summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-02-04 10:57:27 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-02-04 10:57:27 -0800
commit34dc442c3ffb733cddd9e9b3241633298bf3cd3c (patch)
tree4102a225f423eb5e743697ff5cbeb7aa52ee1dfe
parentad2c6a98d00fb03fc92c903811ebf88d07a15f51 (diff)
NormalizeHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/63728-8.txt19086
-rw-r--r--old/63728-8.zipbin324974 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63728-h.zipbin531921 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63728-h/63728-h.htm18678
-rw-r--r--old/63728-h/images/book.pngbin227 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63728-h/images/card.pngbin249 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63728-h/images/external.pngbin151 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63728-h/images/frontispiece.jpgbin105567 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63728-h/images/new-cover.jpgbin65490 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63728-h/images/titlepage.pngbin7533 -> 0 bytes
13 files changed, 17 insertions, 37764 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..1d5f348
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #63728 (https://www.gutenberg.org/ebooks/63728)
diff --git a/old/63728-8.txt b/old/63728-8.txt
deleted file mode 100644
index 7932ea0..0000000
--- a/old/63728-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,19086 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of De spoorzoeker, by Gustave Aimard
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: De spoorzoeker
- Schetsen en Tooneelen uit de Amerikaansche wildernis
-
-Author: Gustave Aimard
-
-Translator: L. C. Cnopius
-
-Release Date: November 12, 2020 [EBook #63728]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SPOORZOEKER ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This book was produced from scanned images of
-public domain material from the Google Books project.)
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- DE SPOORZOEKER.
-
- SCHETSEN EN TOONEELEN UIT DE AMERIKAANSCHE WILDERNIS.
-
-
- Naar de zesde Fransche uitgave.
-
- VAN
-
- GUSTAVE AIMARD.
-
- DOOR
-
- L. C. CNOPIUS.
-
-
- Derde druk.
-
-
- LEIDEN,
- Firma VAN DEN HEUVELL & VAN SANTEN.
- GENT, W. ROGGHÉ. BATAVIA, G. KOLFF & Cie.
-
- 1867.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE SPOORZOEKER.
-
-I.
-
-DE VERRASSING.
-
-
-Verplaatsen wij ons, tegen het einde van Mei 1855, in eene der minst
-bezochte streken der onmetelijke prairiën van het Verre-Westen,
-op korten afstand van de Rio-Colorado-del-Norte, aan welke rivier
-de Indiaansche stammen, in hunne beeldrijke taal, den naam hebben
-gegeven van: Gouden golvenstroom zonder einde.
-
-Het was diep in den nacht. De maan, die reeds twee derden van hare baan
-had afgelegd, vertoonde haar bleek gelaat tusschen de takken der hooge
-cederboomen, terwijl het onzeker schijnsel van hare sidderende stralen,
-naauwelijks licht genoeg verspreidde, om de afwisselende voorwerpen
-op het rotsachtig en somber terrein te onderscheiden. Geen windje
-beroerde de lucht, geen enkele ster fonkelde aan den hemel. Doodsche
-stilte beheerschte de wildernis, eene stilte slechts nu en dan, bij
-lange tusschenpoozen, afgebroken door het korte gekef en gejank der
-op buit loerende coyoten (wolven) of het spotachtig gehuil van panter
-en jaguar aan het naaste rivierwed.
-
-Gedurende de uren der duisternis, maakt de onbegrensde Amerikaansche
-savane, waar geenerlei gedruisch van menschen de majesteit van
-den nacht verstoort, onder het immer wakend oog der Godheid, een
-onweerstaanbaren indruk ook op het hart van den sterksten mensch,
-en bezielt hem ondanks zich zelven met godvruchtigen eerbied.
-
-Eensklaps kraakte er in de struiken een dof geritsel, en werden
-de digte takken van een floripondio-boschje voorzigtig uit één
-geschoven. Uit de gemaakte opening kwam een nieuwsgierig menschenhoofd
-te voorschijn, met schitterende oogen, als van een wild dier, die in
-alle rigtingen onrustig rondkeken. Na zich eenige sekonden onbewegelijk
-stil te hebben gehouden, verliet deze zelfde man het boschje waar hij
-tot hiertoe verborgen had gezeten, en sprong hij op eens naar buiten.
-
-Ofschoon de kleur van zijn door de zon verbrand gezigt bijna het
-sombere rood van gebakken steen geleek, maakten zijn jagerskostuum
-en vooral zijne lange blonde haren en sterk sprekende vrije
-gelaatstrekken, hem terstond kenbaar als een dier stoutmoedige
-canadesche woudloopers, wier ras met iederen dag zeldzamer wordt en
-weldra geheel dreigt te zullen uitsterven.
-
-Hij deed eenige stappen voorwaarts met gevelde buks en de hand aan
-den trekker, en bespiedde zorgvuldig de tallooze hem omringende
-kreupelboschjes en rotsholten. Nadat hij zich, zoo het scheen, door
-de allerwege heerschende stilte en eenzaamheid, had gerust gesteld,
-bleef hij staan, zette zijn buks met de kolf op den grond, boog zich
-voorover, en bootste op eene bedriegelijke wijze het gefluit na van
-den centzontle, of amerikaanschen nachtegaal.
-
-Naauwelijks had de laatste toon van dit melodisch vogelgezang de lucht
-doen trillen, of uit dezelfde struiken, die den eersten jager hadden
-doorgelaten, kwam een tweede personaadje te voorschijn.
-
-De laatstgenoemde was een Indiaan; hij voegde zich terstond bij den
-Canadees, en na eenige oogenblikken gezwegen te hebben, vroeg hij
-met eene stem, die meer gerustheid wilde veinzen dan hij misschien
-werkelijk bezat:
-
---Wel, hoe is 't?
-
---Alles is stil, antwoordde de jager, de Cihuatl kan gerust komen.
-
-De Indiaan schudde het hoofd.
-
---Sedert het opkomen der maan is Machsi-Karehde van de Wilde-Roos
-gescheiden, en hij weet niet, waar zij zich op dit oogenblik bevindt.
-
-Een welwillende lach plooide zich om de lippen van den jager.
-
---De Wilde-Roos bemint mijn broeder, zeide hij zachtzinnig, het
-kleine vogeltje, dat in het diepst van haar hart zingt, zal haar wel
-op het spoor van het opperhoofd hebben geleid. Is Machsi-Karehde het
-fluitje vergeten, waarmede hij haar plagt te roepen op zijne verliefde
-wachtplaats, in het stam-dorp?
-
---Het opperhoofd is niets vergeten.
-
---Laat hij haar dan roepen.
-
-De Indiaan had geene tweede vermaning noodig, en het geroep van den
-Walkon deed de stilte weêrgalmen.
-
-Op hetzelfde oogenblik hoorde men eenig geritsel tusschen de takken,
-eene jonge vrouw sprong, als eene verschrikte ree, hijgend te
-voorschijn en vloog den krijgshaftigen Indiaan om den hals, die de
-armen reeds uitstrekte om haar te ontvangen. De omhelzing duurde niet
-langer dan een bliksemflits; het opperhoofd schaamde zich blijkbaar,
-dat hij zich in het bijzijn van een blanke, ofschoon die blanke zijn
-vriend was, tot zulk een vertoon van teederheid had laten vervoeren,
-en hij stiet de jonge vrouw koelzinnig van zich af, onder het uiten van
-eenige woorden, die geen het minste spoor van ontroering of hartstogt
-te kennen gaven.
-
---Mijne zuster zal zeker moede zijn, en op dit oogenblik heeft zij
-geen gevaar te vreezen; zij kan dus gaan slapen, de krijgslieden
-zullen haar bewaken.
-
---De Wilde-Roos is eene dochter der Comanchen, antwoordde zij met
-eene schroomvallige stem, haar hart is kloek, zij gehoorzaamt den
-Machsi-Karehde (Vliegende-Arend), daar zij weet, dat zij onder de
-bescherming van zulk een magtig opperhoofd veilig is.
-
-De Indiaan wierp haar een blik van onuitsprekelijke teederheid
-toe, maar hernam bijna oogenblikkelijk dien schijn van norsche
-ongevoeligheid, die de Roodhuiden nimmer afleggen.
-
---Terwijl mijne zuster slaapt, zullen de krijgslieden raad houden,
-zeide hij.
-
-De jonge vrouw antwoordde niet, zij maakte voor de beide mannen eene
-eerbiedige buiging, en verwijderde zich, om zich eenige stappen verder
-op het gras neder te vlijen, waar zij de oogen sloot en insliep,
-of althans deed alsof zij sliep.
-
-De Canadees bepaalde zich alleen bij een enkelen glimlach, toen hij
-zag, wat er op zijn gegeven raad aan den krijgsman gevolgd was; en bij
-het hooren der weinige woorden tusschen de Roodhuiden gewisseld, gaf
-hij zijn genoegen met een hoofdknik te kennen. Het opperhoofd stond in
-diepe gepeinzen verzonken en wierp een onbeschrijfelijken blik op de
-jeugdige slapende vrouw; eindelijk streek hij zich eenige malen met
-de hand over het voorhoofd, als zocht hij de wolken te verdrijven,
-die zijn brein benevelden terwijl hij zich tot den jager wendde.
-
---Mijn broeder met het blanke gezigt heeft rust noodig, zeide hij,
-het opperhoofd zal waken.
-
---De wolven keffen niet langer, de maan is achter de heuvels verdwenen,
-en een graauwe lichtstreep verheft zich aan den horizont, antwoordde
-de Canadees, weldra zal het dag worden, de slaap is mijne oogleden
-ontvloden, het past den mannen zich te beraden.
-
-De Indiaan maakte eene buiging, maar antwoordde niet; hij legde zijn
-buks op den grond en verzamelde eenige armvollen dorre takken, die
-hij nevens de slapende vrouw opeenstapelde.
-
-De Canadees sloeg vuur; weldra was de houtstapel in brand gestoken,
-en kleurde de vlam het geboomte met een rooden gloed; alstoen hurkten
-de beide mannen naast elkander op den grond neder, stopten hunne
-rietpijpen met manachee, of gewijden tabak, en begonnen stilzwijgend
-te rooken, met die deftigheid en ernst, die de Indianen onder alle
-omstandigheden aan deze symbolische pligtpleging verbinden.
-
-Wij zullen van dit oogenblik rust, dat het toeval ons aanbiedt,
-gebruik maken, ten einde den lezer het portret te geven van deze drie
-personaadjen, die geroepen zijn om in ons verhaal zulk eene gewigtige
-rol te spelen.
-
-De Canadees was een man van omtrent vijf en veertig jaren, zes
-engelsche voeten lang, rank, mager en droog van gestel; bijna geheel
-uit spieren, pezen en zenuwen bestaande, was hij volmaakt geschikt
-voor zijn ruw beroep als woudlooper, waartoe noodwendig buitengewone
-kracht en stoutmoedigheid worden vereischt.
-
-Als de meesten zijner landgenooten, droeg de Canadees in zijn gelaat
-den stempel van het normandische ras in al zijne zuiverheid; zijn breed
-voorhoofd, zijne grijze maar levendige oogen, zijn min of meer gewelfde
-neus, zijn groote met eene dubbele rij prachtige tanden gewapende
-mond, en de digte blonde met enkele graauwe haren vermengde lokken,
-die welig en krachtvol onder zijn muts van otter-bont uitkwamen en
-met groote krullen over zijne schouders vielen, dit alles gaf aan
-den jager een open, eerlijk en trouwhartig voorkomen, dat terstond
-beviel en reeds bij de eerste ontmoeting belangstelling en vertrouwen
-inboezemde. Deze ontzagwekkende reus heette eigenlijk Bonnaire, maar
-was in de prairiën alleen bekend onder den bijnaam van Loer-Vogel,
-een titel dien hij ten volle regtvaardigde door de scherpte van zijn
-blik en de juistheid, waarmede hij de nesten en holen van allerlei
-wild, inzonderheid herten en dassen wist te ontdekken.
-
-Hij was geboren in den omtrek van Mont-Real; maar reeds in zijne
-vroege jeugd naar de bosschen van Opper-Canada medegenomen, had hij in
-het leven der wildernis zooveel aantrekkelijks gevonden, dat hij de
-beschaafde wereld voor altijd vaarwel gezegd en sedert bijna dertig
-jaren in de onmetelijke vlakten van Noord-Amerika had rondgezworven,
-slechts nu en dan steden of dorpen bezoekende, wanneer hij er wezen
-moest, hetzij om de vellen der dieren, die hij geschoten had, te
-verkoopen, of om zich van eenen nieuwen voorraad kruid en kogels
-te voorzien.
-
-Zijn makker, de Vliegende-Arend, was een der meest vermaarde
-opperhoofden van de zoogenaamde Witte-Bisons, een der magtigste en
-krijgshaftigste volksstammen der Comanchen.
-
-Deze woeste en ontembare natie geeft zich, uit overmaat van trots,
-den hoogdravenden naam van Koningin der Prairiën, een titel, welken
-geene andere dan zij, zich zou durven toeëigenen.
-
-De Vliegende-Arend, hoewel nog zeer jong, daar hij naauwelijks
-vijf en twintig jaren telde, had zich reeds in vele gevallen door
-staaltjes van zulken ongehoorden moed en vermetelheid onderscheiden,
-dat alleen zijn naam een onweerstaanbaren schrik verspreidde onder
-de tallooze Indiaansche horden, die de woestijn onophoudelijk in alle
-rigtingen doorkruisen.
-
-Groot van gestalte, welgemaakt, en in allen deele wel geëvenredigd,
-bezat hij fijne gelaatstrekken, met een paar oogen zoo zwart als
-de nacht, en welke bij een of andere sterke gemoedsbeweging, eene
-zonderlinge vastheid van uitdrukking aannamen, die onwillekeurig
-eerbied afdwong; zijne gebaren waren edel, zijn gang en houding
-gracieus, en vol van die majesteit, welke den Indianen is aangeboren.
-
-Het opperhoofd was gekleed in zijn gewonen oorlogsdosch. Dit kostuum
-is merkwaardig genoeg om door ons eenigzins uitvoerig beschreven
-te worden.
-
-Het hoofd van den Vliegenden-Arend was gedekt met den
-mach-akoub-hachka, eene muts welke slechts door krijgslieden van
-rang gedragen wordt, die vele vijanden hebben gedood; zij bestaat
-uit wit hermelijnen stroken, van achteren in een breeden lap rood
-laken zamengevat, die tot aan de kuiten afhangt; van boven was er
-eene pluim van regtstandige witte en zwarte adelaarsvederen op vast
-gehecht, die digt om het hoofd begon en hooger in een gesloten krans
-zamenliep. Boven het regter oor zat in zijne haren een roodgeverwd
-houten mes, omtrent zoo lang als een mans hand: dit mes was het
-zinnebeeld van den dolk, waarmede hij het opperhoofd Dacotah had
-afgemaakt; bovendien droeg hij acht kleine blaauwgekleurde en aan
-de punt met vergulde spijkers voorziene houten spaantjes of stokjes,
-om het aantal kogels aan te duiden door welke hij gewond was; boven
-zijn linker oor droeg hij een grooten bos geele aan het uiteinde met
-rood bestreken uilenvederen, als een teeken van zijn verbond met de
-Menin-Ochaté, of de bende der Honden; zijn aangezigt was voor de helft
-roodgeverwd, en zijn ligchaam bruinrood met strepen, waar de verw
-door een natten vinger was weggewischt. Zijne armen, van den schouder
-afgerekend, waren almede met zeven en twintig geele ringen of banden
-geteekend, om het getal zijner groote wapenfeiten aan te duiden, en op
-zijne borst prijkte in blaauwe verw de figuur van een menschenhand,
-die te kennen gaf dat hij menigmaal krijgsgevangenen had gemaakt. Om
-zijn hals droeg hij een prachtige mato-un-knappininde of collier
-van graauwe beerenklaauwen, van drie duimen lengte en aan de punten
-witgemaakt. Zijne schouders waren bedekt met den grooten mih-ihee of
-bisonsmantel, die tot op den grond afhing en met verschillende kleuren
-beschilderd was. Om zijn middel sloot zich met een naauwen band de
-woupanpihunchi of broek, bestaande uit twee afzonderlijke deelen,
-een voor elk been, en strekkende tot aan den enkel, waar zij aan
-de buitenzijde met egels- of stekelvarkens-pennen van verschillende
-kleuren, was bestikt, die in eenen digten bos zamengevat eindigden
-en langs den grond sleepten; zijn nokké, een breede strook van wit
-en zwart gestreept laken, was om zijne heupen gewikkeld, en hing zoo
-wel van voren als van achteren in lange plooijen af; zijne hampes,
-of schoenen van bisonsleder, waren slechts weinig versierd, maar
-op de vreeg met wolvenstaarten vastgemaakt, die hem langs den grond
-nasleepten, en het aantal der door hem overwonnen vijanden te kennen
-gaven; aan zijn ichparakehn of gordel, hingen aan de eene zijde een
-leêren kruidflesch, een kogelzak en scalpeermes, aan de andere een
-koker van pantervel, met lange van stalen punten voorziene pijlen
-gevuld, benevens zijn tomahawk (strijdbijl). Zijn erupha, of geweer,
-lag naast hem op den grond, maar onder zijn bereik voor dadelijk
-gebruik zoo het noodig mogt zijn.
-
-Deze zonderling uitgedoschte krijgsman had iets sombers en
-indrukwekkends, dat reeds op het eerste gezigt schrik inboezemde.
-
-Wat de Wilde-Roos betreft, bepalen wij ons voor het oogenblik te
-zeggen, dat zij hoogstens vijftien jaren telde, zeer schoon was
-voor eene Indiaansche en in hare elegante eenvoudigheid de strenge
-kleederdragt had aangenomen, die bij de vrouwen van haar stam in
-zwang was.
-
-Eindigen wij hiermede deze, misschien te uitvoerige maar tot
-kennismaking met de personen, die op ons tooneel verschijnen zullen,
-hoogst noodige beschrijving, en vervolgen wij ons verhaal.
-
-Sedert geruimen tijd hadden de twee vrienden reeds zitten rooken,
-zonder een woord zamen te wisselen; eindelijk schudde de Canadees
-de kop van zijn pijp tegen den duim zijner linkerhand uit, en rigtte
-het woord tot zijn makker.
-
---Is mijn broeder voldaan? vroeg hij.
-
---Ooah! antwoordde de Indiaan met een toestemmenden hoofdknik, mijn
-broeder heeft een vriend.
-
---Goed, hervatte de jager, maar wat zal het opperhoofd nu doen?
-
---De Vliegende-Arend zal zich met de Wilde-Roos bij de zijnen voegen
-en dan terugkomen, om het spoor der Apachen op te zoeken.
-
---Waartoe zou dat dienen?
-
---De Vliegende-Arend wil zich wreken.
-
---Met uw verlof, opperhoofd, niet dat ik u wil afraden om uwe plannen
-door te zetten tegen vijanden, die ook de mijne zijn, maar ik geloof
-dat gij deze zaak niet uit het regte oogpunt beschouwt.
-
---Wat wil mijn blanke wapenbroeder daarmede zeggen?
-
---Ik wil daarmede zeggen dat wij ver van de hutten der Comanchen
-verwijderd zijn, en eer wij die kunnen bereiken, zullen wij zonder
-twijfel nog menig verschil met onze vijanden te vereffenen hebben,
-wier opperhoofd misschien een beetje al te voorbarig meent, dat hij
-ons reeds van den hals heeft geschoven.
-
-De Indiaan haalde hooghartig de schouders op.
-
---De Apachen zijn oude wijven, zwetsers en lafaards, zeide hij,
-de Vliegende-Arend veracht hen.
-
---'t Is mogelijk, hernam de jager, hoofdschuddend; naar mijn gevoelen
-zouden wij echter wijzer gedaan hebben, onzen weg te vervolgen,
-totdat de zon opkomt, om hen zoover mogelijk achter ons te krijgen,
-in plaats van ons hier zoo onvoorzigtig op te houden; wij zijn hier
-nog tamelijk digt bij het vijandelijke kamp.
-
---Het vuurwater (brandewijn) heeft die honden van Apachen de ooren
-gestopt en de oogen gesloten, zij liggen thans zoo lang als ze zijn
-te slapen.
-
---Hm! dat zou ik niet denken, integendeel houd ik mij overtuigd dat
-zij klaar wakker zijn en ons zoeken.
-
-Op hetzelfde oogenblik, als had het toeval de vrees van den
-voorzigtigen jager willen regtvaardigen, hoorde men meer dan een
-tiental geweerschoten kort in de nabijheid lossen; een vreeselijke
-oorlogskreet, dien de Canadees en de Comanch terstond met een kreet
-van uitdaging beantwoordden, klonk uit het digtst van het woud,
-en een dertigtal Indianen van den Apachen-stam, rukten huilende op
-den brandstapel af, waar onze drie avonturiers zich bevonden hadden;
-maar deze waren eensklaps als met een tooverslag verdwenen.
-
-De Apachen bleven staan en schuimbekten van woede, niet wetende
-welke rigting zij zouden kiezen, om hunne sluwe vijanden terug te
-vinden. Plotseling vielen er drie geweerschoten uit het digtst van
-het bosch, even zoovele Apachen tuimelden, in het hart getroffen,
-op den grond.
-
-De Apachen deden op nieuw een woest gehuil hooren, en rukten voorwaarts
-in de rigting, waar de schoten gevallen waren. Op het oogenblik toen
-zij den rand van het bosch bereikten, trad er een man uit te voorschijn
-in zijne hand een bisonshuid zwaaijende, ten teeken van vrede.
-
-Die man was de Canadees Loer-Vogel.
-
-De Apachen bleven min of meer schoorvoetend staan, en hadden blijkbaar
-niet veel goeds in 't zin. De Canadees scheen dit echter niet op te
-merken en stapte bedaard naar hen toe, met den vasten en langzamen
-tred, dien hij gewoon was. Zoodra de Indianen hem herkenden, drilden
-zij toornig hunne wapenen en dreigden op hem in te loopen, want zij
-hadden reden genoeg, den jager een kwaad hart toe te dragen. Hun
-opperhoofd hield hen echter terug.
-
---Laat mijne kinderen geduld oefenen, zeide hij met een somberen
-glimlach, zij zullen niets verliezen met een poosje te wachten.
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-DE GAST.
-
-
-Denzelfden dag waarmede ons verhaal begint, op ongeveer drie mijlen
-van de plek, waar de in ons vorig hoofdstuk vermelde gebeurtenissen
-plaats grepen, had in eene uitgebreide kampplaats, aan den ingang
-van een onmetelijk woud, welks laatste afhellingen aan den oever der
-Rio-Colorado doorliepen, eene talrijke karavaan met het ondergaan
-der zon halt gemaakt, om er den nacht door te brengen.
-
-Die karavaan kwam uit het zuid-oosten, namelijk uit Mexico, en scheen
-reeds langen tijd op marsch te zijn geweest, althans voor zooveel
-zich liet opmaken uit den versleten toestand, waarin zich de kleeding
-der reizigers bevond, alsmede de zadels en tuigen hunner paarden en
-muilezels. Voor het overige waren de arme lastdieren tot een staat van
-vermagering en zwakheid vervallen, die afdoende getuigenis gaf van de
-zware vermoeijenissen, welke zij hadden moeten verduren. De karavaan
-was zamengesteld uit omtrent dertig à vijf en dertig personen, allen
-gekleed in het eigenaardig en schilderachtig kostuum dier half-bloed
-jagers en gambucinos, die hetzij alleen, of in kleine benden van drie
-of vier op zijn hoogst, de wildernissen van het Verre-Westen afloopen,
-en het diepst van zijne minst bekende schuilhoeken doorsnuffelen,
-om er te jagen, strikken te zetten, of de menigvuldige goudaderen op
-te sporen, welke het in zijnen schoot verbergt.
-
-De avonturiers maakten halt, stegen af, koppelden hunne paarden
-aan piketten en hielden zich onverwijld, met al de vaardigheid en
-voortvarendheid, die de dagelijksche gewoonte hun geleerd had, bezig,
-om hun kamp voor den nacht in gereedheid te brengen. Over een vrij
-uitgestrekte ruimte werd het prairiegras uitgerukt; de pakken der
-muildieren werden in een grooten cirkel er om heen gestapeld, tot een
-soort van bolwerk, om zich des noods tegen een onverhoedschen aanval
-der zwervende Indianen te kunnen verweeren; vervolgens werden in den
-vorm van een Sint-Andries-kruis de kampvuren aangelegd en ontstoken.
-
-Nadat dit werk was afgeloopen, werd door sommige avonturiers een groote
-tent opgerigt, boven eene digt gesloten en door twee muildieren--een
-vóór- en een achter--gedragen palankijn. Zoodra de tent klaar was,
-werd de palankijn van de muilezels afgeladen, en vielen de gordijnen
-der tent er zoo digt omheen, dat zij geheel en al onzigtbaar werd.
-
-Die palankijn was een raadsel voor de gansche karavaan; niemand wist
-wat zij bevatte, ofschoon de algemeene nieuwsgierigheid ter zake
-van dit onverklaarbaar geheim, vooral in zulke eenzame en woeste
-streken, gedurig wakker bleef en niet zelden hoog gespannen stond;
-iedereen hield echter zijne gissingen en vermoedens zorgvuldig voor
-zich zelven, inzonderheid sinds dien noodlottigen dag, toen bij het
-doortrekken van een moeijelijken bergpas, een der jagers,--gebruik
-makende van de toevallige afwezigheid van den chef der quadrilla,
-die de palankijn nimmer verliet en haar bewaakte als een woekeraar
-zijn schat, de gewaagde gelegenheid waarnam, om even het gordijn op
-te heffen en naar binnen te kijken; maar naauwelijks had deze man den
-tijd gehad om een verholen blik door de gemaakte opening te werpen,
-of de onverwachts terugkeerende chef had hem met een enkelen slag
-zijner machete het hoofd gekliefd en levenloos ter aarde doen storten.
-
-Daarop had de kapitein zich met een zegevierenden en onverbiddelijken
-blik tot de verschrikte omstanders gewend en gezegd:
-
---Is er ook nog iemand onder u, die lust heeft om te ontdekken wat
-ik voor allen verkies geheim te houden?
-
-Deze woorden werden op zulk een toon van verpletterende ironie
-en woeste boosaardigheid uitgesproken, dat zelfs de stoutsten der
-rooverbende, meerendeels lieden zonder eer of trouw en gewoon om de
-grootste gevaren al spottend te trotseren, verschrikt terugdeinsden en
-het bloed in hunne aderen voelden verstijven. Deze eerste vermaning
-was genoeg geweest, en niemand had na dien tijd gewaagd, het geheim
-van hun kapitein uit te vorschen.
-
-De laatste beschikkingen voor het kampement waren naauwelijks
-afgeloopen, of een gedruisch van paardenhoeven deed zich hooren,
-en twee ruiters kwamen in vliegenden galop aanrijden.
-
---Daar is de kapitein! zeiden de avonturiers tegen elkander.
-
-De nieuwaankomenden stegen af, gaven aan een paar toeschietende
-bedienden de teugels hunner paarden over en rigtten zich met haastige
-stappen naar de tent. Aldaar gekomen zijnde, bleef de eerste staan
-en zeide tegen zijn medgezel:
-
---Caballero, ik heet u welkom in ons midden; al zijn wij zelven arm,
-zullen wij het weinige dat wij hebben volgaarne met u deelen.
-
---Ik zeg u dank, antwoordde de tweede met eene ligte buiging, maar ik
-zal van uwe beleefde gastvrijheid geen gebruik maken; morgen met het
-krieken van den dag zal ik, zoo ik hoop, genoeg rust hebben genoten
-om mijne reis voort te zetten.
-
---Handel naar uw eigen goedvinden; maar schik u in allen geval bij
-het vuur, dat voor mij is gereed gemaakt, terwijl ik mij eenige
-oogenblikken in deze tent begeef; zoo aanstonds kom ik terug en zal
-ik de eer hebben u gezelschap te houden.
-
-De vreemdeling boog, en trad naar het vuur, dat op korten afstand van
-de tent brandde, terwijl de kapitein naar binnen ging en het gordijn
-achter zich vallen liet, dat hem voor de oogen van zijn gast verborg.
-
-Laatstgenoemde was een man met scherp geteekende trekken, en zijne
-korte forsch gespierde ledematen gaven buitengemeene kracht te kennen;
-ettelijke rimpels op zijn krachtvol gelaat schenen aan te duiden,
-dat hij den middelbaren leeftijd reeds voorbij was, ofschoon zijn
-stevig gebouwd ligchaam nog geen enkel spoor van verval vertoonde,
-en geen enkel grijs haar zijn langen digten haarbos verzilverde,
-die zoo zwart was als een ravenwiek. Deze man droeg het kostuum der
-rijke mexicaansche hacendero's, of landedelen, namelijk de manga,
-de bontgestreepte zarapé, een fluweelen calzoneras, aan de knieën
-open, en een paar botas vaqueras, of koeherders laarzen; aan den bol
-van zijn vigonia-wollen met goud galon omboorden hoed, was een rijke
-met kostbare diamanten versierde toquilla, of kap, vastgehecht; eene
-machete zonder schede hing aan zijn regter heup, in een eenvoudigen
-ijzeren ring; de loopen van twee zesschots revolvers blonken in zijn
-buikriem, en naast hem op het gras lag zijn amerikaansche prachtig
-met zilver gedamasceerde buks.
-
-Nadat de kapitein hem alleen had gelaten, nam de onbekende plaats bij
-het vuur en maakte het zich zoo gemakkelijk mogelijk; hij spreidde
-namelijk zijn mantel en zijne wapenen derwijze uit, dat ze hem des
-noods tot nachtleger konden dienen, en wierp toen een gluipenden blik
-in 't rond, welks uitdrukking den avonturiers zonder twijfel veel
-te denken zou hebben gegeven, zoo zij dien hadden kunnen opmerken;
-maar zij waren thans te druk bezig met zich in het kamp te legeren
-en hun souper te bereiden; en zij verlieten zich te zeer op de goede
-trouw der prairiën, om veel acht te slaan op den vreemdeling, die
-zich aan hun gastvrij vuur kwam nederzetten, of zich een oogenblik
-te bekommeren over hetgeen hij deed.
-
-Na eenige minuten te hebben rondgestaard en nagedacht, stond de
-onbekende op en trad naar eene der verzamelde groepen waar de jagers
-in levendig gesprek schenen en gesticuleerden met al de drift der
-rassen van het Zuiden.
-
---Wacht! riep een van hen, toen hij den vreemdeling zag aankomen,
-deze heer zal ons wel met een enkel woord kunnen overeenbrengen.
-
-Op deze wijze aangesproken, wendde hij zich oogenblikkelijk tot
-zijn zegsman.
-
---Waar hebt gij het over, caballeros? vroeg hij.
-
---O, lieve hemel, het is een dood onnoozele zaak, antwoordde de
-avonturier; uw paard, senor, is een schoon en edel dier, dat moet
-ik bekennen, maar het wil niet vreten met de onzen; het stampvoet
-en steigert en laat zijne tanden zien aan de kameraden, die wij het
-gegeven hebben.
-
---Nu, dat laat zich waarlijk ligt begrijpen, merkte een tweede
-spottenderwijs aan, dat paard is een "costeno," (kustpaard) hij zal
-te grootsch zijn om met zulke arme "tierras adentro" (binnenlanders)
-te grazen als de onze.
-
-Op deze zotte aanmerking berstten allen los in een daverend gelach.
-
-De onbekende glimlachte schalks.
-
---Misschien is de reden die gij aangeeft de ware, sprak hij
-zachtzinnig, maar misschien bestaat er nog een andere voor; in allen
-geval is er een gemakkelijk middeltje om het verschil op te lossen,
-dat ik gaarne wil aanwenden.
-
---Ha! zei de tweede avonturier, en wat is dat?
-
---Ik zal het u dadelijk toonen, hernam de onbekende even bedaard als
-te voren. Zich thans tot het paard wendende, dat door twee mannen
-naauwelijks te houden was, riep hij: Laat hem los!
-
---Maar als we dat doen, weet niemand wat er van komen kan.
-
---Laat hem los, ik sta u borg voor de gevolgen. Lelio! riep hij nu,
-kom hier!
-
-Op het hooren van dezen naam stak het paard fier den edelen kop op,
-rigtte den schranderen blik naar dengene die hem riep, ontrukte zich
-met een snelle en onweerstaanbare beweging aan de beide mannen, die
-hem poogden te weerhouden, deed hen onder het schaterend gelach hunner
-kameraden in het gras buitelen, sprong regelregt naar zijn meester
-en streek hem met den kop langs de borst, onder vrolijk gehinnik.
-
---Gij ziet het, hervatte de onbekende, terwijl hij het edele dier
-met de hand streelde, dat ging al zeer gemakkelijk.
-
---Hm! antwoordde op gebelgden toon de eerste avonturier, terwijl
-hij zich oprigtte en den schouder wreef; dat is een demonio, wien ik
-niet gaarne mijne huid zou toevertrouwen, hoe oud en gerimpeld zij
-ook zijn mag.
-
---Laat hem maar stilletjes begaan, ik zal wel voor hem zorgen, zei
-de vreemdeling.
-
---Zoo waar ik Domingo heet, ik heb er het mijne al van, riep de andere;
-'t is een edel dier, maar hij heeft den duivel in 't lijf!
-
-De onbekende trok de schouders op maar antwoordde niet en keerde naar
-het vuur terug, gevolgd door zijn paard, dat stapvoets achter hem
-liep, zonder den minsten lust te betoonen om zich van nieuws aan de
-wonderlijke kuren schuldig te maken, die de verbazing der avonturiers
-zoozeer hadden gaande gemaakt, ofschoon meest allen volleerde meesters
-waren in de edele paardenkunst. Onze viervoet was een volbloed van
-arabisch ras, die zijn tegenwoordigen bezitter waarschijnlijk een
-aanzienlijke som had gekost, en wiens schoone vormen wel vreemd moesten
-voorkomen aan lieden, die geen andere dan mexicaansche paarden gezien
-hadden. Zijn meester voorzag hem van het noodige voeder, koppelde
-hem in zijn nabijheid vast, en hernam zijne vorige plaats bij het vuur.
-
-Op hetzelfde oogenblik verscheen de kapitein aan den ingang der tent.
-
---Ik vraag u verschooning, zeide hij met die bevallige hoffelijkheid,
-die den Spaansch-Amerikanen schijnt aangeboren te zijn, ik vraag u
-verschooning, senor caballero, dat ik u zoo lang liet wachten, maar
-gebiedende pligt vorderde mijne tegenwoordigheid elders; thans ben
-ik geheel tot uwe dienst.
-
-De onbekende boog en antwoordde schier even beleefd:
-
---Integendeel, ik ben het, die mij verontschuldigen moet, dat ik zoo
-zonder complimenten van uwe gastvrijheid gebruik maak.
-
---Geen woord meer hierover, bid ik u, of gij moest mij met noodelooze
-pligtplegingen willen bezwaren. Met deze woorden zette de kapitein
-zich naast zijn gast.
-
---Wij zullen wat eten, vervolgde hij; het doet mij leed dat ik u
-niets beters kan aanbieden; maar die te velde trekt moet zich weten te
-behelpen; ik ben hier op mager rantsoen gezet, gelijk gij zien zult,
-een stuk tasajo (zoutevleesch) en wat roode boontjes met pepersaus.
-
---Dat laat zich wel gebruiken, en ik zou er zeker de noodige eer aan
-bewijzen, als ik den minsten eetlust had; maar in deze oogenblikken
-zou het mij ondoenlijk zijn, om een brok aan den mond te brengen,
-wat het ook wezen mogt.
-
---Zoo! sprak de kapitein, terwijl hij den onbekende een wantrouwenden
-blik toewierp.
-
-Maar op het bedaard en open gelaat van zijn gast vertoonde zich zulk
-een ongekunstelde glimlach, dat hij zich schaamde over zijn voorbarigen
-argwaan, en zijn donkere blik terstond de vorige helderheid hernam.
-
---Het spijt mij wel: maar dan zal ik u verlof verzoeken om alleen
-te mogen eten, want om u de waarheid te zeggen, caballero, moet ik
-u bekennen, dat ik letterlijk raas van den honger.
-
---Het zou mij zeer leed doen, als ik u het minste oponthoud
-veroorzaakte.
-
---Domingo! riep de kapitein, breng mijn diner!
-
-De knecht--dezelfde, welken het paard van den vreemdeling zoo onzacht
-had omvergeworpen, liet zich geen oogenblik wachten, al trekbeende
-hij nog, en bragt in een houten schotel het diner van zijn chef;
-eenige geroosterde maïskoeken, die hij in de hand droeg, voltooiden
-den bijna kloosterlijken maaltijd.
-
-Domingo was een Indiaansche mesties, van ongunstig voorkomen, met
-hoekige trekken en een norsch gezigt; hij scheen omtrent vijftig
-jaar oud, in zoo ver het mogelijk is, den ouderdom van een Indiaan
-uit zijn voorkomen op te maken. Sedert zijn ongeval met het paard,
-droeg Domingo den onbekende een innigen wrok toe.
-
---Con su permiso, met uw verlof, zei de kapitein terwijl hij een der
-maïskoeken doorbrak.
-
---Ik zal intusschen een cigaar rooken, om u gezelschap te houden,
-antwoordde de vreemdeling met zijn onverstoorbaren glimlach.
-
-De kapitein maakte eene beleefde buiging en viel aan zijn sober maal,
-met al de graagte van iemand, die lang had moeten vasten. Wij zullen
-ons deze gelegenheid ten nutte maken, om den lezer zijn portret
-te geven.
-
-Don Miguel Ortega, onder welken naam hij bij zijne gezellen bekend
-was, was een elegant en fraai jongman, van hoogstens zes en twintig
-jaar. Zijn door de zon gebronsd gelaat was fijn besneden en zijne
-levendige oogen schitterden helder en fier onder zijn open voorhoofd,
-terwijl zijn verhevene gestalte, vast gespierde leden, en breede
-hooggewelfde borst een zeldzame kracht aanduidden. Inderdaad zou
-het moeijelijk, zoo niet onmogelijk zijn geweest, om in de gansche
-uitgestrektheid der voormalige spaansche koloniën een verleidelijker
-cavalier te vinden, wien het schilderachtige amerikaansche kostuum
-beter stond en meer tot den hombre de a caballo maakte, terwijl hij
-tevens in dezelfde mate al de uitwendige bekoorlijkheden in zich
-vereenigde, die de vrouwen zoo gaarne zien en waar zelfs het gemeen
-mede dweept. Ondanks dit alles hadden, voor een bevoegder opmerker,
-de oogen van don Miguel te veel diepte, en fronsten zijne wenkbraauwen
-te huichelachtig en bedriegelijk, om niet te vermoeden dat er achter
-al die verleidelijke uitwendige gaven een bedorven ziel en slechte
-hoedanigheden zich verscholen.
-
-Een jagers-maaltijd, die door goeden eetlust gekruid wordt, duurt
-zelden lang; en ook de zijne was spoedig afgeloopen.
-
---Zie zoo, zei de kapitein, zijne vingers aan een bosje gras
-afwrijvende; nu een sigaartje, om de spijsvertering te bevorderen,
-en dan zal ik de eer hebben u goeden avond te wenschen; gij zult toch
-zeker geen plan hebben om ons te verlaten eer de dag aankomt?
-
---Dat zou ik u niet kunnen zeggen, antwoordde de onbekende; dat zal
-min of meer afhangen van het weer, dat wij van nacht krijgen; ik heb
-haast genoeg, en gij weet caballero, wat onze buren, de Gringos zeggen:
-tijd is geld.
-
---Gij kent uwe eigene zaken beter dan ik, caballero; handel volkomen
-naar goedvinden, alleen sta mij toe, eer ik mij verwijder, dat ik u
-goeden nacht wensch en voorspoed op uwe ondernemingen!
-
---Ik zeg u dank, caballero.
-
---Nu een enkel woord, of liever ééne vraag nog eer wij scheiden.
-
---Spreek.
-
---Wel te verstaan, als gij die vraag te onbescheiden mogt vinden,
-zijt gij volkomen vrij om haar onbeantwoord te laten.
-
---Dat zou mij zeer verwonderen van een caballero, die zoo wellevend
-is; verklaar u dus als ik u verzoeken mag.
-
---Ik heet don Miguel Ortega.
-
---En ik don Stefano Cohecho.
-
-De kapitein maakte eene eerbiedige buiging.
-
---Vergun mij nu op mijne beurt dat ik u eene vraag doe, hervatte
-de vreemdeling.
-
---Als ik u verzoeken mag!
-
---Waarom hebt gij mijn naam willen weten?
-
---Omdat het in de prairiën altijd goed is, zijne vrienden van zijne
-vijanden te kunnen onderscheiden.
-
---Dat is zoo, welnu?
-
---Welnu, thans ben ik overtuigd, dat ik u niet onder de laatsten
-zal tellen.
-
---Quien sabe? Wie weet? lachte don Stefano; er bestaan zulke wonderbare
-kansen.
-
-Na eenige woorden op gelijke vriendschappelijke manier te hebben
-gewisseld, drukten de beide mannen elkander de hand, don Miguel begaf
-zich naar de tent, en don Stefano, na zijne voeten bij het vuur te
-hebben uitgestrekt, sliep in, althans sloot de oogen.
-
-Een uur later heerschte in het kamp de diepste stilte. De vuren
-verspreidden slechts een flaauwen glans, en de schildwachten, op
-hunne geweren rustende, gaven zich zelfs aan die vage dommeling over,
-die wel geen slapen is, maar toch geen waken meer heeten mag.
-
-Plotseling liet zich tweemaal achtereen het sombere gekras hooren
-van een uil, die waarschijnlijk in een der naastbij staande boomen
-verscholen zat.
-
-Don Stefano opende de oogen. Zonder van plaats te veranderen of zich
-te verroeren, verzekerde hij zich met een opmerkzamen blik, dat alles
-rondom hem in rust was; na zich vervolgens overtuigd te hebben,
-dat zijn machete en zijne revolvers nog op dezelfde plaats lagen,
-greep hij zijn buks, en bootste op zijne beurt het geschrei van den
-uil na. Een gelijkluidend geschreeuw gaf oogenblikkelijk antwoord.
-
-De vreemdeling, zonder zich op te rigten, plooide zijne zarapé in eene
-menschelijke gedaante, fluisterde zijn paard eenige zoete woordjes toe,
-om het gerust te stellen en geduld te leeren oefenen, en zich thans
-op den grond uitstrekkende, kroop hij op handen en voeten stilletjes
-naar een der uitgangen van het kamp; toen hield hij even stil, om
-zoo scherp mogelijk rond te zien.
-
-Alles bleef even kalm als te voren. Tot aan den voet der borstwering
-genaderd, die door de pakken der muilezels gevormd was, rigtte hij
-zich op, sprong met de vaardigheid van een boschkat over het bolwerk,
-en verdween in de prairie.
-
-Op hetzelfde oogenblik stond in het kamp een man op, sprong mede over
-de borstwering en ijlde hem na.
-
-Die man was Domingo.
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-DE NACHTELIJKE ZAMENSPRAAK.
-
-
-Don Stefano Cohecho scheen met de woestijn zeer goed bekend; zoodra
-hij zich dus in de prairie bevond, en naar hij meende tegen alle
-lastige nasporing beveiligd was, stak hij moedig het hoofd op;
-zijn gang werd rustiger en stouter, zijn oog glom met een somberen
-gloed, en hij trad met snellen stap naar een boschje van palmboomen,
-wier schrale waaijerkruinen bij dag tegen de brandende zonnestralen
-slechts een onvoldoende bescherming verleenden.
-
-Inmiddels verzuimde hij de noodige voorzorgen niet; van tijd tot tijd
-bleef hij plotseling staan en luisterde naar het minste geritsel, of
-bespiedde met scherpen blik de donkere diepten der wildernis; en dan
-weder, na zich verzekerd te hebben, dat alles rondom hem in rust was,
-vervolgde hij eenige sekonden later zijn togt, met denzelfden vasten
-tred, dien hij had aangenomen, toen hij het kamp verliet.
-
-Domingo, om ons van eene Indiaansche spreekwijze te bedienen, trad
-letterlijk op zijne voetsporen, bespiedde en beluisterde al zijne
-bewegingen met de behendigheid, die den mestiezen bijzonder eigen
-is, wel zorg dragende, dat de man, welken hij vervolgde, hem niet
-kon betrappen.
-
-De mesties was een van die karakters, welke men in de grensdistricten
-maar al te veel aantreft, en die evenzeer begaafd met groote talenten
-als met grove gebreken, gelijkelijk in staat zijn om zoowel goede als
-slechte zaken te helpen uitvoeren, maar die zich meestal door hunne
-boosaardige neigingen laten besturen.
-
-In deze oogenblikken volgde hij den vreemdeling zonder regt te weten
-waarom, en zonder voor zich zelven te hebben uitgemaakt of hij voor of
-tegen hem zou te werk gaan; dit te beslissen hing af van den loop der
-omstandigheden, al naar mate hij berekenen kon, hetzij van verraad
-of van pligtbetrachting het meeste voordeel te zullen trekken; ook
-vermeed hij zorgvuldig om zijne tegenwoordigheid te laten blijken, daar
-hij wel begreep, dat het geheim op welks ontdekking hij uit was, hem
-groote voordeelen zou kunnen aanbrengen, maar alleen en inzonderheid,
-wanneer hij het goed wist te gebruiken; steeds weifelend en onzeker,
-trok hij zich echter niet terug, maar ging derwijze te werk, dat
-hij de ontdekking van het kostelijk geheim geen oogenblik in de
-waagschaal stelde.
-
-Meer dan een uur lang volgden de beide mannen dezelfde rigting, zonder
-dat don Stefano een oogenblik vermoedde, dat hij werd nagespoord,
-en dat een der geslepenste schurken uit de prairie hem digt op de
-hielen zat.
-
-Na tallooze wegen en omwegen door het hooge gras te hebben gemaakt,
-kwam don Stefano eindelijk aan den oever der Rio-Colorado, die op dit
-punt breed en kalm als een meer daarheen vloeide, over eene zandige
-bedding, omzoomd door digte boschaadjen van katoenboomen en hooge
-populieren, wier wortels tot den rand van het water reikten. Aldaar
-aangekomen, bleef de onbekende een oogenblik staan luisteren, bragt
-de hand aan den mond en bootste volmaakt het keffen van den coyote
-(wolf) na; bijna onmiddelijk verhief zich het zelfde geluid uit het
-lage oeverbosch, en vertoonde zich op korten afstand eene ligte,
-van boomschors vervaardigde kaan, die door twee mannen werd geroeid.
-
---Ha! zei don Stefano met een bedwongen stem, ik wanhoopte reeds u
-te ontmoeten.
-
---Hebt gij dan ons signaal niet gehoord? antwoordde een der roeijers
-in de kaan.
-
---Zonder dat zou ik immers niet gekomen zijn? Maar mij dunkt dat gij
-wel een beetje vóór mij hier hadt kunnen wezen.
-
---Dat konden we onmogelijk.
-
-De kleine praauw zat nu in het oeverzand; de twee mannen sprongen
-luchtig aan wal, en bevonden zich reeds het volgende oogenblik bij don
-Stefano. Beiden waren gekleed en gewapend als de jagers in de prairiën.
-
---Hm! hervatte don Stefano, de weg is verduiveld lang van het kamp
-tot hier, ik vrees dat men mijne afwezigheid zal ontdekken.
-
---Dat is een gevaar, waar gij niet buiten kunt, antwoordde de vorige
-spreker, een man van hooge gestalte, gunstig voorkomen en strenge
-gelaatstrekken, terwijl zijne haren, wit als sneeuw, in lange krullen
-over zijne schouders golfden.
-
---Enfin, nu gij er eenmaal zijt, zullen wij nader afspreken en
-vooral kort zijn, want de tijd is kostbaar. Wat hebt gij sedert onze
-scheiding gedaan?
-
---Niet veel bijzonders; wij zijn u in de verte gevolgd, dat is alles,
-om u te kunnen helpen in geval van nood.
-
---Dank u; geen nieuws?
-
---Geen het minste; wie zou het ons gebragt hebben?
-
---Dat is waar; en uw vriend Loer-Vogel, hebt gij dien ook gezien?
-
---Neen.
-
---Cuerpo de Christo! dat valt ons tegen, want zoo mijn voorgevoel
-mij niet misleidt, zullen wij weldra onze messen moeten gebruiken.
-
---Men zal er zich van weten te bedienen.
-
---Dat weet ik, Vrij-Kogel, [1] ik ken uw moed sedert lang; maar gij,
-uw kameraad Ruperto, en ik, wij zijn niet meer dan drie personen,
-dat is alles.
-
---Geen nood!
-
---Hoe zoo, geen nood? nu wij tegen dertig of veertig geoefende jagers
-zullen te strijden hebben? waarlijk Vrij-Kogel, gij maakt mij dol met
-zulke beschouwingen, gij zoudt mij geheel van de wijze helpen. Gij
-ziet nergens bezwaar in en twijfelt aan niets; denk toch dat wij thans
-niet met slecht gewapende Indianen te doen hebben, maar met blanken,
-bandieten en roovers, zooals gij weet, die zich laten doodschieten
-zonder een duim breed te wijken, en voor wie wij onvermijdelijk zullen
-moeten onderdoen.
-
---Dat is waar, daar heb ik niet aan gedacht, zij zijn met hen zoo
-velen.
-
---Als wij sneuvelen, wat moet er dan van haar worden?
-
---Goed, goed, hernam de jager bedenkelijk het hoofd schuddend, ik
-herhaal u, dat ik er niet over had nagedacht.
-
---Gij ziet dus, dat wij ons zonder uitstel met Loer-Vogel moeten
-verstaan, en met de mannen over welke hij te beschikken heeft.
-
---Ja, alles goed en wel, maar noem mij eens een bepaald punt in de
-woestijn, waar wij zulk een man als Loer-Vogel moeten zoeken. Wie
-weet waar hij zich op dit oogenblik bevindt? Hij kan even goed geen
-geweerschot ver zijn als vijf honderd mijlen van ons af.
-
---Het is om gek van te worden.
-
---Wel ingezien, zitten wij in een moeijelijk parket. Maar weet gij in
-allen geval zeker, dat gij u niet bedriegt, en dat gij op het regte
-spoor zijt?
-
---Zeker ben ik tot nog toe van niets, ofschoon alles mij doet
-gelooven dat ik mij niet bedrieg; doch verlaat u vooreerst op mij,
-ik zal spoedig weten, waar ik mij aan te houden heb.
-
---Overigens zijn wij nog op hetzelfde spoor, dat wij sedert Monterey
-gevolgd hebben; er bestaat eenige kans, dat wij op den regten weg zijn.
-
---Waartoe zullen wij besluiten?
-
---Drommels, als ik weet wat ik zeggen zal.
-
---Gij zijt moedbenemend, inderdaad. Kunt gij mij dan geen middel aan
-de hand geven?
-
---Vooreerst moet ik er de noodige zekerheid van hebben, en ten tweede
-hebt gij zelf immers gezegd, dat het eene dwaasheid zou zijn om zulk
-een slag te durven slaan.
-
---Gij hebt gelijk, ik keer naar het kamp terug; den volgenden nacht
-zien wij elkander weêr, en dan zou ik wel zeer ongelukkig zijn als ik
-niet had uitgevorscht, wat wij beiden zoo vurig verlangen te weten. Ga
-er intusschen op uit, zoek en doorzoek de prairie in alle rigtingen,
-help mij en zoo hot immer mogelijk is, breng mij dan eenig berigt
-van Loer-Vogel.
-
---Uwe aanbeveling is overbodig, ik zal niet werkeloos blijven.
-
-Don Stefano greep de hand van den ouden jager en drukte die met warmte:
-
---Vrij-Kogel, sprak hij met eene ontroerde stem, ik zal u niets
-zeggen van onze oude vriendschap of van de goede diensten, die ik
-meermalen het geluk had u te bewijzen, ik wil u slechts herhalen,
-wat ik weet dat voor u genoeg is, namelijk dat van het welslagen
-onzer onderneming mijn levensgeluk afhangt.
-
---Goed, goed, vertrouw op mij, don José, ik ben te oud om in de
-vriendschap te wankelen; ik weet niet wie in deze zaak ongelijk heeft,
-en ik wensch dat het regt aan uwe zijde is; maar daarmede bemoei
-ik mij niet; wat er ook gebeure, ik zal toonen, dat ik uw goede en
-trouwe kameraad ben.
-
---Ik zeg u dank, mijn oude vriend, tot den volgenden nacht!
-
-Met deze weinige woorden, maakte don Stefano, of hij die zich dus
-liet noemen, zich gereed om heen te gaan, maar een onverwachte wenk
-van Vrij-Kogel hield hem terug.
-
---Wat is er? vroeg de vreemdeling.
-
-De jager hield den wijsvinger van zijne regterhand voor zijn mond,
-ten teeken dat hij zwijgen moest; zich toen tot Ruperto wendende,
-die er al dien tijd onverschillig en stil bij had gestaan, fluisterde
-hij met eene bijna onhoorbare stem: Grijp den coyote!
-
-Zonder te antwoorden sprong Ruperto, zoo vlug als een jaguar, de
-struiken in en verdween in het katoenboomenboschje, dat op korten
-afstand lag. Eenige oogenblikken later hoorden de beide mannen,
-die in gebogen houding maar zonder een woord te spreken stonden te
-luisteren, een krakend geruisch van ritselende bladeren en brekende
-takken, onmiddellijk gevolgd door het ploffen van een zwaar ligchaam
-dat op den grond viel; verder hoorden zij niets meer.
-
-Maar bijna oogenblikkelijk galmde hun den kreet van een nachtuil in
-de ooren.
-
---Dat is Ruperto die ons roept, zeide Vrij-Kogel, alles is in orde.
-
---Wat is er dan gebeurd? vroeg don Stefano ongerust.
-
---Niets van belang, hernam de jager, hem een wenk gevende dat hij
-volgen zou. 't Was slechts een spion, die u achter de broek zat;
-dat is al.
-
---Een spion!
-
---Por Dios! gij zult het zien.
-
---O wee! dat ziet er gek uit.
-
---Minder gek dan gij denkt, mits wij hem in handen kunnen krijgen.
-
---Ja, maar dan zullen wij hem immers moeten dooden?
-
---Wie weet? dat hangt waarschijnlijk af van het verhoor, dat wij hem
-zullen laten ondergaan; in allen geval zie ik er niet veel kwaad in
-om zulk ongedierte uit te roeijen. Zoo sprekende, waren Vrij-Kogel
-en zijn medgezel het boschje reeds binnengedrongen.
-
-Op den grond lag Domingo, aan handen en voeten gebonden met de reata
-(paardenkoppel) van Ruperto, en te vergeefs worstelende om de koorden
-te verbreken, die hem in het vleesch drongen. Ruperto stond met de
-beide handen kruiselings op de tromp van zijn buks geleund, die met de
-kolf op den grond rustte, lagchend en meesmuilend te luisteren, maar
-zonder een woord terug te zeggen, naar den stroom van scheldwoorden
-en vloeken, die de mesties in zijne woede uitbraakte.
-
---Dios me ampare! (God beware mij) riep deze, terwijl hij zich
-kronkelde als een adder. Verdugo del demonio! (duivelsche kerel)
-is dat eene behandeling voor een fatsoenlijk mensch! Ben ik een
-Roodhuid, om mij dus te zien knevelen als een rol tabak, en mij de
-leden te laten binden als een kalf, dat naar den slagter moet? Als
-ik u ooit onder mijne handen krijg, vervloekte hond, zal ik je die
-streek betaald zetten, die ge mij gespeeld hebt, reken daar op!
-
---In plaats van te dreigen, mijn goede man, zei Vrij-Kogel
-tusschenbeide komende, moest gij dunkt mij liever ronduit bekennen,
-dat gij in onze magt zijt en u daarnaar gedragen.
-
-De bandiet wendde oogenblikkelijk het hoofd om, het eenige lid dat
-hij nog vrij had, en keek den jager aan:
-
---Het staat u heel mooi om mij "goede man" te noemen en mij raad te
-geven, oude vanger van muskus-rotten! riep hij brutaal; zijt gij een
-blank mensch of een Indiaan, dat gij op deze wijze een jager behandelt?
-
---Als gij, in plaats van hier te komen afluisteren wat u niet aangaat,
-waarde senor Domingo, zoo is uw naam immers als ik mij niet bedrieg,
-liever stilletjes in uw kamp waart blijven slapen, dan zou dit kleine
-ongeval, waarover gij u zoo beklaagt, u nooit overkomen zijn, zei
-don Stefano spotachtig.
-
---Ik moet de juistheid van uwe redenering toegeven, hervatte de
-bandiet koddig; maar wat duivel! kon ik het helpen? Het is altijd
-mijn zwak geweest om te willen uitvinden, wat anderen voor mij zochten
-te verbergen.
-
-Don Stefano keek hem met argwanenden blik in de oogen.
-
---En hebt gij dat zwak reeds lang gehad, mijn goede vriend? vroeg hij.
-
---Van mijn eerste jeugd af, antwoordde Domingo onbeschroomd.
-
---Nu, dan zult gij al vrij wat geheime zaken hebben leeren kennen?
-
---O, ontzaggelijk veel, waarde heer.
-
-Don Stefano wendde zich tot Vrij-Kogel, en riep: Zeg eens vriend,
-maak zijne banden een weinig los, zijn gezelschap kan ons misschien
-tot voordeel strekken, ik zou gaarne eenige oogenblikken hooren wat
-hij te vertellen heeft.
-
-De jager bragt stilzwijgend de bekomen order ten uitvoer. De bandiet
-slaakte een zucht van tevredenheid, toen hij zich minder beklemd
-voelde, en ging op het gras overeind zitten.
-
---Cuerpo de Christo! riep hij op vrolijken toon, thans is mijne
-positie ten minste om uit te houden, zoo kan ik nog praten.
-
---Niet waar?
-
---Te weerga ja! ik ben geheel tot uwe dienst, mijnheer, voor alles
-wat gij verlangt.
-
---Dan zal ik van uwe beleefdheid gebruik maken.
-
---Ga vrij uw gang, mijnheer, en maak er gebruik van; ik kan niet
-anders dan winnen door met u te praten.
-
---Zoudt gij dat denken?
-
---Ik ben er van overtuigd.
-
---Daar kondt gij misschien wel gelijk in hebben; zeg mij eens, hebt
-gij behalve die edele nieuwsgierigheid, die gij zoo ronduit hebt
-durven bekennen, ook nog andere kleine gebreken?
-
-De bandiet deed alsof hij drie minuten lang eerlijk in zijn geweten
-rondzocht, en antwoordde toen zoo bedaard mogelijk: Op mijn woord
-van eer, senor, ik zie niets.
-
---Zijt gij daar zeker van?
-
---Hm! het kan gebeuren, maar toch, ik geloof van neen.
-
---Ha, gij ziet dat gij er niet geheel zeker van zijt.
-
---Eigentlijk gezegd, neen! riep Domingo met geveinsde openhartigheid;
-zoo als gij weet, senor, de menschelijke natuur is zoo onvolmaakt.
-
-Don Stefano knikte toestemmend.--Als ik u een beetje op weg hielp,
-zeide hij, misschien zou ....
-
---zouden wij dan wel iets vinden, niet waar, mijnheer? viel Domingo
-hem met drift in de reden. Welnu, help mij dan een beetje op weg,
-ik verlang niets liever dan dat.
-
---Zoo, bijvoorbeeld .... maar let wel, ik bevestig niets, ik
-veronderstel het alleen, meer niet.
-
---Caraï! dat weet ik wel; ga uw gang, mijnheer, geneer u niet.
-
---Zoo vraag ik u, zoudt gij niet een zeker zwak hebben voor geld?
-
---Voor goud vooral.
-
---Dat wou ik juist zeggen.
-
---Goud is ook zoo verleidelijk, mijnheer.
-
---Ik reken het u volstrekt niet aan als een misdaad, vriend, ik bepaal
-mij alleen, om er kennis van te nemen; buitendien is het zulk een
-algemeene trek ....
-
---Niet waar?
-
---Dat gij er natuurlijk mede behebt moet zijn.
-
---Zeer goed, mijnheer, ik beken dat gij het geraden hebt.
-
---Ziet gij nu, dat ik het wel wist?
-
---O! goud, eerlijk gewonnen.
-
---Dat spreekt van zelf; gesteld nu eens, dat men u, bijvoorbeeld
-duizend piasters bood, om het geheim te ontdekken van de palankijn
-van don Miguel Ortega?
-
---Te weerga! riep de bandiet, terwijl hij den vreemdeling scherp in
-de oogen keek, die hem van zijn kant even oplettend gadesloeg.
-
---En als er dan iemand was, vervolgde don Stefano, die u bovendien,
-als onderpand van den koop, een ring ten geschenke gaf, zoo als
-deze bijvoorbeeld?
-
-Bij deze woorden liet hij den mesties een prachtigen diamant in de
-oogen schitteren.
-
---Dan nam ik het aan, te duivel, ja! riep Domingo op een toon van
-onmiskenbare begeerigheid, al zou ik mijne hoop op het paradijs er
-voor in de waagschaal stellen, om achter dat geheim te komen.
-
-Don Stefano wendde zich tot Vrij-Kogel.--Maak den man los, zeide hij
-koeltjes, wij verstaan elkander.
-
-Zoodra de mesties zich vrij gevoelde, sprong hij op van vreugde.
-
---De ring! riep hij.
-
---Zie daar! zei don Stefano, terwijl hij hem dien overhandigde;
-is onze koop nu gesloten?
-
-Domingo kruiste den duim van zijn regterhand over dien van zijn linker,
-rigtte fier zijn hoofd op, en sprak met een vaste, nadrukkelijke
-stem:--Bij het heilige kruis des Verlossers, zweer ik, dat ik alles
-wat in mijn vermogen is zal aanwenden, om het geheim te ontdekken
-dat don Miguel Ortega zoo zorgvuldig zoekt te verbergen; ook zweer
-ik, dat ik den caballero, met wien ik op dit oogenblik onderhandel,
-nimmer zal verraden; door dezen eed, dien ik ten aanhoore van de
-drie caballeros, hier tegenwoordig, uitspreek, verbind ik mij, om,
-zoo ik hem ooit mogt breken, zonder mij te beklagen iedere straf,
-al ware het den dood zelf, te ondergaan, die deze drie caballeros
-zullen goedvinden mij op te leggen.
-
-De eed thans door Domingo uitgesproken, was de zwaarste, die door
-een Spaansch-Amerikaan kon worden afgelegd; er bestaat geen voorbeeld
-dat zij dien ooit verbroken hebben. Don Stefano boog dus, ten volle
-overtuigd, dat de bandiet zijn woord zou gestand doen.
-
-Op dit oogenblik knalden er plotseling verscheidene geweerschoten,
-gevolgd door een vreeselijken oorlogskreet kort in de nabijheid.
-
-Vrij-Kogel ontstelde er van.--Don José, zeide hij tegen den
-vreemdeling, hem de hand op den schouder leggende. God helpe ons! keer
-naar het kamp terug; en den volgenden nacht zal ik u waarschijnlijk
-meer nieuws kunnen vertellen.
-
---Maar dat schieten dan?
-
---Maak u niet ongerust, ga terug naar het kamp, zeg ik u, en laat
-mij handelen.
-
---Nu, als gij het zoo wilt, zal ik gaan.
-
---Tot morgen?
-
---Ja, tot morgen.
-
---En ik nu? riep Domingo, caramba! kameraden, als gij met messen gaat
-spelen, zoudt gij mij dan niet meê kunnen laten doen?
-
-De oude jager keek hem oplettend aan.
-
---Wel! zeide hij, zich een oogenblik bedacht hebbende, uw idée is
-zoo kwaad niet, kom dan maar meê, als gij het verlangt.
-
---Dat komt juist goed, nu heb ik dadelijk een voorwendsel gevonden
-voor mijne afwezigheid.
-
-Don Stefano begon te lagchen; nadat hij Vrij-Kogel nog eens aan hunne
-zamenkomst voor den volgenden nacht had herinnerd, verliet hij het
-boschje, en rigtte zijne schreden naar het kamp.
-
-De beide jagers en de mesties bleven alleen.
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-INDIANEN EN JAGERS.
-
-
-Op de plaats waar zich de drie jagers bevonden, vormde de Rio-Colorado,
-gelijk wij reeds gezegd hebben, een zeer breeden stroom, welks zilveren
-wateren zachtkens voortkabbelden door eene schoone schilderachtige
-streek. Nu eens, zoowel aan den linker- als regteroever, verhief
-zich het terrein eensklaps tot bijna loodregte rotssteilten, en
-bergen van ontzagwekkende schoonheid; dan weder daalde de grond
-langzaam af in lagchende weiden, getooid met het weligste groen,
-of in bevallig golvende valleijen, bedekt met geboomte van allerlei
-soort. Het was in een dezer valleijen, dat de kleine praauw van
-Vrij-Kogel aan wal was gezet en van alle zijden als door een digt
-gordijn van opgaand bosch ingesloten, zouden de jagers zelfs midden
-op den dag, aan den bespiedenden blik hebben kunnen ontsnappen van
-iederen nieuwsgierige, die hen had willen verrassen; thans echter,
-in dit vérgevorderde uur van den nacht, onder het bleek en sidderend
-licht der maan, die hare stralen naauwelijks als door een sluijer
-van digt gebladerte heenboorde, waren zij geheel verborgen, en konden
-zij zich volkomen veilig rekenen. Door de sterkte zijner strategische
-stelling gerustgesteld, begon Vrij-Kogel, terstond nadat don Stefano
-hem verlaten had, zijne oorlogzuchtige plannen te ontwikkelen, met
-het heldere doorzigt van iemand, die zich sedert vele jaren in de
-ervaringen der woestijn had geoefend.
-
---Kameraad, zeide hij tot den mesties, zijt gij bekend met de prairie?
-
---Zeker niet zoo goed als gij, oude strikkenzetter, antwoordde Domingo
-zedig; maar toch genoeg om u van dienst te zijn in de onderneming,
-die gij wagen wilt.
-
---Die manier van antwoorden bevalt mij, zij bewijst dat gij uw
-werk goed verlangt te doen; luister dus met aandacht: de kleur van
-mijne haren, en de rimpels op mijn aangezigt geven u reden genoeg
-om te denken, dat ik zekere ondervinding moet bezitten, daar ik mijn
-gansche leven in de wouden heb doorgebragt; er is om zoo te zeggen geen
-grashalm die ik niet ken, geen geluid, waarvan ik geen rekenschap kan
-geven, geen spoor dat ik niet zou kunnen ontdekken. Eenige minuten
-geleden vielen er niet ver van ons af verscheidene geweerschoten en
-weergalmde de oorlogskreet der Indianen; onder die geweerschoten,
-ben ik zeker de buks te hebben gehoord van een man, voor wien ik de
-warmste vriendschap koester, die man is op dit oogenblik in gevaar,
-hij vecht met de Apachen, die hem gewis overrompeld en in zijn slaap
-hebben aangevallen. Het aantal der schoten doet mij onderstellen
-dat mijn vriend niet meer dan twee makkers bij zich heeft; als wij
-hem dus niet te hulp komen is hij verloren, want zijne vijanden zijn
-talrijk; de poging, die ik wagen wil, is bijna hopeloos; wij hebben
-alle kansen tegen ons; denk er dus over na eer gij mij antwoordt. Zijt
-gij nu nog bereid om met mij en Ruperto mede te gaan, in één woord,
-om uw scalp en uw leven in ons gezelschap te wagen?
-
---Bah! zei de bandiet onbekommerd, een mensch sterft maar eens;
-misschien krijg ik nooit weder zulk eene schoone gelegenheid, om
-een eerlijken dood te sterven. Gij kunt over mij beschikken, oude
-klemmenzetter, ik ben de uwe met lijf en ziel.
-
---Goed, dat antwoord heb ik wel verwacht. Het was evenwel mijn pligt,
-om u op het gevaar opmerkzaam te maken, dat gij er bij loopt; thans
-zullen wij er niet verder over spreken, maar handelen, want de tijd
-dringt, en iedere minuut, die wij verliezen, is eene eeuw voor hem,
-dien wij willen redden. Trek mijne moksens [2] aan, houd uwe oogen en
-ooren open, wees vooral voorzigtig, en doe niets buiten mijne orders;
-laat ons gaan!
-
-Na zorgvuldig het slot van zijn buks te hebben nagezien, eene voorzorg,
-die door de anderen werd gevolgd, bleef Vrij-Kogel eenige sekonden
-staan om zich niet te vergissen; toen stapte hij, met de instinctmatige
-vastheid, die bij de jagers schier tot een tweede gezigt wordt, snel
-maar zoo stil mogelijk voort, in de rigting van den vermoedelijken
-strijd, en gaf de twee anderen een wenk om hem te volgen.
-
-Het is schier onmogelijk, zelfs in de verte zich een denkbeeld
-te maken van hetgeen een marsen in de prairiën beteekent, bij
-nacht en te voet, te midden van digte bosschaadjen, verward in
-elkander gegroeide boomen, en reusachtige lianen, die zich allerwege
-ineenslingeren en in iedere rigting de wonderlijkste figuren vormen,
-welke een eeuwenheugend warbosch kan opleveren. Op marsch in zulk
-een bosch, op een bodem zamengesteld uit den afval, die door vele
-jaarhonderden is opgehoopt, nu eens heuvels vormende van verscheidene
-voeten hoogte, dan weder plotseling doorsneden met diepe onzigtbare
-kuilen en moerasgronden,--is het niet alleen reeds moeijelijk, zich
-in zulk eene verwarde en ondoordringbare wildernis een spoor te banen
-en den regten weg te vinden, als men onbekommerd voorttrekt en niet
-vreest overrompeld te worden; maar deze taak wordt schier onmogelijk,
-wanneer men verpligt is om er in roerlooze stilte door te worstelen
-en geen tak kan doen zwiepen, geen blad doen ritselen, zonder gevaar
-van den vijand wakker te maken, dien men tracht te overrompelen.
-
-Alleen veeljarig oponthoud in zulk eene wildernis kan den mensch
-de noodige bekwaamheid geven, om dit moeijelijke werk tot stand te
-brengen, en deze bekwaamheid bezat Vrij-Kogel in de hoogste mate;
-hij kende de vele hindernissen die zich bij iederen stap voor hem
-opdeden, hindernissen, waarvan onder zulke omstandigheden een enkele
-reeds genoeg zoude zijn geweest, om den stoutmoedigste aan den goeden
-uitslag te doen wanhopen. De twee andere jagers hadden alleen het
-spoor te volgen, dat door hunnen gids even behendig als moeijelijk
-werd gebaand. Gelukkigerwijs werden de avonturiers slechts door een
-kleinen afstand gescheiden van hen, wien zij hulp gingen toebrengen;
-zonder dat zou bijna de geheele nacht noodig zijn geweest om hij
-hen te komen. Zoo Vrij-Kogel zulks gewild had, had hij den rand van
-het bosch kunnen omtrekken en zich dan alleen door het hooge gras
-behoeven heen te worstelen, een weg, die oneindig gemakkelijker en
-minder vermoeijend zou zijn geweest: maar met de juistheid van zijn
-door gewoonte geoefenden blik, begreep hij dat de rigting, die hij
-gekozen had, de eenige was, die hem in staat zou stellen om tot het
-tooneel van den strijd door te dringen, zonder door de Indianen te
-worden opgemerkt, die, in weerwil van al hunne geslepenheid, er niet in
-'t minst op verdacht waren, dat iemand het zou hebben durven wagen,
-hen langs zulk een weg te naderen.
-
-Na een togt van ongeveer twintig minuten, hield Vrij-Kogel stand. De
-drie jagers waren op het bedoelde terrein. Terwijl zij de struiken
-zachtjes uiteenschoven, wat zagen zij?
-
-Naauwelijks tien passen voor hen uit was eene boomvrije opening; op
-deze ledige plek waren drie vuren aangelegd, rondom welke een aantal
-krijgslieden der Apachen deftig zaten te rooken, terwijl hunne paarden,
-aan piketten gekoppeld, het jeugdig loof der boomen afknabbelden. Zijn
-vriend Loer-Vogel stond rustig onder de opperhoofden, op zijn buks
-leunende, en nu en dan eenige woorden met hen wisselend. Vrij-Kogel
-begreep niets van hetgeen hij zag. Al deze lieden schenen op den
-vriendschappelijksten voet met den jager, die van zijn kant noch door
-gebaar noch in zijn voorkomen eenige de minste bekommering verried!
-
-Om onze lezers de zonderlinge stelling, waarin al deze mannen tegenover
-elkander waren geplaatst, goed te doen verstaan, moeten wij eenige
-stappen in ons verhaal terugtreden. Bij den plotselingen aanval der
-Indianen hebben wij gezegd, dat Loer-Vogel stout op hen afwas gegaan,
-een bisonsmantel zwaaijend, ten teeken van vrede. De Indianen waren
-hierop blijven staan, met de hoffelijke bescheidenheid, die zij in
-al hunne nationale gebruiken in acht nemen, ten einde de opheldering
-van den jager aan te hooren. Twee der opperhoofden waren hem zelfs te
-gemoet getreden, om hem beleefd te verzoeken zich nader te verklaren.
-
---Wat verlangt mijn broeder met het blanke gezigt? vroeg een der
-opperhoofden, hem groetende.
-
---Kent mijn roode broeder mij dan niet, en is het noodig, dat ik hem
-mijn naam noem, om hem te doen weten tot wien hij spreekt? antwoordde
-Loer-Vogel op gebelgden toon.
-
---Het is onnoodig; ik weet dat mijn broeder een groot krijgsman der
-blanken is; mijne ooren zijn geopend, ik wacht de verklaring af,
-die hij mij geven zal.
-
-Loer-Vogel trok minachtend de schouders op.
-
---Zijn de Apachen dan laffe coyoten en plunderaars geworden, zeide
-hij, dat zij zich aan benden verzamelen, om in de prairie op roof
-uit te gaan? Waarom hebben zij mij aangevallen?
-
---Mijn broeder weet het wel.
-
---Neen; dan zou ik het u niet vragen. De Antilope-Apachen hadden
-eens een groot krijgsman tot opperhoofd, de Roode-Wolf genaamd; dat
-opperhoofd was mijn vriend, met wien ik een verbond had gesloten;
-maar de Roode-Wolf is zonder twijfel dood, en zijn scalp versiert
-waarschijnlijk de hut van een Comanch, daar de jonge lieden van zijn
-stam in weerwil van het tusschen ons bezworen vredeverbond, mij zijn
-komen aanvallen gedurende mijn slaap.
-
-Het opperhoofd rigtte zich op in zijn volle lengte en fronste de
-wenkbraauwen.
-
---Het bleeke gezigt heeft, als alle zijne landgenooten, een
-adderentong, zeide hij barsch, een dikke huid bedekt zijn hart, en de
-woorden, die zijne borst uitblaast, zijn even trouweloos; de Roode-Wolf
-is niet dood, en zijn scalp versiert geenszins de hut van een Comanch;
-hij is nog altoos de eerste sachem der Antilope-Apachen, dat weet de
-jager zeer goed, dewijl hij op dit oogenblik tot hem spreekt.
-
---Ik acht mij gelukkig, dat mijn broeder zijn naam heeft genoemd want
-aan zijne manier van handelen zou ik hem niet hebben herkend.
-
---Ja; er is onder ons een verrader, hervatte het opperhoofd norsch;
-maar die verrader is een blanke, en geen Indiaan!
-
---Dat mijn broeder zich nader verklare, ik begrijp hem niet, er is
-een mist voor mijne oogen, mijn geest is beneveld: de woorden van
-het opperhoofd zullen die wolk ongetwijfeld doen verdwijnen.
-
---Dat wensch ik! Moge de jager mij met eene eerlijke tong en zonder
-omwegen antwoorden, want zijne stem is eene muziek, die mij langen
-tijd zoet in de ooren klonk en mijn hart verheugde; ik zal mij gelukkig
-rekenen, als zijne verklaring mij den vriend teruggeeft dien ik meende
-verloren te hebben.
-
---Dat mijn broeder mij ondervrage! ik zal zijne vragen beantwoorden.
-
-Op een gegeven teeken, hadden de Apachen weldra verscheidene vuren
-ontstoken en een kamp aangelegd. Ondanks al zijne slimheid, had zich
-in het hart van den Apachen-chef een heimelijke argwaan gevestigd;
-hij wilde echter den blanken jager, dien hij zeer vreesde, zooveel
-mogelijk toonen, dat hij vrijelijk handelde en volstrekt geen kwaad
-in 't zin had. De Apachen, toen zij de goede verstandhouding zagen,
-die tusschen hunnen sachem en den jager scheen te heerschen, hadden
-zich gehaast om de bekomen orders uit te voeren. Elk spoor van strijd
-of vijandschap was in een oogenblik verdwenen, en het kleine grasveld
-had al het aanzien van een kampement van vreedzame jagers, die door
-een vriend werden bezocht.
-
-Loer-Vogel moest in zijn geest lagchen over het welgelukken van
-zijne krijgslist, en over de behendige manier, waarop hij met weinige
-woorden aan de omstandigheden eene geheel andere rigting had weten te
-geven. Intusschen was hij niet volkomen gerust over de ophelderingen,
-die het opperhoofd hem vragen zou; hij gevoelde zich als in een
-wespennest, waaruit hij, althans zonder een of ander gelukkig toeval,
-geen kans zag zich te redden.
-
-De Roode-Wolf had den jager verzocht naast hem bij het vuur te komen
-zitten, een verzoek waaraan deze zich echter wel wachtte van te
-voldoen, daar hij nog niet wist welken keer de zaken konden nemen,
-en hij zijne eenige hoop op behoud niet wilde verzwakken in geval de
-verklaring onstuimig afliep.
-
---Is de blanke jager gereed om te antwoorden? vroeg de Roode-Wolf.
-
---Ik wacht op alles, wat mijn broeder mij zal gelieven te vragen!
-
---Goed! dat mijn broeder dan de ooren opene, voor hetgeen een
-opperhoofd spreekt.
-
---Ik luister!
-
---De Roode-Wolf is een beroemd opperhoofd; zijn naam is gevreesd bij
-de Comanchen, die voor hem vlugten als schroomvallige vrouwen. Op
-zekeren dag aan de spits zijner jonge helden uitgetrokken, drong de
-Roode-Wolf in een altepetl (dorp) der Comanchen; de Bison-Comanchen
-waren dien dag op de jagt in de prairiën, hunne krijgslieden en
-jongelingen waren afwezig; de Roode-Wolf verbrandde de hutten en
-voerde de vrouwen gevankelijk weg; is dit de waarheid?
-
---Het is de waarheid! antwoordde de jager zich buigende.
-
---Onder die vrouwen bevond zich er een, voor welke het opperhoofd der
-Apachen zijn hart voelde kloppen; deze vrouw was de Cihuatl van den
-sachem der Bison-Comanchen. De Roode-Wolf voerde haar met zich naar
-zijn stam, en behandelde haar niet als eene gevangene, maar als eene
-welbeminde zuster. Wat deed de blanke jager?
-
-Hier hield het opperhoofd op en vestigde een doordringenden blik
-op Loer-Vogel; deze echter wendde zijne oogen niet af, en zeide:
-Ik wacht tot mijn broeder mij beschuldige, opdat ik moge weten wat
-hij mij ten laste legt.
-
-De Roode-Wolf vervolgde min of meer met ontroering in zijne stem:
-
---De blanke jager, de vriendschap van het opperhoofd misbruikende,
-drong door in zijn altepetl, onder voorwendsel van zijn rooden
-broeder te bezoeken. Daar hij bij allen gekend en geliefd was, liep
-hij vrijelijk in het dorp rond, doorsnuffelde alles, en toen hij
-de Wilde-Roos ontdekte, schaakte hij haar in een duisteren nacht en
-voerde haar weg als een lafhartige verrader!
-
-Bij dit verwijt greep de jager zijn buks met krampachtige hand;
-maar bijna oogenblikkelijk zijne koelbloedigheid hernemende, zeide hij:
-
---Het opperhoofd is een groot krijgsman, hij spreekt goed, de woorden
-vloeijen van zijne lippen in bekoorlijken overvloed; ongelukkig echter
-laat hij zich door zijn hartstogt wegslepen en verhaalt hij de dingen
-niet zoo als zij werkelijk zijn gebeurd.
-
---Ooah! riep het opperhoofd, is de Roode-Wolf dan een leugenaar? dan
-moet zijne bedriegelijke tong den honden worden toegeworpen.
-
---Ik heb de woorden van het opperhoofd met geduld aangehoord; thans
-is de beurt aan hem om de mijnen te hooren.
-
---Goed! dat mijn broeder spreke.
-
-Op dit oogenblik hoorde men een zacht geblaas, als een bange zucht. De
-Indianen sloegen er geen acht op, maar de jager ontroerde er van, zijn
-helder en open oog schoot als een bliksemflits, en een zegevierende
-glimlach plooide zich om zijne lippen.
-
---Ik zal kort zijn, zoo begon hij; ik ben werkelijk in het dorp van
-mijn broeder gekomen, maar vrijmoedig en op een eerlijke wijs, om hem
-uit naam van Machsi-Karehde, den grooten sachem der Bison-Comanchen,
-de vrouw terug te vragen die de Roode-Wolf hem ontvoerd had; voor die
-vrouw bood ik een rijken losprijs, bestaande in vier erupahs (geweren),
-zes huiden van wijfjes bisons, en twee halsketens van graauwe
-beeren-klaauwen; ik deed zulks met oogmerk om een oorlog tusschen
-de Bison-Comanchen en Antilope-Apachen te verhoeden; mijn broeder
-de Roode-Wolf, in plaats van mijn vriendelijk aanbod aan te nemen,
-wees het verachtelijk van de hand; ik heb hem meteen gewaarschuwd,
-dat de Vliegende-Arend, het zij goedschiks of met geweld, de vrouw
-zou terug halen, die men verraderlijk uit zijn dorp had ontvoerd
-terwijl hij afwezig was; daarop ben ik weder vertrokken. Welk verwijt
-kan mijn broeder mij deswegens toevoegen? In welken zin of in welk
-opzigt heb ik mij jegens hem misdragen? De Vliegende-Arend heeft
-zijne vrouw teruggehaald: daar heeft hij wel aan gedaan, want hij
-was in zijn goed regt; de Roode-Wolf kan hier niets op aanmerken,
-daar hij in gelijke omstandigheden hetzelfde zou gedaan hebben. Ik
-heb gezegd! Dat mijn broeder nu antwoorde, als zijn hart getuigt dat
-ik kwalijk gehandeld heb.
-
---Goed! antwoordde het opperhoofd; mijn broeder is met de Wilde-Roos
-hier geweest, eenige minuten geleden; hij zegge mij waar zij zich
-verschuilt, dan zal de Roode-Wolf haar zelf terugnemen, en dan zullen
-er tusschen den Roode-Wolf en zijn vriend geen wolken meer zijn.
-
---Het opperhoofd moet deze vrouw vergeten, die hem niet bemint en
-die zijne vrouw niet zijn kan; dit is des te meer raadzaam, daar de
-Vliegende-Arend haar nimmer aan hem zal willen afstaan.
-
---De Roode-Wolf heeft krijgslieden om zijne woorden te handhaven,
-zeide de Indiaan trotsch; de Vliegende-Arend is slechts alleen,
-hoe zal hij zich tegen den wil van den sachem kunnen verzetten?
-
-Loer-Vogel glimlachte.
-
---De Vliegende-Arend heeft talrijke vrienden, zeide hij; hij is op
-dit oogenblik in het kamp der bleekgezigten gevlugt, welks wachtvuren
-de Roode-Wolf hier in de verte kan zien schitteren; laat mijn broeder
-maar even luisteren, ik meen reeds voetstappen in het bosch te hooren.
-
-De Indiaan stond verschrikt op. Op het zelfde oogenblik traden er
-drie mannen de kampplaats binnen; die drie mannen waren Vrij-Kogel,
-Ruperto en Domingo.
-
-Zoodra zij hen gezien hadden, sprongen de Apachen, die hen zeer
-goed kenden, onstuimig op, slaakten een kreet van verbazing, om niet
-te zeggen van angst en ontsteltenis, en grepen terstond naar hunne
-wapenen. De drie jagers vervolgden echter bedaard hun weg en naderden
-ongestoord, zonder blijkbaar op deze bijna vijandelijke vertooning
-acht te geven.
-
-Wij moeten hier met weinige woorden de verschijning der jagers
-toelichten, en de verandering opgeven die hunne tusschenkomst
-waarschijnlijk in den staat van zaken zou te weeg brengen.
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-WEDERZIJDSCHE OPHELDERINGEN.
-
-
-Vrij-Kogel en zijne twee kameraden hadden, dank zij de gunstige
-plaats waar zij stonden, niet alleen alles wat er in het kamp der
-Apachen omging, kunnen zien, maar tevens zonder een woord er van te
-missen alles gehoord wat er tusschen Loer-Vogel en den Rooden-Wolf
-gesproken was.
-
-Sedert vele jaren reeds waren de twee Canadesche jagers naauw aan
-elkander verbonden: menige stoutmoedige onderneming die de woudloopers
-gewoon zijn tegen de Indianen te wagen, hadden zij zamen beraamd
-of uitgevoerd; zij hadden voor elkander geene geheimen; alles was
-onder hen gemeenschappelijk, hunne vijandschappen zoo wel als hunne
-vriendschappen.
-
-Vrij-Kogel was dus volmaakt goed op de hoogte van het onderwerp dat
-door den Rooden-Wolf ter sprake werd gebragt, en zoo zekere redenen,
-die wij later zullen vermelden, het hem niet hadden belet, zou hij
-waarschijnlijk zijn vriend in het ontvoeren der Wilde-Roos uit de
-magt van den Apachen-chef hebben bijgestaan. Maar hoe goed hij ook met
-deze zaak bekend was, bleef er toch altijd een punt duister voor hem,
-namelijk, de vreedzame tegenwoordigheid van Loer-Vogel in het kamp der
-Indianen, na den strijd van welke hij de kreten en de geweerschoten had
-gehoord en die hier in vriendschappelijk gesprek scheen te eindigen.
-
-Door welken vreemden zamenloop van omstandigheden kwam het, dat
-Loer-Vogel, de man die de listen der Indianen het best kende en
-wiens roem van behendigheid en moed algemeen onder de jagers en
-strikkenzetters van het Westen verspreid was, zich in zulk eene
-gevaarlijke positie bevond, te midden van dertig à veertig Apachen,
-de geslependste, verraderlijkste en wildste Indianen-stam van allen
-die in de woestijn rondzwierven? Dit was een raadsel, dat de eerlijke
-jager niet kon oplossen en hem geheel in verwarring bragt.
-
-Op gevaar af van hetgeen er zou kunnen volgen, besloot hij om zijn
-vriend van zijne tegenwoordigheid te verwittigen, door een signaal
-dat tusschen hen sedert lang was afgesproken, om hem te waarschuwen,
-dat er in geval van nood, een vriend voor hem waakte. Dit was het
-zuchtend gefluit geweest, dat, gelijk wij straks gezien hebben,
-den benarden jager van vreugde had doen sidderen. Maar het signaal
-had nog iets anders ten gevolge, dat Vrij-Kogel wel verre was van te
-verwachten; de takken namelijk, van den boom waartegen hij geleund
-stond, werden schier onmerkbaar uiteengeschoven, en een man die
-er met beide armen aanhing, viel op eens, geen twee passen van hem
-verwijderd op den grond, maar zoo zacht en stil, dat de schok niet
-het minste gedruisch maakte.
-
-Op het eerste oogenblik reeds had Vrij-Kogel den man, die als uit
-de lucht scheen te vallen, herkend; en hij had het enkel aan zijne
-volkomene zelfbeheersching te danken, dat hij de verwondering, welke
-deze onverwachte verschijning hem baarde, niet met een schreeuw te
-kennen gaf. De jager zette zijn buks met de kolf op den grond, en
-zei tegen den Indiaan, terwijl hij hem met een glimlach groette:
-
---Nu! hoofdman, dat noem ik een zonderling idee, om zoo laat in den
-nacht op de boomen te wandelen.
-
---De Vliegende-Arend bespiedt de Apachen, antwoordde de Indiaan
-fluisterend; had mijn broeder niet gedacht mij te zien?
-
---In de prairie moet men op alles bedacht zijn, hoofdman; ik wil u
-wel zeggen dat weinig ontmoetingen mij zoo aangenaam zijn als de uwe,
-vooral in deze oogenblikken.
-
---Is mijn broeder ook op het spoor der Antilope-Apachen?
-
---Ik zweer u op mijn woord, hoofdman, dat ik naauwelijks een uur
-geleden niet wist dat ik zoo digt bij hen was; als ik u niet had
-hooren schieten, lag ik waarschijnlijk op dit oogenblik gerust te
-slapen in mijn kampement.
-
---Ja, mijn broeder heeft zeker de buks van een vriend hooren fluiten
-en is daarom hier gekomen.
-
---Juist geraden, hoofdman. Maar verklaar u intusschen nader, en zeg
-mij wat er van is, want ik weet waarlijk van niets.
-
---Heeft mijn blanke broeder dan den Rooden-Wolf niet gehoord?
-
---Woord voor woord, hoofdman; is er anders niets?
-
---Niets; de Vliegende-Arend heeft zijne vrouw weggevoerd, de Apachen
-hebben hem als lafhartige coyotes vervolgd, en dezen nacht hem
-overrompeld bij zijn vuur.
-
---Voortreffelijk! is de Wilde-Roos in veiligheid?
-
---De Wilde-Roos is eene dochter der Comanchen; zij kent geene vrees.
-
---Dat weet ik, het is een goed schepsel; doch daarover zullen wij
-thans niet spreken; wat denkt gij te doen?
-
---Het gunstig oogenblik afwachten, mijn aanvalskreet aanheffen en
-deze honden overrompelen.
-
---Hm! Uw plan is een weinig voorbarig; met uw verlof zal ik er iets
-aan veranderen.
-
---De wijsheid spreekt uit den mond van den blanken jager; de
-Vliegende-Arend is nog jong; hij zal hem gehoorzamen.
-
---Goed, en des te meer, daar ik alleen in uw eigen belang zal te
-werk gaan; maar vergun mij thans te luisteren, het gesprek daar ginds
-schijnt mij toe eene voor ons zeer belangrijke wending te nemen.
-
-De Indiaan maakte eene buiging, en Vrij-Kogel verplaatste zich een
-weinig, om beter te kunnen hooren wat er gesproken werd.
-
-Na verloop van een paar minuten hield de jager het waarschijnlijk
-voor raadzaam om tusschenbeide te komen, daar hij zich weder tot den
-Vliegenden-Arend wendde, en hem iets in het oor fluisterde, even als
-zij gedurende hun vorige zamenspraak steeds gedaan hadden.
-
---Laat mijn broeder mij vergunnen deze zaak alleen af te doen,
-zeide hij; zijne tegenwoordigheid zou thans meer schade dan voordeel
-aanbrengen; wij kunnen niet zoo vermetel zijn om ons met zulk een
-groot aantal vijanden te meten, de voorzigtigheid vordert dat wij
-liever list te baat nemen.
-
---De Apachen zijn honden, mompelde de Comanch bitter.
-
---Dat ben ik met u eens; maar voor het tegenwoordige moeten wij doen
-als of wij beter over hen denken. Geloof mij, wij zullen spoedig
-gelegenheid hebben om ons te wreken; buitendien blijft het voordeel
-aan ons, daar wij hen misleiden.
-
-De Vliegende-Arend liet het hoofd hangen.
-
---Belooft het opperhoofd mij, dat hij zich niet zal verroeren, voor
-dat ik hem een sein geef? hervatte de jager met nadruk.
-
---De Vliegende-Arend is een Sachem, hij heeft reeds gezegd dat hij
-het Grijze-Hoofd zal gehoorzamen.
-
---Goed, let nu maar wèl op, gij zult niet lang behoeven te wachten.
-
-Nadat hij hem deze woorden, op den gemengden toon van half bittere,
-half zoetsappige scherts, die hem eigen was, had ingefluisterd, baande
-de oude jager zich stoutmoedig een weg door de struiken en stapte met
-vasten tred het kampement binnen, gevolgd door zijne twee kameraden.
-
-Wij hebben reeds gezegd welk eene opschudding hunne onverwachte komst
-onder de Apachen te weeg bragt.
-
-De Vliegende-Arend nam zijne schuilplaats boven in den boom weder
-in, dien hij slechts verlaten had om eenige woorden met den jager
-te wisselen en hem de hoogst noodige raad en teregtwijzing te
-geven. Vrij-Kogel stond nu reeds bij Loer-Vogel.
-
---Vriend, zeide hij in 't Spaansch, welke taal de meeste Indianen
-verstaan, uw bevel is ten uitvoer gebragt, de Vliegende-Arend en
-zijne vrouw zijn thans in het kamp der Gambucinos.
-
---Goed, antwoordde Loer-Vogel, die met een half woord voldoende begreep
-wat er van was; wie zijn die twee mannen die gij daar bij u hebt?
-
---Twee jagers, die het opperhoofd der Gachupines mij heeft medegegeven,
-ondanks mijne verzekering dat gij u te midden uwer vrienden bevondt;
-hij zelf komt terstond hier met een dertigtal ruiters.
-
---Keer tot hem terug en zeg hem dat hij zich om mij niet verder
-behoeft te bekommeren, en de moeite kan sparen... of neen, ik zal
-liever zelf bij hem gaan, om alle misverstand te voorkomen.
-
-Deze woorden, op ongedwongen toon en zonder drift uitgesproken, door
-een man dien de aanwezige Indianen menigmaal op den waren prijs hadden
-leeren schatten, maakten op al de aanwezigen een onbeschrijfelijken
-indruk.
-
-Wij hebben in onze vroegere verhalen reeds meer dan eens gezegd,
-dat de Roodhuiden aan de dolzinnigste vermetelheid steeds de grootste
-voorzigtigheid paren en nooit eene onderneming zullen wagen, zonder
-vooraf al de kansen op welslagen die zij aanbiedt te hebben berekend;
-en zoodra deze kansen verdwijnen om voor een vermoedelijk nadeelige
-uitkomst plaats te maken, zullen zij zich niet schamen er van af te
-zien, om de eenvoudige reden, dat bij hen de eer, zoo als wij die
-in Europa begrijpen, slechts eene ondergeschikte plaats inneemt,
-en eerst in aanmerking komt, als de goede uitslag verzekerd is.
-
-De Roode-Wolf was ongetwijfeld een dapper man; in menig gevecht had
-hij hiervan afdoende proeven gegeven; intusschen aarzelde hij niet om
-voor het algemeen belang te wijken en zijne innigste wenschen op te
-offeren, en hierin gaf hij, naar ons gevoelen, een sprekend bewijs
-van dien aangeboren maatschappelijken zin en vaderlandsliefde, die
-de grootste kracht der Indianen uitmaakt. Hoe geslepen hij ook wezen
-mogt, liet hij zich thans geheel om den tuin leiden door Vrij-Kogel,
-wiens onverwachte tusschenkomst en onweerstaanbaar overwigt voldoende
-zouden zijn geweest om zelfs de inzigten van een schranderder man van
-'t spoor te helpen, dan den onbeschaafden Indiaan, met wien hij hier
-te doen had. De Roode-Wolf koos dadelijk en onvoorwaardelijk partij.
-
---Mijn broeder, het Grijze-Hoofd, is welkom aan mijn haard, mijn hart
-verheugt zich hem als vriend te mogen ontvangen; zijne medgezellen
-kunnen nevens hem plaats nemen rondom het vuur van den raad, waar de
-rietpijp van het opperhoofd hun onverwijld zal worden aangeboden.
-
---De Roode-Wolf is een groot opperhoofd, antwoordde Vrij-Kogel;
-ik reken mij gelukkig door de gevoelens van welwillendheid die hij
-mij betoont, en ik zou zijn aanbod met het meeste genoegen aannemen,
-zoo dringende redenen mij niet verpligtten om zoo spoedig mogelijk
-naar mijne blanke broeders terug te keeren, die mij reeds wachten op
-korten afstand van het kamp der Antilope-Apachen.
-
---Ik hoop niet dat er eene wolk is opgekomen tusschen het Grijze-Hoofd
-en zijn broeder den Rooden-Wolf, hervatte de arglistige Indiaan;
-twee krijgslieden moeten elkander wederkeerig hoogachten.
-
---Zoo denk ik er ook over, hoofdman, en daarom ben ik vrij en vrank
-in uw kamp verschenen, terwijl ik mij gemakkelijk door een talrijk
-geleide van krijgslieden had kunnen doen vergezellen.
-
-Vrij-Kogel wist zeer goed dat de Apachen de Spaansche taal verstonden,
-en dat dus niets van hetgeen door hem aan Loer-Vogel gezegd was
-hun ontgaan kon; maar het was zijn belang en dat van zijn vriend,
-om te veinzen dat zij er niets van begrepen, en om de arglistige
-uitnoodigingen van hun opperhoofd voor goede munt te laten gelden.
-
---Zijn die blanke vrienden van u zoo digt in onze nabijheid
-gelegerd? hervatte de Roode-Wolf.
-
---Ja, antwoordde Vrij-Kogel, niet verder dan vier of vijf boogschoten
-op zijn best genomen, in westelijke rigting.
-
---Ooah! dat spijt mij, zeide de Indiaan, ik zou mijne broeders anders
-gaarne tot aan hun kamp hebben verzeld.
-
---En wat zou u beletten om toch met ons mede te gaan? vroeg de oude
-jager even rond als politiek; vreest gij misschien slecht ontvangen
-te zullen worden?
-
---Ooah! wie zou den Rooden-Wolf durven ontvangen zonder hem de
-verschuldigde achting te bewijzen? hernam de Apach hoogmoedig.
-
---Niemand, voorzeker.
-
-De Roode-Wolf wendde zich ongemerkt naar een opperhoofd van minderen
-rang en fluisterde hem eenige woorden in 't oor; deze stond op
-en verliet het kamp. De jagers zagen deze manoeuvre niet zonder
-ongerustheid en wisselden een blik die zooveel te kennen gaf als:
-Laten wij op onze hoede zijn! Ongedwongen deden zij thans eenige
-stappen achterwaarts en sloten zich digter aan elkander, om bij het
-minste teeken van onraad gereed te zijn; zij kenden de trouweloosheid
-der lieden met welke zij te doen hadden, en waren van hun kant op
-alles verdacht. De Indiaan dien het opperhoofd had weggezonden,
-kwam spoedig terug; hij was naauwelijks tien minuten weg geweest.
-
---Wel? vroeg hem de Roode-Wolf.
-
---Nilijti--het is waar--antwoordde de Indiaan laconisch.
-
-Het gelaat van den Sachem betrok merkbaar. Hij hield zich thans
-vast overtuigd dat Vrij-Kogel hem niet bedrogen had; want de man,
-door hem buiten het kamp gezonden, was belast geweest om zich te
-vergewissen of er werkelijk op korten afstand wachtvuren der blanken
-in 't gezigt waren; het antwoord van zijn veldontdekker bewees, dat
-het hoogst ongeraden zou zijn den schelm te spelen, en dat hij moest
-volhouden met de beste gezindheden te veinzen, om op een geschikten
-voet van zijne lastige gasten af te komen, die hij anders op eene
-gansch andere manier zou hebben behandeld.
-
-Op zijn bevel werden nu de paarden ontkoppeld en stegen zijne ruiters
-in den zadel.
-
---De dag is nabij, zeide hij; de maan is in den grooten berg
-weggezonken; ik ga met mijne jongelieden op marsch; moge de Wakondah
-mijne blanke broeders beschermen!
-
---Ik dank u, hoofdman, antwoordde Loer-Vogel; maar gaat gij dan niet
-met ons mede?
-
---Wij moeten den anderen kant uit, antwoordde de Sachem droogjes,
-terwijl hij zijn paard den teugel vierde en wegreed.
-
---Dat laat zich begrijpen, verwenschte hond, bromde Vrij-Kogel tusschen
-de tanden.
-
-De gansche bende vertrok met den meesten spoed en verdween in de
-duisternis; weldra werd het gedruisch van hun draf minder hoorbaar, en
-smolt in de verte zamen met die duizend geheimzinnige geluiden zonder
-blijkbare oorzaak, die de statige stilte der woestijn onophoudelijk
-verstoren.
-
-De jagers waren alleen gebleven. Even als de wigchelaars van het oude
-Rome, die elkander niet zonder lagchen konden aanzien, weerhielden
-zij zich naauwelijks om in een bespottelijk geschater los te barsten
-over het haastig vertrek der Apachen, die zij zoo fijn hadden beet
-genomen. Op een sein van Loer-Vogel, voegden de Vliegende-Arend en
-de Wilde-Roos zich bij hunne vrienden, die reeds weder onbekommerd
-bij het vuur zaten, daar zij hunne vijanden zoo behendig van hadden
-weten te verdrijven.
-
---Hm! meesmuilde Vrij-Kogel terwijl hij zijn pijp stopte, over die
-grap zal ik lang moeten lagchen, zij is bijna zoo fijn als die ik de
-Pawnies speelde, in 1827, in Opper-Arkansas; ik was toen nog jong,
-en had naauwelijks eenige jaren in de prairiën rondgezworven, en ik
-was nog niet zoo goed als thans, met al de streken en grollen der
-Indianen bekend; maar ik herinner mij wel...
-
---Maar zeg mij toch door welk toeval ik u hier ontmoet heb,
-Vrij-Kogel? vroeg zijn vriend, hem met drift in de rede vallende.
-
-Loer-Vogel wist maar al te goed, wanneer Vrij-Kogel iets begon te
-vertellen, dat er niet veel kans bestond om hem in zijn verhaal te
-stuiten; de eerzame jager had in den loop van zijn lang en avontuurlijk
-leven, zoo vele buitengewone zaken gezien en gedaan, dat hem bijna
-niets overkomen kon, of hij herinnerde zich terstond een of ander geval
-uit zijn vroegere loopbaan, dat hem aanleiding gaf tot eindelooze
-verhalen; zijne vrienden, bekend met dit zwak, ontzagen zich nooit
-om hem stout in de rede te vallen en zoodoende aan zijne wijdloopige
-vertelzucht te ontsnappen; evenwel moeten wij tot eer van Vrij-Kogel
-zeggen, dat hij deze stoornis niet kwalijk nam; met dien verstande
-echter, dat hij geen tien minuten daarna den draad van zijn verhaal
-weder opvatte of een ander begon, zoodat zijne vrienden hem op nieuw
-moesten storen, maar zonder hem ooit boos te kunnen maken.
-
-Op de plotselinge vraag van Loer-Vogel antwoordde hij:
-
---Wij zullen gaan zien; en ik zal het u vertellen. Daarop zich tot
-Domingo wendende, zeide hij: Ik zeg u dank voor de hulp die gij ons
-bewezen hebt; ga naar uw kamp terug en denk om uwe belofte, maar
-verzuim vooral niet om van hetgeen gij gezien hebt verslag te geven
-aan, gij weet wel wie.
-
---Dat is afgesproken, oude klemmenzetter. Wees maar gerust. Vaarwel!
-
---Goed fortuin!
-
-Domingo wierp zijn buks over den schouder, stak zijn pijp aan, en
-keerde met haastigen tred naar het kamp terug, dat trouwens niet
-veraf lag en waar hij een uur later binnen kwam.
-
---Zie zoo, zei Loer-Vogel, nu geloof ik dat u niets meer belet op
-mijne vraag te antwoorden.
-
---Ja toch, vriend, een ding nog.
-
---En dat is?
-
---Zoo als gij ziet, is de nacht voorbij: hij is voor ons allen ruw
-genoeg geweest, zoodat ik meen dat twee of drie uurtjes slaap wel
-niet onmisbaar, maar toch hoog noodig zullen zijn; daarbij, wij hebben
-volstrekt geen haast.
-
---Zeg mij maar een woord, en ik laat u slapen zoolang gij wilt.
-
---En wat zal dat woord zijn?
-
---Hoe kwaamt gij hier toch zoo prompt op het terrein om ons te helpen?
-
---Te duivel! dat is juist wat ik gevreesd had; uwe vraag verpligt
-mij om in bijzonderheden te treden die veel te omslagtig zijn om u
-op dit oogenblik te kunnen voldoen.
-
---Ik moet u zeggen, vriend, hoe hartelijk ik ook verlangen zou om
-eenige dagen bij u te vertoeven, ben ik genoodzaakt om u reeds met
-zonsopgang te verlaten.
-
---Komaan, dat is immers onmogelijk?
-
---Met uw verlof, ja; ik moet!
-
---Maar wat dringt u dan zoo?
-
---Ik heb mij verbonden als gids bij een karavaan, die ik morgen om
-twee uren in den namiddag zal ontmoeten aan het veer del Rubio; die
-ontmoeting is reeds voor meer dan twee maanden afgesproken. En gij
-weet, voor ons jagers, is iedere afspraak heilig, gij zult mij dus
-niet willen verleiden om mijn woord te breken.
-
---Bij al de bisonshuiden die ieder jaar in de prairie gedood worden
-niet! Naar welke streek van het Verre-Westen moet gij die menschen
-den weg wijzen?
-
---Dat zal ik morgen hooren.
-
---En met welk soort van lieden hebt gij te doen? Zijn het Spanjaarden
-of Gringos?
-
---Weet ik het?.. Mexicanen denk ik; hun kapitein noemde zich, als
-ik het wel onthouden heb, don Miguel Ortega, of zoo iets; enfin,
-dat zal zich wel vinden.
-
---He! riep Vrij-Kogel uit, terwijl hij opsprong van verrassing;
-hoe zegt gij ook weer?
-
---Don Miguel Ortega, herhaalde de spoorzoeker; ik durf er intusschen
-niet op zweren, het kan zijn dat ik mij vergis, maar ik denk het niet.
-
---Dat's vreemd! mompelde de oude jager half in zich zelven.
-
---Ik zie er niets vreemds in! die naam komt mij zelfs zeer gewoon voor.
-
---Voor u, dat kan zijn; en hebt gij met hem accoord gemaakt?
-
---Op den besten voet.
-
---Als spoorzoeker.
-
---Ja, duizendmaal ja! antwoordde Loer-Vogel met drift.
-
---Nu, stel u gerust, vriend, en blijf bedaard, wij denken nog langer
-zamen te leven.
-
---Zoudt gij onder zijne bende willen gaan?
-
---God bewaar mij!
-
---Dan begrijp ik er niets meer van.
-
-Vrij-Kogel scheen eenige oogenblikken ernstig na te denken; zich toen
-weder tot zijn vriend wendende, zeide hij:
-
---Hoor eens, Loer-Vogel, zoo waar als gij een oud vriend van mij zijt,
-zou ik u niet gaarne uit luchthartigheid van het regte spoor zien
-dwalen; ik heb u zekere onmisbare teregtwijzingen mede te deelen, om u
-in staat te stellen de door u aangenomen taak behoorlijk te volbrengen;
-ik zie wel dat wij dezen nacht niet slapen zullen, luister derhalve
-met aandacht toe; wat gij hooren zult is meer dan de moeite waard.
-
-Loer-Vogel was ten hoogste verbaasd over den plegtigen toon dien de
-oude jager aannam, en zag hem ongerust aan:
-
---Spreek, zeide hij.
-
-Vrij-Kogel dacht een oogenblik na en scheen zijne herinneringen in orde
-te schikken; daarop nam hij het woord en begon eene lange geschiedenis
-die door de aanwezigen met klimmende aandacht en belangstelling werd
-aangehoord; nog nooit in hun leven hadden zij zulke buitengewone en
-vreemdsoortige gebeurtenissen gehoord of gezien.
-
-De zon was reeds ver boven de kimmen gerezen, toen de oude jager
-nog sprak.
-
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
-EENE DUISTERE GESCHIEDENIS.
-
-
-Wij geven hier, ontdaan van alle min of meer juiste aanmerkingen,
-waarmede de wijdloopige spreker haar geliefde op te sieren, de
-buitengewone geschiedenis die de Canadees aan zijne toehoorders
-vertelde, en die zoo innig met ons verhaal zamenhangt, dat wij ons
-genoodzaakt zien haar tot in de kleinste bijzonderheden mede te deelen.
-
-Slechts weinige steden hebben zulk een bekoorlijk aanzien als Mexico;
-deze aloude hoofdstad van het rijk der Azteken strekt zich, als eene
-mollige Creoolsche matrone op haar divan, weelderig en traag uit op
-een zacht golvenden bodem, half omsluijerd door een digt gordijn
-van statige cipressen, die de kanalen en wegen in haren omtrek
-omzoomen. Op gelijkmatigen afstand tusschen twee oceanen gebouwd,
-2280 meters boven hun waterspiegel, d. i. ongeveer op dezelfde hoogte
-als het bekende hospitaal der monniken op den St. Bernard, geniet
-deze stad eene gematigde en verkwikkelijke temperatuur, onder een
-helderen hemel, tusschen twee prachtige bergen, de Popocatepetl--een
-rookende vulkaan--en de Iztaczehuatl, of de "Witte Vrouw," welks
-grijze met eeuwige sneeuw bedekte kruin zich in de wolken verliest. De
-vreemdeling, wanneer hij met zonsondergang Mexico nadert, langs den
-oostelijken straatweg,--een der vier groote wegen langs welke men
-den alouden zetel der Azteken bereikt, die zich eenzaam en statig
-verheft te midden van het meer Tezcuco, aan welks wateren zij gebouwd
-is--ondervindt bij den aanblik dezer stad een wonderbaren indruk van
-welken hij zich geen rekenschap kan geven. De Moorsche bouwtrant der
-paleizen, de schitterende met lichte kleuren beschilderde muren,
-de dommen en koepels der tallooze kerken en kloosters, die hoog
-boven de azotea's (platte huisdaken) uitsteken, en de gansche stad,
-om zoo te zeggen, met hunne groote geele, blaauwe of roode parasols
-overdekken, besprenkeld met het goud der dalende westerzon en gekust
-door de laauwe, met geuren bezwangerde avondkoelte, die van de bergen
-aanwaait en met het digte loof der bosschen speelt: alles vereenigt
-zich om aan Mexico het aanzien te geven eener geheel oostersche stad,
-die onze starende blikken aantrekt en tegelijk verbaast. Het eerste
-Mexico, in der tijd door Fernando Cortez verbrand, werd door dezen
-veroveraar op hare oude grondslagen herbouwd: al hare straten snijden
-zich regthoekig, en loopen uit op de Plaza Major, in vijf hoofdaderen,
-namelijk de calle de Tacuba, de Monterilla, de Santo Domingo, de
-Moneda en de San-Francisco.
-
-De Spaansche steden der Nieuwe Wereld zijn alle volgens eenerlei
-grondplan gebouwd, en hebben dit met elkander gemeen, dat het
-hoofdplein op dezelfde wijs is aangelegd. Zoo heeft de Plaza Major
-ook te Mexico aan een van hare zijden de kathedraal, en de Sagrario
-(de heilige kapel); daar tegenover ligt het paleis van den president
-der republiek, dat de vier ministeriën, de kazernen, de gevangenis
-enz. bevat; aan de derde zijde heeft men de Ayuntamiento (stadhuis);
-eindelijk aan de vierde zijde bevinden zich twee bazars of groote
-verkoophuizen--de Parian en de Portal de las Flores.
-
-Op den 10 Julij 1834, omstreeks tien ure des avonds, nadat eene
-brandende zonnehitte de inwoners dien geheelen dag genoodzaakt had
-zich in hunne huizen op te sluiten, verhief zich een frissche togt
-van de bergen, die de lucht merkelijk afkoelde. Iedereen begaf zich
-op de met bloemen bedekte, naar hangende tuinen gelijkende azotea's,
-om er het verkwikkende luchtbad van den amerikaanschen nacht te
-genieten, dat als door het heldere blaauw des hemels heen, van de
-sterren op aarde schijnt af te dalen. Ook de straten en pleinen waren
-met wandelaars opgevuld, allerwege heerschte een gonzend gehommel,
-een ondoordringbaar gewemel van voetgangers en ruiters, zoo vrouwen
-als mannen, Indianen zoowel als Spanjaarden, creolen, mestiezen,
-zwarten en blanken; gescheurde kleeren en lompen, mengden zich op de
-zonderlingste wijs met zijden, fluweelen en gouden stoffen, onder het
-geklater van roepstemmen, kwinkslagen of schaterend gelach; kortom, als
-een betooverde stad uit de duizend en een Arabische Nachtvertellingen,
-scheen Mexico op het gebengel der klok van het oracion eensklaps
-als uit een eeuwenlangen slaap gewekt, zoo vrolijk straalden er de
-aangezigten van genot, en zoo gelukkig waren allen dat zij de reine
-avondlucht met volle teugen konden inademen. Op dit oogenblik kwam er
-uit de calle San-Francisco een onderofficier--gemakkelijk te herkennen
-aan den druivenstok [3] dien hij als kenteeken van zijn rang in de
-hand had--en mengde zich onder de woelige schaar op de Plaza Major, met
-dien balanceerenden trippelgang en dat air van onbezorgde schalkerij,
-dat den militairen lanterfant in alle wereldstreken eigen schijnt. De
-hier door ons bedoelde was een jong mensch van trotsch uitzigt, fieren
-blik en een paar fijn gewaste, koket opgestreken knevels. Na twee
-of drie keeren het plein te zijn rond geweest, knipoogend tegen de
-jonge meisjes, en met de ellebogen stootend tegen de mannen, naderde
-hij, altoos in de zelfde onverschillige houding, een winkeltje, dat
-tegen een der portalen was aangebouwd en waarin een oud man, met een
-gezigt als een marmot en met loensche blikken, bij het licht van een
-smerige lamp, bezig was een stapeltje papier, pennen, enveloppen,
-ouwels, kortom alle noodige schrijfbehoeften weg te bergen, in de
-lade van zijne met duizend inktvlakken bezoedelde tafel; werkelijk
-was de oude schobbejak rekest- en briefschrijver van beroep, zooals
-het bordje boven de deur van zijn pothuis aanduidde, waarop met witte
-letters op een zwarten grond gelezen werd: "Juan Bautisto Leporella,
-Evangelista." De onderofficier loerde eerst eenige oogenblikken door
-het glazen raampje, dat met allerlei soort van geschreven stukken
-pronkte; en zonder twijfel voldaan over hetgeen hij gezien had,
-gaf hij met zijn druivenstok drie ferme slagen op de deur.
-
-De soldaat hoorde daar binnen een stoel verschuiven, den sleutel in
-het slot steken, eindelijk ging de deur met een scheur open, en kwam
-het hoofd van den rekestschrijver vreesachtig te voorschijn.
-
---Ha! zijt gij het, don Annibal. Dios me ampare! ik had u nog niet zoo
-spoedig verwacht, zei de oude, op dien zoetsappigen slependen toon,
-daar zekere lieden zich van bedienen, wanneer zij iemand voor zich
-zien dien zij niet aandurven.
-
---Cuerpo de Christo! houdt u maar zoo onnoozel niet, oude coyote,
-antwoordde de sergeant barsch; wie anders als ik zou mijne voeten
-nog zoo laat in uw vervloekt kot durven zetten?
-
-De evangelista meesmuilde hoofdschuddend en schoof zijn in zilver
-gevatten bril met ronde glazen, hoog op zijn voorhoofd.
-
---Ho! ho! riep hij met een geheimzinnig lachje, er komen brave lieden
-genoeg in mijn ministerie, mooije "chérubin d'amour."
-
---'t Is mogelijk, hervatte de soldaat, hem zonder pligtpleging
-terugduwend en het winkeltje binnentredend, ik beklaag ze allen die
-onder de greep van zulk een ouden roofvogel komen als gij; maar dat
-is eigenlijk de reden niet waarom ik thans hier kom.
-
---Misschien zou het voor u en voor mij beter zijn, als uwe bezoeken
-een ander doel hadden dan hetgeen u hier heen trekt? opperde de
-oude beschroomd.
-
---Houd op met uwe predicatie, maak de deur digt, sluit uwe blinden,
-zoodat niemand daarbuiten ons ziet, en laten wij zamen praten; wij
-hebben geen tijd te verliezen.
-
-De oude antwoordde niet; hij begon dadelijk, met meer vlugheid dan
-men van hem zou verwacht hebben, de blinden te sluiten, die zijn
-pothuis des nachts tegen de rateros (dieven) moesten beschermen;
-daarop nam hij plaats bij zijn gast, na vooraf zorgvuldig de deur
-van binnen te hebben gegrendeld.
-
-Deze twee mannen, zoo in het licht van een walmende candil (keukenlamp)
-gezien, maakten met elkander een zonderling contrast: de een jong,
-schoon, sterk en stoutmoedig, de ander oud en gebrekkig, geveinsd
-en gluiperig, wisselden zij ter sluik blikken van onverklaarbare
-beteekenis. Onder het masker van vriendschap verschool zich
-waarschijnlijk een diep gewortelde haat, en terwijl zij met zachte
-stemmen oor aan oor zaten te praten, geleken zij twee duivels van
-verschillende soort die op den val van een engel uitwaren.
-
-De soldaat was de eerste die het woord weder opvatte; hij sprak zoo
-zacht, als ware hij beducht dat de wanden van het gesloten pothuis
-hem zouden beluisteren.
-
---Hoor eens, Tio Leporello, fluisterde hij, het wordt tijd dat wij
-ter zake komen en elkander verstaan, de klok der Sagrario heeft reeds
-half elf geslagen, spreek dus, wat hebt gij voor nieuws?
-
---Hm! hernam de andere, niet veel bijzonders.
-
-De sergeant wierp hem een argwanenden blik toe, en scheen zich te
-bezinnen.
-
---'t Is waar ook, zeide hij een oogenblik later, ik dacht er niet
-meer om; waar staat mijn hoofd toch?
-
-Hij grabbelde in den borstzak van zijn uniformrok, en haalde een wel
-voorziene beurs te voorschijn; door de groen zijden mazen zag men een
-aantal goudstukken blinken van verscheidene oncen zwaarte; vervolgens
-een lang knipmes, dat hij opende en naast zich op de tafel legde. De
-oude ontroerde op het gezigt van het scherpe lemmer, welks blaauwe
-staal dreigend glinsterde in de schemering; thans opende de soldaat
-zijne beurs en stortte een vrolijk ruischende kaskade van goudstukken
-voor zich uit op de tafel. De evangelista vergat oogenblikkelijk
-het mes, om zich met niets anders bezig te houden dan met het goud,
-welks liefelijke klank hem aantrok als een onweerstaanbare magneet.
-
-De soldaat was onder dit alles te werk gegaan met de koelbloedigheid
-van iemand, die zich bewust is, allesafdoende middelen in handen
-te hebben.
-
---Thans raad ik u om even in uw geheugen te grabbelen, oude duivel,
-hervatte hij, of mijn navaja zal u leeren wat het zegt, als gij met
-mij te doen hebt en uwe zaken vergeet.
-
-De evangelista glimlachte vergenoegd, terwijl hij een begeerigen blik
-op de verleidelijke goudstukken wierp.
-
---Ik weet te goed wat ik u schuldig ben, don Annibal, antwoordde
-hij, om u niet te willen believen met al de middelen daar ik over te
-beschikken heb.
-
---Femel toch niet langer met uwe schijnheilige beleefdheid, oude aap,
-en kom ter zake. Neem dit al vast, om u aan te moedigen opregt te zijn.
-
-Hier stelde hij hem eenige oncen goud ter hand, die de evangelista
-zoo gezwind deed verdwijnen, dat de soldaat onmogelijk had kunnen
-zeggen waar ze gebleven waren.
-
---Gij zijt edelmoedig, don Annibal, dat zal u geluk geven.
-
---Ter zake, ter zake.
-
---Ik ben er reeds.
-
---Spreek op dan; ik luister.
-
-De sergeant plaatste de ellebogen op de tafel, in de houding van
-iemand die zich gereed maakt om een belangrijk verhaal aan te hooren,
-terwijl de evangelista hoestte, spuwde, en met zekere hem eigen
-geworden omzigtigheid, nog eerst een onrustigen blik in het rond sloeg.
-
-Het woelig gedruisch op de Plaza Major was langzamerhand weggestorven,
-de menigte had zich in alle rigtingen verstrooid en was in de huizen
-teruggekeerd; zoowel buiten als binnen heerschte de diepste stilte. Op
-dit oogenblik bomde het uurwerk der kathedraal-kerk langzaam en
-statig elf slagen; de beide mannen sidderden onwillekeurig bij het
-sombere gegalm der kerkklok; de serenos (nachtwachts) zongen het uur
-met hunne slepende dronkemans-stemmen; dit was alles.
-
---Wilt gij spreken, ja of neen? riep de soldaat plotseling barsch en
-op dreigenden toon.
-
-De evangelista viel bijna van zijn stoel, alsof hij uit een droom werd
-gewekt, en streek zich eenige keeren met de hand over het voorhoofd.
-
---Ik begin al, zeide hij met eene bevende stem.
-
---Dat zou gelukkig wezen, bromde de andere.
-
---Gij moet dan weten, begon hij.... maar, vervolgde hij, op eens
-weder afbrekende, moet ik u alles tot in de kleinste bijzonderheden
-vertellen?
-
---Duivelsch! riep de soldaat, kwaad wordende, maak toch dat wij
-er doorkomen; ge weet wel dat ik de volledigste narigten hebben
-moet. Canarios! speel met mij niet als de kat met de muis, oude vrek,
-wees gewaarschuwd, het zou gevaarlijk spel zijn voor u.
-
-De evangelista boog, als begreep hij waar het heen moest, en begon
-op nieuw:
-
---Dezen morgen dan, zat ik naauwelijks in mijn kantoor, nadat ik mijne
-papieren geschikt en mijne pennen vermaakt had, of er werd zacht aan
-de deur geklopt; ik stond op om open te doen; het was eene jonge en
-schoone vrouw, in zoo verre namelijk als ik er over kon oordeelen,
-want zij had zich zoo digt in haar zwarten mantel gewikkeld, dat zij
-niet kenbaar was.
-
---Het was dus niet dezelfde vrouw die u reeds eene maand lang dagelijks
-bezocht? viel de sergeant hem in de rede.
-
---Ja wel, maar zoo als gij reeds zult hebben opgemerkt, komt zij bij
-elk bezoek in eene andere kleeding, zonder twijfel om zich daardoor
-onkenbaar te maken; in weerwil echter van deze voorzorgen, heb ik haar
-telkens bij den eersten blik uit hare donkere oogen dadelijk herkend,
-daar ik te zeer aan de listen der vrouwen gewoon ben om er mij door
-te laten misleiden.
-
---Zeer goed; ga voort.
-
---Zij bleef een poosje zwijgend voor mij staan, en speelde verlegen
-met haar waaijer; ik bood haar beleefdelijk een stoel aan en hield mij
-alsof ik haar niet herkende, terwijl ik haar vroeg, waarmede ik haar
-van dienst kon zijn.--"O!" antwoordde zij mij op vrijpostigen toon,
-"wat ik van u verlang is zeer eenvoudig."--"Spreek slechts, senorita,"
-zeide ik, "zoo het iets is dat mijn ministerie aangaat, wees dan
-verzekerd dat ik het mij ten pligt zal rekenen u te gehoorzamen."--"Als
-het dat niet was zou ik niet bij u gekomen zijn," was haar antwoord;
-"maar zijt gij wel iemand daar men op vertrouwen kan?" En terwijl zij
-dit zeide, keek zij mij met hare groote zwarte oogen, doordringend
-en uitvorschend aan. Ik hield mij goed en antwoordde haar met den
-meesten ernst en met de hand op het hart:--"Senorita, een evangelista
-is zoo goed als een biechtvader, al uwe geheimen blijven in mijn hart
-begraven." Hierop haalde zij een geschrift uit den zak van hare saya
-(overkleed), keerde het verscheidene malen tusschen hare vingers
-om, maar eensklaps begon zij te lagchen, en riep:--"Wat ben ik toch
-dwaas, dat ik een geheim zoek te maken van niets; voor het overige
-zijt gij op dit oogenblik niets meer dan een machine, daar gij zelf
-niet begrijpen zult wat gij schrijft." Ik boog op goed geluk af,
-en hield mij weder gereed op een van die duivelsche kunstgrepen,
-die zij mij sedert eene maand lang dagelijks heeft laten afschrijven.
-
---Houd toch op met uwe beschouwingen! viel de sergeant hem in de rede.
-
---Zij overhandigde mij het document, vervolgde de evangelista; en,
-zooals tusschen u en mij is afgesproken, nam ik een vel copiëerpapier
-en legde er het schoone blad op, dat ik beschrijven zou; zooals gij
-weet, is het copiëerpapier van achteren zwart gemaakt, zoo dat de
-woorden die ik op mijn gewone papier schreef, door middel van het zwart
-gemaakte, letterlijk werden overgedrukt op een derde vel wit papier,
-dat er onder lag, zonder dat de arme nina (kind) er iets van bemerkte
-en zij niet beter wist of alles ging zuiver toe. Behalve dat was de
-brief niet lang, en bestond slechts uit een paar regels; maar ik mag
-verdoemd zijn, vervolgde de oude gaauwdief, terwijl hij een kruis
-sloeg, als ik een syllabe begreep van het duivelsche tooverschrift
-dat zij mij copiëren liet; ik geloof zeker dat het Arabisch was.
-
---Wat verder?
-
---Verder heb ik het papier in den vorm van een brief toegemaakt,
-en er een adres op geschreven.
-
---Ah! riep de soldaat met levendige belangstelling, dat is voor
-het eerst.
-
---Ja, maar met die wetenschap zult gij niet veel verder komen.
-
---Waarom niet? laat zien, hoe was dat adres?
-
---Z. p. V. 2 Calle S. P. Z.
-
---Hm! riep de soldaat peinzend, dat is zeker alles behalve duidelijk;
-maar vervolgens?
-
---Vervolgens is zij vertrokken, nadat zij mij een ons goud had gegeven.
-
---Zij is wel genereus.
-
---Povre nina! (het arme kind) riep de evangelista, terwijl hij met
-zijne kromme vingers zich de drooge oogen afwischte.
-
---Houd toch op met uwe kwezelarij, daar geloof ik toch niets van;
-is dat alles wat zij u gezegd heeft?
-
---Nagenoeg, zei de oude aarzelend.
-
-De sergeant keek den evangelista strak aan.
-
---Er is dus nog iets? vroeg hij, hem eenige goudstukken toewerpende,
-die Tio Leporello dadelijk deed verdwijnen.
-
---Bijna niets.
-
---Spreek op, Leporello, hoe weinig het wezen mag; gij zult zelf wel
-weten dat de hoofdzaak van een brief gewoonlijk in een post scriptum
-staat.
-
---Toen zij mijn bureau verliet, wenkte de Senorita een providencia [4]
-die juist voorbij reed; het rijtuig hield stil, en ofschoon het jonge
-meisje zeer zacht sprak, hoorde ik haar tegen den koetsier zeggen:
-Naar het Bernardijnen klooster!
-
-De sergeant huiverde onmerkbaar.
-
---Hm! riep hij op een toon van meesterlijk gespeelde onverschilligheid,
-dat adres beteekent niet veel; maar geef mij intusschen het
-overgedrukte blad.
-
-De evangelista grabbelde in zijne lade en haalde er een blad wit
-papier uit te voorschijn, daar eenige woorden in bijna onleesbare
-krabbels op stonden.
-
-Zoodra de sergeant het blad in handen had en met de oogen doorliep,
-scheen de inhoud hem groot belang in te boezemen, want hij verbleekte
-zigtbaar en eene zenuwachtige rilling liep hem door de leden; maar
-hij herstelde zich bijna oogenblikkelijk.
-
---'t Is goed, zeide hij, het blad in kleine stukjes scheurende;--zie
-daar, dat is voor u, vervolgde hij en wierp den ouden briefschrijver
-nog een hand vol goudstukken toe.
-
---Dank je, caballero! riep Tio Leporello en wierp zich met drift op
-het kostbare metaal, terwijl hij tevens naar het mes greep.
-
-Een spotachtige glimlach plooide zich om de lippen van den soldaat;
-hij rukte den oude het mes uit de hand en van het oogenblik gebruik
-makende waarop Leporello bukte om het goud op te rapen, stak hij hem
-het mes bijna tot aan het heft tusschen de beide schouders. De stoot
-was zoo behendig gemikt en met zulk een vaste hand toegebragt, dat
-de oude woekeraar als een logge klomp voorover viel, zonder een klagt
-of zucht te slaken. Don Annibal zag hem een oogenblik koelbloedig en
-onverschillig aan; toen door de bewegingloosheid van zijn slagtoffer
-gerustgesteld, meende hij dat hij dood was.
-
---Komaan, bromde hij, dat is zoo veel te beter, nu zal hij ten minste
-niet klappen.
-
-Na deze philosofische lijkrede wischte de moordenaar bedaard het
-mes af, raapte zijn goud bijeen, blies de lamp uit, opende de deur,
-sloot die weder achter zich digt en verwijderde zich met rustigen,
-ofschoon min of meer versnelden tred, als iemand die te lang is
-uitgebleven en zich haasten moet om thuis te komen.
-
-De Plaza Major was eenzaam en stil.
-
-
-
-
-
-
-
-VII.
-
-EENE DUISTERE HISTORIE (vervolg).
-
-
-Het oude Mexico was met grachten doorsneden, even als Venetië, of
-om naauwkeuriger te spreken als vele steden in Holland, want er liep
-langs de meeste grachten doorgaans een straat tusschen het water en
-de huizen. Thans, nu alle grachten gedempt, en op een enkele wijk der
-stad na, in geplaveide straten zijn veranderd, begrijpt men naauwelijks
-hoe Cervantes in een zijner romans Mexico met Venetië heeft kunnen
-vergelijken; evenwel, ofschoon de grachten voor het oog verdwenen
-zijn, bestaan zij nog altoos onder den grond; en in zekere lagere
-gedeelten der stad, waar men hen in afvoerkanalen of liever in open
-riolen heeft herschapen, ontwaart men ze dadelijk door den vuilen
-stank dien zij uitwasemen of liever door de massa fecale stoffen,
-die zich in hare stilstaande en rottende wateren verzamelt.
-
-De sergeant, na zijne rekening met den ongelukkigen evangelista zoo
-knaphandig te hebben vereffend, was het plein in de volle breedte
-overgegaan en toen de calle de la Monterilla ingeslagen.
-
-Hij stapte bedaard voort in denzelfden pas dien hij bij het verlaten
-van het winkeltje had aangenomen. Eindelijk na een marsch van ongeveer
-twintig minuten, door een aantal eenzame straten en donkere steegjes,
-wier ellendig en armoedig aanzien al dreigend en dreigender werd,
-hield hij stand voor een huis van meer dan verdacht voorkomen, boven
-welks deur, achter een retablo des animas benditas (schilderij der
-gelukkige zielen) eene walmende lamp brandde; de vensters van het
-huis waren verlicht, en op het platte dak huilden en knorden eenige
-wachthonden naargeestig tegen de maan. De sergeant sloeg tweemaal op
-de deur met den druivenstok, dien hij in de hand had.
-
-Het duurde tamelijk lang eer hij gehoor kreeg; het schreeuwen en
-zingen daar binnen hield plotseling op; eindelijk hoorde hij iemand
-naderen met zwaren stap. De deur werd half geopend, want als overal
-in Mexico, was zij van binnen met een ketting gesloten en eene grove
-stem vroeg op dronkenmans toon:
-
---Quien es?--Wie is daar?
-
---Gente de paz--Goed volk, antwoordde de sergeant.
-
---Hm! het is laat genoeg om te loopen lanterfanten en als een dief
-binnen te komen! riep de andere, die zich scheen te bedenken.
-
---Ik verlang niet om binnen te komen.
-
---Wat duivel verlangt gij dan?
-
---Pan y sal! por los caballeros errantes (brood en zout voor de dolende
-ridders) hernam de soldaat op een gebiedenden toon, terwijl hij zich
-derwijze plaatste, dat de maan hem vlak in het aangezigt scheen.
-
-De portier deinsde terug met een uitroep van verbazing:
-
---Valgame dios! Senor don Torribio, riep hij op een toon van diepen
-eerbied, wie zou u onder die ellendige plunje hebben herkend! Kom
-binnen, kom binnen, men wacht u met ongeduld.
-
-Met deze woorden haastte de man zich, even onderdanig als hij eenige
-oogenblikken te voren barsch was geweest, om de ketting af te ligten
-en de deur geheel te openen.
-
---'t Is niet noodig, Pepito, hernam de soldaat, ik zeg u nog eens
-dat ik niet binnen kom! Met hun hoevelen zijn ze?
-
---Met hun twintigen, Senor.
-
---Gewapend?
-
---Ten volle.
-
---Laat hen dan oogenblikkelijk afkomen; ik zal ze hier wachten,
-mijn zoon, de tijd is kort.
-
---En gij dan, Senor?
-
---Breng mij een hoed, een mantel, mijn degen en mijne pistolen maar
-gaauw wat, haast u.
-
-Pepito wachtte niet tot het hem voor de tweede maal gezegd werd;
-hij liet de deur open en liep op een drafje naar binnen.
-
-Eenige minuten later stormden een twintigtal bandieten tot aan
-de tanden gewapend den trap af en de straat op, suizebollend en
-tegen elkander tuimelend. Toen zij den sergeant in 't oog kregen,
-groetten zij hem eerbiedig en op zijn wenk bleven zij zwijgend en
-onbewegelijk staan.
-
-Pepito bragt de voorwerpen, gevraagd door den man die zich bij den
-evangelista don Annibal noemde, maar hier don Torribio heette en die
-nog wie weet hoeveel andere namen had, doch dien wij vooreerst zijn
-laatsten naam zullen laten behouden.
-
---Zijn de paarden gereed? vroeg don Torribio, terwijl hij zijn
-uniform met den mantel bedekte, een langen degen aangespte, en een
-paar pistolen met dubbelen loop in zijn gordel stak.
-
---Ja, Senor, antwoordde Pepito, met den hoed in de hand.
-
---Goed, mijn zoon; breng ze waar ik u gezegd heb; maar terwijl het
-thans nacht en dus verboden is om te paard op straat te verschijnen,
-zult gij weldoen van op de celadores (ijveraars) en serenos
-(nachtwakers) te letten.
-
-De bandieten barstten los in een schaterend gelach, op deze zonderlinge
-aanbeveling.
-
---Ziedaar, zei don Torribio terwijl hij den hoed met breeden rand
-opzette, dien Pepito hem gebragt had, dat is klaar: thans kunnen wij
-vertrekken; luistert nu aandachtig, caballeros.
-
-De leperos en andere gaauwdieven uit welke de bende bestond, zich
-gevleid voelende dat zij als caballeros werden toegesproken, traden
-digter bij don Torribio om hem des te beter te kunnen verstaan.
-
-Deze vervolgde:
-
---Wanneer twintig mannen zich in een enkelen troep in de straten
-vertoonden, zouden zij zeker de aandacht en achterdocht der
-politie-agenten wakker maken; het is derhalve voor het welslagen
-der onderneming waartoe ik u te zamen riep, hoogst noodig dat wij
-voorzigtiger te werk gaan en vooral de meeste geheimhouding gebruiken;
-gij zult u dus verspreiden en ieder afzonderlijk u naar de muren
-van het Bernardijnen-klooster begeven; daar aankomende zult gij u
-zoo veel mogelijk verbergen, een onverschillige houding aannemen,
-en u niet verroeren buiten mijne orders. Vooral houdt u stil en maakt
-geen leven of twist: hebt gij mij begrepen?
-
---Ja, Senor, antwoordden de bandieten eenstemmig.
-
---Zeer goed; vertrekt dan en zorgt dat gij binnen een kwartier bij
-het klooster zijt.
-
-De bandieten verstrooiden zich in alle rigtingen, met de snelheid
-van een troep roofvogels die op buit uitvliegen; twee minuten later
-waren allen, links of regts, aan de hoeken der naast bijliggende
-straten verdwenen.
-
-Pepito was alleen overgebleven.
-
---En ik nu, Senor, vroeg hij eerbiedig aan don Torribio, zoudt gij
-niet goed vinden dat ik u vergezel? Ik zou mij zeer vervelen als ik
-hier alleen achterbleef.
-
---Ik zou niets beter verlangen dan u mede te nemen, Pepito, maar wie
-zal onze paarden gereed maken, als gij met mij gaat?
-
---Dat 's waar, daar dacht ik niet aan.
-
---Maar maakt u daarom niet ongerust, mannetje; als ik in mijne
-onderneming mag slagen, daar ik niet aan twijfel, zult gij spoedig
-bij mij komen.
-
-Door deze belofte gerust gesteld, groette Pepito eerbiedig den
-geheimzinnigen man, die zijn chef scheen te zijn, en ging weder in
-huis, terwijl hij de deur zorgvuldig achter zich sloot.
-
-Don Torribio, thans alleen gebleven, stond eenige oogenblikken in
-diepe gedachten; eindelijk hief hij het hoofd op, trok zich den hoed
-in de oogen, wikkelde zich digt in zijn mantel en verwijderde zich
-met snelle schreden, zacht in zich zelven prevelende:
-
---Zou ik slagen?
-
-Deze vraag kon niemand, zoo min als hij zelf, beantwoorden.
-
-Het Bernardijnen-klooster ligt in een der schoonste wijken van Mexico,
-niet ver van de Paseo de Bucarelli, de wandeldreef der beau monde. Het
-is een uitgestrekt gebouw, geheel van gehouwen steen opgetrokken;
-het dagteekent van de herbouwing der stad na de verovering door de
-Spanjaarden, en is door Fernando Cortez zelf gegrondvest. Het geheel
-maakt een statige en indrukwekkende vertooning, als alle Spaansche
-kloosters. Op zich zelf is het, om zoo te zeggen, eene kleine stad in
-de groote, daar het alles bezit wat noodig is om het leven gemakkelijk
-en aangenaam te maken: eene kerk, een ziekenzaal, een waschhuis,
-een groote spijskamer en keuken, een uitgestreken moestuin, boomgaard
-en wel aangelegde warande met prachtig geboomte bezet, tot geschikte
-wandeling voor de nonnen; bovendien ruime kloostergewelven, met groote
-schilderijen van goede meesters behangen en tooneelen voorstellende
-uit het leven der heilige Maagd en van sint Bernard, den patroon van
-het klooster; deze gewelven met open galerijen omgeven, in welke de
-cellen der kloosterzusters uitkomen, omsluiten ruime binnenplaatsen,
-met zand bestrooid en met fonteinen en waterbekkens versierd, wier
-springende stralen onder liefelijk geklater de lucht verfrisschen en
-zelfs op het heetst van den dag koel houden. De cellen zijn bekoorlijke
-optrekjes, waar niets aan ontbreekt wat tot levensgemak dienen kan:
-een kleine slaapsteê, twee stoelen met Spaansch leder bekleed, een
-bidbankje, een kleine toilettafel, in welks lade zich een spiegel
-bevindt; eenige heilige schilderijen hangen op de geschiktste plaats
-aan den wand. In een hoek van het kamertje ziet men, tusschen een
-guitare en een tuchtroede, eene beeldtenis der Heilige maagd van hout
-of albast, met een krans van witte rozen op het hoofd en een altoos
-brandende lamp voor zich. Zie daar het ameublement, dat op geringe
-uitzonderingen na, in al de cellen der nonnen voorhanden is.
-
-Het Bernardijnen-klooster bevatte, op het tijdstip van ons
-verhaal, honderd vijftig nonnen en ongeveer zestig novicen. In dit
-land van verdraagzaamheid, zijn de nonnen zelden in de kloosters
-opgesloten; de zusters mogen in de stad uitgaan, en bezoeken geven of
-ontvangen; de regel orde is uiterst zacht, en behalve de dagelijksche
-godsdienstpligten, die zij met de grootste stiptheid moeten naleven,
-hebben de nonnen, wanneer zij eenmaal in hare cellen zijn teruggekeerd,
-schier algeheele vrijheid om te doen wat haar behaagt, zonder dat
-iemand er acht op geeft of er zich mede schijnt te bemoeijen.
-
-Wij hebben thans de kloostercellen beschreven, die allen volmaakt op
-elkander gelijken; alleen die der abdis verdient nog eene afzonderlijke
-beschrijving. Men zou inderdaad bezwaarlijk een boudoir vinden, waar
-zoo veel wereldsche weelde en gemak, en tevens vroomzinnige luister
-verzameld zijn als in het dagelijksch verblijf der kloostervoogdes. Het
-was eene spatieuze vierkante zaal; aan de eene zijde waren twee
-boogvensters met in lood gezette ruiten, op welks glazen heilige
-voorstellingen van de schitterendste kleuren en met meesterhand
-waren afgemaald. De muren waren met het rijkst gekleurd en gestempeld
-goud-leerbehangsel gedekt; kostbare schilderijen, de hoofdtrekken uit
-het leven van den heiligen Bernardus voorstellende, versierden hier en
-daar de wanden, zonder overlading en met dien fijnen smaak, dien men
-zelden ergers anders dan bij kerkelijke personen aantreft. Tusschen
-de twee vensters hing eene prachtige Madonna naar Rafaël, achter
-een eenvoudig maar keurig bewerkt outaar. Eene zilveren lamp met
-welriekende olie gevuld, hing aan de zoldering voor het outaar,
-dag en nacht te branden: deze gansche heilige toestel kon door
-eene gordijn van zwaar damast naar welgevallen worden afgesloten en
-onzigtbaar gemaakt.
-
-De meubels bestonden uit een groot Chineesch kamerschut, achter hetwelk
-zich de slaapstede der abdis verschool, een eenvoudig ledikant van
-gesneden eikenhout en met een wit gazen behangsel, om de moskieten
-af te weren. Eene vierkante tafel, mede van eikenhout, waarop
-eenige boeken en een schrijflessenaar, waar in het midden der kamer
-geplaatst; in een hoek van het vertrek stond eene groote boekenkast,
-geheel opgevuld met werken van godsdienstigen aard, wier prachtige,
-rijk vergulde banden men door de glazen deuren zag blinken; verder
-stonden eenige stoelen en tabouretten met gedraaide of gebeeldhouwde
-pooten hier en daar tegen den wand.
-
-Eindelijk zag men er een zilveren met olijvenpitten gevuld reukvat,
-tegenover een prachtige mahoniehouten kast, welker lof- en lijstwerk,
-wat snijkunst betrof, als een meesterstuk in den stijl der renaissance
-kon worden beschouwd.
-
-Overdag verspreidde het zonlicht, door de beschilderde glasruiten
-getemperd, over al deze voorwerpen een zacht geheimvollen schemerglans,
-die den bezoeker met zeker gevoel van eerbied en ingetogenheid bezielde
-en aan het ruime vertrek een gestreng, bijna somber aanzien gaf.
-
-Op het oogenblik dat wij den lezer in deze cel binnenleiden--namelijk
-weinige minuten voor het tooneel dat wij zoo straks beschreven
-hebben--zat de abdis in een grooten arm stoel met regtstandige
-leuning, boven welken de kroon der kloostervoogdij prijkte, en
-welks goud-lederen zitting met een dubbele franje van zijde en goud
-geboord was.
-
-De abdis was eene kleine, zwaarlijvige, poezelige vrouw van omtrent
-zestig jaar; hare gelaatstrekken zouden onbeduidend hebben geschenen,
-zonder dien helderen doordringenden blik, die als een stroom gloeijende
-lava uit hare grijze oogen schoot, zoo vaak zij door een hevige drift
-bewogen werd. Zij had een opengeslagen boek in de handen en scheen
-in diepe aandacht verzonken.
-
-De deur van hare cel werd zachtjens geopend; een jong meisje,
-in de kleeding der nieuwelingen, naderde schroomvallig en scheen
-den ingelegden vloer naauwelijks met haar ligten bedeesden voet te
-durven aanraken.
-
-Dit jonge meisje bleef, op eenigen afstand van den stoel, waarop de
-abdis zat, verlegen staan en wachtte zwijgend tot deze het oog op
-haar zou gelieven te rigten.
-
---Ah! zijt gij daar, mijn kind, zeide de kloostervoogdes eindelijk,
-toen zij de tegenwoordigheid der proefnon opmerkte; kom nader.
-
-De nieuweling trad nog een paar stappen vooruit.
-
---Waarom zijt gij heden morgen uitgegaan, zonder mij eerst verlof
-te vragen?
-
-Op het hooren van deze vraag, ofschoon zij die zeer natuurlijk
-verwachten moest, geraakte het jonge meisje in verwarring, werd
-doodsbleek en stotterde eenige onverstaanbare woorden.
-
-De abdis hervatte op strengen toon:
-
---Pas op, meisje; al zijt gij slechts novice en al zult gij den
-nonnensluijer eerst over twee maanden aannemen, onthoud wel dat gij,
-even als de andere nonnen, van mij alleen afhangt, en van niemand
-anders.
-
-Deze woorden werden uitgesproken op een toon en met een nadruk die
-het jonge meisje deden sidderen.
-
---Heilige moeder! prevelde zij zacht.
-
---Gij waart de vertrouwde vriendin, ja bijna de zuster van het dwaze
-kind, dat zich voor onzen oppermagtigen wil heeft moeten buigen als
-een rietstaf, en dat dezen morgen gestorven is.
-
---Gelooft gij dan stellig dat zij dood is, moeder? snikte de
-nieuwelinge bedeesd en met eene haperende stem.
-
---Wie twijfelt daaraan? vroeg de abdis driftig, terwijl zij half
-van haar stoel opsprong en het arme meisje fixeerde als met den blik
-eener slang.
-
---Niemand! mevrouw, niemand! gilde het meisje, van schrik
-terugdeinzende.
-
---Hebt gij niet even goed als de andere kloosterlingen hare uitvaart
-bijgewoond? vervolgde de abdis met vreesselijken nadruk. Hebt gij de
-gebeden dan niet gehoord die over hare kist werden uitgesproken?
-
---Dat heb ik, moeder!
-
---Hebt gij haar lijk niet in den grafkelder van het convent zien
-nederdalen, en den steen boven haar graf zien verzegelen, dien alleen
-de engel des gerigts er zal afligten op den dag des oordeels? Zeg, hebt
-gij deze treurige en ontzagwekkende plegtigheid niet bijgewoond? Zoudt
-gij dan nu nog durven beweren dat dit alles slechts bedrog is en dat
-zij nog leeft, dat arm ellendig schepsel, dat door God en zijnen toorn
-plotseling geslagen werd, om haar ten voorbeeld te stellen voor allen
-die de Satan tot muiterij aanspoort?
-
---Vergeving! heilige moeder, vergeving, ik heb alles gezien wat gij
-zegt, ik heb de begrafenis van dona Laura bijgewoond; helaas! ik kan
-er niet aan twijfelen, zij is voorzeker dood.
-
-Onder het uiten der laatste woorden kon het meisje zich niet langer
-bedwingen en liet hare tranen den vrijen loop.
-
-De abdis zag haar uitvorschend aan.
-
---Het is goed, zeide zij, verwijder u; maar ik zeg u nog eens, pas
-op! Ik weet dat er ook in u een geest van verzet heerscht, die uw
-hart tot opstand drijft, en ik zal u in 't oog houden.
-
-Het jonge meisje groette de kloostervoogdes met eene deemoedige
-buiging, en trad terug om haar bevel te gehoorzamen en heen te gaan.
-
-Op eens hoorde men een vreesselijk rumoer; angstkreten doormengd
-met bedreigingen klonken op de gangen, en driftig loopende voeten,
-als van een onstuimige troep volk, schenen snel te naderen.
-
---Wat beteekent dat? riep de abdis verschrikt; wat is dat voor rumoer?
-
-Zij vloog ontsteld op en trad met weifelenden tred naar de deur van
-hare cel, waartegen op dit oogenblik herhaalde malen geklopt werd.
-
---O lieve God! prevelde de novice, met een weenenden blik naar het
-Madonnabeeld, dat haar minzaam scheen toe te lagchen; zouden zij ons
-eindelijk komen verlossen?
-
-Eer wij hier verder gaan is het noodig dat wij naar don Torribio
-terugkeeren, dien wij straks verlaten hebben, terwijl hij met zijne
-kameraden in de rigting van het klooster optrok.
-
-Volgens hunne gemaakte afspraak, had don Torribio zich met zijn
-gansche troep bij de muren van het klooster vereenigd. Om in hunne
-onderneming niet gestoord te worden, hadden de bandieten al gaande
-weg, naar mate zij het klooster naderden, al de nachtwachts die zij
-op de straat ontmoetten overrompeld, gebonden, proppen in den mond
-gestopt en naar het klooster medegenomen. Dank zij deze welberekende
-manoeuvre, hadden zij ongehinderd het bedoelde punt bereikt. Niet
-minder dan twaalf serenos waren op deze wijs opgevangen en gekneveld.
-
-Toen zij eenmaal bij het klooster waren, had don Torribio order
-gegeven om de medegesleepte serenos op den grond te leggen, en aan
-den voet van den muur op elkander te stapelen.
-
-Toen een fluweelen halfmasker uit zijn zak halende, bedekte hij er zijn
-gezigt mede; de zelfde voorzorg om zich onkenbaar te maken, werd ook
-door zijne medgezellen gebruikt; daarop begaven zij zich naar eene
-kleine ellendige hut, op korten afstand, en drongen de zwakke deur
-met hunne schouders open. De bewoner der hut, op deze wijs onzacht
-uit zijn slaap gewekt, kwam onthutst en half gekleed te voorschijn,
-om te zien wie op zulk eene ongewone manier op zijne deur klopte;
-de arme drommel stoof met een kreet van schrik terug, toen hij zulk
-een schaar van gemaskerden voor zijne deur verzameld zag.
-
-Don Torribio had haast en opende het mondgesprek onverwijld regt op
-den man af.
-
---Buenas noches! goeden avond! Tio Salado, riep hij, ik ben blijde
-dat ik u zoo wel zie.
-
-De andere antwoordde, maar zonder eigentlijk te weten wat hij zeide:
-
---Ik zeg u dank, caballero, gij zijt te goed.
-
---Maak een beetje voort, neem uw mantel en kom met ons mede.
-
---Ik? riep Salado, blijkbaar ontstellende.
-
---Ja, gij.
-
---Maar waarin kan ik u van dienst zijn?
-
---Dat zal ik u zeggen: ik weet dat gij met het Bernardijnen-klooster
-op een witten voet staat, vooreerst als pulquero (drankverkooper) en
-ten tweede als hombre de bien y religioso (fatsoenlijk en vroom man.)
-
---O, ho! tot zekere hoogte, ja, antwoordde de pulquero ontwijkend.
-
---Geen gemaakte nederigheid, als 't u b'lieft! ik weet dat gij in
-het klooster genoeg vertrouwd zijt om u ieder oogenblik de deur te
-zien openen; en om die reden alleen verzoek ik u ons te vergezellen.
-
---Jesu Maria! zoudt gij waarlijk, caballero... riep de arme pulquero
-verschrikt.
-
---Geen tegenspraak, verzoek ik u, haast u maar liever, of per Nuestra
-Senora del Carmen, ik steek uw huis in brand!
-
-Salado slaakte een hoorbaren zucht, wierp een wanhopigen blik op de
-zwarte maskers en begon tegen wil en dank te gehoorzamen.
-
-Het huis van den pulquero [5] lag slechts weinige schreden van het
-klooster af; deze ruimte was spoedig doorloopen, en don Torribio wendde
-zich tot zijn gevangene, die meer dood dan levend voor hem stond:
-
---Kom, vriendje, zeide hij op gebiedenden toon, hier zijn wij; maak
-nu maar handig dat de deur van het convent ons geopend wordt.
-
---In 's hemels naam! riep de pulquero, een laatste poging aanwendende
-om zich te verzetten; hoe moet ik het aanleggen? Gij weet wel dat ik
-geen middel weet om....
-
---Luister, vervolgde don Torribio gebiedend; gij begrijpt wel dat
-ik geen tijd heb om met u te redeneren: zorg dus dat wij in het
-klooster komen en deze beurs, die vijftig oncen goud bevat, is voor
-u; of weiger het, vervolgde hij, bedaard een pistool uit zijn gordel
-halende, en ik jaag u terstond een kogel door den kop.
-
-Het koude zweet gudste den pulquero langs de slapen, de bandieten
-van zijn land waren hem te goed bekend om met hunne woorden te spotten.
-
---Wel! vroeg de ander een oogenblik later, terwijl hij het pistool
-overhaalde, hebt gij u bedacht?
-
---Caspita! caballero, doe dat toch niet, als ik u bidden mag, ik zal
-beproeven wat ik kan.
-
---Om u des te beter doen slagen, neem dit, zei don Torribio, hem de
-beurs overreikende.
-
-De pulquero nam haar aan met al de gretigheid van een armen gierigaard,
-en een glans van genoegen straalde uit zijn oog; thans stapte hij
-langzaam naar de poort van het convent, blijkbaar met zich zelf in
-beraad hoe hij het aan zou leggen om de aanzienlijke som die hij
-ontvangen had, zoo eerlijk mogelijk te verdienen, maar zonder het
-minste gevaar te loopen: een vraagstuk welks oplossing, wij moeten
-het bekennen, zich niet zoo gemakkelijk laat vinden.
-
-
-
-
-
-
-
-VIII.
-
-EENE DUISTERE GESCHIEDENIS. (Slot)
-
-
-De pulquero scheen eindelijk tot een besluit te zijn gekomen. Op eens
-schoot hem eene heldere gedachte door het brein, en met een glimlach op
-de lippen greep hij den klopper die voor de deur van het klooster hing.
-
-Doch eer hij dien kon laten vallen, hield don Torribio zijn arm tegen.
-
---Wat is het? vroeg Salado.
-
---Het is reeds lang over elven, alles in het klooster slaapt of ten
-minste behoort te slapen; misschien zou het beter zijn om een ander
-middel te gebruiken.
-
---Gij vergist u, caballero, antwoordde de pulquero, de portierster
-waakt altijd.
-
---Weet gij dat zeker?
-
---Caramba! riep Salado, die eenmaal zijn plan reeds gemaakt had en
-bang was dat hij het geld zou moeten terug geven, zoo don Torribio
-misschien van besluit veranderde--het Bernardijnen-klooster te Mexico
-is nacht en dag open voor degenen die er medicijnen komen halen voor
-zieken. Laat mij dus begaan.
-
---Volg dan uw plan, antwoordde de chef der onderneming, zijn arm
-loslatende.
-
-Salado liet zich het bevel om voort te gaan geen tweemaal herhalen:
-hij maakte dus spoed en de klopper viel met een fermen slag op zijn
-koperen knop.
-
-Don Torribio en de zijnen stonden intusschen zoo digt mogelijk bezijden
-de poort tegen den muur gedrongen, om zich niet te laten zien.
-
-Eenige oogenblikken later werd de schuif in de deur opgehaald en
-verscheen het gerimpeld gezigt der portierster voor de opening.
-
---Wie zijt gij, broeder? vroeg zij met een bevend en slaperig
-schapenstemmetje, wat drijft u nog zoo laat naar het klooster der
-Bernardijnen?
-
---Ave Maria purissima (Ave Maria allerzuiverste) zei Salado op een
-toon zoo kwezelachtig mogelijk.
-
---Sin peccado concebida (Zonder zonden ontvangen). Zijt gij ziek,
-broeder?
-
-Ik ben een arme zondaar, gij kent mij wel, zuster; mijn hart is
-bitter verslagen.
-
---Wie zijt gij dan, broeder? ik meen waarlijk dat ik u herken, maar
-de nacht is zoo donker dat ik uw gezigt niet kan zien.
-
---Ik hoop dat gij het nooit zien zult! dacht de pulquero; maar hij
-vervolgde hardop: Ik ben Senor Templado die in de calle Plateros woont.
-
---Ah! nu ken ik u wel, broeder.
-
---Ik geloof dat het thans gelukken zal, mompelde Salado tegen don
-Torribio.
-
---Wat wilt gij, broeder? zeg het mij in Jezus naam! haast u een beetje,
-riep de oude, een kruis slaande, dat Salado haar oogenblikkelijk
-nadeed; het is zoo koud van nacht en ik moet nog zooveel paternosters
-bidden, daar gij mij juist in zijt komen storen.
-
---Valga me Deos! zuster, mijne vrouw en twee kinderen zijn krank;
-de pater gardiaan der Franciscanen heeft mij aanbevolen om u drie
-flesschen wonderwater te vragen.
-
-In 't voorbijgaan moeten wij hier aanmerken, dat ieder klooster in
-Mexico zeker geheim geneesmiddel of wonderwater bezit, dat de kracht
-heeft om alle kwalen te genezen en waarvan de opbrengst ten voordeele
-der stichting komt. Wat de genezende wonderkracht van dit water betreft
-zouden wij niets durven zeggen, daar wij het nooit op ons zelven
-hebben toegepast, maar dat zulk een algemeen werkend geneesmiddel
-duur verkocht wordt en aan het klooster groote inkomsten verschaft,
-laat zich ligt begrijpen.
-
---Santa Maria, drie flesschen? riep de oude, terwijl hare oogen
-glinsterden van genoegen bij de buitengewone aanvraag van den
-pulquero,--drie flesschen! herhaalde zij.
-
---Ja, zuster. Ik vraag u tevens verlof om een oogenblik te rusten,
-daar ik zoover heb moeten loopen; en bovendien de angst over mijne
-zieke vrouw en kinderen heeft mij zoo ter neêrgeslagen, dat ik
-naauwelijks op mijne beenen staan kan.
-
---Arme ziel, riep de portierster medelijdend.
-
---O, gij zult er mij wezentlijk eene dienst mede bewijzen, zuster.
-
---Senor Templado, zie even rond, bid ik u, om u te overtuigen dat er
-niemand in de straat is; wij leven in zulk een slechten tijd dat men
-nooit te voorzigtig kan zijn.
-
---Er is niemand, zuster, antwoordde de pulquero, terwijl hij de
-bandieten een wenk gaf om zich gereed te houden.
-
---Dan zal ik u de deur openen.
-
---De hemel zal u loonen, zuster.
-
---Amen! zei de oude non.
-
-Thans hoorde men den sleutel in het slot omdraaijen, de grendels
-afschuiven, en de deur werd geopend.
-
---Kom gaauw binnen, broeder, riep zij.
-
-Maar Salado had zich intusschen voorzigtig terug getrokken, om aan
-don Torribio zijne plaats in te ruimen.
-
-Deze wierp zich terstond op de oude portierster; eer zij tijd had om
-zich te herstellen, greep hij haar bij de keel en kneep die met de
-beide handen als in een schroef.
-
---Als gij een woord spreekt, oude tooverheks, riep hij haar in 't oor,
-draai ik u den hals om.
-
-Verbijsterd door dezen onverhoedschen aanval, van iemand wiens gezigt
-met een zwart masker bedekt was, schrikte de oude vrouw zoo geweldig,
-dat zij op den grond viel en geheel buiten kennis liggen bleef.
-
---Die duivelsche teef! riep don Torribio, verstoord over de onverwachte
-gevolgen van zijn woest bedrijf, wie zal ons nu den weg wijzen?
-
-In 't eerst beproefde hij de portierster weder tot zich zelve te
-brengen; doch weldra ziende dat dit niet gelukken zou, gaf hij twee
-der zijnen een wenk om haar stevig te binden en een prop in den
-mond te steken; vervolgens, na deze twee individus aan de deur op
-schildwacht te hebben geplaatst, maakte hij zich van den sleutelbos
-meester dien de oude non bij zich droeg en drong het klooster in,
-gevolgd door al zijne kameraden, om het eigenlijke verblijf der nonnen
-op te sporen. Het ging alles behalve gemakkelijk om in dit eindelooze
-doolhof van gangen en cellen den weg naar de kamer der abdis te vinden,
-daar het don Torribio vooreerst slechts te doen was om deze te spreken.
-
-Dit scheen voor de bandieten inderdaad een onoverkomelijk bezwaar, want
-ofschoon zij zich door list van het gebouw hadden meester gemaakt,
-waren zij met de inwendige gelegenheid volstrekt onbekend. Op het
-oogenblik echter dat zij de hoop begonnen te verliezen, gebeurde er
-iets, dat als natuurlijk gevolg hunner onwelkome tegenwoordigheid,
-hun plan deed gelukken.
-
-De bandieten hadden zich namelijk als een losgebroken stroom over
-de binnenplaatsen en in de gaanderijen verspreid, zonder zich in het
-minst om de gevolgen van hun woesten inval te bekommeren, terwijl zij
-schreeuwden en raasden als bezetenen; geen schuilhoek hoe verborgen
-of heilig ook, lieten zij onbezocht; de eenige regel dien zij hierin
-eerbiedigden was dat zij te werk gingen op onmiddelijk bevel van
-hun chef.
-
-De kloosterzusters, steeds gewoon aan de diepste stilte en rust, werden
-natuurlijk door het helsche misbaar dat de bandieten maakten onzacht
-uit haar slaap gewekt, en dachten eenige oogenblikken niet anders of
-er had eene aardbeving plaats; op het eerste gerucht verlieten zij
-hare legersteden en cellen, en namen in der ijl en half gekleed,
-als een troep verschrikte duiven, schreeuwend en gillend de vlugt
-naar de kamer der kloostervoogdes.
-
-De kloostervoogdes, niet minder verontrust dan hare onderhoorigen
-en even onbekend met de oorzaak van het nachtelijk alarm, opende
-terstond hare deur, verzamelde de verschrikte nonnen rondom zich en
-zich thans aan het hoofd der troep stellende, trok zij onverschrokken
-naar de binnenplaats waar het ergste rumoer gehoord werd en trad het
-gevaar moedig tegen, in al de majesteit van hare voogdij en leunende
-op haar staf als abdis. Naauwelijks echter ontwaarde zij de bende der
-gemaskerde bandieten, die als duivels, huilend en schreeuwend en met
-allerlei soort van wapenen zwaaijend rondliepen, of de moed ontzonk
-haar. Maar eer zij nog een kreet geuit of een woord gesproken had,
-snelde don Torribio naar haar toe en riep:
-
---Stel u gerust, mevrouw, en maak geen misbaar; wij zijn hier niet
-om u kwaad te doen; integendeel, wij komen om het kwaad te herstellen
-dat gij zelve bedreven hebt.
-
-Stom van verbazing en schrik, bij het gezigt van zoo vele gewapende
-en gemaskerde mannen, stond daar de talrijke vrouwenschaar als aan
-den grond geworteld.
-
---Wat wilt gij van mij? vroeg de abdis met eene bevende stem.
-
---Dat zult gij aanstonds vernemen, antwoordde de chef, en zich
-thans tot een zijner onderhoorigen wendende, zeide hij: Breng mij de
-gezwavelde lonten.
-
-De bandiet bragt hem zwijgend wat hij verlangde.
-
---Hoor mij thans met aandacht, Senora, vervolgde hij. Gisteren is een
-der nieuwelingen uit uw convent, die eenige dagen geleden geweigerd
-had den sluijer aan te nemen, hier plotseling gestorven.
-
-De abdis wierp een gebiedenden blik om zich heen, en wendde zich toen
-tot den spreker.
-
---Ik weet niet wat gij daarmede zeggen wilt, antwoordde zij
-onverschrokken.
-
---Zeer goed, dat antwoord is juist zoo als ik het van u verwachtte. Ik
-vervolg dus: die nieuweling, naauwelijks zestien jaar oud, heette
-dona Laura de Azevedo Real del Monte; zij behoorde tot een der
-aanzienlijkste geslachten in Mexico; heden morgen heeft hare uitvaart
-plaats gehad, met al de gebruikelijke plegtigheden en in de kapel van
-dit klooster; vervolgens is haar lijk, onder groote praalvertooning,
-in de voor de lijken der nonnen bestemde grafkelders nedergelaten.
-
-Hier hield hij op en rigtte van onder zijn masker een doorborenden
-blik op de abdis.
-
---Ik herhaal nog eens dat ik niet weet wat gij zeggen wilt, antwoordde
-zij koelzinnig.
-
---Zoo! zeer goed; hoor dan ook dit nog, Senora, en doe er uw voordeel
-mede, want ik zweer u, gij hebt met mannen te doen die u geen genade
-zullen bewijzen, en die zich noch door uwe tranen, noch door uwe
-angstkreten zullen laten bewegen, zoo gij hen noodzaakt tot uitersten
-over te gaan.
-
---Gij kunt doen wat gij goedvindt, hernam de kloostervoogdes altoos
-even onverstoorbaar; ik ben in uwe handen, ik weet dat ik voor het
-oogenblik van niemand eenige hulp te wachten heb, de hemel zal mij
-derhalve kracht verleenen om den marteldood te ondergaan.
-
---Mevrouw, hervatte don Torribio meesmuilend, wat gij daar zegt is
-godslastering, het is eene doodzonde die gij willens en wetens begaat;
-maar dat gaat mij niet aan, dat is uwe zaak; de mijne daarentegen is
-deze: gij zult mij oogenblikkelijk den ingang der grafkelders aanwijzen
-en de plaats waar dona Laura de Azevedo rust; ik heb gezworen dat
-ik haar lijk van hier zou vervoeren tot iederen prijs. Ik zal mijn
-eed houden, wat er ook gebeure. Zoo gij bewilligt in mijn verzoek,
-dan zullen mijne gezellen en ik ons vergenoegen met het lijk der arme
-overledene, en ons verwijderen, zonder een speld aan te raken van de
-onmetelijke rijkdommen die dit klooster bevat.
-
---En zoo ik weiger? vroeg zij hooghartig.
-
---Zoo gij weigert, hernam hij, met bijzonderen nadruk op ieder woord,
-als om het haar des te beter te doen verstaan; zoo gij weigert dan zal
-het klooster geplunderd, al deze witte duifjes zullen aan den duivel
-worden opgeofferd en gij,--gij, vervolgde hij met een grijns die allen
-deed huiveren, gij zult aan eene foltering onderworpen worden, die u,
-ik twijfel er niet aan, de tong wel losser zal maken.
-
-De abdis glimlachte met minachting.
-
---Begin maar met mij, zeide zij.
-
---Dat ben ik voornemens, was het antwoord. Kom, vervolgde hij met
-eene ruwe stem tegen zijne gezellen, terstond de handen aan 't werk.
-
-Twee mannen traden vooruit om de abdis aan te grijpen; deze toonde
-geen de minste neiging om weerstand te bieden, zij bleef onbewegelijk
-en schijnbaar onverschillig staan, ofschoon eene onwillekeurige
-naauwelijks merkbare zamentrekking der wenkbraauwen hare innerlijke
-ontroering bewees.
-
---Hebt gij uw laatste woord gezegd, Senora? vroeg don Torribio.
-
---Doet uw werk, beulen, antwoordde zij met verachting, beproeft of
-gij den wil van eene oude vrouw kunt beheerschen.
-
---Dat zullen wij zien. Welaan, begint! klonk zijn bevel.
-
-De twee bandieten maakten zich gereed om hun kommandant te gehoorzamen.
-
---Houdt op, in 's hemels naam! riep thans een jong meisje, terwijl zij
-zich onverschrokken voor de abdis stelde en de bandieten terugstiet.
-
-Dit meisje was niemand anders dan de nieuweling, met welke de abdis
-gesproken had, op het oogenblik toen het klooster overrompeld werd.
-
-Er volgde eene tweede plegtige aarzeling.
-
---Zwijg, ik beveel het u, riep de abdis; laat mij mijn lot
-ondergaan. God ziet ons.
-
---Het is juist omdat God ons ziet, dat ik spreken wil, antwoordde
-het meisje met nadruk; Hij is het die deze mij onbekende mannen
-herwaarts heeft gezonden, om eene groote misdaad te beletten. Volgt
-mij, caballeros, gij hebt geen oogenblik te verliezen, ik zal u de
-grafkelders wijzen.
-
---Ongelukkige! riep de abdis, terwijl zij zich met geweld aan de
-handen der bandieten poogde te ontrukken, ongelukkige, op u zal zich
-al mijn toorn vereenigen.
-
---Dat weet ik, antwoordde de nieuweling treurig, maar geene reden
-van zelfbehoud zal mij beletten om een heiligen pligt te vervullen.
-
---Stopt die oude feeks een prop in den mond, en maakt er een
-einde aan! riep de kommandant. Zijn bevel werd onmiddellijk
-uitgevoerd. Ondanks den wanhopigen weerstand der abdis, was zij binnen
-weinige minuten tot zwijgen gebragt.
-
---Een van u blijft haar bewaken, vervolgde don Torribio, en bij de
-minste verdachte beweging jaagt gij haar een kogel door het hoofd.
-
-Nu van toon veranderende, wendde hij zich tot de nieuweling.--Ik
-zeg u duizendmaal dank, Senorita, zeide hij met eene bewogen stem,
-voleindig wat gij zoo wel begonnen zijt, en geleid ons naar die
-afschuwelijke grafkelders.
-
---Komt, caballeros! antwoordde zij, zich aan hun hoofd stellende.
-
-De bandieten, op eens zoo gedwee als lammeren geworden, volgden haar
-stilzwijgend en met alle teekenen van den diepsten eerbied.
-
-Op nadrukkelijk bevel van don Torribio, hadden de overige nonnen,
-tamelijk gerust over den afloop der omstandigheden, zich reeds
-verspreid en waren zij naar hare cellen teruggekeerd.
-
-Terwijl de bandieten de gangen doortrokken, naderde don Torribio
-het jonge meisje en fluisterde haar een paar woorden in, die haar
-deden sidderen.
-
---Vrees niet, voegde hij er bij, ik heb alleen willen bewijzen dat
-ik alles wist, Senorita; ik wil niet anders voor u zijn dan uw goede
-vriend, die u eerbiedigt en zich aan u getrouw zal toonen.
-
-Het jonge meisje zuchtte, zonder te antwoorden.
-
---Wat zal er voortaan van u worden in dit klooster, vervolgde hij;
-alleen en zonder beschermer ten prooi aan den haat van deze furie,
-die niets op de wereld ontziet of heilig acht, zult gij immers weldra
-de plaats moeten innemen van haar die wij thans gaan verlossen;
-zou het dus niet beter zijn haar te volgen?
-
---Helaas, arme Laura! zuchtte zij naauwelijks hoorbaar.
-
---Zoudt gij, die tot hiertoe zoo veel voor haar gedaan hebt, haar in
-dit oogenblik willen verlaten, nu zij meer dan ooit misschien uwe
-hulp en troost zal noodig hebben? Zijt gij niet hare pleegzuster,
-hare trouwste vriendin? Wat verhindert u? Wie zou het u beletten? Gij
-zijt wees van uwe eerste kindsheid af, al uwe liefde heeft zich op
-Laura zamengetrokken, antwoord mij, dona Luisa, ik bezweer het u.
-
-Het jonge meisje ontroerde van verbazing, bijna van vrees.
-
---Kent gij mij dus? riep zij.
-
---Ik heb u immers gezegd dat ik alles wist? Kom, mijn kind, al was
-het niet om u zelve, doe het dan om harentwil; ga met mij mede en
-dwing mij niet om u hier achter te laten, in handen van vijanden die
-u met gruwzame straffen bedreigen.
-
---Gij wilt het zoo, stamelde zij treurig.
-
---Uwe vriendin smeekt het u, uit mijn mond.
-
---Welnu, het zij dan zoo, het offer worde voltooid; ik zal u volgen,
-ofschoon ik niet weet of ik er wel of kwalijk aan doe; maar al ken ik
-u niet en al verbergt uw masker u voor mijn oog, ik wil uwe woorden
-gelooven; het schijnt mij toe dat gij een edel hart bezit, de Hemel
-verhoede dat ik hierin dwaal.
-
---Alleen God die goed en barmhartig is kan u dit besluit ingeven,
-mijn arm kind.
-
-Dona Luisa liet het hoofd op de borst hangen, zij slaakte een zucht,
-en dreigde in tranen uit te barsten.
-
-De bende was de bewoonde cellen reeds voorbij en doorliep op dit
-oogenblik de holle gangen en kluizen, die zoo het scheen sedert jaren
-ledig hadden gestaan.
-
---Waar voert gij ons heen, mijn kind? vroeg don Torribio; ik dacht
-dat de grafkelders in dit klooster, even als in alle anderen, zich
-onder den vloer der kerk bevonden.
-
-Het jonge meisje glimlachte droevig.
-
---Ik geleid u ook niet naar de grafkelders, antwoordde zij met eene
-bevende stem.
-
---Waarheen dan?
-
---Naar het in pace!
-
-Don Torribio smoorde eene bittere verwensching.
-
---O! mompelde hij.
-
---De doodkist die heden morgen voor aller oog in den grafkelder
-nederdaalde, vervolgde dona Luisa, bevatte werkelijk het lijk der
-arme Laura; daar volgens het oude kloostergebruik, de dooden niet
-anders dan in volle nonnenkleeding en met het aangezigt onbedekt mogen
-begraven worden, kon men hier onmogelijk anders aanleggen; maar zoodra
-was de plegtigheid niet afgeloopen en waren al de nonnen naar hare
-cellen teruggekeerd, of de kerkdeuren werden voor de toeschouwers
-gesloten en de abdis gaf bevel om den steen der grafkelder, die nog
-niet verzegeld was, weder af te nemen, en het lijk naar het in pace in
-het afgelegenst gedeelte van het klooster over te brengen. Maar--hier
-zijn wij er reeds, riep zij stilstaande, terwijl zij met de hand eene
-groote zerk aanwees, die plat op den vloer lag, midden in de ruime
-zaal waar zij thans binnen traden.
-
-Het tooneel had iets treurigs en huiveringwekkends: die holle,
-geheel ledige zaal, die gemaskerde mannen, in groepen verzameld
-rondom dat jeugdige, geheel in 't wit gekleede meisje, en alleen
-verlicht door het roode schijnsel der walmende toortsen, dit alles
-had eene treffende overeenkomst met de geheimzinnige veemgerigten
-der middeleeuwen, wanneer de vrijmannen zich vergaderden om keizers
-en koningen te vonnissen.
-
---Neem die zerk weg, riep don Torribio met eene doffe stem.
-
-Na eenige krachtige pogingen was de steen afgetild, en nu opende
-zich een donker keldergewelf, waar een laauwe walm uit opsteeg. Don
-Torribio nam een toorts en bukte om in de opening te zien.
-
---Hoe is dat? vroeg hij een oogenblik later, die kelder is geheel
-ledig.
-
---Ja, antwoordde dona Luisa eenvoudig, die gij zoekt ligt nog lager.
-
---Lager! wat bedoelt gij met lager? riep hij, terwijl hij zijne
-ontroering naauwelijks meester bleef.
-
---Deze kelder is niet diep genoeg, men zou die te gemakkelijk
-ontdekken, of het geschreeuw der martelaars daar buiten kunnen hooren
-weergalmen: er zijn drie kelders van de zelfde grootte als deze, en
-boven elkander gebouwd. Wanneer de abdis, om een of andere reden, een
-der zusters wil doen verdwijnen en haar voor altijd van de levenden
-afzonderen, wordt zulk eene non in den ondersten kelder gesloten,
-dien men de hel noemt! Daar smoort ieder gerucht, iedere zucht blijft
-onbeantwoord, iedere klagt is te vergeefs. O! de inquisitie wist
-hare zaken wel te overleggen, en daarbij is zij nog te kort geleden
-in Mexico opgeheven om al hare werktuigen in de kloosters te doen
-verdwijnen; zoek dus lager, caballero, zoek dieper.
-
-Bij deze woorden voelde don Torribio het koude zweet op zijn voorhoofd
-parelen, hij dacht dat hij aan de nachtmerrie ten prooi was. Terwijl
-hij met de uiterste inspanning zijne woede bedwong, klom hij langs een
-touwladder, die aan een der wanden van het onderaardsch gewelf hing,
-in den kelder af, door eenige zijner gezellen gevolgd.
-
-Hier vonden zij een tweeden steen, volkomen gelijk aan den vorigen. De
-steen werd opgeheven, en don Torribio stak zijn toorts in de holle
-spelonk.
-
---Zij is ledig! riep hij verschrikt.
-
---Nog lager, zeg ik u! Zoek lager, herhaalde de zwakke stem van dona
-Luisa die aan den rand van den bovenkelder stond.
-
---Wat had dit beminnelijke schepsel toch misdreven, dat zij dus
-verdiende gemarteld te worden? brulde don Torribio bijna uitzinnig
-van smart.
-
---Gouddorst en haat zijn twee helsche raadgevers, antwoordde het
-jonge meisje; maar haast u, haast u toch! iedere minuut langer is
-eene eeuw voor haar die u wacht.
-
-Don Torribio, door eene ontembare woede beheerscht, ging terstond aan
-'t werk om den derden steen af te ligten. Na weinige oogenblikken
-zag hij zijn arbeid bekroond.
-
-Naauwelijks was de steen opgeheven, of zonder op de stiklucht acht
-te geven die uit het open graf opsteeg en zijne toorts bijna deed
-uitgaan, bukte hij voorover in de diepte.
-
---Ik zie haar! ik zie haar! brulde hij met eene stem die in het holle
-gewelf meer geleek naar die van een tijger, dan van een mensch.
-
-En zonder op antwoord te wachten, of zelfs vooraf de hoogte te meten,
-sprong hij in den kelder.
-
-Eenige minuten later klom hij naar boven en verscheen hij weder in
-de zaal, met het levenlooze ligchaam van dona Laura in zijne armen.
-
---Terug, mijne vrienden! keeren wij terug! riep hij zijne medgezellen
-toe; blijven wij geen sekonde langer dan noodig is, in dit verblijf
-van wilde dieren met menschelijke aangezigten.
-
-Op zijn gebiedenden wenk werd ook dona Luisa door een der bandieten
-opgenomen, en allen verwijderden zich op een draf in de rigting van
-het klooster. Weldra bereikten zij de plaats waar de abdis lag.
-
-Zoodra deze hen gewaar werd, deed zij eene geweldige maar vruchtelooze
-poging om hare banden los te rukken, en kronkelde zich als eene
-geboeide slang, terwijl zij de mannen die hare snoode plannen hadden
-vernietigd, een blik van magtelooze woede en haat toewierp.
-
---Armzalige! riep don Torribio, die haar digt voorbij ging en
-verachtelijk met den voet schopte, wees vervloekt doemwaardige,
-uw straf begint, daar uw slagtoffer u ontsnapt.
-
-Door een dier pogingen, die alleen de haat wanneer hij zijn hoogste
-toppunt bereikt, mogelijk maakt, gelukte het de abdis haar mondprop
-een weinig te verschuiven.
-
---Misschien! krijschte zij met een gil, die don Torribio als een
-doodkreet in de ooren klonk.
-
-Door deze laatste inspanning uitgeput, zonk zij in flaauwte.
-
-Vijf minuten daarna, was er in het klooster niemand behalve de gewone
-bewoners overgebleven.
-
-
-
-
-
-
-
-IX.
-
-VRIJ-KOGEL EN LOER-VOGEL.
-
-
-Op deze hoogte van zijn verhaal gekomen, hield Vrij-Kogel op, en begon
-hij met een nadenkend gezigt zijn Indiaansche tabakspijp te stoppen.
-
-Er volgde een ruime poos stilte.
-
-Zijne toehoorders, nog geheel onder den indruk dezer ongewone
-geschiedenis gebogen, veroorloofden zich geen enkele aanmerking.
-
-Loer-Vogel hief eindelijk het hoofd op.
-
---Dat is wel eene zeer levendige en toch zeer treurige historie;
-maar neem mij niet kwalijk, oude en dierbare kameraad, als ik zoo
-vrij ben u aan te merken dat zij in geen het minste verband schijnt
-te staan met hetgeen er rondom ons omgaat, noch met de gebeurtenissen
-in welke wij waarschijnlijk geroepen zijn te deelen, of daar wij ten
-minste belangstellende aanschouwers van zullen zijn.
-
---Alles wel ingezien, beweerde Ruperto, wat hebben wij woudloopers
-met de gebeurtenissen te maken die er in Mexico, of in eenige andere
-stad in het binnenland voorvallen? Wij zijn hier in de wildernis
-om te jagen, strikken te zetten, of tegen de Roodhuiden te vechten,
-alle andere zaken gaan ons volstrekt niet aan.
-
-Vrij-Kogel schudde bedenkelijk het hoofd en legde, met een air van
-gewigt, werktuigelijk zijne pijp naast zich neêr.
-
---Gij bedriegt u, mijne vrienden, hervatte hij; meent gij dan dat ik
-over uw tijd zou hebben beschikt om u zulk een lang verhaal te doen
-aanhooren, zoo het voor ons allen inderdaad geen hoogst gewigtige
-beteekenis had?
-
---Verklaar u dan nader, vriend, zei Loer-Vogel, want, wat mij betreft,
-moet ik u zeggen dat ik weinig of niets begrijp van al wat gij ons
-verteld hebt.
-
-De oude Canadees stak het hoofd op, en scheen gedurende eenige
-oogenblikken de hoogte der zon waar te nemen om het uur te berekenen.
