
-
-»Maar als ik nu...”
-
-»Doe geen moeite, Corona, voor u begint waarschijnlijk een leven vol
-geluk, vol glans, voor mij is alles gedaan.”
-
-»Hou je niet meer van Conrad?”
-
-»Je begrijpt dat ik je mijn hartsgeheimen niet zal bekennen.”
-
-»Kan ik je dan niets geven, Hermine, niets geen raad, geen steun,
-niets?”
-
-»Neen niets; verlaat me, en spaar mij langer het verdriet om mijn leed
-uit te klagen; alleen is het nog te dragen, maar als ik met u er over
-spreek, is ’t of ik er onder bezwijken zal.”
-
-»Hermine, Hermine! Laat me zoo niet gaan!”
-
-»Komt u op bevel van Iwan?”
-
-Daar flikkerde het oude vuur opnieuw in Corona’s oogen, en op
-snijdenden toon, antwoordde zij:
-
-»Niemand heeft mij te bevelen, niemand, zelfs hij niet! Ik kom, daar ik
-den toestand onhoudbaar vind en dien niet langer lijdelijk kan
-aanzien.”
-
-»Uw berouw komt te laat, u ziet dat u met menschen en niet met
-marionetten te doen hadt.”
-
-»Waarom weiger je dan de laatste toevlucht, die ik je bied? Kom met mij
-mede in het rijtuig, blijf bij ons tot zij dien knaap tot rede hebben
-gebracht.”
-
-»Die knaap is mijn man en hij zal zich even weinig door u of door zijn
-vader tot rede laten brengen, als Iwan in zijn plaats zich tot iets,
-wat hem niet beviel, zou laten overhalen.”
-
-»Maar vergelijk Conrad niet met Iwan!”
-
-»Conrad staat misschien veel hooger, hij heeft zich een man van
-karakter getoond. Hij heeft zijn opgedrongen vrouw zijn naam gegeven,
-meer niet, maar hoe ’t ook zij, ik ben die vrouw en mag zijn gedrag
-niet beoordeelen.”
-
-»Hermine, nu ga je te ver. Hij heeft zich schandelijk tegen je
-gedragen. Hij was vrij je te trouwen of niet; ’t komt er niet op aan
-hoe, hij heeft het eenmaal gedaan, nu kan hij wrok koesteren tegen mij,
-tegen zijn vader, maar niet tegen jou, die onschuldig zijt.”
-
-»Wanneer ik hem werkelijk getrouwd had, zonder dat hij mij persoonlijk
-ten huwelijk vroeg, zonder dat hij me een teeder woordje schreef, dan
-was hij in zijn volle recht, mij te minachten. Dat het zoo niet is,
-komt door uw laag, uw schandelijk bedrog, waarvan Iwan geen vermoeden
-heeft.”
-
-»Vergeef me,” snikte Corona, »o Hermine, ik verneder me voor je, zooals
-ik me nooit voor iemand vernederd heb. Een woord van verzoening, een
-woord van hoop!”
-
-»Vreest u misschien dat ik Iwan alles zeggen zal? Wees gerust, ik tast
-niet gaarne in het leven van een ander. Ik zal weten te zwijgen; al ben
-ik diep rampzalig, ik gun u het geluk, dat u meent veroverd te hebben.”
-
-»’t Is niet uit vrees, dat ik hier kom, Hermine, neen, uit angst, uit
-bezorgdheid voor je. Ik durf niet gelukkig zijn, vóór je het ook zijt.”
-
-»Dan zal je het nooit worden, Corona! ’t Is verloren moeite; geloof me,
-Conrad heeft een wil, even goed als u en ik laat me ook liever breken
-dan buigen.”
-
-»Wat moet ik doen?” vroeg zij hopeloos.
-
-»Naar huis terugkeeren, uw verloving vieren met Iwan en mij vergeten.”
-
-»Ik kan ’t niet, terwijl je woorden nog in mijn ooren weerklinken.
-
-»Dat is uw zaak en niet de mijne!”
-
-Zoo scheidden ze; Hermine was Corona’s meerdere gebleven en beiden
-hadden er het bewustzijn van.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXIX.
-
-
-Na Corona’s vertrek bleef Hermelijn als uitgeput op de sofa liggen, met
-haar hoofd op de leuning gedrukt, het lange haar als een gouden golf
-over haar wit kleed neervallend. Nu en dan doortrilde een zenuwachtige
-schok haar lichaam, maar anders bleef zij onbewegelijk.
-
-»Hermine,” hoorde zij plotseling zacht fluisteren. Zij zag verbaasd op;
-Conrad stond voor haar, met een bleek, bestorven gelaat, dat de sporen
-droeg van bittere smart en zwaren strijd.
-
-»Hermine,” ging hij voort en steunde op een tafeltje, want het scheen
-hem veel te kosten, wat hij te zeggen had, »ik heb alles gehoord, wat
-je Corona gezegd hebt.”
-
-»En wat zou dat?”
-
-»Waarom ben je niet meegegaan?”
-
-»Omdat mijn plaats hier is, in mijn huis, bij mijn man en nergens
-anders. Mijn plicht houdt me hier. Ik heb geen ander t’huis meer.”
-
-»En je bent er zoo ongelukkig.”
-
-»’t Doet er niets toe, Dolly is ook niet gelukkig en toch blijft ze
-haar plichten vervullen.”
-
-»En als ik je nu van die plichten ontsla?”
-
-»Dat kan je niet eens, dat kan God alleen!”
-
-»Door mijn dood, niet waar? Nu, van nacht had ik reeds mijn pistool
-geladen om je de vrijheid terug te geven, maar ik heb ’t niet gedaan;
-ik dacht plotseling aan mijn moeder, die ik dan nooit meer zou
-terugzien en ook aan jou, Hermine.”
-
-»Aan mij!”
-
-»Ja, ik mocht je niet alleen laten in deze wildernis, ik begreep, dat,
-hoe weinig je ook aan mijn dood gelegen is, die slag je vreeselijk zou
-treffen, als die zoo viel. Ik vormde dus een ander plan!”
-
-»En dat is?”
-
-»Ik ga dienst nemen naar Atjeh; blijf hier nog een dag of wat na mijn
-vertrek, zonder iemand te waarschuwen, dan merkt niemand er iets van,
-vòòr ik dienst genomen heb. Ik zal niet terugkeeren, ik beloof het je.”
-
-Zij zag hem aan in het smartelijk, verwrongen gelaat, terwijl hij de
-oogen van haar afwendde en zijn borst angstig hijgde.
-
-»En waarom wil je dat doen?” vroeg zij.
-
-»Om je vrij en gelukkig te maken.”
-
-»Zou dat niet op een andere manier gaan, Coen!”
-
-Zij trok hem naar zich toe en nam zijn handen in de hare, haar oogen
-schitterden, haar kleur keerde terug op hare bleeke wangen, een
-glimlach speelde om haar lippen, zij staarde hem aan met een blik,
-waarin zij haar geheele ziel had gelegd.
-
-»Wat bedoel je?” vroeg hij, plotseling zich omkeerend, en zag haar ook
-diep in de oogen.
-
-Zij antwoordde niet, maar bleef hem strak aanzien.
-
-»Hermelijn!” riep hij, »Hermelijn, bespot mij niet! O God, je weet
-niet, wat ik geleden heb.”
-
-»En ik dan, door jou schuld. Kom, ik voel immers dat je eigenlijk mij
-niet haat, arme jongen.”
-
-»Je haten, Hermine, o je vermoedt niet....”
-
-»Ik vermoed meer dan je denkt, kom hier, zóó, kijk me weer aan!”
-
-Hij was voor haar op de knieën gevallen en verborg zenuwachtig snikkend
-zijn hoofd op haar schoot. Zij streek hem door het dikke krullende haar
-en sloeg haar armen om hem heen.
-
-»Ik ben het niet waard, Hermelijn, ik heb je behandeld zoo laag, zoo
-ellendig als ware je.... maar de gedachte maakte me razend, dat je me
-uitlachte, mij bespotte.”
-
-»En dat doe ik ook en dat verdien je geheel en al.”
-
-En zij schaterde het uit, haar frissche, jonge lach klonk hem als
-muziek in de ooren, maar hij hief het hoofd nog niet op.
-
-»Mijn lieve, beste jongen, wat heb je mij geplaagd,” ging zij op bijna
-moederlijken toon voort, haar gezicht verbergend in zijn haar. »Zooveel
-weken van ons jong leven verbitterd door mokken en pruilen, en dan nog
-je willen doodschieten en dienst nemen naar Atjeh. Heb je het zoo
-slecht bij de vrouw? Kom, sta eens op! Een man aan mijn voeten, dat is
-me nooit overkomen. Laat me je booze, booze oogen nu eens zien.”
-
-Maar het duurde lang voordat zij ze zag; Conrad was opgestaan om haar
-hartstochtelijk in zijn armen te sluiten, aan zich vast te drukken, als
-moest hij haar tegen de geheele wereld beschermen.
-
-»Kun je mij ooit vergeven?” vroeg hij.
-
-»Ik heb alles reeds vergeten, ik weet alleen, dat ik nu zoo blijde ben,
-zoo gelukkig als ik ’t niet zou zijn, wanneer wij te Samarang reeds
-dadelijk zoo wijs waren geweest als nu!”
-
-»Houd je werkelijk van me, Hermelijn? Is ’t waar, wat je Corona hebt
-gezegd en geef je niets om Thoren van Hagen?”
-
-»Onzen aanstaanden zwager?”
-
-»Ik ben reeds jaloersch op hem geweest van ’t eerste oogenblik, toen
-hij je dat bouquet gaf en je den doek in ’t rijtuig omdeed.”
-
-»Heeft hij dat gedaan, ik weet het niet eens meer. ’t Was ook het werk
-van mijn man, hij had ’t zich door niemand moeten uit de hand laten
-nemen.”
-
-»Dat komt omdat ik zoo’n domme jongen ben. O Hermelijntje, wat moet je
-van mij gedacht hebben.”
-
-»Dat je mij verschrikkelijk kon plagen en angst aanjagen. O foei, wat
-is alles veranderd in een oogenblik,” riep zij uit de volheid van haar
-hart, met van vreugde glinsterende oogen zich vast aan hem nestelend,
-»ik ben nu voor niets bang. Niets ter wereld! En jij dan, Conrad?”
-
-»Ik ben alleen bang, dat je mij lomp en linksch zult vinden.”
-
-»Neen, ik heb je op zijn ergst gezien; ’t is met ons juist het
-omgekeerde gegaan als met andere jonge paren, wij zijn begonnen met
-tegen elkaar te kibbelen, daarmee eindigen de meesten, weet je dat?”
-
-»Ik weet dat je een engel bent, een echt Hermelijntje, zoo blank, zoo
-rein en dat ik God nooit genoeg kan danken dat Hij mij, ellendigen
-lafaard, zooveel geluk schenkt. Hou je werkelijk van mij, Hermelijntje,
-of is ’t alleen omdat..... omdat ik je man ben?”
-
-»Omdat je mij zoo leelijk behandeld hebt en omdat... wat stoute, booze
-oogen, hoe heb ik dikwijls verlangd die te zoenen, en mijn hand door je
-wilde krullen te steken; wil je mij nu nog terug laten gaan naar
-Corona?”
-
-»Neen, spreek nu niet van haar!”
-
-»En ik begin van haar te houden, zij heeft ondanks alles een edel,
-trotsch hart.”
-
-»Ik gun haar aan Thoren van Hagen, en wensch hem alle geluk met zijn
-verovering, maar mijn Hermelijntje...”
-
-»Is een vreemde, een indringster en toch moest je haar portret
-teekenen, als zij weg was.”
-
-»Heb je dat gezien? En ik heb je brieven en je dagboek gelezen!”
-
-Zij verborg blozend haar gelaat aan zijn borst en vroeg:
-
-»Wanneer? Eerst nu!”
-
-»Toen ik zoo’n haast had om van Dolly weg te komen.”
-
-»En wat dacht je toen?”
-
-»Dat ik mijn geluk met jou liefde verspeeld had. Wie had het mij
-voorspeld, geen uur geleden, dat alles zoo zou veranderen?”
-
-»Is ’t niet het eenvoudigste?”
-
-»En het beste, maar ik moet uitgaan. Ik heb de laatste dagen niets
-kunnen werken, o als je wist hoe ongelukkig, hoe gejaagd ik was, maar
-nu kan ik in ’t geheel niet weg. De koffietuinen moeten maar wachten,
-ik kan je niet meer verlaten, Hermelijntje!”
-
-»Maar ’t eten voor van middag?”
-
-»Laat het wachten, ’t is of je voor goed weggaat naar Corona, als ik je
-niet meer zie. Toen ik je miste dien ochtend in den krater....”
-
-»En je mij gered hebt!”
-
-»Ik kon me nauwelijks meer goed houden maar... maar....”
-
-»Je oostersche koppigheid hield je staande; ik heb daar heel veel goeds
-van je gezegd aan Corona, luistervink, maar ik meende dat alles niet,
-dat begrijp je!”
-
-»Je moet me veel leeren Hermelijntje, ik kom veel te kort, maar wie
-heeft zich ook om mij bekommerd nadat ik zoo onverwacht uit Europa
-moest komen?”
-
-»Als je maar van goeden wil bent en geen valsche schaamte meer hebt.”
-
-»Voor mijn lieve vrouw! Ik vond je zoo lief, Hermelijn, reeds dadelijk;
-zoo heel anders dan mijn schoonzusters en ik kon me begrijpen, hoe ik
-je zou tegenvallen!”
-
-»En in plaats van goed en vriendelijk tegen het arme, vreemde vrouwtje
-te zijn, moest zij daar altijd zoo’n eeuwig norsch gezicht bewonderen.
-O Coen, Coen, wat een logica!”
-
-En zoo gingen zij voort de volheid hunner jeugdige harten in allerlei
-dwaasheid uit te storten; ze werden niet moe elkander aan te zien, te
-liefkoozen, te bewonderen, ontheven als zij zich voelden van den zwaren
-last, die hen zoo lang had neergedrukt; het leven lag voor hen in
-vollen rijkdom, een woord, een blik had de nevels verdreven, die het
-bedekten en verduisterden, nu scheen de zon en deed haar licht
-schitteren in vollen middagglans.
-
-Corona was intusschen diep terneergeslagen t’huis gekomen; zij zocht
-echter haar toevlucht niet bij Iteko maar bij Kitty, wie ze alles
-verhaalde.
-
-»Hij heeft alles om jou gedaan,” zeide Corona, niet zonder zelfzucht,
-»kan je er nu niets aan veranderen?”
-
-»Lieve Corona, je weet zelf hoe weinig vreemde tusschenkomst helpt,
-maar om je pleizier te doen, wil ik er morgen wel eens heengaan.”
-
-»Doe dat, Kitty, doe dat! Ik hoor, hun bedienden hebben het den mijnen
-verteld, hij heeft den geheelen nacht als een razende door het onweer
-geloopen en zijn wapens zijn geladen. Ik ben zoo bang.”
-
-»Nu, ik zal morgen bij Hermelijn aandringen dat ze met mij meegaat en
-dan zal ik mijn welsprekendheid ook eens beproeven op Coen.”
-
-Kitty zag er den volgenden dag wel tegen op, hoewel zij zelfs aan
-Portias verklaarde, dat ze het graag, heel graag wilde doen.
-
-»Als deze stap niet baat, zal ik papa alles zeggen, ik durf de
-verantwoordelijkheid niet langer alleen dragen,” zei Corona en gaf haar
-vele aanwijzingen en raadgevingen mee.
-
-Portias had echter niet veel rust; tegen den namiddag reed hij den weg
-naar Djantong op en ontmoette reeds vrij spoedig het coupétje, aan
-welks portier Kitty’s geheimzinnig lachend kopje verscheen.
-
-»Hoe is ’t, Hermine niet bij je?” vroeg hij teleurgesteld.
-
-»Neen, vraag me niets! Spoedig naar Thoren van Hagen, zeg hem dat hij
-naar ’t groote huis gaat, och ventje! ik bid er je om.”
-
-»Maar, mijn viooltje, zeg me eerst!”
-
-»Neen, ik zeg je niets, ik kan ook zwijgen voor een enkelen keer. Rijd
-door, koetsier!”
-
-Portias stond verlegen rond te zien en besloot zich van zijn zending te
-kwijten; Thoren van Hagen was echter niet in zijn huis, hij had den
-vorigen dag Corona niet gezien, nu was zijn zelfbeheersching ten einde
-en hij kwam haar bezoeken.
-
-»Corona, ik bid je! Offer ons geluk niet op aan een hersenschim,”
-smeekte hij, »wat deert ons die stijfhoofdigheid van je broer, laat
-Hermelijn zelf die overwinnen. ’t Is haar goed toevertrouwd.”
-
-»Neen Iwan,” antwoordde Corona terneergeslagen, »dring er niet verder
-op aan, je weet hoe innig ik van je hou, het verbergen kan ik niet
-meer. Ik heb altijd getwijfeld aan liefde en er zelfs mee gespot, nu
-denk ik anders maar waarlijk ik durf niet gelukkig zijn zoolang ik
-doodelijk ongerust ben over Conrad en Hermine. ’t Is of er geen zegen
-op ons zal rusten.”
-
-Zijn wenkbrauwen fronsten zich en zijn stem klonk hard toen hij
-antwoordde:
-
-»Dat is bijgeloof en anders niet, zoo’n gedachte is je onwaardig,
-Corona; wat gebeurd is, kan niet meer veranderd worden en ’t is dwaas,
-kinderachtig, je zelf er voor te straffen en ook mij.”
-
-Zij zag hem ernstig, bijna droevig aan.
-
-»Iwan, ’t is alles zoo snel gegaan, onze... onze verloving....”
-
-»We zijn niet verloofd! Dat heb je immers niet gewild.”
-
-»Onze afspraak dan, als je ’t liever hebt. Je hebt me overrompeld....”
-
-»En ’t spijt je nu?”
-
-»Neen Iwan, dat nimmer, maar zijn we niet lichtzinnig geweest? Ik ben
-niet zoo jong meer, ik had wijzer moeten wezen.”
-
-»Foei, begin je weer met je theorieën; liefde en wijsheid verdragen
-elkander niet.”
-
-»Ik geloof dat ze het moesten doen, ’t zou beter zijn.”
-
-»Je hebt daar nog al verstand van!”
-
-»Zie, dat verwijt heb ik verdiend en ’t knaagt mij aan het hart.”
-
-»Maar waar moet het heen met dat geweifel?”
-
-»Ach Iwan, laat me nog wachten!”
-
-»Tot hoe lang? Geduld is mijn hoofdondeugd niet.”
-
-»Nog een maand!”
-
-»Dat is mij veel te lang! Ik zou liever mijn huis in brand steken en
-naar Australië gaan.”
-
-»Ik zie ’t, je hebt weinig voor mij over.”
-
-»Wat een dwaas verwijt, daar verwaardig ik me niet op te antwoorden. Ik
-geef je een week.”
-
-»Nu ’t is goed, een week ...”
-
-»Dan ga ik in dien tijd naar Samarang, in je nabijheid blijven op dien
-voet, dat kan ik niet uithouden.”
-
-Corona zag hem angstig en bevreesd aan; een week zonder hem te zien of
-te hooren, scheen haar een eeuwigheid; zij voelde echter hoe als een
-ijzeren band het bewustzijn haar omgaf, dat zij in zijn macht was, dat
-zij haar vrijheid ten offer had gebracht, vrijwillig, wel is waar, doch
-niet minder volledig.
-
-»Daar komt Kitty terug!” riep zij plotseling en ging naar de trappen
-van de voorgalerij; haar hart klopte hoorbaar en Thoren bleef haar ter
-zijde.
-
-»Lieveling, moed!” fluisterde hij haar toe met die wonderbaar weeke
-stem, die de teerste snaren van haar ziel, welke nooit aangeroerd
-waren, zoo zoet kon doen trillen.
-
-De coupé stond stil en vlug als een vogeltje sprong Kitty er uit.
-
-»Mijn arme Jo, ik heb hem om een vergeefsche boodschap gezonden,” riep
-zij lachend, »ik heb hem naar u gestuurd, Thoren; ik mag dat immers wel
-zeggen, niet waar, ik ben in ’t geheim, en we zijn zoo goed als broer
-en zuster.”
-
-»Wat voor tijding breng je me?” vroeg Corona ongeduldig.
-
-»Hartelijke groeten van Coen en Hermelijn, een kus zelfs en haar zegen
-met je voornemen. Portias zal het me niet kwalijk nemen, Thoren, dat ik
-je zusterlijk geluk toewensch.”
-
-En zij omhelsde beiden met stralende oogen en gloeiende wangen.
-
-»Maar Kitty,” zei Corona, »stel je zoo dwaas niet aan. Hoe is ’t daar
-in Djantong?”
-
-»Nu zijn er drie paar tortelduifjes, zegge drie paar! Verbeeld je, ik
-zal alles geregeld vertellen—ik kom daar aan en ’t ziet er zoo
-uitgestorven uit. »Waar is meneer, waar is mevrouw,” vraag ik een
-beetje ongerust. »Ze zijn uit?” »Allebei?” Ik weet het niet, maar ik
-verwed er mijn kleine pink op dat die Sarko een beetje knipoogde en
-moeite had zijn mond onder den zwaren knevel ernstig te houden. »’t Is
-goed,” zei ik, »uit rijden gegaan?” »Neen te voet!” »O zoo, mevrouw is
-dus mee op inspectie van de tuinen. Nu, ik heb geduld, ik zal wachten,”
-en ik probeer van alles, lezen, haken, bloemen plukken, maar niets kan
-duren. Eindelijk begin ik piano te spelen, te pianoteeren, zegt mijn
-man, dien ik met dat hakkelen wanhopend kan maken, maar hij is er
-gelukkig niet en dat spelen brengt me een beetje tot kalmte; daar voel
-ik twee handen op elk van mijn oogen en ik pak ze beet, die bruine
-vingers van Coen en ’t lieve mollige, poezele pootje van Hermelijn en
-toen ik mijn beide oogen gebruiken kon, toen zag ik de vroolijkste,
-gelukkigste gezichten, die men zich denken kan, zoo dicht mogelijk bij
-elkaar...”
-
-Dien avond stak Philip, die een hartstochtelijk liefhebber en
-vervaardiger van vuurwerk was, een vracht pijlen in de lucht om aan
-heel Java te verkondigen dat prinses Corona eindelijk haar prins
-gevonden had en Portias zeide:
-
-»Ik heb ’t altijd gezegd, onze oudste zuster is een heerlijk instrument
-maar dat eerst door een verstandig gekozen accompagnement tot volle
-recht zou komen. Ik geloof zeker dat zij ons de heerlijkste orgeltonen
-zal doen hooren, nu Thoren haar bespeelt.”
-
-Den volgenden morgen kwam van Djantong een prachtig bouquet met het
-bijschrift, door Conrad geschreven:
-
-»Aan onze broeder en zuster, Iwan en Corona! Van hun liefhebbende
-Conrad en Hermine.”
-
-En toen Dolly door een gelukkigen brief van Hermelijn al het
-voorgevallene vernam, bevochtigden tranen, die niets bitters hadden,
-haar uitgeweende oogen en zij lispelde:
-
-»Mijn Nonnie, mijn kind, nu gij een engel bij onzen Lieven Heer zijt,
-hebt ge al dit geluk voor hen verkregen!”
-
-
-
-
-
-
-
-XL.
-
-
-Volle vrede heerschte er op het uitgestrekte grondgebied der Gérans. De
-verloving van Corona werd natuurlijk zeer verschillend opgenomen;
-benijders vonden het vreemd dat zij zich verbond aan iemand, die een
-zwervend leven leidde en die, hoewel een zeer bekenden Hollandschen
-naam dragend, toch zeer goed een avonturier kon zijn.
-
-Ze vergaten natuurlijk niet dat zij sinds jaar en dag voorspeld hadden
-hoe die trotsche, veeleischende Corona stellig eenmaal een dwazen stap
-zoude doen. Anderen schudden het hoofd en betwijfelden het zeer of zulk
-een overhaast engagement iets anders dan rouw kon aanbrengen; de
-meesten verheugden zich over de jongere Gérans, die nu vrijer zouden
-wezen vooral als Corona met haar man naar Europa ging. Algemeene
-sympathie vond haar keuze echter bij de familie. Thoren van Hagen had
-hun vriendschap en zelfbewondering verworven, en »hij kan haar aan” was
-de hoogste lofspraak, die hem gegeven werd.
-
-Er hadden verscheidene feesten plaats, die de verschillende
-familieleden op het groote huis vereenigden; Hermelijn en Conrad reden
-er ook heen.
-
-In ’t rijtuig zeide ze hem lachend:
-
-»Ik bid je, Conrad, houd je nu heel deftig en bedaard voor de familie;
-laat hen niet te veel het verschil merken tusschen nu en den vorigen
-keer. Kijk me zoo min mogelijk aan!”
-
-»Je vraagt mij ’t onmogelijke, ik begin me hoe langer hoe meer te
-verwonderen over mijn sterkte van karakter.”
-
-»Zeg liever je koppigheid; ’t is altijd gemakkelijker om sterk te zijn
-uit ondeugd dan uit deugd.”
-
-»En nu zou ik het over de bergen willen roepen dat ik het allerliefste,
-allerverstandigste vrouwtje der wereld heb, en dat ik doodelijk van
-haar ben.”
-
-»Stil, stil, niet zoo ruw! Je doet me pijn, ik zou wel eens willen
-hooren hoe Thoren van Hagen en Corona met mekaar praten, dat zal zeker
-heel iets anders zijn dan de onzin, dien wij verkoopen.”
-
-»Geloof je dat? Ik denk het niet, en ’t is me ook heel onverschillig.”
-
-Maar Hermelijn had slechts zeer weinig het recht om haar man tot
-veinzen aan te sporen; haar gelaat kon niet huichelen; stralend van
-geluk en vreugde, kwam zij haar broeders en zusters tegemoet, geheel
-het tegenbeeld van het levensmoede, verbitterde Hermelijntje, dat men
-niet zonder medelijden aan kon zien.
-
-Hartelijk omhelsde zij Corona, die zich nu eerst volmaakt gelukkig
-voelde.
-
-»Vertel me, hoe is ’t gekomen?” vroeg zij.
-
-»Och, ik weet het zelf niet. We hebben ons goed in de oogen gekeken, en
-toen begrepen we elkaar.”
-
-»En voelt ge niet den minsten wrok meer tegen mij, Hermine?”
-
-»Neen, niets meer zusje, niets meer!”
-
-Corona scheen geheel veranderd; haar geluk uitte zich door
-verschillende gunsten, die zij steeds standvastig geweigerd had zelf te
-geven of wel haar vader ontried.
-
-Portias’ tractement werd verdriedubbeld; Toetie kreeg nieuwe meubels en
-een nieuw servies, Poppie een volledige uitrusting voor den kleinen
-wereldburger, die het petekind van Conrad en Hermelijn werd en nog
-pakjes kleeren voor de tien overigen. Akkeveen zelfs ontving de
-verhooging, die zij eens als koopsom voor de arme Yolande had willen
-geven; de anderen kregen ook wat hun hart wenschte.
-
-Zij toonde zich een goede, genadige koningin, zelfs jegens alle
-bedienden en loontrekkenden.
-
-Iteko wenschte haar op hoog ernstigen toon geluk met haar verloving.
-
-»Je hadt niet gedacht dat de gebeurtenissen zulk een loop zouden nemen,
-niet waar, Iteko,” sprak zij met een gelukkigen lach tot haar
-vertrouweling.
-
-»Neen, waarlijk niet, juffrouw!”
-
-»Je ziet nu, waarop al je wijze onderstellingen uitgeloopen zijn; ’t
-was om mij dat Iwan zich hier vestigde.”
-
-»Als de juffrouw ’t zich herinneren wil dan heb ik dat het eerst gezegd
-maar....”
-
-»Later heb je allerlei dwaze dingen verzonnen, zelfs Margot...”
-
-»Dat was natuurlijk maar gekheid en wat mevrouw Conrad betreft, het
-doet me plezier dat alles heel anders is uitgekomen, maar u moet
-bekennen dat de schijn er voor was.”
-
-»Een goede les om niet meer op den schijn te vertrouwen.”
-
-»Die ik als zoodanig zal aannemen.”
-
-»Als ik alles goed beschouw dan geloof ik ook, dat ik reeds dadelijk
-mij door Iwan aangetrokken voelde; en dat ik meende antipathie voor hem
-te koesteren, kwam doodeenvoudig voort uit zeker gevoel van
-ontevredenheid, omdat hij mij niet....”
-
-»Niet dadelijk het hof maakte, neen, dat deed hij niet!”
-
-»En ik acht er hem te meer om. Ik kan me niet voorstellen, Iteko, dat
-ik zooveel, zoo innig veel van iemand houd; ik geloof dat ik alles voor
-hem zou kunnen doen. Ik begrijp niet, dat ik zoo lang geleefd heb
-zonder hem. ’t Is of ik in alles zijn wil moet volgen, o ’t is zoo
-vreemd; ik kan niets doen dan wat hij verlangt, zoo overtuigd ben ik
-dat het slechts goed, edel en grootsch kan zijn, wat hij van zijn
-toekomstige vrouw wenscht.”
-
-»Ik hoop dat het steeds zoo mag blijven!”
-
-»Waarom?”
-
-»Is ’t geen goede wensch, juffrouw? U is nu gelukkig, ik hoop dat u ’t
-altijd zal wezen en daar die gevoelens ’t u maken, wensch ik dat u ze
-steeds behoudt!”
-
-»O ’t kost me geen moeite hem te gehoorzamen! Ik verlang er zelfs naar
-hem te toonen hoe hoog ik tegen hem opzie, hoe ik zijn verstand, zijn
-doorzicht bewonder.”
-
-»Heeft u daar vele bewijzen van gezien?”
-
-»Iteko!”
-
-»Och juffrouw, vergeef me, maar u weet hoe groot mijn bewondering van
-uw verheven eigenschappen is en daarom zal u mij ten goede houden, mij,
-die hier koel en onbevangen oordeel, dat ik ’t jammer zou vinden,
-wanneer u afstand deed van uw eigen karakter ten behoeve van iemand,
-die misschien in weinig of niets uw meerdere is.”
-
-»Nu ga je te ver, je matigt je een oordeel aan over hem, die mij ’t
-liefste ter wereld is, over mijn aanstaanden echtgenoot.”
-
-»Geen oordeel, juffrouw! Niet dan een opkomende vrees, een twijfel
-voortkomend uit mijn groote vereering voor u, maar u heeft gelijk, ik
-zal ’t hoogste denkbeeld koesteren van meneer Thoren’s karakter en
-denken; wat men wenscht, dat gelooft men ook, en toch hoe hoog moet ik
-mijnheer uw galant schatten, als ik hem waardig acht u ter zijde te
-staan?”
-
-»Ge kunt hem niet te hoog stellen.”
-
-»God geve ’t!”
-
-»’t Is of je er aan twijfelt.”
-
-»Welke reden zou ik er voor hebben; eerst, ik beken ’t gaarne, schreef
-ik meneer Thoren zeer lage bedoelingen toe, later zag ik in, dat het
-een vergissing bleek te zijn, u denkt het ook, ’t is mij voldoende.
-Laat me alleen hopen, dat hij zich uw vertrouwen niet onwaardig toont!”
-
-»Je hebt een eigenaardige manier om je opinie te zeggen, maar ik geloof
-dat je het goed meent, Iteko, hier heb je een souvenir van me, ter
-gedachtenis van mijn engagement!”
-
-En zij liet een kostbaren ring met brillant in Iteko’s hand glijden.
-
-»Ik blijf u zeer dankbaar juffrouw, mag ik ook weten, wanneer uw
-huwelijk zal gevierd worden?”
-
-»De tijd is nog niet bepaald. Meneer Thoren van Hagen moet nog de
-toestemming van zijn vader ontvangen.”
-
-»Dan heb ik al den tijd om mijn dienst op te zeggen.”
-
-»Je dienst opzeggen, hoe kom je er aan, Iteko!”
-
-»De juffrouw begrijpt, dat ik, zoodra u vertrokken is, hier niet meer
-zal blijven.”
-
-»En waarom? Mijn broers en zusjes en de neefjes en nichtjes hebben je
-zoo noodig!”
-
-»Bespaar mij nadere uitleggingen, juffrouw de Géran, maar wanneer u
-vertrokken is, dan wordt mijn toestand onhoudbaar; voor u zou ik gaarne
-mijn leven lang hier gebleven zijn, maar is u vertrokken, dan kan ik er
-niet aan denken langer te vertoeven tusschen menschen, die mij
-bespotten en haten!”
-
-»Maar Iteko, hoe kom je er aan! Ik ga ook Java niet uit voorloopig ten
-minste; ik trek natuurlijk in het huis van mijn man...”
-
-»In dat van Dr. Bremmers?”
-
-Corona verbleekte.
-
-»Nu ja, wat zou dat? Als treurige herinneringen daaraan verbonden zijn,
-dan gaat het mij niet aan, volstrekt niet! Zoo blijf ik in de
-nabijheid, je kunt mij spreken zoo dikwijls je verkiest.”
-
-»Neen juffrouw, mijnheer Thoren ziet me niet gaarne, ik geloof dat ik
-beter deed reeds dadelijk te vertrekken maar ik mis er den moed toe;
-niet ieder bezit de gave zich te verheffen boven de getuigenis der
-oogen en door de misvormde schaal tot de kern door te dringen. U vermag
-het en daarom stel ik u zoo hoog; die eene eigenschap reeds sluit
-zoovele deugden in zich.”
-
-»Hoor eens, Iteko, we spreken daar later over, voorloopig blijft ge
-hier en er wordt niets veranderd in je toestand.”
-
-»Zooals u verkiest, juffrouw!”
-
-»Dat arme schepsel vereert me hoog,” dacht Corona, »kassian, zij heeft
-ook niets anders ter wereld om mee te dwepen. Ik geloof stellig dat ze
-jaloersch is op mijn liefde voor Iwan. Zonderling, ik zie alles nu zoo
-heel anders in, ’t schijnt dat de menschen en de dingen een geheel
-verschillend aanzien hebben gekregen.”
-
-De liefde, die haar ziel vervulde, maakte haar tot een ander wezen;
-groot, innig geluk straalde haar uit de oogen; als zij hem tegemoet
-vloog, schitterde haar blik met vochtigen glans.
-
-»’t Is te veel geluk op eens, zou ’t kunnen duren?” vroeg zij hem met
-een verrukt lachje en een traan in het oog.
-
-»En waarom niet, geluk waarvan men het einde voorziet, is, zegt men,
-geen geluk meer,” antwoordde hij.
-
-Zijn houding tegenover haar was ridderlijk en teeder tegelijk maar met
-een zweem van nederbuigende vriendelijkheid, als nam hij haar liefde,
-die bijna de aanbidding naderde aan, als iets, wat hij recht had van
-zijn aanstaande te eischen.
-
-»Ik kan mij niet voorstellen, dat het dezelfde Corona is,” zeide
-Hermelijn tot Kitty en Portias, »ik zou onmogelijk zóó mijn geheele
-karakter kunnen verloochenen voor een man; me dunkt dat ik nimmer zijn
-slavin zou kunnen wezen en Corona is mooi op weg het te worden.”
-
-»Neen, zóó ben ik nooit tegen mijn strijkstok geweest,” verzekerde
-Kitty lachend, »hoeveel Corona vroeger ook op mij te zeggen had.”
-
-»Als zij ’t maar volhoudt,” sprak Portias, »de violoncel kan niet
-altijd gespannen blijven; als men dezelfde snaren en dan liefst de
-fijnste altijd doet trillen, dan worden zij slap of breken en zoo vrees
-ik, zal ’t met Corona nog eens gaan!”
-
-»Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken,” grinnikte
-Akkeveen, »’t is een nieuwe gril van de Sultana eens slavin te willen
-zijn, maar op een goed oogenblik verveelt het haar en dan wee ons! Maar
-ik moet zeggen: Thoren heeft er eer van, hij heeft de onneembare
-vesting eerst door verhongering en later door overrompeling ingenomen.”
-
-»Neen Coen,” sprak Hermelijn, toen zij met haar man alleen was, »al die
-overdreven dingen deugen niet. Portias en Akkeveen vermoeden het
-flauwtjes maar ik, die Iwan van jongs af ken, weet het zeker;
-ongeduriger schepsel dan hij bestaat er niet. Hij moet het onbereikbare
-hebben en bezit hij ’t eenmaal dan kijkt hij er niet naar om. Papa
-heeft het hem dikwijls genoeg gezegd. »Dat wordt de vloek van je leven,
-jongen! die ellendige wispelturigheid.” Eens moest hij een
-horlogeketting hebben, die zijn vader hem weigerde. Toen spaarde hij
-maanden lang, legde zich allerlei ontberingen op, kocht den ketting om
-hem den volgenden dag weg te geven en met een gewoon koordje zijn leven
-lang te loopen; een volgenden keer klom hij in den hoogsten boom om met
-levensgevaar een nest er uit te halen en eindigde met het weer op
-dezelfde plaats terug te brengen; alles werd hij moe, zoodra hij ’t
-rustig bezitten kon.”
-
-»Nu, een lastige eigenaardigheid voor Corona! Geloof me, Hermelijntje,
-al kan ik onder menig opzicht niet wedijveren met je vriend Iwan, daar
-kun je op aan, wanneer ik van iemand houd, dan is ’t voor goed, voor ’t
-leven en daarna!”
-
-»Dat weet ik, mannetje-lief, en wees verzekerd dat ik ze van harte aan
-mekaar gun, ik zou niets liever wenschen dan ze gelukkig te zien en
-daarom zou ik Corona zoo gaarne wenken geven hoe met hem te handelen;
-hij moet nooit tevreden van haar gaan, altijd moet ze koketteeren...”
-
-»Mooie principes, breng ze liefst niet in praktijk en meng je maar niet
-in hun zaken.”
-
-»Evenmin als ik haar toestond zich met de mijne te moeien. Ik dank je,
-Coen, je raad is zeer goed.”
-
-Met bewonderenswaardigen tact wist Hermelijn gebruik te maken van haar
-meerderheid op Conrad; zij leidde hem op zoo behendige wijze, dat hij
-steeds meende in gemeenschappelijk overleg met haar te handelen; hij
-zag haar naar de oogen, om een goedkeurenden glimlach van haar zou hij
-alles over hebben; op een lichte fronsing van haar wenkbrauwen, een
-schertsend verwijt liet hij alles, wat zij verkeerd achtte.
-
-»Neen Guillaume, nu sta ik je niet meer toe mij mijn vrouw te
-benijden,” sprak hij tot zijn broer.
-
-»Ik doe ’t toch, mijn Toetie wordt bij den dag onhandelbaarder; je bent
-het beste af van ons allen en dan zoo lang nog ondankbaar blijven.”
-
-»Ik kan ’t nooit aan haar goed maken en ze is toch altijd even
-vriendelijk, even zacht tegen mij gebleven.”
-
-»’t Is een allerliefst Hermelijntje, ik heb ’t je altijd wel gezegd,
-draag ze op de handen, zorgvuldig en teer, dat er geen smetje aankomt;
-ik zou ’t ook doen als Corona mij zoo’n vrouw had gegeven.”
-
-Hermelijn maakte van haar vriendschappelijke verhouding tot Iwan
-gebruik, om eenmaal toen zij hem een oogenblik alleen zag, te naderen
-en te zeggen:
-
-»Wat heeft alles een goede wending genomen, Iwan, nu zijn we allen
-gelukkig.”
-
-»’t Doet me genoegen het van je te hooren, Hermelijn, ’t heeft me
-verdriet genoeg gekost, je strijd aan te zien zonder je hulp te kunnen
-brengen. Ik verheug me over je victorie.”
-
-»Maar jezelf, Iwan, ben je nu ook niet tevreden?”
-
-»Stellig, zeer tevreden!”
-
-»En dat zeg je op dien toon?”
-
-Iwan zuchtte en onderdrukte tevens een geeuw.
-
-»Och je weet ik ben altijd een raar heerschap geweest van dat ik zoo’n
-kleine jongen was, en het heele dienstpersoneel in rep en roer bracht
-omdat ik de maan wilde hebben, die in een tobbe scheen, en toen zij mij
-een witte ballon gaven na de tobbe te hebben leeg gegooid, wierp ik die
-in stukken.”
-
-»Dat herinner ik me meer van je gehoord te hebben, en in wat voor
-verband staat dat tot je tegenwoordig geluk?”
-
-»Kon ik dat maar zeggen! Ik heb me nog zelden zoo opgewekt, zoo vol
-levenslust gevoeld als in de maanden, die ik hier heb doorgebracht,
-elke dag gaf mij nieuwe aandoeningen en frisschen moed.”
-
-»Nu ben je op het toppunt van je wenschen.”
-
-»En ik voel zoo’n ledigheid in mijn hart; ik laat mij beminnen door
-Corona, ik geniet mijn overwinning en betreur den strijd; ’t is
-ellendig, ik zou me zelf er voor kunnen haten en toch is er niets aan
-te doen. Ik ben haar niet waard, ik wilde dat ik nooit hier gekomen
-was.”
-
-»O foei hoe laf! En dat is dezelfde man, die zoo welsprekend tegen mij
-kon preeken om mij moed in te boezemen. Je houdt toch veel van Corona,
-niet waar?”
-
-»Ik aanbid haar, dat is immers de geijkte term, maar ze is zoo zoet,
-zoo lief, ik heb ’t hart niet haar te plagen en geen lust met haar te
-schermutselen, dat alleen zou me wat opwekken. Ik had gedacht, dat ze
-trotscher zou zijn.”
-
-»Dat is ze ook, behalve tegen jou!”
-
-»Waarom? Zoodra we getrouwd zijn, verlaten we Java, maar waarheen zal
-ik gaan, met een vrouw aan mijn zij? Ik kan dan slechts begaanbare
-streken bereizen en die vervelen me zoo gruwelijk.”
-
-»Zij zal wel onbegaanbare met je willen doortrekken.”
-
-»Maar voor mij is de aardigheid er af.”
-
-Corona kwam terug; glimlachend zag zij haar aanstaande tegenover
-Hermelijn staan en sloeg haar armen om zijn schouders; zij dacht er
-niet aan iets vreemds te vinden in hun ernstig gesprek.
-
-»Hermelijn moet me veel vertellen van je stormachtige, ondeugende
-jeugd; ik geloof dat we daarover nooit uitgepraat zullen raken,” zeide
-zij.
-
-»Doe ’t maar niet, Corona, je zoudt niet veel goeds hooren,” antwoordde
-hij glimlachend.
-
-»Wat zou dat! Goed of kwaad, alles van mijn Iwan hoor ik even gaarne!”
-
-»Je zoudt me bederven als er nog iets te bederven viel,” sprak hij met
-een uitdrukking, die Corona niet opviel, maar waarvan de matheid
-Hermelijn maar al te bekend voorkwam.
-
-En toen zij ’s avonds met haar man alleen was, nam zij plotseling zijn
-zwarten krullebol in de handen en kuste zijn dikke haren.
-
-»Ondeugend stijfkopje,” zeide zij lachend, »je hebt je vast verbeeld,
-dat ik meer gaf om Iwan Thoren, maar je moest eens weten hoe dankbaar
-ik ben, dat je mij toebehoort en dat ik voor de heele wereld met Corona
-niet zou willen ruilen. Ik vrees, dat de arme Cor nog veel verdriet te
-wachten staat en het ook voor haar beter ware geweest als Iwan nooit op
-Java was gekomen.”
-
-»Wie weet of ik dan mijn vrouwtje ooit had durven beminnen,” riep
-Conrad, haar onstuimig aan ’t hart drukkend.
-
-
-
-
-
-
-
-XLI.
-
-
-Thoren van Hagen zou een feest aan zijn toekomstige familie en hun
-vrienden bieden; zijn huis was eindelijk ingericht, en deze gebeurtenis
-moest tegelijk met zijn verloving gevierd worden; in den namiddag
-kwamen de gasten aan.
-
-Corona stond hem reeds als gastvrouw ter zijde; niemand had haar ooit
-zoo eenvoudig gezien; geen diamant sierde haar hals of lokken, niets
-dan de wilde bloemen, die haar bruidegom met gevaar van zijn leven in
-een ravijn had geplukt en welke hij met varens vermengde en voor haar
-tot bouquetten schikte. Conrad en Hermelijn, Guillaume en Toetie, Kitty
-en Portias, Philip en Margot, August en Akkeveen beiden zonder hun
-vrouwen, want Dolly huiverde bij de gedachte een feest te moeten
-bijwonen, waarin voor haar gewond hart toch geen plaats was, en Poppie
-kon de kleine Hermine niet verlaten; dan natuurlijk het hoofd der
-uitgebreide familie, die, hoe gesloten anders ook, thans zijn
-ingenomenheid met Corona’s besluit niet verborg. Allen kwamen bij
-groepjes in de feestelijk versierde woning; bij hen sloten zich
-verscheidene vrienden uit den omtrek en de hoofdplaats aan.
-
-Corona straalde van een geluk, waarop nog geen schaduw gevallen was;
-een benijdenswaardig menschenpaar vormden zij en Iwan, zooals zij daar
-tusschen groen en bloemen in de voorgalerij stonden, jong, rijk,
-liefhebbend, schoon; na de feestelijke ontvangst, toen allen vereenigd
-waren, sloeg Thoren van Hagen voor, een watertochtje te maken;
-schuitjes met vlaggen en guirlandes van groen en bloemen versierd lagen
-aan den oever te wachten; de roeiers, wier donkerbruine gelaatstrekken
-sterk afstaken tegen hun rood en witte kleederen, zaten zwijgend op hun
-post.
-
-Op enkele ouderen na, die liever in huis bleven, waar geurige sigaren
-en opwekkende dranken het opgeofferde genot ruimschoots vergoedden,
-vonden allen het plan zeer uitlokkend en algemeene bijval werd er aan
-geschonken. In een der vaartuigen dat den vorm van een smallen
-Venetiaanschen gondel had, namen de aanstaande bruid en bruidegom
-plaats. De overigen schikten zich bij partijen in de veel grootere
-prahoe’s [97]. Corona zat op een soort van troon van rood satijn; aan
-haar voeten lag een tijgervel, waarop Iwan zich neerzette, half geleund
-tegen haar knieën.
-
-De roeispanen werden langzaam in beweging gebracht en sloegen
-regelmatig in het licht bronskleurige water, dat zij in tallooze parels
-omhoog deden spatten; met een verheugden glimlach staarde Corona rondom
-zich, maar het liefst rustten haar oogen en handen op het donkere
-hoofd, dat zich tegen haar kleed vleide en waarop zij al haar hoop voor
-de toekomst en voor haar geluk had neergelegd.
-
-Een vredig gevoel van kalmte omgaf hen; de warmte van den dag had
-plaats gemaakt voor een verfrisschende koelte. De kruidige geuren uit
-het tropische woud streken langs het water, door de laatste
-zonnestralen met een glans van goud en rozen overtogen; hier en daar
-als ruikers, in grillige wanorde daarheen geworpen, lagen de eilandjes
-half in schaduw, half in gloed, wilde pauwen glinsterden in het groen
-en verdwenen plotseling, verschrikt door de riemslagen, in de lucht.
-
-»O zulk een avond moest eeuwig duren!” zeide Corona.
-
-»Eeuwig duren, zou ’t dan een genot blijven?” vroeg hij, »alleen als we
-bleven in de stemming waarin we nu zijn en wat is er veranderlijker dan
-een menschengemoed?”
-
-»Iwan,” vroeg Corona plotseling en boog zich naar hem, »zeg me oprecht,
-heb je die stemming, waarin je nu verkeert, reeds eenmaal doorleefd
-naast een andere!”
-
-Hij zag verbaasd naar haar op.
-
-»Waarom vraag je dat?”
-
-»Mag ik dat niet vragen, ik die je mijn toekomst vertrouw?”
-
-»Die toekomst behoort ons beiden, maar ’t verleden mij alleen. Je bent
-de eerste vrouw, wie ik mijn naam aanbied, laat je dat genoeg zijn,
-Corona en vorsch niet naar voorheen! Heb je Hermelijn zelf niet gezegd,
-dat alles, wat van mij kwam, goed of kwaad, je welkom was?”
-
-»Mij belang inboezemde, ja! Maar er zijn vele jaren verloopen, sinds je
-elkander het laatst hebt gezien.”
-
-»En een jong meisje is niet de geschikte vertrouweling voor een man,
-die de wereld rondtrekt alleen om op avonturen uit te gaan. Maar, wees
-niet jaloersch op mijn nog niet lang verleden, een Corona heb ik nog
-niet bemind.”
-
-In haar ooren ruischten nog de woorden, die Iteko haar onder het
-aankleeden had toegevoegd.
-
-»Wat is u schoon, juffrouw de Géran, ik geloof dat van alle vrouwen,
-die mijnheer Thoren van Hagen ooit bemind heeft, geen schooner kan
-geweest zijn.”
-
-»Wat weet je daarvan?” vroeg zij scherp.
-
-»Niets, letterlijk niets, maar iemand zoo knap en zoo geestig als
-mijnheer Thoren van Hagen is er zeker van, overal le chéri des dames te
-worden.”
-
-»’t Zelfde wat Iteko zeide,” dacht Corona en luid sprak zij:
-
-»Nu, ik wil niet dringen in je geheimen, maar vertel me iets van je
-jeugd, iets wat ik weten mag!”
-
-»Mijn jeugd is treurig geweest, Corona en een treurige jeugd is als een
-sombere koude lente, je weet niet, wat een Europeesche lente beteekent;
-zeldzaam zijn die dagen wanneer ’t werkelijk lente is, wanneer men
-meent de levenssappen van bloem en plant omhoog te hooren stijgen,
-wanneer alles en overal van leven en jeugd spreekt, wanneer de
-zonnestralen zelfs iets jongs en frisch hebben. Soms echter ontbreken
-die heerlijke dagen bijna geheel, dan is het koud, ijzig, guur, de
-knoppen en bladeren trekken zich vreesachtig terug omdat de wereld
-rondom hen zoo kil en koud schijnt, de bloesems kunnen zich niet tot
-vruchten zetten en zoo breekt de zomer aan, zonder dat de lente haar
-werk heeft kunnen doen!”
-
-»En zoo was ’t ook met jou!”
-
-»Zoo was ’t met mij! Mijn vader was officier van de cavalerie, een
-schitterende verschijning met een mooi klinkenden naam, doch van meer
-dan lichtzinnig levensgedrag; toch won hij niet alleen de hand maar ook
-het hart van mijn moeder, een schatrijk, schoon meisje, dat zoo pas de
-kostschool verlaten had en verloofd was met den luitenant van
-Vooren....”
-
-»Hermelijn’s vader?”
-
-»Juist, een achtenswaardig, oppassend jong man, die door eigen studie
-en groote oppassendheid zich tot officier had weten te verheffen, een
-man, wien mijn vader niet waard was de schoenriemen te binden, in elk
-opzicht zijn meerdere; ik heb ’t later genoeg leeren inzien, maar mijn
-arme moeder liet zich door het uiterlijke bekoren en zij heeft er
-bitter, bitter voor geboet.”
-
-»Laat ik mij ook bekoren alleen door het uiterlijke, Iwan?” vroeg
-Corona teeder en schalksch tegelijk.
-
-»Wie weet, lieveling, of je ook niet eenmaal je keuze even bitter zult
-betreuren als zij.”
-
-»Foei, zeg dat zoo ernstig niet!”
-
-»Ik kan nu niet schertsen, nu ik van mijn moeder spreek, maar ’t moet,
-Corona, ’t moet eens gebeuren. De effecten mijner moeder trokken hem
-aan meer misschien dan haar kinderlijke naïveteit, haar lief,
-vriendelijk gezicht; ’t kostte hem weinig moeite haar afvallig te maken
-van haar braven Hendrik, zoo noemde hij haar aanstaande. Spot en nog
-eens spot, dat was zijn geliefkoosd wapen, waarmee hij onfeilbaar doel
-trof, ’t engagement werd verbroken, de arme van Vooren leed er
-vreeselijk onder...”
-
-»Wat hem niet belette later nog tweemaal zijn gebroken hart weg te
-schenken.”
-
-»Als zijn vrouwen er mee tevreden waren.”
-
-»Wisten zij van die eerste liefde?”
-
-»Maar Corona, wat voor belang boezemt je dat in?”
-
-»Niets, niets, vertel mij verder van je ouders!”
-
-»Mijn moeder zette dus tegen den zin harer familie, dit huwelijk door;
-de wittebroodsweken strekten zich niet tot maanden uit. Reeds dadelijk
-voelde zij dat hij zich haar meester, haar tyran achtte en van haar
-blinde gehoorzaamheid eischte; zij zag in, dat slechts haar
-onvoorwaardelijke gehoorzaamheid zijn voorhoofd kon ontrimpelen, zijn
-mond doen glimlachen, en blijmoedig bewees zij hem die, tot hij steeds
-meer en meer vroeg en wilde heerschen, niet alleen over haar
-handelingen maar ook over haar gedachten. Hij richtte zich in haar
-geest op als een god, wiens woorden en daden zij gelooven en aanbidden
-moest, die alles voor haar zou vervangen, den godsdienst van haar
-jeugd, de liefde van haar familie, de herinneringen van haar kindsheid,
-alles moest zij hem ten offer brengen. Zij zou niets zijn dan zijn
-speelbal, zijn luim en zij werd het.”
-
-»Dan was zij karakterloos,” riep Corona met gloeiende wangen en
-tintelende oogen.
-
-»Neen, zij had haar eigen karakter maar zij beminde en vertrouwde haar
-echtgenoot, zij zag in hem alle verheven eigenschappen en dacht te min
-van zich zelf; zij kon er slechts bij winnen meende zij, de arme, als
-zij haar onbeduidende en zwakke persoonlijkheid liet oplossen in de
-zijne.”
-
-»Wat had die man een verantwoordelijkheid!”
-
-»Welke hem thans nog verplettert. Hij was geboren voor autocraat; ware
-hij vorst geweest met onbeperkt gezag over leven en dood, zijn naam zou
-geworden zijn:
-
-
- Aux plus cruels tyrans une cruelle injure.
-
-
-Nu vond hij slechts zijn vrouw om over te tyranniseeren, want zijn
-bedienden verlieten zijn dienst, zoodra hij trachtte, hen onder zijn
-hiel te vertreden. Na mijn geboorte veranderde de verhouding tusschen
-hen niet; alleen bleef zij lang sukkelend. Hoewel hij haar gebood mij
-aan een min te vertrouwen, kon zij hem toch niet in de wereld
-vergezellen; hij ging alleen uit, hoe langer hoe meer, zij waagde een
-opmerking, hij zag haar minachtend aan en verwaardigde zich niet te
-antwoorden. Eindelijk kreeg zij de onweersprekelijke bewijzen in
-handen, dat hij haar bedroog; bijna krankzinnig van droefheid deed zij
-hem de bitterste verwijten, hij spotte met haar smart en eischte van
-haar dat zij de vrouw, die hij boven haar stelde in haar huis zou
-ontvangen. Zij weigerde eerst krachtig, maar allengs zwakker en
-zwakker, toen zij inzag, hoe hij ’t huis vluchtte, haar en haar kind
-niet meer scheen te kennen; eindelijk gaf zij toe, nog steeds hopend
-hem door toegevendheid beter te stemmen...”
-
-»O schande!” riep Corona.
-
-»’t Moet uitgesproken worden,” ging hij op doffen toon voort, »hier
-tusschen hemel en water. Hoor ze eens lachen, onze gasten, zij
-vermoeden niet hoe pijnlijk in den bruidsgondel wordt geleden. Ik had
-dezen dag niet moeten kiezen, Corona!”
-
-»Wat deert het ons, Iwan? Hebben we niet beloofd alles samen te dragen,
-leed en vreugde?”
-
-»Als rechter op te treden tusschen zijn ouders, ’t is zwaar. Zij
-ontving dan die vrouw, een dame van hoogen adel, grillig en koud, juist
-de vrouw om zulk een tyran aan banden te leggen. Begrijp wat mijn
-moeder moest doorstaan in tegenwoordigheid van hun beider spottend
-medelijden; zij leed bijna armoede terwijl de twee anderen van haar
-rijkdom genoten en zij voelde zich zoo eenzaam. Alles had mijn vader
-haar ontnomen, haar geloof in God, de liefde van haar familie, haar
-vrienden, van wie zij zich terug getrokken had; om zijnentwille had zij
-allen van zich vervreemd. Ieder lachte om hare blinde gehoorzaamheid,
-ieder noemde haar liefde karakterloos, zooals gij daar straks. Een
-vreeselijk ledig moet haar omringd hebben, haar kinderlijke godsvrucht
-had nog niet kunnen rijpen tot een echt practisch godsdienstig geloof
-dat alle handelingen bezielt, ons de smart met geduld en onderwerping
-doet dragen, dat het goede in ons veredelt en verheft, het kwade
-onderdrukt, dat ons te hulp komt, waar het zoogenaamde echt
-menschelijke tekort schiet, dat ons een betere wereld doet hopen, maar
-tevens leert, dat wij hier eerst een taak te vervullen hebben. Zij had
-niets gekend dan een vaag, sentimenteel gevoel van liefde voor een
-onbekenden Vader, in een geheimzinnige schoone wereld, waarvan men bij
-wierookgeur en muziek aangenaam en zoet droomt, maar door mijn vaders
-bitteren spot zonk dit fraaie tempeltje jammerlijk inéén en zij kon
-niets in de plaats daarvan stellen dan zijn beeld, haar afgod. Hoe
-langer hoe meer zag zij in op welke kleivoeten het rustte; hemel en
-aarde schenen voor haar te vergaan. Zij dacht nauwelijks aan mij, ik
-geloof, dat ik weinig rekende in haar leven, anders ware zij met mij
-heengegaan. Hoe zou ik haar alles vergoed hebben, arm, lief moedertje!
-Een toevlucht bleef haar over, de dood. Waarom zou zij voor zelfmoord
-terugdeinzen? Er bestond immers geen God, wien zij verantwoording
-schuldig was van het leven, dat zij ongeroepen ging verlaten? Haar man
-erfde haar schatten en kon gelukkig zijn met de vrouw, die hij meer
-beminde; eens vond men haar slapend om niet meer te ontwaken; zij had
-vergift ingenomen, de min wist alleen dat mevrouw haar kind ’s avonds
-hartstochtelijk had gekust.”
-
-Hij zweeg, na met moeite de laatste woorden te hebben uitgesproken; zij
-drukte zijn hoofd teeder tusschen haar handen, zij voelde en leed met
-hem en bemerkte niet dat een ander gevoel thans nog onbepaald en vaag
-in haar gemoed sloop. Later als het haar ziel zou vervullen en haar
-geest nacht en dag kwellen, dan zou onvermijdelijk voor haar oog dit
-kalme water verschijnen, zacht wegvluchtend in de schaduw terwijl de
-laatste zonneglanzen verglommen.
-
-»En hoe nam hij ’t op?” vroeg zij fluisterend.
-
-»Zijn ijdelheid was gekwetst; het was ongehoord dat zijn vrouw, dat
-onbeduidende schepsel hem plotseling tot voorwerp aller aandacht
-maakte. De dooden hebben steeds gelijk; ieder wist nu hoe hij haar
-gekweld en vernederd had, hoe oneindig veel het jonge, vroolijke meisje
-geleden moest hebben, omdat zij nog geen anderhalf jaar later het
-huwelijk door den dood verbrak. Ik werd het meest beklaagd; de
-officieren keerden mijn vader den rug toe, zijn vriendin weigerde zich
-verder te compromitteeren en verklaarde dat zij in Minette steeds een
-martelares had bewonderd en haar man als een beul verafschuwde. Hij kon
-niet langer in dienst blijven, van alle kanten wachtten hem
-vernederingen; verbittering en—ik wil gelooven—ook wroeging vervulden
-zijn ziel en hij wist niets beters te doen dan haar voorbeeld te
-volgen... Wie dacht aan den armen, kleinen Iwan?”
-
-»Maar je vader leeft nog?”
-
-»De zelfmoord mislukte; de wond, die hij zich door een pistoolschot had
-toegebracht, genas slechts langzaam; jaren bleef hij, de man met de
-onverwoestbare gezondheid, zwak en hulpbehoevend en zoodra hij
-eindelijk hersteld heette, bleek het dat hij geen ander, maar een
-veranderd man geworden was. Zijn schoonheid en mannelijke kracht waren
-heen, zijn zelfbewustzijn was geschokt, hij was nu een voorwerp van
-medelijden geworden, tegen wien niemand meer wrok koesterde, zelfs niet
-de diep beleedigde van Vooren, die hem vergaf misschien ten wille van
-mij, den zoon zijner nooit vergeten Minette, naar wie hij zelfs zijn
-oudste dochter noemde. Door erfenis kwam mijn vader in het bezit van
-een zoogenaamd kasteel in de heerlijke streek tusschen Maastricht en
-Aken, waar alle landhuizen zoo spoedig kasteelen heeten; hij trok er
-in....”
-
-»En waar bleeft gij al dien tijd?”
-
-»Och, wat kwam het er op aan? Onder de hoede van een paar dienstboden.
-Het goede Kaatje, dat bij ons diende toen het ongeluk gebeurde, hechtte
-zich aan het arme schaap van een kind, waarom zich niemand scheen te
-bekommeren; over geld mochten de bedienden vrij beschikken, mits zij
-het kind maar zoet hielden en de vader niet bemerkte dat er zulk een
-wezen op de aarde bestond. Je begrijpt, wat er van mijn opvoeding werd.
-Geen gril, hoe zonderling, of ze werd ingewilligd, geen plichten leerde
-ik kennen, geen lessen behoefde ik te leeren. Toevallig was ik
-weetgierig en vrij vlug; toen ik dus mijn vader in Ellenrade volgde,
-leerde ik al spelend het een en ander wat het leeren waard was en nog
-meer wat het niet waard was. Ik vocht met de boerenjongens, speelde
-over hen baasje, schuwde mijn vader als een besmettelijke en was uren
-in het rond als »de kwâjong van den kapitein” bekend.”
-
-»Hoe bracht je vader dan zijn tijd door?”
-
-»Met allerlei soorten van philosophische en astronomische proeven, met
-klopgeesten en tafeldansen, alles bij buien. Zoo werd hij, de spotter
-van voorheen, tot het overdrevene bijgeloovig, dan weer zocht hij iets
-vooruit te zien, vorschte in de sterren of in oude boeken, liet mediums
-en goochelaars bij zich komen, ondervroeg telkens den geest mijner
-moeder om als hij geen bevredigende antwoorden kreeg weer ergens anders
-te zoeken en den eenigen plicht, die hem was overgebleven, het eenige
-middel dat hem restte om zich met God en mijn moeder te verzoenen
-moedwillig te verwaarloozen. Om mij bekommerde hij zich niet in ’t
-minst totdat eens de toenmalige kapitein van Vooren, die in Maastricht
-in garnizoen geplaatst was, hem kwam bezoeken; juist had ik weer
-zooveel kattekwaad uitgevoerd dat de politie er bij te pas kwam. Ik
-geloof dat het niets meer of minder gold dan brandstichting in een
-hooiberg, zoo slecht is de knaap geweest, over wien gij je ontfermt,
-Corona!”
-
-»Ik heb er je te liever om,” antwoordde zij.
-
-»Moge ’t je niet berouwen, Corona, maar de kapitein zag, dat ik
-opgroeide voor de gevangenis en dat mijn vader het te druk had met zijn
-verhevene bezigheden, om aan zoo’n kleinigheid als de opvoeding van
-zijn zoon eenige aandacht te wijden. »Geef hem mij maar mee, ik zal
-zien of er iets van terecht komt,” sprak de kapitein. »Als ’t je
-belieft, neem hem mee, en doe met hem wat je verkiest,” antwoordde papa
-met een zucht van verlichting en zoo kwam ik t’huis bij Hermelijns
-vader.”
-
-»Hoe oud was zij?”
-
-»Een aardig klein ding, van zes, zeven jaar. Ik had respect voor den
-kapitein, door hem liet ik me raden en leiden, later toen ik in
-militairen dienst trad, kwam ik weer onder zijn leiding, maar ik heb
-hem veel verdriet gedaan. Ik kon me niet buigen onder de militaire
-tucht, toch werd ik officier en studeerde een tijd lang zeer hard want
-ik verlangde naar de epauletten; zoodra ik ze had, wierp ik ze weg, het
-was mijn eerste werk nadat ik me overtuigd had, dat het uniform me goed
-kleedde. Zoo ben ik; ’t is beter dat je het weet, de verhouding mijner
-ouders verklaart wellicht deze eigenaardigheid. Zoodra ik iets bezit
-waarnaar ik vurig verlang, voelt mijn hart zich plotseling ledig en...”
-
-»Het heeft geen waarde meer voor je. Ach, Iwan, zal ’t ook zoo met je
-gaan, wanneer wij getrouwd zijn?”
-
-»Ik hoop ’t niet, Corona!”
-
-En dat kon hij zoo koel zeggen, met zijn hand in de hare, zijn hoofd
-tegen haar knieën geleund; zij rilde, trok haar hand terug en wendde
-het hoofd om. Plotseling schitterden de oevers van het meer in
-veelkleurig licht, tusschen het groen en de rotsen waren honderden
-inlanders geslopen, die daar bonte lantaarns ophingen, welke als bij
-tooverslag een zachten, tooverachtigen schijn over het water, de
-eilanden en de bootjes wierpen.
-
-»Corona, mijn Corona,” en hij sloeg den arm om haar, »alles is ter uwer
-eere, mijn koningin, mijn kroon! Vraag me zulke dwaasheden niet meer!”
-
-»Was het een dwaasheid?” vroeg zij.
-
-»Daar ik ’t voor geen beleediging wil opnemen; glimlach weer, mijn
-liefste, je bent mijn alles, mijn geluk, mijn vreugde, mijn toekomst,
-je zult het leven van den eenzamen zwerver vervullen, gij en gij
-alleen!”
-
-Corona voelde zich gewonnen door zijn zoete taal, die hem op dit
-oogenblik inderdaad uit het hart welde, hij meende waarlijk dat haar
-oogen een licht zouden werpen op zijn toekomstig levenspad, dat hij
-afgedaan had met zijn vroegere weifelingen en aarzelingen om zijn
-vrijheid aan haar ten offer te brengen en zij geloofde hem gaarne, maar
-toch, volmaakt gelukkig was zij niet meer, de eerste schaduw was op
-haar geluk gevallen. Niemand vermoedde het echter; een zoete muziek
-deed zich hooren. Op een der eilanden had Thoren van Hagen muzikanten
-geposteerd, van meer dan gewone bekwaamheid; op een ander was het
-avondmaal gespreid, later werd vuurwerk op ’t water ontstoken. In één
-woord, het feest, door Thoren van Hagen zijn aanstaande bruid geboden,
-was de waardige tegenhanger van dat door haar ter Hermine’s eere
-gegeven en zou een prinselijken bruidegom niet onwaardig geweest zijn.
-
-
-
-
-
-
-
-XLII.
-
-
-Corona zat in haar kamer en peinsde.
-
-Wat ontbrak aan haar geluk? Iwan was zoo goed en liefdevol als zij het
-slechts wenschen kon, ieder overlaadde haar met bewijzen van sympathie
-en liefde, Hermelijn was voor haar de teerste zuster, die men zich
-bedenken kan, haar vader scheen ten volle tevreden met haar keuze, en
-toch.... toch was zij niet voldaan.
-
-Er drukte haar iets ter neer, iets waaraan zij geen naam kon geven,
-maar dat er daarom niet minder zwaar en voelbaar om was.
-
-»Ik ben mijzelf niet meer,” zuchtte zij. »Hij leidt me waarheen hij
-wil. Zou hij iets hebben van het karakter zijns vaders, van den man,
-die zijn liefhebbende vrouw in den dood joeg, het ware te vreeselijk!
-Zij kon zich in hem oplossen, maar dat wil ik niet, ik ben te oud en
-daarbij te veel mijzelf.”
-
-Aanleiding tot die gedachten bestond er niet rechtstreeks; een klein
-verschil van gevoelen dat zij gisteren hadden gehad over de behandeling
-der Javanen kon het toch niet wezen.
-
-Iwan had zijn uit couranten en boeken geputte geleerdheid blootgelegd;
-Corona stelde er haar ondervinding tegenover, hij noemde die wreed en
-onrechtvaardig, maar zij verdedigde haar standpunt met warmte en innige
-overtuiging. Zij was goed voor de Javanen hoewel streng, zij betreurde
-de afschaffing der rottingstraf en hij noemde dat onvrouwelijk; toen
-zij tegen dit oordeel vol vuur protesteerde, glimlachte hij en vroeg of
-zij »De negerhut” had gelezen.
-
-Op haar verwonderd »ja” sloot hij haar lippen met een kus en verzocht
-haar, ten minste op hem die straf niet toe te passen; verder was hij
-dien avond onberispelijk hartelijk geweest.
-
-Dat was alles; waarom kon Corona niet zonder pijn aan dit onbeduidende
-voorval denken, evenmin als aan hun ernstig gesprek in den gondel?
-
-Zij wist nog niet dat er in liefde of in innige vriendschap geen
-kleinigheden bestaan; dat alles daarin groote afmetingen bezit, dat
-schijnbaar geringe voorvallen soms licht werpen op verborgen diepten
-van een gemoed, dat men geheel meende te kennen. Een woord, een blik,
-een verzuim kunnen schakels zijn van een keten, die half vergeten
-opmerkingen, vage gewaarwordingen aan elkander verbinden; straaltjes
-licht, die vaak op een dwaalspoor brengen, insecten, die knagen aan het
-fondament, zonder hetwelk vriendschap en liefde onmogelijk zijn, aan
-het vertrouwen.
-
-Alles wordt voedsel wanneer zich eenmaal zekere gedachte of zeker
-vermoeden tusschen twee innig verbondene zielen heeft vastgezet; wat
-eerst een onbeduidend steentje was, dat men nauwelijks opmerkte, dat
-zelfs geheel verdwenen scheen, verheft zich langzamerhand tot een
-scheidingsmuur, die beiden onherroepelijk van elkander scheidt.
-
-Zoo was ’t ook hier; Iwan en Corona hadden elkander innig lief, zij met
-allen hartstocht van haar vurig opbruisend karakter, hij met alle
-kracht van zijn avontuurlijken, fantastischen geest; misschien was zijn
-liefde meer een zaak van het hoofd, misschien maakte zijn eigenaardige
-levensloop hem ongeschikt om te beminnen als een ander; het blijft
-immers altijd, eeuwig waar, dat waar twee menschen elkander beminnen,
-de eene meer schenkt en de andere meer ontvangt, de eene meer en de
-andere minder liefheeft; maar even waar is het ook dat het zeer lang
-duren kan vóór een van beiden het bemerkt, vóór dat de eene tot dat
-treurige bewustzijn ontwaakt en daarmede zijn geluk bedreigd ziet. Zou
-voor haar het ontwaken reeds zoo vroeg komen?
-
-Iteko sloop zacht en haast ongemerkt binnen.
-
-»Om hoe laat komt mijnheer van middag?” vroeg zij hoogst bescheiden.
-
-»Op den gewonen tijd, denk ik.”
-
-»Dan zal mijnheer zijn jacht wel reeds geëindigd hebben.”
-
-»Welke jacht bedoel je?”
-
-»De jacht op de apen van Ngaroe. Och, ik begrijp ’t heel goed dat
-mijnheer Thoren van Hagen boven zulke kinderachtigheden verheven is,
-maar het kon voor hem gevaarlijk worden; het visschen zien de Javanen
-reeds zeer ongaarne maar het schieten op de heilige apen, vinden zij
-natuurlijk een gruwel.”
-
-»Ik wist niet, dat Iwan ’t ooit gedaan had.”
-
-»Dat begrijp ik wel, juffrouw; een woord van u zal natuurlijk voldoende
-wezen om mijnheer te doen inzien, dat het verkeerd is, maar de Javanen
-morren er reeds over dat mijnheer het vervloekte huis betrokken heeft
-en de gasten van het woud beleedigt.”
-
-»Ik zal er hem over spreken, natuurlijk.”
-
-Toch zag Corona er tegen op, Iwan voor iets te waarschuwen. Van waar
-kwam die geheime schroom bij haar, die vroeger niets en niemand
-vreesde?
-
-»Het zal voor mijnheer een genoegen en vreugde zijn, dat spreekt, die
-liefhebberij vaarwel te zeggen als u er om vraagt,” voegde Iteko er
-fluweelzacht bij.
-
-»Zwijg,” gebood Corona, plotseling op den toon der prinses van
-voorheen, »je hebt niets te maken met hetgeen tusschen mijnheer Thoren
-en mij voorvalt.” Zonder een woord meer te zeggen ging Iteko aan haar
-werk, Corona bleef voortpeinzen, kleedde zich op den gewonen tijd aan
-en wachtte hem in haar geliefkoosd hoekje af, waar zij de bekentenis
-van zijn liefde ontvangen had.
-
-Thoren van Hagen liet zich niet wachten; zij ging hem tegemoet en samen
-maakten zij een wandeling in den omtrek van het groote huis.
-
-Corona was eenigszins afgetrokken; zij wilde en moest hem over die
-jacht spreken maar zij zocht naar haar woorden en wist niet hoe te
-beginnen. Telkens wilde zij er over praten en telkens bedacht zij zich
-weer of liever stelde het uit.
-
-»Ik zal ’t zeggen als we naar huis gaan,” dacht zij en een oogenblik
-later weer, »neen, in de open lucht is ’t minder geschikt dan binnen.”
-
-Hij sprak over onverschillige zaken; hij had een van zijn levendige
-buien en was bijzonder opgewekt.
-
-»Ik heb van morgen een moord gedaan,” zoo vertelde hij, »verbeeld je,
-daar kwam me zoo’n brutale aap in mijn kamer en kaapte een paar boeken
-weg, die ik nog niet eens gelezen had. Hij klauterde tusschen de boomen
-en eindelijk toen ik geen kans zag goedschiks aan mijn eigendom te
-komen, legde ik mijn geweer aan en schoot hem er uit. ’t Is een
-prachtig beest in zijn soort. Het was treffend te zien hoe al zijn
-vrienden van hun hooge zitplaatsen afklommen, om rondom zijn lijk
-allerlei grimassen van verdriet te maken.”
-
-»Dus ’t was maar een toeval dat je het dier doodgeschoten hebt, Iwan,”
-vroeg Corona met een zucht van verlichting, »je maakt toch niet bepaald
-jacht op de apen?”
-
-»Wat zou ik er aan hebben? Die dieren zijn vreedzaam, maar als ze het
-mij lastig maken schiet ik er dapper op los.”
-
-»Doe dat niet Iwan, als je mij een pleizier wilt doen!”
-
-»Waarom niet? Ik kan niet zeggen dat de apenjacht mij bijzonder
-aantrekt, ik vind het een flauwe liefhebberij maar als het te pas
-kwam...”
-
-»Dan nog niet. Geloof me, laat die dieren met vrede.”
-
-»Zijn ze in je oog misschien ook heilig?”
-
-»Neen, maar ze zijn het voor de Javanen en ik vind het noodeloos hun
-gevoel te kwetsen.”
-
-Hij zag haar lachend aan.
-
-»Is dat dezelfde strenge Corona, die de rottingstraf weer ingevoerd
-wilde zien en die nu zooveel eerbied heeft voor de belachelijke
-sentimentaliteiten van de Inlanders.”
-
-»Ik geloof niet dat het een het andere uitsluit en ik ben zeker, dat
-een Javaan liever schuldig of onschuldig door de rottan gestraft wordt
-dan dat hij een Europeaan een bloedbad ziet aanrichten onder de dieren,
-die hij voor heilig aanziet.”
-
-»En is ’t dan onze plicht niet, van ons, die beweren roeping te hebben
-de Javanen te veredelen, te beschaven en weet ik wat nog meer, zulke
-verkeerde begrippen tegen te gaan?”
-
-»Door ze opzettelijk te kwetsen, ik geloof dat juist door die
-vervolging ze hun nog dierbaarder worden.”
-
-»Ik voor mij denk dat niets hen beter genezen kan, dan de overtuiging
-dat er niets kwaads gebeurt, al schiet ik hun apen gezamenlijk neer,
-wat ik misschien ga doen, als ’t mij invalt en ze het mij te lastig
-maken.”
-
-»Iwan, ik bid je, laat dat plan varen. Ik verzoek er je om!”
-
-»Maar Corona, het zou toch te kinderachtig zijn, wanneer ik alle
-grillen van die beesten verdroeg alleen omdat...”
-
-»Ik er je om vraag, laat je dat genoeg wezen.”
-
-»Corona,” en zijn stem klonk hoog ernstig, »we zijn beiden te oud en
-naar ik hoop ook te verstandig om aan zulke galanterieën te doen. Ik
-wil volstrekt niet, wat mijn vader van zijn vrouw verlangde, dat zij
-een willoos voorwerp in zijn handen werd, dat zij al zijn bevelen
-opvolgde, alleen omdat hij het verkoos maar van mijn kant verkies ik
-ook niet, iets te laten, alleen omdat jij het vraagt. Dit is verkeerd
-begrepen liefde, het zou me geen moeite kosten tijdens ons engagement
-iets te beloven maar als we getrouwd zijn, doe ik aan dergelijke
-toegevendheid niet meer.”
-
-»Omdat je niet van mij houdt.”
-
-»Foei, Corona, zeg zulke banaliteiten niet! Waarlijk, ze klinken niet
-uit je mond; je plaatst je daarmee op het standpunt van alle andere
-geëngageerde meisjes.”
-
-»Ben ik beter dan zij? Ik redeneer niet, want liefde, die redeneert is
-geen liefde meer. O, Iwan, dat ééne bewijs van liefde weiger je me?”
-
-»Hoe klein moet je van mijn liefde denken, Corona, dat je die naar zulk
-een weigering afmeet!”
-
-»Iwan, geloof mij, je verbittert de Javanen door die jacht; de gevolgen
-zullen niet te overzien wezen, je kent ze niet als ik.”
-
-»Daarom gun je hun zeker een menschonteerende straf en onzinnige
-bijgeloovigheden. ’t Is domheid die men dient tegen te gaan.”
-
-»Dat meenden ook de Cesars, toen ze de eerste Christenen vervolgden.
-Ieder mensch die een eigen meening bezit, hoe dwaas en krankzinnig die
-ons voorkomt heeft ze lief en zij, die zich vrijdenkers noemen, zijn op
-weg, de ergste tyrannen te worden. Dat heb je aan je vader gezien.”
-
-»Ik verzoek je, Corona, mijn vader en de geschiedenis buiten onze twist
-te laten.” Zij liet zijn arm, waarop zij nog steeds rustte, los en
-wendde het hoofd af.
-
-»Ik begrijp ’t meer dan ooit, je hebt me niet lief. Meen je dat Portias
-ooit zoo ruw tegen Kitty gesproken heeft?”
-
-»Liefde noem je immers kinderachtig en het huwelijk een ernstige zaak,
-welnu, de kinderperiode zijn we haast voorbij, en de ernst breekt aan.”
-
-»Als die ooit komt! We zijn nog niet getrouwd; ’t ware misschien beter
-als we mekaar nimmer gekend hadden, nu reeds weiger je mij een
-onnoozelen wensch!”
-
-»Zoo je meent dat een man niets anders is dan een slaaf meer aan je
-triomfkar, dan heb je misschien gelijk.”
-
-»Ik vraag ’t je nog eens, wil je van die onzinnige jacht afzien?”
-
-»Neen.”
-
-»Zie dan van mij af!”
-
-»Ik heb je woord en ik geef ’t je zoo gemakkelijk niet terug om een
-booze bui.”
-
-»Iwan.”
-
-De aders van haar voorhoofd zwollen op, haar oogen schoten vlammen en
-haar lippen trilden; en toch, zij voelde zich machteloos, geheel onder
-den invloed van den man, die over haar leven kon beschikken.
-
-»Wel meen je, dat ik zoo laf zou zijn, alleen omdat je nu boos belieft
-te zijn ons engagement te verbreken en morgen, wanneer je goed humeur
-terug is, het weer aan te knoopen. Geef me je arm maar weer, Corona, en
-praat er niet meer van!”
-
-»Dat nooit.”
-
-»Zooals je verkiest!”
-
-Zwijgend gingen zij naast elkaar voort, tot aan het groote huis. Kitty
-kwam hen tegen met Margot, zij zagen dadelijk dat er iets gebeurd was,
-hoewel Thoren van Hagen vroolijker en levendiger was dan gewoonlijk;
-hij verhaalde opnieuw de geschiedenis van den aap tot Corona’s groote
-ergernis.
-
-De beide zusters schaterden het uit van lachen en Margot, die nu gerust
-Thoren mocht zeggen, zeide schertsend:
-
-»Pas op, Thoren, als de Pontianak [98] van het meer je maar niet
-verwurgt zooals zij ’t Bremmers heeft gedaan.”
-
-»Ik verzoek je, de dooden te laten rusten,” beval Corona op den
-scherpen, korten toon, dien zij na haar engagement bijna geheel had
-afgelegd, »of ik zal juffrouw Iteko verzoeken een opnaaisel te maken in
-je veel te lange rokken.”
-
-Margot beet zich op de lippen van ergernis; haar laatste japon reikte
-werkelijk tot den grond. Corona had het niet opgemerkt of niet willen
-opmerken, nu begon zij er eensklaps tot Margot’s grooten schrik over.
-
-»Ik heb Portias ten minste niet willen toestaan op het meer te
-visschen. Dien avond toen we daar zoo heerlijk vaarden, was ik blij dat
-de lolings [99] opgestoken werden. Ik voelde mij bepaald mergilàn
-(angstig).”
-
-»O foei Kitty, ik dacht dat je wijzer waart.”
-
-»Wij Inlandsche kinderen zijn allemaal bijgeloovig.”
-
-»Ik ben niet bijgeloovig,” zeide Corona, »maar ik kan me toch begrijpen
-dat anderen het zijn.”
-
-»Behalve als de roode hond in het spel is,” plaagde Iwan.
-
-Dien avond was Corona trotsch en prikkelbaar als voorheen; haar
-verloofde verwaardigde zij met geen blik.
-
-»Ik wil mij niet nu reeds buigen onder zijn wil,” dacht zij, »hij zou
-mijn tyran willen worden. Het kan zoo niet blijven.”
-
-Eens fluisterde hij haar toe:
-
-»Ik verzoek je vriendelijk, Corona, het niet wereldkundig te maken, dat
-we gekibbeld hebben. Mijn lust tot praten is ook niet bijzonder groot,
-maar ik wind me op om mogelijke praatjes en toespelingen te voorkomen.”
-
-»Ik kan geen komedie spelen,” antwoordde zij kortaf met een boos,
-somber gelaat.
-
-Thoren van Hagen ging vroeger naar huis dan gewoonlijk. Hij wilde
-afscheid van haar nemen, zij weerde hem af:
-
-»Niet vóór je mij dat verzoek hebt toegestaan.”
-
-»Zooals je wilt!”
-
-Hij keerde zich om, en zeide tot den ouden heer de Géran:
-
-»Ik ga morgen naar Soekarenga en denk een paar dagen weg te blijven.
-Corona vindt het zeer goed.”
-
-Corona sprak hem niet tegen hoewel haar bloed kookte.
-
-»Goede reis!” was het lakonieke antwoord.
-
-»Een wolk in den blauwen hemel,” zei Margot hoogwijs.
-
-»De snaren raken ontstemd,” meende Portias, »zonderling dat twee
-instrumenten, hoe gelijk ze ook klinken, toch spoedig weer hun diapason
-verliezen en het stemmen niet altijd helpt.”
-
-
-
-
-
-
-
-XLIII.
-
-
-Twee dagen later zat Corona op haar sofa, moe geweend en moe geklaagd;
-zij had Thoren van Hagen sinds dien avond niet meer gezien; zoo lang
-zij kon, hield zij zich goed maar haar zenuwen waren tegen de
-overspanning niet bestand. Eerst had zij vreeselijke aanvallen van
-woede gehad, waaronder zij haar verlovingsring vertrapte en zich de
-haren uittrok, gevolgd door vlagen van eindeloos schreien en daarna een
-soort van gevoelloosheid, waaruit niets haar deed ontwaken.
-
-»Hij houdt niet van me, ik heb ’t lang vermoed. Hij wil me kwellen
-zooals zijn vader zijn moeder heeft gekweld,” herhaalde zij telkens.
-
-Iteko stond nu voor haar met een kop bouillon, waarvan zij echter
-weigerde iets te gebruiken.
-
-»Och juffrouw, wees toch verstandig! Mijnheer komt spoedig terug en zal
-er zeker spijt van hebben. Zal ik hem schrijven?”
-
-»Neen, ik verbied je, ons engagement is af... af... voor goed af.” En
-zij barstte weer in zenuwachtige snikken uit.
-
-Tegen den middag kwam Hermelijn op het groote huis. Kitty verhaalde
-haar reeds dadelijk dat Cor stellig onaangenaamheden had gehad met haar
-beminde, en ten gevolge daarvan de kamer hield en niemand wilde zien.
-
-»Ik zal ’t consigne verbreken,” sprak Hermelijn glimlachend en tikte
-aan haar kamerdeur.
-
-Zonder het »binnen” af te wachten trad zij binnen en vond Iteko nog
-steeds met haar bouillon voor haar bedroefde meesteres.
-
-»Laat ons een oogenblikje alleen,” zei Hermelijn kortaf. »Foei, wat is
-’t hier donker, alle jaloezieën neer! ’t Is om melancholiek te worden.
-Zal ik ze optrekken, Corona?”
-
-»Neen, dank je! Hermine, ben je daar, ô God! ik ben zoo ongelukkig.”
-
-»Omdat je gekibbeld hebt met Iwan! Mijn hemel, hoe diep ongelukkig moet
-ik dan wel geweest zijn, in al dien tijd toen ik met mijn man op voet
-van oorlog stond! Je ziet, hoe ik er over heen ben, we maken er gekheid
-over en als een twist dat lijden kan, behoort hij geheel en al tot het
-verledene en dat zal spoedig ook het geval zijn tusschen je beiden.
-Moed, Corry lief! hij zal terugkomen, hij houdt veel te veel van je.”
-
-»Neen, dat doet hij niet! Hij geeft niets om me, niets, hij wil me
-tyranniseeren en daar ik dat niet wil...”
-
-»Daar heb je groot gelijk aan! We zijn geen Eskimo’s die hun vrouw als
-hun lastdier beschouwen; zelfs bij de Javanen is de vrouw dikwijls
-genoeg baas; moed, Corona, moed! Hij komt als berouwhebbend zondaar
-terug.”
-
-»Dat behoeft niet! Als hij maar terugkeert; ik wil hem vergiffenis
-vragen, zoo hij ’t verlangt, als hij maar terugkomt.... O Hermelijn, is
-’t niet verschrikkelijk, dat ik, die iedereen in mijn macht meende te
-hebben, die bevelen kon als een koningin, nu zwak en hulpeloos ben, dat
-ik uren lang zit te huilen als een klein kind omdat hij boos is.”
-
-En luid snikkend verborg zij het hoofd op den schouder van haar zuster,
-die half schertsend, half ernstig haar trachtte te troosten en haar
-eerst verliet toen zij, kalmer geworden, in een rustigen slaap viel.
-
-Om zes uur, terwijl Hermelijn met Kitty en Margot wandelden in het
-»rozenparadijs”—zoo noemde Corona het gedeelte van den tuin, waarin zij
-een verzameling rozen had bijeengebracht, door het beroemde
-Buitenzorgsche rozenperk nauwelijks overtroffen—en daar bouquetten
-samenbonden, hoorden zij het getrappel van een paard en zagen Thoren
-van Hagen aanrijden.
-
-»Die booswicht, foei, ik neem ’t hem erg kwalijk, dat hij die arme Cor
-zoo plaagt,” sprak Kitty.
-
-»Verdiend loon,” meende Margot minder vergevingsgezind, »zij heeft zoo
-dikwijls anderen geplaagd.”
-
-Toen hij bij het rozenperk kwam en de stemmen der drie zusters hoorde,
-hield hij den draf van zijn paard in en boog zich voorover.
-
-»De drie schoonste rozen,” sprak hij galant, »is Corona niet bij u,
-lieve zusters?”
-
-»Corona is ziek! Stoute broer!” riep Kitty.
-
-»Meen je dat werkelijk?” vroeg hij op zulk een bezorgden toon, dat
-zelfs Kitty verzoend met hem raakte. Hij sprong van het paard en wierp
-de teugels om den arm; de drie zusters, zwaar met rozen beladen, kwamen
-hem te gemoet.
-
-»Wat scheelt haar?” vroeg hij.
-
-»Wij hebben haar niet mogen zien, Hermelijn is alleen bij haar
-toegelaten. Vraag het haar.”
-
-»Ernstig?”
-
-»Och neen,” was Hermelijn’s antwoord, »dat nu juist niet!”
-
-»Weet je wat, Hermine, geef je doktersverslag, wij gaan naar onze rozen
-terug,” zeide Kitty, »kom Go!” en ze verdwenen weer tusschen de
-struiken.
-
-»Zeker appelflauwten,” sprak Thoren van Hagen toen hij naast Hermelijn
-voortging, »niets verontrustends?”
-
-»Iwan,” antwoordde zij ernstig, »je bent haar liefde niet waard.”
-
-»Ik vrees ’t ook, maar is ’t wel liefde? Is ’t geen grillige
-ingenomenheid met mij, juist zooals zij ’t met een paard, of een vogel
-of een stuk porcelein zou wezen.”
-
-»Neen; er rust een zware verantwoordelijkheid op je. Je kunt alles van
-haar maken, zij, die trotsche, eigenzinnige Corona is een stuk was, dat
-je naar welgevallen kunt kneden.”
-
-»Zeer vereerend voor zoo’n meester in de boetseerkunst als ik ’t ben.”
-
-»Iwan,” en Hermelijn’s oogen schoten vonken, »’t is een gemakkelijke
-manier over alles te lachen en te spotten. Toen ik in moeilijkheden
-was, heb je niet gelachen als ik mijn hart bij je uitstortte; nu het je
-zelf geldt en een edel karakter, dat zich aan je vertrouwt, lacht je,
-alsof er sprake is van een studentengrap, ik vind het je onwaardig!”
-
-Hij zag haar aan.
-
-»Als je zoo spreekt, gelijk je op je vader, Hermelijn!”
-
-»Hoe zou hij tot je gesproken hebben, Iwan?”
-
-»Zoo, dat ik natuurlijk weer niet naar hem luisterde. Ik heb altijd
-goeden raad verwaarloosd.”
-
-»Wordt het dan niet eens tijd daar mee op te houden? Ik weet niet,
-waarover je met Corona getwist hebt, maar ze twijfelt aan je liefde,
-dat alleen heb ik bemerkt.”
-
-»Zij is belachelijk... somtijds.”
-
-»En jij, Iwan, lacht om alles!”
-
-»Ik weet genoeg, dat ik voor niets deug, Hermelijn, het minst voor
-aspirant-bruidegom.”
-
-»Dat had je eerder moeten inzien, nu is het te laat.”
-
-Zij bereikten de bijgebouwen. Iwan gaf zijn paard aan een staljongen en
-volgde Hermelijn naar de voorgalerij.
-
-»Zal ik haar nu niet mogen ontmoeten?” vroeg hij.
-
-Juist kwam Iteko langs.
-
-»Vraag juffrouw de Géran of ik haar mag zien!” zeide hij.
-
-»Best, mijnheer.”
-
-»Nu moet ik haar zeker vleien en mijn hoofd buigen?”
-
-»Je liefde moet je dat voorschrijven, je wilt van geen goeden raad
-weten, Iwan, maar op iets moet ik je aandacht vestigen. Je hebt alleen
-te strijden met een kwaden geest in je eigen hart, maar Corona heeft er
-nog een aan haar zijde; dat schepsel van daareven, boezemde me reeds
-dadelijk afschuw in. Als ik haar zie, begrijp ik waarom men zich voor
-de geteekenden moet wachten...”
-
-»Mij doet ze onaesthetisch aan en ik begrijp niet, hoe Corona zoo’n
-gedrocht altijd om zich heen wil zien.”
-
-»Boven dat gevoel weet zij zich te verheffen en het pleit voor haar,
-maar Iteko heeft een boos karakter en op Corona oefent zij bepaald een
-noodlottigen invloed uit.”
-
-»De juffrouw is te ziek om mijnheer te ontvangen,” klonk het plotseling
-tusschen hen, en Iteko lachte zoo verleidelijk als zij stellig meende
-het te kunnen doen.
-
-»Dan moet ik er mij van overtuigen. Zeg juffrouw de Géran dat ik haar
-spreken wil. Is de juffrouw gekleed?”
-
-»Ja, mijnheer, dat is te zeggen ...”
-
-Hij stond op en Hermelijn zag zijn hooge gestalte naast de kleine Iteko
-voortgaan in de richting van Corona’s boudoir.
-
-»Heeft ze mij verstaan?” dacht Hermelijn.
-
-»Och mijnheer, de juffrouw zal ’t mij kwalijk nemen,” bad Iteko.
-
-»Wees maar niet bang, ik zal me wel weten te verantwoorden,” antwoordde
-hij uit de hoogte en stiet de deur open.
-
-»Je blijft buiten, hoor!” beval hij aan Iteko, die hem blikken vol
-vinnigen haat toewierp.
-
-Corona had een eenvoudige huisjapon aan en zat op den divan, toen hij
-binnentrad; hij zag haar door het schreien misvormd gelaat en zonder
-een woord te zeggen sloot hij haar in zijn armen en liefkoosde haar
-teeder en innig, totdat zij opnieuw in tranen uitbarstte en het hoofd
-uitgeput aan zijn borst liet rusten; tot zijn verbazing voelde hij zich
-ook zoo ontroerd dat hij geen woord kon spreken en hun verzoening, hoe
-stom ook, was zoo oprecht, dat alle wrok en twijfel plotseling
-weggevaagd werden.
-
-»Laat ons een wandeling maken, ’t zal je goed doen, mijn arm kind,”
-sprak hij, haar tranen wegkussende, »we zullen niet door de voorgalerij
-gaan, als je misschien liever niemand ontmoet.”
-
-»Ze mogen het wel zien, ieder mag het wel weten, hoeveel je liefde mij
-waard is,” antwoordde zij met een matten glimlach. »Laat ons nooit meer
-zoo twisten, Iwan, ik kan er niet tegen.”
-
-»Neen, Corona, maar wantrouw mijn liefde dan ook niet meer.”
-
-»O nooit, nooit!”
-
-Zij gingen samen heen en wandelden door den tuin, zonder een woord meer
-over het gebeurde te spreken, innig aan elkander verbonden, en vast
-overtuigd dat de liefde die zij voor elkander voelden, van beide zijden
-even groot was; toen de lichten opgestoken waren, kwamen zij in de
-voorgalerij terug. Iwan was ernstiger dan zelfs Hermelijn hem ooit
-gezien had en vol teedere zorg voor zijn aanstaande, wier roodgeweende
-oogen nu van geluk en liefde straalden; Conrad was er ook om zijn
-vrouwtje af te halen en op haar wenk verzocht hij de geheele familie
-voor den volgenden zondag te eten. Opnieuw schenen vrede en eendracht
-te Ngaroengan te heerschen.
-
-Met een gelukkigen glimlach kwam Corona na een teeder afscheid van haar
-vriend in haar kamer terug en zeide tot Iteko:
-
-»Wat voel ik me nu heel anders dan gisteren en eergisteren.”
-
-»Gelukkig, juffrouw de Géran! Wat ben ik blijde dat mevrouw Conrad
-juist vandaag gekomen is.”
-
-»Waarom dan?”
-
-»O neem me niet kwalijk, ik meende dat mevrouw.... maar ik mag mij niet
-in familieaangelegenheden mengen, maar, ziet u, ’t schijnt dat mevrouw
-Conrad een fameuzen invloed heeft op mijnheer Thoren van Hagen! Geen
-wonder, ze kennen mekaar ook al zoo lang en is mijnheer haar vader niet
-voogd of zoo iets van mijnheer Thoren geweest?”
-
-»Maar Hermelijn zal Iwan misschien niet eens gesproken hebben.”
-
-»Over u, dat weet ik niet; zij is hem tegemoet gegaan tot het
-rozenperk, en ze kwamen heel druk pratend en lachend terug; natuurlijk
-is mijnheer uit zijn eigen gekomen en stellig niet op een briefje van
-haar, dat zou niet noodig geweest zijn.”
-
-»Hoe weet je dat?”
-
-»Dat mevrouw Conrad geen briefje geschreven heeft? Och, ik kan het niet
-denken; u begrijpt toch wel hoe erg mijnheer naar u verlangde maar ik
-geloof niet dat hij bij u durfde komen in de kamer als zij hem niet
-aangespoord had door te tasten.”
-
-»Laat me nu alleen, Iteko, ik heb rust noodig.”
-
-En Corona legde haar hoofd op de kussens, niet zoo onbezorgd gelukkig
-meer als zij een kwartier te voren had gedacht het te zullen doen.
-
-
-
-
-
-
-
-XLIV.
-
-
-Den volgenden morgen terwijl de heer de Géran op zijn kantoor zat kwam
-Thoren van Hagen bij hem binnen.
-
-»Ik moet u spreken, mijnheer de Géran!” zoo begon hij met een zeer
-ernstig gezicht.
-
-»Nu, ik luister, Thoren, wat heb je op ’t hart?”
-
-»Om te beginnen wil ik u bekennen dat het mij zeer verwondert als lid
-uwer familie opgenomen te zijn zonder dat u eenige vraag heeft gedaan
-over mijn toekomst, mijn middelen van bestaan, mijn fortuin.”
-
-»Waartoe zou ’t dienen? Corona is rijk en kan met den armsten bedelaar
-trouwen als hij haar bevalt. En wat uw toekomst betreft, zij is oud en
-wijs genoeg evenals u om die samen te regelen.”
-
-»Ik moet u bekennen dat we over dit belangrijke punt nog zeer weinig
-gesproken hebben maar ik heb er toch over nagedacht. Die voortdurende
-werkeloosheid deugt niet voor mij, ik moet iets te doen hebben en vraag
-u daarom mij een opzichtersplaatsje ergens op uw landen te geven, waar
-ik gelegenheid heb met de koffiecultuur bekend te raken.”
-
-De Géran zag hem aangenaam verrast aan.
-
-»Is je dat meenens, Iwan?”
-
-’t Was voor ’t eerst dat hij zijn aanstaanden schoonzoon bij den
-voornaam noemde.
-
-»Natuurlijk, papa!” antwoordde hij er dadelijk kordaat op.
-
-»Ga zitten, ik moet je spreken; met dat te vragen, vervul je een van
-mijn liefste wenschen. Ik ben niet jong meer, ik zie er kras uit voor
-mijn leeftijd, in Europa zou ik mij misschien nog voor 30 jaar kunnen
-verzekeren, maar Inlandsche kinderen worden niet oud; mijn hart is
-daarenboven niet in orde, ik kan ’t nog eenige jaren volhouden, maar
-evengoed kan het morgen gedaan zijn.”
-
-»Dat zou ik en een ander ook kunnen zeggen.”
-
-»Maar niet met hetzelfde recht als ik. Welnu, je hebt gezien, wat een
-belangrijke onderneming de mijne is; ik heb de bezitting van mijn vader
-aanmerkelijk vermeerderd; de erfenis, die ik elk mijner kinderen nalaat
-is even groot als die ik alleen van hem ontving. Ik kan even trotsch
-zijn op mijn erfgoederen als de graven de Géran het eens waren op de
-hunne, maar na mijn dood wordt alles versnipperd; het werk, waarvoor ik
-jaren lang arbeidde, zal in mekaar storten zoodra ik er niet ben,
-wanneer de leidende gedachte, het besturende hoofd ontbreekt.”
-
-»En u heeft zoovele zoons en schoonzoons?”
-
-»Ik heb ze werkelijk maar hier overtreft de hoeveelheid de
-hoedanigheid! Wien zou je als mijn opvolger kunnen aanwijzen? August is
-een nauwkeurig werkende machine, Guillaume een lichtzinnige knaap met
-een verkwistende, onverstandige vrouw, Portias een onpractische artist,
-Akkeveen een bekrompen huistyran; Conrad is vlug en ernstig vooral nu
-zijn vrouw hem verstandig weet te leiden, mettertijd zou ik van hem
-iets kunnen maken, maar op het oogenblik is hij nog te jong; er staan
-te veel boven hem in anciënniteit, de jongeren met Philip aan het hoofd
-komen natuurlijk in ’t geheel niet in aanmerking. Ware Corona een man
-geweest....”
-
-»Daar had ik veel tegen gehad,” schertste Iwan.
-
-»Zij weet meer van de zaken dan een der jongens, die altijd in de
-koffietuinen rondloopen, Coen misschien uitgezonderd, maar ze vreezen
-haar meer dan ze van haar houden. Wanneer ik er niet meer was, zou zij
-met veel tegenstand moeten kampen, zij zouden haar alles misgunnen,
-zelfs wat haar wettig toekomt.”
-
-»Maar ik ben er nog!”
-
-»En dat stelt me gerust, daarom, Iwan, is mij je voorstel zoo welkom.
-Ik acht je volkomen berekend mijn plaats in te nemen, Corona bij te
-staan, goed te maken, waar zij, door de eigenaardigheden van haar
-karakter, de anderen voor het hoofd stoot en van zich vervreemdt. Ik
-zal je op de hoogte brengen van den stand mijner zaken en dan mijn
-testament zoo inrichten...”
-
-»Maar, mijnheer de Géran, waar denkt u aan? Ik zou me dringen in uw
-zaken, ik zou iets vóór krijgen op uw andere kinderen?”
-
-»Rechten maar ook zware plichten, Iwan, die ik alleen op uw schouders
-kan leggen; wees echter gerust, ik zal niets beschikken zonder je te
-raadplegen, zonder je volkomen instemming.”
-
-»U is te goed, u denkt te gunstig over mij!”
-
-»Ik geloof dat je alle bekwaamheid er toe zult bezitten, als de wil
-niet ontbreekt.”
-
-»Maar u begrijpt toch wel, dat ik de geheele kolonie niet als een kudde
-gehoorzame schapen zal kunnen leiden?”
-
-»Waarom niet? Je bent Corona geheel meester geworden, haar, die nooit
-iemand vreesde of gehoorzaamde, zelfs mij niet en je zoudt geen
-overwicht over die kwâjongens kunnen verkrijgen, vooral wanneer mijn
-testament er je wapens toe gaf?”
-
-»Hoor eens, papa, het oogenblik is naar we hopen nog ver verwijderd,
-dat u er aan denken moet, de macht, die u zoo goed in handen heeft, aan
-een ander over te laten. ’t Is mijn bedoeling niet geweest op uw land
-eenigen invloed te verkrijgen; ik vraag u een betrekking hoe klein ook,
-alleen omdat ik voel dat ik iets te doen moet hebben, dat, wanneer mijn
-plichten als bezadigd, getrouwd man beginnen, ik een steun moet hebben,
-om niet te wankelen en mijn ellendige zucht tot verandering te
-overwinnen.”
-
-»Dat waardeer ik dubbel in je, Iwan, en dit besluit versterkt mij in
-mijn plan; straks rijd ik naar Kaboelen waar de koffiepluk begint. Ga
-je met mij mee?”
-
-Na dien dag reed Iwan dagelijks met zijn aanstaanden schoonvader uit,
-die hoe langer, hoe meer ingenomen met hem raakte, wanneer hij
-gelegenheid had zijn vlug verstand en helder inzicht te bewonderen.
-
-Corona was zeer tevreden met de voorkeur, die haar vader hem bewees;
-daarbij was Iwan, nu hij iets te doen en te denken had, veel rustiger
-en voor haar als het kon nog vriendelijker en hartelijker. Eens zeide
-hij haar lachend:
-
-»Ik heb nu geen tijd meer om onschuldige, heilige apen dood te schieten
-en ik moet zeggen, deze bezigheid bevalt mij beter en wat denkt »my
-darling” er van?”
-
-Corona schertste terug maar toch was zij niet heel tevreden; een
-lastige vraag hield haar steeds bezig en toen zij den zondag daarop in
-Djantong kwam, waar Hermelijn en Conrad op allerliefste wijze de eer
-van hun huis tegenover de gasten ophielden, was zij verstrooid en
-afgetrokken.
-
-»Wij willen een echt Hollandsch dinétje aanleggen, Coen,” had Hermelijn
-gezegd, »als het je nationaal gevoel niet kwetst, Franco Indiaan.”
-
-»Je volk is mijn volk, Hermelijn, zooals jij ’t doet, zal het ’t beste
-zijn,” antwoordde hij lachend.
-
-»Zie zoo, dat is nu eerst verstandig gesproken maar je moet mij helpen
-hoor, je teekent zoo mooi, maak nu de menu’s maar eens klaar. ’t Is het
-bruidsdiné, dat we teruggeven, moet je bedenken.”
-
-De tafel was smaakvol aangericht, met groote bouquetten, wuivend van de
-pluimen der tjemara’s, de menu’s waren keurig uitgevoerd en de
-plaatsen, aan de verschillende gasten uitgedeeld, wel gekozen.
-
-Hermelijn zag er allerliefst uit; om haar hals droeg zij niets dan een
-zilveren ketting, die Conrad voor haar gekocht had, zijn eerste
-geschenk en haar daarom boven alles dierbaar. Wit en zwart waren haar
-hermelijn-achtige kleuren weder en zooals zij daar in haar
-bedrijvigheid de gastvrouw speelde, telkens met woord en wenk, Conrad,
-die zijn oogen niet van haar kon afhouden, aan zijn plichten van
-gastheer herinnerend, kon het niet anders of ieder moest zich tot het
-jonge, gelukkige paar aangetrokken voelen, dat de grootste zaligheid
-genoot, die er wellicht op de wereld bestaat: innige liefde, geheiligd
-en verheven door het huwelijk.
-
-Dolly was ook tegenwoordig tot Hermelijn’s groote vreugde, maar men kon
-’t haar aanzien dat zij zich in het vroolijke, opgewekte gezelschap
-niet op haar plaats voelde en dat haar gedachten ver van daar
-vertoefden bij het kleine, met bloemen bedekte grafje van haar Nonnie.
-
-Iwan was opgewonden vroolijk, hij noemde Hermelijn niet anders dan
-zusje en scheen vol attentiën voor haar; onder het dessert stond men op
-en hij rustte niet voor zij, ondanks haar vermoeidheid en
-huishoudelijke zorgen, beloofde te zullen zingen. Hij verliet Corona’s
-zijde om met haar muziek uit te zoeken en haar bladen om te slaan.
-
-»Ik zal mij maar met jou troosten, Conrad,” zeide Corona met een
-gedwongen glimlach, »mijn man en je vrouw amuseeren zich naar ’t
-schijnt, uitstekend met mekaar.”
-
-»Och, Hermelijntje mag wel eens wat afleiding hebben na alle moeite,
-die ze gehad heeft om mij tot een dragelijken gastheer te plooien.”
-
-»’t Hindert je dus niet als ze zoo druk met een ander bezig is?”
-
-»Waarom zou ’t mij hinderen?”
-
-»Ik dacht dat je zoo jaloersch was.”
-
-»Zeker zou ik dat wezen, als er reden toe bestond, maar ik acht mijn
-vrouw te hoog dan dat ik achterdochtig mag zijn.”
-
-Corona beet zich op de lippen, maar zij bleef zitten en zag hen met
-gefronsde wenkbrauwen aan.
-
-»Laat Corona niet zoo alleen,” fluisterde Hermelijn Iwan toe, nadat ze
-toevallig dat sombere gezicht had gezien, »ik geloof niet dat ze het
-graag heeft.”
-
-»Dat broer en zusje met mekaar spelen? Kom, zij is verstandiger.”
-
-»Verbeeld je eens, wat ze mij vroeg, of ik je den raad had gegeven werk
-te vragen aan papa?”
-
-»Ze ziet in je een soort beschermengel naar ’t schijnt en mij acht ze
-tot weinig goeds in staat.”
-
-Hermelijn stond op en vroeg Corona of zij niet wilde spelen.
-
-»Ik heb mijn instrument niet bij me,” antwoordde zij koel en kort.
-
-»Maar Coen heeft ook een viool.”
-
-»Dank je, ik laat ieder graag het zijne,” werd niet zonder bedoeling
-gezegd.
-
-»Kan je voorgalerij een dansje lijden, zus Hermeline?” vroeg Guillaume.
-
-»Welzeker, Hermine gaat spelen,” zei Conrad.
-
-»Ik had nogal gehoopt het eerste dansje met haar te doen.”
-
-»Dan heb je verkeerd gehoopt, want ’t is beter dat we in ’t geheel niet
-dansen. Het zou Dolly hinderen.” Aan zulk een kieschheid zou geen der
-talrijke Gérans ooit gedacht hebben; zij drongen echter niet verder aan
-en eerbiedigden de redenen der gastvrouw.
-
-Iwan naderde zijn aanstaande weer, maar zij was niet goed te spreken,
-haar gelaat stond strak tot zijn groote ergernis; hoe zeer hij ook van
-verandering hield, veranderlijk humeur van een vrouw vond hij de
-vervelendste van alle vervelingen en strafte er haar voor, door zich
-gedurende den loop van den avond met Kitty, Margot en zelfs Dolly bezig
-te houden en zich weinig om haar te bekommeren totdat het oogenblik van
-heenrijden aanbrak.
-
-Conrad en Hermelijn waren kinderlijk blijde, dat alles zoo goed
-afgeloopen was; zij hadden onuitputtelijke stof tot opmerkingen over ’t
-geen men gezegd had om hun dinétje te prijzen. Hermine volgde het
-voorbeeld niet van andere gastvrouwen, die onweerstaanbaar bekoorlijk
-zijn, zoolang de gasten aan tafel zitten en het huis vol vreemden is,
-maar nauwelijks staan zij weer alleen tegenover haar man of het masker
-van lieftalligheid valt af en een uitgeputte, geeuwende, ontevredene
-vrouw zit op dezelfde plaats, waar zoo straks nog de beminnelijkste
-lachjes, de geestigste zetten werden ten beste gegeven. Zoo was
-Hermelijn’s tweede moeder geweest, en zij had daarmede haar goeden man
-en stiefdochter dikwijls onuitsprekelijk geërgerd.
-
-Conrad No. 1 in alles was haar leus en haar eerste beweging was hem om
-den hals te vallen en te zeggen:
-
-»Ik vind ze allen heel lief en heel aardig, ik ben blij dat ze zich
-geamuseerd hebben, ik verveelde mij ook niet, maar met mijn lief ventje
-alleen, is het voorloopig nog het beste.”
-
-»Ja voorloopig en dan krijgt het ventje misschien een geduchten
-mededinger, dan wordt hij voor één ander nog kleiner ventje
-achteruitgeschoven.”
-
-»Beste man, wees daar niet bang voor, Coen is en blijft No. 1 al zou
-hij ook gevaar loopen No. 13 te worden. Je weet, wat we laatst in
-Gijsbrecht lazen:
-
-»De man is zelf het hart...”
-
-»Ja, ik vond die laatste scène het mooist en het meest geschikt om een
-boel vervelende dingen te vergeten. Zal je dat altijd denken,
-Hermelijn, altijd van je armen Coen?”
-
-»Altijd, en dan zullen ze ook van ons kunnen zingen:
-
-»Waar werd oprechter trouwe, en de rest.”
-
-Terwijl die twee kinderen zoo vol liefde en geluk hun feestje
-herdachten en niet vermoedden, hoe vele hartstochten van minder edele
-soort daardoor waren opgewekt, reden de gasten in verschillende
-stemming huiswaarts.
-
-De oude heer De Géran was er niet geweest, hij hield niet van diné’s en
-de doktoren hadden hem een zeer strengen leefregel voorgeschreven, dien
-hij nauwkeurig volgde; Corona en Iwan zaten met Kitty en Portias in de
-open landauer, die onder den rijk met sterren bezaaiden hemel snel
-huiswaarts reed. Corona klaagde over hoofdpijn, Kitty had slaap, zij
-kon ’s avonds niet rijden of zij sluimerde in. Portias en Iwan hadden
-het druk over een muziekquaestie; Thoren van Hagen sprak met zeer veel
-gloed over het spel eener actrice, die hij als de Walküre in Wagner’s
-Ring der Nibelungen had bewonderd. Corona luisterde met ingehouden
-verontwaardiging naar zijn woorden.
-
-De jalouzie was in haar hart geslopen en het veelhoofdige monster, dat
-zij gastvrijheid verleende, strekte zijn klauwen naar alle zijden uit
-om voedsel te bemachtigen.
-
-In het tweede rijtuig zaten Akkeveen, zijn vrouw, August en Guillaume,
-die hun echtgenooten thuis hadden gelaten. Akkeveen was ook jaloersch
-maar op een andere wijze dan Corona.
-
-»Als het zoo voortgaat, raken we Cor in het geheel niet kwijt,” zeide
-hij, »natuurlijk zullen ze hier blijven wonen en Thoren van Hagen
-krijgt alles te zeggen zoodra de oude heer valt. Dat schijnt de toeleg
-te zijn, ik heb ’t sinds lang gemerkt, natuurlijk is dan Hermine de
-tweede...”
-
-»Een allerliefst wijfje,” mompelde Guillaume.
-
-»Maar een gevaarlijk nest, hoe onschuldig zij er uitziet. Ik begrijp
-haar plannen; berekenend als dat ding is! Eerst heeft ze haar man om
-den vinger weten te draaien, toen bewerkte zij haar.... haar vriend zal
-ik maar zeggen, om Corona ten huwelijk te vragen, daardoor kreeg ze
-vasten voet in het groote huis....”
-
-»Foei, Akkeveen, je weet er niets van!”
-
-»Vrouw, bemoei je niet met dingen, die te ver boven je horizont liggen.
-Je zult zien dat de oude—ik weet dat hij druk brieven wisselt met
-notaris van Gool te Samarang—een testament maakt, waardoor wij allen
-achteruitgezet en als het ware vassallen worden van koning Iwan en
-koningin Corona. Je weet dat de erfpacht spoedig ten einde loopt, het
-zal me niets verwonderen of die zal op naam van Thoren van Hagen worden
-overgeschreven.”
-
-»Massa, te erg!” riep August uit.
-
-»Je zult het zien! Ik waarschuw je en dat weet het lieve Hermelijntje
-drommels goed.”
-
-»Neen, dat geloof ik niet.”
-
-»Kom Guillaume, wees nu niet zoo idealistisch vertrouwend; ze is een
-slimme vogel, ik heb ’t gemerkt toen ze bij ons logeerde. Wat heeft ze
-niet uit een steen als Conrad vonken weten te slaan; zij tracht nu Iwan
-op haar zijde te krijgen.”
-
-»En daardoor Corona zeker te bekoren, de beste manier,” voegde Dolly er
-zacht tusschen.
-
-»Laat haar begaan, zij kent haar spel, die heks; let maar op, als de
-oude optrekt....”
-
-»Ik verzoek je op een anderen toon over mijn vader te spreken,
-Akkeveen.”
-
-»Aan wien je zooveel verplichting, hebt, hé! Wij zitten hier onder ons
-drieën, August, Guillaume en ik, we heeten dezelfde rechten te hebben
-als Conrad en nu vraag ik je, wanneer zou ’t in ons hoofd opgekomen
-zijn, zoo’n diné te geven en zoo’n feest? Dat kunnen ze niet van hun
-tractement hebben gedaan, onmogelijk. En wat ziet hun huis eruit!
-Vergelijk er onze barakken bij!”
-
-»Daar is een goede reden voor!” hernam Dolly, »Hermine heeft er slag
-van, veel met weinig te doen. Haar diné was zoo kostbaar niet maar
-alles zag er frisch en mooi uit door haar arrangement; en wat de
-meubels betreft, Corona’s eigen smaak heeft alles ingericht, terwijl
-August en Akkeveen verkozen het geld in handen te krijgen en zelf te
-koopen; wij weten ook hoe netjes Wilhelmshöhe in orde was bij
-Guillaume’s trouwen.”
-
-»En hoe Toetie alles later verslorderd heeft. ’t Is treurig maar waar,
-Dolly!”
-
-»Hoe ’t ook is, spreek me niet tegen als het je belieft. Is ’t waar of
-niet, dat Thoren dagelijks den ouwe als een schoothondje volgt, dat hij
-tracht zich op de hoogte van de zaken te stellen, dat Corona hem
-behandelt als ware hij Zijn Majesteit in persoon en dat Coen en Hermine
-zich veel meer bij hen aansluiten dan bij ons.”
-
-»Ze wonen ook het dichtste bij het groote huis.”
-
-»En we weten hoe Hermine vroeger tegen Cor was. We hebben ’t niet
-vergeten, Guillaume, hoe ongenadig zij haar bij dat feest bedankte voor
-de eer een japon van haar te ontvangen.”
-
-»Dat was alleen om Coen zand in de oogen te strooien en nu zij van hem
-een marionet gemaakt heeft, nu zet ze zeilen bij en vleit Corona en
-Iwan. O ’t is een volleerde diplomate.”
-
-»Als het uit diplomatie is, dat zij gehandeld heeft, dan krijg ik
-respect voor haar bekwaamheid, maar niet voor haar karakter.”
-
-»Ze kon niets anders doen,” sprak Dolly.
-
-»Je bent er buiten, vrouw, ik acht het mijn plicht de broers te
-waarschuwen. Als de ouwe zijn testament gemaakt heeft en vandaag of
-morgen komt te sterven, dan is het te laat maatregelen te nemen.”
-
-»Er is niets tegen aan te doen. Apa bolé boeat!” zeide, met volkomen
-berusting, August.
-
-»Als je met dat ellendige stopwoord komt, dan sta jij spoedig met je
-dozijn kinderen op straat, August, en Guillaume is er nog erger aan
-toe, Hermelijn kan Toetie niet uitstaan.”
-
-»En Cor jou nog minder! Ik geloof als August, we hebben niets te doen
-dan te wachten en te vertrouwen op papa’s eerlijke onpartijdigheid.”
-
-»Daar hebben we mooie bewijzen van gezien, ons leven lang. Papa is
-groot en Corona is zijn profeet, haar en haar grillen zijn hem alles,
-nu is de laatste gril een man. Goed, dan worden wij er aan opgeofferd.”
-
-»Tracht ook in haar gunst te komen.”
-
-»Tot kruipen neem ik nooit mijn toevlucht.”
-
-»Laten wij het papa dan ronduit zeggen,” zeide Guillaume, »hem onze
-belangen voordragen. Een prettig werk is ’t niet maar wij zijn
-huisvaders en ’t dus aan onze kinderen verplicht, in hun belang de
-noodige maatregelen te nemen.”
-
-»Dank je wel!” verklaarde August beslist.
-
-»Hij is de oudste zoon en hij durft niet. ’t Zal ook niets geven;
-wanneer die twee iets beslist hebben is er geen vinger tusschen te
-steken. Als dat huwelijk belet kon worden....”
-
-»Laat dan liever den Merawoe onderste boven zetten.”
-
-»’t Is moeilijk Guillaume, ik beken ’t....”
-
-»En ’t zou slecht wezen ook,” onwillekeurig schoof Dolly wat verder van
-haar man af, »het geluk van twee menschen te verwoesten, die meenen dat
-ze voor elkaar bestemd zijn.”
-
-»Sentimentaliteit laten we buiten spel, waar het zaken geldt, maar dat
-is zeker, we hebben altijd verlangd dat Cor zou trouwen, en nu zij ’t
-gaat doen, ware het beter als ze hem nooit gezien had, voor ons
-natuurlijk! Voor haar, dat is me vrij onverschillig.”
-
-»Zij heeft er zoovelen gelukkig gemaakt, het wordt tijd, dat zij voor
-zichzelf gaat zorgen,” zeide Guillaume met zooveel bitterheid in zijn
-stem, als er in zijn hart aanwezig was.
-
-
-
-
-
-
-
-XLV.
-
-
-De koffiepluk was in vollen gang; van heinde en verre waren Javanen,
-mannen, vrouwen en kinderen toegestroomd om in de tuinen de roodbruine
-vruchtjes te komen verzamelen, die als zoovele kersen gloeiden tusschen
-het donkergroene glimmende loof van de piramidevormige struikjes.
-
-Vroolijkheid heerschte tusschen de hooge dadapboomen, die zich als
-zonneschermen over de kostbare heesters, liefdevol en beschermend
-uitspreidden; de Javaansche mandors (opzichters) hielden over de
-werklieden toezicht, terwijl de Europeesche zich nu en dan vertoonden
-om ook over de wakers een oogje te laten gaan.
-
-Thoren van Hagen boezemde alles belang in, het plukken der vruchten,
-het ontbolsteren der boonen, het drogen en pletten in den molen; overal
-vroeg hij inlichtingen, sprak met de Javaansche hoofden en trachtte
-zich op de hoogte van alles te stellen.
-
-Alleen den avond kon hij aan zijn verloofde schenken. Corona vond dat
-eerst zeer natuurlijk, maar later begon zij er over te klagen; zelf zou
-zij ten hoogste verwonderd geweest zijn als iemand haar gezegd had, dat
-die verandering in haar gevoelens ontstaan was na een paar, schijnbaar
-zeer onnoozele opmerkingen van Iteko.
-
-»Ik geloof dat je meer belang stelt in de koffie, dan in mij,” zoo
-verweet zij hem eens.
-
-»Ik stel daar belang in alleen om jou,” was zijn antwoord, dat haar
-slechts half bevredigde.
-
-Zij, die geheel vervuld was van haar liefde, kon niet begrijpen dat in
-zijn hart nog plaats overbleef voor andere gevoelens, andere eerzucht,
-andere belangen; ware zij alleen geweest, misschien had zij getracht er
-zich mee te verzoenen en die opkomende gedachten te verstikken, maar nu
-ze ook bij Iteko schenen op te komen, schonk zij er meer waarde aan.
-
-»Zij meent het goed met mij, zij is waarschijnlijk in den grond der
-zaak meer aan mij gehecht dan Iwan, die zooveel dingen boven mij
-stelt,” dacht Corona.
-
-»Och juffrouw!” ging Iteko voort, »u kan van geluk spreken, dat
-mijnheer Thoren aan niets zooveel denkt dan aan cultures; nu heeft hij
-geen tijd om zich bezig te houden met... met zijn jeugd.”
-
-»Zijn jeugd? Hoe bedoel je dat?”
-
-»Ik vind het verkieselijker voor u, dat hij in het tegenwoordige leeft,
-dan in het verledene, dat hem hier niet verlaat, nu toevallig mevrouw
-Conrad in zijn nabijheid is.”
-
-»Iteko, als je niet zoo’n door en door goed schepsel was, zou ik
-meenen, dat je mij jaloersch wilde maken.”
-
-»O foei jaloersch, hoe kan u dat denken, u is veel te zeker van het
-hart van uw galant en daarbij schijnt mevrouw Conrad—ten minste naar ’t
-uiterlijk te oordeelen—recht veel van haar man te houden. ’t Is erg
-spoedig veranderd, gelukkig juist toen mijnheer Thoren u zoo onverwacht
-ten huwelijk vroeg. En ik begrijp heel goed dat u te verstandig is om
-het onaangenaam te vinden als zij het druk hebben over hun jonge
-jaren.”
-
-Zoo goot Iteko telkens olie in het smeulende vuur van Corona’s
-jalouzie; het zwaarste viel het haar dat zij nu reeds te veel ontzag
-had voor Iwan, om hem lastig te vallen met haar opmerkingen en
-bezwaren, die wanneer zij ze tegen hem uitsprak haar plotseling
-onbeduidend en klein voorkwamen.
-
-Hij was de man niet om zich bezig te houden met al die verfijningen van
-het vrouwelijke gevoel; daarbij gevoelde hij voor Hermine niets anders
-dan een soort broederlijke genegenheid, die met de grootste achting
-gepaard ging, zoodat zelfs Corona instinktmatig begreep, dat elke
-aanduiding in deze richting hem met verontwaardiging zou vervullen.
-
-En toch ging zij voort zichzelf te kwellen, toch legde zij elk woord,
-elke beweging van Iwan te haren nadeele uit; onophoudelijk maakte zij
-vergelijkingen tusschen zijn minste bewegingen en hetgeen hij van zijn
-vader had verhaald en ergerde zich bovenmatig dat hij weinig acht meer
-sloeg op haar afgetrokken buien en bedekte toespelingen. Zij deed dan
-haar best, zooveel mogelijk dezelfde te blijven, maar in haar hart
-hoopten zich een menigte grieven op, die flink uitgesproken
-waarschijnlijk bij den eersten blik zijner oogen zouden verdwenen zijn,
-maar thans aan oudere weer voedsel gaven om eindelijk een licht
-ontplofbare massa te vormen, die bij de eerste aanraking met vuur in
-laaie zou overslaan.
-
-»Iteko,” zoo sprak Akkeveen eens tot de gouvernante, »ik moet je alleen
-spreken.”
-
-Eenige dagen waren verloopen na het feestje te Djantong.
-
-»Best mijnheer, moet het onder vier oogen zijn? Komt u dan maar in de
-pendoppoh, als de juffrouw met mijnheer Thoren van Hagen gaat
-wandelen.”
-
-»En waar zit het andere volk dan?”
-
-»O die schuwen ’s middags de pendoppoh; ik houd alleen de kleintjes
-daar bezig.”
-
-’s Middags op den bepaalden tijd, terwijl de kinderen daar om de tafel
-aan het kienen waren onder Iteko’s leiding, kwam Akkeveen lui
-aangeslenterd en zette zich achter haar stoel neer, schijnbaar om naar
-het spelen der kinderen te kijken.
-
-»Zie zoo, kinderen,” sprak de gouvernante, »nu moet juf eens met oom
-Akkeveen gaan praten over het mooie komediestuk dat wij bij gelegenheid
-van tante’s trouwen zullen opvoeren.”
-
-»Ik bewonder je helder doorzicht,” grijnsde Akkeveen, »waarlijk, ik
-moet je daarover spreken en over niets anders.”
-
-Zij gingen bij de balustrade staan op eenigen afstand van de joelende,
-vroolijke kinderen.
-
-»Geen Maleisch praten, kinderen! Ik luister naar u, mijnheer Akkeveen,
-ik heb ’t al lang gezien dat u iets op ’t hart had.”
-
-»Je maakt toch geen pretentie op tweede gezicht, waar het niets anders
-is dan je aangeboren of aangeleerde sluwheid want je bent een canaille,
-Iteko, dat heb ik reeds dadelijk gemerkt.”
-
-»Dan heeft u in mij als in een spiegel gezien, schijnt het, mijnheer!”
-
-»Je durft, dat weet ik, er is hier niemand, die tegen je opgewassen is,
-niemand, die groote, domme Cor ’t allerminst.”
-
-»Gun mij toch, mijnheer, dat ik in iets uitblink; maar ik neem het
-compliment van zoo’n bevoegd persoon gaarne aan.”
-
-»Vertel mij, wat je doel is—dat is beter dan impertinenties te
-zeggen—je begrijpt toch wel dat zoodra Cor getrouwd is, je rijk hier
-een einde neemt. Thoren van Hagen is veel te aesthetisch ontwikkeld om
-je persoontje altijd voor oogen te willen hebben, daarbij is hij er de
-man niet naar een derde in zijn huishouden te dulden. En hier blijven
-als gouvernante is toch ook zoo aardig niet, wanneer je grootste steun
-is weggevallen.”
-
-»Dat is ’t ook niet, mijnheer, maar ik begrijp niet wat voor belang het
-lot van zulk een onbelangrijk, onaesthetisch persoon als ik u kan
-inboezemen.”
-
-»Heel weinig, dat spreekt, maar wij allen zijn er bij geïnteresseerd,
-jij zoowel als August en Guillaume dat Cor’s huwelijk met dezen man
-niet doorgaat. Behalve dat het altijd minder aangenaam is, wanneer men
-een huis vol kinderen heeft, een suikertante te missen, zoo hebben wij
-nog een massa redenen om Thoren’s verheffing tot prins van den bloede
-met leede oogen aan te zien.”
-
-»Dat begrijp ik zeer goed maar ik zie niet in...”
-
-»Waarom ik je dat zoo royaal zeg op gevaar af dat je alles aan Cor gaat
-overklikken om mij voor goed bij haar in ongenade te brengen? Wel, ik
-weet, dat je niet boos bent dan als je er iets mee winnen kunt.”
-
-»Daar zou u zich zeer in kunnen vergissen, mijnheer!”
-
-»Zoo breng je l’art pour l’art in toepassing. Dat valt me van je mee,
-dat moet ik zeggen, maar je liefde voor minder materieele zaken zal
-niet zoo ver gaan dat je opzettelijk je eigen belangen er voor
-verwaarloost. Je kunt Cor mijn woorden overbrengen en je wint er niets
-bij, dan dat ze mij nog een paar graden meer verafschuwt maar aan den
-stand van zaken verandert het volstrekt niets.”
-
-»Neen, dat nu wel niet, maar...”
-
-»Je hebt mij in de hand en zou je wrok aan mij kunnen koelen. Dat wil
-je zeggen, nietwaar? Zou ’t niet beter zijn, Iteko, dat wij, nu er
-zulke groote belangen in het spel zijn, onze grieven als afgedaan
-beschouwden en de handen in elkaar sloegen om het gevaar, dat ons
-dreigt, af te keeren? En ik spreek niet voor mezelf alleen, August en
-Guillaume zijn bang om de kastanjes uit het vuur te halen, Portias is
-een nul voor het cijfer, daarom heb ik mij met de onderhandelingen
-belast.”
-
-»Zoo, dus spreekt u uit naam der geheele familie?”
-
-»Min of meer! Zie je, Iteko, vleien doen we mekaar niet, het kost mij
-maar één woord aan Thoren van Hagen en hij eischt van Cor dat zij je
-wegjaagt. Ik hoef maar het aandeel te vertellen, dat jij in Conrad’s
-huwelijk hebt gehad.”
-
-Een zegepralende grijns vertrok haar lippen.
-
-»Zou u denken, mijnheer, dat hij ’t van haar verkreeg?”
-
-»Wel zeker, stellig!”
-
-»En ik geloof ’t niet. Eerder zou zij ’t huwelijk afbreken.”
-
-»Sta je zoo bij haar in gunst?”
-
-»Dat wil ik niet beweren, maar als hij ’t verlangt, dan is zij te goed,
-te edel om een schepsel, dat zij vertrouwt en beklaagt, weg te jagen,
-daar deze niets deed dan haar ten wille te zijn.”
-
-»Meen je dat, Iteko, maar dan was ’t middel gevonden om een breuk
-tusschen hen te veroorzaken. Ik had je willen voorstellen om te
-lasteren, jalouzie op te wekken, desnoods iemand om te koopen, die iets
-gezien of gehoord had, enfin! een van die duizend dingen uit te vinden,
-welke een ontwikkelde vrouw als jij, altijd voor ’t grijpen heeft, en
-waardoor men, trots en drift helpende, onfeilbaar zeker een engagement
-verbreekt.”
-
-»Kien, juffrouw, kien!” riep een der kinderen.
-
-»Dan krijg je straks suikererwten, begin nu maar een nieuw spel! Kan je
-er niet mee terecht? Een oogenblik geduld, mijnheer Akkeveen, ik ben
-dadelijk weer tot uw dienst.”
-
-Zij zette de kinderen op nieuw aan het spelen, lachte de lieverdjes
-eens vriendelijk toe en nam haar plaats tegenover Akkeveen weer in.
-
-»Zoo zou het eenvoudiger wezen!” ging hij voort.
-
-»O ja, maar dan betaal ik den geheelen inzet van het spel; ’t is een
-waagstuk voor mij!”
-
-Akkeveen zag haar bekommerd aan; hij voelde dat zij hem geheel in haar
-macht had, ’t eenige wapen, waarover hij te beschikken had, keerde zij
-hem toe.
-
-»Vindt u zelf niet?” vroeg zij met haar liefsten lach toen hij bleef
-zwijgen, »en u begrijpt toch dat ik niets zal wagen als ik geen
-uitzicht heb op winst.”
-
-»Ik vraagje alleen, Iteko, wil je ons helpen? Als Cor trouwt, dan
-verlies je heel veel, doet zij ’t niet, je blijft dezelfde, de
-oppermachtige eerste minister van de koningin, voor wier macht zelfs
-wij ons buigen.”
-
-»Dat geeft me nog niet bijster veel, mijnheer! Als de juffrouw om mij
-te houden met mijnheer Thoren breekt, dan zal zij mij toch spoedig moe
-worden, als de oorzaak van haar ongeluk.”
-
-»Of je de zaak ook wel overdacht en naar alle kanten bekeken hebt. Je
-ziet ook in dat het een levenskwestie voor je is. Zeg, Iteko, laat ons
-spijkers met koppen slaan, wat is het lot dat je nu het liefst jezelf
-zoudt willen verzekeren, voor je ouden dag?”
-
-»Ik dank u voor uw belangstelling, mijnheer. ’t Liefst verliet ik dit
-apenland en keerde naar Europa terug.”
-
-»En wat zou je daar willen beginnen, een school...”
-
-»Dank u hartelijk, ik heb genoeg aan spot en gelach van kinderen. Neen,
-’t liefst zou ik een nette dames-leesbibliotheek oprichten.”
-
-»En hoeveel denk je er voor noodig te hebben?”
-
-»Twintig duizend gulden.”
-
-»Maar mensch, ben je krankzinnig geworden? Dat is een flink kapitaal.”
-
-»Juist mijnheer, u voelt toch wel, dat ik, wanneer ik juffrouw Corona
-vertel wat haar broers in den zin hebben en welken weg zij daartoe
-inslaan, licht een goede belooning zal krijgen. Misschien heeft zij er
-wel ƒ 20.000 voor over.”
-
-»Nu en als ik Thoren vertel wat voor gemeene streek je uitgevoerd
-hebt?”
-
-»Dan zal juffrouw Corona, woord voor woord, hooren wat u mij gezegd
-heeft. Naar uw verantwoording zal zij niet willen luisteren en welk
-kwaad u ook van mij vertelt, zij gelooft het niet. Ik zal u in alles
-vóór zijn en zelfs vertellen, dat ik u op de proef stelde, door u ƒ
-20.000 voor te slaan bij wijze van Judasloon.”
-
-»Je bent een helleveeg,” snauwde Akkeveen in machtelooze woede op zijn
-nagels bijtend.
-
-»Vindt u? Pas op, de kinderen mochten het hooren en u ontneemt mij het
-noodige prestige op die manier.”
-
-»Maar we komen niets verder!”
-
-»Neen, mijnheer, niets.”
-
-»Ik geef je ƒ 10.000.”
-
-»Die heeft juffrouw Corona er stellig ook voor over, om te weten, wat
-ik weet.”
-
-»Maar hoe komen we aan al dat geld?”
-
-»Dat is uw zaak, mijnheer!”
-
-»Als de ouwe opkrast, dan, ja dan....”
-
-»U heeft crediet bij mij, mijnheer Akkeveen,” met een knipje van de
-oogen, die moesten uitdrukken hoe groot haar vertrouwen in zijn
-soliditeit was »bijvoorbeeld, als u mij de helft daags nadat het
-engagement verbroken is...”
-
-»Daags daarna, dan kon ’t weer aangeknoopt worden.”
-
-»Nu heeft u gelijk; welnu, als mijnheer Thoren voor goed vertrokken is
-naar Europa of Amerika.”
-
-»Hoe krijg ik ƒ 10.000 bij mekaar?”
-
-»Als men groote kansen waagt, moet men ten minste den inzet kunnen
-betalen. En u staat immers niet alleen?”
-
-»Ja, als August en Guillaume zooveel tonnen hadden als kinderen!”
-
-»Staat mijnheer Conrad er buiten?”
-
-»Natuurlijk, zijn vrouw spant tegen ons samen met haar zoogenaamden
-vriend der jeugd.”
-
-»Wel, mijnheer, als mijn plan lukt, dan hebben ook zij geheel afgedaan
-bij mijnheer de Géran en de juffrouw.”
-
-»Wat ga je doen?”
-
-»Dat is mijn geheim, ik wil u alleen vragen of ik moet gaan werken op
-uw rekening of op de mijne?”
-
-»Als ik je betalen kon.”
-
-»U ziet hoe vertrouwend ik ben. Ik stel mij voorloopig met ƒ 5000
-tevreden en zal een stuk opmaken, waardoor u zich verbindt ook uit naam
-van de andere heeren mij de rest uit te keeren, na papa’s dood. Wil u
-er over nadenken en krijg ik morgen bericht? U ziet, de kinderen worden
-onrustig. Zie zoo, de komedie belooft heel mooi te zijn. Hoe gaat het,
-wie is er aan ’t winnen?”
-
-»Speel ik ook mee, juf?” vroeg een der oudsten.
-
-»Zeker, ventje, wij spelen allen mee, allen.”
-
-Akkeveen ging met hangend hoofd en tragen gang de pendoppoh uit; hij
-voelde dat hij met een slimmere te doen had.
-
-
-
-
-
-
-
-XLVI.
-
-
-Een tropische nacht vol maneschijn, zoo helder als zilver, zoo stralend
-als het den broeder van den dag past; het meer ligt in diamanten glans
-tusschen de met een tooverachtig blauwen gloed overgoten heuvels; als
-een reusachtige sleep van glinsterend wit satijn laat de maan haar
-stralen over het licht gerimpelde water glijden, de eilanden schijnen
-ruikers van zilverkant en glinsterende pluimen; in de verte klinken de
-verwijderde tonen van een gamelang, nu en dan afgebroken door de
-schrille kreten van een boschvogel; hoog in de lucht wiegelen zich als
-tressen van bloemen, de slingerende takken der orchideeën onder de
-lichte aanraking van een nachtvlinder, geheimzinnig ritselen de
-insekten in het geboomte en de krekels zingen er hun eentonig lied; de
-vuurvliegjes dansen als op de maat van een onzichtbaar orkest,
-duizenden geuren vervullen de lucht en hullen alles in een atmosfeer
-van bedwelmende zoetheid en genot.
-
-Thoren van Hagen was vrij laat van het groote huis teruggekeerd geheel
-onder de betoovering van den heerlijken nacht; zijn hart en geest toch
-waren in harmonie met de weelde, die hem omringde. Nog nooit had hij
-zich aan Corona zoo innig verbonden gevoeld, de lichte wolkjes, die
-soms in hun liefdeshemel dreven, waren weggevaagd, waardoor wist hij
-zelf niet en zij evenmin; ook zij had alles vergeten wat haar
-verontrustte, wat haar ergerde, om niets te voelen dan dat haar ziel
-opging in de zijne, dat hij haar koning, haar meester was, dien zij
-boven alles liefhad en vereerde.
-
-Zij hadden haast niet kunnen scheiden, misschien was het de maneschijn,
-die ook over hun gevoelens zulk een toovergloed spreidde, maar hij
-ondervond nu eindelijk wat hij zoo gewenscht had, dat zij zijn ziel
-vervulde, dat hij zich gelukkig en zalig voelde bij het bewustzijn dat
-zijn leven voor goed aan het hare verbonden was, dat slechts de dood
-hen kon scheiden, nadat het beslissende woord tusschen hen zou zijn
-uitgesproken.
-
-Hij wandelde naar huis in een soort van verrukking; het was of de geur
-harer glanzende lokken nog steeds de lucht vervulde, of het licht dat
-uit hare oogen glansde, schitterde in het flikkeren der sterren; of in
-het geheimzinnige ruischen der bladeren, het tjilpen der insekten haar
-stem naklonk, die hem woorden vol liefde en trouw hadden
-toegefluisterd.
-
-Alles sprak van Corona, alles scheen door haar bezield; nog slechts
-weinige minuten geleden had hij haar verlaten en nu reeds smachtte hij
-naar haar tegenwoordigheid terug, telde bij de uren, die nog moesten
-verloopen vóór hij haar terug zag, zijn parel, zijn kroon, zijn
-koningin! ’t Was hem niet mogelijk in huis terug te keeren, zich daar
-prozaisch neer te leggen om te slapen, neen, hij had behoefte aan de
-nachtlucht om zijn brandend voorhoofd af te koelen, om eenigszins tot
-kalmte te geraken of liever om zijn droom van liefde en geluk zoo lang
-mogelijk voort te zetten.
-
-Hij bond den gondel los, strekte zich op het fluweelen kleed neder, dat
-er nog steeds gespreid lag, nadat zijn koningin daar had gerust, en
-liet het bootje toen vrij over de kalme zilveren golfjes glijden.
-
-Onbewegelijk lag hij daar alleen in de stille majesteit van den nacht,
-onder het fonkelend oog der maan en de bleeke schittering der sterren;
-neen, zoo had hij zich nimmer gevoeld! Was het deze stemming geweest,
-die eens den verdwaalden monnik van Heisterbach vervulde, toen hij
-eeuwen lang naar het zingen van een vogeltje luisterde, en ze voor een
-oogenblik rekende? Is het dit gevoel dat ons tot loon gegeven wordt, na
-een leven vol moedig doorgestanen strijd en lijden, dit gevoel, zoo
-diep, zoo innig, zoo rein en hoog, dat een eeuwigheid kan vervullen en
-ons niet bedreigt met de zwarte schaduw van moeheid en einde, zou dat
-de hemel zijn, dien men op aarde zoo licht vergeet en waaraan slechts
-de vermoeiden en overwonnelingen in den strijd des levens denken als
-aan een plaats van rust en vrede, maar die den moedigen kampvechters te
-vaak voorkomt als het einde van alle genot door strijd en arbeid
-verkregen, als het tegenbeeld van het rijke menschenleven, waaraan
-licht en schaduw beide gelijke waarde geven? En Thoren van Hagen
-luisterde slechts naar het vogeltje dat diep in zijn hart zong van
-liefde, geluk en leven; alles werd hem immers aangeboden, alles, wat
-hij zich in de stoutste droomen zijner jeugd zou hebben toegewenscht.
-Liefde en eerzucht werden tegelijk bevredigd.
-
-In een lang gesprek dat hij met den man had gehad, die hem nu reeds de
-vaderliefde schonk, welke hij zijn leven lang ontbeerd had, was hem de
-belofte gegeven, dat hij de leenheer zou worden van dit uitgestrekte
-gebied, een klein koninkrijk bijna. Zooveel hij kon zou hij gunstige
-bepalingen voor de andere broers en zusters verkrijgen; werkelijk zou
-hun lot belangrijk verbeteren, hij toch had de zware verantwoording te
-dragen van alles; zij werden slechts goed betaalde uitvoerders van zijn
-wil.
-
-Hoe zou hij de macht, die hij ging bezitten, gebruiken, hoe zou hij die
-aan het schoone land, dat hem zooveel bood, ten goede laten komen,
-hoeveel plannen van beschaving en hervorming drongen zich niet op aan
-zijn geest. Eindelijk had hij een doel gevonden, waarvoor het de moeite
-waard was te werken en te leven; wie weet welke luchtkasteelen hij zich
-niet schiep, of hij niet droomde van een onafhankelijk rijk dat hij
-zich hier in het midden van Java zou stichten, een rijk, waarvan Corona
-koningin zou worden. Alles neemt zulke groote, onnatuurlijke
-verhoudingen aan als hemel en aarde zich baden in een fantastisch
-licht, als de ziel vervuld is van een liefde, waaraan niets te zwaar
-valt, als slechts een koningskroon waardig schijnt het voorhoofd te
-versieren van de schoone bruid, die men zich verworven heeft.
-
-»Ik heb de kroon en zal mij het koninkrijk winnen,” zeide hij vol
-trots.
-
-Zacht danste de gondel voort en hij lag daar nog steeds in zijn droom
-van een zaligheid zoo groot, zoo volmaakt, dat hij niet eens bemerkte
-hoe zij allengs in diepen weemoed overging, want ach! flauw is de
-grens, die hier beneden de hoogste vreugde scheidt van stille smart.
-
-Hij dacht aan zijn moeder, zijn jonge, lieve moeder die het leven, dat
-hem thans zoo benijdenswaardig, zoo vol, zoo heerlijk toescheen, van
-zich had afgeworpen, als ware het een ondragelijke last; hij gedacht
-zijn vader, die het nog steeds voortsleepte, beladen met wroeging en
-zonde, en medelijden inplaats van wrok vervulde voor het eerst zijn
-ziel jegens hem; hij gevoelde zich thans verheven boven alles, zoo
-gelukkig en goed, hij vergat al wat de wereld boos en laags heeft en
-herinnerde zich slechts met droevige belangstelling hen, die weenden en
-leden op deze, hem louter rozen biedende aarde.
-
-Neen, hij had nu een uitgebreid veld vóór zich om te arbeiden, hij
-wilde niet meer zwerven, het geluk zoekende, hij had het gevonden, het
-zou ondankbaar wezen het niet op te nemen, niet te gebruiken tot geluk
-zijner medebroeders. Hij voelde er behoefte aan dien God te danken,
-wiens tegenwoordigheid hij thans zoo duidelijk voelde, aan wiens
-bestaan hij in dit uur, nu hij zijn liefde en goedheid in zoo volle
-mate ondervond, niet meer twijfelen kon zooals hij ’t wellicht
-menigmaal gedaan had in het gewoel der wereld en in den strijd der
-hartstochten.
-
-Dit uur van vreugde en geluk, eerst later zou hij inzien hoeveel waarde
-het voor zijn toekomstig leven zou hebben, hoeveel hij daaraan dankte,
-niettegenstaande....
-
-Hoelang hij daar in dat bootje zachtkens dobberde wist hij zelf niet,
-misschien zette hij in lichte sluimering de droomen voort, die hij
-wakend begonnen had; wellicht verkeerde hij thans werkelijk in het
-tooverland, dat hij zich geschapen had. Het zachte nachtkoeltje streek
-langs zijn gloeiende slapen, de stralen der maan gleden over zijn
-voorhoofd en zijn toegevallen oogleden; boven dartelden kleine
-speelsche wolkjes, zacht en wollig als opstijgend schuim, zij zweefden
-langs de maan als om door haar voor een oogenblik in zilverdons te
-verkeeren; zij stoeiden voor het aanschijn der sterren en naderden
-elkaar meer en meer, werden donkerder en ernstiger, dikker en grauwer;
-duisternis viel op de doorschijnende wateren van het meer, de schaduwen
-verdwenen, licht en bruin losten zich op in eentonig zwart; schriller
-klonk het gesis der insecten, het gekras der nachtuilen. De wind stak
-op, koud en guur, de golven stegen onder zijn prikkel hooger en hooger
-en slingerden het bootje, waarin Iwan nog steeds droomde, onstuimig
-heen en weer, eindelijk vielen groote regendroppelen op zijn gelaat en
-hij ontwaakte om te bemerken, hoe alles rondom veranderd was, hoe, waar
-straks nog kalmte en rust heerschten thans storm en onweer loeiden.
-
-»Is dat het beeld van mijn leven, zal dat het uur van onvermengd geluk
-opvolgen, waaraan ik het woord van Faust, »Verweile, Du bist so schön!”
-heb toegeroepen?” vroeg hij zich af, terwijl hij de riemen opnam en met
-een paar krachtige slagen, den oever naderde.
-
-Nu was een geweldige storm over het gebergte losgebarsten,
-bliksemstralen verlichtten het landschap dat daar straks zoo vredig en
-stil in het staalkleurige maanlicht glansde. Thoren van Hagen trad zijn
-huis binnen, ontstak de lamp in zijn kamer en sloot de ramen waardoor
-de regen naar binnen sloeg.
-
-De lamp hing boven zijn met boeken en papieren beladen schrijftafel,
-vlak vóór hem lagen couranten en brieven, die de postbode had gebracht.
-
-Hij was vast besloten zich door niets te laten ophouden en zoo spoedig
-mogelijk zich neer te leggen om aan den langen dag een einde te maken
-en weldra den zonnigen morgen terug te zien, die hem weer naar zijn
-Corona zou voeren.
-
-»Als zij hier is, wat deren mij storm en onweer nog?” vroeg hij zich af
-en wierp een verstrooiden blik op de papieren. »Een brief met
-geëntrelaceerde H. G. en het grafelijke kroontje der Saint-Pauls. Van
-wie is dat, van Hermelijn, een invitatie zeker.”
-
-Hij brak de enveloppe en las:
-
-
-»Waarde Iwan,”
-
-In een hoek stond in Hermelijn’s sierlijk handschriftje het woord
-»confidentieel”.
-
-»Wat voor grap mag dat wezen,” dacht hij, glimlachend, »vier
-bladzijdjes lang, ’t is de moeite waard.”
-
-»Ik kom een beroep doen op uw eer als man, en u verzoeken te gelooven
-dat slechts belangstelling in uw toekomstig lot mij doet handelen, en
-met weerzin er toe besluiten u iets te openbaren, dat gij naar mijn
-oordeel weten moet. Ook Conrad is van meening dat het noodzakelijk
-wordt u op de hoogte te brengen van een zaak, die van het grootste
-gewicht is en waarvan gij onderricht moet zijn, zoo ge het karakter
-uwer aanstaande vrouw op de rechte waarde wilt schatten.
-
-»Ik wil er echter Corona geen verwijt van maken; ik heb alles vergeven
-en vergeten. Zoo er geen maatregelen voor de toekomst te nemen waren,
-zou ik hebben gezwegen, maar ik moet nu aandringen op iets, waartegen
-ik u reeds met een enkel woordje heb gewaarschuwd op den dag toen gij
-een klein geschil met Corona hadt.
-
-»’t Kost me moeite een zaak aan te roeren, die tot het verledene
-behoort en voor mij, althans nu, slechts de beste gevolgen heeft
-gehad....”
-
-»Mijn hemel, wat een omhaal van woorden, dat ben ik van Hermelijn niet
-gewoon,” mompelde Iwan ongeduldig en las met weerzin voort.
-
-»Ge weet, hoe ongelukkig mijn huwelijk in den eersten tijd was en hoe
-schandelijk men mij bedrogen heeft; het middel daartoe bestond in een
-reeks van brieven, die Conrad mij heette te schrijven en waarvan hij in
-waarheid den inhoud niet eens kende, want ze waren afkomstig van
-Corona.”
-
-Een bliksemstraal schitterde voor een seconde en onmiddellijk daarop
-knalde een hevige donderslag; juist bracht Thoren van Hagen de hand aan
-het voorhoofd, hij duizelde, het was of hij zich getroffen voelde. Was
-het door den slag of door het gelezene?
-
-»Zij heeft die brieven geschreven, waarin Conrad van liefde en trouw
-sprak, hij, die me niet kende, die mij toen als een indringster haatte.
-Mijn brieven werden beantwoord door haar, en zoo gelukte het Corona mij
-in een net van verraad en bedrog te vangen.
-
-»Verbeeld u mijn verontwaardiging, mijn wanhoop toen ik die ontzettende
-waarheid vernam, ge begrijpt hoe ik Corona verachtte en slechts met
-afschuw zag, dat gij uw leven aan het hare wildet verbinden.”
-
-Thoren van Hagen haalde zwaar adem, het zweet parelde op zijn
-voorhoofd, zijn handen waren kil en klam.
-
-»En toch geloof ik niet dat Corona zoo schuldig is. Een booze demon,
-een duivel in menschengedaante waart rondom haar, zij heeft haar alles
-ingeblazen; haar uiterlijk vervulde mij reeds dadelijk met diepen
-afkeer en die antipathie bleek niet ongegrond.
-
-»Ge begrijpt dat ik u van Iteko wil spreken, de booze raadgeefster van
-Corona; zij heeft die brieven geschreven, zij wekte haar jalouzie op
-tegen mij, zij zal uw huiselijk geluk storen zooals zij Corona’s
-karakter reeds bedorven heeft.
-
-»Ondanks haar heerschzuchtig optreden en koninklijk voorkomen is Corona
-zwak; zij ondergaat gemakkelijk zekeren invloed. Als zij iemand lief
-heeft, dan volgt zij gaarne diens raad, en geeft haar oordeel aan het
-zijne gaarne over; zoo is ’t Iteko gelukt haar te leiden en op dit
-oogenblik strijdt haar overwicht tegen het uwe.
-
-»Er kan voor u geen geluk wezen zoolang Iteko in haar nabijheid blijft;
-de eerlooze daad, waartoe zij uw aanstaande vrouw verleidde, is er een
-bewijs van hoezeer zij haar omlaag wist te trekken en hoe weinig
-Corona’s vastheid van karakter bestand is tegen het verleidend sissen
-van die slang.
-
-»Ik verzoek u dus in uw eigen belang niet alleen maar ook om mij een
-voldoening te geven over hetgeen ik door het schandelijk bedrog van
-meesteres en dienstmaagd lijden moest, aan te dringen dat Corona haar
-confidente onmiddellijk laat vertrekken.
-
-»Wanneer zij werkelijk u zoo liefheeft als zij het ieder wil doen
-gelooven, zal haar dit niet den minsten strijd kosten.
-
-»Ge moet natuurlijk haar zeggen dat ge alles weet, maar ge begrijpt dat
-het voor mij van het grootste belang blijft, dat zij niet vermoedt van
-wie deze waarschuwing afkomstig is.
-
-»Ik leg u dus geheimhouding op, die ge slechts in geval van nood moogt
-verbreken.
-
-»Handel naar goedvinden, ge weet nu alles.
-
-
- Hermine.”
-
-
-De schoone dag vol liefde en weelde was vervlogen.
-
-
-
-
-
-
-
-XLVII.
-
-
-Corona wandelde in haar rijkleed door het rozenparadijs.
-
-In haar eene hand hield zij haar karwats met zilveren knop, in de
-andere de frissche rozen die zij had geplukt; een rozeknopje, zacht als
-fluweel, half ontloken tusschen de smaragdgroene bladeren verscholen,
-drukte zij aan de lippen, straks wilde zij het haar bruidegom bieden.
-Het was zoo geurig hier tusschen de bloemen na het zware onweer van den
-nacht. De zon dreef de wolken voor zich uit, soms schenen deze den
-strijd te winnen, maar dadelijk vertoonde zij zich weer in vollen
-luister en goot zelfs over die zwarte massa’s het goud van haar
-verblindenden vuurschat.
-
-Een glimlach van vreugde speelde over haar lippen, zij vreesde geen
-wolken meer, zij was zoo zeker van zijn liefde, van zijn trouw na de
-zoete uren van gisteravond.
-
-Hoe teeder, hoe goed was hij toen voor haar geweest; nu zouden ze zamen
-een tocht maken naar Djira, daar waar zij voor ’t eerst de zoetheid van
-de liefde had gesmaakt, de eerste trillingen van het machtige, zalige
-gevoel dat haar geheel vervulde en zonder hetwelk zij meende niet meer
-te kunnen leven.
-
-Op weinige stappen van haar af, trappelde haar rijpaard, door Djario
-geleid; hier tusschen de rozen wilde zij haar Iwan afwachten om dan met
-hem, samen den tocht te maken, die zoo genotvol beloofde te worden.
-
-Eindelijk hoorde zij voetstappen, die naderbij kwamen; kwam hij niet te
-paard?
-
-Zij snelde naar de boog van klimrozen, die de poort van het
-rozenparadijs vormde, daar stond zij tusschen de glinsterende parelen
-van de regendroppels, die in het zonnelicht met zevenvoudigen glans
-flikkerden, in het eenvoudige donkerroode kleed, dat haar fraaie vormen
-zoo sierlijk deed uitkomen, de rozen in de hand, die niet frisscher
-waren dan haar zacht gekleurde wangen en half geopende lippen; zij was
-zoo schoon als zij wellicht nooit was geweest en wellicht nimmer meer
-zou zijn, met die vochtige schemering als een zilveren sluier over de
-glanzende oogen en die lippen half geopend, haar Iwan verwelkomend.
-
-Hij naderde, bleek, mat, lusteloos, als iemand, die een langen weg
-heeft gemaakt; ’t was hem ook of hij van den hemel weer naar de aarde
-was afgedaald in een eindeloozen tocht; hij zag Corona tusschen de
-rozen en het zonnelicht en lachte haar niet eens toe, hij had er geen
-moed voor.
-
-Wie weet, zoo zij er in geslaagd ware hem door haar glimlach te winnen,
-zoo de zonneschijn, die in haar oogen straalde de wolken van zijn
-voorhoofd had weggedreven, of het gesprek dat zich tusschen hen zou
-ontspinnen geen andere wending had genomen, maar neen, zijn duistere
-blik verdonkerde den hare; zij sloeg de oogen neer toen hij haar hand
-nam en een vormelijken kus op haar wangen drukte.
-
-Iwan had vele gebreken, gebreken die zelfs zijn karakter aantastten,
-maar hij bezat een zeer ontwikkeld eergevoel, dat misschien aan zijn
-militaire opleiding te danken was; hij verafschuwde logen en bedrog
-boven alles; zulk een handelwijze als die hem uit Hermelijn’s brief
-bekend werd, vervulde hem met afkeer en walging.
-
-Als Corona tot zoo iets had medegewerkt, zou zij valsch zijn, of was
-het een onbezonnenheid, een betreurenswaardige maar toch licht te
-vergeven zwakheid, of achtte zij die zoo klein uit gemis aan zedelijk
-rechtsgevoel? Hoe geheel anders was het tweede gedeelte van den nacht
-geweest dien hij in zulke zoete betoovering begonnen had! ’s Morgens
-vergat hij geheel, dat hij met Corona de afspraak gemaakt had, een
-rijtoertje met haar te doen; één wensch bezielde hem alleen, haar te
-spreken, haar verontschuldiging te hooren en de voldoening te eischen,
-waarvan Hermelijn gewaagde.
-
-Eerst had hij er aan gedacht naar Djantong te rijden, mondeling met
-Hermine te beraadslagen, maar neen! er mocht niemand tusschen hem en
-Corona staan, hij kende de zaak, er viel niet meer over te spreken. Hoe
-spoediger alles tot een oplossing kwam, hoe minder over alles gepraat
-werd, hoe beter het zou zijn; hij kon echter niet veinzen, hij kon,
-terwijl zijn hart overvol was, niet op de gewone wijze met Corona
-omgaan.
-
-»Scheelt je iets, Iwan?” vroeg zij bezorgd.
-
-»Ja, ik heb hoofdpijn, ik kon niet slapen en heb me toen in den gondel
-neergelegd en terwijl ik zoo op ’t meer dobberde, begon het onweer, dat
-heeft me een weinig ontstemd.”
-
-»Is dat alles? Dan is ’t de moeite niet waard er zoo somber voor uit te
-zien, waarom zit je niet te paard? Gaat ons tochtje niet door, je waart
-er gisteravond zoo op gesteld.”
-
-»Gisteravond! ’t Is waar ook! Ik dacht er niet aan, ik moet je eerst
-spreken, Corona; hoe eer het gebeurt, hoe beter, ik kan geen wolkje
-tusschen ons verdragen!”
-
-»’t Zal iets belangrijks wezen, denk ik; kom, treed mijn paradijs
-binnen, je bent er toch de koning van. Djario zal wachten met Angot, en
-je kunt papa’s paard straks krijgen, als het belangrijke gesprek, dat
-onderweg niet schijnt te kunnen plaats hebben, afgeloopen is.”
-
-Zij nam zijn arm en door de paadjes wandelden zij naar het midden van
-het perk, waar hoogstammige rozenstruiken een soort van rotonde
-vormden; marmeren banken stonden om een tafel, waarop een menigte rozen
-lagen van verschillende kleur en vorm, dezen morgen pas geplukt en voor
-de bouqetten bestemd in het groote huis.
-
-»Ga zitten, mon beau prince, wat heb je op het hart?” ging zij met
-gemaakte luchthartigheid voort, want onwillekeurig voelde zij zich
-bezorgd en vreemd te moede bij Iwan’s ongewonen ernst.
-
-»Corona,” begon hij, »ik haat omwegen en afwijkingen, antwoord me
-oprecht, hebt ge je niets slechts te verwijten ten opzichte van Hermine
-en Conrad?”
-
-»Bij hun huwelijk bedoel je? Weet je dan niet... ’t is zoo lang geleden
-en alles is goed uitgekomen.”
-
-»Dat doet er niet toe, ik vraag je alleen of je niets gedaan hebt bij
-die gelegenheid, dat op je karakter een smet werpt?”
-
-»Waarom vraag je dat? Is er iets gebeurd? Ik begrijp je van morgen
-niet, Iwan!”
-
-»Geef me antwoord! Hebt ge je iets te verwijten, beken het mij oprecht,
-geloof me, ’t is het beste.”
-
-Zijn stem klonk stroef en gebiedend; van hoeveel kleinigheden hangt het
-lot van menschen en volken niet vaak af, een woord anders uitgesproken,
-een blik van liefde, in plaats van strengheid werkt wonderen uit, doet
-wijken wat onwrikbaar scheen.
-
-Corona voelde haar trots opkomen, zij wilde zich niet buigen, zich niet
-vernederen door haar ongelijk te bekennen, nu hij haar op dien toon ter
-verantwoording riep.
-
-»Ik heb niets te bekennen,” antwoordde zij koel.
-
-»Corona, ik bid je, speel niet met mijn gevoelens! Ik weet alles; je
-behoeft niets te loochenen.”
-
-»Wat loochen ik? Ik ben je slavin niet. Als je alles weet, waarom
-ondervraag je mij dan?”
-
-»Omdat ik je niet in staat achtte tot zulk een laagheid, omdat ik uit
-je mond een ontkenning hoopte te vernemen of althans een bekentenis,
-die je kon verontschuldigen.”
-
-»Ik heb mij niet te verontschuldigen tegenover je.”
-
-»En tegenover Hermine?”
-
-»Dat is onze zaak, zij heeft mij alles vergeven.”
-
-Eensklaps hief zij zich op; haar gehandschoende hand, die ’t karwatsje
-hield, sloeg daarmede zenuwachtig op het marmer.
-
-»Heeft zij ’t gezegd?” vroeg zij hijgend van toorn, »heeft zij mij
-verraden omdat,... omdat... zij je zelf bemint?”
-
-»Schaam je, Corona! Hermine is edel en tot elke lage daad onbekwaam;
-als zij gesproken heeft, dan is ’t om uw en mijn bestwille.”
-
-»Ik veracht haar toch en jij, jij hebt steeds met haar samengespannen
-tegen mij. Waarom je mijn liefde zocht is mij een raadsel of het moest
-zijn om... om... o dat ik het niet eer bedacht, maar dan had je
-evengoed Margot kunnen vragen!”
-
-»Corona, we zijn geen kinderen meer, laat ons het geluk van een dubbel
-leven niet verspelen door een booze gril. Ik weet, je hebt die brieven
-geschreven, je hebt je schuldig gemaakt aan valschheid in geschrifte,
-aan een daad, die niet alleen strafbaar is voor de rechtbank van het
-geweten maar ook voor den burgerlijken rechter....”
-
-»Geef me aan, laat me in de gevangenis sluiten, dan ben je vrij!”
-
-»Ondeugend kind, ik luister niet eens naar je; zeg me één woord,
-Corona, zeg dat het je spijt, dat je in een onbezonnen oogenblik
-handelde, dat je gehoor gaf aan den boozen raad van een slecht
-schepsel.”
-
-»De schuld op een ander werpen, nooit! Als ik iets doe, dan draag ik er
-ook zelf de gevolgen van.”
-
-»Word niet zoo driftig, liefste...”
-
-»Noem me zoo niet! Ik heb Conrad laten spreken van een liefde, die hij
-niet voelde, ik was zoo schuldig niet als jij, die me dagelijks
-bedriegt met woorden van valsche liefde, je hebt nooit van me gehouden.
-Je hart hangt alleen aan Hermine...”
-
-»Houd op met die dwaasheid, geef me je hand!”
-
-Zij rukte die met geweld los en bij deze beweging vielen de rozen ter
-aarde, waar ze weldra verwelkt en vertrapt zouden terneder liggen.
-
-»Laat ons het pleit in liefde beslechten,” smeekte Iwan, »ik bid je,
-Corona, wees zoo driftig niet. Beleedig mij niet met die ongegronde
-verwijten, zeg niets, wat onherroepelijk zou kunnen worden. Hermine
-heeft hier niets te maken dan alleen dat je om haar een
-beklagenswaardige zwakheid bedreef. Beken dat je die betreurt en, tot
-bewijs daarvan, stuur haar weg, die er de oorzaak van is, want je kunt
-het niet gedaan hebben uit eigen beweging, je bent er te edel, te goed
-voor.”
-
-»En als ik ’t niet doe, als ik Iteko, want die bedoel je, niet wegzend,
-als ik alleen de volle verantwoordelijkheid wil blijven dragen van mijn
-handelingen waarvan ik geen enkele betreur?”
-
-»Dan... dan, Corona, zal ik denken dat wij niet bij elkaar passen, dat
-een huwelijk tusschen ons onmogelijk is bij zulke geheel verschillende
-begrippen over eer- en plichtgevoel.”
-
-»Dat heb je waarschijnlijk goed gedacht. Ik heb die brieven laten
-schrijven door Iteko, ’t is waar, door Iteko, die je verafschuwt en nu
-verlang je van mij, dat ik het arme schepsel, dat geen andere schuld
-heeft dan dat ze mij gehoorzaam was, daarom zou ontslaan; evengoed kan
-je mij dwingen mijzelf tegen te spreken, ik laat me door niemand
-bevelen.”
-
-»Er is geen sprake van bevelen!”
-
-»Je weet, wat ik je vroeger zei toen je hebt geweigerd, iets dat je
-niet beviel te doen ter liefde van mij. Nu staan de zaken gelijk, ik
-weiger ook want ik zie het redelijke niet in van je verzoek.”
-
-»Corona, heb ik dan niet feitelijk je wensch gedaan? Is die zaak niet
-vergeten?”
-
-»Je hebt er mij weer aan herinnerd.”
-
-»Welnu, laat het voor ’t laatst zijn, een woord van je maakt alles
-goed! Beken je onrecht, door haar te verwijderen. Ik bid er je om,
-Corona, bij onze liefde!”
-
-»Die bestaat niet. Als bevelen niet baten dan begin je te bidden. Ik
-luister naar geen van beide; ’t is een lage wraakneming van Hermine,
-een samenspanning van allen tegen mij en Iteko. Je allen haat haar
-omdat zij mij liefheeft; ’t is laag van je, Iwan, dat ge je door hen
-laat medeslepen om tegen mij op te treden. De brievengeschiedenis,
-meende ik, was ook door Conrad en Hermine vergeten, nu moet je die
-oprakelen om je macht over mij te toonen, daarom was je gisteravond zoo
-bijzonder teeder... ô mijn God, mijn God! wat een komedie om mij te
-bedriegen, schandelijk!”
-
-»’t Is niet waar, van nacht eerst...”
-
-»Heb je alles vernomen? Ik geloof je, stellig, je bent immers een man
-van eer, ha, ha!”
-
-Zij lachte droog, valsch, snijdend, met een klank, die Iwan door de
-ziel sneed en hem vreemd voorkwam, als ware het een ander, die zoo
-lachte.
-
-»Corona, wilt ge je bedenken?” vroeg hij.
-
-»Neen, ik doe slechts wat mij redelijk voorkomt. Ik heb mijn eigen
-begrippen, evenals jij; kunnen wij ze niet in harmonie brengen, welnu
-laat ons scheiden nu het nog tijd is.”
-
-»Mijn lieveling, mijn Corona,” riep hij uit, half snikkend, »verstoor
-toch zoo roekeloos ons levensgeluk niet. Als je wist hoe innig ik je
-liefheb, hoe gelukkig ik gisteravond was, vóór dat die schaduw op mijn
-geluk viel...”
-
-»Je liegt, Hermine zal ’t ontgelden.”
-
-Haar geheele lichaam sidderde, haar oogen schoten vonken vuur, haar
-neusvleugels trilden en zij sloeg haar karwats in machtelooze woede
-tegen de rozen en het marmer.
-
-»Laat die dwaze wraaknemingen, Corona, wij kunnen zoo gelukkig zijn,
-als je die ellendige drift onderdrukt en de zaak kalm aanziet; geloof
-me, ik zou niet ernstig bij je aandringen op iets dat je zwaar viel,
-als ik niet zag dat onze toekomst er mee gemoeid was, als ik niet
-begreep dat er tusschen ons geen vrede, geen vertrouwen meer mogelijk
-ware, vóór je mij dat offer brengt, vóór je mij getoond hebt dat die
-onbezonnen daad je berouwt.”
-
-»Ze berouwt mij niet, er is maar één ding, dat ik ongedaan wenschte te
-maken, onze verloving. Ik wil geen tyran, die mij bedriegt bovendien en
-een liefde huichelt, welke hij nimmer voor mij heeft gevoeld.”
-
-»De drift doet je dwalen, Corona, je meent het niet en ik vergeef je.
-Ik bid er je om, geef toe! Is het niet schandelijk dat je een oogenblik
-weifelt tusschen Iteko en mij, mij, je bruidegom, wien je voor God het
-woord van trouw verpandde?”
-
-»Iteko meent het beter met mij, je hebt mij ten huwelijk gevraagd om
-mijn fortuin, om den invloed van papa, omdat zij...”
-
-»Dat weet je beter, vraag het je vader eens.... Corona, kom tot je
-zelf, ik zal heengaan, ge zult je bedenken als je kalmer bent.”
-
-Hij wilde de armen om haar heen slaan, haar met zacht geweld tot
-overgave dwingen maar juist door die liefkoozing werd haar toorn tot
-het toppunt gevoerd, zij rukte zich met geweld los uit zijn krachtige
-omarming.
-
-»Raak me niet aan!” siste zij met tijgerachtige uitdrukking in de
-oogen. »Ga naar die andere, maar mij vergeten zal je nooit, nooit!” en
-snel als de gedachte hief zij haar karwats op en sloeg hem daarmee
-dwars door het gelaat.
-
-Iwan werd doodsbleek, de striem gloeide en brandde als vuur; hij
-wankelde even, doch onmiddellijk wrong hij het zweepje uit haar hand en
-slingerde het verre weg tusschen de rozestruiken.
-
-»Vaarwel,” zeide hij kort en dof, »je weet waar ik woon, als je mij nog
-iets naders te zeggen hebt. Morgen ben ik vertrokken!”
-
-
-
-
-
-
-
-XLVIII.
-
-
-Vlak tegenover den schouwburg te Samarang staat een rij kleine
-woningen, bijna geheel aan elkander gelijk, met een voorgalerij, eenige
-kamertjes, een plaatsje, waarop zich telkens een halve put bevindt en
-een paar lilliputsche bijgebouwen, die zich tot het
-allernoodzakelijkste, keuken, provisie- en badkamer bepalen.
-
-Komediebuurt is zij geheeten; die huizen worden meest bewoond door
-weduwen, die haar fatsoen eenigszins willen ophouden en daarom nog niet
-afdalen naar de mindere buurten, Sleko, Konijnen- of Weduwstraat,
-klerken, die met vrouw en kind van een hoogst beperkt inkomen moeten
-leven, of ambtenaren op wachtgeld, die hier voorloopig hun intrek
-nemen, het oogenblik afwachtend, waarop zij hun benoeming zullen
-verkrijgen, wie weet in welken hoek van den Archipel; de huisjes zijn
-net en geriefelijk ingericht, de stand is alleraangenaamst en vooral
-wanneer er iets in de komedie te doen is bijzonder levendig; verderop
-staan hooge waringins op het voorplein der gouvernementsscholen, daar
-langs gaat de weg, door tamarindeboomen omzoomd, over Karang Bidara
-naar Tjandi en verder naar Oenarang, dat aan den voet van den hoogen
-berg van dien naam gelegen is, welken men hier bijna vlak tegenover
-zich waant.
-
-Dat verre groen vormt een aangenaam rustpunt voor het oog want de
-straat zelf is kaal en vooral in de oost-mousson stoffig en heet; nu
-echter valt de regen bij stroomen neer, soms dagen lang, het stof is
-slik geworden, de dakgoten werpen stroomen water uit, de druppels
-kletteren tegen de pannen met onvermoeibare kracht, de zon verscheurt
-nu en dan slechts even het net van wolken en regen om een valschen,
-paarsachtigen gloed over de natte aarde te werpen.
-
-Opwekkend is zulk een weer niet, vooral niet voor hen, die veel alleen
-zijn; in een der miniatuur voorgalerijtjes van een huisje der
-komediebuurt zit Hermine de Géran druk te naaien; alles om haar heen is
-eenvoudig en zelfs kaal, de meubels zijn van het gewoonste soort en
-geheel verschillend van haar even smaakvolle als rijke omgeving in
-Djantong; zij zit op een laag stoeltje, in sarong en kabaja gekleed,
-maar toch kon men niet zeggen, dat zij er droevig uitzag; soms speelt
-zelfs een glimlach om haar lippen, als zij een van de kleine
-kleedingstukjes, die zij voltooid heeft, uitspreidt en zich zeker
-voorstellingen maakt van een klein rozig gezichtje, dat er uit zal
-gluren of van een paar bolle armpjes, die uit de mouwtjes zullen komen
-steken.
-
-Plotseling staat ze haastig op, ’t is 12 uur op het eenvoudig
-hangklokje; zij moet naar de keuken en overtuigt zich dat Ma Bitja, die
-haar naar Samarang volgde, de rijst en de sajoran [100] reeds zoo goed
-als klaar heeft; dan plaatst zij zich voor haar bescheiden
-toiletspiegeltje, steekt de blonde haren nog eens op, verfrischt zich
-met een heel klein idéetje »Eau de Floride” en gaat dan in de
-voorgalerij staan om in de richting van de buurt Tawang uit te zien.
-
-De weg is op dit middaguur tamelijk verlaten: een enkele Chineesche
-rondventer, die den regen onder zijn parapluie tart terwijl de bawean
-[101] zijn koopwaren draagt die onder wasdoek tegen het druipende water
-beschermd worden, en de druppels langs zijn onbedekt en glimmend bruin
-bovenlijf glijden, eenige Javanen te voet of een langzaam
-voortsukkelende bendy, eindelijk ziet zij, wat zij verwacht: een in het
-grijs gekleede gestalte, met een groote pajong [102] over het hoofd,
-die naderbij komt en ten slotte de galerij binnen stapt.
-
-»Och Conrad, lieve jongen! wat een weer breng je mee en dat je er nu
-weer door moet. Zou ’t niet beter zijn dat ik je voortaan het eten
-stuurde?...” riep zij hem tegemoet.
-
-»Ik dank je wel, denk je dat ik er zoo’n regenbui niet voor over heb om
-een gezellig uurtje met je door te brengen aan de rijsttafel? Bah,
-niets vervelender dan zoo’n eenzaam diner op het kantoor.”
-
-»Nu, en voor mij dan?”
-
-Binnen had de begroeting op nieuw plaats, zoo hartelijk en innig als
-slechts bij een gelukkig getrouwd paartje mogelijk is.
-
-»En nu gaan we eten, de rijst is warm en dat hebben we wel noodig in
-dit kille, bijna Hollandsche weer. Och, Coen, kijk eens hoe lief dit op
-kleine Nico’s zwarte haartjes zal staan.”
-
-En zij nam een aardig mutsje van uit haar naaiwerk op.
-
-»Neen, ’t zal veel mooier staan op het blonde krullekopje van Lientje.”
-
-»’t Zal een Nico wezen.”
-
-»Dan een Nicolientje.”
-
-»We zullen zien, een zwartkopje als papa.”
-
-»Neen, een blondine als mama.”
-
-En zoo lachend en schertsend zetten ze zich aan tafel en lieten zich
-den eenvoudigen kost goed smaken, zooals men doet wanneer men jong,
-gezond en ondanks vele zorgen en bekommeringen in zijn hart gelukkig
-is.
-
-»Voor ongelukkige bannelingen blijven we toch goed eten, vrouwtje!”
-
-»Och ja, manneke, ’t zou erg wezen wanneer we er nog eet- en levenslust
-bij verloren, als je maar vroolijk ziet...”
-
-»En waarom zou ik ’t niet doen?”
-
-»Omdat je straks weer door regen en wind moet.”
-
-»Dat moest ik in Djantong soms ook wel, ik verdiende daar waarlijk mijn
-geld ook niet in ledigheid, nu ben ik ten minste vrij.”
-
-»Zoo vrij, dat je wanneer je geen vrouw had je in alle vrijheid er een
-kon kiezen.”
-
-»Als de mijne dan niet in de nabijheid was en even vrij als ik, dan had
-ik er bitter weinig aan.”
-
-»Zou je haar dan nog kiezen, Coen?”
-
-»Wel neen, ik zou Cor eerst om raad vragen.”
-
-»Ach Coen, wie weet hoe spoedig je het werkelijk zult moeten doen, maar
-dan moet je niet alleen uitzien naar iemand die goed is voor jou, maar
-ook voor...”
-
-»Hermelijntje, wil je wat sambel [103]?”
-
-»Dan gaat het in een moeite door met huilen, wil je dat zeggen Coen?”
-en zij lachte terwijl zij met het zakdoekje langs de vochtige oogen
-streek.
-
-»Och ventjelief, je weet ik ben niet sentimenteel, maar als ik ’t nu en
-dan eens word dan komt het door mijn toestand en ook daar het mij spijt
-dat je nu armoede lijdt om mij.”
-
-»Om jou en je hebt er niets geen schuld aan.”
-
-»Dat nu wel niet maar toch... toch als ik er niet geweest was.”
-
-»Dan zou alles zeker beter zijn maar of ik er mee tevreden was, dat
-vraag je eenvoudig niet.”
-
-»’t Is zoo’n verschil voor je.”
-
-»En voor jou?”
-
-»Als we nu nog eenige schuld hadden.”
-
-»Was ’t dan niet erger?”
-
-»Och Coen, denk je er nu werkelijk zoo over of zeg je dat om mij te
-troosten?”
-
-»Ik geloof om beide redenen.”
-
-»Je bent een lief, best Coentje, en ’t spijt me zoo vreeselijk dat ik
-je anker [104] ben.”
-
-»Dat ben je niet, vooral niet als je mij zoo lief aankijkt; ik geloof
-dat we hier veel gelukkiger zijn in ons kaal huisje dan de anderen op
-het land.”
-
-»Geloof je dat, ik heb ’t dikwijls ook gedacht, maar ik ben toch blij
-dat je van hetzelfde idee bent; sinds de storm losbrak is Cor zoo
-geheel veranderd.”
-
-»Wat er toch gebeurd mag zijn tusschen haar en Iwan?”
-
-»Dat zal wel altijd een geheim blijven. Waar hij gebleven mag zijn? ’t
-Is zonderling!”
-
-»Ja, wie had zoo’n einde van dat engagement kunnen voorzien; ik zal
-nooit vergeten wat een schrik ik op dien middag kreeg toen papa ons
-gebood op het groote huis te verschijnen en toen het zoo vreeselijk
-onweerde, dat we onmogelijk konden komen.”
-
-»Toen was Iwan nog niet vertrokken! Wie weet of alles niet een anderen
-keer had genomen als wij tot explicatie waren geraakt en ik hem over
-zijn dwazen brief persoonlijk had kunnen spreken.”
-
-»En Cor wilde niet gelooven, dat je hem niet eerst had geschreven,
-vooral niet nadat ze die enveloppe met je letters in Iwan’s kamer
-hadden gevonden.”
-
-»Maar jij geloofde me toch dadelijk, lieve Coen!”
-
-»Wat zou ik niet van je gelooven, Hermelijntje? Ik was er trouwens bij
-toen je van Thoren dien onbegrijpelijken brief ontving. ’t Is zeker dat
-je hand nagemaakt is, maar door wie?’
-
-»Door dezelfde, die haar sporen reeds verdiende met het namaken van de
-jouwe!”
-
-»Maar het kan toch niet wezen dat ze haar eigen schande verraadt.”
-
-»Dit vind ik ook onbegrijpelijk, het zijn twee draden die ik maar niet
-aan elkaar kan brengen. Iteko haatte mij, de hemel weet waarom, en ze
-zag ook het huwelijk van Corona ongaarne, dat begrijp ik heel goed; nu
-heeft ze mij gestraft en het huwelijk belet, dat kan ik me nog
-begrijpen, maar het is niet aan te nemen dat ze uit mijn naam haar
-eigen leelijk bedrog heeft verklapt.”
-
-»Dat is het zeker niet en toch, het doel werd bereikt. Papa nam het
-hoog op, hij wilde weten wat je geschreven hadt, en hoe je ook ontkende
-en bij hoog en laag zwoer Iwan niet geschreven te hebben, hij wilde ’t
-niet gelooven.”
-
-»Je had hem niet Iwan’s brief moeten toonen, Conrad!”
-
-»Waarom niet?”
-
-»Wij raadden er naar en Corona heeft mij, toen we alleen waren, ronduit
-verweten haar verklapt te hebben, maar papa vermoedt niets van de
-brievenhistorie.”
-
-»Hij zou ’t ook schandelijk hebben gevonden maar weet je wie eigenlijk
-de meeste schuld aan alles heeft?”
-
-»Eigenlijk jijzelf, Conrad, door die vervalsching eenmaal toe te
-staan.”
-
-»Ja, dat is ook zoo! Ik heb me in die heele zaak echt kwâjongensachtig
-gedragen; ik verdien niet dat alles me nog zoo meegeloopen is en ik mag
-blij zijn dat ik niet erger gestraft werd dan nu.”
-
-»Je hebt alles goedgemaakt, beste man, door de echt ridderlijke wijze,
-waarop je de partij van je vrouw tegenover papa en Corona hebt
-opgenomen; de rest is oude historie, helaas! weer opgerakeld buiten
-onze schuld.”
-
-»Wie had ’t kunnen denken! Wij, de voornaamste belanghebbenden, hadden
-alles vergeven en vergeten en nu komt het op ons eigen hoofd terug.”
-
-»Je bent ook te driftig geweest.”
-
-»Te driftig als ze mijn vrouw beleedigden en als ze van mij verwachtten
-dat ik uit haar naam excuse zou vragen!”
-
-»’t Was tegen je vader, Coen!”
-
-»Of tegen Cor! Wanneer iemand maar een vinger tegen haar uitsteekt, dan
-is hij bij Papa in ongenade. Had Iwan zijn adres maar opgegeven, dan
-kondet je hem schrijven hoe alles na zijn vertrek is toegegaan.”
-
-»Ja, hij is zoo raadselachtig heengegaan na den notaris volmacht te
-hebben gegeven, zijn inboedel te verkoopen; hij had nog geen vast
-adres, zoodra hij ’t had zou hij ’t schrijven. Ik geloof dat hij ’t
-zich ook sterk aantrekt, maar wat het eigenlijk is, daar komen wij
-misschien nooit achter.”
-
-»Als we eens over de zaak bezig zijn, Hermelijntje, dan scheiden we
-niet uit en ’t wordt mijn tijd.”
-
-»Nu al?”
-
-»Helaas ja! Poesje lief, beloof je mij dat je nu zoet gaat rusten en
-niet opblijft om te pikken en te stikken?”
-
-»Och Coen, ik wou ’t zoo graag afhebben en je weet ik houd niet van dat
-slapen ’s middags.”
-
-»Maar ik wil niet dat jij je vermoeit; kom ga stil liggen en ontvang me
-straks aan de thee met een vroolijk lachend gezichtje. Zul je het doen,
-beloof je ’t mij?”
-
-»Ik zal ’t probeeren.”
-
-Hij vertrok weer, door haar uitgeleide gedaan tot aan de buitengalerij.
-
-Toen hij om half vijf t’huis kwam, had zij de thee klaar gezet, en zat
-met een werkje aan de tafel.
-
-»O, ik heb zooveel te vertellen,” riep zij opgewonden, »verbeeld je,
-Coen, daar is een kist van huis gekomen met een grooten brief van Kitty
-en een kleinen van Dolly.”
-
-»En van niemand anders?”
-
-»Neen van niemand, maar de zusjes denken nog zoo aan ons. Ik heb met
-uitpakken gewacht tot je t’huis zou wezen, Coen! En ik ben toch zoo
-nieuwsgierig, maak je maar gauw lekker en kom mij helpen de kist te
-openen.”
-
-Weinige oogenblikken later waren beide groote kinderen druk bezig aan
-het uitpakken der kist, die allerlei ingemaakte lekkernijen bleek te
-bevatten, met nog een menigte aardigheden en kleinkindergoed, door
-Kitty en Margot gemaakt of door Dolly afgestaan.
-
-Hermelijn juichte van vreugde, haar oogen schitterden, zij vond alles
-even mooi en even lief; de anders vrij stille Conrad werd door haar
-vroolijkheid aangestoken, hij lachte even hartelijk mee, paste de
-rokjes om haar vingers, sloeg de doekjes om haar hals, kortom, kinderen
-als zij waren, speelden zij zoo luidruchtig en onbezorgd met elkander
-als hadden zij nooit zorg, kommer, strijd of verdriet gekend.
-
-»En nu genoeg gestoeid, nu de brief!” zeide Hermelijn, zich de blonde,
-dartele krulletjes van voorhoofd en oogen strijkend. »Foei, foei, wat
-heb je mijn goedje door elkaar gegooid, ik moet dat alles nu zelf in
-orde brengen, en dan wil hij niet hebben, dat ik me druk maak.”
-
-»Laat nu eens hooren wat de zusjes schrijven.”
-
-»Och, ze zijn zoo lief en hartelijk, maar ’t is niet alles goede
-tijding wat ze melden. Hoor maar!”
-
-
-»Beste zus!
-
-»Nu we eindelijk de kist vol hebben met een massa prullen, die naar we
-hopen je wat zullen verstrooien, zet ik me eens neer om op mijn gemak
-met je te keuvelen.
-
-»Mijn goede Jo is met papa naar de tuinen en ik zit alleen in mijn
-pavilloentje met zus Margot, die mij veel gezelschap komt houden en met
-wie ik bijna onophoudelijk over onze lieve afwezigen praat.
-
-»’t Verwondert je, niet waar, och! Hermelijn, ’t is alles zoo anders,
-zoo geheel anders geworden hier op het »groote huis.” We weten dikwijls
-niet hoe we ’t hebben. Eén ding alleen is heerlijk, Jo en ik zijn veel
-vrijer dan vroeger, we kunnen dagen lang in ons nestje zitten zonder
-dat iemand er iets van zegt.
-
-»Maar ik zal je geregeld het een en ander vertellen over alle
-veranderingen, die hier zooal plaats hadden. Ten eerste over papa;
-zooals je weet bemoeide papa zich nooit heel veel met ons; zoolang we
-niet deden wat in Corona’s oogen verkeerd was, liet papa ons onzen
-eigen weg gaan. Hoogst zelden sprak hij ons zelfs aan; nu is papa veel
-vriendelijker geworden. Laatst vroeg hij me—verbeeld je, ik vertrouwde
-mijn eigen ooren niet—of ik gelukkig was en toen zeide hij me, dat het
-hem zoo speet, dat Guillaume en Toetie zoo verkwistend en lichtzinnig
-leefden en dat Dolly haar leven doorbracht als slavin van Akkeveen.
-
-»Hij verzocht me toen of ik mij Margot wou aantrekken, als hij er niet
-meer was! Ik noemde dat een dwaas idée maar papa verzekerde, dat hij
-zeer goed kon voelen, hoe zijn gezondheid hard achteruitging; ’s nachts
-moet papa zware benauwdheden hebben en weinig slapen.
-
-»Toen ik merkte dat papa nogal een teere bui had, begon ik over je
-beiden te spreken maar onmiddellijk kreeg ik erop:
-
-»Spreek er niet over, kind! Conrad heeft den eerbied tegenover mij te
-veel uit het oog verloren en Hermine veroorzaakte Corona zoo groot
-verdriet...”
-
-»Daar heb je het weer,” bromde Conrad, »ik ben brutaal geweest maar
-daarvoor heb ik dadelijk vergiffenis gevraagd en jouw schuld....”
-
-»Stil toch, driftkopje, stil! Foei, wat heeft die ellendige drift al
-ongeluk in je familie veroorzaakt, blijf nu kalm, dan lees ik verder.”
-
-»Ik vroeg wat dit verdriet eigenlijk was. Ja, zij had allerlei kwaad
-over Corona aan Iwan geschreven en nu had zij ’t alles ontkend. Hij had
-het nooit van haar kunnen denken, zij scheen hem zoo lief, bescheiden
-en verstandig toe.”
-
-»En ben je dat niet?” vroeg Conrad met een boos gezicht.
-
-»Och Coen, dat doet mij nu ’t meest aan, dat ik onmogelijk je vader van
-mijn onschuld zal kunnen overtuigen, maar ’t ergste komt nog.”
-
-»Als zij nu schuld bekende, wie weet of Corona dan niet wilde
-vergeven.” En is papa dan nog boos op hen? vroeg ik. »Ach Kitty,”
-antwoordde hij, »als men zoo dicht bij zijn einde is, dan lijken al die
-dingen zoo nietig en klein, dat men zich de moeite niet gunt om er boos
-over te worden. Wanneer Corona maar tevreden was, zou ik niets liever
-willen dan Hermine en Conrad weer in Djantong geïnstalleerd te zien.
-Als ik dood ben komen zij er toch van zelf terug.”
-
-»Ik kan niet zeggen dat papa er slecht uitziet en ik geloof ook niet
-dat hij zoo erg is als hij ’t zelf meent, maar ’t is toch
-allerakeligst, hem zoo over zijn naderend einde te hooren spreken.”
-
-»Zeker is ’t akelig, maar we kunnen er niets aan doen.”
-
-»Helaas! niets! Men kan toch geen leugens bekennen.”
-
-»Ik voor mij geloof dat papa zich zoo moedeloos voelt, omdat die zaak
-met Thoren van Hagen afgesprongen is; hij had het zich zoo heerlijk
-voorgesteld, Thoren zijn opvolger en wij allen kregen dan geen
-grondbezit maar bleven administrateurs, of opzichters in zijn dienst.
-Portias en ik hadden daar natuurlijk niets tegen; het liefst wou Jo in
-een groote plaats wonen om zich geheel aan de muziek te wijden en ik
-zeg, hoe minder zorg en verantwoordelijkheid, hoe liever. Conrad denkt
-er ook zoo over, naar ik meen; nu is alles in duigen gevallen. Arme
-Hermelijn! die van alles de schuld krijgt, terwijl zij er onschuldig
-aan is als het diertje, welks naam zij draagt.
-
-»Wat Cor betreft, zij is nog meer veranderd dan papa, ’t is of alle
-levenslust er uit is; haar oogen staan dof, zij stelt in niets meer
-belang, haar viool raakt zij niet meer aan, naar bloemen ziet ze
-nauwelijks meer om; zij schijnt vreeselijk veel verdriet te hebben maar
-zij klaagt bij niemand. Als er menschen komen doet ze haar best
-spraakzaam te zijn en te doen of het verbreken van haar engagement haar
-geheel onverschillig is.
-
-»Ik geloof niet dat zij een traan gelaten heeft om Iwan’s vertrek; zij,
-die vroeger zulke geweldige huilbuien kon hebben. Weet je nog, dien dag
-toen ze met hem een querelle d’amoureux had? Ze slaapt lang, ik vrees
-dat ze kunstmiddelen gebruikt om in slaap te raken; zij verbeeldt zich
-met haar apotheek een halve dokter te zijn, wie weet wat zij niet
-inneemt! Maar ’t wonderlijkste is haar verhouding tot Iteko. Zij wil
-haar niet meer bij zich op de kamer hebben en je herinnert je nog hoe
-zij vroeger niet buiten haar kon. Iteko gaat eenvoudig haar gang; zij
-geeft den kinderen les en schijnt Cor uit den weg te blijven. Ik weet
-niet, wat er van te denken; er gaan dagen om, dat ze geen woord samen
-spreken.
-
-»Corona sluit zich hoe langer hoe meer in zich zelf op; mij zoekt zij
-ook niet meer en ik dring mij niet in haar vertrouwen; daarbij kan ik
-’t haar nog maar niet vergeven dat zij mij mijn liefste zusje en mijn
-ondeugendsten broer ontroofde.
-
-»Jo en ik praten dikwijls over je beiden, en we stellen ons voor, hoe
-prettig ’t zou zijn als we ook te Samarang woonden en ’s avonds
-gezellig musiceerden; je wilt niet gelooven hoe saai het hier is met
-dien eeuwigdurenden regen. We kunnen toch niet altijd bij ons t’huis
-zitten; papa leest zijn couranten en valt dan in slaap. Corona is aan
-het lezen uit dikke boeken, maar dikwijls ziet ze over de bladzijden
-heen en ik geloof dat ze meer aan Iwan dan aan die geleerde schrijvers
-denkt; spreken doet ze haast niet als we onder ons zijn, zelfs wanneer
-ze aan het haken is aan een eindelooze sprei. Philip maakt zijn
-voetzoekers en is altijd in zijn rommelkamer ergens in de bijgebouwen
-bezig. De groote broers komen zoo goed als nooit; ik weet niet wanneer
-Akkeveen hier het laatst is geweest, Guillaume zegt ronduit dat hij ’t
-hier zoo vervelend vindt sinds zijn zusje Blanche Hermine weg is en
-acht het de moeite niet waard de rit van Wilhelmshöhe anders dan om
-dienstzaken te maken. Ik geloof, dat hij niet goed oppast; papa heeft
-hem een paar malen flink onder handen genomen maar hij gaat telkens
-weer naar Soekarenga en moet in de sociëteit zwaar spelen en ik vrees
-zelfs drinken; August vindt het bij zijn Poppie te prettig, daarbij is
-zijn gezelschap zoo bijzonder opwekkend niet, we verliezen er niet veel
-bij.
-
-»Van Dolly kreeg ik gisteren dit pakket met een briefje aan je adres,
-dat ik hier bij sluit.
-
-»En nu adieu, mijn lieve tortelduiven, Jo en ik zijn bang dat wij van
-somberheid en narigheid nog in uilen veranderen, verbeeld je Kitty een
-kokok belook [105], en Jo zou heel muzikaal gaan krassen volgens de
-regels der edele toonkunst.
-
-»Waarlijk, die in ongenade zijn gevallen, hebben het zoo erg niet; arme
-verstootelingen vaartwel! Vele groeten van Jo, Margot, Philip,
-Guillaume enz. enz.
-
-
-Uit aller naam
-Kitty.
-
-
-»En de brief van Dolly?”
-
-»Och daar heb je niet veel aan. Raadgevingen, die mij goed te pas
-komen.”
-
-»En die je zult opvolgen?”
-
-»Zooveel ik kan; die lieve Dolly, zij is zoo moederlijk voor mij. We
-zijn zoo wat even oud en toch vind ik dien beschermenden toon van haar
-zoo prettig, zoo veilig. Je hebt lieve zusters, Coen!”
-
-»Op eene na!”
-
-»En, die is ook zoo kwaad niet, maar we weten niet wat er gebeurd is,
-hoe zij bedrogen en gegriefd is geworden; hoe vreemd dat Iteko nu in
-ongenade schijnt.”
-
-»Dat doet me pleizier.”
-
-»Zij is in elk geval de oorzaak van alles. Ik kan me begrijpen, hoe
-Corona nu met tegenzin dat dierage aanziet. Kom, ik ga mijn spulletjes
-wegbergen.”
-
-Hermelijn ging naar haar slaapkamer met haar schatten, doch toen zij
-voor de geopende kast stond, om alles een plaats te geven, werd haar
-gevoel haar plotseling te machtig en zij begon, met het hoofd tegen een
-der planken geleund, zacht te snikken.
-
-Hoe goed en vroolijk zij zich ook tegenover haar man trachtte te
-houden, toch waren er oogenblikken, dat het valsch vermoeden dat op
-haar drukte, haar zeer zwaar viel; men beschuldigde haar van een laf
-verraad, ieder wist dat zij door Corona werd aangezien als de
-verbreekster van haar engagement.
-
-Boven alles griefde het haar dat Corona in de heftigste bewoordingen
-haar verweten had, Iwan lief te hebben en zich zelfs niet ontzag, dit
-haar vader te zeggen. Haar eenige troost was Conrad’s volledig
-vertrouwen, de zekerheid dat hun liefde hoe langer, hoe inniger en
-sterker werd; in zijn bijzijn was zij dan ook altijd even opgeruimd en
-vroolijk, zij wist hoe bitter die beschuldigingen tegen haar hem
-griefden en zijn toorn zelfs tegen zijn vader opwekten; met veel moeite
-had zij hem bewogen tegen Nieuwjaar aan zijn vader te schrijven en hem
-mede te deelen met welke zoete hoop zij zich durfden vleien. Er was
-geen antwoord gekomen.
-
-»Hermelijntje,” fluisterde zijn stem aan haar oor.
-
-Snel wischte zij de tranen af.
-
-»Wat is er Coen?” vroeg zij.
-
-»Is er iets, wat je betreurt?”
-
-»Neen Coen, voor mijzelf niets!”
-
-»Denk je dat ik geen moed heb te werken voor mijn vrouw en kind?”
-
-»Ja, maar ’t valt me zoo hard dat het is om mij.”
-
-»’t Is niet om jou, lief wijfje! Werd alles tusschen ons dan niet
-gemeen? Dragen we niet alles samen, vreugde en leed? Je hebt mij
-zooveel vergeven!”
-
-»Spreek daar niet over, beste Coen! Och, ’t is dwaas van me zoo
-verdrietig te zijn maar je maakt mij innig gelukkig met die woorden; om
-ze te hooren daar heb ik wel een traantje voor over.”
-
-En zij vlijde zich aan zijn borst en hij kuste haar tranen weg.
-
-»Lief en leed, alles wat God zendt is ons welkom, niet waar, vrouwtje,
-wij nemen alles even gaarne aan, als we maar bij elkander zijn.”
-
-»Maar die leelijke beschuldigingen?”
-
-»Wat komt het er op aan, Onze Lieve Heer weet je onschuld en ieder die
-je kent is er ook van overtuigd. Kom, zie mij eens vroolijk aan! Ik heb
-toch veel liever dat je verdrietig zijt, als ik er bij ben; begrijp je
-dan niet hoe treurig ik ’t denkbeeld vind, dat je, als ik uit het huis
-moet, zit te schreien?”
-
-»Dat moet je niet gelooven, Coen; die brieven en dat kistje deden me
-denken aan Ngaroengan en Djantong en dat maakte me wat aangedaan. Zie
-je, hoe ik weer lach!”
-
-»Morgen zal ik je iets t’huis sturen.”
-
-»Wat dan?”
-
-»Ik kan het niet langer uithouden zonder piano, ik verlang er zoo erg
-naar, je te hooren spelen en zingen. Ik ga er een huren.”
-
-»Maar Coen, zal de beurs dat kunnen lijden?”
-
-»’t Moet! Je heet een rijk huwelijk te hebben gedaan en nu zou je om ’t
-geld niet eens een piano kunnen houden! En daarbij, ’t is voor mijn
-pleizier, ik ben er op gesteld voor mijzelf.”
-
-»Wat ben je toch een lieve, goede Coen!” riep zij uit de volheid van
-haar hart, »beter man bestaat er niet.”
-
-En werkelijk, zij meende het; dagelijks zag zij in, hoe veel schatten
-van liefde en trouw hij onder dat koele, bijna norsche uiterlijk
-bewaarde, waarvan niemand dan zij alleen het bestaan vermoedde, en
-dagelijks dankte zij God, omdat zij den sleutel had gevonden, die ze
-voor haar ontsluiten kon.
-
-
-
-
-
-
-
-XLIX.
-
-
-Op zekeren middag wandelde Corona met Dolly langs den weg, die voorbij
-het Javaansche kerkhof liep en in welks nabijheid Nènèk Djario woonde.
-
-Dolly, die voor eenige dagen met man en kinderen in het groote huis
-gelogeerd was, daar haar woning gerepareerd werd, had een boodschap bij
-de oude heks, van wie zij een der talrijke kleinkinderen in dienst had.
-
-Het gesprek tusschen beide zusters was niet bijzonder levendig; Corona
-zag stil en somber voor zich uit.
-
-»Rijd je nooit meer te paard?” vroeg Dolly.
-
-»Neen.”
-
-»Heb je er geen lust meer in?”
-
-»Dat weet ik niet, ik doe ’t niet meer.”
-
-»Vroeger deed je het bijna alle dagen.”
-
-»Vroeger is van daag niet.”
-
-Weer zwegen zij gedurende eenige oogenblikken.
-
-»Wat is ’t verschrikkelijk, zich ongelukkig te voelen!” zeide Corona
-plotseling.
-
-Dolly zag haar aan; haar blik ontmoette den hare en zij begrepen
-elkander.
-
-»Geen oogenblik een gedachte van zich af te kunnen zetten, altijd
-wroeten in het verledene, altijd een band te voelen om zijn geest en
-een stekende pijn in het hart, door alles herinnerd te worden aan
-hetgeen men verloor...”
-
-»Ik weet het...”
-
-»O maar dit is heel iets anders. Je hebt je kind verloren door den
-dood! Dat is verschrikkelijk maar je hebt haar tot het laatst opgepast,
-je hebt niets verzuimd om haar te redden, je gelooft dat zij in den
-hemel is bewaard voor veel leed en smart; in kalmte kun je aan haar
-denken zonder verbittering, zonder wrok, zonder...”
-
-»Zelfbeschuldiging,” wilde zij misschien zeggen maar het woord kon haar
-lippen niet verlaten.
-
-»Neen, aan mijn Nonnie kan ik kalm denken!”
-
-»Maar niet aan haar vader, wil je dat zeggen?”
-
-»Ik moet het toch wel, ’t is mijn plicht.”
-
-»Ik moet niets, ik kan denken zooals ik wil, geloof je dat niet Dolly?”
-
-»Ik kan er niet over oordeelen, Corona; ik weet niets van het gebeurde,
-alleen weiger ik te gelooven dat Hermine in eenig opzicht schuldig is.”
-
-»Er zijn er genoeg, die ’t ook meenen, maar dan had hij haar
-verontschuldigd en dat heeft hij niet gedaan! Als een ander ’t hem
-gezegd had, misschien zou ik hebben toegegeven, maar toen kon ik het
-niet, en nu zou ik ’t nog niet doen.”
-
-Dit sprak zij half luid als tot zich zelf.
-
-»Ik kan niet ongelukkig zijn, ik kan, ik wil niet,” riep zij plotseling
-met haar gewone heftigheid.
-
-»Men kan alles leeren,” zeide Dolly zacht en treurig.
-
-»Geen verdriet!”
-
-»Gewoonte is onze beste troosteres; men leert te leven met zijn leed,
-en is er misschien even tevreden onder als anderen, die al hun wenschen
-vervuld zien.”
-
-’t Was iets onuitsprekelijk treurigs, die jonge vrouw van even twintig
-jaren zulke meeningen te hooren uitspreken.
-
-»Niet ieder heeft zoo’n karakter, zoo zacht en plooibaar als jij.”
-
-»Meen je dat ik waarlijk zoo ben, Corona? Je kent me toch beter; geen
-der Géran’s is zacht; maar ik heb langzamerhand geleerd, dat het niets
-helpt, zich te kanten tegen het onvermijdelijke, wij moeten ons lot
-allen ondergaan en zoo alleen hebben wij kans dat het lichter wordt.”
-
-»Mohammedaansch fatalisme.”
-
-»Of christelijke onderwerping; hebt ge nooit gelezen dat als wij ons
-kruis geduldig dragen, het op zijn beurt ons zal steunen?”
-
-»Heb je dat ondervonden, Dolly?”
-
-»Ja, ik heb ook oogenblikken gehad van opstand en van wanhoop; ik heb
-ook dikwijls geschreid om een lichtstraal van troost en alleen kalmte
-gevonden in de gedachte dat het leed ons toegezonden wordt om een
-hooger doel, tot inwendige verbetering.”
-
-»Dat is niet zoo! Ik was zoo goed, toen ik gelukkig was, maar nu voel
-ik ’t, ik word slechter, liefdeloozer, onverschilliger dan ik ’t ooit
-geweest ben. Er was een tijd, dat ik ieder om mij heen gelukkig wilde
-zien, nu geniet ik alleen, wanneer ook anderen lijden.”
-
-»Laat je daarom Conrad en Hermine in den vreemde blijven en daar door
-ieder verlaten haar bevalling afwachten?”
-
-»Alleen daarom! Ik ben ongelukkig geworden door haar laagheid en dan
-zou zij genieten van haar triomf en ik zuchten in mijn eenzaamheid?
-Neen, ik gun haar die voldoening niet.”
-
-»Wie weet hoe onschuldig zij is, hoe zonder eenigen redelijken grond je
-papa het leven veronaangenaamt door zijn vijandschap met Conrad, hoe je
-zelf je het leven verbittert om niets en je zielerust vrijwillig
-verstoort.”
-
-»Er is geen rust meer voor mij mogelijk, in het graf misschien. O foei,
-wat is het leven?”
-
-»Geen feest, maar zooals ik je daar straks zei, als men het van de
-hoogte beziet, dan kan men er nog veel schoons in vinden.”
-
-»Voor mij niet meer! Ik heb alles verspeeld; hij heeft me nooit
-liefgehad, ik ben er van overtuigd.”
-
-»En ik geloof dat hij van je hield, zooveel hij kon, verder weet ik
-niets en mag ik niets beslissen. Zou er geen verzoening mogelijk zijn?”
-
-»Nooit meer.”
-
-»Voor hem?”
-
-»Dolly, vraag niet meer! Ik kan je niet zeggen wat er tusschen ons
-gebeurd is; ik ben te ver gegaan, dat is zoo, maar hij vroeg van mij
-iets, dat ik niet kon toestaan, zonder mijn geheele persoonlijkheid op
-te offeren; zelfs de liefde heeft grenzen.”
-
-»Ik ken alleen moederliefde en die heeft geen grens.”
-
-»En hoe zou ik me kunnen onderwerpen aan mijn lot? Er is niets in mijn
-smart, dat verheft of veredelt, het verbittert en vernedert slechts.”
-
-»Ten minste zoolang ge je laat beheerschen door wrok en haat.”
-
-»Ik wil mij niet onderwerpen, ik wil niet lijden maar het vervolgt mij
-toch dag en nacht.”
-
-»En wat doe je dan om het te vergeten?”
-
-Corona wendde het hoofd om bij Dolly’s ernstige vraag.
-
-»Ik bid je, Corona, laat je niet verleiden door je verdriet! Je neemt
-opium in, ik weet het, je wil je verdriet verdooven, in plaats dat je
-het draagt als een boete misschien!”
-
-»Een boete, heb ik dan iets verkeerds gedaan tegen hem?”
-
-»Dat weet je zelf het beste!”
-
-»Tegen jou misschien, of tegen Guillaume of tegen Kitty? Maar ’t gaat
-als in een sprookje voor de kinderen; de deugd wordt beloond, de
-misdaad gestraft en ik ben zoo erg, zoo verschrikkelijk misdadig
-geweest, niet waar, tegen mijn familie, tegen mijn vader zelfs. O
-natuurlijk, ieder verheugt zich dat de groote Cor gestraft is, dat zij
-nu lijdt, dat haar leven gebroken is, dat men haar verlaten heeft. O
-God! Is het dan niet zwaar genoeg, verdriet te hebben, moet ieder het
-dan nog weten en er over juichen?”
-
-Haar stem klonk schel als gebroken accoorden, zou Portias zeggen; droog
-en brandend staarden haar oogen voor zich uit, zij zag er tien jaren
-ouder uit dan op dien morgen in het rozenparadijs.
-
-»Ik kan je niet helpen, maar je gelooft toch niet dat ik mij verheug in
-je leed,” sprak Dolly.
-
-Corona zweeg en zag naar den grond.
-
-»Laat ons er niet meer over spreken! ’t Rijt de wonde nog meer open!”
-sprak ze eindelijk.
-
-»Moeten we niet rechts afslaan?”
-
-»Dit pad langs!”
-
-Weinige oogenblikken later stonden zij voor het armzalige hutje en
-bittere smart vervulde weer Corona’s ziel, zoodra zij de plek zag, waar
-hij op dien morgen had gestaan, toen hij haar als een redder in den
-nood verschenen was, toen zij samen bij de baleh-baleh van den zieken
-knaap hadden gestaan en hij den eersten kus op haar hand had gedrukt;
-het was of hij daar nog stond bij den ingang van de hut met zijn
-vroolijken lach en mannelijke houding, met zijn gelaat vol zonneschijn,
-dat zij nu niet kon zien dan misvormd door een bloedroode striem.
-
-Zij ging voort met samengeperste lippen en gewrongen handen, door smart
-en wroeging verteerd.
-
-»Ik geloof waarlijk dat Nènèk aan het pakken is,” zeide Dolly;
-inderdaad stond de armzalige plunje van de oude heks in een paar
-krepeks en boenkoesans [106] voor de open deur.
-
-»Nènèk,” riep zij luide en de oude vrouw, vrij netjes in reistoilet
-gekleed met een slendang over de schouders en ongescheurde kleederen
-aan, kwam naar buiten.
-
-»Astaga nonna, nonna!” riep zij op haar gewone schrikachtige manier.
-
-»Ga je op reis?” vroeg Dolly.
-
-»Ik ga verhuizen.”
-
-»En waarom? Woon je hier niet goed?”
-
-»O jawel, maar het zal hier niet goed worden; ’s nachts dreunt de grond
-en daarboven is de berg zoo boos.”
-
-»Wat ik me al sinds lang verbeeldde,” sprak Dolly tot haar zuster, »de
-krater is niet rustig.”
-
-»En kun je dat hier reeds merken?” vroeg zij de oude vrouw.
-
-»Ik weet het, ik heb de pontianaks, die boven wonen, naar de vlakte
-zien vluchten! Er komen groote ongelukken en ik ga ver weg; de nonna’s
-moeten ook oppassen!”
-
-»Wie weet hoe zulk een uitbarsting mij welkom zou zijn,” zuchtte
-Corona, »zeg eens nèk, voor je heengaat, moest je mij iets geven, een
-drank, die mij doet vergeten.”
-
-»Wil de nonna nu wel drinken? Jammer dat die goede toewan vertrokken
-is. Toen Djario me vertelde dat u met hem ging trouwen, toen was Nènèk
-blij in haar hart, en zij dacht, ik ben er oorzaak van. Weet de nonna
-nog dat zij hier eens koffie dronk? Daar heb ik een obat in gedaan, die
-kracht heeft op oogen en hart, en als men dat samen drinkt dan komt de
-liefde bij beiden op, of zij willen of niet!”
-
-»Heb je dat gedaan, foei Nènèk, dat was niet goed,” vermaande Dolly.
-
-»Och, ’t is medicijn na de ziekte geweest, Nènèk; ik althans had toen
-geen liefdedrank meer noodig om hem te beminnen en hij.... hij....”
-
-»En nu wil de nonna hem vergeten! O ’t is gemakkelijker, veel
-gemakkelijker liefde te planten dan haar weer uit te trekken als zij
-eens wortel heeft geschoten; er blijft altijd een open plek en die kan
-niet gevuld worden, door geen obat.”
-
-»Dan geef ik niets om je kunsten, Nènèk, niets!”
-
-»Heeft nonna misschien den rooden hond gezien?”
-
-»Ik heb ’t mij verbeeld ten minste.”
-
-»Daarom heeft nonna ongeluk gehad. De kalang voorspelt altijd ramp.
-Nènèk heeft hem nachten lang hooren huilen, dat voorspelt een groot,
-groot ongeluk!”
-
-»Nu, Nènèk, hoor eens wat ik je te zeggen heb,” zoo viel Dolly haar
-ongeduldig in de rede.
-
-Terwijl Dolly haar boodschap afdeed, was Corona naar binnen gegaan en
-zag de ruimte rond die nu nog lediger dan anders geworden was; maar
-voor haar was de hut niet ledig, zijn tegenwoordigheid vervulde haar
-geheel, zij zag hem daar staan, vriendelijk, handig bezig, haar een
-weinig plagend. Kon nu alles voorbij zijn, alles?
-
-Zij drukte de hand op het hart en ging naar buiten; zij voelde dat zij
-zwak werd, dat zij kon gaan schreien voor ’t eerst.
-
-»Nonna huilt niet,” zeide de oude Nènèk, »ofschoon haar hart ziek, zeer
-ziek is. Het water der oogen dat niet naar buiten komt, valt op ’t hart
-terug en maakt het nog veel zieker.”
-
-»Je ontvlucht den Merawoe, oude ziel!” sprak Corona en drukte haar een
-gouden tientje in de hand, »je hebt niets te verliezen dan je ellendig
-leven. Het zou voor mij een reden zijn om te blijven.”
-
-»Nonna zal het zien, hoe verschrikkelijk de toorn van den berg is!”
-
-De zusters gingen heen.
-
-»Je merkt het, zelfs die tooverkol heeft geen geneesmiddel voor de
-ziekte van mijn hart,” sprak Corona.
-
-»Ik zou me schamen over die gekheid te praten,” antwoordde Dolly, »maar
-ik hecht meer geloof aan haar voorspelling omtrent den berg. Hoe
-dikwijls ben ik niet wakker geworden door onderaardsch gerommel, wat
-Akkeveen verbeelding noemde, en zie eens van hier, hoe hij werkt.”
-
-Een reusachtige pluim van rook ontsnapte den krater en teekende zich
-scherp tegen de blauwe lucht af.
-
-»Heerlijk, ik heb er altijd naar verlangd hem in volle woede te zien en
-wensch ’t nu meer dan ooit.”
-
-»Stil, Corona, wat je daar zegt is God verzoeken! Een uitbarsting van
-den vulkaan zou ons aller dood zijn.”
-
-»Och dood, is zoo erg niet! Zeg liever ons aller ruïne, onze landen
-zouden verwoest worden en wat waren de Gérans zonder rijkdom? Hoe lang
-is het wel geleden dat wij in den krater daalden en dat Hermine
-verloren raakte en dat hij mij...”
-
-»Zijn liefde bekende,” wilde zij zeggen.
-
-»Drie dagen voor Nonnie’s dood; ’t is lang geleden, bijna een jaar,”
-zuchtte Dolly.
-
-»Kon ik alles ongedaan maken, wat na dien tijd gebeurde; o mijn God,
-zal dit leven altijd zoo moeten duren, jaren lang? Ik wil vergeten, ik
-wil het en vroeger kon ik alles wat ik wilde.”
-
-Dolly gaf geen antwoord meer; zij had genoeg aan haar eigen leed en
-haar zuster weigerde allen troost.
-
-t’ Huis gekomen, gaf de oude heer de Géran zijn dochter een brief over,
-met de woorden:
-
-»Van onzen Franschen oom! Lees, kind!”
-
-Corona las en haar wangen namen een diepen blos aan.
-
-»De graaf de Saint Paul wil zijn zoon met diens gouverneur naar Indië
-zenden om onze kennis te maken; papa, we moeten hem goed ontvangen.”
-
-»Zeker, Corona, zeker, lieve meid! Ontvang ze zooals je verkiest, zoo
-vorstelijk als het je goeddunkt om je neef een hoog denkbeeld te geven
-van Indische gastvrijheid.”
-
-»Papa,” vroeg Dolly bedeesd, »weet u, dat de Merawoe zeer onrustig is
-en ons met een uitbarsting dreigt?”
-
-»Och kom, je bent een onheilspellende vogel!” zeide Corona. »Verwijt
-mij geen bijgeloof als je zelf zooveel vertrouwen hecht aan de domme
-praatjes van die heks.”
-
-»We kunnen er niets aan doen, Dolly,” sprak haar vader, »we wonen hier
-eenmaal op een vulkaan. Wees liever blijde,” fluisterde hij haar toe,
-»dat er nu weer iets is, dat je zuster eenig belang inboezemt.”
-
-
-
-
-
-
-
-L.
-
-
-Eenige maanden later werd het huwelijksgeluk van Conrad en Hermine
-volmaakt door de geboorte van een meisje. Geen van tweeën had zijn
-wensch en toch waren beiden tevreden; zooals Conrad gehoopt had was het
-een meisje maar geen blondine, een zwartkopje naar Hermelijn’s
-verlangen:
-
-»En nu moet ze geheel een Géran wezen,” zeide het kraamvrouwtje, »ze
-moet niet heeten naar mijn papa, want een Nico moet ik toch hebben.
-Noem ze naar je moeder, Conrad, onze mama, Hélène.”
-
-En zoo werd zij dan geheeten; de kleine Hélène was het veel bewonderde
-speelpopje van de beide jonge ouders. Ze werden niet moe, het rozige
-brokje mensch te beschouwen en elkaar op allerlei kunststukjes van de
-jeugdige dame opmerkzaam te maken, kunststukken, waaraan zij zelve
-geheel onschuldig was en die niemand dan de opgetogen vader en moeder
-konden opmerken.
-
-Zij noemden elkander niet anders meer dan Papa en Mama. Hermelijn
-studeerde in boeken voor opvoedkunde, Conrad sprak er van, de kleine in
-een levensverzekering te doen gaan opdat zij bij haar huwelijk een
-bruidschat zou ontvangen, maar ondanks al die goede voornemens, wist
-Hermelijn zoodra Léni het op een schreeuwen zette, niet, hoe spoedig
-zij haar haar zinnetje zou geven en Conrad besteedde het geld voor de
-bruidschat bestemd, aan het koopen van allerhande lekkernijen voor het
-jonge moedertje.
-
-Van de zusters en broers hadden zij vele blijken van belangstelling
-ontvangen; van Corona en haar vader echter niets, maar toch was er een
-enveloppe aan het adres van Mejuffrouw Hélène de Géran op
-geheimzinnige, wijze aangekomen, die een bankbiljet van ƒ 1000 bleek te
-bevatten en zeker van den ouden heer afkomstig was.
-
-Er moest in Ngaroengan groote drukte heerschen: Corona scheen weer
-geheel de oude; zij ontving haar grafelijken neef met nog meer pracht
-dan zij het vroeger haar Hollandsche schoonzuster had gedaan; de
-couranten zelfs schreven er van. Zij was naar Samarang geweest om
-toiletten te bestellen maar had Conrad en Hermine met geen bezoek
-verwaardigd.
-
-De jonge heer de Géran, schreef Kitty, was een onbeduidend blond
-mannetje van 22 jaren, vergezeld door een zeer strengen en zeer
-barschen Mentor, dien hij naar de oogen zag; men kon het aan den jongen
-heer Alain zien, dat al die glans en pracht hem meer verbaasde dan
-genoegen deed.
-
-»Ik weet waarlijk niet, wat Corona’s plannen zijn,” schreef Kitty
-verder, »zou zij aan graaf Alain, die een hoofd kleiner is dan zij, de
-plaats willen gunnen, die Iwan eens in haar leven bekleedde, of werkt
-zij alleen om Margot en den graaf in kennis te brengen? Ik weet het
-niet en durf ook niets beslissen. Dit alleen weet ik, dat we ons dol
-amuseeren, alle dagen is er een ander pretje, we denken van ’s morgens
-vroeg tot ’s avonds laat aan niets dan aan dansen, kleeden en uitgaan.
-Corona heeft ons beeldige toiletjes gegeven; Margot en mij namelijk en
-zelfs Toetie, die een heele scène gemaakt heeft, daar aan haar niet
-gedacht was. Ze ziet er nu uit als een opgetooide pauw. Dolly heeft
-voor alle invitatiën bedankt. Hoe jammer dat gij niet hier zijt, ge
-zoudt de koningin worden van al die feesten, want Cor, al kleedt zij
-zich nog zoo prachtig en behangt zij zich met juweelen, is dezelfde
-niet meer van het vorige jaar; ze is oud geworden, vooral haar oogen,
-die vroeger zoo prachtig konden flikkeren, zijn nu geheel veranderd.
-Als gij er waart, Hermelijn, zou niemand naar haar omzien.”
-
-Conrad zag somber voor zich uit; Hermelijn glimlachte.
-
-»Coen,” fluisterde zij, haar kleine meid aan het hart drukkend, »geloof
-je niet dat ik haar gekraai veel liever hoor dan alle dansmuziek en ik
-mij niet veel beter amuseer met jou alleen, dan tusschen al die vreemde
-menschen?”
-
-»Als ’t maar waar is?”
-
-»Zou je denken, dat ik, wanneer wij te Djantong woonden haar een nacht
-alleen zou laten om te dansen? Zou je denken, dat ik een oogenblik rust
-en pleizier kon hebben verre van haar?”
-
-»Neen,” zeide hij na een poosje nadenken, »dat geloof ik niet!”
-
-»Zoo, dat mag ik hooren en nu zal ik je ook zeggen dat ik zeker geloof
-dat graaf Conrad de Géran een veel betere figuur voor dat emplooi heeft
-dan die Fransche blanc-bec. Er is niets aan Kitty’s brieven; zij denkt
-alleen aan pretmaken; de arme Portias zal ook zeggen, dat die vreemde
-gast alle instrumenten uit den toon brengt.”
-
-»Ik begrijp niet hoe papa ’t zoo toestaat; schrijft Kitty niet dat hij
-alles behalve wel is?”
-
-»Ja, hij ziet er slecht uit, maar ’t amuseert Corona, ’t doet haar die
-treurige geschiedenis met Iwan vergeten en dat is hem het voornaamste.”
-
-In die dagen kreeg Hermelijn ook onverwacht bezoek van den heer Van
-Diteren, haar vroegeren reisgenoot, die voor zaken Samarang bezocht.
-
-»Maar vertel me eens,” sprak hij op zijn gewone onaangename manier,
-»waarom jelui hier zoo kaaltjes woont, terwijl het heele koninkrijk der
-Gérans in beweging is om den Franschen snoeshaan te ontvangen. Leef je
-in ongenade?”
-
-»En als het zoo eens was?” vroeg de jonge vrouw glimlachend.
-
-»Je hebt het met juffrouw Corona niet kunnen stellen. Weet je nog hoe
-ik je tegen haar waarschuwde en wat je me toen voor vinnigs
-antwoordde?”
-
-»Mijn man en ik zijn het eens, dat is ons genoeg. Ik blijf bij ’t geen
-ik u toen zei. Maar vertel me liever het een en ander van mevrouw.”
-
-»Zij heeft een maand of twee geleden precies zoo’n exemplaar gekregen
-als u daar op den schoot houdt.”
-
-»Is hij nog niet naar Holland verzonden?” vroeg zij onnoozel.
-
-»Houd me niet voor den mal, mevrouwtje, als u er een half dozijn bij
-mekaar heeft, zullen we zien wat u doet!”
-
-»Conrad en ik zullen ons nooit van onze kinderen scheiden, al hebben we
-ook het dozijntje vol.”
-
-»We spreken mekaar later; maar er is een ellendige historie bij: mijn
-oudste jongen heeft een ongeluk gehad, hij is met schaatsenrijden
-verdronken.”
-
-»En dat zegt u zoo kalm?”
-
-»Ik heb me aan ’t denkbeeld moeten wennen. ’t Eerst vond ik het idee
-beroerd genoeg, maar ’t ergste was dat mijn vrouw, toen het bericht
-kwam, in een toestand verkeerde, die elke aandoening doodelijk maakte.
-Ik heb ’t haar dus verzwegen; later zag ik er tegen op het haar te
-vertellen en nu schrijft ze den jongen lange epistels, zendt hem
-aardigheden, pruttelt dat er geen brief van hem komt, in één woord, zij
-vermoedt niet, dat het kind dood is.”
-
-»Maar dat is toch vreeselijk!” riep Hermelijn ontzet uit.
-
-»Wat zal ik doen? Sinds de kleine er is, houdt ze op met dat
-eeuwigdurende grienen; ze gaat met me uit, naar de komedie en de muziek
-in de Concordia en is soms heel vroolijk.”
-
-»Maar zij zal ’t u nooit vergeven, dat u het kon aanzien dat zij zich
-amuseert, terwijl het tijd was om voor haar kind te rouwen. Ik vind uw
-handelwijze in de hoogste mate ergerlijk.”
-
-»Ik ben ’t van u gewoon, mevrouw, dat u uw meeningen niet verbergt;
-maar ik kan er waarlijk niets aan doen. ’t Verveelt me zoo
-verschrikkelijk altijd haar martelaressengezicht voor mij te zien dat
-het mij onmogelijk is, haar die nieuwe aandoening te bezorgen.”
-
-»En als ze het nu van buiten af hoort?”
-
-»Ja, dan ligt het geval er eenmaal toe. Ik kan niets beters doen dan de
-zaak maar aan haar loop over te laten; voor mij is ’t ook niet alles,
-dat verzeker ik u. U ziet mij voor een ongevoelige steenklomp aan, maar
-begrijpt u niet dat het mij vreeselijk hindert, als mijn vrouw over
-haar Willem praat en allerlei mooie plannen voor de toekomst maakt, dat
-alles aan te hooren en te weten dat hij reeds sinds een paar maanden
-overleden is?”
-
-»Ik begrijp niet, hoe u dien last zoo geheel alleen kunt dragen;
-daarvoor moet men al heel sterke schouders hebben.”
-
-Ook Conrad vond van Diteren’s handelwijze onverantwoordelijk en beiden
-waren verheugd toen hij vertrok.
-
-Zijn laatste woorden waren:
-
-»Ik hoor dat de Merawoe weer aan het spoken is.”
-
-»Och, dat heeft hij al jaren lang gedaan,” antwoordde Conrad achteloos.
-
-Den volgenden avond terwijl zij rustig zaten thee te drinken en Conrad
-zijn dochter op den schoot hield tot groot vermaak van Hermelijn, die
-zich verwonderde over zijn handigheid, maakte zij de opmerking dat het
-buiten ondanks den maneschijn donker werd en er toch een oogenblik te
-voren nog geen kans scheen te bestaan op wolken en regen.
-
-»O Coen, zie eens! wat ligt daar een stof op tafel, Leni’s kleertjes
-zijn er heel vol van. Wat kan het zijn?”
-
-Een zwaar gedruisch deed zich te zelfder tijd hooren, als van een
-opkomend onweer of als een eindeloos kanongebulder; tegelijk zagen zij
-de lampen wiegelen als waren het de slingers eener klok, de tafel ging
-op en neer en de grond beefde onder hun voeten.
-
-»Een aardbeving, een aardbeving!” gilde Hermelijn ontzet, »laat ons
-vluchten, Coen, met de kleine.”
-
-»Blijf bedaard, Hermelijn! Ga niet naar buiten, er is nog geen gevaar,
-ik heb meer aardbevingen gezien.”
-
-De duisternis werd echter hoe langer, hoe dikker; het dansen van den
-aardbodem en het gedonder van het geschut hielden aan; Hermelijn drukte
-haar kind bevend aan het hart.
-
-»Laat ons naar buiten gaan, Coen!” smeekte zij.
-
-Hij was bewonderenswaardig kalm.
-
-»Buiten valt gloeiende asch, Hermelijntje, en die is ook te vreezen; er
-is niets te doen dan geduldig hier blijven. Ik vrees dat het de Merawoe
-is, die losbarst.”
-
-»God spare dan onze familie!” snikte Hermelijn, »Coen, ga niet heen! Ik
-zal niet naar buiten gaan en binnen blijven juist zooals je wilt maar
-ik bid je als we sterven moeten, laat het dan samen zijn.”
-
-»Er is geen quaestie van sterven,” sprak hij, haar liefkoozend, »als
-het ten minste de Merawoe is. Wij krijgen hier alleen de naweeën.”
-
-»Hoe moet het daar met hen gesteld zijn, met Dolly, die ’t dichtst bij
-den krater woont?”
-
-»Laat ons op God vertrouwen Hermelijn! Anders kunnen wij voorloopig
-niets doen, en verder wachten.”
-
-Nog eenige uren brachten zij in angst en vrees door; het beven en
-schudden der aarde hield nog steeds aan, plotseling hoorde men een
-geweldigen knal, hemel en aarde schenen van elkaar te splijten.
-Hermelijn klemde zich angstig vast aan haar man, die zijn dochtertje
-stevig op den schoot hield, een hevig gekraak als van neerstortende
-huizen deed zich hooren, porselein en glas vielen kletterend in
-stukken; de grond geleek de dansende baren der zee, zoo onstuimig en
-wild; zij gaf een angstigen gil en sloot de oogen.
-
-»Ze zijn zeker allen dood, allen,” kermde zij, »mijn God, moet dat dan
-het einde wezen?”
-
-
-
-
-
-
-
-LI.
-
-
-»Hemel en hel zijn getergd, geen wonder dat de wereld nu verwoest is,”
-sprak de grijze Hadji Abu-Moessin, tot eenige zijner getrouwen terwijl
-hij het tooneel der verdelging aanschouwde, dat zich op de helling van
-den Merawoe ontrolde. »De slang Naga-Djoenia, waarop Java rust was
-reeds opgeschrikt door de talrijke ongeloovigen, die zich op zijn
-lichaam nestelden, en die slechts aan feesten en dansen dachten zelfs
-in den tijd der poewasa [107], terwijl de grooten onder de Orang Slam
-[108] hen trouw daarin hielpen. Zij hebben de visschen verontrust in de
-heilige meren, zij hebben de gewijde apen vervolgd en gedood, zij
-hebben de rust van de reuzen-slang gestoord door de klanken van hun
-muziek en het geknal van hun vuurwerk. De straf van Allah bleef niet
-uit! Zie wat er geworden is van het vruchtbare land! Wat van de
-menschen, die het bewoonden!”
-
-Het groote huis van Ngaroengan was ten halve verwoest, de groote
-pendoppoh in elkander gezakt en een der pavilloens ingestort. Men zag
-er nog overblijfselen van het groote maal dat den Franschen gast tot
-afscheid was aangeboden, juist op het oogenblik der uitbarsting.
-
-De koffietuinen waren grootendeels vernield door de gesmolten lava, de
-boomen gedood door het kokende water, dat den krater ontborrelde,
-groote rotsblokken op verren afstand weggeslingerd. Sinds
-menschengeheugen had men van zulk een ramp niet gehoord, ver strekte de
-vernieling zich uit; tot in de vlakte vond men de sporen der
-uitbarsting.
-
-Zwaar werden de Gérans door de ramp getroffen. Zij zaten aan het
-feestmaal; Corona schitterde van haar diamanten, die zij bijna alle
-over hals, schouders en lokken met meer kwistige pracht dan smaak had
-geworpen, zij zat aan de zijde van haar grafelijken neef, die zijn
-oogen niet kon afwenden van den schier verblindenden glans, die van
-haar uitging en die hem belette aandacht te wijden aan haar eenigszins
-verdoofde schoonheid.
-
-Misschien berekende hij wel, hoeveel livres de rente, die
-edelgesteenten vertegenwoordigden, hoeveel genot men in Parijs als
-sportsman of jeune gommeux daarvoor koopen kon; misschien wekte dat
-gezicht bij hem nog half slapende wenschen op naar genietingen en
-verstrooiingen, die hij het liefst zou ondervinden zonder de vrouw, die
-hem zooveel weelde aanbracht aan zijn zijde, misschien berekende hij
-zijn kansen, en overwoog de voor- en nadeelen, die hem bij een huwelijk
-met zijn schoone, rijke nicht te wachten stonden.
-
-Toen hij haar den arm bood, om naar de feestzaal te gaan, hadden velen
-geglimlacht, de Franschman scheen zoo klein, zoo nietig naast haar
-koninklijke gestalte, zij helde over toen zij haar hand op zijn arm
-legde, zij moest op hem neerzien als hij met haar sprak. Een snijdende
-pijn, die door geen muziek te verdooven, door geen diamantenglans, door
-geen droomen van eerzucht te verdrijven was, vervulde plotseling haar
-hart.
-
-»O God! hoe ledig is dat alles, hoe ijdel!” dacht zij, misschien
-ondanks zich zelf, »hoe veilig steunde ik eens op een anderen arm, hoe
-vertrouwend zag ik naar hem op, hoe trotsch voelde ik mij door zijn
-liefde, hoe fier was ik, in hem mijn meerdere te weten! Wat een afstand
-tusschen hen, hoe kan ik in die komedie nog langer een rol spelen!”
-
-Zij lachte en schertste terwijl haar hart deze woorden verzuchtte, maar
-haar scherts klonk bitter en haar lach schel en schor; tegenover haar
-zat haar vader gedrukt en somber. Hij dacht waarschijnlijk aan de
-bannelingen; de overigen waren vroolijk, opgewekt, soms zelfs
-uitgelaten.
-
-Daar hief de graaf zijn glas op en dronk in fijn uitgezochte,
-bloemrijke, hoffelijke woorden, door zijn gouverneur neergeschreven en
-door hem uit het hoofd geleerd, de gezondheid van zijn hooggeschatten
-gastheer en zijn schoone gastvrouwe, die hij eens wachtte in Frankrijk,
-daar waar hun gemeenschappelijke bakermat stond.
-
-Allen stonden op, de blonde champagne parelde hoog in de fijn geslepen
-glazen.
-
-»Mag ik meer hopen,” fluisterde graaf Alain, zich tot Corona
-neerbuigend, »ge weet, ik heb u lief!”
-
-’t Was of bij dat woord iets in haar hart verkilde, of haar jammerlijk
-verwoest leven in een akeligen, helderen glans voor haar uitgespreid
-lag.
-
-»Wat is dat?” riep de graaf plotseling, »zoo’n schitterend vuurwerk zag
-ik nooit.”
-
-Het was klaar dag geworden, een groenachtig, vreemd licht spreidde een
-doodschen gloed over de gasten rond de tafel, tegelijk deed zich een
-onderaardsch gedruisch hooren dat allen met schrik vervulde.
-
-»De Merawoe,” gilden zij en stortten naar buiten; de glazen vielen
-rinkelend op de steenen, de kleederen der dames scheurden, de meubels
-stortten omver.
-
-Buiten viel de asch over de feestgewaden en de met bloemen versierde
-lokken; de aarde scheen in opstand, boven hen bulderde en toornde de
-berg, nu eens met dikke duisternis het aanzijn van sterren en maan
-verduisterende, dan weer den hemel kleurende in hel blauw, slangkleurig
-groen of bloedrood. ’t Was een Bengaalsch vuurwerk, door een reus
-ontstoken, duizendvoudig weerkaatst in de diamanten der vrouwen, die
-kermend en biddend bij elkander waren gescholen.
-
-In de verte hoorde men het jammerend gehuil der wilde dieren, vermengd
-met het krakend neerstorten der woudreuzen; hemel en aarde schenen te
-vergaan. De grond dreunde en danste, boven hen verhief zich de
-ontzettende rookkolom, die nu eens vurige vonken tegen de zwarte lucht
-deed flonkeren, dan weer asch en rook over het landschap uitstortte;
-soms knalden er geweldige schoten, het waren de gassen, aan de gapende
-rotswanden ontsnapt die als een leger monsters van grilligen vorm, den
-spoken gelijk, welke het brein der arme bergbewoners plachten te
-verontrusten, zich over de geplaagde wereld verspreidden, boden van
-schrik en dood.
-
-»Zijn de kinderen veilig?” vroeg Corona plotseling; de kinderen sliepen
-in een pavilloen, tegenover dat van Kitty gelegen; niemand had aan hen
-gedacht.
-
-Zij wachtte geen antwoord; alle geestkracht was in haar ontwaakt; zij
-drong in het gebouwtje voor welks deur Iteko stond, die er nog kleiner,
-nog wanstaltiger dan anders uitzag in haar verwarde kleeding.
-
-Kleine mannetjes en vrouwtjes zaten huilend of verstomd op den
-golvenden grond.
-
-»Zijn ze er allen, Iteko?” vroeg Corona.
-
-»Ik geloof ’t, juffrouw, een, twee, drie, vijf, zes; kom niet binnen,
-het dak is aan het kraken, de kleine Guillaume is er niet bij, hij ligt
-in de achterste kamer.”
-
-»Zijn er geen mannen om te helpen?” vroeg zij bitter en het was of zij
-haar Iwan zag, schoon als een aartsengel, die alleen de verwoesting
-durfde trotseeren; toen wierp zij zich in het instortende gebouw, naar
-niets meer luisterende.
-
-»Juffrouw Corona!” smeekte Iteko.
-
-Zij rukte zich los en verdween in het huis, dat op zijn grondvesten
-wankelde.
-
-»Waar is Corona?” riep haar vader.
-
-»Daar, daar! O, mijn hemel! wat ik achterliet!”
-
-Iteko snelde haar achterna; ieder dacht dat zij haar meesteres wilde
-redden. Portias hield haar vergeefs tegen want Corona kwam reeds naar
-buiten met het kind in de armen, maar op hetzelfde oogenblik zakte de
-zolder vlak voor haar voeten in elkaar; niemand dacht meer aan de
-aardbeving, aan den vuur en lava spuwenden berg; een nieuwe ramp had
-zich bij de andere gevoegd.
-
-»Help, help!” riep de oude heer ontzet, »mijn kind, mijn kind!”
-
-Een hevige benauwdheid greep hem aan en hij stortte op een bank neer;
-intusschen vlogen eenige mannen in het zakkende huis. Wolken stof en
-zand stegen dwarrelend uit de puinhoopen op, Corona, met het kind op
-den arm, was van voren en van achteren door de instortende muren
-omringd; op weinige stappen afstand, bij haar kast, stond Iteko; rechts
-en links vielen planken en steenen, die hun den weg versperden.
-
-»Er is geen redding meer mogelijk, juffrouw Corona,” riep zij hijgend,
-»mijn geld! Ik heb er alles voor over gehad en nu verlies ik het.”
-
-»’t Is de rechte tijd om aan geld te denken,” sprak Corona
-verachtelijk, »denk er liever aan dat wij binnen weinige oogenblikken
-voor God zullen staan, die ons zal oordeelen.”
-
-»U heeft niets te vreezen,” kermde zij, »ik ben zoo schuldig, doch er
-is een ander, schuldiger dan ik.”
-
-Zij kroop tot vlak voor de voeten van Corona, die op de knieën lag in
-haar zwart satijnen kleed, nog versierd met de glanzende edelgesteenten
-en met haar lichaam het kind beschuttend, dat zij gered had.
-
-Daar boven kraakte het plafond, de balken vielen rechts en links en
-verpletterden de meubels, de splinters verblindden haar oogen, de muren
-scheurden.
-
-»Juffrouw Corona, ik moet het u bekennen, misschien zoo ’t waar is dat
-onze ziel den dood overleeft, zal u ’t binnen weinig oogenblikken toch
-weten en anders, wat deert het mij? Mevrouw Hermine is onschuldig; zij
-heeft den brief niet geschreven. Ik deed het, omgekocht als ik werd
-door meneer Akkeveen, voor ƒ 20.000. Dat geld heb ik nu verloren, een
-gedeelte ten minste, nu is het hem kwijtgescholden, maar als u blijft
-leven, dan ontgaat hij ten minste zijn straf niet.”
-
-»Hermine onschuldig, Iwan had gelijk, je verdient alleen verachting; o
-God neem mijn leven als boete!” snikte Corona.
-
-Een donderend gekraak vervulde de lucht; daar stortten de laatste
-balken van het pavilloen naar beneden, door een schok, heviger dan de
-vroegere; het was de slag die Conrad en Hermine op Samarang zoo
-verschrikt had.
-
-Zij, die uit de vlakte naar boven staarden, zagen een ontzaggelijken
-boom, wiens stam van rook en wiens takken van vuur schenen, uit den
-berg stijgen; uren ver straalde zijn onheilspellende gloed nu eens
-helderder dan somberder in den nacht, steenklompen wierp hij rechts en
-links; het was of uit het diepste zijner vurige ingewanden een laatste
-kreet van verbolgenheid opwelde, een laatste bewijs van zijn kracht;
-toen daalden asch en zwavel neer over de welige wouden, de
-spiraalvormige vuurkolom werd doffer en doffer.
-
-De Merawoe had zijn toorn opnieuw doen voelen aan het vreedzame volk,
-dat hem scheen vergeten te zijn, dat dartelde aan zijn voet, dat
-speelde op zijn geweldigen rug. De aarde keerde tot rust terug, het
-gebulder werd zachter en zachter om eindelijk bijna weg te sterven.
-Toen het morgen was, streken koeltjes zacht en verkwikkend over de
-gemartelde bergen en dalen, de zon verliet glanzend en stralend haar
-kimmen, om de natuur, die zij gisteren nog in volle pracht en
-schoonheid had gezien, jammerlijk verwoest weer te vinden; de berg
-alleen stond daar nog rookend en somber, nu en dan vlammen spuwend, die
-gaandeweg kleiner en kleiner werden, en haar assche als een zachten
-motregen strooiend over het landschap.
-
-
-
-
-
-
-
-LII.
-
-
-Toen eerst was ’t mogelijk de verwoestingen eenigszins te overzien. In
-treurigen staat verkeerden vele der koffietuinen, voor jaren tot
-onvruchtbaarheid gedoemd; geheele dessah’s waren als kaartenhuizen in
-elkaar gezakt; honderden menschen door steenblokken verpletterd, door
-lava verstikt.
-
-Kaboelen was een puinhoop, mevrouw van Akkeveen, die, terwijl haar man
-feestvierde, daar alleen vertoefde, werd vermist; men vond haar
-levenloos lichaam in een der tuinen, waar zij gevlucht was met haar
-jongste kind, dat zij met beide armen vast omklemd hield, in lava en
-asch verstikt; de dood had de teedere moeder niet van haar lieveling
-gescheiden.
-
-Wilhelmshöhe en August’s woning hadden betrekkelijk weinig geleden, dat
-gedeelte was zoo goed als gespaard gebleven.
-
-Ngaroengan was alleen door de aardbeving geteisterd; toen men het
-pavilloen ontruimde, vond men er het afschuwelijk misvormde lijk van
-Iteko naast Corona, die half onder puin bedolven met haar lichaam den
-kleinen, rustig slapenden Guillaume beschutte.
-
-Ook haar achtte men gestorven, haar rechterzijde was bedolven onder
-neergevallen planken; haar gelaat lijkkleurig en bebloed.
-
-In der haast werd de galerij van het groote huis tot hospitaal
-ingericht; tusschen de ebbenhouten meubelen en de verbrijzelde vazen en
-beelden legde men matrassen neer om den zieken een rustplaats te geven
-want de oude heer de Géran was nog steeds bewusteloos; de ontzettende
-schrik had zijn hartkwaal verergerd.
-
-De dokter werd gehaald, en bij vader en dochter gebracht; het eerst
-bracht hij den ouden heer bij.
-
-»Is zij dood,” was zijn eerste vraag, en verwilderd zag hij rond naar
-de plek, waar Corona nog steeds onbeweeglijk lag.
-
-»Wij hopen van niet,” antwoordde de dokter.
-
-»Zie naar haar om, eerst naar haar!” smeekte hij.
-
-Nu wijdde de geneesheer aan Corona zijn zorgen; zij leefde, maar haar
-rechter arm was gebroken, haar zijde verlamd, wellicht voor altijd; met
-zeer veel moeite werd de schier uitgedoofde levensvonk aangewakkerd.
-Het was een vreeselijke toestand in Ngaroengan. ’s Middags kwam de
-treurmare van het ontzettende einde van Dolly en haar kind. De eenige
-vrouwen, die helpen konden, waren weg, Guillaume en Toetie waren naar
-huis gesneld, Poppie woonde uren van daar; Akkeveen had zijn woning
-opgezocht om haar uitgestorven te vinden. Kitty en Margot lagen te
-weenen en te jammeren, ongeschikt tot alles. Iteko op wier schouders
-eens het geheele huishouden rustte was niet meer, de javaansche meiden
-hadden er geen slag van, in het verwoeste huis nog eenige orde te
-bewaren en tevens de zieken te verzorgen.
-
-Zoo heerschte er dan een onuitsprekelijke verwarring toen, ’s avonds
-laat, Conrad te paard kwam aanrijden; hij had geen rust meer op
-Samarang gehad en toen ook Hermelijn er op aandrong dat hij in persoon
-zou gaan zien hoe de zaken stonden, was hij onmiddellijk vertrokken en
-reed in gestrekten draf naar het ouderlijk huis.
-
-Onderweg had hij ’t ergste of liever meer dan het ergste vernomen; hij
-meende niet anders of ook zijn vader en Corona waren omgekomen. De
-goede Portias was de eenige, die nog zijn verstand had behouden. Met
-een groote hoeveelheid goeden wil, die alleen geëvenaard werd door zijn
-verbazende onhandigheid, bediende hij de zieken, bestelde of bereidde
-zelf het eten, regelde het noodige voor de begrafenissen en zag er dien
-avond zoo uitgeput, zoo verstrooid uit, dat Kitty, wanneer zij in een
-andere stemming ware geweest, hem hartelijk uitgelachen zou hebben.
-
-»Alle snaren zijn gesprongen, alle instrumenten ontstemd,” zoo sprekend
-drukte hij diep ontroerd Conrad’s hand. »’t Is goed dat je komt. Was je
-vrouw maar bij je!”
-
-»Als ze geroepen wordt, zal zo dadelijk komen. En papa?”
-
-»Sinds hij weet dat Corona leeft, is hij veel kalmer. Ach mijn arm
-viooltje is ook geheel verwelkt en vertrapt.”
-
-»Breng me spoedig bij papa.”
-
-De oude heer de Géran lag in zijn eigen kamer, op het smalle veldbed,
-waar hij sinds jaren den nacht doorbracht; hij lag kalm en schijnbaar
-stil, hoewel door hevige hartkloppingen gefolterd.
-
-»Hij weet nog niets van Dolly,” fluisterde Portias tot Conrad en hardop
-zeide hij: »Papa, daar is Conrad, om u te bezoeken.”
-
-Conrad kon van aandoening haast geen woord uitbrengen.
-
-»Vergeef mij, papa!” stotterde hij, »wat ik misdaan heb tegen u.”
-
-De zieke sloeg de oogen op.
-
-»Ben je daar, Conrad? ’t Is goed, jongen, praat over niets meer. Het is
-geen tijd, om aan die kleinigheden meer te denken, alles is vergeten,
-uitgewischt! We hebben veel verloren; ’t beteekent niets als mijn
-kinderen maar gered zijn. Hoe is ’t met Corona?”
-
-»Ik heb haar straks bouillon gebracht, die zij wel lustte maar.... de
-helft is over haar bed gestort. Ik heb zelf de kip moeten slachten en
-de soep koken; alle meiden zijn van streek.”
-
-»En Kitty dan?”
-
-»Kitty heeft het op de zenuwen, zij is tot niets in staat. Ik speel ook
-liever de moeilijkste sonate op mijn violoncel dan nog een week voor
-kok-huishouder spelen.”
-
-»Is er niemand meer? Margot?”
-
-»Nog ongeschikter dan ik! Papa, u moest Hermine laten komen.”
-
-De oude heer zag Conrad aan.
-
-»Zou ze willen?” vroeg hij.
-
-»Op een woord van u, twijfel ik niet of zij zal onmiddellijk
-vertrekken.”
-
-»Nu, stuur haar van avond dan nog een bode; is zij wel en de kleine
-ook?”
-
-»Zeer geschrikt maar overigens scheelt hen niets.”
-
-»Laat zij dan met de kleine meid overkomen. En gaat nu heen, ik heb er
-behoefte aan alleen te zijn.”
-
-Conrad schreef een briefje aan zijn vrouw om haar den stand van zaken
-mee te deelen en terstond werd er iemand te paard naar Samarang
-afgezonden.
-
-Nu bezocht Conrad Corona; zijn hart was nog vol wrok, toen hij bij de
-matras kwam, waar zij met in gips gezetten arm en verbonden hoofd
-neerlag; maar toen hij haar zoo bleek en machteloos zag, smolt zijn
-toorn weg.
-
-»Zij is gewond terwijl zij Guillaume van Dolly wilde redden,” zeide
-Portias, »terwijl wij mannen weifelden, waagde zij zich in het
-neerstortende huis. Waarlijk, zij is een merkwaardig schepsel, even
-geschikt om groote liefde als bitteren haat op te wekken. ’t Ligt er
-aan, welke hand het klavier van haar gemoed bespeelt; zoete tonen en
-dissonanten zijn er even gemakkelijk aan te ontlokken.”
-
-Conrad luisterde niet naar de redeneeringen van zijn zwager, die
-ondertusschen de druppels medicijn, welke hij voor de zieke moest
-inschenken, met een straaltje het glas liet inloopen.
-
-»Geef maar hier, Jo, misschien kan ik ’t beter. Hoeveel druppels moeten
-het zijn?”
-
-»Vijf en twintig.”
-
-Hij maakte het kelkje gereed en bracht het toen aan Corona’s lippen.
-Zij sloeg met een matte beweging de oogen op.
-
-»Is dat Coen?” vroeg zij.
-
-»Ja, Cor, ik ben ’t.”
-
-»Dat is goed en Hermelijn?”
-
-»Zij komt morgen.”
-
-»Zoo en... en is ’t waar dat Dolly dood is?”
-
-Verrast zagen de zwagers elkander aan.
-
-»Zij zal gehoord hebben, hoe we over haar spraken, denkende dat zij
-bewusteloos was,” fluisterde Portias.
-
-»Ik beklaag haar niet; ’t is het beste,” ging Corona zachtkens voort,
-»Conrad, zeg aan Hermine dat ik het nu beter weet, zij is onschuldig.”
-
-Toen sloot zij de moede oogen en zeide niets meer.
-
-Den volgenden avond kwam Hermelijn met haar kindje en de baboe; geheel
-anders was nu haar intrede op Ngaroengan, dan het vorige jaar; ellende
-en jammer in plaats van feesten en muziek. Conrad was haar bij den
-eersten post tegemoet gereden en verhaalde haar omstandig alles, wat er
-gebeurd was.
-
-»’t Wordt tijd dat je komt, alles is in wanorde! Niets bezit zijn
-verstand meer. Die arme Portias slooft zich uit maar brengt alles nog
-erger in de war,” zeide hij.
-
-Hermelijn betrad de woning en nam dadelijk de teugels van het bewind in
-handen; onder haar opwekkende woorden herkregen Kitty en Margot
-levensmoed en overwonnen haar smart. Portias trad blijde weer naar den
-achtergrond, de kinderen werden aan zekeren regel gebonden; Conrad liet
-de puinhoopen van de pendoppoh en het bijgebouw wegruimen, de zieken
-kregen geregelde oppassing, de dooden werden begraven.
-
-Het gestoorde uurwerk, hoe ook gehavend, kon weer zijn loop
-voortzetten; de jonge graaf de Géran was naar den Oosthoek vertrokken,
-een brief achterlatende vol klaagliederen en woorden van deelneming in
-de groote ramp, die het gastvrije huis zijner bloedverwanten getroffen
-had. Eenige dagen later verscheen Akkeveen, nadat hij aan zijn vrouw en
-kind de laatste eer bewezen had; hij zag er somber en terneergeslagen
-uit.
-
-»Als Akkeveen er is, moet ik hem spreken,” had Corona dikwijls gezegd;
-’t waren bijna de eenige woorden, die zij tijdens haar ziekte sprak.
-
-Zoodra hij er dus was, verzocht Portias hem naar Corona’s ziekbed te
-gaan; hij deed het werktuiglijk.
-
-Juist zat Hermelijn daar, Corona had haar nog niet toegesproken, nog
-geen bewijs gegeven, dat zij haar herkende.
-
-»Moest je mij spreken, Corona?” vroeg Akkeveen.
-
-Zij zag hem een oogenblik aan en knikte met het hoofd; Hermelijn wilde
-heengaan.
-
-»Neen blijf, Hermine!” verzocht zij, »je moet het ook hooren.”
-
-Haar stem klonk zacht, schier onhoorbaar, maar toch gebiedend.
-
-»Akkeveen,” en met haar groote oogen, die in de holle oogkassen
-onheilspellend brandden als een paar kaarsen in een sombere spelonk,
-zag zij hem doordringend aan, »je weet, dat ik met Iteko een oogenblik
-alleen stond vóór dat alles om ons heen instortte; zij heeft mij iets
-bekend, ik weet niet of het werkelijkheid is, òf ik ’t droomde; wil je
-het mij nu verklaren? Je zult in geen stemming zijn om onwaarheid te
-spreken, nu je van zulk een begrafenis komt. Is ’t waar, dat Hermine
-onschuldig is aan alles...?”
-
-Akkeveen boog het hoofd en mompelde:
-
-»Zij had gelijk! Hermine heeft den brief niet geschreven. Iteko deed
-het zelf en werd door mij daartoe omgekocht. Ik kon ’t denkbeeld niet
-verdragen dat we allen benadeeld werden ten wille van je man!”
-
-Corona hief haar linkerhand op en wenkte Akkeveen zich te verwijderen.
-
-»’t Is goed, Akkeveen, ga nu naar buiten,” lispelde zij.
-
-Als om uit te rusten van de inspanning bleef zij eenige oogenblikken
-onbeweeglijk liggen, toen bewogen haar lippen zich weder.
-
-»Hermelijn!”
-
-Haar zuster knielde voor haar bed neer en streek haar langs de
-fluweelachtige haren, die het ingevallen gelaat nog bleeker en
-doodscher deden schijnen.
-
-»Verlang je iets, Corona?”
-
-»Hoe diep sta ik bij je in schuld! O je weet niet hoe ik bedrogen en
-gestraft werd. En ik kan ’t nooit goedmaken.”
-
-»Corona! Blijf bedaard en martel je toch niet meer met die pijnlijke
-gedachten. Ga slapen!”
-
-»Als je bij mij blijft, als je de hand op mijn voorhoofd legt. Kiezen
-tusschen hem en haar! Hoe kon ik weifelen! O God, die striem, die
-striem, ik zie hem altijd zoo.”
-
-En groote tranen rolden langs haar wangen.
-
-»Hij kan me niet vergeten, daarvoor liet ik hem een te pijnlijke
-herinnering maar nu haat hij mij met recht. O Hermelijn, wat moet ook
-jij mij verachten!”
-
-»Neen Corona! denk dat niet. Als je in den grond niet zoo goed en edel
-waart, zou je die ellendige bedriegerijen spoediger hebben doorzien,
-maar we zullen er over spreken als je beter bent. Nu niet, rust
-zachtjes, ik blijf bij je.”
-
-’s Avonds openbaarden zich zware koortsen bij Corona; een vreeselijke
-tijd brak voor Ngaroengan aan, want ook de toestand van den ouden heer
-verergerde, maar onder Hermelijn’s kalme en verstandige leiding, werden
-alle krachten gebruikt.
-
-Het was een zware taak; de vulkaan was nog niet geheel tot rust
-gekomen, nu en dan deden zich nog lichte schokken voelen, die zoowel
-bedienden als huisgenooten grooten schrik aanjoegen; men had de
-kinderen zooveel mogelijk weggestuurd en het gezin zooveel ’t kon
-ingekrompen.
-
-’t Hardste viel het Hermelijn, dat haar kleine Leni aan moederlijke
-zorgen te kort kwam en zij haar aan de overigens goede en trouwe baboe
-moest overlaten. Kitty trok zich echter de kleine meid aan; bij de
-verdeeling van den arbeid had zij dit de aantrekkelijkste en
-gemakkelijkste taak gevonden.
-
-Conrad vereenigde zich met zijn broeders om de schade na te gaan, die
-de koffietuinen hadden geleden en die zooveel mogelijk te verhelpen;
-het bleek weldra dat de Gérans door de uitbarsting een groote
-vermindering van hun inkomsten zouden ondergaan. Zij bezaten nog veel,
-maar met hun macht als koffiekoningen was het voorloopig gedaan.
-
-Toen men op zekeren morgen bij het bed van den ouden heer kwam,
-ontwaakte hij niet meer; zijn hartkwaal had hem gedood; thans vooral
-was zijn dood een zware slag; het beheerschend element ontbrak geheel
-in deze hachelijke tijden, want er was niemand, die overwicht en
-verstand genoeg bezat om zijn taak over te nemen.
-
-August was een goed werktuig, zooals zijn vader hem steeds waardeerend
-noemde; Guillaume had niet den minsten lust tot gezetten arbeid. Te
-midden van de ernstigste besprekingen kon hij opspringen om met een
-kind te stoeien, een vrouw te plagen, of een vlinder te vangen. Conrad,
-het bleek nu duidelijk, had verreweg het beste inzicht in de zaken, hij
-wist zich te door dringen van den geest zijns vaders, maar hij was
-jong, driftig en niet opgewassen tegen de inhaligheid van Akkeveen, die
-als voogd over zijn eenig overgebleven kind en erfgenaam van zijn
-vrouw, weldra al zijn verdriet scheen te hebben vergeten om, reeds bij
-de doodkist van zijn schoonvader, er voor te zorgen dat hem niets werd
-te kort gedaan.
-
-De goede Portias trok zich met zijn vrouw en kleine Leni in zijn
-pavilloen terug, zich alleen bezig houdend met Kitty’s smart, die voor
-haar doen bijzonder lang duurde.
-
-Hermelijn wijdde zich nog steeds aan Corona; niemand kon de arme zieke
-zoo liefderijk en tegelijk zoo krachtig bijstaan; niemand vermocht haar
-te bedaren, niemand haar te troosten toen zij door een onvoorzichtig
-uitgesproken woord den dood haars vaders vernam. Zij sliep bij haar
-schoonzuster op de kamer en was steeds dag en nacht, bij den minsten
-zucht gereed aan haar bed te komen staan en haar hulp te verleenen.
-
-»Hermelijn, ik kan ’t niet aanzien. Je moet rust nemen en je laten
-vervangen,” zeide Conrad ontevreden. »Van nacht zál ik waken.”
-
-Hermelijn gehoorzaamde, maar nauwelijks was zij voor enkele
-oogenblikken in slaap gevallen of Corona ontwaakte; met de
-eigenzinnigheid van een klein kind riep zij om Hermelijn, maakte zich
-zenuwachtig en opgewonden, wilde van geen vreemde hulp weten en dreigde
-haren arm uit het verband los te maken als men Hermelijn niet haalde.
-
-Zoo werd zij dan uit haar rust opgeroepen en Corona wilde niet kalmer
-worden, vóór zij haar zachte hand weer in de hare voelde.
-
-’t Was een ziekelijke gemoedstoestand, waartegen echter voorloopig niet
-te strijden viel; noch Margot, noch Kitty duldde zij bij zich.
-
-»Als je hier bent, dan weet ik, dat je mij vergeven hebt,” sprak Corona
-met al ’t egoïsme van een ziekelijk, zwak schepsel.
-
-»Maar ’t kan niet zoo blijven,” pruttelde Conrad, »zij heeft ’t
-waarlijk niet aan ons verdiend dat gij je aftobt en je man en kind
-verwaarloost om harentwille.”
-
-»Schande, dat je daar nog aan denkt!” antwoordde Hermelijn streng. »Ik
-dacht dat alles dood en begraven was maar men stookt je op tegen
-Corona, ik merk het wel.”
-
-Inderdaad bestond er een samenspanning tegen haar; nu eerst, nu zij van
-haar vader, haar beschermer en steun beroofd was, durfde ieder zijn
-wrok tegen haar uitspreken; haar zwakke toestand boezemde zelfs geen
-medelijden in.
-
-Akkeveen was de ziel van het verbond; hij kon ’t zich niet vergeven dat
-hij in een oogenblik van zwakheid en weeke gemoedsstemming, die zelfs
-den ongevoeligste een enkelen keer overkomt, schuld aan haar had
-bekend; nu was zij weerloos, men kon haar thans het beste straffen voor
-het misbruik, dat zij vroeger van hare macht had gemaakt.
-
-Hij vond handlangers eerst in Toetie, die zoowel Corona als Hermelijn
-haatte zooals bekrompen zielen hen haten kunnen, die hun meerderen
-zijn, verder in Margot, die een meisjesgril voor Thoren van Hagen en
-later voor den Franschen graaf had gevoeld en Corona maar niet vergeven
-kon dat zij zich van beiden had meester gemaakt.
-
-Later voegde bijna onverwacht August zich bij hen. Deze meende dat aan
-hem als oudste zoon het recht toekwam, zich met zijn gezin in het
-groote huis te vestigen.
-
-Op zekeren morgen kwam de geheele familie, in draagstoelen gezeten, op
-Ngaroengan aan en met zijn gewoon phlegma verklaarde August, dat hij
-daar zijn intrek nam en zich niet liet verjagen; als het anderen niet
-goed voorkwam, dan moesten deze het huis maar ruimen.
-
-In andere gevallen zou Akkeveen heftig tegen dit plan hebben
-geprotesteerd; nu echter juichte hij het van ganscher harte toe. Het
-gejoel der kinderen maakte het immers onverdragelijk voor de arme
-Corona, die geen oogenblik rust kon vinden en ’s avonds weer hevige
-koortsen kreeg.
-
-»’t Kan zoo niet blijven!” zeide Hermelijn verontwaardigd tot haar man,
-»hadden ze dan niet kunnen wachten?”
-
-»Zoo lang er geen verdeeling heeft plaats gehad, bezit ieder hier
-dezelfde rechten en ik zie ook niet in, waarom wij allen ons om Corona
-moeten behelpen.”
-
-»Ik ken je niet meer, foei!” riep zij, »als er een is, die haar iets te
-verwijten heeft, dan ben ik het en ik kan ’t niet verdragen, dat men
-haar vroeger naar de oogen zag en nu zij ziek en vaderloos is, op
-kleingeestige wijze tergt.”
-
-»En ik kan ’t niet aanzien dat mijn vrouw zich voor haar afbeult en dat
-er nog gezegd wordt....”
-
-»Wat wordt er gezegd?”
-
-»Dat je het doet om groot vertoon van vergevingsgezindheid te maken en
-je er niets van meent.”
-
-»En geloof je dat?”
-
-»Ik ken je, Hermelijn, dat is mij genoeg.”
-
-»Maar wie heeft dat gezegd, Akkeveen toch niet?”
-
-Conrad zweeg en een blos van ergernis kleurde Hermelijn’s wangen; zij
-had haar man geen woord gezegd van Akkeveen’s bekentenis om geen nieuwe
-haat en wrok rond te strooien in harten, die er maar al te ontvankelijk
-voor waren, en nu ook sprak zij er niet over, maar haar verachting voor
-Dolly’s weduwnaar werd er nog grooter door en steeg tot het hoogste
-punt toen zij merkte, dat hij nog geen maand later druk bezig was een
-rijk nichtje van Toetie op zijn manier het hof te maken.
-
-»We moeten naar Djantong terugkeeren. Ik hou ’t hier niet langer uit,”
-ging Hermelijn voort. »We zijn niet meer in ons eigen huis nu alle
-Poppie’s, groot en klein, hier regeeren. Ik hoor dat ook Toetie de
-volgende week komt, en vóór dien tijd wil ik weg zijn.”
-
-»Je raadt mijn gedachten; ik durfde het je niet voorstellen, daar ik
-meende dat je niet van Cor af kon.”
-
-»Dat kan ik ook niet en zij moet mee.”
-
-»Hermelijn, is je dat ernst?”
-
-»Meende je dat ik haar zou verlaten in dezen toestand tusschen al die
-vijandige menschen? Zoo lang als ik bij haar ben, zal Kitty zich wel
-wachten zich bij de anderen te voegen, maar wanneer ik op Djantong was,
-zou zij spoedig hun partij kiezen terwijl haar man rustig violencel
-speelt en zich boven alle aardsche zaken verheven acht. Wie zou op haar
-passen? En zij heeft elk uur van den dag hulp noodig.”
-
-»Maar waarom moet jij die nu juist verleenen?”
-
-»Coen, Coen, wat wordt het ook voor jou hoog tijd, dat je wegkomt uit
-deze atmosfeer van egoïsme, wrok en inhaligheid. Toen we op Samarang
-waren zou je blij geweest zijn eens een bewijs te kunnen geven van je
-goed, edel hart. Denk je niet dat papa met welgevallen er op neerziet,
-dat wij ons zijn lievelingsdochter aantrekken en dat het later een
-zoete voldoening voor ons zal wezen, als wij kwaad met goed hebben
-vergolden en de hulpelooze zieke niet verlieten, toen ze allen tegen
-haar samenspanden?”
-
-Conrad verborg zijn gelaat op haar schouder.
-
-»Je hebt gelijk, Hermelijn! Wat je wilt is alleen goed en nobel, maar
-ik kan ’t niet helpen dat ik er soms anders over denk. Ze zeuren den
-heelen dag bij mij, dat jij er zoo slecht uitziet, dat jij je aftobt en
-dat kleine Leni stellig verwaarloosd wordt en het mijn plicht als man
-en vader....”
-
-Dit kon Coen altijd met een grappigen trots zeggen. Dit was zijn zwakke
-punt, wie maar zijn ijdelheid als man en vader streelde, was zeker iets
-van hem gedaan te krijgen. Dan voelde hij zich eerst recht een persoon
-van gewicht.
-
-»Mijn plicht als man en vader was, daaraan een einde te maken.”
-
-»En wat moest er van Corona worden?”
-
-»Dat vroeg ik ook en dan antwoordden ze...”
-
-»Akkeveen en Toetie zeker, aangetrouwden, die je plichten willen
-voorschrijven tegenover je eigen zuster; nu, wat antwoordden ze?”
-
-»Wat het zwaarste is, moet het zwaarste wegen. Corona moest maar naar
-Soekarenga overgebracht en ergens in den kost besteed worden, waar zij
-geregeld onder dokter’s behandeling kwam.”
-
-»Onder vreemden dus! Een mooi plan! Neen, ik heb den dokter
-geraadpleegd; hij ziet er geen kwaad in, als Corona over een paar dagen
-in een geschikte draagstoel naar Djantong wordt overgebracht. Ik sprak
-er haar van en voor ’t eerst begon zij te glimlachen. Denk je dat het
-geen belooning voor me is, als ik haar kalm en tevreden zie, onder mijn
-behandeling? Ze krijgt de logeerkamer en dan kan ik Leni weer geheel
-onder mijn handen nemen, ’t is daar alles zoo beknopt, zoo geriefelijk
-ingericht. Och Coentje-lief, wat ben ik blij dat we weer naar ons lief
-huisje gaan en dat het niets geleden heeft door die ramp.”
-
-»Ik ben ook blij, Hermelijn, meer dan ik zeggen kan, jammer alleen....
-dat wij niet onder ons zijn, maar je hebt gelijk, men moet niet alleen
-om zich zelf denken. Maar wie weet daarvan, wie, behalve mijn lief,
-goed, ferm wijfje?”
-
-
-
-
-
-
-
-LIII.
-
-
-Zoo betraden dan Conrad en Hermelijn met hun zieke zuster het huisje,
-waaraan reeds zoovele herinneringen voor hen waren verbonden.
-
-Hermelijn’s voornemen had groot opzien gebaard; men lachte en spotte er
-over, zette Conrad in ’t geheim op tegen die dwaasheid van zijn vrouw,
-maar vergeefs! hij was te overtuigd geraakt van haar meerderheid en
-beantwoordde alle opmerkingen met een hardnekkig zwijgen.
-
-»Hoe voorzichtig ook de tocht naar Djantong geschiedde, toch verergerde
-Corona’s toestand er gedurende eenige dagen aanmerkelijk door.
-
-»Ik vrees dat zij voor goed verlamd zal zijn aan haar rechterkant,”
-sprak de geneesheer. »’t Is jammer, dood jammer van die mooie vrouw.”
-
-Tegen Hermelijn was Corona nu eens zacht en vriendelijk, dan weer
-scherp en veeleischend; als Conrad het maar niet hoorde, dan was
-Hermelijn er geheel onverschillig onder, doch zij wist hoe zijn
-wenkbrauwen zich dan konden fronsen en zijn lippen zich ontevreden
-plooien om den last, die zijn vrouw op zich had genomen.
-
-Moeilijk genoeg viel het haar, hem niets te doen verliezen van de
-huiselijke gezelligheid en tegelijk haar plichten als ziekenoppasster
-te vervullen.
-
-»Hermelijn, wat bezielt je toch, dat je zoo goed tegen mij zijt?” vroeg
-Corona in een harer goede buien. »Ik heb ’t er toch niet naar gemaakt.”
-
-»Als ik ziek ben, zal je me immers ook oppassen?”
-
-»Zal ik dat ooit kunnen? Ik vrees dat ik arm en hulpbehoevend zal
-blijven, mijn leven lang! Ik word gestraft, daar waar ik gezondigd heb.
-O die schuldige arm! Kon ik maar geduldig het leed dragen, dat ik
-verdiend heb door mijn eigen schuld.”
-
-Hermelijn vroeg geen nadere uitleggingen, zij wachtte geduldig totdat
-Corona haar een volledige bekentenis deed van alles wat er tusschen
-haar en Iwan was voorgevallen. Hermelijn sidderde; zij kende Iwan’s
-karakter en begreep, met hoeveel verbittering en wrok hij zich die
-mishandeling had laten welgevallen: een beleediging, waarvoor hij geen
-herstel kon vragen, een smet, die niet was uit te wisschen.
-
-»O je weet niet, wat ik geleden heb,” snikte Corona, »in die slapelooze
-nachten, vóór dat ik tot opium mijn toevlucht nam om ten minste voor
-enkele oogenblikken te vergeten, wat ik gedaan had. De arm, die daar nu
-zoo machteloos neerligt, hoe heb ik soms verlangd hem te straffen maar
-ik wond mij op, door de gedachte dat hij me eigenlijk niet beminde, dat
-hij alleen dacht aan jou, Hermelijn.”
-
-»Corona, wat een vermoeden!”
-
-»Je weet niet, je weet niet, hoe die lage Iteko mij vervolgd heeft met
-haar half bedekte beschuldigingen, hoe zij alles wat er zwaks en
-slechts in mijn karakter lag, wist op te wekken en te prikkelen; zij
-maakte mij Iwan’s liefde verdacht en jou deugd; zij... zij is dood, ik
-wil haar niet meer beschuldigen, maar dat Akkeveen nog niet ontmaskerd
-is, dat mijn broers en zusters met hem heulen, o die gedachte maakt me
-soms zoo verbitterd.”
-
-»Maar zou ’t dan niet goed zijn, als je het aandeel dat hij er in gehad
-heeft, bekend maakte.”
-
-Corona glimlachte treurig.
-
-»Wat zou ’t baten, Hermelijn? Zij zijn zoo verblind, zoo tegen mij
-ingenomen; ’t is zulk een gemakkelijk werk, om, nu de groote Cor
-hulpeloos neerligt, haar te vertrappen en sarrend om haar heen te
-dansen! Ze zijn allen dezelfde.”
-
-»Conrad niet.”
-
-»Omdat zijn vrouw de reine, blanke Hermelijn is! Dat ik je ooit kon
-vergelden, wat je mij doet! Als ik Iwan niet verdreven had, dan ware
-hij sinds lang mijn man, mijn beschermer geweest; hoe zouden die
-lafaards voor hem ineengekrompen zijn; ik was niet afhankelijk geweest
-van iemands christelijken, edelmoedigen vergevingszin. Ach, wat heb ik
-van me afgeworpen! ’t Is of ik niet genoeg gestraft werd door zijn
-verlies.”
-
-Zoo jammerde zij telkens; niets was in staat haar uit die diepe
-moedeloosheid op te heffen; dagen gingen voorbij, dat zij zonder een
-woord te spreken rustig neerlag, maar als de koorts zich op nieuw
-verhief, werd zij onrustig, bijna onhandelbaar. Zij had voor niemand
-ontzag en tergde Hermelijn met allerlei onzinnige verlangens. Later
-vroeg zij dan weer nederig vergiffenis en wierp alle schuld op haar
-treurigen toestand.
-
-Nooit echter maakte zij er toespelingen op, dat zij haar ongeluk te
-wijten had aan de redding van Akkeveen’s jongetje, die juist aan het
-bestaan van dat kind het recht meende te ontleenen haar te vervolgen.
-
-»Wat is Dolly gelukkig; arm schepsel! Ik moet telkens en telkens aan
-haar denken. Nog pas 20 jaar en reeds afgerekend met het leven! Wat zou
-haar lot, ondanks haar hooge levensbeschouwing, op den duur zijn
-geworden naast dat wezen? Je hield veel van haar, Hermelijn?”
-
-»Ja. Ik achtte haar hoog, ik heb veel van haar geleerd.”
-
-»Zij is ook ongelukkig geweest door mijn schuld. Ik heb haar gekoppeld
-aan Akkeveen! Al mijn zonden bezoeken mij thans, alles komt op mijn
-hoofd terug, wat ik misdeed en ’t ergste verplettert mij nog je
-goedheid. Hermelijn, zend me weg, laat huurlingen mij oppassen, niemand
-voelt nog iets anders voor mij dan medelijden. Hij zelf zou me
-beklagen, als hij mij in dezen toestand zag. Ik weet hoeveel die trouwe
-oppassing je kost en hoe Conrad ’t met leede oogen aanziet, dat je zoo
-goed tegen mij zijt.”
-
-»Lieve Corona, denk daar niet aan. Ik doe ’t met liefde.”
-
-»Dat weet ik, helaas! Je moet assistentie hebben, plaats een
-advertentie in de courant om een ziekenoppasster.”
-
-Er kwam hulp voor Hermelijn in de persoon eener handige dame, maar deze
-kon ’t Corona niet naar den zin maken; met een volharding, die soms aan
-gestoorde geestvermogens deed denken, bleef zij telkens om haar
-schoonzuster roepen en de juffrouw vroeg haar ontslag, overtuigd, dat
-zij hier niets kon uitrichten.
-
-Toen kwam Kitty eens over, die het in de rumoerige, inlandsche
-huishouding ook niet kon uithouden; zij was van goeden wille, zij
-verlangde niets liever dan haar zuster te verzorgen, maar Corona kermde
-het uit als zij haar kussens verschikte, het eten, dat zij bracht
-smaakte haar niet; elke dienst werd afgekeurd en ten einde raad trok
-ook Kitty zich terug.
-
-»Ik denk, dat we zoodra alles opgeschreven is, naar Batavia gaan,”
-zeide Kitty, »men heeft Portias voorgesteld directeur te worden van
-Polyhymnia, hij kon dan tegelijk een cursus houden van muziek, en ik
-wil hier ook niet langer blijven. Poppie neemt het huishouden waar op
-haar manier, Toetie brengt alles in de war, ze kibbelen soms, dat de
-sloffen en de haarkondés er bij te pas komen. Er is nergens orde of
-regelmaat, de kinderen verwilderen heelemaal. Ik heb er zoo dikwijls
-over geprutteld dat Cor te streng was en papa in alles haar zin deed
-maar nu zie ik in, hoe noodig ’t was om zoo’n bende brandals [109] met
-de karwats te regeeren.”
-
-»Dat moet je haar eens zeggen,” zei Hermelijn.
-
-»Er wordt niet geregeld meer gegeten, niet meer geleerd; de kinderen
-loopen rond op bloote voeten, zitten in de stal of in de
-bediendenkamers, plagen de pauwen en bederven de bloemen, schelden de
-volwassenen uit en worden voor niets gestraft. Niemand heeft meer iets
-te zeggen, allen commandeeren tegelijk. Akkeveen denkt aan niets dan te
-trouwen met de rijke Gerardine van Dijk. Schandelijk, zoo kort na den
-dood van onze lieve Dolly; Guillaume drinkt en speelt, hij is bijna
-nooit in huis, August zegt geen woord. Conrad en Portias zijn nog de
-eenigen, die wat uitvoeren. Margot is de boezemvriendin van Gerardine
-en wordt een onuitstaanbaar nest. Philip is den heelen dag niet te
-zien, de hemel weet, wat hij doet. Zoodra dus de boel wat geregeld is,
-groeten wij die leelijke vulkaan en gaan op het goddelijke Batavia
-wonen.”
-
-Toen Hermelijn Corona iets vertelde van den loop der dingen op
-Ngaroengan, zuchtte de zieke diep en vroeg:
-
-»Had papa niet goed gezien toen hij Iwan als zijn opvolger wilde
-bestemmen? ’t Is alles, alles mijn schuld, alle ellende die nu komt;
-mijn vervloekte drift, mijn onzalige eigenzinnigheid hebben die rampen
-veroorzaakt. Als Akkeveen op zijn plaats t’huis ware geweest en niet op
-het feest, zou Dolly misschien gered zijn, als...”
-
-»Vermoei je nu maar niet met die alsjes uit te denken; je moet toch ook
-iets overlaten aan de beschikkingen der Voorzienigheid, die zulk een
-ramp over ons zendt.”
-
-»Maar hoe heel anders zouden we die ontvangen hebben als ik met Iwan
-getrouwd ware. Je moet me wat vertellen, Hermelijn, ’t is iets wat mij
-onuitsprekelijk kwelt. Weet je ook waarom hij papa vroeg om een
-betrekking op het koffieland?”
-
-»Hij heeft het me nooit gezegd maar ik raad het toch, Iwan was niet
-volmaakt, hij had vele gebreken, een daarvan was zijn rusteloosheid.
-Hij had ’t met de meeste mannen gemeen, dat liefde alleen zijn hart
-niet kon vullen. Zij moeten iets hebben om voor te werken en over te
-denken; hij kende die kwaal van hemzelf het best en om die te
-overwinnen vroeg hij papa een betrekking. Hij wilde waardig blijven, je
-altijd te mogen beminnen.”
-
-»Hij is edel geweest als altijd. Wat moet hij me thans verachten, dat
-valt mij zoo zwaar!”
-
-Hermelijn trachtte in Corona’s zwakke oogenblikken haar levensmoed op
-te wekken, haar kracht in te spreken, maar zij bleef even mat, even
-lusteloos; haar sterke, levendige geest was niet alleen tot
-werkeloosheid veroordeeld door de onmacht van het lichaam, maar ook
-gedwongen, zich altijd met haar gedachten in een kring te bewegen om
-één middelpunt.
-
-»Dolly sprak van de smart, die den inwendigen mensch moet louteren,”
-dacht zij dikwijls, »ik geloof dat zij mijn ziel slechts verbittert; ik
-heb alles gevoeld, ziele- en lichaamssmart, ik heb getracht het te
-dragen als een straf, als een beproeving, het wordt er niet beter om.
-Mijn verbittering neemt toe, ’t is me nu of ik krankzinnig zal worden
-bij de gedachte dat ik misschien tot mijn dood zulk een leven zal
-voortsleepen, mijzelf en anderen tot last.”
-
-En toch deed zij niets om dien last te verminderen, dwong zij met alle
-kunstgrepen van een ondeugend kind op Hermelijn’s bijna gestadige
-tegenwoordigheid aan.
-
-Conrad werd ongeduldig; hij liet een consult van eenige geneesheeren
-houden, hun oordeel luidde kort en beslist; hier was er geen genezing
-te hopen, in Europa wellicht.
-
-Blijkbaar durfde niemand de zware verantwoordelijkheid van haar
-behandeling aan; haar gestel was daarbij te geschokt om zulk een reis
-nog te kunnen uitstellen; haar zenuwen waren overprikkeld, de zeelucht,
-verandering van omgeving zouden wellicht een goeden invloed oefenen en
-hoe spoediger zij vertrok hoe beter.
-
-De doktoren namen de zware som aan, die dit advies waard was, gaven
-flauwe hoop op genezing, en vaste verzekeringen dat een langer verblijf
-op Java stellig dood, krankzinnigheid of verlamming ten gevolge zou
-hebben.
-
-Toen zij vertrokken waren stonden Conrad en Hermelijn radeloos.
-
-»Wat moet er nu gedaan worden, Coen?” vroeg Hermelijn.
-
-»Zij dient te vertrekken!” antwoordde hij somber.
-
-»Maar hoe?”
-
-»Dat weet ik niet, zij moet het zelf weten.”
-
-»We mogen ’t haar nog niet zeggen, haar zenuwen zouden het niet
-verdragen.”
-
-»Maar de reis is onvermijdelijk; we moeten geleide voor haar zoeken.”
-
-Plotseling barstte Hermelijn in luide snikken los; Conrad, die zulke
-uitbarstingen van haar niet gewoon was, wist niet wat te denken en
-overlaadde haar met de teerste vragen.
-
-»O Coen, dat zou toch onmogelijk zijn, denk daar niet aan.”
-
-»Maar wat dan?”
-
-»Dat ik met haar mee zou gaan, jou verlaten en Leni!”
-
-»Spreek daar niet over, dat is onmogelijk,” zeide hij norsch, »niemand
-is zoo goed voor haar geweest, niemand heeft zooveel voor haar over
-gehad als wij; alles heeft echter zijn grenzen. ’t Zou nooit in mij
-opgekomen zijn aan zulk een mogelijkheid te denken.”
-
-Voorzichtig bracht Hermelijn aan Corona de uitspraak der doctoren over.
-Zij zuchtte diep en schudde het hoofd.
-
-»Daar kan niets van komen,” sprak zij, »ik mag er niet aan denken.”
-
-»Maar lieve Corona, als het zijn moet.”
-
-»O als er slechts de dood mee gemoeid ware, ik zou er mij rustig bij
-neerleggen, maar levenslange machteloosheid, ’t is om te sidderen.”
-
-»Vind je het dan goed dat we er werk van maken?”
-
-»Werk waarvan?”
-
-»Van je reis.”
-
-»Je zult niemand vinden, die in staat is mij op te passen, dat weet ik
-vooruit.”
-
-»Maar we kunnen er toch wel een zoeken.”
-
-»Ja, maar je vindt ze niet.”
-
-Nu Corona vooruit haar onwil uitdrukte, was het wel te vreezen, dat zij
-niet licht zou zijn tevreden te stellen. Conrad deed zijn uiterste best
-om geschikt reisgezelschap voor haar te vinden, maar reeds bij de
-kennismaking verklaarde zij dadelijk dat zij niet tevreden was en er
-nooit mee tevreden zou zijn.
-
-»Doe maar geen moeite, Hermelijn!” sprak zij, »doe maar geen moeite.
-Laat me stil begaan, gun me alleen een plaatsje om te rusten; wellicht
-zal God zoo goed zijn een einde te maken aan mijn ellendig nutteloos
-leven. Moge het spoedig wezen!”
-
-Haar moedeloosheid nam meer en meer toe; niets kon haar daaraan meer
-ontrukken. De dokter raadde spoed aan om Indië te verlaten en stond
-anders niet voor de gevolgen in.
-
-»Och,” zeide ze eens met alle onbillijkheid eener zieke, »het is hun
-geheel onverschillig hoe ’t met mij gaat. Leefde mijn goede vader nog
-maar; nu is er niemand meer, die belang in mij stelt. Men wil mij aan
-vreemden overlaten, de zee overzenden en hoe minder men van mij hoort,
-hoe beter. Ik blijf hier, er kome wat er wil.”
-
-Eindelijk verklaarde de geneesheer, die haar eenige keeren in de week
-kwam bezoeken, dat zij binnen drie weken aan boord moest gaan, daar hij
-anders voor de gevolgen niet instond. Hermelijn zag haar man aan met
-pijnlijk verwrongen gelaat. Hij wendde den blik af.
-
-»Mevrouw,” zeide de dokter, »er is slechts één middel, ik durf het niet
-aanraden. Maar bedenk, dat het leven, de gezondheid, het verstand
-wellicht van uw zuster er van afhangen. U moet haar vergezellen, al
-ware het alleen maar op reis. U is de eenige, door wie zij wil opgepast
-worden.”
-
-»Dokter, praat er niet van,” riep Conrad, »u begrijpt toch wel, dat ik
-het niet kan toestaan, of ik moet mee, en dat kan niet in deze
-omstandigheden.”
-
-»Conrad,” zeide Hermelijn met bevende stem, »ik zal doen wat je
-beslist, maar in elk geval verlaat ik mijn kind niet.”
-
-Hij stond op en ging boos de kamer uit.
-
-»Morgen,” sprak hij, »morgen zullen wij er nader over spreken.”
-
-»Als u bedenkt, mijnheer, dat de tijd dringt,” zeide de dokter ernstig.
-
-Drie weken later werd Corona aan boord gedragen; de diep bedroefde
-Hermelijn volgde haar, vergezeld van haar kindje en twee Javaansche
-bedienden.
-
-
-
-
-
-
-
-LIV.
-
-
-In de fraaie vallei, die zich tusschen Maastricht en Aken uitstrekt,
-ligt een paar uur van de spoorbaan verwijderd tusschen de glooiende,
-met korenvelden bedekte heuvels, een onaanzienlijk dorpje;
-boerenwoningen liggen verstrooid in de kom, met hun stallingen omgeven
-door hooge muren en door boomgaarden, die daaraan grenzen.
-
-Op eenigen afstand van het wit bepleisterde, door dennen omringd kerkje
-staat het zoogenaamde kasteel, een huis, dobbelsteenvormig gebouwd, uit
-gelen mergelsteen opgetrokken, die er thans grauw en verweerd uitziet,
-voorzien van een klokketorentje, waarin een verroeste bel hangt,
-waarschijnlijk zonder klepel, en dat een windwijzer draagt, welks haan
-altijd zelfs te midden van sneeuw en vorst zuidenwind verkondigt.
-
-Een grasperk, met eenige appelboomen beplant, strekt zich voor het huis
-uit. Van achteren vormt een met kreupelhout begroeide heuvel een niet
-onaardigen achtergrond; een boerderij staat wat meer naar voren, rijk
-voorzien van alle meer schilderachtige dan mooie toebehooren, van zulke
-Limburgsche instellingen onafscheidelijk; moeder kip met haar kuikens
-wandelen ongestoord op het zand van de woning, trippelen op den
-varkenstrog en vreezen niet, een bezoek te brengen op de roode steenen
-van de deel.
-
-’t Is middag vier uur en vrij warm, als er een reiziger door den hollen
-zandweg, die alleen tot het dorp toegang verleent, komt aangewandeld.
-Hij heeft een breeden stroohoed met neervallende randen op en draagt
-een grijs, licht fantasiecostuum, dat zijn slanke, krachtige gestalte
-goed doet uitkomen; een valiesje hangt over zijn schouder en een
-cigarette rookende ziet hij rond, met den blik van iemand, die elken
-struik, elken boom kent en ze met belangstelling terugziet.
-
-De landlieden, die hem tegenkomen, schuiven beleefd aan de pet en
-wijden hem verder nauwelijks een blik; een vrouw, diep gebogen onder
-den zak gesneden klaver, dien zij op het hoofd draagt, daalt een der
-heuvels af, beneden gekomen werpt zij haar last weg en strijkt zich met
-den blauwen boezelaar over het gelaat om de druppels, die langs het
-zwarte kapje op haar voorhoofd glimmen, af te wisschen.
-
-Een weinig nieuwsgierig ziet ze hem aan en vraagt in de eigenaardig
-zangerige spraak dier streken:
-
-»Moet de heer op ’t kasteel wezen?”
-
-»Ja” antwoordde hij in hetzelfde dialect, »maar ik ken den weg wel.”
-
-Zij verwondert zich nog even over zijn kennis totdat zij plotseling
-uitroept:
-
-»Onze jonge heer!”
-
-»Die wat oud geworden is. Hé, ben je Mieke niet van den halvert [110]?”
-
-»Juist heer, juist! Geer zeit zeer lang weg geweest!”
-
-»Geef me je zak maar, Mieke, ik droeg die vroeger ook voor je, daar!”
-
-En hij nam de klaver op zijn schouders, ondanks de uitroepen en
-tegenstand van Mieke; wat voor haar een last was om onder te bezwijken,
-scheen voor hem nauwelijks gewicht te hebben, zoo licht tilde hij die
-op zijn eenen schouder.
-
-De boerin liep naast hem, druk pratend en vertellend van alle
-veranderingen, die er in de buurt hadden plaats gehad.
-
-»Maar op het kasteel was het precies hetzelfde. De baron was in het
-laatste jaar niet meer buiten geweest, maar hij kreeg nog al veel
-bezoek, die werden met het rijtuig van de statie afgehaald en de jonge
-heer kwam nu te voet en droeg nog zelfs een zak klaver op zijn
-schouder. Als de baron het toch zag!”
-
-De jonge heer ging voort allerlei vragen te doen, totdat zij aan de
-boerderij kwamen, waar Mieke t’huis hoorde, dat wil zeggen, die welke
-zich vlak bij het »kasteel” bevond. Toen kwam de halvert naar buiten en
-geloofde zijn oogen niet toen hij zijn nichtje in dat gezelschap zag.
-
-»Wat is u bruin en groot geworden, jonge heer,” en ook de halvertsche
-kwam nader, met haar vingers vol van het deeg dat zij kneedde en riep
-luide dat de jonge heer zoo’n »struusche, schonen mins!” geworden was
-en dat hij den zak voor Mieke gedragen had, dat was juist nog zoo iets
-van vroeger. Neen, hij was dezelfde nog; nu, spoedig zou de jonge heer
-eens komen »kallen” en vertellen, waar hij zooal geweest was, nu moest
-hij zeker naar den baron toe.
-
-Met een vriendelijken groet stapte hij het hekje door, dat toegang gaf
-tot het vrij verwilderde grasperk en daar de groen geverfde deur
-aanstond, stapte hij binnen in de kale ruimte, die te breed voor een
-gang en geheel met blauwe steenen geplaveid was; aan het einde bevond
-zich een plaatsje en daarop kwam de keuken uit.
-
-’t Was Zaterdagavond, de koperen vaten lagen alle op den grond rondom
-de waterpomp waar een oude kogelvormige meid met opgestroopte mouwen
-druk aan het schuren was, terwijl een jongere de roode steenen van de
-keuken schrobde; een grijze poes lag rustig te slapen op den rand van
-een tobbe, waarin een oleander bloeide.
-
-»Dag Kaatje!” riep de nieuw aangekomene met zijn heldere stem. Zij
-keerde zich om, in de eene hand nog de zeemleeren lap, in de andere het
-bakje schuurzand houdend; toen wierp zij plotseling beide weg en met
-een luiden kreet vloog zij den jonkman tegemoet en viel hem om den
-hals.
-
-Hij maakte zich lachend uit haar onstuimige omhelzing los en hield haar
-bij den dikken, rooden arm vast.
-
-»Och Iwan, meneer wil ik zeggen, wie kon dat denken? Hubertine, dat is
-nu onze jonge heer, van wien ik je zooveel heb verteld.”
-
-»Wel Kaatje, je bent jonger en nog dikker geworden.”
-
-»Vindt u, dat is toch zoo niet; och heeremijntijd, dat ik het beleven
-mag. Ik zal u direct koffie klaar maken, niet waar, u lust wel een
-kopje koffie. Ik dacht niet meer dat u terug zou komen; ach, wat lijkt
-u sprekend op... op mevrouw zaliger. ’t Zijn precies diezelfde oogen.
-En blijft u nu hier, meneer!.... jonge heer?”
-
-»Voor zoolang ’t mij niet weer verveelt, Kaatje. Ik ben nog dezelfde
-onrust van vroeger. Is mijnheer boven?”
-
-»Ja, zal ik ’t gaan zeggen?”
-
-»Och, neen, hij zal niet zoo erg schrikken van mijn komst.”
-
-»Dan breng ik de keuken in orde en zal wat voor u klaar zetten. Heeft u
-van middag gegeten?”
-
-»Ik geloof ’t niet; maak zoo’n drukte niet, Ka! Je weet, daar hoû ik
-minder van!”
-
-Hij hing zijn tasch en hoed aan een der horens van den hertenkop, die
-in de vestibule hing en sprong toen de roodbruin geverfde trap bij drie
-treden op; hij kende nog den weg door de nauwe, geheel met blauw
-behangselpapier beplakte bovengang en tikte aan een der deuren.
-
-»Binnen,” riep een schorre stem.
-
-’t Was er vrij donker, want de grauwe valgordijnen hingen bijna geheel
-neer; een groot bed met gebloemd katoenen gordijnen, nam een der zijden
-in; in het midden stond een tafel, beladen met boeken en papieren, een
-hemelglobe, kaarten vol geheimzinnige teekens, passers en cirkels, iets
-dat aan de werkplaats van dokter Faust deed denken.
-
-In een hoogen fauteuil zat een lange, ineengedoken gestalte, een
-beenige, uitgeteerde man met een roode Egyptische muts op de sluike,
-aschgrauwe haren, een blauwe bouffante om de spitse kin en gewikkeld in
-een rood-bruinen chamber-cloak, die over de hoekige knieën openhing en
-een kalen militairen pantalon vertoonde.
-
-»Dag vader,” zeide Iwan, de deur weer achter zich toetrekkend.
-
-De mummie, want daaraan herinnerde de oude heer Thoren van Hagen meer
-dan aan iets anders, hield met zijn knokige hand zijn hoofd vast, dat
-hij moeilijk kon draaien en wendde toen den blik zijner uitgedoofde
-oogen naar zijn zoon.
-
-»Zoo ben je daar?” klonk het onverschillig, »je bent lang weg geweest,
-och druk de deur goed toe, zij klemt een beetje. Doe ook een schopje
-kolen in de kachel! Ik heb ’t koud.”
-
-En hij wikkelde zich dieper in de wijde plooien van zijn huiskleed.
-Iwan voldeed aan zijn verlangen, pookte de kachel op, die
-niettegenstaande de felle zomerhitte brandde en zette zich toen
-tegenover zijn vader op een krukje aan de andere zijde der tafel neer.
-
-»Ik heb een interessant werk onder handen, de astrologie der Perzen en
-Mediërs, vergeleken bij die der middeleeuwsche zwartkunstenaars. Je
-wilt niet gelooven, wat een belangwekkende stof dit is, verbonden met
-de ondervindingen der hedendaagsche spiritisten.”
-
-»Doet u daar nog altijd aan, vader, en steeds met hetzelfde succes?”
-
-»Het succes moet nog komen, ik heb veel gewonnen maar er is nog enorm
-veel te doen, enorm! Wil je een brief lezen, dien je moeder heeft
-geschreven.”
-
-»Dank u, vader, dank u!” zeide Iwan met kwalijk verborgen afkeer, »hoe
-houdt u het uit in deze benauwde atmosfeer?”
-
-»De geesten zijn er t’huis, ik voel me geheel door hen omringd en
-daarbij ben ik een oud man, ik heb warmte noodig, van buiten en van
-binnen.”
-
-»U vraagt me niet eens waar ik die drie jaar heb doorgebracht.”
-
-»Och, je zult me niet meer vertellen dan je verkiest. Waar kom je nu
-eigenlijk van daan?”
-
-»Direct uit Zoeloeland.”
-
-»Zoo en wat heb je daar uitgevoerd?”
-
-»Gevochten tegen de Engelschen, want ik was moe van het eeuwige
-doelloos ronddwalen.”
-
-»En verveelt het je niet?”
-
-»Ontzaggelijk!”
-
-»Maak er een einde aan.”
-
-»Door hier op ’t dorp te gaan boeren? Daar heb ik ook geen lust in.
-Wist ik maar wat te doen!”
-
-»Help mij de geesten oproepen, me dunkt dat je een goed medium zult
-wezen.”
-
-»Dat zal ik tot laatste toevlucht nemen; voorloopig heb ik genoeg aan
-de menschen van vleesch en been. Later komen de geesten aan de beurt.”
-
-»En je huwelijk?”
-
-»’t Is af.”
-
-»Zoo en ik had je mijn toestemming gestuurd in blanco.”
-
-»Heel vriendelijk van u, maar ik heb er nog geen gebruik van gemaakt.”
-
-»Je bent rusteloos als de wandelende Jood, Iwan!”
-
-»Ach vader, als ik getrouwd was, zou er misschien zoo’n heel geslacht
-Ahasverossen over de wereld zijn gestrooid en dat zou lastig en
-vervelend zijn geweest voor den rustigen mensch. Verbeeld u eens, een
-tweede volksverhuizing!”
-
-»Ik heb ’t dadelijk gedacht toen ik dien brief van je kreeg, dat het
-maar een gril was, waarvan je spoedig genoeg zou krijgen.”
-
-»U heeft goed gedacht, vader!”
-
-»Een tering heb je er ten minste niet van gezet.”
-
-»Wel neen, dat is uit de mode. Hoor eens, papa, als u er op gesteld is,
-dat ik u gezelschap houd dan moet u mij toestaan wat frissche lucht mee
-te brengen. ’t Is hier zoo benauwend warm, ik kan hier niet blijven.”
-
-»Waar kan je blijven?”
-
-»Och, waar ik niet ben, daar is mijn plaats. Lach niet, vader, ik heb
-de groote reis gemaakt hierheen, alleen om u gezelschap te komen houden
-en nu jaagt u mij met wat brandende kolen op de vlucht. Maar ik kreeg
-van mijn vader ook niet eens een hand tot welkomstgroet.”
-
-»Ik wist niet dat je er op gesteld was. Daar!” en hij reikte hem de
-kille, dorre hand toe, die Iwan in de zijne nam.
-
-»Op mijn reizen heb ik een andere vaderhand in de mijne gevoeld, waarom
-ik niet behoefde te verzoeken,” zeide hij.
-
-»En je hebt die losgelaten?”
-
-»Ik moest wel, helaas!”
-
-De oude man nam hem op van het hoofd tot de voeten.
-
-»Je ziet er knap uit, Iwan!” sprak hij met iets meer menschelijks in
-toon en blik.
-
-»Vindt u! Mij dunkt ook, voor een verwaarloosd kind ben ik niet zoo
-geheel mislukt... van buiten, maar van binnen ziet het er soms ellendig
-uit.”
-
-»Je bent mijn evenbeeld, ’t is maar jammer dat je de epauletten hebt
-weggeworpen. ’t Uniform zou je zoo goed hebben gestaan.”
-
-»Jammer dat ik het niet eer heb ingezien. ’t Zijn dwazen die zich de
-militaire loopbaan kiezen zonder te weten of politiek hen misschien
-niet beter zou kleeden. Men wordt officier, niet om heldhaftige
-beweegredenen, maar eenvoudig uit liefde voor kleuren, omdat
-burgerjassen in een gezelschap zoo dof en eentonig staan.”
-
-»Zoo! Heb je die wijsheid op je reizen opgedaan?”
-
-»’t Is ten minste een proefje uit den schat, dien ik me vergaard heb.
-Groot is die schat niet. U weet, een rollende steen raakt niet bemost.”
-
-»Zeg ’reis Iwan, zou er geen kans zijn om weer in het leger te komen,
-met je ouden rang?”
-
-»Neen vader; dat kan niet meer, ik kan geen officier meer zijn, ik ben
-er nu ongeschikt voor.”
-
-»Zoo, is er dan iets gebeurd, wat het je onmogelijk maakt?”
-
-»Vraag het uw geesten maar, vader! Als ze dat zeggen, dan sluit ik me
-bij u op en erken hun alwetendheid.”
-
-Hij streek met de hand dwars over het gelaat, een beweging, die hem in
-den laatsten tijd gemeenzaam was geworden.
-
-»Heb je een slag ontvangen, waarvoor je geen voldoening kunt vragen?”
-vroeg de oude toovenaar.
-
-De hoogroode kleur, die de warmte op Iwan’s gelaat had gejaagd, maakte
-plaats voor doodelijk bleek.
-
-»Hoe vraagt u dat, vader?” vroeg hij met onzekere stem.
-
-»Je beweging deed mij dat denken, zou ik kunnen antwoorden; maar ik
-denk dat de geesten het mij ingefluisterd hebben. Erken je nu hun
-macht?”
-
-»Ik zeg volstrekt niet dat het zoo is,” antwoordde hij ontwijkend, »als
-men zoolang gezworven heeft, dan overkomen je allerlei avonturen en men
-wordt gaandeweg ongeschikt voor ’t huiselijk leven, dat hier op de
-Blinkert overigens ver te zoeken is. Misschien stoor ik uw geesten,
-vader, ik ga naar beneden, tot straks!”
-
-»Och neen, laat me van avond liever met rust. Ik verwacht een bekend
-medium uit Aken en je zoudt met je eeuwigdurende rusteloosheid en je
-ongeloof de geesten op de vlucht jagen.”
-
-»Ook goed, vader, tot morgen of overmorgen, wanneer u maar verkiest.”
-
-
-
-
-
-
-
-LV.
-
-
-Hij ging de kamer uit naar beneden, in de huiskamer, waar alles er
-keurig uitzag als in een onbewoond vertrek, de ramen waren hermetisch
-gesloten achter de blauwe horren en de geplooide gordijntjes; over de
-canapé en stoelen die stijf als soldaten langs den muur geschikt waren,
-lagen overtrekken van geel katoen, de lamp was in rose gaas gewikkeld;
-het buffet en de groote linnenkast glommen als spiegels en de koperen
-belegsels weerkaatsten de rosse zonnestralen, die door de ramen naar
-binnen drongen; een lucht van gesmolten was en terpentijn steeg op uit
-den geboenden vloer. Een hoop gesmeerde boterhammen en een groote taart
-van stijf deeg met gestoofde kersen, de echte Limburgsche vlâ, stonden
-in het midden der tafel; een flinke koffiekan dampte op het komfoor,
-alles noodde tot eten en drinken uit.
-
-Iwan’s eerste beweging was, de ramen zonder eenige verschooning voor
-gordijnen en horren open te werpen en de frissche lucht, door de
-avondkoelte getemperd, naar binnen te lokken; toen zette hij zich neer
-en verklaarde aan Kaatje dat hij honger had voor drie.
-
-»Eet, meneer Iwan, eet! Ik zet het niemand liever voor dan u. Den heer
-daar boven kan men het nooit naar den zin maken. Hij eet niets als
-meelspijzen, voor de geesten, weet u, maar hij is zoo lastig. ’t Is
-altijd te heet of te koud, te flauw of te zout! Denkt u dat ik hier
-langer zou blijven in dit vreemde land, als ik geen hoop had eens voor
-u te kunnen koken en uw bed te schikken?”
-
-En zij schonk hem koffie in en vroeg of ze sterk genoeg was; hij vond
-alles heerlijk, alles volmaakt en deed haar tafel eer aan.
-
-»Kom Kaatje, vertel me eens iets. Hij is onveranderd, niet waar?”
-
-»Ach jonge heer....”
-
-»Zeg toch Iwan, Kaatje, wie heeft er meer recht toe dan jij?”
-
-»Nu dan Iwan, ik zou dikwijls denken dat het boven niet pluis is en dat
-de duivel er meer van weet. Daar hoort men soms zulke nare dingen en er
-komen allerlei vreemde lui van Aken of Luik, met lange baarden en lang
-haar en ik geloof dat zij meneer een boel geld kosten en waartoe het
-dient, ik weet het niet. Ik heb er dikwijls met den pastoor over
-gesproken maar deze zegt dat hij er niets aan doen kan, en dat ik maar
-trouw moet bidden opdat meneer een zalig sterfuur moge hebben, waaraan
-ik erg twijfel. Daar woont in Arendsberg een heer uit Holland en die
-brengt ze allen hier. Ik geloof dat het een bedrieger is. Ik zou willen
-dat u er eens onderzoek naar deed.”
-
-»Elk zijn smaak, Kaatje, dat is het voordeel als men alleen op de
-wereld is, dat men al zijn liefhebberijen ongestoord volgen kan. ’t
-Ergste is als de tijd komt dat men geen liefhebberijen meer heeft. Wat
-zou vader wezen zonder zijn klopgeesten? Nog meer verveeld dan ik.”
-
-»Maar Iwan, ik dacht dat u hier niet anders zou teruggekomen zijn, dan
-met een lieve vrouw; meneer vertelde mij ’t vorige jaar dat u aan
-trouwen dacht.”
-
-»Zoo, was dat voor hem de moeite van het vertellen waard? ’t Is zoo
-geweest, Kaatje, ik heb op trouwen gestaan.”
-
-»En is zij gestorven?”
-
-»Voor mij is zij dood, ja! maar overigens leeft ze nog en is misschien
-zeer gelukkig.”
-
-»Hoe jammer, hoe jammer!”
-
-»Dat weet ik niet of ’t jammer is, Kaatje!”
-
-»Heeft u haar portret nog.”
-
-Iwan nam zijn zakportefeuille en haalde er een photographie uit, die
-hij Kaatje overreikte.
-
-Zij ging bij het raam staan en hield het portret op armslengte van zich
-af om het beter te kunnen zien.
-
-»Wat een prachtige vrouw!” riep zij bewonderend uit, »mooier dan de
-koningin!”
-
-»Ik wil ’t gelooven, zij was ook prinses.”
-
-»Een prinses. Wel allemachtig! Och, och, wat is ’t dan toch zonde, dat
-het niet doorgegaan is. Heeft u onaangenaamheid gehad, als ik zoo
-vragen mag.”
-
-»Zoo’n beetje.”
-
-»En zou ’t niet meer bijgelegen kunnen worden,” vroeg zij in haar
-Hollandsch dialect, dat een meer dan 20jarig verblijf in Limburg haar
-niet had kunnen ontnemen.
-
-»Neen nooit,” was ’t vaste antwoord. Intusschen legde hij het portret
-weer op zijn plaats, maar langzaam, met de oogen strak er op gevestigd.
-
-»Jonge heer!” riep Kaatje triomfantelijk, »nu zie ik ’t, u is in uw
-hart nog gek op die mooie dame, anders had u haar portret wel
-verscheurd en keek u er niet zoo oplettend naar.”
-
-Iwan borg zijn boekje weg en glimlachte treurig.
-
-»Hij ziet precies mevrouw... zaliger, ik mag misschien geen zaliger
-zeggen omdat zij zoo gestorven is, maar het arme schepsel was niet bij
-haar verstand en Onze Lieve Heer is barmhartig,” zeide Kaatje in
-zichzelf.
-
-»Ik zie en bewaar graag iets moois, Kaatje!” verzekerde Iwan en dronk
-zijn kop koffie leeg; toen stak hij een sigaar op en drentelde het huis
-uit, hij beklom den heuvel en boven gekomen strekte hij zich op het
-gras uit en staarde naar beneden naar het vredige dal met dezelfde
-oogen, die zooveel aanschouwd hadden, zooveel trotsche
-natuurtafereelen, zooveel wonderen van kunst, zooveel tooneelen van
-ellende en geweld; het was weer een zoete kalmte, die hem omringde maar
-hoe verschillend van dien tropischen nacht met zijn weelde van sterren
-en bloemengeuren, met zijn hoopvolle gedachten aan een schoone bruid en
-een schitterende toekomst.
-
-Hij kende elke boerenhut in de nabijheid, elken toren in de verte bij
-name, hij wist juist de plek, waar boomen hadden gestaan, die nu weg
-waren gekapt, waar het riviertje een kromming maakte, of waar kleine
-bronnen zich verborgen hielden.
-
-Aan alles waren herinneringen verbonden uit zijn wilde jongensjaren;
-veel gedeugd had hij misschien niet, maar toch, hij was populair
-geweest, men mocht den zoon van den »baron” gaarne, hij was goedig en
-niet valsch. Later zag men hem altijd met genoegen terugkomen en hoopte
-dat hij zich eens op den Blinkert zou vestigen. Zich vestigen, zou dat
-ooit gebeuren; het leven lag nog steeds voor hem als een blok steen dat
-hij bewerken moest, maar hoe? ’t Werd tijd eens te beslissen, dat
-doellooze reizen, die jacht naar avonturen walgde hem; vroeger had hem
-steeds de wil ontbroken om kalm zijn ankers uit te werpen, vroeger had
-hij slechts in afwisseling van indrukken geluk gezocht, nu lachte hem
-niets meer toe dan een leven op één plek doorgebracht des noods,
-gericht op een enkel doel, maar alléén?
-
-Hij had het genoeg gevoeld in de laatste maanden dat zijn liefde voor
-Corona dieper geworteld was dan hij ’t zelfs meende in de gelukkigste
-dagen hunner verloving; het uitwortelen van den eeuwigen wonderboom der
-liefde had hem anders zooveel moeite, zooveel pijn niet gekost, zonder
-dat hij er nog geheel in slagen kon.
-
-Overal waar hij ook ging, vervolgde hem haar beeld, zooals zij hem
-verschenen was op den avond van Hermelijn’s aankomst te midden van vuur
-en bloemen, zooals hij haar gezien had tusschen de zwaveldampen van den
-krater toen hij haar zijn liefde toefluisterde, op den laatsten morgen
-van hun samenzijn aan den ingang van het rozenparadijs, eindelijk op
-het laatst toen zij voor hem stond, nog schoon in haar woede.
-
-En steeds gloeide die pijn daar op zijn gelaat en deed hem aan haar
-denken in machteloozen toorn; hoe had zij zich gevoeld na zijn vertrek,
-was er berouw in haar ziel gekomen maar waarom hem niet geschreven,
-waarom toen nog niet de voldoening aangeboden die hij vraagde,
-misschien of hij dan niet had kunnen vergeven maar nu was alle
-verzoening onmogelijk, de wond was te diep, veel te diep in zijn hart
-gebrand.
-
-Als hij die pijnigende gedachte maar verdrijven kon, doch neen, alles
-had hij beproefd, vergeefs! Zijn leven was voor goed gebroken, zoo hij
-niet met kracht den band aan het verledene verscheurde maar hij had
-niet eens den moed om te scheiden van haar portret; Kaatje zelfs, die
-goede, eenvoudige ziel had een bewijs gevonden voor zijn liefde in het
-bewaren van haar beeltenis.
-
-Neen, hij moest een kort besluit nemen; als hij hier eens bleef, een
-nieuw huis bouwde op dezen heuvel en zich op den landbouw toelegde, een
-model hoeve stichtte, een stoeterij oprichtte, de een of andere
-blozende landfreule tot vrouw nam, dat waren plannen, die hem
-bezighielden; ’t was iets anders dan uitgebreide koffieplantages te
-beheeren, den toestand der Javanen te verbeteren, een Corona de zijne
-te noemen, voor en met haar te werken, haar lief te hebben, haar te
-vereeren. Och, och! wat was zijn leven verbleekt! Dwaze! nu dacht hij
-weer aan niets dan aan haar; die bladzijde uit zijn levensboek moest
-uitgescheurd worden, dan zou het overige misschien nog iets waard
-kunnen zijn.
-
-Hij stond op en trachtte zich alleen bezig te houden met zijn
-modelhoeve, toen ging hij den heuvel af, bezocht de stallen, maakte met
-den knecht, die nog niet lang in dienst was, maar van Kaatje veel over
-den jongen heer had gehoord, een praatje, bezocht den halvert, zette
-zich met den man neer op de bank onder de linde en dronk een glas echt
-Limburgsch bier.
-
-De halvert vertelde veel over den toestand der landerijen en van het
-vee, had het druk over de slechte tijden en slechte menschen en Iwan
-scheen aandachtig te luisteren, voor niets meer oog en oor hebbende dan
-voor de verhalen van den landbouwer.
-
-»Jonge heer, jonge heer!” riep Kaatje’s schelle stem, »het eten is
-klaar.”
-
-»Alweer,” zeide Iwan glimlachend en trad in de kamer, waar geurige
-pannekoeken en slâ het smakelijk avondeten uitmaakten en een zwaar
-bestoven flesch wijn, zoo pas den kelder verlaten, hem wachtte.
-
-»Hou me gezelschap, Kaatje, zet je daar neer,” sprak hij vriendelijk,
-»ik heb zoo dikwijls onder vreemden gegeten, dat ik nu verlang naar een
-bekend gezicht tegenover mij.”
-
-»Zal ik jongen heer zeggen, waar hij nu het meest behoefte aan heeft,”
-vroeg de oude meid glimlachend.
-
-»Waaraan dan Kaatje?”
-
-»Aan een eigen huis en haard, Iwan!”
-
-»Ik geloof dat je gelijk hebt, Kaatje!”
-
-En hij liet het hoofd in de handen vallen en mijmerde een poosje voort
-zonder het eten aan te raken tot Kaatjes groote teleurstelling.
-
-»Gekke jongen,” zeide hij tot zich zelf, »wat overkomt je van zoo te
-droomen! Je hadt er nooit aanleg toe! maar ’t is hard, de wereld geheel
-alleen te doorkruisen en, t’huis gekomen, niemand te vinden dan een
-oude meid, die zich over den terugkeer van den verloren zoon verheugt.”
-
-»Men wordt dat eeuwige reizen eenmaal moe, dat kan niet anders, jonge
-heer!” ging Kaatje voort, »en als men dan eenmaal tot rust komt, een
-lief vrouwtje vindt en spoedig een paar aardige kindertjes krijgt, dan
-is men blij dat alles gehad te hebben en er rustig over te kunnen
-praten.”
-
-»Zou je denken dat ik een goed huisvader zou worden, Kaatje?”
-
-»Wel zeker, mijnheer, zulke woeste jongens worden gewoonlijk de beste
-mannen en de beste papa’s. ’t Is goed als die wilde haren er maar voor
-het trouwen afvliegen.”
-
-»Och kom, aan wildheid heeft het anderen ook niet ontbroken en toch...
-wat is er van gekomen?”
-
-»O Iwan, dat is heel iets anders. U is niet te vergelijken met den
-ouden mijnheer, want dien bedoelt u toch! Uw streken zijn van een heel
-andere soort.”
-
-De goede vrouw had gelijk, de beschaafde, gehandschoende losbandigheid
-zijns vaders had hem steeds afschuw ingeboezemd; nimmer zou hij de
-ondeugd der zoogenaamde jeunesse dorée hebben willen deelen; afkeer van
-regel, van dwang, van welke soort ook, was het hoofdgebrek zijns levens
-geweest; nu echter voelde hij een soort van behoefte aan banden, welke
-ook.
-
-»Weet u, jonge heer!” ging zij voort, »waaraan u mij doet denken?”
-
-»Nu dan, Ka?”
-
-»Aan een vogel, die een schot in de vleugels heeft gekregen en niet
-meer vliegen kan.”
-
-Thoren van Hagen lachte hartelijk maar toch merkte de trouwe ziel
-tegenover hem, dat die lach gemaakt was.
-
-»Ik ben vleugellam; ’t kan zijn! Het beste is dan maar dat ik mijn
-vleugels niet meer gebruik om door de wereld te vliegen. Weet je wat,
-Kaatje, je moest een vrouw voor me zoeken; neem morgen je korf aan den
-arm en ga eens in de buurt rondkijken of daar geen aardig meisje te
-vinden is.”
-
-»Jonge heer, dat is natuurlijk gekheid, maar meent u het waarlijk, zou
-u dat heusch willen?”
-
-»Zeker, Kaatje, zeker, weet je er geen, maar ze moet blond wezen en
-klein en erg, erg zacht. Verder kan ’t me niet schelen of het een
-boerin of een freule is. Ken je er zoo een?”
-
-»Laat eens kijken! Trinette van den notaris, o neen, dat is een echte
-kweggel, zooals ze hier zeggen voor een nuf, die zou u niet bevallen,
-de freule van het Eest, maar dat is een vervelende kwezel, Mimi, de
-dochter van den meester, die is blond en zacht en heeft zulke mooie
-blauwe oogen, maar dat is toch geen vrouw voor u, die met een prinses
-verangegeerd is geweest.”
-
-»Juist daarom, Kaatje, Mimi moet mij de prinses doen vergeten. Verzoek
-ze hier op de koffie, dan kom ik eens binnen en maak een praatje.”
-
-»Hier is de gazet, mijnheer!” zoo klonk de stem van het dienstmeisje
-door de kier van de deur.
-
-»Hé, laat eens zien!” sprak Iwan, »ik heb een Hollandsche courant in
-zoo lang niet onder de oogen gehad.”
-
-Kaatje, die er niet ontevreden over was, dat Hubertine haar in volle
-glorie tegenover den jongen mijnheer zag zitten, stond spoedig op om te
-voorkomen dat het meisje met haar klompen op den frisch geboenden vloer
-zou treden, waggelde naar de deur, nam de courant aan en reikte ze haar
-pleegzoon over. Met een glimlach keek Thoren van Hagen den inhoud langs
-en las de berichten, nog altijd in datzelfde Duitsch-Hollandsch
-geschreven, van vroeger; hij vond daar vele feiten bestatigd,
-verdiensten aanerkend, dingen versproken, zag de advertentiën door van
-candidaten voor de een of andere verkiezing, die zich zelf aanboden en
-beloften gaven, welke zij toch zeker van plan waren niet te houden,
-getuigenissen omtrent beginselvastheid, welke niemand vertrouwde, warme
-aanbevelingen van eenige kiezers om op X in plaats van IJ te stemmen,
-vergezeld door leelijke verdachtmakingen van de tegenstanders.
-
-»Niets veranderd, niets!” dacht Thoren van Hagen, »ik ben dezelfde niet
-meer; kom, wie weet of mijn naam ook niet eenmaal op die vierde
-bladzijde met groote letters zal prijken of ik mij niet hoogachtend en
-minzaam aan heeren kiezers aanbeveel, wier belangen ik op de civielste
-wijze zal behartigen. Wel zeker, ik ga hier mijn tenten opslaan en zal
-met Mimi kennismaken. Hé wat beteekent dat..... Ramp op Java,
-uitbarsting van den Merawoe.”
-
-Kaatje zag dat haar jonge mijnheer plotseling verdiept raakte in de
-lezing van de gazet, dat zijn wenkbrauwen zich plotseling samentrokken
-en een doodsbleeke kleur zijn wangen bedekte.
-
-»Vreeselijk.... vreeselijk!” mompelde hij.
-
-»Maar wat is er toch gebeurd, jonge heer?” vroeg zij bezorgd.
-
-»Och, een groot ongeluk op Java, waar ik nog onlangs... ik bedoel het
-vorige jaar, geweest ben. Je moest mij eens alle couranten van den
-laatsten tijd bij mekaar zoeken, Kaatje! daar vind ik misschien iets
-naders. Morgen ga ik naar Maastricht. Mej. de G. zwaar gewond, mevrouw
-van A.—dat is Dolly—dood gevonden, het landhuis ingestort. Maar wat
-gaat het mij eigenlijk aan en toch... toch...”
-
-Alle fraaie plannen van huwelijk en vestiging waren voorloopig tot
-onbepaalden tijd uitgesteld.
-
-
-
-
-
-
-
-LVI.
-
-
-De nasporingen die Thoren van Hagen in het werk stelde om nadere
-bijzonderheden te verkrijgen aangaande de ramp, die te Ngaroengan
-zooveel onheil had veroorzaakt, maakten hem niet veel wijzer. De
-geschiedenis van het pavilloen vond hij echter in een particuliere
-correspondentie vrij uitvoerig beschreven en vernam er tevens den dood
-uit van de achtenswaardige gouvernante, een bericht, dat hem natuurlijk
-niet tot wanhoop bracht.
-
-Meer dan ooit gevoelde hij thans hoe groot zijn belangstelling nog was
-voor alles wat met Corona in verband stond. Nu eens, meende hij, was
-het niets dan nieuwsgierigheid, dan weer haat en wrok, nooit zou hij
-zich zelf bekennen dat het nog liefde kon zijn.
-
-Na eenig beraad schreef hij naar Soekarenga, naar den persoon, wien hij
-de opdracht had gegeven zijn inboedel te verkoopen; hij vroeg hem hoe
-’t met zijn zaken stond, of het huis niet ingestort was en hoe ’t met
-de familie de Géran ging. Ondertusschen trachtte hij zijn gedachten met
-iets anders bezig te houden; hij maakte kennis met den geestenziener
-uit Arendsberg en bemerkte spoedig hoe deze den ouden, naar lichaam en
-geest verzwakten man schandelijk bedroog; hij at niets dan meelspijs en
-dronk slechts water om de noodige helderheid van geest te behouden, die
-hem tot de conversatie met de geesten geschikt maakte, gaf groote
-sommen uit om de bekende mediums te laten overkomen en hun séances bij
-te wonen. Iwan voelde dat het ondoenlijk zou zijn hem te ontmaskeren en
-zijn vader van het bedrog te overtuigen, doch hij sprak den
-zoogenaamden vriend eens onder vier oogen aan en bedreigde hem met de
-justitie als hij voortging den afgeleefden man te kwellen en tot
-verwoesting zijner gezondheid aan te sporen.
-
-Zoo kreeg hij dan gedaan, dat zijn vader weer toegestaan werd vleesch
-te eten en wijn te drinken, hij trachtte den uitgedoofden geest op te
-wekken door hem boeken en couranten voor te lezen en te dwingen in het
-tegenwoordige te leven, maar zijn pogingen leden schipbreuk op de
-halsstarrigheid van den grijsaard.
-
-Intusschen verzuimde hij zijn andere plannen niet voor de keuze van een
-levensdoel; ernstig bestudeerde hij den landbouw in theorie en
-praktijk, stelde zich in verbinding met specialiteiten op dat gebied,
-begon aankoopen te doen voor zijn stallingen en lachte er soms in
-stilte over dat hij nu ook ging eindigen met dat te worden wat de
-laatste toevlucht is van alle Limburgsche zonen van goeden huize, die
-aan de académie of elders mislukt zijn, heereboer, euphemistisch
-uitgedrukt »econoom”.
-
-»’t Is de moeite waard geweest, eerst den Noordpool te gaan zien, en
-den smaragd van den Indischen archipel te bewonderen, Australië en
-Afrika te bezoeken om te eindigen aarts-prozaïsch niet eens kool, maar
-boekweit en klaver te planten. Als ’t mij maar op den duur bevalt. Ik
-vrees er voor!”
-
-En nu begon hij ook te denken aan het tweede gedeelte van zijn
-programma; doch een soort van eerbiedigen schroom hield hem terug; hij
-had kennis gemaakt met Mimi van den meester en haar een aardig,
-onbeduidend, lief kind gevonden.
-
-»Een glas verfrisschende limonade na de bedwelmende champagne van mijn
-vorig leven,” dacht hij, maar het was hem vooreerst niet mogelijk een
-stap nader te doen.
-
-Hij kwam bij den meester aan huis en las spoedig in Mimi’s
-vergeet-mij-nietjes oogen dat zij slechts een kleine aanmoediging
-noodig had om hoop op hem te verkrijgen; zij vroeg niets liever dan hem
-haar leven lang te mogen dienen als haar heer en meester, mits zij
-vrouwe van het dorp werd, doch hij vond het oneerlijk in haar een hoop
-op te wekken, die hij niet kon vervullen. Hij vreesde het knopje open
-te rukken, dat zich zoo gaarne voor hem in vollen geur en kleur
-wenschte te ontplooien, terwijl op het beslissende oogenblik hij
-misschien den moed zou missen het te plukken.
-
-’t Was ook of hij in Mimi’s tegenwoordigheid de striem nog meer dan
-anders voelde.
-
-»Je zult aan mij denken,” had zij hem toegeroepen en die voorspelling
-was vervuld; hij kon geen andere vrouw ooit meer van liefde spreken
-zonder dat de herinnering aan haar zich als een toornige schim tusschen
-beiden kwam plaatsen; maar hij voelde hoe langer hoe meer dat eerst als
-deze band hem was opgelegd, hij rustig aan de toekomst kon denken en
-sterk zou wezen om niet op nieuw de wereld in te gaan.
-
-Dat Mimi een eenvoudig meisje was, verreweg zijn mindere in stand, woog
-volstrekt niet bij hem; als zij hem maar liefhad, hem een gezellig te
-huis bereidde, dat zou voldoende wezen en toch stelde hij het altijd
-uit van dag tot dag, luisterde geduldig alle avonden naar de
-diepzinnige verhandelingen van den meester over de oude en de nieuwe
-wet, over de eigenaardigheden der verschillende schoolopzieners, over
-het toenemend schoolverzuim en zag intusschen Mimi’s kleine maar
-bevallige gestalte heen en weer gaan om het eenvoudige avondmaal op te
-dienen en merkte op, hoe ze nu alle dagen gekleed was als vroeger
-alleen zondags en hoe zij dikwijls een bloempje op de borst droeg.
-
-»Mimi,” zeide hij haar eens, »geef me dat roosje!”
-
-Het kind bloosde en zag hem bedeesd aan.
-
-»Gun je het mij niet?” vroeg hij toen.
-
-»Als u er zin in heeft, mijnheer,” en zij gaf ’t hem over.
-
-»Kom even met mij naar buiten! Mimi! Wil je?” vroeg hij.
-
-De meester was verdiept in een tijdschrift dat Iwan hem gebracht had en
-de jongelui gingen naar den tuin; het was een heerlijke Septemberavond,
-een krachtige boschgeur vervulde de lucht, het goudgeel der stervende
-bladeren verguldde reeds hier en daar de boschachtige heuvels, de
-boomgaard prijkte met roode appels en gele peren, het was een echt
-Europeesch avonduur; van het kerkje luidde de avondklok, een troep
-zwaluwen trok over hun hoofden zuidwaarts; de velden waren van hun
-oogst ontdaan en in den tuin bloeiden de dahlia’s en late rozen.
-
-»Ga met me daar ginds op de bank zitten,” zeide Iwan tot het meisje,
-dat hem gewillig volgde en haar hartje onrustig voelde kloppen.
-
-De bank stond aan het einde van den moestuin, onder een katalpaboom,
-die zijn breede bladeren beschermend daarover uitstrekte; onder hen
-murmelde het riviertje in zijn diepe, rijk begroeide bedding.
-
-»Kom, zet je naast mij,” sprak Iwan bijna vaderlijk.
-
-’t Was vreemd, maar hij voelde zich op dat oogenblik diep bedroefd,
-nameloos ongelukkig en toch, hij wilde zich voor een onveranderbaar
-feit stellen.
-
-»Luister je naar mij, Mimi?” zeide hij en nam haar handjes in de zijne
-en zag haar aan met zijn groote oogen, die nu droefgeestiger dan ooit
-te voren haar aanstaarden.
-
-»Ja mijnheer!” antwoordde het kind bijna beangst.
-
-Wat zou mijnheer Iwan haar te vragen hebben; gedroomd had Mimi er
-natuurlijk wel van, dat die mooie heer van het kasteel haar ten
-huwelijk zou vragen. ’t Gebeurde dikwijls in de sprookjes die zij zich
-nog uit haar kindsche jaren herinnerde dat koningen met herderinnetjes
-trouwden, waarom zou dan een jonker geen liefde kunnen voelen voor haar
-die een onderwijzersdochter van fatsoenlijke familie was?
-
-Maar haar om liefde en hand vragen dat zou hij toch niet doen op zulk
-een ernstige, bijna bedroefde wijze.
-
-»Ik wilde je vragen Mimi of je genoeg van mij houdt, om mijn vrouw te
-worden.”
-
-Dat was dus de groote vraag; het meisje trok haar handen niet terug,
-zij bloosde alleen wat dieper en sloeg de oogen neer zonder te
-antwoorden.
-
-»Ik geloof dat je goed voor mij zult zijn, Mimi,” ging hij voort, »en
-dat heb ik noodig. Zooveel van je houden als de hoofdonderwijzer van
-het dorp aan den anderen kant van den berg het stellig doet, dat kan ik
-niet meer. Ik ben op het punt geweest, te trouwen met een dame, die ik
-zeer lief had.....”
-
-»Een prinses,” fluisterde het meisje, dat zeker met Kaatje over het
-onderwerp had gesproken.
-
-»Neen, dat nu juist niet, dien titel had zij niet, maar zij was er
-schoon en trotsch genoeg voor geweest. Zij hoeft mij echter diep
-gegriefd en beleedigd, daarom moet ik altijd aan haar denken.”
-
-»Alleen daarom?” vroeg Mimi nog altijd even ingetogen.
-
-Hij antwoordde niet en hernam:
-
-»Nu heb ik behoefte aan een goed, liefhebbend vrouwtje, dat mij het
-leven veraangenaamt en het huis aantrekkelijk maakt zoodat de lust mij
-zal ontbreken om weer de wereld door te zwerven, wat ik tot nu toe
-altijd heb gedaan. Je moet me nu niet antwoorden, Mimi, maar denk eens
-na, spreek er met je ouders over en onderzoek je zelf of je het met mij
-durft probeeren! Wil je dat doen, Mimi?”
-
-Zij zag hem nu aan, hoe kwam het toch dat zij niet dadelijk volmondig
-ja! kon zeggen, dat zij zich niet trotsch en verheugd voelde over de
-eer, die haar geschiedde, dat zij niet dacht aan de verbazing, welke in
-den omtrek het bericht zou veroorzaken:
-
-»Ons Mimi heeft kennis aan den jonker van den Blinkert.”
-
-Zijn ernst deelde zich blijkbaar aan haar mede, want haar oogen vulden
-zich met tranen. Hij stond eensklaps op en gaf haar bijna met eerbied
-een kus op het blanke voorhoofd.
-
-»Wil je nadenken, Mimi?”
-
-»Ja mijnheer,” antwoordde zij onderdanig en hij stapte haastig door het
-achterhekje naar buiten en zocht zijn kamer op den Blinkert weer op.
-
-Zijn hart was tot berstens toe vol; nimmer, zelfs niet op het oogenblik
-toen hij zijn schoonste hoop vaarwel moest zeggen, had hij zich zoo
-treurig en ongelukkig gevoeld, toen was hij te verontwaardigd, te
-vertoornd geweest; ’t was of hij nu eerst Corona geheel had verloren,
-of hij nu eerst een onoverkomelijken hinderpaal tusschen hem en haar
-had opgericht.
-
-Hij ging naar zijn kamer en liep die op en neer, eindelijk bleef hij
-voor het open raam zitten.
-
-»Is dat nu de stemming van iemand, die pas een liefdesverklaring heeft
-gedaan?” vroeg hij zich af en weer was hij met den geest in Ngaroengan
-tusschen de bloemen en varens, waar Corona in haar wipstoeltje hem
-afwachtte, op den dag hunner verloving of in Djira: het was zijn schuld
-niet, maar Mimi bekleedde nauwelijks een plaatsje in zijn geest, waarin
-de andere nog steeds als koningin heerschte.
-
-Hij haalde haar portret uit, zag haar in het schoone, strenge gelaat en
-dacht er aan hoe die trotsche oogen tegenover hem slechts schitteren
-konden van zachte teederheid en overgevende liefde, hoe die lippen hem
-woorden van trouw en min hadden gezworen, hoe die fiere lijnen week en
-zacht werden onder zijn blik, en nu was alles, alles voorbij!
-
-Was zij gewond, verminkt wellicht, zij of Margot? Zou ze nu aan hem
-denken zooals hij het thans nog deed, terwijl hij een andere zijn hand
-bood, maar op nieuw begon die striem te gloeien.
-
-»Mijn lieveling, hoe kon je dat van je verkrijgen,” zoo sprak hij haar
-toe en voelde dat zijn oogen verduisterd raakten door tranen, de eerste
-misschien, die sinds zijn kinderjaren bij hem waren opgekomen.
-
-Een oogenblik bleef hij zoo zitten, onbewegelijk de hand voor het
-gelaat.
-
-»Jonge heer, komt u eten?” vroeg een stem aan de deur.
-
-Verschrikt zag hij op en Kaatje stond tegenover hem, het
-mensch-geworden proza, dat in alle omstandigheden ons komt herinneren
-dat we leven moeten niet alleen van gedachten, bittere en zoete, maar
-ook van brood en vleesch, dat we vreugd en droefheid ter zijde moeten
-stellen om neer te zitten en ons te voeden.
-
-»Wat zie ik? Scheelt er iets aan, Iwan?” vroeg zij bezorgd.
-
-Hij glimlachte en wischte zich snel het gelaat af.
-
-»’t Is niets, een dwaasheid Kaatje, ik heb daar juist aan Mimi gevraagd
-of zij mijn vrouw wil worden.”
-
-»En ondertusschen zit u hier te schreien als een meisje, met het
-portret van de andere voor u?”
-
-»Je hebt gelijk,” en Iwan beet zich vol ergernis op de lippen, »’t is
-meer dan belachelijk, er moet een einde aan komen. Ik heb mijn
-levenslot zelf gekozen, ik heb den last op mijn schouders genomen, ik
-moet dien ook dragen als een man. En hiermee gaat het zoo!”
-
-Hij verscheurde het portret in een aantal microscopische stukjes.
-
-Den volgenden morgen nadat hij een lange gewichtige redevoering van den
-vader genoten had, over de plichten van de echtgenooten en de
-voordeelen van gelijken stand tusschen hen en de verklaring, dat hij in
-den grond der zaak niets had tegen mijnheer’s voorstel, gaf Mimi hem
-fluisterend en bedeesd haar toestemming of liever de belofte dat zij
-het zou beproeven.
-
-»Mag ik haar portret nu eens zien?” was haar eerste vraag toen zij met
-hem alleen was.
-
-»Kindlief,” antwoordde hij hoog ernstig, »ik heb het gisterenavond
-vernietigd.”
-
-
-
-
-
-
-
-LVII.
-
-
-Het was een moeilijke tocht, dien Hermelijn, met Corona en haar jong
-kind naar Europa maakte; doch een groote voldoening was ’t haar toen de
-gezondheid van haar schoonzuster gaandeweg beter werd; zij was en bleef
-hulpbehoevend, maar hare zenuwen, die door de gebeurtenissen der
-laatste maanden zoo veel geleden hadden, en nog zelfs de terugwerking
-voelden van het verdriet dat zij van haar twist met Iwan ondervonden
-had, en van de opium, waarmede zij zich had willen verdooven, kwamen
-eindelijk tot rust.
-
-Aan boord waren weinig passagiers; men had Corona steeds naar het dek
-moeten dragen, de zeelucht en de kalmte rondom haar deden de zieke
-onbeschrijfelijk veel goed. Uren lang lag zij op haar ligstoel
-uitgestrekt, terwijl Hermelijn naast haar zat te werken, te lezen of
-met haar kind te spelen! Corona had de oogen gesloten zonder te slapen;
-haar gedachten begonnen haar minder pijn te doen, zij voelde een soort
-van droevig genot in het dragen van haar leed, zij begon in te zien hoe
-verkeerd zij het leven had opgevat, hoe zij altijd en in alles slechts
-zich zelve had gezocht van jongs af toen zij als vijfjarig kind haar
-vader zijn tweede huwelijk verweet, toen zij later haar stiefmoeders
-het leven ondragelijk maakte, zich hartstochtelijk aan Kitty hechtte en
-deze later in haar liefde dwarsboomde, terwijl zij over de
-levensbelangen van haar andere broeders en zusters steeds vrij
-beschikte.
-
-Nooit had zij aan het geluk van anderen gedacht, nooit ter wille van
-anderen haar luimen opgeofferd, haar wil verloochend, nooit een
-beleediging haar aangedaan vergeven; zij had God gediend met haar
-lippen, zij was er trotsch op geweest christin te zijn, zonder dat ooit
-een der wetten, die het christendom voorschrijft, haar leven beheerscht
-had, wanneer haar eigen neigingen er zich tegen kantten.
-
-Dat er nooit een smet, noch op haar leven, noch op haar naam had
-gerust, dat de Indische maatschappij, die zoo tuk is op alles wat het
-blanke besmet, nooit iets had kunnen afdingen op Corona’s goeden naam,
-was zeker hoogst gelukkig geweest, maar haar trots vooral had haar
-gevrijwaard voor elke afdwaling; daarenboven was haar hart nooit
-gemoeid geweest bij de talrijke aanzoeken, die zij afgeslagen had vóór
-dat Thoren van Hagen verscheen.
-
-Zij had geleefd in trotsch zelfbehagen, tot Hermelijn’s aankomst, zij
-was gewoon dat alles, menschen en dingen, zich aan haar wil
-onderwierpen, maar toen was het anders geworden; zij vond in Hermelijn
-en in Thoren van Hagen haar meerderen; hoeveel slagen had haar trots
-niet ontvangen, vóór zij overwonnen was en haar eigen nederlaag
-bekende.
-
-De geheele geschiedenis van haar engagement doorleefde zij op nieuw,
-zij was goed, gewillig, onderworpen geweest, omdat het haar zoo beviel,
-omdat een nieuwe gril het haar voorschreef, maar toch, zij had niets
-gedaan om zichzelf te overwinnen, toen haar neigingen in strijd kwamen
-met zijn wil, integendeel, zij had haar kwade natuur losgelaten en zij
-had hem mishandeld, hem, dien zij liefhad als het licht harer oogen.
-
-Om zichzelf alleen, niet om hem beminde zij, evenmin als zij haar
-vader, die haar vergoodde, ooit ten koste van zichzelf een genoegen had
-verschaft, een vreugde bereid. Haar eenige wet was tot nu toe haar
-eigen voldoening geweest; in dit licht verschenen al haar daden haar
-zoo klein toe in omvang, zoo nietig door hun beweegredenen, zoo
-verschrikkelijk in hun gevolgen.
-
-Wat had de redding van den kleinen Guillaume anders ingegeven dan een
-opwelling van moed, die haar niet de minste moeite kostte, een daad,
-die zij verrichtte, misschien om zich in tegenwoordigheid van den
-Franschen graaf met een aureool van heldhaftigheid te tooien en hoe
-vaak had zij niet in het diepste van zichzelf die daad betreurd, welke
-haar zoo duur was te staan gekomen.
-
-Zij begon in te zien dat de handelingen, waarvoor wij vaak het meest
-geprezen worden door de wereld omdat zij geschieden in het openbaar,
-met groot vertoon van moed en kracht, niet de moeilijkste zijn om te
-volbrengen, dat het veel zwaarder is in den dagelijkschen strijd
-zichzelf stil te overwinnen, ieder oogenblik op nieuw te beginnen met
-de moeilijke taak zijn eigen »ik” niet te zoeken maar slechts datgene,
-wat waarlijk goed en edel is.
-
-Zoo leerde Corona de lessen van den tegenspoed begrijpen, haar oogen
-gingen open ook voor de laatste daad van zelfzucht, die zij had
-gepleegd door Hermelijn te ontrukken aan haar echtgenoot en haar huis,
-door haar te dwingen met haar kind zulk een lastige, moeilijke reis te
-maken om harentwille.
-
-Zij bewonderde en waardeerde Hermelijn, die altijd even opgewekt, even
-vroolijk bleef in haar tegenwoordigheid, die alles zoo licht opnam, van
-geen erkentelijkheid wilde weten en nooit liet doorschemeren hoe zwaar
-het offer was, dat zij haar schoonzuster, wie zij zooveel te verwijten
-had, dagelijks bracht.
-
-»Lieve Hermelijn, je moet dadelijk terugkeeren, als we in Europa
-aankomen,” sprak Corona dikwijls tot haar, »ik kan de gedachte niet
-verdragen, dat Conrad je dagelijks mist en mij verwijt, dat ik hem van
-vrouw en kind beroof.”
-
-Maar dadelijk betrapte zij zich weer op een aanval van zelfzucht, niet
-omdat Conrad haar iets zou verwijten maar om Hermelijn’s wille alleen
-moest zij aandringen op haar spoedigen terugkeer.
-
-»Neen, beste Corona,” antwoordde Hermelijn, »ik doe niets ten halve. Ik
-moet eerst gerust zijn over je gezondheid en over degenen aan wie ik je
-overlaat, en dan ga ik pas »naar huis”.”
-
-»Verlang je er naar?”
-
-»Natuurlijk, maar wat kan dit er toe doen! Overal waar we aanhouden
-vind ik een telegram van Coen en dat is me een groote troost; hij zal
-onze Leni zeer veranderd vinden, geloof je niet. Zij ziet er uit als
-een roos! Zou zij hem herkennen?”
-
-En zij waren pas drie weken op reis.
-
-»Wat was die arme jongen kapot, toen we vertrokken,” ging Corona voort,
-»ik had niet gedacht, dat er in een der Gérans zooveel gevoel zat. Ik
-was toch erg ziek dat ik ’t kon aanzien en goedsmoeds scheidde, wat
-steeds vereenigd moet blijven. Ik geloof dat het zeer slecht was, even
-als alles, wat ik in mijn leven deed.”
-
-»Je kon er niets aan doen Corona, en Coen zag het immers ook in. ’t Was
-een hard afscheid, dat is zeker, maar het wederzien zal des te zoeter
-zijn.”
-
-»En mij wenscht niemand op de groote, groote wereld terug te zien. Ik
-word daar aan vreemden overgeleverd en dan... dan...”
-
-»Kom Corona, hoop het beste!”
-
-»Er valt voor mij niets meer te hopen, Hermelijn, niets. Ik kan niets
-anders doen dan het vreeselijke lot, dat mij overkomt, geduldig dragen,
-het niet te verzwaren door mijn geklaag en gemor, zooveel mogelijk de
-taak mijner bewakers licht te maken door mijn geduld en te hopen dat
-God mij mijn zelfzuchtig bestaan vergeeft omdat ik de straf, die Hij
-mij zond, met onderwerping draag.”
-
-Zij liet zich slechts ernstige boeken voorlezen, zij wilde haar geest
-verstalen, haar hart verheffen en het was zeker een aandoenlijk
-schouwspel, te zien hoe haar goede natuur eindelijk over het lagere
-zegevierde en als het edele metaal, ontdaan van alle stof en roest,
-begon te schitteren in vollen glans.
-
-»Hermelijn,” vroeg ze eens bijna nederig, »houd je van me?”
-
-»Maar Corona, wat een vraag!”
-
-»Heb ik geen recht die te doen? Ik weet dat je mij veracht en afgewezen
-hebt toen ik in mijn volle geluk en in mijn volle kracht was....”
-
-»Na dien tijd is er zooveel gebeurd!”
-
-»Niets, wat kon strekken om mij in je oogen minder hatelijk te maken en
-toch, Hermelijn, hoe hebt ge je gewroken!”
-
-»Er is geen sprake van wreken, ik heb je eenvoudig behandeld, zooals
-mijn hart dat ingaf, er is niets verdienstelijks in.”
-
-»Je blijft mij het antwoord schuldig. Ik begrijp ’t, Hermelijn, ik
-verdien je genegenheid nog niet, ik hoop dat je mij die eens zult
-schenken.”
-
-»Word geen zelfkwelster, Corona, je hebt al leed genoeg!” zeide
-Hermelijn, haar op het voorhoofd kussend, »ik heb me altijd tot je
-aangetrokken gevoeld, altijd, zelfs toen ik reden meende te hebben je
-veel te verwijten, maar dat alles is voorbij. Nu is ’t vrede tusschen
-ons!”
-
-»En het wordt ook vrede in mijn hart, als... als ik slechts wist dat je
-weer rustig bij Conrad terug waart en dat... hij me vergeven heeft.”
-
-»Wie, Conrad toch niet?”
-
-»Neen, hij! Hermelijn, wie weet in welk werelddeel hij nu rondzwerft
-met zijn haat, zijn wrok tegen mij! Nooit, nooit zal hij mij vergeven.
-Ik ken hem te goed!”
-
-»Als hij je nu zag!”
-
-»Dan zou hij me beklagen! O, ik zou hem danken voor elk woord van
-medelijden, ik zou mijn ziekte, mijn eenzaamheid, mijn leed geduldig
-dragen mijn leven lang, als hij daarin een reden vond om medelijden met
-mij te hebben!”
-
-En de arme barstte in snikken los.
-
-Hermelijn zag haar deelnemend aan; nu eerst begreep zij hoe Corona’s
-trots gebroken was.
-
-»Wie weet,” sprak zij weer om Corona te beproeven, meer dan omdat zij
-zelf eenig geloof hechtte aan haar eigen woorden, »of je hem niet eens
-ontmoeten zult, of er dan geen verzoening mogelijk is, wanneer je
-geheel herstelt, of je dan niet samen nog gelukkig kunt zijn.”
-
-Droevig en strak zag Corona haar aan als wilde zij Hermelijn’s
-gedachten doorgronden.
-
-»Dat is je geen ernst, Hermine, ’t kan het niet wezen. Al herstelde ik
-ook, dan nog zou er van een hereeniging geen sprake kunnen zijn;
-misschien heeft hij andere banden aangeknoopt, stellig denkt hij alleen
-aan mij om mij te vervloeken. Dikwijls is het mij of die uitbarsting
-van den vulkaan slechts geschiedde om mij. Ik heb den Merawoe getergd
-door mijn ketting in den afgrond te werpen zooals ik in mijn overmoed
-alles tartte, zelfs zijn liefde.”
-
-»Maar, lieve Corona!”
-
-»Noem ’t bijgeloof, je weet ik ben bijgeloovig; ik hechtte aan de
-verschijning van den rooden hond en aan hetgeen hij voorspelde, maar
-juist op het oogenblik toen Alain de Géran mij iets toefluisterde dat
-naar een declaratie geleek, dacht ik aan Iwan, en toen werd het zoo
-vreeselijk licht en de aarde begon te beven en te schudden, misschien
-was het zijn vloek, misschien is hij dood, misschien heeft hij den
-vulkaan met zijn wraak belast, misschien was ’t zijn stem die daar
-bulderde....”
-
-»Corona, wind je niet op door die dwaze fantasieën,” bad Hermelijn,
-»wie weet of hij ook niet smacht naar verzoening.”
-
-»Geen verzoening, slechts vergeving heb ik noodig. Ik dorst, ik smacht
-er naar, dan eerst zal ik denken dat papa, en je schoonmoeder, en Dolly
-mij vergeven hebben, dan zal ik mijn lijden geduldig kunnen dragen, al
-moet ik nog jaren en jaren leven en tot mijn dood hulpbehoevend
-blijven.”
-
-»En heb je de anderen ook vergeven?”
-
-»De broers en zusters en Akkeveen.... och ja, ik geloof ’t wel maar hij
-heeft je karakter niet, hij is een man in de volle beteekenis van het
-woord. Ons vrouwen valt vergeven gemakkelijker, ik zie ’t aan jou,
-Hermelijn. Ik kan mijn vergiffenis niet anders uitspreken dan door mijn
-lippen. Door daden ze te bewijzen is mij ontzegd.”
-
-Nimmer kwam Iteko’s naam over Corona’s lippen, zij had voor haar geen
-verwijt, geen uitdrukking van wrok of toorn. Zij vond niet dat Iteko in
-schuld tegenover haar was; niemand had zij het te verwijten dan
-zichzelf, dat zij zich door zulk een nietswaardig schepsel had laten
-verleiden tot valschheid in geschrifte, tot wantrouwen, achterdocht,
-jalouzie, toorn en onrechtvaardigheid van allen aard.
-
-En ook Hermelijn sprak nooit over dit teeder punt; haar doel was
-Corona’s aandacht van het verledene af te leiden en, daar zij haar
-niets te bieden had voor de toekomst, op het tegenwoordige te vestigen.
-Haar kind was haar daarbij een geschikt hulpmiddel. Leni ontwikkelde
-zich allerliefst. Corona zag haar met liefde en belangstelling aan.
-
-»Mijn kleine reisgenoot wordt mijn eenige erfgenaam,” zeide zij
-dikwijls.
-
-»Je bent nog niet aan je testament,” antwoordde Hermelijn lachend.
-
-Nadat zij in Marseille aankwamen, ontwikkelde zich Hermelijn’s energie
-ten volle; zij wist overal raad op, besprak de gemakkelijkste
-reisgelegenheden voor de zieke, onderhandelde nu eens met
-spoorwegbeambten, dan weer met hotelhouders, of met Parijsche
-professors van de geneeskundige faculteit, liet zich door niets uit het
-veld slaan, ging dapper op haar doel los en verwaarloosde intusschen
-noch haar kind, noch haar patient. Zoo slaagde zij er in, Corona op de
-gemakkelijkste en minst pijnlijke wijze naar Parijs te doen voeren,
-waar zij eenigen tijd onder behandeling bleef van een specialiteit voor
-haar ziekte.
-
-Corona drong er op aan, dat zij nu terug zou gaan, maar standvastig
-bleef zij weigeren.
-
-»Ik heb ’t op mij genomen je op den weg van genezing te brengen. Conrad
-heeft het mij toegestaan, zoolang verlaat ik je ook niet,” was haar
-antwoord.
-
-»Je weet ook niet hoe ik je bewonder,” hernam Corona, »hoeveel berouw
-of ik ook hebben mag over mijn vroegere daden, één zaak kan ik niet
-betreuren, nu ik je dagelijks aan het werk zie. Dat ik namelijk voor
-Conrad zoo’n vrouwtje uitkoos. Ik hoop maar dat het uit dankbaarheid
-daarvoor is dat hij je toestaat mij te vergezellen.”
-
-
-
-
-
-
-
-LVIII.
-
-
-’t Is winter, een echte ouderwetsche winter; het sneeuwkleed is
-gespreid over velden en steden; de breede rivier is een uitgestrekte
-ijsvlakte, waarover honderden en honderden met levenslust op het gelaat
-en blijden glans in de oogen opgewekt heen en weer zwieren.
-
-Holland is nu zichzelf meer dan ooit; op schaatsen, volgens het
-buitenland, is de Hollandsche jonkvrouw het schoonst en het bevalligst;
-dan worden de bleekste wangen met een zacht fijn rood overtogen, dan
-komt er in de flauwste en matste oogen een vonkje stralen, tintelend
-van genot. Uit het diepste van een schijnbaar onbeduidend wezen stijgt
-alles op, wat daar binnen gloeit aan verborgen warmte en geest; de
-ouderen van dagen voelen de herinnering aan vroeger genoegen hun op
-nieuw vervullen, voor een oogenblik schijnt gelijkheid op aarde
-neergedaald, alles krielt door elkaar, ieder heeft voor den ander een
-woordje, een hoofdknikje veil; zijn de schaatsen ondergebonden, dan is
-de rijder evenals de Grieksche tooneelspeler, die zich op zijn
-cothurnen omhoog heft, een ander mensch geworden; hij vergeet alles wat
-geen ijs is, hij laat de herinnering aan zijn dagelijksch werk, aan
-zijn beslommeringen aan den oever, hij denkt nu alleen aan zijn
-uitspanning, aan zijn vermaak.
-
-En zij, die sinds jaren de ijsvreugde vaarwel zeiden, zij, die het
-nooit nog genoten, allen voelen zich als door magnetische kracht
-aangetrokken door de geheimzinnige vreugde, welke de gladde oppervlakte
-mededeelt aan allen, die haar betreden, ook zij wagen zich, de eenen om
-dadelijk weer door het oude vuur, dat hen eenmaal vervulde, op nieuw te
-worden bezield en zich weer jong te voelen voor enkele oogenblikken;
-anderen om zuchtend tot de ontdekking te komen dat zij werkelijk oud en
-stram zijn geworden en tot niets deugen dan om door hun val den
-glimlach op te wekken van hen, die zelf voetje voor voetje zich
-tevreden stellen met op het ijs te loopen, want de schaatsenrijders in
-het vuur van hun rit, lachen niet als er tol betaald wordt aan het
-gladde element.
-
-En boven al die bevallige vrouwengestalten in korte mantels met bont
-omzoomd, in toiletten ontdaan van alle nuttelooze aanhangsels van
-twijfelachtigen smaak, waarvan enkele voortzweven als gedragen door de
-tonen eener voor oningewijden onhoorbare muziek, andere het laatste
-greintje sierlijkheid verliezen, dat hen anders nog kenmerkt op het
-asphalt, door hun haastig voortschuifelen, door hun gebogen houding en
-hoofd—boven al die kloeke mannen in eenvoudig wambuis of lichte
-paletot, die daar òf met zelfbewuste gratie kunststukken met de schaats
-uitvoeren even gemakkelijk als passen in de danszaal, òf die met
-schijnbare onverschilligheid de handen over de borst gevouwen zich doen
-kennen als de meesters van het terrein—boven allen, leerlingen en
-toeschouwers, kenners en spotters, welft zich de hemel in haar
-saffieren glans even strak en even blauw als ’s zomers, wanneer de zon
-in de kabbelende thans verstijfde wateren speelt. Nu werpen haar
-schuine stralen een lange streep purper over de gevels der huizen en
-doen in het verschiet hemel en aarde elkaar omhelzen onder een sluier
-van verblindend zilver; de sneeuw glinstert als een tapijt van
-diamanten waar zij nog rein en onvertreden is, het ijs neemt tinten aan
-van paarlemoer en kristal, waar de schaatsenrijders haar niet tot een
-zwarte massa hebben gemaakt; ’t is winter, maar hoe leeft, hoe ademt
-alles, hoe stroomt van alle kanten een ontwaakt leven naar de rivier,
-die heet door den winterslaap bevangen te zijn.
-
-Winterslaap! dwaas woord, want juist de winter lokt tot beweging, tot
-leven uit; is dat slaap, het feest, dat gevierd wordt midden in den
-nacht, als de andere helft van de bevolking vergetelheid zoekt en
-vindt, is dat een ontheiliging wellicht van de rust, die de natuur
-neemt, in afwachting van haar ontwaken tot bloeien en rijpen? Neen, ’t
-is het Noordsche leven in volle kracht, in volle ontwikkeling! Het ijs
-is de eenige vergoeding, die den bewoners van een meerendeels doffen,
-killen, vochtigen hemel verleend wordt voor het gemis dat zij bijna
-altijd hebben te verduren aan zonnelicht en warmte; hoe zelden echter
-brengt de ijskoning zijn bezoek aan deze streken, hoe kort, hoe
-verraderlijk is dan zijn verblijf, hoe veel beloften geeft hij, welke
-niet zullen vervuld worden, hoeveel teleurstelling laat hij achter door
-zijn plotseling vertrek, hoe grillig zijn de gunsten, die hij uitdeelt,
-en toch, om dat korte bezoek, zoo dikwijls aangekondigd en zoo veel
-uitgesteld, heeft de Hollander zijn winter zoo lief, neemt hij de
-herinnering daaraan mee naar de nachten vol bloemengeur en poëzie onder
-den tropischen hemel, zucht hij naar zijn vaderland te midden eener
-natuur, die niets dan een eeuwige lente bezit.
-
-Voor één van zulke dagen als deze, tart hij maanden vol mist en regen,
-een zomer vol stof en muggen, zou hij afstand doen van een wonderland,
-dat het zijne niet is, zou hij jegens ieder durven volhouden, dat er
-geen natuur is, zoo schoon als de ijsvlakte, door den winterkoning
-uitverkoren om er zijn hof op te slaan.
-
-»Een heerlijk opwekkend gezicht. Wil je gelooven, Corry, dat mijn
-voeten tintelen van verlangen om er aan deel te nemen?” vroeg Hermelijn
-de Géran aan haar schoonzuster, die, op haar sofa uitgestrekt, uit het
-midden der hotelkamer het voor haar geheel nieuwe schouwspel met
-belangstelling volgde.
-
-»Maar Hermelijn, wat belet je het te probeeren? Ik zou je zoo gaarne op
-het ijs zien. Me dunkt, je zult het zoo bijzonder bevallig en vlug
-kunnen doen.”
-
-»Meen je dat, Corona? ’t Is waar, ik was er dol op, ik heb ’t indertijd
-veel gedaan met.... Och ja! als men jong is en ongetrouwd.”
-
-»Met wien heb je veel gereden, Hermelijn? Ik geloof dat ik het weet. Ik
-ben zeker dat hij het mooier doet dan een van allen, daar voor ons.”
-
-»’t Is zoo, Corona, ik heb zijns gelijke op het ijs niet gezien, we
-hebben menig heerlijk tochtje samen gemaakt.”
-
-»Je hadt een paar moeten worden, je hoordet zoo bij elkander.”
-
-»Ik dank je voor die bezorgdheid, zusje, maar ik ben tevreden met mijn
-eigen man en Leni is het ook met haar vadertje, haar jong, aardig
-vadertje, niet waar, kleine stoute bengel? Zal je papa weer kennen als
-je hem ziet?”
-
-»Ach, wanneer zal dat wezen, Hermelijn? Ik bid je, laat mij nu achter;
-ik zal nu zoo geduldig zijn, zoo gewillig om mij te laten helpen door
-wie ook!”
-
-»Ik geloof dat het helpen veel minder noodig zou wezen wanneer je zelf
-eens beproeven wildet niet zoo hulpeloos te zijn. Je weet wat de dokter
-gezegd heeft.”
-
-»Och Hermelijn, je wilt niet gelooven hoeveel verdriet je mij doet door
-me telkens die hulpeloosheid te verwijten als zou zij aan mij liggen.”
-
-»Maar Corona, ik verwijt je niets, ik zou je graag geheel hersteld
-willen zien en je weet wat de dokter zei: niets anders dan een vaste
-wil om je ledematen te gebruiken ontbreekt je nog; zoodra je het zelf
-wilt, zullen ze je weer ten dienste staan. Beproef het eens!”
-
-»Ik kan ’t niet, Hermelijn, ik kan ’t niet. Het zou immers de kroon
-stellen op al mijn slechtheid wanneer ik je nu moedwillig hier hield,
-alleen omdat ik geen lust had mij op te heffen. ’t Is geen onwil, ’t is
-niet om je te dwingen bij mij te blijven. Elken dag is het me een
-nieuwe kwelling, een nieuwe wroeging dat je hier bent om mijnentwille,
-terwijl je plaats toch is op Java naast je man.”
-
-»We zullen zien of de nieuwe verpleegster, met wie ik in onderhandeling
-ben, een geschikt persoon is, maar ik zal met een veel lichter hart
-vertrekken als ik wist dat je loopen...”
-
-»En dansen, en zelfs schaatsenrijden kon. Lieve zus, ik heb van dansen
-te veel gehouden, ik geloof dat ik een dolle liefhebster van
-schaatsenrijden zou wezen, als ik het maar eenmaal beproefde, doch ik
-word gestraft in hetgeen mij het meeste waard is, in
-lichaamsbeweging...”
-
-»Geen reden om er zich zoo kalm bij neer te leggen en niet te trachten
-de kwaal te overwinnen. Zal ik je eens helpen naar het raam te
-wandelen? Kom, moed!”
-
-»Ach neen, Hermelijntje, waarlijk niet! Ik zou ’t doen als ik het kon,
-maar geloof me, ’t is onmogelijk.”
-
-En zij begon te schreien; Hermelijn haalde de schouders op; de dokter
-had verklaard dat alleen goede wil haar ontbrak, maar met alle
-zenuwlijders had zij het gemeen, dat zij aan wilskracht te kort kwam.
-
-Niets scheen gemakkelijker dan op te staan en zich te bewegen, maar zij
-beweerde dat het haar onmogelijk was en Hermelijn durfde niet te veel
-bij haar aandringen, uit vrees dat zij dien raad aan den wensch zou
-toeschrijven om zich haar taak te vergemakkelijken.
-
-»We zullen er niet meer over spreken, Corry,” zeide zij, bij de sofa
-zittend en haar liefkoozend, »ben je werkelijk er op gesteld mij te
-zien rijden? Ik zelf heb er den grootsten zin in, vóór dat ik naar
-Indië terugkeer. Leni zal ik maar in haar mandje leggen, dan zal je er
-geen last van hebben. We moesten de sofa aan het raam schuiven.”
-
-»Dat kunnen we morgen wel doen. Ga maar op het ijs, Hermelijn; hoe meer
-genot je in Europa hebt, hoe liever het mij is. Conrad zal ’t met mij
-daarover ten minste eens zijn.”
-
-»Zou hij ’t goed vinden?”
-
-»Dat is me ook een vraag! Kom gauw, anders wordt het te laat. Ga je
-kleeden!”
-
-Hermelijn zag er allerliefst uit in haar wintermantel met bever omzet,
-het bonten mutsje op de dikke blonde lokken, terwijl de frissche kleur,
-die de Hollandsche winter op haar wangen getooverd had, in volle
-harmonie was met haar schitterende oogen.
-
-Zij wierp een laatsten blik op haar beide kinderen zooals zij Corona en
-Leni noemde en nadat zij zich overtuigd had dat alles in orde was,
-verliet zij het hotel om zich eerst van schaatsen te gaan voorzien.
-
-’t Duurde een poosje vóór Corona haar op het ijs zag. Eindelijk viel
-het lichte bont van haar mantel de zieke in het oog; spoedig was zij op
-dreef.
-
-»Wat doet zij het elegant,” dacht Corona, »hoe buigt ze zich gracieus,
-wat maakt ze lange strepen. Zoo moest Conrad haar zien! Ieder kijkt
-haar na. Heb ik wel goed gedaan ’t haar aan te raden? Ik ben tegenover
-Conrad verantwoordelijk voor zijn mooi vrouwtje. Daar zweeft ze heen,
-ik kan haar niet langer meer zien..... Die heer doet het ook mooi! Als
-ze eens samen reden!”
-
-Die heer, wiens fraaie kunst Corona in het oog viel, had een fluweelen
-jasje aan, op zijn hoofd droeg hij een pelsmuts; hij was reeds een keer
-langs gekomen. Corona moest hem nog eens zien, hij trok haar aan.
-
-»Hij is even groot.... ’t is dezelfde gestalte,....” zoo sprak zij tot
-zichzelf, »ik wilde dat ik hem meer van nabij kon zien. Me dunkt, zij
-gelijken op elkander. Daar komt Hermelijn terug... hij staat stil.....
-en zij kijkt om..... daar rijdt hij op haar af...... Mijn God! het kan
-toch niet zijn.... als hij ’t eens ware!”
-
-Het koudzweet parelde op haar voorhoofd, zij beefde over alle leden;
-zonder meer aan haar ziekte te denken, richtte zij zich half op en
-staarde naar buiten, maar het raam stond haar in den weg; zij kon niet
-zien of ze met elkander spraken, en toch, het scheen zoo te wezen, want
-geen van beiden verscheen weder onder de rijders.
-
-Een schier ondragelijke spanning maakte zich van haar meester.
-
-»Zou hij ’t zijn, en in gesprek met Hermine! Dan weet hij ook dat ik
-hier ben... o die onzekerheid is niet te dragen, kon ik mij bewegen!”
-
-Doch er verscheen niemand, misschien waren er nog geen twee minuten
-verloopen maar in Corona’s schatting waren het twee uren; zij kon niet
-langer geduld oefenen en beproefde zich op te heffen, nu zat zij recht
-op de sofa en trachtte op te staan, langzaam en onzeker; voor het eerst
-sinds maanden raakten haar voeten den grond aan. Het was een zonderling
-gevoel of duizend spelden haar staken, het scheen of zij telkens in
-elkander moest zakken, maar toch bleef zij overeind: Toen greep zij een
-stoel en deed haar best een stap vooruit te gaan; wat zij steeds
-geweigerd had met behulp en steun van haar zuster, gelukte haar thans
-boven verwachting.
-
-Langzaam en wankelend, zich vasthoudend aan tafels en stoelen, schoof
-zij vooruit tot zij het raam bereikte en in een fauteuil neerviel; de
-geneesheer had gelijk, niets ontbrak haar dan wilskracht, maar nu dacht
-zij aan niets meer, niet aan de groote overwinning door haar behaald op
-de ziekte, niet aan de tegenspraak, waarin zij met zich zelf was
-gekomen, niet aan de voldoening, waarmede Hermelijn straks haar
-dadelijk zou aanhalen, zij dacht aan niets dan aan den man, die daar
-stond te spreken met Hermelijn.
-
-Geen twijfel meer, hij was het, die dag en nacht haar gedachten bezig
-hield, de man, die haar stellig haatte, maar dien zij nog lief had,
-meer dan ooit te voren.
-
-Hij stond met den rug naar het hotel en hij zag haar niet; Hermelijn
-sprak levendig en opgewekt, hij luisterde met afgewenden blik.
-
-Wat zou zij zeggen? Zeker hem verhalen hoe ongelukkig Corona er aan toe
-was; hoe bitter berouw zij had, hoe zij smachtte naar vergeving!
-
-O, kon zij zich voor hem in het stof vernederen maar dan moest hij niet
-meenen, dat zij, de gebrekkige, verzwakte Corona van heden, hoopte de
-banden van vroeger aan te knoopen. Daar dacht zij niet meer aan; op
-zijn vriendschap zelfs maakte zij geen aanspraak. Neen, zij verlangde
-niets van hem, dan dat hij niet meer in vijandschap aan haar zou
-denken.
-
-Daar legden zij met elkander op en voort ging het langs alle groepjes
-schaatsenrijders heen; ieder zag hen na, het was een bewonderenswaardig
-paar. Corona bewonderde hen misschien het meest, doch geen zweem van
-jalouzie was er meer over in haar ziel. Het lijden had haar werkelijk
-beter gemaakt, zij kende inderdaad slechts één wensch—zijn vergiffenis.
-Als Hermelijn die voor haar verkrijgen kon, dan zou zij de kroon
-stellen op al haar goedheid en weldaden.
-
-Spoediger dan zij dacht kwam het paar terug; Hermelijn bond haar
-schaatsen af, Iwan hielp haar, toen gaven zij elkaar de hand tot
-afscheid, hij reed naar den overkant der rivier om aan wal te stappen.
-
-Geen blik had hij geworpen naar de ramen, waarachter zij leed, die hem
-zoo doodelijk had beleedigd.
-
-Zuchtend leunde Corona achterover en sloot de vermoeide oogen; er was
-niets dat haar meer belang inboezemde, nu hij het ijs had verlaten.
-
-»Corona!”
-
-Met dit woord, vol verbazing en schrik uitgesproken, trad Hermelijn
-binnen; het was of zij droomde, de hulpelooze Corona bij het raam in
-een fauteuil gezeten. Na dien uitroep, zag zij haar schoonzuster
-vragend aan.
-
-»Maar hoe kom je daar? Toch niet geloopen!”
-
-»Ik weet het niet,” was het antwoord, »ik begrijp het zelf niet, hoe ik
-hier gekomen ben. Ik moest hem zien, toen hij met je sprak! Hermelijn,
-wat heeft hij gezegd?”
-
-»Je weet het dus.... Ik had gehoopt dat je het niet zien kon.... ik zou
-’t je niet verteld hebben.”
-
-»En waarom niet? Wil hij van geen vergeving weten?”
-
-»Ik heb ’t hem niet gevraagd.”
-
-»Niet gevraagd, dan zal ik hem schrijven! Waar is zijn adres?”
-
-»Dat heb ik niet onderzocht.”
-
-»Och neen, ik mag ’t ook niet doen. Maar wat heb je dan samen
-gesproken?”
-
-»Ik heb hem alles verteld, wat er gebeurd is.”
-
-»Van mijn ziekte en wat zeide hij er van?”
-
-»Geen woord, maar hij luisterde aandachtig.”
-
-»En hoe zagen zijn oogen er uit, zoo ernstig of zoo spottend?”
-
-»Dat kan ik je niet zeggen, hij heeft alles aangehoord maar zonder een
-woord te spreken, zonder mij aan te zien..... we zijn verder gereden;
-toen heeft hij me verteld, dat hij sinds een paar maanden in Holland
-terug is. Zijn vader heeft hij verloren en.....”
-
-»En wat nog meer?”
-
-Hermelijn knielde voor haar schoonzuster neer, nam haar beide handen in
-de hare en zag met haar lieftallige oogen Corona deelnemend aan.
-
-»Lieve zuster, zul je sterk zijn?” vroeg zij hartelijk.
-
-»Ben ik in geen goede leerschool geweest? Zeg alles, Hermelijn, ik kan
-alles verdragen. Wat heb je gehoord? Is hij met een ander verloofd?”
-
-Hermelijn schudde het hoofd van neen.
-
-»Getrouwd misschien?” vroeg Corona met verstikte stem.
-
-»Ja,” fluisterde Hermelijn.
-
-Corona boog haar hoofd op de borst, haar handen trokken zich
-krampachtig samen en haar lippen trilden.
-
-»Nu kan ik hem vrij om vergeving vragen,” stamelde zij en groote tranen
-rolden langs haar wangen.
-
-
-
-
-
-
-
-LIX.
-
-
-Den volgenden dag verscheen Iwan niet meer op het ijs. Het dooiweer
-viel overigens in en Hermelijn borg glimlachend haar pas gekochte
-schaatsjes weg.
-
-»Dat je hem zijn adres niet vroeg!” zeide Corona, »zou hij met haar
-hier wezen?”
-
-»Ik geloof het niet, hij sprak er alleen van dat hij voor zaken in
-Amsterdam was.”
-
-»En weet hij dat we hier gelogeerd zijn?”
-
-»Ook niet. Je begrijpt dat ik het niet uit mij zelf zeide. Ik had
-genoeg te vertellen, ik moest hem nog antwoorden op den brief, dien hij
-me toen geschreven heeft.”
-
-»Ja, ik herinner ’t me. Heb je hem alles verhaald?”
-
-»Zoo kort mogelijk en hij zeide dat de uitbarsting één goed gevolg ten
-minste had gehad, daar dat insect er door vernietigd was.”
-
-»Och, het insect had zooveel leed niet kunnen veroorzaken, als zij meer
-tegenstand had ontmoet. Er zal dus geen kans zijn om hem hier te
-bereiken. Weet je zijn adres in Limburg? Dan kan ik hem daarheen
-schrijven.”
-
-»Zeker, weet ik dat, maar zou je het kunnen doen?”
-
-»Ik zal ’t beproeven met mijn linkerhand. Voor hem kan ik alles doen,
-dat weet je!”
-
-»En daarom moet je nu beginnen je te oefenen. Je ziet dat ik gelijk
-had, alleen de wil ontbrak je.”
-
-Gehoorzaam als een kind liet Corona zich thans leiden; aan Hermelijn’s
-arm ging zij de kamer op en neer, zij moest zich langzaam oefenen,
-eerst ging het voetje voor voetje maar allengs werd het beter; zij
-begon er zich over te verheugen dat zij niet meer zoo afhankelijk was
-en wanneer Hermelijn met haar kindje bezig was, nam zij den steun aan
-van de kamenier, die haar schoonzuster in de laatste dagen bijstond.
-
-Spoedig voelde zij lust om in de gangen van het hotel op stille uren
-heen en weer te gaan; den tweeden dag na haar eerste proef, wandelde
-zij daar ook weer toen een der deuren plotseling geopend werd en een
-heer in vlugge beweging haar tegemoet kwam en bijna tegen haar
-aanstiet.
-
-Even zagen zij elkaar aan; zij ware in elkaar gezakt als zij niet op
-den arm der dienstbode geleund had; hij bracht even de hand aan den
-hoed en ging haar voorbij zonder blik, zonder verderen groet als zag
-hij in haar een wildvreemde.
-
-»De juffrouw is nog erg zenuwachtig en opschrikkerig,” zei het meisje,
-»maar u moet er zich aan wennen, dat er heeren onverwacht uit de kamers
-komen.”
-
-»Breng mij terug naar de kamer van mevrouw,” zeide Corona nog steeds
-bevend, »voor vandaag heb ik me genoeg vermoeid.”
-
-En bij Hermelijn gekomen, zeide ze dadelijk toen zij alleen waren:
-
-»Ik heb hem gezien!”
-
-»Waar?”
-
-»Hier in de gang; me dunkt dat hij hier logeert.”
-
-»En hij heeft je herkend?”
-
-»Hij groette me zooals hij ’t elk ander had gedaan. Ik ben voor hem ook
-niets meer dan de vrouw, die hem heeft beleedigd. Zou het mogelijk
-wezen, dat wij onder een dak woonden?”
-
-Hermelijn schelde.
-
-»’t Is gemakkelijk te onderzoeken, ik zal het vreemdelingenboek laten
-komen.”
-
-Inderdaad kwam daarin de naam voor van Thoren van Hagen, die er reeds
-eenige dagen logeerde.
-
-»Geef me pen, papier en inkt,” verzocht Corona, »ik zal mijn best doen
-te schrijven.”
-
-Haar rechterarm weigerde echter nog allen dienst en zij schreef met de
-linkerhand; telkens verscheurde zij het blaadje.
-
-»Ik wist niet dat het zoo moeilijk was,” zuchtte zij, »ik kan den waren
-toon niet treffen.”
-
-»En ik kan je niet helpen, al wilde ik ook,” sprak Hermelijn.
-
-Eindelijk had zij iets neergekrabbeld in groote, wankelende letters
-geheel verschillend van haar vroeger fraai, duidelijk, bijna mannelijk
-schrift.
-
-
-»Iwan,” stond er, »ik schrijf u met mijn linkerhand, de rechter, die u
-zoo beleedigde is zwaar gestraft voor haar misdrijf. Gij hadt dien
-morgen ten volle gelijk, ik heb het geleerd tot mijn ongeluk. Kunt ge
-mij vergeven?
-
-»Ik zou willen dat ge mij toestondt voor u en uw vrouw een oprechte,
-trouwe vriendin te zijn.
-
-Corona.”
-
-
-»Hermelijn,” vroeg ze thans, »wilt ge mij nog een dienst bewijzen, den
-laatsten voor ge mij verlaat?”
-
-»Je weet, daarvoor ben ik hier,” antwoordde zij op haar gewone luchtige
-en toch hartelijke manier.
-
-»Breng Iwan persoonlijk den brief, en als hij onverzoenlijk mocht
-blijven, zeg dan een woord te mijner gunste.”
-
-»Ik zal er voor zorgen, Corona, en neem nu wat rust. Je bent
-overspannen.”
-
-»Als ik zijn antwoord heb, dan zal ik rusten, eerder niet.”
-
-Hermelijn kleedde haar Leni aan en zond toen een boodschap aan den
-portier om aan mijnheer Thoren van Hagen te zeggen dat zij hem in den
-loop van den dag wenschte te spreken.
-
-»Waar zal ik hem ontvangen?” vroeg zij Corona.
-
-»Hier naast in het salon. Ik blijf hier.”
-
-»Om alles af te luisteren.”
-
-»Meen je dat ik stil zou kunnen wachten terwijl mijn toekomstige
-zielsvrede beslist wordt?”
-
-De portier liet zeggen, dat mijnheer uit was gegaan, doch zoodra hij
-terug was, zou hij de boodschap overbrengen.
-
-Eenige uren verliepen, die Corona in de grootste spanning doorbracht.
-
-»Je ziet toch,” zeide zij aan haar zuster, »hoeveel mij aan zijn
-vergeving alleen gelegen is, nu zelfs, nu het geheel onmogelijk is iets
-meer te hopen.”
-
-Eindelijk werd er gewaarschuwd, dat mijnheer Thoren van Hagen dadelijk
-zou komen; Corona ging in de slaapkamer terug en Hermelijn wachtte met
-haar kind op den arm den bezoeker af.
-
-Met zijn gewone losheid van beweging trad Iwan binnen.
-
-»Ik wist niet, dat je hier logeerde, Hermelijn,” zoo begon hij, »anders
-had ik je stellig een bezoek gebracht. Is dat je kleine, een
-allerliefst ding, precies Conrad.”
-
-Hij nam Leni in de armen en was dadelijk op een goeden voet met haar;
-niets geschikter bij gesprekken, die moeilijk te beginnen en nog
-moeilijker vol te houden zijn dan een kind, dat altijd gelegenheid
-geeft tot het vullen der onvermijdelijke gapingen in het onderhoud en
-aanleiding wordt tot het maken van opmerkingen en zelfs tot het
-loslaten van eenige scherts, maar vooral tot het uitstellen van het
-beslissende woord.
-
-»Een aardig diertje, niets eenkennig.”
-
-»Anders is ze het wel. Vind je werkelijk dat ze op haar vader gelijkt?”
-
-»Sprekend, een echte kleine Géran!”
-
-»Een mooi compliment.”
-
-»Zeker, ’t is een knap volk; die arme Dolly, wat heeft het bericht van
-haar dood me getroffen.”
-
-»En Akkeveen is reeds geëngageerd.”
-
-»Meer te begrijpen dan te prijzen, in hem althans. Heb je niet veel
-last van haar op reis gehad?”
-
-»’t Schikt nog al; zij was zoo erg lastig niet, Corona overigens nog
-minder, ondanks haar hulpeloosheid, och! ’t is me erg meegevallen, ik
-zag er zoo tegen op.”
-
-»Weinigen zouden het je hebben nagedaan!”
-
-»Dat geloof ik toch wel, er was niets anders op. Geef me de kleine,
-Iwan, ik zal haar aan de baboe toevertrouwen.
-
-»Waarom, ze hindert mij niet.”
-
-»Maar mij wel, je begrijpt toch, dat ik je niet heb laten roepen om
-voor speelkameraad van nonnie Leni dienst te doen.”
-
-Iwan lachte maar het ging hem niet van harte; Hermelijn bemerkte
-duidelijk dat hij ondanks al zijn pogingen om een tegenovergestelden
-indruk te maken iets gedwongens had in zijn geheele optreden, dat hem
-anders geheel vreemd was.
-
-Hermelijn riep de baboe en zond haar dochtertje de kamer uit en zette
-zich toen tegenover Iwan neer.
-
-»Nu mijn opdracht,” zoo begon zij.
-
-»Dat klinkt plechtig,” zeide hij spottend.
-
-»Wist je waarlijk niet, dat wij hier logeerden voor dat je mijn
-boodschap ontving? Heb je haar niet gezien van morgen?”
-
-»Wie, die ziekelijke dame in de gang? Was zij dat? Werkelijk,
-Hermelijn, ik herkende haar niet, want ik zag haar niet aan.”
-
-»Zij verzocht mij je dit briefje te geven.”
-
-Zijn sterke handen beefden zichtbaar toen hij het toegevouwen papier
-aannam en op de misvormde letters staarde; zijn wenkbrauwen fronsten
-zich terwijl hij las en nog eens las; een spottende glimlach speelde
-even om zijn lippen maar verdween dadelijk weer.
-
-’t Was Hermelijn of zij het kloppen van Corona’s hart en polsen in de
-aangrenzende kamer hoorde, zoo geheel dacht zij zich in haar toestand.
-
-»Ik kan ’t niet,” zeide hij met doffe stem en stond op, »ik kan ’t nog
-niet vergeten.”
-
-»En ook niet vergeven, Iwan?”
-
-»Dat is hetzelfde. Je begrijpt niet, Hermine, wat ze voor mij geweest
-is. Toen ik in Indië aankwam, had ik geleefd alleen voor mijn genoegen;
-ik zocht nieuwe indrukken, altijd nieuwe indrukken, daar ontving ik er
-een, den machtigsten, die me ooit gewerd. Ik zag haar staan als de
-koningin van den nacht, of wat zij mij al te binnen bracht toen ze daar
-stond tusschen de bloemen en het licht om je te ontvangen. Van dat
-oogenblik kende ik maar één levensdoel; zij moest me leeren beminnen.
-Ge herinnert je, hoe alles zich heeft toegedragen, zij kreeg me lief,
-te lief meende ik dikwijls. Ik was bevreesd die groote liefde niet
-waardig te blijven en daarom moest ik mijzelf beter maken; daar liefde
-alleen mijn ziel niet kon vervullen, wilde ik mijn arbeid aan haar
-dienstbaar maken. Toen zag ik eerst wat mijn leven kon worden, met en
-door haar, toen leerde ik haar eerst beminnen, zooals zij bemind moet
-worden, niet met een blinde, afgodische vereering, maar met een liefde,
-die steunt, die raadt, die onveranderlijk blijft, ik moest mijzelf
-beter maken om haar meerdere te blijven en eindelijk zag ik de toekomst
-hoopvol in. Ik voelde dat ik niet meer alleen was, dat ik met mijn
-schoone vrouw een vader, een gezin zou terug vinden, ik was zoo
-gelukkig totdat die brief alles vernietigde.”
-
-»Vreeselijk!”
-
-»Wel vreeselijk! Maar het vreeselijkste volgde, ik beminde Corona met
-al haar gebreken, ik zou haar de onkiesche daad, waarvan je, zoo ’t
-heette, haar beschuldigdet, gaarne vergeven, maar ik moest een waarborg
-hebben voor de toekomst. Zij koos tusschen mij en haar booze
-raadgeefster. Je weet op welke wijze.”
-
-Hij drukte de hand op zijn gelaat als wilde hij den gloed van het
-schandmerk verkoelen.
-
-»Zij heeft bitter gedwaald, maar nog bitterder gerouwd. Zij is zoo
-veranderd, Iwan, zij is dezelfde niet meer!”
-
-»Omdat zij zwak, en ziekelijk, en hulpeloos is? Denk je dat ik eenige
-waarde aan zulke bekeeringen hecht?”
-
-»Haar geest is veranderd, haar karakter is gesterkt. Wie kan er beter
-over oordeelen dan ik, die dag en nacht met haar ben? Eén ding
-ontbreekt haar alleen, om haar gemoedsrust te herwinnen, de zekerheid
-dat gij haar vergeven hebt.”
-
-»Ik begrijp niet, welk belang haar dit inboezemt.”
-
-»Rechtstreeks niets. Was je niet getrouwd, zij zou je die vergeving
-niet hebben gevraagd.”
-
-»En waarom niet?” vroeg hij spottend.
-
-»Omdat het voor de hand ligt, dat je haar stap zoudt toeschrijven aan
-haar wensch om voor je dezelfde te worden als vroeger.”
-
-»Vindt ze het dan beneden haar, de vrouw te worden van hem dien zij
-schandvlekte?”
-
-Hermelijn leed voor de arme, die alles hoorde, tranen sprongen haar in
-de oogen.
-
-»Je bent wreed, onbarmhartig, Iwan,” zeide zij streng.
-
-»Ik ben alleen ongelukkig.”
-
-»Zelfs nu je over je leven hebt beschikt? Hoe ongelukkig moet zij dan
-niet wezen, zij die zooveel verloor, die verlaten werd door haar
-familie, die met haar vader haar natuurlijken steun zoo mist, die
-verminkt werd tot belooning van een heldhaftige daad. Maar zij heeft
-zich boven haar smart weten te verheffen, zij is een andere, een betere
-geworden en je hebt alleen in zelfzucht je troost gezocht; je wilt niet
-gelukkig zijn omdat je alleen in wrok en toorn aan het verleden denkt
-en een hulpelooze vloekt. Ik weet niets van je huwelijk, maar dit
-begrijp ik alleen, je eigen stemming belet je gelukkig te zijn. Eerst
-als je vergeven hebt, kan je vrede vinden.”
-
-Hij wendde zich van haar af en ging aan het raam staan.
-
-Hermelijn volgde hem.
-
-»Wij hebben ook vergeven, Iwan,” fluisterde zij hem toe, »hadden Conrad
-en ik haar niet meer te vergeven dan een slag in drift toegebracht?”
-
-»Ik ben zoo edelmoedig niet,” antwoordde hij barsch, »en je hebt haar
-niet lief gehad zooals ik...”
-
-»Een reden te meer om haar te vergeven nu die liefde een zonde voor je
-beiden zou zijn, en je haar vergeten moet. Maar ’t is niet zoo, je hebt
-haar nooit liefgehad. Weet je nog hoe ik je waarschuwde? Je liefde was
-slechts zucht naar het onbereikbare.”
-
-»Thans niet meer.”
-
-»Dan moet je vergeven. Ware liefde denkt geen kwaad. Wat zal ik haar
-zeggen, Iwan?”
-
-»Niets. Het ga haar wel! Als mijn wrok voorbij is kan ik vergeven,
-anders niet, en wat beteekent een woord, dat het hart niet
-uitspreekt... Of neen, zeg haar dat ik haar bemin meer dan ooit!”
-
-»En haar vergeeft?”
-
-De deur werd zacht, schier onhoorbaar, geopend; hij stond met het
-gelaat nog steeds tegen het vensterglas gedrukt en zag niet om; Corona
-trad binnen, wankelend, met de linkerhand een steun zoekend.
-
-»Iwan,” riep zij zacht.
-
-Als door een electrischen schok gedreven, wendde hij zich om; en zag
-haar voor hem staan, in het lange slepende zwarte huiskleed, door geen
-kleur verhelderd; een doek van spaansche kant viel van haar donkere
-lokken langs haar vermagerde trekken af; zij was nog schoon, maar van
-een geheel andere schoonheid dan vroeger.
-
-Smart en nadenken hadden de uitdrukking van haar trotsche oogen
-verzacht, om haar lippen lag een trek van stillen weemoed, haar blik
-rustte op hem met een stomme bede van vergiffenis.
-
-»Corona,” riep hij plotseling en snelde toe; alles, alles was vergeten
-toen hij haar zag; hij wist nu alleen dat zijne liefde groot genoeg was
-ook om te vergeten; hij sloeg zijn arm om haar heen en drukte haar aan
-zijn borst.
-
-»Mijn arme Corona! hoe kan ik zoo laf zijn, nog wrok tegen je te
-koesteren! Ik heb je terug! ’t Is genoeg!”
-
-»Je vergeeft me, Iwan, ik dank je!”
-
-Zij wilde zich losmaken uit zijne omarming maar hij leidde haar naar de
-sofa en zette zich naast haar neer.
-
-»Er is geen sprake van vergeven. Ik laat je niet weer los, nu ik je
-gevonden heb, nooit meer, nooit,” fluisterde hij haar hartstochtelijk
-toe.
-
-»En je vrouw?” was haar zachte vraag.
-
-Hij hoorde niet en zag haar diep in de oogen en greep haar machtelooze
-hand, die hij aan de lippen drukte.
-
-Zij waren alleen, Hermelijn had hen verlaten, zoodra zij zag dat het
-ijs gebroken was.
-
-»Zie me aan, wend je niet van mij af! Ik ben dezelfde nog, ik kan niet
-meer toornig op je zijn, mijn kroon, mijn lieveling! We hebben zooveel
-door mekaar geleden, nu is alles voorbij, alles!”
-
-»Maar Iwan!”
-
-»En wanneer word je voor goed mijn bruid? Vandaag nog?”
-
-»Iwan,” riep zij ontzet. »Is ’t dan niet waar?”
-
-»Wat is niet waar?”
-
-»Je huwelijk!”
-
-»Mijn huwelijk? O ja, Hermelijn heeft dat gefantaseerd! en ik liet haar
-in die verbeelding, ik ben niet getrouwd!”
-
-»Niet getrouwd?”
-
-Zij herhaalde het langzaam, woord voor woord:
-
-»Niet getrouwd! Kan ik nog geluk hopen! O Iwan, bedrieg mij niet, ik
-heb zooveel, zoo bitter geleden.”
-
-Toen verborg zij het hoofd aan zijn borst en snikte het uit.
-
-»Die gedachte is zoo bedwelmend, gelukkig worden met jou! O Iwan, mijn
-leven lang zal ik alles aan je goedmaken. Laat mij die striem
-uitwisschen!”
-
-En zij legde haar handen op zijn gelaat en drukte haar lippen op de
-plek door haar slag verwond.
-
-»Gloeit ze nog?” vroeg zij.
-
-»Niet meer!” fluisterde hij haar toe, »we zijn wijzer dan dien morgen
-in het rozenparadijs. Wij kunnen ons leven op nieuw beginnen, nu er
-geen scheidsmuur tusschen ons oprijst. Wil je morgen reeds mijn bruid
-worden?”
-
-»Is ’t je ernst, Iwan? Zie mij aan, ik ben dezelfde niet meer, ik ben
-zwak en ziekelijk.”
-
-»Ik zal je steunen, ik zal je sterken, dat is voortaan mijn levenstaak.
-Vertrouw je op mijn liefde?”
-
-»En op alles wat van je komt! O Iwan, wat ben ik dwaas geweest.... maar
-laat ons nu Hermelijn roepen, ik dank alles aan haar.”
-
-»Ze is weg!”
-
-»Nog één woord, nog één bekentenis heb ik je te doen; kom hier, Iwan,
-weet je waardoor alles ontstaan is, mijn dwaze toorn, mijn
-eigenzinnigheid? Iteko heeft wel het vuur aangewakkerd, maar de vonk
-was er toch. Ik heb altijd gemeend dat je eigenlijk Hermelijn
-liefhad... dat je mij ten huwelijk vroeg om in haar nabijheid te kunnen
-blijven.”
-
-»Stout kind! Voor hoe slecht moest je den man aanzien, wien je toch je
-leven wilde toevertrouwen. De dochter van mijn vaderlijken vriend, de
-vrouw van een mijner gastheeren zou ik iets anders dan een broederlijke
-genegenheid toedragen? En ook Conrad was jaloersch...”
-
-»En bij hen is die argwaan oorzaak geworden van hun geluk maar bij ons
-.... O Iwan, ik beloof je vertrouwen, volledig vertrouwen altijd en
-overal!”
-
-»Dat ik steeds zal trachten te verdienen!”
-
-Hij drukte haar ernstig de hand en in dien handdruk lag een belofte zoo
-plechtig als stonden zij reeds voor het altaar.
-
-»Hen, die mij thans ’t liefst op aarde zijn heb ik het meest
-gewantrouwd... Hoe verdien ik nog mijn geluk... Ga nu en roep haar!”
-
-Iwan ging in de aangrenzende kamer maar daar was niemand; op de gang
-echter stond Hermelijn en zag hem eenigszins bezorgd aan; zij vreesde
-zeker dat de verzoening te ver zou gaan.
-
-»Kom maar binnen, zusje,” verzocht hij, »ik heb je raad gevolgd.
-Vergeven is zoet, vergeven schenkt alleen vrede.”
-
-Zij zag hem in de stralende oogen en volgde hem bezorgd en
-besluiteloos.
-
-»Hermelijn,” sprak Corona toen zij binnentrad, »je hebt mijn smart
-gedeeld, deel nu mijn vreugde. Alles is goed tusschen ons, we beginnen
-het leven op nieuw.”
-
-»En zijn vrouw?”
-
-»Die leeft nog maar alleen in je verbeelding, maar ik hoop er spoedig
-werkelijk een te bezitten; morgen zal ik een bruid rijk wezen!”
-antwoordde Iwan bijna juichend.
-
-»Maar ik begrijp het niet! Heb je mijzelf niet gezegd dat je werkelijk
-getrouwd waart?”
-
-»Gezegd heb ik het niet! Ik zeide alleen op je vraag hoe ’t met mijn
-leven stond; dat ik op weg was boer te worden, maar daarvoor het noodig
-achtte te trouwen. Noodig was het ook, maar ik kon er niet toe komen.”
-
-»En ik zei daarop: Je hebt het natuurlijk gedaan, toen spraken we over
-iets anders en aan je vinger zag ik een trouwring.”
-
-»Die mijns vaders!”
-
-»In elk geval is het zoo veel beter! Liefste Corona, wat ben ik
-blijde.”
-
-»En beklaag je hem niet, dat hij nu een vrouw uit medelijden neemt?”
-
-»Neen, de Corona van heden is meer, veel meer waard, dan de andere die
-eens zijn geest betooverde. Ik kan nu eerst uit het volle van mijn hart
-Iwan geluk wenschen!”
-
-»Ik ga je aflossen, Hermelijn! Wat is een mensch toch weinig meester
-van zijn lot, wie had het mij voorspeld toen ik deze kamer binnentrad,
-dat ik weinige oogenblikken later zulk een besluit zou nemen. Ik kende
-geen middenweg tusschen haat of liefde. Je hand drukken, koele woorden
-van verzoening en zelfs vriendschap wisselen, ’t ware mij onmogelijk.
-Alles vergeten, alles op nieuw beginnen, dat zou ik kunnen misschien.
-Toen Hermelijn mijn grief onder woorden bracht, en toen ik je terug
-zag, toen eerst voelde ik dat niets die groote, die innige liefde in
-mijn hart kon uitdooven, dat ik je liever had dan ooit, zelfs toen ik
-meende je te haten!”
-
-»En mijn kleine Leni gaat terug naar haar lief klein paatje, nu eerst
-vertrek ik met een gerust hart; Corona, nu word ik door een betere
-vervangen,” zeide Hermelijn.
-
-
-
-
-
-
-
-LX.
-
-
-Het waren dagen van onvermengde zaligheid en geluk, die nu voor Iwan en
-Corona aanbraken; zij namen hun liefdesroman op, van de plaats, waar
-zij dien neergelegd hadden. Vluchtig gingen zij over het oogenblik
-heen, toen het verhaal zoo plotseling afgebroken was; het geluk was de
-beste geneesheer voor Corona, zij wilde sterk worden, zij wilde Iwan
-iets beters gunnen dan een gebrekkige vrouw en zoo ging haar gezondheid
-snel vooruit.
-
-Zelfs haar arm leerde zij gebruiken, daar hij het verlangde; Iwan
-waardeerde nu ook beter haar liefde, hij zelf was wijzer geworden en
-begreep dat haar karakter, hoe ook veranderd, geleid moest worden door
-zachtheid en geduld; Hermelijn had er den weg toe gevonden, hij wilde
-haar werk in alle opzichten voortzetten en besloot in de eerste plaats
-te trachten werkelijk haar meerdere te worden om voortdurend niet
-alleen haar liefde maar ook haar achting waardig te blijven.
-
-Zoo gingen zij het huwelijk tegemoet, als menschen, die de lessen van
-de hardste leermeesteres, de smart, ontvangen hebben en er hun voordeel
-mee wisten te doen; zij hadden geleerd dat, daar waar de natuurlijke
-neiging van het hart te kort schiet om het goede te verrichten, de stem
-van den plicht moet gehoorzaamd worden, die den rechten weg aanduidt;
-zij zochten het geluk van elkander op ieders wijze te bevorderen; zij,
-door naar hem op te zien als naar een veiligen leidsman, hij, door dat
-vertrouwen te blijven verdienen.
-
-Zijn vroolijkheid vulde aan wat aan de hare ontbrak; haar geluk toch
-werd getemperd door de herinnering aan het verledene; de gelukkige
-tijden van haar eerste engagement herleefden telkens in haar geest; zij
-dacht aan haar vader, aan de arme Dolly, aan haar zwakheid tegenover
-Iteko; hij daarentegen voelde zich trotsch op de overwinning, die hij
-op zichzelf had behaald, toen hij haar vergaf en vertrouwde op de
-toekomst, die nog zooveel herstellen kon.
-
-»Maar vertel me nu iets over je wedervaren in dien tijd,” zoo verzocht
-hem Corona eens, terwijl Hermelijn hen gezelschap hield aan de
-theetafel, »heeft niemand mijn plaats bij je bekleed?”
-
-»Wel stellig, ik ben geëngageerd geweest, Hermelijn had bijna gelijk:
-het scheelde maar een haar of ik zou nu getrouwd zijn. Zal ik je de
-geschiedenis vertellen?”
-
-Op Corona’s voorhoofd dreef een wolkje, maar zij knikte van »ja.”
-
-»Nu dan, ik kwam in mijn Hollandsch huis terug, zooals mijn goede
-pleegmoeder Kaatje zeide »vleugellam.” Ik had genoeg van alles, ik had
-in niets moed.”
-
-»Evenals ik!” fluisterde Corona.
-
-»Ik moest toch een besluit nemen en toen dacht ik: Mijn leven lang deed
-ik alles, waarin ik lust had, nu ga ik voortaan doen, wat mij volstrekt
-niet aantrekt, dat is iets nieuws, misschien zal me dat genezen. En zoo
-besloot ik dan Limburgsche boer te worden en te trouwen met een meisje,
-dat klein, blond, zacht en onbeduidend was.”
-
-»Je ideaal!”
-
-»Het tegenbeeld! Ik vond ze spoedig, zij was weinig meer dan een
-boerenmeisje, het deerde me niet, ik vroeg haar ten huwelijk en
-denzelfden dag verscheurde ik met betraande oogen zeker portret.”
-
-»Corona,” fluisterde hij haar toe, »als je wist hoe hard ’t mij viel
-ook van je beeld te scheiden,” en hardop ging hij voort, »we waren
-verloofd tot groote verwondering van iedereen, Mimi...”
-
-»Heette ze Mimi?”
-
-»Ja, Mimi werd benijd. Waarom, mag de hemel weten; ik begrijp niet, wat
-voor aantrekkelijks schuilen kan in de hoop op een hart, dat aan een
-ander toebehoort; ik had haar mijn liefde niet verklaard, alleen
-gevraagd of ze mijn vrouw wilde worden; het kind was en bleef bang voor
-mij en ik gevoelde mij in haar tegenwoordigheid zoo diep ongelukkig,
-zoo neergeslagen als nooit te voren, ik geloof dat de zes weken van ons
-engagement dubbel rekenen in mijn leven. Ik dacht slechts aan mijn
-Corona terwijl ik Mimi liefkoosde.”
-
-»Zoo zou ’t mij ook gegaan zijn als ik met Alain de Géran geëngageerd
-was geraakt.”
-
-»In dien tusschentijd stierf mijn vader; hij was dood in zijn stoel
-gevonden en zijn zaken verkeerden in een allertreurigsten toestand; de
-man was jaren lang om den tuin geleid door bedriegers van allerlei
-aard; ik had genoeg te doen om in dien chaos eenig licht te brengen en
-daardoor raakten mijn toekomstplannen op den achtergrond. Ik merkte
-spoedig dat Mimi niet tevreden was, dat haar illusiën niet vervuld
-werden; ik had mij gevleid dat zij mijn persoon lief had, die zoete
-hoop werd aan mijn ijdelheid spoedig ontnomen. Mimi had het
-alleraardigst gevonden, mevrouw Thoren van Hagen te worden, omdat het
-zoo deftig klonk en ze mooie japonnen zou kunnen dragen en dat men uren
-in het rond zou gaan spreken van het wit satijnen bruidstoilet van de
-meestersdochter, den man wilde zij er wel op den koop toe bij nemen.
-Gelukkig toen de keten mij ondragelijk zwaar werd, kwam ik tot de
-erkenning dat hij ook haar hevig drukte. Een kleinigheid bracht de
-uitbarsting teweeg, of liever de oplossing, een kalme, vreedzame
-oplossing die mij een schier ondragelijk juk van de schouders nam. Ik
-had in de laatste nachten niet meer geslapen, ’t was mij of ik vluchten
-moest ver van daar, en zoo mijn eerewoord tegenover een onervaren kind
-mij niet gebonden had, wie weet welk besluit ik genomen had. Nu was ik
-vrij, maar weer even eenzaam, even doelloos als voorheen; het boeren
-trok mij volstrekt niet aan en ik maakte plannen om weer de wereld in
-te trekken, Europa voorgoed te verlaten...”
-
-»En nu?”
-
-»Nu is het aan mijn bruid om te beslissen; ik ben Goddank niet vrij
-meer, ik leg mijn leven in Corona’s handen.”
-
-»Iwan, ga met me mee naar Indië, help mij, in mijn vaders geest voort
-te leven, zijn plannen voort te zetten, orde te brengen in die
-verwarring.”
-
-»Ik zal je eerste minister zijn, Corona, meer niet!”
-
-»Wat ben ik blij om Conrad!” juichte Hermelijn, »de arme jongen staat
-nagenoeg alleen. Nu krijgt hij zeker een steun en een goeden ook!”
-
-»En papa, die je reeds zoo lief had, verheugt er zich over,” zeide
-Corona diep ontroerd, »ik zal mijn best doen, spoedig sterk te worden,
-opdat ge je niet te veel over je vrouw behoeft te schamen, Iwan!”
-
-»Die moed heeft, het nog eenmaal te wagen met zulk een windwijzer als
-ik ben geweest.... naar ik hoop! Maar eerst moet je meer van Europa
-zien, Corona, we gaan naar Italië en Zwitserland en dan volgen we zusje
-Hermelijn naar huis!”
-
-Het was een stille plechtigheid, die van Iwan en Corona’s huwelijk. De
-bruid scheen nog zwak en leunde geheel op den sterken arm van haar
-bruidegom; zij droeg een eenvoudig maar smaakvol toilet van zwart kant,
-door geen diamant opgesierd; slechts een enkel takje natuurlijke
-oranjebloesems had Iwan op haar kleed gestoken; haar rechterhand kon
-moeilijk haar naam teekenen, toch stond zij er op, die te gebruiken.
-Iwan begreep waarom.
-
-In haar oogen blonk de glans van een rein, edel geluk en hij zag met
-trots en zelfvoldoening neer op de schoone bruid, die hij na zooveel
-strijd en smart eindelijk gewonnen had.
-
-»Iwan’s oogen lachen den geheelen dag,” zeide Hermelijn, die hen in het
-hotel bij een eenvoudig déjeuner opwachtte, maar ook haar geheele wezen
-lachte van vreugde bij het vooruitzicht dat zij reeds morgen Holland
-ging verlaten.
-
-»Mijn taak is volbracht, ik ga gerust heen,” zeide zij bij het afscheid
-nemen, »tot wederziens!”
-
-Het afscheid viel echter ook haar zwaarder dan zij dacht. Corona kon
-zich slechts met moeite van haar lieve, bezorgde gezellin wegrukken;
-gelukkig dat zij in haar man een troost vond, die tegen alle andere
-ruim opwoog.
-
-Hermelijn vertrok met de Fransche mail, zij kwam met haar Leni en de
-bedienden behouden in Singapore aan; groot was haar verrassing toen zij
-geheel onverwacht Conrad voor zich zag staan.
-
-Hij had zijn ongeduld naar vrouw en kind niet langer kunnen bedwingen,
-en was hun tegemoet gereisd.
-
-Hermelijn vergeleek deze ontmoeting met haar eerste aankomst en dankte
-God in stilte dat de omstandigheden zulk een loop hadden genomen, en
-zij, de eenzame weeze van voorheen, thans een beminde vrouw, een
-gelukkige moeder, een hooggewaardeerde bloedverwante was geworden.
-
-Hermelijn werd niet moede van het vertellen harer lotgevallen en
-ondervroeg tegelijkertijd haar man naar alles, wat in Ngaroengan was
-voorgevallen.
-
-De wanorde was hoe langer hoe grooter geworden, de familie August was
-een troep wilden gelijk, de kinderen van Guillaume, ook geheel aan
-zichzelf overgelaten, niets minder, de zwakke vader ging zich hoe
-langer hoe meer te buiten aan spel en drank, en ook Toetie’s gedrag was
-lang niet onberispelijk; Akkeveen’s engagement scheen af, hij maakte
-het zijn zwagers met wie hij thans ook gebrouilleerd was, lastiger dan
-ooit.
-
-Margot wilde trouwen met een piepjong ambtenaartje.
-
-»Ik geloof dat hij je reisgenoot was, Hermelijn,” sprak Conrad, »heet
-hij niet Simons?”
-
-»Juist, een goedig ventje, maar geen man voor onze Margot!”
-
-»Er is niets aan te doen, het kind luistert naar niemand. Philip is bij
-Guillaume in de leer, ik vrees voor hem. Portias en Kitty zijn naar
-Batavia gevlucht en leven daar recht gelukkig en tevreden, blijde uit
-de wildernis ontsnapt te zijn. Er is niets meer over van de orde, die
-er vroeger bij ons in de kolonie heerschte; alles wordt verdeeld onder
-eindeloos gekibbel. Ik verlang er naar dat Iwan en Corona komen, je
-begrijpt hoe de tijding van hun verzoening en huwelijk ze allen te leur
-stelde.”
-
-»En kreeg je vrouw de schuld niet, dat zij alles in orde of liever in
-de war had gebracht?”
-
-»Niemand durfde het zeggen in mijn bijzijn, maar dat ze je de schuld
-geven is wel te begrijpen. Zij hadden nooit gedacht dat Corona zou
-herstellen.”
-
-»En ze vergeven het mij niet, dat zij nu weer sterk wordt als vroeger
-en werpen de schuld daarvan op mij. Ik ben er trotsch op, Coen, en
-jij?”
-
-»Ik ben blij dat ik je beidjes terug heb. Wat ik je toch miste!”
-
-»Meer dan vroeger toen je mij te Samarang zoo officieel vroeg hoe ik ’t
-maakte.”
-
-»Deugniet! Praat daar niet over, onze Leni mocht het eens verstaan!”
-
-»Je hebt gelijk, zij behoeft niet te weten wat een ondeugend jongetje
-haar nu zoo geëerbiedigde papa is geweest.”
-
-Op Batavia werden zij door Kitty en Portias afgehaald om bij hen te
-logeeren; Portias leefde tegenwoordig geheel in zijn element en
-verzekerde dat hij nu eerst op orkest-toon was gestemd; Kitty had
-slechts oog en oor voor kleine Leni, wat haar niet belette met aandacht
-te luisteren naar het omstandige verhaal van Corona’s huwelijk.
-
-Na eenige aangename dagen te hebben doorgebracht, werd het vertrek naar
-Samarang vastgesteld; Hermelijn had te Batavia ook mevrouw van Diteren
-bezocht, die eindelijk de treurige tijding ontvangen had door een
-toeval; Hermelijn’s tegenwoordigheid was de eerste afleiding, die zij
-in haar smart wilde erkennen; haar hart was vol bitterheid jegens haar
-echtgenoot. Zelf wijzer geworden door de ondervinding, trachtte
-Hermelijn haar tot kalmte en onderwerping aan te sporen in plaats van
-haar zooals vroeger tot verzet te prikkelen.
-
-Het was een sombere, regenachtige avond toen Conrad, Hermelijn en hun
-dochtertje hunne woning in het gebergte naderden; een intocht geheel
-verschillende van haar vorige. Nergens vuurwerk, nergens vreugdevuren,
-muziek of dansen, maar in hunne harten was het des te lichter. In hun
-oogen blonk een vuur, dat niet afhankelijk was van uiterlijke dingen om
-te glinsteren en koesterende warmte rondom zich te verspreiden en
-beider zielen vervulde een gevoel, dat niets gemeen had met de onrust,
-den wrok en de vrees, die noch muziek, noch licht glansen, op dien
-gedenkwaardigen avond konden verjagen.
-
-Met hun kind op de knieën, en het bewustzijn in ’t hart veel meer te
-hebben gedaan dan hun plicht, voelden Conrad en Hermelijn zich sterk
-door hun liefde, vol vertrouwen op de toekomst, hoe die ook zijn mocht;
-moedig gingen zij op nieuw het leven in, gelukkig door het denkbeeld
-dat slechts de dood hen voortaan zou kunnen scheiden.
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Nieuw aangekomenen in Oost-Indië.
-
-[2] Overstroomingen.
-
-[3] Kleine zeilbooten.
-
-[4] Toespijs van Spaansche peper.
-
-[5] Javaansche geraasmakende instrumenten.
-
-[6] Stil! ’t helpt toch niet.
-
-[7] Indisch négligé.
-
-[8] Vrucht.
-
-[9] Dieren, vlinders!
-
-[10] Waar heb je pijn, ventje?
-
-[11] Onbeleefd.
-
-[12] Een soort lorken (mélèzes.)
-
-[13] Indische bloemen.
-
-[14] De groote (oude) heer.