-
---Het is omtrent half zeven voor den middag, zeide hij: gij hebt dus
-nog meer tijd dan noodig is om het veer del Rubio te bereiken, waar
-de karavaan u wacht die gij den weg moet wijzen; hoor mij dus nog een
-poosje, want ik heb nog niet volkomen gedaan; wat ik u verteld heb
-bevat wel het geheimzinnige gedeelte der geschiedenis, maar zoo gij
-lust hebt, zal ik u thans melden wat tot nadere toelichting kan dienen.
-
-Spreek op, antwoordde Loer-Vogel op den toon van iemand die zijn eigen
-wil prijs geeft, om goedwillig naar eene vertelling te luisteren die
-hij te voren weet dat hem weinig belang kan inboezemen.
-
-Zonder veel op de trage nieuwsgierigheid van zijn vriend te letten,
-of zich om zijne gedwongen inschikkelijkheid te bekommeren, nam
-Vrij-Kogel den draad van zijn verhaal weder op, in dezer voege:
-
---Het zal uwe aandacht niet ontgaan zijn, dat don Torribio de zaken
-behandeld had met eene voorzigtigheid en beleid die wel in staat
-schenen om allen argwaan te verwijderen en zijn avontuur met een
-ondoordringbaren sluijer te bedekken: ongelukkigerwijs echter was de
-evangelista Leporello niet werkelijk door hem gedood; hij kon niet
-alleen nog spreken, maar zelfs een duplicaat toonen van de brieven,
-die hij alle dagen aan den jongman had ter hand gesteld,--brieven daar
-deze hem zoo duur voor betaalde en die de oude rekestschrijver, met de
-aangeboren voorzigtigheid van een Mexicaan, zoo zorgvuldig bewaard
-had, om er des noods een wapen van te maken tegen don Torribio,
-of zelfs, wat nog waarschijnlijker was, om zich te kunnen wreken,
-wanneer hij het slagtoffer mogt worden van een of ander verraad. Dit
-laatste was thans werkelijk gebeurd: de evangelista, den volgenden
-morgen door een vroegkomenden client bijna zieltogend in zijn pothuis
-gevonden, had nog de kracht om eene geregelde verklaring aan den
-Juez de lettras (crimineele regter) af te leggen en hem de papieren
-te overhandigen, eer hij stierf. Deze manslag, in verband met de
-opligting der nachtwachts en den inval in het Bernardijnen-klooster
-door een talrijken troep gemaskerden, wees de politie een gereed
-spoor aan, dat zij met den meesten ijver begon te volgen, des te
-meer daar de jonge dochter wier lijk zoo stoutmoedig werd weggeroofd,
-veelvermogende ouders had, die, om zekere hun alleen bekende redenen,
-dezen roof niet ongestraft wilden laten en er goud met volle handen
-voor overhadden om den misdadiger te vinden. Weldra wist men dat
-de bandieten, het klooster verlatende, paarden hadden genomen, die
-hun door bestelde personen werden toegevoerd, en toen met gevierden
-teugel waren weggereden in de rigting der presidios. Tevens gelukte
-het, een der personen te ontdekken, die de paarden geleverd hadden;
-dat individu, met name Pepito, nog meer aangelokt door het goud
-dat men hem aanbood dan verschrikt door de bedreigingen der straf,
-verklaarde, dat hij ten behoeve van don Torribio Carvajal, vijf en
-twintig remonte paarden had verkocht, af te leveren des morgens ten
-twee ure, onder de muren van het Bernardijnen-klooster; daar deze
-paarden hem vooruit waren betaald, had Pepito zich niet veel bekommerd
-over de zonderlinge plaats die men aanwees of het nog zonderlinger uur
-der aflevering. Don Torribio en zijne kameraden waren gezien, dragende
-twee vrouwen in hunne armen, waarvan de eene naar het scheen in onmagt
-lag, en hadden zich oogenblikkelijk in vollen galop verwijderd. Het
-spoor der schakers was nagegaan tot aan de presidio de Tubac, waar
-don Torribio zijne bende eenige dagen had laten uitrusten; aldaar
-had hij een gesloten palankijn aangekocht, een groote veldtent en
-de noodige levensmiddelen voor eene langdurige reis in de woestijn;
-en op zekeren nacht was hij plotseling verdwenen met zijn geheelen
-troep, die intusschen uit de presidio door een aantal lieden van
-dubbelzinnig karakter versterkt en vandaar vertrokken was zonder dat
-iemand wist te zeggen waarheen. Deze narigten waren zeker onbestemd
-genoeg, maar toch in zoo verre voldoende, dat zij de ouders van het
-vermiste meisje aanleiding gaven om hunne nasporingen voort te zetten.
-
---Ik geloof nu dat ik begin te begrijpen waar gij heen wilt, vriend,
-viel Loer-Vogel hem in de rede; maar ga voort met uw verhaal; als
-gij gedaan hebt zal ik u eenige opmerkingen maken, waarvan gij,
-zoo ik vertrouw, de juistheid zult moeten erkennen.
-
---Ik verlang niets liever, mijn goede kameraad, antwoordde Vrij-Kogel,
-en hij vervolgde: Zeker iemand, die mij twintig jaar geleden een
-gewigtige dienst had bewezen en dien ik sinds al dien tijd niet weder
-ontmoette, zoodat ik hem zelfs niet zou hebben herkend, als hij mij
-zijn naam niet genoemd en mij eenige bijzonderheden had aangegeven
-die ik onmogelijk vergeten kon, kwam mij bij die gelegenheid opzoeken;
-Ruperto en ik bevonden ons juist aan het presidio de Tubac om eenige
-tijger- en pantervellen te verkoopen. De man dien ik bedoel deelde
-mij alles mede wat ik u thans verteld heb; hij voegde er nog bij dat
-hij een zeer naaste bloedverwant van het meisje was, en herinnerde
-mij toen de dienst die hij mij eenmaal bewezen had; kortom, hij wist
-mij zoodanig te bepraten, dat ik mij verbond om hem te helpen zich aan
-zijne vijanden te wreken. Twee dagen later gingen wij zamen op weg om
-de bandieten op te sporen; voor iemand die zoo bedreven is als ik,
-om het spoor der Indianen te vinden, was het opsporen der bandieten
-slechts kinderspel, en weldra bragt ik hem tot in de nabijheid der
-Spaansche karavaan onder kommando van don Miguel Ortega.
-
---Maar die andere heette immers don Torribio Carvajal?
-
---Kon hij dan zijn naam niet veranderd hebben?
-
---Waartoe zou dat dienen in de woestijn?
-
---Uit voorzorg, in geval dat men hem wilde vervolgen.
-
---De ouders schijnen dan wel belang te hebben gehad bij die vervolging?
-
---Don José verzekerde mij dat hij de oom van het meisje was, en dat
-hij haar altijd zoo lief had gehad als een vader.
-
---Maar zij was immers dood, ten minste ik meen dat gij mij dit gezegd
-hebt, als ik mij niet vergis.
-
-Vrij-Kogel krabde zich achter het oor.
-
---Dat is juist wat de zaak zoo duister maakt, zeide hij; het schijnt
-dat zij alles behalve dood is, integendeel....
-
---Ei ei! riep Loer-Vogel, is zij niet dood! En die oom weet hij
-dit, en is het dan met zijne toestemming geweest dat men het arme
-schepsel levend heeft begraven! Maar als dat zoo is, dan steekt er
-een verfoeijelijk geheim achter.
-
---Dat is waarachtig waar ook! stotterde de Canadees met eene onvaste
-stem. Nu gij het zegt, moet ik bekennen dat gij gelijk hebt, en
-dat ik er bang voor begin te worden! Intusschen heeft die man mij
-eenmaal een groote dienst bewezen, ik heb geen de minste reden om
-hem te verdenken, en....
-
-Loer-Vogel stond op en plaatste zich vlak voor den jager.
-
---Vrij-Kogel, zeide hij op strengen toon, wij zijn zamen landgenooten,
-wij beminnen elkander als twee broeders; sedert vele jaren is de
-prairie ons gezamentlijk nachtleger en deelen wij elkanders geluk en
-ongeluk; honderdmaal hebben wij elkanders leven gered, hetzij in den
-strijd met het wild gedierte, hetzij in den oorlog met de Indianen;
-zeg ik de waarheid, of niet?
-
---'t Is de waarheid, Loer-Vogel, 't is de waarheid, en hij die anders
-sprak zou moeten liegen! antwoordde de jager getroffen.
-
---Mijn vriend en broeder, eene groote misdaad is hier begaan of staat
-op het punt van begaan te worden; laten wij op onze hoede zijn, laten
-wij waken, zorgvuldig waken; wie weet of de Voorzienigheid ons niet
-als middelen heeft uitverkoren om de schuldigen te ontmaskeren en de
-onschuldigen te doen zegevieren. Die don José, zegt gij, heeft verlangd
-dat ik mij met u zou vereenigen, ik neem het aan; gij, Ruperto en ik,
-wij gaan zamen naar het veer del Rubio, en wees verzekerd, vriend,
-nu ik weet wie de schuldige is, zal ik hem ook weten te vinden.
-
---Ik heb het liever zoo dan anders, antwoordde de jager ongedwongen. Ik
-wil u wel zeggen dat de zonderlinge positie waarin ik mij bevond
-mij zwaar op het hart woog. Ik ben maar een arme jager die van zulke
-schandelijke streken uit de steden niets begrijp.
-
---Gij zijt een eerlijk man, Vrij-Kogel, uw hart en verstand zitten op
-de regte plaats; maar intusschen verloopt onze tijd en ik geloof, nu
-wij het over de zaken eens zijn geworden en elkander verstaan hebben,
-dat wij wel zouden doen van dadelijk op weg te gaan.
-
---Ik zal vertrekken zoodra gij wilt.
-
---Een oogenblik nog! zoudt gij Ruperto een tijd lang kunnen missen?
-
---Opperbest.
-
---Waar is het u om te doen? vroeg Ruperto.
-
---Gij kunt mij eene dienst bewijzen.
-
---Spreek op, Loer-Vogel, ik ben bereid.
-
---Niemand weet wat er gebeuren kan: misschien hebben wij over een
-paar dagen bondgenooten noodig op welke wij vast kunnen staat maken;
-die bondgenooten zou het hier aanwezige opperhoofd, zoo wij er hem
-om vragen, ons ligt kunnen verschaffen; vergezel hem dus naar zijn
-dorp, en zoodra gij er hem gebragt hebt, verlaat hem dan om ons spoor
-te volgen, zonder daarom echter dadelijk bij ons te komen, zoo gij
-maar zorgt dat wij, wanneer het noodig mogt zijn, weten waar wij u
-vinden kunnen.
-
---Ik heb u begrepen, zei de jager laconiek terwijl hij opstond;
-stel u gerust.
-
-Loer-Vogel wendde zich nu tot den Vliegenden-Arend en legde hem uit
-wat hij van hem verlangde.
-
---Mijn broeder heeft de Wilde-Roos gered, antwoordde het opperhoofd
-met edele waardigheid; de Vliegende-Arend is een Sachem in zijn stam;
-tweehonderd krijgslieden zullen op den eersten wenk van mijn vader
-het oorlogspad volgen; de Comanchen zijn mannen, de woorden die hun
-mond uitblaast komen voort uit hun hart.
-
---Ik zeg u dank, hoofdman, hernam Loer-Vogel, met warmte de hand
-drukkende die de Roodhuid hem toestak, dat de Wacondah u behoede
-terwijl gij op weg zijt!
-
-Na in der haast een stuk op kolen gebraden wild genuttigd en een teug
-pulque gedronken te hebben, van welke laatste alleen de Roodhuid zich
-onthield, daar hij tot den stam der Comanchen behoorde, die geen
-sterken drank drinken, namen de vier mannen afscheid van elkander:
-Ruperto en de Vliegende-Arend gingen met de Wilde-Roos in westelijke
-rigting de prairiën in, terwijl Loer-Vogel en Vrij-Kogel, een weinig
-links afgaande, integendeel oostwaarts trokken, om het veer del Rubio
-te bereiken, waar de eerstgenoemde gewacht werd.
-
---Hm! ik geloof dat wij eene moeijelijke en ruwe taak op ons genomen
-hebben, merkte Vrij-Kogel aan, terwijl hij zijn geweer onder den
-linker arm nam en wegging met dien veerkrachtigen stap die den echten
-woudlooper kenschetst.
-
---Wie weet, goede vriend, antwoordde Loer-Vogel op min of meer
-bezorgden toon. In allen geval zullen wij een gewigtige waarheid
-gaan ontdekken.
-
---Zoo denk ik er ook over, zeide de ander.
-
---Een ding is er dat ik vooral zou willen weten.
-
---En dat is?
-
---Wat er toch in die digt gesloten palankijn van don Miguel schuilt.
-
---Pardi! eene vrouw, zonder twijfel.
-
---Wie heeft u dat gezegd?
-
---Niemand, maar ik vermoed het.
-
---Laten wij niets vooruitloopen, vriend; met den tijd zal alles
-zich ophelderen.
-
---God geve het!
-
---God ziet en weet alles, vriend. Geloof dus maar, als het Hem
-behaagd heeft in onze harten de vermoedens te verwekken, die ons op
-dit oogenblik verontrusten, dan is het, zoo als ik u daar even reeds
-gezegd heb, omdat Hij ons tot werktuigen zijner geregtigheid wil maken.
-
---Zijn wil geschiede! antwoordde Vrij-Kogel, eerbiedig zijn muts
-afnemende; ik ben bereid tot alles wat God van mij eischt.
-
-Na deze ernstige gedachtenwisseling, namen de jagers, die tot hiertoe
-naast elkander waren voortgestapt, de Indiaansche linie te baat,
-en liepen de een achter den ander, om de moeijelijkheden van den weg
-beter te vermijden.
-
-Toen zij het bosch door waren en aan het hooge prairie-gras kwamen,
-bleven zij een oogenblik staan om naar de zon te kijken.
-
---Het is reeds laat, zei Loer-Vogel.
-
---Ja, zei de andere, het is bij twaalven; volg mij dus, wij moeten
-den verloren tijd weder zien in te halen.
-
---Hoe zoo?
-
---In plaats van te loopen, zouden wij kunnen rijden, wat dunkt u?
-
---Ja, als wij maar paarden hadden.
-
---Die denk ik u juist te bezorgen.
-
---Hebt gij dan paarden?
-
---Ik heb gisteren avond mijn paard en dat van Ruperto hier ergens
-in den omtrek gelaten, om de plaats te bereiken waar don José mij
-besproken had, eene plaats daar ik niet anders komen kon dan met
-eene praauw.
-
---Ei, ei! die brave beestjes komen ons juist van pas; voor mijn part,
-ik wil u wel zeggen dat ik doodaf ben; ik heb zoolang in de prairie
-gemarcheerd dat mijne beenen mij naauwelijks willen dragen.
-
---Kom dezen weg; wij zullen ze spoedig vinden.
-
-Werkelijk hadden de jagers geen drie honderd schreden in de door
-Vrij-Kogel aangewezen rigting gedaan, of zij zagen de twee paarden
-rustig grazen en peul-vruchten of jonge struiken knabbelen. De edele
-dieren, toen zij het bekende fluitje hoorden, staken de fijne en
-schrandere koppen op en galoppeerden de jagers vrolijk hinnekend te
-gemoet. Volgens de gewoonte in de prairiën, waren zij niet gezadeld;
-alleen hing de bossal (hoofdstel) hun over den hals. De jagers bragten
-het tuig in orde, stegen in den zadel en stelden zich in beweging.
-
---Nu wij ieder een flink paard tusschen de beenen hebben, zijn wij
-zeker in tijds te zullen aankomen, zei Loer-Vogel; wij behoeven
-ons zelfs niet te haasten, maar kunnen op ons gemak zamen praten:
-zeg eens, Vrij-Kogel, hebt gij don Miguel Ortega ooit gezien?
-
---Nooit, moet ik u zeggen.
-
---Dus kent gij hem niet.
-
---Als ik mij op don José beroepen mag, is hij een schurk; wat
-mij zelven betreft, daar ik nooit iets met hem te doen heb gehad,
-zou ik moeijelijk een eigen meening het zij goed of kwaad van hem
-kunnen geven.
-
---Dat is bij mij anders, ik ken hem.
-
---Ei!
-
---Ja, door en door.
-
---Sinds lang reeds?
-
---Reeds lang genoeg; ik geloof ten minste dat ik in staat ben hem
-te beoordeelen.
-
---Zoo; en wat denkt gij wel van hem?
-
---Veel goeds, maar ook veel kwaads.
-
---Te duivel!
-
---Waarom verwondert u dit? zijn niet alle menschen zoo wat in
-hetzelfde geval?
-
---Min of meer, dat stem ik u toe.
-
---Welnu, hij is niet veel beter of slechter dan de meeste anderen;
-toen ik dus dezen nacht begreep dat gij mij over hem wildet spreken,
-heb ik u een uitwijkend antwoord gegeven en gezegd dat ik hem te
-weinig kende, daar ik uwe vrijheid van handelen liefst niet wilde
-belemmeren; maar het is zeer wel mogelijk dat uwe meening te zijnen
-opzigte weldra geheel zal veranderen, en gij u misschien beklagen
-zult over de hulp die gij tot hiertoe aan dien don José, zoo als gij
-hem noemt, verleend hebt.
-
---Mag ik ronduit tot u spreken, Loer-Vogel, nu niemand ons hoort dan
-God alleen?
-
---Spreek vrij, mijn vriend, het zal mij niet ongevallig zijn uw
-gevoelen gansch en al te kennen.
-
---Hier is het: ik houd mij overtuigd dat gij van die geschiedenis
-die gij mij dezen nacht verteld hebt, veel meer weet dan gij voorgeeft.
-
---Het kan wel zijn dat gij gelijk hebt, maar waarom denkt gij dat?
-
---Om meer dan eene reden, en vooreerst om deze:....
-
---Laat hooren.
-
---Gij schijnt mij veel te verstandig toe, en hebt te veel ondervinding
-in wereldsche zaken opgedaan, om in goeden ernst de verdediging op u te
-nemen van iemand, dien gij, volgens de beginsels welke wij hier in de
-prairiën aankleven, veeleer moest beschouwen--zoo niet als een vijand,
-dan toch als een van die lieden waarmede men zich niet gaarne verbindt,
-en met welke het vaak zeer onaangenaam is in betrekking te staan.
-
-Loer-Vogel begon te lagchen.
-
---Er is iets waars in hetgeen gij zegt, Vrij-Kogel, zeide hij.
-
---Niet waar?
-
---Ik zal er met u geen doekjes om winden, maar ik zeg u, er bestaan
-goede redenen waarom ik de verdediging van dien man op mij heb genomen;
-over die redenen kan ik mij echter thans niet uitlaten; zij zijn een
-geheim dat mij alleen in bewaring is gegeven; ik hoop nogtans dat
-gij spoedig alles weten zult, tot zoolang verzoek ik u in mijne oude
-vriendschap te berusten en mij naar eigen goedvinden te laten handelen.
-
---Het zij zoo als gij zegt; intusschen begin ik nu meer licht in de
-zaak te krijgen, en wat er ook gebeuren mag, gij kunt op mij rekenen.
-
---Ik wist wel, vriend, dat wij het zamen eens zouden worden; maar
-houd u thans stil en laat niets blijken, wij zijn waar wij wezen
-moeten.--Te duivel! de Mexicanen hebben zich niet laten wachten,
-ik zie dat hun kamp reeds aan den oever der rivier is opgeslagen.
-
-Werkelijk vertoonde zich op korten afstand een jagerskamp, dat aan de
-eene zijde tegen de rivier en aan de andere tegen het bosch steunende,
-in geregelde orde was aangelegd, als een verschanste redoute, met balen
-en gekruiste boomstammen versterkt en front biedende aan de prairie.
-
-De beide Canadezen lieten zich door een der schildwachten aanmelden,
-en kregen zonder moeite verlof om binnen te komen.
-
-Don Miguel Ortega was afwezig, de Gambucinos wachtten hem met ieder
-oogenblik.
-
-De jagers stegen af, kluisterden hunne paarden en zetten zich rustig
-neer bij het kampvuur.
-
-Don Stefano Cohecho was, zoo als hij den vorigen dag gezegd had,
-des morgens vroeg reeds vertrokken.
-
-
-
-
-
-
-
-X.
-
-NIEUWE PERSONAADJEN.
-
-
-Tot goed verstand van de volgende feiten, zullen wij, van ons regt
-als verhalers gebruik makende, ruim veertien dagen in ons verhaal
-terugtreden, om den lezer op een tooneel te verplaatsen dat met de
-gewigtigste gebeurtenissen dezer historie in naauw verband staat,
-al speelt het eenige honderde mijlen ver van de plek waar het toeval
-onze hoofdpersonen verzameld had.
-
-De Cordilleras Andes, een eindelooze bergketen, die onder verschillende
-benamingen, het Amerikaansche vasteland in zijne geheele lengte
-van het zuiden tot het noorden doorloopt, heeft vele uitgestrekte
-llanos of zoogenaamd tafelland, waar steden en dorpen zijn en eene
-talrijke bevolking leeft, op hoogten waar in Europa alle plantengroei
-verdwijnt. Als men de Presidio de Tubac--een vooruitgeschoven post
-der beschaving aan de uiterste grenzen der woestijn--voorbij is en
-dan het tierra caliente, of warme land, ongeveer honderd mijlen
-in zuidelijke rigting is binnengetrokken, komt men eensklaps en
-zonder merkbaren overgang, aan een der grootste wouden der wereld,
-als hebbende niet minder dan drie honderd twintig mijlen lengte en
-ruim tachtig mijlen breedte.
-
-Wie is in staat zich van zulk een onmetelijk natuurwoud eene voldoende
-voorstelling te maken! De bedrevenste pen is onvermogend om de tallooze
-wonderen te beschrijven die dit ondoordringbaar planten-weefsel, dit
-warbosch van boomen en gewassen in zich bevat; de stoutste schildering
-schiet te kort om er den indruk van weer te geven, zoo wonderbaar
-fantastisch en toch zoo majestueus en ontzagwekkend als het zich voor
-de verbaasde oogen des reizigers vertoont. De grilligste verbeelding
-deinst terug voor de verkwistende weelderigheid dezer ongerepte
-natuurbosschen, die gestadig als uit hun eigen vernietiging herboren
-zich steeds met verjongde kracht en nieuwen rijkdom ontwikkelen;
-reusachtige lianen, van boom tot boom en van tak tot tak slingerend,
-dringen zich hier en daar diep in de aarde, om er in voort te
-kruipen of op nieuw wortel te schieten, en een eind verder zich
-weder hemelwaarts te verheffen; zoo elkander kruisend in tallooze
-kronkelingen, vlechten zij zich zamen tot een ontoegankelijken
-doolhof, om een schier onoverkomelijken slagboom te vormen, als
-ware de natuur jaloersch op haar eigen arbeid en als wilde zij hare
-geheimen verbergen voor den ongewijden blik of de schendende hand des
-stervelings, wiens vermetele voet, trouwens, onder het somber gewelf
-dezer wouden slechts zelden, en nimmer ongestraft gehoord werd. Boomen
-van allerlei leeftijd en soort, als door de hand des toevals gezaaid,
-schieten hier op zonder orde of regelmaat, maar zoo digt als halmen
-op een korenveld. De jongeren, die slechts ettelijke jaren tellen,
-rank en spichtig, zoeken te vergeefs een uitweg door het digt gesloten
-gewelf der ouderen, wier trotsche kruinen de kracht der stormen en
-der eeuwen hebben verduurd, en die hunne magtige armen ver in het
-rond uitbreiden. Onder het schaduwrijk gebladerte murmelen heldere
-en koele bronnen, die, tusschen de spleten der rotsen ontsprongen,
-na tallooze wendingen zich verliezen in een of ander onbekend meer
-of rivier zonder naam, wier bruischende stroom of kalme waterspiegel
-nog nimmer, sinds de ure der schepping, iets anders terugkaatste dan
-de wolken des hemels of het eenzame bladerdak dat zich geheimzinnig
-over hen uitbreidt.
-
-Daar vermengen zich, in schilderachtige ordeloosheid en in de volle
-pracht hunner schoone en grootsche vormen, al de voortbrengselen
-der tropische plantenwereld: de acajou-boom, de palissander, de
-ebbenhoutboom, de knoestige mahonie, de zwarte-eik, de kurkboom, de
-ahorn, de zilverbladige mimosa, de tamarinde, de tulpenboom en catalpa,
-spreiden hier in alle rigtingen hunne takken, bekleed, met bloemen,
-vruchten en bladeren, en vormen een dom van het levendigst groen,
-of een digt verwulf, waar geen zonnestraal in doordringt en waaronder
-zelfs op den middag eene plegtige schemering heerscht. Uit het diepst
-dezer nooit betreden wouden galmen van tijd tot tijd onbeschrijfelijke
-geluiden: woest gebrul, gemaauw van boschkatten, gehuil van wolven,
-geloei van panters en leeuwen; snaterende spotkreten, afgewisseld door
-scherp krassend gefluit; vrolijke gezangen vol melodie, harmonische
-klaagtoonen, of stemmen van toorn, woede en verschrikking van de
-duizend wilde dieren die er in huisvesten.
-
-Heeft men lang genoeg als man tegen man, met dit woeste nimmer
-ontgonnen natuurwoud gestreden, en met de bijl in de eene en de
-brandfakkel in de andere hand, zich te midden dezer chaos duim voor
-duim en voet voor voet eene opening gemaakt, dan heeft men eindelijk
-een pad gevonden dat zich moeijelijk laat beschrijven, maar nog
-moeijelijker bewandelen: nu eens kruipende als een reptiel over
-den duizendjarigen afval van blad, dood hout, rottende boomstammen
-of vogeldrek, sedert eeuwen opeengehoopt, dan eens springend of
-klauterend, van tak tot tak en van boom tot boom, alsof men in
-de lucht wandelde. Maar wee hem, die een oogenblik verzuimt om te
-letten op alles wat hem omringt, of het oor sluit voor het onzigtbaar
-gevaar! want behalve de hindernissen door het plantenrijk in den weg
-gelegd, heeft men den vergiftigen beet te vreezen der slang die men
-in haar schuilhoek verstoort, of den onverbiddelijken aanval van het
-wild gedierte dat men verontrust. Bovendien moet men zorgvuldig letten
-op den kronkelloop van iedere rivier of beek, of verraderlijk moeras,
-dat zich onkenbaar onder den onveiligen bodem verschuilt; overdag,
-zoo de gelegenheid ook dit nog gedoogt, moet men zich rigten naar
-den stand der zon, en bij nacht naar de maan of naar het kompas;
-want als men ooit in zulk een bosch verdwaald raakte, kwam men er
-onmogelijk weder uit: geen doolhof van Dedalus zonder een leiddraad
-van Ariadne ware zoo gevaarlijk als dit.
-
-Is men ten laatste geslaagd om al deze moeijelijkheden en gevaren, en
-duizende anderen die wij niet konden beschrijven, door te worstelen,
-dan komt men aan eene ruime vlakte, aan alle zijden door wouden
-omsloten en in welks midden zich eene Indiaansche stad verheft.
-
-Met andere woorden, men bevindt zich voor een dier geheimzinnige
-verblijven, in welke tot hiertoe nog nimmer de voet van een Europeaan
-was binnengedrongen, wier juiste ligging men zelfs niet wist te bepalen
-en waar, volgens de verzekering der Indianen, sedert de verovering
-van Mexico het laatste overschot van de beschaving der Azteken zich
-heeft teruggetrokken.
-
-De fabelachtige verhalen die door sommige reizigers over de
-onberekenbare in deze steden begraven schatten werden uitgestrooid,
-hebben de begeerte van tallooze gelukzoekers gaande gemaakt, en vele
-hunner hebben op verschillende tijden beproefd om het verloren pad naar
-deze koninginnen der prairiën en der Mexicaansche wildernissen terug
-te vinden. Andere avonturiers, alleen gedreven door de onweerstaanbare
-nieuwsgierigheid die de zwerfzieke verbeelding van sommige menschen
-ontvlamt, hebben, inzonderheid sedert de laatste vijftig jaren, zich
-aan het opsporen dezer Indiaansche steden gewaagd, maar zonder dat
-een dier ondernemingen met goed gevolg werd bekroond. Enkelen zijn
-geheel ter neergeslagen en ontmoedigd van hunne vermetele reis naar
-het onbekende teruggekeerd; maar een groot aantal hebben hunne lijken
-op den bodem van steile rotskloven of in de quebradas (verbrokkelde
-gronden) aan de roofvogels ten prooi gelaten; nog anderen eindelijk,
-welligt de ongelukkigste van allen, zijn verdwenen zonder eenig
-spoor achter te laten, of zonder dat men ooit weder iets van hen
-heeft gehoord.--
-
-Door een zamenloop van omstandigheden, te lang om hier te vermelden,
-doch die wij eenmaal hopen openbaar te maken, zijn wij ondanks eigen
-wil en keus verpligt geweest, in een dezer ontoegankelijke steden
-verblijf te houden; maar minder rampspoedig dan onze voorgangers,
-wier verbleekt gebeente wij als sombere gedenkteekenen hier en daar
-verstrooid hebben gevonden, is het ons gelukt, duizende gevaren door
-te worstelen en ons leven, vaak op eene wonderbare wijs, te redden.
-
-De beschrijving van het door ons bedoelde oord, die wij hier laten
-volgen, is dus met de meeste naauwgezetheid opgemaakt en kan door
-niemand worden gelogenstraft, daar wij spreken nadat wij gezien hebben.
-
-Quiepa-Tani, de eerste stad die zich voordoet zoodra men het
-onmetelijk oer-woud, daar wij straks eene vlugtige schets van gaven,
-is doorgeworsteld, strekt zich uit in een langwerpig vierkant
-van het oosten naar het westen. Eene vrij breede rivier, waarover
-hier en daar, van boomstammen en lianen, bruggen zijn geslagen van
-verwonderlijke ligtheid en zwier, doorstroomt de stad in hare geheele
-lengte. Aan iederen hoek van het vierkant verheft zich eene verbazend
-groote rotsmassa, die aan de zijde welke over de vlakte uitziet,
-loodregt is afgehouwen en tot eene schier onneembare sterkte dient;
-deze vier citadellen zijn bovendien onderling verbonden door een
-doorloopenden muur, van veertig voet hoogte en op de kruin van twintig
-voet dikte. Aan de binnen- of stadszijde vormt deze muur een talus
-of helling, die aan haar basis zestig voet breedte heeft. De muur
-is gebouwd van inlandsche uit zandachtige met stroo vermengde klei
-gebakken briksteenen, die men adobas noemt: elke steen is omtrent een
-meter lang. Eene diepe en breede gracht verdubbelt bijna de hoogte
-van den muur.
-
-Door twee poorten komt men de stad binnen. Deze poorten hebben aan
-weerszijde een ronden toren met zoogenaamde peperbus-spitsen, die
-aan de oude stedepoorten van het middeleeuwsch Europa doen denken;
-wat deze gelijkenis nog meer versterkt, is een kleine van planken
-zamengestelde, bijzonder smalle brug, die bij het minste onraad kan
-worden opgehaald of weggenomen, en die het eenige middel uitmaakt om
-door de poort naar buiten te komen.
-
-De huizen zijn laag en loopen uit op terrassen, die met elkander in
-verband staan; zij zijn allen van riet, met cement bekleed en zeer ligt
-gebouwd, wegens de aardbevingen welke in deze streek niet zeldzaam
-voorkomen; maar zij zijn ruim, zeer luchtig en van vele vensters
-voorzien. Allen hebben slechts ééne verdieping en de voorgevels zijn
-met een schitterend wit vernis bestreken.
-
-Deze vreemdsoortige stad, eensklaps te midden van het hooge prairiegras
-zich verheffende, heeft in de verte gezien een allerzonderlingst en
-uitlokkend voorkomen.
-
-Op zekeren stillen avond in de maand October, traden vijf personen,
-wier gelaatstrekken en kleeding zich in de schaduw van het geboomte
-moeijelijk lieten onderscheiden, het boven door ons beschreven bosch
-uit, en hielden eenige oogenblikken stil aan den uitersten rand,
-onzeker waarheen zij zich verder wenden zouden. Intusschen begonnen
-zij het terrein op te nemen: regt voor hen uit lag een kleine
-heuvel, die nog door het geboomte werd ingesloten, en welks kruin,
-hoe weinig verheven ook, den horizont regtlijnig afsneed en hun het
-uitzigt belette.
-
-Na eene korte woordenwisseling, bleven twee van de vijf personen op
-de plek achter, terwijl de andere drie zich plat op den buik legden
-om op handen en voeten den heuvel te beklouteren, die vrij steil en
-met zeer hoog gras bekleed was, dat door hen wel in golvende beweging
-werd gebragt, maar hunne ligchamen geheel verborg.
-
-Toen zij na een vermoeijende beklimming den top des heuvels bereikten,
-verloor hun blik zich in de onafzienbare ruimte en deinsden zij terug
-van verrassing en bewondering.
-
-De kruin van den berg daar zij zich thans bevonden was bijna loodregt,
-en ook de hellingen zoowel aan de regter- als linkerzijde waren
-bijzonder steil. Voor hen uit, bijna honderd voeten beneden hen,
-strekte zich een heerlijke vlakte, en te midden dier vlakte, namelijk
-op duizend meters afstand, verhief zich statig en indrukwekkend de
-geheimzinnige stad Quiepa-Tani [6], met haar sterke torens en dikke
-muren. De aanblik dezer groote stad, te midden der eenzame wildernis,
-wekte in het gemoed der drie mannen een indruk daar zij zich geen
-rekenschap van konden geven en die hen gedurende eenige minuten in
-stomme verbazing deed wegzinken.
-
-Eindelijk rigtte een van hen zich op de knieën en ellebogen, en wendde
-zich tot zijne kameraden:
-
---Welnu! zijn mijne broeders over mij voldaan? vroeg hij met eene
-krakende keelstem, die hem, ofschoon hij Spaansch sprak, terstond als
-een Indiaan deed kennen; heeft Addick (het Hert) zijn woord gehouden?
-
---Addick is een der eerste krijgslieden van zijn stam, zijn tong is
-regt, en zijn bloed stroomt helder in zijne aderen, antwoordde een
-der beide mannen die hij had toegesproken.
-
-De Indiaan meesmuilde in stilte, maar antwoordde niet. Zijn glimlach
-zou zijne twee togtgenooten ruime stof tot denken hebben gegeven,
-zoo het niet te donker ware geweest om hem te zien.
-
---Mij dunkt dat het thans te laat is om deze stad binnen te treden,
-merkte een der mannen aan, die tot hiertoe nog niet gesproken had.
-
---Morgen, zoodra de zon opkomt, zal Addick de beide Leliën naar
-Quiepa-Tani geleiden, antwoordde de Indiaan; het is van avond reeds
-te donker.
-
---De krijgsman heeft gelijk, hervatte de tweede spreker, wij moeten
-onzen togt tot morgen uitstellen.
-
---Welaan! keeren wij dan naar ons gezelschap terug; zij zullen wel
-ongerust zijn dat wij zoo lang wegblijven.
-
-Terstond van woorden tot daden overgaande, keerde de spreker zich
-om, plaatste zich met den rug tegen de steilte en liet zich langs
-hetzelfde spoor, dat hij bij de opklimming in het hooge gras had
-achtergelaten, van den heuvel afglijden. Zijn voorbeeld werd door
-zijne kameraden gevolgd en zoo kwamen zij alle drie weldra weder aan
-den ingang van het bosch, waar zij de twee anderen dachten te vinden,
-die straks beneden waren gebleven. Deze hadden zich echter reeds in
-het bosch teruggetrokken, zoodat de geheele plek thans eenzaam en
-verlaten scheen.
-
-De stilte die bij dag onder het digte gewelf van takken en bladeren
-heerscht, had plaats gemaakt voor de sombere toonen van een woest
-avondconcert. Het scherpe geschreeuw der nachtvogels, die thans wakker
-werden en zich gereed maakten om de loeries, de colibrietjes of de
-laat naar hunne nesten terugkeerende kardinaalvogels te overvallen,
-vermengde zich met het gebrul der congouars [7], het valsch gehuil
-der jaguars [8] en panters, en het schokkend geblaf der coyotes
-[9] wier echo's akelig weergalmden onder de holle rotsgewelven en
-spelonken waar deze gevaarlijke gasten zich verscholen hielden.
-
-Denzelfden weg teruggaande dien zij zich hadden uitgehouwen, kwamen
-de drie mannen weldra aan een groot vuur van dorre takken, dat te
-midden van eene opene plek in het bosch was aangelegd.
-
-Twee vrouwen, of liever twee jonge meisjes, hadden zich er bij
-neergevlijd en zaten in treurig peinzende houding. Deze twee meisjes
-telden te zamen naauwelijks dertig jaren, zij waren bijzonder schoon,
-en hare regelmatige kreoolsche vormen en gelaatstrekken herinnerden
-aan de bevallige hoofden en gestalten die het meesterlijk penseel van
-Rafaël in zijne Madonna's heeft uitgedrukt. Op dit oogenblik nogtans
-schenen zij vermoeid en op hare bleeke aangezigten lag een zweem van
-diepe droefgeestigheid. Bij het gedruisch der naderende voetstappen,
-sloegen zij de oogen op en nu kwam er een glans van genoegen, als
-een vrolijke zonnestraal op haar gelaat.
-
-De Indiaan wierp eenige versche rijzen op het vuur, dat reeds begon te
-verflaauwen, terwijl een der jagers zich bezig hield met de paarden,
-die op korten afstand vastgekoppeld stonden, van erwten en gras
-te voorzien.
-
---Wel, don Miguel, vroeg een der meisjes, zich tot den anderen jager
-wendende, die naast haar bij het vuur was komen zitten, zijn wij
-haast aan het doel onzer reis?
-
---Gij zijt er reeds, Senorita; morgen, onder geleide van onzen vriend
-Addick, gaat gij naar de stad; daar zult gij een ontoegankelijk
-verblijf vinden, waar niemand u zal kunnen vervolgen.
-
---Ach! riep zij met een verstrooiden blik op het ernstig en
-onverschillig gelaat van den Indiaan, zullen wij dan morgen scheiden?
-
---Het moet, Senorita; de zorg voor uwe veiligheid vordert het.
-
---Wie zou mij in deze onbekende streek durven zoeken?
-
---De haat durft alles te wagen! Ik bid u, Senorita, vertrouw op
-mijne ondervinding; mijne gehechtheid aan u is onbegrensd, gij hebt,
-zoo jong als gij zijt, reeds genoeg geleden. Het is wel noodig dat
-een gelukkige zonnestraal uw gelaat verheldert en de sombere wolken
-verdrijft die verdriet en nadenken er sinds lang op verspreid hebben.
-
---Helaas! zeide zij, het hoofd buigende om de tranen te verbergen
-die haar langs de wangen liepen.
-
---Mijne zuster, mijne lieve vriendin, mijne Laura! riep het andere
-meisje, haar teeder omhelzende, houd moed tot het einde: ik blijf
-immers bij u? O! vrees voor niets, vervolgde zij op vleijenden toon:
-ik neem de helft uwer bekommering op mij, dan zal de last u minder
-zwaar vallen.
-
---Arme Luisa, mompelde Laura haar wederkeerig kussende, om mijnentwil
-zijt gij ongelukkig, hoe zal ik ooit uwe trouw kunnen vergelden?
-
---Door mij te beminnen gelijk ik u bemin, mijne lieve engel, en door
-weder moed te scheppen.
-
---Over een maand, zoo ik hoop, hervatte don Miguel, zal ik uwe
-vervolgers buiten de mogelijkheid hebben gebragt om u verder te
-schaden; ik speel met hen eene vreesselijke partij, waarin ik mijn
-hoofd waag; maar daar geef ik niets om, als ik u slechts redden
-mag. Laat mij dus vertrekken met de verzekering, dat gij, zoo lang
-als ik afwezig ben, niet pogen zult om de schuilplaats te verlaten
-die ik voor u heb opgespoord, en dat gij mijne terugkomst geduldig
-zult afwachten.
-
---Helaas! caballero, zoo als gij weet is mijn leven als door een
-wonderwerk gered; mijne ouders, mijne vrienden, kortom allen die ik
-lief had hebben mij verlaten, behalve Luisa, mijne pleegzuster, die
-hare liefde voor mij nooit verloochend heeft, en gij, dien ik niet
-kende, dien ik nooit gezien had en die mij op eens als een engel des
-gerigts uit mijn graf zijt komen redden. Sedert dien vreesselijken
-nacht, toen gij mij in het leven hebt teruggebragt, hebben uwe teedere
-en verstandige zorgen mij omringd, en waart gij in plaats van mijne
-verraderlijke vrienden, voor mij bijna meer dan een vader.
-
---Senorita! riep de jongman, door deze woorden evenzeer onthutst
-als gelukkig.
-
---Ik zeg u dit alleen, don Miguel, vervolgde zij met blijkbare
-ontroering, om u te bewijzen dat ik niet ondankbaar ben. Ik weet
-niet wat de goede God in zijne wijsheid over mij beschikken zal,
-maar wees verzekerd dat mijn laatste gebed en mijne laatste gedachten
-voor u zullen zijn. Gij verlangt dat ik op u wachten zal, ik zal
-u gehoorzamen; geloof mij vrij, vervolgde zij met een pijnlijken
-glimlach, ik beschouw mijn leven slechts, als een wanhopige speler
-zijn laatsten inzet, met zekere nieuwsgierigheid of er ook iets van
-komen mogt; maar ik begrijp zeer wel dat gij geheel vrij moet zijn
-in uwe handeling bij het moeijelijk waagstuk dat gij onderneemt;
-vertrek dus zonder vrees, ik stel vertrouwen in u.
-
---Ik zeg u dank, Senorita, die belofte verdubbelt mijne krachten. O! nu
-ben ik zeker dat ik slagen zal.
-
-Intusschen was er door den anderen jager en den Indiaan, voor de
-dames een soort van rustbed van takken en bladeren gereed gemaakt,
-waarop zij zich konden nedervlijen. Zij verwijderden zich dus, om de
-welkome rust te genieten.
-
-Ook de jongman, hoezeer door zorgen en onrust geslingerd, strekte
-zich, na nog een poos in diepe gedachten te hebben gezeten, bij het
-vuur uit, terwijl zijne twee kameraden beurtelings zouden waken;
-en hij zonk weldra in een diepen slaap. In de wildernis verliest de
-natuur nimmer hare regten; de grootste smarten en bekommeringen zelfs
-zijn er niet in staat om de stoffelijke behoeften van het menschelijk
-gestel te verdringen of tot zwijgen te brengen.
-
-Naauwelijks begonnen de eerste stralen der zon den gezigteinder
-met bleeke opaaltinten te kleuren, of de jagers stonden op. De
-toebereidsels voor hun vertrek waren weldra gemaakt, het oogenblik
-der scheiding kwam, het vaarwel was somber en stil. De twee jagers
-hadden de jonge meisjes tot aan den rand van het bosch verzeld,
-om des te langer bij haar te blijven.
-
-Dona Luisa, toen het pad zoo smal werd dat er moeijelijk twee naast
-elkander konden gaan, maakte van dit gunstig oogenblik gebruik om
-den jager, die don Miguel zou vergezellen, te naderen:
-
---Zou ik u eene dienst mogen verzoeken? vroeg zij snel met eene
-zachte stem.
-
---Spreek, zeide de jager op denzelfden toon.
-
---Die Indiaan boezemt mij niet veel vertrouwen in.
-
---Ten onregte, Senorita, ik ken hem.
-
-Zij schudde met weerzin het hoofd.
-
---'t Is mogelijk, zeide zij, maar wilt gij mij een dienst bewijzen? Zoo
-niet, dan zal ik het aan don Miguel vragen, ofschoon ik liever had
-dat hij er niets van wist.
-
---Spreek vrij, zeg ik u.
-
---Geef mij een mes en uwe pistolen.
-
-De jager keek haar verwonderd aan.
-
---Goed, ik begrijp u, zeide hij een oogenblik later, gij zijt een
-moedig meisje, ziedaar wat gij mij vraagt.
-
-Zonder dat een der anderen er iets van opmerkte, gaf hij haar de
-voorwerpen die zij van hem verlangde en voegde er twee kleine zakjes
-bij, een met kruid en een met kogels gevuld.
-
---Men kan nooit weten wat er gebeurt, fluisterde hij.
-
---Ik dank u, zeide zij met de ondubbelzinnigste blijken van vreugde.
-
-Hiermede was alles gezegd; terstond verborg zij de ontvangene wapenen
-onder hare kleederen, met zoo veel behendigheid en ernst dat de jager
-er om glimlagchen moest.
-
-Vijf minuten later kwamen zij aan den rand van het bosch.
-
---Addick, zei de jager kortaf, onthoud dat ik u voor deze twee dames
-verantwoordelijk stel!
-
---Addick heeft gezworen! was het eenige dat de Indiaan antwoordde.
-
-Zij namen thans afscheid; het zou onraadzaam zijn geweest om langer
-op eene plaats te blijven waar men ieder oogenblik door de Indianen
-kon worden ontdekt.
-
-De jonge meisjes en de krijgsman gingen op weg naar de stad.
-
---Laten wij dien heuvel nog eens beklimmen, zei don Miguel, om hen
-voor het laatst te zien.
-
---Dat wilde ik u juist voorslaan, antwoordde de jager naïef.
-
-Met dezelfde voorzorg en omzigtigheid beklouterden zij weder de plek
-die zij den vorigen avond gedurende eenige minuten hadden ingenomen.
-
-In de stralen der morgenzon, die luistervol uit de kimmen opsteeg,
-had het landschap een inderdaad betooverend aanzien bekomen. De natuur
-was om zoo te zeggen met nieuw leven bezield, en in plaats van den
-somberen aanblik der stille eenzaamheid van het vroegere tooneel,
-hadden zij thans een schouwspel voor zich van de rijkste afwisseling.
-
-Uit de poorten der stad, die reeds geopend waren, kwamen eenige troepen
-Indianen, zoo te paard als te voet, te voorschijn en verspreiden
-zich in alle rigtingen onder vrolijk gelach en gejuich. Talrijke
-praauwen verschenen op de rivier, de velden bevolkten zich met kudden
-schapen en paarden, die door de Indianen met lange stokken gewapend,
-uit den omtrek naar de stad werden gedreven. Wonderlijk gekleede
-vrouwen droegen groote, met vleesch, ooft of groenten gevulde korven,
-op het hoofd en stapten met kloeken tred naar de markt, onder druk
-vrolijk gekout en met dat afgebroken kort schelklinkend gelach, dat
-der Indiaansche bevolking eigen is en zich nergens beter bij laat
-vergelijken dan bij het rammelen van keisteentjes in een koperen
-schotel.
-
-Onze twee jonge meisjes en hun gids mengden zich weldra onder den
-bonten hoop, in welken zij spoedig verdwenen waren.
-
-Don Miguel slaakte een bitteren zucht.
-
---Laat ons vertrekken, mompelde hij met eene doffe stem.
-
-Zij keerden dus naar het bosch terug en eenige minuten later waren
-zij weder op weg.
-
-Nadat zij het bosch in de breedte waren doorgetrokken, zeide don
-Miguel: Hier zullen wij scheiden, ik moet naar Tubac terug.
-
---En ik, antwoordde de jager, ik ga een kleine dienst bewijzen aan
-een Indiaansch hoofdman van mijne kennis.
-
---Gij denkt steeds aan anderen en nooit aan u zelve, brave vriend
-Loer-Vogel, riep don Miguel; moet gij dan altijd bezig zijn om anderen
-te dienen?
-
---Elk heeft zijne roeping in deze wereld, don Miguel, het schijnt
-wel dat dit de mijne is.
-
---Ja, ja, zoo is het, antwoordde de jongman met eene gedrukte
-stem.--Vaarwel, vervolgde hij een oogenblik later, denk om onze
-volgende bijeenkomst.
-
---Wees daar gerust op; over veertien dagen kom ik aan het veer del
-Rubio bij u; dat is afgesproken.
-
---Vergeef mij mijn stilzwijgen gedurende de laatste dagen die wij
-zamen doorbragten, zei don Miguel, het geheim behoort niet aan mij
-alleen, ik had er geen vrijheid toe om het ruchtbaar te maken, zelfs
-niet aan zulk een beproefd vriend als gij zijt.
-
---Bewaar uw geheim, vriend, ik ben in 't minst niet nieuwsgierig om
-het te weten; intusschen blijft het bij onze oude afspraak, dat wij
-elkander niet kennen, niet waar?
-
---Ja, dat is van het meeste belang.
-
---Welaan dan, adieu.
-
---Adieu.
-
-Na elkander de hand te hebben gedrukt namen de twee ruiters afscheid
-en verwijderden zich in tegenovergestelde rigting en in vollen galop.
-
-
-
-
-
-
-
-XI.
-
-HET VEER DEL RUBIO.
-
-
-Het was een donkere nacht, geen ster blonk aan den hemel; de wind
-blies met kracht door de digte takken van het eeuwenheugend woud,
-en liet dat treurig en eentoonig geraas hooren, dat den naderenden
-storm aankondigt; de wolken hingen laag en hunne bijzonder zwarte
-kleur bewees duidelijk genoeg, dat zij sterk met electriciteit
-waren bezwangerd; zij dreven snel door het luchtruim en bedekten
-onophoudelijk de flaauwe halve maan, wier koude stralen nu en dan de
-duisternis schenen te tergen; de dampkring was drukkend, en allerlei
-naamlooze geluiden, die als het rommelen van den donder in de verte
-weergalmden, verhieven zich uit het diepst der onbekende moerassen en
-kreupelbosschen in de prairie; het wild gedierte huilde naargeestig
-op de toonen van het ontstemde natuurorgel, terwijl de nachtvogels,
-door het ongewone gebulder uit den slaap gewekt, hunne raauwe en
-wanluidende kreten aanhieven.
-
-In het kamp der Gambucinos was alles rustig; de schildwachten waakten,
-op hunne buksen geleund, of nedergehurkt bij het smeulende vuur, dat
-weldra geheel zou uitgaan. Te midden van het kamp zaten twee mannen
-hunne Indiaansche pijp te rooken en zacht zamen te keuvelen.
-
-Deze twee mannen waren Vrij-Kogel en Loer-Vogel. Eindelijk klopte
-Vrij-Kogel zijn pijp uit, stak haar in zijn gordel, smoorde een
-onwillekeurig geeuwen, en stond op, vadzig de armen en beenen
-uitstrekkende om er den bloedsomloop te herstellen.
-
---Wat gaat gij doen? vroeg Loer-Vogel terwijl hij zich in achtelooze
-houding half naar hem toewendde.
-
---Een weinig slapen, antwoordde de jager.
-
---Slapen?
-
---Waarom niet? het is reeds diep in den nacht, wij zijn zeker de
-eenigen die nog waken; het is meer dan waarschijnlijk dat wij don
-Miguel niet zien zullen eer de zon opkomt; het is dus beter, voor
-het oogenblik althans, dat wij een poosje gaan slapen, zoo gij er
-ten minste niets tegen hebt.
-
-Loer-Vogel hield zich den voorvinger voor den mond, om zijn vriend
-te beduiden dat hij op zijne hoede moest zijn.
-
---Het is reeds diep in den nacht, zeide hij met eene gesmoorde stem,
-er broeit een geducht onweder. Waar of don Miguel toch blijft? Zijn
-lange afwezigheid maakt mij ik weet niet hoe ongerust: hij is de man
-niet om zijne kameraden anders dan om gewigtige redenen in 't onzekere
-te laten, het zou wel kunnen zijn....
-
-Hier zweeg de jager met een bedenkelijk hoofdschudden.
-
---Ga voort, zei Vrij-Kogel, zeg ronduit wat gij denkt.
-
---Welnu, ik vrees maar al te zeer dat hem een ongeluk overkomen is.
-
---O, ho! zoudt gij dat denken? Die don Miguel is toch, ten minste
-naar hetgeen ik van hem gehoord heb, een hombre de a caballa, een
-man van beproefden moed en buitengewone kracht.
-
---Dat alles kan wel waar zijn, antwoordde Loer-Vogel nog even bezorgd.
-
---Wel, denkt gij dan dat iemand die zoo goed gewapend is en het leven
-der prairie zoo door en door kent, niet in staat zou zijn om zich te
-redden, welk gevaar hem ook bedreigen mogt?
-
---Ja, wanneer hij met een eerlijken vijand te doen had, die hem stout
-onder de oogen zag en een strijd op gelijke kans met hem aanging.
-
---Welk ander gevaar zou hij kunnen loopen?
-
---Vrij-Kogel! Vrij-Kogel! riep de jager neêrslagtig, gij hebt u te
-lang in de kantoren der pelterij-handelaars van de Missouri opgehouden.
-
---Daar wilt gij mede zeggen?.... vroeg de Canadees min of meer
-gepikeerd.
-
---Nu, goede vriend, maak u toch niet boos om hetgeen ik zeg; ik zie
-maar al te duidelijk dat gij de gebruiken der woestijn grootendeels
-vergeten zijt.
-
---Hm! dat is geen onverschillige zaak voor een jager, hervatte
-Vrij-Kogel; en waarin dan, als ik u vragen mag, ben ik die vergeten?
-
---Pardi! daarin, dat gij niet meer schijnt te weten, vriend, dat op
-het terrein waar wij ons bevinden, ieder wapen voor geoorloofd wordt
-gehouden, als het er op aankomt om zich van een vijand te ontslaan.
-
---Nu, dat weet ik even goed als gij, vriend, even goed als ik weet
-dat er geen geduchter wapens zijn dan die zich in de duisternis
-verschuilen.
-
---Sluipmoord namelijk.
-
-De Canadees huiverde onwillekeurig.
-
---Vreest gij inderdaad voor sluipmoord? vroeg hij.
-
---Waar zou ik anders voor vreezen?
-
---'t Is waar, prevelde de jager, terwijl hij het hoofd liet hangen;
-maar een oogenblik later vervolgde hij: Wat kunnen wij voor hem doen?
-
---Dat is juist wat mij in verlegenheid brengt; ik kan echter onmogelijk
-langer hier blijven; het mag gaan zoo het wil, ik moet zien wat er
-van is.
-
---Maar hoe zult gij dat zien?
-
---Ik weet het niet, God zal het mij ingeven.
-
---Gij hebt toch zeker het een of andere plan?
-
---Ja, dat wel.
-
---Wat dan?
-
---Gij zult het hooren; ik reken er zelfs op, dat gij het mij zult
-helpen uitvoeren.
-
-Vrij-Kogel drukte hem met warmte de hand.
-
---Gij kunt op mij rekenen; verklaar uw plan.
-
---Het is eenvoudig genoeg: wij zullen dadelijk het kamp verlaten,
-en het terrein aan den rivierkant in alle rigtingen afloopen.
-
---Goed; maar ik moet u doen opmerken dat het onweder niet lang zal
-uitblijven; het regent reeds met groote droppels.
-
---Een reden te meer om ons te haasten.
-
---Gij hebt gelijk.
-
---Vergezelt gij mij dan?
-
---Mijn hemel! twijfelt gij daar nog aan?
-
---Ik ben een domkop; vergeef mij, broeder, ik zeg u dank voor uwe
-goedheid.
-
---Waarom dat? integendeel, ik ben u dank schuldig.
-
---Hoe zoo?
-
---Wel! gij geeft mij gelegenheid om een schoone wandeling te maken.
-
-Loer-Vogel antwoordde niet; de komische toon van den Canadees strookte
-te weinig met de sombere gemoedsstemming waarin hij zich op dit
-oogenblik bevond.
-
-Zij zadelden terstond hunne paarden, en na hunne wapens te hebben
-nagezien, met al de naauwkeurigheid van mannen die er zich weldra van
-meenden te bedienen, stegen zij te paard en reden stapvoets naar den
-uitgang van het kamp.
-
-De twee schildwachten die bij den slagboom op post stonden en streng
-wacht hielden, stelden zich onmiddelijk voor de beide ruiters.
-
-Deze waren in 't minst niet voornemens om stil weg te sluipen, daar
-zij geen reden hadden om hun togt geheim te houden.
-
---Gaat gij vertrekken? vroeg een der schildwachten.
-
---Neen; wij gaan slechts op verkenning uit in den omtrek.
-
---Op dit uur?
-
---Waarom niet?
-
---Drommels! mij dunkt dat het in zulk weêr beter is om te slapen dan
-de prairie af te loopen.
-
---In uw oog schijnt het verkeerd, kameraad, hernam Loer-Vogel op
-een toon van gezag, maar onthoud dit: ik ben aan niemand rekenschap
-van mijne daden schuldig; als ik op dit uur, bij zulk een dreigend
-onweder uitga, is het wel waarschijnlijk dat ik er mijne goede
-redenen voor heb; die redenen kan en behoef ik u niet te zeggen;
-wilt gij mij dus doorlaten, ja of neen? maar weet dan vooraf dat ik
-u verantwoordelijk stel voor de vertraging die gij in het volvoeren
-mijner plannen veroorzaakt.
-
-De ferme toon dien de jager aansloeg, scheen de twee schildwachten te
-treffen; zij raadpleegden zamen eenige minuten in stilte; eindelijk
-schenen zij het eens te zijn geworden en wendde de laatste woordvoerder
-zich weder tot de beide ruiters, die bedaard den uitslag van hunne
-overweging stonden af te wachten.
-
---Passeert, zeide hij; het staat u vrij om te gaan waar gij goedvindt;
-ik heb mijn pligt gedaan met u te ondervragen, God geef dat gij den
-uwen doet met op deze wijs uit te gaan.
-
---Gij zult het spoedig genoeg weten. Nog een woord.
-
---Ik luister.
-
---Onze afwezigheid, zoo God wil, zal van korten duur zijn; zoo niet,
-dan komen wij toch stellig tegen zonsopgang terug; intusschen heb
-ik u een ding aan te bevelen: wanneer gij driemaal, bij regelmatige
-tusschenpoozen, een jaguar hoort huilen, stijg dan te paard en kom
-in der ijl op ons af, en niet alleen gij, maar een tiental van uwe
-kameraden; want als gij dat sein hoort, is uw kapitein in groot
-gevaar. Hebt gij mij goed begrepen?
-
---Zeer goed.
-
---En zult gij doen, wat ik u aanbeveel?
-
---Ik zal het doen, omdat ik weet dat gij de gids zijt dien wij
-verwachten, en omdat ik van uw kant geen verraad kan veronderstellen.
-
---Goed, tot wederziens!
-
---Goed geluk!
-
-De jagers reden den slagboom door, die onmiddelijk achter hen
-gesloten werd.
-
-Naauwelijks kwamen zij in de prairie, of het onweder, dat sedert
-zonsondergang gedreigd had, barstte met ontzettend geweld los.
-
-Een schitterende bliksemstraal schoot door het luchtruim, bijna
-onmiddelijk gevolgd door een klaterenden donderslag; de boomen bogen
-zich onder het geweld van den wind en den regen, die met stroomen
-begon te vallen.
-
-Onder dezen strijd der woedende elementen hadden de avonturiers
-veel moeite om verder te komen; hunne paarden, door het flikkeren
-des bliksems en het geloei van den storm verschrikt, stampvoetten
-en steigerden bij iederen tred. De duisternis nam dermate toe
-dat de twee ruiters, ofschoon naast elkander rijdende, elkander
-naauwelijks konden onderscheiden. De boomen, door het geblaas van den
-stormwind geslingerd, zwiepten, kraakten en huilden als geteisterde
-Titans, en stemden in ontzettende harmonie zamen met het brullen der
-verschrikte roofdieren, het ratelen der donderslagen en het bulderen
-der hooggezwollen rivier, wier schuimende golven klotsten en braken
-tegen den zandigen oever.
-
-Vrij-Kogel en Loer-Vogel, onder de ontzettingen der woestijn grijs
-geworden, schudden moedig het hoofd bij iederen rukwind die hun als
-een vurige sirocco tegenwoei, en vervolgden ongestoord hun togt. Met
-strakken blik de duisternis doorborend en met gespitste ooren de
-sombere geluiden beluisterend, die de naderende echoos elkander
-vertienvoudigd toekaatsten, bereikten zij, zonder een woord gewisseld
-te hebben, het veer del Rubio. Daar, als bezielde hen ééne gedachte,
-bleven beiden plotseling staan.
-
-De Rubio, een verloren en onbekende bijstroom van de groote Rio
-Colorado, in welke hij zich na een moeijelijken loop van naauwelijks
-twintig mijlen uitstort, is op gewone tijden slechts een smalle
-watersprank, die de Indiaansche praauwen met moeite bevaren maar de
-paarden des te gemakkelijker doorwaden, daar het water hun naauwelijks
-tot aan den buik komt. Op dit oogenblik nogtans was de stille beek op
-eens in een kokenden vloed veranderd, die met bulderend geruisch in
-zijne bedding voortgestuwd, op zijne onstuimige wateren ontwortelde
-boomstammen en zelfs veenblokken en rotsklompen medesleepte.
-
-Om in deze oogenblikken de Rubio te willen oversteken zou het werk
-van een krankzinnige geweest zijn; wie het had durven wagen zou in
-weinige minuten door den bruisenden stroom zijn weggesleept, welks
-drabbige geele watermassa van minuut tot minuut breeder werd.
-
-De jagers stonden eene poos onbewegelijk onder den stortregen die hen
-overstelpte, en staarden met peinzende blikken naar het aanwassende
-water, terwijl zij ter naauwernood hunne paarden inhielden, die
-gedurig begonnen te steigeren, met dof en angstig gebriesch.
-
-De menschelijke geest alleen scheen ongedeerd te midden van het woeden
-der elementen. Twee bronzen standbeelden gelijk, stonden daar die
-twee mannen, roerloos en onverschrokken, als bespeurden zij niets van
-den vreeselijken storm die rondom hen huilde, en even kalm van ziel,
-als zaten zij in een of ander ontoegankelijken schuilhoek, bij een
-vrolijk-knappend en koesterend takkenvuur.
-
-Zij hadden slechts ééne gedachte, namelijk hulp toe te brengen,
-aan iemand dien zij vreesden dat op dit oogenblik in dreigend gevaar
-verkeerde.
-
-Eensklaps sidderden zij, hieven beiden tegelijk het hoofd op,
-en vestigden hunne vlammende blikken strak voor zich uit; maar de
-duisternis was te dik, zij konden onmogelijk iets onderscheiden.
-
-Onder de duizend geluiden der natuur, had een enkele kreet beider
-oor getroffen.
-
-Die kreet was een laatste noodgeschrei, een scherpe, doordringende,
-langdurige angstkreet, zoo als de sterke mensch, door het nog
-sterker noodlot overwonnen uitstoot, wanneer hij gedwongen wordt te
-erkennen dat hij onmagtig is, dat alles hem ontzinkt en dat hij geen
-andere toevlugt heeft dan God alleen. De beide mannen bogen driftig
-voorwaarts, hielden de handen aan den mond in den vorm van een roeper
-en slaakten op hunne beurt een doorborenden en langdurigen kreet.
-
-Omtrent een minuut later klonk er een tweede noodkreet door het
-luchtruim, nog doordringender en wanhopiger dan de eerste.
-
---O! hoort gij dat? riep Loer-Vogel terwijl hij zich hoog in de
-stijgbeugels oprigtte en de vuisten krampachtig zamenkneep, daar is
-een mensch in doodsgevaar.
-
---Wie het ook wezen mag, wij moeten hem redden! antwoordde Vrij-Kogel.
-
-Zij hadden elkander begrepen.
-
-Maar hoe zouden zij dien man kunnen redden? Waar was hij? Welk gevaar
-bedreigde hem? Wie was in staat al deze vragen, die zich onwillekeurig
-aan hun verstand opdrongen, te beantwoorden?
-
-Voor hen uit lag het onmogelijke.
-
-Op gevaar af van door den stroom te worden medegesleept, dwongen de
-jagers hunne paarden om in de rivier af te dalen, en schier tot op
-den hals hunner edele maar angstige dieren gebogen, raadpleegden zij
-den stand der wateren.
-
-Maar wij hebben reeds gezegd dat de duisternis te dik was om iets te
-kunnen onderscheiden.
-
---'t Is of de hel ons tegen houdt! riep Loer-Vogel wanhopig. Mijn
-God! zullen wij dien man moeten laten omkomen zonder hem te hulp
-te snellen?
-
-Op dit oogenblik schoot er een schitterende bliksemschicht door
-het zwerk.
-
-Bij dit kortstondige licht zagen de jagers een ruiter hopeloos met
-den stroom worstelen.
-
---Moed! moed! houd moed! riepen zij.
-
---Help! antwoordde de onbekende met eene gesmoorde stem.
-
-Er viel hier niet te weifelen, iedere sekonde was zoo goed
-als een eeuw. De onbekende ruiter kampte tegen de overmoedige
-golven die hem wegsleepten. Oogenblikkelijk hadden de jagers hun
-besluit genomen. Zij gaven elkander stilzwijgend de hand en drukten
-gelijktijdig hunne paarden de sporen diep in de flanken; de paarden
-steigerden met onwillig gebriesch; maar gedwongen om den ijzeren wil
-en de onverbiddelijke hand van den mensch te gehoorzamen, sprongen
-zij snuivend en sidderend in de rivier.
-
-Plotseling vielen er twee geweerschoten, een kogel floot tusschen de
-beide jagers door, en een smartelijke noodkreet verhief zich uit het
-midden der golven.
-
-De man die zij ter hulp kwamen was getroffen.
-
-Het onweder was nog altijd klimmende, de bliksemflitsen volgden
-elkander met ongemeene snelheid. De jagers zagen duidelijk dat de
-onbekende zich aan de teugels van zijn paard vastklemde en zich door
-hetzelve in het water liet voortsleepen.
-
-Tevens bespeurden zij aan den anderen oever een man voorovergebogen,
-met de buks aan den schouder, en gereed om op nieuw vuur te geven.
-
---Ieder zijn werk! riep Loer-Vogel lakoniek.
-
---Goed! was het niet minder korte antwoord van Vrij-Kogel.
-
-De Canadees nam den lasso die aan zijn zadelknop hing, vierde hem in de
-hand, liet hem over zijn hoofd zwaaijen en wachtte den eerstvolgenden
-bliksemslag af om hem uit te werpen.
-
-Hij behoefde niet lang te wachten, en hoe snel het licht ook voorbij
-ging, Vrij-Kogel wist zijn oogenblik waar te nemen: het werptouw
-snorde door de lucht en de loopende knoop slingerde zich om den hals
-van het zwemmende paard, dat zoo moedig met den stroom kampte.
-
---Courage! juichte Vrij-Kogel, hier heen, Loer-Vogel, hierzoo!
-
-Thans zijn eigen paard met kracht omwendende, deed hij het op de
-achterbeenen volte maken, juist op het oogenblik toen het grond
-dreigde te verliezen en dreef het met vaste hand naar den oever terug.
-
---Hier ben ik! antwoordde Loer-Vogel, die de eerste gelegenheid
-afwachtte om vuur te geven. Heb even geduld! ik kom.
-
-Een nieuwe bliksemvlam flikkerde.
-
-Gelijktijdig drukte hij af, het schot viel, en van den anderen oever
-klonk den jagers een kreet van woede en smart in de ooren.
-
---Ik heb hem geraakt! riep Loer-Vogel; morgen zal ik weten wie de
-kerel is, en hiermede zijn buks achter den rug werpende, wendde hij
-zijn paard naar Vrij-Kogel.
-
-Zoodra het paard van den onbekende dat door den Canadees gelasseerd
-was zich voelde ondersteunen en naar den oever slepen, verdubbelde
-het met instinctmatige schranderheid de pogingen die men aanwendde
-om het te redden.
-
-De beide jagers hadden zich, om zoo te zeggen, voor den lasso
-gespannen. Door de vereenigde krachten hunner paarden met die van
-het gelasseerde paard, gelukte het hun den stroom te breken, en na
-eene moedige worsteling van eenige minuten bereikten zij eindelijk
-den oever. Naauwelijks waren zij behouden aan wal, of de Canadezen
-stegen af en ijlden naar het paard van den onbekende.
-
-Zoodra het moedige dier voelde dat het vasten grond onder de
-voeten had, bleef het staan, als scheen het te begrijpen, dat het
-door verder voort te gaan, gevaar liep zijn meester--die ofschoon
-geheel bewusteloos, nog altijd de teugels in de gesloten vuist
-vastklemde,--tegen de rotsklompen te verpletteren. De jagers sneden
-thans de teugels los, namen den man dien zij zoo wonderbaar gered
-hadden in hunne armen en droegen hem eenige passen van den rivierkant
-onder een boom, waar zij hem zacht nederlegden. Beiden bleven met
-gespannen aandacht bij dan gewonden drenkeling gebukt, den eersten
-lichtstraal afwachten, die hun gelegenheid zou geven om het lijk
-te herkennen.
-
---O! riep Loer-Vogel op eens opstaande met een kreet van smart en
-verschrikking, het is don Miguel Ortega!
-
-
-
-
-
-
-
-XII.
-
-DON STEFANO COHECHO.
-
-
-Zoo als wij aan het slot van ons IIIde hoofdstuk gezien hebben,
-was don Stefano, nadat hij Vrij-Kogel verlaten had, naar het kamp
-der Gambucinos teruggekeerd zonder door iemand te worden opgemerkt.
-
-Eenmaal binnen de verschansing zijnde, had de Mexicaan niets meer
-te vreezen; hij ging dus weder naar het vuur, in welks nabijheid hij
-zijn paard had vastgemaakt, het edele dier stak den kop op en spitste
-de ooren toen het zijn meester zag naderen, hij streelde het met de
-hand, vlijde zich toen bedaard op den grond neder, wikkelde zich in
-zijn deken en sliep in, met de gerustheid van iemand die overtuigd
-was dat alle dingen in volkomen orde waren.
-
-Er verliepen verscheidene uren, zonder dat de in het kamp heerschende
-stilte door het minste gedruisch gestoord werd.
-
-Op eens ontwaakte don Stefano, hij sloeg de oogen op, een behoedzame
-hand was zacht op zijn schouder gelegd.
-
-De Mexicaan staarde den man aan die zijn slaap gestoord had; in het
-schemerlicht der reeds verbleekende sterren herkende hij Domingo. Don
-Stefano stond op en volgde zwijgend den Gambucino, die hem tot de
-verschansing leidde, waarschijnlijk met oogmerk om te kunnen praten
-zonder door onbescheiden ooren gehoord te worden.
-
---Welnu, wat hebt gij mij te vertellen? vroeg don Stefano, toen de
-mesties hem een wenk gaf dat hij vrij spreken kon.
-
-Domingo, op bekomen order van Vrij-Kogel, deelde hem thans beknoptelijk
-alles mede wat er in de prairie was voorgevallen. Toen don Stefano
-vernam dat het den Canadees eindelijk gelukt was Loer-Vogel te vinden,
-popelde hij van vreugde en luisterde hij met klimmende belangstelling
-naar het verslag van den mesties. Nadat deze geëindigd had, of ten
-minste eenige oogenblikken zweeg, vroeg hij hem:
-
---Is dat alles?
-
---Alles, antwoordde Domingo.
-
-Don Stefano haalde zijne beurs voor den dag en nam er eenige
-goudstukken uit, die hij den Gambucino ter hand stelde; deze ontving
-ze met blijkbare gretigheid.
-
---Heeft Vrij-Kogel u niet gelast om mij nog iets te zeggen? vroeg
-de Mexicaan.
-
-Domingo bedacht zich een oogenblik.
-
---Ja, wacht! dat zou ik bijna vergeten, zeide hij, de jager heeft
-mij gelast u te zeggen, Senor, dat gij het kamp niet moest verlaten.
-
---Weet gij ook de rede van die waarschuwing?
-
---O, ja, hij heeft plan om zich heden avond weder bij de karavaan te
-voegen, aan het veer del Rubio.
-
-Op dit berigt fronste de Mexicaan de wenkbraauwen.
-
---Weet gij dat zeker? vroeg hij.
-
---Hij heeft mij zoo gezegd.
-
-Er volgden eenige sekonden stilte.
-
---Goed, zeide don Stefano een oogenblik later; heeft de jager u niets
-anders gezegd?
-
---Niets.
-
---Zoo! bromde de Mexicaan, enfin, dat maakt weinig uit; thans den
-Gambucino met kracht de hand op den schouder leggende, keek hij hem
-strak in de oogen.
-
---Nu dan, vervolgde hij met nadruk op ieder woord, onthoud dit: Gij
-kent mij niet, maar wat er ook gebeure, laat u geen woord ontsnappen
-over hetgeen er tusschen ons in de prairie is voorgevallen.
-
---Gij kunt er op rekenen, Senor.
-
---Ik reken er op, hoor! herhaalde de Mexicaan met eene stem die
-Domingo, hoe dapper hij ook wezen mogt, inwendig deed sidderen; denk
-aan den eed dien gij mij gezworen en de verpligting die gij jegens
-mij hebt op u genomen.
-
---Ik zal er aan denken.
-
---Zoo gij uw woord houdt en mij getrouw blijft, zal ik zorgen dat
-gij voor uw gansche leven gedekt zijt; zoo niet, wees dan op uwe hoede!
-
-De Gambucino haalde minachtend de schouders op en antwoordde min of
-meer gebelgd:
-
---Gij behoeft mij niet te dreigen, Senor, wat gezegd is is gezegd,
-en wat ik beloofd heb, heb ik beloofd.
-
---Dat zullen wij zien.
-
---Als gij mij niets anders meer hebt aan te bevelen, geloof ik dat
-wij wel zullen doen met van elkander te gaan. Het begint reeds dag
-te worden, mijne kameraden zullen spoedig ontwaken, en ik twijfel of
-het u erg bevallen zou dat zij ons hier zamen vonden.
-
---Gij hebt gelijk.
-
-Met dit woord gingen zij van elkander; don Stefano keerde naar zijne
-plaats bij het vuur terug; Domingo strekte zich uit op de eerste
-plaats te beste, en weldra waren beiden in slaap, of veinsden althans
-te slapen.
-
-Met den eersten zonnestraal hief don Miguel het gordijn van zijne
-tent op en trad naar buiten, regt op zijn gast af, die, zoo als men
-in Frankrijk zegt, sliep met gesloten vuisten.
-
-Don Miguel maakte er eene gewetenszaak van om zulk een vreedzamen
-slaap te storen; hij hurkte dus bij het vuur neder, verzamelde de
-verstrooide kolen, deed ze van nieuws opvlammen, rolde een fijne
-maïs-cigarette en begon bedaard te rooken, tot zijn gast zou ontwaken.
-
-Inmiddels kwam het geheele kamp in beweging, de Gambucinos begaven zich
-elk aan zijne morgentaak, sommigen leidden de paarden naar de rivier om
-ze een bad te geven, anderen rakelden de vuren op om het ontbijt gereed
-te maken, kortom, ieder was op zijne manier bezig ten algemeenen nutte.
-
-Eindelijk vond don Stefano, op wiens gezigt reeds eenige minuten een
-lastige zonnestraal gespeeld had, het oogenblik geschikt om wakker
-te worden, hij keerde zich om, rekte zich uit, opende de oogen en
-geeuwde herhaalde malen.
-
---Caramba! riep hij, zich oprigtende, het is reeds dag naar ik zie;
-wat gaat zulk een nacht toch spoedig om; het is of ik nog geen uur
-geleden ben gaan slapen.
-
---Ik zie met genoegen dat gij zoo goed geslapen hebt, caballero,
-zei don Miguel beleefd.
-
---Ha zoo! zijt gij daar, mijn waarde gastheer, riep don Stefano met
-meesterlijk geveinsde verwondering; dat belooft mij een gelukkigen dag,
-daar het eerste wat ik te zien krijg terwijl ik mijne oogen opsla,
-het aangezigt is van een vriend.
-
---Ik neem dat vleijende kompliment van u aan als eene beleefde scherts.
-
---Te drommel neen! ik verzeker u, wat ik u zeg is de zuivere
-uitdrukking van hetgeen ik denk, antwoordde de Mexicaan gemaakt
-goedhartig; het zou geheel onmogelijk zijn om de eer der woestijn
-beter op te houden of de heilige regten der gastvrijheid beter te
-begrijpen dan gij gedaan hebt.
-
---Ik zeg u dank voor den goeden dunk dien gij voor mij aan den dag
-legt. Ik hoop dus ook dat gij ons niet zoo spoedig verlaat, maar ten
-minste eenige dagen bij ons blijft.
-
---Dat zou ik gaarne willen, don Miguel; de hemel weet hoe gelukkig ik
-mij zou rekenen om uw aangenaam bijzijn nog eenigen tijd te genieten;
-ongelukkigerwijs is dit echter geheel onmogelijk.
-
---Kan dat waar zijn?
-
---Helaas, ja! een dringende pligt gebiedt mij om van daag nog te
-vertrekken en, gij moogt gelooven dat mij dit razend spijt, maar
-tegen de noodzakelijkheid kan men niet op.
-
---Welke reden is magtig genoeg om u te dwingen mij zoo plotseling te
-verlaten? vroeg don Miguel statig.
-
---Mijn hemel! een zeer alledaagsche, om niet te zeggen een gemeene
-reden, die u waarschijnlijk zal doen meesmuilen. Gij moet weten ik
-ben koopman te Santa-Fé; er zijn eenige dagen geleden te Monterey
-verscheidene handelshuizen failliet geraakt, daar ik loopende zaken
-mede heb, en die mij noodzaken cito van huis te gaan, om door mijne
-persoonlijke tegenwoordigheid nog te redden wat mogelijk is, uit de
-schipbreuk die mij bedreigt; ik ben zonder iemand te raadplegen of
-naar den weg te vragen op reis gegaan, en zoodoende kwam ik hier.
-
---Maar, opperde don Miguel, gij zijt hier nog ver van Monterey.
-
---Duivelsch! dat weet ik wel en dat maakt mij bijna wanhopig; ik
-ben vreesselijk bang dat ik te laat kom, te meer daar mij gezegd is,
-dat de lieden met welke ik te doen heb schurken zijn; de sommen die
-zij van mij in handen hebben zijn zeer aanzienlijk, en bedragen,
-als ik het u zeggen moet, meer dan de helft van mijn vermogen.
-
---Caspita! als het er zoo mede gelegen is, begrijp ik zeer goed dat
-gij haast hebt om verder te komen.
-
---Niet waar?
-
---Ik heb nooit kunnen denken dat gij zulke ernstige redenen hadt om
-uwe reis te bespoedigen.
-
---Gij ziet dus, gij moogt mij beklagen, don Miguel.
-
-Het gesprek tusschen deze twee personaadjes werd met
-bewonderenswaardige gemakkelijkheid en meesterlijk gespeelde
-goedwilligheid gevoerd, zoo wel van de eene als van de andere zijde;
-en toch waren geen van beiden in staat den andere om den tuin te
-leiden. Don Stefano, zoo als het dikwijls gaat, had het al te mooi
-willen maken en was zoodoende de perken der waarschijnlijkheid te
-buiten gegaan, door zijn zegsman te zeer van zijne opregtheid te willen
-overtuigen. Deze geveinsde opregtheid had het wantrouwen van don Miguel
-in tweederlei opzigt wakker gemaakt: vooreerst, omdat don Stefano,
-van Santa-Fé naar Monterey reizende, niet alleen op den verkeerden
-weg was, maar zelfs beide deze steden volkomen den rug toekeerde,
-eene dwaling die zijne volslagen onbekendheid met de plaatselijke
-ligging van het land hem deed begaan, zonder dat hij het zelf wist of
-vermoedde; de tweede reden was even afdoende: geen handelsman namelijk,
-hoe gewigtig overigens de aanleiding tot zulk eene reis wezen mogt,
-zou het gewaagd hebben om geheel alleen de woestijn door te trekken,
-uit vrees voor de Indiaansche bravos, de bandieten en struikroovers,
-de wilde dieren en duizend andere gevaren, die hem bedreigden en aan
-welke allen hij onmogelijk zou kunnen ontsnappen.
-
-Intusschen hield don Miguel zich alsof hij alles voor goeden munt
-aannam wat zijn gast hem verzekerde, en antwoordde hij op een toon
-van het volste vertrouwen:
-
---Hoe veel genoegen het mij ook zou zijn uw aangenaam gezelschap
-nog eenigen tijd te genieten, wil ik u niet terughouden, caballero;
-ik begrijp zeer goed dat gij dringende reden hebt om u te haasten.
-
-Don Stefano boog met een onmerkbaren glimlach van triomf.
-
---Ten slotte, vervolgde don Miguel, wensch ik dat het u gelukken
-zal uw fortuin uit de klaauwen van die schurken te redden; maar in
-allen geval, caballero, hoop ik dat wij niet scheiden zullen eer
-wij zamen ontbeten hebben. Ik wil u wel bekennen, dat uwe weigering,
-om gisteren avond aan mijn sober souper deel te nemen, mij pijnlijk
-heeft aangedaan....
-
---O! viel don Stefano hem in de rede, geloof mij, caballero....
-
---Gij hebt u voldoende verontschuldigd, caballero, zoo erg was het
-niet, riep don Miguel; maar, vervolgde hij met nadruk, wij Gambucinos
-en woudloopers zijn wonderlijke menschen, wij verbeelden ons altoos,
-hetzij te regt of te onregte, dat een gast die weigert om met ons te
-eten, onze vijand is, of het ten minste worden zal.
-
-Don Stefano onthutste min of meer bij dezen onverwachten aanval.
-
---Kunt gij dat veronderstellen, caballero? riep hij uitwijkend.
-
---Niet ik slechts veronderstel het, maar wij allen; zoo als ik u zeg,
-de lieden van onze soort zijn een wonderlijk volkje; het zijn onze
-vooroordeelen, domme, ingewortelde wanbegrippen, of hoe gij het noemen
-wilt, meesmuilde hij met een glimlach, zoo scherp als de punt van een
-ponjaard; maar het is nu eenmaal zoo en wij kunnen onzen aard niet
-veranderen. Ik houd het er dus voor, dat wij zamen zullen ontbijten;
-eerst dan wil ik u goede reis wenschen en nemen wij afscheid.
-
-Don Stefano zette een wanhopig gezigt.
-
---Tot mijn ongeluk, maar ik kan niet, riep hij schouderophalend.
-
---Hoe dat?
-
---Mijn hemel! ik weet niet hoe ik u zal uitleggen wat er eigenlijk
-van is; 't is zoo bespottelijk, dat ik u waarlijk niet durf....
-
---Spreek ronduit, caballero; al ben ik slechts een ruw avonturier,
-misschien zal ik u wel begrijpen.
-
---Het zou u inderdaad ergeren.
-
---In 't minste niet; gij zijt immers mijn gast? Een gast wordt ons
-door den hemel toegezonden, en is een geheiligde zaak.
-
-Don Stefano aarzelde.
-
---Kom! riep don Miguel, ik zal het ontbijt maar op laten zetten;
-misschien dat dan uw tong wel losser wordt.
-
---Daar ben ik eigenlijk het meest bevreesd voor, riep de Mexicaan
-met levendige drift en op zekeren toon van spijt; en daarom kan ik,
-in weerwil van mijn verlangen om u genoegen te geven, uwe vriendelijke
-uitnoodiging niet aannemen.
-
-De jongman fronste de wenkbraauwen.
-
---Zoo! antwoordde hij, met een argwanenden blik op den spreker;
-en waarom niet?
-
---Dat is het juist wat ik u niet durf bekennen.
-
---Durf! durf vrij, caballero; heb ik u niet gezegd dat gij het regt
-hebt om alles te bekennen?
-
---Lieve hemel! als gij er mij dan toe dwingt, sprak hij op een toon die
-hoe langer hoe benaauwder klonk, verbeeld u eens, dat ik aan Nuestra
-de los Angelos eene gelofte heb gedaan, om zoo lang ik op reis ben,
-niet te eten voordat de zon onder is.
-
---Ah zoo! riep don Miguel, blijkbaar slechts half overtuigd; maar
-gisteren avond dan, toen ik u vroeg om met mij te souperen, was de
-zon dunkt mij reeds lang genoeg onder.
-
---Wacht even, ik heb nog niet uitgesproken.
-
---Ik luister.
-
---En zelfs dan, hervatte de Mexicaan, heb ik beloofd om niets anders
-te eten dan eenige gerooste maïskorrels, die ik in mijn mantelzak
-heb medegenomen, nadat ik ze vóór mijne afreis door een priester
-te Santa-Fé heb laten zegenen; ik begrijp wel dat u dit alles zeer
-belagchelijk moet toeschijnen, maar wij zijn zamen landgenooten,
-hetzelfde Spaansche bloed stroomt in onze aderen, en dus zult gij,
-in plaats van mij te bespotten, mij veeleer beklagen.
-
---Caspita! met hart en ziel, des te meer daar gij u aan een zeer
-harde penitentie hebt onderworpen. Ik zal ook niet trachten om u van
-uw bijgeloof af te brengen, want ik heb het mijne zoo goed als ieder
-ander; ik geloof dus dat wij wijs zullen doen als wij dit onderwerp
-verder laten rusten.
-
---Gij neemt het mij dan ten minste niet kwalijk?
-
---Ik! waarom zou ik het u kwalijk nemen?
-
---Dus zijn wij altoos goede vrienden?
-
---Beter dan ooit, lachte don Miguel.
-
-De toon echter waarop deze woorden werden uitgesproken, was slechts
-ten halve geschikt om den Mexicaan gerust te stellen; hij wierp den
-spreker een zijdelingschen blik toe en stond op.
-
---Gaat gij reeds heen? vroeg hem de jongman.
-
---Als gij het mij vergunt, ga ik terstond op weg.
-
---Ga uw gang, ga uw gang, caballero.
-
-Don Stefano, zonder verder te antwoorden, begon onmiddelijk zijn
-paard te zadelen.
-
---Gij hebt daar een nobel dier, merkte don Miguel aan.
-
---Ja, het is een Arabier van het zuiverste bloed.
-
---Het is voor de eerste maal dat ik een paard van dat kostbare ras
-te zien krijg.
-
---Beschouw het op uw gemak, caballero.
-
---Ik zeg u dank; maar ik vrees dat ik u te lang zou ophouden eer ik
-er mij aan verzadigd had. Hola! zadel terstond mijn paard, riep hij,
-zich tot Domingo wendende.
-
-Deze bragt hem weldra een krachtvollen mustang van de schoonste
-soort. De jongman wipte met een enkelen sprong in den zadel, ook don
-Stefano steeg te paard.
-
---Gaat gij een wandelrid in den omtrek maken? vroeg deze.
-
---Als gij het mij vergunt, zal ik de eer hebben u een eind ver te
-begeleiden,--ten minste, vervolgde hij, met een spotachtigen lach zoo
-gij geen gelofte gedaan hebt die het u verbiedt; in dat geval zou ik
-er van afzien.
-
---Schertst gij? riep don Stefano op een toon van verwijt; gij zijt
-toch niet boos op mij?
-
---O hemel! neen, dat zweer ik u.
-
---Welaan, dan vertrekken wij zoodra gij maar wilt.
-
---Ik ben tot uwe orders.
-
-Zij vierden hunne paarden den teugel en reden het kamp uit.
-
-Naauwelijks echter hadden zij twintig passen gemaakt, of don Miguel
-hield zijn paard in en bleef staan.
-
---Verlaat gij mij reeds? vroeg don Stefano.
-
---Ik ga geen stap verder, antwoordde de jongman, en nu fier het hoofd
-opstekende, vervolgde hij met een barsch gezigt en op hooghartigen
-toon: Hoor eens, caballero, hier zijt gij niet langer mijn gast,
-wij zijn buiten mijn kamp en in de woestijn; ik kan u dus kort en
-bondig mijne gedachten zeggen en, voto a brios, ik zal het doen ook.
-
-De Mexicaan keek hem verbaasd aan.
-
---Ik begrijp u niet, zeide hij.
-
---Dat is wel mogelijk; ik hoop zelf dat het zoo is, maar ik geloof het
-niet. Zoolang gij mijn gast waart, hield ik mij alsof ik geloof sloeg
-aan de leugens die gij mij op den mouw speldet; maar thans zijt gij
-voor mij niets meer dan ieder ander vreemdeling, ik wil u dus rondweg
-mijn gevoelen zeggen: welken naam ik op uw aschgraauw gelaat moet
-toepassen weet ik niet, maar ik ben overtuigd dat gij mijn vijand,
-of althans een spion van mijne vijanden zijt.
-
---Caballero deze taal.... riep don Stefano.
-
---Val mij niet in de rede, vervolgde de jongman met kracht; het kan
-mij weinig schelen wie gij zijt, het is mij genoeg dat ik u ontmaskerd
-heb; ik zeg er u dank voor dat gij in mijn kamp zijt gekomen; als
-gij mij thans ooit weder ontmoet, zal ik u ten minste herkennen;
-maar dit moogt gij gelooven en het is een raad dien ik zoo vrij ben
-u te geven: schud eer gij mij verlaat het stof van uwe schoenen, en
-kom mij nooit weder onder de oogen, het zou tot uw ongeluk kunnen zijn!
-
---Bedreigingen! riep de Mexicaan bleek van toorn.
-
---Neem mijne woorden zoo als gij verkiest, maar onthoud ze in het
-belang van uwe eigene veiligheid; al ben ik maar een avonturier,
-geef ik u op dit oogenblik eene les van trouw en opregtheid, die
-gij wel zult doen u ten nutte te maken; ik zou mij zeer gemakkelijk
-de bewijzen van uw verraad kunnen verschaffen, zoo ik dat verkoos,
-want ik heb twintig trouwe kameraden onder mijn bevel, die op een
-wenk van mij, u duivelsch leelijk zouden tracteren, en--vervolgde
-hij met een sarkastischen grijns,--door uwe kleederen en uw knapzak
-te onderzoeken, zonder twijfel onder uwe "gezegende maïskorrels,"
-de reden wel zouden vinden van uw gehouden gedrag sedert gij bij mij
-zijt; maar gij zijt mijn gast geweest, en deze titel is uw vrijbrief;
-ga dus in vrede, en loop mij nooit weder in den weg.
-
-Onder het uitspreken dezer woorden hief hij zijn arm op en gaf met
-zijn chicote! (karawats) het paard van don Stefano zulk een hevigen
-slag op het kruis, dat de Arabier, weinig aan zulk eene behandeling
-gewoon, als een pijl van den boog voor uitschoot, in weerwil der
-krachtige pogingen van zijn berijder om hem tegen te houden.
-
-Don Miguel oogde hem een poosje na en keerde toen naar zijn kamp
-terug, hartelijk lagchend over de koddige wijs waarop hij het gesprek
-beëindigd had.
-
---Komaan, kinderen, zeide hij tegen de Gambucinos, dadelijk op
-marsch! voor zonsondergang moeten wij aan het veer del Rubio zijn,
-waar de gids ons wacht.
-
-Een half uur daarna was de geheele karavaan reeds op weg.
-
-
-
-
-
-
-
-XIII.
-
-DE HINDERLAAG.
-
-
-Geen meldenswaardig voorval verstoorde dien dag hunne reis. De
-karavaan trok door eene afwisselende landstreek, met ondiepe rivieren
-doorsneden, met hoog geboomte en digte katoenbosschen beplant, en met
-duizende vogelen van alle soorten en kleuren en stemmen bevolkt; aan
-den uitersten horizont, vertoonde zich als eene geelachtige streep,
-boven welke eene dikke wolk van dampen hing, de aanwezigheid van de
-Rio Colorado grande del Norte.
-
-Gelijk don Miguel vooraf gezegd had, bereikte men het veer del Rubio
-eenige minuten voor zonsondergang.
-
-Wij willen hier met een paar woorden beschrijven op welke wijs eene
-karavaan zich in de wildernis legert; deze beschrijving is onmisbaar
-om den lezer te doen begrijpen, hoe het komt dat men zoo gemakkelijk
-een legerkamp in en uit kan sluipen zonder gezien te worden.
-
-De karavaan bestond, behalve het personeel en een troep pakezels, uit
-een stoet van vijftien met allerlei koopwaren beladen wagens. Zoodra
-de plaats voor het kampement gekozen was, werden de wagens in een
-vierkant opgesteld, met een afstand van vijf en dertig voet tusschen
-de wagens onderling; in deze tusschenruimten werden door zes of acht
-mannen vuren ontstoken, rondom welke zij zich legerden, om er hunne
-spijzen te bereiden, te eten, te praten en te slapen. De paarden en
-muilezels stonden in het midden van het vierkant, niet ver van de
-geheimzinnige tent die het centrum van het kamp uitmaakte.
-
-Men had de helft der paarden het regter voorbeen aan het linker
-achterbeen gekluisterd, met een touw van twee à drie voet lengte. Wij
-moeten hierbij opmerken, dat een op deze wijs gebonden paard zich
-in het eerst zeer belemmerd gevoelt, maar spoedig genoeg aan zijn
-toestand gewent, om ten minste langzaam te kunnen voortkomen.
-
-Overigens is dit een voorzigtigheidsmaatregel, welke dienen moet
-om te beletten dat de dieren te ver weg loopen of door de Indianen
-worden opgevangen. Men bindt gewoonlijk twee paarden aan elkander,
-het eene op bovengenoemde wijs gekluisterd, en het andere slechts met
-een lang touw aan zijn kameraad gekoppeld, welke laatste in geval van
-onraad om zijn makker heenspringt en galoppeert, die hem zoodoende
-als het ware tot spil of centraalpunt dient.
-
-De buitenrand der ruimte tusschen de wagens werd met schanskorven,
-op elkander gestapelde boomstammen en met de pakken der muildieren
-opgevuld.
-
-Zulk een legerkamp van woudloopers in de prairie levert inderdaad
-een merkwaardig en zonderling schouwspel. Rondom de vuren ziet
-men de avonturiers schilderachtig gegroepeerd, staande, zittende
-of in liggende houding, sommigen bezig met koken, anderen met het
-verstellen van kleederen, paardentuigen of wagens; nog anderen met het
-poetsen hunner wapenen; nu en dan verheft zich midden uit de groep een
-schaterend gelach, om te bewijzen dat de kwinkslagen lustig rond gaan
-en dat men met vrolijke vertellingen de geleden vermoeijenis van den
-dag weet te verdrijven of zich op die van den volgenden voorbereidt.
-
-Ter voltooijing der bonte schilderij, ziet men van afstand tot afstand
-bij de verschansing schildwachten rustig op post staan, met het geweer
-in den arm of met den elleboog op den tromp hunner wapenen geleund.
-
-Zoo als wij reeds gezegd hebben, bevond zich in het midden de tent
-van den chef, bewaakt door een opzigter, die tevens het oog over de
-paarden liet gaan.
-
-Uit de bovenstaande beschrijving zal men gereedelijk kunnen opmaken,
-dat er tusschen de wielen der opgestelde wagens hier en daar openingen
-overblijven, en er dus voor een vlug mensch gelegenheid genoeg is
-om weg te sluipen en zoo doende buiten de verschansing te geraken,
-zoo wel, als er weder binnen te dringen, zonder door de oppassers
-of door zijne overige kameraden te worden opgemerkt, wier blikken
-gewoonlijk meer op de vlakte naar buiten zijn gerigt, daar zij geen
-reden hebben om te bespieden wat er in het kamp zelf omgaat.
-
-Zoodra alles in orde was en ieder zich zoo gemakkelijk mogelijk had
-gemaakt, liet don Miguel een versch paard zadelen, dat hij onmiddelijk
-besteeg, en van waar hij de rondom hem verzamelde kameraden aldus
-aansprak:
-
---Senores! begon hij, eene dringende zaak noopt mij om mij voor eenige
-uren te verwijderen, houdt gedurende mijne afwezigheid zorgvuldig de
-wacht, en vooral laat niemand in het kamp doordringen; wij bevinden
-ons in eene streek waar de meeste waakzaamheid noodig is om ons te
-hoeden voor verraad of overrompeling, die ons onophoudelijk en van
-alle kanten bedreigt, en zich onder allerlei gedaanten vermomt om den
-nalatigen te verschalken. De gids dien wij met ongeduld te gemoet zien,
-zal hier binnen weinige oogenblikken aankomen; die gids is bij velen
-uwer persoonlijk en aan allen bij goeder geruchte bekend; misschien
-komt hij alleen, misschien brengt hij nog een ander met zich. Deze man,
-in wien wij het volste vertrouwen kunnen stellen, moet gedurende mijne
-afwezigheid volkomen vrij zijn om te handelen, en kunnen komen en gaan,
-zonder dat iemand uwer er zich tegen verzetten mag.
-
---Hebt gij mij verstaan? vroeg hij, volgt dan in alles stipt mijne
-bevelen; overigens verhaal ik u dat ik spoedig terug zal zijn.
-
-Na zijne kameraden eenen laatsten afscheidsgroet te hebben toegeworpen,
-reed don Miguel het kamp uit in de rigting van het veer del Rubio,
-waar hij spoedig aankwam en dat hij op dit oogenblik zeer gemakkelijk
-en bijna droogvoets kon oversteken.
-
-Wat het opperhoofd der avonturiers zijne kameraden zoo nadrukkelijk ten
-opzigte van Loer-Vogel had aanbevolen, kon inderdaad als eene ingeving
-des hemels worden beschouwd, want zoo hij hun niet dringend had gelast
-om den jager in al zijne bewegingen en handelingen vrij te laten,
-zouden de schildwachten hen waarschijnlijk hebben belet het kamp te
-verlaten, en zoodoende don Miguel van de schier wonderbare hulp zijn
-verstoken gebleven, die hem voor een gewissen ondergang bewaarde.
-
-Naar het veer te zijn overgegaan, vierde don Miguel zijn paard den
-vollen teugel, en dreef hij het regt voor zich uit. Deze geweldige
-rid duurde bijna twee uren, eerst door het hooge prairiegras, toen
-door struiken, struweelen en kreupelbosch, dat allengs digter en
-digter werd en eindelijk in een volslagen woud veranderde.
-
-Na een tamelijk diepe vallei of bergpas te zijn doorgereden, welks
-steile kanten met ontoegankelijk warbosch waren bedekt, kwam de jongman
-aan een soort van kruisweg, waar verscheidene door de wilde dieren
-gevormde loopsporen zamenliepen, en waar een Indiaan in zijn bonten
-oorlogsdos, voor een vuurtje van bison-mest en bladrijzen, deftig zijn
-calumet zat te rooken, terwijl zijn gekluisterd paard op korten afstand
-aan de takken der jonge boomen stond te knabbelen. Zoodra don Miguel
-hem in 't oog kreeg, klemde hij de teugels van zijn draver met vaster
-hand, ten einde den Roodhuid met meer gerustheid te kunnen naderen.
-
---Goeden avond, hoofdman, riep hij, met een luchtigen sprong van zijn
-paard stijgend, terwijl hij den krijgsman vriendschappelijk de hand
-drukte die deze hem toestak.
-
---Ooah! riep de hoofdman, ik had mijn bleeken broeder niet meer
-verwacht.
-
---Waarom niet? Ben ik dan niet gewoon mijn woord te houden?
-
---Misschien zou het bleekgezigt beter gedaan hebben met in zijn kamp
-te blijven; Addick is een krijgsman, hij heeft een spoor ontdekt.
-
---Goed! aan sporen ontbreekt het immers niet in de prairie?
-
---Ooah! maar dit is breed en zonder voorzorg getrokken; het is
-blijkbaar een spoor van blanken.
-
---Bah! wat kan mij dat schelen, riep de jongman onverschillig;
-denkt gij dan dat mijne troep de eenige is die op dit oogenblik de
-wildernis doortrekt?
-
-De Roodhuid schudde het hoofd.
-
---Een Indiaansch krijgsman vergist zich niet op het oorlogspad. Dat
-spoor is van mijns broeders vijand.
-
---Waarom zoudt gij dat denken?
-
-De Indiaan scheen niet genegen zich nader te verklaren; hij liet het
-hoofd op de borst zakken en antwoordde een poosje later:
-
---Mijn broeder zal het zien.
-
---Ik ben sterk, goed gewapend, en geef weinig om hen die mij zouden
-willen aanranden.
-
---Een man is minder dan tien, zei de Indiaan met pedanten nadruk.
-
---Wie weet! hernam de jongman luchthartig; maar dat is op dit oogenblik
-de vraag niet, vervolgde hij, ik kom om het nieuws te hooren dat het
-opperhoofd mij heeft toegezegd.
-
---De belofte van Addick is heilig.
-
---Dat weet ik, hoofdman, en daarom heb ik niet geaarzeld hier te komen;
-maar de tijd verloopt, ik heb een langen weg te maken eer ik weder
-in het kamp ben, er broeit een onweder, en ik wil u wel bekennen dat
-ik mij daaraan niet gaarne zou blootgesteld zien op mijn terugtogt;
-wees dus kort en gezwind.
-
-Het opperhoofd boog toestemmend en wenkte den jongman om nevens hem
-plaats te nemen.
-
---Goed; begin nu maar terstond, hoofdman, ik ben geheel oor, riep
-don Miguel zich op den grond neêrvleijende, maar vertel mij eerst,
-hoe het komt dat ik u heden pas vind?
-
-Dat komt, herhaalde de Indiaan flegmatiek, omdat, zooals mijn
-broeder wel weet, de Queche-Pitao (Gods stad) hier ver van daan
-ligt; een krijgsman is slechts een mensch, en Addick heeft schier
-het onmogelijke gedaan om zijn bleeken broeder nog heden te ontmoeten.
-
---Het zij zoo, hoofdman, en ik dank er u voor. Komen wij nu ter zake;
-hoe is het met u gegaan sedert onze scheiding?
-
---Quiepa-Tani heeft hare poorten voor de twee blanke jonge maagden
-geopend; zij zijn in veiligheid, in de Queche, ver buiten het bereik
-harer vijanden.
-
---En hebben zij u niet gelast om mij iets te zeggen?
-
-De Indiaan aarzelde een poosje.
-
---Neen, zeide hij eindelijk, zij zijn gelukkig en zij wachten.
-
-Don Miguel zuchtte.
-
---Dat is vreemd, prevelde hij.
-
-Het opperhoofd wierp ter sluik een onrustigen blik in het rond.
-
---Wat zal mijn broeder doen? vroeg hij.
-
---Ik zal ze spoedig gaan bezoeken.
-
---Mijn broeder zou verkeerd doen, niemand weet thans waar zij zijn;
-waarom zou hij haar schuilhoek openbaar maken?
-
---Ik zal, zoo ik hoop, weldra in staat zijn om vrij te handelen,
-zonder voor onbescheiden blikken te vreezen.
-
-Een sombere gloed tintelde in het oog van den Roodhuid.
-
---Alleen de Wacondah beschikt over den dag van morgen, zeide hij.
-
---Wat wil de hoofdman daarmede zeggen?
-
---Niets anders dan hetgeen ik zeg.
-
---Goed. Gaat mijn broeder met mij naar het kamp terug?
-
---Addick gaat weder naar Quiepa-Tani, om te waken over haar die zijn
-broeder hem heeft toevertrouwd.
-
---Zal ik u spoedig wederzien?
-
---Misschien, antwoordde de Indiaan uitwijkend; maar, liet hij er
-dadelijk op volgen, heeft mijn broeder niet gezegd dat hij plan had
-om zich naar de Queche te begeven?
-
---Dat heb ik.
-
---Wanneer komt mijn broeder daar?
-
---In de eerste dagen der volgende maand, op zijn allerlangst. Waartoe
-die vraag?
-
---Mijn broeder is een bleekgezigt; zoo Addick zelf hem niet in de
-Queche brengt, zal de blanke hoofdman er niet kunnen komen.
-
---Gij hebt gelijk, ik wacht u dus tegen dien tijd op de plek waar
-wij elkander het laatst ontmoet hebben.
-
---Addick zal er zijn.
-
---Goed, ik reken op u; thans moet ik u verlaten, de nacht daalt snel,
-de wind steekt met kracht op, ik moet weg.
-
---Vaarwel, antwoordde de Indiaan zonder het minste blijk dat hij hem
-wilde tegenhouden.
-
---Adieu! riep don Miguel.
-
-Met dit woord sprong hij in den zadel, gaf zijn paard de sporen en
-reed weg.
-
-Addick staarde hem peinzend na; zoodra hij hem achter een boschje
-had zien verdwijnen, boog hij zich een weinig voorover en bootste
-tweemaal het fluisterend geblaas na van den cobra capella.
-
-Op dit signaal, werden op korten afstand van het vuur, de takken
-van het kreupelbosch omzigtig uiteengeschoven en trad er een man
-te voorschijn.
-
-Na vooraf een bespiedenden blik in 't rond te hebben geworpen,
-naderde hij den Roodhuid en bleef voor hem staan.
-
-Die man was don Stefano Cohecho.
-
---Wel? vroeg hij.
-
---Heeft mijn vader alles verstaan? vroeg Addick op twijfelachtigen
-toon.
-
---Alles.
-
---Dus behoef ik mijn vader niets te zeggen?
-
---Niets.
-
---Het onweder nadert, wat verlangt mijn vader?
-
---Wat tusschen ons is afgesproken. Zijn de krijgslieden van den
-hoofdman gereed?
-
---Ja.
-
---Waar zijn ze?
-
---Op de aangewezen plaats.
-
---Goed, laat ons vertrekken.
-
---Ja, vertrekken wij.
-
-De beide mannen, die elkander sedert lang reeds kenden, hadden niet
-veel woorden noodig om zich te doen verstaan.
-
---Komt! riep don Stefano met luider stem.
-
-Op dit geroep kwamen er tien Mexicaansche ruiters te voorschijn.
-
---Ziedaar hulptroepen, ingeval uwe krijgslieden te kort schoten,
-zeide hij, zich naar het opperhoofd wendende.
-
-Deze hield zich alsof het hem maar half beviel, hij haalde verachtelijk
-de schouders op en antwoordde meesmuilend:
-
---Waartoe twintig krijgslieden tegen een eenig man?
-
---Hij is een man die er honderd waard is! hernam don Stefano, op een
-toon van verzekerdheid die den Roodhuid ruime stof tot nadenken gaf.
-
-Thans reden zij weg.--
-
-Inmiddels reed ook don Miguel steeds voort in gestrekten draf. Hij
-was echter wel verre van te vermoeden dat er in deze oogenblikken een
-aanslag tegen hem gesmeed werd, en haastte zich geenszins uit vrees
-voor menschen maar voor den storm, die met iedere minuut heviger
-werd, terwijl de regen, die met groote droppels begon te vallen,
-hem aanspoorde om zoo spoedig mogelijk een veilige schuilplaats te
-zoeken. Onder het voortrijden dacht hij onwillekeurig na over het
-korte gesprek dat hij met den Roodhuid had gevoerd, en terwijl hij de
-tusschen hen gewisselde woorden bedaard overwoog, bekroop hem zekere
-onbestemde vrees en ongerustheid waarvan hij zich geen rekenschap wist
-te geven; het was hem als of er achter de bestudeerde terughouding
-van den Indiaan een duister verraad schuilde: hij herinnerde zich
-thans dat deze nu en dan geweifeld en dubbelzinnig gesproken had! Hij
-beefde bij de gedachte, dat de meisjes een ongeluk kon overkomen zijn,
-of dat haar eenig gevaar bedreigde; en zijne ongerustheid klom, naar
-mate hij minder grond meende te hebben om zich op de trouw van den
-Indiaan te verlaten.
-
-Op eens blonk er een lichtvlam door de duisternis, zijn paard maakte
-een zijdelingschen sprong en twee of drie kogels floten digt langs
-hem heen.
-
-Oogenblikkelijk zette hij zich vaster in den zadel. Hij bevond zich
-juist midden in den hollen weg dien hij eenige uren te voren was
-doorgereden; van alle kanten ingesloten, zag hij in de schaduw rondom
-hem menschelijke gestalten zich bewegen, maar het was reeds te donker
-om hen bepaald te kunnen onderscheiden. Op dit oogenblik vielen er
-op nieuw schoten, een kogel nam zijn hoed weg, en verscheidene pijlen
-snorden digt langs hem heen.
-
-De jongman hief stoutmoedig het hoofd op.
-
---Ha! verraders! riep hij met een sterke stem.
-
-Terwijl hij zijn draver met de knieën aanzette, stoof hij met
-duizelende vaart voorwaarts, diep over den hals van zijn paard gebogen,
-met de teugels tusschen de tanden en in iedere hand een revolver.
-
-Een vreesselijke oorlogskreet liet zich hooren, vermengd met woeste
-verwenschingen in het Spaansch.
-
-Als een wervelwind vloog don Miguel door de hem omringde massa,
-en schoot hij zijne revolvers op den digten drom zijner onbekende
-vijanden af. Kreten van woede en smart weergalmden, geweerschoten
-en sissende pijlen vervolgden zijn toomeloos rennend paard, dat den
-grond niet meer scheen te raken.
-
-Achter hem klonk de woedende galop van verscheidene ruiters die hem
-snel als de wind najaagden.
-
---Verraad! verraad! schreeuwde hij uit al zijne magt terwijl hij
-zijn zwaard trok, zijn paard deed zwenken en als een tijger met
-onbeteugelde vaart op de vijanden inreed, die hem aan alle zijden
-dreigden te omsingelen.
-
-Op eens, in het heetst van den strijd, en op het laatste oogenblik,
-toen hij gevoelde dat zijne krachten hem begonnen te ontzinken en
-hij den ongelijken kamp weldra zou moeten opgeven, knalden er drie
-schoten van de andere zijde, en werden de lieden die hem aanvielen
-in de flank aangegrepen, en op hunne beurt genoodzaakt zich tegen
-onzigtbare vijanden te verdedigen,
-
---Wij komen! riep eene doordringende stem in de verte, hou stand! hou
-stand!
-
-Don Miguel beantwoordde dit geroep met een daverenden aanvalskreet en
-stortte zich met vernieuwde kracht op den vijand in. Hij was thans
-niet langer alleen; wie het ook wezen mogt, die hem te hulp schoot,
-hij gevoelde dat hij ondersteund werd en hield zich voor gered.
-
-Ondanks het onzekere terrein en de heerschende duisternis, troffen
-zijne slagen doel en werd de digt opeengedrongen massa der aanvallers,
-thans van twee zijden bestookt, genoodzaakt zich in twee partijen te
-scheiden; drie onbekende ruiters stormden door de hierdoor ontstane
-opening, en schaarden zich aan de zijde van don Miguel.
-
---Ha! riep deze met een spotachtigen lach, nu is de strijd ten minste
-gelijk. Vooruit! mijne kameraden, vooruit!
-
-Met dezen uitroep wierp hij zich van nieuws op den vijand, onmiddelijk
-gevolgd door zijne drie dappere helpers.
-
-Wie waren deze mannen? van waar kwamen zij? hij wist het niet en
-dacht er niet aan om het te vragen; trouwens was er geen tijd voor
-zulke verklaringen: overwinnen of sterven was de leus.
-
---Doodt, doodt hem! brulde een der vijandelijke ruiters, die bij
-herhaling op hem inreed met opgeheven sabel en met al de woede van
-ingekankerden haat.
-
---O! zijt gij het, don Stefano Cohecho? riep don Miguel, ik dacht
-wel dat wij elkander ontmoeten zouden, uwe stem heeft u verraden.
-
---Dood en verderf! was het antwoord.
-
-De beiden mannen stormden thans als ontembare duivels tegen elkander,
-hunne paarden kregen een vreesselijken schok en de ruiter, dien de
-jongman voor don Stefano hield, tuimelde in 't zand.
-
---Victorie! juichte don Miguel, terwijl hij onmiddelijk doorsloeg en
-alles neêrsabelde wat onder zijn bereik kwam.
-
-Zijne altijd nog onbekende vrienden, volgden hem spoorslags en
-weerden zich niet minder dapper. Tegen hun vereenigden aanval konden
-de vijanden niet lang stand houden, zij weken weldra terug en kozen
-in alle rigtingen het hazenpad.
-
-De bergpas was weder vrij.
-
-Thans meende don Miguel niets meer te duchten te hebben; hij gaf dus
-zijn paard de sporen, en reed in gestrekten draf den hollen weg uit
-naar den rivierkant.
-
-Zoodra hij zich buiten gevaar bevond, haalde hij ruimer adem en
-keek om zich heen. Zijne onbekende verdedigers waren als door een
-tooverslag verdwenen.
-
-Op hetzelfde oogenblik viel er een schot, en voelde hij aan den linker
-arm iets dat naar een zweepslag geleek.
-
---Wat moet dit beteekenen? prevelde hij onwillekeurig. Een geweerkogel
-had hem getroffen. Deze wond bragt hem tot het besef van zijn
-tegenwoordigen toestand.
-
-Zijne vijanden hadden zich weder vereenigd en zaten hem op nieuw
-achter de hielen. Voor zich uit hoorde hij de troebele golven der hoog
-gezwollen Rubio bulderen; de wraak van Goden en menschen scheen zamen
-te spannen om hem te overstelpen! bij deze sombere gedachte beving
-hem een onwederstaanbare vrees, hij achtte zich verloren en slaakte
-den eersten noodkreet, dien wij reeds gezien hebben dat door de twee
-jagers gehoord werd.
-
-Intusschen begonnen zijne vervolgers snel op hem te winnen; zonder
-aarzelen of nadenken stortte hij zich in de bruischende Rubio; een
-twintigtal kogels deden het water rondom hem opspatten; onverschrokken
-keerde hij zich op zijn paard om en schoot voor het laatst zijne
-revolvers af onder het uiten van den tweeden noodkreet, die door de
-jagers beantwoord werd met:
-
---Courage!
-
-Maar de menschelijke natuur heeft hare bepaalde grenzen, deze laatste
-poging had het overschot zijner krachten uitgeput, wanhopig en met
-krampachtige hand omklemde bij de teugels van zijn paard, maar wankelde
-en stortte bewusteloos in de rivier, onder den wegstervenden uitroep:
-
---Laura! Laura!
-
-Twee geweerkogels kruisten zich boven zijn hoofd, de eene afgeschoten
-door den man die aan den achter hem gelegen oever op hem mikte;
-de andere door Loer-Vogel. Zijn onbekende vervolger brulde als een
-aangeschoten wild dier, waggelde als een dronken man en verdween in
-de duisternis.
-
-Wie was deze man? Was hij dood, of alleen gewond?
-
-
-
-
-
-
-
-XIV.
-
-DE REIZIGERS.
-
-
-De geschiedenis die wij ons voorgenomen hebben te beschrijven, is
-zoo vol afwisseling en wordt derwijze beheerscht door hetgeen men
-in het menschelijk leven den onverbiddelijken gang der toevallige
-omstandigheden noemt, dat wij tot ons leedwezen ons andermaal gedwongen
-zien eenige stappen in ons verhaal terug te treden, en den lezer naar
-een tooneel te voeren dat niet ver van het veer del Rubio plaats had,
-op denzelfden dag als de in ons vorige hoofdstuk vermelde feiten.
-
-Ongeveer een uur na de tarde,--dat is het oogenblik wanneer de zon,
-in het toppunt geklommen, hare stralen loodregt nederschiet en het
-op de prairiën zoo brandend heet maakt, dat alles wat leeft en ademt
-in het diepste der bosschen een schuilplaats zoekt--trokken drie
-ruiters het veer del Rubio over en reden moedig het pad op dat don
-Miguel eenige uren later volgen zou.
-
-Deze ruiters waren blanken, en wat meer is Mexicanen. Het bleek reeds
-terstond aan hunne kleeding en houding dat zij niet tot de klasse
-der avonturiers behoorden, die onder de verschillende benamingen
-van jagers, strikkenzetters, woudloopers, gambucinos of bandieten in
-de prairiën van het Westen zich ophouden en haar in alle rigtingen
-doorkruisen.
-
-Het kostuum der ruiters was dat der rijke hacienderos of Mexicaansche
-landlieden, namelijk: de breedgerande vilthoed met goud galon en
-prachtig met diamanten versierde torquilla (kap), de manga (mouwvest),
-de fluweelen calzoneras (broek) aan de knieën open, de botas vaqueros
-(jagtlaarzen), en eene komplete wapenrusting, zonder welke niemand zich
-in de woestijn waagt, bestaande in een geweer, een koppel revolvers,
-een navaja (dolk) en een machete (korte sabel). Hunne paarden, ofschoon
-door de brandende hitte min of meer afgemat, staken thans, door den
-overtogt over het veer een weinig verfrischt, moedig de hoofden op
-en huppelden zoo luchtig op de fijne beenen, dat zij ondanks hunne
-vermoeijenis weder in staat waren om des noods een verren rid te maken.
-
-Een van de drie cavaliers scheen de meester, of althans in rang boven
-de andere verheven te zijn.
-
-Het was een man van ongeveer vijftig jaar, met scherp geteekende
-gelaatstrekken, maar die het stempel droegen van zeldzame
-voortvarendheid en groote veerkracht; zijne hooge gestalte was
-welgevormd en forsch gebouwd, en zijn vaste regtstandige zit in den
-zadel kenmerkte den ouden soldaat.
-
-Zijne beide gezellen behoorden tot de klasse der Indios mansos,
-een bastaardras waarin het Indiaansche bloed zoodanig met het
-Spaansche vermengd is, dat men hun geen bijzonder volkskarakter meer
-kan toekennen. Intusschen bleek het duidelijk genoeg aan hunne rijke
-kleeding en de gemeenzame wijs waarop zij naast hun meester voortreden,
-dat zij zijn volle vertrouwen genoten en door hunne sedert lang
-beproefde diensten, veeleer zijne vrienden waren, dan zijne knechten
-in den gewonen zin des woords. Zooveel zich uit de gelaatstrekken
-van den Indiaanschen mesties laat opmaken, bij welke de sporen des
-ouderdoms niet gemakkelijk te ontdekken zijn, hadden deze twee mannen
-den gemiddelden leeftijd, namelijk veertig à vijftig jaren bereikt.
-
-De drie ruiters reden kort achter elkander, en zagen er ernstig en
-bezorgd uit; van tijd tot tijd wierpen zij sombere blikken in het
-rond, of smoorden een zucht, en vervolgden hun weg met gebogen hoofd,
-als lieden die de overtuiging neerdrukt dat zij een taak boven hunne
-krachten ondernomen hebben, maar ondanks zich zelven, eersthalve en
-vooral ook uit pligtbesef, tot iederen prijs worden voortgedreven.
-
-De tegenwoordigheid dezer vreemdelingen aan het veer del Rubio, was
-een dier buitengewone verschijnselen, daar niemand verklaring van
-zou kunnen geven, en die zeker de jagers of Indianen in deze streek,
-zoo zij hen bemerkt hadden, wel zeer zou hebben verwonderd.
-
-Op het terrein waar zij zich thans bevonden, was weinig wild,
-zij kwamen er dus niet om te jagen. Ook lag het zoo ver buiten de
-uiterste grenzen der beschaafde wereld, en zoo geheel in de laatste
-schuilhoeken der woeste Indianen verloren, dat zij geene kooplieden
-of gewone reizigers konden zijn.
-
-Welke reden had hen dan genoopt om zich zoo diep en in zoo geringen
-getale in de wildernis te begeven, waar zij in ieder menschelijk
-wezen dat hun ontmoette een onverzoenlijken vijand moesten verwachten?
-
-Waar gingen zij heen of wat zochten zij?
-
-Op deze tweeledige vraag had niemand kunnen antwoorden, dan zij zelven.
-
-Intusschen waren zij het veer overgetrokken, en voor hen uit lag eene
-onvruchtbare zandige streek, uitloopende op de bergengte of holleweg
-dien wij vroeger reeds hebben leeren kennen.
-
-Op deze dorre vlakte groende geen enkele grasspriet; de brandende
-zonnestralen vielen er loodregt op het gloeijende kiezelzand, dat de
-hitte zoo mogelijk nog ondragelijker en bijna verstikkend maakte. De
-oudste der drie ruiters wendde zich om naar zijne kameraden:
-
---Houdt moed, muchachos! (jongens) zeide hij met eene zachte stem
-en een droefgeestigen glimlach, terwijl hij hun op eenige mijlen
-afstands de eerste boomgroepen aanwees van een uitgestrekt woud,
-welks welige plantengroei hun eene verkwikkende schaduw beloofde;
-goeden moed, weldra zullen wij uitrusten.
-
---Laat uwe edelheid zich over ons niet bekommeren, antwoordde een
-der criados (knechts); wat gij zonder klagen verdraagt, Senor, kunnen
-wij ook verdragen.
-
---De hitte is afmattend! ik gevoel dat ik zoo wel als gij eenige uren
-rust noodig heb.
-
---Als het wezen moest, zouden wij het nog lang genoeg kunnen volhouden,
-hervatte de bediende, maar onze paarden kunnen naauwelijks meer voort,
-de arme dieren zijn bek af.
-
---Ja, menschen en beesten hebben rust noodig. Hoe sterk onze wil ook
-wezen mag, het menschelijk gestel heeft zijne grenzen waarvoor het
-zwichten moet; schep moed! binnen het uur zijn wij er.
-
---Kom, kom, Senor, denk niet langer om ons.
-
-De eerste reiziger antwoordde niet, en zwijgend vervolgden zij
-hun togt.
-
-Intusschen bereikten zij weldra de ons bekende bergengte, die zij
-doortrokken, en nu bevonden zij zich te midden van een aantal
-boomgroepen, die allengs digter werden en hen reeds tegen de
-brandende zon begonnen te dekken. Eer zij echter het punt bereikten
-dat de eerste reiziger hun als rustplaats had aangewezen, bleef deze
-eensklaps staan en wendde zich naar hen om.
-
---Kijk eens! riep hij, dunkt u ook niet dat ginds in de struiken een
-kolom rook opgaat, daar regt voor ons uit, een weinig links aan den
-rand van het bosch?
-
-De bedienden zagen uit.
-
---Inderdaad! riep de oudste der twee, er valt niet aan te twijfelen,
-ofschoon men van hier af zou kunnen denken dat het een nevel was;
-de rook is echter te blaauw en gaat te steil opwaarts; het is dus
-zeker dat er een vuur brandt.
-
---Sedert de tien dagen die wij in deze onmetelijke woestijn zwermen,
-hebben wij geen sterveling gezien; dit vuur moet ons dan zeer welkom
-zijn, daar het ons de aanwezigheid van menschen aanduidt, mits het
-slechts vrienden zijn; gaan wij hun terstond te gemoet, misschien
-zullen wij van hen eenige onschatbare narigten bekomen, aangaande
-het doel onzer reize.
-
---Met uw verlof, Senor, hervatte de criado met drift, toen wij
-de presidio verlieten, hebt gij goedgevonden u door mij te laten
-geleiden, vergun mij dus u een raad te geven die u, naar ik meen,
-in de tegenwoordige omstandigheden zeer nuttig zal zijn.
-
---Spreek, mijn brave Bermudez, ik verlaat mij ten volle op uwe
-ondervinding en goede trouw; uw goede raad zal mij zeer welkom zijn.
-
---Ik zeg u wel dank, Senor, antwoordde de man die zoo even Bermudez
-werd genoemd; ik heb u jaren lang als vaquero (koeherder) gediend,
-en in dit vak ben ik zoo dikwijls met Indianen zoowel als jagers in
-aanraking gekomen, dat ik omtrent het leven in de wildernis vrij wat
-kennis heb opgedaan, die ik mij vaak ten nutte maakte, al ben ik ook
-nooit zoo diep in de prairiën doorgedrongen als thans. Als ik u dus
-raden mag, moeten wij ons in deze streek vooral wachten om menschen
-te ontmoeten, en ze niet dan met omzigtigheid naderen, des te meer,
-daar wij niet weten wie wij hier vinden zullen, en of het onze vrienden
-of vijanden zijn.
-
---Dat is waar, uwe aanmerking is zeer gepast, maar ongelukkig komt
-zij een beetje te laat.
-
---Waarom?
-
---Omdat, zoowel als wij den rook van hun vuur hebben opgemerkt,
-die lieden daar ginds waarschijnlijk ons reeds gezien en al onze
-bewegingen zullen hebben gade geslagen, zooveel te meer, daar wij
-ons in geenen deele hebben zoeken te verbergen.
-
---Dat is zeker, don Mariano, helaas ja! antwoordde Bermudez het
-hoofd schuddend. Maar zoo gij het goed vindt, Senor, wat ik u ter
-vermijding van alle onaangenaam misverstand durf voorstellen, blijf
-gij dan hier met Juanito wachten, terwijl ik alleen vooruitrijd om
-daar ginder bij het vuur den staat van zaken op te nemen.
-
-Don Mariano aarzelde met antwoorden, hij stond in beraad of hij zijn
-ouden bediende wel op deze wijs in gevaar zou brengen.
-
---Beslis, Senor, riep Bermudez met drift; ik weet zeer wel hoe men
-de Roodhuiden moet toespreken: zij zullen mij waarschijnlijk met een
-vlugt pijlen of met een paar kogels begroeten, als ik aankom; maar
-over het geheel zijn zij slechte scherpschutters; ik ben bijna zeker
-dat zij mij niet zullen raken, en daarna zal ik gemakkelijk met hen
-in gesprek komen. Gij ziet dus dat ik zulk een groot gevaar niet loop.
-
---Bermudez heeft gelijk, Senor, drong thans Juanito nader aan--een
-bescheiden en verstandig man die zelden sprak dan bij groote of
-dringende gelegenheden; gij moet hem laten begaan; wat hij voorstelt
-is zeker het beste dat wij doen kunnen.
-
---Neen! hervatte don Mariano, ik zal er nooit in bewilligen. God is
-de heer van leven en dood. Hij alleen mag er naar welgevallen over
-beschikken; zoo mijn armen Bermudez een ongeluk trof, zou ik het mij
-altoos verwijten; wij zullen zamen voortrijden, dan kunnen wij ons
-ten minste verdedigen, als wij met vijanden te doen krijgen.
-
-Bermudez en Juanito waren juist gereed om hun meester te beantwoorden
-en waarschijnlijk zou de redetwist nog lang hebben geduurd, maar
-op dit oogenblik weergalmde de hoefslag van een paard, het lange
-prairiegras stoof uit elkander, en op ongeveer tien passen afstand
-van het driemanschap verscheen een ruiter. Het was een blanke, in
-het gewone kostuum der jagers in de prairie.
-
---Hola! caballeros! riep hij, vriendschappelijk met de hand wuivend
-terwijl hij zijn paard inhield; komt zonder vrees vooruit, gij zijt
-welkom; ik heb uwe besluiteloosheid opgemerkt en kwam herwaarts om
-u gerust te stellen.
-
-De drie mannen wisselden een blik van verrassing.
-
---Komt, en aarzelt niet, riep de jager; wij zijn vrienden, zeg ik u,
-gij hebt niets van ons te vreezen.
-
---Ik zeg u dank voor uwe hartelijke uitnoodiging, antwoordde don
-Mariano eindelijk, en ik neem die volgaarne aan.
-
-Thans was alle wantrouwen tusschen hen uitgewischt, de vier ruiters
-reden gezamenlijk naar het vuur, dat zij binnen weinige minuten
-bereikten.
-
-Bij het vuur zaten nog twee personen, een Indiaan en zijne vrouw.
-
-De reizigers stegen af, ontdeden de paarden van hun zadel en tuig,
-en na de vermoeide dieren van voeder te hebben voorzien, zetten zij
-zich met innige voldaanheid bij hunne nieuwe vrienden neder, die met
-al de hartelijkheid der woestijn hen lieten deelen in de eenvoudige
-gemakken en soberen voorraad van hun kampement.
-
-De lezer zal deze drie nieuwe personaadjes ongetwijfeld reeds hebben
-herkend, als Ruperto, de Vliegende-Arend en de Wilde-Roos, die wij
-verlieten op weg naar het Indiaansche dorp, waarheen Ruperto, op last
-van Vrij-Kogel, den Roodhuid zou vergezellen.
-
-Don Mariano en zijne togtgenooten waren niet alleen vermoeid, maar
-hadden grooten honger; de jager en de Indianen lieten hun dus in alle
-stilte en ruimschoots hunnen eetlust voldoen; zoodra zij hen echter
-hunne papieren sigaren zagen opsteken, volgden zij hun voorbeeld
-en nam het gesprek een aanvang. Het begon, zooals men zegt, op de
-gewone krukken: over het weer, de hitte, den overvloed van het wild,
-maar werd weldra vertrouwelijk, ja zelfs bijzonder ernstig.
-
---Daar onze maaltijd thans geëindigd is, hoofdman, zeide Ruperto,
-moest gij ons vuur maar uitdooven, wij behoeven onze tegenwoordigheid
-niet kenbaar te maken aan de vagebonden die zonder twijfel op dit
-oogenblik in de prairie rondzwerven.
-
-Op een wenk van den Vliegenden-Arend doofde de Wilde-Roos het vuur.
-
---Het is inderdaad den rook van uw vuur die u aan ons heeft ontdekt,
-antwoordde don Mariano.
-
---O ja! hervatte Ruperto lagchend, omdat wij het zoo wilden, anders
-zouden wij ons vuur wel zoo hebben aangelegd dat gij er niets van
-hadt kunnen zien.
-
---Gij wildet dus door ons gezien worden?
-
---Ja; het was een gewaagde zaak.
-
---Dat begrijp ik niet.
-
---Wat ik bedoel, schijnt u een raadsel, maar ik zal u zeggen wat
-er van is. Kijk, vervolgde de jager, zijn arm in de rigting der
-bergengte uitstrekkend, ziet gij den ruiter die daar ginds in vollen
-draf nadert? binnen vijf minuten zal hij digt bij ons zijn; en dank
-zij de door mij genomen voorzorg, zal hij ons voorbijgaan zonder ons
-op te merken.
-
---Zijt gij dan bang voor dien ruiter?
-
---Dat niet; integendeel, wij zijn juist hier om hem te hulp te komen.
-
---Gij kent hem dus?
-
---Volstrekt niet.
-
---Gij wordt hoe langer hoe raadselachtiger, caballero.
-
---Heb maar geduld, lachte de jager; ik heb u immers gezegd dat gij
-het raadsel spoedig weten zoudt?
-
---Ja, en ik moet u bekennen, gij maakt mijne nieuwsgierigheid derwijze
-gaande, dat ik de ontknooping met ongeduld te gemoet zie.
-
-Intusschen was de ruiter, dien Ruperto don Mariano had aangewezen,
-tot op korten afstand genaderd, en weldra reed hij slechts weinig
-passen van het kamp, spoorslags voorbij.
-
-Zoodra hij aan de andere zijde in het bosch verdwenen was, nam Ruperto
-weder het woord op:
-
---Een paar uur geleden, hebben wij, het opperhoofd en ik, niet ver van
-de plaats waar wij ons op dit oogenblik bevinden, toevalligerwijs een
-gesprek afgeluisterd, waarvan deze ruiter het onderwerp uitmaakte, en
-dat niets minder behelsde dan om hem een strik te spannen en in eene
-verfoeijelijke hinderlaag te doen vallen; welke reden de twee mannen,
-die wij buiten hun weten beluisterden, tot dezen moorddadigen aanslag
-bewoog, weet ik niet: evenmin weet ik wie deze ruiter is en dat gaat
-mij ook niet aan; maar ik heb een ingewortelden haat tegen alles wat,
-hetzij veel of weinig, naar verraderij riekt; de hoofdman hier denkt
-er eveneens over; wij hebben dus onmiddelijk besloten om den ruiter
-te redden, zoo ons dat mogelijk is. Dat hij hier langs moest wisten
-wij, daar hij een bijeenkomst zou hebben met een der twee individus,
-wier gesprek het toeval, of laat ik liever zeggen, de Voorzienigheid
-ons zoo zonderling deed beluisteren. Al waren wij overtuigd dat twee
-mannen, hoe dapper zij ook wezen mogen, weinig tegen een twintigtal
-bandieten zouden kunnen uitrigten, gaven wij echter den moed niet op,
-maar besloten wij om, zelfs wanneer de hemel ons geen medehelpers
-toezond, met ons beiden alleen den strijd te wagen, des te meer daar
-de lieden wier plan wij hadden afgeluisterd, bloeddorstige schurken
-schenen te zijn. Intusschen had ik op raad van het opperhoofd een vuur
-aangelegd, om andere reizigers die toevallig hier langs mogten komen,
-door den opstijgenden rook tot baken te dienen en hen zoodoende naar
-ons kampement te lokken: gij ziet, caballero dat deze voorzorg onze
-hoop niet heeft te leur gesteld, daar gij gekomen zijt.
-
---En ik reken mij gelukkig, dat het zoo is, antwoordde don Mariano
-met geestdrift; ik sluit mij van ganscher harte aan bij uw plan,
-dat mij in allen opzigte toeschijnt uit een eerlijk en goed hart te
-zijn voortgesproten.
-
---Maak mij maar niet beter dan ik ben, caballero, hervatte de jager;
-ik ben niets meer dan een arme duivel van een woudlooper, diep onkundig
-van alles wat in de steden omgaat, alleenlijk ben ik gewoon in iedere
-omstandigheid steeds de inspraak van mijn hart te volgen.
-
---Gij hebt gelijk, want die is doorgaans regtvaardig en goed; gij
-kunt over mij naar welgevallen beschikken, ik ben gereed tot alles
-wat gij gepast zult oordeelen.
-
---Ik zeg u dank; thans zijn wij sterk genoeg, verzeker ik u, om de
-bandieten hoe talrijk zij ook wezen mogen zwaar spel te geven. Maar
-wij hebben nog tijd, rust dus uit, en slaap eenige uren; zoodra het
-geschikte oogenblik daar is, zullen wij nader afspreken over hetgeen
-ons te doen staat.
-
-Don Mariano was te vermoeid om zich deze uitnoodiging tweemaal te laten
-zeggen; eenige minuten daarna lagen hij en zijne beide kameraden in
-een diepen en verkwikkenden slaap.
-
-Eerst tegen zonsondergang werden zij door Ruperto gewekt.
-
---Het is tijd, zeide hij.
-
-Zij stonden op. Een paar uren rust had hunne krachten geheel
-hersteld. De noodige schikkingen waren eenvoudig en spoedig beraamd.
-
-Wat er het gevolg van was, hebben wij reeds gezien: Addick en don
-Stefano, zelven verrast, terwijl zij don Miguel meenden te overvallen,
-en niet wetende met hoevele vijanden zij te doen hadden, waren,
-even als hunne medgezellen, na een hardnekkig gevecht ijlings gevlugt.
-
-Don Mariano en Ruperto, voldaan dat zij don Miguel gered hadden,
-waren naar hun kamp teruggekeerd, zoodra zij begrepen dat de afloop
-geen twijfel meer overliet.
-
-Weinige minuten later naar de boorden der Rubio teruggeroepen,
-door de geweerschoten op het laatste oogenblik tusschen don Miguel
-en zijne vervolgers gewisseld, hadden zij in de verte een man zien
-vallen, en waren zij toegesneld om hem, hetzij hulp toe te brengen, of
-gevangen te nemen. Die man lag zoo het scheen levenloos. Don Mariano
-en Ruperto namen hem op en droegen hem naar hun kampement, of liever
-naar eene kleine opene plek in het bosch, waar het de Wilde-Roos
-met veel moeite gelukte een vuur aan te leggen. Naauwelijks echter
-werd in het schijnsel der vlam het gelaat van den gewonde herkend,
-of de beide mannen slaakten een kreet van ontsteltenis.
-
---Don Stefano Cohecho! riep Ruperto uit.
-
---Mijn broeder! riep don Mariano, op een toon van schrik met droefheid
-vermengd.
-
-Dit was aan deze zijde van het veer del Rubio voorgevallen. Zien wij
-wat er intusschen aan de overzijde plaats had.
-
-
-
-
-
-
-
-XV.
-
-DE HERLEVING.
-
-
-Tegen het eerste aanbreken van den morgenstond was het vreesselijk
-onweder, dat den vorigen avond begon en bijna den ganschen nacht
-aanhield, allengs tot bedaren gekomen; de wind had den hemel schoon
-geveegd en de sombere wolken verstrooid, die thans hier en daar als
-zwarte plekken op het blaauwe azuur aan den gezigteinder schenen te
-rusten; de zon steeg majestueus uit de kimmen, zich badende als in een
-zee van licht; het geboomte door den gevallen regen verfrischt, prijkte
-weder met dat heldergroene kleed, dat den vorigen dag door hitte
-verwelkt, of door het stuifzand der woestijn ontkleurd en bezoedeld
-was; de vogels, bij ontelbare duizenden onder het verkwikkende digte
-lommerdak der bosschen verscholen, hieven met vollen gorgel het
-veelstemmig concert aan, dat zij iederen schoonen morgen ter eere
-des Allerhoogsten zingen,--die grootsche hartverheffende hymne--dat
-harmonisch lofgezang, welks toon volle maar kunstelooze melodiën
-den mensch, in dezen oceaan van gewassen verloren, nog sluimerend
-of half ontwaakt, zoo zoetelijk doet droomen, en hem onbewust laat
-omdoolen in het tooverland eener hoop, die althans in deze wereld
-hare verwezenlijking niet vindt.
-
-Gelijk wij vroeger gezegd hebben, was don Miguel Ortega, dank zij de
-beproefde moed en tegenwoordigheid van geest der beide woudloopers,
-van een onvermijdelijken dood gered, en door hen onder een boom
-nedergelegd.
-
-De jongman lag geheel buiten kennis en de eerste zorg der jagers was
-om zijne wonden te onderzoeken. Hij had er twee, een aan den linkerarm
-en een aan het hoofd. Geen van beiden was gevaarlijk. De wond in den
-arm bloedde sterk; een kogel had het vleesch verscheurd, maar zonder
-ernstig letsel te veroorzaken; wat de wond aan het hoofd betreft,
-die blijkbaar door een snijdend wapen was toegebragt, het haar had
-er zich reeds op vastgeplakt, en de bloeding doen ophouden.
-
-De flaauwte van don Miguel was deels het gevolg van zijn geleden
-bloedverlies, deels van de vreesselijke overspanning en onmetelijke
-krachtsverspilling in den langdurigen en hardnekkigen strijd, dien
-hij had moeten doorstaan tegen de talrijke vijanden die hem zoo woest
-en verraderlijk aanvielen.
-
-Wegens hunne zwervende levenswijs en de tallooze gevaren aan welke
-zij gedurig bloot staan, zijn de woudloopers uit den aard der zaak
-verpligt zich eenige practische kennis van de geneeskunde en vooral
-van de heelkunde eigen te maken. Als leerlingen uit de school der
-Roodhuiden, speelt de leer der heelkrachtige kruiden in hun stelsel
-van geneeskunde eene groote rol. Vrij-Kogel en Loer-Vogel stonden
-bekend als meesters in het behandelen van zoogenaamde uitwendige
-gebreken op de Indiaansche wijs.
-
-Nadat zij dus eerst de wonden van don Miguel zorgvuldig gewasschen
-en het haar van zijn hoofd gedeeltelijk hadden afgesneden, namen zij
-oregano-bladeren en maakten met brandewijn en water een soort van pap
-gereed, die zij door middel van abanijo-bladeren en aloë-vezels op
-de gewonde plaats vasthechtten. Daarna gelukte het hun met de punt
-van een mes de digtgeklemde kaken des lijders in zoo ver te openen,
-dat zij hem eenige druppels in den mond konden laten vloeijen.
-
-Na verloop van een paar minuten sloeg don Miguel flaauwtjes de oogen
-op, en kleurde een vlugtig rood zijne verbleekte wangen.
-
-De beide jagers stonden op hunne buksen geleund, geduldig te wachten en
-hielden den lijder naauwlettend in 't oog, om bij de minste verandering
-zijner gelaatstrekken, den waarschijnlijken uitslag gade te slaan
-der middelen die zij tot zijn herstel hadden aangewend.
-
-Wanneer iemand uit eene diepe bezwijming ontwaakt, krijgt hij niet
-dadelijk het volle bewustzijn der hem omringende zaken, noch de
-herinnering der vroeger plaats gehad hebbende omstandigheden terug. Het
-plotseling verbroken evenwigt zijner geschokte zielsvermogens herstelt
-zich niet dan langzamerhand, naarmate zijne zinnelijke waarneming
-juister en zijn geheugen helderder worden. Don Miguel wierp eerst een
-kouden, wezenloozen blik in het rond en sloot bijna onmiddelijk de
-oogen weder, als had deze eerste poging om ze te openen hem vermoeid.
-
---Het zal geen twee uren duren of hij heeft zijne krachten terug,
-en over drie dagen zal men niet veel ongemak meer aan hem bespeuren,
-zei Vrij-Kogel met blijkbare ingenomenheid; bij God! dat is een van
-die degelijke, ijzeren mannen, die ik zoo gaarne zie.
-
---Ja, en dapper is hij ook, dat durf ik zeggen! Maar toch, als wij hier
-niet geweest waren, zou hij er waarschijnlijk slecht af zijn gekomen.
-
---Het had hem den dood gekost, daar is niet aan te twijfelen en dat
-zou inderdaad jammer zijn geweest.
-
---Zeer jammer! enfin, hij mag van geluk spreken dat hij er zoo goed
-is afgekomen. Maar zeg, wat zullen wij nu doen? Het spreekt van
-zelf dat wij hier niet kunnen blijven; en aan den anderen kant, hij
-is buiten staat om een voet te verzetten; wij dienen hem naar zijn
-kamp terug te brengen; zijn volk zal zich reeds ongerust maken over
-zijne afwezigheid, en als die nog langer aanhield, wie weet wat er
-dan zou gebeuren?
-
---Dat is zeer waar. Maar dat ziet er gek genoeg uit: hem op zijn
-paard te leggen of in 't zadel te zetten, daaraan is niet te denken;
-wij zullen er dus iets anders op moeten verzinnen.
-
---Mijn hemel! daar zie ik volstrekt geen bezwaar in; de verdooving
-waarin hij thans verkeert kan op zijn minst nog twee uren aanhouden, en
-gedurende dien tijd zal hij naauwelijks besef genoeg hebben om eenige
-woorden te spreken, of zich nevelachtig te herinneren wat er met hem
-gebeurd is; het is dus onnoodig dat wij beiden bij hem blijven, een van
-ons zal voldoende zijn, ik, bijvoorbeeld; gij hebt inmiddels den tijd
-om naar het kamp terug te rijden en aan de Gambucino's te vertellen
-wat hier heeft plaats gehad; hun te zeggen in welken toestand hun
-kapitein zich bevindt en hunne hulp in te roepen om hem zoo spoedig
-mogelijk naar het kamp te vervoeren.
-
---Gij hebt waarachtig gelijk, Vrij-Kogel, uw plan is uitmuntend, ik
-zal het onmiddelijk gaan uitvoeren; ik denk slechts twee uren op zijn
-langst weg te blijven; houd intusschen goed de wacht, men kan nooit
-weten welke lieden hier in den omtrek rondzwerven en waarschijnlijk
-al onze gangen bespieden.
-
---Stel u daar maar gerust op, Loer-Vogel, ik ben geen man die zich ligt
-laat overrompelen, ik heb niet te vergeefs veertig jaar ondervinding
-in de woestijn opgedaan. Wat meer is, ik herinner mij juist een
-avontuur als dit, en onder bijna gelijkluidende omstandigheden als de
-tegenwoordige. Het is al wat jaren geleden, in het jaar 1824 namelijk,
-ik was toen nog jong en ik....
-
-Loer-Vogel, die het zwak van zijn ouden vriend maar al te goed kende,
-dacht met schrik dat hij weder een van die eindelooze verhalen zou
-moeten aanhooren, en haastte zich om hem terstond in de rede te vallen,
-door te zeggen:
-
---Te weêrga, ja! Vrij-Kogel, ik ken u van ouds, en ik weet wel dat
-gij de man niet zijt om u te laten foppen, ik ga derhalve gerust heen.
-
---Zoo als gij wilt, hervatte Vrij-Kogel, maar als gij mij liet
-uitspreken....
-
---'t Is onnoodig, 't is onnoodig, vriend; voor iemand van uw allooi en
-ondervinding is iedere opheldering overtollig, antwoordde Loer-Vogel
-kortaf, terwijl hij zich met drift in den zadel wierp en met gevierden
-teugel wegreed.
-
-Vrij-Kogel bleef verbaasd staan en volgde hem eene poos met de oogen.
-
---Wel, wel! riep hij nadenkend, de Hemel hoort het mij zeggen,
-maar die man is een der voortreffelijkste menschen, die er bestaan;
-ik heb hem zoo lief alsof hij mijn eigen broeder was, het spijt mij
-alleen dat ik hem niet aan zijn verstand kan brengen, hoe nuttig en
-noodig het is om alle gewigtige zaken die ons gebeuren, vast in ons
-geheugen te prenten, ten einde men zich wete te redden wanneer men
-onverwachts in een of andere moeijelijkheid komt, die het woestijnleven
-zoo veelvuldig oplevert; enfin, laat hem gaan, op Gods genade.
-
-Hierop hernam hij zijne vorige plaats en lette van nieuws op den
-gewonde, met die verstandige zorg die bij hem tot dusver onverpoosd
-betoond had.
-
-Er verliep bijna een uur, en don Miguel had zich nog niet bewogen,
-sedert het oogenblik dat zijne flaauwte van lieverlede afgenomen
-en in een zwaren, onrustigen slaap was overgegaan, waaruit hij niet
-spoedig scheen te zullen ontwaken. Vrij-Kogel had zich naast hem op
-het vochtige gras nedergevlijd; hij zat met het geweer tusschen de
-knieën, bedaard zijn pijp te rooken, en met al het geduld dat den
-jagers bijzonder eigen is, het oogenblik af te wachten, waarop een
-of ander verschijnsel hem bewijzen zou dat de gewonde eindelijk dien
-staat van gevoelloosheid te boven was, van welke de jager, zoo zij
-te lang aanhield, zich weinig goeds voorspelde.
-
-De oude Canadees begon vurig naar het einde te verlangen en al zou
-het ook op een hevige koorts moeten uitloopen, had hij wel gewenscht
-dat het gestel van den jongman door een of ander plotselingen schrik
-getroffen en als met geweld in het werkelijke leven ware teruggeworpen;
-hij hoopte hiertoe op de komst der Gambucinos en staarde menigmaal
-ongeduldig in de woestijn uit, om te zien of hij ze niet reeds in de
-verte bespeuren kon. Maar hoe hij ook luisterde of keek, hij zag of
-hoorde niets. Alles rondom hem was eenzaam en stil.
-
---Helaas! prevelde hij met een onvoldanen blik op don Miguel,
-die daar aan zijne voeten nog altijd onbewegelijk lag uitgestrekt,
-de schok dien hij geleden heeft is voor hem te hevig geweest, en er
-schijnt thans niets te zullen gebeuren om dezen levenloozen klomp te
-galvaniseren en tot bewustzijn terug te roepen.
-
-Nadat hij dezen uitroep misschien twintigmaal met klimmende
-teleurstelling herhaald had, hoorde hij eensklaps, op eenigen afstand
-een vrij sterk geritsel in de struiken en een gekraak van dorre takken
-en bladeren.
-
---Ha! wat kan dat zijn? riep hij, schielijk het hoofd opstekend en
-in de rigting uitkijkende vanwaar het gedruisch zich hooren liet,
-om er de oorzaak van te ontdekken. Terstond fonkelde zijn oog van
-blijdschap en barstte hij los in een hartelijk gelach.
-
---Weergaasch! riep hij, dat is een kolfje naar mijne hand, dat
-buitenkansje zendt mij de hemel om mij uit de verlegenheid te helpen,
-en ik heet onzen vriend hartelijk welkom.
-
-Geen twintig schreden van hem af, op een der hoofdtakken van een
-ontzaggelijken tulpenboom, zat een prachtige jaguar, die hem met
-vlammende oogen aankeek, terwijl hij zich van tijd tot tijd met de
-pooten achter de ooren streek en al de grimassen maakte die aan het
-kattengeslacht eigen zijn. Door het onweder van den vorigen avond
-verjaagd, had hij waarschijnlijk zijn hol niet in tijds kunnen bereiken
-en werd hij thans op zijne vlugt derwaarts, door de ontmoeting der
-twee mannen op eene onaangename wijs gestoord.
-
-De jaguar of Amerikaansche tijger, wel verre van den mensch te
-zoeken of uit eigen beweging aan te vallen, zal hem liever zorgvuldig
-ontwijken en niet dan in den uitersten nood een strijd met hem wagen;
-maar dan ook is hij des te gevaarlijker en volgt er gewoonlijk een
-strijd op leven en dood, van welke de mensch niet zelden het slagtoffer
-wordt, zoo hij ten minste geen geoefend jager en met de listen dezer
-gevaarlijke roofdieren ten volle bekend is.
-
-Op hetzelfde oogenblik dat de tijger den jager in het oog kreeg, had
-ook deze hem gezien; het gevecht was derhalve onvermijdelijk. De beide
-vijanden bleven elkander eenige minuten lang opnemen, en wisselden
-blikken als vuurpijlen.
-
---Komaan! beslis dan, luijaard, mompelde Vrij-Kogel.
-
-De jaguar antwoordde met een dof gegrom, scherpte eenige sekonden
-zijne nagels aan den boomtak waar hij op zat; zich toen terugbuigend en
-bijna als een bal ineenrollende, mat hij den vollen afstand en hield
-zich gereed om met een enkelen sprong op den jager af te komen. Deze
-verroerde zich niet, maar stond met de buks aan den schouder, een
-weinig voorover met de beenen wijd aan elkander en vast op den grond
-geplant, en volgde met welberekenden blik al de bewegingen van zijn
-kampioen; op het oogenblik toen deze vooruitschoot, gaf de jager vuur.
-
-Het schot knalde, de tijger buitelde in de lucht om, en viel met een
-woest gehuil voor de voeten des jagers neder.
-
-De Canadees bukte even om zijn vijand van naderbij te bezien, maar
-de tijger was dood; de kogel was door het regteroog ingegaan en had
-hem de hersens doorboord.
-
-Intusschen was don Miguel door het gebrul van den jaguar en het
-losbranden der buks uit zijne vadzigheid gewekt. Hij opende de
-oogen, en zich eensklaps op den regter elleboog verheffende, staarde
-hij met verwilderden blik in het rond; zijn gelaat was zonderbaar
-zamengetrokken, hij scheen even zeer verbaasd als verschrikt en een
-hooger rood kleurde zijne wangen.
-
---Help, help! schreeuwde hij onwillekeurig met eene hol klinkende stem.
-
---Hier ben ik al! riep Vrij-Kogel, terwijl hij reeds naar hem toesnelde
-en hem dwong om weder te gaan liggen.
-
-Don Miguel staarde hem verwonderd aan.
-
---Wie zijt gij? vroeg hij een poos daarna: wat wilt gij? Ik ken u niet!
-
---Daar hebt gij gelijk in, antwoordde de jager bedaard, terwijl hij
-hem toesprak als een kind; maar gij zult mij spoedig kennen, stel u
-gerust, en laat het u voor het oogenblik genoeg zijn te vernemen dat
-ik een vriend van u ben.
-
---Een vriend! herhaalde de gewonde, die met veel moeite zijne verwarde
-en benevelde zinnen poogde bijeen te zamelen; welke vriend zijt gij?
-
---Mijn hemel! riep de jager, ik geloof toch niet dat gij ze met
-dozijnen kunt tellen; ik ben sedert eenige uren uw vriend, ik heb uw
-leven gered toen gij op het punt waart van het te verliezen.
-
---Maar dat alles zegt mij nog niets. Hoe kom ik hier? en hoe komt
-gij hier?
-
---Gij doet mij zoo vele vragen te gelijk, dat ik u onmogelijk kan
-antwoorden. Gij zijt gewond en uw toestand is van dien aard dat gij
-niet moogt spreken, wilt gij ook drinken?
-
---Ja! antwoordde don Miguel werktuigelijk.
-
-Vrij-Kogel gaf hem zijne kalebas-flesch.
-
---Maar heb ik daarstraks soms gedroomd? vroeg hij een poosje later.
-
---Wie weet?
-
---Dat schieten, dat huilen, dat ik gehoord heb?....
-
---Heeft niets te beduiden; het was maar een tijger, dien ik eenige
-passen van hier heb doodgeschoten.
-
-Er volgden eenige minuten stilte; don Miguel begon dieper door te
-denken, er kwam licht op in zijn beneveld verstand, zijn geheugen
-scheen te ontwaken, de jager bespiedde met naauwlettende zorg
-deze sporen van terugkeerende denkkracht op het gelaat van den
-jongman. Eindelijk schitterde er een straal van levendig bewustzijn
-uit het oog des lijders, en vestigde hij een koortsachtigen blik op
-den ouden jager.
-
---Hoe lang is het wel geleden dat gij mij gered hebt? vroeg hij.
-
---Naauwelijks drie uren.
-
---Dus is er sedert de gebeurtenissen die mij hier heen geleid hebben
-niet meer verloopen dan....
-
---Dan een halve nacht, verzekerde hem de jager.
-
---Ja, ja, hervatte de jongman met eene diepe stem, nu begrijp ik het,
-een vreesselijke nacht. O! ik dacht dat ik had moeten sterven.
-
---Gij zijt slechts als door een wonder gered.
-
---Ik zeg u dank.
-
---Ik was niet alleen.
-
---Wie heeft mij dan nog meer geholpen? Vertel mij zijn naam, opdat
-ik dien voor altijd in mijn geheugen mag bewaren.
-
---Loer-Vogel.
-
---Loer-Vogel! riep de gewonde blijkbaar getroffen, alweêr hij! O,
-dien naam had ik reeds moeten veronderstellen, want die man houdt
-veel van mij.
-
---Dat doet hij.
-
---En gij, hoe heet gij?
-
---Vrij-Kogel.
-
-De jongman ontroerde en strekte de hand uit.
-
---Uwe hand riep hij; gij hadt reden daar even te zeggen dat gij mijn
-vriend waart, want gij zijt het reeds sedert lang; Loer-Vogel heeft
-mij dikwijls van u gesproken.
-
---Wij zijn sedert meer dan dertig jaar aan elkander verbonden.
-
---Dat weet ik; maar waar is hij toch, dat ik hem niet zie?
-
---Hij is omtrent twee uren geleden naar het kamp der uwen gegaan om
-hulp te halen.
-
---Hij denkt aan alles.
-
---Wat mij betreft, ik ben hier gebleven om u op te passen en te waken
-zoo lang hij weg was; maar hij zal spoedig terugkeeren.
-
---Denkt gij dat ik lang gedwongen zal zijn om mij stil te houden.
-
---Neen, uwe wonden zijn niet ernstig. Wat u thans het meest neerdrukt,
-is de zedelijke schok die uw gestel geleden heeft en vooral het bloed
-dat gij verloren hebt bij uw togt over de Rubio.
-
---Deze rivier dus?....
-
---Is de Rubio.
-
---Ben ik dan nog altoos op dezelfde plaats waar de strijd eindigde?
-
---Ja.
-
---Hoe lang denkt gij wel dat ik in mijn tegenwoordigen toestand
-blijven zal?
-
---Vier of vijf dagen.
-
-Thans kwam er weder een poosje stilte in dit moeijelijk en afgebroken
-gesprek.
-
---Gij hebt mij gezegd, dat hetgeen mij het meest nederdrukt, de
-zedelijke schok is die mijne vermogens getroffen heeft, niet waar,
-hebt gij niet? begon don Miguel op nieuw.
-
---Ja, dat heb ik gezegd.
-
---Denkt gij niet dat ik door een krachtigen en onverzettelijken wil
-een gunstige verandering in dezen toestand zou kunnen brengen?
-
---Dat zou ik wel denken.
-
---Geef mij uwe hand.
-
---Ziedaar.
-
---Goed, ondersteun mij een weinig.
-
---Wat wilt gij doen?
-
---Opstaan.
-
---Goddank! ik heb het wel gezegd dat gij een man waart. Komaan dan,
-ik geef u verlof, beproef het.
-
-Na eenige vruchtelooze pogingen gelukte het don Miguel eindelijk zich
-op de beenen te houden.
-
---Eindelijk! riep hij op een toon van triomf.
-
-Maar bij den eersten stap dien hij deed, verloor hij het evenwigt en
-viel op den grond.
-
-Vrij-Kogel kwam hem te hulp.
-
---Laat mij begaan, riep don Miguel, laat mij begaan, ik wil mij alleen
-zien op te heffen.
-
-Hij slaagde werkelijk. Ditmaal nam hij zijne maatregelen beter dan
-de eerste keer, en het gelukte hem om eenige stappen te doen.
-
-Vrij-Kogel staarde hem met bewondering aan.
-
---O, het is de wil die de stof beheerschen moet, hervatte don
-Miguel, terwijl hij stond te hijgen met zaamgetrokken wenkbraauwen
-en opgezwollen voorhoofdaderen; ik zal er wel komen.
-
---Gij zult u zelven dooden.
-
---Neen, want ik moet leven; laat mij eens drinken.
-
-Vrij-Kogel overhandigde hem voor de tweede maal zijn kalebasflesch,
-die de jongman gretig aan zijne lippen zette.
-
---Thans, riep hij met eene zenuwachtige stem, terwijl hij de flesch
-aan Vrij-Kogel terug gaf, dadelijk te paard.
-
---Hoe zegt gij? te paard! herhaalde deze met verbazing.
-
---Ja, ik wil vertrekken.
-
---Maar dat is immers eene dwaasheid.
-
---Laat mij begaan, zeg ik u, ik zal mij wel goed houden; doch daar
-de wond aan mijn linkerarm mij belet om alleen op te stijgen, verzoek
-ik u mij een handje te helpen.
-
---Verlangt gij het?
-
---Ik gebied het u.
-
---Welaan dan, op Gods genade!
-
---Die zal ons beschermen, houdt u daarvan verzekerd.
-
-Vrij-Kogel hielp den jongman voorzigtig in den zadel.
-
-Tegen alle verwachting van den jager, hield hij zich regtop en ferm.
-
---Neem gij nu de huid van uw jaguar en laat ons vertrekken.
-
---Waar moeten wij heen?
-
---Naar het kamp; Loer-Vogel zal zich wel verwonderen als hij mij ziet,
-daar hij mij reeds voor half dood hield.
-
-Vrij-Kogel gehoorzaamde werktuigelijk en volgde den jongman zonder
-een woord te spreken; hij gaf het op om dit zonderlinge karakter te
-willen verklaren.
-
-
-
-
-
-
-
-XVI.
-
-PLAATSELIJK ONDERZOEK.
-
-
-Ondanks de onverzettelijke wilskracht waarmede don Miguel zijne smarten
-poogde te beheerschen, veroorzaakte de beweging van zijn paard hem
-vreesselijke pijnen, die zijn aangezigt krampachtig zamentrokken en
-het koude zweet op zijn voorhoofd deden parelen. Hij werd bleek als
-een lijk, van tijd tot tijd benevelden zijne oogen, het was of alles
-rondom hem draaide, hij wankelde soms in den zadel en moest zich aan
-de manen van zijn paard vastklemmen om er niet af te vallen.
-
---Weerbarstig stof! bromde hij met een doffe stem, zou ik u dan niet
-kunnen overwinnen.
-
-Daarop verdubbelde hij zijne inspanning om zich niet verlegen te
-toonen, glimlachte nu en dan tegen Vrij-Kogel en sprak hem soms
-luchthartig toe.
-
-Voor de eerste maal in zijn leven zag de oude jager zich tot zwijgen
-gebragt; hij zocht in de herinneringen van zijn avontuurlijk leven
-naar eene omstandigheid gelijk aan die waarin hij zich op dit
-oogenblik bevond; maar tot zijn groot verdriet moest hij bekennen,
-dat hij nog nooit iets van dien aard gezien had; deze teleurstelling
-maakte hem tegen wil en dank zoo mistroostig, dat hij met een norsch
-en ontevreden gezigt naast den jongman voort reed.
-
-Intusschen kwamen zij toch verder; maar op eens hoorden zij in dezelfde
-rigting die zij volgden en op eenigen afstand voor hen uit een heftig
-gedruisch van paardenhoeven.
-
---Daar is Loer-Vogel! riep don Miguel.
-
---Hoogstwaarschijnlijk, zei Vrij-Kogel.
-
---Hij zal wel zeer verwonderd zijn, dat ik de hulp die hij mij brengt
-reeds halfweg te gemoet kom.
-
---Dat zal hij zeker.
-
---Laten wij wat harder doorrijden.
-
-Vrij-Kogel keek hem aan:
-
---Gij hebt zeker een eed gedaan om u een hersenontsteking op den hals
-te halen, niet waar? zeide hij kortaf.
-
---Hoe dat? vroeg de jongman verwonderd.
-
---Maar mijn God! dat is immers ligt te begrijpen, hervatte de jager
-op knorrigen toon; een uur lang begaat gij nu reeds dwaasheid op
-dwaasheid; bedrieg toch u-zelven niet, wat gij voor kracht aanziet is
-niets meer dan koorts; die alleen houdt u gaande, pas dus op en vermoei
-u niet langer in een onmogelijken strijd, daar gij, ik voorzeg het u,
-nooit als overwinnaar uitkomt. Ik heb u stil laten begaan omdat ik er
-tot hiertoe geen dadelijk gevaar in zag, maar geloof mij, schei er nu
-meê uit, gij hebt reeds genoeg gedaan om de juiste maat van uwe kracht
-te kennen, en voor u zelven te bewijzen wat gij in geval van nood zoudt
-kunnen doen; dat is voldoende, laten wij thans stil houden en wachten.
-
---Ik zeg u dank, antwoordde don Miguel hem hartelijk de hand drukkende,
-ik zie dat gij een waar vriend zijt, uwe scherpe woorden bewijzen mij
-dit; ja, ik ben een dwaas, maar wat zal ik anders doen, ik bevind
-mij in een moeijelijken toestand, ieder uur dat ik verlies kan mij
-of anderen op de grootste gevaren te staan komen; ik vrees dat ik
-bezwijken zal alvorens de taak te hebben volbragt die het ongeluk
-mij heeft opgelegd.
-
---Gij zult nog veel vroeger bezwijken zoo gij niet verstandig handelt;
-vier of vijf dagen gaan spoedig genoeg voorbij, en bovendien, wat
-gij niet kunt doen, zullen uwe vrienden voor u doen.
-
---'t Is waar, gij doet mij over mijzelven blozen, ik ben niet slechts
-een dwaas maar een ondankbare.
-
---Laten wij er thans niet verder over spreken; het gedruisch komt
-reeds nader, waarschijnlijk zijn het uwe kameraden, evenwel zouden
-het ook vijanden kunnen zijn, in de wildernis moet men zich op alles
-gewapend houden; gaan wij dus in dit kreupelbosch, wij zullen er
-geheel onzigtbaar zijn voor de blikken van wie het ook wezen mogt;
-zoo het Loer-Vogel is, komen wij te voorschijn, zoo niet dan houden
-wij ons schuil.
-
-Don Miguel kon dezen raad niet anders dan ten volle goedkeuren;
-hij begreep maar al te wel, dat hij bij mogelijken strijd, in zijn
-tegenwoordigen toestand voor zijn vriend slechts een zeer geringe
-steun zou kunnen zijn.
-
-De beide mannen verdwenen in de struiken die zich achter hen sloten,
-en wachtten daar met het pistool in de hand de ruiters af, die zij
-van minuut tot minuut nader hoorden komen.
-
-Vrij-Kogel had zich niet bedrogen: werkelijk was het Loer-Vogel,
-die met een vijftiental Gambucinos terugkeerde. Zoodra zij op weinige
-passen genaderd waren, kwamen de beide mannen te voorschijn.
-
-Loer-Vogel kon naauwelijks zijne oogen gelooven; hij begreep niet hoe
-dezelfde man, die nog geen drie uren geleden bewusteloos en zonder
-teeken van leven, als een lijk op den grond lag uitgestrekt, thans
-kracht genoeg bezat om hem te gemoet te komen en zich zoo regt en
-ferm in den zadel te houden.
-
-Don Miguel had eenige oogenblikken genot van zijn triomf, in de
-bewondering die hij den Gambucinos afdwong, lieden welke geen andere
-meerderheid kennen dat die der stoffelijke kracht; daarop wendde hij
-zich met een glimlach tot Loer-Vogel.
-
---De hulp die gij mij brengt is mij daarom niet minder welkom,
-goede vriend, zeide hij met eene zachte stem; die hulp is mij in
-deze oogenblikken, zoo al niet onmisbaar, dan toch hoogst noodig,
-want de wil alleen houdt mij te paard in mijn toestand.
-
---Gij moet zoo spoedig mogelijk naar het kamp terug; om alle verdere
-onheilen voor te komen, zullen wij er u op een draagbaar laten heen
-brengen.
-
---Een draagbaar! riep don Miguel.
-
---Gij moet; ik verzeker u, het is voor u van het meeste belang dat
-gij zoo spoedig mogelijk het bevel over uwe bende weder op u neemt,
-verspil dus uwe krachten niet in nuttelooze bravades.
-
-Don Miguel boog zonder te antwoorden, hij begreep dat hij tegen het
-beweerde van den jager niet veel konde inbrengen; nadat hij dus met
-behulp der beide Canadezen van zijn paard was gestegen, gaf hij aan
-zijne onderhebbenden bevel om terstond een draagbaar zamen te stellen.
-
-Loer-Vogel stak zijn arm onder dien van don Miguel, wenkte Vrij-Kogel
-om hen te volgen en verwijderde zich een eind ver van den troep,
-waar hij den jongman op het gras deed nederzitten.
-
---Daar gij thans in staat zijt mij te antwoorden, zullen wij van het
-oogenblik gebruik maken om een weinig te praten, terwijl de baar wordt
-gereed gemaakt, zeide hij; gij zult mij zeker veel te vertellen hebben.
-
-De jongman zuchtte.
-
---Ondervraag mij slechts, antwoordde hij.
-
---Ja, zoo zal het ook beter gaan; op welke wijs en door wie zijt
-gij aangevallen?
-
---Dat zou ik u niet kunnen zeggen; het is bijster vreemd in zijn werk
-gegaan, zoo verward zelfs dat het mij met den besten wil van de wereld
-onmogelijk is om er het eerste woord voor te vinden.
-
---Dat maakt niets uit, zeg ons maar wat er met u gebeurd is; misschien
-zullen wij, die beter dan gij met de prairiën gewoon zijn, wel een
-draad vinden om u in dit schijnbaar verwarde doolhof den weg te wijzen.
-
-Don Miguel vertelde nu zonder zich langer te laten bidden, tot in de
-kleinste bijzonderheden hoe zich de zaak had toegedragen.
-
-Bij den naam van Addick, fronste Loer-Vogel de wenkbraauwen.
-
-Toen hij van don Stefano sprak, wisselden de jagers een blik van
-verstandhouding; maar toen de jongman tot de zonderlinge ontknooping
-genaderd was van het gevecht, waarin hij, op het punt van het onderspit
-te delven, eensklaps door drie onbekenden werd bijgesprongen, die
-terstond daarna als met een tooverslag weder verdwenen waren, gaven
-de jagers teekenen van de grootste verbazing.
-
---Zie daar wat ik weet, vervolgde don Miguel, van de verfoeijelijke
-hinderlaag waarin ik vervallen was en waarvan ik zeker het slagtoffer
-zou geworden zijn, zoo gij niet nog in tijds waart toegeschoten om mij
-te redden. Thans weet gij alles zoo goed als ik, wat denkt gij er van?
-
---Hum! riep de jager, dat ziet er al zeer buitengewoon uit, inderdaad,
-er schuilt achter deze historie eene donkere zamenspanning, die met
-veel beleid en met duivelsche list en kwaadaardigheid schijnt te zijn
-aangelegd; het is waarlijk om bang van te worden. Ik koester zekere
-vermoedens, die ik vooraf tot klaarheid moet brengen; ik kan u dus
-niet dadelijk mijne meening zeggen. Inzonderheid moet ik sommige
-zaken zien op te sporen; laat dat maar gerust aan mij over. Slechts
-eene vraag nog: Die mannen, die u te hulp kwamen, hebt gij die ook
-gezien? Hebt gij niet met hen gesproken?
-
---Gij vergeet, antwoordde don Miguel glimlagchend, dat zij midden in
-den strijd opdaagden, alsof zij door den storm, die op dat oogenblik
-hevig woedde, werden aangevoerd. Het zou een ongeschikt oogenblik
-zijn geweest om een gesprek te beginnen.
-
---Dat is waar, ik doe een dwaze vraag, zei de jager; maar, vervolgde
-hij, met de kolf van zijn geweer op den grond stampende, het ga zoo het
-wil, ik moet er het mijne van hebben; ik verzeker u, dat ik spoedig
-zal weten wie uwe vijanden zijn, welke voorzorgen zij ook nemen om
-zich te verbergen.
-
---O, ja, het is ook stellig mijn plan om hen na te zetten, zoodra
-mijne krachten een weinig hersteld zullen zijn.
-
---Gij, caballero, antwoordde Loer-Vogel droog, gij gaat stilletjes
-naar uw kamp om u te laten genezen. Zoodra gij daar zijt, zult gij
-er u opsluiten als in eene vesting, en geen voet verzetten eer gij
-mij hebt wedergezien.
-
---Hoe zoo, wedergezien? herhaalde don Miguel; denkt gij mij dan
-te verlaten?
-
---Voor het oogenblik ja, zullen Vrij-Kogel en ik u verlaten; als wij
-bij u bleven, zouden wij u van geen nut zijn, terwijl wij u buitenaf
-groote diensten kunnen bewijzen.
-
---Wat wilt gij gaan doen?
-
---Als wij terug zijn zult gij alles weten.
-
---Ik kan bezwaarlijk in zulk eene onzekerheid blijven en behalve dat
-begrijp ik u niet.
-
---Het is toch duidelijk genoeg. Ik wil, met medehulp van Vrij-Kogel,
-dien don Stefano het masker afligten, een masker daar mijns bedunkens
-een zeer leelijk gezigt achter schuilt; ik moet weten wie de man is
-en waarom hij zich tegen u zoo verbitterd toont.
-
---Ik zeg u dank, Loer-Vogel; nu ben ik gerust. Ga heen en doe wat gij
-goedvindt, ik ben overtuigd dat alles wat menschelijkerwijs mogelijk
-is, door u zal gedaan worden; alleen moet gij mij één ding beloven
-eer gij vertrekt.
-
---Wat?
-
---Beloof mij, dat gij al de berigten die gij door uwe nasporingen
-zult opdoen, terstond aan mij zult mededeelen, zonder in het minst
-iets te ondernemen tegen den man, aan wien ik mij liefst in eigen
-persoon en op eene voorbeeldige wijs verlang te wreken; hebt gij mij
-verstaan, Loer-Vogel?
-
---Dat laat ik geheel aan u over; ik zal mij wel wachten in uwe zaken
-of belangen te treden, ieder heeft zijne taak in deze wereld; die man
-is uw vijand en geenszins de mijne: zoodra het mij gelukt is hem aan
-u over te leveren, of ten minste u tegenover elkander op gelijken
-voet te stellen, zult gij doen wat u goeddunkt, en heb ik met hem
-niets meer te maken.
-
---Goed; goed! bromde don Miguel, als ik vroeger of later dien duivel
-in mijne handen heb, gelijk hij mij eens in de zijne gehad heeft,
-zal ik hem niet laten ontsnappen, dat zweer ik u.
-
---Dat is derhalve afgesproken en wij kunnen vertrekken?
-
---Zoodra gij wilt.
-
-Vrij-Kogel had het gehouden gesprek tusschen deze twee mannen tot
-dusver kalm en zoo het scheen onverschillig aangehoord, maar op dit
-woord kwam hij een stap voorwaarts, en Loer-Vogel de hand op den arm
-leggende, zeide hij:
-
---Wacht even.
-
---Hoezoo, nog langer? vroeg de jager.
-
---Een enkel woord slechts, maar een woord dat ik in de tegenwoordige
-omstandigheden van het hoogste gewigt beschouw.
-
---Spreek dan onverwijld.
-
---Gij wilt gaan ontdekken wie die don Stefano is, gelijk hij zich
-gelieft te noemen, en daar heb ik in zoover niets tegen; maar ééne
-zaak is er, die mij nog dringender toeschijnt, en die vooraf door
-ons ontdekt moet worden.
-
---Welke?
-
-Vrij-Kogel wendde het hoofd beurtelings regts en links, stak het
-bovenlijf een weinig vooruit, liet daarbij zijne stem zoo diep dalen,
-dat zelfs zij tot wie hij onmiddelijk sprak, moeite hadden hem te
-verstaan, en begon op strengen toon:
-
---Het leven in de woestijn is geheel ongelijk aan dat in de
-steden. Daar ginds kennen alle menschen elkander min of meer, hetzij
-bij naam, hetzij door persoonlijke betrekking; men is er dikwijls
-door wederkeerige of regtstreeksche belangen zamenverbonden; kortom,
-er bestaat tusschen de inwoners der steden een gemeenschappelijke
-band, en zij vormen om zoo te zeggen eene groote familie. In de
-woestijn is dit zoo niet, daar heerschen eigenbelang en zelfzucht,
-de ikheid is er de hoogste wet; ieder denkt alleen om zich zelven,
-handelt voor zich zelven, in een woord bemint alleen zich zelven.
-
---In 's hemels naam! maak het toch kort, viel Loer-Vogel hem met
-ongeduld in de rede; waar drommel wilt gij anders heen?
-
---Heb geduld! vervolgde de onverstoorbare Canadees, geduld slechts,
-gij zult het spoedig weten. Om dus op het zoo even gezegde terug te
-komen: in de woestijn, zoo men niet lange jaren met iemand geleefd, en
-zamen alle gevaren en genoegens gedeeld, en alle lasten of ongelukken
-gemeenschappelijk gedragen heeft, leeft ieder individu voor zich
-zelven, alleen, zonder vrienden, en ziet men in anderen niets dan
-onverschilligen of vijanden. Bij de overrompeling daar don Miguel dezen
-nacht bijna het slagtoffer van werd, heeft hij tweederlei soort van
-lieden kunnen opmerken. Die twee soorten van lieden, zijn vooreerst
-verbitterde vijanden, en ten tweede zelfopofferende vrienden. Geloof
-toch niet, vervolgde de jager met klimmenden nadruk, dat ik mij in de
-beteekenis van hetgeen ik u heb willen zeggen bedrieg; daarin zoudt
-gij u al te zeer vergissen. Of komt het u niet even vreemd voor als
-mij, thans, nu gij koelzinnig en bedaard over de zaak nadenkt,--komt
-het u niet vreemd voor, zeg ik, dat er zoo op eens, zonder dat men
-begrijpen kan waarom, of hoe, menschen, als het ware uit den grond zijn
-opgerezen, om u krachtdadig bij te staan; en dat die menschen, toen
-het gevaar bijna geweken was, even plotseling weder verdwenen zijn,
-zonder een spoor van zich achter te laten en zonder het incognito te
-verbreken dat hen omhulde; vindt gij dat niet zeer vreemd? vraag ik u.
-
---Inderdaad, mompelde Loer-Vogel, daar had ik nog niet zoo diep over
-nagedacht? het gedrag van die lieden komt mij hoogst onbegrijpelijk
-voor.
-
---Nu, dat is juist wat ik tot klaarheid moet brengen, riep Vrij-Kogel
-met drift; de prairie is niet digt genoeg bevolkt, dat er op ieder
-gegeven punt, onder een vreesselijk onweder, menschen zouden worden
-gevonden gereed om u te helpen, louter uit pleizier om u van dienst
-te zijn; om zoo te handelen moeten deze lieden geheime redenen hebben
-gehad, die het voor ons dringend noodzakelijk is op te sporen. Wie
-verzekert ons bijv. dat zij geen deel uitmaakten van de bende die u
-aanviel, en dat het geen nieuwe streek was om u des te gemakkelijker
-meester te worden, eene krijgslist welke alleen door onze onverwachte
-tegenwoordigheid mislukt is? Ik herhaal het u, wij moeten vooral en
-onverwijld deze lieden gaan opzoeken, om te weten wie zij zijn en wat
-zij willen, in een woord, om ons te verzekeren of het onze vrienden
-dan wel onze vijanden zijn.
-
---Het is dunkt mij wel een beetje laat om thans nog zulk een onderzoek
-aan te vangen, beweerde don Miguel.
-
-De beide jagers glimlachten, en wisselden en veelbeteekenenden blik.
-
---Voor u ja, die den sleutel der woestijn niet bezit, is het zeker
-laat, antwoordde Vrij-Kogel, maar voor ons is dit een geheel ander
-geval.
-
---Ja, voorzeker, stemde Loer-Vogel hem toe; als wij maar het minste
-spoor van hun togt kunnen ontdekken, hetzij een voetstap in het zand
-of een gebroken tak in de struiken, die ons hunne rigting aanwijst,
-hebben wij genoeg om hen te achterhalen en zullen wij u spoedig
-weten te zeggen wie de onbekende lieden zijn, wier gedrag, zoo als
-Vrij-Kogel te regt heeft aangemerkt, veel te vreemd en edelmoedig
-schijnt om er op te vertrouwen.
-
---O, dat ik u niet volgen kan! riep don Miguel verdrietig.
-
---Maak eerst dat gij hersteld zijt, en ik ben zeker dat uwe rol weldra
-begint; want eer wij drie dagen verder zijn, zullen wij u de vereischte
-inlichting brengen, zonder welke gij toch niets zoudt kunnen doen.
-
---Gij belooft mij dus dat gij binnen drie dagen terugkomt?
-
---Ja, binnen drie dagen zijn wij van onze onderneming terug; maak staat
-op onze belofte en draag zorg voor u zelven, zoo dat gij onmiddelijk
-met ons kunt te veld trekken....
-
---Ik zal gereed zijn.
-
---Welaan, tot wederziens dan; de zon staat reeds hoog, wij hebben
-geen minuut te verliezen.
-
---Tot weerziens en goed fortuin.
-
-De jagers drukten don Miguel met warmte de hand, stegen te paard en
-verwijderden zich snel in de rigting van het veer del Rubio.
-
-De kapitein der Gambucinos, op een draagbaar gelegd en zorgvuldig door
-zijne kameraden vervoerd, hervatte langzaam den togt naar zijn kamp,
-waar hij even voor het ondergaan der zon aankwam.
-
-
-
-
-
-
-
-XVII.
-
-DON MARIANO.
-
-
-Thans zullen wij naar don Stefano Cohecho terugkeeren, dien wij in
-bewusteloozen toestand bij Ruperto en don Mariano hebben achtergelaten.
-
-De dubbele uitroep van den jager en den Mexicaanschen reiziger,
-toen zij den man herkenden, dien zij aan den oever der rivier hadden
-opgenomen, bragt de aanwezigen tot stomme verwondering.
-
-Bermudez kreeg het eerst zijne koelzinnigheid terug en nam, zijn
-meester naderende, het woord op.
-
---Kom meê, Senor, zeide hij, blijf toch niet hier, het zal welligt
-beter zijn dat uw broeder u niet ziet wanneer hij de oogen weder opent.
-
-Don Mariano hield zijne blikken strak op den gekwetste gevestigd.
-
---Hoe is het mogelijk dat ik hem hier wedervind? riep hij als in
-zich zelven; wat doet hij in deze woeste streken? Hij heeft mij dus
-voorgelogen, toen hij mij schreef dat hij voor gewigtige zaken naar
-de Vereenigde Staten moest en naar Orleans zou vertrekken!
-
---Uw broeder Senor don Estevan, antwoordde Bermudez op somberen toon,
-is een man van duistere wegen, wiens gedachten onmogelijk te kennen
-en wiens daden moeijelijk te verklaren zijn. Gij ziet reeds, deze
-jager geeft hem een naam die hem niet toekomt; met welk doel zoekt hij
-zich aldus te verbergen? Geloof mij, don Mariano, daaronder schuilt
-een geheim, dat wij, zoo God wil, zullen zien op te helderen; maar
-laten wij voorzigtig zijn en aan don Estevan onze tegenwoordigheid
-niet verraden: het is altoos vroeg genoeg dit te doen, als wij zeker
-zijn of wij ons bedrogen hebben, ja dan neen.
-
---Dat is waar, uw raad keur ik goed, ik zal dien volgen; maar laat ik
-mij, eer ik heenga, van zijn toestand overtuigen; het is mijn broeder,
-en hoe zwaar hij mij ook mag hebben verongelijkt, zou ik hem niet
-gaarne onverpleegd laten sterven!
-
---Misschien was dat wel het beste, mompelde Bermudez.
-
-Don Mariano wierp hem een ontevreden blik toe, en boog zich over
-den gewonde.
-
-Deze lag nog altoos buiten kennis. De Wilde-Roos besteedde aan hem
-onvermoeid die teedere en gepaste zorg waarvan alleen de vrouwen
-van alle kleuren en natiën het geheim bezitten, maar zij poogde te
-vergeefs hem in het leven terug te roepen.
-
---Geloof mij, Senor, hervatte Bermudez dringend, gij doet beter u
-te verwijderen.
-
-Don Mariano wierp een laatsten blik op zijn broeder en scheen eenige
-sekonden besluiteloos; daarop als met geweld zich omkeerende, zeide
-hij tegen Bermudez:
-
---Gaan wij!
-
-Een glans van genoegen deed het gelaat van den ouden knecht ophelderen.
-
---Die man is u aanbevolen, riep don Mariano nog bij het heengaan
-tegen Ruperto; draag voor hem al de zorg die zijn toestand en de
-menschelijkheid vereischen.
-
-De jager boog zonder te antwoorden. De Mexicaansche landedelman
-stapte naar zijn paard, dat met de twee anderen van zijn gevolg op
-korten afstand aan een jongen ebbenhoutboom was vastgebonden. Hij
-verwijderde zich niet dan met weerzin, het was alsof eene stem in
-zijn binnenste hem toeriep om te blijven.
-
-Op het oogenblik toen hij den voet in den stijgbeugel zette, werd
-hem eene hand op den schouder gelegd; hij wendde zich om.
-
-Er stond een man voor hem; die man was de Vliegende-Arend.
-
-Het opperhoofd had aan de blanken onder zijn kommando de zorg
-toevertrouwd om den gewonde over te brengen. Met het aan zijn ras
-eigen instinct, was hij naar de plaats der hinderlaag teruggekeerd
-en naauwkeurig aan 't zoeken gegaan, op iedere plek waar de kans van
-het gevecht de strijders had heen gevoerd. Zijn oogmerk hiermede was
-om eenig spoor of teeken te ontdekken, dat op de eene of andere wijs
-zou kunnen dienen om de belanghebbenden aangaande den strik dien men
-don Miguel gespannen had voor te lichten. Het toeval had zijn wensch
-bekroond en hem een bewijs in handen geleverd van onberekenbare waarde
-dat don Stefano zeker met zijn beste bloed had willen betalen om het
-terug te koopen en te vernietigen; ongelukkig slechts was dit bewijs,
-hoe belangrijk ook, voor den Indiaan als een gesloten boek en van geen
-de minste kracht, omdat hij er den inhoud niet van kon ontcijferen.
-
-De Vliegende-Arend dacht terstond aan don Mariano, die waarschijnlijk
-het gewigt van zijn geheimzinnige vondst gereedelijk zou kunnen
-verklaren; na het dus verscheidene malen omgekeerd en bekeken te
-hebben, stak hij het gevonden voorwerp zorgvuldig in zijne borst en
-keerde met al den ijver die zijn geslacht kenmerkt, en met snellen
-tred naar het kamp terug, waar hij zeker was den Mexicaan te zullen
-aantreffen.
-
---Gaat mijn vader vertrekken? vroeg de Roodhuid.
-
---Ja, zei don Mariano, maar het doet mij genoegen dat ik u nog eens
-zien mag voor mijn vertrek, hoofdman, om u te kunnen dank zeggen voor
-uwe gulle gastvrijheid.
-
-De Indiaan boog, en vervolgde met de vraag:
-
---Mijn vader kan zeker de boeken der bleekgezigten ontcijferen,
-niet waar? de blanken bezitten veel kennis en mijn vader is zeker
-een opperhoofd bij zijn volk.
-
-Don Mariano keek den Comanch verwonderd aan.
-
---Wat wilt gij daarmede zeggen? vroeg hij.
-
---Onze Indiaansche vaders hebben ons geleerd om de voornaamste
-gebeurtenissen, die van de vroegste tijden af in onze stammen zijn
-voorgevallen, op daartoe opzettelijk bereide dierenvellen aan te
-teekenen; maar de bleekgezigten weten alles; zij kennen het groote
-geneesmiddel en ook zij hebben colliers, (boeken).
-
---Ja, wij hebben boeken, in welke wij met vastbepaalde teekens, de
-geschiedenis der volken en zelfs de gedachten der menschen opschrijven.
-
---Goed, zeide de Indiaan blijkbaar verheugd, mijn vader zal dan die
-teekens wel kennen, want zijn hoofd is grijs.
-
---Zeker ken ik die, die kennis is zeer eenvoudig; maar hebt gij er
-eenig belang bij dat ik ze ken?
-
-De Vliegende-Arend schudde het hoofd.
-
---Neen, zeide hij, ik niet, maar anderen misschien wel.
-
---Ik begrijp u niet, hoofdman; wees zoo goed u duidelijker te
-verklaren, want ik moet hier van daan voordat die man daar, weder
-bijkomt.
-
-De Indiaan wierp een blik naar den gewonde.
-
---Hij zal in het eerste uur de oogen niet openen, zeide hij, de
-Vliegende-Arend kan dus vrij met zijn vader praten.
-
-Onwillekeurig gevoelde don Mariano zijne belangstelling opgewekt om
-te weten wat de Indiaan hem te zeggen had; hij besloot dus nog te
-blijven, en gaf hem een wenk dat hij spreken kon.
-
---Dat mijn vader dan hoore, hervatte de hoofdman op ernstigen toon:
-de Vliegende-Arend is geen oude vrouw, hij is een beroemd opperhoofd,
-de woorden die zijne borst uitblaast zijn hem door de Wacondah
-ingegeven; de Vliegende-Arend houdt van de blanken, omdat zij goed
-voor hem zijn, en hem in vele omstandigheden groote diensten hebben
-bewezen. Na den afloop van het gevecht, heeft hij dezen morgen het
-slagveld bezocht, digt bij de plaats waar de man dien mijn vader
-hier heen heeft gebragt gevallen was; en de Vliegende-Arend heeft
-er een zak met geneesmiddelen gevonden, die verscheidene colliers
-bevatte; hij heeft die aan alle kanten bekeken, maar hij heeft ze
-niet kunnen begrijpen, omdat de Wacondah de oogen van zijn verstand
-met dien digten sluijer bedekt, die de Roodhuiden belet even helder
-te zien als de blanken; intusschen dacht de Vliegende-Arend dat deze
-geheimzinnige zak, ofschoon voor hem onbruikbaar, misschien voor mijn
-vader en zijne vrienden van eenig gewigt kon zijn; daarom verborg hij
-dien zorgvuldig in zijne borst en kwam hij in der ijl herwaarts om
-hem aan mijn vader te brengen. Ziedaar is hij, vervolgde de Sachem,
-terwijl hij uit zijn boezem eene portefeuille te voorschijn bragt en
-aan don Mariano overhandigde; dat mijn vader dien aanneme.
-
-Ofschoon de Indiaan in dit alles zeer natuurlijk te werk ging,
-en de portefeuille, of wat zij bevatte, voor don Mariano welligt
-weinig te beteekenen had, was het toch niet zonder zekere heimelijke
-angstvalligheid dat de landedelman haar aannam.
-
-De Indiaan stond met de armen op de borst gekruist en wachtte met
-blijkbare zelfvoldoening de gevolgen van zijn bewezen dienst af.
-
-Don Mariano beschouwde de portefeuille met verstrooiden blik. Zij
-was eenvoudig van zwart segrijn leder, zonder verguldsel of andere
-sieraden, en zoo als reeds dadelijk bleek, meer een voorwerp van
-dagelijksch gebruik dan van weelde: zij bevatte een aantal brieven en
-papieren en was met een klein zilver knipje gesloten. Het onderzoek,
-dat, zoo als wij reeds gezegd hebben, met een bedenkelijk gezigt
-begonnen was, nam op eens een belangwekkenden keer, toen don Mariano
-aan de eene zijde van den omslag, in half uitgesleten gouden letters,
-de volgende woorden las:
-
-"Don Estevan de Real del Monte."
-
-Bij het zien van dit opschrift, dat hem op eens den naam van den
-eigenaar deed kennen, ontstelde hij zigtbaar; hij schoot een donkeren
-blik naar zijn broeder, die nog bewusteloos lag, en onwillekeurig
-trok hij de handen krampachtig zamen. Door deze geweldige drukking
-ging de knip waarmede de portefeuille gesloten was los, zij sprong
-open en verscheidene papieren vielen op den grond.
-
-Bermudez bukte terstond om ze op te rapen en aan zijn meester terug
-te geven. Deze scheen ze werktuigelijk weder in de portefeuille te
-willen bergen, maar zijn bediende hield hem terug.
-
---Nu de hemel u de middelen in handen geeft om achter de waarheid te
-komen, zeide hij, moet gij de gelegenheid niet verzuimen, het zou u
-later kunnen berouwen.
-
---Het staat mij niet vrij mijns broeders geheimen te schenden, bromde
-don Mariano met blijkbaren weerzin.
-
---Neen, antwoordde Bermudez droogjes, maar wel om te weten hoe hij
-de uwen in handen heeft gekregen; denk aan de oorzaak van onze reis.
-
---Maar als ik mij eens bedroog.... als hij eens niet schuldig was?
-
---Zoo veel te beter! dan hebt gij er ten minste een afdoend bewijs van.
-
---Gij wilt mij dwingen tot iets dat mij niet vrij staat, ik heb het
-regt niet om zoo te handelen.
-
---Welnu, Senor, dan zal ik, die maar een arme knecht ben, wiens daden
-niets beteekenen, mij in uw belang dat regt aanmatigen.
-
-En met een behendigen greep had de criado zich reeds van de
-portefeuille meester gemaakt.
-
---Ongelukkige! wat doet gij? riep don Mariano, houd op! zeg ik u. Wat
-wilt gij?
-
---Haar redden, misschien, die gij lief hebt, daar gij het toch zelf
-niet durft te doen.
-
---Dat mijn vader zijn knecht late begaan, riep thans de Roodhuid
-tusschenbeide komende, 't is de Wacondah die hem bezielt!
-
-Don Mariano had den moed niet om er zich langer tegen te verzetten, te
-minder, daar een onverklaarbaar gevoel in zijn binnenste hem zeide dat
-hij verkeerd deed en dat Bermudez gelijk had met dus te handelen. De
-mesties was intusschen reeds met de meeste koelzinnigheid bezig de
-papieren in te zien, zonder zich te bekommeren of hij zoodoende tegen
-de etiquette zondigde.
-
---O! riep hij op eens uit, had ik het niet gedacht en heb ik u niet
-gezegd dat de Voorzienigheid zelve u de bewijzen in handen gaf, daar
-gij zoo lang te vergeefs naar zocht. Lees! lees zelf en, zoo gij kunt,
-twijfel dan aan het getuigenis van uwe eigene oogen, en weiger nog
-langer aan de trouwelooze schurkerij van uw broeder te gelooven!
-
-Don Mariano nam thans met koortsachtige drift de stukken in handen en
-liep die met haastige blikken door. Na er twee of drie van gelezen
-te hebben, hield hij op, sloeg de oogen ten hemel en liet toen het
-hoofd op de handen zinken, met eene uitdrukking van de diepste smart:
-
---O! riep hij wanhopig, broeder! broeder!
-
---Schep moed, antwoordde Bermudez om hem te doen bedaren.
-
---Moed zal ik hebben! riep hij, het uur der geregtigheid is
-aangebroken.
-
-Er scheen bij hem op eens eene schielijke verandering plaats te
-grijpen. De zelfde man, die weinige oogenblikken te voren nog zoo
-schroomvallig was, en wiens aarzeling hem geheel ongeschikt tot
-handelen scheen te maken, keerde om als een blad; 't was alsof hij
-grooter werd, zijne trekken namen een ontzettende strengheid aan en
-zijne oogen fonkelden van gramschap.
-
---Weg met die kinderachtige vrees! riep hij, niet langer geaarzeld. Er
-moet gehandeld worden.
-
-Zich nu tot den Vliegenden-Arend wendende, vroeg hij:
-
---Is die man zwaar gewond?
-
-De Indiaan trad naar don Stefano om zijne wonden te onderzoeken.
-
-Zoolang hij hiermede bezig was, sprak niemand een woord, allen begrepen
-dat don Mariano eindelijk tot een krachtig besluit was gekomen, en
-dat hij het zou ten uitvoer leggen, zonder aarzeling of vrees voor
-hetgeen er later op volgen mogt.
-
-De Vliegende-Arend keerde na verloop van een paar minuten terug.
-
---Wel! hoe bevindt gij hem? vroeg don Mariano.
-
---Die man is eigenlijk niet gewond, antwoordde de Indiaan, hij
-heeft slechts eene ernstige kneuzing aan het hoofd ontvangen, en is
-daardoor in een soort van verdooving geraakt, die zeker nog wel een
-uur zal aanhouden.
-
---Zeer goed; maar als hij bijkomt, hoe denkt gij dan dat zijn toestand
-wezen zal?
-
---Hij kan zich misschien zeer zwak gevoelen, maar dat zal langzamerhand
-overgaan, zoodat hij morgen zeker even welvarend zal zijn als voor
-dat hij dien slag ontving.
-
-Een bittere glimlach bewoog de lippen van don Mariano.
-
---Vraag dien jager, uw vriend daar, of hij eens hier wil komen,
-ik heb u beiden iets te zeggen en een dienst te verzoeken.
-
-Het opperhoofd gehoorzaamde.
-
---Hier ben ik, geheel tot uwe orders, Senor, zei Ruperto.
-
---Wij zullen zamen raad beleggen, begon don Mariano; zoo heet het
-immers in de woestijn, als men ernstige zaken te bespreken heeft?
-
-De jager en de Indiaan bogen toestemmend.
-
---Hoort mij aandachtig, vervolgde de Mexicaan met eene vaste en
-nadrukkelijke stem: die man daar ginds, is mijn broeder, en die man
-moet sterven; ik wil hem niet dooden, maar hem voor de vierschaar
-brengen; gij allen die hier tegenwoordig zijt zult zijne regters
-wezen, en ik zal hem aanklagen. Zijt gij genegen mij te helpen eene
-daad te vervullen, niet van wraak, maar van strenge geregtigheid? Ik
-herhaal het u, ik zal hem aanklagen en beschuldigen voor u allen,
-met de bewijzen die ik in handen heb; uw oordeel en geweten zullen
-worden voorgelicht; die man zal zich mogen verdedigen, het zal hem
-vrijstaan ten uwen aanhoore zich te verklaren, opdat gij des te
-vrijer, naar mate zijne schuld of onschuld blijkt, hem zult kunnen
-veroordeelen of vrijspreken. Gij hebt mij begrepen, denkt er over na,
-ik wacht uw antwoord af.
-
-Er volgde een diepe stilte.
-
-Na verloop van eenige minuten vatte Ruperto het woord op.
-
---In de woestijn, zeide hij, waar de wereldsche geregtigheid niet
-doordringt, moet de Goddelijke wet regeren; als wij het regt hebben
-de wilde en schadelijke dieren te dooden, waarom zouden wij dan ook
-niet het regt hebben om een booswicht te straffen? Ik aanvaard dus den
-last dien gij mij opdraagt, omdat ik in mijn hart de overtuiging bezit,
-dat ik door zoo te handelen mijn pligt volbreng en eene dienst bewijs
-aan de gansche maatschappij, van wier regten ik als wreker optreed.
-
---Goed, hernam don Mariano, ik zeg u dank. En gij, hoofdman?
-
---Ik neem uw verzoek aan, zei de Comanch kortaf; de schurken
-moeten gestraft worden, onverschillig tot welk ras zij behooren. De
-Vliegende-Arend is een opperhoofd, hij heeft het regt om bij het
-vuur van den raad in de rei der eerste Sachems zitting te nemen en
-te veroordeelen of vrij te spreken.
-
---En gij nu, hervatte don Mariano, zich tot zijne bedienden wendende,
-wat antwoordt gij?
-
-Bermudez trad een stap vooruit en boog eerbiedig voor don Mariano.
-
---Senor, zeide hij, wij kennen dien man: als kind heeft hij op onze
-knieën gesprongen en gespeeld, later was hij onze meester; onze
-harten zouden zich in zijne tegenwoordigheid niet vrij gevoelen; wij
-kunnen hem niet vonnissen, wij mogen hem niet veroordeelen, wij zijn
-alleen geschikt om het vonnis, hoe het ook wezen mag, dat over hem
-wordt uitgesproken, uit te voeren, zoo wij daartoe bevel ontvangen;
-vroeger zijne slaven en door de goedheid onzes meesters vrij geworden,
-zijn wij toch nimmer zijns gelijken.
-
---Ik heb van u geen andere gevoelens verwacht; ik dank u voor uwe
-vrijmoedigheid, mijne kinderen. Het is zoo, gij moogt in deze regtszaak
-niet opkomen; maar de Hemel zal ons, zoo ik hoop, twee mannen zenden,
-trouw van hart en vast van wil, om zonder schroom of gemoedsbezwaar
-uwe plaats te vervangen en als regters op te treden.
-
---De Hemel heeft u gehoord, caballero, riep op eens eene ruwe stem;
-hier zijn wij, gij kunt over ons beschikken.
-
-Op hetzelfde oogenblik werden de takken van het kreupelbosch in
-hunne nabijheid met kracht uiteengeschoven en kwamen twee mannen
-te voorschijn.
-
-Zij traden een paar stappen voorwaarts, zetten hunne geweren met de
-kolf op den grond, en wachtten op antwoord.
-
---Wie zijt gij? vroeg don Mariano.
-
---Jagers.
-
---Uw naam?
-
---Loer-Vogel.
-
---En de uwe?
-
---Vrij-Kogel. Sinds meer dan een half uur zaten wij reeds achter deze
-struiken verscholen; we hebben alles gehoord wat hier gesproken werd;
-gij behoeft dus voor ons op uwe verklaring in deze zaak niet terug
-te komen; maar er is nog iemand die de regtspleging van dezen man
-moet bijwonen.
-
---Nog iemand! wie dan?
-
---De man die door hem zoo verraderlijk werd aangevallen, dien gij in
-den nood hebt bijgestaan, en dien wij van een gewissen dood hebben
-gered.
-
---Maar wie zegt ons, waar die man thans te vinden is?
-
---Wij, zeide Loer-Vogel, wij die hem een uur geleden verlieten om u
-op te sporen.
-
---Nu, als dat zoo is, hebt gij gelijk; dan moet die man er ook bij
-tegenwoordig zijn.
-
---Ongelukkigerwijs is hij zwaar gewond; maar zoo hij niet in staat
-mogt zijn om hier te komen, zullen wij hem dragen; want ik weet niet
-hoe, maar ik geloof dat zijne tegenwoordigheid niet slechts noodig
-is voor ons, maar tevens ter opheldering van sommige zaken, die wij
-verpligt zijn aan het licht te brengen.
-
---Wat bedoelt gij daarmede?
-
---Heb geduld, caballero, gij zult ons weldra beter begrijpen; het
-kamp van dien man ligt niet ver af, hij kan nog hier zijn eer de
-zon ondergaat.
-
---Maar wie zal hem waarschuwen?
-
---Ik, antwoordde Vrij-Kogel.
-
---Ik zeg u dank voor uw loffelijk aanbod.
-
---Wij hebben welligt nog meer belang bij de toelichting dezer
-ingewikkelde zaak dan gij, caballero, verklaarde Loer-Vogel.
-
-Op een wenk van zijn vriend, steeg Vrij-Kogel te paard en vertrok
-met gevierden teugel terwijl don Mariano hem even belangstellend als
-onthutst naoogde.
-
---Gij spreekt tot mij in raadsels, zeide hij tegen den Canadees,
-die nog altoos rustig op zijn buks geleund stond.
-
-Loer-Vogel schudde het hoofd.
-
---Het is eene treurige historie, die zich in al hare hatelijkheid voor
-u zal ontwikkelen, en van welke gij het eerste woord nog niet weet,
-ondanks al de bewijzen die gij meent in handen te hebben, caballero.
-
-Don Mariano slaakte een zucht, twee groote tranen brandden hem op de
-wangen, zoo diep was zijne smart.
-
---Schep moed, mi amo, zeide Bermudez, God is eindelijk voor u.
-
-De haciendero drukte zijn trouwen huisbediende de hand en wendde het
-hoofd af om zijne aandoeningen te verbergen.
-
-
-
-
-
-
-
-XVIII.
-
-WAT DE REGTSPLEGING VOORAFGING.
-
-
-Don Stefano verkeerde nog altoos in denzelfden bewusteloozen toestand,
-die nu reeds verscheidene uren had aangehouden. Na het vertrek van
-Vrij-Kogel, keerden Loer-Vogel, de Indiaan en Ruperto naar den lijder
-terug, en zetten zich weder in zijne nabijheid, om op het eerste
-oogenblik van zijne ontwaking te letten.
-
-Don Mariano, die thans zijn vorigen schroom en naauwgezetheid
-geheel had ter zijde gezet, verlangde zeer om de geheime plannen
-en kuiperijen zijns broeders in al hare kronkelgangen zoo spoedig
-mogelijk te leeren kennen, ten einde de beschuldiging die hij in de
-zoo onverwachts gespannen vierschaar tegen hem dacht uit te brengen,
-op des te beter gronden te kunnen bouwen; hij trok zich dus met zijne
-twee bedienden in een digt kreupelbosch terug, waar hij onopgemerkt
-de portefeuille zou kunnen inzien. Hij opende haar met koortsachtig
-ongeduld en begon met gespannen aandacht de brieven te doorlezen,
-wier inhoud hem met een gevoel van woede en afgrijzen vervulde,
-dat hooger klom met iederen nieuwen brief dien hij in handen kreeg.
-
-Het tweede doel dat hij met deze verwijdering beoogde, was om zijn
-broeder niets van zijne tegenwoordigheid te laten bemerken voor dat de
-regtspleging begonnen was. Eerst dan, wanneer don Stefano voor zijne
-regters stond, dacht hij onverwachts op te treden, om zoodoende diens
-bekende geslepenheid en tegenwoordigheid van geest te verschalken,
-door hem zijne koelbloedigheid te doen verliezen. Ziedaar de redenen
-waarom hij zich naar eene plaats terugtrok, waar de scherpste blik
-hem niet kon bespieden en waar hij plotseling uit te voorschijn zou
-komen, zoodra het gepaste oogenblik daar zoude zijn.
-
-Er verliep nog meer dan een uur zonder dat don Stefano zich bewoog
-of de minste teekenen van leven gaf, ondanks de aanhoudende zorg
-van de Wilde-Roos, en hare herhaalde pogingen om hem te doen
-ontwaken. Gedurende al dien tijd zaten de drie mannen stilzwijgend
-op korten afstand bij hem nedergehurkt, en verloren zij hem geen
-oogenblik uit het oog; zij begrepen ten volle het gewigt der taak
-die hun was toevertrouwd en verlangden, met dat eerlijk instinct
-dat alle edele en opregte zielen eigen is, niets anders, dan dat
-de man dien zij straks zouden moeten vonnissen, spoedig genoeg tot
-het volle bezit van zijne verstandelijke vermogens zou terugkeeren,
-om zijn leven met kracht te kunnen verdedigen.
-
-Op het oogenblik toen de schaduw van het geboomte zich over de vlakte
-begon te verlengen, en de ten ondergang neigende zon zich alleen
-tusschen de benedenste takken als een gloeijende vuurschijf vertoonde,
-stak de koele avondwind op en streek met verkwikkend geblaas over het
-bleek gelaat van den gewonde, die door deze weldadige verfrissching
-na de overstelpende hitte des dags als nieuw leven scheen in te
-ademen, en voor de eerstemaal daarvan bewijs gaf in het slaken van
-een diepen zucht.
-
---Nu zal hij aanstonds de oogen openen, fluisterde Loer-Vogel.
-
-De Vliegende-Arend wenkte hem met den vinger voor den mond, dat hij
-zich stil zou houden.
-
-Hoe zacht echter de jager ook gesproken mogt hebben, don Stefano
-had het gehoord, misschien zonder er den zin van te verstaan, maar
-toch duidelijk genoeg om hem terstond tot het volle besef van zijn
-toestand te brengen en op zelfbehoud bedacht te maken.
-
-Don Stefano was geen gewoon mensch; als een echte zoon van het
-verbasterde Mexicaansche ras, was sluwheid een der meest kenmerkende
-trekken van zijn karakter: hij was uitgeleerd in de kunst van veinzen,
-en, gewoon om van personen en zaken steeds het ergste te denken, scheen
-het wantrouwen hem als aangeboren. De woorden van Loer-Vogel hadden hem
-gewaarschuwd om op zijne hoede te zijn. Zonder zich te verroeren of
-de oogen te openen, ten einde zijn terugkeer tot het werkelijk leven
-niet te verraden, poogde hij zich zoo veel mogelijk te herinneren
-welke omstandigheden zijn tegenwoordig ongeluk waren voorafgegaan,
-om zoodoende van stap tot stap te kunnen berekenen in welken toestand
-hij zich op dit oogenblik bevond, en zoo ten naastenbij te kunnen
-gissen in welke handen het toeval of het ongeluk hem hadden gebragt.
-
-De taak die don Stefano ondernam was niet gemakkelijk, daar de drang
-der omstandigheden hem noodzaakte zijn krachtigste hulpmiddel, namelijk
-zijne oogen, ongebruikt te laten, waardoor hij anders de personen die
-hem omringden dadelijk zou hebben herkend, of althans had kunnen zien
-of het zijne vrienden dan wel zijne vijanden waren. Hij luisterde
-daarom des te scherper toe, om zoo mogelijk een woord of gezegde
-op te vangen dat zijne vermoedens op het spoor kon helpen en hem
-grond geven om eene stellige berekening op te bouwen; maar hoe slim
-hij het ook had overlegd, hij bleef in de volslagenste onzekerheid,
-daar de jagers, door den Indiaan gewaarschuwd, en op hunne beurt de
-arglistigheid van don Stefano vreezende, zich wel wachtten een woord
-te uiten of zelfs het minste gedruisch te maken.
-
-Hun langdurig stilzwijgen vermeerderde niet weinig zijne ongerustheid,
-en bragt hem eindelijk zoodanig in 't naauw, dat hij besloot om het
-koste wat het wilde, er een einde aan te maken. Zijn voornemen dadelijk
-ten uitvoer brengende, deed hij eene poging om zich op te heffen,
-opende onverwachts de oogen, en wierp te gelijk een bespiedenden blik
-om zich heen.
-
---Hoe gevoelt gij u thans? vroeg Loer-Vogel zich tot hem buigende.
-
---Zeer zwak, antwoordde don Stefano met eene klagende stem, ik gevoel
-eene loomheid in al mijne leden, en ik heb een geweldige suizing in
-de ooren.
-
---Voelt gij? zei de jager. O, maar dat is niet gevaarlijk, dat is
-altijd zoo, als men een val heeft gedaan.
-
---Heb ik dan een val gedaan? hervatte de gewonde, die, daar hij Ruperto
-gezien en herkend had, zich meer op zijn gemak begon te gevoelen.
-
---Te duivel! dat zou ik denken, riep Loer-Vogel, wij hebben u op de
-zandbank gevonden bij het veer del Rubio.
-
---Ah zoo, hebt gij mij daar gevonden?
-
---Ja, eenige uren geleden.
-
---Ik zeg u dank voor de mij verleende hulp, zonder welke ik
-waarschijnlijk den dood zou hebben gevonden.
-
---Dat is zeer wel mogelijk; maar haast u niet te zeer om ons te
-bedanken.
-
---Waarom? vroeg don Stefano, terstond de ooren spitsend bij deze
-dubbelzinnige verklaring, die veel had van eene vermomde bedreiging.
-
---Weet ik het? antwoordde Loer-Vogel goedmoedig, niemand kan immers
-vooruit zeggen wat er gebeuren zal.
-
-Don Stefano, wiens krachten snel wederkeerden en die reeds zijne
-helderheid van geest terug had bekomen, stond thans plotseling op,
-en wierp den Canadees een blik toe alsof hij zijne geheimste gedachten
-wilde doorgronden.
-
---Ik ben toch uw gevangene niet, hoop ik? zeide hij.
-
---Hm! riep de jager, zonder verder te antwoorden.
-
-Dit korte tusschenwerpsel gaf den gewonde veel te denken, en
-verontrustte hem meer dan de langste verklaring.
-
---Laten wij vrij spreken, zeide hij na verloop van eenige minuten.
-
---Met al mijn hart, zei de Canadees.
-
---Onder u drieën is er maar een dien ik ken, vervolgde don Stefano,
-naar Ruperto wijzende, die hem met een toestemmenden wenk beantwoordde;
-en ik weet niet dat ik dien man ooit beleedigd heb, integendeel....
-
---Dat is waar, zeide Ruperto.
-
---Wat u betreft, ik heb u nooit gezien, gij kunt dus tegen mij
-onmogelijk eenige wrok of vijandschap koesteren.
-
---Inderdaad is dit de eerste maal dat de Voorzienigheid ons tegenover
-elkander plaatst, zei Ruperto.
-
---Overigens zie ik hier alleen den Indiaanschen krijgsman, die mij
-even als gij, geheel onbekend is.
-
---Dat alles is juist.
-
---Om welke reden zou ik dan uw krijgsgevangene zijn? Ik kan toch niet
-denken dat gij roofvogels zijt, van die soort die men bandieten noemt
-en die hier in de prairie als het ware in 't wild opgroeijen.
-
---Wij zijn geene bandieten, maar regtschapen en eerlijke jagers.
-
---Des te meer reden waarom ik op nieuw de vraag tot u rigt: ben ik
-uw gevangene, ja of neen?
-
---De vraag is niet zoo eenvoudig als gij onderstelt; want ofschoon
-wij, voor ons, u geen enkel persoonlijk verwijt hebben toe te voegen,
-moet gij zelf het beste weten of gij sedert uwe komst in de prairiën
-niemand buiten ons beleedigd of kwalijk bejegend hebt?
-
---Ik?
-
---Wie anders als gij? Hebt gij niet in den afgeloopen nacht nog gepoogd
-een man te vermoorden, door hem in een hinderlaag af te wachten en
-onverhoeds op het lijf te vallen?
-
---Ja, maar die man is mijn vijand.
-
---Goed! doch gesteld nu voor een oogenblik dat wij vrienden zijn van
-dien man?
-
---Maar dat is zoo niet, dat kan zoo niet zijn.
-
---Waarom niet? wat geeft u grond om dit te veronderstellen?
-
-Don Stefano haalde verachtelijk de schouders op.
-
---Gij ziet mij dan wel voor zeer onnoozel aan, dat gij u verbeeldt
-mij met zulk een uitvlugt te kunnen afschepen.
-
---Het is intusschen geen uitvlugt, zoo als gij het gelieft te noemen.
-
---Een mooije zaak! als ik dien man in handen was gevallen, zou hij mij
-naar zijn kamp hebben laten overbrengen, om zich aan mij te wreken,
-ten overstaan der bandieten die hij onder zijne bevelen heeft, en
-voor welke mijn straf voorzeker al te aangenaam zou geweest zijn om
-hun dit verrukkend schouwspel te onthouden.
-
-De oude spoorzoeker, die tot dusver met een half geslepen, half
-spotachtig gezigt het woord had gevoerd, veranderde op eens van toon
-en werd even ernstig en gestreng als hij te voren jolig was.
-
---Luister, zeide hij, en doe uw voordeel met hetgeen gij hooren zult:
-gij kunt ons door uwe geveinsde zwakte in 't minst niet verschalken;
-wij weten zeer goed dat uwe krachten ten naastenbij zijn wedergekeerd;
-de raad dien ik u geef is opregt en heeft ten doel om u in uw eigen
-belang te waarschuwen: gij zijt wel is waar geenszins onze gevangene,
-maar gij zijt evenmin vrij.
-
---Ik begrijp u niet regt, antwoordde don Stefano, wiens gelaat ofschoon
-aanvankelijk opgehelderd, bij de laatste woorden merkelijk donkerder
-was geworden.
-
---Geen der hier aanwezige mannen, vervolgde Loer-Vogel, heeft eenig
-persoonlijk verwijt tegen u; wij weten niet wie ge zijt, ik althans
-wist niet dat gij bestondt voor dezen dag; maar er is iemand, die
-tegen u,--niet enkel gevoelens van haat meent te koesteren, dat ware
-eene zaak die misschien tusschen u en hem alleen kon worden afgedaan,
-maar iemand die gronden van aanklagt tegen u meent te bezitten,
-voldoende om u onmiddelijk in regten te betrekken.
-
---Onmiddelijk in regten te betrekken! herhaalde don Stefano geheel
-uit het veld geslagen; maar voor welke regtbank wil die man mij dan
-doen verschijnen? wij zijn hier immers in de woestijn?
-
---Ja, dat zijn wij, en dat schijnt gij geheel te vergeten; in de
-woestijn is de wet der steden onvermogend den schuldige te bereiken; er
-bestaat dus hier eene verschrikkelijke, oppermagtige en onverbiddelijke
-wetgeving, op welke in het belang van allen, ieder die zich beleedigd
-gevoelt regt heeft zich te beroepen, wanneer de omstandigheden zulks
-gebiedend vorderen.
-
---En welke is die wet? vroeg don Stefano terwijl zijn gelaat zoo
-bleek werd als een lijk.
-
---De Lynch-wet.
-
---De Lynch-wet!
-
---Ja; in naam van deze wet hebben wij, die zoo als gij wel zegt,
-u niet kennen, ons vereenigd om u te oordeelen.
-
---Mij oordeelen! maar dat is onmogelijk. Welke misdaad heb ik
-begaan? wie is de man die mij beschuldigt?
-
---Deze vragen kan ik u niet beantwoorden; welke misdaad men u te
-last legt, weet ik niet; den naam van uw aanklager weet ik evenmin;
-maar dit verzeker ik u, dat geenerlei haat noch vooroordeel tegen u
-ons bezielt en dat wij geheel onpartijdig zullen zijn; maak dus uwe
-verdediging gereed, gedurende de korte tijdruimte die u overschiet,
-en als gij, wanneer het oogenblik daar is, uwe onschuld kunt bewijzen
-door uw beschuldiger te ontmaskeren, dan wensch ik van harte dat het
-u gelukken mag.
-
-Don Stefano liet het hoofd tusschen de beide handen zinken en gaf
-onmiskenbare blijken van radeloosheid.
-
---Maar hoe wilt gij dat ik mijne verdediging zal voorbereiden, daar
-ik niet weet welke feiten men mij te laste legt? Geef mij licht in
-deze duistere zaak, hoe weinig het ook wezen mag, zoodat ik er mij
-naar kan rigten en weet waaraan ik mij te houden heb.
-
---Door te zeggen wat ik u gezegd heb, caballero, voldeed ik aan de
-inspraak van mijn geweten, dat mij beval u te waarschuwen voor het
-gevaar dat u bedreigt; u meer te zeggen kan ik onmogelijk, daar ik
-van alles even onkundig ben als gij zelf zegt te zijn.
-
---O, dat is om razend te worden! riep don Stefano.
-
-Op een wenk van Loer-Vogel stonden Ruperto en de Vliegende-Arend op;
-ook de Wilde-Roos kreeg een wenk om hun voorbeeld te volgen; alle
-vier verwijderden zich, en Stefano bleef alleen achter.
-
-De Mexicaan wierp zich ter aarde met de razende woede van iemand die
-op eens onoverkomelijke zwarigheden had zien oprijzen, en nu in eene
-hopelooze stelling opgesloten genoodzaakt was zich over te geven. Aan
-den hevigsten angst ten prooi en niet wetende hoe hij den storm moest
-bezweren die reeds boven zijn hoofd loeide, zocht hij te vergeefs
-naar middelen om aan de handen die hem aan alle zijden vasthielden
-te ontsnappen. Zijn anders altijd zoo vindingrijke geest verschafte
-hem geen enkele uitvlugt of list, die hij met goed gevolg zou kunnen
-aanwenden en volhouden, in dezen veegen strijd met eene onbekende
-vijandige magt; vruchteloos putte hij zijn vernuft uit, hij vond niets.
-
-Eensklaps stond hij weder op, en met de snelheid der gedachte sloeg
-hij de hand op de borst.
-
---Ach! riep hij in vertwijfeling uit, terwijl hij zijn arm op eens
-magteloos langs zijn lijf liet zinken, waar is mijn portefeuille?
-
-Hij zocht haastig om zich heen, maar vond niets.
-
---Als zij die in hun bezit hebben ben ik verloren, vervolgde hij;
-wat moet ik beginnen? wat zal er van mij worden?
-
-Een dof gedruisch van paardengetrappel klonk op dit oogenblik in de
-verte en scheen allengs nader te komen.
-
-Weldra werd het geluid sterker en kon men gemakkelijk den aanmarsch
-van eene talrijke troep ruiters onderscheiden. Eindelijk, na verloop
-van een kwartieruurs, trok er een dertigtal woudloopers onder geleide
-van Vrij-Kogel het kamp binnen.
-
---Vrij-Kogel onder die bandieten? mompelde don Stefano, wat kan
-dit beteekenen?
-
-Zijne onzekerheid duurde niet lang; de nieuw aankomenden droegen
-in hun midden een man op een baar,--die man werd door don Stefano
-onmiddelijk herkend.
-
---Don Miguel Ortega?--O! o! vervolgde hij een oogenblik later met
-een bitteren grimlach, nu ken ik mijn aanklager.--Geen nood, geen
-nood, riep hij in zich zelven, mijne zaak staat nog zoo hopeloos
-niet als ik gevreesd had; het blijkt thans dat deze mannen van niets
-weten en dat mijne onschatbare papieren, ten minste niet in hunne
-handen zijn geraakt. Ik denk dat die verschrikkelijke Lynch-wet voor
-ditmaal ongelijk zal krijgen en dat ik aan het tegenwoordig gevaar
-nog ontsnappen zal, even als aan zoo vele anderen.
-
-Don Miguel werd voorbij gedragen zonder don Stefano te zien, of
-wat waarschijnlijker is, hij hield zich alsof hij hem niet zag. Don
-Stefano intusschen, daar hij er te veel belang bij had om geen de
-minste bijzonderheid van hetgeen er rondom hem gebeurde onopgemerkt te
-laten, volgde met oplettenden blik, ofschoon tevens met onverschillige
-houding, iedere beweging der jagers. Na de draagkoets te hebben
-nedergezet, aan de andere zijde van het kleine kamp dan die waar
-don Stefano zich bevond, formeerden de Gambucinos, zonder van hunne
-paarden te stijgen, een kring rondom het kamp en bleven onbewegelijk
-staan, met de karabijn op de dij, door welke manoeuvre iedere poging
-tot vlugten hem onmogelijk werd.
-
-Nadat er een vuur van dorre takken was ontstoken, trad don Miguel uit
-zijne draagkoets. De bisonsschedels, vijf in getal, en bestemd om tot
-zetels te dienen, werden er in een halven kring omheen gelegd. Op deze
-schedels namen vijf mannen onmiddelijk plaats. Deze vijf mannen zaten
-in de volgende orde: don Miguel Ortega, die den post van president
-bekleedde, in het midden; Loer-Vogel en de Vliegende-Arend aan zijne
-regter- en Vrij-Kogel met Ruperto aan zijne linkerhand.
-
-Deze vierschaar in de open lucht, te midden van het natuurlijke
-woud en omgeven door een troep ruiters, in hunne bonte kostumen en
-onbewegelijk als bronzen standbeelden, maakte een even indrukwekkende
-als zonderlinge vertooning. De vijf mannen, met hunne strenge gezigten,
-gefronste wenkbraauwen, kalme en onbewegelijke houding, geleken
-volmaakt naar een dier heilige veemgerigten, die in de middeleeuwen
-aan de oevers van den Rijn de onmagtige regtspleging der wettige
-regtbanken moesten vervangen, om de onbeteugelde misdrijven tegen te
-gaan, en die hunne vonnissen mede onder den blooten hemel uitspraken
-onder het gebulder der winden en het geheimzinnig gemurmel der snel
-afvlietende wateren.
-
-Ondanks zijne moedsbetooning, voer don Stefano een huivering van
-schrik door de leden, toen hij zijne blikken over het kamp liet
-weiden en al de toebereidselen zag voor dit onverbiddelijk gerigt,
-te midden der eenzame wildernis.
-
---Hm! prevelde hij in stilte, ik geloof dat ik er minder gemakkelijk af
-zal komen en dat ik mij te veel heb gehaast met victorie te kraaijen.
-
-Op dit oogenblik stegen op een gegeven teeken van don Miguel, twee
-jagers van hunne paarden en traden naar don Stefano; deze stond van
-zijne legerstede op; de beide jagers namen hem onder de armen en
-voerden hem voor het geregtshof.
-
-Hij herstelde zich terstond, kruiste de armen over de borst, en wierp
-de vijf mannen die daar als regters zaten een sardonischen blik toe.
-
---Ha! caballero, zeide hij op spotachtigen toon tot don Miguel,
-gij zijt dus mijn beschuldiger?
-
-De kapitein haalde even de schouders op.
-
---Neen, was zijn antwoord, ik ben uw beschuldiger niet, maar uw regter.
-
-
-
-
-
-
-
-XIX.
-
-HET GEREGTELIJK VERHOOR.
-
-
-Na deze woorden volgde er een oogenblik van verwachting, ja bijna
-van aarzeling. Eene doodsche stilte scheen zich over het woud uit
-te breiden.
-
-Don Stefano was de eerste die den indruk van schrik te boven kwam,
-welke zich onwillekeurig van hem had meester gemaakt.
-
---Welnu, zeide hij met een blik van minachting en eene heldere
-doordringende stem, zoo gij mijn aanklager niet zijt, waar is hij
-dan? verbergt hij zich misschien, nu het beslissende uur gekomen
-is? zou hij terugdeinzen voor de verantwoordelijkheid die hij op zich
-heeft genomen? Laat hem verschijnen, ik wacht hem af.
-
-Don Miguel schudde het hoofd.
-
---Als hij verschijnt, zult gij misschien vinden dat hij te vroeg komt,
-antwoordde hij.
-
---Wat wilt gij toch met mij?
-
---Dat zult gij zien.
-
-Don Miguel was somber en bleek; een droevige glimlach zweefde op zijne
-verwelkte lippen; het was duidelijk aan hem te zien dat hij zich zeer
-moest inspannen om zijne zwakheid te boven te komen, en zich vast op
-zijn zetel te houden.
-
-Na eenige minuten van beraad, hief hij het hoofd op.
-
---Hoe is uw naam? begon hij.
-
---Don Stefano Cohecho, antwoordde de beschuldigde zonder aarzelen.
-
---De regters wisselden een blik.
-
---Waar zijt gij geboren?
-
---Te Mazatlan in 1808.
-
---Welk is uw beroep?
-
---Koopman te Santa-Fé.
-
---Met welk doel kwaamt gij in de woestijn?
-
---Dat heb ik u vroeger zelf reeds gezegd.
-
---Herhaal het hier, hernam don Miguel onverstoord.
-
---Ik moet u onder 't oog brengen dat deze beuzelachtige en voor u
-nuttelooze vragen mij vermoeijen.
-
---Ik vraag u om welke reden gij in de woestijn zijt gekomen?
-
---Het failliet van verscheidene mijner correspondenten heeft mij
-verpligt op reis te gaan, om te zien of ik nog iets van mijn verloren
-eigendom zou kunnen redden; ik ben dus alleen in de woestijn om de
-plaats te bereiken waar ik heen ga, ik weet geen anderen weg.
-
---Waar gaat gij heen?
-
---Naar Monterey; gij ziet met hoe veel gedweeheid en gemakkelijkheid
-ik al uwe vragen beantwoord, zeide hij op dien toon van gemeenzame
-scherts dien hij sedert zijn verhoor had aangenomen.
-
---Ja, hernam don Miguel langzaam en met nadruk op ieder woord, gij
-geeft bewijzen van groote gedweeheid en gemakkelijkheid, ik zou om
-uwentwil wenschen dat gij even opregt waart.
-
---Wat meent gij met deze woorden? vroeg don Stefano op hoogen toon.
-
---Ik meen daarmede, dat gij elke vraag van mij met een leugen
-beantwoord hebt, zeide de president kort en droog.
-
-Don Stefano fronste de wenkbraauwen en uit zijn oog straalde een
-vlammende blik.
-
---Caballero! riep hij, zulk eene beleediging....
-
---Het is geene beleediging, vervolgde de president altoos even bedaard,
-het is de waarheid en gij weet het even goed als ik.
-
---Ik zou gaarne willen weten wat dit alles beteekenen moet? meesmuilde
-de Mexicaan.
-
-Don Miguel keek hem strak in 't gezigt.
-
-Onwillekeurig sloeg don Stefano de oogen neêr.
-
---Ik zal u voldoen, zei de president.
-
---Ik luister.
-
---Op mijne eerste vraag, hebt gij geantwoord dat uw naam is don
-Stefano Cohecho.
-
---Welnu?
-
---Dat is valsch; gij heet don Estevan de Real del Monte.
-
-Een onmerkbare huivering liep den beschuldigde door de leden.
-
-Don Miguel vervolgde:
-
---Op mijn tweede vraag hebt gij geantwoord, dat gij geboren waart
-te Mazatlan in het jaar 1808; dat is valsch, gij zijt geboren te
-Guanajuato in 1805.
-
-Hier zweeg de president eenige oogenblikken, om den beschuldigde tijd
-te geven zijn antwoord gereed te maken; don Estevan--gelijk wij hem
-voortaan noemen zullen--achtte het echter niet geraden te antwoorden,
-maar bleef koel en norsch zwijgen.
-
-Don Miguel glimlachte minachtend en vervolgde:
-
---Op mijne derde vraag hebt gij geantwoord, dat gij koopman en te
-Santa-Fé gevestigd waart; dat is evenzeer onwaar: gij zijt nooit
-koopman geweest; gij zijt senateur en woont te Mexico. Eindelijk
-hebt gij mij gezegd, dat gij de woestijn slechts doortrekt om u naar
-Monterey te begeven, waar uwe handelsbelangen u heenriepen; wat dit
-laatste betreft, behoef ik de valschheid uwer verklaring niet aan te
-wijzen, daar zij voldoende uit den zamenhang uwer vorige antwoorden
-blijkt, hierop verwacht ik thans uwe repliek, zoo gij nog iets te
-antwoorden hebt, waaraan ik grootelijks twijfel.
-
-Don Estevan had intusschen den tijd gehad om zich van den geleden schok
-te herstellen; ook meende hij zeer goed te begrijpen waar deze geduchte
-aanval van daan kwam en door welke middelen men zulke juiste berigten
-tegen hem had in handen gekregen; hij verbeet zich de lippen en
-antwoordde op uitdagenden toon, met een schamper en spotachtig gezigt:
-
-Gij schijnt te veronderstellen, caballero, dat ik u niet kan
-antwoorden. Niets is intusschen gemakkelijker, zoo als ik u por
-Dios! dadelijk zal bewijzen. Omdat gij, terwijl ik in zwijm lag,
-mijne portefeuille, ik wil niet zeggen mij ontstolen, zoo onbeleefd
-zal ik niet wezen, maar behendig hebt weten te ontfutselen, en daarin
-eenige bijzonderheden hebt gevonden, die gij mij thans voor de voeten
-werpt, denkt gij misschien dat ik geheel uit het veld ben geslagen,
-daar gij nu al mijne zaken weet. Het lijkt er wat na! Gij zijt gek,
-voor den duivel! al wat gij van mij vertelt is louter beuzelarij,
-die niets om het lijf heeft. Ja, ik beken, mijn naam is don Estevan,
-ik ben geboren te Guanajuato in het jaar 1805, en ik ben senateur; maar
-wat bewijst dat! Voorwaar! schoone bewijzen om eene beschuldiging op te
-gronden tegen een caballero! Cuerpo de Christo! ben ik dan de eenige
-in de woestijn die een anderen naam draagt dan den zijnen? Met welk
-regt denkt gij toch, gij allen, die hier alleen onder uw aangenomen
-bijnaam bekend zijt, met welk regt, zeg ik, denkt gij mij te beletten
-uw voorbeeld te volgen? 't Is inderdaad allerbespottelijkst, en zoo
-gij mij geen degelijker beschuldigingen voor de voeten kunt werpen,
-laat mij dan maar stil vertrekken en mijne eigen zaken doen.
-
---Wij hebben andere, antwoordde don Miguel met ijzingwekkende kalmte.
-
---Ik ken ze, caballero; gij beschuldigt mij, niet waar? dat ik u,
-don Miguel, die u soms don Torribio en ook wel don José noemt,
-gij beschuldigt mij, zeg ik, dat ik u in een hinderlaag heb gelokt,
-waaruit gij slechts als door een wonder gered zijt; maar dat is eene
-zaak tusschen u en mij, over welke God alleen uitspraak kan doen.
-
---Laat Gods heiligen naam er maar buiten, die komt bij deze zaak
-slecht te pas; ik heb u reeds gezegd, dat ik geenszins uw aanklager
-maar uw regter ben.
-
---Opperbest; geef mij mijn brieftasch terug en laat het daarmede uit
-wezen, want geloof mij, ik zie in de geheele zaak voor u geen het
-minste voordeel, of gij moest besloten hebben mij te vermoorden, dat
-zeer ligt het geval kon zijn. Als dat zoo is, ga dan gerust uw gang,
-ik heb in 't minst geen plan om tegen de dertig of veertig bandieten
-te vechten die ik hier rondom mij zie. Dood mij dus, zoo gij het
-goedvindt, maar maak een einde aan de zaak.
-
-Don Estevan sprak deze woorden op een toon van de uiterste minachting,
-die echter door zijne regters, daar zij reeds vooraf wisten waaraan
-zij zich te houden hadden, niet scheen te worden opgemerkt.
-
---Wij hebben u uw brieftasch niet ontstolen, antwoordde don Miguel;
-niemand van ons heeft die gezien, veel min geopend; wij zijn geene
-bandieten en evenmin willen wij u vermoorden, maar wij zijn hier
-bijeengeroepen om u te vonnissen of vrij te spreken, volgens den regel
-der Lynch-wet, en wij zullen dien pligt volbrengen zoo onpartijdig
-als wij kunnen.
-
---Welnu, maar als dat zoo is, laat dan hij die mij beschuldigt voor
-den dag komen, en ik zal hem vernietigen. Waarom houdt hij zich
-schuil? Het regt kan niet anders dan in tegenwoordigheid van al de
-partijen uitgesproken worden. Dat derhalve de man verschijne, die
-voorwendt mij wegens misdaden te vervolgen daar ik niets van weet;
-laat hij komen, en ik zal hem bewijzen dat hij een vuige lasteraar is.
-
-Naauwelijks had don Estevan deze woorden gesproken, of de takken van
-het naastbijzijnd kreupelhout bogen zich uiteen, en er kwam een man
-uit te voorschijn, die den Mexicaan met haastige stappen naderde,
-en hem onverschrokken de hand op den schouder legde:
-
---Bewijs mij, don Estevan, dat ik niets meer dan een vuige lasteraar
-ben, zeide hij met eene diepe zware stem, terwijl hij hem tevens met
-een blik van onverbiddelijken haat in de oogen keek.
-
---O! riep don Estevan, mijn broeder! en bij dien uitroep waggelde hij
-als een beschonkene, deed eenige stappen achteruit, met wijdgeopende
-oogen en starenden blik, terwijl een doodelijk bleek zijn gelaat
-overtoog.
-
-Don Mariano hield hem met een fermen greep vast, om te beletten dat
-hij op den grond tuimelde, en toen met zijn gezigt bijna rakelings
-het zijne naderende, zeide hij:
-
---Ik ben uw aanklager, Estevan! zeg mij, wat hebt gij met mijne
-dochter gedaan?
-
-Don Estevan antwoordde niet, zijn broeder zag hem een poos aan, met een
-blik dien wij niet wagen zullen te beschrijven; daarop stiet hij hem
-met een gebaar van de uiterste verachting van zich af. De ellendeling
-wankelde, strekte onwillekeurig de armen uit om zich aan hem vast te
-houden, maar zijne krachten schoten te kort: hij viel op de knieën
-en verborg zijn gelaat in de beide handen, met eene mengeling van
-woede en wanhoop die zich onmogelijk laat afschilderen.
-
-Al de aanwezigen waren kalm en bedaard gebleven, niemand had zich
-verroerd of een woord gesproken, maar een heimelijke schrik had hen
-overmeesterd en zij wisselden blikken, waarin de beschuldigde, als
-hij ze had kunnen zien, reeds het vonnis zou hebben gelezen dat zij
-hem in hun hart hadden toegedacht.
-
-Don Mariano wenkte zijne twee bedienden om hem te volgen, en met den
-een aan zijn regter en den anderen aan zijne linkerhand plaatste hij
-zich midden in het kamp, tegenover de geimproviseerde vierschaar,
-waar hij met eene krachtige, heldere en nadrukkelijke stem het woord
-nam, op de volgende wijs:
-
---Hoort mij, caballeros, en wanneer ik u alles zal gezegd hebben,
-wat ik u te zeggen had, over den man, die daar vernederd en verslagen
-voor u ligt, reeds eer ik nog een woord gesproken heb, zult gij hem
-zonder haat of zonder wrok oordeelen, volgens de uitspraak van uw
-geweten. Die man is mijn broeder; in zijne jeugd, om eene reden die
-ik hier niet nader zal verklaren, heeft mijn vader hem reeds willen
-verbannen; ik trad ten zijnen gunste tusschenbeide, verwierf hem,
-zoo al niet volkomen begenadiging, dan toch de vrijheid om onder het
-ouderlijke dak te mogen blijven. Dagen en jaren verliepen er; het kind
-werd man; mijn vader, toen hij stierf, liet mij al zijne bezittingen
-na, met uitsluiting van zijn anderen zoon, dien hij op zijn doodbed
-vervloekte; ik verscheurde het testament, riep dezen man tot mij en
-gaf hem, den armen bedelaar, zijn deel aan de erfenis terug, waarvan,
-naar mijn gevoelen, mijn vader het regt niet had hem te berooven.
-
-Hier wendde don Mariano zich tot zijne bedienden. Beiden strekten
-gelijktijdig den regterarm uit, legden de linkerhand op de borst en
-beantwoordden de stomme vraag huns meesters met luider stem.
-
---Wij getuigen dat al het gezegde volkomen waarheid behelst.
-
---Die man had dus alles, zijn fortuin, zijn stand, zijne toekomst,
-alles aan mij te danken; want door mijn invloed alleen was het hem
-gelukt raadslid te worden. Zie nu eens hoe hij mijne weldaden vergolden
-en in welk eene mate hij zich erkentelijk heeft getoond. Hij had mij
-leeren vergeten wat ik als zijne jeugdige afdwalingen beschouwde,
-en wist mij te overtuigen dat hij geheel tot betere gedachten was
-gekomen; zijn gedrag scheen onberispelijk: in verscheidene gevallen
-had hij zelfs eene strengheid van beginselen aan den dag gelegd, dat
-ik in hem bewonderen moest; intusschen had hij mij volkomen weten te
-bedriegen, want hetgeen ik ter goeder trouw voor deugdzaam aanzag,
-was niet anders dan de grootste geveinsdheid, waarmede hij mij den
-blinddoek geheel over de oogen trok. Gehuwd en vader van twee kinderen,
-voedde hij ze op met eene gestrengheid, die mij het ontwijfelbaar
-bewijs scheen van zijne verbetering, en menigmaal zeide hij mij met
-blijkbaren ernst: "Ik wil dat mijne kinderen anders zullen worden
-dan ik geweest ben." Kortom, hij had mij misleid en ik werd er het
-slagtoffer van. Ten gevolge van een dier ontelbare omwentelingen,
-die ons schoone land verdeelen en ondermijnen, werd ik, ik weet niet
-door welke geheime intrigues, bij de nieuwe regering verdacht gemaakt
-en zag ik mij gedwongen op zekeren dag de vlugt te nemen, om mijn
-bedreigde leven te redden; ik wist niet aan wien ik mijne vrouw en
-dochter zou toevertrouwen, die ondanks haar vurig verlangen mij niet
-konden volgen; nu bood mijn broeder zich aan om voor haar te zorgen;
-een geheim voorgevoel,--eene stem des hemels, die ik niet had moeten
-veronachtzamen, fluisterde mij in, dien man niet te vertrouwen maar
-zijn voorstel af te wijzen. De tijd drong, ik moest vertrekken; de
-soldaten, afgezonden om mij in hechtenis te nemen, klopten reeds aan
-de deur van mijn hotel; ik gaf het dierbaarste wat ik in de wereld
-bezat, over aan mijn broeder, den ellendeling dien gij daar ziet, en ik
-vlugtte. Reeds twee jaren was ik afwezig en gedurende dien tijd schreef
-ik mijn broeder brief op brief, zonder ooit antwoord te ontvangen;
-ik was aan de grootste ongerustheid ten prooi; eindelijk nam ik het
-wanhopig besluit om mij in stilte naar Mexico te begeven, op gevaar
-af van terstond gevat en doodgeschoten te worden, toen ik, dank zij de
-hulp van eenige veelvermogende vrienden, die sterk voor mij ijverden,
-van de lijst der verbannenen werd geschrapt en vrijheid kreeg om naar
-mijn vaderland terug te keeren. Geen twee uren na het ontvangen van
-dit berigt, ging ik op weg; vier dagen later kwam ik te Vera-Cruz aan;
-ik gunde mij naauwelijks den tijd om rust te nemen, ik steeg te paard,
-en in een enkelen rid, zonder uit den zadel te komen, behalve om van
-paard te verwisselen, legde ik de negentig mijlen af die Vera-Cruz
-van de hoofdstad scheiden. Ik reed regelregt naar mijns broeders
-huis. Hij was afwezig, maar had er een brief achtergelaten, waarin
-hij mij schreef, dat hij wegens dringende zaken naar Nieuw-Orleans
-had moeten vertrekken, ofschoon hij hoopte na verloop van eene maand
-terug te zijn, terwijl hij mij tevens verzocht op hem te wachten; maar
-geen enkel woord aangaande mijne vrouw of dochter; geen enkel woord
-van mijne zaken; niets van zoovele dierbare belangen als ik aan zijne
-zorg had toevertrouwd. Mijne ongerustheid ging in schrik over: ik had
-het voorgevoel van een vreesselijk ongeluk; half gek van angst ging
-ik mijns broeders huis uit, ik besteeg het paard weder, dat dampend,
-met zweet en stof bedekt, en grootelijks afgereden, nog voor de deur
-stond, zonder dat iemand er zich mede bemoeid of er aan gedacht had om
-het te verzorgen: en ik reed in der ijl naar mijn eigen woning. Daar
-waren alle deuren en vensters gesloten, dat huis, dat ik zoo vrolijk
-en vol leven dacht te vinden, was eenzaam en stil als het graf. Ik
-vertoefde er slechts een oogenblik, en aarzelde zelfs om aan de deur
-te kloppen; eindelijk waagde ik het, de werkelijkheid, hoe vreesselijk
-zij ook wezen mogt, verkiezende boven eene onzekerheid die ik niet
-langer verdragen kon, en die mij inderdaad gek zou hebben gemaakt.
-
-Op dit punt van zijn verhaal komende, hield don Mariano op; zijne
-stem was gebroken door zijne inwendige ontroering, die hij onmogelijk
-langer kon dwingen.
-
-Er volgde een poosje stilte.
-
-Don Estevan was niet van houding veranderd sedert het oogenblik dat
-zijn broeder met zijn verhaal aanving; hij scheen in diepe droefheid
-gedompeld en door wroeging ter neer geslagen.
-
-Eenige oogenblikken daarna nam Bermudez, toen hij zag dat zijn meester
-buiten staat was om voort te gaan, het woord voor hem op.
-
---Ik was het die hem de deur opende, vervolgde de bediende; God
-is mijn getuige, dat ik mijn meester lief heb en dat ik voor hem,
-zonder bedenking, met lust mijn leven zou opofferen. Helaas! mij
-was de taak beschoren, hem de grootste smart te veroorzaken die een
-mensch met mogelijkheid lijden kan; ik was genoodzaakt de vragen
-te beantwoorden waarmede hij mij overstelpte; ik moest hem berigt
-geven dat zijne vrouw en dochter eenige weken te voren, beiden in het
-klooster der Bernardijnen overleden waren. De slag was verschrikkelijk,
-don Mariano stortte neer als door den bliksem getroffen.--Op zekeren
-avond, toen mijn meester, volgens gewoonte na zijn terugkeer, alleen
-in zijne slaapkamer zat, met het hoofd tusschen de beide handen, in
-diepe treurigheid verzonken en met de oogen vol tranen, de portretten
-beschouwende van haar die hem zoo dierbaar waren en die hij nimmer
-weder zoude zien, meldde zich iemand, in een wijden mantel gewikkeld
-en met den sombrero diep in de oogen gedrukt, bij ons aan, om Senor
-de Real del Monte te spreken; op mijne aanmerking, dat zijn edelheid
-niemand bij zich liet komen, hield deze man onverzettelijk vol,
-verklarende: dat hij mijn meester een brief van hoogst gewigtigen
-inhoud overhandigen moest. Ik weet niet hoe, maar de toon waarop
-die man sprak, kwam mij zoo opregt voor, dat ik op eigen gezag, de
-stellige orders die ik had om niemand binnen te laten, verbrak en
-hem bij don Mariano inleidde.
-
-Hier verpoosde Bermudez een oogenblik; don Mariano hief het hoofd op
-en legde zijn ouden knecht de hand op den arm.
-
---Bermudez, zeide hij, laat mij het overige vervolgen; wat ik er heb
-bij te voegen zal kort zijn.
-
-Zich thans tot de regters wendende, die steeds koel en bedaard zaten
-te luisteren, hervatte hij:
-
---Toen deze man voor mij verscheen, zeide hij mij zonder verdere
-inleiding: Senor, gij beweent twee personen die u hoogst dierbaar
-waren, maar wier lot u geheel onbekend is.
-
---Zij zijn dood, antwoordde ik.
-
---Misschien! riep hij. Wat zoudt gij geven aan iemand die u, ik wil
-niet zeggen goede tijding bragt, maar toch eenige hoop gaf?
-
-Zonder te antwoorden, stond ik op, ging naar eene kast waar ik mijn
-geld en mijne juweelen in verborgen had:
-
---Houd uw hoed op! riep ik; en in een oogenblik was zijn hoed met
-goud en diamanten gevuld, die de onbekende terstond bij zich stak,
-en toen tegen mij het woord rigtende zeide hij:
-
---Mijn naam is Pepito; ik doe zoo wat in alle vakken; zeker iemand,
-wiens naam hier weinig afdoet, heeft mij dit stukje papier gegeven,
-met bevel om het u ter hand te stellen, zoodra gij te Mexico terug
-zoudt zijn. Eerst dezen morgen ben ik van uwe terugkomst onderrigt,
-en nu haast ik mij dit bevel ten uitvoer te brengen.
-
-Ik rukte hem het papier uit de hand en las het, terwijl Pepito eer
-hij heenging mij met dankbetuigingen overlaadde, daar ik niet eens
-naar luisterde. Het briefje was van den volgenden inhoud:
-
-Hier wenkte don Miguel met de hand, en viel hij don Mariano in de
-rede, door het woord van hem over te nemen, en met eene bevende stem
-te vervolgen:
-
---"Een vriend van de familie de Real del Monte verwittigt don Mariano
-dat hij op eene eerlooze wijs bedrogen is, door den man in wien hij
-al zijn vertrouwen stelde, en die alles aan hem te danken had. Die
-man heeft dona Serafina de Real del Monte met vergif om het leven
-gebragt; terwijl de dochter van don Mariano levend begraven is
-in een der grafkelders van het Bernardijnen-klooster. Zoo de heer
-de Real del Monte dit helsche gruwelstuk wenscht te onderzoeken,
-en misschien een der twee personen hoopt weder te zien, die de man
-welke hem bedroog voor altijd denkt uit den weg te hebben geruimd,
-laat Senor don Mariano dan den inhoud van dit briefje zoo veel mogelijk
-geheim houden en voortdurend de diepste onkunde veinzen, maar tevens
-in stilte zich gereed maken voor eene verre reis, waarvan niemand iets
-mag vermoeden. Op den 5den November aanstaande, tegen zonsondergang,
-zal aan de Teokali de Quinametzin een man aankomen. Die man zal don
-Mariano aanspreken en twee namen noemen: die van zijne vrouw, en die
-van zijne dochter; daarop zal hij hem alles vertellen wat hij nog niet
-weet, en welligt hem een weinig van het geluk terug geven dat hij thans
-verloren heeft." Hiermede eindigde het briefje, dat niet geteekend was.
-
-Don Miguel hield op.
-
---Het is volkomen waar, riep don Mariano ten uiterste verbaasd. Maar
-hoe hebt gij al deze bijzonderheden zoo juist kunnen weten? zijt gij
-het misschien die....
-
---Zoodra de regte tijd daar is, zal ik uwe vraag beantwoorden, zei
-don Miguel op beslissenden toon. Vervolg gij het overige.
-
---Wat zal ik er meer bijvoegen? hervatte don Mariano; op den bepaalden
-tijd vertrok ik naar het zonderling mij aangewezen oord, en voedde
-in mijn hart ik weet niet wat al dwaze verwachtingen. Helaas! de
-mensch is als geschapen om zich vast te klemmen aan alles wat
-hem van zijn ongeluk schijnt te kunnen afhelpen. Eerst heden
-heeft de goede God mij naar zijn genadig welbehagen den man doen
-ontmoeten, dien ik tot hiertoe mijn broeder noemde; hem te zien
-wekte bij mij evenzeer verbazing als blijdschap. Hoe kwam hij hier,
-daar hij mij geschreven had dat hij naar Nieuw-Orleans vertrokken
-was? Een onbestemd voorgevoel, dat ik tot dusver steeds had pogen te
-onderdrukken, beklemde mij het hart door de onweerstaanbare vrees dat,
-hoe ongeloofelijk het ook schijnen mogt, mijn broeder de booswicht was
-aan wien ik al mijne ongelukken te wijten had. Intusschen bleef ik nog
-altijd in twijfel, ik dobberde tusschen afschuw en broederliefde, tot
-deze brieftasch, die door den onverlaat verloren en door het Indiaansch
-opperhoofd de Vliegenden-Arend gevonden werd, op eens den blinddoek
-welke tot dusver mijne oogen bedekte, wegrukte en mij met tastbare
-bewijzen de verfoeijelijke kunstgrepen en de gruwzame misdaden leerde
-kennen, door dezen ellendeling, dezen eerloozen broedermoorder begaan,
-met het onwaardige doel om mij van mijne goederen te berooven en er
-zijne kinderen mede te beschenken. Ziedaar de portefeuille, doorloop
-de stukken en brieven die zij bevat, en beslis, een iegelijk van u,
-tusschen mij en mijn onwaardigen broeder.
-
-Dit zeggende gaf hij de brieftasch aan don Miguel over, die haar
-echter zacht van de hand wees.
-
---Deze bewijzen! don Mariano, zijn voor ons overbodig, zeide hij,
-wij hebben er nog sterkere in handen.
-
---Wat wilt gij zeggen? riep don Mariano.
-
---Gij zult mij spoedig begrijpen, antwoordde don Miguel, terwijl
-hij opstond.
-
-Op dit oogenblik gleed don Estevan eene huivering door al zijne
-leden. Zonder regt te weten waarom, raadde hij bij wijze van
-voorgevoel, dat de beschuldiging door zijn broeder tegen hem
-ingebragt, nog niets was bij de schrikkelijke feiten die don Miguel
-zich gereed maakte aan het licht te brengen. Hij rigtte onwillekeurig
-het hoofd op, boog het lijf voorover, als werd hij door de dreigende
-aankondiging zijns tegenstanders geketend, en wachtte met hijgende
-borst en gesperde neusgaten, ten prooi aan steeds klimmenden angst,
-het oogenblik af waarop don Miguel van nieuws het woord zou opvatten.
-
-
-
-
-
-
-
-XX.
-
-HET VONNIS.
-
-
-De zon was verdwenen aan den gezigteinder, de schaduw had het licht
-vervangen, de duisternis, als van den hemel gevallen of uit de aarde
-opgerezen, had het bosch met een ondoordringbaar doodkleed bedekt. De
-Gambucinos verzamelden ocote-takken, die aan den brandenden houtstapel
-werden ontstoken, en weldra was de boomledige ruimte waar alles wat
-wij boven verhaalden voorviel, tooverachtig verlicht door de vlammende
-houtfakkels, wier roode schijnsel het omliggende geboomte en de mannen
-die onder de breede takken te paard, of op hunne bisonsschedels rondom
-het vuur zaten, kleurde met een laaijen purpergloed en aan het gansche
-tooneel een allervreemdst en somber aanzien gaf.
-
-Don Miguel, na eerst een blik in het rond te hebben geworpen, om de
-aandacht te wekken, vatte eindelijk het woord op:
-
---Daar deze portefeuille in uwe handen is gevallen, begon hij, heb ik u
-niets meer te zeggen, don Mariano. Het was inderdaad uw broeder die de
-verschrikkelijke misdaden heeft begaan van welke gij hem beschuldigt;
-maar gelukkig heeft hij zijn doel slechts ten halve kunnen bereiken;
-uwe vrouw is dood, don Mariano, maar uwe dochter leeft nog; zij is in
-veiligheid en ik ben de man die gelukkig genoeg was haar te ontrukken
-aan hare beulen en haar op te ligten uit het afschuwelijk in pace
-waar men haar levend in begraven had; uwe dochter zult gij wederzien,
-don Mariano, ik zal u haar teruggeven, even rein en ongedeerd als ik
-haar uit den grafkelder heb opgenomen.
-
-Don Mariano was wel standvastig in de smart, maar had geen kracht voor
-de vreugde; de schok der ontroering die hem beving was zoo hevig,
-dat hij buiten kennis ter aarde stortte, en als een laatste poging
-alleen de handen kon opsteken, om den hemel te danken voor zoo veel
-heil na zoo veel leed. Zijne bedienden, door verscheidene Gambucinos
-bijgestaan, schoten naar hem toe, om hem te ondersteunen en al de
-zorg aan hem te besteden die zijn toestand vereischte.
-
-Don Miguel liet aan de opschudding door den val van don Mariano te
-weeg gebragt, tijd tot bedaren; toen, na met de hand stilte te hebben
-bevolen, hervatte hij:
-
---Thans is het pleit tusschen ons, don Estevan! Woedend van spijt, dat
-gij een uwer slagtoffers u zaagt ontsnappen, hebt gij niet geschroomd
-om mij herwaarts te volgen, wetende dat ik de man was die haar gered
-had; daarom hebt gij mij in eene hinderlaag gelokt, op hoop van mij
-te doen sneven; maar het uur is gekomen om onze rekening te vereffenen.
-
-Zoodra don Estevan begreep dat hij niet langer tegenover zijn broeder
-stond, hernam hij al zijn trots en onbeschaamde vrijpostigheid;
-hij stelde zich koelbloedig partij en staarde den jongman aan met
-een spottenden blik.
-
---O, ho! riep hij schamper, heer ridder zonder blaam, gij zoudt mij
-wel gaarne willen vermoorden, is het zoo niet? om mij tot zwijgen
-te brengen. Of meent gij welligt dat ik het gelag zal betalen,
-voor de schoone gevoelens en deugden die gij zoo vriendelijk zijt
-van uit te stallen? Ja, gij hebt mijne nicht gered, dat beken ik,
-en ik zou er u voor dankzeggen wanneer ik u niet even goed kende als
-uwe zoetsappige snorkerij.
-
-Bij deze zonderlinge woorden maakten de toehoorders een gebaar
-van verrassing, dat de aandacht van don Estevan niet ontging; wel
-voldaan over den indruk dien hij meende gewekt te hebben, vatte
-hij nieuwen moed. De onverlaat had zijn toestand met een oogopslag
-begrepen, en ziende dat hij zich niet geheel zou kunnen zuiveren,
-besloot hij stoutweg over dit bezwaar heen te stappen, hetgeen hij
-des te gemakkelijker meende te kunnen doen, daar de eenige die hem
-kon logenstraffen voor het oogenblik buiten staat was hem te hooren,
-en hem dus niet tot zwijgen kon brengen, door de feiten in hun ware
-licht te stellen. Hij vervolgde derhalve met een onbeschaamd gezigt:
-
---Mijn God! riep hij met zekeren gemaakten deemoed, wie onzer is
-onfeilbaar, wie is er die ten minste niet eens in zijn leven een
-misslag begaat? Het zij verre van mij dat ik het hatelijk bedrijf
-zou willen vergoelijken daar men mij van beschuldigt. Ja, ik heb
-de bezworen trouw eenmaal geschonden; ik heb mijn broeder misleid,
-den man aan wien ik alles te danken heb. Gij ziet, caballeros,
-dat ik mij zelven niet te hoog stel en dat ik mij geenszins poog
-te verontschuldigen, maar tusschen dezen misslag en het begaan van
-een wandaad gaapt een afgrond, en Gode zij dank kan het plegen
-van moord mij niet worden te last gelegd; ik laat mitsdien de
-verantwoordelijkheid voor dit ontzettend bedrijf voor rekening van
-hem dien het aangaat.
-
---Maar voor wiens rekening dan? vroeg don Miguel, minder verbaasd
-dan verschrikt door de verregaande arglistigheid van dezen man.
-
---Wel! mijn hemel! hervatte don Estevan met onverstoorbare brutaliteit,
-ik laat het ter verantwoording van de voortvarende lieden die
-altijd veel meer begrijpen dan zij wel moesten, en die hetzij uit
-begeerlijkheid of om welke andere reden ook, steeds verder gaan dan
-men verlangt; voorwaar, ik beken dat ik mij van mijns broeders fortuin
-heb willen meester maken, maar nooit anders dan door geoorloofde en
-wettige middelen.
-
-De Gambucinos, ofschoon allen roovers van beroep en met buitengewoon
-elastieke gewetens begaafd, zoodat zij natuurlijk niet veel bezwaar
-zouden gevonden hebben om min of meer berispelijke handelingen
-te verschoonen, stonden echter verbaasd bij het hooren van zulk
-eene regts-theorie en vroegen elkander ter sluik, met de naïeve
-ligtgeloovigheid die aan zulke halfwilde lieden eigen is, of iemand
-die zoo durfde redeneren, inderdaad niet tot hunne soort behoorde;
-op zijn best of dat misschien de duivel in zijn persoon verscheen om
-hen te bedriegen?
-
---Begrijpt mij wel, caballeros, hervatte don Estevan, wiens stem van
-lieverlede krachtiger werd; de abdis van het Bernardijnen-klooster is
-eene bloedverwant van mij, en die vrouw draagt mij eene onbegrensde
-liefde toe; toen ik haar dus van mijne aardsche vooruitzigten sprak,
-vermaande zij mij om in mijne plannen te volharden, mij verklarende
-dat er een onfeilbaar middel bestond om er den goeden uitslag
-van te verzekeren; ik geloofde des te gereeder aan hare woorden,
-daar dit middel allergemakkelijkst was in de uitvoering, en enkel
-bestond in mijne nicht te verpligten den sluijer aan te nemen en non
-te worden; verder dan dit ging mijne bedoeling niet, dat zweer ik
-u. Het arme lieve kind was mij veel te dierbaar om naar haar dood te
-verlangen! Alles ging geheel naar mijne wenschen, zonder dat ik mij
-met iets had te bemoeijen; mijne schoonzuster stierf; haar dood kwam
-mij geheel natuurlijk voor, na de tallooze rampen die zij te verduren
-had gehad; men beschuldigt mij haar vergeven te hebben, dat is valsch;
-misschien is zij vergeven, ik zal het tegendeel niet beweren; maar
-in dat geval zou men mijne tante voor dit misdrijf moeten aanklagen,
-wier doel blijkbaar geweest is om mij het fortuin te verzekeren, dat
-ik zoozeer begeerde. Ik heb terstond aan mijn broeder geschreven om hem
-den dood zijner vrouw aan te kondigen, die ook mij zeer getroffen had;
-hij heeft mijn brief echter nooit ontvangen; dit is intusschen niet te
-verwonderen, daar zijne ongedurigheid hem van plaats tot plaats dreef
-en hij soms geen dag in dezelfde stad vertoefde. Ik ging mijne nicht
-in het klooster menigmaal bezoeken; zij scheen bepaald geneigd om den
-sluijer aan te nemen; de abdis, van hare zijde, herhaalde mij telkens
-dat ik mij over niets behoefde te verontrusten; ik liet dus de zaken
-loopen zoo als ze wilden, zonder er mij mede te bemoeijen. Op den dag
-toen mijne nicht hare gelofte zou doen begaf ik mij naar het klooster;
-toen gebeurde er iets dat buitengewoon en zeer ergerlijk was; op het
-oogenblik dat het meisje hare gelofte zou afleggen, bedacht zij zich
-en weigerde den geestelijken staat te omhelzen; ik vertrok, natuurlijk
-teleurgesteld. Den avond van dien dag kwam er eene non aan mijn hotel,
-om mij te zeggen, dat mijne nicht, ten gevolge van eene hevige scène
-die er tusschen haar en de abdis was voorgevallen, plotseling eene
-hersenontsteking had gekregen en daaraan reeds overleden was. Deze
-tijding schokte mij geweldig; ik bleef den geheelen nacht in mijne
-kamer op en neder stappen, mijn broeder beklagende over het nieuw en
-onherstelbaar verlies dat hem getroffen had; terwijl ik hier over
-nadacht, rees er een donker vermoeden in mij op; de dood van het
-jonge meisje kwam mij zeer buitengewoon voor; ik vreesde eene of
-andere misdaad.
-
-Om mijne vermoedens toe te lichten, ging ik met het eerste morgendagen
-naar het klooster; daar wachtte mij een nieuwe ongehoorde geschiedenis;
-de gansche zusterschap was in rep en roer, de schrik en verslagenheid
-lag op aller aangezigt; gedurende dien nacht namelijk, was er eene
-troep gewapende mannen in het klooster binnengedrongen, die mijne
-nicht uit haar graf hadden opgeligt en medegenomen, en tegelijk een
-der jonge nieuwelingen weggevoerd. Hierdoor ten volle overtuigd dat
-ik mij niet vergist en dat er eene misdaad moest hebben plaats gehad,
-sloot ik mij met de abdis op in hare cel, en met kracht van gebeden
-en bedreigingen, gelukte het mij haar de waarheid af te persen; mijn
-afgrijzen kende geene grenzen, toen ik vernam dat mijne nicht werkelijk
-levendig was begraven geworden. Nu schoot mij niet anders over dan,
-een enkele pligt, namelijk om haar zoo mogelijk op te sporen en na
-te jagen, en haar in de armen van haar vader terug te voeren; ik zag
-tegen deze moeijelijke taak niet op, twee dagen daarna was ik reeds
-op reis. Ziedaar de waarheid en de geheele waarheid: mijn gedrag is,
-ik beken het, in zooverre berispelijk, ja strafschuldig geweest;
-maar dit zweer ik, het was geenszins misdadig.
-
-De omstanders hadden deze gewaagde verdediging met ijzingwekkende
-stilte aangehoord, en toen don Estevan eindelijk zweeg, volgde er
-geen het minste bewijs van goedkeuring dat hem kon doen hopen zijne
-toehoorders van zijne onschuld te hebben overtuigd.
-
-Don Miguel was terstond met zijn antwoord gereed.
-
---Gesteld eens, zeide hij, dat uwe verklaring waarheid was, hetgeen
-ik niet toegeef, daar er te veel bewijs voor het tegendeel bestaat,
-waarom hebt gij mij dan willen vermoorden, mij, die het meisje heb
-gered, wier ongeluk gij zegt te beklagen, en die gij in de armen van
-haar vader wildet terugvoeren?
-
---Begrijpt gij dat nog niet? riep don Estevan met geveinsde
-verwondering, moet ik u dan alles zeggen?
-
---Ja, alles, hernam de jongman kortaf.
-
---Welnu dan! ja, ik heb u willen vermoorden, omdat men mij aan het
-presidio de Tubac verzekerde dat gij mijne nicht hadt opgeligt, met
-oogmerk om haar te onteeren; ik heb mij derhalve willen wreken over
-den hoon, dien ik dacht dat gij haar hadt aangedaan.
-
-Bij deze woorden werd don Miguel bleek van verontwaardiging.
-
---Eerlooze schurk! riep hij met eene donderende stem, durft gij mij
-zulk een schandelijken laster in 't aangezigt zeggen?
-
-De toehoorders hadden over de schampere verklaring van don Estevan
-wraak geroepen, en ondanks zijne vermetele stoutmoedigheid gevoelde
-hij zich overvleugeld en was hij gedwongen het hoofd te buigen voor
-de algemeene afkeuring.
-
-Thans stond Loer-Vogel op, en rigtte het woord tot allen.
-
---Caballeros, begon hij, gij hebt de beschuldiging gehoord tegen dezen
-man door zijn eigen broeder ingebragt. Gij hebt de houding gezien die
-de aangeklaagde onder deze beschuldiging heeft aangenomen, gij hebt
-daarbij ook zijne verdediging gehoord; wij hebben hem de vrijheid
-gelaten om alles te zeggen, zonder hem in de rede te vallen of hem
-vrees aan te jagen; thans is het uur gekomen om er uw oordeel over
-uit te spreken; het is altoos eene hoogst ernstige zaak om over het
-leven of den dood van een mensch te beslissen: en wie zou niet wenschen
-dat deze man de laatste boosdoener mogt zijn? maar de Lynch-wet, gij
-weet dit zoo goed als ik, kent geen middelweg; zij verwijst ter dood
-of spreekt vrij. Ofschoon wij gekozen zijn om dezen man te vonnissen,
-willen wij de verantwoordelijkheid voor dit bedrijf niet alleen op ons
-nemen; denkt dus ernstig na over de vragen die ik u ga voorstellen,
-en bovenal, herinnert u dat van uwe uitspraak het leven of het sterven
-van dezen ongelukkige zal afhangen. Spreek dus, caballeros, op uwe
-ziel en op uw geweten: is deze man schuldig?
-
-Er volgde eene pauze van de diepste stilte; aller aangezigt stond
-ernstig, aller hart klopte hevig.
-
-Don Estevan stond met gefronste wenkbraauwen en verbleekt voorhoofd,
-maar met de armen op de borst gekruist, in ferme houding, want hij
-was dapper, en wachtte met een angst dien hij alleen door de kracht
-van zijn wil wist te beteugelen en voor aller oog te verbergen,
-zijn lot af.
-
-Loer-Vogel, na eenige minuten gezwegen te hebben, vatte het woord
-weder op en sprak op een langzamen plegtigen toon:
-
---Caballeros, is deze man schuldig?
-
---Ja, riepen al de aanwezigen als uit eenen mond.
-
-Inmiddels begon don Mariano, dank zij de zorg zijner bedienden,
-weder bij te komen en de gewone teekenen van leven te geven die den
-terugkeer van het bewustzijn voorafgaan.
-
-Vrij-Kogel fluisterde zijn vriend Loer-Vogel in 't oor:
-
---Is het wel voegzaam dat wij don Mariano de veroordeeling van zijn
-broeder laten bijwonen?
-
---Voorzeker niet, antwoordde de oude jager met drift, des te minder
-daar hij, nu de eerste vlaag van gramschap over is, waarschijnlijk
-ten gunste van zijn broeder zou tusschenbeide komen; maar hoe zullen
-wij hem het best verwijderen?
-
---Dat neem ik op mij, ik zal hem naar het jagerskamp vervoeren.
-
---Haast u dan.
-
-Vrij-Kogel stond op en trad naar Bermudez, met wien hij fluisterend
-eenige woorden wisselde; daarop namen de twee bedienden hun meester
-op en droegen hem naar het kreupelbosch, gevolgd door den jager en de
-Wilde-Roos, die Vrij-Kogel een wenk had gegeven om mede te gaan. Door
-den opgewonden staat waarin de Gambucinos verkeerden ter zake van
-het vonnis, werd dit vertrek door niemand opgemerkt en zelfs het
-getrappel der paarden toen zij wegreden niet gehoord.
-
-Don Estevan was de eenige die alles gezien had en er de reden van
-begreep.
-
---Ik ben verloren! mompelde hij.
-
-Loer-Vogel wenkte met de hand en de stilte herstelde zich als door
-een tooverslag.
-
---Welke straf heeft de schuldige verdiend?
-
---De dood! riepen allen, als een echo uit het graf.
-
-Zich thans tot den veroordeelde wendende, hervatte de jager:
-
---Don Estevan de Real del Monte, met misdadige voornemens in de
-woestijn gekomen, zijt gij gevallen onder de slagen der Lynch-wet;
-de Lynchwet is hier de wet van God: oog om oog, tand om tand, erkent
-zij geen andere straf dan die der wedervergelding. Het is de eerste
-wet door de oude wereld aan de menschheid overgeleverd. Gij hebt een
-onschuldig jong meisje veroordeeld om levend begraven te worden en
-van honger om te komen. Gij zult dus ook levend worden begraven om
-van honger te sterven; maar omdat gij den dood lang zoudt kunnen
-inroepen, eer hij u verhoorde, zullen wij u de middelen in handen
-geven om uw lijden te eindigen, wanneer het u aan moed ontbreekt
-om het langer te verduren. Wij zijn barmhartiger jegens u dan gij
-jegens uw ongelukkige slagtoffers geweest zijt, want gij zult slechts
-begraven worden tot onder de okselen, uw linkerarm zal vrij blijven
-en een pistool zal onder uw bereik worden gelegd, zoo dat gij u een
-kogel door het hoofd kunt jagen wanneer uw lijden onverdragelijk
-wordt. Ik heb gezegd. Antwoordt mij: Is dit vonnis regtvaardig? met
-deze woorden eindigde hij, zich tot de omstanders rigtende.
-
---Ja! bromde al de aanwezigen, met eene doffe eenparige stem: oog om
-oog, tand om tand.
-
-Don Estevan had de woorden van den ouden jager met ontzetting
-aangehoord; de verschrikkelijke straf waartoe hij veroordeeld werd deed
-hem verstommen: want hoezeer hij niets minder dan den dood verwacht
-had, kwam deze manier van sterven hem zoo afgrijselijk voor, dat hij
-er in het eerste oogenblik niet aan gelooven kon; zoodra hij echter
-zag dat op een wenk van Loer-Vogel de Gambucinos zich gereed maakten
-om een kuil te graven, rezen zijne haren te berge van schrik en kwam
-het koude zweet hem op het voorhoofd, terwijl hij, de handen vouwend,
-met eene gesmoorde stem uitriep:
-
---O! niet zulk eene barbaarsche straf, als ik u bidden mag! doodt
-mij liever op eens.
-
---Gij zijt gevonnist, en gij moet uwe straf ondergaan zooals zij is
-uitgesproken, antwoordde de oude jager droogjes.
-
---O! geef mij het pistool dat gij mij beloofd hebt, opdat ik mij op
-eens voor het hoofd schiete, dan zijt gij gewroken.
-
---Wij wreken ons niet; wij voor ons zelven hebben niets met u te maken;
-dat pistool zal u eerst gegeven worden als wij vertrekken.
-
---O! gij zijt onverbiddelijk, riep hij, zich op den grond werpende,
-waar hij in magtelooze woede rondkroop.
-
---Wij zijn regtvaardig, was al wat Loer-Vogel hem antwoordde.
-
-Don Estevan, in een aanval van woeste vertwijfeling vloog eensklaps
-op, sprong als een tijger ter zijde en liep in dolle vaart met gebukt
-hoofd naar een boom, met oogmerk om zich de hersenen tegen den stam
-te verbrijzelen; maar de Gambucinos kwamen hem nog in tijds voor en
-beletten hem dit wanhopig besluit uit te voeren. Zij maakten zich van
-hem meester en ondanks zijn hardnekkigen weerstand en woest geschreeuw,
-knevelden zij hem zoo onverbiddelijk vast, dat hij niet meer in staat
-was een lid te bewegen.
-
-Nu ging zijne woede in radeloosheid over.
-
-O! riep hij, als mijn broeder maar hier ware, zou hij mij nog redden! O
-mijn God!.. O Mariano! help mij, help mij!
-
-Loer-Vogel trad naar hem toe.
-
---De kuil is gereed, men zal er u zoo dadelijk in nederlaten, zeide
-hij; hebt gij nog iets te zeggen of te bestellen?
-
---Blijft het dan nog bij die gruwzame straf? vroeg hij verwilderd.
-
---Wel zeker.
-
---Maar dan zijt gij wilde beesten.
-
---Wij zijn uwe regters.
-
---O, laat mij leven, al was het maar voor één dag.
-
---Gij zijt gevonnist.
-
---Dan vervloek ik u! gij duivels in menschelijke gedaante. Gij zijt
-moordenaars! Welk regt hebt gij om mij te dooden?
-
---Het zelfde regt dat ieder mensch heeft om een schadelijk dier af te
-maken. Voor de laatste maal vraag ik u, hebt gij nog iets te belasten?
-
-Door dezen vruchteloozen kamp afgemat, zweeg Estevan eenige
-oogenblikken, daarna vloeiden er twee tranen uit zijne koortsachtig
-brandende oogen, en prevelde hij met eene zwakke stem, op roerenden
-toon:
-
---Ach! mijne zoontjes, mijne arme lievelingen, wat zal er van u worden
-als ik er niet meer ben?
-
---Laten wij er een eind aan maken, hervatte de jager.
-
-Don Estevan vestigde op hem een verwilderden blik.
-
---Ik heb twee zonen, zeide hij bijna wezenloos, als iemand die in
-zijn droom spreekt; zij hebben niemand dan mij, en ik helaas zal
-sterven! Hoor mij, zoo gij nog niet geheel een wild dier zijt, en
-zweer mij dat gij doen zult wat ik u vraag!
-
-De Canadees werd onwillekeurig bewogen door deze roerende uitdrukking.
-
---Ik zweer het u, zeide hij.
-
-De veroordeelde scheen zijne gedachten te verzamelen.
-
---Geef mij papier en een potlood, riep hij met een gebroken stem.
-
-Loer-Vogel haalde de brieftasch te voorschijn, die hij nog bij zich
-had, scheurde er een blad uit en gaf het hem met een potlood.
-
-Don Estevan zag met een bitteren grimlach naar zijne portefeuille,
-hij nam het papier en schreef zoo veel hij kon in der haast een paar
-regels, vouwde het blad digt en gaf het den jager terug.
-
-Er kwam thans op het gelaat van den veroordeelde eene merkbare
-verandering, zijne trekken werden kalmer, en zijne blikken zacht
-en smeekend.
-
---Ziedaar, zeide hij, ik reken op uw woord, neem dezen brief, hij is
-aan mijn broeder gerigt; aan hem beveel ik mijne kinderen, het is om
-zijnentwil dat ik sterven zal. Wat nood! zoo zij maar gelukkig zijn,
-zal ik althans mijn wensch vervuld zien, dit is al wat ik verlang. Mijn
-broeder is goed, hij zal de ongelukkige weezen niet verlaten die ik
-hem naliet. Ik bid u, stel hem dit papier ter hand.
-
---Binnen een uur zal het in zijne handen zijn, dat zweer ik u.
-
---Ik zeg u dank; doe thans met mij wat gij wilt, er is weinig aan
-gelegen; ik heb het lot mijner kinderen verzekerd, dat is al wat
-ik wenschte.
-
-De kuil was gedolven. Twee Gambucinos pakten don Estevan aan en tilden
-er hem in, zonder dat hij de minste poging deed om een nutteloozen
-weêrstand te bieden; toen hij regt op in den kuil stond, kwam de
-rand hem tot onder de okselen; zijn regterarm werd stijf langs zijn
-ligchaam vastgebonden en de linker vrijgelaten; daarop begon men den
-kuil te vullen en hoogde men den grond op rondom den levend begravene,
-die reeds niet veel meer scheen dan een lijk.
-
-Nadat de kuil gevuld was, nam een der Gambucinos een sjerp en naderde
-den veroordeelde.
-
---Wat wilt gij gaan doen? vroeg deze met schrik, ofschoon hij wel
-half raden kon wat er gebeuren zou.
-
---U een doek in den mond stoppen, antwoordde de bandiet barsch.
-
---O! riep don Estevan.
-
-Hij liet zich den mond stoppen, zonder bijna te weten wat men met
-hem deed; hij was geheel verbrijzeld.
-
-Loer-Vogel legde nu een geladen pistool onder de krampachtig
-zaamgetrokken linkerhand van den gestraften booswicht, en ontblootte
-zich het hoofd.
-
---Don Estevan! zeide hij met eene diepe, ernstige en plegtige stem, de
-menschen hebben u veroordeeld: bid God, dat hij zich over u ontferme;
-gij hebt thans geen andere hoop meer dan op Hem!
-
-De jagers en Gambucinos stegen weder te paard, zij bluschten hunne
-fakkels, en verdwenen weldra als zwarte schimmen in de schaduw van
-het geboomte.
-
-De veroordeelde bleef alleen in de duisternis, die zijne wroeging
-met akelige spooken vervulde.
-
-Met uitgestrekten hals, de oogen wijd open gespalkt en de ooren op
-het minste geluid gespitst, staarde hij uit, en luisterde.
-
-Zoolang hij in de verte het getrappel der paarden kon hooren, die
-zich langzaam verwijderden, bleef er eene dwaze hoop op redding in
-zijne ziel leven, hij wachtte, hij hoopte.
-
-Wat wachtte hij? wat hoopte hij? Hij zelf wist het niet, hij had het
-u niet kunnen zeggen, maar zoo is de mensch.
-
-Langzaamerhand waren alle geluiden verdoofd en eindelijk bevond don
-Estevan zich alleen, te midden van eene onbekende woestijn, zonder
-dat hij de minste hulp, van wie ook te wachten had. Toen slaakte hij
-een diepen zucht, sloot de hand om de kolf van zijn pistool, zette
-zich den kouden tromp op het voorhoofd, stamelde voor het laatst den
-naam zijner kinderen, en drukte af. . . . . . . . . . . . . . . . .
-. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
-
-Intusschen hadden de Gambucinos zich verwijderd onder geheel andere
-gewaarwordingen dan zij gekomen waren; zij werden gebogen door dat
-onbeschrijfelijke gevoel van onvoldaanheid dat de mensch ondanks
-zich zelven ondervindt en hem het hart beklemt, wanneer hij een daad
-heeft begaan, waarvan hij wel is waar de noodzakelijkheid, ja zelfs
-de strikte billijkheid erkent, maar die hij niet helder inziet of
-zij wel tot den kring zijner bevoegdheid behoort, en waarbij hij zich
-vragen moet of hij wel het regt had om er de voorhand in te nemen.
-
-Geen hunner sprak, allen lieten min of meer het hoofd hangen; somber
-en nadenkend reden zij naast elkander voort, niet wagend met hun
-nevenman gedachten te wisselen, en onwillekeurig luisterend naar de
-geheimzinnige geluiden en stemmen der eenzame wildernis.
-
-Naauwelijks hadden zij nog den uitersten rand van het bosch
-bereikt--waar zij de wateren van de Rubio als een zilveren lint in
-het flaauwe maanlicht zagen glinsteren, en juist waren zij gereed om
-het veer over te gaan, toen er plotseling achter hen in de verte een
-pistoolschot viel, dat met een doffen knal terugkaatste tegen den
-hollen oever aan de overzijde.
-
-Onwillekeurig sidderden zij, die mannen anders zoo dapper en
-onversaagd, en werktuigelijk bleven zij staan onder den indruk der
-hevigste ontroering, ja bijna van schrik.
-
-Er volgde eene pauze van doodelijke stilte.
-
-Loer-Vogel begreep dat hij de noodlottige betoovering moest breken
-die de Gambucinos bezwaarde als een gevoel van berouw; en niet zonder
-eenige moeite de beklemming onderdrukkende die zijn eigen keel gesloten
-hield, sprak hij op ernstigen toon:
-
---Mijne broeders, de geregtigheid der woestijn is voldaan, de
-rampzalige die door ons veroordeeld werd heeft eindelijk zich zelven
-geregt.
-
-Er is in de menschelijke stem eene wonderbare en onbegrijpelijke magt;
-de weinige woorden door den spoorzoeker uitgesproken waren voldoende
-om aan al deze mannen hunne vorige veerkracht terug te geven.
-
---Dat God hem genadig zij! antwoordde don Miguel.
-
---Amen! mompelden de Gambucinos en maakten in alle vroomheid een kruis.
-
-Van dit oogenblik af was de looden vracht die hunne zielen bezwaarde
-opgeheven: de schuldige was dood, de onverbiddelijke logika der feiten
-gaf ook hier weder den doorslag aan de regtspraak der Lynch-wet,
-en bragt de stemmen der wroeging en der weifeling tot zwijgen die
-tot hiertoe hun gemoed verontrustten.
-
-Nu don Stefano gevallen was, bestond er voor haar die hij zoo
-onverbiddelijk vervolgd had, geen gevaar meer; dit alleen reeds,
-was in de oogen van deze ijzerharde mannen, voldoende reden om alle
-deernis met den schuldige in hunne harten uit te dooven.
-
-Eene plotselinge omkeering had in hunne muitzuchtige gemoederen plaats
-gegrepen; voor een oogenblik ter nedergeslagen, verhieven zij zich
-sterker en onverzoenlijker dan ooit. Op een wenk van den Canadees,
-hervatte de bende haar togt, en weldra was zij verdwenen tusschen de
-zandheuvels aan den oever van het veer del Rubio.
-
-De woestijn had eene poos weergalmd van het dof getrappel der
-paardenhoeven op de keijen aan den overkant, maar eenige minuten
-later keerde zij tot hare vorige kalmte en majestueuse stilte terug.
-
-
-
-
-
-
-
-XXI.
-
-VRIJ-KOGEL.
-
-
-De Canadees, zooals wij gezien hebben, had met behulp der beide knechts
-van don Mariano, hun nog half bewusteloozen meester opgenomen, te
-paard geholpen en naar het kamp der Gambucinos vervoerd, om hem het
-gruwzame gezigt van zijns broeders teregtstelling te besparen.
-
-De beweging en de koele nachtlucht hadden medegewerkt om hem spoedig
-in het leven terug te roepen. Toen hij de oogen weder opende en een
-bespiedenden blik in het rond sloeg, was zijn eerste woord. Waar is
-mijn broeder?
-
-Niemand antwoordde, en de jagers die hem wegvoerden vervolgden zelfs
-hun weg met verdubbelde snelheid.
-
---Houdt op! riep don Mariano, zich met geweld oprigtende en den teugel
-van zijn paard uit de hand des jagers rukkende die hem geleidde:
-ik zeg, dat gij op zult ophouden!
-
---Zijt gij dan in staat om zelf uw paard te mennen? vroeg Vrij-Kogel.
-
---Ja, antwoordde hij.
-
---Dan zullen wij uw paard u teruggeven, maar onder een beding.
-
---Welk?
-
---Dat gij u verbindt om ons te volgen.
-
---Ben ik dan uw gevangene?
-
---Wel neen! verre van daar.
-
---Waarom zoekt gij dan mijn wil aan banden te leggen?
-
---Dat geschiedt alleen in uw eigen belang.
-
---Hoe kom ik dan hier?
-
---Kunt gij dat niet vermoeden?
-
---Ik wacht van u de verklaring.
-
---Wij hebben niet gewild dat gij, na uw broeder te hebben aangeklaagd,
-zijne teregtstelling zoudt bijwonen.
-
-Door dit antwoord overstelpt, boog don Mariano treurig het hoofd.
-
---Is hij dood? vroeg hij met eene diepe, half gesmoorde stem en min
-of meer huiverend.
-
---Nog niet, antwoordde Vrij-Kogel.
-
-De jager sprak op zulk een somberen toon en zijn gelaat stond zoo
-treurig, dat de Mexicaan ontstelde van schrik.
-
-O! gij hebt hem gedood! prevelde hij.
-
---Neen, hernam Vrij-Kogel koel, hij zal door eigen hand sterven;
-hij moet zich zelven dooden.
-
---O! dat is verschrikkelijk! In 's hemels naam! zeg mij alles: ik
-verlang de geheele waarheid te kennen, hoe vreesselijk zij ook wezen
-mag, liever dan die akelige onzekerheid.
-
---Waarom zou ik u dat tooneel omstandig beschrijven? gij zult het
-maar al te spoedig in al zijne bijzonderheden vernemen.
-
---Het zij dan zoo, hernam don Mariano beslissend, terwijl hij zijn
-paard omwendde, ik weet reeds wat mij te doen staat.
-
-Vrij-Kogel wierp hem een onbeschrijfelijken blik toe, en hem bedaard
-terughoudende, met de hand op de teugels, zeide hij:
-
---Pas op! senor, dat gij u niet door den eersten onbedachtzamen indruk
-laat vervoeren, gij zoudt u welligt morgen beklagen over hetgeen gij
-dezen nacht doen wilt.
-
---Maar ik kan mijn broeder toch niet laten sterven, riep hij, dan
-ware ik een broedermoorder.
-
---Geenszins, want hij is regtvaardig veroordeeld; gij zijt alleen het
-werktuig geweest, waarvan de goddelijke geregtigheid zich bediende
-om een schuldige te straffen.
-
---O, maar met zulke spitsvondige redeneringen zult gij mij niet
-overtuigen, vriend; heb ik in een oogenblik van toorn en dolzinnige
-woede, de banden vergeten die mij aan den ongelukkige verbonden,
-thans begrijp ik maar al te zeer de gruwzaamheid van mijn bedrijf,
-en zal ik herstellen wat ik misdeed.
-
-Vrij-Kogel hield hem met kracht bij den arm terug, en fluisterde hem
-met een strengen blik in 't oor:
-
---Stil toch! gij zult hem verliezen door hem te willen redden; het
-is uwe taak niet om dit te beproeven, laat die zorg aan anderen over.
-
-Don Mariano keek den jager strak in de oogen, om er zoo mogelijk het
-besluit uit te lezen dat deze scheen genomen te hebben, en toen zijn
-paard den teugel vierende, vervolgde hij zijn togt met een nadenkend
-gezigt. Een kwartieruur later kwamen zij aan het veer del Rubio.
-
-Zij hielden stil aan den oever der rivier, die op dit oogenblik geheel
-in hare enge bedding besloten, kalm en rustig voortkabbelde.
-
---Keer gij thans naar uw kamp terug, caballero, zei Vrij-Kogel, het
-is onnoodig dat ik u verder begeleid. Wat mij betreft, ik ga weder
-naar de Gambucinos terug, vervolgde hij met een veel beteekenenden
-blik op don Mariano; zet uw togt zachtjes voort, gij zult uw kamp
-slechts weinig minuten eerder bereiken dan wij.
-
---Gij staat er dus op om terug te gaan? vroeg don Mariano.
-
---Ja, antwoordde Vrij-Kogel; adieu! tot flusjes.
-
---Tot flusjes dan, hervatte de caballero hem de hand gevende.
-
-Don Mariano liet zijn paard de rivier in stappen en werd door zijne
-bedienden stilzwijgend gevolgd.
-
-Vrij-Kogel, die aan den oever was blijven staan, oogde hem na tot zij
-de overzijde van het veer hadden bereikt; hij zag hen aan wal stappen,
-don Mariano keerde zich om, en wierp hem met de regterhand nog een
-groet toe, daarop trokken de drie ruiters het hooge prairiegras
-in. Zoodra zij onzigtbaar waren geworden, liet Vrij-Kogel zijn
-paard zwenken en keerde hij spoorslags naar het digt belommerde
-bosch terug. De jager scheen groote ontwerpen in 't hoofd te hebben;
-naauwelijks had hij zeker punt bereikt, of hij hield stand en wierp
-een verdachten en bespiedenden blik rondom zich. De diepste stilte
-en volslagenste eenzaamheid heerschten in 't rond.
-
---Het moet gebeuren! prevelde de Canadees; door anders te handelen
-zou ik eene laagheid begaan, ja, wat misschien nog erger is. eene
-lafheid. Welaan dan, God moge tusschen ons rigten!
-
-Na nogmaals den ganschen omtrek met zorg bespied, en zich verzekerd
-te hebben dat alles eenzaam en rustig was, steeg hij van zijn paard,
-nam het de teugels af om het vrij te laten grazen, deed het een
-kluister aan, om te beletten dat het te ver wegliep en het des te
-gemakkelijker te kunnen terugvinden zoodra hij het weder noodig
-zou hebben; daarop wierp hij zijn buks over den schouder, stapte
-voorzigtig het kreupelbosch in en herhaalde nogmaals bij zich zelven
-de vorige woorden:
-
---Het moet zoo zijn!
-
-Vrij-Kogel beraamde zonder twijfel een dier moeijelijke plannen,
-wier uitvoering al de vermogens van den mensch in het spel roept
-en gespannen houdt, want zijn stap was langzaam en afgemeten; zijn
-welberekend oog poogde gedurig de duisternis te doorboren, met het
-hoofd voorwaarts gestrekt luisterde hij scherpzinnig naar de duizend
-naamlooze geluiden die de woestijn bezielen; hij bleef nu en dan
-staan wanneer een ongewoon gedruisch of geritsel in de struiken zijn
-gehoor trof en hem de tegenwoordigheid van een of ander onzigtbaar
-wezen aankondigde.
-
-Plotseling hield hij stil, stond eenige sekonden onbewegelijk,
-en toen zich zoo klein mogelijk makende, verdween hij geheel en al
-te midden van een ondoordringbaar warbosch van bladeren, takken en
-slingerplanten, waar niemand hem kon zien of vermoeden. Naauwlijks
-had hij zich op deze wijs verscholen, of het dof getrappel van
-paardenhoeven klonk in de verte onder de digte bladgewelven van het
-woud. Van lieverlede kwam het gedruisch naderbij, het getrappel werd
-volkomen duidelijk, en eindelijk verscheen er een troep ruiters,
-die in gesloten kolonne voortreden.
-
-Deze ruiters waren de Gambucinos en jagers, die wij straks na den
-afloop van het strafgerigt naar het kamp zagen terugkeeren.
-
-Hij hoorde Loer-Vogel zacht spreken tegen don Miguel, die op de
-schouders van twee Mexicanen op een baar gedragen werd, daar hij nog
-te zwak was om te paard te stijgen. De kleine troep naderde langzaam,
-om den gewonde te ontzien, dien zij in hun midden hadden, en trok
-weder naar het veer del Rubio.
-
-Vrij-Kogel liet zijne kameraden ongemoeid voorbijtrekken zonder
-de minste beweging te maken die zijne tegenwoordigheid had kunnen
-verraden; blijkbaar was het hem te doen om hen van zijn terugkeer
-volkomen onkundig te laten, daar de verantwoording van zijn
-tegenwoordig bedrijf geheel voor zijne rekening kwam, en het beginsel
-waaruit hij te werk ging, een diep geheim moest blijven tusschen zijn
-geweten en God.
-
-Een ding verwonderde hem, namelijk dat hij den Vliegenden-Arend en de
-Wilde-Roos te vergeefs onder de Gambucinos zocht. Deze twee Roodhuiden
-hadden zich dus van de troep afgezonderd! Hunne afwezigheid scheen
-Vrij-Kogel zeer te verontrusten en hem in zijne vrije beweging te
-zullen storen. Intusschen duurde het slechts weinige oogenblikken of
-zijn gelaat verhelderde weder, en hij haalde de schouders op met de
-onverschilligheid van iemand die eenmaal zijn besluit had genomen en
-het zou uitvoeren, zonder zich door onvermijdelijken tegenspoed te
-laten afschrikken.
-
-Toen de Gambucinos verdwenen waren, kwam de jager uit zijn schuilhoek
-te voorschijn; hij beluisterde nog een poos het gedruisch hunner
-stappen, dat van oogenblik tot oogenblik zwakker werd en eindelijk
-geheel in de verte wegstierf.
-
-Nu rigtte hij zich moedig op.
-
---Goed, mompelde hij met een tevreden gezigt, thans kan ik weder
-naar welgevallen handelen, zonder vrees voor stoornis, ten minste
-zoo de Vliegende-Arend en zijne vrouw niet in den omtrek zijn blijven
-rondzwerven. Bah! dat zullen wij spoedig zien; waarschijnlijk is het
-wel niet, daar het opperhoofd te veel haast had om zich weder bij
-zijn stam te voegen, en geen lust zal hebben om hier zijn tijd te
-verspillen; gaan wij dus voort.
-
-Hierop wierp hij zijn geweer over schouder en ging met luchtigen
-tred op weg, zonder nogtans de voorzorgen te verzuimen die in de
-wildernis steeds noodig waren; want bij nacht weten de woudloopers,
-zoowel menschen als beesten, dat zij gedurig door duizend onzigtbare
-vijanden omgeven zijn.
-
-Zoodoende bereikte Vrij-Kogel de boomledige ruimte waar de belangrijke
-tooneelen, aan het slot van ons vorig hoofdstuk verhaald, hadden
-plaats gehad, en te midden waarvan thans niets meer over was dan een
-ongelukkige, levend begraven, onder den last zijner misdaden zoo wel
-als onder het moordende zand, en van allen verlaten zonder andere
-hoop op redding of genade, dan alleen Gods barmhartigheid.
-
-De jager staakte zijn togt, strekte zich op den grond uit en keek rond.
-
-Eene stilte als die van het graf beheerschte het verlaten kamp;
-don Estevan, met de oogen door schrik vergroot en gezwollen, met de
-borst beklemd door de aarde die rondom zijn ligchaam was opgehoopt
-en hem telkens logger en zwaarder scheen te drukken, voelde de lucht
-allengs aan zijne longen ontbreken; zijne hoofdslapen klopten alsof
-zij zouden bersten, het bloed kookte in zijne gezwollen aderen,
-en groote droppels koud zweet parelden tot onder zijne haren; weldra
-trok zich als een bloedige sluijer over zijne oogen, hij gevoelde dat
-hij ging sterven. In dit veege oogenblik, terwijl alles hem begaf,
-rukte de ellendeling zich met eene geweldige poging den doek uit den
-mond, slaakte een raauwen verscheurenden kreet; twee groote tranen
-welden uit zijne brandige oogen en biggelden hem langs de wangen;
-zijne hand, zoo als wij reeds gezien hebben, klemde zich krampachtig
-om de kolf van het pistool, dat men onder zijn bereik gelaten had om
-zijn lijden te kunnen eindigen, hij bragt de tromp aan zijn voorhoofd
-en mompelde op een toon van onbeschrijfelijke wanhoop:
-
---Mijn God! mijn God! vergeef mij!
-
-Hij bragt den vinger aan den trekker en drukte af.
-
-Maar te gelijk werd zijn arm door een onzigtbare hand weggerukt,
-de kogel ging in de lucht verloren, en hij hoorde eene strenge maar
-zachte stem antwoorden:
-
---God heeft u verhoord, Hij vergeeft u.
-
-De ellendeling wendde het verbijsterde hoofd om, en staarde den man
-die dus tot hem sprak verschrikt aan, maar te zwak om de vreesselijke
-ontroering te wederstaan die hem beving, gaf hij een half gesmoorden
-gil, en viel in onmagt.
-
-De man die op het laatste oogenblik don Estevan van een gewissen dood
-redde, was, zoo als de lezer zonder twijfel reeds zal geraden hebben,
-niemand anders dan Vrij-Kogel.
-
---Waarachtig! riep deze hoofdschuddend, het werd hoog tijd dat ik
-tusschenbeide kwam.
-
-Zonder een oogenblik te verliezen, was de eerzame jager er nu op
-bedacht om den levend begravene uit zijn graf te redden. Dit was
-werkelijk het doel zijner komst, maar voorzeker geen gemakkelijke taak,
-vooral door het gemis van de noodige hulpmiddelen en gereedschappen.
-
-De Gambucinos hadden hun werk met zoo veel zorg gedaan, en de kuil
-was zoo handig rondom den veroordeelde gevuld, dat de aarde hem aan
-alle zijden digt omsloot.
-
-Vrij-Kogel zag zich genoodzaakt om den grond met zijn jagtmes weg te
-spitten en moest daarbij met de meeste voorzigtigheid te werk gaan,
-om den man niet te kwetsen. Van tijd tot tijd hield hij even op,
-om het zweet dat van zijn aangezigt gudste af te wisschen, en naar
-den Mexicaan te zien, die bleek als een lijk nog altoos in zwijn lag;
-na eenige sekonden van stille beschouwing, schudde hij een paar keeren
-bedenkelijk het hoofd en hervatte met nieuwen ijver zijne taak.
-
-Het was eene vreemde vertooning, deze twee mannen, in de eenzame
-woestijn en in het bleeke maanlicht! Voorzeker, wanneer iemand op dit
-oogenblik met nieuwsgierigen blik het kleine grasveld, te midden van
-een onmetelijk natuurbosch, vol wilde beesten, die van tijd tot tijd
-hun heesch gebrul in de duisternis lieten hooren, als leverden zij
-protest in tegen de inbreuk op hun grondgebied,--wanneer iemand dit
-vreemdsoortig tooneel had kunnen gadeslaan, zou hij voorzeker aan
-eene of andere hekserij of duivels-begoocheling gedacht hebben en
-in der ijl verschrikt zijn weggeloopen. Intusschen ging Vrij-Kogel
-onvermoeid voort met graven, en naar mate hij dieper in den grond
-delfde werden de moeijelijkheden grooter.
-
-Een oogenblik zelfs hield hij met zijn arbeid op, en wanhoopte hij
-den ongelukkige te zullen kunnen redden; maar deze voorbijgaande vlaag
-van moedeloosheid duurde slechts een paar sekonden, en beschaamd over
-zijne zwakheid, hervatte de Canadees zijne taak met die koortsachtige
-onverzettelijkheid, die bij den vastberaden man gewoonlijk op elke
-voorbijgaande aarzeling volgt en zijne wilskracht verdubbelt.
-
-Na ongehoorde moeijelijkheden, en na misschien twintig maal afgebroken
-en twintig maal hervat te zijn, was het werk eindelijk voltooid. De
-jager slaakte een kreet van triomf toen hij er mede klaar was:
-en uit den kuil springende, vatte hij don Estevan onder de armen,
-trok hem met kracht naar zich toe, hief hem uit de groeve en legde
-hem op den rand neder.
-
-Zijn eerste zorg was nu om met zijn mes het touw door te snijden,
-dat den ongelukkige met honderd strikken en knoopen om het lijf
-gewikkeld zat; vervolgens maakte hij zijne kleederen los, om zijne
-longen de noodige ruimte te geven tot het inademen der buitenlucht;
-daarna vulde hij eene halve kalebas, die bij manier van drinkschaal
-aan zijne zijde hing, met water, en goot het uit op het gezigt van
-den bewusteloozen don Estevan.
-
-De flaauwte waarin deze lag, was een gevolg van zijne heftige
-gemoedsbeweging, daar hij een redder zag opdagen juist op een oogenblik
-toen hij niet anders dacht dan onherroepelijk te zullen sterven. De
-plotselinge overplassing met het kille water, bragt eene heilzame
-reactie te weeg; de lijder slaakte een zucht en opende de oogen.
-
-Het eerste wat deze ondeugende mensch deed toen hij weder tot
-bewustzijn kwam, was den hemel een uitdagenden blik toe te werpen en
-tegelijk de hand minzaam naar Vrij-Kogel uit te steken.
-
---Ik dank u, zeide hij.
-
-De jager deinsde terug zonder de hand die hem geboden werd aan
-te nemen.
-
---Gij hebt mij niet te danken, zeide hij.
-
---Wien dan?
-
---God!
-
-Don Estevan trok de bleeke lippen verachtelijk zamen; maar spoedig
-begrijpende dat hij zijn redder moest bedriegen, zoo hij niet dadelijk
-zijne bescherming wilde derven, die hij voor het tegenwoordige
-nog te veel noodig had, vervolgde hij op een toon van geveinsde
-zachtmoedigheid:
-
---'t Is waar, God eerst, en dan u.
-
---Mij! riep Vrij-Kogel, ik heb niets meer dan mijn pligt gedaan en
-een oude schuld vereffend, thans hebben wij afgerekend. Tien jaren
-geleden hebt gij mij een gewigtige dienst bewezen, van daag heb ik
-u het leven gered, dat is een leening tegenover eene terugbetaling;
-ik onthef u dus van alle erkentelijkheid, daar ook gij van uwen kant
-mij voor ontslagen moet rekenen; van dit uur af aan kennen wij elkander
-niet meer en onze wegen loopen uit een.
-
---Zult gij mij dan hier aan mijn lot overlaten? vroeg hij op een toon
-van angstige gejaagdheid die hij niet overmeesteren kon.
-
---Wat kan ik meer voor u doen?
-
---Alles!
-
---Ik begrijp u niet.
-
---Gij hadt mij liever in dien kuil, daar gij mij eerst in hebt
-geholpen, moeten laten sterven, dan mij te redden om mij in de woestijn
-van honger te laten omkomen, of aan de wilde beesten prijs te geven,
-of aan de roof- en moordzucht der Indianen. Gij weet zeer goed,
-Vrij-Kogel, in de Prairiën is een man zonder wapens een kind des
-doods; gij hebt mij derhalve niet gered, maar mijn doodstrijd des te
-langer en moeijelijker gemaakt, daar zelfs het wapen dat de anderen
-mij gelaten hadden, om mijne jammeren te eindigen zoodra mij de moed
-des levens ontzonk, mij thans niet meer dienen kan.
-
---Gij hebt gelijk, prevelde Vrij-Kogel.
-
-De oude jager liet het hoofd op de borst zakken en dacht eenige
-oogenblikken ernstig na.
-
-Don Estevan bespiedde met angstigen blik de verschillende
-gewaarwordingen die zich op het eerlijk en sterkgeteekend gelaat van
-den Canadees afwisselden.
-
-Deze sprak eindelijk.
-
---Ik moet u gelijk geven dat gij mij om wapenen vraagt; zoo gij daarvan
-beroofd blijft, zijt gij binnen weinige uren in een even noodlottigen
-toestand als die waar ik u uit geholpen heb.
-
---Gevoelt gij het nu?
-
---Por Dios! daar valt niet aan te twijfelen.
-
---Kom, wees dan nu zoo edelmoedig en verschaf mij de middelen om mij
-te verdedigen.
-
-De jager schudde het hoofd.
-
---Dat heb ik niet voorzien! zeide hij.
-
---Daar wilt gij dus mede zeggen, dat, zoo gij het hadt voorzien,
-gij mij zoudt hebben laten sterven?
-
---Misschien!
-
-Dit woord viel als een mokerslag op het hart van don Estevan; hij
-schoot den jager een vreesselijken blik toe.
-
---Wat gij mij daar zegt is onbehoorlijk, riep hij.
-
---Wat moest ik u dan antwoorden? hernam de Canadees; in mijne oogen
-waart gij naar verdienste gevonnist. Ik had dus de geregtigheid haar
-vrijen loop moeten laten; maar ik deed dit niet, en misschien heb
-ik daarin misgetast. Thans, nu ik de vraag koelzinnig overweeg--en
-erkennen moet dat gij mij te regt om wapenen verzoekt, daar gij die
-noodig hebt, vooreerst tot zelfverdediging en ten tweede om in uw
-onderhoud te voorzien, thans zie ik er tegen op om u die te geven.
-
-Don Estevan zat digt bij den jager; zoo het scheen speelde hij
-achteloos met het afgeschoten pistool en hield hij zich als luisterde
-hij aandachtig naar hetgeen Vrij-Kogel sprak.
-
---Maar waarom? vroeg hij.
-
---Wel, om een zeer eenvoudige reden: ik ken u sedert lang, zoo als
-u niet onbekend is, don Estevan; ik weet dat gij de man niet zijt om
-eene beleediging te vergeten; ik ben overtuigd, als ik u uwe wapens
-teruggeef, dat gij op wraak bedacht zult zijn; dat is juist wat ik
-vermijden moet.
-
---En daarvoor, riep de Mexicaan met een schamperen lach, weet gij
-geen ander middel dan mij van honger te laten sterven. O, ho! wat
-zonderlinge menschlievendheid! Neen, kameraad, gij hebt al een zeer
-wonderlijke manier van zaken te regelen, voor iemand die op den naam
-van eerlijk en loyaal gesteld is.
-
---Gij begrijpt mij niet; ik weiger wel is waar om u wapens te geven;
-maar ik zal daarom toch de dienst die ik u bewees niet half gedaan
-laten.
-
---Zoo! en wat wilt gij dan doen om dat doel te bereiken? Ik ben wel
-zeer nieuwsgierig om dit te zien, meesmuilde don Estevan.
-
---Ik zal u tot aan de grenzen der Prairiën uitgeleide doen en gedurende
-de reis tegen alle gevaar beschermen, u verdedigen en voor uw onderhoud
-zorgen; dat alles is dunkt mij zeer eenvoudig.
-
---Zeer eenvoudig, inderdaad. En als ik dan daar ginder ben, koop ik
-wapenen, en dan kom ik terug om mij te wreken.
-
---Neen, dat niet.
-
---Waarom niet?
-
---Omdat gij mij oogenblikkelijk, op uw riddereer, zweren zult, dat
-gij alle gevoel van haat tegen uwe vijanden aflegt en nooit weder in
-de Prairiën terugkomt.
-
---En als ik dat niet verkies te zweren?
-
---Dan zie ik van u af en laat u aan uw lot over; en daar dit geheel
-door uw eigen schuld is, beschouw ik mijne rekening met u als volkomen
-vereffend.
-
---O, ho! Maar gesteld eens dat ik de harde voorwaarden die gij mij
-oplegt aanneem; dan dien ik toch eerst te weten hoe wij te zamen de
-reis maken zullen; de weg is lang van hier tot de bezittingen der
-blanken, en ik ben niet in staat om zoo ver te voet te gaan.
-
---Dat is waar; maar maak u daar niet ongerust over, ik heb mijn paard
-niet ver van hier in een boschje bij de Rubio gelaten, dat moogt gij
-berijden, zoolang tot ik u een ander heb weten te verschaffen.
-
---En gij dan?
-
---Ik zal u te voet volgen; wij jagers zijn even goede voetgangers
-als ruiters; komaan, beslis nu maar.
-
---Mijn God! ik zal wel moeten doen wat gij zegt, of ik wil of niet.
-
---Ja, ik geloof dat het voor u het beste en het zekerste is. Gij zijt
-derhalve bereid om den eed te zweren dien ik van u vorder?
-
---Ik zie geen ander middel om mij uit de verlegenheid te helpen. Maar
-kijk eens! vervolgde hij op eens, wat gebeurt daar ginds in de
-struiken?
-
-Vrij-Kogel wendde zich terstond om, in de rigting die de Mexicaan
-aanduidde.
-
-Deze nam oogenblikkelijk zijne kans waar, en het pistool, daar hij tot
-hiertoe schijnbaar achteloos mede had zitten spelen, bij den tromp
-vattende, hief hij het schielijk op en gaf er den jager een slag
-mede op de hersenpan. De slag was zoo hevig en met zooveel juistheid
-toegebragt, dat Vrij-Kogel de armen slap uitstrekte, de oogen sloot
-en met een zwaren kreun op den grond tuimelde.
-
-Don Estevan beschouwde hem een poos met een uitdrukking van haat
-en verachting.
-
---Idioot! mompelde hij, hem met den voet schoppende, gij hadt mij uwe
-zotte voorwaarden moeten opleggen eer gij mij gered hebt, nu is het
-te laat; zelfbehoud gaat voor. Ik ben vrij, cuerpo de Christo! en ik
-zal mij wreken.
-
-Na het uitspreken dezer woorden, sloeg hij een uitdagenden blik ten
-hemel, bukte over den jager, ontnam hem zonder schaamte of aarzeling
-al zijne wapenen, en liet hem liggen, zonder zelfs te onderzoeken of
-hij dood dan alleen gewond was.
-
---Gij zijt het, vervloekte hond! riep hij, die nu van honger moet
-sterven, of door de wilde beesten zult worden verscheurd; wat mij
-betreft, ik vrees thans niets meer, daar ik de middelen in handen
-heb om mijne wraak te volvoeren.
-
-Hiermede verliet de booswicht met gezwinde stappen het grasveld,
-om het paard van Vrij-Kogel op te sporen, dat hij op eenigen afstand
-van de rivier hoopte te vinden, en onverwijld dacht te bestijgen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXII.
-
-HET KAMP.
-
-
-Even voor het opgaan der zon bereikten de Gambucinos hun
-kamp. Gedurende hunne afwezigheid waren de weinige mannen, die zij tot
-bewaking der bolwerken hadden achtergelaten, niet verontrust geworden.
-
-Don Mariano wachtte met levendig ongeduld op de terugkomst der
-Mexicanen, en zoodra hij hen zag naderen, reed hij hun te gemoet.
-
-Loer-Vogel zag er droefgeestig uit, en de wijze waarop hij den
-caballero ontving, hoe welgemeend ook, was tamelijk droog.
-
-De jager, ofschoon overtuigd dat hij met don Estevan te veroordeelen
-zijn pligt had gedaan, was slecht te moede en ging gebukt onder den
-last der verantwoordelijkheid die hij in deze zaak had op zich genomen.
-
-Het is toch geheel iets anders, bij wijze van zelfverdediging, in een
-eerlijk gevecht en onder de hitte van den strijd zijn man te dooden,
-dan om in koelen bloede iemand te veroordeelen en af te maken, tegen
-wien men geen reden heeft van persoonlijken haat of wrok.
-
-De oude Canadees was daarbij heimelijk bevreesd voor de verwijten
-van don Mariano; hij kende het menschelijke hart te goed, om niet
-te weten dat de caballero het bedrijf waartoe hij de Gambucinos
-had aangespoord, zoodra hij het koelzinnig ging beredeneren, diep
-verfoeijen, en diegenen zou vervloeken die hem al te gereed hadden
-ten dienste gestaan.
-
-Hoe groot ook de misdaad was door don Estevan tegen don Mariano
-gepleegd, en hoe afschuwelijk zijn gedrag ook geweest moge zijn,
-het stond zijn broeder niet vrij om de wet der Prairie op hem toe te
-passen, en vooral niet om zijn dood te eischen voor eene vierschaar van
-hardvochtige mannen, bij welke, ten gevolge van hunne ruwe levenswijs,
-alle gevoel van barmhartigheid was uitgedoofd.
-
-Thans, nu er verscheidene uren sedert de veroordeeling van don Estevan
-waren verloopen, was bij Loer-Vogel het nadenken ontwaakt en begon hij
-dit bedrijf uit een geheel ander oogpunt te beschouwen; hij vroeg zich
-onwillekeurig af, of hij werkelijk wel regt had om in deze zaak zoo te
-handelen, en of hetgeen hij straks nog voor een daad van strenge maar
-strikte regtvaardigheid hield, niet veeleer een maatschappelijke moord
-en een vermomde wraakoefening was geweest? Tevens verwachtte hij niet
-anders dan dat don Mariano, zoodra deze hem zag, hem bittere verwijten
-zou doen en van den dood zijns broeders rekenschap zou vorderen.
-
-De jager maakte zich intusschen gereed om de vragen, die don Mariano
-hem zou kunnen doen, behoorlijk te beantwoorden; zoodra hij dus
-den caballero van verre ontwaarde, werd zijn door sombere gedachten
-zoozeer beneveld gelaat nog somberder. Maar hoe dit ook wezen mag,
-Loer-Vogel bedroog zich: er kwam over de lippen van don Mariano geen
-woord van verwijt, ja geen enkele toespeling op het gehouden gerigt,
-niet de minste zweem zelfs van ontevredenheid, die den jager kon doen
-vreezen dat de caballero voornemens was hem op dit teedere punt in
-'t verhoor te nemen of aan te vallen.
-
-De Canadees haalde ruimer adem; slechts nu en dan, gedurende de
-weinige oogenblikken toen zij naast elkander het kamp binnentrokken,
-bespiedde hij van ter zijde het gelaat van don Mariano; de caballero
-was bleek en somber, maar zijne trekken stonden kalm en onbewegelijk.
-
-De jager schudde het hoofd.
-
---Hij is zeker met nieuwe plannen bezig, prevelde hij in zich zelven.
-
-Zoodra zij de kom van het kamp binnengetrokken en de barrikaden achter
-de Gambucinos gesloten waren, liet don Miguel schildwachten bij de
-verschansingen plaatsen; zich toen tot Loer-Vogel en don Mariano
-wendende, zeide hij:
-
---De zon zal over een uur opkomen; doe mij de eer, caballeros, van
-mijne gastvrijheid gebruik te maken en mij in mijne tent te volgen.
-
-De beide mannen maakten eene buiging.
-
-Don Miguel, nog altoos op de baar zittende, wenkte thans zijne dragers
-om hem tot voor zijne tent te brengen; daar gekomen, stond hij op,
-geholpen door Loer-Vogel, en trad leunende op den arm des jagers de
-tent binnen, gevolgd door don Mariano.
-
-Het gordijn werd achter hen nedergelaten.
-
-De Gambucinos door den nachtmarsch afgemat, haastten zich hunne paarden
-te ontzadelen en hen van voeder te voorzien; vervolgens, na eenige
-versche takkebosschen op de vuren geworpen te hebben, om ze weder te
-doen opvlammen, wikkelden zij zich in hunne fressadas en zarapes en
-strekten zich op den grond uit, waar zij weldra insliepen. Geen tien
-minuten na hunne terugkomst, lag de gansche troep in een diepen slaap
-gedompeld. Slechts drie mannen waakten nog: die drie mannen waren
-don Miguel, Loer-Vogel en don Mariano, verzameld onder dezelfde tent,
-waar zij een belangrijk gesprek hielden, dat wij onzen lezers terstond
-zullen mededeelen.
-
-Het inwendige der tent waar don Miguel zijne gasten had binnengeleid,
-was op het eenvoudigst gemeubeld: in den eenen hoek stond de digt
-gesloten palankijn; in den tegenovergestelden hoek lagen eenige
-stapels dierenvellen die de slaapplaatsen aanwezen; vier of vijf
-bisonsschedels dienden tot stoelen; men zou moeijelijk iets kunnen
-uitdenken dat eenvoudiger en tevens gemakkelijker was.
-
-Don Miguel wierp zich op zijn bed, na vooraf zijne gasten met een
-vriendelijken wenk te hebben uitgenoodigd om op de bisonsschedels
-plaats te nemen. Loer-Vogel en don Mariano schoven hunne zetels nader
-bij den gastheer, en zetten zich in stilte neder.
-
-Don Miguel nam toen het woord.
-
---Caballeros, zeide hij, de daadzaken die dezen nacht hebben plaats
-gehad, daadzaken op welke ik niet zal terugkomen, vereischen eenige
-nadere toelichting, vooral in het vooruitzigt op de waarschijnlijke
-verwikkeling der gebeurtenissen die er later op volgen zullen, en aan
-welke wij, zoo ik hoop, geroepen zijn om binnen kort deel te nemen. Wat
-ik thans te zeggen heb gaat inzonderheid u aan, don Mariano, en het
-is dus vooral tot u dat ik het woord rigt. Wat Loer-Vogel betreft,
-hij weet nagenoeg waaraan hij zich in deze te houden heeft, en zoo
-ik hem verzoek om het gesprek dat ik met u voeren zal bij te wonen,
-is het vooreerst uit hoofde der oude vriendschap die tusschen hem en
-mij bestaat, en ten tweede omdat zijn raad ons altijd van groot nut
-kan zijn voor de nadere besluiten, die wij in deze zaak nemen zullen.
-
-Don Mariano keek den Mexicaan aan met een blik die duidelijk bewees
-dat hij volstrekt niet begreep waar de spreker met deze lange inleiding
-heen wilde.
-
---Herinnert gij u niet, senor don Mariano, sprak de Canadees, wat
-ik u op weg naar het kamp gezegd heb, namelijk dat het belangrijkste
-gedeelte van deze historie u nog geheel onbekend was?
-
---Dat herinner ik mij inderdaad, antwoordde don Mariano, maar om u
-de waarheid te zeggen, heb ik toen aan uwe verklaring niet zooveel
-gewigt gehecht als zij schijnt te verdienen.
-
---Welnu, hervatte de Canadees, als ik mij niet bedrieg, zal don Miguel
-u met weinige woorden op de hoogte stellen van het gruwelijk komplot
-dat hier gesmeed werd. Maar, vervolgde hij bij manier van invallende
-gedachte, een ding spijt mij, er ontbreekt hier iemand dien ik er
-gaarne bij had gezien; het zou van belang zijn geweest dat ook hij
-de geheele waarheid vernomen had. Sedert onze terugkomst in het kamp
-heb ik hem echter nog niet ontmoet.
-
---Van wien spreekt gij?
-
---Van Vrij-Kogel, dien ik gelast had u herwaarts te vergezellen.
-
---Hij heeft mij werkelijk verzeld, maar aan den ingang van het kamp,
-waarschijnlijk daar hij begreep dat ik hem toen niet verder noodig had,
-heeft hij mij verlaten.
-
---Heeft hij u niet gezegd met welk oogmerk? vroeg de jager met een
-blik op den caballero.
-
-Don Mariano ontroerde geweldig bij deze vraag, doch daar hij de
-oplossing liefst aan Vrij-Kogel zelf overliet en ongaarne zou hebben
-bekend dat hij zijn broeder had willen redden, antwoordde hij eenigzins
-verlegen en met zekere kwalijk verborgen aarzeling:
-
---Neen, hij heeft mij niets gezegd; ik dacht dat hij zich weder bij u
-zou hebben gevoegd, en zijne afwezigheid verwondert mij evenzeer als u.
-
-Loer-Vogel fronste min of meer de wenkbraauwen.
-
---Dat is vreemd! riep hij; met dat al, hij zal waarschijnlijk zoo
-lang niet wegblijven, en dan zullen wij hooren wat hij gedaan heeft.
-
---Goed, zei don Mariano, die het gesprek over dit onderwerp niet
-gaarne langer wilde voortzetten. Welaan, don Miguel, vervolgde hij,
-thans ben ik tot uwe orders; spreek op, ik luister met aandacht.
-
---Geef mij mijn waren naam, don Mariano, antwoordde de jongman;
-die naam zal u misschien eenig vertrouwen op mij inboezemen: ik ben
-noch don Torribio Carvajal, noch don Miguel Ortega, ik heet don Leo
-de Torres.
-
---Leo de Torres! riep don Mariano, verbaasd oprijzende, de zoon van
-mijn dierbaarsten vriend!
-
---Die ben ik, hernam de jongman kortaf.
-
---Maar dat kan immers niet! riep don Mariano. Basilio de Torres werd,
-twintig jaren geleden, met zijne gansche familie vermoord door de
-Apache-Indianen, op de rookende puinhoopen zijner hacienda, die zij
-met storm hadden veroverd.
-
---Ik ben de zoon van don Basilio de Torres, hernam de avonturier. Zie
-mij eens goed aan, don Mariano: is er geen trek in mijn gezigt die
-uw geheugen kan te hulp komen?
-
-De caballero trad nader, legde hem de beide handen op de schouders,
-en beschouwde hem eenige oogenblikken met de meeste opmerkzaamheid.
-
---Het is zoo, riep hij, overstelpt van aandoening terwijl er een traan
-in zijn oog blonk, de gelijkenis is buitengewoon; ja, ja, ik zie het,
-nu herken ik u.
-
---O, hervatte de jongman met een glimlach, ik heb de schriftelijke
-bewijzen in handen om mijne gelijkenis te bekrachtigen. Maar dat
-doet nu niets meer ter zake, komen wij dus terug op hetgeen ik u te
-zeggen had.
-
---Hoe is het toch mogelijk, viel don Mariano hem in de rede, dat ik
-na die verschrikkelijke gebeurtenis, die u tot wees maakte, nooit
-meer van u heb gehoord, ik, de beste vriend, ja bijna de broeder uws
-vaders! Ik zou mij zoo gelukkig hebben gerekend voor u te mogen zorgen.
-
-Don Leo--want wij zullen hem voortaan bij zijn waren naam
-noemen--fronste de wenkbraauwen, zijn voorhoofd betrok zigtbaar en
-hij antwoordde met eene sombere, bevende stem:
-
---Ik zeg u dank, don Mariano, voor de vriendschappelijke gevoelens
-die gij mij betuigt; geloof mij, ik ben die niet onwaardig; maar ik
-verzoek u thans het geheim van mijn langdurig stilzwijgen in mijn
-hart te mogen bewaren; eens, zoo ik hoop, zal het mij vergund zijn
-te spreken, en dan zult gij alles vernemen.
-
-Don Mariano drukte hem de hand.
-
---Doe zoo als gij goedvindt, zeide hij met eene diep bewogen stem;
-maar onthoud daarbij eene zaak, namelijk dat gij in mij den vader
-hebt wedergevonden dien gij verloren hadt.
-
-De jongman wendde het hoofd af om de tranen te verbergen die hij
-in zijne oogen voelde opwellen. Er volgde eene vrij lange pauze;
-daarbuiten in de woestijn kon men de wolven hooren keffen, dit was
-het eenige geluid dat nu en dan de plegtige stilte verstoorde.
-
-Het inwendige der tent werd niet anders verlicht dan door eene in den
-grond gestoken fakkel van ocote-hout, wier flikkerende vlam op het
-aangezigt der drie mannen allerlei schaduwen en lichten deed spelen
-en aan het geheel eene zonderlinge, spookachtige gedaante gaf.
-
---De hemel begint te graauwen, hervatte don Leo, in het oosten
-vertoonen zich heldere witte streepen; de nachtuilen onder het loof
-verborgen, begroeten den terugkeerenden dag; de zon zal spoedig
-verschijnen; het zij mij dus vergund u met weinige woorden mede te
-deelen wat gij nog niet weet, want als ik mijne voorgevoelens gelooven
-mag, zullen wij weldra met kracht moeten handelen, om het kwaad te
-herstellen dat don Estevan bedreven heeft.
-
-De beide anderen bogen toestemmend, en don Leo ging voort:
-
---Om zekere redenen, die ik hier niet nader behoef te verklaren, was
-ik voor eenige maanden naar Mexico teruggekeerd; diezelfde redenen
-verpligtten mij tot een vrij zonderlinge levenswijs; ik verkeerde
-met lieden van de gevaarlijkste soort, en mengde mij, naarmate de
-gelegenheid zich aanbood, in de meest of minst dubbelzinnige kringen,
-al naar gij mijne woorden nemen wilt. Gelooft intusschen niet dat ik
-mij daarom aan misdadige aanslagen schuldig maakte, dan zoudt gij u
-zeer vergissen: ik deed alleen wat een groot aantal onzer medeburgers
-doet, namelijk zekeren smokkelhandel drijven, die misschien door de
-commiezen en bewindsmannen met leede oogen wordt aangezien, maar die
-met dat al op zich zelf weinig berispelijks heeft en voor den staat
-geen gevaar kan.
-
-Loer-Vogel en don Mariano wisselden een veelbeteekenenden blik;
-zij begrepen, of meenden ten minste dat zij begrepen hadden, wat
-hij bedoelde.
-
-Don Leo de Torres hield zich alsof hij dien blik niet opmerkte,
-en vervolgde:
-
---Een der plaatsen waar ik mij dagelijks vertoonde was de Plaza Major:
-daar kwam ik dikwijls bij zekeren evangelista, met name Leporello,
-een oud man van ongeveer vijftig jaar, maar een driedubbele schurk,
-woekeraar, koppelaar en huichelaar tegelijk, die onder den schijn van
-een eerwaardig uiterlijk, de laagste ploertenziel en het verdorvenste
-hart verborg; deze aartsschelm was, door zijn beroep als schrijver,
-en door de duizend geheime betrekkingen die hij onderhield, grondig
-bekend met de geheimen van een groot aantal familiën, en stond in
-verband met al de schandalen en wanbedrijven die dagelijks in de
-hoofdstad plaats hebben. Op zekeren dag, toen ik mij bij hem in zijn
-pothuis bevond, kwam er een jong meisje binnen; dat jonge meisje was
-beeldschoon en scheen eerlijk te zijn; zij beefde als een riet toen zij
-het hol van den onverlaat binnentrad; deze begroette haar terstond met
-zijn innemendsten glimlach en vroeg haar op den zoetsappigsten toon,
-wat er van hare dienst was. Zij wierp een bedeesden blik in het rond en
-merkte mij op. Ik weet niet waarom, maar ik kreeg terstond de lucht van
-een mystère; met het hoofd op de tafel en het aangezigt op de beide
-armen geleund, hield ik mij alsof ik sliep.--"Die man?" vroeg zij,
-op mij wijzende.--"O!" antwoordde de evangelista, "hij heeft te veel
-pulque gedronken; 't is een arm onderofficier zonder beteekenis:
-bovendien slaapt hij." Zij aarzelde een oogenblik; toen op eens
-haar besluit nemende, haalde zij uit haar boezem een papier te
-voorschijn.--"Schrijf dat af," zeide zij tegen den evangelista, "ik
-zal er u twee oncen goud voor geven." De oude fielt nam het papier
-aan en zag het in.--"Maar dat is geen Spaansch!" riep hij.--"Het
-is Fransch," antwoordde zij; "maar wat geeft gij daarom?"--"Ik in
-het minst niet," was zijn antwoord; hij nam zijn papier en pennen,
-en copiëerde het stuk zonder verder iets aan te merken. Toen hij er
-mede klaar was, vergeleek het meisje de beide stukken, scheen er over
-voldaan te zijn, verscheurde het origineel en vouwde het afschrift
-in den vorm van een brief, dicteerde den evangelista een kort adres,
-dat hij er op schreef, nam toen den brief, stak dien in hare keurs,
-en ging heen, na vooraf den beloofden prijs betaald te hebben, dien
-de schrijver met gretigheid aannam, daar hij in weinig minuten meer
-verdiend had dan hij anders in een maand winnen kon. Zoodra het jonge
-meisje vertrokken was hief ik het hoofd op, maar de evangelista wenkte
-mij om dadelijk mijn vorige houding te hernemen, daar hij het slot
-van zijne deur weder had hooren afdraaijen. Ik gehoorzaamde en niet
-tot mijn leedwezen, want bijna onmiddellijk trad er een man binnen,
-die, zooals duidelijk bleek, niet bekend wilde zijn, want hij had zich
-digt in een wijden mantel gewikkeld, en de rand van zijn sombrero was
-diep over zijne oogen neergeslagen. Terwijl hij binnen kwam gaf hij
-reeds een bewijs van ontevredenheid.--"Wie is die man?" vroeg hij op
-mij wijzende.--"Een arme beschonken vent, die zijn roes uitslaapt,"
-was het antwoord.--"Er is zoo even een meisje weggegaan."--"Dat kan
-wel zijn," mompelde Leporello, terstond op zijne hoede bij deze
-vraag.--"Geen dubbelzinnige praatjes, schobbejak," antwoordde de
-onbekende trotsch, "ik ken u wel, en zal u betalen," vervolgde hij, een
-zware geldbeurs op tafel werpende, "antwoord dus, zeg ik u!" De oude
-vrek beefde van genoegen en al zijne bezwaren waren op eens verdwenen,
-toen hij het goud door de mazen zag glinsteren.--"Een jong meisje
-is hier zoo even de deur uitgegaan, zeg ik nog eens."--"Ja."--"Wat
-heeft zij van u verlangd?"--"Dat ik een Franschen brief voor haar
-zou overschrijven."--"Goed, laat mij dien brief zien."--"Zij heeft
-hem toegevouwen, er een adres op gezet en hem medegenomen."--"Dat
-alles weet ik."--"Wat wilt gij dan meer?"--"Wat meer?" herhaalde de
-onbekende grinnikend, "houd u maar niet zoo onnoozel, gij hebt zeker
-een copie van dien brief gehouden, die copie verlang ik te zien." Ik
-kan niet zeggen waarom, maar de stem van dien man had iets bijzonders,
-dat mij onwillekeurig trof; en daar hij bijna met den rug naar mij
-toe gekeerd stond, had ik gelegenheid om den evangelista een teeken
-te geven, dat hij gelukkig begreep.--"Ik heb er niet aan gedacht,"
-antwoordde hij, en trok bij deze woorden zulk een kwezelachtig
-onnoozel gezigt dat de onbekende er werkelijk door misleid werd; het
-was blijkbaar eene teleurstelling voor hem.--"Enfin," hervatte hij,
-"zij zal wel terug komen immers?"--"Dat weet ik niet."--"Dan weet ik
-het wel; en zoo dikwijls als zij komt, zult gij mij een copie bewaren
-van ieder stuk dat zij u te schrijven geeft. Maar hoe is het met het
-antwoord op hare brieven, moet dat ook hier komen?"--"Dat zou ik u
-niet kunnen zeggen." De onbekende haalde de schouders op en zei met
-nadruk: "Gij zult die niet bestellen voor dat gij ze mij hebt laten
-zien. Adieu, tot morgen! en als gij uw belang wèl begrijpt, wees dan
-niet zoo onhandig als van daag." De evangelista grijnsde van genoegen
-en de onbekende keerde zich om, om heen te gaan; maar bij het maken
-van deze beweging bleef de slip van zijn mantel aan de tafel haken,
-zoodat de plooijen losgingen en ik een oogenblik gelegenheid kreeg
-om zijn aangezigt te zien; ik had al mijne zelfbeheersching noodig om
-niet te schreeuwen, daar ik hem oogenblikkelijk herkende; die man was
-don Estevan, uw broeder. Met een gesmoorden vloek trok hij den mantel
-weder over zijn gezigt en stapte mompelend de deur uit. Naauwelijks
-was hij weg of ik sprong op, schoof de grendels op de deur, plaatste
-mij voor Tio Leporello en zei met eene barsche stem: "Nu hebt gij met
-mij te doen!" Hij sprong verschrikt achteruit; er lag op mijn gelaat
-zulk eene vreesselijke uitdrukking, dat hij tot aan den muur van zijn
-pothuis terug stoof en krampachtig de goudbeurs omklemde, die hij zeker
-meende dat ik hem wilde ontrooven.--"Ik ben een arm oud man," riep
-hij.--"Waar is de copie die gij aan dien man geweigerd hebt?" vroeg
-ik even kort en bits als te voren. Hij grabbelde terstond in zijn
-lessenaar, nam de copie en gaf ze mij zonder een woord te zeggen;
-ik las haar bevend van aandoening, ik begreep alles.--"Ziedaar,"
-zeide ik, hem een once goud in de hand duwend, "van iederen brief
-dien gij voor het jonge meisje schrijft, zult gij mij de copie ter
-hand stellen; ik veroorloof u om er ook dien man inzage van te geven;
-maar onthoud dit vooral: geen antwoord, door dat individu aan dat
-meisje geschreven, mag aan haar worden ter hand gesteld, voordat ik
-het gelezen heb; ik ben niet zoo rijk als die vreemdeling, maar ik zal
-u toch goed betalen. Gij kent mij. Ik heb u dus niets meer te zeggen,
-dan: zoo gij mij verraadt, zal ik u behandelen als een hond." Met deze
-bedreiging ging ik heen. Terwijl de Evangelista de deur achter mij
-sloot, hoorde ik hem mompelen: "Santa Maria! in welk een wespennest
-heb ik mij gewaagd!"--Zie hier verder den sleutel van dit mystère: het
-jonge meisje dat ik bij Leporello ontmoette heette dona Luisa en was
-novice in het Bernardijnen-klooster, waar zich uwe dochter bevond. Dona
-Laura niemand wetende aan wie zij zich beter zou toevertrouwen,
-had haar belast om aan don Francisco de Paulo Serrano....
-
---Mijn schoonbroeder en haar doopvader! riep don Mariano.
-
---Dezelfde, vervolgde don Leo. Uwe dochter, zeg ik, had dona Luisa
-gelast om aan senor Serrano, door middel van brieven, de misdadige
-plannen te openbaren die haar oom tegen haar smeedde, en hem als den
-besten vriend van haar vader, te smeeken haar te hulp te komen en in
-zijne bescherming te nemen.
-
---Mijn arme dochter! zuchtte don Mariano.
-
---Don Estevan, hervatte don Leo, was, ik weet niet op welke wijs,
-met het voornemen uwer dochter bekend geworden. Om hare maatregelen
-beter te leeren kennen en op het regte tijdstip te kunnen verijdelen
-hield hij zich alsof hij van niets wist, liet hare brieven door de
-novice naar den evangelista brengen, las daar al de copiën en schreef
-er zelf de antwoorden op, om de eenvoudige reden dat don Francisco
-de Serrano geen brieven van uwe dochter ontving, daar don Estevan
-diens kamerdienaar had omgekocht, die ze hem allen onopengebroken
-ter hand stelde, in plaats van ze aan zijn meester te geven. Deze
-slim overlegde schurkerij zou zeker zijn gelukt, zoo het toeval,
-of liever de Voorzienigheid mij niet in tijds in het pothuis van Tio
-Leporello had gevoerd.
-
---O! murmelde don Mariano, die man was een monster.
-
---Neen, hernam don Leo, dat niet, ten minste niet uit eigen beweging;
-de omstandigheden schijnen hem gedrongen te hebben om veel verder te
-gaan dan hij misschien zelf gewild had; niets ten minste bewijst dat
-hij den dood van uwe dochter wenschte.
-
---Wat kan hij anders gewenscht hebben?
-
---Uwe bezitting. Door Laura te dwingen den sluijer aan te nemen kon hij
-dit doel bereiken. Ongelukkigerwijs, zoo als het meestal gaat, wanneer
-men zich eenmaal op het doornige pad begeeft, dat noodwendig op grooter
-zonde uitloopt, heeft hij bij al zijne koele berekening op welslagen,
-niet kunnen voorzien dat ik in de uitvoering zijner plannen zou in
-den weg treden,--eene tusschenkomst die hem moest doen stil staan
-of dwingen eene misdaad te plegen om zijn einddoel te bereiken. Dona
-Laura, ten volle overtuigd dat de bescherming van don Francisco haar
-niet zou ontbreken, volgde naauwkeurig de raadgevingen die ik haar van
-tijd tot tijd deed toekomen, in de brieven die ik haar schreef namens
-den vriend tot welken zij zich had gewend; wat mij betreft, ik hield
-mij gereed om te handelen zoodra het oogenblik daar zoude zijn. Op
-dit punt zal ik in geen nadere verklaringen komen. Om kort te gaan,
-dona Laura weigerde, in de kerk zelve, den eed der kloostertucht af
-te leggen; de daardoor gegeven ergernis was allergeweldigst; de abdis
-was woedend en besloot er een eind aan te maken. Het ongelukkige
-meisje, door middel van een slaapdrank van alle bewustzijn beroofd,
-werd levend in een der diepste grafkelders van het klooster bijgezet,
-waar zij van honger moest omkomen.
-
---O! riepen de beide mannen huiverend van afgrijzen.
-
---Ik herhaal u, vervolgde don Leo, dat ik don Estevan aan deze
-barbaarschheid niet schuldig acht; waarschijnlijk was hij er slechts
-zijdelings medepligtig aan. De abdis alleen was de schuldige. Don
-Estevan nam de gedane zaken zoodanig als zij waren, en deed er zijn
-voordeel mede, meer niet; wij willen dit liefst gelooven tot eer der
-menschheid, want anders ware hij een monster geweest. Reeds op den
-dag zelf van het gebeurde onderrigt zijnde, verzamelde ik eene bende
-landloopers en bandieten waarmede ik den volgenden nacht door list
-in het klooster wist te dringen, en het gelukte mij gewapenderhand
-uwe dochter op te ligten.
-
---Gij! riep don Mariano met een gebaar van gemengde vreugd en
-verbazing. Mijn God! dus is zij gered en in veiligheid.
-
---Ja, zei don Miguel, in eene plaats waar ik zelf, geholpen door
-Loer-Vogel, haar verborgen heb.
-
---Daar zou don Estevan haar niet ligt gevonden hebben, meesmuilde de
-jager met een schalkschen lach.
-
-Don Mariano werd door de hevigste aandoeningen geslingerd, en was
-zich zelve niet langer meester.
-
---Waar is zij? riep hij, ik wil haar zien; zeg mij waar ik haar vinden
-kan, mijn arm dierbaar kind!
-
---Gij begrijpt wel, hernam de jongman, dat ik haar niet bij mij kon
-houden, ik wist dat de spionnen van don Estevan en uw broeder zelf al
-mijne gangen bespiedden en mij ten bloede toe vervolgden. Na dus dona
-Laura in veiligheid te hebben gebragt, beijverde ik mij om de spionnen
-van 't spoor te helpen. Ik zal u zeggen hoe mij dit gelukt is. Ziet
-gij die palankijn, vervolgde hij er met den vinger naar wijzende,
-daar werd dona Laura in vervoerd, tot aan het presidio de Tubac, maar
-verder niet. Gedurende de eerste dagen mijner reis maakte ik er geen
-geheim van en liet haar met opzet eens of tweemaal zien, meer was er
-niet noodig om het gerucht te verbreiden dat ik haar altoos bij mij
-had. Dank zij de voorzorg die ik later gebruikt heb, om de palankijn
-zoo digt mogelijk gesloten te houden en door niemand te laten naderen,
-wist ik uwe vijanden te verlokken mij in de prairie te vervolgen,
-om hen aldaar te straffen; mijne berekeningen zijn beter uitgekomen
-dan die van don Estevan en onder Gods zegen met een gelukkig gevolg
-bekroond; thans, nu de misdadiger gestraft is, en dona Laura niets
-meer te vreezen heeft, ben ik bereid u hare schuilplaats te doen
-kennen en er u heen te leiden.
-
---O, genadige hemel! gij zijt regtvaardig en goed, riep don Mariano,
-schier uitgelaten van blijdschap. God zij gedankt! ik zal mijn kind
-wederzien? zij is gered.
-
---Neen! zij is verloren, als gij u niet haast! klonk op eens eene
-holle stem als uit het graf.
-
-De drie mannen keerden zich verschrikt om.
-
-Daar stond Vrij-Kogel! met een bleek en bebloed gezigt, verscheurde
-en met bloed bevlekte kleederen, regt op en onbeweeglijk, onder het
-opgeheven gordijn aan den ingang der tent.
-
-
-
-
-
-
-
-XXIII.
-
-DE VLIEGENDE-AREND.
-
-
-Ten gevolge hunner levenswijs en de opvoeding die zij ontvangen,
-zijn de Indianen zeer wantrouwend van aard; steeds verpligt om op
-hunne hoede te zijn tegen alles wat hen omringt en gewoon om zelfs
-de blijkbaar eerlijkste bedoelingen te verdenken, als verschool zich
-overal list en verraad, bezitten zij eene groote mate van doorzigt om
-de plannen te raden der lieden waarmede het toeval hen in aanraking
-brengt, en zich voor de strikken te wachten die hunne vijanden hun
-spannen.
-
-Machsi-Karehde, gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, was een
-bedreven krijgsman, daarbij even wijs in den raad als in den strijd,
-en ofschoon nog zeer jong, had hij zich reeds een grooten naam gemaakt
-bij zijn stam.
-
-Zoodra Loer-Vogel de Lynch-wet op don Estevan toegepast en het
-doodvonnis over hem had uitgesproken, was er onder de jagers, zooals
-het in dergelijke gevallen meestal gaat, eene soort van verwarring
-ontstaan; zij begonnen druk en driftig te redeneren, en het kordon om
-het kamp werd voor eenige oogenblikken gebroken. Van deze gelegenheid
-maakte de Vliegende-Arend in stilte gebruik; terwijl niemand op hem
-lette gaf hij de Wilde-Roos een wenk, dien de jonge vrouw dadelijk
-begreep, en beiden slopen door het kreupelbosch weg, zonder dat hunne
-verwijdering werd opgemerkt.
-
-Na ongeveer twintig minuten door het bosch te zijn voortgegaan,
-oordeelde het opperhoofd zich ver genoeg verwijderd; hij bleef dus
-staan en wendde zich naar zijne vrouw, die hem kort op de hielen
-was gevolgd.
-
---Wij zullen de bleekgezigten hun werk alleen laten afdoen, zeide hij;
-de Vliegende-Arend is een krijgsman der Comanchen, hij behoeft niet
-langer ten gevalle der blanken tusschenbeide te komen.
-
---Keert het opperhoofd dan naar zijn dorp terug? vroeg de Wilde-Roos
-schroomvallig.
-
-De Indiaan glimlachte loos.
-
---Alles is nog niet geëindigd, antwoordde hij, de Vliegende-Arend
-zal zijne vrienden in 't oog houden.
-
-De jonge vrouw neigde het hoofd, en daar zij zag dat de Indiaan was
-gaan zitten, maakte zij zich gereed om een kampvuur aan te leggen.
-
-Het opperhoofd hield haar terug.
-
---De Vliegende-Arend wil niet ontdekt zijn, zeide hij; laat mijne
-zuster zich naast mij nederzetten en wachten; een onzer vrienden is
-thans in lijfsgevaar.
-
-Op dit oogenblik liet zich, niet ver van de plaats waar de twee
-Roodhuiden gezeten waren, een hevig gedruisch van krakende takken in
-het kreupelbosch hooren.
-
-De Indiaan spitste aandachtig de ooren en zat eenige minuten
-onbeweeglijk in voorovergebogen houding.
-
---De Vliegende-Arend zal even heengaan, zeide hij opstaande.
-
---De Wilde-Roos zal op hem wachten, antwoordde de jonge vrouw met
-een vriendelijken blik.
-
-Het opperhoofd liet bij zijne gezellin de wapens achter, die hem in
-de uitvoering van zijn oogenblikkelijk opgevat plan hadden kunnen
-belemmeren, en hield alleen de lasso bij zich, die hij met de meeste
-zorg om zijne regterhand kronkelde, en zich toen ter sluik naar de
-plek begaf waar het gedruisch van sekonde tot sekonde sterker werd.
-
-Naauwelijks had hij twintig stappen in deze rigting gedaan, zich met
-moeite door het hooge gras en de verwarde lianen een weg banende,
-of hij zag ongeveer tien ellen van zich af, een heerlijk zwart paard
-staan, dat met achterover liggende ooren, uitgeregten hals, de vier
-pooten ver van elkander, de bloedige neusgaten wijd open gesperd en
-den muil met schuim bedekt, schichtig en snuivend, zoodat het bosch er
-van daverde, hem met de groote schrandere oogen woest en schuw aankeek.
-
---Ooah! mompelde het opperhoofd terwijl hij plotseling bleef staan
-en het prachtige dier als een kenner bewonderde.
-
-Thans trad hij omzigtig eenige passen nader, om het vreesachtige dier,
-dat al zijne bewegingen met schuwen blik gade sloeg, niet nog meer
-te verschrikken, en zoodra het achteruit sprong om te ontsnappen,
-slingerde hij het met zooveel behendigheid de lasso over den kop,
-dat de loopende strik tot aan de schouders over den hals viel; de
-onthutste viervoet beproefde nu drie of vier minuten lang om aan den
-strik te ontworstelen en de dierbare vrijheid terug te bekomen, die hem
-zoo plotseling ontfutseld was; maar weldra ziende dat zijne pogingen
-nutteloos waren, onderwierp hij zich gedwee aan zijn nieuwen meester
-en liet den Indiaan ongehinderd nader komen, zonder den nutteloozen
-strijd een oogenblik te verlengen.
-
-Met reden zeggen wij dat hij zich aan zijn nieuwen meester onderwierp,
-want het was geen paard uit de wildernis, maar de prachtige Arabier
-van don Estevan, dien hij verloren had toen hij in het gevecht aan
-de Rubio gewond werd. De tuigen van het paard waren gedeeltelijk
-beschadigd en verscheurd door het kreupelhout, maar toch nog in staat
-om dienst te doen.
-
-De hoofdman, niet weinig in zijn schik met de goede vondst die het
-toeval hem beschikte, steeg terstond in den zadel en reed stapvoets
-naar de Wilde-Roos terug, die gehoorzaam en onderdanig als eene echt
-Indiaansche vrouw, zich sedert zijn vertrek nog niet had verroerd.
-
---Ha! de Vliegende-Arend keert thans naar zijn dorp terug, gezeten
-op een ros dat zulk een groot opperhoofd waardig is! riep zij even
-fier als naïef, zoodra zij hem zag.
-
-De Indiaan glimlachte.
-
---Ja, antwoordde hij, al de Sachems zijn trotsch op hem.
-
-En met de ongekunstelde blijdschap die zoo wel met de oorspronkelijke
-ruwheid dezer ijzerharde menschen strookt, begon hij terstond eenige
-der moeijelijkste passen, voltes en courbettes uit te voeren, zoo
-verheugd als een kind over de bewondering der Wilde-Roos, die hij
-hartstogtelijk lief had en die met innig welgevallen, ofschoon niet
-zonder heimelijke vrees zag hoe gemakkelijk en stout hij het prachtige
-dier behandelde. Eindelijk steeg de hoofdman af en ging naast zijne
-vrouw zitten, zonder daarom den teugel van zijn paard los te laten.
-
-Zoo zaten zij eene geruime poos bij elkander zonder een woord te
-wisselen, de Vliegende-Arend scheen diep in gedachten verzonken, zijne
-oogen zwierven hier en daar in de duisternis, alsof hij ergens in de
-verte eenig voorwerp had willen onderkennen; gretig luisterde hij naar
-de duizend geluiden der eenzame wildernis en speelde werktuigelijk
-met zijn scalpeermes.
-
---Daar zijn ze! klonk op eens zijn uitroep, terwijl hij opstond alsof
-hij door een ontspannen springveer werd opgeheven.
-
-De Wilde-Roos keek hem verwonderd aan,
-
---Hoort mijne zuster niets? vroeg hij haar.
-
---Ja, zeide zij het volgende oogenblik, ik hoor duidelijk paarden in
-het bosch.
-
---Dat zijn de bleekgezigten, die naar hun kamp terugkeeren.
-
---Zullen wij hen daar volgen?
-
---De Vliegende-Arend verlaat nooit zonder reden het spoor door zijne
-mocksens gebaand; en de Wilde-Roos zal den krijgsman vergezellen.
-
---Zou mijn vader hier aan twijfelen?
-
---Neen, want de Wilde-Roos is eene waardige dochter der Comanchen;
-zij zal medegaan, zonder murmureren. Er is op het oogenblik een
-bleekgezigt in gevaar, een vriend van Machsi-Karehde.
-
---Het opperhoofd zal hem wel redden, riep zij.
-
-De Roodhuid glimlachte.
-
---Ja, zeide hij; of zoo ik te laat mogt komen, zal ik hem ten minste
-wreken, en dan zal zijne ziel opspringen van vreugd in de Prairiën
-der gelukzaligen als hij van zijn volk verneemt dat zijn vriend hem
-niet vergat.
-
---Ik ben bereid het opperhoofd te volgen.
-
---Laten wij dan vertrekken, want het is tijd.
-
-De Indiaan was met een sprong in den zadel en de Wilde-Roos hield
-zich gereed om hem te voet te volgen.
-
-De Indiaansche vrouwen bestijgen nimmer het oorlogspaard van hare
-mannen of broeders. Tengevolge der strenge wetten bij deze volken in
-zwang, zijn de vrouwen, als onder een ijzeren juk, gebogen onder de
-diepste vernedering en gedwongen tot den zwaarsten en moeijelijksten
-arbeid, dien zij zonder morren verdragen, wel overtuigd dat het
-zoo wezen moet en dus niets haar zou kunnen onttrekken aan de
-onverbiddelijke dwinglandij die van hare geboorte tot haren dood op
-haar drukt. De Vliegende-Arend, terwijl hij de vrouw die hij liefhad
-noodzaakte hem te voet te volgen, door een natuurwoud en langs
-een ongebaanden weg, des te moeijelijker nog door de nachtelijke
-duisternis, hield zich volkomen overtuigd dat hij hierin geheel naar
-behooren te werk ging; de Wilde-Roos, op hare beurt, wist niet beter
-of dit was iets dat van zelve sprak, en veroorloofde zich niet de
-minste aanmerking.
-
-Zij gingen dus op weg en de rivier den rug toekeerende trokken zij
-in de rigting van het ons reeds bekende open graskamp.
-
-Met welk doel keerde nu het opperhoofd terug naar dezelfde plek, die
-hij pas een uur te voren verlaten had om de Gambucinos te ontwijken?
-
-Dit zullen wij spoedig zien.
-
-Op ongeveer honderd ellen van het open kamp hoorden zij het knallen
-van een vuurwapen. De Vliegende-Arend bleef staan.
-
---Ooah! mompelde hij, wat is dat? zou ik mij vergist hebben?
-
-Onmiddelijk afstijgende, gaf hij zijn paard aan de Wilde-Roos ter
-bewaring en gebood haar om hem in de verte te volgen. Hij sloop zoo
-snel hij kon door de struiken naar het graskamp, ongerust over het
-gevallen pistoolschot, dat hij niet wist waaraan toe te schrijven,
-daar de gedachte dat het door Estevan kon gelost zijn, volstrekt
-niet bij hem opkwam. Het opperhoofd hield zich overtuigd, dat iemand
-van zulk een karakter nooit zijn eigen zaak zou laten varen, hoe
-hopeloos zij ook staan mogt. Ofschoon hij zich hierin vergiste,
-was zijne veronderstelling toch niet zoo geheel bezijden de waarheid.
-
-Door bovenstaande denkbeelden bezield en vreezende dat er eenig ongeluk
-kon gebeurd zijn, haastte de Vliegende-Arend zich om zoo spoedig
-mogelijk het kleine kamp te bereiken, ten einde de onzekerheid op
-te helderen, en niet zonder bekommering dat hij zijn vermoeden zou
-bewaarheid zien.
-
-Aan den rand van het grasperk gekomen bleef hij staan, boog de takken
-voorzigtig uiteen, en keek rond. De duisternis was nog te groot om
-iets duidelijk genoeg te onderscheiden; er heerschte in dit gedeelte,
-van het bosch eene doodelijke stilte. Maar op eens werden de struiken
-met kracht bewogen en nu schoot er een man, of liever een duivel uit te
-voorschijn, hem strijkelings voorbij, met een sprong als een jakhals,
-en verloor zich weldra achter hem in de duisternis.
-
-Een donker voorgevoel beklemde het hart van den Roodhuid, hij dacht
-er een oogenblik over na of hij den onbekende zou achtervolgen;
-maar liet dit denkbeeld terstond weder varen.
-
---Neen, zeide hij, wij zullen eerst zien wat hier gebeurd is; dien
-man ben ik zeker dat ik altijd zal wedervinden, zoodra ik maar wil.
-
-Hij stapte het grasveld op. De vuren die er een uur te voren gebrand
-hadden, waren uitgedoofd en verspreidden geen het minste licht meer;
-alles was stilte en duisternis.
-
-Het opperhoofd trad snel voorwaarts en bereikte weldra de plek waar
-de kuil gedolven was. Zij was ledig en don Estevan nergens te zien;
-op den rand der glooijing, door de uitgeworpen aarde gevormd, lag
-een mensch onbeweeglijk uitgestrekt.
-
-De Vliegende-Arend bukte om hem van nabij te bezien. Hij had hem
-dadelijk herkend.
-
---Heb ik het niet gedacht! riep hij in zich zelven, terwijl hij zich
-met een grijns oprigtte, de bleekgezigten zijn lafhartige oude vrouwen,
-de ondankbaarheid is eene ondeugd der blanken, de wraakzucht is een
-deugd der rooden.
-
-Hij stond eenige sekonden in beraad met de oogen strak op den gewonde
-gerigt.
-
---Zou ik hem helpen? vroeg hij zich eindelijk af. Waartoe zou
-het dienen? het is immers beter dat die blanke coyotes zich
-onderling verscheuren; de roode krijgslieden mogen om hunne woede
-lagchen. Die man daar, vervolgde hij, was nogtans een der beste
-onder de plunderzieke bleekgezigten, die ons tot in onze laatste
-toevlugtsoorden terugdringen! Bah! maar wat gaat hij mij aan? onze
-twee rassen zijn elkanders vijanden; laat de wilde beesten hem verder
-afmaken, ieder zijn deel van den buit!
-
-Na deze alleenspraak wilde hij zich verwijderen. Eensklaps echter
-voelde hij eene hand op zijn schouder, en eene schroomvallige stem
-fluisterde hem zacht in het oor.
-
---Die bleeke man was de vriend van den grijskop die den
-Vliegenden-Arend eenmaal heeft gered; vergeet de Sachem dit?
-
-Het opperhoofd ontroerde bij deze vraag, die zoo geheel met zijne
-innigste gedachten overeenkwam; want al had hij zich zelven pogen
-diets te maken dat er reden bestond om den gewonde aan zijn lot
-over te laten, gevoelde de Indiaan zeer goed dat zulk een bedrijf
-onverantwoordelijk was en dat de eer hem gebood den man te helpen
-die aan zijne voeten lag uitgestrekt.
-
---Kent de Wilde-Roos den jager? vroeg de Sachem uitwijkend.
-
---De Wilde-Roos heeft hem twee dagen geleden voor het eerst gezien,
-toen hij den vriend van Machsi-Karehde zoo moedig te hulp kwam.
-
---Ooah! bromde de Indiaan, mijne zuster spreekt waarheid, die krijgsman
-is dapper, zijn hart is groot, hij is de vriend der Roodhuiden, de
-Vliegende-Arend is beroemd wegens zijne grootmoedigheid, hij zal dus
-het bleekgezigt niet aan de wolven ten prooi laten.
-
---Machsi-Karehde is de grootste krijgsman van zijn stam, zijn hoofd
-is met wijsheid vervuld, en wat hij doet is goed.
-
-De Vliegende-Arend glimlachte welgevallig om dit compliment van zijne
-jonge vrouw.
-
---Laten wij de wonden, van dien man onderzoeken, zeide hij.
-
-De Wilde-Roos ontstak een ocote-fakkel om te kunnen zien;
-de twee Indianen knielden bij den gewonde neer, die nog altoos
-onbeweeglijk lag, en begonnen in het schijnsel der harsfakkel hem
-met naauwlettendheid te onderzoeken.
-
-Vrij-Kogel was slechts ligt gewond door den slag die hem met het
-pistool werd toegebragt; wel is waar had die slag eene geweldige
-bloeding veroorzaakt en eene ligte hersenschudding gevolgd door
-bedwelming, maar de wond ging niet veel dieper dan de huid aan het
-bovenste gedeelte van het voorhoofd tusschen de wenkbraauwen. Blijkbaar
-had don Estevan den jager op dezelfde manier willen treffen als de
-matadores te Mexico de stieren kuisten, die er hunne eer in stellen
-om dit zoo behendig mogelijk te doen, ten einde de bewondering der
-toeschouwers op het amphitheater te verwerven. Zijn slag, ofschoon
-met vaste en vaardige hand, was echter met te veel overhaasting en
-dus niet juist genoeg toegebragt om doodelijk te zijn; evenwel, zoo de
-Vliegende-Arend hem niet in tijds ware te hulp gekomen, zou de jager
-waarschijnlijk voor het einde van den nacht door de wilde beesten
-zijn verslonden, die in dezen omtrek vrij talrijk op buit rondzwierven.
-
-Alle Indianen, wanneer zij op reis gaan, dragen aan een band over
-den schouder een perkamenten zak met zich, in den vorm van een
-weitasch, die zij hun medicijn-zak noemen; deze zak bevat een aantal
-geneeskrachtige kruiden, waarmede de Roodhuiden gewoon zijn hunne op
-de jagt of in den krijg bekomen kwetsuren te genezen, alsmede eenige
-heelkundige instrumenten, en eenige poeders tegen de koorts.
-
-Na de wond van Vrij-Kogel naauwkeurig te hebben bezigtigd, schudde
-de Indiaan tevreden het hoofd, en maakte hij zich onmiddelijk
-gereed om het eerste verband te leggen. Met een van obsidiaansteen
-[10] vervaardigd werktuig, zoo scherp als een scheermes, begon hij,
-geholpen door de Wilde-Roos, rondom de wond het haar weg te scheren;
-vervolgens grabbelde hij in zijn medicijnen-zak en haalde er een
-handvol oregano bladeren uit, die hij zorgvuldig fijn wreef en met
-Spaanschen brandewijn, zoogenaamde refino vermengde. Wij kunnen hier
-in 't voorbijgaan aanmerken dat in de geneesmiddelen der Indianen
-de brandewijn eene voorname rol speelt. Bij dit mengsel deed hij
-een weinig water en zout, en bereidde alles tot een vrij dikke pap,
-die hij, na de wond eerst met refino en water te hebben gewasschen,
-er als een verzachtende pleister oplegde, en met behulp van een
-abanijo blad vasthechtte.
-
-Dit eenvoudige middel werkte bijna oogenblikkelijk; na verloop van
-tien minuten slaakte de jager een zucht, opende de oogen, en rigtte
-zich op, naar alle zijden rondziende, als iemand die plotseling uit
-een diepen slaap wakker wordt en nog niet volkomen in staat is om de
-hem omringende voorwerpen te onderscheiden.
-
-Intusschen had Vrij-Kogel een te krachtig gestel om lang in dezen
-staat van halfbewustzijn te blijven; weldra kwam er weder orde in
-zijne denkbeelden, hij herinnerde zich wat er gebeurd was en welken
-verraderlijken slag hem door den man dien hij gered had was toegebragt.
-
---Ik dank u, brave Roodhuid, zeide hij met eene nog zwakke stem,
-terwijl hij het opperhoofd zijne hand toestak.
-
-De Indiaan drukte die hartelijk.
-
---Mijn broeder gevoelt zich nu beter? zeide hij op vragenden toon.
-
---Ik gevoel mij zoo wel alsof er niets met mij gebeurd was, antwoordde
-Vrij-Kogel.
-
---Ooah! dan zal mijn broeder zich op zijn vijand kunnen wreken.
-
---Laat dat maar aan mij over! de schurk zal mij niet ontsnappen,
-zoo waar als ik Vrij-Kogel heet, antwoordde de jager met nadruk.
-
---Goed! mijn broeder zal zijn vijand dooden, en zijn haarschedel aan
-de deur van zijn wigwam ophangen.
-
---Neen, hoofdman, zulk een wraak moge voor een Roodhuid geschikt zijn,
-maar zij voegt niet aan een man van mijn ras en kleur.
-
---Wat denkt mijn broeder dan te doen?
-
-De jager glimlachte, zweeg eenige oogenblikken, en hervatte toen het
-gesprek, zonder de vraag van den Indiaan te beantwoorden.
-
---Sedert hoe lang bevind ik mij hier? vroeg hij.
-
---Omtrent een uur.
-
---Niet langer?
-
---Neen.
-
---God dank! dan kan mijn moordenaar nog niet ver weg zijn.
-
---O! een kwaad geweten is een scherpe prikkel, merkte de Roodhuid
-verstandig aan.
-
---Dat is waar.
-
---Wat wil mijn broeder doen?
-
---Dat weet ik nog niet; mijne positie is bijzonder ingewikkeld,
-antwoordde Vrij-Kogel nadenkend; door de inspraak van mijn hart en
-de herinnering van een lang geleden bewezen dienst gedreven, heb ik
-eene daad gedaan die op velerlei wijs kan worden uitgelegd; ik zie
-thans dat ik verkeerd heb gehandeld. Intusschen, Roodhuid, wil ik u
-zeggen dat ik mij weinig over de verwijten mijner vrienden bekommer;
-ofschoon het hard is voor iemand van mijn leeftijd en ondervinding,
-zich te hooren verwijten dat hij zoo onnoozel heeft gedaan als een
-kind, en zich aangesteld als een gek.
-
---Gij dient ten minste toch te besluiten.
-
---Dat weet ik zeer goed, maar dat is juist wat mij het moeijelijkste
-valt, te meer nog, omdat don Miguel en don Mariano zoo spoedig
-mogelijk van het gebeurde onderrigt moeten worden, of de gevolgen
-mijner dwaasheid zijn niet te berekenen.
-
---Hoor eens, zeide de hoofdman, ik begrijp zeer goed dat gij tegen
-eene onvermijdelijke bekentenis opziet; het is zeker ondragelijk
-hard, als een grijsaard het hoofd moet buigen voor verwijtingen,
-hoe welverdiend zij ook mogen zijn.
-
---Maar wat dan?
-
---Als gij er in toestemt, wil ik voor u doen wat u te veel moeite zou
-kosten. Terwijl gij de Wilde-Roos gezelschap houdt, zal ik naar uwe
-vrienden de bleekgezigten gaan en hun zeggen wat er is voorgevallen;
-ik zal hen tegen hunnen vijand waarschuwen en gij zult niets van hun
-ongenoegen te duchten hebben.
-
-Bij dit voorstel van den Indiaan, werd het aangezigt van den ouden
-jager rood van verontwaardiging.
-
---Neen! riep hij forsch, ik zal mijn misslag niet vergrooten door eene
-lafheid, ik moet de gevolgen van mijne dwaze handeling ondergaan;
-ik zeg u dank, hoofdman, voor uw goed gemeend voorstel, maar ik kan
-het niet aannemen.
-
---Mijn broeder is er meester van.
-
---Laat ons haast maken, riep de jager, wij hebben reeds te veel
-tijd verloren; God weet welke gevolgen mijn misslag heeft en welke
-onheilen er misschien uit zullen voortvloeijen. Als ik ze niet meer
-kan verhoeden, is het ten minste mijn pligt om er de kracht van te
-verminderen. Kom meê, hoofdman, volg mij, wij moeten onmiddelijk naar
-het kamp.
-
-Onder het uitspreken dezer woorden stond de jager met koortsachtige
-drift op.
-
---Ik heb geene wapens, riep hij, de ellendeling heeft ze mij ontroofd.
-
---Laat mijn broeder zich daarover niet ongerust maken, antwoordde de
-Indiaan, in het kamp zal hij wapens genoeg vinden.
-
---Dat is waar; maar waar is mijn paard, dat ik eenige schreden van
-hier heb laten staan? Ik moet het dadelijk zoeken.
-
-De Indiaan hield hem terug.
-
---Het zou u niets baten, zeide hij.
-
---Waarom niet?
-
---Die man heeft er zich meester van gemaakt.
-
-De jager sloeg zich moedeloos op het voorhoofd.
-
---Wat nu? mompelde hij.
-
---Mijn broeder neme mijn paard.
-
---En wat gij dan, hoofdman?
-
---Ik heb er nog een.
-
---Ah! riep Vrij-Kogel.
-
-Op een wenk van den Vliegenden-Arend bragt de Wilde-Roos het andere
-paard.
-
-De beide mannen wierpen zich in den zadel; het opperhoofd liet voor
-ditmaal, om zoo veel spoed mogelijk te maken, zijne vrouw achter hem
-opzitten en nu reden de twee ruiters, met het hoofd over den hals
-hunner paarden gebogen en met gevierden teugel in vliegenden galop
-naar het kamp der Gambucinos, waar zij binnen een uur, zonder nieuwe
-ongelukken aankwamen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXIV.
-
-QUIEPA TANI.
-
-
-Thans moeten wij naar twee der voornaamste personen uit onze historie
-terugkeeren, die wij maar al te lang hebben verwaarloosd. Hiertoe
-is noodig dat wij eenige stappen achterwaarts doen en ons verhaal
-weder opvatten van het oogenblik af toen Addick en de beide meisjes,
-die door don Miguel aan zijne zorg waren toevertrouwd, op weg gingen
-naar de stad Quiepa-Tani.
-
-Een gevoel van nooit gekende weelde doortintelde de borst van den
-Indiaan, zoodra hij zich met de beide meisjes in het dal bevond,
-ver verwijderd van de bespiedende blikken van don Miguel en den nog
-veel scherper blik van Loer-Vogel. Zijn oog glinsterde van genot,
-terwijl hij het beurtelings nu eens naar dona Laura en dan weder naar
-dona Luisa liet weiden, zonder te kunnen beslissen wie van deze twee
-in zijne schatting de voorkeur verdiende. Beiden vond hij zoo schoon,
-dat hij zich niet verzadigen kon van ze aan te zien, met die schier
-uitzinnige bewondering, waarmede de Indianen gewoon zijn Spaansche
-vrouwen te begroeten, die zij oneindig schooner vinden dan die van
-hun eigen stam.
-
-Doch terwijl wij onze lezers deze bijzonderheid doen opmerken, moeten
-wij er bijvoegen dat de Spanjaarden van hun kant even gretig de gunst
-der Indiaansche schoonheden zoeken, door welker bekoorlijkheden zij
-onweerstaanbaar worden aangetrokken. Is dit welligt een gevolg van
-de wijze beschikking der Voorzienigheid, die daardoor de volkomen
-zamensmelting der twee menschenrassen mogelijk wil maken? Wie weet
-dit? maar wat men niet kan in twijfel trekken, is, dat er slechts
-weinige Spanjaarden in Zuid-Amerika worden gevonden die ten minste
-niet eenige druppels Indiaansch bloed in hunne aderen hebben.
-
-Het jonge Indianen opperhoofd, in het bezit zijner twee
-gevangenen--want als zoodanig beschouwde hij ze van het oogenblik af
-dat zij onder zijne hoede waren geplaatst,--had eerst gedacht om ze
-naar zijn eigen stam te voeren, om dan later te beslissen op welke
-der twee hij zijne keus zou vestigen. Verschillende redenen deden
-hem echter dit plan terstond weder opgeven. Vooreerst was de afstand
-tusschen hem en zijn stamdorp zoo groot, dat hij het waarschijnlijk
-met de twee zwakke en teergevoelige vrouwen niet zou kunnen bereiken,
-daar zij zeker tegen de tallooze vermoeijenissen van zulk eene lange
-reis door de wildernis niet bestand zouden zijn; in de tweede plaats
-lag de stad Quiepa-Tani slechts een paar mijlen ver van hem af,
-terwijl hij bovendien in zijne vrije beweging werd belemmerd door de
-stadwaarts gaande menigte, die gedurig aangroeide, en tevens door de
-zwarte schimmen der twee jagers, die dreigend boven den heuvel achter
-hem uitstaken, als tot waarschuwing, dat hij bij de minste verdachte
-beweging met een paar geduchte vijanden zou te doen krijgen.