-
-[15] Sprinkhanen.
-
-[16] Champagne.
-
-[17] Beschilderd.
-
-[18] Wat kan men er aan doen?
-
-[19] Gordijnen.
-
-[20] Opzichter.
-
-[21] Hagedissen.
-
-[22] Spoken.
-
-[23] »Van waar komt de bloedzuiger?
- Hij daalt van het water in het rijstveld,
- Van waar komt de liefde?
- Van de oogen daalt zij in het hart.”
-
-[24] Rijstkoeken en aan stokjes geregen gebraden vleesch.
-
-[25] Gaarkeuken.
-
-[26] Vleermuizen.
-
-[27] Indische toespijzen.
-
-[28] Gardenia.
-
-[29] Indische bloemen.
-
-[30] Draagstoel.
-
-[31] Booswicht.
-
-[32] Ben je moe, jongen?
-
-[33] Zwarte rijst.
-
-[34] Dorpen.
-
-[35] Rijstvelden.
-
-[36] Bladeren.
-
-[37] Rieten valgordijnen.
-
-[38] Banaan.
-
-[39] Haarwrong.
-
-[40] Erge honger.
-
-[41] Rustbank.
-
-[42] Mevrouw.
-
-[43] Hollandsche.
-
-[44] Gebak.
-
-[45] Schotels van gevlochten riet.
-
-[46] Rieten zak.
-
-[47] God beware me!
-
-[48] Hollandsch meisje.
-
-[49] Brutaal.
-
-[50] Schreeuwerig.
-
-[51] Javaansch logement.
-
-[52] Doek beschilderen.
-
-[53] Komvormige hoofddeksels.
-
-[54] Steel van een kokosblad.
-
-[55] Javaansche manieren.
-
-[56] Bezem.
-
-[57] Eendje.
-
-[58] Saus.
-
-[59] Graven.
-
-[60] Lampjes.
-
-[61] Mahomedaansche priester.
-
-[62] Oude vrouwen.
-
-[63] Baadje.
-
-[64] Buiging.
-
-[65] Gebed.
-
-[66] Hoed.
-
-[67] Medicijn.
-
-[68] Spook.
-
-[69] De groote juffrouw.
-
-[70] Hollandsche medicijn.
-
-[71] Vasten.
-
-[72] Mahomedanen.
-
-[73] Eiland Java.
-
-[74] Blanke menschen.
-
-[75] Inlandsche opperhoofden.
-
-[76] Galeien.
-
-[77] Offermaal.
-
-[78] Bedehuis.
-
-[79] Gedroogd vleesch.
-
-[80] Gouverneur-generaal.
-
-[81] Zalf.
-
-[82] Indische snoeperijen.
-
-[83] Stil.
-
-[84] Steenen stamper.
-
-[85] Parasol.
-
-[86] Zoete rijst.
-
-[87] Gouverneur-Generaal.
-
-[88] Dankje.
-
-[89] Bewolkt.
-
-[90] Prinses.
-
-[91] Tuinman.
-
-[92] Grootvader.
-
-[93] Een soort van hoog gras.
-
-[94] Stroosigaartje.
-
-[95] Rijstpoeder.
-
-[96] Vuurtouw.
-
-[97] Schuiten.
-
-[98] Spook.
-
-[99] Lampions.
-
-[100] Sausen.
-
-[101] Pakjesdrager.
-
-[102] Regenscherm.
-
-[103] Spaansche peper.
-
-[104] Noodlottig.
-
-[105] Uil.
-
-[106] Valiesjes en pakken.
-
-[107] Vasten.
-
-[108] Mohammedanen.
-
-[109] Roovers.
-
-[110] Een soort rentmeester.
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HERMELIJN ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/64438-0.zip b/old/64438-0.zip
deleted file mode 100644
index 504dbf9..0000000
--- a/old/64438-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/64438-h.zip b/old/64438-h.zip
deleted file mode 100644
index 689f651..0000000
--- a/old/64438-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/64438-h/64438-h.htm b/old/64438-h/64438-h.htm
deleted file mode 100644
index c85fbcd..0000000
--- a/old/64438-h/64438-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,21727 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-02-01T18:48:34Z using SAXON HE 9.9.1.6 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=UTF-8">
-<title>Hermelijn</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Melati van Java (1853&#x2013;1927) [Pseud. van Nicolina Maria Sloot]">
-<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Melati van Java (1853&#x2013;1927) [Pseud. van Nicolina Maria Sloot]">
-<meta name="DC.Title" content="Hermelijn">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="#####">
-<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-td.tocDivNum {
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-top: -0.5em;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-min-width: 1.0em;
-margin-left: -0.1em;
-padding-top: 0.9em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0 7em 0;
-padding: 5em 10% 6em 10%;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 1.7;
-margin: 2em 0 2em 0;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0 2em 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.5;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0 0 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.5;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-.lgouter {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-display: table;
-}
-.lg {
-text-align: left;
-padding: .5em 0 .5em 0;
-}
-.lg h4, .lgouter h4 {
-font-weight: normal;
-}
-.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
-color: #777;
-font-size: 90%;
-left: 16%;
-margin: 0;
-position: absolute;
-text-align: center;
-text-indent: 0;
-top: auto;
-width: 1.75em;
-}
-p.line, .par.line {
-margin: 0 0 0 0;
-}
-span.hemistich {
-visibility: hidden;
-}
-.verseNum {
-font-weight: bold;
-}
-.speaker {
-font-weight: bold;
-margin-bottom: 0.4em;
-}
-.sp .line {
-margin: 0 10%;
-text-align: left;
-}
-.castlist, .castitem {
-list-style-type: none;
-}
-.castGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.castGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.castGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .qurlink, .seclink {
-background-repeat: no-repeat;
-background-position: right center;
-}
-.pglink {
-background-image: url(images/book.png);
-padding-right: 18px;
-}
-.catlink {
-background-image: url(images/card.png);
-padding-right: 17px;
-}
-.exlink, .wplink, .biblink, .qurlink, .seclink {
-background-image: url(images/external.png);
-padding-right: 13px;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.cover-imagewidth {
-width:480px;
-}
-.xd30e91 {
-text-align:center; font-size:larger;
-}
-.frontispiecewidth {
-width:512px;
-}
-.titlepage-imagewidth {
-width:438px;
-}
-.xd30e121 {
-text-align:center; font-size:small;
-}
-.xd30e6664 {
-text-align:center;
-}
-@media handheld {
-}
-/* CSS rules copied from @style attributes in TEI file */
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-
-<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Hermelijn, by Melati van Java</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
-at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
-are not located in the United States, you will have to check the laws of the
-country where you are located before using this eBook.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: Hermelijn</div>
-
-<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: Melati van Java</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: February 01, 2021 [eBook #64438]</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div>
-
-<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This book was produced from scanned images of public domain material from the Google Books project.)</div>
-
-<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HERMELIJN ***</div>
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frenchtitle"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd30e91">HERMELIJN
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frontispiece"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure frontispiecewidth"><img src="images/frontispiece.jpg" alt="&#x201e;Een kranige meid,&#x201d; zei een der officieren tot zijn buurman..... (blz. 3.)" width="512" height="606"><p class="figureHead">&#x201e;Een kranige meid,&#x201d; zei een der officieren tot zijn buurman.&#x2026;. (blz. 3.)</p>
-</div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="438" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">HERMELIJN</div>
-</div>
-<div class="byline">DOOR
-<br>
-<span class="docAuthor">MELATI VAN JAVA</span></div>
-<div class="docImprint">TWEEDE DRUK
-<br>
-SCHIEDAM
-<br>
-H. A. M. ROELANTS</div>
-</div>
-<p></p>
-<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd30e121">Gedrukt bij H.&nbsp;A.&nbsp;M. ROELANTS, te Schiedam.
-<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">I.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De stoomboot »Menado&#x201d; had zoo juist de Rietlanden verlaten voor haar grooten overzeeschen
-tocht; de muziek van Sonneman had het »Wien Neerlandsch bloed&#x201d; doen hooren en er was
-met zakdoeken gewuifd nat van tranen. De kolonialen hieven een herhaald »Hoera&#x201d; aan
-en het groote schip schoof langzaam en statig voorbij de groetende en schreiende menschengroepen,
-die op den steiger zoolang zij konden bekende gezichten naóógden als om elk hunner
-trekken beter in den geest te prenten.
-</p>
-<p>Zoolang mogelijk bleven ook de passagiers over de verschansing gebogen; was Amsterdam
-nog in zicht, dan scheen de reis niet begonnen; als men vergeten kon zich op een zeekasteel
-van 3000 tonnenmaat te bevinden, zou men bijna gelooven, eenvoudig terug te keeren
-van een uitstapje op een havenboot naar Zeeburg.
-</p>
-<p>Het was dezelfde Handelskade met de witte koppen van haar duc d&#x2019;alven, dezelfde schepen
-met hun verschillende vlaggen, dezelfde rij donkere pakhuizen met oude gevels of nieuwe
-rozige gebouwen, diepe kijkjes gunnend langs schilderachtige grachten, de zwart berookte
-torens van Montalban, der Oude-, Zuider- en Westerkerk; dieper in de Koepel van het
-Dampaleis, naast de slanke spits der Nieuwe kerk, de ronde, grauwe Schreierstoren,
-de houten loods, die het Centraalstation verbeeldt, en verder huizen en niets dan
-huizen, waar ten minste geen schepen liggen en over alles een scherpe Aprilzon, geestig
-en grillig langs een geveltje strijkende, een binnenwatertje doende glimmen, een rood
-dak gloeien, het glazen dak van het Volksvlijtpaleis schitteren in zilverglans, een
-partij boomen voorbij gaande en ze aldus in schemerdonker doezelend, de witte kozijnen
-der ramen schel latende schreeuwen tegen den somberen achtergrond, diamanten tooverend
-in de keizerskroon op den Westertoren, en het sappig groene water van het IJ nu en
-dan aan het flonkeren en flikkeren makend, als bestond het uit louter spattende, vurige
-vonken.
-<span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span></p>
-<p>Een laatsten blik wierpen de reizigers op de stad, reeds vóór een tweetal eeuwen door
-dichters bezongen, als de »keizerin van Euroop&#x201d;, en bedachten misschien hoeveel liefs
-ze in die muren achterlieten, liefs dat eenigen dierbare vrienden, hartelijke verwanten
-noemden, terwijl anderen daaronder niets meer verstonden dan roekeloos weggeworpen
-geld, guldens, waarmede men slechts wroeging en spijt tegen een kort vervlogen genot
-had geruild.
-</p>
-<p>Voor anderen weer was de stad niets meer dan een laatste herinnering aan het geliefde
-land, dat in zijn diepsten schoot geliefde wezens, een onvergetelijk te huis verborg,
-dat men nu verlaten moest, gehoorzamend aan de onverbiddelijke wet der noodzakelijkheid,
-met slechts een flauwe hoop op wederzien.
-</p>
-<p>Al die gedachten welke de heengaanden vervullen bij het scheiden van Amsterdam, openbaren
-zich bij de vrouwen in luide snikken en zelfs zenuwtoevallen, bij de mannen in doodelijke
-bleekheid, in herhaald bijten op knevels of lippen, of wel in vroolijke zetten en
-wanhopende pogingen om altijd, zelfs in zulke hoogst ernstige oogenblikken, grappig
-te blijven, bij de kolonialen in meer of minder vluchtige aanrakingen van hun mond
-met de veldflesschen aan hunne zijde. Zoo zocht ieder zijn troost, de een in grappen,
-de ander in tranen, enkelen in jenever, maar niemand was op zijn gemak. Met het wegnemen
-der loopplank scheen iets uit hun leven afgesneden, een stukje verleden had afgedaan,
-een nieuwe toekomst brak aan, terwijl de stad haar dagelijksch leven voortzette; slechts
-zeer weinigen bekommerden zich om het kleine gedeelte harer inwoners, die zich van
-haar afgescheiden hadden. De Kalverstraat zou er &#x2019;s middags niet minder druk om zijn,
-daar het mevrouw Die en Die onmogelijk was haar asphalt meer te betreden, in de Beurs
-zou het rumoer geen toontje lager dalen, omdat een zijner trouwe bezoekers er geruïneerd
-was en nu zijn geluk in Indië ging beproeven, de »Jan&#x201d; in Kras of het Poolsche koffiehuis
-zou met dezelfde stem en hetzelfde buitenlandsche accent zijn »Asjeblieft meneer&#x201d;
-op elke bestelling antwoorden, en misschien een enkele weemoedige gedachte wijden
-aan den royalen Indischen officier, die nooit kleingeld van hem terug wilde ontvangen
-en die nu nimmermeer daar op zijn gewoon plaatsje zitten zou.
-</p>
-<p>En &#x2019;t zou op den gewonen tijd avond worden, de gaslichten werden aangestoken, de komedies
-raakten in vollen gang, op de planken werd weer gezucht, gevloekt, gelachen, geweend,
-gedanst, in de zaal geapplaudisseerd en gebisseerd en niemand miste de bezoekers van
-gisteren, die op de zilten baren overwogen, hoe dat Holland toch zoo kwaad niet was,
-vooral als men goed geld op zak had en niet voor die eeuwige schulden bevreesd moest
-zijn, dat Indië toch eigenlijk erg tegenviel, en tot troost der aanstaande baren<a class="noteRef" id="xd30e137src" href="#xd30e137">1</a>, waarmee men zoo pas kennis had gemaakt, <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>werd gezegd, dat niemand zijn land verlaten moest, die het niet volstrekt behoefde,
-dat in de Oost het geld ook maar niet zoo op straat te vinden was, dat er hard voor
-gewerkt moest worden, en meer van dergelijke aanmoedigende liefelijkheden.
-</p>
-<p>Eindelijk waren de laatste uitloopers der geliefde stad voorbij, de een na den ander
-verliet de verschansing; sommigen met een zucht, anderen met een laatste afdrogende
-beweging van neus en oogen, allen met het vaste voornemen zich er in te schikken en
-de vijf weken reis, die voor hen lagen zoo aangenaam mogelijk door te brengen.
-</p>
-<p>Er waaide een frissche bries en men maakte hier en daar de opmerking dat het koel
-begon te worden op het dek, eenigen zochten den salon op, anderen trachtten het gezelschap
-te verkennen en begonnen uit te rekenen dat er nog verscheidene ontbraken, die in
-Marseille of Napels zouden embarkeeren.
-</p>
-<p>Een was er, die onbewegelijk en steeds in dezelfde houding bij de verschansing bleef
-staan; het was een zeer jong meisje, niemand had haar weggebracht, niemand haar zien
-aankomen, want zij scheen den nacht aan boord te hebben doorgebracht. Zij was de eenige,
-die niet gewuifd of geschreid had bij de afvaart; onverschillig als ging het haar
-niet aan zag zij de toebereidselen tot het vertrek, eindelijk, het eenigszins plechtige
-oogenblik zelf; zij verroerde zich niet zoolang het schip langs Amsterdam voer, maar
-hield het oog onafgebroken op de kust gevestigd; nu had zij zich omgekeerd en overzag
-met rustigen blik de groepjes passagiers, zonder in het minst te vermoeden, dat iemand
-haar eenige belangstelling waardig keurde.
-</p>
-<p>En toch trok zij algemeen de aandacht; van de passagiers, die niet tot de rubriek
-kinderen behoorden, was zij ontegenzeggelijk de jongste en wist daarenboven het voorrecht
-van jong te zijn ten volle recht te doen wedervaren.
-</p>
-<p>Men kon er over twisten of ze bepaald schoon was, maar frisch en mooi kwam zij ieder
-der passagiers op dien Aprilmorgen voor, zooals zij daar stond met den eenen arm op
-het hek geleund, met de andere hand de dikke plooien van haar granaatrooden doek op
-haar schouders verdedigend tegen de vinnige aanvallen van den wind.
-</p>
-<p>Verrassend wit kwamen haar kin en hals uit tegen die warme, roode kleur, en de zon
-gaf een weerglans van blinkend koper aan haar dik, eenvoudig opgestoken blond haar,
-maar vooral trof de fijne teekening harer donkere wenkbrauwen, zich welvend over oogen
-van die zeldzame viooltjesblauwe kleur, welke in de schaduw gitzwart lijken, maar
-zoodra zij beginnen te fonkelen saphieren worden.
-</p>
-<p>»Een kranige meid,&#x201d; zei een der officieren tot zijn buurman, een piepjong ambtenaartje
-ter beschikking.
-</p>
-<p>»Weet u niet, wie zij is?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
-<p>»Neen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ook niet onder wiens geleide zij meegaat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nog minder, interesseert zij je reeds?&#x201d;
-</p>
-<p>»En zou ze niet, zij de eenige bloem aan boord?&#x201d;
-</p>
-<p>»Die naar Indië gaat om een plukker te vinden; zeker een gouvernante of onderwijzeres.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar dat ware toch zonde!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij doet stellig een domme streek.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe weet u dat, zonder haar te kennen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze is een blondine en blondine&#x2019;s deugen niet in de Oost. Zij worden na een jaar of
-wat bleek, vaal, flets, die een mooie blonde vrouw meeneemt naar Indië, merkt spoedig
-dat hij bekocht is.&#x201d;
-</p>
-<p>De jonge ambtenaar keek als onwillekeurig naar het kleine zwarte meisje, dat aan de
-knie stond van den kapitein en dacht, dat mevrouw diens echtgenoote zeker voorzichtigheidshalve
-geheel het tegenovergestelde moest zijn van een blondine.
-</p>
-<p>»En toch geloof ik, kapitein,&#x201d; sprak een ander heer naderbij komend, »dat zulk soort
-van blondine&#x2019;s als die jonge dame daar, tegen alle atmosferische invloeden bestand
-is, zelfs tegen een tropische zon.&#x201d;
-</p>
-<p>»Denkt u, mijnheer! Enfin, u is leeraar in natuurkunde en weet het misschien beter,
-maar ik geloof het nog niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Weet u wie ze is?&#x201d; vroeg het gebrilde ambtenaartje met klimmende nieuwsgierigheid.
-</p>
-<p>»Nog niet, maar er is wel aan de weet te komen. Ha Dokter,&#x201d; en hij riep den scheepsgeneesheer,
-die met de handen achter op den rug heen en weer ging, naderbij, »wie is de jonge
-juffrouw, die daar zoo pas is gaan zitten?&#x201d;
-</p>
-<p>Inderdaad had zij zich op een mailstoel neergezet en leunde achterover met een ernstige
-uitdrukking, die alleen in haar oogen te lezen was, want zij had haar doek over het
-fraai geteekende, vastberadenheid verradend mondje geschoven.
-</p>
-<p>»Een jonge juffrouw, dat is ze niet meer, &#x2019;t is mevrouw de Géran, die onder bescherming
-van den kommandant naar Indië vertrekt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Getrouwd!&#x201d; riep de ambtenaar met veel beteekenende teleurstelling in zijn klagend
-stemmetje.
-</p>
-<p>»Met den handschoen zeker!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat denk ik wel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Géran, Géran! zijn dat niet die schatrijke koffielords van Midden-Java?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof, dat zij tot Samarang meegaat.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoe hebben ze haar in &#x2019;t net gekregen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Vraag &#x2019;t haar zelf, als het je interesseert. &#x2019;t Is zonde zoo&#x2019;n prachtig schepsel
-in die binnenlanden te begraven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vind je ze mooi; niets aan, hoor! Een bleekneusje.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu ja, de aandoening van het oogenblik.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
-<p>»En ze heeft geen traan gelaten, niemand gegroet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat je haar opgenomen hebt!&#x201d;
-</p>
-<p>»Géran, is dat niet een ongemakkelijke oude heer van Fransche afkomst?&#x201d;
-</p>
-<p>Een derde had zich bij de groep gevoegd, een koopman, die zijn vrouw uit Europa had
-gehaald, waar zij eenige jaren voor de opvoeding der kinderen had doorgebracht.
-</p>
-<p>»Mijnheer van Diteren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kapitein Brant.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel dat doet me genoegen!&#x201d;
-</p>
-<p>Er werd voorgesteld, kennis gemaakt, men drukte handjes en zette toen het gesprek
-voort.
-</p>
-<p>»We spraken over die jonge dame, mevrouw de Géran.&#x201d;
-</p>
-<p>»Géran de Saint-Paul, zoo heet de volle naam, ach kom, is dat weer een nieuwe plant,
-die de kolonie moet uitbreiden.&#x201d;
-</p>
-<p>De beeldspraak was alles behalve nauwkeurig.
-</p>
-<p>»Welke kolonie?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel, weet u dan niet dat de Gérans de koffiekoningen van Midden-Java zijn, dat die
-oude heer een familie heeft, zoo groot dat ze haast niet te overzien is, en dat hij
-al zijn kinderen of ten minste bijna allen uitgehuwelijkt en op zijn uitgestrekte
-landen geplaatst heeft. Nu zal deze jonge dame wel weer een vrouw zijn voor een van
-de jongens. Hoe is hij er aan gekomen? Ze zeggen zelfs dat hij uitgebreide advertentiën
-plaatst voor schoonzoons en schoondochters.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die natuurlijk bij de vleet te krijgen zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is anders zoo&#x2019;n benijdenswaardig baantje niet lid van de familie de Géran te worden.
-De oude heer is de zoon van een generaal van Napoleon, die indertijd na Waterloo den
-franschen dienst verlaten heeft en als koloniaal naar Indië vertrok; hij heeft er
-fortuin gemaakt en zijn zoon nog meer. Het militaire zit hem nog in &#x2019;t bloed, er valt
-met hem niet te spelen; de volwassen zoons beven voor zijn oogen, niemand durft hem
-aan dan zijn oudste dochter, die moet nog een graadje erger zijn dan papa, een bataillons-kommandant,
-mijnheer, zooals onze kapitein het stellig nooit worden zal. Die twee kommandeeren
-het regiment.&#x201d;
-</p>
-<p>»En is er geen vrouw aan huis.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat er drie geweest zijn, maar je kunt begrijpen, dat de stiefmoedertjes
-haar pret ook op konden met een dochter als de oudste juffrouw de Géran.&#x201d;
-</p>
-<p>»En zou dit meisje weten, wat zij tegemoet gaat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Best mogelijk heeft zij nooit haar aanstaanden man gezien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar dat zou toch vreeselijk wezen en schandelijk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Schandelijk?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel zeker noem ik dat schandelijk, zich voor altijd te verbinden aan een man, dien
-men niet kent.&#x201d;
-</p>
-<p>»En die misschien niet eens weet dat hij getrouwd is.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p>
-<p>»Des te erger, maar ik kan &#x2019;t van haar niet gelooven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo, en waarom niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij ziet er niet naar uit.&#x201d;
-</p>
-<p>De anderen barstten in een spotlach uit om den toon van volle overtuiging, waarmee
-de naïve ambtenaar deze woorden uitsprak.
-</p>
-<p>De kapitein en de koopman wisselden een paar woorden in het Maleisch met elkaar en
-gingen een eindje verder; de dokter slenterde weer heen en het jongmensch kon zijn
-oogen niet afhouden van het schoone altijd even onbewegelijke meisje.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e137">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e137src">1</a></span> Nieuw aangekomenen in Oost-Indië.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e137src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">II.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Eindelijk kwam er beweging in haar oogen en zij richtte zich zelfs half op; een zacht,
-onderdrukt maar toch niet te overwinnen snikken trof haar oor.
-</p>
-<p>Het kwam van mevrouw van Diteren, een knappe, wel eenigszins afgetobde Indische dame,
-die achter haar zat en vergeefsche pogingen deed om zich goed te houden; haar verdriet
-duurde ongetwijfeld nog het langste van alle ontroostbaren, die straks schreiend Amsterdam
-hadden nagestaard.
-</p>
-<p>Niemand sloeg er acht op; haar man dacht misschien dat zij in haar hut was, bezig
-met de noodige beredderingen, welke het best vóór IJmuiden in het kanaal ondernomen
-worden, vóór dat er vrees bestaat dat de zeeziekte aan alle goede, ordelievende plannen
-een einde maakt.
-</p>
-<p>Zij had ook werkelijk de trap willen afgaan, maar het verdriet had haar overmand en
-zij was op een bank neergevallen zonder de kracht te hebben verder voort te gaan.
-</p>
-<p>Als door een geheime veer bewogen rees de jonge mevrouw plotseling overeind. »Wat
-is haar gestalte goed ontwikkeld boven het middelmatige zelfs, maar hoe blijft elk
-harer bewegingen altijd even bevallig!&#x201d; dacht de ambtenaar.
-</p>
-<p>Zij had een flacon voor den dag gehaald en besproeide het klamme voorhoofd der half
-onmachtige vrouw met Eau de Cologne.
-</p>
-<p>»Hoe handig weet ze dat te doen, hoe belangstellend buigt zij zich! Zie, nu vraagt
-ze iets. Gelukkige vrouw, kon ik maar zoo huilen, misschien troostte zij mij ook even
-lief.&#x201d;
-</p>
-<p>»Doet het u goed, mevrouw?&#x201d; vroeg zij zacht.
-</p>
-<p>»Dank u juffrouw, dank u! O &#x2019;t is zoo hard, mijn lieve kinderen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft u ze achtergelaten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, alle vier.&#x201d;
-</p>
-<p>»En gaat u alleen terug?&#x201d;
-</p>
-<p>»Met mijn man.&#x201d;
-</p>
-<p>En zij begon alweer wanhopig te snikken.
-<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p>
-<p>»Maar als &#x2019;t u zoo hard valt mevrouw, dan had ik ze niet achtergelaten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Het moest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zie niet in waarom.&#x201d;
-</p>
-<p>»Van Diteren wilde het.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij schroefde haar flaconnetje toe en de vastberaden trek om haar mond teekende zich
-nog eens zoo duidelijk en scherp, er lag op te lezen:
-</p>
-<p>»Al wilde mijn man het duizendmaal, gebeuren zou &#x2019;t toch niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is voor hun bestwil<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; helderde de arme vrouw op<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »maar &#x2019;t is toch zoo hard, alle vier!&#x201d;
-</p>
-<p>»Verschrikkelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»En is u ook alleen?&#x201d;
-</p>
-<p><span id="xd30e250"></span>Dat »ook&#x201d; vond de jonge dame misschien wat zonderling in den mond eener vrouw, die
-met haar man reisde, maar zij antwoordde zonder daar schijnbaar op te letten:
-</p>
-<p>»Ja, ik ken hier niemand, zelfs niet van aanzien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gaat u naar uw ouders?&#x201d;
-</p>
-<p>Een heldere glimlach vloog over haar gelaat en gaf tinteling aan haar mooie oogen,
-de ambtenaar ving dien vluchtigen zonnestraal op en vond haar nu wonderschoon, het
-schoonste meisje dat hij ooit gezien had.
-</p>
-<p>»Neen, naar mijn man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is u dan getrouwd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is maar zoo wat, met een handschoen in plaats van met een man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Met wie heb ik dan &#x2019;t genoegen&#x200a;&#x2026; Ik ben mevrouw van Diteren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermel&#x200a;&#x2026; Hermine Van Voorden, of liever neen, zoo heet ik niet meer, Géran de Saint-Paul.&#x201d;
-</p>
-<p>»O dien naam kent ieder op Java, met welken van zijn zoons is u getrouwd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Met Conrad.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is geloof ik de derde, niet waar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Kent u hem?&#x201d; vroeg zij met blijde verrassing in de stem, en zette zich toen naast
-de bedrukte moeder neer, die voor een oogenblik haar bitter leed vergat en zag haar
-vragend en afwachtend aan.
-</p>
-<p>»Neen<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; ging mevrouw van Diteren voort<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »hem ken ik zoo goed niet, wel zijn andere broêrs August en Guillaume en de oudste
-zuster.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, Corona.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is een groote familie. Waar heeft u ze leeren kennen?&#x201d;
-</p>
-<p>De zachte gloed van een blos wierp een rozigen schijn op haar doorschijnend witte
-huid.
-</p>
-<p>»Ik ken alleen mijn&#x200a;&#x2026; mijn man en een jonger broertje, dat later aan de cholera overleden
-is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zijn ze dan in Holland geweest?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p>
-<p>»Ja, ze hebben school gelegen in de stad, waar Papa in garnizoen lag en waren bij
-ons in den kost. Papa was majoor moet u weten, en mijn eigen mama de zuster van mijnheer
-Géran&#x2019;s eerste vrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>»De moeder van Corona, August en Guillaume?&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist, daarom kwamen die kinderen veel bij ons. Eens werd Conrad ziek bij ons aan
-huis en omdat mijn stiefmoeder het zoo druk had met de kleintjes, paste ik hem op.
-&#x2019;t Was zoo&#x2019;n aardige jongen,&#x201d; ging zij als in zich zelf pratende voort en een paar
-allerliefste kuiltjes werden zichtbaar bij het schalksche glimlachje, dat nu om haar
-lippen speelde.
-</p>
-<p>»Wat lacht ze dikwijls, zij is zoo ongenaakbaar niet als ik eerst meende,&#x201d; dacht het
-ambtenaartje.
-</p>
-<p>Mevrouw van Diteren zag haar aan, en er lag iets zeer bezorgds in haar blik, maar
-zij zeide niets op deze lofspraak.
-</p>
-<p>»Later gingen zij naar kostschool, Papa werd naar Leeuwarden overgeplaatst; we verloren
-mekaar uit het oog; ze zijn naar Indië teruggekeerd na een jaar of wat en we hoorden
-niets meer van de Gérans, totdat Papa het vorige jaar stierf. Mama schreef hem en
-er kwam een brief terug, waarin de vader mij uit naam van zijn zoon ten huwelijk vroeg.&#x201d;
-</p>
-<p>»En heeft u dadelijk ja gezegd,&#x201d; vroeg mevrouw van Diteren op verschrikten toon.
-</p>
-<p>»Neen, niet dadelijk, maar we waren zoo arm. Ik heb acht stiefbroertjes en zusjes,
-de oudste is twaalf jaar; gelukkig heeft mama rijke familie en die wilden <i>haar</i> wel ondersteunen. Ik moest natuurlijk in betrekking, maar ik had geen enkel examen
-gedaan, ik heb altijd moeten werken in &#x2019;t huishouden,&#x201d; voegde zij er treurig bij,
-»en ik wilde mama, met wie ik toch niet erg harmonieerde, niet langer tot last zijn.
-Ik begrijp eigenlijk niet, waarom ik u dat alles vertel, mevrouw, &#x2019;t zal u niets kunnen
-schelen, maar misschien geeft het u wat afleiding en ik vind het zoo prettig dat u
-Conrad of liever zijn familie kent.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze zijn heel rijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar daarom zou ik niet met hem getrouwd zijn, als ik niet van hem hield. Ik vond
-het zoo aardig dat hij nog aan mij dacht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe oud was u toen u hem oppaste?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij was twaalf en ik tien, maar hij heeft nog hetzelfde gezicht, wil u eens kijken?&#x201d;
-</p>
-<p>En een medaillon voor den dag halend toonde zij een knap donker eenigszins stuursch
-gelaat.
-</p>
-<p>»Ja, dat is het echte Géran gezicht<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; was alles, wat mevrouw van Diteren zich liet ontvallen.
-</p>
-<p>»Ik heb moeite gehad mij te decideeren, ik zag er tegen op reeds dadelijk te trouwen.
-Ik wilde wel naar Indië gaan om eerst de kennis te hernieuwen maar dat stond mijn
-oom niet toe.&#x201d;
-</p>
-<p>»En uw man?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p>
-<p>»Hij nog minder; ik heb zulke lieve brieven van hem.&#x201d;
-</p>
-<p>»O zoo!&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Scheen of er een last van haar weggenomen was, zoo verruimd klonk dat eene woordje.
-</p>
-<p>»En toen heb ik er maar toe besloten. In Holland had ik na Papa&#x2019;s dood niets, wat
-mij boeide.&#x201d;
-</p>
-<p>»Uw broers en zusjes ook niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och jawel, ik mocht ze graag, maar wat niet eigen is wordt niet eigen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu me&#x200a;&#x2026; ik zal maar Hermine zeggen niet waar, ik hoop dat u recht eigen wordt met
-de familie Géran. Ze zijn heel goed, heb ik altijd hooren zeggen, alleen maar een
-beetje eigenaardig in sommige opzichten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat vind ik juist prettig, ik houd niet van al te gewone dingen, maar ik ben blij,
-dat ik kennis met u heb gemaakt, lieve mevrouw, we zijn beiden zoo alleen&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Zij zweeg en bedacht zich wellicht, hoe heel anders dat alleen zijn van haar was;
-zij liet niets achter en ging alles tegemoet, terwijl de arme moeder veel had verlaten
-en niets haar meer wachtte.
-</p>
-<p>Deze gedachte scheen haar echter weer nieuwe tranen te kosten en Hermine de Géran
-begon haar te troosten of liever haar gedachten een andere richting te geven.
-</p>
-<p>»Hoe oud is uw oudste, mevrouw?&#x201d;
-</p>
-<p>»Tien jaar en de jongste zes.&#x201d;
-</p>
-<p>»O foei,&#x201d; had zij haast verontwaardigd uitgeroepen.
-</p>
-<p>»Dat komt er van als men met een Hollander trouwt,&#x201d; zeide de andere, als had zij het
-onderdrukte woord werkelijk gehoord.
-</p>
-<p>»Zijn ze op een pensionaat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, bij mijn schoonzusters.&#x201d;
-</p>
-<p>En er vielen nieuwe tranen, die zeker geen gunstige getuigenis aflegden voor het vertrouwen
-dat mevrouw van Diteren in de familie van haar man stelde.
-</p>
-<p>»Maar was u dan niet liever in Holland gebleven?&#x201d; vroeg de jonge mevrouw.
-</p>
-<p>»Wel zeker, maar mijn man wilde het niet en daarom moest ik mee.&#x201d;
-</p>
-<p>»En al uw kinderen achterlaten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze moesten toch leeren.&#x201d;
-</p>
-<p>Eindelijk bemerkte van Diteren dat zijn vrouw nog op het dek was gebleven en tot zijn
-nog grootere verwondering zag hij haar in druk en zelfs vertrouwelijk gesprek met
-de jonge dame, die zoo de algemeene belangstelling had opgewekt.
-</p>
-<p>Hij naderde het tweetal en zeide tot Hermine:
-</p>
-<p>»Mevrouw de Géran de Saint-Paul, niet waar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja mijnheer,&#x201d; en zij boog even het hoofd.
-</p>
-<p>»Mijn man!&#x201d; fluisterde mevrouw tusschen twee snikken.
-<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p>
-<p>»O zoo!&#x201d;
-</p>
-<p>De tegenwoordigheid van hem, die zijn vrouw zoo gewelddadig scheidde van haar lievelingen,
-scheen haar niet erg te bevallen; zij wendde het trotsche kopje ten minste onmiddellijk
-van hem af.
-</p>
-<p>»Ik heb het genoegen uw nieuwe familie te kennen&#x200a;&#x2026; maar vrouw, schei toch eens uit
-met dat gegrien, voor de juf&#x200a;&#x2026; ik bedoel voor mevrouw, die toch ook een zwaar afscheid
-genomen heeft, is dat alles behalve opwekkend.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb geen zwaar afscheid genomen,&#x201d; sprak Hermine koel.
-</p>
-<p>»Mijn vrouw is wat zenuwachtig, ziet u! Zij kan zich niet boven haar verdriet verheffen,
-maar waar de noodzakelijkheid spreekt, daar moet toch alles voor zwijgen, vindt u
-niet?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermine perste haar lippen samen als om niet alles te zeggen, wat zij dacht.
-</p>
-<p>Maar de heer van Diteren had er behoefte aan, dat iemand hem gelijk gaf tegenover
-zijn vrouw en sloeg op &#x2019;t zelfde aambeeld voort.
-</p>
-<p>»Er zijn geen kinderen, die het zoo goed kunnen hebben als zij; mijn zusters zijn
-gek op hen, ze zullen hun een door en door Hollandsche opvoeding geven; al het Indische,
-dat zij door hun geboorte en eerste opvoeding mochten hebben overgehouden zal er af
-gaan, daarbij zijn ze op een uitstekende school; het zal hun aan niets ontbreken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Behalve aan hun moeder!&#x201d; kon Hermine zich niet weerhouden te zeggen.
-</p>
-<p>»Zij hebben nu zes moeders in stede van een,&#x201d; sprak de heer van Diteren afgemeten
-in het volle bewustzijn van iets zeer indrukwekkends te zeggen.
-</p>
-<p>»Zes,&#x201d; herhaalde de jonge mevrouw en dacht: »Zes stiefmoeders en ik, die er aan een
-meer dan genoeg had.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja zes, die niets te doen hebben dan alle gangen mijner lievelingen nauwlettend te
-volgen, die met de teederste liefde voor hen bezield zijn en die zich allen verheugen
-mogen in een buitengewone ontwikkeling, elk op haar eigen gebied; eene is zelfs schrijfster.
-Waarschijnlijk kent u ze wel van reputatie; zij schrijft onder den naam van Fedora.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij houdt immers ook lezingen over de vrouwenquaestie?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja en zij zal de kleine Non geheel naar haar beginselen opvoeden.&#x201d;
-</p>
-<p>»O zoo, dus worden die theorieën van haar eerst op uw dochtertje geprobeerd?&#x201d;
-</p>
-<p>De heer van Diteren zag dat aanmatigende ding eens flink aan; spotlust flikkerde in
-haar oogen en een ondeugend lachje plooide haar mond.
-</p>
-<p>»Als u opvoeden probeeren noemen wil, ja!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo de proef dan maar goed uitvalt!&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom zou ze niet goed uitvallen, als de theorieën goed zijn?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
-<p>»Omdat er een groot verschil is tusschen theorie en praktijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»U heeft veel ondervinding schijnt het, mevrouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»Van kinderen, ja mijnheer, ik heb ook wel eens theorieën willen toepassen, maar kwam
-er gewoonlijk slecht af.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar mijn zuster wil u toch niet op een lijn plaatsen&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Met mijzelf? O neen mijnheer! Ze heeft het voorrecht een menschenleven ouder te zijn
-dan ik. Ik heb haar hooren lezen.&#x201d;
-</p>
-<p>De lange, hoekige vrouw met de scherpe stem en de overdreven eischen van gelijke rechten
-voor man en vrouw, met de bittere grieven tegen alles wat man was, en de sombere levensbeschouwing
-kwam haar duidelijk voor den geest.
-</p>
-<p>»Dora is zoo streng,&#x201d; zuchtte het arme moedertje, »en zij luisteren allen naar haar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet zoo streng,&#x201d; en een onaangename trek kwam op mijnheer van Diteren&#x2019;s gelaat,
-»als uw aanstaande schoonzuster mevrouw, die alles bij uw schoonpapa aan huis bereddert.
-Zij heeft er den naam van over heel Java. U zal er een ongemakkelijke zus aan hebben.&#x201d;
-</p>
-<p><span id="xd30e367"></span>Zij glimlachte en sprak uit de hoogte:
-</p>
-<p>»O dat is minder, ik trouw geen schoonzuster, en zal er wel voor oppassen, dat mijn
-man en ik niet onder haar bevelen komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ei, ei, wil u dat, nu dat is een kloek besluit! Zeg vrouw, zullen we niet eens kijken,
-hoe &#x2019;t er in de hut uitziet. Straks <span class="corr" id="xd30e372" title="Bron: wordt">word</span> je weer zeeziek en ligt voor dood. Tot genoegen, dapper mevrouwtje van anderhalf
-dag!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat een onaangename man! Foei, daar zal ik voor oppassen, dat mijn Coen zoo niet
-wordt,&#x201d; zeide Hermine bij zich zelf.
-</p>
-<p>»Mevrouw, mag ik me aan u voorstellen. Ik ben Simons, ambtenaar ter beschikking.&#x2026;
-maar hier is mijn kaartje&#x200a;&#x2026;&#x201d; zoo stotterde haar jeugdige bewonderaar, die &#x2019;t eindelijk
-van zijn hart kon verkrijgen haar te naderen.
-</p>
-<p>»O zoo mijnheer! &#x2019;t Spijt me wel, dat ik nu juist naar beneden ga, maar de reis is
-nog zoo lang, we hebben al den tijd tot kennismaking.&#x201d;
-</p>
-<p>En &#x2019;t kaartje als gedachteloos toevouwend, gaf zij hem een genadig knikje en verwijderde
-zich met de houding eener koningin, die van daag geen audiëntie verkiest te geven.
-</p>
-<p>»Verduiveld,&#x201d; zei de kapitein, die de beweging had aangezien uit de verte, »ze weet
-reeds goed als koffieprinses op te treden, maar wat ben je toch ook haastig Simons,
-heb je geen geduld te wachten, tot van Diteren of ik je aan haar voorstellen? &#x2019;t Geeft
-toch niets meer. Zij is getrouwd!&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">III.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De »Menado&#x201d; stoomde onvermoeid door den Indischen oceaan, die op &#x2019;t oogenblik ten
-minste, zich kalm en glad uitspreidde als de oppervlakte van een metalen spiegel.
-</p>
-<p>In den salon zit voor een der tafels mevrouw de Géran te schrijven. Een ongeloofelijk
-dikke vlecht hangt tot voorbij haar middel, op haar voorhoofd dartelt een rijkdom
-van donkerblonde krulletjes, die zich nimmer de beleediging zouden getroosten voor
-poneyhaar gehouden te worden; de zeelucht heeft haar wangen frisch gekleurd, maar
-vermocht haar schitterend blanke kleur niet te verbranden. Zij heeft een donkerblauwe
-huisjapon met donkerroode opslagen aan, die hare welgevormde, ranke gestalte knap
-omsluit.
-</p>
-<p>Terwijl zij schrijft schitteren haar oogen onder de lange wimpers, de kuiltjes komen
-te zien en verraden hoe ondeugend zij lacht.
-</p>
-<p>»Verbeeld je, beste Coen,&#x201d; zoo staat er, »die jongen verbeeldt zich verliefd op mij
-te zijn; ik doe of ik &#x2019;t niet begrijp en hij staat verbaasd over zooveel onbegrijpelijkheid.
-&#x2019;t Is zoo dwaas, die onbehouwen knaap.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat voor liefs zou ik niet geven mevrouw, om een kijkje te mogen nemen in dat keurige
-boekje.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermine schrijft nog een paar letters, tot de kuiltjes verdwijnen, wat echter niet
-zoo dadelijk gelukken wil en antwoordt den spreker.
-</p>
-<p>»Och meneer Simons, misschien loonde dat kijkje &#x2019;t offer niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet, o mevrouw, uw intiemste gedachten, uw journaal.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe weet u dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Een dame aan boord, die in een boekje schrijft, wat zou die anders doen dan een journaal
-aanleggen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vooral wanneer er zulke belangrijke dingen voorvallen als hier; wat zou u interesseeren?&#x201d;
-</p>
-<p>»Uw manier van alles te zien en weer te geven.&#x201d;
-</p>
-<p>»O meneer, dat is de moeite van het nieuwsgierig zijn niet waard.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij schreef voort.
-</p>
-<p>»Het boekje is bijna half vol,&#x201d; zuchtte hij, zich tegenover haar plaatsend.
-</p>
-<p>»Zucht u daarover?&#x201d;
-</p>
-<p>»En zou ik niet zuchten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat mijn boek half uit is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan zal de reis ook geëindigd zijn; ze is reeds over de helft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelukkig.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij ging voort met schrijven:
-</p>
-<p>»Nu zit hij tegenover mij en vertelt allerlei flauwe dingen, ik moet er mij zelf telkens
-aan herinneren dat ik getrouwde vrouw <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>ben; hoe zou ik hem anders er in laten loopen. Denk eens aan, Coen, een blonde jongen,
-van dat akelige vlasblond, dat op het voorhoofd reeds heel ver naar achter kruipt,
-maar met studie over den kruin is gekamd om alle leemten zooveel mogelijk te bedekken,
-een baard en snorretje bestaande uit twintig en nog eenige haren, gedecideerd rossig,
-oogen, waarvan zonder het brilletje niets zou te zien zijn. Ik heb zeker portret voor
-mij, en onwillekeurig vergelijk ik beide, dat breede voorhoofd, die mooie, fluweelachtige
-oogen, dien donkeren knevel, dat karakteristieke in kin en neus, o beste Coen wat
-tel ik de dagen, wanneer ik dat alles zien kan, niet op een koud, stom portret maar
-in werkelijkheid&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Haar pen ging vlugger over het papier, haar lippen zeiden zachtjes de woorden na,
-die zij schreef. Een lieve blos steeg naar haar wangen.
-</p>
-<p>»Wat voor moois schrijft u weer?&#x201d; klaagde haar trouwe ridder, die haar stilzwijgend
-bewonderde.
-</p>
-<p>»Is u daar nog? Foei meneer Simons, nu stoort u mij bepaald.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo uit de verte, mevrouw! Mag ik dat niet eens? Moet ik heengaan?&#x201d;
-</p>
-<p>»U heeft het recht overal te zitten, waar u wil, maar niet om met mij te praten, als
-ik schrijf.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar als u eens niet schreef.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan was het een ander geval; voorloopig ben ik aan &#x2019;t schrijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»U kan uw heele leven nog schrijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»En met u praten niet? Neen, dat is waar, maar ik schrijf liever op dit oogenblik,
-dan dat ik ooit weer met u praat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kan ik u dan zoo weinig schelen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik niet, ik heb er nooit aan gedacht en &#x2019;t komt er ook niet op aan, of u
-mij iets of niets schelen kan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Bij u misschien, maar bij mij niet.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij trachtte weer te schrijven maar de draad was afgebroken.
-</p>
-<p>»Ik wou dat u ging dammen met mevrouw Brant,&#x201d; zeide zij ongeduldig.
-</p>
-<p>»Is dat een straf?&#x201d; vroeg hij op nederigen toon.
-</p>
-<p>»Neen, een voorzorgsmaatregel, om niet te maken, dat u ophoudt mij onverschillig te
-zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zal dat gebeuren als ik hier blijf?&#x201d;
-</p>
-<p>»Stellig.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoe?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zou eenvoudig mijn schrijfmaterieel bij elkaar zoeken, denken, dat het schrijven
-mij van daag niet gegund is en het u levenslang verwijten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Met bitterheid?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat dacht u, met zoetigheid? Kom, meneer Simons, het schip is groot genoeg, ik zie
-niet in wat u daar tegenover mij als een gaslantaarn bij officieel maanlicht doet.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
-<p>»U zien is mij genoeg.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat kan u evengoed als u mevrouw Brant verzoekt een spelletje te dammen en u verbeeldt,
-dat ik het ben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Juffrouw Hermine.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijnheer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och ik vergis me weer, ik kan me niet voorstellen dat u een heusche mevrouw is. Ik
-kan het niet gelooven, ik gaf de helft van mijn leven, als er zoo&#x2019;n malle formaliteit
-niet had plaats gehad.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan zou u ver gevorderd zijn, als u dat halve leven kwijt was.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik mocht dan op hoop leven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een mager voedsel, waarvan onze kok, vrees ik, moeilijk iets smakelijks kan maken,
-en dat de dokter niemand als versterkend middel zal voorschrijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meent u dat hoop niet versterkend en krachtig is? O had ik meer hoop, ik zou sterker
-zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, zoodra ik daarvan te veel heb, zal ik ze u in poeiers verdeeld toezenden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Altijd even gevat, even geestig! U moest weten, hoe ik u bewonder.&#x201d;
-</p>
-<p>»Bewonder dan mijn geduld, dat mij zonder boos worden naar uw belangrijke praatjes
-doet luisteren. En te denken dat mevrouw Brant met haar dambord naar u smacht.&#x201d;
-</p>
-<p>»U is meedoogenloos! Ik zal u mijn gezelschap niet langer opdringen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Verstandigste, wat ik nog van u gehoord heb. Zie zoo, daarvoor verdient u een
-belooning.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij trok de stalen pen uit haar houder, stak die nog vochtig van den inkt aan de punt
-van haar haaknaald, en bood ze op deze wijze haar vurigen bewonderaar aan.
-</p>
-<p>»Alles wat van u komt is mij oneindig veel waard,&#x201d; zeide hij ootmoedig, nam met zijn
-twee vingers de pen uit het haakje, bemorste zich met den inkt, tot groote vroolijkheid
-van Hermine, en deed toen het zwarte, verroeste ding verdwijnen in zijn portemonnaie.
-</p>
-<p>»Daar zal ze blijven als een herinnering aan de mooiste vingers, die ooit een pen
-in beweging hebben gebracht,&#x201d; zeide hij, »als een aandenken aan de prachtige woorden,
-die zij op uw bevel geschreven heeft en die ik nooit, nooit zal mogen lezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelukkig dat uw portemonnaie niet met wit satijn gevoerd is,&#x201d; merkte de jonge mevrouw
-spottend aan. »Ha, kijk eens hoe het gele leer reeds de sporen draagt van uwe vingertoppen.&#x201d;
-</p>
-<p>Simons zuchtte hoorbaar, en trachtte met zijn zakdoek alles weer in orde te brengen;
-ondertusschen scheen Hermine den draad teruggevonden te hebben en schreef voort:
-</p>
-<p>»Och mijn lieve, beste man, hoe verlang ik naar je, als ik naar <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>al die nauwe, onbeteekenende praatjes luister van menschen, die mij niets, niets aangaan!
-O, &#x2019;t is zoo vreemd, daar alleen tusschen te zijn, niemand te hebben, voor wie ik
-iets voel&#x2014;de goede mevrouw van Diteren uitgezonderd&#x2014;mij tegenover hen trotsch en statig
-te moeten houden. Lieve Coen, wat zal ik me anders voordoen als we samen zijn; we
-kennen mekaar nog zoo weinig niet waar, maar we zullen spoedig kennis maken of liever
-hernieuwen. Je Hermelijntje is nog dezelfde van vroeger; weet je nog, hoe je mij dien
-naam gaf, nadat we in de dictionnaire gezocht hadden, wat Hermine in het Fransch beteekende.
-»Hermelijn!&#x201d; zoo moet je heeten, zei je. »Wit en zwart, zoo is het ook, je wenkbrauwen
-en je oogen zijn zwart en anders ben je wit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Na dien tijd heeft niemand mij meer Hermine genoemd, maar nu zal jij me weer Hermelijntje
-noemen, ik zal zoo&#x2019;n zacht lief hermelijntje voor je wezen, Conrad! voor jou alleen,
-versta je dat?
-</p>
-<p>»Ze hebben wel eens gezegd dat ik een nagemaakte hermelijn ben. Ik zal je vertellen
-van waar dat komt, want in Indië weet men zeker weinig van bont af; het hermelijn
-is erg duur en zeldzaam, maar toch verkoopen de bontwerkers veel wit bont met zwarte
-staarten. Weet je, waar dat alles van afkomstig is? Van witte poezen en van de staarten
-van zwarte. En nu bedoelen ze daarmeê dat ik in plaats van een hermelijn een kat ben.
-Hoe vind je dat, ventje lief? Ik kan me verbeelden, dat wij al deze malligheid samen
-lezen, op een regenachtigen middag in onze voorgalerij, maar dan moet ik heel dicht
-bij je zitten, om wanneer ik verlegen ben over al die gekheid mijn gezicht op je schouder
-te verbergen. O Conrad, ik mag er niet aan denken, zooveel geluk. Wat is Onze Lieve
-Heer toch goed! Toen mijn arme papa stierf, dacht ik dat er nooit meer iemand op de
-wereld zou wezen, die aan mij dacht, dat het niemand ooit meer zou kunnen schelen
-of ik vroolijk was dan bedroefd, of ik altijd maar voor me zelf zou moeten leven,
-van de eene betrekking in de andere gaan, al mijn vroolijkheid verliezen, nooit meer
-hartelijk lachen, nooit meer stoeien. Ik was papa&#x2019;s oogappel, Moe was altijd even
-knorrig en grienig. Ik deed alles, ik stak mijn handen uit, ik lachte en zong en als
-er geen vleesch op tafel zou komen, dan wist ik zulke mooie bloemen in de vazen te
-doen, dat zij reeds dadelijk daaraan zagen, wat er mankeerde, en dan zei ik er een
-paar grappen over en prees de sauce piquante, die precies rook als gebraden vleesch.
-De kinderen waren ziekelijk en lastig; maar ik kon er goed mee terecht, dat beviel
-Moe niet en toen het groote ongeluk ons getroffen had, zocht zij troost bij haar familie
-en deed mij voelen dat elke band tusschen ons verbroken was. En toen kwam jou voorstel!
-</p>
-<p>»Och Conrad! ik kan het mij niet verbeelden dat ik voor jou alleen zal moeten leven,
-dat het mijn plicht is, mijn eerste, mijn grootste plicht je gelukkig te maken, je
-alles te zijn.
-<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p>
-<p>»Ik vind het zoo heerlijk dat we daar zullen wonen afgescheiden van de wereld, geheel
-voor en met mekaar, als Paul en Virginie. Ik ben niet bang voor de eentonigheid van
-Ngaroengan; een piano zal er immers zijn, en ik heb boeken bij me, die we samen zullen
-lezen.&#x2026;. Wat zijn we nog jong, Coen! Vind je dat niet heel prettig? Twee en veertig
-jaar met ons tweeën,&#x2014;we zullen echte goede kameraadjes zijn. Ik verbeeld me, dat we
-er nog pleizier in zouden hebben met den vlieger te spelen, en ik kan ook paardrijden!
-En dan gaan we samen rijden, uren, uren ver!
-</p>
-<p>»Ik schrijf hier alles wat mijn hart mij ingeeft, mijn brieven verscheur ik drie,
-vier malen en begin ze telkens opnieuw: ik ben nog een beetje bang voor den Conrad,
-dien ik niet ken, maar de andere met wien ik kennis zal maken, die mij schaakt en
-mij brengt, diep, diep in het gebergte, waar hij ons nestje gebouwd heeft, die moet
-alles weten, alles wat in mijn hart omgaat.
-</p>
-<p>»Ach Coen, ik ben zoo gelukkig! Als je toch wist, hoe ik iederen morgen en iederen
-avond, je portret een nachtkus geef, en hoe ik me voorstel, dat we in het vervolg
-zoo&#x2019;n akelig stuk papier niet noodig zullen hebben om dat mekaar te doen.
-</p>
-<p>»Ondankbaar schepsel, nu spreek ik zoo van dat lieve portret en ik zou &#x2019;t niet willen
-missen voor ik weet niet hoeveel. Ik ben te gelukkig, Coen, en dat doet me zulke dwaasheden
-zeggen. Is &#x2019;t wel goed zoo gelukkig te wezen en geeft dat geen teleurstelling? Ze
-zeggen&#x200a;&#x2026; maar zijn we niet allen in Gods hand? Beste Coen, je gelooft het immers ook,
-dat wij een goeden Vader in den hemel hebben, die al ons doen en laten bestiert, die
-ons verdriet toezendt&#x2014;zooals Papa&#x2019;s overlijden&#x2014;opdat wij ons leed moedig dragen en
-daardoor beter worden, die evenals Hij regen en droogte aan het land geeft, ons ook
-tranen en geluk toezendt. Lieveling, als wij samenzijn, vrees ik geen leed, ik zal
-op je steunen, je zult me leeren beter te worden, want&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">IV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">»Ben je zoo druk aan &#x2019;t schrijven, Mientje?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och mijn lief mamaatje.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn streek met de hand over de oogen, die een weinig vochtig waren, trok mevrouw
-van Diteren naar zich toe en kuste haar hartelijk.
-</p>
-<p>»Ik amuseer mij zoo met mijn Coentje alles te schrijven wat mij op het hart ligt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Moet hij dat alles lezen?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p>
-<p>»Ja later, als wij op &#x2019;t land samen zijn. Nog achttien dagen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Nog achttien dagen, dan ben ik weer zooveel verder van mijn kindertjes.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar dan krijgt u ook spoedig tijding van hen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze mogen zoo dikwijls niet schrijven, dat leidt hen af in hun studie.&#x201d;
-</p>
-<p>»O mevrouwtje, dat u zich dit alles heeft laten wijsmaken, u die meer verstand in
-uw pink heeft, dan die zes totebellen&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Mientje, wat een leelijk woord, het zijn toch van Diteren&#x2019;s zusters en ze zijn zoo
-knap.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo knap, zoo knap, dat zij uw liefde en eenvoud niet meer kennen. En ik zeg u, dat
-u veel knapper is dan alle zes te zamen met&#x200a;&#x2026; uw man daarbij<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; wilde zij zeggen, maar hield het woord in en zei alleen:
-</p>
-<p>»Ik had ù eerder moeten kennen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent ook zoo flink. Kassian, die arme Simons.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zit hij te dammen met zijn tweede vlam, mevrouw Brant?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als je niet getrouwd was, werd hij stellig op je verliefd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou hij &#x2019;t dan nog moeten worden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu ja, je bent getrouwd en al wordt hij verliefd, het helpt hem weinig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, daar vrees ik ook voor! Maar ik ben moe van &#x2019;t schrijven. Ik ga mijn boekje
-opbergen en dan wil ik eens kijken hoe hij &#x2019;t daar boven maakt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mevrouw wint altijd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk, anders was er geen aardigheid bij.&#x201d;
-</p>
-<p>Een oogenblik later kwamen beide dames op het dek, waar Simons werkelijk vlijtig aan
-het dammen was met de kolossale mevrouw Brant, een dame met sterk Groningsch accent,
-die ook voor &#x2019;t eerst de keerkringen passeerde en nog geen twee jaar gehuwd was.
-</p>
-<p>Kapitein Brant, die met verlof in Europa geweest was met zijn twee voorkinderen, had
-daar haar kennis gemaakt. Zij was een weduwe ook met twee kinderen en woonde in de
-kleine stad, waar Brant zijn familie kwam bezoeken en plan had zich te vestigen.
-</p>
-<p>»Mooier kon je het niet treffen,&#x201d; zeide men<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »mevrouw X gaat de stad uit en heeft nog huur aan haar huisje. &#x2019;t Is juist groot
-genoeg voor u en misschien wil zij zich ook van haar meubels ontdoen.&#x201d;
-</p>
-<p>Kapitein Brant maakte haar een visite; och ja, zij wilde om mijnheer pleizier te doen,
-wel het een en ander verkoopen, maar zij had er geen plan op gehad, alles was nog
-betrekkelijk nieuw en keurig netjes onderhouden.
-</p>
-<p>Dit zag Brant&#x2019;s militair oog onmiddellijk; smaakvol waren de meubeltjes niet, fijn
-nog minder maar solide, ô zoo solide. Voor een officier, die voor twee jaren met verlof
-in Holland is, komt <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>het er echter op een weinig meer of minder soliditeit niet aan. Het moeten al heel
-zwakke dingen zijn, die &#x2019;t geen twee jaar kunnen uithouden; doch mevrouw sprak zoo
-mooi, zelfs aandoenlijk, daar waar zij het over haar verlatenheid als arme weduwe
-had en zij vroeg hem zoo weinig.
-</p>
-<p>De kapitein vond alles dol goedkoop, toen zij met een zucht en de verklaring dat zij
-er zich van ontdeed alleen om mijnheer te gerieven, hem een prijs noemde, dien hij
-in vergelijking met de Indische prijzen werkelijk laag vond, maar t&#x2019;huis gekomen en
-alles optellend en besprekend met zijn moeder en broers, verklaarden deze niet meer
-of minder dan dat mevrouw X een afzetster was. Zij bepaalden een som, waarvoor zij
-alles te houden of te geven had, en den volgenden morgen ging onze kapitein met looden
-schoenen naar de weduwe. Hij had een afschuw van loven en bieden, en in plaats van
-met zijn voorstel aan te komen, verklaarde hij haar spoedig, dat hij alles voor den
-door haar gestelden prijs overnam.
-</p>
-<p>Nu werd zij waarlijk onweerstaanbaar; zij liet haar kindertjes komen en sprak over
-»de engeltjes&#x201d; van den kapitein, luisterde naar de opsomming hunner kwalen, raadde
-dik ondergoed aan, flanellen borstrokken en wollen kousjes, verzocht hen eens bij
-haar grut te komen spelen; in een woord de kapitein raakte in de wolken.
-</p>
-<p>Den nacht bracht hij slapeloos door; een enkel denkbeeld hield hem bezig, waarom moest
-die teere, zorgvolle moeder dit huis nu voor hem verlaten, zou er iets tegen zijn,
-dat hij met zijn lievelingen bij haar introk?
-</p>
-<p>Neen niets, als zij maar wilde.
-</p>
-<p>En zij wilde. De kinderen waren geen bezwaar, integendeel ze zouden met mekaar heel
-aardig kunnen spelen.
-</p>
-<p>»En nu we toch trouwen, zal ik je maar bekennen, dat ik je heel, heel veel voor alles
-in rekening heb gebracht. Ik zag er eerst tegen op maar nu ieder van ons met zijn
-drieën is, hebben we mekaar niets te verwijten<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; zoo sprak zij. Kort daarna werd het huwelijk gesloten; de beide meisjes van weerskanten
-gingen mee naar Indië en de geïmproviseerde broertjes bleven op dezelfde kostschool;
-gedurende het verblijf in Holland had geen der partijen zich over den genomen stap
-beklaagd en mevrouw Brant zag er niets tegen op den man harer keuze te volgen.
-</p>
-<p>Een hartstocht had zij en dat was dammen; ieder werd om beurten voor het bord gezet
-en was er niemand te vinden dan werd de man er aan gewaagd.
-</p>
-<p>»Maar met hem kan ik het nog dikwijls doen in de eene of andere negorij, waar hij
-geplaatst wordt,&#x201d; sprak zij openhartig, »nu wil ik het liever met een ander probeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wint u, mevrouw?&#x201d; vroeg Hermelijn naderbij komend.
-</p>
-<p>»Ja, als u er bij komt, dan kan ik drie tegelijk slaan zonder <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>dat hij er iets van merkt, hij kan zijn gedachten niet bij het spel houden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dus zal ik maar heen gaan om u de overwinning niet te gemakkelijk te maken!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb er een nederlaag voor over, als u bij ons komt staan,&#x201d; zei Simons, »heeft
-u gedaan met schrijven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Voorloopig,&#x201d; en mevrouw van Diteren toefluisterend, »een drama getiteld: »Het damspel
-op de Menado&#x201d; of »de zelfopofferende ambtenaar<span class="corr" id="xd30e533" title="Niet in bron">&#x201d;</span>.&#x201d;
-</p>
-<p>De beide onafscheidelijke dames verwijderden zich.
-</p>
-<p>»Men zou niet zeggen dat zij al getrouwd is,&#x201d; merkte mevrouw Brant op met al het gewicht
-dat eene, die het reeds tweemaal geweest is, in zoo&#x2019;n opmerking kan leggen.
-</p>
-<p>»Zij is &#x2019;t toch helaas! wel!&#x201d; zuchtte Simons.
-</p>
-<p>»Och, &#x2019;t is de moeite niet waard; met den handschoen of liever niet eens met een handschoen,
-want dat doen ze niet meer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vindt u het geen waagstuk van haar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Verschrikkelijk.&#x2026; ongehoord!.&#x2026; Ze kennen mekaar <span class="corr" id="xd30e543" title="Bron: zoogoed">zoo goed</span> als niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat treft de kerel, zonder eenige moeite, zonder gevaar voor een blauwtje zulk een
-vrouw t&#x2019;huis te krijgen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En &#x2019;t moet een nare, akelige jongen zijn. Brant kent die familie, door en door inlandsch&#x2014;dat
-zeggen de Oosterschen voor Indisch, moet u weten&#x2014;echte sinjo&#x2019;s, die geheel onder den
-invloed van hun vader en zuster staan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kent de kapitein haar man?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, maar wel zijn familie! De vader zoekt de vrouwen voor zijn zoons uit. Misschien
-hebben ze dien zoogenaamden man van haar zijn handteekening laten plaatsen onder de
-procuratie zonder dat hij wist, wat hij teekende.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar dat zou onmogelijk wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Verbeeld je, getrouwd zijn zonder het zelf te weten.&#x201d;
-</p>
-<p>»En is daar niets aan te doen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij is vol illusiën, het spijt me alleen dat wij te Batavia uitstappen. Ik zou die
-ontmoeting zoo graag gezien hebben op Samarang tusschen die onbekende echtgenooten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik niet, ik vind een teleurstelling hartverscheurend. Waarom kon ze niet wachten
-met trouwen tot ze in <span class="corr" id="xd30e556" title="Bron: Indie">Indië</span> was?&#x201d;
-</p>
-<p>»De Gérans weten ook wat zij doen. Op geld komt het bij hun niet aan, ze moeten een
-mooi meisje hebben, van goede familie, want trotsch is dat volk er bij, zegt Brant.
-Verbeeld je, als zij eens kennis maakte met die menschen en ze bevielen haar niet,
-dan kwam er van trouwen niets.&#x201d;
-</p>
-<p>»Des te beter.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar dan zou ze toch niet juist u nemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik wel, maar er was altijd meer kans.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu verbeelding heb je genoeg, Simons, maar kijk eens aan <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>waar je dien dam zet. Is &#x2019;t je ernst? Praten of spelen, een van tweeën, naaien en
-breien gaan niet samen.&#x201d;
-</p>
-<p>Haar echtgenoot liep met van Diteren op en neer. Ook zij hadden het over Hermine de
-Géran! Wat zou er van de conversatie aan boord der Menado geworden zijn, wanneer zij
-de reis op een andere boot had gemaakt?
-</p>
-<p>»Ik zie hun vriendschap niet graag, zij haalt mijn vrouw allerlei dingen in &#x2019;t hoofd,&#x201d;
-sprak van Diteren.
-</p>
-<p>»En de mijne zet ze onophoudelijk met haar stillen aanbidder voor het dambord.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik mag ze niet, en jij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik vind het een verduiveld aardige meid. Bij de hand, van alle markten t&#x2019;huis, niet
-preutsch en toch met zoo&#x2019;n air over zich, dat niemand het wagen zal haar te na te
-komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar bemoeiziek in de hoogste mate.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat kan ik niet vinden, enfin, ik heb er geen ondervinding van.&#x201d;
-</p>
-<p>»In plaats van mijn vrouw wat neer te zetten, en te zeggen, dat het voor &#x2019;t welzijn
-der kinderen is, dat zij in Europa blijven, zet zij haar op en verzekert, dat het
-onnoodige plagerij van mijn kant is en volstrekt niet noodzakelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft zij dat gezegd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu ja, niet precies maar in dien geest toch.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een bewijs dat zij oprecht is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat ze haar oprechtheid voor zich houden. Ik kan er mij in verkneukelen, dat zij
-bij die Gérans komt. Let maar op, Brant, we zullen er mooie dingen van beleven.&#x201d;
-</p>
-<p>»In elk geval niets ten nadeele van haar naam en karakter, want zij is zoo braaf als
-trotsch. En een vrouw, die beide is, zal zelfs door onze alles behalve reine Indische
-maatschappij geëerbiedigd worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat zij is, hoe weet je dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermelijn wordt zij genoemd en dat is zij, blank en fier; zoo zal zij ook blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn hemel, Brant, ken je haar van van daag of van gisteren, hoe kom je zoo poëtisch?&#x201d;
-</p>
-<p>Het gesprek werd fluisterend voortgezet. Van Diteren had nu eenmaal een antipathie
-opgevat tegen de vrouw, die hem geen gelijk gaf in iets, wat hij tegen beter weten
-in had volgehouden, alleen om de arme moeder te toonen dat zij van zulke dingen geen
-verstand had.
-</p>
-<p>Daarbij was hij een van die ongelukkige wezens, bij wien de Indische zon alles verzengd
-heeft wat eeuwig jong en frisch moet blijven; hij geloofde niet aan liefde, zelfs
-aan geen ouderliefde, aan onbaatzuchtigheid, aan opoffering, alles werd gedaan om
-bij-oogmerken, niemand was volgens hem goed en edel dan omdat hij inzag dat hij door
-zich zoo te vertoonen beter zijn doel zou bereiken dan omgekeerd.
-<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p>
-<p>Nu begon hij den kapitein staaltjes te verhalen, die hij zelf had bijgewoond van meisjes,
-bij wie Hermine niet in de schaduw kon staan en waarop thans zeer veel af te dingen
-viel, die de laster had aangevallen met of zonder recht.
-</p>
-<p>»De laster, o spreek me niet van laster! Ga maar eens bij Verhuell kijken, daar zie
-je wat laster doen kan en hoor wat Bouwmeester als Hamlet er van zegt. »Wees zoo rein
-als ijs, zoo koud als marmer,&#x201d; ik weet het niet precies meer, maar &#x2019;t komt er op aan
-dat het niemendal helpt, hoe men zich houdt; als de laster je pakken wil, dan krijgt
-hij je ook beet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Men noemt geen koe bont of er is een vlekje aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»En welk vlekje is er aan mevrouw de Géran? Is er een zweem van koketterie in haar
-houding tegenover dien fat van een Simons of&#x200a;&#x2026; òf tegenover jou?&#x201d;
-</p>
-<p>»Tegenover mij, jawel, zij kan me niet luchten.&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat pikeert je tegen wil en dank.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb geen moeite gedaan om haar een andere opinie van mij te geven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar je zoudt willen dat zij die had. Heeft ze niet altijd standvastig geweigerd
-piano te spelen of te zingen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat ze niet wist of haar man het goed zou vinden, heeft ze aan mijn vrouw gezegd.
-Ik geloof om ons een hoog idee van haar talent te laten behouden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe &#x2019;t ook zij, die jonge Géran is een gelukkige kerel; &#x2019;t is te hopen dat het uilskuiken
-zijn geluk beseft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel kapitein,&#x201d; vroeg Simons, die na schitterend verslagen te zijn door de vrouw,
-den man naderde, »u heeft het ook over de jonge mevrouw, geloof ik! Vindt u die huwelijken
-met den handschoen geen ellendige instelling?&#x201d;
-</p>
-<p>»Even ellendig als het: »Hier liggen voetangels en klemmen&#x201d; in een mooien, open bloementuin.&#x201d;
-</p>
-<p>»Pas maar op de voetangels, jong mensch! Ik zou je daarvan kunnen vertellen, &#x2019;t kan
-zijn nut hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>Een damspel met mevrouw Brant was stellig veel geschikter, zoo niet nuttiger bezigheid
-voor den vrij baarschen jongen ambtenaar, dan een gesprek onder vier oogen met den
-levenswijzen van Diteren, dat hem moest bekend maken met de mindere ideale zijde van
-het Indische leven.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">V.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Batavia was in zicht en de reis met de Menado ten einde. Het was een gelukkige reis
-geweest met weinig stormen, zoo goed als geen onaangenaamheden, geen oproer onder
-het transport, voordeeligen wind, zoodat men binnen den bepaalden tijd aankwam.
-<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p>
-<p>Vriendschappen en verbintenissen voor het leven waren er, wel is waar, niet aangeknoopt,
-maar toch, men had het goed met elkaar kunnen vinden; die elkaar minder mochten lijden,
-waren rustig uit mekaar&#x2019;s weg gebleven, de anderen hadden zich wat vaster aaneengesloten
-en toch was men blijde op Java te zijn, allen, behalve Simons, die nu het voorwerp
-zijner platonische bewondering zou verliezen.
-</p>
-<p>Het oogenblik van afscheid kwam, mevrouw Brant had haar beide meisjes »de bonte tweeling&#x201d;,
-zooals Hermelijn ze noemde omdat ze van dezelfde grootte maar van verschillende gelaatskleur
-waren&#x2014;zeer netjes voor de gelegenheid gekleed, precies gelijk, want zij wilde geen
-onderscheid maken tusschen de bleeke vlasblonde Cis en de donkerbruine Non, en toch
-waren het toevallig steeds kleuren, die de lichte goed en de donkere afschuwelijk
-kleedden.
-</p>
-<p>Mevrouw van Diteren had weer eenige kwade oogenblikken op het gezicht van het eiland,
-waar al haar lievelingen geboren waren en dat zij ook met het lieve viertal verlaten
-had.
-</p>
-<p>Haar echtgenoot snauwde haar onbarmhartig toe dat zij al die malle kunsten zeker van
-die gekke meid had geleerd, die zij steeds zoo naliep.
-</p>
-<p>Simons liep rond, met een pakje onder den arm, zoo druk en tevens zoo schichtig, dat
-kapitein Brant hem vroeg, of hij reeds door de tarantulaspin gestoken was.
-</p>
-<p>Eindelijk zag hij Hermine de Géran op het dek verschijnen. Zij had voor &#x2019;t eerst een
-sneeuwwit morgenkleed aan, dat haar hermelijnachtige schoonheid ten volle deed uitkomen.
-</p>
-<p>Zij liep als gewoonlijk naast mevrouw van Diteren; aangenaam ware het Simons geweest,
-als hij haar alleen had mogen spreken, maar daar bestond weinig kans toe, want de
-beide dames waren onafscheidelijk, vooral nu in de laatste oogenblikken.
-</p>
-<p>De treurende moeder begon erbarmelijk te schreien; Hermelijn sloeg den arm om haar
-middel en drukte haar hoofd tegen haar borst; zacht fluisterde zij haar lieve troostende
-woorden toe.
-</p>
-<p>»Och Mientje,&#x201d; snikte de arme vrouw, »ik weet niet hoe ik die reis had kunnen doen
-zonder jou, je bent mij zoo tot troost geweest. Nu ik je verlaten moet is het of ik
-opnieuw van mijn kindertjes afscheid neem.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom, lieve mevrouw, moed! Vijf jaar zijn gauw om, dan zal immers uw oudste terugkomen,
-of liever daar moet u voor zorgen, dat is lang genoeg; dan moet u uw wil doordrijven,
-&#x2019;t is wel geweest. En nu is u terug op Batavia&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Ach, dat leege huis en al hun speelgoed terug te vinden, waar ik &#x2019;t heb gelaten!
-Ik zie er zoo tegen op Hermine! Zal je mij dikwijls schrijven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Stellig, mevrouw, en dan komt u eens bij me logeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wou dat je meeging met ons, &#x2019;t zou mij zoo goeddoen.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p>
-<p>»Dat kan niet, &#x2019;t spijt me erg, maar u begrijpt het zelf, ik weet niet of mijn man
-het goedkeurt en daarbij mijnheer van Diteren,&#x201d; voegde zij er lachend bij, »vindt
-het stellig niet goed.&#x201d;
-</p>
-<p>Daar naderde Simons juist.
-</p>
-<p>»Gaat u nog naar wal?&#x201d; vroeg hij eerbiedig buigend.
-</p>
-<p>»Neen mijnheer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dus moet ik hier afscheid nemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als u daaraan behoefte heeft, ja!&#x201d;
-</p>
-<p>»Mag ik u een klein souvenir aanbieden, ik heb er nog steeds een onwaardeerbaar van
-u.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft u die mooie pen nog?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze zal met mij begraven worden.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn barstte in een helder gelach uit; als zij lachte klonk er iets als neerklaterende
-parelen, zoo melodieus en harmonisch, zoo opwekkend en verfrisschend tegelijk. Alles
-was jong in Hermine en dat maakte haar voor ieder, die niet innerlijk verdord en verdroogd
-was als van Diteren, onweerstaanbaar aantrekkelijk.
-</p>
-<p>»Verlangt u hetzelfde van uw souvenir aan mij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, als u het bij uw leven maar soms beziet.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij reikte haar het pakje over, het waren <span class="corr" id="xd30e641" title="Bron: photographiën">photographieën</span> naar beroemde schilderijen in een daarvoor bestemd doosje.
-</p>
-<p>»Ik dank u zeer, mijnheer Simons,&#x201d; zeide Hermelijn op den natuurlijksten toon der
-wereld, »&#x2019;t is een heel aardig souvenir van onze reis, juist geschikt voor menschen,
-die weinig kans hebben de schilderijen ooit in werkelijkheid te zien. Mijn man en
-ik zullen er met genot naar kijken; u weet »<span lang="en">A thing of beauty is a joy for ever</span>&#x201d; en aan kunstvreugde zal het ons in het gebergte maar te dikwijls ontbreken. Nogmaals
-hartelijk dank!&#x201d;
-</p>
-<p>En zij reikte hem haar hand en zag hem tegelijk recht in de oogen.
-</p>
-<p>»Wat ziet hij er vreemd uit,&#x201d; dacht zij.
-</p>
-<p>Hij hield haar hand iets langer en steviger vast, dan de strikte beleefdheid vorderde,
-maar plotseling liet hij ze los, keerde zich om, en ging over de verschansing leunen;
-aan de beweging zijner schouders zag Hermelijn duidelijk, dat hij streed om een plotselinge
-aandoening meester te worden.
-</p>
-<p>»Mijn hemel, zou hij &#x2019;t ernstig meenen?&#x201d; vroeg zij half lachend, half bewogen aan
-mevrouw van Diteren.
-</p>
-<p>»Waarom zou hij &#x2019;t niet meenen, denk je dat het zoo <span class="corr" id="xd30e656" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> is van je te houden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Vreemd,&#x201d; dacht Hermelijn, »onbekend kom ik op het schip en nu zijn er twee, die bij
-&#x2019;t afscheid om mij schreien. Wat zal Coen er van zeggen, &#x2019;t schijnt dat zijn vrouwtje
-in den smaak valt, maar ik heb dien armen jongen toch altijd zoo geplaagd.&#x201d;
-</p>
-<p>De andere afscheidsgroeten liepen zeer gewoon af; de bonte tweeling stortte ook tranen
-bij het verlaten van de lieve, jonge mevrouw, die zich zoo aardig met haar had beziggehouden.
-<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p>
-<p>»Als ze allen beginnen, ga ik ook nog huilen,&#x201d; sprak mevrouw Brant, »en dat heb ik
-nog maar zelden in mijn leven gedaan. Het ga u goed, mevrouwtje!&#x201d;
-</p>
-<p>En zij kuste Hermelijn&#x2019;s zachte wangen.
-</p>
-<p>Van Diteren&#x2019;s laatste <span class="corr" id="xd30e667" title="Bron: afscheidwoorden">afscheidswoorden</span> waren minder hartelijk dan die zijner vrouw:
-</p>
-<p>»Nu nieuwe mevrouw, het beste succes met je schoonzuster.&#x201d;
-</p>
-<p>»O ik ben niet bang voor één schoonzuster, voor geen zes!&#x201d; riep zij met van ondeugd
-tintelende oogen hem tartend na.
-</p>
-<p>Van Diteren beet zich op de lippen en mompelde er iets bij.
-</p>
-<p>»We zullen eens kijken verdraaide heks, hoe ze je spoedig leeren een toontje lager
-te zingen.&#x201d;
-</p>
-<p>En zoo vertrokken ze allen. Hermelijn bleef het kleine bootje de »Tjiliwong&#x201d; nastaren
-en voelde zich getroffen, bij de gedachte dat zij de menschen, met wie zij zes weken
-lief en leed had gedeeld, nu misschien nimmer zou terugzien, vooral voor die goede
-mevrouw van Diteren, deed het haar verdriet, maar alles werd overtroffen door de gedachte:
-</p>
-<p>»Over een paar dagen zie ik mijn man, en van hem zal ik nooit scheiden, vóór de akelige
-dood er tusschen komt,&#x201d; juichte zij in het diepste van haar hart.
-</p>
-<p>»Ik vind het niets hartelijk van haar man, dat hij haar niet komt afhalen,&#x201d; zei mevrouw
-van Diteren aan boord van den »Tjiliwong&#x201d; tot mevrouw Brant.
-</p>
-<p>»Brant dacht ook dat hij hier zou wezen. &#x2019;t Is vreemd.&#x201d;
-</p>
-<p>Maar Hermelijn zag er niets vreemds in. Zij had een telegram ontvangen met de woorden:
-</p>
-<p>»Welkom in Indië!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij vond dat een allerliefste attentie van Conrad Géran; een grooten brief had zij
-toch aangenamer gevonden; die laatste dagen vielen haar het zwaarste, slechts de heer
-Tulings en een andere familie, die zich zeer op den achtergrond had gehouden, bleven
-op de boot. Zij brandde van verlangen aan wal te gaan en Batavia te zien, maar zij
-durfde niets op eigen gezag doen in het vreemde land.
-</p>
-<p>Eindelijk kwam de »Menado&#x201d; te Samarang aan; den laatsten nacht had Hermelijn geen
-oog gesloten, nu zij aan het begin stond van een nieuw leven, begon zij eerst er het
-volle gewicht van te gevoelen; in die laatste stille uren kwamen de herhaalde waarschuwingen
-en plagerijen van van Diteren haar weer voor den geest, maar dan trachtte zij er om
-te lachen. Haar Conrad zou met haar zijn, en wat behoefde zij nog te vreezen?
-</p>
-<p>Zij trachtte zich opgeruimd te voelen maar haar hartje klopte geweldig, zij hoopte
-spoedig aan te komen en &#x2019;t was een verlichting, te hooren dat het nog langer zou duren
-dan men aanvankelijk dacht.
-</p>
-<p>Eindelijk kwam men aan; de haven van Samarang laat, wat <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>veiligheid betreft, veel te wenschen over, soms zijn de stoombooten van wal uit niet
-te genaken.
-</p>
-<p>»De blauwe vlag waait.&#x201d;
-</p>
-<p>En dan weet men dat alle gemeenschap over zee verbroken is; de tambangans (schuiten)
-mogen de rivier niet verlaten, daar de onstuimige zee te veel gevaren zou opleveren
-voor hen, die zich toch op de golven wilden wagen.
-</p>
-<p>Gelukkig voor Hermelijn was de blauwe vlag niet op den toren der hoofdwacht geheschen,
-de witte huizen der stad teekenden zich scherp af tegen het geboomte en de hooge berg
-Oenarang vormde een indrukwekkenden achtergrond, tegenover de vrij wilde zee.
-</p>
-<p>Een tambangan worstelde met de golven, nu eens zwevend in de hoogte, dan weer diep
-nederdalend, Hermelijn volgde den eersten zwarten tip, die langzamerhand grooter en
-grooter werd, met kloppend hart en trillende oogen.
-</p>
-<p>Twee heeren zaten er in, haar schoonvader zeker&#x200a;&#x2026; en hij.
-</p>
-<p lang="de">»Er ist&#x2019;s, die Flagge der Liebe mag wehen.&#x201d;
-</p>
-<p>Onophoudelijk gonsden haar die woorden uit de <span lang="de">Freischütz</span> door het hoofd, terwijl ze met ijskoude handen zich aan de leuning vastklemde en
-niets anders meer zag, niets anders meer hoorde, dan het bootje en het klotsen der
-roeispanen in de dansende golven. De heeren zwaaiden met hun hoeden, zij haalde haar
-zakdoek uit en wuifde terug.
-</p>
-<p lang="de">»Er ist&#x2019;s, er ist&#x2019;s!&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Was of elke golf, die tegen het schip opvloog en het zilverschuim hoog en sissend
-deed omhoogspatten, de woorden zong en nog eens zong, zoo zelfs dat zij haar tergend
-in de ooren klonken. Zij begon de gezichten te onderscheiden en toen kon zij het niet
-langer meer boven uithouden; zij wist het zelf niet of &#x2019;t angst, dan wel vreugde,
-of schaamte was, maar zij had nu willen vluchten verre van daar. Iets bleef in haar
-hart de overhand behouden, de zekerheid dat over weinige oogenblikken, zij niets anders
-meer gevoelen zou dan diep innig geluk, het bewustzijn dat al haar wenschen vervuld
-waren, dat zij niets meer te verlangen of te vreezen had, dat zij dan eerst zich in
-veilige haven zou bevinden.
-</p>
-<p>»Wil u den damessalon ingaan?&#x201d; vroeg de kommandant, die haar op de trap ontmoette.
-</p>
-<p>»Heel graag mijnheer! Brengt u de heeren dan beneden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker mevrouw, ik zal mij met de ontvangst belasten,&#x201d; zeide hij zeer ernstig zonder
-een in zulke omstandigheden, zoo goedkoope poging om aardig te zijn.
-</p>
-<p>Daar zat zij nu op de rood fluweelen divan en volgde met haar oog de vergulde lijsten,
-die kleine bloemstukken omgaven; zij telde werktuigelijk de roode en blauwe blaadjes,
-en deelde de figuren van het lijstje in vijftallen af.
-<span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span></p>
-<p>Eensklaps rees zij op.
-</p>
-<p>»Was dat wel Conrad geweest, die eene heer! Misschien had hij een ongeluk gehad, misschien
-was hij ziek, misschien&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe dwaas! hoe kinderachtig,&#x201d; zeide zij dadelijk er op, en streek zich met de hand
-over de golvende lokken, die ondanks al haar moeite om zich van daag bijzonder netjes
-te kappen, weerbarstiger schenen dan ooit en zij begon te lachen. Maar die lach klonk
-zoo zonderling, &#x2019;t was of zij nu eerst voelde dat zij de Hermelijn van vroeger nimmer
-meer zou zijn, dat zij zich zelf vreemd werd.
-</p>
-<p>Daar hoorde zij duidelijk dat de tambangan aanlegde, dat de kapitein de aankomelingen
-begroette; er werd over de onstuimige zee gesproken, hoe kon men dat doen op zoo&#x2019;n
-oogenblik?
-</p>
-<p>Zij ging naar de deur maar kwam terug en bleef weer zitten, even zag zij in den spiegel
-en schrikte over haar bleekheid; die zwarte japon kleurde haar niets, zij zag er niets
-goed uit, zij zou haar man stellig teleurstellen. Waarom had ze met geen rood of blauw
-dat zwart opgevroolijkt?
-</p>
-<p>Daar hoorde ze mannenstappen de trap afgaan, toen vouwde ze haar handen en lispelde,
-bevend:
-</p>
-<p>»O vader, sta me bij, ik ben bang.&#x201d;
-</p>
-<p>Van Diteren als hij er bij geweest ware zou gegrijnslacht hebben, zoo was die brutale
-meid nu eindelijk klein geworden.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">VI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De deur werd geopend en twee heeren kwamen binnen, beiden lang en door de zon gebruind,
-maar van verschillenden leeftijd.
-</p>
-<p>De oudste was een goede vijftiger, hoewel men hem in Holland voor even in de zestig
-kon aangezien hebben; zijn krullend haar was nog vol maar spierwit, een kort geknipte
-gitzwarte knevel groeide onder een scherp gebogen neus; even zwart maar nog borsteliger
-waren de wenkbrauwen, die fronsend over een paar doordringende zwarte oogen hingen;
-breedgeschouderd en forsch gebouwd, droeg hij een wit jasje van vreemden vorm, was
-hoog tot aan zijn kin dichtgeknoopt en in zijn hand hield hij een badientje. De jongere
-mager, min of meer voorover gebogen, had een overmatigen langen, stijven hals en klein
-hoofd; zijn gelaat miste alle uitdrukking, hij maakte den indruk van een adjudant
-naast zijn generaal, van een weinig zeggenden en nauwelijks toeluisterenden vertrouweling
-naast een tooneelkoning.
-</p>
-<p>Hermelijn ging hen tegemoet.
-</p>
-<p>»Hij is er niet bij,&#x201d; was haar eerste gedachte.
-<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p>
-<p>»Welkom, kind!&#x201d; sprak de oude heer en kuste haar op het voorhoofd; »ik ben je nieuwe
-vader en dat is je zwager August. Je man is niet meegekomen, hij wacht je in het hotel.
-Van middag kerkelijke inzegening en dan onmiddellijk naar huis. Is je goed ingepakt,
-ik bedoel, wat je dadelijk noodig hebt, voor de rest wordt gezorgd.&#x201d;
-</p>
-<p>De zwager vergenoegde zich zijn schoonzuster een slappe hand toe te steken, die zij
-even aanraakte, zonder er zelfs aan te denken dat hij haar volle neef was. Toch was
-zij niet teleurgesteld; Conrad wilde hun ontmoeting niet aan boord doen plaats hebben;
-hij had gelijk, wat hadden die officieren, matrozen en bedienden met hun liefde noodig?
-</p>
-<p>»Hij is toch niet ziek papa?&#x201d; vroeg zij, dapper hem dien titel gevend.
-</p>
-<p>»Waarom zou hij ziek wezen? August, ga naar den kapitein en zeg hem, dat wij dadelijk
-vertrekken.&#x201d;
-</p>
-<p>August verdween zeer gehoorzaam.
-</p>
-<p>»Maak je dan maar klaar, hoe is je voornaam ook weer?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermine!&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu spoedig dan, we hebben geen tijd te verliezen. Het is 11 uur.&#x201d;
-</p>
-<p>Nog geen drie minuten later had Hermine haar hoed op en den mantel omgedaan en stond
-met haar handkoffertje op het dek, zeide den kapitein, zijn officieren en de overgebleven
-passagiers vluchtig »goeden dag&#x201d; want haar schoonvader was reeds in het bootje afgestegen,
-en ging toen zelf het trapje af, dat naar het tamelijk sterk deinende bootje leidde.
-</p>
-<p>De oude heer de Géran reikte haar de behulpzame hand, August sprong hen na, de roeiers
-zetten hun spanen in beweging en het schuitje begon Samarang te naderen.
-</p>
-<p>Hermelijn kon nog maar niet op haar gemak komen; haar schoonvader deed haar geen enkele
-vraag over haar reis, over haar familie, vertelde niets van het eenige, dat haar belang
-inboezemde, maar sprak over de ellendige haven van Samarang, over de moeite, die het
-kosten zou daarin verandering te brengen, over de ellendige bandjirs<a class="noteRef" id="xd30e740src" href="#xd30e740">1</a>, die in de laatste Westmousson de stad geteisterd hadden en die van het aangename,
-schilderachtige plaatsje uit de dagen zijner jeugd een akelig hol hadden gemaakt.
-</p>
-<p>Dat was alles zeker hoogst interessant, maar op dit oogenblik boezemde Samarang Hermelijn
-slechts in zooverre eenige belangstelling in, daar het in een zijner huizen haar Conrad
-bevatte.
-</p>
-<p>August&#x2019;s stem was met geen mogelijkheid te hooren, want zoolang de tocht duurde gaf
-hij haar geen gelegenheid zijn lippen te ontsnappen. Eindelijk kwam men in de rivier,
-die gevuld <span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>was met djangollans<a class="noteRef" id="xd30e748src" href="#xd30e748">2</a>, prauwen en tambangans, en weinige oogenblikken later aan de aanlegplaats »Boom&#x201d;
-genaamd.
-</p>
-<p>Daar stond een rijtuig <span class="corr" id="xd30e753" title="Bron: hun">hen</span> op te wachten, een zoogenaamde palankijn, waarin het drietal plaats nam.
-</p>
-<p>Later kon Hermine zich niets meer herinneren, van de straten, die zij doorgereden
-was, met de naar Europeesch model gebouwde huisjes die de brandende zon nu in een
-vuurgloed blakerde; &#x2019;t was of zij in een droom voortleefde, waaruit alleen de stem
-van Conrad haar kon doen ontwaken.
-</p>
-<p>Men reed het ruime plein van het Heerenlogement op; het was twaalf uur en de rijsttafel
-juist begonnen.
-</p>
-<p>»We zullen maar dadelijk gaan eten,&#x201d; zei de oude heer de Géran, toen zij uitgestapt
-waren en wees Hermelijn de deur aan naar de groote binnengalerij, waar een vijftigtal
-heeren, dames en kinderen om een lange tafel zaten.
-</p>
-<p>»Waar is Conrad?&#x201d; had zij willen vragen, maar de vraag verstijfde haar op de lippen,
-daar van hem geen sprake scheen te zijn.
-</p>
-<p>Het drietal zette zich aan tafel, Hermine tusschen de beide heeren, den steeds zwijgenden
-August en den vader, die &#x2019;t weldra met zijn over- en naasten buurman druk had over
-allerlei belangrijke onderwerpen, waarvan Hermelijn niets anders kon onthouden dan
-dat het in <span class="corr" id="xd30e763" title="Bron: Indie">Indië</span> een ellendige boel was, dat alle dingen verkeerd gingen, dat het gouvernement een
-menigte boosheden op zijn rekening had, dat ieder verongelijkt werd en het niet lang
-zoo duren kon.
-</p>
-<p>De heer de Géran had een korte, gebiedende manier van spreken, hij zeide iets, dat
-als zijn overtuiging moest gelden, en kwam er niet op terug; wanneer de anderen hem
-wilden verzekeren, dat het niet juist zoo was, dat er iets op af te dingen viel, dan
-ging hij met eten voort, zonder zich in het minste over de redeneeringen van den ander
-te bekommeren, of hij maakte er plotseling een einde aan door de een of andere opmerking,
-die met het gesprokene in volstrekt geen verband stond.
-</p>
-<p>Hermelijn kon niets door de keel krijgen; de rijsttafel was haar nog geheel vreemd,
-en daarbij was zij zoo vervuld van haar zonderlingen toestand, zoo teleurgesteld door
-de afwezigheid van Conrad, dat zij zich nauwelijks de moeite wilde gunnen om te eten
-als elk ander. Zij merkte niet, hoe zij de algemeene aandacht opwekte, hoe eenigen
-haar beklaagden, anderen benijdden; een ding trof haar slechts, de verbazende bergen
-rijst, die de zwijgende, magere August op zijn bord nam en met ongeloofelijke snelheid
-deed verdwijnen.
-</p>
-<p>Zij kon die verlatenheid niet langer dragen en wendde zich tot hem met de vraag:
-<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p>
-<p>»Waar is Conrad nu toch?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nog niet aangekomen, strakjes pas.&#x201d;
-</p>
-<p>En hij nam een hoop sambel<a class="noteRef" id="xd30e775src" href="#xd30e775">3</a> op zijn bord.
-</p>
-<p>»Behoort dat hier zoo?&#x201d;
-</p>
-<p>»Weet niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Sinds wanneer is u dan op Samarang?&#x201d;
-</p>
-<p>»Acht dagen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En&#x200a;&#x2026; pa-pa ook?&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor zaken, of om mij af te halen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Altijd maakt papa de boel in orde om dezen tijd.&#x201d;
-</p>
-<p>Welke boel, kon Hermelijn met geen mogelijkheid raden.
-</p>
-<p>»U is getrouwd, niet waar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ikke, jawel.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoeveel kinderen heeft u?&#x201d;
-</p>
-<p>»Tien en een op komst.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn vertrouwde haar ooren niet, die opgeschoten knaap, vader van tien kinderen.
-</p>
-<p>»Maar hoe oud is u dan, August?&#x201d;
-</p>
-<p>»Acht en twintig.&#x201d;
-</p>
-<p>»En uw vrouw heet immers Sophie?&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is zij een Europeesche?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En uw broer Guillaume heeft ook al een vrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ook kinderen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Vijf, pas weer een gekregen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Van uw zusters zijn er ook al een paar getrouwd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dolly en Kitty.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wonen zij ook op het land?&#x201d;
-</p>
-<p>»In Kaboelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoe heeten hun mannen?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn zou verlegen geweest zijn, als iemand gehoord had, hoe weinig zij haar tegenwoordige
-familie kende, maar niettegenstaande de kosten van het gesprek geheel op haar rekening
-kwamen, vond zij &#x2019;t zoo beter en nuttiger dan geheel en al te zwijgen en zette dus
-haar verhoor voort.
-</p>
-<p>»Van Akkeveen en Portias.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona is toch de oudste?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie?&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona.&#x201d;
-</p>
-<p>»O Cor, ja.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ouder dan u?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p>
-<p>»Weet niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij wordt dus Cor genoemd!&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoeveel kinderen zijn er nog behalve u en Corona, Guillaume, Dolly, Kitty en Conrad.&#x201d;
-</p>
-<p>Een lange pauze, August scheen te tellen.
-</p>
-<p>»Zes, neen zeven&#x200a;&#x2026; wacht eens, ja toch zes.&#x201d;
-</p>
-<p>»En is hun moeder al lang dood.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vijf jaar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona is dan zeker hun pleegmoeder.&#x201d;
-</p>
-<p>August vond deze vraag zeker de moeite niet waard om er het genot aan op te offeren,
-dat het kluiven van een in kerrie toebereid kippepootje hem bereidde; zijn vingers
-en lippen waren er goudgeel door gekleurd.
-</p>
-<p>De oude heer de Géran had echter zijn maal geëindigd; hij stond op en vroeg Hermelijn
-of ook zij gedaan had; dadelijk was zij met haar toestemmend antwoord gereed en wilde
-hem volgen toen van het andere gedeelte der tafel een heer naar hen toekwam.
-</p>
-<p>»Mijnheer de Géran, uw nieuwe schoondochter, als ik mij niet vergis, mag ik u de eer
-verzoeken mij aan mevrouw voor te stellen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijnheer Thoren van Hagen, Hermine de Géran.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermelijn!&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan!&#x201d;
-</p>
-<p>Lachend zagen de beiden elkander aan; de vreugde een bekend gelaat te zien, tusschen
-al die onbekenden deed Hermine&#x2019;s oogen stralen en zij reikte hem de hand.
-</p>
-<p>»Kent ge mekaar?&#x201d; vroeg de schoonvader.
-</p>
-<p>»Och ja, van het Graafje, toen juffrouw van Voorden haar papa er kommandant was, en
-ik als sergeant bij hem aanbevolen was.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft u den militairen dienst verlaten?&#x201d; vroeg de oude heer.
-</p>
-<p>»Ja, zoodra ik de luitenants-epauletten had, heb ik ze weggeworpen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat ben je thans?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets Her&#x200a;&#x2026; ik zal mevrouw moeten zeggen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk, mijnheer Thoren van Hagen, ik ben het te kort, om niet op dien titel
-gesteld te zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, ik ben letterlijk niets, ik reis voor mijn pleizier.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelukkige menschen, die &#x2019;t kunnen doen. Reis je met ons mee, Thoren? Naar Ngaroengan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Met zeer veel genoegen, mijnheer de Géran.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, &#x2019;t blijft afgesproken, om vier uur rijden we naar de kerk, om half vijf naar
-boven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als u mij verzekert, dat ik niemand hinder, noch door de plaats, die ik inneem, noch
-door mijn tegenwoordigheid en <span class="corr" id="xd30e851" title="Bron: famille">familie</span>.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel neen, volstrekt niet. Is er wat Beersma?&#x201d;
-</p>
-<p>De heer de Géran stond weer iemand anders te woord; &#x2019;t was <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>niet moeilijk te zien, dat hij hier met zeer veel onderscheiding behandeld werd en
-dat ieder hoog tegen hem opzag; hij zelf scheen het volle bewustzijn te hebben van
-zijn waardigheid.
-</p>
-<p>»Wat verwondert het mij je hier te zien, Hermelijn,&#x201d; zeide Thoren van Hagen, »je ziet
-hoe waar het is dat oude praatje <span lang="fr">à la monsieur de la Palisse</span> van die bergen en dalen. Mijn goede majoor is dus niet meer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Anders zou ik hier niet wezen,&#x201d; zeide Hermelijn met een trilling in de stem, want
-plotseling was &#x2019;t haar of zij er spijt van moest hebben dat zij den stap had gewaagd.
-</p>
-<p>»Je man is er nog niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, <span class="corr" id="xd30e869" title="Bron: kent">ken</span> je de familie, Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Volstrekt niet, ik ben <span class="corr" id="xd30e874" title="Bron: sints">sinds</span> een maand hier in het logement gelogeerd, en maakte een dag of wat geleden kennis
-met den ouden heer de Géran, een kranige kerel, van wien ik veel gehoord had, de koffiekoning
-van midden-Java, die altijd gereed staat elke onderneming te steunen, alles wat goed
-en grootsch is, tot stand te brengen. Een man, waaraan Indië veel verplichting heeft,
-je mag trotsch zijn tot die familie te behooren, Hermelijn!&#x201d;
-</p>
-<p>»O dat ben ik ook.&#x201d;
-</p>
-<p>»Van waar kende je je man?&#x201d;
-</p>
-<p>»Uit Holland.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is hij daar geweest, dan zal &#x2019;t hoop ik een ander exemplaar wezen dan&#x200a;&#x2026;&#x201d; en hij knipoogde
-glimlachend in de richting van August.
-</p>
-<p>»O stellig, &#x2019;t is zoo&#x2019;n lieve jongen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is &#x2019;t de jongen, die je den naam van Hermelijn gaf?&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist en daarom was mij die altijd zoo lief. Ik was zoo blij hem weer te hooren.
-En hoe gaat het je vader, Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Goed&#x200a;&#x2026; ik denk &#x2019;t ten minste.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is &#x2019;t weer mis?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wanneer zou &#x2019;t dit niet zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»En trek je nu de wereld zoo doelloos rond?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel zeker, &#x2019;t is de nuttigste en prettigste manier om <span class="corr" id="xd30e891" title="Bron: zijn">mijn</span> tijd zoek te brengen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is dat het doel van &#x2019;t leven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor jou niet, lief bruidje, je hebt nu maar een doel, straks zoo mooi mogelijk in
-tegenwoordigheid van je heer en meester te verschijnen. Maar zeg eens Hermelijn, <span class="corr" id="xd30e897" title="Bron: vindt">vind</span> je dat niet wat raar? Ik ben, geloof ik erg in den smaak gevallen van den heer de
-Géran; hij heeft op alle manieren bij mij aangedrongen, dat ik mee zou gaan naar zijn
-land, maar toen wist ik niet dat hij nog een schoondochter verwachtte en nu schijnen
-wij samen te reizen met het jonge paar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het niet, ik vind alles hier zoo wonderlijk. &#x2019;t Is misschien Indische mode,
-maar ik kan er niets tegen zeggen, als anderen het goed vinden.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p>
-<p>»Nu &#x2019;t is mij een troost, dat ik het ten minste niet ben, die het tête à tête verstoor;
-waar een papa bij is en dan nog bovendien zoo&#x2019;n hark als die nieuwe zwager van je,
-daar is van een zoet samenzijn toch geen spraak. Wat zult ge mekaar veel te vertellen
-hebben als het ijs eenmaal gebroken is; nu in die heerlijke Indische natuur kan je
-een verrukkelijke honigmaand doorbrengen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb nog een schoonzuster <span lang="fr">à prendre</span>.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar heb ik van gehoord! Dat moet geen katje zijn om ongehandschoend aan te pakken;
-meen je dat ik er roeping toe voel om »<span lang="en">the Taming of the Shrew</span>&#x201d; bij haar te beproeven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het niet, ik heb dat altijd een akelig stuk gevonden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Met jou zal zoo&#x2019;n operatie wel niet noodig zijn, zachte Hermelijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben niet zacht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarvan weet ik mee te praten; wat hebben wij veel gekibbeld en mekaar geplaagd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Toch zijn wij steeds goede vrienden gebleven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat schijnt zoo, als ik me niet vergis, zijn we als kwade gescheiden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat je mijn poes op de gracht had laten schaatsenrijden; &#x2019;t beest is na dien tijd
-niet meer gezond geweest.&#x201d;
-</p>
-<p>»O ja, door mij is ze zeker in het katten-asyl terecht gekomen?&#x201d;
-</p>
-<p>Beiden lachten en voelden zich recht op hun gemak; de heer de Géran keerde zich juist
-om en zeide aan August, die zijn laatste spinazie had gegeten, dat hij zijn schoonzuster
-naar haar kamer moest brengen, dan kon zij zich lekker maken.
-</p>
-<p>»Maar precies om half vier komt Conrad, zorg dat je dan klaar bent.&#x201d;
-</p>
-<p>Thoren van Hagen glimlachte om die zonderlinge manier van bruiloft vieren.
-</p>
-<p>Hermelijn boog zich voor de heeren en volgde toen haar langen, stakerigen zwager,
-die haar voor ging naar de buitengalerij.
-</p>
-<p>Voor een der kamerdeuren, die daar op uitkwamen, bleef hij staan.
-</p>
-<p>»Van u,&#x201d; zeide hij alleen.
-</p>
-<p>»Dank je wel, August.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij ging naar binnen en vond er haar handkoffertje en granatendoekje; de kamer was
-groot, eenvoudig maar netjes gemeubeld, een groote divan stond tegenover het ledekant;
-zonder zich uit te kleeden, strekte Hermelijn zich daarop uit, nog steeds onder den
-indruk van al het vreemde dat haar overkwam.
-</p>
-<p>Zij had zich alles zoo heel anders voorgesteld; waarom moest ze hier nu alleen zitten
-in dit vreemde logement, terwijl het anders zoo&#x2019;n geschikte gelegenheid zou geweest
-zijn om met haar man kennis te maken. Zij trachtte de gedachte, die zich telkens <span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>en telkens aan haar opdrong, met geweld te verdrijven en de vraag niet te beantwoorden.
-</p>
-<p>»Of zulk een talmen wel verwacht mocht worden van een jongen bruidegom en of dat niet
-gelijk stond met onverschilligheid?&#x201d;
-</p>
-<p>Liever dacht zij aan Iwan Thoren van Hagen; hoe aardig, dat zij dien dollen jongen
-hier moest terugzien; hij scheen bedaarder geworden, hij was dan nu ook een groot,
-deftig heer, keurig in kleeding en verzorgd in voorkomen, met een vollen, kort geknipten
-donkeren baard; maar zijn mooie oogen, die soms zoo ontzaggelijk treurig konden zien,
-om dadelijk weer te tintelen van ondeugende vroolijkheid waren dezelfde gebleven en
-daaraan had zij hem dadelijk herkend. Wat had die wildzang haar vader soms <span class="corr" id="xd30e939" title="Bron: moeielijke">moeilijke</span> uren doen doorleven en als die oude heer Thoren van Hagen kwam met zijn gebogen gestalte,
-en zijn vergrijsde lokken en den zwarten doek om zijn hals, die iets bedekte, waaraan
-een vreeselijke geschiedenis heette verbonden te zijn, dan was Iwan stellig nergens
-te vinden. Hoe was Moe steeds uit haar humeur, als hij een paar van haar kleine jongens
-mee had genomen naar Velp of Escharen en laat in den avond met hen thuis kwam, berooid
-en wel; natuurlijk volgden daar weer eenige dagen arrest op, totdat de majoor eindelijk
-verzocht had ontheven te worden van zulk een voogdijschap en hij naar Maastricht in
-garnizoen werd gezonden, dicht bij het landgoed van zijn vader, tot groote blijdschap
-van haar stiefmoeder, tot verdriet van de broertjes en zusjes en zelfs van haar, want
-zij mocht hem graag als haar oudsten broer, maar niet zooals zij van Conrad hield,
-dat was iets heel anders geweest, reeds toen.
-</p>
-<p>Zij had veel onder kinderen verkeerd en nu raakte zij er weer geheel in; hoeveel kneuters
-waren er wel bij de Gérans, tien van August, vijf van Guillaume, zes neen zeven&#x200a;&#x2026;
-zij raakte verward in al die cijfers, en kon ze niet meer uiteenhouden.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was koel en frisch in de kamer, de jalouzieën van deuren en ramen stonden open,
-de rieten valgordijnen in de voorgalerij hingen neer, een zacht koeltje streelde Hermelijns
-wangen, zij was moe gedacht en moe gerekend. Voor eenige oogenblikken vergat zij alles
-om zich heen.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e740">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e740src">1</a></span> Overstroomingen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e740src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e748">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e748src">2</a></span> Kleine zeilbooten.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e748src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e775">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e775src">3</a></span> Toespijs van Spaansche peper.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e775src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">VII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Er werd aan de deur getikt.
-</p>
-<p>»Hermine.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij sprong op, en riep »Binnen&#x201d;; er was niets aan haar toilet te veranderen, alleen
-haar blonde lokken hingen in allerliefste <span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span>verwarring om haar voorhoofd en slapen, maar zij was te bevangen door den slaap om
-daarvan bewustzijn te hebben.
-</p>
-<p>De deur werd geopend en haar schoonvader trad binnen, gevolgd door een slanke jongensfiguur.
-</p>
-<p>»Hier is je man, Hermine.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij stond als vastgenageld, waarom kwam hij niet nader, was het aan haar om hem tegemoet
-te gaan? Was dit het oogenblik, waarnaar zij zoo lang en vurig had gesmacht?
-</p>
-<p>Hij geleek sprekend op zijn portret: een mooie, donkere knaap, nog niet geheel uitgegroeid
-misschien, maar met een norsche, ontevreden uitdrukking onder de gefronsde wenkbrauwen;
-als een automaat stak hij de hand uit, waar hij beide armen had moeten uitbreiden
-en vroeg op een toon als zeide hij een van buiten geleerd lesje op:
-</p>
-<p>»Hoe maakt u het?&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Liefst was Hermelijn in tranen uitgebarsten maar haar trots hield haar staande
-en eenigszins spottend antwoordde zij:
-</p>
-<p>»Heel goed, dank u en u ook?&#x201d;
-</p>
-<p>De heer de Géran, hoewel hij zeker genoegzaam wist, hoe een bruidegom zijn bruid op
-den huwelijksdag begroeten moest&#x2014;hij had driemaal in dat zelfde geval verkeerd&#x2014;achtte
-het beneden zijn waardigheid tusschenbeide te treden, misschien bezat hij ook geen
-oog voor zulke kleinigheden.
-</p>
-<p>»Ben je klaar?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>»Op mijn haar na<span class="corr" id="xd30e964" title="Niet in bron">.</span>&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is hoog tijd, zet je hoedje maar op en kom dan mee!&#x201d;
-</p>
-<p>Volgens Fransche wijze bood hij als vader haar den arm, de bruidegom volgde; Hermelijn
-meende den sleutel van Conrad&#x2019;s zonderling gedrag gevonden te hebben, hij was uit
-zijn humeur over die gestadige tegenwoordigheid en inmenging van zijn vader. &#x2019;t Pleitte
-voor zijn karakter, dat was ontegenzeggelijk; maar toch wilde zij niet de minste toenadering
-van haar kant doen.
-</p>
-<p>Wat was dat toch een vreemd huwelijk, het hare; hoe geheel anders was die burgerlijke
-en kerkelijke plechtigheid bij volmacht niet geweest, in het kleine garnizoensplaatsje,
-waar iedereen uitgeloopen was om de jonge bruid, die trouwde met een getrouwd man,
-zonder eigen bruidegom, te komen zien. Zij had zich toen niet in &#x2019;t wit willen kleeden,
-omdat zij dat minder gepast vond, maar nu zou zij zoo gaarne anders dan in reistoilet
-geweest zijn.
-</p>
-<p>Al het bruidachtige ontbrak zoo, zelfs geen bloempje kon zij op haar borst steken;
-&#x2019;t is waar, nu gold het ook niets dan een bloote plechtigheid, welke de Gérans, die
-aan hun godsdienst, zelfs in de anders zoo onverschillige koloniën, trouw waren blijven
-hechten, op prijs stelden, maar voor haar eigen gevoel had Hermelijn zich nu zoo gaarne
-als bruid gevoeld, naast den man, wien zij haar hart onvoorwaardelijk had geschonken.
-</p>
-<p>Zij ging naast haar schoonvader, bleek maar hoog opgericht, <span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span>zij wilde niet den schijn aannemen, dat zij zich over iets verwonderde. Aan de trap
-stond Thoren van Hagen, in zijn lange gekleede jas, veel meer op een bruidegom gelijkend
-dan de jongen in zijn fantasiepak achter haar; hij hield een bouquet melati&#x2019;s en witte
-rozen in de hand, dat hij het bruidje aanbood.
-</p>
-<p>»Die bloemen groeten de dochter van mijn hooggeachten vriend op haar hoogtijdsdag,&#x201d;
-sprak hij ernstig.
-</p>
-<p>Hermelijn zag hem dankbaar aan en de tranen sprongen haar in de oogen; het eenige
-bewijs van belangstelling, dat zij ontving, werd haar thans uit naam van haar vader
-geboden, en zij wilde er gaarne een goed voorteeken in zien.
-</p>
-<p>Met meer moed nam zij thans naast haar schoonvader plaats, de andere vier&#x2014;er was nog
-een broer of zwager bijgekomen, en ook Thoren van Hagen reed mede, als getuige&#x2014;zaten
-in het tweede rijtuig; in de stille, lieve kerk voelde Hermelijn zich diep bewogen;
-zij boog het hoofd en bad oprecht en vurig om kracht, ten einde een goed, trouw echtgenoot
-te mogen zijn voor den jongen man, die naast haar knielde en die geen oogenblik vriendelijker
-zag, zelfs niet toen zij de handen in elkander legden en God tot getuige namen van
-den bond, dien zij voor het leven hadden gesloten.
-</p>
-<p>Nog geen uur later reed de ruime reiswagen den weg op naar Oenarang; altijd zat Hermelijn
-naast den ouden heer, op het middelbankje werden Thoren van Hagen en Van Akkeveen,
-de zwager, neergezet, op de voorbank tusschen een koffer en een mand nestelden zich
-de beide broeders, waarvan niemand meer de stem hoorde en tusschen wie het waarlijk
-<span class="corr" id="xd30e980" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> zou gevallen zijn den bruidegom te zoeken.
-</p>
-<p>De drie andere heeren hadden een druk gesprek; maar Hermelijn nam er geen deel aan;
-zij vond haar toestand allertreurigst; als Conrad tenminste met een blik of een handdruk
-haar moed had ingeboezemd, maar neen, hij bekommerde zich even weinig om haar als
-August. Akkeveen, die zijn wereld scheen te kennen, ofschoon zijn bleekgeel papperig,
-dik gelaat en gezette gestalte lang geen aangenaam uiterlijk vormden, had dikwijls
-beproefd met haar een gesprek te beginnen maar het praten was haar te veel, zij was
-moe, dood moede.
-</p>
-<p>De avond was intusschen gevallen, de reiswagen vloog er goed door, de loopers met
-brandende fakkels draafden bijna gedurig even hard als de vier paarden, hijgend naast
-het gevaarte; om de vijf palen kondigden lichten een post aan, waar het vierspan moest
-verwisseld worden; daar stond het rijtuig even stil om dan met nieuwe kracht weer
-het gebergte te doorvliegen.
-</p>
-<p>Een heerlijke sterrenhemel welfde zich boven hen; bij dat schemerende schijnsel onderscheidde
-Hermine bosschen en ravijnen, vlakten en bergen, hier en daar een flikkerend licht,
-maar overigens niets dan de trotsche eenzaamheid der onverstoorbare natuur.
-<span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span></p>
-<p>Huiverend en met gesloten oogen leunde zij achterover, de stemmen van de sprekende
-reizigers klonken haar onnatuurlijk en vreemd toe; op haar schoot lagen nog de melati&#x2019;s
-van het bruidsbouquet, dat de vriend harer jeugd haar had aangeboden, die frissche
-geur bedwelmde haar min of meer. Akelige beelden traden voor den geest, &#x2019;t was of
-zij alleen, geheel alleen een vreemde wereld betrad, of niets meer haar zou ontmoeten,
-dat aan het verledene herinnerde, of zij er verlaten en eenzaam zou wezen, of geen
-vriendenhand ooit de hare meer mocht drukken, of zij nooit meer zou leunen op een
-sterkeren arm, of alles, alles haar begaf en zij voortaan doelloos een onbekenden
-weg moest gaan.
-</p>
-<p>Dan sloeg zij de oogen op en trachtte haar man te onderscheiden, maar het voorbankje
-was zoo ver weg; waarom was hij daar gaan zitten, of liever, welke overdreven beleefdheid
-van haar schoonvader haar de eereplaats naast hem te geven, hoeveel liever had zij
-daar in August&#x2019;s plaats gezeten, doch zekere schroom hield haar terug. Geen woord,
-geen blik van Conrad had haar welkom geheeten, zou hij wel verheugd zijn haar te zien
-en zij herinnerde zich zijn brieven, die zij zoo dikwijls had overgelezen, de geschenken,
-die hij haar had toegezonden. Dat was toch geen droom, maar zij smachtte naar een
-tastbaar bewijs, dat het waarheid was, dat zijn oog, zijn hand, zijn kus bezegelde
-wat zijn pen geschreven had. O konden zij maar een oogenblik alleen zijn, dan zou
-hij alles goed maken. En dan dacht zij er bevend aan, hoeveel ongelukkiger en eenzamer
-zij zou wezen als zij die bekende stem van Thoren van Hagen niet hoorde; als zij daarin
-geen band had gevonden, die haar aan Holland, aan haar vader hechtte.
-</p>
-<p>Wanneer de loopers in hun onvermoeide haast met hun flambouwen langs de open portieren
-snelden, wierpen zij plotseling op de reizigers een roodachtig licht, dat even gloeide
-in de gitzwarte kijkers van Conrad, die altijd even barsch en strak voor zich uitstaarden,
-op het slapende gezicht van August, die tegen den koffer aanleunde, op den witten
-knevel van haar schoonvader en het grijze jasje van Akkeveen, maar dan ook op de edele,
-fijn besneden trekken van Iwan, wiens oog steeds beschermend op haar rustte.
-</p>
-<p>Aan een der posten was de oude heer uitgestapt, en ook Conrad had, vlug als een eekhoorn,
-zich over beenen en pakken een weg gebaand en stond nu naar het verspannen der paarden
-te zien.
-</p>
-<p>»Zijn we er haast?&#x201d; vroeg Hermelijn rillend.
-</p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e995" title="Bron: Hebt">Heb</span> je het koud?&#x201d; vroeg Thoren belangstellend: »de lucht in het gebergte is frisch en
-kil; doe je sortie om,&#x201d; en hij nam den granatendoek, die ergens op een der koffers
-lag, reikte haar dien over, en toen hij zag, dat het haar moeilijk viel zich daarin
-te wikkelen, stond hij op en hielp haar.
-<span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span></p>
-<p>»&#x2019;t Zal nog een drietal posten aanhouden, zoowat drie en een half uur,&#x201d; antwoordde
-Akkeveen. »Hoe bevalt u het reizen in Indië, Hermine?&#x201d;
-</p>
-<p>»Uitstekend.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoop dat de verwantschap met de Gérans u ook zoo goed zal bevallen. Men moet er
-zich in leeren schikken&#x201d; zeide hij op hoogwijzen toon.
-</p>
-<p>»Men schikt zich in alles,&#x201d; antwoordde zij dof en zag naar buiten.
-</p>
-<p>Conrad had onafgebroken naar binnen gestaard; het weifelend licht der flambouwen en
-der olielampen van de afspanning wierp zijn weifelende weerglanzen op het matbleeke
-gelaat van zijn jonge vrouw, dat tegen den donkeren achtergrond rein en wit uitkwam
-als een marmeren beeld; met toornige oogen had hij Thoren&#x2019;s bereidwilligheid om haar
-te helpen gezien en den glimlach, waarmee zij hem bedankte.
-</p>
-<p>Nu zij hem scheen te zoeken, keerde hij zich snel om en keek naar een arme bedelares,
-die met haar kind op den arm aalmoezen vroeg en sprak haar in het Javaansch toe.
-</p>
-<p>»Een malle vent,&#x201d; zei Akkeveen lachend het hoofd schuddend tot Thoren, en fluisterde
-»het zit in de familie. Een wonderlijke pan menschen.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermine verstond de woorden niet, maar raadde den zin; zij voelde, als instinktmatig,
-dat zij vóór een afscheid stond, het zwaarste, dat een jong, liefhebbend gemoed kan
-nemen, dat van haar liefste illusiën. Bij den volgenden post, was het aan Thoren van
-Hagen en Akkeveen om zich even buiten te vertreden.
-</p>
-<p>»Ik begrijp er niets van,&#x201d; zeide Thoren. »Mijn God, wat een toekomst gaat dat kind
-tegemoet!&#x201d;
-</p>
-<p>»U kent haar van vroeger.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja en ik stel groot belang in haar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, die man, of liever die jongen, heeft nog &#x2019;t meeste karakter van de heele troep.
-&#x2019;t Zijn anders alle poppen, die beven en sidderen op een wenk van den vader of de
-zuster. Ik heb moeite genoeg gehad er mij aan te wennen, maar nu gaat het goed. Mijn
-vrouw is een best schepsel, dat me niets in den weg legt, ik haar ook niet; als we
-maar weten te schipperen buiten de groote Cor om, die me alles behalve genegen is
-en &#x2019;t mij ook laat voelen, dan gaat het nogal!&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat denkt u dan van Hermine&#x2019;s toekomst?&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t Zal wel losloopen; ze zullen eens in mekaar passen! Ik zal &#x2019;t je later uitvoerig
-vertellen, er is een heele historie aan verbonden. Och zie je, ik was &#x2019;t van huis
-niet zoo bijzonder gewend, ik ben als onderwijzer uitgekomen, werd gouverneur bij
-de Géran&#x2019;s en raakte toen min of meer verliefd op Dolly. Of zij &#x2019;t ooit op mij was,
-weet ik niet, maar de oude heer en de groote Cor vonden mij geschikt om in hun kader
-te worden opgenomen, en <span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span>vóór wij &#x2019;t recht wisten, waren wij getrouwd, en ons huwelijk is niet ongelukkig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar niet ieder schikt zich zoo spoedig, er zijn karakters, die&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom, wat is een karakter anders dan ballast; niets beter dan zich te plooien en te
-buigen; er zijn ijzeren en aarden potten. Nu, als de aarden potten zich willen meten
-met de ijzeren, dan gaan ze stuk, het beste is dus maar ze stil hun gang te laten
-gaan in afwachting dat men zelf voor ijzer kan spelen en het de anderen eveneens laat
-voelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mooie theorieën, recht verkwikkelijk voor een twintigjarig bruidje.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal haar bij gelegenheid op de hoogte brengen; mijn zwager Portias, een idealist,
-en een wijsgeer op zijn tijd, heeft de in Ngaroengan opgedane wijze ondervindingen
-verzameld; hij spreekt er van ze uit te geven, bij wijze van handleiding voor degenen,
-die plan hebben, zich te doen opnemen in de familie de Géran. &#x2019;t Is een verdienstelijk
-werk. Hun getal zal fameus groot worden, want de kolonie breidt zich hoe langer hoe
-meer uit.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Doet me genoegen haar op mijn omzwervingen te hebben aangetroffen, meer dan dat
-ik de dochter van mijn vaderlijken vriend reeds in haar midden opgenomen vind. Daar
-komt de bruidegom ook aan! Mijnheer de Géran, ik moet u nogmaals hartelijk gelukwenschen
-met de aankomst van uwe jonge vrouw. U was straks zoo gauw verdwenen.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»U behoeft mij niet te feliciteeren,&#x201d; was het korte, gemelijke antwoord. »Als u iemand
-feliciteeren wil, dan moet u papa en de rest gelukwenschen. Ik heb geen geluk noodig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar &#x2019;t komt tot u in den vorm van een welopgevoede, mooie vrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij keerde zich zonder plichtplegingen om en wendde den beiden sprekers zijn rug toe.
-</p>
-<p>»Een ongelikte beer,&#x201d; sprak Thoren half lachend, half ongerust »maar er is iets in
-zijn manier van doen, dat mij bevalt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t u gezegd, hij is misschien de beste van den heelen rommel. Ik verzeker
-u dat het moeite heeft gekost.&#x201d;
-</p>
-<p>»Om het huwelijk tot stand te brengen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Stil, de oude heer roept ons, de paarden zijn ingespannen.&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">VIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">»Zie eens Hermine!&#x201d; riep van Akkeveen plotseling, toen zij de laatste afspanning achter
-zich hadden.
-</p>
-<p>»Wat is er?&#x201d; vroeg zij, zich verschrikt opheffend, want zij was juist even ingesluimerd
-zonder het zelf te weten.
-<span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span></p>
-<p>»U wordt begroet op het grondgebied van Ngaroengan.&#x201d;
-</p>
-<p>Drie, vier luchtpijlen stegen in de duisternis op en lieten een regen van bont gekleurde
-sterren na, die tusschen de groote constellatiën aan den donkeren hemel een oogenblik
-flikkerden om dadelijk weer te verdwijnen.
-</p>
-<p>»Dan heeft Cor toch de boel in beweging gebracht,&#x201d; zei de oude heer ontevreden.
-</p>
-<p>»Natuurlijk papa!&#x201d; antwoordde van Akkeveen spottend. »U zal nog wel wat anders zien,
-alle kampongs zijn in rep en roer.&#x201d;
-</p>
-<p>Werkelijk hoorde Hermelijn een verward gedruisch van Javaansche muziekinstrumenten,
-dat zelfs het gerol van de wielen overstemde.
-</p>
-<p>»Is dat voor ons?&#x201d; vroeg zij verbaasd.
-</p>
-<p>»Ja zeker, voor u en voor dien akeligen Sinjo, die daar in den hoek zit en niets van
-al dat spektakel verdient,&#x201d; sprak haar schoonvader met verbeten toorn, die nu eindelijk
-zich lucht gaf.
-</p>
-<p>Hermine werd ijskoud, zij voelde zich vernederd en beschaamd in den persoon van Conrad.
-Een onbestemde vrees voor verschrikkelijke dingen verlamde haar spraak en deed haar
-huiverend ineenkrimpen.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Liefst had zij zich thans aan Thoren geklampt en hem gesmeekt:
-</p>
-<p>»Niet verder, neem mij mee! Ik vertrouw u alleen, Iwan! Ik ben zoo bang voor al die
-zonderlinge menschen.&#x201d;
-</p>
-<p>Maar reeds dadelijk verweet zij zich die gedachte als een zonde tegen haar man, als
-een beleediging hem aangedaan; hij zou haar steunen, zoodra zij hem slechts beter
-begreep; zij overwon den aanval van echt vrouwelijken angst, die haar had bevangen
-en staarde naar buiten.
-</p>
-<p>Overal brandden lichten, overal waren vreugdevuren ontstoken ter eere van de jonge
-bruid, die haar intrede kwam doen en die den bruidegom nog steeds aan haar zijde miste.
-</p>
-<p>Conrad had nu eindelijk zijn oogen gesloten en leunde achterover; zijn hand hield
-hij gebald als in machtelooze woede, zijn trillende lippen perste hij samen als om
-de bittere woorden te onderdrukken, waarmede hij zoo gaarne den uitval zijns vaders
-had beantwoord.
-</p>
-<p>August richtte zich op, wreef zijn oogen uit en zeide alleen:
-</p>
-<p>»Nu bijna. Ik hoor al de doeng-doeng!&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e1055src" href="#xd30e1055">1</a>
-</p>
-<p>»En ik de breng-breng,&#x201d; merkte Akkeveen lachend op, »zusje Hermine, u is muzikaal
-heb ik gehoord, wat zal u genieten bij dat concert, waarnaast de Grenadiers in de
-schaduw verzinken.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Maakt toch een heerlijk effect.&#x201d;
-</p>
-<p>»Getemperd door den afstand en de geheimzinnige muziek <span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span>van een tropischen nacht,&#x201d; zeide Thoren, »ik ben u zeer dankbaar, mijnheer de Géran,
-dat u mij in de gelegenheid heeft gesteld tot het bijwonen van zulk een echt Indisch
-feest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar was het toch niet om, Thoren,&#x201d; was &#x2019;t antwoord, dat aan oprechtheid niets te
-wenschen overliet; »ik wist er niets van dat mijn dochter die komedie had gearrangeerd.
-Enfin, ze houdt van zulke dingen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Bewijst voor juffrouw de Géran&#x2019;s poëtische neigingen.&#x201d;
-</p>
-<p>Akkeveen grinnikte van pret; August zelfs deed iets hooren, dat eenigszins op een
-lach geleek, de slaap had hem blijkbaar wakker achtergelaten. Conrad stopte zijn ooren
-toe als een bewijs dat hij niets wilde hooren.
-</p>
-<p>»Wat zijn de bloemen spoedig verflenst,&#x201d; zeide Hermine met een zucht.
-</p>
-<p>»Geef hier, ik zal ze wegwerpen,&#x201d; vroeg Thoren, »een bruid mag haar blijde intrede
-niet doen met verwelkte bloemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, laat ze mij houden, ten wille van hem, wiens naam je bij het overreiken hebt
-genoemd,&#x201d; fluisterde zij met vochtigen blik.
-</p>
-<p>»En als een herinnering aan de onbeleefdheid van uw bruidegom,&#x201d; beet de oude heer
-haar spijtig toe.
-</p>
-<p>Zonder een woord te zeggen, wierp Hermelijn het bouquet &#x2019;t raampje uit.
-</p>
-<p>Even opende Conrad zijn groote oogen maar sloot ze weer en alleen August hoorde hem
-zacht kreunen.
-</p>
-<p>»Allah, allah!&#x201d;
-</p>
-<p>»Diam<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; zeide hij op een soort van troostenden toon goedig en medelijdend, »<span lang="ms">toch tra boleh boeat!</span>&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e1082src" href="#xd30e1082">2</a>
-</p>
-<p>Niemand, die dat groote rijtuig, schijnbaar vroolijk en opgewekt, den weg zag overvliegen,
-terwijl links en rechts vuurpijlen opstegen en de muziekinstrumenten hun groet brachten,
-kon vermoeden hoeveel daar binnen geleden werd.
-</p>
-<p>De weg ging nu langzaam stijgend, want het landhuis van de Gérans lag op de helling
-van een berg; sterke balsemgeuren vervulden de lucht en stegen Hermelijn naar het
-hoofd.
-</p>
-<p>»Dat zijn de bloeiende koffiebosschen,&#x201d; sprak Akkeveen, »zie nu daar tegen dien berg
-op, Hermine!&#x201d;
-</p>
-<p>Een roodachtig licht, gloeiend als een ontzaggelijke brand, spreidde zijn schijnsel
-in de donkere massa uit, de palmboomen schenen gloeiende pluimen; een keten van gouden
-kralen gelijk, kronkelde een rij lichten zich langs de helling omhoog als om den weg
-te wijzen naar die groote glinsterende lichtbron.
-</p>
-<p>»Cor heeft alles grootsch gedaan,&#x201d; zei Akkeveen en August scheen geen rust meer te
-hebben, hij wrong zich naar het portier en stak zijn hoofd naar buiten.
-<span class="pageNum" id="pb41">[<a href="#pb41">41</a>]</span></p>
-<p>»Daar is Portias!&#x201d; riep hij uit.
-</p>
-<p>Een ruiter kwam hen tegemoet, aan het hoofd van een soort eerewacht, bestaande uit
-Javanen op hun kleine, vurige met roode linten en kleurige schabrakken opgesierde
-paarden; allen hielden brandende toortsen in de hand, die zij bij wijze van welkomstgroet
-hoog boven het hoofd zwaaiden.
-</p>
-<p>Er scheen plan te zijn een aanspraak te houden maar de heer de Géran gaf bevel voort
-te rijden.
-</p>
-<p>»Ga door, ga door! Ik heb haast om met die ellendige komedie gedaan te maken,&#x201d; zeide
-hij.
-</p>
-<p>Nu reed de eerewacht langs beide zijden van het rijtuig, dat thans slechts stapvoets
-de helling kon opkomen; de muziek werd hoe langer hoe levendiger en minder harmonisch;
-anklong, rebab, gambang en gamelang vereenigden hun onsamenhangende klanken in een
-concert, dat de dieren van het woud zeker deed wakker schrikken; er werd geschoten
-en gevuurd, en de echo&#x2019;s uit het gebergte weerkaatsten het feestgejuich honderden
-malen.
-</p>
-<p>De lucht brandde van het vuurwerk en de sierlichten; in de verte schitterde als een
-poort van het zonnerijk een groote helder<span id="xd30e1100"></span> verlichte boog in blauwe, roode en gouden glanzen; de boomen en rotsen werden door
-bengaalsch vuur afwisselend met zacht zeegroen, hel oranje of teeder azuur overgoten;
-alles verkreeg een tooverachtig aanzien in dat geheimzinnige licht.
-</p>
-<p>De bergen straalden een vreemden bovenaardschen gloed uit, de kleine gestalten der
-Javanen schenen als berggeesten heen en weer te gaan, hun bamboezen woningen geleken
-paleizen, waardig de hovelingen van een bergkoning te herbergen.
-</p>
-<p>»Zullen we uitstappen, meneer van Akkeveen?&#x201d; vroeg Thoren van Hagen.
-</p>
-<p>»Dank je, ik zit goed,&#x201d; was het flegmatische antwoord.
-</p>
-<p>»Wacht, ik wil wel<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; en met een sprong was August hem voor.
-</p>
-<p>Conrad maakte ook aanstalten hem te volgen.
-</p>
-<p>»Wat beteekent dat?&#x201d; vroeg barsch en kort de vader, »je blijft!&#x201d;
-</p>
-<p>En de hoofdpersoon van het feest kroop weer in zijn verloren hoekje. Hermelijn had
-een onweerstaanbaren lust iets te zeggen, iets te vragen, maar de woorden bleven haar
-voor de lippen steken.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is een misverstand, Conrad meent het zoo goed,&#x201d; zoo troostte zij zich zelf en
-begon met werkelijk genot naar die schitterende ontvangst te zien.
-</p>
-<p>Hoe heel anders zou &#x2019;t geweest zijn, als zij Conrad naast zich mocht hebben, hoe had
-zij zich dan verheugd; want waarlijk in haar stoutste droom en had zij zulk een intrede
-niet durven hopen.
-</p>
-<p>De voetgangers hadden een onvergelijkelijk schouwspel voor oogen, dat bij elke kromming
-van den weg veranderde; een reusachtige waaier van gouden vonken, steeg achter de
-eerepoort op <span class="pageNum" id="pb42">[<a href="#pb42">42</a>]</span>en liet haar vallende sterren regenen over boomen, menschen en rotsen.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is eenig,&#x201d; riep Thoren van Hagen opgetogen uit, »ik heb respect voor degene, die
-dit feest zoo regelde. Uw zuster deed het immers?&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel, maar Javanen helpen haar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat spreekt, de hoofdgedachte komt toch van haar.&#x201d;
-</p>
-<p>»En van Portias.&#x201d;
-</p>
-<p>»De bruidegom schijnt niet in zijn humeur. Waarom zou dat zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Weet niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij krijgt toch een allerliefst vrouwtje.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zie, wat een feeënslot!&#x201d;
-</p>
-<p>Inderdaad waren ze nu op het punt gekomen, van waar men het tooverpaleis kon zien
-in dit feeënland; een paleis, zoo scheen Thoren van Hagen het sneeuwwitte, hooggelegen
-gebouw toe, dat op eenigen afstand van de eereboog, zich als een lichtende massa losmaakte
-van den somberen achtergrond, vonkelend in verblindenden goudglans.
-</p>
-<p>Slingers van licht, strekten zich uit van dat hoofdgebouw, naar de vleugels en de
-eerepoort; loodsen, waarin de Javanen voor hun instrumenten zaten, waren eveneens
-door de lampen in lichtkiosken herschapen; danseressen wier glazen kralen in al dien
-glans flikkerden als topazen en brillanten, kronkelden hun lenige ledematen tot het
-voeren van den tandakdans; op het oogenblik dat de reiswagen in volle vaart de eerepoort
-doorreed, lieten alle instrumenten den koningsmarsch hooren.
-</p>
-<p>»O hoe heerlijk, hoe poëtisch,&#x201d; riep de bruid, slechts door één wensch bezield, »Conrad,
-kom hier naast mij!&#x201d;
-</p>
-<p>Er lag zulk een smeekende toon in haar stem, dat de oude heer, die anders niet aan
-overmaat van gevoel leed, er door getroffen werd.
-</p>
-<p>»Neem er geen notitie van!&#x201d; zeide hij knorrig, »die kwajongen is boos op zijn vader,
-recht mooi op zulk een dag! Wij allen zeggen u hartelijk welkom, Hermine, ik ben er
-van overtuigd dat je een goede dochter voor ons zijn zult.&#x201d;
-</p>
-<p>»O vader, kan u er aan twijfelen?&#x201d; vroeg Hermelijn en schoof zich dorstend naar een
-liefkozing aan zijn zijde; hij sloeg den arm om haar middel en kuste haar hartelijk.
-»Je zult van dien wildeman een mensch maken, ik ben er van overtuigd,&#x201d; fluisterde
-hij en voegde er bij:
-</p>
-<p>»Je moet Corona ook zeggen dat je &#x2019;t zoo mooi vindt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker papa, &#x2019;t is dan ook tooverachtig!&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo grootsch en indrukwekkend als de mise en scène, zoo ongeregeld was de eigenlijke
-intocht.
-</p>
-<p>De eerewacht reed nog steeds om den reiswagen, Portias liet zijn paard allerlei fraaie
-sprongen maken; August wandelde naast <span class="pageNum" id="pb43">[<a href="#pb43">43</a>]</span>Thoren van Hagen, op geringen afstand van het rijtuig; toch zagen zij &#x2019;t eerst de
-tot plechtige ontvangst bestemde groep.
-</p>
-<p>Een twaalftal kinderen, meisjes in witte kleeren, jongens in blauwe pakjes, met krullende
-kopjes, en bloemen in de hand, stonden op de marmeren trappen, tusschen de met hooge
-aloës en cactussen gevulde vazen; achter hen strekte zich de breede galerij uit, badend
-in licht; de pilaren waren alle met groene slingers van boven naar beneden omwonden,
-waarin, vurig brandende rozen gelijk, de veelkleurige lampjes verscholen waren, die
-aan het huis het aanzien van een tooverslot gaven.
-</p>
-<p>In het midden hing een groote kroon van groen en lichten, tusschen een helder glinsterende
-C. en H<span class="corr" id="xd30e1146" title="Niet in bron">.</span>; op de bovenste trede der marmeren trap stonden verscheidene heeren en dames, onder
-welke het oog onweerstaanbaar getrokken werd door een koninklijke verschijning.
-</p>
-<p>Zooals zij daar stond met het bevallig kindergroepje aan haar voeten, omgeven door
-verscheidene personen, die zich als bij afspraak naar het tweede plan terugtrokken,
-scheen zij de koningin te wier eere dat feest gegeven werd; haar donkerrood fluweelen
-costuum kwam scherp uit in het felle licht, om haar hals schitterden in duizend facetten
-de brillanten van haar ketting, in haar gitten lokken, die van haar breeden diadeem;
-haar armen en vingers wierpen vonken naar links en rechts, zoo waren ook deze met
-edelgesteenten bedekt.
-</p>
-<p>Alles scheen een reusachtige troon voor haar; al dat licht moest slechts dienen om
-haar in een lichtgloed te baden om haar een aureool en een voettrede te geven, haar
-vorstelijkheid ten volle waardig.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen&#x2019;s oogen trilden bij het zien van al dien glans.
-</p>
-<p>»Moest ik daarom op Java en in dit bergland komen,&#x201d; dacht hij, »om die koningin van
-den nacht te zien, in haar paleis, die prinses, wie de kroon van Insulinde alleen
-passen zou? Ik zag haar gelijke nog niet, ik die zoo verre ben geweest; zij of geen
-andere!&#x201d;
-</p>
-<p>Juist kwam de reiswagen aan den voet der trappen en hief Europeesche muziek thans
-de »<span lang="de">Hochzeitsmarsch</span>&#x201d; aan; de oude heer de Géran, die al dien ophef kinderachtig vond en het liefst zijn
-huis donker en stil had gevonden, stapte het eerst uit en bood zijn schoondochter
-de behulpzame hand en daarna den arm aan; de bruidegom kwam achter hem, linksch, verlegen
-met zijn figuur, nog somberder en knorriger dan hij &#x2019;t reeds geweest was.
-</p>
-<p>Hermelijn werd duizelig door al dien glans en pracht, zij voelde zich zoo klein, zoo
-nietig in haar eenvoudig reisjaponnetje, zoo ongeschikt om de hoofdpersoon van dat
-alles te zijn.
-</p>
-<p>Een der kinderen bood haar een bouquet aan, zij nam het in de hand, onweerstaanbaar
-geboeid door de hooge, statige gestalte, die haar boven aan de trap opwachtte.
-<span class="pageNum" id="pb44">[<a href="#pb44">44</a>]</span></p>
-<p>Twee armen sloten zich om haar, zij voelde het donzige fluweel aan hare wangen en
-haar oor schaafde door de aanraking met de à-jour gezette diamanten; zij hoorde dat
-men haar toefluisterde:
-</p>
-<p>»Welkom, in ons midden! We hebben zoo naar u verlangd. Ik ben Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>Maar zij kon zich van geen enkelen indruk meer duidelijk rekenschap geven; alles danste
-en flikkerde voor haar oogen, als in de verte hoorde zij wat Corona haar bij het voorstellen
-van elk der familieleden zeide:
-</p>
-<p>»Sophie, Phientje, Dolly, Kitty, Margot&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Zij zag schemerend voor zich een dikke, Indische dame, met een knap maar dom gelaat,
-een magere, schrale, blondine, die echter genoeg haar Oostersche afkomst verried;
-twee mooie brunetten, sprekend op elkaar en op Conrad gelijkend, een opgeschoten meisje,
-dat men in Holland zestien, hier echter gerust drie jaar jonger kon geven; door allen
-werd zij min of meer hartelijk gekust.
-</p>
-<p>»Toen kwam de beurt aan de kinderen; als een eindelooze, verwarde litanie hoorde Hermelijn
-hun namen door de respectieve moeders opdreunen. Zij kuste en werd gekust, zij glimlachte
-en boog zich, altijd met het vage bewustzijn dat alles niet haar maar een geheel vreemde
-Hermine overkwam.
-</p>
-<p>»U zal zeker behoefte hebben aan iets verfrisschends, mevraauw?&#x201d; zeide een fleemende
-stem naast haar: Hermelijn zag om en verschrikte.
-</p>
-<p>Een kleine, bijna monsterachtige gedaante stond voor haar.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was een vrouwtje, niet grooter dan een kind van twaalf jaar, met een diep tusschen
-de schouders ingezakt hoofd, dat op een grooter lichaam scheen t&#x2019;huis te behooren;
-de rug welfde zich van achteren tot een vrij hooge bult, waarover een netwerk van
-koordachtige losse krullen uitgespreid lag; de borst was ingezonken en het gelaat
-vergoedde niet, wat aan het uiterlijk overigens te kort schoot.
-</p>
-<p>Een breede mond vertrok zich bijna telkens tot iets, wat een glimlach bedoelde te
-wezen maar het niet verder kon brengen dan tot een grijns; de oogen waren ver van
-elkander geplaatst en niet geheel en al eensgezind, als zij zich op één punt moesten
-vestigen; het haar was borstelachtig en stijf en slechts groote inspanning had het
-stellig tot krullen weten te wringen. Van voren gezien maakte het geheele menschje
-den indruk of zij oorspronkelijk van middelmatige lengte had moeten zijn, maar door
-een vreemd toeval in tweeën was gebogen; al het materieel scheen aanwezig om van haar
-een gewoon figuur te maken, doch een booze fee had haar op het hoofd geslagen en het
-was ingezakt, zoodat alles zich naar een verkeerde richting moest uitzetten.
-</p>
-<p>Dat afzichtelijke voorkomen had Hermelijn uit haar verdooving ontrukt, en zonder het
-te willen teekende haar gelaat schrik of <span class="pageNum" id="pb45">[<a href="#pb45">45</a>]</span>afkeer; voor een seconde slechts, want om haar onwillekeurige beweging goed te maken,
-zeide zij zoo vriendelijk mogelijk:
-</p>
-<p>»O, als &#x2019;t u belieft, ik voel me zoo mat.&#x201d;
-</p>
-<p>Het schepseltje verwijderde zich en dadelijk kwam een bediende, in het nette, witte
-en roode, liverei der Gérans, om de heupen met een korte, tot de knie afhangende sarong
-voorzien, haar een zilveren blad aanbieden, waarop champagne, pasteitjes, sandwiches
-en taartjes. Hermelijn dronk en herinnerde zich nooit iets gebruikt te hebben, dat
-haar meer goed deed; zij nam ook een pasteitje en zag onderwijl naar haar man om;
-hij was echter nergens te ontwaren.
-</p>
-<p>Corona stond als middelpunt van een groepje heeren; juist werd Thoren van Hagen aan
-haar voorgesteld; zij sprak en lachte vroolijk, coquet spelend met haar grooten zilverkleurigen
-waaier, dien zij als een scepter wist te hanteeren.
-</p>
-<p>»Is u moe, zuster?&#x201d; vroeg de goedige dikkert, in wie Hermelijn August&#x2019;s vrouw, de
-moeder van tien kinderen, raadde.
-</p>
-<p>»Ik ben zoo af.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan u moet maar gauw slapen, anders wordt u nog ziek.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat het ook &#x2019;t verstandigst zou wezen,&#x201d; antwoordde Hermelijn glimlachend.
-</p>
-<p>Als een gedienstig kaboutertje, stond de kleine bochel weer naast haar.
-</p>
-<p>»Zou u willen rusten, zal ik juffrouw de Géran vragen, of ik u naar uw kamer zal brengen?&#x201d;
-vroeg zij in zuiver Amsterdamsch dialect met den echt Haarlemmerdijkschen tongval.
-</p>
-<p>»Als juffrouw de Géran dat moet beslissen dan maar ja,&#x201d; antwoordde Hermelijn, die,
-hoe vermoeid zij ook was, het algemeen erkende overwicht van haar schoonzuster maar
-niet zoo voetstoots wilde erkennen.
-</p>
-<p>De kleine figuur schoot snel weg en was onmiddellijk naast Corona te zien, die haar
-hooge gestalte voorover boog om haar fluisterend te woord te kunnen staan.
-</p>
-<p>»Wie is die dame?&#x201d; vroeg Hermelijn aan de dikke vrouw.
-</p>
-<p>»De juffrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een gouvernante?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, huishoudster meteen.&#x201d;
-</p>
-<p>»O zoo en u is zeker de vrouw van August.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik ben Poppie.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn herinnerde zich niet dien naam gehoord te hebben bij de opnoeming, maar
-deed geen verdere navraag.<span id="xd30e1197"></span>
-</p>
-<p>»Dan zijn we schoonzusters, ik heet Hermine.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik weet wel.&#x201d;
-</p>
-<p>Juist kwam »de juffrouw&#x201d; terug.
-</p>
-<p>»Juffrouw de Géran vindt het jammer, dat u al heengaat. Het bal gaat dadelijk voort
-en u moet niet vergeten, dat u er hoofdpersoon van is.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb46">[<a href="#pb46">46</a>]</span></p>
-<p>»Ja, ik had &#x2019;t vergeten,&#x201d; antwoordde Hermelijn weemoedig, »maar mij dunkt dat alleen
-mijn man hier te beslissen heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>Vier hoofden werden bij deze woorden nieuwsgierig bij elkaar gestoken; Hermine was
-ontevreden gestemd, zij voelde er behoefte aan zich te kanten tegen haar omgeving
-en had lust haar wil door te drijven.
-</p>
-<p>De vier schoonzusters keken elkaar veelbeteekenend aan.
-</p>
-<p>»Waar is Conrad?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Wel!&#x201d; sprak de juffrouw, »ik weet het niet. Ik zal ereisis kijken, mijnheer is misschien
-ook moe.&#x201d;
-</p>
-<p>De zusters gichelden onder elkaar, Hermelijn<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> door de champagne opgewekt, voelde haar bloed koken.
-</p>
-<p>»Ik zal het mijn man vragen en wat hem dunkt, is natuurlijk goed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal &#x2019;t juffrouw de Géran ereisis zeggen,&#x201d; sprak de juffrouw op een toon, die duidelijk
-beteekenen moest, »dan ben ik van de verantwoordelijkheid ontslagen.&#x201d;
-</p>
-<p>»We hebben nog geen oogenblik samen gesproken,&#x201d; klaagde Hermine, die van het viertal
-afgescheiden stond, als ging het geheele feest haar niet aan.
-</p>
-<p>»Mag ik mij aan u voorstellen, waarde zuster!&#x201d; zeide, op een wijze die niet van pedanterie
-vrij was, een hoogst welluidende stem, en Hermelijn herkende in het <span class="corr" id="xd30e1221" title="Bron: rijkostuum">rijcostuum</span>, dat hem zeer goed kleedde, den kommandant van de eerewacht, haar zwager Portias.
-</p>
-<p>»Mijn man,&#x201d; zeide Kitty trotsch.
-</p>
-<p>»Juist, die eer en dat geluk heb ik, lieve vrouw! Ik hoor dat u muzikaal is, zuster
-Hermine! Ik aanbid de muziek, ik had er mijn leven aan gewijd, voordat Amor onder
-gedaante van dat ondeugende schepseltje daar naast u, mij trouweloos had gemaakt aan
-mijn hooge bruid, niet waar, beste harp?&#x201d;
-</p>
-<p>Kitty lachte en vleide zich liefkozend naast haar man, die haar met zijn arm omgaf
-en snel een paar kussen op de lippen drukte; &#x2019;t was het eerste bewijs van hartelijkheid,
-dat Hermelijn van haar nieuwe familieleden zag en het maakte een aangenamen indruk
-op haar.
-</p>
-<p>»Hoe veel ik anders ook van muziek houd,&#x201d; zeide Hermelijn glimlachend, »nu kan ik
-het woord zelfs niet meer hooren. Ik ben zoo moe en Conrad&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft nog niet naar mij omgezien,&#x201d; wilde zij zeggen, maar weerhield het verwijt op
-haar lippen.
-</p>
-<p>»Ik hoop dat u beiden langzamerhand twee gelijkgestemde instrumenten moogt worden,&#x201d;
-wenschte Portias, »&#x2019;t gaat zoo spoedig niet, dat stemmen neemt veel tijd weg, daar
-weten wij van mee te praten, niet waar viooltje, maar als ge eenmaal op één diapason
-staat, dan hinderen sommige dissonanten niet; al zijt ge dan nog zoo geheel verschillend
-van neigingen en karakter, <span class="pageNum" id="pb47">[<a href="#pb47">47</a>]</span>dat beteekent niets, ge zult toch aangename harmonieën voortbrengen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een mooie vergelijking,&#x201d; zeide Hermine lachend.
-</p>
-<p>»Hij praat altijd zoo,&#x201d; verzekerde Kitty met een lief Indisch accent, en wierp haar
-man een bewonderenden blik toe.
-</p>
-<p>»En de stemvork is liefde en de stemhamer geduld, denk daar aan, zus Hermine!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal er om denken,&#x201d; en de tranen schoten haar in de oogen en reeds dadelijk voelde
-zij zich tot dit paar meer aangetrokken dan tot de overigen.
-</p>
-<p>»Als ik me niet vergis zijn wij nog al in denzelfden toon gestemd,&#x201d; merkte Portias
-op als had hij haar gedachten geraden, »denk je ook niet, kleine Cello? Wat dunkt
-je, zullen wij &#x2019;t nieuwe zusje naar haar kamer brengen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ach neen, Jo, Cor wil &#x2019;t niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn piano! <span class="corr" id="xd30e1242" title="Bron: durft">durf</span> je het waarlijk niet doen? Kom, ik zal het Cor maar eens vragen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet doen, Jo, niet doen! Waarvoor toch je daarmee bemoeien?&#x201d;
-</p>
-<p>Juist viel de dansmuziek in en eindelijk was Conrad gevonden; Corona gaf hem den arm
-en bracht hem zoo naar Hermelijn.
-</p>
-<p>»Zie, nu moet je de polonaise openen,&#x201d; zeide zij.
-</p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e1250" title="Bron: Geeft">Geef</span> je ons nog geen vrijaf?&#x201d; vroeg Hermine, »ik heb meer behoefte aan rusten dan aan
-dansen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Na de polonaise ben je vrij.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad gaf zijn vrouw den arm, zonder de uitdrukking van zijn gelaat te veranderen,
-zonder haar een woord te zeggen, zonder haar hand meer te drukken dan volstrekt noodig
-was.
-</p>
-<p>Vlak achter hen ging Corona aan den arm van een veel kleineren man, den resident der
-residentie, waarin Ngaroengan gelegen was en die reeds <span class="corr" id="xd30e1258" title="Bron: sints">sinds</span> verscheidene jaren alle mogelijke pogingen deed om het onneembare hart der schoone,
-trotsche jonkvrouw de Géran te veroveren; achter hen gingen familieleden en genoodigden,
-paar aan paar; enkelen bleven terzijde, waaronder Augustus vrouw, de oude heer, Thoren
-van Hagen en de steeds bedrijvige juffrouw.
-</p>
-<p>Hun blik volgde onophoudelijk het zonderlinge bruidspaar; niemand kon ontkennen dat
-zij een fraai contrast met elkander vormden; beiden stralend van jeugd, flink gebouwd,
-maar toch kon niemand hen met voldoening nastaren. Zij zag er nu althans afgemat en
-treurig uit, en sleepte zich voort en Conrad ergerde ieder door zijn onverschillige
-houding en knorrig gelaat.
-</p>
-<p>»Arme Hermelijn,&#x201d; dacht Thoren van Hagen, »zult ge gelukkig worden, ik vrees dat ge
-uw geluk tot duren prijs moet koopen.&#x201d; Maar onwederstaanbaar werden zijn oogen geboeid
-door de godinnen-gestalte van Corona.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is jammer dat zij zoo&#x2019;n partner heeft,&#x201d; mompelde hij, »ik geloof dat ik alleen
-haar nog in lengte voor ben.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb48">[<a href="#pb48">48</a>]</span></p>
-<p>Plotseling bleef de bruid staan.
-</p>
-<p>»Ik kan niet meer,&#x201d; fluisterde zij, de aandoeningen werden haar te machtig, de gedachte,
-dat zij vertoond werd als een kermispop onder het klinken eener luidruchtige muziek,
-dat ieder haar besprak en beoordeelde, hinderde haar eenigszins, maar zou haar op
-andere tijden slechts een hartelijken lach hebben ontlokt; nu echter voegde dit denkbeeld
-zich bij haar hopeloos smachten naar een woord van herkenning, naar een schaduw van
-een liefkozing van hem, wien ten wille zij haar vaderland en vrienden had verlaten.
-</p>
-<p>Alles werd haar onverschillig, een onverklaarbare, namelooze walg voor de geheele
-omgeving vervulde haar ziel, alles scheen haar een landschap toe in motregen, een
-boek zonder geest, een schilderij zonder kleur.
-</p>
-<p>»Laat mij gaan, ik bid het u!&#x201d;
-</p>
-<p>De levendige gordel hield op zich voort te bewegen.
-</p>
-<p>»Iteko,&#x201d; riep Corona en op dezen zonderlingen naam sprong de juffrouw overeind en
-tusschen alle paren, die elkaar eensklaps loslieten en zich met de anderen vermengden,
-baande zij zich een weg en hoorde het kort uitgesproken bevel harer meesteres aan.
-</p>
-<p>»Breng mevrouw naar de logeerkamer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Bestig, juffrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>Wat er nu gebeurde, wist Hermelijn zich later niet meer met nauwkeurigheid te herinneren;
-alleen voelde zij dat Conrad haar zijde verliet, dat de muziek een anderen deun aanhief
-en dat het monstertje haar voorging naar een der binnenkamers, haar hielp ontkleeden
-en toen te bed bracht, waar Hermelijn onmiddellijk in een doffen slaap viel, die veel
-van bewusteloosheid had.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e1055">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1055src">1</a></span> Javaansche geraasmakende instrumenten.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1055src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1082">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1082src">2</a></span> Stil! &#x2019;t helpt toch niet.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1082src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">IX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Toen Hermelijn den volgenden morgen ontwaakte, vielen de zonnestralen door de rieten
-gordijnen op den marmeren vloer, waarop, als een vurige roode vlek, een tapijt uitgestrekt
-lag voor het in mousseline gehulde ledekant.
-</p>
-<p>Hermelijn sprong verschrikt op en het duurde eenige seconden voor zij tot bezinning
-kwam; het scheen haar onmogelijk toe dat zij den vorigen nacht nog aan boord had doorwaakt,
-in blijde spanning naar hetgeen haar dien dag wachtte, de blijde ontmoeting met haar
-man.
-</p>
-<p>Haar man! was zij dan werkelijk getrouwd, was het geen droom, zou hij van daag eindelijk
-eenig blijk geven, waaruit zij kon opmaken dat zijn uit verre landen overgekomen bruid
-hem welkom was?
-<span class="pageNum" id="pb49">[<a href="#pb49">49</a>]</span></p>
-<p>Hermelijn moest sterk blijven; zij wilde tot geen prijs zich laten ter neder slaan,
-en die mijmeringen benamen haar den moed. Aan één hoop klampte zij zich vast, al dat
-feestvieren en die drukten, kwamen Conrad ten hoogste ongepast en onaangenaam voor,
-als zij eindelijk eens alleen tegenover elkander stonden dan zou hij zijn hart uitstorten
-en zijn onverklaarbare houding vergoelijken.
-</p>
-<p>Zij kleedde zich snel, stak haar dikke lokken, die nu door de ochtendzonnestralen
-in goudgloed baadden, met een zwarten pijl op, en was juist bezig de laatste hand
-aan haar toilet te leggen, toen de juffrouw, door Corona als Iteko betiteld, binnentrad.
-</p>
-<p>»Wat zie ik mevrouw!&#x201d; riep zij verbaasd, »reeds gekleed maar gaat u zich niet mandi?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mij baden? Och neen, ik heb er niet aan gedacht, de waschtafel is mij genoeg geweest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar kleedt u zich dadelijk aan, waarom niet eerst in négligé voor den dag gekomen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb geen négligé in mijn koffertje; mijn goed is nog niet aangekomen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar kon in voorzien worden; juffrouw Corona had mij gezegd, dat ik er voor zorgen
-moest, maar ik had niet gedacht&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Men kan niet aan alles denken; ik elk geval zal ik geheel gekleed meer op mijn gemak
-wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Naar uw verkiezing, mevrouw! Juffrouw Corona wacht u op haar kamer, vóór u naar de
-achtergalerij gaat. &#x2019;t Bal heeft lang geduurd, tot vier uur &#x2019;s morgens; maar juffrouw
-Corona vindt het &#x2019;t best dat u om 11 uur vóór de rijsttafel vertrekt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarheen moeten we vertrekken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Naar Djantong, waar u gaat wonen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar weet ik niets van.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat huis hebben we voor u in orde gemaakt; Baboe Tjita zal voor het eten gezorgd
-hebben; het feest gaat hier natuurlijk door, maar de juffrouw dacht, dat u wel zou
-verlangen in uw eigen huis te komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is zeer vriendelijk van de juffrouw dat eindelijk te bedenken.&#x201d;
-</p>
-<p>»O de juffrouw denkt om alles, een buitengewone dame, hoogst buitengewoon. Vindt u
-ze geen beeld?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, een beeld juist niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»En iedereen roept zoo over haar schoonheid.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat kan wel wezen, maar niet ieder beeld is schoon en alle vrouwen, die mooi zijn,
-zijn daarom nog geen beelden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een juiste opmerking, mevrouw! Zeer juist! Zoo bedoelde ik het dan ook. Als u gereed
-is, wil u mij volgen naar de kamer van juffrouw Corona.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is goed.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn volgde haar naar de buiten-zijgalerij, waarop ook de kamer van Corona uitkwam;
-deze was even groot als de logeerkamer <span class="pageNum" id="pb50">[<a href="#pb50">50</a>]</span>en bijzonder fraai gemeubeld, met turksch roode divans, hooge kasten, marmeren beelden,
-ingelegde chineesche tafeltjes, japansche vazen, ivoren snijwerk, een allersierlijkst
-<span class="corr" id="xd30e1309" title="Bron: ledikant">ledekant</span> met witte en roode gordijnen.
-</p>
-<p>Corona zat voor de toilettafel; een handig Javaansch meisje kamde haar lange, schitterend
-zwarte haren uit, die, een fluweelen mantel gelijk, over de leuning van den stoel
-ter aarde hingen; in haar eene hand hield zij een spiegeltje in schildpadden lijst,
-waardoor zij zich van ter zijde en van achteren in den grooten spiegel bezag; een
-kleiner meisje zat voor haar voeten geknield en trok haar dunne rooskleurige kousjes
-aan; een derde veel oudere Javaansche vrouw ging in de kamer op en neer, van de eene
-kast naar de andere, de kleederen met geurige ramping (fijn gesneden bloemen en bladeren)
-bestrooiend. Toen juffrouw Iteko met Hermelijn binnenkwam, legde zij het spiegeltje
-neer en stak haar schoonzuster beide handen toe.
-</p>
-<p>»Wat ben je matineus, kom hier geef mij een kus. Al zoo vroeg gekleed en gekapt! Ik
-kan je niet zeggen, Hermine, hoe ik met mijn nieuwe schoonzuster ingenomen ben,&#x201d; zeide
-zij op hartelijken toon.
-</p>
-<p>»Dat doet mij pleizier, Corona, en ik hoop dat Conrad van dezelfde meening is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die kwajongen, foei, ik ben zoo boos op hem geweest, ik heb hem gisteren avond de
-les gelezen, ongemakkelijk hoor! &#x2019;t Zal hem heugen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom dan?<span class="corr" id="xd30e1318" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Wel, om zijn malle kuren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad zal wel weten, waarom hij zoo doet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat, verschoon je hem nog?&#x201d;
-</p>
-<p>»Moet ik niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ben je dan niet boos op hem?&#x201d;
-</p>
-<p>»Op mijn man, wel neen! Ik denk er niet aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij heeft zich gedragen als een sinjo, als een kwast,&#x201d; siste zij met een onheilspellend
-fronsen van haar wenkbrauwen en een zenuwachtig samenpersen der lippen.
-</p>
-<p>»Ik zal wachten zijn gedrag te beoordeelen, tot hij mij daarvan uitlegging geeft,
-ik twijfel niet of deze zal mij geheel tevreden stellen.<span class="corr" id="xd30e1330" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Zoo&#x2019;n kind, hij uitleggingen geven! &#x2019;t Zal wat moois wezen als het voor den dag komt,
-enfin, je zult het mij vertellen als hij je gesproken heeft. Ik ben <span class="corr" id="xd30e1334" title="Bron: geindigneerd">geïndigneerd</span>.&#x201d;
-</p>
-<p>»Alles schijnt me zoo vreemd en zonderling, dat ik nog niet weet wat te gevoelen.
-Mag ik u vragen, hoe laat het is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Over negen! Ik heb wat langer geslapen omdat het zoo laat geworden is met het bal.
-&#x2019;t Is jammer dat je zoo vroeg bent heengegaan; wij hebben nog zooveel pleizier gehad.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik was doodmoede.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb51">[<a href="#pb51">51</a>]</span></p>
-<p>»Ja dat begreep ik wel, anders had ik je niet laten vertrekken. Is Iteko weg? Ik wilde
-haar vragen, welke kamer zij dien heer met den vreemden naam heeft gegeven. Is hij
-niet met je mee gekomen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Bedoelt u Thoren van Hagen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist; een oude kennis van je?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, van mijn jeugd, ik was nog een heel klein ding, toen hij bij mijn vader aan huis
-kwam en met mij speelde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij is officier geweest?&#x201d;
-</p>
-<p>»Korten tijd, naar ik hoor, toen was hij pas sergeant.&#x201d;
-</p>
-<p>»O zoo, weet je waarom hij den dienst verlaten heeft?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat hij er geen lust meer in had.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is hij dan zoo rijk om alles te doen, waartoe hij lust voelt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, hij moet heel rijk wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En heeft hij nooit moeite gedaan voor je hand?<span class="corr" id="xd30e1355" title="Bron: &#x2019;">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Voor mijn hand,&#x201d; en Hermelijn lachte<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »wel neen, hoe komt u er aan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Me dacht zoo. Weet je wel dat je mijn nichtje bent, Hermine?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja zeker, en van wie nog meer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Van August en Guillaume. Zij lijken niet op mij, <span class="corr" id="xd30e1367" title="Bron: vindt">vind</span> je wel?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, niets.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als ge ja had gezegd, zou het geen compliment geweest zijn, ten minste wat August
-betreft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarom zou ik het toch niet verzwegen hebben, zoo ik &#x2019;t had gedacht. Ik geef alleen
-complimentjes, als ik ze werkelijk meen.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona zag haar glimlachend aan en zeide toen:
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>Je bevalt mij hoe langer hoe meer! Je bent zoo heel anders, dan al die zusters en
-schoonzusters van me. Conrad moest mij op zijn knieën bedanken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel omdat ik hem mijn nichtje heb afgestaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een zonderlinge afstand.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu we zullen er later over spreken, om elf uur <span class="corr" id="xd30e1382" title="Bron: vertrekt">vertrek</span> je naar Djantjong.&#x201d;
-</p>
-<p>»Met Conrad natuurlijk?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat spreekt, dan begint je huwelijksreis; hoe heerlijk als men in Europa is, dan
-gaat men naar Italië of Zwitserland. Hier is alles even eentonig en prozaisch.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarom wacht u zeker met uw huwelijksreis tot u in Europa is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wacht met mijn huwelijk tot ik iemand vinden kan, die mij in alles en alles bevalt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan zal u lang moeten zoeken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Denk je dat ik zoo moeilijk te voldoen ben?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik nog niet; maar &#x2019;t is in het algemeen niet mogelijk iets te vinden dat
-ons geheel bevalt, hoe lang men ook zoekt.&#x201d;
-</p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e1395" title="Bron: Meent">Meen</span> je dat? Nu, ik heb nog niets gevonden wat er in de <span class="pageNum" id="pb52">[<a href="#pb52">52</a>]</span>verste verte op geleek. Je hebt groot gelijk, Hermine, van niet te hebben gekozen,
-maar met gesloten oogen je toekomst bent tegemoet gegaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»De tijd zal leeren of ik wijs heb gehandeld.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik vrees dat je te goed bent voor dien jongen, maar ik zal er niets meer van zeggen;
-je moet het zelf ondervinden. &#x2019;t Doet me pleizier dat ge je gekleed hebt, dan zal
-het beter uitkomen. Zie eens hier!&#x201d;
-</p>
-<p>Op de toilettafel tusschen de poeierdoozen, de reukflesschen en de ringenbakjes lag
-een donkerblauwe étui met gouden letters versierd.
-</p>
-<p>»Dat is voor jou!&#x201d; sprak Corona, het haar overreikend.
-</p>
-<p>»Voor mij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, alle dochters en schoondochters van ons krijgen iets op hun huwelijksdag, je
-hebt er dus recht op.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij las het opschrift: »<span class="ex">Hermine</span>.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu maak je het niet open, ben je niet nieuwsgierig? Geef dan maar eens hier!&#x201d; en
-Corona zette de étui open en de zonnestralen kwamen zich met veelkleurige prisma&#x2019;s
-breken in de fijn geslepen facetten van een rijke parure, halsketting, bracelet, oorringen
-en broche.
-</p>
-<p>Hermelijn was te veel vrouw, dan dat ook haar oogen niet zouden schitteren, op het
-gezicht van al dat goud en brillanten.
-</p>
-<p>»O Corona, dat is te veel,&#x201d; riep zij.
-</p>
-<p>»Te veel! En die dikke logge Sophie heeft het ook gekregen, en die domme gans van
-een Toetie en toen wij een fat als Portias in de familie toelieten en een slaapmuts
-als van Akkeveen, toen kregen Kitty en Dolly ook zoo&#x2019;n parure.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je denkt niet hartelijk van je aangetrouwde familie<span class="corr" id="xd30e1418" title="Bron: .">,</span>&#x201d; zeide Hermelijn lachend, »hoe zal je eens over mij spreken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent heel iets anders, mijn mooie blondine! Ik ben dol op blondines, maar niet
-op zulke blonde nonnies als Toetie. Kom hier ik zal het je om doen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Op mijn zwarte jurk?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel zeker waarom niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»En aan de ontbijttafel, dat staat zoo pronkerig!&#x201d;
-</p>
-<p>»Papa zal het genoegen doen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En Conrad?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och die! Laat me eens zien.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij stond op, zonder er op te letten dat zij haar met moeite opgericht kapsel weer
-geheel in de war bracht, en versierde Hermelijn&#x2019;s hals, ooren en arm met de glansvolle
-diamanten.
-</p>
-<p>»Zie nu eens in den spiegel,&#x201d; sprak zij.
-</p>
-<p lang="fr">»Marguérite ce n&#x2019;est plus toi!<span class="corr" id="xd30e1433" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»<span lang="fr">C&#x2019;est la fille d&#x2019;un roi!</span>&#x201d; neuriede Hermelijn.
-</p>
-<p>»Het eerste bal het beste dat we geven, en &#x2019;t zal spoedig wezen, zal ik voor je toilet
-zorgen, Hermine; lichtblauw gaas met witte rozen en&#x200a;&#x2026; wacht eens Iteko!&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb53">[<a href="#pb53">53</a>]</span></p>
-<p>»Iteko is er niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij zorgt voor het ontbijt, nu dat is minder, ik zal mijn <span lang="fr">Mode Illustrée</span> er eens voor opslaan, ik moet je prachtig hebben, Hermine, prachtig, eindelijk zal
-ik eens eer beleven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Aan mij!&#x201d;
-</p>
-<p>»Aan een van de zusters! Tot nu toe kijken ze alleen naar mij, dat verveelt me zoo
-vreeselijk, ik moet er een eind aan maken, nu zal &#x2019;t jou beurt wezen, Hermine!&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is nog de vraag of Conrad het goed vindt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Altijd die Conrad.&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk. Hij is toch mijn man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu ja, dat is wel zoo&#x200a;&#x2026; maar&#x200a;&#x2026; ik wil je geen illusiën ontnemen; zou die Thor of
-Thoren lang blijven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet er niets van, papa stelde hem voor mee te rijden. Heeft u met hem gedanst?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, ik had mijn balboekje reeds geheel vol. Is hij aardig?&#x201d;
-</p>
-<p>»Aardig, dat weet ik nu juist niet, maar ik mocht hem vroeger graag, hij was erg wild
-en ik niet minder.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij kan iemand zoo raar aanzien of hij je bespot.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, hij ziet er soms erg ondeugend uit, maar toch zijn er oogenblikken dat hij somber
-is. Zijn moeder heeft hij jong verloren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ook en toch kijk ik niet somber.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, maar het was een treurige dood; zij heeft zich zelf gedood.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het niet, haar huwelijk was ongelukkig, zeggen sommigen; anderen verzekeren
-dat zij krankzinnig was, maar na dien tijd leeft zijn vader als een kluizenaar; hij
-heeft vroeger ook zelfmoord beproefd, hij draagt nog altijd een zwarten halsdoek en
-is daarbij zeer, zeer streng tegenover Iwan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heet die mijnheer zoo, wat dwaze naam!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, wij plaagden er hem vroeger altijd mee; eigenlijk heette hij Johan, doch zijn
-moeder noemde hem Iwan&#x2014;dat vond ze zoo mooi&#x2014;en hij is aan dien naam gehecht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan niet zeggen dat hij mij bevalt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, ik mag hem wel, hij heeft een goed hart.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik kan geen goede harten uitstaan. Goede harten hebben al degenen, die dom, onbeduidend,
-onhandelbaar, lastig, <span class="corr" id="xd30e1472" title="Bron: onuitbaar">onuitstaanbaar</span> zijn; als men geen enkele goede eigenschap vinden kan, dan wordt dat goede hart er
-met de haren bijgesleept. Verbeeld je dat ze van mij ook durven zeggen dat ik een
-goed hart heb.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoop, dat ik het zal ondervinden, Corona.&#x201d;
-</p>
-<p>»Bezit ik dan zoovele ondeugden, dat mij zoo&#x2019;n vergoeding moet gegeven worden? Tima
-ben je nog niet klaar,&#x201d; de laatste woorden in het Maleisch, »wat duurt het toch lang!
-Steek het maar vast, &#x2019;t komt er niet op aan, hoor!&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb54">[<a href="#pb54">54</a>]</span></p>
-<p>De kamenier stak in de dikke zwarte massa een paar diamanten haarpennen en zeide toen
-het enkele woord:
-</p>
-<p>»<span lang="ms">Abis</span>.&#x201d; (Klaar!)
-</p>
-<p>Corona stond op; zij had een sarong<a class="noteRef" id="n58.1src" href="#n58.1">1</a> van keurige teekening in fraaie donkerroode kleur aan; een fijne, witte kabaja<a class="pseudoNoteRef" id="xd30e1491src" href="#n58.1">1</a> deed haar slanke, welgevormde gestalte ten volle uitkomen. Hermelijn vond haar nu
-nog schooner dan gisteravond; haar gelaatskleur had de warme tint, herinnerend aan
-die der agaatroos en door velen boven lelieblank verkozen. In elk geval is het de
-kleur, die in de tropische landen het best tegen de werking van het klimaat bestand
-is, en nog steeds dezelfde blijft, als de rozentinten reeds lang in wasgeel zijn overgegaan;
-haar trekken, hoewel eenigszins scherp, waren fijn besneden en regelmatig, doch het
-meest trokken hare oogen aan, wonderbare diepe amandelvormige oogen, niet ongelijk
-aan die van Hermelijn, schuil gaande achter lange, franjeachtige wimpers, die, als
-zij ze nedersloeg, een schaduw op de wangen wierpen; hun opslag was echter gebiedend,
-geheel in overeenstemming met den strengen trek om de lippen, die onaangenaam trof,
-als Corona iets afkeurde of haar wil als een wet opdrong; glimlachte zij echter, dan
-straalde uit haar blik een teedere smeltende gloed, alles, wat zooeven als hard en
-scherp had teruggestooten, scheen in een oogwenk verdwenen en niets bleef over dan
-een zachte, vriendelijke, onweerstaanbaar aantrekkelijke uitdrukking.
-</p>
-<p>Nu lachte Corona en zooals zij daar tegenover haar schoonzuster stond, haar tooiend
-en opsierend, viel de gelijkenis tusschen de beide nichten nog meer op dan haar verschil
-in complexie zou kunnen doen vermoeden.
-</p>
-<p>Zij sloeg haar arm om Hermelijn&#x2019;s hals en verliet met haar de slaapkamer om zich naar
-de achtergalerij te begeven. Daar was de geheele familie vereenigd rondom de ontbijttafel;
-August&#x2019;s vrouw zat voor een bord gevuld met ham, pâté de foie gras en pauwenbout en
-zij, die ook de appetijt van haar man hadden gezien, zouden wel reden hebben zich
-te verbazen over de hoeveelheden mondbehoeften, voor dat groote huishouden noodig.
-Drie of vier kleine kinderen hingen aan mama&#x2019;s stoel, zagen haar de beten uit den
-mond en dwongen telkens en niet te vergeefs nu om dit, dan om dat stukje.
-</p>
-<p>Mevrouw Guillaume schommelde in een wipstoel met een klein meisje op den schoot en
-een jongetje, dat in een djamboe<a class="noteRef" id="xd30e1497src" href="#xd30e1497">2</a> beet, naast haar! Dolly van Akkeveen liep heen en weer met een wanhopig schreeuwend
-kind op den arm, dat weerstand bood aan al haar pogingen om het tot bedaren te brengen.
-</p>
-<p>Aan een tafeltje stond Kitty Portias, allerliefst en frisch in <span class="pageNum" id="pb55">[<a href="#pb55">55</a>]</span>haar Indisch morgen-négligé, voor een hoop bloemen, die zij tot bouquetten samenbond;
-haar zusje Margot heette haar te helpen, maar had het nog drukker om door allerlei
-half Maleische, half Hollandsche scheldwoorden een paar alleraardigste jongentjes,
-van wie niemand zeggen zou, dat zij oom en neef waren, van de bloemen en van haar
-lange vlechten af te houden.
-</p>
-<p>In een grooten luiaardstoel lag van Akkeveen in de bijna ondoordringbare blauwe rookwolken
-van een manillasigaar gehuld; nog een paar van de broers waren of aan het eten of
-aan het spelen met de door alles krioelende, woelige kinderen. Het was een levendig,
-aantrekkelijk gezicht, dat den indruk van gezondheid en jeugdige kracht gaf.
-</p>
-<p>Tegen het hek op een afstand van het gezelschap geleund, stond Portias te praten met
-Thoren van Hagen, die hem glimlachend aanhoorde, totdat zijn aandacht plotseling afgeleid
-werd door het binnentreden der beide schoonzusters, die arm in arm aan den ingang
-verschenen.
-</p>
-<p>»Twee luchtstreken, twee beschavingen, twee rassen, twee instrumenten, de trotsche
-harp, de liefelijke mandoline,&#x201d; zeide Portias.
-</p>
-<p>Het sterke zonnelicht speelde in de brillanten parure van Hermelijn en bedekte den
-marmeren vloer en de geel-witte muren met een regen van roode, blauwe en paarsche
-vonken, die de kinderen tot de grootste luidruchtigheid voerden; allen sprongen en
-dansten om de trillende, vluchtende prismabeelden, welke zij als bonte kapellen aanzagen
-en te vergeefs trachtten te vangen.
-</p>
-<p>»<span lang="ms">Bienatang, bienatang! Poepoe</span><a class="noteRef" id="xd30e1513src" href="#xd30e1513">3</a>!&#x201d; gierden zij op alle tonen en klanken.
-</p>
-<p>»Houd jelui toch je snaters ver.&#x2026;&#x201d; barstte Akkeveen los, in zijn zoete rust gestoord.
-</p>
-<p>»Ik zou de kinderen maar niet tot een verwijt maken, wat voor een gering gedeelte
-je niet zou misstaan, Ak,&#x201d; zeide Corona spottend en wees Hermelijn een stoel aan.
-</p>
-<p>»Is papa uit?&#x201d; vroeg zij haar groote oogen over het gezelschap weidend.
-</p>
-<p>»Natuurlijk,&#x201d; bromde Akkeveen, »de ouwe is wel zoo wijs om zoo vroeg mogelijk uit
-te rijden, als er hier zoo&#x2019;n Babelsche verwarring heerscht. Zeg Dol, je zorgt dat
-je tegen vier uur klaar bent, dan gaan we heen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik dacht één uur.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is waarlijk of de nacht niet kort genoeg is geweest, dat je mij mijn middagslaapje
-niet gunt.&#x201d;
-</p>
-<p>Margot was Hermelijn genaderd en onderzocht haar diamanten.
-</p>
-<p>»Mooier dan van Toetie en Dol,&#x201d; zeide zij, »die steenen zijn niet zoo geel.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb56">[<a href="#pb56">56</a>]</span></p>
-<p>»Dat spreekt! &#x2019;t Is ook een nicht-zuster,&#x201d; mompelde Akkeveen, »verdraaide meid, zit
-daar niet zoo aan mijn stoel te dauwelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is geen parure voor mijn kleedje,&#x201d; sprak Hermelijn glimlachend, »maar Corona wilde
-dat ik.&#x2026;.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat je ons allen de oogen daarmee uitstak. Jawel juist iets voor Cor.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn hemel, Akkeveen, wat ben je onhebbelijk van morgen, haarpijn he?&#x201d; vroeg Corona
-gemelijk.
-</p>
-<p>»Ik dank u wel lieve zuster voor dien inval,&#x201d; zeide Portias, »niets heerlijker dan
-die schitterende glans, welke een jonge bruid omgeeft; is u uitgerust?<span class="corr" id="xd30e1533" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>Ook Thoren van Hagen was beide dames genaderd.
-</p>
-<p>»U heeft gister te veel van uw krachten gevergd, Hermelijn, ik bedoel mevrouw,&#x201d; sprak
-hij.
-</p>
-<p>»Hermelijn, wat een naam, maar veel mooier dan Hermine. Hoe kom je daaraan?<span class="corr" id="xd30e1539" title="Niet in bron">&#x201d;</span> vroeg Corona.
-</p>
-<p>»Conrad gaf mij dien!&#x201d; antwoordde zij met een diepen blos.
-</p>
-<p>»Conrad? Och, &#x2019;t is waar, je kent hem nog uit Holland!&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn zag haar verbaasd aan, de vraag brandde haar op de lippen:
-</p>
-<p>»Meent u dan dat ik hem anders zou getrouwd hebben?&#x201d; Maar zij hield zich in, niets
-mocht hier in het openbaar haar gevoelens verraden; vergeefs had zij haar man gezocht,
-hij ontbrak in den kring en die afwezigheid scheen nu ook Corona op te vallen.
-</p>
-<p>»Waar is dat onhandelbare ventje gebleven?&#x201d; vroeg zij rondziende.
-</p>
-<p>»Wie heeft het geluk zoo door u betiteld te worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn broeder, de bruidegom, mijnheer van Hagen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Coen is na de partij dadelijk gaan jagen,&#x201d; zei Margot.
-</p>
-<p>»Heeft hij nog niet ontbeten<span class="corr" id="xd30e1552" title="Bron: ,">?&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e1557" title="Bron: neen">Neen</span>!&#x201d;
-</p>
-<p>Een kleine Géran, bruin en lenig als een katje, was onder de tafel gekropen en scheen
-zijn tante of zuster, daar op de fijn geborduurde gouden muiltjes te hebben getrapt,
-want plotseling flikkerde een bliksemstraal in Corona&#x2019;s oogen, de zwarte wenkbrauwen
-trokken zich onheilspellend als onweerswolken samen, de mond nam een toornige uitdrukking
-aan; met een forschen ruk haalde zij het ventje onder de tafel vandaan, gaf hem een
-fikschen klap om de ooren, en een duw, die hem drie stappen vooruit deed stuiven,
-en beval toen:
-</p>
-<p>»Nu heb ik genoeg aan al dien rommel! Baboe&#x2019;s en kinderen naar de bijgebouwen! Iteko,
-zorg dat die levenmakers wegkomen en wij mekaar eindelijk verstaan kunnen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een wijs besluit,&#x201d; gromde Akkeveen, »als men zelf het maar eens ondervindt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, kassian!&#x201d; riep Toetie zich uit haar wipstoel opheffend, een <span class="pageNum" id="pb57">[<a href="#pb57">57</a>]</span>kind op den grond zettend en het geslagen jongentje troostend, »<span lang="ms">kassian mana sakiet, njo?</span>&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e1570src" href="#xd30e1570">4</a>
-</p>
-<p>Corona&#x2019;s toorn was nog niet bedaard.
-</p>
-<p>»Toetie! laat die komedie varen,&#x201d; snauwde zij haar toe, »op die manier, als dat jonge
-volk zoo verwend wordt en in alles zijn zin krijgt, wordt het hier nog een kolonie
-van boeven en schurken.&#x201d;
-</p>
-<p>Toevallig ontmoette haar verontwaardigde blik de lachende oogen van Thoren van Hagen,
-die op zijn knevel beet om een glimlach ook niet over zijn lippen te laten spelen.
-</p>
-<p>Zij zag hem strak aan, maar die lach werd nog duidelijker en toen vroeg zij:
-</p>
-<p>»Waarom lacht u?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat ik het altijd prettig vind naar een <span class="corr" id="xd30e1582" title="Bron: omweer">onweer</span> te kijken.&#x201d;
-</p>
-<p>»<span lang="ms">Koerang adjar</span>,&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e1590src" href="#xd30e1590">5</a> mompelde zij tusschen haar lippen en wendde zich weer met een bevel naar Iteko, die
-haar handen vol had om chocolade te schenken voor de beide laatst gekomen dames en
-om de kinderen, die allen min of meer tegenstribbelden<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> de galerij uit te krijgen.
-</p>
-<p>»Wat zijn wij gelukkig er geen te hebben,<span class="corr" id="xd30e1597" title="Niet in bron">&#x201d;</span> fluisterde Portias, de bloemen naderend en zijn vrouw over de geurige, losse zwarte
-haren strijkend, »je zoudt er genoeg van krijgen alleen door het gezicht.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij glimlachte min of meer treurig.
-</p>
-<p>»Als Corona ze sloeg, kon ik het niet velen!&#x201d; zeide zij zacht.
-</p>
-<p>»Neen, ik ook niet.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij stak hem een paar rozenknopjes in de tressen van zijn chineesch buisje, waarvoor
-hij haar door een zoen beloonde.
-</p>
-<p>»Als je vrijen wilt, Kit, zou ik maar heengaan,&#x201d; beet Corona haar zusje toe, »ik heb
-hier al ergernis genoeg!&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets liever dan dat, zus Cor! We zullen het ontstemde instrument uwer ziel geen
-verdere dissonanten meer doen voortbrengen. Mijnheer Thoren, u wilde de paarden immers
-zien. Tot straks, Violetta mia!&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo werd de galerij allengs leeger en Corona zeide op kalmer toon:
-</p>
-<p>»Zie zoo, nu kunnen we tenminste ademhalen. Je ziet hier van alles Hermelijn, vechten,
-vrijen, schelden, luieren, huilen, grienen. Als ik er geen orde onder hield, hoe zou
-het dan gaan? Ik vind dien logé van papa vreeselijk impertinent. Mij in mijn gezicht
-uit te lachen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij heeft nog niet gelachen, Cor!&#x201d; riep Margot.
-</p>
-<p>»Ben je nog hier! Je hoort er ook niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel, ik wil bij Hermelijn blijven, heeft u mooie dingen uit Holland mee gebracht?
-Wanneer komen uw koffers?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb58">[<a href="#pb58">58</a>]</span></p>
-<p>»Iteko, moet Margot geen piano studeeren, zij heeft al lang genoeg vacantie gehad!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker, juffrouw<span id="xd30e1616"></span> de Géran<span class="corr" id="xd30e1618" title="Bron: .">,</span> zoodra het ontbijt afgeloopen is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Het ontbijt is afgeloopen, ik heb gedaan en mevrouw Conrad ook. Laat Sarko de tafel
-afhalen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar mijnheer Conrad!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan moet hij maar op zijn tijd komen. Zullen we wat muziek maken, Hermelijn, ik vind
-dien naam zoo mooi, en zoo geschikt voor je.&#x201d;
-</p>
-<p>Margot was op het eerste woord van piano onzichtbaar geworden.
-</p>
-<p>»Ik dacht dat Margot studeeren moest,&#x201d; antwoordde Hermelijn.
-</p>
-<p>»Ja, op haar piano in de schoolkamer, want aan de mijne mag dat nest nooit komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zal ik me niet moeten klaarmaken?&#x201d;
-</p>
-<p>»En je man is nergens te vinden. Zoo&#x2019;n bruidegom heb ik nog nooit eerder gezien.&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="n58.1">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#n58.1src">1</a></span> Indisch négligé.&nbsp;<span class="fnarrow">&#x2191;&nbsp;</span><a class="fnreturn" href="#n58.1src" title="Ga terug naar noot 1(a) in tekst.">a</a> <a class="fnreturn" href="#xd30e1491src" title="Ga terug naar noot 1(b) in tekst.">b</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1497">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1497src">2</a></span> Vrucht.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1497src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1513">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1513src">3</a></span> Dieren, vlinders!&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1513src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1570">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1570src">4</a></span> Waar heb je pijn, ventje<span class="corr" id="xd30e1572" title="Niet in bron">?</span>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1570src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1590">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1590src">5</a></span> Onbeleefd.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1590src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch10" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">X.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Juist verscheen de nooit eerder geziene bruidegom op de trap, die den tuin aan de
-galerij verbond; hij zag er nu heel anders uit dan gisteren; de booze uitdrukking
-van zijn oogen was verdwenen, zij lagen hol en diep in hun kassen, hij was doodsbleek
-en er rustte een moede trek om zijn lippen.
-</p>
-<p>»Conrad, waar ben je toch gebleven?&#x201d; vroeg Hermelijn, hem ongedwongen tegemoetkomend.<span id="xd30e1635"></span>
-</p>
-<p>»Goeden morgen!&#x201d; zeide hij koel zonder hand en zonder kus, de armen op zijn rug gekruist.
-</p>
-<p>Met een hatelijken glimlach had Akkeveen zich opgericht, en verliet het bruidspaar
-niet met zijn kleine oogen.
-</p>
-<p>Corona sloeg den arm om Hermelijn en kuste haar met een hartelijkheid, die te heftig
-was om niet het gevolg te zijn van inwendige opgewondenheid.
-</p>
-<p>»Je moet het je niet aantrekken, wat die akelige jongen doet of zegt, hij verdient
-niet de punt van je pink te kussen, zoo&#x2019;n lummel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona,&#x201d; zeide Hermelijn, zich zacht maar beslist aan die liefkozingen onttrekkend,
-»we zijn man en vrouw! Alles wat u van mijn man zegt, is ook van mij gezegd! Ik wil
-het niet aanhooren.&#x201d;
-</p>
-<p>Verbaasd zag Corona haar aan; zij voelde zich vreemd te moede, &#x2019;t was of met de nieuw
-aangekomenen van gisteren een nieuw element zich in haar leven had gemengd, of alles
-niet meer zoo <span class="pageNum" id="pb59">[<a href="#pb59">59</a>]</span>zou worden als vroeger toen zij onbeperkte heerscheres was, toen men wel tegen haar
-heerschzucht durfde opkomen, maar er niemand was, die lachte om haar toorn, of haar
-liefkozingen van zich afweerde.
-</p>
-<p>Conrad scheen niet te luisteren; met den rug naar zijn vrouw en zuster gekeerd, dronk
-hij in kleine teugen het kopje koffie door Iteko hem voorgezet en weigerde hardnekkig
-al haar aanbiedingen om iets te eten. Hermelijn ging intusschen naar haar kamer, legde
-haar parure af en deed hoed en mantel om, trouw aan haar Hollandsche gewoonten; zelfs
-trok zij haar handschoenen aan, zich verwonderend over haar eigen kalmte en onverschilligheid.
-</p>
-<p>»Mag ik binnenkomen?&#x201d; vroeg een zachte, vriendelijke stem en Kitty&#x2019;s lief kopje verscheen
-boven een fraai bouquet, dat zij in de handen droeg.
-</p>
-<p>»Ik hoop dat je gelukkig zult worden, zusje Hermine,&#x201d; zeide zij, »zoo gelukkig als
-wij; Conrad is zeer goed, hij is mijn lievelingsbroer maar&#x200a;&#x2026; Cor weet niet met hem
-om te gaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat behoeft ook niet, lieve Kitty! Als ik &#x2019;t maar kan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zal wel komen mettertijd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mettertijd.&#x201d; Hermelijn herhaalde het woord werktuigelijk, dat had zij zich niet voorgesteld,
-mettertijd!
-</p>
-<p>»Ik zal die bloemen in den wagen laten brengen, niet waar Hermine! Ik heb ze zelf
-met José geplukt van morgen vroeg.&#x201d;
-</p>
-<p>»Lieve Kitty, ik dank je!&#x201d; en Hermelijn kuste haar hartelijk en voelde dat haar oogen
-vochtig werden, bij dat ongekunstelde blijk van sympathie.
-</p>
-<p>Zij gingen naar buiten en kwamen Corona tegen, die maar half tevreden scheen Kitty
-in Hermelijn&#x2019;s gezelschap te zien.
-</p>
-<p>»Je moet niet zeggen dat ik bij je ben geweest op de kamer,&#x201d; fluisterde Kitty haastig.
-</p>
-<p>»En waarom niet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Anders wordt zij boos!&#x201d;
-</p>
-<p>»Boos worden, ik zou &#x2019;t niet denken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, zij wil je heelemaal voor zich hebben en kan niet verdragen dat wij ons met
-je bemoeien.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is waarlijk of ik met haar getrouwd ben.&#x201d;
-</p>
-<p>Kitty lachte, als zij niet zoo&#x2019;n door en door goed schepseltje was geweest zou men
-kunnen meenen, dat die lach de beteekenis had van:
-</p>
-<p>»Nu wat anders?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Rijtuig staat je te wachten, Hermelijn!&#x201d; sprak Corona vrij effen, en toen tot
-Kitty<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »o foei, wat bederf je het huis al vroeg in den morgen met die bloemenlucht, zonder
-nog te denken aan al de rupsen, die je in huis haalt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben klaar, wacht Conrad mij?&#x201d; vroeg Hermelijn op vastberaden toon.
-<span class="pageNum" id="pb60">[<a href="#pb60">60</a>]</span></p>
-<p>»In de voorgalerij, de heele kolonie is er verzameld; Papa is zoo wijs geweest het
-land in te gaan, als ik me niet had verslapen had ik &#x2019;t ook gedaan. Kan je paard rijden,
-Hermelijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t tenminste geleerd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heerlijk, dan zullen we samen prachtige tochten maken. Die andere vrouwen kan ik
-nooit mee krijgen, Kitty was vroeger mijn trouwe kameraad, maar nu wil die malle Jozef
-het niet meer hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>Een grenzenlooze verachting sprak uit dat woord, waarmede zij zich beklaagde dat een
-man zijn vrouw iets durfde verbieden, wat haar, Corona, aangenaam was.
-</p>
-<p>Zij kwamen in de rijk gemeubelde voorgalerij, klein en groot was daar vereenigd; op
-de onderste trede stond Conrad naast een opgeschoten knaap, en zag naar de fraaie
-koets met vier gitzwarte paarden bespannen, die op het kiezelzand ongeduldig stonden
-te trappelen.
-</p>
-<p>»Ongeduldiger dan de bruidegom<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; grinnikte Akkeveen<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »en &#x2019;t is toch zonde, zoo&#x2019;n pracht van een meid! Als ik in zijn plaats was.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Thoren van Hagen was er ook en toen Hermelijn zich gedwee door allen liet kussen en
-de hand drukken, naderde hij haar eveneens en nam haar kleine hand in zijn beide.
-</p>
-<p>»Moed Hermelijn, moed!<span class="corr" id="xd30e1687" title="Bron: &#x2019;">&#x201d;</span> fluisterde hij haar hartelijk toe.
-</p>
-<p>»Geloof je werkelijk dat ik dien noodig zal hebben?&#x201d; vroeg zij met een droevigen blik.
-</p>
-<p>»Ja, maar je vader waakt over je!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dank je,&#x201d; antwoordde zij eenvoudig en steeg, door Portias geholpen, in het rijtuig,
-dat geurde van Kitty&#x2019;s bloemen, Kitty wierp zich om Conrad&#x2019;s hals:
-</p>
-<p>»Zij is zoo lief, wees toch goed voor haar!&#x201d; smeekte zij zacht.
-</p>
-<p>Met een alles behalve vriendelijke beweging weerde de broer zijn zuster af, en toen
-alles overziende, riep hij kortaf:
-</p>
-<p>»Goedendag!&#x201d;
-</p>
-<p>»Goede reis, goede reis, dag Conrad, dag Hermine!&#x201d; riepen allen en Hermelijn wuifde
-met haar hand en haar zakdoekje, hen allen een vaarwel toe; Conrad leunde achterover
-en verwaardigde zich niet iets meer van zich te laten zien.
-</p>
-<p>»Zie zoo, nu moeten zij varen in de huwelijksschuit,&#x201d; zeide Guillaume.
-</p>
-<p>»Het accordeeren begint, dat kost altijd moeite, en in deze omstandigheden meer dan
-ooit,&#x201d; meende Portias.
-</p>
-<p>»Conrad is een windbuil, een domoor,&#x201d; beweerde Akkeveen.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen zag ernstig, zijn oogen hadden hun peinzende, droevige uitdrukking.
-</p>
-<p>»Zoo zag zijn moeder er uit, toen zij hem het laatst kuste,&#x201d; placht dan de oude, trouwe
-dienstbode te zeggen, die hem opgevoed had.
-<span class="pageNum" id="pb61">[<a href="#pb61">61</a>]</span></p>
-<p>»Waarom is u zoo stil, mijnheer van Hagen, benijdt u Conrad?&#x201d; vroeg een spottende
-stem.
-</p>
-<p>»Neen, juffrouw de Géran, ik dacht niet aan uw broer, ik dacht aan een meisje, dat
-rijk aan illusiën haar vaderland verliet en hier niets vindt dan onverschilligheid
-en wantrouwen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Bedoelt u Hermine, wat ontbreekt haar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Het eenige, wat zij noodig heeft, de liefde van haar man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Liefde? Komt u pas uit Europa en gelooft u daaraan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wordt dat artikel dan niet uit Europa <span class="corr" id="xd30e1712" title="Bron: geimporteerd">geïmporteerd</span>?&#x201d; en hij begon weer te lachen.
-</p>
-<p>»We kennen dat tenminste hier niet! Hermelijn wordt door mij ontvangen als een zuster,
-verwelkomd als een vriendin, zij had in Europa niets anders dan de keus tusschen dienstbaarheid
-en genadebrood. Zij is getrouwd, rijk.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En haar man behandelt haar met beleedigende onverschilligheid; wie voorspelt, wat
-hij nog doen zal?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och kom! Conrad is nog een kwâjongen.<span class="corr" id="xd30e1720" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Des te erger voor Hermelijn, die een man verdiende.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij zal hem wel naar haar hand zetten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nooit gehoord, dat huwelijksgeluk in naar de hand zetten bestaat.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona lachte nu ook, maar gedwongen.
-</p>
-<p>»Dat is zeker,&#x201d; ging hij ernstig voort, »die haar bedroog, en deed gelooven dat Conrad
-haar ten huwelijk vroeg, omdat hij nog iets voor haar voelde uit zijn kinderjaren,
-deed een slecht werk. Ik weet natuurlijk niet hoe men hem heeft kunnen brengen tot
-een huwelijk, dat hij blijkbaar niet wenschte, maar de wijze waarop Hermelijn er toe
-overgehaald werd, noem ik onverantwoordelijk.
-</p>
-<p>»Maar mijnheer, u vergeet tot wie u spreekt!&#x201d;
-</p>
-<p>»Toch niet tot de bewerkster van dat huwelijk, wil ik hopen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom hoopt u dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat ik u niet in staat reken tot een lage daad.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een lage daad! maar dat is zij niet! Is Hermelijn niet beter af, dan dat zij bijvoorbeeld
-gouvernante was geweest?&#x201d;
-</p>
-<p>»Volstrekt niet! Dan had zij haar vrijheid nog en die is meer waard dan alle schatten
-van de familie de Géran.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelooft u dat werkelijk?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker.&#x201d;
-</p>
-<p>»En toch vinden de menschen het zoo dwaas, dat ik mijn vrijheid niet wil verkoopen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat men er u nog niet genoeg voor geboden heeft, want, stellig heeft niemand u
-nog den eenigen prijs kunnen geven, welke die vrijheid waard is.
-</p>
-<p>»En dat zou wezen?&#x201d;
-</p>
-<p>»De liefde van een man, dien u ook achten, beminnen en gehoorzamen kunt.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb62">[<a href="#pb62">62</a>]</span></p>
-<p>»Ik gehoorzaam niemand.&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat u het nog niet wil.&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor wien zou ik het willen?<span class="corr" id="xd30e1746" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Dat weet ik evenmin, maar dat die ergens ter wereld bestaat zal u niet ontkennen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zou hem eerst moeten zien.&#x201d;
-</p>
-<p>»En Hermelijn is de gelegenheid ontnomen om met voordacht te kiezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, als zij het niet gaarne gewild had, zou zij niet toegestemd hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij vertrouwde op zijn brieven, God geve dat haar vertrouwen niet moge beschaamd
-worden.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona werd rood en toen bleek; zij sloeg haar oogen neer.
-</p>
-<p>»Als u zoo&#x2019;n belang in haar stelt, waarom is u niet met haar getrouwd?&#x201d; vroeg zij
-min of meer verlegen.
-</p>
-<p>»Omdat&#x200a;&#x2026; omdat ik haar lief heb als een vriendin, een zuster bijna, maar ik een andere
-vrouw wensch te beminnen als mijn bruid.&#x201d;
-</p>
-<p>»Liefde is kinderspel en het huwelijk hooge ernst, die twee passen niet samen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een theorie om over na te denken,&#x201d; zei Thoren met spottenden ernst.
-</p>
-<p>Zij keerde zich om en ging naar haar kamer, waar de altijd bedrijvige juffrouw Iteko
-in de weer was.
-</p>
-<p>»Iteko,&#x201d; zeide Corona. »Iteko! Ze zijn weg!&#x201d;
-</p>
-<p>»Om u te dienen, juffrouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou &#x2019;t goed gaan, Iteko?&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom niet, juffrouw! Ze zijn jong en mevrouw Hermine is zeer verstandig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat geloof ik ook, als ze maar niet <i>te</i> verstandig is, Iteko; we hebben tot nu toe met domme eendjes te doen gehad, maar
-zij heeft een wil en verstand. Als zij er achter kwam, o &#x2019;t stond mij altijd zoo tegen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Was voor hun bestwil.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel, jawel, ik weet het, maar toch! Zeg, Iteko, weet je ook hoe lang mijnheer Thoren
-van Hagen hier blijft<span class="corr" id="xd30e1772" title="Bron: .">?</span>&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal &#x2019;t eens zien te hooren, juffrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wil papa zeggen, dat hij gauw moet heengaan want hij hindert me, ik vind hem onuitstaanbaar
-pedant.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij ziet er erg knap uit, ik zag nog zelden zoo&#x2019;n mooie man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och kom! kijk jij daar naar? Ik nooit! vond je Conrad niet dwaas, Iteko?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik had niet anders verwacht, juffrouw! &#x2019;t Valt me nog mee, na alles wat er gebeurd
-is.&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t Is een akelige dwarskop, &#x2019;t spijt me voor Hermelijntje, zij is alles, wat we wenschen
-kunnen, niet waar Iteko?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoop dat u &#x2019;t altijd zal blijven denken, juffrouw.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb63">[<a href="#pb63">63</a>]</span></p>
-<p>»Vrees je het tegendeel?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ken haar te slecht, ik durf niet beslissen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent ook altijd bang je te branden aan ijswater! Wat valt er op haar aan te merken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ga heen, je maakt me zenuwachtig, ik weet toch niet wat mij van morgen scheelt. Ik
-ben mijzelf niet. Die man wordt mijn noodlot!&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch11" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De coupé rolde intusschen over den gladden weg, die bergafwaarts ging; Conrad leunde
-in een der hoeken zoo ver mogelijk van zijn vrouw af.
-</p>
-<p>Hermelijn was doodsbleek geworden, zij voelde en hoorde niets anders dan het onstuimig
-kloppen van haar hart, dat zelfs het gerol der wielen overstemde.
-</p>
-<p>»Conrad,&#x201d; zeide zij met verstikte stem eindelijk. »Conrad!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat is er?&#x201d; vroeg hij zonder zijn achtelooze houding te verlaten.
-</p>
-<p>»Conrad, zal je mij nu eindelijk uitlegging geven van je onverklaarbaar raadselachtig
-gedrag.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent immers met mij getrouwd, wat wil je meer?&#x201d;
-</p>
-<p>»Met je getrouwd! Heb jij dat dan niet gewild.&#x201d;
-</p>
-<p>»Geen oogenblik, ik kende je niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»En weet je dan niet meer, hoe wij vroeger samen speelden, hoe je ziek bent geweest
-en ik je altijd voorlas, is &#x2019;t niet omdat je nog aan dat alles dacht, dat je mij ten
-huwelijk hebt gevraagd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb je niet ten huwelijk gevraagd!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie deed het dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Cor, wie anders, Cor doet alles en papa ziet haar naar de oogen. Zij heeft op een
-goeden dag gezegd, Conrad moet trouwen, ik weet een goede vrouw voor hem, mijn nicht!&#x201d;
-</p>
-<p>»En heb jij toen dadelijk toegestemd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Volstrekt niet, ik wilde nog niet trouwen en al zou ik het willen, dan nog bedankte
-ik er voor een meisje te nemen, dat Cor voor mij had uitgezocht, dat, dat&#x200a;&#x2026; maar ze
-hebben mij gedwongen.&#x201d;
-</p>
-<p>En zijn hoofd in de handen verbergend, barstte hij in een luid snikken los.