-
-Aldus van den nood eene deugd makende, verborg hij de duistere
-plannen die in hem woelden zoo diep mogelijk in zijn boezem,
-en besloot hij, ten minste oogenschijnlijk, zijne taak stipt te
-volvoeren, en regtstreeks naar de stad te trekken. Eén ding behield
-hij zich echter voor, namelijk om de twee jonge dames aan de zorg
-van zijn zoogbroeder Chicuhcoatl [11] den Amantzin van Quiepa-Tani
-toe te vertrouwen, die in zijne hoedanigheid als opperpriester van
-den tempel der Zon, bij magte was om ze voor aller oog te verbergen,
-tot de bestaande bezwaren zouden zijn uit den weg geruimd, en Addick
-gelegenheid kreeg om naar goedvinden te handelen of zijne schoone
-gevangenen weder onder zijn eigen opzigt te nemen.
-
-De ongelukkige jonge meisjes, door den drang der omstandigheden
-van hare twee laatste vrienden gescheiden, verkeerden in een staat
-van diepe neerslagtigheid, die haar het vermogen benam om veel op
-het aarzelen en draaijen van haar ontrouwen gids te letten. Zonder
-bescherming aan dezen wildeman overgelaten, die zoo het hem beviel haar
-op allerlei wijze kon mishandelen al was ook zijn trouw haar verzekerd,
-wisten zij maar al te goed dat zij geen menschelijke hulp te wachten
-hadden. Zij moesten dus haar lot volkomen in Gods hand stellen, en
-met christelijke gelatenheid zich overgeven aan de zware beproevingen
-die zij gedurende haar verblijf onder de heidensche Indianen, zouden
-te verduren hebben.
-
-Onder deze verschillende indrukken trokken onze drie reizigers, te
-midden der steeds digter en digter wordende menigte, stadwaarts en
-bereikten zij eindelijk den rand der buitengracht, niet zonder bespied
-te worden door de nieuwsgierige blikken der Indianen, die natuurlijk
-spoedig hadden opgemerkt dat de beide meisjes Spaanschen waren.
-
-Addick, na zijne gezellinnen een waarschuwenden wenk te hebben
-gegeven om op hare hoede te zijn, nam daarbij eene houding aan zoo
-onverschillig hem maar eenigzins mogelijk was, ofschoon zijn hart
-klopte van angst, toen hij zich aan de stadspoort zou vertoonen om
-te worden binnengelaten.
-
-Schijnbaar bedaard stapte hij de brug over en stond weldra voor
-de poort.
-
-Oogenblikkelijk werd er een lans tegen de vreemdelingen geveld,
-die hun den doortogt versperde.
-
-Een man, aan zijn rijk kostuum gemakkelijk als een der aanzienlijkste
-stadsbeambten te herkennen, stond op van de butacca--zitbank--waar
-hij in achtelooze houding zijn calumet had zitten rooken, en trad met
-afgemeten stappen naar hen toe. Op korten afstand bleef hij staan,
-terwijl hij Addick en zijn gezelschap van het hoofd tot de voeten
-met de grootste aandacht bekeek.
-
-De Indiaan schrikte in 't eerst over deze blijkbaar vijandige
-ontvangst, maar herstelde zich terstond weder. Er blonk een straal
-van welgevallen uit het woeste oog van den stadsbeambte, hij wendde
-zich naar den schildwacht en fluisterde hem met eene onhoorbare stem
-eenige woorden in 't oor.
-
-De roode soldaat hief terstond eerbiedig zijn lans op, trad een stap
-achteruit en liet de vreemdelingen door.
-
-Zij gingen de poort binnen.
-
-Addick rigtte zich met snelle schreden naar den tempel der Zon, zich
-in stilte geluk wenschende dat hij zoo gemakkelijk aan het gevaar
-ontkomen was, dat hem eenige minuten boven het hoofd had gezweefd.
-
-De jonge meisjes volgden hem met de gelatenheid der wanhoop, die zoo
-ligt voor gedweeheid of onderwerping wordt aangezien, maar inderdaad
-niets anders is dan de erkende onmogelijkheid om zich aan een gevreesd
-en onvermijdelijk lot te onttrekken.
-
-Terwijl onze personaadjes de straten der stad door trekken om de
-plaats hunner bestemming te bereiken, zullen wij met weinige woorden
-Quiepa-Tani trachten te beschrijven, dat onzen lezers nog slechts
-uitwendig bekend is.
-
-De naauwe, maar lijnregte en elkander regthoekig snijdende straten,
-loopen alle uit op een, juist in het midden der stad gelegen,
-uitgestrekt plein, dat den naam van Conaciuhtzin, of Zonne-plein,
-draagt.
-
-Bij den aanleg der stad en van dit plein, uit welks middelpunt de
-hoofdstraten letterlijk uitstralen, hebben de Indianen waarschijnlijk
-de zon op het oog gehad en zich bij haar welbehagelijk trachten te
-maken, want men zou zich moeijelijk een treffender en reusachtiger
-afbeelding van dat hemellicht kunnen voorstellen, dan deze mysterieuse
-en zinnebeeldige evenredigheid.
-
-Vier prachtige Expan, of paleizen, verheffen zich in de rigting der
-vier hoofdstreken van het kompas; aan de westzijde staat de groote
-tempel Amantzin-expan, omgeven door een ontelbare menigte met goud
-en zilver ingelegde kolommen.
-
-De aanblik van dit gebouw is allerindrukwekkendst; men beklimt,
-den drempel langs een breeden trap van twintig treden, elk uit
-een enkelen steen van tien meters lengte gehouwen; de muren zijn
-verbazend hoog en het dak, even als die der andere gebouwen, eindigt
-in een terras of verheven plat. De Indianen, ofschoon volkomen in
-staat om onderaardsche gewelven te stichten, schijnen echter niet
-te weten hoe men een koepeldak of dom moet bouwen. Het inwendige des
-tempels is betrekkelijk zeer eenvoudig. Lange draperiën met vederen
-van duizend kleuren geborduurd en door middel van hieroglyphische
-figuren, de geschiedenis der Indiaansche godsdienst voorstellende,
-bedekken de wanden. In het midden des tempels staat een teocali of
-altaar, waarboven eene zon, schitterende van goud en edele gesteenten
-en rustende op de groote ayalt, of heilige schildpad. Door eene
-kunstmatige inrigting van het gebouw, schiet de opkomende zon iederen
-morgen hare stralen regt op het zonnebeeld, en doet alsdan dit idool
-schitteren met een oogverblindenden glans, die alles wat er omheen
-is verlicht en verlevendigt. Voor het altaar staat de offertafel, een
-vervaarlijk groot marmerblok, gelijkende naar de bekende menhirs der
-Druiden in het land der aloude Armorichen. Dit marmerblok rust op vier
-kolossale pooten van graniet. Het tafelblad is in het midden eenigzins
-uitgehold, en voorzien van een geul om het bloed der slagtoffers te
-laten wegvloeijen. Wij haasten ons te zeggen, dat het slagten van
-menschenoffers dagelijks zeldzamer wordt; gelukkig zijn wij ver
-verwijderd van dien rampzaligen tijd, toen men ter inwijding des
-tempels te Mexico op een enkelen dag zestig duizend menschen slagtte;
-tegenwoordig heeft dit afschuwelijk gebruik slechts in buitengewone
-gevallen plaats, en dan kiest men de slagtoffers alleen uit ter dood
-veroordeelde personen. Op den achtergrond des tempels is eene kleine,
-met zware gordijnen voor het oog des volks afgesloten ruimte. Deze
-gordijnen bedekken den ingang van een trap, die naar de uitgestrekte
-gewelven onder den tempel voert, in welke alleen de priesters vrijheid
-hebben om af te dalen. Het is in deze onderaardsche gewelven dat het
-gewijde vuur van Moctecuzoma [12] onophoudelijk blijft branden. De
-trappen en dorpels aan den ingang des tempels worden iedereen morgen
-met versche bladeren en bloemen bestrooid.
-
-Aan de zuidzijde van het plein verrijst de tanamitec of het paleis
-van den vorst.
-
-Dit paleis, welks naam letterlijk eene "door muren omgeven ruimte"
-aanduidt, is niets anders dan eene aaneenschakeling van audiëntie-
-en vergaderzalen, en ruime binnenplaatsen, waar de krijgslieden die
-met het bewaken der stad zijn belast, worden gedrild en geoefend. Een
-afzonderlijke reeks huizen, ontoegankelijk voor vreemde bezoekers,
-strekt tot verblijf voor het opperhoofd en zijn gezin. Een ander
-soortgelijk gebouw dient tot tuighuis en bevat allerlei wapenen,
-als pijlen, bogen, werpspiessen, lansen en schilden, van Indiaansch
-maaksel en sedert de vroegste tijden in gebruik, alsmede Europeesch
-oorlogstuig, als: sabels, degens, zwaarden en geweren en andere
-vuurwapenen, van welke de inboorlingen, na er de geduchte uitwerksels
-van te hebben leeren kennen, zich thans even goed weten te bedienen
-als wij, zoo niet beter.
-
-Eene der merkwaardigste bijzonderheden die dit tuighuis bevat is
-zonder twijfel een klein stuk geschut, dat eenmaal aan Fernando Cortez
-toebehoorde, maar door de Indianen, toen hij het bij zijn overhaasten
-aftogt uit Mexico in den bekenden noche triste (jammernacht) op
-den grooten weg moest achterlaten, werd buit gemaakt. Dit kanon
-is thans voor de Indianen nog altoos een voorwerp van vereering en
-vrees,--wel een bewijs van den schrikkelijken indruk dien het tijdperk
-der verovering op de gemoederen des volks heeft achtergelaten, daar
-hij na verloop van zoo vele jaren en veelvuldige lotwisseling niet
-kon worden uitgewischt.
-
-Op het zelfde plein verheft zich de vermaarde ciuatl-expan, of het
-paleis der vestalinnen. Daar leven en sterven, ver van het oog der
-mannen, de maagden aan de dienst der Zon gewijd. Geen manspersoon,
-uitgezonderd de opperpriester, vermag dit gebouw binnen te dringen,
-terwijl eene gruwzame straf den vermetele bedreigt die deze wet zou
-durven overtreden. Het leven der Indiaansche zonnemaagden gelijkt
-in menig opzigt naar dat der nonnen in de Europesche kloosters. Even
-als deze zijn zij in cellen opgesloten en moeten zij de gelofte van
-eeuwige kuischheid afleggen, waardoor zij zich verbinden nimmer een
-man toe te spreken, dan haar vader of haar broeder; en dit zelfs staat
-haar niet vrij, dan geheel gesluijerd, achter een traliehek en in de
-tegenwoordigheid van een derde persoon.
-
-Ook bij openbare plegtigheden en godsdienstige feesten in den tempel,
-verschijnen zij niet anders dan volkomen gesluijerd. Wanneer het van
-eene zonnemaagd bewezen is dat een man haar aangezigt heeft gezien,
-moet zij onmiddelijk ter dood worden gebragt.
-
-In het kloostergebouw zelve, houden zij zich met vrouwelijken arbeid
-bezig, en vervullen tevens met ijver hare godsdienstpligten. De
-geloften zijn vrijwillig. Geen jong meisje kan onder de zonnemaagden
-worden opgenomen, tenzij de opperpriester zekerheid hebbe dat niemand
-haar tot deze keus heeft gedwongen en dat zij bereid is hare roeping
-volstandig te volgen.
-
-Eindelijk noemen wij het vierde paleis, aan de oostzijde, het
-prachtigste en tevens het somberste van allen.
-
-Dit gebouw heet Iztlacat-expan, of het paleis der profeten: het dient
-tot woonplaats voor den Amanani en de Chalchiuk--priesters.--Men kan
-zich moeijelijk een geheimzinniger, treuriger en terugstootender gebouw
-voorstellen dan dit verblijf, welks vensters allen met gevlochten
-riet zijn gedekt, zoo digt en ondoorzigtbaar dat het naauwelijks
-het daglicht doorlaat. Binnen deze muren heerscht eene eeuwigdurende
-stilte en somberheid; slechts nu en dan, in het holst van den nacht,
-wanneer alles in de stad in diepe rust is, hoort men vervaarlijke
-geluiden en wonderbare stemmen uit den Iztlacat-expan opgaan, die de
-verschrikte Indianen in hun slaap storen.
-
-Terwijl de gelofte der kuischheid aan de vestaalsche nonnen is
-opgelegd, is dit niet het geval met den opperpriester en zijne
-onderhoorigen. Intusschen moeten wij hier aanmerken dat ook deze
-zelden trouwen en, ten minste oogenschijnlijk, zich van allen omgang
-met de sekse onthouden.
-
-Het noviciaat der priesters duurt tien jaar, en eerst na verloop
-van dezen tijd en na het doorstaan van tallooze proeven, bekomen
-zij den titel van Chalchiuh. Tot zoolang kunnen zij nog van besluit
-veranderen en eene andere loopbaan kiezen; dit gebeurt echter uiterst
-zelden. Het is maar al te waar dat zij, van deze hun door de wet
-toegestane vrijheid gebruik makende, groot gevaar loopen om door hunne
-voormalige ambtsbroeders vermoord te worden, uit vrees dat zij iets
-van hunne heilige geheimen aan het volk zouden verraden. Overigens
-worden de priesters door de Indianen zeer geëerbiedigd en weten
-zij zich doorgaans bij het volk bemind te maken; in een woord, na
-het wereldlijk opperhoofd is de Amanani of opperpriester de meest
-geëerbiedigde man van zijn stam.
-
-Ofschoon bij deze volken de godsdienst zulk een magtige hefboom is,
-moet men zeggen dat er tusschen de wereldlijke en geestelijke magt
-nooit botsing ontstaat: ieder van deze weet wat zij te doen heeft en
-houdt zich binnen de haar voorgeschreven perken, zonder ooit op de
-regten der andere inbreuk te willen maken. Dank zij deze verstandige
-staatsregeling, werken de priesters en de opperhoofden eenstemmig en
-met verdubbelde kracht.
-
-De Europeaan, gewoon aan het gewoel en gedruisch en geschreeuw der
-steden in de Oude Wereld, waar de straten gedurig door allerlei
-soorten van rijtuigen worden versperd, en waar bij iederen voetstap
-duizende belangen, zaken en bezigheden tegen elkander botsen, zich
-verdringen en dooreenwoelen, zou zich grootelijks verwonderen wanneer
-hij eensklaps in een Indiaansche stad wierd overgeplaatst. Daar heeft
-men geen kunstmatige middelen van gemeenschap, geen luidruchtige
-handelsbeweging; daar ziet men geen buurten vol prachtige winkels
-die hunne waren uitstallen, om de nieuwsgierigheid en kooplust der
-voorbijgangers aan te lokken of de dieven gelegenheid te geven tot
-het naasten der oogverblindende voorwerpen van Europesche weelde en
-gemak. Daar ziet men zelfs geen rijtuigen, koetsen, wagens of karren;
-de stilte wordt er slechts nu en dan gestoord door een eenzamen
-voetganger, die zich haast om zijne woning te bereiken, of voortstapt
-met al de deftigheid van een magistraatspersoon of geleerde.
-
-De huizen, allen potdigt gesloten, zijn voor de oogen en ooren
-daarbuiten ontoegankelijk. Het leven der Indianen trekt zich geheel
-zamen in het familieleven; voor alles wat vreemd is ongenaakbaar,
-blijven de zeden aartsvaderlijk, en wordt de openbare straat er nooit,
-zoo als zij dit maar al te veel bij ons, beschaafde volken, is, het
-schandtooneel van twist, strijd, dronkenschap, of nog afschuwelijker
-zedeloosheid.
-
-De kooplieden verzamelen zich in uitgestrekte bazars, waar zij des
-voormiddags hunne waren te koop veilen, namelijk vruchten, groenten,
-en stukken vleesch of gevogelte; want iedere andere tak van negotie is
-bij de Indianen onbekend, daar elk gezin zijn eigen kleederen spint,
-weeft, en vervaardigt, even als alle overige voorwerpen--meubels,
-huisraad of levensbehoeften. Zoodra de zon haar loop half heeft
-volbragt, worden de bazars gesloten en verlaten de Indiaansche
-kooplieden, die allen op het land wonen, de stad, om er niet voor
-den volgenden morgen met versche eetwaren terug te komen. Iedereen
-voorziet zich van het noodige voor den geheelen dag.
-
-Bij de Indianen werken de mannen nooit; alleen de vrouwen zijn
-belast met het doen van aankoop, de zorg voor het huishouden, en het
-toebereiden of vervaardigen van alles wat tot levensonderhoud dienen
-kan. De mannen daarentegen, te trotsch om zich met huisselijken arbeid
-in te laten, gaan op de jagt of ten oorlog.
-
-De betaling van hetgeen men koopt of verkoopt geschiedt niet, als in
-Europa, met klinkende specie--die over het algemeen, onder de Indianen
-weinig bekend is en slechts aan de grenzen of kusten, in den handel
-met de blanken gebruikt wordt--maar door middel van ruiling. Dit
-eenvoudig, maar gebrekkig, en bij onze Europesche beschaving geheel
-onbruikbaar geworden handelsmiddel, is bij al de Indianen stammen in
-het binnenland bijna uitsluitend in zwang. De kooper geeft het een of
-ander voorwerp dat hij missen kan, in ruil voor hetgeen hij verlangt
-of noodig heeft. Ziedaar alles.
-
-Terwijl wij dus onze lezers den toestand van Quiepa-Tani hebben leeren
-kennen, zullen wij dit hoofdstuk eindigen met te zeggen, dat Addick
-en zijne twee gezellinnen, na lang genoeg de stille straten der stad
-te hebben doorkruist, eindelijk het paleis Iztlacat-expan bereikten.
-
-De Indiaansche hoofdman vond, op zijn verzoek, in den Amanani een
-gewillig en voorkomend bondgenoot, die hem plegtig beloofde de hem
-in bewaring gegeven gevangenen met de meeste zorg te zullen bewaken.
-
-Wij moeten hier bijvoegen, dat Addick niet verzuimde den opperpriester
-te verzekeren dat de hem toevertrouwde jonge meisjes, dochters waren
-van een der vermogendste heeren uit Mexico, en dat hij om dezen
-edelman in het belang der Indianen te verpligten, besloten had een
-van de twee tot vrouw te nemen. Evenwel, daar de meisjes hem beiden
-even goed bevielen, was hij op dit oogenblik nog niet in staat om
-zijne keus te bepalen, en meende hij de beslissing nog een tijdlang
-te moeten verschuiven.
-
-Eindelijk liet hij, om zich de gunst van zijn nieuwen bondgenoot te
-verzekeren, wiens gierigheid hem sinds lang bekend was, er op volgen,
-dat hij de voogdij die deze thans op zich nam met een kostbaar geschenk
-zou beloonen.
-
-Hiermede wegens het lot der jonge meisjes voorshands gerust gesteld,
-en na in het eerste gedeelte van zijn plan volkomen te zijn geslaagd,
-begon Addick te overleggen hoe hij ook het tweede gedeelte zou doen
-gelukken. Hij nam dus al ras afscheid van dona Luisa en dona Laura,
-die hij zoo plegtig bezworen had te zullen beschermen, maar thans
-schandelijk dacht te verraden; hij steeg te paard, en reed haastig
-de stad uit, in de rigting van het veer del Rubio, waar hij wist don
-Miguel te zullen vinden.
-
-
-
-
-
-
-
-XXV.
-
-EEN DRIETAL SCHURKEN.
-
-
-Wij laten Addick, met zijne ondeugende plannen, in vollen galop zich
-verwijderen van Quiepa-Tani, en zullen ons intusschen een weinig
-nader bezig houden met de twee beklagenswaardige jonge meisjes,
-die hij voor zijn vertrek, aan den zorg van den Amanani had opgedragen.
-
-Deze liet haar terstond in de Ciuatl-expan, het verblijf der
-zonnemaagden opsluiten.
-
-Ofschoon gevangenen, werden zij, ingevolge de bevelen van Addick,
-met de meeste onderscheiding behandeld; ook zouden zij de verveling
-van hare onregtmatige gevangenschap geduldig hebben gedragen, zoo
-een heimelijke angst over het lot dat haar welligt in de toekomst
-verbeidde, en de herinnering aan de vreesselijke omstandigheden
-onder welke zij herwaarts gebragt en zoo plotseling van haar laatsten
-beschermer waren gescheiden, zich niet van haar hadden meester gemaakt.
-
-Het was onder deze omstandigheden, dat het verschil van karakter
-tusschen de beide vriendinnen duidelijk aan 't licht kwam.
-
-Dona Laura, gewoon aan de huldebetooningen der mooije cavaliers die
-haars vaders huis bezochten, en verwend door de genietingen van het
-mollig en weelderig leven der rijke familiën in Mexico, leed veel
-onder de treurige herinnering van hetgeen zij hier missen moest en dat
-weleer hare kindsheid had gestreeld. De martelingen in het klooster
-voorbijziende, dacht zij alleen aan de vreugd van het ouderlijke huis,
-en niet in staat om haar grievend hartzeer te wederstaan, verviel
-zij weldra in eene doffe moedeloosheid, die zij zelfs niet poogde
-te bestrijden.
-
-Dona Luisa daarentegen, die in haar tegenwoordigen toestand weinig
-verschil bespeurde met dien van haar noviciaat, kon zich beter in
-haar lot schikken, en onderging het met moed en geduld; al betreurde
-zij ook het verlies van hare vrijheid, de liefde voor hare vriendin
-en het werkdadig deel dat zij aan hare redding genomen had, vervulden
-hare ziel en sterkten haar in den strijd tegen het ongeluk.
-
-Buiten haar weten welligt, was er onlangs in het hart van het jonge
-meisje nog een ander gevoel binnengeslopen, een gevoel dat zij niet
-poogde te verklaren en van welks kracht zij zich geen duidelijke
-rekenschap kon geven, maar dat haar moed verdubbelde en op eene
-redding deed hopen, zoo al niet zeker, dan toch zeer mogelijk, door
-tusschenkomst van denzelfden man die reeds zooveel voor haar en hare
-vriendin had gewaagd, en die haar niet verlaten zou in de nieuwe
-gevaren welke haar bedreigden ten gevolge der verfoeijelijke ontrouw
-van haar geleider.
-
-Toen de beide vriendinnen elkander over de waarschijnlijkheid harer
-bevrijding onderhielden, durfde Laura den naam van don Miguel niet
-uitspreken, en met eene bedeesdheid waarvan zich de reden ligt laat
-vermoeden, veinsde zij geheel op haar vaders invloed te steunen. Luisa
-daarentegen kwam er rond voor uit, dat de moed en ijver bereids door
-don Miguel aan den dag gelegd, voor haar een genoegzame waarborg was,
-en dat de man die haar reeds eenmaal had gered, haar gewis ook nu
-weder zou te hulp komen.
-
-Laura, om goede redenen, door hare vriendin nooit ingelicht omtrent
-de groote verpligting die zij aan den jongman had, begreep dus niet
-welk verband er kon bestaan tusschen hem en haar toekomstig lot, en
-vroeg aan Luisa meermalen om nadere opheldering. Deze echter zweeg
-op dit punt of ontweek telkens hare vraag.
-
---Inderdaad, lieve vriendin, zeide Laura, gij spreekt gedurig van
-don Miguel, en zonder twijfel zijn wij aan hem, wegens de dienst die
-hij ons bewezen heeft, grootelijks verpligt; maar nu is zijne rol
-bijkans afgeloopen, en mijn vader, wanneer hij door hem van onzen
-tegenwoordigen toestand kennis bekomt, zal ons spoedig komen verlossen.
-
---Querida de mi corazon--mijn allerliefste hartje, antwoordde dona
-Luisa, haar mooi hoofdje schuddend, wie weet waar uw vader zich
-op dit oogenblik bevindt; ik voor mij hoop steeds op don Miguel,
-omdat hij ons zoo geheel uit eigen beweging en zonder eenige hoop
-op belooning heeft gered; hij is veel te getrouw en te edelmoedig om
-eene onderneming te laten varen die zoo wel door hem begonnen is.
-
-Dit laatste gezegde werd met zooveel kracht en overtuiging geuit, dat
-Laura verwonderd de oogen opsloeg en hare vriendin zoo doordringend
-aankeek, dat deze onwillekeurig een blos kreeg en de oogen neersloeg.
-
-Laura sprak niet, maar vroeg zich zelve in stilte: wat toch de reden
-kon zijn waarom Luisa zoo hartstogtelijk partij koos voor iemand die
-niet werd aangevallen en aan wien hare vriendin bijna geen verpligting
-had, ja dien zij naauwelijks kende?
-
-Van dezen dag af, als bij stilzwijgend akkoord, spraken zij niet
-meer over don Miguel en werd zelfs zijn naam tusschen haar niet
-weder genoemd.
-
-Het is wel een zonderling maar toch onbetwistbaar verschijnsel, dat
-de geestelijken of priesters, in alle landen en tot welke godsdienst
-zij ook behooren, steeds begeerig zijn om proselieten te maken, en
-dit soms te dringender en onbescheidener naarmate hun geloof minder
-aannemelijk is en minder aanspraak heeft op zedelijke overtuiging. De
-Amanani van Quiepa-Tani althans had dezen trek met de meesten zijner
-broederen gemeen, en liet geene gelegenheid voorbijgaan om de twee
-Spaansche meisjes tot de dienst der Zon over te halen. Met groote
-verstandsgaven bedeeld en voor zich zelven hoogelijk ingenomen met
-de godsdienst die hij beleed, bovendien een bittere vijand van al wat
-Spaansch was, vatte hij reeds zoodra Addick hem de zorg voor de jonge
-meisjes toevertrouwde, het voornemen op om haar tot priesteressen
-der Zon te maken. Dergelijke bekeeringen zijn in Amerika niet zonder
-voorbeeld, en het ongerijmde of liever monsterachtige dat daarin voor
-ons gevoel gelegen is, schijnt in dit land iets geheel natuurlijks.
-
-De Amanani stelde dus zijne batterijen in deze rigting. De jonge
-meisjes spraken geen Indiaansch; hij, van zijn kant, kende geen
-woord Spaansch; maar dit groote bewaar wist de opperpriester spoedig
-uit den weg te ruimen. Er was namelijk onder zijne handlangers
-zekere krijgsman, Atoyac geheeten, dezelfde die bij de stadspoort
-op schildwacht stond toen Addick er aankwam. Deze man was met eene
-Indiaansche manza--beschaafde vrouw--gehuwd, die niet ver van Monterey
-hare opvoeding had genoten en de Spaansche taal vlot genoeg sprak om
-zich te doen verstaan. Het was eene vrouw van ongeveer dertig jaren,
-ofschoon men op het eerste gezigt zou gedacht hebben dat zij ten minste
-vijftig was. In deze gewesten, waar het menschelijk ligchaam zoo snel
-ontwikkelt, trouwen de meisjes gewoonlijk reeds op haar twaalfde
-of dertiende jaar. Vervolgens aanhoudend tot den zwaarsten arbeid
-gedwongen, die in andere landen gewoonlijk den mannen ten deel valt,
-begint hare frischheid spoedig te verwelken en komen zij met haar
-vijfentwintigste jaar reeds tot een vervroegden staat van verval, die
-geen tien jaren later de meeste vrouwen tot leelijke schepsels maakt,
-ofschoon zij in hare jeugd eene schoonheid en bevalligheid bezaten
-die vele Europeaansche dames haar met regt hadden kunnen benijden.
-
-De vrouw van Atoyac heette Huitlotl, of de Duif; het was een eenvoudig,
-zachtzinnig schepsel, die zelve veel geleden had en dus onwillekeurig
-geneigd was om medelijden te gevoelen met de smarten van anderen. Zij
-moest het middel zijn om Laura en Luisa te verleiden, en in weerwil
-van de bestaande wet, die nadrukkelijk verbood om vreemdelingen in
-het paleis der Zonnemaagden toe te laten, nam de Amanani op zich om
-de zachtzinnige Duif met de beide meisjes in aanraking te brengen.
-
-Men moet zelf gevangene zijn geweest, onder menschen wier taal men
-niet verstaat, om zich een juist denkbeeld te maken van het genoegen
-dat de arme gevangenen ondervonden, toen haar iemand kwam bezoeken
-met wie zij konden spreken en die voor het eerst de verveling hielp
-verdrijven aan welke zij in hare eenzaamheid ten prooi waren. De
-Indiaansche werd ontvangen als een vriendin, en hare tegenwoordigheid
-was voor de meisjes eene aangename afleiding.
-
-Bij haar tweede bezoek echter begonnen de Spaansche meisjes reeds
-te begrijpen met welk hatelijk oogmerk deze bijeenkomsten plaats
-hadden, en van toen af volgde er op de korte vreugde van den eersten
-dag eene ware tirannij. De verschijning van Huitlotl werd voor haar
-een voortdurende straf. Als Spaanschen, sterk aan de godsdienst harer
-vaderen gehecht, konden zij de bedoelingen van den opperpriester niet
-dan met afgrijzen beantwoorden. Intusschen was de Indiaansche vrouw
-veel te eenvoudig en uit zich zelve onbekwaam om de bedriegelijke
-rol die men haar had opgedragen lang vol te houden, of voor hare
-nieuwe vriendinnen te verbergen welk lot zij ondanks de zoetsappige
-woorden en innemende manieren van den Amanani te wachten hadden, en
-welke vreesselijke folteringen zij zouden moeten doorstaan wanneer
-zij weigerden zich aan de Zonnedienst te verbinden. Het vooruitzigt
-was dus alles behalve geruststellend.
-
-De jonge meisjes wisten maar al te wel dat de Indianen in staat
-waren om hunne gruwzame bedreigingen zonder genade uit te voeren;
-hoe standvastig zij zich dus voornamen om aan het voorvaderlijk
-geloof getrouw te blijven, werden de arme kinderen door schrikbarende
-angsten verscheurd.
-
-Intusschen verliep de tijd; de opperpriester begon ongeduldig te worden
-over den tragen gang van het bekeeringswerk. De zwakke hoop die dona
-Laura en dona Luisa tot hiertoe had staande gehouden, om zich aan
-het offer dat men van haar eischte te onttrekken, begon meer en meer
-te verdwijnen. Deze pijnlijke toestand werd nog verzwaard door de
-ontstentenis van alle berigten van buiten, en de moedeloosheid der
-jonge dames eindigde weldra in eene kwijnende ziekte, die zoo hand
-over hand toenam, dat de Amanani voorzigtigheidshalve besloot om het
-plan zijner proselietenmakerij voor eenigen tijd op te schorten.
-
-Wij zullen hier de arme gevangenen een poos aan zich zelven overlaten,
-gelukkig als zij zijn door het schijnbaar ongeluk dat haar in het
-verlies van hare gezondheid overkwam, en dat haar voor een tijd lang
-ten minste tegen de hatelijke aanslagen beschermde waaraan zij ten
-doel stonden; terwijl wij den draad weder opvatten der gewigtige
-gebeurtenissen, in welke de overige personen uit ons verhaal hunne
-rol spelen.
-
-Zoodra don Estevan zich weder in vrijheid zag en het paard van
-Vrij-Kogel vermeesterd had, gaf hij het de sporen en begon hij met
-lossen teugel een onstuimigen rid door het bosch, om zich zoo spoedig
-mogelijk van de plaats te verwijderen waar slechts weinige oogenblikken
-te voren hem een onvermijdelijken dood had gedreigd.
-
-Ten prooi aan eene dwaze vrees, die met iedere minuut toenam, rende hij
-in gestrekten draf, zonder doel of gedachte en zonder bepaalde rigting,
-maar steeds regt voor zich uit vlugtende, als werd hij vervolgd door
-het spook van den akeligen dood, die hem gedurende een uur, maar
-voor zijn gevoel langer dan eene eeuw, op de schouders had gedrukt,
-en de ontvleeschte arm reeds dreigend hield uitgestrekt om hem aan te
-grijpen en in den afgrond te slingeren tot het toeval hem als door
-een wonder, in het uiterste oogenblik van wanhoop en stervensnood
-een verlosser beschikte.
-
-Don Estevan, naarmate het in zijn brein weder helder begon te
-worden en er meer kalmte kwam in zijne geschokte denkbeelden, werd
-van lieverlede weder dezelfde man die hij te voren geweest was,
-namelijk een onverbeterlijke schurk, die met alle regt en billijkheid
-veroordeeld volgens de Lynchwet, zijne welverdiende straf had
-ondergaan. In plaats toch van in zijne onverhoopte redding de hand
-eener genadige Voorzienigheid te erkennen, die het behaagde op deze
-wijs den weg des berouws voor hem open te stellen, zag hij er niets
-anders in dan eene materieele toevalligheid, en voedde hij geen andere
-gedachte, dan zich zoo spoedig mogelijk te wreken aan de mannen die
-hem vernederd en hem den voet op den nek hadden gezet.
-
-Hoe vele uren hij aldus in de duisternis voortholde, met allerlei
-wraakplannen in het hoofd en met het oog spottend en uittartend ten
-hemel gerigt, is moeijelijk te bepalen. De geheele nacht verliep in
-dezen onbeteugelden rid, tot de opgaande zon hem verraste, op verren
-afstand van de plaats waar hij zijn vonnis had ondergaan.
-
-Eindelijk hield hij een poos stil, om zijne denkbeelden in orde te
-schikken en een bespiedenden blik in het rond te werpen.
-
-In de streek waar hij zich thans bevond, waren de boomen vrij dun
-gezaaid en kon men tusschen de hooge stammen door, op korten afstand,
-eene geheel van bosch ontbloote vlakte onderscheiden, die in de verte
-door hooge bergen werd begrensd, welker kruinen aan den uitersten
-horizont met den hemel zamensmolten; eene vrij breede rivier stroomde
-statig tusschen twee kale en rotsachtige oevers.
-
-Don Estevan slaakte een zucht van verligting, in de zeer
-waarschijnlijke veronderstelling, dat, zoo hij door iemand ware
-nagezet, de snelheid van zijn rid en de menigte door hem gemaakte
-omwegen, zijn spoor geheel zouden hebben uitgewischt. Hij reed nu
-stapvoets naar den uitersten rand van het bosch, waar hij voornemens
-was een paar uren af te stijgen, om zijn hijgend en dampend paard
-te verpoozen en zelf ook eenige hoognoodige rust te nemen, na al de
-doorgestane angsten en vermoeijenissen.
-
-Toen hij de laatste boomen van het woud had bereikt bleef hij voor
-de tweede maal staan, om zich opnieuw met een bespiedenden blik
-te verzekeren dat er niemand in den omtrek was, en hiervan door de
-roerlooze stilte rondom hem overtuigd, steeg hij af, ontzadelde zijn
-paard, deed het een kluister aan, zoodat het zijn voeder kon zoeken
-zonder ver weg te loopen, en zich toen op den grond uitstrekkende,
-begon hij na te denken.
-
-Zijn toestand was ver van aangenaam: zoo geheel alleen, bijna zonder
-wapenen, in een onbekende streek, genoodzaakt om de lieden van zijne
-kleur te ontvlugten, en verpligt om alleen op zich zelve te rekenen,
-tegenover de duizend gevaren die hem omringden, en alles wat er
-gebeuren kon!
-
-Voorzeker zou wel een vastberadener en door de natuur met een harder
-gestel begaafd man dan don Estevan, onder zulke omstandigheden
-verlegen gestaan en zoo niet aan wanhoop dan toch aan moedeloosheid
-zich hebben overgegeven. Uitgeput door de felle zielsangsten en
-ongehoorde vermoeijenissen die hij gedurende den afgeloopen nacht
-had moeten doorstaan, verzonk hij tegen wil en dank in zulk een staat
-van stompzinnigheid en onmagt, dat hij geheel ongevoelig werd voor de
-buitenwereld; de hem omringende voorwerpen verdwenen van lieverlede
-uit zijne oogen, zoodat hij, om zoo te zeggen, niet meer bestond dan in
-de gedachte--die altoos brandende baken, door Gods oneindige goedheid
-in het hoofd van den mensch ontstoken, om hem in de dikste duisternis
-voor te lichten, en het arme schepsel zelfs in den uitersten nood
-het gevoel zijner kracht en den wil tot den strijd te doen behouden.
-
-Sedert geruimen tijd zat de Mexicaan reeds met den elleboog op de
-knieën en het hoofd op de hand geleund, starende zonder te zien en
-luisterende zonder te hooren, toen hij op eens een schok kreeg en
-verschrikt opstond.
-
-Eene hand was hem zacht op den schouder gelegd.
-
-Hoe ligt de aanraking mogt geweest zijn, zij was genoeg om den Mexicaan
-op te wekken en tot het besef van zijn tegenwoordigen toestand terug
-te brengen.
-
-Hij keek op.
-
-Er stonden twee Indianen bij hem.
-
-Die Indianen waren Addick en de Roode-Wolf.
-
-Een vreugdestraal blonk uit het oog van don Estevan, daar hij gevoelde
-dat deze twee mannen voor hem niet anders dan bondgenooten konden
-zijn. Hij had naar hen verlangd, zonder te hopen hen ooit hier te
-ontmoeten.
-
-Kan men in de woestijn wel met eenige zekerheid zeggen te zullen
-ontmoeten die men zoekt? Addick staarde hem aan met een spotachtigen
-blik.
-
---Ooah! riep hij, mijn bleeke broeder slaapt met de oogen open;
-hij is zeer vermoeid naar het schijnt.
-
---Ja, zei don Estevan.
-
-Er volgde een poosje stilte.
-
---Ik had niet gehoopt mijn broeder zoo spoedig te vinden, en vooral
-niet in zulke aangename omstandigheden, hervatte de Indiaan.
-
---Zoo! zei don Estevan laconisch.
-
---Ja, met behulp van mijn broeder de Roode-Wolf en zijne krijgslieden,
-ging ik op marsch, om zoo mogelijk het bleekgezigt hulp toe te brengen.
-
-De Mexicaan beschouwde hem met een argwanend oog.
-
---Ik zeg u dank, zeide hij eindelijk op een toon van bittere ironie,
-ik heb niemands hulp noodig.
-
---Des te beter; en het verwondert mij geenszins: mijn broeder is een
-groot krijgsman onder zijn volk; maar het is toch mogelijk dat de
-hulp die hij tot hier toe niet noodig had, hem later zou kunnen dienen.
-
---Hoor eens, zei don Estevan, geloof mij, wij moeten geen strijd
-van fijne gezegden beginnen; laten wij liever ronduit met elkander
-spreken; gij kent mijne omstandigheden beter dan ik u die ooit
-had willen vertellen; hoe gij ze te weten zijt gekomen, kan mij
-weinig schelen; maar zooals ik wel denk, hebt gij mij een voorstel
-te doen--een voorstel dat gij zonder twijfel naar de omstandigheden
-waarin ik mij bevind, berekenen kunt dat ik zal aannemen; doet dat
-voorstel derhalve duidelijk en beknopt, als een man betaamt, en komen
-wij ter zake, in plaats van onzen kostbaren tijd in zotte praatjes
-of nuttelooze gesprekken te verkwisten.
-
-Addick meesmuilde grinnekend.
-
---Mijn broeder spreekt goed, zeide hij op vleijenden toon, zijne
-wijsheid is groot; ik zal vrank en vrij met hem te werk gaan; hij
-heeft mij op deze oogenblikken noodig en ik wil hem van dienst zijn.
-
---Voto a brios!--ferm gezegd!--dat noem ik spreken als een man: zoo
-bevalt het mij; ga voort, hoofdman, en als het slot van uwe rede
-zoo goed is als het begin, twijfel ik niet of wij zullen het wel
-eens worden.
-
---Ooah! daar ben ik van overtuigd; maar eer wij ons zamen aan het
-raadvuur nederzetten, heeft mijn broeder behoefte om zijne krachten
-een weinig te herstellen, daar zij door lang vasten en vermoeijenissen
-zijn uitgeput.
-
---De krijgslieden van den Rooden-Wolf zijn onder het geboomte in
-onze nabijheid gelegerd; dat mijn broeder mij volge; eerst wanneer
-hij eenige spijs heeft gebruikt, zullen wij onze zaken afhandelen.
-
---Goed! ga mij voor, ik volg u, zei don Estevan.
-
-De drie mannen verwijderden zich in de rigting van het kamp der
-Roodhuiden, dat werkelijk geen honderd passen ver op een geschikte
-plaats was opgeslagen.
-
-De Indianen eerbiedigen, meer dan eenig ander volk, uitgezonderd
-de Arabieren, de wetten der gastvrijheid, deze deugd der zwervende
-nomaden, onbekend in de steden, waar zij tot oneer der beschaafde
-volken, door karige zelfzucht en schandelijk wantrouwen is vervangen.
-
-Don Estevan werd door de Indianen naar hun beste vermogen
-onthaald. Nadat hij zooveel gegeten en gedronken had als zijne
-behoeften vereischten, nam Addick het woord weder op:
-
---Wil mijn bleeke broeder mij nu aanhooren? vroeg hij; zijn zijne
-ooren geopend?
-
---Mijne ooren zijn geopend, hoofdman, ik zal u aanhooren met al de
-aandacht die ik bezit.
-
---Verlangt mijn broeder zich aan zijne vijanden te wreken?
-
---Ja, riep don Estevan met drift.
-
---Maar zijne vijanden zijn sterk, zij zijn talrijk; reeds is mijn
-broeder bezweken in den strijd dien hij tegen hen heeft durven wagen;
-een man, wanneer hij alleen is, is zwakker dan een kind.
-
---Dat is waar, prevelde de Mexicaan.
-
---Als mijn broeder aan den Rooden-Wolf en aan Addick wil toestaan
-wat zij van hem vorderen, zullen de roode opperhoofden hem in zijne
-wraakneming ondersteunen, en verbinden zij zich om hem te doen slagen.
-
-Een koortsachtig rood overvloog het gelaat van don Estevan, en eene
-krampachtige rilling deed zijne leden sidderen.
-
---Voto a brios! bromde hij met eene sombere stem, welke voorwaarde
-gij mij ook zult opleggen, ik neem die aan, als gij mij zult dienen
-zoo als gij zegt.
-
---Dat mijn broeder zich niet te ligtvaardig verbinde, meesmuilde de
-Indiaan; onze voorwaarde is hem nog onbekend, misschien zou hij zich
-later beklagen.
-
---Ik herhaal u, antwoordde don Estevan ferm, dat ik uwe voorwaarde
-onderschrijf, wat zij ook wezen mag; laat mij haar dus oogenblikkelijk
-kennen.
-
-De omzigtige Indiaan aarzelde, of veinsde althans te aarzelen, meer
-dan drie minuten lang, die voor den Mexicaan eene eeuw schenen;
-eindelijk hervatte hij op een toon van geruststelling:
-
---Ik weet waar de twee jonge meisjes zich bevinden, die mijn broeder
-te vergeefs zoekt.
-
-Bij deze verklaring vloog don Estevan op, alsof hij door eene
-vergiftige slang gebeten werd.
-
---Weet gij dat? riep hij, hem met kracht bij den arm grijpende en
-strak aanziende.
-
---Ik weet het, antwoordde Addick altoos bedaard.
-
---Dat is onmogelijk.
-
-De Indiaan glimlachte met minachting.
-
---Onder mijn opzigt en onder mijn geleide, zeide hij, zijn zij naar
-de plaats gebragt waar zij zich thans bevinden.
-
---En kunt gij mij daar ook brengen?
-
---Dat kan ik.
-
---Op het oogenblik?
-
---Ja, mits gij mijne voorwaarden aanneemt.
-
---Dat is waar, noem mij die dan.
-
---Wat verkiest mijn broeder: die jonge meisjes, of de wraak?
-
---De wraak!
-
---Goed, dan blijven de jonge meisjes waar zij zijn; Addick en de
-Roode-Wolf zijn ongehuwd, hunne calli's zijn ledig, zij hebben elk
-eene vrouw noodig; de krijgslieden gaan op de jagt; de ciuatl maken
-hunne spijzen gereed en zorgen voor de kleine kinderen. Heeft mijn
-broeder mij begrepen?
-
-Deze woorden werden op zulk een zonderlingen toon van gewisheid
-uitgesproken, dat de Mexicaan onwillekeurig sidderde; hij herstelde
-zich echter terstond en vroeg:
-
---Als ik uw voorstel aanneem, wat doet gij dan?
-
---De Roode-Wolf heeft tweehonderd krijgslieden onder zijn bevel,
-daar kan mijn broeder over beschikken om hem zijne wraak te helpen
-uitvoeren.
-
-Don Estevan liet het hoofd op de beide handen zinken en zat
-verscheidene minuten onbewegelijk; diezelfde man die eens tot den
-dood zijner nicht besluiten kon, deinsde terug voor het onteerend
-en verfoeijelijk voorstel dat hem gedaan werd; zulk eene voorwaarde
-scheen hem erger dan de dood.
-
-De twee Indianen zaten te wachten, als stomme en schijnbaar
-onverschillige getuigen van den heftigen strijd, gestreden in het
-binnenste van den man, die voor hunne blikken sidderde en dien
-zij zochten te verleiden; zij bespiedden de hagchelijke worsteling
-tusschen zijne goede en booze neigingen, en berekenden in koelen
-bloede de kans van het welslagen hunner snoode bedoelingen, terwijl
-zij hunne hoop bouwden op de overwinning die het kwaad in zijn hart
-behalen zou. De strijd duurde echter niet lang; don Estevan hief het
-hoofd op en sprak met eene bedaarde stem en met een gelaat dat geen
-de minste ontroering verried:
-
---Welaan! het zij zoo, het lot is geworpen; ik neem uwe voorwaarde
-aan en zal mijn woord houden; maar houdt gij eerst het uwe.
-
---Dat zullen wij, antwoordden de Indianen.
-
---Eer de zon achtmaal zal ondergaan, voegde Addick er bij, zullen de
-vijanden mijns broeders in zijne magt zijn, en zal hij naar welgevallen
-over hen kunnen beschikken.
-
---Zeg mij intusschen wat ik doen moet, hervatte don Estevan.
-
---Hoor ons ontwerp, zei Addick.
-
-En nu begonnen de drie mannen zamen het plan te overwegen dat zij
-volgen zouden om het best hun doel te bereiken. Daar dit plan zich
-echter weldra van zelf voor onze oogen zal ontwikkelen, zullen wij het
-driemanschap rustig laten beraadslagen, om ons met andere personaadjes
-bezig te houden, op welke wij volgens den loop van ons verhaal thans
-moeten terugkomen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXVI.
-
-EENE JAGT IN DE PRAIRIËN.
-
-
-De personen in de tent van don Miguel vereenigd, konden hunne
-verbazing, ja hun schrik niet verbergen bij de onverwachte verschijning
-van Vrij-Kogel, die daar bleek, bloedend en met gescheurde kleederen
-voor hen stond.
-
-De jager was aan den ingang der tent blijven staan en liet zijne
-verwilderde blikken wankelmoedig rondweiden, terwijl zijn gelaat
-allengs eene uitdrukking van diepe treurigheid en moedeloosheid aannam.
-
-Loer-Vogel en de anderen, ofschoon aan het wisselvallige leven der
-woestijn gewoon en bezield met een moed die, in menige ruwe proef
-gehard, zich niet ligt verwonderde of van vervaren wist, ontroerden
-echter geweldig, en vermoedden een of ander groot ongeluk.
-
-Vrij-Kogel stond altoos even stom en onbewegelijk.
-
-Don Miguel was de eerste die zijne tegenwoordigheid van geest terug
-kreeg en magt genoeg over zich zelven bekwam om den bloedenden man
-te ondervragen.
-
---Wat schort u, Vrij-Kogel? vroeg hij met eene stem die hij te
-vergeefs ferm poogde te houden, welk noodlottig berigt schijnt gij
-ons te komen brengen?
-
-De Canadees streek zich eenige keeren met de hand over het klamme
-gelaat, en na nogmaals een onzekeren en verlegen blik in 't rond
-te hebben geworpen, gelukte het hem eindelijk met eene doffe en
-onduidelijke stem te antwoorden:
-
---Ik heb u een verschrikkelijk nieuws aan te kondigen!
-
-Het hart van den Mexicaan kromp onwillekeurig ineen; hij overmande
-echter zijne ontroering en antwoordde op kalmen toon en met een zucht
-van onderwerping.
-
---Laat het wezen wat het wil, wij moeten het welkom heeten, want wij
-kunnen niets anders verwachten; spreek dus, vriend, wij hooren u aan.
-
-Vrij-Kogel aarzelde op nieuw, een koortsachtig rood vloog over zijn
-gelaat, maar hij deed eene uiterste poging en sprak:
-
---Ik heb u verraden! lafhartig verraden!
-
---Gij! riepen al de aanwezigen, even ongeloovig als verbaasd de
-schouders ophalend.
-
---Ja, ik!
-
-Deze twee woorden werden uitgesproken op beslissenden toon, als
-door iemand wiens partij reeds bepaaldelijk gekozen is, en die zich
-ridderlijk verantwoordelijk stelt voor eene daad die hij inwendig
-afkeurt.
-
-De aanwezigen zagen elkander twijfelmoedig aan.
-
---Hm! mompelde Loer-Vogel somber het hoofd schuddend, ik zie wel daar
-steekt iets onbegrijpelijks achter. Maar laat aan mij de zorg over om
-het op te helderen, vervolgde hij tegen don Miguel, die zich gereed
-maakte om den jager met nieuwe vragen te bestormen; ik weet het best
-hoe ik hem aan 't spreken kan krijgen.
-
-De Mexicaan bewilligde met een stilzwijgenden wenk in dit verzoek en
-liet zich op zijn leger van pantervellen terugzinken, ofschoon altijd
-met een scherp uitvorschenden blik op den Canadees.
-
-Loer-Vogel stond op van den bisonsschedel waar hij tot hiertoe
-op gezeten had, trad naar Vrij-Kogel en legde hem de hand op den
-schouder. De Canadees sidderde bij deze vriendschappelijke aanraking,
-hief het hoofd op en wierp een treurigen blik op den ouden jager.
-
---Mijn hemel, Vrij-Kogel! riep deze met een bemoedigenden
-lach, ik geloof waarachtig dat wij daar even onze ooren hebben
-hooren tuiten. Zeg mij toch eens, mijn oude kameraad, wat is er
-gebeurd? Waarom stelt gij u zoo verschrikt aan, alsof de hemel
-ons op het hoofd zou vallen? Wat beduidt dat voorgewende verraad,
-daar gij u zelven van beschuldigt en dat ik bij voorraad voor mijne
-verantwoording neem, daar ik het geluk heb u sedert veertig jaren te
-kennen; ik zeg u, het is eene schreeuwende onmogelijkheid.
-
---Geef u maar niet zoo sterk bloot om mijnentwil, mijn broeder,
-antwoordde Vrij-Kogel met eene holle stem, ik heb de wet der Prairiën
-geschonden, ik heb verraad gepleegd, zeg ik u.
-
---Maar in 's hemels naam, verklaar u dan! Gij zult toch ten onzen
-nadeele geen verbond hebben gesloten met die honden van Apachen,
-onze doodvijanden! zulk eene onderstelling zou al te belagchelijk zijn.
-
---Ik deed erger dan dat.
-
---O, o! maar wat deedt gij dan?
-
---Ik heb.... begon Vrij-Kogel aarzelend.
-
---Wat hebt gij?
-
-Hier kwam don Mariano op eens tusschenbeide.
-
---Stilte! zeide hij met eene ferme stem; ik vermoed wat gij gedaan
-hebt, en ik zeg er u dank voor; het is aan mij om u voor onze vrienden
-te regtvaardigen, laat mij begaan.
-
-Aller blikken vestigden zich thans nieuwsgierig op den caballero.
-
---Caballeros, hervatte hij, deze waardige man beschuldigt zich bij u
-van verraad, terwijl hij mij een onberekenbare dienst heeft bewezen,
-in een woord, hij heeft mijn broeder gered.
-
---Kan dat mogelijk zijn? riep don Miguel driftig uit.
-
-Vrij-Kogel boog bevestigend het hoofd.
-
---O! riep de Mexicaan, rampzalige! wat hebt gij gedaan?
-
---Niet alzoo, don Leo. Ik heb geen broedermoorder willen
-zijn! antwoordde don Mariano edelmoedig.
-
-Dit gezegde klonk onder deze mannen met leeuwenharten als een
-donderslag; zij bogen onwillekeurig het hoofd, en sidderden tegen
-wil en dank.
-
---Verwijt den edelen en trouwhartigen jager niet, dat hij dien
-ellendeling gespaard heeft, hervatte don Mariano. Is de rampzalige
-niet reeds genoeg gestraft? Zal de harde les die hij ontving hem niet
-tot voldoende waarschuwing strekken? Genoodzaakt om zich overwonnen
-te erkennen, en gebukt onder schande en zelfverwijt, zwerft hij
-thans onder het alziend oog van den almagtigen God, die, wanneer
-zijn uur eenmaal daar is, hem wel voor zijne wandaden zal weten te
-straffen! Voortaan hebben wij van don Estevan niets meer te duchten;
-nooit zal hij zich weder op onzen weg durven vertoonen.
-
---Houd op! riep Vrij-Kogel, hem met heftigheid in de rede vallende;
-kon het zoo zijn als gij zegt, dan zou ik mij niet zoo bitter verwijten
-dat ik uw bevel heb gehoorzaamd. Neen, neen, don Mariano, ik had u
-dit moeten weigeren. Dood aan het ondier! Weet gij wat die man gedaan
-heeft? Naauwelijks zag hij zich, door mijn toedoen, in vrijheid, of
-hij vergat oogenblikkelijk dat ik zijn redder was geweest, en poogde
-mij op eene verraderlijke wijs het leven te ontrukken, dat ik hem had
-terug gegeven. Zie deze gapende wond op mijn hoofd, vervolgde hij,
-met een duw het verband wegrukkende dat om zijn hoofd was gelegd,
-dat is het bewijs der dankbaarheid dat hij mij heeft achtergelaten
-eer hij wegging.
-
-Al de aanwezigen deden een uitroep van afgrijzen.
-
-Vrij-Kogel, wiens beklemming intusschen geweken was, verhaalde thans
-tot in de kleinste bijzonderheden alles wat er had plaats gehad.
-
-De jagers luisterden met de grootste aandacht en toen hij zijn verslag
-had gedaan bleef alles nog een poos stil.
-
---Wat zullen wij doen? begon eindelijk don Miguel treurig; nu kunnen
-wij weder van voren af aan beginnen; een ding is vooreerst zeker,
-het ontbreekt in de Prairie niet aan slecht volk waarmede die man
-zich verbinden kan.
-
-Don Mariano, door het gehoorde geheel overstelpt, bleef somber en
-sprakeloos en nam geen deel aan de beraadslaging, daar hij voor
-zich zelve moest bekennen een misslag begaan te hebben, maar geen
-moeds genoeg had om er openlijk voor uit te komen en zoodoende
-de verantwoordelijkheid op zich te nemen van het vonnis door de
-woudloopers over zijn broeder uitgesproken.
-
---Wij moeten er een einde aan maken, zeide Loer-Vogel, want de
-oogenblikken zijn kostbaar; wie weet wat de schurk doet, terwijl wij
-hier staan te overleggen. Laten wij het kamp ten spoedigste opbreken
-en ons naar Quiepa-Tani begeven, de jonge meisjes moeten onverwijld
-gered worden; wat ons betreft, wij zullen de misdadige kuiperijen van
-den onverlaat wel weten te leur te stellen, wanneer zij regtstreeks
-tegen ons gewend worden.
-
---Ja! riep don Miguel, op weg! onverwijld op weg! geve God dat wij
-nog tijdig genoeg aankomen!
-
-En hiermede zijne zwakheid en zijne wonden vergetende, stond hij
-driftig en vastberaden op. Vrij-Kogel hield hem terug; de oude jager,
-van den last der verantwoording ontheven, die zoo zwaar op zijn
-geweten drukte, had al zijne stoutmoedigheid en vrijheid van denken
-terug gekregen.
-
---Met uw verlof, zeide hij, wij hebben met een sterke partij te doen,
-laten wij daarom niet ligtvaardig te werk gaan en wel toezien dat
-wij ons niet laten bedriegen; ik stel u dus het volgende voor:
-
---Spreek! riep don Leo.
-
---Naar al hetgeen mij van deze ongelukkige historie bekend is, hebt
-gij, don Miguel, geholpen door mijn vriend Loer-Vogel, de beide
-meisjes verborgen op eene plaats waar gij ze buiten het bereik van
-uw vijand acht.
-
---Ja, antwoordde don Leo, ten minste zoo zij niet verraden worden.
-
---Op de mogelijkheid van verraad moet men in de woestijn altoos
-rekenen, hervatte de oude jager stoutweg, gij hebt er in mij het bewijs
-van, verdubbelen wij dus onze voorzorg; don Miguel en zijn troep
-moeten, onder mijn geleide, dadelijk op weg gaan om don Stefano te
-vervolgen; geloof mij, het gewigtigste punt voor ons is, dat wij ons
-van den aartsschelm persoonlijk verzekeren, en bij God! om dit doel
-te bereiken zweer ik u dat ik alles doen zal wat menschelijkerwijs
-gedaan kan worden; ik voor mij, heb thans eene verschrikkelijke
-rekening met hem te vereffenen, voegde hij er bij, op een toon van
-moeijelijk verkropten haat, dien niemand kon misverstaan.
-
---Maar de meisjes dan? riep don Leo.
-
---Geduld, don Miguel; als gij zooveel kracht bezat als goeden wil,
-zou ik u de eer hebben voorbehouden om haar in het toevlugtsoord te
-gaan opsporen dat gij zoo schrander voor haar hebt uitgekozen; maar
-deze taak zou voor u te zwaar zijn: laat dus aan Loer-Vogel de zorg
-over om die te volbrengen, wees verzekerd dat hij er zich behoorlijk
-van zal kwijten.
-
-Don Leo de Torres stond eene poos in somber gepeins
-verzonken. Loer-Vogel greep hem bij de hand, en die met warmte
-drukkende, zeide hij:
-
---De raad van Vrij-Kogel is zeer goed; in de tegenwoordige
-omstandigheden is het de eenige dien wij volgen kunnen; wij moeten
-tegenover onze vijanden fijn tegen fijn spelen om hunne listen te
-verschalken. Laat dat maar aan mij over; ik draag niet te vergeefs
-den naam van spoorzoeker; ik zweer u op mijn woord en mijn leven,
-dat ik u de jonge meisjes terug zal brengen.
-
-Don Leo zuchtte.
-
---Doe dan maar zoo als gij het begrijpt, zeide hij op treurigen toon,
-daar mijne zwakheid mij tot werkeloosheid doemt.
-
---Goed! don Leo, riep don Mariano, ik zie thans dat uwe bedoelingen
-loyaal zijn, ik zeg u dank voor uwe zelfverloochening. Wat u aangaat,
-brave vriend, vervolgde hij, zich tot Loer-Vogel wendende; al ben ik
-oud en weinig aan het woestijnleven gewoon, wil ik u nogtans verzellen.
-
---Uw verlangen is billijk, Senor, ik heb het regt niet om er mij tegen
-te verzetten, daar het hier de redding van uw eigene dochter geldt;
-de vermoeienissen en gevaren die gij met deze onderneming trotseert,
-zullen uw geluk vergrooten, wanneer het mij gelukken mag uwe dochter
-in uwe armen terug te voeren.
-
---Thans, Loer-Vogel, zei de oude jager, moet gij, daar gij weet welke
-rigting gij nemen zult, ons de plaats aanwijzen waar wij elkander
-kunnen wedervinden, nadat ieder van ons de taak zal hebben volvoerd
-die hem is opgedragen.
-
---Dat is waar ook, antwoordde de Canadees, dat is van zeer veel
-belang, het zou zelfs raadzaam zijn dat een gedeelte der karavaan
-van don Miguel zich afzonderde en nu reeds naar het door u te bepalen
-punt vertrok, om er een kamp te vestigen, waar, in geval van nood of
-onvoorziene ongelukken, iedere afdeeling de noodige hulp of versterking
-kon vinden.
-
---Zeer goed gezien, zeide don Miguel; wijs mij de plaats slechts
-waar gij wilt kamperen, Loer-Vogel, en onmiddelijk rukken vijftien
-mijner onverschrokkenste mannen uit, om zich te bevinden waar hunne
-tegenwoordigheid het meeste noodig zal zijn.
-
---Wij voeren een geregelden oorlog, verliezen wij dit niet uit het oog;
-laten wij dus geen enkele voorzorg verzuimen. Zoo gij het goedvindt,
-don Miguel, moet Ruperto, die een geoefende bisonsjager is, het
-kommando over uw detachement op zich nemen, en oogenblikkelijk op
-marsch gaan naar Amaxtlan [13].
-
---O, die plaats is mij zeer goed bekend, viel Ruperto hem in de rede;
-daar heb ik zoo dikwijls op bevers en otters gejaagd.
-
---Dat komt dus juist van pas, hervatte Loer-Vogel; verder heb ik
-u dit nog te zeggen: wat er ook gebeure, heden over eene maand
-moeten wij allen ons in het kampement bevinden, tenzij een of ander
-ernstig beletsel ons verhindere, en in dat geval moet het ontbrekende
-detachement eene estafette naar Ruperto afzenden, om van de reden
-der afwezigheid kennis te geven. Zijn wij thans afgesproken?
-
---Ja, antwoordden al de aanwezigen.
-
---Maar, liet don Miguel er op volgen, gij vertrekt immers niet met
-don Mariano alleen, denk ik?
-
---Neen, ik neem Domingo mede, dien ik om zekere mij bekende redenen
-liefst op den duur bij mij heb. Ook de twee bedienden van don Mariano
-zullen mij volgen, dat zijn dappere en getrouwe mannen, meer volk
-heb ik niet noodig.
-
---Dat is te weinig, riep don Miguel.
-
-De oude jager meesmuilde, met een lach die zich moeijelijk laat
-beschrijven.
-
---Hoe minder hoe beter, voor de gevaarlijke onderneming die wij
-beginnen, zeide hij: onze kleine troep zal ongemerkt kunnen doorgaan,
-waar een talrijker troep het niet zou kunnen; laat dat slechts aan
-mij over.
-
---Ik heb er nog maar een paar woorden bij te voegen.
-
---Spreek.
-
---Ik hoop dat gij slagen moogt.
-
-De Canadees glimlachte op nieuw, maar ditmaal met een medelijdenden
-blik.
-
---Ik zal slagen! antwoordde hij, terwijl hij met kracht de hand drukte
-die zijn vriend hem toestak.
-
-De beide mannen hadden elkander begrepen.
-
-Don Leo ging nu de tent uit.
-
-Weldra kwam het gansche kamp in beweging. De Gambucinos gingen
-druk aan 't werk om de verschansingen te slechten en af te breken,
-de wagens te laden, de paarden te zadelen en wat meer te doen was;
-kortom, ieder maakte zich gereed op een overhaast vertrek.
-
---Heb ik u niet hooren zeggen, vroeg Loer-Vogel aan zijn ouden
-kameraad, dat gij door den Vliegenden-Arend zijt bijgeholpen?
-
---Ja, zei Vrij-Kogel.
-
---Heeft het opperhoofd zich dan reeds van u gescheiden?
-
---Geenszins; hij is mij naar het kamp gevolgd, en zijne vrouw ook.
-
---God zij geloofd! die zal mij in mijne onderneming kunnen bijstaan;
-hij is een dapper en beproefd krijgsman; zijne hulp is, zoo ik meen,
-voor het gelukken van mijn plan hoogst noodig. Waar is hij?
-
---Hier digt bij, gaan wij zamen naar hem toe, ik heb hem ook nog iets
-te zeggen.
-
-De beide jagers verlieten de groote tent; weldra zagen zij den
-Vliegenden-Arend voor zijn vuur zitten, bedaard zijne calumet rookende;
-de Wilde-Roos zat stil naast hem, gereed om op zijne minste wenken
-te letten.
-
-Toen het opperhoofd de jagers zag aankomen, legden hij zijn pijp neer
-en groette hen beleefd.
-
-Vrij-Kogel wist dat de Comanch reeds verscheidene proeven genomen
-had, om het spoor te ontdekken dat don Estevan bij zijne vlugt had
-nagelaten; van den uitslag dezer proeven dacht hij zich te bedienen
-om zijn vijand verder op te sporen en na te zetten.
-
-Het opperhoofd gaf hem onverwijld de noodige inlichtingen, en stelde
-hem het papier ter hand waarop hij zijn onderzoek had geteekend; de
-jager stak het zorgvuldig in zijn borstzak en prevelde met blijkbare
-zelfvoldoening:
-
---Ha ha! met deze teregtwijzingen zal ik het eerste gedeelte van zijn
-spoor wel vinden, en met Gods hulp weldra het overige.
-
-Intusschen had Loer-Vogel zich naast den Vliegenden-Arend nedergezet.
-
---Blijft mijn roode broeder nog altijd bij zijn voornemen om naar
-zijn stam terug te keeren? vroeg hij.
-
---De Sachem is reeds sedert lang aanwezig, antwoordde de Indiaan;
-zijne kinderen verlangen zeer om hem weder te zien.
-
---Goed! zei de jager, dat behoort ook zoo: de Vliegende-Arend is een
-beroemd opperhoofd, zijne kinderen hebben hem noodig.
-
---De Comanchen zijn te verstandig om mij noodig te hebben, de
-afwezigheid van een enkel krijgsman meer of min maakt voor hen niet
-veel uit.
-
---Mijn broeder is wel nederig, maar zijn hart verlangt toch naar het
-dorp zijner vaderen.
-
---Zoo doen immers alle menschen?
-
---Dat is waar, de liefde tot zijn land is den mensch aangeboren.
-
---Gaan de bleekgezigten hun kamp opbreken?
-
---Ja.
-
---Trekken zij naar den kant van het groote zoutmeer naar hunne steenen
-dorpen terug?
-
---Neen, zij gaan op een groote bisonsjagt uit, in de prairiën, aan
-de overzijde van de "groote rivier met de gouden golven."
-
---Ooah! riep het opperhoofd met zekere teleurstelling; dan zullen er
-vrij wat manen verloopen eer ik mijn broeder wederzie.
-
---Hoedat, hoofdman?
-
---Gaat de groote jager dan niet mede met zijne broeders?
-
---Neen, zei Loer-Vogel kortaf.
-
---Ooah! mijn broeder schertst; wat zullen de bleekgezigten doen
-wanneer hij hen niet vergezelt?
-
---Ik ga naar den kant der zon.
-
-De Indiaan ontstelde en keek den spreker aan met een doordringenden
-blik.
-
---Naar den kant der zon! prevelde hij in zich zelven.
-
---Ja, hernam Loer-Vogel, naar de altoos groene prairiën in het land
-van Acatlan [14] aan de boorden van de schoone rivier Atonatiuh [15].
-
-Een koude rilling liep den Indiaan over het lijf, maar Loer-Vogel hield
-zich alsof hij er niets van bemerkte, ofschoon hij de verschillende
-gemoedsbewegingen van den Sachem naauwkeurig gadesloeg, wat moeite
-deze ook aanwendde om zijn gelaat in een strakken plooi te zetten.
-
---Mijn broeder doet verkeerd, riep hij een oogenblik later.
-
---Waarom?
-
---Mijn broeder weet zeker niet dat het land waarvan hij spreekt heilig
-is; noch nooit heeft de voet van een blanke het ongestraft betreden.
-
---Dat weet ik, antwoordde de jager onverstoord.
-
---Weet mijn broeder het, en blijft hij dan toch bij zijn plan om er
-heen te gaan!
-
---Ja.
-
-Nu volgden er tusschen de twee mannen eenige minuten van diep
-stilzwijgen; de Indiaan blies met snelle teugen den rook uit zijn
-calumet. Hij scheen zijne ongerustheid niet meester te kunnen
-worden. Eindelijk nam hij het woord weder op:
-
---Ieder onzer heeft zijne lotsbestemming, zeide hij op dien ernstigen
-toon die aan de Indianen bijzonder eigen is, mijn broeder stelt zonder
-twijfel groot belang in deze reis?
-
---Uitermate; ofschoon ten volle bekend met het gevaar dat mij in
-die streek wacht, ga ik er heen voor zaken van het grootste gewigt,
-en gedreven door een wil die sterker is dan de mijne.
-
---Goed! ik verlang niet om in de geheimen mijns broeders door te
-dringen: het hart van een mensch komt hem zelven toe, hij alleen kan
-er in lezen; de Vliegende-Arend is een magtige Sachem, hij zelf moet
-ook dien weg uit, en zal zijn blanken broeder beschermen, mits zijne
-bedoelingen edel en goed zijn.
-
---Dat zijn ze.
-
---Ooah! Mijn broeder heeft het woord van een opperhoofd. Ik heb gezegd.
-
-Na deze woorden gesproken te hebben, nam de Indiaan zijn calumet
-weder op en rookte stil voort. Loer-Vogel was te goed met de zeden der
-Indianen bekend om hem langer lastig te vallen; hij stond vrolijk op,
-wel voldaan dat het hem gelukt was zich de medewerking van zulk een
-magtigen bondgenoot te verzekeren, en haastte zich met het noodige
-voor zijn vertrek gereed te maken.
-
-Op hunne beurt, waren de Gambucinos gedurende het bovengemeld gesprek
-niet werkeloos gebleven; don Miguel, of don Leo, zoo als de lezer
-hem noemen wil, had zijn volk zoo sterk aangezet, dat alles reeds
-klaar stond: de wagens bespannen en beladen, de ruiters in den zadel,
-met de karabijn op den regter dij, slechts wachtend op het eerste
-signaal tot den marsch.
-
-Don Miguel koos onder zijne bende een vijftiental oude, in den krijg
-geoefende, en met al de listen der Indianen bekende Gambucinos uit,
-op welke hij meende het meest te kunnen rekenen; hij voegde hun eenige
-woorden toe om hem zijne voornemens te doen kennen, en stelde hen
-onder kommando van Ruperto, met uitdrukkelijken last hem in alles te
-gehoorzamen, zoo goed alsof hij zelf hun aanvoerder was; dit zwoeren
-hem de Gambucinos met een luid hoerah.
-
-Na het volbrengen van dezen pligt, riep hij Domingo tot zich. De
-mesties naderde zijn chef met dien tragen sluipenden tred, die hem
-bijzonder eigen was, en wachtte eerbiedig op de bevelen die hij
-ontvangen zou.
-
-Toen Domingo wist wat men van hem verlangde, gevoelde hij zich alles
-behalve gevleid door de vertrouwelijke zending waarmede zijn meester
-hem belastte, des te minder daar het hem weinig beviel onder het
-onmiddelijk toezigt van Loer-Vogel te staan, wiens doordringenden
-blik hij nooit zonder lastige zenuwtrekkingen verdragen kon, en wiens
-gestrenge waakzaamheid bijzonder geschikt was om zijne sluipgangen te
-belemmeren; daar hij echter geen kans zag om de stellige bevelen van
-don Miguel openlijk te trotseren, zette de waardige Gambucino tegenover
-zijn onverbiddelijk noodlot een moedig hart, zich in stilte belovende
-wel op zijne hoede te zijn en zijne omzigtigheid te verdubbelen.
-
-Nadat don Miguel zich van zijne taak als chef op eene verstandige wijs
-gekweten had, steeg hij te paard, hetgeen echter niet zonder moeite
-ging, uit hoofde der voortdurende zwakheid, ten gevolge zijner nog
-niet volkomen geheelde wonden.
-
-Hij stelde zich aan het hoofd van zijn troep aan de regterhand van
-Vrij-Kogel, wuifde don Mariano en Loer-Vogel een laatst vaarwel toe,
-en gaf het sein tot den afmarsch.
-
-De beide afdeelingen gingen gelijktijdig op weg: die onder kommando
-van Ruperto links in de rigting der bergen en die onder Vrij-Kogel,
-vooreerst langs den oever der Rubio.
-
-In het kamp bleef niemand achter, dan Loer-Vogel, don Mariano,
-de Vliegende-Arend en de Wilde-Roos, behalve de twee bedienden en
-de Gambucino Domingo, die met nijdige blikken zijne vertrekkende
-kameraden nastaarde, terwijl deze zich meer en meer verwijderden en
-weldra geheel verdwenen.
-
-Dit laatste troepje bestond derhalve uit zes mannen en eene vrouw,
-in alles zeven personen.
-
-De oude jager had zijne geheime redenen waarom hij niet verkoos op
-weg te gaan voor dat de zon onder was en het geheel donker zou zijn.
-
-Naauwelijks was de dagtoorts aan den benevelden horizont verdwenen,
-of de nacht daalde snel en het landschap werd bijna oogenblikkelijk
-in diepe duisternis gedompeld.
-
-Wij hebben reeds meermalen doen opmerken, dat op de lagere breedten
-tusschen de keerkringen, de schemering niet bestaat, of ten minste
-zoo gering en kort van duur is, dat de nacht om zoo te zeggen zonder
-overgang op den dag volgt.
-
-Loer-Vogel had sedert het vertrek der beide eerste detachementen
-geen woord gesproken en geen voet verzet; zijne kameraden hadden,
-zonder twijfel om gelijksoortige redenen als de zijne, dit gedrag
-van hun kommandant stilzwijgend gevolgd; maar zoodra was de nacht
-niet gedaald, of de jager scheen te ontwaken.
-
---Op marsch! riep hij met eene krachtige stem.
-
-Allen stonden op.
-
-De oude jager wierp een bespiedenden blik in het rond.
-
---Laat uwe paarden maar hier, zeide hij, wij hebben die niet noodig:
-het is geen reis die wij thans beginnen, maar een menschenjagt;
-wij moeten vrij zijn in al onze bewegingen, en het spoor dat wij
-volgen is moeijelijk. Juanito, gij moet bij de paarden blijven,
-tot gij nadere bevelen van ons ontvangen zult.
-
-De knecht was blijkbaar ontevreden.
-
---Ik zou liever mede zijn gegaan en mijn meester niet verlaten hebben,
-zeide hij.
-
---Dat begrijp ik, maar ik heb een moedig en cordaat man noodig om op
-deze dieren te passen, en wist daarvoor niemand beter te vinden dan
-u; overigens hoop ik dat gij niet lang alleen zult blijven; daar wij
-intusschen niet weten welken weg wij volgen of welke hindernissen wij
-ontmoeten zullen, moet gij u eene hut bouwen. Gij kunt op de jagt gaan
-en alles doen wat gij goedvindt, maar onthoud, dat gij hier niet van
-daan moogt zonder mijn order.
-
---Accoord, compadre, antwoordde Juanito, gij kunt gerust vertrekken;
-al zou uwe reis ook zes maanden duren, kunt gij zeker zijn dat gij
-mij hier bij uwe terugkomst vinden zult.
-
---Goed, zei Loer-Vogel, ik maak staat op u.
-
-Thans floot hij, en oogenblikkelijk kwam zijn mustang naar hem toe,
-legde zijn schranderen kop op den schouder van zijn meester die hem met
-de hand streelde en zachte woordjes gaf. Het was een edel dier, vrij
-groot van stuk, met een klein hoofd, maar vurig schitterende oogen;
-zijn breede borst en fijne, maar sterk gespierde beenen kenmerkten
-hem als eenen onvermoeiden draver. Loer-Vogel nam de reata, of lasso
-die aan den zadelknop hing en wikkelde zich dien om het lijf, en met
-een zacht klopje op het kruis van den mustang, zag hij hem met zeker
-verdriet van zich wegstappen.
-
-De togtgenooten van Loer-Vogel hadden, behalve hunne wapenen, den
-noodigen voorraad levensmiddelen bij zich, bestaande in pemmican of
-gedroogd en fijn gestampt bisonvleesch--en gerooste maïskorrels.
-
---Gaan wij op marsch! riep de Canadees terwijl hij zijn buks
-schouderde.
-
---Op marsch! herhaalden de anderen.
-
---Goede reis en welslagen! riep Juanito met een gesmoorden zucht,
-die duidelijk genoeg te kennen gaf hoe leed het hem was dat hij niet
-met hen mogt medegaan.
-
---Dankje! antwoordden de avonturiers.
-
-Zoodra zij het kamp verlaten hadden, namen zij de zoogenaamde
-Indiaansche linie te baat, dat is, zij marcheerden achter elkander,
-zoodat de tweede man juist in de voetstappen trad van den eersten, de
-derde in die van den tweeden, en zoo vervolgens tot aan den zesden of
-laatsten, met dien verstande, dat deze zooveel mogelijk de voetsporen
-uitwischte door hem en de vorigen op den weg achtergelaten.
-
-Juanito volgde hen eenige minuten met leede oogen tot zij den heuvel
-af waren waarop het kamp gelegen was, en vlijde zich toen druiloorig
-bij het vuur neder.
-
---Hm! bromde hij, ik zal het hier wel eenzaam en eentoonig hebben;
-enfin, wat zal ik er tegen doen, het kan niet anders!
-
-Met deze philosofische aanmerking stak de deftige Mexicaan zijne
-cigarette op en begon vreedzaam te rooken, naar de blaauwe kringetjes
-turende, die in het schijnsel van zijn vuur zigtbaar waren en door
-het zagte avondkoeltje in alle rigtingen werden voortgedreven. Hij
-genoot den geur van zijn zuivere Havana tabak, met de stelselmatige
-kalmte van een echt Indiaanschen Sagamore (Sachem).
-
-
-
-
-
-
-
-XXVII.
-
-EENE JAGT IN DE PRAIRIËN. (Vervolg).
-
-
-In de Nieuwe wereld reizende, namelijk als men op Indiaansch
-grondgebied komt en niet gaarne door de Roodhuiden wil zijn opgespoord,
-moet men wel zorg dragen zijn togt in eene tegengestelde rigting te
-beginnen, b. v. wanneer men naar het westen gaat moet men doen als of
-men naar het oosten trok, met andere woorden, de zelfde manoeuvre in
-acht nemen als een schip, dat door tegenwind overvallen, verpligt is
-te laveeren, en telkens een halven gang naar den anderen oever moet
-maken, om langzamerhand en ongemerkt het punt te bereiken waar men
-eigenlijk wezen wil.
-
-Loer-Vogel was te goed met de sluwheid en de listen der Indianen
-bekend, om niet op deze wijs te werk te gaan. Ofschoon de
-tegenwoordigheid van den Vliegenden-Arend eenigermate een waarborg
-was voor de veiligheid van den behoedzamen Canadees, wist hij echter
-weinig met welke Indiaansche horde hij welligt in aanraking zou komen,
-en besloot hij het zoo aan te leggen, dat hij door geen hunner kon
-worden ontdekt of met list overrompeld.
-
-Fenimore Cooper, de onsterfelijke beschrijver der Indianen in
-Noord-Amerika, heeft ons in zijne voortreffelijke werken met de
-listen der Tuscaroras, Moëganen en Hurons bekend gemaakt, wanneer deze
-schrandere wilden de nasporingen hunner vijanden zoeken te ontgaan;
-maar bij al onze bewondering voor de behendigheid van den jongen Uncas,
-die heerlijke type van het volk der Delawaren--wier laatste held hij
-echter niet geweest is, daar deze stam, ofschoon in geringen getale,
-nog heden bestaat--moeten wij zeggen, dat de Indianen op het gebied
-der Vereenigde Staten, slechts kinderen zijn in vergelijking van
-de Comanchen, de Apachen, de Pawnees, en andere volken in de groote
-Prairiën ten westen van Mexico, die overigens in ieder opzigt hunne
-meesters mogen genoemd worden. De reden hiervan is hoogst eenvoudig
-en laat zich ligt begrijpen.
-
-De stammen van het Noorden hebben nimmer een geregelden of magtigen
-staat uitgemaakt, elk derzelven hield zich afzonderlijk en bestuurde
-zich, om zoo te zeggen, naar de luimen zijner beperkte behoeften;
-de familie-hoofden of individus uit welke zij bestaan vereenigen
-zich zelden met hunne naburen en leiden sedert onheugelijke tijden
-een rusteloos nomadenleven. Ook hebben zij nooit anders bezeten
-dan de, wel is waar, zeer ontwikkelde natuurlijke eigenschappen van
-menschen, die gestadig in de wouden en wildernissen leven, namelijk
-eene verbazende vlugheid in 't loopen, een allerfijnst gehoor en een
-scherpte van gezigt die aan het wonderdadige grenst, eigenschappen in
-een woord, die men ook bij de Arabieren vindt en, over 't algemeen,
-bij zwervende volken in iederen hoek der aarde.
-
-Wat hunne slimheid en behendigheid betreft, zij hebben die van de
-wilde dieren geleerd, en behoefden deze slechts na te volgen.
-
-De Indianen in Mexico bezitten, behalve de boven aangeduide
-hoedanigheden, nog overblijfsels eener vroegere, vrij ver gevorderde
-beschaving, die sedert de verovering door de Spanjaarden zich wel in
-ontoegankelijke schuilhoeken heeft teruggetrokken, maar met dat al
-werkelijk bestaat.
-
-De afzonderlijke stammen beschouwen zich onderling als een geheel:
-het volk.
-
-Dit Amerikaansche volk, voortdurend in strijd aan de eene zijde met
-de Spanjaarden en aan de andere met de wilde stammen van het Noorden,
-heeft zich gedrongen gezien om zijne krachten te verdubbelen, ten einde
-deze twee geduchte vijanden het hoofd te bieden; hunne nakomelingen,
-hebben van lieverlede afgelegd wat in hunne zeden schadelijk was, en
-daarentegen die hunner onderdrukkers aangenomen, om hen als het ware
-met hunne eigen wapenen te bestrijden; deze taktiek hebben zij zoo ver
-weten te drijven, dat zij niet alleen voor het vreemde juk, ja voor
-een geheelen ondergang zijn bewaard gebleven, maar tevens volleerde
-meesters zijn geworden in het uitvinden van de fijnste sluipmiddelen
-en krijgslisten; hunne ideeën hebben zich allengs uitgebreid, hun
-verstand is ontwikkeld en zij overtreffen, als men het zoo noemen kan,
-hunne vijanden in diplomatische behendigheid. Dit alles is zoo waar,
-dat het de meer beschaafde indringers uit Europa niet alleen nimmer
-gelukt is hen ten onder te brengen, maar zelfs niet om zich van hunne
-periodieke invallen te ontslaan, welke invallen de Comanchen, in hunne
-verbloemde taal, de Mexicaansche maan noemen, en gedurende welke zij
-straffeloos alles verwoesten wat zij op hun doortogt ontmoeten.
-
-Kan men werkelijk als wilden beschouwen, menschen, die voorheen
-door den schrik der hun onbekende vuurwapenen en bij het zien
-van paarden,--een dierensoort welker bestaan hun niet eens bekend
-was,--gedwongen werden zich in het ontoegankelijke gebergte terug
-te trekken, maar des ondanks, hun terrein voet voor voet bleven
-verdedigen en in sommige streken zelfs geslaagd zijn om hun oude
-grondgebied te heroveren?
-
-Wij weten, beter misschien dan iemand, dat er in Amerika wilden bestaan
-in den volsten zin van dit woord; maar wat dezen betreft, men heeft
-ze goedkoop genoeg en met iederen dag verdwijnen zij meer en meer
-van den natuurlijken bodem, daar zij noch verstand, noch veerkracht
-genoeg bezitten om zich te verdedigen of te handhaven. Deze wilden
-waren, eer zij aan de Spanjaarden en Engelschen onderworpen werden,
-reeds lang te voren cijnsbaar aan de Mexicanen, de Peruanen en de
-Auracaniers van Chili, en dat wel ten gevolge van hun lagen trap van
-ontwikkeling, die hen bijna met het dier gelijk maakt.
-
-Men moet deze zwervende horden of Amerikaansche Iloten die slechts
-eene uitzondering op den regel zijn, niet verwarren met de groote,
-ongetemde natiën welker zeden wij hier trachten te beschrijven--zeden
-die met den dag veranderen en verbeteren; want in weerwil hunner
-pogingen om zich aan haar invloed te onttrekken--wint de Europesche
-beschaving--die zij uit erfelijken haat tegen de eerste veroveraars
-en tegen het blanke ras in 't algemeen, meer dan om eenige andere
-reden verachten--onder de Roodhuiden gedurig veld, en omringt en
-overvleugelt hen van alle kanten, om zoo te zeggen tegen wil en dank.
-
-Als dit zoo voortgaat, zullen er welligt geen honderd jaren meer
-verloopen eer deze half beschaafde vrije Indianen,--die in hun vuist
-lagchen over den verwarden toestand en onderlinge oorlogen der hun
-omringende kleine republieken, of van den wankelenden colossus der
-Vereenigde Staten die hun bedreigt,--hun natuurlijken rang in de wereld
-hernemen, en alsdan het hoofd hoog opsteken. Zulk eene uitkomst ware
-niet meer dan billijk, want het zijn heldhaftige menschen, rijk aan
-natuurlijke gaven, bekwaam, welgezind, ondernemend en tot allerlei
-groote dingen in staat.
-
-Te Mexico zelve, sedert het oogenblik dat dit land voor zelfstandigheid
-rijp geworden, zich als Spaansche kolonie onafhankelijk verklaarde van
-het moederland, behoorden de uitstekendste mannen, die hetzij in de
-kunsten, in de diplomatie, of in den oorlog hebben uitgeblonken, tot
-het zuivere Indiaansche ras. Tot bewijs van deze bewering, behoeven
-wij slechts een enkel feit van de hoogste beteekenis aan te voeren:
-de beste historie van Zuid-Amerika die tot hiertoe in de Spaansche
-taal het licht zag, werd geschreven door een Inca: Garcilasso de
-Vega! Is dit bewijs niet afdoende? en wordt het niet meer dan tijd
-om de ongerijmde theoriën den bodem in te slaan, welke trachten vol
-te houden, dat het roode menschenras, als een verbasterd of mislukt
-natuurproduct, ongeschikt is voor ontwikkeling of verbetering, en
-onherroepelijk gedoemd zou zijn om van het aardrijk te verdwijnen!
-
-Na deze lange uitweiding, te lang misschien voor het ongeduld
-van sommige lezers, maar tot regt verstand der volgende feiten
-onontbeerlijk, hervatten wij thans den draad van ons verhaal, waar
-wij dien hadden afgebroken.
-
-Na een vermoeijenden marsch van drie uren door het hooge prairiegras,
-bereikten onze avonturiers de eerste grenspalen die zij wenschten
-te overschrijden.
-
-Tegen middernacht, nadat Loer-Vogel zijne kameraden twee uren rust
-had vergund, werd de togt hervat.
-
-Met het opgaan der zon kwamen zij aan een soort van carno, of keel,
-gevormd door twee loodregte rotswanden, en waren zij verpligt om vier
-uren lang door het bed van een half uitgedroogden stroom te trekken,
-of liever te waden, waar echter hunne stappen gelukkig geen zigtbaar
-spoor konden nalaten.
-
-Gedurende verscheidene dagen ging de togt door steile en eenzame
-gebergten, onder de grootste bezwaren en vermoeijenissen, maar
-overigens zonder eenig meldenswaardig voorval op te leveren. Eindelijk
-bevonden zij zich op nieuw in de zoogenaamde tierras calientes; alles
-was hier weder groen en een weldadige warmte deed haar koesterenden
-invloed met kracht gevoelen; ook onze avonturiers die in de hooge
-streken der Serrania veel van de koude hadden moeten verduren,
-ondervonden een onbeschrijfelijk genot bij het inademen der zachte
-en balsemieke lucht, onder dien helder blaauwen hemel en prachtigen
-zonneschijn, in plaats van het dof grijze luchtgewelf en den bekrompen
-met ijzel en motregen bezwangerden horizont, tusschen de bergspitsen
-en rotskloven, die zij thans achter den rug hadden.
-
-Aan het einde van den vierden dag, nadat zij de bergen door waren,
-slaakte Loer-Vogel een kreet van verrassing en zelfvoldoening, toen
-hij in de blaauwe verte der prairie de eerste voorposten zag van een
-onmetelijk woud, dat hij zoo reikhalzend had gezocht en aanvankelijk
-het doel van zijn togt was geweest.
-
---Schep moed! mijne vrienden, riep hij, wij krijgen nu spoedig de
-verfrisschende schaduw die ons hier ontbreekt.
-
-Zonder te antwoorden, versnelden zijne kameraden hun pas, als mannen
-die de hun voorgespiegelde belofte op prijs stelden.
-
-De nacht was reeds volkomen gedaald toen zij, niet het bosch, maar
-den oever eener vrij breede rivier bereikten, wier nabijheid zij door
-het hoogstaand prairiegras niet hadden bemerkt, voor dat zij op eenige
-passen afstands het zacht stroomende water op den bergachtigen oever
-hoorden kabbelen. De Canadees besloot echter tot den volgenden morgen
-te wachten om naar eene waadbare plaats te zoeken.
-
-Men kampeerde dus; maar uit voorzorg werd er geen vuur ontstoken,
-en onze avonturiers, na een sober maal te hebben genoten, wikkelden
-zich in hunne zarapé's en sliepen weldra in.
-
-Loer-Vogel was de eenige die bleef waken.
-
-Intusschen zakte de maan naar den horizont, de sterren begonnen te
-verbleeken en zich in de diepte des hemels te verliezen; den jager,
-overstelpt door afmatting, vielen de oogen toe en hij zou voor een
-korte poos zijn ingeslapen, toen hij op eens door een vreemdsoortig
-geluid werd wakker geschrikt; hij sprong op als door een elektrieken
-schok getroffen en spitste de ooren. Eene zachte trilling doorliep
-het riet aan de boorden der rivier, welker kalme wateren zich als een
-zilver lint door de vlakte kronkelden. Geen briesje bewoog de lucht.
-
-De jager trad naar den Vliegenden-Arend en legde hem de hand op den
-schouder; deze opende de oogen en zag hem aan.
-
---De Indianen! fluisterde de Canadees hem in 't oor.
-
-Thans op handen en knieën naar de rivier kruipende, begaf hij zich
-te water.
-
-Schuw zag hij in alle rigtingen rond.
-
-De maan verspreidde nog licht genoeg om het landschap tot op verren
-afstand te herkennen.
-
-Hoe naauwlettend echter de jager rondkeek en de omstreken opnam,
-hij zag niets. Alles was kalm. Hij wachtte een geruime poos, met
-strakken blik en scherp luisterend oor.
-
-Er verliep een half uur, zonder dat het geluid waardoor hij was
-opgewekt zich vernieuwde. Wat hij ook luisteren mogt, geen het minste
-gerucht stoorde de stilte van den nacht.
-
-Met dat al was Loer-Vogel overtuigd dat hij zich niet bedrogen
-kon hebben. In de wildernis hebben alle geluiden eene natuurlijke
-oorzaak; dit weten de jagers, en daarbij hebben zij ieder geluid
-leeren onderscheiden, zonder zich ooit te vergissen.
-
-Gedurende al dien tijd stond de Canadees tot aan de heupen in 't water;
-in Amerika, al zijn de dagen er snik heet, is de nacht daarentegen
-buitengemeen koel; Loer-Vogel voelde dus eene huiveringwekkende koude
-door al zijne leden. Eindelijk zijn onderzoek moede wordende, en half
-in de meening dat hij zich bedrogen had, besloot hij zijn koud bad
-te verlaten, en weder aan land te gaan; maar, op het oogenblik dat
-hij zijn voornemen wilde uitvoeren, voelde hij langs zijne borst een
-hard voorwerp schuiven.
-
-Hij sloeg de oogen naar omlaag en stak onwillekeurig de handen uit;
-wat had hij aangeraakt? het was de kant van een kleine praauw, die
-geruchtloos door de biezen gleed en ze zacht van een scheidde.
-
-Deze praauw, even als alle Indiaansche canos aan dezen oever, was
-van berkenschors vervaardigd, dat door middel van heet water van den
-boomstam wordt losgemaakt.
-
-Loer-Vogel nam terstond het geheimzinnige vaartuig in oogenschouw,
-dat zonder behulp van menschenhanden zich scheen voort te bewegen of
-liever in een regte lijn zich langs den stroom liet afdrijven. Een
-ding echter verwonderde den Canadees, namelijk dat het bootje zonder de
-minste schommeling voortgleed. Blijkbaar werd het door een onzigtbaar
-wezen voortgestuwd, waarschijnlijk door een Indiaan;--ja, hij kon
-hieraan niet langer twijfelen. Maar waar zat dan deze man? Was hij
-alleen? Geen van deze vragen liet zich beantwoorden.
-
-De Canadees was erg in de engte gedreven; hij dorst geen lid
-te verroeren uit vrees van zijne tegenwoordigheid te verraden:
-intusschen gleed de praauw altoos voort. Om er tot iederen prijs een
-eind aan te maken, trok Loer-Vogel zachtjes zijn mes uit de schede,
-en met ingehouden adem hurkte hij neder in de rivier, derwijze dat
-zijn gezigt maar eventjes boven water uitstak.
-
-Wat hij hoopte, gebeurde; een sekonde later zag hij in de schaduw,
-als twee vurige kolen, de oogen van den Indiaan schitteren, die achter
-de praauw zwom en haar met de armen voortstuwde.
-
-De Roodhuid hield zijn hoofd gelijk met de waterpeil, en keek met
-bespiedende blikken om zich heen.
-
-De Canadees herkende een Apache. Plotseling vestigden de oogen van
-den wilde zich op den jager; deze oordeelde het raadzaam om zich van
-hem te ontslaan; met de buigzaamheid van een slang en de vlugheid van
-een jaguar greep hij zijn vijand bij de keel en zonder hem den tijd
-te laten een alarmkreet te uiten, stiet hij hem het mes in de borst.
-
-Het gelaat van den Apache werd zwart; zijne oogen spalkten zich wijd
-open, hij sloeg een oogenblik het water met armen en beenen; maar
-weldra verstijfden zijne leden, eene laatste stuiptrekking deed zijn
-ligchaam krimpen, en hij dreef weg op den stroom, een ligtgekleurd
-bloedig spoor achterlatende.
-
-De arme Indiaan was dood.
-
-Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stapte de jager in de praauw
-en zich aan het riet vasthoudende, keek hij uit naar den kant waar hij
-zijne kameraden had achtergelaten. Deze, door den Vliegenden-Arend
-gewekt, waren reeds omzigtig genaderd, de buks medebrengende die de
-jager op den oever had laten liggen.
-
-Zoodra zij bij elkander waren, bragten zij de praauw buiten de biezen
-die haar den doortogt belemmerden, en nadat allen zich op bevel van
-Loer-Vogel ingescheept en het vaartuig in open water hadden gebragt,
-strekten zij zich plat op den bodem uit.
-
-Onder deze voorzorg dreven zij reeds een geruime poos zachtjes de
-rivier af, zoo zij meenden, onopgemerkt door de onzigtbare vijanden
-die zich waarschijnlijk hier of daar aan den oever verscholen hielden,
-toen er plotseling een verschrikkelijke alarmkreet opging en de lucht
-als een donderslag deed daveren.
-
-Het lijk van den door Loer-Vogel gedooden Apache was gedurende
-eenige minuten door den stroom medegesleept, maar toen op een hoop
-biezen een drijfhout gestuit, juist tegenover een Indianen-kamp,
-dat de avonturiers een paar uren geleden, zonder het te zien waren
-voorbij getrokken.
-
-Zoodra hadden de Roodhuiden het lijk huns broeders niet opgemerkt,
-of zij hieven het zoo even gemeld vervaarlijk doodgeschrei aan,
-verzamelden zich aan den oever, en nu stonden zij daar, elkander met
-den vinger de praauw aanwijzende.
-
-Loer-Vogel ziende dat hij ontdekt was, greep oogenblikkelijk de
-pagaaijen, en door den Vliegenden-Arend en Domingo geholpen, was hij
-binnen eenige sekonden buiten hun bereik.
-
-De teleurgestelde Apachen, woedend over deze behendige vlugt, en niet
-wetende wat zij er vooreerst tegen zouden doen, zwaaiden met de armen,
-staken de vuisten op en overlaadden hunne onbekende vijanden met al de
-scheldwoorden die het Indiaansche woordenboek hun aan de hand deed,
-als hazen, eenden, honden, uilen en meer andere dergelijke namen van
-dieren die zij haten of verachten.
-
-De jager en zijne kameraden stoorden zich weinig aan deze magtelooze
-beschimping en pagaaiden met kracht door, om hun togt te vervolgen
-en tevens in hunne stramme leden den bloedsomloop te herstellen na
-hun diepen slaap in de kille nachtlucht.
-
-Inmiddels veranderden de Indianen van taktiek: verscheidene pijlen met
-weerhaken werden naar de praauw afgeschoten, zelfs vielen er eenige
-geweerschoten; maar de afstand was te groot en het water alleen werd
-door de kogels getroffen.
-
-Zoo ging de nacht voorbij.
-
-De avonturiers roeiden met verdubbelden ijver voort, daar zij reeds
-gezien hadden dat de rivier, na menige kronkeling, ongevoelig het
-woud naderde, dat zij zoo gaarne wenschten te bereiken. Intusschen
-meenden zij niets meer van hunne vijanden te vreezen te hebben,
-en lieten zij de pagaaijen eenige oogenblikken rusten om zich te
-verpoozen en een weinig voedsel te nuttigen.
-
-Terwijl zij bezig waren met hun ontbijt, kwam de zon op, en nu ontrolde
-zich een prachtige landstreek voor hunne verbaasde blikken.
-
---O! riep op eens de Vliegende-Arend, op een toon van schrik die
-weinig goeds voorspelde.
-
---Wat is er? vroeg Loer-Vogel, die terstond begreep dat het opperhoofd
-iets buitengewoons moest gezien hebben.
-
---Kijk! riep de Comanch met nadruk, terwijl hij den arm uitstrekte
-in de streek die zij dien nacht waren doorgekomen.
-
---Sakkerloot! riep de Canadees, twee praauwen, achter ons! O, o! daar
-zal wat aan te tornen vallen.
-
---Cuerpo de Christo! riep op zijne beurt Domingo, met een sprong die
-het ligte vaartuig bijna deed omkantelen.
-
---Wat nog meer?
-
---Ziet eens!
-
---Alle duivels! hervatte de jager, wij worden ingesloten. Werkelijk
-kwamen er twee praauwen achter hen den stroom af, terwijl twee anderen,
-van twee tegenovergelegen oeverpunten, hun te gemoet kwamen, blijkbaar
-met het dubbele doel om hun den voortgang zoowel als den terugtogt
-af te snijden.
-
---Ach, lieve hemel! daar komen de Roodhuiden om ons een koud bad te
-geven, prevelde Domingo. Wat denkt gij er van, oude jager?
-
--- Nu goed, laat hen maar komen, riep Loer-Vogel vrolijk, wij zullen
-hen betalen voor hunne moeite. Geeft acht, kameraden, en verdubbelen
-wij onze inspanning.
-
-Op zijn wenk, grepen de mannen terstond de pagaaijen weder op en
-gaven aan de praauw zulk eene vaart, dat zij over het water scheen
-te vliegen.
-
-De toestand der blanken werd inderdaad bedenkelijk.
-
-Loer-Vogel stond op zijn buks geleund in de praauw overeind en
-berekende koelbloedig de kansen voor en tegen deze onvermijdelijke
-ontmoeting; zijne ergste vrees betrof niet de booten die achter hen
-kwamen, daar deze nog op te verren afstand waren om hen in tijds te
-kunnen inhalen, maar al zijne aandacht vestigde zich op de twee die
-hun van voren te gemoet kwamen en tusschen welke hij noodzakelijk
-zou moeten doorroeijen. Met iederen pagaaislag verminderde de afstand
-die de blanken van de Roodhuiden scheidde.
-
-De vijandelijke praauwen, zooveel men in de verte kon opmaken, schenen
-al te sterk bemand en hadden zwaar werk om tegen stroom op vooruit
-te komen. Loer-Vogel had alles met een onfeilbaren blik gezien; hij
-nam een van die koene besluiten voor welke hij algemeen beroemd was
-en die in deze kritieke oogenblikken alleen in staat schenen om hem
-en de zijnen te redden.
-
-
-
-
-
-
-
-XXVIII.
-
-BLANK-HUIDEN EN ROOD-HUIDEN.
-
-
-De Canadees, zoo als wij gezegd hebben, had bepaald partij gekozen. In
-plaats van eene poging te doen om tusschen de beide praauwen te
-ontsnappen, waardoor hij groot gevaar zou hebben geloopen van in
-den grond te worden geboord, nam hij zijn koers een weinig links en
-stevende regelregt aan op de praauw die het digtst bij de zijne was.
-
-De Indianen verschalkt door deze manoeuvre, van welke zij niet
-aanstonds de uitwerking voorzagen, ontvingen haar met luide
-triumfkreten. De avonturiers hielden zich echter doodstil, maar
-verdubbelden hunne pogingen en roeiden met kracht door.
-
-Een vergenoegde lach plooide zich om de lippen van den Canadees.
-
-Naarmate zijne praauw die der Apachen naderde, had hij gezien, dat
-de rivier aan de linker zijde een sterke bogt maakte en deze bogt
-gevormd werd door een klein eiland, dat zeer digt bij den oever lag,
-maar toch ver genoeg om een bootje door te laten; hij bediende zich nu
-van dezen doortogt en vermeed zoodoende een langen omweg, hetgeen hem
-op eens een goed eind op de vijanden die hen vervolgden deed winnen.
-
-De hoofdzaak was hier om het eiland te bereiken voordat de eerste
-vijandelijke praauw er aankwam.
-
-De Roodhuiden echter begonnen weldra, zoo niet gansch en al, dan
-toch gedeeltelijk te bemerken wat hun onverschrokken tegenstander
-voornemens was; ook zij veranderden dus van plan en wijzigden hunne
-rigting. In plaats van de blanken regelregt te gemoet te snellen,
-zooals zij tot hiertoe gepoogd hadden, namen zij hun koers links en
-pagaaiden met kracht op het eiland aan.
-
-Loer-Vogel begreep thans dat hij, het koste wat het wilde, hunne
-vaart moest zien te stuiten.
-
-Tot dusver, was noch van de eene noch van de andere zijde een pijl
-geschoten, of een geweerschot gewisseld. De Apachen rekenden zoo
-stellig hunne vijanden te zullen meester worden, dat zij het als
-onnoodig beschouwden om tot dit uiterste over te gaan.
-
-De blanken daarentegen, die de noodzakelijkheid gevoelden om hun kruid
-te sparen, daar zij te midden van een vijandelijk land onmogelijk
-nieuwen voorraad konden bekomen, bepaalden zich voorzigtigheidshalve
-om het voorbeeld der Indianen te volgen, hoe belust zij ook mogten
-zijn om met hen slaags te raken.
-
-Intusschen was de vijandelijke praauw geen vijftig ellen meer van
-het eiland verwijderd; de jager, na nog een laatsten blik in het rond
-te hebben geworpen, neigde zich tot zijne kameraden en sprak hun met
-eene zachte stem eenige woorden toe.
-
-Oogenblikkelijk lieten deze de pagaaijen rusten en hunne geweren
-grijpende, knielden zij in de praauw neder, en legden hun wapens op
-den rand der boot, na vooraf nog een tweeden kogel in den loop te
-hebben laten glijden.
-
-De Canadees had het zelfde gedaan.
-
---Zijn wij gereed? vroeg hij een oogenblik later.
-
---Ja! riepen de avonturiers.
-
---Schieten dan, en laag aanleggen: vuur!
-
-De vijf buksen brandden los in een enkelen knal.
-
-Wij hebben reeds aangemerkt, dat de beide praauwen elkander reeds
-digt genaderd waren.
-
-Nu naar de pagaaijen! en vlug! riep de jager, dadelijk zelf het
-voorbeeld gevende, zoo als hij altijd deed.
-
-Acht armen hernamen de dubbele riemen, de ligte boot vloog over het
-water. Alleen de jager laadde zijn buks weder en lag op de eene knie
-gereed om te schieten.
-
-De uitwerking der eerste losbranding openbaarde zich weldra; de vijf
-geweerschoten, allen op het zelfde punt gerigt, hadden in de zijde
-der Indiaansche boot een vrij groote bres gemaakt, juist gelijk met
-de waterlijn, zoodat zij niet langer vlot kon blijven.
-
-Kreten van schrik en smart gingen op onder de Apachen, die de een na
-den ander over boord sprongen en naar alle kanten wegzwommen. Wat hunne
-praauw betreft, aan zich zelve overgelaten, begon zij oogenblikkelijk
-af te drijven, liep langzamerhand vol en verzonk eindelijk in den
-stroom.
-
-De avonturiers zich thans van hunne vijanden ontslagen rekenende,
-vertraagden voor een oogenblik hunne pogingen.
-
-Eensklaps hief de Vliegende-Arend zijn pagaai op, terwijl Loer-Vogel
-zijn geweer bij den tromp vatte. Twee Apachen, ware athleten in kracht
-en met woeste blikken, waren onverhoeds genaderd en poogden zich aan
-de boot vast te klemmen om haar te doen kantelen. Weldra vielen zij met
-verbrijzelden schedel in het water terug en dreven af op den stroom.
-
-Eenige minuten later bereikten de jagers den doortogt.
-
-Intusschen waren een aantal Indianen naar het eiland gezwommen, en
-begonnen zij, zoodra zij aan land kwamen de blanken aan den kant van
-het water te bestoken; bij gebrek aan andere middelen wierpen zij hen
-met steenen, daar zij hunne nat geworden buksen niet konden gebruiken,
-en hunne pijlkokers en bogen bij hunne plotselinge indompeling in de
-rivier waren verloren gegaan.
-
-Hoe ruw en gebrekkig deze door de Apachen gebruikte
-verdedigingsmiddelen ook wezen mogten, was Loer-Vogel echter verpligt
-zijne kameraden dringend aan te bevelen om met verdubbelde kracht
-voort te roeijen, ten einde zoo spoedig mogelijk buiten het bereik
-der zware steenworpen te komen, die hageldigt van uit de hooge
-biezen en van achter ieder welgelegen aanvalspunt, rondom de boot
-neer regenden; terwijl de Roodhuiden volgens hunne gewoonte wel zorg
-droegen onzigtbaar te blijven, uit vrees voor de kogels der blanken.
-
-De toestand der laatstgenoemden werd echter onhoudbaar, er moest
-een einde aan worden gemaakt, en de jager, die scherp op de eerste
-gelegenheid loerde, om zijne vijanden eene geduchte les te geven,
-meende die weldra gevonden te hebben: eenige ellen van hem af,
-op den oever zag hij op zeker punt, in een floripondio-boschje,
-eene verdachte beweging; terstond legde hij zijn geweer aan, mikte
-op goed geluk en schoot.
-
-Een vervaarlijke kreet verhief zich uit de digte struiken der
-floripondios, bamboezen, lianen en waterplanten, en een reusachtige
-Apache, woest als een gekwetste tijger, sprong te voorschijn om zich
-achter een ander boschje, dat een eind verder op het eiland gelegen
-was, in veiligheid te stellen; Loer-Vogel, die met allen spoed zijn
-buks weder geladen had, legde die voor de tweedemaal aan om den
-vlugteling op nieuw te treffen, maar hief haar terstond weder op.
-
-De Apache viel reeds op het zand en wrong zich in zijn laatsten
-doodstuip.
-
-Op hetzelfde oogenblik schoten er uit de omliggende boschjes een
-tiental Indianen te voorschijn, en snelden naar het lijk huns broeders,
-namen het in hunne armen, en verdwenen er mede als een troep spoken.
-
-Nu volgde er een stilstand, en weldra waren de woeste kreten en
-gevaarlijke steenworpen, die eenige minuten te voren de lucht deden
-weergalmen en de blanken met ondergang dreigden, vervangen door de
-diepste kalmte en rust.
-
---De arme duivels! murmelde Loer-Vogel, terwijl hij zijn buks op den
-bodem der praauw nederlegde en een der pagaaijen greep, het spijt
-mij wel dat dit hier heeft moeten gebeuren, maar ik geloof dat zij er
-thans genoeg van hebben nu zij de kracht van mijn buks hebben leeren
-kennen, en ik denk dat zij ons voortaan met vrede zullen laten.
-
-De oude jager had zich niet misrekend: werkelijk lieten de Roodhuiden
-niets meer van zich zien of hooren. Wat wij hier beschreven hebben,
-moet onze lezers niet te zeer verwonderen: ieder land heeft zijne
-eigene begrippen van eer en pligt. De Indiaan gaat van het beginsel
-uit, dat hij zich niet nutteloos aan gevaren moet bloot stellen. Voor
-hen kan het succes alleen hunne daden regtvaardigen; zoodra zij dus
-zien dat zij de sterksten niet zijn, deinzen zij zonder schaamte
-terug en laten met de meeste bereidwilligheid de plannen varen,
-die zij eenmaal opgevat en misschien weken vooraf hebben voorbereid.
-
-De jagers kwamen eindelijk het eiland ongemoeid voorbij. De tweede
-vijandelijke praauw was thans reeds ver achter hen; wat de beide
-anderen betreft, die zij het eerste gezien hadden, deze geleken
-naauwelijks meer dan onmerkbare stippen aan den horizont. Toen de
-Roodhuiden der tweede praauw dus zagen dat de blanken een afstand op
-hen hadden gewonnen dien zij onmogelijk weder konden inhalen, en dat
-deze stellig aan hunne vervolging zouden ontsnappen, schoten zij al
-hunne geweren en bogen te gelijk op hen af, als om hun een laatste
-proef van hun moed achter na te zenden--eene magtelooze vertooning,
-die niemand kwetste, daar de kogels en pijlen op een aanzienlijken
-afstand van de blanken nedervielen; daarop wendden zij den steven,
-om zich bij hunne kameraden op het eiland te voegen, waar deze in
-het digte geboomte de wijk hadden genomen.
-
-Loer-Vogel en de zijnen kwamen er behouden af.
-
-Na nog omtrent een uur lang stroomafwaarts te hebben geroeid, om
-tusschen zich en de Apachen een onoverkomelijken afstand te laten,
-namen zij een poos rust, die zij wel noodig hadden, om zich te
-herstellen van den heftigen kamp en hunne wonden te wasschen, want
-sommigen hadden vrij ernstige kneuzingen bekomen door den steenregen
-die op hen was neergekomen; in het heetst van den strijd hadden zij
-dit minder bemerkt, maar nu het gevaar voorbij was begonnen zij er
-aan te lijden.
-
-Het woud, dat des morgens, uit hoofde der veelvuldige krommingen der
-rivier, nog zoo ver van hen verwijderd lag, waren zij thans zeer nabij
-gekomen en zij hoopten het nog voor den avond te zullen bereiken. Na
-eene korte ontspanning, grepen zij dus weder de riemen en hervatten
-met nieuwen ijver hun togt. Tegen het ondergaan der zon, verdween
-de kleine praauw onder de sombere bladgewelven van het onmetelijk
-natuurwoud, dat zich als een statige dom boven hunne hoofden sloot
-en door den stroom in de schuinte doorsneden werd.
-
-Zoodra de duisternis begon te vallen, ontwaakte de woestijn en liet het
-gehuil der wilde dieren, die zich naar de rivier begaven om te drinken,
-zich somber hooren in de diepte der ongerepte bosschen. Loer-Vogel
-achtte het ongeraden om zich op dit uur te wagen in de onbekende
-wildernis, die zonder twijfel gevaren van allerlei aard in haren schoot
-verborg. Nadat hij dus nog eenigen tijd had laten voortroeijen, om
-eene geschikte landingsplaats te vinden, gaf hij eindelijk bevel om
-op een verheven rotsmassa aan te houden, die in den stroom vooruit
-sprong en een soort van voorgebergte vormde waar men zonder veel
-moeite of gevaar zou kunnen aan wal stappen.
-
-Naauwelijks waren zij aan land, of de Canadees deed een wandeling
-om de rots, daar hij de omstreken wilde opnemen om te weten in welk
-gedeelte van het woud zij zich bevonden.
-
-Ditmaal diende het toeval den jager beter dan hij had durven hopen. Na
-met moeite en de uiterste voorzorg de struiken en slingergewassen
-te zijn doorgeworsteld, die hem overal den weg versperden, zag hij
-zich eensklaps en zonder nader onderzoek, aan den ingang van eene
-natuurlijke grot, waarschijnlijk gevormd door een dier vulkanische
-omkeeringen die in deze streken zoo veelvuldig zijn.
-
-Bij deze ontdekking bleef hij staan, stak een ocote-fakkel aan, die
-hij niet verzuimd had met zich te nemen en trad stoutmoedig de spelonk
-binnen, gevolgd door zijne kameraden. De plotselinge verschijning
-der brandende toorts schrikte een grooten zwerm nachtvogels, uilen
-en vleermuizen op, die met luid geschreeuw fladderend wegvlogen en
-aan alle zijden zochten te ontsnappen.
-
-De jager ging echter door, zonder zich om deze liefhebbers der
-duisternis te bekommeren, die hij zoo onverwachts in hunne sombere
-schuilhoeken gestoord had.
-
-De spelonk was hoog, buitengewoon ruim en luchtig. Onder de
-omstandigheden waarin zich de jagers bevonden was dit voor hen eene
-allergelukkigste ontdekking, daar zij hun een genoegzaam veilig
-verblijf voor den nacht aanbood, even als voor de nasporingen der
-Apachen, die hen thans wel uit het oog hadden verloren, maar zeker
-niet zouden nalaten hen te vervolgen.
-
-De avonturiers, na de grot in allen deele doorzocht en zich verzekerd
-te hebben dat er geen verscheurende dieren in schuilden, en wat meer
-zegt, dat zij twee uitgangen had, die de gelegenheid waarborgden om
-te kunnen vlugten, wanneer zij door een overmagtigen vijand mogten
-worden aangevallen, keerden naar de landingsplaats terug, haalden de
-boot uit het water, namen haar op de schouders en zetten haar achter
-in de grot. Vervolgens begonnen zij, met een geduld daar alleen de
-Indianen of de woudloopers in staat toe zijn, zorgvuldig de minste
-sporen en indruksels uit te wisschen die de plaats hunner ontscheping
-of den aftogt dien zij gekozen hadden zouden kunnen verraden. Alle
-openingen werden digtgemaakt, de gebogen riethalmen hersteld, de
-van een geschoven lianen en struiken weder bijeengevoegd, en na deze
-gepaste voorzorg zou niemand hebben kunnen vermoeden dat er een troep
-menschen was doorgegaan.
-
-Daarop verzamelden zij een goeden voorraad dood hout om vuur te stoken,
-alsmede ocote-takken voor fakkels, en trokken de grot binnen met het
-vaste voornemen om eindelijk de rust te genieten daar zij zoo veel
-behoefte aan hadden.
-
-Al deze toebereidsels hadden tijd gevorderd, en de nacht was reeds
-een goed eind heen, eer onze vrijbuiters, na het gebruik van een
-mageren, in der haast klaar gemaakten maaltijd, in hunne mantels
-gewikkeld zich op den grond uitstrekten, en met de voeten naar het
-vuur, het hoofd op een hoop dorre bladeren en de hand aan de buks,
-eindelijk insliepen. Niets stoorde dien nacht hunnen slaap, die nog
-aanhield toen de eerste stralen der zon den oostelijken gezigteinder
-reeds kleurden met een purperen gloed.
-
-Loer-Vogel werd het eerst wakker en wekte terstond zijne kameraden.
-
-De Vliegende-Arend was niet in de grot.
-
-Zijne afwezigheid maakte den jager echter niet ongerust. Hij kende
-den Sachem te wel om van den eerlijken Comanch verraad te vreezen.
-
---Staat op! riep hij tegen de slapenden. De zon is al op: wij hebben
-lang genoeg geslapen, het wordt tijd om aan onzen arbeid te denken.
-
-Oogenblikkelijk was ieder op de been.
-
-De jager had zich in den Sachem niet bedrogen; naauwelijks was hij
-bezig met het vuur aan te leggen om het ontbijt gereed te maken,
-of de Vliegende-Arend verscheen. Hij droeg op zijne schouders een
-heerlijken eland, dien hij stilzwijgend op den grond wierp, en zich
-toen nevens de Wilde-Roos neerzette.
-
---Te duivel! hoofdman, zei Loer-Vogel verrast, gij zijt een man van
-de voorbaat, uwe jagtvangst is welkom, onze levensmiddelen begonnen
-mooi op te raken.
-
-De Comanch grinnikte van pleizier over deze aanmerking, maar verder
-antwoordde hij niet; gelijk al de lieden van zijn stam, sprak de
-Indiaan alleen in geval van dringende noodzakelijkheid of wanneer
-het gesprek eene meer ernstige wending nam.
-
-Op een wenk van den Canadees, begon Domingo, die een ervaren jager was,
-onmiddelijk den eland de huid af te stroopen.
-
-De pemmican, de pueso, en het Indiaansche koren bleven onaangeroerd
-in de alforjas (knapzak), dank zij de sappige hertenbouten, die
-Domingo zoo behendig van het wildbraad had afgesneden, en die op
-den rooster gebraden aan allen een uitmuntend ontbijt verschaften;
-dit festijn werd bekroond met eenige droppels pulque, waaraan echter
-de Vliegende-Arend en zijne vrouw, volgens de wijs der Comanchen die
-geen sterken drank gebruiken, weigerden deel te nemen.
-
-Daarna werden de pijpen en cigarettes opgestoken en ieder begon
-stilzwijgend te rooken.
-
-Loer-Vogel overwoog bij zich zelven welk plan hij volgen zou, terwijl
-Domingo en Bermudez het noodige voor hun vertrek gereed maakten;
-toen zij hiermede gedaan hadden besloot hij eindelijk te spreken.
-
---Caballeros, zeide hij, wij zijn hier op de plaats waar onze
-togt eigenlijk begint, het wordt dus tijd om u te zeggen waar wij
-heengaan. Zoodra wij dit bosch door zijn, hetgeen niet lang duren zal,
-komen wij aan eene ruime vlakte, in welker midden eene stad ligt. Die
-stad, door de Indianen Quiepa-Tani genoemd, is een der geheimzinnige
-wijkplaatsen waar zich, sinds den inval der Spanjaarden, de aloude
-Mexicaansche beschaving heeft teruggetrokken. Welnu, naar die stad
-moeten wij heen, want daar bevinden zich twee jeugdige meisjes die
-wij geroepen zijn te redden. Maar dat zelfde Quiepa-Tani is tevens
-eene heilige stad: Wee den Europeaan of den blanke die in haren
-omtrek gezien wordt of het waagt haar te betreden! Ik mag u dus
-niet verbergen dat de gevaren die wij tot hiertoe trotseerden en
-gelukkig te boven kwamen, niets te beteekenen hebben, in vergelijking
-met die welke ons waarschijnlijk te wachten staan, eer wij het ons
-voorgestelde doel zullen bereiken. Er valt natuurlijk niet aan te
-denken dat wij allen die stad zouden kunnen binnentrekken; dit te
-willen ondernemen zou eene dwaasheid zijn die op een gruwzamen moord,
-zoo niet op ons onvermijdelijk verderf zou uitloopen. Daarentegen zal
-het noodig zijn dat wij hier getrouwe kameraden vinden, die ons in
-geval van tegenspoed of gevaar konden te hulp komen. Hoort daarom,
-caballeros, wat ik besloten heb: onze vriend Bermudez zal op onze
-stappen terugkeeren, dat is, naar de plek waar wij Juanito gelaten
-hebben; van daar zullen deze twee, tegelijk met onze paarden, zich naar
-de algemeene loopplaats begeven die wij onderling hebben afgesproken,
-ten einde zich daar met het detachement van Ruperto en Vrij-Kogel te
-vereenigen, en alsdan, zoo dit mogelijk is, gezamentlijk herwaarts
-te komen. Wat dunkt u hiervan, caballeros? Keurt gij dit plan goed?
-
---In allen opzigte, antwoordde don Mariano met eene toestemmende
-buiging.
-
---En gij, hoofdman, wat zegt gij?
-
---Mijn broeder is wijs, al wat hij zegt is goed, zei de Sachem.
-
---Maar hoe dat, moet ik u dan verlaten? mompelde Bermudez met een
-verlegen blik op zijn meester.
-
---'t Is noodig, vriend, antwoordde deze, maar het zal slechts voor
-kort zijn, zoo ik hoop.
-
---Herinner u goed langs welken weg wij gekomen zijn, om u niet te
-vergissen als gij terugkomt, zei de jager.
-
---Ik zal mijn best doen, prevelde Bermudez.
-
---Zeg, oude jager, riep Domingo meesmuilend, wat duivel! waarom zendt
-gij mij niet liever, dan dezen armen man, daar ik als woudlooper de
-prairie op mijn duimpje ken, terwijl ik bijna durf wedden dat hij
-zijn gebeente op den weg zal te bleeken leggen?
-
-Loer-Vogel schoot den Gambucino een doorborenden blik toe, die hem
-de oogen neerslaan en beschaamd het hoofd deed buigen.
-
---Omdat ik, vriend Domingo, antwoordde hij met zonderlingen nadruk op
-ieder woord, omdat ik zooveel van u houd, dat ik u geen minuut lang
-uit het oog zou willen verliezen; gij begrijpt mij immers, niet waar?
-
---Zeer goed, zeer goed! stotterde de mesties, blijkbaar geraakt:
-maak u maar niet boos, oude jager, ik zal blijven; wat ik er van
-gezegd heb was alleen in uw belang, anders niet.
-
---Ik stel uwe belangeloosheid op prijs en waardeer uw aanbod naar
-verdienste, hernam de Canadees koddig, spreken wij er niet verder
-over. Zich daarop tot Bermudez wendende, vervolgde hij: Daar wij
-welligt spoedig hulp noodig hebben, zult gij weldoen, in het terug
-komen, zoo mogelijk, een korter weg te kiezen.
-
---Ik zal zien.
-
---Deze grot hier is een uitmuntend toevlugtsoord, zij is ruim genoeg
-om u allen te bergen; gij zult er verblijf houden met de paarden,
-en haar niet verlaten dan op mijne orders; is dat afgesproken?
-
---Ja, en begrepen ook, wees daar gerust op; ik ben te zeer van het
-gewigt der aanwijzingen die gij mij doet doordringen, om er mij niet
-naar te gedragen.
-
---Een laatste woord nog. Ik heb u gezegd, dat het voor het welslagen
-onzer moeijelijke onderneming volstrekt noodig was, dat wij hier
-in ieder geval een sterk detachement cordate mannen konden vinden;
-wil dus Ruperto dringend waarschuwen, dat hij zijne omzigtigheid
-verdubbelt, en zoo veel mogelijk, niet alleen ieder geschil met de
-Indianen, maar zelfs iedere ontmoeting met hen ontwijkt.
-
---Ik zal het hem zeggen.
-
---Brengen wij thans de praauw weder te water en dan goed geluk er meê.
-
---Geve God! dat gij het arme kind moogt redden, zei de oude
-huisbediende, op een toon die bewees dat hij zijn gevoel naauwelijks
-meester was, ik zou gewillig mijn leven voor haar opofferen.
-
---Ga gerust heen, vriend, antwoordde Loer-Vogel wederkeerig getroffen,
-het mijne heb ik reeds voor haar op het spel gezet.
-
-Allen gingen de grot uit, maar niet zonder vooraf te hebben rond
-gezien of er ook eenig gevaar bestond. In het digt belommerde bosch
-heerschte de diepste stilte.
-
-Thans namen zij de praauw op hunne schouders en droegen haar na den
-rivierkant, nadat zij er eerst eenige levensmiddelen voor hun kameraad
-in gelegd hadden.
-
-Weldra schommelde de boot zachtkens op het water. Bermudez nam voor
-'t laatst afscheid van zijn meester; zich toen met moeite omwendende,
-sprong hij in de praauw, greep de riemen en stak van wal.
-
---Tot wederziens! riep don Mariano hem aangedaan na.
-
---Tot spoedig, zoo God wil, antwoordde Bermudez.
-
---Amen! mompelden allen blijkbaar getroffen.
-
-Loer-Vogel volgde de wegvarende praauw een tijdlang met de oogen;
-zich toen plotseling tot zijne kameraden wendende, prevelde hij half
-in zich zelven:
-
---'t Is een trouwe ziel;--maar zou hij slagen?
-
---God zal hem behoeden, zei don Mariano.
-
---Dat is waar, hervatte de jager, terwijl hij zich de hand over het
-voorhoofd streek; ik ben inderdaad dwaas dat ik zoo spreek, ja wat
-meer is, ondankbaar jegens de Voorzienigheid, die tot hiertoe met
-zoo veel zorg over ons waakte.
-
---Goed gesproken, vriend, riep don Mariano; ik heb de beste verwachting
-dat wij slagen zullen.
-
---Ja, als ik het ronduit zeggen moet, zei de jager opgeruimd, ik heb
-er ook de beste verwachting van; voorwaarts dus.
-
-De Vliegende-Arend legde hem thans de hand op den schouder:
-
---Eer wij vertrekken, broeder, zou ik met u verlangen raad te houden,
-de zaak is ernstig.
-
---Gij hebt gelijk, hoofdman; keeren wij naar de grot terug; onze
-maatregelen moeten met het meeste beleid overwogen en vastgesteld
-worden, om, wanneer het oogenblik van handelen daar is, geen fout te
-begaan die den uitslag van onze onderneming onherstelbaar zou bederven.
-
-De Comanch boog toestemmend en ging zijne kameraden vooruit naar de
-grot. Het vuur was nog niet geheel uitgedoofd, maar smeulde onder de
-asch; in weinig oogenblikken vlamde het weder op; en de vier personen
-hurkten er met deftigen ernst omheen.
-
-Nu nam het opperhoofd de calumet uit zijn gordel, stopte haar met
-gewijde tabak, stak haar aan, en gaf haar toen, na eerst zelf eenige
-trekjes gedaan te hebben, aan Loer-Vogel. Zoo ging de pijp eenige
-keeren rond, zonder dat er een woord gesproken werd, zoo lang tot de
-tabak geheel was opgebrand. Toen er niets meer overbleef dan de asch,
-klopte de Sachem haar uit in het fornuis, stak haar weder in zijn
-gordel en wendde zich tot den jager.
-
---Een opperhoofd verlangt te spreken, zeide hij.
-
---Dat mijn broeder spreke, antwoordde de jager met eene buiging;
-onze ooren zijn geopend.
-
-De Sachem, na zijne vrouw met een gebiedenden wenk bevolen te hebben
-den kring te verlaten en zich buiten het bereik zijner stem te begeven,
-waaraan zij volgens de Indiaansche gebruiken terstond gehoorzaamde,
-boog eerbiedig voor de andere raadsleden, en nam het woord.
-
-
-
-
-
-
-
-XXIX.
-
-DE RAAD.
-
-
-Sedert het begin van den togt, aan welke hij vrijwillig deelnam,
-had de Vliegende-Arend steeds eene lijdelijke rol gespeeld, zonder
-beoordeeling of tegenspraak de plannen van Loer-Vogel aangenomen,
-onbekommerd en getrouw diens bevelen uitgevoerd, in een woord,
-geheel en al de rol vervuld van een ondergeschikt officier, wiens
-pligt medebrengt om zijn chef voor hem te laten denken. De nieuwe
-houding, thans zoo plotseling door den Sachem aangenomen, had den
-Canadees dan ook niet weinig verwonderd, daar deze niet wist wat hij
-hiervan denken moest, en heimelijk begon te vreezen dat de Comanch
-voornemens was, hem in het tegenwoordige kritieke oogenblik aan zijn
-lot over te laten en zich aan hem te onttrekken, misschien wel om hem
-te dwarsboomen en wie weet welke hindernissen in den weg te leggen. Hij
-wachtte dus met levendig ongeduld op de verklaring van het opperhoofd,
-ter opheldering van diens zonderling gedrag.
-
-De Vliegende-Arend, even kalm en bedaard als altijd, was opgestaan,
-en na eene statige buiging in het rond te hebben gemaakt, nam hij
-eindelijk het woord op:
-
---Bleekgezigten, mijne waarde broeders, begon hij met zijne gewone
-scherpe maar sentimenteel slepende keelstem, sedert eene maand reeds
-zijn wij vereenigd op hetzelfde oorlogspad, deelend in elkanders
-vermoeijenissen, slapend aan elkanders zijde, etend van hetgeen onze
-gezamenlijke jagt oplevert, zonder dat het den Sachem, dien gij
-in uwe gevaren en arbeid liet deelen, tot hiertoe vergund werd om
-dat openhartig vertrouwen te genieten, waarop een vriend met regt
-aanspraak heeft. Uw hart is steeds voor hem gesloten gebleven en
-als met eene digte wolk omhuld; uwe plannen zijn hem even onbekend
-als op den eersten dag van ons vertrek; de woorden die uwe borst
-uitblaast zijn en blijven voor hem onoplosbare raadsels. Is dit zoo
-als het behoort? Is dit regtvaardig? Geenszins, zeg ik. Waarom hebt
-gij mij geroepen, waarom hebt gij mij verzocht u te vergezellen, zoo
-ik altoos voor u moet zijn als een vreemdeling? Tot op dit uur heb ik
-den tegenzin die uw ergerlijk gedrag mij veroorzaakt in mijn boezem
-besloten; geen klagt is uit mijn hart naar mijne lippen gestegen,
-over eene behandeling die zoo weinig overeenkomt met mijn rang en met
-de goede betrekking waarin ik met u lieden tot dusver sta; en op dit
-oogenblik zelfs, zou ik nog de stilte bewaren, zoo mijne vriendschap
-voor u niet sterker was dan de wrevel die uw onedelmoedig gedrag ten
-mijnen opzigte mij inboezemt. Wij zijn hier op het gewijde gebied
-der Indianen, de grond dien wij betreden is ons heilig; de gevaren
-die ons omringen, de tallooze strikken en hinderlagen die van alle
-zijden voor onze voeten worden gespannen,--hoe zou ik in staat zijn
-die te bezweren, als uwe ontwerpen mij nog langer verholen blijven,
-in een woord, als ik niet weet of het pad dat wij volgen werkelijk
-het pad des oorlogs is, of alleen der jagt? spreek derhalve ronduit,
-ruk de huid van uw hart gelijk ik die van het mijne heb afgerukt,
-en verklaar u omtrent het gedrag dat gij voorhebt en de plannen die
-gij volgen wilt, opdat ik in staat zij, daar waar zulks noodig is,
-u met mijn goeden raad te helpen en, als een getrouw bondgenoot,
-niet langer buiten uwe beraadslagingen blijve, hetgeen inderdaad even
-schandelijk zou zijn voor de natie waartoe ik de eer heb te behooren,
-als onwaardig den hoogen krijgsmansrang dien ik onder de Comanchen
-bekleed. Ik heb gesproken, mijne broeders; en ik wacht op uw antwoord,
-dat, hiervan houd ik mij verzekerd, zoodanig zijn zal als voegt aan
-krijgslieden van uwe wijsheid en van uwe ondervinding.
-
-Gedurende de lange redevoering van den Comanch, had Loer-Vogel meer
-dan eens blijken van ongeduld gegeven, en zoo hij niet gevreesd had
-tegen de regelen der Indiaansche etiquette te zondigen, zou hij hem
-zeker in de rede zijn gevallen; niet dan met de grootste moeite was
-het hem gelukt zich te bedwingen en eene voor de gelegenheid passende
-houding te bewaren; zoodra dus het opperhoofd weder was gaan zitten,
-stond de jager op, en na een hoofdknik tegen de aanwezigen, nam hij
-met eene vaste stem het woord en sprak in dezer voege:
-
---De Wacondah is groot; hij houdt in zijne regterhand het hart van
-alle menschen, van welken stam of kleur ook: hij alleen kent hunne
-voornemens en leest in hunne ziel de gedachten en bedoelingen. De
-verwijten die gij mij toevoegt, hoofdman, hebben een schijn van
-billijkheid die ik u niet zal betwisten; gij hebt uit het gedrag dat
-de omstandigheden tot hiertoe mij gedwongen hebben jegens u in acht te
-nemen, kunnen en moeten opmaken, dat ik in u niet zooveel vertrouwen
-stelde als gij met regt verdient; maar dit is zoo niet; ik wachtte
-alleen, tot het uur van spreken zou gekomen zijn, niet slechts om u
-mijne plannen bloot te leggen, maar ook om uwe hulp en tusschenkomst
-in te roepen. Gij verlangt thans dat ik mij oogenblikkelijk verklaar,
-en ik zal het doen, ofschoon het welligt beter ware geweest, dat ik
-gezwegen had tot wij dit bosch geheel zullen zijn doorgetrokken.
-
---Ik mag hier mijn broeder doen opmerken, hervatte het opperhoofd,
-dat ik niets van hem heb geëischt, ik heb alleen gemeend hem eenige
-aanmerkingen te moeten maken; vindt hij die ongepast, ik weet zijn
-hart is goed, en hij zal mij vergeven, als hij bedenkt dat ik slechts
-een arme Indiaan ben, wiens verstand in een wolk is gehuld, en dat
-ik geenszins het voornemen had hem te beleedigen.
-
---Neen, neen, hoofdman, hervatte de jager met drift, nu wij eenmaal dit
-punt hebben aangeroerd, is het beter om het terstond toe te lichten,
-dan er later op terug te komen, ten einde voortaan alle misverstand
-tusschen ons ophoude.
-
---Mijn broeder kan over mij beschikken, ik ben gereed hem aan te
-hooren, als het hem behaagt te spreken; ook zal ik gaarne wachten,
-als hij dit noodig keurt.
-
---Ik zeg u dank, hoofdman, maar ik houd mij thans aan mijn eerste
-besluit, ik wil u liever alles zeggen.
-
-De Comanch begon schalks te glimlagchen.
-
---Heeft mijn broeder waarlijk besloten te spreken? vroeg hij.
-
---Ja.
-
---Goed; dan behoeft mijn broeder er geen woord bij te voegen, alles
-wat hij mij te zeggen heeft weet ik reeds. Hij zou mij niets kunnen
-vertellen dan hetgeen ik zelf heb geraden.
-
-De jager weerhield naauwelijks een uitroep van verbazing.
-
---O, ho! mompelde hij, wat beteekent dat, hoofdman? Waarom hebt gij
-mij dan zulke ernstige verwijtingen gedaan?
-
---Omdat ik mijn broeder heb willen doen gevoelen, dat de eene vriend
-niets voor den anderen verborgen mag houden, vooral niet, wanneer
-die vriend sinds jaren lang beproefd en getrouw bevonden is, en als
-men weet dat men op hem zoo goed als op zich zelven zou kunnen rekenen.
-
-De jager begon even te lagchen, maar herstelde zich dadelijk:
-
---Ik dank u voor de les die gij mij geeft, hoofdman, zeide hij, hem
-hartelijk de hand toestekende; ik heb die verdiend, door mijn gebrek
-aan vertrouwen; de dienst die ik van u verwacht is zoo gewigtig, dat
-ik van dag tot dag verschoven heb er u om te verzoeken, en ondanks
-mij zelven bekennen moet, dat ik er waarschijnlijk niet voor het
-laatste oogenblik toe zou besloten hebben.
-
---Ik weet het, antwoordde de Comanch op een toon van goedwilligheid,
-die Loer-Vogel geheel geruststelde.
-
---Intusschen, hervatte de jager, hoezeer gij mij verzekert mijne
-plannen te kennen, zal het toch beter zijn dat ik u met eenige
-bijzonderheden bekend maak, die gij waarschijnlijk niet weet.
-
---Ik herhaal mijn bleeken broeder, dat ik alles weet; de
-Vliegende-Arend is een der eerste Sachems van zijn stam, hij heeft
-een fijn oor en een doordringend oog: het is nu bijna twee manen reeds
-dat hij den grooten jager der blanken ter zijde staat; gedurende dat
-tijdsverloop zijn er vele dingen gebeurd, en vele woorden in zijne
-tegenwoordigheid gesproken; het opperhoofd heeft alles gehoord en
-gezien, en alles staat hem zoo klaar voor den geest, als waren deze
-dingen in een van die colliers--boeken--geschreven, die de blanken
-zoo goed weten te maken, en die ik wel eens in handen van de hoofden
-des gebeds heb gezien.
-
---Hoe scherp ook uw doorzigt wezen mag, hoofdman, hervatte de jager
-met nadruk, kan ik mij toch moeijelijk voorstellen dat gij zoo juist
-van mijne ontwerpen zijt ingelicht als gij misschien denkt.
-
---Niet alzoo. Ik ken niet alleen de ontwerpen mijns broeders, maar
-ik weet welke dienst hij van mij verwacht.
-
---Te weerga! hoofdman, meesmuilde de jager, dan zal het mij aangenaam
-zijn dit uit uw eigen mond te vernemen; niet dat ik een oogenblik
-aan uw doorzigt twijfel, want de Roodhuiden zijn wegens hunne
-scherpzinnigheid beroemd, maar dit komt mij zoo buitengewoon voor,
-dat ik er gaarne de bijzonderheden van zou willen hooren, al was het
-slechts om er mij persoonlijk van te overtuigen en tevens ieder die
-ons hier aanhoort te bewijzen, hoezeer wij, blanken, ons vergissen,
-door ons te verbeelden dat wij u in schranderheid overtreffen,
-terwijl wij integendeel ver bij u ten achter zijn.
-
---Hm! mompelde Domingo, wat gij daar zegt is wel een beetje kras, oude
-jager; het is maar al te bekend dat de Indianen lompe beesten zijn.
-
---Dat ben ik niet met u eens, merkte don Mariano hierop aan; ofschoon
-ik de Roodhuiden slechts weinig ken en voor de laatste maand nooit
-met hen in aanraking ben geweest, heb ik hen sedert mijne komst in
-deze streek zulke verbazende dingen zien volbrengen, dat het mij
-geenszins verwonderen zou of de hoofdman is, zoo als hij verzekert,
-volkomen met uwe plannen bekend.
-
---Dat geloof ik ook, hernam de jager. Maar hoe dit wezen mag, wij
-zullen het weldra zien. Spreek op, hoofdman, laten wij zoo spoedig
-mogelijk hooren wat er is van dat doorzigt waarop gij u zoozeer
-durft beroemen.
-
---De Vliegende-Arend is geen pochhans of klapachtige oude vrouw,
-dat hij zich zou willen beroemen op iets dat hij niet bezit, hij is
-een Sachem die zijne woorden en daden wel overweegt; hij vermeet zich
-niet verstandiger te willen zijn dan zijne broeders de bleekgezigten;
-alleen de ervaring die hij heeft opgedaan is zijne wijsheid en helpt
-hem verklaren wat hij ziet of hoort.
-
---Het is genoeg, hoofdman, ik weet dat gij een dapper en beroemd
-krijgsman zijt; onze ooren staan geheel open, wij zijn gereed u aan
-te hooren met al de aandacht die gij verdient.
-
---Welnu, luister dan: Mijn broeder de groote jager der blanken
-wil zich naar Quiepa-Tani begeven, waar twee jonge blanke vrouwen
-zijn heen gevlugt, een van welke de dochter is van het opperhoofd
-met den grijzen baard; die twee jonge vrouwen werden gesteld onder
-opzigt van een hoofdman der Apachen met name Addick; mijn broeder
-de jager verlangt zoo spoedig mogelijk naar Quiepa-Tani te komen,
-daar hij vreest door het opperhoofd der Apachen verraden te zijn, en
-niet zonder reden vermoedt dat deze zich met een ander man verbonden
-heeft--denzelfden die onlangs door de bleekgezigten gevonnist werd--en
-nu met hem de twee vrouwen wil opligten en uit den weg ruimen. Ik heb
-gezegd. Heb ik de plannen van mijn broeder goed begrepen? of heb ik
-mij hierin bedrogen?
-
-De toehoorders staarden elkander verbaasd aan; de Vliegende-Arend
-genoot eenige oogenblikken zijn triomf, maar begon weldra op nieuw:
-
---Thans zal ik u zeggen welke dienst de jager van zijn broeder den
-Sachem der Comanchen verlangt.
-
---Bij God! hoofdman, riep Loer-Vogel, ik moet bekennen dat alles wat
-gij gezegd hebt waarheid is! Maar hoe zijt gij dat te weten gekomen? Ik
-begrijp het niet, ofschoon er, strikt genomen, over die zaken genoeg
-in uw bijzijn gesproken is om er eindelijk iets van te kunnen raden;
-maar wat de dienst aangaat die ik van u verlang, zoo gij mij dat kunt
-zeggen, dan beschouw ik u waarachtig als den grootsten...
-
---Dat mijn broeder zich niet te ver uitlate, viel het opperhoofd hem
-glimlagchend in de rede, alsof hij mij voor een ingewijde hield in
-de groote geneeskunst--een toovenaar.--
-
---Hm! mompelde de jager ernstig, ik zou niet durven zweeren dat er
-niets van aan was.
-
---Ooah! dat mijn broeder oordeele. Geen der bleekgezigten was het
-tot hiertoe vergund om Quiepa-Tani binnen te treden; intusschen
-verlangt mijn broeder er tot iederen prijs binnen te dringen, ten
-einde zekere narigten te erlangen aangaande de twee jonge blanke
-meisjes. Ongelukkigerwijs echter ziet mijn broeder geen kans om zijn
-plan ten uitvoer te brengen, noch hoe hij het aan zal leggen om de
-jonge maagden te redden, wanneer zij in gevaar verkeerden. Ziedaar
-de reden die hem aan den Vliegenden-Arend deed denken. Hij overwoog
-bij zich zelven dat zijn roode broeder een Sachem was, dat hij zeker
-te Quiepa-Tani vrienden of bloedverwanten moest hebben, en dat de
-poort der Tzinco--stad,--wier toegang hem als blanke ontzegd is, dit
-niet zijn zou voor een Sachem der Comanchen, en dat dus de narigten
-die hij zelf niet zou kunnen inwinnen, gemakkelijk konden verkregen
-worden door tusschenkomst van zijn broeder den Vliegenden-Arend.
-
---Ja; juist zoo heb ik gedacht, hoofdman; waarom zou ik het u nog
-verbergen? Heb ik mij in u bedrogen? Zoudt gij dat niet voor mij
-willen doen?
-
---Ik zal meer doen, en beter dan dat, antwoordde de Indiaan; dat mijn
-broeder slechts luistere. De Wilde-Roos is eene vrouw, niemand zal
-acht op haar geven; zij zal de Tzinco ongemerkt binnenkomen en, veel
-beter dan ik, in staat zijn om de noodige bijzonderheden te vernemen
-die mijn broeder verlangt; wanneer later het oogenblik van handelen
-komt, zal het opperhoofd den jager helpen.
-
---Gij hebt waarachtig gelijk, hoofdman, uw plan is beter dan het mijne;
-het is in allen opzigte verkieslijker dat de Wilde-Roos op verkenning
-uitgaat, eene vrouw kan geen argwaan verwekken en, wat meer zegt, zij
-zal ons de beste berigten brengen. Gaan wij dus dadelijk op marsch,
-zoodra wij het bosch door zijn, komen wij aan de stad.
-
-De Vliegende-Arend schudde het hoofd en hield den jager bij den arm
-terug, daar hij reeds was opgestaan om zich voor den afmarsch gereed
-te maken.
-
---Mijn broeder is te driftig, zeide hij; dat hij mij vergunne, hem
-nog een paar woorden te zeggen.
-
---Laat hooren!
-
---De Wilde-Roos moet vooruit gaan, en mijn broeder zal des te eer
-berigt ontvangen.
-
-Don Mariano stond op, en drukte den Comanch met warmte de hand.
-
---Ik zeg u dank voor het gelukkige plan dat gij voor ons hebt
-uitgedacht, hoofdman, zeide hij, gij bezit fijn overleg en kieschheid,
-uw hart is edel, gij begrijpt wat het zegt vadersmart te gevoelen;
-ik zeg u nogmaals dank. De Indiaan wendde zich af om de ligte sporen
-van aandoening te verbergen, die onwillekeurig op zijn gelaat zigtbaar
-werden, want in zijne schatting was het beneden de waardigheid van
-een opperhoofd om, onder welke omstandigheden ook, zijne kalmte
-te verliezen.
-
---Inderdaad, hervatte Loer-Vogel, wat de Sachem voorstelt, zal ons
-een kostbaren tijd doen uitwinnen; zijn idee is uitmuntend.
-
-De Vliegende-Arend gaf de Wilde-Roos een gebiedenden wenk om te
-naderen.
-
-De jonge vrouw gehoorzaamde.
-
-Nu verklaarde haar de Sachem in zijne eigene taal wat zij te doen had,
-terwijl zij bedeesd voor hem stonden hem met bevallige gedweeheid
-aanhoorde.
-
-Toen hij haar zijne bestellingen tot in de kleinste bijzonderheden
-had medegedeeld en zij in allen deele van hare taak doordrongen was,
-wendde zij zich met zekere natuurlijke gratie naar don Mariano en
-Loer-Vogel, en zeide hun met een zoeten lach en eene welluidende stem:
-
---De Wilde-Roos zal het weten.
-
-Deze weinige woorden vervulden het hart van den treurenden vader met
-vreugde en hoop.
-
---Wees gezegend, jonge vrouw, zeide hij, wees gezegend! om de weldaad
-die gij mij op dit oogenblik bewijst, en om die welke gij voornemens
-zijt mij te bewijzen.
-
-Het afscheid tusschen man en vrouw was zoo als het van Indianen
-te verwachten was, namelijk ernstig en koel; hoe veel liefde de
-Vliegende-Arend zijne wederhelft ook toedroeg, zou hij zich toch in
-het bijzijn van vreemden, en vooral van blanken, geschaamd hebben,
-om er zelfs het minste van te laten blijken.
-
-Na eene buiging voor don Mariano en Loer-Vogel, als laatste teeken van
-afscheid, verwijderde de Wilde-Roos zich snel, met dien elastieken
-en verheven tred, die den Indianen eigen is en hen tot de beste
-wandelaars van de wereld maakt. Wat den Sachem betreft, hoe groot
-zijne stoïcynsche koelheid ook wezen mogt, volgde hij zijne jeugdige
-vrouw met de oogen, tot zij eindelijk tusschen het geboomte verdween.
-
-Daar de avonturiers thans zooveel haast niet meer behoefden te
-maken, lieten zij de grootste hitte van den dag eerst voorbijgaan, en
-begaven zij zich niet op weg voordat de zon reeds ver in het westen was
-gedaald, en als een vuurroode bal gloeide in den opkomenden avondnevel,
-gereed om aan den uitersten gezigteinder weg te zinken. Hun togt
-ging langzaam genoeg, door de tallooze bezwaren die zij te overwinnen
-hadden, om zich in het digte kreupelbosch en de warrige slingergewassen
-een pad te banen, daar zij er zich soms met de bijl in de hand stap
-voor stap doorheen moesten werken.
-
-Eindelijk, na een togt van vier dagen en ongehoorde vermoeijenissen,
-zagen zij het geboomte voor hen uit ijler worden, de grond was nu
-minder met laag hout bezet, en tusschen het hoog geboomte bespeurden
-zij van tijd tot tijd een lagen en geheel open horizont.
-
-Ofschoon de avonturiers zich in een zoogenaamd ongerept natuurbosch
-bevonden, en dus naar alle waarschijnlijkheid op hun togt geen
-sterveling zouden ontmoeten, verzuimden zij toch geen enkele voorzorg
-en trokken zij met de grootste omzigtigheid voort, de Indiaansche
-linie in acht nemende, met de hand aan het slot van hunne buks,
-en met open oog en oor; want zoo digt in de nabijheid der heilige
-Indiaansche steden, waren zij, vooral na de heftige schermutseling
-van eenige dagen vroeger, niet zonder reden beducht dat er spionnen
-in het rond zouden loeren om op hunne bewegingen te letten.
-
-Tegen den avond van den vierden dag, op het oogenblik toen zij zich
-gereed maakten om voor den nacht te kamperen, op een vrij ruim open
-veld aan den oever van eene beek zonder naam, zooals men er ontelbaar
-veel in deze bosschen ontmoet, hield Loer-Vogel, die de voorste was,
-eensklaps stil en ging plat op den bodem liggen, onder allerlei
-teekenen van onrust en verbazing.
-
---Wat is er, vroeg don Mariano oogenblikkelijk.
-
-De jager antwoordde niet, maar wendde zich tot den Indiaan en zeide
-hem met zekere ongerustheid:
-
---Zie gij zelf eens, hoofdman, hier is iets dat mij onbegrijpelijk
-voorkomt.
-
-De Vliegende-Arend bukte op zijne beurt digt bij den grond, en
-beschouwde vrij lang en met aandacht de sporen die den ouden jager
-zooveel belang inboezemden.
-
-Eindelijk stond hij weder op.
-
---Wel? vroeg hem Loer-Vogel.
-
---Hier moet een troep ruiters gepasseerd zijn, nog op dezen dag,
-was zijn antwoord.
-
---Ja, prevelde de jager; maar wat zijn dat voor ruiters? waar komen
-zij van daan? Dat zou ik gaarne weten.
-
-De Indiaan hervatte zijn onderzoek, met nog meer naauwkeurigheid dan
-te voren.
-
---Het zijn bleekgezigten, zeide hij.
-
---Wat! bleekgezigten! riep de jager, terwijl hij zijne stem
-voorzigtigheidshalve merkelijk liet dalen, dat is onmogelijk; bedenk
-waar we zijn; geen blanke, behalve ik, is tot hiertoe in deze streek
-doorgedrongen.
-
---Het zijn bleekgezigten, herhaalde de Vliegende-Arend. Zie slechts:
-hier heeft er een stil gehouden. Hij is van zijn paard afgestegen;
-kijk maar, daar is het spoor van zijne stappen, hier heeft zijn voet
-het gras gekneusd, en hier heeft een der spijkers van zijn schoen
-een zwarte kras op dezen steen achtergelaten.
-
---Het is waar, mompelde Loer-Vogel, de Indianen dragen geen schoenen
-met spijkers, hunne mocksens laten zulke indrukken niet achter. Maar
-wie kunnen deze mannen zijn? Hoe kwamen ze hier? Welke rigting zijn
-zij gevolgd om herwaarts te komen?
-
-Terwijl de jager zich deze reeks van vragen voorstelde en te vergeefs
-naar de oplossing zocht van iets dat hem onverklaarbaar scheen, was
-de Vliegende-Arend eenige stappen verder gegaan, om de voetsporen te
-volgen die hier en daar in het gras zigtbaar waren.
-
---Wel, hoofdman? vroeg de jager toen hij hem zag terugkomen, hebt
-gij iets gevonden dat ons nader op weg kan helpen?
-
---Ooah! riep de Indiaan hoofdschuddend, het spoor is nog versch,
-de ruiters kunnen niet veraf zijn.
-
---Weet gij dit zeker, hoofdman? Bedenk van hoeveel belang het voor
-ons is te weten welke lieden wij in onze nabuurschap hebben.
-
-De Comanch zweeg een poos en verdiepte zich blijkbaar in ernstige
-beschouwingen; toen het hoofd schielijk opheffende, zeide hij:
-
---De Vliegende-Arend zal zijn broeder trachten te voldoen. Laat de
-bleekgezigten hier blijven tot hij terugkomt; de hoofdman zal het
-ontdekte spoor volgen, weldra zal hij den jager weten te zeggen of
-die mannen vrienden of vijanden zijn.
-
---Sakkerloot! ik ga met u, hoofdman, riep Loer-Vogel met drift;
-men moet nooit kunnen zeggen dat wij om ons zelven te dienen, u aan
-ernstig gevaar hebben blootgesteld, zonder u een vriend mede te geven
-die u in geval van nood had kunnen bijstaan.
-
---Neen, zeide de Indiaan, mijn broeder moet hier blijven, één krijgsman
-is genoeg.
-
-De jager wist wel, dat wanneer het opperhoofd eenmaal iets besloten
-had, men hem niet van zijn plan kon afbrengen; hij drong er dus niet
-verder op aan.
-
---Ga dan, zeide hij, en handel naar welgevallen; ik weet dat hetgeen
-gij doet wel gedaan zal zijn.
-
-De Comanch wierp zijn geweer over schouder, ging op knieën en ellebogen
-liggen en kroop als een slang de struiken in, waar hij weldra verdween.
-
---En wij nu, vroeg don Mariano, wat moeten wij doen?
-
---Wachten tot de Sachem terugkomt, zeide Loer-Vogel, en intusschen
-ons avondmaal gereed maken, waarnaar gij, dunkt mij, even als ik,
-wel zeer verlangen zult.
-
-De avonturiers kampeerden zich zoo goed of zoo kwaad zij konden op het
-kleine, maar welgelegen grasperk, en maakten, zoo als de jager gezegd
-had, hun souper klaar, tegen dat de veldontdekker terug zoude zijn,
-die intusschen veel langer wegbleef dan zij verwacht hadden, want de
-nacht was reeds een geruime poos gedaald en nog was hij niet terug.
-
-
-
-
-
-
-
-XXX.
-
-HET TWEEDE DETACHEMENT.
-
-
-Gelijk wij in ons vorige hoofdstuk gezien hebben, was de
-Vliegende-Arend er op uitgegaan, om het spoor der ruiters te volgen
-dat Loer-Vogel het eerst ontdekt had.
-
-De Indiaan was inderdaad een der geslepenste spoorzoekers van zijn
-stam; want ofschoon de nacht hem snel overviel en weldra belette om
-de indruksels te herkennen, die hem in zijn onderzoek moesten leiden,
-vervolgde hij desniettemin zijn pad even zeker en gerust als bevond hij
-zich op een der groote wegen, die gedurende de Spaansche heerschappij
-werden aangelegd, en welker overblijfsels nog hier en daar in de
-nabijheid der groote Spaansch-Amerikaansche steden te zien zijn.
-
-Ongeveer tien minuten nadat hij zijne kameraden verlaten had, was
-het opperhoofd weder opgestaan, zonder, zoo het scheen, verder acht
-te geven op de sporen in het gras, en had hij zijn weg vervolgd,
-zich vergenoegende met nu en dan een blik te werpen op de heesters
-en struiken in het rond.
-
-Zoo stapte de Vliegende-Arend ruim een uur lang voort, zonder te
-aarzelen of te verpoozen, tot hij eindelijk aan een plek kwam, waar
-het geboomte dunner werd en een ruimen doortogt vormde; blijkbaar
-kruisten zich hier een aantal sporen van wilde beesten.
-
-Het opperhoofd bleef een oogenblik staan. Hij wierp een scherp
-toezienden blik in het rond, greep naar zijn buks, die tot dusver
-achteloos op zijn rug had gehangen, keek naar het percussieslot en zich
-nu een weinig voorover buigende, zoodat zijn schouder met de koppen
-van het hooge gras gelijk kwam, stapte hij langzaam en voorzigtig
-naar een digt kreupelboschje, welks takken hij zacht uiteenboog en
-waarin hij weldra verdween.
-
-Zoodra hij zich in dit warbosch van takken en struiken geheel verborgen
-zag, ging de Canadees op de eene knie liggen, opende langzamerhand
-het digte bladgordijn dat hem het uitzigt belette, en keek rond. Op
-eens, als werd hij door een electrieken schok opgeschrikt, rees hij
-overeind, bragt zijn geweer in rust, dat hij weder achter zich hing,
-en verliet ijlings met een glimlach om de lippen het kreupelhout.
-
-Wat had hij ontdekt?
-
-In het midden van een ruim grasveld, door drie of vier houtvuren
-verlicht, was een twintigtal mannen gekampeerd, die schilderachtig
-rondom hunne vuren zaten en met ijver bezig waren om hun avondmaal
-te bereiden, terwijl hunne paarden half onttuigd en gekluisterd,
-hunnen voorraad erwten verorberden of hier en daar aan de jonge
-struiken knabbelden.
-
-De Vliegende-Arend had de ruiters bij den eersten oogopslag
-herkend. Het waren don Leo de Torrès, Vrij-Kogel en de Gambucinos,
-sedert veertien dagen op weg om don Estevan te zoeken. De Indiaan
-naderde het vuur, waar don Leo en de jager zich bevonden, en bleef
-voor hen staan.
-
---Dat de Wacondah mijne broeders bescherme, zeide hij met een statigen
-groet; een vriend komt hen bezoeken.
-
---Hij zij ons welkom, antwoordde don Miguel beleefd, hem de hand
-toestekende.
-
---Ja gewis, voegde Vrij-Kogel er bij, duizendmaal welkom! Zijne
-tegenwoordigheid te dezer plaatse is ons eene aangename verrassing.
-
-De Sachem boog en nam plaats tusschen de beide blanken.
-
---Hoe komt het, dat wij u hier zoo ontmoeten? vroeg de jager.
-
---Ik maakte mij juist gereed om mijn broeder dezelfde vraag te doen,
-antwoordde de Indiaan.
-
---Hoe dat? vroeg don Leo.
-
---Mijn broeder schijnt dan niet te weten, waar hij zich op dit
-oogenblik bevindt? hernam de Vliegende-Arend.
-
---In geenen deele; sedert wij van elkander gingen, zijn wij steeds het
-spoor van onzen vijand gevolgd, zonder hem ooit te kunnen achterhalen;
-dat spoor heeft ons door streken gevoerd die zelfs aan Vrij-Kogel
-onbekend waren.
-
---Dat moet ik bekennen, riep de jager met drift; het is nu de tweede
-maal dat mij zoo iets gebeurt, en dat wel nagenoeg onder dezelfde
-omstandigheden; de eerste keer, als ik mij wel herinner, was in het
-jaar 1843, ik was toen te . . . .
-
---Maar, viel de Vliegende-Arend hem stout in de rede, al is mijn
-broeder de jager met dit oord niet bekend, dan zal toch mijn broeder
-de krijgsman het wel kennen.
-
---Ik? riep don Leo, in het minst niet, hoofdman; ik kan u verzekeren
-dat ik thans voor het eerst in deze streek kom.
-
---Mijn broeder vergist zich, zei de Indiaan; hij is er reeds geweest;
-maar, zoo als het met alle blanke mannen gaat, het geheugen van mijn
-broeder is kort, hij is het vergeten.
-
---Neen, neen, hoofdman; ik ben te zeer met de wildernis vertrouwd,
-om niet op het eerste gezigt eene plaats te herkennen, waar ik reeds
-eenmaal geweest ben.
-
-De Indiaan begon te lagchen bij deze voorbarige bewering van don Leo.
-
---Dat is intusschen thans met mijn broeder het geval, zeide hij,
-ofschoon er op zijn langst drie manen verloopen zijn, sedert hij met
-den blanken jager, onzen vriend Loer-Vogel, deze streek bezocht.
-
-De avonturier rigtte zich zelf half overeind, blijkbaar was hij op
-het levendigst getroffen.
-
---Wat wilt gij mij zeggen, in 's hemels naam! Roodhuid? riep hij
-heftig ontroerd.
-
---Ik wil u zeggen, dat Quiepa-Tani daar ginder ligt, hernam de Indiaan,
-zijn arm in zuidwestelijke rigting uitstrekkende; wij zijn er niet
-verder af dan een halven dag-marsch.
-
---Is het mogelijk? riep don Leo.
-
---Een Sachem liegt nooit.
-
---O! riep de jongman met kracht terwijl hij schielijk opstond, bij
-den hemel! ik dank u, hoofdman, voor dat goede nieuws.
-
---Wat gaat gij doen? vroeg hem Vrij-Kogel.
-
---Wat ik doen ga? kunt gij dat nog vragen? Zijn dan zij, die wij
-moeten redden, niet op weinig uren afstands van ons?
-
---Ik vraag het u alleen uit vrees, dat gij door uwe onstuimige drift
-het welgelukken onzer onderneming in de waagschaal zoudt stellen.
-
---Wat gij zegt is hard, oude jager, zei don Leo; maar ik vergeef het u,
-omdat gij niet begrijpt wat ik op dit oogenblik gevoel.
-
---Misschien wel, misschien niet, caballero; maar geloof mij, in eene
-zaak als de onze, kan ons niets anders baten dan list.
-
---Naar den duivel met list en al wie ze mij aanraadt! riep de jongman
-met drift. Ik moet de arme meisjes redden, die ik door mijn dwaze
-vertrouwen in dezen vosseval heb gebragt.
-
---En die gij nu door eene tweede dwaasheid voor altijd in het
-verderf wilt storten; geloof toch aan de ondervinding van iemand,
-die tienmaal zoo veel jaren in de woestijn heeft geleefd als gij
-maanden. Zijt gij dan vergeten dat, sedert wij don Estevan op het
-spoor zijn, een sterke bende Indianen zich bij hem gevoegd heeft? Ziet
-gij kans om op twee mijlen afstands van eene sterk bevolkte heilige
-stad, met uwe vijftien Gambucinos tegen eenige duizende dappere en
-geoefende Roodhuiden te vechten? Het zou een aardige grap zijn om
-zich in koelen bloede en zonder nut te laten vermoorden. Dat don
-Estevan zich naar deze streek heeft gerigt, blijkt duidelijk genoeg
-en bewijst thans dat hij, even goed als gij, weet dat de jonge dames
-zich in Quiepa-Tani bevinden. Laten wij toch niet onbesuisd te werk
-gaan, maar de bewegingen van onzen vijand zorgvuldig waarnemen,
-zonder onze tegenwoordigheid te verraden en hem te laten vermoeden,
-dat wij zoo digt in zijne nabijheid zijn. Van deze taktiek alleen
-hangt ons welslagen af, daar verbeur ik mijn hoofd onder.
-
-De jongman had deze woorden met de meeste aandacht aangehoord. Toen
-Vrij-Kogel zweeg, drukte hij hem getroffen de hand en nam zijne vorige
-plaats nevens hem weder in.
-
---Ik zeg u dank, mijn oude vriend, zeide hij, ik dank u opregt voor de
-ruwe les die gij mij gaaft. Gij hebt mij weer tot bezinning gebragt,
-ik was dwaas. Maar, vervolgde hij bijna oogenblikkelijk, wat zullen
-wij dan doen? Hoe moeten wij die ongelukkige kinderen redden?
-
-De Vliegende-Arend, die gedurende het voorgaande gesprek bedaard en
-zwijgend zijne calumet had zitten rooken, gevoelde, nu hij don Leo
-zoo hoorde spreken, dat het tijd werd om tusschenbeide te komen.
-
---Dat de blanke krijgsman moed houde, zeide hij; de
-Wilde-Roos-der-wouden is te Quiepa-Tani; morgen tegen de
-endit-ha--zonsopgang--zullen wij van de blanke maagden tijding
-ontvangen.
-
---O! o! riep de jongman verheugd. Zoodra als uwe vrouw uit dat
-duivelsnest terugkomt, hoofdman, beloof ik haar het schoonste paar
-armbanden, en de schoonste oorhangers, die ooit door eene Indiaansche
-cithuatl gedragen werden.
-
---De Wilde-Roos wacht geene belooning voor de dienst die zij aan
-goede vrienden bewijst.
-
---Dat weet ik, hoofdman, maar gij zult mij toch het genoegen niet
-weigeren om haar dit kleine bewijs mijner erkentenis te schenken?
-
---Mijn broeder is vrij.
-
---Maar zeg mij! opperde Vrij-Kogel op eens, welk toeval bragt u dezen
-avond toch in ons kampement?
-
---Begrijpt gij dat niet?
-
---Te duivel! neen, dat beken ik; wij dachten allerminst dat gij zoo
-digt in onze nabijheid waart.
-
---Dat is waar, zeide don Miguel; maar nu wij weten waar wij zijn,
-is de zaak zoo duister toch niet.
-
---Goed; maar dat verklaart ons nog niet hoe de Sachem ons hier zoo
-knap heeft kunnen vinden.
-
---Wij hadden uw spoor ontdekt, antwoordde de Vliegende-Arend, op den
-weg dien wij volgen.
-
---Dat kan zijn; en toen hebt gij ons willen verkennen?
-
-Het opperhoofd knikte toestemmend.
-
---Zijn onze vrienden ver van hier gelegerd? vroeg de jager.
-
---Neen, antwoordde de Indiaan; ik denk nu dadelijk naar hen terug te
-keeren, om hun te vertellen welke lieden ik hier gevonden heb. Ik ben
-reeds vrij lang uitgeweest; de bleekgezigten zullen zich wel ongerust
-maken. Ik ga vertrekken.
-
---Een oogenblik nog, riep Vrij-Kogel. Daar het toeval ons zoo wel
-bij elkander bragt, moesten wij dunkt mij niet weder scheiden; wij
-zullen elkander welligt spoedig noodig hebben.
-
---Inderdaad, hoofdman, zei don Miguel, hoe denkt gij er over? zou het
-beter zijn dat wij ons in het kamp bij u voegden, of komt gij liever
-bij ons?
-
---Wij zullen hier komen.
-
---Haast u dan, want ik brand van verlangen om te weten, wat er gebeurd
-is sedert onze scheiding aan het veer del Rubio.
-
---De Vliegende-Arend is een goed payatzin--looper,--antwoordde het
-opperhoofd, maar hij heeft slechts de beenen van een mensch.
-
---Dat is waar; waarom kwaamt gij niet liever te paard?
-
---Wij hebben onze paarden in het kamp aan de groote rivier gelaten;
-een spoor laat zich beter volgen te voet.
-
---Dat is ligt te verhelpen. Met u hoevelen zijt gij?
-
---Met ons vieren.
-
---Hoe! vier? Er zijn er toch meer geweest, dunkt mij.
-
---Ja, maar de bleeke jager zal u wel vertellen, waarom twee onzer
-kameraden ons verlaten hebben.
-
---Goed, dan ga ik met u mede.
-
-Don Leo gaf onmiddelijk bevel om vier paarden gereed te maken, droeg
-aan Vrij-Kogel de taak op om gedurende zijne afwezigheid voor het kamp
-te waken, zette zich toen in den zadel, welk voorbeeld terstond door
-den Sachem gevolgd werd, en beiden reden weg, de twee andere paarden
-bij den teugel aan, de hand met zich voerende.
-
-De beide ruiters hadden naauwelijks twintig minuten noodig om den weg
-af te leggen, waarmede de Vliegende-Arend een vol uur had doorgebragt,
-uit hoofde der voorzorgen die hij had moeten nemen, om het onzekere
-spoor niet uit het oog te verliezen, dat hem even goed naar een troep
-vijanden als naar een troep vrienden had kunnen voeren.
-
-Zij vonden don Mariano en Loer-Vogel met gevelde buksen, en in
-volle waakzaamheid op den uitkijk. Door het lang wegblijven van
-den Vliegenden-Arend, waren zij een poos geleden in slaap geraakt;
-maar het getrappel der paarden had hen weder doen ontwaken, en niet
-wetende wat het wezen kon, hielden zij zich gereed op zelfverdediging.
-
-Bij hun ontwaken wachtte hen echter eene onaangename verrassing;
-in plaats van drie waren zij slechts met hun tweeën.
-
-Domingo was verdwenen.
-
-Zoodra zij nu don Miguel en den Indiaan hadden herkend, riep Loer-Vogel
-met drift:
-
---Stijgt af, stijgt af! caballeros, wij moeten allen op de jagt!
-
---Hoedat! op de jagt, en op dit uur? vroeg don Miguel; zijt gij gek,
-oude jager?
-
---Ik ben alles behalve gek, antwoordde de Canadees schielijk; maar
-ik zeg u nogmaals, stijg af en op de jagt! wij zijn verraden.
-
---Hoedat verraden! riep don Miguel, verwonderd opkijkende, en door wie,
-in 's hemels naam?
-
---Door Domingo! de schelm is gevlugt terwijl wij even sliepen. Ja,
-ik heb dat koperen gezigt niet zonder reden zoo vaak gewantrouwd.
-
---Domingo gevlugt? hij een verrader? Gij bedriegt u.
-
---Ik bedrieg mij niet. Wij moeten hem nazetten, zeg ik u; in naam
-van haar die gij gezworen hebt te redden, bezweer ik het u.
-
-Meer was er niet noodig om den jongman uitzinnig te maken, hij sprong
-oogenblikkelijk van zijn paard, en greep zijn geweer.
-
---Wat moet er gedaan worden? vroeg hij.
-
---Laten wij het terrein tusschen ons vieren verdeelen, antwoordde
-de jager schielijk; gaan wij ieder een anderen kant uit, en moge
-God onze nasporingen bekroonen, wij hebben reeds te veel kostbaren
-tijd verloren.
-
-Zonder verder een woord te wisselen, trokken de vier mannen langs
-vier verschillende wegen het bosch in.
-
-Maar de duisternis was te sterk; onder het geboomte dat op den
-vollen dag naauwelijks de zonnestralen doorliet, kon men in zulk een
-donkeren nacht, daar de maan nog niet op was, geen twee passen ver om
-zich heen zien; zoo dus de Gambucino, in plaats van te vlugten, zich
-misschien zekerheidshalve hier of daar in den omtrek verscholen had,
-zouden de jagers hem waarschijnlijk onopgemerkt voorbijgaan. Hunne
-nasporingen werden lang genoeg voortgezet, daar de jagers begrepen
-van hoeveel belang het voor hen was om den vlugteling terug te
-vinden. In weerwil echter van hunne behendigheid, bleven al hunne
-pogingen vergeefs en zagen zij niets. Loer-Vogel, don Mariano en don
-Miguel waren reeds sinds eenige minuten terug en zaten weder bij hun
-haardvuur, tamelijk ontmoedigd elkander den ongunstigen uitslag van
-hun onderzoek mede te deelen, toen er op eens een schitterend licht in
-het bosch gezien en een geweerschot gehoord werd, bijna onmiddelijk,
-door een tweede gevolgd.
-
---Daar moeten wij op af, Loer-Vogel! De Vliegende-Arend heeft zeker
-den schelm in den val gekregen; nooit heeft een speurhond beter zijn
-wild nagezeten dan hij.
-
-De drie mannen vlogen op en liepen andermaal het bosch in, in de
-rigting waar zij de schoten hadden hooren vallen. Terwijl zij er
-digter bij kwamen, voorzagen zij een hardnekkigen kamp; de bekende
-oorlogskreet der Comanchen, door den Vliegenden-Arend met donderende
-stem aangeheven, liet deswegens geen twijfel meer over. Eindelijk
-bereikten zij het tooneel van den strijd.
-
-De Vliegende-Arend, met den voet op de borst van een man, die voor
-hem op den grond als een slang lag te kronkelen, om zich aan den
-benaauwenden druk te ontwringen, stond met den rug tegen een eikenstam
-geleund en verdedigde zich met zijn strijdbijl, als een woedende leeuw,
-tegen vijf of zes Indianen die hem tegelijk aanvielen.
-
-De drie blanken grepen terstond hunne geweren bij de trompen en sloegen
-er met de kolven als beukhamers op in, onder gevaarlijk geschreeuw
-zich mengende in den hagchelijken kamp.
-
-Het onmiddelijk gevolg dezer afleiding was beslissend. De roodhuiden
-zetten het terstond op een loopen en verstrooiden zich in alle
-rigtingen als een drom zwarte spoken.
-
---Zet hen na! zet hen na! brulde don Miguel voortijlende.
-
---Houd op! schreeuwde Loer-Vogel, hem bij den arm terughoudende; wie
-zou een wolk naloopen die de wind wegdrijft? Laat die ellendelingen
-vrij ontsnappen, wij zullen ze later wel vinden, daar sta ik u
-borg voor.
-
-De jongman begreep nu dat op dit oogenblik eene vervolging in de
-duisternis, aan de Roodhuiden, die waarschijnlijk sterker in getal,
-en daarbij beter dan hij met de plaatselijke gesteldheid bekend waren,
-een ongelijk voordeel zou geven; hij bleef dus staan, met een zucht
-van teleurstelling.
-
-De Sachem werd thans met zijne schoone verdediging geluk gewenscht. Hij
-ontving dit kompliment met zijne gewone nederigheid en kalmte.
-
---Ooah! antwoordde hij, die Apachen zijn lafhartige oude vrouwen; één
-krijgsman der Comanchen is genoeg om er zesmaal tien van te dooden,
-en nog twintig bovendien.
-
-Intusschen was het geluk den dapperen Indiaan zoo wonderbaar gunstig
-geweest, dat hij er slechts met een paar onbeduidende schrammen was
-afgekomen, die hij ondanks al den aandrang zijner vrienden, niet
-anders wilde verplegen dan ze met een weinig koud water af te wasschen.
-
---Maar, riep Loer-Vogel op eens, terwijl hij bukte en naar den grond
-wees, wat hebben we daar? Ha ha! onze vlugteling, als ik het wel heb.
-
-Werkelijk was het Domingo. De arme duivel lag met een gebroken dij; en
-daar hij wel begreep welk lot hij na het gepleegde verraad te wachten
-had--huilde hij van pijn, zonder verder een woord te willen antwoorden.
-
---Het zou een weldaad voor hem zijn, zei don Mariano, als wij dien
-ellendeling een kogel door den kop jaagden, om hem op eens uit zijn
-lijden te helpen.
-
---Niet al te voortvarend, opperde de onverbiddelijke jager, alles op
-zijn tijd; laat de Vliegende-Arend ons eerst uitleggen hoe hij aan
-hem gekomen is.
-
---Ja, dat is van het hoogste belang, stemde don Miguel hem toe.
-
---De Wacondah zelf heeft dien man in mijne handen geleverd, antwoordde
-het opperhoofd met nadruk. Ik had het bosch zoo zorgvuldig doorzocht
-als de duisternis mij toeliet; vermoeid door bijna twee uren van
-vergeefsche nasporingen, wilde ik reeds naar u terugkeeren, toen
-ik juist op een oogenblik dat ik er het minste op verdacht was,
-door meer dan tien Apachen werd aangevallen. Deze man hier was aan
-het hoofd der bende; hij schoot zijn eruhpa--geweer--op mij af, doch
-hij raakte mij gelukkig niet; ik beantwoordde hem op dezelfde wijze,
-en het gelukte mij beter, want hij viel; ik zette hem onmiddelijk
-den voet op de borst, uit vrees dat hij mij nog ontsnappen zou, en
-verdedigde mij zoo goed ik kon tegen mijne vijanden, om u gelegenheid
-te geven mij te hulp te komen. Zoo is het gebeurd. Ik heb gezegd.
-
---Bij den hemel! dat moet gezegd worden, riep de jager vol geestdrift
-uit, gij zijt een dapper krijgsman! wat gij gedaan hebt is schoon! Die
-ellendeling heeft zich zeker, nadat hij ons verlaten had, met een
-troep van die wilde roofvogels vereenigd en kwam zonder twijfel terug
-met oogmerk om ons te overvallen terwijl wij sliepen.
-
---Het zij zoo 't wil, zeide don Mariano, hij is nu weder terug
-gevonden, en alles is goed afgeloopen.
-
-De gewonde deed eene hopelooze poging om zich op te rigten, en, zooveel
-mogelijk op zijne regterhand geleund, riep hij met een akeligen grijns:
-
---Ja, ja, ik weet dat ik sterven zal; maar ik zal niet ongewroken
-blijven.
-
---Wat zegt gij daar, ellendige? riep don Mariano.
-
---Ik zeg dat uw broeder alles weet, oude heer, en dat hij uwe plannen
-zal weten te verijdelen.
-
---Monster! wat heb ik u gedaan, dat gij mij aldus behandelt.
-
---Gij hebt mij niets gedaan, antwoordde Domingo met een duivelschen
-lach; maar die kerel daar! volgde hij, naar don Miguel wijzende,
-hem haat ik sedert lang.
-
---Welaan, sterf dan, booswicht! riep de jongman woedend, terwijl hij
-hem de kille tromp van zijn buks op het voorhoofd zette.
-
-De Vliegende-Arend keerde het wapen af.
-
---Die man behoort mij, broeder, zeide hij.
-
-Don Miguel trok langzaam zijne buks terug en zich thans tot den Sachem
-wendende, zeide hij:
-
---Dat stem ik u toe, maar op voorwaarde dat hij sterven zal.
-
-Een sombere, onheilspellende glimlach deed de dunne lippen van den
-Indiaan een oogenblik trillen.
-
---Ja, was zijn antwoord, maar hij sterve den dood van een Apache.
-
-Daarop, zonder verder een woord te spreken, ontspande hij den boog
-die naast zijn pantervellen pijlkoker over zijn schouder hing, sloeg
-het koord om den schedel van den Gambucino, stak er een pijl door
-en draaide het stevig digt: hem toen de knie tusschen de schouders
-zettende, greep hij zijn hoofdhaar met de regterhand, trok het hem
-met huid en al af, en skalpeerde hem dus op de meest folterende
-wijze die men zich verbeelden kan, daar hij, in plaats van eerst
-met zijn mes eene insnijding te maken, de huid letterlijk met het
-koord afschilde. De bandiet, met zijn bloedigen schedel, en misvormde
-gelaatstrekken, vouwde de handen stuipachtig zamen en brulde met eene
-onbeschrijfelijke stem:
-
---Dood mij! O, uit medelijden, dood mij!
-
-De Comanch boog zich met een woest gezicht over den bandiet.
-
---Men doodt geen schurken, mompelde hij; en hem bij de keel grijpende,
-stak hij hem zijn jagtmes tusschen de tanden, brak hem den mond open
-en rukte er de tong uit, die hij met afschuw weg wierp..
-
---Sterf als een hond, zeide hij ten slotte; uw leugensprekende tong
-zal niemand meer verraden.
-
-Domingo stiet zulk een vreeselijken folterkreet uit, dat al de
-omstanders er van sidderden, en tuimelde toen bewusteloos op den grond
-[16].
-
-De Vliegende-Arend schopte den zieltogenden bandiet verachtelijk met
-den voet en wendde zich naar zijne kameraden:
-
---Laten wij vertrekken, zeide hij.
-
-De anderen volgden hem stilzwijgend, geheel ter neergeslagen en
-overstelpt van afgrijzen, door het barbaarsch tooneel, waarvan zij
-getuigen waren geweest en waarbij zij den Indiaan in al zijne woestheid
-gezien hadden.
-
-Een uur later kwamen zij bij Vrij-Kogel in het kamp terug.
-
-Met het opgaan der zon trad de Vliegende-Arend naar Loer-Vogel en
-drukte hem zacht met de hand op den schouder.
-
---Wat wilt gij? vroeg de jager ontwakende.
-
---De Sachem gaat de Wilde-Roos te gemoet, antwoordde de Indiaan kortaf.
-
-En hij ging terstond heen.
-
---Er is toch iets zonderlings in die ruwe natuurmenschen, mompelde
-de jager, terwijl hij hem naoogde.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXI.
-
-DE TLACATEOTZIN [17].
-
-
-Twee uren na zonsopgang, kwam de Vliegende-Arend in het kamp terug,
-vergezeld van de Wilde-Roos.
-
-Er werd onmiddelijk raad belegd, om het nieuws te vernemen.
-
-De jonge Indiaansche had niet veel te vertellen. Alles kwam op het
-volgende neder:
-
-De twee Mexicaansche dames bevonden zich nog in de stad. Addick was
-afwezig, maar werd met ieder oogenblik terug verwacht.
-
-Dit nieuws, hoe kort het ook wezen mogt, was echter gunstig; want
-ofschoon de bijzonderheden ontbraken, wisten de jagers nu toch
-dat hunne vijanden nog geen tijd hadden gehad om tot een besluit
-te komen. Het kwam er dus op aan om hen voor te zijn, en de jonge
-meisjes op te ligten, eer de Indianen in staat waren, er zich tegen
-te verzetten.
-
-Maar, om de jonge meisjes op te ligten en weg te voeren, zou men de
-stad moeten binnendringen, daar lag het grootste bezwaar!
-
-Een bezwaar, dat voorshands onoverkomelijk scheen.
-
-In deze moeijelijke omstandigheid wendde zich aller oog naar den
-Vliegenden-Arend. Het opperhoofd glimlachte.
-
-Aan de angstige uitdrukking die op aller gelaat te lezen was, kon de
-Indiaan ligtelijk gissen wat men van hem verwachtte.
-
-Het uur is gekomen, zeide hij; mijn blanke broeders eischen van mij
-de grootste opoffering die men van een Sachem zou kunnen vorderen,
-namelijk dat hij hun de poorten zal openen van een der laatste
-bolwerken der Indiaansche Zonnedienst, het voornaamste heiligdom
-waar de wet van Ilhuicamitl [18] den grootsten, den magtigsten, en
-den ongelukkigsten van al de vorsten, die immer het land van Hanahuca
-[19] beheerschten, nog ongeschonden bewaard wordt. Evenwel, om mijne
-bleeke broeders te bewijzen, hoe eerlijk en trouw het roode bloed
-in mijne aderen vloeit, en hoe zuiver en onbewolkt mijn hart is,
-zal ik voor hen doen wat ik hun beloofd heb.
-
-Op deze verzekering van den Vliegenden-Arend, wiens plegtig gegeven
-woord niet kon worden in twijfel getrokken, helderde aller aangezigt
-op.
-
-Het opperhoofd vervolgde:
-
---De Vliegende-Arend heeft geen dubbele tong: wat hij zegt doet hij;
-hij zal den grooten jager der blanken in Quiepa-Tani binnenleiden,
-onder eene voorwaarde echter, namelijk: mijne broeders moeten vergeten
-dat zij krijgslieden en dapperen zijn; de list alleen kan hen doen
-triomferen. Heeft de groote jager der bleekgezigten de woorden van het
-opperhoofd begrepen? Is hij bereid zich op diens beleid en ondervinding
-te verlaten?
-
---Ik zal alleen handelen op uwe aanwijzing, hoofdman, antwoordde
-Loer-Vogel, die wel begreep dat de Comanch hem bedoeld had; ik beloof
-u dat ik mij geheel door u zal laten leiden.