-</p>
-<p>»We mogen hier niets zijn dan poppen, eerst hebben ze mij belet officier te worden
-en nu&#x200a;&#x2026; ben ik zoo ongelukkig,&#x201d; jammerde hij.
-<span class="pageNum" id="pb64">[<a href="#pb64">64</a>]</span></p>
-<p>»Meen je dat ik het niet ben?&#x201d; vroeg Hermelijn op bijna onhoorbaren toon; zij huiverde
-en sloot de oogen; het was of zij zich op een helling bevond, die recht naar een afgrond
-voerde en of er niets meer te doen was dan zich te laten afglijden in den stikduisteren,
-eeuwigen nacht.
-</p>
-<p>»Ik kan het niet helpen!&#x201d; mompelde hij.
-</p>
-<p>»Maar waarom je laten dwingen, Conrad, waarom mij bedrogen, ik vertrouwde zoo op de
-liefde, die uit je brieven sprak.&#x201d;
-</p>
-<p>»Welke brieven?&#x201d;
-</p>
-<p>»De uwe.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik schreef geen brieven aan je.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Was of het nog donkerder om haar heen werd; zij bracht de hand aan de ooren en
-aan de oogen, als wilde zij de vreeselijke verwoesting van haar jeugdig leven niet
-hooren of aanschouwen.
-</p>
-<p>»Maar wie schreef ze dan?&#x201d; vroeg zij bevend.
-</p>
-<p>»Weet ik het? Zij zelf misschien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona! O God, &#x2019;t is ongehoord, maar dan zijn we niet getrouwd, Conrad, we kunnen
-nog vrij worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, ik heb het stuk immers geteekend, we zijn <span class="corr" id="xd30e1826" title="Bron: vast geketend">vastgeketend</span> voor altijd.&#x201d;
-</p>
-<p>»O, dat het kort moge wezen! Schande, schande, eeuwige schande&#x200a;&#x2026; Waarom juist mij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent een nicht van Corona! Zij wilde je volstrekt bij zich hebben, ze wilde in
-de eerste plaats haar familie bevoordeelen, en al mijn broers en zusters, behalve
-Kitty, zijn getrouwd, omdat zij het wilde, August zelfs en toen was zij pas zestien
-jaar; zij heeft mijn arme mama verdriet gedaan tot zij gestorven is en zij heeft ook
-Kitty bijna vermoord, omdat zij Portias heeft getrouwd en niet den akeligen resident,
-dien zij zelf niet hebben wou. Zij is een monster!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar waarom ben je ook niet flink geweest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat.&#x2026; omdat.&#x2026; ik kan &#x2019;t niet zeggen! Maar ik mocht niet anders handelen, en ik
-had vroeger gezworen, dat ze mij nooit een vrouw zou opdringen en nu ben ik er &#x2019;t
-ergste aan toe. Ik haat je, zooals ik Corona haat, en ik kan niet anders handelen;
-al wil je &#x2019;t ook alles vertellen aan haar, ik geef er niets om! Ga gerust, zoek bescherming
-bij papa of bij haar, dan zal ik weggaan, al moest ik ook soldaat worden; ik had het
-zeker gedaan, maar die arme, lieve Kitty!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik begrijp niet wat Kitty en papa en Corona hier te maken hebben; wij zijn man en
-vrouw, daaraan kan niets veranderd worden, niets.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, en daarom moet ik ook bij je blijven. Ik heb het beloofd, gisteren in de kerk,
-en vroeger aan papa, maar vriendelijk tegen je zijn, dat kan ik niet, want je lacht
-ons sinjo&#x2019;s toch uit, je vindt mij een kwajongen; dat ik rijk ben is je genoeg. Corona
-<span class="pageNum" id="pb65">[<a href="#pb65">65</a>]</span>geeft je diamanten, wat zal ik je meer geven? Mijn naam, dien heb je, ik kan er niets
-aan doen, maar ik wil niets anders met je te maken hebben, niets!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat moet jij weten, maar ik heb me niets tegenover je te verwijten, Conrad. Ik dacht
-waarlijk, dat ik een goede, trouwe vrouw voor je mocht wezen, dat je het verlangde;
-nu is &#x2019;t anders uitgekomen; één ding alleen moet ik je verzoeken, laat niemand vermoeden
-wat er tusschen ons is voorgevallen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je zult toch alles aan Corona vertellen, dat begrijp ik wel, maar ik geef er niets
-om. Ik ben getrouwd en niemand zal iets te zeggen hebben in mijn huis, ik zal daarin
-handelen, zooals ik verkies.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan is er tenminste een zaak, waarover wij &#x2019;t eens zijn,&#x201d; zeide Hermelijn kalm en
-waardig.
-</p>
-<p>Hij zweeg en zag naar buiten, zij vouwde de handen en bad:
-</p>
-<p>»Goede God, verlaat mij niet! Ik heb niemand meer op aarde, niemand dan mij zelf.&#x201d;
-</p>
-<p>Geen woord werd er meer gewisseld tot zij in Djantòng kwamen, een allerliefste, kleine
-woning, schilderachtig gelegen tusschen hoogopgaande tjamara<a class="noteRef" id="xd30e1846src" href="#xd30e1846">1</a> boomen, in een verrukkelijk klein dal; waarvan men zich niet voorstellen kon, dat
-het op Java en niet in Zwitserland lag; de rieten gordijnen hingen omlaag; de trappen
-waren met uitgezochte bloemen voorzien, perken veelkleurig en bloeiend schitterden
-in de zonnestralen achter de loentasheg; alles was hier vereenigd om een paradijs
-te vormen voor een liefhebbend, gelukkig paar en die beide jonge menschen traden er
-binnen, met nog smartvoller bewustzijn dan gevangenen, die de cel ingaan, hun levenslang
-tot verblijf aangewezen.
-</p>
-<p>Hermelijn trad het huis binnen, alles was even smaakvol en keurig ingericht, de meubeltjes
-waren van sierlijker en artistieker vorm dan men gewoonlijk in Indië ziet. Fraaie
-staalgravuren en busten versierden de muren. Overal waren bloemen en planten, aan
-alles scheen gedacht; al had Hermelijn zelf alles willen schikken, zij had niet beter
-haar eigen smaak kunnen treffen, maar nu zag zij niets; alles boezemde haar bitteren
-afkeer in, zij liep de eene kamer in, de andere uit, als in een droom. In de achtergalerij
-stond de tafel gedekt, een Javaansche vrouw begroette het jonge paar en legde de sleutels
-voor Hermelijn neer; zij nam ze werktuigelijk aan en zette zich op de canapé neer,
-wezenloos voor zich uitstarend; hij ging heen en weer, blijkbaar verlegen en besluiteloos<span class="corr" id="xd30e1851" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>»Conrad!&#x201d; zeide zij eindelijk, »we moeten een besluit nemen; wij kunnen niets anders
-doen dan hier blijven; de wereld heeft niets te maken met hetgeen tusschen ons is
-voorgevallen. Ik wil <span class="pageNum" id="pb66">[<a href="#pb66">66</a>]</span>niet dat Corona vermoedt, hoe rampzalig zij mij gemaakt heeft; ik ben te trotsch om
-te klagen. Stel dus niet de geheele familie, die je houding tegenover mij gezien heeft,
-in de gelegenheid ons te bespotten, wij behoeven niet hartelijk te wezen in hun bijzijn,
-maar laten we dan ook geen vijanden schijnen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan niet veinzen.<span class="corr" id="xd30e1859" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»En ik verlang het, je bent het aan mij verplicht, aan mij, arm bedrogen meisje, dat
-op je liefde rekende en niets ontving dan de verzekering van je haat.&#x201d;
-</p>
-<p>Een onderdrukte snik ontsnapte haar.
-</p>
-<p>»Verneder mij niet in het gezicht van anderen, dat vraag ik je alleen!&#x201d;
-</p>
-<p>»En zal je dan niemand iets zeggen, van hetgeen hier gebeurt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat <span class="corr" id="xd30e1868" title="Bron: denkt">denk</span> je van mij? Alles is heilig, wat in dit huis voorvalt en zelfs al zoudt je mij mishandelen,
-dan nog zou ik zeggen, dat het aan een ongeluk te wijten was en niet aan mijn man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zal ik nooit doen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En beloof je mij, dat je voor de buitenwereld tegen mij zult wezen zoo als hier de
-mannen, op Portias na, tegen hun vrouwen zijn?&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t Is goed!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik dank er je voor.&#x201d;
-</p>
-<p>Het eten werd opgebracht; zwijgend trachtten zij eenige beten door de keel te krijgen;
-zoo was het eerste middagmaal, dat Hermelijn in haar huis met haar man gebruikte.
-Hoe heel anders had zij zich dat eerste samenzijn gedroomd, zelfs van morgen nog!
-Zij voelde zich diep vernederd, ellendig bedrogen en toch.&#x2026; toch kon zij niet boos
-zijn op haar jongen echtgenoot, zij kon haar oogen niet afwenden van zijn mooi, donker
-golvend haar, van zijn gelaat, dat sprekend op Kitty geleek, van zijn levendige, gitzwarte
-oogen, die nu meer bedroefd dan boos voor zich uitstaarden, van zijn lippen, die zij
-nog niet had zien glimlachen, maar die dan zeker zijn gelaatsuitdrukking even aantrekkelijk
-zouden maken als die zijner zuster.
-</p>
-<p>Had zij de neiging van haar hart gevolgd, zij zou hem de hand hebben toegestoken en
-gevraagd:
-</p>
-<p>»Och Conrad, waartoe dient het zóó boos te zijn? Zou je dan niet kunnen beproeven
-van mij te houden? Ik verlang zoo je te kussen en door je gekust te worden?&#x201d;
-</p>
-<p>Maar <span class="corr" id="xd30e1883" title="Bron: had">haar</span> fierheid belette haar een stap te doen, die wellicht tot nog meer verwijdering tusschen
-hen aanleiding zou geven. Zij dacht aan de ruwe wijze, waarop Conrad straks Kitty
-had afgeweerd, Kitty, die hij toch scheen te beminnen; als hij haar nu van zich stiet,
-wie weet of zij zelf dan geen afkeer van hem ging voelen. Neen, &#x2019;t was zoo beter!
-</p>
-<p>Toen het schijnmaal afgeloopen was, stond zij op en begaf zich naar haar kamer; de
-baboe wachtte haar, Hermelijn kon zich <span class="pageNum" id="pb67">[<a href="#pb67">67</a>]</span>redelijk goed in &#x2019;t Maleisch uitdrukken, en zij liet zich alles door het meisje aanwijzen.
-</p>
-<p>De kast was gevuld met de kleederen van mijnheer, en een volledig Indisch négligé
-van mevrouw, de toilettafel<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> versierd met witte en blauwe tulle<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> droeg een schat van odeurs en poeiers; de divans en stoelen waren met licht blauw
-cretonne overtrokken, alles even jeugdig, even frisch, even geurig.
-</p>
-<p>Een verkwikkelijke koelte blies door de neergelaten jaloezieën, en voerde een sterke
-geur van kananga en patjar<a class="noteRef" id="xd30e1898src" href="#xd30e1898">2</a> naar binnen, de tjemara&#x2019;s wuifden zacht en vriendelijk hun pluimen, en de zon strooide
-schijven, groot als goudguldens, op den met fijne matten bedekten vloer.
-</p>
-<p>Nadat Hermelijn zich in sarong en <span class="corr" id="xd30e1903" title="Bron: kabaya">kabaja</span> had gekleed, stuurde zij haar meisje weg en wierp zich op den divan neer met samengewrongen
-handen en bevende lippen.
-</p>
-<p>Een gedachte vervolgde haar, aan de arme, bedrogen moeder van Thoren van Hagen, die
-ook zoo innig bemind had en toch tot stervens toe vernederd was.
-</p>
-<p>»Zoo zal &#x2019;t gaan, ons lange leven door! We zijn beiden nog zoo jong! Sterven als zij,
-wellicht dat hij dan&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Maar zij was te krachtig, te jong, te gezond van lichaam en geest om aan zelfmoord
-anders dan vluchtig te kunnen denken; haar sterke ziel, afkeerig van berusten, dorstte
-naar handeling.
-</p>
-<p>Zij wilde iets hebben om zich in de toekomst aan vast te klampen, een hoop, hoe gering
-ook, moest in den donkeren nacht schitteren, dan kon zij worstelen tegen de golven,
-dan kon zij vooruitgaan en haar weg zoeken; niets gemakkelijker dan neer te zitten
-en zich te laten meeslepen door den stroom van haar droefheid; weenen als een kind,
-wat een zaligheid! maar het zou haar verzwakken en zij mocht niet zwak zijn, zij wilde
-sterk blijven, niemand het voorrecht gunnen van haar vernedering te aanschouwen, dat
-was er voor het oogenblik te doen en anders niets, niets!
-</p>
-<p>En later!
-</p>
-<p>Later: zij sidderde maar trad niet terug, zij wilde dat gevreesde later onbevreesd
-in het gelaat zien.
-</p>
-<p>»We zijn nog zoo jong, en de toekomst is zoo lang. Ik heb hem lief ondanks alles,
-kan ik hem dan niet leeren mij ook te beminnen? Ik ben toch geen monster als Iteko.
-Simons, wien ik nooit iets anders zeide dan scherpe dingen, hield van mij en als ik
-mij er op toelegde Conrad&#x2019;s hart te winnen, als ik hem eerst leerde mij te achten
-en dan lief te hebben, zouden we dan niet eenmaal gelukkig kunnen worden?&#x201d;
-</p>
-<p>Zij ging voor den spiegel staan en bond haar rijken haartooi los, die thans als een
-gouden helm ver over haar schouders reikte; <span class="pageNum" id="pb68">[<a href="#pb68">68</a>]</span>het Indische négligé kleedde haar even goed als Corona, zij miste de onbeholpenheid,
-welke andere Europeesche vrouwen nooit verlaat, en die hen belet met gratie dat kleed
-te dragen.
-</p>
-<p>Voor &#x2019;t eerst bezag Hermelijn zich met het doel zichzelf schoon te vinden; zij had
-vroeger altijd zorg gedragen voor haar uiterlijk zonder ooit mee te doen aan de overdreven
-eischen der mode. De bekrompen leefwijze in haar vader&#x2019;s gezin had haar steeds genoodzaakt
-veel te doen met weinig geld, haar aangeboren smaak bewees haar hierbij de beste diensten;
-wat zij ook aanhad, het stond haar mooi en zooals zij was, zoo vond zij zich goed
-zonder zich er ooit om te bekommeren, wat anderen van haar zeiden.
-</p>
-<p>Nu echter bezag zij zichzelf met het zoekend oog van den strijder, die vóór den kamp
-zijn wapenen beproeft; zij liet haar blonde haren schitteren in de zonnestralen, zij
-streek de hand over haar huid om elke oneffenheid te verwijderen, zij beet zich de
-lippen, die er thans bleek en bestorven uitzagen, om ze frisch en rozig te maken;
-zij wreef haar wangen om er een blos op te voorschijn te roepen, zij welfde de wenkbrauwen
-en bezag haar fijne, witte handen.
-</p>
-<p>»Ik ben de mooiste van alle schoondochters,&#x201d; dacht zij<span class="corr" id="xd30e1922" title="Niet in bron">;</span> »maar foei! &#x2019;t Is schande, dat ik mijn lichamelijke gaven zoo hoog stel; die moeten
-het laatste middel zijn om hem te winnen. Hij moet eerbied krijgen voor mijn karakter,
-hij moet mijn hart leeren kennen en liefhebben.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij knielde neer op den grond, niet op het sierlijk gothische prie-Dieu, dat Corona&#x2019;s
-zorg ook niet had vergeten, en smeekte:
-</p>
-<p>»Laat ons eens gelukkig worden, Vader in den hemel! &#x2019;t Is immers geen zonde te vragen
-dat te mogen zijn, wat mijn plicht gebiedt, een goede vrouw voor mijn armen, lieven
-Conrad.&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e1846">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1846src">1</a></span> Een soort lorken (mélèzes.)&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1846src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1898">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1898src">2</a></span> Indische bloemen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1898src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch12" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De dagen kropen voor Hermelijn om; zoo zwaar had zij zich haar taak niet gedacht.
-Conrad ging zijn eigen weg; &#x2019;s morgens vroeg vertrok hij naar de koffietuinen, te
-paard of te voet, in het laatste geval met zijn geweer op schouder. Tegen etenstijd
-kwam hij t&#x2019;huis, wierp zijn wild in de keuken en hield met de kokkie een conferentie
-over het behandelen daarvan, trad in de achtergalerij, waar Hermelijn zat te werken,
-zeide onveranderlijk zonder haar te noemen:
-</p>
-<p>»Goeden dag&#x201d;, waarop zij met een vriendelijk:
-</p>
-<p>»Dag Conrad!&#x201d; antwoordde.
-</p>
-<p>Dan liet hij zijn bemorste schoenen of rijlaarzen door den knecht uittrekken, ging
-met zijn groote honden spelen om zich een houding <span class="pageNum" id="pb69">[<a href="#pb69">69</a>]</span>te geven, totdat het eten was opgediend, nam van alles zonder zijn vrouw iets aan
-te bieden, at zoo haastig mogelijk zijn bord leeg om haar verder alleen te laten en
-zich in zijn kamer op te sluiten.
-</p>
-<p>Hermelijn sprak geen woord, zij ging kort daarop eveneens naar binnen, hetzij om huiswerk
-te doen, of om te lezen, want ook de bibliotheek in Djantong was rijk voorzien en
-met zorg gekozen.
-</p>
-<p>In de eerste dagen had zij genoeg te doen met haar koffers uit te pakken en de duizend
-kleine nietigheden, waaraan haar hart hing, een plaats te geven; een bitter oogenblik
-was het, toen zij de geschenken uitpakte, welke zij met zooveel liefde voor Conrad
-had gemaakt. Maar zij wilde zich niet laten verteederen, zij pakte ze bij elkander
-en verborg ze in een der geheimste afdeelingen van haar kast.
-</p>
-<p>Tegen vier uur was het theedrinkenstijd maar ook de thee moest zij alleen gebruiken;
-Conrad op bloote voeten, in een kort Chineesch buisje met pantalon van sarongstof,
-liep naar den stal, dresseerde de paarden, liet zijn honden apporteeren, en kleedde
-zich tot haar groote ergernis voor den middag niet beter. Zij ging zich baden en trok
-een harer liefste toiletten aan, dan zette zij met een boek in de hand zich in de
-voorgalerij op een wipstoeltje neer. Haar man vermeed haar zorgvuldig; zij wist niet
-waar hij bleef, totdat om zeven uur het avondeten werd voorgediend; dan zetten zij
-zich weer zwijgend tegenover elkaar; het was een zonderling contrast, zij keurig als
-een voor een feest gekleed vrouwtje, hij in zijn onbehoorlijk négligé.
-</p>
-<p>Conrad&#x2019;s oogen staarden grimmig voor zich uit; hij voelde zich niet op zijn gemak,
-hij had gaarne iets gezegd, maar deed het niet. Na het eten, nam hij een zaagmachine
-en ging aan het zagen van allerlei knutselarijen, altijd even zwijgend, even boos.
-Reeds den tweeden avond <span class="corr" id="xd30e1941" title="Bron: zettte">zette</span> Hermelijn zich voor de piano en goot haar geheele ziel in de tonen over; zij weende
-en smeekte, zij bad en hoopte. Conrad luisterde soms met opgeheven hoofd maar dan
-flikkerde er een straal van toorn in zijn oogen en hij begon verwoed te werken en
-met zijn machine zulk een geweld te maken, dat het Hermelijn stellig zou gehinderd
-hebben wanneer zij niet zoo verdiept was geweest in haar spel. Eindelijk om tien uur
-verdween hij voor goed en Hermelijn trok haar mooie kleeren weer uit en voelde zich
-zoo eenzaam, zoo verlaten, dat zij al haar geestkracht noodig had om niet te bezwijken.
-</p>
-<p>»Je moet niet denken, dat ik mij mooi zal gaan kleeden voor boomen en beesten,&#x201d; snauwde
-hij haar eens toe.
-</p>
-<p>»Dat moet je zelf weten Conrad. Ik kleed me zoo om mij zelf en om niemand anders.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent even koket als je nicht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wanneer je dit koketterie noemt, dan zal &#x2019;t wel zoo wezen.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb70">[<a href="#pb70">70</a>]</span></p>
-<p>»En ik blijf zoo gekleed.&#x201d;
-</p>
-<p>In de verte hoorde men paardengetrappel; de huisjongen kwam binnen met het bericht
-dat <span lang="ms">toewan besaar</span><a class="noteRef" id="xd30e1956src" href="#xd30e1956">1</a> en de nonna in aantocht waren.
-</p>
-<p>»Zal je nu volgens onze afspraak je gaan kleeden, Conrad?&#x201d; vroeg Hermelijn bedaard,
-»je begrijpt dat je mij geen grooter beleediging kunt doen dan je vader en zuster
-in zulk een toilet naast mij te ontvangen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Trek je kabaja dan ook aan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat ben ik &#x2019;s middags niet van plan ooit te doen. Denk aan onze afspraak!&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad stond besluiteloos, maar hij bedacht zich na een poos en ging zwijgend heen.
-</p>
-<p>Intusschen was een geheele cavalcade genaderd; aan het hoofd daarvan reed de oude
-heer de Géran, nog kaarsrecht en ridderlijk, zooals zijn vader de keizerlijke kolonel
-zeker eens vóór zijn regiment had gereden, naast hem Corona op haar sneeuwwit paard;
-zij droeg een donkerblauwe amazone en een hoed met lange afhangende veer; achter hem
-herkende Hermelijn Thoren van Hagen, Guillaume en Conrad&#x2019;s jongeren broeder Philip.
-</p>
-<p>Haar hart klopte van gemengde aandoeningen; zij was blijde menschenstemmen te hooren,
-bekende gezichten te zien na de doodsche stilte van haar bruidsdagen, maar zij schrikte
-terug voor een ontmoeting met de bewerkers van haar ongeluk, van Corona bovenal. Zij
-stapten af en Hermelijn ging hen met lachend gelaat tegemoet.
-</p>
-<p>»Ik ben nieuwsgierig hoe dat veinzen mij afgaat,&#x201d; dacht zij vol bitterheid.
-</p>
-<p>De oude heer de Géran gaf haar een vaderlijken kus; terwijl hij haar eenigszins bezorgd
-aanzag.
-</p>
-<p>»Gaat het goed, kind?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>»O, zoo goed papa! Wat heeft u hier een heerlijk nestje voor ons gebouwd!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo bevalt het je, wel dat doet me genoegen, en Conrad?&#x201d;
-</p>
-<p>»O Conrad, is zoo&#x2019;n lieve jongen, hij is nog niet gekleed, verbeeld u eens!&#x201d;
-</p>
-<p>»En verwachtte je ons, dat je er zoo keurig uitziet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel neen, maar Conrad wil me niet anders hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona had Thoren&#x2019;s hand aangenomen bij het afstijgen, haar gelaat schitterde van
-vreugde toen zij Hermelijn hoorde spreken.
-</p>
-<p>»Wel lief zusje, ben je tevreden?&#x201d;
-</p>
-<p>»O ik ben u zoo dankbaar voor de ontvangst mij bereid, ik begrijp het wel, alles heb
-ik u te danken; ik erken overal uw teedere zorg en ik weet niet hoe mijn erkentelijkheid
-uit te <span class="pageNum" id="pb71">[<a href="#pb71">71</a>]</span>drukken&#x200a;&#x2026;&#x201d; verzekerde zij op een toon, die Thoren van Hagen plotseling den schrik
-om het hart deed slaan.
-</p>
-<p>Niemand anders vermoedde echter welke geheime beteekenis zij in die woorden legde;
-zij was geheel de beminnelijke, vroolijke gastvrouw, alleen voor hem, die haar goed
-kende, al te opgewonden om natuurlijk te zijn, maar voor anderen, die nog niets van
-haar wisten, opgewekt, en gelukkig zoo als elke jonge vrouw het in de schoonste dagen
-van haar leven is.
-</p>
-<p>»Heb je de piano reeds geprobeerd?&#x201d; vroeg Corona.
-</p>
-<p>»O zeker, alle avonden breng ik er een paar genotvolle uren aan door.&#x201d;
-</p>
-<p>»En Conrad?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb hem nog niet gehoord.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij speelt toch heel goed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar nu luistert hij liever,&#x201d; merkte Thoren van Hagen op.
-</p>
-<p>»Wij krijgen je toch ook te hooren, Hermelijn! Zondag kom je den heelen dag op &#x2019;t
-groote huis, dan is er zulk een drukte niet, want ze zijn allen weg op de muzikanten
-na.&#x201d;
-</p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e1991" title="Bron: Bedoelt">Bedoel</span> je Portias en Kitty?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, hij heeft nog geen huis, zij wonen in een paviljoen op ons erf. We kunnen al
-die djankriks<a class="noteRef" id="xd30e1996src" href="#xd30e1996">2</a> niet onderhouden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt ook reeds zooveel te doen! Corona, &#x2019;t is geen wonder dat je er soms moe van
-wordt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och ja, maar ik doe het met genoegen.&#x201d;
-</p>
-<p>»O je dienstvaardigheid is boven allen lof verheven,&#x201d; en zich tot haar schoonvader
-wendend, »wat mag ik u aanbieden, vindt u niet dat bij zulk een heugelijke gebeurtenis,
-als uw eerste bezoek ten huize van uw kinderen, de champagneflesch wel mag opengetrokken
-worden? Coen geeft me stellig gelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij riep den huisjongen en beval hem glazen en angor-poef<a class="noteRef" id="xd30e2005src" href="#xd30e2005">3</a> te brengen; zij zag er vreemd uit, schooner dan ooit maar heel verschillend van vroeger;
-er lag een nieuwe uitdrukking op haar gelaat, men leert niet veinzen dan ten koste
-van zijn innigste, zijn heiligste gevoelens.
-</p>
-<p>Het gezelschap was vroolijk; Guillaume, die veel levendiger was dan August, maar zooals
-alle Gérans er het zwijgen toedeed als vader en zuster dicht bij waren, ging zijn
-broer opzoeken. Philip speelde met de honden en Corona vroeg Hermelijn of zij dat
-en dat wel had opgemerkt, of zij die bloemen niet recht Europeesch vond en of het
-haar keuze van muziek was, die zij had getroffen, of de boeken haar bevielen en of
-de sarongs niet mooi gebatikt<a class="noteRef" id="xd30e2010src" href="#xd30e2010">4</a> waren.
-<span class="pageNum" id="pb72">[<a href="#pb72">72</a>]</span></p>
-<p>»Ik vind alles even volmaakt, even mooi! Ik herhaal &#x2019;t je Corona, ik zelf had niet
-beter kunnen kiezen, o je bent de beste van alle zusters.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Doet me pleizier, dat je het erkent, Hermelijn; zoo velen zijn er, die mij niet
-verstaan, die mij bedoelingen toeschrijven, welke mij altijd zijn vreemd geweest,
-en ik verzeker &#x2019;t je nogmaals, ik heb nooit iets anders op &#x2019;t oog, dan het geluk van
-hen, die me lief zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker en daarom heeft u mij ook dit waarlijk éénige lot bereid!&#x201d;
-</p>
-<p>Geen woord van haar ontsnapte Thoren van Hagen ofschoon hij schijnbaar een druk gesprek
-met den ouden heer voerde.
-</p>
-<p>»Ik hoop dat je er eens voor beloond zult worden, zooals je &#x2019;t verdient,&#x201d; vervolgde
-zij, en de vriend harer jeugd brak plotseling zijn eigen woorden af en zag haar aan
-op eene wijze, die haar door de ziel sneed en bijna de zoo moeilijk veroverde zelfbeheersching
-deed verliezen.
-</p>
-<p>Maar de angor-poef werd binnengebracht en Hermelijn begon haar huisvrouwelijke plichten
-te vervullen.
-</p>
-<p>»Nog een oogenblik, we wachten onzen gastheer,&#x201d; verzocht zij. »Hij maakt groot toilet,
-naar &#x2019;t schijnt!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona wiegelde zich in haar schommelstoel op en neer en tikte werktuigelijk met de
-punt van haar rijzweepje op den ruigen kop van Matjan, haar forschen Terre-Neuve,
-die zich niet wilde ophouden met de hazewinden van Conrad; een vergenoegd lachje speelde
-om haar lippen en blijkbaar vermoedde zij niet in de verste verte, den verborgen zin
-van Hermelijn&#x2019;s woorden en haar werkelijke stemming.
-</p>
-<p>»We hebben gister een <span lang="fr">séance littéraire</span> of liever <span lang="fr">ethnographique</span> van mijnheer Thoren van Hagen gehad,&#x201d; zeide zij tot Hermelijn. »Hij heeft van zijn
-Noordpooltochten verhaald.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is hij daar ook geweest?&#x201d;
-</p>
-<p>»Weet je dat niet? &#x2019;t Was heel interessant maar ik kan hem niet uitstaan,&#x201d; en zij
-sloeg Matjan zoo hevig, dat hij het spel voor ernst beschouwde, opstond, den ruigen
-kop schudde en haar grimmig aanzag.
-</p>
-<p>»Daar moet ge je aan wennen, Matjan,&#x201d; zeide Corona lachend, »die ik liefheb, plaag
-ik het meeste.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zei u me iets?&#x201d; vroeg Thoren van Hagen nabij komend.
-</p>
-<p>»U iets zeggen, wel neen, ik sprak met Matjan, hoe komt u er in &#x2019;s hemelsnaam aan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik dacht dat u mij aankeek.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ben ik niet vrij te zien, waarheen ik verkies?&#x201d;
-</p>
-<p>»Even vrij als ik om u te vragen, of u mij noodig heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij wendde het hoofd om en vroeg Hermelijn of ze samen naar binnen zouden gaan.
-</p>
-<p>Juist kwam de heer des huizes, thans goed gekleed, naar buiten.
-<span class="pageNum" id="pb73">[<a href="#pb73">73</a>]</span></p>
-<p>»Ha, Conrad, wat heb je ons laten wachten,&#x201d; verweet Hermelijn.
-</p>
-<p>»Dag pa, dag Cor!&#x201d; was de vrij koele begroeting die niemand echter vreemd scheen te
-vinden.
-</p>
-<p>»Nu je hier bent om de eer van het huis op te houden, ga ik met Corona naar de piano
-zien. Straks zal je wel de angor-poef laten opentrekken, een alleraardigste klanknabootsende
-naam, <span class="corr" id="xd30e2048" title="Bron: vindt">vind</span> je niet, Thoren? Angor-poef, die Javanen weten het wel, Conrad zal me Javaansch leeren,
-niet waar Coen.&#x201d;
-</p>
-<p>»De dispens is goed voorzien,&#x201d; stotterde Conrad verlegen, om maar iets te zeggen.
-</p>
-<p>»Eindelijk een woord van waardeering,&#x201d; zeide Corona.
-</p>
-<p>»O alles spreekt van Corona&#x2019;s teedere zorgen. Ik weet niet hoe u uit te drukken, wat
-ik voor u voel,&#x201d; sprak Hermelijn toen ze alleen waren, »zoo&#x2019;n schitterende ontvangst,
-zulk een beeldig huisje, alles gevuld met nieuwe meubels, nieuwe kleeren, nieuwe eet-
-en drinkwaren. Hoe ondankbaar zou ik wezen als ik niet alles erkende.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben tweemaal naar Samarang geweest om alles te bestellen en te koopen,&#x201d; verklaarde
-Corona, nog steeds onder den indruk van Hermelijn&#x2019;s woorden, waarvan zij den eigenlijken
-zin nog niet vatte.
-</p>
-<p>»Ik bewonder uw echt Europeeschen smaak.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik haat alles wat inlandsch is. Maar Conrad<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> hoe is hij voor u?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zooals ik het wenschen kan; voor onbescheiden oogen stroef en koel, maar als wij
-samen zijn, weet hij niet, hoe mij met liefkozingen te overladen; hij volgt mij met
-zijn attenties, meer dan ik had durven hopen zelfs na zijn hartelijke, lieve brieven.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona was min of meer verbijsterd; de uitslag overtrof haar verwachting maar toch.&#x2026;
-toch.&#x2026;
-</p>
-<p>»Wij beleven zulke heerlijke wittebroodsweken, we zijn zoo gelukkig,&#x201d; en plotseling
-met het hoofd tegen de kast der piano vallend, begon zij zacht te schreien.
-</p>
-<p>Niemand hoorde het dan Thoren van Hagen en Conrad, die plotseling zijn hoofd omwendde
-en naar binnen zag, maar dadelijk weer den blik met een onverschillige uitdrukking
-naar buiten richtte; Thoren stond echter op, als door een onweerstaanbare kracht gedreven
-en ging naar de binnenkamer.
-</p>
-<p>»Scheelt u iets? Misschien ben ik onbescheiden uw vertrouwelijk samenzijn zoo te storen!&#x201d;
-</p>
-<p>»O neen Thoren, volstrekt niet!&#x201d; zeide Hermelijn, met geweld haar tranen onderdrukkend,
-»ik schrei van aandoening, van geluk. Niet waar Corona, vertelde ik het je daar niet,
-hoe lief Conrad voor mij is, hoe gelukkig ik met hem ben, o zoo gelukkig! Als mijn
-vader eens den omvang kende van mijn geluk!&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad zat te beven op zijn stoel, maar hardnekkig bleef hij volhouden niet naar binnen
-te zien.
-<span class="pageNum" id="pb74">[<a href="#pb74">74</a>]</span></p>
-<p>»U heeft er alle eer van, u, die het bewerkte, want zonder uw raad, heeft Conrad gezegd,
-zou hij de vriendin zijner jeugd niet het voorstel gedaan nebben, hem te zoeken ver
-over de zee. Laat ons naar voren gaan en dan drinken op het geluk van het bruidspaar!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij streek met den zakdoek over de oogen en glimlachte weer. Corona was stil en in
-zich zelf gekeerd; zij twijfelde en voelde zich vreemd te moede; er was iets in Hermelijn&#x2019;s
-uitbarsting, dat haar onnatuurlijk en zonderling voorkwam.
-</p>
-<p>De champagne werd gedronken en Hermelijn lachte met het zonderlinge vuur in de oogen,
-dat Thoren van Hagen zoo somber stemde; hij sprak geen woord, hij, die anders zoo
-levendig kon zijn. Ook Corona was nadenkend; tegen zeven uur kwamen de paarden weer
-voor; de voorrijders hadden flambouwen in de hand, er werd afscheid genomen, Corona
-sloot haar schoonzuster hartelijk in de armen, zonder te bemerken hoe zij als van
-afschuw rilde onder die omhelzing; de heeren reden vooruit, zij bleef achter met Thoren.
-</p>
-<p>»Hoe bevalt u uw zuster?&#x201d; vroeg hij ernstig.
-</p>
-<p>»O, zij is een snoesje.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat vraag ik u niet, ik wilde weten, hoe u denkt over haar&#x200a;&#x2026; haar huwelijksgeluk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Van drie dagen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Van het begin hangt veel af.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij schijnt overgelukkig, een beetje zenuwachtig. Ik heb daar geen verstand van,
-ik ken geen zenuwen.&#x201d;
-</p>
-<p>»U heeft ze misschien nog niet gevoeld in uw kalm, gelukkig leven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kalm, gelukkig leven, hoe weet u dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Men is immers overeengekomen om het leven gelukkig te noemen dat kalm voortgaat en
-nergens tegenstand ontmoet. Ik wil niet zeggen dat dit nu juist mijn ideaal is, maar
-daarop komt het minder aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Het mijne is &#x2019;t evenmin, ik overwin graag bezwaren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ook ten koste van anderen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe bedoelt u dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wilde niets anders zeggen, dan dat u zich dit genoegen niet mag gunnen, wanneer
-anderen voor uw overwonnen bezwaren moeten blijven staan. Het is u gelukt Hermelijn
-tot uw schoonzuster te maken, u verheugt zich over uw werk, maar vraagt niet, hoe
-zij er onder gestemd is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Is alles dan niet goed?&#x201d;
-</p>
-<p>»Haar geheim is het mijne niet, en ik mis waarschijnlijk het recht om uit te spreken,
-wat zij met zooveel moeite wil verzwijgen maar het is toch beter dat u &#x2019;t weet: Hermelijn
-is diep ongelukkig, Conrad haat zijn vrouw, of hij haar waardig is kan ik niet beoordeelen,
-dat is aan u, maar ik dank den hemel, dat <span class="pageNum" id="pb75">[<a href="#pb75">75</a>]</span>ik de verantwoordelijkheid niet draag van zulk een koppeling.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona zag hem met groote oogen aan, doch zij sprak geen woord; haar keel was als
-dichtgeschroefd.
-</p>
-<p>»Wat moet ik doen?&#x201d; vroeg zij eindelijk op doffen toon.
-</p>
-<p>»U niet mengen in den strijd, welken zij te voeren heeft, misschien is er nog overwinning
-mogelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom houdt Conrad dan niet van haar? Zij is zoo lief, zoo goed, zoo geheel anders
-dan alle meisjes, die hij ooit gezien heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad heeft liever de bloem, die hij zelf koos, dan de diamant, die hem door een
-vreemde, misschien gehate hand, werd aangeboden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof u niet, ze zijn zeer gelukkig,&#x201d; verzekerde zij.
-</p>
-<p>»Zooals u wil,&#x201d; antwoordde hij spottend.
-</p>
-<p>Zij gaf haar paard de sporen en verliet Thoren&#x2019;s zijde om naast haar vader voort te
-rijden. Later aan tafel was zij opvallend bleek.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Gaat goed met de luidjes,&#x201d; sprak de vader kennelijk tevreden, »ze zijn vroolijk
-en dol op mekaar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Goddank,&#x201d; zei Kitty op een toon van ware verlichting.
-</p>
-<p>»Zou het stemmen zoo spoedig zijn gegaan?&#x201d; vroeg Portias.
-</p>
-<p>Er was slechts een klein gezelschap aan tafel; Portias en Thoren hadden een druk gesprek
-over kunst; de eerste dweepte met Wagner en zijn toekomstmuziek, de andere verklaarde
-nog liever de gamelang in het gebergte te hooren. Corona luisterde zwijgend, haar
-blik wendde zich niet af van Thoren, een zonderlinge uitdrukking lag om haar mond;
-soms drukte zij de lippen op elkander dan weer sloeg zij de oogen neer, een enkele
-keer verfde een blos haar wangen, het was toen Thoren van Hagen haar vroeg:
-</p>
-<p>»Doet u niets aan de muziek?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik bespeel de viool.&#x201d;
-</p>
-<p>»En u heeft ons nog geen proeve van uw talent gegeven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een zeer groot talent,&#x201d; verzekerde Portias.
-</p>
-<p>»Ik verlang geen complimenten van je,&#x201d; zeide zij bits.
-</p>
-<p>»Gelukkig dat ik dan de waarheid reeds gezegd heb,&#x201d; antwoordde hij kalm.
-</p>
-<p>»Mag ik zoo gelukkig zijn u van avond te hooren?&#x201d; vroeg Thoren.
-</p>
-<p>»Neen, van avond niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben erg nieuwsgierig het peil der muzikale ontwikkeling van onze nieuwe schoonzuster
-te leeren kennen,&#x201d; hernam Portias.
-</p>
-<p>»Ze komt Zondag niet waar, Cor?&#x201d; vroeg Kitty.
-</p>
-<p>»Ik verwacht ze tenminste.&#x201d;
-</p>
-<p>»O<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> ze zijn nog te druk aan hun wittebrood.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet ieder is zoo dwaas als jij en Kitty.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, wij zijn echte kinderen van weelde; ons roggebrood is nog niet gebakken.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoelang is u getrouwd.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb76">[<a href="#pb76">76</a>]</span></p>
-<p>»Een jaar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dertien maanden,&#x201d; verbeterde Kitty.
-</p>
-<p>»En hoeveel dagen?&#x201d; vroeg Cor spottend, »ik houd niet van menschen, die met hun geluk
-of ongeluk te koop loopen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ook niet van hen, die &#x2019;t omkeeren en zoo laten zien?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan geen raadsels oplossen. Is de post gekomen, papa? Mag ik eens kijken wat er
-is?&#x201d;
-</p>
-<p>Toen zij kort daarna alleen op haar kamer was, viel zij op den divan neer, haar handen
-op de knieën gevouwen, de oogen onbestemd voor zich uit starend.
-</p>
-<p>Haar trouwe adjudant, Iteko, was haar gevolgd.
-</p>
-<p>»Scheelt er iets aan, juffrouw?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Iteko! Weet jij wat wroeging is?&#x201d;
-</p>
-<p>Een soort van lach sperde Iteko&#x2019;s lippen open bijna tot aan de ooren.
-</p>
-<p>»Gelooft u er aan?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Ik heb er van gelezen, Macbeth, die den slaap vermoordde, vreeselijk! &#x2019;t Schijnt
-waar te kunnen zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar lieve juffrouw, hoe kan u daarvoor vreezen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Iteko, ik wil je geen verwijten doen, hoewel je me altijd gezegd hebt dat ik een
-goed werk deed door Conrad tot man te geven aan mijn nichtje.&#x201d;
-</p>
-<p>»En zou &#x2019;t dat niet wezen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het niet, ze was zoo vreemd, zoo opgewonden. Ik had gehoopt in haar een vergoeding
-te vinden voor die dwaze Kitty, die mij verraden en verlaten heeft om dien kwast.
-Hermelijn is allerliefst tegen mij en toch, &#x2019;t is of ik liever de bitterste verwijten
-hoorde dan dien blik van haar te ontmoeten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft mijnheer van Hagen u iets gezegd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe kom je daaraan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het zelf niet, ik geloof, dat hij doodelijk van u is.&#x201d; Corona barstte in
-een valschen schaterlach uit.
-</p>
-<p>»Iteko, Iteko, als een ander dat zei, ik zou hem vragen, of hij mij bespotten of beleedigen
-wilde. Hij heeft me niets anders dan onaangenaamheden gezegd.&#x201d;
-</p>
-<p>En plotseling begon zij luid te snikken; Iteko, die zulke vlagen van haar meesteres
-kende, ging aan de tafel zitten, waarboven een lamp brandde en begon bedaard te schrijven,
-na de deuren gesloten te hebben.
-</p>
-<p>Corona schreide eenige minuten achter elkaar, met de heftigheid, die zij in al haar
-handelingen legde; &#x2019;t scheen echter dat de aanval langer duurde, dan Iteko gewoon
-was. Zij vroeg haar tenminste:
-</p>
-<p>»Wil u drinken?&#x201d;
-</p>
-<p>Corona antwoordde niet en ging voort met snikken; langzamerhand begon het zachter
-en bedaarder te worden, totdat zij eindelijk geheel stilhield.
-<span class="pageNum" id="pb77">[<a href="#pb77">77</a>]</span></p>
-<p>»Zie zoo, dat heeft me goed gedaan! Ik was zoo bang dat de bui aan tafel zou beginnen,&#x201d;
-sprak zij<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »niemand dan jij, Iteko, vermoedt hoe zwak en meisjesachtig ik soms kan zijn. Geef
-me een glas limonade.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij sprak van zenuwen,&#x201d; ging zij na een oogenblik voort »zouden dit zenuwen zijn?
-Ik zal papa verzoeken hem weg te laten gaan. Ik vrees hem!&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar heeft u groot gelijk in, u moet op uw hoede zijn voor dien man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het zelf niet, maar ik voel, dat hij u ongeluk zal aanbrengen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei Iteko, je hebt mij altijd om mijn Indisch bijgeloof uitgelachen! Verbeeld je,
-dat hij me eens zoo had hooren aangaan, hij had gedacht dat het om hem was, en je
-weet zelf, dat ik zoo schrei alleen omdat ik niet anders kan, omdat het mij oplucht.&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e1956">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1956src">1</a></span> De groote (oude) heer.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1956src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1996">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1996src">2</a></span> Sprinkhanen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1996src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e2005">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2005src">3</a></span> Champagne.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2005src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e2010">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2010src">4</a></span> Beschilderd.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2010src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch13" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Nadat het gezelschap vertrokken was, bleven Conrad en Hermelijn alleen tegenover elkander.
-</p>
-<p>»Ik kan niet komedie spelen zooals jij,&#x201d; sprak hij barsch.
-</p>
-<p>»Ik moet zooveel, wat ik niet kon,&#x201d; antwoordde zij.
-</p>
-<p>»Maar begrijp je dan niet, hoe ik hun gelijk geef, hoe zij zich zullen verheugen omdat
-alles zoo goed is gegaan, omdat ik mij in mijn lot geschikt heb?&#x201d;
-</p>
-<p>»En dus<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> daar mijnheer Conrad zoo zwak is geweest een stuk te teekenen, dat een huwelijks-contract
-heette, moest ik aan hem opgeofferd worden, moest ik voor de geheele familie de Géran
-mij laten behandelen als een verstooten vrouw, moest men mij beklagen, moest ik door
-ieder besproken worden? Neen, er is geen middenweg, je dient mij in hun bijzijn te
-behandelen als je vrouw, niet hartelijk, dat is hier niet noodig, maar tenminste mij
-niet beleedigen, zooals je op de heele reis hebt gedaan, of ik ga naar je vader en
-zeg hem, dat ik weiger met je onder één dak te leven, dat ik bedrogen ben door valsche
-brieven. Hij is een man van eer, aan dat bedrog heeft hij stellig geen schuld; mocht
-ik bij hem geen bescherming vinden, dan ga ik naar Samarang en klaag je allen aan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor mijn part kan je dat doen. Zij hebben het spel doorgedreven, de gevolgen zullen
-zij dragen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar je hebt je toestemming gegeven, dat wascht het water der zee niet af.&#x201d;
-</p>
-<p>»Men heeft mij die afgedwongen.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb78">[<a href="#pb78">78</a>]</span></p>
-<p>»Zoo iets laat men zich niet afdwingen. De familie de Géran heet over geheel Java
-hoogst achtenswaardig en nobel, gehecht aan den godsdienst van hun adellijke voorouders,
-maar ik noem de dingen, die bij hen voorvallen, schandelijk en misdadig. En jij bent
-de schuldigste, Conrad!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja! Je hebt mij je naam gegeven en nu <span class="corr" id="xd30e2185" title="Bron: weigert">weiger</span> je mij je liefde, je vertrouwen; je zoudt het liefst mij willen verjagen uit je huis,
-mij mishandelen om je haat aan Corona bot te vieren, waarom mij dan getrouwd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat, omdat ik medelijden had met Kitty.&#x201d;
-</p>
-<p>»Met Kitty?&#x201d;
-</p>
-<p>»Kitty wilde trouwen met Portias; zij was met hem gevlucht, omdat Papa zijn toestemming
-niet mocht geven; maar zij hebben hen achterhaald en toen werd zij opgesloten in haar
-kamer en nadat ik maanden lang had geweigerd om Corona&#x2019;s wil te doen, heb ik eindelijk
-»ja&#x201d; gezegd, op die voorwaarde alleen wilde Corona Papa verzoeken hun huwelijk toe
-te staan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dus ik ben opgeofferd aan je broederliefde, ik die droomde van je trouwe herinnering
-aan mij, ik die zooveel illusiën had, maar ik zoek niet beklaagd te worden. Zeg me
-alleen wat je vader weet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij weet niets en hij mag het nooit weten! Hij weet niets van Kitty&#x2019;s misstap, als
-hij &#x2019;t wist, en daarom&#x200a;&#x2026; daarom wil ik dat je het verzwijgt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Alweer uit liefde voor je zuster! En <span class="corr" id="xd30e2195" title="Bron: denkt">denk</span> je dan niet Conrad, hoe ongelukkig ik ben?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ongelukkig? en je hebt Corona zoo lief, en ze gaf je diamanten en zoo&#x2019;n mooi huis
-en alles wat er in is. Paarden, rijtuigen, geen van ons allen heeft zooveel gekregen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik veracht haar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof je toch niet. Je houdt niet van de Indischen, mijn moeder was een Nonna,
-geen Hollandsche als die van Corona; als je samen bent, <span class="corr" id="xd30e2202" title="Bron: lacht">lach</span> je me uit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Op zulke laffe beschuldigingen verwaardig ik mij niet te antwoorden, dus je kiest
-mijn eerste voorstel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, om Kitty.&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk, om wie anders! Laten we het leven dan maar in &#x2019;s hemelsnaam verder voortslepen.
-Goeden nacht, Conrad!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij stond besluiteloos; het was of er een stem in zijn hart opkwam, die sprak van
-vergeven of liever van vergeten. Hij was jong en had goede oogen; hij zag genoeg welk
-mooi en bevallig vrouwtje hij het zijne noemen mocht maar toch kon hij &#x2019;t niet over
-zich verkrijgen haar een vriendelijk woord toe te voegen.
-</p>
-<p>Het was hem niet mogelijk geweest Hermelijn anders dan onverschillig en onbeleefd
-te ontvangen, overtuigd als hij was dat zulk een houding Corona diep zou grieven;
-het liefst ware hij <span class="pageNum" id="pb79">[<a href="#pb79">79</a>]</span>weggevlucht, verre van daar, doch de gedachte aan Kitty en Portias weerhield hem;
-alles zou dan uitkomen door Corona&#x2019;s verbittering.
-</p>
-<p>Die vrees had hem zekere grenzen niet doen overschrijden; hij was in tweestrijd geweest
-tusschen zijn wensch om zijn zuster werkelijk te plagen en om aan den anderen kant
-haar toorn niet op te wekken, waarvan Kitty en Portias de slachtoffers zouden zijn.
-</p>
-<p>Hij had het plan eenigen tijd voor het oog der wereld met Hermelijn vereenigd te blijven
-en dan de een of andere reden te zoeken om haar te kunnen verlaten en misschien van
-haar te scheiden.
-</p>
-<p>In een opgewonden oogenblik, bezield door medelijden voor de troostelooze Kitty, die
-niets meer vreesde dan de verbittering van haar afwezigen, op het punt van grondbeginselen
-zoo strengen vader, had hij <i>ja</i> gezegd, maar dadelijk reeds had &#x2019;t hem berouwd en zijn doel was het thans die nicht
-van Corona te laten boeten voor den zedelijken dwang hem opgelegd.
-</p>
-<p>Hermelijn&#x2019;s houding boezemde hem ontzag in; hij voelde zich tegenover haar geheel
-als kwajongen en om dat bewustzijn van zich af te zetten, beproefde hij onbeleefd
-te zijn, maar het ging hem slecht af. Als hij half gekleed tegenover haar zat, was
-hij niet op zijn gemak, hij schaamde zich, vond dat hij een belachelijk figuur maakte
-en was op zich zelf vertoornd, daar hij dit meende. Nu voelde hij zich nog dieper
-ongelukkig dan ooit te voren en achtte het vreeselijk Corona te moeten doen gelooven
-dat hij zich naar haar wensch schikte, maar toch &#x2019;t was of het niet meer zou gaan,
-Hermelijn in tegenwoordigheid van anderen onbeleefd te behandelen.
-</p>
-<p>Hij bleef alleen in de voorgalerij, er lag een boek op tafel, hij nam het op en zag
-het in; &#x2019;t was Fransch dat hij slecht verstond.
-</p>
-<p><span id="xd30e2223"></span>Hoe geleerd was zij toch, misschien nog geleerder dan Corona, die vier talen sprak<span id="xd30e2225"></span> en hij haatte geleerde vrouwen omdat hijzelf niet had mogen leeren. Kort was hij
-maar in Europa geweest, omdat Corona het lang genoeg vond; alles beredderde zij, alles!
-Wie verzekerde hem dat die twee zich niet met elkander over hem en over zijn domme
-broers en zusters vroolijk maakten!
-</p>
-<p>Hij balde de vuisten en wipte in machtelooze woede op en neer.
-</p>
-<p>»We zijn poppen, niets meer! Corona met haar nicht zullen ons samen regeeren; &#x2019;t is
-niets, &#x2019;t zal altijd vroeg genoeg zijn om dienst te nemen naar Atjeh; maar ik wil
-me niet laten beetnemen door die blonde Hollandsche! Als ik haar zin doe is het omdat
-ik &#x2019;t ook het beste vind. &#x2019;t Zal haar wat kunnen schelen hoe ik mij tegen haar gedraag,
-zij heeft haar mooie Fransche en Engelsche boeken, zij kan zingen en pianospelen,
-wat geeft het haar of ik stil en knorrig ben? Wanneer ik nog die mooie mijnheer <span class="pageNum" id="pb80">[<a href="#pb80">80</a>]</span>was, die haar zoo goed schijnt te kennen, dan was het nog iets, maar ik, wat ben ik
-naast die deftige dames met al hun geleerdheid? Een eenvoudig Indisch meisje zou ik
-duizendmaal liever hebben gehad als ik toch moest trouwen.&#x201d;
-</p>
-<p>Intusschen vond hij noch Poppie, noch Toetie naar zijn smaak en onder al zijn kennissen
-was er geen, die hij gaarne zijn vrouw had genoemd maar die Hermine in &#x2019;t geheel niet.
-Vroeger, in Holland, was zij wel aardig geweest, maar zijn herinnering daaraan scheen
-zoo flauw. Bij haar was zij levendig gebleven; de tijd, toen zij als ziekenoppasster
-had gespeeld, rekende in haar leven, bij hem waren de indrukken snel door andere verdrongen,
-en er bleef nu weinig meer van over.
-</p>
-<p>Dat hij &#x2019;t blonde meisje eens lief had gevonden, kon mogelijk zijn, maar toen wist
-hij niet dat zij de nicht van Corona was of liever hij wist nog weinig van Corona
-af; haar trouwen was nog ver van haar lief vinden en zoo matte hij zijn gedachten
-af, terwijl Hermelijn ook slechts aan hem dacht en aan de treurige rol, die zij hier
-kwam spelen.
-</p>
-<p>Een enkele lichtstraal ontdekte Hermelijn in haar duistere toekomst: Conrad had Kitty
-lief, Conrad was vatbaar voor teedere aandoeningen, voor zelfopofferende liefde; als
-hij haar eens leerde beminnen&#x200a;&#x2026; mettertijd, zooals Portias zeide.
-</p>
-<p>Wat zij het meeste vreesde, zou zijn te moeten erkennen dat Conrad een onbeduidende
-knaap was, haar liefde geheel onwaardig; met die erkenning zou alles onherstelbaar
-verloren zijn, maar zoolang zij hem nog bleef liefhebben, zoolang zij in haar hart
-nog belang kon stellen in den onbuigzamer, wilden jongen, zoo lang was alle hoop niet
-verloren.
-</p>
-<p>»Waar liefde is, daar blijft ook leven; ik wil strijden en ik zal overwinnen,&#x201d; dit
-besloot zij vast.
-</p>
-<p>Intusschen had hij het boek voor zich genomen en las.
-</p>
-<p>Het waren verzen van Lamartine; slechts enkele woorden wist hij te vertalen; hij ging
-naar zijn kamer en haalde een versleten dictionnaire voor den dag, die ergens onder
-zijn weinige boeken stond.
-</p>
-<p>Woord voor woord begon hij te zoeken, het vers scheen hem te boeien. »Bonaparte&#x201d; was
-het gedicht waarop zijn aandacht viel. Dat was niet flauw, dat sprak niet van liefde,
-en wat zijn vrouw kon lezen, dat wilde hij ook verstaan.
-</p>
-<p>»Waarom niet? Hij was niet dom zooals August en de kinderen van de laatste stiefmoeder;
-maar hij had niet geleerd, daar kwam zijn domheid vandaan; Cor vond het veel gemakkelijker
-als haar broers en zusters dom bleven, dan durfden zij haar niet tegenspreken.&#x201d;
-</p>
-<p>In alles zag hij haar werk en zoo zat nog midden in den nacht de jonge echtgenoot
-Fransche woorden te vertalen, en verheugde zich als hij een paar regels zonder dictionnaire
-kon lezen.
-<span class="pageNum" id="pb81">[<a href="#pb81">81</a>]</span></p>
-<p>Bonaparte was gelezen en nu vond hij een ander gedicht: »Le Lac&#x201d;.
-</p>
-<p>Dat had Kitty gezongen, hij herkende de woorden, dit was toch knap geweest; neen<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> hij begon pleizier in zich zelf en in zijn vorderingen te krijgen. &#x2019;t Ging goed,
-de avond was omgevlogen, als hij dit meer beproefde, dan behoefde hij zich tenminste
-in zijn gedachten niet beschaamd tegenover zijn vrouw te gevoelen.
-</p>
-<p>Den volgenden morgen verscheen hij niet aan het ontbijt en &#x2019;t was voor Hermelijn een
-verlichting, zijn boos, zwijgend gelaat niet tegenover zich te hebben; haar plan was
-gevormd, zij wilde haar leven zoo bezig mogelijk inrichten om geen tijd tot veel nadenken
-te hebben.
-</p>
-<p>Het opzicht over het kleine huishouden, de zorg voor haar bloemen en vogels, het maken
-van handwerken en vooral het lezen en de muziek vulden afwisselend haar dagen; zij
-ging haar weg en bekommerde zich volstrekt niet om Conrad. Hij bracht den morgen in
-de koffietuinen door, jaagde, en reed; wanneer het regende bleef hij t&#x2019;huis zagen;
-lezen deed hij alleen, wanneer zijn vrouw naar haar kamer was; hij vreesde niets meer
-dan dat zij hem op zulk een misdaad betrappen zou, overigens legde hij haar niets
-in den weg; zij gingen bedaard naast elkander, de gedachten van den eene steeds met
-de andere vervuld en toch schijnbaar, als merkten zij niets van elkaars bestaan.
-</p>
-<p>Toen het Zondag was, zeide Conrad &#x2019;s morgens:
-</p>
-<p>»Wij moeten vandaag naar het groote huis!&#x201d;
-</p>
-<p>»Om hoe laat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Om tien uur!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal klaar wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij kleedde zich met nog meer zorg dan anders, geheel in Europeesch wandeltoilet met
-een veeren toque op, een voilette vóór, glacé handschoenen en een licht manteltje
-om.
-</p>
-<p>Natuurlijk was zij allerliefst, maar de uitdrukking in Conrad&#x2019;s oogen werd er niet
-beter door; hij had zich ook op zijn Zondagsch gekleed en zooals zij daar in de voorgalerij
-gereed stonden om in het rijtuig te stappen, was er geen mooier, jeugdiger paar te
-denken, alleen zou men bij hem zoo gaarne dien geheimzinnigen gloed hebben gevonden,
-welken slechts de liefde kan geven en bij haar dien schalkschen, innig gelukkigen
-blik, bij de jonge bruid te voorschijn geroepen door de warmte, door dezen gloed uitgestraald.
-</p>
-<p>Zij stapten in en reden altijd door zwijgend naar Ngaroengan. Toen zij daar aankwamen,
-waren Guillaume, zijn vrouw en een paar kinderen er ook; Portias en Kitty, verder
-het jongere geslacht, Corona en haar vader.
-</p>
-<p>Het jonge paar werd met vreugde ontvangen, Hermelijn was vriendelijk, beleefd, opgeruimd,
-Conrad zooals men van hem gewoon was. Thoren van Hagen was uit rijden gegaan en nog
-niet terug. Met zekeren schroom naderde Corona haar schoonzuster.
-<span class="pageNum" id="pb82">[<a href="#pb82">82</a>]</span></p>
-<p>»Ben je nu kalmer?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»O ja, ik ben zoo kalm!&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Doet mij genoegen; nu zal je ruim gelegenheid hebben met je nieuwe familie kennis
-te maken.&#x201d;
-</p>
-<p>»De kennis met de voornaamsten heb ik reeds gemaakt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wil je zeggen, dat aan de rest niet veel gelegen is! Je bent ondeugend<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> Hermelijn!&#x201d;
-</p>
-<p>»O neen! dat is mijn bedoeling niet. Ik ben overtuigd dat er een hemelsbreed verschil
-zal zijn tusschen de leden<span class="corr" id="xd30e2275" title="Bron: .">,</span> die ik leerde kennen en de anderen, wier bestaan ik slechts vermoed!&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, dan zal je over dat verschil in persoon kunnen oordeelen. Zal ik je op de hoogte
-brengen van de exemplaren, die op het oogenblik hier zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeer gaarne.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar heb je Guillaume, een vroolijke, luchthartige jongen, die niet boos kan zijn,
-niet koppig, niet lui is, niet liegt, een uitzondering in de Indische Maatschappij.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een volmaaktheid?&#x201d;
-</p>
-<p>»Volmaaktheden kennen we hier niet, en niets is ook vervelender dan volmaaktheden;
-hij is nonchalant in de hoogste mate, lichtzinnig, droomt van dansen, feestvieren,
-als hij goed maar slordig gewerkt heeft; Toetie zijn vrouw is zijn tegenbeeld, een
-blonde nonna, wat ik afschuwelijk vind. Zie maar eens hoe hardgeel haar tint is en
-hoe die haren bijna dezelfde kleur hebben. Je zult altijd zacht, mooi vel houden Hermelijn,
-en je haren zijn te donker, te warm blond dan dat men ze niet van je huid zal kunnen
-onderscheiden. Toetie, of wil je liever Adolphine, is lastig van humeur, klaagt over
-alles, is bijna altijd ziek, heeft stoute kinderen, die de vader bederft, en die zij
-verwaarloost. De oudsten wonen hier, en deelen met hun kleine ooms en tantes de lessen
-van juffrouw Iteko, onder mijn toezicht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dus zijn ze slecht gepaard!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het niet! Ze kunnen het met mekaar vinden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar hoe?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ga voort Corona, ga voort! Ik begrijp dat het kleinigheden zijn, waarmede uw machtige,
-veel omvattende geest zich niet kan bezig houden. Als u wist, hoe ik u bewonderde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wilde dat je mij liefhadt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Liefde, och kom! Wat is liefde, een stemvork, zegt Portias.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een flauwe aardigheid! Die man, Hermelijn, heeft de gave mij buiten mij zelf te brengen
-van ergernis, verbeeld je eens.&#x2026; interesseert je die geschiedenis?&#x201d;
-</p>
-<p>»Boven alle beschrijving.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu dan, José Portias is van Spaansche <span class="corr" id="xd30e2296" title="Bron: op">of</span> Portugeesche afkomst, hij gaf in Amsterdam muzieklessen voor &#x192;&nbsp;1 per uur, &#x192;&nbsp;1 denk
-eens aan, een gulden.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb83">[<a href="#pb83">83</a>]</span></p>
-<p>»Dat gaat nog al, dat is tegenwoordig zoo duur niet.&#x2026;
-</p>
-<p>»Wat duur! &#x2019;t Is belachelijk goedkoop, je ziet, wat een hongerlijder, een knoeier
-hij moet zijn; maar toch scheen hij nog geen lessen genoeg voor dat beetje geld te
-kunnen krijgen, of hij voerde iets minder moois uit, want hij nam dienst als militair.
-Door zijn vioolspel trok hij de aandacht te Samarang, maakte opgang, en werd door
-papa in staat gesteld zich vrij te koopen en daar ik mij gaarne wilde volmaken op
-de viool, verzocht papa hem te kwader ure hier te komen wonen, en de muzikale opleiding
-van de kolonie op zich te nemen. Dat is nu het verleden van dien heer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij mag zich dus niet in uw gunst verheugen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij? Ik veracht hem, dat insekt! Toen hij hier kwam was Dolly juist getrouwd; Kitty
-nog pas vijftien jaar. Ik hield veel van haar!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona&#x2019;s stem beefde een weinig.
-</p>
-<p>»Ik dacht haar de beste van allen. Zij was jong en ziekelijk toen haar moeder stierf.&#x201d;
-</p>
-<p>»De moeder van Conrad?&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist, &#x2019;t is moeilijk moeders en kinderen uit mekaar te houden, <span class="corr" id="xd30e2309" title="Bron: vindt">vind</span> je niet? Maar met een beetje geheugen komt men er wel! Nu, ik gaf weinig om haar,
-misschien ben ik geen modelstiefdochter geweest, later heb ik haar eerst gewaardeerd
-toen ik mijn stiefmoeder No. 2 kreeg, een dwaas, onzinnig schepsel. Maar Hélène had
-mij de liefde van mijn vader ontstolen. O, ik was alles voor hem, hij alles voor mij,
-toen hij hertrouwde.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoe oud was u toen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nog geen zes jaar.&#x201d;
-</p>
-<p>»En reeds jaloersch op uw vader! Geen wonder dat u nu ieder overtreft, als u reeds
-zoo vroeg rijp was.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben nu ruim zes en twintig! Ik schaam mij niet mijn leeftijd te zeggen; voor mij
-is het geen schande zoo oud te zijn, wel voor de mannen, dat er onder hen geen is,
-dien ik waardig keur mijn meester te worden. Waarover spraken we ook? O ja, over Kitty&#x2019;s
-moeder, zij stierf bij de geboorte van Margot.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona zocht naar woorden, &#x2019;t scheen dat dit onderwerp haar moeite kostte om aan te
-roeren.
-</p>
-<p>»Er is maar een ding, dat ik meer haat dan stiefmoeders, het zijn zwagers. Mijn stiefmoeder
-was dood en de vijfjarige Kitty werd mijn kind; ik was toen dertien en nog grooter
-dan Margot nu is, en had reeds twee huwelijksaanzoeken gehad. Alles had ik voor Kitty
-over; altijd waren we samen; ik heb haar alles geleerd wat zij kan, en zij is verreweg
-de meest ontwikkelde van allen; zij was dol op mij, nooit waren we gescheiden. Ik
-was misschien getrouwd indien het mij niet te veel had gekost haar te missen. Cor&#x2019;s
-schaduw werd Kitty genoemd en nu&#x200a;&#x2026; kan zij mij niets meer schelen, niets.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb84">[<a href="#pb84">84</a>]</span></p>
-<p>Zij sprak die laatste woorden sissend uit, haar oogen schoten vonken, haar handjes
-balden zich tot vuisten.
-</p>
-<p>»Hoe is die groote liefde zoo in onverschilligheid veranderd?&#x201d; vroeg Hermelijn, met
-iets spottends in de stem, dat Corona echter niet opmerkte.
-</p>
-<p>»Portias kwam hier; hij logeerde in het paviljoen, waar ook Akkeveen had gelogeerd,
-mijn zusters hebben &#x2019;t op meesters voorzien, nu zullen er geen Ngaroengan meer betreden.
-Iteko moet die aspirant-zwagers vervangen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En u behoeft in haar geen schoonzuster of stiefmoeder te vreezen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarom heb ik ze gekozen. Ik heb een advertentie in de courant laten plaatsen. »Een
-gouvernante gevraagd, vereischten: zeer geleerd en buitengewoon leelijk.&#x201d; Een enkele
-schreef er op en zij bezat die vereischten in de hoogste mate, maar ik dwaal telkens
-af. Portias gaf mij les en werd natuurlijk verliefd op mij. Bah, &#x2019;t is zoo afgezaagd,
-er kan hier geen meester, geen logé komen, of hij gaat heen, omdat hij zich aan mij
-declareerde, &#x2019;t is vervelend.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij wrong haar zakdoek in elkaar en fronste de wenkbrauwen.
-</p>
-<p>»Nu maak u zoo boos niet. Ik kan u toch niet beklagen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is trouwens niet noodig. Portias componeerde muziekstukken en droeg ze mij op,
-ik zong de wijs met de dwaaste woorden, toen sprak hij van zelfmoord en Kitty kreeg
-medelijden met hem; zij begon die mopjes voor hem te zingen en ik lachte, domoor die
-ik was; ik plaagde haar met Portias, eerst vond zij het aardig, later niet meer, zij
-werd stiller en nog veel hartelijker tegen mij dan anders en eindelijk kwam het hooge
-woord er uit: Portias had zijn liefde overgebracht op haar en ook zij beminde hem.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat zal dat kind een storm hebben doorstaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik was radeloos; nu vertellen die lafaards, dat ik Kitty wilde laten trouwen met
-den resident, maar dat is niet waar, ik trachtte zijn aanzoek te doen dienen als reddingsplank,
-want ik vond het idee van Kitty&#x2019;s huwelijk reeds als kind vreeselijk. Toen de resident
-zag, dat ik niet te bewegen was hem te trouwen, verzocht hij mij een vrouw uit mijn
-hand.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een bewijs voor uw roem als vrouwenzoekster.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och ja, ik moest de jongens getrouwd krijgen zooals ik voor gouvernantes en gouverneurs
-zorgde. Liever gaf ik Kitty aan hem dan aan Portias, maar het hielp niets; zij stond
-tegen mij op, zij sprak bittere woorden tegen mij, haar moederlijke zuster; was dat
-niet hard<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> Hermelijn?&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t Gebeurt dagelijks.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Ergste kwam nog, Papa was naar Batavia voor drie maanden. Correspondentie met
-hem was niet te houden, op alle brieven antwoordde hij slechts met telegrammen; daarbij
-had ik de <span class="pageNum" id="pb85">[<a href="#pb85">85</a>]</span>zorg voor Kitty geheel op mij genomen, ik wilde Papa er niet over schrijven. Allen
-stonden aan haar zij; niemand mocht Portias lijden, zoolang hij mij het hof maakte,
-nu gaven allen hem en Kitty gelijk. Ik sloot haar op en op zekeren morgen was zij
-met hem verdwenen. Portias had haar geschaakt, Akkeveen vergezelde hen voor het fatsoen.
-Ik liet mijn paard zadelen en zette ze na, en vond ze in het logement van de hoofdplaats.
-Portias en Akkeveen namen een hoogen toon aan, maar ik bedreigde hen met de politie
-en maakte Kitty zoo bang, dat zij gewillig met mij terugging.&#x201d;
-</p>
-<p>»En toen heeft u uw toestemming gegeven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat kon ik anders doen? Zij was gecompromitteerd en vader bleef nog afwezig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Keurde hij hun huwelijk goed<span class="corr" id="xd30e2348" title="Bron: ,">?&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Wat ik goed vind, is hem uitstekend. Ik heb hem zelfs zijn derde vrouw aangewezen,
-toen ik &#x2019;t raadzaam achtte dat hij hertrouwde.&#x201d;
-</p>
-<p>»En zij is u tegengevallen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, zooals alle anderen; mijn beide schoonzusters zijn onbeduidendheden; Sophie,
-August&#x2019;s vrouw kan heerlijk koken, goed naaien, goed huishouden. Ze eten het meest
-en verteren het minst maar overigens is zij een plant, August een etende steen, ze
-komen juist bij mekaar. Hun kinderen zijn mirakels van domheid; vijf zijn er nu hier.
-Dan <span class="corr" id="xd30e2356" title="Bron: hebt">heb</span> je Akkeveen, een luie, lastige parvenu; toen hij nog onderwijzer was, vond ik hem
-een geschikt mensch, niet kwaad voor Dolly, die goed en vlug is, maar niet zoo graag
-studeerde als Kitty; hij zal haar nog veel kunnen leeren<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> dacht ik en werkte het huwelijk in de hand; nu is zij een arme tobster geworden,
-die dag en nacht met haar kinderen sjouwt, terwijl haar man niets doet dan rooken,
-slapen, brommen en mij tegenwerken. Je ziet, dat ik geen reden heb mij te verhoovaardigen
-over mijn omgeving.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt zooveel andere redenen om dat te doen, Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e2364" title="Bron: Meent">Meen</span> je dat? Tot nu toe geloofde ik, het op een aardige hoogte gebracht te hebben met
-de viool, maar weet je wat die onuitstaanbare aanmatigende vriend van je zei, nadat
-hij me gehoord had. »&#x2019;t Is hoogst merkwaardig een vrouw zoo te hooren spelen.&#x201d; Dus
-als het een man geweest ware, zou het middelmatig zijn. Ik spreek hem niet meer aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet juist daarom<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> maar omdat ik hem niet lijden mag. Ik wil voorzichtig tegenover dien man wezen. Kan
-je hem geen wenk geven om heen te gaan?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niet aan mij dat te doen. Ik heb hier niets te zeggen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat, je hebt hier veel, zeer veel te zeggen. Jij <span class="corr" id="xd30e2375" title="Niet in bron">bent </span>de eenige schoonzuster, die ik onze familie waardig acht.&#x201d;
-</p>
-<p>»O, ik zal u nog meer tegenvallen dan de anderen; ik verdien zulk een eer niet.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb86">[<a href="#pb86">86</a>]</span></p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>Van avond zullen we musiceeren; als die Thoren er maar niet was!&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij zal zich wel laten hooren, hij speelt geniaal piano ofschoon hij &#x2019;t nooit leerde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij doet alles geniaal, schijnt het. De broers noemen zijn schieten op jacht geniaal,
-papa roemt zijn algemeene kennis, zelfs van de cultures en ik vind zijn manier van
-doen geniaal pedant.&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch14" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XIV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">»Je hebt een pracht van een vrouw, Conrad,&#x201d; zei Guillaume. »Ik heb nog nooit een tweede
-gezien, zoo lief, zoo vriendelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat schijnt Cor ook te denken,&#x201d; zeide de gelukkige echtgenoot kortaf, »dadelijk heeft
-ze haar meegenomen naar die hoek-canapé en haar mond staat geen oogenblik stil.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom sta je dat toe, Coen? Als ik je was, liet ik haar geen oogenblik met de prinses
-alleen! Zij heeft haar zondagsch humeur van daag niet, van morgen bij het kerkhouden
-liet zij de juffrouw een preek voorlezen van wel twaalf bladzijden lang, en toen Jantje
-van August en mijn Njo daarbij in slaap vielen, kregen zij voor vandaag huisarrest
-op droge rijst, kassian!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar hoe kun je dat toelaten? vraag ik op mijn beurt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jij zult ook wel toegeven, als je zoover bent. Ik kan dat gezanik niet uitstaan;
-je begrijpt dat Toetie of Kitty wel zorgen zullen dat de kinderen het noodige krijgen.
-Ik kan die eeuwige ruzie niet velen. <span lang="ms">Apaboleh boeat?</span>&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e2397src" href="#xd30e2397">1</a>
-</p>
-<p>»Dat is jelui lijfspreuk, dat heeft August me ook al gezegd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar jij bent pas getrouwd, je vrouw weet nog van niets. Hoe minder zij met Corona
-omgaat, hoe beter.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Kan me niets schelen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je nog de bokkenpruik op? Beken toch dat Cor goed voor je uitgezocht heeft. Leek
-Toetie maar half op haar! Zeg eens, wat is dat een flinke vent die Thoren, <span class="corr" id="xd30e2405" title="Bron: vindt">vind</span> je niet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan er niet over oordeelen, ik heb hem nog niet gesproken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij kan van alles, maar het meeste schik geeft het mij, als ik zie hoe hij Cor aandurft!
-Gisteravond heeft zij na lang bidden eindelijk viool gespeeld; Portias accompagneerde
-haar, zie je, &#x2019;t klonk prachtig, ik kon niet anders zeggen en hij gaf haar toch een
-compliment dat geen compliment was. Ik dacht een oogenblik <span class="pageNum" id="pb87">[<a href="#pb87">87</a>]</span>dat zij de viool stuk zou slaan op zijn hoofd, maar ze hield zich in, en van morgen
-wenschte zij hem nauwelijks goeden morgen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Als ieder zoo bang niet was voor haar, zou zij niet zooveel durven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat zij papa erg opstookt tegen Portias; de arme kerel krijgt toch niet
-meer dan alles vrij en f 50.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij klaagt toch niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel neen, hij zei me gisteren. »&#x2019;t Doet me genoegen; papa en Corona zullen langzamerhand
-overtuigd raken, dat ik mijn Kitty wou hebben alleen omdat ik haar lief had, en niet
-omdat zij de dochter van de rijke Gérans is.&#x201d; Zoo iets moest Akkeveen overkomen, die
-heeft nooit genoeg naar zijn zin. Maar vertel me nu eens wat van je vrouw! Hoe prettig
-voor je dat het zoo uitgevallen is; ze is niet alleen mooi maar goed bovendien. &#x2019;t
-Doet mij pleizier voor jou, je hebt het verdiend aan Kitty.&#x201d;
-</p>
-<p>De goede Guillaume was geen scherp opmerker en het somber zwijgen van zijn broer op
-dien gelukwensch viel hem niet op; er kwamen een paar kleine jongens langs, hij pakte
-er een beet, wierp dien in de hoogte, ving hem met de schouders op en draafde de voorgalerij
-zoo door tot bij de canapé, waar Corona en Hermelijn nog zaten.
-</p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e2421" title="Bron: Hebt">Heb</span> je geen moeite om al die kinderen te onderscheiden?&#x201d; vroeg Hermelijn.
-</p>
-<p>»Ik ken mijn eigen er nauwelijks uit,&#x201d; antwoordde hij lachend. »Laat eens kijken,
-is dat er een van mij, óf is &#x2019;t een broertje of een neefje. Hoe heet je, vent?&#x201d; en
-hij keek naar boven.
-</p>
-<p>»Herman.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dien heb ik niet, dat is een zoon van August, geloof ik! Die kneuter daar is zijn
-oom, een heuveltje in vergelijking van Dora August.&#x201d;
-</p>
-<p>»En de uwe?&#x201d;
-</p>
-<p>»Lientje, daar komt ze aan. &#x2019;t Is No. 3 van de zes, mijn jongste is elf weken; ja,
-de klapperboomen zitten hier vol kleine Gérantjes, men heeft ze maar voor het plukken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Iteko,&#x201d; riep Corona, die opgestaan was en naar de binnengalerij wandelde; zij had
-een lange, slepende grijze peignoir aan met donkerroode opslagen gegarneerd, een bloedkoralen
-kam in de hoog opgestoken haren, bloedkoralen groot als duiveneieren om hals en armen.
-</p>
-<p>»Zeg me toch eens, wat voor wonderlijke naam dat is?&#x201d; zei Hermelijn.
-</p>
-<p>»Iteko, bedoelt u? Wel, dat is Margaretha Jacoba, heb ik eens gehoord. &#x2019;t Is een goed
-mensch die juffrouw! Zij leert de kinderen van alles, en bemoeit zich niet met onze
-zaken, Corona behandelt haar als een meid en als een koningin.&#x201d;
-</p>
-<p>»Iteko,&#x201d; vroeg Corona, toen het bultje voor haar stond, »waar blijft Margot van morgen?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb88">[<a href="#pb88">88</a>]</span></p>
-<p>»Zij is met meneer Philip, meneer Portias en meneer Thoren uit rijden gegaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zonder mijn verlof op Zondag. &#x2019;t Is goed! Zeg haar dat zij vandaag de kamer niet
-verlaat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ook niet voor het eten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen.&#x201d;
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik kwam van den achterkant het viertal het erf oprijden. Margot,
-die zich dol geamuseerd had, omdat »meneer Thoren zoo aardig kon zijn&#x201d; had dicht bij
-huis plotseling gewetenswroegingen gekregen.
-</p>
-<p>»Niet daar boven langs, onder langs, dan komen wij niet van voren aan,&#x201d; bad zij.
-</p>
-<p>»En waarom dan, juffrouw Margot?&#x201d; vroeg Thoren.
-</p>
-<p>»Ze is bang voor Cor,&#x201d; verklapte Philip, »zij heeft haar geen permissie gevraagd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ook niet,&#x201d; zei Portias, »en jij Philip?&#x201d;
-</p>
-<p>»O bij de jongens komt het er niet op aan,&#x201d; sprak het meisje weemoedig. »Maar voor
-de meisjes is zij zeer streng.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> het zal zoo erg niet wezen; zullen wij haar ontevredenheid niet tarten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och neen, neen, doe het niet! Ze is vandaag toch niet goed gehumeurd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet, en waarom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat u haar gisteravond geen mooi compliment heeft gegeven over haar vioolspelen,&#x201d;
-zeide het meisje <span class="corr" id="xd30e2455" title="Bron: schalk">schalksch</span> lachend.
-</p>
-<p>»Foei Margot, foei <span lang="fr">enfant terrible</span>!&#x201d; verweet Portias haar.
-</p>
-<p>»Kom, je zoudt me nog ijdel maken Margot, waarom zou juffrouw Corona vragen naar mijn
-meening; als het nu nog die van Portias was.&#x201d;
-</p>
-<p>»O<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> dat is oudbakken brood, &#x2019;t is een straatdeun,&#x201d; verklaarde deze oprecht.
-</p>
-<p>»Gaan we nu door den klappertuin?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zullen wij de kleine meid haar zin geven, Portias?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben geen kleine meid meer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, een aardige, groote heks.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och ja, laat ons maar links inslaan, Thoren.&#x201d;
-</p>
-<p>Nauwelijks kwam Margot, die er in haar lange zwarte amazone met haar rijhoedje op,
-reeds geheel als een volwassen dame uitzag, de trap der achtergalerij op of Iteko
-kwam haar tegen.
-</p>
-<p>»Foei Margauw,&#x201d; begon zij op haar zoetsappigsten toon, »hoe heeft u dat kunnen doen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Weet Cor&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja en nu mag u den heelen dag niet uw kamer verlaten.&#x201d;
-</p>
-<p>Margot had verscheidene prettige plannetjes voor den Zondag en nu werd daaraan op
-zoo onverwachte wijze een eind gemaakt.
-</p>
-<p>»Cor is een gek!&#x201d; riep zij, en vergetend dat zij gaarne voor een verstandige, groote
-meid werd aangezien, wierp zij haar hoed <span class="pageNum" id="pb89">[<a href="#pb89">89</a>]</span>en zweep op den grond en begon hardop te schreeuwen en te stampvoeten, terwijl zij
-in haar kamer verdween.
-</p>
-<p>»Ze zijn allemaal hetzelfde, die inlandsche kinderen,&#x201d; mompelde juffrouw Iteko, hoed
-en zweep gedwee opnemend.
-</p>
-<p>Juist kwam Thoren ook binnen.
-</p>
-<p>»Hoorde ik Margot daar niet aangaan?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>»Och ja, zij is wat verdrietig mijnheer, zij heeft kamerarrest gekregen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat ze uit rijden is geweest?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik denk het wel mijnheer.&#x201d;
-</p>
-<p>Thoren van Hagen en Portias gingen naar de voorgalerij en maakten hun opwachting bij
-de dames; Corona was statig en koel en verwaardigde ze nauwelijks met een blik; Thoren
-van Hagen sprak haar evenmin aan en onderhield zich met Hermelijn.
-</p>
-<p>Hij zat tegenover haar op een klein tabouret en vroeg hoe het Indische leven haar
-beviel; Conrad stond op eenige stappen afstand en luisterde zonder het te willen doen
-blijken.
-</p>
-<p>»Java is een paradijs,&#x201d; sprak zij bitter, »maar niet ieder kan het waardeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> ik blijf voorloopig hier.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona hief &#x2019;t hoofd op en zelfs Conrad&#x2019;s aandacht scheen opgewekt.
-</p>
-<p>»Hier blijven Iwan?&#x201d; vroeg Hermelijn.
-</p>
-<p>»Ja, ik heb een <span class="corr" id="xd30e2502" title="Bron: verukkelijk">verrukkelijk</span> plekje gevonden, waar het goed is te rusten; daarvoor reis ik de aarde rond om er
-een plaats te vinden, waar ik gaarne zou blijven, tot&#x200a;&#x2026; het mij verveelt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waar is die bevoorrechte plek?&#x201d; vroeg Corona scherp.
-</p>
-<p>»Bij het meer Ngaroe, in het huis van Bremmers,&#x201d; haastte Philip zich te zeggen.
-</p>
-<p>»Kinderen moeten wachten tot hun iets gevraagd wordt: Hou je stil,&#x201d; beval Corona.
-</p>
-<p>»De jongeheer heeft het beter gezegd dan ik het zou kunnen. Dat namen onthouden is
-mijn kracht niet; ja, &#x2019;t is een heerlijk romantisch punt, ik zal &#x2019;t huis huren en
-laten inrichten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie weet voor hoe korten tijd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Men moet het oogenblik vasthouden, &#x2019;t gaat zoo snel voorbij. Ik vind dien inval kostelijk
-en zou hem niet willen verliezen; morgen ga ik naar de hoofdplaats en vandaar naar
-Samarang om meubels en een piano te koopen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij is niet wijs,&#x201d; mompelde Corona binnensmonds en zocht toen haar vader op, die
-rustig in den anderen hoek der galerij zijn courant las.
-</p>
-<p>»Papa,&#x201d; sprak zij, »is het huis van Bremmers nog niet verhuurd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen kind, wie zou het willen huren?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoor, de mijnheer, die u uit Samarang mee heeft gebracht. Staat u dat toe?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb90">[<a href="#pb90">90</a>]</span></p>
-<p>»Verhuren zal ik &#x2019;t hem niet, maar hij kan het bewonen als hij het verlangt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Doe me pleizier en weiger &#x2019;t hem.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom? Thoren van Hagen is een ontwikkeld, aangenaam mensch, een goede omgang
-voor je broers.&#x201d;
-</p>
-<p>»Doe &#x2019;t niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Corona, geef een reden op!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij beet zich op de lippen; iets boosaardigs glimde in haar oogen, maar dadelijk sloeg
-zij ze neer en antwoordde niets anders dan:
-</p>
-<p>»U moet het zelf weten, als er ongelukken van komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom, kind, wees verstandig! Wat voor kwaad zou het geven?&#x201d;
-</p>
-<p>Hij zette zijn lectuur voort, en zij verwijderde zich.
-</p>
-<p>Intusschen gaf Thoren met vuur een beschrijving van het plekje dat hem geboeid had.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Lijkt een tooversprookje zoo romantisch, zoo wild; verbeeld u, Hermelijn, een
-meer groen als een smaragd, omsloten door hooge rotsen aan eene zijde, waaruit slingers
-van woekerplanten met groote, pluimachtige bloemen bevallig neerhangen en dikke boomen
-zich door de spleten wringen om dan hun takken droomerig in het water te laten slepen;
-eilandjes, die groote bonte bouquetten lijken, verstrooid over het water, aan de andere
-zijde hooge waringins en alang-alang, die het in gele planken opgetrokken paviljoen,
-bijna geheel verschuilen. Uw villa is mooi, maar de mijne wint het toch!&#x201d;
-</p>
-<p>»Altijd even grillig, Iwan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och ja, met grilligheid bevind ik mij het beste; ik hou niet van lang vastgestelde
-plannen, van uitgewerkte levensprogramma&#x2019;s<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> van wissels op de toekomst. Elke dag brengt zijn eigen lief en leed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelukkig, die zich de weelde veroorloven kan er grillen op na te houden,&#x201d; zei Hermelijn
-glimlachend.
-</p>
-<p>Juist werden zij voor de lunch geroepen, Thoren naderde Hermelijn van nabij en vroeg
-fluisterend:
-</p>
-<p>»Meen je werkelijk dat ik gelukkig ben?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel neen, zeker niet, men mag immers niet gelukkig zijn op aarde.&#x201d;
-</p>
-<p>»O Hermelijntje, wat heb je vorderingen gemaakt in levenswijsheid<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; dacht Iwan, maar sprak het niet uit.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was een gezellige rijsttafel, niettegenstaande twee derden het stilzwijgen niet
-verbraken; Corona was plotseling levendig en spraakzaam geworden zelfs tegen Thoren,
-die het geheele gezelschap iets mededeelde van het vuur, dat uit zijn gesprekken en
-blikken ontsprong.
-</p>
-<p>»Mag ik u een gunst verzoeken?&#x201d; vroeg hij over de tafel heen aan Corona bij het dessert.
-<span class="pageNum" id="pb91">[<a href="#pb91">91</a>]</span></p>
-<p>»Als ik die mag weigeren?&#x201d;
-</p>
-<p>»Een slecht begin, maar ik roep mijnheer uw vader op mijn hand. Is het niet wreed,
-dat bij het eerste familiemaal waarbij een nieuwe schoonzuster aanzit, een der zusjes
-afwezig moet blijven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie is dat?&#x201d; vroeg de oude heer de Géran rondziende.
-</p>
-<p>»Juffrouw Margot.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat ondeugende kind; maar ik wil vandaag genade voor recht laten gaan, nu zal zij
-wel in ontoonbaren toestand zijn en niet eens verlangen hier in &#x2019;t openbaar te verschijnen,
-maar van middag mag ze zich kleeden Iteko, en aan het diner komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Op de barmhartigheid der Koningin,&#x201d; riep Thoren van Hagen zijn glas opheffend, »voor
-haar, die genade voor recht laat gaan!&#x201d;
-</p>
-<p>En toen allen van tafel opstonden na het maal, zeide hij zacht tot Corona:
-</p>
-<p>»Ik blijf u dankbaar voor die gunst, de eerste, die ik u heb gevraagd. Moge dat een
-goed voorteeken blijken!&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarvan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Van uw goedgunstigheid voor het vervolg!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij zag haar aan met zulk een blik, dat Corona plotseling alles om haar heen zag wentelen;
-zij kreeg een gevoel zooals zij nimmer nog had ondervonden, haar oogen flikkerden,
-haar hand beefde, en zonder een woord te spreken, verliet zij hem.
-</p>
-<p>»Iteko!&#x201d; vroeg zij in haar kamer gekomen, »wat zeg je van Thoren&#x2019;s plan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel juffrouw, wat zou ik er van zeggen. Hij is vrij zich te vestigen, waar hij wil.
-En &#x2019;t is hier heel mooi.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zou willen weten wat hem drijft hier te blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb mijn vermoedens.&#x201d;
-</p>
-<p>Tot Iteko&#x2019;s groote verwondering deed Corona geen verdere vragen meer.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e2397">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2397src">1</a></span> Wat kan men er aan doen?&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2397src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch15" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">»Zullen wij wat samen gaan praten, Hermine?&#x201d; vroeg Kitty aan hare schoonzuster, terwijl
-Conrad, Guillaume en Philip zich naar de bijgebouwen begaven, vermoedelijk naar de
-stallen.
-</p>
-<p>In het groote huis was het wel de gewoonte dat ieder na de rijsttafel zijn weg ging,
-maar aan slapen deed het jongere geslacht, op enkele uitzonderingen na, niet veel.
-</p>
-<p>Corona ging lezen of werken aan het handwerk, dat zij met vuur steeds begon om het
-later door Iteko te doen voltooien; Kitty en Portias trokken zich in hun paviljoen
-terug, de kinderen, <span class="pageNum" id="pb92">[<a href="#pb92">92</a>]</span>waaronder zelfs Margot en Philip, kregen les in de ruime, geheel naar de eischen ingerichte
-schoolkamer, of mochten er zondags onder Iteko&#x2019;s waakzaam oog, den tijd korten met
-allerlei spellen; de heeren wierpen zich echter bijna altijd in de armen van Morpheus
-als zij tenminste geen bepaalde werkzaamheden te vervullen of tochten door de koffietuinen
-te maken hadden.
-</p>
-<p>Hermelijn volgde haar zuster naar het paviljoen, waarvan de kleine buitengalerij geheel
-met bloemen gevuld was. Achter het bevallige gordijn van groen klimop met de witte
-en blauwe klokjes stond een alleraardigste kleine divan met een tafeltje er voor.
-</p>
-<p>»Daar ontbijten we, als Corona het toestaat,&#x201d; zeide Kitty met schitterende oogen.
-</p>
-<p>»Altijd en overal Corona,&#x201d; sprak Hermelijn geërgerd.
-</p>
-<p>Kitty dwong haar met zacht geweld neer te zitten en toen den arm om haar hals slaande,
-vroeg zij deelnemend:
-</p>
-<p>»Zeg me de waarheid Hermine, ben je ongelukkig?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn zag haar met groote starende oogen aan en vroeg terug:
-</p>
-<p>»Zie ik er dan zoo ongelukkig uit?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik niet. Dat kan ik niet beoordeelen, maar toen je uit den wagen stapte,
-toen waren je oogen heel anders. Is Conrad niet goed voor je?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeer goed!&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, dat zou je niet zoo zeggen. Toen ik pas getrouwd was, o toen had ik een gevoel
-of alles mij onverschillig werd, alles behalve José, of er niemand op de wereld was
-dan hij. Nu is &#x2019;t ook nog wel zoo, maar natuurlijk men raakt er meer aan gewoon.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn zuchtte.
-</p>
-<p>»Dat weet ik ook! Ik heb &#x2019;t zelfde gehad toen ik pas getrouwd was, in Holland namelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom heeft Conrad je dan getrouwd, als hij niet van je hield, als hij niet lief
-voor je wilde zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>Verwonderd zag Hermelijn Kitty aan; zij wist van niets, zwijgend had Conrad het offer
-gebracht, waarvan zij de bittere gevolgen droeg.
-</p>
-<p>»Vertel mij alles Kitty,&#x201d; verzocht zij, »&#x2019;t is beter dat ik alles weet, &#x2019;t zal gemakkelijker
-gaan mijn rol te spelen als één weet dat het een rol is. Ja, Conrad en ik leven als
-geslagen vijanden, we spreken elkaar niet aan, hij heeft me gezegd dat hij me haat
-evenals Corona. Dat was zijn declaratie,&#x201d; ging zij bitter voort. »De brieven die hij
-me schreef waren valsch; zeg, werd er een meisje ooit meer bedrogen dan ik?&#x201d;
-</p>
-<p>»O, die Corona,&#x201d; zuchtte Kitty.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is schandelijk maar wat moet ik doen? Ik kan toch niet weigeren bij Conrad te
-blijven en de spot worden van geheel Indië, waar de familie de Géran algemeen bekend
-is? Een ding blijft me over: geduldig wachten, en dat is het juist wat mij zoo zwaar
-<span class="pageNum" id="pb93">[<a href="#pb93">93</a>]</span>valt. Nu denkt Corona, nu ik tevredenheid huichel, dat haar list gelukt is, dat hij
-toe heeft gegeven, dat ik reden heb haar te bedanken voor mijn schitterende positie;
-zij vermoedt niet, hoe rampzalig ik ben.&#x201d;
-</p>
-<p>Kitty begon te schreien.
-</p>
-<p>»Ach, ik weet het lieve zuster, &#x2019;t is zoo akelig, ongelukkig te zijn, ik weet het
-bij ondervinding; ik zal je later vertellen, hoe slecht wij geweest zijn, maar we
-hielden zooveel van elkaar en er was geen hoop om anders haar toestemming te krijgen.
-Ik wilde dat zij zelf iemand lief kreeg, dan zou ze eens ondervinden hoe ongelukkig
-zij anderen maken kan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wensch haar niets toe; dat zij niet verder in mijn leven taste, &#x2019;t heeft reeds
-ongeluk genoeg veroorzaakt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar is er nu niets aan te doen Hermine, niets? Wil Conrad dan niet inzien, hoe lief
-je bent? Ik zou &#x2019;t hem willen zeggen, maar hij wordt dadelijk zoo driftig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeg hem niets Kitty; laten wij het samen uitmaken, mijn trots beveelt me tegenover
-allen behalve jou de gelukkige vrouw te blijven, maar aan den anderen kant moet ik
-Corona toch doen voelen, hoe haar plannen slechts strekten tot mijn ongeluk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat verdient zij ook! Durf je het zeggen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Het durven?&#x201d; en Hermelijn&#x2019;s lippen krulden zich trotsch, »het durven, meen je, dat
-ik haar vrees, die vrouw zonder hart?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat moet je niet zeggen Hermine, daarvoor ken je haar niet genoeg. Cor heeft wel
-degelijk een hart en een goed hart ook.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn dacht aan Corona&#x2019;s uitval op dien morgen tegen goede harten, maar Kitty
-vervolgde:
-</p>
-<p>»Zooals zij voor me geweest is, zooals zij dag en nacht op mij gepast heeft toen ik
-klein en ziekelijk was, hoe lief zij mij altijd aankleedde en niets voor mij te mooi
-of te duur vond, dat kan ik niet vergeten. Nooit kreeg ik van haar een kwaad woord,
-alle avonden kwam ze mijn klamboes<a class="noteRef" id="xd30e2606src" href="#xd30e2606">1</a> sluiten na mij een nachtkus te hebben gegeven. Ach, ze was zoo goed, zoo lief! Je
-lacht er om Hermine! Je kunt het je niet begrijpen, maar &#x2019;t is toch zoo! Al is zij
-soms scherp en onbillijk, zij meent het zoo goed.&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t Eerste goede wat ik van haar hoor! Wat is ze dan veranderd!&#x201d;
-</p>
-<p>»Alleen tegen mij, en ik heb &#x2019;t verdiend. Waarom moest ik ook juist Portias lief krijgen,
-dien zij niet lijden mocht, of neen, dat deed ze vroeger niet. Zij had heel iets anders
-voor mij gedroomd, die goede Corona maar ik, domoor, moest een armen muziekmeester
-hebben, kost wat kost! Als zij van iemand houdt dan heeft ze alles voor hem over.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan schijnt ze al heel weinig van Conrad te houden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij meende het goed, zeg ik je, en waarlijk wat kon die nare <span class="pageNum" id="pb94">[<a href="#pb94">94</a>]</span>jongen meer verlangen dan zoo&#x2019;n allerliefst vrouwtje? Hij is met blindheid geslagen,
-maar voor alle broers en zusters is zij goed, zelfs voor Akkeveen, dien zij niet kan
-uitstaan en, zooals zij de moeder van de kleintjes verzorgd heeft in haar laatste
-ziekte, ofschoon zij volstrekt niet met haar overweg kon, dat is boven alle beschrijving.
-Neen Hermine, ik begrijp &#x2019;t wel, je hebt heel veel grieven tegen Corona, maar haar
-heelemaal veroordeelen mag je niet, zoolang je haar niet beter kent.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ben je de eenige niet, Kitty, die zoo goed van haar denkt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, ze zijn allemaal bang voor haar<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> dat is zoo, maar ze weten ook dat als ze werkelijk iets noodig hebben, zij altijd
-van goeden wille is hen te helpen. De helft van August&#x2019;s kinderen heeft zij voor haar
-rekening genomen; als er een Javaan ziek is dan gaat zij hem bezoeken, voor de kraamvrouwen
-laat zij versterkend voedsel koken, we lachen er haar om uit, want die zijn dikwijls
-zoo raar, ze lusten het niet of doen er sambel in; ze doet zich slechter voor dan
-ze is. Wij zijn niet allemaal lieve menschen, Hermine, er zijn akelige jongens bij
-en vervelende meisjes, maar dat verzeker ik je, wij hebben gevoel en dat kan niet
-van ieder gezegd worden. Daar heb je nu bijvoorbeeld Akkeveen, die man is zoo droog
-als een hout, hij kan Dolly zien sjouwen en hoort haar kinderen huilen zonder zich
-te verroeren, dat zou geen van ons kunnen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zelfs Conrad niet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad is misschien de beste van ons allen. Wanneer je mekaar leerdet kennen, Hermine,
-zou je stellig gelukkig worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wanhoop aan geluk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom, dat heb ik ook gedaan en nu ben ik zoo dol gelukkig; wil je ons huisje zien,
-wij hebben niet veel want Corona wou niets voor mij doen, maar Portias heeft er zoo&#x2019;n
-pleizier in alles netjes te arrangeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn volgde haar naar de kamer, die op de binnengalerij uitkwam; een zwarte piano,
-zwarte meubels met rotting zittingen, een gewone mat vormden wel een groot contrast,
-met de weelderige inrichting van het hoofdgebouw, maar toch bracht het geheel den
-aangenaamsten indruk voort, zoo smaakvol was alles geschikt.
-</p>
-<p>Fraaie gravuren uit het leven der beroemde componisten, de laatste droom van Weber,
-de storm van Händel, Glück bij Marie Antoinette en Mozart&#x2019;s sterfbed, versierden de
-muren, afgewisseld door busten van Beethoven en andere componisten; op een lessenaar,
-waarover muziekpapier uitgespreid lag, stond een metronome, een vioolkast, en een
-ruiker bloemen; overal zag men bloemen in sierlijke hangmandjes, in vazen en potten.
-</p>
-<p>»Hoe <span class="corr" id="xd30e2632" title="Bron: vindt">vind</span> je ons nestje?&#x201d; vroeg Kitty met stralende oogen.
-</p>
-<p>»Ik kan me begrijpen, hoe gelukkig je hier bent,&#x201d; antwoordde Hermelijn weemoedig.
-<span class="pageNum" id="pb95">[<a href="#pb95">95</a>]</span></p>
-<p>»Om negen uur gaan wij gewoonlijk naar de kamer<span class="corr" id="xd30e2641" title="Bron: .">,</span> maar dan blijven we nog lang op, José speelt zoo mooi of componeert, en ik houd hem
-gezelschap, dat zijn de prettigste uren van den dag. De menschen vinden het eentonig
-dat wij hier zoo in de wildernis wonen maar je weet niet hoe heerlijk, hoe rustig
-wij met ons tweeën leven, zonder vrees van gestoord te worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, het kan heerlijk zijn,&#x201d; zuchtte de arme Hermelijn.
-</p>
-<p>»Als Conrad dat wilde inzien maar hij is altijd erg koppig geweest, en hij wantrouwt
-je, omdat je een nicht van Corona bent, maar ik ben er zeker van dat je altijd, zoo
-&#x2019;t noodig is, je man gelijk zult geven zelfs tegenover haar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik dank je, Kitty, je hebt mij het best beoordeeld. We zullen vriendinnen worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar laat Cor het niet merken dat wij &#x2019;t eens zijn, &#x2019;t zou voor ons beiden niet goed
-wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>Dien avond werd er muziek gemaakt; voor &#x2019;t eerst weerklonk Hermelijn&#x2019;s lieve stem
-in de tropische lucht, die Ngaroengan omringde; zelfs haar schoonvader luisterde en
-Guillaume was in de wolken en fluisterde Conrad telkens toe:
-</p>
-<p>»Gelukkige kerel, wees niet ondankbaar! Wat een verschil met mijn Toetie!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona was verrukt, zij zag er recht blijde uit en eens zelfs vergat zij zichzelf
-zoozeer, dat zij Conrad zacht vroeg:
-</p>
-<p>»Ben je mij nu niet dankbaar, dat ik je zoo&#x2019;n vrouw heb bezorgd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik had er je niet om gevraagd,&#x201d; was het norsche antwoord.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen deed ook zijn spel hooren, waaronder Conrad zich verwijderde: eerst
-was het Corona&#x2019;s plan niet te spelen, maar na een vraag, over de wijnmerken die zij
-voor te dienen had fluisterde Iteko haar toe:
-</p>
-<p>»Als ik u een raad geven mag juffrouw de Géran, laat u niet bidden en speel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat hij anders denken zou dat u het liet om hem.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat een verbeelding!&#x201d;
-</p>
-<p>Toch volgde Corona den raad op en speelde waarlijk uitstekend. Zij oogstte niet veel
-bijval in, maar was tevreden, want Hermelijn zeide haar eenvoudig:
-</p>
-<p>»U speelt zeer goed!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zulk een compliment stel ik op prijs,&#x201d; verklaarde zij met een zijdelingschen blik
-op Thoren van Hagen.
-</p>
-<p>»Hermelijn spreekt mijn meening uit,&#x201d; zeide deze<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »en gister avond heb ik &#x2019;t zelfde reeds gezegd.&#x201d;
-</p>
-<p>Toen Conrad met zijn vrouw huiswaarts reed, zeide hij plotseling na lang stilzwijgen:
-</p>
-<p>»Is dat de mode in Holland, dat de heeren jonggetrouwde <span class="pageNum" id="pb96">[<a href="#pb96">96</a>]</span>vrouwen bij den naam noemen al zijn ze geen familie van hen en omgekeerd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie deed &#x2019;t dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Die kwast en u.&#x201d;
-</p>
-<p>»Bedoel je Thoren van Hagen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja.&#x201d;
-</p>
-<p>Een scherp antwoord zweefde om Hermelijn&#x2019;s lippen. »Welk recht hebt ge mij dat te
-verbieden tegenover den vriend mijner jeugd, die mij meer achting en eerbied betoont,
-dan gij, mijn man?&#x201d; Maar zij weerhield zich en zeide met groote krachtsinspanning
-zoo zacht en vriendelijk mogelijk:
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is goed Conrad. Ik wist niet dat het je onaangenaam was, maar &#x2019;t zal voortaan
-niet meer gebeuren.&#x201d;
-</p>
-<p>In de eenzaamheid overwoog zij nogmaals zijn uitval en dacht:
-</p>
-<p>»Zou &#x2019;t waar zijn, wat sommigen beweren, dat daar, waar jaloezie zich vertoont, de
-liefde niet ver af is?&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e2606">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2606src">1</a></span> Gordijnen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2606src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch16" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XVI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Den volgenden dag vertrok Thoren van Hagen naar de hoofdplaats en van daar naar Samarang;
-hij bleef acht dagen weg en kwam terug eenige uren nadat een groote vrachtwagen, door
-karbouwen bespannen, hoog met meubels opgeladen voor het kleine huis bij het Ngaroemeer
-kwam stilhouden.
-</p>
-<p>Natuurlijk was de geheele kolonie de Géran vervuld van de bijzonderheid, dat een Hollander,
-zoo pas uit Europa aangekomen, zich op hun grondgebied kwam vestigen en zich inrichtte
-of hij er voor goed wilde blijven.
-</p>
-<p>»Maar, beste Thoren,&#x201d; vroeg de oude heer de Géran, »<span class="corr" id="xd30e2686" title="Bron: Ben">ben</span> je voornemens hier je leven te eindigen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Te eindigen mijnheer, dat staat niet in mijn macht want ik ben tegen zelfmoord.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn alleen kon vermoeden, welke treurige beteekenis die woorden in zijn mond
-hadden.
-</p>
-<p>»Maar of ik het hier zal doorbrengen is nog de groote vraag. Misschien blijf ik hier
-jaren, misschien een maand.&#x201d;
-</p>
-<p>De jonge Gérans en Portias koesterden de grootste belangstelling in Thoren&#x2019;s doen
-en laten, hij had hun harten geheel gewonnen.
-</p>
-<p>»Die meubels zijn heel solide,&#x201d; verzekerde Guillaume, die van alles verstand scheen
-te hebben.
-</p>
-<p>»Maar niet mooi. &#x2019;t Is ongelukkig hoe weinig men in Indië <span class="pageNum" id="pb97">[<a href="#pb97">97</a>]</span>nog aan vormen doet,&#x201d; zeide Portias, die om de ingepakte piano drentelde als een mug
-om de kaars.
-</p>
-<p>»Ik heb genomen, wat er was,&#x201d; sprak Thoren van Hagen, »ik wil niet zeggen dat ze mij
-erg aanstaan, maar voor de binnengalerij heb ik de modellen geteekend, dan kunnen
-ze die in djatihout uitvoeren, dat eikenhout het meest nabij komt. Jonge juffertjes
-meubelen moet ik hier niet hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben benieuwd hoe je piano is, Thoren!&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet kwaad, Portias, een mollige toon, ik had liever een vleugel gehad, maar die
-was er niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hadt op een vendutie moeten wachten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die misschien juist plaats heeft als ik er weer aan denk op te breken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, dat doe je zoo gauw niet, &#x2019;t zal je hier stellig veel te goed bevallen.&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t Is me wat lekkers,&#x201d; bromde Akkeveen, die ook een kijkje kwam nemen, ofschoon hij
-al een paar maal had gevraagd of die vreemde snoeshaan iets achter zijn voorhoofd
-mankeerde. Een verstandig mensch ging zich niet begraven in zoo&#x2019;n wilde boel als die
-ellendige negorij.
-</p>
-<p>»Wacht tot het regenmousson is, vriend! Dat alle goten stroomen, dat je dak lekt,
-de meubels bederven, dat het meer niets is dan borrelend water dagen lang, dat je
-niet rijden, niet loopen, niet wandelen kunt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meent u dat ik mij binnenshuis niet zal kunnen amuseeren?&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar je kon voor hetzelfde geld je in Amsterdam, Brussel of Parijs installeeren,
-een leven leiden als een prins, eten in de eerste restaurants, uitgaan met wie je
-wilt, gij, die zakken vol geld en geen blokken aan je beenen hebt. Een ander moest
-in je plaats zijn!&#x201d;
-</p>
-<p>»Elk zijn smaak, Akkeveen; een volgend jaar eens weer wat anders.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, niemand maakt me wijs dat hij er geen bedoelingen mee heeft,&#x201d; bromde Akkeveen,
-»hij zal toch geen idées hebben op de groote Cor?&#x201d;
-</p>
-<p>Thoren van Hagen was zelf druk in de weer met de kisten openslaan, de meubels ontpakken,
-de schilderijen ophangen en hij had er bijzonder slag van ook de jonge Gérans aan
-het werk te zetten, daar hij de voorzichtigheid van den mandoer<a class="noteRef" id="xd30e2716src" href="#xd30e2716">1</a>, die van Samarang meegekomen was, slecht vertrouwde. Allen stonden verbaasd over
-de wijze, waarmede hij zich met het maleisch wist te redden, na zulk een kort verblijf
-in Indië.
-</p>
-<p>Hij was in een lichtblauwe kiel gekleed, en als hij naar buiten ging met zijn grooten
-stroohoed op, zag hij er meer uit als een Amerikaansche planter dan als een zoo pas
-uit Europa aangekomen oud-officier.
-<span class="pageNum" id="pb98">[<a href="#pb98">98</a>]</span></p>
-<p>Alle Gérans kwamen hem achtereenvolgens bezoeken, zelfs August. Zij moesten altijd
-een paar maal in de week op het groote huis verslag geven van hun werk en kwamen dan
-van hun respectieve woningen naar »beneden;&#x201d; nu was er een reden te meer om een extra-verschijning
-te maken en den nieuwen gast in zijn doen en laten te bespieden.
-</p>
-<p>»Wel mijnheer August,&#x201d; sprak Thoren, »hoe bevalt u de inboedel?&#x201d;
-</p>
-<p>»Jammer, de witte mieren zullen opeten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Witte mieren, zijn die dan hier.&#x201d;
-</p>
-<p>»Overal witte mieren, vooral onder tapijten.&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>Nu, we zullen er wel raad op weten. De buitengalerij ga ik eens behangen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Tjitjak<a class="noteRef" id="xd30e2732src" href="#xd30e2732">2</a> maken toch de behangsel kapot.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ik kan die ellendige witte muren niet zien. Als ik ze eens beschilderde, Portias.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan zal ik u helpen,&#x201d; riep Philip, die een kist met glaswerk uitpakte, »ik heb heel
-veel verf.&#x201d;
-</p>
-<p>»De vocht bederft toch de verf.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom, mijnheer August, wees niet zoo zwaartillend.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is hij altijd,&#x201d; zeide Portias, »hij ziet niets dan de schaduwzijde van de dingen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vindt u dat geen mooi gezicht op het meer?&#x201d;
-</p>
-<p>»Kan wel, maar ongezond, alle menschen gaan dood hier.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hebben hier al zooveel gewoond?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent de derde, Thoren; toevallig zijn er twee gestorven, maar die kwamen er ziek
-aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»En over Bremmers&#x2019; dood hangt een sluier.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik woon vroeger ook hier maar Poppie wil niet langer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat het ongezond was?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, zij ziet gendroewo<a class="noteRef" id="xd30e2750src" href="#xd30e2750">3</a>, en toen ze moet bevallen, is zij bang, dat die steelt het kind.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nou, daar was niet veel aan verloren, één van de tien,&#x201d; merkte Akkeveen boosaardig
-aan.
-</p>
-<p>»Wij verliezen toch niet graag één!&#x201d; zei August met een overtuiging, die aan het banale
-woord zekere kracht gaf.
-</p>
-<p>»En vooral niet per gendroewo, dat spreekt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, als die gendroewo voor niets anders te vreezen is, dan kan ze hier gerust komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»U moet niet zoo praten, als zij hoort of de kalang!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie is dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»De roode hond, een allerdwaast bijgeloof.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet dwaas; als u ziet die roode hond, u wordt ongelukkig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom, mijnheer August, je bent toch wijzer.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb99">[<a href="#pb99">99</a>]</span></p>
-<p>»Ik zeg maar, wat de menschen vertellen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als iemand den rooden hond ziet, wordt hij ongelukkig in zijn liefde,&#x201d; vertelde Guillaume,
-»maar de Gérans zijn allen zoo gelukkig in hun keuzen, daar zij die zelf niet doen,
-dat de roode hond hun nooit verschijnt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad ziet hem, toen hij nog jong is!&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad? Nu, dan is die roode hond het grootste leugenbeest ter wereld, want hij heeft
-de mooiste vrouw gekregen, die op God&#x2019;s aardbodem leeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Apa boleh boeat! Mooi, is niet alles.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel neen, Poppie kan nog meer dan mooi zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Poppie is een goede vrouw, maar je weet August:
-</p>
-<div lang="ms" class="lgouter">
-<p class="line"><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>Darie mana datang linta?
-</p>
-<p class="line">Darie kali toeron di sawak,
-</p>
-<p class="line">Darie mana dateng tjinta?
-</p>
-<p class="line">Darie mata toeron di atti.&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e2781src" href="#xd30e2781">4</a></p>
-</div>
-<p class="first">»En zoo zal het met Conrad gaan, al heeft hij ook honderdmaal den rooden hond gezien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal het er maar op wagen; woont de kalang hier in de buurt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij woont overal en nergens, hij sluipt door de bosschen en schuilt in de alang-alang,
-hij verschrikt de tijgers en doet de vogels wegvliegen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoe ziet hij er zoowat uit?&#x201d;
-</p>
-<p>»Donkerrood met oogen van vuur.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, dan zal ik hem wel kennen als ik &#x2019;t dier tegenkom!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wees maar blij als je dat monster ziet en hoop dan dat die voorspelling uitkomt,
-want liefde brengt niets dan last en dwang.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe kan je dat weten, Ak?&#x201d; vroeg Portias leuk. »Die legende van den rooden hond is
-niet onaardig, ik heb <span class="corr" id="xd30e2802" title="Bron: bepoefd">beproefd</span> er een kleine opera van te maken. De Indische opera, ziedaar een veld, dat nog geheel
-braak ligt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat jij wilt ontginnen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Trachten tenminste. Mijn vermogens zijn zwak, ik weet het, maar mijn wil is goed
-en als de bezieling maar eens komt!&#x201d;
-</p>
-<p>»O zie, wat een beeldige bloemenvaas!&#x201d; riep Philip bewonderend, een Boheemsch kristallen
-horen opheffend, die op zilveren voetstuk stond.
-</p>
-<p>»Goed voor dames,&#x201d; zei August.
-</p>
-<p>»Wel, wie weet voor welke schoone dame Thoren het bestemt!&#x201d; riep Guillaume.
-<span class="pageNum" id="pb100">[<a href="#pb100">100</a>]</span></p>
-<p>»&#x2019;t Is het eenige artistieke ding, dat ik in de toko&#x2019;s kon vinden; de gravures zijn
-afgezaagde platen of opera-decoraties, die aan den Bijbel ontleend heeten of muziek
-of schilder- of dichtergroepen even geaffecteerd van opzet als ordinair van opvatting.
-Nergens iets nieuws of oorspronkelijks.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ga naar huis, het zal regenen. Bonjour gezelschap! &#x2019;t Is een genot eens ergens
-te kunnen komen, waar wij zeker zijn Corona niet aan te treffen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat niet is kan komen!&#x201d; mompelde Guillaume, maar Thoren van Hagen, die anders een
-bewonderenswaardig gehoor had, scheen het niet te hooren.
-</p>
-<p>»Denk je dat het regenen gaat, Gus?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, mooi weer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Altijd in de contramine; wil je hem iets laten goedkeuren, Thoren, begin er dan kwaad
-van te spreken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat is uw Jansje een mooi kind, meneer August.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, maar leelijke ooren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat uw vrouw een flinke huishoudster is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel, maar zij kan geen kokkie houden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij kookt zelf zeker uitstekend.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Hollandsch eten kan zij niet klaarmaken.&#x201d;
-</p>
-<p>»U woont daar akelig in dat uithoekje.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar &#x2019;t huis heel prettig en groot.&#x201d;
-</p>
-<p>»Uw kinderen leeren zeker goed bij juffrouw Iteko.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof wel, maar zij kijkt niet naar de karakters.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je van mijn leven, wie er al niet naar karakters kijkt. Wat voor soort karakter
-heb jij, August!&#x201d;
-</p>
-<p>»Raakt je niet, beter dan van jou, Akkeveen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat geloof ik ook,&#x201d; zeide Portias <span class="corr" id="xd30e2834" title="Bron: binnensmond&#x2019;s">binnensmonds</span> en hardop: »Ga je naar huis, Gus?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, ik ga naar Djantong, en vraag zuster Hermine of ze bij ons komt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad is de eenige, die mij met geen bezoek vereert&#x200a;&#x2026; van het mannelijke personeel
-althans,&#x201d; zei Thoren.
-</p>
-<p>Weinige oogenblikken later kwam de reeds door Thoren gehuurde jongen binnen, met eenige
-ketoepats en satehs<a class="noteRef" id="xd30e2841src" href="#xd30e2841">5</a> in pisangbladeren gewikkeld.
-</p>
-<p>»Mijn diné, heeren! excuseert!&#x201d; zeide de huisheer lachend, en zette alles op een kist,
-die hij voorloopig als tafel gebruikte, »de naaste warong<a class="noteRef" id="xd30e2846src" href="#xd30e2846">6</a> is mijn Krasnapolsky.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik begrijp niet, dat u niet bij ons aan huis komt eten. Heeft Cor u niet <span class="corr" id="xd30e2851" title="Bron: geinviteerd">geïnviteerd</span>?&#x201d; vroeg Guillaume.
-</p>
-<p>»Je vader deed het, maar ik prefereer mijn eigen keuken in al deze drukte, dat wint
-het heen en weer loopen uit.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb101">[<a href="#pb101">101</a>]</span></p>
-<p>»Nu, &#x2019;t wordt tijd naar huis te gaan, &#x2019;t is bij twaalven. Onze Cor kan niet tegen
-wachten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waartegen kan zij dan wel?&#x201d;
-</p>
-<p>»Vindt u uw oudste zuster geen prachtige vrouw?&#x201d; vroeg Thoren van Hagen, zijn ketoepat
-opensnijdend, aan August.
-</p>
-<p>»Ja wel, maar haar humeur is niet prettig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jij slaat den spijker op den kop, brave August! Nu, het beste succès met je huishoudelijke
-zorgen, Thoren!&#x201d;
-</p>
-<p>Weinige minuten later waren zij allen heengegaan, en zette Thoren van Hagen zijn arbeid
-alleen voort.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e2716">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2716src">1</a></span> Opzichter.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2716src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e2732">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2732src">2</a></span> Hagedissen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2732src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e2750">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2750src">3</a></span> Spoken.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2750src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e2781" lang="nl">
-<p class="footnote" lang="nl"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2781src">4</a></span> </p>
-<div class="q">
-<div class="nestedtext">
-<div class="nestedbody">
-<div class="lgouter footnote">
-<p class="line"><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>Van waar komt de bloedzuiger?
-</p>
-<p class="line">Hij daalt van het water in het rijstveld,
-</p>
-<p class="line">Van waar komt de liefde?
-</p>
-<p class="line">Van de oogen daalt zij in het hart.&#x201d;</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<div id="xd30e2841">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2841src">5</a></span> Rijstkoeken en aan stokjes geregen gebraden vleesch.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2841src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e2846">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2846src">6</a></span> Gaarkeuken.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2846src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch17" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XVII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Aan tafel, waarbij van daag nog al veel familieleden aanzaten, was het gesprek drukker
-dan gewoonlijk.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen&#x2019;s heldenfeiten waren er natuurlijk het onderwerp van; Corona luisterde
-met een minachtenden, trotschen blik.
-</p>
-<p>»Ik begrijp niet wat zijn plan is,&#x201d; zeide zij.
-</p>
-<p>»Hij is verliefd!&#x201d; antwoordde Guillaume.
-</p>
-<p>»Op wie?&#x201d; vroeg Kitty.
-</p>
-<p>»Op Iteko,&#x201d; grinnikte Akkeveen.
-</p>
-<p>»Akkeveen, ik duld geen booze aardigheden,&#x201d; riep Corona met vlammende oogen, »dat
-is laf; zoo&#x2019;n hoog idee heb ik wel niet van je mannelijkheid, maar dat is toch ieder
-mensch onwaardig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom kan Thoren niet op Iteko verlieven; Venus is wel met Vulcaan getrouwd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar zij was nooit verliefd op hem,&#x201d; merkte Guillaume op.
-</p>
-<p>»Verliefd wordt hier ook niemand op zijn aanstaande, daar staat zware straf op.&#x201d;
-</p>
-<p>»Akkeveen, je bent onverdragelijker dan ooit, van middag! Ik begrijp niet, wat je
-hier van daag doet; &#x2019;t is de betaaldag niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Corona, maak je zoo boos niet, kind,&#x201d; zei de vader, »je weet dat mijn huis voor
-mijn zoons en schoonzoons alle dagen openstaat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jammer genoeg, daarom hebben we nooit kalmte en rust. We zijn nooit onder ons! Ze
-komen tegenwoordig alle dagen hun tijd hier verliezen, om te zien wat die mijnheer
-Thoren doet of niet doet. Die man heeft bedoelingen, met zijn komst; ik heb papa genoeg
-gewaarschuwd, let u maar op! Als het te laat is, zal papa inzien, dat ik gelijk had.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij is een spion in Spaanschen dienst, door zijn gouvernement uitgezonden om Java
-in te palmen,&#x201d; zeide Akkeveen.
-</p>
-<p>»Ik vind hem een hoogst humaan, beschaafd mensch, een wel gestemde harmonische ziel,&#x201d;
-verzekerde Portias.
-<span class="pageNum" id="pb102">[<a href="#pb102">102</a>]</span></p>
-<p>»&#x2019;t Is of je met de strijkstok er langs gestreken hebt,&#x201d; hervatte Corona verachtelijk.
-</p>
-<p>»Ik ga naar Djantong van middag. Ga je mee, Cor?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dank je, ik hou er niet van mij in te dringen bij jongelui, die hun wittebrood nog
-niet op hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze zijn er nog niet aan geweest,&#x201d; fluisterde Guillaume Portias toe: »ik ben van je
-gezelschap Gus.&#x201d;
-</p>
-<p>»Poppie verzoekt Hermine.&#x201d;
-</p>
-<p>»Om daar te logeeren! Wat een dwaasheid, jongelui, die pas vier weken getrouwd zijn,
-al te scheiden; nu probeer het maar, je krijgt er toch niets gedaan.&#x201d;
-</p>
-<p>Iteko was intusschen, toen zij onwillekeurig oorzaak werd van een minder aangename
-gedachtenwisseling tusschen schoonzuster en zwager, druk op en neer gegaan tusschen
-de groote en de kindertafel, die in het andere gedeelte der galerij stond. In het
-voorbijgaan nam zij nu en dan een bete, want zij had genoeg te doen om te zorgen dat
-ieder het zijne kreeg. Toch hoorde zij alles maar vertrok haar gelaat niet.
-</p>
-<p>Na de rijsttafel ging Corona naar haar kamer en wenkte Iteko haar te volgen.
-</p>
-<p>»Die Akkeveen zal geen verhooging meer krijgen, die vent kan ik niet uitstaan,&#x201d; sprak
-zij voor haar lessenaar gezeten, aanteekeningen makend.
-</p>
-<p>»Och juffrouw! Hij is zoo kwaad niet, maar hij moppert alleen graag, dat is een Indische
-kwaal.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt alles gehoord, dat begrijp ik wel; ik vind het schandelijk, meer dan schandelijk!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona zag haar lijftrawant niet aan en bemerkte dus ook niet den blik vol gloeienden
-haat, welken deze haar toewierp en die haar anders onbeduidend leelijk gezicht een
-bijna duivelachtige uitdrukking gaf.
-</p>
-<p>»U moet zich dat niet aantrekken,&#x201d; fluisterde zij weer, »ik ben aan zulke liefelijkheden
-gewoon.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, op iemands uiterlijk grappen te maken vind ik beneden alles, zoo&#x2019;n wezen als
-Dolly&#x2019;s man alleen waardig. O die zwagers, die zwagers, die zoeterige Portias en die
-luie, ellendige parvenu!&#x201d;
-</p>
-<p>»U heeft het beter met uw schoonzusters getroffen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Mocht wat; Hermelijn alleen maar&#x200a;&#x2026; maar <span class="corr" id="xd30e2902" title="Bron: vindt">vind</span> je niet dat ze erg koel tegen mij is, Iteko?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij heeft den vorigen Zondag weer den heelen middag met mevrouw Portias gewandeld,
-ik heb haar zelfs hooren snikken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermelijn huilen en waarom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat kan ik niet vermoeden, juffrouw de Géran.&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t Zal uit aandoenlijkheid zijn. Ze dacht aan haar papa misschien. Want ze zijn immers
-gelukkig, geloof je niet Iteko?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel zeker, waarom zouden ze niet, juffrouw?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik niet, &#x2019;t is gek hoe ik veranderd ben in den <span class="pageNum" id="pb103">[<a href="#pb103">103</a>]</span>laatsten tijd, Iteko! Zeg me toch eens, wat je van dien Thoren denkt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, wat kan dat de juffrouw schelen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als het me niet schelen kon, zou ik &#x2019;t je niet vragen! Zeg mij alles ronduit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben bang dat u boos wordt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Boos word ik alleen als je zwijgt. Zeg op!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het waarachtig niet, juffrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat begrijp ik, hij zal je niet tot vertrouweling nemen, maar zeg in &#x2019;s hemels naam
-wat je denkt, niet wat je weet.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is zoo slecht!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat doet er niet toe; of je iets denkt dat slecht is of het zegt, dat komt op hetzelfde
-neer. Ga je &#x2019;t eindelijk uitspreken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Belooft u me dan, niet de minste waarde aan mijn woorden te hechten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet meer dan ze verdienen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En in &#x2019;t oog te houden, dat het alleen een gedachte is, die door niets werd opgewekt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja zeker, nu kom dan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijnheer Thoren van Hagen is gekomen met mevrouw Conrad.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik sinds lang en verder.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze kennen mekaar van vroeger.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ook oud nieuws.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, dan is &#x2019;t geen wonder, dat mijnheer Thoren er op gesteld is in de buurt van de
-jonge dame te blijven wonen, misschien haar te beschermen als het noodig is.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona was doodsbleek geworden.
-</p>
-<p>»Haar beschermen en tegen wie?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het niet; haar gezelschap meteen genieten, haar spel en zang hooren, die
-hij zoo bewondert, niet alleen omdat zij van een vrouw komen.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona beet haar fijne paarlemoeren penhouder in stukken.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is goed, Iteko, ik dank je voor de waarschuwing. Ik zal mijn oogen open houden;
-je bent een echte Argus.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan deug ik toch nog voor iets anders, dan alleen om de menschen vroolijk te maken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zou me niet kunnen redden zonder jou. &#x2019;t Is geen kleinigheid zoo&#x2019;n kolonie te
-besturen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is u goed toevertrouwd, juffrouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»En &#x2019;t verveelt me zoo, &#x2019;t verveelt, &#x2019;t walgt me! Al die onbeduidendheden, die kleingeestige
-berekeningen en wie weet welke onaangename dingen mij nog wachten. Ga maar heen, Iteko,
-&#x2019;t is tijd voor de middagles.&#x201d;
-</p>
-<p>»Komt u straks eens kijken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat heb je?&#x201d;
-</p>
-<p>»Geschiedenis.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu goed, ik zal komen.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb104">[<a href="#pb104">104</a>]</span></p>
-<p>Iteko verwijderde zich en Corona ging de kamer op en neer.
-</p>
-<p>»Iteko!&#x201d; riep zij plotseling.
-</p>
-<p>De geroepene kwam onmiddellijk terug.
-</p>
-<p>»Iteko&#x201d; en een lichte blos kleurde haar wangen. »Iteko, weet je wel, dat je mij vroeger
-iets anders zeidet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Van wie?&#x201d;
-</p>
-<p>»Van Thoren van Hagen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wist het niet meer, juffrouw! Wat was &#x2019;t?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat hij&#x200a;&#x2026; hier bleef om mij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb ik dat gezegd? Ik wist het heusch niet meer, maar als ik &#x2019;t gezegd heb, dan vergiste
-ik mij zeker, want hij geeft bepaald niets om u; hij ziet u niet eens aan en als u
-speelt, dan praat hij met mijnheer de Géran of mijnheer Portias.&#x201d;
-</p>
-<p>»En toen Hermine speelde?&#x201d;
-</p>
-<p>»Toen was hij geheel ooren, zoodat meneer Conrad er nijdig van werd, ik zag &#x2019;t duidelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»En zij noemt hem bij den naam?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij zegt Hermelijn, ook van haar sprekend.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom is hij dan niet met haar getrouwd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Men trouwt niet altijd met zijn keuze.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is goed, ik weet nu dat gij je ook vergissen kunt.&#x201d;
-</p>
-<p>Toen ze alleen was, wierp zij zich op den divan neer in haar gewone houding, de handen
-op de knieën gevouwen, het voorste gedeelte van het lichaam voorover gebogen. Verscheidene
-dingen hinderden haar, de koele houding van Hermelijn die zij maar niet kon overwinnen
-en die haar op zekeren afstand wist te houden&#x2014;een bewustzijn dat de alom gevleide
-Corona nog niet ondervonden had; verder haar vriendschap met Kitty en Portias, die
-zij toeschreef aan Conrad&#x2019;s oprechtheid, dan eindelijk al bekende zij het zich zelf
-niet, de wijze, waarop Thoren van Hagen haar behandelde; hij scheen haar niet te bewonderen,
-niet te vreezen, niet te zoeken. Hij bleef hier <span class="corr" id="xd30e2971" title="Bron: ten">ter</span> wille van Hermelijn, van een getrouwde vrouw; zij kon het niet gelooven, maar waarom
-kwam hij zich anders midden in deze wildernis vestigen?
-</p>
-<p>&#x2019;t Ging haar niets aan, &#x2019;t was dwaas er haar geest mee te vermoeien. Thoren van Hagen
-was immers vrij, zelfs op de Merapi of Merawoe, in den krater <span class="corr" id="xd30e2976" title="Bron: des noods">desnoods</span> te gaan wonen! Dat zij er toch telkens en telkens weer aan moest denken en dan voelde
-zij zich zoo vreemd te moede als zij dacht aan zijn woorden van dien middag, toen
-hij excuus vroeg voor Margot.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is een goed voorteeken als ik u iets anders kom vragen.&#x201d; Wat zou hij te vragen
-hebben, hij, die haar zijn aandacht niet waardig keurde; als zij dacht aan den blik
-zijner oogen, toen hij dat uitsprak, was &#x2019;t of haar hart even stilstond en of ze iets
-zag, iets zeer schitterends, iets zonnigs, iets verblindends. Zou het Hermelijn of
-Conrad gelden? Had Hermelijn misschien geklaagd dat Conrad&#x2019;s inkomen niet groot genoeg
-was? Foei, foei, wat <span class="pageNum" id="pb105">[<a href="#pb105">105</a>]</span>was dat dwaas en kinderachtig, maar wat dan in &#x2019;s hemelsnaam, wat wilde hij van haar?
-</p>
-<p>Weinige oogenblikken later kwam zij statig en indrukwekkend in de tot school ingerichte
-kamer, zette zich naast den lessenaar van juffrouw Iteko en deed aan de kinderen,
-die stil en vol ontzag voor de gevreesde zuster of tante op hun bankjes zaten, eenige
-vragen over hun geschiedenislessen.
-</p>
-<p>Maar zij was er niet bij. Hare gedachten zwierven weg verre van daar maar toen een
-der knapen, die het over Peter den Groote had, opdreunde dat deze prins eerst met
-zijn broer Iwan had geregeerd, was &#x2019;t of een electrieke schok haar bewoog, haar oogleden
-trilden, zij vreesde zelfs dat zij bloosde.
-</p>
-<p>Iteko had gelijk: die vreemdeling bracht niets goeds voor de familie de Géran aan,
-papa had hem niet tegelijk met zijn nieuwe schoondochter moeten meebrengen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch18" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XVIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Intusschen was het voor de arme, eenzame Hermelijn een uitkomst toen August voor haar
-huis van het paard steeg en de invitatie van zijn Poppie overbracht.
-</p>
-<p>»Als Conrad het goedvindt,&#x201d; antwoordde zij.
-</p>
-<p>Conrad was echter niet te vinden; hij ging den geheelen dag uit, kleedde zich &#x2019;s middags
-nooit meer aan en bracht zijn vrijen tijd door met op kalongs<a class="noteRef" id="xd30e2993src" href="#xd30e2993">1</a> te schieten, en zich zoo Inlandsch mogelijk vóór te doen.
-</p>
-<p>Aan tafel speelde hij met den hond, gaf hem de beste beten, ging dikwijls zonder zadel
-te paard rijden en holde den weg af, op gevaar van in een ravijn te storten; soms
-ging hij nog verder en plaagde Hermelijn op echt kinderachtige wijze; hij scheurde
-eens uit haar keurige Frithjofssage eenige bladzijden om er een propje voor zijn geweer
-uit te maken, zoodat onwillekeurig de tranen haar in de oogen sprongen bij deze daad
-van kwajongens moedwil.
-</p>
-<p>Zij vermoedde niet, hoe den vorigen avond Conrad met datzelfde boek en een duitsche
-dictionaire voor zich had gezeten, onmogelijke pogingen aanwendend om het gedicht,
-dat hem belang inboezemde, te volgen, maar vergeefs, hoe hij daarna die dictionaire
-in machtelooze woede op den grond had gegooid, zoo hard dat Hermelijn meende een stoel
-te hooren omvallen.
-</p>
-<p>Hij was boos en ontevreden op de geheele wereld, maar schreef toch dienzelfden dag
-naar Samarang om een Duitsche spraakkunst <span class="pageNum" id="pb106">[<a href="#pb106">106</a>]</span>voor zelfonderricht te ontbieden en een nieuw exemplaar van de Frithjofssage.
-</p>
-<p>Hermelijn moest uit alle kracht strijden tegen de vreeselijke matheid welke haar overviel,
-alles was haar te veel, alles boezemde haar schrik en afkeer in. Wat zou zij doen?
-</p>
-<p>Boeken lezen, maar die spraken van geluk, van liefde, van hoop, en van alle drie moest
-zij afstand doen, alles was zoo onbeduidend, vergeleken bij haar eigen lot; de verzen
-van Byron en Musset alleen hadden haar geboeid, daarin vond haar geest een welkome
-echo, &#x2019;t was of hun bittere ondervindingen hun geleerd hadden een blik in haar ziel
-te slaan. Zijn vertwijfelde klachten waren ook de hare, hij gaf een vorm aan de onbestemde
-beelden van haar ziel, zoo levensmoede, zoo ontgoocheld, zoo bitter voelde zij zich
-ook. Na de lezing van eenige zijner gedichten bleef zij een geheelen nacht wakker,
-ter prooi aan onrustige droomen, aan wanhopige vragen, waarop geen antwoord mogelijk
-was. &#x2019;t Liefst ware zij zoo gebleven zonder opstaan, zonder terugkeer naar het werkelijke
-leven om dan stil af te wachten wat het leven haar nog bitters zou aanbrengen.
-</p>
-<p>Maar toen zij opgestaan was, triomfeerde haar krachtige geest over die ziekelijke
-gedachten.
-</p>
-<p>»Ik zal Musset niet meer lezen, hij maakt me zwak, kleinzielig. Zijn boeken zijn vergift
-voor mij; ik moet sterk wezen, mij niet laten neerslaan en het leven moedig in de
-oogen zien, hoe vreeselijk het ook schijne.&#x201d;
-</p>
-<p>In haar huishouden had zij weinig lust; waarom zou zij in de keuken bezig zijn, waarom
-smakelijke schotels klaar maken? Zij wist immers niet eens of haar man aan tafel kwam,
-òf wel dan gaf hij de Hollandsche spijzen, die zij zelf had toebereid dadelijk aan
-de honden om wat koude rijst tusschen zijn vijf vingers te nemen en ze met een stukje
-dendeng<a class="noteRef" id="n110.1src" href="#n110.1">2</a> en een lombok<a class="pseudoNoteRef" id="xd30e3012src" href="#n110.1">2</a> op te eten.
-</p>
-<p>Dan ging zij alles in &#x2019;t huis verzetten, opdat er niets van Corona&#x2019;s regelingen zou
-overblijven, maar toen dit gedaan was, kon het niet meer herhaald worden en het gaf
-haar geen werk meer.
-</p>
-<p>De piano was haar eenige uitkomst, uren lang stortte zij haar hart in tonen uit, zingen
-kon zij niet, haar keel was als dichtgeschroefd, maar als zij begon te spelen, zorgde
-Conrad dat hij wegkwam; als hij naar huis terugkeerde en haar voor de piano zag, maakte
-hij onmiddellijk <span class="corr" id="xd30e3017" title="Bron: rechtsomkeer">rechtsomkeert</span>.
-</p>
-<p>Eens zeide Hermelijn tot hem:
-</p>
-<p>»Maar Conrad, ik zie &#x2019;t niet in, waarom wij altijd stommetje tegenover elkaar moeten
-spelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb niets te praten,&#x201d; snauwde hij.
-<span class="pageNum" id="pb107">[<a href="#pb107">107</a>]</span></p>
-<p>Eens toen het pak boeken uit Samarang kwam, was hij niet t&#x2019;huis; toen hij echter het
-pakje zag, nam hij het spoedig mee en sloot zich in zijn kamer op.
-</p>
-<p>»Nog geheimen bovendien!&#x201d; zuchtte Hermelijn, »o God, sta me bij, ik kan haast niet
-meer.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn was steeds gewoon al haar gedachten, al haar daden te adelen door een echt
-godsdienstige opvatting, die haar beter, geduldiger, liefdevoller moest maken; zij
-geloofde vast dat het lijden, goed gedragen, de ziel verheft, het hart nader tot God
-brengt; zij trachtte eerst steun in het gebed te zoeken, zij las bij voorkeur godsdienstige
-boeken, dan voelde zij zich sterk en hoopvol, maar nadat zij zich dag aan dag met
-haar naar liefde dorstend hart, behandeld zag met de meest ijskoude onverschilligheid,
-haar fijne beschaving telkens gekwetst werd door Conrad&#x2019;s opzettelijk ruwe manieren,
-ontviel haar alle hoop, alle moed, alle vertrouwen. Zij voelde zich hoe langer hoe
-meer afgemat, zwak, troosteloos; niets wekte haar meer op uit de doodsche stilte,
-die haar omringde; haar overviel een gevoel of zij met gesloten oogen niets te doen
-had dan zich over te geven aan den stroom van het leven, die haar langzaam maar zeker
-wegvoerde naar den dood, den eenigen verlosser.
-</p>
-<p>Vooral in die lange avonden en nachten, als de eigenaardige stilte van den tropischen
-nacht haar omringde, als buiten de sterren fonkelden tusschen het franje-achtige loof
-der tjemara&#x2019;s en tamarinden, als het gebladerte zacht ruischte en dat gemurmel zich
-vermengde met het eindelooze sissen en piepen der insecten, met het klagende geroep
-der houtduif of de schrille kreten van de jakhalzen, als in het maanlicht de katjapirings<a class="noteRef" id="xd30e3030src" href="#xd30e3030">3</a> tusschen de donkere bladen gloeiden als zilveren rozen en de kamoening<a class="noteRef" id="n111.2src" href="#n111.2">4</a> haar fijne bloemen als een welriekenden regen ter aarde liet vallen, de melati&#x2019;s<a class="pseudoNoteRef" id="xd30e3036src" href="#n111.2">4</a> haar geuren naar Hermelijn&#x2019;s kamer opzonden als een groete aan de eenzame Westersche,
-dan voelde zij zich meer dan ooit alleen, verlaten, ongelukkig; haar hart smachtte
-naar sympathie, naar een vriendelijk woord, een liefkozing; dikwijls voelde zij bekoring
-zich voor Conrad&#x2019;s voeten te werpen en hem te zeggen:
-</p>
-<p>»Zend mij weg òf behandel mij tenminste als vriendin! Ik zal je gehoorzamen als mijn
-meester.&#x201d;
-</p>
-<p>Doch haar trots weerhield haar; zij wilde zich zijn mindere niet toonen. Hij zou haar
-kunnen breken maar buigen nooit; liever had zij dat de storm wild door het gebergte
-loeide, dat de donder weergalmde door de rotsen, de regen kletterde en de wind de
-boomen heen en weer zweepte; dan droomde zij gaarne van een ramp, die de wereld uit
-haar grondvesten rukte, die haar en <span class="pageNum" id="pb108">[<a href="#pb108">108</a>]</span>Conrad en Corona met zich rukte, waarheen, wist zij zelf niet en wilde het ook niet
-weten.
-</p>
-<p>Zoolang mogelijk streed Hermelijn tegen de namelooze matheid, die haar dreigde te
-overstelpen; lichamelijke beweging had haar goed gedaan, maar waar zou zij die nemen,
-alleen als zij steeds was? Een wandeling ver van huis in de wildernis deed haar huiveren;
-in de onmiddellijke nabijheid van Djantong maakte zij soms ontdekkingstochten, doch
-zij kende den weg niet en vreesde onaangename ontmoetingen; lectuur kon haar niet
-meer boeien of het moest wanhoopspoëzie zijn en zoolang zij kon, hield zij hare hand
-af van Byron of Musset, die haar onweerstaanbaar aantrokken; het huishouden en de
-muziek boezemden haar weldra afkeer in, niets was in haar oog belangrijker dan haar
-eigen gedachten.
-</p>
-<p>Haar hoofd klopte, haar oogen brandden, haar borst deed haar pijn; &#x2019;t was of zij zwaar
-ziek ging worden, in waarheid was slechts haar zenuwgestel aangedaan.
-</p>
-<p>»Zou men zich zoo gevoelen als men krankzinnig wordt,&#x201d; dacht zij sidderend en zag
-dan angstig naar den grooten weg, hopende, dat er iemand zou komen om eenige afwisseling
-te brengen in haar ondragelijk leven.
-</p>
-<p>Een enkelen keer zag zij een of meer ruiters naderen; soms was het haar vader, of
-wel een van de broeders, maar de pogingen, die zij aan moest wenden om tegenover hen
-opgeruimd en tevreden te schijnen, vielen haar telkens zwaarder en als zij weg waren,
-voelde zij zich nog meer uitgeput.
-</p>
-<p>»Kon ik maar iets uitrichten, die lijdelijke werkeloosheid is meer dan ik dragen kan,&#x201d;
-verzuchtte zij weinige minuten vóór dat August kwam met zijn verzoek.
-</p>
-<p>»Conrad zal wel dadelijk komen. Vraag &#x2019;t hem zelf,&#x201d; antwoordde zij. August en Poppie
-waren nu juist geen personen aan wier omgang zij veel had maar toch, beiden schenen
-goed en hartelijk, en dan waren er kinderen. Zij zou daar leven en beweging vinden,
-maar vooral zou haar man van haar gehate tegenwoordigheid voor korten tijd ontslagen
-zijn.
-</p>
-<p>Zooals te denken was, antwoordde Conrad niets anders dan:
-</p>
-<p>»Als je trek hebt, ga je gang!&#x201d;
-</p>
-<p>Op die beminnelijke toestemming haastte Hermelijn zich haar goed in te pakken, terwijl
-August met zijn broer de beste wijze besprak om naar zijn woning te gaan.
-</p>
-<p>»Je moet van avond maar slapen in het groote huis, Hermine,&#x201d; zei Conrad op zulk een
-vreemden toon, nu hij haar aansprak, dat zijn vrouw er van schrikte.
-</p>
-<p>»Morgen kan je verder gaan met de tandoe<a class="noteRef" id="xd30e3057src" href="#xd30e3057">5</a>.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heel goed, &#x2019;t is zooals je het beschikt het beste.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb109">[<a href="#pb109">109</a>]</span></p>
-<p>Er werd gerijsttafeld. August en Conrad hadden het druk over de koffiecultuur en Hermelijn
-verwonderde er zich over dat haar man, wanneer hij aan den gang was, zoo aardig en
-in zulk goed Hollandsch redeneeren kon.
-</p>
-<p>Na het eten kwam het rijtuig voor; August en Hermelijn stapten in; Conrad sloot het
-portier en beantwoordde zeer slapjes de hand, die zij hem toestak.
-</p>
-<p>»Compliment aan Portias en Kitty,&#x201d; riep hij hen na.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e2993">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e2993src">1</a></span> Vleermuizen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e2993src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="n110.1">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#n110.1src">2</a></span> Indische toespijzen.&nbsp;<span class="fnarrow">&#x2191;&nbsp;</span><a class="fnreturn" href="#n110.1src" title="Ga terug naar noot 2(a) in tekst.">a</a> <a class="fnreturn" href="#xd30e3012src" title="Ga terug naar noot 2(b) in tekst.">b</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3030">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3030src">3</a></span> Gardenia.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3030src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="n111.2">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#n111.2src">4</a></span> Indische bloemen.&nbsp;<span class="fnarrow">&#x2191;&nbsp;</span><a class="fnreturn" href="#n111.2src" title="Ga terug naar noot 4(a) in tekst.">a</a> <a class="fnreturn" href="#xd30e3036src" title="Ga terug naar noot 4(b) in tekst.">b</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3057">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3057src">5</a></span> Draagstoel.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3057src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch19" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XIX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Onwillekeurig voelde Hermelijn zich herleven toen zij &#x2019;s middags in de gezellige voorgalerij
-van Ngaroengan zat, waar Kitty, Margot en Corona in Europeesch toilet vereenigd waren,
-waar Portias zijn eenigszins hoogdravende maar welgemeende volzinnen ten beste gaf,
-waar kinderen stoeiden en groote menschen praatten en lachten.
-</p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e3071" title="Bron: Vindje">Vind je</span> dat reizen in zoo&#x2019;n tandoe niet kinderachtig,&#x201d; vroeg Corona aan Hermelijn; »wil je
-niet liever te paard de reis doen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb er geen kleeren voor.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ik zal je een amazone geven; dat ik iets langer ben hindert niet bij een rijkleed;
-daarbij, in het gebergte is alles mooi.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dank je, ik draag het kleed van anderen niet,&#x201d; antwoordde Hermelijn kortaf.
-</p>
-<p>Allen stonden verbaasd over dit onverwachte antwoord, Corona bood iets aan en het
-werd geweigerd; hoe durfde Conrad&#x2019;s vrouw dat doen?
-</p>
-<p>»Nu, ik ben niet gewoon iets op te dringen,&#x201d; hernam zij geraakt.
-</p>
-<p>Het bitterst griefde &#x2019;t haar, dat Thoren van Hagen juist binnen was gekomen, en het
-antwoord van Hermelijn stellig gehoord had. Hij was er ook verwonderd over en zag
-zijn jonge vriendin scherp aan; &#x2019;t viel hem dadelijk op, dat zij zeer veranderd was,
-een pijnlijke trek lag om haar mond en haar oogen; een grenzenlooze minachting sprak
-uit haar toon en haar blik.
-</p>
-<p>Welke droevige gewaarwordingen hadden het blijmoedige, opgewekte meisje in zoo korten
-tijd verbitterd en veranderd!
-</p>
-<p>Hij groette haar zonder meer en zij noemde hem bij opzet niet.
-</p>
-<p>&#x2019;t Duurde niet lang of het gesprek werd algemeen; de plannen van Thoren van Hagen
-werden besproken, goed- of afgekeurd; Corona mengde zich niet in het gesprek en Thoren
-scheen nauwelijks haar tegenwoordigheid op te merken.
-<span class="pageNum" id="pb110">[<a href="#pb110">110</a>]</span></p>
-<p>»Ik ga mee bij Poppie logeeren?&#x201d; fluisterde Kitty Hermelijn toe. »Is dat niet heerlijk?&#x201d;
-</p>
-<p>»O lieve Kitty! Je had mij geen betere tijding kunnen mededeelen.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Was een genot voor Hermelijn het hartelijke, warme handje van haar schoonzuster
-in de hare te mogen houden en haar liefkozende stem te hooren, zoo heel iets anders
-dan die eeuwige stilte, welke haar in Djantong omgaf, haar oogen schitterden en Thoren
-van Hagen dacht:
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niets dan levensgeluk dat haar ontbreekt.&#x201d;
-</p>
-<p>Er werd besloten een wandeling te maken; Kitty en Portias, Philip en Margot, August
-en Corona, Thoren van Hagen en Hermelijn waren van de partij, Kitty had den arm van
-haar man genomen.
-</p>
-<p>»Je bent precies een sirihplant, als je geen staak hebt om op te leunen dan val je
-om,&#x201d; was het lieve bescheid van Corona.
-</p>
-<p>Zij zelf voelde zich verlegen met haar houding; te trotsch een stap naar Hermelijn
-of Thoren van Hagen te doen, bleef zij zich vergenoegen met het gezelschap van August
-en liep met hem vooruit; zoo bleef ongezocht Hermelijn in Iwan&#x2019;s gezelschap achter.
-</p>
-<p>Zij zweeg, haar hart was te vol en zij kon niet klagen.
-</p>
-<p>»Arme Hermelijn!&#x201d; zeide hij eindelijk zacht.
-</p>
-<p>»Waarom arm, ik beklaag mij niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar je trekken, je oogen doen &#x2019;t voor je! Ik had &#x2019;t sinds lang geraden, je bent
-teleurgesteld.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeg liever bedrogen; Conrad is de minst schuldige maar zij die slang, die&#x200a;&#x2026; o Iwan,
-ik wilde dat ik woorden kon vinden om haar te noemen en haar te&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei Hermelijn, foei, ik ken je niet meer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ken ik mezelf dan nog? O &#x2019;t is zoo gemakkelijk, goed, braaf, vroom te zijn als
-men gelukkig is, en dan spreken ze nog van een lijden dat verheft, dat veredelt, neen
-&#x2019;t verlaagt, &#x2019;t maakt slecht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Arm kind!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeg dat woord niet meer Iwan; zeg dat niet; ik zou mij neer kunnen werpen op den
-grond, en wachten tot er een tijger kwam om mij te verslinden, of een bliksemstraal
-om mij te treffen; alles<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> alles<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> maar niet dit vreeselijke lot.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermelijn, denk je nog aan die zwarte wolken met zilveren randen, die ik als kind,
-wanneer ik bij uitzondering stil en rustig was, met je bewonderde?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ken geen zilveren randen meer, niets dan duisternis.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je alle vertrouwen op God verloren, Hermelijn? &#x2019;t Is zoo diep treurig, een vrouw,
-die geen vertrouwen, geen hoop meer heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik&#x200a;&#x2026; ik denk zooveel aan je moeder Iwan, ik begrijp <span class="pageNum" id="pb111">[<a href="#pb111">111</a>]</span>haar nu; dien dood, waardoor zij zich zoo verschrikkelijk op je vader wreekte.&#x201d;
-</p>
-<p>»En die straf viel tevens op mij, Hermelijn! Waarom ben ik zwerver geworden, waarom
-vind ik nergens rust? Omdat geen moederoog mijn jeugd leidde, geen moederhand mijn
-karakter vormde, omdat ik tegen mijn vader met schrik en&#x200a;&#x2026; en afkeer leerde opzien!
-Elke zonde draagt haar straf in zich, je ziet het hoe mijn vaders fouten gewroken
-werden, en ik onschuldige draag den vollen last.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik dan, ben ik niet even onschuldig en even ongelukkig?&#x201d;
-</p>
-<p>»Alles is aaneengeschakeld, Hermelijn; ik ben waarlijk een wonderlijke zedepreker,
-maar lieve meid, ik wou je zoo graag een beetje troost geven voor den steun, dien
-je vader mij zoo ruim schonk! Als ik hem niet had ontmoet dan ware er nog minder van
-mij gekomen, en beken dat het dan bitter weinig was geweest, Hermelijn! Ik heb met
-je te doen; ik weet dat het hard is zijn illusiën te verliezen, maar zie je nergens
-licht? Is er nergens hoop op iets beters? Als mijn moeder sterk ware geweest, zij
-had mij in de armen genomen en gezegd: »Voor mijn jongen wil ik leven! Voor hem zal
-ik alles dragen!&#x201d; En elke moedige daad van zelfoverwinning, elk offer draagt zijn
-belooning in zich. Zie je nergens een zilveren puntje, Hermelijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, als ik t&#x2019;huis ben denk ik nergens, maar hier..&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu kijk goed naar dat puntje, en denk dat Onze Lieve Heer<span id="xd30e3122"></span> het daar heeft geplaatst. Ik zal je vertrouwen in Hem niet schokken, Hermelijn! Wij
-mannen, voor wie de wereld openligt, wij meenen dikwijls hem te kunnen missen en toch
-wat is &#x2019;t ons vaak hier leeg en grauw, maar gij vrouwen die leven moet van zelfvergetelheid,
-van offers, van onbeantwoorde liefde, waar moet gij heen, als gij in uw eenzaamheid
-geen vriend bezit, tot wien ge gaan kunt, die nooit moede wordt van uw klagen, van
-wien gij vast gelooft dat Hij uw lot in zijn vaderlijke zorg regelt.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn droogde eenige brandende tranen af.
-</p>
-<p>»Mijn ongelukkige moeder, was zoo diep niet gezonken als zij dat geloof en vertrouwen
-had bewaard.&#x201d;
-</p>
-<p>»Diep gezonken, zeg je?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, diep zeer diep; zij heeft het heiligste, wat in haar borst schuilde, haar moederliefde
-vertrapt uit wraakzucht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent streng, Iwan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Misschien had het verdriet haar waanzinnig gemaakt. &#x2019;t Is haar eenige verontschuldiging.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar daar is niets aan te verhelpen als men dat wordt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Alleen zwakken van ziel worden het; blijf dus sterk Hermelijn!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wil je mij een genoegen doen, Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Noem mij zoo niet meer als Conrad er bij is, hij heeft het niet graag.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb112">[<a href="#pb112">112</a>]</span></p>
-<p>»Zei hij dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja!&#x201d;
-</p>
-<p>»En dan zocht je naar het zilveren puntje, Hermelijn! of liever mevrouw! Ik zal er
-om denken, dat beloof ik je. Tusschenpersonen baten hier niets, Portias heeft me alles
-verteld, de strijd moet tusschen je beiden worden afgestreden en uw lieftalligheid,
-uw geduld, mevrouw de Géran, kunnen alleen overwinnen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat een druk gesprek! Mogen wij daarvan niet meegenieten?&#x201d; vroeg Corona, wie het
-zwijgend gaan naast August ontzaggelijk verveelde.
-</p>
-<p>»We hadden het over de trachietvorming der rotsen, juffrouw de Géran.&#x201d;
-</p>
-<p>Een der knaapjes, een aardige krullebol van vier jaar, was meegeloopen, maar over
-vermoeidheid klagend, wierp hij zich op den grond en weigerde voort te gaan.
-</p>
-<p>»Ondeugende bangsat<a class="noteRef" id="xd30e3146src" href="#xd30e3146">1</a>!&#x201d; riep Corona, trok hem in de hoogte, en nam hem op de armen, »wat doe je ook mee?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mag ik u van dien zoeten last ontheffen?&#x201d; vroeg Thoren van Hagen. »Maar &#x2019;t zou me
-echter spijten, als u mijn verzoek toestond.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan moet u het niet vragen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is van mijn kant een daad van <span class="corr" id="xd30e3154" title="Bron: zelfoppering">zelfopoffering</span>, ik doe afstand van een feest der oogen; met dat kind op den arm gelijkt u&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Een madonna!&#x201d; riep Kitty.
-</p>
-<p>»Dat toevallig niet! Een moeder der Grachen.&#x201d;
-</p>
-<p>»De eene Grach mankeert, helaas!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik belief voor geen moeder aangezien te worden; gevoelt u er roeping toe dien bengel
-te dragen dan geef ik hem u dadelijk over.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zie zoo, &#x2019;t is gelukt, <span lang="ms">Tjapé Njo</span><a class="noteRef" id="xd30e3165src" href="#xd30e3165">2</a>?&#x201d;
-</p>
-<p>Corona, ofschoon innerlijk gekrenkt over de wijze, waarop hij haar &#x2019;t kind had afhandig
-gemaakt, kon een lach niet weerhouden toen zij hem Maleisch hoorde spreken met het
-knaapje.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen ging vooruit met het ventje op den nek, de weg was een holle, hoog
-beschaduwd met bamboestruiken en ramboetanboomen waartusschen de koffieplant groeide.
-</p>
-<p>»Weet u wel, dat we vlak bij mijn villa zijn,&#x201d; vroeg hij, zich plotseling omkeerend,
-en tot het kind: »Nu Njo, genoeg paardje gereden op oom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Oom,&#x201d; gierde Margot, »hoor je Philip, meneer noemt zich oom.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu Margot, is dat zoo onmogelijk? Njo vindt het zoo vreemd niet, hé jongen?&#x201d;
-</p>
-<p>»De jongen ziet en hoort ook van niets anders dan van ooms en tantes!&#x201d; zei Kitty.
-<span class="pageNum" id="pb113">[<a href="#pb113">113</a>]</span></p>
-<p>»Dan hindert een oom meer of minder niet, waar de boom zoo vol geladen is.&#x201d;
-</p>
-<p>»En nu gaat Njo, zooals het een behoorlijk jongmensch past, aan oom&#x2019;s handje wandelen!
-Heel netjes en fatsoenlijk; morgen krijg je wat lekkers van oom.&#x201d;
-</p>
-<p>De weg kwam werkelijk uit op het verrukkelijk meertje, dat Thoren van Hagen zich tot
-woonplaats had uitgekozen; stil en vredig lag het daar in de vallende duisternis,
-omzoomd door rotsen en boomen. Een enkele ster spiegelde zich in het gladde water,
-eenige watervogels gleden statig over de licht gerimpelde oppervlakte.
-</p>
-<p>Een kleine boot lag bij een der eilanden, en verried het plan van den landheer, om
-over het meer tochtjes te doen.
-</p>
-<p>»Een schuitje, hoe prettig!&#x201d; riep Kitty.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Staat te uwer beschikking, mevrouw! En aan wie mag ik nu mijn Njotje toevertrouwen,
-aan jou, Philip, je hebt er nu net een gezicht naar, om zonder dat jezelf er veel
-last van hebt hem veilig t&#x2019;huis te brengen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ga je niet mee, Thoren! We hadden zoo gerekend op een gezellig muziekavondje, nu
-Hermine er is.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Spijt me, Portias, maar ik moet van avond dringend t&#x2019;huis zijn; ik heb mijn huisgenoot
-beloofd met hem op de vleermuizenjacht te gaan. Die beesten maken het mij zoo geducht
-lastig! En dan, we hebben van avond ketan item<a class="noteRef" id="xd30e3186src" href="#xd30e3186">3</a> voor diné.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is u heel ingericht?&#x201d; vroeg Hermelijn.
-</p>
-<p>»Op de voorgalerij na! Dan hoop ik een inwijdingsfeest te geven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een mooi vooruitzicht!&#x201d; zeide Corona spottend.
-</p>
-<p>»Een jongeheeren feest?&#x201d; vroeg Kitty.
-</p>
-<p>»Wel neen, ik zal juffrouw Iteko verzoeken er de honneurs van waar te nemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»U ook al meneer van Hagen? Van Akkeveen is zoo iets te verwachten, maar van u.&#x201d;
-</p>
-<p>»Van mij, lieve juffrouw, wat bedoelt u!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wil geen laffe aardigheden hooren op een uitstekend goed schepsel, wier eenige
-fout het is dat ze ongelukkig is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maak ik dan aardigheden? Ik verzeker u dat het mij ernst is en zal het bewijzen ook.
-De vrouwen zijn wel gelukkig, ze mogen alles straffeloos wezen, mooi, geestig, scherp,
-voorbarig, en wij arme sukkels staan er weerloos tegenover.&#x201d;
-</p>
-<p>»U is wel te beklagen,&#x201d; antwoordde Corona vol ingehouden toorn.
-<span class="pageNum" id="pb114">[<a href="#pb114">114</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e3146">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3146src">1</a></span> Booswicht.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3146src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3165">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3165src">2</a></span> Ben je moe, jongen?&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3165src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3186">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3186src">3</a></span> Zwarte rijst.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3186src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch20" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De koffielanden der Gérans lagen op de helling van den Merawoe, een <span class="corr" id="xd30e3206" title="Bron: sints">sinds</span> jaren schijnbaar rustige vulcaan, die echter in den laatsten tijd enkele teekenen
-van leven gaf in den vorm van luchtige pluimen die als donzige wolken den krater ontsnapten;
-nu en dan hoorden de Javanen ook een onderaardsch gedruisch, dat schrik en vrees onder
-hen bracht, maar tot nu toe geen verdere gevolgen had.
-</p>
-<p>Aan den voet van den berg strekte zich een heuvelachtige oppervlakte uit, rijk aan
-wouden en dalen, aan stille meren en oudheden uit den Hindoetijd, die dit gedeelte
-tot een der merkwaardigste van Java maakten.
-</p>
-<p>Vredige dessa&#x2019;s<a class="noteRef" id="xd30e3212src" href="#xd30e3212">1</a> brachten met hun goudbruine daken afwisseling in die zee van groen, en sawahs<a class="noteRef" id="xd30e3215src" href="#xd30e3215">2</a>, dambordvormig afgedeeld, daalden trapsgewijze de hellingen af. Het groote huis lag
-tegen den heuvelrug aan, vanwaar men een uitgestrekt gezicht had; hoogerop, dieper
-in het woud, bevond zich het land, waarover August het opzicht had.
-</p>
-<p>De weg ging steil opwaarts, langs rotsmuren en ravijnen, gevuld met den weelderigsten
-plantengroei; een rijtuig zou langs den smal kronkelenden weg niet kunnen voortgaan,
-slechts het kleine, dappere paard van August, te klein bijna voor zijn lange beenen,
-en de tandoe, waarin beide schoonzusters zaten, door zes koelies gedragen, konden
-zich aan de <span class="corr" id="xd30e3220" title="Bron: moeielijke">moeilijke</span> bestijging wagen.
-</p>
-<p>Portias had gaarne zijn vrouwtje gevolgd maar zijn schoonvader vertrouwde hem een
-werk toe, dat veel te doen gaf, en waarbij zulk een haast was, dat er van meegaan
-geen sprake kon zijn.
-</p>
-<p>Corona liet zich dien morgen niet zien; zij had haar vader gevraagd of &#x2019;t met zijn
-goedkeuring was, dat Kitty meeging.
-</p>
-<p>»Maar kindlief,&#x201d; was het antwoord, »wat kan &#x2019;t mij schelen als haar man het goedvindt;
-heb jij er iets tegen, belet &#x2019;t haar dan.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij voelde haar onmacht om dat uitstapje te beletten; met leede oogen zag zij de toenemende
-vriendschap tusschen Kitty en Hermelijn aan, een vriendschap, waarop zij alleen recht
-meende te hebben; zij had alle moeite gedaan die te verwerven, zij die niet gewoon
-was om liefde of vriendschap te bedelen, en Hermelijn bleef standvastig op een afstand.
-Zij behandelde haar met koelen afkeer, zou &#x2019;t dan waar zijn, wat Thoren van Hagen
-had gezegd, dat het een slechte daad geweest was, Conrad te dwingen tot zijn geluk?
-<span class="pageNum" id="pb115">[<a href="#pb115">115</a>]</span></p>
-<p>Zoo vertrokken dan Kitty en Hermelijn zonder haar afscheidsgroet en hun stemming was
-er niet slechter om. Het was zeer vroeg in den morgen, de dauw lag nog over het gras
-en de boomen, de bamboes en varens, de alang-alang en de woudbloemen; hoe hooger men
-kwam, hoe frisscher de atmosfeer werd, een nieuw leven doortintelde Hermelijn&#x2019;s aderen;
-daar de tandoe hoogst langzaam ging, stapte zij nu en dan uit om te wandelen en ten
-volle de heerlijke natuur te genieten.
-</p>
-<p>Bij elke kromming van den weg vertoonde zich een ander gezicht: rotsblokken in chaotische
-verwarring opeengestapeld, bedekt met mantels van groen, wit en rood gebladerte, vergezichten
-op rijstvelden, die een groot meer geleken, waaruit als eilanden de groene boomen
-doken, die een kampong overschaduwden; wouden, ineengestrengelde koepeldaken, die
-met moeite een zonnestraal doorlieten en op welks bodem het donkergroene mos met ontelbare
-woekerplanten doorwoeld werd; ravijnen, waarin de toppen van de hoogste boomen onbereikbaar
-diep aan haar voeten lagen.
-</p>
-<p>En boven dat alles de top van den bergreus, verscholen tusschen blauwe wolken, die
-nu eens een bekoorlijken sluier wierpen over bosschen en rotsen, dan weer door de
-zon beschenen, schitterden in weergaloozen gouden gloed.
-</p>
-<p>»Hoe heerlijk te leven en gelukkig te zijn,&#x201d; riep Hermelijn, Kitty&#x2019;s arm drukkende,
-terwijl zij de wonderbare tropische natuur plotseling omfloersd zag door het vochtige
-waas dat haar oogen bedekte.
-</p>
-<p>»We moesten met ons vieren zijn, ik met met mijn José, jij met Conrad!&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets gemakkelijker dan dat voor jou, maar voor mij!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wacht maar, Hermelijn! Wie verzekert ons dat hij niet evenveel verdriet heeft als
-jij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat hij met mij getrouwd is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, omdat hij verlegen is met zijn eigen houding! Let maar op, zusjelief, hij weet
-niet, hoe hij &#x2019;t moet aanleggen, want hij is een domme jongen, maar geloof me, als
-hij alles vooruit had geweten, zou hij &#x2019;t anders hebben aangelegd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat vooruit geweten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel dat je zoo&#x2019;n lief, goed Hermelijntje was, die Cor zoo aardig op haar plaats kon
-zetten. Portias zal &#x2019;t hem vertellen, wat je gisteren avond tegen haar hebt durven
-zeggen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar is daar nu zoo&#x2019;n moed toe noodig?&#x201d;
-</p>
-<p>»We zijn allemaal bang voor haar, ik heb zooveel van haar gehouden en toch, zoo iets
-durfde ik nooit uitspreken.&#x201d;
-</p>
-<p>Tegen den middag kwam men aan het hooggelegen, bijna geheel in de bosschen verscholen
-huis van August; het was van bamboes opgetrokken en met atap<a class="noteRef" id="xd30e3246src" href="#xd30e3246">3</a> gedekt, maar het zag er <span class="pageNum" id="pb116">[<a href="#pb116">116</a>]</span>toch netjes <span class="corr" id="xd30e3251" title="Bron: nit">uit</span>. Een loentasheg omgaf het van drie zijden; in de voorgalerij stonden potten met bloemen,
-die Hermelijn wel wat kinderachtig vond, daar waar men de heerlijkste exemplaren van
-het plantenrijk voor het bewonderen had in den vrijen grond; de kerees<a class="noteRef" id="xd30e3254src" href="#xd30e3254">4</a> hingen neer, maar op het getrappel van papa&#x2019;s paard kwamen een zestal kereltjes,
-van verschillende schakeeringen bruin, opstuiven. Het eenige verschil was dat eenige
-in hansop, schilderachtig badjoe monjet (apenbaadje) genoemd, waren gekleed zonder
-aanzien van geslacht of leeftijd, terwijl de anderen dit eenige kleedingstuk geheel
-misten. De jongste scheen nauwelijks één jaar en hield een groote pisang<a class="noteRef" id="xd30e3257src" href="#xd30e3257">5</a> onophoudelijk tusschen hand en mond, de anderen hadden òf kuikens, òf vruchten in
-de vuile vingers.
-</p>
-<p>Zij spraken niet eens Maleisch maar Javaansch, allen door mekaar, een gillend, de
-andere kermend, papa tegemoet vliegend. Kitty greep er twee, die als droppels water
-op elkaar geleken bij de badjoe monjet en stelde ze Hermelijn voor.
-</p>
-<p>»Het tweede tweelingpaar, tot het oudste behoort Jantje.&#x201d;<span id="xd30e3263"></span>
-</p>
-<p>»Dan is het gemakkelijk er tien bij mekaar te krijgen,&#x201d; antwoordde Hermelijn lachend
-en dreef de zelfoverwinning zoover, dat zij op het met zand en pisangpap bemorste
-gezichtje een plek zocht, waar zij een kus drukte, bij welk onverwacht bewijs van
-tantelijke liefde het jongentje of meisje &#x2019;t op zulk een luid geschreeuw zette, dat
-zij zich niet meer aan de herhaling der liefkoozing waagde.
-</p>
-<p>Toen zij het huis betrad kwam de dikke Poppie in een bonte kabaja, met hooge kondé<a class="noteRef" id="xd30e3268src" href="#xd30e3268">6</a>, geheel het uiterlijk eener Javaansche baboe, aangewaggeld, haar in het Maleisch
-verwelkomend.
-</p>
-<p>»Hoor eens Pop,&#x201d; zei Kitty<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »onze lieve zus kan reeds heel aardig maleisch voor haar doen, maar met haar schoonzuster
-spreekt zij bij voorkeur Hollandsch.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik vergeet haast! Kom hier, ik zal wijzen met jou kamer en dan wij gaan eten.&#x201d;
-</p>
-<p>»<span lang="ms">Laper sekali</span>,&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e3281src" href="#xd30e3281">7</a> bromde August.
-</p>
-<p>»Ja, kassian! Cor <span class="corr" id="xd30e3286" title="Bron: geef">geeft</span> ook niets mee voor te eten, wacht als ze weg gaat, ik geef ketoepat en saté, en kwee-kwee!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dadelijk eten!&#x201d;
-</p>
-<p>Met bedrijvige hartelijkheid rolde de goedhartige dikkert voor hen uit naar de logeerkamer,
-die er heel anders uitzag dan die van Ngaroengan en Djantong; alles had een even Inlandsch
-aanzien, ofschoon blinkend van zindelijkheid. De voorgalerij werd nooit gebruikt en
-was bijna altijd gesloten; in de achtergalerij scheen <span class="pageNum" id="pb117">[<a href="#pb117">117</a>]</span>men te huizen, daar stond tenminste August&#x2019;s leuningstoel en de rustbank met kussens
-opgestapeld, waarop moeder Poppie en haar kinderen met opgetrokken knieën zaten te
-eten, want van aan tafel zitten was geen sprake.
-</p>
-<p>Poppie deed op gewone dagen als er geen logés waren alles op een diep bord en zette
-den hoogen rijstberg voor August, die in zijn luiaardstoel lag en zoo dineerde, dan
-nam zij op een ander bord een bijna even grooten hoop, ging met de onnavolgbare vlugheid
-van een Indische vrouw op de baleh-baleh<a class="noteRef" id="xd30e3297src" href="#xd30e3297">8</a> zitten, de beenen kruisgewijze onder haar gevouwen en begon met haar vijf vingers
-eerst zich zelf te voeren en dan haar talrijk kroost, dat op bloote voeten om haar
-heen trippelde of wel op de baléh-baléh klom, stoeide, griende, kibbelde om elk stukje
-vleesch dat Adik meer kreeg dan Non, of om elke hap, die een beurt oversloeg bij Pietje
-of Jootje; zoo hadden ten huize van August de middagmalen plaats. De grootere kinderen
-kregen een batok (uitgeholde klappernoot) vol rijst en toebehooren en gingen ergens
-op de trappen zitten of in den tuin en kwamen zich aanmelden als de voorraad uitgeput
-was. Na het diner of de lunch, nam mevrouw Poppie haar mooie schildpadden sirihdoos
-en tracteerde zich zelf op een pruimpje dat zij met grooten smaak toebereidde; zij
-spoelde daarna echter steeds haar mond en durfde zich niet te veel aan haar liefhebberij
-overgeven; want als Corona er achter kwam, wist zij wel, wat er volgen zou.
-</p>
-<p>Daarna ging Njonja<a class="noteRef" id="xd30e3302src" href="#xd30e3302">9</a> een praatje houden met de kokkie, die naast de naaister op een matje kwam hurken;
-zij zelf nam daarbij een korte welverdiende rust op de baléh-baléh, omringd door haar
-lievelingen.
-</p>
-<p>Nu echter was alles anders ingericht; de zusters waren het zoo deftig gewoon, daarbij
-de eene was een tottok.<a class="noteRef" id="xd30e3307src" href="#xd30e3307">10</a> De tafel werd behoorlijk gedekt en van zilveren lepels en vorken voorzien; de stoelen
-waren aangezet maar de kinderen kregen hun batok en de kleinen werden door de baboe
-op een matje vereenigd en door haar gedoelangd (gevoed). Hermelijn moest uit een ondragelijke
-omgeving ontsnapt zijn om zich hier op haar gemak te voelen. August sprak met zijn
-vrouw slechts in het Maleisch of Javaansch, Poppie draafde door zonder te bemerken,
-hoeveel bokken tegen het Hollandsch door haar geschoten werden en links en rechts
-neervielen; Kitty alleen was haar gezelschap waard en Hermelijn smachtte er naar met
-haar samen te kunnen zijn.
-</p>
-<p>Na het maal, dat zoo overvloedig was als een echte Indische rijsttafel het slechts
-kon wezen, gingen zij naar haar kamer en <span class="pageNum" id="pb118">[<a href="#pb118">118</a>]</span>daar spraken beiden naar hartelust over hetgeen hen zoo ter harte ging: Conrad en
-alweer Conrad; Hermelijn werd niet moe over zijn jeugd te hooren verhalen.
-</p>
-<p>»Hou je nog altijd veel van hem?&#x201d; vroeg Kitty.
-</p>
-<p>»Moet ik &#x2019;t dan niet? Hij is mijn man, als ik niet meer van hem kon houden dan zou
-mijn ongeluk niet te overzien zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;s Middags werd er gebaad, maar het toilet van Poppie bepaalde zich tot het aantrekken
-van een schoone witte kabaja, dat was nog een beleefdheid den gasten aangedaan, anders
-werd de bonte kabaja tegen een andere van die kleur verruild. De kinderen kregen schoone
-hansoppen aan, vóór dat zij het bosch ingingen. Mama had voor pisang goreng en kollak<a class="noteRef" id="xd30e3318src" href="#xd30e3318">11</a> gezorgd, waaraan zij zich zoolang te gast deden, tot er zelfs onpasselijkheden en
-nieuwe huilpartijen ontstonden.
-</p>
-<p>Al was dus de geest, die in dit huishouden heerschte, voor Hermelijn nu juist niet
-opwekkend of verfrisschend, <span class="corr" id="xd30e3323" title="Bron: materiëel">materieel</span> deed het haar bijzonder goed, dank de groote wandelingen, die zij met Kitty en August
-maakte, de rijtoertjes, welke zij alleen met hem ondernam, want Kitty bleef t&#x2019;huis
-gehoorzaam aan haar man, met alle blijmoedigheid, die een liefhebbende vrouw leggen
-kan in haar onderwerping aan den wil van een beminden meester.
-</p>
-<p>»Kon ik den mijne ook maar gehoorzamen. Gaf hij mij maar een gebod, een wensch, dien
-ik opvolgen moest!&#x201d; zuchtte Hermelijn.
-</p>
-<p>Maar voornamelijk was het haar een troost met Kitty over al die duizend kleine nietigheden
-te kunnen keuvelen, waarover jonge meisjes en vrouwtjes nooit uitgeput raken, en waaraan
-zij evengoed behoefte hebben als aan versche lucht en dagelijksch brood. Zich uit
-te praten is zoo iets echt vrouwelijks, dat zij, die er de gelegenheid niet toe hebben,
-het gemis daarvan voelen tot schade van haar lichaams- of zielsgezondheid; het onverstoorbaar
-optimisme van Kitty werkte gunstig op Hermelijn, haar gezonde natuur, die een afkeer
-had van neerslachtigheid, kwam den druk te boven, welke haar in Djantong zoo pijnigde;
-zij begon zooals Thoren van Hagen het raadde, zilveren randen aan de donkere wolken
-te onderscheiden en vreesde niet terug te keeren naar huis; ook trachtte zij de kinderen
-van August uit hun verwilderden staat op te heffen. Vroeger had zij het in haar blinde
-ingenomenheid tegen Corona wreed en onnatuurlijk gevonden dat deze de kinderen van
-hun ouders verwijderde om ze onder haar oog op te voeden, nu echter, nu zij hen als
-Javanen in het wilde hier zag opgroeien kon zij de groote, gevreesde Cor geen ongelijk
-meer geven.
-</p>
-<p>Haar schoonzuster Poppie gaf zich veel af met Inlandsche geneeskunde; geen kwaal of
-zij wist er raad voor; zij had zalfjes en dranken voor ieder ten beste, maar zeide
-zij:
-<span class="pageNum" id="pb119">[<a href="#pb119">119</a>]</span></p>
-<p>»Cor geeft niet ik gebruik die obat! Kassian, als laatst ik mag helpen met kleine
-Jantje, hij stellig beter, maar nu hij is dood.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij was steeds in groote zorg of haar kinderen wel gebruik maakten van de djamoe&#x2019;s,
-borehs, parems en hoe al die middeltjes, welke den anti-kwakzalversbond een griezeling
-op het lijf zouden jagen, nog meer heeten mogen; niettegenstaande Corona&#x2019;s verbod
-had zij toch steeds een menigte tampah&#x2019;s<a class="noteRef" id="xd30e3335src" href="#xd30e3335">12</a> met allerlei kruiden op het dak harer bijgebouwen te drogen gelegd, om ze als vloeistoffen
-te laten trekken in den maneschijn. Er was altijd een heele apotheek in de maak, en
-Hermelijn, die gaarne iets leerde, won haar hart door naar het gebruik en de samenstelling
-van die middeltjes te vragen.
-</p>
-<p>August liet zijn vrouw haar gang gaan; hij zat het liefst in Indisch costuum staten
-te schrijven, hij was de copiist der kolonie, had een prachtige hand en maakte nooit
-fouten, zijn vrouw zorgde goed voor zijn tafel; meer scheen hij niet van haar te verlangen.
-</p>
-<p>Acht dagen bleef Hermelijn hier logeeren en verkreeg daardoor een blik in een echt
-Indisch huishouden, dat haar volstrekt niet aantrekkelijk voorkwam. Kitty, die reeds
-in dien tusschentijd een kort bezoek van haar man en dagelijks eenige brieven van
-hem had ontvangen, verlangde naar huis, maar Guillaume kwam zijn beide zusters dringend
-vragen, ook zijn Toetie eens te komen bezoeken, en Hermelijn, die geen haast had naar
-Djantong terug te keeren, vanwaar zij taal noch teeken ontving, voelde lust de uitnoodiging
-aan te nemen.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e3212">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3212src">1</a></span> Dorpen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3212src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3215">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3215src">2</a></span> Rijstvelden.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3215src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3246">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3246src">3</a></span> Bladeren.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3246src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3254">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3254src">4</a></span> Rieten valgordijnen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3254src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3257">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3257src">5</a></span> Banaan.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3257src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3268">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3268src">6</a></span> Haarwrong.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3268src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3281">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3281src">7</a></span> Erge honger.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3281src" title="Ga terug naar noot 7 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3297">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3297src">8</a></span> Rustbank.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3297src" title="Ga terug naar noot 8 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3302">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3302src">9</a></span> Mevrouw.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3302src" title="Ga terug naar noot 9 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3307">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3307src">10</a></span> Hollandsche.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3307src" title="Ga terug naar noot 10 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3318">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3318src">11</a></span> Gebak.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3318src" title="Ga terug naar noot 11 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3335">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3335src">12</a></span> Schotels van gevlochten riet.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3335src" title="Ga terug naar noot 12 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch21" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De weg naar Wilhelmshöhe, zoo had Guillaume zijn landhuis genoemd, was dalende en
-liep bijna geheel door de koffietuinen; de kleine struiken schieten niet boven 10
-tot 12 voet op; de takken spreiden zich in de breedte uit daar de kroon weggesneden
-is, waardoor de bloesems zich rijker ontwikkelen; de bodem was zorgvuldig van struikgewas
-en onkruid gezuiverd, terwijl tusschen de jonge boompjes, de hooge schaduwrijke dadapboomen
-geplant zijn, die hun takken ineenstrengelen en zoo een dak vormen, om de koffieplanten
-te beschutten en den grond rein te houden, want lommer is een levensvoorwaarde van
-de kostbare aanplanting. Het golvende terrein was geheel met zulke tuinen bedekt,
-de bloeiende planten verspreidden de zoetste geuren; later kwam men in een laan, aan
-weerszijden met hoogopgaande palmen omzoomd, pinang, areng en kokosboomen. Te midden
-van zulk een klappertuin stond het eenvoudige huis van Guillaume. Onmiddellijk <span class="pageNum" id="pb120">[<a href="#pb120">120</a>]</span>trof het Hermelijn&#x2019;s aandacht, dat hier een minder <span class="corr" id="xd30e3346" title="Bron: Indisch">Indische</span> toon heerschte dan bij August, doch ook de zindelijkheid van Poppie ontbrak geheel.
-</p>
-<p>Toetie had een witte kabaja aan vol vlekken, haar haar was zoo netjes niet gekamd
-en gladglimmend als dat van haar schoonzuster, maar in een verwarde lus opgebonden;
-de kinderen hadden Europeesche pakjes vol scheuren en gaten aan. De meubels waren
-van goed Europeesch model, doch afgebroken, gelijmd, het bekleedsel bemorst en gescheurd;
-Toetie had een vriendin bij zich, een echt Indisch meisje met dikke lippen en platten
-neus. &#x2019;s Middags amuseerden zij zich met main keplèk, een soort van dobbelspel met
-Chineesche kaarten, waaraan zij veel geld verloor.
-</p>
-<p>Kitty vergezelde Hermelijn niet; zij bleef nog een dag bij haar oudsten broer, in
-afwachting dat Portias haar zou komen halen. &#x2019;t Hollandsch vrouwtje voelde zich hier
-nog minder t&#x2019;huis, Guillaume maakte over alles gekheid, al lachend verweet hij zijn
-vrouw haar onregelmatigheden; de kinderen waren vreeselijk ondeugend maar hij strafte
-hen nooit.
-</p>
-<p>Toen in de achtergalerij het eten klaar stond, en de familie zich om de tafel zette,
-bemerkte Hermelijn dadelijk dat de borden gebarsten, het tafelkleed bemorst, de lepels
-en glazen er ongewasschen uitzagen. De rijst verscheen in een koekoesan<a class="noteRef" id="xd30e3353src" href="#xd30e3353">1</a>, waaruit Toetie schepte; intusschen waren de kinderen niet bij elkaar te houden;
-een stond op een stoel met lepel en bord, een ander lag schreeuwend op den grond,
-een derde alleen, een knaapje met ondeugende oogen, keek zijn moeder en de tantes
-zwijgend aan.
-</p>
-<p>»<span lang="ms">Allah, minta ainpon!</span>&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e3363src" href="#xd30e3363">2</a> gilde plotseling Toetie, want haar rijstlepel stuitte op een hard voorwerp, dat bij
-nader inzien een versleten, vuile slof bleek te zijn.
-</p>
-<p>Het zoete knaapje gierde &#x2019;t uit van lachen, zijn moeder die het voorwerp der misdaad
-in de hand nam, vloog hem na, zoo vlug als men van haar vadsigheid niet had verwacht,
-greep den jongen bij zijn haar en hield een strafoefening, zoo overdreven streng,
-dat Hermelijn, die anders verontwaardigd genoeg was over deze jongensstreek, er zenuwachtig
-van werd.
-</p>
-<p>Guillaume deed niets dan lachen, bediende zich van saus en kip, en scheen zijn eetlust
-er niet bij verloren te hebben.
-</p>
-<p>Toetie kwam terug met het gezicht en de gebaren van een feeks, de jongen gilde zoo
-hard dat men het uren ver in het gebergte moest hooren; zijn moeder bond het verwarde
-haar op en deed haar man de bitterste verwijten:
-</p>
-<p>»Ik moet ook alles doen, jij verwent de kinderen maar, jij lacht om alles. &#x2019;t Is hier
-een huishouden als van Jan Steen. Wat zal Hermine daarvan denken? Ik moet ook alles
-doen met zoo <span class="pageNum" id="pb121">[<a href="#pb121">121</a>]</span>weinig tractement; Cor houdt niet van mij en niemand houdt van mij, voor de nicht
-moet alles mooi zijn, maar voor mij is niets noodig, we eten altijd droge rijst. Ik
-kan geen japon koopen voor mij en dan zeggen ze nog, dat wij rijk zijn. Als ik geweten
-had, ik was nooit getrouwd, betoel!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je nu niets voor Hermine om te eten, zij lust die sloffenrijst stellig niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ah ja, die tottoks zijn zoo fijn, ik geef er niets om en als zij er om geeft, dan
-moet zij maar niet eten.
-</p>
-<p>»Foei, Toetie, foei!&#x201d;
-</p>
-<p>De goede Guillaume stond op, ging naar de keuken en haalde een bord rijst voor zijn
-schoonzuster!
-</p>
-<p>»Dat komt er van als je logés vraagt en men geen geld heeft, maar voor <span class="corr" id="xd30e3380" title="Bron: tottok&#x2019;s">tottoks</span> moet alles gedaan worden en voor de eigen vrouw niemendal. Dat ben ik zoo gewoon,
-niet waar Adik! Dat is altijd zoo, jammer dat je niet bent getrouwd met zoo&#x2019;n <span lang="ms">nonna blanda</span>!&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e3386src" href="#xd30e3386">3</a>
-</p>
-<p>Hermelijn voelde zich zoo uit het veld geslagen, dat zij niet meer eten kon; onwillekeurig
-dacht zij aan Diteren&#x2019;s raad:
-</p>
-<p>»Pas op je schoonzusters!&#x201d;
-</p>
-<p>En aan haar overmoedig:
-</p>
-<p>»Ik ben niet bang voor een schoonzuster, voor geen zes!&#x201d; Wat een tijd lag daar tusschen;
-voor de schoonzuster, wie die waarschuwing gold behoefde zij niet &#x2019;t minst te vreezen;
-haar eenige, grootste vijand was haar toen zoo aangebeden echtgenoot.
-</p>
-<p>»Ik zal je niet lang hinderen, Toetie,&#x201d; antwoordde zij kalm. »Als het kan zou ik van
-middag reeds willen vertrekken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zou wat moois zijn, Hermelijn, je laten afschrikken door het gekakel van die
-onwijze hen? Je ziet, ik geef er niets om, laat ze pruttelen, straks gaat ze keplek
-spelen en dan vergeet zij alles; zij gaat links, ik rechts, we bemoeien ons anders
-niet met mekaar, &#x2019;t is mijn huis en je blijft er zoolang ik het hebben wil. Het geld
-komt nog liefst van mij en zij verspeelt het.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn&#x2019;s gevoel kwam in opstand tegen die onkiesche verwijten tusschen man en vrouw,
-vooral nu Toetie uitbarstte in een stortvloed van scheldwoorden, waarvan zij niets
-verstond, en waarvoor Guillaume lachend zijn beide ooren toesloot.
-</p>
-<p>De andere logée at rustig voort, als ware zij aan zulke tooneelen gewend.
-</p>
-<p>»Hoor eens Guillaume en Toetie,&#x201d; zoo maakte zij gebruik van een oogenblik windstilte
-te midden van den storm, »je moet het me niet kwalijk nemen maar ik ben aan zulke
-scènes niet gewoon en daarom wil ik onmiddellijk vertrekken. Ik kom hier niet meer
-terug of mijn schoonzuster moet mij persoonlijk inviteeren; dan zal zij mij ook stellig
-hartelijker ontvangen dan nu ik alleen door <span class="pageNum" id="pb122">[<a href="#pb122">122</a>]</span>haar man schijn verzocht te zijn. Je moet mij straks de tandoe laten klaarmaken Guillaume,
-want ik blijf hier niet slapen, al moest ik ook te voet naar Djantong gaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is nu jou schuld, Xantippe,&#x201d; zei Guillaume<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »je houdt de fatsoenlijke menschen van mijn huis. Poppie die op geen pensionaat is
-geweest, heeft er beter verstand van de lui te ontvangen dan jij. &#x2019;t Is goed Hermine,
-ga maar terug naar &#x2019;t groote huis en vertel wat je hier gezien hebt en hoe Toetie
-je behandelt.&#x201d;
-</p>
-<p>Met groote oogen zag de jonge vrouw haar schoonzuster aan.
-</p>
-<p>»Als je zoo brani<a class="noteRef" id="xd30e3409src" href="#xd30e3409">4</a> bent,&#x201d; zei ze met ingehouden drift.
-</p>
-<p>»Brani ben ik genoeg,&#x201d; antwoordde Hermelijn, »maar ik ben niet gewoon, uit de huizen,
-waar ik logeerde, te klikken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar je kunt wel hier blijven,&#x201d; begon Toetie te vleien, »bij ons is het wel niet
-zoo netjes als bij jou, wij zijn zoo arm.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, ik zal mijn bezoek liever uitstellen, tot ik eens met Conrad kom,&#x201d; verzekerde
-Hermelijn vastberaden.
-</p>
-<p>»Zooals je wilt, Hermine,&#x201d; sprak Guillaume<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »als je maar weet dat je mij &#x2019;t ergste straft; ik had me zoo&#x2019;n paar prettige dagen
-voorgesteld in je gezelschap.&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk, andere vrouwen vindt hij alleen lief.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat komt er van als men gekoppeld wordt aan zoo&#x2019;n heks. &#x2019;t Is alles <span class="corr" id="xd30e3422" title="Bron: jou">jouw</span> schuld, vrouw! Geen wonder dat je mij het huis uitjaagt.&#x201d;
-</p>
-<p>Het was voor Hermelijn een werkelijke verlichting toen zij in de tandoe stapte om
-naar Ngaroengan te worden teruggedragen; Toetie was nu heel anders, haar toorn was
-bedaard en maakte plaats voor haar gewone matheid.
-</p>
-<p>»Wat zal Cor zeggen, dat je het niet kunt uithouden bij mij?&#x201d; vroeg ze.
-</p>
-<p>»Ik zal antwoorden dat ik te veel naar Conrad verlang,&#x201d; was het antwoord, met een
-pijnlijken lach gegeven, »ik ben niet boos op je, Toetie, want ik begrijp &#x2019;t heel
-goed wat het is. Je vindt het niet aardig dat Guillaume mij zonder je te waarschuwen
-verzocht heeft en je er niet op ingericht was mij te ontvangen. Een volgenden keer
-schrijf je mij zelf en dan blijf ik met heel veel pleizier logeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>Misschien had nog niemand ooit met zooveel erkenning van haar waardigheid tot Toetie
-gesproken; zij scheen verlegen.
-</p>
-<p>»Je moet maar blijven, ik zal niet tjoewawak<a class="noteRef" id="xd30e3432src" href="#xd30e3432">5</a> meer zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dezen keer niet, Toetie! Een volgende maal met genoegen.&#x201d;
-</p>
-<p>Guillaume wilde haar vergezellen; ofschoon de mandoer, een Javaan met stemmige, bedaarde
-houding naast haar tandoe ging.
-</p>
-<p>»Neen Guillaume,&#x201d; zeide zij, »blijf t&#x2019;huis, dat is beter.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb123">[<a href="#pb123">123</a>]</span></p>
-<p>»Toetie zal &#x2019;t waardeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waardeeren, och Hermine, zij weet niet, wat waardeeren is. Je ziet, wat voor prettig
-intérieur ik hier heb,&#x201d; ging hij voort, naast haar draagkoetsje stappend, »gelukkig
-dat ik er niets om geef. Ik zoek mijn pleizier buitenshuis. &#x2019;t Is alles Cor haar schuld,
-zij liet ons trouwen toen we nog te jong waren om te weten wat we deden. Toetie is
-van goede familie; Cor had alles met haar moeder afgesproken en toen werd ons gezegd
-dat we het maar samen moesten vinden.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is ongelooflijk,&#x201d; zuchtte Hermine.
-</p>
-<p>»Je ziet de gevolgen! Zij is driftig, slordig, lui, en speelt bovendien. Als ik <span class="corr" id="xd30e3447" title="Bron: één">een</span> andere vrouw had, Hermine, zou ik beter zijn, maar een van al die eigenschappen maakt
-een man reeds ongelukkig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou er niets aan te doen zijn, Guillaume, met redeneering en zachtheid?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel neen, je moet zoo&#x2019;n heks aandurven! Ze is alleen bang voor Cor, die haar soms
-duchtig onder handen neemt. Ik weet niet Hermine, of Conrad je wel hoog genoeg schat,
-maar als je mijn vrouw was.&#x2026; Wil je vriendelijk voor me zijn, Hermelijntje, een lief,
-aardig zusje?&#x201d;
-</p>
-<p>Hij zag er sprekend Conrad uit; zijn stem klonk, zooals zij zich die van haar man
-had gedroomd, hij boog zich in de tandoe en staarde haar smeekend aan.
-</p>
-<p>»Wel zeker, Guillaume,&#x201d; antwoordde Hermelijn onbevangen. »&#x2019;t Is altijd mijn plan geweest,
-voor mijn nieuwe broers en zusters goed en vriendelijk te zijn. Voor jou zoo goed
-als voor een ander en zelfs tegen Toetie koester ik niet den minsten wrok.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar heb je met mij geen medelijden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel, ofschoon ik vind dat je zelf de noodige schuld draagt aan je huiselijk leed.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is zoo hard te moeten trouwen met een vrouw, die men niet lief heeft, zelfs niet
-eens kent. Toetie kwam zoo van school en dadelijk werd ze met mij geëngageerd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je moet allen de wrange vruchten plukken van je slaafsche gehoorzaamheid aan Corona;
-maar Guillaume, ik bemoei mij met geen familiezaken. Ga spoedig naar huis en maak
-het bij je vrouw goed. De mandoer zal behoorlijk op mij passen. Bonjour!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je geen woordje van troost, lieve Hermine? Och, nu ik je ken, weet ik eerst hoe
-gelukkig men kan zijn met een lieve, beschaafde vrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom Guillaume, men schat altijd &#x2019;t geen men niet bezit op dubbele waarde; wie weet
-hoe Conrad over mij denkt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad is een aartsdomoor, meer niet. Hij is altijd een dwarskop geweest, hij houdt
-innig van je, dat weet ik zeker, maar hij zal nog liever zijn tong stuk bijten dan
-het je te laten merken.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb124">[<a href="#pb124">124</a>]</span></p>
-<p>»Geloof je dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel, hoe kan men je zien en je niet aanbidden, Hermelijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Guillaume, die opera-complimentjes hooren niet tusschen ons t&#x2019;huis. Ga nu kalmpjes
-terug en handel verstandig met Toetie, dat raadt je het zusje.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent een engel,&#x201d; en voor zij &#x2019;t beletten kon, had hij haar hand genomen en die
-aan zijn lippen gedrukt.
-</p>
-<p>»Ik ga nu werkelijk heen, denk soms aan mij!&#x201d;
-</p>
-<p>Maar Hermelijn dacht niet meer aan Guillaume; zij leunde achterover in de tandoe en
-zuchtte.
-</p>
-<p>»Nog geen vijf weken vereenigd en reeds moet ik alleen zwerven door een Javaansche
-wildernis, hoe kan <span class="corr" id="xd30e3472" title="Bron: Guillaune">Guillaume</span> dat toch werkelijk meenen: van mij houden! Hij veracht, hij verwenscht mij, die hem
-meer is opgedrongen dan Toetie aan haar man!&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e3353">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3353src">1</a></span> <span class="corr" id="xd30e3354" title="Bron: Rietenzak">Rieten zak</span>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3353src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3363">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3363src">2</a></span> God beware me!&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3363src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3386">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3386src">3</a></span> Hollandsch meisje.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3386src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3409">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3409src">4</a></span> Brutaal.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3409src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3432">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3432src">5</a></span> Schreeuwerig.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3432src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch22" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Niets verrukkelijker dan een morgen in het Javaansche gebergte<span class="corr" id="xd30e3479" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>Alles is verzonken in rust; de donkere mantel van den nacht omhult het landschap nog,
-maar zijn plooien schijnen minder dik, de sterren flonkeren aan de lucht maar met
-verbleekten glans, de maan werpt slechts flauwe schaduwen over de bosschen en ravijnen.
-Het gezang der krekels heeft opgehouden, het geroep der wilde dieren is verstomd,
-de uil verbergt zich in zijn dagpaleis en rust uit van zijn schrille nachtkreten;
-niets verbreekt de stilte dan het knarsen van het juk der bedrijvige Javanen, die
-nu met hun groenten of gevogelte de dessa&#x2019;s verlaten en zich naar de markt begeven,
-dan het regelmatig stampen van de rijst in de blokken der bedrijvige huismoeders,
-dan het steeds luider en luider kraaien der hanen, en nu en dan het eentonig rollen
-van een door karbauwen bespannen kar in de holle wegen, of het ruischen van de ontelbare
-beekjes, die de rijstvelden besproeien en het klotsen van den bergstroom in zijn diepe
-bedding.
-</p>
-<p>In het oosten vertoont zich een flauwe grijze streep, die steeds schitterender wordt
-tot hij in vurig rood overgaat en den geheelen horizont als in laaien gloed ontsteekt;
-veelkleurige pijlen schieten naar rechts en links, in de hoogte zweven sluiers van
-purper; alles wat eerst dof en kleurloos scheen, doorloopt langzamerhand alle toonladders
-van sluimerend grauw tot glinsterend groen, rood, violet en oranje.
-</p>
-<p>De sterren verdwijnen, de maan is slechts een bleeke sikkel meer, de bergen en rotsen
-lossen zich in sprekende kleuren op tegen de sombere lucht; de vogels kwelen en zingen
-en orgelen<span class="pageNum" id="pb125">[<a href="#pb125">125</a>]</span>&#x2014;wie durft zeggen dat de vogelenkeel op <span class="corr" id="xd30e3487" title="Bron: Jave">Java</span> stom is?&#x2014;de dauw vonkelt, en flikkert bij den eersten kus der morgenstralen als een
-kleed van diamant over elke struik, elk blad, elke grashalm neergeworpen; zacht buigen
-zich de toppen der woudreuzen en murmelen wonder verhalen over de geesten, die hen
-dezen nacht bezochten. De bloemen in elke rotsspleet bloeiend of over het grastapijt
-kruipend, heffen de kopjes omhoog en fluisteren over de koningin der feeën, die in
-hun kelken bruiloft vierde, over de elfen, die in den geurigen nacht dansten en huppelden
-door het voor menschen ontoegankelijke woud en over de gevechten door de monsters
-der duisternis daar gevoerd. De ravijnen ontvangen bundels licht in hun gapende diepten;
-dan luiden de bonte klokjes den zonnigen morgen in, de pluimen der woudplanten wuiven
-hem hun blijde groete toe, de geuren van de koffiebloesems ontwikkelen zich sterker
-nu de tooverstaf der zonnestralen hen tot ontwaken roept. Alles leeft, alles juicht,
-de verschrikkingen van den nacht zijn weggevlucht, alles peinst slechts op schoonheid,
-op glans, op kracht en leven, nu het oog van den dag zich over het landschap <span class="corr" id="xd30e3490" title="Bron: heef">heeft</span> geopend.
-</p>
-<p>Het oosten was nog zacht rozerood gekleurd toen twee ruiters het groote huis&#x2014;door
-Corona het liefst St. Paul genoemd&#x2014;verlieten; twee groote honden draafden voor hen
-uit. Zij reden in vrij snellen draf den grooten weg langs en het morgenwindje deed
-de kleederen van een hunner golvend wapperen, waardoor het zichtbaar werd dat deze
-aan eene amazone toebehoorden.
-</p>
-<p>»Wat een frissche, geurige morgen,&#x201d; zeide zij, diep ademhalend »niets loont toch zoo
-de opoffering van een uurtje slaap als zulk een vroege tocht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben nieuwsgierig of Thoren ook den moed heeft zijn belofte te houden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een belofte van Thoren, papa? Wat bedoelt u!&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij zou ons bij de pasanggrahan<a class="noteRef" id="xd30e3499src" href="#xd30e3499">1</a> beneden opwachten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat had u mij eer moeten zeggen, papa!&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom dan, Corona.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als ik geweten had dat mijn gezelschap papa niet genoeg was, zou ik t&#x2019;huis zijn gebleven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar kind, &#x2019;t is niet in mij opgekomen dat je liever niet met Thoren van Hagen uitreedt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ach, alles wat mij aangaat, is u ook onverschillig. Hoe dikwijls heb ik papa niet
-gezegd, dat ik hem onverdragelijk vind, dat het mij hoogst onaangenaam was dat u hem
-&#x2019;t huis aan het Ngaroemeer verhuurd had. Ik heb grooten lust <span class="corr" id="xd30e3509" title="Bron: rechtsomkeer">rechtsomkeert</span> te maken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Corona, wees toch verstandig! Ik moet naar Gobal rijden en Thoren zou gaarne
-de waterwerken van Djira zien.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb126">[<a href="#pb126">126</a>]</span></p>
-<p>»En moet ik ze hem wijzen?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Ware een kleine moeite; de weg splitst zich bij Batoe Toelis in tweeën, de eene
-gaat naar Gobal, de andere naar Djira.&#x201d;
-</p>
-<p>»Moet ik dan alleen de <span class="corr" id="xd30e3519" title="Bron: cirerone">cicerone</span> voor hem spelen? Grand merci! Papa heeft over mij beschikt, zonder mij te raadplegen,
-dat merk ik wel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb niets beschikt; je hebt zelf aangeboden mij te vergezellen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat ik niet wist dat papa reeds voorzien was van gezelschap.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom Corrie, word nu niet boos. Ik begrijp niet wat je tegen dien man hebt; hij is
-zoo door en door beleefd en beschaafd, zoo heel anders dan de meeste jongelui die
-uit Europa komen; een beetje excentriek maar dat moet jou &#x2019;t allerlaatst tegenstaan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Er valt niet over te redeneeren papa, hij is mij antipathiek.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu kind, &#x2019;t spijt me erg, je weet hoe zeer ik op een ritje met je gesteld ben, en
-het overkomt mij zoo zelden, dat je met je ouden vader rijdt.&#x201d;
-</p>
-<p>»U heeft ook zoovele andere zoons en schoonzoons om mee te rijden,&#x201d; en Corona&#x2019;s stem
-klonk bitter.