-
---Ooah! hervatte de Indiaan glimlagchend, dan is alles in orde;
-over twee uren is mijn broeder in Quiepa-Tani.
-
---God geve dat het zoo zijn mag, en dat mijn kind gered worde! mompelde
-don Mariano.
-
---Ik ben sinds lang gewoon om de Indianen met list te bestrijden,
-antwoordde de jager; tot hiertoe heb ik mij, Gode zij dank, altoos
-wel genoeg in mijne ontmoetingen met hen weten te redden; ook ditmaal
-hoop ik goed te zullen slagen.
-
---Wij zullen ons gereed houden, om u te hulp te komen zoo het noodig
-mogt zijn, zeide don Miguel.
-
---Draag vooral zorg dat uw spoor verborgen blijve; gij weet dat de
-verrader Domingo uwe vijanden reeds heeft wakker gemaakt.
-
---Laat dat gerust aan mij over, Loer-Vogel, zeide Vrij-Kogel; ik
-weet wat het zegt met de Indianen schuilevinkje te spelen; het is
-niet voor de eerste maal dat mij zoo iets overkomt, en ik herinner
-mij wel dat ik in het jaar 1845, toen ik nog....
-
---Dat weet ik, dat weet ik, viel de Canadees hem in de rede, gij zijt
-de man niet om u te laten overrompelen, vriend, en dat is voor mij
-genoeg; alleenlijk wees op uwe hoede en zorg dat gij op het eerste
-signaal gereed zijt.
-
---En welk signaal zal dat zijn? vroeg de jager; want wij moeten goed
-afspreken, om ieder noodlottig misverstand voor te komen, dat in de
-tegenwoordige omstandigheden ernstige en treurige gevolgen zou kunnen
-na zich slepen.
-
---Gij hebt gelijk; zoodra gij dus het geschreeuw van den watersperwer
-driemaal, met gelijkmatige tusschenpoozen zult hooren herhalen,
-moet gij terstond krachtdadig te hulp schieten.
-
---Begrepen, antwoordde Vrij-Kogel, gij kunt op ons rekenen.
-
---Ik ben gereed, zei Loer-Vogel tegen het opperhoofd; wat heb ik nu
-te doen?
-
---Vooreerst moet gij u kleeden, antwoordde de Vliegende-Arend.
-
---Hoe dat! mij kleeden? riep de jager met een blik van verwondering
-op zijn eigen persoon.
-
---Ooah! denkt mijn broeder dan dat hij Quiepa-Tani kan binnentreden
-in het gewaad van een blanke?
-
---Gij hebt gelijk; vermomd als een Indiaan is volstrekt noodig;
-wacht maar even.
-
-De gedaanteverwisseling kostte niet veel tijd.
-
-De Wilde-Roos had zich intusschen uit zedigheid in een
-floripondio-boschje teruggetrokken, om den jager niet te storen in
-het maken van zijn nieuw toilet.
-
-Binnen weinige minuten had Loer-Vogel met een scheermes zich knevels
-en baard afgeschoren. Inmiddels was de Indiaan zekere kruiden gaan
-verzamelen, die overvloedig in het bosch groeiden. Na er het sap
-uitgeperst te hebben, hielp de Vliegende-Arend den Canadees, die
-zich geheel had ontkleed, zijn ligchaam en vooral zijn aangezigt te
-verwen; vervolgens schilderde hij hem zoo goed mogelijk een ayotl
-of gewijden schildpad op de borst, verzeld van eenige symbolische
-figuren, die niets oorlogszuchtigs hadden, en welke hij tevens op
-zijn aangezigt herhaalde. Toen kleurde hij de haren van den jager,
-die nog bijna geheel zwart waren, met een wit poeder, om hem een hoog
-bejaard voorkomen te geven, daar men weet dat de Roodhuiden niet vroeg
-grijs worden; hij bond die in een bos achter op het hoofd zamen, op
-de manier der Yumas, de meest rondzwervende Roodhuiden die men kent,
-en om hem des te meer het uitzigt van een vreedzaam man te geven,
-stak hij er aan den linker kant een papagallo-veêr in, in plaats van
-midden op de kuif, zoo als de krijgslieden gewoonlijk doen.
-
-Deze toebereidselen eindelijk afgeloopen zijnde, vroeg de
-Vliegende-Arend aan de Europeanen, die met gespannen nieuwsgierigheid
-de verschillende trappen der gedaanteverwisseling hadden nagegaan,
-hoe zij vonden dat hun kameraad er thans uitzag.
-
---Op mijn woord, riep Vrij-Kogel naïef, als ik deze herschepping
-niet met eigen oogen had bijgewoond, zou ik hem niet meer herkennen;
-en om u de waarheid te zeggen, herinner ik mij een dergelijk zeer
-zonderling geval, dat mij gebeurde in het jaar 1836. Verbeeld u....
-
---En wat zegt gij er van? hervatte de Indiaan, terwijl hij den Canadees
-onbarmhartig het woord ontnam en zich tot don Miguel wendde.
-
-Deze kon zijn lach naauwelijks bedwingen toen hij den jager aankeek.
-
---Mijn hemel! riep hij, ik vind hem afschuwelijk; hij gelijkt zoo
-volmaakt op een leelijken Roodhuid, dat hij gerust den togt wagen kan.
-
---Ooah! de Indianen zijn zoo geslepen, mompelde het opperhoofd;
-maar evenwel, op deze wijze vermomd, geloof ik dat mijn broeder,
-als hij zich in den geest van den persoon dien hij voorstelt maar
-goed weet te verplaatsen, van dien kant niets te vreezen heeft.
-
---Ik verlang niets beter; alleen moet ik u aanmerken, hoofdman,
-dat ik nog niet weet welke persoon gij wilt dat ik zal voorstellen.
-
---Mijn broeder zal een tlacateotzin zijn, een groote Yumeesche doctor.
-
---Weergaasch! dat is een kapitaal idee: in die rol kan ik overal
-toegang krijgen.
-
-De Comanch begon te lagchen en boog toestemmend.
-
---Ik zou al zeer onhandig moeten zijn, als ik niet slaag, vervolgde
-de jager; maar terwijl ik een dokter ben, moet ik niet vergeten
-geneesmiddelen mede te nemen.
-
-Loer-Vogel grabbelde thans in zijn weitasch, en haalde er alles
-uit wat hem zou kunnen verraden, er niets anders in latende dan zijn
-reisfoudraal en een kleine doos met medicijnen, die hij steeds bij zich
-droeg, en van welke onschatbare bagaadje hij bij menige gelegenheid
-goede dienst had gehad. Daarop maakte hij zijn knapzak weder digt,
-slingerde hem over zijn rug en wendde zich tot het opperhoofd.
-
---Ik ben gereed, zeide hij.
-
---Goed; de Wilde-Roos en ik zullen vooruitgaan, om u den toegang
-gemakkelijk te maken.
-
-De Tlacateotzin boog toestemmend.
-
-De Indiaan riep zijne vrouw; beiden namen afscheid van de avonturiers
-en verwijderden zich.
-
-Zoodra het opperhoofd verdwenen was zeide ook Loer-Vogel zijne vrienden
-vaarwel. Het was welligt voor het laatst dat hij hen zag. Wie toch kon
-het lot vooruitzien dat hem verbeidde, te midden der woeste Indianen,
-aan wier handen hij zich zonder verdediging ging toevertrouwen?
-
---Ik zal met u gaan tot aan den rand van het bosch, zeide don Miguel,
-om te zien welke maatregelen ik zal moeten nemen om u op het eerste
-sein te hulp te snellen.
-
---Kom, antwoordde de jager kortaf.
-
-Zij gingen heen, gevolgd door de goede wenschen van al hunne kameraden,
-die Loer-Vogel niet zonder leedwezen en met een onuitsprekelijk gevoel
-van angst en bezorgdheid zagen vertrekken.
-
-De beide mannen stapten nevens elkander voort, zonder een woord te
-wisselen; de Canadees was in diepe gepeinzen verzonken; don Miguel zelf
-scheen ten prooi aan eene ontroering die hij niet kon onderdrukken. Zoo
-kwamen zij tot aan de laatste boomen van het woud.
-
-De jager bleef staan.
-
---Hier moeten wij elkander verlaten, zeide hij.
-
---Dat is waar, murmelde de jongman, terwijl hij treurig rondkeek;
-verder sprak hij niet.
-
-De Canadees wachtte een oogenblik, en toen hij zag dat don Miguel
-bleef zwijgen, zei de hij:
-
---Hebt gij mij niets te zeggen?
-
---Waarom vraagt gij mij dat? antwoordde de jongman met eene
-onwillekeurige huivering.
-
---Omdat ik niet geloof, dat gij enkel om mij nog een poos langer
-gezelschap te houden zijt mede gegaan, don Leo; gij moet mij zeker
-iets te zeggen hebben.
-
---Ja, 't is waar, zeide hij met blijkbare inspanning, uw vermoeden is
-juist; ik heb u nog iets te zeggen; maar ik weet niet hoe het komt,
-'t is alsof mij de keel wordt toegenepen, ik kan geene woorden vinden
-om uit te spreken wat ik gevoel. O, als ik uwe ondervinding en uwe
-kennis van de taal der Indianen had, Loer-Vogel, ik verzeker u,
-niemand anders zou naar Quiepa-Tani gegaan zijn dan ik.
-
---Ja, dat begrijpt zich, dat kan niet anders zijn, prevelde de jager,
-meer in zich zelven, dan in antwoord op hetgeen zijn vriend gezegd
-had; en waarom zou het ook anders zijn? vervolgde hij; de liefde is
-de zonneglans der jeugd, alles bemint in deze wereld; waarom zouden
-twee schoone, welgemaakte jonge menschen, de eenige schepsels op
-aarde zijn, die voor elkander ongevoelig en zonder liefde bleven?
-
---Wat wilt gij dat ik haar voor u zeg? liet hij er driftig op volgen.
-
---O! riep de jongman. Weet gij dan dat ik haar bemin? Dit geheim,
-dat ik naauwelijks voor mij zelven durfde bekennen, is dus in uwe hand!
-
---Heb daarom maar geen vrees, goede vriend, dat geheim is even veilig
-in mijn hart als in het uwe.
-
---Helaas, vriend, de woorden die ik haar te zeggen heb, zou ik
-alleen kunnen uitspreken, wanneer ik hoop had dat zij hare ooren
-konden bereiken. Zeg haar liever niets van mij, dat zal beter zijn;
-verzeker haar slechts, wat gij weet, dat ik hier ben om voor haar
-behoud te waken en dat ik mijn leven veil heb, haar in de armen haars
-vaders terug te voeren.
-
---Dat alles zal ik haar zeggen, mijn vriend.
-
---En dan, hervatte don Miguel, terwijl hij met min of meer bevende
-hand een stalen ketting, waaraan een klein zwart fluweelen zakje hing,
-van zijn hals deed en aan Loer-Vogel gaf, neem dit amulet;--het is
-alles wat ik van mijne moeder bezit, vervolgde hij met een zucht,
-het heeft aan mijn hals gehangen sedert den dag mijner geboorte; in
-dat zakje is eene heilige reliek--een splinter van het heilig kruis,
-gezegend door den Paus. Geef haar dat, en laat zij het zorgvuldig
-bewaren; dit amulet heeft mij reeds uit menig gevaar gered. 't Is het
-eenige dat ik op dit oogenblik voor haar doen kan. Ga, mijn vriend,
-red haar, daar ik mij gedoemd zie om niets dan onvruchtbare wenschen
-voor haar behoud te koesteren. Gij houdt van mij, Loer-Vogel, ik
-zal er geen woord meer bijvoegen, dan dit eene: van den uitslag uwer
-edele poging in dit uur hangt mijn leven af. Vaarwel! Vaarwel!
-
-Met zenuwachtige drift greep hij de forsche hand van den jager en
-drukte die bij herhaling met kracht. Zich toen schielijk omkeerende,
-om zijne opwellende tranen niet te laten zien, trad hij met haastigen
-tred in het woud terug, waar hij spoedig verdween, nadat hij zijn
-vriend, die hem met verwondering naoogde, een laatsten groet met de
-hand had toegeworpen.
-
-Toen don Miguel zich verwijderd had, stond de Canadees een poosje
-somber te peinzen, ten prooi aan eene onverklaarbare droefgeestigheid.
-
---Arme jongman, mompelde hij met een diepen zucht, is dit nu wat men
-verliefd noemt?
-
-Maar terstond onderdrukte hij de zonderlinge vlaag van ontroering,
-die hem een oogenblik het hart had beklemd, en moedig het hoofd
-opheffende, zeide hij:
-
---Welaan! het lot is geworpen; voorwaarts!
-
-Thans de kalme en onverschillige houding van een Indiaan aannemende,
-stapte hij met langzamen tred naar de vlakte, terwijl hij de blikken
-zorgvuldig liet rondgaan om het terrein zooveel mogelijk te verkennen.
-
-In de schitterende stralen der zon, die helder en glansrijk was
-opgegaan, had het groene veld, dat de Canadees doortrok, een inderdaad
-aller bekoorlijkst aanzien. Even als toen hij voor de eerste maal deze
-landstreek in oogenschouw nam, was alles rondom hem in drukke beweging.
-
-Dank zij zijn nieuw uitwendig voorkomen, kon hij alles wat er omging
-op zijn gemak opnemen, en beschouwde hij het levendig tooneel met
-belangstellende nieuwsgierigheid: maar wat reeds dadelijk zijne
-bijzondere aandacht trok, was een troep ruiters, gekleed of liever
-geschilderd in hun vollen oorlogsdosch en gewapend met die lange
-werpspiessen en pijlen met weerhaken, die de Indianen met zooveel
-behendigheid weten te gebruiken en welker wonden zoo gevaarlijk
-zijn. De meesten droegen bovendien nog een buks aan een band over den
-schouder en een reata, of lasso; aan den gordel. In geregelde orde en
-op matigen draf, reden zij naar de stad, van een tegenovergestelden
-kant komende als de jager.
-
-De menigte voetgangers op het veld en langs den weg bleven staan om
-hen in oogenschouw te nemen; Loer-Vogel maakte van deze gelegenheid
-gebruik en versnelde zijn stap om zich onder den nieuwsgierigen hoop
-te mengen, in welks midden hij, zoo als hij verlangde, weldra verdween,
-terwijl niemand er aan dacht om bijzonder op hem te letten.
-
-De ruiters trokken steeds in gelijken draf voort, zonder zich met
-de nieuwsgierige menigte te bemoeijen, tot op veertig passen van de
-hoofdpoort, waar zij halt maakten.
-
-Op hetzelfde oogenblik zag men drie kavaleristen in galop uit de
-stad komen, en met een paar sprongen de houten brug oversteken,
-om de nieuw aangekomen troep te ontvangen.
-
-Van deze laatsten zonderden zich thans mede drie ruiters af, en reden
-de vorige drie te gemoet.
-
-Na eene korte woordenwisseling, voegden de zes ruiters zich nu
-gezamenlijk bij de troep, die onbewegelijk achteraf was blijven
-staan, stelden zich aan haar hoofd en trokken in geregelde orde de
-stad binnen.
-
-Loer-Vogel, die hen van nabij was gevolgd, bereikte juist de brug
-toen de laatste ruiters in de stadspoort verdwenen.
-
-De jager begreep wel dat thans het geschikte oogenblik daar was om
-een stouten stap te wagen; hij nam dus, ofschoon zijn hart bijna
-hoorbaar klopte, eene houding aan zoo onverschillig als mogelijk was,
-en meldde zich aan om op zijne beurt te worden binnen gelaten.
-
-Op eenigen afstand had hij den Vliegenden-Arend en zijne vrouw
-opgemerkt, in gesprek met een Indiaan, die een zekeren rang scheen
-te bekleeden.
-
-Dit gezigt verdubbelde den moed van den vermetelen Canadees.
-
-Hij stapte stoutweg de brug over en kwam zoo het scheen ongehinderd
-aan de poort.
-
-Hier echter werd er eene lans geveld, die hem den doortogt belette.
-
-Op een wenk van den Vliegenden-Arend, verwijderde zich de Indiaan
-met wien hij gesproken had en rigtte zijne schreden naar de poort.
-
-Het was een reeds bejaard krijgsman van hooge gestalte, wiens grijzende
-haren en sterk gerimpeld gelaat aan zijn voorkomen zekere mengeling
-gaven van zachtheid, schranderheid en majesteit. Hij sprak een paar
-woorden tot den schildwacht, die zich tegen het binnenkomen van
-Loer-Vogel had willen verzetten, maar nu terstond zijn lans ophief,
-en met eene eerbiedige buiging een paar passen terugtrad.
-
-De oude Indiaan wenkte thans den Canadees dat hij binnen kon komen.
-
---Ik heet mijn broeder welkom te Quiepa-Tani, zeide hij terwijl hij
-den jager beleefd groette; mijn broeder heeft hier vrienden.
-
-Door zijn veeljarig verblijf in de Prairiën en zijn gedurigen omgang
-met de Roodhuiden, sprak Loer-Vogel verscheidene Indiaansche dialecten
-met evenveel gemak als zijn eigen moedertaal. Op de toespraak van den
-ouden Indiaan, begreep hij dat men hem voorthielp; hij kreeg dus de
-noodige fermiteit om zijne rol goed te spelen, en vroeg:
-
---Is mijn broeder een opperhoofd?
-
---Ik ben een opperhoofd.
-
---Ooah! dat mijn broeder mij ondervrage, en Ometochtli zal antwoorden.
-
-Daar de jager, om zoo te zeggen, zijne persoonlijkheid veranderd had,
-meende hij tevens een anderen naam te moeten aannemen; na eenige
-mislukte pogingen, had hij zich eindelijk bepaald bij dien van
-Ometochtli, als het best strookende met het karakter dat hij moest
-voorstellen; want hoe vervaarlijk dit woord in onze ooren ook klinken
-mag, beteekent het eenvoudig Twee-Konijnen, [20] zonder twijfel een
-zeer vreedzamen naam, en geheel in overeenstemming met de rol die de
-jager spelen zou.
-
---Ik heb mijn broeder niet te ondervragen, hernam het opperhoofd
-beleefd, daar ik weet van waar hij komt; mijn broeder is een der
-ingewijden in de groote geneeskunst van den wijzen stam der Yumas.
-
---De Sachem is goed onderrigt, antwoordde de jager; ik zie dat hij
-met den Vliegenden-Arend gesproken heeft.
-
---Is het reeds lang dat mijn broeder zijn volk verlaten heeft?
-
---Het zal zeven manen zijn, sedert het uitbotten der eerste bladeren,
-dat ik de mocksens aandeed om op reis te gaan.
-
---Ooah! hervatte de Sachem op zekeren toon van eerbied, waar liggen
-dan de jagtgronden van mijns broeders stam?
-
---Aan de oevers van het onbegrensde zoutmeer (de zee).
-
---Wenscht mijn broeder de groote geneeskunst te Quiepa-Tani uit
-te oefenen?
-
---Het is alleen met dat doel dat ik hier kom, en tevens om den Wacondah
-te aanbidden, in den heerlijken tempel dien het vrome Indiaansche
-volk hem in deze heilige stad heeft gesticht.
-
---Zeer goed; mijn broeder is een wijze; zijn volk is vreedzaam; maar
-ik, vervolgde hij, het hoofd verheffend en zich fier in zijne volle
-lengte oprigtende: ik ben een krijgsman en mijn naam is Atoyac.
-
-Door een zonderlingen zamenloop van omstandigheden, was de eerste
-Indiaan met welken Loer-Vogel in betrekking kwam, dezelfde die ook
-Addick ontvangen had, en wiens vrouw door den opperpriester werd
-uitgekozen, om als vertolkster tusschen hem en de jonge meisjes te
-dienen; deze omstandigheden waren echter den jager geheel onbekend.
-
---Dan is mijn broeder een magtig opperhoofd, antwoordde hij op de
-grootspraak van den Indiaan.
-
-Deze boog met statige zedigheid voor zulk een vleijend compliment.
-
---Ik ben een zoon van den heiligen stam aan welken de tempelwacht is
-opgedragen, zeide hij.
-
---Moge de Wacondah het geslacht van mijn broeder zegenen!
-
-De Sachem raakte nu meer en meer opgewonden, door de vleijende
-komplimenten van den jager, die hem geheel als betooverden.
-
---Dat mijn broeder Twee-Konijnen mij gelieve te volgen; wij zullen
-eerst onze vrienden gaan zien, die ons reeds wachten; vervolgens
-begeven wij ons naar mijne calli (hut), die ik hem in het bezit geef
-zoolang hij zich te Quiepa-Tani bevindt.
-
-Loer-Vogel maakte eene eerbiedige buiging.
-
---Mijn broeder is goed, zeide hij, ik ben niet waardig met het stof
-mijner mocksens zijn drempel te bezoedelen.
-
---De Wacondah zegent hen die de gastvrijheid beoefenen; mijn broeder
-Twee-Konijnen is de gast van het opperhoofd; dat hij mij dus volge.
-
---Ik zal mijn broeder volgen, omdat hij het verlangt.
-
-En zonder verderen tegenstand stapte Loer-Vogel achter den Sachem
-de stad in, innig tevreden dat hij deze eerste proef zoo goed
-was doorgekomen. Gelijk wij vroeger gezien hebben, stonden de
-Vliegende-Arend en de Wilde-Roos eenige passen verder in de poort,
-en sloten deze zich weldra bij hen aan.
-
-Alle vier begaven zich nu, zonder een woord te spreken, gezamentlijk
-naar het huis van den ouden Sachem, dat aan het andere einde der stad
-gelegen was.
-
-Op deze lange wandeling had de jager gelegenheid om de straten die
-hij doortrok te bezigtigen, en ofschoon oppervlakkig, met Quiepa-Tani
-kennis te maken.
-
-Eindelijk hadden zij de calli van het opperhoofd bereikt. Huitlotl--de
-Duif--de vrouw van Atoyac, zat met de beenen onder zich gekruist,
-op een mat van maïs-stroo tortillas te bakken, waarschijnlijk bestemd
-voor het diner van haar echtgenoot. Niet ver van haar af zaten drie
-of vier slavinnen, behoorende tot dat ras van bastaard Indianen,
-dat wij boven reeds gelegenheid hadden te beschrijven, en waarop men
-met regt den titel van wilden mag toepassen.
-
-Op het oogenblik dat de Sachem met zijne gasten binnentrad, sloegen
-de Duif en hare slavinnen nieuwsgierig de oogen op.
-
---Huitlotl, zeide Atoyac met deftige waardigheid, ik breng u deze
-vreemdelingen; de eerste is de grootste en beroemde Sachem der
-Comanchen, dien gij reeds kent, zoowel als zijne vrouw.
-
---De Vliegende-Arend en de Wilde-Roos zijn welkom in de calli van
-Atoyac, antwoordde zij.
-
-De Comanch maakte eene ligte buiging, maar sprak niet.
-
---Deze man hier, vervolgde de Sachem, naar den jager wijzende, is
-een vermaarde tlacateotzin der Yumas, zijn naam is Twee-Konijnen;
-ook hij zal bij ons zijn intrek nemen.
-
---De woorden die ik aan den Sachem der Comanchen heb toegevoegd,
-herhaal ik voor den grooten medicijnmeester der Yumas, zeide zij met
-zekeren minzamen glimlach; de Duif is zijne slavin.
-
---Mijne moeder zal mij veroorlooven haar de voeten te kussen,
-antwoordde de Canadees zoo galant als een Indiaan.
-
---Mijn broeder zal mij op de wangen kussen, hervatte de wederhelft
-van Atoyac, terwijl zij de regterwang aan Loer-Vogel toekeerde,
-die hij eerbiedig met de lippen aanroerde.
-
---Mijne broeders zullen een beker pulque der welkomst drinken,
-vervolgde de Duif; de weg is lang en stofferig en de stralen der zon
-zijn heet.
-
---De pulque laaft de dorre lippen der dorstige reizigers, antwoordde
-Loer-Vogel voor zich en zijne gezellen.
-
-Hiermede was de voorstelling afgeloopen.
-
-De slavinnen bragten eenige butaccas (legbedden) waarop de reizigers
-zich uitstrekten; vervolgens eenige roodaarden kruiken, zeer gelijkende
-naar de Spaansche alcaforas, met pulque gevuld, het Indiaansche
-bier, dat de meesteres van het huis in hoornen bekers schonk, en den
-vreemdelingen aanbood, met die bevallige en gulle gastvrijheid die
-den Indianen zoo bijzonder eigen is, en waarvan zij alleen het geheim
-schijnen te bezitten.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXII.
-
-EERSTE ONTDEKKINGEN IN DE STAD.
-
-
-Terwijl hij deed alsof hij zich alleen bezig hield met de gulle
-beleefdheden van zijne gastvrouw te beantwoorden, beschouwde de
-Canadees aandachtig het inwendige der calli waar hij zich bevond,
-om zich op de hoogte te stellen van de andere woningen in de stad;
-daar hij met reden veronderstelde, dat de inrigting ten minste
-grootendeels met die der overigen zou overeenstemmen.
-
-Het vertrek waar Atoyac zijne gasten had binnengelaten, was eene
-vrij groote vierkante kamer, welker witte, met kalk bestreken muren
-onder anderen met eenige menschelijke haarschedels en een aantal
-krijgswapenen pronkten, die allen bijzonder net en zindelijk werden
-gehouden.
-
-Eenige stapels velden van tijgers en ocelotl (boschkatten) benevens
-mantels en fressadas, lagen in een soort van kribben, of groote bakken
-opgehoopt, waarschijnlijk om tot bedden te dienen.
-
-Buttacas (rustbanken) en andere, houten, maar bijzonder lage stoelen
-meubelden dit vertrek; in het midden stond een plompe vierkante tafel
-van niet meer dan vier palmen hoogte boven den vloer.
-
-Zoo als men ziet, was deze inboedel wel eenvoudig; overigens is hij
-in alle Indiaansche callis, die gewoonlijk uit zes vertrekken bestaan,
-genoegzaam dezelfde.
-
-Het eerste vertrek, hierboven door ons beschreven, dient tot
-dagelijksche huiskamer voor het gezin.
-
-Het tweede is bestemd voor de kinderen.
-
-Het derde dient tot slaapkamer.
-
-Het vierde bevat de getouwen om zarapes (mantels) te weven, waarin
-de Indianen onovertrefbaar zijn; de getouwen zijn van bamboes en met
-bewonderenswaardige eenvoudigheid zamengesteld.
-
-Het vijfde vertrek bevat allerlei soort van levensmiddelen voor het
-regengetij, wanneer de jagt onmogelijk wordt.
-
-Eindelijk het zesde vertrek, dat voor de slaven bestemd is.
-
-Wat de keuken betreft, deze bestaat eigenlijk niet, daar zij hunne
-spijzen gewoonlijk in den coral, dat is in de open lucht bereiden.
-
-Het gebruik van schoorsteenen is er geheel onbekend; bij nacht-
-of winterkoude brandt er in iedere kamer eene groote steenen test
-of komfoor.
-
-De zorg voor de orde en zindelijkheid in de vertrekken is aan de
-slaven of slavinnen toevertrouwd, die onder opzigt van de vrouw des
-huizes arbeiden.
-
-Deze slaven zijn niet allen zoogenaamde wilden; de Indianen betalen
-niet zelden met woeker de verongelijkingen terug die zij van de
-blanken ontvingen, en menig ongelukkige Spanjaard, hetzij in den
-oorlog krijgsgevangen gemaakt, of gevallen in de listige strikken en
-hinderlagen hem door de Roodhuiden gespannen, wordt hier tot harde
-slavernij gedoemd.
-
-Het lot dezer ongelukkigen is nog treuriger dan dat van hunne roode
-medeslaven, daar zij het vooruitzigt missen van ooit hunne vrijheid
-terug te zullen bekomen; integendeel moeten zij zich niets anders
-voorstellen dan om eenmaal het slagtoffer te worden van den haat
-hunner wreede meesters, die zich onverbiddelijk aan hen wreken over de
-duizende kwellingen, door het tyranniek en vernederend regeringsstelsel
-der Spanjaarden in Mexico uitgeoefend.
-
-Men kan dus op deze harde slavernij ten volle de treurige zinspreuk
-toepassen, die de vermaarde Dante Alighieri boven de poorten van
-zijne Hel schreef: Lasciate ogni speranza (Vaarwel, alle hoop).
-
-Atoyac, bij wien het toeval den Canadees zoo goedgunstig had
-binnengeleid, was een der meest geëerbiedigde Sachems onder de
-krijgslieden van Quiepa-Tani. In zijne jeugd had hij lang onder de
-Europeanen gewoond, en de groote ondervinding, door hem gedurende zijne
-verre reizen opgedaan, had zijn verstand buitengewoon ontwikkeld,
-menig vooroordeel zijner kaste bij hem uitgewischt en hem veel
-gezelliger en beschaafder gemaakt dan de meeste zijner stamgenooten.
-
-Terwijl hij met kleine teugjes zijn geliefkoosde pulque zat te
-lepperen, zoo als iedere echte fijnproever, die de waarde van zijn
-drank op prijs stelt, behoort te doen, praatte hij gedurig met
-den jager, en werd hij, hetzij door den verzachtenden invloed der
-pulque, hetzij door het vertrouwen dat de Canadees hem inboezemde,
-van lieverlede mededeelzamer en openhartiger. Gelijk het in zulke
-gevallen gewoonlijk gaat, begon hij zijne eigene zaken te vertellen
-en trad hij daarbij in al de bijzonderheden van zijne familie: hij
-verhaalde den jager dat hij vader was van vier zonen, allen beroemde
-krijgslieden, wier grootste genot was om invallen en strooptogten
-op Spaansch grondgebied te maken, om landhoeven te verbranden,
-oogsten te vernielen, en gevangenen op te ligten; verder sprak hij
-over de verre reizen die hij gedaan had, en scheen hij aan dokter
-Twee-Konijnen te willen bewijzen, dat zijne ondervinding en bekwaamheid
-als krijgsoverste hem geenszins beletten, om het nut en den edelen
-invloed der andere wetenschappen te waardeeren; hij gaf hem zelfs
-te kennen, dat hij, ofschoon een aanzienlijk Sachem, zich nu en dan
-verwaardigde zijne studiën aan de kruidkunde te wijden en de geheimen
-der groote geneeskunst na te sporen, met welke de Wacondah, in zijne
-hoogste goedheid, sommige uitstekende menschen zoo genadig begiftigd
-had, om de kwalen van het overige menschdom te verligten en te genezen.
-
-Loer-Vogel hield zich als ware hij door de achting, die de magtige
-Sachem aan het beroep dat hij uitoefende toedroeg, levendig getroffen;
-en hij besloot van deze gelukkige stemming des opperhoofds zich te
-bedienen, om hem onder de hand te polsen over hetgeen hij zoo gaarne
-weten wilde, namelijk in welken toestand de jonge Spaansche meisjes
-zich bevonden en in welken hoek der stad zij opgesloten waren. Daar
-echter de argwaan der Indianen zoo ligt wakker wordt, was het hoog
-noodig hierin met de meeste omzigtigheid te werk te gaan, en liet
-de jager niets van zijne ware bedoelingen blijken, maar wachtte hij
-geduldig tot de Sachem hem zelf gelegenheid zou geven om hem hierover
-de noodige vragen te doen.
-
-Het gesprek was intusschen nagenoeg algemeen geworden, en er was reeds
-meer dan een uur verloopen, zonder dat het den jager, ofschoon hierin
-door den Vliegenden-Arend getrouw bijgestaan, gelukt was om de vraag
-regtstreeks op het tapijt te brengen, toen zich op eens een Indiaan
-aan de deur der calli vertoonde.
-
---De Wacondah verheugt zich! zeide de nieuw aangekomene, met eene
-statige en eerbiedige buiging; ik heb een boodschap voor mijn vader.
-
---Mijn vriend is welkom, antwoordde het opperhoofd; mijne ooren
-zijn geopend.
-
---De groote raad der Sachems onzes volks is vergaderd, zeide de
-Indiaan; men wacht alleen op mijn vader Atoyac.
-
---Wat is er dan voor nieuws aan de hand?
-
---De Roode-Wolf is met zijne krijgslieden gekomen; zijn hart is
-vervuld met bitterheid, hij wenscht met den raad te spreken. Addick
-vergezelt hem.
-
-De Vliegende-Arend en de jager wisselden een blik van verstandhouding.
-
---Zijn de Roode-Wolf en Addick terug? riep Atoyac met verwondering;
-dat is vreemd! wat heeft hen zoo spoedig, en vooral zoo gelijktijdig
-herwaarts kunnen brengen?
-
---Dat weet ik niet; maar zij zijn naauwelijks een uur geleden in de
-stad gekomen.
-
---Het was dus de Roode-Wolf, onder wiens bevel heden morgen die bende
-ruiters de stad is binnengerukt?
-
---Niemand anders dan hij. Mijn vader moet hem gezien hebben daar hij
-hem voorbij reed. Wat moet ik de opperhoofden antwoorden?
-
---Dat ik onmiddelijk in den raad kom.
-
-De Indiaan boog en vertrok.
-
-De grijsaard stond op met kwalijk verborgen ontroering en maakte zich
-gereed om heen te gaan.
-
-De Vliegende-Arend weêrhield hem.
-
---Mijn vader schijnt ontsteld, een wolk bedekt zijn geest.
-
---Ja, antwoordde de Sachem onbewimpeld, ik ben treurig.
-
---Wat kan de reden zijn dat mijn vader treurig is?
-
---Broeder, zei de oude Sachem met bitterheid, er zijn zoovele manen
-verloopen, sedert gij voor het laatst Quiepa-Tani hebt bezocht.
-
---De mensch is de speelbal der gebeurtenissen, hij kan slechts zelden
-zijne plannen ongestoord uitvoeren.
-
---Dat is waar. Misschien zou het voor u en voor ons allen beter zijn
-geweest als gij niet zoo lang waart uitgebleven.
-
---Dikwijls, zeer dikwijls heb ik verlangd hier te komen, maar steeds
-heeft het noodlot mij dit belet.
-
---Ja, ja, dat moet wel zoo zijn; zonder dat zouden wij u zeker hebben
-gezien; en vele dingen, die thans zijn gebeurd, zouden dan misschien
-niet hebben plaats gehad.
-
---Wat wilt gij hiermede zeggen?
-
---Het zou te lang duren om u dat te verklaren, op dit oogenblik
-ontbreekt mij daartoe de tijd; ik moet onverwijld naar den raad,
-waar men op mij wacht; laat het u genoeg zijn te vernemen, dat
-sinds eenigen tijd een booze geest onder de Sachems van den grooten
-raad verdeeldheid heeft geblazen; twee mannen hebben beproefd, en
-het is hun maar al te zeer gelukt, om een heilloozen invloed op de
-beraadslagingen uit te oefenen en met hunne denkbeelden al de andere
-opperhoofden te beheerschen.
-
---En wie zijn die twee mannen?
-
---Gij kent hen maar al te goed.
-
---Hoe heeten zij dan?
-
---De Roode-Wolf en Addick.
-
---Ooah! riep de Vliegende-Arend, wees op uwe hoede; de eerzucht dezer
-twee mannen, zoo gij er geen acht op slaat, kan u groote onheilen
-berokkenen.
-
---Dat weet ik; maar kan ik mij daar tegen verzetten? Ben ik alleen
-sterk genoeg om hunnen invloed te keeren en de voorstellen te doen
-verwerpen, die zij aan den raad willen opdringen?
-
---Dat is zoo, antwoordde de Comanch peinzend; maar hoe zou men dat
-kunnen beletten?....
-
---Er zou misschien een middel op zijn, riep Atoyac op slependen toon,
-na een poosje zwijgens.
-
---Welk?
-
---Het is zeer eenvoudig. Gij zijt een der eerste en beroemdste Sachems
-van uw volk?
-
---Wat meer?
-
---Gij hebt als zoodanig, naar ik meen, het regt om in den raad zitting
-te nemen.
-
---Dat heb ik.
-
---Waarom zoudt gij er dan geen zitting in nemen?
-
-De Vliegende-Arend wierp thans een vragenden blik naar den Canadees,
-die dit gesprek met een onverschillig gezigt had aangehoord,
-ofschoon zijn hart klopte van belangstelling; want met zijne gewone
-instinctmatige scherpzinnigheid vermoedde hij, dat de tegenwoordige
-in den raad hangende geschillen voor hem van het grootste gewigt
-waren. Op de stilzwijgende vraag van den Vliegenden-Arend, begreep
-hij, dat wanneer hij zich langer aan het gesprek bleef onttrekken,
-dit in de oogen van zijn gastheer ligt eene laakbare onverschilligheid
-voor de belangen der stad kon verraden, welke deze hem zeer ten kwade
-zou kunnen duiden. Hij nam dus het woord op en zeide:
-
---Als ik zulk een groot opperhoofd was als de Vliegende-Arend, zou ik
-niet aarzelen mij in den raad te vertoonen; het geldt hier toch niet
-de belangen van deze of gene natie in het bijzonder, maar veeleer de
-gewigtigste levensvragen voor het roode ras in 't algemeen; door zich
-in dergelijke omstandigheden aan de beraadslagingen te onttrekken zou
-men, naar mijn gevoelen, aan de vijanden der orde en rust in de stad
-een bewijs van zwakheid geven, dat dezen zonder twijfel zich zouden
-ten nutte maken, om hunne plannen door te drijven en regeringloosheid
-te bevorderen.
-
---Zoudt gij dat denken? vroeg de Vliegende-Arend, die zich hield
-alsof hij aarzelde.
-
---Mijn broeder Twee-Konijnen heeft goed gesproken, hervatte Atoyac met
-drift, hij is een verstandig man. Mijn broeder moet zijn raad volgen,
-en dat zooveel te meer, daar zijne tegenwoordigheid hier ter stede
-algemeen bekend is, en derhalve zijn wegblijven uit den raad zeer
-zeker een verkeerden indruk zou maken.
-
---Wanneer het er zoo mede gelegen is, antwoordde de Comanch, verzet
-ik mij niet verder tegen uw verlangen, maar ben ik gereed u aanstonds
-te volgen.
-
---Ja, voegde de jager er met voordacht bij, ga terstond naar den raad;
-welligt dat uwe onverwachte tegenwoordigheid genoeg zal zijn, om zekere
-verkeerde plannen omver te werpen en groote onheilen voor te komen.
-
---Ik zal mij derwijze gedragen, dat onze vijanden met schrik zullen
-terugdeinzen, antwoordde de Comanch schijnbaar verstrooid, en alsof hij
-het woord tegen zijn gastheer rigtte, maar eigenlijk ter geruststelling
-van den jager.
-
---Laat ons vertrekken, zei Atoyac.
-
-De Vliegende-Arend boog stilzwijgend.
-
-Zij gingen heen.
-
-Loer-Vogel bleef alleen in de calli met de twee vrouwen.
-
-De duif had gedurende de bovenvermelde redewisseling in stilte met
-de Wilde-Roos zitten praten; zoodra de krijgslieden vertrokken waren,
-stonden de beide vrouwen op en maakten zich gereed om heen te gaan.
-
-De Wilde-Roos sprak niet, maar hield zich den vinger voor den mond
-en zag daarbij den jager veelbeteekenend aan; deze wikkelde zich in
-zijn bisonsmantel en zei toen tegen de vrouw van Atoyac:
-
---Ik zou mijne zuster niet gaarne storen terwijl de opperhoofden naar
-den raad zijn: ik zal mij dus deze gelegenheid ten nutte maken om
-eene wandeling in de stad te doen en met meer aandacht den prachtigen
-tempel te beschouwen, dien ik bij mijne aankomst herwaarts maar even in
-'t voorbijgaan gezien heb.
-
---Mijn vader heeft gelijk, antwoordde Huitlotl, te meer daar ik op
-mijne beurt met de Wilde-Roos uit moet, en het ons spijten zou onzen
-gast alleen in de calli te laten.
-
-De Wilde-Roos lachte minzaam, schudde haar bevallig hoofd en gaf den
-jager een veelbeduidenden wenk.
-
-Deze vermoedde terstond dat de vrouw van den Vliegenden-Arend,
-onder het gesprek met hare vriendin, reeds ontdekt zou hebben waar de
-jonge meisjes zich bevonden, en dat hare begeerte om hem van huis te
-verwijderen geen ander oogmerk had, dan dienaangaande nog meerdere
-inlichtingen op te doen; hij maakte dus geen zwarigheid om heen te
-gaan, trad langzaam de calli uit, en de straat op, met al het gewigt
-en de majesteit van den hoogwijzen persoon dien hij voorstelde.
-
-Overigens was de Canadees er niet rouwig om, dat hij eenigen tijd
-alleen kon zijn, ten einde over de meest geschikte middelen na
-te denken om met de Spaansche dames in betrekking te komen, eene
-onderneming die hem alles behalve gemakkelijk scheen. Aan den anderen
-kant, meende hij zich van de hem gegeven vrijheid te bedienen, om eene
-wandeling door de stad te maken, ten einde de vereischte plaatselijke
-kennis te verzamelen, die hij voor zijn doel noodig achtte.
-
-Niet wetende hoe het met zijn verblijf in de stad kon afloopen en
-op welke wijze hij er weder uit zou komen, beijverde hij zich, om op
-goed geluk af, de best mogelijke aanwijzingen omtrent de rigting der
-straten en de ligging der voornaamste gebouwen op te doen, in het
-dubbele vooruitzigt op een aanval of een veiligen aftogt.
-
-De jager wist zijn aangezigt met zulk een ondoordringbaar masker van
-onverschilligheid en zelfgenoegzaamheid te bedekken, zijne vragen
-werden daarbij zoo rustig en onbewimpeld gedaan, dat het bij niemand,
-tot wien hij zich wendde, opkwam om hem een oogenblik te verdenken,
-en zoo kreeg hij, dank zij zijne behendigheid, de meest naauwkeurige
-berigten aangaande de zwakke punten der stad; bijv. hoe men na het
-sluiten der poorten, naar buiten en weder binnen kon komen, zonder
-gezien te worden en meer andere even onschatbare inlichtingen, die de
-jager zorgvuldig in zijn geheugen bewaarde, en die hij zich in stilte
-voornam, om op het geschikte oogenblik tot zijn voordeel te gebruiken.
-
-Te Quiepa-Tani, even als in iedere groote stad, was een aantal
-lediggangers, die hun leven versleten met van den eenen hoek naar
-den anderen te slenteren om hunne verveling te verdrijven.
-
-Het was inzonderheid deze soort van lieden, die Loer-Vogel op zijne
-langdurige wandeling door de stad aanklampte, en wier omslagtige
-meestal weinig beduidende vertelsels hij beluisterde, om er zijn
-voordeel mede te doen; wanneer hij dan begreep alles gehoord te hebben
-wat hij van hen te weten kon komen, liet hij hen aan zich zelven over,
-om een eind verder dezelfde taktiek met anderen te hervatten.
-
-Loer-Vogel was bijna drie uren uit geweest, toen hij de calli weder
-binnen trad. Atoyac en de Vliegende-Arend waren nog niet terug; maar
-de beide vrouwen zaten, op matten nedergehurkt, vertrouwelijk en met
-zekere geestdrift zamen te keuvelen.
-
-Zoodra de Wilde-Roos hem gewaar werd, wierp zij hem een
-verstandhoudenden blik toe.
-
-De jager vlijde zich op een butacca neder, nam de calumet uit zijn
-gordel, vulde haar met gewijden tabak en begon te rooken.
-
-Intusschen hadden de vrouwen, na den gewaanden geneesheer stilzwijgend
-gegroet te hebben, haar gesprek hervat.
-
---Worden dan de gevangenen, die men op de blanken maakt, altijd hier
-heen gebragt? vroeg de Wilde-Roos.
-
---Ja, antwoordde de Duif.
-
---Dat verwondert mij toch, vervolgde de jonge vrouw; want als het nu
-een van hen gelukte te ontsnappen, zou de verborgen ligging en juiste
-inrigting der stad aan de Gachupines bekend worden, en dan zou men
-deze zonder twijfel spoedig in de vlakte zien verschijnen.
-
---Dat is zoo; maar mijne zuster vergeet, dat men uit Quiepa-Tani niet
-ontsnappen kan.
-
-De Wilde-Roos schudde bedenkelijk het hoofd.
-
---O, zeide zij, de blanken zijn zoo slim, meer dan gij denkt; maar hoe
-dit ook wezen mag, de jonge meisjes, die wij zoo even gezien hebben,
-zullen zeker niet ontsnappen, daartoe worden zij te streng bewaakt;
-ik weet niet waarom, maar ik gevoel diep medelijden met haar.
-
---Zoo gaat het mij ook, zuster. Die arme kinderen, zoo jong, zoo
-lief, en zoo voor altijd verwijderd van allen die haar dierbaar zijn;
-haar lot is treurig.
-
---Ja wel treurig! Maar wat kunnen wij er aan doen? Zij zijn het
-eigendom van Addick; dat opperhoofd zal haar nooit weder in vrijheid
-willen stellen.
-
---Wij zullen ze nog eens gaan zien, niet waar zuster?
-
---Wanneer?
-
---Morgen, zoo gij wilt.
-
---Dank u, zuster; dat zal mij gelukkig maken, ik verzeker u.
-
-Deze laatsten gezegden vooral troffen den jager.
-
-Bij de plotselinge opheldering die hij bekwam, had hij al zijne
-zelfbeheersching noodig om zijne ontroering te verbergen en te zorgen
-dat de Duif niets van zijne onrust bemerkte.
-
-Op dat oogenblik kwamen juist Atoyac en de Vliegende-Arend terug;
-zij zagen er zeer gejaagd uit en schenen aan een gramschap ten prooi,
-die, hoezeer door Indiaansche deftigheid in toom gehouden, daarom
-niet minder verschrikkelijk was.
-
-Atoyac kwam regt op den jager af, die intusschen reeds opstond om
-hem te ontvangen.
-
-Toen Loer-Vogel de verbolgenheid zag, die op het gelaat van den Sachem
-lag uitgedrukt, vreesde hij dat er welligt iets ten zijnen opzigte
-was ruchtbaar geworden; hij wachtte dus met pijnlijk ongeduld de
-mededeeling af, die zijn gastheer hem scheen te willen doen.
-
---Mijn vader is immers wel een ingewijde in de groote
-geneeskunst? vroeg Atoyac, terwijl hij hem met een uitvorschenden
-blik gadesloeg.
-
---Heb ik dat niet aan mijn broeder gezegd? was de wedervraag van
-den jager, die reeds meende dat hij ernstig bedreigd werd en den
-Vliegenden-Arend een twijfelmoedigen wenk gaf.
-
-Laatstgenoemde glimlachte.
-
-Dit stelde den Canadees aanvankelijk gerust; het was toch niet
-denkbaar dat de Comanch, als er eenig gevaar had bestaan, zoo kalm
-zou zijn gebleven.
-
---Laat mijn broeder dan terstond met mij gaan, en zijne heelkundige
-instrumenten medenemen, riep Atoyac tamelijk barsch.
-
-Het zou weinig takt hebben verraden, als hij dit verzoek, hoe onstuimig
-ook gedaan, had willen weigeren; overigens bewees het hem dat zijn
-gastheer geen booze voornemens met hem had.
-
-Hij nam het dus aan.
-
---Dat mijn broeder mij voorga, en ik zal hem volgen, was al wat hij
-er op antwoordde.
-
---Spreekt mijn vader de taal der barbaarsche Gachupines? vroeg Atoyac.
-
---Mijn volk woont aan de oevers van het onbegrensde zoute meer; de
-bleekgezigten zijn onze naaste buren, ik versta en spreek dus min of
-meer hunne taal, zei Loer-Vogel.
-
---Zooveel te beter.
-
---Zal ik dan een blanke moeten genezen? vroeg de Canadees, die gaarne
-vooraf verlangde te weten wat men van hem vorderde.
-
---Neen, antwoordde Atoyac; maar een van de grootste opperhoofden
-der Apachen heeft eenige manen geleden twee jonge blanke vrouwen
-hier gebragt; die vrouwen zijn ziek; de booze geest heeft zich van
-haar meester gemaakt, en op dit oogenblik zweeft de dood reeds boven
-hare legerstede.
-
-Loer-Vogel sidderde inwendig bij dit onverwachte nieuws, zijn hart
-dreigde hem te ontzinken, eene onwillekeurige huivering liep hem
-over het lijf; hij had schier bovenmenschelijke kracht noodig om de
-diepe ontroering te beteugelen die in zijn hart kookte, en om met
-eene bedaarde stem te kunnen zeggen:
-
---Ik ben tot mijns broeders dienst, zoo ver mijn pligt dit vereischt.
-
---Vertrekken wij dan, antwoordde de Indiaan.
-
-Loer-Vogel kreeg zijn medicijnen-kist, nam haar zorgvuldig onder
-den arm, ging met den Sachem de calli uit, en beiden begaven zich
-met haastige stappen naar het paleis der Zonnemaagden, verzeld,
-of liever op eenigen afstand bewaakt door den Vliegenden-Arend,
-die hun op de hielen volgde en hen geen oogenblik uit het oog verloor.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXIII.
-
-OPHELDERINGEN.
-
-
-Wij zijn weder verpligt eenige stappen in ons verhaal terug te
-treden, tot toelichting van sommige feiten en bijzonderheden, die
-wij opzettelijk in de schaduw hadden gelaten, maar die thans dringend
-vorderen door onze lezers te worden gekend.
-
-In een vorig hoofdstuk hebben wij gezien hoe gemakkelijk don Estevan,
-Addick en de Roode-Wolf zich met elkander hadden verstaan, om
-gezamenlijk wraak te oefenen.
-
-Doch zoo als het gewoonlijk met dergelijke verbindtenissen gaat,
-had ieder voor zich reeds dadelijk zijn eigen belang in het oog
-gehouden, en was don Estevan ongelukkig degene onder de drie, die
-van dit verbond de minste voordeelen zou trekken.
-
-Slechts weinige blanken kunnen, wat geslepenheid in het onderhandelen
-betreft, zich met de Roodhuiden meten.
-
-De Indianen, even als alle overwonnen volken sinds eeuwen onder een
-vernederend juk gebogen, hebben slechts een wapen in hun bereik,
-een doodelijk wapen nogtans, waarmede zij meestal met goed gevolg
-hunne gelukkiger vijanden weten te bestrijden,
-
-Dit wapen is de list: het wapen der lafhartigen of der zwakken,
-de verdediging van den slaaf tegen zijn meester.
-
-De voorwaarden door de twee Indianen-hoofden aan don Estevan gesteld,
-waren eenvoudig en duidelijk omschreven. De opperhoofden zouden door
-middel van gewapende krijgslieden, onder hunne aanvoering, den Mexicaan
-in staat stellen zijne vijanden in handen te krijgen en zich aan hen
-te wreken: daarentegen zag don Estevan er van af om zijne nicht en
-het andere meisje, beiden te Quiepa-Tani gevangen, weder te zien en
-gaf hij deze in vollen eigendom over aan de twee opperhoofden, die
-dan met haar konden handelen naar goedvinden, zonder dat hij, don
-Estevan, op eenige manier, hoe het ook met de gevangenen gaan mogt,
-trachten zou ten haren behoeve tusschenbeide te treden.
-
-Deze voorwaarden werden wederzijds gaaf en goed aangenomen, en de
-Indiaansche opperhoofden maakten zich gereed om de bepalingen van
-het verdrag zoo spoedig mogelijk ten uitvoer te brengen.
-
-De Roode-Wolf koesterde sedert lang tegen de beide jagers en don Miguel
-een doodelijken haat, omdat hij in zijne verschillende ontmoetingen
-met deze drie mannen steeds het onderspit had gedolven. Hij greep met
-ijver de gelegenheid aan die zich thans opdeed om zich te wreken, en
-meende voor ditmaal van zijne zaak zeker te zijn, en zijnen vervloekten
-vijanden al de vernederingen en al het kwaad dat zij hem hadden doen
-ondergaan met woeker terug te zullen betalen.
-
-In minder dan drie dagen tijds waren Addick en de Roode-Wolf er in
-geslaagd om een troep van honderd vijftig uitgelezene ruiters te
-verzamelen, allen verbitterde vijanden der blanken, voor welke dus de
-beraamde onderneming, om het zoo eens te noemen, een ware pleiziertogt
-zou zijn.
-
-Toen don Estevan zag dat hij zich aan het hoofd van zulk een talrijke
-en onverschrokken bende kon stellen, sprong zijn hart op van vreugde
-en achtte hij zich reeds zeker van den goeden uitslag der onderneming.
-
-Wat toch zou don Miguel tegen hem kunnen beproeven of uitrigten,
-met de weinige mannen waarover hij te beschikken had? de weg om
-naar Quiepa-Tani te komen, was lang en bijna onbruikbaar; hij moest
-over steile rotsheuvels door ontoegankelijke wouden, en onmetelijke
-wildernissen; en gesteld al eens dat het den avonturier met zijne
-Gambucinos gelukte om al deze hindernissen te overwinnen en de stad
-te bereiken, wat zouden zij er kunnen doen?
-
-Konden zij er aan denken om haar te veroveren? Zouden zij het wagen
-om met een dertigtal mannen eene stad te bestormen die meer dan
-twintig duizend zielen bevatte, bovendien versterkt was door hechte
-poorten en muren, omgeven door een breede gracht en verdedigd door een
-uitgelezen garnizoen van drie duizend der beroemdste krijgslieden,
-die uit al de Indiaansche stammen bijeengebragt, bijzonder belast
-waren met het bewaken der heilige stad, en vast besloten hadden om
-haar tot den laatsten man te verdedigen, liever dan zich over te geven?
-
-Zoo iets te onderstellen viel buiten alle berekening en was
-inderdaad zoo dwaas, dat don Estevan er geen minuut lang bij zou
-hebben stilgestaan.
-
-De eerste zorg der Indiaansche opperhoofden, was dus, te onderzoeken
-waar zich hunne vijanden bevonden. Ongelukkig echter hadden de jagers
-hunne maatregelen zoo behendig weten te kiezen, dat de Roodhuiden
-genoodzaakt waren hunne vijanden langs drie verschillende sporen te
-volgen en dus hunne bende in even zoo vele afdeelingen te splitsen,
-om de Gambucinos van alle zijden in 't oog te houden.
-
-In deze omstandigheid openbaarde zich het eerste bezwaar tusschen de
-drie zaamverbondenen.
-
-Addick en de Roode-Wolf, toen het er op aankwam om hunne krachten te
-verdeelen, wilden natuurlijk elk het kommando over een afzonderlijk
-corps op zich nemen, eene regeling die don Estevan reeds dadelijk
-minder beviel en waaraan hij stellig weigerde toe te geven, door
-hun niet zonder reden te doen opmerken: dat in de tegenwoordige
-onderneming alles van de overeenstemming der opperhoofden afhing; dat
-de krijgslieden daarom niets anders te doen hadden dan de beweging
-des vijands in 't oog te houden, terwijl de drie opperhoofden bij
-elkander behoorden te blijven en de noodige wijzigingen in hunne
-oorlogsplannen gezamentlijk te overwegen, om bij de eerste gunstige
-gelegenheid die zich aanbood met kracht te kunnen handelen.
-
-De ware grond van deze eigenzinnigheid was, dat don Estevan,
-ofschoon door de omstandigheden gedwongen zich met de twee Sachems te
-vereenigen, in deze geëerde bondgenooten geen het minste vertrouwen
-stelde; hij verachtte hen evenzeer, als hij op zijne beurt door hen
-veracht werd, en meende zich verzekerd te moeten houden dat, wanneer
-hij hun om welke reden ook vergunde, zich van hem te scheiden, hij
-hen nooit weder zou zien, en dat zij hem zonder het minste bezwaar
-in den steek zouden laten om hem zijne zaken in de Prairie alleen te
-laten afdoen.
-
-De Indianen begrepen zeer goed wat hun bondgenoot bedoelde en hoe
-hij over de zaak dacht; maar te leep om hem te laten blijken dat zij
-zijne bedoelingen doorgrondden, hielden zij zich alsof zij de redenen
-die hij hun opgaf goedkeurden en er al het gepaste van erkenden.
-
-De drie bevelhebbers bleven dus vereenigd en trokken met hun staf,
-een twintigtal mannen sterk, voorwaarts, na de overigen in twee
-troepen te hebben gesplitst om de Gambucinos te bewaken.
-
-Don Estevan maakte allen spoed om Quiepa-Tani te bereiken, ten einde
-de twee jonge dames in de stad op te ligten en in handen te krijgen, om
-door hare tegenwoordigheid den ijver zijner bondgenooten aan te vuren.
-
-Zij trokken op weg.
-
-Bij deze gelegenheid had er eene zeer zonderlinge verwikkeling plaats,
-namelijk dat zes verschillende detachementen krijgslieden elkander op
-het spoor zaten, en elke troep gedurende meer dan eene maand lang,
-met gelijke drift en naauwkeurigheid, afzonderlijk voortrukte in de
-voetstappen van de troep die haar vooruit was, terwijl geen van haar
-wist dat zij op hare beurt werd nagezet door een troep die haar volgde.
-
-Zoo liepen de zaken zonder tot eene ontmoeting te leiden, voor dien
-nacht toen Domingo in het woud verdween.
-
-Hoe dit kwam, willen wij thans nader doen zien.
-
-Loer-Vogel hield den Gambucino niet zonder reden verdacht van den
-schelm te spelen. Daarom had hij hem niet van zich willen laten om
-hem des te beter in 't oog te kunnen houden.
-
-Ongelukkig echter was er, ondanks Loer-Vogels onafgebroken
-waakzaamheid, sedert hun vertrek van het veer del Rubio, meer dan
-eene maand lang, niets gebeurd dat den jager in zijne vermoedens kon
-versterken. Domingo had niet de minste slinksche beweging gemaakt en
-zoo het scheen stipt en getrouw zijn pligt gedaan. Als er gekampeerd
-werd, en de kleine beschikkingen voor den nacht waren gemaakt, en de
-maaltijd geëindigd was, was Domingo altijd een der eersten die zich
-in zijn zarapé wikkelde, op den grond uitstrekte en onder voorwending
-van vermoeidheid insliep.
-
-Kortom, de bandiet had zijn gedrag zoodanig weten in te rigten,
-dat de jager, hoe slim hij ook wezen mogt, zich door hem liet
-verschalken. Van lieverlede begon dus zijne achterdocht te verminderen
-en zijne waakzaamheid te verslappen, en ofschoon hij den Gambucino
-niet ligt een post van belang zou hebben toevertrouwd, hield hij hem
-echter minder scherp in het oog dan gedurende de eerste dagen. Zoo
-waren zij meer dan eene maand lang op weg geweest en bevonden zich de
-avonturiers op een geheel onbekend terrein; het scheen bijna onmogelijk
-dat Domingo, die weinig van het leven in de wildernis wist, zijne
-kameraden zou durven verlaten en zich alleen in de woestijn zou wagen;
-waar hij waarschijnlijk spoedig verdwalen en na verloop van weinige
-kommervolle dagen van honger en gebrek zou moeten omkomen.
-
-Deze nalatigheid van Loer-Vogel bewees slechts eene zaak, namelijk dat
-de jager zijn man niet goed kende, en niet volkomen op de hoogte was
-van de hardnekkigheid waarmede de Mexicaansche mestiezen een eenmaal
-opgevat plan volhouden.
-
-Domingo haatte den jager uit grond van zijn hart, omdat deze
-hem eenmaal ontmaskerd had, en wachtte met al het geduld dat het
-bastaardras waartoe hij behoorde kenmerkt, het oogenblik af om zich
-aan hem te wreken, wel wetende, dat in de tegenwoordige omstandigheden,
-de gelegenheid daartoe den een of anderen dag zeker komen zou.
-
-Intusschen wachtte, loerde en luisterde hij. Niemand verborg iets
-voor hem of ontzag zich om in zijn bijzijn vrijuit over de zaken te
-spreken, om de eenvoudige reden, dat Loer-Vogel zijne kameraden niet
-voor den mesties had willen waarschuwen daar dit te zeer met het loyaal
-karakter van den jager in strijd was. Door deze vertrouwelijkheid
-werd Domingo in de gelegenheid gesteld om aangaande de onderneming,
-van welke hij tegen zijn zin deel uitmaakte, vele bijzonderheden
-te vernemen die hij anders nooit zou zijn te weten gekomen, en die
-hij zorgvuldig verzamelde om ze later tot eigen voordeel, zoo duur
-mogelijk aan de lieden die er belang bij hadden te verkoopen, zoodra
-het toeval hen in zijne tegenwoordigheid zou brengen.
-
-Op denzelfden avond toen Loer-Vogel het spoor ontdekte dat hem
-zooveel belang inboezemde, had de Gambucino, die op zijne beurt almede
-rondsnuffelde, te midden van een kreupelboschje eene vondst gedaan,
-die hij zich wel wachtte aan zijne kameraden mede te deelen.
-
-Deze vondst bestond in een tabakszak, klein van omvang, maar rijk
-met goud geborduurd, zooals de groote heeren in Mexico gewoon zijn
-te dragen.
-
-Domingo herinnerde zich zeer wel dien vroeger in handen van don
-Estevan te hebben gezien.
-
-Dit zakje moest derhalve door hem verloren zijn. Hij stak het
-voorloopig in zijne borst, zich voorbehoudende om het later nader te
-onderzoeken, wanneer hij geen gevaar liep van door zijne makkers te
-worden overvallen.
-
-De Vliegende-Arend, zoo als wij vroeger gezien hebben, was dien avond
-op verkenning uitgegaan, en zijne vrienden, na een vuur ontstoken,
-hun maal bereid en eenige mondvollen er van gegeten te hebben, zaten
-op zijne terugkomst te wachten.
-
-Het was dien dag afmattend heet geweest. De Indiaan liet zich
-bijzonder lang wachten; Loer-Vogel en don Mariano, na een geruime
-poos met elkander te hebben zitten praten, voelden hunne oogleden
-bezwaard, zij begonnen te knikkebollen, kortom, zij bezweken voor de
-vermoeijenis, lieten zich op den molligen bodem afglijden en waren
-weldra in een diepen slaap gedompeld; wat Domingo betreft, deze had
-naar het scheen reeds sedert een uur zoo vast geslapen alsof hij
-nooit weder moest ontwaken.
-
-Intusschen gebeurde er iets zeer zonderlings; naauwelijks toch hadden
-Loer-Vogel en don Mariano hunne oogen gesloten of Domingo opende de
-zijne, en dat wel zoo gezwind en zoo juist van pas, dat men niet
-anders kon veronderstellen of hij had slechts geveinsd te slapen,
-ja was nooit beter wakker geweest dan toen hij deed alsof hij sliep.
-
-Eerst wierp hij een bespiedenden blik om zich heen en hield zich
-onbewegelijk stil; maar na verloop van een paar minuten door de diepe
-en geregelde ademhaling zijner kameraden gerust gesteld, kwam hij
-zacht overeind. Hij aarzelde nog eenige minuten, en haalde toen uit
-zijne borst den tabakszak te voorschijn, om hem in het schijnsel der
-brandende takkebosschen te bezigtigen.
-
-Het zakje had op zich zelve niets buitengewoons, alleen merkte de
-slimme mesties er eene kleine bijzonderheid aan, het was namelijk
-ongeveer half met tabak gevuld--en die tabak was versch.
-
-Het kon dus onmogelijk lang geleden zijn dat don Estevan het verloren
-had, ja welligt een paar uren slechts; zoo dit waar was, gelijk hij
-alle reden had om te gelooven, kon de eigenaar niet ver verwijderd
-zijn, en moest hij zich niet veel meer dan een paar mijlen van het
-jagerskamp bevinden.
-
-Deze redenering was logisch; ook trok de mesties er dit gevolg uit,
-dat de gelegenheid die hij sedert zoo lang had te gemoet gezien,
-eindelijk gekomen was, en dat hij, het kostte wat het wilde, er zijn
-voordeel mede moest doen.
-
-Toen hij dit besluit eenmaal had vastgesteld, liet het overige zich
-gemakkelijk berekenen.
-
-De Gambucino stond op, sloop als een adder door de struiken, en schoot
-als een verloren post in de duisternis om don Estevan te zoeken.
-
-Het toeval dat de wereldsche zaken beheerscht en in de regeling der
-menschelijke handelingen, vooral van schurken en intriganten vaak
-zulk eene gewigtige rol speelt, schijnt er soms behagen in te vinden
-om door een wonderlijken zamenloop van omstandigheden, tegen alle
-waarschijnlijkheid aan, de boosaardigste plannen te doen gelukken;
-dit bleek ook hier weder het geval te zijn.
-
-Naauwelijks had de Gambucino een vol uur in het bosch rondgezworven,
-en in de duisternis, die hem omgaf als een lijkkleed, zoo goed
-mogelijk zijn weg gezocht, of op een oogenblik toen hij zulks het
-minst verwachtte zag hij aan den uitersten rand van het woud een
-vuur branden.
-
-Hij stapte onmiddelijk naar den lichtenden gloed, die hem tot baken
-diende, bij instinct overtuigd dat hij er den man zou vinden dien
-hij sedert een uur zocht.
-
-Zijne vermoedens hadden hem niet bedrogen: het bereikte kamp was
-werkelijk dat van don Estevan en zijne medegenooten, die zeker niet
-wisten dat zij zich zoo digt bij hunne vijanden bevonden, anders zouden
-zij zonder twijfel de gewone in de woestijn gebruikelijke voorzorgen
-wel hebben in acht genomen om hunne tegenwoordigheid te verbergen.
-
-De plotselinge verschijning van den mesties binnen den lichtkring
-van het helder brandende vuur, maakte om zoo te zeggen een waar
-theater-effect.
-
-De Indianen en zelfs don Estevan waren zoo weinig verdacht op de
-komst van dezen man, dat er oogenblikkelijk een vreesselijk tumult
-door ontstond, gedurende hetwelk de Gambucino gevat, op den grond
-geworpen en gekneveld werd, eer hij nog een woord tot zelfverdediging
-had kunnen uitbrengen.
-
-De krijgslieden grepen hunne wapenen en verspreidden zich in den
-omtrek, om zich te verzekeren of het individu dat in hunne handen
-was gevallen alleen was, dan of men nog anderen te vreezen had.
-
-Eindelijk begon deze opschudding een weinig te bedaren, en kwamen
-de gemoederen in zoo verre tot rust, dat men den gevangene in 't
-verhoor kon nemen. Deze verlangde niets liever, en dit was juist wat
-hij sedert het oogenblik zijner overrompeling dringend had verzocht.
-
-Men bragt hem dus voor de drie opperhoofden, en daar--wij behoeven
-het naauwelijks te zeggen--werd hij door don Estevan dadelijk herkend.
-
---Ha! meesmuilde de Mexicaan, dat is onze oude vriend Domingo. Hoe
-duivel komt gij hier, mijn brave kameraad?
-
---Dat zult gij hooren, Senor, want ik kom hier alleen om u van dienst
-te zijn, antwoordde de bandiet met zijn gewone vrijpostigheid. Daarom
-verzoek ik u mij te laten ontbinden, als het wezen kon; die touwen
-knellen zoo sterk en doen mij zoo vreesselijk zeer, dat ik onmogelijk
-een woord uit kan brengen als ik er niet van ontslagen word.
-
-Nadat men aan zijn verzoek had voldaan, begon hij zonder zich verder
-te laten bidden, in alle bijzonderheden te vertellen wat hij vernomen
-had en wat ook wij reeds gedeeltelijk weten.
-
-De openbaringen van den bandiet gaven zijne hoorders ruime stof tot
-denken, en zij vroegen hem nu, hoe hij te weten was gekomen dat zij
-zoo digt in de nabijheid waren.
-
-Domingo begon op nieuw, en voltooide thans zijn verslag met de
-verklaring, hoe hij den tabakszak gevonden en, nadat zijne beide
-kameraden don Mariano en Loer-Vogel waren ingeslapen, zich verwijderd
-had om don Estevan op te zoeken.
-
-Er was in het verslag van den Gambucino eene bijzonderheid die don
-Estevan bovenal levendig trof, namelijk, dat twee zijner grootste
-vijanden zich zoo kort in zijne nabijheid bevonden en dat zij alleen
-waren.
-
-Hij gaf den Rooden-Wolf terstond een wenk en fluisterde hem een paar
-woorden in 't oor, die door den Indiaan met een onheilspellenden lach
-werden beantwoord.
-
-Tien minuten later was het vuur gedoofd; de Apachen, tot aan de tanden
-gewapend en onder geleide van Domingo, slopen als boschkatten het woud
-in en rigtten zich naar de plek, waar de jager en de caballero gerust
-sliepen, zonder iets te vermoeden van het gevaar dat hen bedreigde
-of het verraad daar zij de slagtoffers van konden worden.
-
-Wij hebben vroeger reeds gezien hoe deze onderneming mislukte, en
-hoe jammerlijk Domingo voor zijne laaghartige misdaad werd gestraft.
-
-Ongelukkig echter was hij in de gelegenheid geweest om te klappen,
-en zijne woorden waren maar al te zorgvuldig aangehoord.
-
-Zoodra echter de Apachen overtuigd waren dat zij met een sterker partij
-te doen hadden dan zij in 't eerst vermoedden, en dat de vijand, wel
-verre van te slapen, zich gereed hield om hen te ontvangen, trokken
-zij in der haast terug, ten einde nader te overwegen welk plan zij
-volgen zouden om hunne vijanden voor te komen en te verschalken.
-
-Die beraadslaging duurde veel korter dan de Indianen gewoon waren. In
-weerwil van de nachtelijke, duisternis, stegen zij te paard en reden
-zoo snel mogelijk naar Quiepa-Tani, om reeds vroeg in de stad te zijn
-en hunne vrienden in tijds voor te bereiden om hen in den op handen
-zijnden strijd te ondersteunen.
-
-Ondanks zijne tegenbedenkingen, werd don Estevan met eenige weinige
-ruiters aan den rand van het bosch achtergelaten. De opperhoofden,
-hoe magtig en aanzienlijk ook, durfden de wetten der Indianen niet
-openlijk te schenden, door een blanke anders dan als gevangene in de
-stad te brengen: eene voorwaarde waaraan don Estevan zich natuurlijk
-niet wilde onderwerpen, zoodat hij genoodzaakt was achter te blijven
-en hunne terugkomst af te wachten.
-
-Maar, zoo de Indianen er geen gras over hadden laten groeijen,
-ook de jagers van hunnen kant, hadden niet stil gezeten, en zoo als
-wij bereids gezien hebben, hun tijd zoo wel besteed, dat Loer-Vogel,
-als een geneesheer uit Yuma vermomd, te gelijk met hen in Quiepa-Tani
-was binnen gekomen.
-
-Terwijl de Roode-Wolf er terstond zijn werk van maakte om den grooten
-raad der opperhoofden bij een te roepen, scheidde Addick zich van
-hem af en reed hij met allen spoed naar het huis van zijn vriend
-Chicuhcoatl--Acht-Slangen--den Amantzin of opper-priester der heilige
-stad Quiepa-Tani.
-
-Deze intusschen toen hij de terugkomst van het jonge opperhoofd vernam,
-had zich terstond met de vrouw van Atoyac verstaan, die hem juist in
-gezelschap van de Wilde-Roos was komen bezoeken.
-
-Hij had haar van de terugkomst van Addick onderrigt--die haar trouwens
-reeds bekend was--en haar ten strengste aanbevolen, om het werkdadig
-aandeel dat zij in het afzweringsplan der jonge meisjes genomen had,
-stipt geheim te houden.
-
-De Duif, die inmiddels door de Wilde-Roos was ingelicht, had zich
-verbonden om te zwijgen; en tevens den opperpriester verwittigd,
-dat er te Quiepa-Tani een groot geneesheer uit Yuma was aangekomen,
-Ometochtli genaamd, wiens kunde zeer nuttig zou kunnen zijn tot herstel
-van de verzwakte gezondheid der twee gevangenen van Addick. De Amantzin
-had haar plegtig bedankt voor hare mededeeling en haar gezegd dat
-hij Atoyac waarschijnlijk wel in den raad zou zien, en dan niet in
-gebreke zou blijven hem te verzoeken den wonderarts bij hem te brengen.
-
-Hierdoor voor het oogenblik gerustgesteld, liet de opperpriester de
-beide vrouwen vertrekken en begaf hij zich naar Addick, wel voorbereid
-om hem te ontvangen.
-
-Op de eerste vraag de beste, waarmede de jonge Sachem hem zijn
-verlangen te kennen gaf om de jonge meisjes te zien, antwoordde
-de Amantzin, dat hij, ten einde de beide dames des te strenger te
-kunnen bewaken en haar aan de hinderlijke nieuwsgierigheid der rijke
-lediggangers in de stad, die haar gedurig met hunne bezoeken lastig
-vielen, te onttrekken, zich verpligt had gezien haar in het paleis
-der Zonnemaagden over te brengen, tot tijd en wijle zij aan haar
-wettigen eigenaar konden worden teruggegeven.
-
-Addick was zeer gevoelig voor de goede zorg die zijn vriend scheen
-te dragen om zich van de hem opgelegde taak behoorlijk te kwijten,
-en overstelpte den opperpriester met dankbetuigingen, welke deze met
-geveinsde zedigheid aannam, ofschoon niet zonder zekeren schalkschen
-glimlach, die het jonge opperhoofd ruime stof tot nadenken gaf.
-
-Derhalve besloot hij om zijne plannen niet langer te bewimpelen,
-maar stoutweg met zijn verzoek voor den dag te komen, zoodra hij
-gepaste woorden vond.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXIV.
-
-EEN GESPREK.
-
-
-De beide mannen stonden eenige minuten tegenover elkander, met
-gefronste wenkbraauwen, gesloten lippen en doorborende blikken,
-elkander van het hoofd tot de voeten metende, als twee duëllisten,
-die met gekruiste degens gereed zijn om den eersten stoot te geven.
-
-Het was inderdaad een tweegevecht dat zij zouden aanvangen, des te
-geduchter en hardvochtiger misschien, omdat hier geen andere wapens
-werden gebezigd dan list en geveinsdheid.
-
-De magt der Indiaansche priesters is schier onbegrensd, en des te
-geduchter, daar zij, ook in wereldsche zaken, geen ander gezag boven
-zich erkennen dan den God dien zij vereeren en wiens tusschenkomst
-zij overal waar zij zulks noodig achten, weten aan te wenden tot
-bevordering van eigen inzigten en belangen.
-
-Geen volk is misschien bijgelooviger dan de Roodhuiden; voor hen ligt
-de godsdienst geheel buiten de moraal; zij weten van leerstelsel noch
-gebod, en slaan liever blindelings geloof aan de ongerijmdheden die
-hunne priesters hun verkoopen, dan zich een oogenblik de moeite te
-geven om na te denken over geheimenissen, die zij toch nooit zouden
-begrijpen en daar zij zich ook zeer weinig over bekommeren.
-
-Wij hebben reeds gezegd dat de opperpriester van Quiepa-Tani een man
-was van buitengewone schranderheid, dat hij voortdurend in de stad zijn
-verblijf hield, van alle geheime zaken kennis droeg, en bij gevolg het
-vertrouwen der meeste familiën bezat; zijn gezag en populariteit waren
-op de stevigste en bijna onwrikbare grondslagen gevestigd: Addick
-wist dit zeer goed; meermaals had hij zich op den veelvermogenden
-invloed van den geestelijke beroepen, en begreep dus hoe gevaarlijk
-het voor hem zijn kon om met zulk een man in onmin te geraken.
-
-Chicuhcoatl stond, de armen op de borst gekruist, met een strak en
-hartstogtelijk gezigt voor den jeugdigen hoofdman, wiens oogen vlammen
-schoten en wiens gelaatstrekken de hevigste gramschap teekenden.
-
-Nogtans was Addick, na eenige minuten van ongehoorde inspanning en
-door het onverzettelijk te willen, er in geslaagd om het vuur zijner
-blikken te verzachten; zijn woest gelaat helderde dus weder op en
-hij reikte den priester de hand, terwijl hij hem toesprak met eene
-zachte, verzoenende stem, in welke geen spoor van zijne inwendige
-verbolgenheid was overgebleven.
-
---Mijn vader bemint mij, zeide hij; wat hij deed is goed, en ik zeg
-er hem dank voor.
-
-De Amantzin boog wellevend en raakte even met de toppen zijner magere
-vingers de hand aan, die de jonge Sachem hem toestak.
-
---De Wacondah heeft mij bezield, antwoordde hij op schijnheiligen toon.
-
---De heilige naam van Wacondah zij gezegend! hernam de Sachem. Zal
-mijn vader mij de gevangenen niet laten zien? vroeg hij.
-
---Dat zou ik gaarne doen; maar ongelukkigerwijs is dit onmogelijk.
-
---Hoedat! riep de jongman met een zweem van ongeduld, dien hij niet
-geheel kon verbergen.
-
---De wet luidt stellig: "de toegang tot het paleis der Zonnemaagden
-is den mannen verboden."
-
---Dat is wel zoo; maar deze jonge meisjes behooren geenszins tot de
-maagden der Zon; zij zijn niets meer dan vrouwen der bleekgezigten
-die ik hier heen heb gebragt.
-
---Dat weet ik; wat mijn zoon zegt is juist.
-
---Welnu, zoo als mijn vader dan ziet, is er ook geen reden waarom
-mij de gevangenen niet zouden worden teruggegeven.
-
---Mijn zoon vergist zich; haar verblijf onder de Zonnemaagden heeft
-haar uit den aard der zaak onder de tucht der wet geplaatst. Gedwongen
-door gebiedende omstandigheden, heb ik in het eerste oogenblik, toen
-ik haar naar het paleis liet overbrengen, daaraan niet gedacht. Ik
-heb mij alleen naar de aanbeveling van mijn zoon geregeld en zijne
-gevangenen tot iederen prijs zoeken te redden. Nu spijt het mij zeer
-dat ik zoo gehandeld heb, maar het is te laat; al zou ik het willen
-veranderen, ik kan niet.
-
-Addick gevoelde een schier ontembaren lust om den noodlottigen
-geestelijken kwakzalver, die hem op zijne huichelachtige en zoetsappige
-manier zoo onbeschaamd durfde bespotten, met zijn strijdkolf den kop
-te verbrijzelen. Gelukkig echter voor den priester--en waarschijnlijk
-ook voor hem zelven, want hoe welverdiend ook, zou deze wraakneming
-niet ongestraft zijn gebleven--weerhield hij zich.
-
---Maar ik bid u er om, hervatte hij een oogenblik daarna, mijn vader is
-goed, en hij zal mij toch niet tot wanhoop willen vervoeren; zou er dan
-geen middel zijn om dit schijnbaar onoverkomelijk bezwaar op te heffen?
-
-De opper-priester scheen te aarzelen. Addick doorboorde hem met zijne
-blikken en wachtte zijn antwoord af.
-
---Ja, hervatte hij eindelijk, er is misschien een middel.
-
---Welk? riep de jongman verheugd; laat mijn vader het noemen; spreek.
-
---Het is dit, antwoordde de grijsaard met klemmenden nadruk op ieder
-woord, en met schijnbaren tegenzin; gij zoudt van den grooten raad een
-volmagt moeten bekomen om de gevangenen uit het paleis terug te nemen.
-
---Ooah! daar heb ik niet aan gedacht. Inderdaad, de groote raad kan
-mij die volmagt verleenen; ik zeg mijn vader dank. Dat verlof zal
-mij zeker niet worden geweigerd.
-
---Ik help het u wenschen, zei de priester, op een toon die den jongman
-veel stof tot nadenken gaf.
-
---Veronderstelt mijn vader dan, dat de groote raad mij zou willen
-krenken, door mij zulk een gering verzoek te weigeren? vroeg hij.
-
---Ik veronderstel niets, mijn zoon. De Wacondah heeft de harten
-der opperhoofden in zijne regterhand. Hij alleen kan die ten uwen
-gunste neigen.
-
---Mijn vader heeft gelijk. Ik ga onmiddelijk naar den raad, hij moet
-op dit oogenblik juist bijeenzijn.
-
---Dat is zoo, hernam de Amantzin, de eerste hachesto (heraut) der
-magtige Sachems is mij komen dagvaarden, eenige oogenblikken voordat
-ik het genoegen had mijn zoon te zien.
-
---Mijn vader gaat dus ook naar den raad?
-
---Ik zal mijn zoon vergezellen, zoo hij er niets tegen heeft.
-
---Het zal mij eene eer zijn. Ik kan zeker op de stem van mijn vader
-rekenen, niet waar?
-
---Heeft die stem ooit aan Addick ontbroken?
-
---Nooit. Intusschen is het vooral heden, dat ik van de ondersteuning
-mijns vaders zeker wensch te zijn.
-
---Mijn zoon weet dat ik hem bemin, ik zal handelen volgens mijn pligt,
-antwoordde de opper-priester uitwijkend.
-
-Tot zijn verdriet, was Addick genoodzaakt zich met dit dubbelzinnig
-antwoord te vergenoegen.
-
-De beide mannen traden nu het huis van den opper-priester uit,
-en gingen het plein over naar het paleis der Sachems, waar de raad
-vereenigd was.
-
-Een talrijke menigte Indianen, uit nieuwsgierigheid zaam gevloeid,
-vulde het anders zoo eenzame plein en begroette de meest beroemde
-Sachems in 't voorbijgaan met luide toejuiching.
-
-Toen de opper-priester verscheen, verzeld van den jeugdigen Addick,
-deinsden de Indianen met een mengeling van eerbied en vrees voor hen
-terug en groetten hen stilzwijgend.
-
-Chicuhcoatl werd door het volk nog meer gevreesd dan bemind, zoo
-als gewoonlijk het geval is met personen die eene schier onbegrensde
-magt bezitten.
-
-De Amantzin scheen echter de opschudding die zijne tegenwoordigheid
-veroorzaakte en de vreesachtige fluisteringen die zijn pad verzelden
-niet op te merken. Met neergeslagen oogen, zedigen, ja zelfs nederigen
-tred, stapte hij het paleis binnen, achter den jongen Sachem, wiens
-brutale houding en dartel hoogmoedige blikken een treffend contrast
-maakten met den gemaakten deemoed van den opper-priester.
-
-De plaats waar de groote raad vergaderde, was een ruwe, vierkante,
-maar overigens zeer eenvoudige zaal, die zich van het noorden naar
-het zuiden uitstrekte; achter in de zaal, op den witgekalkten muur,
-hing een soort van tapijt, uit de slagpennen en donsvederen van
-zeldzame vogels zamengestikt, op hetwelk in het midden, almede met
-behulp van schitterend gekleurde vederen, de vereerde beeldtenis der
-zon was voorgesteld, stralende boven de groote heilige Schildpad,
-het symbool of zinnebeeld der wereld.
-
-Onder dit tapijt, ondersteund door vier gekruiste en op den vloer
-rustende speren, lag de heilige calumet, of vredespijp, die nooit
-bezoedeld mogt worden door met de aarde in aanraking te komen. Deze
-pijp, welker roode kop van zekere kostbare, alleen in Opper-Missourie
-voorkomende klei is gebakken, had een roer van tien voeten lang en
-was geheel met bonte vederen, kralen en gouden schelletjes versierd,
-en aan het einde hing een kleine medicijnzak van elandsvel en met
-hieroglyphische figuren bezaaid.
-
-In het midden der zaal, in den vloer, was eene ovaalronde opening
-of haard, waar een kunstmatig opgestapelde hoop hout gereed lag,
-die tot het heilige vuur van den raad moest dienen en alleen door
-den opper-priester mogt worden ontstoken.
-
-De zaal werd verlicht door twaalf hooge, met zware vigonia wollen
-gordijnen behangen vensters, die slechts een somber en schemerachtig
-halflicht doorlieten, geheel in overeenstemming met den plegtvollen
-indruk van het ruime en statige vertrek.
-
-Op het oogenblik dat de Amantzin en Addick de vergaderzaal bereikten,
-waren de overige leden van den raad reeds allen bijeen en wandelden
-zij bij groepjes de zaal op en neder, zacht zamen pratende om de twee
-nog ontbrekende raadsheeren af te wachten.
-
-Zoodra de opper-priester was binnengetreden, verzamelden allen zich
-in het midden der zaal en nam ieder zijne plaats rondom den haard,
-hierin voorgegaan door den oudsten Sachem.
-
-Deze Sachem was een hoogbejaard man, die door twee krijgslieden onder
-de armen moest ondersteund worden. Wat eene vreemde zaak is onder de
-Indianen, hij had een langen sneeuwwitten baard, die als een zilveren
-stroom op zijne borst afvloeide; zijne trekken teekenden buitengewone
-majesteit; overigens betoonden de andere opperhoofden hem den diepsten
-eerbied en ontzag.
-
-De oude, eerwaardige Sachem heette Axayacatl, dat zooveel wil zeggen
-als "het gelaat des waters" [21]; hij beweerde af te stammen van
-de aloude Incas die het land van Anahuac [22] regeerden voor de
-verovering door de Spanjaarden; en even als zijn naamgenoot, de
-achtste koning van Mexico, was het teeken dat hij voor zijn naam
-plaatste, een waterbaar. Wat zijne bewering scheen te bevestigen,
-was dat zijn gelaat niet die hoog roode tint als nieuw koper had,
-die de Indiaansche rassen onderscheidt, en ook in edelheid van vorm
-meer de Europesche type naderde.
-
-Wat er van deze afstamming ook wezen mag, zooveel is zeker, dat hij
-in zijne jeugd een der dapperste en meest beroemde krijgslieden was
-geweest der Comanchen, die ontembare en hoogmoedige natie, die zich
-den naam van Koningin der Prairiën geeft, en beweren durft dat zij
-alleen het regt heeft om de woestijn te beheerschen en ongestraft
-te doorkruisen.
-
-Toen de gevorderde jaren van Axayacatl en zijne talrijke kwetsuren hem
-beletten om langer aan den oorlog deel te nemen, hadden de Indianen,
-door welke hij algemeen geliefd en geëerbiedigd werd, hem eenstemmig
-tot opper-bevelhebber van Quiepa-Tani verkozen.
-
-Sedert meer dan twintig jaar oefende hij deze magt uit tot genoegen
-van al de Indiaansche natiën.
-
-Na zich met een oogopslag te hebben overtuigd dat al de opperhoofden
-rondom den haard gezeten waren, nam de grijze Sachem uit handen van
-den hachesto, die naast hem overeind stond, een brandende harsfakkel
-en plaatste die op den houtstapel welke voor het heilige raadvuur was
-aangelegd, sprekende daarbij met eene zwakke maar nogtans duidelijke
-stem de volgende woorden:
-
---Wacondah! uwe kinderen vereenigen zich om over gewigtige belangen te
-beraadslagen, geef dat de vlam, die uw wezen is, hunne harten ontsteke
-en naar hunne lippen wijze woorden doe oprijzen, die uwer waardig zijn.
-
-Het hout, dat waarschijnlijk met harsachtige stoffen bestreken was,
-vatte bijna onmiddellijk vuur, zoodra de Sachem er den brand instak,
-en vlamde binnen weinige oogenblikken helder flikkerend omhoog naar
-het gewelf der zaal.
-
-Terwijl de Sachem de bovengemelde woorden uitsprak, hadden twee
-ondergeschikte priesters de heilige calumet van den standaard
-genomen, haar met den afzonderlijk voor deze plegtigheid bereiden
-tabak gevuld, haar toen op de schouders naar den Amantzin gedragen en
-eerbiedig aangeboden. De opper-priester nam daarop met een zilveren
-spatel,--of toovertangetje,--om de kwade voorteekens te bezweren,
-een stukje gloeijende houtskool van den haard en stak de pijp aan,
-onder het uitspreken der volgende aanroepingen:
-
---Wacondah! verheven en onbekend wezen, gij dien de wereld niet
-kan omvatten en wiens aldoordringend oog het kleinste insekt
-bespiedt dat zich onder het gras verschuilt, wij roepen u aan,
-u dien geen sterveling begrijpt. Gebied gij der Zon, uw zigtbare
-vertegenwoordigster, dat zij ons gunstig zij en den heiligen rook
-dien wij haar uit de groote calumet opdragen, niet van zich verdrijve.
-
-De Amantzin, die den kop der pijp steeds in zijne hand hield;
-presenteerde het roer beurt om beurt aan al de opperhoofden, beginnende
-met den oudste, namelijk met Axayacatl. De Sachems deden elk een paar
-trekjes uit de calumet, met inachtneming van den gepasten ernst en
-het decorum dat de plegtigheid vereischte, namelijk met de blikken
-eerbiedig ter aarde gerigt en den regterarm op het hart. Toen het
-mondstuk der calumet eindelijk bij den opper-priester terugkwam, liet
-deze den kop door een zijner acolyten vasthouden en rookte zelf zoo
-lang tot al de tabak in de pijp was verteerd. Toen naderde op nieuw
-de hacheto, en schudde de asch in een kleinen zak van elandsvel, dien
-hij toebond en vervolgens in het vuur wierp, onder het uitspreken,
-met luide en nadrukkelijke stem, der volgende woorden:
-
---Wacondah! de afstammelingen der zonen van Atzlan [23] smeeken om
-uwe gunst; doe gij uwe lichtende stralen schijnen in hunne harten,
-opdat zij als wijze mannen spreken mogen.
-
-Daarop namen de twee dienende priesters de calumet eerbiedig terug
-en plaatsten haar weder op de stelling onder het beeld der zon.
-
-De oude Sachem vatte nu het woord weder op.
-
---De raad is vergaderd, begon hij; twee vermaarde opperhoofden zijn
-eerst dezen morgen van een verre reis te Quiepa-Tani aangekomen, en
-zeggen dat zij aan den raad gewigtige zaken hebben mede te deelen;
-laat hen derhalve spreken; onze ooren zijn geopend.
-
-Wij zullen hier geenszins in eene uitvoerige beschrijving treden van
-de debatten die gedurende deze raadzitting gevoerd werden, evenmin
-als wij verslag zullen geven van de listige redevoeringen, gehouden
-door den Rooden-Wolf en door Addick; dit zou ons te veel afleiden
-en bovendien voor den lezer al ligt vervelend worden. Het zij dus
-voldoende te zeggen dat, hoewel de hartstogten niet buiten het spel
-bleven en de behendig door de twee Sachems in het midden geworpen
-twistappel, aanleiding gaf tot levendige aanvallen, die door niet
-minder levendige tegenwerpingen werden beantwoord, alles desniettemin
-toeging met de gewone welvoegelijkheid en orde die de vergaderingen
-der Indianen kenmerkt; terwijl wij den uitslag der debatten kunnen
-zamentrekken in de verklaring, dat de plannen van de Roode-Wolf en
-Addick volkomen schipbreuk leden door het gezond verstand, of liever
-den onwil der meeste Sachems, die tot bereiking van hun baatzuchtig
-doel niet verkozen mede te werken.
-
-De opperpriester ging hierbij met bijzonderen takt te werk;
-zich houdende alsof hij voor Addick partij koos, wist hij de
-kwestie derwijze te verwikkelen, dat de raad eenparig verklaarde:
-dat de jonge blanke dames, thans in het paleis der Zonnemaagden
-opgesloten, niet moesten worden beschouwd als kostgangsters van den
-Sachem die haar in de stad had gebragt, maar als gevangenen van het
-geheele bondgenootschap, en dat zij als zoodanig onder toezigt des
-opperpriesters zouden blijven, aan wien men nadrukkelijk opdroeg,
-om ze met de grootste zorg te bewaken en onder geen voorwendsel te
-gedoogen dat de jonge Sachem bij haar toegang kreeg. Chicuhcoatl,
-toen hij Addick aanspoorde om zich aan den raad te wenden, wist
-vooraf zeer goed wat de uitslag van dezen stap zijn zou; doch daar
-hij zich het jonge opperhoofd ongaarne tot vijand wilde maken, door
-hem zijn verzoek botaf te weigeren, had hij de verantwoordelijkheid
-dezer weigering zich behendig van den hals geschoven, door haar op de
-schouders van den geheelen raad te leggen, en dank zij dezen maatregel,
-Addick buiten de mogelijkheid gesteld om hem te eeniger tijd rekenschap
-te vragen van dit dubbelzinnig gedrag te zijnen opzigte.
-
-De Roode-Wolf was met zijn voorstel bij den raad gelukkiger geweest;
-de reden hiervan is eenvoudig genoeg, daar zijn verzoek de belangen
-der stad zelve betrof. Hij had namelijk verzocht, dat er een bende
-van vijfhonderd krijgslieden, onder bevel van een beroemd opperhoofd,
-zou worden in dienst gesteld, om voor de veiligheid der stad te
-waken; daar deze thans ernstig bedreigd werd, door de verschijning,
-in den omtrek van Quiepa-Tani, van een veertigtal gewapende blanken,
-wier oogmerk blijkbaar geen ander was, dan de stad te overrompelen
-en zich van haar meester te maken.
-
-De Sachems stonden den Rooden-Wolf niet alleen toe wat hij verzocht,
-maar zelfs meer dan hij ooit had durven hopen: in plaats van
-vijfhonderd strijders, bepaalde men dat er duizend zouden worden
-opgeroepen; dat de helft dezer krijgslieden, onder kommando van Atoyac,
-het land in alle rigtingen zouden doorkruisen, om den naderenden vijand
-in 't oog te houden, terwijl de andere helft, onder onmiddelijk bevel
-van den gouverneur, in de stad zelve de wacht zou houden.
-
-Na deze besluiten ging de raad uiteen.
-
-De opperpriester naderde thans Atoyac, en vroeg hem of hij werkelijk
-zulk een beroemd tlacateotzin bij zich had. Deze antwoordde, dat er
-dien zelfden dag een vermaard geneesheer uit Yuma te Quiepa-Tani
-was aangekomen, en dat hij hem gastvrijheid had verleend in zijn
-eigen calli. De Vliegende-Arend voegde zich thans bij Atoyac, om den
-opperpriester te verzekeren, dat deze geneesmeester, dien hij sinds
-jaren kende, met regt onder de Indianen een grooten naam had verworven,
-en dat hij zelf hem de wonderbaarste geneeskuren had zien uitvoeren.
-
-De Amantzin, die volstrekt geen reden had om den Vliegenden-Arend
-te wantrouwen, sloeg natuurlijk aan zijne woorden het volste geloof,
-en verzocht Atoyac, nog staande de raadzitting, om den tlacateotzin
-zonder verwijl naar het paleis der Zonnemaagden te geleiden, ten
-einde zijne kunst te beproeven aan de twee jonge blanke meisjes
-die door den grooten volksraad onder zijne bijzondere voogdij waren
-gesteld, en wier gezondheidstoestand hem sinds eenige dagen ernstige
-bezorgdheid inboezemde.
-
-Addick had deze laatste woorden, die met luider stem werden
-uitgesproken, gehoord, en trad dus snel naar den opperpriester.
-
---Wat zegt mijn vader daar? riep hij met levendige belangstelling.
-
---Ik zeg, antwoordde de Amantzin op zijn gewonen zoetsappigen, maar
-hoogdravenden toon, dat de twee blanke maagden, die mijn zoon aan
-mijne bewaring toevertrouwde, door den Wacondah met een ernstige
-krankheid zijn bezocht geworden.
-
---Zou haar leven in gevaar zijn? vroeg de jonge Sachem met blijkbaren
-angst.
-
---De Wacondah alleen heeft het leven zijner schepselen in handen:
-ik geloof echter dat het gevaar nog wel te bezweren zou zijn; wat
-meer zegt, gelijk mijn zoon gewis zelf reeds zal hebben gehoord, is er
-een doorluchtige tlacateotzin der Yumas van de oevers der onbegrensde
-zoutzee herwaarts gekomen, die met behulp zijner wetenschap, zonder
-twijfel nieuwe kracht en gezondheid zal kunnen geven aan de schoone
-gevangenen, welke mijn zoon op de Spaansche barbaren heeft veroverd.
-
-Bij dit ongunstige nieuws, kon Addick zijn spijt en teleurstelling
-niet onderdrukken, en gaf zijne houding den opperpriester duidelijk
-genoeg te kennen, dat hij zich niet geheel om den tuin liet leiden, en
-min of meer de rigtige toedragt der zaken in twijfel trok. Uit eerbied
-echter, of uit vrees dat hij zich zou kunnen bedriegen, of misschien
-ook omdat de plaats, waar hij zich thans bevond, hem niet gunstig
-scheen voor nadere verklaringen tusschen hem en den opperpriester,
-hield Addick zich in, en vergenoegde hij zich met den grijsaard te
-verzoeken om toch niets te verzuimen wat tot behoud der gevangenen
-strekken kon, er bijvoegende, dat hij zich dankbaar zou toonen voor de
-zorg die hij aan haar besteedde. Daarop het gesprek kort afbrekende,
-maakte hij voor den opperpriester eene ligte buiging, keerde hem den
-rug toe, en stapte de zaal uit, onder zacht maar levendig gesprek met
-den Rooden-Wolf, die hem op eenige schreden afstands had staan wachten.
-
-De Amantzin volgde den jongman eenige sekonden met een
-onbeschrijfelijken blik; toen zijn gesprek met Atoyac en den
-Vliegenden-Arend vervolgende, verzocht hij hun om den geneesheer uit
-Yuma zoo mogelijk nog dienzelfden avond bij hem te zenden; hetgeen
-zij hem beloofden; daarop verlieten zij hem, om naar hunne calli
-terug te keeren, waar de tlacateotzin zonder twijfel op hen wachtte.
-
-Intusschen had al hetgeen er in den raad was gebeurd, den
-Vliegenden-Arend ruime stof tot nadenken gegeven, en hem doen inzien,
-dat de twee Apachen-hoofden grootendeels met het geheim van Loer-Vogel
-bekend waren, zoodat deze, wanneer hij wilde slagen, geen oogenblik
-moest verliezen om aan zijne taak te beginnen, daar zij anders
-onherroepelijk schipbreuk zou lijden.
-
-Na eene wandeling van tien minuten bereikten zij eindelijk de calli,
-waar zij Loer-Vogel aantroffen. De jager, zoo als wij straks reeds
-gezegd hebben, maakte volstrekt geen zwarigheid om aan het verzoek,
-dat Atoyac hem namens den opperpriester gebragt had, onmiddelijk
-gehoor te geven; hij nam zijn kistje met geneesmiddelen onder den
-arm en haastte zich om hem te volgen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXV.
-
-DE ZAMENKOMST.
-
-
-Loer-Vogel volgde Atoyac naar het paleis der Zonnemaagden. In weerwil
-van zijn gewonen moed, gevoelde hij zich toch min of meer beklemd,
-bij de gedachte aan den moeijelijken toestand in welken hij zou kunnen
-geraken, en aan de schrikkelijke gevolgen, die de altoos mogelijke
-ontdekking zijner ware persoonlijkheid door de Indianen, voor hem
-onvermijdelijk zou na zich slepen. Intusschen verstaalde hij zich
-tegen de onwillige ontroering die hem inwendig bewoog, en gelukte
-het hem spoedig zijne zoo noodige zelfbeheersching te hernemen, en
-uitwendig eene kalme onverschilligheid te bewaren, die hij wel verre
-was van te bezitten.
-
-De beide mannen traden zwijgend naast elkander voort; de jager,
-vreezende dat deze ongewone stilte, wanneer zij te lang aanhield,
-bij zijn gids ligt eenige vermoedens, van welken aard ook, zou kunnen
-opwekken, zocht hem ongemerkt aan 't spreken te krijgen, om zoodoende
-aan zijne gedachten eene andere wending te geven.
-
---Heeft mijn broeder veel gereisd? begon hij bij wijze van inleiding.
-
---Welke krijgsman van onzen stam, heeft zijn leven niet in verre
-togten zien voorbijgaan? was de bedachtzame wedervraag van den
-Indiaan. Onze broeders, de bleekgezigten,--mijn vader weet het
-even goed als ik,--vervolgen ons als wilde dieren en noodzaken ons
-onophoudelijk om voor den aandrang hunner verovering terug te trekken.
-
---Dat is waar, zei de jager, zwaarmoedig het hoofd schuddende. Wijs
-mij toch in de onbekende woestijn eene plek, waar het ons vergund
-wordt om het gebeente onzer vaderen te verbergen, met de zekerheid
-dat de ploeg der blanken er niet ten eenigen dage komen zal, om er
-zijne onverbiddelijke voren door te trekken, ze te verbrijzelen en
-in alle winden te verstrooijen?
-
---Helaas! hervatte Atoyac, het roode geslacht is vervloekt: eens
-komt de dag wanneer men ons te vergeefs zal zoeken in de onmetelijke
-vlakten, waar wij voorheen talrijker waren dan de sterren die aan
-het gewelf des hemels schitteren; ons volk schijnt onherroepelijk
-veroordeeld om van den aardbodem te verdwijnen; de bleekgezigten zijn
-slechts de verschrikkelijke werktuigen in de hand van den Wacondah,
-om zijn onverzoenlijke gramschap over het roode geslacht te voltrekken.
-
---Mijn broeder spreekt maar al te veel waarheid; voorheen was ons
-ras alvermogend, thans is het lager gedaald dan de laagste slaven,
-zonder dat het zelfs de hoop behield om zich ooit weder op te heffen.
-
---Wat is er geworden van de magtige keizers van Anahuac die eens de
-geheele wereld beheerschten? Van de ontelbare steden, voormaals door
-hen gebouwd, zijn er thans slechts vijf in het land van Tlapallan
-[24] overgebleven, 't zijn de laatste toevlugtsoorden der kinderen
-van Quetzalcoatl [25], die er zich moeten verbergen als schuwe en
-vervolgde herten, in plaats van stoutmoedig den grond te betreden
-door hunne voorvaderen bezeten in oude dagen.
-
---Maar dank zij den Wacondah! wiens magt oneindig is, die vijf steden
-liggen buiten het bereik van de schendende hand der Gachupinen.
-
-Atoyac schudde treurig het hoofd.
-
---Mijn vader bedriegt zich, zeide hij; waar is een onbekend oord daar
-de bleekgezigten niet binnendringen?
-
---Dat kan wel zijn, zij schijnen overal hun doel te bereiken; maar
-tot nu toe is nog geen bleekgezigt tot Quiepa-Tani doorgedrongen;
-zij hebben de bergen niet kunnen overtrekken en in de woestijnen
-niet kunnen doordringen, achter welke de heilige stad zich kalm en
-vreedzaam verheft, en met de vergeefsche pogingen spot, door hare
-vijanden beproefd om haar te ontdekken.
-
---Naauwelijks twee zonnen vroeger zou ik ook zoo hebben gesproken en,
-even als mijn vader, over de onwetendheid der blanken mij verheugd
-hebben; maar helaas! nu is dit niet langer mogelijk.
-
---Hoedat? Wat is er dan sedert die korte tijdruimte gebeurd, dat mijn
-broeder noopt om zoo schielijk van gedachte te veranderen? vroeg de
-jager op eens vol belangstelling, daar hij vreesde een of ander kwaad
-nieuws te zullen vernemen.
-
---De bleekgezigten zijn in de nabijheid der stad; men heeft hen gezien,
-zij zijn talrijk en wel gewapend.
-
---Dat is zoo niet: mijn broeder bedriegt zich; alleen lafhartigen of
-oude vrouwen, die voor hun eigen schaduw beven, hebben dit gerucht
-uitgestrooid, hernam de Canadees, terwijl hij inwendig huiverde
-van schrik.
-
---Zij die deze tijding hebben aangebragt zijn geenszins lafhartigen
-of praatzieke oude vrouwen, hervatte Atoyac, maar het zijn beroemde
-opperhoofden; nog dezen dag hebben zij in onze groote raadsvergadering
-verzekerd, dat eene sterke troep bleekgezigten zich in de bosschen
-verschuilt, wier schaduwrijk geboomte ons tot hiertoe voor de
-doordringende blikken onzer vijanden verborgen hield.
-
---Die lieden, hoe talrijk zij ook wezen mogen, zoo zij geen geregelde
-legermagt uitmaken, zullen niet wagen om zulk eene welversterkte stad
-als de onze aan te tasten, die binnen hare dikke muren een aanzienlijk
-getal uitgelezen krijgslieden bevat.
-
---'t Is mogelijk, wie weet het? Maar in ieder geval, zoo de
-bleekgezigten ons niet aanvallen, zullen wij het hen doen; niet een
-van hen moet het land der blanken wederzien; daarin alleen berust
-onze veiligheid voor de toekomst.
-
---Ja, zoo moet het ook gaan; maar zijt gij wel zeker, dat de
-opperhoofden waar gij van spreekt en wier namen ik niet ken, u niet
-bedrogen hebben en geen verraders zijn?
-
-Atoyac wierp den Canadees een doorborenden blik toe, dien deze met
-een bedaard en onbewegelijk gezigt doorstond.
-
---Neen, Atoyac, riep hij een oogenblik later, de Roode-Wolf en Addick
-zijn geene verraders?
-
-De jager scheen zich een poosje te bedenken, en riep toen op een
-stelligen toon, die blijkbaar op den Indiaan indruk maakte:
-
---Neen, dat is ook zoo, deze twee Sachems zijn geene verraders,
-maar zij staan op het punt van het te worden; al de gevaren die ons
-bedreigen, hebben zij ons op den hals gehaald, door hun onverzadelijken
-hartstogt en dorst naar wraak.
-
---Dat mijn broeder zich nader verklare, riep de Sachem geheel buiten
-zich zelven van verbazing, zijne woorden zijn al te ernstig.
-
---Ik deed verkeerd die te uiten, antwoordde de jager met geveinsde
-zedigheid. Ik ben maar een vredelievend man, aan wien de Wacondah de
-taak opdroeg om, naar de kennis die hij bezit, ongelukkigen te helpen
-en het lijden der menschheid te verzachten; ik ben maar een zwakke
-boom, die niet pogen mag den ouden krachtvollen eik te ontwortelen,
-wiens gewigt in zijn val genoeg zou zijn om mij te verpletteren. Dat
-mijn broeder mij vergeve, ik heb mij door mijne verontwaardiging al
-te onvoorzigtig laten wegslepen.
-
---Neen, neen, riep de Sachem, hem met kracht bij den arm grijpende,
-dat kan zoo niet zijn, nu mijn vader eenmaal begonnen is te spreken
-moet hij voortgaan en mij alles zeggen.
-
-Met de hem eigen snelkiezende gerustheid, had de jager spoedig een
-geheel plan beraamd, volkomen berekend op het wantrouwig karakter
-der Indianen; hij veinsde dus de dringende nieuwsgierigheid van
-het opperhoofd te wederstaan en niet verder in de bijzonderheden
-te willen komen; maar hoe meer de gewaande geneesmeester weigerde
-iets te zeggen, hoe sterker het opperhoofd aanhield om hem aan 't
-spreken te krijgen. Eindelijk hield zich de Canadees alsof hij zich
-door de--soms met gebeden gemengde--bedreigingen van zijn gastheer
-liet vervaard maken, en onder menige betuiging van vrees, dat hij
-zich den haat der twee bedoelde opperhoofden zou op den hals halen,
-stemde hij ten slotte toe en gaf hij al de inlichtingen die Atoyac
-zoo dringend verlangde.
-
---Zie hier wat er van de zaak is, zeide hij: ik zal mijn broeder de
-feiten opgeven, zoo als die tot mijne kennis zijn gekomen: alleen
-verzoek ik mijn broeder zich plegtig te verbinden, dat hij na alles
-gehoord te hebben, mij, vreedzaam en vreesachtig mensch, niet in deze
-zaak zal betrekken, zoo zelfs dat mijn naam niet zal worden genoemd
-en de opperhoofden, wier gedrag ik ga ontmaskeren, niet zullen weten
-dat ik te Quiepa-Tani ben.
-
---Dat mijn vader vrijuit en in het volste vertrouwen spreke, zei
-Atoyac; ik zweer hem bij den grooten naam van den Wacondah en bij den
-grooten Ayotl,--schildpad--dat, wat er ook moge gebeuren, zijn naam
-in deze zaak niet zal worden genoemd: niemand zal ooit vernemen op
-welke wijs ik de berigten verkregen heb die hij mij geeft. Atoyac is
-een der voornaamste Sachems te Quiepa-Tani; als het hem behaagt iets
-te zeggen, hebben zijne woorden geene nadere bevestiging noodig dan
-zijn eigen getuigenis.
-
-Gelijk in dergelijke omstandigheden meestal gebeurt, was het
-opperhoofd, behalve de onrust die de geveinsde terughouding bij hem
-had opgewekt, niet rouwig over den invloed dien hij zich door zulke
-belangrijke mededeelingen verschaffen, en de gewigtige rol die hij
-waarschijnlijk bij de daaruit volgende gebeurtenissen spelen zou.
-
---Ooah! hervatte de jager met een wenk van tevredenheid, als het er
-zoo mede staat, zal ik spreken.
-
-Nu begon de Canadees voor zijn inschikkelijken en ligtgeloovigen
-toehoorder eene lange ingewikkelde historie, in welke waarheid en
-schijn zoo behendig door elkander waren gemengd, dat de scherpzinnigste
-mensch niet in staat zou zijn geweest de een van den ander te
-onderscheiden; maar waaruit Atoyac ten slotte kon opmaken, dat, zoo de
-blanken tot binnen den omtrek der stad waren doorgedrongen, dit alleen
-te wijten was aan de bende van Addick en den Rooden-Wolf, die hun den
-weg hadden gewezen, door hunne voetstappen niet zorgvuldig genoeg uit
-te wisschen en er juist zooveel zigtbaar te laten als noodig was om de
-blanken op het spoor te helpen. De Canadees had de gezamenlijke feiten
-zoo bekwaam weten te groeperen, dat de twee bedoelde opperhoofden,
-wanneer zij ernstig werden ondervraagd, in dit kunstige net van leugen
-en waarheid zouden verwarren en ontegenzeggelijk van verraad worden
-overtuigd, juist zoo als de schrandere Loer-Vogel het verwachtte en,
-wij mogen dit niet verzwijgen, inwendig hoopte.
-
---Ik zal mij geene aanmerkingen veroorloven, verzekerde hij ten slotte;
-mijn broeder is zulk een wijs opperhoofd en beproefd krijgsman, dat
-hij de zaken veel beter zal kunnen beoordeelen en er al het gewigt
-van beseffen dan ik, arme worm; alleen bid ik hem nogmaals, zich wel
-te herinneren wat hij mij gezworen heeft.
-
---Atoyac heeft slechts een woord, antwoordde de Sachem, dat mijn vader
-daarom gerust zij; maar wat ik vernomen heb is van het hoogste gewigt;
-laten wij geen tijd verliezen; ik moet er oogenblikkelijk het eerste
-opperhoofd der stad over spreken.
-
---'t Is mogelijk, hervatte de jager sluw, dat de twee Sachems de
-bleekgezigten met de beste bedoelingen herwaarts hebben gelokt;
-misschien hoopten zij hen daardoor des te gemakkelijker te zullen
-meester worden.
-
---Neen, antwoordde Atoyac met een somberen blik, hun doel kan niet
-anders dan trouweloos zijn; wij moeten hunne listige aanslagen
-zoo spoedig mogelijk verschalken; zonder dat zouden er de grootste
-onheilen kunnen gebeuren, vooral daar de raad heeft beslist, dat de
-Roode-Wolf onder toezigt van den gouverneur, over de krijgsmagt in
-de stad het bevel zal voeren.
-
-Gelukkig voor den Canadees, was Atoyac een persoonlijk vijand van den
-Rooden-Wolf en Addick, en verhinderde deze oude wrok den Sachem de
-slimme takt op te merken waarmede de jager hem had overgehaald zijn
-verhaal aan te hooren.
-
-De beide mannen hervatten thans met verdubbelden spoed hunne
-afgebroken wandeling, en bereikten binnen weinige minuten het paleis
-der Zonnemaagden. Na eene korte woordenwisseling met den krijgsman die
-als wachter bij de groote poort stond, werd de voorgewende geneesheer
-met zijn geleider binnengelaten.
-
-De opperpriester trad de langverwachte gasten haastig te gemoet; hij
-bespiedde den jager met wantrouwende scherpzinnigheid, en liet hem
-ongeveer hetzelfde verhoor ondergaan als hij dien morgen bij Atoyac
-had moeten doorstaan.
-
-Zijne antwoorden waren echter te wel bedacht en schenen den Amantzin
-volkomen te hebben overtuigd. Reeds na verloop van een paar minuten,
-voerde Chicuhcoatl den wonderarts, gevolgd door den Sachem naar de
-verboden vertrekken van het paleis, om den gezondheidstoestand der
-jonge meisjes te onderzoeken.
-
-Het hart van den Canadees klopte, voor hem ten minste, met
-ongewone slagen en het zweet parelde met groote droppels op zijn
-voorhoofd. Trouwens, zijne stelling was kritiek genoeg om zelfs den
-stoutste vervaard te maken. Wat hij vooreerst duchtte, was, dat hij
-tegenover de jonge meisjes zijne kalmte en koelzinnigheid niet zou
-kunnen bewaren; hij had er te veel belang bij om zich niet te verraden
-en zich zelven meester te blijven; maar wat hem nog erger verontrustte,
-was de uitwerking die zijne komst op de lijderessen kon te weeg
-brengen, zoo zij hem ondanks zijne volkomene vermomming reeds op het
-eerste gezigt mogten herkennen, of ook wanneer hij zich ten slotte
-aan haar bekend maakte: want voor het welslagen van zijn ingewikkeld
-plan, was het onvermijdelijk, dat ook de dames in het geheim werden
-betrokken en wisten met wien zij te doen hadden, eer zij vrijmoedig
-de rol konden op zich nemen die haar in dit gevaarlijke komedie-spel
-was toegedacht. Al deze beschouwingen en nog vele andere die den
-jager bestormden, bragten hem tegen wil en dank in eene zeer ernstige
-stemming en drukten op zijn gelaat een stempel van gestrengheid, dat
-hem intusschen in de oogen zijner geleiders volstrekt niet benadeelde.
-
-Eindelijk kwamen zij aan den ingang der geheime vertrekken,
-en op een wenk van den Amantzin werden de deuren terstond wijd
-geopend. Naauwelijks echter waren zij in de ruime voorzaal, die
-veel had van een vestibule, daar zij geheel ledig was, of de Amantzin
-wendde zich tot Atoyac en wenkte hem gebiedend daar te blijven wachten,
-terwijl hij zelf den wonderarts bij de gevangenen bragt.
-
-Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, was de toegang tot het verblijf
-der Zonnemaagden aan alle mannen, behalve den opperpriester, strikt
-verboden. In enkele gevallen echter werd hierop een uitzondering
-gemaakt, bij voorbeeld voor den geneesheer, in welke hoedanigheid,
-zoo als de lezer weet, Loer-Vogel hier werd binnengelaten.
-
-Atoyac was te wel met de strenge wetten van het paleis bekend,
-om zich de minste aanmerking te veroorloven: alleen hield hij den
-opperpriester, toen deze zich gereed maakte hem te verlaten, eerbiedig
-bij de slip van zijn mantel vast en hem den mond aan het oor brengende,
-zeide hij met eene zachte stem:
-
---Laat mijn vader onverwijld terugkomen, ik heb hem belangrijk nieuws
-mede te deelen.
-
---Belangrijk nieuws! herhaalde de opperpriester en keek den spreker
-met een vragenden blik aan.
-
---Ja, zei Atoyac.
-
---Iets dat mij aangaat? vervolgde de opperpriester langzaam.
-
-Atoyac glimlachte vertrouwelijk:
-
---Dat zou ik wel denken: het heeft betrekking op den Rooden-Wolf
-en Addick.
-
-De Amantzin huiverde onmerkbaar.
-
---Ik ben oogenblikkelijk terug, zeide hij met een statigen wenk;
-zich toen naar den jager wendende, die onbewegelijk en zoo het scheen
-onverschillig voor hetgeen er tusschen de twee anderen omging, op
-eenigen afstand was blijven staan, vervolgde hij: Kom, tlacateotzin.
-
-De jager boog en volgde den opperpriester.
-
-Deze bragt hem over een ruime binnenplaats geheel met briksteen in
-cement geplaveid, en leidde hem zes trappen van blaauw en groen geaderd
-marmer op, tot aan een klein paviljoen volkomen afgezonderd van het
-hoofdgebouw waar de zonnemaagden gehuisvest waren. De opperpriester
-sloot de deur, door welke hij het paviljoen was binnengekomen,
-zorgvuldig achter zich digt.
-
-Nu gingen zij door een soort van antichambre en hier een dik gordijn
-wegschuivende, dat voor een vrij smalle deur hing, leidde hij den
-vermeenden arts in eene prachtige op Indiaansche wijs gemeubelde
-zaal. De opperpriester, om der jonge dames zooveel mogelijk te doen
-vergeten dat zij opgesloten waren, had hare gevangenis met de uiterste
-zorg laten vergulden en er alles inbrengen wat haar als voorwerpen
-van gemak of weelde genoegen kon geven.
-
-In een elegante van palmbladeren gevlochten en geheel met vederen
-versierde hangmat, ongeveer vijftig duimen boven den grond verheven,
-lag eene jonge vrouw, wier aangezigt, hoezeer uitstekend schoon,
-bijzonder bleek was en duidelijke sporen droeg van diepe droefheid,
-zoowel als van ernstige ongesteldheid.
-
-Deze jonge vrouw was dona Laura de Real del Monte. Naast haar,
-met de armen op de borst gekruist en de oogen vol tranen, zat dona
-Luisa, hare vriendin, of liever hare zuster in lijdenssmart en
-trouwe gehechtheid. De toestand van verslagenheid waarin de laatste
-zich bevond, bewees dat ook zij, ondanks de meerdere sterkte van
-haar karakter, sedert eenigen tijd, alle hoop van eenmaal uit hare
-gevangenis verlost te worden, had opgegeven en dat de zelfde kwaal
-van hare vriendin ook haar dreigde.
-
-Het vertrek was geheel zonder vensters en werd alleen verlicht door
-vier ocote-fakkels, die in gouden in den muur vastgeslagen ringen waren
-gestoken, en wier flikkerend schijnsel een somber en zwak licht in
-'t rond verspreidde.
-
-Zoodra dona Luisa de twee mannen zag binnenkomen, scheen zij te
-schrikken en bedekte zij haar gelaat met beide handen. De jager
-begreep teregt dat hij de ontknooping van het tooneel stout moest
-beginnen, hij wendde zich derhalve tot zijn gids, en sprak met eene
-indrukwekkende stem:
-
---De Wacondah is magtig; de Ayotl--schildpad--draagt de wereld op
-zijn schild. Zijn geest is het die mij bezielt, ik moet met de zieken
-alleen worden gelaten, om den aard der krankte die haar foltert op
-haar aangezigt te kunnen lezen.
-
-De opperpriester aarzelde; hij schoot den tlacateotzin een doorborenden
-blik toe, als wilde hij zijne geheimste gedachten doorgronden; maar
-hoezeer ook sedert jaren gewoon om zijne medeburgers door fanatieken
-guichelarij te bedriegen, was hij echter te veel Indiaan, en in deze
-hoedanigheid even vatbaar voor bijgeloovige vrees als zijne misleide
-landgenooten; hij aarzelde dus.
-
---Ik ben Amantzin, zeide hij op eerbiedigen toon; de Wacondah zal
-dus mijne tegenwoordigheid hier met welgevallen opmerken.
-
---Dat mijn vader dan blijve, zoo hem dit behaagt; ik kan hem niet
-dwingen om zich te verwijderen, antwoordde de Canadees kordaat,
-daar hij er tot iederen prijs een einde aan wenschte te maken; maar
-in dit geval sta ik niet in voor de verschrikkelijke gevolgen zijner
-ongehoorzaamheid; de geest die mij bezielt is ijverzuchtig, hij wil
-gehoorzaamd worden; mijn vader bedenke dit.
-
-De opperpriester boog deemoedig het hoofd.
-
---Ik zal heengaan, zeide hij; mijn broeder vergeve mij mijn dringend
-verzoek.
-
-En hij ging de zaal uit.
-
-De Canadees vergezelde hem stilzwijgend tot aan de deur der vestibule,
-sloot die zorgvuldig achter hem digt en keerde snel naar de jonge
-dames terug.
-
-Dezen zagen hem met angst naderen, en krompen weg van schrik.
-
---Vreest niet, zeide hij met eene bewogen stem; ik ben een vriend.
-
---Een vriend! riep dona Luisa, die reeds bevend in een hoek van de
-kamer zat.
-
---Ja, antwoordde hij schielijk, ik ben de Canadesche jager Loer-Vogel,
-de vriend en medgezel van don Miguel.
-
-Dona Laura kwam in hare hangmat overeind, en een half gesmoorde kreet
-van blijde verrassing ontsnapte aan haar boezem.
-
---Stilte! riep de jager, men zou ons misschien hooren.
-
-Dona Luisa staarde met verwezen blik op dit tooneel, waar zij niets
-van begreep.
-
---Gij! de Canadesche jager! riep eindelijk dona Laura op een half
-grillenden langzamen toon, die zich moeijelijk laat beschrijven.
-
---O! kunnen wij dan nog gered worden! zijn wij dan nog niet van
-allen verlaten!
-
-Zij liet zich zacht op den grond afglijden, knielde vroom neder,
-vouwde de handen en murmelde terwijl zij in tranen baadde:
-
---O! mijn God! genade! genade! Vergeef mij, dat ik ooit aan uwe
-goedheid heb getwijfeld.
-
-Toen met drift opstaande, greep zij den jager bij de handen en drukte
-die met kracht.
-
---En don Miguel, riep zij, waar is hij?
-
---Hier digt bij, hij wacht u. Maar wat ik u bidden mag, wees voorzigtig
-en luister, want onze oogenblikken zijn kostbaar.
-
---O, Caballero, voer ons weg! voer ons toch spoedig weg! riep dona
-Luisa, eindelijk geheel van hare bedwelming en verbazing herstellende.
-
---Weldra!
-
---Ja! ja! red ons! riep dona Laura, mijn vader zal u er voor beloonen.
-
-Loer-Vogel glimlachte.
-
---Uw vader zal bovenmate gelukkig zijn als hij u wederziet.
-
-Dona Laura sloeg hare schoone oogen, die schitterden van blijdschap,
-naar hem op.
-
---Mijn vader! riep zij, waar is hij? toen hervatte zij: Neen, dien
-kan ik zoo spoedig niet wederzien, hij is te ver van hier, veel te ver!
-
---Hij is bij don Miguel in het bosch; stel u maar gerust.
-
---Mijn God! riep het jonge meisje, dat is te veel geluk.
-
-Op dit oogenblik hoorde men de zware voetstappen van een man den
-marmeren trap opkomen.
-
---Daar komt iemand, zei de jager schielijk; wees op uwe hoede.
-
---Maar wat moet ik doen? vroeg dona Laura zacht.
-
---Wachten en geduld hebben.
-
---Wat! wilt gij vertrekken?
-
---Gaat gij ons reeds weder verlaten? riepen beiden tegelijk met schrik.
-
---Ik kom terug; laat dat aan mij over; nog eens, hoopt en hebt geduld.
-
---O! als gij ons verlaat en als gij ons niet redt, riep Laura geheel
-ontroostbaar, dan moeten wij zeker sterven.
-
---Ach, heb medelijden met ons! prevelde dona Luisa.
-
---Verlaat u op mij, arme kinderen, antwoordde de jager, sterker
-bewogen dan hem lief was, door deze ongekunstelde blijken van angst
-en droefheid. Onthoudt dit, en rekent er op: wat er ook gebeure, wat
-men u ook zegge, welk gerucht u ook ter oore kome, verlaat u op mij,
-en op mij alleen, want ik waak voor u, ik heb gezworen u te redden,
-en ik zal u redden.
-
---Heb dank! riepen beiden.
-
-De vroeger gehoorde voetstappen waren intusschen genaderd en hielden
-voor de deur stil. Loer-Vogel wenkte de jonge meisjes om op hare
-hoede te zijn, zette zijn gezigt in een ernstigen plooi, en rukte
-driftig de deur open; oogenblikkelijk stapte hij zonder een woord te
-spreken den opperpriester voorbij, hield zich alsof hij dezen niet zag
-en stormde, met onbegrijpelijke gebaren en allerlei teekenen van de
-uiterste geestvervoering, naar de voorzaal waar hij Atoyac gelaten
-had. De Amantzin bleef stom van verbazing staan en keek hem na;
-een oogenblik later sloot hij de deur, die de jager achter zich had
-opengelaten, en volgde toen, daar hij werkelijk bang voor hem was,
-den vermeenden toovenaar op een eerbiedigen afstand.
-
-De jonge meisjes wisten niet beter of het gebeurde was een
-droom. Zoodra zij zich weder alleen bevonden, vielen zij elkander in
-de armen en barstten uit in tranen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXVI.
-
-EENE ONTMOETING.
-
-
-Het Indiaansche opperhoofd sidderde onwillekeurig en deed
-eenige stappen achteruit, toen hij den jager zoo onverwacht zag
-aankomen. Laatstgenoemde stond midden in de zaal plotseling stil, liet
-het hoofd op de borst hangen en scheen in diepe gedachten verzonken.
-
-De opperpriester, zich bij Atoyac voegende, vertelde hem in weinige
-woorden op welk eene onstuimige wijs de tlacateotzin de kamer verlaten
-had. De twee Indianen bleven, vol bijgeloovige vrees, eenige passen
-van hem af, eerbiedig staan wachten, tot het den wonderdokter behagen
-zou hen aan te spreken.
-
-Deze scheen intusschen langzamerhand zijn natuurlijk verstand terug
-te bekomen, hij werd kalmer en bedaarder, streek zich met de hand
-over het voorhoofd en haalde diep adem, als iemand die eindelijk van
-een drukkenden last ontheven is. De Indianen oordeelden thans het
-oogenblik gunstig om hem te naderen en hem eenige vragen te doen,
-die zij vurig verlangden beantwoord te zien.
-
---Hoe is het, vader? vroegen beiden.
-
---Spreek, vervolgde de opperpriester; wat schort u?
-
-De jager wierp de oogen woest in het rond, zuchtte nogmaals en prevelde
-met eene zachte haperende stem:
-
---De geest bezit mij, hij verteert het merg in mijn gebeente.
-
-De Indianen wisselden een twijfelmoedigen blik en traden met schrik
-eenige passen terug.
-
---O, Wacondah! hervatte de Canadees, waarom hebt gij aan uw dienaar
-deze noodlottige kennis geschonken?
-
-Bij deze sombere woorden voelden de twee Roodhuiden het bloed als
-in hunne aderen stollen, eene huivering van angst rilde hun door de
-leden en zij stonden met knikkende knieën te klappertanden. Loer-Vogel
-trad langzaam naar hen toe; zij zagen hem naderen, maar durfden hem
-niet ontwijken; de jager legde zijne regterhand op den schouder des
-opperpriesters, zag hem met een doorborenden blik aan en sprak met
-eene sombere stem:
-
---Dat de zonen van den gewijden Ayotl zich wapenen met moed!
-
---Wat bedoelt mijn vader? mompelde de bevende grijsaard.
-
---Een booze geest heeft zich van die twee blanke meisjes meester
-gemaakt, vervolgde de jager; die booze geest zal van dezen avond
-af, al degenen doodslaan die het wagen haar te naderen, want door
-de ontzaggelijke wetenschap waarmede de Wacondah mij begiftigde,
-is het mij gelukt de boosaardige invloeden te leeren kennen die zich
-van haar hadden meester gemaakt.
-
-De beide Indianen, ligtgeloovig als al hunne stamgenooten, deden een
-stap achteruit. De jager, om zijn gezegde nog meer te bevestigen,
-veinsde daarop een nieuwen aanval te krijgen en deed alsof hij kampte
-tegen den boozen geest die hem bevangen had.
-
---Maar wat moet er gedaan worden om haar van die noodlottige magt te
-verlossen? vroeg Atoyac schroomvallig.
-
---Iedere kracht en wijsheid komt van den Wacondah, antwoordde de
-Canadees; ik zal dus aan mijn vader den Amantzin verzoeken, of ik
-dezen nacht met gebeden mag doorbrengen in den tempel der Zon.
-
-De Indianen wisselden een blik van diepe bewondering.
-
---Dat mijn vader handele naar goedvinden, antwoordde de opperpriester
-met eene buiging; zijne wenschen zullen voor mij bevelen zijn.
-
---Draag vooral zorg, hervatte de jager, dat tusschen heden en
-morgen niemand bij de blanke meisjes worde toegelaten; welligt zal
-de Wacondah mijne gebeden verhooren en mij de middelen aanwijzen van
-welke ik mij bedienen moet.
-
-De Amantzin boog weder, ten bewijze van toestemming.
-
---Het zal geschieden. Mijn vader gelieve mij slechts te volgen en ik
-zal hem in den tempel binnenleiden.
-
---Neen, antwoordde Loer-Vogel, dat kan niet zijn, ik moet het heiligdom
-alleen binnentreden; laat mijn vader mij maar zeggen hoe ik de deur
-moet openen.
-
-De opperpriester gehoorzaamde, en beduidde hem hoe hij den sluitboom
-en de grendels moest wegschuiven die den tempel afsloten.
-
---Goed, riep de jager; morgen met de endit-ha--zonsopgang--zal ik
-mijn vader den wil van den Wacondah te kennen geven en hem weten te
-zeggen of er hoop is om de kranken te redden.
-
---Ik zal mijn zoon afwachten, zeide de grijsaard.
-
-De twee Indianen bogen eerbiedig voor den gewaanden dokter en
-gingen toen zamen naar buiten. De jager verwonderde zich hierover
-en vroeg bij zich zelven, waar deze mannen op zulk een laat uur nog
-heen konden gaan. Intusschen was hun vertrek op dit oogenblik een
-onmiddelijk gevolg van de vertrouwelijke mededeelingen van Loer-Vogel
-aan Atoyac; de Amantzin en het opperhoofd begaven zich in allerijl
-naar den voornaamsten Sachem der stad, om zich met hem onverwijld te
-verstaan over hetgeen zij aangaande de vermoedelijke plannen van den
-Rooden-Wolf en Addick gehoord hadden.
-
-Om deze groote belangstelling in de los daarheen geworpen gezegden
-van den jager nader op te helderen, moeten wij den lezer herinneren
-aan hetgeen wij reeds vroeger gezegd hebben, namelijk dat er ook in
-deze streken, even als bij alle onbeschaafde volken, waarzeggers en
-toovenaars bestaan, die voor bijzondere gunstelingen der godheid
-worden gehouden en als bekleed met eene onbegrensde geheimzinnige
-magt. Daar nu bij de Roodhuiden de geneeskunde naauw met tooverij en
-waarzeggen verbonden, en grootendeels niets anders is dan een mengsel
-van heidensche dweepzucht en bespottelijke mommerijen of listige
-kunstgrepen, staan hare beoefenaars natuurlijk in hooge achting en
-worden zij ook als duivelbanners en waarzeggers geëerbiedigd. Men denke
-hier niet dat alleen het gemeene volk met dit bijgeloof behebt is,
-ook de opperhoofden, krijgslieden en priesters deelen er in, en al
-schrijven deze aan de toovenaars wel ligt niet zulk eene onbegrensde
-magt toe, erkennen zij toch hunne bepaalde meerderheid in kennis
-en doorzigt.
-
-Intusschen was onder de bovenvermelde bedrijven de nacht volkomen
-gedaald;--maar het was een nacht zoo als alleen Amerika die oplevert,
-kalm, zacht, vol verfrisschende koelte en opwekkende geuren; een zwak
-en teeder licht regende als van de sterren neder, wier ontelbare
-legermagt aan den diep blaauwen hemel schitterde met ongemeenen
-glans, de maan zag er zoo vrolijk uit als verlustigde zij zich
-in den kristalhelderen ether en schoot hare zilveren stralen over
-de slapende stad, alle voorwerpen dompelende in eene fantastische
-schemering; eene diepe, bijna godsdienstige stilte heerschte in de
-eenzame straten. Loer-Vogel volgde met de oogen de beide mannen,
-zoo lang hij hen zien kon; toen werd het ook voor hem tijd en trad
-hij langzaam het plein over om zich naar den tempel te begeven.
-
-De dag was voor den Canadees zwaar en moeijelijk geweest; hij had
-schier van oogenblik tot oogenblik nieuwe proeven van zelfbeheersching
-en tegenwoordigheid van geest moeten geven; hij had listig en fijn
-moeten spelen, tegen mannen die de scherpziende blikken onophoudelijk
-op hem gevestigd hielden, en meermalen op het punt waren den wolf te
-ontdekken die onder de schapenvacht verscholen zat; intusschen had
-hij zich dapper geweerd en uit iedere verlegenheid weten te redden,
-en zoo als de zaken thans stonden, had hij alle reden zich te mogen
-vleijen dat het hem gelukken zou de jonge meisjes te verlossen. De
-eerzame jager moest half in zich zelven lagchen over de manier waarop
-hij de Indianen had verschalkt; hij nam zich voor om zijne rol dapper
-vol te houden en ten einde toe uit te spelen. Toen hij den tempel
-bereikte, maakte hij den sluitboom en de grendels los en trad binnen,
-zich vergenoegende met de deur achter zich ongesloten te laten,
-wel overtuigd dat niemand hem zou durven storen, vooreerst wegens
-de heiligheid der plaats, en ten tweede uithoofde der bijgeloovige
-vrees die hij den Roodhuiden had weten in te boezemen.
-
-Met zijn verzoek aan den opperpriester om den nacht in het heiligdom te
-mogen doorbrengen, had de jager geen ander doel, dan om de maatregelen,
-die hij tot bevrijding der jonge meisjes noodig achtte, met den mantel
-der godsdienst te bedekken, en tevens eenige vrije uren te vinden,
-om zonder door de lastige welwillendheid der familie en vrienden van
-zijn gastheer te worden gehinderd, zijn beraamd plan tot bevrijding
-der jeugdige gevangenen nader te kunnen overwegen.
-
-Het inwendige des tempels was zeer somber; de eenige lamp die voor de
-offertafel brandde, verspreidde slechts een flaauw en schemerachtig
-licht, te zwak om de duisternis te verdrijven. Loer-Vogel trok zich
-achter in den donkersten hoek des tempels terug, hurkte op den grond
-neder, haalde de pistolen uit zijne borst, en legde die onder zijn
-bereik om ze des noods te kunnen gebruiken; na zich toen met een
-scherpen blik in de hem omgevende duisternis verzekerd te hebben
-dat alles eenzaam en stil was, begon hij over zijne zaken na te
-denken. Intusschen voelde hij langzamerhand, hetzij door vermoeijenis,
-hetzij door den indruk der plaats waar hij zich bevond, in weerwil van
-zijne aangewende pogingen om wakker te blijven, zijne oogleden zwaarder
-worden en zich onwillekeurig sluiten; eindelijk zonk hij bewusteloos
-in de armen van den slaap, die hem onweerstaanbaar overmeesterde.
-
-Hoe lang heeft hij wel geslapen? Hij zelf had het u niet kunnen
-zeggen, toen een ligt gedruisch, niet ver van hem af, hem plotseling
-de oogen deed opslaan. Even als alle menschen die gewoon zijn aan
-het onrustig en gevaarvol leven in de wildernis, waar men gedurig op
-zijne hoede moet zijn, bezat de jager zulk eene scherpte van gehoor
-en snelle gewaarwording, dat hij, hoe zwaar ook vermoeid, op het
-minste geritsel wakker werd; en vooral wanneer hij wist dat hij zich
-in eene gevaarlijke stelling bevond, was zijn slaap nog ligter dan
-die van een kind. Naauwelijks was Loer-Vogel ontwaakt, of hij keek
-rond, maar wachtte zich wel om de minste beweging te maken, waardoor
-hij zou hebben verraden dat hij niet meer sliep. Hij zag intusschen
-niets; het was nog altijd nacht, en wat erger is, het was stik donker
-want de maan was op dit oogenblik bewolkt en de lamp uitgedaan. Hij
-begreep dus terstond dat er iemand in den tempel moest zijn gekomen,
-waarschijnlijk om hem te bespieden. Maar wie had aldus den gewijden
-drempel durven overschrijden? Slechts tweeërlei soort van lieden konden
-dit hebben gewaagd, namelijk vrienden, of vijanden. Vrienden? hij had
-er maar een in de stad, namelijk den Vliegenden-Arend, en zoo deze hier
-was geweest, zou hij gewis, als een krijgsman betaamt, vrij en frank
-zijn te werk gegaan, maar niet als een dief in en uit zijn geslopen,
-op gevaar af van zich een kogel door den kop te zien jagen. Het moest
-dus een vijand zijn geweest. Maar wie? Die hij er van verdenken kon,
-namelijk Addick of de Roode-Wolf, kenden hem niet, en bovendien zouden
-zij hem toch niet hebben herkend door zijne vermomming, waarmede hij
-reeds vrij wat scherper oogen had misleid dan de hunne; overigens
-had hij gedurende den loop van den dag de beide Sachems geen enkele
-maal ontmoet, zij konden het derhalve niet geweest zijn. Maar wie
-dan? Dit was eene vraag die de jager, ondanks al zijne geslepenheid,
-niet in staat was op te lossen. In deze onzekerheid, om niet onverhoeds
-overrompeld te worden, strekte hij met eene schier onmerkbare beweging
-den arm uit, tot zijne hand de pistolen bereikte; hij greep die, nam
-er in iedere hand een, rigtte zich half op en met de oogen geopend
-en de ooren op het minste geluid gespitst, hield hij zich gereed om
-iederen vijand, wie het ook wezen mogt, moedig het hoofd te bieden.
-
-Intusschen had het gedruisch dat hem had doen ontwaken zich niet
-herhaald, en alles bleef roerloos en stil. Te vergeefs zocht de jager
-een schim in de duisternis: geen de minste schaduw of geluid liet
-zich vernemen noch stoorde de stilte des heiligdoms.
-
-En toch had Loer-Vogel zich niet bedrogen; hij had maar al te
-duidelijk sluipende voeten bedeesd over den marmeren tempelvloer
-hooren schuiven. Men moet zich eenmaal zelf in dergelijken toestand
-als die van den jager hebben bevonden, om er al het verschrikkelijke
-van te kunnen beseffen: zoo digt in uwe nabijheid, misschien geen twee
-passen van u af, een vijand te gevoelen die u beloert, wiens woeste
-blik onverbiddelijk op u gerigt is; te weten dat hij er is, hem te
-gevoelen met het onfeilbaar instinct dat God den mensch inschiep,
-om hem voor onzigtbaar naderend gevaar te behoeden, en dan zich niet
-te durven verroeren, uit vrees dat de minste beweging zou verraden
-dat gij hem afwacht. Zulk een toestand, even als die van het arme
-vogeltje, dat door een ratelslang verbijsterd, zijn lot niet ontgaan
-kan, is allerpijnlijkst en wordt, zoo hij eenige minuten aanhoudt,
-gruwzamer straf dan de dood zelf.
-
-Voorzeker was Loer-Vogel een man van beproefden moed. Het
-waagstuk reeds dat hij op dit oogenblik ondernam bewees in hem eene
-vermetelheid, die, ik zal niet zeggen den dood trotseerde, deze zou
-hier niets geweest zijn, maar het vooruitzigt op de wreedaardige
-folteringen die de Roodhuiden zoo spitsvondig weten te verzinnen, om
-hunne slagtoffers het vleesch te doen lillen en hun het leven als het
-ware droppel voor droppel uit het verscheurde ligchaam te tappen. Na
-een kwartieruurs van de vreesselijkste verwachting moedig te hebben
-volgehouden, voelde hij zijns ondanks zich de haren stoppelen, en
-gudste hem het koude zweet van de slapen.
-
---Duizend duivels! mompelde hij in zich zelven, moet ik mij dan zoo
-laten worgen? Genadige Hemel! wat er ook gebeure. ik moet weten wat
-er van is.
-
-Oogenblikkelijk, als door een springveer opgestooten, stond hij op de
-beenen, met een pistool in iedere hand. Terstond kwam er van achter
-een der pilaren, een donkerder schaduw te voorschijn, en sprong als
-een tijger op hem af; de jager, door eene onzigtbare hand bij de keel
-gegrepen, tuimelde reeds op den grond eer hij nog den tijd had om
-een schreeuw te geven; een zware voet werd hem op de borst gezet,
-en als door een zwarte wolk zag hij een grimmig gezigt hem woest
-aangrijnzen. Loer-Vogel was alleen, zonder hulp; het was gedaan met
-hem, niets kon hem meer redden; hij slaakte een half gesmoorden zucht
-en sloot de oogen, gelaten zijn lot afwachtende. Op het oogenblik
-echter dat hij den doodelijken slag meende te zullen ontvangen,
-voelde hij de hand die hem bij de keel hield zich ontsluiten, en
-sprak eene schertsende stem:
-
---Sta op, magtige Tlacateotzin; ik heb u alleen willen bewijzen dat
-gij in mijne magt zijt.
-
-De jager stond op, gekneusd en bedremmeld als hij was door zulk een
-woesten aanval. De andere vervolgde:
-
---Wat wilt gij geven om het gevaar te ontkomen dat u dreigt, en om
-vrij en ongestoord naar de calli van Atoyac terug te mogen keeren?
-
-Maar de jager, die inmiddels tijd had gevonden om van zijn schrik
-te bekomen, stelde zich reeds in postuur; zoodra hij zijne pistolen
-weder voelde, was er geen schaduw van vrees meer in zijn hart; hij
-wist dat hij zich slechts tegen een enkelen vijand te verdedigen had;
-die vijand, na hem een oogenblik onder zijne voeten te hebben geworpen,
-was onvoorzigtig genoeg geweest om hem zijne vrije beweging terug te
-geven; de kans tusschen hen stond dus plotseling weder gelijk.
-
---Ik geef u niets, Roode-Wolf, antwoordde hij kordaat: waarom hebt
-gij mij niet liever gedood, toen ik weerloos ter aarde lag?
-
-De Sachem, want het was niemand anders dan hij, sprong onwillekeurig
-terug van verbazing, toen hij zich zoo gemakkelijk herkend zag.
-
---Waarom ik u niet gedood heb, hond? was zijne wedervraag, is omdat
-ik medelijden met u had.
-
---Neen, omdat gij bevreesd waart, Sachem! hervatte de jager
-onverschrokken; het is toch geheel iets anders om een vijand op het
-slagveld te dooden, dan om een adept van de groote geneeskunde te
-vermoorden in den tempel van den Wacondah, waar diens almagtige hand
-hem beschermt! Gij waart bang, zeg ik u.
-
-De jager had niet misgeraden; het was juist deze bijgeloovige vrees,
-die den Roodhuid zijne hand zoo schielijk deed terughouden, toen hij
-de magt had en gereed was om den doodelijken slag toe te brengen.
-
---Ik zal u dit niet betwisten, antwoordde de Roode-Wolf; maar zeg mij
-toch hoe gij zoo spoedig mijn naam hebt geraden, want ik ken u niet.
-
---Maar ik ken u, ik, riep Loer-Vogel! de Wacondah gaf mij uwe
-tegenwoordigheid te kennen; ik wachtte u reeds af, en dat ik uw aanval
-niet verhinderde, was alleen omdat ik heb willen zien of gij in uwe
-goddeloosheid zoo ver zoudt durven gaan om het heiligdom zijns tempels
-te bezoedelen.
-
-De Indiaan meesmuilde.
-
---Gij gaat te ver, toovenaar, zeide hij spotachtig; zonder een
-oogenblik van zwakheid, die ik mij zelven verwijt, waart gij een kind
-des doods geweest!
-
---Misschien! maar wat wilt gij van mij?
-
---Weet gij dat niet? gij, voor wien zoo als gij zegt, niets verborgen
-is.
-
---Ik weet om welke reden gij hier zijt; gij zoudt het mij vruchteloos
-zoeken te verbergen. Dat ik u die vraag doe is omdat ik weten wil of
-gij durft liegen.
-
-De Roode-Wolf dacht een oogenblik na, en hervatte toen op vasten toon:
-
---Hoor eens, toovenaar, óf gij zijt een bedrieger, dat ik wel geloof,
-óf gij zijt inderdaad wat gij voorgeeft, een groot geneesmeester,
-bemind door den Wacondah en door hem bezield; in den een of anderen
-zin wil ik mijn twijfel opgelost zien. Wee u! zoo gij mij zoekt te
-bedriegen, dan dood ik u als een hond en dan zal uwe huid, u aan
-riemen van het lijf gesneden, de teugels van mijn paard versieren;
-daarentegen, zoo gij waarheid spreekt, zult gij geen trouwer vriend
-of gewilliger dienaar hebben dan mij.
-
---Ik veracht uwen haat, en ik verlang uwe vriendschap niet, Roode-Wolf,
-antwoordde de jager op plegtigen toon; uwe magtelooze bedreigingen
-verschrikken mij niet, maar om u de uitgestrektheid mijner wetenschap
-te doen beseffen, neem ik aan te doen wat gij mij vraagt en u te
-zeggen welke reden u aandreef om mij hier te komen zoeken.
-
---Doe dat, toovenaar, en dan, wat er ook op volgen mag, zal de
-Roode-Wolf de uwe zijn.
-
-De jager glimlachte en haalde minachtend de schouders op.
-
---Alsof het zoo moeijelijk ware, te raden wat een man des bloeds
-wil, hervatte Loer-Vogel. Gij en uw waardige medegenoot Addick, gij
-hebt u verbonden met een nietswaardigen hond, het uitvaagsel der
-bleekgezigten, om hier twee arme schuldelooze meisjes, die aan de
-zorg van uw medepligtige waren toevertrouwd, op te ligten. Op heden
-hebt gij de twee anderen, met wie gij zijt zaamgespannen, pogen te
-bedriegen, om de gevangenen alleen voor u zelven te behouden. Bij
-den oppersten Sachem aangeklaagd door Atoyac, aan wien al uwe
-handelingen en kuiperijen ten volle bekend zijn en die, wat erger is,
-weet dat gij u bovendien van de hoogste magt zoekt meester te maken,
-om u tot gouverneur en chef van Quiepa-Tani te doen benoemen, zit
-gij thans in 't naauw en hebt gij u zelven verloren gevoeld. Door
-den nood gedrongen, zijt gij bij mij gekomen, om te zien of gij mij
-zoudt kunnen omkoopen, om u met de magt die mij ten dienste staat de
-schoone gevangenen te helpen bemagtigen, die gij zoo vurig begeert,
-ten einde met haar te vlugten, eer men middel heeft gevonden om u
-in hechtenis te nemen. Is dit alles? Heb ik ook de een of andere
-bijzonderheid vergeten? of heb ik inderdaad uw gansche gedachte
-geraden? Antwoord mij, hoofdman, en logenstraf mij, zoo gij durft!
-
-De Sachem had deze lange reeks van beschuldigingen met klimmende
-ontroering aangehoord; de afwisselende aandoeningen op zijn gelaat,
-terwijl hij den toovenaar beluisterde, zouden een ware studie zijn
-geweest voor ieder leerling van Lavater, en toen Loer-Vogel eindelijk
-zweeg, boog de Roode-Wolf het hoofd, en stotterde met naauwelijks
-hoorbare stem:
-
---Mijn vader is inderdaad een tlacateotzin, de Wacondah openbaart
-hem alles, zijne wetenschap is onbeperkt! Waar is dus de man die voor
-hem iets zou kunnen verbergen? Zijn oog, doordringender dan dat van
-den arend, doorgrondt de harten.
-
---Thans hebt gij mijn antwoord, Roode-Wolf, hervatte de jager, ga nu
-heen en stoor niet langer de stille afzondering in welke ik mij hier
-had teruggetrokken.
-
---Zou mijn vader dan niets voor mij willen doen? vroeg de Sachem
-schroomvallig en op deemoedigen toon.
-
---Wel zeker, ik doe reeds veel voor u.
-
---Wat doet mijn vader dan?
-
---Ik laat u in vrede vertrekken, terwijl het mij slechts een wenk
-zou kosten om u dood aan mijne voeten te doen nederstorten.
-
-De Indiaan deed twee of drie stappen voorwaarts om nader bij den jager
-te komen, dien hij thans bijna met de hand kon aanraken. Loer-Vogel
-intusschen, wiens altijd waakzaam oor in de verte voetstappen hoorde
-naderen, lette niet op deze beweging van den Rooden-Wolf, daar al zijne
-aandacht gerigt was op hetgeen elders omging. Weldra echter scheen
-de jager de oorzaak van het nieuwe gedruisch begrepen te hebben,
-zijne gefronste wenkbraauwen ontplooiden zich en met een glimlach
-vervolgde hij tegen den Sachem:
-
---Welnu, waarom blijft de Roode-Wolf langer hier, heb ik hem niet
-duidelijk genoeg gezegd dat hij zich moest verwijderen?
-
---Ja, maar ik hoop nog altijd dat ik mijn vader tot betere gedachten
-jegens mij zal kunnen bewegen.
-
---Mijne gevoelens voor den hoofdman zijn zoo als zij behooren; ik
-kan noch wil er iets aan veranderen.
-
---Ooah! maar mijn vader is zoo goed, hij zal den Rooden-Wolf wel
-willen helpen.
-
---Neen, zeg ik u.
-
---Wil mijn vader mij dan geen dienst bewijzen?
-
---Ik wil het niet.
-
---Is dit mijns vaders laatste woord?
-
---Mijn laatste woord.
-
---Welaan, sterf dan als een hond, want gij zijt niet beter waard! riep
-de Roode-Wolf, terwijl hij met opgeheven arm en met het mes in de
-hand, woest vooruitdrong en een enkele sekonde dreigend voor den
-jager staan bleef.
-
-Deze had den Indiaan sedert de laatste oogenblikken scherp in het
-oog gehouden en op al zijne bewegingen naauwkeurig gelet. Hij kende
-het listig en verraderlijk karakter der Apachen te goed, om zich
-door de katachtige manieren en geveinsde zoetsappigheid van den
-Roodhuid te laten verschalken; hij voorzag dus duidelijk wat deze in
-'t zin had en met welke ontknooping hij de gespeelde komedie dacht te
-eindigen. Ondanks dit alles verroerde hij zich niet om den dreigenden
-stoot te ontwijken, maar keek hij zijn moordenaar strak in de oogen,
-met de armen op de borst gekruist, het hoofd hoog in den nek en een
-onverstoorbaar gelaat.
-
-De moorddolk, ofschoon dreigend tegen den jager opgeheven, kon
-intusschen niet op hem nederdalen; eensklaps schoot er uit een
-der donkerste hoeken des tempels een man te voorschijn, die zich
-van achteren op den Rooden-Wolf wierp, hem forsch bij den arm greep
-en dien met zoo veel kracht uit het lid wrong, dat de verlamde hand
-genoodzaakt werd het mes los te laten: daarop verdween de onbekende
-gestalte even schielijk als zij verschenen was, zoodat het den
-verschrikten moordenaar zelfs aan tijd ontbrak, om te zien of hij
-met een mensch, dan wel met een geest te doen had gehad.
-
-De arm van den Rooden-Wolf viel hem magteloos bij het lijf, maar hij
-slaakte geen kreet, en poogde zich niet te wreken; zijne gelaatstrekken
-veranderden, zijne oogen rolden wild in hunne kassen, eene stuipachtige
-beweging trilde door zijn geheele ligchaam, hij stortte voor Loer-Vogel
-op de knieën en prevelde met eene door angst gebroken stem:
-
---Vergeving! vader! vergeving!
-
-De jager deinsde een stap terug, alsof hij weigerde met den onreinen
-boeteling die voor hem geknield lag in aanraking te komen, en het
-mes met blijkbaren afschuw van zich afschoppende, riep hij op een
-toon van de uiterste minachting:
-
---Raap uw wapen op, moordenaar!
-
-Tot eenig antwoord wees het opperhoofd op zijn ontwrichten arm,
-die hem magteloos langs het lijf hing.
-
---Gij hebt het zelf zoo gewild, hernam de jager; had ik u niet
-gezegd dat de hand van Wacondah met mij was en mij beschermde? Ga
-heen, keer naar uwe calli terug, bewaar het diepste stilzwijgen
-over hetgeen hier gebeurd is; en maak dat gij den volgenden avond
-tegen zonsondergang met uwe praauw aan den oever der rivier zijt,
-beneden de brug; daar zal ik bij u komen, en misschien u genezen,
-zoo gij het bevel dat ik u geef stipt nakomt; maar voor alle dingen,
-zorg dat gij alleen zijt. Vertrek nu.
-
---Ik zal mijn vader gehoorzamen; mijn mond zal geen woord spreken
-zonder zijn verlof. Maar hoe kan ik zonder zijne hulp hier van daan? de
-geesten, die mijn vader beschermen, zullen mij immers dooden, wanneer
-ik niet meer in zijne tegenwoordigheid ben?
-
---Dat is zoo. Gij zijt genoeg gestraft; sta op, en leun op mijn
-schouder, ik zal u geleiden tot aan de deur van het heiligdom.
-
-De Roode-Wolf stond op zonder een woord te uiten; zijn muitzieke
-geest was gebroken, de ruwe les die hij ontvangen had, boezemde hem
-voor den wonderdokter zulk eene bijgeloovige vrees in, dat hij zich
-liet behandelen als een kind.
-
-De jager geleidde hem zacht den tempel uit en de marmeren trappen af
-en bragt hem tot aan de eerste straat.
-
-Daar komende, onderzocht hij zorgvuldig den verrekten arm, om zich
-te overtuigen dat hij niet gebroken was, en gaf hem toen zijn afscheid.
-
---Dank den Wacondah, dat hij u zoo genadig behandelde, sprak hij op een
-toon van gemengde goedaardigheid en gestrengheid; binnen weinige dagen
-zal uw arm genezen zijn, doch maak deze les u ten nutte, ongelukkige,
-heden avond zult gij mij wederzien; ga nu, mijne hulp is u hier niet
-langer noodig, gij kunt wel alleen uwe calli bereiken.
-
---Ik zal het beproeven, antwoordde de Sachem deemoedig.
-
-Op een tweeden wenk van Loer-Vogel, begon hij langzaam zijne wandeling
-naar huis.
-
-Loer-Vogel volgde hem eene poos met de oogen, trad toen in den tempel
-terug, en sloot dezen keer de deur zorgvuldig achter zich digt.
-
-Op het oogenblik toen de jager in den duisteren tempel verdween,
-liet het geschrei van den nachtuil zich hooren, om aan te kondigen
-dat de zon niet lang meer toeven zou te verschijnen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXVII.
-
-VERWIKKELINGEN.
-
-
-Terwijl de boven door ons verhaalde gebeurtenissen te Quiepa-Tani
-plaats hadden, vielen er in het kamp der Gambucinos andere voor,
-die wij thans zullen gaan vermelden.
-
-Don Miguel, nadat hij Loer-Vogel aan den uitersten rand van het woud
-had vaarwel gezegd, keerde in diepe gepeinzen naar het kamp terug,
-waar zijne kameraden hem met ongeduld wachtten.
-
-Blijkbaar was de stoutmoedige avonturier innig onvoldaan met zich
-zelven en met de wending die de zaken thans genomen hadden, en peinsde
-hij over een of ander wanhopig plan om de jonge meisjes nader te komen,
-die hij zoo vurig verlangde weder te zien.
-
-Hij had verscheidene uren doorgebragt op den top van een eenzamen
-heuvel, van waar hij de gansche streek kon overzien, en daar, achteloos
-op het gras uitgestrekt, had hij de ligging der Indiaansche stad met
-zorg bestudeerd.
-
-Het was wel te denken dat deze jongman, met zijn vurig gestel en
-onstuimige hartstogten zich niet dan met grooten weerzin zou schikken
-om de tweede rol te spelen in eene onderneming, waarin hij tot dusver
-altoos de eerste man geweest was. Zijne fierheid kwam er tegen op,
-dat hij verpligt werd zich in te toomen en eens anders bevelen te
-gehoorzamen, al was die andere ook zijn vertrouwde vriend en al kon
-hij op hem rekenen, zoo goed als op zich zelven.
-
-Hij maakte het zich tot een bitter verwijt, dat hij Loer-Vogel dus
-alleen liet handelen en zich aan gevaren bloot stellen voor eene
-zaak die hij geheel als de zijne beschouwde. De ware reden nogtans,
-die hij zich zelven niet durfde bekennen, maar die hem met vreugde
-de grootste gevaren, ja den dood zelfs zou hebben doen trotseren
-om zijne vriendinnen te redden,--de reden die hem thans norsch en
-verdrietig tegen de voorzigtigheid van Loer-Vogel in opstand bragt,
-en hem eindelijk noopte om, het mogt gaan zoo het wilde, werkdadig
-aandeel te nemen in de uitvoering van het tusschen hem en den jager
-overeengekomen plan, deze reden, zeg ik, was geen andere, dan dat
-hij dona Laura de Real del Monte beminde.
-
-Hij beminde haar met die alvermogende, onverwinbare liefde waar alleen
-uitgelezen karakters vatbaar voor zijn, eene liefde die tegen alle
-hindernissen opgroeit, en die, wanneer zij eenmaal in het hart van
-een man als don Leo heeft post gevat, hem tot de vermetelste daden,
-zoo niet tot de grootste dwaasheden drijft.
-
-Deze liefde was te dieper bij hem geworteld, naarmate hij er zich
-minder van bewust was en niet anders dacht of hij handelde, ten
-haren opzigte, alleen uit ridderlijk gevoel van genegenheid voor
-het zwakkere geslacht, en onder den indruk des medelijdens dat haar
-ongeluk hem inboezemde. Zoo waar dit geweest moge zijn in het begin,
-toen hij Laura nog niet kende en haar in zijne armen uit haar levend
-graf had gedragen, even waar was het, dat zijne betrekking met haar
-sedert dien tijd eene geheele verandering had ondergaan.
-
-Geen jong mensch van don Leo's karakter, zal ooit met een beminnelijk
-jong meisje een geheele maand lang op reis gaan, haar dagelijks zien,
-met haar spreken, met haar lijden, met haar hopen en wenschen zonder
-zich aan haar te hechten.
-
-Sommige jonge meisjes, inzonderheid edele, stille, ingetogene, in een
-woord, beminnelijke karakters, bezitten bovendien iets betooverends,
-dat men vergeefs zou willen verklaren, maar dat als uit haar innigst
-wezen afstraalt, zich aan alles wat haar omgeeft mededeelt en tegen
-wil en dank de sterkste mannen medesleept en als onder voogdij brengt.
-
-Al was het maar het schuifelend geritsel van haar satijnen robe, de
-mollige zwier van hare gestalte, de luchtige beweging van haar tred,
-de opwekkende geur van hare golvende lokken, de zuivere klaarheid van
-haar oog, terwijl de peinzende blik zich ten hemel heft, zich hier
-of daar vestigt zonder iets te zien, of schijnt te gissen naar het
-onbekende, alles in een woord bij deze onbegrijpelijke en betooverende
-wezens, dwingt onwillekeurig eerbied af en roept het strengste hart
-tot beminnen.
-
-Dona Laura was een van deze, en zij bezat vooral dien magnetisch
-boeijenden blik, gepaard met de onschuldige zachtheid van een min of
-meer kinderlijk eenvoudigen glimlach, die den onwil zoowel als den
-moedwil vernietigt.
-
-Als zij hare groote, blaauwe, met lange zwarte wimpers beschaduwde
-oogen goedwillig op den jongman neersloeg, en hem daarbij soms met
-een peinzend gelaat aankeek, voelde hij zich inwendig ontroerd en
-werd zijn hart koud; dan weigerde zijne tong hem bijna haar dienst
-en wenschte hij heimelijk te sterven, aan de voeten van haar, die
-voor hem zonder wederga op aarde, ja veeleer een engel scheen.
-
-Gedurende zijn afwisselenden levensloop, had de jonge avonturier de
-vrouwen niet anders leeren kennen dan naar hetgeen de bedorven en
-ontaarde beschaving van Mexico er hem van voorspiegelde, namelijk den
-hatelijken en afstootenden kant. Toen dus het toeval hem op eens in
-aanraking bragt met een jong, rein en eenvoudig meisje, dat hij zelf
-van den dood had gered, was er in zijne denkbeelden eene volslagen
-omwenteling ontstaan, en had hij leeren inzien, dat de vrouw, zoo als
-zij volgens hare oorspronkelijke bestemming den man tot levensgezellin
-geschapen werd, hem tot hiertoe geheel onbekend was gebleven.
-
-Ook had hij zich van lieverlede aan de betoovering, die hem
-onweêrstaanbaar kluisterde, ongemerkt overgegeven en was hij Laura
-gaan beminnen met al de kracht zijner ziel, zonder zich ooit te
-vragen, wat het nieuwe gevoel dat hem overmeesterde eigenlijk was,
-zich gelukkig rekenende voor het tegenwoordige, en onbezorgd voor
-eene toekomst die voor hem misschien nimmer komen zou.
-
-Onbezorgdheid voor het toekomende is een kenmerkende trek van alle
-verliefden; zij zien niet verder dan het heden, dat hun geheel bezig
-houdt en bezielt, waarmede zij lijden of gelukkig zijn, in één woord,
-waarin en waardoor zij leven.
-
-Het kan zijn dat don Leo, gedurende de weinige dagen die hij met de
-door hem geredde jonkvrouw in het hartje der wildernis doorbragt,
-zich een enkele maal met de zoete hoop vleide haar voor altijd de
-zijne te zien en het geluk des levens met haar te genieten, ver van het
-gewoel der steden en de zwijmelvreugd eener verbasterde maatschappij;
-maar deze gedachte, zoo zij hem ooit heeft toegelagchen, was op
-eens onherroepelijk verdwenen, door zijne toevallige en wonderbare
-ontmoeting met don Mariano; de verschijning toch van den vader van
-dona Laura, den schatrijken, stijf-zinnigen landedelman, moest zijne
-luchtkasteelen voor altijd vernietigen.
-
-De slag was zwaar voor den jongman; maar dank zij zijn ijzeren wil,
-hij stond dien moedig door, terwijl hij meende dat het hem niet
-moeijelijk zou vallen in den maalstroom van zijn avontuurlijk leven
-de jonge schoone dame te vergeten.
-
-Ongelukkig ging het don Leo gelijk het zoo velen van zijn soort gegaan
-is, en deelde hij in den algemeenen regel: zijn hartstogt nam toe
-in regtstreeksche verhouding met de onoverkomelijke bezwaren die er
-zich eensklaps tegen schenen te verheffen; en het was juist toen hij
-begon in te zien dat verschil van fortuin en teedere familie-belangen,
-tusschen hem en zijne beminde een onoverkomelijken slagboom stelden,
-dat hij tevens de onmogelijkheid begreep van te kunnen leven zonder
-haar te bezitten.
-
-Van toen af poogde hij de ongeneeslijke wond die zijn hart deed
-bloeden niet langer te heelen, integendeel gaf hij zich gedachteloos
-over aan het zoete gevoel der liefde, die zijn leven was, en droomde
-hij slechts van eene zaak, namelijk te sterven in hare redding,
-om misschien in zijn laatste uur uit de lippen van zijne geliefde
-een woord van erkentenis te hooren, en wederkeerig een treurige maar
-zoete herinnering in het diepst van hare ziel achter te laten.
-
-Onder zulke omstandigheden is het ligt te begrijpen, dat don Leo,
-wat er ook gebeurde, volstrekt wilde medewerken om het lieve jonge
-meisje te bevrijden; ook was hij sedert het oogenblik dat hij van
-zijn vriend gescheiden werd, onafgebroken op middelen bedacht om dit
-doel te bereiken, zich naar de Indiaansche stad te begeven, en dona
-Laura te zien.
-
-Het was onder deze beschouwingen dat hij in het jagerskamp terugkeerde.
-
-Don Mariano was treurig; Vrij-Kogel zelf scheen uit zijn humeur;
-kortom, alles liep zamen om hem in de somberste naargeestigheid
-te dompelen.
-
-Er verliepen verscheidene uren zonder dat de avonturiers een woord
-met elkander wisselden.
-
-Omstreeks twee uren na den middag, op het heetst van den dag, seinden
-de schildwachten de aannadering van een troep ruiters.
-
-Iedereen greep naar de wapenen.
-
-Weldra echter herkende men in de nieuw aankomenden Ruperto en zijn
-detachement, dat de bedienden van don Mariano verzameld hadden en
-thans met zich naar het kamp voerde.
-
-Juanito had, volgens de uitdrukkelijke bepalingen hem door Loer-Vogel
-voorgeschreven, Ruperto willen verpligten om zich met zijne ruiters
-in de grot aan den oever der rivier op te sluiten; maar de jager
-was hiertoe niet te bewegen en had ronduit gezegd, dat, daar zijne
-kameraden op het gebied der Indianen dieper waren voortgerukt dan
-ooit een blanke zich gewaagd had, en waar zij ieder oogenblik gevaar
-liepen om door een overmagt van Roodhuiden overrompeld en afgemaakt te
-worden, hij hen dus in zulk eene hagchelijke stelling niet wilde laten,
-zonder hen te hulp te komen, en ondanks alle verzet van Juanito was
-de stijfhoofdige jager onverwijld verder getrokken, tot hij eindelijk
-het kamp van don Miguel bereikte.
-
-Twee of driemalen gedurende dezen togt was hij door zwervende Indianen
-verontrust en aangevallen, maar deze ligte schermutselingen, wel
-verre van zijn ijver te verzwakken, hadden geene andere uitwerking
-gehad dan dat zij den jager drongen zijn marsch te verhaasten; want
-nu de Roodhuiden eenmaal wisten dat er benden bleekgezigten in den
-omtrek van hunne kampementen rondzwierven, zouden zij zich naar alle
-waarschijnlijkheid in grooter getale vereenigen, om een gewissen slag
-te slaan en zich van hunne vermetele vijanden op eens te ontdoen.
-
-De avonturiers werden door hunne kameraden met vreugde
-ontvangen. Ruperto was inzonderheid welkom bij don Miguel, die zich
-gelukkig rekende op dit oogenblik eene versterking van dappere mannen
-te bekomen, waarop hij niet had durven hopen.
-
-De werkeloosheid der Gambucinos maakte thans plaats voor de grootste
-bedrijvigheid; nadat onderscheidene bemoeijingen, waartoe de komst
-hunner kameraden aanleiding gaf, waren afgeloopen, verdeelden zij
-zich in verschillende groepen en begonnen zij drukke gesprekken, met
-al de levendigheid en praatzucht die aan de zuidelijke rassen eigen is.
-
-Ruperto achtte zich meer dan gelukkig dat hij op de gedachte was
-gekomen om voorwaarts te trekken, toen hij hoorde dat de Roodhuiden
-niet alleen kampementen in den omtrek hadden, maar dat zelfs een van
-hunne vijf heilige steden kort in de nabijheid lag.
-
---Canarios! riep hij, wij zullen weldoen door waakzaam te zijn, zoo
-wij ten minste eerstdaags onze haarschedels niet willen verliezen;
-die roode duivels zullen ons niet lang ongemoeid hun gewijden grond
-laten betreden.
-
---Ja, antwoordde don Miguel, ik geloof dat wij alle reden hebben om
-ons niet te laten overrompelen.
-
---Hm! meesmuilde Vrij-Kogel, het zou geen aangename ontmoeting zijn,
-als wij een troep Roodhuiden op onzen rug kregen; gij kunt u niet
-verbeelden hoe goed die kerels vechten, als zij sterk genoeg in getal
-zijn. Zoo herinner ik mij nog in het jaar 1836--ik was destijds....
-
---En die er het ergste aan zou zijn is Loer-Vogel, zeî don Leo, den
-jager het woord ontnemende, zoodat hij met open mond bleef zitten. Ik
-verwijt mij zelven nog steeds dat ik hem alleen heb laten vertrekken.
-
---Hij is niet alleen, hernam de Canadees; gij weet toch, don Miguel
-dat hij den Vliegenden-Arend en zijne cihuatl, of hoe noemen zij de
-vrouwen, bij zich heeft.
-
-Don Miguel keek den jager scherp aan.
-
---Stelt gij zooveel vertrouwen in de Roodhuiden, Vrij-Kogel? vroeg hij.
-
---Hm! grinnikte deze, zich achter het oor krabbend, dat kan er naar
-wezen, maar als ge mij naar de waarheid vraagt, moet ik u zeggen dat
-ik ze geen zier vertrouw.
-
---Gij ziet dus wel dat hij alleen is. Wie weet wat hem in die
-vervloekte stad reeds overkomen is, te midden van die bloeddorstige
-duivels? Ik wil u bekennen dat ik er mij zeer ongerust over maak en
-een of ander vreesselijk onheil ducht.
-
---Zijne vermomming was niettemin volmaakt.
-
---Dat laat ik daar; Loer-Vogel kent bovendien de zeden der
-Indianen door en door, hij spreekt hunne taal zoo goed als zijn
-eigen moedertaal; maar wat zegt dat, als hij het slagtoffer wordt
-van verraad?
-
---Hei wat! riep Vrij-Kogel, verraad! wien noemt gij een verrader?
-
---Wel, wie anders dan den Vliegenden-Arend, caramba! of zijne vrouw,
-want dat zijn de eenige twee die hem kennen.
-
---Hoor eens, don Miguel, hervatte thans Vrij-Kogel met ernst, vergun
-mij u even rondborstig te zeggen hoe ik er over denk: gij hebt ongelijk
-met zoo onbezonnen te spreken als op dit oogenblik.
-
---Ik! riep de jongman barsch. Wel! en waarom dat, zoo 't u blieft?
-
---Omdat gij de lieden die gij met een eerloozen naam durft betitelen,
-slechts zeer weinig en dat alleen bij goeder geruchte hebt leeren
-kennen. Wat mij betreft, ik ken den Vliegenden-Arend sedert vele jaren
-reeds; hij was nog maar een kind toen ik hem voor de eerstemaal zag, en
-ik heb zijn eerlijkheid en trouw altoos proefhoudend bevonden. Zoolang
-hij nu in ons gezelschap is, heeft hij ons goede diensten bewezen,
-of althans zoeken te bewijzen; kortom, om alles in eens te zeggen,
-wij allen, en gij in 't bijzonder, zijt hem grootelijks verpligt. Het
-zou de zwartste ondankbaarheid zijn als wij dit konden vergeten.
-
-De eerzame jager had deze verdediging van zijn vriend met een vuur en
-eene fermiteit uitgesproken, die op don Miguel merkbaar indruk maakten.
-
---Vergeef mij dan, oude vriend, zeide deze op verzoenenden toon;
-ik beken dat ik ongelijk had, maar omringd als wij zijn door duizend
-vijanden en bedreigd om ieder oogenblik het slagtoffer te worden van
-verraad, het voorbeeld van Domingo kan dit ten overvloede bewijzen,
-heb ik mij ligt laten vervoeren tot de vermoedens....
-
---Elk vermoeden dat de eer van den Vliegenden-Arend te na komt,
-viel Vrij-Kogel hem met drift in de rede, is uit den aard der zaak
-valsch. Wie weet of hij niet juist op dit oogenblik, terwijl wij hier
-zamen spreken, zijn leven voor het onze waagt?
-
-Deze woorden bragten bij zijn gehoor zekere ontroering te weeg,
-en er volgde een poos stilte, die de Canadees echter onmiddelijk
-verbrak door op nieuw het woord te nemen.
-
---Denk echter niet dat ik u iets heb te verwijten, vervolgde hij,
-gij zijt jong en alleen daardoor loopt uwe tong vaak uwe gedachten
-vooruit; maar als ik u raden mag, wees dan op uwe hoede, want het zou
-u den een of anderen keer groote schade kunnen berokkenen. Doch, genoeg
-hiervan; om u dit nader te bevestigen, zou ik u een aardig geval kunnen
-vertellen dat mij gebeurd is in 1851. Ik kwam destijds juist van...
-
---Nu ik er ernstig over nadenk, viel don Leo hem in de rede, moet ik
-u geheele voldoening geven; ik heb inderdaad ongelijk gehad.
-
---Ik acht mij gelukkig dat gij dit zoo ridderlijk bekent.
-
---Laten wij er dan niet meer over spreken.
-
---Ik verlang niets liever; om dus op ons eerste punt terug te komen,
-moet ik u op mijne beurt bekennen, dat ik mij zeer ongerust maak
-over Loer-Vogel.
-
---Ha! daar hebt gij het al.
-
---Ja, maar om gansch andere redenen dan die gij hebt aangevoerd.
-
---Zeg mij om welke?
-
---O, mijn hemel! die zijn zeer eenvoudig. Loer-Vogel is een handig
-en dapper jager, die al de streken der Indianen op zijn duimpje kent,
-maar hij heeft niemand die hem ter zijde staat; ingeval van tegenspoed
-zou de Vliegende-Arend hem weinig kunnen helpen; als hij ontdekt wierd,
-zou de brave hoofdman niet anders kunnen doen dan zich naast hem te
-laten ombrengen, en dat zal hij gewis, daar ben ik van overtuigd.
-
---En ik ook; maar wat zou dit hem of ons baten? Hoe zouden wij na
-zulk een ongeluk nog in staat zijn om de jonge meisjes te redden?
-
-Vrij-Kogel schudde het hoofd.
-
---Ja, dat is juist de groote zwarigheid, daar zit hem de
-knoop. Ongelukkig zou het hoogst moeijelijk zijn om in dat geval te
-voorzien, dat ik hoop nooit te zullen gebeuren.
-
---Wij willen er niet aan twijfelen; maar als het eens gebeurde,
-wat zouden wij dan doen?
-
---Wat wij doen zouden?
-
---Ja.
-
---Hm! dat is een vraag, don Miguel, die ik naauwelijks kan
-beantwoorden.
-
---Enfin, maar gesteld dat het zoo was, dan zullen wij toch een middel
-moeten uitdenken om ons uit de valsche positie te helpen daar wij
-ons in bevonden.
-
---Dat zeker; wij zouden wel moeten.
-
---Maar hoe dan?
-
---Hoe dan? Ja, zoo waar als ik nog weet wat ik doen zou. Kijk, ik ben
-geen man die zoo ver vooruit kan zien. Als er een ongeluk gebeurt,
-is het altoos tijds genoeg om het te verhelpen, zonder zich zoo lang
-in voorraad het hoofd te breken met er aan te denken. Al wat ik u
-zeggen kan, caballero, is, dat ik voor het oogenblik, in plaats van
-hier te blijven zitten als een flamingo die men een vleugel heeft
-afgeschoten, al heel wat zou willen geven om in die vervloekte stad
-te zijn en mijn ouden makker van nabij te kunnen beschermen.
-
---Spreekt gij de waarheid? Zoudt gij werkelijk moed hebben om zoo
-iets te wagen? riep don Miguel verheugd.
-
-De jager zag hem verwonderd aan.
-
---Twijfelt gij daaraan? vroeg hij. Hebt gij mij dan ooit op iets
-hooren zwetsen, dat ik niet in staat was te doen?
-
---Maak u niet boos, oude vriend, hernam don Miguel met drift: uwe
-verklaring deed mij zooveel genoegen, dat ik er niet dadelijk aan
-durfde gelooven.
-
---Gij moet altijd gelooven aan hetgeen ik zeg, jong mensch, antwoordde
-de jager nadrukkelijk.
-
---Heb maar geen vrees, riep don Miguel glimlachend; ik beloof u,
-in het vervolg zal ik er nooit weer aan twijfelen.
-
---Zooveel te beter, wij willen het hopen.
-
---Hoor eens, als gij het goed vindt, zullen wij zamen de zaak
-ondernemen.
-
---Om in de stad te gaan?
-
---Ja!
-
---Waarachtig! nu, dat noem ik een plan! riep Vrij-Kogel verrukt.
-
---Vindt gij niet?
-
---Zeker; maar hoe komen wij er in?
-
---Laat dat maar aan mij over.
-
---Goed! dan bemoei ik er mij niet meer mede; maar er is nog iets
-anders.
-
---En dat is?
-
---Dat wij ons zoo niet kunnen vertoonen als wij hier zijn, zei
-de jager, met een koddigen lach op zijn eigen kostuum en dat van
-don Miguel wijzende; ik zou des noods, als ik mijn gezigt en mijne
-handen een weinig beschilder, misschien nog voor een Roodhuid kunnen
-passeeren; maar voor u is het een onmogelijkheid.
-
---Dat is maar al te waar. Maar, laat mij begaan; ik zal mij een
-Indiaansch kostuum weten te maken daar gij niets op zult kunnen
-afwijzen. Vermom gij u intusschen zooals gij goedvindt.
-
---Dan zal ik er spoedig meê klaar zijn.
-
---En ik ook.
-
-De mannen stonden beiden vrolijk op, maar waarschijnlijk om zeer
-verschillende redenen. Vrij-Kogel gevoelde zich gelukkig dat hij zijn
-vriend kon helpen, terwijl don Miguel aan niets anders dacht dan aan
-dona Laura, die hij hoopte weder te zien.
-
-Toen zij opstonden, hield don Mariano hen tegen.
-
---Is het u waarlijk ernst, caballeros? vroeg hij.
-
---Wel zeker, Senor don Mariano, antwoordden zij, zoo ernstig als ooit.
-
---Dan vind ik het zeer goed, en ik ga met u.
-
---Loop heen! riep don Miguel verbaasd terugdeinzend; zijt gij dwaas,
-don Mariano? Wat zoudt gij met ons mee doen? gij die niets van de
-Indianen weet, die geen woord van hunne taal kent, zoudt gij u in
-dat wespennest wagen? Gij loopt moedwillig in uw dood!
-
---Neen, antwoordde de grijsaard vastberaden, ik verlang mijn kind
-weder te zien!
-
-Don Miguel had den moed niet om zulk een ferm uitgesproken besluit
-tegen te gaan; hij boog het hoofd zonder te antwoorden. Vrij-Kogel
-beschouwde de zaak uit een ander oogpunt. Volmaakt koelzinnig en
-bij gevolg ver ziende en juist van blik, begreep hij de noodlottige
-gevolgen die de tegenwoordigheid van don Mariano voor hunne onderneming
-zou na zich slepen.
-
---Neem mij niet kwalijk, caballero, zeide hij, maar als ik u dit
-zeggen mag, schijnt gij over uw tegenwoordig besluit niet rijpelijk
-te hebben nagedacht.
-
---Caballero, een vader bedenkt zich niet lang, als het te doen is
-om zijn kind weder te zien, dat hij reeds verloren achtte en dat hij
-nooit weder dacht te zullen omarmen.
-
---Dat stem ik toe; maar ik moet u onder het oog brengen, dat hetgeen
-gij thans wenscht te doen, in plaats van uw kind u terug te geven,
-het u voor altijd zou kunnen doen verliezen.
-
---Wat zegt gij daar?
-
---Niets dan de eenvoudige waarheid: don Miguel en ik, wij gaan ons
-onder de Indianen wagen, die wij naauwelijks hopen te zullen misleiden,
-ofschoon wij hen door en door kennen; wat zal nu het gevolg zijn,
-als gij met ons mede gaat? wat anders, dan dat de Roodhuiden dadelijk
-zullen zien dat gij een blanke zijt? en dus begrijpt gij, zeer goed
-dat gij uw leven verbeurt, zoowel als wij het onze. Evenwel, zoo gij
-er op staat, ga dan, en ik ben bereid u te volgen: een mensch sterft
-maar eens, en of dat van daag of morgen gebeurt, is mij tamelijk
-onverschillig.
-
-Don Mariano slaakte een zucht.
-
---Ik was dwaas, murmelde hij, ik wist niet wat ik zeide: vergeef mij,
-ik was te haastig om mijn kind te willen wederzien.
-
---Verlaat u op ons, arme vader, hervatte don Miguel edelaardig; uit
-hetgeen wij reeds gedaan hebben, moogt gij afleiden wat wij verder
-doen zullen; wij zijn bereid het onmogelijke te beproeven om u het
-pand terug te geven dat u zoo dierbaar is.
-
-Don Mariano, gebogen onder de aandoening die hem overmeesterde, had
-de kracht niet om te antwoorden; met de oogen vol tranen drukte hij
-den jongman de hand en zonk magteloos op den grond.
-
-De beide avonturiers maakten zich thans gereed voor den vermetelen
-togt dien zij voornemens waren te wagen, en begonnen zich te vermommen.
-
-Dank zij hunne bekendheid met de Indiaansche gebruiken, viel het hun
-niet moeijelijk om hunne kostumen in overeenstemming te brengen met
-de rol die zij spelen zouden, en kwamen zij weldra als volmaakte
-Indianen te voorschijn. Toen al de noodige toebereidsels waren
-afgeloopen, stelde don Miguel het kommando der quadrilla in handen
-van Ruperto, beval hem de meeste waakzaamheid aan om zich niet te
-laten verrassen, en maakte hem bekend met het signaal dat tusschen
-hem en Loer-Vogel was afgesproken. Met een handdruk aan don Mariano,
-die nog altoos in diepe treurigheid verzonken zat, namen de beide
-avonturiers afscheid van hunne kameraden, schouderden hunne buksen,
-die zij liefst wilden medenemen en trokken op weg naar Quiepa-Tani,
-verzeld van eenige Gambucinos, die hen tot aan de grenzen van het
-bosch uitgeleide zouden doen, en tevens van Ruperto, die het niet
-overbodig achtte om bij deze gelegenheid, al was het ook in de verte,
-de ligging der stad op te nemen, ten einde te weten hoe hij het best
-zijn plan van aanval zou regelen en zijne mannen plaatsen, om op het
-eerste sein hunne vrienden ter hulp te kunnen snellen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXVIII.