-</p>
-<p>»Geen die mijn oudste dochter kan vervangen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat kan alleen een vrouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona, Corona! Je bent onbarmhartig; hoe weinig mijn beide vrouwen er in konden
-slagen je op den achtergrond te dringen, heb ik genoeg getoond, niet alleen door woorden
-maar ook door daden. Arme Helena, zij heeft weinig geluk gekend en zij verdiende het
-toch wel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ze was niet kwaad en als ze nog leefde, zou ik het haar bewijzen, dat ik van
-meening veranderd ben; Leonie moest mij haar leeren waardeeren, maar o papa, wat waren
-we gelukkig geweest met ons beiden en de twee jongens desnoods, als we zoo&#x2019;n kolonie
-niet rondom ons hadden gehad, die niets dan <span class="corr" id="xd30e3534" title="Bron: zorgen">zorg en</span> ergernis geeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona, je wil het nu eenmaal niet begrijpen, hoe een mensch aan een andere liefde,
-dan die van bloedverwanten kan toegeven. Denk er om dat je vroeg of laat tot je schade
-het tegendeel kunt leeren; je bent onbarmhartig en blind voor ieder, die uit liefde
-een onberedeneerden stap doet, voor je vader zoowel als voor je broers en zusters.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik vind het een dwaasheid, goed voor dichters en romanschrijvers; als een mensch
-maar genoeg te doen heeft dan kan hij die armzalige dweperijen heel goed missen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat dunkt je van Conrad? Die jongen handelt zoo vreemd. Hij laat zijn vrouwtje uit
-logeeren gaan en komt geen enkelen keer bij ons, ook Hermine vind ik stijf en koel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij is zooals zij wezen moet en Conrad is nog niet in zijn humeur. &#x2019;t Duurt lang,
-ik beken het.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou hij wel goed zijn voor zijn vrouwtje.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb127">[<a href="#pb127">127</a>]</span></p>
-<p>»Ik weet het niet, ik zal &#x2019;t onderzoeken. Guillaume heeft weer om voorschot gevraagd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een Danaïdenvat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal dezer dagen Toetie verrassen en zien of zij nog speelt en dan, verzeker ik
-u, krijgen ze geen cent meer; &#x2019;t wordt ook hoog tijd dat kleine Willem uit die omgeving
-wegkomt. Ik zal hem meenemen naar huis.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt Poppie honderd gulden gegeven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe weet u dat? Heeft August dat verteld? &#x2019;t Arme schaap had ze hard noodig, de luiermand
-is afgesleten door het veelvuldig gebruik en ik zal er tegen dien tijd komen logeeren,
-anders verknoeit zij zichzelf en de kleine nog met haar likkepotjes.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar wat denk je, moet Portias niet eens een kleine verhooging hebben; de kerel doet
-zijn best.&#x201d;
-</p>
-<p>»Doet hij dat? Maakt hij geen noten meer op de staten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb er in de laatste maand geen gezien.&#x201d;
-</p>
-<p>»We moeten daar eens nader over spreken; ik zie hem in staat om op een goeden dag
-met Kitty naar Samarang of Batavia te gaan en daar pianolessen te geven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zou ik niet willen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ook niet, maar Kitty is een kleine slang, zij stookt Hermelijn tegen mij op. En
-zou ik dan de liefde niet haten, papa, die mij niet alleen een vader maar ook een
-zuster heeft ontnomen?&#x201d;
-</p>
-<p>De hoefslagen van een paard deden zich hooren.
-</p>
-<p>»Daar is hij reeds! Och papa, wat vind ik dat vervelend; we reden zoo gezellig, altijd
-moet u ook personen stellen tusschen u en mij; mijn gezelschap is papa nooit genoeg.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar beste meid, bedenk toch&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>De over geheel Java om zijn trots bekende koffielord de Géran, kon alleen vleien en
-smeeken bij zijn oudste dochter.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen was intusschen vlak voor het tweetal gekomen; hij reed op zijn fraaien,
-vurigen vos en had een fantastisch costuum aan, een soort van groen jachtcostuum met
-tyrolerhoed, waarop een paar veeren prijkten.
-</p>
-<p>Het was nog niet geheel licht geworden, toch kon men menschen en dingen reeds vrij
-duidelijk onderscheiden.
-</p>
-<p>»U ziet dat ik woord houd,&#x201d; sprak hij, Corona hoffelijk groetend en den ouden heer
-de hand reikend, »ik vermoedde niet dat na het genoegen van uw gezelschap mijnheer
-de Géran, mij nog zulk een aangename verrassing wachtte.&#x201d;
-</p>
-<p>»Het aangename der verrassing is dan slechts van een kant,&#x201d; antwoordde Corona scherp,
-»ik hoorde nu eerst dat papa zich reeds een kameraad uitgekozen had. Wanneer ik het
-eer geweten had, zou ik u geen vrouwelijk gezelschap hebben opgedrongen, wat ruiters
-altijd onaangenaam is op verre tochten.&#x201d;
-</p>
-<p>»O ik geloof niet dat u ons in het minst zal hinderen. Ik zou <span class="pageNum" id="pb128">[<a href="#pb128">128</a>]</span>eer zeggen het tegendeel, gelooft u ook niet mijnheer de Géran? Mejuffrouw uw dochter
-is een uitstekende amazone.&#x201d;
-</p>
-<p>»Altijd een dubbelzinnig compliment, waar hij gelegenheid had mij iets werkelijk vleiends
-te zeggen,&#x201d; dacht Corona.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen reed aan de andere zijde van haar vader en begon met hem een gesprek
-over de koffieteelt.
-</p>
-<p>Hoe druk het liep, hij vond toch <span class="corr" id="xd30e3574" title="Bron: gelegendheid">gelegenheid</span> om bij het licht der vroegste zonnestralen, Corona&#x2019;s zonderling rijtoilet te beschouwen.
-Het was een luchtig wit kleed dat hals en armen onder het fijne gaas deed zichtbaar
-worden; een gouden band omsloot haar middel; een goudkleurig hoedje bedekte haar hoofd,
-terwijl haar lokken in volle lengte en breedte daaraan ontsnapten; haar handen staken
-in lange tot de ellebogen reikende handschoenen; zij zag er vreemd uit maar schooner
-dan ooit, verguld als haar matbronzen tint werd door de stralen der zon en door den
-weerglans van haar hoofddeksel.
-</p>
-<p>»Er ontbreken u slechts pijlenkoker en boog, om uw <span class="corr" id="xd30e3579" title="Bron: Walkuren-custuum">Walkurencostuum</span> volledig te maken,&#x201d; kon hij zich niet weerhouden te zeggen<span class="corr" id="xd30e3582" title="Niet in bron">;</span> »zelfs de gouden helm is niet vergeten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, zij ziet er ridderlijk genoeg uit,&#x201d; merkte de Géran op en zag haar aan met een
-blik vol liefde en bewondering, zooals hij alleen haar kon aanzien.
-</p>
-<p>»Ik wist niet dat ik menschen zou ontmoeten, die mijn toilet zouden opmerken; anders
-zou ik niet met losse haren zijn uitgereden, wat u deftigen Hollander zeker ten hoogste
-ongepast voorkomt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik wist niet dat juffrouw de Géran zich zoozeer stoorde aan het oordeel van anderen,
-dat zij daarnaar hare kleeding regelde.&#x201d;
-</p>
-<p>Het paard kreeg met haar zweepje een tik, waardoor het vurige dier, dat koket den
-hals wist te krommen, als vermoedde het welk een schoonen last het droeg, hoog begon
-te steigeren. Zij bleef vast in den zadel, zwenkte en bracht toen het dier weer tot
-zijn plicht.
-</p>
-<p>»De dierenbedwingster Antiope of Penthesilea!&#x201d;
-</p>
-<p>»Mevrouw Carré, zou dat niet minder ver gezocht zijn?&#x201d; vroeg Corona. Zij voelde als
-bij <span class="corr" id="xd30e3591" title="Bron: instict">instinct</span> dat Thoren van Hagen zijn oogen niet van haar kon afwenden en dat hij haar werkelijk
-bewonderde, dit bracht haar in betere stemming.
-</p>
-<p>»Ik bid u, breng in deze omgeving, waarin men alleen van een Sakontala, een Diana,
-een Corinna of Clorinde des noods zou kunnen spreken, geen herinnering aan circusdames;
-verstoor de illusie niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn dochter stamt van een heldengeslacht,&#x201d; zei de oude heer de Géran met een fierheid,
-die hem goed afging.
-</p>
-<p>»U is van Franschen adel?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeer ouden zelfs,&#x201d; bevestigde Corona.
-<span class="pageNum" id="pb129">[<a href="#pb129">129</a>]</span></p>
-<p>»Haar overgrootvader heeft bij Fontenoy gestreden, en begeleidde later Marie Antoinette
-van Versailles naar Marly en haar grootvader was meermalen de cavalier van de prinses
-Borghese of koningin Hortense.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ook mijn grootvader behoorde tot haar pages.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een familiegelijkenis dus, maar in ernst! Ik heb nog het volle uniform van mijn vader,
-waarvan hij zich niet kon scheiden toen hij na Waterloo Frankrijk ontvluchtte.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wilde hij zich niet met de Bourbons verzoenen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat had hij na Fontainebleau gedaan op verzoek zijns vaders, die onveranderlijk legitimist
-gebleven was, zelfs na een verblijf van vele jaren in Amsterdam, waar hij en mijn
-tante lessen gaven om in hun onderhoud te voorzien; maar die vader stierf kort na
-de herstelling der Bourbons. »Nu kan ik in vrede gaan, nu ik de leliën weer heb zien
-bloeien&#x201d;; het waren zijn laatste woorden. Hij stierf op zijn kasteel St. Paul, waar
-nu nog de Fransche Gérans wonen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En houdt u met hen briefwisseling?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker, dat wil zeggen Corona, doet het; zij wacht met trouwen tot er een neef komt,
-die haar de gravinnekroon weder op het hoofd drukt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is niet noodig papa, ik ben gravin en behoef het door geen huwelijk met wien
-ook meer te worden. Wij wisselen brieven en portretten, maar die hoogadellijke familie
-huivert van alle mésalliances waarmee onze kinderen zich hier bezoedelen. Ik geef
-niets om dien adel, niets.&#x201d;
-</p>
-<p>Een fijne glimlach speelde om Thorens lippen; al zag Corona dien niet, zoo onderschepte
-zij toch even den ondeugenden blik, die in zijn oogen tintelde en dien zij reeds als
-iets eigenaardigs bij hem begon te leeren kennen omdat hij haar daarmede altijd prikkelde.
-</p>
-<p>»Corona gelijkt sprekend op hare tante, de engelachtige Yolande.&#x201d;
-</p>
-<p>»Uw evenbeeld, gravin?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb geen aanleg voor engelachtigheid, mijnheer van Hagen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor een strijdenden engel misschien, een vrouwelijken Michaël?&#x201d;
-</p>
-<p>»Door mijn moeder, die van Javaansche afkomst was, heeft haar type de weekelijkheid
-verloren en het is nu krachtiger geworden, overigens hebben Conrad en Guillaume nog
-de meeste gelijkenis met mijn vader. Maar ik vertelde juist zijn levensloop. Toen
-Napoleon van Elba terugkeerde kon mijn oude heer niet rustig op zijn landgoed blijven.
-Hij kwam in zijn ouden rang weer bij het leger terug, streed hij Waterloo en wilde
-toen niet meer van de genade der Bourbons afhankelijk zijn; hij nam als gewoon soldaat
-dienst in Indië.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een generaal?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja en hij toonde even goed te kunnen gehoorzamen als te gebieden. &#x2019;t Was een echt
-mannelijk geslacht, dat zich om Napoleon had geschaard.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb130">[<a href="#pb130">130</a>]</span></p>
-<p>»Als ik in zijn tijd had geleefd, ik zou mijn epauletten niet hebben weggeworpen,
-maar thans, welk verstandig man speelt nog langer soldaatje?&#x201d;
-</p>
-<p>»Noemt u den oorlog tegen Atjeh kinderwerk?&#x201d;
-</p>
-<p>»Of liever een onrechtvaardigen oorlog, juffrouw de Géran. Ik weiger te strijden tegen
-mannen, voor wien ik eerbied heb, daar zij hun onafhankelijkheid verdedigen, zooals
-de Atjineezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waren Napoleon&#x2019;s oorlogen dan zoo rechtvaardig?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, maar hem te volgen, deed alles vergeten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo dacht mijn vader er ook over! Hij had een blinde vereering voor Napoleon; jaren
-lang was hij door zijn vader verloochend en zelfs gevloekt omdat hij diens vlag had
-verkozen boven die der Bourbons. Als hij over Napoleon sprak dan gloeiden zijn oogen
-van geestdrift, dan was het of hij die veldslagen nogmaals bijwoonde. In Indië maakte
-hij menig gevecht in de Molukken en hier op Java mede, maar werd gewond en verminkt;
-hij verloor zijn rechterarm en leerde toen mijn moeder, de dochter van een rijken
-landheer, kennen. Zij was meer ontwikkeld dan de meeste meisjes uit dien tijd en dweepte
-met mijns vaders krijgsverhalen, zij werd zijn vrouw, hij nam ontslag uit den dienst
-en vestigde zich op het koffieland, dat onder den oorlog van Dipo Negoro veel had
-geleden. Maar hij wist het weer op te heffen uit dien staat van verval, en toen zijn
-zuster na het huwelijk van haar neef met een Rochechouart, haar geheimen wensch vervulde
-en in een klooster ging, voelde hij dat alle banden met Frankrijk voor hem verbroken
-waren; hij bleef hier tot zijn dood!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft u hem nog gekend juffrouw, of liever freule de Géran?&#x201d;
-</p>
-<p>»Juffrouw is voldoende. Ja zeker kende ik hem. Ik was zijn lieveling, niet waar papa?
-Hij is gestorven kort na Conrad&#x2019;s geboorte.&#x201d;
-</p>
-<p>»En we misten hem zeer! Hij had een warm, gloeiend hart behouden, dat de tropische
-zon niet heeft kunnen verschroeien. Mijn moeder is jong gestorven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Met zijn eenen arm schoot hij nog op tijgers.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je moest Thoren van Hagen eens zijn herinneringen toonen, Corona; &#x2019;t is zijn aandacht
-wel waard.&#x201d;
-</p>
-<p>»Alles uit dien tijd boezemt mij belang in.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar dan moet u er niet mee spotten. Dat zou ik niet kunnen verdragen,&#x201d; riep zij
-met glinsterende oogen, en Thoren van Hagen dacht:
-</p>
-<p>»Zoo een dolk in haar gordel verborgen was, zou die uitgetrokken worden en mee flikkeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben niet gewoon over eerbiedwaardige familieherinneringen te spotten,&#x201d; antwoordde
-hij met een hoogen ernst die haar tevreden stelde.
-</p>
-<p>»Wie dat ook doet, is een lafaard. En daarvoor zie je mijnheer Thoren van Hagen toch
-niet aan, Corona?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb131">[<a href="#pb131">131</a>]</span></p>
-<p>»Neen papa, al heb ik het tegendeel niet gezien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoop gelegenheid te hebben het u eens te toonen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En nu scheiden zich onze wegen, daar gaat de weg bergaf naar Gobal, en hier dwars
-door de dessa naar Djira! Blijf je bij uw plan, er heen te rijden, Thoren, zie dan
-mijn dochter over te halen je te <span class="corr" id="xd30e3644" title="Bron: heleiden">begeleiden</span>. Beteren gids zou je zelfs in Junghuhn en Veth niet kunnen bezitten.&#x201d;
-</p>
-<p>»De freule zal zulk een gelegenheid, om de eer van haar geboorteland tegenover een
-vreemdeling op te houden, niet voorbij laten gaan, naar ik hoop.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zou moeilijk anders kunnen handelen, nu Papa u een belofte heeft gedaan, moet
-ik dien gestand houden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Alleen beloften door u zelf gedaan, kunnen voor u waarde hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meent u dat?&#x201d; vroeg zij plotseling nadenkend; misschien dacht zij aan al die beloften,
-welke zij uit naam van anderen had gedaan en die zij hen daarom zedelijk verplichtte
-te houden.
-</p>
-<p>»Zooeven wilde u mij wel voor geen lafaard aanzien, hoewel u het tegendeel niet wist
-en nu denkt u dat ik iets zou uitspreken als mijn meening, wat het niet is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als je mijnheer vergezelt, Corona, zal ik je tegemoet rijden tot den eersten paal,
-vandaar rijden we tegen 10 uur naar het groote huis terug.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu dan, laten we het zoo afspreken,&#x201d; zeide zij min of meer weifelend.
-</p>
-<p>»Dan heb je Djario voor de paarden, ik kan Ketjil mee nemen, adieu tot straks!&#x201d;
-</p>
-<p>Thoren groette en sloeg met Corona het zijpad in; de heer de Géran zag hen na, een
-opmerkelijk schoon paar in hun fantastische kleeding, omringd door de trotsche schoonheid
-van het Javaansche landschap.
-</p>
-<p>»Zou zij in hem haar portuur vinden?&#x201d; dacht de vader, haar met trots nastarend. »Arm
-kind! Wie zal haar begrijpen, wie haar liefhebben als ik mijn oogen sluit? O, dat
-ik haar voor dien tijd gelukkig getrouwd wist met een man, die haar schatten kon op
-de rechte waarde.&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e3499">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3499src">1</a></span> Javaansch logement.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3499src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch23" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In het oog van den heer de Géran was Corona zoo geheel boven alle wetten verheven
-van een zoogenaamd fatsoen, zoo volkomen onafhankelijk van alle kleingeestige oordeelvellingen,
-dat het niet in zijn geest opkwam, er iets ongepast in te vinden dat <span class="pageNum" id="pb132">[<a href="#pb132">132</a>]</span>zij op een vroegen morgen alleen de wildernis introk, met een bijna onbekend jonkman.
-</p>
-<p>Het was de eerste keer ook niet dat Corona alleen met een der gasten haars vaders
-uit rijden ging, maar nimmer had zij er iets <span class="corr" id="xd30e3667" title="Bron: ingezien">in gezien</span>; en thans scheen &#x2019;t zoo vreemd, zoo zonderling, zoo onaangenaam dat zij haar vader
-die schikking zeer kwalijk nam, maar ze kon nu niets anders doen dan Thoren van Hagen
-begeleiden.
-</p>
-<p>Zij trokken door een kampong; de huizen stonden netjes en regelmatig naast elkaar;
-kinderen in de meest primitieve kleeding speelden in het zand; onder de afdakjes zaten
-de vrouwen te <span class="corr" id="xd30e3672" title="Bron: batik">batikken</span><a class="noteRef" id="xd30e3674src" href="#xd30e3674">1</a>, of een buurpraatje te houden, de warong had druk klandisie in het vroege morgenuur,
-de landbouwer, door zijn jongentjes vergezeld, dreef de karbouwen naar de sawahs;
-hun beschilderde tjapings<a class="noteRef" id="xd30e3677src" href="#xd30e3677">2</a> gloeiden in de morgenzon; alles sprak van vredige kalmte.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen vroeg zijn schoone begeleidster of zij ook aan batikken deed.
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t wel eens gedaan,&#x201d; antwoordde zij, »maar ik kan niet zeggen dat het werk
-mij aantrekt; &#x2019;t is misschien een gevolg van onze opvoeding dat wij onwillekeurig
-die Indische liefhebberijen wat te min voor ons vinden. De Hollanders denken er anders
-over, verbeeld u dat Portias het geluid van gamelang en anklong op de piano wil nabootsen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb zelfs gehoord van een symphonie, die hij componeert over »De roode hond<span class="corr" id="xd30e3684" title="Niet in bron">&#x201d;</span>.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat hij oppassen dat hij zelf dien rooden hond niet ontmoet! Ik hou niet van dat
-tarten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar juffrouw de Géran, wie wordt hier getart? U gelooft toch niet aan baboesprookjes.&#x201d;
-</p>
-<p>»Naar sprookjes van mijn baboe heb ik nooit willen luisteren, maar de »Kalang,&#x201d; zoo
-noemt men dat dier, is geen sprookje. Er is een legende aan verbonden, een dwaze legende
-zal u in uw hooge wijsheid wel beweren. U Hollanders bent zoo wijs en toch, hoe dikwijls
-doet u niet aan betooveringen, hekserijen, klopgeesten, tafeldansen en wat al niet.
-Wees niet wijzer dan Hamlet, Horatio!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wil niets liever dan geloof slaan aan dingen tusschen hemel en aarde, waarvan
-schoolsche wijsheid evenmin als mijn domheid ooit droomde, en zal mij volstrekt niet
-aanmatigen er een oordeel over uit te spreken; zij hebben immers recht van bestaan.
-Het bovenaardsche openbaart zich waarschijnlijk ook wel in groteske dingen; mij is
-het te heilig om daartoe te worden verlaagd, maar tot het al of niet bestaan van dergelijke
-geheimzinnigheden, doet mijn meening niets af.&#x201d;
-</p>
-<p>»En voor u is &#x2019;t ook goed, dat u het niet eenvoudig ontkent. <span class="pageNum" id="pb133">[<a href="#pb133">133</a>]</span>Weet u wel, dat het meer, waarbij u woont, de oorsprong is van het geheele verhaal?&#x201d;
-</p>
-<p>»En zwerft die spookhond daar misschien rond, in en om het meer?&#x201d;
-</p>
-<p>»Men zegt het! Mijn moeder zag het dier kort voor haar dood; zij was een Europeesche
-en zal dus even als u over zulke dingen hebben gedacht. Mijn grootvader zelfs sprak
-met een soort eerbied over die legende.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar hoe is de legende eigenlijk, ik ken ze niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Kent u ze niet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel neen, niemand wist ze mij precies te vertellen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo zijn ze; praten en spotten over het onbekende, dat gaat hun gemakkelijk af, maar
-zelf onderzoeken, een eigen oordeel uitspreken, dat is te <span class="corr" id="xd30e3702" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span>, te lastig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zal ik ze van u mogen hooren?&#x201d;
-</p>
-<p>»We moeten aanstappen, als wij Djira willen zien en papa op den bepaalden tijd tegemoet
-rijden. Ik kan <span class="corr" id="xd30e3708" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> een lang verhaal al rijdend doen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kunnen wij daar uitrusten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wanneer we tijd hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»O tijd, tijd zullen we maken des noods, al moet ik er de zon voor laten stilstaan,
-het zou mij de moeite waard zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die hond boezemt u toch belang in.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet niet of &#x2019;t om den hond is,&#x201d; antwoordde Thoren van Hagen op gedempten toon.
-</p>
-<p>Zij gaven hun paarden de sporen en reden snel over den goed onderhouden weg, die dwars
-door koffietuinen voerde; zij spraken geen woord meer, de wind joeg een frisschen
-blos op Corona&#x2019;s wangen, haar oogen schitterden door den snellen rit, haar neusvleugels
-trilden, haar half geopende lippen verrieden door een onwillekeurigen glimlach het
-genot dat zij er in vond, zoo snel te rijden in de balsemgeurige morgenlucht.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen kon zijn blik niet van haar afwenden; haar lange schitterende, blauwzwarte
-haren wapperden als een mantel van onder haar »gouden helm&#x201d;, zooals hij dat hoedje
-noemde, haar wit gewaad golfde om haar heen; hij voelde meer dan ooit het verlangen,
-die schoone, vreemdsoortige vrouw de zijne te noemen. Alles kon hij op &#x2019;t spel zetten,
-dat voelde hij, om haar te veroveren, maar de tijd was niet gekomen, een onvoorzichtigheid
-zou alles doen verliezen; hij voelde zijn bloed sneller stroomen, zijn polsen hoorbaar
-kloppen bij het voortrijden.
-</p>
-<p>»Daar moeten we afstappen,&#x201d; zeide Corona, met haar zweepje op een reusachtigen waringinboom
-wijzend, die nog eenige minuten van hen verwijderd was.<span id="xd30e3721"></span>
-</p>
-<p>»Nu al!&#x201d; zeide hij met zekeren spijt.
-</p>
-<p>»O beklaag er u niet over! U weet niet, mijnheer Thoren, hoeveel heerlijks u nog wacht.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb134">[<a href="#pb134">134</a>]</span></p>
-<p>Zij reden langzamer; onder den waringin die voor heilig scheen gehouden te worden,
-zag men offers van de eenvoudige landlieden, bloemen, lampjes.
-</p>
-<p>Het schildknaapje sprong van zijn paard en hield Corona&#x2019;s dier bij den toom; Thoren
-van Hagen wierp hem ook zijn leidsels toe en bood zijn geleidster de hand tot afstappen.
-Zij nam die onverschillig aan, en zoodra zij op den vasten grond was, wierp zij met
-een bevallige beweging haar sleep over den arm en ging Thoren van Hagen voor naar
-een schijnbaar dichtbegroeid bosch; een zachte, onuitsprekelijk liefelijke, onbestemde
-muziek trof hun oor.
-</p>
-<p>»Kan Portias dat ook op zijn piano of op zijn viool overbrengen,&#x201d; vroeg zij. »Ik ben
-eens hier geweest met hem en toen beweerde hij &#x2019;t natuurlijk ook.<span class="corr" id="xd30e3731" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>Een toornige gloed lichtte even in haar oogen. Zij dacht er aan hoe Portias toen had
-gedurfd, wat deze haar cavalier stellig verre beneden zich zou achten, hij had gewaagd
-haar zijn liefde te bekennen. Hij, de verliefde nar van Kitty, &#x2019;t was Corona of zij
-haar schaterenden spotlach van toen nog hoorde, die het liefelijke gemurmel overstemde.
-</p>
-<p>»Vroeger was hier een dalem,&#x201d; zoo ging zij voort, »een lusthuis van een Javaanschen
-sultan of radhen, &#x2019;t doet er niet toe. Van het lusthuis is niets meer overgebleven
-dan die muren, waarover nu mos en klimop groeien, maar hier in den tuin had men waterwerken
-aangelegd, die zijn behouden gebleven, want de natuur was de grootste kunstenares.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij kwamen aan een onbeschrijfelijk, schilderachtig plekje; de hooge boomen weken
-eenigszins terug, op een zacht glooiende vlakte ontsprongen tallooze natuurlijke bronnen,
-helder als kristal, melodieus ruischend als een gezang, zoo doorschijnend, dat de
-duizenden visschen, die onbevreesd in het water dartelden, even helder te onderscheiden
-waren als de weerspiegeling van de varens en bloemen, die zich er over nederbogen;
-tusschen die altijd voortkabbelende golfjes had het genie der Javaansche waterkunstenaars,
-holle bamboes doen hangen van verschillende dikte en lengte, in beweging gebracht
-door kleine raderen; hierdoor ontstond die <span class="corr" id="xd30e3738" title="Bron: eigenaaardige">eigenaardige</span> muziek, welke nacht en dag voortduurde, altijd weemoedig klagend, treurend als over
-vervallen grootheid.
-</p>
-<p>Er lag iets sombers, iets plechtigs in de geheele omgeving; de boomen met hun hooge
-bladerkruinen, de rijke orchidéen, die zich aan de stammen vasthechtten en hun pluimvormige
-bloemen en bevallige slingers af lieten hangen, als dorstten zij naar dat water, de
-fijne geknipte varens in hunne rijke verscheidenheid, de waterleliën en sokkabloemen,
-die tusschen de visschen in het vloeibaar kristal dreven, alles omringde een rust
-en kalmte, die men vreesde door een enkel woord te verbreken.
-</p>
-<p>»Wil u mij nu vertellen,&#x201d; vroeg Thoren van Hagen, »ik ben <span class="pageNum" id="pb135">[<a href="#pb135">135</a>]</span>in een stemming om alles te gelooven; al kwamen er ook waternimfen uit die kelken
-opstijgen of de grotten verlaten, dan nog zou het mij niet verwonderen.&#x201d;
-</p>
-<p>En in zijn hart dacht hij dat er niets tooverachtiger, niets meer gepast in deze omgeving
-zijn kon dan de schoone amazone.
-</p>
-<p>»Verhaal me van een bevallige sultane,&#x201d; zeide hij, »die hier liefhad, die hier weende
-en zuchtte om haar afwezigen Achmed, maar verhaal ook hoe zij elkaar vonden, gelukkig
-werden en lang, heel lang regeerden.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij glimlachte zooals zij het zelden deed hoewel het haar onweerstaanbaar aantrekkelijk
-maakte.<span id="xd30e3750"></span>
-</p>
-<p>»Durft u hier zitten?&#x201d; vroeg hij<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »op dezen steen?&#x201d;
-</p>
-<p>Het was een zwarte, bemoste steen, met een Hindoesch opschrift voorzien. Thoren streek
-eenige varens weg en zij zette zich neer; hij wilde voor haar zich op het gras uitstrekken.
-Corona maakte een gebaar van afschuw:
-</p>
-<p>»Doe dat niet, heeft u dan nooit gehoord van de slangen, die zich hier altijd in het
-gras verschuilen?&#x201d;
-</p>
-<p>»O, ik vrees geen slang aan uw voeten.&#x201d;
-</p>
-<p>Even bedekte een blos haar wangen, maar op zijn gewonen half schertsenden toon ging
-Thoren van Hagen voort:
-</p>
-<p>»Wil u nu vertellen? Ik ben nieuwsgierig als een schoolknaap, wien tot belooning een
-sprookje is beloofd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu dan, maar u moet niet spotten, niet lachen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Spotten, lachen! O waarvoor ziet u mij aan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t in een oud javaansch boek gelezen en zoo zal ik het u ook overbrengen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, ik vraag niet, van waar u &#x2019;t weet, al had u &#x2019;t ook verzonnen, dan nog zou ik
-u gelooven en&#x200a;&#x2026; u danken!&#x201d;
-</p>
-<p>»Welnu dan! In ouden, ouden tijd&#x200a;&#x2026; u verlangt immers geen jaartallen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei, wees niet wreed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Toen woonde hier in den Dalem een machtig vorst, die over Midden Java regeerde, hij
-had een zoon, wiens moeder tot het reuzengeslacht behoorde, en van wien hem voorspeld
-was, dat hij zijn vader van troon en leven zou berooven. De prins werd verbannen en
-zijn bedroefde moeder gaf hem tot vergoeding de macht om allerlei gedaanten aan te
-nemen. Zoo zwierf hij dan in den omtrek van <span class="corr" id="xd30e3770" title="Bron: zijn&#x2019;s">zijn</span> vaders paleis, en voerde menig bedrog uit; dan won hij als schoone jongeling de gunst
-eener prinses maar veranderde zich voor haar voeten in een afschuwelijk gedrocht,
-dan legde hij zich over de rivier en strekte den voorbijgangers tot brug.
-</p>
-<p>»Eens sloeg een landman zijn bijl in die brug, doch toen het bloed van prins Djamar
-begon te vloeien ontdekte men dat het een slang was; de dessabewoners sloegen hem
-in stukken en Djamar&#x2019;s ziel ging over in het lichaam van een kind. Eenzaam <span class="pageNum" id="pb136">[<a href="#pb136">136</a>]</span>wandelde hij door het woud en speelde met een lidi<a class="noteRef" id="xd30e3777src" href="#xd30e3777">3</a>, welke hij in den grond stak, daar ongeveer waar thans uw huis staat; maar nauwelijks
-had hij dat gedaan of de aarde schudde driemaal, de donder ratelde en als een fontein
-spoot het water uit de kleine opening omhoog, alles verkeerde in een watervloed.&#x201d;
-</p>
-<p>»En zoo ontstond mijn meer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, en de grond waarop Djamar&#x2019;s voeten rustten veranderde in een eiland; toen steeg
-hij op in de lucht en verdween voor het menschenoog.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar de hond?&#x201d;
-</p>
-<p>»Geduld! Hij was een luchtgeest geworden die alles zag en alles hoorde; eens woonde
-in dezen Dalem een mooie prinses, prinsessen zijn altijd mooi&#x200a;&#x2026; die zat te weven en
-liet haar weefspoel in een van deze bronnen vallen. Zij had misschien een stiefmoeder
-die haar over het verlies hard zou vallen, tenminste zij was troosteloos, en dat trof
-den luchtgeest Djamar; hij hoorde hoe de sultan, aan hem die de weefspoel aan zijn
-schoone beschermeling terugbracht, haar hand beloofde en nu veranderde hij zich in
-een rooden hond, wierp zich in de bron en vond de weefspoel.&#x201d;
-</p>
-<p>»En de belofte des konings?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij moest den hond trouwen, en in haar wanhoop vloog zij weg van hier, den berg op,
-om zich in den krater te werpen. Djamar volgde haar van nabij, zij hoorde zijn blaffen
-en snelde altijd voort over rotsblokken en lavavelden. Daar stond zij eindelijk boven,
-het afschuwelijke dier kwam haar steeds nader, nog eenige stappen en zij kon hem voor
-goed ontsnappen, een laatste rotsblok&#x200a;&#x2026; zij wilde den sprong wagen, haar sarong was
-reeds tusschen zijn tanden geklemd, zij rukte dien los en&#x200a;&#x2026; voor haar oogen stond
-een beeldschoon jongeling, die haar in zijn armen sloot.&#x201d;
-</p>
-<p>»En zij maakte geen tegenwerpingen meer?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Schijnt van niet! Zij trouwden en verjoegen den ouden sultan en regeerden in zijn
-plaats, maar &#x2019;s nachts alleen mocht Djamar mensch zijn; over dag zwierf hij als hond
-in de bosschen. Zijn vrouw schonk hem een zoon, die veel op jacht ging. De roode hond
-hielp hem het wild opsporen; eens viel hij een tijger aan, die zijn zoon aanviel;
-het ondier stierf, maar tevens de hond. Troosteloos kwam de jonge prins t&#x2019; huis en
-nu verhaalde zijn moeder hem het treurige geheim dat de roode hond zijn vader was.
-En nu nog zeggen de Javanen, hooren zij tegen het vallen van den avond een scherp
-geblaf; dan zwijgen alle honden en spitsen de ooren. &#x2019;t Is Djamar, die zich naar huis
-spoedt naar zijn vrouw om tegen zonsondergang de menschengedaante weer aan te nemen.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb137">[<a href="#pb137">137</a>]</span></p>
-<p>»En voorspelt zijn verschijning ongeluk?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, dat gelooft men hier algemeen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als men hem ziet, maar dat zal nooit gebeuren, &#x2019;t doet er niet toe, ik vind uw verhaal
-aantrekkelijk, ik heb dien luchtgeest lief, en geloof dat hij hier woont, maar ik
-begeer hem niet te zien!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wij stammen van Djamar af,&#x201d; zeide Corona glimlachend.
-</p>
-<p>»U?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, door mijn grootmoeder; daarom hecht ik zooveel aan die legende, evenveel als
-aan de verhalen, die mijn grootvader uit den tijd van den grooten keizer placht te
-doen. Misschien zijn deze na twee eeuwen evenveel of even weinig geloofwaardig als
-de heldenfeiten van den rooden hond.&#x201d;
-</p>
-<p>»Verbeeld u, dat hij voor ons verscheen! Ik zou &#x2019;t voorbeeld van den jongen prins
-volgen en hem dooden, misschien kan ik u dan meteen bewijzen iets, waarvan ge het
-tegendeel niet hebt gezien.&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat ik moed bezit, meer dan uw zwager Akkeveen.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij glimlachte en vroeg:
-</p>
-<p>»Heeft u dat niet vergeten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou ik een van uw woorden kunnen vergeten? Zij klinken voort in mijn eenzaamheid.
-Heeft Hermelijn u verteld van mijn treurige jeugd, van de schaduw, die op mijn leven
-rust?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, met een enkel woord.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vindt u niet dat het veel uitlegt en veel vergoelijkt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Moet er iets vergoelijkt worden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn nutteloos leven, mijn&#x200a;&#x2026; ongedurigheid en toch, &#x2019;t is nu of er een crisis in
-mijn lot komt, of het nu een andere wending gaat nemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hier?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja hier; het schijnt mij dikwijls toe of ik mijn leven niet voor niets verspeeld,
-mijn jaren niet vergeefs verbruikt heb, daar ik in Ngaroengan mocht komen en&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Hij zweeg als verschrikt voor zijn eigen woorden, die hem te ver voerden.
-</p>
-<p>Hij stond vlak voor haar tegen een boom geleund; het water murmelde een zoet melodieus
-wiegelied, de aromatische geur van bloemen en bladeren vervulde de lucht, zacht speelde
-het windje dat door de boomen voer, met Corona&#x2019;s lange lokken, zij streek ze met een
-ongeduldig gebaar naar achteren en sprong op.
-</p>
-<p>»Laat ons gaan! Dat eeuwige zingen van het water ontstemt mij geheel; ik kan me begrijpen
-dat hier alleen droomerige, vadsige Javanen konden leven, en ik moet beweging, arbeid,
-verstrooiing hebben; ik aard meer naar de Gérans dan naar de Djamars.&#x201d;
-</p>
-<p>»U is een Diana en geen peinzende waternimf; maar ook Diana rustte soms aan de waterbronnen,
-waarom wil u zichzelf geen oogenblik kalmte gunnen?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb138">[<a href="#pb138">138</a>]</span></p>
-<p>»&#x2019;t Wordt laat; papa wacht ons, u kan hier immers terugkeeren, als u het plekje zoo
-aantrekkelijk vindt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zal het nog zoo wezen als Diana verdwenen is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijnheer Thoren van Hagen, hoe aardig u die complimenten ook weet in te kleeden,
-ik herken ze toch en brandmerk ze als verboden waar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, dan zal ik ze niet meer trachten binnen te smokkelen. U wil vertrekken, en ik
-blijf u dankbaar voor het genot mij geschonken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, &#x2019;t is een mooi punt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En uw verhaal op deze plek gaf er een eigenaardige bekoorlijkheid aan. Moeten we
-ons haasten om bijtijds uw vader te ontmoeten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Aan de schaduw der boomen zie ik dat het omstreeks tien uur is. We moeten hem tegemoet
-gaan.&#x201d;
-</p>
-<p>Hun gesprek klonk nu zeer gewoon, in zijn stem was geen spoor meer over van den eigenaardigen
-klank, welke haar straks bijna onder een betoovering had gebracht, die zij met geweld
-van zich wenschte af te schudden. Zij bestegen hun paarden weder en reden den heer
-de Géran tegemoet.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e3674">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3674src">1</a></span> Doek beschilderen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3674src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3677">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3677src">2</a></span> Komvormige hoofddeksels.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3677src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3777">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3777src">3</a></span> Steel van een kokosblad.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3777src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch24" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXIV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Toen Hermelijn in Djantong terugkwam, was haar man niet thuis; zij trad binnen met
-het gevoel van een vogeltje, dat in zijn kooi terugkeert, uit eigen wil, na eerst
-getracht te hebben in de vrije lucht te leven en het daar even treurig, even somber
-vond als binnen.
-</p>
-<p>Zij ging alle kamers door als zocht zij een spoor van hem, wiens beeld haar geen oogenblik
-uit de gedachte week; zoo betrad zij ook zijn kamer. Aan de muur hing het portret
-zijner moeder, eene schoone peinzende vrouw, daaronder dat van een paar zijner zusters
-en broers,&#x2014;niets dat aan haar herinnerde; op tafel lagen boeken en cahiers in echte
-jongensachtige verwarring door elkander.
-</p>
-<p>Met licht verklaarbare nieuwsgierigheid wierp Hermelijn daarin een blik en glimlachte;
-het waren Duitsche en Fransche leesboeken, die hij scheen te bestudeeren. De <span class="corr" id="xd30e3832" title="Bron: Frithjofsage">Frithjofssage</span> lag er tusschen, rijk met potlood-aanteekeningen voorzien; hij scheen het er op gezet
-te hebben, die te verstaan, ook teekeningen lagen daar half verspreid of half weggeborgen
-in een portefeuille.
-</p>
-<p>Conrad teekende uitstekend; zonder veel les te hebben gehad, slaagde hij er in paarden
-en menschen vlug uit de hand weer te <span class="pageNum" id="pb139">[<a href="#pb139">139</a>]</span>geven. Hermelijn nam ze op en zag die kloek uitgevoerde schetsen bewonderend na, totdat
-haar aandacht getrokken werd door een blad papier, waarop allerlei losse schetsen
-waren neergeworpen, een vrouwekop, in verschillende uitdrukkingen en van alle kanten
-weergegeven, kwam telkens en telkens terug, als wanhoopte hij er aan, ooit in de uitvoering
-te slagen.
-</p>
-<p>Het bloed steeg Hermelijn naar het hoofd; dat was zijzelf, er kon geen twijfel mogelijk
-zijn; ondanks zijn schijnbare onverschilligheid was Conrad&#x2019;s geest toch met haar bezig.
-In haar afwezigheid had hij getracht haar na te teekenen, hij dacht aan haar, hij
-wilde haar zien; met bevende handen, als in een droom, legde zij de teekeningen weer
-op hun oorspronkelijke plaats, en verliet de kamer zoo zacht als zij kon, met de oogen
-half gesloten, zoo vreesde zij het gezicht dat zij aanschouwd hadden, door de nabijheid
-van andere voorwerpen, te verliezen.
-</p>
-<p>Het was of er iets lossprong in haar hart, of een band die haar ziel samensnoerde,
-plotseling verwijd werd, zij kon jubelen, zij kon bidden, zij kon danken; het was
-of zij weken lang gedoold had in een sombere grot en nu eindelijk een flauw schijnsel
-ontwaarde, dat redding, leven, geluk beloofde. Zij was zoo verheugd door haar ontdekking
-als een schipbreukeling zijn moet, die na zijn lange omzwerving op den Oceaan eindelijk
-een landvogel ontwaart of de onbepaalde geur ruikt van bosschen en bloemen; en zij
-smachtte naar liefde, naar geluk, als de drenkeling naar vasten grond.
-</p>
-<p>»Mijn God, ik dank u, &#x2019;t is of ik ook U weer teruggevonden heb, nu ik weer een bewijs
-voor uw liefde, uw goedheid zie<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; snikte zij, »o, ik kon mij u niet anders voorstellen dan als een teederen vader
-en zoudt ge mij hier alleen laten tusschen al die vreemden, zonder steun, zonder plicht,
-zonder hoop?&#x201d;
-</p>
-<p>Zij trachtte langzaam tot bedaren te komen, den storm van blijde gevoelens, die in
-haar opstak te onderdrukken, opdat hij niets zou bemerken als hij terugkwam; wanneer
-hij nu eens binnentrad en haar plotseling in zijn armen sloot, zou zij nog wrok tegen
-hem voelen? Neen, niets, niets meer, zij zou de oogen sluiten, tegen hem rusten als
-een vermoeid, gewond vogeltje en hem niets anders verwijten dan:
-</p>
-<p>»Stoute jongen, wat heb je mij geplaagd!&#x201d;
-</p>
-<p>Maar zij moest leven in de werkelijkheid, niet in het land der droomen en met een
-glimlach stond zij op en trachtte de gangen van haar huis na te gaan.
-</p>
-<p>Er was weinig te doen, alles bevond zich in de volmaaktste orde; de bedienden, door
-Corona aan haar afgestaan, waren beproefd en vertrouwbaar; zoo zij niet vol was van
-het reinste, hoogste geluk, zou &#x2019;t bewustzijn haar pijnlijk getroffen hebben dat zij
-volstrekt niet onmisbaar was, dat haar afwezigheid niet de minste stoornis bracht
-in het kleine raderwerk van haar huishoudentje.
-<span class="pageNum" id="pb140">[<a href="#pb140">140</a>]</span></p>
-<p>Daar hoorde zij plotseling Conrad&#x2019;s stem, die zijn staljongens iets toeriep; al het
-bloed stroomde uit haar gelaat weg, wat moest zij doen, hem tegemoet gaan, zooals
-haar hart dat ingaf? Of afwachten?
-</p>
-<p>Hij sprak met Guillaume&#x2019;s mandoer, die met zijn dienstpersoneel rustig in een der
-bijgebouwen rondom de sirih-doos geschaard zat, en wist alzoo dat zijn vrouw teruggekeerd
-was; na enkele minuten, die Hermelijn uren toeschenen, trad hij door de achtergalerij
-het huis binnen; hij wist niet wat hij doen zou. Hermelijn&#x2019;s gespitste oortjes namen
-duidelijk elk geluid op, dat hij heen en weer loopende, maakte. Na eenigen tijd op
-en neer schuiven kwam hij eindelijk naar voren, waar Hermelijn in haar schommelstoeltje
-zat te lezen, schijnbaar tenminste, want het boek met al zijn letters danste haar
-voor oogen.
-</p>
-<p>»Dag Hermine,&#x201d; zeide hij kortaf<span class="corr" id="xd30e3856" title="Bron: :">.</span>
-</p>
-<p>»Dag Conrad,&#x201d; antwoordde zij zonder de oogen op te slaan; &#x2019;t was of alles bij haar
-klopte, de polsen, het hart, de keel, de oogleden zelfs; zij kon zich niet verroeren
-en vermoedde niet, hoe zij in Conrad&#x2019;s oog het beeld der volmaaktste onverschilligheid
-scheen.
-</p>
-<p>En toen hij bleef zwijgen en al zijn aandacht wijdde aan een knoop in het ophaaltouw
-der rieten zonneblinden, ging zij voort:
-</p>
-<p>»Je moet de groeten hebben van Poppie en August, en van Guillaume en Toetie.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo, waren ze allemaal wel?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik vond Poppie recht hartelijk en goedig voor mij!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat doet me pleizier.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je zegt het of &#x2019;t je niet schelen kan.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij antwoordde niet en ging voort den knoop te ontwarren.
-</p>
-<p>»Heb je nog visite gehad?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ben je nog naar &#x2019;t groote huis geweest?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat zou ik er doen? Je komt er zeker van daan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, ik kom rechtstreeks van Wilhelmshöhe.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom ben je er niet langer gebleven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat ik mij liever misplaatst voel in mijn eigen huis, dan in dat van anderen.&#x201d;
-</p>
-<p>Daar bleef het gesprek bij; arme Hermelijn, al haar droomen van toenadering en verzoening
-verdwenen in rook maar toch, het sterretje bleef flikkeren, te midden van den stikdonkeren
-nacht, en daarheen wendde zij nu al haar hoop, al haar vertrouwen.
-</p>
-<p>Er was niet de minste verandering in Conrad&#x2019;s houding tegenover haar; hij ging zijn
-weg en zij den hare; Hermelijn merkte alleen op, dat hij iets minder onbeleefd was.
-Een enkelen keer gaf hij haar aan tafel wat aan, hij kleedde zich des middags en joeg
-zijn honden niet door het huis, maar bij elke toenadering van zijn vrouw, hoe gering
-ook, trok hij zich terug en, hoeveel &#x2019;t haar <span class="pageNum" id="pb141">[<a href="#pb141">141</a>]</span>kostte, begreep Hermelijn nu toch, dat er niets beters kon zijn dan hem geheel aan
-zich zelf over te laten, en niet de minste blijken te geven dat zij door zijn houding
-bitter leed. Onverwacht kreeg zij den volgenden dag bezoek van Portias en Kitty, die
-van August terugkeerden en langs een omweg Djantong aandeden.
-</p>
-<p>Hermelijn&#x2019;s wangen gloeiden door de aangename verrassing. Conrad was natuurlijk van
-huis; zonder zijn stroohoed af te zetten, nam Portias plaats voor de piano en sloeg
-eenige helderklinkende accoorden aan. Kitty moest alles weten wat er bij Toetie voorgevallen
-was en gierde het uit van &#x2019;t lachen; beiden waren opgewonden als een paar schoolkinderen,
-die een dag vacantie hadden.
-</p>
-<p>»Morgen zitten we weer onder Cor&#x2019;s duim, laten we vandaag maar pret maken!&#x201d; juichte
-Kitty, »och toe, Jo, speel nu eens een walsje, dan gaan we een rondje maken! Mineke
-en ik!&#x201d;
-</p>
-<p>»Op sloffen?&#x201d; vroeg Hermelijn lachend.
-</p>
-<p>»Dat hindert niet, kom ventje, dan speelt Mine straks ook en dan gaan wij samen dansen!
-<span lang="de">An der schönen, blauen Donau.</span>&#x201d;
-</p>
-<p>En zij greep haar zuster om het middel en toen de muiltjes haar hinderden, wierp zij
-ze af en danste op haar bloote voeten. Hermelijn had Europeesche pantoffels met hakjes
-aan en kende dus dat bezwaar niet, al vond zij de sarong nu juist geen geschikte dansjapon.
-</p>
-<p>Plotseling zag Portias echter dat zijn Kitty met haar rose voetjes over het witte
-marmer trippelde; hij sprong op, nam haar in zijn armen en deed haar zelf de muiltjes
-weer aan, luid knorrend over haar onvoorzichtigheid.
-</p>
-<p>»Viooltje, viooltje! wat doe je toch je man een verdriet, foei, foei! heb je dat van
-Poppie geleerd; je weet ik hou niet van zulke adat Djawa<a class="noteRef" id="xd30e3893src" href="#xd30e3893">1</a>.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ik kan moeilijk zoo dansen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan moet je spelen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ondeugende jongen, dat is om met Hermelijn te kunnen dansen! Nu, ik zal maar denken,
-dat je de vrouw ontwend bent. Verbeeld je Mine, al dien tijd heeft hij zijn oude vlam
-Cor<span id="xd30e3900"></span> het hof gemaakt. Kun je &#x2019;t nu begrijpen, dat ik zoo&#x2019;n vlinder heb willen nemen? Hij
-is doodelijker van Cor geweest dan ooit van mij!&#x201d;
-</p>
-<p>»Viooltje, viooltje! Wat klink je nu valsch.&#x201d;
-</p>
-<p>»Haar noemde hij altijd violoncel! Ik ben maar een kleine viool, en zij is het zuiverste,
-het grootste instrument. Ja, ik kan ook jaloersch wezen; nu, op Mientje ben ik het
-niet. Dans maar eens een walsje met haar, je kunt het zoo mooi; ik zal wat gaan tingelen.&#x201d;
-</p>
-<p>Juist was Hermelijn druk met Portias aan het doorwalsen van <span class="pageNum" id="pb142">[<a href="#pb142">142</a>]</span>de galerij, toen Conrad t&#x2019;huis kwam en het luide gelach van Kitty hoorde, dat haar
-vrij hakkelend pianospel overstemde.
-</p>
-<p>Portias danste potsierlijk; hij zwaaide met het bovenlijf, wierp zijn lange beenen
-naar links en rechts, stiet tegen muur en meubels aan, tot Hermelijn, even hard lachend
-als Kitty, hijgend bleef staan, terwijl haar cavalier uitgeput van de inspanning zich
-het zweet van het voorhoofd droogde.
-</p>
-<p>Haar geparelde, melodieuze lach trof voor het eerst Conrad&#x2019;s oor. Zij zag er allerliefst
-uit, zooals zij daar tegenover Portias stond met de blonde lokken, in verwarde krullen
-over voorhoofd en hals hangend, een hoogen blos op de fijne witte wangen, en de stralende
-lach om de lippen, in haar sneeuwwitte kabaja en donkerblauwe sarong, die de fraaie
-lijnen van haar gestalte zoo bevallig volgde.
-</p>
-<p>»Je komt of je geroepen wordt, Coen,&#x201d; riep Kitty hem toe, »je ziet, wij hebben hier
-een miniatuur bal, maar mijn domme strijkstok weet van dansen niets af en ik niets
-van spelen, kom José, de Faustwals, en Coen pak nu je vrouwtje beet en toon haar hoe
-de Indischen kunnen dansen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben moe,&#x201d; zei Conrad kortaf, terwijl Hermelijn plotseling ernstig werd, haar weerbarstige
-lokken gladstreek, en zich omkeerde, zonder naar haar man om te zien.
-</p>
-<p>»Je bent een saaie, akelige jongen, maak het de poes wijs, dat je moe bent, mij niet!
-Probeer het maar eerst met mij, neen wees niet bang, oude bromtol! Ik heb mijn slofjes
-aan, kom, een, twee drie!&#x201d; Conrad wierp hoed en rijzweep weg, toen hij zag dat er
-niets aan te doen was en danste met zijn zuster eenige malen op en neer.
-</p>
-<p>»Neen, ik kan waarlijk niet,&#x201d; riep zij ontevreden uit, »ik mag niet ongehoorzaam wezen,
-en die muiltjes zijn me veel te groot. Conrad, laat mijn man niet voor niemendal spelen,
-pak Hermelijntje beet en denk dat het een kunstenaar, een groote artist is die jelui
-accompagneert.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij nam haar broer bij de eene en haar zuster bij de andere hand en trok ze naar elkander
-toe, beiden schenen even onwillig en Hermelijn had grooten lust zich van Kitty&#x2019;s vingertjes
-los te maken, maar zij wilde geen gelegenheid tot toenadering laten ontsnappen en
-dus Kitty niet tegenwerken. Conrad sloeg eindelijk met een boos gezicht zijn arm om
-haar heen en deed eenige stappen.
-</p>
-<p>»Wil je ook handschoenen hebben om haar aan te pakken?&#x201d; vroeg Kitty. »&#x2019;t Schijnt dat
-je het dansen verleerd bent. Foei, wat zal je vrouw van zoo&#x2019;n sinjo denken?&#x201d;
-</p>
-<p>Of hem dat woord prikkelde, of dat hij een vast besluit nam om zich niet belachelijk
-voor te doen, zoodra de maat der muziek het hem veroorloofde, beschouwde hij Hermelijn
-als een gewone danseres en vloog met haar de zaal door. Portias speelde al vuriger
-<span class="pageNum" id="pb143">[<a href="#pb143">143</a>]</span>en vuriger, aangehitst door zijne vrouw, en het tweetal zweefde hoe langer hoe sneller
-voort. Hermelijn voelde zich als bedwelmd, zij rustte thans in Conrad&#x2019;s armen, hij
-klemde haar vaster aan zich, waarom kon die dans niet altijd duren, waarom moest hij
-hij haar straks weer los laten? Zij voelde zich zoo veilig, zoo gelukkig, zoo zalig
-aan zijn borst geklemd, door zijn hand gesteund.
-</p>
-<p>Zij dansten voort, altijd sneller totdat Portias eindelijk stil hield; toen bleven
-zij staan, beiden even duizelig, en even verward, de betoovering moest eerst langzaam
-wijken. Nog leunde Hermelijn met gesloten oogen op zijn schouder, zijn oogen schitterden
-en de booze, norsche uitdrukking was er uit verdwenen.
-</p>
-<p>»Wat ben je toch met je beiden een prachtig paar,&#x201d; riep Kitty uit, hen bewonderend
-aanstarend.
-</p>
-<p>Dat woord verbrak de ban, Conrad liet Hermelijn los, die<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> nog niet tot zich zelf gekomen, op de canapé neerviel, en ging naar de piano om Portias
-te vragen of hij &#x2019;t instrument niet erg ontstemd vond.
-</p>
-<p>Kitty omhelsde Hermelijn en vleide zoo hartelijk mogelijk:
-</p>
-<p>»Wat dans je toch mooi, ik wist niet dat ze &#x2019;t in Holland zoo goed kenden. Die andere
-Hollandsche meisjes dansen zoo stijf, maar je bent volstrekt niet als een tottok.
-<span class="corr" id="xd30e3931" title="Bron: Vindt">Vind</span> je niet José?&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei Kitty, wat een onbescheidene vraag!&#x201d; zeide Hermelijn glimlachend.
-</p>
-<p>»O dat is hij van mij gewend, niet waar manneke? De vrouw meent het zoo goed, maar
-zij heeft toch oogen om te zien, dat een sapoe lidi<a class="noteRef" id="xd30e3937src" href="#xd30e3937">2</a> nog meer gratie heeft dan hij; al zijn elegance zit in zijn vingers of liever in
-de piano en de viool als hij er op speelt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat was een uitstekend duet, door de beenen uitgevoerd! Is het niet vreemd, Hermine,
-dat alles door muziek kan uitgedrukt worden, zelfs de kunsten die er &#x2019;t minst op gelijken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb er nooit over nagedacht, Portias.&#x201d;
-</p>
-<p>»Let dan maar eens op! De dans is muziek, zij gelijkt er het meest op, zij heeft tempo&#x2019;s
-en noten, al zijn de duetten het meest voorkomende, toch bezit zij ook soli en quartetten,
-zelfs een vol orkest, want wat is een balzaal eindelijk dan een vol orkest? Dichtkunst
-en muziek zijn ook gemakkelijk te vergelijken, en schilderkunst is niets dan een symfonie
-van kleuren; ik wed dat dan eerst het hoogste in de kunst bereikt is als de schilder
-er in slaagt de verborgen cadans der kleuren en lijnen op te sporen, ze samen te voegen
-tot melodieën en daarmede muziekstukken op het doek samen te voegen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar de beeldhouwkunst en de architectuur dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zijn de lijnen, dat is de rust, die over het figuur verspreid <span class="pageNum" id="pb144">[<a href="#pb144">144</a>]</span>ligt, &#x2019;t is het perspectief, de&#x200a;&#x2026; de&#x200a;&#x2026; maar dat moet ik nog nader bestudeeren. De
-menschelijke ziel ook, de philosophie, laat zich &#x2019;t best door muziek verklaren. In
-de middeleeuwen waren ze er niet blind voor; nu zijn de menschen te mathematisch,
-alles moet wiskunstig verklaard worden, zelfs de indruk, dien de muziek op den mensch
-uitoefent. &#x2019;t Is belachelijk <span class="corr" id="xd30e3948" title="Bron: vindt">vind</span> je ook niet, Coen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het niet<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> ik ben te dom om die geleerde dingen te begrijpen, ik weet niets,&#x201d; was het barsche
-antwoord.
-</p>
-<p>»Dan gaat het je als mij, Coen!&#x201d; riep de goedhartige maar niet altijd even voorzichtige
-Kitty, »ik begrijp ook niets van al die wijsheid. Alleen vind ik het heel mooi om
-aan te hooren; als José nu een knapper vrouw had gehad, zou zij dat misschien nonsens
-vinden en er om lachen als Cor, maar &#x2019;t is zoo gemakkelijk een dom bebèkje<a class="noteRef" id="xd30e3958src" href="#xd30e3958">3</a> tot vrouw te hebben, hé vent?&#x201d;
-</p>
-<p>»O ja, dat is &#x2019;t beste wat een man treffen kan,&#x201d; antwoordde Conrad uit de volheid
-van zijn hart op een toon, die Hermelijn door de ziel sneed.
-</p>
-<p>»Adres aan Guillaume!&#x201d; kon zij niet laten te zeggen.
-</p>
-<p>»Toetie is niet dom,&#x201d; riepen Conrad en Kitty tegelijk uit, »maar zij is onverstandig,&#x201d;
-vulde de laatste aan, »en ben ik dat ook, Jo?&#x201d;
-</p>
-<p>»Jij bent het liefste wijfje van God&#x2019;s schoone schepping, dat na Eva op de wereld
-is verschenen,&#x201d; riep hij in volle overtuiging uit en bezegelde zijn woorden met een
-omhelzing zoo innig dat Kitty luid »adoe, adoe, je doet me pijn,&#x201d; riep en zich met
-een gezicht, stralend van genoegen, los maakte.
-</p>
-<p>»Enfin, je komt laat tot die erkenning! Vroeger dacht je anders, maar ik vind het
-toch bijzonder vleiend, na Cor in aanmerking te komen en niet erg tegen te vallen,&#x201d;
-schertste zij.
-</p>
-<p>Het eten werd opgediend; Kitty en Portias hadden het zeer druk en Hermelijn wond zich
-op, om hen niet af te vallen. Zij was nog onder den indruk van den dans met Conrad,
-die haast geen woord sprak, zwijgend at en onheilspellend voor zich uitkeek; alle
-plagerijen van Kitty konden geen glimlach op zijn somber geplooide lippen te voorschijn
-roepen.
-</p>
-<p>Na het maal gingen de zusters naar de bijgebouwen om de vogels te zien en de dispens
-te bezoeken.
-</p>
-<p>»Is hij nu altijd zoo?&#x201d; vroeg Kitty.
-</p>
-<p>»O &#x2019;t is van daag een Zondagshumeur,&#x201d; was &#x2019;t antwoord, met die bitterheid gezegd,
-welke bij Hermelijn zoo pijnlijk en valsch klonk.
-</p>
-<p>»Wat scheelt hem toch? Wat verhaalt hij toch op jou? Waarom is hij dan met je getrouwd?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn zweeg op deze vraag, waarvan zij het antwoord maar al te goed wist en dat
-de gelukkige, luchthartige Kitty niet vermoeden kon.
-<span class="pageNum" id="pb145">[<a href="#pb145">145</a>]</span></p>
-<p>&#x2019;s Middags vertrokken zij; Kitty als een koningin in haar draagstoel <span class="corr" id="xd30e3977" title="Bron: geinstalleerd">geïnstalleerd</span>, Portias als een trouwe cavalier aan haar zijde rijdend; toen ze weg waren, ging
-Hermelijn naar haar kamer, Conrad het bosch in.
-</p>
-<p>Weinig vermoedde zijn vrouw, hoe hij zich daar op het gras neerwierp en in hartstochtelijke
-snikken uitbarstte, die aan zijn gefolterd <span class="corr" id="xd30e3982" title="Bron: goed">gemoed</span> eenige lucht gaven.
-</p>
-<p>»Wat moet zij mij uitlachen, wat moet zij mij een akelige, linksche sinjo vinden,
-een domoor, een onbeschaafde kwâjongen!&#x201d; kermde hij, »wat doe ik naast zoo&#x2019;n vrouw,
-die van mij niet kan houden, die alleen vroolijk is, als ik niet bij haar ben. Ik
-ben geen man voor haar! Ik moet een domme vrouw hebben als Poppie of Toetie, niet
-een, die.&#x2026;. koningin zou kunnen wezen! O God, God, laat mij toch sterven, dan kan
-zij trouwen met iemand, die haar beter waard is.&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e3893">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3893src">1</a></span> Javaansche manieren.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3893src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3937">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3937src">2</a></span> Bezem.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3937src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e3958">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e3958src">3</a></span> Eendje.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3958src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch25" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Op den dag van het tochtje naar Djira was Corona bijzonder goed gehumeurd, Thoren
-van Hagen bleef den geheelen dag in het groote huis; &#x2019;s avonds liet Corona hem de
-souvenirs van haar grootvader zien en verhaalde zij met een trots, die haar bijzonder
-goed stond<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> van zijn dapperheid en van Napoleon&#x2019;s vriendschap voor hem.
-</p>
-<p>Ook toonde zij hem muziek, afkomstig van het Fransche hof, waaraan haar overgrootmoeder
-eens schitterde; zij speelde die ouderwetsche airs op de piano en neuriede ze zelfs
-zoo goed zij kon, want haar stem was niet mooi.
-</p>
-<p>»Dat leerde mijn oudtante aan de Amsterdamsche jeugd op de harp spelen,&#x201d; zeide zij
-glimlachend, »zij moet een wonder van zachtheid geweest zijn. &#x2019;t Javaansche bloed
-heeft al die zachtheid weggespoeld, want geen der Gérans is zacht, zelfs die kleine
-bengels niet, vraag het Iteko maar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meent u dan dat zachtheid niet evenals alle deugden met moeite wordt verkregen?&#x201d;
-vroeg Thoren van Hagen.
-</p>
-<p>»Wel neen, men is zacht of men is &#x2019;t niet, daar is geen middelweg tusschen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan ben ik zoo vrij aan zachtheid weinig verdiensten toe te kennen. Een schaap is
-ook zacht, en ik kan niet zeggen dat ik met dat dier bijzonder veel op heb; wat ik
-als zachtheid waardeer, is een eigenschap, die slechts langzaam wordt veroverd. &#x2019;t
-Is de kunst om het scherpe, bitse woord bijtijds terug te trekken als we voelen daarmee
-onnoodig een wond te zullen slaan, &#x2019;t is <span class="pageNum" id="pb146">[<a href="#pb146">146</a>]</span>te oordeelen, zooals wij zouden wenschen geoordeeld te worden, &#x2019;t is lief te hebben
-met vergetelheid van zichzelf. &#x2019;t Is de kracht om zichzelf te overwinnen. Hij, die
-niet als het te pas komt, toornig en verontwaardigd kan zijn, die niet geeselen kan,
-waar een tuchtiging noodig is, maar zich zelfs dan op zijn zachtheid beroemt, dien
-reken ik haar meer als een gebrek dan als een deugd aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meent u dat iemand hier zoo diep nadenkt?&#x201d; vroeg Corona met een medelijdenden lach,
-»denkt u dat men hier aan zelfopvoeding doet en aan zelfoverwinning?&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei, wat lastert u uw familie, juffrouw de Géran! Denkt u dat ik niet weet hoe over
-geheel Java uw familie bekend staat om haar vlekkeloos gedrag, om haar trouw aan de
-overleveringen en goede beginselen van haar aloud geslacht, des te schooner omdat
-zij hier in de onverschillige Indische omgeving zoo zeldzaam is?&#x201d;
-</p>
-<p>»In groote dingen misschien, maar in kleine? Wie denkt er aan, zich beter te maken
-dan hij is? Als er een van ons goed is, is hij &#x2019;t, omdat hij &#x2019;t gemakkelijker en prettiger
-vindt dan slecht te zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelooft u dat waarlijk?&#x201d; vroeg Thoren van Hagen, »en leert de godsdienst hun dan
-niet om beter te worden dan zichzelf?&#x201d;
-</p>
-<p>Corona boog het hoofd en voelde zich klein.
-</p>
-<p>»U miskent u en uw familie, juffrouw de Géran! Hoe menige daad is niet verricht, hoe
-menig woord niet uitgesproken, alleen omdat u het bewustzijn in u droeg dat het beter
-ware ze achterwege te laten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat moet u toch een deugdzaam en braaf mensch zijn,&#x201d; riep Corona met een hellen spotlach,
-<span class="corr" title="Niet in bron">»</span>daar u zoo mooi spreken kunt!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik,&#x201d; antwoordde Thoren van Hagen, en de peinzende uitdrukking, die zulk een droevige
-wolk over zijn gelaat kon doen trekken, werd sterker dan Corona ze ooit opgemerkt
-had.
-</p>
-<p>»Ik, u weet niet hoe slecht ik dikwijls was, u weet niet hoe vaak ik het goede heb
-gezien en toch mijn hand naar het kwade uitstak; u weet niet hoe ik meermalen gestreden
-heb en overwonnen ben. Maar dat is juist het ergste, te weten wat wij moeten doen
-om ons zedelijk te verheffen en toch het tegenovergestelde te verrichten. Maar u kan
-dat niet beoordeelen, juffrouw de Géran, u staat zoo hoog boven alle menschelijke
-zwakheden, u vindt elke zonde zoo verachtelijk, omdat u niets heeft te doen dan uw
-edele natuur te volgen.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona antwoordde niet; zij bladerde een muziekboek door en hief de oogen niet naar
-hem op; waarom voelde zij zich zoo, zoo onbeduidend, zoo ontevreden met zichzelf als
-hij sprak? Van morgen had zij voor &#x2019;t eerst eenig genoegen in zijn gezelschap gevonden,
-maar nu was hij weer onverdragelijk en toch scheen het een teleurstelling, toen hij
-zonder iets meer te zeggen naar Margot <span class="pageNum" id="pb147">[<a href="#pb147">147</a>]</span>ging, die druk aan het dammen was met Philip, en haar vroeg<span id="xd30e4017"></span> of zij den volgenden morgen met haar broer bij hem kwam roeien.
-</p>
-<p>»Ik heb alle visschen commando gegeven zich door Kromo te laten vangen en hun zondagsche
-baadjes aan te trekken.&#x201d;
-</p>
-<p>»O ja, heel graag, Thoren. Heel graag!&#x201d;
-</p>
-<p>Het bloed vloog Corona naar de wangen; zij wiep het muziekboek op de piano en keerde
-haar toornig gelaat naar Margot.
-</p>
-<p>»Wat zeg je daar? Hoor ik &#x2019;t goed! Brutaal nest, ga naar je kamer en je blijft er
-morgen den heelen dag. Hoe durf je, mijnheer Thoren van Hagen aan te spreken of hij
-je speelkameraad is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijnheer heeft het me toegestaan,&#x201d; schreide zij.
-</p>
-<p>»Dat doet er niet toe, je mag het niet zeggen en al vraagt mijnheer nu ook duizendmaal
-excuus voor je, je gaat morgen niet uit en nu naar bed! Ik dien je voortaan weer als
-kleine meid te behandelen.&#x201d;
-</p>
-<p>Margot stond snikkend op, stiet haar stoel omver en wilde de kamer uitgaan, maar de
-oudste zuster riep haar terug.
-</p>
-<p>»Wil je dien stoel wel eens oprapen, ondeugend kind, of ik geef je een week kamerarrest.&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo onwillig mogelijk zette Margot den stoel recht en verwijderde zich, luid schreiende;
-Corona stond als een beleedigde koningin tegen de piano, zoodra de strafoefening voorbij
-was, begon zij weer in de muziek te bladeren.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t Spijt me dat ik onwillekeurig oorzaak ben van deze scène,&#x201d; zei Thoren van Hagen
-haar naderend met zijn spotlach, die haar steeds tot verzet prikkelde.
-</p>
-<p>»Ik begrijp niet hoe u zulke familiariteiten van zoo&#x2019;n kind wilt dulden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vindt u mijn naam nog niet lang genoeg?&#x201d; vroeg hij lachend, »ik doe er zoo graag
-een stuk van present, in afwachting dat ik hem heelemaal weggeef.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij kan u mijnheer Thoren noemen, maar bij den naam, dat verdraag ik niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Spijt mij dat ik u zoo geërgerd heb en ik zal bij juffrouw Margot de vergunning
-intrekken.&#x201d;
-</p>
-<p>Toen &#x2019;s avonds Corona in haar kamer kwam, zat Iteko daar aan een handwerkje bezig.
-</p>
-<p>»Wat heeft die Margot aangegaan!&#x201d; zeide zij, »&#x2019;t kind schijnt erg aan mijnheer Thoren
-gehecht te zijn. De straf is haar betrekkelijk onverschillig, maar dat zij zoo vernederd
-werd in zijn presentie, dat schijnt ze vreeselijk te vinden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo&#x2019;n kind!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij is het niet meer; ik stond verbaasd over haar vrouwelijke woorden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Tegen mij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk! Ik durf u niet alles herhalen wat ze zeide.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wil &#x2019;t ook liever niet weten.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb148">[<a href="#pb148">148</a>]</span></p>
-<p>»Zij is, geloof ik, erg op mijnheer Thoren gesteld en verbeeldt zich dat hij verliefd
-op haar is&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Reden te over om haar te doen voelen dat zij niets meer is dan een stout kind.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar &#x2019;t ergste is dat zij uw handelingen aan een allerdwaaste beweegreden toeschrijft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat durft zij over mijn handelingen oordeelen, van wie heeft ze dat geleerd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel, ik vrees van mijnheer Thoren zelf, want zij is geheel veranderd na zijn komst.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat heeft ze dan gezegd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik durf &#x2019;t u niet herhalen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dwaasheid, als ik het verlang.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zal u &#x2019;t dan nooit aan haar laten merken? Mijn prestige is er mee gemoeid, tegenover
-de kinderen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat spreekt, wat heeft dat impertinente ding gezegd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat u.&#x2026; dat u.&#x2026; o, &#x2019;t is te onzinnig om het te zeggen, dat u zoo boos was omdat u
-zelf veel van mijnheer Thoren houdt.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona sprong niet op als een getergde leeuwin, zooals Iteko had verwacht, zij viel
-niet uit tegen Margot, maar keek peinzend voor zich; na eenige oogenblikken vroeg
-zij en haar stem klonk dof en heesch:
-</p>
-<p>»Zou je meenen dat anderen ook reden hadden te denken, wat Margot durfde zeggen bij
-&#x2019;t zien van mijn strengheid?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als u &#x2019;t mij zoo stellig afvraagt, moet ik oprecht antwoorden: Me dunkt het wel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom waarschuw je mij niet bijtijds, de menschen zijn zoo slecht en zuigen uit
-alles kwaad; hoe onzinniger een denkbeeld is, hoe eerder het geloofd wordt; je hadt
-het mij moeten zeggen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar juffrouw, ik wist niet&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Gewone praatje! Je hadt het moeten weten, &#x2019;t is geen kunst iets te begrijpen als
-het reeds gebeurd is maar men moet het vooruit kunnen zien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoop &#x2019;t waar te nemen,&#x201d; antwoordde Iteko onderdanig.
-</p>
-<p>Corona bleef zwijgend nadenken.
-</p>
-<p>»Iteko<span class="corr" id="xd30e4069" title="Bron: &#x201d;,">,&#x201d;</span> zoo begon zij weer, »zeg morgen aan Margot, dat ik de straf ophef; ze kan doen en
-laten wat ze verkiest, gaan waarheen ze wil.&#x201d;
-</p>
-<p>»Best juffrouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe oud is Margot?&#x201d;
-</p>
-<p>»Bijna veertien jaar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, over twee en een halfjaar kan mijnheer Thoren van Hagen om haar komen; tot zoo
-lang mag hij in zijn meer blijven visschen tot groote ergernis van de inlanders. Dan
-zal eindelijk de echte goudvisch zich laten vangen.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij lachte onnatuurlijk scherp.
-</p>
-<p>»Ik wilde dat hij voor dien tijd weg was,&#x201d; mompelde Iteko.
-<span class="pageNum" id="pb149">[<a href="#pb149">149</a>]</span></p>
-<p>»Waarom? Hij hindert me niet en is zijn gezelschap wel waard. Wat maak je daar, Iteko?&#x201d;
-</p>
-<p>»U sprak van granaatbloemen voor het volgende bal en ik probeer ze te maken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is reeds spoedig, vandaag over 14 dagen. Denk er om dat we een mooi toilet voor
-mevrouw Conrad klaar hebben. Ik wil dat zij prachtig is, lichtblauw natuurlijk met
-fijne gele bloemen, zal dat niet goed staan voor een blondine?&#x201d;
-</p>
-<p>»De tint van mevrouw is wat te warm voor lichtblauw. Niets zou haar beter kleuren
-dan rozerood van de allerlichtste nuance, met vergeet-mij-nietjes.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, bestel het dan dadelijk uit Samarang, voor de bloemen kun je zelf zorgen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal mijn best doen ze klaar te krijgen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent een juweel, Iteko. Hoe zou ik me redden zonder jou?&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch26" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXVI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Den volgenden namiddag kwamen Portias en zijn vrouw uit Djantong terug.
-</p>
-<p>»Vrouwtje,&#x201d; had hij tot Kitty onderweg gezegd, »in een muziekstuk worden de grootste
-effecten verkregen door wel aangebrachte rustpunten; dat wil zeggen door zwijgen,
-waar het noodig is. Geloof me, hou je mondje dicht over de onbegrijpelijke verhouding
-tusschen Conrad en Hermelijn, niemand heeft er iets mee te maken, Corona het allerminst.&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor hoe dom zie je me aan?&#x201d; vroeg zij pruilend, »denk je dat ik mijn liefsten broer
-en mijn nieuw zusje zal verklappen?&#x201d;
-</p>
-<p>Maar hoe goed en hartelijk de kleine Kitty ook was, onnadenkend kon zij ook wezen;
-ten rechten tijd gewaarschuwd door haar man, sprak zij geen woord over het jonge paar,
-wat anders zeker het geval zou geweest zijn; niemand had haar echter gezegd dat het
-beter was over Hermelijn&#x2019;s ondervindingen<span id="xd30e4095"></span> ten huize van Toetie te zwijgen, en daar zij er behoefte aan had, Corona&#x2019;s aandacht
-op te wekken door haar vertellingen gaf zij een zeer gekleurd en opgesierd verhaal
-van het voorgevallene.
-</p>
-<p>Corona was verontwaardigd, en besloot reeds den volgenden dag naar Djantong te gaan
-om van Hermelijn alles te vernemen.
-</p>
-<p>Zij was verheugd over dat voorwendsel, want <span class="corr" id="xd30e4100" title="Bron: sints">sinds</span> lang wenschte zij een dag alleen met Hermelijn door te brengen; den volgenden morgen
-liet zij haar paard zadelen, gaf Dario, haar javaanschen jockey, bevel haar te vergezellen,
-en reed naar Conrad, waar zij omstreeks 12 uren aankwam.
-<span class="pageNum" id="pb150">[<a href="#pb150">150</a>]</span></p>
-<p>De echtgenooten begonnen juist hun zwijgend maal, toen zij het erf kwam oprijden;
-zij zag er in haar donker grijslakensch kleed, dat haar figuur als het ware in een
-vorm omsloot, met haar hoog hoedje Henri IV uit als een amazone van de vorige eeuw;
-de karwats hield zij nog in de hand, toen zij in de achtergalerij verscheen; de slip
-van haar kleed had zij in haar ceintuur gestoken, zoodat een gedeelte van haar donkerroode
-rok er onder uitkwam.
-</p>
-<p>Haar geheele houding was krijgshaftig en haar stap klonk veerkrachtig en energiek
-op de roode vloersteenen.
-</p>
-<p>»Ik kom juist bij tijds naar ik zie,&#x201d; sprak zij glimlachend en gaf Hermelijn een kus,
-terwijl zij naar de gewoonte der Gérans haar broer met geen groet verwaardigde.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is wel een ongehoopt bezoek,&#x201d; zeide Hermelijn min of meer uit de hoogte.
-</p>
-<p>Corona voelde het dubbelzinnige van dit woord niet en ging voort:
-</p>
-<p>»Ik hoorde van Kitty dat je terug was, en nu kon ik het verlangen niet weerstaan om
-je eens in je huishoudentje te zien.&#x201d;
-</p>
-<p>»O, &#x2019;t is allerliefst van je! Wil je mee eten!&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk, ik heb Angot naar den stal gezonden en je verliest me eerst tegen van
-avond! Misschien komt papa mij halen; ik heb veel met je te bespreken, Hermelijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik misschien ook,&#x201d; was het kalme antwoord.
-</p>
-<p>»O foei, Conrad! Wat laat je die honden toch om de tafel dwalen, ze komen telkens
-met hun pooten aan het laken. Dit moet Hermelijn toch erg hinderlijk zijn, niet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als hij vermoedde dat &#x2019;t mij hinderde, zou Conrad ze reeds lang het erf op gestuurd
-hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ik kan ze niet uitstaan, mijn Matjan komt nooit in de achtergalerij als we eten.
-Stuur ze weg, Conrad!&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad gaf ze een teeken, waarop ze zich verwijderden, hij zelf had een courant genomen
-en scheen druk te lezen.
-</p>
-<p>»Is hij altijd zoo amusant?&#x201d; vroeg Corona.
-</p>
-<p>»Dat kan u begrijpen; hij wil aan u de zorg overlaten om hier leven en vroolijkheid
-te brengen.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad bromde iets onverstaanbaars, zijn wenkbrauwen fronsten zich en hij trappelde
-met de voeten.
-</p>
-<p>»O foei, wat is die rijst naar gekookt en die sajor<a class="noteRef" id="xd30e4124src" href="#xd30e4124">1</a> is erg flauw, ik begrijp niet dat Bitja ze gekookt heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat deed ze ook niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wie heeft het gedaan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik, en voor een eerste proeve vind ik het nog al dragelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waar is <span class="corr" id="xd30e4132" title="Bron: Bitjak">Bitja</span>?&#x201d;
-</p>
-<p>»Haar grootmoeder of tante was ziek en ze is naar de kampong.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb151">[<a href="#pb151">151</a>]</span></p>
-<p>»Dat heb je haar toegestaan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, dan kan je er pret van beleven; als je begint met hun permissie te geven voor
-elke kleinigheid, dan ben je goed af. Ik begrijp niet Conrad, dat jij je vrouw niet
-beter raadt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik bemoei me met geen huishoudelijke dingen,&#x201d; was het korte antwoord.
-</p>
-<p>»Maar vind je die rijst niet oneetbaar; ik verkies dat brouwsel niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze is heel goed!&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn hemel! Wat voor tottok ben je geworden om daar genoegen mee te nemen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal je beschuiten geven, dat is &#x2019;t eenige wat ik in huis heb<span class="corr" id="xd30e4148" title="Bron: .">,</span>&#x201d; zeide Hermelijn opstaande om naar de dispens te gaan.
-</p>
-<p>»Nu, ik zie wel dat je heele huishouding misloopt, Conrad<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; verzekerde Corona terwijl Hermelijn weg was, »&#x2019;t is haar schuld niet, maar zij is
-toch vreemd en ik geloof een beetje eigenzinnig, of heb ik het mis?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij is zeer goed, er valt niets op haar te zeggen<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; en Conrad boog zijn hoofd al dieper en dieper over de courant, zonder te merken
-dat deze al een paar maanden oud was.
-</p>
-<p>»Nu, dat wil ik graag gelooven maar je moet haar raden en niet in alles haar zin laten,
-anders kom je geheel onder haar pantoffeltje.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarvoor kan ik zelf zorgen, ik heb niemands raad noodig,&#x201d; hij stond op en ging meer
-oprecht dan beleefd naar de stallingen.
-</p>
-<p>»Wil je eens kijken of Angot goed verzorgd is?&#x201d; riep zij hem na.
-</p>
-<p>Hermelijn kwam terug met een schaaltje ham en Amerikaansche beschuit, die zij op tafel
-zette.
-</p>
-<p>»Weinig maar uit een goed hart,&#x201d; sprak zij, »&#x2019;t spijt me dat je het zoo treft, Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat het mij treft is minder, maar ik vind het idee onaangenaam dat jelui gebrek lijden
-en dat je huishouding niet op rolletjes gaat. Had ik dat geweten&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»O laat het mij over, als er niets anders was dan dat!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dit zijn kleinigheden waarvan je toekomstig geluk afhangt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn geluk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja zeker, je hebt er staaltjes van gezien, hoe een net ingericht huis heel in de
-war kan raken door een slordige, domme vrouw zooals Toetie, en gaat men eens de helling
-af dan is er geen redding mogelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben je dankbaar voor je goeden raad! Neem nog een beschuit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dank je, hé<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> waarom heb je het buffet verplaatst?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Beviel me daar niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ik had &#x2019;t zelf daar het doelmatigst gevonden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik vond het niet en ik heb &#x2019;t veranderd.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb152">[<a href="#pb152">152</a>]</span></p>
-<p>»Dan heb je misschien nog meer verzet.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Kan best wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona stond op en ging de kamers door; zij vond alles geheel anders gearrangeerd;
-Hermelijn was bezig op Hollandsche wijze de tafel af te nemen, blijde een voorwendsel
-te vinden om haar schoonzuster alleen te laten.
-</p>
-<p>Conrad kwam door een omweg juist in de voorgalerij.
-</p>
-<p>»Maar Coen,&#x201d; riep zij, »hoe heb je dat kunnen aanzien? Hermine heeft hier alles veranderd,
-wat ik geschikt had. Laat je alles dan zoo maar toe?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is immers mijn en dus ook haar huis.&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei, zoo&#x2019;n wijsneuzigheid, dat jonge ding! Zij wil mij tegenwerken, maar ik zal
-ze&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Deze laatste woorden werden niet luid uitgesproken; de kamers betrad Corona niet,
-zij ging weer naar de achtergalerij en zette zich op de kanapé neer.
-</p>
-<p>»En bevalt het je hier goed, Hermelijn?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Uitstekend.&#x201d;
-</p>
-<p>»Erg stil?&#x201d;
-</p>
-<p>»Levendig genoeg voor ons!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat begrijp ik, daarom moest zeker alles door mekaar gehaald worden. Wat een idée!&#x201d;
-</p>
-<p>»Van wie zijn onze meubels?&#x201d;
-</p>
-<p>»Van wie&#x200a;&#x2026; van wie? Wel, ze komen van mij!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar nu zijn ze toch van ons, niet waar en we kunnen er mee doen wat ons bevalt!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona zag haar schoonzuster scherp in de oogen; zij vertrouwde haar ooren niet, maar
-zij kende Hermelijn niet genoeg en wilde haar peilen, vóór zij haar terechtwees.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Schijnt dat ge je hier erg verveelt om tot zoo&#x2019;n amusement je toevlucht te nemen.
-Vond je het bij August of Guillaume prettiger?&#x201d;
-</p>
-<p>»Een goede vrouw, zooals ik &#x2019;t hoop te worden, amuseert zich alleen bij haar man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar vertel me eens wat er tusschen jou en Toetie gebeurd is.&#x201d;
-</p>
-<p>»O foei die Kitty!&#x201d; dacht Hermelijn geërgerd en antwoordde:
-</p>
-<p>»Niets bijzonders, wat het vertellen waard is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ik moet het weten. Daarvoor kom ik opzettelijk hier.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan hadt ge u de moeite kunnen sparen. &#x2019;t Is mijn gewoonte niet, te klagen over de
-huizen, waar ik gastvrij ontvangen werd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar hier is &#x2019;t een ander geval. &#x2019;t Is van het grootste belang dat ik alles hoor,
-wat Toetie jou gezegd heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat gaat niemand aan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Mij wel!&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom u meer dan anderen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom, waarom? Wel, wat een vraag! Omdat&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat u alles weten moet, wat er bij uw broers en zusters <span class="pageNum" id="pb153">[<a href="#pb153">153</a>]</span>voorvalt, niet waar? Nu, van mij zal u het niet weten, want ik zie er het noodzakelijke
-niet van in.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Hermine, doe je mij den oorlog aan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is volstrekt mijn bedoeling niet, maar als u &#x2019;t daarvoor wil aanzien, dan kan
-ik er niets aan doen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent een onverstandig meisje, meer niet, Hermine; met hoeveel liefde ben ik je
-niet tegemoet gekomen, hoe hartelijk heb ik je als mijn zuster begroet! En je slaat
-nu een toon tegen mij aan, zooals geen mijner zusters en broers het ooit gedaan heeft;
-als het je maar niet eens spijt zoo aan je humeur te hebben toegegeven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets kan me in het vervolg meer spijten, niets!&#x201d;
-</p>
-<p>Juist kwam Conrad binnen en maakte een einde aan het gesprek, dat een zeer onaangename
-richting begon aan te nemen, want Hermelijn had alle moeite om niet in grieven uit
-te barsten en haar overvol hart eindelijk eens lucht te geven tegen haar, die ze van
-laag bedrog en geheime kuiperijen verdacht hield en voor de oorzaak van haar treurig
-leven aanzag.
-</p>
-<p>»We zullen er maar over zwijgen,&#x201d; sprak Corona met een zelfbeheersching, die haar
-vreemd was; misschien dacht zij aan Thoren&#x2019;s woorden van dien avond, misschien was
-er iets in Hermelijns oogen dat haar deed vreezen voort te gaan en raadde zij den
-bitteren wrok, dien het vrouwtje van haar broer tegen haar koesterde en wilde zij
-tot allen prijs een uitbarsting vermijden.
-</p>
-<p>»Over veertien dagen geeft de regent een bal ter gelegenheid van het huwelijk zijner
-dochter na een groote senènan. Dat is een Javaansch tournooi, Hermelijn; papa verwacht
-dat ge beiden er zult komen; wij overnachten natuurlijk in Soekarenga. Als je inlichtingen
-wilt hebben, ben ik bereid je die te geven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet niet hoe Conrad er over denkt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als je gaan wilt, is &#x2019;t mij goed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Papa rekent er op.&#x201d;
-</p>
-<p>De middag ging langzaam voorbij; het was een zonderlinge verhouding tusschen dat drietal,
-Conrad ging heen, Hermelijn nam een werkje, Corona begon te lezen, zij voelde zich
-slecht op haar gemak en was blijde toen het tijd werd thee te drinken.
-</p>
-<p>Hermelijn liet haar veel alleen, zij had huiselijke zorgen, dubbel zwaar in de afwezigheid
-van haar meid, en &#x2019;t was Corona een verlichting als zij verdween; het gesprek wilde
-niet vlotten en zij had zich toch zoo veel van den omgang met haar Europeesch nichtje
-voorgesteld; ook over Toetie kreeg zij niets te hooren.
-</p>
-<p>»Hermine,&#x201d; de bijnaam ging haar niet goed meer af, »ik heb iets bedacht; het huishouden
-veroorzaakt je zooveel moeite en je bent er nog zoo vreemd in. Zal ik je Iteko zenden?
-Zij is een uitstekende huishoudster. In dien tusschentijd zal ik de kinderen wel les
-geven.&#x201d;
-</p>
-<p>Werkelijk dacht Corona een goede daad te verrichten, want Iteko afstaan was voor haar
-een groote opoffering; zij hield er <span class="pageNum" id="pb154">[<a href="#pb154">154</a>]</span>volstrekt niet van, de kinderen bezig te houden, maar zij wilde Hermelijn gunstig
-stemmen en misschien ook doen wat Thoren goed en edel had genoemd; zij was er zich
-niet van bewust en zou de laatste veronderstelling zeker met verontwaardiging van
-zich afgeworpen hebben.
-</p>
-<p>&#x2019;t Viel haar tegen toen Hermelijn koel antwoordde:
-</p>
-<p>»Dank je, Conrad is tevreden en ik ben blijde iets te kunnen doen. Ik kan vreemde
-hulp missen en wil u geen overlast aandoen.&#x201d;
-</p>
-<p>Ook dat gelukte niet, maar wat kon Hermelijn haar toch verwijten, zij had immers alles
-wat een mensch begeeren kan! Zij vond niets bijzonders in de verhouding tusschen Conrad
-en haar; &#x2019;t waren alleen de dwaze Portias en Kitty, die het publiek met hun flauw
-gekir lastig vielen.
-</p>
-<p>En toch er lag zoo&#x2019;n bittere trek om Hermelijn&#x2019;s lippen, dien zij den eersten morgen
-niet gezien had, in haar oogen las zij een stil, maar niet minder welsprekend verwijt.
-&#x2019;t Werd Corona eng tegenover haar en zij was innig blijde toen haar vader met Philip
-aan kwam rijden om haar af te halen.
-</p>
-<p>Geheel anders was Hermelijn tegenover hen; zoo hartelijk, zoo echt kinderlijk, dat
-was zij werkelijk; tegen haar alleen gedroeg zij zich zoo zonderling. Eindelijk kon
-Corona het niet langer verdragen; op het oogenblik dat de gasten zouden vertrekken
-nam zij haar schoonzuster ter zijde en, haar handen op Hermelijn&#x2019;s schouders leggend,
-vroeg zij:
-</p>
-<p>»Zeg me de waarheid Hermelijn, verwijt je mij iets? Ben je niet gelukkig in je nieuw
-leven?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn zag haar aan met de groote oogen, welke slechts bestemd schenen om de wereld
-toe te lachen en waaruit nu een aan wanhoop grenzende smart sprak:
-</p>
-<p>»Je hebt je wil, Corona,&#x201d; antwoordde zij, haar handen losmakend, »ik ben getrouwd,
-maar wanneer je eens iemand innig lief krijgt, dan zal je eerst begrijpen, wat voor
-lot je mij bezorgd hebt door je bedrog!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona was doodsbleek geworden, haar lippen trilden.
-</p>
-<p>»Angot wacht,&#x201d; riep haar vader.
-</p>
-<p>Zij keerde zich om en besteeg haar paard, maar werktuigelijk als ware zij in een droom
-verzonken.
-</p>
-<p>»Mijn bedrog! En ik deed het om haar bestwil!&#x201d; mompelde zij, en haar vader verwonderde
-zich over het vreemde stilzwijgen van zijn oudste dochter.
-<span class="pageNum" id="pb155">[<a href="#pb155">155</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e4124">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4124src">1</a></span> Saus.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4124src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch27" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXVII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Op een half uur afstand van het »groote huis&#x201d; lag een Javaansch kerkhof; de weg daarheen
-was kaal en slechts hier en daar met eenige klapper- en arengboomen omzoomd; tusschen
-den weelderigen plantengroei, die van alle kanten Ngaroengan omringde, maakte deze
-kalkachtige, in het zonlicht verblindend witte weg een zonderlingen indruk; over het
-kerkhof echter lag koele schaduw.
-</p>
-<p>De gambodja, de bloemdragende graf- en treurboomen der Javanen, wierpen de schaduw
-van hun schier bladerlooze takken tegelijk met hun duizenden witte bloemen, over de
-eenvoudige graven. Hun sterke eigenaardige geur vervulde de lucht; de talrijke graven
-zijn alle even eenvormig en verlaten, van vier zijden door een balkje begrensd, wijst
-een kort paaltje slechts de plek aan, waar het hoofd der dooden rust; geen andere
-tooi siert de koeboeran<a class="noteRef" id="xd30e4254src" href="#xd30e4254">1</a> dan de neervallende regen der gambodja bloemen.
-</p>
-<p>Op het einde staat een meer versierd graf, door een dakje van atap overdekt en met
-offergaven, uit rijst, vruchten en plita&#x2019;s<a class="noteRef" id="xd30e4259src" href="#xd30e4259">2</a> bestaande, versierd. &#x2019;t Is dat van een hadji<a class="noteRef" id="xd30e4262src" href="#xd30e4262">3</a>, wellicht twee eeuwen geleden daar gestorven; een man zoo heilig dat zelfs tijgers
-eerbied voor hem hadden en zijn lijk ontzagen.
-</p>
-<p>Een oude vrouw, afzichtelijk zooals de Javaansche <span class="corr" id="xd30e4267" title="Bron: Nenèks">Nènèks</span><a class="noteRef" id="xd30e4269src" href="#xd30e4269">4</a> er uit kunnen zien, hinkte langs de graven, tot zij aan de heilige koeboeran kwam:
-zij leunde op een stok, haar kleeren waren oud en versleten al hingen zij nu juist
-niet in flarden langs haar leden. De sarong hoog opgebonden liet een paar bruine,
-knokelige staven zien, die beenen verbeeldden, daar zij uitliepen in voeten met ver
-uitstaande teenen; de badjoe<a class="noteRef" id="xd30e4272src" href="#xd30e4272">5</a>, met de gebruikelijke split op de borst, was ook veel te kort en liet een verdroogd
-zwart vel zien, dat los en gerimpeld over het gelaat hing, waarin een voorstander
-der zoogenaamde apentheorie misschien bewijzen voor zijn leer kon vinden. De neus
-was plat en van wijde gaten voorzien, de mond afschuwelijk, de lippen gebarsten en
-blauw paars gekleurd; de schaarsche haren van een vuil grijswit waren in een kleine
-knoop samengebonden, en lieten den kalen kruin geheel bloot.
-</p>
-<p>In een harer dorre handen droeg zij een van pisangbladen gevlochten korfje, waarin
-vruchten en bloemen lagen, die zij op de heilige plek neerlegde terwijl zij op de
-hurken ging zitten, een »slamat&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e4277src" href="#xd30e4277">6</a> maakte, en haar door talrijke hoofdbuigingen en op en neer wiegen van de toegevouwen
-handen, vergezelde sembayang<a class="noteRef" id="xd30e4280src" href="#xd30e4280">7</a> begon. Zij mompelde daarbij iets met een eentonig geluid, tot <span class="pageNum" id="pb156">[<a href="#pb156">156</a>]</span>zij eindelijk opstond en aan het plukken ging van eenige kruiden, die tusschen de
-graven groeiden.
-</p>
-<p>Eens sprong een kikvorsch tegen haar op, waarna zij het op een luid geschreeuw en
-achteruit loopen zette, met een verwilderden blik rondom zich heen ziende, om onmiddellijk
-weer haar oogst voort te zetten.
-</p>
-<p>Toen zij het noodige bij mekaar had gebonden, strompelde zij het kerkhof weer af,
-waar juist een Javaansche begrafenis aankwam; een viertal Javanen met bloot bovenlijf
-en allen in een sarong gekleed, die in niet onbevallige plooien langs de heupen viel,
-droegen de baar, waarop de doode, alleen door een wit lijkkleed bedekt, rustte; paarse
-en witte soelassa bloemen waren daarover gestrooid.
-</p>
-<p>Twee andere Javanen hielden hun geopende zonneschermen over de lijkbaar; daar achter
-ging de stoet, uit eenige mannen en kinderen bestaande, die echter allen baadjes aanhadden,
-terwijl hun hoofden evenals die der dragers met hoofddoek en tjaping<a class="noteRef" id="xd30e4289src" href="#xd30e4289">8</a> bedekt waren.
-</p>
-<p>De oude vrouw ging stil en als vreesachtig op zijde; zij hield haar bos kruiden in
-de hand en stapte, over het lage steenen muurtje, weer op den weg; zij had daar slechts
-weinige stappen te doen, een smal voetpad daalde aan den overkant bergaf; zij verdween
-tusschen de pisangboomen, die het met hun breede, wuivende, langwerpige bladen overschaduwden.
-</p>
-<p>Daar lag een klein dal, van drie zijden door roodachtige rotsen ingesloten, waartusschen
-slechts betrekkelijk weinig planten groeiden. Een kleine bamboezen hut stond er beschut
-tegen wind en stormen en ook tegen de heftige zonnestralen, want zelfs midden op den
-dag was het hier koel.
-</p>
-<p>Voor de deur zat een magere knaap, rillend in zijn sarong gewikkeld; zijn oogen stonden
-hol en zijn lippen, door geen sirih gekleurd, waren bleek en bevend; zijn tanden schenen
-tegen elkaar te klapperen.
-</p>
-<p>»<span lang="ms">Begiemana, Mas?</span>&#x201d; (»Hoe gaat het, schat?&#x201d;) vroeg de <span class="corr" id="xd30e4301" title="Bron: Nenèk">Nènèk</span>.
-</p>
-<p>»<span lang="ms">Demem</span><span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; (koorts) was het lakonieke antwoord.
-</p>
-<p>»Ik zal je wel beter maken, ik heb hier obat<a class="noteRef" id="n160.2src" href="#n160.2">9</a> voor je geplukt en die zal zeker goed werken, want ik heb er een sembayang voor gedaan
-en ik ben een begrafenis tegengekomen. Je zult zien wat goede djamoe<a class="pseudoNoteRef" id="xd30e4315src" href="#n160.2">9</a> ik daarvan maak.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och grootmoeder, &#x2019;t zal me niet helpen. Ik ben op een vrijdag in den klapperboom
-geklommen en toen heb ik &#x2019;s nachts de wéwéh<a class="noteRef" id="xd30e4319src" href="#xd30e4319">10</a> gezien, die heeft het &#x2019;m gedaan en daar helpt niets tegen, niets!&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb157">[<a href="#pb157">157</a>]</span></p>
-<p>»Dat zou ik wel eens willen zien; of de wéwéh bestand is tegen mijn obat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik had liever, moeder, dat u de medicijn, die <span lang="ms">Nonna besaar</span><a class="noteRef" id="xd30e4328src" href="#xd30e4328">11</a> hier gebracht heeft, niet had weggegooid; toen laatst sinjo Philip ziek was, rilde
-hij ook als ik en de hollandsche toewan dokter gaf hem medicijn, waardoor hij spoedig
-beter werd. Misschien is dat dezelfde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Denk je dat de wéwéh niet boos is als men met <span lang="ms">obat-blanda</span><a class="noteRef" id="xd30e4335src" href="#xd30e4335">12</a> aankomt? Ik heb zooveel vreemde kinderen genezen, zou ik mijn eigen kleinzoon niet
-kunnen doen herstellen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och neen, spaar die moeite! &#x2019;t Helpt niets en ik wou zoo graag beter zijn, nu rijdt
-de Nonna altijd met Gollok rond en hij heeft mijn kleeren aan en Djankrik mijn paard
-raakt mij ontwend!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie weet, of je niet met Nonna op plaatsen geweest bent, die anker (noodlottig) waren
-of je niet over een heilige koeboer geloopen hebt, of gevischt in een gewijde bron.
-Ik weet niet, welke boschgeest door je vertoornd is, en zoo moet ik het met allerlei
-djamoe&#x2019;s probeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Geef me toch hollandsche medicijn, Mak! De Nonna komt niet meer naar me kijken, zij
-denkt niet meer aan mij. Gollok heeft mijn plaats ingenomen; hij zal nu ook Sima zeker
-het hof maken ach! en zij had mij toch beloofd na de poewassa<a class="noteRef" id="xd30e4342src" href="#xd30e4342">13</a> met mij te trouwen; de Nonna zou onze bruiloft betalen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo zijn de Toewan Blanda allen, Djario, allen! Heb je niet gehoord wat de Hadji
-laatst zei? Spoedig zal de tijd komen dat er alleen maar <span lang="ms">Orang Slam</span><a class="noteRef" id="xd30e4350src" href="#xd30e4350">14</a> in de <span lang="ms">Negri Djawa</span><a class="noteRef" id="xd30e4355src" href="#xd30e4355">15</a> zullen zijn en dat de groote Sheik Ibn-Moelem terug komt met de groene vlag.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof &#x2019;t niet en zou het niet wenschen moeder! Ik heb liever met <span lang="ms">orang blanda</span><a class="noteRef" id="xd30e4362src" href="#xd30e4362">16</a> te doen dan met onze wedono&#x2019;s en onze loera&#x2019;s<a class="noteRef" id="n161.7src" href="#n161.7">17</a>. Toewan en Nonna zijn goed voor ons als we maar werken willen, en die&#x200a;&#x2026; Mak weet,
-hoe zij vader naar de rantés<a class="noteRef" id="xd30e4368src" href="#xd30e4368">18</a> hebben gezonden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die Pangoeloe<a class="pseudoNoteRef" id="xd30e4373src" href="#n161.7">17</a> was bedorven door de Blanda&#x2019;s en jij bent het ook Djario en tot straf daarvan heeft
-Toewan Allah je die ziekte toegezonden, voor niets anders. Op een sedeka<a class="noteRef" id="xd30e4375src" href="#xd30e4375">19</a> ga je alleen om te eten, zelf beken je dat, in plaats van naar de Missigit<a class="noteRef" id="xd30e4378src" href="#xd30e4378">20</a> te gaan, je in een klapperboom hebt geklommen. Is het nu wonder dat je ziek wordt!&#x201d;
-</p>
-<p>De oude heks betrad het armelijke door geen deur afgesloten huisje; een baléh-baléh
-waarop de geheele familie, want er waren er nog meer, sliepen, een opgerold matje,
-een kleine kerpek (koffertje), waarin hun eenvoudige garderobe geborgen was, een paar
-<span class="pageNum" id="pb158">[<a href="#pb158">158</a>]</span>aarden pannetjes en komforen, een koekoesan om rijst in te koken, het onvermijdelijke
-rijstblok met stamper, dat was het eenige meubilair.
-</p>
-<p>Eenige Europeesche prentjes versierden alleen den gevlochten bamboezen muur; Djario
-had ze bij de Blanda&#x2019;s gevonden en daar opgehangen; niettegenstaande de gewetensbezwaren
-zijner grootmoeder, die hun een onheilspellenden invloed toeschreef, wilde hij ze
-niet verwijderen.
-</p>
-<p>Toen zij haar kookgereedschap ging uithalen, gaf de oude vrouw plotseling weer een
-reeks doordringende gillen.
-</p>
-<p>»Alla-la-la-lak-Astaga!&#x201d; schreeuwde zij luid, vreemde bewegingen met haar handen makende,
-doch het scherpe geluid bracht niet den minsten indruk op Djario teweeg; hij was er
-aan gewoon dat zijn grootmoeder <i>latah</i> was, een soort van bij de Javaansche vrouwen veel voorkomende opschrikkerigheid,
-die echter dikwijls in een soort van biologie overgaat.
-</p>
-<p>Jongeren drijven er soms een boos spel mede als zij een door latah toevallen gekwelde
-vrouw, plotseling doen schrikken, gebaren voor haar maken en gezichten trekken, die
-zij als door een onzichtbare macht gedreven, tot in de kleinste bijzonderheden nabootst;
-nu was de schrik alleen voortgekomen door de plotselinge verschijning van een oude,
-leelijke kat, van het soort op Java<span id="xd30e4393"></span> koetjing-maling genaamd en wier staart even als die harer meeste landgenooten door
-een knoop ontsierd werd.
-</p>
-<p>De oude vrouw ging buiten zitten op een laag bankje en plukte haar kruiden af; de
-zon neigde ten ondergang, boven was het nog helder licht maar in het dal vielen reeds
-schaduwen.
-</p>
-<p>Onverwacht sprongen een paar Europeesche kinderen te voorschijn; men wist niet van
-waar, en de <span class="corr" id="xd30e4398" title="Bron: Nenèk">Nènèk</span> begon tot hun grootste pret weer met haar latah-geroep; wie weet, welke grappen zij
-uitgehaald hadden indien zij niet op den voet gevolgd werden door een groote, indrukwekkende
-gestalte, op wier nadering de arme, zieke knaap en de schrikachtige grootmoeder eerbiedig
-opstonden om dadelijk weer neer te hurken en hun hoofd voor haar voeten ter aarde
-te buigen.
-</p>
-<p>Het was Corona, die met een paar van het jonge volk haar zieken jockey kwam bezoeken.
-</p>
-<p>»Stil, kinderen,&#x201d; gebood zij en sprak toen in het Javaansch grootmoeder en zoon aan.
-</p>
-<p>»Hoe gaat het, ben je nog niet beter, Djario,&#x201d; vroeg zij zoo medelijdend als weinigen
-het van haar zouden verwacht hebben.
-</p>
-<p>»Ik mis je erg, Gollok is een slordige jongen, die meer aan spelen en slapen denkt
-dan aan werken. Heb je mijn medicijn niet trouw ingenomen?&#x201d;
-</p>
-<p>»O ja, maar alles is op,&#x201d; antwoordde <span class="corr" id="xd30e4408" title="Bron: Nenèk">Nènèk</span> snel.
-</p>
-<p>»Nu <span class="corr" id="xd30e4413" title="Bron: Nék">Nèk</span>, als het maar waar is; hier heb je een nieuw fleschje dat ik zelf voor je heb klaar
-gemaakt, Djario! Drink daar nu <span class="pageNum" id="pb159">[<a href="#pb159">159</a>]</span>&#x2019;s morgens en &#x2019;s avonds van uit den lepel, dien ik je heb meegebracht; Baji,&#x201d; zoo
-riep zij tegen een Javaansch meisje, dat een mandje droeg. »Leg dat alles nu daar
-neer! Hier is herten-dendeng<a class="noteRef" id="xd30e4418src" href="#xd30e4418">21</a> voor jou en hier zijn nog pillen, daar moet je vier malen per dag van innemen, begrijp
-je.&#x201d;
-</p>
-<p>»<span lang="ms">Trima kassi, nona</span>,&#x201d; antwoordde Djario onderworpen.
-</p>
-<p>»En kom nu niet met die djamoe&#x2019;s aan Nènèk; je bent weer aan &#x2019;t plukken geweest, ik
-zie &#x2019;t wel. Ik had Djario niet naar huis moeten laten gaan, ik had hem bij ons moeten
-behandelen, dat was beter geweest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze zijn niet voor obat,&#x201d; hernam de Nènèk met gemaakte verlegenheid, »ze zijn voor
-iets heel anders.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarvoor dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet voor <span lang="ms">sakit badan</span> (lichaamskwalen) maar <span lang="ms">sakitatti</span> (hartskwalen),&#x201d; zeide zij op geheimzinnigen toon.
-</p>
-<p>»Malligheid,&#x201d; sprak Corona glimlachend, »wat zal zoo&#x2019;n drankje helpen voor een ziek
-hart?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nonna wil me niet gelooven, Nonna weet alles beter, Nonna wil geen toewan Resident
-tot man hebben; de <span lang="ms">Toewan Besaar</span><a class="noteRef" id="xd30e4444src" href="#xd30e4444">22</a> alleen, zou goed genoeg wezen voor Nonna en ik ben een oude Nènèk, dat weet ik wel,
-maar toch komen de meisjes van de dessa&#x2019;s dikwijls bij de oude Baboe Tjioeng, en zelfs
-de Chineezen koopen haar obats. Zouden ze dat doen als Nènèk slechte dingen verkocht,
-die niet hielpen?&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarvoor helpen ze dan?&#x201d;
-</p>
-<p>Zij zat op het omgekeerd rijstblok en wendde snel het hoofd om daar de kinderen bezig
-waren de kat op te jagen, die akelig miauwde; zij verbood hen &#x2019;t dier te plagen en
-zag de afzichtelijke Nènèk weer glimlachend aan.
-</p>
-<p>»Nu Nènèk, misschien gebruik ik ze ook wel, als ik er aan geloof,&#x201d; zoo drong zij aan.
-</p>
-<p>»Als de meisjes verlieven op een man, dien zij niet mogen trouwen en die hun betooverd
-heeft, dan krijgen zij van mij een drankje dat zij in hun drinkwater moeten doen,
-als zij altijd denken aan iemand, die niets om hun geeft, dan heb ik een soort parem<a class="noteRef" id="xd30e4454src" href="#xd30e4454">23</a> welke hen die gedachten doet verliezen of ze hem ook ingeeft; als haar liefste ontrouw
-wordt, heb ik een andere djamoe.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kan je mij iets geven, waardoor een man, zijn&#x200a;&#x2026; zijn vrouw mooi en lief vindt en
-van haar leert houden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Die heb ik juist klaargemaakt; wil Nonna ze hebben?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dank je, ik geloof er niet aan, ik vraag het maar. Zorg liever dat Djario geregeld
-zijn medicijnen inneemt en de dengdengs <span class="pageNum" id="pb160">[<a href="#pb160">160</a>]</span>trouw opeet, dat zal hem krachten geven. Want ik sta er op, dat hij spoedig beter
-wordt, hier heb jij je traktement van deze maand; &#x2019;t is je schuld niet dat je ziek
-bent en ook Hollandsche ambtenaren krijgen verlof wegens gezondheidsredenen met vol
-tractement.&#x201d;
-</p>
-<p>De oogen van den knaap schitterden, hij zag haar aan als ware zij zijn godin, kroop
-voor haar voeten en kuste de plek, waarop zij stond.
-</p>
-<p>»Kom Djario,&#x201d; zeide zij vriendelijk, »maak zooveel beweging niet! Neem trouw in, dan
-kan je me weer vergezellen; in je mooi jockeypakje, dat Gollok volstrekt niet staat.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij riep de jongetjes en verliet het dal:
-</p>
-<p>»Zuster,&#x201d; sprak Alain haar bleekneuzig stiefbroertje. »Ik ben bang voorbij het kerkhof
-te gaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei, van wie heb je die dwaasheid geleerd? Weet je niet dat wij overal in God&#x2019;s
-hand zijn en dat dooden geen kwaad meer kunnen doen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar de geesten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is Inlandsch bijgeloof, waaraan een Christenkind niet gelooven mag.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jantje heeft van zijn mama gehoord!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona fronste haar wenkbrauwen, zooals zij gewoonlijk deed, wanneer zij zich ergerde
-en zij dacht:
-</p>
-<p>»Poppie is erg bijgeloovig; Nènèk Tjioeng is vroeger haar baboe geweest; zij heeft
-van haar al die inlandsche knoeierijen leeren maken. Zou hij waarlijk denken, dat
-ik aan dien rooden hond geloofde? Ik schaam er mij voor en &#x2019;t is toch zoo, wat ik
-ook aan die kinderen zeg!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij ging snel vooruit en hield haar broertje aan de hand; de <span class="corr" id="xd30e4476" title="Bron: dusternis">duisternis</span> viel in, de gambodja bloemen vervulden de lucht met hun welriekende geuren, die echter
-in Indië steeds aan graven en lijken <span class="corr" id="xd30e4479" title="Bron: doet">doen</span> denken en daarom onaangenaam aandoet.
-</p>
-<p>Op den eenzamen weg, aan de eene zijde door sawah-velden omzoomd, aan de andere, op
-eenigen afstand door het kerkhof van de koffietuinen gescheiden, was niets te zien,
-mensen noch dier.
-</p>
-<p>Corona voelde het handje van den knaap in het hare beven. Jantje liep eenige stappen
-achter haar en amuseerde zich met al fluitend steenen op de kraaien te werpen, die
-over de graven stapten, deftig als waren zij Hollandsche bidders, en soms hun akelig
-gekras deden hooren.
-</p>
-<p>»Wil je dat laten, Jan! Neem Alain&#x2019;s andere hand!&#x201d;
-</p>
-<p>Jantje gehoorzaamde zijn tante, hoewel schoorvoetend; Baji, het kleine meisje, volgde
-hen een paar stappen verder. Toen zij eindelijk aan den uitersten grens van het kerkhof
-gekomen waren, waar de weg zich in tweeën scheidde, de eene naar de vlakte, de andere
-naar huis, was het bijna geheel donker geworden.
-<span class="pageNum" id="pb161">[<a href="#pb161">161</a>]</span></p>
-<p>»Ik ga nooit meer zoo laat van huis zonder één van de heeren,&#x201d; dacht Corona, die ook
-min of meer angstig begon te worden, welk gevoel zij vertolkte door het enkele woord
-»Mergilan&#x201d; (griezelig.)
-</p>
-<p>»Zijn we haast t&#x2019;huis?&#x201d; vroeg Alain klagend.
-</p>
-<p>»Dadelijk! ventje, dadelijk,&#x201d; troostte Corona.
-</p>
-<p>»Kijk eens! Zuster kijk!&#x201d; riep de knaap en wees naar voren. Corona zag iets roods
-en vurigs door het gebladerte schitteren, en in de richting van het kerkhof verdwijnen;
-meteen begonnen de kraaien angstig te krassen en een huilend hondengeblaf vervulde
-de lucht.
-</p>
-<p>»De kalang,&#x201d; riep Baji<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »Astaga!&#x201d;
-</p>
-<p>En de jongetjes grepen zich vast aan Corona&#x2019;s kleeren. Zij huiverde en voelde zich
-niets op haar gemak, maar met haar gewone geestkracht overwon zij dat onwillekeurige
-angstgevoel.
-</p>
-<p>»Komt kinderen! weest zoo dwaas niet! &#x2019;t zal een hond zijn, die een stuk brandend
-stroo draagt of &#x2019;t is een kat, die ze geplaagd hebben. Er zijn geen spoken, daar gelooven
-alleen domme menschen aan, kom, als je zoo aan mijn kleeren hangt, kan ik niet voort
-en we moeten gauw t&#x2019;huis zijn. Je krijgt morgen middag ketan en kolak ketéla<a class="noteRef" id="xd30e4500src" href="#xd30e4500">24</a> te eten als je flink voortstapt. We zijn vlak bij huis! Baji, hoû op met dat huilen,
-of ik zal je moeder zeggen, dat ze je een pak slaag geeft!&#x201d;
-</p>
-<p>De kinderen liepen voort, nu beiden vastgeklemd aan haar handen; het javaansche meisje
-zoo dicht mogelijk achter haar.
-</p>
-<p>De weg ging opwaarts en met een kleine bocht kwam men achter in den bloementuin uit;
-na weinige oogenblikken zag men de lichten van het groote huis door het geboomte flikkeren.
-</p>
-<p>»Zie jullie wel, daar zijn we t&#x2019;huis,&#x201d; zei Corona met een zucht van verlichting naar
-het licht wijzend.
-</p>
-<p>»Maar we hebben toch den kalang gezien!&#x201d; verzekerde Jantje.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e4254">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4254src">1</a></span> Graven.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4254src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4259">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4259src">2</a></span> Lampjes.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4259src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4262">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4262src">3</a></span> Mahomedaansche priester.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4262src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4269">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4269src">4</a></span> Oude vrouwen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4269src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4272">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4272src">5</a></span> Baadje.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4272src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4277">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4277src">6</a></span> Buiging.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4277src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4280">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4280src">7</a></span> Gebed.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4280src" title="Ga terug naar noot 7 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4289">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4289src">8</a></span> Hoed.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4289src" title="Ga terug naar noot 8 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="n160.2">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#n160.2src">9</a></span> Medicijn.&nbsp;<span class="fnarrow">&#x2191;&nbsp;</span><a class="fnreturn" href="#n160.2src" title="Ga terug naar noot 9(a) in tekst.">a</a> <a class="fnreturn" href="#xd30e4315src" title="Ga terug naar noot 9(b) in tekst.">b</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4319">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4319src">10</a></span> Spook.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4319src" title="Ga terug naar noot 10 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4328">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4328src">11</a></span> De groote juffrouw.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4328src" title="Ga terug naar noot 11 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4335">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4335src">12</a></span> Hollandsche medicijn.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4335src" title="Ga terug naar noot 12 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4342">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4342src">13</a></span> Vasten.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4342src" title="Ga terug naar noot 13 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4350">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4350src">14</a></span> Mahomedanen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4350src" title="Ga terug naar noot 14 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4355">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4355src">15</a></span> Eiland Java.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4355src" title="Ga terug naar noot 15 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4362">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4362src">16</a></span> Blanke menschen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4362src" title="Ga terug naar noot 16 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="n161.7">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#n161.7src">17</a></span> Inlandsche opperhoofden.&nbsp;<span class="fnarrow">&#x2191;&nbsp;</span><a class="fnreturn" href="#n161.7src" title="Ga terug naar noot 17(a) in tekst.">a</a> <a class="fnreturn" href="#xd30e4373src" title="Ga terug naar noot 17(b) in tekst.">b</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4368">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4368src">18</a></span> Galeien.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4368src" title="Ga terug naar noot 18 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4375">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4375src">19</a></span> Offermaal.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4375src" title="Ga terug naar noot 19 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4378">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4378src">20</a></span> Bedehuis.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4378src" title="Ga terug naar noot 20 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4418">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4418src">21</a></span> Gedroogd vleesch<span class="corr" id="xd30e4420" title="Niet in bron">.</span>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4418src" title="Ga terug naar noot 21 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4444">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4444src">22</a></span> <span class="corr" id="xd30e4445" title="Bron: Gouverner-generaal">Gouverneur-generaal</span>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4444src" title="Ga terug naar noot 22 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4454">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4454src">23</a></span> Zalf.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4454src" title="Ga terug naar noot 23 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4500">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4500src">24</a></span> Indische snoeperijen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4500src" title="Ga terug naar noot 24 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch28" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXVIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Den volgenden morgen zat Corona niet zeer vroeg na een onrustigen nacht voor haar
-toilettafel.
-</p>
-<p>Zij had gedroomd van den rooden hond, en van Hermelijn, van Nènèk Tjioeng en Thoren
-van Hagen, alles krielde in de grootste verwarring door haar hoofd; &#x2019;s nachts had
-zij nooit gedacht dat zij die dwaasheden ooit weer zou ontwarren, maar nu bij de vroolijke
-lachende zon spotte zij met haar eigen angsten.
-<span class="pageNum" id="pb162">[<a href="#pb162">162</a>]</span></p>
-<p>Zooals gewoonlijk zat zij te lezen, terwijl Sima haar lokken uitkamde en samenvlocht.
-</p>
-<p>Een onderdrukt gesnik trof haar; zij zag om en bemerkte dat het Javaansche meisje
-schreide.
-</p>
-<p>»Wat scheelt er aan?&#x201d; vroeg zij verwonderd.
-</p>
-<p>»Och Nonna, &#x2019;t is zoo slecht met Djario.&#x201d;
-</p>
-<p>»Slecht? Gister avond heb ik hem bezocht en hij zat goed en wel voor de deur.&#x201d;
-</p>
-<p>»Van morgen is zijn zusje Roesa er geweest; zij zeide, dat hij reeds stijf was van
-de koorts en van de krampen.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona verbleekte; een geheime vrees kwam in haar op. Zij bezat een groote medicijnkist,
-door een geneesheer voor haar toebereid met een handleiding en instrumenten; daarmede
-behandelde zij alle zieken op Ngaroengan en dikwijls met voldoend succes.
-</p>
-<p>Poppie zeide dikwijls als Corona het niet hoorde:
-</p>
-<p>»Cor verwijt mij altijd dat ik obat maak en zijzelf dan, wat doet ze anders? Van mij
-is tenminste al dikwijls geprobeerd, en zij moet maar gelooven die dokter.&#x201d;
-</p>
-<p>Gisteren had zij vrij sterke medicijnen voor Djario gemaakt; hij had koorts meende
-zij en krampen en werkte dus daarop. Een namelooze angst vervulde haar plotseling;
-als die verergering der kwaal eens een gevolg was van haar medicijnen! Haastig stond
-zij op, trok haar donkerblauwe zijden <span class="corr" id="xd30e4526" title="Bron: kabaya">kabaja</span> aan en liet de Américaine inspannen.
-</p>
-<p>»Neem de medicijnkist en ga met mij mee, Sima!&#x201d; beval zij.
-</p>
-<p>In dien tusschentijd nam zij de handleiding en las nog eens over wat zij voor hem
-toebereid had; zij begon te twijfelen of zij wel het rechte fleschje had genomen,
-of de druppels niet te groot en te talrijk waren geweest.
-</p>
-<p>»Als Djario eens stierf<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> zou ik ooit die gedachte van me kunnen afzetten?&#x201d; vroeg zij zichzelf af.
-</p>
-<p>Zij hoorde het rollen van het rijtuig dat vóórreed en snel stapte zij in, gevolgd
-door Sima; &#x2019;t kwam haar niet in de gedachte dat zij nog niets had gebruikt, zij wilde
-hulp aanbrengen, misschien zekerheid hebben.
-</p>
-<p>Zij reed den eenzamen weg af van gister avond, die nu echter <span class="corr" id="xd30e4538" title="Bron: blakende">blaakte</span> in de zonnestralen en niets afschrikwekkends meer vertoonde.
-</p>
-<p>Op het voorbankje zat het Javaansche meisje met de kist op haar schoot; Corona hield
-veel van Sima, zij had haar van jongs af onder haar leiding genomen, mooi naaien,
-borduren en kappen geleerd; haar kennis met Djario had zij bevorderd en op haar hoog
-bevel werd het huwelijk, dat anders bij de Javanen schier onmiddellijk de verloving
-volgt, niet zoo spoedig voltrokken.
-</p>
-<p>Men kon slechts rijden tot het voetpad, waarlangs de oude grootmoeder gister avond
-naar beneden was geklauterd; hier stapten beide vrouwen uit en moedig ging Corona
-voor. Weinige <span class="pageNum" id="pb163">[<a href="#pb163">163</a>]</span>oogenblikken later stond zij voor de bamboezen tent, die zij binnentrad.
-</p>
-<p>Daar zaten een paar kinderen in een hoek gehurkt, rondom de grootmoeder, die een dof,
-gerekt gehuil uitgalmde en met de beenige handen in haar schaarsche lokken wroette.
-</p>
-<p>Op de baleh-baleh lag Djario bewegingloos uitgestrekt, zijn groote oogen puilden uit
-hun kassen, zijn lange haren hingen verward langs zijn uitgeteerd gelaat, handen en
-voeten waren ineengekrompen, en slechts een onrustig hijgen verried dat hij nog leefde.
-</p>
-<p>Voor &#x2019;t eerst misschien in haar leven voelde Corona zich hulpeloos tusschen de vrouwen
-en kinderen, die slechts aan klagen en niet aan helpen dachten; een gevoel van machteloosheid,
-haar geheel onbekend, overviel haar; het was of een onuitsprekelijke angst, een wantrouwen
-in zichzelf al haar bewegingen en besluiten verlamde en toch zij moest dat overwinnen;
-allen zagen in haar, zoo meende zij tenminste, een reddenden engel, die alleen hulp
-kon aanbrengen.
-</p>
-<p>»Nènèk,&#x201d; vroeg zij met onvaste stem, »wanneer is dat begonnen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Van nacht,&#x201d; antwoordde de vrouw, die meer naar haar toekroop dan ging.
-</p>
-<p>»En mijn obat, heeft hij die niet ingenomen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja zeker, hij wilde en moest die innemen, maar kort daarop is &#x2019;t begonnen. <span lang="ms">Allah, allah, ill-allah.</span>&#x201d;
-</p>
-<p>»Maak toch geen leven, maar tracht hem dit in te geven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, nonna, neen, nonna&#x2019;s medicijnen werken als vuur, zij hebben hem zoo erg gemaakt.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona&#x2019;s bloed steeg haar naar het hoofd bij deze beschuldiging en toch kon en durfde
-zij die niet afweren.
-</p>
-<p>»Neem dan ten minste dit vocht en smeer hem daarmee in! Kom Sima, zit nu zoo niet
-te huilen! en steek de handen uit de mouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, &#x2019;t mag niet, nonna! &#x2019;t Is nonna&#x2019;s schuld niet, nonna is goed maar haar obats
-deugen niet. Toewan Allah wil Djario straffen, en nu moet hij sterven. Er is niets
-aan te doen, niets! Hollandsche obat helpen niet, en Javaansche evenmin.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar je kunt hem niet zoo hulpeloos laten! Sima, ga naar den koetsier en zeg, dat
-hij naar Soekarenga rijdt om den dokter te halen; laat hem &#x2019;t paard doodrijden als
-het moet!&#x201d;
-</p>
-<p>Haar handen beefden, terwijl zij haar medicijnen uithaalde, de fleschjes opende en
-ze weer sloot; zij voelde zich zoo klein<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> zoo onmachtig tegenover den vreeselijken gast, wiens nabijheid zij voelde; &#x2019;t was
-vermetel den strijd op te vatten tegen dien geweldigen dood, wiens komst zij misschien
-door haar onvoorzichtigheid verhaast had.
-</p>
-<p>Zij liet Djario ether opsnuiven, zij verbrandde haar vingers met helschen steen, dien
-zij in plaats van pepermuntolie op haar hand <span class="pageNum" id="pb164">[<a href="#pb164">164</a>]</span>uitstortte, zij knielde neder en wreef met haar fijne handen zijn bruine, ruwe huid
-in de borstholte; hij begon nog harder te kermen<span class="corr" id="xd30e4573" title="Bron: ,">.</span>
-</p>
-<p>»Nonna zal maken, dat hij nog veel meer pijn lijdt, vóór hij gaat sterven,&#x201d; steunde
-Nènèk Tjioeng.
-</p>
-<p>»Mijn God, sta mij bij!&#x201d; smeekte Corona. »Ik ben zoo hulpeloos!&#x201d;
-</p>
-<p>Als hij nu eens stierf onder haar handen; zij ijsde bij de gedachte en had er behoefte
-aan het uit te snikken.
-</p>
-<p>»Daagde er nergens redding? Nergens?&#x201d;
-</p>
-<p>Zij voelde of verbeeldde zich te voelen dat Djario koud werd, dat het doodszweet bij
-hem uitbrak! Ze durfde niet voortgaan met wrijven en kon ook niet besluiten werkeloos
-te blijven; dat akelige klagen der oude vrouw vermeerderde haar onzekerheid.
-</p>
-<p>»Is &#x2019;t hier?&#x201d; hoorde zij een heldere stem in &#x2019;t Maleisch vragen, vlak bij de deur.
-</p>
-<p>Zij sprong op en zonder nog te weten wat zij deed, vloog zij den binnentredende te
-gemoet.
-</p>
-<p>Door een opgeschoten Javaanschen knaap gevolgd, trad Thoren van Hagen binnen.
-</p>
-<p>»He, juffrouw Corona! U ook hier? Djario is een broer of neef van mijn vleugel-adjudant;
-hij moet niet recht wel zijn, hoor ik!&#x201d;
-</p>
-<p>»Als hij nog maar leeft,&#x201d; antwoordde zij bevend, »heeft u verstand van medicijnen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, als men zoo gezworven heeft als ik, dan krijgt men verstand van alles. Laat
-eens kijken, wat scheelt den armen kerel?&#x201d;
-</p>
-<p>Hij ging vertrouwelijk op de baleh-baleh zitten, er was iets in zijn manier van doen
-dat kalmer stemde, dat de dingen weer op hun rechte waarde bracht. Corona stond terzijde
-met gewrongen handen, bijna even bleek als de zieke zou zijn, ware hij minder bruin.
-</p>
-<p>»Pols erg zwak! Jongen, hij heeft &#x2019;t fameus beet, maar als ik voor dokter spelen moet
-dan kan ik zoo&#x2019;n huilende familie niet om mij heen hebben. Hoor eens, Mak of Nènèk,
-jij kunt hier blijven mits je diam<a class="noteRef" id="xd30e4591src" href="#xd30e4591">1</a> bent, maar dat kleine grut moet allemaal de deur uit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Weg, weg!&#x201d; riep de oude en greep er een bij den sarong, zijn eenig kleedingstuk,
-waarin hij zich van af de schouders wikkelde.
-</p>
-<p>&#x2019;t Viel Corona op, in andere omstandigheden had &#x2019;t haar misschien geërgerd, dat de
-onwillige grootmoeder van daareven nu zoo grif gehoorzaamde en van zins scheen alles
-te doen, wat Thoren beval.
-</p>
-<p>»Zie zoo en nu kunnen we beginnen! Maar wat heeft u daar, juffrouw de Géran, een medicijnkist?
-Daar kan wat goeds in zijn. Heeft u hem wat ingegeven?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb165">[<a href="#pb165">165</a>]</span></p>
-<p>»Nu niet,&#x201d; antwoordde zij haperend, »maar gisteren heb ik hem quinine-pillen gegeven
-en&#x200a;&#x2026; en&#x200a;&#x2026; laudanum.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die hij misschien in eens opgebruikt heeft, waar is die obat, Nènèk, van gisteren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou u denken&#x200a;&#x2026;?&#x201d; vroeg Corona, hijgend.
-</p>
-<p>»Alle overdaad schaadt,&#x201d; antwoordde hij bedaard, »zoo, is dat er van over? Nu, dan
-heeft hij zich gehaast, hoeveel pillen waren er in?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dertig, om de twee uren drie.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik denk dat het klokkenstelsel bij onze Nènèk wel &#x2019;t een en ander te wenschen overlaat,
-en dat zij zich niet precies aan den tijd heeft gehouden; sedert gisteravond heeft
-hij er dus vijf en twintig gebruikt. Het kan wel! En de laudanum, wist u dan precies,
-wat hem scheelde?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij klaagde over krampen en had dagelijks koorts.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar u weet dat beide <span class="corr" id="xd30e4609" title="Bron: symptonen">symptomen</span> gevolgen van verschillende ziekten kunnen zijn. Nu, &#x2019;t is alleen erg wanneer men
-er te veel van gebruikt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou het dan vergift kunnen worden?&#x201d; vroeg Corona.
-</p>
-<p>»Hij heeft er de helft van ingenomen; de arme duivel had haast beter te worden en
-stelde een volledig vertrouwen in uw geneeskunst.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona sloeg de handen voor het gelaat; zij voelde zich <span class="corr" id="xd30e4616" title="Bron: ververnederd">vernederd</span>, en dat het nu juist door hem moest zijn!
-</p>
-<p>»Is er geen hoop?&#x201d; vroeg zij sidderend.
-</p>
-<p>»Och, waar leven is, moeten wij altijd hopen! Kom maar eens hier, kerel. Drink dit
-uit! Een flinke teug!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij goot zijn veldflesch tusschen de droge lippen van den zieke, nam toen van den
-brandewijn in de holte zijner hand en wreef met alle kracht over Djario&#x2019;s borst en
-rug.
-</p>
-<p>»Om zoo&#x2019;n knaap te behandelen moet men meer kracht tot zijn beschikking hebben dan
-in uw lieve handjes schuilt,&#x201d; sprak hij glimlachend. Corona zweeg; hoe onaangenaam
-haar later vele dingen ook zouden voorkomen, nu voelde zij slechts een groote verlichting
-omdat zij van een deel der verantwoordelijkheid ontheven was.
-</p>
-<p>Het kermen hield op; de uitpuilende oogen schenen achteruit te treden en sloten zich.
-Nènèk zat op haar hurken, vlak bij de baléh, en gehoorzaamde elk bevel van Thoren.
-</p>
-<p>»Leg een kruik, maar die heb je niet, een steen, je loempang<a class="noteRef" id="xd30e4627src" href="#xd30e4627">2</a> desnoods in het vuur,&#x201d; zeide hij, »heb je niet een stuk van een wollen lap. Nu, smakelijk
-ziet dat ding er juist niet uit! Geef maar hier!&#x201d;
-</p>
-<p>»Kan ik u niet helpen?&#x201d; vroeg Corona.
-</p>
-<p>»Op &#x2019;t oogenblik neen. Hij komt bij; merkt u niet?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb166">[<a href="#pb166">166</a>]</span></p>
-<p>»Ja, ja, Goddank!&#x201d; zeide Corona en, plotseling overmand door een gevoel van dankbaarheid,
-riep zij uit: »hoe zal ik u mijn dank betuigen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mij dank betuigen? Juffrouw de Géran, u houdt me toch voor geen kind. Als de grootmama
-zich nu nog in &#x2019;t hoofd stelde, dankbaar tegen mij te wezen; maar u, wat voor dienst
-heb ik u bewezen, door uw ambt als dokter op mij te nemen?&#x201d;
-</p>
-<p>Zij bloosde en boog het hoofd diep; &#x2019;t was haar onmogelijk, te erkennen dat hij goed
-maakte wat zij bedorven had. Zou hij &#x2019;t niet weten?
-</p>
-<p>»Ik heb den dokter van Soekarenga met mijn rijtuig laten halen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die kan hier niet zijn voor 12 uur als hij onmiddellijk meegaat. Mag ik uw verzameling
-eens nazien, misschien vind ik daar iets in, dat den patient wat doet ophalen.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij bezag de etiquettes en keek het boekje door terwijl een glimlach over zijn lippen
-speelde.
-</p>
-<p>»Is dat de eerste, die u van uwe geneeskundige bekwaamheid laat profiteeren?&#x201d; vroeg
-hij met zijn gewonen spottenden lach.
-</p>
-<p>»Bij wien ze minder goed werkt, ja,&#x201d; antwoordde zij,&#x2014;met het wijken van het gevaar
-kwam haar trots weer boven,&#x2014;»maar &#x2019;t is toch mijn schuld niet, als hij misbruik maakt
-van hetgeen ik voorschreef.&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk niet, maar u kan met het toedienen van zulke sterke medicijnen niet te
-voorzichtig zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Moet ik dan die menschen die zoo ver van elken dokter wonen, geheel verstoken laten
-van geneeskundige hulp, als ik die geven kan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is juist de vraag! Of u die werkelijk geven kan: enkele huismiddeltjes kunnen
-geen kwaad, maar om een ziekte, die u oppervlakkig beoordeelt, met medicijnen te willen
-genezen, die wellicht deugen voor den schoenmaker en niet voor den smid, dat onderstelt
-een kennis, die slechts door langjarige studie en ondervinding verkregen wordt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar zou dat in elk geval niet beter zijn dan hen stil te laten knoeien met hun obat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wil &#x2019;t niet beweren<span class="corr" id="xd30e4649" title="Bron: ,;">;</span> u weet, <span lang="fr">le mieux est l&#x2019;ennemi du bien!</span> In elk geval<span class="corr" id="xd30e4655" title="Niet in bron">:</span> verantwoordelijkheid voor menschenlevens is geen lichte last.&#x201d;
-</p>
-<p>Al pratende had hij in het bokaaltje eenige druppels gemengd en gaf ze den zieke,
-die ze met zeker bewustzijn innam.
-</p>
-<p>»Ik matig mij ook niets meer aan dan ik kan,&#x201d; sprak Thoren, »en daarom geef ik hem
-alleen zeer onschadelijke, opwekkende dingen, in afwachting dat de dokter komt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben er zoo van geschrikt, er is mij nooit zoo iets overkomen!&#x201d;
-</p>
-<p>»In uw praktijk? Ik feliciteer u.&#x201d; Dit werd zoo spottend gezegd, <span class="pageNum" id="pb167">[<a href="#pb167">167</a>]</span>dat hij even goed, op denzelfden toon had kunnen zeggen. »&#x2019;t Is meer geluk dan wijsheid.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik voer hier eigenlijk niets uit,&#x201d; zeide Corona, »maar ik kan moeilijk weg; mijn
-rijtuig is naar de hoofdplaats en ik kan toch niet te voet naar huis gaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Des te beter!&#x201d; antwoordde Thoren, »dan dragen wij samen de verantwoordelijkheid.
-Ik heb <span class="corr" id="xd30e4668" title="Bron: sints">sinds</span> zoo lang gedacht dat het een onuitsprekelijk genot moest wezen met u samen iets te
-dragen, al bedoelde ik eigenlijk iets anders!&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat is?&#x201d; vroeg zij met kloppend hart.
-</p>
-<p>»De tijd is er nog niet het te zeggen! Wil u eens er naar kijken, hoe dat goede mensch
-die loempang warmt; ondertusschen ga ik mijn rol van frère de charité uitspelen en
-zijn maag met brandewijn wasschen. Ik moet er meer hebben, hoor eens Scipio, ga naar
-mijn huis en haal nog een flesch brandy; wat zou het leven van een armen zwerveling
-zijn zonder brandy.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona hielp de Nènèk den steen warmen en na eenige gezamenlijke pogingen met de oude
-vrouw om den stamper, die nu gloeiend was geworden, op te beuren, werd hij op een
-tampak geladen en naar binnen gebracht. Thoren wilde het ding aanvatten, maar brandde
-zijn vingers.
-</p>
-<p>»Lieve hemel, je wilt toch zijn voeten, hoe dikhuidig die ook zijn, niet verschroeien,&#x201d;
-riep hij lachend uit, »laat hem maar eerst afkoelen. U heeft aanleg voor veel, juffrouw
-de Géran, maar voor liefdezuster gelukkig nog niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom gelukkig?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Omdat met den aanleg de roeping licht zou kunnen komen en dat, zou ik de vrijheid
-nemen, te betreuren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik begrijp niet, waarom!&#x201d;
-</p>
-<p>»U moet ook het wat en waarom van alles weten,&#x201d; antwoordde hij.
-</p>
-<p>»Zie zoo, nu zijn de pootjes al wat minder stijf. Ik begin respect voor mijzelf te
-krijgen, de pols slaat ook krachtiger; als nu de dokter komt en eens vertelt, wat
-hem eigenlijk mankeert, zullen we er wel komen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik moet voor dien tijd weg,&#x201d; zeide Corona, en toen, tot haar meisje:
-</p>
-<p>»Sima, ga als je blieft naar huis en laat den tandoe dadelijk hier komen, of neen,
-ik ga met je meê, geef mij maar een pajong<a class="noteRef" id="xd30e4684src" href="#xd30e4684">3</a>, Nènèk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Over dien zonnigen weg, waar denkt u aan, in deze kleeding?&#x201d;
-</p>
-<p>»Vindt u die kleeding ongepast? Daarvoor kent u de Indische gebruiken niet genoeg
-en daarbij, hier in &#x2019;t gebergte bemoeien wij ons met die Europeesche dwaasheden niet.&#x201d;
-</p>
-<p>Dit woord klonk vrij vreemd uit den mond van een jonge dame, die <span class="pageNum" id="pb168">[<a href="#pb168">168</a>]</span>al haar toiletten tot in het oneindige wist te varieeren, zelfs te midden der grootste
-wildernis.
-</p>
-<p>»Maar &#x2019;t is brandend heet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als Sima er door kan, waarom zou ik &#x2019;t niet kunnen. Ik heb hier niets te maken, ik
-zou de heeren maar hinderen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat dat betreft, hierop mag ik uit vrees voor van te veel te zeggen, niet antwoorden;
-ik durf u overigens niet vragen hier langer te blijven, &#x2019;t is in deze Javaansche ziekenkamer
-waarlijk zoo aanlokkelijk niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zou voor mij geen reden wezen, maar ik heb er niets te doen, u zal den dokter
-op de hoogte brengen, beter dan ik.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mag ik hem alles vertellen,&#x201d; vroeg Thoren van Hagen plotseling met ongewonen ernst
-in de stem; zij raakte verward, voelde zich verlegen en stamelde:
-</p>
-<p>»Als het zijn moet&#x200a;&#x2026; natuurlijk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb me niet vergist,&#x201d; sprak hij thans half luid, »laat het aan mij over, ik weet
-wat ik zeggen en zwijgen moet.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niet noodig,&#x201d; wilde Corona op haar gewonen trotschen toon zeggen, maar het
-kon niet over haar lippen komen; zij voelde zich zoo machteloos tegenover hem, zoo
-dom, dat het haar kinderachtig voorkwam, nog een schijn van eigenwaan te willen aannemen.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was of zij zich min of meer in zijn macht bevond, of hij nu van haar zeggen en
-denken kon wat hij wilde, zoo was zij overgeleverd aan zijn goedvinden.
-</p>
-<p>»Ik herinner me juist dat ik nog niets gebruikt heb,&#x201d; zeide zij, misschien meer om
-haar verlegenheid, waaraan zij nog zoo weinig gewoon was, te verbergen, dan omdat
-zij werkelijk behoefte aan voedsel had.
-</p>
-<p>»Heb je iets voor mij, Nènèk?&#x201d;
-</p>
-<p>Nènèk ging naar den hoek, die provisiekast, eettafel en keuken tegelijk scheen te
-wezen, en kwam met een kopje lauwe koffie, een stuk Javaansche suiker en wat ketan<a class="noteRef" id="xd30e4707src" href="#xd30e4707">4</a> van den vorigen dag terug; plotseling keerde zij zich om en kroop rond als om iets
-te zoeken.
-</p>
-<p>»Nonna zal dien toewan ook niet willen hebben en hij zou toch zeer goed voor haar
-zijn. Nonna is niet jong meer en de <span lang="ms">toewan besaar</span><a class="noteRef" id="xd30e4714src" href="#xd30e4714">5</a> woont zoo ver af.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij wierp iets in de koffie en mompelde een paar formulieren.
-</p>
-<p>Corona dronk in één teug het kopje leeg en trok een gezicht alsof zij medicijnen slikte.
-</p>
-<p>»<span lang="ms">Trima kassi</span><span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e4725src" href="#xd30e4725">6</a> zeide zij, het kopje teruggevend.
-</p>
-<p>»Belieft mijnheer ook,&#x201d; vroeg de allesbehalve smakelijke gastvrouw.
-<span class="pageNum" id="pb169">[<a href="#pb169">169</a>]</span></p>
-<p>»Ik zou &#x2019;t u niet aanraden,&#x201d; sprak Corona, »u zal uw illusiën over de Oostersche moka
-op ons koffieland verliezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heel graag, Nènèk, maar schenk het er dadelijk in.&#x201d;
-</p>
-<p>De oude ging weer in den hoek aan het zoeken.
-</p>
-<p>»Wat scharrelt die Javaansche Canidia daar toch,&#x201d; vroeg Thoren van Hagen lachend,
-»geef hier, ouwe!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij had hetzelfde door den drank gemengd, dien zij hem overreikte; hij zocht de plek,
-door Corona&#x2019;s lippen aangeraakt en dronk het kopje toen ook even snel leeg.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is geen Mazagran,&#x201d; zeide hij, »maar er is een eigenaardige smaak aan, iets dat
-men in geen Europeesche koffie terug vindt. Blijft u bij uw plan, juffrouw de Géran?
-Als &#x2019;t u maar op geen hoofdpijn te staan komt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat heb ik er voor over,&#x201d; antwoordde zij.
-</p>
-<p>Hij volgde haar naar buiten; de zon ging achter dikke wolken schuil.
-</p>
-<p>»U treft het goed, &#x2019;t is mendoeng!&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e4742src" href="#xd30e4742">7</a> sprak hij.
-</p>
-<p>Zij glimlachte zooals zij gewoonlijk deed, wanneer hij<span class="corr" id="xd30e4747" title="Bron: .">,</span> op Indische manier, Maleische woorden door zijn gesprek vlocht.
-</p>
-<p>»Goed succes verder!&#x201d; wenschte zij en, zich even bedenkend, als behaalde zij een overwinning
-op zichzelf, reikte zij hem haar hand toe.
-</p>
-<p>Hij hield die even vast en zag de zwarte vlekken, door de lapis infernalis er op gebrand
-en die tusschen de ringen zonderling uitkwamen; zoo hoffelijk als hem mogelijk was,
-bracht hij de vingers aan zijn lippen en raakte ze even aan, gelijk het bij zulk een
-vormelijke beleefdheid past; zij trok haar hand snel terug en zonder hem meer aan
-te zien, verdween zij, door haar meisje gevolgd, tusschen het geboomte.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e4591">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4591src">1</a></span> Stil.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4591src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4627">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4627src">2</a></span> Steenen stamper.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4627src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4684">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4684src">3</a></span> Parasol.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4684src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4707">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4707src">4</a></span> Zoete rijst.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4707src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4714">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4714src">5</a></span> Gouverneur-Generaal.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4714src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4725">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4725src">6</a></span> Dankje.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4725src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4742">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e4742src">7</a></span> Bewolkt.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4742src" title="Ga terug naar noot 7 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch29" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXIX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De dag voor het feest in de hoofdplaats bestemd was aangebroken; reeds den geheelen
-dag waren de dessabewoners in feestgewaad, met de kris op zij, den nieuw beschilderden
-tjaping op het hoofd, langs alle boschwegen naar het plaatsje samengestroomd.
-</p>
-<p>Verscheidene leden van de familie de Géran hadden eveneens hun intrek genomen in het
-geheel nieuw ingerichte woonhuis, dat zij op Soekarenga bezaten, en dat bijna altijd
-een of meer hunner huisvesting verleende.
-</p>
-<p>Tegen vier uur zou het steekspel beginnen; voor het huis van <span class="pageNum" id="pb170">[<a href="#pb170">170</a>]</span>den regent strekte zich ook hier, gelijk overal, een groot plein uit, door tamarindeboomen
-omringd, en in welks midden een reusachtige waringin, de heilige boom der Javanen,
-geplant was, die op zich zelf reeds een klein bosch vormde, want zijn lange slingers
-reikten tot aan den grond, vatten daar wortel en werden op hun beurt nieuwe stammen.
-</p>
-<p>Een gedeelte van dat plein of, zooals de Javanen het noemen, aloon-aloon was tot strijdperk
-ingericht; eenige tribunes waren voor de Europeanen en voornaamste Inlandsche hoofden
-opgericht; de duizenden en duizenden inlanders staan rondom langs den weg geschaard;
-de kooplieden met hun draagbare gaarkeukentjes, hun verfrisschende dawet of bedwelmende
-arak, hebben het druk; algemeene maar kalme vroolijkheid, geheel verschillend van
-het luidruchtige dringen en woelen bij ons Hollanders, heerscht in hunne rijen. Plotseling
-heerscht ademlooze stilte. De feestoptocht verlaat den dalem van den regent.
-</p>
-<p>De dorps- en afdeelingshoofden verschijnen eerst op hun vurige zwarte paardjes gezeten;
-zij dragen den hoofddoek om het glimmende haar, in den sarong, die halverwege den
-engsluitenden broek hangt, steekt een kris, gewoonlijk een erfstuk uit oude tijden,
-de greep fraai besneden uit hout of ivoor, versierd met zilver, goud en edelgesteenten;
-in de hand houden zij de lans.
-</p>
-<p>Ook de paarden zijn feestelijk getuigd, met zilveren kettingen, zijden of fluweelen
-schabrakken; achter hen komt de regent met zijn Radhen Ajoe, een schoone, slanke vrouw
-in zijden baadje en met goud bestikte sarong, met groote diamanten in den kondé, aan
-de ooren en in de braceletten, gevolgd door een paar zijner dochters. De gamelang
-begeleidt met zijn klanken den feestelijken stoet, de familie van den regent betreedt
-de tribune, waar nu ook de resident en de notabelen plaats nemen.
-</p>
-<p>De Javaansche ridders treden in het strijdperk; het is een opwekkend gezicht, de zon
-speelt grillig in hun wapens en doet hun kleederen en versierselen schitteren, de
-bonte kleuren van de sarongs en hoofddoeken der mannen en de slendangs der vrouwen
-een schrille tegenstelling vormend met het groene veld en de kroon van hooge boomen
-rondom het plein; de ruime in de breedte uitgebouwde huizen met hun uitgestrekte erven
-zijn als een schilderij, in een reusachtig raam omsloten door de trapsgewijze opgaande
-heuvelen, en in het verschiet door den blauwgroenen bergreus met zijn afgeplatten
-kruin.
-</p>
-<p>De spelen zijn afwisselend genoeg; nu eens wedrennen dan spiegelgevechten met de lans,
-een gedurige aanval en verdediging; een kleine, leelijke dwerg zit op een opzettelijk
-daartoe verminkt paard zonder staart of ooren. Als de nar aan de oude koningshoven,
-is hij overal te vinden, waar hij spotten en springen kan; nu eens tuimelt hij van
-het paard, dan springt hij een der ridders achterop, werpt zich ruggelings op een
-der paarden en wekt <span class="pageNum" id="pb171">[<a href="#pb171">171</a>]</span>door elk zijner buitelingen het uitbundig gelach der talrijke toeschouwers op.
-</p>
-<p>In de tribune van den regent zat Corona de Géran de Saint Paul naast de Radhen-Ayoe,
-de dames hadden het druk met praten en zagen nauwelijks naar de spiegelgevechten der
-ruiters, en de kluchtige sprongen van den nar.
-</p>
-<p>Met haar waaier wist Corona een uitstekend spel te spelen. Zij had die aardigheden
-van den senènan al zoo dikwijls gezien dat het geen wonder was, als zij er weinig
-aandacht aan wijdde. Zij was zeer bevriend met de Regentsvrouw, een geboren Prinses,
-wat menigeen de goedkoope aardigheid ontlokte dat soort altijd soort zoekt, want de
-trotsche juffrouw de Géran, zei men, kon maar niet vergeten, dat zij eigenlijk gravin
-geboren was en, hoewel zij haar broers en zusters links en rechts uithuwelijkte aan
-wien haar goeddacht, vond zij voor zich zelf <span class="corr" id="xd30e4771" title="Bron: eeen">een</span> prins nauwelijks goed en groot genoeg.
-</p>
-<p>Aan de andere zijde naast den Resident zag men de nieuwste schoondochter, allerliefst
-in haar lichtgrijs kleedje, het lenteachtige witte hoedje op de blonde lokken; een
-opgewekte glimlach om haar lippen spelend. Als zij zon en leven en beweging zag, als
-zij muziek hoorde, dan vergat Hermelijn spoedig haar verborgen leed en kon voor een
-oogenblik weer schertsen en lachen als ware alles geluk rondom en in haar.
-</p>
-<p>Kitty zat naast haar, even lief en innig gelukkig als altijd, en daardoor een scherpe
-tegenstelling vormend met de ontevredene taankleurige Toetie, die in haar opzichtig,
-schreeuwerig toilet zeer afstak bij haar elegante schoonzusters. De heeren stonden
-meer achteraf, Thoren van Hagen ontbrak niet, evenmin als Conrad, die met zijn gewone
-knorrige uitdrukking naar alles keek of naar niets, dat wist niemand te zeggen. Akkeveen
-had zijn vrouw thuis gelaten, het ééne kind was ziek en het andere lastig, daarbij
-merkte hij op een toon van gezag aan:
-</p>
-<p>»Een goede vrouw en een goede kat hooren t&#x2019;huis. Ik zie het heel ongaarne als een
-jonge vrouw haar genoegen buitenshuis zoekt. Dansen komt voor een getrouwde dame gewoon
-niet te pas.&#x201d;
-</p>
-<p>»Van dat idée krijg je mij nooit, manneke!&#x201d; sprak Kitty. »Als ik ophield met dansen
-zou &#x2019;t zijn omdat&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Een vochtige sluier dreef langs haar schitterende oogen en een ernstig trekje teekende
-zich om haar lachend mondje.
-</p>
-<p>»Foei, viooltje,&#x201d; troostte Portias, »geduld! geduld! Wij doen het gedistingueerd;
-&#x2019;t staat zoo ordinair, reeds dadelijk zijn huisje vol te krijgen.
-</p>
-<p>»Waarom zegent Onze Lieve Heer hen met zoo ruime hand en wij, die getrouwd zijn uit
-liefde&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom, waarom? Waarom haalt de een niets dan wanklanken en de ander goddelijke melodieën
-uit zijn instrument? We mogen naar geen waarom vragen, lieve, kleine Harp! Breng <span class="pageNum" id="pb172">[<a href="#pb172">172</a>]</span>melodie in ons beider leven, dan vraag ik niet naar minder harmonische geluiden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die ik liever hoor, zelfs dan jou compositiën,&#x201d; zeide Kitty, haar kopje aan zijn
-borst verschuilend.
-</p>
-<p>De jongste mevrouw de Géran trok natuurlijk de algemeene aandacht.
-</p>
-<p>»Zou &#x2019;t waar wezen dat haar huwelijk zoo ongelukkig is?&#x201d; werd er gevraagd, en de heeren
-antwoordden:
-</p>
-<p>»Geen wonder! die slungel verdient ze niet. Ik geloof dat Guillaume haar nog meer
-bewondert.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je kunt niet weten, stille waters hebben diepe gronden; hij is gesloten als een echt
-inlandsch kind.&#x201d;
-</p>
-<p>Gelukkig dat de arme, argelooze Hermelijn de vaak onkiesche toespelingen niet hoorde,
-welke op haar gemaakt werden, en ook niet hoe menigeen Thoren&#x2019;s verblijf aan het meer
-met haar komst in verband bracht.
-</p>
-<p>Akkeveen, die er het zijne van dacht, wilde Thoren van Hagen op een andere wijze prikkelen.
-</p>
-<p>»Ik hoor, je hebt zoo goed als dokter gefungeerd,&#x201d; zeide hij hem op spottenden toon<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »en met zulk goed succes!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, de arme kerel is er geheel van opgekomen, hij was er slecht aan toe.&#x201d;
-</p>
-<p>»Door &#x2019;t geknoei van mijn geëerbiedigde schoonzuster; die meid bemoeit zich ook met
-alles, niemand mag er trouwen, sterven, of geboren worden of zij is er bij. Maar &#x2019;t
-doet me pleizier dat ze een lesje heeft gekregen, ofschoon als de vent er van door
-was gegaan, &#x2019;t beter zou zijn geweest. Een nieuw bewijs tegen de emancipatie der vrouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zie ik niet in,&#x201d; antwoordde Thoren ernstig, »juffrouw de Géran zou stellig een
-uitstekende dokter wezen als zij studiën had gemaakt, tenminste als ge er op staat,
-emancipatie te noemen wat niets anders is dan het recht van elk mensch om zijn roeping
-te volgen, waar hij die meent te vinden.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ge keurt dus dat dokteren van vrouwen goed?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als er voor een stevige onderlaag studie gezorgd is, begrijp ik niet waarom zij er
-minder toe geschikt zou zijn dan een man. Of gelooft u misschien niet dat juffrouw
-de Géran, wat natuurlijke begaafdheden betreft, hooger staat dan het gros der mannen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar &#x2019;t past niet voor vrouwen,&#x201d; merkte een ingenieurtje aan.<span id="xd30e4805"></span>
-</p>
-<p>»Op dat punt ben ik onbevoegd te oordeelen,&#x201d; antwoordde Thoren van Hagen spottend.
-</p>
-<p>Dit gesprek was door Portias gehoord, die &#x2019;t natuurlijk zijn Kitty vertelde, en door
-haar kwam het Corona weer ter ooren.
-</p>
-<p>Het steekspel was afgeloopen; de menigte ging langzaam uiteen; in de pendoppo van
-den dalem&#x2014;een groote overdekte plaats, zonder muren en van alle zijden toegankelijk&#x2014;zetten
-de regent met zijn familie zich neer, omringd door de mindere hoofden; de <span class="pageNum" id="pb173">[<a href="#pb173">173</a>]</span>ridders en andere voorname Javanen kwamen hem hun opwachting maken; de avond viel
-in en op het ruime erf hadden de tandak en topengspelen ten genoege van den minderen
-man plaats. De muziek van de gamalang, die nu eens treurige, dan weer opgewekte tonen
-deed hooren, en het schel geschreeuw der rongengs of dansmeisjes begeleidde het eentonige
-verhaal, dat die gebaren van de topengspelers vergezelde.
-</p>
-<p>Deze spelen in de pendoppo en behooren tot de hoogere standen; zij dragen hun nationale
-kleeding, zooals zij straks te paard reden, maar hun gelaat is met een masker bedekt;
-zij spreken niet, doch voeren een soort pantomime uit; een ander persoon geeft met
-een stokje het teeken aan van hun gebaren, en verhaalt de geschiedenis, gewoonlijk
-een of andere legende uit de oude Javaansche historie.
-</p>
-<p>Ondertusschen werden in de voorgalerij de lichten opgestoken, daar zou het bal voor
-de Europeanen plaats hebben.
-</p>
-<p>De dames maakten haar toilet; op haar kamer gekomen, waar het licht reeds opgestoken
-was, stond Hermelijn verbaasd, toen zij op het bed een volledig baltoilet zag liggen
-in fijn bleekrood foulard, met donkerblauwe bloemen versierd, een medaillon, bracelet
-en oorringen van saffieren.
-</p>
-<p>»Van wie komt dat,&#x201d; vroeg Hermelijn koel aan het Javaansche meisje, dat haar hielp
-kleeden.
-</p>
-<p>»Korang priksa, njonja,&#x201d; was het antwoord (Ik weet het niet).
-</p>
-<p>Zonder een woord meer te zeggen, opende Hermelijn haar eigen koffer en haalde er een
-zeer eenvoudig wit neteldoeksch met zwart lint opgemaakt kleedje uit, dat zij uit
-Europa had meegebracht, en deed om haar hals een eenvoudig zwart lint, waaraan een
-zwart email medaillon hing met het portret haars vaders. Haar lange zwarte handschoenen
-reikten tot haar ellebogen; juist was zij bezig ze aan te trekken toen Kitty binnenkwam.
-</p>
-<p>»Maar Mientje,&#x201d; riep zij uit, »Mientje, wat scheelt je, &#x2019;t is of je in halven rouw
-bent!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb ik dan reden om zulke mooie kleuren te dragen?&#x201d; vroeg Hermelijn met een droevigen
-blik.
-</p>
-<p>»Maar lieveling, kijk zoo treurig niet, dat is geen balgezichtje, straks was ik zoo
-blij toen ik je hoorde lachen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan er niets aan doen; wanneer alles vroolijk om mij is, dan word ik er ook door
-aangestoken, maar kom ik op mijn kamer terug, dan voel ik weer hoe eenzaam, hoe diep
-ongelukkig ik ben naast den man, die mij haat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom, Conrad weet niet eens wat haat is; zoo&#x2019;n stoute jongen, om zoo&#x2019;n lief Hermelijntje
-niet op te eten, zooals ik stellig zou doen, en velen met mij. Maar heb je geen andere
-japon, heusch waar? Ik schaam mij in mijn lichtblauw kleedje, ik oud-getrouwde vrouw.
-Wat is dat?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb174">[<a href="#pb174">174</a>]</span></p>
-<p>En zij zag het compleete baltoilet.
-</p>
-<p>»Van wie komt het?&#x201d;
-</p>
-<p>»Van Corona, denk ik; maar &#x2019;t kan mij niet schelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is een verrassing van haar, zoo deed ze vroeger altijd met mij, die goede tijd
-is nu voorbij. Trek het toch aan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen!&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo vastberaden klonk dat woord, dat Kitty geen poging meer aanwendde om haar zuster
-tot andere gedachten te brengen.
-</p>
-<p>»Wat een storm wacht je nog,&#x201d; zeide zij alleen en sloop naar haar kamer, om &#x2019;t Portias
-eens heel eventjes te vertellen, wat Hermelijn durfde doen.
-</p>
-<p>Mevrouw Conrad nam intusschen haar waaier en ging naar de pendoppo, waar Akkeveen,
-Guillaume en Conrad stonden te praten; allen zagen haar verbaasd aan, zij zag er allerliefst
-uit, maar haar eenige tooi waren haar jeugd en frischheid.
-</p>
-<p>»Conrad, maak mijn handschoen dicht, wil je?&#x201d; verzocht zij op den natuurlijksten toon
-der wereld.
-</p>
-<p>Conrad voldeed aan haar verzoek, maar hij kon er niet goed mee overweg; hij zag er
-uit of hij een zeer zwaar werk verrichtte, hij wist niet wat zijn vingers scheelde,
-&#x2019;t was of zij beefden; gelukkig kwam de galante Guillaume nader en kon er spoediger
-mee klaar komen.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is jammer, dat Europeanen niet meedoen in dat tournooi,&#x201d; zeide hij, »dan had ik
-uw kleuren gedragen, Blanche Hermine, wit en zwart als het echte hermelijn.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij gaf hem een speelsch tikje met haar waaier.
-</p>
-<p>»Van alle Gérans verraad je &#x2019;t meest je Fransche afkomst, door je complimenten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hadt mij in mijn tijd moeten hooren, nu heb ik ze allen reeds verbruikt bij Toetie.&#x201d;
-</p>
-<p>Een spottend gegrinnik steeg uit den luiaardstoel, waarin Akkeveen zoo lui mogelijk
-uitgestrekt lag.
-</p>
-<p>»Waarom heb je de diamanten niet omgedaan?&#x201d; vroeg Conrad zoo kortaf als hij maar kon.
-</p>
-<p>»Ik wist niet dat je er op gesteld waart, Conrad! Ik ben &#x2019;t niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermine, wat hoor ik, ben je zoo&#x2019;n fenixvogel?&#x201d; vroeg Akkeveen, »dan hoor je niet
-bij de Gérans t&#x2019;huis; diamanten zullen ze koopen, vóór ze brood hebben om te eten
-of een huis om te wonen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie weet, hoe ik nog doen zou als ik voor de keuze stond,&#x201d; wilde Hermelijn zeggen,
-maar zij weerhield het woord.
-</p>
-<p>»Je wilt Corona in volle pracht laten schitteren, zeer edelmoedig, je twintig jaren
-winnen het toch reeds van haar dertig.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Daar verspreidde zich een geur van duizend bloemen door het vertrek; de stralen der
-lamp wierpen roode en blauwe lichten naar links en rechts.
-<span class="pageNum" id="pb175">[<a href="#pb175">175</a>]</span></p>
-<p>»Haar Majesteit komt!&#x201d; zeide Akkeveen, en zoo lui was hij niet of hij richtte zich
-nog even op.
-</p>
-<p>Inderdaad was Corona verblindend in haar goudgeel zijden kleed met donkere rozen bezaaid,
-en behangen met diamanten; maar zij had toch haar beau-jour niet, hetzij dat het geel
-haar niet kleurde, of om welke andere reden ook.
-</p>
-<p>»Hermelijn!&#x201d; en haar gelaat verwrong zich toornig.
-</p>
-<p>»Wat beteekent dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat?&#x201d; vroeg het vrouwtje schijnbaar onnoozel.
-</p>
-<p>»Zoo&#x2019;n weesmeisjeskleeding.&#x201d;
-</p>
-<p>»De kleuren van het hermelijn,&#x201d; zegt Guillaume, »wit en zwart, niets beter dan dat!&#x201d;
-</p>
-<p>»En heb je niets op je kamer gevonden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel zeker, een volledig toilet, bijna zoo mooi als &#x2019;t uwe.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom je daarmee niet gekleed!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb liever een eenvoudig weesmeisjescostuum aan, dat ik me zelf uitkoos, dan iets
-anders, dat men mij voorlegt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik heb &#x2019;t zelf uitgekozen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik twijfel er niet aan of &#x2019;t zal even uitstekend wezen als alles wat u uitzoekt.&#x201d;
-</p>
-<p>Akkeveen liet weer zijn gewoon, hatelijk gegrinnik hooren.
-</p>
-<p>»Dus je maakt er geen gebruik van. En die juweelen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dit medaillon is mij voldoende.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is schande, je wil de zonderlinge spelen. Ik begrijp niet Conrad, dat je &#x2019;t zoo
-aanziet en toestaat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij moet weten wat zij doet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bederft mij den geheelen avond.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn boog zich naar haar en fluisterde.
-</p>
-<p>»U heeft mij meer bedorven! Ik wil uw geschenken niet.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona zag haar met een mengsel van verontwaardiging en schrik aan; zij werd doodsbleek
-en keerde zich om met de waardigheid van een beleedigde vorstin, maar in haar hart
-voelde zij zich diep vernederd als nog nooit te voren.
-</p>
-<p>»Bravo, kleine heldin! Ik zou je een zoen voor je moed kunnen geven als Conrad het
-toestaat!&#x201d; riep Akkeveen, toen Corona weg was. »Waarlijk dat doet me goed aan &#x2019;t hart.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarvoor heb ik &#x2019;t heusch niet gedaan Ak,&#x201d; antwoordde Hermine glimlachend, »en voor
-de belooning, die je mij toedenkt, nog minder.&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch30" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het bal was bijzonder geanimeerd; de regent was een gulle, hartelijke gastheer, die
-er op stond alles zoo Europeesch mogelijk in te richten; vele van de landheeren uit
-den omtrek, de officieren <span class="pageNum" id="pb176">[<a href="#pb176">176</a>]</span>van het naaste garnizoen, de ambtenaren van de plaats zelve, en hun dames, die echter
-in veel kleiner getal aanwezig waren, vulden de ruime galerij geheel.
-</p>
-<p>In een oogwenk waren de balboekjes der dames gevuld; Corona had echter bezwaren; zij
-kon er niet toe besluiten al haar dansen weg te geven, zij wachtte, hield er eerst
-twee, later een open, maar toen de vragers te talrijk werden moest zij ook over die
-twee beschikken.
-</p>
-<p>Zij was niet bijzonder spraakzaam, en scherper en trotscher dan ooit; dikwijls zag
-zij naar de buitengalerij. Eensklaps bedekte een gloeiend rood haar wangen, zij had,
-leunende tegen een der pilaren van de waranda, haar zwager Akkeveen herkend die op
-zijn gewone onaangename manier druk lachte en praatte met Thoren van Hagen.
-</p>
-<p>Deze scheen bijna evenveel pleizier te hebben; zij dronken samen en waren onafscheidelijk;
-Corona gevoelde zich hoe langer hoe meer geprikkeld. Was dat nu dezelfde man, die
-haar zoo flink en vriendelijk terzijde had gestaan bij het ziekbed van Djario; zoo
-kiesch had hij &#x2019;t aangelegd, dat zij zich volstrekt niet schaamde, tegenover hem in
-het ongelijk te zijn, en nu gaf hij zich af met een onbeduidend ellendig personage,
-als Akkeveen.
-</p>
-<p>Dat hij met Portias goede vrienden was, kon zij desnoods aanzien, want in den diepsten
-schuilhoek van haar hart moest zij zich bekennen, dat Kitty&#x2019;s man toch zoo kwaad niet
-was; eenmaal zelfs had zij zich zeer welwillend jegens hem gezind gevoeld. Zij had
-zijn hulde schertsend aangenomen en niet verworpen; hem liefhebben was natuurlijk
-nooit in haar geest opgekomen maar toch, &#x2019;t was haar tegengevallen dat hij zijn vruchteloos
-smachten naar het onbereikbare had opgegeven om zich zeer prozaisch met de jongere
-zuster tevreden te stellen; wezenlijke grieven had zij eigenlijk niet tegen den zachten,
-goedigen Portias, die Kitty zoo innig gelukkig maakte.
-</p>
-<p>Begon zij echter met hare grieven tegen Akkeveen op te sommen, dan raakte zij zoo
-gauw niet uitgeput; zijn karakter deugde niet en zijn gezelschap vond zij onverdragelijk.
-Dat nu Thoren van Hagen zich daarmee tevreden stelde, in plaats van te dansen en haar
-in de gelegenheid te brengen hem te bedanken.
-</p>
-<p>Zeker onthaalde Akkeveen hem weer op dat onuitputtelijke onderwerp van de Indische
-samenleving, de <span lang="fr">chronique scandaleuse</span> der plaats, die in Corona&#x2019;s bijzijn nimmer mocht aangeroerd worden. O<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> dat cynieke gegrijns, zij kende het te goed, daartusschen klonk nu Thoren&#x2019;s hartelijke,
-ronde lach.
-</p>
-<p>Zij antwoordde haast niet op de welgemeende pogingen van haar cavaliers, die reeds
-trotsch genoeg waren, de gunst van een dans te hebben verkregen van de schoone prinses,
-dan dat zij het haar niet gaarne zouden vergeven, als een harer koninklijke luimen
-haar stilzwijgendheid voorschreef.
-<span class="pageNum" id="pb177">[<a href="#pb177">177</a>]</span></p>
-<p>Behalve voor Thoren van Hagen had Corona ook aandacht voor Hermelijn.
-</p>
-<p>»Hoor eens Conrad,&#x201d; had zij haar man gezegd, »je danst ten minste twee malen met mij,&#x201d;
-en Hermelijn schreef haar naam op zijn boekje.
-</p>
-<p>»Ik dans niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Met mij wel, &#x2019;t behoort zoo!&#x201d;
-</p>
-<p>En hij was op zijn beurt haar komen halen en zij hadden zeer behoorlijk en deftig
-hun plicht vervuld.
-</p>
-<p>Ieder vond Hermelijn allerliefst, heel wat anders dan haar trotsche schoonzuster;
-zij had er slag van met heeren om te gaan. Zij was vroolijk, geestig, mooi, en toch
-wist zij op een wijze, die zelfs den losbandigste eerbied afdwong, ieder grenzen te
-stellen.
-</p>
-<p>De avond was reeds half om, toen er een nieuwe gast binnentrad.
-</p>
-<p>Hermelijn herkende onmiddellijk haar reisgenoot Simons.
-</p>
-<p>&#x2019;t Duurde eenigen tijd, voor hij door zijn brilletje heen, het voorwerp zijner stille
-bewondering ontwaarde, maar toen verloor hij geen seconde om haar te naderen.
-</p>
-<p>»Me&#x200a;&#x2026; vrouw!&#x201d; begon hij haperend en van inwendige ontroering bevend.
-</p>
-<p>»Ha meneer Simons, dat doet me pleizier eens weer aan de »Menado&#x201d; herinnerd te worden!
-Toevallig, dat we mekaar zien, is u in de buurt geplaatst?&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Was niet mogelijk eenvoudiger en kalmer den jongen, opgewonden man tot een recht
-besef van den toestand te brengen.
-</p>
-<p>»Dat wil zeggen in de Kadoe. Ik ben op mijn reis derwaarts; ik heb dezen kleinen omweg
-gemaakt enkel om&#x200a;&#x2026;<span class="corr" id="xd30e4915" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Om de mooie streek te zien. Ja, ik begrijp &#x2019;t heel goed. &#x2019;t Is ook de moeite waard;
-een prachtige natuur, vindt u niet? En hoe bevalt Indië u?&#x201d;
-</p>
-<p>»Slecht, ik heb soms heimwee naar Holland en naar de »Menado&#x201d;. Maar u behoef ik het
-niet te vragen; uw van geluk stralend gelaat zegt genoeg dat u al uw illusiën heeft
-vervuld gevonden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat spreekt! Ik wilde dat ik mijn man zag. U wenscht zeker wel aan hem voorgesteld
-te worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Zal mij een eer wezen, maar gunt u mij niet een enkel dansje?&#x201d;
-</p>
-<p>»Alles weg! U komt ook zoo laat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kon niet, een ongeluk aan den reiswagen&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Of mijn man moest zich opofferen, ik heb nog een dans van hem genoteerd; daar komt
-mijn cavalier voor deze quadrille. U neemt me niet kwalijk meneer Simons! tot straks!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij verwijderde zich en toen de dans afgeloopen was, verzocht zij haar cavalier Conrad
-de Géran op te zoeken; de jonge man zat in de voorgalerij, door een paar jongelui
-omringd, maar hij sprak niet veel; hij scheen verdiept in het beschouwen der dansende
-paren.
-<span class="pageNum" id="pb178">[<a href="#pb178">178</a>]</span></p>
-<p>»Conrad,&#x201d; zeide ze, hem terzijde nemend, »je bent zeker niet gesteld op dien eenen
-dans met mij.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie vraagt er om?&#x201d; vroeg hij barsch.
-</p>
-<p>»Een controleur, die met mij de reis heeft gemaakt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe heet hij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Simons.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad was doodsbleek geworden, zijn lippen trilden, zijn wenkbrauwen fronsten zich
-en hij antwoordde met ingehouden drift:
-</p>
-<p>»Ga je gang! &#x2019;t Kan me niets schelen, niets.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat wist ik wel!&#x201d; hernam zij schijnbaar kalm, zich weer naar haar cavalier wendend,
-en keerde met hem naar de galerij terug.
-</p>
-<p>Het toeval wilde dat zij vlak langs Thoren van Hagen kwam; hij liet Akkeveen varen,
-misschien blijde van hem ontslagen te zijn en volgde haar al pratend naar binnen;
-zij ging naast Kitty op een soort van Turkschen divan zitten en hij bleef voor haar
-staan.
-</p>
-<p>»Ik bewonder den goeden smaak van uw toilet,&#x201d; sprak hij.
-</p>
-<p>»Hoe zoo?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, als ik er toe besluiten kon te dansen, zou &#x2019;t alleen met u wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vanwaar komt mij die eer?&#x201d; vroeg zij lachend.
-</p>
-<p>»Bij de andere dames&#x2014;mevrouw Portias ook uitgezonderd&#x2014;is men bang een vrouw aan te
-vatten, die bij nader inzien zou blijken een diamant, dus een steen te zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vindt u die steenen dan niet mooi?&#x201d; vroeg Kitty.
-</p>
-<p>»Wel zeker, onder een stolp, of in een juweliersuitstalling.&#x201d;
-</p>
-<p>»Diamanten zijn voor het toilet van een vrouw, wat water is voor de schoonheid van
-een landschap.&#x201d;
-</p>
-<p>»O ja, mevrouw Conrad, maar als er te veel water in een landschap kwam, zou ik vreezen
-dat we het met een onhollandsch woord waterschap moesten noemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kitty, speld die strook eens vast.&#x201d;
-</p>
-<p>Met dien korten, gebiedenden toon naderde Corona haar zuster; zij had even achter
-Thoren gestaan en dus het gesprek waarschijnlijk gehoord.
-</p>
-<p>»Amuseert u zich, juffrouw de Géran?&#x201d; vroeg Thoren van Hagen.
-</p>
-<p>»Dol,&#x201d; was het korte, spitse antwoord, »en u zal ik het maar niet vragen,&#x201d; ging zij
-na een poos voort.
-</p>
-<p>»Ik vind zoo&#x2019;n Indo-Europeesch bal alleramusantst.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie weet, hoeveel leelijke dingen u daarover zal gaan schrijven, want de Hollanders
-zijn er altijd op uit, voordeelen van ons te trekken en tot loon daarvoor maken ze
-ons belachelijk.
-</p>
-<p>»Heb je gedaan Kitty? Ik ben niet van plan er nachtwerk van te maken, reken er dus
-op met je dansen!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij verwijderde zich trotsch, met het hoofd achterover geworpen.
-</p>
-<p>»Een dans zal u niet meer vrij hebben, Hermelijn, ik bedoel, <span class="pageNum" id="pb179">[<a href="#pb179">179</a>]</span>mevrouw, maar wil u dit toertje nog met mij maken in afwachting van den nieuwen dans?&#x201d;
-</p>
-<p>»Liever niet, ik zou nu gaarne wat uitrusten, mijnheer!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij begonnen beiden te lachen over dien deftigen toon en toen Kitty zich met Portias
-had verwijderd, zette hij zich naast haar neer.
-</p>
-<p>»Uw schoonzuster is niet goed te spreken van avond,&#x201d; zeide hij.
-</p>
-<p>»Dat kan wel, &#x2019;t is misschien mijn schuld, maar ik kan &#x2019;t niet helpen. Ik wil niet
-onder haar invloed komen, daarvoor acht ik haar niet genoeg; ik heb haar geschenken
-afgewezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ben je niet hard in je oordeel?&#x201d; vroeg Thoren fluisterend.
-</p>
-<p>»Ik weet het niet, ik weet alleen dat Conrad en ik ons ongeluk aan haar danken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets veranderd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets.&#x201d;
-</p>
-<p>»En het zilveren randje niet duidelijker geworden, of ben ik onbescheiden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, voltrekt niet! Ik ben moe van te hopen; o, je kunt niet gelooven hoe eenzaam,
-hoe ongelukkig ik mij tusschen al die vroolijke menschen gevoel.&#x201d;
-</p>
-<p>Simons kwam haar vragen of zij zich over hem ontfermde.
-</p>
-<p>»Is dat mijnheer de Géran?&#x201d; vroeg hij met een blik op Thoren van Hagen.
-</p>
-<p>»Toevallig niet,&#x201d; antwoordde zij en stelde hen aan elkander voor.
-</p>
-<p>Zij zag niet, hoe Conrad op eenigen afstand van hen door Corona werd aangehouden.
-</p>
-<p>»Ik begrijp niet Conrad, hoe je met je vrouw handelt,&#x201d; sprak zij, »je kent ze nog
-zoo weinig. Wie is dat vreemde ventje, dat daar zoovele complimenten tegen haar maakt,
-en wat zat die Thoren vertrouwelijk naast haar. Hoe kun je dat aanzien?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Zal mijn zorg wezen, gaat je niet aan,&#x201d; antwoordde hij bijna snauwend.
-</p>
-<p>Corona voelde zich van alle kanten achteruitgezet, vernederd en gegriefd; hoe was
-toch alles in korten tijd zoo veranderd? Ieder scheen haar te bespotten en te verachten.
-</p>
-<p>Zij behield van dezen avond vol kwelling niets dan een herinnering als aan een akeligen,
-verwarden droom, het was haar toch onmogelijk vóór drie uur huiswaarts te keeren;
-lang vóór dien tijd was Thoren van Hagen reeds verdwenen.
-</p>
-<p>In haar kamer gekomen, waar Iteko nog zat te lezen, even wakker als ware het in den
-vooravond, was het Corona&#x2019;s eerste werk, aan haar drift op echt Javaansche wijze lucht
-te geven. Zij slingerde haar fijnen mooien waaier ter aarde zonder er zich om te bekommeren
-dat deze in stukken vloog, scheurde haar satijnen kleed open, rukte de diamanten uit
-haar ooren en van haar hals en wierp ze over de tafel, terwijl Iteko doodkalm als
-iemand, die <span class="pageNum" id="pb180">[<a href="#pb180">180</a>]</span>nog veel wonderlijker dingen heeft gezien, alles een voor een opraapte en haar hielp
-zich te ontkleeden. Nog voor dit echter ten einde was, viel Corona op de sofa neer
-en barstte in een van haar hartstochtelijke snikbuien los; haar geheele lichaam trilde,
-haar voeten stampten op den grond, haar lokken hingen verward langs haar hals en schouders,
-zij balde haar handen en sloeg zich daarmee voor de oogen. Zulk een heftige uitbarsting
-had zelfs Iteko nog niet bijgewoond.
-</p>
-<p>»Och juffrouw, kan u zich niet wat kalmeeren?&#x201d; vroeg zij bedaard, »denk dat mevrouw
-Portias en mevrouw Conrad hiernaast logeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Kan me niets schelen,&#x201d; kermde Corona, »niets, niets! &#x2019;t Zijn allen lafaards, verraders,
-en jij hebt me in het ongeluk gestort Iteko, met je ellendigen raad. Waarom heb ik
-die brieven geschreven op jou aandringen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar juffrouw, wie moest ze anders schrijven!&#x201d;
-</p>
-<p>»En nu heeft ze hem zeker alles verteld, die slang! en hij veracht mij en ik kan er
-niets aan doen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Drinkt u eens wat oranjebloesem, juffrouw! &#x2019;t Is toch uw schuld niet en u heeft zelf
-erkend dat het &#x2019;t eenige middel zou zijn om juffrouw Hermine over te halen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wist niet dat zij zoo was, dat zij.&#x2026; o wat moet ze mij haten, mij minachten. &#x2019;t
-Is zoo vreemd Iteko, dat de menschen mij den rug keeren, ze doen &#x2019;t allen, zelfs die
-kwajongen van een Conrad!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft mijnheer Thoren veel werk gemaakt van mevrouw Conrad?&#x201d;
-</p>
-<p>»Geloof je nog altijd, dat hij om haar zich hier gevestigd heeft?&#x201d;
-</p>
-<p>»Om wie anders! Mijnheer Conrad zou heel anders wezen, als zijn vrouw hem wat minder
-uit de hoogte behandelde, maar zij laat hem voelen, dat zij hem eigenlijk bij vergissing
-heeft getrouwd en alleen mijnheer Thoren haar goed genoeg zou zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»O foei Iteko, ik kan &#x2019;t niet gelooven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb u altijd geraden voorzichtig te zijn, juffrouw,<span id="xd30e4997"></span> zoowel voor dien vreemden man als voor mevrouw uw schoonzuster!&#x201d;
-</p>
-<p>»Hadden we haar maar stil in Europa gelaten, Iteko! Ik ben zoo ongelukkig, zoo diep
-ongelukkig; zou &#x2019;t waar zijn dat ik den rooden hond gezien heb?&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch31" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXXI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De familie de Géran bleef nog eenige dagen in de hoofdplaats; vele pretjes hadden
-zij in dien tijd: een hertenjacht, een receptie bij den resident, eindelijk werd er
-nog besloten een tocht te maken naar den krater van den Merawoe.
-<span class="pageNum" id="pb181">[<a href="#pb181">181</a>]</span></p>
-<p>Nog zeer vroeg in den ochtend, verzamelde zich het gezelschap op den aloon-aloon;
-de regent had bergpaardjes laten aanrukken en een menigte Javanen, door hun groote
-schildvormige hoeden gedekt, stonden reeds gereed om den stoet te vergezellen. Ook
-eenige dames waren van de partij: Corona de Géran en haar beide zusters Hermelijn
-en Kitty, de zuster van den resident, een weduwe, die met haar kinderen bij hem inwoonde
-en de eer van zijn huis ophield, de vrouw van den ingenieur en de dochters van een
-koffieplanter uit de nabijheid hadden het besluit genomen, de heeren te vergezellen.
-Daartoe behoorden verder Guillaume, Conrad, hun vader, Portias en Akkeveen, evenals
-Thoren van Hagen, die alle feesten had bijgewoond, maar slechts als toeschouwer.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was opgemerkt, dat hij zich zeer weinig met de dames de Géran bezig hield en Hermelijn
-nauwelijks aansprak; twee paar oogen volgden hem onophoudelijk, die van broeder en
-zuster. Hoe los ook de band was, die ze vereenigde, in één punt dachten zij eenstemmig,
-de verhouding tusschen Hermelijn en den vriend harer jeugd streng na te gaan.
-</p>
-<p>Een vroolijke geest heerschte onder het gezelschap; waren er eenige minder levendigen
-bij, dit viel niet op; er werd veel gelachen en geschertst. Men dronk met volle teugen
-de balsemgeuren in van het ontwakende woud; de eerste stralen der zon doopten de toppen
-der bergen in purperen tinten, die langzaam over de valleien neerdaalden; witte wolkjes
-zweefden om den getanden top van den Merawoe en vermengden zich met de fijne, witte
-pluim die achteloos den krater verliet, als wilde de vulkaan door dezen bevalligen
-groet aan den aanbrekenden dag tevens het bewijs leveren, dat hij nog leven en vernielende
-kracht binnen zijn rotswanden verborg, maar het versmaadde, die anders dan door een
-liefelijk, dartel wolkje te openbaren.
-</p>
-<p>Eerst ging de stoet door de bloeiende koffietuinen, wier bloemen zich reeds tot vruchten
-zetten en een rijken oogst beloofden, afgewisseld door aanplantingen van vanille,
-kina of indigo, kaneel en kruidnagelen.
-</p>
-<p>Deze geuren, welke in Europa slechts in den kruidenierswinkel t&#x2019;huis hooren en daar
-steeds met zekere mufheid vermengd zijn, vervulden hier de lucht met hun fijn onbedorven
-aroma; langzamerhand werden zij zeldzamer, men kwam aan het tweede gedeelte der beklimming.
-</p>
-<p>Een zee van groen strekte zich voor de reizigers uit, aangenaam fonkelden de roode
-hoeden en gele sarongs der inlanders daartusschen en gaven een bonten tint aan het
-landschap. Men kwam nu in het woud, een moeilijk pad kronkelde zich omhoog; de dames,
-die er op hadden aangedrongen mee te gaan, deden hun best niet te klagen, wat verscheidene
-zeer <span class="corr" id="xd30e5012" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> viel.
-</p>
-<p>Corona was steeds vooruit; haar hooge gestalte stak boven allen uit als Diana tusschen
-hare nymphen; de resident verliet haar <span class="pageNum" id="pb182">[<a href="#pb182">182</a>]</span>zijde niet, hielp haar opstijgen als de weg te moeilijk was en over trappen van klei
-of rots leidde. &#x2019;t Pad werd hoe langer hoe steiler en meer onbegaanbaar.
-</p>
-<p>»Portias, ik kan niet verder,&#x201d; riep Kitty plotseling, hoewel zij &#x2019;t misschien het
-gemakkelijkst had, gedragen als zij bijna werd door de lange armen van haar man.
-</p>
-<p>Die uitroep van Kitty deed de dames stilstaan; zij sprak uit, wat allen sinds lang
-hadden gedacht, maar wat valsche schaamte haar dwong te verzwijgen; te meer indruk
-maakte haar klimstaking, daar juist zij &#x2019;t hardst op het meegaan der dames had aangedrongen.
-</p>
-<p>»Och ja, ik geloof ook dat het beter is&#x200a;&#x2026;&#x201d; zei de residentszuster.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Duurt nog zoo lang.&#x201d;
-</p>
-<p>»En &#x2019;t wordt van kwaad tot erger.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat de dames groot gelijk hebben,&#x201d; verzekerde de oude heer de Géran, »er
-is alle gevaar dat zij er bij neervallen, want het moeilijkste komt; nu is er nog
-terugkeeren mogelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als de njonja&#x2019;s het veroorloven, zal ik hen naar beneden brengen,&#x201d; sprak een der
-wedono&#x2019;s, die nog al zwaarlijvig was en misschien zelf ook tegen de beklimming opzag.
-</p>
-<p>»Ik laat mijn vrouw natuurlijk niet alleen gaan!&#x201d; verzekerde Portias.
-</p>
-<p>»Dus geleide genoeg, dan kunnen wij na die flinke aderlating behoorlijk marcheeren.
-Ik heb lust er ook den brui aan te geven, alle bergen lijken op mekaar,&#x201d; bromde Akkeveen,
-»die vrouwen zijn me ook schepsels om mee uit visschen te gaan, allemaal.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarom laat je bij preferentie je vrouw t&#x2019;huis,&#x201d; zeide een ander.
-</p>
-<p>»Wie keeren nu terug<span class="corr" id="xd30e5032" title="Niet in bron">.</span>&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik, ik, ik&#x200a;&#x2026;&#x201d; riepen de vrouwenstemmen.
-</p>
-<p>»Ik niet!&#x201d; sprak Corona.
-</p>
-<p>»Anders had ik niet van u verwacht,&#x201d; fluisterde de resident haar toe.
-</p>
-<p>»Dat spijt me, dan had ik misschien anders besloten,&#x201d; antwoordde zij, »ik hou van
-verrassingen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik alleen van prettige.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan is deze al een heel onaangename, niet waar, dat uw steun nog verder gevraagd
-wordt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ga ook niet terug!&#x201d; verklaarde Hermelijn.
-</p>
-<p>»Maar zusje,&#x201d; riep Kitty, »bedenk je toch!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hou meer van geheel dwalen dan halverwege terugkeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo scheidde het gezelschap zich in tweeën, het eene ging snel bergaf, het andere
-zette zijn tocht voort naar boven. Hermelijn verliet de zijde van haar schoonvader
-niet en, wat zelden gebeurde, nu was Guillaume ook steeds in de buurt van zijn papa
-te vinden.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen had zich bij de overige heeren aangesloten; de weg voerde nu eens
-langs ravijnen, die met bosschen gevuld <span class="pageNum" id="pb183">[<a href="#pb183">183</a>]</span>waren, of steile, loodrechte rotswanden, bosschen van woudrozen en lianen, tunnels
-van dertig à veertig voet hooge varens, reusachtige boomen, die hun koepelachtige
-kronen in elkaar slingerden, en ondoordringbare gewelven vormden en wier stammen zoo
-dicht omstrikt waren door de orchideeën, als wilden deze hen in hun omarming verstikken;
-daartusschen de tjilpende vogels, de dartele eekhoorns en de glinsterende kapellen,
-hun eindeloozen dans uitvoerend. Langzamerhand wordt de weelderige plantengroei armer,
-de rijkdom aan kleuren verbleekt, het loof wordt schaarscher, de varens verdwijnen,
-de lianen laten hun slingerende trossen niet langer van de kale stammen afhangen,
-geen specerijgeur maar een sterke zwavellucht omgeeft hen. Nergens meer bloemen of
-vlinders, vogels of eekhorens; men nadert den krater, een dof gerommel doet zich onder
-de hoeven der paarden en de voeten der reizigers hooren.
-</p>
-<p>Over rotsblokken gaat het thans bijna steil in de hoogte, men ziet de rookwolken geheel
-nabij; eindelijk staat men aan den rand van een der wijdgapende kraters, alles is
-met asch bedekt, en de zwaveldampen, die er uit opstijgen en de rookpluimen vormen,
-vervullen ooren, oogen en neus der omstanders met een onaangenaam scherp gevoel.
-</p>
-<p>Eerst als men zijn oogen gewend heeft, door den rook omlaag te zien, bemerkt men,
-dat de dampen uit ontelbare rotsspleten opstijgen, gevormd door reusachtige blokken,
-welke boven en naast elkander liggen en over een klein meer hangen, dat op den bodem
-van den afgrond ligt en waarvan het kokende, onstuimig borrelende water zich aan den
-rand van den krater doet hooren.
-</p>
-<p>»Nu zullen de dames het ons toch overlaten, dat meer van nabij te bezoeken,&#x201d; sprak
-de resident tot Corona en Hermelijn.
-</p>
-<p>»Ik ben juist hier gekomen om het te zien,&#x201d; antwoordde zij.
-</p>
-<p>»En wat mijn schoonzuster doet, hoop ik ook te kunnen,&#x201d; verzekerde Hermelijn.
-</p>
-<p>Corona zag haar aan, sinds den dag van het bal hadden zij elkaar niet meer toegesproken;
-een onheilspellende trek lag over haar mond en tusschen haar oogen, die Corona deed
-huiveren.
-</p>
-<p><span id="xd30e5057"></span>Als zij eens vreeselijke bedoelingen had, als zij werkelijk ongelukkig was, omdat
-zij Conrad had getrouwd en Thoren beminde.<span id="xd30e5059"></span>
-</p>
-<p>»Neen, laat ons hier blijven,&#x201d; riep zij plotseling angstig.
-</p>
-<p>»Ik dacht wel dat u op &#x2019;t laatst aan het halverwege keeren de voorkeur zou geven,&#x201d;
-zei Thoren, die eensklaps naast haar stond.
-</p>
-<p>»In elk geval is het niet halfweg,&#x201d; merkte de resident op.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niets moeilijk,&#x201d; raadde Thoren aan, »&#x2019;t eenig ongemak zal uw japonnen gelden,
-want een dikke laag asch bedekt de rotsen. Het zal een glissade zijn; meer niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom Iwan!&#x201d; zeide Hermelijn en reikte hem de hand; hij greep die en zij liet zich
-afglijden.
-<span class="pageNum" id="pb184">[<a href="#pb184">184</a>]</span></p>
-<p>»Papa, Conrad, verbied &#x2019;t haar,&#x201d; gilde Corona haast in doodsangst.
-</p>
-<p>Een helder gelach steeg uit den krater en vermengde zich met het rusteloos koken der
-golven en het rommelen van den onderaardschen donder.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is hier heerlijk, poëtisch! Komt spoedig!&#x201d; riep Hermelijn en tot Thoren sprak
-zij:
-</p>
-<p>»Een stap, en &#x2019;t ware gedaan&#x200a;&#x2026; misschien!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, daarvoor hoefde je zoo hoog niet te klimmen, Hermelijn,&#x201d; hernam hij droogjes,
-»bij mijn meer is een geschikter gelegenheid, daar ziet het er veel netter uit en
-je kunt als laatste herinnering aan de aarde heerlijke bloemengeuren en geen zwavellucht
-mee nemen, maar je hebt gelijk, niets gemakkelijker dan een afdaling tot de onderwereld.&#x201d;
-</p>
-<p>Het gezelschap volgde spoedig; Corona was toch van de partij, daar stonden zij nu
-aan de oevers van het meer, dat aan Dante en zijn Inferno, aan den Styx en Charon
-herinnerde; als akelige spoken, met verkoolde en verdorde stammen, bogen zich reusachtige
-boomen ter aarde, beken van gloeienden zwavel stroomden tusschen de rotsblokken door;
-duizenden en duizenden rookspiralen ontsnapten uit den grond en kronkelden hun schier
-ondragelijk riekende dampen omhoog; de zilveren sieraden der dames, de geldstukken
-in de zakken der heeren werden gitzwart, de bloemen die de dames op de kleederen droegen,
-raakten verwelkt en verbleekt; toch ontzonk haar de moed niet, zij volgden moedig
-de heeren op hun ontdekkingstocht.
-</p>
-<p>Hermelijn leunde op Thoren van Hagen, Corona scheen niet te kunnen scheiden van haar
-resident.
-</p>
-<p>»Maar Conrad, hoe kan je toch zoo weinig om je vrouw geven?&#x201d; vroeg Guillaume, »als
-zij de mijne was, ik zou nog dwazer zijn met haar dan Portias met Kitty.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij geeft niets om mij, zij spreekt veel liever met haar landgenooten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat wil ik gelooven, als je ook zoo bokkig bent, en &#x2019;t is ook niet waar. Nu eerst
-geeft zij Thoren den arm; tot nu toe heeft zij altijd met papa en mij geloopen en
-we zijn toch geen tottoks.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij stonden nu aan een groote spleet van verscheidene vierkante meters; een helsch
-geraas deed zich daarbinnen hooren, dat nu eens aan het stoomen van een locomotief,
-dan aan het snuiven van een reusachtigen blaasbalg herinnerde.
-</p>
-<p>»Vulcaan is aan het werk met zijn cyclopen,&#x201d; zeide Thoren van Hagen tot Hermelijn,
-»hoeveel eenvoudiger en natuurlijker dachten die oude Grieken toch over de geweldigste
-natuurverschijnselen dan wij met onze Neptunus- en Plutotheorieën. Zij wisten zelfs
-een glimlach op het gelaat van den helschen reus te tooveren door hem Venus tot gezellin
-te geven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die hij niet beminde; ik geloof niet dat hij haar ooit toelachte.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb185">[<a href="#pb185">185</a>]</span></p>
-<p>»Waarover zij zich ook wist te troosten,&#x201d; grinnikte Akkeveen met een boosaardig lachje.
-</p>
-<p>»Papa,&#x201d; riep Hermelijn, »is u daar?&#x201d;
-</p>
-<p>De oude heer kwam nader, Thoren liet haar arm los en boog zich voorover als wilde
-hij zelf den bodem van het meer onderzoeken; onmiddellijk voegde zich Hermelijn bij
-hem.
-</p>
-<p>Een akelig klagend gebrul deed zich uit de zwavelzee hooren, de gele zwavel vormde
-prachtige kristallisatiën, die als pyramiden en heggen de spleten omzoomden.
-</p>
-<p>»Nu een walsje, dan hebben wij met recht op een vulkaan gedanst,&#x201d; zeide Guillaume.
-</p>
-<p>»Geen dwaasheden,&#x201d; beval de heer de Géran, »we gaan naar boven, &#x2019;t is wel geweest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu &#x2019;t wordt dan ook tijd, onze oogen zijn fonteinen geworden en zie onze kleeren
-eens! Dames, &#x2019;t is misschien voor &#x2019;t eerst dat uw geslacht in den Merawoe is gedaald,
-wat moeten we doen om die heldendaad te vereeuwigen?&#x201d; vroeg de resident.
-</p>
-<p>»Daar!&#x201d; riep Corona, nam den zilveren ketting dien zij om den hals droeg en wierp
-hem in het meer; »als er een uitbarsting komt, krijg ik hem misschien terug!&#x201d;
-</p>
-<p>»Bravo,&#x201d; werd er algemeen geroepen en de resident zeide half spottend:
-</p>
-<p>»We mogen wel onze dames bewonderen, die zoo gemakkelijk kostbare sieraden offeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Noemt u dat een offer?&#x201d; vroeg Corona.
-</p>
-<p>»O neen, &#x2019;t is het penningske der weduwe niet, eerder de ring van Polycrates,&#x201d; sprak
-Thoren van Hagen.
-</p>
-<p>Zij beet zich op haar lippen en toonde plotseling nog meer haast dan haar vader om
-naar boven te komen.
-</p>
-<p>»Zou er gevaar zijn voor een nieuwe uitbarsting?&#x201d; vroeg Hermelijn haar schoonvader.
-</p>
-<p>»Gevaar altijd, kind! deze krater is nog in volle kracht en hoevele vulkanen, die
-men geheel uitgebrand dacht, hebben ons weer verschrikt door geweldige uitbarstingen,
-maar wat is dat?&#x201d;
-</p>
-<p>Vreeselijke donderslagen deden zich hooren, door de kale rotswanden honderdmalen weerkaatst,
-de reuzentrechter<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> met dampen gevuld, scheen te weergalmen van een duivelachtig concert; &#x2019;t was of hemel
-en aarde vergingen.
-</p>
-<p>»De vulkaan zal nog meer teruggeven dan uw ketting,&#x201d; hoorde Corona Thoren van Hagen
-zeggen; duisternis omgaf haar. Angstige gillen klonken door het gedruisch heen, men
-trachtte zich aan elkander vast te klemmen en zoo de helling op te gaan.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niets, &#x2019;t is een onweer,&#x201d; riep de resident en werkelijk, de regen viel bij
-stroomen neer en kletterde met onbeschrijfelijke woede tegen de rotsen; nu en dan
-doorboorden flikkerende bliksemstralen de zwavel- en waterdampen, de asch scheen een
-modderbad geworden.
-<span class="pageNum" id="pb186">[<a href="#pb186">186</a>]</span></p>
-<p>»&#x2019;t Is onmogelijk je op te werken verd.&#x2026;&#x201d; vloekte Akkeveen klappertandend van natte
-koude.
-</p>
-<p>»Halverwege kunnen we nu niet blijven,&#x201d; riep de resident, »nog een weinig moed!&#x201d;
-</p>
-<p>De dames hoorde men niet; niemand kon zeggen dat zij het gezelschap bezwaarden. Thoren
-van Hagen had den arm om Corona geslagen, die eindelijk in de algemeene woede der
-elementen haar cavalier kwijt was geraakt en zich nu gewillig door hem liet helpen.
-Eindelijk was men aan den rand van den krater.
-</p>
-<p>»De weg uit de hel is moeilijker, dan die er heen,&#x201d; zeide Thoren lachend, »oef! men
-herleeft, &#x2019;t is hier zoo frisch.&#x201d;
-</p>
-<p>»Frischjes,<span class="corr" id="xd30e5116" title="Niet in bron">&#x201d;</span> spotte Akkeveen, »ik ben nat tot het merg. Een beroerde liefhebberij, wie er mij
-ooit weer toe vangt!&#x201d;
-</p>
-<p>Het onweer ging met steeds toenemende kracht voort, de boomstammen werden geveld als
-waren zij geen woudreuzen maar zwakke stengels; de een na den andere, die zoo straks
-zijn kale takken nog omhoog hief werd weggemaaid door een onzichtbaren sikkel, boven
-en onder, overal dreven zwarte wolken beladen met electriciteit. &#x2019;t Was of er vurige
-ballen ronddreven, die in getakte bliksemflitsen losbarstten en de regen ging voort
-zijn ijskoude wateren uit te storten; het meer diep in den krater ontving al bruisend
-en bulderend dien nieuwen toevoer, de zwaveldampen sloegen zelfs neer door de kracht
-der neerstortende wateren; alles scheen in opstand, de berggeesten waren blijkbaar
-verstoord over de vermetelheid der stervelingen, die zich binnen hun gebied waagden.
-</p>
-<p>»Corona ik heb je lief, ik moet het je nu zeggen te midden van het woeden der elementen,&#x201d;
-fluisterde haar een stem in de ooren, zij schrikte terug en zag om, neen, &#x2019;t was de
-resident niet, die haar met zijn liefdesbetuigingen vervolgde en die zij niet eens
-meer hoorde, Thoren van Hagen had haar in zijn plaid gewikkeld maar hij zag haar niet
-aan, van hem kon toch die stem niet wezen?
-</p>
-<p>Een nieuwe uitbarsting volgde; Corona bedekte oogen en ooren met de handen en toen
-zij weer rondzag was de hevigheid van het onweer eenigszins bedaard.
-</p>
-<p>»Hermelijn, waar is Hermelijn?&#x201d; gilde zij plotseling.
-</p>
-<p>»Is ze dan niet bij jou?&#x201d; vroeg de oude heer de Géran.
-</p>
-<p>»Bij het begin van het onweer hield ik haar vast, maar toen hebben Guillaume of Conrad
-haar onder den arm genomen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waar kan zij wezen?&#x201d; en Corona, die onder het razen van <span class="corr" id="xd30e5126" title="Bron: dan">den</span> storm haar tegenwoordigheid van geest had behouden, stond nu hulpeloos te beven en
-te klagen. »Zoek haar toch! Zij is weg, zij is weg,&#x201d; snikte zij.
-</p>
-<p>»We moeten terug naar den krater, er helpt niets aan!&#x201d; sprak Thoren van Hagen kalm
-en maakte aanstalten om af te dalen; een hand hield met stevigen greep hem terug.
-</p>
-<p>»Dat hoeft niet, ik zal &#x2019;t wel doen,&#x201d; zei kortaf een stem, hij <span class="pageNum" id="pb187">[<a href="#pb187">187</a>]</span>zag om en herkende Conrad&#x2019;s doodsbleek gelaat en verwilderde oogen, »ik kan mijn vrouw
-wel zelf zoeken!&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is ook je plicht en alleen als je in gebreke bleef, zou ik &#x2019;t beproeven, maar
-toch twee zullen &#x2019;t beter kunnen dan een.&#x201d;
-</p>
-<p>»Er komt een nieuw onweer op,&#x201d; waarschuwde de regent, en wees op de zwarte wolken,
-die zich weer samenpakten terwijl zij op een ander punt vaneen geschuurd waren en
-valsche gele zonnestralen doorlieten.
-</p>
-<p>Maar Conrad, Thoren en een paar jongelui hadden zich reeds op nieuw in den krater
-gewaagd; tot aan de knieën staken zij in de slijkerige asch, door geen der Javanen
-gevolgd.