-
-EENE NACHTELIJKE VERKENNING.
-
-
-De zon was juist aan het ondergaan, op het oogenblik dat de Gambucinos
-den rand van het woud en de uiterste grens van het kreupelbosch
-bereikten.
-
-Een kleinen heuvel bestijgende, zagen zij voor zich uit; op ongeveer
-anderhalf uur afstands, lag de stad, te midden der groene vlakte,
-die haar omringde als een kalme zee van kruiden en bloemen:
-
-De nacht daalde snel; de duisternis vermeerderde van minuut tot minuut,
-en smolt weldra tot eene sombere massa te zamen; het uur was bijzonder
-goed geschikt om den vermetelen aanslag, dien zij in 't zin hadden,
-te wagen.
-
-Don Miguel en Vrij-Kogel zeiden hunne geleiders voor het laatst
-vaarwel en stapten moedig het hooge gras en kreupelhout in, waar zij
-spoedig verdwenen.
-
-Gelukkig hadden de waaghalzen, die zonder dat in de duisternis
-moeijelijk den weg zouden gevonden hebben, de breede loopsporen slechts
-te volgen, sedert lang gebaand door de ruiters en voetgangers, die
-gedurig naar de stad gingen of er van daan kwamen, en welke voetpaden,
-allen op een der poorten uitliepen.
-
-De beide mannen traden een geruimen tijd stil naast elkander voort,
-ieder voor zich ernstig nadenkende over den waarschijnlijken uitslag
-hunner schier hopelooze onderneming.
-
-In het eerste oogenblik der geestdrift, hadden zij weinig gedacht
-aan de tallooze moeijelijkheden die zij op hun weg ontmoeten en de
-hindernissen die als bij iederen stap voor hen zouden oprijzen.
-
-Zij hadden alleen hun doel in 't oog gehouden.
-
-Thans echter, nu zij in koelen bloede nadachten, stuitten zij op menige
-zwarigheid, die zij vroeger niet hadden willen of kunnen vermoeden,
-en begonnen zij, gelijk het gewoonlijk gaat, hunne onderneming uit
-een geheel ander oogpunt te beschouwen.
-
-Het scheen hun bijna onmogelijk hun doel te bereiken, terwijl de
-gevaren en moeijelijkheden zigtbaar grooter werden.
-
-Ongelukkigerwijs kwamen deze verstandige inzigten te laat; het was
-nu geen tijd meer om terug te treden; zij moesten vooruit, het ging
-hoe het ging.
-
-Voor het overige was alles rustig en stil: geen briesje in de lucht,
-geen geluid in de prairie, en naarmate de sterren aan den hemel
-te voorschijn kwamen, scheen hun de duisternis minder tastbaar en
-werden de oogen der avonturiers van lieverlede gewend aan de heldere
-nachtschemering.
-
-Nu begonnen zij genoeg te kunnen zien om verder voort te gaan en den
-omtrek tot op zekeren afstand te onderscheiden.
-
-Vrij-Kogel kon zich maar half schikken naar de hardnekkige
-stilzwijgendheid van zijn compagnon, de eerzame jager hield veel
-van praten, vooral in omstandigheden als die van het tegenwoordige
-oogenblik; hij besloot dus met zijn kameraad een gesprek aan te vangen,
-vooreerst om eene menschelijke stem te hooren--eene reden die misschien
-onbegrijpelijk zal voorkomen aan menschen wier leven gelukkig in stille
-huisselijkheid is omgegaan en vrij van de groote gemoedsbewegingen die
-voor sommige karakters zooveel bekoorlijks hebben; de tweede reden
-was niet minder dringend dan de eerste, daar de jager, nu hij zich
-eenmaal voor deze hopelooze onderneming had ingescheept, gaarne van
-don Miguel eenige nadere aanwijzing zou vernemen aangaande het plan dat
-deze dacht te volgen en de gedragslijn die hij zich had voorgeschreven.
-
-Intusschen liepen onze avonturiers, zelfs digt bij de stad en op
-een geheel open terrein, weinig gevaar van ontdekt te worden; de
-eenige lieden die zij konden ontmoeten waren enkele boschloopers
-en spionnen, in het weinig waarschijnlijke geval, dat de Indianen,
-tegen hunne gewoonte om gedurende den nacht geen beweging te maken,
-het noodig mogten hebben geacht eenige mannen uit te zenden om den
-omtrek te bewaken.
-
-De beide mannen konden dus zonder vrees voor ontdekking rustig zamen
-praten, zoo zij slechts zorg droegen hunne stem niet te zeer te
-verheffen en hunne oogen en ooren gestadig open te houden, om ieder
-gevaar te ontdekken, zoodra het zich opdeed.
-
-Vrij-Kogel begon dus, na eerst even gehoest te hebben om de aandacht
-van zijn kameraad te wekken, terwijl hij een onvoldanen blik in het
-rond wierp, op eens de volgende aanmerking:
-
---Wel, wel! de lucht is sedert een paar minuten verbazend opgehelderd,
-de nacht is veel minder donker dan ik gedacht had; als de maan maar
-niet opkomt voor dat wij zijn waar wij wezen moeten, dat ware erger.
-
---Wij hebben nog twee uren tijd eer de maan opkomt, antwoordde don
-Miguel, dat is meer dan noodig is.
-
---Gij denkt dus dat twee uren genoeg zal zijn?
-
---Dat weet ik zeker.
-
---Nu, zooveel te beter dan, want op die nachtwandelingen heb ik het
-niet erg begrepen.
-
---Dat is maar omdat gij er niet aan gewoon zijt.
-
---Wel mogelijk, want sedert de veertig jaar dat ik nu de woestijn
-in alle rigtingen doorkruis, is dit de tweede maal dat ik op eene
-nachtelijke expeditie uitga.
-
---Kom!
-
---'t Is op mijn woord van eer waar! riep de jager; de eerste keer
-was merkwaardig genoeg en verdient inderdaad eene nadere beschrijving.
-
---Hoe zoo? vroeg don Miguel min of meer verstrooid.
-
---Wel, omdat de omstandigheden bijna letterlijk de zelfde waren:
-toen was het ons ook te doen om een jong meisje te redden, dat door
-de Indianen was opgeligt. Het was in het jaar 1835; ik was destijds
-in dienst van de Pelterijen-Maatschappij. De Zwart-Voet-Indianen,
-om zich te wreken over een kleine streek hun door een der ambtenaren
-gespeeld, wisten er niets beters op te verzinnen dan eene nicht van
-den kommandant op het fort Mackensie [26] te schaken; maar...
-
---Luister! riep don Miguel, hem op eens bij den arm vattende, hoort
-gij niets?
-
-De Canadees, ofschoon plotseling in zijn verhaal gestoord, dat hij
-voor dezen keer zoo gelukkig meende te kunnen voortzetten, toonde
-zich echter volstrekt niet gebelgd, daarvoor was hij te zeer aan
-dergelijke wederwaardigheden gewoon; hij bleef staan, ging plat op
-zijn buik liggen en hield het oor gedurende twee of drie minuten aan
-den grond, om met gespannen aandacht te luisteren; toen stond hij op
-en schudde verontwaardigd het hoofd.
-
---Het zijn eenige wolven, die een damhert nazitten, zeide hij.
-
---Weet gij het zeker?
-
---Gij zult zoo aanstonds hunne stemmen wel hooren.
-
-Werkelijk had de jager dit naauwelijks gezegd, of het herhaalde gekef
-der coyotes klonk op korten afstand.
-
---Ziet gij? zeide de Canadees droogjes.
-
---Inderdaad, antwoordde don Miguel.
-
-En zij hervatten de wandeling die zij een poosje hadden gestaakt.
-
---Apropo! begon Vrij-Kogel weder, gij weet wat wij zamen hebben
-afgesproken, don Miguel; ik verlaat mij geheel op u om de stad binnen
-te komen, want hoe wij het moeten aanleggen weet ik volstrekt niet.
-
---Ik zelf weet het evenmin, antwoordde de jongman; maar ik heb mij
-heden morgen een geruimen tijd bezig gehouden met de stadsmuren
-naauwkeurig op te nemen, en ik meen toch een enkel punt te hebben
-ontdekt, waar ik geloof dat wij er met eenige moeite wel over kunnen.
-
---Hm! meesmuilde Vrij-Kogel, uw plan schijnt mij toe alles behalve
-uitvoerbaar te zijn, kameraad; het zal waarschijnlijk op gebroken
-beenen uitloopen.
-
---Daar hebben wij kans op.
-
---Niet onaardig; maar zonder u een compliment te maken, zou ik het
-liever anders willen, wanneer het mogelijk was.
-
---Dat vooruitzigt schrikt u dan ten minste niet af?
-
---Mij?--in het minst niet. Ik ben vast overtuigd dat de Indianen mij
-niet dooden kunnen, anders zou het zeker reeds lang gebeurd zijn in
-het tal van jaren dat ik in de woestijn rondzwerf.
-
-De jongman moest onwillekeurig lagchen over de koelbloedigheid waarmede
-de oude jager deze zonderlinge meening uitsprak.
-
---Welnu, wat kunt gij er op dien koop dan tegen hebben om mijn plan
-te volgen?
-
---Omdat het niet deugt, zei Vrij-Kogel; dat de Indianen mij niet kunnen
-doodschieten, is nog geen bewijs dat zij mij niet kunnen raken. Geloof
-mij, don Miguel, wij moeten voorzigtig zijn; als een van ons beiden
-reeds dadelijk buiten gevecht werd gesteld, wat zou er dan van den
-andere worden?
-
---Dat is waar; maar kunt gij mij dan een beter plan voorstellen?
-
---Ik denk wel van ja.
-
---Welnu, laat ik het dan hooren; als het goed is, zal ik het aannemen;
-ik ben volstrekt niet jaloersch op mijn eigen werk.
-
---Goed; kunt gij zwemmen?
-
---Waarom vraagt gij dat?
-
---Eerst antwoorden, dan zult gij het dadelijk weten.
-
---Ik zwem als een steur.
-
---En ik als een otter; wij zijn dus in voortreffelijken staat. Let
-thans op hetgeen ik u zeggen zal.
-
---Ga door als het u b'lieft.
-
---Gij ziet die rivier daar wel, niet waar? een weinig regts.
-
---Welzeker!
-
---Goed; die rivier loopt midden door de stad, die zij in tweeën snijdt,
-is het zoo niet?
-
---Ja!
-
---Gesteld nu eens dat de Roodhuiden wisten dat wij ons hier in den
-omtrek bevinden, van welken kant zouden zij dan een aanval wachten?
-
---Van den kant der vlakte, dat spreekt van zelf.
-
---Al beter en beter;--waar dus de muren bezet zijn met schildwachten,
-die de vlakte in alle rigtingen bewaken, terwijl de rivier, van welken
-kant zij geen gevaar vermoeden, volkomen verlaten zal zijn.
-
---Maar al te waar! riep don Miguel zich voor het hoofd slaande;
-dat ik daaraan niet gedacht heb!
-
---Men kan niet aan alles denken, antwoordde Vrij-Kogel zoo bedaard
-als een philozoof.
-
---Beste vriend, ik zeg u dank voor dat uitmuntend idee; thans zijn
-wij ten minste zeker dat wij in de stad zullen komen.
-
---Laten wij de huid van den beer niet verkoopen, voordat wij
-hem... gij kent het oude spreekwoord. Evenwel, niets belet ons om
-het te beproeven.
-
-Zij gingen terstond regts af, om de rivier te naderen, die zij een
-kwartier later bereikten. De oevers waren eenzaam; de rivier, zoo
-effen en kalm als een spiegel, lag aan hunne voeten en had veel van
-een zilveren lint.
-
---Thans, hervatte Vrij-Kogel, moeten wij ons niet te veel haasten:
-al kunnen wij zwemmen, zullen wij die kunst liever voor het laatst
-bewaren, als wij geen ander redmiddel meer weten. Doorzoek gij nu
-eerst als de boschjes aan den eenen kant, terwijl ik den anderen kant
-opga; want ik zou mij zeer bedriegen, als wij niet hier of daar eene
-praauw vonden.
-
-In deze verwachting had de jager zich niet bedrogen; na eenige minuten
-zoekens, vonden zij werkelijk een bootje, onder een hoop bladeren
-verborgen, te midden van digte boschjes linzen en floripondio's;
-de pagaaijen lagen eenige passen verder.
-
-Wij hebben den lezer vroeger reeds gezegd op welke wijs de Indianen
-deze vaartuigen zamenstellen, die onder anderen ook deze deugd
-bezitten, dat zij zeer ligt zijn. Vrij-Kogel droeg de pagaaijen,
-don Miguel nam de praauw op zijn schouder, en binnen weinige minuten
-was zij te water.
-
---Ga gij nu scheep, zei Vrij-Kogel.
-
---Wacht een oogenblik, riep don Miguel, wij zullen de pagaaijen
-bewoelen om het gekraak te vermijden.
-
-Vrij-Kogel haalde de schouders op.
-
---Wij moeten niet al te slim willen zijn, dat zou verkeerd
-uitkomen. Als er soms Indianen in de nabijheid waren en zij zagen
-ons met de praauw op de rivier, zonder dat zij het geluid van de
-pagaaijen hoorden, zouden zij terstond onraad vermoeden en zich van
-de waarheid willen verzekeren. Neen vriend, laat mij liever begaan;
-gij moet u op den bodem der boot nederleggen, die ik gemakkelijk
-alleen kan roeijen; zij is klein, en dat is gelukkig voor ons, daar
-de Roodhuiden nooit zullen denken dat zulk een gering, door een enkel
-man geroeid bootje, stout genoeg zou zijn om een aanslag op de stad
-te wagen; want om u de waarheid te zeggen, ligt de betrekkelijke
-veiligheid onzer onderneming alleen in hare dolle vermetelheid; men
-moet inderdaad tot de bleekgezigten behooren om zulke hagchelijke
-ideeën in 't hoofd te krijgen. Ik herinner mij nog, wel, in het jaar
-1835, daar ik u zoo even van sprak...
-
---Laten wij gaan, gaauw maar, riep don Miguel terstond in de boot
-springende, op wier bodem hij, volgens de les van zijn compagnon,
-zich dadelijk zoo lang als hij was uitstrekte.
-
-De Canadees volgde hem hoofdschuddend, greep de pagaaijen en begon
-te roeijen, maar met zekere gemaakte onverschilligheid, zoodat het
-vaartuig niet dan langzaam en afgemeten voortstevende.
-
---Ziet gij, fluisterde de jager, op deze manier behandeld, zullen
-de roode duivels, zoo er hier of daar soms een op den uitkijk staat,
-mij gewis voor een van hunne stadgenooten aanzien, die nog laat van
-het visschen komt en naar zijne calli terugkeert.
-
-Intusschen versnelde de jager allengs en onmerkbaar zijne vaart,
-derwijze, dat de praauw na verloop van een half uur een betrekkelijk
-goeden gang maakte, ofschoon altoos bedaard genoeg om geen argwaan
-te wekken. Nu stevenden zij meer dan een uur ongehinderd voort en
-kwamen eindelijk binnen de stad. Zoo zij echter gemeend hadden hunne
-ontscheping even onopgemerkt te kunnen volbrengen, werden zij in deze
-verwachting teleurgesteld. In de nabijheid der brug--de plaats waar de
-Indianen gewoonlijk aan land stapten, hetgeen duidelijk genoeg bleek
-uit het aantal bootjes die daar aan wal lagen,--ontdekte Vrij-Kogel
-in de verte een Indiaanschen schildwacht, die op zijn lans stond te
-leunen, en de praauw niet uit het oog verloor. De Canadees bespiedde
-met snellen blik den geheelen omtrek en overtuigde zich dat de
-schildwacht alleen was.
-
---Die kerel! bromde hij in zich zelven, ja, als er niemand anders is
-dan hij, zullen wij hem spoedig uit den weg ruimen.
-
-Hij bukte in de praauw en gaf don Miguel verslag van hetgeen er omging;
-deze antwoordde hem met een paar woorden.
-
---Goed! Het is waar, zeide de jager zich oprigtende, er is geen ander
-middel op.
-
-Hij stuurde thans de praauw regt op den schildwacht aan. Zoodra de
-Canadees onder het bereik zijner stem kwam, riep de Indiaan hem toe:
-
---Ooah! mijn broeder komt wel laat in Quiepa-Tani, alles slaapt reeds
-op dit uur.
-
---Dat is zoo, antwoordde Vrij-Kogel in dezelfde taal als die van den
-schildwacht; maar ik breng ook een goede vracht visch mede.
-
---Ei! riep de krijgsman nieuwsgierig, mag ik die even zien?
-
---Mijn broeder mag ze niet alleen zien, hernam de Canadees beleefd,
-maar ik geef hem zelfs verlof om er de mooiste uit te zoeken.
-
---Oah! mijn broeder heeft een milde hand, de Wacondah zal die nooit
-ledig laten; ik neem uw aanbod aan.
-
---Hm! meesmuilde Vrij-Kogel; die arme stakker, 't is wonderlijk zoo
-gaauw als hij toehapt: hij begrijpt niet dat hij zelf de visch is
-die hier gevangen zal worden; en met deze philosofische aanmerking
-roeide hij nader aan wal.
-
-Weldra stootte de praauw op het oeverzand. De Indiaan, door het
-bedriegelijk aanbod van den Canadees verschalkt, wilde voor hem in
-beleefdheid niet onderdoen; hij greep het bootje bij de voorplecht,
-om het op het drooge te halen.
-
---Ooah! riep hij, inderdaad ik geloof dat mijn broeder een goede
-vangst heeft gehad, want de boot is zwaar.
-
-Dit zeggende bukte hij, om aan zijne pogingen meer kracht hij te
-zetten en de praauw des te spoediger aan wal te krijgen; maar hij had
-er den tijd niet toe, daar don Miguel er eensklaps uitsprong en den
-ongelukkigen Indiaan onverhoeds zulk een slag met de kolf van zijn
-geweer toebragt, dat deze bewusteloos op het zand neertuimelde.
-
---La! meesmuilde Vrij-Kogel, terwijl hij op zijne beurt aan land
-stapte, die zal ons ten minste vooreerst niet verraden.
-
---Daar dienen wij zeker van te zijn, zei don Miguel, wij moeten ons
-van hem ontdoen.
-
---Dat is gemakkelijk genoeg.
-
-De onverbiddelijke jager nam den Indiaan op, wierp hem in de praauw
-en gaf deze met de pagaai zulk een geweldigen stoot, dat zij op
-eens midden in den stroom lag en snel de rivier afdreef, om eenige
-oogenblikken later buiten de stad te verdwijnen.
-
-De avonturiers waren nu gereed om zich te verwijderen. Maar thans
-begonnen eerst de grootste bezwaren der onderneming: hoe zouden zij
-te midden der duisternis te regt komen, in eene stad die hun geheel
-onbekend was? Waar en hoe zouden zij Loer-Vogel of den Vliegenden-Arend
-vinden? Ziedaar twee vragen, die beiden even onmogelijk schenen om
-op te lossen.
-
---Bah! riep Vrij-Kogel, het eene spoor is niet moeijelijker te vinden
-dan het andere; in de stad of in de wildernis, dat maakt weinig
-verschil, laten wij zien.
-
---Het voornaamste is, dat wij ons zoo spoedig mogelijk van hier
-verwijderen.
-
---Ja, hier is het voor ons niet veilig; maar, ik bedenk iets, laten
-wij het groote plein trachten te bereiken, daar zullen wij nog het
-best inlichtingen kunnen bekomen.
-
---Op dit uur! dat zal dunkt mij vrij moeijelijk gaan.
-
---Integendeel. Wij zullen er ons vooreerst schuil houden, tot de dag
-aanbreekt; de eerste Roodhuid de beste die onder ons bereik komt,
-zal zich verpligt rekenen ons het nieuws van den dag te vertellen en
-dus van onzen vriend Loer-Vogel berigt doen--den grooten wonderdokter
-uit Yuma, die moet hier ten minste reeds bekend zijn, te duivel! ja,
-vervolgde hij lagchende.
-
-Eene vrolijkheid daar don Miguel met al zijn hart in deelde. Het
-was zonderling, zoo goed als deze twee mannen hunne onbezorgdheid en
-luchthartigheid behielden, te midden eener stad, die zij geweldigerhand
-waren binnengedrongen, waar zij in ieder burger een vijand moesten
-verwachten en waar duizend gevaren hen van alle zijden bedreigden;
-ondanks dit alles waren zij evenzeer op hun gemak, als bevonden zij
-zich te midden hunner vrienden. Zij lachten en schertsten, alsof hun
-toestand de aangenaamste van de wereld ware geweest.
-
---Wel, het is hier een aardig doolhof! hervatte Vrij-Kogel; vindt
-gij ook niet dat het hier sterk naar gebroken beenen riekt?
-
---Wie weet! misschien komen wij er nog beter af dan wij denken.
-
---Een ding is zeker, namelijk, dat wij het spoedig weten zullen.
-
---Laten wij deze straat ingaan, die schijnt ten minste lang en breed
-genoeg; het komt mij voor, als waren wij hier op den regten weg.
-
---Ik help het u wenschen! Welaan, de eene straat is hier zoo goed
-als de andere.
-
-De avonturiers gingen de straat in die voor hen lag, en van de brug
-naar de binnenstad liep.
-
-Het toeval had hen wel gediend; na tien minuten langzaam te zijn
-voortgewandeld, bevonden zij zich reeds op het groote plein.
-
---Ziedaar! riep Vrij-Kogel op een toon van verrassing, wat zegt gij
-nu; hebben wij ons te beklagen? het geluk schijnt ons te dienen; maar
-dat moet ook wel! vervolgde hij, want de fortuin dient de gekken,
-en wat dat betreft, hebben wij alle aanspraak op hare sympathie.
-
---Stil! riep don Miguel schielijk, daar komt iemand.
-
---Waar?
-
-De jongman wees met de hand in de rigting van den Zonnetempel.
-
---Daar! antwoordde hij.
-
---Inderdaad! mompelde Vrij-Kogel; maar mij dunkt, die man doet net
-als wij. Hij schijnt op zijne hoede te zijn, en ziet er uit alsof
-hij iets zoekt. Wat reden kan hij hebben om zoo laat nog te spoken?
-
-Na eene korte woordenwisseling waren de avonturiers het eens; zij
-scheidden van elkander en naderden den nachtwandelaar, van twee
-verschillende kanten, met sluipenden tred, terwijl zij zich zoo veel
-mogelijk in de schaduw hielden; hetgeen echter niet zeer gemakkelijk
-ging, daar de maan juist was opgekomen, die wel is waar nog niet veel
-licht verspreidde, maar toch genoeg om de voorwerpen op vrij verren
-afstand te onderscheiden. De onbekende bleek intusschen niet van plaats
-te veranderen, maar bleef altijd op hetzelfde punt waar zij hem het
-eerst ontdekt hadden; hij stond eenigzins voorover gebogen, met het
-oor tegen de tempeldeur en scheen met alle aandacht te luisteren. Don
-Miguel en Vrij-Kogel waren geen twintig passen meer van hem verwijderd
-en maakten zich gereed om op hem aan te loopen, toen hij zich eensklaps
-oprigtte. Zij smoorden naauwelijks een luiden kreet van verrassing.
-
---De Vliegende-Arend! mompelden beiden.
-
-Maar hoe zacht zij ook gesproken hadden, de Sachem had hen gehoord;
-zijn doordringend oog merkte hen dadelijk op.
-
---Ooah! riep hij zoodra hij hen zag, en kwam onmiddelijk naar hen toe.
-
-De avonturiers traden thans buiten de schaduw, die hen tot hier toe
-onkenbaar had gemaakt, en wachtten tot de Indiaan bijna vlak voor
-hen stond.
-
---Ik ben het! riep don Miguel.
-
---En ik! vervolgde Vrij-Kogel.
-
-Het opperhoofd der Comanchen deinsde vol verbazing terug.
-
---Het grijze hoofd hier! riep hij uit op een toon van verrassing die
-zich moeijelijk laat beschrijven.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXIX.
-
-HET GROOTE GENEESMIDDEL.
-
-
-Wij hebben vroeger gezien hoe Loer-Vogel, na den Rooden-Wolf tot aan
-de tempeldeur gebragt en naar huis te hebben gezonden, in het heiligdom
-was terug gegaan en de deur zorgvuldig achter zich gesloten had.
-
-Even te voren echter, terwijl hij den vernederden Sachem den marmeren
-trap afhielp en hem een eind ver naar zijn huis geleidde, waren don
-Miguel en Vrij-Kogel in den tempel gekomen, waar de Vliegende-Arend
-hun een schuilplaats verleende tot de morgen zou aanbreken.
-
-De trouwe Comanch stond thans, met de schouders tegen den muur geleund
-en de armen kruiselings op de borst, de terugkomst van Loer-Vogel af
-te wachten.
-
---Ik zeg u dank voor uwe hulp, hoofdman, zeide deze zoodra hij hem zag;
-zonder u zou ik verloren zijn geweest.
-
---Een geruimen tijd reeds, antwoordde de Indiaan, was de
-Vliegende-Arend onzigtbare getuige van het gesprek zijns broeders
-met den Rooden-Wolf.
-
---'t Is gelukkig dat wij van hem ontslagen zijn, voor langen tijd,
-zoo ik hoop, zeide Loer-Vogel; nu twijfel ik niet of onze plannen
-zullen wel slagen.
-
-De krijgsman schudde bedenkelijk het hoofd.
-
---Twijfelt gij nog, hoofdman? vroeg de jager.
-
---Ik twijfel sterker dan ooit.
-
---Hoedat! nu alles naar wensch gaat, en alle bezwaren voor ons uit
-den weg treden?
-
---Ooah! sommige bezwaren gaan uit den weg, maar andere, veel grooter
-en moeijelijker te overwinnen, komen er terstond voor in de plaats.
-
---Ik begrijp u niet, hoofdman; of hebt gij misschien slecht nieuws
-te vertellen? Spreek dan onverwijld, want onze tijd is kostbaar.
-
---Mijn broeder zal zien, antwoordde het opperhoofd. Zich thans half
-omkeerende klapte hij tweemaal in de handen. Op dit eenvoudig signaal,
-als had het de magt om geesten op te roepen, kwamen er op eens twee
-mannen uit de schaduw te voorschijn en traden den verwonderden jager
-te gemoet. Deze had hen dadelijk herkend, hij sloeg de handen in een
-en prevelde vol verbazing:
-
---Vrij-Kogel en don Miguel hier! Barmhartige hemel! Wat moet er nu
-van ons worden?
-
---Moet gij ons op zulk eene wijs ontvangen, oude vriend? riep don
-Miguel getroffen.
-
---Maar wat doet gij in 's Hemels naam hier? vroeg de jager. Welke
-verkeerde inval heeft u bewogen om bij mij te komen, nu alles zoo
-goed stond, dat ons succes om zoo te zeggen verzekerd was?
-
---Wij zijn volstrekt niet hier om uwe plannen in den weg te staan;
-integendeel, uit ongerustheid over u, omdat gij u te midden van al
-die roode duivels zoo alleen bevondt, hebben wij u willen volgen,
-om u zoo mogelijk te kunnen bijstaan.
-
---Ik zeg u wel hartelijk dank voor uwe goede bedoeling; ongelukkig
-echter is zij in de tegenwoordige omstandigheden veeleer nadeelig
-dan nuttig. Maar hoe is het u toch gelukt in de stad te komen?
-
---O, zeer gemakkelijk, antwoordde Vrij-Kogel, en nu verhaalde hij in
-korte woorden alles, wat wij gezien hebben dat er tot dusver met hen
-gebeurd was.
-
-De jager schudde het hoofd.
-
---Het is een stout bestaan, en ik moet bekennen dat het goed is
-aangelegd. Doch waar zal het u toe dienen, dat gij zulke groote gevaren
-getrotseerd hebt? Veel grootere wachten u hier, zonder noodzaak en
-zonder nut voor ons allen.
-
---Dat kan wel zijn! antwoordde don Miguel ferm; maar wat er ook
-gebeure, gij begrijpt wel dat ik mij niet uit louter pleizier aan al
-die gevaren heb blootgesteld of zonder voldoende reden.
-
---Dat wil ik gelooven, ofschoon ik vruchteloos poog te gissen welke
-die reden zijn kan.
-
---Gis er maar niet langer na, ik zal het u wel zeggen.
-
---Spreek.
-
---Ik hoop, oude vriend, dat gij mij begrijpen zult, hervatte don Leo
-met nadruk op ieder woord: ik wil en zal dona Laura zien.
-
---Dona Laura zien? dat is onmogelijk! riep Loer-Vogel.
-
---Ik weet niet of het onmogelijk is, maar ik weet dat ik haar zien zal.
-
---Gij zijt dwaas! don Miguel: het is eene onmogelijkheid, zeg ik u.
-
-De avonturier haalde de schouders op.
-
---Ik zeg u nogmaals, dat ik haar zien zal! riep hij standvastig: zelfs
-al zou ik door een bloedbad moeten waden, om dit doel te bereiken,
-ik wil en ik zal het.
-
---Maar hoe zult gij het aanleggen?
-
---Dat weet ik niet; dat kan mij ook weinig schelen. En als gij weigert
-mij te helpen, goed, dan zullen Vrij-Kogel en ik er wel middel op
-vinden. Zullen wij niet, oude kameraad?
-
---Zooveel is zeker, don Miguel, antwoordde de jager op zijn gewonen
-kortswijligen toon, dat ik u niet verlaten zal. Een middel vinden om
-tot de gevangenen door te dringen, dat zullen wij wel; maar of het
-goed en bruikbaar zal zijn, daar sta ik geenszins borg voor.
-
-Er volgde eene vrij langdurige stilte. Loer-Vogel scheen door het
-voornemen van don Miguel als verplet; hij begreep volstrekt niet
-hoe deze tot zulk een besluit gekomen was. Intusschen begon hij
-naauwkeurig al de kansen te berekenen, die de noodlottige komst des
-jongmans tegen het welslagen van zijn eigen plan opleverde. Eindelijk
-nam hij het woord weder op:
-
---Ik zal niet langer beproeven, don Miguel, uw vermetel plan om
-de jonge meisjes te gaan zien, u af te raden, zeide hij; ik ken
-u te goed om niet te weten dat dit eene vergeefsche poging zoude
-zijn, en dat mijne redeneringen u misschien tot een of andere
-onherstelbare dwaasheid zouden vervoeren; ik neem zelfs op mij om u
-in de tegenwoordigheid van dona Laura te brengen.
-
---Belooft gij mij dat! riep de jongman met levendige drift.
-
---Ja, maar op eene voorwaarde.
-
---Spreek, wat het ook zij, ik neem het aan.
-
---Goed; als het oogenblik daar is, zal ik het u zeggen; maar wat ik
-u bidden mag, laat de Vliegende-Arend toch uwe vermomming beter in
-orde brengen. Als gij en Vrij-Kogel niet behoorlijk gekleed in de stad
-komt, zult gij geen stap kunnen doen zonder herkend te worden. Thans
-verlaat ik u; het is dag geworden, ik moet naar den opperpriester,
-en dus laat ik u onder het opzigt van den Vliegenden-Arend: volg in
-alles zijn raad, uw leven is er mede gemoeid, en niet alleen het uwe,
-maar ook dat van haar die gij redden wilt.
-
-De jongman huiverde min of meer.
-
---Ik zal u gehoorzamen, antwoordde hij, maar houdt gij ook uwe belofte.
-
---Die zal ik houden, zelfs heden nog.
-
-Na eenige minuten zacht met den Vliegenden-Arend gesproken te hebben,
-ging Loer-Vogel heen en liet de drie mannen in den tempel achter.
-
-Toen de jager in het paleis kwam, was de Amantzin juist gereed om
-zich naar den tempel te begeven.
-
-Atoyac, nieuwsgierig als alle echte Indianen, had den opperpriester
-sedert den vorigen dag niet verlaten, om ook het tweede bezoek van den
-wonderarts te kunnen bijwonen, een bezoek dat zoo hij meende, volgens
-hetgeen hij van het eerste gezien had, zeer belangrijk zou zijn.
-
-Vergezeld van den Amantzin, die hem volgde als zijne schaduw, begaf
-Loer-Vogel zich thans onmiddelijk naar het paleis der Zonnemaagden,
-om de zieken te bezoeken. Hier kwam hij weldra tot de zekerheid, dat
-dona Laura zonder hinder het paleis zou kunnen verlaten, en tegen de
-vermoeijenissen van eene reis wel bestand zou zijn. Het jonge meisje,
-door de hoop op eene spoedige bevrijding gesterkt, had hare jeugdige
-krachten herkregen, en de zielskwaal die haar heimelijk ondermijnde
-was als door een tooverslag geweken. Wat dona Luisa betreft, daar
-zij meer verstand en ondervinding bezat, was zij wantrouwiger;
-toen dus de Amantzin zich verwijderd had--want de jager had bepaald
-gevorderd om met de lijderessen alleen te worden gelaten--zeide zij
-tegen den Canadees:
-
---Wij zijn gereed u te volgen, Loer-Vogel, zoodra gij het ons bevelen
-zult; maar onder eene voorwaarde slechts.
-
---Hoedat, onder eene voorwaarde? riep de jager en prevelde in zich
-zelven: Wat heeft dit te beteekenen? Moet ik dan van alle zijden
-tegenkanting ontmoeten?--Spreek, vervolgde hij, ik zal u aanhooren.
-
---Vergeef mij, als mijne woorden u hard en ondankbaar schijnen;
-wij twijfelen geenszins aan uwe trouw, dat verhoede God! maar...
-
---Gij wantrouwt mij, viel de jager haar met eene mismoedige stem in
-de rede; maar hoe dit ook zij, ik moest die verwachten, gij kent mij
-te weinig om mij te vertrouwen.
-
---Helaas! riep dona Laura, onze toestand is ongelukkig van dien aard,
-dat wij vreezen moeten overal verraden te zullen worden.
-
---Die verfoeijelijke Addick, aan wien don Miguel ons toevertrouwde,
-voegde dona Luisa er bij, hoe heeft die ons niet bedrogen?
-
---Dat is waar! gij kunt niet anders spreken; maar wat kan ik doen om
-u ontwijfelbaar te bewijzen dat ik uw volle vertrouwen verdien?
-
-De beide meisjes kregen een blos en zagen elkander verlegen aan.
-
---Wacht! riep de jager goedig, ik zal al uw twijfel uit den weg
-ruimen. Heden avond kom ik weder hier en dan breng ik u een man mede,
-die, zoo ik geloof, wel in staat zal zijn u te overtuigen.
-
---Van wien spreekt gij dan? vroeg dona Laura levendig.
-
---Van don Miguel.
-
---Komt hij? riepen de beide meisjes te gelijk.
-
---Heden avond, verzeker ik u; zie hier een amulet, dat hij mij gaf
-om u ter hand te stellen.
-
-De twee kinderen vlogen elkander om den hals, om hare verlegenheid
-en schuchter blozen te verbergen.
-
-De jager, na deze bevallige groep een oogenblik met verwondering
-te hebben aangestaard, verwijderde zich en riep heengaande met eene
-zachte stem:
-
---Tot van avond!
-
-In de voorzaal van het paleis hadden de Amantzin en Atoyac met
-sterk verlangen den uitslag van het bezoek des wonderdokters
-afgewacht. Toen de jager in hun midden verscheen en de opperpriester
-hem met belangstelling naar den toestand der kranken gevraagd had,
-bleef de jager een oogenblik staan, als om zich te bedenken en na
-de hevige inspanning der voorgewende geneeskuur zijne gedachten te
-verzamelen; daarop sprak hij met diepen ernst:
-
---Mijn vader de opperpriester is een wijs man, niets evenaart zijne
-kennis; laat zijn hart zich verheugen, want nu zullen zijne gevangenen
-weldra verlost zijn van den boozen geest die haar bezielt.
-
---Spreekt mijn vader de waarheid? vroeg de Amantzin met ongewone
-statigheid, en met een blik, als zocht hij op het gelaat van den
-wonderarts de mate van vertrouwen te lezen die hij hem schuldig was.
-
-Maar de gewaande dokter was ondoorgrondelijk.
-
---Hoor! antwoordde hij, en verneem wat dezen nacht de groote geest
-mij openbaarde: Er is op dit oogenblik een tlacateotzin van een
-verwijderden stam in de stad gekomen; ik ken hem niet, en vóór dezen
-dag heb ik nooit iets van hem gehoord, maar hij is de groote man die
-mij helpen zal om de zieken te redden. Hij alleen weet welke middelen
-haar moeten worden toegediend.
-
---Zoo! riep de opperpriester op een toon van kwalijk bedekte
-achterdocht; maar mijn vader heeft zulke doorslaande bewijzen van zijne
-onbegrensde kunde gegeven, waarom zou hij dan niet alleen voleindigen,
-wat hij zoo wel begonnen is?
-
---Ik ben maar een eenvoudig man, wiens kracht alleen berust in de
-bescherming des hemels; de Wacondah heeft mij het middel aangewezen
-om de gezondheid der lijderessen te herstellen; ik moet gehoorzamen.
-
-Op deze verzekering, boog de opperpriester zonder verdere tegenspraak,
-en hij verzocht thans den jager, om hem zijne volgende plannen toe
-te vertrouwen.
-
---Die zal mijn vader vernemen, zoodra de onbekende tlacateotzin zijne
-gevangenen bezocht heeft, antwoordde Loer-Vogel; maar hij zal niet
-lang behoeven te wachten, want ik voel den godsman reed naderen. Dat
-mijn vader hem terstond binnenleide.
-
-Juist op dit oogenblik werd er herhaalde malen aan de buitendeur
-geklopt. De Amantzin, tegen wil en dank door de verzekering van
-Loer-Vogel gedreven, haastte zich om open te doen.
-
-Don Miguel trad binnen: dank zij de voorzorg van den Vliegenden-Arend,
-was hij geheel onkenbaar.
-
-Wij behoeven den lezer niet te zeggen, dat dit tooneel vooruit door
-den Canadees en den Comanch was afgesproken en voorbereid, gedurende
-de korte woordenwisseling die zij vroeger gehouden hadden, eer zij
-den Zonnetempel verlieten.
-
-Don Miguel wierp een vragenden blik in het rond.
-
---Waar zijn de zieken, die ik op bevel van den Wacondah van den boozen
-geest moet verlossen? vroeg hij met eene ernstige stem.
-
-De opperpriester en de jager wisselden een blik van verstandhouding. De
-beide Indianen stonden verbaasd; de komst van dien man, zoo duidelijk
-door Loer-Vogel voorzegd, scheen hun bijna een wonder.
-
-Wij zullen hier het gesprek niet vermelden, tusschen de lijderessen en
-don Miguel gevoerd, toen Loer-Vogel den nieuwen wonderdokter in hare
-tegenwoordigheid bragt, en bepalen ons bij de verklaring, dat het
-den jager eerst na verloop van bijna twee uren, die den jongelieden
-slechts zoovele minuten schenen, gelukte er een eind aan te maken en
-met den jongen avonturier naar den opperpriester terug te keeren,
-wiens argwaan hij niet langer durfde trotseren en die hunne komst
-met ongeduld verbeidde.
-
---Moed gehouden! riep de Canadees schielijk maar zacht, gedurende den
-korten overstap; alles gaat naar wensch, laat de rest nu aan mij over.
-
---Wel? vroeg de opperpriester, zoodra zij weder in de voorzaal kwamen.
-
-Loer-Vogel rigtte zich op in zijne volle reusachtige lengte, nam
-eene houding aan even majestueus als gestreng, en sprak met eene
-welluidende stem, op ontzagwekkenden toon:
-
---Hoort gij, magtige opperpriester en Sachem, de woorden die de groote
-Wacondah mij inblaast en op de lippen legt, en verneem wat deze
-wonderman, hier tegenwoordig, gezegd heeft. De twee eerstvolgende
-zonnen zijn tertzauh--van kwade beduidenis--maar op den avond van
-den derden dag, zoodra de mezteli--de maan--haar weldadig licht
-verspreidt, moet mijn zoon de Sachem Atoyac in den grooten tempel
-der Zon een vigonia ram brengen, dien de Amantzin van Quiepa-Tani
-voor dien tijd zal zegenen en dooden in den naam van Teotl [27];
-daarna zal Atoyac de huid van den vigonia nemen en haar uitspreiden op
-een kleinen berg buiten de stad, om te beletten dat de booze geest,
-wanneer hij de ligchamen der gevangenen verlaat, zich van een der
-inwoners in de stad meester maakt. Vervolgens zal hij de gevangenen
-zelve naar dien heuvel geleiden.
-
---Maar, merkte de opperpriester aan, een der gevangenen is te zwak
-om het bed te verlaten daar zij op rust.
-
---Er is wijsheid in ieder woord dat mijn zoon spreekt, maar hij
-verontruste zich niet, de Wacondah zal aan haar, die hij redden wil,
-de noodige kracht verleenen.
-
-De Amantzin kon niet anders doen dan eerbiedig buigen voor dit
-ontegenzeggelijk bewijs.
-
---Wanneer hetgeen ik mijn vader gezegd heb, gedaan zal zijn, vervolgde
-de onverstoorbare Canadees, zal hij vier der dapperste krijgslieden
-zijns volks uitkiezen om de gevangenen des nachts te bewaken, en
-alsdan, nadat ik den magtigen Amantzin en allen die met hem zijn,
-een drank zal hebben laten drinken, dien ik zal bereiden om hem en de
-zijnen tegen alle booze invloeden te beveiligen, zal mijn broeder, de
-onbekende tlacateotzin hier tegenwoordig, den boozen geest uitdrijven,
-die thans de gevangenen nog kwelt.
-
-De opperpriester en de Sachem hoorden hem stilzwijgend aan, en schenen
-na te denken, hetgeen de Canadees niet onopgemerkt liet; hij haastte
-zich dus om er bij te voegen:
-
---Ofschoon de Wacondah ons helpt en magt geeft om te triomferen,
-moeten mijn broeder de Amantzin en de vier uitgelezen krijgslieden
-die hij er toe bestemmen zal, den nacht, die de groote geneeskuur
-voorafgaat, met mij in den heiligen Zonnetempel doorbrengen, terwijl
-Atoyac aan den wijzen Amantzin twintig jonge merriën leveren zal,
-om aan den Wacondah te offeren. Kan mijn broeder dit doen?
-
---Hm! meesmuilde de Indiaan, weinig ingenomen met dezen kostbaren
-eerepost; maar wat krijg ik daar voor?
-
-Loer-Vogel keek hem strak aan.
-
---De vervulling, voor het einde der tweede volgende maan, van een
-wensch dien Atoyac sedert lang in stilte heeft gekoesterd.
-
-Dit zeide de jager op goed geluk af; intusschen scheen hij zijn doel
-juist getroffen te hebben, want de Sachem antwoordde met een verlegen
-gelaat en met zekere gejaagdheid:
-
---Goed, ik doe het.
-
---Mijn vader is een wijze, riep de opperpriester, wiens voorhoofd
-merkelijk was opgehelderd, toen hij den jager van het offer der
-twintig merriën hoorde spreken; de Wacondah is met hem.
-
---Mijn zoon is goed, was al wat de Canadees antwoordde, en hierop
-nam hij van de twee mannen afscheid.
-
-Op het plein stonden de Vliegende-Arend en Vrij-Kogel de twee
-avonturiers af te wachten.
-
-Terwijl zij zamen naar de calli van Atoyac terugkeerden, deelde
-Loer-Vogel aan zijne kameraden al de bijzonderheden van zijn plan
-mede. Inderdaad was het zoo eenvoudig mogelijk, en bestond alleen in
-het ontvoeren der gevangenen zoodra deze zich op den bewusten heuvel
-zouden bevinden. Dit was de eenige redelijke kans op welslagen; want
-om haar met geweld uit het paleis der Zonnemaagden op te ligten,
-daaraan viel niet te denken.
-
-Het uitstel van drie dagen voor het volvoeren van zijn plan, had
-Loer-Vogel noodzakelijk gekeurd, om den Vliegenden-Arend naar zijn
-stam te kunnen afzenden en versterking van manschap te halen, die men
-wel noodig zou hebben om de karavaan op den terugtogt naar het kamp
-en naar Mexico te beschermen, daar zij zonder twijfel door de Indianen
-zouden worden vervolgd. Ook Vrij-Kogel zou zich intusschen almede uit
-de stad moeten verwijderen, om de Gambucinos te waarschuwen tegen den
-dag waarop de redding moest plaats hebben ten einde alle noodlottig
-misverstand te verhoeden en de jagers in goede hinderlagen te posteren.
-
-Nog dienzelfden avond gingen de Vliegende-Arend, de Wilde-Roos en
-Vrij-Kogel scheep, zoo als reeds vroeger was afgesproken, in de
-praauw waarmede de Roode-Wolf, volgens het bevel van Loer-Vogel, hen
-aan de brug afwachtte. De Wilde-Roos zou zoolang in het jagerskamp
-achterblijven, tot de Vliegende-Arend, met den uitmuntenden arabier
-van don Estevan, een gezwinden togt heen en weer naar zijn stam
-had gemaakt.
-
-Nadat Loer-Vogel en don Miguel hunne vrienden, terwijl deze met
-de praauw de rivier afzakten, een poosje hadden nageoogd, keerden
-zij naar de calli van Atoyac terug. De eerwaarde Sachem, ofschoon
-in eene alles behalve vriendelijke stemming, wegens de levering der
-twintig merriën die de groote geneeskuur hem kosten zou, ontving hen
-nogtans naar zijn beste vermogen, te meer daar hij ten aanzien van
-zulke magtige mannen als de twee wonderartsen, de heilige wetten der
-gastvrijheid niet durfde schenden. Terwijl zij zamen zaten te praten
-en te rooken, vertelde hij hun, dat Addick en de Roode-Wolf plotseling
-uit de stad verdwenen waren, zonder dat iemand wist wat er van hen
-geworden was. Wat den Rooden-Wolf betreft, hiervan waren de jagers
-niet onkundig, en zijn vertrek baarde hun geene ongerustheid; met
-Addick intusschen was dit anders, daar hun gastheer verzekerde dat hij
-met een sterke troep ruiters in vollen oorlogsdos was weggereden. Zij
-vermoedden dat de jonge hoofdman zich bij don Estevan was gaan voegen,
-hetgeen hen aanspoorde om hunne waakzaamheid te verdubbelen, daar
-zij van den kant dezer trouwelooze mannen, gewis een verraderlijken
-aanval konden verwachten.
-
-De drie dagen, die er verloopen moesten eer de beslissende dag kwam,
-werden met bezoeken aan de lijderessen en met offeranden in den
-tempel doorgebragt. Intusschen scheen de tijd wel langzaam voort te
-gaan voor don Miguel en de jonge dames, die altijd in stillen angst
-verkeerden dat een of ander onverwacht onheil, het tot dusver zoo
-gelukkig geslaagde plan harer verlossing zou verstoren.
-
-Op den laatsten dag bevonden Loer-Vogel en don Miguel, volgens
-gewoonte, zich weder in gesprek met dona Laura en dona Luisa,
-haar aanbevelende om zich in alles gelijdelijk te gedragen en hunne
-voorschriften strikt na te komen, toen zij een zacht geschoffel buiten
-de deur van het naast aangrenzend vertrek meenden te hooren. De
-voorzigtige jager zijn gelaat in den vereischten plooi zettende,
-haastte zich om de deur te openen en stond nu onverwacht tegenover
-den Amantzin, die verlegen terugdeinsde met de drift van iemand die op
-eene onbescheidene nieuwsgierigheid werd betrapt. Zou hij ook hebben
-staan luisteren? zou hij welligt gehoord hebben wat er tusschen de
-jonge lieden en den jager besproken was? Na rijpe overweging, dacht
-Loer-Vogel van neen; hij oordeelde het echter noodig zijne kameraden
-aan te bevelen op hunne hoede te zijn.
-
-De vervelende dag daalde eindelijk ten avond, de zon ging onder en
-de nacht kwam. Alles was gereed om te vertrekken. De gevangenen,
-elk in eene hangmat geplaatst, en op de schouders van vier sterke
-slaven gedragen, werden naar den heuvel, die voor de geneeskuur was
-aangewezen, vervoerd, en zachtjes op de vigonia-huid neergelegd, die
-men op het gras had uitgespreid. Volgens order van den tlacateotzin
-zette de opperpriester de vier door hem medegebragte krijgslieden,
-in de vier windstreken, als schildwachten op post. Loer-Vogel sprak
-nu eenige geheimzinnige woorden, die door don Miguel zacht mompelend
-werden beantwoord; daarop brandde hij eenige handvollen welriekend
-gras en beval den Amantzin, zoowel als den overige Indianen, om neder
-te knielen en de gunst van Teotl in te roepen.
-
-Don Miguel wierp onder deze bedrijven een bespiedenden blik naar
-de stad, om te zien of aan die zijde nog iets bijzonders gebeurde,
-maar alles was kalm en de diepste stilte heerschte in de vallei. De
-twee jagers, die ook een poosje nedergeknield waren, stonden weder op.
-
---Dat mijne broeders hunne gebeden verdubbelen, zeide don Miguel met
-eene sombere stem, ik ga den boozen geest noodzaken om het ligchaam
-der gevangenen te verlaten.
-
-Onwillekeurig huiverden de jonge dames van schrik bij deze woorden. Don
-Miguel scheen dit niet op te merken, en gaf Loer-Vogel een wenk.
-
---Dat mijne broeders nadertreden! klonk zijn bevel.
-
-Daarop naderden de vier schildwachts, met eene schroomvalligheid die
-bij de minste verdachte beweging der wonderdokters tot vrees dreigde
-over te slaan.
-
-Don Miguel nam thans het woord weder op.
-
---Mijn broeder en ik, zeide hij, zullen thans tot bidden overgaan;
-maar om te beletten dat de booze geest als hij de gevangenen verlaat
-zich van u meester make, zal mijn broeder Twee-Konijnen voor ieder van
-u een drinkhoorn geprepareerd vuurwater inschenken, daar de Wacondah
-de kracht aan heeft verleend, om hen die het drinken, voor den boozen
-geest onvatbaar te maken.
-
-De schildwachts waren Apachen, groote liefhebbers van sterken
-drank; zoodra zij dus het woord vuurwater hoorden, schitterden
-hunnen oogen van verlangen. Loer-Vogel vulde hun ieder ongeveer een
-halven kalebas vol brandewijn, met een goede dosis opium gemengd,
-dien zij in een enkelen teug en met onmiskenbare blijken van genot
-verzwelgden. Alleen de opperpriester scheen een oogenblik te aarzelen;
-maar eindelijk kwam hij tot een besluit en ledigde moedig zijn beker,
-tot groote verligting der avonturiers, die zich over zijne aarzeling
-zeer ongerust hadden gemaakt.
-
---Nu allen op de knieën! riep de Canadees met eene barsche stem.
-
-De Apachen gehoorzaamden. Don Miguel deed hetzelfde.
-
-Loer-Vogel was de eenige die staan bleef, terwijl don Miguel met
-den regterarm naar het noorden uitgestrekt, den boozen geest scheen
-te bevelen zich te verwijderen. De Canadees begon nu snel rond te
-draaijen onder het prevelen van eenige woorden zonder zamenhang,
-die door don Miguel werden herhaald. Laatstgenoemde stond daarna op
-en sprak een soort van bezwering uit.
-
-Hiermede verliepen twintig minuten. Gedurende dit tijdsverloop was
-een der Indianen zacht voorover gezakt, alsof hij zich uit ootmoed
-ter aarde boog. Weldra deed een tweede het zelfde, toen een derde,
-toen nog een, en eindelijk viel ook de opperpriester op den grond. De
-vijf Indianen gaven geen teekenen van leven meer.
-
-Loer-Vogel, om zich van hunne volkomene bewusteloosheid te verzekeren,
-prikte een van hen die het digtst bij hem lag eventjes met de punt
-van zijn dolk. De arme drommel verroerde zich niet: de opium had zoo
-krachtig op hem en zijne kameraden gewerkt, dat men hen alle vijf
-aan riemen had kunnen snijden, zonder dat zij er van ontwaakten.
-
-Don Miguel wendde zich thans tot de twee jonge meisjes, die met
-klimmende ongerustheid de ontknooping van dit zonderling tooneel
-afwachtten.
-
---Laat ons vlugten, zeide hij, het is om ons leven te doen. Hij
-nam dona Laura in zijne armen, tilde haar op zijn schouder, nam
-in de linkerhand een pistool en liep zoo snel mogelijk den heuvel
-af. Loer-Vogel, bedaarder dan de jongman, begon met driemaal op
-verschillende wijzen het geschreeuw van den watersperwer na te bootsen;
-dit was het tusschen hem en zijne kameraden afgesproken signaal.
-
-Na verloop van eene minuut, die hem eene eeuw scheen, werd de zelfde
-schreeuw in de verte beantwoord.
-
---God zij geloofd! riep de jager, wij zijn gered.
-
-Hij naderde thans het andere meisje, en wilde haar in zijne armen
-nemen.
-
---Neen, zeide zij glimlachend, dat is niet noodig, ik ben sterk genoeg,
-ik kan loopen.
-
---Kom dan mede, in 's hemels naam!
-
-Dona Luisa stond op.
-
---Ga, zeide zij, ik zal u volgen. Denk slechts om u zelven, ik zou
-mij wel weten te verdedigen.
-
-Zij liet den jager de twee pistolen zien, die hij haar vier maanden
-geleden gegeven had.
-
---Braaf meisje, riep de jager. Maar dat is nu onnoodig; blijft slechts
-bij mij!
-
-Hij dwong haar thans om vooruit te gaan, en beiden stapten eindelijk
-den heuvel af. Eer zij echter het bosch halfweg bereikt hadden,
-waren de avonturiers genoodzaakt om stil te houden, daar de meisjes,
-door vermoeijenis en aandoening overstelpt, gevoelden dat zij niet
-verder voortkonden.
-
-Op eens hoorden zij paardengetrappel, en een talrijke troep ruiters,
-met don Mariano, Vrij-Kogel en Ruperto aan het hoofd, kwam in galop
-uit het bosch te voorschijn en reed regt op hen af.
-
---Ha! riep don Miguel uitgelaten van vreugd, ik heb haar dus eindelijk
-gered.
-
-De beide meisjes bestegen nu de paarden, die reeds bij voorraad voor
-haar gereed waren gemaakt, en werden in het midden van het detachement
-geplaatst.
-
---Mijne dochter, mijne dierbare dochter! riep don Mariano bij
-herhaling, terwijl hij haar teeder omhelsde en met kussen als bedekte.
-
-De avonturier eerbiedigde een poos deze teedere uitlatingen der
-vreugde, tusschen een vader en eene dochter, die zoo lang waren
-gescheiden geweest, en niet meer durfden hopen elkander ooit weder
-te zien. Twee heete tranen, die hij niet kon weerhouden, liepen hem
-langs de zonbruine wangen, en bij het zien van zulk een onverdeeld
-geluk, vergat hij voor eenige minuten, dat er van nu af aan tusschen
-hem en het voorwerp zijner liefde een onoverkomelijke slagboom was
-opgerezen. Weldra echter hervatte hij zijne tegenwoordigheid van
-geest en begreep hij hoe noodzakelijk het was om zich te haasten.
-
---Op marsch! op marsch! klonk zijn kommando, laten zij ons niet
-overrompelen.
-
-Plotseling blonk er als een bliksemschicht in de verte, men hoorde
-een scherp gefluit, en een geweerkogel, bijna te zwak om doodelijk te
-treffen, drukte zich plat tegen het voorhoofd van een der Gambucinos,
-dien hij levenloos van zijn paard deed tuimelen, twee passen achter
-don Miguel.
-
-Weldra verhief zich met verschrikkelijk gehuil, de woeste oorlogskreet
-der Apachen.
-
---Achterwaarts! achterwaarts! schreeuwde Loer-Vogel, daar zijn de
-Roodhuiden.
-
-De Gambucinos zwenkten ter zijden af, gaven hunne paarden de sporen,
-en reden met duizelingwekkende snelheid weg.
-
-
-
-
-
-
-
-XL.
-
-DE LAATSTE STORM.
-
-
-Loer-Vogel had zich niet bedrogen: werkelijk waren het de Roodhuiden,
-die onder aanvoering van Addick en don Estevan aan de eene, en van
-Atoyac aan de andere zijde, de Gambucinos nazetten.
-
-Wij zullen den lezer deze plotselinge, zoo het scheen onverklaarbare
-vereeniging van Addick en Atoyac met weinige woorden ophelderen. In
-het vorige hoofdstuk hebben wij gezien dat Loer-Vogel den Amantzin
-verraste, terwijl deze aan de deur stond te luisteren. Ofschoon de
-opperpriester geen woord Spaansch verstond en er bijgevolg weinig
-of niets van begreep, had hij toch eene zekere levendigheid in het
-gesprek opgemerkt, die hem verdacht voorkwam; intusschen durfde
-de Amantzin zich tegen de plegtige ceremonie der groote geneeskuur,
-welke den zelfden avond zou plaats grijpen, niet openlijk verzetten, en
-gaf hij zijne vermoedens alleen in stilte aan Atoyac te kennen. Deze,
-ofschoon voor zich zelven reeds weinig met de vreemdelingen ingenomen,
-toonde zich zeer verwonderd over den plotselingen argwaan van den
-opperpriester en hield dien in 't eerst voor louter inbeelding. Later
-echter, toen hij zag hoe sterk de grijsaard overtuigd scheen dat er
-achter de mommerijen der gewaande wonderartsen een of ander bedrog
-verscholen was, eindigde Atoyac met de bedenkingen van zijn ouden
-vriend in te stemmen, en besloot hij om den aangewezen heuvel met een
-welgewapende bende te bewaken en den Amantzin onmiddelijk te hulp te
-komen, zoo deze de speelbal mogt worden van heimelijk verraad.
-
-Dit alles tusschen de twee broeders bepaaldelijk afgesproken zijnde,
-was Atoyac, zoodra de stoet der gevangenen Quiepa-Tani verlaten had,
-haar met een troep uitgelezen krijgslieden gevolgd; aan den voet
-van den heuvel gekomen, had Atoyac zijne ruiters in eene hinderlaag
-op wacht gezet, terwijl hij zelf de hoogte halverwege beklauterde,
-om tusschen het hooge gras verscholen, alles te beluisteren en te
-bespieden wat er omging.
-
-Toen Atoyac de gebeden der vijf mannen hoorde, kreeg hij bijna berouw
-dat hij gekomen was. Weldra echter hield het geluid der stemmen op
-en hoorde hij niets meer. Thans begon hij te veronderstellen dat
-er op de gebeden met luider stem, stille gebeden waren gevolgd,
-en hij bleef nog een geruimen tijd luisteren. Maar het bleef stil
-en hij hoorde inderdaad niets meer. Het opperhoofd besloot nu den
-heuvel op te klauteren; maar hoe stond hij verbaasd, toen hij op den
-top komende, niemand zag dan den Amantzin en de vier krijgslieden,
-bewegingloos op den grond uitgestrekt. In het eerste oogenblik dacht
-hij dat zij dood waren, en riep hij zijne kameraden, die onder aan den
-heuvel waren gebleven. Deze klauterden terstond naar boven, en liepen
-naar de slapers, die zij met alle kracht schudden, maar niet konden
-doen ontwaken. Atoyac vermoedde toen reeds gedeeltelijk de waarheid;
-het driemaal herhaald geschreeuw van den watersperwer, dat hij even
-te voren gehoord had, kwam hem in de gedachten: hij twijfelde niet
-of de vlugtelingen waren naar den kant van het bosch ontsnapt. Hij
-steeg dus weder te paard en stormde met de zijnen in deze rigting,
-om de vlugtelingen onder een huilenden oorlogskreet te vervolgen.
-
-Atoyac was de eerste die hen in 't oog kreeg en die ook het geweerschot
-loste dat een der Gambucinos doodelijk trof.
-
-Maar de stelling der blanken werd inderdaad zeer hagchelijk, want
-toen zij den rand van het bosch bereikten, werden zij plotseling
-tegengehouden door de bende van Addick en don Estevan, die hen verwoed
-aanviel. De jonge meisjes werden in het midden der Gambucinos door
-don Mariano en Vrij-Kogel beschermd, en bevonden zich betrekkelijk
-in veiligheid.
-
-Terwijl Loer-Vogel en Ruperto zwenkten, om den aanval der krijgslieden
-van Atoyac af te keeren en den aftogt te dekken, wapende don Miguel
-zich met de knods die een der gekwetste Apachen had laten vallen, en
-stortte zich als een losgebroken tijger in het digtst van den drom. De
-strijders, te veel op elkander gedrongen om van hunne vuurwapenen
-gebruik te kunnen maken, doodden elkander met mes- en lanssteken,
-of verpletterden elkander met de knodsen en met de kolven der geweren
-en buksen.
-
-Dit gruwzame bloedbad duurde ongeveer tien minuten, onder de huilende
-oorlogskreten der Indianen en het niet minder woeste krijgsgeschrei der
-Gambucinos. Eindelijk gelukte het don Miguel met eenige der dapperste
-jagers den menschen-dam te verbreken die hem den doortogt belette,
-en nu stortte hij zich door de bres die hij ten koste van tien
-zijner moedigste kameraden geopend had. Terwijl hij aan Loer-Vogel
-de taak overliet om zich tegen de laatste pogingen der Roodhuiden te
-verzetten, verzamelde don Miguel zijn volk rondom zich en stormde in
-vollen galop naar het diepste der bosschen, waar zij spoedig verdwenen.
-
-Met het opgaan der zon bereikten de avonturiers de grot, die vroeger
-tot schuilplaats voor Ruperto en de zijnen gediend had. Hier gaf don
-Miguel order om stil te houden.
-
-Het werd tijd; de paarden hijgden van vermoeijenis en konden
-naauwelijks meer voort; bovendien hadden de avonturiers, hoe veel
-haast de Apachen ook mogten maken, een ganschen nachtmarsch op hen
-vooruit; zij konden derhalve veilig eenige uren uitrusten.
-
-Loer-Vogel, die een weinig later met de achterhoede aankwam, bevestigde
-de vermoedens van don Miguel. De Roodhuiden hadden, volgens berigt
-van den jager, plotseling de teugels gewend en waren in de rigting
-der stad afgetrokken.
-
-Deze tijding verdubbelde de zekerheid der avonturiers.
-
-Terwijl de Gambucinos, in kleine groepen verdeeld, hunne wonden zaten
-te verbinden of den maaltijd gereed maakten, en de jonge meisjes, in
-het diepste der grot, op een rustbed van bladeren en zarapes insliepen,
-begaven don Miguel en de beide Canadezen zich naar de rivier, om een
-bad te nemen en de Indiaansche kleuren van hunne huid te wasschen;
-vervolgens trokken zij hunne gewone kleederen weder aan en keerden
-naar de grot terug om mede eenige oogenblikken rust te nemen.
-
-Don Miguel kwam het eerst en alleen in de grot.
-
-De Wilde-Roos zat aan de voeten der Spaansche meisjes, en wiegde
-haar in slaap, door het zingen van een Indiaansch lied op zacht
-klagenden toon. Don Mariano sliep niet ver van zijne dochter. De
-jongman bedankte de vrouw van den Sachem met een vriendelijken lach,
-strekte zich dwars voor den ingang der grot uit, en sliep gerust
-in, na zich vooraf verzekerd te hebben dat de schildwachten voor de
-veiligheid van allen zouden waken.
-
-De eerste woorden der jonge meisjes, toen zij ontwaakten, waren de
-vurigste dankbetuigingen jegens hare verlossers. Don Mariano hield
-niet op zijne dochter van tijd tot tijd te kussen en te liefkozen: de
-grijsaard wist niet hoe hij don Miguel genoeg danken zou. Dona Laura,
-met de natuurlijke vrijmoedigheid van een jeugdig hart dat nog niet
-van kunsten weet, vond geen woorden krachtig genoeg om don Miguel de
-blijdschap uit te drukken die hare ziel thans vervulde. Alleen dona
-Luisa bleef somber en nadenkend. Alles wat zij van don Miguel gezien
-had: de belangelooze vrijwilligheid en ridderlijke trouw waarmede hij
-haar gediend, en bij herhaling zijn leven had gewaagd, boezemde het
-meisje een hoogen dunk in van het edele karakter en den waren adeldom
-des avonturiers; ongemerkt was de liefde in haar hart binnengeslopen,
-eene liefde des te heviger, daar hij die er het voorwerp van was,
-er niets van scheen te bemerken.
-
-De liefde die men zelf gevoelt, maakt scherpzinnig voor de liefde
-van anderen: dona Luisa begreep weldra waarom hare vriendin de edele
-hoedanigheden van haar jeugdigen bevrijder gedurig prees, en raadde
-de hartstogt die de beide jonge lieden voor elkander koesterden. Bij
-deze ontdekking poogde zij vruchteloos den angel eener hevige jaloezy
-uit haar hart te rukken, want zij gevoelde dat don Miguel nooit de
-hare zou zijn. Intusschen gaf het arme kind zich onwillekeurig over
-aan de hopelooze begeerte, om hem te zien en te hooren voor wien zij
-gaarne haar leven zou hebben opgeofferd. Wat don Miguel betreft,
-hij zag of hoorde niets van dit alles, hij was als bedwelmd van
-genot en smaakte met volle teugen het zoete geluk waarmede de enkele
-tegenwoordigheid van dona Laura hem overstelpte, wanneer zij daar
-zoo vrij en onbekommerd tusschen hem en haar vader gezeten was.
-
-Gelukkig dat Loer-Vogel niet van eene verliefde geaardheid was en zijn
-oog steeds geopend bleef voor de gevaren hunner positie. Hij riep dus
-eene vergadering bijeen, zamengesteld, behalve hem zelven, uit don
-Miguel, Ruperto, don Mariano en Vrij-Kogel, in welke besloten werd, dat
-men zich onverwijld naar de naaste Mexicaansche grenzen zou begeven,
-ten einde de jonge dames zoo spoedig mogelijk buiten alle gevaar te
-brengen, en tevens, daar dit niet onwaarschijnlijk was, zich aan een
-vernieuwden aanval der Roodhuiden te onttrekken. Vooral moest men zich
-daarom des te meer haasten om thuis te komen, daar juist de ongelukkige
-tijd des jaars op handen was, dien de Roodhuiden de "Mexicaansche maan"
-noemen, waarin zij gewoon zijn hunne jaarlijksche strooptogten over de
-grenzen van dit jammerlijk regeringloos land te ondernemen. Loer-Vogel
-maakte zich sterk om het koloniale terrein binnen vier dagen te zullen
-bereiken, langs wegen die, zoo hij dacht, alleen aan hem bekend waren.
-
-Men ging dus op weg.
-
-De avonturiers werden op hunne snelle vlugt niet verontrust, en juist
-zoo als Loer-Vogel voorspeld had, gingen zij in den namiddag van
-den vierden dag over het veer del Rio-Gila en trokken het district
-Sonora binnen.
-
-Intusschen, naarmate men het Mexicaansche grondgebied naderde,
-werd het gelaat van Loer-Vogel somberder, zijne zware wenkbraauwen
-trokken zich onrustig zamen en de blikken die hij gedurig aan alle
-zijden rondsloeg, teekenden diepe bezorgdheid. De reden hiervan was,
-dat het omliggende land, dat anders in dit getijde des jaars zulk
-een welig en rijk aanzien had, er thans zoo ontvolkt en eenzaam
-uitzag, dat men koud werd van het aan te zien. Verwoeste velden en
-door paardenhoeven vertrappelde oogsten, hier en daar ruïnen van
-verbrande hutten, en aschhoopen waar zich anders groote korenmolens
-verhieven, dit alles bewees dat de geessel des oorlogs met al zijne
-verschrikkingen er overheen gegaan was.
-
-Aan den verren horizont echter, op twee mijlen ver voor hen uit,
-zag men de witte huizen van een versterkte pueblo--burgt--in de
-zonnestralen schitteren. Alles in den omtrek scheen rustig, maar
-het was eene kalmte des grafs. Geen menschelijk wezen vertoonde
-zich; geen manada--kudde--verscheen er op de verwoeste velden,
-geen recuos--troepen--van muildieren, met hunne rinkelende
-nenas--bellen--lieten zich zien of hooren; overal heerschte eene
-looden stilte en een sombere rust, die zwaar op het landschap drukten,
-en thans, in den vrolijken zonneschijn, aan het gansche tooneel een
-des te treuriger aanzien gaven.
-
-Eensklaps maakte het paard van Vrij-Kogel, die steeds een weinig
-vooruit reed, een zijsprong, die hem bijna uit den zadel wierp;
-hij wendde zich om met een kreet van ontsteltenis. Don Miguel en
-Loer-Vogel snelden terstond toe.
-
-Een afgrijselijk schouwspel vertoonde zich aan hunne oogen. Onder
-eene schutting, ter zijde van den weg, lag een hoop lijken van
-Spanjaarden, verward dooreengeworpen, vreesselijk verminkt en van
-hunne haarschedels beroofd. Don Miguel liet terstond halt maken, niet
-wetende of hij vooruit of terug moest trekken; geen wonder dat hij
-aarzelde, in een geval zoo moeijelijk als het tegenwoordige. Zou hij
-voortrukken tot aan de presidio? misschien was zij ledig; misschien
-zelfs waren de Roodhuiden er meester. Intusschen moest hij spoedig
-tot een besluit komen, hoedanig het ook wezen mogt. Terwijl hij den
-omtrek tot aan den versten horizont bespiedde, zag hij op ongeveer twee
-mijlen afstands eene verwoeste hacienda. Ofschoon altoos zorgelijk,
-was het beter aldaar eene schuilplaats te zoeken, dan in het open
-veld te kamperen. De avonturiers gaven dus hunne paarden de sporen,
-en twintig minuten later kwamen zij aan de landhoeve.
-
-De hacienda droeg alle teekenen van brand en verwoesting; de
-gescheurde muren waren zwart van den rook, de deuren en vensters
-verbroken; te midden der puinhoopen lagen verscheidene lijken,
-zoo van vrouwen als mannen, half verbrand en hier en daar op het
-patio--voorplein--geworpen. Don Miguel geleidde de bevende meisjes naar
-een der kamers, waar men eerst de verbroken meubels, die den toegang
-versperden, moest wegruimen; na haar aldaar in veiligheid gebragt
-en ten sterkste aanbevolen te hebben om de kamer niet te verlaten,
-voegde hij zich weder bij zijne kameraden, die onder opzigt van
-Vrij-Kogel zich zoo goed mogelijk in de hacienda legerden. Loer-Vogel
-was intusschen met Ruperto op verkenning uitgereden. Don Mariano,
-door vaderliefde aangevuurd, ageerde als vestingbouwer, en hield zich,
-door een tiental Gambucinos geholpen, bezig met het huis zoo goed
-mogelijk te versterken.
-
-Als alle Mexicaansche haciendas aan de grenzen, was zij door een
-gekreneleerden muur omgeven. Don Miguel liet den ingang versperren;
-daarop weder in huis gaande, liet hij de deuren en vensters herstellen,
-overal schietgaten maken, en schildwachten plaatsen, zoowel op het
-voorplein als op het azotea--dak. Toen stelde hij twaalf van de
-dapperste mannen onder kommando van Vrij-Kogel en beval hem, om met
-deze kleine troep, zich achter een kleinen met hout bewassen heuvel,
-op twee honderd ellen afstands van de hacienda te verbergen. Vervolgens
-telde hij zijn eigen troep, die met inbegrip van don Mariano en zijne
-twee bedienden, niet meer dan een en twintig koppen telde; maar deze
-mannen waren avonturiers, vast besloten, om zich veeleer tot den
-laatsten man te laten dooden, dan zich over te geven. Don Miguel
-gaf alle hoop nog niet verloren. Eindelijk, na al deze voorzorgen
-genomen te hebben, wachtte hij de terugkomst van Ruperto af, die
-weldra verscheen; zijne berigten waren niet geruststellend.
-
-De Roodhuiden hadden zich van de presidio bij verrassing meester
-gemaakt; de burgt was geheel uitgeplunderd en daarna weder
-verlaten. Talrijke benden Apachen liepen het omliggende land in alle
-rigtingen af, en het bleek duidelijk dat de avonturiers zich geen uur
-ver buiten de hacienda zouden kunnen wagen, zonder op eene hinderlaag
-te stooten. Eindelijk kwam ook Loer-Vogel terug; hij bragt eene
-versterking van omtrent veertig Mexicaansche soldaten en boeren mede,
-die sedert twee dagen hadden rondgezworven, ieder oogenblik in gevaar
-van door de Roodhuiden te worden aangevallen, daar deze al de blanken
-welke zij in handen kregen om hals bragten. Don Miguel ontving met
-blijdschap deze onverwachte hulp: eene versterking van veertig man was
-niet te versmaden, te minder daar allen gewapend en dus in staat waren
-goede dienst te bewijzen. Loer-Vogel, als een goed fouragemeester,
-bragt tevens verscheidene muilezels met levensmiddelen mede.
-
-De schrandere Canadees was op alles bedacht en zorgde voor alles. Nadat
-de manschappen op de meest geschikte punten waren verdeeld, beklommen
-don Miguel en Loer-Vogel de azotea, om het oog te laten rondgaan.
-
-Niets was veranderd; het veld was nog altijd eenzaam. Deze stilte
-voorspelde weinig goeds. De zon ging in een gloed van roode dampen
-onder, het licht nam snel af en de nacht was daar, met zijne duisternis
-en wie weet met welke verschrikkingen.
-
-Don Miguel, terwijl hij den Canadees alleen boven liet, ging naar
-de kamer waar de drie vrouwen bijeen waren. Zij zaten rustig en stil
-bij elkander.
-
-Toen hij binnen trad kwam de Wilde-Roos naar hem toe.
-
---Wat wil mijne zuster? vroeg de jongman.
-
---De Wilde-Roos wil vertrekken, antwoordde zij met hare zachte stem.
-
---Hoedat! vertrekken! riep hij verwonderd; dat is onmogelijk; de
-nacht is donker; mijne zuster zou te veel gevaar loopen alleen;
-de calli's van haar stam zijn te ver in de Prairie.
-
-De Wilde-Roos meesmuilde op hare bevallige wijs en schudde ontkennend
-het hoofd.
-
---De Wilde-Roos verlangt te vertrekken, herhaalde zij ongeduldig,
-mijn broeder moet haar een paard laten geven; zij moet naar den
-Vliegenden-Arend.
-
---Helaas! arm kind, de Vliegende-Arend is op dit oogenblik veel te
-ver af, naar ik vrees; gij zoudt hem niet vinden.
-
-De jonge vrouw stak schielijk het hoofd op.
-
---De Vliegende-Arend verlaat zijne vrienden niet, zeide zij; hij is
-een groot opperhoofd; de Wilde-Roos is er trotsch op zijne vrouw te
-zijn. Dat mijn broeder haar late vertrekken; in het hart der Wilde-Roos
-zingt een vogeltje, dat haar zegt waar de Sachem zich bevindt.
-
-Don Miguel zat in geen geringe verlegenheid, hij kon niet besluiten
-om het verzoek der Indiaansche in te willigen; hij zag er tegen op om
-de jeugdige vrouw in gevaar te brengen, die, sedert zij bij hen was,
-zoovele bewijzen van trouw gegeven had. Op dit oogenblik voelde hij
-zich op den schouder tikken; hij keerde zich om: het was Loer-Vogel.
-
---Laat haar begaan, zeide deze; zij weet beter dan wat wij haar
-beweegt; de Roodhuiden doen nooit iets zonder dat zij weten
-waarom. Kom, lief kind, ik zal u naar de poort geleiden en u een
-paard laten geven.
-
---Welaan dan, zeide don Miguel; maar onthoud dat gij tegen mijn zin
-ons verlaten hebt.
-
-De Indiaansche glimlachte; zij omhelsde de twee jonge meisjes en
-sprak alleen dit woord:
-
---Houd moed!
-
-Hierop ging zij met Loer-Vogel heen.
-
---Het arme goede schepsel, prevelde don Miguel, zij wil ons zeker
-nog de een of andere dienst bewijzen, daar ben ik van overtuigd.
-
-Zich thans naar de jonge dames wendende, vervolgde hij:
-
---Ninas, schept nieuwen moed; wij zijn sterk in getal, morgen ochtend
-met het krieken van den dag gaan wij weder op weg, zonder vrees van
-door de Indianen verontrust te worden.
-
---Don Miguel, antwoordde dona Laura met een treurig lachje, gij poogt
-ons te vergeefs gerust te stellen; wij hebben gehoord wat de mannen
-onder elkander gezegd hebben: zij verwachten een aanval.
-
---Waarom spreekt gij tot ons niet ronduit, don Miguel? vervolgde
-dona Luisa. Het is veel beter dat wij in eens onzen toestand kennen
-en weten wat wij te vreezen hebben.
-
---Lieve God! dan moest ik het zelf eerst weten, riep hij; ik heb alle
-voorzorgen genomen om de hacienda tot het uiterste te verdedigen; maar
-ik vlei mij steeds dat de Roodhuiden ons spoor niet ontdekken zullen.
-
---Gij zoekt ons alweder te misleiden, don Miguel, zeide Laura op een
-toon van verwijt, zoo zacht, dat de jongman er diep door getroffen
-werd.
-
---Voor het overige, vervolgde hij, zonder het gezegde van zijne beminde
-regtstreeks te beantwoorden, stel u gerust, Senoritas, wij allen,
-mijne kameraden zoo wel als ik, moeten vallen tot den laatsten man,
-eer een der Apachen den voet in dit vertrek zet.
-
---De Apachen! herhaalden de beide meisjes, die de herinnering van
-het gebeurde te Quiepa-Tani nog zoo versch in 't geheugen lag, en
-die beefden op de gedachte van op nieuw in hunne handen te zullen
-vallen. Haar onrustige stemming duurde echter niet lang; het gelaat
-van dona Laura helderde weder op en hernam weldra de uitdrukking van
-engelachtige kalmte die haar gewoon was, en met eene zachte heldere
-stem zeide zij tegen don Miguel:
-
---Wij stellen vertrouwen in u; wij weten dat gij om ons te redden alles
-doen zult wat menschelijkerwijs mogelijk is; wij danken u voor uwe
-trouw; ons lot is in Gods hand, op Hem is onze hoop gevestigd. Handel
-als man en bekommer u niet langer om ons, don Miguel; maar een ding
-bid ik u, waak over mijn vader.
-
---Ja, liet dona Luisa er op volgen, doe moedig uw pligt, wij van
-onzen kant zullen den onzen doen.
-
-Don Miguel keek haar aan, maar begreep haar niet.
-
-Zij glimlachte blozend; maar sprak niet verder.
-
-De jongman scheen nog iets te willen zeggen, maar na een oogenblik
-aarzelens groette hij de meisjes eerbiedig en verwijderde zich.
-
-Laura en Luisa wierpen zich in elkanders armen en omhelsden elkander
-met diepe ontroering.
-
-Toen don Miguel op de patio kwam, trad Loer-Vogel naar hem toe en
-wees hem in de verte eenige donkere plekken op de vlakte, die in de
-rigting der hacienda schenen voort te kruipen.
-
---Zie eens, zeide hij droog.
-
---Dat zijn de Roodhuiden! riep don Miguel.
-
---Ik heb ze reeds tien minuten in 't oog gehouden, hernam de jager;
-maar wij hebben den tijd nog, om ons op eene warme ontvangst voor te
-bereiden; zij zullen eerst over een uur hier komen.
-
-Werkelijk verliep er een uur van bange verwachting.
-
-Plotseling vertoonde zich het afschuwelijk hoofd van een Apache boven
-de poort en wierp een woesten blik op de patio.
-
---Dat weet niemand, zoo brutaal als die Indianen wezen kunnen, mompelde
-Loer-Vogel, en meteen zijn strijdbijl nemende gaf hij den Apache
-een slag, dat het ligchaam naar buiten en het hoofd, nog grijnzend,
-voor de voeten van don Miguel rolde.
-
-Verscheidene pogingen van de zelfde gehalte op andere punten van den
-ringmuur beproefd, werden met gelijk gevolg afgeslagen. Toen dus de
-Apachen begrepen hadden dat zij de blanken niet in hun slaap konden
-overrompelen, maar integendeel zeer slecht ontvangen zouden worden,
-verhieven zij hun oorlogskreet en rezen in massa van den grond op,
-waar zij tot hiertoe ongemerkt waren voortgekropen, en bestormden
-als razenden den muur, dien zij op alle punten tegelijk poogden
-te beklimmen.
-
-Een gordel van losbrandingen, bliksemvlammen en kruiddamp, omsingelde
-thans de gansche hacienda, en een hagelbui van kogels regende op
-de Apachen, maar zonder de drift der aanvallers te verslappen. Eene
-nieuwe losbranding, schier op arms lengte, was even onvermogend om hen
-terug te drijven, ofschoon zij zware verliezen leden. Weldra vochten
-bestormers en bestormden man tegen man. Het werd een allerbloedigste
-worstelstrijd, een tooneel van moord en verbittering, waarin niemand
-losliet zonder te sneuvelen, ja de verwonnene in zijn val vaak den
-overwinnaar medesleepte, om hem nog in zijn laatsten doodstuip af
-te maken. Gedurende langer dan een kwartieruurs was het onmogelijk
-elkander te onderkennen; de geweerschoten, de lanssteken, de snorrende
-pijlen en dreunende knodsslagen knalden, kletterden en beukten met
-eene verbijsterende snelheid. Eindelijk weken de Apachen terug.
-
-Zij hadden den muur niet kunnen overklimmen. Maar de wapenstilstand
-duurde slechts kort, daar de Roodhuiden onmiddelijk den storm
-hervatten, en de strijd op nieuw begon, zoo mogelijk nog met
-verdubbelde woede. Ditmaal zagen de Mexicanen, ofschoon wonderen
-van dapperheid verrigtende, door de massa der vijanden, die hen van
-alle kanten besprongen, zich genoodzaakt te wijken en al vechtende in
-het huis terug te trekken, hun grond voet voor voet verdedigende. De
-weerstand zou echter niet lang meer kunnen duren.
-
-Op eens lieten zich in den rug der Indianen nieuwe alarmkreten
-hooren, en Vrij-Kogel overviel hen aan het hoofd van zijn troep
-als een rollende sneeuwval. De verschrikte Roodhuiden, door
-dezen onverhoedschen aanval verbijsterd, trokken in wanorde terug
-en verstrooiden zich over de velden. Don Miguel reed nu aan het
-hoofd van een twintigtal dapperen naar buiten om zijn bondgenoot te
-ondersteunen, en de nederlaag des vijands te voltooijen. Een groot
-aantal Indianen was reeds nedergesabeld, en de avonturiers wilden hen
-nog verder nazetten, toen don Miguel plotseling een kreet van schrik
-en woede uitstiet.
-
-Terwijl hij zich te ver door de vlugtende Apachen liet afleiden,
-was een andere troep Indianen op het verlaten terrein verschenen en
-in dolle vaart op de hacienda aangevallen. De Gambucinos wendden
-onmiddelijk hunne paarden en renden in gestrekten draf terug. Het
-was te laat. Het was te laat! de hacienda was reeds ingenomen.
-
-Thans werd de strijd een verschrikkelijk bloedbad, eene slagting
-zonder naam. Te midden der Apachen, schenen Atoyac, Addick en don
-Estevan zich te vermenigvuldigen, zoo digt en snel vielen hunne
-slagen. Op den bovensten trap van het bordes, dat naar het inwendige
-van het huis geleidde, had don Mariano zich met eenige Gambucinos
-vereenigd en hield hij een wanhopigen strijd vol tegen de herhaalde
-aanvallen der Indianen. Op eens echter dekte als een bloedige nevel
-de starende blikken van don Miguel, die thans de poort binnenreed,
-en een koud zweet gudste hem van het aangezigt: de Apachen hadden
-den ingang overweldigd en stormden het huis in.
-
---Vooruit! vooruit! krijschte don Leo terwijl hij zich als een
-wanhopige in den strijd mengde.
-
---Vooruit! herhaalden Vrij-Kogel en Loer-Vogel.
-
-Op dit oogenblik verschenen de jonge meisjes aan het venster, vervolgd
-door de Roodhuiden, die haar aangrepen en ondanks haar wanhopigen
-tegenstand wegdroegen. Alles was verloren!
-
-Maar op dit laatste oogenblik, klonk de oorlogskreet der Comanchen
-en deed het luchtruim daveren --een wolk van krijgers, met den
-Vliegenden-Arend aan het hoofd, viel als een donderbui op de Apachen,
-die zich reeds overwinnaars waanden. Aan alle zijden omsingeld,
-waren dezen eindelijk genoodzaakt te wijken, en in een overhaasten
-aftogt hun behoud te zoeken.
-
-De Mexicanen zagen zich gered, op het oogenblik toen zij dachten
-dat hun niets meer overbleef dan zich man voor man te laten afmaken,
-om hunnen vijanden niet levend in handen te vallen.
-
-
-
-
-
-
-
-BESLUIT.
-
-
-. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
-
-Twee uren later verbleekte het flaauwe maanlicht en bescheen
-de opgaande zon het akelige tooneel der hacienda, waar zulk een
-hardnekkige en bloedige worsteling had plaats gehad.
-
-De avonturiers en de strijdhaftige Comanchen, die zoo gelukkig nog
-in tijds waren aangekomen om hun ondergang te verhoeden, hadden reeds
-zooveel mogelijk de sporen van het gevecht doen verdwijnen.
-
-In een verwijderden hoek van het voorplein, lagen de verminkte
-lijken van hen die in den strijd waren gevallen, opeengehoopt en zoo
-goed mogelijk met stroo bedekt. De Comanchen hielden een twintigtal
-gevangen Apachen in bewaring, terwijl de avonturiers bezig waren,
-sommigen met hunne wonden te verbinden, anderen met groote kuilen te
-delven om er de dooden in te begraven.
-
-Onder de verandah van het hoofdgebouw, op eenige bossen stroo met
-zarapes bedekt, lagen twee mannen en eene vrouw uitgestrekt. De vrouw
-was dood, het was dona Luisa. Het arme kind, wier gansche leven eene
-aaneenschakeling van opoffering en zelfverloochening geweest was,
-had zich vol moed laten dooden door don Estevan, op het oogenblik
-toen zij zelve Addick een kogel door het hoofd joeg, daar hij dona
-Laura wilde wegvoeren.
-
-De twee mannen waren don Mariano en Vrij-Kogel.
-
-Don Miguel en Laura zaten aan weerszijde van den grijsaard, en
-bewaakten in stilte het oogenblik wanneer hij de oogen weder zou
-openen.
-
-Loer-Vogel, treurig en met een bleek gezigt, was bij zijn ouden vriend
-nedergehurkt, die welhaast sterven zou.
-
---Schep moed! mijn broeder, schep moed! zeide hij, het is niets.
-
-De Canadees poogde nog te glimlagchen.
-
---Hm! mompelde hij met eene gebroken stem, ik weet wel hoe het met mij
-is; ik heb nog tien minuten te leven, op zijn langst, en dan, dan......
-
-Hier zweeg hij een poos en scheen iets te bedenken.
-
---Zeg, Loer-Vogel, hervatte hij, zoudt gij denken dat God mij
-vergeven zal?
-
---Ja, ja, beste vriend, want gij waart altoos dapper en goed!
-
---Ik heb altijd gedaan wat ik dacht dat goed was, zei Vrij-Kogel;
-maar ik heb dikwijls gedwaald. Enfin, men zegt dat Gods barmhartigheid
-oneindig is; ik hoop op Zijne genade.
-
---Hoop vrij, vriend, hoop!
-
---Ja, ja, hervatte hij een oogenblik later: ik wist wel dat de Indianen
-mij niet dooden zouden, zooals gij ziet, het was don Estevan die
-mij trof; maar ik heb dien moordenaar van jonge meisjes den kop
-ingeslagen. Die ellendeling! Had ik hem maar in zijn kuil laten
-sterven, als een wolf in een knip.
-
-Hier werd zijne stem zwakker en onduidelijker, zijn blik glasachtiger,
-zijn leven begon snel af te nemen.
-
---Vergeef hem ook; hij is dood en hij zal geen kwaad meer doen,
-zei Loer-Vogel.
-
---Is hij dood! Goddank, ik heb dien slang mogen verpletteren! Adieu,
-Loer-Vogel, mijn oude kameraad! wij zullen niet meer zamen jagen op
-herten of bisons in de prairie; wij zullen onzen oorlogskreet niet
-meer aanheffen tegen de Apachen... Waar is de Vliegende-Arend?
-
---Hij vervolgt de Roodhuiden.
-
---O! hij is een dappere ziel; ik heb hem als kind reeds gekend in 1845,
-ik herinner mij nog, ik kwam van...
-
-Hij zweeg. Loer-Vogel, die zich over hem had gebogen om de laatste
-woorden, die al zwakker en onduidelijker werden, als uit zijn mond
-op te vangen, zag hem aan.
-
-Hij was dood.
-
-De eerzame jager had zijne ziel in Gods hand gegeven, zonder een langen
-doodstrijd te ondervinden. Zijn trouwe vriend drukte hem de oogen toe,
-knielde bij hem neer en het bleeke hoofd buigende, bad hij voor zijn
-ouden kameraad.
-
-Intusschen lag don Mariano nog altijd in denzelfden staat van
-gevoelloosheid. De beide jongelieden, die elk een zijner handen
-hielden, voelden hem met bezorgdheid den pols. Terwijl zijne twee
-oude bedienden stil in een hoek van het vertrek zaten te weenen.
-
-Op eens slaakte don Mariano een diepen zucht, een helder rood
-kleurde zijn aangezigt, hij opende de oogen; eenige sekonden
-poogde hij zijne gedachten te verzamelen, reeds verstrooid door den
-naderenden doodstrijd. Eindelijk overmande hij zich, kwam half op
-zijn leger overeind, en staarde beurtelings met eene uitdrukking van
-onbeschrijfelijke goedheid naar de beide jongelieden, die voor hem
-geknield lagen, trok hunne handen naar zich toe en vouwde die op zijn
-hart zamen.
-
---Don Miguel, zeide hij met eene luide stem: zorg voor haar! Laura,
-gij bemint hem, wees gelukkig! Ik zegen u, mijne kinderen!
-
-O, God! vergeef naar uwe barmhartigheid hem, die de oorzaak was van
-al onze ongelukken. Hemelsche Vader! ontvang mij in uw schoot. Mijne
-kinderen, mijne kinderen! tot wederziens!
-
-Thans werd zijn ligchaam krampachtig bewogen, zijne trekken veranderden
-zigtbaar, hij viel achterover met een laatsten snik.
-
-Hij was dood!
-
-
-
-Na zijn ouden kameraad de laatste eer bewezen te hebben, voegde
-Loer-Vogel zich bij den Vliegenden-Arend. Sedert dien tijd heeft men
-niets meer van hem gehoord.
-
-De dood van Vrij-Kogel had het hart gebroken van dien man, zoo vol
-kracht, beleid, goeden wil en voortvarendheid. Misschien sleept hij het
-overschot van zijn kommervol bestaan nog voort te midden der Indianen,
-onder welke hij besloten had te leven en te sterven.
-
-Alle pogingen, later door don Leo de Torres, na zijne
-huwelijksverbindtenis met dona Laura de Real del Monte aangewend
-om hem op te sporen, bleven vruchteloos; de jongman moest het tot
-zijn verdriet eindelijk opgeven, om den eenvoudigen en te gelijk
-grootmoedigen man weder te vinden, aan wien hij zooveel te danken had.
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
- Bladz.
-
- I. De verrassing 1.
- II. De gast 7.
- III. De nachtelijke zamenspraak 13.
- IV. Indianen en jagers 20.
- V. Wederzijdsche ophelderingen 26.
- VI. Eene duistere geschiedenis 34.
- VII. Eene duistere geschiedenis (vervolg) 40.
- VIII. Eene duistere geschiedenis (slot) 48.
- IX. Vrij-Kogel en Loer-Vogel 56.
- X. Nieuwe personaadjen 63.
- XI. Het veer del Rubio 72.
- XII. Don Stefano Cohecho 79.
- XIII. De hinderlaag 85.
- XIV. De reizigers 93.
- XV. De herleving 100.
- XVI. Plaatselijk onderzoek 107.
- XVII. Don Mariano 113.
- XVIII. Wat de regtspleging voorafging 120.
- XIX. Het geregtelijk verhoor 127.
- XX. Het vonnis 135.
- XXI. Vrij-Kogel 144.
- XXII. Het kamp 152.
- XXIII. De Vliegende-Arend 161.
- XXIV. Quiepa-Tani 169.
- XXV. Een drietal schurken 176.
- XXVI. Eene jagt in de Prairiën 184.
- XXVII. Eene jagt in de Prairiën (vervolg) 194.
- XXVIII. Blank-huiden en Rood-huiden 201.
- XXIX. De raad 209.
- XXX. Het tweede detachement 217.
- XXXI. De Tlacateotzin 225.
- XXXII. Eerste ontdekkingen in de stad 234.
- XXXIII. Ophelderingen 241.
- XXXIV. Een gesprek 249.
- XXXV. De zamenkomst 257.
- XXXVI. Eene ontmoeting 265.
- XXXVII. Verwikkelingen 274.
- XXXVIII. Eene nachtelijke verkenning 283.
- XXXIX. Het groote geneesmiddel 290.
- XL. De laatste storm 300.
- Besluit 309.
-
-
-
-
-
-
-
-NOTES
-
-
-[1] Zie Vrij-Kogel, Leiden, van den Heuvell en van Santen.
-
-[2] Indiaansche schoenen, van hartsleder, zonder zolen.
-
-[3] Een rotting of zoogenaamde sixpence.
-
-[4] Naam der huurrijtuigen te Mexico.
-
-[5] Pulque is een bedwelmende drank uit het sap der maguey (agave
-americana, of aloë) bereid; de huizen waar men dien verkoopt heeten
-pulquerios.
-
-[6] In de taal der Zapoteken letterlijk: quiepa hemel, tani berg,
-dus in 't Hollandsch: Hemelberg.
-
-[7] Amerikaansche leeuw.
-
-[8] Tijger.
-
-[9] Wolf.
-
-[10] Een soort van glas van vulkaanschen oorsprong.
-
-[11] "Acht-slangen," van chicuh acht, en coatl slang.
-
-[12] Zie Vrij-Kogel, pag. 123 (van denzelfden schrijver.)
-
-[13] Van Aman, eene plaats waar eene rivier zich in verscheidene
-takken verdeelt.
-
-[14] Letterlijk; rietland, van acatl, riet.
-
-[15] Waterzon, van atl, water, en tonatiuh, zon.
-
-[16] Het tooneel dezer strafoefening is letterlijk historisch,
-de schrijver heeft het door een Apache op een Noord-Amerikaan zien
-toepassen.
-
-[17] Dit woord beteekent letterlijk Godsman, van tlacatl, man en
-teotl God. Dezen titel geven de Comanchen aan hen die de geneeskunst
-uitoefenen.
-
-[18] Bijnaam van Moctecuzoma I; letterlijk: "die pijlen tot aan den
-hemel schiet," van Ilhuicatl, hemel, en mitl schicht; het hieroglyf
-van dezen koning is werkelijk een pijl die den hemel treft.
-
-[19] Mexico.
-
-[20] Ometochtli is zamengesteld uit om, twee, en tochtli, konijn.
-
-[21] Axayacatl is zamengesteld uit atl, water, en axaya, vlak.
-
-[22] Anahuac beteekent letterlijk: land tusschen de wateren, (de
-twee zeeën).
-
-[23] De plaats waar de Mexicanen zeggen dat zij uit afkomstig zijn;
-deze naam komt van aztatl, reiger.
-
-[24] Letterlijk "het Roode land", van tlapalli, rood.
-
-[25] De beschaver van Mexico: zijn naam komt van quetzalli, veer,
-en coatl, slang; en beteekent "gevederde slang."
-
-[26] Zie Vrij-Kogel, 3e druk, Leiden, van den Heuvell en van Santen,
-1866, bladz. 152.
-
-[27] De onbekende Godheid.
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of De spoorzoeker, by Gustave Aimard
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SPOORZOEKER ***
-
-***** This file should be named 63728-8.txt or 63728-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/3/7/2/63728/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This book was produced from scanned images of
-public domain material from the Google Books project.)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
diff --git a/old/63728-8.zip b/old/63728-8.zip
deleted file mode 100644
index 1210f91..0000000
--- a/old/63728-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63728-h.zip b/old/63728-h.zip
deleted file mode 100644
index d625208..0000000
--- a/old/63728-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63728-h/63728-h.htm b/old/63728-h/63728-h.htm
deleted file mode 100644
index 9d5468c..0000000
--- a/old/63728-h/63728-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,18678 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2020-11-12T20:51:40Z using SAXON HE 9.9.1.6 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=iso-8859-1">
-<title>De Spoorzoeker: schetsen en tooneelen uit de Amerikaansche wildernis</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Gustave Aimard (1818&#x2013;1883)">
-<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Gustave Aimard (1818&#x2013;1883)">
-<meta name="DC.Title" content="De Spoorzoeker: schetsen en tooneelen uit de Amerikaansche wildernis">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="Aztecs -- Fiction">
-<style type="text/css">
-body {
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-font-size: 100%;
-line-height: 1.2em;
-text-align: left;
-}
-.div0 {
-padding-top: 5.6em;
-}
-.div1 {
-padding-top: 4.8em;
-}
-.div2 {
-padding-top: 3.6em;
-}
-.div3, .div4, .div5 {
-padding-top: 2.4em;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-td.tocDivNum {
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-padding-top: 2.4em;
-padding-bottom: 1.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-sup {
-line-height: 6pt;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5em;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-line-height: 1em;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.40em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.71em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8em;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 80%;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .label, .par.footnote .label {
-float: left;
-width: 2em;
-height: 12pt;
-display: block;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0 7em 0;
-padding: 5em 10% 6em 10%;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 3.5em;
-margin: 2em 0 2em 0;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0 2em 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0 0 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-tr, td, th {
-vertical-align: top;
-}
-tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
-vertical-align: bottom;
-}
-td.label, tr.label td {
-font-weight: bold;
-}
-td.unit, tr.unit td {
-font-style: italic;
-}
-td.leftbrace, td.rightbrace {
-vertical-align: middle;
-}
-span.sum {
-padding-top: 2px;
-border-top: solid black 1px;
-}
-table.borderOutside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderOutside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-}
-table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.verticalBorderInside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border-left: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
-border-left: 0 solid black;
-}
-table.borderAll {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderAll td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
-border-top: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
-border-right: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
-border-top: 1px solid black !important;
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
-border-right: 1px solid black !important;
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
-border: 1px solid black !important;
-}
-tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
-border-top: none !important;
-}
-tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
-border-right: none !important;
-}
-tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
-border-left: none !important;
-}
-tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
-border-top: none !important;
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
-border-right: none !important;
-border-left: none !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
-border: none !important;
-}
-.cellDoubleUp {
-border: 0 solid black !important;
-width: 1em;
-}
-td.alignDecimalIntegerPart {
-text-align: right;
-border-right: none !important;
-padding-right: 0 !important;
-margin-right: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalFractionPart {
-text-align: left;
-border-left: none !important;
-padding-left: 0 !important;
-margin-left: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalNotNumber {
-text-align: center;
-}
-span.ditto {
-display: inline-block;
-vertical-align: middle;
-text-align: center;
-}
-span.ditto span.s {
-height: 0;
-visibility: hidden;
-line-height: 0;
-}
-span.ditto span.d {
-display: block;
-text-align: center;
-line-height: 8pt;
-}
-span.ditto span.i {
-position: relative;
-top: -2px;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 7%;
-line-height: 1.2em;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .qurlink, .seclink {
-background-repeat: no-repeat;
-background-position: right center;
-}
-.pglink {
-background-image: url(images/book.png);
-padding-right: 18px;
-}
-.catlink {
-background-image: url(images/card.png);
-padding-right: 17px;
-}
-.exlink, .wplink, .biblink, .qurlink, .seclink {
-background-image: url(images/external.png);
-padding-right: 13px;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, .h1 {
-padding-bottom: 5em;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-.pageNum, .lineNum {
-speak: none;
-}</style>
-<style type="text/css">
-/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
-.adLarge {
-font-size: x-large; line-height: 120%;
-}
-.adMedium {
-font-size: large; line-height: 120%;
-}
-.adSmall {
-font-size: small;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.cover-imagewidth {
-width:480px;
-}
-.xd30e117 {
-text-align:center; font-size:large;
-}
-.frontispiecewidth {
-width:720px;
-}
-.titlepage-imagewidth {
-width:470px;
-}
-.xd30e7350 {
-text-align:center;
-}
-.ads2 {
-text-align:center;
-}
-.xd30e7436 {
-text-align:left;
-}
-.xd30e7649 {
-text-align:left;
-}
-@media handheld {
-}
-/* CSS rules copied from @style attributes in TEI file */
-</style>
-</head>
-<body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of De spoorzoeker, by Gustave Aimard
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: De spoorzoeker
- Schetsen en Tooneelen uit de Amerikaansche wildernis
-
-Author: Gustave Aimard
-
-Translator: L. C. Cnopius
-
-Release Date: November 12, 2020 [EBook #63728]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SPOORZOEKER ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This book was produced from scanned images of
-public domain material from the Google Books project.)
-
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frenchtitle"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd30e117">DE SPOORZOEKER.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frontispiece"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure frontispiecewidth"><img src="images/frontispiece.jpg" alt="" width="720" height="429"><p class="first">Steendruk van P.&nbsp;M.&nbsp;W. Trap.</p>
-</div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="470" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">DE SPOORZOEKER.</div>
-<div class="subTitle">SCHETSEN EN TOONEELEN UIT DE AMERIKAANSCHE WILDERNIS.</div>
-</div>
-<div class="byline">Naar de zesde Fransche uitgave.
-<br>
-VAN
-<br>
-<span class="docAuthor">GUSTAVE AIMARD.</span>
-<br>
-DOOR
-<br>
-<span class="docAuthor">L. C. CNOPIUS.</span></div>
-<div class="docImprint">Derde druk.
-<br>
-LEIDEN,<br>
-<span class="sc">Firma</span> VAN DEN HEUVELL &amp; VAN SANTEN.<br>
-<span class="sc">GENT</span>, W. ROGGHÉ. <span class="sc">BATAVIA</span>, G. KOLFF &amp; <span class="sc">Cie.</span>
-<br>
-<span class="docDate">1867.</span></div>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e6983">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="super">DE SPOORZOEKER.</h2>
-<h2 class="label">I.</h2>
-<h2 class="main">De Verrassing.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Verplaatsen wij ons, tegen het einde van Mei 1855, in eene der minst bezochte streken
-der onmetelijke prairiën van het Verre-Westen, op korten afstand van de Rio-Colorado-del-Norte,
-aan welke rivier de Indiaansche stammen, in hunne beeldrijke taal, den naam hebben
-gegeven van: <i>Gouden golvenstroom zonder einde</i>.
-</p>
-<p>Het was diep in den nacht. De maan, die reeds twee derden van hare baan had afgelegd,
-vertoonde haar bleek gelaat tusschen de takken der hooge cederboomen, terwijl het
-onzeker schijnsel van hare sidderende stralen, naauwelijks licht genoeg verspreidde,
-om de afwisselende voorwerpen op het rotsachtig en somber terrein te onderscheiden.
-Geen windje beroerde de lucht, geen enkele ster fonkelde aan den hemel. Doodsche stilte
-beheerschte de wildernis, eene stilte slechts nu en dan, bij lange tusschenpoozen,
-afgebroken door het korte gekef en gejank der op buit loerende coyoten (wolven) of
-het spotachtig gehuil van panter en jaguar aan het naaste rivierwed.
-</p>
-<p>Gedurende de uren der duisternis, maakt de onbegrensde Amerikaansche savane, waar
-geenerlei gedruisch van menschen de majesteit van den nacht verstoort, onder het immer
-wakend oog der Godheid, een onweerstaanbaren indruk ook op het hart van den sterksten
-mensch, en bezielt hem ondanks zich zelven met godvruchtigen eerbied.
-</p>
-<p>Eensklaps kraakte er in de struiken een dof geritsel, en werden de digte takken van
-een floripondio-boschje voorzigtig uit één geschoven. Uit de gemaakte opening kwam
-een nieuwsgierig menschenhoofd te voorschijn, met schitterende oogen, als van een
-wild dier, die in alle rigtingen onrustig rondkeken. Na zich eenige sekonden onbewegelijk
-stil te hebben gehouden, verliet deze zelfde man het boschje waar hij tot hiertoe
-verborgen had gezeten, en sprong hij op eens naar buiten.
-</p>
-<p>Ofschoon de kleur van zijn door de zon verbrand gezigt bijna het sombere rood van
-gebakken steen geleek, maakten zijn jagerskostuum <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>en vooral zijne lange blonde haren en sterk sprekende vrije gelaatstrekken, hem terstond
-kenbaar als een dier stoutmoedige canadesche woudloopers, wier ras met iederen dag
-zeldzamer wordt en weldra geheel dreigt te zullen uitsterven.
-</p>
-<p>Hij deed eenige stappen voorwaarts met gevelde buks en de hand aan den trekker, en
-bespiedde zorgvuldig de tallooze hem omringende kreupelboschjes en rotsholten. Nadat
-hij zich, zoo het scheen, door de allerwege heerschende stilte en eenzaamheid, had
-gerust gesteld, bleef hij staan, zette zijn buks met de kolf op den grond, boog zich
-voorover, en bootste op eene bedriegelijke wijze het gefluit na van den <i>centzontle</i>, of amerikaanschen nachtegaal.
-</p>
-<p>Naauwelijks had de laatste toon van dit melodisch vogelgezang de lucht doen trillen,
-of uit dezelfde struiken, die den eersten jager hadden doorgelaten, kwam een tweede
-personaadje te voorschijn.
-</p>
-<p>De laatstgenoemde was een Indiaan; hij voegde zich terstond bij den Canadees, en na
-eenige oogenblikken gezwegen te hebben, vroeg hij met eene stem, die meer gerustheid
-wilde veinzen dan hij misschien werkelijk bezat:
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, hoe is &#x2019;t?
-</p>
-<p>&#x2014;Alles is stil, antwoordde de jager, de <i>Cihuatl</i> kan gerust komen.
-</p>
-<p>De Indiaan schudde het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Sedert het opkomen der maan is Machsi-Karehde van de Wilde-Roos gescheiden, en hij
-weet niet, waar zij zich op dit oogenblik bevindt.
-</p>
-<p>Een welwillende lach plooide zich om de lippen van den jager.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e209" title="Niet in bron">&#x2014;</span>De Wilde-Roos bemint mijn broeder, zeide hij zachtzinnig, het kleine vogeltje, dat
-in het diepst van haar hart zingt, zal haar wel op het spoor van het opperhoofd hebben
-geleid. Is Machsi-Karehde het fluitje vergeten, waarmede hij haar plagt te roepen
-op zijne verliefde wachtplaats, in het stam-dorp?
-</p>
-<p>&#x2014;Het opperhoofd is niets vergeten.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat hij haar dan roepen.
-</p>
-<p><a id="xd30e214"></a>De Indiaan had geene tweede vermaning noodig, en het geroep van den <i>Walkon</i> deed de stilte weêrgalmen.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik hoorde men eenig geritsel tusschen de takken, eene jonge vrouw
-sprong, als eene verschrikte ree, hijgend te voorschijn en vloog den krijgshaftigen
-Indiaan om den hals, die de armen reeds uitstrekte om haar te ontvangen. De omhelzing
-duurde niet langer dan een bliksemflits; het opperhoofd schaamde zich blijkbaar, dat
-hij zich in het bijzijn van een blanke, ofschoon die blanke zijn vriend was, tot zulk
-een vertoon van teederheid had laten vervoeren, en hij stiet de jonge vrouw koelzinnig
-van zich af, onder het uiten van eenige woorden, die geen het minste spoor van ontroering
-of hartstogt te kennen gaven.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijne zuster zal zeker moede zijn, en op dit oogenblik heeft zij geen gevaar te vreezen;
-zij kan dus gaan slapen, de krijgslieden zullen haar bewaken.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wilde-Roos is eene dochter der Comanchen, antwoordde zij <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>met eene schroomvallige stem, haar hart is kloek, zij gehoorzaamt den Machsi-Karehde
-(Vliegende-Arend), daar zij weet, dat zij onder de bescherming van zulk een magtig
-opperhoofd veilig is.
-</p>
-<p>De Indiaan wierp haar een blik van onuitsprekelijke teederheid toe, maar hernam bijna
-oogenblikkelijk dien schijn van norsche ongevoeligheid, die de Roodhuiden nimmer afleggen.
-</p>
-<p>&#x2014;Terwijl mijne zuster slaapt, zullen de krijgslieden raad houden, zeide hij.
-</p>
-<p>De jonge vrouw antwoordde niet, zij maakte voor de beide mannen eene eerbiedige buiging,
-en verwijderde zich, om zich eenige stappen verder op het gras neder te vlijen, waar
-zij de oogen sloot en insliep, of althans deed alsof zij sliep.
-</p>
-<p>De Canadees bepaalde zich alleen bij een enkelen glimlach, toen hij zag, wat er op
-zijn gegeven raad aan den krijgsman gevolgd was; en bij het hooren der weinige woorden
-tusschen de Roodhuiden gewisseld, gaf hij zijn genoegen met een hoofdknik te kennen.
-Het opperhoofd stond in diepe gepeinzen verzonken en wierp een onbeschrijfelijken
-blik op de jeugdige slapende vrouw; eindelijk streek hij zich eenige malen met de
-hand over het voorhoofd, als zocht hij de wolken te verdrijven, die zijn brein benevelden
-terwijl hij zich tot den jager wendde.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder met het blanke gezigt heeft rust noodig, zeide hij, het opperhoofd zal
-waken.
-</p>
-<p>&#x2014;De wolven keffen niet langer, de maan is achter de heuvels verdwenen, en een graauwe
-lichtstreep verheft zich aan den horizont, antwoordde de Canadees, weldra zal het
-dag worden, de slaap is mijne oogleden ontvloden, het past den mannen zich te beraden.
-</p>
-<p>De Indiaan maakte eene buiging, maar antwoordde niet; hij legde zijn buks op den grond
-en verzamelde eenige armvollen dorre takken, die hij nevens de slapende vrouw opeenstapelde.
-</p>
-<p>De Canadees sloeg vuur; weldra was de houtstapel in brand gestoken, en kleurde de
-vlam het geboomte met een rooden gloed; alstoen hurkten de beide mannen naast elkander
-op den grond neder, stopten hunne rietpijpen met <i>manachee</i>, of gewijden tabak, en begonnen stilzwijgend te rooken, met die deftigheid en ernst,
-die de Indianen onder alle omstandigheden aan deze symbolische pligtpleging verbinden.
-</p>
-<p>Wij zullen van dit oogenblik rust, dat het toeval ons aanbiedt, gebruik maken, ten
-einde den lezer het portret te geven van deze drie personaadjen, die geroepen zijn
-om in ons verhaal zulk eene gewigtige rol te spelen.
-</p>
-<p>De Canadees was een man van omtrent vijf en veertig jaren, zes engelsche voeten lang,
-rank, mager en droog van gestel; bijna geheel uit spieren, pezen en zenuwen bestaande,
-was hij volmaakt geschikt voor zijn ruw beroep als woudlooper, waartoe noodwendig
-buitengewone kracht en stoutmoedigheid worden vereischt.
-</p>
-<p>Als de meesten zijner landgenooten, droeg de Canadees in zijn gelaat den stempel van
-het normandische ras in al zijne zuiverheid; zijn <span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span>breed voorhoofd, zijne grijze maar levendige oogen, zijn min of meer gewelfde neus,
-zijn groote met eene dubbele rij prachtige tanden gewapende mond, en de digte blonde
-met enkele graauwe haren vermengde lokken, die welig en krachtvol onder zijn muts
-van otter-bont uitkwamen en met groote krullen over zijne schouders vielen, dit alles
-gaf aan den jager een open, eerlijk en trouwhartig voorkomen, dat terstond beviel
-en reeds bij de eerste ontmoeting belangstelling en vertrouwen inboezemde. Deze ontzagwekkende
-reus heette eigenlijk Bonnaire, maar was in de prairiën alleen bekend onder den bijnaam
-van Loer-Vogel, een titel dien hij ten volle regtvaardigde door de scherpte van zijn
-blik en de juistheid, waarmede hij de nesten en holen van allerlei wild, inzonderheid
-herten en dassen wist te ontdekken.
-</p>
-<p>Hij was geboren in den omtrek van Mont-Real; maar reeds in zijne vroege jeugd naar
-de bosschen van Opper-Canada medegenomen, had hij in het leven der wildernis zooveel
-aantrekkelijks gevonden, dat hij de beschaafde wereld voor altijd vaarwel gezegd en
-sedert bijna dertig jaren in de onmetelijke vlakten van Noord-Amerika had rondgezworven,
-slechts nu en dan steden of dorpen bezoekende, wanneer hij er wezen moest, hetzij
-om de vellen der dieren, die hij geschoten had, te verkoopen, of om zich van eenen
-nieuwen voorraad kruid en kogels te voorzien.
-</p>
-<p>Zijn makker, de Vliegende-Arend, was een der meest vermaarde opperhoofden van de zoogenaamde
-Witte-Bisons, een der magtigste en krijgshaftigste volksstammen der Comanchen.
-</p>
-<p>Deze woeste en ontembare natie geeft zich, uit overmaat van trots, den hoogdravenden
-naam van <i>Koningin der Prairiën</i>, een titel, welken geene andere dan zij, zich zou durven toeëigenen.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend, hoewel nog zeer jong, daar hij naauwelijks vijf en twintig jaren
-telde, had zich reeds in vele gevallen door staaltjes van zulken ongehoorden moed
-en vermetelheid onderscheiden, dat alleen zijn naam een onweerstaanbaren schrik verspreidde
-onder de tallooze Indiaansche horden, die de woestijn onophoudelijk in alle rigtingen
-doorkruisen.
-</p>
-<p>Groot van gestalte, welgemaakt, en in allen deele wel geëvenredigd, bezat hij fijne
-gelaatstrekken, met een paar oogen zoo zwart als de nacht, en welke bij een of andere
-sterke gemoedsbeweging, eene zonderlinge vastheid van uitdrukking aannamen, die onwillekeurig
-eerbied afdwong; zijne gebaren waren edel, zijn gang en houding gracieus, en vol van
-die majesteit, welke den Indianen is aangeboren.
-</p>
-<p>Het opperhoofd was gekleed in zijn gewonen oorlogsdosch. Dit kostuum is merkwaardig
-genoeg om door ons eenigzins uitvoerig beschreven te worden.
-</p>
-<p>Het hoofd van den Vliegenden-Arend was gedekt met den <i>mach-akoub-hachka</i>, eene muts welke slechts door krijgslieden van rang gedragen wordt, die vele vijanden
-hebben gedood; zij bestaat uit wit hermelijnen stroken, van achteren in een breeden
-lap rood laken zamengevat, die tot aan de kuiten afhangt; van boven was er eene pluim
-van regtstandige <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>witte en zwarte adelaarsvederen op vast gehecht, die digt om het hoofd begon en hooger
-in een gesloten krans zamenliep. Boven het regter oor zat in zijne haren een roodgeverwd
-houten mes, omtrent zoo lang als een mans hand: dit mes was het zinnebeeld van den
-dolk, waarmede hij het opperhoofd Dacotah had afgemaakt; bovendien droeg hij acht
-kleine blaauwgekleurde en aan de punt met vergulde spijkers voorziene houten spaantjes
-of stokjes, om het aantal kogels aan te duiden door welke hij gewond was; boven zijn
-linker oor droeg hij een grooten bos geele aan het uiteinde met rood bestreken uilenvederen,
-als een teeken van zijn verbond met de Menin-Ochaté, of de bende der Honden; zijn
-aangezigt was voor de helft roodgeverwd, en zijn ligchaam bruinrood met strepen, waar
-de verw door een natten vinger was weggewischt. Zijne armen, van den schouder afgerekend,
-waren almede met zeven en twintig geele ringen of banden geteekend, om het getal zijner
-groote wapenfeiten aan te duiden, en op zijne borst prijkte in blaauwe verw de figuur
-van een menschenhand, die te kennen gaf dat hij menigmaal krijgsgevangenen had gemaakt.
-Om zijn hals droeg hij een prachtige <i>mato-un-knappininde</i> of collier van graauwe beerenklaauwen, van drie duimen lengte en aan de punten witgemaakt.
-Zijne schouders waren bedekt met den grooten <i>mih-ihee</i> of bisonsmantel, die tot op den grond afhing en met verschillende kleuren beschilderd
-was. Om zijn middel sloot zich met een naauwen band de <i>woupanpihunchi</i> of broek, bestaande uit twee afzonderlijke deelen, een voor elk been, en strekkende
-tot aan den enkel, waar zij aan de buitenzijde met egels- of stekelvarkens-pennen
-van verschillende kleuren, was bestikt, die in eenen digten bos zamengevat eindigden
-en langs den grond sleepten; zijn <i>nokké</i>, een breede strook van wit en zwart gestreept laken, was om zijne heupen gewikkeld,
-en hing zoo wel van voren als van achteren in lange plooijen af; zijne <i>hampes</i>, of schoenen van bisonsleder, waren slechts weinig versierd, maar op de vreeg met
-wolvenstaarten vastgemaakt, die hem langs den grond nasleepten, en het aantal der
-door hem overwonnen vijanden te kennen gaven; aan zijn <i>ichparakehn</i> of gordel, hingen aan de eene zijde een leêren kruidflesch, een kogelzak en scalpeermes,
-aan de andere een koker van pantervel, met lange van stalen punten voorziene pijlen
-gevuld, benevens zijn <i>tomahawk</i> (strijdbijl). Zijn <i>erupha</i>, of geweer, lag naast hem op den grond, maar onder zijn bereik voor dadelijk gebruik
-zoo het noodig mogt zijn.
-</p>
-<p>Deze zonderling uitgedoschte krijgsman had iets sombers en indrukwekkends, dat reeds
-op het eerste gezigt schrik inboezemde.
-</p>
-<p>Wat de Wilde-Roos betreft, bepalen wij ons voor het oogenblik te zeggen, dat zij hoogstens
-vijftien jaren telde, zeer schoon was voor eene Indiaansche en in hare elegante eenvoudigheid
-de strenge kleederdragt had aangenomen, die bij de vrouwen van haar stam in zwang
-was.
-</p>
-<p>Eindigen wij hiermede deze, misschien te uitvoerige maar tot kennismaking met de personen,
-die op ons tooneel verschijnen zullen, hoogst noodige beschrijving, en vervolgen wij
-ons verhaal.
-</p>
-<p>Sedert geruimen tijd hadden de twee vrienden reeds zitten rooken, <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>zonder een woord zamen te wisselen; eindelijk schudde de Canadees de kop van zijn
-pijp tegen den duim zijner linkerhand uit, en rigtte het woord tot zijn makker.
-</p>
-<p>&#x2014;Is mijn broeder voldaan? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> antwoordde de Indiaan met een toestemmenden hoofdknik, mijn broeder heeft een vriend.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, hervatte de jager, maar wat zal het opperhoofd nu doen?
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend zal zich met de Wilde-Roos bij de zijnen voegen en dan terugkomen,
-om het spoor der Apachen op te zoeken.
-</p>
-<p>&#x2014;Waartoe zou dat dienen?
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend wil zich wreken.
-</p>
-<p>&#x2014;Met uw verlof, opperhoofd, niet dat ik u wil afraden om uwe plannen door te zetten
-tegen vijanden, die ook de mijne zijn, maar ik geloof dat gij deze zaak niet uit het
-regte oogpunt beschouwt.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wil mijn blanke wapenbroeder daarmede zeggen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik wil daarmede zeggen dat wij ver van de hutten der Comanchen verwijderd zijn, en
-eer wij die kunnen bereiken, zullen wij zonder twijfel nog menig verschil met onze
-vijanden te vereffenen hebben, wier opperhoofd misschien een beetje al te voorbarig
-meent, dat hij ons reeds van den hals heeft geschoven.
-</p>
-<p>De Indiaan haalde hooghartig de schouders op.
-</p>
-<p>&#x2014;De Apachen zijn oude wijven, zwetsers en lafaards, zeide hij, de Vliegende-Arend
-veracht hen.
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is mogelijk, hernam de jager, hoofdschuddend; naar mijn gevoelen zouden wij echter
-wijzer gedaan hebben, onzen weg te vervolgen, totdat de zon opkomt, om hen zoover
-mogelijk achter ons te krijgen, in plaats van ons hier zoo onvoorzigtig op te houden;
-wij zijn hier nog tamelijk digt bij het vijandelijke kamp.
-</p>
-<p>&#x2014;Het vuurwater (brandewijn) heeft die honden van Apachen de ooren gestopt en de oogen
-gesloten, zij liggen thans zoo lang als ze zijn te slapen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! dat zou ik niet denken, integendeel houd ik mij overtuigd dat zij klaar wakker
-zijn en ons zoeken.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik, als had het toeval de vrees van den voorzigtigen jager willen
-regtvaardigen, hoorde men meer dan een tiental geweerschoten kort in de nabijheid
-lossen; een vreeselijke oorlogskreet, dien de Canadees en de Comanch terstond met
-een kreet van uitdaging beantwoordden, klonk uit het digtst van het woud, en een dertigtal
-Indianen van den Apachen-stam, rukten huilende op den brandstapel af, waar onze drie
-avonturiers zich bevonden hadden; maar deze waren eensklaps als met een tooverslag
-verdwenen.
-</p>
-<p>De Apachen bleven staan en schuimbekten van woede, niet wetende welke rigting zij
-zouden kiezen, om hunne sluwe vijanden terug te vinden. Plotseling vielen er drie
-geweerschoten uit het digtst van het bosch, even zoovele Apachen tuimelden, in het
-hart getroffen, op den grond.
-</p>
-<p>De Apachen deden op nieuw een woest gehuil hooren, en rukten <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>voorwaarts in de rigting, waar de schoten gevallen waren. Op het oogenblik toen zij
-den rand van het bosch bereikten, trad er een man uit te voorschijn in zijne hand
-een bisonshuid zwaaijende, ten teeken van vrede.
-</p>
-<p>Die man was de Canadees Loer-Vogel.
-</p>
-<p>De Apachen bleven min of meer schoorvoetend staan, en hadden blijkbaar niet veel goeds
-in &#x2019;t zin. De Canadees scheen dit echter niet op te merken en stapte bedaard naar
-hen toe, met den vasten en langzamen tred, dien hij gewoon was. Zoodra de Indianen
-hem herkenden, drilden zij toornig hunne wapenen en dreigden op hem in te loopen,
-want zij hadden reden genoeg, den jager een kwaad hart toe te dragen. Hun opperhoofd
-hield hen echter terug.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat mijne kinderen geduld oefenen, zeide hij met een somberen glimlach, zij zullen
-niets verliezen met een poosje te wachten.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e6992">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">II.</h2>
-<h2 class="main">De gast.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Denzelfden dag waarmede ons verhaal begint, op ongeveer drie mijlen van de plek, waar
-de in ons vorig hoofdstuk vermelde gebeurtenissen plaats grepen, had in eene uitgebreide
-kampplaats, aan den ingang van een onmetelijk woud, welks laatste afhellingen aan
-den oever der Rio-Colorado doorliepen, eene talrijke karavaan met het ondergaan der
-zon halt gemaakt, om er den nacht door te brengen.
-</p>
-<p>Die karavaan kwam uit het zuid-oosten, namelijk uit Mexico, en scheen reeds langen
-tijd op marsch te zijn geweest, althans voor zooveel zich liet opmaken uit den versleten
-toestand, waarin zich de kleeding der reizigers bevond, alsmede de zadels en tuigen
-hunner paarden en muilezels. Voor het overige waren de arme lastdieren tot een staat
-van vermagering en zwakheid vervallen, die afdoende getuigenis gaf van de zware vermoeijenissen,
-welke zij hadden moeten verduren. De karavaan was zamengesteld uit omtrent dertig
-à vijf en dertig personen, allen gekleed in het eigenaardig en schilderachtig kostuum
-dier half-bloed jagers en <span class="corr" id="xd30e317" title="Bron: gambusinos">gambucinos</span>, die hetzij alleen, of in kleine benden van drie of vier op zijn hoogst, de wildernissen
-van het Verre-Westen afloopen, en het diepst van zijne minst bekende schuilhoeken
-doorsnuffelen, om er te jagen, strikken te zetten, of de menigvuldige goudaderen op
-te sporen, welke het in zijnen schoot verbergt.
-</p>
-<p>De avonturiers maakten halt, stegen af, koppelden hunne paarden aan piketten en hielden
-zich onverwijld, met al de vaardigheid en voortvarendheid, die de dagelijksche gewoonte
-hun geleerd had, bezig, om hun kamp voor den nacht in gereedheid te brengen. Over
-een vrij uitgestrekte ruimte werd het prairiegras uitgerukt; de pakken der muildieren
-werden in een grooten cirkel er om heen gestapeld, tot een <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>soort van bolwerk, om zich des noods tegen een onverhoedschen aanval der zwervende
-Indianen te kunnen verweeren; vervolgens werden in den vorm van een Sint-Andries-kruis
-de kampvuren aangelegd en ontstoken.
-</p>
-<p>Nadat dit werk was afgeloopen, werd door sommige avonturiers een groote tent opgerigt,
-boven eene digt gesloten en door twee muildieren&#x2014;een vóór- en een achter&#x2014;gedragen
-palankijn. Zoodra de tent klaar was, werd de palankijn van de muilezels afgeladen,
-en vielen de gordijnen der tent er zoo digt omheen, dat zij geheel en al onzigtbaar
-werd.
-</p>
-<p>Die palankijn was een raadsel voor de gansche karavaan; niemand wist wat zij bevatte,
-ofschoon de algemeene nieuwsgierigheid ter zake van dit onverklaarbaar geheim, vooral
-in zulke eenzame en woeste streken, gedurig wakker bleef en niet zelden hoog gespannen
-stond; iedereen hield echter zijne gissingen en vermoedens zorgvuldig voor zich zelven,
-inzonderheid sinds dien noodlottigen dag, toen bij het doortrekken van een moeijelijken
-bergpas, een der jagers,&#x2014;gebruik makende van de toevallige afwezigheid van den chef
-der quadrilla, die de palankijn nimmer verliet en haar bewaakte als een woekeraar
-zijn schat, de gewaagde gelegenheid waarnam, om even het gordijn op te heffen en naar
-binnen te kijken; maar naauwelijks had deze man den tijd gehad om een verholen blik
-door de gemaakte opening te werpen, of de onverwachts terugkeerende chef had hem met
-een enkelen slag zijner machete het hoofd gekliefd en levenloos ter aarde doen storten.
-</p>
-<p>Daarop had de kapitein zich met een zegevierenden en onverbiddelijken blik tot de
-verschrikte omstanders gewend en gezegd:
-</p>
-<p>&#x2014;Is er ook nog iemand onder u, die lust heeft om te ontdekken wat ik voor allen verkies
-geheim te houden?
-</p>
-<p>Deze woorden werden op zulk een toon van verpletterende ironie en woeste boosaardigheid
-uitgesproken, dat zelfs de stoutsten der rooverbende, meerendeels lieden zonder eer
-of trouw en gewoon om de grootste gevaren al spottend te trotseren, verschrikt terugdeinsden
-en het bloed in hunne aderen voelden verstijven. Deze eerste vermaning was genoeg
-geweest, en niemand had na dien tijd gewaagd, het geheim van hun kapitein uit te vorschen.
-</p>
-<p>De laatste beschikkingen voor het kampement waren naauwelijks afgeloopen, of een gedruisch
-van paardenhoeven deed zich hooren, en twee ruiters kwamen in vliegenden galop aanrijden.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar is de kapitein! zeiden de avonturiers tegen elkander.
-</p>
-<p>De nieuwaankomenden stegen af, gaven aan een paar toeschietende bedienden de teugels
-hunner paarden over en rigtten zich met haastige stappen naar de tent. Aldaar gekomen
-zijnde, bleef de eerste staan en zeide tegen zijn medgezel:
-</p>
-<p>&#x2014;Caballero, ik heet u welkom in ons midden; al zijn wij zelven arm, zullen wij het
-weinige dat wij hebben volgaarne met u deelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, antwoordde de tweede met eene ligte buiging, maar ik zal van uwe beleefde
-gastvrijheid geen gebruik maken; morgen met het krieken van den dag zal ik, zoo ik
-hoop, genoeg rust hebben genoten om mijne reis voort te zetten.
-<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Handel naar uw eigen goedvinden; maar schik u in allen geval bij het vuur, dat voor
-mij is gereed gemaakt, terwijl ik mij eenige oogenblikken in deze tent begeef; zoo
-aanstonds kom ik terug en zal ik de eer hebben u gezelschap te houden.
-</p>
-<p>De vreemdeling boog, en trad naar het vuur, dat op korten afstand van de tent brandde,
-terwijl de kapitein naar binnen ging en het gordijn achter zich vallen liet, dat hem
-voor de oogen van zijn gast verborg.
-</p>
-<p>Laatstgenoemde was een man met scherp geteekende trekken, en zijne korte forsch gespierde
-ledematen gaven buitengemeene kracht te kennen; ettelijke rimpels op zijn krachtvol
-gelaat schenen aan te duiden, dat hij den middelbaren leeftijd reeds voorbij was,
-ofschoon zijn stevig gebouwd ligchaam nog geen enkel spoor van verval vertoonde, en
-geen enkel grijs haar zijn langen digten haarbos verzilverde, die zoo zwart was als
-een ravenwiek. Deze man droeg het kostuum der rijke mexicaansche hacendero&#x2019;s, of landedelen,
-namelijk de manga, de bontgestreepte zarapé, een fluweelen calzoneras, aan de knieën
-open, en een paar <span lang="es">botas vaqueras</span>, of koeherders laarzen; aan den bol van zijn vigonia-wollen met goud galon omboorden
-hoed, was een rijke met kostbare diamanten versierde toquilla, of kap, vastgehecht;
-eene <span class="corr" id="xd30e344" title="Bron: manchete">machete</span> zonder schede hing aan zijn regter heup, in een eenvoudigen ijzeren ring; de loopen
-van twee zesschots revolvers blonken in zijn buikriem, en naast hem op het gras lag
-zijn amerikaansche prachtig met zilver gedamasceerde buks.
-</p>
-<p>Nadat de kapitein hem alleen had gelaten, nam de onbekende plaats bij het vuur en
-maakte het zich zoo gemakkelijk mogelijk; hij spreidde namelijk zijn mantel en zijne
-wapenen derwijze uit, dat ze hem des noods tot nachtleger konden dienen, en wierp
-toen een gluipenden blik in &#x2019;t rond, welks uitdrukking den avonturiers zonder twijfel
-veel te denken zou hebben gegeven, zoo zij dien hadden kunnen opmerken; maar zij waren
-thans te druk bezig met zich in het kamp te legeren en hun souper te bereiden; en
-zij verlieten zich te zeer op de goede trouw der prairiën, om veel acht te slaan op
-den vreemdeling, die zich aan hun gastvrij vuur kwam nederzetten, of zich een oogenblik
-te bekommeren over hetgeen hij deed.
-</p>
-<p>Na eenige minuten te hebben rondgestaard en nagedacht, stond de onbekende op en trad
-naar eene der verzamelde groepen waar de jagers in levendig gesprek schenen en gesticuleerden
-met al de drift der rassen van het Zuiden.
-</p>
-<p>&#x2014;Wacht! riep een van hen, toen hij den vreemdeling zag aankomen, deze heer zal ons
-wel met een enkel woord kunnen overeenbrengen.
-</p>
-<p>Op deze wijze aangesproken, wendde hij zich oogenblikkelijk tot zijn zegsman.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar hebt gij het over, caballeros? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;O, lieve hemel, het is een dood onnoozele zaak, antwoordde de avonturier; uw paard,
-senor, is een schoon en edel dier, dat moet ik bekennen, maar het wil niet vreten
-met de onzen; het stampvoet <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>en steigert en laat zijne tanden zien aan de kameraden, die wij het gegeven hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu, dat laat zich waarlijk ligt begrijpen, merkte een tweede spottenderwijs aan,
-dat paard is een &#x201c;<span lang="es">costeno</span>,&#x201d; (kustpaard) hij zal te grootsch zijn om met zulke arme &#x201c;<span lang="es">tierras adentro</span>&#x201d; (binnenlanders) te grazen als de onze.
-</p>
-<p>Op deze zotte aanmerking berstten allen los in een daverend gelach.
-</p>
-<p>De onbekende glimlachte schalks.
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien is de reden die gij aangeeft de ware, sprak hij zachtzinnig, maar misschien
-bestaat er nog een andere voor; in allen geval is er een gemakkelijk middeltje om
-het verschil op te lossen, dat ik gaarne wil aanwenden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! zei de tweede avonturier, en wat is dat?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal het u dadelijk toonen, hernam de onbekende even bedaard als te voren. Zich
-thans tot het paard wendende, dat door twee mannen naauwelijks te houden was, riep
-hij: Laat hem los!
-</p>
-<p>&#x2014;Maar als we dat doen, weet niemand wat er van komen kan.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat hem los, ik sta u borg voor de gevolgen. Lelio! riep hij nu, kom hier!
-</p>
-<p>Op het hooren van dezen naam stak het paard fier den edelen kop op, rigtte den schranderen
-blik naar dengene die hem riep, ontrukte zich met een snelle en onweerstaanbare beweging
-aan de beide mannen, die hem poogden te weerhouden, deed hen onder het schaterend
-gelach hunner kameraden in het gras buitelen, sprong regelregt naar zijn meester en
-streek hem met den kop langs de borst, onder vrolijk gehinnik.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij ziet het, hervatte de onbekende, terwijl hij het edele dier met de hand streelde,
-dat ging al zeer gemakkelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! antwoordde op gebelgden toon de eerste avonturier, terwijl hij zich oprigtte
-en den schouder wreef; dat is een <i lang="es">demonio</i>, wien ik niet gaarne mijne huid zou toevertrouwen, hoe oud en gerimpeld zij ook zijn
-mag.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat hem maar stilletjes begaan, ik zal wel voor hem zorgen, zei de vreemdeling.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo waar ik Domingo heet, ik heb er het mijne al van, riep de andere; &#x2019;t is een edel
-dier, maar hij heeft den duivel in &#x2019;t lijf!
-</p>
-<p>De onbekende trok de schouders op maar antwoordde niet en keerde naar het vuur terug,
-gevolgd door zijn paard, dat stapvoets achter hem liep, zonder den minsten lust te
-betoonen om zich van nieuws aan de wonderlijke kuren schuldig te maken, die de verbazing
-der avonturiers zoozeer hadden gaande gemaakt, ofschoon meest allen volleerde meesters
-waren in de edele paardenkunst. Onze viervoet was een volbloed van arabisch ras, die
-zijn tegenwoordigen bezitter waarschijnlijk een aanzienlijke som had gekost, en wiens
-schoone vormen wel vreemd moesten voorkomen aan lieden, die geen andere dan mexicaansche
-paarden gezien hadden. Zijn meester voorzag hem van het noodige voeder, koppelde hem
-in zijn nabijheid vast, en hernam zijne vorige plaats bij het vuur.
-<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik verscheen de kapitein aan den ingang der tent.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e387" title="Niet in bron">&#x2014;</span>Ik vraag u verschooning, zeide hij met die bevallige hoffelijkheid, die den Spaansch-Amerikanen
-schijnt aangeboren te zijn, ik vraag u verschooning, senor caballero, dat ik u zoo
-lang liet wachten, maar gebiedende pligt vorderde mijne tegenwoordigheid elders; thans
-ben ik geheel tot uwe dienst.
-</p>
-<p>De onbekende boog en antwoordde schier even beleefd:
-</p>
-<p>&#x2014;Integendeel, ik ben het, die mij verontschuldigen moet, dat ik zoo zonder complimenten
-van uwe gastvrijheid gebruik maak.
-</p>
-<p>&#x2014;Geen woord meer hierover, bid ik u, of gij moest mij met noodelooze pligtplegingen
-willen bezwaren. Met deze woorden zette de kapitein zich naast zijn gast.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zullen wat eten, vervolgde hij; het doet mij leed dat ik u niets beters kan aanbieden;
-maar die te velde trekt moet zich weten te behelpen; ik ben hier op mager rantsoen
-gezet, gelijk gij zien zult, een stuk <i>tasajo</i> (zoutevleesch) en wat roode boontjes met pepersaus.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat laat zich wel gebruiken, en ik zou er zeker de noodige eer aan bewijzen, als
-ik den minsten eetlust had; maar in deze oogenblikken zou het mij ondoenlijk zijn,
-om een brok aan den mond te brengen, wat het ook wezen mogt.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo! sprak de kapitein, terwijl hij den onbekende een wantrouwenden blik toewierp.
-</p>
-<p>Maar op het bedaard en open gelaat van zijn gast vertoonde zich zulk een ongekunstelde
-glimlach, dat hij zich schaamde over zijn voorbarigen argwaan, en zijn donkere blik
-terstond de vorige helderheid hernam.
-</p>
-<p>&#x2014;Het spijt mij wel: maar dan zal ik u verlof verzoeken om alleen te mogen eten, want
-om u de waarheid te zeggen, caballero, moet ik u bekennen, dat ik letterlijk raas
-van den honger.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zou mij zeer leed doen, als ik u het minste oponthoud veroorzaakte.
-</p>
-<p>&#x2014;Domingo! riep de kapitein, breng mijn diner!
-</p>
-<p>De knecht&#x2014;dezelfde, welken het paard van den vreemdeling zoo onzacht had omvergeworpen,
-liet zich geen oogenblik wachten, al trekbeende hij nog, en bragt in een houten schotel
-het diner van zijn chef; eenige geroosterde maïskoeken, die hij in de hand droeg,
-voltooiden den bijna kloosterlijken maaltijd.
-</p>
-<p>Domingo was een Indiaansche mesties, van ongunstig voorkomen, met hoekige trekken
-en een norsch gezigt; hij scheen omtrent vijftig jaar oud, in zoo ver het mogelijk
-is, den ouderdom van een Indiaan uit zijn voorkomen op te maken. Sedert zijn ongeval
-met het paard, droeg Domingo den onbekende een innigen wrok toe.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Con su permiso</i>, met uw verlof, zei de kapitein terwijl hij een der maïskoeken doorbrak.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal intusschen een cigaar rooken, om u gezelschap te houden, antwoordde de vreemdeling
-met zijn onverstoorbaren glimlach.
-</p>
-<p>De kapitein maakte eene beleefde buiging en viel aan zijn sober maal, met al de graagte
-van iemand, die lang had moeten vasten. Wij zullen <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>ons deze gelegenheid ten nutte maken, om den lezer zijn portret te geven.
-</p>
-<p>Don Miguel Ortega, onder welken naam hij bij zijne gezellen bekend was, was een elegant
-en fraai jongman, van hoogstens zes en twintig jaar. Zijn door de zon gebronsd gelaat
-was fijn besneden en zijne levendige oogen schitterden helder en fier onder zijn open
-voorhoofd, terwijl zijn verhevene gestalte, vast gespierde leden, en breede hooggewelfde
-borst een zeldzame kracht aanduidden. Inderdaad zou het moeijelijk, zoo niet onmogelijk
-zijn geweest, om in de gansche uitgestrektheid der voormalige spaansche koloniën een
-verleidelijker cavalier te vinden, wien het schilderachtige amerikaansche kostuum
-beter stond en meer tot den <i lang="es">hombre de a caballo</i> maakte, terwijl hij tevens in dezelfde mate al de uitwendige bekoorlijkheden in zich
-vereenigde, die de vrouwen zoo gaarne zien en waar zelfs het gemeen mede dweept. Ondanks
-dit alles hadden, voor een bevoegder opmerker, de oogen van don Miguel te veel diepte,
-en <span class="corr" id="xd30e421" title="Bron: fronste">fronsten</span> zijne wenkbraauwen te huichelachtig en bedriegelijk, om niet te vermoeden dat er
-achter al die verleidelijke uitwendige gaven een bedorven ziel en slechte hoedanigheden
-zich verscholen.
-</p>
-<p>Een jagers-maaltijd, die door goeden eetlust gekruid wordt, duurt zelden lang; en
-ook de zijne was spoedig afgeloopen.
-</p>
-<p>&#x2014;Zie zoo, zei de kapitein, zijne vingers aan een bosje gras afwrijvende; nu een sigaartje,
-om de spijsvertering te bevorderen, en dan zal ik de eer hebben u goeden avond te
-wenschen; gij zult toch zeker geen plan hebben om ons te verlaten eer de dag aankomt?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zou ik u niet kunnen zeggen, antwoordde de onbekende; dat zal min of meer afhangen
-van het weer, dat wij van nacht krijgen; ik heb haast genoeg, en gij weet caballero,
-wat onze buren, de Gringos zeggen: tijd is geld.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij kent uwe eigene zaken beter dan ik, caballero; handel volkomen naar goedvinden,
-alleen sta mij toe, eer ik mij verwijder, dat ik u goeden nacht wensch en voorspoed
-op uwe ondernemingen!
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, caballero.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu een enkel woord, of liever ééne vraag nog eer wij scheiden.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel te verstaan, als gij die vraag te onbescheiden mogt vinden, zijt gij volkomen
-vrij om haar onbeantwoord te laten.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zou mij zeer verwonderen van een caballero, die zoo wellevend is; verklaar u
-dus als ik u verzoeken mag.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heet don Miguel Ortega.
-</p>
-<p>&#x2014;En ik don Stefano Cohecho.
-</p>
-<p>De kapitein maakte eene eerbiedige buiging.
-</p>
-<p>&#x2014;Vergun mij nu op mijne beurt dat ik u eene vraag doe, hervatte de vreemdeling.
-</p>
-<p>&#x2014;Als ik u verzoeken mag!
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom hebt gij mijn naam willen weten?
-</p>
-<p>&#x2014;Omdat het in de prairiën altijd goed is, zijne vrienden van zijne vijanden te kunnen
-onderscheiden.
-<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Dat is zoo, welnu?
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, thans ben ik overtuigd, dat ik u niet onder de laatsten zal tellen.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Quien sabe?</i> Wie weet? lachte don Stefano; er bestaan zulke wonderbare kansen.
-</p>
-<p>Na eenige woorden op gelijke vriendschappelijke manier te hebben gewisseld, drukten
-de beide mannen elkander de hand, don Miguel begaf zich naar de tent, en don Stefano,
-na zijne voeten bij het vuur te hebben uitgestrekt, sliep in, althans sloot de oogen.
-</p>
-<p>Een uur later heerschte in het kamp de diepste stilte. De vuren verspreidden slechts
-een flaauwen glans, en de schildwachten, op hunne geweren rustende, gaven zich zelfs
-aan die vage dommeling over, die wel geen slapen is, maar toch geen waken meer heeten
-mag.
-</p>
-<p>Plotseling liet zich tweemaal achtereen het sombere gekras hooren van een uil, die
-waarschijnlijk in een der naastbij staande boomen verscholen zat.
-</p>
-<p>Don Stefano opende de oogen. Zonder van plaats te veranderen of zich te verroeren,
-verzekerde hij zich met een opmerkzamen blik, dat alles rondom hem in rust was; na
-zich vervolgens overtuigd te hebben, dat zijn machete en zijne revolvers nog op dezelfde
-plaats lagen, greep hij zijn buks, en bootste op zijne beurt het geschrei van den
-uil na. Een gelijkluidend geschreeuw gaf oogenblikkelijk antwoord.
-</p>
-<p>De vreemdeling, zonder zich op te rigten, plooide zijne <span class="corr" id="xd30e457" title="Bron: zarape">zarapé</span> in eene menschelijke gedaante, fluisterde zijn paard eenige zoete woordjes toe, om
-het gerust te stellen en geduld te leeren oefenen, en zich thans op den grond uitstrekkende,
-kroop hij op handen en voeten stilletjes naar een der uitgangen van het kamp; toen
-hield hij even stil, om zoo scherp mogelijk rond te zien.
-</p>
-<p>Alles bleef even kalm als te voren. Tot aan den voet der borstwering genaderd, die
-door de pakken der muilezels gevormd was, rigtte hij zich op, sprong met de vaardigheid
-van een boschkat over het bolwerk, en verdween in de prairie.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik stond in het kamp een man op, sprong mede over de borstwering
-en ijlde hem na.
-</p>
-<p>Die man was Domingo.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7001">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">III.</h2>
-<h2 class="main">De nachtelijke zamenspraak.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Don Stefano Cohecho scheen met de woestijn zeer goed bekend; zoodra hij zich dus in
-de prairie bevond, en naar hij meende tegen alle lastige nasporing beveiligd was,
-stak hij moedig het hoofd op; zijn gang werd rustiger en stouter, zijn oog glom met
-een somberen gloed, en hij trad met snellen stap naar een boschje van palmboomen,
-<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>wier schrale waaijerkruinen bij dag tegen de brandende zonnestralen slechts een onvoldoende
-bescherming verleenden.
-</p>
-<p>Inmiddels verzuimde hij de noodige voorzorgen niet; van tijd tot tijd bleef hij plotseling
-staan en luisterde naar het minste geritsel, of bespiedde met scherpen blik de donkere
-diepten der wildernis; en dan weder, na zich verzekerd te hebben, dat alles rondom
-hem in rust was, vervolgde hij eenige sekonden later zijn togt, met denzelfden vasten
-tred, dien hij had aangenomen, toen hij het kamp verliet.
-</p>
-<p>Domingo, om ons van eene Indiaansche spreekwijze te bedienen, trad letterlijk op zijne
-voetsporen, bespiedde en beluisterde al zijne bewegingen met de behendigheid, die
-den mestiezen bijzonder eigen is, wel zorg dragende, dat de man, welken hij vervolgde,
-hem niet kon betrappen.
-</p>
-<p>De mesties was een van die karakters, welke men in de grensdistricten maar al te veel
-aantreft, en die evenzeer begaafd met groote talenten als met grove gebreken, gelijkelijk
-in staat zijn om zoowel goede als slechte zaken te helpen uitvoeren, maar die zich
-meestal door hunne boosaardige neigingen laten besturen.
-</p>
-<p>In deze oogenblikken volgde hij den vreemdeling zonder regt te weten waarom, en zonder
-voor zich zelven te hebben uitgemaakt of hij voor of tegen hem zou te werk gaan; dit
-te beslissen hing af van den loop der omstandigheden, al naar mate hij berekenen kon,
-hetzij van verraad of van pligtbetrachting het meeste voordeel te zullen trekken;
-ook vermeed hij zorgvuldig om zijne tegenwoordigheid te laten blijken, daar hij wel
-begreep, dat het geheim op welks ontdekking hij uit was, hem groote voordeelen zou
-kunnen aanbrengen, maar alleen en inzonderheid, wanneer hij het goed wist te gebruiken;
-steeds weifelend en onzeker, trok hij zich echter niet terug, maar ging derwijze te
-werk, dat hij de ontdekking van het kostelijk geheim geen oogenblik in de waagschaal
-stelde.
-</p>
-<p>Meer dan een uur lang volgden de beide mannen dezelfde rigting, zonder dat don Stefano
-een oogenblik vermoedde, dat hij werd nagespoord, en dat een der geslepenste schurken
-uit de prairie hem digt op de hielen zat.
-</p>
-<p>Na tallooze wegen en omwegen door het hooge gras te hebben gemaakt, kwam don Stefano
-eindelijk aan den oever der Rio-Colorado, die op dit punt breed en kalm als een meer
-daarheen vloeide, over eene zandige bedding, omzoomd door digte boschaadjen van katoenboomen
-en hooge populieren, wier wortels tot den rand van het water reikten. Aldaar aangekomen,
-bleef de onbekende een oogenblik staan luisteren, bragt de hand aan den mond en bootste
-volmaakt het keffen van den coyote (wolf) na; bijna onmiddelijk verhief zich het zelfde
-geluid uit het lage oeverbosch, en vertoonde zich op korten afstand eene ligte, van
-boomschors vervaardigde kaan, die door twee mannen werd geroeid.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! zei don Stefano met een bedwongen stem, ik wanhoopte reeds u te ontmoeten.
-<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Hebt gij dan ons signaal niet gehoord? antwoordde een der roeijers in de kaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Zonder dat zou ik immers niet gekomen zijn? Maar mij dunkt dat gij wel een beetje
-vóór mij hier hadt kunnen wezen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat konden we onmogelijk.
-</p>
-<p>De kleine praauw zat nu in het oeverzand; de twee mannen sprongen luchtig aan wal,
-en bevonden zich reeds het volgende oogenblik bij don Stefano. Beiden waren gekleed
-en gewapend als de jagers in de prairiën.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! hervatte don Stefano, de weg is verduiveld lang van het kamp tot hier, ik vrees
-dat men mijne afwezigheid zal ontdekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is een gevaar, waar gij niet buiten kunt, antwoordde de vorige spreker, een man
-van hooge gestalte, gunstig voorkomen en strenge gelaatstrekken, terwijl zijne haren,
-wit als sneeuw, in lange krullen over zijne schouders golfden.
-</p>
-<p>&#x2014;Enfin, nu gij er eenmaal zijt, zullen wij nader afspreken en vooral kort zijn, want
-de tijd is kostbaar. Wat hebt gij sedert onze scheiding gedaan?
-</p>
-<p>&#x2014;Niet veel bijzonders; wij zijn u in de verte gevolgd, dat is alles, om u te kunnen
-helpen in geval van nood.
-</p>
-<p>&#x2014;Dank u; geen nieuws?
-</p>
-<p>&#x2014;Geen het minste; wie zou het ons gebragt hebben?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar; en uw vriend Loer-Vogel, hebt gij dien ook gezien?
-</p>
-<p>&#x2014;Neen.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Cuerpo de Christo!</i> dat valt ons tegen, want zoo mijn voorgevoel mij niet misleidt, zullen wij weldra
-onze messen moeten gebruiken.
-</p>
-<p>&#x2014;Men zal er zich van weten te bedienen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik, Vrij-Kogel,<a class="noteRef" id="xd30e502src" href="#xd30e502">1</a> ik ken uw moed sedert lang; maar gij, uw kameraad Ruperto, en ik, wij zijn niet meer
-dan drie personen, dat is alles.
-</p>
-<p>&#x2014;Geen nood!
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe zoo, geen nood? nu wij tegen dertig of veertig geoefende jagers zullen te strijden
-hebben? waarlijk Vrij-Kogel, gij maakt mij dol met zulke beschouwingen, gij zoudt
-mij geheel van de wijze helpen. Gij ziet nergens bezwaar in en twijfelt aan niets;
-denk toch dat wij thans niet met slecht gewapende Indianen te doen hebben, maar met
-blanken, bandieten en roovers, zooals gij weet, die zich laten doodschieten zonder
-een duim breed te wijken, en voor wie wij onvermijdelijk zullen moeten onderdoen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, daar heb ik niet aan gedacht, zij zijn met hen zoo velen.
-</p>
-<p>&#x2014;Als wij sneuvelen, wat moet er dan van <i>haar</i> worden?
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, goed, hernam de jager bedenkelijk het hoofd schuddend, ik herhaal u, dat ik
-er niet over had nagedacht.
-<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Gij ziet dus, dat wij ons zonder uitstel met Loer-Vogel moeten verstaan, en met de
-mannen over welke hij te beschikken heeft.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, alles goed en wel, maar noem mij eens een bepaald punt in de woestijn, waar wij
-zulk een man als Loer-Vogel moeten zoeken. Wie weet waar hij zich op dit oogenblik
-bevindt? Hij kan even goed geen geweerschot ver zijn als vijf honderd mijlen van ons
-af.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is om gek van te worden.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel ingezien, zitten wij in een moeijelijk parket. Maar weet gij in allen geval zeker,
-dat gij u niet bedriegt, en dat gij op het regte spoor zijt?
-</p>
-<p>&#x2014;Zeker ben ik tot nog toe van niets, ofschoon alles mij doet gelooven dat ik mij niet
-bedrieg; doch verlaat u vooreerst op mij, ik zal spoedig weten, waar ik mij aan te
-houden heb.
-</p>
-<p>&#x2014;Overigens zijn wij nog op hetzelfde spoor, dat wij sedert Monterey gevolgd hebben;
-er bestaat eenige kans, dat wij op den regten weg zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Waartoe zullen wij besluiten?
-</p>
-<p>&#x2014;Drommels, als ik weet wat ik zeggen zal.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zijt moedbenemend, inderdaad. Kunt gij mij dan geen middel aan de hand geven?
-</p>
-<p>&#x2014;Vooreerst moet ik er de noodige zekerheid van hebben, en ten tweede hebt gij zelf
-immers gezegd, dat het eene dwaasheid zou zijn om zulk een slag te durven slaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt gelijk, ik keer naar het kamp terug; den volgenden nacht zien wij elkander
-weêr, en dan zou ik wel zeer ongelukkig zijn als ik niet had uitgevorscht, wat wij
-beiden zoo vurig verlangen te weten. Ga er intusschen op uit, zoek en doorzoek de
-prairie in alle rigtingen, help mij en zoo hot immer mogelijk is, breng mij dan eenig
-berigt van Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Uwe aanbeveling is overbodig, ik zal niet werkeloos blijven.
-</p>
-<p>Don Stefano greep de hand van den ouden jager en drukte die met warmte:
-</p>
-<p>&#x2014;Vrij-Kogel, sprak hij met eene ontroerde stem, ik zal u niets zeggen van onze oude
-vriendschap of van de goede diensten, die ik meermalen het geluk had u te bewijzen,
-ik wil u slechts herhalen, wat ik weet dat voor u genoeg is, namelijk dat van het
-welslagen onzer onderneming mijn levensgeluk afhangt.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, goed, vertrouw op mij, don <span class="corr" id="xd30e535" title="Bron: Jose">José</span>, ik ben te oud om in de vriendschap te wankelen; ik weet niet wie in deze zaak ongelijk
-heeft, en ik wensch dat het regt aan uwe zijde is; maar daarmede bemoei ik mij niet;
-wat er ook gebeure, ik zal toonen, dat ik uw goede en trouwe kameraad ben.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, mijn oude vriend, tot den volgenden nacht!
-</p>
-<p>Met deze weinige woorden, maakte don Stefano, of hij die zich dus liet noemen, zich
-gereed om heen te gaan, maar een onverwachte wenk van Vrij-Kogel hield hem terug.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat is er? vroeg de vreemdeling.
-<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p>
-<p>De jager hield den wijsvinger van zijne regterhand voor zijn mond, ten teeken dat
-hij zwijgen moest; zich toen tot Ruperto wendende, die er al dien tijd onverschillig
-en stil bij had gestaan, fluisterde hij met eene bijna onhoorbare stem: Grijp den
-coyote!
-</p>
-<p>Zonder te antwoorden sprong Ruperto, zoo vlug als een jaguar, de struiken in en verdween
-in het katoenboomenboschje, dat op korten afstand lag. Eenige oogenblikken later hoorden
-de beide mannen, die in gebogen houding maar zonder een woord te spreken stonden te
-luisteren, een krakend geruisch van ritselende bladeren en brekende takken, onmiddellijk
-gevolgd door het ploffen van een zwaar ligchaam dat op den grond viel; verder hoorden
-zij niets meer.
-</p>
-<p>Maar bijna oogenblikkelijk galmde hun den kreet van een nachtuil in de ooren.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is Ruperto die ons roept, zeide Vrij-Kogel, alles is in orde.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat is er dan gebeurd? vroeg don Stefano ongerust.
-</p>
-<p>&#x2014;Niets van belang, hernam de jager, hem een wenk gevende dat hij volgen zou. &#x2019;t Was
-slechts een spion, die u achter de broek zat; dat is al.
-</p>
-<p>&#x2014;Een spion!
-</p>
-<p>&#x2014;<span lang="es">Por <span class="corr" id="xd30e555" title="Bron: dios">Dios</span>!</span> gij zult het zien.
-</p>
-<p>&#x2014;O wee! dat ziet er gek uit.
-</p>
-<p>&#x2014;Minder gek dan gij denkt, mits wij hem in handen kunnen krijgen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, maar dan zullen wij hem immers moeten dooden?
-</p>
-<p>&#x2014;Wie weet? dat hangt waarschijnlijk af van het verhoor, dat wij hem zullen laten ondergaan;
-in allen geval zie ik er niet veel kwaad in om zulk ongedierte uit te roeijen. Zoo
-sprekende, waren Vrij-Kogel en zijn medgezel het boschje reeds binnengedrongen.
-</p>
-<p>Op den grond lag Domingo, aan handen en voeten gebonden met de <i>reata</i> (paardenkoppel) van Ruperto, en te vergeefs worstelende om de koorden te verbreken,
-die hem in het vleesch drongen. Ruperto stond met de beide handen kruiselings op de
-tromp van zijn buks geleund, die met de kolf op den grond rustte, lagchend en meesmuilend
-te luisteren, maar zonder een woord terug te zeggen, naar den stroom van scheldwoorden
-en vloeken, die de mesties in zijne woede uitbraakte.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e568" title="Niet in bron">&#x2014;</span><i lang="es">Dios me ampare!</i> (God beware mij) riep deze, terwijl hij zich kronkelde als een adder. <i lang="es">Verdugo del demonio!</i> (duivelsche kerel) is dat eene behandeling voor een fatsoenlijk mensch! Ben ik een
-Roodhuid, om mij dus te zien knevelen als een rol tabak, en mij de leden te laten
-binden als een kalf, dat naar den slagter moet? Als ik u ooit onder mijne handen krijg,
-vervloekte hond, zal ik je die streek betaald zetten, die ge mij gespeeld hebt, reken
-daar op!
-</p>
-<p>&#x2014;In plaats van te dreigen, mijn goede man, zei Vrij-Kogel tusschenbeide komende, moest
-gij dunkt mij liever ronduit bekennen, dat gij in onze magt zijt en u daarnaar gedragen.
-</p>
-<p>De bandiet wendde oogenblikkelijk het hoofd om, het <span class="corr" id="xd30e578" title="Bron: eenigste">eenige</span> lid dat hij nog vrij had, en keek den jager aan:
-<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Het staat u heel mooi om mij &#x201c;goede man&#x201d; te noemen en mij raad te geven, oude vanger
-van muskus-rotten! riep hij brutaal; zijt gij een blank mensch of een Indiaan, dat
-gij op deze wijze een jager behandelt?
-</p>
-<p>&#x2014;Als gij, in plaats van hier te komen afluisteren wat u niet aangaat, waarde senor
-Domingo, zoo is uw naam immers als ik mij niet bedrieg, liever stilletjes in uw kamp
-waart blijven slapen, dan zou dit kleine ongeval, waarover gij u zoo beklaagt, u nooit
-overkomen zijn, zei don Stefano spotachtig.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik moet de juistheid van uwe redenering toegeven, hervatte de bandiet koddig; maar
-wat duivel! kon ik het helpen? Het is altijd mijn zwak geweest om te willen uitvinden,
-wat anderen voor mij zochten te verbergen.
-</p>
-<p>Don Stefano keek hem met argwanenden blik in de oogen.
-</p>
-<p>&#x2014;En hebt gij dat zwak reeds lang gehad, mijn goede vriend? vroeg hij.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e589" title="Niet in bron">&#x2014;</span>Van mijn eerste jeugd af, antwoordde Domingo onbeschroomd.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu, dan zult gij al vrij wat geheime zaken hebben leeren kennen?
-</p>
-<p>&#x2014;O, ontzaggelijk veel, waarde heer.
-</p>
-<p>Don Stefano wendde zich tot Vrij-Kogel, en riep: Zeg eens vriend, maak zijne banden
-een weinig los, zijn gezelschap kan ons misschien tot voordeel strekken, ik zou gaarne
-eenige oogenblikken hooren wat hij te vertellen heeft.
-</p>
-<p>De jager bragt stilzwijgend de bekomen order ten uitvoer. De bandiet slaakte een zucht
-van tevredenheid, toen hij zich minder beklemd voelde, en ging op het gras overeind
-zitten.
-</p>
-<p>&#x2014;<span lang="es">Cuerpo de Christo!</span> riep hij op vrolijken toon, thans is mijne positie ten minste om uit te houden, zoo
-kan ik nog praten.
-</p>
-<p>&#x2014;Niet waar?
-</p>
-<p>&#x2014;Te weerga ja! ik ben geheel tot uwe dienst, mijnheer, voor alles wat gij verlangt.
-</p>
-<p>&#x2014;Dan zal ik van uwe beleefdheid gebruik maken.
-</p>
-<p>&#x2014;Ga vrij uw gang, mijnheer, en maak er gebruik van; ik kan niet anders dan winnen
-door met u te praten.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoudt gij dat denken?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben er van overtuigd.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar kondt gij misschien wel gelijk in hebben; zeg mij eens, hebt gij behalve die
-edele nieuwsgierigheid, die gij zoo ronduit hebt durven bekennen, ook nog andere kleine
-gebreken<span class="corr" id="xd30e609" title="Bron: .">?</span>
-</p>
-<p>De bandiet deed alsof hij drie minuten lang eerlijk in zijn geweten rondzocht, en
-antwoordde toen zoo bedaard mogelijk: Op mijn woord van eer, senor, ik zie niets.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijt gij daar zeker van?
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! het kan gebeuren, maar toch, ik geloof van neen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha, gij ziet dat gij er niet geheel zeker van zijt.
-</p>
-<p>&#x2014;Eigentlijk gezegd, neen! riep Domingo met geveinsde openhartigheid; zoo als gij weet,
-senor, de menschelijke natuur is zoo onvolmaakt.
-<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p>
-<p>Don Stefano knikte toestemmend.&#x2014;Als ik u een beetje op weg hielp, zeide hij, misschien
-zou .&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;zouden wij dan wel iets vinden, niet waar, mijnheer? viel Domingo hem met drift in
-de reden. Welnu, help mij dan een beetje op weg, ik verlang niets liever dan dat.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo, bijvoorbeeld .&#x2026; maar let wel, ik bevestig niets, ik veronderstel het alleen,
-meer niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Caraï! dat weet ik wel; ga uw gang, mijnheer, geneer u niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo vraag ik u, zoudt gij niet een zeker zwak hebben voor geld?
-</p>
-<p>&#x2014;Voor goud vooral.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat wou ik juist zeggen.
-</p>
-<p>&#x2014;Goud is ook zoo verleidelijk, mijnheer.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik reken het u volstrekt niet aan als een misdaad, vriend, ik bepaal mij alleen,
-om er kennis van te nemen; buitendien is het zulk een algemeene trek .&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Niet waar?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat gij er natuurlijk mede behebt moet zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer goed, mijnheer, ik beken dat gij het geraden hebt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ziet gij nu, dat ik het wel wist?
-</p>
-<p>&#x2014;O! goud, eerlijk gewonnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat spreekt van zelf; gesteld nu eens, dat men u, bijvoorbeeld duizend piasters bood,
-om het geheim te ontdekken van de palankijn van don Miguel Ortega?
-</p>
-<p>&#x2014;Te weerga! riep de bandiet, terwijl hij den vreemdeling scherp in de oogen keek,
-die hem van zijn kant even oplettend gadesloeg.
-</p>
-<p>&#x2014;En als er dan iemand was, vervolgde don Stefano, die u bovendien, als onderpand van
-den koop, een ring ten geschenke gaf, zoo als deze bijvoorbeeld?
-</p>
-<p>Bij deze woorden liet hij den mesties een prachtigen diamant in de oogen schitteren.
-</p>
-<p>&#x2014;Dan nam ik het aan, te duivel, ja! riep Domingo op een toon van onmiskenbare begeerigheid,
-al zou ik mijne hoop op het paradijs er voor in de waagschaal stellen, om achter dat
-geheim te komen.
-</p>
-<p>Don Stefano wendde zich tot <span class="corr" id="xd30e642" title="Bron: Vrij-kogel">Vrij-Kogel</span>.&#x2014;Maak den man los, zeide hij koeltjes, wij verstaan elkander.
-</p>
-<p>Zoodra de mesties zich vrij gevoelde, sprong hij op van vreugde.
-</p>
-<p>&#x2014;De ring! riep hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Zie daar! zei don Stefano, terwijl hij hem dien overhandigde; <span class="corr" id="xd30e649" title="Niet in bron">is </span>onze koop nu gesloten?
-</p>
-<p>Domingo kruiste den duim van zijn regterhand over dien van zijn linker, rigtte fier
-zijn hoofd op, en sprak met een vaste, nadrukkelijke stem:<span class="corr" id="xd30e654" title="Bron: ">&#x2014;</span>Bij het heilige kruis des Verlossers, zweer ik, dat ik alles wat in mijn vermogen
-is zal aanwenden, om het geheim te ontdekken dat don Miguel Ortega zoo zorgvuldig
-zoekt te verbergen; ook zweer ik, dat ik den caballero, met wien ik op dit oogenblik
-onderhandel, nimmer zal verraden; door dezen eed, dien ik ten aanhoore van de drie
-caballeros, hier tegenwoordig, uitspreek, verbind ik mij, om, zoo ik hem <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>ooit mogt breken, zonder mij te beklagen iedere straf, al ware het den dood zelf,
-te ondergaan, die deze drie caballeros zullen goedvinden mij op te leggen.
-</p>
-<p>De eed thans door Domingo uitgesproken, was de zwaarste, die door een Spaansch-Amerikaan
-kon worden afgelegd; er bestaat geen voorbeeld dat zij dien ooit verbroken hebben.
-Don Stefano boog dus, ten volle overtuigd, dat de bandiet zijn woord zou gestand doen.
-</p>
-<p>Op dit oogenblik knalden er plotseling verscheidene geweerschoten, gevolgd door een
-vreeselijken oorlogskreet kort in de nabijheid.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e662" title="Bron: Vrij-kogel">Vrij-Kogel</span> ontstelde er van.&#x2014;Don <span class="corr" id="xd30e665" title="Bron: Jose">José</span>, zeide hij tegen den vreemdeling, hem de hand op den schouder leggende. God helpe
-ons! keer naar het kamp terug; en den volgenden nacht zal ik u waarschijnlijk meer
-nieuws kunnen vertellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar dat schieten dan?
-</p>
-<p>&#x2014;Maak u niet ongerust, ga terug naar het kamp, zeg ik u, en laat mij handelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu, als gij het zoo wilt, zal ik gaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Tot morgen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, tot morgen.
-</p>
-<p>&#x2014;En ik nu? riep Domingo, <i>caramba</i>! kameraden, als gij met messen gaat spelen, zoudt gij mij dan niet meê kunnen laten
-doen?
-</p>
-<p>De oude jager keek hem oplettend aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel! zeide hij, zich een oogenblik bedacht hebbende, uw idée is zoo kwaad niet, kom
-dan maar meê, als gij het verlangt.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat komt juist goed, nu heb ik dadelijk een voorwendsel gevonden voor mijne afwezigheid.
-</p>
-<p>Don Stefano begon te lagchen; nadat hij Vrij-Kogel nog eens aan hunne zamenkomst voor
-den volgenden nacht had herinnerd, verliet hij het boschje, en rigtte zijne schreden
-naar het kamp.
-</p>
-<p>De beide jagers en de mesties bleven alleen.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e502">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e502src">1</a></span> Zie <i>Vrij-Kogel</i>, Leiden, van den Heuvell en van Santen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e502src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7010">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">IV.</h2>
-<h2 class="main">Indianen en Jagers.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Op de plaats waar zich de drie jagers bevonden, vormde de Rio-Colorado, gelijk wij
-reeds gezegd hebben, een zeer breeden stroom, welks zilveren wateren zachtkens voortkabbelden
-door eene schoone schilderachtige streek. Nu eens, zoowel aan den linker- als regteroever,
-verhief zich het terrein eensklaps tot bijna loodregte rotssteilten, en bergen van
-ontzagwekkende schoonheid; dan weder daalde de grond langzaam af in lagchende weiden,
-getooid met het weligste groen, of in bevallig golvende valleijen, bedekt met geboomte
-van allerlei soort. Het was in een dezer valleijen, dat de kleine praauw van Vrij-Kogel
-aan wal was gezet en van alle zijden als door een digt gordijn van <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>opgaand bosch ingesloten, zouden de jagers zelfs midden op den dag, aan den bespiedenden
-blik hebben kunnen ontsnappen van iederen nieuwsgierige, die hen had willen verrassen;
-thans echter, in dit vérgevorderde uur van den nacht, onder het bleek en sidderend
-licht der maan, die hare stralen naauwelijks als door een sluijer van digt gebladerte
-heenboorde, waren zij geheel verborgen, en konden zij zich volkomen veilig rekenen.
-Door de sterkte zijner strategische stelling gerustgesteld, begon Vrij-Kogel, terstond
-nadat don Stefano hem verlaten had, zijne oorlogzuchtige plannen te ontwikkelen, met
-het heldere doorzigt van iemand, die zich sedert vele jaren in de ervaringen der woestijn
-had geoefend.
-</p>
-<p>&#x2014;Kameraad, zeide hij tot den mesties, zijt gij bekend met de prairie?
-</p>
-<p>&#x2014;Zeker niet zoo goed als gij, oude strikkenzetter, antwoordde Domingo zedig; maar
-toch genoeg om u van dienst te zijn in de onderneming, die gij wagen wilt.
-</p>
-<p>&#x2014;Die manier van antwoorden bevalt mij, zij bewijst dat gij uw werk goed verlangt te
-doen; luister dus met aandacht: de kleur van mijne haren, en de rimpels op mijn aangezigt
-geven u reden genoeg om te denken, dat ik zekere ondervinding moet bezitten, daar
-ik mijn gansche leven in de wouden heb doorgebragt<span class="corr" id="xd30e695" title="Niet in bron">;</span> er is om zoo te zeggen geen grashalm die ik niet ken, geen geluid, waarvan ik geen
-rekenschap kan geven, geen spoor dat ik niet zou kunnen ontdekken. Eenige minuten
-geleden vielen er niet ver van ons af verscheidene geweerschoten en weergalmde de
-oorlogskreet der Indianen; onder die geweerschoten, ben ik zeker de buks te hebben
-gehoord van een man, voor wien ik de warmste vriendschap koester, die man is op dit
-oogenblik in gevaar, hij vecht met de Apachen, die hem gewis overrompeld en in zijn
-slaap hebben aangevallen. Het aantal der schoten doet mij onderstellen dat mijn vriend
-niet meer dan twee makkers bij zich heeft; als wij hem dus niet te hulp komen is hij
-verloren, want zijne vijanden zijn talrijk; de poging, die ik wagen wil, is bijna
-hopeloos; wij hebben alle kansen tegen ons; denk er dus over na eer gij mij antwoordt.
-Zijt gij nu nog bereid om met mij en Ruperto mede te gaan, in één woord, om uw scalp
-en uw leven in ons gezelschap te wagen?
-</p>
-<p>&#x2014;Bah! zei de bandiet onbekommerd, een mensch sterft maar eens; misschien krijg ik
-nooit weder zulk eene schoone gelegenheid, om een eerlijken dood te sterven. Gij kunt
-over mij beschikken, oude klemmenzetter, ik ben de uwe met lijf en ziel.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, dat antwoord heb ik wel verwacht. Het was evenwel mijn pligt, om u op het gevaar
-opmerkzaam te maken, dat gij er bij loopt; thans zullen wij er niet verder over spreken,
-maar handelen, want de tijd dringt, en iedere minuut, die wij verliezen, is eene eeuw
-voor hem, dien wij willen redden. Trek mijne moksens<a class="noteRef" id="xd30e700src" href="#xd30e700">1</a> aan, houd uwe oogen en ooren open, wees vooral voorzigtig, en doe niets buiten mijne
-orders; laat ons gaan!
-<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p>
-<p>Na zorgvuldig het slot van zijn buks te hebben nagezien, eene voorzorg, die door de
-anderen werd gevolgd, bleef Vrij-Kogel eenige sekonden staan om zich niet te vergissen;
-toen stapte hij, met de instinctmatige vastheid, die bij de jagers schier tot een
-tweede gezigt wordt, snel maar zoo stil mogelijk voort, in de rigting van den vermoedelijken
-strijd, en gaf de twee anderen een wenk om hem te volgen.
-</p>
-<p>Het is schier onmogelijk, zelfs in de verte zich een denkbeeld te maken van hetgeen
-een marsen in de prairiën beteekent, bij nacht en te voet, te midden van digte bosschaadjen,
-verward in elkander gegroeide boomen, en reusachtige lianen, die zich allerwege ineenslingeren
-en in iedere rigting de wonderlijkste figuren vormen, welke een eeuwenheugend warbosch
-kan opleveren. Op marsch in zulk een bosch, op een bodem zamengesteld uit den afval,
-die door vele jaarhonderden is opgehoopt, nu eens heuvels vormende van verscheidene
-voeten hoogte, dan weder plotseling doorsneden met diepe onzigtbare kuilen en moerasgronden,&#x2014;is
-het niet alleen reeds moeijelijk, zich in zulk eene verwarde en ondoordringbare wildernis
-een spoor te banen en den regten weg te vinden, als men onbekommerd voorttrekt en
-niet vreest overrompeld te worden; maar deze taak wordt schier onmogelijk, wanneer
-men verpligt is om er in roerlooze stilte door te worstelen en geen tak kan doen zwiepen,
-geen blad doen ritselen, zonder gevaar van den vijand wakker te maken, dien men tracht
-te overrompelen.
-</p>
-<p>Alleen veeljarig oponthoud in zulk eene wildernis kan den mensch de noodige bekwaamheid
-geven, om dit moeijelijke werk tot stand te brengen, en deze bekwaamheid bezat Vrij-Kogel
-in de hoogste mate; hij kende de vele hindernissen die zich bij iederen stap voor
-hem opdeden, hindernissen, waarvan onder zulke omstandigheden een enkele reeds genoeg
-zoude zijn geweest, om den stoutmoedigste aan den goeden uitslag te doen wanhopen.
-De twee andere jagers hadden alleen het spoor te volgen, dat door hunnen gids even
-behendig als moeijelijk werd gebaand. Gelukkigerwijs werden de avonturiers slechts
-door een kleinen afstand gescheiden van hen, wien zij hulp gingen toebrengen; zonder
-dat zou bijna de geheele nacht noodig zijn geweest om hij hen te komen. Zoo Vrij-Kogel
-zulks gewild had, had hij den rand van het bosch kunnen omtrekken en zich dan alleen
-door het hooge gras behoeven heen te worstelen, een weg, die oneindig gemakkelijker
-en minder vermoeijend zou zijn geweest: maar met de juistheid van zijn door gewoonte
-geoefenden blik, begreep hij dat de rigting, die hij gekozen had, de eenige was, die
-hem in staat zou stellen om tot het tooneel van den strijd door te dringen, zonder
-door de Indianen te worden opgemerkt, die, in weerwil van al hunne geslepenheid, er
-niet in &#x2019;t minst op verdacht waren, dat iemand het zou hebben durven wagen, hen langs
-zulk een weg te naderen.
-</p>
-<p>Na een togt van ongeveer twintig minuten, hield Vrij-Kogel stand. De drie jagers waren
-op het bedoelde terrein. Terwijl zij de struiken zachtjes uiteenschoven, wat zagen
-zij?
-</p>
-<p>Naauwelijks tien passen voor hen uit was eene boomvrije opening; <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>op deze ledige plek waren drie vuren aangelegd, rondom welke een aantal krijgslieden
-der Apachen deftig zaten te rooken, terwijl hunne paarden, aan piketten gekoppeld,
-het jeugdig loof der boomen afknabbelden. Zijn vriend <span class="corr" id="xd30e713" title="Bron: Loervogel">Loer-Vogel</span> stond rustig onder de opperhoofden, op zijn buks leunende, en nu en dan eenige woorden
-met hen wisselend. Vrij-Kogel begreep niets van hetgeen hij zag. Al deze lieden schenen
-op den vriendschappelijksten voet met den jager, die van zijn kant noch door gebaar
-noch in zijn voorkomen eenige de minste bekommering verried!
-</p>
-<p>Om onze lezers de zonderlinge stelling, waarin al deze mannen tegenover elkander waren
-geplaatst, goed te doen verstaan, moeten wij eenige stappen in ons verhaal terugtreden.
-Bij den plotselingen aanval der Indianen hebben wij gezegd, dat Loer-Vogel stout op
-hen afwas gegaan, een <span class="corr" id="xd30e718" title="Bron: bisons-mantel">bisonsmantel</span> zwaaijend, ten teeken van vrede. De Indianen waren hierop blijven staan, met de hoffelijke
-bescheidenheid, die zij in al hunne nationale gebruiken in acht nemen, ten einde de
-opheldering van den jager aan te hooren. Twee der opperhoofden waren hem zelfs te
-gemoet getreden, om hem beleefd te verzoeken zich nader te verklaren.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat verlangt mijn broeder met het blanke gezigt? vroeg een der opperhoofden, hem
-groetende.
-</p>
-<p>&#x2014;Kent mijn roode broeder mij dan niet, en is het noodig, dat ik hem mijn naam noem,
-om hem te doen weten tot wien hij spreekt? antwoordde <span class="corr" id="xd30e724" title="Bron: Loer-vogel">Loer-Vogel</span> op gebelgden toon.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is onnoodig; ik weet dat mijn broeder een groot krijgsman der blanken is; mijne
-ooren zijn geopend, ik wacht de verklaring af, die hij mij geven zal.
-</p>
-<p>Loer-Vogel trok minachtend de schouders op.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijn de Apachen dan laffe coyoten en plunderaars geworden, zeide hij, dat zij zich
-aan benden verzamelen, om in de prairie op roof uit te gaan? Waarom hebben zij mij
-aangevallen?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder weet het wel.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen; dan zou ik het u niet vragen. De Antilope-Apachen hadden eens een groot krijgsman
-tot opperhoofd, de Roode-Wolf genaamd; dat opperhoofd was mijn vriend, met wien ik
-een verbond had gesloten; maar de Roode-Wolf is zonder twijfel dood, en zijn scalp
-versiert waarschijnlijk de hut van een Comanch, daar de jonge lieden van zijn stam
-in weerwil van het tusschen ons bezworen vredeverbond, mij zijn komen aanvallen gedurende
-mijn slaap.
-</p>
-<p>Het opperhoofd rigtte zich op in zijn volle lengte en fronste de wenkbraauwen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het bleeke gezigt heeft, als alle zijne landgenooten, een adderentong, zeide hij
-barsch, een dikke huid bedekt zijn hart, en de woorden, die zijne borst uitblaast,
-zijn even trouweloos; de Roode-Wolf is niet dood, en zijn scalp versiert geenszins
-de hut van een Comanch; hij is nog altoos de eerste sachem der Antilope-Apachen, dat
-weet de jager zeer goed, dewijl hij op dit oogenblik tot hem spreekt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik acht mij gelukkig, dat mijn broeder zijn naam heeft genoemd <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>want aan zijne manier van handelen zou ik hem niet hebben herkend.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja; er is onder ons een verrader, hervatte het opperhoofd norsch; maar die verrader
-is een blanke, en geen Indiaan!
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn broeder zich nader verklare, ik begrijp hem niet, er is een mist voor mijne
-oogen, mijn geest is beneveld: de woorden van het opperhoofd zullen die wolk ongetwijfeld
-doen verdwijnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat wensch ik! Moge de jager mij met eene eerlijke tong en zonder omwegen antwoorden,
-want zijne stem is eene muziek, die mij langen tijd zoet in de ooren klonk en mijn
-hart verheugde; ik zal mij gelukkig rekenen, als zijne verklaring mij den vriend teruggeeft
-dien ik meende verloren te hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn broeder mij ondervrage! ik zal zijne vragen beantwoorden.
-</p>
-<p>Op een gegeven teeken, hadden de Apachen weldra verscheidene vuren ontstoken en een
-kamp aangelegd. Ondanks al zijne slimheid, had zich in het hart van den Apachen-chef
-een heimelijke argwaan gevestigd; hij wilde echter den blanken jager, dien hij zeer
-vreesde, zooveel mogelijk toonen, dat hij vrijelijk handelde en volstrekt geen kwaad
-in &#x2019;t zin had. De Apachen, toen zij de goede verstandhouding zagen, die tusschen hunnen
-sachem en den jager scheen te heerschen, hadden zich gehaast om de bekomen orders
-uit te voeren. Elk spoor van strijd of vijandschap was in een oogenblik verdwenen,
-en het kleine grasveld had al het aanzien van een kampement van vreedzame jagers,
-die door een vriend werden bezocht.
-</p>
-<p>Loer-Vogel moest in zijn geest lagchen over het welgelukken van zijne krijgslist,
-en over de behendige manier, waarop hij met weinige woorden aan de omstandigheden
-eene geheel andere rigting had weten te geven. Intusschen was hij niet volkomen gerust
-over de ophelderingen, die het opperhoofd hem vragen zou; hij gevoelde zich als in
-een wespennest, waaruit hij, althans zonder een of ander gelukkig toeval, geen kans
-zag zich te redden.
-</p>
-<p>De Roode-Wolf had den jager verzocht naast hem bij het vuur te komen zitten, een verzoek
-waaraan deze zich echter wel wachtte van te voldoen, daar hij nog niet wist welken
-keer de zaken konden nemen, en hij zijne <span class="corr" id="xd30e747" title="Bron: eenigste">eenige</span> hoop op behoud niet wilde verzwakken in geval de verklaring onstuimig afliep.
-</p>
-<p>&#x2014;Is de blanke jager gereed om te antwoorden? vroeg de Roode-Wolf.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik wacht op alles, wat mijn broeder <span class="corr" id="xd30e753" title="Bron: nij">mij</span> zal gelieven te vragen!
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! dat mijn broeder dan de ooren opene, voor hetgeen een opperhoofd spreekt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik luister!
-</p>
-<p>&#x2014;De Roode-Wolf is een beroemd opperhoofd; zijn naam is gevreesd bij de Comanchen,
-die voor hem vlugten als schroomvallige vrouwen. Op zekeren dag aan de spits zijner
-jonge helden uitgetrokken, drong de Roode-Wolf in een <i>altepetl</i> (dorp) der Comanchen; de Bison-Comanchen waren dien dag op de jagt in de prairiën,
-hunne krijgslieden en jongelingen waren afwezig; de Roode-Wolf verbrandde de hutten
-en voerde de vrouwen gevankelijk weg; is dit de waarheid?
-<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Het is de waarheid! antwoordde de jager zich buigende.
-</p>
-<p>&#x2014;Onder die vrouwen bevond zich er een, voor welke het opperhoofd der Apachen zijn
-hart voelde kloppen; deze vrouw was de <i>Cihuatl</i> van den sachem der Bison-Comanchen. De Roode-Wolf voerde haar met zich naar zijn
-stam, en behandelde haar niet als eene gevangene, maar als eene welbeminde zuster.
-Wat deed de blanke jager?
-</p>
-<p>Hier hield het opperhoofd op en vestigde een doordringenden blik op Loer-Vogel; deze
-echter wendde zijne oogen niet af, en zeide: Ik wacht tot mijn broeder mij beschuldige,
-opdat ik moge weten wat hij mij ten <span class="corr" id="xd30e771" title="Bron: lastte">laste</span> legt.
-</p>
-<p>De Roode-Wolf vervolgde min of meer met ontroering in zijne stem:
-</p>
-<p>&#x2014;De blanke jager, de vriendschap van het opperhoofd misbruikende, drong door in zijn
-<i>altepetl</i>, onder voorwendsel van zijn rooden broeder te bezoeken. Daar hij bij allen gekend
-en geliefd was, liep hij vrijelijk in het dorp rond, doorsnuffelde alles, en toen
-hij de Wilde-Roos ontdekte, schaakte hij haar in een duisteren nacht en voerde haar
-weg als een lafhartige verrader!
-</p>
-<p>Bij dit verwijt greep de jager zijn buks met krampachtige hand; maar bijna oogenblikkelijk
-zijne koelbloedigheid hernemende, zeide hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Het opperhoofd is een groot krijgsman, hij spreekt goed, de woorden vloeijen van
-zijne lippen in bekoorlijken overvloed; ongelukkig echter laat hij zich door zijn
-hartstogt wegslepen en verhaalt hij de dingen niet zoo als zij werkelijk zijn gebeurd.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> riep het opperhoofd, is de Roode-Wolf dan een leugenaar? dan moet zijne bedriegelijke
-tong den honden worden toegeworpen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb de woorden van het opperhoofd met geduld aangehoord; thans is de beurt aan
-hem om de mijnen te hooren.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! dat mijn broeder spreke.
-</p>
-<p>Op dit oogenblik hoorde men een zacht geblaas, als een bange zucht. De Indianen sloegen
-er geen acht op, maar de jager ontroerde er van, zijn helder en open oog schoot als
-een bliksemflits, en een zegevierende glimlach plooide zich om zijne lippen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal kort zijn, zoo begon hij; ik ben werkelijk in het dorp van mijn broeder gekomen,
-maar vrijmoedig en op een eerlijke wijs, om hem uit naam van <span class="corr" id="xd30e791" title="Bron: Machsi-Karede">Machsi-Karehde</span>, den grooten sachem der Bison-Comanchen, de vrouw terug te vragen die de Roode-Wolf
-hem ontvoerd had; voor die vrouw bood ik een rijken losprijs, bestaande in vier <i>erupahs</i> (geweren), zes huiden van wijfjes bisons, en twee halsketens van graauwe beeren-klaauwen;
-ik deed zulks met oogmerk om een oorlog tusschen de Bison-Comanchen en Antilope-Apachen
-te verhoeden; mijn broeder de Roode-Wolf, in plaats van mijn vriendelijk aanbod aan
-te nemen, wees het verachtelijk van de hand; ik heb hem meteen gewaarschuwd, dat de
-Vliegende-Arend, het zij goedschiks of met geweld, de vrouw zou terug halen, die men
-verraderlijk uit zijn dorp had ontvoerd terwijl hij afwezig was; daarop ben ik weder
-vertrokken. Welk verwijt kan mijn broeder mij deswegens toevoegen? In welken <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>zin of in welk opzigt heb ik mij jegens hem misdragen? De Vliegende-Arend heeft zijne
-vrouw teruggehaald: daar heeft hij wel aan gedaan, want hij was in zijn goed regt;
-de Roode-Wolf kan hier niets op aanmerken, daar hij in gelijke omstandigheden hetzelfde
-zou gedaan hebben. Ik heb gezegd! Dat mijn broeder nu antwoorde, als zijn hart getuigt
-dat ik kwalijk gehandeld heb.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! antwoordde het opperhoofd; mijn broeder is met de Wilde-Roos hier geweest,
-eenige minuten geleden; hij zegge mij waar zij zich verschuilt, dan zal de Roode-Wolf
-haar zelf terugnemen, en dan zullen er tusschen den Roode-Wolf en zijn vriend geen
-wolken meer zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Het opperhoofd moet deze vrouw vergeten, die hem niet bemint en die zijne vrouw niet
-zijn kan; dit is des te meer raadzaam, daar de Vliegende-Arend haar nimmer aan hem
-zal willen afstaan.
-</p>
-<p>&#x2014;De Roode-Wolf heeft krijgslieden om zijne woorden te handhaven, zeide de Indiaan
-trotsch; de Vliegende-Arend is slechts alleen, hoe zal hij zich tegen den wil van
-den sachem kunnen verzetten?
-</p>
-<p>Loer-Vogel glimlachte.
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend heeft talrijke vrienden, zeide hij; hij is op dit oogenblik in
-het kamp der <span class="corr" id="xd30e804" title="Bron: bleek-gezigten">bleekgezigten</span> gevlugt, welks wachtvuren de Roode-Wolf hier in de verte kan zien schitteren; laat
-mijn broeder maar even luisteren, ik meen reeds voetstappen in het bosch te hooren.
-</p>
-<p>De Indiaan stond verschrikt op. Op het zelfde oogenblik traden er drie mannen de kampplaats
-binnen; die drie mannen waren Vrij-Kogel, Ruperto en Domingo.
-</p>
-<p>Zoodra zij hen gezien hadden, sprongen de Apachen, die hen zeer goed kenden, onstuimig
-op, slaakten een kreet van verbazing, om niet te zeggen van angst en ontsteltenis,
-en grepen terstond naar hunne wapenen. De drie jagers vervolgden echter bedaard hun
-weg en naderden ongestoord, zonder blijkbaar op deze bijna vijandelijke vertooning
-acht te geven.
-</p>
-<p>Wij moeten hier met weinige woorden de verschijning der jagers toelichten, en de verandering
-opgeven die hunne tusschenkomst waarschijnlijk in den staat van zaken zou te weeg
-brengen.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e700">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e700src">1</a></span> Indiaansche schoenen, van hartsleder, zonder zolen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e700src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7019">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">V.</h2>
-<h2 class="main">Wederzijdsche Ophelderingen.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Vrij-Kogel en zijne twee kameraden hadden, dank zij de gunstige plaats waar zij stonden,
-niet alleen alles wat er in het kamp der Apachen omging, kunnen zien, maar tevens
-zonder een woord er van te missen alles gehoord wat er tusschen Loer-Vogel en den
-Rooden-Wolf gesproken was.
-</p>
-<p>Sedert vele jaren reeds waren de twee Canadesche jagers naauw aan <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>elkander verbonden: menige stoutmoedige onderneming die de woudloopers gewoon zijn
-tegen de Indianen te wagen, hadden zij zamen beraamd of uitgevoerd; zij hadden voor
-elkander geene geheimen; alles was onder hen gemeenschappelijk, hunne vijandschappen
-zoo wel als hunne vriendschappen.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel was dus volmaakt goed op de hoogte van het onderwerp dat door den Rooden-Wolf
-ter sprake werd gebragt, en zoo zekere redenen, die wij later zullen vermelden, het
-hem niet hadden belet, zou hij waarschijnlijk zijn vriend in het ontvoeren der Wilde-Roos
-uit de magt van den Apachen-chef hebben bijgestaan. Maar hoe goed hij ook met deze
-zaak bekend was, bleef er toch altijd een punt duister voor hem, namelijk, de vreedzame
-tegenwoordigheid van <span class="corr" id="xd30e822" title="Bron: Loer-vogel">Loer-Vogel</span> in het kamp der Indianen, na den strijd van welke hij de kreten en de geweerschoten
-had gehoord en die hier in vriendschappelijk gesprek scheen te eindigen.
-</p>
-<p>Door welken vreemden zamenloop van omstandigheden kwam het, dat Loer-Vogel, de man
-die de listen der Indianen het best kende en wiens roem van behendigheid en moed algemeen
-onder de jagers en strikkenzetters van het Westen verspreid was, zich in zulk eene
-gevaarlijke positie bevond, te midden van dertig à veertig Apachen, de geslependste,
-verraderlijkste en wildste Indianen-stam van allen die in de woestijn rondzwierven?
-Dit was een raadsel, dat de eerlijke jager niet kon oplossen en hem geheel in verwarring
-bragt.
-</p>
-<p>Op gevaar af van hetgeen er zou kunnen volgen, besloot hij om zijn vriend van zijne
-tegenwoordigheid te verwittigen, door een signaal dat tusschen hen sedert lang was
-afgesproken, om hem te waarschuwen, dat er in geval van nood, een vriend voor hem
-waakte. Dit was het zuchtend gefluit geweest, dat, gelijk wij straks gezien hebben,
-den benarden jager van vreugde had doen sidderen. Maar het signaal had nog iets anders
-ten gevolge, dat Vrij-Kogel wel verre was van te verwachten; de takken namelijk, van
-den boom waartegen hij geleund stond, werden schier onmerkbaar uiteengeschoven, en
-een man die er met beide armen aanhing, viel op eens, geen twee passen van hem verwijderd
-op den grond, maar zoo zacht en stil, dat de schok niet het minste gedruisch maakte.
-</p>
-<p>Op het eerste oogenblik reeds had Vrij-Kogel den man, die als uit de lucht scheen
-te vallen, herkend; en hij had het enkel aan zijne volkomene zelfbeheersching te danken,
-dat hij de verwondering, welke deze onverwachte verschijning hem baarde, niet met
-een schreeuw te kennen gaf. De jager zette zijn buks met de kolf op den grond, en
-zei tegen den Indiaan, terwijl hij hem met een glimlach groette:
-</p>
-<p>&#x2014;Nu! hoofdman, dat noem ik een zonderling idee, om zoo laat in den nacht op de boomen
-te wandelen.
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend bespiedt de Apachen, antwoordde de Indiaan fluisterend; had mijn
-broeder niet gedacht mij te zien?
-</p>
-<p>&#x2014;In de prairie moet men op alles bedacht zijn, hoofdman; ik wil u wel zeggen dat weinig
-ontmoetingen mij zoo aangenaam zijn als de uwe, vooral in deze oogenblikken.
-<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Is mijn broeder ook op het spoor der Antilope-Apachen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zweer u op mijn woord, hoofdman, dat ik naauwelijks een uur geleden niet wist
-dat ik zoo digt bij hen was; als ik u niet had hooren schieten, lag ik waarschijnlijk
-op dit oogenblik gerust te slapen in mijn kampement.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, mijn broeder heeft zeker de buks van een vriend hooren fluiten en is daarom hier
-gekomen.
-</p>
-<p>&#x2014;Juist geraden, hoofdman. Maar verklaar u intusschen nader, en zeg mij wat er van
-is, want ik weet waarlijk van niets.
-</p>
-<p>&#x2014;Heeft mijn blanke broeder dan den Rooden-Wolf niet gehoord?
-</p>
-<p>&#x2014;Woord voor woord, hoofdman; is er anders niets?
-</p>
-<p>&#x2014;Niets; de Vliegende-Arend heeft zijne vrouw weggevoerd, de Apachen hebben hem als
-lafhartige coyotes vervolgd, en dezen nacht hem overrompeld bij zijn vuur.
-</p>
-<p>&#x2014;Voortreffelijk! is de Wilde-Roos in veiligheid?
-</p>
-<p>&#x2014;De Wilde-Roos is eene dochter der Comanchen; zij kent geene vrees.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik, het is een goed schepsel; doch daarover zullen wij thans niet spreken;
-wat denkt gij te doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Het gunstig oogenblik afwachten, mijn aanvalskreet aanheffen en deze honden overrompelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! Uw plan is een weinig voorbarig; met uw verlof zal ik er iets aan veranderen.
-</p>
-<p>&#x2014;De wijsheid spreekt uit den mond van den blanken jager; de Vliegende-Arend is nog
-jong; hij zal hem gehoorzamen.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, en des te meer, daar ik alleen in uw eigen belang zal te werk gaan; maar vergun
-mij thans te luisteren, het gesprek daar ginds schijnt mij toe eene voor ons zeer
-belangrijke wending te nemen.
-</p>
-<p>De Indiaan maakte eene buiging, en Vrij-Kogel verplaatste zich een weinig, om beter
-te kunnen hooren wat er gesproken werd.
-</p>
-<p>Na verloop van een paar minuten hield de jager het waarschijnlijk voor <span class="corr" id="xd30e852" title="Bron: raadzaan">raadzaam</span> om tusschenbeide te komen, daar hij zich weder tot den Vliegenden-Arend wendde, en
-hem iets in het oor fluisterde, even als zij gedurende hun vorige zamenspraak steeds
-gedaan hadden.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat mijn broeder mij vergunnen deze zaak alleen af te doen, zeide hij; zijne tegenwoordigheid
-zou thans meer schade dan voordeel aanbrengen; wij kunnen niet zoo vermetel zijn om
-ons met zulk een groot aantal vijanden te meten, de voorzigtigheid vordert dat wij
-liever list te baat nemen.
-</p>
-<p>&#x2014;De Apachen zijn honden, mompelde de Comanch bitter.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat ben ik met u eens; maar voor het tegenwoordige moeten wij doen als of wij beter
-over hen denken. Geloof mij, wij zullen spoedig gelegenheid hebben om ons te wreken;
-buitendien blijft het voordeel aan ons, daar wij hen misleiden.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend liet het hoofd hangen.
-</p>
-<p>&#x2014;Belooft het opperhoofd mij, dat hij zich niet zal verroeren, voor dat ik hem een
-sein geef? hervatte de jager met nadruk.
-<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend is een Sachem, hij heeft reeds gezegd dat hij het Grijze-Hoofd
-zal gehoorzamen.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, let nu maar wèl op, gij zult niet lang behoeven te wachten.
-</p>
-<p>Nadat hij hem deze woorden, op den gemengden toon van half bittere, half zoetsappige
-scherts, die hem eigen was, had ingefluisterd, baande de oude jager zich stoutmoedig
-een weg door de struiken en stapte met vasten tred het <span class="corr" id="xd30e867" title="Bron: kampenent">kampement</span> binnen, gevolgd door zijne twee kameraden.
-</p>
-<p>Wij hebben reeds gezegd welk eene opschudding hunne onverwachte komst onder de Apachen
-te weeg bragt.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend nam zijne schuilplaats boven in den boom weder in, dien hij slechts
-verlaten had om eenige woorden met den jager te wisselen en hem de hoogst noodige
-raad en teregtwijzing te geven. Vrij-Kogel stond nu reeds bij Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Vriend, zeide hij in &#x2019;t Spaansch, welke taal de meeste Indianen verstaan, uw bevel
-is ten uitvoer gebragt, de Vliegende-Arend en zijne vrouw zijn thans in het kamp der
-Gambucinos.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, antwoordde Loer-Vogel, die met een half woord voldoende begreep wat er van
-was; wie zijn die twee mannen die gij daar bij u hebt?
-</p>
-<p>&#x2014;Twee jagers, die het opperhoofd der Gachupines mij heeft medegegeven, ondanks mijne
-verzekering dat gij u te midden uwer vrienden bevondt; hij zelf komt terstond hier
-met een dertigtal ruiters.
-</p>
-<p>&#x2014;Keer tot hem terug en zeg hem dat hij zich om mij niet verder behoeft te bekommeren,
-en de moeite kan sparen&#x200a;&#x2026; of neen, ik zal liever zelf bij hem gaan, om alle misverstand
-te voorkomen.
-</p>
-<p>Deze woorden, op ongedwongen toon en zonder drift uitgesproken, door een man dien
-de aanwezige Indianen menigmaal op den waren prijs hadden leeren schatten, maakten
-op al de aanwezigen een onbeschrijfelijken indruk.
-</p>
-<p>Wij hebben in onze vroegere verhalen reeds meer dan eens gezegd, dat de Roodhuiden
-aan de dolzinnigste vermetelheid steeds de grootste voorzigtigheid paren en nooit
-eene onderneming zullen wagen, zonder vooraf al de kansen op welslagen die zij aanbiedt
-te hebben berekend; en zoodra deze kansen verdwijnen om voor een vermoedelijk nadeelige
-uitkomst plaats te maken, zullen zij zich niet schamen er van af te zien, om de eenvoudige
-reden, dat bij hen de eer, zoo als wij die in Europa begrijpen, slechts eene ondergeschikte
-plaats inneemt, en eerst in aanmerking komt, als de goede uitslag verzekerd is.
-</p>
-<p>De Roode-Wolf was ongetwijfeld een dapper man; in menig gevecht had hij hiervan afdoende
-proeven gegeven; intusschen aarzelde hij niet om voor het algemeen belang te wijken
-en zijne innigste wenschen op te offeren, en hierin gaf hij, naar ons gevoelen, een
-sprekend bewijs van dien aangeboren maatschappelijken zin en vaderlandsliefde, die
-de grootste kracht der Indianen uitmaakt. Hoe geslepen hij ook wezen mogt, liet hij
-zich thans geheel om den tuin leiden door Vrij-Kogel, <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>wiens onverwachte tusschenkomst en onweerstaanbaar overwigt voldoende zouden zijn
-geweest om zelfs de inzigten van een schranderder man van &#x2019;t spoor te helpen, dan
-den onbeschaafden Indiaan, met wien hij hier te doen had. De Roode-Wolf koos dadelijk
-en onvoorwaardelijk partij.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder, het Grijze-Hoofd, is welkom aan mijn haard, mijn hart verheugt zich
-hem als vriend te mogen ontvangen; zijne medgezellen kunnen nevens hem plaats nemen
-rondom het vuur van den raad, waar de rietpijp van het opperhoofd hun onverwijld zal
-worden aangeboden.
-</p>
-<p>&#x2014;De Roode-Wolf is een groot opperhoofd, antwoordde Vrij-Kogel; ik reken mij gelukkig
-door de gevoelens van welwillendheid die hij mij betoont, en ik zou zijn aanbod met
-het meeste genoegen aannemen, zoo dringende redenen mij niet verpligtten om zoo spoedig
-mogelijk naar mijne blanke broeders terug te keeren, die mij reeds wachten op korten
-afstand van het kamp der Antilope-Apachen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik hoop niet dat er eene wolk is opgekomen tusschen het Grijze-Hoofd en zijn broeder
-den Rooden-Wolf, hervatte de arglistige Indiaan; twee krijgslieden moeten elkander
-wederkeerig hoogachten.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo denk ik er ook over, hoofdman, en daarom ben ik vrij en vrank in uw kamp verschenen,
-terwijl ik mij gemakkelijk door een talrijk geleide van krijgslieden had kunnen doen
-vergezellen.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel wist zeer goed dat de Apachen de Spaansche taal verstonden, en dat dus
-niets van hetgeen door hem aan Loer-Vogel gezegd was hun ontgaan kon; maar het was
-zijn belang en dat van zijn vriend, om te veinzen dat zij er niets van begrepen, en
-om de arglistige uitnoodigingen van hun opperhoofd voor goede munt te laten gelden.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijn die blanke vrienden van u zoo digt in onze nabijheid gelegerd? hervatte de Roode-Wolf.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde Vrij-Kogel, niet verder dan vier of vijf boogschoten op zijn best
-genomen, in westelijke rigting.
-</p>
-<p>&#x2014;Ooah! dat spijt mij, zeide de Indiaan, ik zou mijne broeders anders gaarne tot aan
-hun kamp hebben verzeld.
-</p>
-<p>&#x2014;En wat zou u beletten om toch met ons mede te gaan? vroeg de oude jager even rond
-als politiek; vreest gij misschien slecht ontvangen te zullen worden?
-</p>
-<p>&#x2014;Ooah! wie zou den Rooden-Wolf durven ontvangen zonder hem de verschuldigde achting
-te bewijzen? hernam de Apach hoogmoedig.
-</p>
-<p>&#x2014;Niemand, voorzeker.
-</p>
-<p>De Roode-Wolf wendde zich ongemerkt naar een opperhoofd van minderen rang en fluisterde
-hem eenige woorden in &#x2019;t oor; deze stond op en verliet het kamp. De jagers zagen deze
-manoeuvre niet zonder ongerustheid en wisselden een blik die zooveel te kennen gaf
-als: Laten wij op onze hoede zijn! Ongedwongen deden zij thans eenige stappen achterwaarts
-en sloten zich digter aan elkander, om bij het minste teeken van onraad gereed te
-zijn; zij kenden de trouweloosheid der lieden met welke zij te doen hadden, en waren
-van hun kant op alles verdacht. De Indiaan dien het opperhoofd had weggezonden, <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>kwam spoedig terug; hij was naauwelijks tien minuten weg geweest.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel? vroeg hem de Roode-Wolf.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Nilijti</i>&#x2014;het is waar&#x2014;antwoordde de Indiaan laconisch.
-</p>
-<p>Het gelaat van den Sachem betrok merkbaar. Hij hield zich thans vast overtuigd dat
-Vrij-Kogel hem niet bedrogen had; want de man, door hem buiten het kamp gezonden,
-was belast geweest om zich te vergewissen of er werkelijk op korten afstand wachtvuren
-der blanken in &#x2019;t gezigt waren; het antwoord van zijn veldontdekker bewees, dat het
-hoogst ongeraden zou zijn den schelm te spelen, en dat hij moest volhouden met de
-beste gezindheden te veinzen, om op een geschikten voet van zijne lastige gasten af
-te komen, die hij anders op eene gansch andere manier zou hebben behandeld.
-</p>
-<p>Op zijn bevel werden nu de paarden ontkoppeld en stegen zijne ruiters in den zadel.
-</p>
-<p>&#x2014;De dag is nabij, zeide hij; de maan is in den grooten berg weggezonken; ik ga met
-mijne jongelieden op marsch; moge de Wakondah mijne blanke broeders beschermen!
-</p>
-<p>&#x2014;Ik dank u, hoofdman, antwoordde <span class="corr" id="xd30e909" title="Bron: Loervogel">Loer-Vogel</span>; maar gaat gij dan niet met ons mede?
-</p>
-<p>&#x2014;Wij moeten den anderen kant uit, antwoordde de Sachem droogjes, terwijl hij zijn
-paard den teugel vierde en wegreed.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat laat zich begrijpen, verwenschte hond, bromde Vrij-Kogel tusschen de tanden.
-</p>
-<p>De gansche bende vertrok met den meesten spoed en verdween in de duisternis; weldra
-werd het gedruisch van hun draf minder hoorbaar, en smolt in de verte zamen met die
-duizend geheimzinnige geluiden zonder blijkbare oorzaak, die de statige stilte der
-woestijn onophoudelijk verstoren.
-</p>
-<p>De jagers waren alleen gebleven. Even als de wigchelaars van het oude Rome, die elkander
-niet zonder lagchen konden aanzien, weerhielden zij zich naauwelijks om in een bespottelijk
-geschater los te barsten over het haastig vertrek der Apachen, die zij zoo fijn hadden
-beet genomen. Op een sein van Loer-Vogel, voegden de Vliegende-Arend en de Wilde-Roos
-zich bij hunne vrienden, die reeds weder <span class="corr" id="xd30e917" title="Bron: ombekommerd">onbekommerd</span> bij het vuur zaten, daar zij hunne vijanden zoo behendig van hadden weten te verdrijven.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! meesmuilde Vrij-Kogel terwijl hij zijn pijp stopte, over die grap zal ik lang
-moeten lagchen, zij is bijna zoo fijn als die ik de Pawnies speelde, in 1827, in Opper-Arkansas;
-ik was toen nog jong, en had naauwelijks eenige jaren in de prairiën rondgezworven,
-en ik was nog niet zoo goed als thans, met al de streken en grollen der Indianen bekend;
-maar ik herinner mij wel&#x200a;&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Maar zeg mij toch door welk toeval ik u hier ontmoet heb, Vrij-Kogel? vroeg zijn
-vriend, hem met drift in de rede vallende.
-</p>
-<p>Loer-Vogel wist maar al te goed, wanneer Vrij-Kogel iets begon te vertellen, dat er
-niet veel kans bestond om hem in zijn verhaal te stuiten; de eerzame jager had in
-den loop van zijn lang en avontuurlijk <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>leven, zoo vele buitengewone zaken gezien en gedaan, dat hem bijna niets overkomen
-kon, of hij herinnerde zich terstond een of ander geval uit zijn vroegere loopbaan,
-dat hem aanleiding gaf tot eindelooze verhalen; zijne vrienden, bekend met dit zwak,
-ontzagen zich nooit om hem stout in de rede te vallen en zoodoende aan zijne wijdloopige
-vertelzucht te ontsnappen; evenwel moeten wij tot eer van Vrij-Kogel zeggen, dat hij
-deze stoornis niet kwalijk nam; met dien verstande echter, dat hij geen tien minuten
-daarna den draad van zijn verhaal weder opvatte of een ander begon, zoodat zijne vrienden
-hem op nieuw moesten storen, maar zonder hem ooit boos te kunnen maken.
-</p>
-<p>Op de plotselinge vraag van Loer-Vogel antwoordde hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zullen gaan zien; en ik zal het u vertellen. Daarop zich tot Domingo wendende,
-zeide hij: Ik zeg u dank voor de hulp die gij ons bewezen hebt; ga naar uw kamp terug
-en denk om uwe belofte, maar verzuim vooral niet om van hetgeen gij gezien hebt verslag
-te geven aan, gij weet wel wie.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is afgesproken, oude klemmenzetter. Wees maar gerust. Vaarwel!
-</p>
-<p>&#x2014;Goed fortuin!
-</p>
-<p>Domingo wierp zijn buks over den schouder, stak zijn pijp aan, en keerde met haastigen
-tred naar het kamp terug, dat trouwens niet veraf lag en waar hij een uur later binnen
-kwam.
-</p>
-<p>&#x2014;Zie zoo, zei Loer-Vogel, nu geloof <span class="corr" id="xd30e934" title="Bron: k">ik</span> dat u niets meer belet op mijne vraag te antwoorden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja toch, vriend, een ding nog.
-</p>
-<p>&#x2014;En dat is?
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo als gij ziet, is de nacht voorbij: hij is voor ons allen ruw genoeg geweest,
-zoodat ik meen dat twee of drie uurtjes slaap wel niet onmisbaar, maar toch hoog noodig
-zullen zijn; daarbij, wij hebben volstrekt geen haast.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeg mij maar een woord, en ik laat u slapen zoolang gij wilt.
-</p>
-<p>&#x2014;En wat zal dat woord zijn?
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe kwaamt gij hier toch zoo prompt op het terrein om ons te helpen?
-</p>
-<p>&#x2014;Te duivel! dat is juist wat ik gevreesd had; uwe vraag verpligt mij om in bijzonderheden
-te treden die veel te omslagtig zijn om u op dit oogenblik te kunnen voldoen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik moet u zeggen, vriend, hoe hartelijk ik ook verlangen zou om eenige dagen bij
-u te vertoeven, ben ik genoodzaakt om u reeds met zonsopgang te verlaten.
-</p>
-<p>&#x2014;Komaan, dat is immers onmogelijk?
-</p>
-<p>&#x2014;Met <span class="corr" id="xd30e949" title="Bron: u">uw</span> verlof, ja; ik moet!
-</p>
-<p>&#x2014;Maar wat dringt u dan zoo?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb mij verbonden als gids bij een karavaan, die ik morgen om twee uren in den
-namiddag zal ontmoeten aan het veer <i>del Rubio</i>; die ontmoeting is reeds voor meer dan twee maanden afgesproken. En <span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>gij weet, voor ons jagers, is iedere afspraak heilig, gij zult mij dus niet willen
-verleiden om mijn woord te breken.
-</p>
-<p>&#x2014;Bij al de <span class="corr" id="xd30e961" title="Bron: bisons-huiden">bisonshuiden</span> die ieder jaar in de prairie gedood worden niet! Naar welke streek van het Verre-Westen
-moet gij die menschen den weg wijzen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zal ik morgen hooren<span class="corr" id="xd30e967" title="Bron: ?">.</span>
-</p>
-<p>&#x2014;En met welk soort van lieden hebt gij te doen? Zijn het Spanjaarden of Gringos?
-</p>
-<p>&#x2014;Weet ik het?.. Mexicanen denk ik; hun kapitein noemde zich, als ik het wel onthouden
-heb, don Miguel Ortega, of zoo iets; enfin, dat zal zich wel vinden.
-</p>
-<p>&#x2014;He! riep Vrij-Kogel uit, terwijl hij opsprong van verrassing; hoe zegt gij ook weer?
-</p>
-<p>&#x2014;Don Miguel Ortega, herhaalde de spoorzoeker; ik durf er intusschen niet op zweren,
-het kan zijn dat ik mij vergis, maar ik denk het niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat&#x2019;s vreemd! mompelde de oude jager half in zich zelven.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zie er niets vreemds in! die naam komt mij zelfs zeer gewoon voor.
-</p>
-<p>&#x2014;Voor u, dat kan zijn; en hebt gij met hem accoord gemaakt?
-</p>
-<p>&#x2014;Op den besten voet.
-</p>
-<p>&#x2014;Als spoorzoeker.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, duizendmaal ja! antwoordde Loer-Vogel met drift.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu, stel u gerust, vriend, en blijf bedaard, wij denken nog langer zamen te leven.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoudt gij onder zijne bende willen gaan?
-</p>
-<p>&#x2014;God bewaar mij!
-</p>
-<p>&#x2014;Dan begrijp ik er niets meer van.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel scheen eenige oogenblikken ernstig na te denken; zich toen weder tot zijn
-vriend wendende, zeide hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Hoor eens, Loer-Vogel, zoo waar als gij een oud vriend van mij zijt, zou ik u niet
-gaarne uit luchthartigheid van het regte spoor zien dwalen; ik heb u zekere onmisbare
-teregtwijzingen mede te deelen, om u in staat te stellen de door u aangenomen taak
-behoorlijk te volbrengen; ik zie wel dat wij dezen nacht niet slapen zullen, luister
-derhalve met aandacht toe; wat gij hooren zult is meer dan de moeite waard.
-</p>
-<p>Loer-Vogel was ten hoogste verbaasd over den plegtigen toon dien de oude jager aannam,
-en zag hem ongerust aan:
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek, zeide hij.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel dacht een oogenblik na en scheen zijne herinneringen in orde te schikken;
-daarop nam hij het woord en begon eene lange geschiedenis die door de aanwezigen met
-klimmende aandacht en belangstelling werd aangehoord; nog nooit in hun leven hadden
-zij zulke buitengewone en vreemdsoortige gebeurtenissen gehoord of gezien.
-</p>
-<p>De zon was reeds ver boven de kimmen gerezen, toen de oude jager nog sprak.
-<span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7028">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">VI.</h2>
-<h2 class="main">Eene duistere geschiedenis.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij geven hier, ontdaan van alle min of meer juiste aanmerkingen, waarmede de wijdloopige
-spreker haar geliefde op te sieren, de buitengewone geschiedenis die de Canadees aan
-zijne toehoorders vertelde, en die zoo innig met ons verhaal zamenhangt, dat wij ons
-genoodzaakt zien haar tot in de kleinste bijzonderheden mede te deelen.
-</p>
-<p>Slechts weinige steden hebben zulk een bekoorlijk aanzien als Mexico; deze aloude
-hoofdstad van het rijk der Azteken strekt zich, als eene mollige Creoolsche matrone
-op haar divan, weelderig en traag uit op een zacht golvenden bodem, half omsluijerd
-door een digt gordijn van statige cipressen, die de kanalen en wegen in haren omtrek
-omzoomen. Op gelijkmatigen afstand tusschen twee oceanen gebouwd, 2280 meters boven
-hun waterspiegel, d. i. ongeveer op dezelfde hoogte als het bekende hospitaal der
-monniken op den St. Bernard, geniet deze stad eene gematigde en verkwikkelijke temperatuur,
-onder een helderen hemel, tusschen twee prachtige bergen, de Popocatepetl&#x2014;een rookende
-vulkaan&#x2014;en de Iztaczehuatl, of de &#x201c;Witte Vrouw,&#x201d; welks grijze met eeuwige sneeuw bedekte
-kruin zich in de wolken verliest. De vreemdeling, wanneer hij met zonsondergang Mexico
-nadert, langs den oostelijken straatweg,&#x2014;een der vier groote wegen langs welke men
-den alouden zetel der Azteken bereikt, die zich eenzaam en statig verheft te midden
-van het meer Tezcuco, aan welks wateren zij gebouwd is&#x2014;ondervindt bij den aanblik
-dezer stad een wonderbaren indruk van welken hij zich geen rekenschap kan geven. De
-Moorsche bouwtrant der paleizen, de schitterende met lichte kleuren beschilderde muren,
-de dommen en koepels der tallooze kerken en kloosters, die hoog boven de azotea&#x2019;s
-(platte huisdaken) uitsteken, en de gansche stad, om zoo te zeggen, met hunne groote
-geele, blaauwe of roode parasols overdekken, besprenkeld met het goud der dalende
-westerzon en gekust door de laauwe, met geuren bezwangerde avondkoelte, die van de
-bergen aanwaait en met het digte loof der bosschen speelt: alles vereenigt zich om
-aan Mexico het aanzien te geven eener geheel oostersche stad, die onze starende blikken
-aantrekt en tegelijk verbaast. Het eerste Mexico, in der tijd door Fernando Cortez
-verbrand, werd door dezen veroveraar op hare oude grondslagen herbouwd: al hare straten
-snijden zich regthoekig, en loopen uit op de Plaza Major, in vijf hoofdaderen, namelijk
-de calle de Tacuba, de Monterilla, de Santo<a id="xd30e1000"></a> Domingo, de Moneda en de San-Francisco.
-</p>
-<p>De Spaansche steden der Nieuwe Wereld zijn alle volgens eenerlei grondplan gebouwd,
-en hebben dit met elkander gemeen, dat het hoofdplein op dezelfde wijs is aangelegd.
-Zoo heeft de Plaza Major ook te Mexico aan een van hare zijden de kathedraal, en de
-Sagrario (de heilige kapel); daar tegenover ligt het paleis van den president der
-<span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span>republiek, dat de vier ministeriën, de kazernen, de gevangenis enz. bevat; aan de
-derde zijde heeft men de Ayuntamiento (stadhuis); eindelijk aan de vierde zijde bevinden
-zich twee bazars of groote verkoophuizen&#x2014;de Parian en de Portal de las Flores.
-</p>
-<p>Op den 10 Julij 1834, omstreeks tien ure des avonds, nadat eene brandende zonnehitte
-de inwoners dien geheelen dag genoodzaakt had zich in hunne huizen op te sluiten,
-verhief zich een frissche togt van de bergen, die de lucht merkelijk afkoelde. Iedereen
-begaf zich op de met bloemen bedekte, naar hangende tuinen gelijkende azotea&#x2019;s, om
-er het verkwikkende luchtbad van den amerikaanschen nacht te genieten, dat als door
-het heldere blaauw des hemels heen, van de sterren op aarde schijnt af te dalen. Ook
-de straten en pleinen waren met wandelaars opgevuld, allerwege heerschte een gonzend
-gehommel, een ondoordringbaar gewemel van voetgangers en ruiters, zoo vrouwen als
-mannen, Indianen zoowel als Spanjaarden, creolen, mestiezen, zwarten en blanken; gescheurde
-kleeren en lompen, mengden zich op de zonderlingste wijs met zijden, fluweelen en
-gouden stoffen, onder het geklater van roepstemmen, kwinkslagen of schaterend gelach;
-kortom, als een betooverde stad uit de duizend <span class="corr" id="xd30e1008" title="Bron: in">en</span> een Arabische Nachtvertellingen, scheen Mexico op het gebengel der klok van het <i lang="es">oracion</i> eensklaps als uit een eeuwenlangen slaap gewekt, zoo vrolijk straalden er de aangezigten
-van genot, en zoo gelukkig waren allen dat zij de reine avondlucht met volle teugen
-konden inademen. Op dit oogenblik kwam er uit de calle San-Francisco een onderofficier&#x2014;gemakkelijk
-te herkennen aan den druivenstok<a class="noteRef" id="xd30e1014src" href="#xd30e1014">1</a> dien hij als kenteeken van zijn rang in de hand had&#x2014;en mengde zich onder de woelige
-schaar op de Plaza Major, met dien balanceerenden trippelgang en dat air van onbezorgde
-schalkerij, dat den militairen lanterfant in alle wereldstreken eigen schijnt. De
-hier door ons bedoelde was een jong mensch van trotsch uitzigt, fieren blik en een
-paar fijn gewaste, koket opgestreken knevels. Na twee of drie keeren het plein te
-zijn rond geweest, knipoogend tegen de jonge meisjes, en met de ellebogen stootend
-tegen de mannen, naderde hij, altoos in de zelfde onverschillige houding, een winkeltje,
-dat tegen een der portalen was aangebouwd en waarin een oud man, met een gezigt als
-een marmot en met loensche blikken, bij het licht van een smerige lamp, bezig was
-een stapeltje papier, pennen, enveloppen, ouwels, kortom alle noodige schrijfbehoeften
-weg te bergen, in de lade van zijne met duizend inktvlakken bezoedelde tafel; werkelijk
-was de oude schobbejak rekest- en briefschrijver van beroep, zooals het bordje boven
-de deur van zijn pothuis aanduidde, waarop met witte letters op een zwarten grond
-gelezen werd: &#x201c;Juan Bautisto Leporella, Evangelista.&#x201d; De onderofficier loerde eerst
-eenige oogenblikken door het glazen raampje, dat met allerlei soort van geschreven
-stukken pronkte; en zonder twijfel voldaan over hetgeen hij gezien <span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span>had, gaf hij met zijn druivenstok drie ferme slagen op de deur.
-</p>
-<p>De soldaat hoorde daar binnen een stoel verschuiven, den sleutel in het slot steken,
-eindelijk ging de deur met een scheur open, en kwam het hoofd van den rekestschrijver
-vreesachtig te voorschijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! zijt gij het, don Annibal. <i lang="es">Dios me ampare!</i> ik had u nog niet zoo spoedig verwacht, zei de oude, op dien zoetsappigen slependen
-toon, daar zekere lieden zich van bedienen, wanneer zij iemand voor zich zien dien
-zij niet aandurven.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e1026" title="Niet in bron">&#x2014;</span><i lang="es">Cuerpo de Christo!</i> houdt u maar zoo onnoozel niet, oude coyote, antwoordde de sergeant barsch; wie anders
-als ik zou mijne voeten nog zoo laat in uw vervloekt kot durven zetten?
-</p>
-<p>De evangelista meesmuilde hoofdschuddend en schoof zijn in zilver gevatten bril met
-ronde glazen, hoog op zijn voorhoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ho! ho! riep hij met een geheimzinnig lachje, er komen brave lieden genoeg in mijn
-ministerie, mooije &#x201c;<i lang="fr">chérubin d&#x2019;amour</i>.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is mogelijk, hervatte de soldaat, hem zonder pligtpleging terugduwend en het winkeltje
-binnentredend, ik beklaag ze allen die onder de greep van zulk een ouden roofvogel
-komen als gij; maar dat is eigenlijk de reden niet waarom ik thans hier kom.
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien zou het voor u en voor mij beter zijn, als uwe bezoeken een ander doel
-hadden dan hetgeen u hier heen trekt? opperde de oude beschroomd.
-</p>
-<p>&#x2014;Houd op met uwe predicatie, maak de deur digt, sluit uwe blinden, zoodat niemand
-daarbuiten ons ziet, en laten wij zamen praten; wij hebben geen tijd te verliezen.
-</p>
-<p>De oude antwoordde niet; hij begon dadelijk, met meer vlugheid dan men van hem zou
-verwacht hebben, de blinden te sluiten, die zijn pothuis des nachts tegen de <i lang="es">rateros</i> (dieven) moesten beschermen; daarop nam hij plaats bij zijn gast, na vooraf zorgvuldig
-de deur van binnen te hebben gegrendeld.
-</p>
-<p>Deze twee mannen, zoo in het licht van een walmende <i lang="es">candil</i> (keukenlamp<span class="corr" id="xd30e1050" title="Niet in bron">)</span> gezien, maakten met elkander een zonderling contrast: de een jong, schoon, sterk
-en stoutmoedig, de ander oud en gebrekkig, geveinsd en gluiperig, wisselden zij ter
-sluik blikken van onverklaarbare beteekenis. Onder het masker van vriendschap verschool
-zich waarschijnlijk een diep gewortelde haat, en terwijl zij met zachte stemmen oor
-aan oor zaten te praten, geleken zij twee duivels van verschillende soort die op den
-val van een engel uitwaren.
-</p>
-<p>De soldaat was de eerste die het woord weder opvatte; hij sprak zoo zacht, als ware
-hij beducht dat de wanden van het gesloten pothuis hem zouden beluisteren.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoor eens, Tio Leporello, fluisterde hij, het wordt tijd dat wij ter zake komen en
-elkander verstaan, de klok der Sagrario heeft reeds half elf geslagen, spreek dus,
-wat hebt gij voor nieuws?
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! hernam de andere, niet veel bijzonders.
-</p>
-<p>De sergeant wierp hem een argwanenden blik toe, en scheen zich te bezinnen<span class="corr" id="xd30e1057" title="Bron: ,">.</span>
-<span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is waar ook, zeide hij een oogenblik later, ik dacht er niet meer om; waar staat
-mijn hoofd toch?
-</p>
-<p>Hij grabbelde in den borstzak van zijn uniformrok, en haalde een wel voorziene beurs
-te voorschijn; door de groen zijden mazen zag men een aantal goudstukken blinken van
-verscheidene oncen zwaarte; vervolgens een lang knipmes, dat hij opende en naast zich
-op de tafel legde. De oude ontroerde op het gezigt van het scherpe lemmer, welks blaauwe
-staal dreigend glinsterde in de schemering; thans opende de soldaat zijne beurs en
-stortte een vrolijk ruischende kaskade van goudstukken voor zich uit op de tafel.
-De evangelista vergat oogenblikkelijk het mes, om zich met niets anders bezig te houden
-dan met het goud, welks liefelijke klank hem aantrok als een onweerstaanbare magneet.
-</p>
-<p>De soldaat was onder dit alles te werk gegaan met de koelbloedigheid van iemand, die
-zich bewust is, allesafdoende middelen in handen te hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Thans raad ik u om even in uw geheugen te grabbelen, oude duivel, hervatte hij, of
-mijn <i>navaja</i> zal u leeren wat het zegt, als gij met mij te doen hebt en uwe zaken vergeet.
-</p>
-<p>De evangelista glimlachte vergenoegd, terwijl hij een begeerigen blik op de verleidelijke
-goudstukken wierp.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik weet te goed wat ik u schuldig ben, don Annibal, antwoordde hij, om u niet te
-willen believen met al de middelen daar ik over te beschikken heb.
-</p>
-<p>&#x2014;Femel toch niet langer met uwe schijnheilige beleefdheid, oude aap, en kom ter zake.
-Neem dit al vast, om u aan te moedigen opregt te zijn.
-</p>
-<p>Hier stelde hij hem eenige oncen goud ter hand, die de evangelista zoo gezwind deed
-verdwijnen, dat de soldaat onmogelijk had kunnen zeggen waar ze gebleven waren.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zijt edelmoedig, don Annibal, dat zal u geluk geven.
-</p>
-<p>&#x2014;Ter zake, ter zake.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben er reeds.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek op dan; ik luister.
-</p>
-<p>De sergeant plaatste de ellebogen op de tafel, in de houding van iemand die zich gereed
-maakt om een belangrijk verhaal aan te hooren, terwijl de evangelista hoestte, spuwde,
-en met zekere hem eigen geworden omzigtigheid, nog eerst een onrustigen blik in het
-rond sloeg.
-</p>
-<p>Het woelig gedruisch op de Plaza Major was langzamerhand weggestorven, de menigte
-had zich in alle rigtingen verstrooid en was in de huizen teruggekeerd; zoowel buiten
-als binnen heerschte de diepste stilte. Op dit oogenblik bomde het uurwerk der kathedraal-kerk
-langzaam en statig elf slagen; de beide mannen sidderden onwillekeurig bij het sombere
-gegalm der kerkklok; de serenos (nachtwachts) zongen het uur met hunne slepende dronkemans-stemmen;
-dit was alles.
-</p>
-<p>&#x2014;Wilt gij spreken, ja of neen? riep de soldaat plotseling barsch en op dreigenden
-toon.
-<span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span></p>
-<p>De evangelista viel bijna van zijn stoel, alsof hij uit een droom werd gewekt, en
-streek zich eenige keeren met de hand over het voorhoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik begin al, zeide hij met eene bevende stem.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zou gelukkig wezen, bromde de andere.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij moet dan weten, begon hij.&#x2026; maar, vervolgde hij, op eens weder afbrekende, moet
-ik u alles tot in de kleinste bijzonderheden vertellen?
-</p>
-<p>&#x2014;Duivelsch! riep de soldaat, kwaad wordende, maak toch dat wij er doorkomen; ge weet
-wel dat ik de volledigste narigten hebben moet. <i>Canarios!</i> speel met mij niet als de kat met de muis, oude vrek, wees gewaarschuwd, het zou
-gevaarlijk spel zijn voor u.
-</p>
-<p>De evangelista boog, als begreep hij waar het heen moest, en begon op nieuw:
-</p>
-<p>&#x2014;Dezen morgen dan, zat ik naauwelijks in mijn kantoor, nadat ik mijne papieren geschikt
-en mijne pennen vermaakt had, of er werd zacht aan de deur geklopt; ik stond op om
-open te doen; het was eene jonge en schoone vrouw, in zoo verre namelijk als ik er
-over kon oordeelen, want zij had zich zoo digt in haar zwarten mantel gewikkeld, dat
-zij niet kenbaar was.
-</p>
-<p>&#x2014;Het was dus niet dezelfde vrouw die u reeds eene maand lang dagelijks bezocht? viel
-de sergeant hem in de rede.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja wel, maar zoo als gij reeds zult hebben opgemerkt, komt zij bij elk bezoek in
-eene andere kleeding, zonder twijfel om zich daardoor onkenbaar te maken; in weerwil
-echter van deze voorzorgen, heb ik haar telkens bij den eersten blik uit hare donkere
-oogen dadelijk herkend, daar ik te zeer aan de listen der vrouwen gewoon ben om er
-mij door te laten misleiden.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer goed; ga voort.
-</p>
-<p>&#x2014;Zij bleef een poosje zwijgend voor mij staan, en speelde verlegen met haar waaijer;
-ik bood haar beleefdelijk een stoel aan en hield mij alsof ik haar niet herkende,
-terwijl ik haar vroeg, waarmede ik haar van dienst kon zijn.&#x2014;&#x201c;O!&#x201d; antwoordde zij mij
-op vrijpostigen toon, &#x201c;wat ik van u verlang is zeer eenvoudig.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Spreek slechts, senorita,&#x201d;
-zeide ik, &#x201c;zoo het iets is dat mijn ministerie aangaat, wees dan verzekerd dat ik
-het mij ten pligt zal rekenen u te gehoorzamen.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Als het dat niet was zou ik niet
-bij u gekomen zijn,&#x201d; was haar antwoord; &#x201c;maar zijt gij wel iemand daar men op vertrouwen
-kan?&#x201d; En terwijl zij dit zeide, keek zij mij met hare groote zwarte oogen, doordringend
-en uitvorschend aan. Ik hield mij goed en antwoordde haar met den meesten ernst en
-met de hand op het hart:&#x2014;&#x201c;Senorita, een evangelista is zoo goed als een biechtvader,
-al uwe geheimen blijven in mijn hart begraven.&#x201d; Hierop haalde zij een geschrift uit
-den zak van hare <i>saya</i> (overkleed), keerde het verscheidene malen tusschen hare vingers om, maar eensklaps
-begon zij te lagchen, en riep:&#x2014;&#x201c;Wat ben ik toch dwaas, dat ik een geheim zoek te maken
-van niets; voor het overige zijt gij op dit oogenblik niets meer dan een machine,
-daar gij zelf niet begrijpen zult wat gij schrijft.&#x201d; Ik boog op goed geluk af, <span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span>en hield mij weder gereed op een van die duivelsche kunstgrepen, die zij mij sedert
-eene maand lang dagelijks heeft laten afschrijven.
-</p>
-<p>&#x2014;Houd toch op met uwe beschouwingen! viel de sergeant hem in de rede.
-</p>
-<p>&#x2014;Zij overhandigde mij het document, vervolgde de evangelista; en, zooals tusschen
-u en mij is afgesproken, nam ik een vel copiëerpapier en legde er het schoone blad
-op, dat ik beschrijven zou; zooals gij weet, is het copiëerpapier van achteren zwart
-gemaakt, zoo dat de woorden die ik op mijn gewone papier schreef, door middel van
-het zwart gemaakte, letterlijk werden overgedrukt op een derde vel wit papier, dat
-er onder lag, zonder dat de arme <i>nina</i> (kind) er iets van bemerkte en zij niet beter wist of alles ging zuiver toe. Behalve
-dat was de brief niet lang, en bestond slechts uit een paar regels; maar ik mag verdoemd
-zijn, vervolgde de oude gaauwdief, terwijl hij een kruis sloeg, als ik een syllabe
-begreep van het duivelsche tooverschrift dat zij mij <span class="corr" id="xd30e1108" title="Bron: copieren">copiëren</span> liet; ik geloof zeker dat het Arabisch was.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat verder?
-</p>
-<p>&#x2014;Verder heb ik het papier in den vorm van een brief toegemaakt, en er een adres op
-geschreven.
-</p>
-<p>&#x2014;Ah! riep de soldaat met levendige belangstelling, dat is voor het eerst.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, maar met die wetenschap zult gij niet veel verder komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom niet? laat zien, hoe was dat adres?
-</p>
-<p>&#x2014;Z. p. V. 2 Calle S.&nbsp;P. Z.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! riep de soldaat peinzend, dat is zeker alles behalve duidelijk; maar vervolgens?
-</p>
-<p>&#x2014;Vervolgens is zij vertrokken, nadat zij mij een ons goud had gegeven.
-</p>
-<p>&#x2014;Zij is wel genereus.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Povre nina!</i> (het arme kind) riep de evangelista, terwijl hij met zijne kromme vingers zich de
-drooge oogen afwischte.
-</p>
-<p>&#x2014;Houd toch op met uwe kwezelarij, daar geloof ik toch niets van; is dat alles wat
-zij u gezegd heeft?
-</p>
-<p>&#x2014;Nagenoeg, zei de oude aarzelend.
-</p>
-<p>De sergeant keek den evangelista strak aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Er is dus nog iets? vroeg hij, hem eenige goudstukken toewerpende, die Tio Leporello
-dadelijk deed verdwijnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Bijna niets.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek op, Leporello, hoe weinig het wezen mag; gij zult zelf wel weten dat de hoofdzaak
-van een brief gewoonlijk in een <i lang="la">post scriptum</i> staat.
-</p>
-<p>&#x2014;Toen zij mijn bureau verliet, wenkte de Senorita een <i lang="es">providencia</i><a class="noteRef" id="xd30e1140src" href="#xd30e1140">2</a> die juist voorbij reed; het rijtuig hield stil, en ofschoon het jonge meisje zeer
-zacht sprak, hoorde ik haar tegen den koetsier zeggen: Naar het Bernardijnen klooster!
-<span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span></p>
-<p>De sergeant huiverde onmerkbaar.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! riep hij op een toon van meesterlijk gespeelde onverschilligheid, dat adres beteekent
-niet veel; maar geef mij intusschen het overgedrukte <span class="corr" id="xd30e1148" title="Bron: klad">blad</span>.
-</p>
-<p>De evangelista grabbelde in zijne lade en haalde er een blad wit papier uit te voorschijn,
-daar eenige woorden in bijna onleesbare krabbels op stonden.
-</p>
-<p>Zoodra de sergeant het blad in handen had en met de oogen doorliep, scheen de inhoud
-hem groot belang in te boezemen, want hij verbleekte zigtbaar en eene zenuwachtige
-rilling liep hem door de leden; maar hij herstelde zich bijna oogenblikkelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is goed, zeide hij, het blad in kleine stukjes scheurende;&#x2014;zie daar, dat is voor
-u, vervolgde hij en wierp den ouden briefschrijver nog een hand vol goudstukken toe.
-</p>
-<p>&#x2014;Dank je, caballero! riep Tio Leporello en wierp zich met drift op het kostbare metaal,
-terwijl hij tevens naar het mes greep.
-</p>
-<p>Een spotachtige glimlach plooide zich om de lippen van den soldaat; hij rukte den
-oude het mes uit de hand en van het oogenblik gebruik makende waarop Leporello bukte
-om het goud op te rapen, stak hij hem het mes bijna tot aan het heft tusschen de beide
-schouders. De stoot was zoo behendig gemikt en met zulk een vaste hand toegebragt,
-dat de oude woekeraar als een logge klomp voorover viel, zonder een klagt of zucht
-te slaken. Don Annibal zag hem een oogenblik koelbloedig en onverschillig aan; toen
-door de bewegingloosheid van zijn slagtoffer gerustgesteld, meende hij dat hij dood
-was.
-</p>
-<p>&#x2014;Komaan, bromde hij, dat is zoo veel te beter, nu zal hij ten minste niet klappen.
-</p>
-<p>Na deze philosofische lijkrede wischte de moordenaar bedaard het mes af, raapte zijn
-goud bijeen, blies de lamp uit, opende de deur, sloot die weder achter zich digt en
-verwijderde zich met rustigen, ofschoon min of meer versnelden tred, als iemand die
-te lang is uitgebleven en zich haasten moet om thuis te komen.
-</p>
-<p>De Plaza Major was eenzaam en stil.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e1014">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e1014src">1</a></span> Een rotting of zoogenaamde sixpence.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1014src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1140">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e1140src">2</a></span> Naam der huurrijtuigen te Mexico.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1140src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7037">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">VII.</h2>
-<h2 class="main">Eene duistere historie (vervolg).</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het oude Mexico was met grachten doorsneden, even als Venetië, of om naauwkeuriger
-te spreken als vele steden in Holland, want er liep langs de meeste grachten doorgaans
-een straat tusschen het water en de huizen. Thans, nu alle grachten gedempt, en op
-een enkele wijk der stad na, in geplaveide straten zijn veranderd, begrijpt men naauwelijks
-hoe Cervantes in een zijner romans Mexico met Venetië heeft kunnen vergelijken; evenwel,
-ofschoon de grachten voor het oog verdwenen <span class="pageNum" id="pb41">[<a href="#pb41">41</a>]</span>zijn, bestaan zij nog altoos onder den grond; en in zekere lagere gedeelten der stad,
-waar men hen in afvoerkanalen of liever in open riolen heeft herschapen, ontwaart
-men ze dadelijk door den vuilen stank dien zij uitwasemen of liever door de massa
-fecale stoffen, die zich in hare stilstaande en rottende wateren verzamelt.
-</p>
-<p>De sergeant, na zijne rekening met den ongelukkigen evangelista zoo knaphandig te
-hebben vereffend, was het plein in de volle breedte overgegaan en toen de calle de
-la Monterilla ingeslagen.
-</p>
-<p>Hij stapte bedaard voort in denzelfden pas dien hij bij het verlaten van het winkeltje
-had aangenomen. Eindelijk na een marsch van ongeveer twintig minuten, door een aantal
-eenzame straten en donkere steegjes, wier ellendig en armoedig aanzien al dreigend
-en dreigender werd, hield hij stand voor een huis van meer dan verdacht voorkomen,
-boven welks deur, achter een <i lang="es">retablo des animas benditas</i> (schilderij der gelukkige zielen) eene walmende lamp brandde; de vensters van het
-huis waren verlicht, en op het platte dak huilden en knorden eenige wachthonden naargeestig
-tegen de maan. De sergeant sloeg tweemaal op de deur met den druivenstok, dien hij
-in de hand had.
-</p>
-<p>Het duurde tamelijk lang eer hij gehoor kreeg; het schreeuwen en zingen daar binnen
-hield plotseling op; eindelijk hoorde hij iemand naderen met zwaren stap. De deur
-werd half geopend, want als overal in Mexico, was zij van binnen met een ketting gesloten
-en eene grove stem vroeg op dronkenmans toon:
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Quien es?</i>&#x2014;Wie is daar?
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Gente de paz</i>&#x2014;Goed volk, antwoordde de sergeant.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! het is laat genoeg om te loopen lanterfanten en als een dief binnen te komen!
-riep de andere, die zich scheen te bedenken.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik verlang niet om binnen te komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat duivel verlangt gij dan?
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Pan y sal! por los <span class="corr" id="xd30e1192" title="Bron: coballeros">caballeros</span> errantes</i> (brood en zout voor de dolende ridders) hernam de soldaat op een gebiedenden toon,
-terwijl hij zich derwijze plaatste, dat de maan hem vlak in het aangezigt scheen.
-</p>
-<p>De portier deinsde terug met een uitroep van verbazing:
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Valgame dios!</i> Senor don Torribio, riep hij op een toon van diepen eerbied, wie zou u onder die
-ellendige plunje hebben herkend! Kom binnen, kom binnen, men wacht u met ongeduld.
-</p>
-<p>Met deze woorden haastte de man zich, even onderdanig als hij eenige oogenblikken
-te voren barsch was geweest, om de ketting af te ligten en de deur geheel te openen.
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is niet noodig, Pepito, hernam de soldaat, ik zeg u nog eens dat ik niet binnen
-kom! Met hun hoevelen zijn ze?
-</p>
-<p>&#x2014;Met hun twintigen, Senor.
-</p>
-<p>&#x2014;Gewapend?
-</p>
-<p>&#x2014;Ten volle.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat hen dan oogenblikkelijk afkomen; ik zal ze hier wachten, mijn zoon, de tijd
-is kort.
-</p>
-<p>&#x2014;En gij dan, Senor?
-<span class="pageNum" id="pb42">[<a href="#pb42">42</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Breng mij een hoed, een mantel, mijn degen en mijne pistolen maar gaauw wat, haast
-u.
-</p>
-<p>Pepito wachtte niet tot het hem voor de tweede maal gezegd werd; hij liet de deur
-open en liep op een drafje naar binnen.
-</p>
-<p>Eenige minuten later stormden een twintigtal bandieten tot aan de tanden gewapend
-den trap af en de straat op, suizebollend en tegen elkander tuimelend. Toen zij den
-sergeant in &#x2019;t oog kregen, groetten zij hem eerbiedig en op zijn wenk bleven zij zwijgend
-en onbewegelijk staan.
-</p>
-<p>Pepito bragt de voorwerpen, gevraagd door den man die zich bij den evangelista don
-Annibal noemde, maar hier don Torribio heette en die nog wie weet hoeveel andere namen
-had, doch dien wij vooreerst zijn laatsten naam zullen laten behouden.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijn de paarden gereed? vroeg don Torribio, terwijl hij zijn uniform met den mantel
-bedekte, een langen degen aangespte, en een paar pistolen met dubbelen loop in zijn
-gordel stak.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, Senor, antwoordde Pepito, met den hoed in de hand.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, mijn zoon; breng ze waar ik u gezegd <span class="corr" id="xd30e1220" title="Bron: beb">heb</span>; maar terwijl het thans nacht en dus verboden is om te paard op straat te verschijnen,
-zult gij weldoen van op de celadores (ijveraars) en serenos (nachtwakers) te letten.
-</p>
-<p>De bandieten barstten los in een schaterend gelach, op deze zonderlinge aanbeveling.
-</p>
-<p>&#x2014;Ziedaar, zei don Torribio terwijl hij den hoed met breeden rand opzette, dien Pepito
-hem gebragt had, dat is klaar: thans kunnen wij vertrekken; luistert nu aandachtig,
-caballeros.
-</p>
-<p>De leperos en andere gaauwdieven uit welke de bende bestond, zich gevleid voelende
-dat zij als caballeros werden toegesproken, traden digter bij don Torribio om hem
-des te beter te kunnen verstaan.
-</p>
-<p>Deze vervolgde:
-</p>
-<p>&#x2014;Wanneer twintig mannen zich in een enkelen troep in de straten vertoonden, zouden
-zij zeker de aandacht en achterdocht der politie-agenten wakker maken; het is derhalve
-voor het welslagen der onderneming waartoe ik u te zamen riep, hoogst noodig dat wij
-voorzigtiger te werk gaan en vooral de meeste geheimhouding gebruiken; gij zult u
-dus verspreiden en ieder afzonderlijk u naar de muren van het Bernardijnen-klooster
-begeven; daar aankomende zult gij u zoo veel mogelijk verbergen, een onverschillige
-houding aannemen, en u niet verroeren buiten mijne orders. <span class="corr" id="xd30e1229" title="Bron: Vooraf">Vooral</span> houdt u stil en maakt geen leven of twist: hebt gij mij begrepen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, Senor, antwoordden de bandieten eenstemmig.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer goed; vertrekt dan en zorgt dat gij binnen een kwartier bij het klooster zijt.
-</p>
-<p>De bandieten verstrooiden zich in alle rigtingen, met de snelheid van een troep roofvogels
-die op buit uitvliegen; twee minuten later waren allen, links of regts, aan de hoeken
-der naast bijliggende straten verdwenen.
-<span class="pageNum" id="pb43">[<a href="#pb43">43</a>]</span></p>
-<p>Pepito was alleen overgebleven.
-</p>
-<p>&#x2014;En ik nu, Senor, vroeg hij eerbiedig aan don Torribio, zoudt gij niet goed vinden
-dat ik u vergezel? Ik zou mij zeer vervelen als ik hier alleen achterbleef.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zou niets beter verlangen dan u mede te nemen, Pepito, maar wie zal onze paarden
-gereed maken, als gij met mij gaat?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat &#x2019;s waar, daar dacht ik niet aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar maakt u daarom niet ongerust, mannetje; als ik in mijne onderneming mag slagen,
-daar ik niet aan twijfel, zult gij spoedig bij mij komen.
-</p>
-<p>Door deze belofte gerust gesteld, groette Pepito eerbiedig den geheimzinnigen man,
-die zijn chef scheen te zijn, en ging weder in huis, terwijl hij de deur zorgvuldig
-achter zich sloot.
-</p>
-<p>Don Torribio, thans alleen gebleven, stond eenige oogenblikken in diepe gedachten;
-eindelijk hief hij het hoofd op, trok zich den hoed in de oogen, wikkelde zich digt
-in zijn mantel en verwijderde zich met snelle schreden, zacht in zich zelven prevelende:
-</p>
-<p>&#x2014;Zou ik slagen?
-</p>
-<p>Deze vraag kon niemand, zoo min als hij zelf, beantwoorden.
-</p>
-<p>Het Bernardijnen-klooster ligt in een der schoonste wijken van Mexico, niet ver van
-de Paseo de Bucarelli, de wandeldreef der <span lang="fr">beau monde</span>. Het is een uitgestrekt gebouw, geheel van gehouwen steen opgetrokken; het dagteekent
-van de herbouwing der stad na de verovering door de Spanjaarden, en is door Fernando
-Cortez zelf gegrondvest. Het geheel maakt een statige en indrukwekkende vertooning,
-als alle Spaansche kloosters. Op zich zelf is het, om zoo te zeggen, eene kleine stad
-in de groote, daar het alles bezit wat noodig is om het leven gemakkelijk en aangenaam
-te maken: eene kerk, een ziekenzaal, een waschhuis, een groote spijskamer en keuken,
-een uitgestreken moestuin, boomgaard en wel aangelegde warande met prachtig geboomte
-bezet, tot geschikte wandeling voor de nonnen; bovendien ruime kloostergewelven, met
-groote schilderijen van goede meesters behangen en tooneelen voorstellende uit het
-leven der heilige Maagd en van sint Bernard, den patroon van het klooster; deze gewelven
-met open galerijen omgeven, in welke de cellen der kloosterzusters uitkomen, omsluiten
-ruime binnenplaatsen, met zand bestrooid en met fonteinen en waterbekkens versierd,
-wier springende stralen onder liefelijk geklater de lucht verfrisschen en zelfs op
-het heetst van den dag koel houden. De cellen zijn bekoorlijke optrekjes, waar niets
-aan ontbreekt wat tot levensgemak dienen kan: een kleine slaapsteê, twee stoelen met
-Spaansch leder bekleed, een bidbankje, een kleine toilettafel, in welks lade zich
-een spiegel bevindt; eenige heilige schilderijen hangen op de geschiktste plaats aan
-den wand. In een hoek van het kamertje ziet men, tusschen een guitare en een tuchtroede,
-eene beeldtenis der Heilige maagd van hout of albast, met een krans van witte rozen
-op het hoofd en een altoos brandende lamp voor zich. Zie daar het ameublement, dat
-op geringe uitzonderingen na, in al de cellen der nonnen voorhanden is.
-<span class="pageNum" id="pb44">[<a href="#pb44">44</a>]</span></p>
-<p>Het <span class="corr" id="xd30e1256" title="Bron: Berdandijnen-klooster">Bernardijnen-klooster</span> bevatte, op het tijdstip van ons verhaal, honderd vijftig nonnen en ongeveer zestig
-novicen. In dit land van verdraagzaamheid, zijn de nonnen zelden in de kloosters opgesloten;
-de zusters mogen in de stad uitgaan, en bezoeken geven of ontvangen; de regel orde
-is uiterst zacht, en behalve de dagelijksche godsdienstpligten, die zij met de grootste
-stiptheid moeten naleven, hebben de nonnen, wanneer zij eenmaal in hare cellen zijn
-teruggekeerd, schier algeheele vrijheid om te doen wat haar behaagt, zonder dat iemand
-er acht op geeft of er zich mede schijnt te bemoeijen.
-</p>
-<p>Wij hebben thans de kloostercellen beschreven, die allen volmaakt op elkander gelijken;
-alleen die der abdis verdient nog eene afzonderlijke beschrijving. Men zou inderdaad
-bezwaarlijk <span class="corr" id="xd30e1261" title="Bron: en">een</span> <i lang="fr">boudoir</i> vinden, waar zoo veel wereldsche weelde en gemak, en tevens vroomzinnige luister
-verzameld zijn als in het dagelijksch verblijf der kloostervoogdes. Het was eene spatieuze
-vierkante zaal; aan de eene zijde waren twee boogvensters met in lood gezette ruiten,
-op welks glazen heilige voorstellingen van de schitterendste kleuren en met meesterhand
-waren afgemaald. De muren waren met het rijkst gekleurd en gestempeld goud-leerbehangsel
-gedekt; kostbare schilderijen, de hoofdtrekken uit het leven van den heiligen Bernardus
-voorstellende, versierden hier en daar de wanden, zonder overlading en met dien fijnen
-smaak, dien men zelden ergers anders dan bij kerkelijke personen aantreft. Tusschen
-de twee vensters hing eene prachtige Madonna naar Rafaël, achter een eenvoudig maar
-keurig bewerkt outaar. Eene zilveren lamp met welriekende olie gevuld, hing aan de
-zoldering voor het outaar, dag en nacht te branden: deze gansche heilige toestel kon
-door eene gordijn van zwaar damast naar welgevallen worden afgesloten en onzigtbaar
-gemaakt.
-</p>
-<p>De meubels bestonden uit een groot Chineesch kamerschut, achter hetwelk zich de slaapstede
-der abdis verschool, een eenvoudig ledikant van gesneden eikenhout en met een wit
-gazen behangsel, om de moskieten af te weren. Eene vierkante tafel, mede van eikenhout,
-waarop eenige boeken en een schrijflessenaar, waar in het midden der kamer geplaatst;
-in een hoek van het vertrek stond eene groote boekenkast, geheel opgevuld met werken
-van godsdienstigen aard, wier prachtige, rijk vergulde banden men door de glazen deuren
-zag blinken; verder stonden eenige stoelen en tabouretten met gedraaide of gebeeldhouwde
-pooten hier en daar tegen den wand.
-</p>
-<p>Eindelijk zag men er een zilveren met olijvenpitten gevuld reukvat, tegenover een
-prachtige mahoniehouten kast, welker lof- en lijstwerk, wat snijkunst betrof, als
-een meesterstuk in den stijl der renaissance kon worden beschouwd.
-</p>
-<p>Overdag verspreidde het zonlicht, door de beschilderde glasruiten getemperd, over
-al deze voorwerpen een zacht geheimvollen schemerglans, die den bezoeker met zeker
-gevoel van eerbied en ingetogenheid bezielde en aan het ruime vertrek een gestreng,
-bijna somber aanzien gaf.
-</p>
-<p>Op het oogenblik dat wij den lezer in deze cel binnenleiden&#x2014;namelijk weinige minuten
-voor het tooneel dat wij zoo straks beschreven <span class="pageNum" id="pb45">[<a href="#pb45">45</a>]</span>hebben&#x2014;zat de abdis in een grooten arm stoel met regtstandige leuning, boven welken
-de kroon der kloostervoogdij prijkte, en welks goud-lederen zitting met een dubbele
-franje van zijde en goud geboord was.
-</p>
-<p>De abdis was eene kleine, zwaarlijvige, poezelige vrouw van omtrent zestig jaar; hare
-gelaatstrekken zouden onbeduidend hebben geschenen, zonder dien helderen doordringenden
-blik, die als een stroom gloeijende lava uit hare grijze oogen schoot, zoo vaak zij
-door een hevige drift bewogen werd. Zij had een opengeslagen boek in de handen en
-scheen in diepe aandacht verzonken.
-</p>
-<p>De deur van hare cel werd zachtjens geopend; een jong meisje, in de kleeding der nieuwelingen,
-naderde schroomvallig en scheen den ingelegden vloer naauwelijks met haar ligten bedeesden
-voet te durven aanraken.
-</p>
-<p>Dit jonge meisje bleef, op eenigen afstand van den stoel, waarop de abdis zat, verlegen
-staan en wachtte zwijgend tot deze het oog op haar zou gelieven te rigten.
-</p>
-<p>&#x2014;Ah! zijt gij daar, mijn kind, zeide de kloostervoogdes eindelijk, toen zij de tegenwoordigheid
-der proefnon opmerkte; kom nader.
-</p>
-<p>De nieuweling trad nog een paar stappen vooruit.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom zijt gij heden morgen uitgegaan, zonder mij eerst verlof te vragen?
-</p>
-<p>Op het hooren van deze vraag, ofschoon zij die zeer natuurlijk verwachten moest, geraakte
-het jonge meisje in verwarring, werd doodsbleek en stotterde eenige onverstaanbare
-woorden.
-</p>
-<p>De abdis hervatte op strengen toon:
-</p>
-<p>&#x2014;Pas op, meisje; al zijt gij slechts novice en al zult gij den nonnensluijer eerst
-over twee maanden aannemen, onthoud wel dat gij, even als de andere nonnen, van mij
-alleen afhangt, en van niemand anders.
-</p>
-<p>Deze woorden werden uitgesproken op een toon en met een nadruk die het jonge meisje
-deden sidderen.
-</p>
-<p>&#x2014;Heilige moeder! prevelde zij zacht.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij waart de vertrouwde vriendin, ja bijna de zuster van het dwaze kind, dat zich
-voor onzen oppermagtigen wil heeft moeten buigen als een rietstaf, en dat dezen morgen
-gestorven is.
-</p>
-<p>&#x2014;Gelooft gij dan stellig dat zij dood is, moeder? snikte de nieuwelinge bedeesd en
-met eene haperende stem.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie twijfelt daaraan? vroeg de abdis driftig, terwijl zij half van haar stoel opsprong
-en het arme meisje fixeerde als met den blik eener slang.
-</p>
-<p>&#x2014;Niemand! mevrouw, niemand! gilde het meisje, van schrik terugdeinzende.
-</p>
-<p>&#x2014;Hebt gij niet even goed als de andere kloosterlingen hare uitvaart bijgewoond? vervolgde
-de abdis met vreesselijken nadruk. Hebt gij de gebeden dan niet gehoord die over hare
-kist werden uitgesproken?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat heb ik, moeder!
-</p>
-<p>&#x2014;Hebt gij haar lijk niet in den grafkelder van het convent zien nederdalen, en den
-steen boven haar graf zien verzegelen, dien alleen <span class="pageNum" id="pb46">[<a href="#pb46">46</a>]</span>de engel des gerigts er zal afligten op den dag des oordeels? Zeg, hebt gij deze treurige
-en ontzagwekkende plegtigheid niet bijgewoond? Zoudt gij dan nu nog durven beweren
-dat dit alles slechts bedrog is en dat zij nog leeft, dat arm ellendig schepsel, dat
-door God en zijnen toorn plotseling geslagen werd, om haar ten voorbeeld te stellen
-voor allen die de Satan tot muiterij aanspoort?
-</p>
-<p>&#x2014;Vergeving! heilige moeder, vergeving, ik heb alles gezien wat gij zegt, ik heb de
-begrafenis van dona Laura bijgewoond; helaas! ik kan er niet aan twijfelen, zij is
-voorzeker dood.
-</p>
-<p>Onder het uiten der laatste woorden kon het meisje zich niet langer bedwingen en liet
-hare tranen den vrijen loop.
-</p>
-<p>De abdis zag haar uitvorschend aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is goed, zeide zij, verwijder u; maar ik zeg u nog eens, pas op! Ik weet dat
-er ook in u een geest van verzet heerscht, die uw hart tot opstand drijft, en ik zal
-u in &#x2019;t oog houden.
-</p>
-<p>Het jonge meisje groette de kloostervoogdes met eene deemoedige buiging, en trad terug
-om haar bevel te gehoorzamen en heen te gaan.
-</p>
-<p>Op eens hoorde men een vreesselijk rumoer; angstkreten doormengd met bedreigingen
-klonken op de gangen, en driftig loopende voeten, als van een onstuimige troep volk,
-schenen snel te naderen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat beteekent dat? riep de abdis verschrikt; wat is dat voor rumoer?
-</p>
-<p>Zij vloog ontsteld op en trad met weifelenden tred naar de deur van hare cel, waartegen
-op dit oogenblik herhaalde malen geklopt werd.
-</p>
-<p>&#x2014;O lieve God! prevelde de novice, met een weenenden blik naar het Madonnabeeld, dat
-haar minzaam scheen toe te lagchen; zouden zij ons eindelijk komen verlossen?
-</p>
-<p>Eer wij hier verder gaan is het noodig dat wij naar don Torribio terugkeeren, dien
-wij straks verlaten hebben, terwijl hij met zijne kameraden in de rigting van het
-klooster optrok.
-</p>
-<p>Volgens hunne gemaakte afspraak, had don Torribio zich met zijn gansche troep bij
-de muren van het klooster vereenigd. Om in hunne onderneming niet gestoord te worden,
-hadden de bandieten al gaande weg, naar mate zij het klooster naderden, al de nachtwachts
-die zij op de straat ontmoetten overrompeld, gebonden, proppen in den mond gestopt
-en naar het klooster medegenomen. Dank zij deze welberekende manoeuvre, hadden zij
-ongehinderd het bedoelde punt bereikt. Niet minder dan twaalf serenos waren op deze
-wijs opgevangen en gekneveld.
-</p>
-<p>Toen zij eenmaal bij het klooster waren, had don Torribio order gegeven om de medegesleepte
-serenos op den grond te leggen, en aan den voet van den muur op elkander te stapelen.
-</p>
-<p>Toen een fluweelen halfmasker uit zijn zak halende, bedekte hij er zijn gezigt mede;
-de zelfde voorzorg om zich onkenbaar te maken, werd ook door zijne medgezellen gebruikt;
-daarop begaven zij zich naar eene kleine ellendige hut, op korten afstand, en drongen
-de zwakke deur met hunne schouders open. De bewoner der hut, op deze wijs onzacht
-uit zijn slaap gewekt, kwam onthutst en half gekleed <span class="pageNum" id="pb47">[<a href="#pb47">47</a>]</span>te voorschijn, om te zien wie op zulk eene ongewone manier op zijne deur klopte; de
-arme drommel stoof met een kreet van schrik terug, toen hij zulk een schaar van gemaskerden
-voor zijne deur verzameld zag.
-</p>
-<p>Don Torribio had haast en opende het mondgesprek onverwijld regt op den man af.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e1316" title="Niet in bron">&#x2014;</span><i lang="es"><span class="corr" id="xd30e1318" title="Bron: Buenos">Buenas</span> noches!</i> goeden avond! Tio Salado, riep hij, ik ben blijde dat ik u zoo wel zie.
-</p>
-<p>De andere antwoordde, maar zonder eigentlijk te weten wat hij zeide:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, caballero, gij zijt te goed.
-</p>
-<p>&#x2014;Maak een beetje voort, neem uw mantel en kom met ons mede.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik? riep Salado, blijkbaar ontstellende.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, gij.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar waarin kan ik u van dienst zijn?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zal ik u zeggen: ik weet dat gij met het Bernardijnen-klooster op een witten
-voet staat, vooreerst als pulquero (drankverkooper) en ten tweede als <i lang="es">hombre de bien y religioso</i> (<span class="corr" id="xd30e1334" title="Bron: fantsoenlijk">fatsoenlijk</span> en vroom man.)
-</p>
-<p>&#x2014;O, ho! tot zekere hoogte, ja, antwoordde de pulquero ontwijkend.
-</p>
-<p>&#x2014;Geen gemaakte nederigheid, als &#x2019;t u b&#x2019;lieft! ik weet dat gij in het klooster genoeg
-vertrouwd zijt om u ieder oogenblik de deur te zien openen; en om die reden alleen
-verzoek ik u ons te vergezellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Jesu Maria! zoudt gij waarlijk, caballero&#x200a;&#x2026; riep de arme pulquero verschrikt.
-</p>
-<p>&#x2014;Geen tegenspraak, verzoek ik u, haast u maar liever, of per Nuestra Senora del Carmen,
-ik steek uw huis in brand!
-</p>
-<p>Salado slaakte een hoorbaren zucht, wierp een wanhopigen blik op de zwarte maskers
-en begon tegen wil en dank te gehoorzamen.
-</p>
-<p>Het huis van den pulquero<a class="noteRef" id="xd30e1344src" href="#xd30e1344">1</a> lag slechts weinige schreden van het klooster af; deze ruimte was spoedig doorloopen,
-en don Torribio wendde zich tot zijn gevangene, die meer dood dan levend voor hem
-stond:
-</p>
-<p>&#x2014;Kom, vriendje, zeide hij op gebiedenden toon, hier zijn wij; maak nu maar handig
-dat de deur van het convent ons geopend wordt.
-</p>
-<p>&#x2014;In &#x2019;s hemels naam! riep de pulquero, een laatste poging aanwendende om zich te verzetten;
-hoe moet ik het aanleggen? Gij weet wel dat ik geen middel weet om.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Luister, vervolgde don Torribio gebiedend; gij begrijpt wel dat ik geen tijd heb
-om met u te redeneren: zorg dus dat wij in het klooster komen en deze beurs, die vijftig
-oncen goud bevat, is voor u; of weiger het, vervolgde hij, bedaard een pistool uit
-zijn gordel halende, en ik jaag u terstond een kogel door den kop.
-</p>
-<p>Het koude zweet gudste den pulquero langs de slapen, de bandieten van zijn land waren
-hem te goed bekend om met hunne woorden te spotten.
-<span class="pageNum" id="pb48">[<a href="#pb48">48</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Wel! vroeg de ander een oogenblik later, terwijl hij het pistool overhaalde, hebt
-gij u bedacht?
-</p>
-<p>&#x2014;Caspita! caballero, doe dat toch niet, als ik u bidden mag, ik zal beproeven wat
-ik kan.
-</p>
-<p>&#x2014;Om u des te beter doen slagen, neem dit, zei don Torribio, hem de beurs overreikende.
-</p>
-<p>De pulquero nam haar aan met al de gretigheid van een armen gierigaard, en een glans
-van genoegen straalde uit zijn oog; thans stapte hij langzaam naar de poort van het
-convent, blijkbaar met zich zelf in beraad hoe hij het aan zou leggen om de aanzienlijke
-som die hij ontvangen had, zoo eerlijk mogelijk te verdienen, maar zonder het minste
-gevaar te loopen: een vraagstuk welks oplossing, wij moeten het bekennen, zich niet
-zoo gemakkelijk laat vinden.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e1344">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e1344src">1</a></span> Pulque is een bedwelmende drank uit het sap der maguey (<span class="corr" id="xd30e1346" title="Bron: ag ave">agave</span> americana, of aloë) bereid; de huizen waar men dien verkoopt heeten <i lang="es">pulquerios</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1344src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7046">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">VIII.</h2>
-<h2 class="main">Eene duistere geschiedenis. (Slot)</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De pulquero scheen eindelijk tot een besluit te zijn gekomen. Op eens schoot hem eene
-heldere gedachte door het brein, en met een glimlach op de lippen greep hij den klopper
-die voor de deur van het klooster hing.
-</p>
-<p>Doch eer hij dien kon laten vallen, hield don Torribio zijn arm tegen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat is het? vroeg Salado.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is reeds lang over elven, alles in het klooster slaapt of ten minste behoort
-te slapen; misschien zou het beter zijn om een ander middel te gebruiken.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij vergist u, caballero, antwoordde de pulquero, de portierster waakt altijd.
-</p>
-<p>&#x2014;Weet gij dat zeker?
-</p>
-<p>&#x2014;Caramba! riep Salado, die eenmaal zijn plan reeds gemaakt had en bang was dat hij
-het geld zou moeten terug geven, zoo don Torribio misschien van besluit veranderde&#x2014;het
-Bernardijnen-klooster te Mexico is nacht en dag open voor degenen die er medicijnen
-komen halen voor zieken. Laat mij dus begaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Volg dan uw plan, antwoordde de chef der onderneming, zijn arm loslatende.
-</p>
-<p>Salado liet zich het bevel om voort te gaan geen tweemaal herhalen: hij maakte dus
-spoed en de klopper viel met een fermen slag op zijn koperen knop.
-</p>
-<p>Don Torribio en de zijnen stonden intusschen zoo digt mogelijk bezijden de poort tegen
-den muur gedrongen, om zich niet te laten zien.
-</p>
-<p>Eenige oogenblikken later werd de schuif in de deur opgehaald en verscheen het gerimpeld
-gezigt der portierster voor de opening.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie zijt gij, broeder? vroeg zij met een bevend en slaperig <span class="pageNum" id="pb49">[<a href="#pb49">49</a>]</span>schapenstemmetje, wat drijft u nog zoo laat naar het klooster der Bernardijnen?
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Ave Maria purissima</i> (Ave Maria allerzuiverste) zei Salado op een toon zoo kwezelachtig mogelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Sin peccado concebida</i> (Zonder zonden ontvangen). Zijt gij ziek, broeder?
-</p>
-<p>Ik ben een arme zondaar, gij kent mij wel, zuster; mijn hart is bitter verslagen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie zijt gij dan, broeder? ik meen waarlijk dat ik u herken, maar de nacht is zoo
-donker dat ik uw gezigt niet kan zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik hoop dat gij het nooit zien zult! dacht de <span class="corr" id="xd30e1397" title="Bron: pulqureo">pulquero</span>; maar hij vervolgde hardop: Ik ben Senor Templado die in de calle Plateros woont.
-</p>
-<p>&#x2014;Ah! nu ken ik u wel, broeder.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik geloof dat het thans gelukken zal, mompelde Salado tegen don Torribio.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij, broeder? zeg het mij in Jezus naam! haast u een beetje, riep de oude,
-een kruis slaande, dat Salado haar oogenblikkelijk nadeed; het is zoo koud van nacht
-en ik moet nog zooveel paternosters bidden, daar gij mij juist in zijt komen storen.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Valga me Deos!</i> zuster, mijne vrouw en twee kinderen zijn krank; de pater gardiaan der Franciscanen
-heeft mij aanbevolen om u drie flesschen wonderwater te vragen.
-</p>
-<p>In &#x2019;t voorbijgaan moeten wij hier aanmerken, dat ieder klooster in Mexico zeker geheim
-geneesmiddel of wonderwater bezit, dat de kracht heeft om alle kwalen te genezen en
-waarvan de opbrengst ten voordeele der stichting komt. Wat de genezende wonderkracht
-van dit water betreft zouden wij niets durven zeggen, daar wij het nooit op ons zelven
-hebben toegepast, maar dat zulk een algemeen werkend geneesmiddel duur verkocht wordt
-en aan het klooster groote inkomsten verschaft, laat zich ligt begrijpen.
-</p>
-<p>&#x2014;<span class="corr" id="xd30e1412" title="Bron: Sante">Santa</span> Maria, drie flesschen? riep de oude, terwijl hare oogen glinsterden van genoegen
-bij de buitengewone aanvraag van den pulquero,&#x2014;drie flesschen! herhaalde zij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zuster. Ik vraag u tevens verlof om een oogenblik te rusten, daar ik zoover heb
-moeten loopen; en bovendien de angst over mijne zieke vrouw en kinderen heeft mij
-zoo ter neêrgeslagen, dat ik naauwelijks op mijne beenen staan kan.
-</p>
-<p>&#x2014;Arme ziel, riep de portierster medelijdend.
-</p>
-<p>&#x2014;O, gij zult er mij wezentlijk eene dienst mede bewijzen, zuster.
-</p>
-<p>&#x2014;Senor Templado, zie even rond, bid ik u, om u te overtuigen dat er niemand in de
-straat is; wij leven in zulk een slechten tijd dat men nooit te voorzigtig kan zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Er is niemand, zuster, antwoordde de pulquero, terwijl hij de bandieten een wenk
-gaf om zich gereed te houden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dan zal ik u de deur openen.
-</p>
-<p>&#x2014;De hemel zal u loonen, zuster.
-<span class="pageNum" id="pb50">[<a href="#pb50">50</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Amen! zei de oude non.
-</p>
-<p>Thans hoorde men den sleutel in het slot omdraaijen, de grendels afschuiven, en de
-deur werd geopend.
-</p>
-<p>&#x2014;Kom gaauw binnen, broeder, riep zij.
-</p>
-<p>Maar Salado had zich intusschen voorzigtig terug getrokken, om aan don Torribio zijne
-plaats in te ruimen.
-</p>
-<p>Deze wierp zich terstond op de oude portierster; eer zij tijd had om zich te herstellen,
-greep hij haar bij de keel en kneep die met de beide handen als in een schroef.
-</p>
-<p>&#x2014;Als gij een woord spreekt, oude tooverheks, riep hij haar in &#x2019;t oor, draai ik u den
-hals om.
-</p>
-<p>Verbijsterd door dezen onverhoedschen aanval, van iemand wiens gezigt met een zwart
-masker bedekt was, schrikte de oude vrouw zoo geweldig, dat zij op den grond viel
-en geheel buiten kennis liggen bleef.
-</p>
-<p>&#x2014;Die duivelsche teef! riep don Torribio, verstoord over de onverwachte gevolgen van
-zijn woest bedrijf, wie zal ons nu den weg wijzen?
-</p>
-<p>In &#x2019;t eerst beproefde hij de portierster weder tot zich zelve te brengen; doch weldra
-ziende dat dit niet gelukken zou, gaf hij twee der zijnen een wenk om haar stevig
-te binden en een prop in den mond te steken; vervolgens, na deze twee individus aan
-de deur op schildwacht te hebben geplaatst, maakte hij zich van den sleutelbos meester
-dien de oude non bij zich droeg en drong het klooster in, gevolgd door al zijne kameraden,
-om het eigenlijke verblijf der nonnen op te sporen. Het ging alles behalve gemakkelijk
-om in dit eindelooze doolhof van gangen en cellen den weg naar de kamer der abdis
-te vinden, daar het don Torribio vooreerst slechts te doen was om deze te spreken.
-</p>
-<p>Dit scheen voor de bandieten inderdaad een onoverkomelijk bezwaar, want ofschoon zij
-zich door list van het gebouw hadden meester gemaakt, waren zij met de inwendige gelegenheid
-volstrekt onbekend. Op het oogenblik echter dat zij de hoop begonnen te verliezen,
-gebeurde er iets, dat als natuurlijk gevolg hunner onwelkome tegenwoordigheid, hun
-plan deed gelukken.
-</p>
-<p>De bandieten hadden zich namelijk als een losgebroken stroom over de binnenplaatsen
-en in de gaanderijen verspreid, zonder zich in het minst om de gevolgen van hun woesten
-inval te bekommeren, terwijl zij schreeuwden en raasden als bezetenen; geen schuilhoek
-hoe verborgen of heilig ook, lieten zij onbezocht; de eenige regel dien zij hierin
-eerbiedigden was dat zij te werk gingen op onmiddelijk bevel van hun chef.
-</p>
-<p>De kloosterzusters, steeds gewoon aan de diepste stilte en rust, werden natuurlijk
-door het helsche misbaar dat de bandieten maakten onzacht uit haar slaap gewekt, en
-dachten eenige oogenblikken niet anders of er had eene aardbeving plaats; op het eerste
-gerucht verlieten zij hare legersteden en cellen, en namen in der ijl en half gekleed,
-als een troep verschrikte duiven, schreeuwend en gillend de vlugt naar de kamer der
-kloostervoogdes.
-</p>
-<p>De kloostervoogdes, niet minder verontrust dan hare onderhoorigen <span class="pageNum" id="pb51">[<a href="#pb51">51</a>]</span>en even onbekend met de oorzaak van het nachtelijk alarm, opende terstond hare deur,
-verzamelde de verschrikte nonnen rondom zich en zich thans aan het hoofd der troep
-stellende, trok zij onverschrokken naar de binnenplaats waar het ergste rumoer gehoord
-werd en trad het gevaar moedig tegen, in al de majesteit van hare voogdij en leunende
-op haar staf als abdis. Naauwelijks echter ontwaarde zij de bende der gemaskerde bandieten,
-die als duivels, huilend en schreeuwend en met allerlei soort van wapenen zwaaijend
-rondliepen, of de moed ontzonk haar. Maar eer zij nog een kreet geuit of een woord
-gesproken had, snelde don Torribio naar haar toe en riep:
-</p>
-<p>&#x2014;Stel u gerust, mevrouw, en maak geen misbaar; wij zijn hier niet om u kwaad te doen;
-integendeel, wij komen om het kwaad te herstellen dat gij zelve bedreven hebt.
-</p>
-<p>Stom van verbazing en schrik, bij het gezigt van zoo vele gewapende en gemaskerde
-mannen, stond daar de talrijke vrouwenschaar als aan den grond geworteld.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij van mij? vroeg de abdis met eene bevende stem.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zult gij aanstonds vernemen, antwoordde de chef<span class="corr" id="xd30e1447" title="Niet in bron">,</span> en zich thans tot een zijner onderhoorigen wendende, zeide hij: Breng mij de gezwavelde
-lonten.
-</p>
-<p>De bandiet bragt hem zwijgend wat hij verlangde.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoor mij thans met aandacht, Senora, vervolgde hij. Gisteren is een der nieuwelingen
-uit uw convent, die eenige dagen geleden geweigerd had den sluijer aan te nemen, hier
-plotseling gestorven.
-</p>
-<p>De abdis wierp een gebiedenden blik om zich heen, en wendde zich toen tot den spreker.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik weet niet wat gij daarmede zeggen wilt, antwoordde zij onverschrokken.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer goed, dat antwoord is juist zoo als ik het van u verwachtte. Ik vervolg dus:
-die <span class="corr" id="xd30e1455" title="Bron: nieweling">nieuweling</span>, naauwelijks zestien jaar oud, heette dona Laura de Azevedo Real del Monte; zij behoorde
-tot een der aanzienlijkste geslachten in Mexico; heden morgen heeft hare uitvaart
-plaats gehad, met al de gebruikelijke plegtigheden en in de kapel van dit klooster;
-vervolgens is haar lijk, onder groote praalvertooning, in de voor de lijken der nonnen
-bestemde grafkelders nedergelaten.
-</p>
-<p>Hier hield hij op en rigtte van onder zijn masker een doorborenden blik op de abdis.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik herhaal nog eens dat ik niet weet wat gij zeggen wilt, antwoordde zij koelzinnig.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo! zeer goed; hoor dan ook dit nog, Senora, en doe er uw voordeel mede, want ik
-zweer u, gij hebt met mannen te doen die u geen genade zullen bewijzen, en die zich
-noch door uwe tranen, noch door uwe angstkreten zullen laten bewegen, zoo gij hen
-noodzaakt tot uitersten over te gaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij kunt doen wat gij goedvindt, hernam de kloostervoogdes altoos even onverstoorbaar;
-ik ben in uwe handen, ik weet dat ik voor het oogenblik van niemand eenige hulp te
-wachten heb, de hemel zal <span class="pageNum" id="pb52">[<a href="#pb52">52</a>]</span>mij derhalve kracht verleenen om den marteldood te ondergaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Mevrouw, hervatte don Torribio meesmuilend, wat gij daar zegt is godslastering, het
-is eene doodzonde die gij willens en wetens begaat; maar dat gaat mij niet aan, dat
-is uwe zaak; de mijne daarentegen is deze: gij zult mij oogenblikkelijk den ingang
-der grafkelders aanwijzen en de plaats waar dona Laura de Azevedo rust; ik heb gezworen
-dat ik haar lijk van hier zou vervoeren tot iederen prijs. Ik zal mijn eed houden,
-wat er ook gebeure. Zoo gij bewilligt in mijn verzoek, dan zullen mijne gezellen en
-ik ons vergenoegen met het lijk der arme overledene, en ons verwijderen, zonder een
-speld aan te raken van de onmetelijke rijkdommen die dit klooster bevat.
-</p>
-<p>&#x2014;En zoo ik weiger? vroeg zij hooghartig.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo gij weigert, hernam hij, met bijzonderen nadruk op ieder woord, als om het haar
-des te beter te doen verstaan; zoo gij weigert dan zal het klooster geplunderd, al
-deze witte duifjes zullen aan den duivel worden opgeofferd en gij,&#x2014;gij, vervolgde
-hij met een grijns die allen deed huiveren, gij zult aan eene foltering onderworpen
-worden, die u, ik twijfel er niet aan, de tong wel losser zal maken.
-</p>
-<p>De abdis glimlachte met minachting.
-</p>
-<p>&#x2014;Begin maar met mij, zeide zij.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat ben ik voornemens, was het antwoord. Kom, vervolgde hij met eene ruwe stem tegen
-zijne gezellen, terstond de handen aan &#x2019;t werk.
-</p>
-<p>Twee mannen traden vooruit om de abdis aan te grijpen; deze toonde geen de minste
-neiging om weerstand te bieden, zij bleef onbewegelijk en schijnbaar onverschillig
-staan, ofschoon eene onwillekeurige naauwelijks merkbare zamentrekking der wenkbraauwen
-hare innerlijke ontroering bewees.
-</p>
-<p>&#x2014;Hebt gij uw laatste woord gezegd, Senora? vroeg don Torribio.
-</p>
-<p>&#x2014;Doet uw werk, beulen, antwoordde zij met verachting, beproeft of gij den wil van
-eene oude vrouw kunt beheerschen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zullen wij zien. Welaan, begint! klonk zijn bevel.
-</p>
-<p>De twee bandieten maakten zich gereed om hun kommandant te gehoorzamen.
-</p>
-<p>&#x2014;Houdt op, in &#x2019;s hemels naam! riep thans een jong meisje, terwijl zij zich onverschrokken
-voor de abdis stelde en de bandieten terugstiet.
-</p>
-<p>Dit meisje was niemand anders dan de nieuweling, met welke de abdis gesproken had,
-op het oogenblik toen het klooster overrompeld werd.
-</p>
-<p>Er volgde eene tweede plegtige aarzeling.
-</p>
-<p>&#x2014;Zwijg, ik beveel het u, riep de abdis; laat mij mijn lot ondergaan. God ziet ons.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is juist omdat God ons ziet, dat ik spreken wil, antwoordde het meisje met nadruk;
-Hij is het die deze mij onbekende mannen herwaarts heeft gezonden, om eene groote
-misdaad te beletten. Volgt mij, caballeros, gij hebt geen oogenblik te verliezen,
-ik zal u de grafkelders wijzen.
-<span class="pageNum" id="pb53">[<a href="#pb53">53</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ongelukkige! riep de abdis, terwijl zij zich met geweld aan de handen der bandieten
-poogde te ontrukken, ongelukkige, op u zal zich al mijn toorn vereenigen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik, antwoordde de nieuweling treurig, maar geene reden van zelfbehoud zal
-mij beletten om een heiligen pligt te vervullen.
-</p>
-<p>&#x2014;Stopt die oude feeks een prop in den mond, en maakt er een einde aan! riep de kommandant.
-Zijn bevel werd onmiddellijk uitgevoerd. Ondanks den wanhopigen weerstand der abdis,
-was zij binnen weinige minuten tot zwijgen gebragt.
-</p>
-<p>&#x2014;Een van u blijft haar bewaken, vervolgde don Torribio, en bij de minste verdachte
-beweging jaagt gij haar een kogel door het hoofd.
-</p>
-<p>Nu van toon veranderende, wendde hij zich tot de nieuweling.&#x2014;Ik zeg u duizendmaal
-dank, Senorita, zeide hij met eene bewogen stem, voleindig wat gij zoo wel begonnen
-zijt, en geleid ons naar die afschuwelijke grafkelders.
-</p>
-<p>&#x2014;Komt, caballeros! antwoordde zij, zich aan hun hoofd stellende.
-</p>
-<p>De bandieten, op eens zoo gedwee als lammeren geworden, volgden haar stilzwijgend
-en met alle teekenen van den diepsten eerbied.
-</p>
-<p>Op nadrukkelijk bevel van don Torribio, hadden de overige nonnen, tamelijk gerust
-over den afloop der omstandigheden, zich reeds verspreid en waren zij naar hare cellen
-teruggekeerd.
-</p>
-<p>Terwijl de bandieten de gangen doortrokken, naderde don Torribio het jonge meisje
-en fluisterde haar een paar woorden in, die haar deden sidderen.
-</p>
-<p>&#x2014;Vrees niet, voegde hij er bij, ik heb alleen willen bewijzen dat ik alles wist, Senorita;
-ik wil niet anders voor u zijn dan uw goede vriend, die u eerbiedigt en zich aan u
-getrouw zal toonen.
-</p>
-<p>Het jonge meisje zuchtte, zonder te antwoorden.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat zal er voortaan van u worden in dit klooster, vervolgde hij; alleen en zonder
-beschermer ten prooi aan den haat van deze furie, die niets op de wereld ontziet of
-heilig acht, zult gij immers weldra de plaats moeten innemen van haar die wij thans
-gaan verlossen; zou het dus niet beter zijn haar te volgen?
-</p>
-<p>&#x2014;Helaas, arme Laura! zuchtte zij naauwelijks hoorbaar.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoudt gij, die tot hiertoe zoo veel voor haar gedaan hebt, haar in dit oogenblik
-willen verlaten, nu zij meer dan ooit misschien uwe hulp en troost zal noodig hebben?
-Zijt gij niet hare pleegzuster, hare trouwste vriendin? Wat verhindert u? Wie zou
-het u beletten? Gij zijt wees van uwe eerste kindsheid af, al uwe liefde heeft zich
-op Laura zamengetrokken, antwoord mij, dona Luisa, ik bezweer het u.
-</p>
-<p>Het jonge meisje ontroerde van verbazing, bijna van vrees.
-</p>
-<p>&#x2014;Kent gij mij dus? riep zij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb u immers gezegd dat ik alles wist? Kom, mijn kind, al was het niet om u zelve,
-doe het dan om harentwil; ga met mij mede en dwing mij niet om u hier achter te laten,
-in handen van vijanden die u met gruwzame straffen bedreigen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij wilt het zoo, stamelde zij treurig.
-<span class="pageNum" id="pb54">[<a href="#pb54">54</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Uwe vriendin smeekt het u, uit mijn mond.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, het zij dan zoo, het offer worde voltooid; ik zal u volgen, ofschoon ik niet
-weet of ik er wel of kwalijk aan doe; maar al ken ik u niet en al verbergt uw masker
-u voor mijn oog, ik wil uwe woorden gelooven; het schijnt mij toe dat gij een edel
-hart bezit, de Hemel verhoede dat ik hierin dwaal.
-</p>
-<p>&#x2014;Alleen God die goed en barmhartig is kan u dit besluit ingeven, mijn arm kind.
-</p>
-<p>Dona Luisa liet het hoofd op de borst hangen, zij slaakte een zucht, en dreigde in
-tranen uit te barsten.
-</p>
-<p>De bende was de bewoonde cellen reeds voorbij en doorliep op dit oogenblik de holle
-gangen en kluizen, die zoo het scheen sedert jaren ledig hadden gestaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar voert gij ons heen, mijn kind? vroeg don Torribio; ik dacht dat de grafkelders
-in dit klooster, even als in alle anderen, zich onder den vloer der kerk bevonden.
-</p>
-<p>Het jonge meisje glimlachte droevig.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik geleid u ook niet naar de grafkelders, antwoordde zij met eene bevende stem.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarheen dan?
-</p>
-<p>&#x2014;Naar het <i lang="la">in pace</i>!
-</p>
-<p>Don <span class="corr" id="xd30e1524" title="Bron: Torribo">Torribio</span> smoorde eene bittere verwensching.
-</p>
-<p>&#x2014;O! mompelde hij.
-</p>
-<p>&#x2014;De doodkist die heden morgen voor aller oog in den grafkelder nederdaalde, vervolgde
-dona Luisa, bevatte werkelijk het lijk der arme Laura; daar volgens het oude kloostergebruik,
-de dooden niet anders dan in volle nonnenkleeding en met het aangezigt onbedekt mogen
-begraven worden, kon men hier onmogelijk anders aanleggen; maar zoodra was de plegtigheid
-niet afgeloopen en waren al de nonnen naar hare cellen teruggekeerd, of de kerkdeuren
-werden voor de toeschouwers gesloten en de abdis gaf bevel om den steen der grafkelder,
-die nog niet verzegeld was, weder af te nemen, en het lijk naar het <i lang="la">in pace</i> in het afgelegenst gedeelte van het klooster over te brengen. Maar&#x2014;hier zijn wij
-er reeds, riep zij stilstaande, terwijl zij met de hand eene groote zerk aanwees,
-die plat op den vloer lag, midden in de ruime zaal waar zij thans binnen traden.
-</p>
-<p>Het tooneel had iets treurigs en huiveringwekkends: die holle, geheel ledige zaal,
-die gemaskerde mannen, in groepen verzameld rondom dat jeugdige, geheel in &#x2019;t wit
-gekleede meisje, en alleen verlicht door het roode schijnsel der walmende toortsen,
-dit alles had eene treffende overeenkomst met de geheimzinnige veemgerigten der middeleeuwen,
-wanneer de vrijmannen zich vergaderden om keizers en koningen te vonnissen.
-</p>
-<p>&#x2014;Neem die zerk weg, riep don Torribio met eene doffe stem.
-</p>
-<p>Na eenige krachtige pogingen was de steen afgetild, en nu opende zich een donker keldergewelf,
-waar een laauwe walm uit opsteeg. Don Torribio nam een toorts en bukte om in de opening
-te zien.
-<span class="pageNum" id="pb55">[<a href="#pb55">55</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Hoe is dat? vroeg hij een oogenblik later, die kelder is geheel ledig.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde dona Luisa eenvoudig, die gij zoekt ligt nog lager.
-</p>
-<p>&#x2014;Lager! wat bedoelt gij met lager? riep hij, terwijl hij zijne ontroering naauwelijks
-meester bleef.
-</p>
-<p>&#x2014;Deze kelder is niet diep genoeg, men zou die te gemakkelijk ontdekken, of het geschreeuw
-der martelaars daar buiten kunnen hooren weergalmen: er zijn drie kelders van de zelfde
-grootte als deze, en boven elkander gebouwd. Wanneer de abdis, om een of andere reden,
-een der zusters wil doen verdwijnen en haar voor altijd van de levenden afzonderen,
-wordt zulk eene non in den ondersten kelder gesloten, dien men de hel noemt! Daar
-smoort ieder gerucht, iedere zucht blijft onbeantwoord, iedere klagt is te vergeefs.
-O! de inquisitie wist hare zaken wel te overleggen, en daarbij is zij nog te kort
-geleden in Mexico opgeheven om al hare werktuigen in de kloosters te doen verdwijnen;
-zoek dus lager, caballero, zoek dieper.
-</p>
-<p>Bij deze woorden voelde don Torribio het koude zweet op zijn voorhoofd parelen, hij
-dacht dat hij aan de nachtmerrie ten prooi was. Terwijl hij met de uiterste inspanning
-zijne woede bedwong, klom hij langs een touwladder, die aan een der wanden van het
-onderaardsch gewelf hing, in den kelder af, door eenige zijner gezellen gevolgd.
-</p>
-<p>Hier vonden zij een tweeden steen, volkomen gelijk aan den vorigen. De steen werd
-opgeheven, en don Torribio stak zijn toorts in de holle spelonk.
-</p>
-<p>&#x2014;Zij is ledig! riep hij verschrikt<span class="corr" id="xd30e1547" title="Bron: !">.</span>
-</p>
-<p>&#x2014;Nog lager, zeg ik u! Zoek lager, herhaalde de zwakke stem van dona Luisa die aan
-den rand van den bovenkelder stond.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat had dit beminnelijke schepsel toch misdreven, dat zij dus verdiende gemarteld
-te worden? brulde don Torribio bijna uitzinnig van smart.
-</p>
-<p>&#x2014;Gouddorst en haat zijn twee helsche raadgevers, antwoordde het jonge meisje; maar
-haast u, haast u toch! iedere minuut langer is eene eeuw voor haar die u wacht.
-</p>
-<p>Don Torribio, door eene ontembare woede beheerscht, ging terstond aan &#x2019;t werk om den
-derden steen af te ligten. Na weinige oogenblikken zag hij zijn arbeid bekroond.
-</p>
-<p>Naauwelijks was de steen opgeheven, of zonder op de stiklucht acht te geven die uit
-het open graf opsteeg en zijne toorts bijna deed uitgaan, bukte hij voorover in de
-diepte.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zie haar! ik zie haar! brulde hij met eene stem die in het holle gewelf meer geleek
-naar die van een tijger, dan van een mensch.
-</p>
-<p>En zonder op antwoord te wachten, of zelfs vooraf de hoogte te meten, sprong hij in
-den kelder.
-</p>
-<p>Eenige minuten later klom hij naar boven en verscheen hij weder in de zaal, met het
-levenlooze ligchaam van dona Laura in zijne armen.
-</p>
-<p>&#x2014;Terug, mijne vrienden! keeren wij terug! riep hij zijne medgezellen toe; blijven
-wij geen sekonde langer dan noodig is, in dit verblijf van wilde dieren met menschelijke
-aangezigten.
-<span class="pageNum" id="pb56">[<a href="#pb56">56</a>]</span></p>
-<p>Op zijn gebiedenden wenk werd ook dona Luisa door een der bandieten opgenomen, en
-allen verwijderden zich op een draf in de rigting van het klooster. Weldra bereikten
-zij de plaats waar de abdis lag.
-</p>
-<p>Zoodra deze hen gewaar werd, deed zij eene geweldige maar vruchtelooze poging om hare
-banden los te rukken, en kronkelde zich als eene geboeide slang, terwijl zij de mannen
-die hare snoode plannen hadden vernietigd, een blik van magtelooze woede en haat toewierp.
-</p>
-<p>&#x2014;Armzalige! riep don Torribio, die haar digt voorbij ging en verachtelijk met den
-voet schopte, wees vervloekt doemwaardige, uw straf begint, daar uw slagtoffer u ontsnapt.
-</p>
-<p>Door een dier pogingen, die alleen de haat wanneer hij zijn hoogste toppunt bereikt,
-mogelijk maakt, gelukte het de abdis haar mondprop een weinig te verschuiven.
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien! krijschte zij met een gil, die don Torribio als een doodkreet in de ooren
-klonk.
-</p>
-<p>Door deze laatste inspanning uitgeput, zonk zij in flaauwte.
-</p>
-<p>Vijf minuten daarna, was er in het klooster niemand behalve de gewone bewoners overgebleven.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7055">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">IX.</h2>
-<h2 class="main">Vrij-Kogel en Loer-Vogel.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Op deze hoogte van zijn verhaal gekomen, hield Vrij-Kogel op, en begon hij met een
-nadenkend gezigt zijn Indiaansche tabakspijp te stoppen.
-</p>
-<p>Er volgde een ruime poos stilte.
-</p>
-<p>Zijne toehoorders, nog geheel onder den indruk dezer ongewone geschiedenis gebogen,
-veroorloofden zich geen enkele <span class="corr" id="xd30e1577" title="Bron: aanmerkeing">aanmerking</span>.
-</p>
-<p>Loer-Vogel hief eindelijk het hoofd op.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is wel eene zeer levendige en toch zeer treurige historie; maar neem mij niet
-kwalijk, oude en dierbare kameraad, als ik zoo vrij ben u aan te merken dat zij in
-geen het minste verband schijnt te staan met hetgeen er rondom ons omgaat, noch met
-de gebeurtenissen in welke wij waarschijnlijk geroepen zijn te deelen, of daar wij
-ten minste belangstellende aanschouwers van zullen zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Alles wel ingezien, beweerde Ruperto, wat hebben wij woudloopers met de gebeurtenissen
-te maken die er in Mexico, of in eenige andere stad in het binnenland voorvallen?
-Wij zijn hier in de wildernis om te jagen, strikken te zetten, of tegen de Roodhuiden
-te vechten, alle andere zaken gaan ons volstrekt niet aan.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel schudde bedenkelijk het hoofd en legde, met een air van gewigt, werktuigelijk
-zijne pijp naast zich neêr.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij bedriegt u, mijne vrienden, hervatte hij; meent gij dan dat <span class="pageNum" id="pb57">[<a href="#pb57">57</a>]</span>ik over uw tijd zou hebben beschikt om u zulk een lang verhaal te doen aanhooren,
-zoo het voor ons allen inderdaad geen hoogst gewigtige beteekenis had?
-</p>
-<p>&#x2014;Verklaar u dan nader, vriend, zei Loer-Vogel, want, wat mij betreft, moet ik u zeggen
-dat ik weinig of niets begrijp van al wat gij ons verteld hebt.
-</p>
-<p>De oude Canadees stak het hoofd op, en scheen gedurende eenige oogenblikken de hoogte
-der zon waar te nemen om het uur te berekenen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is omtrent half zeven voor den middag, zeide hij: gij hebt dus nog meer tijd
-dan noodig is om het veer del Rubio te bereiken, waar de karavaan u wacht die gij
-den weg moet wijzen; hoor mij dus nog een poosje, want ik heb nog niet volkomen gedaan;
-wat ik u verteld heb bevat wel het geheimzinnige gedeelte der geschiedenis, maar zoo
-gij lust hebt, zal ik u thans melden wat tot nadere toelichting kan dienen.
-</p>
-<p>Spreek op, antwoordde Loer-Vogel op den toon van iemand die zijn eigen wil prijs geeft,
-om goedwillig naar eene vertelling te luisteren die hij te voren weet dat hem weinig
-belang kan inboezemen.
-</p>
-<p>Zonder veel op de trage nieuwsgierigheid van zijn vriend te letten, of zich om zijne
-gedwongen inschikkelijkheid te bekommeren, nam Vrij-Kogel den draad van zijn verhaal
-weder op, in dezer voege:
-</p>
-<p>&#x2014;Het zal uwe aandacht niet ontgaan zijn, dat don Torribio de zaken behandeld had met
-eene voorzigtigheid en beleid die wel in staat schenen om allen argwaan te verwijderen
-en zijn avontuur met een ondoordringbaren sluijer te bedekken: ongelukkigerwijs echter
-was de evangelista Leporello niet werkelijk door hem gedood; hij kon niet alleen nog
-spreken, maar zelfs een duplicaat toonen van de brieven, die hij alle dagen aan den
-jongman had ter hand gesteld,&#x2014;brieven daar deze hem zoo duur voor betaalde en die
-de oude rekestschrijver, met de aangeboren voorzigtigheid van een Mexicaan, zoo zorgvuldig
-bewaard had, om er des noods een wapen van te maken tegen don Torribio, of zelfs,
-wat nog waarschijnlijker was, om zich te kunnen wreken, wanneer hij het slagtoffer
-mogt worden van een of ander verraad. Dit laatste was thans werkelijk gebeurd: de
-evangelista, den volgenden morgen door een vroegkomenden client bijna zieltogend in
-zijn pothuis gevonden, had nog de kracht om eene geregelde verklaring <span class="corr" id="xd30e1596" title="Bron: van">aan</span> den <span lang="es">Juez de lettras</span> (crimineele regter) af te leggen en hem de papieren te overhandigen, eer hij stierf.
-Deze manslag, in verband met de opligting der nachtwachts en den inval in het Bernardijnen-klooster
-door een talrijken troep gemaskerden, wees de politie een gereed spoor aan, dat zij
-met den meesten ijver begon te volgen, des te meer daar de jonge dochter wier lijk
-zoo stoutmoedig werd weggeroofd, veelvermogende ouders had, die, om zekere hun alleen
-bekende redenen, dezen roof niet ongestraft wilden laten en er goud met volle handen
-voor overhadden om den misdadiger te vinden. Weldra wist men dat de bandieten, het
-klooster verlatende, paarden hadden genomen, die <span class="pageNum" id="pb58">[<a href="#pb58">58</a>]</span>hun door bestelde personen werden toegevoerd, en toen met gevierden teugel waren weggereden
-in de rigting der presidios. Tevens gelukte het, een der personen te ontdekken, die
-de paarden geleverd hadden; dat individu, met name Pepito, nog meer aangelokt door
-het goud dat men hem aanbood dan verschrikt door de bedreigingen der straf, verklaarde,
-dat hij ten behoeve van don Torribio Carvajal, vijf en twintig remonte paarden had
-verkocht, af te leveren des morgens ten twee ure, onder de muren van het Bernardijnen-klooster;
-daar deze paarden hem vooruit waren betaald, had Pepito zich niet veel bekommerd over
-de zonderlinge plaats die men aanwees of het nog zonderlinger uur der aflevering.
-Don Torribio en zijne kameraden waren gezien, dragende twee vrouwen in hunne armen,
-waarvan de eene naar het scheen in onmagt lag, en hadden zich oogenblikkelijk in vollen
-galop verwijderd. Het spoor der schakers was nagegaan tot aan de presidio de Tubac,
-waar don Torribio zijne bende eenige dagen had laten uitrusten; aldaar had hij een
-gesloten palankijn aangekocht, een groote veldtent en de noodige levensmiddelen voor
-eene langdurige reis in de woestijn; en op zekeren nacht was hij plotseling verdwenen
-met zijn geheelen troep, die intusschen uit de presidio door een aantal lieden van
-dubbelzinnig karakter versterkt en vandaar vertrokken was zonder dat iemand wist te
-zeggen waarheen. Deze narigten waren zeker onbestemd genoeg, maar toch in zoo verre
-voldoende, dat zij de ouders van het vermiste meisje aanleiding gaven om hunne nasporingen
-voort te zetten.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik geloof nu dat ik begin te begrijpen waar gij heen wilt, vriend, viel Loer-Vogel
-hem in de rede; maar ga voort met uw verhaal; als gij gedaan hebt zal ik u eenige
-opmerkingen maken, waarvan gij, zoo ik vertrouw, de juistheid zult moeten erkennen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik verlang niets liever, mijn goede kameraad, antwoordde Vrij-Kogel, en hij vervolgde:
-Zeker iemand, die mij twintig jaar geleden een gewigtige dienst had bewezen en dien
-ik sinds al dien tijd niet weder ontmoette, zoodat ik hem zelfs niet zou hebben herkend,
-als hij mij zijn naam niet genoemd en mij eenige bijzonderheden had aangegeven die
-ik onmogelijk vergeten kon, kwam mij bij die gelegenheid opzoeken; Ruperto en ik bevonden
-ons juist aan het presidio de Tubac om eenige tijger- en pantervellen te verkoopen.
-De man dien ik bedoel deelde mij alles mede wat ik u thans verteld heb; hij voegde
-er nog bij dat hij een zeer naaste bloedverwant van het meisje was, en herinnerde
-mij toen de dienst die hij mij eenmaal bewezen had; kortom, hij wist mij zoodanig
-te bepraten, dat ik mij verbond om hem te helpen zich aan zijne vijanden te wreken.
-Twee dagen later gingen wij zamen op weg om de bandieten op te sporen; voor iemand
-die zoo bedreven is als ik, om het spoor der Indianen te vinden, was het opsporen
-der bandieten slechts kinderspel, en weldra bragt ik hem tot in de nabijheid der Spaansche
-karavaan onder kommando van don Miguel Ortega.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar die andere heette immers don Torribio Carvajal?
-<span class="pageNum" id="pb59">[<a href="#pb59">59</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Kon hij dan zijn naam niet veranderd hebben?
-</p>
-<p>&#x2014;Waartoe zou dat dienen in de woestijn?
-</p>
-<p>&#x2014;Uit voorzorg, in geval dat men hem wilde vervolgen.
-</p>
-<p>&#x2014;De ouders schijnen dan wel belang te hebben gehad bij die vervolging?
-</p>
-<p>&#x2014;Don <span class="corr" id="xd30e1616" title="Bron: Jose">José</span> verzekerde mij dat hij de oom van het meisje was, en dat hij haar altijd zoo lief
-had gehad als een vader.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar zij was immers dood, ten minste ik meen dat gij mij dit gezegd hebt, als ik
-mij niet vergis.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel krabde zich achter het oor.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is juist wat de zaak zoo duister maakt, zeide hij; het schijnt dat zij alles
-behalve dood is, integendeel.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Ei ei! riep Loer-Vogel, is zij niet dood! En die oom weet hij dit, en is het dan
-met zijne toestemming geweest dat men het arme schepsel levend heeft begraven! Maar
-als dat zoo is, dan steekt er een verfoeijelijk geheim achter.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waarachtig waar ook! stotterde de Canadees met eene onvaste stem. Nu gij het
-zegt, moet ik bekennen dat gij gelijk hebt, en dat ik er bang voor begin te worden!
-Intusschen heeft die man mij eenmaal een groote dienst bewezen, ik heb geen de minste
-reden om hem te verdenken, en.&#x2026;
-</p>
-<p>Loer-Vogel stond op en plaatste zich vlak voor den jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Vrij-Kogel, zeide hij op strengen toon, wij zijn zamen landgenooten, wij beminnen
-elkander als twee broeders; sedert vele jaren is de prairie ons gezamentlijk nachtleger
-en deelen wij elkanders geluk en ongeluk; honderdmaal hebben wij elkanders leven gered,
-hetzij in den strijd met het wild gedierte, hetzij in den oorlog met de Indianen;
-zeg ik de waarheid, of niet?
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is de waarheid, Loer-Vogel, &#x2019;t is de waarheid, en hij die anders sprak zou moeten
-liegen! antwoordde de jager getroffen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vriend en broeder, eene groote misdaad is hier begaan of staat op het punt van
-begaan te worden; laten wij op onze hoede zijn, laten wij waken, zorgvuldig waken;
-wie weet of de Voorzienigheid ons niet als middelen heeft uitverkoren om de schuldigen
-te ontmaskeren en de onschuldigen te doen zegevieren. Die don <span class="corr" id="xd30e1629" title="Bron: Jose">José</span>, zegt gij, heeft verlangd dat ik mij met u zou vereenigen, ik neem het aan; gij,
-Ruperto en ik, wij gaan zamen naar het veer del Rubio, en wees verzekerd, vriend,
-nu ik weet wie de schuldige is, zal ik hem ook weten te vinden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb het liever zoo dan anders, antwoordde de jager ongedwongen. Ik wil u wel zeggen
-dat de zonderlinge positie waarin ik mij bevond mij zwaar op het hart woog. Ik ben
-maar een arme jager die van zulke schandelijke streken uit de steden niets begrijp.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zijt een eerlijk man, Vrij-Kogel, uw hart en verstand zitten op de regte plaats;
-maar intusschen verloopt onze tijd en ik geloof, nu wij het over de zaken eens zijn
-geworden en elkander verstaan hebben, dat wij wel zouden doen van dadelijk op weg
-te gaan.
-<span class="pageNum" id="pb60">[<a href="#pb60">60</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ik zal vertrekken zoodra gij wilt.
-</p>
-<p>&#x2014;Een oogenblik nog! zoudt gij Ruperto een tijd lang kunnen missen?
-</p>
-<p>&#x2014;Opperbest.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar is het u om te doen? vroeg Ruperto.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij kunt mij eene dienst bewijzen.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek op, Loer-Vogel, ik ben bereid.
-</p>
-<p>&#x2014;Niemand weet wat er gebeuren kan: misschien hebben wij over een paar dagen bondgenooten
-noodig op welke wij vast kunnen staat maken; die bondgenooten zou het hier aanwezige
-opperhoofd, zoo wij er hem om vragen, ons ligt kunnen verschaffen; vergezel hem dus
-naar zijn dorp, en zoodra gij er hem gebragt hebt, verlaat hem dan om ons spoor te
-volgen, zonder daarom echter dadelijk bij ons te komen, zoo gij maar zorgt dat wij,
-wanneer het noodig mogt zijn, weten waar wij u vinden kunnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb u begrepen, zei de jager laconiek terwijl hij opstond; stel u gerust.
-</p>
-<p>Loer-Vogel wendde zich nu tot den Vliegenden-Arend en legde hem uit wat hij van hem
-verlangde.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder heeft de Wilde-Roos gered, antwoordde het opperhoofd met edele waardigheid;
-de Vliegende-Arend is een Sachem in zijn stam; tweehonderd krijgslieden zullen op
-den eersten wenk van mijn vader het oorlogspad volgen; de Comanchen zijn mannen, de
-woorden die hun mond uitblaast komen voort uit hun hart.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, hoofdman, hernam Loer-Vogel, met warmte de hand drukkende die de Roodhuid
-hem toestak, dat de Wacondah u behoede terwijl gij op weg zijt!
-</p>
-<p>Na in der haast een stuk op kolen gebraden wild genuttigd en een teug <i lang="es">pulque</i> gedronken te hebben, van welke laatste alleen de Roodhuid zich onthield, daar hij
-tot den stam der Comanchen behoorde, die geen sterken drank drinken, namen de vier
-mannen afscheid van elkander: Ruperto en de Vliegende-Arend gingen met de Wilde-Roos
-in westelijke rigting de prairiën in, terwijl Loer-Vogel en Vrij-Kogel, een weinig
-links afgaande, integendeel oostwaarts trokken, om het veer del Rubio te bereiken,
-waar de eerstgenoemde gewacht werd.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! ik geloof dat wij eene moeijelijke en ruwe taak op ons genomen hebben, merkte
-Vrij-Kogel aan, terwijl hij zijn geweer onder den linker arm nam en wegging met dien
-veerkrachtigen stap die den echten woudlooper kenschetst.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie weet, goede vriend, antwoordde Loer-Vogel op min of meer bezorgden toon. In allen
-geval <span class="corr" id="xd30e1657" title="Bron: wij zullen">zullen wij</span> een gewigtige waarheid gaan ontdekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo denk ik er ook over, zeide de ander.
-</p>
-<p>&#x2014;Een ding is er dat ik vooral zou willen weten.
-</p>
-<p>&#x2014;En dat is?
-</p>
-<p>&#x2014;Wat er toch in die digt gesloten palankijn van don Miguel schuilt.
-<span class="pageNum" id="pb61">[<a href="#pb61">61</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Pardi! eene vrouw, zonder twijfel.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie heeft u dat gezegd?
-</p>
-<p>&#x2014;Niemand, maar ik vermoed het.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij niets vooruitloopen, vriend; met den tijd zal alles zich ophelderen.
-</p>
-<p>&#x2014;God geve het!
-</p>
-<p>&#x2014;God ziet en weet alles, vriend. Geloof dus maar, als het Hem behaagd heeft in onze
-harten de vermoedens te verwekken, die ons op dit oogenblik verontrusten, dan is het,
-zoo als ik u daar even reeds gezegd heb, omdat Hij ons tot werktuigen zijner geregtigheid
-wil maken.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijn wil geschiede! antwoordde Vrij-Kogel<span class="corr" id="xd30e1675" title="Niet in bron">,</span> eerbiedig zijn muts afnemende; ik ben bereid tot alles wat God van mij eischt.
-</p>
-<p>Na deze ernstige gedachtenwisseling, namen de jagers, die tot hiertoe naast elkander
-waren voortgestapt, de Indiaansche linie te baat, en liepen de een achter den ander,
-om de moeijelijkheden van den weg beter te vermijden.
-</p>
-<p>Toen zij het bosch door waren en aan het hooge prairie-gras kwamen, bleven zij een
-oogenblik staan om naar de zon te kijken.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is reeds laat, zei Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zei de andere, het is bij twaalven; volg mij dus, wij moeten den verloren tijd
-weder zien in te halen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe zoo?
-</p>
-<p>&#x2014;In plaats van te loopen, zouden wij kunnen rijden, wat dunkt u?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, als wij maar paarden hadden.
-</p>
-<p>&#x2014;Die denk ik u juist te bezorgen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hebt gij dan paarden?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb gisteren avond mijn paard en dat van Ruperto hier ergens in den omtrek gelaten,
-om de plaats te bereiken waar don <span class="corr" id="xd30e1689" title="Bron: Jose">José</span> mij besproken had, eene plaats daar ik niet anders komen kon dan met eene praauw.
-</p>
-<p>&#x2014;Ei, ei! die brave beestjes komen ons juist van pas; voor mijn part, ik wil u wel
-zeggen dat ik doodaf ben; ik heb zoolang in de prairie gemarcheerd dat mijne beenen
-mij naauwelijks willen dragen.
-</p>
-<p>&#x2014;Kom dezen weg; wij zullen ze spoedig vinden.
-</p>
-<p>Werkelijk hadden de jagers geen drie honderd schreden in de door Vrij-Kogel aangewezen
-rigting gedaan, of zij zagen de twee paarden rustig grazen en peul-vruchten of jonge
-struiken knabbelen. De edele dieren, toen zij het bekende fluitje hoorden, staken
-de fijne en schrandere koppen op en galoppeerden de jagers vrolijk hinnekend te gemoet.
-Volgens de gewoonte in de prairiën, waren zij niet gezadeld; alleen hing de <i lang="es">bossal</i> (hoofdstel) hun over den hals. De jagers bragten het tuig in orde, stegen in den
-zadel en stelden zich in beweging.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu wij ieder een flink paard tusschen de beenen hebben, zijn wij zeker in tijds te
-zullen aankomen, zei Loer-Vogel; wij behoeven ons zelfs niet te haasten, maar kunnen
-op ons gemak zamen praten: zeg eens, Vrij-Kogel, hebt gij don Miguel Ortega ooit gezien?
-</p>
-<p>&#x2014;Nooit, moet ik u zeggen.
-<span class="pageNum" id="pb62">[<a href="#pb62">62</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Dus kent gij hem niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Als ik mij op don <span class="corr" id="xd30e1706" title="Bron: Jose">José</span> beroepen mag, is hij een schurk; wat mij zelven betreft, daar ik nooit iets met hem
-te doen heb gehad, zou ik moeijelijk een eigen meening het zij goed of kwaad van hem
-kunnen geven.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is bij mij anders, ik ken hem.
-</p>
-<p>&#x2014;Ei!
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, door en door.
-</p>
-<p>&#x2014;Sinds lang reeds?
-</p>
-<p>&#x2014;Reeds lang genoeg; ik geloof ten minste dat ik in staat ben hem te beoordeelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo; en wat denkt gij wel van hem?
-</p>
-<p>&#x2014;Veel goeds, maar ook veel kwaads.
-</p>
-<p>&#x2014;Te duivel!
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom verwondert u dit? zijn niet alle menschen zoo wat in hetzelfde geval?
-</p>
-<p>&#x2014;Min of meer, dat stem ik u toe.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, hij is niet veel beter of slechter dan de meeste anderen; toen ik dus dezen
-nacht begreep dat gij mij over hem wildet spreken, heb ik u een uitwijkend antwoord
-gegeven en gezegd dat ik hem te weinig kende, daar ik uwe vrijheid van handelen liefst
-niet wilde belemmeren; maar het is zeer wel mogelijk dat uwe meening te zijnen opzigte
-weldra geheel zal veranderen, en gij u misschien beklagen zult over de hulp die gij
-tot hiertoe aan dien don José, zoo als gij hem noemt, verleend hebt.
-</p>
-<p>&#x2014;Mag ik ronduit tot u spreken, Loer-Vogel, nu niemand ons hoort dan God alleen?
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek vrij, mijn vriend, het zal mij niet ongevallig zijn uw gevoelen gansch en
-al te kennen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hier is het: ik houd mij overtuigd dat gij van die geschiedenis die gij mij dezen
-nacht verteld hebt, veel meer weet dan gij voorgeeft.
-</p>
-<p>&#x2014;Het kan wel zijn dat gij gelijk hebt, maar waarom denkt gij dat?
-</p>
-<p>&#x2014;Om meer dan eene reden, en vooreerst om deze:.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Laat hooren.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij schijnt mij veel te verstandig toe, en hebt te veel ondervinding in wereldsche
-zaken opgedaan, om in goeden ernst de verdediging op u te nemen van iemand, dien gij,
-volgens de beginsels welke wij hier in de prairiën aankleven, veeleer moest beschouwen&#x2014;zoo
-niet als een vijand, dan toch als een van die lieden waarmede men zich niet gaarne
-verbindt, en met welke het vaak zeer onaangenaam is in betrekking te staan.
-</p>
-<p>Loer-Vogel begon te lagchen.
-</p>
-<p>&#x2014;Er is iets waars in hetgeen gij zegt, Vrij-Kogel, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Niet waar?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal er met u geen doekjes om winden, maar ik zeg u, er bestaan goede redenen waarom
-ik de verdediging van dien man op mij heb genomen; over die redenen kan ik mij echter
-thans niet uitlaten; <span class="pageNum" id="pb63">[<a href="#pb63">63</a>]</span>zij zijn een geheim dat mij alleen in bewaring is gegeven; ik hoop nogtans dat gij
-spoedig alles weten zult, tot zoolang verzoek ik u in mijne oude vriendschap te berusten
-en mij naar eigen goedvinden te laten handelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zij zoo als gij zegt; intusschen begin ik nu meer licht in de zaak te krijgen,
-en wat er ook gebeuren mag, gij kunt op mij rekenen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik wist wel, vriend, dat wij het zamen eens zouden worden; maar houd u thans stil
-en laat niets blijken, wij zijn waar wij wezen moeten.&#x2014;Te duivel! de Mexicanen hebben
-zich niet laten wachten, ik zie dat hun kamp reeds aan den oever der rivier is opgeslagen.
-</p>
-<p>Werkelijk vertoonde zich op korten afstand een jagerskamp, dat aan de eene zijde tegen
-de rivier en aan de andere tegen het bosch steunende, in geregelde orde was aangelegd,
-als een verschanste redoute, met balen en gekruiste boomstammen versterkt en front
-biedende aan de prairie.
-</p>
-<p>De beide Canadezen lieten zich door een der schildwachten aanmelden, en kregen zonder
-moeite verlof om binnen te komen.
-</p>
-<p>Don Miguel Ortega was afwezig, de Gambucinos wachtten hem met ieder oogenblik.
-</p>
-<p>De jagers stegen af, kluisterden hunne paarden en zetten zich rustig neer bij het
-kampvuur.
-</p>
-<p>Don Stefano Cohecho was, zoo als hij den vorigen dag gezegd had, des morgens vroeg
-reeds vertrokken.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch10" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7064">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">X.</h2>
-<h2 class="main">Nieuwe Personaadjen.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Tot goed verstand van de volgende feiten, zullen wij, van ons regt als verhalers gebruik
-makende, ruim veertien dagen in ons verhaal terugtreden, om den lezer op een tooneel
-te verplaatsen dat met de gewigtigste gebeurtenissen dezer historie in naauw verband
-staat, al speelt het eenige honderde mijlen ver van de plek waar het toeval onze hoofdpersonen
-verzameld had.
-</p>
-<p>De Cordilleras Andes, een eindelooze bergketen, die onder verschillende benamingen,
-het Amerikaansche vasteland in zijne geheele lengte van het zuiden tot het noorden
-doorloopt, heeft vele uitgestrekte <i lang="es">llanos</i> of zoogenaamd tafelland, waar steden en dorpen zijn en eene talrijke bevolking leeft,
-op hoogten waar in Europa alle plantengroei verdwijnt. Als men de Presidio de Tubac&#x2014;een
-vooruitgeschoven post der beschaving aan de uiterste grenzen der woestijn&#x2014;voorbij
-is en dan het <i lang="es">tierra caliente</i>, of warme land, ongeveer honderd mijlen in zuidelijke rigting is binnengetrokken,
-komt men eensklaps en zonder merkbaren overgang, aan een der grootste wouden der wereld,
-als hebbende niet minder dan drie honderd twintig mijlen lengte en ruim tachtig mijlen
-breedte.
-<span class="pageNum" id="pb64">[<a href="#pb64">64</a>]</span></p>
-<p>Wie is in staat zich van zulk een onmetelijk natuurwoud eene voldoende voorstelling
-te maken! De bedrevenste pen is onvermogend om de tallooze wonderen te beschrijven
-die dit ondoordringbaar planten-weefsel, dit warbosch van boomen en gewassen in zich
-bevat; de stoutste schildering schiet te kort om er den indruk van weer te geven,
-zoo wonderbaar fantastisch en toch zoo majestueus en ontzagwekkend als het zich voor
-de verbaasde oogen des reizigers vertoont. De grilligste verbeelding deinst terug
-voor de verkwistende weelderigheid dezer ongerepte natuurbosschen, die gestadig als
-uit hun eigen vernietiging herboren zich steeds met verjongde kracht en nieuwen rijkdom
-ontwikkelen; reusachtige lianen, van boom tot boom en van tak tot tak slingerend,
-dringen zich hier en daar diep in de aarde, om er in voort te kruipen of op nieuw
-wortel te schieten, en een eind verder zich weder hemelwaarts te verheffen; zoo elkander
-kruisend in tallooze kronkelingen, vlechten zij zich zamen tot een ontoegankelijken
-doolhof, om een schier <span class="corr" id="xd30e1760" title="Bron: onoverkomenlijken">onoverkomelijken</span> slagboom te vormen, als ware de natuur jaloersch op haar eigen arbeid en als wilde
-zij hare geheimen verbergen voor den ongewijden blik of de schendende hand des stervelings,
-wiens vermetele voet, trouwens, onder het somber gewelf dezer wouden slechts zelden,
-en nimmer ongestraft gehoord werd. Boomen van allerlei leeftijd en soort, als door
-de hand des toevals gezaaid, schieten hier op zonder orde of regelmaat, maar zoo digt
-als halmen op een korenveld. De jongeren, die slechts ettelijke jaren tellen, rank
-en spichtig, zoeken te vergeefs een uitweg door het digt gesloten gewelf der ouderen,
-wier trotsche kruinen de kracht der stormen en der eeuwen hebben verduurd, en die
-hunne magtige armen ver in het rond uitbreiden. Onder het schaduwrijk gebladerte murmelen
-heldere en koele bronnen, die, tusschen de spleten der rotsen ontsprongen, na tallooze
-wendingen zich verliezen in een of ander onbekend meer of rivier zonder naam, wier
-bruischende stroom of kalme waterspiegel nog nimmer, sinds de ure der schepping, iets
-anders terugkaatste dan de wolken des hemels of het eenzame bladerdak dat zich geheimzinnig
-over hen uitbreidt.
-</p>
-<p>Daar vermengen zich, in schilderachtige ordeloosheid en in de volle pracht hunner
-schoone en grootsche vormen, al de voortbrengselen der tropische plantenwereld: de
-acajou-boom, de palissander, de ebbenhoutboom, de knoestige mahonie, de zwarte-eik,
-de kurkboom, de ahorn, de zilverbladige mimosa, de tamarinde, de tulpenboom en catalpa,
-spreiden hier in alle rigtingen hunne takken, bekleed, met bloemen, vruchten en bladeren,
-en vormen een dom van het levendigst groen, of een digt verwulf, waar geen zonnestraal
-in doordringt en waaronder zelfs op den middag eene plegtige schemering heerscht.
-Uit het diepst dezer nooit betreden wouden galmen van tijd tot tijd onbeschrijfelijke
-geluiden: woest gebrul, gemaauw van <span class="corr" id="xd30e1765" title="Bron: bosschkatten">boschkatten</span>, gehuil van wolven, geloei van panters en leeuwen; snaterende spotkreten, afgewisseld
-door scherp krassend gefluit; vrolijke gezangen vol melodie, harmonische klaagtoonen,
-of stemmen van toorn, woede en <span class="pageNum" id="pb65">[<a href="#pb65">65</a>]</span>verschrikking van de duizend wilde dieren die er in huisvesten.
-</p>
-<p>Heeft men lang genoeg als man tegen man, met dit woeste nimmer ontgonnen natuurwoud
-gestreden, en met de bijl in de eene en de brandfakkel in de andere hand, zich te
-midden dezer chaos duim voor duim en voet voor voet eene opening gemaakt, dan heeft
-men eindelijk een pad gevonden dat zich moeijelijk laat beschrijven, maar nog moeijelijker
-bewandelen: nu eens kruipende als een reptiel over den duizendjarigen afval van blad,
-dood hout, rottende boomstammen of vogeldrek, sedert eeuwen opeengehoopt, dan eens
-springend of klauterend, van tak tot tak en van boom tot boom, alsof men in de lucht
-wandelde. Maar wee hem, die een oogenblik verzuimt om te letten op alles wat hem omringt,
-of het oor sluit voor het onzigtbaar gevaar! want behalve de hindernissen door het
-plantenrijk in den weg gelegd, heeft men den vergiftigen beet te vreezen der slang
-die men in haar schuilhoek verstoort, of den onverbiddelijken aanval van het wild
-gedierte dat men verontrust. Bovendien moet men zorgvuldig letten op den kronkelloop
-van iedere rivier of beek, of verraderlijk moeras, dat zich onkenbaar onder den onveiligen
-bodem verschuilt; overdag, zoo de gelegenheid ook dit nog gedoogt, moet men zich rigten
-naar den stand der zon, en bij nacht naar de maan of naar het kompas; want als men
-ooit in zulk een bosch verdwaald raakte, kwam men er onmogelijk weder uit: geen doolhof
-van Dedalus zonder een leiddraad van Ariadne ware zoo gevaarlijk als dit.
-</p>
-<p>Is men ten laatste geslaagd om al deze moeijelijkheden en gevaren, en duizende anderen
-die wij niet konden beschrijven, door te worstelen, dan komt men aan eene ruime vlakte,
-aan alle zijden door wouden omsloten en in welks midden zich eene Indiaansche stad
-verheft.
-</p>
-<p>Met andere woorden, men bevindt zich voor een dier geheimzinnige verblijven, in welke
-tot hiertoe nog nimmer de voet van een Europeaan was binnengedrongen, wier juiste
-ligging men zelfs niet wist te bepalen en waar, volgens de verzekering der Indianen,
-sedert de verovering van Mexico het laatste overschot van de beschaving der Azteken
-zich heeft teruggetrokken.
-</p>
-<p>De fabelachtige verhalen die door sommige reizigers over de onberekenbare in deze
-steden begraven schatten werden uitgestrooid, hebben de begeerte van tallooze gelukzoekers
-gaande gemaakt, en vele hunner hebben op verschillende tijden beproefd om het verloren
-pad naar deze koninginnen der prairiën en der Mexicaansche wildernissen terug te vinden.
-Andere avonturiers, alleen gedreven door de onweerstaanbare nieuwsgierigheid die de
-zwerfzieke verbeelding van sommige menschen ontvlamt, hebben, inzonderheid sedert
-de laatste vijftig jaren, zich aan het opsporen dezer Indiaansche steden gewaagd,
-maar zonder dat een dier ondernemingen met goed gevolg werd bekroond. Enkelen zijn
-geheel ter neergeslagen en ontmoedigd van hunne vermetele reis naar het onbekende
-teruggekeerd; maar een groot aantal hebben hunne lijken op den bodem van steile rotskloven
-of in de <i lang="es">quebradas</i> <span class="corr" id="xd30e1778" title="Niet in bron">(</span>verbrokkelde gronden) aan de roofvogels ten prooi gelaten; nog anderen eindelijk,
-<span class="pageNum" id="pb66">[<a href="#pb66">66</a>]</span>welligt de ongelukkigste van allen, zijn verdwenen zonder eenig spoor achter te laten,
-of zonder dat men ooit weder iets van hen heeft gehoord.&#x2014;
-</p>
-<p>Door een zamenloop van omstandigheden, te lang om hier te vermelden, doch die wij
-eenmaal hopen openbaar te maken, zijn wij ondanks eigen wil en keus verpligt geweest,
-in een dezer ontoegankelijke steden verblijf te houden; maar minder rampspoedig dan
-onze voorgangers, wier verbleekt gebeente wij als sombere gedenkteekenen hier en daar
-verstrooid hebben gevonden, is het ons gelukt, duizende gevaren door te worstelen
-en ons leven, vaak op eene wonderbare wijs, te redden.
-</p>
-<p>De beschrijving van het door ons bedoelde oord, die wij hier laten volgen, is dus
-met de meeste naauwgezetheid opgemaakt en kan door niemand worden gelogenstraft, daar
-wij spreken nadat wij <i>gezien</i> hebben.
-</p>
-<p>Quiepa-Tani, de eerste stad die zich voordoet zoodra men het onmetelijk oer-woud,
-daar wij straks eene vlugtige schets van gaven, is doorgeworsteld, strekt zich uit
-in een langwerpig vierkant van het oosten naar het westen. Eene vrij breede rivier,
-waarover hier en daar, van boomstammen en lianen, bruggen zijn geslagen van verwonderlijke
-ligtheid en zwier, doorstroomt de stad in hare geheele lengte. Aan iederen hoek van
-het vierkant verheft zich eene verbazend groote rotsmassa, die aan de zijde welke
-over de vlakte uitziet, loodregt is afgehouwen en tot eene schier onneembare sterkte
-dient; deze vier citadellen zijn bovendien onderling verbonden door een doorloopenden
-muur, van veertig voet hoogte en op de kruin van twintig voet dikte. Aan de binnen-
-of stadszijde vormt deze muur een talus of helling, die aan haar basis zestig voet
-breedte heeft. De muur is gebouwd van inlandsche uit zandachtige met stroo vermengde
-klei gebakken briksteenen, die men <i lang="es">adobas</i> noemt: elke steen is omtrent een meter lang. Eene diepe en breede gracht verdubbelt
-bijna de hoogte van den muur.
-</p>
-<p>Door twee poorten komt men de stad binnen. Deze poorten hebben aan weerszijde een
-ronden toren met zoogenaamde <span class="corr" id="xd30e1795" title="Bron: peperbos-spitsen">peperbus-spitsen</span>, die aan de oude stedepoorten van het middeleeuwsch Europa doen denken; wat deze
-gelijkenis nog meer versterkt, is een kleine van planken zamengestelde, bijzonder
-smalle brug, die bij het minste onraad kan worden opgehaald of weggenomen, en die
-het eenige middel uitmaakt om door de poort naar buiten te komen.
-</p>
-<p>De huizen zijn laag en loopen uit op terrassen, die met elkander in verband staan;
-zij zijn allen van riet, met cement bekleed en zeer ligt gebouwd, wegens de aardbevingen
-welke in deze streek niet zeldzaam voorkomen; maar zij zijn ruim, zeer luchtig en
-van vele vensters voorzien. Allen hebben slechts ééne verdieping en de voorgevels
-zijn met een schitterend wit vernis bestreken.
-</p>
-<p>Deze vreemdsoortige stad, eensklaps te midden van het hooge prairiegras zich verheffende,
-heeft in de verte gezien een allerzonderlingst en uitlokkend voorkomen.
-</p>
-<p>Op zekeren stillen avond in de maand October, traden vijf personen, <span class="pageNum" id="pb67">[<a href="#pb67">67</a>]</span>wier gelaatstrekken en kleeding zich in de schaduw van het geboomte moeijelijk <span class="corr" id="xd30e1804" title="Bron: liet">lieten</span> onderscheiden, het boven door ons beschreven bosch uit, en hielden eenige oogenblikken
-stil aan den uitersten rand, onzeker waarheen zij zich verder wenden zouden. Intusschen
-begonnen zij het terrein op te nemen: regt voor hen uit lag een kleine heuvel, die
-nog door het geboomte werd ingesloten, en welks kruin, hoe weinig verheven ook, den
-horizont regtlijnig afsneed en hun het uitzigt belette.
-</p>
-<p>Na eene korte woordenwisseling, bleven twee van de vijf personen op de plek achter,
-terwijl de andere drie zich plat op den buik legden om op handen en voeten den heuvel
-te beklouteren, die vrij steil en met zeer hoog gras bekleed was, dat door hen wel
-in golvende beweging werd gebragt, maar hunne ligchamen geheel verborg.
-</p>
-<p>Toen zij na een vermoeijende beklimming den top des heuvels bereikten, verloor hun
-blik zich in de onafzienbare ruimte en deinsden zij terug van verrassing en bewondering.
-</p>
-<p>De kruin van den berg daar zij zich thans bevonden was bijna loodregt, en ook de hellingen
-zoowel aan de regter- als linkerzijde waren bijzonder steil. Voor hen uit, bijna honderd
-voeten beneden hen, strekte zich een heerlijke vlakte, en te midden dier vlakte, namelijk
-op duizend meters afstand, verhief zich statig en indrukwekkend de geheimzinnige stad
-Quiepa-Tani<a class="noteRef" id="xd30e1811src" href="#xd30e1811">1</a>, met haar sterke torens en dikke muren. De aanblik dezer groote stad, te midden der
-eenzame wildernis, wekte in het gemoed der drie mannen een indruk daar zij zich geen
-rekenschap van konden geven en die hen gedurende eenige minuten in stomme verbazing
-deed wegzinken.
-</p>
-<p>Eindelijk rigtte een van hen zich op de knieën en ellebogen, en wendde zich tot zijne
-kameraden:
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu! zijn mijne broeders over mij voldaan? vroeg hij met eene krakende keelstem,
-die hem, ofschoon hij Spaansch sprak, terstond als een Indiaan deed kennen; heeft
-Addick (het Hert) zijn woord gehouden?
-</p>
-<p>&#x2014;Addick is een der eerste krijgslieden van zijn stam, zijn tong is regt, en zijn bloed
-stroomt helder in zijne aderen, antwoordde een der beide mannen die hij had toegesproken.
-</p>
-<p>De Indiaan meesmuilde in stilte, maar antwoordde niet. Zijn glimlach zou zijne twee
-togtgenooten ruime stof tot denken hebben gegeven, zoo het niet te donker ware geweest
-om hem te zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Mij dunkt dat het thans te laat is om deze stad binnen te treden, merkte een der
-mannen aan, die tot hiertoe nog niet gesproken had.
-</p>
-<p>&#x2014;Morgen, zoodra de zon opkomt, zal Addick de beide Leliën naar Quiepa-Tani geleiden,
-antwoordde de Indiaan; het is van avond reeds te donker.
-</p>
-<p>&#x2014;De krijgsman heeft gelijk, hervatte de tweede spreker, wij moeten onzen togt tot
-morgen uitstellen.
-<span class="pageNum" id="pb68">[<a href="#pb68">68</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Welaan! keeren wij dan naar ons gezelschap terug; zij zullen wel ongerust zijn dat
-wij zoo lang wegblijven.
-</p>
-<p>Terstond van woorden tot daden overgaande, keerde de spreker zich om, plaatste zich
-met den rug tegen de steilte en liet zich langs hetzelfde spoor, dat hij bij de opklimming
-in het hooge gras had achtergelaten, van den heuvel afglijden. Zijn voorbeeld werd
-door zijne kameraden gevolgd en zoo kwamen zij alle drie weldra weder aan den ingang
-van het bosch, waar zij de twee anderen dachten te vinden, die straks beneden waren
-gebleven. Deze hadden zich echter reeds in het bosch teruggetrokken, zoodat de geheele
-plek thans eenzaam en verlaten scheen.
-</p>
-<p>De stilte die bij dag onder het digte gewelf van takken en bladeren heerscht, had
-plaats gemaakt voor de sombere toonen van een woest avondconcert. Het scherpe geschreeuw
-der nachtvogels, die thans wakker werden en zich gereed maakten om de loeries, de
-colibrietjes of de laat naar hunne nesten terugkeerende kardinaalvogels te overvallen,
-vermengde zich met het gebrul der congouars<a class="noteRef" id="xd30e1833src" href="#xd30e1833">2</a>, het valsch gehuil der jaguars<a class="noteRef" id="xd30e1836src" href="#xd30e1836">3</a> en panters, en het schokkend geblaf der coyotes<a class="noteRef" id="xd30e1839src" href="#xd30e1839">4</a> wier echo&#x2019;s akelig weergalmden onder de holle rotsgewelven en spelonken waar deze
-gevaarlijke gasten zich verscholen hielden.
-</p>
-<p>Denzelfden weg teruggaande dien zij zich hadden uitgehouwen, kwamen de drie mannen
-weldra aan een groot vuur van dorre takken, dat te midden van eene opene plek in het
-bosch was aangelegd.
-</p>
-<p>Twee vrouwen, of liever twee jonge meisjes, hadden zich er bij neergevlijd en zaten
-in treurig peinzende houding. Deze twee meisjes telden te zamen naauwelijks dertig
-jaren, zij waren bijzonder schoon, en hare regelmatige kreoolsche vormen en gelaatstrekken
-herinnerden aan de bevallige hoofden en gestalten die het meesterlijk penseel van
-Rafaël in zijne Madonna&#x2019;s heeft uitgedrukt. Op dit oogenblik nogtans schenen zij vermoeid
-en op hare bleeke aangezigten lag een zweem van diepe droefgeestigheid. Bij het gedruisch
-der naderende voetstappen, sloegen zij de oogen op en nu kwam er een glans van genoegen,
-als een vrolijke zonnestraal op haar gelaat.
-</p>
-<p>De Indiaan wierp eenige versche rijzen op het vuur, dat reeds begon te verflaauwen,
-terwijl een der jagers zich bezig hield met de paarden, die op korten afstand vastgekoppeld
-stonden, van erwten en gras te voorzien.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, don Miguel, vroeg een der meisjes, zich tot den anderen jager wendende, die
-naast haar bij het vuur was komen zitten, zijn wij haast aan het doel onzer reis?
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zijt er reeds, Senorita; morgen, onder geleide van onzen vriend Addick, gaat
-gij naar de stad; daar zult gij een ontoegankelijk verblijf vinden, waar niemand u
-zal kunnen vervolgen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ach! riep zij met een verstrooiden blik op het ernstig en onverschillig gelaat van
-den Indiaan, zullen wij dan morgen scheiden?
-<span class="pageNum" id="pb69">[<a href="#pb69">69</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Het moet, Senorita; de zorg voor uwe veiligheid vordert het.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie zou mij in deze onbekende streek durven zoeken?
-</p>
-<p>&#x2014;De haat durft alles te wagen! Ik bid u, Senorita, vertrouw op mijne ondervinding;
-mijne gehechtheid aan u is onbegrensd, gij hebt, zoo jong als gij zijt, reeds genoeg
-geleden. Het is wel noodig dat een gelukkige zonnestraal uw gelaat verheldert en de
-sombere wolken verdrijft die verdriet en nadenken er sinds lang op verspreid hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Helaas! zeide zij, het hoofd buigende om de tranen te verbergen die haar langs de
-wangen liepen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijne zuster, mijne lieve vriendin, mijne Laura! riep het andere meisje, haar teeder
-omhelzende, houd moed tot het einde: ik blijf immers bij u? O! vrees voor niets, vervolgde
-zij op vleijenden toon: ik neem de helft uwer bekommering op mij, dan zal de last
-u minder zwaar vallen.
-</p>
-<p>&#x2014;Arme Luisa, mompelde Laura haar wederkeerig kussende, om mijnentwil zijt gij ongelukkig,
-hoe zal ik ooit uwe trouw kunnen vergelden?
-</p>
-<p>&#x2014;Door mij te beminnen gelijk ik u bemin, mijne lieve engel, en door weder moed te
-scheppen.
-</p>
-<p>&#x2014;Over een maand, zoo ik hoop, hervatte don Miguel, zal ik uwe vervolgers buiten de
-mogelijkheid hebben gebragt om u verder te schaden; ik speel met hen eene vreesselijke
-partij, waarin ik mijn hoofd waag; maar daar geef ik niets om, als ik u slechts redden
-mag. Laat mij dus vertrekken met de verzekering, dat gij, zoo lang als ik afwezig
-ben, niet pogen zult om de schuilplaats te verlaten die ik voor u heb opgespoord,
-en dat gij mijne terugkomst geduldig zult afwachten.
-</p>
-<p>&#x2014;Helaas! caballero, zoo als gij weet is mijn leven als door een wonderwerk gered;
-mijne ouders, mijne vrienden, kortom allen die ik lief had hebben mij verlaten, behalve
-Luisa, mijne pleegzuster, die hare liefde voor mij nooit verloochend heeft, en gij,
-dien ik niet kende, dien ik nooit gezien had en die mij op eens als een engel des
-gerigts uit mijn graf zijt komen redden. Sedert dien vreesselijken nacht, toen gij
-mij in het leven hebt teruggebragt, hebben uwe teedere en verstandige zorgen mij omringd,
-en waart gij in plaats van mijne verraderlijke vrienden, voor mij bijna meer dan een
-vader.
-</p>
-<p>&#x2014;Senorita! riep de jongman, door deze woorden evenzeer onthutst als gelukkig.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dit alleen, don Miguel, vervolgde zij met blijkbare ontroering, om u te
-bewijzen dat ik niet ondankbaar ben. Ik weet niet wat de goede God in zijne wijsheid
-over mij beschikken zal, maar wees verzekerd dat mijn laatste gebed en mijne laatste
-gedachten voor u zullen zijn. Gij verlangt dat ik op u wachten zal, ik zal u gehoorzamen;
-geloof mij vrij, vervolgde zij met een pijnlijken glimlach, ik beschouw mijn leven
-slechts, als een wanhopige speler zijn laatsten inzet, met zekere nieuwsgierigheid
-of er ook iets van komen mogt; maar ik begrijp zeer wel dat gij geheel vrij moet zijn
-in uwe handeling bij het moeijelijk waagstuk dat gij onderneemt; vertrek dus zonder
-vrees, ik stel vertrouwen in u.
-<span class="pageNum" id="pb70">[<a href="#pb70">70</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, Senorita, die belofte verdubbelt mijne krachten. O! nu ben ik zeker
-dat ik slagen zal.
-</p>
-<p>Intusschen was er door den anderen jager en den Indiaan, voor de dames een soort van
-rustbed van takken en bladeren gereed gemaakt, waarop zij zich konden nedervlijen.
-Zij verwijderden zich dus, om de welkome rust te genieten.
-</p>
-<p>Ook de jongman, hoezeer door zorgen en onrust geslingerd, strekte zich, na nog een
-poos in diepe gedachten te hebben gezeten, bij het vuur uit, terwijl zijne twee kameraden
-beurtelings zouden waken; en hij zonk weldra in een diepen slaap. In de wildernis
-verliest de natuur nimmer hare regten; de grootste smarten en bekommeringen zelfs
-zijn er niet in staat om de stoffelijke behoeften van het menschelijk gestel te verdringen
-of tot zwijgen te brengen.
-</p>
-<p>Naauwelijks begonnen de eerste stralen der zon den gezigteinder met bleeke opaaltinten
-te kleuren, of de jagers stonden op. De toebereidsels voor hun vertrek waren weldra
-gemaakt, het oogenblik der scheiding kwam, het vaarwel was somber en stil. De twee
-jagers hadden de jonge meisjes tot aan den rand van het bosch verzeld, om des te langer
-bij haar te blijven.
-</p>
-<p>Dona Luisa, toen het pad zoo smal werd dat er moeijelijk twee naast elkander konden
-gaan, maakte van dit gunstig oogenblik gebruik om den jager, die don Miguel zou vergezellen,
-te naderen:
-</p>
-<p>&#x2014;Zou ik u eene dienst mogen verzoeken? vroeg zij snel met eene zachte stem.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek, zeide de jager op denzelfden toon.
-</p>
-<p>&#x2014;Die Indiaan boezemt mij niet veel vertrouwen in.
-</p>
-<p>&#x2014;Ten onregte, Senorita, ik ken hem.
-</p>
-<p>Zij schudde met weerzin het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is mogelijk, zeide zij, maar wilt gij mij een dienst bewijzen? Zoo niet, dan zal
-ik het aan don Miguel vragen, ofschoon ik liever had dat hij er niets van wist.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek vrij, zeg ik u.
-</p>
-<p>&#x2014;Geef mij een mes en uwe pistolen.
-</p>
-<p>De jager keek haar verwonderd aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, ik begrijp u, zeide hij een oogenblik later, gij zijt een moedig meisje, ziedaar
-wat gij mij vraagt.
-</p>
-<p>Zonder dat een der anderen er iets van opmerkte, gaf hij haar de voorwerpen die zij
-van hem verlangde en voegde er twee kleine zakjes bij, een met kruid en een met kogels gevuld.
-</p>
-<p>&#x2014;Men kan nooit weten wat er gebeurt, fluisterde hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik dank u, zeide zij met de ondubbelzinnigste blijken van vreugde.
-</p>
-<p>Hiermede was alles gezegd; terstond verborg zij de ontvangene wapenen onder hare kleederen,
-met zoo veel behendigheid en ernst dat de jager er om glimlagchen moest.
-</p>
-<p>Vijf minuten later kwamen zij aan den rand van het bosch.
-</p>
-<p>&#x2014;Addick, zei de jager kortaf, onthoud dat ik u voor deze twee dames verantwoordelijk
-stel!
-<span class="pageNum" id="pb71">[<a href="#pb71">71</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Addick heeft gezworen! was het eenige dat de Indiaan antwoordde.
-</p>
-<p>Zij namen thans afscheid; het zou onraadzaam zijn geweest om langer op eene plaats
-te blijven waar men ieder oogenblik door de Indianen kon worden ontdekt.
-</p>
-<p>De jonge meisjes en de krijgsman gingen op weg naar de stad.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij dien heuvel nog eens beklimmen, zei don Miguel, om hen voor het laatst
-te zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat wilde ik u juist voorslaan, antwoordde de jager naïef.
-</p>
-<p>Met dezelfde voorzorg en omzigtigheid beklouterden zij weder de plek die zij den vorigen
-avond gedurende eenige minuten hadden ingenomen.
-</p>
-<p>In de stralen der morgenzon, die luistervol uit de kimmen opsteeg, had het landschap
-een inderdaad betooverend aanzien bekomen. De natuur was om zoo te zeggen met nieuw
-leven bezield, en in plaats van den somberen aanblik der stille eenzaamheid van het
-vroegere tooneel, hadden zij thans een schouwspel voor zich van de rijkste afwisseling.
-</p>
-<p>Uit de poorten der stad, die reeds geopend waren, kwamen eenige troepen Indianen,
-zoo te paard als te voet, te voorschijn en verspreiden zich in alle rigtingen onder
-vrolijk gelach en gejuich. Talrijke praauwen verschenen op de rivier, de velden bevolkten
-zich met kudden schapen en paarden, die door de Indianen met lange stokken gewapend,
-uit den omtrek naar de stad werden gedreven. Wonderlijk gekleede vrouwen droegen groote,
-met vleesch, ooft of groenten gevulde korven, op het hoofd en stapten met kloeken
-tred naar de markt, onder druk vrolijk gekout en met dat afgebroken kort schelklinkend
-gelach, dat der Indiaansche bevolking eigen is en zich nergens beter bij laat vergelijken
-dan bij het rammelen van keisteentjes in een koperen schotel.
-</p>
-<p>Onze twee jonge meisjes en hun gids mengden zich weldra onder den bonten hoop, in
-welken zij spoedig verdwenen waren.
-</p>
-<p>Don Miguel slaakte een bitteren zucht.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat ons vertrekken, mompelde hij met eene doffe stem.
-</p>
-<p>Zij keerden dus naar het bosch terug en eenige minuten later waren zij weder op weg.
-</p>
-<p>Nadat zij het bosch in de breedte waren doorgetrokken, zeide don Miguel: Hier zullen
-wij scheiden, ik moet naar Tubac terug.
-</p>
-<p>&#x2014;En ik, antwoordde de jager, ik ga een kleine dienst bewijzen aan een Indiaansch hoofdman
-van mijne kennis.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij denkt steeds aan anderen en nooit aan u zelve, brave vriend <span class="corr" id="xd30e1910" title="Bron: Loer-Yogel">Loer-Vogel</span>, riep don Miguel; moet gij dan altijd bezig zijn om anderen te dienen?
-</p>
-<p>&#x2014;Elk heeft zijne roeping in deze wereld, don Miguel, het schijnt wel dat dit de mijne
-is.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, ja, zoo is het, antwoordde de jongman met eene gedrukte stem.&#x2014;Vaarwel, vervolgde
-hij een oogenblik later, denk om onze volgende bijeenkomst.
-<span class="pageNum" id="pb72">[<a href="#pb72">72</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Wees daar gerust op; over veertien dagen kom ik aan het veer del Rubio bij u; dat
-is afgesproken.
-</p>
-<p>&#x2014;Vergeef mij mijn stilzwijgen gedurende de laatste dagen die wij zamen doorbragten,
-zei don Miguel, het geheim behoort niet aan mij alleen, ik had er geen vrijheid toe
-om het ruchtbaar <span class="corr" id="xd30e1920" title="Bron: le">te</span> maken, zelfs niet aan zulk een beproefd vriend als gij zijt.
-</p>
-<p>&#x2014;Bewaar uw geheim, vriend, ik ben in &#x2019;t minst niet nieuwsgierig om het te weten; intusschen
-blijft het bij onze oude afspraak, dat wij elkander niet kennen, niet waar?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, dat is van het meeste belang.
-</p>
-<p>&#x2014;Welaan dan, adieu.
-</p>
-<p>&#x2014;Adieu.
-</p>
-<p>Na elkander de hand te hebben gedrukt namen de twee ruiters afscheid en verwijderden
-zich in tegenovergestelde rigting en in vollen galop.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e1811">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e1811src">1</a></span> In de taal der Zapoteken letterlijk: <i>quiepa</i> hemel, <i>tani</i> berg, dus in &#x2019;t Hollandsch: Hemelberg.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1811src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1833">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e1833src">2</a></span> Amerikaansche leeuw.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1833src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1836">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e1836src">3</a></span> Tijger.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1836src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1839">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e1839src">4</a></span> Wolf.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1839src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch11" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7074">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XI.</h2>
-<h2 class="main">Het veer del Rubio.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was een donkere nacht, geen ster blonk aan den hemel; de wind blies met kracht
-door de digte takken van het eeuwenheugend woud, en liet dat treurig en eentoonig
-geraas hooren, dat den naderenden storm aankondigt; de wolken hingen laag en hunne
-bijzonder zwarte kleur bewees duidelijk genoeg, dat zij sterk met electriciteit waren
-bezwangerd; zij dreven snel door het luchtruim en bedekten onophoudelijk de flaauwe
-halve maan, wier koude stralen nu en dan de duisternis schenen te tergen; de dampkring
-was drukkend, en allerlei naamlooze geluiden, die als het rommelen van den donder
-in de verte weergalmden, verhieven zich uit het diepst der onbekende moerassen en
-kreupelbosschen in de prairie; het wild gedierte huilde naargeestig op de toonen van
-het ontstemde natuurorgel, terwijl de nachtvogels, door het ongewone gebulder uit
-den slaap gewekt, hunne raauwe en wanluidende kreten aanhieven.
-</p>
-<p>In het kamp der Gambucinos was alles rustig; de schildwachten waakten, op hunne buksen
-geleund, of nedergehurkt bij het smeulende vuur, dat weldra geheel zou uitgaan. Te
-midden van het kamp zaten twee mannen hunne Indiaansche pijp te rooken en zacht zamen
-te keuvelen.
-</p>
-<p>Deze twee mannen waren Vrij-Kogel en Loer-Vogel. Eindelijk klopte Vrij-Kogel zijn
-pijp uit, stak haar in zijn gordel, smoorde een onwillekeurig geeuwen, en stond op,
-vadzig de armen en beenen uitstrekkende om er den bloedsomloop te herstellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat gaat gij doen? vroeg Loer-Vogel terwijl hij zich in achtelooze houding half naar
-hem toewendde.
-<span class="pageNum" id="pb73">[<a href="#pb73">73</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Een weinig slapen, antwoordde de jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Slapen?
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom niet? het is reeds diep in den nacht, wij zijn zeker de <span class="corr" id="xd30e1943" title="Bron: eenigsten">eenigen</span> die nog waken; het is meer dan waarschijnlijk dat wij don Miguel niet zien zullen
-eer de zon opkomt; het is dus beter, voor het oogenblik althans, dat wij een poosje
-gaan slapen, zoo gij er ten minste niets tegen hebt.
-</p>
-<p>Loer-Vogel hield zich den voorvinger voor den mond, om zijn vriend te beduiden dat
-hij op zijne hoede moest zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is reeds diep in den nacht, zeide hij met eene gesmoorde stem, er broeit een
-geducht onweder. Waar of don Miguel toch blijft? Zijn lange afwezigheid maakt mij
-ik weet niet hoe ongerust: hij is de man niet om zijne kameraden anders dan om gewigtige
-redenen in &#x2019;t onzekere te laten, het zou wel kunnen zijn.&#x2026;
-</p>
-<p>Hier zweeg de jager met een bedenkelijk hoofdschudden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ga voort, zei Vrij-Kogel, zeg ronduit wat gij denkt.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, ik vrees maar al te zeer dat hem een ongeluk overkomen is.
-</p>
-<p>&#x2014;O, ho! zoudt gij dat denken? Die don Miguel is toch, ten minste naar hetgeen ik van
-hem gehoord heb, een <i lang="es">hombre de a caballa</i>, een man van beproefden moed en buitengewone kracht.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat alles kan wel waar zijn, antwoordde Loer-Vogel nog even bezorgd.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, denkt gij dan dat iemand die zoo goed gewapend is en het leven der prairie zoo
-door en door kent, niet in staat zou zijn om zich te redden, welk gevaar hem ook bedreigen
-mogt?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, wanneer hij met een eerlijken vijand te doen had, die hem stout onder de oogen
-zag en een strijd op gelijke kans met hem aanging.
-</p>
-<p>&#x2014;Welk ander gevaar zou hij kunnen loopen?
-</p>
-<p>&#x2014;Vrij-Kogel! Vrij-Kogel! riep de jager neêrslagtig, gij hebt u te lang in de kantoren
-der pelterij-handelaars van de Missouri opgehouden.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar wilt gij mede zeggen?.&#x2026; vroeg de Canadees min of meer gepikeerd.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu, goede vriend, maak u toch niet boos om hetgeen ik zeg; ik zie maar al te duidelijk
-dat gij de gebruiken der woestijn grootendeels vergeten zijt.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! dat is geen onverschillige zaak voor een jager, hervatte Vrij-Kogel; en waarin
-dan, als ik u vragen mag, ben ik die vergeten?
-</p>
-<p>&#x2014;Pardi! daarin, dat gij niet meer schijnt te weten, vriend, dat op het terrein waar
-wij ons bevinden, ieder wapen voor geoorloofd wordt gehouden, als het er op aankomt
-om zich van een vijand te ontslaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu, dat weet ik even goed als gij, vriend, even goed als ik weet dat er geen geduchter
-wapens zijn dan die zich in de duisternis verschuilen.
-</p>
-<p>&#x2014;Sluipmoord namelijk.
-</p>
-<p>De Canadees huiverde onwillekeurig.
-<span class="pageNum" id="pb74">[<a href="#pb74">74</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Vreest gij inderdaad voor sluipmoord? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar zou ik anders voor vreezen?
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is waar, prevelde de jager, terwijl hij het hoofd liet hangen; maar een oogenblik
-later vervolgde hij: Wat kunnen wij voor hem doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is juist wat mij in verlegenheid brengt; ik kan echter onmogelijk langer hier
-blijven; het mag gaan zoo het wil, ik moet zien wat er van is.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar hoe zult gij dat zien?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik weet het niet, God zal het mij ingeven.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt toch zeker het een of andere plan?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, dat wel.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat dan?
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zult het hooren; ik reken er zelfs op, dat gij het mij zult helpen uitvoeren.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel drukte hem met warmte de hand.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij kunt op mij rekenen; verklaar uw plan.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is eenvoudig genoeg: wij zullen dadelijk het kamp verlaten, en het terrein aan
-den rivierkant in alle rigtingen afloopen.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed; maar ik moet u doen opmerken dat het onweder niet lang zal uitblijven; het
-regent reeds met groote droppels.
-</p>
-<p>&#x2014;Een reden te meer om ons te haasten.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt gelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Vergezelt gij mij dan?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn hemel! twijfelt gij daar nog aan?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben een domkop; vergeef mij, broeder, ik zeg u dank voor uwe goedheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom dat? integendeel, ik ben u dank schuldig.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe zoo?
-</p>
-<p>&#x2014;Wel! gij geeft mij gelegenheid om een schoone wandeling te maken.
-</p>
-<p>Loer-Vogel antwoordde niet; de komische toon van den Canadees strookte te weinig met
-de sombere gemoedsstemming waarin hij zich op dit oogenblik bevond.
-</p>
-<p>Zij zadelden terstond hunne paarden, en na hunne wapens te hebben nagezien, met al
-de naauwkeurigheid van mannen die er zich weldra van meenden te bedienen, stegen zij
-te paard en reden stapvoets naar den uitgang van het kamp.
-</p>
-<p>De twee schildwachten die bij den slagboom op post stonden en streng wacht hielden,
-stelden zich onmiddelijk voor de beide ruiters.
-</p>
-<p>Deze waren in &#x2019;t minst niet voornemens om stil weg te sluipen, daar zij geen reden
-hadden om hun togt geheim te houden.
-</p>
-<p>&#x2014;Gaat gij vertrekken? vroeg een der schildwachten.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen; wij gaan slechts op verkenning uit in den omtrek.
-</p>
-<p>&#x2014;Op dit uur?
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom niet?
-</p>
-<p>&#x2014;Drommels! mij dunkt dat het in zulk weêr beter is om te slapen dan de prairie af
-te loopen.
-<span class="pageNum" id="pb75">[<a href="#pb75">75</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;In uw oog schijnt het verkeerd, kameraad, hernam Loer-Vogel op een toon van gezag,
-maar onthoud dit: ik ben aan niemand rekenschap van mijne daden schuldig; als ik op
-dit uur, bij zulk een dreigend onweder uitga, is het wel waarschijnlijk dat ik er
-mijne goede redenen voor heb; die redenen kan en behoef ik u niet te zeggen; wilt
-gij mij dus doorlaten, ja of neen? maar weet dan vooraf dat ik u verantwoordelijk
-stel voor de vertraging die gij in het volvoeren mijner plannen veroorzaakt.
-</p>
-<p>De ferme toon dien de jager aansloeg, scheen de twee schildwachten te treffen; zij
-raadpleegden zamen eenige minuten in stilte; eindelijk schenen zij het eens te zijn
-geworden en wendde de laatste woordvoerder zich weder tot de beide ruiters, die bedaard
-den uitslag van hunne overweging stonden af te wachten.
-</p>
-<p>&#x2014;Passeert, zeide hij; het staat u vrij om te gaan waar gij goedvindt; ik heb mijn
-pligt gedaan met u te ondervragen, God geef dat gij den uwen doet met op deze wijs
-uit te gaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zult het spoedig genoeg weten. Nog een woord.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik luister.
-</p>
-<p>&#x2014;Onze afwezigheid, zoo God wil, zal van korten duur zijn; zoo niet, dan komen wij
-toch stellig tegen zonsopgang terug; intusschen heb ik u een ding aan te bevelen:
-wanneer gij driemaal, bij regelmatige tusschenpoozen, een jaguar hoort huilen, stijg
-dan te paard en kom in der ijl op ons af, en niet alleen gij, maar een tiental van
-uwe kameraden; want als gij dat sein hoort, is uw kapitein in groot gevaar. Hebt gij
-mij goed begrepen?
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer goed.
-</p>
-<p>&#x2014;En zult gij doen, wat ik u aanbeveel?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal het doen, omdat ik weet dat gij de gids zijt dien wij verwachten, en omdat
-ik van uw kant geen verraad kan veronderstellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, tot wederziens!
-</p>
-<p>&#x2014;Goed geluk!
-</p>
-<p>De jagers reden den slagboom door, die onmiddelijk achter hen gesloten werd.
-</p>
-<p>Naauwelijks kwamen zij in de prairie, of het onweder, dat sedert zonsondergang gedreigd
-had, barstte met ontzettend geweld los.
-</p>
-<p>Een schitterende bliksemstraal schoot door het luchtruim, bijna onmiddelijk gevolgd
-door een klaterenden donderslag; de boomen bogen zich onder het geweld van den wind
-en den regen, die met stroomen begon te vallen.
-</p>
-<p>Onder dezen strijd der woedende elementen hadden de avonturiers veel moeite om verder
-te komen; hunne paarden, door het flikkeren des bliksems en het geloei van den storm
-verschrikt, <span class="corr" id="xd30e2025" title="Bron: stampvoeten">stampvoetten</span> en steigerden bij iederen tred. De duisternis nam dermate toe dat de twee ruiters,
-ofschoon naast elkander rijdende, elkander naauwelijks konden onderscheiden. De boomen,
-door het geblaas van den stormwind geslingerd, zwiepten, kraakten en huilden als geteisterde
-Titans, en stemden in ontzettende harmonie zamen met het brullen der verschrikte <span class="pageNum" id="pb76">[<a href="#pb76">76</a>]</span>roofdieren, het ratelen der donderslagen en het bulderen der hooggezwollen rivier,
-wier schuimende golven klotsten en braken tegen den zandigen oever.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel en Loer-Vogel, onder de ontzettingen der woestijn grijs geworden, schudden
-moedig het hoofd bij iederen rukwind die hun als een vurige sirocco tegenwoei, en
-vervolgden ongestoord hun togt. Met strakken blik de duisternis doorborend en met
-gespitste ooren de sombere geluiden beluisterend, die de naderende echoos elkander
-vertienvoudigd toekaatsten, bereikten zij, zonder een woord gewisseld te hebben, het
-veer del Rubio. Daar, als bezielde hen ééne gedachte, bleven beiden plotseling staan.
-</p>
-<p>De Rubio, een verloren en onbekende bijstroom van de groote Rio Colorado, in welke
-hij zich na een moeijelijken loop van naauwelijks twintig mijlen uitstort, is op gewone
-tijden slechts een smalle watersprank, die de Indiaansche praauwen met moeite bevaren
-maar de paarden des te gemakkelijker doorwaden, daar het water hun naauwelijks tot
-aan den buik komt. Op dit oogenblik nogtans was de stille beek op eens in een kokenden
-vloed veranderd, die met bulderend geruisch in zijne bedding voortgestuwd, op zijne
-onstuimige wateren ontwortelde boomstammen en zelfs veenblokken en rotsklompen medesleepte.
-</p>
-<p>Om in deze oogenblikken de Rubio te willen oversteken zou het werk van een krankzinnige
-geweest zijn; wie het had durven wagen zou in weinige minuten door den bruisenden
-stroom zijn weggesleept, welks drabbige geele watermassa van minuut tot minuut breeder
-werd.
-</p>
-<p>De jagers stonden eene poos onbewegelijk onder den stortregen die hen overstelpte,
-en staarden met peinzende blikken naar het aanwassende water, terwijl zij ter naauwernood
-hunne paarden inhielden, die gedurig begonnen te steigeren, met dof en angstig gebriesch.
-</p>
-<p>De menschelijke geest alleen scheen ongedeerd te midden van het woeden der elementen.
-Twee bronzen standbeelden gelijk, stonden daar die twee mannen, roerloos en onverschrokken,
-als bespeurden zij niets van den vreeselijken storm die rondom hen huilde, en even
-kalm van ziel, als zaten zij in een of ander ontoegankelijken schuilhoek, bij een
-vrolijk-knappend en koesterend takkenvuur.
-</p>
-<p>Zij hadden slechts ééne gedachte, namelijk hulp toe te brengen, aan iemand dien zij
-vreesden dat op dit oogenblik in dreigend gevaar verkeerde.
-</p>
-<p>Eensklaps sidderden zij, hieven beiden tegelijk het hoofd op, en vestigden hunne vlammende
-blikken strak voor zich uit; maar de duisternis was te dik, zij konden onmogelijk
-iets onderscheiden.
-</p>
-<p>Onder de duizend geluiden der natuur, had een enkele kreet beider oor getroffen.
-</p>
-<p>Die kreet was een laatste noodgeschrei, een scherpe, doordringende, langdurige angstkreet,
-zoo als de sterke mensch, door het nog sterker noodlot overwonnen uitstoot, wanneer
-hij gedwongen wordt te erkennen dat hij onmagtig is, dat alles hem ontzinkt en dat
-hij geen andere toevlugt heeft dan God alleen. De beide mannen bogen driftig voorwaarts,
-<span class="pageNum" id="pb77">[<a href="#pb77">77</a>]</span>hielden de handen aan den mond in den vorm van een roeper en slaakten op hunne beurt
-een doorborenden en langdurigen kreet.
-</p>
-<p>Omtrent een minuut later klonk er een tweede noodkreet door het luchtruim, nog doordringender
-en wanhopiger dan de eerste.
-</p>
-<p>&#x2014;O! hoort gij dat? riep Loer-Vogel terwijl hij zich hoog in de stijgbeugels oprigtte
-en de vuisten krampachtig zamenkneep, daar is een mensch in doodsgevaar.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie het ook wezen mag, wij moeten hem redden! antwoordde Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>Zij hadden elkander begrepen.
-</p>
-<p>Maar hoe zouden zij dien man kunnen redden? Waar was hij? Welk gevaar bedreigde hem?
-Wie was in staat al deze vragen, die zich onwillekeurig aan hun verstand opdrongen,
-te beantwoorden?
-</p>
-<p>Voor hen uit lag het onmogelijke.
-</p>
-<p>Op gevaar af van door den stroom te worden medegesleept, dwongen de jagers hunne paarden
-om in de rivier af te dalen, en schier tot op den hals hunner edele maar angstige
-dieren gebogen, raadpleegden zij den stand der wateren.
-</p>
-<p>Maar wij hebben reeds gezegd dat de duisternis te dik was om iets te kunnen onderscheiden.
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is of de hel ons tegen houdt! riep Loer-Vogel wanhopig. Mijn God! zullen wij dien
-man moeten laten omkomen zonder hem te hulp te snellen?
-</p>
-<p>Op dit oogenblik schoot er een schitterende bliksemschicht door het zwerk.
-</p>
-<p>Bij dit kortstondige licht zagen de jagers een ruiter hopeloos met den stroom worstelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Moed! moed! houd moed! riepen zij.
-</p>
-<p>&#x2014;Help! antwoordde de onbekende met eene gesmoorde stem.
-</p>
-<p>Er viel hier niet te weifelen, iedere sekonde was zoo goed als een eeuw. De onbekende
-ruiter kampte tegen de overmoedige golven die hem wegsleepten. Oogenblikkelijk hadden
-de jagers hun besluit genomen. Zij gaven elkander stilzwijgend de hand en drukten
-gelijktijdig hunne paarden de sporen diep in de flanken; de paarden steigerden met
-onwillig gebriesch; maar gedwongen om den ijzeren wil en de onverbiddelijke hand van
-den mensch te gehoorzamen, sprongen zij snuivend en sidderend in de rivier.