-</p>
-<p>»U krijgt ze met geen geld of goede woorden er toe, meneer de resident,&#x201d; sprak de
-regent; »de poetrie,<a class="noteRef" id="xd30e5140src" href="#xd30e5140">1</a> die hier inwoont is vertoornd omdat de orang blanda haar bezocht hebben en nu zendt
-zij dat onweer.&#x2026; ze denken dat ten minste,&#x201d; voegde hij er bij opdat men niet zou meenen,
-dat ook hij het bijgeloof deelde.
-</p>
-<p>Zoo was men eindelijk aan de oevers van het meer teruggekeerd; nergens een spoor van
-Hermelijn.
-</p>
-<p>»Zij is in het meer gevallen,&#x201d; fluisterde Guillaume aan Thoren van Hagen, »o &#x2019;t is
-zoo jammer, zoo jammer van die lieve meid, maar Conrad heeft het verdiend.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waar is hij?&#x201d; vroeg Thoren van Hagen, wiens inwendige gemoedsangst zich slechts openbaarde
-door een doodelijke bleekheid.
-</p>
-<p>Conrad was intusschen over de rotsen geklauterd, en vlug over de beken gloeiende zwavel
-gesprongen, tot hij een opening zag, die in een der rotswanden gaapte.
-</p>
-<p>Zwaveldampen ontsnapten door den ingang, hij tastte er door heen.
-</p>
-<p>»Hermine!&#x201d; riep hij, »Hermine!&#x201d;
-</p>
-<p>Doch &#x2019;t was of slechts het geborrel der kokende wateren en het sissen van de zwavel
-hem antwoordden.
-</p>
-<p>»Hermine!&#x201d; riep hij nogmaals.
-</p>
-<p>»Conrad,&#x201d; antwoordde iets, onbestemd als een zucht.
-</p>
-<p>Hij trad in de grot; een weinig dieper stond Hermelijn, geleund tegen den rotswand,
-omhuld door den zwavelrook, doodsbleek met de haren verward over rug en schouders,
-het hoofd gebogen, op &#x2019;t punt in bezwijming te vallen; zij kon geen stap vooruit doen,
-al wilde zij ook, zij was te bedwelmd om hem te toonen hoe verheugd zij zich voelde
-over de naderende redding. Hij ging tot haar, en nam haar op in zijn sterke armen
-als ware zij een kind geweest, en wilde zoo met haar naar buiten terugkeeren. Geen
-woord kwam over zijn lippen, geen kreet van vreugde geen liefkoozing; daar begon de
-berg weer te dreunen en op zijn <span class="pageNum" id="pb188">[<a href="#pb188">188</a>]</span>grondvesten te daveren, een nieuw onweer brak los, geweldige slagen klonken rechts
-en links. Vondel en Milton zelfs, die de hemelsche en helsche machten in strijd zagen,
-hadden zich geen denkbeeld kunnen vormen van het razende gebulder hoog in de lucht;
-de boomen stortten telkens, als door het vuur getroffen soldaten, krakend en kletterend
-in den afgrond, de wind gierde in de kolk, en daalde, na zijn woede tegen de wanden
-gebroken te hebben spiraalvormig in de diepte.
-</p>
-<p>»Hou me vast met beide armen,&#x201d; fluisterde Conrad zijn vrouw toe.
-</p>
-<p>Zij gehoorzaamde half bewusteloos, en verborg het hoofd op zijn borst; hij klemde
-haar vast aan zich en bleef in de opening staan om het razen van den storm te laten
-voorbijtrekken; telkens kwamen de zwaveldampen hem benauwen en het gezicht benevelen,
-soms meende hij het stikken nabij te zijn; hij ging op een rotsblok zitten, met zijn
-last op de knieën.
-</p>
-<p>»Is er gevaar, Conrad?&#x201d; vroeg Hermelijn.
-</p>
-<p>»Ik weet het niet, het moet niet lang meer duren!&#x201d;
-</p>
-<p>De slagen namen intusschen af in heftigheid, de stormen zijn geweldig in de tropische
-gewesten maar gaan snel voorbij; nu ontlastte de donderwolk zich wellicht een half
-uur verder op een anderen bergtop, het gebulder klonk zeldzamer en slechts in de verte,
-de bliksemflitsen glinsterden flauw en moesten den strijd opgeven tegen de doorbrekende
-zonnestralen.
-</p>
-<p>Conrad stond op, en trad naar buiten.
-</p>
-<p>»Laat me los, Conrad!&#x201d; verzocht Hermelijn, »je kunt zoo de helling niet opklimmen;
-ik zal &#x2019;t zelf beproeven.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij hield haar steeds vast, als kon hij geen besluit nemen, maar er was niets aan
-te doen, zij moesten deze benauwde atmosfeer verlaten; de helling was bezaaid met
-neergestorte boomstammen, die het opstijgen wellicht konden vergemakkelijken.
-</p>
-<p>»Conrad, Hermine,&#x201d; werd er geroepen.
-</p>
-<p>»Hier, hier!&#x201d; riepen beiden tegelijk, daar kwamen inderdaad Guillaume en Thoren aan;
-zij hadden in een andere grot het voorbijtrekken van den storm afgewacht.
-</p>
-<p>»Goddank, dat wij je terug hebben!&#x201d; riep Guillaume, »nu maar spoedig naar boven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wacht,&#x201d; zeide Thoren van Hagen, »ik weet iets: klim spoedig op de helling, eekhoorn,
-die je bent, ik volg je en blijf half of minder dan halfweg staan; Conrad reikt me
-zijn vrouw over en ik geef haar weer aan jou, Guillaume! Opgepast!&#x201d;
-</p>
-<p>Thoren&#x2019;s raad bleek echt practisch; Hermelijn werd van hand tot hand overgereikt en
-daarna kropen ook de mannen bijna op handen en voeten naar boven.
-</p>
-<p>Corona vloog hen te gemoet en slaakte een juichkreet toen zij Hermelijn ongedeerd,
-hoewel bevend van natheid en koude en bedwelmd door de zwaveldampen, terugzag.
-<span class="pageNum" id="pb189">[<a href="#pb189">189</a>]</span></p>
-<p>»Mankeert je niets, heusch niets? Arm kind, hoe is dat toch toegegaan, en wat lompe
-jongens, om je zoo te kunnen achterlaten.<span class="corr" id="xd30e5177" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niemands schuld,&#x201d; antwoordde Hermelijn, »misschien mijn eigene; toen het zoo
-regende en onweerde, werd ik duizelig, ik hield iemands arm vast en liet dien los,
-maar toen gleed ik af en merkte dat ik alleen was. Ik wist niet meer wat er gebeurde,
-maar zag een overhangend rotsblok en zocht daaronder een toevlucht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu ontbreekt ons niemand meer, we zijn er allen,&#x201d; riep de heer de Géran, »laat ons
-terugkeeren, de weg zal <span class="corr" id="xd30e5182" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> genoeg zijn.&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e5186" title="Bron: Moeielijker">Moeilijker</span> dan iemand het kon denken; de grond was een gladde schaatsbaan geworden van blauwachtige
-glinsterende klei, waarin het azuur des hemels zich weerkaatste en door de zon met
-bonte kleuren getooid, maar toch heerschte er vroolijkheid, men lachte en schertste
-ondanks de natte kleeren en den <span class="corr" id="xd30e5189" title="Bron: moeielijken">moeilijken</span> weg; de dames waren bijna de eenigen, die te paard zaten, door de heeren gesteund;
-de anderen sprongen of gleden af en bekommerden er zich niet om of het slijk hunne
-reeds zoo gehavende kleeren nog meer kwam ontsieren.
-</p>
-<p>Eindelijk bereikte men de streek van het dichte woud, waar de storm groote verwoestingen
-had aangericht; op den roodachtigen grond, waaruit een frissche, opwekkende geur van
-natte aarde steeg, zag men duidelijke sporen van tijgerklauwen en van de kronkelingen
-der vergiftige slangen.
-</p>
-<p>Men ontmoette gelukkig een vrij groote Javaansche woning, waarin een Inlandsch hoofd
-huisde; daar besloot men gastvrijheid te vragen, want er viel niet aan te denken,
-in zulk toilet naar de hoofdplaats terug te keeren.
-</p>
-<p>Met de grootste beleefdheid ontving de wedono hen; zijn vrouw bood haar geurige, zindelijke
-kleeren aan de dames en deze maakten gaarne van het vriendelijk aanbod gebruik, terwijl
-hun natte garderobe gedroogd werd; de heeren maakten hun toilet zoo goed als het ging
-en droogden zich bij het vuur, dat de gastheer in de open lucht deed ontsteken.
-</p>
-<p>»Was je niet erg geschrikt, Hermelijn?&#x201d; vroeg Corona vriendelijk.
-</p>
-<p>»Och neen,&#x201d; antwoordde zij koel, »&#x2019;t ergste wat me wachten kon is de dood en voor
-mij is hij een uitkomst.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik bid je, zeg me alles!&#x201d; smeekte Corona, »hoe kan je mij veroordelen zonder mij
-gehoord te hebben? Misschien kan ik er iets aan veranderen; Conrad heeft je niet lief
-en je geeft mij de schuld van alles.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geef niemand de schuld en ik klaag ook niet, niets kan mij meer helpen!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona zag haar aan, terwijl Hermelijn zich omkeerde en haar lange haren afdroogde;
-&#x2019;t was haar zoo vreemd te moede. Er <span class="pageNum" id="pb190">[<a href="#pb190">190</a>]</span>klonk haar nog steeds een stem in de ooren met zulke wonderbaar weeke tonen.
-</p>
-<p>»Ik heb je lief, Corona.&#x201d;
-</p>
-<p>Had hij er Corona bij gezegd? Misschien niet eens, misschien bedoelde hij wel Hermelijn,
-schande, een getrouwde vrouw!
-</p>
-<p>Haar hart klopte, haar oogen schitterden, &#x2019;t was of zij duizelde; zij smachtte naar
-zekerheid, maar hoe die te verkrijgen?<span id="xd30e5208"></span>
-</p>
-<p>»Hermelijn,&#x201d; wilde zij nogmaals roepen, maar Hermelijn deed of zij niet hoorde en
-ging de kamer uit.
-</p>
-<p>»Hoor eens, Hermine,&#x201d; zoo sprak Akkeveen haar aan, »ik heb je een voorstel te doen;
-we zijn hier maar een paal of drie van mijn huis af. Wat dunkt je er van als je gebruik
-maakte van het voorstel van onzen wedono, die een tandoe voor je beschikbaar stelt?
-Dan kan je nu bij mij op je gemak uitrusten en nog een paar dagen blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat zegt Conrad er van?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij zegt dat het uitstekend is. Ik verlang naar huis, zie je, naar warme kleeren,
-naar een stevige grog; Conrad gaat naar huis je koffer met kleeren halen en brengt
-die bij ons op Kaboelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, ik heb er niets tegen.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona verbeet zich; het was opmerkelijk hoe allen Hermelijn met vriendelijkheid omringden,
-terwijl ze haar vroeger steeds benijd hadden; nu zij wisten, welke houding zij tegenover
-haar, de gevreesde prinses aannam, werd zij zelfs door Akkeveen gevleid en gezocht.
-</p>
-<p>»En ik kan &#x2019;t haar niet afraden, zij zou niet naar mij luisteren; zij vindt mij te
-min om mee te spreken; wat is er tusschen haar en Thoren? Mij ziet hij niet aan, hij
-veracht mij ook. Waarom toch, waarom? En dan zou ik dwaze denken, dat hij &#x2019;t mij had
-gezegd. Maar Hermelijn was toen juist weg en hij zal mij niet voor haar hebben aangezien.
-Als dat toch zoo ware&#x200a;&#x2026; ik zou me wreken!&#x201d;
-</p>
-<p>Waarom, op wie, wanneer, dat wist Corona zelf niet!
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e5140">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e5140src">1</a></span> Prinses.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5140src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch32" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXXII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dolly was als altijd druk bezig met haar twee kleine kinderen, terwijl de oudste,
-een allerliefst meisje van drie jaren, in den tuin speelde, waar zij de koepoes (vlinders)
-vervolgde.
-</p>
-<p>Dolly moest de moeilijke kunst uitvoeren, met een hoogst beperkt inkomen een veeleischenden,
-gemaklievenden man in goed humeur te houden, drie kinderen te verzorgen, een grooten
-tuin <span class="pageNum" id="pb191">[<a href="#pb191">191</a>]</span>en een ruim huis na te gaan, terwijl slechts één mannelijke en twee vrouwelijke bedienden
-haar daarin ter zijde stonden.
-</p>
-<p>Zij was nog geen een-en-twintig jaar, en eerst een goed viertal jaren getrouwd, maar
-zij zag er mager en bleek uit; holle kringen lagen om haar oogen en een zekere matheid
-verried zich in al haar bewegingen; soms alleen flikkerden haar oogen als zij tijd
-had, met haar oudste en eenige meisje te spelen. Nonnie was een aardig, vlug kind,
-dat niets dan Hollandsch sprak en vol lieve oplettendheden voor haar moeder was; zij
-droeg de kleertjes aan als ma de kleine Njo&#x2019;tjes hielp, die bijzonder lastig en ondeugend
-waren; zij speelde met haar oudste broertje, zoo aardig als ware zij een klein moedertje.
-</p>
-<p>Zij gehoorzaamde elken blik van Dolly, maar als zij haar vader hoorde, werd de kleine
-Nonnie schuw en angstig en alleen het bevel van mama kon haar er toe brengen, papa
-een kusje te geven.
-</p>
-<p>Toen Hermelijn onverwachts aankwam, betrok Dolly&#x2019;s gelaat een weinig; zij kende haar
-nieuwe schoonzuster volstrekt niet, zij had noch op haar man, nog minder op een gast
-gerekend en haar eerste gedachte gold natuurlijk het menu.
-</p>
-<p>Met een onbeschaafdheid, die Hermelijn tegen de borst stiet, zonder zijn vrouw te
-groeten of eenige excuses te maken, beval hij Dolly:
-</p>
-<p>»Maak me gauw een grog; Hermine blijft hier logeeren, zij zal wel een kop koffie lusten,
-en schep maar goed op van avond, verstaan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Lieve Dolly, ik hoop dat je niets geen last van me zult hebben,&#x201d; zeide Hermelijn
-vriendelijk, »ik zal je vertellen, wat voor avonturen wij doorleefd hebben, en dan
-zal je begrijpen, hoe dankbaar ik ben, hier wat te kunnen bekomen.&#x201d;
-</p>
-<p>Dolly zag het vreemdsoortige <span class="corr" id="xd30e5234" title="Bron: negligé">négligé</span> van haar schoonzuster en glimlachte even:
-</p>
-<p>»Kom met mij mee naar mijn kamer,&#x201d; zeide zij, »je kunt mijn kleeren passen, we zijn
-zoo wat even groot.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zorg eerst voor mijn grog,&#x201d; riep Akkeveen, zijn laarzen uitgooiend zoodat zij door
-de galerij vlogen, »waar is Non, kan zij d&#x2019;r vader niet helpen? Je moet weten, zus
-Hermine, dat wij stiefkinderen zijn en geen stoet bedienden er op na kunnen houden,
-we dresseeren onze kinderen er dus maar op. Non, waar zit dat kind, moet ik je bij
-de ooren hierheen trekken?&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Kleine meisje kwam uit den tuin aangeloopen, en zag haar moeder even vragend aan.
-</p>
-<p>»Help papa, poes!&#x201d; verzocht Dolly op zachten toon, »breng die laarzen naar achteren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Doe de kousen er ook maar bij!&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn vroeg zich af, of hij zich nu geheel onder de galerij wilde uitkleeden en
-verzocht Dolly, met haar naar binnen te gaan.
-<span class="pageNum" id="pb192">[<a href="#pb192">192</a>]</span></p>
-<p>»Maar mijn grog,&#x201d; riep Akkeveen, »&#x2019;t is toch schande, Dolly, zooals jij je met alles
-bemoeit behalve met je man!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb toch geduld, Ak, ik kan niet alles tegelijk doen!&#x201d; zeide zij weemoedig en ging
-naar binnen van waar zij weldra met een gevuld glas terugkeerde; hij proefde even.
-</p>
-<p>»Bah! wat een kost! &#x2019;t Smaakt naar niets; ik zou liever zuiver water geven,&#x201d; bromde
-hij, »overal anders kun je de bedienden wakker schreeuwen, maar hier moet je alles
-aan je vrouw overlaten, die van niets verstand heeft. De kebon<a class="noteRef" id="xd30e5250src" href="#xd30e5250">1</a> moet dienst doen van huisjongen, staljongen, tuinman! Was ik maar nooit in die vervloekte
-boel gekomen.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn volgde Dolly binnenshuis, waar ze de kleine Non tegenkwamen, die door haar
-tante innig gekust en getroeteld werd.
-</p>
-<p>»Hoe heet<span id="xd30e5256"></span> je<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> engeltje?&#x201d; vroeg Hermelijn, het mooie kopje streelend.
-</p>
-<p>»Yolande,&#x201d; antwoordde Dolly, »een vreemde naam, vind je niet? Cor wilde het absoluut!
-En dan is er niets aan te doen, als zij iets verlangt. Ik had haar liever Leentje
-genoemd, <span class="corr" id="xd30e5262" title="Bron: Helene">Hélène</span>, naar mijn lieve mama.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ook de mijne,&#x201d; zeide Hermelijn zacht.
-</p>
-<p>Dolly&#x2019;s oogen vulden zich met tranen.
-</p>
-<p>»Laten we naar binnen gaan; Non, breng papa zijn sloffen!&#x201d;
-</p>
-<p>Dolly hielp Hermelijn zich verkleeden, maar telkens werd haar aandacht afgeleid, óf
-door het geroep van Akkeveen, óf door het geschreeuw der jongetjes.
-</p>
-<p>»Zoo gaat het nu den heelen dag,&#x201d; sprak Dolly met een zucht en een gelaten glimlach,
-»die heeren weten niets van zich te behelpen.&#x201d;
-</p>
-<p>Intusschen moest de arme Dolly nog maar naar de keuken gaan, om met Kokkie schikkingen
-te maken voor het diner, en haar baboe te ontlasten van de kinderen, daar deze het
-logeerbed zou opmaken.
-</p>
-<p>Hermelijn vertelde het gebeurde in den krater en stak tevens haar handen uit, nam
-een der kinderen op den arm en bracht hem al sussend en zingend tot kalmte, hetgeen
-haar uitstekend gelukte.
-</p>
-<p>Akkeveen, die, in kabaja en sloffen zoo lekker mogelijk gemaakt, in de galerij terugkwam,
-maakte haar een kompliment over haar handigheid, en voegde er onkiesche toespelingen
-bij, die &#x2019;t blanke Hermelijntje het bloed naar de wangen jaagden.
-</p>
-<p>Het begon donker te worden en Dolly was nog steeds in de weer, het verveelde Hermelijn,
-de eindelooze klachten van Akkeveen te hooren over de achteruitzetting, waaraan hij
-leed door Corona&#x2019;s schuld.
-<span class="pageNum" id="pb193">[<a href="#pb193">193</a>]</span></p>
-<p>»En als ik nu maar een flinke vrouw had, dan eischte zij Dolly&#x2019;s moederlijk erfdeel
-op, maar jawel! dat wil zij niet doen en als ik &#x2019;t probeerde dan had je de poppen
-aan het dansen, vat je! De groote Cor was in staat ons met pak en zak van het land
-weg te jagen; en de ouwe, &#x2019;t is crimineel hoe die onder haar pantoffel zit, daarbij
-is &#x2019;t een verduiveld klein beetje wat wij hebben. Een uitgeslapen loeris, die ouwe
-heer van ons. Dolly haar mama was een arm weesmeisje moet je weten, die bij Corona
-voor een soort van bonne speelde en hij is me waarachtig toch nog met huwelijksvoorwaarden
-getrouwd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och Akkeveen, dat kan me heel weinig schelen. Me dunkt als Corona alles durft ondernemen
-komt het voornamelijk door jelui schuld. Je geeft haar veel te veel toe.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet allen durven wat jij durft, maar ze kijkt je ook naar de oogen! Ik weet niet,
-wat haar scheelt, zij is toch een beetje raar in den laatsten tijd.&#x201d;
-</p>
-<p>Om van hem af te zijn riep Hermelijn kleine Nonnie, die druk en ernstig met haar pop
-speelde en liet het kleine ding naar hartelust babbelen; zij stond verbaasd over het
-verstand van het schepseltje, dat vleiend naar haar toeschoof en smeekte om een sprookje.
-</p>
-<p>Hermelijn nam haar op den schoot en vertelde van Roodkapje; met glinsterende oogen
-en half geopende lipjes luisterde de kleine en riep zoodra het uit was:
-</p>
-<p>»Nog een, tante, nog een!&#x201d;
-</p>
-<p>Dolly kwam zeggen dat het eten klaar was; zij had zelf het meeste moeten gereed maken,
-want haar kokkie was dom en onwillig; zij kon nauwelijks den tijd vinden, een schoone
-witte kabaja aan te trekken, toch snauwde Akkeveen haar toe:
-</p>
-<p>»Dat eeuwige ongekleed zijn, den eersten avond, den besten dat Hermine hier is; kon
-jij je dan niet een beetje fatsoenlijk kleeden? Wat een nonnaboel zal zij &#x2019;t hier
-vinden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan ben ik de grootste nonna,&#x201d; sprak Hermelijn lachend, »want ik geef &#x2019;t voorbeeld
-van mij niet te kleeden.&#x201d;
-</p>
-<p>»O jij, dat is wat anders, je bent hier logée en daarbij ben je in gevaar geweest
-om te stikken en te verbranden. Maar zoo&#x2019;n vrouw, die den heelen dag in huis zit.&#x201d;
-</p>
-<p>»En handen vol heeft met kinderen, bedienden en man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och Hermine,&#x201d; verzocht Dolly, »zeg er niets op, &#x2019;t helpt niets; een vrouw is op de
-wereld om te tobben van &#x2019;s morgens vroeg tot &#x2019;s avonds laat.&#x201d;
-</p>
-<p>»O ja, word maar eens sentimenteel, dat staat je goed. Wat moet ik dan wel zeggen,
-ik, die dacht een rijke vrouw te krijgen en &#x2019;t nu ellendiger heb met dien heelen nasleep
-dan voor mijn huwelijk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom heb je mij getrouwd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom, wel omdat ik je krijgen kon.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb194">[<a href="#pb194">194</a>]</span></p>
-<p>»Als &#x2019;t zoo voortgaat, vind ik het in den Merawoe nog amusanter,&#x201d; zei Hermelijn, »we
-hebben immers allen ons leed, allen zonder onderscheid, de eene meer, de andere minder.&#x201d;
-</p>
-<p>»Behalve Cor, dat schepsel gaat alles voor den wind.&#x201d;
-</p>
-<p>Het diner was niet zeer vroolijk, Akkeveen had het hoogste woord; Dolly sprak niets,
-de kleine meid werd door de moeder geliefkoosd, door den vader afgesnauwd. Nu eens
-hield zij haar vork niet goed, dan dronk zij te haastig, dan had zij gemorst; zoolang
-hij slechts aanmerkingen en vitterijen op haar zelf had, bleef Dolly kalm, maar toen
-hij tegen het kind begon, werd zij driftig.
-</p>
-<p>»Nonnie kan ook nooit iets goeds bij je doen! Ze doet nu volstrekt geen kwaad,&#x201d; zeide
-zij.
-</p>
-<p>»Je zoudt dat kind heel bederven, met je malle toegevendheid. Non, sta op van tafel!&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Kind zag hem verbaasd aan en scheen niet van zins te gehoorzamen, maar met een
-forsche stem herhaalde hij:
-</p>
-<p>»Opstaan, kwade meid! hoor je &#x2019;t niet!&#x201d;
-</p>
-<p>Toen kroop &#x2019;t meisje van haar stoeltje af, kroop bij haar moeder en, met het hoofd
-in Dolly&#x2019;s sarong verscholen, begon zij luid te schreien.
-</p>
-<p>»Zie je, daar heb je &#x2019;t! Je moet opstaan, omdat ik &#x2019;t zeg, ik verlang blinde gehoorzaamheid,
-dat mankeert er nog aan, dat je zoo&#x2019;n kleine heuvel nog rekenschap van al je woorden
-geeft! Moet ik bij je komen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als &#x2019;t kind van tafel moet opstaan om niets, dan ga ik met haar mee,&#x201d; sprak Dolly,
-stond op, nam het schreiende kind in haar armen en verliet de achtergalerij.
-</p>
-<p>»Zoo gaat het nu altijd, altijd zit ze mijn opvoedingssysteem in den weg; een domme,
-onverstandige vrouw, die je niet begrijpt, je weet niet wat voor kruis dat is. Verbeeld
-je, een van Cor&#x2019;s grieven tegen ons is dat Dolly standvastig weigert haar dat kind
-af te staan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar heeft ze groot gelijk aan!&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom dan? Ze wil ons &#x192;&nbsp;100 in de maand schadevergoeding geven, is dat niet prachtig?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan vind ik het nog meer te prijzen in Dolly, dat ze haar kind niet verkoopen of
-verhuren wil.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo, is dat je oordeel, juffrouw wijsneus, nu, ik zie wel, alle vrouwen hangen aan
-mekaar; zelfs die men voor de verstandigste houdt, willen hun waar belang niet erkennen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Spijt me erg dat ik je tegenval, Akkeveen, en misschien ook hierin dat ik me zeer
-moe en mat voel, zoodat ik dus mijn bedje ga opzoeken, al is &#x2019;t nog nauwelijks acht
-uur.&#x201d;
-</p>
-<p>»Doe dat niet, Hermine, ik heb nog een boel met je te praten. Vertel me eens, waarom
-je zoo&#x2019;n gloeienden hekel aan Cor hebt. Ik weet wel, dat het koppelen met Conrad niet
-zoo van een leien dakje geloopen is, maar &#x2019;t fijne weet ik er eigenlijk niet van.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb195">[<a href="#pb195">195</a>]</span></p>
-<p>»Dan zal je &#x2019;t van mij ook niet hooren, Akkeveen! Goeden nacht!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij ging naar Dolly&#x2019;s kamer, die reeds te bed lag, kleine Non speelde naast haar met
-de poppen.
-</p>
-<p>»Tante Mien,&#x201d; riep ze uit, »tante Mien! kom hier! Non houdt veel van tante Mien, maar
-nog meer van Maatje.&#x201d;
-</p>
-<p>En zij kuste Dolly hartelijk en vroeg toen op een allerliefsten deelnemenden toon:
-</p>
-<p>»Maatje huilt, waarom Maatje bedroefd?&#x201d;
-</p>
-<p>Dolly had werkelijk in tranen haar troost gezocht; toen zij Hermine hoorde binnenkomen,
-stond zij op en ging met haar schoonzuster op den divan zitten.
-</p>
-<p>»Och, &#x2019;t is zoo beter, nu kan ik ten minste dadelijk naar bed gaan,&#x201d; zeide zij met
-een droevigen lach, »anders moest ik nog tot 12 uur met hem in de galerij zitten,
-ik ben altijd zoo moe &#x2019;s avonds, maar hij staat me niet toe te gaan slapen. Nu ben
-ik boos en dan doe ik &#x2019;t niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»En anders wel?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker, we praten niet veel samen, maar telkens als ik een beetje ingedommeld ben,
-heeft hij me wat te vragen en dan word ik weer wakker.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar dat is toch wreed, Dolly!&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is het eenige bewijs dat hij nog een beetje op zijn vrouw gesteld is. Als hij
-dat niet meer deed, dan was ik geheel en al zijn meid. Kom hier Non, je moet naar
-bed! Ga eerst paatje goeden nacht zeggen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, maatje, Non bang voor papa!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar <span class="corr" id="xd30e5331" title="Bron: non">Non</span> mag niet bang voor haar paatje zijn. Kom, ga naar buiten en geef papa een zoen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen Maatje, Non blijft bij Maatje en bij tante, Non zal tante dertig zoenen geven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu kom dan maar, pak tante eens heel lekkertjes beet en nu mij. Gaat Non haar avondgebedje
-opzeggen?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn, hoewel Dolly&#x2019;s zwakheid afkeurend, kon haar tranen niet weerhouden bij
-het zien van dat arme, jonge moedertje, zelf nog bijna een kind, dat haar dochtertje
-het korte, hartelijke gebed voorzeide en haar toen onder een menigte liefkoozingen
-en zoete woorden te bed legde.
-</p>
-<p>»Je vindt me onverstandig, Hermine,&#x201d; zoo begon zij nadat zij de kleine meid te slapen
-had gelegd, »ik ben &#x2019;t ook. Ik moest volhouden, maar ik kan er niets aan doen, waarom
-stoot hij het kind altijd van zich af? Met een vriendelijk woordje maakt hij die lieve
-Non zoo gelukkig maar hij heeft niets dan hardheid voor haar, geen wonder dat zij
-bang voor hem is!&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe is &#x2019;t mogelijk, dat een vader zoo&#x2019;n dot van een kind niet opeet of doodknuffelt!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, Akkeveen houdt niet van kinderen, maar hier is er nog <span class="pageNum" id="pb196">[<a href="#pb196">196</a>]</span>wat anders, iets heel anders. Je moet weten,&#x201d; en nu vertelde zij haar het voorstel
-van Corona.
-</p>
-<p>»Maar je hebt groot gelijk,&#x201d; riep Hermelijn uit, »en ik begrijp niet hoe je man er
-aan denkt, zijn kind toe te vertrouwen aan Corona die hij zoo haat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als &#x2019;t hem maar voordeel aanbrengt; meer vraagt hij niet. Hoe &#x2019;t ook zij, Corona
-is mijn zuster en ik kan het niet verdragen dat hij zelfs tegen wildvreemden zoo over
-haar uitvaart. Ik weet nu heel goed wat hij vóórheeft met dat plagen van de kleine;
-hij wil me dwingen haar weg te zenden. Misschien zal ik het ook doen, ik kan &#x2019;t niet
-langer aanzien.&#x201d;
-</p>
-<p>»O foei, Dolly, doe dat niet! Zij is je alles en wie kan voor haar zoo goed zorgen
-op het groote huis, waar er reeds zoovelen zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat hij &#x2019;t niet hooren, Hermine, dan verbiedt hij je ook, mij te bezoeken, zooals
-hij &#x2019;t Kitty heeft verboden. Niemand van mijn familie komt hier ooit meer. Papa alleen
-voor zaken, maar noch Conrad, noch Margot mogen mij gezelschap houden, en de andere
-bedanken er voor hier te komen. &#x2019;t Is er ook niet heel prettig.&#x201d;
-</p>
-<p>»En woon je in deze eenzaamheid zonder ooit menschen te zien of zonder eenige afleiding?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ga eens of tweemaal in &#x2019;t jaar naar het groote huis, zooals toen je kwam, maar
-anders spreek ik niemand.&#x201d;
-</p>
-<p>»En vind je dat niet verschrikkelijk?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb mijn kinderen, vooral mijn Non en wij zijn immers niet op de wereld om geluk
-te hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Was ontzaggelijk treurig, dat woord te hooren uit den mond van die jonge, mooie
-vrouw, wie men &#x2019;t kon aanzien dat zij geen uitroep zonder innerlijke beteekenis slaakte,
-maar slechts lucht gaf aan haar eigen levensbeschouwing.
-</p>
-<p>»Dus wel om verdriet te hebben?&#x201d; vroeg Hermelijn spottend, »nu ik moet je zeggen,
-als anderen gelukkig zijn, dan wil ik het ook wezen, ik heb er evenveel recht toe
-als een ander en tegen diegenen, welke oorzaak zijn van mijn verdriet, koester ik
-bitteren wrok.&#x201d;
-</p>
-<p>»En helpt je dat? Er is maar één ding, dat het ons mogelijk maakt, dag aan dag ons
-leed te dragen, &#x2019;s morgens er mee op te staan en het &#x2019;s avonds weer naar bed mee te
-nemen. Je kunt mij gelooven, Hermine, ik spreek bij ondervinding.&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Veel en hard werk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist wat mij ontbreekt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En verder het leed aan te nemen zooals God &#x2019;t ons toezendt, en te gelooven dat Hij
-het doet om ons beter te maken. Soms is het mij of ik er slechter tegen in word maar
-dan tracht ik mij te overreden, dat het niets helpt, wanneer ik mor en onaangenaam
-word, dat ik dan geen nut trek uit mijn verdriet. Wanneer <span class="pageNum" id="pb197">[<a href="#pb197">197</a>]</span>je nu niet hier was, zou ik toch weer bij Akkeveen zijn gaan zitten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar je houdt veel van hem?&#x201d; vroeg Hermelijn weifelend. &#x2019;t Was of de met moeite veroverde
-kalmte van Dolly voor een oogenblik plaats maakte voor haar oorspronkelijke, hartstochtelijke
-natuur; haar oogen fonkelden, zooals die van Conrad in zijn toorn het konden doen,
-en haar lippen trilden.
-</p>
-<p>»Waarom zou ik van hem houden?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Wel, omdat je met hem getrouwd bent.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is dat een reden?&#x201d; en zij zuchtte diep, »hou jij zooveel van Conrad?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker, anders zou ik mijn land niet voor hem verlaten hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar wordt hier niet naar gevraagd; niemand heeft hier zijn man of vrouw lief, behalve
-Kitty en je weet hoe &#x2019;t haar gegaan is. Ik ben met hem getrouwd, zooals een ander
-naar een bal gaat. Cor zei me: Akkeveen heeft je gevraagd, dat en dat en dat heeft
-hij in zijn voordeel, papa en ik vinden het goed; nu, zoo waren August en Guillaume
-ook getrouwd en ik dacht dat het altijd zoo ging.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar je hadt toch wel eens boeken gelezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jawel, heel veel zelfs. Maar Cor zei, in het leven ging alles heel anders toe dan
-in de boeken. Akkeveen was toen ook zeer goed; natuurlijk, dat zijn ze allen vóór
-het trouwen, ze veranderen allen behalve Portias, zegt Kitty, en ik ben zijn vrouw
-geworden. Nu moet ik ook een goede, brave vrouw voor hem zijn; voor de kinderen zorg
-ik omdat ik ze lief heb, maar voor mijn man omdat het mijn plicht is, en Onze Lieve
-Heer mij rekenschap zal vragen van al mijn daden en zelfs mijn gedachten. De eene
-heeft wat meer leed, de andere wat minder, heb je straks gezegd, &#x2019;t voornaamste is
-dat ik niemand verdriet veroorzaak en daarom&#x200a;&#x2026; daarom&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Groote tranen rolden uit Dolly&#x2019;s oogen.
-</p>
-<p>»Wil ik Nonnie wegzenden?&#x201d;
-</p>
-<p>»O foei Dolly, je eenige zonnestraal buitensluiten, wat zal er van je worden als de
-kleine meid weg is!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik niet, &#x2019;t komt er niets op aan, men mag in de eerste plaats aan zich zelf
-niet denken; &#x2019;t kind wordt geheel bedorven door Akkeveen&#x2019;s plagen, en ik kan haar
-niet dwingen om hem te gehoorzamen want hij is veel te onredelijk. Als hij het in
-&#x2019;t hoofd kreeg, zou hij haar uit het bedje nemen om haar te dwingen, hem een nachtzoen
-te geven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Dolly, niemand kan de moeder vervangen. Hoe zal &#x2019;t haar gaan tusschen al die
-vreemde kinderen, zij de jongste!&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona zal goed op haar passen. Maak &#x2019;t mij niet <span class="corr" id="xd30e5380" title="Bron: moeielijker">moeilijker</span> Hermine, je weet niet hoeveel &#x2019;t mij kost. Zij is mijn alles!&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist daarom mag je haar niet wegzenden, de eenige roos, waarmee Onze Lieve Heer
-je kruis versiert, zou je afwijzen?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb198">[<a href="#pb198">198</a>]</span></p>
-<p>»Die roos heeft zulke scherpe doornen,&#x201d; hernam zij met haar hartverscheurenden lach.
-</p>
-<p>Hermine omhelsde haar schoonzuster en raadde haar, over haar besluit nog eens te slapen.
-</p>
-<p>»Neen,&#x201d; antwoordde zij hoofdschuddend, »ik ga &#x2019;t dadelijk Akkeveen zeggen! Ik moet
-het doen Hermine, het kan zoo niet langer blijven, ik word hoe langer, hoe meer gergetèn&#x2014;nijdig&#x2014;ik
-weet er geen beter Hollandsch woord voor&#x2014;tegen hem. Ik ondermijn zijn gezag wanneer
-hij dat kind zoo onbillijk behandelt; ik zou hem kunnen haten en daarvoor bid ik dagelijks,
-opdat ik het niet eenmaal doe.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar er zijn zooveel oogenblikken dat hij niet t&#x2019; huis is en je alleen bent met het
-kind!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je behoeft me niet te zeggen, hoe hard het is, Hermine, ik weet het genoeg maar geloof
-me, &#x2019;t is zoo het beste.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn ging naar haar kamer, terwijl Dolly haar man opzocht om hem haar besluit
-mee te deelen.
-</p>
-<p>&#x2019;t Duurde lang vóór dat Hermelijn den slaap kon vatten, alle gebeurtenissen van den
-langen dag trokken haar voor den geest, die vreeselijke oogenblikken in den krater,
-Conrad&#x2019;s verschijning, de wijze, waarop hij haar aan zijn borst had gedrukt, zijn
-gewone koele houding toen het gevaar even geweken was, de treurige toestand in dit
-huishouden, en het smartelijke besluit der arme moeder. Ofschoon zij haar best deed
-nooit eenstemmig met Corona te denken, toch moest zij haar op één punt volledig gelijk
-geven, &#x2019;t was in haar antipathie tegen Akkeveen.
-</p>
-<p>»Maar hoe slecht dat zij hun verhouding nog verergert door hem dat lokaas voor te
-houden; arme, arme Dolly, ik weet niet van wie ik meer hou, van haar of Kitty.&#x201d;
-</p>
-<p>In haar gedachten ging zij de verschillende huishoudens na, door Corona&#x2019;s teedere
-zorg gesticht, August en Poppie waren er het beste af, doch ze leidden dan ook een
-volledig plantenleven; Guillaume en Toetie, Akkeveen en Dolly, zij zelf en Conrad,
-maar een zilveren rand zag zij aan de donkere wolk; alle de Gérans&#x2014;Corona zonderde
-zij natuurlijk uit&#x2014;schenen goedig, hartelijk, liefdevol. Tegen Dolly met haar ernstige
-hoewel bitter treurige levensbeschouwing zag zij hoog op, Guillaume scheen de goedheid
-in persoon zelfs jegens zijn akelige, lastige vrouw, Kitty was de verpersoonlijking
-van geluk en liefde. Zou Conrad hetzelfde karakter hebben? Als hij haar eens liefkreeg,
-zou &#x2019;t haar geen moeite kosten om van haar huis geheel iets anders te maken dan van
-dat der anderen.
-<span class="pageNum" id="pb199">[<a href="#pb199">199</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e5250">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e5250src">1</a></span> Tuinman.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5250src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch33" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXXIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">»Heb je dat gehoord, Iteko,&#x201d; zoo sprak Corona den volgenden morgen tegen den middag
-tot haar trouwe adjudante, »Akkeveen is opzettelijk beneden gekomen om mij te zeggen,
-dat Yolande bij ons blijft.&#x201d;
-</p>
-<p>»O juffrouw, wat doet me dat pleizier! &#x2019;t Zou zonde wezen van het kind, als het in
-die omgeving bleef.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, dat heb je mij altijd gezegd; &#x2019;t spijt me wel voor Dolly maar nu heeft ze ook
-minder te doen, zij houdt er nog twee over en haar geldduivel van een man strijkt
-zijn &#x192;&nbsp;100 &#x2019;s maands naar binnen. Om alles is het goed; ik bewonder je scherpen blik,
-Iteko, voor alles weet je raad, ik wou dat je die zaak met Hermine ook in orde bracht;
-als ik maar wist wat er aan haperde. Kun je er niets aan doen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mevrouw Conrad vereert mij niet met haar vertrouwen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Met hem zou ik &#x2019;t kunnen probeeren, maar&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu ja, zie &#x2019;t uit hem te krijgen; met mij leven zij in openlijke vijandschap en ik
-kan me niet begrijpen waarom. Denk je dat Hermelijn&#x2019;s komst invloed heeft uitgeoefend
-op Dolly&#x2019;s besluit? Akkeveen pocht er op, natuurlijk is zij in zijn achting gestegen,
-sedert ze mij beleedigde. Foei, wat een verachtelijke vent, voor geld zijn kind af
-te staan; zoodra Yolande er is, krijgt hij zijn briefje van &#x192;&nbsp;100, maar hij voelt
-geen vernederingen. Ik verlang naar het kind, zij is de eenige, die de Gérans aard
-verraadt, de andere zijn domooren en onbeduidende stijfkoppen.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Komt misschien door haar naam.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik stond er op, dat zij dien familienaam zou dragen, maar nu spijt het me, ik
-dacht er niet om dat die dan voor goed zou gekoppeld zijn aan Akkeveen. Yolande Akkeveen,
-bah! &#x2019;t is een heiligschennis.&#x201d;
-</p>
-<p>»Bij welken <i>van</i> zou uw mooie naam kunnen passen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Bij geen enkelen, daarom trouw ik niet. Ik heb mijn naam veel te lief.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona Meijers, dat klinkt niet, &#x2019;t zou een reden zijn den resident te bedanken,
-daar hij u niet beter kan doen heeten. Corona Thoren van Hagen, dat is beter.&#x201d;
-</p>
-<p>»Iteko!&#x201d; riep Corona bloedrood uit, »aan alle scherts zijn grenzen, die man is.&#x2026;.&#x201d;
-</p>
-<p>»U gevaarlijk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Altijd die waarschuwing, geef me toch je redenen op!&#x201d;
-</p>
-<p>»Die mis ik nog steeds, ik vertrouw hem niet, dat is alles.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar wat wil hij dan?&#x201d;
-</p>
-<p>En zij dacht aan die woorden te midden van den storm.
-</p>
-<p>»Iteko, &#x2019;t is tijd voor de lessen, ga heen!&#x201d; gebood zij plotseling, <span class="pageNum" id="pb200">[<a href="#pb200">200</a>]</span>als om haar ondergeschikte weer den afstand tusschen hen beiden te doen gevoelen.
-</p>
-<p>Akkeveen was dien morgen reeds vroeg op het pad gegaan, hij vreesde zeker, dat zijn
-vrouw van plan zou veranderen.
-</p>
-<p>Een booze vreugde vervulde hem.
-</p>
-<p>Zijn doel was bereikt, Dolly wist nu wel, dat wanneer hij iets wenschte, zij slechts
-te gehoorzamen had, hij kon zijn doel bereiken, op welke wijze dan ook; nu zou hij
-haar ook spoedig weten te dwingen, haar moederlijk erfdeel op te eischen. Honderd
-gulden in de maand, dat was het gemis van het kind meer dan waard.
-</p>
-<p>»Corona moet maar zeggen, wanneer zij haar hebben wil,&#x201d; sprak Dolly met pijnlijke
-kalmte, »misschien was het &#x2019;t beste, als Hermine haar meenam, aan haar is zij ten
-minste gehecht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meer dan aan haar vader, een gevolg van je mooie opvoeding; maar Conrad komt haar
-vandaag halen en je begrijpt dat ik er niet op gesteld ben twee logés tegelijk te
-houden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Misschien zal Hermine nog een dag er bij willen voegen.&#x201d;
-</p>
-<p>En zij ging naar haar schoonzuster, die juist wakker was geworden en vroeg of zij
-haar nog een dag gezelschap wilde houden.
-</p>
-<p>»Maar lieve Dolly, niets liever!&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is de laatste dag, ik vind &#x2019;t heerlijk dat we dan samen blijven; ik heb mijn moed
-zoo noodig, ik moet dien sparen.&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo vertrok Akkeveen en liet de beide vrouwen achter; hij was nu hoog met Hermelijn
-ingenomen en dacht niets anders dan dat zij een invloed ten goede op Dolly uitoefende.
-</p>
-<p>Conrad was nog niet vertrokken.
-</p>
-<p>»Iteko zal wel voor Hermine&#x2019;s reistoilet zorgen,&#x201d; zeide Corona tot hem, »en ik begrijp
-niet, waarom je straks maar niet gaat. Een andere man zou verlangend zijn te weten,
-hoe zijn vrouwtje geslapen had, na zoo&#x2019;n vreeselijk avontuur.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je weet er nog al wat van, hoe mannen zich voelen,&#x201d; gromde hij, haar een norschen
-blik toewerpend.
-</p>
-<p>»Meneer,&#x201d; zoo kwam Iteko dood onnoozel bij hem, <span class="corr" title="Niet in bron">»</span>zou u eens willen zeggen wat ik mee moet nemen.&#x201d;
-</p>
-<p>De eerste beweging van Conrad was haar te antwoorden dat hij niets wist van de kleeren
-zijner vrouw, maar bij nader inzien besloot hij haar te volgen naar de kamer, die
-Hermine met Kitty deelde, terwijl de heeren op Corona&#x2019;s bestelling in de bijgebouwen
-waren gekwartierd. Iteko hield een amazonekleed in de eene hand en het gewone huiskleedje
-van Hermelijn in de andere.
-</p>
-<p>»Dat is alles, wat ik van mevrouw vind!&#x201d; sprak zij, »blijft mevrouw nog een paar dagen
-dan moet ik ze wel beide inpakken, vindt u zelf niet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Paardrijden zal zij wel niet doen, pak dus dat andere kleedje dan maar in,&#x201d; zeide
-Conrad vrij kortaf.
-</p>
-<p>»Gaat u er morgen heen, meneer?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb201">[<a href="#pb201">201</a>]</span></p>
-<p>»Ik denk het wel!&#x201d;
-</p>
-<p>»O zoo, dan heb ik mij vergist, ik meen gehoord te hebben dat iemand met meneer Akkeveen
-meeging, dan zal het meneer Thoren van Hagen zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gaat die naar Kaboelen?&#x201d; vroeg Conrad, plotseling verbleekend.
-</p>
-<p>»Ik weet het niet mijnheer, ik weet het heusch niet! maar ik hoorde het hem gister
-avond juist zeggen tegen meneer uw Papa, dat hij graag meneer Akkeveen zijn huis zou
-willen bezoeken, u weet, ze zijn heele goede vrienden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ik heb den heelen dag Thoren niet gezien!&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet, ô dan zal hij misschien van morgen reeds naar Kaboelen zijn gegaan; weet u
-er niets van? Ik denk dat mevrouw &#x2019;t met hem besproken heeft. Is &#x2019;t hoedje van mevrouw
-ook bedorven, dan zal ik dat Spaansche kanten doekje maar meenemen, dunkt u niet?
-Ik vind het erg aardig voor mevrouw dat zij hier midden in het gebergte een schoolkameraad
-heeft aangetroffen. En &#x2019;t is zoo&#x2019;n net mensch, die meneer Thoren, juist iemand voor
-freule Corona, gelooft u niet?&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad gaf geen antwoord, hij liep de kamer op en neer<span class="corr" id="xd30e5459" title="Bron: ,">.</span> »&#x2019;t Is niet om te verdragen,&#x201d; mompelde hij, <span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t kan zoo niet langer, &#x2019;t kan niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe gelukkig dat het mevrouw hier zoo goed bevalt,&#x201d; zoo begon de lijmerige stem van
-Iteko weer, »ik was er anders bang voor, zoo&#x2019;n echte Hollandsche vrouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»Was ze in Holland gebleven,&#x201d; riep Conrad met een echt jongensachtige drift. »Iteko,
-ik weet dat je alles durft zeggen aan Corona, zeg haar dan dat ze mij en haar nicht
-diep ongelukkig heeft gemaakt, zoo ongelukkig als menschen het maar zijn kunnen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar meneer Conrad!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeg niets meer! Hoor je, niets! Ik weet wat mij te doen staat, om haar van mij te
-verlossen! Maar die kerel zal haar niet krijgen, Sidin!&#x201d; riep hij, naar buiten gaande,
-»zadel mijn paard!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat moet dat beteekenen, Iteko, waarom rijdt Conrad weg?&#x201d; vroeg Corona verbaasd.
-</p>
-<p>»Och juffrouw, meneer kreeg zoo&#x2019;n verlangen naar mevrouw, hij verbeeldde zich, dat
-u de hand in &#x2019;t spel had gehad om haar tot een huwelijk over te halen en dat heb ik
-natuurlijk ontkend bij hoog en laag. En nu gaat hij haar afhalen, hij heeft de kleeren
-zelfs vergeten, ik mag &#x2019;t wel, zoo&#x2019;n vurigheid in jonge lui.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gaat meneer Thoren van Hagen daar niet langs, ik wed dat hij van Kaboelen komt, nu
-ik ben in de tegenwoordige omstandigheden maar blij, dat hij er niet meer is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou je denken, dat hij er geweest was?&#x201d; vroeg Corona.
-</p>
-<p>»Wel zeker, daarom heeft meneer Akkeveen uw schoonzuster te logeeren gevraagd.&#x201d;
-</p>
-<p>Het viel Iteko op, hoe sprekend Corona thans op haar broer geleek, bleek en verwrongen
-van bitterheid.
-<span class="pageNum" id="pb202">[<a href="#pb202">202</a>]</span></p>
-<p>»O jalouzie,&#x201d; schreef zij dien morgen in haar dagboek, »wat zou de wereld zijn zonder
-u. Ge zijt de machtigste hefboom, de koningin der wereld; laat hen de liefde daarvoor
-niet roemen, zij is niets zonder jalouzie. Jalouzie is haar schaduw, haar schijnbeeld,
-zij houdt de maatschappij aan elkander, zij vereenigt de vijanden en scheidt de echtgenooten.
-Jalouzie alleen wekt op tot groote daden en doet ons buiten ons zelf treden, zij helpt
-de machteloozen, de leelijken, de geteekenden, zooals ik, aan moed en lust om zich
-naast anderen te verheffen, die alle gaven bezitten <span class="corr" id="xd30e5479" title="Bron: en">om</span> dat alles nutteloos te maken of in vloek te veranderen. Jalouzie, jalouzie waarom
-hebt ge geen dichter gevonden om u te verheerlijken, gij oppermachtige alleenheerscheres,
-eerste kracht die het heelal beweegt.&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch34" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXXIV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Conrad reed zoo snel als de bergachtige weg &#x2019;t hem toeliet naar boven; de haastige
-rit bracht zijn onstuimig bloed eenigszins tot bedaren, het was bijzonder koel en
-frisch na het onweer van den vorigen dag; en die kalmte deelde zich ook aan hem mede,
-maar het was de kalmte, die den storm volgt en wellicht een nieuwe uitbarsting voorafgaat.
-</p>
-<p>In de laatste nachten had hij niet geslapen, spijt en wroeging vervulden zijn ziel,
-onophoudelijk hield een gedachte hem bezig, met martelende eentonigheid.
-</p>
-<p>»Als ik anders tegen haar geweest ware in het begin, wie weet of zij mij dan niet
-lief had gekregen, terwijl zij thans naar Thoren van Hagen opziet als naar haar redder
-maar ik geef niets om haar liefde, niets. Zij heeft met hem gewandeld op den vulkaan,
-wat zei Guillaume ook? Maar ik kan er niets aan veranderen, ik zal met hem duelleeren
-als ik hem in Kaboelen vind; die gemeene Akkeveen, ik zal mij ook op hem wreken, één
-van ons zal sterven, hij of ik; als ik het ben, dan kan hij toch niet met mijn weduwe
-trouwen! Mijn weduwe&#x200a;&#x2026;&#x201d; herhaalde hij bij zichzelf met een soort van genot, gaf zijn
-paard de sporen en reed sneller en sneller voort.
-</p>
-<p>Hij had den weg reeds meer dan half afgelegd, toen een Javaan op zijn klein vlug paard
-gezeten hem tegemoet kwam; zoodra hij Conrad herkende, stapte hij af, zette zich met
-de beenen kruiselings op den grond neder en boog het hoofd op zijn samengevoegde handen.
-</p>
-<p>Conrad herkende Sariman, Akkeveen&#x2019;s huis- stal- en tuinjongen.
-</p>
-<p>»Wat is er Sariman?&#x201d; hij wist niet waarom hij zoo koud en angstig werd.
-<span class="pageNum" id="pb203">[<a href="#pb203">203</a>]</span></p>
-<p>»Ik ben gezonden naar den dokter, nonna is hard ziek.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat <span class="corr" id="xd30e5496" title="Bron: zegt">zeg</span> je, njonja, mijn njonja?&#x201d;
-</p>
-<p>Een vreeselijk voorgevoel maakte zich van Conrad meester; &#x2019;t kon wezen, wat Corona
-had gezegd, zijn vrouw ondervond de treurige gevolgen van het avontuur in den vulcaan.
-</p>
-<p>»Ik vraag u verschooning,&#x201d; was het kalme, afgemeten antwoord, »&#x2019;t is de kleine nonna,
-die onwel is en mevrouw heeft mij gezonden om mijnheer te waarschuwen en den dokter
-te halen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nonnie ziek, het oogappeltje van Dolly!&#x201d; hij gevoelde er behoefte aan, zijn arme
-zuster bij te staan.
-</p>
-<p>»Rijd spoedig naar beneden, Sariman en zeg den dokter, dat hij onmiddellijk komt,
-ik ga naar mijn zuster.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan is er tenminste een man t&#x2019;huis,&#x201d; sprak de trouwe bediende, terwijl hij het paard
-eenige schreden verder leidde om daar te kunnen opstijgen. Conrad reed door, maar
-keerde zich plotseling om.
-</p>
-<p>»Sariman?&#x201d; vroeg hij met verstikte stem, »is er geen bezoek op Kaboelen, is er niemand
-geweest, mijnheer Thoren, dien je wel kent?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen meneer, niemand; van morgen is onze toewan vertrokken en dadelijk is Nonnie
-zoo akelig beginnen te hoesten, ik heb hier een brief van uw njonja aan den toewan
-dokter.&#x201d;
-</p>
-<p>»Goed, maak haast!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou dat ellendige wijf mij bedrogen hebben,&#x201d; dacht Conrad, »of zijn ze allen medeplichtig,
-zelfs Sariman?&#x201d;
-</p>
-<p>Hij dreef zijn paard voort; waar loopen gemakkelijker viel, steeg hij af en klom vlug
-als een eekhoorn, de bergruggen op; eindelijk zag hij het eenvoudige atappen dak van
-Akkeveen&#x2019;s woning en &#x2019;t eerst Hermelijn, die op het hooren van den hoefslag in de
-voorgalerij verscheen.
-</p>
-<p>»O Conrad, Goddank, dat je er bent! Die arme Nonnie! &#x2019;t is de croup, ik heb geholpen,
-wat er te helpen viel. Een van mijn broertjes heeft het ook gehad, maar ach, &#x2019;t is
-zoo erg.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad voelde zich vreemd te moede; om een soort van <span class="corr" id="xd30e5513" title="Bron: Othello scène">Othello-scène</span> te maken was hij gekomen en hij werd geroepen aan het bed van een ziek kind.
-</p>
-<p>»Waar is Dolly?&#x201d; vroeg hij zoo norsch mogelijk.
-</p>
-<p>Hermelijn voelde dat hij hun verhouding weer afbakende, en antwoordde hem ijskoud:
-</p>
-<p>»Bij het zieke kind natuurlijk, kom je mee?&#x201d;
-</p>
-<p>In de slaapkamer zat de arme moeder met het akelig blaffende kind op den schoot. Yolande&#x2019;s
-lief gezichtje scheen blauw van benauwdheid, haar oogen stonden akelig, star en stijf;
-haar kleine vuistjes waren kil en krampachtig in elkaar gedrukt.
-</p>
-<p>»Dag Conrad,&#x201d; zei Dolly met pijnlijke bedaardheid, »je had niet gedacht hier zoo aan
-te komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kan ik iets doen?&#x201d; vroeg hij met verstikte stem.
-<span class="pageNum" id="pb204">[<a href="#pb204">204</a>]</span></p>
-<p>»Vraag Hermine, zij alleen weet het. Als ik haar niet had.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Er was weinig te doen, zoo bitter weinig, Hermelijn bracht eenige verlichting aan
-in afwachting dat de dokter kwam. Intusschen trachtte zij de beide jongentjes tot
-bedaren te brengen, suste den jongste, speelde met den oudste, al brak haar hart;
-Conrad knielde naast Dolly en trachtte de kleine meid tot bewustzijn te wekken.
-</p>
-<p>»Oom,&#x201d; fluisterde zij tusschen twee hoestbuien, »oom Conrad, waar is tante?&#x201d;
-</p>
-<p>Dolly moest haar jongste helpen, dat om voedsel schreide. In dien tijd nam Hermelijn
-het zieke kind op den schoot.
-</p>
-<p>»Houd haar bezig,&#x201d; fluisterde zij haar man toe, »zij mag niet slapen.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad knielde voor haar neer, speelde met haar poppen alleen om haar aandacht te
-wekken, maar haar oogjes vielen telkens toe, terwijl haar akelig benauwd hoesten onophoudelijk
-weerklonk.
-</p>
-<p>Om de vijf minuten gaf Hermelijn haar een lepeltje van de door haar bereide medicijnen
-in; haar bewegingen waren zoo zeker, er lag zulk een geruststellende kalmte in haar
-geheel optreden dat zelfs Conrad naar haar opzag als naar de eenige, van wie redding
-en hulp kon komen.
-</p>
-<p>»Zou er hoop zijn?&#x201d; vroeg hij fluisterend.
-</p>
-<p>»Als de croup niet te laag zit. Ik moet bloedzuigers hebben, zou je de jongens er
-niet om uit kunnen zenden?&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad stond dadelijk op en ging naar de bijgebouwen, waar hij Javaansche kinderen
-naar de sawahs stuurde om de dieren te zoeken; &#x2019;t was of hij nog in een droom verkeerde.
-Hij was hier gekomen om te dooden, te duelleeren, hij wist zelfs niet wat, en nu moest
-hij met zijn vrouw een menschelijk wezentje aan den dood betwisten.
-</p>
-<p>Er gingen eenige uren om vol angst en schrik en spanning; &#x2019;t was of het hoesten minder
-benauwd klonk, of de kleine ruimer adem haalde.
-</p>
-<p>»O Hermine, Hermine, hoe zal ik je ooit danken,&#x201d; riep Dolly.
-</p>
-<p>»Bedaard, zusje! Ik weet niet of het gevaar geweken is. Als de dokter komt.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wilde dat de dokter niet kwam, ik stel meer vertrouwen in jou dan in hem!&#x201d;
-</p>
-<p>Daar kwam een reiswagen aanrollen.
-</p>
-<p>»O hemel, wie komt er nu weer aan?&#x201d; zuchtte Dolly en haar zucht was niet zonder oorzaak
-geweest, want er stapten uit haar man, de dokter, Corona, Iteko en nog een baboe.
-</p>
-<p>»Ook een mooie manier om te troosten,&#x201d; bromde Conrad, »zoo vol beladen aan te komen.&#x201d;
-</p>
-<p>De dokter was een bejaard Duitscher, die als officier van gezondheid was »uitgekomen&#x201d;,
-later zijn ontslag gevraagd en zich in Soekarenga gevestigd had; hij had veel praktijk
-omdat er uren <span class="pageNum" id="pb205">[<a href="#pb205">205</a>]</span>ver in de rondte geen mededinger te duchten was, maar overigens was het vertrouwen
-in hem niet bijster groot; hij had zijn eigen begrippen, waarvan niets hem kon afbrengen;
-alles voerde hij op tot in het overdrevene. Zoo was hij de inderdaad niet verwerpelijke
-meening toegedaan, dat niets voor het oppassen der zieken dienstiger is dan dat de
-omstanders hun kalmte en bedaardheid behouden, daarom wilde hij tot geen prijs hen
-agiteeren, maar de weg, dien hij tot dat doel insloeg, was een geheel verkeerde.
-</p>
-<p>Hij vertoonde zich doodkalm, over niets ongerust, altijd glimlachend en tot het einde
-ontkennend dat er gevaar was, daarbij volstrekt niet haastig, steeds zijn voorschriften
-afwisselend met de onnoozelste praatjes, zonder te willen begrijpen, dat deze wijze
-van handelen den <span class="corr" id="xd30e5550" title="Bron: patient">patiënt</span> en zijn familie tot de uiterste graden van zenuwachtigheid en ongeduld bracht.
-</p>
-<p>Met Corona leefde hij <span class="corr" id="xd30e5555" title="Bron: sints">sinds</span> jaren in aanhoudenden oorlog, die zich in eindelooze schermutselingen openbaarde;
-dat was dan ook de reden geweest, waarom zij dien morgen de hut van Djario zoo snel
-had verlaten; eens had zij zelfs een jongen dokter weten over te halen den militairen
-dienst te verlaten en zich geheel te wijden aan de behandeling der de Gérans en hun
-onderhoorigen.
-</p>
-<p>Het huis bij &#x2019;t meer Ngaroe was voor hem gebouwd; wat er nu volgde scheen een duistere
-bladzijde in Corona&#x2019;s levensboek te vormen; zij sprak er liefst niet over. De menschen
-fluisterden van een dollen hartstocht, dien de jonge man voor zijn schoone beschermster
-had opgevat, dien zij eerst min of meer had aangemoedigd om hem later te bespotten;
-hoe &#x2019;t ook zij, de arme Bremmers, aan wien zij haar beruchte medicijnen-kist dankte,
-had in het meer zijn dood gevonden, opzet of toeval, niemand wist het, maar na dien
-tijd beproefde Corona niet meer dokter Altorff&#x2019;s praktijk te dwarsboomen en stond
-haar onderdanen met weerzin toe gebruik te maken van zijn diensten.
-</p>
-<p>Toen Sariman met Hermelijn&#x2019;s briefje kwam, dacht zij dat de dokter wel vooruit zou
-rijden, maar hij antwoordde onveranderlijk kalm:
-</p>
-<p>»<span lang="de">Liebe Fräulein, aber</span> dat <span lang="de">kann ja</span> niet! Ik durf het niet doen; dat angstigt de arme moetter te veel. Als u er heen
-vaart, kom ik <span lang="de">mit</span>, dat is beter.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona nam natuurlijk haar rechterhand, Iteko, mede, en nog een meid; Akkeveen gaf
-den dokter gelijk.
-</p>
-<p>»Och, &#x2019;t zal een verkoudheid zijn, niet meer. Die twee vrouwen maken mekaar gek met
-die malle drukte. &#x2019;t Zou al heel toevallig wezen als Nonnie wat mankeerde en &#x2019;t erg
-was, juist nu Hermine er is.&#x201d;
-</p>
-<p>Maar toen Conrad hen met een bezorgd gezicht tegenkwam, en zeide dat het zeer bedenkelijk
-was, raakte hij ook een weinig uit de plooi en ging dadelijk naar de ziekenkamer.
-</p>
-<p>»Laat ze niet allen binnenkomen. Ik heb alleen om den dokter gevraagd,&#x201d; zeide Dolly.
-<span class="pageNum" id="pb206">[<a href="#pb206">206</a>]</span></p>
-<p>De dokter kwam, gevolgd door Corona, die Iteko voorloopig buiten had gelaten; haar
-mocht men toch de ziekenkamer niet ontzeggen.
-</p>
-<p>»Hoe is &#x2019;t met je, Dolly?&#x201d; vroeg zij deelnemend, »wat heb ik je beklaagd, zoo alleen
-met dat zieke kind.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik had Hermine,&#x201d; antwoordde zij eenvoudig.
-</p>
-<p>»Dokter,&#x201d; sprak Hermelijn, »ik heb &#x2019;t een en ander gedaan&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Zij wilde hem alles uitleggen, maar hij viel haar in de rede.
-</p>
-<p>»Bedaard, mevrouwtje, bedaard! Kalmte alleen helpt. Laat eenmaal zien! Kom hier, <span lang="de">kleine Fräulein</span>! Wat heeft u een ongeluk gehad <span lang="de">darüber</span> op den berg!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och dokter, kijk liever naar het kind.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gewis, gewis, daarvoor kom ik, ja! En was u niet erg <span lang="de">besturzt</span>?&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom dokter! Geen praatjes,&#x201d; beval Corona, »en zeg wat er van is.&#x201d;
-</p>
-<p lang="de">»Immer dieselbe, Fräulein, immer!&#x201d;
-</p>
-<p>En zoo ging het voort terwijl de drie dames hem onophoudelijk aanzetten, waardoor
-hij steeds treuzeliger werd.
-</p>
-<p>Voor Hermelijn&#x2019;s behandeling had hij slechts lof.
-</p>
-<p>»Met uw medicijnkist,&#x201d; voegde hij er boosaardig bij, zich tot Corona wendend, die
-vuurrood werd van toorn, »had u het kind <span lang="de">freilich</span> niet zoo lang in <span lang="de">leben</span> gehouden!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij had steeds een kleine handapotheek bij zich en begon uit te leggen hoe veel het
-verschilt, als een dokter zulke dingen hanteert of een leek en droeg Hermelijn alles
-op, wat voor de zieke gedaan moest worden, gedurende den nacht; hij kon onmogelijk
-overblijven, want »beneden&#x201d; had hij nog een paar zware kranken.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Schijnt dat ik hier te veel ben,&#x201d; zei Corona, »Dolly, ik heb Iteko meegebracht,
-om je met de kleinen te helpen; ik blijf natuurlijk hier en zij ook.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is goed Corona, ik dank je wel,&#x201d; antwoordde Dolly weemoedig; het vonkje hoop,
-dat haar straks bezield had, was vervlogen, de benauwdheden der kleine namen meer
-en meer toe.
-</p>
-<p>»Maatje, zend Non niet weg!&#x201d; fluisterde zij.
-</p>
-<p>»Neen mijn engel, neen! Als Onze Lieve Heer je aan mij laat,&#x201d; antwoordde Dolly, haar
-hartstochtelijk aan het hart drukkend, »blijf je bij Mama.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is paatje nog boos?&#x201d; vroeg zij half onhoorbaar.
-</p>
-<p>Akkeveen kwam nader en streek haar langs het gloeiende kopje.
-</p>
-<p>»Papa is niet boos geweest, Non,&#x201d; zeide hij met grove stem, »word maar gauw beter!&#x201d;
-</p>
-<p>»Sedert dat zij dokter&#x2019;s medicijnen gebruikt, wordt zij erger,&#x201d; mompelde Dolly, »ik
-vergis mij niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»De croup zit te laag, vrees ik!&#x201d; zeide Hermelijn.
-</p>
-<p>Het waren vreeselijke uren, die volgden; Corona bestelde alles <span class="pageNum" id="pb207">[<a href="#pb207">207</a>]</span>in huis, Akkeveen ging op en neer in de voorgalerij, soms vragend hoe het met de zieke
-ging. Iteko trachtte de andere kinderen stil te honden maar deze gilden het uit, zoodra
-zij het monstertje zagen.
-</p>
-<p>»We zullen ze naar het groote huis zenden,&#x201d; besliste Corona, »hier brengen zij nog
-maar meer drukte en verwarring.&#x201d;
-</p>
-<p>Maar nauwelijks had Dolly iets van dit plan gehoord of zij verzette er zich met kracht
-tegen.
-</p>
-<p>»Neen, ik sta geen van mijn kinderen meer af. Ik ben er genoeg voor gestraft,&#x201d; en
-hoe dwaas en onredelijk Corona dit ook vond, er viel niets aan te doen; zij was zeer
-onrustig, en de werkeloosheid, waartoe zij zich veroordeeld zag, maakte haar nog prikkelbaarder.
-</p>
-<p>Conrad en Hermelijn waren vereenigd in hun liefdewerk, beiden schenen Dolly onmisbaar
-en haar, die zooveel verstand had van zieken, kon men missen. Welk een ander figuur
-maakte Hermelijn bij dit ziekbed dan zij bij dat van Djario!
-</p>
-<p>»Conrad,&#x201d; fluisterde zij hem in, terwijl hij een paar Spaansche vliegen toebereidde,
-»weet je ook of Thoren van Hagen er van morgen geweest is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze hadden wel wat anders te doen dan visites ontvangen,&#x201d; antwoordde hij barsch.
-</p>
-<p>Den volgenden morgen was er reeds een groote verandering in de arme kleine Nonnie
-te bespeuren, haar lieve oogjes stonden dof en vertrokken, haar wangen waren blauw,
-haar borstje, door de bloedzuigers uitgezogen, was met bloed bedekt en haar halsje
-ruw van de Spaansche vliegen.
-</p>
-<p>»Maatje, zoo benauwd,&#x201d; kermde zij zacht; het waren haar laatste woorden; koud zweet
-parelde op haar voorhoofd, zij begon te hikken en te kreunen en zoo vond haar de dokter
-bij zijn bezoek.
-</p>
-<p>»Dokter,&#x201d; voegde Hermelijn hem zacht toe, »ik heb er u gisteren reeds over gesproken.
-Durft u de operatie niet wagen, die zij in Europa met veel succes op de croup beproeven?
-&#x2019;t Spreekt van zelf, dat u bijstand uit Samarang moogt laten komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mevrouwtje begrijpt, dat als ik een patient behandelen durf, ik voor alles verantwoordelijk
-blijf. Maar het gaat ja goed!&#x201d;
-</p>
-<p>Van daag bleef de dokter den geheelen dag; de oude heer scheen hem de les te hebben
-gelezen; tegen den middag sprak hij er van, een telegram naar Samarang te sturen.
-</p>
-<p>Corona, die voelde dat zij en haar adjudant hier eigenlijk te veel waren, besloot
-met haar te vertrekken; de kinderen in het groote huis waren al zoo lang zonder toezicht;
-ook kon zij te Soekarenga beter zorgen voor geneeskundige hulp.
-</p>
-<p>»Corona, ik behoef haar niet meer aan je af te staan,&#x201d; sprak Dolly met een bitteren
-lach.
-</p>
-<p>»O Dolly, &#x2019;t is de groote vraag, alle hoop is nog niet vervlogen. <span class="pageNum" id="pb208">[<a href="#pb208">208</a>]</span>Ik zal Dr. X. laten komen en je zult zien dat hij de operatie waagt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, &#x2019;t kan niet meer. Hermelijn had haar kunnen redden, misschien.&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo vertrokken de beide dames en haar vertrek was een ware verlichting; Conrad nam
-Iteko nog even ter zijde:
-</p>
-<p>»Juffrouw! Ik heb nog iets met u af te rekenen. Je hebt gelogen, schandelijk gelogen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och meneer, een mensch kan zich vergissen! U was net weg toen ik het merkte. &#x2019;t Is
-toch van achteren beschouwd maar goed, dat u naar boven is gegaan, vindt u zelf niet?&#x201d;
-</p>
-<p>Corona was nog geen half uur weg, toen de kleine zich onrustig begon uit te rekken,
-even sloeg zij de lieve oogjes op; toen greep een geweldige benauwdheid haar aan,
-Dolly stond op en liep radeloos met haar op en neer.
-</p>
-<p>»Mijn engel, mijn Nonnie, verlaat je arme moeder niet! O God, laat haar mij!&#x201d; smeekte
-zij, het kind vurig aan haar hart drukkend. Helaas! &#x2019;t was slechts een levenloos lichaam,
-dat zij omklemde, door het zieltje reeds ontvloden.
-</p>
-<p>Akkeveen werd zenuwachtig en begon luid misbaar te maken toen Hermelijn bleek en ontdaan
-hem de treurmare bracht; Conrad sloop dadelijk naar zijn zuster, die met haar dood
-kindje nog op den schoot zat, versteend als een Niobe.
-</p>
-<p>»Dolly, lieve Dolly! hoe kan het zijn?&#x201d; snikte hij, en toen Hermelijn binnenkwam,
-zag zij haar man naast de zwaar beproefde vrouw zitten met zijn armen om haar heen,
-zoo innig deelnemend, zoo teeder troostend als zij niet had kunnen vermoeden, dat
-hij ooit doen kon; het was de norsche, onvriendelijke Conrad niet meer, dien zij te
-goed kende.
-</p>
-<p>»Zoo is hij alleen tegenover mij!&#x201d; dacht zij vol bitterheid, maar zich reeds onmiddellijk
-over die gedachte op zulk een oogenblik schamend. Zij ook trachtte Dolly tot het bewustzijn
-te brengen dat het kind haar kort leven geëindigd had.
-</p>
-<p>»Ik heb ze afgestaan,&#x201d; zeide Dolly eindelijk, »ik mag niet klagen. &#x2019;t Is nog beter
-aan God, dan aan Corona. Ik ben gestraft!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij legde haar op het bedje neer en begon met ijzige kalmte het lijkje te ontkleeden;
-zij vroeg Hermelijn water en reukwerk om haar af te wasschen.
-</p>
-<p>»Maar Dolly, dat zullen wij wel doen!&#x201d; riep Conrad.
-</p>
-<p>»Neen, haar moeder alleen mag haar aanraken voor het laatst<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; antwoordde zij. Akkeveen kwam bij zijn vrouw en wilde haar omhelzen. Zij weerde
-hem bedaard af.
-</p>
-<p>»Nu zal zij je geen &#x192;&nbsp;100 &#x2019;s maands meer opbrengen, Akkeveen!&#x201d; sprak ze met snijdenden
-spot; ieder voelde dat de ramp inplaats van toenadering slechts meerdere scheiding
-tusschen de echtgenooten zou aanbrengen.
-</p>
-<p>Hij deed of hij haar niet verstond; Dolly bleef onnatuurlijk kalm, zij kleedde het
-kind in &#x2019;t wit, bestrooide haar met bloemen, <span class="pageNum" id="pb209">[<a href="#pb209">209</a>]</span>vlocht zelf een kransje in elkander van witte rozeknopjes en melati&#x2019;s en legde haar
-die om het donkere kopje, dat nu allengs zijn gewone uitdrukking terug kreeg.
-</p>
-<p>Toen brak Dolly&#x2019;s moed; zij zonk voor het bedje neer, begroef haar gelaat in de bloemen
-en snikte het uit:
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niet waar, &#x2019;t is niet waar;&#x201d; gilde zij, »mijn eenig geluk! Waarom moet ik zoo
-lijden en anderen niet. O God, waaraan heb ik &#x2019;t verdiend? Deed ik dan niet altijd
-mijn plicht?&#x201d;
-</p>
-<p>Eindelijk gelukte het Hermelijn haar weg te voeren naar een andere kamer.
-</p>
-<p>»O Hermine, blijf bij mij, verlaat mij niet!&#x201d; smeekte zij, »je hieldt zooveel van
-haar en zij ook van jou. &#x2019;t Is vreeselijk, ik kan, ik wil niet meer leven zonder mijn
-Non! Ik heb niet genoeg van haar gehouden, ik heb niet goed op haar gepast. Ze hoestte
-reeds een paar dagen lang en ik had er niet op gelet. Je hebt er mij &#x2019;t eerst over
-ongerust gemaakt; als de dokter niet gekomen was, dan zou ze nog leven en beter zijn
-geworden!&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn liet haar uitbarsten, zij wist dat elk woord, in deze oogenblikken uitgesproken,
-werkt als de druppel koud water op de gloeiende plaat; dat de wanhopige voor elke
-troostreden met onbegrijpelijke scherpzinnigheid, honderd ontzenuwende woorden gereed
-heeft, dat zij slechts aan één ding behoefte had, haar smart uit te weenen en te rusten
-aan een deelnemend, medevoelend hart.
-</p>
-<p>Hermelijn dacht aan mevrouw van Diteren, die ook zoo menigmaal haar verdriet aan haar
-oor toegefluisterd, op haar borst uitgeschreid had; &#x2019;t scheen of er van haar omhelzingen
-een bedarende werking uitging, want de afgetobde vrouw werd kalmer en kalmer; zij
-liet haar uitgeput hoofd rusten in Hermine&#x2019;s armen en viel moegeweend in een gerusten
-slaap.
-</p>
-<p>Zachtkens legde Hermelijn haar op de kussens van den divan neer en verliet toen zacht
-het vertrek om zich met Conrad bij de kleine doode op te sluiten.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch35" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXXV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Volgens Indisch gebruik zou reeds den volgenden morgen vroeg de begrafenis plaats
-hebben; te midden der koffietuinen bevond zich het familie-graf der Gérans.
-</p>
-<p>Reeds vroeg in den ochtend reden de reiswagens naar boven; alle familieleden waren
-tegenwoordig en nog verscheidene belangstellenden uit de hoofdplaats vergezelden hen.
-</p>
-<p>Daar was de oude heer, deftig als een Fransche markies uit <span class="pageNum" id="pb210">[<a href="#pb210">210</a>]</span>het oude régime, de magere August, die &#x2019;t altijd van de zwakke Yolande had gedacht;
-Akkeveen gaf immers zijn vrouw geen geld genoeg om de kinderen te voeden, neen dan
-liet hij Poppie anders voor de hunnen zorgen. Guillaume was zeer gevoelig en schreide
-als een kind, toen hij zijn zwager, die zich buitengewoon goed hield, de hand drukte;
-Portias beet op zijn langen knevel, Kitty vergezelde hem troosteloos, als moest zij
-al haar tranen in eens vergieten, Corona bleef statig en bedaard, maar men kon zien
-dat zij zwaren strijd voerde om de onrust, die haar vervulde, te verbergen; zij voelde
-zich op nieuw vernederd door Nonnie&#x2019;s dood, zooals zij zich in den laatsten tijd telkens
-had gevoeld; niemand had haar noodig, niemand scheen behoefte aan haar te hebben.
-Iteko had zij naar huis gezonden.
-</p>
-<p>Ook Thoren van Hagen kwam mede; hij reed met de broers. Corona, die met Kitty, Portias
-en haar vader in een rijtuig was gekomen, had geen gelegenheid hem te zien of te spreken.
-Dolly sliep toen zij binnenkwamen.
-</p>
-<p>»Laat haar gerust slapen,&#x201d; beval Corona, »op het oogenblik der begrafenis.&#x201d;
-</p>
-<p>»Papa,&#x201d; zeide Hermelijn<span class="corr" id="xd30e5686" title="Bron: .">,</span> »ik heb Dolly beloofd, toen zij van nacht wakker was, dat ik haar zou wekken als
-het tijd werd, op die voorwaarde alleen is zij rustig gaan slapen. Mag ik haar wekken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Vraag het Akkeveen, ik wil niet beslissen,&#x201d; sprak de Géran.
-</p>
-<p>»Neen, neen, dan begint het weer! Waarvoor dienen al die overgevoeligheden, ik hou
-daar niets van, &#x2019;t is al een beroerde boel genoeg,&#x201d; bromde hij.
-</p>
-<p>»Akkeveen heeft gelijk, &#x2019;t zal haar te veel aandoen,&#x201d; meende Corona; voor &#x2019;t eerst
-waren zwager en schoonzuster het eens.
-</p>
-<p>»Zij zal zich goed houden, ze heeft het mij beloofd,&#x201d; verzekerde Hermelijn, »maar
-laat mij haar wekken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, wat bemoeit ge je ook met alles. Je hebt hier al genoeg te bestellen; &#x2019;t is
-of er niets zonder jou kan klaar komen; van het eerste oogenblik heb je hier een toon
-aangenomen, die niet te pas komt. Ik had behoefte het je te zeggen; je bemoeizucht
-wordt alleen geëvenaard door je pretentie en als je niet begonnen was met dat kind
-te knoeien, wie weet of dan niet&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat lieg je!&#x201d; barstte Conrad plotseling bleek van toorn uit, »de dokter heeft zelf
-verklaard, dat alles wat zij gedaan heeft, uitstekend was en als hij dadelijk haar
-raad had gevolgd of jij, die hier alles te bevelen wilt hebben, waart haar bijgebleven,
-wie weet dan of de ziekte niet overwonnen was.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn, die gebloosd had van verontwaardiging bij Corona&#x2019;s bitter verwijt, keerde
-zich met stralende oogen naar haar man; zij wist niet of zij waakte dan wel droomde,
-hij verdedigde haar met een vuur, zooals zij &#x2019;t nog nimmer van hem had ondervonden.
-</p>
-<p>»Stil kinderen, stil! De plaats is te heilig voor zulke woorden,&#x201d; <span class="pageNum" id="pb211">[<a href="#pb211">211</a>]</span>beval de vader met gebiedenden blik. »Als Dolly moet gewekt worden, zal Akkeveen het
-wel doen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik had van jou zoo&#x2019;n warme verdediging niet verwacht voor de tottok, die je toch
-uitlacht,&#x201d; beet Corona haar broer toe.
-</p>
-<p>Hij keerde zich om met minachtend gebaar.
-</p>
-<p>De begrafenis had plaats zonder dat Dolly wakker werd; de stoet kronkelde reeds <span class="corr" id="xd30e5705" title="Bron: sints">sinds</span> lang omlaag door de gewelfde lanen van neerbuigende boomtakken, waar, kleine acrobaten
-gelijk, de vogeltjes stoeiden en dartelden in hun goud-, robijn- en saffierkleurig
-kleed; de bloemen vielen op het witte kleed, dat de kleine baar dekte. Zoolang mogelijk
-had men gereden, maar toen de weg te moeilijk werd, stapten de heeren uit en volgden
-het kistje naar de stille plek, door ruischende bamboestruiken omringd, die hun geheimzinnig
-eeuwig lied murmelden rondom de monumenten, wier witte gedaanten zich ophieven tegen
-het zachte, wegsmeltende groen der buigzame stammen.
-</p>
-<p>Toen Dolly ontwaakte, was haar eerste vraag:
-</p>
-<p>»Zijn ze gekomen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Bedaard, lieveling!&#x201d; sprak Corona zoo zacht en teeder als zij vermocht, »&#x2019;t moest
-eens immers gebeuren!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat is er gebeurd? Is ze weg? Waar is Hermine, zij had beloofd mij te wekken. Je
-hebt haar weggezonden, Corona, je ontneemt mij alles, je hebt mij mijn lief kind misgund,
-nu beroof je mij van mijn zuster, mijn vriendin!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal haar roepen,&#x201d; zei Corona dof, »maar Dolly, ben ik je eigen zuster niet, waarom
-is Hermelijn je meer, zij een vreemde!&#x201d;
-</p>
-<p>Kitty kwam binnen en nam Dolly in de armen, zij liet zich door haar omhelzen maar
-herhaalde telkens:
-</p>
-<p>»Ze hebben mij bedrogen! Ze hebben het altijd op mijn kind voorzien, allen, allen!
-Niemand gunt mij iets!&#x201d; En zij brak los in een storm van hartstocht en woede, zooals
-Indische vrouwen die kunnen ontwikkelen; niets baatte, men moest Hermelijn, die even
-ingesluimerd was, roepen. Zij knielde bij de razende vrouw neer en fluisterde haar
-teeder toe, maar niets baatte nog, geen liefkoozingen, geen beroep op Dolly&#x2019;s godsdienstige
-gevoelens, geen herinnering aan hare andere kinderen.
-</p>
-<p>Eindelijk viel zij uitgeput neer; hevige koorts greep haar aan en beurtelings lachte
-en schreide zij, wees ieder af, behalve Kitty die zij duldde en Hermelijn om wie zij
-telkens riep.
-</p>
-<p>Corona stond alleen, ieder spande tegen haar samen, en zij had toch zulk innig medelijden
-met Dolly; zij hield waarlijk veel van Yolande en voelde spijt, bitteren spijt zonder
-het zich zelf te bekennen over haar aandringen om het kind af te staan. Toen de begrafenisstoet
-terugkeerde, vonden zij Dolly in een treurigen toestand, die Hermelijn in het gelijk
-stelde.
-</p>
-<p>»Hadden we haar maar gewekt,&#x201d; zeide de oude heer.
-</p>
-<p>»Dan hadden we nog meer spektakel gezien.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb212">[<a href="#pb212">212</a>]</span></p>
-<p>»Zij had dan niemand iets te verwijten gehad,&#x201d; meende Portias.
-</p>
-<p>Alleen enkelen kwamen weer, de meesten, waaronder de vreemden, waren teruggekeerd
-naar de hoofdplaats.
-</p>
-<p>Tegen den avond wilde ook de heer de Géran vertrekken.
-</p>
-<p>»Blijf je nog, Corona?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>»Neen papa, ik heb hier niets te doen,&#x201d; antwoordde zij scherp.
-</p>
-<p>»En Kitty?&#x201d;
-</p>
-<p>Het gezicht van Akkeveen verried genoeg, hoe bezwarend hij de aanwezigheid van vele
-logés vond.
-</p>
-<p>»Wij gaan ook mee,&#x201d; sprak Portias.
-</p>
-<p>»Evenals ik,&#x201d; zei Conrad.
-</p>
-<p>»Je vrouw is de eenige, die met haar overweg kan; je zult mij pleizier doen te blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar morgen moet ik naar huis. Ik ben er lang genoeg vandaan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zooals je verkiest, als Hermine maar niet meegaat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat moet zij weten!&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo bleven dan Conrad en Hermelijn alleen bij de beroofde ouders; de reiswagens verdwenen,
-het licht der fakkels, door de loopers gezwaaid, flikkerde door het geboomte, de vonken
-spatten weg tusschen het groen, en diepe duisternis omhulde weldra het huis, waaruit
-dien morgen het helderste licht was weggedragen.
-</p>
-<p>Toen na een onrustigen slaap Dolly den volgenden morgen ontwaakte, zag zij met starende
-oogen voor zich uit, als ontbrak haar alle bewustzijn en alle herinnering aan het
-gebeurde. Hermelijn, die bij haar had gewaakt, kwam met haar oudste jongetje op den
-arm voor haar bed staan, zij wilde of kon het niet opmerken; wezenloos bleef zij voor
-zich uit zien.
-</p>
-<p>Akkeveen kwam haar bezoeken; zij rilde even maar sprak niets, geen voedsel of drank
-wilde zij gebruiken op Hermelijn&#x2019;s dringende beden; zoo bleef zij uren lang.
-</p>
-<p>»Dolly,&#x201d; fluisterde Hermelijn. »Ik wil je iets laten zien, je moet mij zeggen, of
-het gelijkt en wat er aan ontbreekt.&#x201d;
-</p>
-<p>Vragend zag zij op terwijl Hermelijn een portefeuille opensloeg en haar een teekening
-toonde, het welgelijkende portret der kleine Nonnie, met haar sprekende zwarte oogjes
-en het bloemkransje op &#x2019;t haar.
-</p>
-<p>»Vind je dat het gelijkt, Conrad heeft het op mijn verzoek geteekend.&#x201d;
-</p>
-<p>»O Hermine,&#x201d; en snikkend viel de arme vrouw in de kussens terug en gaf zich nu aan
-een natuurlijke droefheid over.
-</p>
-<p>Hermelijn verliet haar geen oogenblik; het portret moest voor haar blijven staan;
-&#x2019;t was het eenige, wat zij van haar behield en de krulletjes, die Hermelijn had afgeknipt.
-</p>
-<p>»Je hebt aan alles gedacht, ik dank je!&#x201d; zuchtte zij.
-</p>
-<p>Zij lag kalm, hoewel zielsbedroefd en vroeg eindelijk naar haar man.
-<span class="pageNum" id="pb213">[<a href="#pb213">213</a>]</span></p>
-<p>»Akkeveen,&#x201d; sprak zij toen hij binnenkwam, »als ik je misschien iets bitters gezegd
-heb, vergeef &#x2019;t mij! Ik wist niet wat ik zei; <span class="corr" id="xd30e5751" title="Bron: ,t">&#x2019;t</span> had niet veel gescheeld of ik was krankzinnig geworden. Zij heeft mij gered! Zie,
-wat ze mij bracht.&#x201d;
-</p>
-<p>Ook Akkeveen was diep ontroerd, toen hij de teekening zag.
-</p>
-<p>»Heb je daarom je bij haar bedje opgesloten, Hermine<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> we zullen je altijd dankbaar blijven,&#x201d; sprak hij, haar de hand drukkend.
-</p>
-<p>Tegen den middag keerde Conrad naar huis terug; een koortsachtige spanning dreef hem
-weg; wat het was kon niemand vermoeden, Hermelijn bleef natuurlijk. Dolly kon en wilde
-haar nog niet missen.
-</p>
-<p>Hij nam afscheid van zijn zuster, die juist alleen was.
-</p>
-<p>»Conrad,&#x201d; zeide Dolly hoog ernstig, »waardeer toch goed wat voor schat je in Hermine
-bezit! Ik geloof niet dat zij gelukkig is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ben ik het dan?&#x201d; vroeg hij bitter.
-</p>
-<p>»Dan heb je het aan jezelf te wijten; het leven is zoo vol ellende en verdriet, dat
-we door onze eigen schuld geen oogenblik van geluk mogen laten verloren gaan. Waarom
-ben je niet gelukkig, Coen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat.&#x2026; omdat zij mij uitlacht en bespot!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij, o foei Conrad! schaam je!&#x201d;
-</p>
-<p>Juist trad Hermelijn binnen en Conrad wilde heengaan.
-</p>
-<p>»Dag Hermine,&#x201d; <span class="corr" id="xd30e5770" title="Bron: en">zei</span> hij en gaf haar verlegen de hand.
-</p>
-<p>»Dag Conrad,&#x201d; en zij drukte die; toen ging hij snel heen.
-</p>
-<p>»Je moet me alles vertellen, Hermine,&#x201d; fluisterde Dolly, »misschien kan ik er iets
-aan doen; &#x2019;t mag zoo niet blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niemand kan het veranderen, niemand!&#x201d; was het moedelooze antwoord, dat Dolly door
-de reeds zoo verwonde ziel sneed.
-</p>
-<p>Reeds daags daarop stond zij op en deed haar gewone werk, zij streefde er naar, niet
-om weer zichzelf te zijn, maar om dat te blijven, waartoe zij zich met alle krachtsinspanning
-had opgewerkt.
-</p>
-<p>Zij deed haar gewone bezigheden, verzorgde haar kinderen, opende het kastje met de
-kleertjes van de lieve, kleine afwezige, en sloot daar alles in weg, haar poppen,
-haar speelgoed, haar kleertjes; soms werd de aandoening te machtig, en dan liet zij
-haar tranen vloeien op de geurige kleertjes, op de voorwerpen, die nog den indruk
-bewaarden van haar thans verstijfde vingertjes.
-</p>
-<p>»Ik sluit alles weg, ik wil niets meer van haar zien dan haar portret,&#x201d; zeide zij
-tot Hermelijn, »&#x2019;t maakt mij zwak en ik moet sterk wezen om mijn plicht te doen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Altijd plicht, o Dolly, wat is dat koud,&#x201d; sprak de jongere zuster huiverend en onwillig.
-</p>
-<p>»Wat blijft er over als alles heengaat? Wat zouden we zijn zonder plichten! God heeft
-het beschikt dat ik Nonnie moest missen. Hij weet ook waarom! Hier zou zij bedorven
-zijn, bij Corona was zij misschien ook overleden, verre van mij, en toch, ik kon <span class="pageNum" id="pb214">[<a href="#pb214">214</a>]</span>niet anders handelen, ik kon niet! Zij is goed bewaard bij de engelen, haar zusjes.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij snikte, maar zonder wanhoop of woeste smart.
-</p>
-<p>»Als ik geen andere kinderen had, zou ik bidden dat ik spoedig bij haar mocht komen
-want het leven is niets dan last, maar nu mag ik het niet. Ik wil mijn jongetjes niet
-alleen laten. Ik hoop dat Corona hun vader niet meer in de verleiding brengt. En daarom
-moet ik sterk zijn en mag mij niet meer aan mijn droefheid zoo overgeven als dien
-ochtend.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dolly je leert mij veel!&#x201d; zeide Hermelijn diep ontroerd. »Ik geloof &#x2019;t ook, plichtsvervulling
-alleen geeft ons kracht, maar ach, ik heb geen plichten.&#x201d;
-</p>
-<p>»En tegenover je man!&#x201d;
-</p>
-<p>Toen verborg Hermelijn het gelaat aan Dolly&#x2019;s borst en bekende haar alles.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch36" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXXVI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Conrad was in dolle vaart naar zijn huis gerend; één denkbeeld alleen hield hem bezig;
-hij herinnerde zich dat in een hoekje van zijn lessenaar ongeopende brieven lagen,
-door Hermelijn aan hem geschreven; het waren er slechts enkele. De meeste had Iteko
-onderschept, daar zij vreesde dat het bedrog zou uitkomen als Hermelijn brieven beantwoordde
-die Conrad nimmer geschreven had; deze waren hem in handen gevallen, hij had ze niet
-geopend maar slechts bewaard. Nu smachtte hij er naar, ze te lezen.
-</p>
-<p>Zonder zich uit te kleeden, stak hij de lamp op, nam de elegante enveloppen in de
-handen, bezag ze van alle zijden en verbrak toen de zegels.
-</p>
-<p>Hij las met gefronste wenkbrauwen en samengeperste lippen; &#x2019;t was vreeselijk, al die
-zoete woorden te moeten vernemen, die niet aan hem, maar aan de schrijfster dier brieven
-gericht waren. Zij had hem liefgehad, zij maakte plannen voor hun beider toekomst,
-zij verhaalde hem al haar jonge-meisjesgeheimen, zij beantwoordde liefkoozingen die
-hij haar niet gegeven had.
-</p>
-<p>Hij stampvoette van machtelooze woede; hij had van die correspondentie geweten en
-kon Corona niet eens van bedrog beschuldigen.
-</p>
-<p>»Als jij haar niet schrijft, zal ik het doen,&#x201d; had ze hem duidelijk gezegd, waarop
-hij even duidelijk had geantwoord:
-</p>
-<p>»Ga je gang, &#x2019;t kan me niets schelen!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij ging naar haar kamer en vond daar in haar dagboek, nog meer dan in de brieven,
-de uitdrukking van haar hart; nu eerst las hij alles, nu het te laat was, nu hij haar
-liefde had vertrapt <span class="pageNum" id="pb215">[<a href="#pb215">215</a>]</span>en versmaad, nu hij een voorwerp van spot en minachting in haar oogen was geworden,
-nu hij met eigen hand het beeld had verbrijzeld, dat zij zich eenmaal in haar reine
-droomen van haar man oprichtte.
-</p>
-<p>En hij was haar niet waard, neen, in lang niet! Thoren van Hagen alleen zou haar verdienen,
-maar toch, zij bleef de zijne, niemand kon daaraan iets veranderen hoewel zij zeker
-het oogenblik vloekte, waarop zij bedrogen was en in gedachte de hand reikte aan den
-bruidegom, die haar verfoeide.
-</p>
-<p>Zijn geheele gedrag, van de eerste ontmoeting af, kwam hem thans erbarmelijk, klein
-en kinderachtig voor; hij was een domme, akelige jongen geweest, uit de hoogte zag
-zij op hem neer. Wat was zij teleurgesteld geweest in hem! Als zij hem bespotte, had
-zij er reden toe, al die hatelijke plagerijen van hem, dat hardnekkige zwijgen, die
-kwetsende onverschilligheid, alles was er op berekend geweest haar van hem afkeerig
-te maken.
-</p>
-<p>Hij kende haar volstrekt niet, hij dacht dat zij de trouwe aanhangster van Corona
-zou worden en in plaats daarvan was zij de eenige, die de gevreesde schoonzuster durfde
-weerstaan, won zij de genegenheid van zijn beide liefste zusters, de achting van zijn
-broeders; Hermelijn had groot gelijk, als zij zich ver boven hem verheven waande.
-</p>
-<p>Brandende tranen vielen op die brieven en het boekje neer; wanhoop, dat hij zijn geluk
-verspeeld, zijn leven verwoest had, vervulde zijn ziel.
-</p>
-<p>Een plan kwam in zijn geest op, door nadenken wilde hij &#x2019;t tot rijpheid brengen.
-</p>
-<p>Zoo vond hem de morgen, toen een plotseling herhaald klagend geroep het gebergte vervulde.
-</p>
-<p>»Er is een kiai<a class="noteRef" id="xd30e5811src" href="#xd30e5811">1</a> in den omtrek!&#x201d; gaf dat eigenaardig geroep te kennen.
-</p>
-<p>De Javaan geeft aan den tijger den naam van »grootvader&#x201d; en erkent daardoor zijn afstamming
-van den koning der bergen.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e5816" title="Bron: Sints">Sinds</span> lang had een koningstijger de karbouwen bedreigd en de kampongs onveilig gemaakt;
-nu eens was hij hier, dan weer daar gezien. Thans verhaalde men dat hij zich verscholen
-hield in een alang-alangveld<a class="noteRef" id="xd30e5819src" href="#xd30e5819">2</a> tusschen het groote huis en Djantong.
-</p>
-<p>Die alarmkreten ontrukten Conrad aan zichzelf, hij sprong op, vloog naar zijn wapenrek,
-nam zijn pistolen en ponjaard, en liet zijn paard zadelen.
-</p>
-<p>»Ik wou dat de tijger mij verscheurde,&#x201d; mompelde hij, »dat ware &#x2019;t beste voor mij
-en voor haar!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona was in Ngaroengan terug, toen alles in rep en roer werd gebracht voor de tijgerjacht;
-zij kon nergens rust vinden. <span class="pageNum" id="pb216">[<a href="#pb216">216</a>]</span>De gebeurtenissen der laatste dagen hadden haar zeer aangegrepen, zij had er zich
-altijd op beroemd geen zenuwen te kennen, maar wat was dan dat ongedurige, dat trillen
-van handen en voeten, dat prikken in het hoofd?
-</p>
-<p>Thoren van Hagen kwam haar vader afhalen; hij reed te paard en riep haar schertsend
-van verre toe:
-</p>
-<p>»Ik breng u de tijgerhuid, gravin Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och papa, stel u niet te veel bloot aan het gevaar,&#x201d; smeekte zij.
-</p>
-<p>»Wees gerust, kind,&#x201d; en hij kuste haar vaarwel.
-</p>
-<p>Tot Thoren van Hagen sprak de oude heer:
-</p>
-<p>»&#x2019;t Doet me pleizier dat er zoo iets komt, want waarlijk, ik voelde mij ellendig door
-die treurige geschiedenis bij Dolly. Ze zeggen wel, een kind is maar een kind en we
-hebben er genoeg, maar Yolande was bijzonder ontwikkeld en werkelijk Dolly heeft zoo
-veel niet.&#x201d;
-</p>
-<p>Het alang-alangbosch werd omsingeld; de Javanen, met knuppels gewapend, sloten zich
-in een kring, die hoe langer hoe nauwer werd. Thoren van Hagen, Conrad en de oude
-heer de Géran waren de eenige Europeanen.
-</p>
-<p>»Ik heb alle mogelijke buitenkansjes,&#x201d; zeide Thoren lachend, »wat ben ik u dankbaar,
-mijnheer de Géran, dat u zich over mij, arme zwerver, heeft ontfermd en naar Ngaroengan
-meenam.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeg liever dat ik er alle voldoening van heb; &#x2019;t is anders niet veel, wat je hier
-geniet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kan Java nog meer geven? Soms dunkt het mij, dat u mijn leven nutteloos en ledig
-vindt, ik ben niets, voer niets nuttigs uit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt er den tijd anders wel toe,&#x201d; zeide de oude heer glimlachend.
-</p>
-<p>»Dat is zoo en ik moest er geen tijd toe hebben. &#x2019;t Zal ook niet altijd zoo gaan,
-maar ik wil eerst een verleden hebben, waar men iets aan heeft, dat de moeite van
-het bekijken waard is; het leven zie ik aan voor een schilderij&#x2014;Portias zou zeggen
-voor een muziekstuk&#x2014;dat ieder zich zelf schildert, de omstandigheden zijn de verven.
-Nu wil ik het mijne heel bont en schitterend maken, voor ik er voor goed een lijst
-omzet.&#x201d;
-</p>
-<p>»En daarom ga je op avonturen uit?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik ben naar de Noordpool geweest en keerde terug naar den Equator; ik had niet
-gedacht dat ik hier misschien de laatste hand zou leggen aan het schilderij, dat mijn
-jeugd moet voorstellen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wil je dan hier blijven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Willen, ja, maar ik kan zelf niet beslissen of het zal gebeuren; dat moet een ander
-doen. Ik kan hier alleen blijven als uw dochter Corona het mij toestaat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb Corona liefgehad van het eerste oogenblik dat ik haar zag; zij of geen andere
-wordt mijn vrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>Verbaasd zag de oude heer de Géran hem aan.
-<span class="pageNum" id="pb217">[<a href="#pb217">217</a>]</span></p>
-<p>»En weet zij het reeds?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t haar gezegd, maar zij zal het niet verstaan hebben. Ik deed nog niets om
-haar te verdienen, daarom bid ik u, laat mij den tijger dooden, als u mij toestaat
-haar hand te vragen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Thoren, &#x2019;t is haar zaak, zij heeft alle huwelijken bij ons gesloten. Laat zij
-voor het hare nu ook maar zelf zorgen! Ik heb niets tegen u, je bent een man van eer,
-en ik ben er van overtuigd, dat je mijn dochter niet zoudt ten huwelijk vragen als
-je er niet zeker van waart haar daardoor niet te doen afdalen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat verzeker ik u! Ik heb niet als kluizenaar geleefd, integendeel, er zijn bladzijden
-in mijn leven, die ik er gaarne uit wilde scheuren, vlekken op mijn schilderij, die
-haar in mijn oog jammerlijk ontsieren, maar hoe schuldig ik ook voor mijn geweten
-in menig opzicht moge zijn, er kleeft aan mijn naam of verleden niets, wat in de oogen
-der wereld daarop eenige smet zou kunnen werpen en wat mij belet een eerlijke vrouw
-mijn hand aan te bieden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die ruiterlijke bekentenis pleit voor je, Thoren! Ik geloof, dat je er in zult slagen,
-je door Corona te laten eerbiedigen, zij is anders niet gemakkelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik, maar het trekt mij te meer in haar aan; ik waardeer haar karakter zooals
-het is met zijn licht en schaduw. Mijn liefde is niet geblinddoekt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Des te beter! Ik hoop voor je en voor ons dat je slagen moogt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En niet voor haar?&#x201d; vroeg Thoren <span class="corr" id="xd30e5861" title="Bron: ven">van</span> Hagen lachend.
-</p>
-<p>»Voor haar? Ik geloof, dat zij nog heel anders moet worden, om in het huwelijk geluk
-te vinden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat het aan mij over! Die zorg vrees ik niet op mijn schouders te nemen.&#x201d;
-</p>
-<p>Daar liet zich een ontzettend gebrul hooren midden in het alang-alangwoud; de tijger,
-gewekt door de steenworpen der Javanen, rekte zijn lenige ledematen uit, gaapte en
-vervulde de lucht met zijn afgrijselijk geluid, dat het bloed in de aderen deed stollen
-van de landbewoners, uren ver in den omtrek.
-</p>
-<p>»Meneer Conrad, ik hoop dat u mij de eer zal gunnen het monster te vellen, ik heb
-zijn huid aan een schoone dame van uw kennis beloofd,&#x201d; zei Thoren van Hagen schertsend.
-</p>
-<p>Conrad werd doodsbleek en beet zich op de lippen.
-</p>
-<p>»Wie is die dame?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel, u zou haar niet kennen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik los hier geen raadsels op.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar heeft u wel gelijk aan, het oogenblik is slecht gekozen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kiai, kiai,&#x201d; gilden de Javanen plotseling, en werkelijk, daar flonkerden zijn gloeiende
-oogen tusschen het hooge witgroene gras.
-</p>
-<p>Conrad mikte en schoot, maar zijn hand beefde van innerlijke gemoedsbeweging en de
-kogel wondde slechts even het oor van den tijger.
-</p>
-<p>Woest brullend hief hij zich op zijn achterpooten in de hoogte, <span class="pageNum" id="pb218">[<a href="#pb218">218</a>]</span>aan zijn breed gapenden muil drupte nog het bloed van het geitje, dat hij verslonden
-had, zijn gekromde tong hing langs de scherpe witte tanden, de klauwen met hun puntige
-nagels, spalkten zich samen, tot den noodlottigen sprong gereed; de Javanen trokken
-zich snel terug, een hunner, alleen met zijn kris gewapend, wachtte hem, hij had met
-den kiai, die zijn kind meegevoerd had, nog een rekening te vereffenen.
-</p>
-<p>Het bloeddorstig monster bereikte hem, hij stak het zijn mes in de zijde, maar de
-arm, die &#x2019;t wapen voerde, werd door zijn greep machteloos gemaakt; de man viel ter
-aarde en de tijger zette zijn tanden in het bruine vleesch van zijn borst.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen en Conrad snelden toe, terwijl het dier zijn wraak wilde volvoeren;
-de laatste stak hem den ponjaard in den nek, maar weer niet diep genoeg.
-</p>
-<p>De tijger liet nu ten minste zijn prooi los en schoot op Thoren van Hagen los; met
-bewonderenswaardige tegenwoordigheid van geest en met de zekerheid van een goed schutter,
-loste hij zijn pistool en het schot drong in de keel van het dier, dat stuiptrekkend
-achterover viel.
-</p>
-<p>»Een koningsschot!&#x201d; riep de oude heer de Géran, die reeds in zijn leven zoovele tijgers
-geveld had en nu dit godengenoegen gaarne aan de jonge lui overliet, »maar wat Conrad
-vandaag scheelt? Twee keer mis! en hij is anders zoo zeker. Jongen, jongen, bedenk
-dat haastige spoed zelden goed is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben ook geen tijgerhuid verschuldigd aan een schoone dame,&#x201d; antwoordde Conrad
-spottend, en zich toen tot Thoren van Hagen wendend, die zonder aan zijn triomf te
-denken zich slechts met den gewonden Javaan bezig hield, fluisterde hij hem toe:
-</p>
-<p>»Als je haar die durft brengen en zij neemt het aan, dan kan je er zeker van zijn,
-dat ik niet zal misschieten als ik op jou en haar tegelijk aanleg.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar beste vriend!&#x201d; riep Thoren van Hagen lachend uit, »wat scheelt er aan? Waarom
-mag ik mijn belofte niet houden? Wat voor kwaad steekt er in?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je ziet me voor een kwajongen aan, misschien heb je gelijk en ik heb me ook zóó gedragen,
-maar nu wordt het anders. Ik laat mij niet meer beleedigen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie denkt er toch aan je te beleedigen? Je vermoedt niet eens ter wier eere ik den
-tijger heb gedood.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik niet vermoeden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Papa de Géran, ik mag u zoo immers wel noemen&#x200a;&#x2026;&#x201d; riep hij met zijn vroolijke, heldere
-stem door het woud.
-</p>
-<p>»Haal papa er niet bij! We kunnen het alleen af,&#x201d; snauwde Conrad.
-</p>
-<p>»&#x2026; na &#x2019;t geen ik u straks gezegd heb,&#x201d; ging hij voort, »wil u Conrad vertellen aan
-wie ik mijn tijgerhuid heb beloofd? Hij kan het raadseltje maar niet oplossen.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb219">[<a href="#pb219">219</a>]</span></p>
-<p>»Ik zie ook niet in, dat het hem iets aangaat, wat je aan zijn zuster beloofd hebt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn zuster, welke, Margot?&#x201d;
-</p>
-<p>Thoren van Hagen barstte in een gullen lach uit, en zelfs de oude heer de Géran moest
-glimlachen.
-</p>
-<p>»Margot, die kleine meid; hoe kom je er aan? Heb je geen andere zusters meer, die
-nog vrij zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona?&#x201d; vroeg hij haperend, en &#x2019;t werd hem plotseling licht.
-</p>
-<p>»Hoor eens, Conrad,&#x201d; zeide Thoren van Hagen; »&#x2019;t is nog een geheim. Ik had weinig
-lust om me door jou te laten tijgeren en daarom liet ik het aan je papa over, je de
-waarheid te vertellen, maar denk er om, den matjan heb ik geschoten en mag met zijn
-huid doen wat ik verkies, maar de hand van je zuster heb ik nog niet gevraagd, betoon
-me dus niet te gauw je zwagerlijke liefde.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad zweeg met zijn gewoon boos gezicht.
-</p>
-<p>»Ik maak mij hoe langer, hoe belachelijker!&#x201d; dacht hij, »het zou toch te dwaas zijn
-dat ik jaloersch was om niets.&#x201d;
-</p>
-<p>De tijger, een prachtige koningstijger, werd in triomf weggedragen, ook den gewonden
-Javaan wilde men op een draagbaar leggen, maar hij stond op, kreunde zacht, en verklaarde
-wel te kunnen loopen. Het dier zou in den kampong gestroopt worden.
-</p>
-<p>In al den tijd, dat de strijd geduurd had, was Corona rusteloos van de eene kamer
-naar de andere geloopen, haar slapen klopten, haar polsen hamerden, was dat alleen
-uit onrust over haar vader? Maar hoe dikwijls had hij niet met haar broeders deelgenomen
-aan zulk een jacht en dan dacht zij nauwelijks aan het gevaar, dat zij liepen, maar
-nu?
-</p>
-<p>»Iteko,&#x201d; riep zij tot haar toevlucht in den nood, »zeg mij toch wat mij scheelt. Maak
-me iets klaar, ik weet niet wat, maar het moet iets opwekkends en tegelijk kalmeerends
-zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>De toevlucht ging naar achteren, daar stond Kitty, die juist met een inlander had
-gepraat.
-</p>
-<p>»Verbeeld u toch eens, juffrouw,&#x201d; riep zij op haar gewone drukke manier, »ik ben zoo
-blij dat Portias niet mee is gaan jagen, daar vertelt me Kromo juist, dat de tijger
-mijnheer Thoren van Hagen verscheurd heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat zeg je?&#x201d; en daar stond Corona plotseling voor haar, bleek en bestorven met starende
-oogen. »Thoren van Hagen verscheurd door den tijger.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat vertelt Kromo! Gelukkig, dat het papa of Conrad maar niet is, Hermine zal er
-wel om treuren, hij was immers haar vriend en speelkameraad; &#x2019;t spijt me ook, ik vond
-hem een aardig mensch, maar toch!&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Hou je stil! ik verzoek het je,&#x201d; en Corona viel op een sofa neer, bleek met gesloten
-oogen; was dat nu een onmacht?
-</p>
-<p>»Maar wat is het toch, wat kan het haar schelen, juffrouw,&#x201d; vroeg Kitty, »wat ziet
-ze er naar uit?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb220">[<a href="#pb220">220</a>]</span></p>
-<p>»Geef wat vlugzout en Eau de cologne, overspanning, anders niet, mevrouw Portias,&#x201d;
-antwoordde Iteko.
-</p>
-<p>»Mijn hemel, als &#x2019;t mijn man was, zou ik niet naarder kunnen wezen. Waar moet ik dat
-alles vinden, juffrouw?&#x201d;
-</p>
-<p>Corona kwam echter spoedig bij; toen zij zich omringd zag van een half dozijn broertjes
-en zusters, nichtjes en neefjes, allen even nieuwsgierig, voelde zij zich diep beschaamd
-en verbitterd; zij stond op en weigerde door Kitty gesteund te worden.
-</p>
-<p>»Men zou zeggen, dat ik doodziek was! ik ben geschokt door al den schrik van de laatste
-dagen, eerst die tocht op den Merawoe, dan de dood van Yolande en nu&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is ook heel natuurlijk, juffrouw! U moet maar stilletjes gaan uitrusten,&#x201d; ried
-Iteko.
-</p>
-<p>Zij ging in haar kamer terug en viel toen als uitgeput neer.
-</p>
-<p>»Iteko, wat scheelt me?&#x201d; vroeg zij op wanhopenden toon.
-</p>
-<p>»Men kan niet alles zeggen zonder te spreken, juffrouw! Maar het kan best een valsch
-alarm zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou je denken? O God, wat zou &#x2019;t mij kunnen schelen? Hij gaat me niet aan en toch,
-hij is zoo jong, zoo&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo knap, ja dat is hij zeker!&#x201d;
-</p>
-<p>Huiverend verborg Corona haar gelaat in de kussens.
-</p>
-<p>»Ik kan &#x2019;t niet gelooven, ik kan &#x2019;t niet gelooven,&#x201d; kermde zij.
-</p>
-<p>»Juffrouw, ik bid u, blijf toch kalm, ik geloof dat de mandoer gekomen is met nadere
-berichten. Geef u niet ten schouwspel aan die menschen, ze zullen zeggen dat&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze kunnen zeggen wat zij willen. Ga spoedig, Iteko, ga luisteren en zeg mij alles&#x200a;&#x2026;
-mijn vonnis.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona hief zich op; met zenuwachtig samengewrongen handen en opeengeperste lippen,
-de brandende oogen strak voor zich uitstarend, bleef zij zitten en wachten.
-</p>
-<p>De seconden schenen haar uren toe; er werd luid gesproken en gelachen, zij hoorde
-Margot&#x2019;s juichende stem.
-</p>
-<p>»Dan is het niet waar!&#x201d;
-</p>
-<p>En zij rees in de hoogte en had een gevoel of zij op haar knieën moest vallen om God
-te danken, maar zij hield zich goed, zij wilde zelfs niet voor haar eigen gevoel toegeven
-aan den storm van jubelende blijdschap, die haar ziel vervulde.
-</p>
-<p>Iteko kwam terug en zeide met een glimlach&#x2014;haar glimlach:
-</p>
-<p>»U behoeft zich niet verder ongerust te maken, juffrouw Corona, &#x2019;t is een dwaas praatje
-geweest. Meneer Thoren van Hagen heeft den tijger gedood maar is zelfs niet eens gewond.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelukkig maar,&#x201d; antwoordde Corona schijnbaar bedaard doch nog steeds bevend, »ik
-vond dat denkbeeld van verscheurd te worden zoo vreeselijk. Ik geloof dat het mij
-even erg zou aangegrepen hebben als het Akkeveen geweest ware.
-</p>
-<p>»Och ja, dat geloof ik eigenlijk ook. &#x2019;t Is een minder prettige manier van sterven.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb221">[<a href="#pb221">221</a>]</span></p>
-<p>»Je moet het hun maar zeggen, Iteko, anders schrijven ze mijn schrik nog toe aan&#x200a;&#x2026;
-iets anders. &#x2019;t Is toch vreeselijk onaangenaam dat men zijn eigen gevoelens en trekken
-zoo weinig in bedwang heeft.&#x201d;
-</p>
-<div lang="de" class="lgouter">
-<p class="line">&#x201e;Gefühl und Auge sind Verräther,
-</p>
-<p class="line">Nach ihnen späht die Welt der Dieb.&#x201d;</p>
-</div>
-<p class="first">declameerde Iteko.
-</p>
-<p>»Ja, een dief! Wie weet hoe vroolijk ze zich over mij maken. O, &#x2019;t is ellendig! Ik
-begrijp niet wat me tegenwoordig overkomt, alles spant samen om mij ongelukkig te
-doen zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Sedert mevrouw Conrad er is! Wat is die vriendschap tusschen haar en mevrouw Akkeveen
-spoedig innig geworden!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij is een intriguante, meer niet! Wie had het uit haar brieven kunnen opmaken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Weet u ook of zij er van wist dat mijnheer Thoren op Samarang was, toen zij aankwam?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe kan ik dat weten, en wat zou &#x2019;t ook?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, niets!&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij heeft mij den tijger beloofd! Of hij me dien brengen zal?&#x201d;
-</p>
-<p>»U heeft tijgervellen genoeg!&#x201d;
-</p>
-<p>»O zeker, ik geef er niets om.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom zou u ook?&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;s Middags kwam de oude heer de Géran terug, en hij, die anders zoo spaarzaam met
-zijne woorden was, als waren ze gouden munten, verhaalde nu vele bijzonderheden over
-de jacht; over Thoren van Hagen was hij onuitputtelijk; hij prees uitbundig zijn moed
-en onverschrokkenheid.
-</p>
-<p>Corona deed of zij niet luisterde, haar oogen moest zij neerslaan, omdat zij voelde
-dat zij te veel zouden schitteren, als zij daarmede de woorden haars vaders wilde
-volgen.
-</p>
-<p>»Waarom is Thoren niet meegekomen, papa?&#x201d; vroeg Portias, »wilde hij niet komen eten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb er moeite genoeg voor gedaan, hij kon niet. Ik geloof dat hij plan had, Akkeveen
-van middag een condoleantie-visite te maken.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona voelde dat zij hevig bloosde; &#x2019;t was of een mes haar het hart doorboorde, of
-ieder &#x2019;t oog op haar gevestigd had; zij had zich willen verbergen, misschien het liefst
-diep in den krater van den Merawoe.
-</p>
-<p>»Hoor eens Jo, zal ik je wat vertellen?&#x201d; vroeg Kitty, zich op haar teentjes omhoog
-heffend en Portias toefluisterend.
-</p>
-<p>»Wat dan, nieuwsgierig bazuintje?&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei, neen, ik ben geen bazuin, zelfs geen bazuin-engeltje! Maar ik zal het je gauw
-zeggen. Cor is verliefd!&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja zeker, word er maar niet jaloersch om, dat je oude vlam <span class="pageNum" id="pb222">[<a href="#pb222">222</a>]</span>naar een anderen kant uitslaat; zij is verliefder dan ik ooit op jou geweest ben.&#x201d;
-</p>
-<p>»En op wien?&#x201d;
-</p>
-<p>»Op Thoren van Hagen.&#x201d;
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>Zij had slechter kunnen kiezen, maar hij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij geeft niet zooveel om haar. Is dat niet erg voor die arme Cor? Als ik nu minder
-goedhartig was, zou ik zeggen: het verdiende loon!&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoe heb je het gemerkt?&#x201d;
-</p>
-<p>Natuurlijk raakte Kitty&#x2019;s tongetje eerst nu heelemaal los en duurde het nog lang voor
-zij uitverteld had.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e5811">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e5811src">1</a></span> Grootvader.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5811src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e5819">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e5819src">2</a></span> Een soort van hoog gras.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5819src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch37" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXXVII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Waarlijk ging Thoren van Hagen dien middag naar Kaboelen; hij had er behoefte aan,
-Hermelijn te spreken.
-</p>
-<p>Dolly was zeer afgevallen in die weinige dagen, maar zij hield zich altijd even sterk
-en even moedig.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Ergste komt als je weg bent,&#x201d; zeide zij, »Hermelijn, &#x2019;t zal mij wezen of ik mijn
-engeltje nog eens verlies, maar lieveling, wanneer ik hoor dat je beiden mekaar gevonden
-hebt, dan zal ik denken dat het mijn Nonnie is, die uit den hemel haar moeder dien
-troost, den eenigen, toezendt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoop er niet meer op,&#x201d; zuchtte Hermelijn.
-</p>
-<p>Onverwacht kwamen Thoren van Hagen en Philip hen bezoeken; &#x2019;t was juist vier uur en
-zoo zij nog dien avond terug wilden keeren, kon het bezoek maar zeer kort duren.
-</p>
-<p>Akkeveen was blijde, dat hij eens verstandig praten kon; dat gezeur van die vrouwen
-verveelde hem zoo; er was niets meer aan hem te merken, dat zulk een groote ramp hem
-had getroffen.
-</p>
-<p>Hij deed misschien juist zijn best, een luidruchtigen toon aan te slaan in tegenwoordigheid
-zijner vrouw om haar afleiding te bezorgen; dat gedurige grienen diende immers voor
-niets.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen vertelde van de tijgerjacht en van den wel wat onbekookten moed van
-Conrad, Hermelijn luisterde, doodsbleek van schrik over het gevaar, dat haar man had
-geloopen.
-</p>
-<p>Spoedig stelde Thoren echter voor, terug te keeren; de dames en Akkeveen hadden misschien
-lust ze een eind weg te brengen.
-</p>
-<p>Met zijn gewone luiheid vond de gastheer er bezwaar in, maar toen Hermelijn zich bereid
-verklaarde, terwijl Dolly weigerde omdat zij de kinderen niet kon verlaten, kon hij
-<span class="corr" id="xd30e5995" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> anders doen dan uit zijn luiaardstoel oprijzen.
-</p>
-<p>Philip en Hermelijn gingen vooruit, totdat een kromming in <span class="pageNum" id="pb223">[<a href="#pb223">223</a>]</span>den weg hen scheidde, toen eerst vond Thoren gelegenheid haar te naderen en Philip
-achter te doen blijven.
-</p>
-<p>»Je zult spoedig groot nieuws hooren, Hermelijn!&#x201d; zeide hij glimlachend.
-</p>
-<p>»En dat is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn engagement met Corona, mijn hartewensch wordt vervuld, wij worden broer en zuster.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och kom,&#x201d; riep zij lachend, »&#x2019;t is natuurlijk een praatje.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarachtig niet! Morgen reeds gaat de kogel door de kerk. Ik heb papa&#x2019;s toestemming
-in den zak.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Bedaard, Hermelijn, ik wil &#x2019;t voor Akkeveen nog niet weten, Dolly mag je &#x2019;t zeggen;
-ik geloof niet dat je mijn toekomstige bruid een goed hart toedraagt, maar daarom
-kan ik &#x2019;t toch niet laten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan, &#x2019;t zou me zoo bitter, zoo bitter spijten.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe kun je met haar gelukkig zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelukkig,&#x201d; en hij lachte nog eens zoo hartelijk, »wat noem je gelukkig? Kirren als
-tortelduifjes, dat ligt in geen van ons beider aard, we zullen vechten tot bloedens
-toe,&#x2014;figuurlijk gesproken&#x2014;maar dat trekt me juist aan. Ik stel me veel genot voor
-van zoo&#x2019;n voortdurend tijgergevecht.&#x201d;
-</p>
-<p>»O foei, hoe lichtzinnig, hoe echt jongensachtig is dat weer van je, Iwan! &#x2019;t Is zoo
-<span class="corr" id="xd30e6017" title="Bron: gemakkkelijk">gemakkelijk</span> het huwelijk in te gaan&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo gemakkelijk als het glijden in den Merawoe of als de nederdaling in den Avernis.&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist, maar is de poort eenmaal gesloten, dan is &#x2019;t zoo <span class="corr" id="xd30e6023" title="Bron: vreeseselijk">vreeselijk</span>, zoo hopeloos! <span lang="it">Lasciate ogni speranza!</span> Iwan, ik weet natuurlijk niet, wat je bezielt, maar die toon van je klinkt mij in
-de ooren als profanatie van een der heiligste instellingen; ik zie hier van alle kanten
-een ergerlijk spelen met den ernst van het huwelijk. Ik zelf ben er slachtoffer van
-geworden. O, Iwan, trek je terug als het nog tijd is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Hermelijn, ik meen het ernstig. Je weet, ik hou er niet van, de dingen met een
-doodgraversgezicht te behandelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Trouwen voor het pleizier met haar te kibbelen, maar ik ben wel dwaas om tegen je
-te preeken; Corona zal je ontvangen, zooals zij haar 20.000 vrijers&#x2014;volgens Akkeveen&#x2014;ontvangen
-heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Geloof je dat, en ik verbeeld me dat ik het al heel ver gebracht heb in <span lang="en">the Taming of the Shrew</span>.&#x201d;
-</p>
-<p>»Haal dat stuk niet weer aan. Ik vind dat een afschuwelijke comedie, een vernederend
-schouwspel, hoe een man door brutale kracht een vrouw dwingt, haar gezond verstand,
-haar rede, haar karakter te dooden. Als een klucht, waarop Shakespeare den stempel
-van zijn genie heeft gedrukt, bezit het waarde, meer niet! Anders vind ik het menschonteerend.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb224">[<a href="#pb224">224</a>]</span></p>
-<p>»Van je standpunt als vrouw beschouwd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, van mijn standpunt als mensch! Geen sterveling heeft het recht om door list
-of door geweld een ander wezen zoo te onderdrukken, dat deze zijn eigen oordeel ten
-offer brengt en zich niet schaamt onzin na te praten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar vergeet je dat een vrouw haar man onderdanig moet zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoolang hij zich haar meerdere toont, maar als hij van haar een hansworst of een
-willoos slachtoffer maakt, dan wordt zij verachtelijk als zij hem niet tegenstreeft.
-Niets eervoller voor haar dan hem te kunnen volgen, hem te gehoorzamen, niet als een
-blind werktuig, maar omdat zij hem ten volle vertrouwt en begrijpt, dat hetgeen hij
-oordeelt billijk en juist is.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wie zegt je, dat ik het anders zou willen, dat ik Petrucchio na zal volgen in
-zijn brutaliteit; misschien zal ik op de wijze, zoo welsprekend door je geschetst,
-het temmen van de feeks.&#x2026; foei neen, van Corona, zekerder en beter ten einde brengen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als je &#x2019;t zoo meent, als je &#x2019;t zoo kunt, dan.&#x2026; dan kan ik niets beters doen dan je
-geluk toewenschen, een geluk zooals je bedoelt, maar of je er zelf toe geschikt zijt,
-of je slagen zult&#x200a;&#x2026;?&#x201d;
-</p>
-<p>»Misschien niet zoo spoedig als u. Ik ben oprecht tegen je, Hermelijn, mag ik je nog
-een raad geven?&#x201d;
-</p>
-<p>»En die is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ga spoedig naar hem terug, morgen reeds! Er moet een ontknooping volgen, je man is
-mij zoo Othellogezind als mogelijk; van morgen had hij den grootsten lust om mij en
-niet den tijger een kogel door het lijf te jagen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat helpt dat! Als hij jaloersch is, dan komt het uit haat en niet uit liefde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Haat en liefde zijn halve zusters! Moedig, Hermelijn, even moedig tegen hem als tegen
-mij, die je zoo ongenadig de les hebt gelezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoop dat het helpen zal. Laat ons nu maar afscheid nemen!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij wachtten Philip en Akkeveen af en het gezelschap splitste zich toen in tweeën.
-&#x2019;t Was een heerlijke maneschijn, een voorrijder zwaaide zijn fakkels over den hobbeligen
-weg; Philip floot een deuntje als hij zijn seroetoe<a class="noteRef" id="xd30e6054src" href="#xd30e6054">1</a> niet rookte, maar zijn kameraad was bijzonder stil en nadenkend.
-</p>
-<p>Dien nacht sliep Corona weinig of niets; toen zij den volgenden morgen in den spiegel
-zag, vond zij, dat zij erg vermoeid scheen en legde zich een laag bedak<a class="noteRef" id="xd30e6059src" href="#xd30e6059">2</a> over het gezicht; zij voelde zich moedeloos en bitter gestemd, &#x2019;t was of de wereld
-haar onverschillig werd.
-</p>
-<p>Zij had in niets lust, &#x2019;t liefst was zij op de kanapé blijven liggen, <span class="pageNum" id="pb225">[<a href="#pb225">225</a>]</span>alles hinderde en kwelde haar; tegen den middag kwam een bediende haar het tijgervel
-brengen met Thoren&#x2019;s kaartje.
-</p>
-<p>Dit ontrukte haar plotseling aan die gedrukte stemming; zij stuurde het hare terug
-en schreef er de woorden op:
-</p>
-<p>»die de gelegenheid wenscht te hebben u mondeling te bedanken en tevens u eenige oogenblikken
-te spreken.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;s Middags besteedde zij meer zorg dan anders aan haar toilet en terwijl Iteko haar
-laatste hand er nog aan legde, zeide zij veelbeteekenend:
-</p>
-<p>»Men zou zeggen, dat u een huwelijks-aanzoek verwacht!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat ik stellig zou afslaan, maar er is geen quaestie van.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meent u dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom denk je het tegenovergestelde?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, wat kunnen mijn redenen de juffrouw schelen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je kunt soms zoo grappig scherpzinnig zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat een lucifer veel vuur kan aanrichten, als de brandstof aanwezig is.&#x201d;
-</p>
-<p>»En is die er nu? Iteko, ik wil oprecht zijn tegen je, heel oprecht; ik beken, dat
-ik iets voel voor Thoren van Hagen, waarvan ik mij geen rekenschap kan geven. Is &#x2019;t
-dat, wat de dichters liefde noemen, ik weet het heusch niet, maar al ware dat zoo,
-&#x2019;t zou nog geen reden zijn mijn vrijheid aan banden te leggen, mij te onderwerpen
-aan een man.&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor u kan van onderwerping geen sprake zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»En dan, hij denkt niet aan mij&#x200a;&#x2026; hij denkt aan Hermelijn. Verboden vruchten immers
-trekken het meest aan.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona zat alleen in de voorgalerij toen Thoren van Hagen het hek binnentrad; zij
-hield een boek op den schoot maar las niet. Zij ging hem tegemoet met een vriendelijken
-lach, waarachter zij haar verlegenheid wilde verbergen, want het was haar bedoeling
-niet geweest hem »vriendelijk&#x201d; te ontvangen.
-</p>
-<p>»Ik dank u voor uw <span class="corr" id="xd30e6084" title="Bron: jachttropee">jachttrophee</span>,&#x201d; zeide zij.
-</p>
-<p>»En ik blijf u erkentelijk voor de gelegenheid, die ik zocht en die u mij schonk om
-dat bedankje van uw lippen te hooren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wil u plaats nemen,&#x201d; en zij wees hem een stoel tegenover haar.
-</p>
-<p>Corona&#x2019;s hoekje in de ruime, breede voorgalerij was uiterst bevallig aan twee kanten
-met een klimopgordijn behangen, waartusschen veelkleurige bloemkelken afwisseling
-brachten in het zachte, teedere groen; groote aloës en cactussen stonden sierlijk
-gearrangeerd, een reusachtige varen vormde met zijn fijn uitgeknipte bladeren een
-sierlijken achtergrond voor het wipstoeltje, waarop Corona in haar fijn lichtgeel
-kleed zachtkens op en neer wiegelde, terwijl zij met haar Japanschen waaier onachtzaam
-speelde.
-</p>
-<p>»Ik moet u over iets zeer belangrijks spreken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat begrijp ik, anders zou deze eer mij niet overkomen zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona scheen verdiept in het beschouwen der figuren op haar <span class="pageNum" id="pb226">[<a href="#pb226">226</a>]</span>waaier; zij had er spijt van, dat zij dit onderhoud had uitgelokt, ze zou nu elke
-stoornis als welkom hebben beschouwd; maar, zonderling, &#x2019;t was of allen opzettelijk
-de voorgalerij meden.
-</p>
-<p>»Ik wilde u spreken over mijn schoonzuster,&#x201d; begon zij eindelijk toen Thoren&#x2019;s afwachtend
-zwijgen te drukkend werd.
-</p>
-<p>»Die ik gisteravond nog heb mogen spreken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist daarom,&#x201d; het was of zij moed kreeg, of zij plotseling weer zichzelf werd, »&#x2019;t
-is een moeilijk, een teer punt. Ik wil niets ten uwen of ten haren nadeele zeggen,
-maar zij is erg jong en ik ken haar zoo weinig; zij wil mij geen gelegenheid geven
-haar te leeren kennen, hoewel ik genoeg zie dat zij en Conrad niet gelukkig zijn en
-ik vrees dat het uw schuld is!&#x201d;
-</p>
-<p>»De mijne?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik wil gaarne gelooven onwillekeurig! U kent haar van vroeger, u heeft haar te
-Samarang ontmoet&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeer toevallig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik neem het aan. Conrad was tegen haar ingenomen en hoe hij zich tegen haar gedragen
-heeft, dat hoor ik misschien nooit. Onwillekeurig voelde zij zich tot u aangetrokken
-en&#x200a;&#x2026; ik vrees dat Conrad het niet gaarne heeft. De kloof tusschen hen beiden wordt
-dieper door uw omgang met haar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelooft u dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t gezien.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik denk dat die kloof thans een heel klein beekje geworden is, waarover zij gemakkelijk
-kunnen stappen wanneer het tijd is, maar wat ik met die zaak te doen heb, verklaar
-ik niet weten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meent u dan dat het Conrad niet ter oore zal komen, hoe u gisteravond zijn vrouw
-heeft bezocht?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat mag hij weten, ik zie er geen kwaad in. Hermelijn,&#x2026; ik bedoel mevrouw Conrad,
-is de eenige, die mij van vroeger kent.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En zou dat hem onverschillig zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom? &#x2019;t Is niets meer dan natuurlijk dat ik er behoefte aan voel, nu mijn leven
-wellicht een belangrijke wending gaat nemen, met iemand te spreken, die mij kent van
-vroeger met al mijn eigenaardigheden.&#x201d;
-</p>
-<p>Haar voetje trappelde driftig op het marmer.
-</p>
-<p>»En zou Conrad aan die reden gelooven en er geen aanstoot in vinden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij kan in alles aanstoot zoeken, maar ik hoop dat u persoonlijk daarboven verheven
-zal zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Komt er niet op aan, wat ik denk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Op niets anders! Weet u waarom ik meende dat u mij geroepen had, juffrouw de Géran?
-Ik dacht dat u mij antwoord wenschte te geven op de vraag, die ik u deed te midden
-van den storm, aan den rand van den krater. Dat is meer de moeite <span class="pageNum" id="pb227">[<a href="#pb227">227</a>]</span>waard, zou ik meenen, dan die kinderachtige jaloezie van uw broer.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona was doodsbleek geworden.
-</p>
-<p>»Ik weet niet wat u bedoelt. Ik heb niets verstaan,&#x201d; stamelde zij.
-</p>
-<p>»Hoeveel moeite &#x2019;t mij kost, ik moet dat tegenspreken. Ik herhaal &#x2019;t u nog eens, kort
-en bondig. U weet dat ik u liefheb, wil u mijn vrouw worden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar meneer Thoren van Hagen, u overvalt me&#x200a;&#x2026; u kan dat niet meenen&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Van het eerste oogenblik heb ik u tot mijn vrouw begeerd; daarom alleen ben ik hier
-gebleven, daarom heb ik mij hier gevestigd en nu&#x200a;&#x2026; komt u mij met een dwaas verzoek
-lastig vallen. Ik heb uw schoonzuster van mijn plan verhaald, zooals ik uws vaders
-toestemming reeds vroeg. Zeg me dus, wat kan ik hopen?&#x201d;
-</p>
-<p>Haar borst hijgde, zij wist niet wat zij voelde, wat zij wenschte, wat zij ondervond;
-hij stond voor haar, niet als een zuchtende, smachtende minnaar maar als de veroveraar,
-die zijn goed opeischt; kon ze nu maar lachen, spotten, of weigeren zooals vroeger?
-</p>
-<p>»Waarom vraagt u mij dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat ik je liefheb, wil je dat nog eens hooren, Corona? Dan zal ik &#x2019;t herhalen,
-zoolang tot je &#x2019;t mij nazegt, want ik weet, dat je mij in &#x2019;t diepst van je hart ook
-bemint. Ontken dat eens!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij drukte haar beide handen in de zijne en zag haar aan, diep in de oogen, die zij
-verward nedersloeg terwijl zij fluisterde:
-</p>
-<p>»Is &#x2019;t waar, Thoren van Hagen? Ik kan &#x2019;t niet gelooven. Ik dacht dat je mij&#x200a;&#x2026; mij
-minachtte.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeg Iwan, liefste, je weet niet, hoe ik verlangde mijn naam van je lippen te hooren;
-was &#x2019;t je ernst te denken dat ik om ons zusje Hermelijn hier bleef?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het niet, ik ben zoo zonderling, zoo kinderachtig, wat scheelt me?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets dan dat je beschikken wilt over uw toekomst, die je mij vertrouwt. Weet je
-nog, hoe ik sprak van iets, dat ik zou wenschen met je te dragen, &#x2019;t is het leven,
-met al zijn lusten en lasten. Maar als we te zamen zijn, wat hebben we dan te vreezen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan,&#x201d; zeide zij, »ik geloof dat ik me gelukkig voel, dat je gelijk hebt. Maar &#x2019;t
-is zoo plotseling, zoo onverwacht opgekomen. Is er werkelijk niets tusschen u en Hermelijn?
-Heb je mij lief om mijzelf alleen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Om wat anders? Om je geld? Ik ben rijk genoeg om het te ontberen.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij stond op en deed eenige stappen, hij ging naast haar, den arm om haar heen geslagen,
-haar eene hand nog steeds in de zijne.
-</p>
-<p>»Wat zullen zij zeggen, als zij &#x2019;t hooren?&#x201d; vroeg zij weifelend.
-</p>
-<p>»Ze zullen zeggen dat Corona theorie en praktijk vereenigt. Liefde is immers kinderachtig
-en &#x2019;t huwelijk is ernstig, nu zullen wij toonen, hoe ze vereenigd een schouwspel aanbieden,
-dat zelfs de engelen gaarne aanschouwen.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb228">[<a href="#pb228">228</a>]</span></p>
-<p>Plotseling rukte zij zich los, en keerde zich van hem af.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Kan niet, Iwan, &#x2019;t kan niet!&#x201d; en een snik belette haar voort te gaan; hij trachtte
-haar weer te liefkoozen, zij weerde hem af.
-</p>
-<p>»O Iwan, ik mag het niet. Ik heb &#x2019;t niet verdiend, ik ben zoo gelukkig op dit oogenblik,
-maar ô wat heb ik anderen gedaan! Ik heb nooit willen gelooven aan liefde en die onwaar
-en romantisch genoemd, daarom heb ik er zoovelen ongelukkig gemaakt. Hermelijn had
-gelijk.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarin?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij heeft &#x2019;t mij voorspeld. »Als je zelf iemand lief krijgt, zult ge eerst begrijpen,
-wat ik lijd&#x201d;. O als ze werkelijk Conrad bemint, wat moet ze ongelukkig wezen door
-mijn schuld. Ik verdien het niet dat je van mij houdt, Iwan!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij voelde iets nieuws voor haar, een soort eerbied en ontzag, een zekere ontevredenheid
-met zichzelf, die reeds gisteravond onder zijn gesprek met Hermelijn ontstaan was
-en allengs toenam.
-</p>
-<p>»Ik heb voor allen beslist en geen hunner is gelukkig, behalve Kitty, die ik tegenwerkte!
-O Iwan, ik mis den moed om gelukkig te zijn, ik zal &#x2019;t nooit durven.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij vermoedde niet hoe klein hij zich thans voelde tegenover haar, hij had haar overwonnen,
-haar, de onoverwinnelijke, niets scheen hem te scheiden van de vervulling zijner wenschen
-en nu was het of zijn victorie hem met schaamte vervulde.
-</p>
-<p>»Corona,&#x201d; fluisterde hij, »mijn Corona! Aan &#x2019;t verledene is niets te veranderen, maar
-de toekomst&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Is niet meer in mijn macht, Iwan! Neen, je moet mij vergeten, het zal je gemakkelijk
-vallen, ik geloof niet dat je van mij houdt zooals ik van jou! &#x2019;t Is of ik alles nu
-duidelijk voor me zie, ik ben lang blind geweest, nu begrijp ik eerst, wat ik voor
-je voelde, als &#x2019;t langer duurde, zou ik misschien de kracht niet hebben om je te zien
-vertrekken, maar zoolang Conrad en Hermine mekaar haten, zoolang is &#x2019;t mij of er geen
-zegen op onze liefde rust!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Corona, je begrijpt, dat ik je niet meer ontsla nu ik weet dat je mijn liefde
-beantwoordt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat me eenige dagen wachten, Iwan, ik ben nu tevreden, ik weet dat je&#x200a;&#x2026; een eerlijk
-man bent.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij greep haar hand, en drukte die aan zijn lippen en zwoer in stilte dat zij nimmer
-het tegenovergestelde zou ondervinden.
-</p>
-<p>»En ik weet dat je mijn genegenheid beantwoordt. Ik kan nog een weinig geduld hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat het dan een geheim blijven, behalve voor papa die niets behoeft te weten dan
-dat ik uitstel vroeg.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik onderwerp mij voorloopig, maar als ik niet meer veinzen kan, zal je mij vergeven?&#x201d;
-</p>
-<p>Niemand wist wat Corona scheelde dien avond.
-</p>
-<p>Zoo had niemand haar ooit gezien, zoo vriendelijk, zoo goed; <span class="pageNum" id="pb229">[<a href="#pb229">229</a>]</span>er lag een schitterende glans in haar oogen, in elk harer bewegingen schuilde een
-bevallige zachtheid, iets teer vrouwelijks, dat haar geheel vreemd was, maar haar
-zoo onuitsprekelijk schoon maakte, dat Thoren van Hagen haar vol verrukking aanschouwde.
-</p>
-<p>Vóór hij afscheid nam, fluisterde hij haar toe:
-</p>
-<p>»Ik zei straks dat ik een weinig geduld had, maar waarlijk Corona, ik geloof dat het
-minder dan weinig is. Stel me niet te lang op de proef!&#x201d;
-</p>
-<p>Kitty volgde hen met van ondeugende <span class="corr" id="xd30e6169" title="Bron: schalkheid">schalkschheid</span> tintelende oogen, die Corona opmerkte.
-</p>
-<p>»Kitty,&#x201d; riep zij, toen haar zuster na haar gewoon goeden nacht, door kus, noch handdruk
-vergezeld, naar haar kamer wilde gaan.
-</p>
-<p>»Is er iets, Cor?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>Zonder een woord te spreken omhelsde haar de oudste zuster; &#x2019;t was of de liefde van
-vroeger, die zoo lang gesluimerd had, dat beide zusters haar gestorven waanden, plotseling
-weer in beider harten ontwaakte.
-</p>
-<p>Kitty beantwoordde de liefkoozing zoo hartelijk mogelijk.
-</p>
-<p>»Ik hoop dat je gelukkig moogt worden als wij beiden, Corona,&#x201d; zeide zij diep bewogen.
-</p>
-<p>»Vergeef me! Ik voel nu dat ik misdeed!&#x201d; fluisterde Corona, zonder te vragen hoe haar
-zuster iets wist van haar geheim.
-</p>
-<p>»O &#x2019;t heeft ons niet gehinderd,&#x201d; antwoordde Kitty met een stralend lachje.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e6054">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e6054src">1</a></span> Stroosigaartje.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e6054src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e6059">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e6059src">2</a></span> Rijstpoeder.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e6059src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch38" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXXVIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hermelijn was teruggekeerd in haar eenzame woning.
-</p>
-<p>Na de hartelijkheid en warme liefde, waarmee Dolly haar omringd had, viel de koude
-ontvangst en de onverschillige begroeting van haar man dubbel hard.
-</p>
-<p>Zij ging haar weg, en bekommerde zich in &#x2019;t minst niet om hem; zij speelde piano,
-zong als de vogeltjes, zonder er om te vragen, of iemand naar haar luisterde; hij
-kwam niet eens meer aan tafel en liet haar geheel alleen.
-</p>
-<p>»En dat noemt Iwan opkomende liefde,&#x201d; dacht Hermelijn, <span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t wordt hoe langer hoe zwaarder, &#x2019;t is niet meer te dragen. En toch &#x2019;t moet eens
-eindigen, maar hoe?&#x201d;
-</p>
-<p>Alle woorden en daden van Conrad, maakten den indruk of hij met geweld zeker gevoel
-onderdrukte, dat hem te machtig werd; Hermelijn beefde in stilte, niets zou haar natuurlijker
-zijn voorgekomen dan als hij, door &#x2019;t een of ander getergd, plotseling <span class="pageNum" id="pb230">[<a href="#pb230">230</a>]</span>opgesprongen was om zich met een mes in de hand op haar te werpen.
-</p>
-<p>Zij hoorde hem onrustig heen en weer loopen, terwijl zij voor de piano zat en de liefelijkste
-melodieën van Schubert zong; hij mishandelde zijn hond, dien hij anders zoo verwende,
-sloeg den huisjongen, die hem wat lang op vuur liet wachten, de tali api<a class="noteRef" id="xd30e6194src" href="#xd30e6194">1</a> tegen het gezicht, en toen eindelijk Hermelijn opstond, daar hare bevende vingers
-het haar onmogelijk maakten langer te spelen, snelde hij naar het instrument, wierp
-het deksel met geweld dicht, zoodat de bobèches in stukken vlogen en de snaren een
-dof geknars deden hooren.
-</p>
-<p>»Ik wist niet dat mijn spel je hinderde, Conrad,&#x201d; sprak zij zacht en kalm, terwijl
-haar stem hoorbaar trilde, »waarom het mij niet bedaard gezegd?&#x201d;
-</p>
-<p>Hij zag haar aan met een woeste uitdrukking, het was of zijn vuisten zich balden,
-of hij zich op haar wilde storten.
-</p>
-<p>Zij verroerde zich niet en zag hem onverschrokken in het wit der rollende oogen, hoewel
-haar hart tot brekens toe klopte.
-</p>
-<p>Als door bovenmenschelijke inspanning overwonnen, keerde hij zich om en verliet het
-huis, zonder naar haar om te zien.
-</p>
-<p>De arme Hermelijn viel bevend in haar stoeltje neer.
-</p>
-<p>»Mijn God, sta me bij! &#x2019;t Is zoo duister,&#x201d; bad zij, »alleen met hem zijn, met dien
-woesteling! En toch, wat heb ik te vreezen? Mijn leven, wat is &#x2019;t mij waard, niets
-meer? Dolly is moedig en sterk, maar zij heeft nog haar kinderen en ik ben verlaten,
-eenzaam. O vader, als u &#x2019;t wist&#x200a;&#x2026;!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij sloot zich in haar kamer op; de nacht viel, maar Conrad kwam niet t&#x2019;huis; een
-zwaar onweer brak los, het gebergte schudde en beefde, de boomen ruischten woest en
-wild, telkens doorboorden de bliksemflitsen de neerhangende jalouzieën en vervulden
-haar kamer met de helderheid des daags; de donderslagen volgden elkander bijna zonder
-tusschenpoozen op, en het arme Hermelijntje lag achter haar wit tullen gordijnen te
-huiveren en te rillen, zij die vroeger geen angst kende. Zij was bang voor het weer,
-bang voor haar man, bang voor alles, bij elken slag, elk weerlicht.
-</p>
-<p>Eindelijk toen het onweer voorbij trok, viel zij in een onrustige sluimering, waaruit
-ze plotseling gewekt werd door een licht, dat haar vlak op het gelaat viel en door
-de gesloten oogleden drong; zij sloeg ze op en staarde verward rond.
-</p>
-<p>Daar zag zij Conrad in de kamer staan, met verwarde haren en druipende kleeren, een
-lamp in de hand; zijn oogen waren strak op haar gevestigd en hij zag er zoo schrikwekkend
-en vreemd uit, dat de reeds opgewonden Hermine sidderend haar oogen afwendde en met
-een angstigen gil het gelaat in de kussens verborg.
-<span class="pageNum" id="pb231">[<a href="#pb231">231</a>]</span></p>
-<p>»Je behoeft niet bang te zijn en niet te schreeuwen,&#x201d; hoorde zij hem zeggen, »morgen
-is het gedaan!&#x201d;
-</p>
-<p>En toen zij het hoofd weer bevend omhoog hief, was hij verdwenen. Eindelijk was die
-nacht van verschrikking voorbij en een zonnige morgen vol zilver en diamanten brak
-over het woud en het gebergte aan, maar terwijl de kalmte, het leven en het geluk
-in de natuur terug keerden, waren de beide jonge harten slechts vervuld van angst,
-schrik en toorn.
-</p>
-<p>Hermelijn was reeds vroeg buiten, zij zag naar haar bloemen, waarvan vele door den
-storm geleden hadden; zij trachtte kalmte en hoop te putten uit het gezicht der lachende,
-stralende morgenure, maar haar hart was te vol zorg en zelfs bitterheid en wrok om
-daarin troost en moed te vinden.
-</p>
-<p>»Ik zal mijn liefde voor hem verliezen, als het langer duurt; hij is onrechtvaardig
-en haatdragend, ik heb alles gedaan wat ik kon om hem te toonen, dat ik niets liever
-wilde dan een goede, liefhebbende vrouw voor hem te zijn. Maar hij bedreigt me, hij
-zal me mishandelen, wat moet ik doen?&#x201d;
-</p>
-<p>Alleen zat zij aan het ontbijt, dat zij nauwelijks aanroerde; zij had te veel op haar
-krachten gebouwd, nu kon zij niet meer; haar dagelijksche werkzaamheden boezemden
-haar afkeer in, neen, alles zou haar nu welkom zijn geweest, het liefst de dood!
-</p>
-<p>Dan zou zij niet meer zijn verwrongen gelaat behoeven te zien, dat haar steeds vervolgde
-als een angstig vizioen, zijn woedende stem en uitbarstingen niet meer hooren welke
-haar aan het redelooze dier herinnerden; het was of zij haar arme liefde belichaamd
-zag als een teeder, dartel vlindertje, dat hoewel gewond, telkens het zonnelicht te
-gemoet vloog, maar nu eindelijk in zijn laatste stuiptrekkingen stervend ter aarde
-lag.
-</p>
-<p>Hij kwam niet in de galerij, en zij liet door den huisjongen hem een kop koffie op
-de kamer brengen.
-</p>
-<p>»Toewan slaapt met al zijn kleeren aan op de bank, en zie eens, dat lag naast hem.&#x201d;
-</p>
-<p>Het was een revolver.
-</p>
-<p>Hermelijn huiverde en zag den bediende aan, die veel hoorde en zag, maar met zooveel
-kieschheid zweeg als weinige beschaafden zouden toonen.
-</p>
-<p>»Ik dank je, Sarko, ik dank je!&#x201d; zeide Hermelijn en de knecht verwijderde zich, stijf
-als een automatisch beeld en even stom.
-</p>
-<p>Zij zat met het hoofd in de handen voor de tafel, zonder kracht om op te staan, zonder
-iets te kunnen eten, zonder aan het volgende uur, het volgende oogenblik te willen
-denken, dat misschien de ontknooping van het drama kwam brengen, waarin zij de hoofdrol
-speelde. Daar buiten kweelden de vogeltjes, stoeiend met de zonnestralen, daar hieven
-de bloemen hun bedauwde kelkjes omhoog, alles scheen te zingen, te juichen in liefde
-en jeugd en zij worstelde hier alleen met waanzin en dood.
-<span class="pageNum" id="pb232">[<a href="#pb232">232</a>]</span></p>
-<p>»Laat me vertrouwen op u, o God, op uw hulp! Gij tenminste verlaat mij niet,&#x201d; zoo
-bewogen zich haar lippen maar haar hart was bang en moe; &#x2019;t was of elke minuut haar
-nader bracht aan iets vreeselijks, iets onherstelbaars.
-</p>
-<p>Hoe lang zij daar onbewegelijk zat, wist zij niet, het hadden uren maar ook minuten
-kunnen zijn, doch de zon teekende niet langer de slingers van klimop en de scherpe
-bladeren der kaktussen op den rooden vloer, toen het gerol van wielen haar uit haar
-mijmering deed opschrikken. Zij stond op en voelde haar oude geestkracht terugkeeren.
-Het pistool moest weggeborgen worden tot elken prijs. Zij bracht het in haar kamer
-en sloot het in haar kast, toen ging zij naar de voorgalerij om te zien, wie haar
-bezocht.
-</p>
-<p>De coupé van het groote huis hield juist voor de trappen stil en Corona stapte er
-uit in een frisch wit morgengewaad, rijk met kant en roode linten versierd, stralend
-als de morgen, schooner dan Hermelijn haar ooit gezien had.
-</p>
-<p>Nu was zij het, die met somber geplooid gelaat haar schoonzuster ontving want van
-verwelkomen was geen sprake.
-</p>
-<p>»Hermelijn, weiger je mij zelfs een hand?&#x201d; vroeg Corona op droevigen, teleurgestelden
-toon.
-</p>
-<p>»Wie zou ik die beter weigeren dan u, die hier niets dan ellende en jammer heeft gezaaid.
-Wat doet u hier?&#x201d;
-</p>
-<p>»U vergiffenis vragen, Hermine! U mijn hulp aanbieden om goed te maken, wat er nog
-goed te maken valt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar is het te laat voor! Mijn vergiffenis, wat is u daaraan gelegen en al hadt u
-die ook, meent u daardoor uw wroeging uit te wisschen over het onherstelbare?&#x201d;
-</p>
-<p>»O Hermine, wat moet je geleden hebben, dat je zoo bitter, zoo scherp geworden bent,
-ik voel nu, wat je mij eens gezegd hebt, wanneer ik eens genegenheid zou voelen&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Is dat uur gekomen? &#x2019;t Verheugt me; voel nu, hoe ge mij bedrogen hebt, zooals geen
-vrouw &#x2019;t ooit werd. Wees gelukkig, trouw met Iwan maar tracht dan ook te vergeten,
-hoe je Conrad en mij het leven hebt verwoest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Hermine, hoor me aan! &#x2019;t Was slecht van me hem zedelijk te dwingen, maar ik
-dacht.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Je dacht dat hij van hetzelfde kneedbare deeg was als August en Guillaume, als die
-arme, heilige martelares, die je aan Akkeveen te prooi hebt gegeven. Maar neen, Conrad
-heeft een karakter, een lastig ding om daarmee door de wereld te komen, en hij heeft
-zich niet willen buigen in het onvermijdelijke. Hij is getrouwd om uw wil te doen,
-maar overigens bleef zijn vrouw een vreemde, erger nog, in zijn hart en huis. Hem
-vergeef ik alles maar u niets, hij heeft door zijn gedrag tegen mij de achting herwonnen,
-die hij zou verloren hebben, als hij me op uw bevel gewillig getrouwd had, maar ik
-ben het slachtoffer <span class="pageNum" id="pb233">[<a href="#pb233">233</a>]</span>en waarlijk ik heb er nooit roeping toe gevoeld slachtoffer te zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermine, hoor me bedaard aan! Ik zal hem spreken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat behoeft niet, niemand mag zich in mijn huiselijke zaken dringen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat wil je dan doen? Zoo kan &#x2019;t niet langer voortgaan. Kom met mij mede naar huis,
-ik zal papa, die niets vermoedt, alles zeggen. Blijf niet langer in zijn macht, hij
-is tot alles in staat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij mag en kan alles doen! Ik heb hem getrouwd uit vrijen wil omdat ik hem innig
-liefhad en meende, dat hij om diezelfde reden mij tot vrouw verlangde; ik zal hem
-niet verlaten dan als hij me verjaagt uit ons huis!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is romantaal, Hermine, dat kan je niet meenen! Zie je dan niet hoe bitter het
-mij berouwt, hoe ik alles zou ten offer brengen om je gelukkig te zien, alles, versta
-je, alles, zelfs mijn geluk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt niets op te offeren, laat mij over aan mijn lot, wat het ook wezen mag, en
-maak mij het leven niet zwaarder dan het reeds is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal er toch papa over spreken, een scheiding&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat verbied ik je! Een enkelen troost kan je mij geven, mijn geheim, dat alle broeders
-en zusters raden, blijve tenminste een geheim voor de wereld. Dit is &#x2019;t eenige, waarover
-Conrad en ik &#x2019;t eens zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar als ik nu&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Doe geen moeite, Corona, voor u begint waarschijnlijk een leven vol geluk, vol glans,
-voor mij is alles gedaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hou je niet meer van Conrad?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je begrijpt dat ik je mijn hartsgeheimen niet zal bekennen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kan ik je dan niets geven, Hermine, niets geen raad, geen steun, niets?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen niets; verlaat me, en spaar mij langer het verdriet om mijn leed uit te klagen;
-alleen is het nog te dragen, maar als ik met u er over spreek, is &#x2019;t of ik er onder
-bezwijken zal.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermine, Hermine! Laat me zoo niet gaan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Komt u op bevel van Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>Daar flikkerde het oude vuur opnieuw in Corona&#x2019;s oogen, en op snijdenden toon, antwoordde
-zij:
-</p>
-<p>»Niemand heeft mij te bevelen, niemand, zelfs hij niet! Ik kom, daar ik den toestand
-onhoudbaar vind en dien niet langer lijdelijk kan aanzien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Uw berouw komt te laat, u ziet dat u met menschen en niet met marionetten te doen
-hadt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom <span class="corr" id="xd30e6263" title="Bron: weigert">weiger</span> je dan de laatste toevlucht, die ik je bied? Kom met mij mede in het rijtuig, blijf
-bij ons tot zij dien knaap tot rede hebben gebracht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die knaap is mijn man en hij zal zich even weinig door u of <span class="pageNum" id="pb234">[<a href="#pb234">234</a>]</span>door zijn vader tot rede laten brengen, als Iwan in zijn plaats zich tot iets, wat
-hem niet beviel, zou laten overhalen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar vergelijk Conrad niet met Iwan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad staat misschien veel hooger, hij heeft zich een man van karakter getoond.
-Hij heeft zijn opgedrongen vrouw zijn naam gegeven, meer niet, maar hoe &#x2019;t ook zij,
-ik ben die vrouw en mag zijn gedrag niet beoordeelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermine, nu ga je te ver. Hij heeft zich schandelijk tegen je gedragen. Hij was vrij
-je te trouwen of niet; &#x2019;t komt er niet op aan hoe, hij heeft het eenmaal gedaan, nu
-kan hij wrok koesteren tegen mij, tegen zijn vader, maar niet tegen jou, die onschuldig
-zijt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wanneer ik hem werkelijk getrouwd had, zonder dat hij mij persoonlijk ten huwelijk
-vroeg, zonder dat hij me een teeder woordje schreef, dan was hij in zijn volle recht,
-mij te minachten. Dat het zoo niet is, komt door uw laag, uw schandelijk bedrog, waarvan
-Iwan geen vermoeden heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vergeef me,&#x201d; snikte Corona, »o Hermine, ik verneder me voor je, zooals ik me nooit
-voor iemand vernederd heb. Een woord van verzoening, een woord van hoop!&#x201d;
-</p>
-<p>»Vreest u misschien dat ik Iwan alles zeggen zal? Wees gerust, ik tast niet gaarne
-in het leven van een ander. Ik zal weten te zwijgen; al ben ik diep rampzalig, ik
-gun u het geluk, dat u meent veroverd te hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niet uit vrees, dat ik hier kom, Hermine, neen, uit angst, uit bezorgdheid
-voor je. Ik durf niet gelukkig zijn, vóór je het ook zijt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan zal je het nooit worden, Corona! &#x2019;t Is verloren moeite; geloof me, Conrad heeft
-een wil, even goed als u en ik laat me ook liever breken dan buigen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat moet ik doen?&#x201d; vroeg zij hopeloos.
-</p>
-<p>»Naar huis terugkeeren, uw verloving vieren met Iwan en mij vergeten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan &#x2019;t niet, terwijl je woorden nog in mijn ooren weerklinken.
-</p>
-<p>»Dat is uw zaak en niet de mijne!&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo scheidden ze; Hermine was Corona&#x2019;s meerdere gebleven en beiden hadden er het bewustzijn
-van.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e6194">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e6194src">1</a></span> Vuurtouw.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e6194src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch39" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XXXIX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Na Corona&#x2019;s vertrek bleef Hermelijn als uitgeput op de sofa liggen, met haar hoofd
-op de leuning gedrukt, het lange haar als een gouden golf over haar wit kleed neervallend.
-Nu en dan <span class="pageNum" id="pb235">[<a href="#pb235">235</a>]</span>doortrilde een zenuwachtige schok haar lichaam, maar anders bleef zij onbewegelijk.
-</p>
-<p>»Hermine,&#x201d; hoorde zij plotseling zacht fluisteren. Zij zag verbaasd op; Conrad stond
-voor haar, met een bleek, bestorven gelaat, dat de sporen droeg van bittere smart
-en zwaren strijd.
-</p>
-<p>»Hermine,&#x201d; ging hij voort en steunde op een tafeltje, want het scheen hem veel te
-kosten, wat hij te zeggen had, »ik heb alles gehoord, wat je Corona gezegd hebt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat zou dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom ben je niet meegegaan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat mijn plaats hier is, in mijn huis, bij mijn man en nergens anders. Mijn plicht
-houdt me hier. Ik heb geen ander t&#x2019;huis meer.&#x201d;
-</p>
-<p>»En je bent er zoo ongelukkig.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Doet er niets toe, Dolly is ook niet gelukkig en toch blijft ze haar plichten
-vervullen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En als ik je nu van die plichten ontsla?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat kan je niet eens, dat kan God alleen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Door mijn dood, niet waar? Nu, van nacht had ik reeds mijn pistool geladen om je
-de vrijheid terug te geven, maar ik heb &#x2019;t niet gedaan; ik dacht plotseling aan mijn
-moeder, die ik dan nooit meer zou terugzien en ook aan jou, Hermine.&#x201d;
-</p>
-<p>»Aan mij!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik mocht je niet alleen laten in deze wildernis, ik begreep, dat, hoe weinig
-je ook aan mijn dood gelegen is, die slag je vreeselijk zou treffen, als die zoo viel.
-Ik vormde dus een ander plan!&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ga dienst nemen naar Atjeh; blijf hier nog een dag of wat na mijn vertrek, zonder
-iemand te waarschuwen, dan merkt niemand er iets van, vòòr ik dienst genomen heb.
-Ik zal niet terugkeeren, ik beloof het je.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij zag hem aan in het smartelijk, verwrongen gelaat, terwijl hij de oogen van haar
-afwendde en zijn borst angstig hijgde.
-</p>
-<p>»En waarom wil je dat doen?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Om je vrij en gelukkig te maken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou dat niet op een andere manier gaan, Coen!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij trok hem naar zich toe en nam zijn handen in de hare, haar oogen schitterden,
-haar kleur keerde terug op hare bleeke wangen, een glimlach speelde om haar lippen,
-zij staarde hem aan met een blik, waarin zij haar geheele ziel had gelegd.
-</p>
-<p>»Wat bedoel je?&#x201d; vroeg hij, plotseling zich omkeerend, en zag haar ook diep in de
-oogen.
-</p>
-<p>Zij antwoordde niet, maar bleef hem strak aanzien.
-</p>
-<p>»Hermelijn!&#x201d; riep hij, »Hermelijn, bespot mij niet! O God, je weet niet, wat ik geleden
-heb.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik dan, door jou schuld. Kom, ik voel immers dat je eigenlijk mij niet haat, arme
-jongen.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb236">[<a href="#pb236">236</a>]</span></p>
-<p>»Je haten, Hermine, o je vermoedt niet.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik vermoed meer dan je denkt, kom hier, zóó, kijk me weer aan!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij was voor haar op de knieën gevallen en verborg zenuwachtig snikkend zijn hoofd
-op haar schoot. Zij streek hem door het dikke krullende haar en sloeg haar armen om
-hem heen.
-</p>
-<p>»Ik ben het niet waard, Hermelijn, ik heb je behandeld zoo laag, zoo ellendig als
-ware je.&#x2026; maar de gedachte maakte me razend, dat je me uitlachte, mij bespotte.&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat doe ik ook en dat verdien je geheel en al.&#x201d;
-</p>
-<p>En zij schaterde het uit, haar frissche, jonge lach klonk hem als muziek in de ooren,
-maar hij hief het hoofd nog niet op.
-</p>
-<p>»Mijn lieve, beste jongen, wat heb je mij geplaagd,&#x201d; ging zij op bijna moederlijken
-toon voort, haar gezicht verbergend in zijn haar. »Zooveel weken van ons jong leven
-verbitterd door mokken en pruilen, en dan nog je willen doodschieten en dienst nemen
-naar Atjeh. Heb je het zoo slecht bij de vrouw? Kom, sta eens op! Een man aan mijn
-voeten, dat is me nooit overkomen. Laat me je booze, booze oogen nu eens zien.&#x201d;
-</p>
-<p>Maar het duurde lang voordat zij ze zag; Conrad was opgestaan om haar hartstochtelijk
-in zijn armen te sluiten, aan zich vast te drukken, als moest hij haar tegen de geheele
-wereld beschermen.
-</p>
-<p>»Kun je mij ooit vergeven?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>»Ik heb alles reeds vergeten, ik weet alleen, dat ik nu zoo blijde ben, zoo gelukkig
-als ik &#x2019;t niet zou zijn, wanneer wij te Samarang reeds dadelijk zoo wijs waren geweest
-als nu!&#x201d;
-</p>
-<p>»Houd je werkelijk van me, Hermelijn? Is &#x2019;t waar, wat je Corona hebt gezegd en geef
-je niets om Thoren van Hagen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Onzen aanstaanden zwager?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben reeds jaloersch op hem geweest van &#x2019;t eerste oogenblik, toen hij je dat bouquet
-gaf en je den doek in &#x2019;t rijtuig omdeed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft hij dat gedaan, ik weet het niet eens meer. &#x2019;t Was ook het werk van mijn man,
-hij had &#x2019;t zich door niemand moeten uit de hand laten nemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat komt omdat ik zoo&#x2019;n domme jongen ben. O Hermelijntje, wat moet je van mij gedacht
-hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat je mij verschrikkelijk kon plagen en angst aanjagen. O foei, wat is alles veranderd
-in een oogenblik,&#x201d; riep zij uit de volheid van haar hart, met van vreugde glinsterende
-oogen zich vast aan hem nestelend, »ik ben nu voor niets bang. Niets ter wereld! En
-jij dan, Conrad?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben alleen bang, dat je mij lomp en linksch zult vinden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, ik heb je op zijn ergst gezien; &#x2019;t is met ons juist het omgekeerde gegaan als
-met andere jonge paren, wij zijn begonnen met tegen elkaar te kibbelen, daarmee eindigen
-de meesten, weet je dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet dat je een engel bent, een echt Hermelijntje, zoo blank, zoo rein en dat
-ik God nooit genoeg kan danken dat Hij <span class="pageNum" id="pb237">[<a href="#pb237">237</a>]</span>mij, ellendigen <span class="corr" id="xd30e6340" title="Bron: lafaaard">lafaard</span>, zooveel geluk schenkt. Hou je werkelijk van mij, Hermelijntje, of is &#x2019;t alleen omdat.&#x2026;.
-omdat ik je man ben?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat je mij zoo leelijk behandeld hebt en omdat&#x200a;&#x2026; wat stoute, booze oogen, hoe heb
-ik dikwijls verlangd die te zoenen, en mijn hand door je wilde krullen te steken;
-wil je mij nu nog terug laten gaan naar Corona?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, spreek nu niet van haar!&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik begin van haar te houden, zij heeft ondanks alles een edel, trotsch hart.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik gun haar aan Thoren van Hagen, en wensch hem alle geluk met zijn verovering, maar
-mijn Hermelijntje&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Is een vreemde, een indringster en toch moest je haar portret teekenen, als zij weg
-was.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je dat gezien? En ik heb je brieven en je dagboek gelezen!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij verborg blozend haar gelaat aan zijn borst en vroeg:
-</p>
-<p>»Wanneer? Eerst nu!&#x201d;
-</p>
-<p>»Toen ik zoo&#x2019;n haast had om van Dolly weg te komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat dacht je toen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat ik mijn geluk met jou liefde verspeeld had. Wie had het mij voorspeld, geen uur
-geleden, dat alles zoo zou veranderen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Is &#x2019;t niet het eenvoudigste?&#x201d;
-</p>
-<p>»En het beste, maar ik moet uitgaan. Ik heb de laatste dagen niets kunnen werken,
-o als je wist hoe ongelukkig, hoe gejaagd ik was, maar nu kan ik in &#x2019;t geheel niet
-weg. De koffietuinen moeten maar wachten, ik kan je niet meer verlaten, Hermelijntje!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar &#x2019;t eten voor van middag?&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat het wachten, &#x2019;t is of je voor goed weggaat naar Corona, als ik je niet meer
-zie. Toen ik je miste dien ochtend in den krater.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En je mij gered hebt!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kon me nauwelijks meer goed houden maar&#x200a;&#x2026; maar.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Je oostersche koppigheid hield je staande; ik heb daar heel veel goeds van je gezegd
-aan Corona, luistervink, maar ik meende dat alles niet, dat begrijp je!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je moet me veel leeren Hermelijntje, ik kom veel te kort, maar wie heeft zich ook
-om mij bekommerd nadat ik zoo onverwacht uit Europa moest komen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als je maar van goeden wil bent en geen valsche schaamte meer hebt.<span id="xd30e6366"></span>&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor mijn lieve vrouw! Ik vond je zoo lief, Hermelijn, reeds dadelijk; zoo heel anders
-dan mijn schoonzusters en ik kon me begrijpen, hoe ik je zou tegenvallen!&#x201d;
-</p>
-<p>»En in plaats van goed en vriendelijk tegen het arme, vreemde vrouwtje te zijn, moest
-zij daar altijd zoo&#x2019;n eeuwig norsch gezicht bewonderen. O Coen, Coen, wat een logica!&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb238">[<a href="#pb238">238</a>]</span></p>
-<p>En zoo gingen zij voort de volheid hunner jeugdige harten in allerlei dwaasheid uit
-te storten; ze werden niet moe elkander aan te zien, te liefkoozen, te bewonderen,
-ontheven als zij zich voelden van den zwaren last, die hen zoo lang had neergedrukt;
-het leven lag voor hen in vollen rijkdom, een woord, een blik had de nevels verdreven,
-die het bedekten en verduisterden, nu scheen de zon en deed haar licht schitteren
-in vollen middagglans.
-</p>
-<p>Corona was intusschen diep terneergeslagen t&#x2019;huis gekomen; zij zocht echter haar toevlucht
-niet bij Iteko maar bij Kitty, wie ze alles verhaalde.
-</p>
-<p>»Hij heeft alles om jou gedaan,&#x201d; zeide Corona, niet zonder zelfzucht, »kan je er nu
-niets aan veranderen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Lieve Corona, je weet zelf hoe weinig vreemde tusschenkomst helpt, maar om je pleizier
-te doen, wil ik er morgen wel eens heengaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Doe dat, Kitty, doe dat! Ik hoor, hun bedienden hebben het den mijnen verteld, hij
-heeft den geheelen nacht als een razende door het onweer geloopen en zijn wapens zijn
-geladen. Ik ben zoo bang.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> ik zal morgen bij Hermelijn aandringen dat ze met mij meegaat en dan zal ik mijn
-welsprekendheid ook eens beproeven op Coen.&#x201d;
-</p>
-<p>Kitty zag er den volgenden dag wel tegen op, hoewel zij zelfs aan Portias verklaarde,
-dat ze het graag, heel graag wilde doen.
-</p>
-<p>»Als deze stap niet baat, zal ik papa alles zeggen, ik durf de verantwoordelijkheid
-niet langer alleen dragen,&#x201d; zei Corona en gaf haar vele aanwijzingen en raadgevingen
-mee.
-</p>
-<p>Portias had echter niet veel rust; tegen den namiddag reed hij den weg naar Djantong
-op en ontmoette reeds vrij spoedig het coupétje, aan welks portier Kitty&#x2019;s geheimzinnig
-lachend kopje verscheen.
-</p>
-<p>»Hoe is &#x2019;t, Hermine niet bij je?&#x201d; vroeg hij teleurgesteld.
-</p>
-<p>»Neen, vraag me niets! Spoedig naar Thoren van Hagen, zeg hem dat hij naar &#x2019;t groote
-huis gaat, och ventje! ik bid er je om.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar, mijn viooltje, zeg me eerst!&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, ik zeg je niets, ik kan ook zwijgen voor een enkelen keer. Rijd door, koetsier!&#x201d;
-</p>
-<p>Portias stond verlegen rond te zien en besloot zich van zijn zending te kwijten; Thoren
-van Hagen was echter niet in zijn huis, hij had den vorigen dag Corona niet gezien,
-nu was zijn zelfbeheersching ten einde en hij kwam haar bezoeken.
-</p>
-<p>»Corona, ik bid je! Offer ons geluk niet op aan een hersenschim,&#x201d; smeekte hij, »wat
-deert ons die stijfhoofdigheid van je broer, laat Hermelijn zelf die overwinnen. &#x2019;t
-Is haar goed toevertrouwd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen Iwan,&#x201d; antwoordde Corona terneergeslagen, »dring er niet verder op aan, je weet
-hoe innig ik van je hou, het verbergen kan ik niet meer. Ik heb altijd getwijfeld
-aan liefde en er zelfs <span class="pageNum" id="pb239">[<a href="#pb239">239</a>]</span>mee gespot, nu denk ik anders maar waarlijk ik durf niet gelukkig zijn zoolang ik
-doodelijk ongerust ben over Conrad en Hermine. &#x2019;t Is of er geen zegen op ons zal rusten.&#x201d;
-</p>
-<p>Zijn wenkbrauwen fronsten zich en zijn stem klonk hard toen hij antwoordde:
-</p>
-<p>»Dat is bijgeloof en anders niet, zoo&#x2019;n gedachte is je onwaardig, Corona; wat gebeurd
-is, kan niet meer veranderd worden en &#x2019;t is dwaas, kinderachtig, je zelf er voor te
-straffen en ook mij.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij zag hem ernstig, bijna droevig aan.
-</p>
-<p>»Iwan, &#x2019;t is alles zoo snel gegaan, onze&#x200a;&#x2026; onze verloving.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»We zijn niet verloofd! Dat <span class="corr" id="xd30e6402" title="Bron: hebt">heb</span> je immers niet gewild.&#x201d;
-</p>
-<p>»Onze afspraak dan, als je &#x2019;t liever hebt. Je hebt me overrompeld.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En &#x2019;t spijt je nu?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen Iwan, dat nimmer, maar zijn we niet lichtzinnig geweest? Ik ben niet zoo jong
-meer, ik had wijzer moeten wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei, begin je weer met je theorieën; liefde en wijsheid verdragen elkander niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat ze het moesten doen, &#x2019;t zou beter zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt daar nog al verstand van!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zie, dat verwijt heb ik verdiend en &#x2019;t knaagt mij aan het hart.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar waar moet het heen met dat geweifel?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ach Iwan, laat me nog wachten!&#x201d;
-</p>
-<p>»Tot hoe lang? Geduld is mijn hoofdondeugd niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nog een maand!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is mij veel te lang! Ik zou liever mijn huis in brand steken en naar Australië
-gaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zie &#x2019;t, je hebt weinig voor mij over.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat een dwaas verwijt, daar verwaardig ik me niet op te antwoorden. Ik geef je een
-week.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu &#x2019;t is goed, een week &#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan ga ik in dien tijd naar Samarang, in je nabijheid blijven op dien voet, dat kan
-ik niet uithouden.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona zag hem angstig en bevreesd aan; een week zonder hem te zien of te hooren,
-scheen haar een eeuwigheid; zij voelde echter hoe als een ijzeren band het bewustzijn
-haar omgaf, dat zij in zijn macht was, dat zij haar vrijheid ten offer had gebracht,
-vrijwillig, wel is waar, doch niet minder volledig.
-</p>
-<p>»Daar komt Kitty terug!&#x201d; riep zij plotseling en ging naar de trappen van de voorgalerij;
-haar hart klopte hoorbaar en Thoren bleef haar ter zijde.
-</p>
-<p>»Lieveling, moed!&#x201d; fluisterde hij haar toe met die wonderbaar weeke stem, die de teerste
-snaren van haar ziel, welke nooit aangeroerd waren, zoo zoet kon doen trillen.
-</p>
-<p>De coupé stond stil en vlug als een vogeltje sprong Kitty er uit.
-</p>
-<p>»Mijn arme Jo, ik heb hem om een vergeefsche boodschap gezonden,&#x201d; riep zij lachend,
-»ik heb hem naar u gestuurd, Thoren; <span class="pageNum" id="pb240">[<a href="#pb240">240</a>]</span>ik mag dat immers wel zeggen, niet waar, ik ben in &#x2019;t geheim, en we zijn zoo goed
-als broer en zuster.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat voor tijding breng je me?&#x201d; vroeg Corona ongeduldig.
-</p>
-<p>»Hartelijke groeten van Coen en Hermelijn, een kus zelfs en haar zegen met je voornemen.
-Portias zal het me niet kwalijk nemen, Thoren, dat ik je zusterlijk geluk toewensch.&#x201d;
-</p>
-<p>En zij omhelsde beiden met stralende oogen en gloeiende wangen.
-</p>
-<p>»Maar Kitty,&#x201d; zei Corona, »stel je zoo dwaas niet aan. Hoe is &#x2019;t daar in Djantong?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu zijn er drie paar tortelduifjes, zegge drie paar! Verbeeld je, ik zal alles geregeld
-vertellen&#x2014;ik kom daar aan en &#x2019;t ziet er zoo uitgestorven uit. »Waar is meneer, waar
-is mevrouw,&#x201d; vraag ik een beetje ongerust. »Ze zijn uit?&#x201d; »Allebei?&#x201d; Ik weet het niet,
-maar ik verwed er mijn kleine pink op dat die Sarko een beetje knipoogde en moeite
-had zijn mond onder den zwaren knevel ernstig te houden. »&#x2019;t Is goed,&#x201d; zei ik, »uit
-rijden gegaan?&#x201d; »Neen te voet!&#x201d; »O zoo, mevrouw is dus mee op inspectie van de tuinen.
-Nu, ik heb geduld, ik zal wachten,&#x201d; en ik probeer van alles, lezen, haken, bloemen
-plukken, maar niets kan duren. Eindelijk begin ik piano te spelen, te pianoteeren,
-zegt mijn man, dien ik met dat hakkelen wanhopend kan maken, maar hij is er gelukkig
-niet en dat spelen brengt me een beetje tot kalmte; daar voel ik twee handen op elk
-van mijn oogen en ik pak ze beet, die bruine vingers van Coen en &#x2019;t lieve mollige,
-poezele pootje van Hermelijn en toen ik mijn beide oogen gebruiken kon, toen zag ik
-de vroolijkste, gelukkigste gezichten, die men zich denken kan, zoo dicht mogelijk
-bij elkaar&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Dien avond stak Philip, die een hartstochtelijk liefhebber en vervaardiger van vuurwerk
-was, een vracht pijlen in de lucht om aan heel Java te verkondigen dat prinses Corona
-eindelijk haar prins gevonden had en Portias zeide:
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t altijd gezegd, onze oudste zuster is een heerlijk instrument maar dat eerst
-door een verstandig gekozen accompagnement tot volle recht zou komen. Ik geloof zeker
-dat zij ons de heerlijkste orgeltonen zal doen hooren, nu Thoren haar bespeelt.&#x201d;
-</p>
-<p>Den volgenden morgen kwam van Djantong een prachtig bouquet met het bijschrift, door
-Conrad geschreven:
-</p>
-<p>»Aan onze broeder en zuster, Iwan en Corona! Van hun liefhebbende Conrad en Hermine.&#x201d;
-</p>
-<p>En toen Dolly door een gelukkigen brief van Hermelijn al het voorgevallene vernam,
-bevochtigden tranen, die niets bitters hadden, haar uitgeweende oogen en zij lispelde:
-</p>
-<p>»Mijn Nonnie, mijn kind, nu gij een engel bij onzen Lieven Heer zijt, hebt ge al dit
-geluk voor hen verkregen!&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb241">[<a href="#pb241">241</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch40" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XL.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Volle vrede heerschte er op het uitgestrekte grondgebied der Gérans. De verloving
-van Corona werd natuurlijk zeer verschillend opgenomen; benijders vonden het vreemd
-dat zij zich verbond aan iemand, die een zwervend leven leidde en die, hoewel een
-zeer bekenden Hollandschen naam dragend, toch zeer goed een avonturier kon zijn.
-</p>
-<p>Ze vergaten natuurlijk niet dat zij <span class="corr" id="xd30e6450" title="Bron: sints">sinds</span> jaar en dag voorspeld hadden hoe die trotsche, veeleischende Corona stellig eenmaal
-een dwazen stap zoude doen. Anderen schudden het hoofd en betwijfelden het zeer of
-zulk een overhaast engagement iets anders dan rouw kon aanbrengen; de meesten verheugden
-zich over de jongere Gérans, die nu vrijer zouden wezen vooral als Corona met haar
-man naar Europa ging. Algemeene sympathie vond haar keuze echter bij de familie. Thoren
-van Hagen had hun vriendschap en zelfbewondering verworven, en »hij kan haar aan&#x201d;
-was de hoogste lofspraak, die hem gegeven werd.
-</p>
-<p>Er hadden verscheidene feesten plaats, die de verschillende familieleden op het groote
-huis vereenigden; Hermelijn en Conrad reden er ook heen.
-</p>
-<p>In &#x2019;t rijtuig zeide ze hem lachend:
-</p>
-<p>»Ik bid je, Conrad, houd je nu heel deftig en bedaard voor de familie; laat hen niet
-te veel het verschil merken tusschen nu en den vorigen keer. Kijk me zoo min mogelijk
-aan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je vraagt mij &#x2019;t onmogelijke, ik begin me hoe langer hoe meer te verwonderen over
-mijn sterkte van karakter.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeg liever je koppigheid; &#x2019;t is altijd gemakkelijker om sterk te zijn uit ondeugd
-dan uit deugd.&#x201d;
-</p>
-<p>»En nu zou ik het over de bergen willen roepen dat ik het allerliefste, allerverstandigste
-vrouwtje der wereld heb, en dat ik doodelijk van haar ben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Stil, stil, niet zoo ruw! Je doet me pijn, ik zou wel eens willen hooren hoe Thoren
-van Hagen en Corona met mekaar praten, dat zal zeker heel iets anders zijn dan de
-onzin, dien wij verkoopen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Geloof je dat? Ik denk het niet, en &#x2019;t is me ook heel onverschillig.&#x201d;
-</p>
-<p>Maar Hermelijn had slechts zeer weinig het recht om haar man tot veinzen aan te sporen;
-haar gelaat kon niet huichelen; stralend van geluk en vreugde, kwam zij haar broeders
-en zusters tegemoet, geheel het tegenbeeld van het levensmoede, verbitterde Hermelijntje,
-dat men niet zonder medelijden aan kon zien.
-</p>
-<p>Hartelijk omhelsde zij Corona, die zich nu eerst volmaakt gelukkig voelde.
-</p>
-<p>»Vertel me, hoe is &#x2019;t gekomen?&#x201d; vroeg zij.
-<span class="pageNum" id="pb242">[<a href="#pb242">242</a>]</span></p>
-<p>»Och, ik weet het zelf niet. We hebben ons goed in de oogen gekeken, en toen begrepen
-we elkaar.&#x201d;
-</p>
-<p>»En voelt ge niet den minsten wrok meer tegen mij, Hermine?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, niets meer zusje, niets meer!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona scheen geheel veranderd; haar geluk uitte zich door verschillende gunsten,
-die zij steeds standvastig geweigerd had zelf te geven of wel haar vader ontried.
-</p>
-<p>Portias&#x2019; tractement werd verdriedubbeld; Toetie kreeg nieuwe meubels en een nieuw
-servies, Poppie een volledige uitrusting voor den kleinen wereldburger, die het petekind
-van Conrad en Hermelijn werd en nog pakjes kleeren voor de tien overigen. Akkeveen
-zelfs ontving de verhooging, die zij eens als koopsom voor de arme Yolande had willen
-geven; de anderen kregen ook wat hun hart wenschte.
-</p>
-<p>Zij toonde zich een goede, genadige koningin, zelfs jegens alle bedienden en loontrekkenden.
-</p>
-<p>Iteko wenschte haar op hoog ernstigen toon geluk met haar verloving.
-</p>
-<p>»Je hadt niet gedacht dat de gebeurtenissen zulk een loop zouden nemen, niet waar,
-Iteko,&#x201d; sprak zij met een gelukkigen lach tot haar vertrouweling.
-</p>
-<p>»Neen, waarlijk niet, juffrouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je ziet nu, waarop al je wijze onderstellingen uitgeloopen zijn; &#x2019;t was om mij dat
-Iwan zich hier vestigde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als de juffrouw &#x2019;t zich herinneren wil dan heb ik dat het eerst gezegd maar.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Later heb je allerlei dwaze dingen verzonnen, zelfs Margot&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat was natuurlijk maar gekheid en wat mevrouw Conrad betreft, het doet me plezier
-dat alles heel anders is uitgekomen, maar u moet bekennen dat de schijn er voor was.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een goede les om niet meer op den schijn te vertrouwen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die ik als zoodanig zal aannemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als ik alles goed beschouw dan geloof ik ook, dat ik reeds dadelijk mij door Iwan
-aangetrokken voelde; en dat ik meende antipathie voor hem te koesteren, kwam doodeenvoudig
-voort uit zeker gevoel van ontevredenheid, omdat hij mij niet.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet dadelijk het hof maakte, neen, dat deed hij niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik acht er hem te meer om. Ik kan me niet voorstellen, Iteko, dat ik zooveel,
-zoo innig veel van iemand houd; ik geloof dat ik alles voor hem zou kunnen doen. Ik
-begrijp niet, dat ik zoo lang geleefd heb zonder hem. &#x2019;t Is of ik in alles zijn wil
-moet volgen, o &#x2019;t is zoo vreemd; ik kan niets doen dan wat hij verlangt, zoo overtuigd
-ben ik dat het slechts goed, edel en grootsch kan zijn, wat hij van zijn toekomstige
-vrouw wenscht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoop dat het steeds zoo mag blijven!&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom?&#x201d;
-</p>
-<p>»Is &#x2019;t geen goede wensch, juffrouw? U is nu gelukkig, ik hoop <span class="pageNum" id="pb243">[<a href="#pb243">243</a>]</span>dat u &#x2019;t altijd zal wezen en daar die gevoelens &#x2019;t u maken, wensch ik dat u ze steeds
-behoudt!&#x201d;
-</p>
-<p>»O &#x2019;t kost me geen moeite hem te gehoorzamen! Ik verlang er zelfs naar hem te toonen
-hoe hoog ik tegen hem opzie, hoe ik zijn verstand, zijn doorzicht bewonder.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft u daar vele bewijzen van gezien?&#x201d;
-</p>
-<p>»Iteko!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och juffrouw, vergeef me, maar u weet hoe groot mijn bewondering van uw verheven
-eigenschappen is en daarom zal u mij ten goede houden, mij, die hier koel en onbevangen
-oordeel, dat ik &#x2019;t jammer zou vinden, wanneer u afstand deed van uw eigen karakter
-ten behoeve van iemand, die misschien in weinig of niets uw meerdere is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu ga je te ver, je matigt je een oordeel aan over hem, die mij &#x2019;t liefste ter wereld
-is, over mijn aanstaanden echtgenoot.&#x201d;
-</p>
-<p>»Geen oordeel, juffrouw! Niet dan een opkomende vrees, een twijfel voortkomend uit
-mijn groote vereering voor u, maar u heeft gelijk, ik zal &#x2019;t hoogste denkbeeld koesteren
-van meneer Thoren&#x2019;s karakter en denken; wat men wenscht, dat gelooft men ook, en toch
-hoe hoog moet ik mijnheer uw galant schatten, als ik hem waardig acht u ter zijde
-te staan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ge kunt hem niet te hoog stellen.&#x201d;
-</p>
-<p>»God geve &#x2019;t!&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is of je er aan twijfelt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Welke reden zou ik er voor hebben; eerst, ik beken &#x2019;t gaarne, schreef ik meneer Thoren
-zeer lage bedoelingen toe, later zag ik in, dat het een vergissing bleek te zijn,
-u denkt het ook, &#x2019;t is mij voldoende. Laat me alleen hopen, dat hij zich uw vertrouwen
-niet onwaardig toont!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt een eigenaardige manier om je opinie te zeggen, maar ik geloof dat je het
-goed meent, Iteko, hier heb je een souvenir van me, ter gedachtenis van mijn engagement!&#x201d;
-</p>
-<p>En zij liet een kostbaren ring met brillant in Iteko&#x2019;s hand glijden.
-</p>
-<p>»Ik blijf u zeer dankbaar juffrouw, mag ik ook weten, wanneer uw huwelijk zal gevierd
-worden?&#x201d;
-</p>
-<p>»De tijd is nog niet bepaald. Meneer Thoren van Hagen moet nog de toestemming van
-zijn vader ontvangen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan heb ik al den tijd om mijn dienst op te zeggen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je dienst opzeggen, hoe kom je er aan, Iteko!&#x201d;
-</p>
-<p>»De juffrouw begrijpt, dat ik, zoodra u vertrokken is, hier niet meer zal blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom? Mijn broers en zusjes en de neefjes en nichtjes hebben je zoo noodig!&#x201d;
-</p>
-<p>»Bespaar mij nadere uitleggingen, juffrouw de Géran, maar wanneer u vertrokken is,
-dan wordt mijn toestand onhoudbaar; voor u zou ik gaarne mijn leven lang hier gebleven
-zijn, maar is <span class="pageNum" id="pb244">[<a href="#pb244">244</a>]</span>u vertrokken, dan kan ik er niet aan denken langer te vertoeven tusschen menschen,
-die mij bespotten en haten!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Iteko, hoe kom je er aan! Ik ga ook Java niet uit voorloopig ten minste; ik
-trek natuurlijk in het huis van mijn man&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»In dat van Dr. Bremmers?&#x201d;
-</p>
-<p>Corona verbleekte.
-</p>
-<p>»Nu ja, wat zou dat? Als treurige herinneringen daaraan verbonden zijn, dan gaat het
-mij niet aan, volstrekt niet! Zoo blijf ik in de nabijheid, je kunt mij spreken zoo
-dikwijls je verkiest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen juffrouw, mijnheer Thoren ziet me niet gaarne, ik geloof dat ik beter deed reeds
-dadelijk te vertrekken maar ik mis er den moed toe; niet ieder bezit de gave zich
-te verheffen boven de getuigenis der oogen en door de misvormde schaal tot de kern
-door te dringen. U vermag het en daarom stel ik u zoo hoog; die eene eigenschap reeds
-sluit zoovele deugden in zich.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoor eens, Iteko, we spreken daar later over, voorloopig blijft ge hier en er wordt
-niets veranderd in je toestand.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zooals u verkiest, juffrouw!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat arme schepsel vereert me hoog,&#x201d; dacht Corona, »kassian, zij heeft ook niets anders
-ter wereld om mee te dwepen. Ik geloof stellig dat ze jaloersch is op mijn liefde
-voor Iwan. Zonderling, ik zie alles nu zoo heel anders in, &#x2019;t schijnt dat de menschen
-en de dingen een geheel verschillend aanzien hebben gekregen.&#x201d;
-</p>
-<p>De liefde, die haar ziel vervulde, maakte haar tot een ander wezen; groot, innig geluk
-straalde haar uit de oogen; als zij hem tegemoet vloog, schitterde haar blik met vochtigen
-glans.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is te veel geluk op eens, zou &#x2019;t kunnen duren?&#x201d; vroeg zij hem met een verrukt
-lachje en een traan in het oog.
-</p>
-<p>»En waarom niet, geluk waarvan men het einde voorziet, is, zegt men, geen geluk meer,&#x201d;
-antwoordde hij.
-</p>
-<p>Zijn houding tegenover haar was ridderlijk en teeder tegelijk maar met een zweem van
-nederbuigende vriendelijkheid, als nam hij haar liefde, die bijna de aanbidding naderde
-aan, als iets, wat hij recht had van zijn aanstaande te eischen.
-</p>
-<p>»Ik kan mij niet voorstellen, dat het dezelfde Corona is,&#x201d; zeide Hermelijn tot Kitty
-en Portias, »ik zou onmogelijk zóó mijn geheele karakter kunnen verloochenen voor
-een man; me dunkt dat ik nimmer zijn slavin zou kunnen wezen en Corona is mooi op
-weg het te worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, zóó ben ik nooit tegen mijn strijkstok geweest,&#x201d; verzekerde Kitty lachend,
-»hoeveel Corona vroeger ook op mij te zeggen had.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als zij &#x2019;t maar volhoudt,&#x201d; sprak Portias, »de violoncel kan niet altijd gespannen
-blijven; als men dezelfde snaren en dan liefst de fijnste altijd doet trillen, dan
-worden zij slap of breken en zoo vrees ik, zal &#x2019;t met Corona nog eens gaan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken,&#x201d; grinnikte <span class="pageNum" id="pb245">[<a href="#pb245">245</a>]</span>Akkeveen, <span class="corr" title="Niet in bron">»</span>&#x2019;t is een nieuwe gril van de Sultana eens slavin te willen zijn, maar op een goed
-oogenblik verveelt het haar en dan wee ons! Maar ik moet zeggen: Thoren heeft er eer
-van, hij heeft de onneembare vesting eerst door verhongering en later door overrompeling
-ingenomen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen Coen,&#x201d; sprak Hermelijn, toen zij met haar man alleen was, »al die overdreven
-dingen deugen niet. Portias en Akkeveen vermoeden het flauwtjes maar ik, die Iwan
-van jongs af ken, weet het zeker; ongeduriger schepsel dan hij bestaat er niet. Hij
-moet het onbereikbare hebben en bezit hij &#x2019;t eenmaal dan kijkt hij er niet naar om.
-Papa heeft het hem dikwijls genoeg gezegd. »Dat wordt de vloek van je leven, jongen!
-die ellendige wispelturigheid.&#x201d; Eens moest hij een horlogeketting hebben, die zijn
-vader hem weigerde. Toen spaarde hij maanden lang, legde zich allerlei ontberingen
-op, kocht den ketting om hem den volgenden dag weg te geven en met een gewoon koordje
-zijn leven lang te loopen; een volgenden keer klom hij in den hoogsten boom om met
-levensgevaar een nest er uit te halen en eindigde met het weer op dezelfde plaats
-terug te brengen; alles werd hij moe, zoodra hij &#x2019;t rustig bezitten kon.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, een lastige eigenaardigheid voor Corona! Geloof me, Hermelijntje, al kan ik onder
-menig opzicht niet wedijveren met je vriend Iwan, daar kun je op aan, wanneer ik van
-iemand houd, dan is &#x2019;t voor goed, voor &#x2019;t leven en daarna!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik, mannetje-lief, en wees verzekerd dat ik ze van harte aan mekaar gun,
-ik zou niets liever wenschen dan ze gelukkig te zien en daarom zou ik Corona zoo gaarne
-wenken geven hoe met hem te handelen; hij moet nooit tevreden van haar gaan, altijd
-moet ze koketteeren&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Mooie principes, breng ze liefst niet in praktijk en meng je maar niet in hun zaken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Evenmin als ik haar toestond zich met de mijne te moeien. Ik dank je, Coen, je raad
-is zeer goed.&#x201d;
-</p>
-<p>Met bewonderenswaardigen tact wist Hermelijn gebruik te maken van haar meerderheid
-op Conrad; zij leidde hem op zoo behendige wijze, dat hij steeds meende in gemeenschappelijk
-overleg met haar te handelen; hij zag haar naar de oogen, om een goedkeurenden glimlach
-van haar zou hij alles over hebben; op een lichte fronsing van haar wenkbrauwen, een
-schertsend verwijt liet hij alles, wat zij verkeerd achtte.
-</p>
-<p>»Neen Guillaume, nu sta ik je niet meer toe mij mijn vrouw te benijden,&#x201d; sprak hij
-tot zijn broer.
-</p>
-<p>»Ik doe &#x2019;t toch, mijn Toetie wordt bij den dag onhandelbaarder; je bent het beste
-af van ons allen en dan zoo lang nog ondankbaar blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan &#x2019;t nooit aan haar goed maken en ze is toch altijd even vriendelijk, even zacht
-tegen mij gebleven.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb246">[<a href="#pb246">246</a>]</span></p>
-<p>»&#x2019;t Is een allerliefst Hermelijntje, ik heb &#x2019;t je altijd wel gezegd, draag ze op de
-handen, zorgvuldig en teer, dat er geen smetje aankomt; ik zou &#x2019;t ook doen als Corona
-mij zoo&#x2019;n vrouw had gegeven.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn maakte van haar vriendschappelijke verhouding tot Iwan gebruik, om eenmaal
-toen zij hem een oogenblik alleen zag, te naderen en te zeggen:
-</p>
-<p>»Wat heeft alles een goede wending genomen, Iwan, nu zijn we allen gelukkig.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Doet me genoegen het van je te hooren, Hermelijn, &#x2019;t heeft me verdriet genoeg
-gekost, je strijd aan te zien zonder je hulp te kunnen brengen. Ik verheug me over
-je victorie.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar jezelf, Iwan, ben je nu ook niet tevreden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Stellig, zeer tevreden!&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat <span class="corr" id="xd30e6559" title="Bron: zegt">zeg</span> je op dien toon?&#x201d;
-</p>
-<p>Iwan zuchtte en onderdrukte tevens een geeuw.<span id="xd30e6564"></span>
-</p>
-<p>»Och je weet ik ben altijd een raar heerschap geweest van dat ik zoo&#x2019;n kleine jongen
-was, en het heele dienstpersoneel in rep en roer bracht omdat ik de maan wilde hebben,
-die in een tobbe scheen, en toen zij mij een witte ballon gaven na de tobbe te hebben
-leeg gegooid, wierp ik die in stukken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat herinner ik me meer van je gehoord te hebben, en in wat voor verband staat dat
-tot je tegenwoordig geluk?&#x201d;
-</p>
-<p>»Kon ik dat maar zeggen! Ik heb me nog zelden zoo opgewekt, zoo vol levenslust gevoeld
-als in de maanden, die ik hier heb doorgebracht, elke dag gaf mij nieuwe aandoeningen
-en frisschen moed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu ben je op het toppunt van je wenschen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik voel zoo&#x2019;n <span class="corr" id="xd30e6573" title="Bron: ledig">ledigheid</span> in mijn hart; ik laat mij beminnen door Corona, ik geniet mijn overwinning en betreur
-den strijd; &#x2019;t is ellendig, ik zou me zelf er voor kunnen haten en toch is er niets
-aan te doen. Ik ben haar niet waard, ik wilde dat ik nooit hier gekomen was.&#x201d;
-</p>
-<p>»O foei hoe laf! En dat is dezelfde man, die zoo welsprekend tegen mij kon preeken
-om mij moed in te boezemen. Je houdt toch veel van Corona, niet waar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik aanbid haar, dat is immers de geijkte term, maar ze is zoo zoet, zoo lief, ik
-heb &#x2019;t hart niet haar te plagen en geen lust met haar te schermutselen, dat alleen
-zou me wat opwekken. Ik had gedacht, dat ze trotscher zou zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is ze ook, behalve tegen jou!&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom? Zoodra we getrouwd zijn, verlaten we Java, maar waarheen zal ik gaan, met
-een vrouw aan mijn zij? Ik kan dan slechts begaanbare streken bereizen en die vervelen
-me zoo gruwelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij zal wel onbegaanbare met je willen doortrekken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar voor mij is de aardigheid er af.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb247">[<a href="#pb247">247</a>]</span></p>
-<p>Corona kwam terug; glimlachend zag zij haar aanstaande tegenover Hermelijn staan en
-sloeg haar armen om zijn schouders; zij dacht er niet aan iets vreemds te vinden in
-hun ernstig gesprek.
-</p>
-<p>»Hermelijn moet me veel vertellen van je stormachtige, ondeugende jeugd; ik geloof
-dat we daarover nooit uitgepraat zullen raken,&#x201d; zeide zij.
-</p>
-<p>»Doe &#x2019;t maar niet, Corona, je zoudt niet veel goeds hooren,&#x201d; antwoordde hij glimlachend.
-</p>
-<p>»Wat zou dat! Goed of kwaad, alles van mijn Iwan hoor ik even gaarne!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je zoudt me bederven als er nog iets te bederven viel,&#x201d; sprak hij met een uitdrukking,
-die Corona niet opviel, maar waarvan de matheid Hermelijn maar al te bekend voorkwam.
-</p>
-<p>En toen zij &#x2019;s avonds met haar man alleen was, nam zij plotseling zijn zwarten krullebol
-in de handen en kuste zijn dikke haren.
-</p>
-<p>»Ondeugend stijfkopje,&#x201d; zeide zij lachend, »je hebt je vast verbeeld, dat ik meer
-gaf om Iwan Thoren, maar je moest eens weten hoe dankbaar ik ben, dat je mij toebehoort
-en dat ik voor de heele wereld met Corona niet zou willen ruilen. Ik vrees, dat de
-arme Cor nog veel verdriet te wachten staat en het ook voor haar beter ware geweest
-als Iwan nooit op Java was gekomen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie weet of ik dan mijn vrouwtje ooit had durven beminnen,&#x201d; riep Conrad, haar onstuimig
-aan &#x2019;t hart drukkend.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch41" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XLI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Thoren van Hagen zou een feest aan zijn toekomstige familie en hun vrienden bieden;
-zijn huis was eindelijk ingericht, en deze gebeurtenis moest tegelijk met zijn verloving
-gevierd worden; in den namiddag kwamen de gasten aan.
-</p>
-<p>Corona stond hem reeds als gastvrouw ter zijde; niemand had haar ooit zoo eenvoudig
-gezien; geen diamant sierde haar hals of lokken, niets dan de wilde bloemen, die haar
-bruidegom met gevaar van zijn leven in een ravijn had geplukt en welke hij met varens
-vermengde en voor haar tot bouquetten schikte. Conrad en Hermelijn, Guillaume en Toetie,
-Kitty en Portias, Philip en Margot, August en Akkeveen beiden zonder hun vrouwen,
-want Dolly huiverde bij de gedachte een feest te moeten bijwonen, waarin voor haar
-gewond hart toch geen plaats was, en Poppie kon de kleine Hermine niet verlaten; dan
-natuurlijk het hoofd der uitgebreide familie, die<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> hoe gesloten anders ook, thans zijn ingenomenheid met Corona&#x2019;s besluit niet verborg.
-Allen kwamen <span class="pageNum" id="pb248">[<a href="#pb248">248</a>]</span>bij groepjes in de feestelijk versierde woning; bij hen sloten zich verscheidene vrienden
-uit den omtrek en de hoofdplaats aan.
-</p>
-<p>Corona straalde van een geluk, waarop nog geen schaduw gevallen was; een benijdenswaardig
-menschenpaar vormden zij en Iwan, zooals zij daar tusschen groen en bloemen in de
-voorgalerij stonden, jong, rijk, liefhebbend, schoon; na de feestelijke ontvangst,
-toen allen vereenigd waren, sloeg Thoren van Hagen voor, een watertochtje te maken;
-schuitjes met vlaggen en guirlandes van groen en bloemen versierd lagen aan den oever
-te wachten; de roeiers, wier donkerbruine gelaatstrekken sterk afstaken tegen hun
-rood en witte kleederen, zaten zwijgend op hun post.
-</p>
-<p>Op enkele ouderen na, die liever in huis bleven, waar geurige sigaren en opwekkende
-dranken het opgeofferde genot ruimschoots vergoedden, vonden allen het plan zeer uitlokkend
-en algemeene bijval werd er aan geschonken. In een der vaartuigen dat den vorm van
-een smallen Venetiaanschen gondel had, namen de aanstaande bruid en bruidegom plaats.
-De overigen schikten zich bij partijen in de veel grootere prahoe&#x2019;s<a class="noteRef" id="xd30e6605src" href="#xd30e6605">1</a>. Corona zat op een soort van troon van rood satijn; aan haar voeten lag een tijgervel,
-waarop Iwan zich neerzette, half geleund tegen haar knieën.
-</p>
-<p>De roeispanen werden langzaam in beweging gebracht en sloegen regelmatig in het licht
-bronskleurige water, dat zij in tallooze parels omhoog deden spatten; met een verheugden
-glimlach staarde Corona rondom zich, maar het liefst rustten haar oogen en handen
-op het donkere hoofd, dat zich tegen haar kleed vleide en waarop zij al haar hoop
-voor de toekomst en voor haar geluk had neergelegd.
-</p>
-<p>Een vredig gevoel van kalmte omgaf hen; de warmte van den dag had plaats gemaakt voor
-een verfrisschende koelte. De kruidige geuren uit het tropische woud streken langs
-het water, door de laatste zonnestralen met een glans van goud en rozen overtogen;
-hier en daar als ruikers, in grillige wanorde daarheen geworpen, lagen de eilandjes
-half in schaduw, half in gloed, wilde pauwen glinsterden in het groen en verdwenen
-plotseling, verschrikt door de riemslagen, in de lucht.
-</p>
-<p>»O zulk een avond moest eeuwig duren!&#x201d; zeide Corona.
-</p>
-<p>»Eeuwig duren, zou &#x2019;t dan een genot blijven?&#x201d; vroeg hij, »alleen als we bleven in
-de stemming waarin we nu zijn en wat is er veranderlijker dan een menschengemoed?&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan,&#x201d; vroeg Corona plotseling en boog zich naar hem, »zeg me oprecht, <span class="corr" id="xd30e6614" title="Bron: hebt">heb</span> je die stemming, waarin je nu verkeert, reeds eenmaal doorleefd naast een andere!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij zag verbaasd naar haar op.
-</p>
-<p>»Waarom vraag je dat?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb249">[<a href="#pb249">249</a>]</span></p>
-<p>»Mag ik dat niet vragen, ik die je mijn toekomst vertrouw?&#x201d;
-</p>
-<p>»Die toekomst behoort ons beiden, maar &#x2019;t verleden mij alleen. Je bent de eerste vrouw,
-wie ik mijn naam aanbied, laat je dat genoeg zijn, Corona en vorsch niet naar voorheen!
-Heb je Hermelijn zelf niet gezegd, dat alles, wat van mij kwam, goed of kwaad, je
-welkom was?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mij belang inboezemde, ja! Maar er zijn vele jaren verloopen, <span class="corr" id="xd30e6626" title="Bron: sints">sinds</span> je elkander het laatst hebt gezien.&#x201d;
-</p>
-<p>»En een jong meisje is niet de geschikte vertrouweling voor een man, die de wereld
-rondtrekt alleen om op avonturen uit te gaan. Maar, wees niet jaloersch op mijn nog
-niet lang verleden, een Corona heb ik nog niet bemind.&#x201d;
-</p>
-<p>In haar ooren ruischten nog de woorden, die Iteko haar onder het aankleeden had toegevoegd.
-</p>
-<p>»Wat is u schoon, juffrouw de Géran, ik geloof dat van alle vrouwen, die mijnheer
-Thoren van Hagen ooit bemind heeft, geen schooner kan geweest zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat weet je daarvan?&#x201d; vroeg zij scherp.
-</p>
-<p>»Niets, letterlijk niets, maar iemand zoo knap en zoo geestig als mijnheer Thoren
-van Hagen is er zeker van, overal le chéri des dames te worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Zelfde wat Iteko zeide,&#x201d; dacht Corona en luid sprak zij:
-</p>
-<p>»Nu, ik wil niet dringen in je geheimen, maar vertel me iets van je jeugd, iets wat
-ik weten mag!&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn jeugd is treurig geweest, Corona en een treurige jeugd is als een sombere koude
-lente, je weet niet, wat een Europeesche lente beteekent; zeldzaam zijn die dagen
-wanneer &#x2019;t werkelijk lente is, wanneer men meent de levenssappen van bloem en plant
-omhoog te hooren stijgen, wanneer alles en overal van leven en jeugd spreekt, wanneer
-de zonnestralen zelfs iets jongs en frisch hebben. Soms echter ontbreken die heerlijke
-dagen bijna geheel, dan is het koud, ijzig, guur, de knoppen en bladeren trekken zich
-vreesachtig terug omdat de wereld rondom hen zoo kil en koud schijnt, de bloesems
-kunnen zich niet tot vruchten zetten en zoo breekt de zomer aan, zonder dat de lente
-haar werk heeft kunnen doen!&#x201d;
-</p>
-<p>»En zoo was &#x2019;t ook met jou!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo was &#x2019;t met mij! Mijn vader was officier van de cavalerie, een schitterende verschijning
-met een mooi klinkenden naam, doch van meer dan lichtzinnig levensgedrag; toch won
-hij niet alleen de hand maar ook het hart van mijn moeder, een schatrijk, schoon meisje,
-dat zoo pas de kostschool verlaten had en verloofd was met den luitenant van Vooren.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermelijn&#x2019;s vader?&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist, een achtenswaardig, oppassend jong man, die door eigen studie en groote oppassendheid
-zich tot officier had weten te verheffen, een man, wien mijn vader niet waard was
-de schoenriemen te binden, in elk opzicht zijn meerdere; ik heb &#x2019;t later genoeg <span class="pageNum" id="pb250">[<a href="#pb250">250</a>]</span>leeren inzien, maar mijn arme moeder liet zich door het uiterlijke bekoren en zij
-heeft er bitter, bitter voor geboet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat ik mij ook bekoren alleen door het uiterlijke, Iwan?&#x201d; vroeg Corona teeder en
-<span class="corr" id="xd30e6647" title="Bron: schalk">schalksch</span> tegelijk.
-</p>
-<p>»Wie weet, lieveling, of je ook niet eenmaal je keuze even bitter zult betreuren als
-zij.&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei, zeg dat zoo ernstig niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan nu niet schertsen, nu ik van mijn moeder spreek, maar &#x2019;t moet, Corona, &#x2019;t
-moet eens gebeuren. De effecten mijner moeder trokken hem aan meer misschien dan haar
-kinderlijke naïveteit, haar lief, vriendelijk gezicht; &#x2019;t kostte hem weinig moeite
-haar afvallig te maken van haar braven Hendrik, zoo noemde hij haar aanstaande. Spot
-en nog eens spot, dat was zijn geliefkoosd wapen, waarmee hij onfeilbaar doel trof,
-&#x2019;t engagement werd verbroken, de arme van Vooren leed er vreeselijk onder&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat hem niet belette later nog tweemaal zijn gebroken hart weg te schenken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als zijn vrouwen er mee tevreden waren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wisten zij van die eerste liefde?&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Corona, wat voor belang boezemt je dat in?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets, niets, vertel mij verder van je ouders!&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn moeder zette dus tegen den zin harer familie, dit huwelijk door; de wittebroodsweken
-strekten zich niet tot maanden uit. Reeds dadelijk voelde zij dat hij zich haar meester,
-haar tyran achtte en van haar blinde gehoorzaamheid eischte; zij zag in, dat slechts
-haar onvoorwaardelijke gehoorzaamheid zijn voorhoofd kon ontrimpelen, zijn mond doen
-glimlachen, en blijmoedig bewees zij hem die, tot hij steeds meer en meer vroeg en
-wilde heerschen, niet alleen over haar handelingen maar ook over haar gedachten. Hij
-richtte zich in haar geest op als een god, wiens woorden en daden zij gelooven en
-aanbidden moest, die alles voor haar zou vervangen, den godsdienst van haar jeugd,
-de liefde van haar familie, de herinneringen van haar kindsheid, alles moest zij hem
-ten offer brengen. Zij zou niets zijn dan zijn speelbal, zijn luim en zij werd het.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan was zij karakterloos,&#x201d; riep Corona met gloeiende wangen en tintelende oogen.
-</p>
-<p>»Neen, zij had haar eigen karakter maar zij beminde en vertrouwde haar echtgenoot,
-zij zag in hem alle verheven eigenschappen en dacht te min van zich zelf; zij kon
-er slechts bij winnen meende zij, de arme, als zij haar onbeduidende en zwakke persoonlijkheid
-liet oplossen in de zijne.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat had die man een verantwoordelijkheid!&#x201d;
-</p>
-<p>»Welke hem thans nog verplettert. Hij was geboren voor autocraat; ware hij vorst geweest
-met onbeperkt gezag over leven en dood, zijn naam zou geworden zijn:
-</p>
-<p lang="fr" class="xd30e6664">Aux plus cruels tyrans une cruelle injure.
-<span class="pageNum" id="pb251">[<a href="#pb251">251</a>]</span></p>
-<p>Nu vond hij slechts zijn vrouw om over te tyranniseeren, want zijn bedienden verlieten
-zijn dienst, zoodra hij trachtte, hen onder zijn hiel te vertreden. Na mijn geboorte
-veranderde de verhouding tusschen hen niet; alleen bleef zij lang sukkelend. Hoewel
-hij haar gebood mij aan een min te vertrouwen, kon zij hem toch niet in de wereld
-vergezellen; hij ging alleen uit, hoe langer hoe meer, zij waagde een opmerking, hij
-zag haar minachtend aan en verwaardigde zich niet te antwoorden. Eindelijk kreeg zij
-de onweersprekelijke bewijzen in handen, dat hij haar bedroog; bijna krankzinnig van
-droefheid deed zij hem de bitterste verwijten, hij spotte met haar smart en eischte
-van haar dat zij de vrouw, die hij boven haar stelde in haar huis zou ontvangen. Zij
-weigerde eerst krachtig, maar allengs zwakker en zwakker, toen zij inzag, hoe hij
-&#x2019;t huis vluchtte, haar en haar kind niet meer scheen te kennen; eindelijk gaf zij
-toe, nog steeds hopend hem door toegevendheid beter te stemmen&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»O schande!&#x201d; riep Corona.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Moet uitgesproken worden,&#x201d; ging hij op doffen toon voort, »hier tusschen hemel
-en water. Hoor ze eens lachen, onze gasten, zij vermoeden niet hoe pijnlijk in den
-bruidsgondel wordt geleden. Ik had dezen dag niet moeten kiezen, Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat deert het ons, Iwan? Hebben we niet beloofd alles samen te dragen, leed en vreugde?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als rechter op te treden tusschen zijn ouders, &#x2019;t is zwaar. Zij ontving dan die vrouw,
-een dame van hoogen adel, grillig en koud, juist de vrouw om zulk een tyran aan banden
-te leggen. Begrijp wat mijn moeder moest doorstaan in tegenwoordigheid van hun beider
-spottend medelijden; zij leed bijna armoede terwijl de twee anderen van haar rijkdom
-genoten en zij voelde zich zoo eenzaam. Alles had mijn vader haar ontnomen, haar geloof
-in God, de liefde van haar familie, haar vrienden, van wie zij zich terug getrokken
-had; om zijnentwille had zij allen van zich vervreemd. Ieder lachte om hare blinde
-gehoorzaamheid, ieder noemde haar liefde karakterloos, zooals gij daar straks. Een
-vreeselijk ledig moet haar omringd hebben, haar kinderlijke godsvrucht had nog niet
-kunnen rijpen tot een echt practisch godsdienstig geloof dat alle handelingen bezielt,
-ons de smart met geduld en onderwerping doet dragen, dat het goede in ons veredelt
-en verheft, het kwade onderdrukt, dat ons te hulp komt, waar het zoogenaamde echt
-menschelijke tekort schiet, dat ons een betere wereld doet hopen, maar tevens leert,
-dat wij hier eerst een taak te vervullen hebben. Zij had niets gekend dan een vaag,
-sentimenteel gevoel van liefde voor een onbekenden Vader, in een geheimzinnige schoone
-wereld, waarvan men bij wierookgeur en muziek aangenaam en zoet droomt, maar door
-mijn vaders bitteren spot zonk dit fraaie tempeltje jammerlijk inéén en zij kon niets
-in de plaats daarvan stellen dan zijn beeld, haar afgod. Hoe langer hoe <span class="pageNum" id="pb252">[<a href="#pb252">252</a>]</span>meer zag zij in op welke kleivoeten het rustte; hemel en aarde schenen voor haar te
-vergaan. Zij dacht nauwelijks aan mij, ik geloof, dat ik weinig rekende in haar leven,
-anders ware zij met mij heengegaan. Hoe zou ik haar alles vergoed hebben, arm, lief
-moedertje! Een toevlucht bleef haar over, de dood. Waarom zou zij voor zelfmoord terugdeinzen?
-Er bestond immers geen God, wien zij verantwoording schuldig was van het leven, dat
-zij ongeroepen ging verlaten? Haar man erfde haar schatten en kon gelukkig zijn met
-de vrouw, die hij meer beminde; eens vond men haar slapend om niet meer te ontwaken;
-zij had vergift ingenomen, de min wist alleen dat mevrouw haar kind &#x2019;s avonds hartstochtelijk
-had gekust.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij zweeg, na met moeite de laatste woorden te hebben uitgesproken; zij drukte zijn
-hoofd teeder tusschen haar handen, zij voelde en leed met hem en bemerkte niet dat
-een ander gevoel thans nog onbepaald en vaag in haar gemoed sloop. Later als het haar
-ziel zou vervullen en haar geest nacht en dag kwellen, dan zou onvermijdelijk voor
-haar oog dit kalme water verschijnen, zacht wegvluchtend in de schaduw terwijl de
-laatste zonneglanzen verglommen.
-</p>
-<p>»En hoe nam hij &#x2019;t op?&#x201d; vroeg zij fluisterend.
-</p>
-<p>»Zijn ijdelheid was gekwetst; het was ongehoord dat zijn vrouw, dat onbeduidende schepsel
-hem plotseling tot voorwerp aller aandacht maakte. De dooden hebben steeds gelijk;
-ieder wist nu hoe hij haar gekweld en vernederd had, hoe oneindig veel het jonge,
-vroolijke meisje geleden moest hebben, omdat zij nog geen anderhalf jaar later het
-huwelijk door den dood verbrak. Ik werd het meest beklaagd; de officieren keerden
-mijn vader den rug toe, zijn vriendin weigerde zich verder te compromitteeren en verklaarde
-dat zij in Minette steeds een martelares had bewonderd en haar man als een beul verafschuwde.
-Hij kon niet langer in dienst blijven, van alle kanten wachtten hem vernederingen;
-verbittering en&#x2014;ik wil gelooven&#x2014;ook wroeging vervulden zijn ziel en hij wist niets
-beters te doen dan haar voorbeeld te volgen&#x200a;&#x2026; Wie dacht aan den armen, kleinen Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar je vader leeft nog?&#x201d;
-</p>
-<p>»De zelfmoord mislukte; de wond, die hij zich door een pistoolschot had toegebracht,
-genas slechts langzaam; jaren bleef hij, de man met de onverwoestbare gezondheid,
-zwak en hulpbehoevend en zoodra hij eindelijk hersteld heette, bleek het dat hij geen
-ander, maar een veranderd man geworden was. Zijn schoonheid en mannelijke kracht waren
-heen, zijn zelfbewustzijn was geschokt, hij was nu een voorwerp van medelijden geworden,
-tegen wien niemand meer wrok koesterde, zelfs niet de diep beleedigde van Vooren,
-die hem vergaf misschien ten wille van mij, den zoon zijner nooit vergeten Minette,
-naar wie hij zelfs zijn oudste dochter noemde. Door erfenis kwam mijn vader in het
-bezit van een zoogenaamd <span class="pageNum" id="pb253">[<a href="#pb253">253</a>]</span>kasteel in de heerlijke streek tusschen Maastricht en Aken, waar alle landhuizen zoo
-spoedig kasteelen heeten; hij trok er in.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En waar bleeft gij al dien tijd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, wat kwam het er op aan? Onder de hoede van een paar dienstboden. Het goede Kaatje,
-dat bij ons diende toen het ongeluk gebeurde, hechtte zich aan het arme schaap van
-een kind, waarom zich niemand scheen te bekommeren; over geld mochten de bedienden
-vrij beschikken, mits zij het kind maar zoet hielden en de vader niet bemerkte dat
-er zulk een wezen op de aarde bestond. Je begrijpt, wat er van mijn opvoeding werd.
-Geen gril, hoe zonderling, of ze werd ingewilligd, geen plichten leerde ik kennen,
-geen lessen behoefde ik te leeren. Toevallig was ik weetgierig en vrij vlug; toen
-ik dus mijn vader in Ellenrade volgde, leerde ik al spelend het een en ander wat het
-leeren waard was en nog meer wat het niet waard was. Ik vocht met de boerenjongens,
-speelde over hen baasje, schuwde mijn vader als een besmettelijke en was uren in het
-rond als »de kwâjong van den kapitein&#x201d; bekend.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe bracht je vader dan zijn tijd door?&#x201d;
-</p>
-<p>»Met allerlei soorten van philosophische en astronomische proeven, met klopgeesten
-en tafeldansen, alles bij buien. Zoo werd hij, de spotter van voorheen, tot het overdrevene
-bijgeloovig, dan weer zocht hij iets vooruit te zien, vorschte in de sterren of in
-oude boeken, liet mediums en goochelaars bij zich komen, ondervroeg telkens den geest
-mijner moeder om als hij geen bevredigende antwoorden kreeg weer ergens anders te
-zoeken en den eenigen plicht, die hem was overgebleven, het eenige middel dat hem
-restte om zich met God en mijn moeder te verzoenen moedwillig te verwaarloozen. Om
-mij bekommerde hij zich niet in &#x2019;t minst totdat eens de toenmalige kapitein van Vooren,
-die in Maastricht in garnizoen geplaatst was, hem kwam bezoeken; juist had ik weer
-zooveel kattekwaad uitgevoerd dat de politie er bij te pas kwam. Ik geloof dat het
-niets meer of minder gold dan brandstichting in een hooiberg, zoo slecht is de knaap
-geweest, over wien gij je ontfermt, Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb er je te liever om,&#x201d; antwoordde zij.
-</p>
-<p>»Moge &#x2019;t je niet berouwen, Corona, maar de kapitein zag, dat ik opgroeide voor de
-gevangenis en dat mijn vader het te druk had met zijn verhevene bezigheden, om aan
-zoo&#x2019;n kleinigheid als de opvoeding van zijn zoon eenige aandacht te wijden. »Geef
-hem mij maar mee, ik zal zien of er iets van terecht komt,&#x201d; sprak de kapitein. »Als
-&#x2019;t je belieft, neem hem mee, en doe met hem wat je verkiest,&#x201d; antwoordde papa met
-een zucht van verlichting en zoo kwam ik t&#x2019;huis bij Hermelijns vader.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe oud was zij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Een aardig klein ding, van zes, zeven jaar. Ik had respect <span class="pageNum" id="pb254">[<a href="#pb254">254</a>]</span>voor den kapitein, door hem liet ik me raden en leiden, later toen ik in militairen
-dienst trad, kwam ik weer onder zijn leiding, maar ik heb hem veel verdriet gedaan.
-Ik kon me niet buigen onder de militaire tucht, toch werd ik officier en studeerde
-een tijd lang zeer hard want ik verlangde naar de epauletten; zoodra ik ze had, wierp
-ik ze weg, het was mijn eerste werk nadat ik me overtuigd had, dat het uniform me
-goed kleedde. Zoo ben ik; &#x2019;t is beter dat je het weet, de verhouding mijner ouders
-verklaart wellicht deze eigenaardigheid. Zoodra ik iets bezit waarnaar ik vurig verlang,
-voelt mijn hart zich plotseling ledig en&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Het heeft geen waarde meer voor je. Ach, Iwan, zal &#x2019;t ook zoo met je gaan, wanneer
-wij getrouwd zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik hoop &#x2019;t niet, Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>En dat kon hij zoo koel zeggen, met zijn hand in de hare, zijn hoofd tegen haar knieën
-geleund; zij rilde, trok haar hand terug en wendde het hoofd om. Plotseling schitterden
-de oevers van het meer in veelkleurig licht, tusschen het groen en de rotsen waren
-honderden inlanders geslopen, die daar bonte lantaarns ophingen, welke als bij tooverslag
-een zachten, tooverachtigen schijn over het water, de eilanden en de bootjes wierpen.
-</p>
-<p>»Corona, mijn Corona,&#x201d; en hij sloeg den arm om haar, »alles is ter uwer eere, mijn
-koningin, mijn kroon! Vraag me zulke dwaasheden niet meer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Was het een dwaasheid?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Daar ik &#x2019;t voor geen beleediging wil opnemen; glimlach weer, mijn liefste, je bent
-mijn alles, mijn geluk, mijn vreugde, mijn toekomst, je zult het leven van den eenzamen
-zwerver vervullen, gij en gij alleen!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona voelde zich gewonnen door zijn zoete taal, die hem op dit oogenblik inderdaad
-uit het hart welde, hij meende waarlijk dat haar oogen een licht zouden werpen op
-zijn toekomstig levenspad, dat hij afgedaan had met zijn vroegere weifelingen en aarzelingen
-om zijn vrijheid aan haar ten offer te brengen en zij geloofde hem gaarne, maar toch,
-volmaakt gelukkig was zij niet meer, de eerste schaduw was op haar geluk gevallen.
-Niemand vermoedde het echter; een zoete muziek deed zich hooren. Op een der eilanden
-had Thoren van Hagen muzikanten geposteerd, van meer dan gewone bekwaamheid; op een
-ander was het avondmaal gespreid, later werd vuurwerk op &#x2019;t water ontstoken. In één
-woord, het feest, door Thoren van Hagen zijn aanstaande bruid geboden, was de waardige
-tegenhanger van dat door haar ter Hermine&#x2019;s eere gegeven en zou een prinselijken bruidegom
-niet onwaardig geweest zijn.
-<span class="pageNum" id="pb255">[<a href="#pb255">255</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e6605">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e6605src">1</a></span> Schuiten.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e6605src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch42" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XLII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Corona zat in haar kamer en peinsde.
-</p>
-<p>Wat ontbrak aan haar geluk? Iwan was zoo goed en liefdevol als zij het slechts wenschen
-kon, ieder overlaadde haar met bewijzen van sympathie en liefde, Hermelijn was voor
-haar de teerste zuster, die men zich bedenken kan, haar vader scheen ten volle tevreden
-met haar keuze, en toch.&#x2026; toch was zij niet voldaan.
-</p>
-<p>Er drukte haar iets ter neer, iets waaraan zij geen naam kon geven, maar dat er daarom
-niet minder zwaar en voelbaar om was.
-</p>
-<p>»Ik ben mijzelf niet meer,&#x201d; zuchtte zij. »Hij leidt me waarheen hij wil. Zou hij iets
-hebben van het karakter zijns vaders, van den man, die zijn liefhebbende vrouw in
-den dood joeg, het ware te vreeselijk! Zij kon zich in hem oplossen, maar dat wil
-ik niet, ik ben te oud en daarbij te veel mijzelf.&#x201d;
-</p>
-<p>Aanleiding tot die gedachten bestond er niet rechtstreeks; een klein verschil van
-gevoelen dat zij gisteren hadden gehad over de behandeling der Javanen kon het toch
-niet wezen.
-</p>
-<p>Iwan had zijn uit couranten en boeken geputte geleerdheid blootgelegd; Corona stelde
-er haar ondervinding tegenover, hij noemde die wreed en onrechtvaardig, maar zij verdedigde
-haar standpunt met warmte en innige overtuiging. Zij was goed voor de Javanen hoewel
-streng, zij betreurde de afschaffing der rottingstraf en hij noemde dat onvrouwelijk;
-toen zij tegen dit oordeel vol vuur protesteerde, glimlachte hij en vroeg of zij »De
-negerhut&#x201d; had gelezen.
-</p>
-<p>Op haar verwonderd »ja&#x201d; sloot hij haar lippen met een kus en verzocht haar, ten minste
-op hem die straf niet toe te passen; verder was hij dien avond onberispelijk hartelijk
-geweest.
-</p>
-<p>Dat was alles; waarom kon Corona niet zonder pijn aan dit onbeduidende voorval denken,
-evenmin als aan hun ernstig gesprek in den gondel?
-</p>
-<p>Zij wist nog niet dat er in liefde of in innige vriendschap geen kleinigheden bestaan;
-dat alles daarin groote afmetingen bezit, dat schijnbaar geringe voorvallen soms licht
-werpen op verborgen diepten van een gemoed, dat men geheel meende te kennen. Een woord,
-een blik, een verzuim kunnen schakels zijn van een keten, die half vergeten opmerkingen,
-vage gewaarwordingen aan elkander verbinden; straaltjes licht, die vaak op een dwaalspoor
-brengen, insecten, die knagen aan het fondament, zonder hetwelk vriendschap en liefde
-onmogelijk zijn, aan het vertrouwen.
-</p>
-<p>Alles wordt voedsel wanneer zich eenmaal zekere gedachte of zeker vermoeden tusschen
-twee innig verbondene zielen heeft vastgezet; wat eerst een onbeduidend steentje was,
-dat men nauwelijks opmerkte, dat zelfs geheel verdwenen scheen, verheft zich <span class="pageNum" id="pb256">[<a href="#pb256">256</a>]</span>langzamerhand tot een scheidingsmuur, die beiden onherroepelijk van elkander scheidt.
-</p>
-<p>Zoo was &#x2019;t ook hier; Iwan en Corona hadden elkander innig lief, zij met allen hartstocht
-van haar vurig opbruisend karakter, hij met alle kracht van zijn avontuurlijken, fantastischen
-geest; misschien was zijn liefde meer een zaak van het hoofd, misschien maakte zijn
-eigenaardige levensloop hem ongeschikt om te beminnen als een ander; het blijft immers
-altijd, eeuwig waar, dat waar twee menschen elkander beminnen, de eene meer schenkt
-en de andere meer ontvangt, de eene meer en de andere minder liefheeft; maar even
-waar is het ook dat het zeer lang duren kan vóór een van beiden het bemerkt, vóór
-dat de eene tot dat treurige bewustzijn ontwaakt en daarmede zijn geluk bedreigd ziet.
-Zou voor haar het ontwaken reeds zoo vroeg komen?
-</p>
-<p>Iteko sloop zacht en haast ongemerkt binnen.
-</p>
-<p>»Om hoe laat komt mijnheer van middag?&#x201d; vroeg zij hoogst bescheiden.
-</p>
-<p>»Op den gewonen tijd, denk ik.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan zal mijnheer zijn jacht wel reeds geëindigd hebben.<span class="corr" id="xd30e6728" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Welke jacht bedoel je?&#x201d;
-</p>
-<p>»De jacht op de apen van Ngaroe. Och, ik begrijp &#x2019;t heel goed dat mijnheer Thoren
-van Hagen boven zulke kinderachtigheden verheven is, maar het kon voor hem gevaarlijk
-worden; het visschen zien de Javanen reeds zeer ongaarne maar het schieten op de heilige
-apen, vinden zij natuurlijk een gruwel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wist niet, dat Iwan &#x2019;t ooit gedaan had.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat begrijp ik wel, juffrouw; een woord van u zal natuurlijk voldoende wezen om mijnheer
-te doen inzien, dat het verkeerd is, maar de Javanen morren er reeds over dat mijnheer
-het vervloekte huis betrokken heeft en de gasten van het woud beleedigt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal er hem over spreken, natuurlijk.&#x201d;
-</p>
-<p>Toch zag Corona er tegen op, Iwan voor iets te waarschuwen. Van waar kwam die geheime
-schroom bij haar, die vroeger niets en niemand vreesde?
-</p>
-<p>»Het zal voor mijnheer een genoegen en vreugde zijn, dat spreekt, die liefhebberij
-vaarwel te zeggen als u er om vraagt,&#x201d; voegde Iteko er fluweelzacht bij.
-</p>
-<p>»Zwijg,&#x201d; gebood Corona, plotseling op den toon der prinses van voorheen, »je hebt
-niets te maken met hetgeen tusschen mijnheer Thoren en mij voorvalt<span class="corr" id="xd30e6740" title="Bron: ,">.</span>&#x201d; Zonder een woord meer te zeggen ging Iteko aan haar werk, Corona bleef voortpeinzen,
-kleedde zich op den gewonen tijd aan en wachtte hem in haar geliefkoosd hoekje af,
-waar zij de bekentenis van zijn liefde ontvangen had.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen liet zich niet wachten; zij ging hem tegemoet en samen maakten zij
-een wandeling in den omtrek van het groote huis.
-</p>
-<p>Corona was eenigszins afgetrokken; zij wilde en moest hem over <span class="pageNum" id="pb257">[<a href="#pb257">257</a>]</span>die jacht spreken maar zij zocht naar haar woorden en wist niet hoe te beginnen. Telkens
-wilde zij er over praten en telkens bedacht zij zich weer of liever stelde het uit.
-</p>
-<p>»Ik zal &#x2019;t zeggen als we naar huis gaan,&#x201d; dacht zij en een oogenblik later weer, »neen<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> in de open lucht is &#x2019;t minder geschikt dan binnen.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij sprak over onverschillige zaken; hij had een van zijn levendige buien en was bijzonder
-opgewekt.
-</p>
-<p>»Ik heb van morgen een moord gedaan,&#x201d; zoo vertelde hij, »verbeeld je, daar kwam me
-zoo&#x2019;n brutale aap in mijn kamer en kaapte een paar boeken weg, die ik nog niet eens
-gelezen had. Hij klauterde tusschen de boomen en eindelijk toen ik geen kans zag goedschiks
-aan mijn eigendom te komen, legde ik mijn geweer aan en schoot hem er uit. &#x2019;t Is een
-prachtig beest in zijn soort. Het was treffend te zien hoe al zijn vrienden van hun
-hooge zitplaatsen afklommen, om rondom zijn lijk allerlei grimassen van verdriet te
-maken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dus &#x2019;t was maar een toeval dat je het dier doodgeschoten hebt, Iwan,&#x201d; vroeg Corona
-met een zucht van verlichting, »je maakt toch niet bepaald jacht op de apen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat zou ik er aan hebben? Die dieren zijn vreedzaam, maar als ze het mij lastig maken
-schiet ik er dapper op los.&#x201d;
-</p>
-<p>»Doe dat niet Iwan, als je mij een pleizier wilt doen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom niet? Ik kan niet zeggen dat de apenjacht mij bijzonder aantrekt, ik vind
-het een flauwe liefhebberij maar als het te pas kwam&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan nog niet. Geloof me, laat die dieren met vrede.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zijn ze in je oog misschien ook heilig?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, maar ze zijn het voor de Javanen en ik vind het noodeloos hun gevoel te kwetsen.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij zag haar lachend aan.
-</p>
-<p>»Is dat dezelfde strenge Corona, die de rottingstraf weer ingevoerd wilde zien en
-die nu zooveel eerbied heeft voor de belachelijke sentimentaliteiten van de Inlanders.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof niet dat het een het andere uitsluit en ik ben zeker, dat een Javaan liever
-schuldig of onschuldig door de rottan gestraft wordt dan dat hij een Europeaan een
-bloedbad ziet aanrichten onder de dieren, die hij voor heilig aanziet.&#x201d;
-</p>
-<p>»En is &#x2019;t dan onze plicht niet, van ons, die beweren roeping te hebben de Javanen
-te veredelen, te beschaven en weet ik wat nog meer, zulke verkeerde begrippen tegen
-te gaan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Door ze opzettelijk te kwetsen, ik geloof dat juist door die vervolging ze hun nog
-dierbaarder worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik voor mij denk dat niets hen beter genezen kan, dan de overtuiging dat er niets
-kwaads gebeurt, al schiet ik hun apen gezamenlijk neer, wat ik misschien ga doen,
-als &#x2019;t mij invalt en ze het mij te lastig maken.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb258">[<a href="#pb258">258</a>]</span></p>
-<p>»Iwan, ik bid je, laat dat plan varen. Ik verzoek er je om!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Corona, het zou toch te kinderachtig zijn, wanneer ik alle grillen van die beesten
-verdroeg alleen omdat&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik er je om vraag, laat je dat genoeg wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona,&#x201d; en zijn stem klonk hoog ernstig, »we zijn beiden te oud en naar ik hoop
-ook te verstandig om aan zulke galanterieën te doen. Ik wil volstrekt niet, wat mijn
-vader van zijn vrouw verlangde, dat zij een willoos voorwerp in zijn handen werd,
-dat zij al zijn bevelen opvolgde, alleen omdat hij het verkoos maar van mijn kant
-verkies ik ook niet, iets te laten, alleen omdat jij het vraagt. Dit is verkeerd begrepen
-liefde, het zou me geen moeite kosten tijdens ons engagement iets te beloven maar
-als we getrouwd zijn, doe ik aan dergelijke toegevendheid niet meer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat je niet van mij houdt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei, Corona, zeg zulke banaliteiten niet! Waarlijk, ze klinken niet uit je mond;
-je plaatst je daarmee op het standpunt van alle andere geëngageerde meisjes.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ben ik beter dan zij? Ik redeneer niet, want liefde, die redeneert is geen liefde
-meer. O, Iwan, dat ééne bewijs van liefde <span class="corr" id="xd30e6779" title="Bron: weigert">weiger</span> je me?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe klein moet je van mijn liefde denken, Corona, dat je die naar zulk een weigering
-afmeet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan, geloof mij, je verbittert de Javanen door die jacht; de gevolgen zullen niet
-te overzien wezen, je kent ze niet als ik.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarom <span class="corr" id="xd30e6786" title="Bron: gunt">gun</span> je hun zeker een menschonteerende straf en onzinnige bijgeloovigheden. &#x2019;t Is domheid
-die men dient tegen te gaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat meenden ook de Cesars, toen ze de eerste Christenen vervolgden. Ieder mensch
-die een eigen meening bezit, hoe dwaas en krankzinnig die ons voorkomt heeft ze lief
-en zij, die zich vrijdenkers noemen, zijn op weg, de ergste tyrannen te worden. Dat
-heb je aan je vader gezien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik verzoek je, Corona, mijn vader en de geschiedenis buiten onze twist te laten.&#x201d;
-Zij liet zijn arm, waarop zij nog steeds rustte, los en wendde het hoofd af.
-</p>
-<p>»Ik begrijp &#x2019;t meer dan ooit, je hebt me niet lief. <span class="corr" id="xd30e6793" title="Bron: Meent">Meen</span> je dat Portias ooit zoo ruw tegen Kitty gesproken heeft?&#x201d;
-</p>
-<p>»Liefde <span class="corr" id="xd30e6799" title="Bron: noemt">noem</span> je immers kinderachtig en het huwelijk een ernstige zaak, welnu<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> de kinderperiode zijn we haast voorbij, en de ernst breekt aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als die ooit komt! We zijn nog niet getrouwd; &#x2019;t ware misschien beter als we mekaar
-nimmer gekend hadden, nu reeds weiger je mij een onnoozelen wensch!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo je meent dat een man niets anders is dan een slaaf meer aan je triomfkar, dan
-heb je misschien gelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik vraag &#x2019;t je nog eens, wil je van die onzinnige jacht afzien?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb259">[<a href="#pb259">259</a>]</span></p>
-<p>»Neen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zie dan van mij af!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb je woord en ik geef &#x2019;t je zoo gemakkelijk niet terug om een booze bui.&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan.&#x201d;
-</p>
-<p>De aders van haar voorhoofd zwollen op, haar oogen schoten vlammen en haar lippen
-trilden; en toch, zij voelde zich machteloos, geheel onder den invloed van den man,
-die over haar leven kon beschikken.
-</p>
-<p>»Wel <span class="corr" id="xd30e6816" title="Bron: meent">meen</span> je, dat ik zoo laf zou zijn, alleen omdat je nu boos belieft te zijn ons engagement
-te verbreken en morgen, wanneer je goed humeur terug is, het weer aan te knoopen.
-Geef me je arm maar weer, Corona, en praat er niet meer van!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat nooit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zooals je verkiest!&#x201d;
-</p>
-<p>Zwijgend gingen zij naast elkaar voort, tot aan het groote huis. Kitty kwam hen tegen
-met Margot, zij zagen dadelijk dat er iets gebeurd was, hoewel Thoren van Hagen vroolijker
-en levendiger was dan gewoonlijk; hij verhaalde opnieuw de geschiedenis van den aap
-tot Corona&#x2019;s groote ergernis.
-</p>
-<p>De beide zusters schaterden het uit van lachen en Margot, die nu gerust Thoren mocht
-zeggen, zeide schertsend:
-</p>
-<p>»Pas op, Thoren, als de Pontianak<a class="noteRef" id="xd30e6826src" href="#xd30e6826">1</a> van het meer je maar niet verwurgt zooals zij &#x2019;t Bremmers heeft gedaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik verzoek je, de dooden te laten rusten,&#x201d; beval Corona op den scherpen, korten toon,
-dien zij na haar engagement bijna geheel had afgelegd, »of ik zal juffrouw Iteko verzoeken
-een opnaaisel te maken in je veel te lange rokken.&#x201d;
-</p>
-<p>Margot beet zich op de lippen van ergernis; haar laatste japon reikte werkelijk tot
-den grond. Corona had het niet opgemerkt of niet willen opmerken, nu begon zij er
-eensklaps tot Margot&#x2019;s grooten schrik over.
-</p>
-<p>»Ik heb Portias ten minste niet willen toestaan op het meer te visschen. Dien avond
-toen we daar zoo heerlijk vaarden, was ik blij dat de lolings<a class="noteRef" id="xd30e6833src" href="#xd30e6833">2</a> opgestoken werden. Ik voelde mij bepaald mergilàn (angstig).&#x201d;
-</p>
-<p>»O foei Kitty, ik dacht dat je wijzer waart.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wij Inlandsche kinderen zijn allemaal bijgeloovig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben niet bijgeloovig,&#x201d; zeide Corona, »maar ik kan me toch begrijpen dat anderen
-het zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Behalve als de roode hond in het spel is,&#x201d; plaagde Iwan.
-</p>
-<p>Dien avond was Corona trotsch en prikkelbaar als voorheen; haar verloofde verwaardigde
-zij met geen blik.
-</p>
-<p>»Ik wil mij niet nu reeds buigen onder zijn wil,&#x201d; dacht zij, »hij zou mijn tyran willen
-worden. Het kan zoo niet blijven.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb260">[<a href="#pb260">260</a>]</span></p>
-<p>Eens fluisterde hij haar toe:
-</p>
-<p>»Ik verzoek je vriendelijk, Corona, het niet wereldkundig te maken, dat we gekibbeld
-hebben. Mijn lust tot praten is ook niet bijzonder groot, maar ik wind me op om mogelijke
-praatjes en toespelingen te voorkomen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan geen komedie spelen,&#x201d; antwoordde zij kortaf met een boos, somber gelaat.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen ging vroeger naar huis dan gewoonlijk. Hij wilde afscheid van haar
-nemen, zij weerde hem af:
-</p>
-<p>»Niet vóór je mij dat verzoek hebt toegestaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zooals je wilt!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij keerde zich om, en zeide tot den ouden heer de Géran:
-</p>
-<p>»Ik ga morgen naar Soekarenga en denk een paar dagen weg te blijven. Corona vindt
-het zeer goed.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona sprak hem niet tegen hoewel haar bloed kookte.
-</p>
-<p>»Goede reis!&#x201d; was het lakonieke antwoord.
-</p>
-<p>»Een wolk in den blauwen hemel,&#x201d; zei Margot hoogwijs.
-</p>
-<p>»De snaren raken ontstemd,&#x201d; meende Portias, »zonderling dat twee instrumenten, hoe
-gelijk ze ook klinken, toch spoedig weer hun diapason verliezen en het stemmen niet
-altijd helpt.&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e6826">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e6826src">1</a></span> Spook.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e6826src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e6833">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e6833src">2</a></span> Lampions.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e6833src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch43" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XLIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Twee dagen later zat Corona op haar sofa, moe geweend en moe geklaagd; zij had Thoren
-van Hagen <span class="corr" id="xd30e6862" title="Bron: sints">sinds</span> dien avond niet meer gezien; zoo lang zij kon, hield zij zich goed maar haar zenuwen
-waren tegen de overspanning niet bestand. Eerst had zij vreeselijke aanvallen van
-woede gehad, waaronder zij haar verlovingsring vertrapte en zich de haren uittrok,
-gevolgd door vlagen van eindeloos schreien en daarna een soort van gevoelloosheid,
-waaruit niets haar deed ontwaken.
-</p>
-<p>»Hij houdt niet van me, ik heb &#x2019;t lang vermoed. Hij wil me kwellen zooals zijn vader
-zijn moeder heeft gekweld,&#x201d; herhaalde zij telkens.
-</p>
-<p>Iteko stond nu voor haar met een kop bouillon, waarvan zij echter weigerde iets te
-gebruiken.
-</p>
-<p>»Och juffrouw, wees toch verstandig! Mijnheer komt spoedig terug en zal er zeker spijt
-van hebben. Zal ik hem schrijven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, ik verbied je, ons engagement is af&#x200a;&#x2026; af&#x200a;&#x2026; voor goed af.&#x201d; En zij barstte weer
-in zenuwachtige snikken uit.
-</p>
-<p>Tegen den middag kwam Hermelijn op het groote huis. Kitty verhaalde haar reeds dadelijk
-dat Cor stellig onaangenaamheden had gehad met haar beminde, en ten gevolge daarvan
-de kamer hield en niemand wilde zien.
-<span class="pageNum" id="pb261">[<a href="#pb261">261</a>]</span></p>
-<p>»Ik zal &#x2019;t consigne verbreken,&#x201d; sprak Hermelijn glimlachend en tikte aan haar kamerdeur.
-</p>
-<p>Zonder het »binnen&#x201d; af te wachten trad zij binnen en vond Iteko nog steeds met haar
-bouillon voor haar bedroefde meesteres.
-</p>
-<p>»Laat ons een oogenblikje alleen,&#x201d; zei Hermelijn kortaf. »Foei, wat is &#x2019;t hier donker,
-alle jaloezieën neer! &#x2019;t Is om melancholiek te worden. Zal ik ze optrekken, Corona?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, dank je! Hermine, ben je daar, ô God! ik ben zoo ongelukkig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat je gekibbeld hebt met Iwan! Mijn hemel, hoe diep ongelukkig moet ik dan wel
-geweest zijn, in al dien tijd toen ik met mijn man op voet van oorlog stond! Je ziet,
-hoe ik er over heen ben, we maken er gekheid over en als een twist dat lijden kan,
-behoort hij geheel en al tot het verledene en dat zal spoedig ook het geval zijn tusschen
-je beiden. Moed, Corry lief! hij zal terugkomen, hij houdt veel te veel van je.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, dat doet hij niet! Hij geeft niets om me, niets, hij wil me tyranniseeren en
-daar ik dat niet wil&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar heb je groot gelijk aan! We zijn geen Eskimo&#x2019;s die hun vrouw als hun lastdier
-beschouwen; zelfs bij de Javanen is de vrouw dikwijls genoeg baas; moed, Corona, moed!
-Hij komt als berouwhebbend zondaar terug.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat behoeft niet! Als hij maar terugkeert; ik wil hem vergiffenis vragen, zoo hij
-&#x2019;t verlangt, als hij maar terugkomt.&#x2026; O Hermelijn, is &#x2019;t niet verschrikkelijk, dat
-ik, die iedereen in mijn macht meende te hebben, die bevelen kon als een koningin,
-nu zwak en hulpeloos ben, dat ik uren lang zit te huilen als een klein kind omdat
-hij boos is.&#x201d;
-</p>
-<p>En luid snikkend verborg zij het hoofd op den schouder van haar zuster, die half schertsend,
-half ernstig haar trachtte te troosten en haar eerst verliet toen zij, kalmer geworden,
-in een rustigen slaap viel.
-</p>
-<p>Om zes uur, terwijl Hermelijn met Kitty en Margot wandelden in het »rozenparadijs&#x201d;&#x2014;zoo
-noemde Corona het gedeelte van den tuin, waarin zij een verzameling rozen had bijeengebracht,
-door het beroemde Buitenzorgsche rozenperk nauwelijks overtroffen&#x2014;en daar bouquetten
-samenbonden, hoorden zij het getrappel van een paard en zagen Thoren van Hagen aanrijden.
-</p>
-<p>»Die booswicht, foei, ik neem &#x2019;t hem erg kwalijk, dat hij die arme Cor zoo plaagt,&#x201d;
-sprak Kitty.
-</p>
-<p>»Verdiend loon<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; meende Margot minder vergevingsgezind, »zij heeft zoo dikwijls anderen geplaagd.&#x201d;
-</p>
-<p>Toen hij bij het rozenperk kwam en de stemmen der drie zusters hoorde, hield hij den
-draf van zijn paard in en boog zich voorover.
-</p>
-<p>»De drie schoonste rozen,&#x201d; sprak hij galant, »is Corona niet bij u, lieve zusters?&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona is ziek! Stoute broer!&#x201d; riep Kitty.
-<span class="pageNum" id="pb262">[<a href="#pb262">262</a>]</span></p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e6896" title="Bron: Meent">Meen</span> je dat werkelijk?&#x201d; vroeg hij op zulk een bezorgden toon, dat zelfs Kitty verzoend
-met hem raakte. Hij sprong van het paard en wierp de teugels om den arm; de drie zusters,
-zwaar met rozen beladen, kwamen hem te gemoet.
-</p>
-<p>»Wat scheelt haar?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>»Wij hebben haar niet mogen zien, Hermelijn is alleen bij haar toegelaten. Vraag het
-haar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ernstig?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och neen,&#x201d; was Hermelijn&#x2019;s antwoord, »dat nu juist niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Weet je wat, Hermine, geef je doktersverslag, wij gaan naar onze rozen terug,&#x201d; zeide
-Kitty, »kom Go!&#x201d; en ze verdwenen weer tusschen de struiken.
-</p>
-<p>»Zeker appelflauwten,&#x201d; sprak Thoren van Hagen toen hij naast Hermelijn voortging,
-»niets verontrustends?&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan,&#x201d; antwoordde zij ernstig, »je bent haar liefde niet waard.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik vrees &#x2019;t ook, maar is &#x2019;t wel liefde? Is &#x2019;t geen grillige ingenomenheid met mij,
-juist zooals zij &#x2019;t met een paard, of een vogel of een stuk porcelein zou wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen; er rust een zware verantwoordelijkheid op je. Je kunt alles van haar maken,
-zij, die trotsche, eigenzinnige Corona is een stuk was, dat je naar welgevallen kunt
-kneden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeer vereerend voor zoo&#x2019;n meester in de boetseerkunst als ik &#x2019;t ben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan,&#x201d; en Hermelijn&#x2019;s oogen schoten vonken, »&#x2019;t is een gemakkelijke manier over alles
-te lachen en te spotten. Toen ik in moeilijkheden was, heb je niet gelachen als ik
-mijn hart bij je uitstortte; nu het je zelf geldt en een edel karakter, dat zich aan
-je vertrouwt, lacht je, alsof er sprake is van een studentengrap, ik vind het je onwaardig!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij zag haar aan.
-</p>
-<p>»Als je zoo spreekt, <span class="corr" id="xd30e6914" title="Bron: gelijkt">gelijk</span> je op je vader, Hermelijn!&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe zou hij tot je gesproken hebben, Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo, dat ik natuurlijk weer niet naar hem luisterde. Ik heb altijd goeden raad verwaarloosd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wordt het dan niet eens tijd daar mee op te houden? Ik weet niet, waarover je met
-Corona getwist hebt, maar ze twijfelt aan je liefde, dat alleen heb ik bemerkt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij is belachelijk&#x200a;&#x2026; somtijds.&#x201d;
-</p>
-<p>»En jij, Iwan, lacht om alles!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet genoeg, dat ik voor niets deug, Hermelijn, het minst voor aspirant-bruidegom.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat <span class="corr" id="xd30e6925" title="Bron: hadt">had</span> je eerder moeten inzien, nu is het te laat.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij bereikten de bijgebouwen. Iwan gaf zijn paard aan een staljongen en volgde Hermelijn
-naar de voorgalerij.
-</p>
-<p>»Zal ik haar nu niet mogen ontmoeten?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>Juist kwam Iteko langs.
-</p>
-<p>»Vraag juffrouw de Géran of ik haar mag zien!&#x201d; zeide hij.
-<span class="pageNum" id="pb263">[<a href="#pb263">263</a>]</span></p>
-<p>»Best, mijnheer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu moet ik haar zeker vleien en mijn hoofd buigen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je liefde moet je dat voorschrijven, je wilt van geen goeden raad weten, Iwan, maar
-op iets moet ik je aandacht vestigen. Je hebt alleen te strijden met een kwaden geest
-in je eigen hart, maar Corona heeft er nog een aan haar zijde; dat schepsel van daareven,
-boezemde me reeds dadelijk afschuw in. Als ik haar zie, begrijp ik waarom men zich
-voor de geteekenden moet wachten&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Mij doet ze onaesthetisch aan en ik begrijp niet, hoe Corona zoo&#x2019;n gedrocht altijd
-om zich heen wil zien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Boven dat gevoel weet zij zich te verheffen en het pleit voor haar, maar Iteko heeft
-een boos karakter en op Corona oefent zij bepaald een noodlottigen invloed uit.&#x201d;
-</p>
-<p>»De juffrouw is te ziek om mijnheer te ontvangen,&#x201d; klonk het plotseling tusschen hen,
-en Iteko lachte zoo verleidelijk als zij stellig meende het te kunnen doen.
-</p>
-<p>»Dan moet ik er mij van overtuigen. Zeg juffrouw de Géran dat ik haar spreken wil.
-Is de juffrouw gekleed?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, mijnheer, dat is te zeggen &#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Hij stond op en Hermelijn zag zijn hooge gestalte naast de kleine Iteko voortgaan
-in de richting van Corona&#x2019;s boudoir.
-</p>
-<p>»Heeft ze mij verstaan?&#x201d; dacht Hermelijn.
-</p>
-<p>»Och mijnheer, de juffrouw zal &#x2019;t mij kwalijk nemen<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; bad Iteko.
-</p>
-<p>»Wees maar niet bang, ik zal me wel weten te verantwoorden<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; antwoordde hij uit de hoogte en stiet de deur open.
-</p>
-<p>»Je blijft buiten, hoor!&#x201d; beval hij aan Iteko, die hem blikken vol vinnigen haat toewierp.
-</p>
-<p>Corona had een eenvoudige huisjapon aan en zat op den divan, toen hij binnentrad;
-hij zag haar door het schreien misvormd gelaat en zonder een woord te zeggen sloot
-hij haar in zijn armen en liefkoosde haar teeder en innig, totdat zij opnieuw in tranen
-uitbarstte en het hoofd uitgeput aan zijn borst liet rusten; tot zijn verbazing voelde
-hij zich ook zoo ontroerd dat hij geen woord kon spreken en hun verzoening, hoe stom
-ook, was zoo oprecht, dat alle wrok en twijfel plotseling weggevaagd werden.
-</p>
-<p>»Laat ons een wandeling maken, &#x2019;t zal je goed doen, mijn arm kind,&#x201d; sprak hij, haar
-tranen wegkussende, »we zullen niet door de voorgalerij gaan, als je misschien liever
-niemand ontmoet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze mogen het wel zien, ieder mag het wel weten, hoeveel je liefde mij waard is,&#x201d;
-antwoordde zij met een matten glimlach. »Laat ons nooit meer zoo twisten, Iwan, ik
-kan er niet tegen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, Corona, maar wantrouw mijn liefde dan ook niet meer.&#x201d;
-</p>
-<p>»O nooit, nooit!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij gingen samen heen en wandelden door den tuin, zonder een woord meer over het gebeurde
-te spreken, innig aan elkander verbonden, en vast overtuigd dat de liefde die zij
-voor elkander <span class="pageNum" id="pb264">[<a href="#pb264">264</a>]</span>voelden, van beide zijden even groot was; toen de lichten opgestoken waren, kwamen
-zij in de voorgalerij terug. Iwan was ernstiger dan zelfs Hermelijn hem ooit gezien
-had en vol teedere zorg voor zijn aanstaande, wier roodgeweende oogen nu van geluk
-en liefde straalden; Conrad was er ook om zijn vrouwtje af te halen en op haar wenk
-verzocht hij de geheele familie voor den volgenden zondag te eten. Opnieuw schenen
-vrede en eendracht te Ngaroengan te heerschen.
-</p>
-<p>Met een gelukkigen glimlach kwam Corona na een teeder afscheid van haar vriend in
-haar kamer terug en zeide tot Iteko:
-</p>
-<p>»Wat voel ik me nu heel anders dan gisteren en eergisteren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gelukkig, juffrouw de Géran! Wat ben ik blijde dat mevrouw Conrad juist vandaag gekomen
-is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»O neem me niet kwalijk, ik meende dat mevrouw.&#x2026; maar ik mag mij niet in familieaangelegenheden
-mengen, maar, ziet u, &#x2019;t schijnt dat mevrouw Conrad een fameuzen invloed heeft op
-mijnheer Thoren van Hagen! Geen wonder, ze kennen mekaar ook al zoo lang en is mijnheer
-haar vader niet voogd of zoo iets van mijnheer Thoren geweest?&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Hermelijn zal Iwan misschien niet eens gesproken hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Over u, dat weet ik niet; zij is hem tegemoet gegaan tot het rozenperk, en ze kwamen
-heel druk pratend en lachend terug; natuurlijk is mijnheer uit zijn eigen gekomen
-en stellig niet op een briefje van haar, dat zou niet noodig geweest zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe weet je dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat mevrouw Conrad geen briefje geschreven heeft? Och, ik kan het niet denken; u
-begrijpt toch wel hoe erg mijnheer naar u verlangde maar ik geloof niet dat hij bij
-u durfde komen in de kamer als zij hem niet aangespoord had door te tasten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat me nu alleen, Iteko, ik heb rust noodig.&#x201d;
-</p>
-<p>En Corona legde haar hoofd op de kussens, niet zoo onbezorgd gelukkig meer als zij
-een kwartier te voren had gedacht het te zullen doen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch44" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XLIV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Den volgenden morgen terwijl de heer de Géran op zijn kantoor zat kwam Thoren van
-Hagen bij hem binnen.
-</p>
-<p>»Ik moet u spreken, mijnheer de Géran!&#x201d; zoo begon hij met een zeer ernstig gezicht.
-</p>
-<p>»Nu, ik luister, Thoren, wat heb je op &#x2019;t hart?&#x201d;
-</p>
-<p>»Om te beginnen wil ik u bekennen dat het mij zeer verwondert als lid uwer familie
-opgenomen te zijn zonder dat u eenige <span class="pageNum" id="pb265">[<a href="#pb265">265</a>]</span>vraag heeft gedaan over mijn toekomst, mijn middelen van bestaan, mijn fortuin.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waartoe zou &#x2019;t dienen? Corona is rijk en kan met den armsten bedelaar trouwen als
-hij haar bevalt. En wat uw toekomst betreft, zij is oud en wijs genoeg evenals u om
-die samen te regelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik moet u bekennen dat we over dit belangrijke punt nog zeer weinig gesproken hebben
-maar ik heb er toch over nagedacht. Die voortdurende werkeloosheid deugt niet voor
-mij, ik moet iets te doen hebben en vraag u daarom mij een opzichtersplaatsje ergens
-op uw landen te geven, waar ik gelegenheid heb met de koffiecultuur bekend te raken.&#x201d;
-</p>
-<p>De Géran zag hem aangenaam verrast aan.
-</p>
-<p>»Is je dat meenens, Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Was voor &#x2019;t eerst dat hij zijn aanstaanden schoonzoon bij den voornaam noemde.
-</p>
-<p>»Natuurlijk, papa!&#x201d; antwoordde hij er dadelijk kordaat op.
-</p>
-<p>»Ga zitten, ik moet je spreken; met dat te vragen, vervul je een van mijn liefste
-wenschen. Ik ben niet jong meer, ik zie er kras uit voor mijn leeftijd, in Europa
-zou ik mij misschien nog voor 30 jaar kunnen verzekeren, maar Inlandsche kinderen
-worden niet oud; mijn hart is daarenboven niet in orde, ik kan &#x2019;t nog eenige jaren
-volhouden, maar evengoed kan het morgen gedaan zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zou ik en een ander ook kunnen zeggen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar niet met hetzelfde recht als ik. Welnu, je hebt gezien, wat een belangrijke
-onderneming de mijne is; ik heb de bezitting van mijn vader aanmerkelijk vermeerderd;
-de erfenis, die ik elk mijner kinderen nalaat is even groot als die ik alleen van
-hem ontving. Ik kan even trotsch zijn op mijn erfgoederen als de graven de Géran het
-eens waren op de hunne, maar na mijn dood wordt alles versnipperd; het werk, waarvoor
-ik jaren lang arbeidde, zal in mekaar storten zoodra ik er niet ben, wanneer de leidende
-gedachte, het besturende hoofd ontbreekt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En u heeft zoovele zoons en schoonzoons?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb ze werkelijk maar hier overtreft de hoeveelheid de hoedanigheid! Wien zou
-je als mijn opvolger kunnen aanwijzen? August is een nauwkeurig werkende machine,
-Guillaume een lichtzinnige knaap met een verkwistende, onverstandige vrouw, Portias
-een onpractische artist, Akkeveen een bekrompen huistyran; Conrad is vlug en ernstig
-vooral nu zijn vrouw hem verstandig weet te leiden, mettertijd zou ik van hem iets
-kunnen maken, maar op het oogenblik is hij nog te jong; er staan te veel boven hem
-in anciënniteit, de jongeren met Philip aan het hoofd komen natuurlijk in &#x2019;t geheel
-niet in aanmerking. Ware Corona een man geweest.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar had ik veel tegen gehad,&#x201d; schertste Iwan.
-<span class="pageNum" id="pb266">[<a href="#pb266">266</a>]</span></p>
-<p>»Zij weet meer van de zaken dan een der jongens, die altijd in de koffietuinen rondloopen,
-Coen misschien uitgezonderd, maar ze vreezen haar meer dan ze van haar houden. Wanneer
-ik er niet meer was, zou zij met veel tegenstand moeten kampen, zij zouden haar alles
-misgunnen, zelfs wat haar wettig toekomt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ik ben er nog!&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat stelt me gerust, daarom, Iwan, is mij je voorstel zoo welkom. Ik acht je volkomen
-berekend mijn plaats in te nemen, Corona bij te staan, goed te maken, waar zij, door
-de eigenaardigheden van haar karakter, de anderen voor het hoofd stoot en van zich
-vervreemdt. Ik zal je op de hoogte brengen van den stand mijner zaken en dan mijn
-testament zoo inrichten&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar, mijnheer de Géran, waar denkt u aan? Ik zou me dringen in uw zaken, ik zou
-iets vóór krijgen op uw andere kinderen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Rechten maar ook zware plichten, Iwan, die ik alleen op uw schouders kan leggen;
-wees echter gerust, ik zal niets beschikken zonder je te raadplegen, zonder je volkomen
-instemming.&#x201d;
-</p>
-<p>»U is te goed, u denkt te gunstig over mij!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat je alle bekwaamheid er toe zult bezitten, als de wil niet ontbreekt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar u begrijpt toch wel, dat ik de geheele kolonie niet als een kudde gehoorzame
-schapen zal kunnen leiden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom niet? Je bent Corona geheel meester geworden, haar, die nooit iemand vreesde
-of gehoorzaamde, zelfs mij niet en je zoudt geen overwicht over die kwâjongens kunnen
-verkrijgen, vooral wanneer mijn testament er je wapens toe gaf?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoor eens, papa, het oogenblik is naar we hopen nog ver verwijderd, dat u er aan
-denken moet, de macht, die u zoo goed in handen heeft, aan een ander over te laten.
-&#x2019;t Is mijn bedoeling niet geweest op uw land eenigen invloed te verkrijgen; ik vraag
-u een betrekking hoe klein ook, alleen omdat ik voel dat ik iets te doen moet hebben,
-dat, wanneer mijn plichten als bezadigd, getrouwd man beginnen, ik een steun moet
-hebben, om niet te wankelen en mijn ellendige zucht tot verandering te overwinnen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat waardeer ik dubbel in je, Iwan, en dit besluit versterkt mij in mijn plan; straks
-rijd ik naar Kaboelen waar de koffiepluk begint. Ga je met mij mee?&#x201d;
-</p>
-<p>Na dien dag reed Iwan dagelijks met zijn aanstaanden schoonvader uit, die hoe langer,
-hoe meer ingenomen met hem raakte, wanneer hij gelegenheid had zijn vlug verstand
-en helder inzicht te bewonderen.
-</p>
-<p>Corona was zeer tevreden met de voorkeur, die haar vader hem bewees; daarbij was Iwan,
-nu hij iets te doen en te denken had, veel rustiger en voor haar als het kon nog vriendelijker
-en hartelijker. Eens zeide hij haar lachend:
-</p>
-<p>»Ik heb nu geen tijd meer om onschuldige, heilige apen dood <span class="pageNum" id="pb267">[<a href="#pb267">267</a>]</span>te schieten en ik moet zeggen, deze bezigheid bevalt mij beter en wat denkt »<span lang="en">my darling</span>&#x201d; er van?&#x201d;
-</p>
-<p>Corona schertste terug maar toch was zij niet heel tevreden; een lastige vraag hield
-haar steeds bezig en toen zij den zondag daarop in Djantong kwam, waar Hermelijn en
-Conrad op allerliefste wijze de eer van hun huis tegenover de gasten ophielden, was
-zij verstrooid en afgetrokken.
-</p>
-<p>»Wij willen een echt Hollandsch dinétje aanleggen, Coen,&#x201d; had Hermelijn gezegd, »als
-het je nationaal gevoel niet kwetst, Franco Indiaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je volk is mijn volk, Hermelijn, zooals jij &#x2019;t doet, zal het &#x2019;t beste zijn,&#x201d; antwoordde
-hij lachend.
-</p>
-<p>»Zie zoo, dat is nu eerst verstandig gesproken maar je moet mij helpen hoor, je teekent
-zoo mooi, maak nu de menu&#x2019;s maar eens klaar. &#x2019;t Is het bruidsdiné, dat we teruggeven,
-moet je bedenken.&#x201d;
-</p>
-<p>De tafel was smaakvol aangericht, met groote bouquetten, wuivend van de pluimen der
-tjemara&#x2019;s, de menu&#x2019;s waren keurig uitgevoerd en de plaatsen, aan de verschillende
-gasten uitgedeeld, wel gekozen.
-</p>
-<p>Hermelijn zag er allerliefst uit; om haar hals droeg zij niets dan een zilveren ketting,
-die Conrad voor haar gekocht had, zijn eerste geschenk en haar daarom boven alles
-dierbaar. Wit en zwart waren haar hermelijn-achtige kleuren weder en zooals zij daar
-in haar bedrijvigheid de gastvrouw speelde, telkens met woord en wenk, Conrad, die
-zijn oogen niet van haar kon afhouden, aan zijn plichten van gastheer herinnerend,
-kon het niet anders of ieder moest zich tot het jonge, gelukkige paar aangetrokken
-voelen, dat de grootste zaligheid genoot, die er wellicht op de wereld bestaat: innige
-liefde, geheiligd en verheven door het huwelijk.
-</p>
-<p>Dolly was ook tegenwoordig tot Hermelijn&#x2019;s groote vreugde, maar men kon &#x2019;t haar aanzien
-dat zij zich in het vroolijke, opgewekte gezelschap niet op haar plaats voelde en
-dat haar gedachten ver van daar vertoefden bij het kleine, met bloemen bedekte grafje
-van haar Nonnie.
-</p>
-<p>Iwan was opgewonden vroolijk, hij noemde Hermelijn niet anders dan zusje en scheen
-vol attentiën voor haar; onder het dessert stond men op en hij rustte niet voor zij,
-ondanks haar vermoeidheid en huishoudelijke zorgen, beloofde te zullen zingen. Hij
-verliet Corona&#x2019;s zijde om met haar muziek uit te zoeken en haar bladen om te slaan.
-</p>
-<p>»Ik zal mij maar met jou troosten, Conrad,&#x201d; zeide Corona met een gedwongen glimlach,
-»mijn man en je vrouw amuseeren zich naar &#x2019;t schijnt, uitstekend met mekaar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, Hermelijntje mag wel eens wat afleiding hebben na alle moeite, die ze gehad
-heeft om mij tot een dragelijken gastheer te plooien.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb268">[<a href="#pb268">268</a>]</span></p>
-<p>»&#x2019;t Hindert je dus niet als ze zoo druk met een ander bezig is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom zou &#x2019;t mij hinderen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik dacht dat je zoo jaloersch was.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker zou ik dat wezen, als er reden toe bestond, maar ik acht mijn vrouw te hoog
-dan dat ik achterdochtig mag zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona beet zich op de lippen, maar zij bleef zitten en zag hen met gefronsde wenkbrauwen
-aan.<span id="xd30e7041"></span>
-</p>
-<p>»Laat Corona niet zoo alleen,&#x201d; fluisterde Hermelijn Iwan toe, nadat ze toevallig dat
-sombere gezicht had gezien, »ik geloof niet dat ze het graag heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat broer en zusje met mekaar spelen? Kom, zij is verstandiger.&#x201d;
-</p>
-<p>»Verbeeld je eens, wat ze mij vroeg, of ik je den raad had gegeven werk te vragen
-aan papa?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze ziet in je een soort beschermengel naar &#x2019;t schijnt en mij acht ze tot weinig goeds
-in staat.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn stond op en vroeg Corona of zij niet wilde spelen.
-</p>
-<p>»Ik heb mijn instrument niet bij me,&#x201d; antwoordde zij koel en kort.
-</p>
-<p>»Maar Coen heeft ook een viool.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dank je, ik laat ieder graag het zijne,&#x201d; werd niet zonder bedoeling gezegd.
-</p>
-<p>»Kan je voorgalerij een dansje lijden, zus Hermeline?&#x201d; vroeg Guillaume.
-</p>
-<p>»Welzeker, Hermine gaat spelen,&#x201d; zei Conrad.
-</p>
-<p>»Ik had nogal gehoopt het eerste dansje met haar te doen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan heb je verkeerd gehoopt, want &#x2019;t is beter dat we in &#x2019;t geheel niet dansen. Het
-zou Dolly hinderen.&#x201d; Aan zulk een kieschheid zou geen der talrijke Gérans ooit gedacht
-hebben; zij drongen echter niet verder aan en eerbiedigden de redenen der gastvrouw.
-</p>
-<p>Iwan naderde zijn aanstaande weer, maar zij was niet goed te spreken, haar gelaat
-stond strak tot zijn groote ergernis; hoe zeer hij ook van verandering hield, veranderlijk
-humeur van een vrouw vond hij de vervelendste van alle vervelingen en strafte er haar
-voor, door zich gedurende den loop van den avond met Kitty, Margot en zelfs Dolly
-bezig te houden en zich weinig om haar te bekommeren totdat het oogenblik van heenrijden
-aanbrak.
-</p>
-<p>Conrad en Hermelijn waren kinderlijk blijde, dat alles zoo goed afgeloopen was; zij
-hadden onuitputtelijke stof tot opmerkingen over &#x2019;t geen men gezegd had om hun dinétje
-te prijzen. Hermine volgde het voorbeeld niet van andere gastvrouwen, die onweerstaanbaar
-bekoorlijk zijn, zoolang de gasten aan tafel zitten en het huis vol vreemden is, maar
-nauwelijks staan zij weer alleen tegenover haar man of het masker van lieftalligheid
-valt af en een uitgeputte, geeuwende, ontevredene vrouw zit op dezelfde <span class="pageNum" id="pb269">[<a href="#pb269">269</a>]</span>plaats, waar zoo straks nog de beminnelijkste lachjes, de geestigste zetten werden
-ten beste gegeven. Zoo was Hermelijn&#x2019;s tweede moeder geweest, en zij had daarmede
-haar goeden man en stiefdochter dikwijls onuitsprekelijk geërgerd.
-</p>
-<p>Conrad No. 1 in alles was haar leus en haar eerste beweging was hem om den hals te
-vallen en te zeggen:
-</p>
-<p>»Ik vind ze allen heel lief en heel aardig, ik ben blij dat ze zich geamuseerd hebben,
-ik verveelde mij ook niet, maar met mijn lief ventje alleen, is het voorloopig nog
-het beste.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja voorloopig en dan krijgt het ventje misschien een geduchten mededinger, dan wordt
-hij voor één ander nog kleiner ventje achteruitgeschoven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Beste man, wees daar niet bang voor, Coen is en blijft No. 1 al zou hij ook gevaar
-loopen No. 13 te worden. Je weet, wat we laatst in Gijsbrecht lazen:
-</p>
-<p>»De man is zelf het hart&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik vond die laatste scène het mooist en het meest geschikt om een boel vervelende
-dingen te vergeten. Zal je dat altijd denken, Hermelijn, altijd van je armen Coen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Altijd, en dan zullen ze ook van ons kunnen zingen:
-</p>
-<p>»Waar werd oprechter trouwe, en de rest.&#x201d;
-</p>
-<p>Terwijl die twee kinderen zoo vol liefde en geluk hun feestje herdachten en niet vermoedden,
-hoe vele hartstochten van minder edele soort daardoor waren opgewekt, reden de gasten
-in verschillende stemming huiswaarts.
-</p>
-<p>De oude heer De Géran was er niet geweest, hij hield niet van diné&#x2019;s en de doktoren
-hadden hem een zeer strengen leefregel voorgeschreven, dien hij nauwkeurig volgde;
-Corona en Iwan zaten met Kitty en Portias in de open landauer, die onder den rijk
-met sterren bezaaiden hemel snel huiswaarts reed. Corona klaagde over hoofdpijn, Kitty
-had slaap, zij kon &#x2019;s avonds niet rijden of zij sluimerde in. Portias en Iwan hadden
-het druk over een muziekquaestie; Thoren van Hagen sprak met zeer veel gloed over
-het spel eener actrice, die hij als de Walküre in Wagner&#x2019;s Ring der Nibelungen had
-bewonderd. Corona luisterde met ingehouden verontwaardiging naar zijn woorden.
-</p>
-<p>De jalouzie was in haar hart geslopen en het veelhoofdige monster, dat zij gastvrijheid
-verleende, strekte zijn klauwen naar alle zijden uit om voedsel te bemachtigen.
-</p>
-<p>In het tweede rijtuig zaten Akkeveen, zijn vrouw, August en Guillaume, die hun echtgenooten
-thuis hadden gelaten. Akkeveen was ook jaloersch maar op een andere wijze dan Corona.
-</p>
-<p>»Als het zoo voortgaat, raken we Cor in het geheel niet kwijt,&#x201d; zeide hij, »natuurlijk
-zullen ze hier blijven wonen en Thoren van Hagen krijgt alles te zeggen zoodra de
-oude heer valt. Dat schijnt de toeleg te zijn, ik heb &#x2019;t <span class="corr" id="xd30e7076" title="Bron: sints">sinds</span> lang gemerkt, natuurlijk is dan Hermine de tweede&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb270">[<a href="#pb270">270</a>]</span></p>
-<p>»Een allerliefst wijfje,&#x201d; mompelde Guillaume.
-</p>
-<p>»Maar een gevaarlijk nest, hoe onschuldig zij er uitziet. Ik begrijp haar plannen;
-berekenend als dat ding is! Eerst heeft ze haar man om den vinger weten te draaien,
-toen bewerkte zij haar.&#x2026; haar vriend zal ik maar zeggen, om Corona ten huwelijk te
-vragen, daardoor kreeg ze vasten voet in het groote huis.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Foei, Akkeveen, je weet er niets van!&#x201d;
-</p>
-<p>»Vrouw, bemoei je niet met dingen, die te ver boven je horizont liggen. Je zult zien
-dat de oude&#x2014;ik weet dat hij druk brieven wisselt met notaris van Gool te Samarang&#x2014;een
-testament maakt, waardoor wij allen achteruitgezet en als het ware vassallen worden
-van koning Iwan en koningin Corona. Je weet dat de erfpacht spoedig ten einde loopt,
-het zal me niets verwonderen of die zal op naam van Thoren van Hagen worden overgeschreven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Massa, te erg!&#x201d; riep August uit.
-</p>
-<p>»Je zult het zien! Ik waarschuw je en dat weet het lieve Hermelijntje drommels goed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, dat geloof ik niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom Guillaume, wees nu niet zoo idealistisch vertrouwend; ze is een slimme vogel,
-ik heb &#x2019;t gemerkt toen ze bij ons logeerde. Wat heeft ze niet uit een steen als Conrad
-vonken weten te slaan; zij tracht nu Iwan op haar zijde te krijgen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En daardoor Corona zeker te bekoren, de beste manier,&#x201d; voegde Dolly er zacht tusschen.
-</p>
-<p>»Laat haar begaan, zij kent haar spel, die heks; let maar op, als de oude optrekt.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik verzoek je op een anderen toon over mijn vader te spreken, Akkeveen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Aan wien je zooveel verplichting, hebt, hé! Wij zitten hier onder ons drieën, August,
-Guillaume en ik, we heeten dezelfde rechten te hebben als Conrad en nu vraag ik je,
-wanneer zou &#x2019;t in ons hoofd opgekomen zijn, zoo&#x2019;n diné te geven en zoo&#x2019;n feest? Dat
-kunnen ze niet van hun tractement hebben gedaan, onmogelijk. En wat ziet hun huis
-eruit! Vergelijk er onze barakken bij!&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar is een goede reden voor!&#x201d; hernam Dolly, »Hermine heeft er slag van, veel met
-weinig te doen. Haar diné was zoo kostbaar niet maar alles zag er frisch en mooi uit
-door haar arrangement; en wat de meubels betreft, Corona&#x2019;s eigen smaak heeft alles
-ingericht, terwijl August en Akkeveen verkozen het geld in handen te krijgen en zelf
-te koopen; wij weten ook hoe netjes Wilhelmshöhe in orde was bij Guillaume&#x2019;s trouwen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoe Toetie alles later verslorderd heeft. &#x2019;t Is treurig maar waar, Dolly!&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe &#x2019;t ook is, spreek me niet tegen als het je belieft. Is &#x2019;t waar of niet, dat Thoren
-dagelijks den ouwe als een schoothondje volgt, dat hij tracht zich op de hoogte van
-de zaken te stellen, <span class="pageNum" id="pb271">[<a href="#pb271">271</a>]</span>dat Corona hem behandelt als ware hij Zijn Majesteit in persoon en dat Coen en Hermine
-zich veel meer bij hen aansluiten dan bij ons.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze wonen ook het dichtste bij het groote huis.&#x201d;
-</p>
-<p>»En we weten hoe Hermine vroeger tegen Cor was. We hebben &#x2019;t niet vergeten, Guillaume,
-hoe ongenadig zij haar bij dat feest bedankte voor de eer een japon van haar te ontvangen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat was alleen om Coen zand in de oogen te strooien en nu zij van hem een marionet
-gemaakt heeft, nu zet ze zeilen bij en vleit Corona en Iwan. O &#x2019;t is een volleerde
-diplomate.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als het uit diplomatie is, dat zij gehandeld heeft, dan krijg ik respect voor haar
-bekwaamheid, maar niet voor haar karakter.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze kon niets anders doen,&#x201d; sprak Dolly.
-</p>
-<p>»Je bent er buiten, vrouw, ik acht het mijn plicht de broers te waarschuwen. Als de
-ouwe zijn testament gemaakt heeft en vandaag of morgen komt te sterven, dan is het
-te laat maatregelen te nemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Er is niets tegen aan te doen. Apa bolé boeat!&#x201d; zeide, met volkomen berusting, August.
-</p>
-<p>»Als je met dat ellendige stopwoord komt, dan sta jij spoedig met je dozijn kinderen
-op straat, August, en Guillaume is er nog erger aan toe, Hermelijn kan Toetie niet
-uitstaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»En Cor jou nog minder! Ik geloof als August, we hebben niets te doen dan te wachten
-en te vertrouwen op papa&#x2019;s eerlijke onpartijdigheid.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar hebben we mooie bewijzen van gezien, ons leven lang. Papa is groot en Corona
-is zijn profeet, haar en haar grillen zijn hem alles, nu is de laatste gril een man.
-Goed, dan worden wij er aan opgeofferd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Tracht ook in haar gunst te komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Tot kruipen neem ik nooit mijn toevlucht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laten wij het papa dan ronduit zeggen,&#x201d; zeide Guillaume, »hem onze belangen voordragen.
-Een prettig werk is &#x2019;t niet maar wij zijn huisvaders en &#x2019;t dus aan onze kinderen verplicht,
-in hun belang de noodige maatregelen te nemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dank je wel!&#x201d; verklaarde August beslist.
-</p>
-<p>»Hij is de oudste zoon en hij durft niet. &#x2019;t Zal ook niets geven; wanneer die twee
-iets beslist hebben is er geen vinger tusschen te steken. Als dat huwelijk belet kon
-worden.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat dan liever den Merawoe onderste boven zetten.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is moeilijk Guillaume, ik beken &#x2019;t.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En &#x2019;t zou slecht wezen ook,&#x201d; onwillekeurig schoof Dolly wat verder van haar man af,
-»het geluk van twee menschen te verwoesten, die meenen dat ze voor elkaar bestemd
-zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Sentimentaliteit laten we buiten spel, waar het zaken geldt, maar dat is zeker, we
-hebben altijd verlangd dat Cor zou trouwen, en nu zij &#x2019;t gaat doen, ware het beter
-als ze hem nooit gezien <span class="pageNum" id="pb272">[<a href="#pb272">272</a>]</span>had, voor ons natuurlijk! Voor haar, dat is me vrij onverschillig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij heeft er zoovelen gelukkig gemaakt, het wordt tijd, dat zij voor zichzelf gaat
-zorgen,&#x201d; zeide Guillaume met zooveel bitterheid in zijn stem, als er in zijn hart
-aanwezig was.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch45" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XLV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De koffiepluk was in vollen gang; van heinde en verre waren Javanen, mannen, vrouwen
-en kinderen toegestroomd om in de tuinen de roodbruine vruchtjes te komen verzamelen,
-die als zoovele kersen gloeiden tusschen het donkergroene glimmende loof van de piramidevormige
-struikjes.
-</p>
-<p>Vroolijkheid heerschte tusschen de hooge dadapboomen, die zich als zonneschermen over
-de kostbare heesters, liefdevol en beschermend uitspreidden; de Javaansche mandors
-(opzichters) hielden over de werklieden toezicht, terwijl de Europeesche zich nu en
-dan vertoonden om ook over de wakers een oogje te laten gaan.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen boezemde alles belang in, het plukken der vruchten, het ontbolsteren
-der boonen, het drogen en pletten in den molen; overal vroeg hij inlichtingen, sprak
-met de Javaansche hoofden en trachtte zich op de hoogte van alles te stellen.
-</p>
-<p>Alleen den avond kon hij aan zijn verloofde schenken. Corona vond dat eerst zeer natuurlijk,
-maar later begon zij er over te klagen; zelf zou zij ten hoogste verwonderd geweest
-zijn als iemand haar gezegd had, dat die verandering in haar gevoelens ontstaan was
-na een paar, schijnbaar zeer onnoozele opmerkingen van Iteko.
-</p>
-<p>»Ik geloof dat je meer belang stelt in de koffie, dan in mij,&#x201d; zoo verweet zij hem
-eens.
-</p>
-<p>»Ik stel daar belang in alleen om jou,&#x201d; was zijn antwoord, dat haar slechts half bevredigde.
-</p>
-<p>Zij, die geheel vervuld was van haar liefde, kon niet begrijpen dat in zijn hart nog
-plaats overbleef voor andere gevoelens, andere eerzucht, andere belangen; ware zij
-alleen geweest, misschien had zij getracht er zich mee te verzoenen en die opkomende
-gedachten te verstikken, maar nu ze ook bij Iteko schenen op te komen, schonk zij
-er meer waarde aan.
-</p>
-<p>»Zij meent het goed met mij, zij is waarschijnlijk in den grond der zaak meer aan
-mij gehecht dan Iwan, die zooveel dingen boven mij stelt,&#x201d; dacht Corona.
-</p>
-<p>»Och juffrouw!&#x201d; ging Iteko voort, »u kan van geluk spreken, dat mijnheer Thoren aan
-niets zooveel denkt dan aan cultures; nu heeft hij geen tijd om zich bezig te houden
-met&#x200a;&#x2026; met zijn jeugd.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb273">[<a href="#pb273">273</a>]</span></p>
-<p>»Zijn jeugd? Hoe bedoel je dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik vind het verkieselijker voor u, dat hij in het tegenwoordige leeft, dan in het
-verledene, dat hem hier niet verlaat, nu toevallig mevrouw Conrad in zijn nabijheid
-is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Iteko, als je niet zoo&#x2019;n door en door goed schepsel was, zou ik meenen, dat je mij
-jaloersch wilde maken.&#x201d;
-</p>
-<p>»O foei jaloersch, hoe kan u dat denken, u is veel te zeker van het hart van uw galant
-en daarbij schijnt mevrouw Conrad&#x2014;ten minste naar &#x2019;t uiterlijk te oordeelen&#x2014;recht
-veel van haar man te houden. &#x2019;t Is erg spoedig veranderd, gelukkig juist toen mijnheer
-Thoren u zoo onverwacht ten huwelijk vroeg. En ik begrijp heel goed dat u te verstandig
-is om het onaangenaam te vinden als zij het druk hebben over hun jonge jaren.&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo goot Iteko telkens olie in het smeulende vuur van Corona&#x2019;s jalouzie; het zwaarste
-viel het haar dat zij nu reeds te veel ontzag had voor Iwan, om hem lastig te vallen
-met haar opmerkingen en bezwaren, die wanneer zij ze tegen hem uitsprak haar plotseling
-onbeduidend en klein voorkwamen.
-</p>
-<p>Hij was de man niet om zich bezig te houden met al die verfijningen van het vrouwelijke
-gevoel; daarbij gevoelde hij voor Hermine niets anders dan een soort broederlijke
-genegenheid, die met de grootste achting gepaard ging, zoodat zelfs Corona instinktmatig
-begreep, dat elke aanduiding in deze richting hem met verontwaardiging zou vervullen.
-</p>
-<p>En toch ging zij voort zichzelf te kwellen, toch legde zij elk woord, elke beweging
-van Iwan te haren nadeele uit; onophoudelijk maakte zij vergelijkingen tusschen zijn
-minste bewegingen en hetgeen hij van zijn vader had verhaald en ergerde zich bovenmatig
-dat hij weinig acht meer sloeg op haar afgetrokken buien en bedekte toespelingen.
-Zij deed dan haar best, zooveel mogelijk dezelfde te blijven, maar in haar hart hoopten
-zich een menigte grieven op, die flink uitgesproken waarschijnlijk bij den eersten
-blik zijner oogen zouden verdwenen zijn, maar thans aan oudere weer voedsel gaven
-om eindelijk een licht ontplofbare massa te vormen, die bij de eerste aanraking met
-vuur in laaie zou overslaan.
-</p>
-<p>»Iteko,&#x201d; zoo sprak Akkeveen eens tot de gouvernante, »ik moet je alleen spreken.&#x201d;
-</p>
-<p>Eenige dagen waren verloopen na het feestje te Djantong.
-</p>
-<p>»Best mijnheer, moet het onder vier oogen zijn? Komt u dan maar in de pendoppoh, als
-de juffrouw met mijnheer Thoren van Hagen gaat wandelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waar zit het andere volk dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»O die schuwen &#x2019;s middags de pendoppoh; ik houd alleen de kleintjes daar bezig.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;s Middags op den bepaalden tijd, terwijl de kinderen daar om de tafel aan het kienen
-waren onder Iteko&#x2019;s leiding, kwam Akkeveen <span class="pageNum" id="pb274">[<a href="#pb274">274</a>]</span>lui aangeslenterd en zette zich achter haar stoel neer, schijnbaar om naar het spelen
-der kinderen te kijken.
-</p>
-<p>»Zie zoo, kinderen,&#x201d; sprak de gouvernante, »nu moet juf eens met oom Akkeveen gaan
-praten over het mooie komediestuk dat wij bij gelegenheid van tante&#x2019;s trouwen zullen
-opvoeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik bewonder je helder doorzicht,&#x201d; grijnsde Akkeveen, »waarlijk, ik moet je daarover
-spreken en over niets anders.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij gingen bij de balustrade staan op eenigen afstand van de joelende, vroolijke kinderen.
-</p>
-<p>»Geen Maleisch praten, kinderen! Ik luister naar u, mijnheer Akkeveen, ik heb &#x2019;t al
-lang gezien dat u iets op &#x2019;t hart had.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je maakt toch geen pretentie op tweede gezicht, waar het niets anders is dan je aangeboren
-of aangeleerde sluwheid want je bent een canaille, Iteko, dat heb ik reeds dadelijk
-gemerkt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan heeft u in mij als in een spiegel gezien, schijnt het, mijnheer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je durft, dat weet ik, er is hier niemand, die tegen je opgewassen is, niemand, die
-groote, domme Cor &#x2019;t allerminst.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gun mij toch, mijnheer, dat ik in iets uitblink; maar ik neem het compliment van
-zoo&#x2019;n bevoegd persoon gaarne aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vertel mij, wat je doel is&#x2014;dat is beter dan impertinenties te zeggen&#x2014;je begrijpt
-toch wel dat zoodra Cor getrouwd is, je rijk hier een einde neemt. Thoren van Hagen
-is veel te aesthetisch ontwikkeld om je persoontje altijd voor oogen te willen hebben,
-daarbij is hij er de man niet naar een derde in zijn huishouden te dulden. En hier
-blijven als gouvernante is toch ook zoo aardig niet, wanneer je grootste steun is
-weggevallen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is &#x2019;t ook niet, mijnheer, maar ik begrijp niet wat voor belang het lot van zulk
-een onbelangrijk, onaesthetisch persoon als ik u kan inboezemen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heel weinig, dat spreekt, maar wij allen zijn er bij <span class="corr" id="xd30e7169" title="Bron: geinteresseerd">geïnteresseerd</span>, jij zoowel als August en Guillaume dat Cor&#x2019;s huwelijk met dezen man niet doorgaat.
-Behalve dat het altijd minder aangenaam is, wanneer men een huis vol kinderen heeft,
-een suikertante te missen, zoo hebben wij nog een massa redenen om Thoren&#x2019;s verheffing
-tot prins van den bloede met leede oogen aan te zien.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat begrijp ik zeer goed maar ik zie niet in&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom ik je dat zoo royaal zeg op gevaar af dat je alles aan Cor gaat overklikken
-om mij voor goed bij haar in ongenade te brengen? Wel, ik weet, dat je niet boos bent
-dan als je er iets mee winnen kunt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar zou u zich zeer in kunnen vergissen, mijnheer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo breng je <span lang="fr">l&#x2019;art pour l&#x2019;art</span> in toepassing. Dat valt me van je mee, dat moet ik zeggen, maar je liefde voor minder
-materieele zaken zal niet zoo ver gaan dat je opzettelijk je eigen belangen er voor
-verwaarloost. Je kunt Cor mijn woorden overbrengen en <span class="pageNum" id="pb275">[<a href="#pb275">275</a>]</span>je wint er niets bij, dan dat ze mij nog een paar graden meer verafschuwt maar aan
-den stand van zaken verandert het volstrekt niets.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, dat nu wel niet, maar&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt mij in de hand en zou je wrok aan mij kunnen koelen. Dat wil je zeggen, nietwaar?
-Zou &#x2019;t niet beter zijn, Iteko, dat wij, nu er zulke groote belangen in het spel zijn,
-onze grieven als afgedaan beschouwden en de handen in elkaar sloegen om het gevaar,
-dat ons dreigt, af te keeren? En ik spreek niet voor mezelf alleen, August en Guillaume
-zijn bang om de kastanjes uit het vuur te halen, Portias is een nul voor het cijfer,
-daarom heb ik mij met de onderhandelingen belast.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo, dus spreekt u uit naam der geheele familie?&#x201d;
-</p>
-<p>»Min of meer! Zie je, Iteko, vleien doen we mekaar niet, het kost mij maar één woord
-aan Thoren van Hagen en hij eischt van Cor dat zij je wegjaagt. Ik hoef maar het aandeel
-te vertellen, dat jij in Conrad&#x2019;s huwelijk hebt gehad.&#x201d;
-</p>
-<p>Een zegepralende grijns vertrok haar lippen.
-</p>
-<p>»Zou u denken, mijnheer, dat hij &#x2019;t van haar verkreeg?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel zeker, stellig!&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik geloof &#x2019;t niet. Eerder zou zij &#x2019;t huwelijk afbreken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Sta je zoo bij haar in gunst?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat wil ik niet beweren, maar als hij &#x2019;t verlangt, dan is zij te goed, te edel om
-een schepsel, dat zij vertrouwt en beklaagt, weg te jagen, daar deze niets deed dan
-haar ten wille te zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meen je dat, Iteko, maar dan was &#x2019;t middel gevonden om een breuk tusschen hen te
-veroorzaken. Ik had je willen voorstellen om te lasteren, jalouzie op te wekken, desnoods
-iemand om te koopen, die iets gezien of gehoord had, enfin! een van die duizend dingen
-uit te vinden, welke een ontwikkelde vrouw als jij, altijd voor &#x2019;t grijpen heeft,
-en waardoor men, trots en drift helpende, onfeilbaar zeker een engagement verbreekt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Kien, juffrouw, kien!&#x201d; riep een der kinderen.
-</p>
-<p>»Dan krijg je straks suikererwten, begin nu maar een nieuw spel! Kan je er niet mee
-terecht? Een oogenblik geduld, mijnheer Akkeveen, ik ben dadelijk weer tot uw dienst.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij zette de kinderen op nieuw aan het spelen, lachte de <span class="corr" id="xd30e7198" title="Bron: lievertjes">lieverdjes</span> eens vriendelijk toe en nam haar plaats tegenover Akkeveen weer in.
-</p>
-<p>»Zoo zou het eenvoudiger wezen!&#x201d; ging hij voort.
-</p>
-<p>»O ja, maar dan betaal ik den geheelen inzet van het spel; &#x2019;t is een waagstuk voor
-mij!&#x201d;
-</p>
-<p>Akkeveen zag haar bekommerd aan; hij voelde dat zij hem geheel in haar macht had,
-&#x2019;t eenige wapen, waarover hij te beschikken had, keerde zij hem toe.
-</p>
-<p>»Vindt u zelf niet?&#x201d; vroeg zij met haar liefsten lach toen hij bleef zwijgen, »en
-u begrijpt toch dat ik niets zal wagen als ik geen uitzicht heb op winst.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb276">[<a href="#pb276">276</a>]</span></p>
-<p>»Ik vraagje alleen, Iteko, wil je ons helpen? Als Cor trouwt, dan verlies je heel
-veel, doet zij &#x2019;t niet, je blijft dezelfde, de oppermachtige eerste minister van de
-koningin, voor wier macht zelfs wij ons buigen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat geeft me nog niet bijster veel, mijnheer! Als de juffrouw om mij te houden met
-mijnheer Thoren breekt, dan zal zij mij toch spoedig moe worden, als de oorzaak van
-haar ongeluk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Of je de zaak ook wel overdacht en naar alle kanten bekeken hebt. Je ziet ook in
-dat het een levenskwestie voor je is. Zeg, Iteko, laat ons spijkers met koppen slaan,
-wat is het lot dat je nu het liefst jezelf zoudt willen verzekeren, voor je ouden
-dag?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik dank u voor uw belangstelling, mijnheer. &#x2019;t Liefst verliet ik dit apenland en
-keerde naar Europa terug.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat zou je daar willen beginnen, een school&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Dank u hartelijk, ik heb genoeg aan spot en gelach van kinderen. Neen, &#x2019;t liefst
-zou ik een nette dames-leesbibliotheek oprichten.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoeveel denk je er voor noodig te hebben?&#x201d;
-</p>
-<p>»Twintig duizend gulden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar mensch, ben je krankzinnig geworden? Dat is een flink kapitaal.&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist mijnheer, u voelt toch wel, dat ik, wanneer ik juffrouw Corona vertel wat haar
-broers in den zin hebben en welken weg zij daartoe inslaan, licht een goede belooning
-zal krijgen. Misschien heeft zij er wel &#x192;&nbsp;20.000 voor over.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu en als ik Thoren vertel wat voor gemeene streek je uitgevoerd hebt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan zal juffrouw Corona, woord voor woord, hooren wat u mij gezegd heeft. Naar uw
-verantwoording zal zij niet willen luisteren en welk kwaad u ook van mij vertelt,
-zij gelooft het niet. Ik zal u in alles vóór zijn en zelfs vertellen, dat ik u op
-de proef stelde, door u &#x192;&nbsp;20.000 voor te slaan bij wijze van Judasloon.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent een helleveeg,&#x201d; snauwde Akkeveen in machtelooze woede op zijn nagels bijtend.
-</p>
-<p>»Vindt u? Pas op, de kinderen mochten het hooren en u ontneemt mij het noodige prestige
-op die manier.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar we komen niets verder!&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, mijnheer, niets.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geef je &#x192;&nbsp;10.000.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die heeft juffrouw Corona er stellig ook voor over, om te weten, wat ik weet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar hoe komen we aan al dat geld?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is uw zaak, mijnheer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Als de ouwe opkrast, dan, ja dan.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»U heeft crediet bij mij, mijnheer Akkeveen,&#x201d; met een knipje van de oogen, die moesten
-uitdrukken hoe groot haar vertrouwen in <span class="pageNum" id="pb277">[<a href="#pb277">277</a>]</span>zijn soliditeit was »bijvoorbeeld, als u mij de helft daags nadat het engagement verbroken
-is&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Daags daarna, dan kon &#x2019;t weer aangeknoopt worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu heeft u gelijk; welnu, als mijnheer Thoren voor goed vertrokken is naar Europa
-of Amerika.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe krijg ik &#x192; 10.000 bij mekaar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als men groote kansen waagt, moet men ten minste den inzet kunnen betalen. En u staat
-immers niet alleen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, als August en Guillaume zooveel tonnen hadden als kinderen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Staat mijnheer Conrad er buiten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk, zijn vrouw spant tegen ons samen met haar zoogenaamden vriend der jeugd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel, mijnheer, als mijn plan lukt, dan hebben ook zij geheel afgedaan bij mijnheer
-de Géran en de juffrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat ga je doen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is mijn geheim, ik wil u alleen vragen of ik moet gaan werken op uw rekening
-of op de mijne?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als ik je betalen kon.&#x201d;
-</p>
-<p>»U ziet hoe vertrouwend ik ben. Ik stel mij voorloopig met &#x192; 5000 tevreden en zal
-een stuk opmaken, waardoor u zich verbindt ook uit naam van de andere heeren mij de
-rest uit te keeren, na papa&#x2019;s dood. Wil u er over nadenken en krijg ik morgen bericht?
-U ziet, de kinderen worden onrustig. Zie zoo, de komedie belooft heel mooi te zijn.
-Hoe gaat het, wie is er aan &#x2019;t winnen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Speel ik ook mee, juf?&#x201d; vroeg een der oudsten.
-</p>
-<p>»Zeker, ventje, wij spelen allen mee, allen.&#x201d;
-</p>
-<p>Akkeveen ging met hangend hoofd en tragen gang de pendoppoh uit; hij voelde dat hij
-met een slimmere te doen had.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch46" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XLVI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Een tropische nacht vol maneschijn, zoo helder als zilver, zoo stralend als het den
-broeder van den dag past; het meer ligt in diamanten glans tusschen de met een tooverachtig
-blauwen gloed overgoten heuvels; als een reusachtige sleep van glinsterend wit satijn
-laat de maan haar stralen over het licht gerimpelde water glijden, de eilanden schijnen
-ruikers van zilverkant en glinsterende pluimen; in de verte klinken de verwijderde
-tonen van een gamelang, nu en dan afgebroken door de schrille kreten van een boschvogel;
-hoog in de lucht wiegelen zich als tressen van bloemen, de slingerende takken der
-orchideeën onder de lichte aanraking van een nachtvlinder, geheimzinnig ritselen de
-insekten in het geboomte en de krekels zingen er hun eentonig lied; de <span class="pageNum" id="pb278">[<a href="#pb278">278</a>]</span>vuurvliegjes dansen als op de maat van een onzichtbaar orkest, duizenden geuren vervullen
-de lucht en hullen alles in een atmosfeer van bedwelmende zoetheid en genot.
-</p>
-<p>Thoren van Hagen was vrij laat van het groote huis teruggekeerd geheel onder de betoovering
-van den heerlijken nacht; zijn hart en geest toch waren in harmonie met de weelde,
-die hem omringde. Nog nooit had hij zich aan Corona zoo innig verbonden gevoeld, de
-lichte wolkjes, die soms in hun liefdeshemel dreven, waren weggevaagd, waardoor wist
-hij zelf niet en zij evenmin; ook zij had alles vergeten wat haar verontrustte, wat
-haar ergerde, om niets te voelen dan dat haar ziel opging in de zijne, dat hij haar
-koning, haar meester was, dien zij boven alles liefhad en vereerde.
-</p>
-<p>Zij hadden haast niet kunnen scheiden, misschien was het de maneschijn, die ook over
-hun gevoelens zulk een toovergloed spreidde, maar hij ondervond nu eindelijk wat hij
-zoo gewenscht had, dat zij zijn ziel vervulde, dat hij zich gelukkig en zalig voelde
-bij het bewustzijn dat zijn leven voor goed aan het hare verbonden was, dat slechts
-de dood hen kon scheiden, nadat het beslissende woord tusschen hen zou zijn uitgesproken.
-</p>
-<p>Hij wandelde naar huis in een soort van verrukking; het was of de geur harer glanzende
-lokken nog steeds de lucht vervulde, of het licht dat uit hare oogen glansde, schitterde
-in het flikkeren der sterren; of in het geheimzinnige ruischen der bladeren, het tjilpen
-der insekten haar stem naklonk, die hem woorden vol liefde en trouw hadden toegefluisterd.
-</p>
-<p>Alles sprak van Corona, alles scheen door haar bezield; nog slechts weinige minuten
-geleden had hij haar verlaten en nu reeds smachtte hij naar haar tegenwoordigheid
-terug, telde bij de uren, die nog moesten verloopen vóór hij haar terug zag, zijn
-parel, zijn kroon, zijn koningin! &#x2019;t Was hem niet mogelijk in huis terug te keeren,
-zich daar prozaisch neer te leggen om te slapen, neen, hij had behoefte aan de nachtlucht
-om zijn brandend voorhoofd af te koelen, om eenigszins tot kalmte te geraken of liever
-om zijn droom van liefde en geluk zoo lang mogelijk voort te zetten.
-</p>
-<p>Hij bond den gondel los, strekte zich op het fluweelen kleed neder, dat er nog steeds
-gespreid lag, nadat zijn koningin daar had gerust, en liet het bootje toen vrij over
-de kalme zilveren golfjes glijden.
-</p>
-<p>Onbewegelijk lag hij daar alleen in de stille majesteit van den nacht, onder het fonkelend
-oog der maan en de bleeke schittering der sterren; neen, zoo had hij zich nimmer gevoeld!
-Was het deze stemming geweest, die eens den verdwaalden monnik van Heisterbach vervulde,
-toen hij eeuwen lang naar het zingen van een vogeltje luisterde, en ze voor een oogenblik
-rekende? Is het dit gevoel dat ons tot loon gegeven wordt, na een leven vol moedig
-doorgestanen strijd en lijden, dit gevoel, zoo diep, zoo innig, <span class="pageNum" id="pb279">[<a href="#pb279">279</a>]</span>zoo rein en hoog, dat een eeuwigheid kan vervullen en ons niet bedreigt met de zwarte
-schaduw van moeheid en einde, zou dat de hemel zijn, dien men op aarde zoo licht vergeet
-en waaraan slechts de vermoeiden en overwonnelingen in den strijd des levens denken
-als aan een plaats van rust en vrede, maar die den moedigen kampvechters te vaak voorkomt
-als het einde van alle genot door strijd en arbeid verkregen, als het tegenbeeld van
-het rijke menschenleven, waaraan licht en schaduw beide gelijke waarde geven? En Thoren
-van Hagen luisterde slechts naar het vogeltje dat diep in zijn hart zong van liefde,
-geluk en leven; alles werd hem immers aangeboden, alles, wat hij zich in de stoutste
-droomen zijner jeugd zou hebben toegewenscht. Liefde en eerzucht werden tegelijk bevredigd.
-</p>
-<p>In een lang gesprek dat hij met den man had gehad, die hem nu reeds de vaderliefde
-schonk, welke hij zijn leven lang ontbeerd had, was hem de belofte gegeven, dat hij
-de leenheer zou worden van dit uitgestrekte gebied, een klein koninkrijk bijna. Zooveel
-hij kon zou hij gunstige bepalingen voor de andere broers en zusters verkrijgen; werkelijk
-zou hun lot belangrijk verbeteren, hij toch had de zware verantwoording te dragen
-van alles; zij werden slechts goed betaalde uitvoerders van zijn wil.
-</p>
-<p>Hoe zou hij de macht, die hij ging bezitten, gebruiken, hoe zou hij die aan het schoone
-land, dat hem zooveel bood, ten goede laten komen, hoeveel plannen van beschaving
-en hervorming drongen zich niet op aan zijn geest. Eindelijk had hij een doel gevonden,
-waarvoor het de moeite waard was te werken en te leven; wie weet welke luchtkasteelen
-hij zich niet schiep, of hij niet droomde van een onafhankelijk rijk dat hij zich
-hier in het midden van Java zou stichten, een rijk, waarvan Corona koningin zou worden.
-Alles neemt zulke groote, onnatuurlijke verhoudingen aan als hemel en aarde zich baden
-in een fantastisch licht, als de ziel vervuld is van een liefde, waaraan niets te
-zwaar valt, als slechts een koningskroon waardig schijnt het voorhoofd te versieren
-van de schoone bruid, die men zich verworven heeft.
-</p>
-<p>»Ik heb de kroon en zal mij het koninkrijk winnen,&#x201d; zeide hij vol trots.
-</p>
-<p>Zacht danste de gondel voort en hij lag daar nog steeds in zijn droom van een zaligheid
-zoo groot, zoo volmaakt, dat hij niet eens bemerkte hoe zij allengs in diepen weemoed
-overging, want ach! flauw is de grens, die hier beneden de hoogste vreugde scheidt
-van stille smart.
-</p>
-<p>Hij dacht aan zijn moeder, zijn jonge, lieve moeder die het leven, dat hem thans zoo
-benijdenswaardig, zoo vol, zoo heerlijk toescheen, van zich had afgeworpen, als ware
-het een ondragelijke last; hij gedacht zijn vader, die het nog steeds voortsleepte,
-beladen met wroeging en zonde, en medelijden inplaats van wrok vervulde voor het eerst
-zijn ziel jegens hem; hij gevoelde zich <span class="pageNum" id="pb280">[<a href="#pb280">280</a>]</span>thans verheven boven alles, zoo gelukkig en goed, hij vergat al wat de wereld boos
-en laags heeft en herinnerde zich slechts met droevige belangstelling hen, die weenden
-en leden op deze, hem louter rozen biedende aarde.
-</p>
-<p>Neen, hij had nu een uitgebreid veld vóór zich om te arbeiden, hij wilde niet meer
-zwerven, het geluk zoekende, hij had het gevonden, het zou ondankbaar wezen het niet
-op te nemen, niet te gebruiken tot geluk zijner medebroeders. Hij voelde er behoefte
-aan dien God te danken, wiens tegenwoordigheid hij thans zoo duidelijk voelde, aan
-wiens bestaan hij in dit uur, nu hij zijn liefde en goedheid in zoo volle mate ondervond,
-niet meer twijfelen kon zooals hij &#x2019;t wellicht menigmaal gedaan had in het gewoel
-der wereld en in den strijd der hartstochten.
-</p>
-<p>Dit uur van vreugde en geluk, eerst later zou hij inzien hoeveel waarde het voor zijn
-toekomstig leven zou hebben, hoeveel hij daaraan dankte, niettegenstaande.&#x2026;
-</p>
-<p>Hoelang hij daar in dat bootje zachtkens dobberde wist hij zelf niet, misschien zette
-hij in lichte sluimering de droomen voort, die hij wakend begonnen had; wellicht verkeerde
-hij thans werkelijk in het tooverland, dat hij zich geschapen had. Het zachte nachtkoeltje
-streek langs zijn gloeiende slapen, de stralen der maan gleden over zijn voorhoofd
-en zijn toegevallen oogleden; boven dartelden kleine speelsche wolkjes, zacht en wollig
-als opstijgend schuim, zij zweefden langs de maan als om door haar voor een oogenblik
-in zilverdons te verkeeren; zij stoeiden voor het aanschijn der sterren en naderden
-elkaar meer en meer, werden donkerder en ernstiger, dikker en grauwer; duisternis
-viel op de doorschijnende wateren van het meer, de schaduwen verdwenen, licht en bruin
-losten zich op in eentonig zwart; schriller klonk het gesis der insecten, het gekras
-der nachtuilen. De wind stak op, koud en guur, de golven stegen onder zijn prikkel
-hooger en hooger en slingerden het bootje, waarin Iwan nog steeds droomde, onstuimig
-heen en weer, eindelijk vielen groote regendroppelen op zijn gelaat en hij ontwaakte
-om te bemerken, hoe alles rondom veranderd was, hoe, waar straks nog kalmte en rust
-heerschten thans storm en onweer loeiden.
-</p>
-<p>»Is dat het beeld van mijn leven, zal dat het uur van onvermengd geluk opvolgen, waaraan
-ik het woord van Faust, »<span lang="de">Verweile, Du bist so schön!</span>&#x201d; heb toegeroepen?&#x201d; vroeg hij zich af, terwijl hij de riemen opnam en met een paar
-krachtige slagen, den oever naderde.
-</p>
-<p>Nu was een geweldige storm over het gebergte losgebarsten, bliksemstralen verlichtten
-het landschap dat daar straks zoo vredig en stil in het staalkleurige maanlicht glansde.
-Thoren van Hagen trad zijn huis binnen, ontstak de lamp in zijn kamer en sloot de
-ramen waardoor de regen naar binnen sloeg.
-</p>
-<p>De lamp hing boven zijn met boeken en papieren beladen <span class="pageNum" id="pb281">[<a href="#pb281">281</a>]</span>schrijftafel, vlak vóór hem lagen couranten en brieven, die de postbode had gebracht.
-</p>
-<p>Hij was vast besloten zich door niets te laten ophouden en zoo spoedig mogelijk zich
-neer te leggen om aan den langen dag een einde te maken en weldra den zonnigen morgen
-terug te zien, die hem weer naar zijn Corona zou voeren.
-</p>
-<p>»Als zij hier is, wat deren mij storm en onweer nog?&#x201d; vroeg hij zich af en wierp een
-verstrooiden blik op de papieren. »Een brief met geëntrelaceerde H.&nbsp;G. en het grafelijke
-kroontje der Saint-Pauls. Van wie is dat, van Hermelijn, een invitatie zeker.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij brak de enveloppe en las:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first salute">»Waarde Iwan,&#x201d;
-</p>
-<p>In een hoek stond in Hermelijn&#x2019;s sierlijk handschriftje het woord »confidentieel&#x201d;.
-</p>
-<p>»Wat voor grap mag dat wezen,&#x201d; dacht hij, glimlachend, »vier bladzijdjes lang, &#x2019;t
-is de moeite waard.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kom een beroep doen op uw eer als man, en u verzoeken te gelooven dat slechts
-belangstelling in uw toekomstig lot mij doet handelen, en met weerzin er toe besluiten
-u iets te openbaren, dat gij naar mijn oordeel weten moet. Ook Conrad is van meening
-dat het noodzakelijk wordt u op de hoogte te brengen van een zaak, die van het grootste
-gewicht is en waarvan gij onderricht moet zijn, zoo ge het karakter uwer aanstaande
-vrouw op de rechte waarde wilt schatten.
-</p>
-<p>»Ik wil er echter Corona geen verwijt van maken; ik heb alles vergeven en vergeten.
-Zoo er geen maatregelen voor de toekomst te nemen waren, zou ik hebben gezwegen, maar
-ik moet nu aandringen op iets, waartegen ik u reeds met een enkel woordje heb gewaarschuwd
-op den dag toen gij een klein geschil met Corona hadt.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Kost me moeite een zaak aan te roeren, die tot het verledene behoort en voor mij,
-althans nu, slechts de beste gevolgen heeft gehad.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn hemel, wat een omhaal van woorden, dat ben ik van Hermelijn niet gewoon,&#x201d; mompelde
-Iwan ongeduldig en las met weerzin voort.
-</p>
-<p>»Ge weet, hoe ongelukkig mijn huwelijk in den eersten tijd was en hoe schandelijk
-men mij bedrogen heeft; het middel daartoe bestond in een reeks van brieven, die Conrad
-mij heette te schrijven en waarvan hij in waarheid den inhoud niet eens kende, want
-ze waren afkomstig van Corona.&#x201d;
-</p>
-<p>Een bliksemstraal schitterde voor een seconde en onmiddellijk daarop knalde een hevige
-donderslag; juist bracht Thoren van Hagen de hand aan het voorhoofd, hij duizelde,
-het was of hij zich getroffen voelde. Was het door den slag of door het gelezene?
-</p>
-<p>»Zij heeft die brieven geschreven, waarin Conrad van liefde en trouw sprak, hij, die
-me niet kende, die mij toen als een indringster <span class="pageNum" id="pb282">[<a href="#pb282">282</a>]</span>haatte. Mijn brieven werden beantwoord door haar, en zoo gelukte het Corona mij in
-een net van verraad en bedrog te vangen.
-</p>
-<p>»Verbeeld u mijn verontwaardiging, mijn wanhoop toen ik die ontzettende waarheid vernam,
-ge begrijpt hoe ik Corona verachtte en slechts met afschuw zag, dat gij uw leven aan
-het hare wildet verbinden.&#x201d;
-</p>
-<p>Thoren van Hagen haalde zwaar adem, het zweet parelde op zijn voorhoofd, zijn handen
-waren kil en klam.
-</p>
-<p>»En toch geloof ik niet dat Corona zoo schuldig is. Een booze demon, een duivel in
-menschengedaante waart rondom haar, zij heeft haar alles ingeblazen; haar uiterlijk
-vervulde mij reeds dadelijk met diepen afkeer en die antipathie bleek niet ongegrond.
-</p>
-<p>»Ge begrijpt dat ik u van Iteko wil spreken, de booze raadgeefster van Corona; zij
-heeft die brieven geschreven, zij wekte haar jalouzie op tegen mij, zij zal uw huiselijk
-geluk storen zooals zij Corona&#x2019;s karakter reeds bedorven heeft.
-</p>
-<p>»Ondanks haar heerschzuchtig optreden en koninklijk voorkomen is Corona zwak; zij
-ondergaat gemakkelijk zekeren invloed. Als zij iemand lief heeft, dan volgt zij gaarne
-diens raad, en geeft haar oordeel aan het zijne gaarne over; zoo is &#x2019;t Iteko gelukt
-haar te leiden en op dit oogenblik strijdt haar overwicht tegen het uwe.
-</p>
-<p>»Er kan voor u geen geluk wezen zoolang Iteko in haar nabijheid blijft; de eerlooze
-daad, waartoe zij uw aanstaande vrouw verleidde, is er een bewijs van hoezeer zij
-haar omlaag wist te trekken en hoe weinig Corona&#x2019;s vastheid van karakter bestand is
-tegen het verleidend sissen van die slang.
-</p>
-<p>»Ik verzoek u dus in uw eigen belang niet alleen maar ook om mij een voldoening te
-geven over hetgeen ik door het schandelijk bedrog van meesteres en dienstmaagd lijden
-moest, aan te dringen dat Corona haar confidente onmiddellijk laat vertrekken.
-</p>
-<p>»Wanneer zij werkelijk u zoo liefheeft als zij het ieder wil doen gelooven, zal haar
-dit niet den minsten strijd kosten.
-</p>
-<p>»Ge moet natuurlijk haar zeggen dat ge alles weet, maar ge begrijpt dat het voor mij
-van het grootste belang blijft, dat zij niet vermoedt van wie deze waarschuwing afkomstig
-is.
-</p>
-<p>»Ik leg u dus geheimhouding op, die ge slechts in geval van nood moogt verbreken.
-</p>
-<p>»Handel naar goedvinden, ge weet nu alles.
-</p>
-<p class="signed">Hermine.&#x201d;</p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>De schoone dag vol liefde en weelde was vervlogen.
-<span class="pageNum" id="pb283">[<a href="#pb283">283</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch47" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XLVII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Corona wandelde in haar rijkleed door het rozenparadijs.
-</p>
-<p>In haar eene hand hield zij haar karwats met zilveren knop, in de andere de frissche
-rozen die zij had geplukt; een rozeknopje, zacht als fluweel, half ontloken tusschen
-de smaragdgroene bladeren verscholen, drukte zij aan de lippen, straks wilde zij het
-haar bruidegom bieden. Het was zoo geurig hier tusschen de bloemen na het zware onweer
-van den nacht. De zon dreef de wolken voor zich uit, soms schenen deze den strijd
-te winnen, maar dadelijk vertoonde zij zich weer in vollen luister en goot zelfs over
-die zwarte massa&#x2019;s het goud van haar verblindenden vuurschat.
-</p>
-<p>Een glimlach van vreugde speelde over haar lippen, zij vreesde geen wolken meer, zij
-was zoo zeker van zijn liefde, van zijn trouw na de zoete uren van gisteravond.
-</p>
-<p>Hoe teeder, hoe goed was hij toen voor haar geweest; nu zouden ze zamen een tocht
-maken naar Djira, daar waar zij voor &#x2019;t eerst de zoetheid van de liefde had gesmaakt,
-de eerste trillingen van het machtige, zalige gevoel dat haar geheel vervulde en zonder
-hetwelk zij meende niet meer te kunnen leven.
-</p>
-<p>Op weinige stappen van haar af, trappelde haar rijpaard, door Djario geleid; hier
-tusschen de rozen wilde zij haar Iwan afwachten om dan met hem, samen den tocht te
-maken, die zoo genotvol beloofde te worden.
-</p>
-<p>Eindelijk hoorde zij voetstappen, die naderbij kwamen; kwam hij niet te paard?
-</p>
-<p>Zij snelde naar de boog van klimrozen, die de poort van het rozenparadijs vormde,
-daar stond zij tusschen de glinsterende parelen van de regendroppels, die in het zonnelicht
-met zevenvoudigen glans flikkerden, in het eenvoudige donkerroode kleed, dat haar
-fraaie vormen zoo sierlijk deed uitkomen, de rozen in de hand, die niet frisscher
-waren dan haar zacht gekleurde wangen en half geopende lippen; zij was zoo schoon
-als zij wellicht nooit was geweest en wellicht nimmer meer zou zijn, met die vochtige
-schemering als een zilveren sluier over de glanzende oogen en die lippen half geopend,
-haar Iwan verwelkomend.
-</p>
-<p>Hij naderde, bleek, mat, lusteloos, als iemand, die een langen weg heeft gemaakt;
-&#x2019;t was hem ook of hij van den hemel weer naar de aarde was afgedaald in een eindeloozen
-tocht; hij zag Corona tusschen de rozen en het zonnelicht en lachte haar niet eens
-toe, hij had er geen moed voor.
-</p>
-<p>Wie weet, zoo zij er in geslaagd ware hem door haar glimlach te winnen, zoo de zonneschijn,
-die in haar oogen straalde de wolken van zijn voorhoofd had weggedreven, of het gesprek
-dat zich <span class="pageNum" id="pb284">[<a href="#pb284">284</a>]</span>tusschen hen zou ontspinnen geen andere wending had genomen, maar neen, zijn duistere
-blik verdonkerde den hare; zij sloeg de oogen neer toen hij haar hand nam en een vormelijken
-kus op haar wangen drukte.
-</p>
-<p>Iwan had vele gebreken, gebreken die zelfs zijn karakter aantastten, maar hij bezat
-een zeer ontwikkeld eergevoel, dat misschien aan zijn militaire opleiding te danken
-was; hij verafschuwde logen en bedrog boven alles; zulk een handelwijze als die hem
-uit Hermelijn&#x2019;s brief bekend werd, vervulde hem met afkeer en walging.
-</p>
-<p>Als Corona tot zoo iets had medegewerkt, zou zij valsch zijn, of was het een onbezonnenheid,
-een betreurenswaardige maar toch licht te vergeven zwakheid, of achtte zij die zoo
-klein uit gemis aan zedelijk rechtsgevoel? Hoe geheel anders was het tweede gedeelte
-van den nacht geweest dien hij in zulke zoete betoovering begonnen had! &#x2019;s Morgens
-vergat hij geheel, dat hij met Corona de afspraak gemaakt had, een rijtoertje met
-haar te doen; één wensch bezielde hem alleen, haar te spreken, haar verontschuldiging
-te hooren en de voldoening te eischen, waarvan Hermelijn gewaagde.
-</p>
-<p>Eerst had hij er aan gedacht naar Djantong te rijden, mondeling met Hermine te beraadslagen,
-maar neen! er mocht niemand tusschen hem en Corona staan, hij kende de zaak, er viel
-niet meer over te spreken. Hoe spoediger alles tot een oplossing kwam, hoe minder
-over alles gepraat werd, hoe beter het zou zijn; hij kon echter niet veinzen, hij
-kon, terwijl zijn hart overvol was, niet op de gewone wijze met Corona omgaan.
-</p>
-<p>»Scheelt je iets, Iwan?&#x201d; vroeg zij bezorgd.
-</p>
-<p>»Ja, ik heb hoofdpijn, ik kon niet slapen en heb me toen in den gondel neergelegd
-en terwijl ik zoo op &#x2019;t meer dobberde, begon het onweer, dat heeft me een weinig ontstemd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is dat alles? Dan is &#x2019;t de moeite niet waard er zoo somber voor uit te zien, waarom
-zit je niet te paard? Gaat ons tochtje niet door, je waart er gisteravond zoo op gesteld.&#x201d;
-</p>
-<p>»Gisteravond! &#x2019;t Is waar ook! Ik dacht er niet aan, ik moet je eerst spreken, Corona;
-hoe eer het gebeurt, hoe beter, ik kan geen wolkje tusschen ons verdragen!&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Zal iets belangrijks wezen, denk ik; kom, treed mijn paradijs binnen, je bent
-er toch de koning van. Djario zal wachten met Angot, en je kunt papa&#x2019;s paard straks
-krijgen, als het belangrijke gesprek, dat onderweg niet schijnt te kunnen plaats hebben,
-afgeloopen is.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij nam zijn arm en door de paadjes wandelden zij naar het midden van het perk, waar
-hoogstammige rozenstruiken een soort van rotonde vormden; marmeren banken stonden
-om een tafel, waarop een menigte rozen lagen van verschillende kleur en vorm, dezen
-morgen pas geplukt en voor de bouqetten bestemd in het groote huis.
-<span class="pageNum" id="pb285">[<a href="#pb285">285</a>]</span></p>
-<p>»Ga zitten, <span lang="fr">mon beau prince</span>, wat <span class="corr" id="xd30e7357" title="Bron: hebt">heb</span> je op het hart?&#x201d; ging zij met gemaakte luchthartigheid voort, want onwillekeurig
-voelde zij zich bezorgd en vreemd te moede bij Iwan&#x2019;s ongewonen ernst.
-</p>
-<p>»Corona,&#x201d; begon hij, »ik haat omwegen en afwijkingen, antwoord me oprecht, hebt ge
-je niets slechts te verwijten ten opzichte van Hermine en Conrad?&#x201d;
-</p>
-<p>»Bij hun huwelijk <span class="corr" id="xd30e7363" title="Bron: bedoelt">bedoel</span> je? Weet je dan niet&#x200a;&#x2026; &#x2019;t is zoo lang geleden en alles is goed uitgekomen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat doet er niet toe, ik vraag je alleen of je niets gedaan hebt bij die gelegenheid,
-dat op je karakter een smet werpt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom vraag je dat? Is er iets gebeurd? Ik begrijp je van morgen niet, Iwan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Geef me antwoord! Hebt ge je iets te verwijten, beken het mij oprecht, geloof me,
-&#x2019;t is het beste.&#x201d;
-</p>
-<p>Zijn stem klonk stroef en gebiedend; van hoeveel kleinigheden hangt het lot van menschen
-en volken niet vaak af, een woord anders uitgesproken, een blik van liefde, in plaats
-van strengheid werkt wonderen uit, doet wijken wat onwrikbaar scheen.
-</p>
-<p>Corona voelde haar trots opkomen, zij wilde zich niet buigen, zich niet vernederen
-door haar ongelijk te bekennen, nu hij haar op dien toon ter verantwoording riep.
-</p>
-<p>»Ik heb niets te bekennen,&#x201d; antwoordde zij koel.
-</p>
-<p>»Corona, ik bid je, speel niet met mijn gevoelens! Ik weet alles; je behoeft niets
-te loochenen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat loochen ik? Ik ben je slavin niet. Als je alles weet, waarom ondervraag je mij
-dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat ik je niet in staat achtte tot zulk een laagheid, omdat ik uit je mond een
-ontkenning hoopte te vernemen of althans een bekentenis, die je kon verontschuldigen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb mij niet te verontschuldigen tegenover je<span class="corr" id="xd30e7378" title="Niet in bron">.</span>&#x201d;
-</p>
-<p>»En tegenover Hermine?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is onze zaak, zij heeft mij alles vergeven.&#x201d;
-</p>
-<p>Eensklaps hief zij zich op; haar gehandschoende hand, die &#x2019;t karwatsje hield, sloeg
-daarmede zenuwachtig op het marmer.
-</p>
-<p>»Heeft zij &#x2019;t gezegd?&#x201d; vroeg zij hijgend van toorn, »heeft zij mij verraden omdat,&#x2026;
-omdat&#x200a;&#x2026; zij je zelf bemint?&#x201d;
-</p>
-<p>»Schaam je, Corona! Hermine is edel en tot elke lage daad onbekwaam; als zij gesproken
-heeft, dan is &#x2019;t om uw en mijn <span class="corr" id="xd30e7387" title="Bron: best wille">bestwille</span>.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik veracht haar toch en jij, jij hebt steeds met haar samengespannen tegen mij. Waarom
-je mijn liefde zocht is mij een raadsel of het moest zijn om&#x200a;&#x2026; om&#x200a;&#x2026; o dat ik het niet
-eer bedacht, maar dan had je evengoed Margot kunnen vragen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona, we zijn geen kinderen meer, laat ons het geluk van een dubbel leven niet
-verspelen door een booze gril. Ik weet, je hebt die brieven geschreven, je hebt je
-schuldig gemaakt aan valschheid in geschrifte, aan een daad, die niet alleen strafbaar
-is <span class="pageNum" id="pb286">[<a href="#pb286">286</a>]</span>voor de rechtbank van het geweten maar ook voor den burgerlijken rechter.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Geef me aan, laat me in de gevangenis sluiten, dan ben je vrij!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ondeugend kind, ik luister niet eens naar je; zeg me één woord, Corona, zeg dat het
-je spijt, dat je in een onbezonnen oogenblik handelde, dat je gehoor gaf aan den boozen
-raad van een slecht schepsel.&#x201d;
-</p>
-<p>»De schuld op een ander werpen, nooit! Als ik iets doe, dan draag ik er ook zelf de
-gevolgen van.&#x201d;
-</p>
-<p>»Word niet zoo driftig, liefste&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Noem me zoo niet! Ik heb Conrad laten spreken van een liefde, die hij niet voelde,
-ik was zoo schuldig niet als jij, die me dagelijks bedriegt met woorden van valsche
-liefde, je hebt nooit van me gehouden. Je hart hangt alleen aan Hermine&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Houd op met die dwaasheid, geef me je hand!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij rukte die met geweld los en bij deze beweging vielen de rozen ter aarde, waar
-ze weldra verwelkt en vertrapt zouden terneder liggen.
-</p>
-<p>»Laat ons het pleit in liefde beslechten,&#x201d; smeekte Iwan, »ik bid je, Corona, wees
-zoo driftig niet. Beleedig mij niet met die ongegronde verwijten, zeg niets, wat onherroepelijk
-zou kunnen worden. Hermine heeft hier niets te maken dan alleen dat je om haar een
-beklagenswaardige zwakheid bedreef. Beken dat je die betreurt en, tot bewijs daarvan,
-stuur haar weg, die er de oorzaak van is, want je kunt het niet gedaan hebben uit
-eigen beweging, je bent er te edel, te goed voor.&#x201d;
-</p>
-<p>»En als ik &#x2019;t niet doe, als ik Iteko, want die bedoel je, niet wegzend, als ik alleen
-de volle verantwoordelijkheid wil blijven dragen van mijn handelingen waarvan ik geen
-enkele betreur?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan&#x200a;&#x2026; dan, Corona, zal ik denken dat wij niet bij elkaar passen, dat een huwelijk
-tusschen ons onmogelijk is bij zulke geheel verschillende begrippen over eer- en plichtgevoel.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat <span class="corr" id="xd30e7408" title="Bron: hebt">heb</span> je waarschijnlijk goed gedacht. Ik heb die brieven laten schrijven door Iteko, &#x2019;t
-is waar, door Iteko, die je verafschuwt en nu verlang je van mij, dat ik het arme
-schepsel, dat geen andere schuld heeft dan dat ze mij gehoorzaam was, daarom zou ontslaan;
-evengoed kan je mij dwingen mijzelf tegen te spreken, ik laat me door niemand bevelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Er is geen sprake van bevelen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je weet, wat ik je vroeger zei toen je hebt geweigerd, iets dat je niet beviel te
-doen ter liefde van mij. Nu staan de zaken gelijk, ik weiger ook want ik zie het redelijke
-niet in van je verzoek.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona, heb ik dan niet feitelijk je wensch gedaan? Is die zaak niet vergeten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt er mij weer aan herinnerd.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb287">[<a href="#pb287">287</a>]</span></p>
-<p>»Welnu, laat het voor &#x2019;t laatst zijn, een woord van je maakt alles goed! Beken je
-onrecht, door haar te verwijderen. Ik bid er je om, Corona, bij onze liefde!&#x201d;
-</p>
-<p>»Die bestaat niet. Als bevelen niet baten dan begin je te bidden. Ik luister naar
-geen van beide; &#x2019;t is een lage wraakneming van Hermine, een samenspanning van allen
-tegen mij en Iteko. Je allen haat haar omdat zij mij liefheeft; &#x2019;t is laag van je,
-Iwan, dat ge je door hen laat medeslepen om tegen mij op te treden. De brievengeschiedenis,
-meende ik, was ook door Conrad en Hermine vergeten, nu moet je die oprakelen om je
-macht over mij te toonen, daarom was je gisteravond zoo bijzonder teeder&#x200a;&#x2026; ô mijn
-God, mijn God! wat een komedie om mij te bedriegen, schandelijk!&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niet waar, van nacht eerst&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je alles vernomen? Ik geloof je, stellig, je bent immers een man van eer, ha,
-ha!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij lachte droog, valsch, snijdend, met een klank, die Iwan door de ziel sneed en
-hem vreemd voorkwam, als ware het een ander, die zoo lachte.
-</p>
-<p>»Corona, wilt ge je bedenken?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>»Neen, ik doe slechts wat mij redelijk voorkomt. Ik heb mijn eigen begrippen, evenals
-jij; kunnen wij ze niet in harmonie brengen, welnu laat ons scheiden nu het nog tijd
-is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn lieveling, mijn Corona,&#x201d; riep hij uit, half snikkend, »verstoor toch zoo roekeloos
-ons levensgeluk niet. Als je wist hoe innig ik je liefheb<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> hoe gelukkig ik gisteravond was, vóór dat die schaduw op mijn geluk viel&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Je liegt, Hermine zal &#x2019;t ontgelden.&#x201d;
-</p>
-<p>Haar geheele lichaam sidderde, haar oogen schoten vonken vuur, haar neusvleugels trilden
-en zij sloeg haar karwats in machtelooze woede tegen de rozen en het marmer.
-</p>
-<p>»Laat die dwaze wraaknemingen, Corona, wij kunnen zoo gelukkig zijn, als je die ellendige
-drift onderdrukt en de zaak kalm aanziet; geloof me, ik zou niet ernstig bij je aandringen
-op iets dat je zwaar viel, als ik niet zag dat onze toekomst er mee gemoeid was, als
-ik niet begreep dat er tusschen ons geen vrede, geen vertrouwen meer mogelijk ware,
-vóór je mij dat offer brengt, vóór je mij getoond hebt dat die onbezonnen daad je
-berouwt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze berouwt mij niet, er is maar één ding, dat ik ongedaan wenschte te maken, onze
-verloving. Ik wil geen tyran, die mij bedriegt bovendien en een liefde huichelt, welke
-hij nimmer voor mij heeft gevoeld.&#x201d;
-</p>
-<p>»De drift doet je dwalen, Corona, je meent het niet en ik vergeef je. Ik bid er je
-om, geef toe! Is het niet schandelijk dat je een oogenblik weifelt tusschen Iteko
-en mij, mij, je bruidegom, wien je voor God het woord van trouw verpandde?&#x201d;
-</p>
-<p>»Iteko meent het beter met mij, je hebt mij ten huwelijk gevraagd <span class="pageNum" id="pb288">[<a href="#pb288">288</a>]</span>om mijn fortuin, om den invloed van papa, omdat zij&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet je beter, vraag het je vader eens.&#x2026; Corona, kom tot je zelf, ik zal heengaan,
-ge zult je bedenken als je kalmer bent.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij wilde de armen om haar heen slaan, haar met zacht geweld tot overgave dwingen
-maar juist door die liefkoozing werd haar toorn tot het toppunt gevoerd, zij rukte
-zich met geweld los uit zijn krachtige omarming.
-</p>
-<p>»Raak me niet aan!&#x201d; siste zij met tijgerachtige uitdrukking in de oogen. »Ga naar
-die andere, maar mij vergeten zal je nooit, nooit!&#x201d; en snel als de gedachte hief zij
-haar karwats op en sloeg hem daarmee dwars door het gelaat.
-</p>
-<p>Iwan werd doodsbleek, de striem gloeide en brandde als vuur; hij wankelde even, doch
-onmiddellijk wrong hij het zweepje uit haar hand en slingerde het verre weg tusschen
-de rozestruiken.
-</p>
-<p>»Vaarwel,&#x201d; zeide hij kort en dof, »je weet waar ik woon, als je mij nog iets naders
-te zeggen hebt. Morgen ben ik vertrokken!&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch48" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XLVIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Vlak tegenover den schouwburg te Samarang staat een rij kleine woningen, bijna geheel
-aan elkander gelijk, met een voorgalerij, eenige kamertjes, een plaatsje, waarop zich
-telkens een halve put bevindt en een paar lilliputsche bijgebouwen, die zich tot het
-allernoodzakelijkste, keuken, provisie- en badkamer bepalen.
-</p>
-<p>Komediebuurt is zij geheeten; die huizen worden meest bewoond door weduwen, die haar
-fatsoen eenigszins willen ophouden en daarom nog niet afdalen naar de mindere buurten,
-Sleko, Konijnen- of Weduwstraat, klerken, die met vrouw en kind van een hoogst beperkt
-inkomen moeten leven, of ambtenaren op wachtgeld, die hier voorloopig hun intrek nemen,
-het oogenblik afwachtend, waarop zij hun benoeming zullen verkrijgen, wie weet in
-welken hoek van den Archipel; de huisjes zijn net en geriefelijk ingericht, de stand
-is alleraangenaamst en vooral wanneer er iets in de komedie te doen is bijzonder levendig;
-verderop staan hooge waringins op het voorplein der gouvernementsscholen, daar langs
-gaat de weg, door tamarindeboomen omzoomd, over Karang Bidara naar Tjandi en verder
-naar Oenarang, dat aan den voet van den hoogen berg van dien naam gelegen is, welken
-men hier bijna vlak tegenover zich waant.
-</p>
-<p>Dat verre groen vormt een aangenaam rustpunt voor het oog want de straat zelf is kaal
-en vooral in de oost-mousson stoffig en heet; nu echter valt de regen bij stroomen
-neer, soms dagen lang, het stof is slik geworden, de dakgoten werpen stroomen <span class="pageNum" id="pb289">[<a href="#pb289">289</a>]</span>water uit, de druppels kletteren tegen de pannen met onvermoeibare kracht, de zon
-verscheurt nu en dan slechts even het net van wolken en regen om een valschen, paarsachtigen
-gloed over de natte aarde te werpen.
-</p>
-<p>Opwekkend is zulk een weer niet, vooral niet voor hen, die veel alleen zijn; in een
-der miniatuur voorgalerijtjes van een huisje der komediebuurt zit Hermine de Géran
-druk te naaien; alles om haar heen is eenvoudig en zelfs kaal, de meubels zijn van
-het gewoonste soort en geheel verschillend van haar even smaakvolle als rijke omgeving
-in Djantong; zij zit op een laag stoeltje, in sarong en kabaja gekleed, maar toch
-kon men niet zeggen, dat zij er droevig uitzag; soms speelt zelfs een glimlach om
-haar lippen, als zij een van de kleine kleedingstukjes, die zij voltooid heeft, uitspreidt
-en zich zeker voorstellingen maakt van een klein rozig gezichtje, dat er uit zal gluren
-of van een paar bolle armpjes, die uit de mouwtjes zullen komen steken.
-</p>
-<p>Plotseling staat ze haastig op, &#x2019;t is 12 uur op het eenvoudig hangklokje; zij moet
-naar de keuken en overtuigt zich dat Ma Bitja, die haar naar Samarang volgde, de rijst
-en de sajoran<a class="noteRef" id="xd30e7455src" href="#xd30e7455">1</a> reeds zoo goed als klaar heeft; dan plaatst zij zich voor haar bescheiden toiletspiegeltje,
-steekt de blonde haren nog eens op, verfrischt zich met een heel klein idéetje »Eau
-de Floride&#x201d; en gaat dan in de voorgalerij staan om in de richting van de buurt Tawang
-uit te zien.
-</p>
-<p>De weg is op dit middaguur tamelijk verlaten: een enkele Chineesche rondventer, die
-den regen onder zijn parapluie tart terwijl de bawean<a class="noteRef" id="xd30e7460src" href="#xd30e7460">2</a> zijn koopwaren draagt die onder wasdoek tegen het druipende water beschermd worden,
-en de druppels langs zijn onbedekt en glimmend bruin bovenlijf glijden, eenige Javanen
-te voet of een langzaam voortsukkelende bendy, eindelijk ziet zij, wat zij verwacht:
-een in het grijs gekleede gestalte, met een groote pajong<a class="noteRef" id="xd30e7463src" href="#xd30e7463">3</a> over het hoofd, die naderbij komt en ten slotte de galerij binnen stapt.
-</p>
-<p>»Och Conrad, lieve jongen! wat een weer breng je mee en dat je er nu weer door moet.
-Zou &#x2019;t niet beter zijn dat ik je voortaan het eten stuurde?&#x2026;&#x201d; riep zij hem tegemoet.
-</p>
-<p>»Ik dank je wel, denk je dat ik er zoo&#x2019;n regenbui niet voor over heb om een gezellig
-uurtje met je door te brengen aan de rijsttafel? Bah, niets vervelender dan zoo&#x2019;n
-eenzaam diner op het kantoor.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, en voor mij dan?&#x201d;
-</p>
-<p>Binnen had de begroeting op nieuw plaats, zoo hartelijk en innig als slechts bij een
-gelukkig getrouwd paartje mogelijk is.
-</p>
-<p>»En nu gaan we eten, de rijst is warm en dat hebben we wel noodig in dit kille, bijna
-Hollandsche weer. Och, Coen, kijk eens hoe lief dit op kleine Nico&#x2019;s zwarte haartjes
-zal staan.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb290">[<a href="#pb290">290</a>]</span></p>
-<p>En zij nam een aardig mutsje van uit haar naaiwerk op.
-</p>
-<p>»Neen, &#x2019;t zal veel mooier staan op het blonde krullekopje van Lientje.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Zal een Nico wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan een Nicolientje.&#x201d;
-</p>
-<p>»We zullen zien, een zwartkopje als papa.&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, een blondine als mama.&#x201d;
-</p>
-<p>En zoo lachend en schertsend zetten ze zich aan tafel en lieten zich den eenvoudigen
-kost goed smaken, zooals men doet wanneer men jong, gezond en ondanks vele zorgen
-en bekommeringen in zijn hart gelukkig is.
-</p>
-<p>»Voor ongelukkige bannelingen blijven we toch goed eten, vrouwtje!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och ja, manneke, &#x2019;t zou erg wezen wanneer we er nog eet- en levenslust bij verloren,
-als je maar vroolijk ziet&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom zou ik &#x2019;t niet doen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat je straks weer door regen en wind moet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat moest ik in Djantong soms ook wel, ik verdiende daar waarlijk mijn geld ook niet
-in ledigheid, nu ben ik ten minste vrij.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo vrij, dat je wanneer je geen vrouw <span class="corr" id="xd30e7489" title="Bron: hadt">had</span> je in alle vrijheid er een kon kiezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als de mijne dan niet in de nabijheid was en even vrij als ik, dan had ik er bitter
-weinig aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou je haar dan nog kiezen, Coen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel neen, ik zou Cor eerst om raad vragen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ach Coen, wie weet hoe spoedig je het werkelijk zult moeten doen, maar dan moet je
-niet alleen uitzien naar iemand die goed is voor jou, maar ook voor&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermelijntje, wil je wat sambel<a class="noteRef" id="xd30e7498src" href="#xd30e7498">4</a>?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan gaat het in een moeite door met huilen, wil je dat zeggen Coen?&#x201d; en zij lachte
-terwijl zij met het zakdoekje langs de vochtige oogen streek.
-</p>
-<p>»Och ventjelief, je weet ik ben niet sentimenteel, maar als ik &#x2019;t nu en dan eens word
-dan komt het door mijn toestand en ook daar het mij spijt dat je nu armoede lijdt
-om mij.&#x201d;
-</p>
-<p>»Om jou en je hebt er niets geen schuld aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat nu wel niet maar toch&#x200a;&#x2026; toch als ik er niet geweest was.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan zou alles zeker beter zijn maar of ik er mee tevreden was, dat vraag je eenvoudig
-niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is zoo&#x2019;n verschil voor je.&#x201d;
-</p>
-<p>»En voor jou?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als we nu nog eenige schuld hadden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Was &#x2019;t dan niet erger?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och Coen, denk je er nu werkelijk zoo over of zeg je dat om mij te troosten?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb291">[<a href="#pb291">291</a>]</span></p>
-<p>»Ik geloof om beide redenen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent een lief, best Coentje, en &#x2019;t spijt me zoo vreeselijk dat ik je <i>anker</i><a class="noteRef" id="xd30e7518src" href="#xd30e7518">5</a> ben.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat ben je niet, vooral niet als je mij zoo lief aankijkt; ik geloof dat we hier
-veel gelukkiger zijn in ons kaal huisje dan de anderen op het land.&#x201d;
-</p>
-<p>»Geloof je dat, ik heb &#x2019;t dikwijls ook gedacht, maar ik ben toch blij dat je van hetzelfde
-idee bent; <span class="corr" id="xd30e7524" title="Bron: sints">sinds</span> de storm losbrak is Cor zoo geheel veranderd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat er toch gebeurd mag zijn tusschen haar en Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zal wel altijd een geheim blijven. Waar hij gebleven mag zijn? &#x2019;t Is zonderling!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, wie had zoo&#x2019;n einde van dat engagement kunnen voorzien; ik zal nooit vergeten
-wat een schrik ik op dien middag kreeg toen papa ons gebood op het groote huis te
-verschijnen en toen het zoo vreeselijk onweerde, dat we onmogelijk konden komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Toen was Iwan nog niet vertrokken! Wie weet of alles niet een anderen keer had genomen
-als wij tot explicatie waren geraakt en ik hem over zijn dwazen brief persoonlijk
-had kunnen spreken.&#x201d;
-</p>
-<p>»En Cor wilde niet gelooven, dat je hem niet eerst had geschreven, vooral niet nadat
-ze die enveloppe met je letters in Iwan&#x2019;s kamer hadden gevonden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar jij geloofde me toch dadelijk, lieve Coen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat zou ik niet van je gelooven, Hermelijntje? Ik was er trouwens bij toen je van
-Thoren dien onbegrijpelijken brief ontving. &#x2019;t Is zeker dat je hand nagemaakt is,
-maar door wie?&#x2019;
-</p>
-<p>»Door dezelfde, die haar sporen reeds verdiende met het namaken van de jouwe!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar het kan toch niet wezen dat ze haar eigen schande verraadt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dit vind ik ook onbegrijpelijk, het zijn twee draden die ik maar niet aan elkaar
-kan brengen. Iteko haatte mij, de hemel weet waarom, en ze zag ook het huwelijk van
-Corona ongaarne, dat begrijp ik heel goed; nu heeft ze mij gestraft en het huwelijk
-belet, dat kan ik me nog begrijpen, maar het is niet aan te nemen dat ze uit mijn
-naam haar eigen leelijk bedrog heeft verklapt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is het zeker niet en toch, het doel werd bereikt. Papa nam het hoog op, hij wilde
-weten wat je geschreven hadt, en hoe je ook ontkende en bij hoog en laag zwoer Iwan
-niet geschreven te hebben, hij wilde &#x2019;t niet gelooven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je had hem niet Iwan&#x2019;s brief moeten toonen, Conrad!&#x201d;
-</p>
-<p>»Waarom niet?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb292">[<a href="#pb292">292</a>]</span></p>
-<p>»Wij raadden er naar en Corona heeft mij, toen we alleen waren, ronduit verweten haar
-verklapt te hebben, maar papa vermoedt niets van de brievenhistorie.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij zou &#x2019;t ook schandelijk hebben gevonden maar weet je wie eigenlijk de meeste schuld
-aan alles heeft?&#x201d;
-</p>
-<p>»Eigenlijk jijzelf, Conrad, door die vervalsching eenmaal toe te staan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, dat is ook zoo! Ik heb me in die heele zaak echt kwâjongensachtig gedragen; ik
-verdien niet dat alles me nog zoo meegeloopen is en ik mag blij zijn dat ik niet erger
-gestraft werd dan nu.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt alles goedgemaakt, beste man, door de echt ridderlijke wijze, waarop je de
-partij van je vrouw tegenover papa en Corona hebt opgenomen; de rest is oude historie,
-helaas! weer opgerakeld buiten onze schuld.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie had &#x2019;t kunnen denken! Wij, de voornaamste belanghebbenden, hadden alles vergeven
-en vergeten en nu komt het op ons eigen hoofd terug.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent ook te driftig geweest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Te driftig als ze mijn vrouw beleedigden en als ze van mij verwachtten dat ik uit
-haar naam excuse zou vragen!&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Was tegen je vader, Coen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Of tegen Cor! Wanneer iemand maar een vinger tegen haar uitsteekt, dan is hij bij
-Papa in ongenade. Had Iwan zijn adres maar opgegeven, dan kondet je hem schrijven
-hoe alles na zijn vertrek is toegegaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, hij is zoo raadselachtig heengegaan na den notaris volmacht te hebben gegeven,
-zijn inboedel te verkoopen; hij had nog geen vast adres, zoodra hij &#x2019;t had zou hij
-&#x2019;t schrijven. Ik geloof dat hij &#x2019;t zich ook sterk aantrekt, maar wat het eigenlijk
-is, daar komen wij misschien nooit achter.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als we eens over de zaak bezig zijn, Hermelijntje, dan scheiden we niet uit en &#x2019;t
-wordt mijn tijd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu al?&#x201d;
-</p>
-<p>»Helaas ja! Poesje lief, beloof je mij dat je nu zoet gaat rusten en niet opblijft
-om te pikken en te stikken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och Coen, ik wou &#x2019;t zoo graag afhebben en je weet ik houd niet van dat slapen &#x2019;s
-middags.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar ik wil niet dat jij je vermoeit; kom ga stil liggen en ontvang me straks aan
-de thee met een vroolijk lachend gezichtje. Zul je het doen, beloof je &#x2019;t mij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal &#x2019;t probeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij vertrok weer, door haar uitgeleide gedaan tot aan de buitengalerij.
-</p>
-<p>Toen hij om half vijf t&#x2019;huis kwam, had zij de thee klaar gezet, en zat met een werkje
-aan de tafel.
-</p>
-<p>»O<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> ik heb zooveel te vertellen,&#x201d; riep zij opgewonden, <span class="corr" title="Niet in bron">»</span>verbeeld <span class="pageNum" id="pb293">[<a href="#pb293">293</a>]</span>je, Coen, daar is een kist van huis gekomen met een grooten brief van Kitty en een
-kleinen van Dolly.&#x201d;
-</p>
-<p>»En van niemand anders?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen van niemand, maar de zusjes denken nog zoo aan ons. Ik heb met uitpakken gewacht
-tot je t&#x2019;huis zou wezen, Coen! En ik ben toch zoo nieuwsgierig, maak je maar gauw
-lekker en kom mij helpen de kist te openen.&#x201d;
-</p>
-<p>Weinige oogenblikken later waren beide groote kinderen druk bezig aan het uitpakken
-der kist, die allerlei ingemaakte lekkernijen bleek te bevatten, met nog een menigte
-aardigheden en kleinkindergoed, door Kitty en Margot gemaakt of door Dolly afgestaan.
-</p>
-<p>Hermelijn juichte van vreugde, haar oogen schitterden, zij vond alles even mooi en
-even lief; de anders vrij stille Conrad werd door haar vroolijkheid aangestoken, hij
-lachte even hartelijk mee, paste de rokjes om haar vingers, sloeg de doekjes om haar
-hals, kortom, kinderen als zij waren, speelden zij zoo luidruchtig en onbezorgd met
-elkander als hadden zij nooit zorg, kommer, strijd of verdriet gekend.
-</p>
-<p>»En nu genoeg gestoeid, nu de brief!&#x201d; zeide Hermelijn, zich de blonde, dartele krulletjes
-van voorhoofd en oogen strijkend. »Foei, foei, wat heb je mijn goedje door elkaar
-gegooid, ik moet dat alles nu zelf in orde brengen, en dan wil hij niet hebben, dat
-ik me druk maak.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat nu eens hooren wat de zusjes schrijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, ze zijn zoo lief en hartelijk, maar &#x2019;t is niet alles goede tijding wat ze melden.
-Hoor maar!&#x201d;
-</p>
-<p class="salute">»Beste zus!
-</p>
-<p>»Nu we eindelijk de kist vol hebben met een massa prullen, die naar we hopen je wat
-zullen verstrooien, zet ik me eens neer om op mijn gemak met je te keuvelen.
-</p>
-<p>»Mijn goede Jo is met papa naar de tuinen en ik zit alleen in mijn pavilloentje met
-zus Margot, die mij veel gezelschap komt houden en met wie ik bijna onophoudelijk
-over onze lieve afwezigen praat.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Verwondert je, niet waar, och! Hermelijn, &#x2019;t is alles zoo anders, zoo geheel anders
-geworden hier op het »groote huis.&#x201d; We weten dikwijls niet hoe we &#x2019;t hebben. Eén ding
-alleen is heerlijk, Jo en ik zijn veel vrijer dan vroeger, we kunnen dagen lang in
-ons nestje zitten zonder dat iemand er iets van zegt.
-</p>
-<p>»Maar ik zal je geregeld het een en ander vertellen over alle veranderingen, die hier
-zooal plaats hadden. Ten eerste over papa; zooals je weet bemoeide papa zich nooit
-heel veel met ons; zoolang we niet deden wat in Corona&#x2019;s oogen verkeerd was, liet
-papa ons onzen eigen weg gaan. Hoogst zelden sprak hij ons zelfs aan; nu is papa veel
-vriendelijker geworden. Laatst vroeg hij me&#x2014;verbeeld je, ik vertrouwde mijn eigen
-ooren niet&#x2014;of ik gelukkig <span class="pageNum" id="pb294">[<a href="#pb294">294</a>]</span>was en toen zeide hij me, dat het hem zoo speet, dat Guillaume en Toetie zoo verkwistend
-en lichtzinnig leefden en dat Dolly haar leven doorbracht als slavin van Akkeveen.
-</p>
-<p>»Hij verzocht me toen of ik mij Margot wou aantrekken, als hij er niet meer was! Ik
-noemde dat een dwaas idée maar papa verzekerde, dat hij zeer goed kon voelen, hoe
-zijn gezondheid hard achteruitging; &#x2019;s nachts moet papa zware benauwdheden hebben
-en weinig slapen.
-</p>
-<p>»Toen ik merkte dat papa nogal een teere bui had, begon ik over je beiden te spreken
-maar onmiddellijk kreeg ik erop:
-</p>
-<p>»Spreek er niet over, kind! Conrad heeft den eerbied tegenover mij te veel uit het
-oog verloren en Hermine veroorzaakte Corona zoo groot verdriet&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Daar <span class="corr" id="xd30e7595" title="Bron: hebt">heb</span> je het weer,&#x201d; bromde Conrad, »ik ben brutaal geweest maar daarvoor heb ik dadelijk
-vergiffenis gevraagd en <span class="corr" id="xd30e7598" title="Bron: jou">jouw</span> schuld.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Stil toch, driftkopje, stil! Foei, wat heeft die ellendige drift al ongeluk in je
-familie veroorzaakt, blijf nu kalm, dan lees ik verder.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik vroeg wat dit verdriet eigenlijk was. Ja, zij had allerlei kwaad over Corona aan
-Iwan geschreven en nu had zij &#x2019;t alles ontkend. Hij had het nooit van haar kunnen
-denken, zij scheen hem zoo lief, bescheiden en verstandig toe.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ben je dat niet?&#x201d; vroeg Conrad met een boos gezicht.
-</p>
-<p>»Och Coen, dat doet mij nu &#x2019;t meest aan, dat ik onmogelijk je vader van mijn onschuld
-zal kunnen overtuigen, maar &#x2019;t ergste komt nog.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als zij nu schuld bekende, wie weet of Corona dan niet wilde vergeven.&#x201d; En is papa
-dan nog boos op hen? vroeg ik. »Ach Kitty,&#x201d; antwoordde hij, »als men zoo dicht bij
-zijn einde is, dan lijken al die dingen zoo nietig en klein, dat men zich de moeite
-niet gunt om er boos over te worden. Wanneer Corona maar tevreden was, zou ik niets
-liever willen dan Hermine en Conrad weer in Djantong <span class="corr" id="xd30e7607" title="Bron: geinstalleerd">geïnstalleerd</span> te zien. Als ik dood ben komen zij er toch van zelf terug.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan niet zeggen dat papa er slecht uitziet en ik geloof ook niet dat hij zoo erg
-is als hij &#x2019;t zelf meent, maar &#x2019;t is toch allerakeligst, hem zoo over zijn naderend
-einde te hooren spreken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker is &#x2019;t akelig, maar we kunnen er niets aan doen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Helaas! niets! Men kan toch geen leugens bekennen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik voor mij geloof dat papa zich zoo moedeloos voelt, omdat die zaak met Thoren van
-Hagen afgesprongen is; hij had het zich zoo heerlijk voorgesteld, Thoren zijn opvolger
-en wij allen kregen dan geen grondbezit maar bleven administrateurs, of opzichters
-in zijn dienst. Portias en ik hadden daar natuurlijk niets tegen; het liefst wou Jo
-in een groote plaats wonen om zich geheel aan de muziek te wijden en ik zeg, hoe minder
-zorg en verantwoordelijkheid, hoe liever. Conrad denkt er ook zoo over, naar ik meen;
-<span class="pageNum" id="pb295">[<a href="#pb295">295</a>]</span>nu is alles in duigen gevallen. Arme Hermelijn! die van alles de schuld krijgt, terwijl
-zij er onschuldig aan is als het diertje, welks naam zij draagt.
-</p>
-<p>»Wat Cor betreft, zij is nog meer veranderd dan papa, &#x2019;t is of alle levenslust er
-uit is; haar oogen staan dof, zij stelt in niets meer belang, haar viool raakt zij
-niet meer aan, naar bloemen ziet ze nauwelijks meer om; zij schijnt vreeselijk veel
-verdriet te hebben maar zij klaagt bij niemand. Als er menschen komen doet ze haar
-best spraakzaam te zijn en te doen of het verbreken van haar engagement haar geheel
-onverschillig is.
-</p>
-<p>»Ik geloof niet dat zij een traan gelaten heeft om Iwan&#x2019;s vertrek; zij, die vroeger
-zulke geweldige huilbuien kon hebben. Weet je nog, dien dag toen ze met hem een <span lang="fr">querelle d&#x2019;amoureux</span> had? Ze slaapt lang, ik vrees dat ze kunstmiddelen gebruikt om in slaap te raken;
-zij verbeeldt zich met haar apotheek een halve dokter te zijn, wie weet wat zij niet
-inneemt! Maar &#x2019;t wonderlijkste is haar verhouding tot Iteko. Zij wil haar niet meer
-bij zich op de kamer hebben en je herinnert je nog hoe zij vroeger niet buiten haar
-kon. Iteko gaat eenvoudig haar gang; zij geeft den kinderen les en schijnt Cor uit
-den weg te blijven. Ik weet niet, wat er van te denken; er gaan dagen om, dat ze geen
-woord samen spreken.
-</p>
-<p>»Corona sluit zich hoe langer hoe meer in zich zelf op; mij zoekt zij ook niet meer
-en ik dring mij niet in haar vertrouwen; daarbij kan ik &#x2019;t haar nog maar niet vergeven
-dat zij mij mijn liefste zusje en mijn ondeugendsten broer ontroofde.
-</p>
-<p>»Jo en ik praten dikwijls over je beiden, en we stellen ons voor, hoe prettig &#x2019;t zou
-zijn als we ook te Samarang woonden en &#x2019;s avonds gezellig musiceerden; je wilt niet
-gelooven hoe saai het hier is met dien eeuwigdurenden regen. We kunnen toch niet altijd
-bij ons t&#x2019;huis zitten; papa leest zijn couranten en valt dan in slaap. Corona is aan
-het lezen uit dikke boeken, maar dikwijls ziet ze over de bladzijden heen en ik geloof
-dat ze meer aan Iwan dan aan die geleerde schrijvers denkt; spreken doet ze haast
-niet als we onder ons zijn, zelfs wanneer ze aan het haken is aan een eindelooze sprei.
-Philip maakt zijn voetzoekers en is altijd in zijn rommelkamer ergens in de bijgebouwen
-bezig. De groote broers komen zoo goed als nooit; ik weet niet wanneer Akkeveen hier
-het laatst is geweest, Guillaume zegt ronduit dat hij &#x2019;t hier zoo vervelend vindt
-<span class="corr" id="xd30e7627" title="Bron: sints">sinds</span> zijn zusje Blanche Hermine weg is en acht het de moeite niet waard de rit van Wilhelmshöhe
-anders dan om dienstzaken te maken. Ik geloof, dat hij niet goed oppast; papa heeft
-hem een paar malen flink onder handen genomen maar hij gaat telkens weer naar Soekarenga
-en moet in de <span class="corr" id="xd30e7630" title="Bron: societeit">sociëteit</span> zwaar spelen en ik vrees zelfs drinken; August vindt het bij zijn Poppie te prettig,
-daarbij is zijn gezelschap zoo bijzonder opwekkend niet, we verliezen er niet veel
-bij.
-<span class="pageNum" id="pb296">[<a href="#pb296">296</a>]</span></p>
-<p>»Van Dolly kreeg ik gisteren dit pakket met een briefje aan je adres, dat ik hier
-bij sluit.
-</p>
-<p>»En nu adieu, mijn lieve tortelduiven, Jo en ik zijn bang dat wij van somberheid en
-narigheid nog in uilen veranderen, verbeeld je Kitty een <span lang="ms">kokok belook</span><a class="noteRef" id="xd30e7639src" href="#xd30e7639">6</a>, en Jo zou heel muzikaal gaan krassen volgens de regels der edele toonkunst.
-</p>
-<p>»Waarlijk, die in ongenade zijn gevallen, hebben het zoo erg niet; arme verstootelingen
-vaartwel! Vele groeten van Jo, Margot, Philip, Guillaume enz. enz.
-</p>
-<p class="signed">Uit aller naam<br>
-Kitty.
-</p>
-<p>»En de brief van Dolly?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och daar heb je niet veel aan. Raadgevingen, die mij goed te pas komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En die je zult opvolgen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zooveel ik kan; die lieve Dolly, zij is zoo moederlijk voor mij. We zijn zoo wat
-even oud en toch vind ik dien beschermenden toon van haar zoo prettig, zoo veilig.
-Je hebt lieve zusters, Coen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Op eene na!&#x201d;
-</p>
-<p>»En, die is ook zoo kwaad niet, maar we weten niet wat er gebeurd is, hoe zij bedrogen
-en gegriefd is geworden; hoe vreemd dat Iteko nu in ongenade schijnt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat doet me pleizier.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij is in elk geval de oorzaak van alles. Ik kan me begrijpen, hoe Corona nu met
-tegenzin dat dierage aanziet. Kom, ik ga mijn spulletjes wegbergen.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn ging naar haar slaapkamer met haar schatten, doch toen zij voor de geopende
-kast stond, om alles een plaats te geven, werd haar gevoel haar plotseling te machtig
-en zij begon, met het hoofd tegen een der planken geleund, zacht te snikken.
-</p>
-<p>Hoe goed en vroolijk zij zich ook tegenover haar man trachtte te houden, toch waren
-er oogenblikken, dat het valsch vermoeden dat op haar drukte, haar zeer zwaar viel;
-men beschuldigde haar van een laf verraad, ieder wist dat zij door Corona werd aangezien
-als de verbreekster van haar engagement.
-</p>
-<p>Boven alles griefde het haar dat Corona in de heftigste bewoordingen haar verweten
-had, Iwan lief te hebben en zich zelfs niet ontzag, dit haar vader te zeggen. Haar
-eenige troost was Conrad&#x2019;s volledig vertrouwen, de zekerheid dat hun liefde hoe langer,
-hoe inniger en sterker werd; in zijn bijzijn was zij dan ook altijd even opgeruimd
-en vroolijk, zij wist hoe bitter die beschuldigingen tegen haar hem griefden en zijn
-toorn zelfs tegen zijn vader opwekten; met veel moeite had zij hem bewogen tegen Nieuwjaar
-aan zijn vader te schrijven en hem mede te deelen met welke zoete hoop zij zich durfden
-vleien. Er was geen antwoord gekomen.
-<span class="pageNum" id="pb297">[<a href="#pb297">297</a>]</span></p>
-<p>»Hermelijntje,&#x201d; fluisterde zijn stem aan haar oor.
-</p>
-<p>Snel wischte zij de tranen af.
-</p>
-<p>»Wat is er Coen?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Is er iets, wat je betreurt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen Coen, voor mijzelf niets!&#x201d;
-</p>
-<p>»Denk je dat ik geen moed heb te werken voor mijn vrouw en kind?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, maar &#x2019;t valt me zoo hard dat het is om mij.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niet om jou, lief wijfje! Werd alles tusschen ons dan niet gemeen? Dragen we
-niet alles samen, vreugde en leed? Je hebt mij zooveel vergeven!&#x201d;
-</p>
-<p>»Spreek daar niet over, beste Coen! Och, &#x2019;t is dwaas van me zoo verdrietig te zijn
-maar je maakt mij innig gelukkig met die woorden; om ze te hooren daar heb ik wel
-een traantje voor over.&#x201d;
-</p>
-<p>En zij vlijde zich aan zijn borst en hij kuste haar tranen weg.
-</p>
-<p>»Lief en leed, alles wat God zendt is ons welkom, niet waar, vrouwtje, wij nemen alles
-even gaarne aan, als we maar bij elkander zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar die leelijke beschuldigingen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat komt het er op aan, Onze Lieve Heer weet je onschuld en ieder die je kent is
-er ook van overtuigd. Kom, zie mij eens vroolijk aan! Ik heb toch veel liever dat
-je verdrietig zijt, als ik er bij ben; begrijp je dan niet hoe treurig ik &#x2019;t denkbeeld
-vind, dat je, als ik uit het huis moet, zit te schreien?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat moet je niet gelooven, Coen; die brieven en dat kistje deden me denken aan Ngaroengan
-en Djantong en dat maakte me wat aangedaan. Zie je, hoe ik weer lach!&#x201d;
-</p>
-<p>»Morgen zal ik je iets t&#x2019;huis sturen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan het niet langer uithouden zonder piano, ik verlang er zoo erg naar, je te
-hooren spelen en zingen. Ik ga er een huren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Coen, zal de beurs dat kunnen lijden?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Moet! Je heet een rijk huwelijk te hebben gedaan en nu zou je om &#x2019;t geld niet
-eens een piano kunnen houden! En daarbij, &#x2019;t is voor mijn pleizier, ik ben er op gesteld
-voor mijzelf.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat ben je toch een lieve, goede Coen!&#x201d; riep zij uit de volheid van haar hart, »beter
-man bestaat er niet.&#x201d;
-</p>
-<p>En werkelijk, zij meende het; dagelijks zag zij in, hoe veel schatten van liefde en
-trouw hij onder dat koele, bijna norsche uiterlijk bewaarde, waarvan niemand dan zij
-alleen het bestaan vermoedde, en dagelijks dankte zij God, omdat zij den sleutel had
-gevonden, die ze voor haar ontsluiten kon.
-<span class="pageNum" id="pb298">[<a href="#pb298">298</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e7455">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e7455src">1</a></span> Sausen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e7455src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e7460">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e7460src">2</a></span> Pakjesdrager.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e7460src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e7463">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e7463src">3</a></span> Regenscherm.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e7463src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e7498">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e7498src">4</a></span> Spaansche peper.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e7498src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e7518">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e7518src">5</a></span> Noodlottig.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e7518src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e7639">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e7639src">6</a></span> Uil.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e7639src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch49" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">XLIX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Op zekeren middag wandelde Corona met Dolly langs den weg, die voorbij het Javaansche
-kerkhof liep en in welks nabijheid Nènèk Djario woonde.
-</p>
-<p>Dolly, die voor eenige dagen met man en kinderen in het groote huis gelogeerd was,
-daar haar woning gerepareerd werd, had een boodschap bij de oude heks, van wie zij
-een der talrijke kleinkinderen in dienst had.
-</p>
-<p>Het gesprek tusschen beide zusters was niet bijzonder levendig; Corona zag stil en
-somber voor zich uit.
-</p>
-<p>»Rijd je nooit meer te paard?&#x201d; vroeg Dolly.
-</p>
-<p>»Neen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je er geen lust meer in?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik niet, ik doe &#x2019;t niet meer.<span class="corr" id="xd30e7696" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Vroeger deed je het bijna alle dagen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vroeger is van daag niet.&#x201d;
-</p>
-<p>Weer zwegen zij gedurende eenige oogenblikken.
-</p>
-<p>»Wat is &#x2019;t verschrikkelijk, zich ongelukkig te voelen!&#x201d; zeide Corona plotseling.
-</p>
-<p>Dolly zag haar aan; haar blik ontmoette den hare en zij begrepen elkander.
-</p>
-<p>»Geen oogenblik een gedachte van zich af te kunnen zetten, altijd wroeten in het verledene,
-altijd een band te voelen om zijn geest en een stekende pijn in het hart, door alles
-herinnerd te worden aan hetgeen men verloor&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»O maar dit is heel iets anders. Je hebt je kind verloren door den dood! Dat is verschrikkelijk
-maar je hebt haar tot het laatst opgepast, je hebt niets verzuimd om haar te redden,
-je gelooft dat zij in den hemel is bewaard voor veel leed en smart; in kalmte kun
-je aan haar denken zonder verbittering, zonder wrok, zonder&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Zelfbeschuldiging,&#x201d; wilde zij misschien zeggen maar het woord kon haar lippen niet
-verlaten.
-</p>
-<p>»Neen, aan mijn Nonnie kan ik kalm denken!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar niet aan haar vader, wil je dat zeggen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik moet het toch wel, &#x2019;t is mijn plicht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik moet niets, ik kan denken zooals ik wil, geloof je dat niet Dolly?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan er niet over oordeelen, Corona; ik weet niets van het gebeurde, alleen weiger
-ik te gelooven dat Hermine in eenig opzicht schuldig is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Er zijn er genoeg, die &#x2019;t ook meenen, maar dan had hij haar verontschuldigd en dat
-heeft hij niet gedaan! Als een ander &#x2019;t hem <span class="pageNum" id="pb299">[<a href="#pb299">299</a>]</span>gezegd had, misschien zou ik hebben toegegeven, maar toen kon ik het niet, en nu zou
-ik &#x2019;t nog niet doen.&#x201d;
-</p>
-<p>Dit sprak zij half luid als tot zich zelf.
-</p>
-<p>»Ik kan niet ongelukkig zijn, ik kan, ik wil niet,&#x201d; riep zij plotseling met haar gewone
-heftigheid.
-</p>
-<p>»Men kan alles leeren,&#x201d; zeide Dolly zacht en treurig.
-</p>
-<p>»Geen verdriet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Gewoonte is onze beste troosteres; men leert te leven met zijn leed, en is er misschien
-even tevreden onder als anderen, die al hun wenschen vervuld zien.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Was iets onuitsprekelijk treurigs, die jonge vrouw van even twintig jaren zulke
-meeningen te hooren uitspreken.
-</p>
-<p>»Niet ieder heeft zoo&#x2019;n karakter, zoo zacht en plooibaar als jij.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meen je dat ik waarlijk zoo ben, Corona? Je kent me toch beter; geen der Géran&#x2019;s
-is zacht; maar ik heb langzamerhand geleerd, dat het niets helpt, zich te kanten tegen
-het onvermijdelijke, wij moeten ons lot allen ondergaan en zoo alleen hebben wij kans
-dat het lichter wordt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Mohammedaansch fatalisme.&#x201d;
-</p>
-<p>»Of christelijke onderwerping; hebt ge nooit gelezen dat als wij ons kruis geduldig
-dragen, het op zijn beurt ons zal steunen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je dat ondervonden, Dolly?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik heb ook oogenblikken gehad van opstand en van wanhoop; ik heb ook dikwijls
-geschreid om een lichtstraal van troost en alleen kalmte gevonden in de gedachte dat
-het leed ons toegezonden wordt om een hooger doel, tot inwendige verbetering.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is niet zoo! Ik was zoo goed, toen ik gelukkig was, maar nu voel ik &#x2019;t, ik word
-slechter, liefdeloozer, onverschilliger dan ik &#x2019;t ooit geweest ben. Er was een tijd,
-dat ik ieder om mij heen gelukkig wilde zien, nu geniet ik alleen, wanneer ook anderen
-lijden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat je daarom Conrad en Hermine in den vreemde blijven en daar door ieder verlaten
-haar bevalling afwachten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Alleen daarom! Ik ben ongelukkig geworden door haar laagheid en dan zou zij genieten
-van haar triomf en ik zuchten in mijn eenzaamheid? Neen, ik gun haar die voldoening
-niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie weet hoe onschuldig zij is, hoe zonder eenigen redelijken grond je papa het leven
-veronaangenaamt door zijn vijandschap met Conrad, hoe je zelf je het leven verbittert
-om niets en je zielerust vrijwillig verstoort.&#x201d;
-</p>
-<p>»Er is geen rust meer voor mij mogelijk, in het graf misschien. O foei, wat is het
-leven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Geen feest, maar zooals ik je daar straks zei, als men het van de hoogte beziet,
-dan kan men er nog veel schoons in vinden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor mij niet meer! Ik heb alles verspeeld; hij heeft me nooit liefgehad, ik ben
-er van overtuigd.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb300">[<a href="#pb300">300</a>]</span></p>
-<p>»En ik geloof dat hij van je hield, zooveel hij kon, verder weet ik niets en mag ik
-niets beslissen. Zou er geen verzoening mogelijk zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nooit meer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor hem?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dolly, vraag niet meer! Ik kan je niet zeggen wat er tusschen ons gebeurd is; ik
-ben te ver gegaan, dat is zoo, maar hij vroeg van mij iets, dat ik niet kon toestaan,
-zonder mijn geheele persoonlijkheid op te offeren; zelfs de liefde heeft grenzen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ken alleen moederliefde en die heeft geen grens.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoe zou ik me kunnen onderwerpen aan mijn lot? Er is niets in mijn smart, dat
-verheft of veredelt, het verbittert en vernedert slechts.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ten minste zoolang ge je laat beheerschen door wrok en haat.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wil mij niet onderwerpen, ik wil niet lijden maar het vervolgt mij toch dag en
-nacht.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat doe je dan om het te vergeten?&#x201d;
-</p>
-<p>Corona wendde het hoofd om bij Dolly&#x2019;s ernstige vraag.
-</p>
-<p>»Ik bid je, Corona, laat je niet verleiden door je verdriet! Je neemt opium in, ik
-weet het, je wil je verdriet verdooven, in plaats dat je het draagt als een boete
-misschien!&#x201d;
-</p>
-<p>»Een boete, heb ik dan iets verkeerds gedaan tegen hem?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet je zelf het beste!&#x201d;
-</p>
-<p>»Tegen jou misschien, of tegen Guillaume of tegen Kitty? Maar &#x2019;t gaat als in een sprookje
-voor de kinderen; de deugd wordt beloond, de misdaad gestraft en ik ben zoo erg, zoo
-verschrikkelijk misdadig geweest, niet waar, tegen mijn familie, tegen mijn vader
-zelfs. O natuurlijk, ieder verheugt zich dat de groote Cor gestraft is, dat zij nu
-lijdt, dat haar leven gebroken is, dat men haar verlaten heeft. O God! Is het dan
-niet zwaar genoeg, verdriet te hebben, moet ieder het dan nog weten en er over juichen?&#x201d;
-</p>
-<p>Haar stem klonk schel als gebroken accoorden, zou Portias zeggen; droog en brandend
-staarden haar oogen voor zich uit, zij zag er tien jaren ouder uit dan op dien morgen
-in het rozenparadijs.
-</p>
-<p>»Ik kan je niet helpen, maar je gelooft toch niet dat ik mij verheug in je leed,&#x201d;
-sprak Dolly.
-</p>
-<p>Corona zweeg en zag naar den grond.
-</p>
-<p>»Laat ons er niet meer over spreken! &#x2019;t Rijt de wonde nog meer open!&#x201d; sprak ze eindelijk.
-</p>
-<p>»Moeten we niet rechts afslaan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dit pad langs!&#x201d;
-</p>
-<p>Weinige oogenblikken later stonden zij voor het armzalige hutje en bittere smart vervulde
-weer Corona&#x2019;s ziel, zoodra zij de plek zag, waar hij op dien morgen had gestaan, toen
-hij haar als een redder in den nood verschenen was, toen zij samen bij de baleh-baleh
-<span class="pageNum" id="pb301">[<a href="#pb301">301</a>]</span>van den zieken knaap hadden gestaan en hij den eersten kus op haar hand had gedrukt;
-het was of hij daar nog stond bij den ingang van de hut met zijn vroolijken lach en
-mannelijke houding, met zijn gelaat vol zonneschijn, dat zij nu niet kon zien dan
-misvormd door een bloedroode striem.
-</p>
-<p>Zij ging voort met samengeperste lippen en gewrongen handen, door smart en wroeging
-verteerd.
-</p>
-<p>»Ik geloof waarlijk dat Nènèk aan het pakken is,&#x201d; zeide Dolly; inderdaad stond de
-armzalige plunje van de oude heks in een paar krepeks en boenkoesans<a class="noteRef" id="xd30e7769src" href="#xd30e7769">1</a> voor de open deur.
-</p>
-<p>»Nènèk,&#x201d; riep zij luide en de oude vrouw, vrij netjes in reistoilet gekleed met een
-slendang over de schouders en ongescheurde kleederen aan, kwam naar buiten.
-</p>
-<p>»Astaga nonna, nonna!&#x201d; riep zij op haar gewone schrikachtige manier.
-</p>
-<p>»Ga je op reis?&#x201d; vroeg Dolly.
-</p>
-<p>»Ik ga verhuizen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom? Woon je hier niet goed?&#x201d;
-</p>
-<p>»O jawel, maar het zal hier niet goed worden; &#x2019;s nachts dreunt de grond en daarboven
-is de berg zoo boos.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat ik me al <span class="corr" id="xd30e7781" title="Bron: sints">sinds</span> lang verbeeldde,&#x201d; sprak Dolly tot haar zuster, »de krater is niet rustig.&#x201d;
-</p>
-<p>»En kun je dat hier reeds merken?&#x201d; vroeg zij de oude vrouw.
-</p>
-<p>»Ik weet het, ik heb de pontianaks, die boven wonen, naar de vlakte zien vluchten!
-Er komen groote ongelukken en ik ga ver weg; de nonna&#x2019;s moeten ook oppassen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie weet hoe zulk een uitbarsting mij welkom zou zijn,&#x201d; zuchtte Corona, »zeg eens
-nèk, voor je heengaat, moest je mij iets geven, een drank, die mij doet vergeten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wil de nonna nu wel drinken? Jammer dat die goede toewan vertrokken is. Toen Djario
-me vertelde dat u met hem ging trouwen, toen was Nènèk blij in haar hart, en zij dacht,
-ik ben er oorzaak van. Weet de nonna nog dat zij hier eens koffie dronk? Daar heb
-ik een obat in gedaan, die kracht heeft op oogen en hart, en als men dat samen drinkt
-dan komt de liefde bij beiden op, of zij willen of niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb je dat gedaan, foei Nènèk, dat was niet goed,&#x201d; vermaande Dolly.
-</p>
-<p>»Och, &#x2019;t is medicijn na de ziekte geweest, Nènèk; ik althans had toen geen liefdedrank
-meer noodig om hem te beminnen en hij.&#x2026; hij.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En nu wil de nonna hem vergeten! O &#x2019;t is gemakkelijker, veel gemakkelijker liefde
-te planten dan haar weer uit te trekken als zij eens wortel heeft geschoten; er blijft
-altijd een open plek en die kan niet gevuld worden, door geen obat.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb302">[<a href="#pb302">302</a>]</span></p>
-<p>»Dan geef ik niets om je kunsten, Nènèk, niets!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft nonna misschien den rooden hond gezien?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t mij verbeeld ten minste.&#x201d;
-</p>
-<p>»Daarom heeft nonna ongeluk gehad. De kalang voorspelt altijd ramp. Nènèk heeft hem
-nachten lang hooren huilen, dat voorspelt een groot, groot ongeluk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, Nènèk, hoor eens wat ik je te zeggen heb,&#x201d; zoo viel Dolly haar ongeduldig in
-de rede.
-</p>
-<p>Terwijl Dolly haar boodschap afdeed, was Corona naar binnen gegaan en zag de ruimte
-rond die nu nog lediger dan anders geworden was; maar voor haar was de hut niet ledig,
-zijn tegenwoordigheid vervulde haar geheel, zij zag hem daar staan, vriendelijk, handig
-bezig, haar een weinig plagend. Kon nu alles voorbij zijn, alles?
-</p>
-<p>Zij drukte de hand op het hart en ging naar buiten; zij voelde dat zij zwak werd,
-dat zij kon gaan schreien voor &#x2019;t eerst.
-</p>
-<p>»Nonna huilt niet,&#x201d; zeide de oude Nènèk, »ofschoon haar hart ziek, zeer ziek is. Het
-water der oogen dat niet naar buiten komt, valt op &#x2019;t hart terug en maakt het nog
-veel zieker.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je ontvlucht den Merawoe, oude ziel!&#x201d; sprak Corona en drukte haar een gouden tientje
-in de hand, »je hebt niets te verliezen dan je ellendig leven. Het zou voor mij een
-reden zijn om te blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nonna zal het zien, hoe verschrikkelijk de toorn van den berg is!&#x201d;
-</p>
-<p>De zusters gingen heen.
-</p>
-<p>»Je merkt het, zelfs die tooverkol heeft geen geneesmiddel voor de ziekte van mijn
-hart,&#x201d; sprak Corona.
-</p>
-<p>»Ik zou me schamen over die gekheid te praten,&#x201d; antwoordde Dolly, »maar ik hecht meer
-geloof aan haar voorspelling omtrent den berg. Hoe dikwijls ben ik niet wakker geworden
-door onderaardsch gerommel, wat Akkeveen verbeelding noemde, en zie eens van hier,
-hoe hij werkt.&#x201d;
-</p>
-<p>Een reusachtige pluim van rook ontsnapte den krater en teekende zich scherp tegen
-de blauwe lucht af.
-</p>
-<p>»Heerlijk, ik heb er altijd naar verlangd hem in volle woede te zien en wensch &#x2019;t
-nu meer dan ooit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Stil, Corona, wat je daar zegt is God verzoeken! Een uitbarsting van den vulkaan
-zou ons aller dood zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och dood, is zoo erg niet! Zeg liever ons aller ruïne, onze landen zouden verwoest
-worden en wat waren de Gérans zonder rijkdom? Hoe lang is het wel geleden dat wij
-in den krater daalden en dat Hermine verloren raakte en dat hij mij&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Zijn liefde bekende,&#x201d; wilde zij zeggen.
-</p>
-<p>»Drie dagen voor Nonnie&#x2019;s dood; &#x2019;t is lang geleden, bijna een jaar,&#x201d; zuchtte Dolly.
-</p>
-<p>»Kon ik alles ongedaan maken, wat na dien tijd gebeurde; o <span class="pageNum" id="pb303">[<a href="#pb303">303</a>]</span>mijn God, zal dit leven altijd zoo moeten duren, jaren lang? Ik wil vergeten, ik wil
-het en vroeger kon ik alles wat ik wilde.&#x201d;
-</p>
-<p>Dolly gaf geen antwoord meer; zij had genoeg aan haar eigen leed en haar zuster weigerde
-allen troost.
-</p>
-<p>t&#x2019; Huis gekomen, gaf de oude heer de Géran zijn dochter een brief over, met de woorden:
-</p>
-<p>»Van onzen Franschen oom! Lees, kind!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona las en haar wangen namen een diepen blos aan.
-</p>
-<p>»De graaf de Saint Paul wil zijn zoon met diens gouverneur naar Indië zenden om onze
-kennis te maken; papa, we moeten hem goed ontvangen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker, Corona, zeker, lieve meid! Ontvang ze zooals je verkiest, zoo vorstelijk als
-het je goeddunkt om je neef een hoog denkbeeld te geven van Indische gastvrijheid.&#x201d;
-</p>
-<p>»Papa,&#x201d; vroeg Dolly bedeesd, »weet u, dat de Merawoe zeer onrustig is en ons met een
-uitbarsting dreigt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och kom, je bent een onheilspellende vogel!&#x201d; zeide Corona. »Verwijt mij geen bijgeloof
-als je zelf zooveel vertrouwen hecht aan de domme praatjes van die heks.&#x201d;
-</p>
-<p>»We kunnen er niets aan doen, Dolly,&#x201d; sprak haar vader, »we wonen hier eenmaal op
-een vulkaan. Wees liever blijde,&#x201d; fluisterde hij haar toe, »dat er nu weer iets is,
-dat je zuster eenig belang inboezemt.&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e7769">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e7769src">1</a></span> Valiesjes en pakken.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e7769src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch50" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">L.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Eenige maanden later werd het huwelijksgeluk van Conrad en Hermine volmaakt door de
-geboorte van een meisje. Geen van tweeën had zijn wensch en toch waren beiden tevreden;
-zooals Conrad gehoopt had was het een meisje maar geen blondine, een zwartkopje naar
-Hermelijn&#x2019;s verlangen:
-</p>
-<p>»En nu moet ze geheel een Géran wezen,&#x201d; zeide het kraamvrouwtje, »ze moet niet heeten
-naar mijn papa, want een Nico moet ik toch hebben. Noem ze naar je moeder, Conrad,
-onze mama, Hélène.&#x201d;
-</p>
-<p>En zoo werd zij dan geheeten; de kleine Hélène was het veel bewonderde speelpopje
-van de beide jonge ouders. Ze werden niet moe, het rozige brokje mensch te beschouwen
-en elkaar op allerlei kunststukjes van de jeugdige dame opmerkzaam te maken, kunststukken,
-waaraan zij zelve geheel onschuldig was en die niemand dan de opgetogen vader en moeder
-konden opmerken.
-</p>
-<p>Zij noemden elkander niet anders meer dan Papa en Mama. Hermelijn studeerde in boeken
-voor opvoedkunde, Conrad sprak er van, de kleine in een levensverzekering te doen
-gaan opdat zij <span class="pageNum" id="pb304">[<a href="#pb304">304</a>]</span>bij haar huwelijk een bruidschat zou ontvangen, maar ondanks al die goede voornemens,
-wist Hermelijn zoodra Léni het op een schreeuwen zette, niet, hoe spoedig zij haar
-haar zinnetje zou geven en Conrad besteedde het geld voor de bruidschat bestemd, aan
-het koopen van allerhande lekkernijen voor het jonge moedertje.
-</p>
-<p>Van de zusters en broers hadden zij vele blijken van belangstelling ontvangen; van
-Corona en haar vader echter niets, maar toch was er een enveloppe aan het adres van
-Mejuffrouw Hélène de Géran op geheimzinnige, wijze aangekomen, die een bankbiljet
-van &#x192;&nbsp;1000 bleek te bevatten en zeker van den ouden heer afkomstig was.
-</p>
-<p><span id="xd30e7839"></span>Er moest in Ngaroengan groote drukte heerschen: Corona scheen weer geheel de oude;
-zij ontving haar grafelijken neef met nog meer pracht dan zij het vroeger haar Hollandsche
-schoonzuster had gedaan; de couranten zelfs schreven er van. Zij was naar Samarang
-geweest om toiletten te bestellen maar had Conrad en Hermine met geen bezoek verwaardigd.
-</p>
-<p>De jonge heer de Géran, schreef Kitty, was een onbeduidend blond mannetje van 22 jaren,
-vergezeld door een zeer strengen en zeer barschen Mentor, dien hij naar de oogen zag;
-men kon het aan den jongen heer Alain zien, dat al die glans en pracht hem meer verbaasde
-dan genoegen deed.
-</p>
-<p>»Ik weet waarlijk niet, wat Corona&#x2019;s plannen zijn,&#x201d; schreef Kitty verder, »zou zij
-aan graaf Alain, die een hoofd kleiner is dan zij, de plaats willen gunnen, die Iwan
-eens in haar leven bekleedde, of werkt zij alleen om Margot en den graaf in kennis
-te brengen? Ik weet het niet en durf ook niets beslissen. Dit alleen weet ik, dat
-we ons dol amuseeren, alle dagen is er een ander pretje, we denken van &#x2019;s morgens
-vroeg tot &#x2019;s avonds laat aan niets dan aan dansen, kleeden en uitgaan. Corona heeft
-ons beeldige toiletjes gegeven; Margot en mij namelijk en zelfs Toetie, die een heele
-scène gemaakt heeft, daar aan haar niet gedacht was. Ze ziet er nu uit als een opgetooide
-pauw. Dolly heeft voor alle invitatiën bedankt. Hoe jammer dat gij niet hier zijt,
-ge zoudt de koningin worden van al die feesten, want Cor, al kleedt zij zich nog zoo
-prachtig en behangt zij zich met juweelen, is dezelfde niet meer van het vorige jaar;
-ze is oud geworden, vooral haar oogen, die vroeger zoo prachtig konden flikkeren,
-zijn nu geheel veranderd. Als gij er waart, Hermelijn, zou niemand naar haar omzien.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad zag somber voor zich uit; Hermelijn glimlachte.
-</p>
-<p>»Coen,&#x201d; fluisterde zij, haar kleine meid aan het hart drukkend, »geloof je niet dat
-ik haar gekraai veel liever hoor dan alle dansmuziek en ik mij niet veel beter amuseer
-met jou alleen, dan tusschen al die vreemde menschen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Als &#x2019;t maar waar is?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb305">[<a href="#pb305">305</a>]</span></p>
-<p>»Zou je denken, dat ik, wanneer wij te Djantong woonden haar een nacht alleen zou
-laten om te dansen? Zou je denken, dat ik een oogenblik rust en pleizier kon hebben
-verre van haar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen,&#x201d; zeide hij na een poosje nadenken, »dat geloof ik niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo, dat mag ik hooren en nu zal ik je ook zeggen dat ik zeker geloof dat graaf Conrad
-de Géran een veel betere figuur voor dat emplooi heeft dan die Fransche blanc-bec.
-Er is niets aan Kitty&#x2019;s brieven; zij denkt alleen aan pretmaken; de arme Portias zal
-ook zeggen, dat die vreemde gast alle instrumenten uit den toon brengt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik begrijp niet hoe papa &#x2019;t zoo toestaat; schrijft Kitty niet dat hij alles behalve
-wel is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, hij ziet er slecht uit, maar &#x2019;t amuseert Corona, &#x2019;t doet haar die treurige geschiedenis
-met Iwan vergeten en dat is hem het voornaamste.&#x201d;
-</p>
-<p>In die dagen kreeg Hermelijn ook onverwacht bezoek van den heer Van Diteren, haar
-vroegeren reisgenoot, die voor zaken Samarang bezocht.
-</p>
-<p>»Maar vertel me eens,&#x201d; sprak hij op zijn gewone onaangename manier, »waarom jelui
-hier zoo kaaltjes woont, terwijl het heele koninkrijk der Gérans in beweging is om
-den Franschen snoeshaan te ontvangen. Leef je in ongenade?&#x201d;
-</p>
-<p>»En als het zoo eens was?&#x201d; vroeg de jonge vrouw glimlachend.
-</p>
-<p>»Je hebt het met juffrouw Corona niet kunnen stellen. Weet je nog hoe ik je tegen
-haar waarschuwde en wat je me toen voor vinnigs antwoordde?&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn man en ik zijn het eens, dat is ons genoeg. Ik blijf bij &#x2019;t geen ik u toen zei.
-Maar vertel me liever het een en ander van mevrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij heeft een maand of twee geleden precies zoo&#x2019;n exemplaar gekregen als u daar op
-den schoot houdt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is hij nog niet naar Holland verzonden?&#x201d; vroeg zij onnoozel.
-</p>
-<p>»Houd me niet voor den mal, mevrouwtje, als u er een half dozijn bij mekaar heeft,
-zullen we zien wat u doet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad en ik zullen ons nooit van onze kinderen scheiden, al hebben we ook het dozijntje
-vol.&#x201d;
-</p>
-<p>»We spreken mekaar later; maar er is een ellendige historie bij: mijn oudste jongen
-heeft een ongeluk gehad, hij is met schaatsenrijden verdronken.&#x201d;
-</p>
-<p>»En dat zegt u zoo kalm?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb me aan &#x2019;t denkbeeld moeten wennen. &#x2019;t Eerst vond ik het idee beroerd genoeg,
-maar &#x2019;t ergste was dat mijn vrouw, toen het bericht kwam, in een toestand verkeerde,
-die elke aandoening doodelijk maakte. Ik heb &#x2019;t haar dus verzwegen; later zag ik er
-tegen op het haar te vertellen en nu schrijft ze den jongen lange epistels, zendt
-hem aardigheden, pruttelt dat er geen brief van <span class="pageNum" id="pb306">[<a href="#pb306">306</a>]</span>hem komt, in één woord, zij vermoedt niet, dat het kind dood is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar dat is toch vreeselijk!&#x201d; riep Hermelijn ontzet uit.
-</p>
-<p>»Wat zal ik doen? Sinds de kleine er is, houdt ze op met dat eeuwigdurende grienen;
-ze gaat met me uit, naar de komedie en de muziek in de Concordia en is soms heel vroolijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar zij zal &#x2019;t u nooit vergeven, dat u het kon aanzien dat zij zich amuseert, terwijl
-het tijd was om voor haar kind te rouwen. Ik vind uw handelwijze in de hoogste mate
-ergerlijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben &#x2019;t van u gewoon, mevrouw, dat u uw meeningen niet verbergt; maar ik kan er
-waarlijk niets aan doen. &#x2019;t Verveelt me zoo verschrikkelijk altijd haar martelaressengezicht
-voor mij te zien dat het mij onmogelijk is, haar die nieuwe aandoening te bezorgen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En als ze het nu van buiten af hoort?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, dan ligt het geval er eenmaal toe. Ik kan niets beters doen dan de zaak maar
-aan haar loop over te laten; voor mij is &#x2019;t ook niet alles, dat verzeker ik u. U ziet
-mij voor een ongevoelige steenklomp aan, maar begrijpt u niet dat het mij vreeselijk
-hindert, als mijn vrouw over haar Willem praat en allerlei mooie plannen voor de toekomst
-maakt, dat alles aan te hooren en te weten dat hij reeds sinds een paar maanden overleden
-is?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik begrijp niet, hoe u dien last zoo geheel alleen kunt dragen; daarvoor moet men
-al heel sterke schouders hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>Ook Conrad vond van Diteren&#x2019;s handelwijze onverantwoordelijk en beiden waren verheugd
-toen hij vertrok.
-</p>
-<p>Zijn laatste woorden waren:
-</p>
-<p>»Ik hoor dat de Merawoe weer aan het spoken is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, dat heeft hij al jaren lang gedaan,&#x201d; antwoordde Conrad achteloos.
-</p>
-<p>Den volgenden avond terwijl zij rustig zaten thee te drinken en Conrad zijn dochter
-op den schoot hield tot groot vermaak van Hermelijn, die zich verwonderde over zijn
-handigheid, maakte zij de opmerking dat het buiten ondanks den maneschijn donker werd
-en er toch een oogenblik te voren nog geen kans scheen te bestaan op wolken en regen.
-</p>
-<p>»O Coen, zie eens! wat ligt daar een stof op tafel, Leni&#x2019;s kleertjes zijn er heel
-vol van. Wat kan het zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>Een zwaar gedruisch deed zich te zelfder tijd hooren, als van een opkomend onweer
-of als een eindeloos kanongebulder; tegelijk zagen zij de lampen wiegelen als waren
-het de slingers eener klok, de tafel ging op en neer en de grond beefde onder hun
-voeten.
-</p>
-<p>»Een aardbeving, een aardbeving!&#x201d; gilde Hermelijn ontzet, »laat ons vluchten, Coen,
-met de kleine.&#x201d;
-</p>
-<p>»Blijf bedaard, Hermelijn! Ga niet naar buiten, er is nog geen gevaar, ik heb meer
-aardbevingen gezien.&#x201d;
-</p>
-<p>De duisternis werd echter hoe langer, hoe dikker; het dansen <span class="pageNum" id="pb307">[<a href="#pb307">307</a>]</span>van den aardbodem en het gedonder van het geschut hielden aan; Hermelijn drukte haar
-kind bevend aan het hart.
-</p>
-<p>»Laat ons naar buiten gaan, Coen!&#x201d; smeekte zij.
-</p>
-<p>Hij was bewonderenswaardig kalm.
-</p>
-<p>»Buiten valt gloeiende asch, Hermelijntje, en die is ook te vreezen; er is niets te
-doen dan geduldig hier blijven. Ik vrees dat het de Merawoe is, die losbarst.&#x201d;
-</p>
-<p>»God spare dan onze familie!&#x201d; snikte Hermelijn, »Coen, ga niet heen! Ik zal niet naar
-buiten gaan en binnen blijven juist zooals je wilt maar ik bid je als we sterven moeten,
-laat het dan samen zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Er is geen quaestie van sterven,&#x201d; sprak hij, haar liefkoozend, »als het ten minste
-de Merawoe is. Wij krijgen hier alleen de naweeën.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe moet het daar met hen gesteld zijn, met Dolly, die &#x2019;t dichtst bij den krater
-woont?&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat ons op God vertrouwen Hermelijn! Anders kunnen wij voorloopig niets doen, en
-verder wachten.&#x201d;
-</p>
-<p>Nog eenige uren brachten zij in angst en vrees door; het beven en schudden der aarde
-hield nog steeds aan, plotseling hoorde men een geweldigen knal, hemel en aarde schenen
-van elkaar te splijten. Hermelijn klemde zich angstig vast aan haar man, die zijn
-dochtertje stevig op den schoot hield, een hevig gekraak als van neerstortende huizen
-deed zich hooren, porselein en glas vielen kletterend in stukken; de grond geleek
-de dansende baren der zee, zoo onstuimig en wild; zij gaf een angstigen gil en sloot
-de oogen.
-</p>
-<p>»Ze zijn zeker allen dood, allen,&#x201d; kermde zij, »mijn God, moet dat dan het einde wezen?&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch51" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">»Hemel en hel zijn getergd, geen wonder dat de wereld nu verwoest is,&#x201d; sprak de grijze
-Hadji Abu-Moessin, tot eenige zijner getrouwen terwijl hij het tooneel der verdelging
-aanschouwde, dat zich op de helling van den Merawoe ontrolde. »De slang Naga-Djoenia,
-waarop Java rust was reeds opgeschrikt door de talrijke ongeloovigen, die zich op
-zijn lichaam nestelden, en die slechts aan feesten en dansen dachten zelfs in den
-tijd der poewasa<a class="noteRef" id="xd30e7905src" href="#xd30e7905">1</a>, terwijl de grooten onder de <span lang="ms">Orang Slam</span><a class="noteRef" id="xd30e7910src" href="#xd30e7910">2</a> hen trouw daarin hielpen. Zij hebben de visschen verontrust in de heilige meren,
-zij hebben de gewijde apen vervolgd en gedood, zij hebben de <span class="pageNum" id="pb308">[<a href="#pb308">308</a>]</span>rust van de reuzen-slang gestoord door de klanken van hun muziek en het geknal van
-hun vuurwerk. De straf van Allah bleef niet uit! Zie wat er geworden is van het vruchtbare
-land! Wat van de menschen, die het bewoonden!&#x201d;
-</p>
-<p>Het groote huis van Ngaroengan was ten halve verwoest, de groote pendoppoh in elkander
-gezakt en een der pavilloens ingestort. Men zag er nog overblijfselen van het groote
-maal dat den Franschen gast tot afscheid was aangeboden, juist op het oogenblik der
-uitbarsting.
-</p>
-<p>De koffietuinen waren grootendeels vernield door de gesmolten lava, de boomen gedood
-door het kokende water, dat den krater ontborrelde, groote rotsblokken op verren afstand
-weggeslingerd. Sinds menschengeheugen had men van zulk een ramp niet gehoord, ver
-strekte de vernieling zich uit; tot in de vlakte vond men de sporen der uitbarsting.
-</p>
-<p>Zwaar werden de Gérans door de ramp getroffen. Zij zaten aan het feestmaal; Corona
-schitterde van haar diamanten, die zij bijna alle over hals, schouders en lokken met
-meer kwistige pracht dan smaak had geworpen, zij zat aan de zijde van haar grafelijken
-neef, die zijn oogen niet kon afwenden van den schier verblindenden glans, die van
-haar uitging en die hem belette aandacht te wijden aan haar eenigszins verdoofde schoonheid.
-</p>
-<p>Misschien berekende hij wel, hoeveel <span class="ex" lang="fr">livres de rente</span>, die edelgesteenten vertegenwoordigden, hoeveel genot men in Parijs als sportsman
-of <span lang="fr">jeune gommeux</span> daarvoor koopen kon; misschien wekte dat gezicht bij hem nog half slapende wenschen
-op naar genietingen en verstrooiingen, die hij het liefst zou ondervinden zonder de
-vrouw, die hem zooveel weelde aanbracht aan zijn zijde, misschien berekende hij zijn
-kansen, en overwoog de voor- en nadeelen, die hem bij een huwelijk met zijn schoone,
-rijke nicht te wachten stonden.
-</p>
-<p>Toen hij haar den arm bood, om naar de feestzaal te gaan, hadden velen geglimlacht,
-de Franschman scheen zoo klein, zoo nietig naast haar koninklijke gestalte, zij helde
-over toen zij haar hand op zijn arm legde, zij moest op hem neerzien als hij met haar
-sprak. Een snijdende pijn, die door geen muziek te verdooven, door geen diamantenglans,
-door geen droomen van eerzucht te verdrijven was, vervulde plotseling haar hart.
-</p>
-<p>»O God! hoe ledig is dat alles, hoe ijdel!&#x201d; dacht zij, misschien ondanks zich zelf,
-»hoe veilig steunde ik eens op een anderen arm, hoe vertrouwend zag ik naar hem op,
-hoe trotsch voelde ik mij door zijn liefde, hoe fier was ik, in hem mijn meerdere
-te weten! Wat een afstand tusschen hen, hoe kan ik in die komedie nog langer een rol
-spelen!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij lachte en schertste terwijl haar hart deze woorden verzuchtte, maar haar scherts
-klonk bitter en haar lach schel en schor; tegenover haar zat haar vader gedrukt en
-somber. Hij dacht waarschijnlijk <span class="pageNum" id="pb309">[<a href="#pb309">309</a>]</span>aan de bannelingen; de overigen waren vroolijk, opgewekt, soms zelfs uitgelaten.
-</p>
-<p>Daar hief de graaf zijn glas op en dronk in fijn uitgezochte, bloemrijke, hoffelijke
-woorden, door zijn gouverneur neergeschreven en door hem uit het hoofd geleerd, de
-gezondheid van zijn hooggeschatten gastheer en zijn schoone gastvrouwe, die hij eens
-wachtte in Frankrijk, daar waar hun gemeenschappelijke bakermat stond.
-</p>
-<p>Allen stonden op, de blonde champagne parelde hoog in de fijn geslepen glazen.
-</p>
-<p>»Mag ik meer hopen,&#x201d; fluisterde graaf Alain, zich tot Corona neerbuigend, »ge weet,
-ik heb u lief!&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;t Was of bij dat woord iets in haar hart verkilde, of haar jammerlijk verwoest leven
-in een akeligen, helderen glans voor haar uitgespreid lag.
-</p>
-<p>»Wat is dat?&#x201d; riep de graaf plotseling, »zoo&#x2019;n schitterend vuurwerk zag ik nooit.&#x201d;
-</p>
-<p>Het was klaar dag geworden, een groenachtig, vreemd licht spreidde een doodschen gloed
-over de gasten rond de tafel, tegelijk deed zich een onderaardsch gedruisch hooren
-dat allen met schrik vervulde.
-</p>
-<p>»De Merawoe,&#x201d; gilden zij en stortten naar buiten; de glazen vielen rinkelend op de
-steenen, de kleederen der dames scheurden, de meubels stortten omver.
-</p>
-<p>Buiten viel de asch over de feestgewaden en de met bloemen versierde lokken; de aarde
-scheen in opstand, boven hen bulderde en toornde de berg, nu eens met dikke duisternis
-het aanzijn van sterren en maan verduisterende, dan weer den hemel kleurende in hel
-blauw, slangkleurig groen of bloedrood. &#x2019;t Was een Bengaalsch vuurwerk, door een reus
-ontstoken, duizendvoudig weerkaatst in de diamanten der vrouwen, die kermend en biddend
-bij elkander waren gescholen.
-</p>
-<p>In de verte hoorde men het jammerend gehuil der wilde dieren, vermengd met het krakend
-neerstorten der woudreuzen; hemel en aarde schenen te vergaan. De grond dreunde en
-danste, boven hen verhief zich de ontzettende rookkolom, die nu eens vurige vonken
-tegen de zwarte lucht deed flonkeren, dan weer asch en rook over het landschap uitstortte;
-soms knalden er geweldige schoten, het waren de gassen, aan de gapende rotswanden
-ontsnapt die als een leger monsters van grilligen vorm, den spoken gelijk, welke het
-brein der arme bergbewoners plachten te verontrusten, zich over de geplaagde wereld
-verspreidden, boden van schrik en dood.
-</p>
-<p>»Zijn de kinderen veilig?&#x201d; vroeg Corona plotseling; de kinderen sliepen in een pavilloen,
-tegenover dat van Kitty gelegen; niemand had aan hen gedacht.
-</p>
-<p>Zij wachtte geen antwoord; alle geestkracht was in haar ontwaakt; <span class="pageNum" id="pb310">[<a href="#pb310">310</a>]</span>zij drong in het gebouwtje voor welks deur Iteko stond, die er nog kleiner, nog wanstaltiger
-dan anders uitzag in haar verwarde kleeding.
-</p>
-<p>Kleine mannetjes en vrouwtjes zaten huilend of verstomd op den golvenden grond.
-</p>
-<p>»Zijn ze er allen, Iteko?&#x201d; vroeg Corona.
-</p>
-<p>»Ik geloof &#x2019;t, juffrouw, een, twee, drie, vijf, zes; kom niet binnen, het dak is aan
-het kraken, de kleine Guillaume is er niet bij, hij ligt in de achterste kamer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zijn er geen mannen om te helpen?&#x201d; vroeg zij bitter en het was of zij haar Iwan zag,
-schoon als een aartsengel, die alleen de verwoesting durfde trotseeren; toen wierp
-zij zich in het instortende gebouw, naar niets meer luisterende.
-</p>
-<p>»Juffrouw Corona!&#x201d; smeekte Iteko.
-</p>
-<p>Zij rukte zich los en verdween in het huis, dat op zijn grondvesten wankelde.
-</p>
-<p>»Waar is Corona?&#x201d; riep haar vader.
-</p>
-<p>»Daar, daar! O, mijn hemel! wat ik achterliet!&#x201d;
-</p>
-<p>Iteko snelde haar achterna; ieder dacht dat zij haar meesteres wilde redden. Portias
-hield haar vergeefs tegen want Corona kwam reeds naar buiten met het kind in de armen,
-maar op hetzelfde oogenblik zakte de zolder vlak voor haar voeten in elkaar; niemand
-dacht meer aan de aardbeving, aan den vuur en lava spuwenden berg; een nieuwe ramp
-had zich bij de andere gevoegd.
-</p>
-<p>»Help, help!&#x201d; riep de oude heer ontzet, »mijn kind, mijn kind!&#x201d;
-</p>
-<p>Een hevige benauwdheid greep hem aan en hij stortte op een bank neer; intusschen vlogen
-eenige mannen in het zakkende huis. Wolken stof en zand stegen dwarrelend uit de puinhoopen
-op, Corona, met het kind op den arm, was van voren en van achteren door de instortende
-muren omringd; op weinige stappen afstand, bij haar kast, stond Iteko; rechts en links
-vielen planken en steenen, die hun den weg versperden.
-</p>
-<p>»Er is geen redding meer mogelijk, juffrouw Corona,&#x201d; riep zij hijgend<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »mijn geld! Ik heb er alles voor over gehad en nu verlies ik het.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is de rechte tijd om aan geld te denken,&#x201d; sprak Corona verachtelijk, »denk er
-liever aan dat wij binnen weinige oogenblikken voor God zullen staan, die ons zal
-oordeelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»U heeft niets te vreezen,&#x201d; kermde zij, »ik ben zoo schuldig, doch er is een ander,
-schuldiger dan ik.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij kroop tot vlak voor de voeten van Corona, die op de knieën lag in haar zwart satijnen
-kleed, nog versierd met de glanzende edelgesteenten en met haar lichaam het kind beschuttend,
-dat zij gered had.
-</p>
-<p>Daar boven kraakte het plafond, de balken vielen rechts en links en verpletterden
-de meubels, de splinters verblindden haar oogen, de muren scheurden.
-<span class="pageNum" id="pb311">[<a href="#pb311">311</a>]</span></p>
-<p>»Juffrouw Corona, ik moet het u bekennen, misschien zoo &#x2019;t waar is dat onze ziel den
-dood overleeft, zal u &#x2019;t binnen weinig oogenblikken toch weten en anders, wat deert
-het mij? Mevrouw Hermine is onschuldig; zij heeft den brief niet geschreven. Ik deed
-het, omgekocht als ik werd door meneer Akkeveen, voor &#x192;&nbsp;20.000. Dat geld heb ik nu
-verloren, een gedeelte ten minste, nu is het hem kwijtgescholden, maar als u blijft
-leven, dan ontgaat hij ten minste zijn straf niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermine onschuldig, Iwan had gelijk, je verdient alleen verachting; o God neem mijn
-leven als boete!&#x201d; snikte Corona.
-</p>
-<p>Een donderend gekraak vervulde de lucht; daar stortten de laatste balken van het pavilloen
-naar beneden, door een schok, heviger dan de vroegere; het was de slag die Conrad
-en Hermine op Samarang zoo verschrikt had.
-</p>
-<p>Zij, die uit de vlakte naar boven staarden, zagen een ontzaggelijken boom, wiens stam
-van rook en wiens takken van vuur schenen, uit den berg stijgen; uren ver straalde
-zijn onheilspellende gloed nu eens helderder dan somberder in den nacht, steenklompen
-wierp hij rechts en links; het was of uit het diepste zijner vurige ingewanden een
-laatste kreet van verbolgenheid opwelde, een laatste bewijs van zijn kracht; toen
-daalden asch en zwavel neer over de welige wouden, de spiraalvormige vuurkolom werd
-doffer en doffer.
-</p>
-<p>De Merawoe had zijn toorn opnieuw doen voelen aan het vreedzame volk, dat hem scheen
-vergeten te zijn, dat dartelde aan zijn voet, dat speelde op zijn geweldigen rug.
-De aarde keerde tot rust terug, het gebulder werd zachter en zachter om eindelijk
-bijna weg te sterven. Toen het morgen was, streken koeltjes zacht en verkwikkend over
-de gemartelde bergen en dalen, de zon verliet glanzend en stralend haar kimmen, om
-de natuur, die zij gisteren nog in volle pracht en schoonheid had gezien, jammerlijk
-verwoest weer te vinden; de berg alleen stond daar nog rookend en somber, nu en dan
-vlammen spuwend, die gaandeweg kleiner en kleiner werden, en haar assche als een zachten
-motregen strooiend over het landschap.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e7905">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e7905src">1</a></span> Vasten.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e7905src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e7910">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e7910src">2</a></span> Mohammedanen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e7910src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch52" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Toen eerst was &#x2019;t mogelijk de verwoestingen eenigszins te overzien. In treurigen staat
-verkeerden vele der koffietuinen, voor jaren tot onvruchtbaarheid gedoemd; geheele
-dessah&#x2019;s waren als kaartenhuizen in elkaar gezakt; honderden menschen door steenblokken
-verpletterd, door lava verstikt.
-</p>
-<p>Kaboelen was een puinhoop, mevrouw van Akkeveen, die, terwijl <span class="pageNum" id="pb312">[<a href="#pb312">312</a>]</span>haar man feestvierde, daar alleen vertoefde, werd vermist; men vond haar <span class="corr" id="xd30e7982" title="Bron: levenlooos">levenloos</span> lichaam in een der tuinen, waar zij gevlucht was met haar jongste kind, dat zij met
-beide armen vast omklemd hield, in lava en asch verstikt; de dood had de teedere moeder
-niet van haar lieveling gescheiden.
-</p>
-<p>Wilhelmshöhe en August&#x2019;s woning hadden betrekkelijk weinig geleden, dat gedeelte was
-zoo goed als gespaard gebleven.
-</p>
-<p>Ngaroengan was alleen door de aardbeving geteisterd; toen men het pavilloen ontruimde,
-vond men er het afschuwelijk misvormde lijk van Iteko naast Corona, die half onder
-puin bedolven met haar lichaam den kleinen, rustig slapenden Guillaume beschutte.
-</p>
-<p>Ook haar achtte men gestorven, haar rechterzijde was bedolven onder neergevallen planken;
-haar gelaat lijkkleurig en bebloed.
-</p>
-<p>In der haast werd de galerij van het groote huis tot hospitaal ingericht; tusschen
-de ebbenhouten meubelen en de verbrijzelde vazen en beelden legde men matrassen neer
-om den zieken een rustplaats te geven want de oude heer de Géran was nog steeds bewusteloos;
-de ontzettende schrik had zijn hartkwaal verergerd.
-</p>
-<p>De dokter werd gehaald, en bij vader en dochter gebracht; het eerst bracht hij den
-ouden heer bij.
-</p>
-<p>»Is zij dood,&#x201d; was zijn eerste vraag, en verwilderd zag hij rond naar de plek, waar
-Corona nog steeds onbeweeglijk lag.
-</p>
-<p>»Wij hopen van niet,&#x201d; antwoordde de dokter.
-</p>
-<p>»Zie naar haar om, eerst naar haar!&#x201d; smeekte hij.
-</p>
-<p>Nu wijdde de geneesheer aan Corona zijn zorgen; zij leefde, maar haar rechter arm
-was gebroken, haar zijde verlamd, wellicht voor altijd; met zeer veel moeite werd
-de schier uitgedoofde levensvonk aangewakkerd. Het was een vreeselijke toestand in
-Ngaroengan. &#x2019;s Middags kwam de treurmare van het ontzettende einde van Dolly en haar
-kind. De eenige vrouwen, die helpen konden, waren weg, Guillaume en Toetie waren naar
-huis gesneld, Poppie woonde uren van daar; Akkeveen had zijn woning opgezocht om haar
-uitgestorven te vinden. Kitty en Margot lagen te weenen en te jammeren, ongeschikt
-tot alles. Iteko op wier schouders eens het geheele huishouden rustte was niet meer,
-de javaansche meiden hadden er geen slag van, in het verwoeste huis nog eenige orde
-te bewaren en tevens de zieken te verzorgen.
-</p>
-<p>Zoo heerschte er dan een onuitsprekelijke verwarring toen, &#x2019;s avonds laat, Conrad
-te paard kwam aanrijden; hij had geen rust meer op Samarang gehad en toen ook Hermelijn
-er op aandrong dat hij in persoon zou gaan zien hoe de zaken stonden, was hij onmiddellijk
-vertrokken en reed in gestrekten draf naar het ouderlijk huis.
-</p>
-<p>Onderweg had hij &#x2019;t ergste of liever meer dan het ergste vernomen; hij meende niet
-anders of ook zijn vader en Corona waren omgekomen. De goede Portias was de eenige,
-die nog zijn verstand had behouden. Met een groote hoeveelheid goeden wil, die <span class="pageNum" id="pb313">[<a href="#pb313">313</a>]</span>alleen geëvenaard werd door zijn verbazende onhandigheid, bediende hij de zieken,
-bestelde of bereidde zelf het eten, regelde het noodige voor de begrafenissen en zag
-er dien avond zoo uitgeput, zoo verstrooid uit, dat Kitty, wanneer zij in een andere
-stemming ware geweest, hem hartelijk uitgelachen zou hebben.
-</p>
-<p>»Alle snaren zijn gesprongen, alle instrumenten ontstemd,&#x201d; zoo sprekend drukte hij
-diep ontroerd Conrad&#x2019;s hand. »&#x2019;t Is goed dat je komt. Was je vrouw maar bij je!&#x201d;
-</p>
-<p>»Als ze geroepen wordt, zal zo dadelijk komen. En papa?&#x201d;
-</p>
-<p>»Sinds hij weet dat Corona leeft, is hij veel kalmer. Ach mijn arm viooltje is ook
-geheel verwelkt en vertrapt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Breng me spoedig bij papa.&#x201d;
-</p>
-<p>De oude heer de Géran lag in zijn eigen kamer, op het smalle veldbed, waar hij sinds
-jaren den nacht doorbracht; hij lag kalm en schijnbaar stil, hoewel door hevige hartkloppingen
-gefolterd.
-</p>
-<p>»Hij weet nog niets van Dolly,&#x201d; fluisterde Portias tot Conrad en hardop zeide hij:
-»Papa, daar is Conrad, om u te bezoeken.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad kon van aandoening haast geen woord uitbrengen.
-</p>
-<p>»Vergeef mij, papa!&#x201d; stotterde hij, »wat ik misdaan heb tegen u.&#x201d;
-</p>
-<p>De zieke sloeg de oogen op.
-</p>
-<p>»Ben je daar, Conrad? &#x2019;t Is goed, jongen, praat over niets meer. Het is geen tijd,
-om aan die kleinigheden meer te denken, alles is vergeten, uitgewischt! We hebben
-veel verloren; &#x2019;t beteekent niets als mijn kinderen maar gered zijn. Hoe is &#x2019;t met
-Corona?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb haar straks bouillon gebracht, die zij wel lustte maar.&#x2026; de helft is over
-haar bed gestort. Ik heb zelf de kip moeten slachten en de soep koken; alle meiden
-zijn van streek.&#x201d;
-</p>
-<p>»En Kitty dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Kitty heeft het op de zenuwen, zij is tot niets in staat. Ik speel ook liever de
-<span class="corr" id="xd30e8015" title="Bron: moeielijkste">moeilijkste</span> sonate op mijn violoncel dan nog een week voor kok-huishouder spelen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Is er niemand meer? Margot?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nog ongeschikter dan ik! Papa, u moest Hermine laten komen.&#x201d;
-</p>
-<p>De oude heer zag Conrad aan.
-</p>
-<p>»Zou ze willen?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>»Op een woord van u, twijfel ik niet of zij zal onmiddellijk vertrekken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu, stuur haar van avond dan nog een bode; is zij wel en de kleine ook?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeer geschrikt maar overigens scheelt hen niets.&#x201d;
-</p>
-<p>»Laat zij dan met de kleine meid overkomen. En gaat nu heen, ik heb er behoefte aan
-alleen te zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad schreef een briefje aan zijn vrouw om haar den stand van zaken mee te deelen
-en terstond werd er iemand te paard naar Samarang afgezonden.
-</p>
-<p>Nu bezocht Conrad Corona; zijn hart was nog vol wrok, toen hij bij de matras kwam,
-waar zij met in gips gezetten arm en <span class="pageNum" id="pb314">[<a href="#pb314">314</a>]</span>verbonden hoofd neerlag; maar toen hij haar zoo bleek en machteloos zag, smolt zijn
-toorn weg.
-</p>
-<p>»Zij is gewond terwijl zij Guillaume van Dolly wilde redden,&#x201d; zeide Portias, »terwijl
-wij mannen weifelden, waagde zij zich in het neerstortende huis. Waarlijk, zij is
-een merkwaardig schepsel, even geschikt om groote liefde als bitteren haat op te wekken.
-&#x2019;t Ligt er aan, welke hand het klavier van haar gemoed bespeelt; zoete tonen en dissonanten
-zijn er even gemakkelijk aan te ontlokken.&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad luisterde niet naar de redeneeringen van zijn zwager, die ondertusschen de
-druppels medicijn, welke hij voor de zieke moest inschenken, met een straaltje het
-glas liet inloopen.
-</p>
-<p>»Geef maar hier, Jo, misschien kan ik &#x2019;t beter. Hoeveel druppels moeten het zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Vijf en twintig.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij maakte het kelkje gereed en bracht het toen aan Corona&#x2019;s lippen. Zij sloeg met
-een matte beweging de oogen op.
-</p>
-<p>»Is dat Coen?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Ja, Cor, ik ben &#x2019;t.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is goed en Hermelijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij komt morgen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo en&#x200a;&#x2026; en is &#x2019;t waar dat Dolly dood is?&#x201d;
-</p>
-<p>Verrast zagen de zwagers elkander aan.
-</p>
-<p>»Zij zal gehoord hebben, hoe we over haar spraken, denkende dat zij bewusteloos was,&#x201d;
-fluisterde Portias.
-</p>
-<p>»Ik beklaag haar niet; &#x2019;t is het beste,&#x201d; ging Corona zachtkens voort, »Conrad, zeg
-aan Hermine dat ik het nu beter weet, zij is onschuldig.&#x201d;
-</p>
-<p>Toen sloot zij de moede oogen en zeide niets meer.
-</p>
-<p>Den volgenden avond kwam Hermelijn met haar kindje en de baboe; geheel anders was
-nu haar intrede op Ngaroengan, dan het vorige jaar; ellende en jammer in plaats van
-feesten en muziek. Conrad was haar bij den eersten post tegemoet gereden en verhaalde
-haar omstandig alles, wat er gebeurd was.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Wordt tijd dat je komt, alles is in wanorde! Niets bezit zijn verstand meer. Die
-arme Portias slooft zich uit maar brengt alles nog erger in de war,&#x201d; zeide hij.
-</p>
-<p>Hermelijn betrad de woning en nam dadelijk de teugels van het bewind in handen; onder
-haar opwekkende woorden herkregen Kitty en Margot levensmoed en overwonnen haar smart.
-Portias trad blijde weer naar den achtergrond, de kinderen werden aan zekeren regel
-gebonden; Conrad liet de puinhoopen van de pendoppoh en het bijgebouw wegruimen, de
-zieken kregen geregelde oppassing, de dooden werden begraven.
-</p>
-<p>Het gestoorde uurwerk, hoe ook gehavend, kon weer zijn loop voortzetten; de jonge
-graaf de Géran was naar den Oosthoek vertrokken, een brief achterlatende vol klaagliederen
-en woorden van <span class="pageNum" id="pb315">[<a href="#pb315">315</a>]</span>deelneming in de groote ramp, die het gastvrije huis zijner bloedverwanten getroffen
-had. Eenige dagen later verscheen Akkeveen, nadat hij aan zijn vrouw en kind de laatste
-eer bewezen had; hij zag er somber en terneergeslagen uit.
-</p>
-<p>»Als Akkeveen er is, moet ik hem spreken,&#x201d; had Corona dikwijls gezegd; &#x2019;t waren bijna
-de eenige woorden, die zij tijdens haar ziekte sprak.
-</p>
-<p>Zoodra hij er dus was, verzocht Portias hem naar Corona&#x2019;s ziekbed te gaan; hij deed
-het werktuiglijk.
-</p>
-<p>Juist zat Hermelijn daar, Corona had haar nog niet toegesproken, nog geen bewijs gegeven,
-dat zij haar herkende.
-</p>
-<p>»Moest je mij spreken, Corona?&#x201d; vroeg Akkeveen.
-</p>
-<p>Zij zag hem een oogenblik aan en knikte met het hoofd; Hermelijn wilde heengaan.
-</p>
-<p>»Neen blijf, Hermine!&#x201d; verzocht zij, »je moet het ook hooren.&#x201d;
-</p>
-<p>Haar stem klonk zacht, schier onhoorbaar, maar toch gebiedend.
-</p>
-<p>»Akkeveen,&#x201d; en met haar groote oogen, die in de holle oogkassen onheilspellend brandden
-als een paar kaarsen in een sombere spelonk, zag zij hem doordringend aan, »je weet,
-dat ik met Iteko een oogenblik alleen stond vóór dat alles om ons heen instortte;
-zij heeft mij iets bekend, ik weet niet of het werkelijkheid is, òf ik &#x2019;t droomde;
-wil je het mij nu verklaren? Je zult in geen stemming zijn om onwaarheid te spreken,
-nu je van zulk een begrafenis komt. Is &#x2019;t waar, dat Hermine onschuldig is aan alles&#x200a;&#x2026;?&#x201d;
-</p>
-<p>Akkeveen boog het hoofd en mompelde:
-</p>
-<p>»Zij had gelijk! Hermine heeft den brief niet geschreven. Iteko deed het zelf en werd
-door mij daartoe omgekocht. Ik kon &#x2019;t denkbeeld niet verdragen dat we allen benadeeld
-werden ten wille van je man!&#x201d;
-</p>
-<p>Corona hief haar linkerhand op en wenkte Akkeveen zich te verwijderen.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is goed, Akkeveen, ga nu naar buiten,&#x201d; lispelde zij.
-</p>
-<p>Als om uit te rusten van de inspanning bleef zij eenige oogenblikken onbeweeglijk
-liggen, toen bewogen haar lippen zich weder.
-</p>
-<p>»Hermelijn!&#x201d;
-</p>
-<p>Haar zuster knielde voor haar bed neer en streek haar langs de fluweelachtige haren,
-die het ingevallen gelaat nog bleeker en doodscher deden schijnen.
-</p>
-<p>»Verlang je iets, Corona?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe diep sta ik bij je in schuld! O je weet niet hoe ik bedrogen en gestraft werd.
-En ik kan &#x2019;t nooit goedmaken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona! Blijf bedaard en martel je toch niet meer met die pijnlijke gedachten. Ga
-slapen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Als je bij mij blijft, als je de hand op mijn voorhoofd legt. Kiezen tusschen hem
-en haar! Hoe kon ik weifelen! O God, die striem, die striem, ik zie hem altijd zoo.&#x201d;
-</p>
-<p>En groote tranen rolden langs haar wangen.
-<span class="pageNum" id="pb316">[<a href="#pb316">316</a>]</span></p>
-<p>»Hij kan me niet vergeten, daarvoor liet ik hem een te pijnlijke herinnering maar
-nu haat hij mij met recht. O Hermelijn, wat moet ook jij mij verachten!&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen Corona! denk dat niet. Als je in den grond niet zoo goed en edel waart, zou
-je die ellendige bedriegerijen spoediger hebben doorzien, maar we zullen er over spreken
-als je beter bent. Nu niet, rust zachtjes, ik blijf bij je.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2019;s Avonds openbaarden zich zware koortsen bij Corona; een vreeselijke tijd brak voor
-Ngaroengan aan, want ook de toestand van den ouden heer verergerde, maar onder Hermelijn&#x2019;s
-kalme en verstandige leiding, werden alle krachten gebruikt.
-</p>
-<p>Het was een zware taak; de vulkaan was nog niet geheel tot rust gekomen, nu en dan
-deden zich nog lichte schokken voelen, die zoowel bedienden als huisgenooten grooten
-schrik aanjoegen; men had de kinderen zooveel mogelijk weggestuurd en het gezin zooveel
-&#x2019;t kon ingekrompen.
-</p>
-<p>&#x2019;t Hardste viel het Hermelijn, dat haar kleine Leni aan moederlijke zorgen te kort
-kwam en zij haar aan de overigens goede en trouwe baboe moest overlaten. Kitty trok
-zich echter de kleine meid aan; bij de verdeeling van den arbeid had zij dit de aantrekkelijkste
-en gemakkelijkste taak gevonden.
-</p>
-<p>Conrad vereenigde zich met zijn broeders om de schade na te gaan, die de koffietuinen
-hadden geleden en die zooveel mogelijk te verhelpen; het bleek weldra dat de Gérans
-door de uitbarsting een groote vermindering van hun inkomsten zouden ondergaan. Zij
-bezaten nog veel, maar met hun macht als koffiekoningen was het voorloopig gedaan.
-</p>
-<p>Toen men op zekeren morgen bij het bed van den ouden heer kwam, ontwaakte hij niet
-meer; zijn hartkwaal had hem gedood; thans vooral was zijn dood een zware slag; het
-beheerschend element ontbrak geheel in deze hachelijke tijden, want er was niemand,
-die overwicht en verstand genoeg bezat om zijn taak over te nemen.
-</p>
-<p>August was een goed werktuig, zooals zijn vader hem steeds waardeerend noemde; Guillaume
-had niet den minsten lust tot gezetten arbeid. Te midden van de ernstigste besprekingen
-kon hij opspringen om met een kind te stoeien, een vrouw te plagen, of een vlinder
-te vangen. Conrad, het bleek nu duidelijk, had verreweg het beste inzicht in de zaken,
-hij wist zich te door dringen van den geest zijns vaders, maar hij was jong, driftig
-en niet opgewassen tegen de inhaligheid van Akkeveen, die als voogd over zijn eenig
-overgebleven kind en erfgenaam van zijn vrouw, weldra al zijn verdriet scheen te hebben
-vergeten om, reeds bij de doodkist van zijn schoonvader, er voor te zorgen dat hem
-niets werd te kort gedaan.
-</p>
-<p>De goede Portias trok zich met zijn vrouw en kleine Leni in zijn pavilloen terug,
-zich alleen bezig houdend met Kitty&#x2019;s smart, die voor haar doen bijzonder lang duurde.
-<span class="pageNum" id="pb317">[<a href="#pb317">317</a>]</span></p>
-<p>Hermelijn wijdde zich nog steeds aan Corona; niemand kon de arme zieke zoo liefderijk
-en tegelijk zoo krachtig bijstaan; niemand vermocht haar te bedaren, niemand haar
-te troosten toen zij door een onvoorzichtig uitgesproken woord den dood haars vaders
-vernam. Zij sliep bij haar schoonzuster op de kamer en was steeds dag en nacht, bij
-den minsten zucht gereed aan haar bed te komen staan en haar hulp te verleenen.
-</p>
-<p>»Hermelijn, ik kan &#x2019;t niet aanzien. Je moet rust nemen en je laten vervangen,&#x201d; zeide
-Conrad ontevreden. »Van nacht zál ik waken.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn gehoorzaamde, maar nauwelijks was zij voor enkele oogenblikken in slaap
-gevallen of Corona ontwaakte; met de eigenzinnigheid van een klein kind riep zij om
-Hermelijn, maakte zich zenuwachtig en opgewonden, wilde van geen vreemde hulp weten
-en dreigde haren arm uit het verband los te maken als men Hermelijn niet haalde.
-</p>
-<p>Zoo werd zij dan uit haar rust opgeroepen en Corona wilde niet kalmer worden, vóór
-zij haar zachte hand weer in de hare voelde.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was een ziekelijke gemoedstoestand, waartegen echter voorloopig niet te strijden
-viel; noch Margot, noch Kitty duldde zij bij zich.
-</p>
-<p>»Als je hier bent, dan weet ik, dat je mij vergeven hebt,&#x201d; sprak Corona met al &#x2019;t
-egoïsme van een ziekelijk, zwak schepsel.
-</p>
-<p>»Maar &#x2019;t kan niet zoo blijven,&#x201d; pruttelde Conrad, »zij heeft &#x2019;t waarlijk niet aan
-ons verdiend dat gij je aftobt en je man en kind verwaarloost om harentwille.&#x201d;
-</p>
-<p>»Schande, dat je daar nog aan denkt!&#x201d; antwoordde Hermelijn streng. »Ik dacht dat alles
-dood en begraven was maar men stookt je op tegen Corona, ik merk het wel.&#x201d;
-</p>
-<p>Inderdaad bestond er een samenspanning tegen haar; nu eerst, nu zij van haar vader,
-haar beschermer en steun beroofd was, durfde ieder zijn wrok tegen haar uitspreken;
-haar zwakke toestand boezemde zelfs geen medelijden in.
-</p>
-<p>Akkeveen was de ziel van het verbond; hij kon &#x2019;t zich niet vergeven dat hij in een
-oogenblik van zwakheid en weeke gemoedsstemming, die zelfs den ongevoeligste een enkelen
-keer overkomt, schuld aan haar had bekend; nu was zij weerloos, men kon haar thans
-het beste straffen voor het misbruik, dat zij vroeger van hare macht had gemaakt.
-</p>
-<p>Hij vond handlangers eerst in Toetie, die zoowel Corona als Hermelijn haatte zooals
-bekrompen zielen hen haten kunnen, die hun meerderen zijn, verder in Margot, die een
-meisjesgril voor Thoren van Hagen en later voor den Franschen graaf had gevoeld en
-Corona maar niet vergeven kon dat zij zich van beiden had meester gemaakt.
-</p>
-<p>Later voegde bijna onverwacht August zich bij hen. Deze meende <span class="pageNum" id="pb318">[<a href="#pb318">318</a>]</span>dat aan hem als oudste zoon het recht toekwam, zich met zijn gezin in het groote huis
-te vestigen.
-</p>
-<p>Op zekeren morgen kwam de geheele familie, in draagstoelen gezeten, op Ngaroengan
-aan en met zijn gewoon phlegma verklaarde August, dat hij daar zijn intrek nam en
-zich niet liet verjagen; als het anderen niet goed voorkwam, dan moesten deze het
-huis maar ruimen.
-</p>
-<p>In andere gevallen zou Akkeveen heftig tegen dit plan hebben geprotesteerd; nu echter
-juichte hij het van ganscher harte toe. Het gejoel der kinderen maakte het immers
-onverdragelijk voor de arme Corona, die geen oogenblik rust kon vinden en &#x2019;s avonds
-weer hevige koortsen kreeg.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Kan zoo niet blijven!&#x201d; zeide Hermelijn verontwaardigd tot haar man, »hadden ze
-dan niet kunnen wachten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo lang er geen verdeeling heeft plaats gehad, bezit ieder hier dezelfde rechten
-en ik zie ook niet in, waarom wij allen ons om Corona moeten behelpen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ken je niet meer, foei!&#x201d; riep zij, »als er een is, die haar iets te verwijten
-heeft, dan ben ik het en ik kan &#x2019;t niet verdragen, dat men haar vroeger naar de oogen
-zag en nu zij ziek en vaderloos is, op kleingeestige wijze tergt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik kan &#x2019;t niet aanzien dat mijn vrouw zich voor haar afbeult en dat er nog gezegd
-wordt.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat wordt er gezegd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat je het doet om groot vertoon van vergevingsgezindheid te maken en je er niets
-van meent.&#x201d;
-</p>
-<p>»En geloof je dat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ken je, Hermelijn, dat is mij genoeg.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar wie heeft dat gezegd, Akkeveen toch niet?&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad zweeg en een blos van ergernis kleurde Hermelijn&#x2019;s wangen; zij had haar man
-geen woord gezegd van Akkeveen&#x2019;s bekentenis om geen nieuwe haat en wrok rond te strooien
-in harten, die er maar al te ontvankelijk voor waren, en nu ook sprak zij er niet
-over, maar haar verachting voor Dolly&#x2019;s weduwnaar werd er nog grooter door en steeg
-tot het hoogste punt toen zij merkte, dat hij nog geen maand later druk bezig was
-een rijk nichtje van Toetie op zijn manier het hof te maken.
-</p>
-<p>»We moeten naar Djantong terugkeeren. Ik hou &#x2019;t hier niet langer uit<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; ging Hermelijn voort. »We zijn niet meer in ons eigen huis nu alle Poppie&#x2019;s, groot
-en klein, hier regeeren. Ik hoor dat ook Toetie de volgende week komt, en vóór dien
-tijd wil ik weg zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je raadt mijn gedachten; ik durfde het je niet voorstellen, daar ik meende dat je
-niet van Cor af kon.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat kan ik ook niet en zij moet mee.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermelijn, is je dat ernst?&#x201d;
-</p>
-<p>»Meende je dat ik haar zou verlaten in dezen toestand tusschen <span class="pageNum" id="pb319">[<a href="#pb319">319</a>]</span>al die vijandige menschen? Zoo lang als ik bij haar ben, zal Kitty zich wel wachten
-zich bij de anderen te voegen, maar wanneer ik op Djantong was, zou zij spoedig hun
-partij kiezen terwijl haar man rustig violencel speelt en zich boven alle aardsche
-zaken verheven acht. Wie zou op haar passen? En zij heeft elk uur van den dag hulp
-noodig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar waarom moet jij die nu juist verleenen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Coen, Coen, wat wordt het ook voor jou hoog tijd, dat je wegkomt uit deze atmosfeer
-van egoïsme, wrok en inhaligheid. Toen we op Samarang waren zou je blij geweest zijn
-eens een bewijs te kunnen geven van je goed, edel hart. Denk je niet dat papa met
-welgevallen er op neerziet, dat wij ons zijn lievelingsdochter aantrekken en dat het
-later een zoete voldoening voor ons zal wezen, als wij kwaad met goed hebben vergolden
-en de hulpelooze zieke niet verlieten, toen ze allen tegen haar samenspanden?&#x201d;
-</p>
-<p>Conrad verborg zijn gelaat op haar schouder.
-</p>
-<p>»Je hebt gelijk, Hermelijn! Wat je wilt is alleen goed en nobel, maar ik kan &#x2019;t niet
-helpen dat ik er soms anders over denk. Ze zeuren den heelen dag bij mij, dat jij
-er zoo slecht uitziet, dat jij je aftobt en dat kleine Leni stellig verwaarloosd wordt
-en het mijn plicht als man en vader.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Dit kon Coen altijd met een grappigen trots zeggen. Dit was zijn zwakke punt, wie
-maar zijn ijdelheid als man en vader streelde, was zeker iets van hem gedaan te krijgen.
-Dan voelde hij zich eerst recht een persoon van gewicht.
-</p>
-<p>»Mijn plicht als man en vader was, daaraan een einde te maken.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat moest er van Corona worden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat vroeg ik ook en dan antwoordden ze&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Akkeveen en Toetie zeker, aangetrouwden, die je plichten willen voorschrijven tegenover
-je eigen zuster; nu, wat antwoordden ze?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat het zwaarste is, moet het zwaarste wegen. Corona moest maar naar Soekarenga overgebracht
-en ergens in den kost besteed worden, waar zij geregeld onder dokter&#x2019;s behandeling
-kwam.&#x201d;
-</p>
-<p>»Onder vreemden dus! Een mooi plan! Neen, ik heb den dokter geraadpleegd; hij ziet
-er geen kwaad in, als Corona<span id="xd30e8144"></span> over een paar dagen in een geschikte draagstoel naar Djantong wordt overgebracht.
-Ik sprak er haar van en voor &#x2019;t eerst begon zij te glimlachen. Denk je dat het geen
-belooning voor me is, als ik haar kalm en tevreden zie, onder mijn behandeling? Ze
-krijgt de logeerkamer en dan kan ik Leni weer geheel onder mijn handen nemen, &#x2019;t is
-daar alles zoo beknopt, zoo geriefelijk ingericht. Och Coentje-lief, wat ben ik blij
-dat we weer naar ons lief huisje gaan en dat het niets geleden heeft door die ramp.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben ook blij, Hermelijn, meer dan ik zeggen kan, jammer <span class="pageNum" id="pb320">[<a href="#pb320">320</a>]</span>alleen.&#x2026; dat wij niet onder ons zijn, maar je hebt gelijk, men moet niet alleen om
-zich zelf denken. Maar wie weet daarvan, wie, behalve mijn lief, goed, ferm wijfje?&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch53" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Zoo betraden dan Conrad en Hermelijn met hun zieke zuster het huisje, waaraan reeds
-zoovele herinneringen voor hen waren verbonden.
-</p>
-<p>Hermelijn&#x2019;s voornemen had groot opzien gebaard; men lachte en spotte er over, zette
-Conrad in &#x2019;t geheim op tegen die dwaasheid van zijn vrouw, maar vergeefs! hij was
-te overtuigd geraakt van haar meerderheid en beantwoordde alle opmerkingen met een
-hardnekkig zwijgen.
-</p>
-<p>»Hoe voorzichtig ook de tocht naar Djantong geschiedde, toch verergerde Corona&#x2019;s toestand
-er gedurende eenige dagen aanmerkelijk door.
-</p>
-<p>»Ik vrees dat zij voor goed verlamd zal zijn aan haar rechterkant,&#x201d; sprak de geneesheer.
-»&#x2019;t Is jammer, dood jammer van die mooie vrouw.&#x201d;
-</p>
-<p>Tegen Hermelijn was Corona nu eens zacht en vriendelijk, dan weer scherp en veeleischend;
-als Conrad het maar niet hoorde, dan was Hermelijn er geheel onverschillig onder,
-doch zij wist hoe zijn wenkbrauwen zich dan konden fronsen en zijn lippen zich ontevreden
-plooien om den last, die zijn vrouw op zich had genomen.
-</p>
-<p>Moeilijk genoeg viel het haar, hem niets te doen verliezen van de huiselijke gezelligheid
-en tegelijk haar plichten als ziekenoppasster te vervullen.
-</p>
-<p>»Hermelijn, wat bezielt je toch, dat je zoo goed tegen mij zijt?&#x201d; vroeg Corona in
-een harer goede buien. »Ik heb &#x2019;t er toch niet naar gemaakt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als ik ziek ben, zal je me immers ook oppassen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zal ik dat ooit kunnen? Ik vrees dat ik arm en hulpbehoevend zal blijven, mijn leven
-lang! Ik word gestraft, daar waar ik gezondigd heb. O die schuldige arm! Kon ik maar
-geduldig het leed dragen, dat ik verdiend heb door mijn eigen schuld.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn vroeg geen nadere uitleggingen, zij wachtte geduldig totdat Corona haar
-een volledige bekentenis deed van alles wat er tusschen haar en Iwan was voorgevallen.
-Hermelijn sidderde; zij kende Iwan&#x2019;s karakter en begreep, met hoeveel verbittering
-en wrok hij zich die mishandeling had laten welgevallen: een beleediging, waarvoor
-hij geen herstel kon vragen, een smet, die niet was uit te wisschen.
-<span class="pageNum" id="pb321">[<a href="#pb321">321</a>]</span></p>
-<p>»O je weet niet, wat ik geleden heb,&#x201d; snikte Corona, »in die slapelooze nachten, vóór
-dat ik tot opium mijn toevlucht nam om ten minste voor enkele oogenblikken te vergeten,
-wat ik gedaan had. De arm, die daar nu zoo machteloos neerligt, hoe heb ik soms verlangd
-hem te straffen maar ik wond mij op, door de gedachte dat hij me eigenlijk niet beminde,
-dat hij alleen dacht aan jou, Hermelijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona, wat een vermoeden!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je weet niet, je weet niet, hoe die lage Iteko mij vervolgd heeft met haar half bedekte
-beschuldigingen, hoe zij alles wat er zwaks en slechts in mijn karakter lag, wist
-op te wekken en te prikkelen; zij maakte mij Iwan&#x2019;s liefde verdacht en jou deugd;
-zij&#x200a;&#x2026; zij is dood, ik wil haar niet meer beschuldigen, maar dat Akkeveen nog niet
-ontmaskerd is, dat mijn broers en zusters met hem heulen, o die gedachte maakt me
-soms zoo verbitterd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar zou &#x2019;t dan niet goed zijn, als je het aandeel dat hij er in gehad heeft, bekend
-maakte.&#x201d;
-</p>
-<p>Corona glimlachte treurig.
-</p>
-<p>»Wat zou &#x2019;t baten, Hermelijn? Zij zijn zoo verblind, zoo tegen mij ingenomen; &#x2019;t is
-zulk een gemakkelijk werk, om, nu de groote Cor hulpeloos neerligt, haar te vertrappen
-en sarrend om haar heen te dansen! Ze zijn allen dezelfde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat zijn vrouw de reine, blanke Hermelijn is! Dat ik je ooit kon vergelden, wat
-je mij doet! Als ik Iwan niet verdreven had, dan ware hij <span class="corr" id="xd30e8174" title="Bron: sints">sinds</span> lang mijn man, mijn beschermer geweest; hoe zouden die lafaards voor hem ineengekrompen
-zijn; ik was niet afhankelijk geweest van iemands christelijken, edelmoedigen vergevingszin.
-Ach, wat heb ik van me afgeworpen! &#x2019;t Is of ik niet genoeg gestraft werd door zijn
-verlies.&#x201d;
-</p>
-<p>Zoo jammerde zij telkens; niets was in staat haar uit die diepe moedeloosheid op te
-heffen; dagen gingen voorbij, dat zij zonder een woord te spreken rustig neerlag,
-maar als de koorts zich op nieuw verhief, werd zij onrustig, bijna onhandelbaar. Zij
-had voor niemand ontzag en tergde Hermelijn met allerlei onzinnige verlangens. Later
-vroeg zij dan weer nederig vergiffenis en wierp alle schuld op haar treurigen toestand.
-</p>
-<p>Nooit echter maakte zij er toespelingen op, dat zij haar ongeluk te wijten had aan
-de redding van Akkeveen&#x2019;s jongetje, die juist aan het bestaan van dat kind het recht
-meende te ontleenen haar te vervolgen.
-</p>
-<p>»Wat is Dolly gelukkig; arm schepsel! Ik moet telkens en telkens aan haar denken.
-Nog pas 20 jaar en reeds afgerekend met het leven! Wat zou haar lot, ondanks haar
-hooge levensbeschouwing, op den duur zijn geworden naast dat wezen? Je hield veel
-van haar, Hermelijn?<span class="corr" id="xd30e8181" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Ja. Ik achtte haar hoog, ik heb veel van haar geleerd.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb322">[<a href="#pb322">322</a>]</span></p>
-<p>»Zij is ook ongelukkig geweest door mijn schuld. Ik heb haar gekoppeld aan Akkeveen!
-Al mijn zonden bezoeken mij thans, alles komt op mijn hoofd terug, wat ik misdeed
-en &#x2019;t ergste verplettert mij nog je goedheid. Hermelijn, zend me weg, laat huurlingen
-mij oppassen, niemand voelt nog iets anders voor mij dan medelijden. Hij zelf zou
-me beklagen, als hij mij in dezen toestand zag. Ik weet hoeveel die trouwe oppassing
-je kost en hoe Conrad &#x2019;t met leede oogen aanziet, dat je zoo goed tegen mij zijt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Lieve Corona, denk daar niet aan. Ik doe &#x2019;t met liefde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik, helaas! Je moet assistentie hebben, plaats een advertentie in de courant
-om een ziekenoppasster.&#x201d;
-</p>
-<p>Er kwam hulp voor Hermelijn in de persoon eener handige dame, maar deze kon &#x2019;t Corona
-niet naar den zin maken; met een volharding, die soms aan gestoorde geestvermogens
-deed denken, bleef zij telkens om haar schoonzuster roepen en de juffrouw vroeg haar
-ontslag, overtuigd, dat zij hier niets kon uitrichten.
-</p>
-<p>Toen kwam Kitty eens over, die het in de rumoerige, inlandsche huishouding ook niet
-kon uithouden; zij was van goeden wille, zij verlangde niets liever dan haar zuster
-te verzorgen, maar Corona kermde het uit als zij haar kussens verschikte, het eten,
-dat zij bracht smaakte haar niet; elke dienst werd afgekeurd en ten einde raad trok
-ook Kitty zich terug.
-</p>
-<p>»Ik denk, dat we zoodra alles opgeschreven is, naar Batavia gaan,&#x201d; zeide Kitty, »men
-heeft Portias voorgesteld directeur te worden van Polyhymnia, hij kon dan tegelijk
-een cursus houden van muziek, en ik wil hier ook niet langer blijven. Poppie neemt
-het huishouden waar op haar manier, Toetie brengt alles in de war, ze kibbelen soms,
-dat de sloffen en de haarkondés er bij te pas komen. Er is nergens orde of regelmaat,
-de kinderen verwilderen heelemaal. Ik heb er zoo dikwijls over geprutteld dat Cor
-te streng was en papa in alles haar zin deed maar nu zie ik in, hoe noodig &#x2019;t was
-om zoo&#x2019;n bende brandals<a class="noteRef" id="xd30e8194src" href="#xd30e8194">1</a> met de karwats te regeeren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat moet je haar eens zeggen,&#x201d; zei Hermelijn.
-</p>
-<p>»Er wordt niet geregeld meer gegeten, niet meer geleerd; de kinderen loopen rond op
-bloote voeten, zitten in de stal of in de bediendenkamers, plagen de pauwen en bederven
-de bloemen, schelden de volwassenen uit en worden voor niets gestraft. Niemand heeft
-meer iets te zeggen, allen commandeeren tegelijk. Akkeveen denkt aan niets dan te
-trouwen met de rijke Gerardine van Dijk. Schandelijk, zoo kort na den dood van onze
-lieve Dolly; Guillaume drinkt en speelt, hij is bijna nooit in huis, August zegt geen
-woord. Conrad en Portias zijn nog de eenigen, die wat uitvoeren. Margot is de boezemvriendin
-van Gerardine en wordt <span class="pageNum" id="pb323">[<a href="#pb323">323</a>]</span>een onuitstaanbaar nest. Philip is den heelen dag niet te zien, de hemel weet, wat
-hij doet. Zoodra dus de boel wat geregeld is, groeten wij die leelijke vulkaan en
-gaan op het goddelijke Batavia wonen.&#x201d;
-</p>
-<p>Toen Hermelijn Corona iets vertelde van den loop der dingen op Ngaroengan, zuchtte
-de zieke diep en vroeg:
-</p>
-<p>»Had papa niet goed gezien toen hij Iwan als zijn opvolger wilde bestemmen? &#x2019;t Is
-alles, alles mijn schuld, alle ellende die nu komt; mijn vervloekte drift, mijn onzalige
-eigenzinnigheid hebben die rampen veroorzaakt. Als Akkeveen op zijn plaats t&#x2019;huis
-ware geweest en niet op het feest, zou Dolly misschien gered zijn, als&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Vermoei je nu maar niet met die alsjes uit te denken; je moet toch ook iets overlaten
-aan de beschikkingen der Voorzienigheid, die zulk een ramp over ons zendt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar hoe heel anders zouden we die ontvangen hebben als ik met Iwan getrouwd ware.
-Je moet me wat vertellen, Hermelijn, &#x2019;t is iets wat mij onuitsprekelijk kwelt. Weet
-je ook waarom hij papa vroeg om een betrekking op het koffieland?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij heeft het me nooit gezegd maar ik raad het toch, Iwan was niet volmaakt, hij
-had vele gebreken, een daarvan was zijn rusteloosheid. Hij had &#x2019;t met de meeste mannen
-gemeen, dat liefde alleen zijn hart niet kon vullen. Zij moeten iets hebben om voor
-te werken en over te denken; hij kende die kwaal van hemzelf het best en om die te
-overwinnen vroeg hij papa een betrekking. Hij wilde waardig blijven, je altijd te
-mogen beminnen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij is edel geweest als altijd. Wat moet hij me thans verachten, dat valt mij zoo
-zwaar!&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn trachtte in Corona&#x2019;s zwakke oogenblikken haar levensmoed op te wekken, haar
-kracht in te spreken, maar zij bleef even mat, even lusteloos; haar sterke, levendige
-geest was niet alleen tot werkeloosheid veroordeeld door de onmacht van het lichaam,
-maar ook gedwongen, zich altijd met haar gedachten in een kring te bewegen om één
-middelpunt.
-</p>
-<p>»Dolly sprak van de smart, die den inwendigen mensch moet louteren,&#x201d; dacht zij dikwijls,
-»ik geloof dat zij mijn ziel slechts verbittert; ik heb alles gevoeld, ziele- en lichaamssmart,
-ik heb getracht het te dragen als een straf, als een beproeving, het wordt er niet
-beter om. Mijn verbittering neemt toe, &#x2019;t is me nu of ik krankzinnig zal worden bij
-de gedachte dat ik misschien tot mijn dood zulk een leven zal voortsleepen, mijzelf
-en anderen tot last.&#x201d;
-</p>
-<p>En toch deed zij niets om dien last te verminderen, dwong zij met alle kunstgrepen
-van een ondeugend kind op Hermelijn&#x2019;s bijna gestadige tegenwoordigheid aan.
-</p>
-<p>Conrad werd ongeduldig; hij liet een consult van eenige geneesheeren houden, hun oordeel
-luidde kort en beslist; hier was er geen genezing te hopen, in Europa wellicht.
-<span class="pageNum" id="pb324">[<a href="#pb324">324</a>]</span></p>
-<p>Blijkbaar durfde niemand de zware verantwoordelijkheid van haar behandeling aan; haar
-gestel was daarbij te geschokt om zulk een reis nog te kunnen uitstellen; haar zenuwen
-waren overprikkeld, de zeelucht, verandering van omgeving zouden wellicht een goeden
-invloed oefenen en hoe spoediger zij vertrok hoe beter.
-</p>
-<p>De doktoren namen de zware som aan, die dit advies waard was, gaven flauwe hoop op
-genezing, en vaste verzekeringen dat een langer verblijf op Java stellig dood, krankzinnigheid
-of verlamming ten gevolge zou hebben.
-</p>
-<p>Toen zij vertrokken waren stonden Conrad en Hermelijn radeloos.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">»</span>Wat moet er nu gedaan worden, Coen?&#x201d; vroeg Hermelijn.
-</p>
-<p>»Zij dient te vertrekken!&#x201d; antwoordde hij somber.
-</p>
-<p>»Maar hoe?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik niet, zij moet het zelf weten.&#x201d;
-</p>
-<p>»We mogen &#x2019;t haar nog niet zeggen, haar zenuwen zouden het niet verdragen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar de reis is onvermijdelijk; we moeten geleide voor haar zoeken.&#x201d;
-</p>
-<p>Plotseling barstte Hermelijn in luide snikken los; Conrad, die zulke uitbarstingen
-van haar niet gewoon was, wist niet wat te denken en overlaadde haar met de teerste
-vragen.
-</p>
-<p>»O Coen, dat zou toch onmogelijk zijn, denk daar niet aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar wat dan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat ik met haar mee zou gaan, jou verlaten en Leni!&#x201d;
-</p>
-<p>»Spreek daar niet over, dat is onmogelijk,&#x201d; zeide hij norsch, »niemand is zoo goed
-voor haar geweest, niemand heeft zooveel voor haar over gehad als wij; alles heeft
-echter zijn grenzen. &#x2019;t Zou nooit in mij opgekomen zijn aan zulk een mogelijkheid
-te denken.&#x201d;
-</p>
-<p>Voorzichtig bracht Hermelijn aan Corona de uitspraak der doctoren over. Zij zuchtte
-diep en schudde het hoofd.
-</p>
-<p>»Daar kan niets van komen,&#x201d; sprak zij, »ik mag er niet aan denken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar lieve Corona, als het zijn moet.&#x201d;
-</p>
-<p>»O als er slechts de dood mee gemoeid ware, ik zou er mij rustig bij neerleggen, maar
-levenslange machteloosheid, &#x2019;t is om te sidderen.&#x201d;
-</p>
-<p>»<span class="corr" id="xd30e8239" title="Bron: Vindt">Vind</span> je het dan goed dat we er werk van maken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Werk waarvan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Van je reis.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je zult niemand vinden, die in staat is mij op te passen, dat weet ik vooruit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar we kunnen er toch wel een zoeken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, maar je vindt ze niet.&#x201d;
-</p>
-<p>Nu Corona vooruit haar onwil uitdrukte, was het wel te vreezen, <span class="pageNum" id="pb325">[<a href="#pb325">325</a>]</span>dat zij niet licht zou zijn tevreden te stellen. Conrad deed zijn uiterste best om
-geschikt reisgezelschap voor haar te vinden, maar reeds bij de kennismaking verklaarde
-zij dadelijk dat zij niet tevreden was en er nooit mee tevreden zou zijn.
-</p>
-<p>»Doe maar geen moeite, Hermelijn!&#x201d; sprak zij, »doe maar geen moeite. Laat me stil
-begaan, gun me alleen een plaatsje om te rusten; wellicht zal God zoo goed zijn een
-einde te maken aan mijn ellendig nutteloos leven. Moge het spoedig wezen!&#x201d;
-</p>
-<p>Haar moedeloosheid nam meer en meer toe; niets kon haar daaraan meer ontrukken. De
-dokter raadde spoed aan om Indië te verlaten en stond anders niet voor de gevolgen
-in.
-</p>
-<p>»Och,&#x201d; zeide ze eens met alle onbillijkheid eener zieke, »het is hun geheel onverschillig
-hoe &#x2019;t met mij gaat. Leefde mijn goede vader nog maar; nu is er niemand meer, die
-belang in mij stelt. Men wil mij aan vreemden overlaten, de zee overzenden en hoe
-minder men van mij hoort, hoe beter. Ik blijf hier, er kome wat er wil.&#x201d;
-</p>
-<p>Eindelijk verklaarde de geneesheer, die haar eenige keeren in de week kwam bezoeken,
-dat zij binnen drie weken aan boord moest gaan, daar hij anders voor de gevolgen niet
-instond. Hermelijn zag haar man aan met pijnlijk verwrongen gelaat. Hij wendde den
-blik af.
-</p>
-<p>»Mevrouw,&#x201d; zeide de dokter, »er is slechts één middel, ik durf het niet aanraden.
-Maar bedenk, dat het leven, de gezondheid, het verstand wellicht van uw zuster er
-van afhangen. U moet haar vergezellen, al ware het alleen maar op reis. U is de eenige,
-door wie zij wil opgepast worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dokter, praat er niet van,&#x201d; riep Conrad, »u begrijpt toch wel, dat ik het niet kan
-toestaan, of ik moet mee, en dat kan niet in deze omstandigheden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Conrad,&#x201d; zeide Hermelijn met bevende stem, »ik zal doen wat je beslist, maar in elk
-geval verlaat ik mijn kind niet.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij stond op en ging boos de kamer uit.
-</p>
-<p>»Morgen,&#x201d; sprak hij, »morgen zullen wij er nader over spreken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als u bedenkt, mijnheer, dat de tijd dringt,&#x201d; zeide de dokter ernstig.
-</p>
-<p>Drie weken later werd Corona aan boord gedragen; de diep bedroefde Hermelijn volgde
-haar, vergezeld van haar kindje en twee Javaansche bedienden.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e8194">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e8194src">1</a></span> Roovers.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e8194src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch54" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LIV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In de fraaie vallei, die zich tusschen Maastricht en Aken uitstrekt, ligt een paar
-uur van de spoorbaan verwijderd tusschen de <span class="pageNum" id="pb326">[<a href="#pb326">326</a>]</span>glooiende, met korenvelden bedekte heuvels, een onaanzienlijk dorpje; boerenwoningen
-liggen verstrooid in de kom, met hun stallingen omgeven door hooge muren en door boomgaarden,
-die daaraan grenzen.
-</p>
-<p>Op eenigen afstand van het wit bepleisterde, door dennen omringd kerkje staat het
-zoogenaamde kasteel, een huis, dobbelsteenvormig gebouwd, uit gelen mergelsteen opgetrokken,
-die er thans grauw en verweerd uitziet, voorzien van een klokketorentje, waarin een
-verroeste bel hangt, waarschijnlijk zonder klepel, en dat een windwijzer draagt, welks
-haan altijd zelfs te midden van sneeuw en vorst zuidenwind verkondigt.
-</p>
-<p>Een grasperk, met eenige appelboomen beplant, strekt zich voor het huis uit. Van achteren
-vormt een met kreupelhout begroeide heuvel een niet onaardigen achtergrond; een boerderij
-staat wat meer naar voren, rijk voorzien van alle meer schilderachtige dan mooie toebehooren,
-van zulke Limburgsche instellingen onafscheidelijk; moeder kip met haar kuikens wandelen
-ongestoord op het zand van de woning, trippelen op den varkenstrog en vreezen niet,
-een bezoek te brengen op de roode steenen van de deel.
-</p>
-<p>&#x2019;t Is middag vier uur en vrij warm, als er een reiziger door den hollen zandweg, die
-alleen tot het dorp toegang verleent, komt aangewandeld. Hij heeft een breeden stroohoed
-met neervallende randen op en draagt een grijs, licht <span class="corr" id="xd30e8273" title="Bron: fantaisiekostuum">fantasiecostuum</span>, dat zijn slanke, krachtige gestalte goed doet uitkomen; een valiesje hangt over
-zijn schouder en een cigarette rookende ziet hij rond, met den blik van iemand, die
-elken struik, elken boom kent en ze met belangstelling terugziet.
-</p>
-<p>De landlieden, die hem tegenkomen, schuiven beleefd aan de pet en wijden hem verder
-nauwelijks een blik; een vrouw, diep gebogen onder den zak gesneden klaver, dien zij
-op het hoofd draagt, daalt een der heuvels af, beneden gekomen werpt zij haar last
-weg en strijkt zich met den blauwen boezelaar over het gelaat om de druppels, die
-langs het zwarte kapje op haar voorhoofd glimmen, af te wisschen.
-</p>
-<p>Een weinig nieuwsgierig ziet ze hem aan en vraagt in de eigenaardig zangerige spraak
-dier streken:
-</p>
-<p>»Moet de heer op &#x2019;t kasteel wezen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja&#x201d; antwoordde hij in hetzelfde dialect, »maar ik ken den weg wel.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij verwondert zich nog even over zijn kennis totdat zij plotseling uitroept:
-</p>
-<p>»Onze jonge heer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Die wat oud geworden is. Hé, ben je Mieke niet van den halvert<a class="noteRef" id="xd30e8285src" href="#xd30e8285">1</a>?&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist heer, juist! Geer zeit zeer lang weg geweest!&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb327">[<a href="#pb327">327</a>]</span></p>
-<p>»Geef me je zak maar, Mieke, ik droeg die vroeger ook voor je, daar!&#x201d;
-</p>
-<p>En hij nam de klaver op zijn schouders, ondanks de uitroepen en tegenstand van Mieke;
-wat voor haar een last was om onder te bezwijken, scheen voor hem nauwelijks gewicht
-te hebben, zoo licht tilde hij die op zijn eenen schouder.
-</p>
-<p>De boerin liep naast hem, druk pratend en vertellend van alle veranderingen, die er
-in de buurt hadden plaats gehad.
-</p>
-<p>»Maar op het kasteel was het precies hetzelfde. De baron was in het laatste jaar niet
-meer buiten geweest, maar hij kreeg nog al veel bezoek, die werden met het rijtuig
-van de statie afgehaald en de jonge heer kwam nu te voet en droeg nog zelfs een zak
-klaver op zijn schouder. Als de baron het toch zag!&#x201d;
-</p>
-<p>De jonge heer ging voort allerlei vragen te doen, totdat zij aan de boerderij kwamen,
-waar Mieke t&#x2019;huis hoorde, dat wil zeggen, die welke zich vlak bij het »kasteel&#x201d; bevond.
-Toen kwam de halvert naar buiten en geloofde zijn oogen niet toen hij zijn nichtje
-in dat gezelschap zag.
-</p>
-<p>»Wat is u bruin en groot geworden, jonge heer<span class="corr" title="Niet in bron">,</span>&#x201d; en ook de halvertsche kwam nader, met haar vingers vol van het deeg dat zij kneedde
-en riep luide dat de jonge heer zoo&#x2019;n »struusche, schonen mins!&#x201d; geworden was en dat
-hij den zak voor Mieke gedragen had, dat was juist nog zoo iets van vroeger. Neen,
-hij was dezelfde nog; nu, spoedig zou de jonge heer eens komen »kallen&#x201d; en vertellen,
-waar hij zooal geweest was, nu moest hij zeker naar den baron toe.
-</p>
-<p>Met een vriendelijken groet stapte hij het hekje door, dat toegang gaf tot het vrij
-verwilderde grasperk en daar de groen geverfde deur aanstond, stapte hij binnen in
-de kale ruimte, die te breed voor een gang en geheel met blauwe steenen geplaveid
-was; aan het einde bevond zich een plaatsje en daarop kwam de keuken uit.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was Zaterdagavond, de koperen vaten lagen alle op den grond rondom de waterpomp
-waar een oude kogelvormige meid met opgestroopte mouwen druk aan het schuren was,
-terwijl een jongere de roode steenen van de keuken schrobde; een grijze poes lag rustig
-te slapen op den rand van een tobbe, waarin een oleander bloeide.
-</p>
-<p>»Dag Kaatje!&#x201d; riep de nieuw aangekomene met zijn heldere stem. Zij keerde zich om,
-in de eene hand nog de zeemleeren lap, in de andere het bakje schuurzand houdend;
-toen wierp zij plotseling beide weg en met een luiden kreet vloog zij den jonkman
-tegemoet en viel hem om den hals.
-</p>
-<p>Hij maakte zich lachend uit haar onstuimige omhelzing los en hield haar bij den dikken,
-rooden arm vast.
-</p>
-<p>»Och Iwan, meneer wil ik zeggen, wie kon dat denken? Hubertine<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> dat is nu onze jonge heer, van wien ik je zooveel heb verteld.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb328">[<a href="#pb328">328</a>]</span></p>
-<p>»Wel Kaatje, je bent jonger en nog dikker geworden.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vindt u, dat is toch zoo niet; och heeremijntijd, dat ik het beleven mag. Ik zal
-u direct koffie klaar maken, niet waar, u lust wel een kopje koffie. Ik dacht niet
-meer dat u terug zou komen; ach, wat lijkt u sprekend op&#x200a;&#x2026; op mevrouw zaliger. &#x2019;t
-Zijn precies diezelfde oogen. En blijft u nu hier, meneer!.&#x2026; jonge heer?&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor zoolang &#x2019;t mij niet weer verveelt, Kaatje. Ik ben nog dezelfde onrust van vroeger.
-Is mijnheer boven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, zal ik &#x2019;t gaan zeggen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, neen, hij zal niet zoo erg schrikken van mijn komst.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan breng ik de keuken in orde en zal wat voor u klaar zetten. Heeft u van middag
-gegeten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof &#x2019;t niet; maak zoo&#x2019;n drukte niet, Ka! Je weet, daar hoû ik minder van!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij hing zijn tasch en hoed aan een der horens van den hertenkop, die in de vestibule
-hing en sprong toen de roodbruin geverfde trap bij drie treden op; hij kende nog den
-weg door de nauwe, geheel met blauw behangselpapier beplakte bovengang en tikte aan
-een der deuren.
-</p>
-<p>»Binnen,&#x201d; riep een schorre stem.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was er vrij donker, want de grauwe valgordijnen hingen bijna geheel neer; een groot
-bed met gebloemd katoenen gordijnen, nam een der zijden in; in het midden stond een
-tafel, beladen met boeken en papieren, een hemelglobe, kaarten vol geheimzinnige teekens,
-passers en cirkels, iets dat aan de werkplaats van dokter Faust deed denken.
-</p>
-<p>In een hoogen fauteuil zat een lange, ineengedoken gestalte, een beenige, uitgeteerde
-man met een roode Egyptische muts op de sluike, aschgrauwe haren, een blauwe bouffante
-om de spitse kin en gewikkeld in een rood-bruinen chamber-cloak, die over de hoekige
-knieën openhing en een kalen militairen pantalon vertoonde.
-</p>
-<p>»Dag vader,&#x201d; zeide Iwan, de deur weer achter zich toetrekkend.
-</p>
-<p>De mummie, want daaraan herinnerde de oude heer Thoren van Hagen meer dan aan iets
-anders, hield met zijn knokige hand zijn hoofd vast, dat hij moeilijk kon draaien
-en wendde toen den blik zijner uitgedoofde oogen naar zijn zoon.
-</p>
-<p>»Zoo ben je daar?&#x201d; klonk het onverschillig, »je bent lang weg geweest, och druk de
-deur goed toe, zij klemt een beetje. Doe ook een schopje kolen in de kachel! Ik heb
-&#x2019;t koud.&#x201d;
-</p>
-<p>En hij wikkelde zich dieper in de wijde plooien van zijn huiskleed. Iwan voldeed aan
-zijn verlangen, pookte de kachel op, die niettegenstaande de felle zomerhitte brandde
-en zette zich toen tegenover zijn vader op een krukje aan de andere zijde der tafel
-neer.
-</p>
-<p>»Ik heb een interessant werk onder handen, de astrologie der <span class="pageNum" id="pb329">[<a href="#pb329">329</a>]</span>Perzen en Mediërs, vergeleken bij die der middeleeuwsche zwartkunstenaars. Je wilt
-niet gelooven, wat een belangwekkende stof dit is, verbonden met de ondervindingen
-der hedendaagsche spiritisten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Doet u daar nog altijd aan, vader, en steeds met hetzelfde succes?&#x201d;
-</p>
-<p>»Het succes moet nog komen, ik heb veel gewonnen maar er is nog enorm veel te doen,
-enorm! Wil je een brief lezen, dien je moeder heeft geschreven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dank u, vader, dank u!&#x201d; zeide Iwan met kwalijk verborgen afkeer, »hoe houdt u het
-uit in deze benauwde atmosfeer?&#x201d;
-</p>
-<p>»De geesten zijn er t&#x2019;huis, ik voel me geheel door hen omringd en daarbij ben ik een
-oud man, ik heb warmte noodig, van buiten en van binnen.&#x201d;
-</p>
-<p>»U vraagt me niet eens waar ik die drie jaar heb doorgebracht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, je zult me niet meer vertellen dan je verkiest. Waar kom je nu eigenlijk van
-daan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Direct uit Zoeloeland.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo en wat heb je daar uitgevoerd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Gevochten tegen de Engelschen<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> want ik was moe van het eeuwige doelloos ronddwalen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En verveelt het je niet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ontzaggelijk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maak er een einde aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Door hier op &#x2019;t dorp te gaan boeren? Daar heb ik ook geen lust in. Wist ik maar wat
-te doen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Help mij de geesten oproepen, me dunkt dat je een goed medium zult wezen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat zal ik tot laatste toevlucht nemen; voorloopig heb ik genoeg aan de menschen
-van vleesch en been. Later komen de geesten aan de beurt.&#x201d;
-</p>
-<p>»En je huwelijk?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is af.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo en ik had je mijn toestemming gestuurd in blanco.&#x201d;
-</p>
-<p>»Heel vriendelijk van u, maar ik heb er nog geen gebruik van gemaakt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent rusteloos als de wandelende Jood, Iwan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ach vader, als ik getrouwd was, zou er misschien zoo&#x2019;n heel geslacht Ahasverossen
-over de wereld zijn gestrooid en dat zou lastig en vervelend zijn geweest voor den
-rustigen mensch. Verbeeld u eens, een tweede volksverhuizing!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t dadelijk gedacht toen ik dien brief van je kreeg, dat het maar een gril
-was, waarvan je spoedig genoeg zou krijgen.&#x201d;
-</p>
-<p>»U heeft goed gedacht, vader!&#x201d;
-</p>
-<p>»Een tering heb je er ten minste niet van gezet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel neen, dat is uit de mode. Hoor eens, papa, als u er op gesteld is, dat ik u gezelschap
-houd dan moet u mij toestaan wat <span class="pageNum" id="pb330">[<a href="#pb330">330</a>]</span>frissche lucht mee te brengen. &#x2019;t Is hier zoo benauwend warm, ik kan hier niet blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Waar kan je blijven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, waar ik niet ben, daar is mijn plaats. Lach niet, vader, ik heb de groote reis
-gemaakt hierheen, alleen om u gezelschap te komen houden en nu jaagt u mij met wat
-brandende kolen op de vlucht. Maar ik kreeg van mijn vader ook niet eens een hand
-tot <span class="corr" id="xd30e8369" title="Bron: welkomsgroet">welkomstgroet</span>.<span class="corr" id="xd30e8372" title="Niet in bron">&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Ik wist niet dat je er op gesteld was. Daar!&#x201d; en hij reikte hem de kille, dorre hand
-toe, die Iwan in de zijne nam.
-</p>
-<p>»Op mijn reizen heb ik een andere vaderhand in de mijne gevoeld, waarom ik niet behoefde
-te verzoeken,&#x201d; zeide hij.
-</p>
-<p>»En je hebt die losgelaten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik moest wel, helaas!&#x201d;
-</p>
-<p>De oude man nam hem op van het hoofd tot de voeten.
-</p>
-<p>»Je ziet er knap uit, Iwan!&#x201d; sprak hij met iets meer menschelijks in toon en blik.
-</p>
-<p>»Vindt u! Mij dunkt ook, voor een verwaarloosd kind ben ik niet zoo geheel mislukt&#x200a;&#x2026;
-van buiten, maar van binnen ziet het er soms ellendig uit.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je bent mijn evenbeeld, &#x2019;t is maar jammer dat je de epauletten hebt weggeworpen.
-&#x2019;t Uniform zou je zoo goed hebben gestaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jammer dat ik het niet eer heb ingezien. &#x2019;t Zijn dwazen die zich de militaire loopbaan
-kiezen zonder te weten of politiek hen misschien niet beter zou kleeden. Men wordt
-officier, niet om heldhaftige beweegredenen, maar eenvoudig uit liefde voor kleuren,
-omdat burgerjassen in een gezelschap zoo dof en eentonig staan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo! Heb je die wijsheid op je reizen opgedaan?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is ten minste een proefje uit den schat, dien ik me vergaard heb. Groot is die
-schat niet. U weet, een rollende steen raakt niet bemost.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeg &#x2019;reis Iwan, zou er geen kans zijn om weer in het leger te komen, met je ouden
-rang?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen vader; dat kan niet meer, ik kan geen officier meer zijn, <span class="corr" id="xd30e8389" title="Bron: Ik">ik</span> ben er nu ongeschikt voor.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo, is er dan iets gebeurd, wat het je onmogelijk maakt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Vraag het uw geesten maar, vader! Als ze dat zeggen, dan sluit ik me bij u op en
-erken hun alwetendheid.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij streek met de hand dwars over het gelaat, een beweging, die hem in den laatsten
-tijd gemeenzaam was geworden.
-</p>
-<p>»Heb je een slag ontvangen, waarvoor je geen voldoening kunt vragen?&#x201d; vroeg de oude
-toovenaar.
-</p>
-<p>De hoogroode kleur, die de warmte op Iwan&#x2019;s gelaat had gejaagd, maakte plaats voor
-doodelijk bleek.
-</p>
-<p>»Hoe vraagt u dat, vader?&#x201d; vroeg hij met onzekere stem.
-</p>
-<p>»Je beweging deed mij dat denken<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> zou ik kunnen antwoorden; <span class="pageNum" id="pb331">[<a href="#pb331">331</a>]</span>maar ik denk dat de geesten het mij ingefluisterd hebben. Erken je nu hun macht?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zeg volstrekt niet dat het zoo is,&#x201d; antwoordde hij ontwijkend, »als men zoolang
-gezworven heeft, dan overkomen je allerlei avonturen en men wordt gaandeweg ongeschikt
-voor &#x2019;t huiselijk leven, dat hier op de Blinkert overigens ver te zoeken is. Misschien
-stoor ik uw geesten, vader, ik ga naar beneden, tot straks!&#x201d;
-</p>
-<p>»Och neen, laat me van avond liever met rust. Ik verwacht een bekend medium uit Aken
-en je zoudt met je eeuwigdurende rusteloosheid en je ongeloof de geesten op de vlucht
-jagen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ook goed, vader, tot morgen of overmorgen, wanneer u maar verkiest.&#x201d;
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e8285">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e8285src">1</a></span> Een soort rentmeester.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e8285src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch55" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hij ging de kamer uit naar beneden, in de huiskamer, waar alles er keurig uitzag als
-in een onbewoond vertrek, de ramen waren hermetisch gesloten achter de blauwe horren
-en de geplooide gordijntjes; over de canapé en stoelen die stijf als soldaten langs
-den muur geschikt waren, lagen overtrekken van geel katoen, de lamp was in rose gaas
-gewikkeld; het buffet en de groote linnenkast glommen als spiegels en de koperen belegsels
-weerkaatsten de rosse zonnestralen, die door de ramen naar binnen drongen; een lucht
-van gesmolten was en terpentijn steeg op uit den geboenden vloer. Een hoop gesmeerde
-boterhammen en een groote taart van stijf deeg met gestoofde kersen, de echte Limburgsche
-vlâ, stonden in het midden der tafel; een flinke koffiekan dampte op het komfoor,
-alles noodde tot eten en drinken uit.
-</p>
-<p>Iwan&#x2019;s eerste beweging was, de ramen zonder eenige verschooning voor gordijnen en
-horren open te werpen en de frissche lucht, door de avondkoelte getemperd, naar binnen
-te lokken; toen zette hij zich neer en verklaarde aan Kaatje dat hij honger had voor
-drie.
-</p>
-<p>»Eet, meneer Iwan, eet! Ik zet het niemand liever voor dan u. Den heer daar boven
-kan men het nooit naar den zin maken. Hij eet niets als meelspijzen, voor de geesten,
-weet u, maar hij is zoo lastig. &#x2019;t Is altijd te heet of te koud, te flauw of te zout!
-Denkt u dat ik hier langer zou blijven in dit vreemde land, als ik geen hoop had eens
-voor u te kunnen koken en uw bed te schikken?&#x201d;
-</p>
-<p>En zij schonk hem koffie in en vroeg of ze sterk genoeg was; hij vond alles heerlijk,
-alles volmaakt en deed haar tafel eer aan.
-</p>
-<p>»Kom Kaatje, vertel me eens iets. Hij is onveranderd, niet waar?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb332">[<a href="#pb332">332</a>]</span></p>
-<p>»Ach jonge heer.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeg toch Iwan, Kaatje, wie heeft er meer recht toe dan jij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu dan Iwan, ik zou dikwijls denken dat het boven niet pluis is en dat de duivel
-er meer van weet. Daar hoort men soms zulke nare dingen en er komen allerlei vreemde
-lui van Aken of Luik, met lange baarden en lang haar en ik geloof dat zij meneer een
-boel geld kosten en waartoe het dient, ik weet het niet. Ik heb er dikwijls met den
-pastoor over gesproken maar deze zegt dat hij er niets aan doen kan, en dat ik maar
-trouw moet bidden opdat meneer een zalig sterfuur moge hebben, waaraan ik erg twijfel.
-Daar woont in Arendsberg een heer uit Holland en die brengt ze allen hier. Ik geloof
-dat het een bedrieger is. Ik zou willen dat u er eens onderzoek naar deed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Elk zijn smaak, Kaatje, dat is het voordeel als men alleen op de wereld is, dat men
-al zijn liefhebberijen ongestoord volgen kan. &#x2019;t Ergste is als de tijd komt dat men
-geen liefhebberijen meer heeft. Wat zou vader wezen zonder zijn klopgeesten? Nog meer
-verveeld dan ik.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Iwan, ik dacht dat u hier niet anders zou teruggekomen zijn, dan met een lieve
-vrouw; meneer vertelde mij &#x2019;t vorige jaar dat u aan trouwen dacht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo, was dat voor hem de moeite van het vertellen waard? &#x2019;t Is zoo geweest, Kaatje,
-ik heb op trouwen gestaan.&#x201d;
-</p>
-<p>»En is zij gestorven?&#x201d;
-</p>
-<p>»Voor mij is zij dood, ja! maar overigens leeft ze nog en is misschien zeer gelukkig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hoe jammer, hoe jammer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat weet ik niet of &#x2019;t jammer is, Kaatje!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heeft u haar portret nog.&#x201d;
-</p>
-<p>Iwan nam zijn zakportefeuille en haalde er een photographie uit, die hij Kaatje overreikte.
-</p>
-<p>Zij ging bij het raam staan en hield het portret op armslengte van zich af om het
-beter te kunnen zien.
-</p>
-<p>»Wat een prachtige vrouw!&#x201d; riep zij bewonderend uit, »mooier dan de koningin!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik wil &#x2019;t gelooven, zij was ook prinses.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een prinses. Wel allemachtig! Och, och, wat is &#x2019;t dan toch zonde, dat het niet doorgegaan
-is. Heeft u onaangenaamheid gehad, als ik zoo vragen mag.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo&#x2019;n beetje.&#x201d;
-</p>
-<p>»En zou &#x2019;t niet meer bijgelegen kunnen worden,&#x201d; vroeg zij in haar Hollandsch dialect,
-dat een meer dan 20jarig verblijf in Limburg haar niet had kunnen ontnemen.<span id="xd30e8438"></span>
-</p>
-<p>»Neen nooit,&#x201d; was &#x2019;t vaste antwoord. Intusschen legde hij het portret weer op zijn
-plaats, maar langzaam, met de oogen strak er op gevestigd.
-</p>
-<p>»Jonge heer!&#x201d; riep Kaatje triomfantelijk, »nu zie ik &#x2019;t, u is in <span class="pageNum" id="pb333">[<a href="#pb333">333</a>]</span>uw hart nog gek op die mooie dame, anders had u haar portret wel verscheurd en keek
-u er niet zoo oplettend naar.&#x201d;
-</p>
-<p>Iwan borg zijn boekje weg en glimlachte treurig.
-</p>
-<p>»Hij ziet precies mevrouw&#x200a;&#x2026; zaliger, ik mag misschien geen zaliger zeggen omdat zij
-zoo gestorven is, maar het arme schepsel was niet bij haar verstand en Onze Lieve
-Heer is barmhartig,&#x201d; zeide Kaatje in zichzelf.
-</p>
-<p>»Ik zie en bewaar graag iets moois, Kaatje!&#x201d; verzekerde Iwan en dronk zijn kop koffie
-leeg; toen stak hij een sigaar op en drentelde het huis uit, hij beklom den heuvel
-en boven gekomen strekte hij zich op het gras uit en staarde naar beneden naar het
-vredige dal met dezelfde oogen, die zooveel aanschouwd hadden, zooveel trotsche natuurtafereelen,
-zooveel wonderen van kunst, zooveel tooneelen van ellende en geweld; het was weer
-een zoete kalmte, die hem omringde maar hoe verschillend van dien tropischen nacht
-met zijn weelde van sterren en bloemengeuren, met zijn hoopvolle gedachten aan een
-schoone bruid en een schitterende toekomst.
-</p>
-<p>Hij kende elke boerenhut in de nabijheid, elken toren in de verte bij name, hij wist
-juist de plek, waar boomen hadden gestaan, die nu weg waren gekapt, waar het riviertje
-een kromming maakte, of waar kleine bronnen zich verborgen hielden.
-</p>
-<p>Aan alles waren herinneringen verbonden uit zijn wilde jongensjaren; veel gedeugd
-had hij misschien niet, maar toch, hij was populair geweest, men mocht den zoon van
-den »baron&#x201d; gaarne, hij was goedig en niet valsch. Later zag men hem altijd met genoegen
-terugkomen en hoopte dat hij zich eens op den Blinkert zou vestigen. Zich vestigen,
-zou dat ooit gebeuren; het leven lag nog steeds voor hem als een blok steen dat hij
-bewerken moest, maar hoe? &#x2019;t Werd tijd eens te beslissen, dat doellooze reizen, die
-jacht naar avonturen walgde hem; vroeger had hem steeds de wil ontbroken om kalm zijn
-ankers uit te werpen, vroeger had hij slechts in afwisseling van indrukken geluk gezocht,
-nu lachte hem niets meer toe dan een leven op één plek doorgebracht des noods, gericht
-op een enkel doel, maar alléén?
-</p>
-<p>Hij had het genoeg gevoeld in de laatste maanden dat zijn liefde voor Corona dieper
-geworteld was dan hij &#x2019;t zelfs meende in de gelukkigste dagen hunner verloving; het
-uitwortelen van den eeuwigen wonderboom der liefde had hem anders zooveel moeite,
-zooveel pijn niet gekost, zonder dat hij er nog geheel in slagen kon.
-</p>
-<p>Overal waar hij ook ging, vervolgde hem haar beeld, zooals zij hem verschenen was
-op den avond van Hermelijn&#x2019;s aankomst te midden van vuur en bloemen, zooals hij haar
-gezien had tusschen de zwaveldampen van den krater toen hij haar zijn liefde toefluisterde,
-op den laatsten morgen van hun samenzijn aan den ingang van het rozenparadijs, eindelijk
-op het laatst toen zij voor hem stond, nog schoon in haar woede.
-<span class="pageNum" id="pb334">[<a href="#pb334">334</a>]</span></p>
-<p>En steeds gloeide die pijn daar op zijn gelaat en deed hem aan haar denken in machteloozen
-toorn; hoe had zij zich gevoeld na zijn vertrek, was er berouw in haar ziel gekomen
-maar waarom hem niet geschreven, waarom toen nog niet de voldoening aangeboden die
-hij vraagde, misschien of hij dan niet had kunnen vergeven maar nu was alle verzoening
-onmogelijk, de wond was te diep, veel te diep in zijn hart gebrand.
-</p>
-<p>Als hij die pijnigende gedachte maar verdrijven kon, doch neen, alles had hij beproefd,
-vergeefs! Zijn leven was voor goed gebroken, zoo hij niet met kracht den band aan
-het verledene verscheurde maar hij had niet eens den moed om te scheiden van haar
-portret; Kaatje zelfs, die goede, eenvoudige ziel had een bewijs gevonden voor zijn
-liefde in het bewaren van haar beeltenis.
-</p>
-<p>Neen, hij moest een kort besluit nemen; als hij hier eens bleef, een nieuw huis bouwde
-op dezen heuvel en zich op den landbouw toelegde, een model hoeve stichtte, een stoeterij
-oprichtte, de een of andere blozende landfreule tot vrouw nam, dat waren plannen,
-die hem bezighielden; &#x2019;t was iets anders dan uitgebreide koffieplantages te beheeren,
-den toestand der Javanen te verbeteren, een Corona de zijne te noemen, voor en met
-haar te werken, haar lief te hebben, haar te vereeren. Och, och! wat was zijn leven
-verbleekt! Dwaze! nu dacht hij weer aan niets dan aan haar; die bladzijde uit zijn
-levensboek moest uitgescheurd worden, dan zou het overige misschien nog iets waard
-kunnen zijn.
-</p>
-<p>Hij stond op en trachtte zich alleen bezig te houden met zijn modelhoeve, toen ging
-hij den heuvel af, bezocht de stallen, maakte met den knecht, die nog niet lang in
-dienst was, maar van Kaatje veel over den jongen heer had gehoord, een praatje, bezocht
-den halvert, zette zich met den man neer op de bank onder de linde en dronk een glas
-echt Limburgsch bier.
-</p>
-<p>De halvert vertelde veel over den toestand der landerijen en van het vee, had het
-druk over de slechte tijden en slechte menschen en Iwan scheen aandachtig te luisteren,
-voor niets meer oog en oor hebbende dan voor de verhalen van den landbouwer.
-</p>
-<p>»Jonge heer, jonge heer!&#x201d; riep Kaatje&#x2019;s schelle stem, »het eten is klaar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Alweer,&#x201d; zeide Iwan glimlachend en trad in de kamer, waar geurige pannekoeken en
-slâ het smakelijk avondeten uitmaakten en een zwaar bestoven flesch wijn, zoo pas
-den kelder verlaten, hem wachtte.
-</p>
-<p>»Hou me gezelschap, Kaatje, zet je daar neer,&#x201d; sprak hij vriendelijk, »ik heb zoo
-dikwijls onder vreemden gegeten, dat ik nu verlang naar een bekend gezicht tegenover
-mij.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zal ik jongen heer zeggen, waar hij nu het meest behoefte aan heeft,&#x201d; vroeg de oude
-meid glimlachend.
-</p>
-<p>»Waaraan dan Kaatje?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb335">[<a href="#pb335">335</a>]</span></p>
-<p>»Aan een eigen huis en haard, Iwan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat je gelijk hebt, Kaatje!&#x201d;
-</p>
-<p>En hij liet het hoofd in de handen vallen en mijmerde een poosje voort zonder het
-eten aan te raken tot Kaatjes groote teleurstelling.
-</p>
-<p>»Gekke jongen<span class="corr" id="xd30e8473" title="Bron: .">,</span>&#x201d; zeide hij tot zich zelf, »wat overkomt je van zoo te droomen! Je hadt er nooit aanleg
-toe! maar &#x2019;t is hard, de wereld geheel alleen te doorkruisen en, t&#x2019;huis gekomen, niemand
-te vinden dan een oude meid, die zich over den terugkeer van den verloren zoon verheugt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Men wordt dat eeuwige reizen eenmaal moe, dat kan niet anders, jonge heer!&#x201d; ging
-Kaatje voort<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> »en als men dan eenmaal tot rust komt, een lief vrouwtje vindt en spoedig een paar
-aardige kindertjes krijgt, dan is men blij dat alles gehad te hebben en er rustig
-over te kunnen praten.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou je denken dat ik een goed huisvader zou worden, Kaatje?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel zeker, mijnheer, zulke woeste jongens worden gewoonlijk de beste mannen en de
-beste papa&#x2019;s. &#x2019;t Is goed als die wilde haren er maar voor het trouwen afvliegen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och kom, aan wildheid heeft het anderen ook niet ontbroken en toch&#x200a;&#x2026; wat is er van
-gekomen?&#x201d;
-</p>
-<p>»O Iwan, dat is heel iets anders. U is niet te vergelijken met den ouden mijnheer,
-want dien bedoelt u toch! Uw streken zijn van een heel andere soort.&#x201d;
-</p>
-<p>De goede vrouw had gelijk, de beschaafde, gehandschoende losbandigheid zijns vaders
-had hem steeds afschuw ingeboezemd; nimmer zou hij de ondeugd der zoogenaamde <span lang="fr">jeunesse dorée</span> hebben willen deelen; afkeer van regel, van dwang, van welke soort ook, was het hoofdgebrek
-zijns levens geweest; nu echter voelde hij een soort van behoefte aan banden, welke
-ook.
-</p>
-<p>»Weet u, jonge heer!&#x201d; ging zij voort, »waaraan u mij doet denken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu dan, Ka?&#x201d;
-</p>
-<p>»Aan een vogel, die een schot in de vleugels heeft gekregen en niet meer vliegen kan.&#x201d;
-</p>
-<p>Thoren van Hagen lachte hartelijk maar toch merkte de trouwe ziel tegenover hem, dat
-die lach gemaakt was.
-</p>
-<p>»Ik ben vleugellam; &#x2019;t kan zijn! Het beste is dan maar dat ik mijn vleugels niet meer
-gebruik om door de wereld te vliegen. Weet je wat, Kaatje, je moest een vrouw voor
-me zoeken; neem morgen je korf aan den arm en ga eens in de buurt rondkijken of daar
-geen aardig meisje te vinden is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Jonge heer, dat is natuurlijk gekheid, maar meent u het waarlijk, zou u dat heusch
-willen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker, Kaatje, zeker, weet je er geen, maar ze moet blond wezen en klein en erg,
-erg zacht. Verder kan &#x2019;t me niet schelen of het een boerin of een freule is. Ken je
-er zoo een?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb336">[<a href="#pb336">336</a>]</span></p>
-<p>»Laat eens kijken! Trinette van den notaris, o neen, dat is een echte kweggel, zooals
-ze hier zeggen voor een nuf, die zou u niet bevallen, de freule van het Eest, maar
-dat is een vervelende kwezel, Mimi, de dochter van den meester, die is blond en zacht
-en heeft zulke mooie blauwe oogen, maar dat is toch geen vrouw voor u, die met een
-prinses verangegeerd is geweest.&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist daarom, Kaatje, Mimi moet mij de prinses doen vergeten. Verzoek ze hier op
-de koffie, dan kom ik eens binnen en maak een praatje.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hier is de gazet, mijnheer!&#x201d; zoo klonk de stem van het dienstmeisje door de kier
-van de deur.
-</p>
-<p>»Hé, laat eens zien!&#x201d; sprak Iwan, »ik heb een Hollandsche courant in zoo lang niet
-onder de oogen gehad.&#x201d;
-</p>
-<p>Kaatje, die er niet ontevreden over was, dat Hubertine haar in volle glorie tegenover
-den jongen mijnheer zag zitten, stond spoedig op om te voorkomen dat het meisje met
-haar klompen op den frisch geboenden vloer zou treden, waggelde naar de deur, nam
-de courant aan en reikte ze haar pleegzoon over. Met een glimlach keek Thoren van
-Hagen den inhoud langs en las de berichten, nog altijd in datzelfde Duitsch-Hollandsch
-geschreven, van vroeger; hij vond daar vele feiten bestatigd, verdiensten aanerkend,
-dingen versproken, zag de advertentiën door van candidaten voor de een of andere verkiezing,
-die zich zelf aanboden en beloften gaven, welke zij toch zeker van plan waren niet
-te houden, getuigenissen omtrent beginselvastheid, welke niemand vertrouwde, warme
-aanbevelingen van eenige kiezers om op X in plaats van IJ te stemmen, vergezeld door
-leelijke verdachtmakingen van de tegenstanders.
-</p>
-<p>»Niets veranderd, niets!&#x201d; dacht Thoren van Hagen, »ik ben dezelfde niet meer; kom,
-wie weet of mijn naam ook niet eenmaal op die vierde bladzijde met groote letters
-zal prijken of ik mij niet hoogachtend en minzaam aan heeren kiezers aanbeveel, wier
-belangen ik op de civielste wijze zal behartigen. Wel zeker, ik ga hier mijn tenten
-opslaan en zal met Mimi kennismaken. Hé wat beteekent dat.&#x2026;. Ramp op Java, uitbarsting
-van den Merawoe.&#x201d;
-</p>
-<p>Kaatje zag dat haar jonge mijnheer plotseling verdiept raakte in de lezing van de
-gazet, dat zijn wenkbrauwen zich plotseling samentrokken en een doodsbleeke kleur
-zijn wangen bedekte.
-</p>
-<p>»Vreeselijk.&#x2026; vreeselijk!&#x201d; mompelde hij.
-</p>
-<p>»Maar wat is er toch gebeurd, jonge heer?&#x201d; vroeg zij bezorgd.
-</p>
-<p>»Och, een groot ongeluk op Java, waar ik nog onlangs&#x200a;&#x2026; ik bedoel het vorige jaar,
-geweest ben. Je moest mij eens alle couranten van den laatsten tijd bij mekaar zoeken,
-Kaatje! daar vind ik misschien iets naders. Morgen ga ik naar Maastricht. Mej. de
-G. zwaar gewond, mevrouw van A.&#x2014;dat is Dolly&#x2014;dood gevonden, <span class="pageNum" id="pb337">[<a href="#pb337">337</a>]</span>het landhuis ingestort. Maar wat gaat het mij eigenlijk aan en toch&#x200a;&#x2026; toch&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>Alle fraaie plannen van huwelijk en vestiging waren voorloopig tot onbepaalden tijd
-uitgesteld.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch56" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LVI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De nasporingen die Thoren van Hagen in het werk stelde om nadere bijzonderheden te
-verkrijgen aangaande de ramp, die te Ngaroengan zooveel onheil had veroorzaakt, maakten
-hem niet veel wijzer. De geschiedenis van het pavilloen vond hij echter in een particuliere
-correspondentie vrij uitvoerig beschreven en vernam er tevens den dood uit van de
-achtenswaardige gouvernante, een bericht, dat hem natuurlijk niet tot wanhoop bracht.
-</p>
-<p>Meer dan ooit gevoelde hij thans hoe groot zijn belangstelling nog was voor alles
-wat met Corona in verband stond. Nu eens, meende hij, was het niets dan nieuwsgierigheid,
-dan weer haat en wrok, nooit zou hij zich zelf bekennen dat het nog liefde kon zijn.
-</p>
-<p>Na eenig beraad schreef hij naar Soekarenga, naar den persoon, wien hij de opdracht
-had gegeven zijn inboedel te verkoopen; hij vroeg hem hoe &#x2019;t met zijn zaken stond,
-of het huis niet ingestort was en hoe &#x2019;t met de familie de Géran ging. Ondertusschen
-trachtte hij zijn gedachten met iets anders bezig te houden; hij maakte kennis met
-den geestenziener uit Arendsberg en bemerkte spoedig hoe deze den ouden, naar lichaam
-en geest verzwakten man schandelijk bedroog; hij at niets dan meelspijs en dronk slechts
-water om de noodige helderheid van geest te behouden, die hem tot de conversatie met
-de geesten geschikt maakte, gaf groote sommen uit om de bekende mediums te laten overkomen
-en hun séances bij te wonen. Iwan voelde dat het ondoenlijk zou zijn hem te ontmaskeren
-en zijn vader van het bedrog te overtuigen, doch hij sprak den zoogenaamden vriend
-eens onder vier oogen aan en bedreigde hem met de justitie als hij voortging den afgeleefden
-man te kwellen en tot verwoesting zijner gezondheid aan te sporen.
-</p>
-<p>Zoo kreeg hij dan gedaan, dat zijn vader weer toegestaan werd vleesch te eten en wijn
-te drinken, hij trachtte den uitgedoofden geest op te wekken door hem boeken en couranten
-voor te lezen en te dwingen in het tegenwoordige te leven, maar zijn pogingen leden
-schipbreuk op de halsstarrigheid van den grijsaard.
-</p>
-<p>Intusschen verzuimde hij zijn andere plannen niet voor de keuze van een levensdoel;
-ernstig bestudeerde hij den landbouw in theorie en praktijk, stelde zich in verbinding
-met specialiteiten op dat <span class="pageNum" id="pb338">[<a href="#pb338">338</a>]</span>gebied, begon aankoopen te doen voor zijn stallingen en lachte er soms in stilte over
-dat hij nu ook ging eindigen met dat te worden wat de laatste toevlucht is van alle
-Limburgsche zonen van goeden huize, die aan de académie of elders mislukt zijn, heereboer,
-euphemistisch uitgedrukt »econoom&#x201d;.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is de moeite waard geweest, eerst den Noordpool te gaan zien, en den smaragd van
-den Indischen archipel te bewonderen, Australië en Afrika te bezoeken om te eindigen
-aarts-prozaïsch niet eens kool, maar boekweit en klaver te planten. Als &#x2019;t mij maar
-op den duur bevalt. Ik vrees er voor!&#x201d;
-</p>
-<p>En nu begon hij ook te denken aan het tweede gedeelte van zijn programma; doch een
-soort van eerbiedigen schroom hield hem terug; hij had kennis gemaakt met Mimi van
-den meester en haar een aardig, onbeduidend, lief kind gevonden.
-</p>
-<p>»Een glas verfrisschende limonade na de bedwelmende champagne van mijn vorig leven,&#x201d;
-dacht hij, maar het was hem vooreerst niet mogelijk een stap nader te doen.
-</p>
-<p>Hij kwam bij den meester aan huis en las spoedig in Mimi&#x2019;s vergeet-mij-nietjes oogen
-dat zij slechts een kleine aanmoediging noodig had om hoop op hem te verkrijgen; zij
-vroeg niets liever dan hem haar leven lang te mogen dienen als haar heer en meester,
-mits zij vrouwe van het dorp werd, doch hij vond het oneerlijk in haar een hoop op
-te wekken, die hij niet kon vervullen. Hij vreesde het knopje open te rukken, dat
-zich zoo gaarne voor hem in vollen geur en kleur wenschte te ontplooien, terwijl op
-het beslissende oogenblik hij misschien den moed zou missen het te plukken.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was ook of hij in Mimi&#x2019;s tegenwoordigheid de striem nog meer dan anders voelde.
-</p>
-<p>»Je zult aan mij denken,&#x201d; had zij hem toegeroepen en die voorspelling was vervuld;
-hij kon geen andere vrouw ooit meer van liefde spreken zonder dat de herinnering aan
-haar zich als een toornige schim tusschen beiden kwam plaatsen; maar hij voelde hoe
-langer hoe meer dat eerst als deze band hem was opgelegd, hij rustig aan de toekomst
-kon denken en sterk zou wezen om niet op nieuw de wereld in te gaan.
-</p>
-<p>Dat Mimi een eenvoudig meisje was, verreweg zijn mindere in stand, woog volstrekt
-niet bij hem; als zij hem maar liefhad, hem een gezellig te huis bereidde, dat zou
-voldoende wezen en toch stelde hij het altijd uit van dag tot dag, luisterde geduldig
-alle avonden naar de diepzinnige verhandelingen van den meester over de oude en de
-nieuwe wet, over de eigenaardigheden der verschillende schoolopzieners, over het toenemend
-schoolverzuim en zag intusschen Mimi&#x2019;s kleine maar bevallige gestalte heen en weer
-gaan om het eenvoudige avondmaal op te dienen en merkte op, hoe ze nu alle dagen gekleed
-was als vroeger alleen zondags en hoe zij dikwijls een bloempje op de borst droeg.
-<span class="pageNum" id="pb339">[<a href="#pb339">339</a>]</span></p>
-<p>»Mimi,&#x201d; zeide hij haar eens, »geef me dat roosje!&#x201d;
-</p>
-<p>Het kind bloosde en zag hem bedeesd aan.
-</p>
-<p>»Gun je het mij niet?&#x201d; vroeg hij toen.
-</p>
-<p>»Als u er zin in heeft, mijnheer,&#x201d; en zij gaf &#x2019;t hem over.
-</p>
-<p>»Kom even met mij naar buiten! Mimi! Wil je?&#x201d; vroeg hij.
-</p>
-<p>De meester was verdiept in een tijdschrift dat Iwan hem gebracht had en de jongelui
-gingen naar den tuin; het was een heerlijke Septemberavond, een krachtige boschgeur
-vervulde de lucht, het goudgeel der stervende bladeren verguldde reeds hier en daar
-de boschachtige heuvels, de boomgaard prijkte met roode appels en gele peren, het
-was een echt Europeesch avonduur; van het kerkje luidde de avondklok, een troep zwaluwen
-trok over hun hoofden zuidwaarts; de velden waren van hun oogst ontdaan en in den
-tuin bloeiden de dahlia&#x2019;s en late rozen.
-</p>
-<p>»Ga met me daar ginds op de bank zitten,&#x201d; zeide Iwan tot het meisje, dat hem gewillig
-volgde en haar hartje onrustig voelde kloppen.
-</p>
-<p>De bank stond aan het einde van den moestuin, onder een katalpaboom, die zijn breede
-bladeren beschermend daarover uitstrekte; onder hen murmelde het riviertje in zijn
-diepe, rijk begroeide bedding.
-</p>
-<p>»Kom, zet je naast mij,&#x201d; sprak Iwan bijna vaderlijk.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was vreemd, maar hij voelde zich op dat oogenblik diep bedroefd, nameloos ongelukkig
-en toch, hij wilde zich voor een onveranderbaar feit stellen.
-</p>
-<p>»Luister je naar mij, Mimi?&#x201d; zeide hij en nam haar handjes in de zijne en zag haar
-aan met zijn groote oogen, die nu droefgeestiger dan ooit te voren haar aanstaarden.
-</p>
-<p>»Ja mijnheer!&#x201d; antwoordde het kind bijna beangst.
-</p>
-<p>Wat zou mijnheer Iwan haar te vragen hebben; gedroomd had Mimi er natuurlijk wel van,
-dat die mooie heer van het kasteel haar ten huwelijk zou vragen. &#x2019;t Gebeurde dikwijls
-in de sprookjes die zij zich nog uit haar kindsche jaren herinnerde dat koningen met
-herderinnetjes trouwden, waarom zou dan een jonker geen liefde kunnen voelen voor
-haar die een onderwijzersdochter van fatsoenlijke familie was?
-</p>
-<p>Maar haar om liefde en hand vragen dat zou hij toch niet doen op zulk een ernstige,
-bijna bedroefde wijze.
-</p>
-<p>»Ik wilde je vragen Mimi of je genoeg van mij houdt, om mijn vrouw te worden.&#x201d;
-</p>
-<p>Dat was dus de groote vraag; het meisje trok haar handen niet terug, zij bloosde alleen
-wat dieper en sloeg de oogen neer zonder te antwoorden.
-</p>
-<p>»Ik geloof dat je goed voor mij zult zijn, Mimi,&#x201d; ging hij voort, »en dat heb ik noodig.
-Zooveel van je houden als de hoofdonderwijzer van het dorp aan den anderen kant van
-den berg het stellig doet, dat kan ik niet meer. Ik ben op het punt <span class="pageNum" id="pb340">[<a href="#pb340">340</a>]</span>geweest, te trouwen met een dame, die ik zeer lief had.&#x2026;.&#x201d;
-</p>
-<p>»Een prinses,&#x201d; fluisterde het meisje, dat zeker met Kaatje over het onderwerp had
-gesproken.
-</p>
-<p>»Neen, dat nu juist niet, dien titel had zij niet, maar zij was er schoon en trotsch
-genoeg voor geweest. Zij hoeft mij echter diep gegriefd en beleedigd, daarom moet
-ik altijd aan haar denken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Alleen daarom?&#x201d; vroeg Mimi nog altijd even ingetogen.
-</p>
-<p>Hij antwoordde niet en hernam:
-</p>
-<p>»Nu heb ik behoefte aan een goed, liefhebbend vrouwtje, dat mij het leven veraangenaamt
-en het huis aantrekkelijk maakt zoodat de lust mij zal ontbreken om weer de wereld
-door te zwerven, wat ik tot nu toe altijd heb gedaan. Je moet me nu niet antwoorden,
-Mimi, maar denk eens na, spreek er met je ouders over en onderzoek je zelf of je het
-met mij durft probeeren! Wil je dat doen, Mimi?&#x201d;
-</p>
-<p>Zij zag hem nu aan, hoe kwam het toch dat zij niet dadelijk volmondig ja! kon zeggen,
-dat zij zich niet trotsch en verheugd voelde over de eer, die haar geschiedde, dat
-zij niet dacht aan de verbazing, welke in den omtrek het bericht zou veroorzaken:
-</p>
-<p>»Ons Mimi heeft kennis aan den jonker van den Blinkert.&#x201d;
-</p>
-<p>Zijn ernst deelde zich blijkbaar aan haar mede, want haar oogen vulden zich met tranen.
-Hij stond eensklaps op en gaf haar bijna met eerbied een kus op het blanke voorhoofd.
-</p>
-<p>»Wil je nadenken, Mimi?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja mijnheer<span class="corr" id="xd30e8568" title="Bron: .">,</span>&#x201d; antwoordde zij onderdanig en hij stapte haastig door het achterhekje naar buiten
-en zocht zijn kamer op den Blinkert weer op.
-</p>
-<p>Zijn hart was tot berstens toe vol; nimmer, zelfs niet op het oogenblik toen hij zijn
-schoonste hoop vaarwel moest zeggen, had hij zich zoo treurig en ongelukkig gevoeld,
-toen was hij te verontwaardigd, te vertoornd geweest; &#x2019;t was of hij nu eerst Corona
-geheel had verloren, of hij nu eerst een onoverkomelijken hinderpaal tusschen hem
-en haar had opgericht.
-</p>
-<p>Hij ging naar zijn kamer en liep die op en neer, eindelijk bleef hij voor het open
-raam zitten.
-</p>
-<p>»Is dat nu de stemming van iemand, die pas een liefdesverklaring heeft gedaan?&#x201d; vroeg
-hij zich af en weer was hij met den geest in Ngaroengan tusschen de bloemen en varens,
-waar Corona in haar wipstoeltje hem afwachtte, op den dag hunner verloving of in Djira:
-het was zijn schuld niet, maar Mimi bekleedde nauwelijks een plaatsje in zijn geest,
-waarin de andere nog steeds als koningin heerschte.
-</p>
-<p>Hij haalde haar portret uit, zag haar in het schoone, strenge gelaat en dacht er aan
-hoe die trotsche oogen tegenover hem slechts schitteren konden van zachte teederheid
-en overgevende liefde, hoe die lippen hem woorden van trouw en min hadden gezworen,
-<span class="pageNum" id="pb341">[<a href="#pb341">341</a>]</span>hoe die fiere lijnen week en zacht werden onder zijn blik, en nu was alles, alles
-voorbij!
-</p>
-<p>Was zij gewond, verminkt wellicht, zij of Margot? Zou ze nu aan hem denken zooals
-hij het thans nog deed, terwijl hij een andere zijn hand bood, maar op nieuw begon
-die striem te gloeien.
-</p>
-<p>»Mijn lieveling, hoe kon je dat van je verkrijgen,&#x201d; zoo sprak hij haar toe en voelde
-dat zijn oogen verduisterd raakten door tranen, de eerste misschien, die <span class="corr" id="xd30e8582" title="Bron: sints">sinds</span> zijn kinderjaren bij hem waren opgekomen.
-</p>
-<p>Een oogenblik bleef hij zoo zitten, onbewegelijk de hand voor het gelaat.
-</p>
-<p>»Jonge heer, komt u eten?&#x201d; vroeg een stem aan de deur.
-</p>
-<p>Verschrikt zag hij op en Kaatje stond tegenover hem, het mensch-geworden proza, dat
-in alle omstandigheden ons komt herinneren dat we leven moeten niet alleen van gedachten,
-bittere en zoete, maar ook van brood en vleesch, dat we vreugd en droefheid ter zijde
-moeten stellen om neer te zitten en ons te voeden.
-</p>
-<p>»Wat zie ik? Scheelt er iets aan, Iwan?&#x201d; vroeg zij bezorgd.
-</p>
-<p>Hij glimlachte en wischte zich snel het gelaat af.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is niets, een dwaasheid Kaatje, ik heb daar juist aan Mimi gevraagd of zij mijn
-vrouw wil worden.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ondertusschen zit u hier te schreien als een meisje, met het portret van de andere
-voor u?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt gelijk,&#x201d; en Iwan beet zich vol ergernis op de lippen, »&#x2019;t is meer dan belachelijk,
-er moet een einde aan komen. Ik heb mijn levenslot zelf gekozen, ik heb den last op
-mijn schouders genomen, ik moet dien ook dragen als een man. En hiermee gaat het zoo!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij verscheurde het portret in een aantal microscopische stukjes.
-</p>
-<p>Den volgenden morgen nadat hij een lange gewichtige redevoering van den vader genoten
-had, over de plichten van de echtgenooten en de voordeelen van gelijken stand tusschen
-hen en de verklaring, dat hij in den grond der zaak niets had tegen mijnheer&#x2019;s voorstel,
-gaf Mimi hem fluisterend en bedeesd haar toestemming of liever de belofte dat zij
-het zou beproeven.
-</p>
-<p>»Mag ik <i>haar</i> portret nu eens zien?&#x201d; was haar eerste vraag toen zij met hem alleen was.
-</p>
-<p>»Kindlief,&#x201d; antwoordde hij hoog ernstig, »ik heb het gisterenavond vernietigd.&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch57" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LVII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was een moeilijke tocht, dien Hermelijn, met Corona en haar jong kind naar Europa
-maakte; doch een groote voldoening was <span class="pageNum" id="pb342">[<a href="#pb342">342</a>]</span>&#x2019;t haar toen de gezondheid van haar schoonzuster gaandeweg beter werd; zij was en
-bleef hulpbehoevend, maar hare zenuwen, die door de gebeurtenissen der laatste maanden
-zoo veel geleden hadden, en nog zelfs de terugwerking <span class="corr" id="xd30e8607" title="Bron: voelben">voelden</span> van het verdriet dat zij van haar twist met Iwan ondervonden had, en van de opium,
-waarmede zij zich had willen verdooven, kwamen eindelijk tot rust.
-</p>
-<p>Aan boord waren weinig passagiers; men had Corona steeds naar het dek moeten dragen,
-de zeelucht en de kalmte rondom haar deden de zieke onbeschrijfelijk veel goed. Uren
-lang lag zij op haar ligstoel uitgestrekt, terwijl Hermelijn naast haar zat te werken,
-te lezen of met haar kind te spelen! Corona had de oogen gesloten zonder te slapen;
-haar gedachten begonnen haar minder pijn te doen, zij voelde een soort van droevig
-genot in het dragen van haar leed, zij begon in te zien hoe verkeerd zij het leven
-had opgevat, hoe zij altijd en in alles slechts zich zelve had gezocht van jongs af
-toen zij als vijfjarig kind haar vader zijn tweede huwelijk verweet, toen zij later
-haar stiefmoeders het leven ondragelijk maakte, zich hartstochtelijk aan Kitty hechtte
-en deze later in haar liefde dwarsboomde, terwijl zij over de levensbelangen van haar
-andere broeders en zusters steeds vrij beschikte.
-</p>
-<p>Nooit had zij aan het geluk van anderen gedacht, nooit ter wille van anderen haar
-luimen opgeofferd, haar wil verloochend, nooit een beleediging haar aangedaan vergeven;
-zij had God gediend met haar lippen, zij was er trotsch op geweest christin te zijn,
-zonder dat ooit een der wetten, die het christendom voorschrijft, haar leven beheerscht
-had, wanneer haar eigen neigingen er zich tegen kantten.
-</p>
-<p>Dat er nooit een smet, noch op haar leven, noch op haar naam had gerust, dat de Indische
-maatschappij, die zoo tuk is op alles wat het blanke besmet, nooit iets had kunnen
-afdingen op Corona&#x2019;s goeden naam, was zeker hoogst gelukkig geweest, maar haar trots
-vooral had haar gevrijwaard voor elke afdwaling; daarenboven was haar hart nooit gemoeid
-geweest bij de talrijke aanzoeken, die zij afgeslagen had vóór dat Thoren van Hagen
-verscheen.
-</p>
-<p>Zij had geleefd in trotsch zelfbehagen, tot Hermelijn&#x2019;s aankomst, zij was gewoon dat
-alles, menschen en dingen, zich aan haar wil onderwierpen, maar toen was het anders
-geworden; zij vond in Hermelijn en in Thoren van Hagen haar meerderen; hoeveel slagen
-had haar trots niet ontvangen, vóór zij overwonnen was en haar eigen nederlaag bekende.
-</p>
-<p>De geheele geschiedenis van haar engagement doorleefde zij op nieuw, zij was goed,
-gewillig, onderworpen geweest, omdat het haar zoo beviel, omdat een nieuwe gril het
-haar voorschreef, maar toch, zij had niets gedaan om zichzelf te overwinnen, toen
-haar neigingen in strijd kwamen met zijn wil, integendeel, zij had haar kwade natuur
-losgelaten en zij had hem mishandeld, hem, dien zij liefhad als het licht harer oogen.
-<span class="pageNum" id="pb343">[<a href="#pb343">343</a>]</span></p>
-<p>Om zichzelf alleen, niet om hem beminde zij, evenmin als zij haar vader, die haar
-vergoodde, ooit ten koste van zichzelf een genoegen had verschaft, een vreugde bereid.
-Haar eenige wet was tot nu toe haar eigen voldoening geweest; in dit licht verschenen
-al haar daden haar zoo klein toe in omvang, zoo nietig door hun beweegredenen, zoo
-verschrikkelijk in hun gevolgen.
-</p>
-<p>Wat had de redding van den kleinen Guillaume anders ingegeven dan een opwelling van
-moed, die haar niet de minste moeite kostte, een daad, die zij verrichtte, misschien
-om zich in tegenwoordigheid van den Franschen graaf met een aureool van heldhaftigheid
-te tooien en hoe vaak had zij niet in het diepste van zichzelf die daad betreurd,
-welke haar zoo duur was te staan gekomen.
-</p>
-<p>Zij begon in te zien dat de handelingen, waarvoor wij vaak het meest geprezen worden
-door de wereld omdat zij geschieden in het openbaar, met groot vertoon van moed en
-kracht, niet de moeilijkste zijn om te volbrengen, dat het veel zwaarder is in den
-dagelijkschen strijd zichzelf stil te overwinnen, ieder oogenblik op nieuw te beginnen
-met de moeilijke taak zijn eigen »ik&#x201d; niet te zoeken maar slechts datgene, wat waarlijk
-goed en edel is.
-</p>
-<p>Zoo leerde Corona de lessen van den tegenspoed begrijpen, haar oogen gingen open ook
-voor de laatste daad van zelfzucht, die zij had gepleegd door Hermelijn te ontrukken
-aan haar echtgenoot en haar huis, door haar te dwingen met haar kind zulk een lastige,
-moeilijke reis te maken om harentwille.
-</p>
-<p>Zij bewonderde en waardeerde Hermelijn, die altijd even opgewekt, even vroolijk bleef
-in haar tegenwoordigheid, die alles zoo licht opnam, van geen erkentelijkheid wilde
-weten en nooit liet doorschemeren hoe zwaar het offer was, dat zij haar schoonzuster,
-wie zij zooveel te verwijten had, dagelijks bracht.
-</p>
-<p>»Lieve Hermelijn, je moet dadelijk terugkeeren, als we in Europa aankomen,&#x201d; sprak
-Corona dikwijls tot haar, »ik kan de gedachte niet verdragen, dat Conrad je dagelijks
-mist en mij verwijt, dat ik hem van vrouw en kind beroof.&#x201d;
-</p>
-<p>Maar dadelijk betrapte zij zich weer op een aanval van zelfzucht, niet omdat Conrad
-haar iets zou verwijten maar om Hermelijn&#x2019;s wille alleen moest zij aandringen op haar
-spoedigen terugkeer.
-</p>
-<p>»Neen, beste Corona,&#x201d; antwoordde Hermelijn, »ik doe niets ten halve. Ik moet eerst
-gerust zijn over je gezondheid en over degenen aan wie ik je overlaat, en dan ga ik
-pas »naar huis<span class="corr" id="xd30e8627" title="Bron: .&#x201d;&#x201d;">&#x201d;.&#x201d;</span>
-</p>
-<p>»Verlang je er naar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Natuurlijk, maar wat kan dit er toe doen! Overal waar we aanhouden vind ik een telegram
-van Coen en dat is me een groote troost; hij zal onze Leni zeer veranderd vinden,
-geloof je niet. Zij ziet er uit als een roos! Zou zij hem herkennen?&#x201d;
-</p>
-<p>En zij waren pas drie weken op reis.
-</p>
-<p>»Wat was die arme jongen kapot, toen we vertrokken,&#x201d; ging <span class="pageNum" id="pb344">[<a href="#pb344">344</a>]</span>Corona voort, »ik had niet gedacht, dat er in een der Gérans zooveel gevoel zat. Ik
-was toch erg ziek dat ik &#x2019;t kon aanzien en goedsmoeds scheidde, wat steeds vereenigd
-moet blijven. Ik geloof dat het zeer slecht was, even als alles, wat ik in mijn leven
-deed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je kon er niets aan doen Corona, en Coen zag het immers ook in. &#x2019;t Was een hard afscheid,
-dat is zeker, maar het wederzien zal des te zoeter zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»En mij wenscht niemand op de groote, groote wereld terug te zien. Ik word daar aan
-vreemden overgeleverd en dan&#x200a;&#x2026; dan&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Kom Corona, hoop het beste!&#x201d;
-</p>
-<p>»Er valt voor mij niets meer te hopen, Hermelijn, niets. Ik kan niets anders doen
-dan het vreeselijke lot, dat mij overkomt, geduldig dragen, het niet te verzwaren
-door mijn geklaag en gemor, zooveel mogelijk de taak mijner bewakers licht te maken
-door mijn geduld en te hopen dat God mij mijn zelfzuchtig bestaan vergeeft omdat ik
-de straf, die Hij mij zond, met onderwerping draag.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij liet zich slechts ernstige boeken voorlezen, zij wilde haar geest verstalen, haar
-hart verheffen en het was zeker een aandoenlijk schouwspel, te zien hoe haar goede
-natuur eindelijk over het lagere zegevierde en als het edele metaal, ontdaan van alle
-stof en roest, begon te schitteren in vollen glans.
-</p>
-<p>»Hermelijn,&#x201d; vroeg ze eens bijna nederig, »houd je van me?&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Corona, wat een vraag!&#x201d;
-</p>
-<p>»Heb ik geen recht die te doen? Ik weet dat je mij veracht en afgewezen hebt toen
-ik in mijn volle geluk en in mijn volle kracht was.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Na dien tijd is er zooveel gebeurd!&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets, wat kon strekken om mij in je oogen minder hatelijk te maken en toch, Hermelijn,
-hoe hebt ge je gewroken!&#x201d;
-</p>
-<p>»Er is geen sprake van wreken, ik heb je eenvoudig behandeld, zooals mijn hart dat
-ingaf, er is niets verdienstelijks in.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je blijft mij het antwoord schuldig. Ik begrijp &#x2019;t, Hermelijn, ik verdien je genegenheid
-nog niet, ik hoop dat je mij die eens zult schenken.&#x201d;
-</p>
-<p>»Word geen zelfkwelster, Corona, je hebt al leed genoeg!&#x201d; zeide Hermelijn, haar op
-het voorhoofd kussend, »ik heb me altijd tot je aangetrokken gevoeld, altijd, zelfs
-toen ik reden meende te hebben je veel te verwijten, maar dat alles is voorbij. Nu
-is &#x2019;t vrede tusschen ons!&#x201d;
-</p>
-<p>»En het wordt ook vrede in mijn hart, als&#x200a;&#x2026; als ik slechts wist dat je weer rustig
-bij Conrad terug waart en dat&#x200a;&#x2026; hij me vergeven heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie, Conrad toch niet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, hij! Hermelijn, wie weet in welk werelddeel hij nu rondzwerft met zijn haat,
-zijn wrok tegen mij! Nooit, nooit zal hij mij vergeven. Ik ken hem te goed!&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb345">[<a href="#pb345">345</a>]</span></p>
-<p>»Als hij je nu zag!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan zou hij me beklagen! O, ik zou hem danken voor elk woord van medelijden, ik zou
-mijn ziekte, mijn eenzaamheid, mijn leed geduldig dragen mijn leven lang, als hij
-daarin een reden vond om medelijden met mij te hebben!&#x201d;
-</p>
-<p>En de arme barstte in snikken los.
-</p>
-<p>Hermelijn zag haar deelnemend aan; nu eerst begreep zij hoe Corona&#x2019;s trots gebroken
-was.
-</p>
-<p>»Wie weet,&#x201d; sprak zij weer om Corona te beproeven, meer dan omdat zij zelf eenig geloof
-hechtte aan haar eigen woorden, »of je hem niet eens ontmoeten zult, of er dan geen
-verzoening mogelijk is, wanneer je geheel herstelt, of je dan niet samen nog gelukkig
-kunt zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>Droevig en strak zag Corona haar aan als wilde zij Hermelijn&#x2019;s gedachten doorgronden.
-</p>
-<p>»Dat is je geen ernst, Hermine, &#x2019;t kan het niet wezen. Al herstelde ik ook, dan nog
-zou er van een hereeniging geen sprake kunnen zijn; misschien heeft hij andere banden
-aangeknoopt, stellig denkt hij alleen aan mij om mij te vervloeken. Dikwijls is het
-mij of die uitbarsting van den vulkaan slechts geschiedde om mij. Ik heb den Merawoe
-getergd door mijn ketting in den afgrond te werpen zooals ik in mijn overmoed alles
-tartte, zelfs zijn liefde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar, lieve Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>»Noem &#x2019;t bijgeloof, je weet ik ben bijgeloovig; ik hechtte aan de verschijning van
-den rooden hond en aan hetgeen hij voorspelde, maar juist op het oogenblik toen Alain
-de Géran mij iets toefluisterde dat naar een declaratie geleek, dacht ik aan Iwan,
-en toen werd het zoo vreeselijk licht en de aarde begon te beven en te schudden, misschien
-was het zijn vloek, misschien is hij dood, misschien heeft hij den vulkaan met zijn
-wraak belast, misschien was &#x2019;t zijn stem die daar bulderde.&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona, wind je niet op door die dwaze fantasieën,&#x201d; bad Hermelijn, »wie weet of hij
-ook niet smacht naar verzoening.&#x201d;
-</p>
-<p>»Geen verzoening, slechts vergeving heb ik noodig. Ik dorst, ik smacht er naar, dan
-eerst zal ik denken dat papa, en je schoonmoeder, en Dolly mij vergeven hebben, dan
-zal ik mijn lijden geduldig kunnen dragen, al moet ik nog jaren en jaren leven en
-tot mijn dood hulpbehoevend blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»En heb je de anderen ook vergeven?&#x201d;
-</p>
-<p>»De broers en zusters en Akkeveen.&#x2026; och ja, ik geloof &#x2019;t wel maar hij heeft je karakter
-niet, hij is een man in de volle beteekenis van het woord. Ons vrouwen valt vergeven
-gemakkelijker, ik zie &#x2019;t aan jou, Hermelijn. Ik kan mijn vergiffenis niet anders uitspreken
-dan door mijn lippen. Door daden ze te bewijzen is mij ontzegd.&#x201d;
-</p>
-<p>Nimmer kwam Iteko&#x2019;s naam over Corona&#x2019;s lippen, zij had voor haar geen verwijt, geen
-uitdrukking van wrok of toorn. Zij vond <span class="pageNum" id="pb346">[<a href="#pb346">346</a>]</span>niet dat Iteko in schuld tegenover haar was; niemand had zij het te verwijten dan
-zichzelf, dat zij zich door zulk een nietswaardig schepsel had laten verleiden tot
-valschheid in geschrifte, tot wantrouwen, achterdocht, jalouzie, toorn en onrechtvaardigheid
-van allen aard.
-</p>
-<p>En ook Hermelijn sprak nooit over dit teeder punt; haar doel was Corona&#x2019;s aandacht
-van het verledene af te leiden en, daar zij haar niets te bieden had voor de toekomst,
-op het tegenwoordige te vestigen. Haar kind was haar daarbij een geschikt hulpmiddel.
-Leni ontwikkelde zich allerliefst. Corona zag haar met liefde en belangstelling aan.
-</p>
-<p>»Mijn kleine reisgenoot wordt mijn eenige erfgenaam,&#x201d; zeide zij dikwijls.
-</p>
-<p>»Je bent nog niet aan je testament,&#x201d; antwoordde Hermelijn lachend.
-</p>
-<p>Nadat zij in Marseille aankwamen, ontwikkelde zich Hermelijn&#x2019;s energie ten volle;
-zij wist overal raad op, besprak de gemakkelijkste reisgelegenheden voor de zieke,
-onderhandelde nu eens met spoorwegbeambten, dan weer met hotelhouders, of met Parijsche
-professors van de geneeskundige faculteit, liet zich door niets uit het veld slaan,
-ging dapper op haar doel los en verwaarloosde intusschen noch haar kind, noch haar
-patient. Zoo slaagde zij er in, Corona op de gemakkelijkste en minst pijnlijke wijze
-naar Parijs te doen voeren, waar zij eenigen tijd onder behandeling bleef van een
-specialiteit voor haar ziekte.
-</p>
-<p>Corona drong er op aan, dat zij nu terug zou gaan, maar standvastig bleef zij weigeren.
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t op mij genomen je op den weg van genezing te brengen. Conrad heeft het
-mij toegestaan, zoolang verlaat ik je ook niet,&#x201d; was haar antwoord.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e8683" title="Bron: «">»</span>Je weet ook niet hoe ik je bewonder,&#x201d; hernam Corona, »hoeveel berouw of ik ook hebben
-mag over mijn vroegere daden, één zaak kan ik niet betreuren, nu ik je dagelijks aan
-het werk zie. Dat ik namelijk voor Conrad zoo&#x2019;n vrouwtje uitkoos. Ik hoop maar dat
-het uit dankbaarheid daarvoor is dat hij je toestaat mij te vergezellen.&#x201d;
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch58" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LVIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">&#x2019;t Is winter, een echte ouderwetsche winter; het sneeuwkleed is gespreid over velden
-en steden; de breede rivier is een uitgestrekte ijsvlakte, waarover honderden en honderden
-met levenslust op het gelaat en blijden glans in de oogen opgewekt heen en weer zwieren.
-<span class="pageNum" id="pb347">[<a href="#pb347">347</a>]</span></p>
-<p>Holland is nu zichzelf meer dan ooit; op schaatsen, volgens het buitenland, is de
-Hollandsche jonkvrouw het schoonst en het bevalligst; dan worden de bleekste wangen
-met een zacht fijn rood overtogen, dan komt er in de flauwste en matste oogen een
-vonkje stralen, tintelend van genot. Uit het diepste van een schijnbaar onbeduidend
-wezen stijgt alles op, wat daar binnen gloeit aan verborgen warmte en geest; de ouderen
-van dagen voelen de herinnering aan vroeger genoegen hun op nieuw vervullen, voor
-een oogenblik schijnt gelijkheid op aarde neergedaald, alles krielt door elkaar, ieder
-heeft voor den ander een woordje, een hoofdknikje veil; zijn de schaatsen ondergebonden,
-dan is de rijder evenals de Grieksche tooneelspeler, die zich op zijn cothurnen omhoog
-heft, een ander mensch geworden; hij vergeet alles wat geen ijs is, hij laat de herinnering
-aan zijn dagelijksch werk, aan zijn beslommeringen aan den oever, hij denkt nu alleen
-aan zijn uitspanning, aan zijn vermaak.
-</p>
-<p>En zij, die <span class="corr" id="xd30e8694" title="Bron: sints">sinds</span> jaren de ijsvreugde vaarwel zeiden, zij, die het nooit nog genoten, allen voelen
-zich als door magnetische kracht aangetrokken door de geheimzinnige vreugde, welke
-de gladde oppervlakte mededeelt aan allen, die haar betreden, ook zij wagen zich,
-de eenen om dadelijk weer door het oude vuur, dat hen eenmaal vervulde, op nieuw te
-worden bezield en zich weer jong te voelen voor enkele oogenblikken; anderen om zuchtend
-tot de ontdekking te komen dat zij werkelijk oud en stram zijn geworden en tot niets
-deugen dan om door hun val den glimlach op te wekken van hen, die zelf voetje voor
-voetje zich tevreden stellen met op het ijs te loopen, want de schaatsenrijders in
-het vuur van hun rit, lachen niet als er tol betaald wordt aan het gladde element.
-</p>
-<p>En boven al die bevallige vrouwengestalten in korte mantels met bont omzoomd, in toiletten
-ontdaan van alle nuttelooze aanhangsels van twijfelachtigen smaak, waarvan enkele
-voortzweven als gedragen door de tonen eener voor oningewijden onhoorbare muziek,
-andere het laatste <span class="corr" id="xd30e8699" title="Bron: grientje">greintje</span> sierlijkheid verliezen, dat hen anders nog kenmerkt op het asphalt, door hun haastig
-voortschuifelen, door hun gebogen houding en hoofd&#x2014;boven al die kloeke mannen in eenvoudig
-wambuis of lichte paletot, die daar òf met zelfbewuste gratie kunststukken met de
-schaats uitvoeren even gemakkelijk als passen in de danszaal, òf die met schijnbare
-onverschilligheid de handen over de borst gevouwen zich doen kennen als de meesters
-van het terrein&#x2014;boven allen, leerlingen en toeschouwers, kenners en spotters, welft
-zich de hemel in haar saffieren glans even strak en even blauw als &#x2019;s zomers, wanneer
-de zon in de kabbelende thans verstijfde wateren speelt. Nu werpen haar schuine stralen
-een lange streep purper over de gevels der huizen en doen in het verschiet hemel en
-aarde elkaar omhelzen onder een sluier van verblindend zilver; de sneeuw <span class="pageNum" id="pb348">[<a href="#pb348">348</a>]</span>glinstert als een tapijt van diamanten waar zij nog rein en onvertreden is, het ijs
-neemt tinten aan van paarlemoer en kristal, waar de schaatsenrijders haar niet tot
-een zwarte massa hebben gemaakt; &#x2019;t is winter, maar hoe leeft, hoe ademt alles, hoe
-stroomt van alle kanten een ontwaakt leven naar de rivier, die heet door den winterslaap
-bevangen te zijn.
-</p>
-<p>Winterslaap! dwaas woord, want juist de winter lokt tot beweging, tot leven uit; is
-dat slaap, het feest, dat gevierd wordt midden in den nacht, als de andere helft van
-de bevolking vergetelheid zoekt en vindt, is dat een ontheiliging wellicht van de
-rust, die de natuur neemt, in afwachting van haar ontwaken tot bloeien en rijpen?
-Neen, &#x2019;t is het Noordsche leven in volle kracht, in volle ontwikkeling! Het ijs is
-de eenige vergoeding, die den bewoners van een meerendeels doffen, killen, vochtigen
-hemel verleend wordt voor het gemis dat zij bijna altijd hebben te verduren aan zonnelicht
-en warmte; hoe zelden echter brengt de ijskoning zijn bezoek aan deze streken, hoe
-kort, hoe verraderlijk is dan zijn verblijf, hoe veel beloften geeft hij, welke niet
-zullen vervuld worden, hoeveel teleurstelling laat hij achter door zijn plotseling
-vertrek, hoe grillig zijn de gunsten, die hij uitdeelt, en toch, om dat korte bezoek,
-zoo dikwijls aangekondigd en zoo veel uitgesteld, heeft de Hollander zijn winter zoo
-lief, neemt hij de herinnering daaraan mee naar de nachten vol bloemengeur en poëzie
-onder den tropischen hemel, zucht hij naar zijn vaderland te midden eener natuur,
-die niets dan een eeuwige lente bezit.
-</p>
-<p>Voor één van zulke dagen als deze, tart hij maanden vol mist en regen, een zomer vol
-stof en muggen, zou hij afstand doen van een wonderland, dat het zijne niet is, zou
-hij jegens ieder durven volhouden, dat er geen natuur is, zoo schoon als de ijsvlakte,
-door den winterkoning uitverkoren om er zijn hof op te slaan.
-</p>
-<p>»Een heerlijk opwekkend gezicht. Wil je gelooven, Corry, dat mijn voeten tintelen
-van verlangen om er aan deel te nemen?&#x201d; vroeg Hermelijn de Géran aan haar schoonzuster,
-die, op haar sofa uitgestrekt, uit het midden der hotelkamer het voor haar geheel
-nieuwe schouwspel met belangstelling volgde.
-</p>
-<p>»Maar Hermelijn, wat belet je het te probeeren? Ik zou je zoo gaarne op het ijs zien.
-Me dunkt, je zult het zoo bijzonder bevallig en vlug kunnen doen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meen je dat, Corona? &#x2019;t Is waar, ik was er dol op, ik heb &#x2019;t indertijd veel gedaan
-met.&#x2026; Och ja! als men jong is en ongetrouwd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Met wien heb je veel gereden, Hermelijn? Ik geloof dat ik het weet. Ik ben zeker
-dat hij het mooier doet dan een van allen, daar voor ons.&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is zoo, Corona, ik heb zijns gelijke op het ijs niet gezien, we hebben menig heerlijk
-tochtje samen gemaakt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hadt een paar moeten worden, je hoordet zoo bij elkander.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb349">[<a href="#pb349">349</a>]</span></p>
-<p>»Ik dank je voor die bezorgdheid, zusje, maar ik ben tevreden met mijn eigen man en
-Leni is het ook met haar vadertje, haar jong, aardig vadertje, niet waar, kleine stoute
-bengel? Zal je papa weer kennen als je hem ziet?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ach, wanneer zal dat wezen, Hermelijn? Ik bid je, laat mij nu achter; ik zal nu zoo
-geduldig zijn, zoo gewillig om mij te laten helpen door wie ook!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof dat het helpen veel minder noodig zou wezen wanneer je zelf eens beproeven
-wildet niet zoo hulpeloos te zijn. Je weet wat de dokter gezegd heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och Hermelijn, je wilt niet gelooven hoeveel verdriet je mij doet door me telkens
-die hulpeloosheid te verwijten als zou zij aan mij liggen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Corona, ik verwijt je niets, ik zou je graag geheel hersteld willen zien en
-je weet wat de dokter zei: niets anders dan een vaste wil om je ledematen te gebruiken
-ontbreekt je nog; zoodra je het zelf wilt, zullen ze je weer ten dienste staan. Beproef
-het eens!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik kan &#x2019;t niet, Hermelijn, ik kan &#x2019;t niet. Het zou immers de kroon stellen op al
-mijn slechtheid wanneer ik je nu moedwillig hier hield, alleen omdat ik geen lust
-had mij op te heffen. &#x2019;t Is geen onwil, &#x2019;t is niet om je te dwingen bij mij te blijven.
-Elken dag is het me een nieuwe kwelling, een nieuwe wroeging dat je hier bent om mijnentwille,
-terwijl je plaats toch is op Java naast je man.&#x201d;
-</p>
-<p>»We zullen zien of de nieuwe verpleegster, met wie ik in onderhandeling ben, een geschikt
-persoon is, maar ik zal met een veel lichter hart vertrekken als ik wist dat je loopen&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En dansen, en zelfs schaatsenrijden kon. Lieve zus, ik heb van dansen te veel gehouden,
-ik geloof dat ik een dolle liefhebster van schaatsenrijden zou wezen, als ik het maar
-eenmaal beproefde, doch ik word gestraft in hetgeen mij het meeste waard is, in lichaamsbeweging&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Geen reden om er zich zoo kalm bij neer te leggen en niet te trachten de kwaal te
-overwinnen. Zal ik je eens helpen naar het raam te wandelen? Kom<span class="corr" title="Niet in bron">,</span> moed!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ach neen, Hermelijntje, waarlijk niet! Ik zou &#x2019;t doen als ik het kon, maar geloof
-me, &#x2019;t is onmogelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>En zij begon te schreien; Hermelijn haalde de schouders op; de dokter had verklaard
-dat alleen goede wil haar ontbrak, maar met alle zenuwlijders had zij het gemeen,
-dat zij aan wilskracht te kort kwam.
-</p>
-<p>Niets scheen gemakkelijker dan op te staan en zich te bewegen, maar zij beweerde dat
-het haar onmogelijk was en Hermelijn durfde niet te veel bij haar aandringen, uit
-vrees dat zij dien raad aan den wensch zou toeschrijven om zich haar taak te vergemakkelijken.
-<span class="pageNum" id="pb350">[<a href="#pb350">350</a>]</span></p>
-<p>»We zullen er niet meer over spreken, Corry,&#x201d; zeide zij, bij de sofa zittend en haar
-liefkoozend, »ben je werkelijk er op gesteld mij te zien rijden? Ik zelf heb er den
-grootsten zin in, vóór dat ik naar Indië terugkeer. Leni zal ik maar in haar mandje
-leggen, dan zal je er geen last van hebben. We moesten de sofa aan het raam schuiven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat kunnen we morgen wel doen. Ga maar op het ijs, Hermelijn; hoe meer genot je in
-Europa hebt, hoe liever het mij is. Conrad zal &#x2019;t met mij daarover ten minste eens
-zijn.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zou hij &#x2019;t goed vinden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is me ook een vraag! Kom gauw, anders wordt het te laat. Ga je kleeden!&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn zag er allerliefst uit in haar wintermantel met bever omzet, het bonten
-mutsje op de dikke blonde lokken, terwijl de frissche kleur, die de Hollandsche winter
-op haar wangen getooverd had, in volle harmonie was met haar schitterende oogen.
-</p>
-<p>Zij wierp een laatsten blik op haar beide kinderen zooals zij Corona en Leni noemde
-en nadat zij zich overtuigd had dat alles in orde was, verliet zij het hotel om zich
-eerst van schaatsen te gaan voorzien.
-</p>
-<p>&#x2019;t Duurde een poosje vóór Corona haar op het ijs zag. Eindelijk viel het lichte bont
-van haar mantel de zieke in het oog; spoedig was zij op dreef.
-</p>
-<p>»Wat doet zij het elegant,&#x201d; dacht Corona, »hoe buigt ze zich gracieus, wat maakt ze
-lange strepen. Zoo moest Conrad haar zien! Ieder kijkt haar na. Heb ik wel goed gedaan
-&#x2019;t haar aan te raden? Ik ben tegenover Conrad verantwoordelijk voor zijn mooi vrouwtje.
-Daar zweeft ze heen, ik kan haar niet langer meer zien.&#x2026;. Die heer doet het ook mooi!
-Als ze eens samen reden!&#x201d;
-</p>
-<p>Die heer, wiens fraaie kunst Corona in het oog viel, had een fluweelen jasje aan,
-op zijn hoofd droeg hij een pelsmuts; hij was reeds een keer langs gekomen. Corona
-moest hem nog eens zien, hij trok haar aan.
-</p>
-<p>»Hij is even groot.&#x2026; &#x2019;t is dezelfde gestalte,.&#x2026;&#x201d; zoo sprak zij tot zichzelf, »ik wilde
-dat ik hem meer van nabij kon zien. Me dunkt, zij gelijken op elkander. Daar komt
-Hermelijn terug&#x200a;&#x2026; hij staat stil.&#x2026;. en zij kijkt om.&#x2026;. daar rijdt hij op haar af.&#x2026;..
-Mijn God! het kan toch niet zijn.&#x2026; als hij &#x2019;t eens ware!&#x201d;
-</p>
-<p>Het koudzweet parelde op haar voorhoofd, zij beefde over alle leden; zonder meer aan
-haar ziekte te denken, richtte zij zich half op en staarde naar buiten, maar het raam
-stond haar in den weg; zij kon niet zien of ze met elkander spraken, en toch, het
-scheen zoo te wezen, want geen van beiden verscheen weder onder de rijders.
-</p>
-<p>Een schier ondragelijke spanning maakte zich van haar meester.
-<span class="pageNum" id="pb351">[<a href="#pb351">351</a>]</span></p>
-<p>»Zou hij &#x2019;t zijn, en in gesprek met Hermine! Dan weet hij ook dat ik hier ben&#x200a;&#x2026; o
-die onzekerheid is niet te dragen, kon ik mij bewegen!&#x201d;
-</p>
-<p>Doch er verscheen niemand, misschien waren er nog geen twee minuten verloopen maar
-in Corona&#x2019;s schatting waren het twee uren; zij kon niet langer geduld oefenen en beproefde
-zich op te heffen, nu zat zij recht op de sofa en trachtte op te staan, langzaam en
-onzeker; voor het eerst <span class="corr" id="xd30e8751" title="Bron: sints">sinds</span> maanden raakten haar voeten den grond aan. Het was een zonderling gevoel of duizend
-spelden haar staken, het scheen of zij telkens in elkander moest zakken, maar toch
-bleef zij overeind: Toen greep zij een stoel en deed haar best een stap vooruit te
-gaan; wat zij steeds geweigerd had met behulp en steun van haar zuster, gelukte haar
-thans boven verwachting.
-</p>
-<p>Langzaam en wankelend, zich vasthoudend aan tafels en stoelen, schoof zij vooruit
-tot zij het raam bereikte en in een fauteuil neerviel; de geneesheer had gelijk, niets
-ontbrak haar dan wilskracht, maar nu dacht zij aan niets meer, niet aan de groote
-overwinning door haar behaald op de ziekte, niet aan de tegenspraak, waarin zij met
-zich zelf was gekomen, niet aan de voldoening, waarmede Hermelijn straks haar dadelijk
-zou aanhalen, zij dacht aan niets dan aan den man, die daar stond te spreken met Hermelijn.
-</p>
-<p>Geen twijfel meer, hij was het, die dag en nacht haar gedachten bezig hield, de man,
-die haar stellig haatte, maar dien zij nog lief had, meer dan ooit te voren.
-</p>
-<p>Hij stond met den rug naar het hotel en hij zag haar niet; Hermelijn sprak levendig
-en opgewekt, hij luisterde met afgewenden blik.
-</p>
-<p>Wat zou zij zeggen? Zeker hem verhalen hoe ongelukkig Corona er aan toe was; hoe bitter
-berouw zij had, hoe zij smachtte naar vergeving!
-</p>
-<p>O, kon zij zich voor hem in het stof vernederen maar dan moest hij niet meenen, dat
-zij, de gebrekkige, verzwakte Corona van heden, hoopte de banden van vroeger aan te
-knoopen. Daar dacht zij niet meer aan; op zijn vriendschap zelfs maakte zij geen aanspraak.
-Neen, zij verlangde niets van hem, dan dat hij niet meer in vijandschap aan haar zou
-denken.
-</p>
-<p>Daar legden zij met elkander op en voort ging het langs alle groepjes schaatsenrijders
-heen; ieder zag hen na, het was een bewonderenswaardig paar. Corona bewonderde hen
-misschien het meest, doch geen zweem van jalouzie was er meer over in haar ziel. Het
-lijden had haar werkelijk beter gemaakt, zij kende inderdaad slechts één wensch&#x2014;zijn
-vergiffenis. Als Hermelijn die voor haar verkrijgen kon, dan zou zij de kroon stellen
-op al haar goedheid en weldaden.
-</p>
-<p>Spoediger dan zij dacht kwam het paar terug; Hermelijn bond <span class="pageNum" id="pb352">[<a href="#pb352">352</a>]</span>haar schaatsen af, Iwan hielp haar, toen gaven zij elkaar de hand tot afscheid, hij
-reed naar den overkant der rivier om aan wal te stappen.
-</p>
-<p>Geen blik had hij geworpen naar de ramen, waarachter zij leed, die hem zoo doodelijk
-had beleedigd.
-</p>
-<p>Zuchtend leunde Corona achterover en sloot de vermoeide oogen; er was niets dat haar
-meer belang inboezemde, nu hij het ijs had verlaten.
-</p>
-<p>»Corona!&#x201d;
-</p>
-<p>Met dit woord, vol verbazing en schrik uitgesproken, trad Hermelijn binnen; het was
-of zij droomde, de hulpelooze Corona bij het raam in een fauteuil gezeten. Na dien
-uitroep, zag zij haar schoonzuster vragend aan.
-</p>
-<p>»Maar hoe kom je daar? Toch niet geloopen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik weet het niet,&#x201d; was het antwoord, »ik begrijp het zelf niet, hoe ik hier gekomen
-ben. Ik moest hem zien, toen hij met je sprak! Hermelijn, wat heeft hij gezegd?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je weet het dus.&#x2026; Ik had gehoopt dat je het niet zien kon.&#x2026; ik zou &#x2019;t je niet verteld
-hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom niet? Wil hij van geen vergeving weten?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb &#x2019;t hem niet gevraagd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet gevraagd, dan zal ik hem schrijven! Waar is zijn adres?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat heb ik niet onderzocht.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och neen, ik mag &#x2019;t ook niet doen. Maar wat heb je dan samen gesproken?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik heb hem alles verteld, wat er gebeurd is.&#x201d;
-</p>
-<p>»Van mijn ziekte en wat zeide hij er van?&#x201d;
-</p>
-<p>»Geen woord, maar hij luisterde aandachtig.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hoe zagen zijn oogen er uit, zoo ernstig of zoo spottend?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat kan ik je niet zeggen, hij heeft alles aangehoord maar zonder een woord te spreken,
-zonder mij aan te zien.&#x2026;. we zijn verder gereden; toen heeft hij me verteld, dat hij
-<span class="corr" id="xd30e8784" title="Bron: sints">sinds</span> een paar maanden in Holland terug is. Zijn vader heeft hij verloren en.&#x2026;.&#x201d;
-</p>
-<p>»En wat nog meer?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn knielde voor haar schoonzuster neer, nam haar beide handen in de hare en
-zag met haar lieftallige oogen Corona deelnemend aan.
-</p>
-<p>»Lieve zuster, <span class="corr" id="xd30e8791" title="Bron: zult">zul</span> je sterk zijn?&#x201d; vroeg zij hartelijk.
-</p>
-<p>»Ben ik in geen goede leerschool geweest? Zeg alles, Hermelijn, ik kan alles verdragen.
-Wat heb je gehoord? Is hij met een ander verloofd?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn schudde het hoofd van neen.
-</p>
-<p>»Getrouwd misschien?&#x201d; vroeg Corona met verstikte stem.
-</p>
-<p>»Ja,&#x201d; fluisterde Hermelijn.
-</p>
-<p>Corona boog haar hoofd op de borst, haar handen trokken zich krampachtig samen en
-haar lippen trilden.
-<span class="pageNum" id="pb353">[<a href="#pb353">353</a>]</span></p>
-<p>»Nu kan ik hem vrij om vergeving vragen,&#x201d; stamelde zij en groote tranen rolden langs
-haar wangen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch59" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LIX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Den volgenden dag verscheen Iwan niet meer op het ijs. Het dooiweer viel overigens
-in en Hermelijn borg glimlachend haar pas gekochte schaatsjes weg.
-</p>
-<p>»Dat je hem zijn adres niet vroeg!&#x201d; zeide Corona, »zou hij met haar hier wezen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik geloof het niet, hij sprak er alleen van dat hij voor zaken in Amsterdam was.&#x201d;
-</p>
-<p>»En weet hij dat we hier gelogeerd zijn?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ook niet. Je begrijpt dat ik het niet uit mij zelf zeide. Ik had genoeg te vertellen,
-ik moest hem nog antwoorden op den brief, dien hij me toen geschreven heeft.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, ik herinner &#x2019;t me. Heb je hem alles verhaald?&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo kort mogelijk en hij zeide dat de uitbarsting één goed gevolg ten minste had
-gehad, daar dat insect er door vernietigd was.&#x201d;
-</p>
-<p>»Och, het insect had zooveel leed niet kunnen veroorzaken, als zij meer tegenstand
-had ontmoet. Er zal dus geen kans zijn om hem hier te bereiken. Weet je zijn adres
-in Limburg? Dan kan ik hem daarheen schrijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker, weet ik dat, maar zou je het kunnen doen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal &#x2019;t beproeven met mijn linkerhand. Voor hem kan ik alles doen, dat weet je!&#x201d;
-</p>
-<p>»En daarom moet je nu beginnen je te oefenen. Je ziet dat ik gelijk had, alleen de
-wil ontbrak je.&#x201d;
-</p>
-<p>Gehoorzaam als een kind liet Corona zich thans leiden; aan Hermelijn&#x2019;s arm ging zij
-de kamer op en neer, zij moest zich langzaam oefenen, eerst ging het voetje voor voetje
-maar allengs werd het beter; zij begon er zich over te verheugen dat zij niet meer
-zoo afhankelijk was en wanneer Hermelijn met haar kindje bezig was, nam zij den steun
-aan van de kamenier, die haar schoonzuster in de laatste dagen bijstond.
-</p>
-<p>Spoedig voelde zij lust om in de gangen van het hotel op stille uren heen en weer
-te gaan; den tweeden dag na haar eerste proef, wandelde zij daar ook weer toen een
-der deuren plotseling geopend werd en een heer in vlugge beweging haar tegemoet kwam
-en bijna tegen haar aanstiet.
-</p>
-<p>Even zagen zij elkaar aan; zij ware in elkaar gezakt als zij niet op den arm der dienstbode
-geleund had; hij bracht even de hand aan den hoed en ging haar voorbij zonder blik,
-zonder verderen groet als zag hij in haar een wildvreemde.
-<span class="pageNum" id="pb354">[<a href="#pb354">354</a>]</span></p>
-<p>»De juffrouw is nog erg zenuwachtig en opschrikkerig,&#x201d; zei het meisje, »maar u moet
-er zich aan wennen, dat er heeren onverwacht uit de kamers komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Breng mij terug naar de kamer van mevrouw,&#x201d; zeide Corona nog steeds bevend, »voor
-vandaag heb ik me genoeg vermoeid.&#x201d;
-</p>
-<p>En bij Hermelijn gekomen, zeide ze dadelijk toen zij alleen waren:
-</p>
-<p>»Ik heb hem gezien!&#x201d;
-</p>
-<p>»Waar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hier in de gang; me dunkt dat hij hier logeert.&#x201d;
-</p>
-<p>»En hij heeft je herkend?&#x201d;
-</p>
-<p>»Hij groette me zooals hij &#x2019;t elk ander had gedaan. Ik ben voor hem ook niets meer
-dan de vrouw, die hem heeft beleedigd. Zou het mogelijk wezen, dat wij onder een dak
-woonden?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn schelde.
-</p>
-<p>»&#x2019;t Is gemakkelijk te onderzoeken, ik zal het vreemdelingenboek laten komen.&#x201d;
-</p>
-<p>Inderdaad kwam daarin de naam voor van Thoren van Hagen, die er reeds eenige dagen
-logeerde.
-</p>
-<p>»Geef me pen, papier en inkt,&#x201d; verzocht Corona, »ik zal mijn best doen te schrijven.&#x201d;
-</p>
-<p>Haar rechterarm weigerde echter nog allen dienst en zij schreef met de linkerhand;
-telkens verscheurde zij het blaadje.
-</p>
-<p>»Ik wist niet dat het zoo <span class="corr" id="xd30e8838" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> was,&#x201d; zuchtte zij, »ik kan den waren toon niet treffen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik kan je niet helpen, al wilde ik ook,&#x201d; sprak Hermelijn.
-</p>
-<p>Eindelijk had zij iets neergekrabbeld in groote, wankelende letters geheel verschillend
-van haar vroeger fraai, duidelijk, bijna mannelijk schrift.
-</p>
-<p>»Iwan,&#x201d; stond er, »ik schrijf u met mijn linkerhand, de rechter, die u zoo beleedigde
-is zwaar gestraft voor haar misdrijf. Gij hadt dien morgen ten volle gelijk, ik heb
-het geleerd tot mijn ongeluk. Kunt ge mij vergeven?
-</p>
-<p>»Ik zou willen dat ge mij toestondt voor u en uw vrouw een oprechte, trouwe vriendin
-te zijn.
-</p>
-<p class="signed">Corona.&#x201d;
-</p>
-<p>»Hermelijn,&#x201d; vroeg ze thans, »wilt ge mij nog een dienst bewijzen, den laatsten voor
-ge mij verlaat?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je weet, daarvoor ben ik hier,&#x201d; antwoordde zij op haar gewone luchtige en toch hartelijke
-manier.
-</p>
-<p>»Breng Iwan persoonlijk den brief, en als hij onverzoenlijk mocht blijven, zeg dan
-een woord te mijner gunste.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal er voor zorgen, Corona, en neem nu wat rust. Je bent overspannen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Als ik zijn antwoord heb, dan zal ik rusten, eerder niet.&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn kleedde haar Leni aan en zond toen een boodschap <span class="pageNum" id="pb355">[<a href="#pb355">355</a>]</span>aan den portier om aan mijnheer Thoren van Hagen te zeggen dat zij hem in den loop
-van den dag wenschte te spreken.
-</p>
-<p>»Waar zal ik hem ontvangen?&#x201d; vroeg zij Corona.
-</p>
-<p>»Hier naast in het salon. Ik blijf hier.&#x201d;
-</p>
-<p>»Om alles af te luisteren.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meen je dat ik stil zou kunnen wachten terwijl mijn toekomstige zielsvrede beslist
-wordt?&#x201d;
-</p>
-<p>De portier liet zeggen, dat mijnheer uit was gegaan, doch zoodra hij terug was, zou
-hij de boodschap overbrengen.
-</p>
-<p>Eenige uren verliepen, die Corona in de grootste spanning doorbracht.
-</p>
-<p>»Je ziet toch,&#x201d; zeide zij aan haar zuster, »hoeveel mij aan zijn vergeving alleen
-gelegen is, nu zelfs, nu het geheel onmogelijk is iets meer te hopen.&#x201d;
-</p>
-<p>Eindelijk werd er gewaarschuwd, dat mijnheer Thoren van Hagen dadelijk zou komen;
-Corona ging in de slaapkamer terug en Hermelijn wachtte met haar kind op den arm den
-bezoeker af.
-</p>
-<p>Met zijn gewone losheid van beweging trad Iwan binnen.
-</p>
-<p>»Ik wist niet, dat je hier logeerde, Hermelijn,&#x201d; zoo begon hij, »anders had ik je
-stellig een bezoek gebracht. Is dat je kleine, een allerliefst ding, precies Conrad.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij nam Leni in de armen en was dadelijk op een goeden voet met haar; niets geschikter
-bij gesprekken, die moeilijk te beginnen en nog moeilijker vol te houden zijn dan
-een kind, dat altijd gelegenheid geeft tot het vullen der onvermijdelijke gapingen
-in het onderhoud en aanleiding wordt tot het maken van opmerkingen en zelfs tot het
-loslaten van eenige scherts, maar vooral tot het uitstellen van het beslissende woord.
-</p>
-<p>»Een aardig diertje, niets eenkennig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Anders is ze het wel. Vind je werkelijk dat ze op haar vader gelijkt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Sprekend, een echte kleine Géran!&#x201d;
-</p>
-<p>»Een mooi compliment.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zeker, &#x2019;t is een knap volk; die arme Dolly, wat heeft het bericht van haar dood me
-getroffen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En Akkeveen is reeds geëngageerd.&#x201d;
-</p>
-<p>»Meer te begrijpen dan te prijzen, in hem althans. Heb je niet veel last van haar
-op reis gehad?&#x201d;
-</p>
-<p>»&#x2019;t Schikt nog al; zij was zoo erg lastig niet, Corona overigens nog minder, ondanks
-haar hulpeloosheid, och! &#x2019;t is me erg meegevallen, ik zag er zoo tegen op.&#x201d;
-</p>
-<p>»Weinigen zouden het je hebben nagedaan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat geloof ik toch wel, er was niets anders op. Geef me de kleine, Iwan, ik zal haar
-aan de baboe toevertrouwen.
-</p>
-<p>»Waarom, ze hindert mij niet.&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar mij wel, je begrijpt toch, dat ik je niet heb laten roepen om voor speelkameraad
-van nonnie Leni dienst te doen.&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb356">[<a href="#pb356">356</a>]</span></p>
-<p>Iwan lachte maar het ging hem niet van harte; Hermelijn bemerkte duidelijk dat hij
-ondanks al zijn pogingen om een tegenovergestelden indruk te maken iets gedwongens
-had in zijn geheele optreden, dat hem anders geheel vreemd was.
-</p>
-<p>Hermelijn riep de baboe en zond haar dochtertje de kamer uit en zette zich toen tegenover
-Iwan neer.
-</p>
-<p>»Nu mijn opdracht,&#x201d; zoo begon zij.
-</p>
-<p>»Dat klinkt plechtig,&#x201d; zeide hij spottend.
-</p>
-<p>»Wist je waarlijk niet, dat wij hier logeerden voor dat je mijn boodschap ontving?
-Heb je haar niet gezien van morgen?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wie, die ziekelijke dame in de gang? Was zij dat? Werkelijk, Hermelijn, ik herkende
-haar niet, want ik zag haar niet aan.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zij verzocht mij je dit briefje te geven.&#x201d;
-</p>
-<p>Zijn sterke handen beefden zichtbaar toen hij het toegevouwen papier aannam en op
-de misvormde letters staarde; zijn wenkbrauwen fronsten zich terwijl hij las en nog
-eens las; een spottende glimlach speelde even om zijn lippen maar verdween dadelijk
-weer.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was Hermelijn of zij het kloppen van Corona&#x2019;s hart en polsen in de aangrenzende
-kamer hoorde, zoo geheel dacht zij zich in haar toestand.
-</p>
-<p>»Ik kan &#x2019;t niet,&#x201d; zeide hij met doffe stem en stond op, »ik kan &#x2019;t nog niet vergeten.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ook niet vergeven, Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat is hetzelfde. Je begrijpt niet, Hermine, wat ze voor mij geweest is. Toen ik
-in Indië aankwam, had ik geleefd alleen voor mijn genoegen; ik zocht nieuwe indrukken,
-altijd nieuwe indrukken, daar ontving ik er een, den machtigsten, die me ooit gewerd.
-Ik zag haar staan als de koningin van den nacht, of wat zij mij al te binnen bracht
-toen ze daar stond tusschen de bloemen en het licht om je te ontvangen. Van dat oogenblik
-kende ik maar één levensdoel; zij moest me leeren beminnen. Ge herinnert je, hoe alles
-zich heeft toegedragen, zij kreeg me lief, te lief meende ik dikwijls. Ik was bevreesd
-die groote liefde niet waardig te blijven en daarom moest ik mijzelf beter maken;
-daar liefde alleen mijn ziel niet kon vervullen, wilde ik mijn arbeid aan haar dienstbaar
-maken. Toen zag ik eerst wat mijn leven kon worden, met en door haar, toen leerde
-ik haar eerst beminnen, zooals zij bemind moet worden, niet met een blinde, afgodische
-vereering, maar met een liefde, die steunt, die raadt, die onveranderlijk blijft,
-ik moest mijzelf beter maken om haar meerdere te blijven en eindelijk zag ik de toekomst
-hoopvol in. Ik voelde dat ik niet meer alleen was, dat ik met mijn schoone vrouw een
-vader, een gezin zou terug vinden, ik was zoo gelukkig totdat die brief alles vernietigde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vreeselijk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel vreeselijk! Maar het vreeselijkste volgde, ik beminde <span class="pageNum" id="pb357">[<a href="#pb357">357</a>]</span>Corona met al haar gebreken, ik zou haar de onkiesche daad, waarvan je, zoo &#x2019;t heette,
-haar beschuldigdet, gaarne vergeven<span class="corr" id="xd30e8902" title="Bron: .">,</span> maar ik moest een waarborg hebben voor de toekomst. Zij koos tusschen mij en haar
-booze raadgeefster. Je weet op welke wijze.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij drukte de hand op zijn gelaat als wilde hij den gloed van het schandmerk verkoelen.
-</p>
-<p>»Zij heeft bitter gedwaald, maar nog bitterder gerouwd. Zij is zoo veranderd, Iwan,
-zij is dezelfde niet meer!&#x201d;
-</p>
-<p>»Omdat zij zwak, en ziekelijk, en hulpeloos is? <span class="corr" id="xd30e8910" title="Bron: Denkt">Denk</span> je dat ik eenige waarde aan zulke bekeeringen hecht?&#x201d;
-</p>
-<p>»Haar geest is veranderd, haar karakter is gesterkt. Wie kan er beter over oordeelen
-dan ik, die dag en nacht met haar ben? Eén ding ontbreekt haar alleen, om haar gemoedsrust
-te herwinnen, de zekerheid dat gij haar vergeven hebt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik begrijp niet, welk belang haar dit inboezemt.&#x201d;
-</p>
-<p>»Rechtstreeks niets. Was je niet getrouwd, zij zou je die vergeving niet hebben gevraagd.&#x201d;
-</p>
-<p>»En waarom niet?&#x201d; vroeg hij spottend.
-</p>
-<p>»Omdat het voor de hand ligt, dat je haar stap zoudt toeschrijven aan haar wensch
-om voor je dezelfde te worden als vroeger.&#x201d;
-</p>
-<p>»Vindt ze het dan beneden haar, de vrouw te worden van hem dien zij schandvlekte?&#x201d;
-</p>
-<p>Hermelijn leed voor de arme, die alles hoorde, tranen sprongen haar in de oogen.
-</p>
-<p>»Je bent wreed, onbarmhartig, Iwan,&#x201d; zeide zij streng.
-</p>
-<p>»Ik ben alleen ongelukkig.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zelfs nu je over je leven hebt beschikt? Hoe ongelukkig moet zij dan niet wezen,
-zij die zooveel verloor, die verlaten werd door haar familie, die met haar vader haar
-natuurlijken steun zoo mist, die verminkt werd tot belooning van een heldhaftige daad.
-Maar zij heeft zich boven haar smart weten te verheffen, zij is een andere, een betere
-geworden en je hebt alleen in zelfzucht je troost gezocht; je wilt niet gelukkig zijn
-omdat je alleen in wrok en toorn aan het verleden denkt en een hulpelooze vloekt.
-Ik weet niets van je huwelijk, maar dit begrijp ik alleen, je eigen stemming belet
-je gelukkig te zijn. Eerst als je vergeven hebt, kan je vrede vinden.&#x201d;
-</p>
-<p>Hij wendde zich van haar af en ging aan het raam staan.
-</p>
-<p>Hermelijn volgde hem.
-</p>
-<p>»Wij hebben ook vergeven, Iwan,&#x201d; fluisterde zij hem toe, »hadden Conrad en ik haar
-niet meer te vergeven dan een slag in drift toegebracht?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben zoo edelmoedig niet,&#x201d; antwoordde hij barsch, »en je hebt haar niet lief gehad
-zooals ik&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Een reden te meer om haar te vergeven nu die liefde een zonde voor je beiden zou
-zijn, en je haar vergeten moet. Maar &#x2019;t is niet zoo, je hebt haar nooit liefgehad.
-Weet je nog hoe ik <span class="pageNum" id="pb358">[<a href="#pb358">358</a>]</span>je waarschuwde? Je liefde was slechts zucht naar het onbereikbare.&#x201d;
-</p>
-<p>»Thans niet meer.&#x201d;
-</p>
-<p>»Dan moet je vergeven. Ware liefde denkt geen kwaad. Wat zal ik haar zeggen, Iwan?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niets. Het ga haar wel! Als mijn wrok voorbij is kan ik vergeven, anders niet, en
-wat beteekent een woord, dat het hart niet uitspreekt<span class="corr" id="xd30e8936" title="Bron: ,..">&#x2026;</span> Of neen, zeg haar dat ik haar bemin meer dan ooit!&#x201d;
-</p>
-<p>»En haar vergeeft?&#x201d;
-</p>
-<p>De deur werd zacht, schier onhoorbaar, geopend; hij stond met het gelaat nog steeds
-tegen het vensterglas gedrukt en zag niet om; Corona trad binnen, wankelend, met de
-linkerhand een steun zoekend.
-</p>
-<p>»Iwan,&#x201d; riep zij zacht.
-</p>
-<p>Als door een electrischen schok gedreven, wendde hij zich om; en zag haar voor hem
-staan, in het lange slepende zwarte huiskleed, door geen kleur verhelderd; een doek
-van spaansche kant viel van haar donkere lokken langs haar vermagerde trekken af;
-zij was nog schoon, maar van een geheel andere schoonheid dan vroeger.
-</p>
-<p>Smart en nadenken hadden de uitdrukking van haar trotsche oogen verzacht, om haar
-lippen lag een trek van stillen weemoed, haar blik rustte op hem met een stomme bede
-van vergiffenis.
-</p>
-<p>»Corona,&#x201d; riep hij plotseling en snelde toe; alles, alles was vergeten toen hij haar
-zag; hij wist nu alleen dat zijne liefde groot genoeg was ook om te vergeten; hij
-sloeg zijn arm om haar heen en drukte haar aan zijn borst.
-</p>
-<p>»Mijn arme Corona! hoe kan ik zoo laf zijn, nog wrok tegen je te koesteren! Ik heb
-je terug! &#x2019;t Is genoeg!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je vergeeft me, Iwan, ik dank je!&#x201d;
-</p>
-<p>Zij wilde zich losmaken uit zijne omarming maar hij leidde haar naar de sofa en zette
-zich naast haar neer.
-</p>
-<p>»Er is geen sprake van vergeven. Ik laat je niet weer los, nu ik je gevonden heb,
-nooit meer, nooit,&#x201d; fluisterde hij haar hartstochtelijk toe.
-</p>
-<p>»En je vrouw?&#x201d; was haar zachte vraag.
-</p>
-<p>Hij hoorde niet en zag haar diep in de oogen en greep haar machtelooze hand, die hij
-aan de lippen drukte.
-</p>
-<p>Zij waren alleen, Hermelijn had hen verlaten, zoodra zij zag dat het ijs gebroken
-was.
-</p>
-<p>»Zie me aan, wend je niet van mij af! Ik ben dezelfde nog, ik kan niet meer toornig
-op je zijn, mijn kroon, mijn lieveling! We hebben zooveel door mekaar geleden, nu
-is alles voorbij, alles!&#x201d;
-</p>
-<p>»Maar Iwan!&#x201d;
-</p>
-<p>»En wanneer <span class="corr" id="xd30e8958" title="Bron: wordt">word</span> je voor goed mijn bruid? Vandaag nog?&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan,&#x201d; riep zij ontzet. »Is &#x2019;t dan niet waar?&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb359">[<a href="#pb359">359</a>]</span></p>
-<p>»Wat is niet waar?&#x201d;
-</p>
-<p>»Je huwelijk!&#x201d;
-</p>
-<p>»Mijn huwelijk? O ja, Hermelijn heeft dat gefantaseerd! en ik liet haar in die verbeelding,
-ik ben niet getrouwd!&#x201d;
-</p>
-<p>»Niet getrouwd?&#x201d;
-</p>
-<p>Zij herhaalde het langzaam, woord voor woord:
-</p>
-<p>»Niet getrouwd! Kan ik nog geluk hopen! O Iwan, bedrieg mij niet, ik heb zooveel,
-zoo bitter geleden.&#x201d;
-</p>
-<p>Toen verborg zij het hoofd aan zijn borst en snikte het uit.
-</p>
-<p>»Die gedachte is zoo bedwelmend, gelukkig worden met jou! O Iwan, mijn leven lang
-zal ik alles aan je goedmaken. Laat mij die striem uitwisschen!&#x201d;
-</p>
-<p>En zij legde haar handen op zijn gelaat en drukte haar lippen op de plek door haar
-slag verwond.
-</p>
-<p>»Gloeit ze nog?&#x201d; vroeg zij.
-</p>
-<p>»Niet meer!&#x201d; fluisterde hij haar toe, »we zijn wijzer dan dien morgen in het rozenparadijs.
-Wij kunnen ons leven op nieuw beginnen, nu er geen scheidsmuur tusschen ons oprijst.
-Wil je morgen reeds mijn bruid worden?&#x201d;
-</p>
-<p>»Is &#x2019;t je ernst, Iwan? Zie mij aan, ik ben dezelfde niet meer, ik ben zwak en ziekelijk.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal je steunen, ik zal je sterken, dat is voortaan mijn levenstaak. Vertrouw je
-op mijn liefde?&#x201d;
-</p>
-<p>»En op alles wat van je komt! O Iwan, wat ben ik dwaas geweest.&#x2026; maar laat ons nu
-Hermelijn roepen, ik dank alles aan haar.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ze is weg!&#x201d;
-</p>
-<p>»Nog één woord, nog één bekentenis heb ik je te doen; kom hier, Iwan, weet je waardoor
-alles ontstaan is, mijn dwaze toorn, mijn eigenzinnigheid? Iteko heeft wel het vuur
-aangewakkerd, maar de vonk was er toch. Ik heb altijd gemeend dat je eigenlijk Hermelijn
-liefhad&#x200a;&#x2026; dat je mij ten huwelijk vroeg om in haar nabijheid te kunnen blijven.&#x201d;
-</p>
-<p>»Stout kind! Voor hoe slecht moest je den man aanzien, wien je toch je leven wilde
-toevertrouwen. De dochter van mijn vaderlijken vriend, de vrouw van een mijner gastheeren
-zou ik iets anders dan een broederlijke genegenheid toedragen? En ook Conrad was jaloersch&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En bij hen is die argwaan oorzaak geworden van hun geluk maar bij ons .&#x2026; O Iwan,
-ik beloof je vertrouwen, volledig vertrouwen altijd en overal!&#x201d;
-</p>
-<p>»Dat ik steeds zal trachten te verdienen!&#x201d;
-</p>
-<p>Hij drukte haar ernstig de hand en in dien handdruk lag een belofte zoo plechtig als
-stonden zij reeds voor het altaar.
-</p>
-<p>»Hen, die mij thans &#x2019;t liefst op aarde zijn heb ik het meest gewantrouwd&#x200a;&#x2026; Hoe verdien
-ik nog mijn geluk&#x200a;&#x2026; Ga nu en roep haar!&#x201d;
-<span class="pageNum" id="pb360">[<a href="#pb360">360</a>]</span></p>
-<p>Iwan ging in de aangrenzende kamer maar daar was niemand; op de gang echter stond
-Hermelijn en zag hem eenigszins bezorgd aan; zij vreesde zeker dat de verzoening te
-ver zou gaan.
-</p>
-<p>»Kom maar binnen, zusje,&#x201d; verzocht hij, »ik heb je raad gevolgd. Vergeven is zoet,
-vergeven schenkt alleen vrede.&#x201d;
-</p>
-<p>Zij zag hem in de stralende oogen en volgde hem bezorgd en besluiteloos.
-</p>
-<p>»Hermelijn,&#x201d; sprak Corona toen zij binnentrad, »je hebt mijn smart gedeeld, deel nu
-mijn vreugde. Alles is goed tusschen ons, we beginnen het leven op nieuw.&#x201d;
-</p>
-<p>»En zijn vrouw?&#x201d;
-</p>
-<p>»Die leeft nog maar alleen in je verbeelding, maar ik hoop er spoedig werkelijk een
-te bezitten; morgen zal ik een bruid rijk wezen!&#x201d; antwoordde Iwan bijna juichend.
-</p>
-<p>»Maar ik begrijp het niet! Heb je mijzelf niet gezegd dat je werkelijk getrouwd waart?&#x201d;
-</p>
-<p>»Gezegd heb ik het niet! Ik zeide alleen op je vraag hoe &#x2019;t met mijn leven stond;
-dat ik op weg was boer te worden, maar daarvoor het noodig achtte te trouwen. Noodig
-was het ook, maar ik kon er niet toe komen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ik zei daarop: Je hebt het natuurlijk gedaan, toen spraken we over iets anders
-en aan je vinger zag ik een trouwring.&#x201d;
-</p>
-<p>»Die mijns vaders!&#x201d;
-</p>
-<p>»In elk geval is het zoo veel beter! Liefste Corona, wat ben ik blijde.&#x201d;
-</p>
-<p>»En beklaag je hem niet, dat hij nu een vrouw uit medelijden neemt?&#x201d;
-</p>
-<p>»Neen, de Corona van heden is meer, veel meer waard, dan de andere die eens zijn geest
-betooverde. Ik kan nu eerst uit het volle van mijn hart Iwan geluk wenschen!&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ga je aflossen, Hermelijn! Wat is een mensch toch weinig meester van zijn lot,
-wie had het mij voorspeld toen ik deze kamer binnentrad, dat ik weinige oogenblikken
-later zulk een besluit zou nemen. Ik kende geen middenweg tusschen haat of liefde.
-Je hand drukken, koele woorden van verzoening en zelfs vriendschap wisselen, &#x2019;t ware
-mij onmogelijk. Alles vergeten, alles op nieuw beginnen, dat zou ik kunnen misschien.
-Toen Hermelijn mijn grief onder woorden bracht, en toen ik je terug zag, toen eerst
-voelde ik dat niets die groote, die innige liefde in mijn hart kon uitdooven, dat
-ik je liever had dan ooit, zelfs toen ik meende je te haten!&#x201d;
-</p>
-<p>»En mijn kleine Leni gaat terug naar haar lief klein paatje, nu eerst vertrek ik met
-een gerust hart; Corona, nu word ik door een betere vervangen,&#x201d; zeide Hermelijn.
-<span class="pageNum" id="pb361">[<a href="#pb361">361</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch60" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">LX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het waren dagen van onvermengde zaligheid en geluk, die nu voor Iwan en Corona aanbraken;
-zij namen hun liefdesroman op, van de plaats, waar zij dien neergelegd hadden. Vluchtig
-gingen zij over het oogenblik heen, toen het verhaal zoo plotseling afgebroken was;
-het geluk was de beste geneesheer voor Corona, zij wilde sterk worden, zij wilde Iwan
-iets beters gunnen dan een gebrekkige vrouw en zoo ging haar gezondheid snel vooruit.
-</p>
-<p>Zelfs haar arm leerde zij gebruiken, daar hij het verlangde; Iwan waardeerde nu ook
-beter haar liefde, hij zelf was wijzer geworden en begreep dat haar karakter, hoe
-ook veranderd, geleid moest worden door zachtheid en geduld; Hermelijn had er den
-weg toe gevonden, hij wilde haar werk in alle opzichten voortzetten en besloot in
-de eerste plaats te trachten werkelijk haar meerdere te worden om voortdurend niet
-alleen haar liefde maar ook haar achting waardig te blijven.
-</p>
-<p>Zoo gingen zij het huwelijk tegemoet, als menschen, die de lessen van de hardste leermeesteres,
-de smart, ontvangen hebben en er hun voordeel mee wisten te doen; zij hadden geleerd
-dat, daar waar de natuurlijke neiging van het hart te kort schiet om het goede te
-verrichten, de stem van den plicht moet gehoorzaamd worden, die den rechten weg aanduidt;
-zij zochten het geluk van elkander op ieders wijze te bevorderen; zij, door naar hem
-op te zien als naar een veiligen leidsman, hij, door dat vertrouwen te blijven verdienen.
-</p>
-<p>Zijn vroolijkheid vulde aan wat aan de hare ontbrak; haar geluk toch werd getemperd
-door de herinnering aan het verledene; de gelukkige tijden van haar eerste engagement
-herleefden telkens in haar geest; zij dacht aan haar vader, aan de arme Dolly, aan
-haar zwakheid tegenover Iteko; hij daarentegen voelde zich trotsch op de overwinning,
-die hij op zichzelf had behaald, toen hij haar vergaf en vertrouwde op de toekomst,
-die nog zooveel herstellen kon.
-</p>
-<p>»Maar vertel me nu iets over je wedervaren in dien tijd,&#x201d; zoo verzocht hem Corona
-eens, terwijl Hermelijn hen gezelschap hield aan de theetafel, »heeft niemand mijn
-plaats bij je bekleed?&#x201d;
-</p>
-<p>»Wel stellig, ik ben geëngageerd geweest, Hermelijn had bijna gelijk: het scheelde
-maar een haar of ik zou nu getrouwd zijn. Zal ik je de geschiedenis vertellen?&#x201d;
-</p>
-<p>Op Corona&#x2019;s voorhoofd dreef een wolkje, maar zij knikte van »ja.&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu dan, ik kwam in mijn Hollandsch huis terug, zooals mijn goede pleegmoeder Kaatje
-zeide »vleugellam.&#x201d; Ik had genoeg van alles, ik had in niets moed.&#x201d;
-</p>
-<p>»Evenals ik!&#x201d; fluisterde Corona.
-<span class="pageNum" id="pb362">[<a href="#pb362">362</a>]</span></p>
-<p>»Ik moest toch een besluit nemen en toen dacht ik: Mijn leven lang deed ik alles,
-waarin ik lust had, nu ga ik voortaan doen, wat mij volstrekt niet aantrekt, dat is
-iets nieuws, misschien zal me dat genezen. En zoo besloot ik dan Limburgsche boer
-te worden en te trouwen met een meisje, dat klein, blond, zacht en onbeduidend was.&#x201d;
-</p>
-<p>»Je ideaal!&#x201d;
-</p>
-<p>»Het tegenbeeld! Ik vond ze spoedig, zij was weinig meer dan een boerenmeisje, het
-deerde me niet, ik vroeg haar ten huwelijk en denzelfden dag verscheurde ik met betraande
-oogen zeker portret.&#x201d;
-</p>
-<p>»Corona,&#x201d; fluisterde hij haar toe, »als je wist hoe hard &#x2019;t mij viel ook van je beeld
-te scheiden,&#x201d; en hardop ging hij voort, »we waren verloofd tot groote verwondering
-van iedereen, Mimi&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»Heette ze Mimi?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ja, Mimi werd benijd. Waarom, mag de hemel weten; ik begrijp niet, wat voor aantrekkelijks
-schuilen kan in de hoop op een hart, dat aan een ander toebehoort; ik had haar mijn
-liefde niet verklaard, alleen gevraagd of ze mijn vrouw wilde worden; het kind was
-en bleef bang voor mij en ik gevoelde mij in haar tegenwoordigheid zoo diep ongelukkig,
-zoo neergeslagen als nooit te voren, ik geloof dat de zes weken van ons engagement
-dubbel rekenen in mijn leven. Ik dacht slechts aan mijn Corona terwijl ik Mimi liefkoosde.&#x201d;
-</p>
-<p>»Zoo zou &#x2019;t mij ook gegaan zijn als ik met Alain de Géran geëngageerd was geraakt.&#x201d;
-</p>
-<p>»In dien tusschentijd stierf mijn vader; hij was dood in zijn stoel gevonden en zijn
-zaken verkeerden in een allertreurigsten toestand; de man was jaren lang om den tuin
-geleid door bedriegers van allerlei aard; ik had genoeg te doen om in dien chaos eenig
-licht te brengen en daardoor raakten mijn toekomstplannen op den achtergrond. Ik merkte
-spoedig dat Mimi niet tevreden was, dat haar illusiën niet vervuld werden; ik had
-mij gevleid dat zij mijn persoon lief had, die zoete hoop werd aan mijn ijdelheid
-spoedig ontnomen. Mimi had het alleraardigst gevonden, mevrouw Thoren van Hagen te
-worden, omdat het zoo deftig klonk en ze mooie japonnen zou kunnen dragen en dat men
-uren in het rond zou gaan spreken van het wit satijnen bruidstoilet van de meestersdochter,
-den man wilde zij er wel op den koop toe bij nemen. Gelukkig toen de keten mij ondragelijk
-zwaar werd, kwam ik tot de erkenning dat hij ook haar hevig drukte. Een kleinigheid
-bracht de uitbarsting teweeg, of liever de oplossing, een kalme, vreedzame oplossing
-die mij een schier ondragelijk juk van de schouders nam. Ik had in de laatste nachten
-niet meer geslapen, &#x2019;t was mij of ik vluchten moest ver van daar, en zoo mijn eerewoord
-tegenover een onervaren kind mij niet gebonden had, wie weet welk besluit ik genomen
-had. Nu was ik <span class="pageNum" id="pb363">[<a href="#pb363">363</a>]</span>vrij, maar weer even eenzaam, even doelloos als voorheen; het boeren trok mij volstrekt
-niet aan en ik maakte plannen om weer de wereld in te trekken, Europa voorgoed te
-verlaten&#x200a;&#x2026;&#x201d;
-</p>
-<p>»En nu?&#x201d;
-</p>
-<p>»Nu is het aan mijn bruid om te beslissen; ik ben Goddank niet vrij meer, ik leg mijn
-leven in Corona&#x2019;s handen.&#x201d;
-</p>
-<p>»Iwan, ga met me mee naar Indië, help mij, in mijn vaders geest voort te leven, zijn
-plannen voort te zetten, orde te brengen in die verwarring.&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik zal je eerste minister zijn, Corona, meer niet!&#x201d;
-</p>
-<p>»Wat ben ik blij om Conrad!&#x201d; juichte Hermelijn, »de arme jongen staat nagenoeg alleen.
-Nu krijgt hij zeker een steun en een goeden ook!&#x201d;
-</p>
-<p>»En papa, die je reeds zoo lief had, verheugt er zich over,&#x201d; zeide Corona diep ontroerd,
-»ik zal mijn best doen, spoedig sterk te worden, opdat ge je niet te veel over je
-vrouw behoeft te schamen, Iwan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Die moed heeft, het nog eenmaal te wagen met zulk een windwijzer als ik ben geweest.&#x2026;
-naar ik hoop! Maar eerst moet je meer van Europa zien, Corona, we gaan naar Italië
-en Zwitserland en dan volgen we zusje Hermelijn naar huis!&#x201d;
-</p>
-<p>Het was een stille plechtigheid, die van Iwan en Corona&#x2019;s huwelijk. De bruid scheen
-nog zwak en leunde geheel op den sterken arm van haar bruidegom; zij droeg een eenvoudig
-maar smaakvol toilet van zwart kant, door geen diamant opgesierd; slechts een enkel
-takje natuurlijke oranjebloesems had Iwan op haar kleed gestoken; haar rechterhand
-kon <span class="corr" id="xd30e9042" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> haar naam teekenen, toch stond zij er op, die te gebruiken. Iwan begreep waarom.
-</p>
-<p>In haar oogen blonk de glans van een rein, edel geluk en hij zag met trots en zelfvoldoening
-neer op de schoone bruid, die hij na zooveel strijd en smart eindelijk gewonnen had.
-</p>
-<p>»Iwan&#x2019;s oogen lachen den geheelen dag,&#x201d; zeide Hermelijn, die hen in het hotel bij
-een eenvoudig déjeuner opwachtte, maar ook haar geheele wezen lachte van vreugde bij
-het vooruitzicht dat zij reeds morgen Holland ging verlaten.
-</p>
-<p>»Mijn taak is volbracht, ik ga gerust heen,&#x201d; zeide zij bij het afscheid nemen, »tot
-wederziens!&#x201d;
-</p>
-<p>Het afscheid viel echter ook haar zwaarder dan zij dacht. Corona kon zich slechts
-met moeite van haar lieve, bezorgde gezellin wegrukken; gelukkig dat zij in haar man
-een troost vond, die tegen alle andere ruim opwoog.
-</p>
-<p>Hermelijn vertrok met de Fransche mail, zij kwam met haar Leni en de bedienden behouden
-in Singapore aan; groot was haar verrassing toen zij geheel onverwacht Conrad voor
-zich zag staan.
-</p>
-<p>Hij had zijn ongeduld naar vrouw en kind niet langer kunnen bedwingen, en was hun
-tegemoet gereisd.
-<span class="pageNum" id="pb364">[<a href="#pb364">364</a>]</span></p>
-<p>Hermelijn vergeleek deze ontmoeting met haar eerste aankomst en dankte God in stilte
-dat de omstandigheden zulk een loop hadden genomen, en zij, de eenzame weeze van voorheen,
-thans een beminde vrouw, een gelukkige moeder, een hooggewaardeerde bloedverwante
-was geworden.
-</p>
-<p>Hermelijn werd niet moede van het vertellen harer lotgevallen en ondervroeg tegelijkertijd
-haar man naar alles, wat in Ngaroengan was voorgevallen.
-</p>
-<p>De wanorde was hoe langer hoe grooter geworden, de familie August was een troep wilden
-gelijk, de kinderen van Guillaume, ook geheel aan zichzelf overgelaten, niets minder,
-de zwakke vader ging zich hoe langer hoe meer te buiten aan spel en drank, en ook
-Toetie&#x2019;s gedrag was lang niet onberispelijk; Akkeveen&#x2019;s engagement scheen af, hij
-maakte het zijn zwagers met wie hij thans ook gebrouilleerd was, lastiger dan ooit.
-</p>
-<p>Margot wilde trouwen met een piepjong ambtenaartje.
-</p>
-<p>»Ik geloof dat hij je reisgenoot was, Hermelijn,&#x201d; sprak Conrad, »heet hij niet Simons?&#x201d;
-</p>
-<p>»Juist, een goedig ventje, maar geen man voor onze Margot!&#x201d;
-</p>
-<p>»Er is niets aan te doen, het kind luistert naar niemand. Philip is bij Guillaume
-in de leer, ik vrees voor hem. Portias en Kitty zijn naar Batavia gevlucht en leven
-daar recht gelukkig en tevreden, blijde uit de wildernis ontsnapt te zijn. Er is niets
-meer over van de orde, die er vroeger bij ons in de kolonie heerschte; alles wordt
-verdeeld onder eindeloos gekibbel. Ik verlang er naar dat Iwan en Corona komen, je
-begrijpt hoe de tijding van hun verzoening en huwelijk ze allen te leur stelde.&#x201d;
-</p>
-<p>»En kreeg je vrouw de schuld niet, dat zij alles in orde of liever in de war had gebracht?&#x201d;
-</p>
-<p>»Niemand durfde het zeggen in mijn bijzijn, maar dat ze je de schuld geven is wel
-te begrijpen. Zij hadden nooit gedacht dat Corona zou herstellen.&#x201d;
-</p>
-<p>»En ze vergeven het mij niet, dat zij nu weer sterk wordt als vroeger en werpen de
-schuld daarvan op mij. Ik ben er trotsch op, Coen, en jij?&#x201d;
-</p>
-<p>»Ik ben blij dat ik je beidjes terug heb. Wat ik je toch miste!&#x201d;
-</p>
-<p>»Meer dan vroeger toen je mij te Samarang zoo <span class="corr" id="xd30e9067" title="Bron: officiëel">officieel</span> vroeg hoe ik &#x2019;t maakte.&#x201d;
-</p>
-<p>»Deugniet! Praat daar niet over, onze Leni mocht het eens verstaan!&#x201d;
-</p>
-<p>»Je hebt gelijk, zij behoeft niet te weten wat een ondeugend jongetje haar nu zoo
-<span class="corr" id="xd30e9074" title="Bron: geërbiedigde">geëerbiedigde</span> papa is geweest.&#x201d;
-</p>
-<p>Op Batavia werden zij door Kitty en Portias afgehaald om bij hen te logeeren; Portias
-leefde tegenwoordig geheel in zijn element en verzekerde dat hij nu eerst op orkest-toon
-was gestemd; Kitty had slechts oog en oor voor kleine Leni, wat haar niet belette
-<span class="pageNum" id="pb365">[<a href="#pb365">365</a>]</span>met aandacht te luisteren naar het omstandige verhaal van Corona&#x2019;s huwelijk.
-</p>
-<p>Na eenige aangename dagen te hebben doorgebracht, werd het vertrek naar Samarang vastgesteld;
-Hermelijn had te Batavia ook mevrouw van Diteren bezocht, die eindelijk de treurige
-tijding ontvangen had door een toeval; Hermelijn&#x2019;s tegenwoordigheid was de eerste
-afleiding, die zij in haar smart wilde erkennen; haar hart was vol bitterheid jegens
-haar echtgenoot. Zelf wijzer geworden door de ondervinding, trachtte Hermelijn haar
-tot kalmte en onderwerping aan te sporen in plaats van haar zooals vroeger tot verzet
-te prikkelen.
-</p>
-<p>Het was een sombere, regenachtige avond toen Conrad, Hermelijn en hun dochtertje hunne
-woning in het gebergte naderden; een intocht geheel verschillende van haar vorige.
-Nergens vuurwerk, nergens vreugdevuren, muziek of dansen, maar in hunne harten was
-het des te lichter. In hun oogen blonk een vuur, dat niet afhankelijk was van uiterlijke
-dingen om te glinsteren en koesterende warmte rondom zich te verspreiden en beider
-zielen vervulde een gevoel, dat niets gemeen had met de onrust, den wrok en de vrees,
-die noch muziek, noch licht glansen, op dien gedenkwaardigen avond konden verjagen.
-</p>
-<p>Met hun kind op de knieën, en het bewustzijn in &#x2019;t hart veel meer te hebben gedaan
-dan hun plicht, voelden Conrad en Hermelijn zich sterk door hun liefde, vol vertrouwen
-op de toekomst, hoe die ook zijn mocht; moedig gingen zij op nieuw het leven in, gelukkig
-door het denkbeeld dat slechts de dood hen voortaan zou kunnen scheiden.
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch1">I.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch2">II.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">6</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch3">III.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">12</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch4">IV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">16</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch5">V.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">21</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch6">VI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">26</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch7">VII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">33</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch8">VIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">38</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch9">IX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch9">48</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch10">X.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch10">58</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch11">XI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch11">63</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch12">XII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch12">68</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch13">XIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch13">77</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch14">XIV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch14">86</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch15">XV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch15">91</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch16">XVI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch16">96</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch17">XVII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch17">101</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch18">XVIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch18">105</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch19">XIX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch19">109</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch20">XX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch20">114</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch21">XXI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch21">119</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch22">XXII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch22">124</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch23">XXIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch23">131</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch24">XXIV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch24">138</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch25">XXV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch25">145</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch26">XXVI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch26">149</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch27">XXVII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch27">155</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch28">XXVIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch28">161</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch29">XXIX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch29">169</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch30">XXX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch30">175</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch31">XXXI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch31">180</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch32">XXXII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch32">190</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch33">XXXIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch33">199</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch34">XXXIV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch34">202</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch35">XXXV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch35">209</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch36">XXXVI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch36">214</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch37">XXXVII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch37">222</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch38">XXXVIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch38">229</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch39">XXXIX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch39">234</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch40">XL.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch40">241</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch41">XLI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch41">247</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch42">XLII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch42">255</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch43">XLIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch43">260</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch44">XLIV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch44">264</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch45">XLV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch45">272</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch46">XLVI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch46">277</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch47">XLVII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch47">283</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch48">XLVIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch48">288</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch49">XLIX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch49">298</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch50">L.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch50">303</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch51">LI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch51">307</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch52">LII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch52">311</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch53">LIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch53">320</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch54">LIV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch54">325</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch55">LV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch55">331</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch56">LVI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch56">337</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch57">LVII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch57">341</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch58">LVIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch58">346</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch59">LIX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch59">353</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch60">LX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch60">361</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd30e39" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd30e39" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Hermelijn</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Melati van Java (1853&#x2013;1927) [Pseud. van Nicolina Maria Sloot]</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/33054635/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>[1894]</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2021-01-30 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links
-voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><i title="75 gevallen">Passim.
-</i></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e250">7</a>, <a class="pageref" href="#xd30e367">11</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2223">79</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5057">183</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7839">304</a></td>
-<td class="width40 bottom">»</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e372">11</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8958">358</a></td>
-<td class="width40 bottom">wordt</td>
-<td class="width40 bottom">word</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e533">19</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1318">50</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1330">50</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1433">52</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1533">56</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1539">56</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1597">57</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1720">61</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1746">62</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1859">66</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3684">132</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3731">134</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4915">177</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5116">186</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5177">189</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6728">256</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7696">298</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8181">321</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8372">330</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">&#x201d;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e543">19</a></td>
-<td class="width40 bottom">zoogoed</td>
-<td class="width40 bottom">zoo goed</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e556">19</a>, <a class="pageref" href="#xd30e763">28</a></td>
-<td class="width40 bottom">Indie</td>
-<td class="width40 bottom">Indië</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e641">23</a></td>
-<td class="width40 bottom">photographiën</td>
-<td class="width40 bottom">photographieën</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e656">23</a>, <a class="pageref" href="#xd30e980">35</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3702">133</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3708">133</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5012">181</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5182">189</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5995">222</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8838">354</a>, <a class="pageref" href="#xd30e9042">363</a></td>
-<td class="width40 bottom">moeielijk</td>
-<td class="width40 bottom">moeilijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e667">24</a></td>
-<td class="width40 bottom">afscheidwoorden</td>
-<td class="width40 bottom">afscheidswoorden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e753">28</a></td>
-<td class="width40 bottom">hun</td>
-<td class="width40 bottom">hen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e851">30</a></td>
-<td class="width40 bottom">famille</td>
-<td class="width40 bottom">familie</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e869">31</a></td>
-<td class="width40 bottom">kent</td>
-<td class="width40 bottom">ken</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e874">31</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1258">47</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3206">114</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4100">149</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4668">167</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5555">205</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5705">211</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6450">241</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6626">249</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6862">260</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7076">269</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7524">291</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7627">295</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7781">301</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8174">321</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8582">341</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8694">347</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8751">351</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8784">352</a></td>
-<td class="width40 bottom">sints</td>
-<td class="width40 bottom">sinds</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e891">31</a></td>
-<td class="width40 bottom">zijn</td>
-<td class="width40 bottom">mijn</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e897">31</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1367">51</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2048">73</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2309">83</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2405">86</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2632">94</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2902">102</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3948">144</a></td>
-<td class="width40 bottom">vindt</td>
-<td class="width40 bottom">vind</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e939">33</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3220">114</a></td>
-<td class="width40 bottom">moeielijke</td>
-<td class="width40 bottom">moeilijke</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e964">34</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1146">43</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1851">65</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3479">124</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4420">159</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5032">182</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7378">285</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e995">36</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2421">87</a></td>
-<td class="width40 bottom">Hebt</td>
-<td class="width40 bottom">Heb</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><i title="21 gevallen">Passim.
-</i></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">»</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1100">41</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1616">58</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3122">111</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3900">141</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4095">149</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4393">158</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5256">192</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8144">319</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1197">45</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1635">58</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2225">79</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3721">133</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3750">135</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4805">172</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4997">180</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5059">183</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5208">190</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6564">246</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7041">268</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8438">332</a></td>
-<td class="width40 bottom">&#x201d;</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1221">46</a></td>
-<td class="width40 bottom">rijkostuum</td>
-<td class="width40 bottom">rijcostuum</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1242">47</a></td>
-<td class="width40 bottom">durft</td>
-<td class="width40 bottom">durf</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1250">47</a></td>
-<td class="width40 bottom">Geeft</td>
-<td class="width40 bottom">Geef</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1309">50</a></td>
-<td class="width40 bottom">ledikant</td>
-<td class="width40 bottom">ledekant</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1334">50</a></td>
-<td class="width40 bottom">geindigneerd</td>
-<td class="width40 bottom">geïndigneerd</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1355">51</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1687">60</a></td>
-<td class="width40 bottom">&#x2019;</td>
-<td class="width40 bottom">&#x201d;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1382">51</a></td>
-<td class="width40 bottom">vertrekt</td>
-<td class="width40 bottom">vertrek</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1395">51</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2364">85</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6793">258</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6896">262</a></td>
-<td class="width40 bottom">Meent</td>
-<td class="width40 bottom">Meen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1418">52</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1618">58</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2275">82</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2641">95</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4148">151</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4747">169</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5686">210</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8473">335</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8568">340</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8902">357</a></td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1472">53</a></td>
-<td class="width40 bottom">onuitbaar</td>
-<td class="width40 bottom">onuitstaanbaar</td>
-<td class="bottom">5</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1552">56</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2348">85</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">?&#x201d;</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1557">56</a></td>
-<td class="width40 bottom">neen</td>
-<td class="width40 bottom">Neen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1572">57</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">?</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1582">57</a></td>
-<td class="width40 bottom">omweer</td>
-<td class="width40 bottom">onweer</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1712">61</a></td>
-<td class="width40 bottom">geimporteerd</td>
-<td class="width40 bottom">geïmporteerd</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1772">62</a></td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="width40 bottom">?</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1826">64</a></td>
-<td class="width40 bottom">vast geketend</td>
-<td class="width40 bottom">vastgeketend</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1868">66</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2195">78</a></td>
-<td class="width40 bottom">denkt</td>
-<td class="width40 bottom">denk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1883">66</a></td>
-<td class="width40 bottom">had</td>
-<td class="width40 bottom">haar</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1903">67</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4526">162</a></td>
-<td class="width40 bottom">kabaya</td>
-<td class="width40 bottom">kabaja</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1922">68</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3582">128</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1941">69</a></td>
-<td class="width40 bottom">zettte</td>
-<td class="width40 bottom">zette</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1991">71</a></td>
-<td class="width40 bottom">Bedoelt</td>
-<td class="width40 bottom">Bedoel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2185">78</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6263">233</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6779">258</a></td>
-<td class="width40 bottom">weigert</td>
-<td class="width40 bottom">weiger</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2202">78</a></td>
-<td class="width40 bottom">lacht</td>
-<td class="width40 bottom">lach</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2296">82</a></td>
-<td class="width40 bottom">op</td>
-<td class="width40 bottom">of</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2356">85</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6402">239</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6614">248</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7357">285</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7408">286</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7595">294</a></td>
-<td class="width40 bottom">hebt</td>
-<td class="width40 bottom">heb</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2375">85</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">bent </td>
-<td class="bottom">5</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2455">88</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6647">250</a></td>
-<td class="width40 bottom">schalk</td>
-<td class="width40 bottom">schalksch</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2502">89</a></td>
-<td class="width40 bottom">verukkelijk</td>
-<td class="width40 bottom">verrukkelijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2686">96</a></td>
-<td class="width40 bottom">Ben</td>
-<td class="width40 bottom">ben</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2802">99</a></td>
-<td class="width40 bottom">bepoefd</td>
-<td class="width40 bottom">beproefd</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2834">100</a></td>
-<td class="width40 bottom">binnensmond&#x2019;s</td>
-<td class="width40 bottom">binnensmonds</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2851">100</a></td>
-<td class="width40 bottom">geinviteerd</td>
-<td class="width40 bottom">geïnviteerd</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2971">104</a></td>
-<td class="width40 bottom">ten</td>
-<td class="width40 bottom">ter</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2976">104</a></td>
-<td class="width40 bottom">des noods</td>
-<td class="width40 bottom">desnoods</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3017">106</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3509">125</a></td>
-<td class="width40 bottom">rechtsomkeer</td>
-<td class="width40 bottom">rechtsomkeert</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3071">109</a></td>
-<td class="width40 bottom">Vindje</td>
-<td class="width40 bottom">Vind je</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3154">112</a></td>
-<td class="width40 bottom">zelfoppering</td>
-<td class="width40 bottom">zelfopoffering</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3251">116</a></td>
-<td class="width40 bottom">nit</td>
-<td class="width40 bottom">uit</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3263">116</a></td>
-<td class="width40 bottom">s</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3286">116</a></td>
-<td class="width40 bottom">geef</td>
-<td class="width40 bottom">geeft</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3323">118</a></td>
-<td class="width40 bottom">materiëel</td>
-<td class="width40 bottom">materieel</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3346">120</a></td>
-<td class="width40 bottom">Indisch</td>
-<td class="width40 bottom">Indische</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3354">120</a></td>
-<td class="width40 bottom">Rietenzak</td>
-<td class="width40 bottom">Rieten zak</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3380">121</a></td>
-<td class="width40 bottom">tottok&#x2019;s</td>
-<td class="width40 bottom">tottoks</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3422">122</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7598">294</a></td>
-<td class="width40 bottom">jou</td>
-<td class="width40 bottom">jouw</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3447">123</a></td>
-<td class="width40 bottom">één</td>
-<td class="width40 bottom">een</td>
-<td class="bottom">2 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3472">124</a></td>
-<td class="width40 bottom">Guillaune</td>
-<td class="width40 bottom">Guillaume</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3487">125</a></td>
-<td class="width40 bottom">Jave</td>
-<td class="width40 bottom">Java</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3490">125</a></td>
-<td class="width40 bottom">heef</td>
-<td class="width40 bottom">heeft</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3519">126</a></td>
-<td class="width40 bottom">cirerone</td>
-<td class="width40 bottom">cicerone</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3534">126</a></td>
-<td class="width40 bottom">zorgen</td>
-<td class="width40 bottom">zorg en</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3574">128</a></td>
-<td class="width40 bottom">gelegendheid</td>
-<td class="width40 bottom">gelegenheid</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3579">128</a></td>
-<td class="width40 bottom">Walkuren-custuum</td>
-<td class="width40 bottom">Walkurencostuum</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3591">128</a></td>
-<td class="width40 bottom">instict</td>
-<td class="width40 bottom">instinct</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3644">131</a></td>
-<td class="width40 bottom">heleiden</td>
-<td class="width40 bottom">begeleiden</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3667">132</a></td>
-<td class="width40 bottom">ingezien</td>
-<td class="width40 bottom">in gezien</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3672">132</a></td>
-<td class="width40 bottom">batik</td>
-<td class="width40 bottom">batikken</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3738">134</a></td>
-<td class="width40 bottom">eigenaaardige</td>
-<td class="width40 bottom">eigenaardige</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3770">135</a></td>
-<td class="width40 bottom">zijn&#x2019;s</td>
-<td class="width40 bottom">zijn</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3832">138</a></td>
-<td class="width40 bottom">Frithjofsage</td>
-<td class="width40 bottom">Frithjofssage</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3856">140</a></td>
-<td class="width40 bottom">:</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3931">143</a>, <a class="pageref" href="#xd30e8239">324</a></td>
-<td class="width40 bottom">Vindt</td>
-<td class="width40 bottom">Vind</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3977">145</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7607">294</a></td>
-<td class="width40 bottom">geinstalleerd</td>
-<td class="width40 bottom">geïnstalleerd</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3982">145</a></td>
-<td class="width40 bottom">goed</td>
-<td class="width40 bottom">gemoed</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4017">147</a></td>
-<td class="width40 bottom">:</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4069">148</a></td>
-<td class="width40 bottom">&#x201d;,</td>
-<td class="width40 bottom">,&#x201d;</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4132">150</a></td>
-<td class="width40 bottom">Bitjak</td>
-<td class="width40 bottom">Bitja</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4267">155</a></td>
-<td class="width40 bottom">Nenèks</td>
-<td class="width40 bottom">Nènèks</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4301">156</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4398">158</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4408">158</a></td>
-<td class="width40 bottom">Nenèk</td>
-<td class="width40 bottom">Nènèk</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4413">158</a></td>
-<td class="width40 bottom">Nék</td>
-<td class="width40 bottom">Nèk</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4445">159</a></td>
-<td class="width40 bottom">Gouverner-generaal</td>
-<td class="width40 bottom">Gouverneur-generaal</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4476">160</a></td>
-<td class="width40 bottom">dusternis</td>
-<td class="width40 bottom">duisternis</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4479">160</a></td>
-<td class="width40 bottom">doet</td>
-<td class="width40 bottom">doen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4538">162</a></td>
-<td class="width40 bottom">blakende</td>
-<td class="width40 bottom">blaakte</td>
-<td class="bottom">4</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4573">164</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5459">201</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6740">256</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4609">165</a></td>
-<td class="width40 bottom">symptonen</td>
-<td class="width40 bottom">symptomen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4616">165</a></td>
-<td class="width40 bottom">ververnederd</td>
-<td class="width40 bottom">vernederd</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4649">166</a></td>
-<td class="width40 bottom">,;</td>
-<td class="width40 bottom">;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4655">166</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">:</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4771">171</a></td>
-<td class="width40 bottom">eeen</td>
-<td class="width40 bottom">een</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5126">186</a></td>
-<td class="width40 bottom">dan</td>
-<td class="width40 bottom">den</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5186">189</a></td>
-<td class="width40 bottom">Moeielijker</td>
-<td class="width40 bottom">Moeilijker</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5189">189</a></td>
-<td class="width40 bottom">moeielijken</td>
-<td class="width40 bottom">moeilijken</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5234">191</a></td>
-<td class="width40 bottom">negligé</td>
-<td class="width40 bottom">négligé</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5262">192</a></td>
-<td class="width40 bottom">Helene</td>
-<td class="width40 bottom">Hélène</td>
-<td class="bottom">2 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5331">195</a></td>
-<td class="width40 bottom">non</td>
-<td class="width40 bottom">Non</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5380">197</a></td>
-<td class="width40 bottom">moeielijker</td>
-<td class="width40 bottom">moeilijker</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5479">202</a></td>
-<td class="width40 bottom">en</td>
-<td class="width40 bottom">om</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5496">203</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6559">246</a></td>
-<td class="width40 bottom">zegt</td>
-<td class="width40 bottom">zeg</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5513">203</a></td>
-<td class="width40 bottom">Othello scène</td>
-<td class="width40 bottom">Othello-scène</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5550">205</a></td>
-<td class="width40 bottom">patient</td>
-<td class="width40 bottom">patiënt</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5751">213</a></td>
-<td class="width40 bottom">,t</td>
-<td class="width40 bottom">&#x2019;t</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5770">213</a></td>
-<td class="width40 bottom">en</td>
-<td class="width40 bottom">zei</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5816">215</a></td>
-<td class="width40 bottom">Sints</td>
-<td class="width40 bottom">Sinds</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5861">217</a></td>
-<td class="width40 bottom">ven</td>
-<td class="width40 bottom">van</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6017">223</a></td>
-<td class="width40 bottom">gemakkkelijk</td>
-<td class="width40 bottom">gemakkelijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6023">223</a></td>
-<td class="width40 bottom">vreeseselijk</td>
-<td class="width40 bottom">vreeselijk</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6084">225</a></td>
-<td class="width40 bottom">jachttropee</td>
-<td class="width40 bottom">jachttrophee</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6169">229</a></td>
-<td class="width40 bottom">schalkheid</td>
-<td class="width40 bottom">schalkschheid</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6340">237</a></td>
-<td class="width40 bottom">lafaaard</td>
-<td class="width40 bottom">lafaard</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6366">237</a></td>
-<td class="width40 bottom">&#x2019;</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6573">246</a></td>
-<td class="width40 bottom">ledig</td>
-<td class="width40 bottom">ledigheid</td>
-<td class="bottom">4</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6786">258</a></td>
-<td class="width40 bottom">gunt</td>
-<td class="width40 bottom">gun</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6799">258</a></td>
-<td class="width40 bottom">noemt</td>
-<td class="width40 bottom">noem</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6816">259</a></td>
-<td class="width40 bottom">meent</td>
-<td class="width40 bottom">meen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6914">262</a></td>
-<td class="width40 bottom">gelijkt</td>
-<td class="width40 bottom">gelijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6925">262</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7489">290</a></td>
-<td class="width40 bottom">hadt</td>
-<td class="width40 bottom">had</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e7169">274</a></td>
-<td class="width40 bottom">geinteresseerd</td>
-<td class="width40 bottom">geïnteresseerd</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e7198">275</a></td>
-<td class="width40 bottom">lievertjes</td>
-<td class="width40 bottom">lieverdjes</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e7363">285</a></td>
-<td class="width40 bottom">bedoelt</td>
-<td class="width40 bottom">bedoel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e7387">285</a></td>
-<td class="width40 bottom">best wille</td>
-<td class="width40 bottom">bestwille</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e7630">295</a></td>
-<td class="width40 bottom">societeit</td>
-<td class="width40 bottom">sociëteit</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e7982">312</a></td>
-<td class="width40 bottom">levenlooos</td>
-<td class="width40 bottom">levenloos</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8015">313</a></td>
-<td class="width40 bottom">moeielijkste</td>
-<td class="width40 bottom">moeilijkste</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8273">326</a></td>
-<td class="width40 bottom">fantaisiekostuum</td>
-<td class="width40 bottom">fantasiecostuum</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8369">330</a></td>
-<td class="width40 bottom">welkomsgroet</td>
-<td class="width40 bottom">welkomstgroet</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8389">330</a></td>
-<td class="width40 bottom">Ik</td>
-<td class="width40 bottom">ik</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8607">342</a></td>
-<td class="width40 bottom">voelben</td>
-<td class="width40 bottom">voelden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8627">343</a></td>
-<td class="width40 bottom">.&#x201d;&#x201d;</td>
-<td class="width40 bottom">&#x201d;.&#x201d;</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8683">346</a></td>
-<td class="width40 bottom">«</td>
-<td class="width40 bottom">»</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8699">347</a></td>
-<td class="width40 bottom">grientje</td>
-<td class="width40 bottom">greintje</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8791">352</a></td>
-<td class="width40 bottom">zult</td>
-<td class="width40 bottom">zul</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8910">357</a></td>
-<td class="width40 bottom">Denkt</td>
-<td class="width40 bottom">Denk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e8936">358</a></td>
-<td class="width40 bottom">,..</td>
-<td class="width40 bottom">&#x2026;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e9067">364</a></td>
-<td class="width40 bottom">officiëel</td>
-<td class="width40 bottom">officieel</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e9074">364</a></td>
-<td class="width40 bottom">geërbiedigde</td>
-<td class="width40 bottom">geëerbiedigde</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HERMELIJN ***</div>
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
-be renamed.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-</div>
-
-<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br>
-<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br>
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
-or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
-Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
-you share it without charge with others.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
-on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
-phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-</div>
-
-<blockquote>
- <div style='display:block; margin:1em 0'>
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
- other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
- whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
- of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
- at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
- are not located in the United States, you will have to check the laws
- of the country where you are located before using this eBook.
- </div>
-</blockquote>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg&#8482; License.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
-other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
-Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-provided that:
-</div>
-
-<div style='margin-left:0.7em;'>
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation.&#8221;
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
- works.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
- </div>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
-of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
-Defect you cause.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
-goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
-public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
-visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-</div>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/64438-h/images/book.png b/old/64438-h/images/book.png
deleted file mode 100644
index 1825ce0..0000000
--- a/old/64438-h/images/book.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/64438-h/images/card.png b/old/64438-h/images/card.png
deleted file mode 100644
index 784a984..0000000
--- a/old/64438-h/images/card.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/64438-h/images/external.png b/old/64438-h/images/external.png
deleted file mode 100644
index 1434642..0000000
--- a/old/64438-h/images/external.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/64438-h/images/frontispiece.jpg b/old/64438-h/images/frontispiece.jpg
deleted file mode 100644
index 34da544..0000000
--- a/old/64438-h/images/frontispiece.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/64438-h/images/new-cover.jpg b/old/64438-h/images/new-cover.jpg
deleted file mode 100644
index 10c6d8a..0000000
--- a/old/64438-h/images/new-cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/64438-h/images/titlepage.png b/old/64438-h/images/titlepage.png
deleted file mode 100644
index 619ef70..0000000
--- a/old/64438-h/images/titlepage.png
+++ /dev/null
Binary files differ