-</p>
-<p>Plotseling vielen er twee geweerschoten, een kogel floot tusschen de beide jagers
-door, en een smartelijke noodkreet verhief zich uit het midden der golven.
-</p>
-<p>De man die zij ter hulp kwamen was getroffen.
-</p>
-<p>Het onweder was nog altijd klimmende, de bliksemflitsen volgden elkander met ongemeene
-snelheid. De jagers zagen duidelijk dat de onbekende zich aan de teugels van zijn
-paard vastklemde en zich door hetzelve in het water liet voortsleepen.
-</p>
-<p>Tevens bespeurden zij aan den anderen oever een man voorovergebogen, met de buks aan
-den schouder, en gereed om op nieuw vuur te geven.
-<span class="pageNum" id="pb78">[<a href="#pb78">78</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ieder zijn werk! riep Loer-Vogel lakoniek.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! was het niet minder korte antwoord van Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>De Canadees nam den lasso die aan zijn zadelknop hing, vierde hem in de hand, liet
-hem over zijn hoofd zwaaijen en wachtte den eerstvolgenden bliksemslag af om hem uit
-te werpen.
-</p>
-<p>Hij behoefde niet lang te wachten, en hoe snel het licht ook voorbij ging, Vrij-Kogel
-wist zijn oogenblik waar te nemen: het werptouw snorde door de lucht en de loopende
-knoop slingerde zich om den hals van het zwemmende paard, dat zoo moedig met den stroom
-kampte.
-</p>
-<p>&#x2014;Courage! juichte Vrij-Kogel, hier heen, Loer-Vogel, hierzoo!
-</p>
-<p>Thans zijn eigen paard met kracht omwendende, deed hij het op de achterbeenen volte
-maken, juist op het oogenblik toen het grond <span class="corr" id="xd30e2072" title="Bron: driegde">dreigde</span> te verliezen en dreef het met vaste hand naar den oever terug.
-</p>
-<p>&#x2014;Hier ben ik! antwoordde Loer-Vogel, die de eerste gelegenheid afwachtte om vuur te
-geven. Heb even geduld! ik kom.
-</p>
-<p>Een nieuwe bliksemvlam flikkerde.
-</p>
-<p>Gelijktijdig drukte hij af, het schot viel, en van den anderen oever klonk den jagers
-een kreet van woede en smart in de ooren.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb hem geraakt! riep Loer-Vogel; morgen zal ik weten wie de kerel is, en hiermede
-zijn buks achter den rug werpende, wendde hij zijn paard naar Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>Zoodra het paard van den onbekende dat door den Canadees gelasseerd was zich voelde
-ondersteunen en naar den oever slepen, verdubbelde het met instinctmatige schranderheid
-de pogingen die men aanwendde om het te redden.
-</p>
-<p>De beide jagers hadden zich, om zoo te zeggen, voor den lasso gespannen. Door de vereenigde
-krachten hunner paarden met die van het gelasseerde paard, gelukte het hun den stroom
-te breken, en na eene moedige worsteling van eenige minuten bereikten zij eindelijk
-den oever. Naauwelijks waren zij behouden aan wal, of de Canadezen stegen af en ijlden
-naar het paard van den onbekende.
-</p>
-<p>Zoodra het moedige dier voelde dat het vasten grond onder de voeten had, bleef het
-staan, als scheen het te begrijpen, dat het door verder voort te gaan, gevaar liep
-zijn meester&#x2014;die ofschoon geheel bewusteloos, nog altijd de teugels in de gesloten
-vuist vastklemde,&#x2014;tegen de rotsklompen te verpletteren. De jagers sneden thans de
-teugels los, namen den man dien zij zoo wonderbaar gered hadden in hunne armen en
-droegen hem eenige passen van den rivierkant onder een boom, waar zij hem zacht nederlegden.
-Beiden bleven met gespannen aandacht bij dan gewonden drenkeling gebukt, den eersten
-lichtstraal afwachten, die hun gelegenheid zou geven om het lijk te herkennen.
-</p>
-<p>&#x2014;O! riep Loer-Vogel op eens opstaande met een kreet van smart en verschrikking, het
-is don Miguel Ortega!
-<span class="pageNum" id="pb79">[<a href="#pb79">79</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch12" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7083">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XII.</h2>
-<h2 class="main">Don Stefano Cohecho.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Zoo als wij aan het slot van ons IIIde <span class="corr" id="xd30e2093" title="Bron: hoofstuk">hoofdstuk</span> gezien hebben, was don Stefano, nadat hij Vrij-Kogel verlaten had, naar het kamp
-der Gambucinos teruggekeerd zonder door iemand te worden opgemerkt.
-</p>
-<p>Eenmaal binnen de verschansing zijnde, had de Mexicaan niets meer te vreezen; hij
-ging dus weder naar het vuur, in welks nabijheid hij zijn paard had vastgemaakt, het
-edele dier stak den kop op en spitste de ooren toen het zijn meester zag naderen,
-hij streelde het met de hand, vlijde zich toen bedaard op den grond neder, wikkelde
-zich in zijn deken en sliep in, met de gerustheid van iemand die overtuigd was dat
-alle dingen in volkomen orde waren.
-</p>
-<p>Er verliepen verscheidene uren, zonder dat de in het kamp heerschende stilte door
-het minste gedruisch gestoord werd.
-</p>
-<p>Op eens ontwaakte don Stefano, hij sloeg de oogen op, een behoedzame hand was zacht
-op zijn schouder gelegd.
-</p>
-<p>De Mexicaan staarde den man aan die zijn slaap gestoord had; in het schemerlicht der
-reeds verbleekende sterren herkende hij Domingo. Don Stefano stond op en volgde zwijgend
-den Gambucino, die hem tot de verschansing leidde, waarschijnlijk met oogmerk om te
-kunnen praten zonder door onbescheiden ooren gehoord te worden.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, wat hebt gij mij te vertellen? vroeg don Stefano, toen de mesties hem een
-wenk gaf dat hij vrij spreken kon.
-</p>
-<p>Domingo, op bekomen order van Vrij-Kogel, deelde hem thans beknoptelijk alles mede
-wat er in de prairie was voorgevallen. Toen don Stefano vernam dat het den Canadees
-eindelijk gelukt was Loer-Vogel te vinden, popelde hij van vreugde en luisterde hij
-met klimmende belangstelling naar het verslag van den mesties. Nadat deze geëindigd
-had, of ten minste eenige oogenblikken zweeg, vroeg hij hem:
-</p>
-<p>&#x2014;Is dat alles?
-</p>
-<p>&#x2014;Alles, antwoordde Domingo.
-</p>
-<p>Don Stefano haalde zijne beurs voor den dag en nam er eenige goudstukken uit, die
-hij den Gambucino ter hand stelde; deze ontving ze met blijkbare gretigheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Heeft Vrij-Kogel u niet gelast om mij nog iets te zeggen? vroeg de Mexicaan.
-</p>
-<p>Domingo bedacht zich een oogenblik.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, wacht! dat zou ik bijna vergeten, zeide hij, de jager heeft mij gelast u te zeggen,
-Senor, dat gij het kamp niet moest verlaten.
-</p>
-<p>&#x2014;Weet gij ook de rede van die waarschuwing?
-</p>
-<p>&#x2014;O, ja, hij heeft plan om zich heden avond weder bij de karavaan te voegen, aan het
-veer del Rubio.
-</p>
-<p>Op dit berigt fronste de Mexicaan de wenkbraauwen.
-</p>
-<p>&#x2014;Weet gij dat zeker? vroeg hij.
-<span class="pageNum" id="pb80">[<a href="#pb80">80</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Hij heeft mij zoo gezegd.
-</p>
-<p>Er volgden eenige sekonden stilte.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, zeide don Stefano een oogenblik later; heeft de jager u niets anders gezegd?
-</p>
-<p>&#x2014;Niets.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo! bromde de Mexicaan, enfin, dat maakt weinig uit; thans den Gambucino met kracht
-de hand op den schouder leggende, keek hij hem strak in de oogen.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu dan, vervolgde hij met nadruk op ieder woord, onthoud dit: Gij kent mij niet,
-maar wat er ook gebeure, laat u geen woord ontsnappen over hetgeen er tusschen ons
-in de prairie is voorgevallen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij kunt er op rekenen, Senor.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik reken er op, hoor! herhaalde de Mexicaan met eene stem die Domingo, hoe dapper
-hij ook wezen mogt, inwendig deed sidderen; denk aan den eed dien gij mij gezworen
-en de verpligting die gij jegens mij hebt op u genomen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal er aan denken.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo gij uw woord houdt en mij getrouw blijft, zal ik zorgen dat gij voor uw gansche
-leven gedekt zijt; zoo niet, wees dan op uwe hoede!
-</p>
-<p>De Gambucino haalde minachtend de schouders op en antwoordde min of meer gebelgd:
-</p>
-<p>&#x2014;Gij behoeft mij niet te dreigen, Senor, wat gezegd is is gezegd, en wat ik beloofd
-heb, heb ik beloofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zullen wij zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Als gij mij niets anders meer hebt aan te bevelen, geloof ik dat wij wel zullen doen
-met van elkander te gaan. Het begint reeds dag te worden, mijne kameraden zullen spoedig
-ontwaken, en ik twijfel of het u erg bevallen zou dat zij ons hier zamen vonden.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt gelijk.
-</p>
-<p>Met dit woord gingen zij van elkander; don Stefano keerde naar zijne plaats bij het
-vuur terug; Domingo strekte zich uit op de eerste plaats te beste, en weldra waren
-beiden in slaap, of veinsden althans te slapen.
-</p>
-<p>Met den eersten zonnestraal hief don Miguel het gordijn van zijne tent op en trad
-naar buiten, regt op zijn gast af, die, zoo als men in Frankrijk zegt, sliep met gesloten
-vuisten.
-</p>
-<p>Don Miguel maakte er eene gewetenszaak van om zulk een vreedzamen slaap te storen;
-hij hurkte dus bij het vuur neder, verzamelde de verstrooide kolen, deed ze van nieuws
-opvlammen, rolde een fijne maïs-cigarette en begon bedaard te rooken, tot zijn gast
-zou ontwaken.
-</p>
-<p>Inmiddels kwam het geheele kamp in beweging, de Gambucinos begaven zich elk aan zijne
-morgentaak, sommigen leidden de paarden naar de rivier om ze een bad te geven, anderen
-rakelden de vuren op om het ontbijt gereed te maken, kortom, ieder was op zijne manier
-bezig ten algemeenen nutte.
-</p>
-<p>Eindelijk vond don Stefano, op wiens gezigt reeds eenige minuten <span class="pageNum" id="pb81">[<a href="#pb81">81</a>]</span>een lastige zonnestraal gespeeld had, het oogenblik geschikt om wakker te worden,
-hij keerde zich om, rekte zich uit, opende de oogen en geeuwde herhaalde malen.
-</p>
-<p>&#x2014;Caramba! riep hij, zich oprigtende, het is reeds dag naar ik zie; wat gaat zulk een
-nacht toch spoedig om; het is of ik nog geen uur geleden ben gaan slapen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zie met genoegen dat gij zoo goed geslapen hebt, caballero, zei don Miguel beleefd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha zoo! zijt gij daar, mijn waarde gastheer, riep don Stefano met meesterlijk geveinsde
-verwondering; dat belooft mij een gelukkigen dag, daar het eerste wat ik te zien krijg
-terwijl ik mijne oogen opsla, het aangezigt is van een vriend.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik neem dat vleijende kompliment van u aan als eene beleefde scherts.
-</p>
-<p>&#x2014;Te drommel neen! ik verzeker u, wat ik u zeg is de zuivere uitdrukking van hetgeen
-ik denk, antwoordde de Mexicaan gemaakt goedhartig; het zou geheel onmogelijk zijn
-om de eer der woestijn beter op te houden of de heilige regten der gastvrijheid beter
-te begrijpen dan gij gedaan hebt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank voor den goeden dunk dien gij voor mij aan den dag legt. Ik hoop dus
-ook dat gij ons niet zoo spoedig verlaat, maar ten minste eenige dagen bij ons blijft.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zou ik gaarne willen, don Miguel; de hemel weet hoe gelukkig ik mij zou rekenen
-om uw aangenaam bijzijn nog eenigen tijd te genieten; ongelukkigerwijs is dit echter
-geheel onmogelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Kan dat waar zijn?
-</p>
-<p>&#x2014;Helaas, ja! een dringende pligt gebiedt mij om van daag nog te vertrekken en, gij
-moogt gelooven dat mij dit razend spijt, maar tegen de noodzakelijkheid kan men niet
-op.
-</p>
-<p>&#x2014;Welke reden is magtig genoeg om u te dwingen mij zoo plotseling te verlaten? vroeg
-don Miguel statig.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn hemel! een zeer alledaagsche, om niet te zeggen een gemeene reden, die u waarschijnlijk
-zal doen meesmuilen. Gij moet weten ik ben koopman te Santa-Fé; er zijn eenige dagen
-geleden te <span class="corr" id="xd30e2153" title="Bron: Monteray">Monterey</span> verscheidene handelshuizen failliet geraakt, daar ik loopende zaken mede heb, en
-die mij noodzaken cito van huis te gaan, om door mijne persoonlijke tegenwoordigheid
-nog te redden wat mogelijk is, uit de schipbreuk die mij bedreigt; ik ben zonder iemand
-te raadplegen of naar den weg te vragen op reis gegaan, en zoodoende kwam ik hier.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar, opperde don Miguel, gij zijt hier nog ver van <span class="corr" id="xd30e2158" title="Bron: Monteray">Monterey</span>.
-</p>
-<p>&#x2014;Duivelsch! dat weet ik wel en dat maakt mij bijna wanhopig; ik ben vreesselijk bang
-dat ik te laat kom, te meer daar mij gezegd is, dat de lieden met welke ik te doen
-heb schurken zijn; de sommen die zij van mij in handen hebben zijn zeer aanzienlijk,
-en bedragen, als ik het u zeggen moet, meer dan de helft van mijn vermogen.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Caspita!</i> als het er zoo mede gelegen is, begrijp ik zeer goed dat gij haast hebt om verder
-te komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Niet waar?
-<span class="pageNum" id="pb82">[<a href="#pb82">82</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ik heb nooit kunnen denken dat gij zulke ernstige redenen hadt om uwe reis te bespoedigen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij ziet dus, gij moogt mij beklagen, don Miguel.
-</p>
-<p>Het gesprek tusschen deze twee personaadjes werd met bewonderenswaardige gemakkelijkheid
-en meesterlijk gespeelde goedwilligheid gevoerd, zoo wel van de eene als van de andere
-zijde; en toch waren geen van beiden in staat den andere om den tuin te leiden. Don
-Stefano, zoo als het dikwijls gaat, had het al te mooi willen maken en was zoodoende
-de perken der waarschijnlijkheid te buiten gegaan, door zijn zegsman te zeer van zijne
-opregtheid te willen overtuigen. Deze geveinsde opregtheid had het wantrouwen van
-don Miguel in tweederlei opzigt wakker gemaakt: vooreerst, omdat don Stefano, van
-<span class="corr" id="xd30e2175" title="Bron: Sante-Fé">Santa-Fé</span> naar Monterey reizende, niet alleen op den verkeerden weg was, maar zelfs beide deze
-steden volkomen den rug toekeerde, eene dwaling die zijne volslagen onbekendheid met
-de plaatselijke ligging van het land hem deed begaan, zonder dat hij het zelf wist
-of vermoedde; de tweede reden was even afdoende: geen handelsman namelijk, hoe gewigtig
-overigens de aanleiding tot zulk eene reis wezen mogt, zou het gewaagd hebben om geheel
-alleen de woestijn door te trekken, uit vrees voor de Indiaansche <i lang="es">bravos</i>, de bandieten en struikroovers, de wilde dieren en duizend andere gevaren, die hem
-bedreigden en aan welke allen hij onmogelijk zou kunnen ontsnappen.
-</p>
-<p>Intusschen hield don Miguel zich alsof hij alles voor goeden munt aannam wat zijn
-gast hem verzekerde, en antwoordde hij op een toon van het volste vertrouwen:
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe veel genoegen het mij ook zou zijn uw aangenaam gezelschap nog eenigen tijd te
-genieten, wil ik u niet terughouden, caballero; ik begrijp zeer goed dat gij dringende
-reden hebt om u te haasten.
-</p>
-<p>Don Stefano boog met een onmerkbaren glimlach van triomf.
-</p>
-<p>&#x2014;Ten slotte, vervolgde don Miguel, wensch ik dat het u gelukken zal uw fortuin uit
-de klaauwen van die schurken te redden; maar in allen geval, caballero, hoop ik dat
-wij niet scheiden zullen eer wij zamen ontbeten hebben. Ik wil u wel bekennen, dat
-uwe weigering, om gisteren avond aan mijn sober souper deel te nemen, mij pijnlijk
-heeft aangedaan.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;O! viel don Stefano hem in de rede, geloof mij, caballero.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt u voldoende verontschuldigd, caballero, zoo erg was het niet, riep don Miguel;
-maar, vervolgde hij met nadruk, wij Gambucinos en woudloopers zijn wonderlijke menschen,
-wij verbeelden ons altoos, hetzij te regt of te onregte, dat een gast die weigert
-om met ons te eten, onze vijand is, of het ten minste worden zal.
-</p>
-<p>Don Stefano onthutste min of meer bij dezen onverwachten aanval.
-</p>
-<p>&#x2014;Kunt gij dat veronderstellen, caballero? riep hij uitwijkend.
-</p>
-<p>&#x2014;Niet ik slechts veronderstel het, maar wij allen; zoo als ik u zeg, de lieden van
-onze soort zijn een wonderlijk volkje; het zijn onze vooroordeelen, domme, ingewortelde
-wanbegrippen, of hoe gij het noemen wilt, meesmuilde hij met een glimlach, zoo scherp
-als de punt van <span class="pageNum" id="pb83">[<a href="#pb83">83</a>]</span>een ponjaard; maar het is nu eenmaal zoo en wij kunnen onzen aard niet veranderen.
-Ik houd het er dus voor, dat wij zamen zullen ontbijten; eerst dan wil ik u goede
-reis wenschen en nemen wij afscheid.
-</p>
-<p>Don Stefano zette een wanhopig gezigt.
-</p>
-<p>&#x2014;Tot mijn ongeluk, maar ik kan niet, riep hij schouderophalend.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe dat?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn hemel! ik weet niet hoe ik u zal uitleggen wat er eigenlijk van is; &#x2019;t is zoo
-bespottelijk, dat ik u waarlijk niet durf.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek ronduit, caballero; al ben ik slechts een ruw avonturier, misschien zal ik
-u wel begrijpen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zou u inderdaad ergeren.
-</p>
-<p>&#x2014;In &#x2019;t minste niet; gij zijt immers mijn gast? Een gast wordt ons door den hemel toegezonden,
-en is een geheiligde zaak.
-</p>
-<p>Don Stefano aarzelde.
-</p>
-<p>&#x2014;Kom! riep don Miguel, ik zal het ontbijt maar op laten zetten; misschien dat dan
-uw tong wel losser wordt.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar ben ik eigenlijk het meest bevreesd voor, riep de Mexicaan met levendige drift
-en op zekeren toon van spijt; en daarom kan ik, in weerwil van mijn verlangen om u
-genoegen te geven, uwe vriendelijke uitnoodiging niet aannemen.
-</p>
-<p>De jongman fronste de wenkbraauwen.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo! antwoordde hij, met een argwanenden blik op den spreker; en waarom niet?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is het juist wat ik u niet durf bekennen.
-</p>
-<p>&#x2014;Durf! durf vrij, caballero; heb ik u niet gezegd dat gij het regt hebt om alles te
-bekennen?
-</p>
-<p>&#x2014;Lieve hemel! als gij er mij dan toe dwingt, sprak hij op een toon die hoe langer
-hoe benaauwder klonk, verbeeld u eens, dat ik aan Nuestra de los Angelos eene gelofte
-heb gedaan, om zoo lang ik op reis ben, niet te eten voordat de zon onder is.
-</p>
-<p>&#x2014;Ah zoo! riep don Miguel, blijkbaar slechts half overtuigd; maar gisteren avond dan,
-toen ik u vroeg om met mij te souperen, was de zon dunkt mij reeds lang genoeg onder.
-</p>
-<p>&#x2014;Wacht even, ik heb nog niet uitgesproken.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik luister.
-</p>
-<p>&#x2014;En zelfs dan, hervatte de Mexicaan, heb ik beloofd om niets anders te eten dan eenige
-gerooste <span class="corr" id="xd30e2215" title="Bron: maiskorrels">maïskorrels</span>, die ik in mijn mantelzak heb medegenomen, nadat ik ze vóór mijne afreis door een
-priester te Santa-Fé heb laten zegenen; ik begrijp wel dat u dit alles zeer belagchelijk
-moet toeschijnen, maar wij zijn zamen landgenooten, hetzelfde Spaansche bloed stroomt
-in onze aderen, en dus zult gij, in plaats van mij te bespotten, mij veeleer beklagen.
-</p>
-<p>&#x2014;Caspita! met hart en ziel, des te meer daar gij u aan een zeer harde penitentie hebt
-onderworpen. Ik zal ook niet trachten om u van uw bijgeloof af te brengen, want ik
-heb het mijne zoo goed als ieder ander; ik geloof dus dat wij wijs zullen doen als
-wij dit onderwerp verder laten rusten.
-<span class="pageNum" id="pb84">[<a href="#pb84">84</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Gij neemt het mij dan ten minste niet kwalijk?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik! waarom zou ik het u kwalijk nemen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dus zijn wij altoos goede vrienden?
-</p>
-<p>&#x2014;Beter dan ooit, lachte don Miguel.
-</p>
-<p>De toon echter waarop deze woorden werden uitgesproken, was slechts ten halve geschikt
-om den Mexicaan gerust te stellen; hij wierp den spreker een zijdelingschen blik toe
-en stond op.
-</p>
-<p>&#x2014;Gaat gij reeds heen? vroeg hem de jongman.
-</p>
-<p>&#x2014;Als gij het mij vergunt, ga ik terstond op weg.
-</p>
-<p>&#x2014;Ga uw gang, ga uw gang, caballero.
-</p>
-<p>Don Stefano, zonder verder te antwoorden, begon onmiddelijk zijn paard te zadelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt daar een nobel dier, merkte don Miguel aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, het is een Arabier van het zuiverste bloed.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is voor de eerste maal dat ik een paard van dat kostbare ras te zien krijg.
-</p>
-<p>&#x2014;Beschouw het op uw gemak, caballero.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank; maar ik vrees dat ik u te lang zou ophouden eer ik er mij aan verzadigd
-had. Hola! zadel terstond mijn paard, riep hij, zich tot Domingo wendende.
-</p>
-<p>Deze bragt hem weldra een krachtvollen mustang van de schoonste soort. De jongman
-wipte met een enkelen sprong in den zadel, ook don Stefano steeg te paard.
-</p>
-<p>&#x2014;Gaat gij een wandelrid in den omtrek maken? vroeg deze.
-</p>
-<p>&#x2014;Als gij het mij vergunt, zal ik de eer hebben u een eind ver te begeleiden,&#x2014;ten minste,
-vervolgde hij, met een spotachtigen lach zoo gij geen gelofte gedaan hebt die het
-u verbiedt; in dat geval zou ik er van afzien.
-</p>
-<p>&#x2014;Schertst gij? riep don Stefano op een toon van verwijt; gij zijt toch niet boos op
-mij?
-</p>
-<p>&#x2014;O hemel! neen, dat zweer ik u.
-</p>
-<p>&#x2014;Welaan, dan vertrekken wij zoodra gij maar wilt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben tot uwe orders.
-</p>
-<p>Zij vierden hunne paarden den teugel en reden het kamp uit.
-</p>
-<p>Naauwelijks echter hadden zij twintig passen gemaakt, of don Miguel hield zijn paard
-in en bleef staan.
-</p>
-<p>&#x2014;Verlaat gij mij reeds? vroeg don Stefano.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ga geen stap verder, antwoordde de jongman, en nu fier het hoofd opstekende, vervolgde
-hij met een barsch gezigt en op hooghartigen toon: Hoor eens, caballero, hier zijt
-gij niet langer mijn gast, wij zijn buiten mijn kamp en in de woestijn; ik kan u dus
-kort en bondig mijne gedachten zeggen en, <i lang="es">voto a brios</i>, ik zal het doen ook.
-</p>
-<p>De Mexicaan keek hem verbaasd aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik begrijp u niet, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is wel mogelijk; ik hoop zelf dat het zoo is, maar ik geloof het niet. Zoolang
-gij mijn gast waart, hield ik mij alsof ik geloof sloeg aan de leugens die gij mij
-op den mouw speldet; maar thans <span class="pageNum" id="pb85">[<a href="#pb85">85</a>]</span>zijt gij voor mij niets meer dan ieder ander vreemdeling, ik wil u dus rondweg mijn
-gevoelen zeggen: welken naam ik op uw aschgraauw gelaat moet toepassen weet ik niet,
-maar ik ben overtuigd dat gij mijn vijand, of althans een spion van mijne vijanden
-zijt.
-</p>
-<p>&#x2014;Caballero deze taal.&#x2026; riep don Stefano.
-</p>
-<p>&#x2014;Val mij niet in de rede, vervolgde de jongman met kracht; het kan mij weinig schelen
-wie gij zijt, het is mij genoeg dat ik u ontmaskerd heb; ik zeg er u dank voor dat
-gij in mijn kamp zijt gekomen; als gij mij thans ooit weder ontmoet, zal ik u ten
-minste herkennen; maar dit moogt gij gelooven en het is een raad dien ik zoo vrij
-ben u te geven: schud eer gij mij verlaat het stof van uwe schoenen, en kom mij nooit
-weder onder de oogen, het zou tot uw ongeluk kunnen zijn!
-</p>
-<p>&#x2014;Bedreigingen! riep de Mexicaan bleek van toorn.
-</p>
-<p>&#x2014;Neem mijne woorden zoo als gij verkiest, maar onthoud ze in het belang van uwe eigene
-veiligheid; al ben ik maar een avonturier, geef ik u op dit <span class="corr" id="xd30e2264" title="Bron: oogenhlik">oogenblik</span> eene les van trouw en opregtheid, die gij wel zult doen u ten nutte te maken; ik
-zou mij zeer gemakkelijk de bewijzen van uw verraad kunnen verschaffen, zoo ik dat
-verkoos, want ik heb twintig trouwe kameraden onder mijn bevel, die op een wenk van
-mij, u duivelsch leelijk zouden tracteren, en&#x2014;vervolgde hij met een sarkastischen
-grijns,&#x2014;door uwe kleederen en uw knapzak te onderzoeken, zonder twijfel onder uwe
-&#x201c;gezegende maïskorrels,&#x201d; de reden wel zouden vinden van uw gehouden gedrag sedert
-gij bij mij zijt; maar gij zijt mijn gast geweest, en deze titel is uw vrijbrief;
-ga dus in vrede, en loop mij nooit weder in den weg.
-</p>
-<p>Onder het uitspreken dezer woorden hief hij zijn arm op en gaf met zijn <i lang="es">chicote!</i> (karawats) het paard van don Stefano zulk een hevigen slag op het kruis, dat de Arabier,
-weinig aan zulk eene behandeling gewoon, als een pijl van den boog voor uitschoot,
-in weerwil der krachtige pogingen van zijn berijder om hem tegen te houden.
-</p>
-<p>Don Miguel oogde hem een poosje na en keerde toen naar zijn kamp terug, hartelijk
-lagchend over de koddige wijs waarop hij het gesprek beëindigd had.
-</p>
-<p>&#x2014;Komaan, kinderen, zeide hij tegen de Gambucinos, dadelijk op marsch! voor zonsondergang
-moeten wij aan het veer del Rubio zijn, waar de gids ons wacht.
-</p>
-<p>Een half uur daarna was de geheele karavaan reeds op weg.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch13" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7092">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XIII.</h2>
-<h2 class="main">De hinderlaag.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Geen meldenswaardig voorval verstoorde dien dag hunne reis. De karavaan trok door
-eene afwisselende landstreek, met ondiepe rivieren <span class="pageNum" id="pb86">[<a href="#pb86">86</a>]</span>doorsneden, met hoog geboomte en digte katoenbosschen beplant, en met duizende vogelen
-van alle soorten en kleuren en stemmen bevolkt; aan den uitersten horizont, vertoonde
-zich als eene geelachtige streep, boven welke eene dikke wolk van dampen hing, de
-aanwezigheid van de Rio Colorado grande del Norte.
-</p>
-<p>Gelijk don Miguel vooraf gezegd had, bereikte men het veer del Rubio eenige minuten
-voor zonsondergang.
-</p>
-<p>Wij willen hier met een paar woorden beschrijven op welke wijs eene karavaan zich
-in de wildernis legert; deze beschrijving is onmisbaar om den lezer te doen begrijpen,
-hoe het komt dat men zoo gemakkelijk een legerkamp in en uit kan sluipen zonder gezien
-te worden.
-</p>
-<p>De karavaan bestond, behalve het personeel en een troep pakezels, uit een stoet van
-vijftien met allerlei koopwaren beladen wagens. Zoodra de plaats voor het kampement
-gekozen was, werden de wagens in een vierkant opgesteld, met een afstand van vijf
-en dertig voet tusschen de wagens onderling; in deze tusschenruimten werden door zes
-of acht mannen vuren ontstoken, rondom welke zij zich legerden, om er hunne spijzen
-te bereiden, te eten, te praten en te slapen. De paarden en muilezels stonden in het
-midden van het vierkant, niet ver van de geheimzinnige tent die het centrum van het
-kamp uitmaakte.
-</p>
-<p>Men had de helft der paarden het regter voorbeen aan het linker achterbeen gekluisterd,
-met een touw van twee à drie voet lengte. Wij moeten hierbij opmerken, dat een op
-deze wijs gebonden paard zich in het eerst zeer belemmerd gevoelt, maar spoedig genoeg
-aan zijn toestand gewent, om ten minste langzaam te kunnen voortkomen.
-</p>
-<p>Overigens is dit een voorzigtigheidsmaatregel, welke dienen moet om te beletten dat
-de dieren te ver weg loopen of door de <span class="corr" id="xd30e2290" title="Bron: Indiianen">Indianen</span> worden opgevangen. Men bindt gewoonlijk twee paarden aan elkander, het eene op bovengenoemde
-wijs gekluisterd, en het andere slechts met een lang touw aan zijn kameraad gekoppeld,
-welke laatste in geval van onraad om zijn makker heenspringt en galoppeert, die hem
-zoodoende als het ware tot spil of centraalpunt dient.
-</p>
-<p>De buitenrand der ruimte tusschen de wagens werd met schanskorven, op elkander gestapelde
-boomstammen en met de pakken der muildieren opgevuld.
-</p>
-<p>Zulk een legerkamp van woudloopers in de prairie levert inderdaad een merkwaardig
-en zonderling schouwspel. Rondom de vuren ziet men de avonturiers schilderachtig gegroepeerd,
-staande, zittende of in liggende houding, sommigen bezig met koken, anderen met het
-verstellen van kleederen, paardentuigen of wagens; nog anderen met het poetsen hunner
-wapenen; nu en dan verheft zich midden uit de groep een schaterend gelach, om te bewijzen
-dat de kwinkslagen lustig rond gaan en dat men met vrolijke vertellingen de geleden
-vermoeijenis van den dag weet te verdrijven of zich op die van den volgenden voorbereidt.
-</p>
-<p>Ter voltooijing der bonte schilderij, ziet men van afstand tot afstand bij de verschansing
-schildwachten rustig op post staan, met het geweer in den arm of met den elleboog
-op den tromp hunner wapenen geleund.
-<span class="pageNum" id="pb87">[<a href="#pb87">87</a>]</span></p>
-<p>Zoo als wij reeds gezegd hebben, bevond zich in het midden de tent van den chef, bewaakt
-door een opzigter, die tevens het oog over de paarden liet gaan.
-</p>
-<p>Uit de bovenstaande beschrijving zal men gereedelijk kunnen opmaken, dat er tusschen
-de wielen der opgestelde wagens hier en daar openingen overblijven, en er dus voor
-een vlug mensch gelegenheid genoeg is om weg te sluipen en zoo doende buiten de verschansing
-te geraken, zoo wel, als er weder binnen te dringen, zonder door de oppassers of door
-zijne overige kameraden te worden opgemerkt, wier blikken gewoonlijk meer op de vlakte
-naar buiten zijn gerigt, daar zij geen reden hebben om te bespieden wat er in het
-kamp zelf omgaat.
-</p>
-<p>Zoodra alles in orde was en ieder zich zoo gemakkelijk mogelijk had gemaakt, liet
-don Miguel een versch paard zadelen, dat hij onmiddelijk besteeg, en van waar hij
-de rondom hem verzamelde kameraden aldus aansprak:
-</p>
-<p>&#x2014;Senores! begon hij, eene dringende zaak noopt mij om mij voor eenige uren te verwijderen,
-houdt gedurende mijne afwezigheid zorgvuldig de wacht, en vooral laat niemand in het
-kamp doordringen; wij bevinden ons in eene streek waar de meeste waakzaamheid noodig
-is om ons te hoeden voor verraad of overrompeling, die ons onophoudelijk en van alle
-kanten bedreigt, en zich onder allerlei gedaanten vermomt om den nalatigen te verschalken.
-De gids dien wij met ongeduld te gemoet zien, zal hier binnen weinige oogenblikken
-aankomen; die gids is bij velen uwer persoonlijk en aan allen bij goeder geruchte
-bekend; misschien komt hij alleen, misschien brengt hij nog een ander met zich. Deze
-man, in wien wij het volste vertrouwen kunnen stellen, moet gedurende mijne afwezigheid
-volkomen vrij zijn om te handelen, en kunnen komen en gaan, zonder dat iemand uwer
-er zich tegen verzetten mag.
-</p>
-<p>&#x2014;Hebt gij mij verstaan? vroeg hij, volgt dan in alles stipt mijne bevelen; overigens
-verhaal ik u dat ik spoedig terug zal zijn.
-</p>
-<p>Na zijne kameraden eenen laatsten <span class="corr" id="xd30e2306" title="Bron: afscheidsgoet">afscheidsgroet</span> te hebben toegeworpen, reed don Miguel het kamp uit in de rigting van het veer del
-Rubio, waar hij spoedig aankwam en dat hij op dit oogenblik zeer gemakkelijk en bijna
-droogvoets kon oversteken.
-</p>
-<p>Wat het opperhoofd der avonturiers zijne kameraden zoo nadrukkelijk ten opzigte van
-Loer-Vogel had aanbevolen, kon inderdaad als eene ingeving des hemels worden beschouwd,
-want zoo hij hun niet dringend had gelast om den jager in al zijne bewegingen en handelingen
-vrij te laten, zouden de schildwachten hen waarschijnlijk hebben belet het kamp te
-verlaten, en zoodoende don Miguel van de schier wonderbare hulp zijn verstoken gebleven,
-die hem voor een gewissen ondergang bewaarde.
-</p>
-<p>Naar het veer te zijn overgegaan, vierde don Miguel zijn paard den vollen teugel,
-en dreef hij het regt voor zich uit. Deze geweldige rid duurde bijna twee uren, eerst
-door het hooge prairiegras, toen door <span class="pageNum" id="pb88">[<a href="#pb88">88</a>]</span>struiken, struweelen en kreupelbosch, dat allengs digter en digter werd en eindelijk
-in een volslagen woud veranderde.
-</p>
-<p>Na een tamelijk diepe vallei of bergpas te zijn doorgereden, welks steile kanten met
-ontoegankelijk warbosch waren bedekt, kwam de jongman aan een soort van kruisweg,
-waar verscheidene door de wilde dieren gevormde loopsporen zamenliepen, en waar een
-Indiaan in zijn bonten oorlogsdos, voor een vuurtje van bison-mest en bladrijzen,
-deftig zijn calumet zat te rooken, terwijl zijn gekluisterd paard op korten afstand
-aan de takken der jonge boomen stond te knabbelen. Zoodra don Miguel hem in &#x2019;t oog
-kreeg, klemde hij de teugels van zijn draver met vaster hand, ten einde den Roodhuid
-met meer gerustheid te kunnen naderen.
-</p>
-<p>&#x2014;Goeden avond, hoofdman, riep hij, met een luchtigen sprong van zijn paard stijgend,
-terwijl hij den krijgsman vriendschappelijk de hand drukte die deze hem toestak.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> riep de hoofdman, ik had mijn bleeken broeder niet meer verwacht.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom niet? Ben ik dan niet gewoon mijn woord te houden?
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien zou het bleekgezigt beter gedaan hebben met in zijn kamp te blijven; Addick
-is een krijgsman, hij heeft een spoor ontdekt.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! aan sporen ontbreekt het immers niet in de prairie?
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> maar dit is breed en zonder voorzorg getrokken; het is blijkbaar een spoor van blanken.
-</p>
-<p>&#x2014;Bah! wat kan mij dat schelen, riep de jongman onverschillig; denkt gij dan dat mijne
-troep de <span class="corr" id="xd30e2330" title="Bron: eenigste">eenige</span> is die op dit oogenblik de wildernis doortrekt?
-</p>
-<p>De Roodhuid schudde het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Een Indiaansch krijgsman vergist zich niet op het oorlogspad. Dat spoor is van mijns
-broeders vijand.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom zoudt gij dat denken?
-</p>
-<p>De Indiaan scheen niet genegen zich nader te verklaren; hij liet het hoofd op de borst
-zakken en antwoordde een poosje later:
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder zal het zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben sterk, goed gewapend, en geef weinig om hen die mij zouden willen aanranden.
-</p>
-<p>&#x2014;Een man is minder dan tien, zei de Indiaan met pedanten nadruk.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie weet! hernam de jongman luchthartig; maar dat is op dit oogenblik de vraag niet,
-vervolgde hij, ik kom om het nieuws te hooren dat het opperhoofd mij heeft toegezegd.
-</p>
-<p>&#x2014;De belofte van Addick is heilig.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik, hoofdman, en daarom heb ik niet geaarzeld hier te komen; maar de tijd
-verloopt, ik heb een langen weg te maken eer ik weder in het kamp ben, er broeit een
-onweder, en ik wil u wel bekennen dat ik mij daaraan niet gaarne zou blootgesteld
-zien op mijn terugtogt; wees dus kort en gezwind.
-</p>
-<p>Het opperhoofd boog toestemmend en wenkte den jongman om nevens hem plaats te nemen.
-<span class="pageNum" id="pb89">[<a href="#pb89">89</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Goed; begin nu maar terstond, hoofdman, ik ben geheel oor, riep don Miguel zich op
-den grond neêrvleijende, maar vertel mij eerst, hoe het komt dat ik u heden pas vind?
-</p>
-<p>Dat komt, herhaalde de Indiaan flegmatiek, omdat, zooals mijn broeder wel weet, de
-<i>Queche-Pitao</i> (Gods stad) hier ver van daan ligt; een krijgsman is slechts een mensch, en Addick
-heeft schier het onmogelijke gedaan om zijn bleeken broeder nog heden te ontmoeten.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zij zoo, hoofdman, en ik dank er u voor. Komen wij nu ter zake; hoe is het met
-u gegaan sedert onze scheiding?
-</p>
-<p>&#x2014;Quiepa-Tani heeft hare poorten voor de twee blanke jonge maagden geopend; zij zijn
-in veiligheid, in de <span class="corr" id="xd30e2355" title="Bron: Quecho">Queche</span>, ver buiten het bereik harer vijanden.
-</p>
-<p>&#x2014;En hebben zij u niet gelast om mij iets te zeggen?
-</p>
-<p>De Indiaan aarzelde een poosje.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, zeide hij eindelijk, zij zijn gelukkig en zij wachten.
-</p>
-<p>Don Miguel zuchtte.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is vreemd, prevelde hij.
-</p>
-<p>Het opperhoofd wierp ter sluik een onrustigen blik in het rond.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat zal mijn broeder doen? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal ze spoedig gaan bezoeken.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder zou verkeerd doen, niemand weet thans waar zij zijn; waarom zou hij
-haar schuilhoek openbaar maken?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal, zoo ik hoop, weldra in staat zijn om vrij te handelen, zonder voor onbescheiden
-blikken te vreezen.
-</p>
-<p>Een sombere gloed tintelde in het oog van den Roodhuid.
-</p>
-<p>&#x2014;Alleen de Wacondah beschikt over den dag van morgen, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wil de hoofdman daarmede zeggen?
-</p>
-<p>&#x2014;Niets anders dan hetgeen ik zeg.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed. Gaat mijn broeder met mij naar het kamp terug?
-</p>
-<p>&#x2014;Addick gaat weder naar Quiepa-Tani, om te waken over haar die zijn broeder hem heeft
-toevertrouwd.
-</p>
-<p>&#x2014;Zal ik u spoedig wederzien?
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien, antwoordde de Indiaan uitwijkend; maar, liet hij er dadelijk op volgen,
-heeft mijn broeder niet gezegd dat hij plan had om zich naar de Queche te begeven?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat heb ik.
-</p>
-<p>&#x2014;Wanneer komt mijn broeder daar?
-</p>
-<p>&#x2014;In de eerste dagen der volgende maand, op zijn allerlangst. Waartoe die vraag?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder is een bleekgezigt; zoo Addick zelf hem niet in de Queche brengt, zal
-de blanke hoofdman er niet kunnen komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt gelijk, ik wacht u dus tegen dien tijd op de plek waar wij elkander het
-laatst ontmoet hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Addick zal er zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, ik reken op u; thans moet ik u verlaten, de nacht daalt snel, de wind steekt
-met kracht op, ik moet weg.
-<span class="pageNum" id="pb90">[<a href="#pb90">90</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Vaarwel, antwoordde de Indiaan zonder het minste blijk dat hij hem wilde tegenhouden.
-</p>
-<p>&#x2014;Adieu! riep don Miguel.
-</p>
-<p>Met dit woord sprong hij in den zadel, gaf zijn paard de sporen en reed weg.
-</p>
-<p>Addick staarde hem peinzend na; zoodra hij hem achter een boschje had zien verdwijnen,
-boog hij zich een weinig voorover en bootste tweemaal het fluisterend geblaas na van
-den cobra capella.
-</p>
-<p>Op dit signaal, werden op korten afstand van het vuur, de takken van het kreupelbosch
-omzigtig uiteengeschoven en trad er een man te voorschijn.
-</p>
-<p>Na vooraf een bespiedenden blik in &#x2019;t rond te hebben geworpen, naderde hij den Roodhuid
-en bleef voor hem staan.
-</p>
-<p>Die man was don Stefano Cohecho.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Heeft mijn vader alles verstaan? vroeg Addick op twijfelachtigen toon.
-</p>
-<p>&#x2014;Alles.
-</p>
-<p>&#x2014;Dus behoef ik mijn vader niets te zeggen?
-</p>
-<p>&#x2014;Niets.
-</p>
-<p>&#x2014;Het onweder nadert, wat verlangt mijn vader?
-</p>
-<p>&#x2014;Wat tusschen ons is afgesproken. Zijn de krijgslieden van den hoofdman gereed?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar zijn ze?
-</p>
-<p>&#x2014;Op de aangewezen plaats.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, laat ons vertrekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, vertrekken wij.
-</p>
-<p>De beide mannen, die elkander sedert lang reeds kenden, hadden niet veel woorden noodig
-om zich te doen verstaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Komt! riep don Stefano met luider stem.
-</p>
-<p>Op dit geroep kwamen er tien Mexicaansche ruiters te voorschijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Ziedaar hulptroepen, ingeval uwe krijgslieden te kort schoten, zeide hij, zich naar
-het opperhoofd wendende.
-</p>
-<p>Deze hield zich alsof het hem maar half beviel, hij haalde verachtelijk de schouders
-op en antwoordde meesmuilend:
-</p>
-<p>&#x2014;Waartoe twintig krijgslieden tegen een eenig man?
-</p>
-<p>&#x2014;Hij is een man die er honderd waard is! hernam don Stefano, op een toon van verzekerdheid
-die den Roodhuid ruime stof tot nadenken gaf.
-</p>
-<p>Thans reden zij weg.&#x2014;
-</p>
-<p>Inmiddels reed ook don Miguel steeds voort in gestrekten draf. Hij was echter wel
-verre van te vermoeden dat er in deze oogenblikken een aanslag tegen hem gesmeed werd,
-en haastte zich geenszins uit vrees voor menschen maar voor den storm, die met iedere
-minuut heviger werd, terwijl de regen, die met groote droppels begon te vallen, hem
-aanspoorde om zoo spoedig mogelijk een veilige schuilplaats <span class="pageNum" id="pb91">[<a href="#pb91">91</a>]</span>te zoeken. Onder het voortrijden dacht hij onwillekeurig na over het korte gesprek
-dat hij met den Roodhuid had gevoerd, en terwijl hij de tusschen hen gewisselde woorden
-bedaard overwoog, bekroop hem zekere onbestemde vrees en ongerustheid waarvan hij
-zich geen rekenschap wist te geven; het was hem als of er achter de bestudeerde terughouding
-van den Indiaan een duister verraad schuilde: hij herinnerde zich thans dat deze nu
-en dan geweifeld en dubbelzinnig gesproken had! Hij beefde bij de gedachte, dat de
-meisjes een ongeluk kon overkomen zijn, of dat haar eenig gevaar bedreigde; en zijne
-ongerustheid klom, naar mate hij minder grond meende te hebben om zich op de trouw
-van den Indiaan te verlaten.
-</p>
-<p>Op eens blonk er een lichtvlam door de duisternis, zijn paard maakte een zijdelingschen
-sprong en twee of drie kogels floten digt langs hem heen.
-</p>
-<p>Oogenblikkelijk zette hij zich vaster in den zadel. Hij bevond zich juist midden in
-den hollen weg dien hij eenige uren te voren was doorgereden; van alle kanten ingesloten,
-zag hij in de schaduw rondom hem menschelijke gestalten zich bewegen, maar het was
-reeds te donker om hen bepaald te kunnen onderscheiden. Op dit oogenblik vielen er
-op nieuw schoten, een kogel nam zijn hoed weg, en verscheidene pijlen snorden digt
-langs hem heen.
-</p>
-<p>De jongman hief stoutmoedig het hoofd op.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! verraders! riep hij met een sterke stem.
-</p>
-<p>Terwijl hij zijn draver met de knieën aanzette, stoof hij met duizelende vaart voorwaarts,
-diep over den hals van zijn paard gebogen, met de teugels tusschen de tanden en in
-iedere hand een revolver.
-</p>
-<p>Een vreesselijke oorlogskreet liet zich hooren, vermengd met woeste verwenschingen
-in het Spaansch.
-</p>
-<p>Als een wervelwind vloog don Miguel door de hem omringde massa, en schoot hij zijne
-revolvers op den digten drom zijner onbekende vijanden af. Kreten van woede en smart
-weergalmden, geweerschoten en sissende pijlen vervolgden zijn toomeloos rennend paard,
-dat den grond niet meer scheen te raken.
-</p>
-<p>Achter hem klonk de woedende galop van verscheidene ruiters die hem snel als de wind
-najaagden.
-</p>
-<p>&#x2014;Verraad! verraad! schreeuwde hij uit al zijne magt terwijl hij zijn zwaard trok,
-zijn paard deed zwenken en als een tijger met onbeteugelde vaart op de vijanden inreed,
-die hem aan alle zijden dreigden te omsingelen.
-</p>
-<p>Op eens, in het heetst van den strijd, en op het laatste oogenblik, toen hij gevoelde
-dat zijne krachten hem begonnen te ontzinken en hij den ongelijken kamp weldra zou
-moeten opgeven, knalden er drie schoten van de andere zijde, en werden de lieden die
-hem aanvielen in de flank aangegrepen, en op hunne beurt genoodzaakt zich tegen onzigtbare
-vijanden te verdedigen,
-</p>
-<p>&#x2014;Wij komen! riep eene doordringende stem in de verte, hou stand! hou stand!
-<span class="pageNum" id="pb92">[<a href="#pb92">92</a>]</span></p>
-<p>Don Miguel beantwoordde dit geroep met een daverenden aanvalskreet en stortte zich
-met vernieuwde kracht op den vijand in. Hij was thans niet langer alleen; wie het
-ook wezen mogt, die hem te hulp schoot, hij gevoelde dat hij ondersteund werd en hield
-zich voor gered.
-</p>
-<p>Ondanks het onzekere terrein en de heerschende duisternis, troffen zijne slagen doel
-en werd de digt opeengedrongen massa der aanvallers, thans van twee zijden bestookt,
-genoodzaakt zich in twee partijen te scheiden; drie onbekende ruiters stormden door
-de hierdoor ontstane opening, en schaarden zich aan de zijde van don Miguel.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! riep deze met een spotachtigen lach, nu is de strijd ten minste gelijk. Vooruit!
-mijne kameraden, vooruit!
-</p>
-<p>Met dezen uitroep wierp hij zich van nieuws op den vijand, onmiddelijk gevolgd door
-zijne drie dappere helpers.
-</p>
-<p>Wie waren deze mannen? van waar kwamen zij? hij wist het niet en dacht er niet aan
-om het te vragen; trouwens was er geen tijd voor zulke verklaringen: overwinnen of
-sterven was de leus.
-</p>
-<p>&#x2014;Doodt, doodt hem! brulde een der vijandelijke ruiters, die bij herhaling op hem inreed
-met opgeheven sabel en met al de woede van ingekankerden haat.
-</p>
-<p>&#x2014;O! zijt gij het, don Stefano Cohecho? riep don Miguel, ik dacht wel dat wij elkander
-ontmoeten zouden, uwe stem heeft u verraden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dood en verderf! was het antwoord.
-</p>
-<p>De beiden mannen stormden thans als ontembare duivels tegen elkander, hunne paarden
-kregen een vreesselijken schok en de ruiter, dien de jongman voor don Stefano hield,
-tuimelde in &#x2019;t zand.
-</p>
-<p>&#x2014;Victorie! juichte don Miguel, terwijl hij onmiddelijk doorsloeg en alles neêrsabelde
-wat onder zijn bereik kwam.
-</p>
-<p>Zijne altijd nog onbekende vrienden, volgden hem spoorslags en weerden zich niet minder
-dapper. Tegen hun vereenigden aanval konden de vijanden niet lang stand houden, zij
-weken weldra terug en kozen in alle rigtingen het hazenpad.
-</p>
-<p>De bergpas was weder vrij.
-</p>
-<p>Thans meende don Miguel niets meer te duchten te hebben; hij gaf dus zijn paard de
-sporen, en reed in gestrekten draf den hollen weg uit naar den rivierkant.
-</p>
-<p>Zoodra hij zich buiten gevaar bevond, haalde hij ruimer adem en keek om zich heen.
-Zijne onbekende verdedigers waren als door een tooverslag verdwenen.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik viel er een schot, en voelde hij aan den linker arm iets dat
-naar een zweepslag geleek.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat moet dit beteekenen? prevelde hij onwillekeurig. Een geweerkogel had hem getroffen.
-Deze wond bragt hem tot het besef van zijn tegenwoordigen toestand.
-</p>
-<p>Zijne vijanden hadden zich weder vereenigd en zaten hem op nieuw achter de hielen.
-Voor zich uit hoorde hij de troebele golven der hoog gezwollen Rubio bulderen; de
-wraak van Goden en menschen scheen zamen te spannen om hem te overstelpen! bij deze
-sombere gedachte <span class="pageNum" id="pb93">[<a href="#pb93">93</a>]</span>beving hem een onwederstaanbare vrees, hij achtte zich verloren en slaakte den eersten
-noodkreet, dien wij reeds gezien hebben dat door de twee jagers gehoord werd.
-</p>
-<p>Intusschen begonnen zijne vervolgers snel op hem te winnen; zonder aarzelen of nadenken
-stortte hij zich in de bruischende Rubio; een twintigtal kogels deden het water rondom
-hem opspatten; onverschrokken keerde hij zich op zijn paard om en schoot voor het
-laatst zijne revolvers af onder het uiten van den tweeden noodkreet, die door de jagers
-beantwoord werd met:
-</p>
-<p>&#x2014;Courage!
-</p>
-<p>Maar de menschelijke natuur heeft hare bepaalde grenzen, deze laatste poging had het
-overschot zijner krachten uitgeput, wanhopig en met krampachtige hand omklemde bij
-de teugels van zijn paard, maar wankelde en stortte bewusteloos in de rivier, onder
-den wegstervenden uitroep:
-</p>
-<p>&#x2014;Laura! Laura!
-</p>
-<p>Twee geweerkogels kruisten zich boven zijn hoofd, de eene afgeschoten door den man
-die aan den achter hem gelegen oever op hem mikte; de andere door Loer-Vogel. Zijn
-onbekende vervolger brulde als een aangeschoten wild dier, waggelde als een dronken
-man en verdween in de duisternis.
-</p>
-<p>Wie was deze man? Was hij dood, of alleen gewond?
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch14" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7101">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XIV.</h2>
-<h2 class="main">De reizigers.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De geschiedenis die wij ons voorgenomen hebben te beschrijven, is zoo vol afwisseling
-en wordt derwijze beheerscht door hetgeen men in het menschelijk leven den onverbiddelijken
-gang der toevallige omstandigheden noemt, dat wij tot ons leedwezen ons andermaal
-gedwongen zien eenige stappen in ons verhaal terug te treden, en den lezer naar een
-tooneel te voeren dat niet ver van het veer del Rubio plaats had, op denzelfden dag
-als de in ons vorige <span class="corr" id="xd30e2469" title="Bron: hoofdsuk">hoofdstuk</span> vermelde feiten.
-</p>
-<p>Ongeveer een uur na de <i lang="es">tarde</i>,&#x2014;dat is het oogenblik wanneer de zon, in het toppunt geklommen, hare stralen loodregt
-nederschiet en het op de prairiën zoo brandend heet maakt, dat alles wat leeft en
-ademt in het diepste der bosschen een schuilplaats zoekt&#x2014;trokken drie ruiters het
-veer del Rubio over en reden moedig het pad op dat don Miguel eenige uren later volgen
-zou.
-</p>
-<p>Deze ruiters waren blanken, en wat meer is Mexicanen. Het bleek reeds terstond aan
-hunne kleeding en houding dat zij niet tot de klasse der avonturiers behoorden, die
-onder de verschillende benamingen van jagers, strikkenzetters, woudloopers, gambucinos
-of bandieten <span class="pageNum" id="pb94">[<a href="#pb94">94</a>]</span>in de prairiën van het Westen zich ophouden en haar in alle rigtingen doorkruisen.
-</p>
-<p>Het kostuum der ruiters was dat der rijke hacienderos of Mexicaansche landlieden,
-namelijk: de breedgerande vilthoed met goud galon en prachtig met diamanten versierde
-<i lang="es">torquilla</i> (kap), de <i lang="es">manga</i> (mouwvest), de fluweelen <i lang="es">calzoneras</i> (broek) aan de knieën open, de <i lang="es">botas vaqueros</i> (jagtlaarzen), en eene komplete wapenrusting, zonder welke niemand zich in de woestijn
-waagt, bestaande in een geweer, een koppel revolvers, een <i lang="es">navaja</i> (dolk) en een <i lang="es">machete</i> (korte sabel)<span class="corr" id="xd30e2502" title="Niet in bron">.</span> Hunne paarden, ofschoon door de brandende hitte min of meer afgemat, staken thans,
-door den overtogt over het veer een weinig verfrischt, moedig de hoofden op en huppelden
-zoo luchtig op de fijne beenen, dat zij ondanks hunne vermoeijenis weder in staat
-waren om des noods een verren rid te maken.
-</p>
-<p>Een van de drie cavaliers scheen de meester, of althans in rang boven de andere verheven
-te zijn.
-</p>
-<p>Het was een man van ongeveer vijftig jaar, met scherp geteekende gelaatstrekken, maar
-die het stempel droegen van zeldzame voortvarendheid en groote veerkracht; zijne hooge
-gestalte was welgevormd en forsch gebouwd, en zijn vaste regtstandige zit in den zadel
-kenmerkte den ouden soldaat.
-</p>
-<p>Zijne beide gezellen behoorden tot de klasse der <i lang="es">Indios mansos</i>, een bastaardras waarin het Indiaansche bloed zoodanig met het Spaansche vermengd
-is, dat men hun geen bijzonder volkskarakter meer kan toekennen. Intusschen bleek
-het duidelijk genoeg aan hunne rijke kleeding en de gemeenzame wijs waarop zij naast
-hun meester voortreden, dat zij zijn volle vertrouwen genoten en door hunne sedert
-lang beproefde diensten, veeleer zijne vrienden waren, dan zijne knechten in den gewonen
-zin des woords. Zooveel zich uit de gelaatstrekken van den Indiaanschen mesties laat
-opmaken, bij welke de sporen des ouderdoms niet gemakkelijk te ontdekken zijn, hadden
-deze twee mannen den gemiddelden leeftijd, namelijk veertig à vijftig jaren bereikt.
-</p>
-<p>De drie ruiters reden kort achter elkander, en zagen er ernstig en bezorgd uit; van
-tijd tot tijd wierpen zij sombere blikken in het rond, of smoorden een zucht, en vervolgden
-hun weg met gebogen hoofd, als lieden die de overtuiging neerdrukt dat zij een taak
-boven hunne krachten ondernomen hebben, maar ondanks zich zelven, eersthalve en vooral
-ook uit pligtbesef, tot iederen prijs worden voortgedreven.
-</p>
-<p>De tegenwoordigheid dezer vreemdelingen aan het veer del Rubio, was een dier buitengewone
-verschijnselen, daar niemand verklaring van zou kunnen geven, en die zeker de jagers
-of Indianen in deze streek, zoo zij hen bemerkt hadden, wel zeer zou hebben verwonderd.
-</p>
-<p>Op het terrein waar zij zich thans bevonden, was weinig wild, zij kwamen er dus niet
-om te jagen. Ook lag het zoo ver buiten de uiterste grenzen der beschaafde wereld,
-en zoo geheel in de laatste schuilhoeken der woeste Indianen verloren, dat zij geene
-kooplieden of gewone reizigers konden zijn.
-<span class="pageNum" id="pb95">[<a href="#pb95">95</a>]</span></p>
-<p>Welke reden had hen dan genoopt om zich zoo diep en in zoo geringen getale in de wildernis
-te begeven, waar zij in ieder menschelijk wezen dat hun ontmoette een onverzoenlijken
-vijand moesten verwachten?
-</p>
-<p>Waar gingen zij heen of wat zochten zij?
-</p>
-<p>Op deze tweeledige vraag had niemand kunnen antwoorden, dan zij zelven.
-</p>
-<p>Intusschen waren zij het veer overgetrokken, en voor hen uit lag eene onvruchtbare
-zandige streek, uitloopende op de bergengte of holleweg dien wij vroeger reeds hebben
-leeren kennen.
-</p>
-<p>Op deze dorre vlakte groende geen enkele grasspriet; de brandende zonnestralen vielen
-er loodregt op het gloeijende kiezelzand, dat de hitte zoo mogelijk nog ondragelijker
-en bijna verstikkend maakte. De oudste der drie ruiters wendde zich om naar zijne
-kameraden:
-</p>
-<p>&#x2014;Houdt moed, <span lang="es">muchachos</span>! (jongens) zeide hij met eene zachte stem en een droefgeestigen glimlach, terwijl
-hij hun op eenige mijlen afstands de eerste boomgroepen aanwees van een uitgestrekt
-woud, welks welige plantengroei hun eene verkwikkende schaduw beloofde; goeden moed,
-weldra zullen wij uitrusten.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat uwe edelheid zich over ons niet bekommeren, antwoordde een der <i lang="es">criados</i> (knechts); wat gij zonder klagen verdraagt, Senor, kunnen wij ook verdragen.
-</p>
-<p>&#x2014;De hitte is afmattend! ik gevoel dat ik zoo wel als gij eenige uren rust noodig heb.
-</p>
-<p>&#x2014;Als het wezen moest, zouden wij het nog lang genoeg kunnen volhouden, hervatte de
-bediende, maar onze paarden kunnen naauwelijks meer voort, de arme dieren zijn bek
-af.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, menschen en beesten hebben rust noodig. Hoe sterk onze wil ook wezen mag, het
-menschelijk gestel heeft zijne grenzen waarvoor het zwichten moet; schep moed! binnen
-het uur zijn wij er.
-</p>
-<p>&#x2014;Kom, kom, Senor, denk niet langer om ons.
-</p>
-<p>De eerste reiziger antwoordde niet, en zwijgend vervolgden zij hun togt.
-</p>
-<p>Intusschen bereikten zij weldra de ons bekende bergengte, die zij doortrokken, en
-nu bevonden zij zich te midden van een aantal boomgroepen, die allengs digter werden
-en hen reeds tegen de brandende zon begonnen te dekken. Eer zij echter het punt bereikten
-dat de eerste reiziger hun als rustplaats had aangewezen, bleef deze eensklaps staan
-en wendde zich naar hen om.
-</p>
-<p>&#x2014;Kijk eens! riep hij, dunkt u ook niet dat ginds in de struiken een kolom rook opgaat,
-daar regt voor ons uit, een weinig links aan den rand van het bosch?
-</p>
-<p>De bedienden zagen uit.
-</p>
-<p>&#x2014;Inderdaad! riep de oudste der twee, er valt niet aan te twijfelen, ofschoon men van
-hier af zou kunnen denken dat het een nevel was; de rook is echter te blaauw en gaat
-te steil opwaarts; het is dus zeker dat er een vuur brandt.
-<span class="pageNum" id="pb96">[<a href="#pb96">96</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Sedert de tien dagen die wij in deze onmetelijke woestijn zwermen, hebben wij geen
-sterveling gezien; dit vuur moet ons dan zeer welkom zijn, daar het ons de aanwezigheid
-van menschen aanduidt, mits het slechts vrienden zijn; gaan wij hun terstond te gemoet,
-misschien zullen wij van hen eenige onschatbare narigten bekomen, aangaande het doel
-onzer reize.
-</p>
-<p>&#x2014;Met uw verlof, Senor, hervatte de criado met drift, toen wij de presidio verlieten,
-hebt gij goedgevonden u door mij te laten geleiden, vergun mij dus u een raad te geven
-die u, naar ik meen, in de tegenwoordige omstandigheden zeer nuttig zal zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek, mijn brave Bermudez, ik verlaat mij ten volle op uwe ondervinding en goede
-trouw; uw goede raad zal mij zeer welkom zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u wel dank, Senor, antwoordde de man die zoo even Bermudez werd genoemd; ik
-heb u jaren lang als <span lang="es">vaquero</span> (koeherder) gediend, en in dit vak ben ik zoo dikwijls met Indianen zoowel als jagers
-in aanraking gekomen, dat ik omtrent het leven in de wildernis vrij wat kennis heb
-opgedaan, die ik mij vaak ten nutte maakte, al ben ik ook nooit zoo diep in de prairiën
-doorgedrongen als thans. Als ik u dus raden mag, moeten wij ons in deze streek vooral
-wachten om menschen te ontmoeten, en ze niet dan met omzigtigheid naderen, des te
-meer, daar wij niet weten wie wij hier vinden zullen, en of het onze vrienden of vijanden
-zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, uwe aanmerking is zeer gepast<span class="corr" id="xd30e2554" title="Niet in bron">,</span> maar ongelukkig komt zij een beetje te laat.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom?
-</p>
-<p>&#x2014;Omdat, zoowel als wij den rook van hun vuur hebben opgemerkt, die lieden daar ginds
-waarschijnlijk ons reeds gezien en al onze bewegingen zullen hebben gade geslagen,
-zooveel te meer, daar wij ons in geenen deele hebben zoeken te verbergen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is zeker, don Mariano, helaas ja! antwoordde Bermudez het hoofd schuddend. Maar
-zoo gij het goed vindt, Senor, wat ik u ter vermijding van alle onaangenaam misverstand
-durf voorstellen, blijf gij dan hier met Juanito wachten, terwijl ik alleen vooruitrijd
-om daar ginder bij het vuur den staat van zaken op te nemen.
-</p>
-<p>Don Mariano aarzelde met antwoorden, hij stond in beraad of hij zijn ouden bediende
-wel op deze wijs in gevaar zou brengen.
-</p>
-<p>&#x2014;Beslis, Senor, riep Bermudez met drift; ik weet zeer wel hoe men de Roodhuiden moet
-toespreken: zij zullen mij waarschijnlijk met een vlugt pijlen of met een paar kogels
-begroeten, als ik aankom; maar over het geheel zijn zij slechte scherpschutters; ik
-ben bijna zeker dat zij mij niet zullen raken, en daarna zal ik gemakkelijk met hen
-in gesprek komen. Gij ziet dus dat ik zulk een groot gevaar niet loop.
-</p>
-<p>&#x2014;Bermudez heeft gelijk, Senor, drong thans Juanito nader aan&#x2014;een bescheiden en verstandig
-man die zelden sprak dan bij groote of dringende gelegenheden; gij moet hem laten
-begaan; wat hij voorstelt is zeker het beste dat wij doen kunnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen! hervatte don Mariano, ik zal er nooit in bewilligen. God <span class="pageNum" id="pb97">[<a href="#pb97">97</a>]</span>is de heer van leven en dood. Hij alleen mag er naar welgevallen over beschikken;
-zoo mijn armen Bermudez een ongeluk trof, zou ik het mij altoos verwijten; wij zullen
-zamen voortrijden, dan kunnen wij ons ten minste verdedigen, als wij met vijanden
-te doen krijgen.
-</p>
-<p>Bermudez en Juanito waren juist gereed om hun meester te beantwoorden en waarschijnlijk
-zou de redetwist nog lang hebben geduurd, maar op dit oogenblik weergalmde de hoefslag
-van een paard, het lange prairiegras stoof uit elkander, en op ongeveer tien passen
-afstand van het driemanschap verscheen een ruiter. Het was een blanke, in het gewone
-kostuum der jagers in de prairie.
-</p>
-<p>&#x2014;Hola! caballeros! riep hij, vriendschappelijk met de hand wuivend terwijl hij zijn
-paard inhield; komt zonder vrees vooruit, gij zijt welkom; ik heb uwe besluiteloosheid
-opgemerkt en kwam herwaarts om u gerust te stellen.
-</p>
-<p>De drie mannen wisselden een blik van verrassing.
-</p>
-<p>&#x2014;Komt, en aarzelt niet, riep de jager; wij zijn vrienden, zeg ik u, gij hebt niets
-van ons te vreezen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank voor uwe hartelijke uitnoodiging, antwoordde don Mariano eindelijk,
-en ik neem die volgaarne aan.
-</p>
-<p>Thans was alle wantrouwen tusschen hen uitgewischt, de vier ruiters reden gezamenlijk
-naar het vuur, dat zij binnen weinige minuten bereikten.
-</p>
-<p>Bij het vuur zaten nog twee personen, een Indiaan en zijne vrouw.
-</p>
-<p>De reizigers stegen af, ontdeden de paarden van hun zadel en tuig, en na de vermoeide
-dieren van voeder te hebben voorzien, zetten zij zich met innige voldaanheid bij hunne
-nieuwe vrienden neder, die met al de hartelijkheid der woestijn hen lieten deelen
-in de eenvoudige gemakken en soberen voorraad van hun kampement.
-</p>
-<p>De lezer zal deze drie nieuwe personaadjes ongetwijfeld reeds hebben herkend, als
-Ruperto, de Vliegende-Arend en de Wilde-Roos, die wij verlieten op weg naar het Indiaansche
-dorp, waarheen Ruperto, op last van Vrij-Kogel, den Roodhuid zou vergezellen.
-</p>
-<p>Don Mariano en zijne togtgenooten waren niet alleen vermoeid, maar hadden grooten
-honger<span class="corr" id="xd30e2579" title="Niet in bron">;</span> de jager en de Indianen lieten hun dus in alle stilte en ruimschoots hunnen eetlust
-voldoen; zoodra zij hen echter hunne papieren sigaren zagen opsteken, volgden zij
-hun voorbeeld en nam het gesprek een aanvang. Het begon, zooals men zegt, op de gewone
-krukken: over het weer, de hitte, den overvloed van het wild, maar werd weldra vertrouwelijk,
-ja zelfs bijzonder ernstig.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar onze maaltijd thans geëindigd is, hoofdman, zeide Ruperto, moest gij ons vuur
-maar uitdooven, wij behoeven onze tegenwoordigheid niet kenbaar te maken aan de vagebonden
-die zonder twijfel op dit oogenblik in de prairie rondzwerven.
-</p>
-<p>Op een wenk van den Vliegenden-Arend doofde de Wilde-Roos het vuur.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is inderdaad den rook van uw vuur die u aan ons heeft ontdekt, antwoordde don
-Mariano.
-<span class="pageNum" id="pb98">[<a href="#pb98">98</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;O ja! hervatte Ruperto lagchend, omdat wij het zoo wilden, anders zouden wij ons
-vuur wel zoo hebben aangelegd dat gij er niets van hadt kunnen zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij wildet dus door ons gezien worden?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja; het was een gewaagde zaak.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat begrijp ik niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat ik bedoel, schijnt u een raadsel, maar ik zal u zeggen wat er van is. Kijk, vervolgde
-de jager, zijn arm in de rigting der bergengte uitstrekkend, ziet gij den ruiter die
-daar ginds in vollen draf nadert? binnen vijf minuten zal hij digt bij ons zijn; en
-dank zij de door mij genomen voorzorg, zal hij ons voorbijgaan zonder ons op te merken.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijt gij dan bang voor dien ruiter?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat niet; integendeel, wij zijn juist hier om hem te hulp te komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij kent hem dus?
-</p>
-<p>&#x2014;Volstrekt niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij wordt hoe langer hoe raadselachtiger, caballero.
-</p>
-<p>&#x2014;Heb maar geduld, lachte de jager; ik heb u immers gezegd dat gij het raadsel spoedig
-weten zoudt?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, en ik moet u bekennen, gij maakt mijne nieuwsgierigheid derwijze gaande, dat
-ik de ontknooping met ongeduld te gemoet zie.
-</p>
-<p>Intusschen was de ruiter, dien Ruperto don Mariano had aangewezen, tot op korten afstand
-genaderd, en weldra reed hij slechts weinig passen van het kamp, spoorslags voorbij.
-</p>
-<p>Zoodra hij aan de andere zijde in het bosch verdwenen was, nam Ruperto weder het woord
-op:
-</p>
-<p>&#x2014;Een paar uur geleden, hebben wij, het opperhoofd en ik, niet ver van de plaats waar
-wij ons op dit oogenblik bevinden, toevalligerwijs een gesprek afgeluisterd, waarvan
-deze ruiter het onderwerp uitmaakte, en dat niets minder behelsde dan om hem een strik
-te spannen en in eene verfoeijelijke hinderlaag te doen vallen; welke reden de twee
-mannen, die wij buiten hun weten beluisterden, tot dezen moorddadigen aanslag bewoog,
-weet ik niet: evenmin weet ik wie deze ruiter is en dat gaat mij ook niet aan; maar
-ik heb een ingewortelden haat tegen alles wat, hetzij veel of weinig, naar verraderij
-riekt; de hoofdman hier denkt er eveneens over; wij hebben dus onmiddelijk besloten
-om den ruiter te redden, zoo ons dat mogelijk is. Dat hij hier langs moest wisten
-wij, daar hij een bijeenkomst zou hebben met een der twee individus, wier gesprek
-het toeval, of laat ik liever zeggen, de Voorzienigheid ons zoo zonderling deed beluisteren.
-Al waren wij overtuigd dat twee mannen, hoe dapper zij ook wezen mogen, weinig tegen
-een twintigtal bandieten zouden kunnen uitrigten, gaven wij echter den moed niet op,
-maar besloten wij om, zelfs wanneer de hemel ons geen medehelpers toezond, met ons
-beiden alleen den strijd te wagen, des te meer daar de lieden wier plan wij hadden
-afgeluisterd, bloeddorstige schurken schenen te zijn. Intusschen had ik <span class="pageNum" id="pb99">[<a href="#pb99">99</a>]</span>op raad van het opperhoofd een vuur aangelegd, om andere reizigers die toevallig hier
-langs mogten komen, door den opstijgenden rook tot baken te dienen en hen zoodoende
-naar ons kampement te lokken: gij ziet, caballero dat deze voorzorg onze hoop niet
-heeft te leur gesteld, daar gij gekomen zijt.
-</p>
-<p>&#x2014;En ik reken mij gelukkig, dat het zoo is, antwoordde don Mariano met geestdrift;
-ik sluit mij van ganscher harte aan bij uw plan, dat mij in allen opzigte toeschijnt
-uit een eerlijk en goed hart te zijn voortgesproten.
-</p>
-<p>&#x2014;Maak mij maar niet beter dan ik ben, caballero, hervatte de jager; ik ben niets meer
-dan een arme duivel van een woudlooper, diep onkundig van alles wat in de steden omgaat,
-alleenlijk ben ik gewoon in iedere omstandigheid steeds de inspraak van mijn hart
-te volgen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt gelijk, want die is doorgaans regtvaardig en goed; gij kunt over mij naar
-welgevallen beschikken, ik ben gereed tot alles wat gij gepast zult oordeelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank; thans zijn wij sterk genoeg, verzeker ik u, om de bandieten hoe talrijk
-zij ook wezen mogen zwaar spel te geven. Maar wij hebben nog tijd, rust dus uit, en
-slaap eenige uren; zoodra het geschikte oogenblik daar is, zullen wij nader afspreken
-over hetgeen ons te doen staat.
-</p>
-<p>Don Mariano was te vermoeid om zich deze uitnoodiging tweemaal te laten zeggen; eenige
-minuten daarna lagen hij en zijne beide kameraden in een diepen en verkwikkenden slaap.
-</p>
-<p>Eerst tegen zonsondergang werden zij door Ruperto gewekt.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is tijd, zeide hij.
-</p>
-<p>Zij stonden op. Een paar uren rust had hunne krachten geheel hersteld. De noodige
-schikkingen waren eenvoudig en spoedig beraamd.
-</p>
-<p>Wat er het gevolg van was, hebben wij reeds gezien: Addick en don Stefano, zelven
-verrast, terwijl zij don Miguel meenden te overvallen, en niet wetende met hoevele
-vijanden zij te doen hadden, waren, even als hunne medgezellen, na een hardnekkig
-gevecht ijlings gevlugt.
-</p>
-<p>Don Mariano en Ruperto, voldaan dat zij don Miguel gered hadden, waren naar hun kamp
-teruggekeerd, zoodra zij begrepen dat de afloop geen twijfel meer overliet.
-</p>
-<p>Weinige minuten later naar de boorden der Rubio teruggeroepen, door de geweerschoten
-op het laatste oogenblik tusschen don Miguel en zijne vervolgers gewisseld, hadden
-zij in de verte een man zien vallen, en waren zij toegesneld om hem, hetzij hulp toe
-te brengen, of gevangen te nemen. Die man lag zoo het scheen levenloos. Don Mariano
-en Ruperto namen hem op en droegen hem naar hun kampement, of liever naar eene kleine
-opene plek in het bosch, waar het de Wilde-Roos met veel moeite gelukte een vuur aan
-te leggen. Naauwelijks echter werd in het schijnsel der vlam het gelaat van den gewonde
-herkend, of de beide mannen slaakten een kreet van ontsteltenis.
-<span class="pageNum" id="pb100">[<a href="#pb100">100</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Don Stefano Cohecho! riep Ruperto uit.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder! riep don Mariano, op een toon van schrik met droefheid vermengd.
-</p>
-<p>Dit was aan deze zijde van het veer del Rubio voorgevallen. Zien wij wat er intusschen
-aan de overzijde plaats had.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch15" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7110">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XV.</h2>
-<h2 class="main">De Herleving.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Tegen het eerste aanbreken van den morgenstond was het vreesselijk onweder, dat den
-vorigen avond begon en bijna den ganschen nacht aanhield, allengs tot bedaren gekomen;
-de wind had den hemel schoon geveegd en de sombere wolken verstrooid, die thans hier
-en daar als zwarte plekken op het blaauwe azuur aan den gezigteinder schenen te rusten;
-de zon steeg majestueus uit de kimmen, zich badende als in een zee van licht; het
-geboomte door den gevallen regen verfrischt, prijkte weder met dat heldergroene kleed,
-dat den vorigen dag door hitte verwelkt, of door het stuifzand der woestijn ontkleurd
-en bezoedeld was; de vogels, bij ontelbare duizenden onder het verkwikkende digte
-lommerdak der bosschen verscholen, hieven met vollen gorgel het veelstemmig concert
-aan, dat zij iederen schoonen morgen ter eere des Allerhoogsten zingen,&#x2014;die grootsche
-hartverheffende hymne&#x2014;dat harmonisch lofgezang, welks toon volle maar kunstelooze
-melodiën den mensch, in dezen <span class="corr" id="xd30e2629" title="Bron: oceäan">oceaan</span> van gewassen verloren, nog sluimerend of half ontwaakt, zoo zoetelijk doet droomen,
-en hem onbewust laat omdoolen in het tooverland eener hoop, die althans in deze wereld
-hare verwezenlijking niet vindt.
-</p>
-<p>Gelijk wij vroeger gezegd hebben, was don Miguel Ortega, dank zij de beproefde moed
-en tegenwoordigheid van geest der beide woudloopers, van een onvermijdelijken dood
-gered, en door hen onder een boom nedergelegd.
-</p>
-<p>De jongman lag geheel buiten kennis en de eerste zorg der jagers was om zijne wonden
-te onderzoeken. Hij had er twee, een aan den linkerarm en een aan het hoofd. Geen
-van beiden was gevaarlijk. De wond in den arm bloedde sterk; een kogel had het vleesch
-verscheurd, maar zonder ernstig letsel te veroorzaken; wat de wond aan het hoofd betreft,
-die blijkbaar door een snijdend wapen was toegebragt, het haar had er zich reeds op
-vastgeplakt, en de bloeding doen ophouden.
-</p>
-<p>De flaauwte van don Miguel was deels het gevolg van zijn geleden bloedverlies, deels
-van de vreesselijke overspanning en onmetelijke krachtsverspilling in den langdurigen
-en hardnekkigen strijd, dien hij had moeten doorstaan tegen de talrijke vijanden die
-hem zoo woest en verraderlijk aanvielen.
-</p>
-<p>Wegens hunne zwervende levenswijs en de tallooze gevaren aan <span class="pageNum" id="pb101">[<a href="#pb101">101</a>]</span>welke zij gedurig bloot staan, zijn de woudloopers uit den aard der zaak verpligt
-zich eenige practische kennis van de geneeskunde en vooral van de heelkunde eigen
-te maken. Als leerlingen uit de school der Roodhuiden, speelt de leer der heelkrachtige
-kruiden in hun stelsel van geneeskunde eene groote rol. Vrij-Kogel en Loer-Vogel stonden
-bekend als meesters in het behandelen van zoogenaamde uitwendige gebreken op de Indiaansche
-wijs.
-</p>
-<p>Nadat zij dus eerst de wonden van don Miguel zorgvuldig gewasschen en het haar van
-zijn hoofd gedeeltelijk hadden afgesneden, namen zij oregano-bladeren en maakten met
-brandewijn en water een soort van pap gereed, die zij door middel van abanijo-bladeren
-en <span class="corr" id="xd30e2641" title="Bron: aloé-vezels">aloë-vezels</span> op de gewonde plaats vasthechtten. Daarna gelukte het hun met de punt van een mes
-de digtgeklemde kaken des lijders in zoo ver te openen, dat zij hem eenige druppels
-in den mond konden laten vloeijen.
-</p>
-<p>Na verloop van een paar minuten sloeg don Miguel flaauwtjes de oogen op, en kleurde
-een vlugtig rood zijne verbleekte wangen.
-</p>
-<p>De beide jagers stonden op hunne buksen geleund, geduldig te wachten en hielden den
-lijder naauwlettend in &#x2019;t oog, om bij de minste verandering zijner gelaatstrekken,
-den waarschijnlijken uitslag gade te slaan der middelen die zij tot zijn herstel hadden
-aangewend.
-</p>
-<p>Wanneer iemand uit eene diepe bezwijming ontwaakt, krijgt hij niet dadelijk het volle
-bewustzijn der hem omringende zaken, noch de herinnering der vroeger plaats gehad
-hebbende omstandigheden terug. Het plotseling verbroken evenwigt zijner geschokte
-zielsvermogens herstelt zich niet dan langzamerhand, naarmate zijne zinnelijke waarneming
-juister en zijn geheugen helderder worden. Don Miguel wierp eerst een kouden, wezenloozen
-blik in het rond en sloot bijna onmiddelijk de oogen weder, als had deze eerste poging
-om ze te openen hem vermoeid.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zal geen twee uren duren of hij heeft zijne krachten terug, en over drie dagen
-zal men niet veel ongemak meer aan hem bespeuren, zei Vrij-Kogel met blijkbare ingenomenheid;
-bij God! dat is een van die degelijke, ijzeren mannen, die ik zoo gaarne zie.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, en dapper is hij ook, dat durf ik zeggen! Maar toch, als wij hier niet geweest
-waren, zou hij er waarschijnlijk slecht af zijn gekomen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het had hem den dood gekost, daar is niet aan te twijfelen en dat zou inderdaad jammer
-zijn geweest.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer jammer! enfin, hij mag van geluk spreken dat hij er zoo goed is afgekomen. Maar
-zeg, wat zullen wij nu doen? Het spreekt van zelf dat wij hier niet kunnen blijven;
-en aan den anderen kant, hij is buiten staat om een voet te verzetten; wij dienen
-hem naar zijn kamp terug te brengen; zijn volk zal zich reeds ongerust maken over
-zijne afwezigheid, en als die nog langer aanhield, wie weet wat er dan zou gebeuren?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is zeer waar. Maar dat ziet er gek genoeg uit: hem op zijn <span class="pageNum" id="pb102">[<a href="#pb102">102</a>]</span>paard te leggen of in &#x2019;t zadel te zetten, daaraan is niet te denken; wij zullen er
-dus iets anders op moeten verzinnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn hemel! daar zie ik volstrekt geen bezwaar in; de verdooving waarin hij thans
-verkeert kan op zijn minst nog twee uren aanhouden, en gedurende dien tijd zal hij
-naauwelijks besef genoeg hebben om eenige woorden te spreken, of zich nevelachtig
-te herinneren wat er met hem gebeurd is; het is dus onnoodig dat wij beiden bij hem
-blijven, een van ons zal voldoende zijn, ik, bijvoorbeeld; gij hebt inmiddels den
-tijd om naar het kamp terug te rijden en aan de Gambucino&#x2019;s te vertellen wat hier
-heeft plaats gehad; hun te zeggen in welken toestand hun kapitein zich bevindt en
-hunne hulp in te roepen om hem zoo spoedig mogelijk naar het kamp te vervoeren.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt waarachtig gelijk, Vrij-Kogel, uw plan is uitmuntend, ik zal het onmiddelijk
-gaan uitvoeren; ik denk slechts twee uren op zijn langst weg te blijven; houd intusschen
-goed de wacht, men kan nooit weten welke lieden hier in den omtrek rondzwerven en
-waarschijnlijk al onze gangen bespieden.
-</p>
-<p>&#x2014;Stel u daar maar gerust op, Loer-Vogel, ik ben geen man die zich ligt laat overrompelen,
-ik heb niet te vergeefs veertig jaar ondervinding in de woestijn opgedaan. Wat meer
-is, ik herinner mij juist een avontuur als dit, en onder bijna gelijkluidende omstandigheden
-als de tegenwoordige. Het is al wat jaren geleden, in het jaar &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum">1824</span> namelijk, ik was toen nog jong en ik.&#x2026;
-</p>
-<p>Loer-Vogel, die het zwak van zijn ouden vriend maar al te goed kende, dacht met schrik
-dat hij weder een van die eindelooze verhalen zou moeten aanhooren, en haastte zich
-om hem terstond in de rede te vallen, door te zeggen:
-</p>
-<p>&#x2014;Te weêrga, ja! Vrij-Kogel, ik ken u van ouds, en ik weet wel dat gij de man niet
-zijt om u te laten foppen, ik ga derhalve gerust heen.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo als gij wilt, hervatte Vrij-Kogel, maar als gij mij liet uitspreken.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is onnoodig, &#x2019;t is onnoodig, vriend; voor iemand van uw allooi en ondervinding
-is iedere opheldering overtollig, antwoordde Loer-Vogel kortaf, terwijl hij zich met
-drift in den zadel wierp en met gevierden teugel wegreed.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel bleef verbaasd staan en volgde hem eene poos met de oogen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, wel! riep hij nadenkend, de Hemel hoort het mij zeggen, maar die man is een
-der voortreffelijkste menschen, die er bestaan; ik heb hem zoo lief alsof hij mijn
-eigen broeder was, het spijt mij alleen dat ik hem niet aan zijn verstand kan brengen,
-hoe nuttig en noodig het is om alle gewigtige zaken die ons gebeuren, vast in ons
-geheugen te prenten, ten einde men zich wete te redden wanneer men onverwachts in
-een of andere moeijelijkheid komt, die het woestijnleven zoo veelvuldig oplevert;
-enfin, laat hem gaan, op Gods genade.
-</p>
-<p>Hierop hernam hij zijne vorige plaats en lette van nieuws op den <span class="pageNum" id="pb103">[<a href="#pb103">103</a>]</span>gewonde, met die verstandige zorg die bij hem tot dusver onverpoosd betoond had.
-</p>
-<p>Er verliep bijna een uur, en don Miguel had zich nog niet bewogen, sedert het oogenblik
-dat zijne flaauwte van lieverlede afgenomen en in een zwaren, onrustigen slaap was
-overgegaan, waaruit hij niet spoedig scheen te zullen ontwaken. Vrij-Kogel had zich
-naast hem op het vochtige gras nedergevlijd; hij zat met het geweer tusschen de knieën,
-bedaard zijn pijp te rooken, en met al het geduld dat den jagers bijzonder eigen is,
-het oogenblik af te wachten, waarop een of ander verschijnsel hem bewijzen zou dat
-de gewonde eindelijk dien staat van gevoelloosheid te boven was, van welke de jager,
-zoo zij te lang aanhield, zich weinig goeds voorspelde.
-</p>
-<p>De oude Canadees begon vurig naar het einde te verlangen en al zou het ook op een
-hevige koorts moeten uitloopen, had hij wel gewenscht dat het gestel van den jongman
-door een of ander plotselingen schrik getroffen en als met geweld in het werkelijke
-leven ware teruggeworpen; hij hoopte hiertoe op de komst der Gambucinos en staarde
-menigmaal ongeduldig in de woestijn uit, om te zien of hij ze niet reeds in de verte
-bespeuren kon. Maar hoe hij ook luisterde of keek, hij zag of hoorde niets. Alles
-rondom hem was eenzaam en stil.
-</p>
-<p>&#x2014;Helaas! prevelde hij met een onvoldanen blik op don Miguel, die daar aan zijne voeten
-nog altijd onbewegelijk lag uitgestrekt, de schok dien hij geleden heeft is voor hem
-te hevig geweest, en er schijnt thans niets te zullen gebeuren om dezen levenloozen
-klomp te galvaniseren en tot bewustzijn terug te roepen.
-</p>
-<p>Nadat hij dezen uitroep misschien twintigmaal met klimmende teleurstelling herhaald
-had, hoorde hij eensklaps, op eenigen afstand een vrij sterk geritsel in de struiken
-en een gekraak van dorre takken en bladeren.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! wat kan dat zijn? riep hij, schielijk het hoofd opstekend en in de rigting uitkijkende
-vanwaar het gedruisch zich hooren liet, om er de oorzaak van te ontdekken. Terstond
-fonkelde zijn oog van blijdschap en barstte hij los in een hartelijk gelach.
-</p>
-<p>&#x2014;Weergaasch! riep hij, dat is een kolfje naar mijne hand, dat buitenkansje zendt mij
-de hemel om mij uit de verlegenheid te helpen, en ik heet onzen vriend hartelijk welkom.
-</p>
-<p>Geen twintig schreden van hem af, op een der hoofdtakken van een ontzaggelijken tulpenboom,
-zat een prachtige jaguar, die hem met vlammende oogen aankeek, terwijl hij zich van
-tijd tot tijd met de pooten achter de ooren streek en al de grimassen maakte die aan
-het kattengeslacht eigen zijn. Door het onweder van den vorigen avond verjaagd, had
-hij waarschijnlijk zijn hol niet in tijds kunnen bereiken en werd hij thans op zijne
-vlugt derwaarts, door de ontmoeting der twee mannen op eene onaangename wijs gestoord.
-</p>
-<p>De jaguar of Amerikaansche tijger, wel verre van den mensch te zoeken of uit eigen
-beweging aan te vallen, zal hem liever zorgvuldig ontwijken en niet dan in den uitersten
-nood een strijd met hem wagen; <span class="pageNum" id="pb104">[<a href="#pb104">104</a>]</span>maar dan ook is hij des te gevaarlijker en volgt er gewoonlijk een strijd op leven
-en dood, van welke de mensch niet zelden het slagtoffer wordt, zoo hij ten minste
-geen geoefend jager en met de listen dezer gevaarlijke roofdieren ten volle bekend
-is.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik dat de tijger den jager in het oog kreeg, had ook deze hem
-gezien; het gevecht was derhalve onvermijdelijk. De beide vijanden bleven elkander
-eenige minuten lang opnemen, en wisselden blikken als vuurpijlen.
-</p>
-<p>&#x2014;Komaan! beslis dan, luijaard, mompelde Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>De jaguar antwoordde met een dof gegrom, scherpte eenige sekonden zijne nagels aan
-den boomtak waar hij op zat; zich toen terugbuigend en bijna als een bal ineenrollende,
-mat hij den vollen afstand en hield zich gereed om met een enkelen sprong op den jager
-af te komen. Deze verroerde zich niet, maar stond met de buks aan den schouder, een
-weinig voorover met de beenen wijd aan elkander en vast op den grond geplant, en volgde
-met welberekenden blik al de bewegingen van zijn kampioen; op het oogenblik toen deze
-vooruitschoot, gaf de jager vuur.
-</p>
-<p>Het schot knalde, de tijger buitelde in de lucht om, en viel met een woest gehuil
-voor de voeten des jagers neder.
-</p>
-<p>De Canadees bukte even om zijn vijand van naderbij te bezien, maar de tijger was dood;
-de kogel was door het regteroog ingegaan en had hem de hersens doorboord.
-</p>
-<p>Intusschen was don Miguel door het gebrul van den jaguar en het losbranden der buks
-uit zijne vadzigheid gewekt. Hij opende de oogen, en zich eensklaps op den regter
-elleboog verheffende, staarde hij met verwilderden blik in het rond; zijn gelaat was
-zonderbaar zamengetrokken, hij scheen even zeer verbaasd als verschrikt en een hooger
-rood kleurde zijne wangen.
-</p>
-<p>&#x2014;Help, help! schreeuwde hij onwillekeurig met eene hol klinkende stem.
-</p>
-<p>&#x2014;Hier ben ik al! riep Vrij-Kogel, terwijl hij reeds naar hem toesnelde en hem dwong
-om weder te gaan liggen.
-</p>
-<p>Don Miguel staarde hem verwonderd aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie zijt gij? vroeg hij een poos daarna: wat wilt gij? Ik ken u niet!
-</p>
-<p>&#x2014;Daar hebt gij gelijk in, antwoordde de jager bedaard, terwijl hij hem toesprak als
-een kind; maar gij zult mij spoedig kennen, stel u gerust, en laat het u voor het
-oogenblik genoeg zijn te vernemen dat ik een vriend van u ben.
-</p>
-<p>&#x2014;Een vriend! herhaalde de gewonde, die met veel moeite zijne verwarde en benevelde
-zinnen poogde bijeen te zamelen; welke vriend zijt gij?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn hemel! riep de jager, ik geloof toch niet dat gij ze met dozijnen kunt tellen;
-ik ben sedert eenige uren uw vriend, ik heb uw leven gered toen gij op het punt waart
-van het te verliezen.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar dat alles zegt mij nog niets. Hoe kom ik hier? en hoe komt gij hier?
-<span class="pageNum" id="pb105">[<a href="#pb105">105</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Gij doet mij zoo vele vragen te gelijk, dat ik u onmogelijk kan antwoorden. Gij zijt
-gewond en uw toestand is van dien aard dat gij niet moogt spreken, wilt gij ook drinken?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja! antwoordde don Miguel werktuigelijk.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel gaf hem zijne kalebas-flesch.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar heb ik daarstraks soms gedroomd? vroeg hij een poosje later.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie weet?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat schieten, dat huilen, dat ik gehoord heb?.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Heeft niets te beduiden; het was maar een tijger, dien ik eenige passen van hier
-heb doodgeschoten.
-</p>
-<p>Er volgden eenige minuten stilte; don Miguel begon dieper door te denken, er kwam
-licht op in zijn beneveld verstand, zijn geheugen scheen te ontwaken, de jager bespiedde
-met naauwlettende zorg deze sporen van terugkeerende denkkracht op het gelaat van
-den jongman. Eindelijk schitterde er een straal van levendig bewustzijn uit het oog
-des lijders, en vestigde hij een koortsachtigen blik op den ouden jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe lang is het wel geleden dat gij mij gered hebt? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Naauwelijks drie uren.
-</p>
-<p>&#x2014;Dus is er sedert de gebeurtenissen die mij hier heen geleid hebben niet meer verloopen
-dan.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Dan een halve nacht, verzekerde hem de jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, ja, hervatte de jongman met eene diepe stem, nu begrijp ik het, een vreesselijke
-nacht. O! ik dacht dat ik had moeten sterven.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zijt slechts als door een wonder gered.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik was niet alleen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie heeft mij dan nog meer geholpen? Vertel mij zijn naam, opdat ik dien voor altijd
-in mijn geheugen mag bewaren.
-</p>
-<p>&#x2014;Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Loer-Vogel! riep de gewonde blijkbaar getroffen, alweêr hij! O, dien naam had ik
-reeds moeten veronderstellen, want die man houdt veel van mij.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat doet hij.
-</p>
-<p>&#x2014;En gij, hoe heet gij?
-</p>
-<p>&#x2014;Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>De jongman ontroerde en strekte de hand uit.
-</p>
-<p>&#x2014;Uwe hand riep hij; gij hadt reden daar even te zeggen dat gij mijn vriend waart,
-want gij zijt het reeds sedert lang; Loer-Vogel heeft mij dikwijls van u gesproken.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zijn sedert meer dan dertig jaar aan elkander verbonden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik; maar waar is hij toch, dat ik hem niet zie?
-</p>
-<p>&#x2014;Hij is omtrent twee uren geleden naar het kamp der uwen gegaan om hulp te halen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hij denkt aan alles.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat mij betreft, ik ben hier gebleven om u op te passen en te waken zoo lang hij
-weg was; maar hij zal spoedig terugkeeren.
-</p>
-<p>&#x2014;Denkt gij dat ik lang gedwongen zal zijn om mij stil te houden.
-<span class="pageNum" id="pb106">[<a href="#pb106">106</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Neen, uwe wonden zijn niet ernstig. Wat u thans het meest neerdrukt, is de zedelijke
-schok die uw gestel geleden heeft en vooral het bloed dat gij verloren hebt bij uw
-togt over de Rubio.
-</p>
-<p>&#x2014;Deze rivier dus?.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Is de Rubio.
-</p>
-<p>&#x2014;Ben ik dan nog altoos op dezelfde plaats waar de strijd eindigde?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe lang denkt gij wel dat ik in mijn tegenwoordigen toestand blijven zal?
-</p>
-<p>&#x2014;Vier of vijf dagen.
-</p>
-<p>Thans kwam er weder een poosje stilte in dit moeijelijk en afgebroken gesprek.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt mij gezegd, dat hetgeen mij het meest nederdrukt, de zedelijke schok is
-die mijne vermogens getroffen heeft, niet waar, hebt gij niet? begon don Miguel op
-nieuw.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, dat heb ik gezegd.
-</p>
-<p>&#x2014;Denkt gij niet dat ik door een krachtigen en onverzettelijken wil een gunstige verandering
-in dezen toestand zou kunnen brengen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zou ik wel denken.
-</p>
-<p>&#x2014;Geef mij uwe hand.
-</p>
-<p>&#x2014;Ziedaar.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, ondersteun mij een weinig.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Opstaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Goddank! ik heb het wel gezegd dat gij een man waart. Komaan dan, ik geef u verlof,
-beproef het.
-</p>
-<p>Na eenige vruchtelooze pogingen gelukte het don Miguel eindelijk zich op de beenen
-te houden.
-</p>
-<p>&#x2014;Eindelijk! riep hij op een toon van triomf.
-</p>
-<p>Maar bij den eersten stap dien hij deed, verloor hij het evenwigt en viel op den grond.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel kwam hem te hulp.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat mij begaan, riep don Miguel, laat mij begaan, ik wil mij alleen zien op te heffen.
-</p>
-<p>Hij slaagde werkelijk. Ditmaal nam hij zijne maatregelen beter dan de eerste keer,
-en het gelukte hem om eenige stappen te doen.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel staarde hem met bewondering aan.
-</p>
-<p>&#x2014;O, het is de wil die de stof beheerschen moet, hervatte don Miguel, terwijl hij stond
-te hijgen met zaamgetrokken wenkbraauwen en opgezwollen voorhoofdaderen; ik zal er
-wel komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zult u zelven dooden.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, want ik moet leven; laat mij eens drinken.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel overhandigde hem voor de tweede maal zijn kalebasflesch, die de jongman
-gretig aan zijne lippen zette.
-</p>
-<p>&#x2014;Thans, riep hij met eene zenuwachtige stem, terwijl hij de flesch aan Vrij-Kogel
-terug gaf, dadelijk te paard.
-<span class="pageNum" id="pb107">[<a href="#pb107">107</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Hoe zegt gij? te paard! herhaalde deze met verbazing.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, ik wil vertrekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar dat is immers eene dwaasheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat mij begaan, zeg ik u, ik zal mij wel goed houden; doch daar de wond aan mijn
-linkerarm mij belet om alleen op te stijgen, verzoek ik u mij een handje te helpen.
-</p>
-<p>&#x2014;Verlangt gij het?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik gebied het u.
-</p>
-<p>&#x2014;Welaan dan, op Gods genade!
-</p>
-<p>&#x2014;Die zal ons beschermen, houdt u daarvan verzekerd.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel hielp den jongman voorzigtig in den zadel.
-</p>
-<p>Tegen alle verwachting van den jager, hield hij zich regtop en ferm.
-</p>
-<p>&#x2014;Neem gij nu de huid van uw jaguar en laat ons vertrekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar moeten wij heen?
-</p>
-<p>&#x2014;Naar het kamp; Loer-Vogel zal zich wel verwonderen als hij mij ziet, daar hij mij
-reeds voor half dood hield.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel gehoorzaamde werktuigelijk en volgde den jongman zonder een woord te spreken;
-hij gaf het op om dit zonderlinge karakter te willen verklaren.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch16" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7119">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XVI.</h2>
-<h2 class="main">Plaatselijk onderzoek.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ondanks de onverzettelijke wilskracht waarmede don Miguel zijne smarten poogde te
-beheerschen, veroorzaakte de beweging van zijn paard hem vreesselijke pijnen, die
-zijn aangezigt krampachtig zamentrokken en het koude zweet op zijn voorhoofd deden
-parelen. Hij werd bleek als een lijk, van tijd tot tijd benevelden zijne oogen, het
-was of alles rondom hem draaide, hij wankelde soms in den zadel en moest zich aan
-de manen van zijn paard vastklemmen om er niet af te vallen.
-</p>
-<p>&#x2014;Weerbarstig stof! bromde hij met een doffe stem, zou ik u dan niet kunnen overwinnen.
-</p>
-<p>Daarop verdubbelde hij zijne inspanning om zich niet verlegen te toonen, glimlachte
-nu en dan tegen Vrij-Kogel en sprak hem soms luchthartig toe.
-</p>
-<p>Voor de eerste maal in zijn leven zag de oude jager zich tot zwijgen gebragt; hij
-zocht in de herinneringen van zijn avontuurlijk leven naar eene omstandigheid gelijk
-aan die waarin hij zich op dit oogenblik bevond; maar tot zijn groot verdriet moest
-hij bekennen, dat hij nog nooit iets van dien aard gezien had; deze teleurstelling
-maakte hem tegen wil en dank zoo mistroostig, dat hij met een norsch en ontevreden
-gezigt naast den jongman voort reed.
-</p>
-<p>Intusschen kwamen zij toch verder; maar op eens hoorden zij in <span class="pageNum" id="pb108">[<a href="#pb108">108</a>]</span>dezelfde rigting die zij volgden en op eenigen afstand voor hen uit een heftig gedruisch
-van paardenhoeven.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar is Loer-Vogel! riep don Miguel.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoogstwaarschijnlijk, zei Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Hij zal wel zeer verwonderd zijn, dat ik de hulp die hij mij brengt reeds halfweg
-te gemoet kom.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zal hij zeker.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij wat harder doorrijden.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel keek hem aan:
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt zeker een eed gedaan om u een hersenontsteking op den hals te halen, niet
-waar? zeide hij kortaf.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe dat? vroeg de jongman verwonderd.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar mijn God! dat is immers ligt te begrijpen, hervatte de jager op knorrigen toon;
-een uur lang begaat gij nu reeds dwaasheid op dwaasheid; bedrieg toch u-zelven niet,
-wat gij voor kracht aanziet is niets meer dan koorts; die alleen houdt u gaande, pas
-dus op en vermoei u niet langer in een onmogelijken strijd, daar gij, ik voorzeg het
-u, nooit als overwinnaar uitkomt. Ik heb u stil laten begaan omdat ik er tot hiertoe
-geen dadelijk gevaar in zag, maar geloof mij, schei er nu meê uit, gij hebt reeds
-genoeg gedaan om de juiste maat van uwe kracht te kennen, en voor u zelven te bewijzen
-wat gij in geval van nood zoudt kunnen doen; dat is voldoende, laten wij thans stil
-houden en wachten.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, antwoordde don Miguel hem hartelijk de hand drukkende, ik zie dat
-gij een waar vriend zijt, uwe scherpe woorden bewijzen mij dit; ja, ik ben een dwaas,
-maar wat zal ik anders doen, ik bevind mij in een moeijelijken toestand, ieder uur
-dat ik verlies kan mij of anderen op de grootste gevaren te staan komen; ik vrees
-dat ik bezwijken zal alvorens de taak te hebben volbragt die het ongeluk mij heeft
-opgelegd.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zult nog veel vroeger bezwijken zoo gij niet verstandig handelt; vier of vijf
-dagen gaan spoedig genoeg voorbij, en bovendien, wat gij niet kunt doen, zullen uwe
-vrienden voor u doen.
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is waar, gij doet mij over mijzelven blozen, ik ben niet slechts een dwaas maar
-een ondankbare.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij er thans niet verder over spreken; het gedruisch komt reeds nader, waarschijnlijk
-zijn het uwe kameraden, evenwel zouden het ook vijanden kunnen zijn, in de wildernis
-moet men zich op alles gewapend houden; gaan wij dus in dit kreupelbosch, wij zullen
-er geheel onzigtbaar zijn voor de blikken van wie het ook wezen mogt; zoo het Loer-Vogel
-is, komen wij te voorschijn, zoo niet dan houden wij ons schuil.
-</p>
-<p>Don Miguel kon dezen raad niet anders dan ten volle goedkeuren; hij begreep maar al
-te wel, dat hij bij mogelijken strijd, in zijn tegenwoordigen toestand voor zijn vriend
-slechts een zeer geringe steun zou kunnen zijn.
-</p>
-<p>De beide mannen verdwenen in de struiken die zich achter hen <span class="pageNum" id="pb109">[<a href="#pb109">109</a>]</span>sloten, en wachtten daar met het pistool in de hand de ruiters af, die zij van minuut
-tot minuut nader hoorden komen.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel had zich niet bedrogen: werkelijk was het Loer-Vogel, die met een vijftiental
-Gambucinos terugkeerde. Zoodra zij op weinige passen genaderd waren, kwamen de beide
-mannen te voorschijn.
-</p>
-<p>Loer-Vogel kon naauwelijks zijne oogen gelooven; hij begreep niet hoe dezelfde man,
-die nog geen drie uren geleden bewusteloos en zonder teeken van leven, als een lijk
-op den grond lag uitgestrekt, thans kracht genoeg bezat om hem te gemoet te komen
-en zich zoo regt en ferm in den zadel te houden.
-</p>
-<p>Don Miguel had eenige oogenblikken genot van zijn triomf, in de bewondering die hij
-den Gambucinos afdwong, lieden welke geen andere meerderheid kennen dat die der stoffelijke
-kracht; daarop wendde hij zich met een glimlach tot Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;De hulp die gij mij brengt is mij daarom niet minder welkom, goede vriend, zeide
-hij met eene zachte stem; die hulp is mij in deze oogenblikken, zoo al niet onmisbaar,
-dan toch hoogst noodig, want de wil alleen houdt mij te paard in mijn toestand.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij moet zoo spoedig mogelijk naar het kamp terug; om alle verdere onheilen voor
-te komen, zullen wij er u op een draagbaar laten heen brengen.
-</p>
-<p>&#x2014;Een draagbaar! riep don Miguel.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij moet; ik verzeker u, het is voor u van het meeste belang dat gij zoo spoedig
-mogelijk het bevel over uwe bende weder op u neemt, verspil dus uwe krachten niet
-in nuttelooze bravades.
-</p>
-<p>Don Miguel boog zonder te antwoorden, hij begreep dat hij tegen het beweerde van den
-jager niet veel konde inbrengen; nadat hij dus met behulp der beide Canadezen van
-zijn paard was gestegen, gaf hij aan zijne onderhebbenden bevel om terstond een draagbaar
-zamen te stellen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel stak zijn arm onder dien van don Miguel, wenkte Vrij-Kogel om hen te volgen
-en verwijderde zich een eind ver van den troep, waar hij den jongman op het gras deed
-nederzitten.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar gij thans in staat zijt mij te antwoorden, zullen wij van het oogenblik gebruik
-maken om een weinig te praten, terwijl de baar wordt gereed gemaakt, zeide hij; gij
-zult mij zeker veel te <span class="corr" id="xd30e2831" title="Bron: verteltellen">vertellen</span> hebben.
-</p>
-<p>De jongman zuchtte.
-</p>
-<p>&#x2014;Ondervraag mij slechts, antwoordde hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zoo zal het ook beter gaan; op welke wijs en door wie zijt gij aangevallen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zou ik u niet kunnen zeggen; het is bijster vreemd in zijn werk gegaan, zoo verward
-zelfs dat het mij met den besten wil van de wereld onmogelijk is om er het eerste
-woord voor te vinden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat maakt niets uit, zeg ons maar wat er met u gebeurd is; misschien zullen wij,
-die beter dan gij met de prairiën gewoon zijn, wel een draad vinden om u in dit schijnbaar
-verwarde doolhof den weg te wijzen.
-<span class="pageNum" id="pb110">[<a href="#pb110">110</a>]</span></p>
-<p>Don Miguel vertelde nu zonder zich langer te laten bidden, tot in de kleinste bijzonderheden
-hoe zich de zaak had toegedragen.
-</p>
-<p>Bij den naam van Addick, fronste Loer-Vogel de wenkbraauwen.
-</p>
-<p>Toen hij van don Stefano sprak, wisselden de jagers een blik van verstandhouding;
-maar toen de jongman tot de zonderlinge ontknooping genaderd was van het gevecht,
-waarin hij, op het punt van het onderspit te delven, eensklaps door drie onbekenden
-werd bijgesprongen, die terstond daarna als met een tooverslag weder verdwenen waren,
-gaven de jagers teekenen van de grootste verbazing.
-</p>
-<p>&#x2014;Zie daar wat ik weet, vervolgde don Miguel, van de verfoeijelijke hinderlaag waarin
-ik vervallen was en waarvan ik zeker het slagtoffer zou geworden zijn, zoo gij niet
-nog in tijds waart toegeschoten om mij te redden. Thans weet gij alles zoo goed als
-ik, wat denkt gij er van?
-</p>
-<p>&#x2014;Hum! riep de jager, dat ziet er al zeer buitengewoon uit, inderdaad, er schuilt achter
-deze historie eene donkere zamenspanning, die met veel beleid en met duivelsche list
-en kwaadaardigheid schijnt te zijn aangelegd; het is waarlijk om bang van te worden.
-Ik koester zekere vermoedens, die ik vooraf tot klaarheid moet brengen; ik kan u dus
-niet dadelijk mijne meening zeggen. Inzonderheid moet ik sommige zaken zien op te
-sporen; laat dat maar gerust aan mij over. Slechts eene vraag nog: Die mannen, die
-u te hulp kwamen, hebt gij die ook gezien? Hebt gij niet met hen gesproken?
-</p>
-<p>&#x2014;Gij vergeet, antwoordde don Miguel glimlagchend, dat zij midden in den strijd opdaagden,
-alsof zij door den storm, die op dat oogenblik hevig woedde, werden aangevoerd. Het
-zou een ongeschikt oogenblik zijn geweest om een gesprek te beginnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, ik doe een dwaze vraag, zei de jager; maar, vervolgde hij, met de kolf
-van zijn geweer op den grond stampende, het ga zoo het wil, ik moet er het mijne van
-hebben; ik verzeker u, dat ik spoedig zal weten wie uwe vijanden zijn, welke voorzorgen
-zij ook nemen om zich te verbergen.
-</p>
-<p>&#x2014;O, ja, het is ook stellig mijn plan om hen na te zetten, zoodra mijne krachten een
-weinig hersteld zullen zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij, caballero, antwoordde Loer-Vogel droog, gij gaat stilletjes naar uw kamp om
-u te laten genezen. Zoodra gij daar zijt, zult gij er u opsluiten als in eene vesting,
-en geen voet verzetten eer gij mij hebt wedergezien.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe zoo, wedergezien? herhaalde don Miguel; denkt gij mij dan te verlaten?
-</p>
-<p>&#x2014;Voor het oogenblik ja, zullen Vrij-Kogel en ik u verlaten; als wij bij u bleven,
-zouden wij u van geen nut zijn, terwijl wij u buitenaf groote diensten kunnen bewijzen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij gaan doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Als wij terug zijn zult gij alles weten.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik kan bezwaarlijk in zulk eene onzekerheid blijven en behalve dat begrijp ik u niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is toch duidelijk genoeg. Ik wil, met medehulp van Vrij-Kogel, <span class="pageNum" id="pb111">[<a href="#pb111">111</a>]</span>dien don Stefano het masker afligten, een masker daar mijns bedunkens een zeer leelijk
-gezigt achter schuilt; ik moet weten wie de man is en waarom hij zich tegen u zoo
-verbitterd toont.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, Loer-Vogel; nu ben ik gerust. Ga heen en doe wat gij goedvindt, ik
-ben overtuigd dat alles wat menschelijkerwijs mogelijk is, door u zal gedaan worden;
-alleen moet gij mij één ding beloven eer gij vertrekt.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat?
-</p>
-<p>&#x2014;Beloof mij, dat gij al de berigten die gij door uwe nasporingen zult opdoen, terstond
-aan mij zult mededeelen, zonder in het minst iets te ondernemen tegen den man, aan
-wien ik mij liefst in eigen persoon en op eene voorbeeldige wijs verlang te wreken;
-hebt gij mij verstaan, Loer-Vogel?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat laat ik geheel aan u over; ik zal mij wel wachten in uwe zaken of belangen te
-treden, ieder heeft zijne taak in deze wereld; die man is uw vijand en geenszins de
-mijne: zoodra het mij gelukt is hem aan u over te leveren, of ten minste u tegenover
-elkander op gelijken voet te stellen, zult gij doen wat u goeddunkt, en heb ik met
-hem niets meer te maken.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed; goed! bromde don Miguel, als ik vroeger of later dien duivel in mijne handen
-heb, gelijk hij mij eens in de zijne gehad heeft, zal ik hem niet laten ontsnappen,
-dat zweer ik u.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is derhalve afgesproken en wij kunnen vertrekken?
-</p>
-<p>&#x2014;Zoodra gij wilt.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel had het gehouden gesprek tusschen deze twee mannen tot dusver kalm en zoo
-het scheen onverschillig aangehoord, maar op dit woord kwam hij een stap voorwaarts,
-en Loer-Vogel de hand op den arm leggende, zeide hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Wacht even.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoezoo, nog langer? vroeg de jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Een enkel woord slechts, maar een woord dat ik in de tegenwoordige omstandigheden
-van het hoogste gewigt beschouw.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek dan onverwijld.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij wilt gaan ontdekken wie die don Stefano is, gelijk hij zich gelieft te noemen,
-en daar heb ik in zoover niets tegen; maar ééne zaak is er, die mij nog dringender
-toeschijnt, en die vooraf door ons ontdekt moet worden.
-</p>
-<p>&#x2014;Welke?
-</p>
-<p>Vrij-Kogel wendde het hoofd beurtelings regts en links, stak het bovenlijf een weinig
-vooruit, liet daarbij zijne stem zoo diep dalen, dat zelfs zij tot wie hij onmiddelijk
-sprak, moeite hadden hem te verstaan, en begon op strengen toon:
-</p>
-<p>&#x2014;Het leven in de woestijn is geheel ongelijk aan dat in de steden. Daar ginds kennen
-alle menschen elkander min of meer, hetzij bij naam, hetzij door persoonlijke betrekking;
-men is er dikwijls door wederkeerige of regtstreeksche belangen zamenverbonden; kortom,
-er bestaat tusschen de inwoners der steden een gemeenschappelijke band, <span class="pageNum" id="pb112">[<a href="#pb112">112</a>]</span>en zij vormen om zoo te zeggen eene groote familie. In de woestijn is dit zoo niet,
-daar heerschen eigenbelang en zelfzucht, de <i>ikheid</i> is er de hoogste wet; ieder denkt alleen om zich zelven, handelt voor zich zelven,
-in een woord bemint alleen zich zelven.
-</p>
-<p>&#x2014;In &#x2019;s hemels naam! maak het toch kort, viel Loer-Vogel hem met ongeduld in de rede;
-waar drommel wilt gij anders heen?
-</p>
-<p>&#x2014;Heb geduld! vervolgde de onverstoorbare Canadees, geduld slechts, gij zult het spoedig
-weten. Om dus op het zoo even gezegde terug te komen: in de woestijn, zoo men niet
-lange jaren met iemand geleefd, en zamen alle gevaren en genoegens gedeeld, en alle
-lasten of ongelukken gemeenschappelijk gedragen heeft, leeft ieder individu voor zich
-zelven, alleen, zonder vrienden, en ziet men in anderen niets dan onverschilligen
-of vijanden. Bij de overrompeling daar don Miguel dezen nacht bijna het slagtoffer
-van werd, heeft hij tweederlei soort van lieden kunnen opmerken. Die twee soorten
-van lieden, zijn vooreerst verbitterde vijanden, en ten tweede zelfopofferende vrienden.
-Geloof toch niet, vervolgde de jager met klimmenden nadruk, dat ik mij in de beteekenis
-van hetgeen ik u heb willen zeggen bedrieg; daarin zoudt gij u al te zeer vergissen.
-Of komt het u niet even vreemd voor als mij, thans, nu gij koelzinnig en bedaard over
-de zaak nadenkt,&#x2014;komt het u niet vreemd voor, zeg ik, dat er zoo op eens, zonder dat
-men begrijpen kan waarom, of hoe, menschen, als het ware uit den grond zijn opgerezen,
-om u krachtdadig bij te staan; en dat die menschen, toen het gevaar bijna geweken
-was, even plotseling weder verdwenen zijn, zonder een spoor van zich achter te laten
-en zonder het incognito te verbreken dat hen omhulde; vindt gij dat niet zeer vreemd?
-vraag ik u.
-</p>
-<p>&#x2014;Inderdaad, mompelde Loer-Vogel, daar had ik nog niet zoo diep over nagedacht? het
-gedrag van die lieden komt mij hoogst onbegrijpelijk voor.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu, dat is juist wat ik tot klaarheid moet brengen, riep Vrij-Kogel met drift; de
-prairie is niet digt genoeg bevolkt, dat er op ieder gegeven punt, onder een vreesselijk
-onweder, menschen zouden worden gevonden gereed om u te helpen, louter uit pleizier
-om u van dienst te zijn; om zoo te handelen moeten deze lieden geheime redenen hebben
-gehad, die het voor ons dringend noodzakelijk is op te sporen. Wie verzekert ons bijv.
-dat zij geen deel uitmaakten van de bende die u aanviel, en dat het geen nieuwe streek
-was om u des te gemakkelijker meester te worden, eene krijgslist welke alleen door
-onze onverwachte tegenwoordigheid mislukt is? Ik herhaal het u, wij moeten vooral
-en onverwijld deze lieden gaan opzoeken, om te weten wie zij zijn en wat zij willen,
-in een woord, om ons te verzekeren of het onze vrienden dan wel onze vijanden zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is dunkt mij wel een beetje laat om thans nog zulk een onderzoek aan te vangen,
-beweerde don Miguel.
-</p>
-<p>De beide jagers glimlachten, en wisselden en veelbeteekenenden blik.
-</p>
-<p>&#x2014;Voor u ja, die den sleutel der woestijn niet bezit, is het zeker <span class="pageNum" id="pb113">[<a href="#pb113">113</a>]</span>laat, antwoordde Vrij-Kogel, maar voor ons is dit een geheel ander geval.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, voorzeker, stemde Loer-Vogel hem toe; als wij maar het minste spoor van hun togt
-kunnen ontdekken, hetzij een voetstap in het zand of een gebroken tak in de struiken,
-die ons hunne rigting aanwijst, hebben wij genoeg om hen te achterhalen en zullen
-wij u spoedig weten te zeggen wie de onbekende lieden zijn, wier gedrag, zoo als Vrij-Kogel
-te regt heeft aangemerkt, veel te vreemd en edelmoedig schijnt om er op te vertrouwen.
-</p>
-<p>&#x2014;O, dat ik u niet volgen kan! riep don Miguel verdrietig.
-</p>
-<p>&#x2014;Maak eerst dat gij hersteld zijt, en ik ben zeker dat uwe rol weldra begint; want
-eer wij drie dagen verder zijn, zullen wij u de vereischte inlichting brengen, zonder
-welke gij toch niets zoudt kunnen doen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij belooft mij dus dat gij binnen drie dagen terugkomt?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, binnen drie dagen zijn wij van onze onderneming terug; maak staat op onze belofte
-en draag zorg voor u zelven, zoo dat gij onmiddelijk met ons kunt te veld trekken.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal gereed zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Welaan, tot wederziens dan; de zon staat reeds hoog, wij hebben geen minuut te verliezen.
-</p>
-<p>&#x2014;Tot <span class="corr" id="xd30e2904" title="Bron: weerzins">weerziens</span> en goed fortuin.
-</p>
-<p>De jagers drukten don Miguel met warmte de hand, stegen te paard en verwijderden zich
-snel in de rigting van het veer del Rubio.
-</p>
-<p>De kapitein der Gambucinos, op een draagbaar gelegd en zorgvuldig door zijne kameraden
-vervoerd, hervatte langzaam den togt naar zijn kamp, waar hij even voor het ondergaan
-der zon aankwam.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch17" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7128">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XVII.</h2>
-<h2 class="main">Don Mariano.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Thans zullen wij naar don Stefano Cohecho terugkeeren, dien wij in bewusteloozen toestand
-bij Ruperto en don Mariano hebben achtergelaten.
-</p>
-<p>De dubbele uitroep van den jager en den Mexicaanschen reiziger, toen zij den man herkenden,
-dien zij aan den oever der rivier hadden opgenomen, bragt de aanwezigen tot stomme
-verwondering.
-</p>
-<p>Bermudez kreeg het eerst zijne koelzinnigheid terug en nam, zijn meester naderende,
-het woord op.
-</p>
-<p>&#x2014;Kom meê, Senor, zeide hij, blijf toch niet hier, het zal welligt beter zijn dat uw
-broeder u niet ziet wanneer hij de oogen weder opent.
-</p>
-<p>Don Mariano hield zijne blikken strak op den gekwetste gevestigd.
-<span class="pageNum" id="pb114">[<a href="#pb114">114</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Hoe is het mogelijk dat ik hem hier wedervind? riep hij als in zich zelven; wat doet
-hij in deze woeste streken? Hij heeft mij dus voorgelogen, toen hij mij schreef dat
-hij voor gewigtige zaken naar de Vereenigde Staten moest en naar Orleans zou vertrekken!
-</p>
-<p>&#x2014;Uw broeder Senor don Estevan, antwoordde Bermudez op somberen toon, is een man van
-duistere wegen, wiens gedachten onmogelijk te kennen en wiens daden moeijelijk te
-verklaren zijn. Gij ziet reeds, deze jager geeft hem een naam die hem niet toekomt;
-met welk doel zoekt hij zich aldus te verbergen? Geloof mij, don Mariano, daaronder
-schuilt een geheim, dat wij, zoo God wil, zullen zien op te helderen; maar laten wij
-voorzigtig zijn en aan don Estevan onze tegenwoordigheid niet verraden: het is altoos
-vroeg genoeg dit te doen, als wij zeker zijn of wij ons bedrogen hebben, ja dan neen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, uw raad keur ik goed, ik zal dien volgen; maar laat ik mij, eer ik heenga,
-van zijn toestand overtuigen; het is mijn broeder, en hoe zwaar hij mij ook mag hebben
-verongelijkt, zou ik hem niet gaarne onverpleegd laten sterven!
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien was dat wel het beste, mompelde Bermudez.
-</p>
-<p>Don Mariano wierp hem een ontevreden blik toe, en boog zich over den gewonde.
-</p>
-<p>Deze lag nog altoos buiten kennis. De Wilde-Roos besteedde aan hem onvermoeid die
-teedere en gepaste zorg waarvan alleen de vrouwen van alle kleuren en natiën het geheim
-bezitten, maar zij poogde te vergeefs hem in het leven terug te roepen.
-</p>
-<p>&#x2014;Geloof mij, Senor, hervatte Bermudez dringend, gij doet beter u te verwijderen.
-</p>
-<p>Don Mariano wierp een laatsten blik op zijn broeder en scheen eenige sekonden besluiteloos;
-daarop als met geweld zich omkeerende, zeide hij tegen Bermudez:
-</p>
-<p>&#x2014;Gaan wij!
-</p>
-<p>Een glans van genoegen deed het gelaat van den ouden knecht ophelderen.
-</p>
-<p>&#x2014;Die man is u aanbevolen, riep don Mariano nog bij het heengaan tegen Ruperto; draag
-voor hem al de zorg die zijn toestand en de menschelijkheid vereischen.
-</p>
-<p>De jager boog zonder te antwoorden. De Mexicaansche landedelman stapte naar zijn paard,
-dat met de twee anderen van zijn gevolg op korten afstand aan een jongen ebbenhoutboom
-was vastgebonden. Hij verwijderde zich niet dan met weerzin, het was alsof eene stem
-in zijn binnenste hem toeriep om te blijven.
-</p>
-<p>Op het oogenblik toen hij den voet in den stijgbeugel zette, werd hem eene hand op
-den schouder gelegd; hij wendde zich om.
-</p>
-<p>Er stond een man voor hem; die man was de Vliegende-Arend.
-</p>
-<p>Het opperhoofd had aan de blanken onder zijn kommando de zorg toevertrouwd om den
-gewonde over te brengen. Met het aan zijn ras eigen instinct, was hij naar de plaats
-der hinderlaag teruggekeerd en naauwkeurig aan &#x2019;t zoeken gegaan, op iedere plek waar
-de kans van <span class="pageNum" id="pb115">[<a href="#pb115">115</a>]</span>het gevecht de strijders had heen gevoerd. Zijn oogmerk hiermede was om eenig spoor
-of teeken te ontdekken, dat op de eene of andere wijs zou kunnen dienen om de belanghebbenden
-aangaande den strik dien men don Miguel gespannen had voor te lichten. Het toeval
-had zijn wensch bekroond en hem een bewijs in handen geleverd van onberekenbare waarde
-dat don Stefano zeker met zijn beste bloed had willen betalen om het terug te koopen
-en te vernietigen; ongelukkig slechts was dit bewijs, hoe belangrijk ook, voor den
-Indiaan als een gesloten boek en van geen de minste kracht, omdat hij er den inhoud
-niet van kon ontcijferen.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend dacht terstond aan don Mariano, die waarschijnlijk het gewigt van
-zijn geheimzinnige vondst gereedelijk zou kunnen verklaren; na het dus verscheidene
-malen omgekeerd en bekeken te hebben, stak hij het gevonden voorwerp zorgvuldig in
-zijne borst en keerde met al den ijver die zijn geslacht kenmerkt, en met snellen
-tred naar het kamp terug, waar hij zeker was den Mexicaan te zullen aantreffen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gaat mijn vader vertrekken? vroeg de Roodhuid.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zei don Mariano, maar het doet mij genoegen dat ik u nog eens zien mag voor mijn
-vertrek, hoofdman, om u te kunnen dank zeggen voor uwe gulle gastvrijheid.
-</p>
-<p>De Indiaan boog, en vervolgde met de vraag:
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader kan zeker de boeken der bleekgezigten ontcijferen, niet waar? de blanken
-bezitten veel kennis en mijn vader is zeker een opperhoofd bij zijn volk.
-</p>
-<p>Don Mariano keek den Comanch verwonderd aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij daarmede zeggen? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Onze Indiaansche vaders hebben ons geleerd om de voornaamste gebeurtenissen, die
-van de vroegste tijden af in onze stammen zijn voorgevallen, op daartoe opzettelijk
-bereide dierenvellen aan te teekenen; maar de bleekgezigten weten alles; zij kennen
-het groote geneesmiddel en ook zij hebben <i lang="es">colliers</i>, (boeken).
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, wij hebben boeken, in welke wij met vastbepaalde teekens, de geschiedenis der
-volken en zelfs de gedachten der menschen opschrijven.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, zeide de Indiaan blijkbaar verheugd, mijn vader zal dan die teekens wel kennen,
-want zijn hoofd is grijs.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeker ken ik die, die kennis is zeer eenvoudig; maar hebt gij er eenig belang bij
-dat ik ze ken?
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend schudde het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, zeide hij, ik niet, maar anderen misschien wel.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik begrijp u niet, hoofdman; wees zoo goed u duidelijker te verklaren, want ik moet
-hier van daan voordat die man daar, weder bijkomt.
-</p>
-<p>De Indiaan wierp een blik naar den gewonde.
-</p>
-<p>&#x2014;Hij zal in het eerste uur de oogen niet openen, zeide hij, de Vliegende-Arend kan
-dus vrij met zijn vader praten.
-</p>
-<p>Onwillekeurig gevoelde don Mariano zijne belangstelling opgewekt <span class="pageNum" id="pb116">[<a href="#pb116">116</a>]</span>om te weten wat de Indiaan hem te zeggen had; hij besloot dus nog te blijven, en gaf
-hem een wenk dat hij spreken kon.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn vader dan hoore, hervatte de hoofdman op ernstigen toon: de Vliegende-Arend
-is geen oude vrouw, hij is een beroemd opperhoofd, de woorden die zijne borst uitblaast
-zijn hem door de Wacondah ingegeven; de Vliegende-Arend houdt van de blanken, omdat
-zij goed voor hem zijn, en hem in vele omstandigheden groote diensten hebben bewezen.
-Na den afloop van het gevecht, heeft hij dezen morgen het slagveld bezocht, digt bij
-de plaats waar de man dien mijn vader hier heen heeft gebragt gevallen was; en de
-Vliegende-Arend heeft er een zak met geneesmiddelen gevonden, die verscheidene <i lang="es">colliers</i> bevatte; hij heeft die aan alle kanten bekeken, maar hij heeft ze niet kunnen begrijpen,
-omdat de Wacondah de oogen van zijn verstand met dien digten sluijer bedekt, die de
-Roodhuiden belet even helder te zien als de blanken; intusschen dacht de Vliegende-Arend
-dat deze geheimzinnige zak, ofschoon voor hem onbruikbaar, misschien voor mijn vader
-en zijne vrienden van eenig gewigt kon zijn; daarom verborg hij dien zorgvuldig in
-zijne borst en kwam hij in der ijl herwaarts om hem aan mijn vader te brengen. Ziedaar
-is hij, vervolgde de Sachem, terwijl hij uit zijn boezem eene portefeuille te voorschijn
-bragt en aan don Mariano overhandigde; dat mijn vader dien aanneme.
-</p>
-<p>Ofschoon de Indiaan in dit alles zeer natuurlijk te werk ging, en de portefeuille,
-of wat zij bevatte, voor don Mariano welligt weinig te beteekenen had, was het toch
-niet zonder zekere heimelijke angstvalligheid dat de landedelman haar aannam.
-</p>
-<p>De Indiaan stond met de armen op de borst gekruist en wachtte met blijkbare zelfvoldoening
-de gevolgen van zijn bewezen dienst af.
-</p>
-<p>Don Mariano beschouwde de portefeuille met verstrooiden blik. Zij was eenvoudig van
-zwart segrijn leder, zonder verguldsel of andere sieraden, en zoo als reeds dadelijk
-bleek, meer een voorwerp van dagelijksch gebruik dan van weelde: zij bevatte een aantal
-brieven en papieren en was met een klein zilver knipje gesloten. Het onderzoek, dat,
-zoo als wij reeds gezegd hebben, met een bedenkelijk gezigt begonnen was, nam op eens
-een belangwekkenden keer, toen don Mariano aan de eene zijde van den omslag, in half
-uitgesleten gouden letters, de volgende woorden las:
-</p>
-<p>&#x201c;Don Estevan de Real del Monte.&#x201d;
-</p>
-<p>Bij het zien van dit opschrift, dat hem op eens den naam van den eigenaar deed kennen,
-ontstelde hij zigtbaar; hij schoot een donkeren blik naar zijn broeder, die nog bewusteloos
-lag, en onwillekeurig trok hij de handen krampachtig zamen. Door deze geweldige drukking
-ging de knip waarmede de portefeuille gesloten was los, zij sprong open en verscheidene
-papieren vielen op den grond.
-</p>
-<p>Bermudez bukte terstond om ze op te rapen en aan zijn meester terug te geven. Deze
-scheen ze werktuigelijk weder in de portefeuille te willen bergen, maar zijn bediende
-hield hem terug.
-<span class="pageNum" id="pb117">[<a href="#pb117">117</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Nu de hemel u de middelen in handen geeft om achter de waarheid te komen, zeide hij,
-moet gij de gelegenheid niet verzuimen, het zou u later kunnen berouwen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het staat mij niet vrij mijns broeders geheimen te schenden, bromde don Mariano met
-blijkbaren weerzin.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, antwoordde Bermudez droogjes, maar wel om te weten hoe hij de uwen in handen
-heeft gekregen; denk aan de oorzaak van onze reis.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar als ik mij eens bedroog.&#x2026; als hij eens niet schuldig was?
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo veel te beter! dan hebt gij er ten minste een afdoend bewijs van.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij wilt mij dwingen tot iets dat mij niet vrij staat, ik heb het regt niet om zoo
-te handelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, Senor, dan zal ik, die maar een arme knecht ben, wiens daden niets beteekenen,
-mij in uw belang dat regt aanmatigen.
-</p>
-<p>En met een behendigen greep had de criado zich reeds van de portefeuille meester gemaakt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ongelukkige! wat doet gij? riep don Mariano, houd op! zeg ik u. Wat wilt gij?
-</p>
-<p>&#x2014;Haar redden, misschien, die gij lief hebt, daar gij het toch zelf niet durft te doen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn vader zijn knecht late begaan, riep thans de Roodhuid tusschenbeide komende,
-&#x2019;t is de Wacondah die hem bezielt!
-</p>
-<p>Don Mariano had den moed niet om er zich langer tegen te verzetten, te minder, daar
-een onverklaarbaar gevoel in zijn binnenste hem zeide dat hij verkeerd deed en dat
-Bermudez gelijk had met dus te handelen. De mesties was intusschen reeds met de meeste
-koelzinnigheid bezig de papieren in te zien, zonder zich te bekommeren of hij zoodoende
-tegen de etiquette zondigde.
-</p>
-<p>&#x2014;O! riep hij op eens uit, had ik het niet gedacht en heb ik u niet gezegd dat de Voorzienigheid
-zelve u de bewijzen in handen gaf, daar gij zoo lang te vergeefs naar zocht. Lees!
-lees zelf en, zoo gij kunt, twijfel dan aan het getuigenis van uwe eigene oogen, en
-weiger nog langer aan de trouwelooze schurkerij van uw broeder te gelooven!
-</p>
-<p>Don Mariano nam thans met koortsachtige drift de stukken in handen en liep die met
-haastige blikken door. Na er twee of drie van gelezen te hebben, hield hij op, sloeg
-de oogen ten hemel en liet toen het hoofd op de handen zinken, met eene uitdrukking
-van de diepste smart:
-</p>
-<p>&#x2014;O! riep hij wanhopig, broeder! broeder!
-</p>
-<p>&#x2014;Schep moed, antwoordde Bermudez om hem te doen bedaren.
-</p>
-<p>&#x2014;Moed zal ik hebben! riep hij, het uur der geregtigheid is aangebroken.
-</p>
-<p>Er scheen bij hem op eens eene schielijke verandering plaats te grijpen. De zelfde
-man, die weinige oogenblikken te voren nog zoo schroomvallig was, en wiens aarzeling
-hem geheel ongeschikt tot handelen scheen te maken, keerde om als een blad; &#x2019;t was
-alsof hij grooter <span class="pageNum" id="pb118">[<a href="#pb118">118</a>]</span>werd, zijne trekken namen een ontzettende strengheid aan en zijne oogen fonkelden
-van gramschap.
-</p>
-<p>&#x2014;Weg met die kinderachtige vrees! riep hij, niet langer geaarzeld. Er moet gehandeld
-worden.
-</p>
-<p>Zich nu tot den Vliegenden-Arend wendende, vroeg hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Is die man zwaar gewond?
-</p>
-<p>De Indiaan trad naar don Stefano om zijne wonden te onderzoeken.
-</p>
-<p>Zoolang hij hiermede bezig was, sprak niemand een woord, allen begrepen dat don Mariano
-eindelijk tot een krachtig besluit was gekomen, en dat hij het zou ten uitvoer leggen,
-zonder aarzeling of vrees voor hetgeen er later op volgen mogt.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend keerde na verloop van een paar minuten terug.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel! hoe bevindt gij hem? vroeg don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Die man is eigenlijk niet gewond, antwoordde de Indiaan, hij heeft slechts eene ernstige
-kneuzing aan het hoofd ontvangen, en is daardoor in een soort van verdooving geraakt,
-die zeker nog wel een uur zal aanhouden.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer goed; maar als hij bijkomt, hoe denkt gij dan dat zijn toestand wezen zal?
-</p>
-<p>&#x2014;Hij kan zich misschien zeer zwak gevoelen, maar dat zal langzamerhand overgaan, zoodat
-hij morgen zeker even welvarend zal zijn als voor dat hij dien slag ontving.
-</p>
-<p>Een bittere glimlach bewoog de lippen van don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Vraag dien jager, uw vriend daar, of hij eens hier wil komen, ik heb u beiden iets
-te zeggen en een dienst te verzoeken.
-</p>
-<p>Het opperhoofd gehoorzaamde.
-</p>
-<p>&#x2014;Hier ben ik, geheel tot uwe orders, Senor, zei Ruperto.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zullen zamen raad beleggen, begon don Mariano; zoo heet het immers in de woestijn,
-als men ernstige zaken te bespreken heeft?
-</p>
-<p>De jager en de Indiaan bogen toestemmend.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoort mij aandachtig, vervolgde de Mexicaan met eene vaste en nadrukkelijke stem:
-die man daar ginds, is mijn broeder, en die man moet sterven; ik wil hem niet dooden,
-maar hem voor de vierschaar brengen; gij allen die hier tegenwoordig zijt zult zijne
-regters wezen, en ik zal hem aanklagen. Zijt gij genegen mij te helpen eene daad te
-vervullen, niet van wraak, maar van strenge geregtigheid? Ik herhaal het u, ik zal
-hem aanklagen en beschuldigen voor u allen, met de bewijzen die ik in handen heb;
-uw oordeel en geweten zullen worden voorgelicht; die man zal zich mogen verdedigen,
-het zal hem vrijstaan ten uwen aanhoore zich te verklaren, opdat gij des te vrijer,
-naar mate zijne schuld of onschuld blijkt, hem zult kunnen veroordeelen of vrijspreken.
-Gij hebt mij begrepen, denkt er over na, ik wacht uw antwoord af.
-</p>
-<p>Er volgde een diepe stilte.
-</p>
-<p>Na verloop van eenige minuten vatte Ruperto het woord op.
-</p>
-<p>&#x2014;In de woestijn, zeide hij, waar de wereldsche geregtigheid niet doordringt, moet
-de Goddelijke wet regeren; als wij het regt hebben <span class="pageNum" id="pb119">[<a href="#pb119">119</a>]</span>de wilde en schadelijke dieren te dooden, waarom zouden wij dan ook niet het regt
-hebben om een booswicht te straffen? Ik aanvaard dus den last dien gij mij opdraagt,
-omdat ik in mijn hart de overtuiging bezit, dat ik door zoo te handelen mijn pligt
-volbreng en eene dienst bewijs aan de gansche maatschappij, van wier regten ik als
-wreker optreed.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, hernam don Mariano, ik zeg u dank. En gij, hoofdman?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik neem uw verzoek aan, zei de Comanch kortaf; de schurken moeten gestraft worden,
-onverschillig tot welk ras zij behooren. De Vliegende-Arend is een opperhoofd, hij
-heeft het regt om bij het vuur van den raad in de rei der eerste Sachems zitting te
-nemen en te veroordeelen of vrij te spreken.
-</p>
-<p>&#x2014;En gij nu, hervatte don Mariano, zich tot zijne bedienden wendende, wat antwoordt
-gij?
-</p>
-<p>Bermudez trad een stap vooruit en boog eerbiedig voor don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Senor, zeide hij, wij kennen dien man: als kind heeft hij op onze knieën gesprongen
-en gespeeld, later was hij onze meester; onze harten zouden zich in zijne tegenwoordigheid
-niet vrij gevoelen; wij kunnen hem niet vonnissen, wij mogen hem niet veroordeelen,
-wij zijn alleen geschikt om het vonnis, hoe het ook wezen mag, dat over hem wordt
-uitgesproken, uit te voeren, zoo wij daartoe bevel ontvangen; vroeger zijne slaven
-en door de goedheid onzes meesters vrij geworden, zijn wij toch nimmer zijns gelijken.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb van u geen andere gevoelens verwacht; ik dank u voor uwe vrijmoedigheid, mijne
-kinderen. Het is zoo, gij moogt in deze regtszaak niet opkomen; maar de Hemel zal
-ons, zoo ik hoop, twee mannen zenden, trouw van hart en vast van wil, om zonder schroom
-of gemoedsbezwaar uwe plaats te vervangen en als regters op te treden.
-</p>
-<p>&#x2014;De Hemel heeft u gehoord, caballero, riep op eens eene ruwe stem; hier zijn wij,
-gij kunt over ons beschikken.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik werden de takken van het kreupelbosch in hunne nabijheid met
-kracht uiteengeschoven en kwamen twee mannen te voorschijn.
-</p>
-<p>Zij traden een paar stappen voorwaarts, zetten hunne geweren met de kolf op den grond,
-en wachtten op antwoord.
-</p>
-<p>&#x2014;Wie zijt gij? vroeg don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Jagers.
-</p>
-<p>&#x2014;Uw naam?
-</p>
-<p>&#x2014;Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;En de uwe?
-</p>
-<p>&#x2014;<span class="corr" id="xd30e3043" title="Bron: Vrij-Vogel">Vrij-Kogel</span>. Sinds meer dan een half uur zaten wij reeds achter deze struiken verscholen; we
-hebben alles gehoord wat hier gesproken werd; gij behoeft dus voor ons op uwe verklaring
-in deze zaak niet terug te komen; maar er is nog iemand die de regtspleging van dezen
-man moet bijwonen.
-</p>
-<p>&#x2014;Nog iemand! wie dan?
-</p>
-<p>&#x2014;De man die door hem zoo verraderlijk werd aangevallen, dien <span class="pageNum" id="pb120">[<a href="#pb120">120</a>]</span>gij in den nood hebt bijgestaan, en dien wij van een gewissen dood hebben gered.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar wie zegt ons, waar die man thans te vinden is?
-</p>
-<p>&#x2014;Wij, zeide Loer-Vogel, wij die hem een uur geleden verlieten om u op te sporen.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu, als dat zoo is, hebt gij gelijk; dan moet die man er ook bij tegenwoordig zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Ongelukkigerwijs is hij zwaar gewond; maar zoo hij niet in staat mogt zijn om hier
-te komen, zullen wij hem dragen; want ik weet niet hoe, maar ik geloof dat zijne tegenwoordigheid
-niet slechts noodig is voor ons, maar tevens ter opheldering van sommige zaken, die
-wij verpligt zijn aan het licht te brengen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat bedoelt gij daarmede?
-</p>
-<p>&#x2014;Heb geduld, caballero, gij zult ons weldra beter begrijpen; het kamp van dien man
-ligt niet ver af, hij kan nog hier zijn eer de zon ondergaat.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar wie zal hem waarschuwen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik, antwoordde Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank voor uw loffelijk aanbod.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij hebben welligt nog meer belang bij de toelichting dezer ingewikkelde zaak dan
-gij, caballero, verklaarde Loer-Vogel.
-</p>
-<p>Op een wenk van zijn vriend, steeg Vrij-Kogel te paard en vertrok met gevierden teugel
-terwijl don Mariano hem even belangstellend als onthutst naoogde.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij spreekt tot mij in raadsels, zeide hij tegen den Canadees, die nog altoos rustig
-op zijn buks geleund stond.
-</p>
-<p>Loer-Vogel schudde het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is eene treurige historie, die zich in al hare hatelijkheid voor u zal ontwikkelen,
-en van welke gij het eerste woord nog niet weet, ondanks al de bewijzen die gij meent
-in handen te hebben, caballero.
-</p>
-<p>Don Mariano slaakte een zucht, twee groote tranen brandden hem op de wangen, zoo diep
-was zijne smart.
-</p>
-<p>&#x2014;Schep moed, <i lang="es">mi amo</i>, zeide Bermudez, God is eindelijk voor u.
-</p>
-<p>De haciendero drukte zijn trouwen huisbediende de hand en wendde het hoofd af om zijne
-aandoeningen te verbergen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch18" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7137">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XVIII.</h2>
-<h2 class="main">Wat de Regtspleging voorafging.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Don Stefano verkeerde nog altoos in denzelfden bewusteloozen toestand, die nu reeds
-verscheidene uren had aangehouden. Na het vertrek van Vrij-Kogel, keerden Loer-Vogel,
-de Indiaan en Ruperto naar den lijder terug, en zetten zich weder in zijne nabijheid,
-om op het eerste oogenblik van zijne ontwaking te letten.
-</p>
-<p>Don Mariano, die thans zijn vorigen schroom en naauwgezetheid geheel had ter zijde
-gezet, verlangde zeer om de geheime plannen en <span class="pageNum" id="pb121">[<a href="#pb121">121</a>]</span>kuiperijen zijns broeders in al hare kronkelgangen zoo spoedig mogelijk te leeren
-kennen, ten einde de beschuldiging die hij in de zoo onverwachts gespannen vierschaar
-tegen hem dacht uit te brengen, op des te beter gronden te kunnen bouwen; hij trok
-zich dus met zijne twee bedienden in een digt kreupelbosch terug, waar hij onopgemerkt
-de portefeuille zou kunnen inzien. Hij opende haar met koortsachtig ongeduld en begon
-met gespannen aandacht de brieven te doorlezen, wier inhoud hem met een gevoel van
-woede en afgrijzen vervulde, dat hooger klom met iederen nieuwen brief dien hij in
-handen kreeg.
-</p>
-<p>Het tweede doel dat hij met deze verwijdering beoogde, was om zijn broeder niets van
-zijne tegenwoordigheid te laten bemerken voor dat de regtspleging begonnen was. Eerst
-dan, wanneer don Stefano voor zijne regters stond, dacht hij onverwachts op te treden,
-om zoodoende diens bekende geslepenheid en tegenwoordigheid van geest te verschalken,
-door hem zijne koelbloedigheid te doen verliezen. Ziedaar de redenen waarom hij zich
-naar eene plaats terugtrok, waar de scherpste blik hem niet kon bespieden en waar
-hij plotseling uit te voorschijn zou komen, zoodra het gepaste oogenblik daar zoude
-zijn.
-</p>
-<p>Er verliep nog meer dan een uur zonder dat don Stefano zich bewoog of de minste teekenen
-van leven gaf, ondanks de aanhoudende zorg van de Wilde-Roos, en hare herhaalde pogingen
-om hem te doen ontwaken. Gedurende al dien tijd zaten de drie mannen stilzwijgend
-op korten afstand bij hem nedergehurkt, en verloren zij hem geen oogenblik uit het
-oog; zij begrepen ten volle het gewigt der taak die hun was toevertrouwd en verlangden,
-met dat eerlijk instinct dat alle edele en opregte zielen eigen is, niets anders,
-dan dat de man dien zij straks zouden moeten vonnissen, spoedig genoeg tot het volle
-bezit van zijne verstandelijke vermogens zou terugkeeren, om zijn leven met kracht
-te kunnen verdedigen.
-</p>
-<p>Op het oogenblik toen de schaduw van het geboomte zich over de vlakte begon te verlengen,
-en de ten ondergang neigende zon zich alleen tusschen de benedenste takken als een
-gloeijende vuurschijf vertoonde, stak de koele avondwind op en streek met verkwikkend
-geblaas over het bleek gelaat van den gewonde, die door deze weldadige verfrissching
-na de overstelpende hitte des dags als nieuw leven scheen in te ademen, en voor de
-eerstemaal daarvan bewijs gaf in het slaken van een diepen zucht.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu zal hij aanstonds de oogen openen, fluisterde Loer-Vogel.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend wenkte hem met den vinger voor den mond, dat hij zich stil zou
-houden.
-</p>
-<p>Hoe zacht echter de jager ook gesproken mogt hebben, don Stefano had het gehoord,
-misschien zonder er den zin van te verstaan, maar toch duidelijk genoeg om hem terstond
-tot het volle besef van zijn toestand te brengen en op zelfbehoud bedacht te maken.
-</p>
-<p>Don Stefano was geen gewoon mensch; als een echte zoon van het verbasterde Mexicaansche
-ras, was sluwheid een der meest kenmerkende trekken van zijn karakter: hij was uitgeleerd
-in de kunst van <span class="pageNum" id="pb122">[<a href="#pb122">122</a>]</span>veinzen, en, gewoon om van personen en zaken steeds het ergste te denken, scheen het
-wantrouwen hem als aangeboren. De woorden van Loer-Vogel hadden hem gewaarschuwd om
-op zijne hoede te zijn. Zonder zich te verroeren of de oogen te openen, ten einde
-zijn terugkeer tot het werkelijk leven niet te verraden, poogde hij zich zoo veel
-mogelijk te herinneren welke omstandigheden zijn tegenwoordig ongeluk waren voorafgegaan,
-om zoodoende van stap tot stap te kunnen berekenen in welken toestand hij zich op
-dit oogenblik bevond, en zoo ten naastenbij te kunnen gissen in welke handen het toeval
-of het ongeluk hem hadden gebragt.
-</p>
-<p>De taak die don Stefano ondernam was niet gemakkelijk, daar de drang der omstandigheden
-hem noodzaakte zijn krachtigste hulpmiddel, namelijk zijne oogen, ongebruikt te laten,
-waardoor hij anders de personen die hem omringden dadelijk zou hebben herkend, of
-althans had kunnen zien of het zijne vrienden dan wel zijne vijanden waren. Hij luisterde
-daarom des te scherper toe, om zoo mogelijk een woord of gezegde op te vangen dat
-zijne vermoedens op het spoor kon helpen en hem grond geven om eene stellige berekening
-op te bouwen; maar hoe slim hij het ook had overlegd, hij bleef in de volslagenste
-onzekerheid, daar de jagers, door den Indiaan gewaarschuwd, en op hunne beurt de arglistigheid
-van don Stefano vreezende, zich wel wachtten een woord te uiten of zelfs het minste
-gedruisch te maken.
-</p>
-<p>Hun langdurig stilzwijgen vermeerderde niet weinig zijne ongerustheid, en bragt hem
-eindelijk zoodanig in &#x2019;t naauw, dat hij besloot om het koste wat het wilde, er een
-einde aan te maken. Zijn voornemen dadelijk ten uitvoer brengende, deed hij eene poging
-om zich op te heffen, opende onverwachts de oogen, en wierp te gelijk een bespiedenden
-blik om zich heen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe gevoelt gij u thans? vroeg Loer-Vogel zich tot hem buigende.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer zwak, antwoordde don Stefano met eene klagende stem, ik gevoel eene loomheid
-in al mijne leden, en ik heb een geweldige suizing in de ooren.
-</p>
-<p>&#x2014;Voelt gij? zei de jager. O, maar dat is niet gevaarlijk, dat is altijd zoo, als men
-een val heeft gedaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Heb ik dan een val gedaan? hervatte de gewonde, die, daar hij Ruperto gezien en herkend
-had, zich meer op zijn gemak begon te gevoelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Te duivel! dat zou ik denken, riep Loer-Vogel, wij hebben u op de zandbank gevonden
-bij het veer del Rubio.
-</p>
-<p>&#x2014;Ah zoo, hebt gij mij daar gevonden?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, eenige uren geleden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank voor de mij verleende hulp, zonder welke ik waarschijnlijk den dood
-zou hebben gevonden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is zeer wel mogelijk; maar haast u niet te zeer om ons te bedanken.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom? vroeg don Stefano, terstond de ooren spitsend bij deze <span class="pageNum" id="pb123">[<a href="#pb123">123</a>]</span>dubbelzinnige verklaring, die veel had van eene vermomde bedreiging.
-</p>
-<p>&#x2014;Weet ik het? antwoordde Loer-Vogel goedmoedig, niemand kan immers vooruit zeggen
-wat er gebeuren zal.
-</p>
-<p>Don Stefano, wiens krachten snel wederkeerden en die reeds zijne helderheid van geest
-terug had bekomen, stond thans plotseling op, en wierp den Canadees een blik toe <span class="corr" id="xd30e3113" title="Bron: afsof">alsof</span> hij zijne geheimste gedachten wilde doorgronden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben toch uw gevangene niet, hoop ik? zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! riep de jager, zonder verder te antwoorden.
-</p>
-<p>Dit korte tusschenwerpsel gaf den gewonde veel te denken, en verontrustte hem meer
-dan de langste verklaring.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij vrij spreken, zeide hij na verloop van eenige minuten.
-</p>
-<p>&#x2014;Met al mijn hart, zei de Canadees.
-</p>
-<p>&#x2014;Onder u drieën is er maar een dien ik ken, vervolgde don Stefano, naar Ruperto wijzende,
-die hem met een toestemmenden wenk beantwoordde; en ik weet niet dat ik dien man ooit
-beleedigd heb, integendeel.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, zeide Ruperto.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat u betreft, ik heb u nooit gezien, gij kunt dus tegen mij onmogelijk eenige wrok
-of vijandschap koesteren.
-</p>
-<p>&#x2014;Inderdaad is dit de eerste maal dat de Voorzienigheid ons tegenover elkander plaatst,
-zei Ruperto.
-</p>
-<p>&#x2014;Overigens zie ik hier alleen den Indiaanschen krijgsman, die mij even als gij, geheel
-onbekend is.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat alles is juist.
-</p>
-<p>&#x2014;Om welke reden zou ik dan uw krijgsgevangene zijn? Ik kan toch niet denken dat gij
-roofvogels zijt, van die soort die men bandieten noemt en die hier in de prairie als
-het ware in &#x2019;t wild opgroeijen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zijn geene bandieten, maar regtschapen en eerlijke jagers.
-</p>
-<p>&#x2014;Des te meer reden waarom ik op nieuw de vraag tot u rigt: ben ik uw gevangene, ja
-of neen?
-</p>
-<p>&#x2014;De vraag is niet zoo eenvoudig als gij onderstelt; want ofschoon wij, voor ons, u
-geen enkel persoonlijk verwijt hebben toe te voegen, moet gij zelf het beste weten
-of gij sedert uwe komst in de prairiën niemand buiten ons beleedigd of kwalijk bejegend
-hebt?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik?
-</p>
-<p>&#x2014;Wie anders als gij? Hebt gij niet in den afgeloopen nacht nog gepoogd een man te
-vermoorden, door hem in een hinderlaag af te wachten en onverhoeds op het lijf te
-vallen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, maar die man is mijn vijand.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! doch gesteld nu voor een oogenblik dat wij vrienden zijn van dien man?
-</p>
-<p>&#x2014;Maar dat is zoo niet, dat kan zoo niet zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom niet? wat geeft u grond om dit te veronderstellen?
-</p>
-<p>Don Stefano haalde verachtelijk de schouders op.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij ziet mij dan wel voor zeer onnoozel aan, dat gij u verbeeldt mij met zulk een
-uitvlugt te kunnen afschepen.
-<span class="pageNum" id="pb124">[<a href="#pb124">124</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Het is intusschen geen uitvlugt, zoo als gij het gelieft te noemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Een mooije zaak! als ik dien man in handen was gevallen, zou hij mij naar zijn kamp
-hebben laten overbrengen, om zich aan mij te wreken, ten overstaan der bandieten die
-hij onder zijne bevelen heeft, en voor welke mijn straf voorzeker al te aangenaam
-zou geweest zijn om hun dit verrukkend schouwspel te onthouden.
-</p>
-<p>De oude spoorzoeker, die tot dusver met een half geslepen, half spotachtig gezigt
-het woord had gevoerd, veranderde op eens van toon en werd even ernstig en gestreng
-als hij te voren jolig was.
-</p>
-<p>&#x2014;Luister, zeide hij, en doe uw voordeel met hetgeen gij hooren zult: gij kunt ons
-door uwe geveinsde zwakte in &#x2019;t minst niet verschalken; wij weten zeer goed dat uwe
-krachten ten naastenbij zijn wedergekeerd; de raad dien ik u geef is opregt en heeft
-ten doel om u in uw eigen belang te waarschuwen: gij zijt wel is waar geenszins onze
-gevangene, maar gij zijt evenmin vrij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik begrijp u niet regt, antwoordde don Stefano, wiens gelaat ofschoon aanvankelijk
-opgehelderd, bij de laatste woorden merkelijk donkerder was geworden.
-</p>
-<p>&#x2014;Geen der hier aanwezige mannen, vervolgde Loer-Vogel, heeft eenig persoonlijk verwijt
-tegen u; wij weten niet wie ge zijt, ik althans wist niet dat gij bestondt voor dezen
-dag; maar er is iemand, die tegen u,&#x2014;niet enkel gevoelens van haat meent te koesteren,
-dat ware eene zaak die misschien tusschen u en hem alleen kon worden afgedaan, maar
-iemand die gronden van aanklagt tegen u meent te bezitten, voldoende om u onmiddelijk
-in regten te betrekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Onmiddelijk in regten te betrekken! herhaalde don Stefano geheel uit het veld geslagen;
-maar voor welke regtbank wil die man mij dan doen verschijnen? wij zijn hier immers
-in de woestijn?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, dat zijn wij, en dat schijnt gij geheel te vergeten; in de woestijn is de wet
-der steden onvermogend den schuldige te bereiken; er bestaat dus hier eene verschrikkelijke,
-oppermagtige en onverbiddelijke wetgeving, op welke in het belang van allen, ieder
-die zich beleedigd gevoelt regt heeft zich te beroepen, wanneer de omstandigheden
-zulks gebiedend vorderen.
-</p>
-<p>&#x2014;En welke is die wet? vroeg don Stefano terwijl zijn gelaat zoo bleek werd als een
-lijk.
-</p>
-<p>&#x2014;De Lynch-wet.
-</p>
-<p>&#x2014;De Lynch-wet!
-</p>
-<p>&#x2014;Ja; in naam van deze wet hebben wij, die zoo als gij wel zegt, u niet kennen, ons
-vereenigd om u te oordeelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mij oordeelen! maar dat is onmogelijk. Welke misdaad heb ik begaan? wie is de man
-die mij beschuldigt?
-</p>
-<p>&#x2014;Deze vragen kan ik u niet beantwoorden; welke misdaad men u te last legt, weet ik
-niet; den naam van uw aanklager weet ik evenmin; maar dit verzeker ik u, dat geenerlei
-haat noch vooroordeel tegen u ons bezielt en dat wij geheel onpartijdig zullen zijn;
-maak dus uwe <span class="pageNum" id="pb125">[<a href="#pb125">125</a>]</span>verdediging gereed, gedurende de korte tijdruimte die u overschiet, en als gij, wanneer
-het oogenblik daar is, uwe onschuld kunt bewijzen door uw beschuldiger te ontmaskeren,
-dan wensch ik van harte dat het u gelukken mag.
-</p>
-<p>Don Stefano liet het hoofd tusschen de beide handen zinken en gaf onmiskenbare blijken
-van radeloosheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar hoe wilt gij dat ik mijne verdediging zal voorbereiden, daar ik niet weet welke
-feiten men mij te laste legt? Geef mij licht in deze duistere zaak, hoe weinig het
-ook wezen mag, zoodat ik er mij naar kan rigten en weet waaraan ik mij te houden heb.
-</p>
-<p>&#x2014;Door te zeggen wat ik u gezegd heb, caballero, voldeed ik aan de inspraak van mijn
-geweten, dat mij beval u te waarschuwen voor het gevaar dat u bedreigt; u meer te
-zeggen kan ik onmogelijk, daar ik van alles even onkundig ben als gij zelf zegt te
-zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;O, dat is om razend te worden! riep don Stefano.
-</p>
-<p>Op een wenk van Loer-Vogel stonden Ruperto en de Vliegende-Arend op; ook de Wilde-Roos
-kreeg een wenk om hun voorbeeld te volgen; alle vier verwijderden zich, en Stefano
-bleef alleen achter.
-</p>
-<p>De Mexicaan wierp zich ter aarde met de razende woede van iemand die op eens onoverkomelijke
-zwarigheden had zien oprijzen, en nu in eene hopelooze stelling opgesloten genoodzaakt
-was zich over te geven. Aan den hevigsten angst ten prooi en niet wetende hoe hij
-den storm moest bezweren die reeds boven zijn hoofd loeide, zocht hij te vergeefs
-naar middelen om aan de handen die hem aan alle zijden vasthielden te ontsnappen.
-Zijn anders altijd zoo vindingrijke geest verschafte hem geen enkele uitvlugt of list,
-die hij met goed gevolg zou kunnen aanwenden en volhouden, in dezen veegen strijd
-met eene onbekende vijandige magt; vruchteloos putte hij zijn vernuft uit, hij vond
-niets.
-</p>
-<p>Eensklaps stond hij weder op, en met de snelheid der gedachte sloeg hij de hand op
-de borst.
-</p>
-<p>&#x2014;Ach! riep hij in vertwijfeling uit, terwijl hij zijn arm op eens magteloos langs
-zijn lijf liet zinken, waar is mijn portefeuille?
-</p>
-<p>Hij zocht haastig om zich heen, maar vond niets.
-</p>
-<p>&#x2014;Als zij die in hun bezit hebben ben ik verloren, vervolgde hij; wat moet ik beginnen?
-wat zal er van mij worden?
-</p>
-<p>Een dof gedruisch van paardengetrappel klonk op dit oogenblik in de verte en scheen
-allengs nader te komen.
-</p>
-<p>Weldra werd het geluid sterker en kon men gemakkelijk den aanmarsch van eene talrijke
-troep ruiters onderscheiden. Eindelijk, na verloop van een kwartieruurs, trok er een
-dertigtal woudloopers onder geleide van Vrij-Kogel het kamp binnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Vrij-Kogel onder die bandieten? mompelde don Stefano, wat kan dit beteekenen?
-</p>
-<p>Zijne onzekerheid duurde niet lang; de nieuw aankomenden droegen in hun midden een
-man op een baar,&#x2014;die man werd door don Stefano onmiddelijk herkend.
-</p>
-<p>&#x2014;Don Miguel Ortega?&#x2014;O! o! vervolgde hij een oogenblik later <span class="pageNum" id="pb126">[<a href="#pb126">126</a>]</span>met een bitteren grimlach, nu ken ik mijn aanklager.&#x2014;Geen nood, geen nood, riep hij
-in zich zelven, mijne zaak staat nog zoo hopeloos niet als ik gevreesd had; het blijkt
-thans dat deze mannen van niets weten en dat mijne onschatbare papieren, ten minste
-niet in hunne handen zijn geraakt. Ik denk dat die verschrikkelijke Lynch-wet voor
-ditmaal ongelijk zal krijgen en dat ik aan het tegenwoordig gevaar nog ontsnappen
-zal, even als aan zoo vele anderen.
-</p>
-<p>Don Miguel werd voorbij gedragen zonder don Stefano te zien, of wat waarschijnlijker
-is, hij hield zich alsof hij hem niet zag. Don Stefano intusschen, daar hij er te
-veel belang bij had om geen de minste bijzonderheid van hetgeen er rondom hem gebeurde
-onopgemerkt te laten, volgde met oplettenden blik, ofschoon tevens met onverschillige
-houding, iedere beweging der jagers. Na de draagkoets te hebben nedergezet, aan de
-andere zijde van het kleine kamp dan die waar don Stefano zich bevond, formeerden
-de Gambucinos, zonder van hunne paarden te stijgen, een kring rondom het kamp en bleven
-onbewegelijk staan, met de karabijn op de dij, door welke manoeuvre iedere poging
-tot vlugten hem onmogelijk werd.
-</p>
-<p>Nadat er een vuur van dorre takken was ontstoken, trad don Miguel uit zijne draagkoets.
-De bisonsschedels, vijf in getal, en bestemd om tot zetels te dienen, werden er in
-een halven kring omheen gelegd. Op deze schedels namen vijf mannen onmiddelijk plaats.
-Deze vijf mannen zaten in de volgende orde: don Miguel Ortega, die den post van president
-bekleedde, in het midden; Loer-Vogel en de Vliegende-Arend aan zijne regter- en Vrij-Kogel
-met Ruperto aan zijne linkerhand.
-</p>
-<p>Deze vierschaar in de open lucht, te midden van het natuurlijke woud en omgeven door
-een troep ruiters, in hunne bonte kostumen en onbewegelijk als bronzen standbeelden,
-maakte een even indrukwekkende als zonderlinge vertooning. De vijf mannen, met hunne
-strenge gezigten, gefronste wenkbraauwen, kalme en onbewegelijke houding, geleken
-volmaakt naar een dier heilige veemgerigten, die in de middeleeuwen aan de oevers
-van den Rijn de onmagtige regtspleging der wettige regtbanken moesten vervangen, om
-de onbeteugelde misdrijven tegen te gaan, en die hunne vonnissen mede onder den blooten
-hemel uitspraken onder het gebulder der winden en het geheimzinnig gemurmel der snel
-afvlietende wateren.
-</p>
-<p>Ondanks zijne moedsbetooning, voer don Stefano een huivering van schrik door de leden,
-toen hij zijne blikken over het kamp liet weiden en al de toebereidselen zag voor
-dit onverbiddelijk gerigt, te midden der eenzame wildernis.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! prevelde hij in stilte, ik geloof dat ik er minder gemakkelijk af zal komen en
-dat ik mij te veel heb gehaast met victorie te kraaijen.
-</p>
-<p>Op dit oogenblik stegen op een gegeven teeken van don Miguel, twee jagers van hunne
-paarden en traden naar don Stefano; deze stond van zijne legerstede op; de beide jagers
-namen hem onder de armen en voerden hem voor het geregtshof.
-<span class="pageNum" id="pb127">[<a href="#pb127">127</a>]</span></p>
-<p>Hij herstelde zich terstond, kruiste de armen over de borst, en wierp de vijf mannen
-die daar als regters zaten een sardonischen blik toe.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! caballero, zeide hij op spotachtigen toon tot don Miguel, gij zijt dus mijn beschuldiger?
-</p>
-<p>De kapitein haalde even de schouders op.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, was zijn antwoord, ik ben uw beschuldiger niet, maar uw regter.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch19" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7146">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XIX.</h2>
-<h2 class="main">Het geregtelijk verhoor.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Na deze woorden volgde er een oogenblik van verwachting, ja bijna van aarzeling. Eene
-doodsche stilte scheen zich over het woud uit te breiden.
-</p>
-<p>Don Stefano was de eerste die den indruk van schrik te boven kwam, welke zich onwillekeurig
-van hem had meester gemaakt.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, zeide hij met een blik van minachting en eene heldere doordringende stem,
-zoo gij mijn aanklager niet zijt, waar is hij dan? verbergt hij zich misschien, nu
-het beslissende uur gekomen is? zou hij terugdeinzen voor de verantwoordelijkheid
-die hij op zich heeft genomen? Laat hem verschijnen, ik wacht hem af.
-</p>
-<p>Don Miguel schudde het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Als hij verschijnt, zult gij misschien vinden dat hij te vroeg komt, antwoordde hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij toch met mij?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zult gij zien.
-</p>
-<p>Don Miguel was somber en bleek; een droevige glimlach zweefde op zijne verwelkte lippen;
-het was duidelijk aan hem te zien dat hij zich zeer moest inspannen om zijne zwakheid
-te boven te komen, en zich vast op zijn zetel te houden.
-</p>
-<p>Na eenige minuten van beraad, hief hij het hoofd op.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe is uw naam? begon hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Don Stefano Cohecho, antwoordde de beschuldigde zonder aarzelen.
-</p>
-<p>&#x2014;De regters wisselden een blik.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar zijt gij geboren?
-</p>
-<p>&#x2014;Te Mazatlan in &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum">1808.</span>
-</p>
-<p>&#x2014;Welk is uw beroep?
-</p>
-<p>&#x2014;Koopman te Santa-Fé.
-</p>
-<p>&#x2014;Met welk doel kwaamt gij in de woestijn?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat heb ik u vroeger zelf reeds gezegd.
-</p>
-<p>&#x2014;Herhaal het hier, hernam don Miguel onverstoord.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik moet u onder &#x2019;t oog brengen dat deze beuzelachtige en voor u nuttelooze vragen
-mij vermoeijen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik vraag u om welke reden gij in de woestijn zijt gekomen?
-<span class="pageNum" id="pb128">[<a href="#pb128">128</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Het failliet van verscheidene mijner correspondenten heeft mij verpligt op reis te
-gaan, om te zien of ik nog iets van mijn verloren eigendom zou kunnen redden; ik ben
-dus alleen in de woestijn om de plaats te bereiken waar ik heen ga, ik weet geen anderen
-weg.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar gaat gij heen?
-</p>
-<p>&#x2014;Naar Monterey; gij ziet met hoe veel gedweeheid en gemakkelijkheid ik al uwe vragen
-beantwoord, zeide hij op dien toon van gemeenzame scherts dien hij sedert zijn verhoor
-had aangenomen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, hernam don Miguel langzaam en met nadruk op ieder woord, gij geeft bewijzen van
-groote gedweeheid en gemakkelijkheid, ik zou om uwentwil wenschen dat gij even opregt
-waart.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat meent gij met deze woorden? vroeg don Stefano op hoogen toon.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik meen daarmede, dat gij elke vraag van mij met een leugen beantwoord hebt, zeide
-de president kort en droog.
-</p>
-<p>Don Stefano fronste de wenkbraauwen en uit zijn oog straalde een vlammende blik.
-</p>
-<p>&#x2014;Caballero! riep hij, zulk eene beleediging.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Het is geene beleediging, vervolgde de president altoos even bedaard, het is de waarheid
-en gij weet het even goed als ik.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zou gaarne willen weten wat dit alles beteekenen moet? meesmuilde de Mexicaan.
-</p>
-<p>Don Miguel keek hem strak in &#x2019;t gezigt.
-</p>
-<p>Onwillekeurig sloeg don Stefano de oogen neêr.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal u voldoen, zei de president.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik luister.
-</p>
-<p>&#x2014;Op mijne eerste vraag, hebt gij geantwoord dat uw naam is don Stefano Cohecho.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is valsch; gij heet don Estevan de Real del Monte.
-</p>
-<p>Een onmerkbare huivering liep den beschuldigde door de leden.
-</p>
-<p>Don Miguel vervolgde:
-</p>
-<p>&#x2014;Op mijn tweede vraag hebt gij geantwoord, dat gij geboren waart te Mazatlan in het
-jaar 1808; dat is valsch, gij zijt geboren te Guanajuato in &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum">1805.</span>
-</p>
-<p>Hier zweeg de president eenige oogenblikken, om den beschuldigde tijd te geven zijn
-antwoord gereed te maken; don Estevan&#x2014;gelijk wij hem voortaan noemen zullen&#x2014;achtte
-het echter niet geraden te antwoorden, maar bleef koel en norsch zwijgen.
-</p>
-<p>Don Miguel glimlachte minachtend en vervolgde:
-</p>
-<p>&#x2014;Op mijne derde vraag hebt gij geantwoord, dat gij koopman en te Santa-Fé gevestigd
-waart; dat is evenzeer onwaar: gij zijt nooit koopman geweest; gij zijt senateur en
-woont te Mexico. Eindelijk hebt gij mij gezegd, dat gij de woestijn slechts doortrekt
-om u naar Monterey te begeven, waar uwe handelsbelangen u heenriepen; wat dit laatste
-betreft, behoef ik de valschheid uwer verklaring niet aan te wijzen, daar zij voldoende
-uit den zamenhang uwer vorige antwoorden <span class="pageNum" id="pb129">[<a href="#pb129">129</a>]</span>blijkt, hierop verwacht ik thans uwe repliek, zoo gij nog iets te antwoorden hebt,
-waaraan ik grootelijks twijfel.
-</p>
-<p>Don Estevan had intusschen den tijd gehad om zich van den geleden schok te herstellen;
-ook meende hij zeer goed te begrijpen waar deze geduchte aanval van daan kwam en door
-welke middelen men zulke juiste berigten tegen hem had in handen gekregen; hij verbeet
-zich de lippen en antwoordde op uitdagenden toon, met een schamper en spotachtig gezigt:
-</p>
-<p>Gij schijnt te veronderstellen, caballero, dat ik u niet kan antwoorden. Niets is
-intusschen gemakkelijker, zoo als ik u <i lang="es">por Dios!</i> dadelijk zal bewijzen. Omdat gij, terwijl ik in zwijm lag, mijne portefeuille, ik
-wil niet zeggen mij ontstolen, zoo onbeleefd zal ik niet wezen, maar behendig hebt
-weten te ontfutselen, en daarin eenige bijzonderheden hebt gevonden, die gij mij thans
-voor de voeten werpt, denkt gij misschien dat ik geheel uit het veld ben geslagen,
-daar gij nu al mijne zaken weet. Het lijkt er wat na! Gij zijt gek, voor den duivel!
-al wat gij van mij vertelt is louter beuzelarij, die niets om het lijf heeft. Ja,
-ik beken, mijn naam is don Estevan, ik ben geboren te Guanajuato in het jaar 1805,
-en ik ben senateur; maar wat bewijst dat! Voorwaar! schoone bewijzen om eene beschuldiging
-op te gronden tegen een caballero! <i lang="es">Cuerpo de Christo!</i> ben ik dan de <span class="corr" id="xd30e3267" title="Bron: eenigste">eenige</span> in de woestijn die een anderen naam draagt dan den zijnen? Met welk regt denkt gij
-toch, gij allen, die hier alleen onder uw aangenomen bijnaam bekend zijt, met welk
-regt, zeg ik, denkt gij mij te beletten uw voorbeeld te volgen? &#x2019;t Is inderdaad allerbespottelijkst,
-en zoo gij mij geen degelijker beschuldigingen voor de voeten kunt werpen, laat mij
-dan maar stil vertrekken en mijne eigen zaken doen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij hebben andere, antwoordde don Miguel met ijzingwekkende kalmte.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ken ze, caballero; gij beschuldigt mij, niet waar? dat ik u, don Miguel, die u
-soms don Torribio en ook wel don José noemt, gij beschuldigt mij, zeg ik, dat ik u
-in een hinderlaag heb gelokt, waaruit gij slechts als door een wonder gered zijt;
-maar dat is eene zaak tusschen u en mij, over welke God alleen uitspraak kan doen.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat Gods heiligen naam er maar buiten, die komt bij deze zaak slecht te pas; ik
-heb u reeds gezegd, dat ik geenszins uw aanklager maar uw regter ben.
-</p>
-<p>&#x2014;Opperbest; geef mij mijn brieftasch terug en laat het daarmede uit wezen, want geloof
-mij, ik zie in de geheele zaak voor u geen het minste voordeel, of gij moest besloten
-hebben mij te vermoorden, dat zeer ligt het geval kon zijn. Als dat zoo is, ga dan
-gerust uw gang, ik heb in &#x2019;t minst geen plan om tegen de dertig of veertig bandieten
-te vechten die ik hier rondom mij zie. Dood mij dus, zoo gij het goedvindt, maar maak
-een einde aan de zaak.
-</p>
-<p>Don Estevan sprak deze woorden op een toon van de uiterste minachting, die echter
-door zijne regters, daar zij reeds vooraf wisten waaraan zij zich te houden hadden,
-niet scheen te worden opgemerkt.
-<span class="pageNum" id="pb130">[<a href="#pb130">130</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Wij hebben u uw brieftasch niet ontstolen, antwoordde don Miguel; niemand van ons
-heeft die gezien, veel min geopend; wij zijn geene bandieten en evenmin willen wij
-u vermoorden, maar wij zijn hier bijeengeroepen om u te vonnissen of vrij te spreken,
-volgens den regel der Lynch-wet, en wij zullen dien pligt volbrengen zoo onpartijdig
-als wij kunnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, maar als dat zoo is, laat dan hij die mij beschuldigt voor den dag komen,
-en ik zal hem vernietigen. Waarom houdt hij zich schuil? Het regt kan niet anders
-dan in tegenwoordigheid van al de partijen uitgesproken worden. Dat derhalve de man
-verschijne, die voorwendt mij wegens misdaden te vervolgen daar ik niets van weet;
-laat hij komen, en ik zal hem bewijzen dat hij een vuige lasteraar is.
-</p>
-<p>Naauwelijks had don Estevan deze woorden gesproken, of de takken van het naastbijzijnd
-kreupelhout bogen zich uiteen, en er kwam een man uit te voorschijn, die den Mexicaan
-met haastige stappen naderde, en hem onverschrokken de hand op den schouder legde:
-</p>
-<p>&#x2014;Bewijs mij, don Estevan, dat ik niets meer dan een vuige lasteraar ben, zeide hij
-met eene diepe zware stem, terwijl hij hem tevens met een blik van onverbiddelijken
-haat in de oogen keek.
-</p>
-<p>&#x2014;O! riep don Estevan, mijn broeder! en bij dien uitroep waggelde hij als een beschonkene,
-deed eenige stappen achteruit, met wijdgeopende oogen en starenden blik, terwijl een
-doodelijk bleek zijn gelaat overtoog.
-</p>
-<p>Don Mariano hield hem met een fermen greep vast, om te beletten dat hij op den grond
-tuimelde, en toen met zijn gezigt bijna rakelings het zijne naderende, zeide hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben uw aanklager, Estevan! zeg mij, wat hebt gij met mijne dochter gedaan?
-</p>
-<p>Don Estevan antwoordde niet, zijn broeder zag hem een poos aan, met een blik dien
-wij niet wagen zullen te beschrijven; daarop stiet hij hem met een gebaar van de uiterste
-verachting van zich af. De ellendeling wankelde, strekte onwillekeurig de armen uit
-om zich aan hem vast te houden, maar zijne krachten schoten te kort: hij viel op de
-knieën en verborg zijn gelaat in de beide handen, met eene mengeling van woede en
-wanhoop die zich onmogelijk laat afschilderen.
-</p>
-<p>Al de aanwezigen waren kalm en bedaard gebleven, niemand had zich verroerd of een
-woord gesproken, maar een heimelijke schrik had hen overmeesterd en zij wisselden
-blikken, waarin de beschuldigde, als hij ze had kunnen zien, reeds het vonnis zou
-hebben gelezen dat zij hem in hun hart hadden toegedacht.
-</p>
-<p>Don Mariano wenkte zijne twee bedienden om hem te volgen, en met den een aan zijn
-regter en den anderen aan zijne linkerhand plaatste hij zich midden in het kamp, tegenover
-de geimproviseerde vierschaar, waar hij met eene krachtige, heldere en nadrukkelijke
-stem het woord nam, op de volgende wijs:
-</p>
-<p>&#x2014;Hoort mij, caballeros, en wanneer ik u alles zal gezegd hebben, wat ik u te zeggen
-had, over den man, die daar vernederd en verslagen <span class="pageNum" id="pb131">[<a href="#pb131">131</a>]</span>voor u ligt, reeds eer ik nog een woord gesproken heb, zult gij hem zonder haat of
-zonder wrok oordeelen, volgens de uitspraak van uw geweten. Die man is mijn broeder;
-in zijne jeugd, om eene reden die ik hier niet nader zal verklaren, heeft mijn vader
-hem reeds willen verbannen; ik trad ten zijnen gunste tusschenbeide, verwierf hem,
-zoo al niet volkomen begenadiging, dan toch de vrijheid om onder het ouderlijke dak
-te mogen blijven. Dagen en jaren verliepen er; het kind werd man; mijn vader, toen
-hij stierf, liet mij al zijne bezittingen na, met uitsluiting van zijn anderen zoon,
-dien hij op zijn doodbed vervloekte; ik verscheurde het testament, riep dezen man
-tot mij en gaf hem, den armen bedelaar, zijn deel aan de erfenis terug, waarvan, naar
-mijn gevoelen, mijn vader het regt niet had hem te berooven.
-</p>
-<p>Hier wendde don Mariano zich tot zijne bedienden. Beiden strekten gelijktijdig den
-regterarm uit, legden de linkerhand op de borst en beantwoordden de stomme vraag huns
-meesters met luider stem.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij getuigen dat al het gezegde volkomen waarheid behelst.
-</p>
-<p>&#x2014;Die man had dus alles, zijn fortuin, zijn stand, zijne toekomst, alles aan mij te
-danken; want door mijn invloed alleen was het hem gelukt raadslid te worden. Zie nu
-eens hoe hij mijne weldaden vergolden en in welk eene mate hij zich erkentelijk heeft
-getoond. Hij had mij leeren vergeten wat ik als zijne jeugdige afdwalingen beschouwde,
-en wist mij te overtuigen dat hij geheel tot betere gedachten was gekomen; zijn gedrag
-scheen onberispelijk: in verscheidene gevallen had hij zelfs eene strengheid van beginselen
-aan den dag gelegd, dat ik in hem bewonderen moest; intusschen had hij mij volkomen
-weten te bedriegen, want hetgeen ik ter goeder trouw voor deugdzaam aanzag, was niet
-anders dan de grootste geveinsdheid, waarmede hij mij den blinddoek geheel over de
-oogen trok. Gehuwd en vader van twee kinderen, voedde hij ze op met eene gestrengheid,
-die mij het ontwijfelbaar bewijs scheen van zijne verbetering, en menigmaal zeide
-hij mij met blijkbaren ernst: &#x201c;Ik wil dat mijne kinderen anders zullen worden dan
-ik geweest ben.&#x201d; Kortom, hij had mij misleid en ik werd er het slagtoffer van. Ten
-gevolge van een dier ontelbare omwentelingen, die ons schoone land verdeelen en ondermijnen,
-werd ik, ik weet niet door welke geheime intrigues, bij de nieuwe regering verdacht
-gemaakt en zag ik mij gedwongen op zekeren dag de vlugt te nemen, om mijn bedreigde
-leven te redden; ik wist niet aan wien ik mijne vrouw en dochter zou toevertrouwen,
-die ondanks haar vurig verlangen mij niet konden volgen; nu bood mijn broeder zich
-aan om voor haar te zorgen; een geheim voorgevoel,&#x2014;eene stem des hemels, die ik niet
-had moeten veronachtzamen, fluisterde mij in, dien man niet te vertrouwen maar zijn
-voorstel af te wijzen. De tijd drong, ik moest vertrekken; de soldaten, afgezonden
-om mij in hechtenis te nemen, klopten reeds aan de deur van mijn hotel; ik gaf het
-dierbaarste wat ik in de wereld bezat, over aan mijn broeder, den ellendeling dien
-gij daar ziet, en ik vlugtte. Reeds twee jaren was ik afwezig en gedurende dien tijd
-schreef ik mijn broeder brief op brief, zonder ooit antwoord <span class="pageNum" id="pb132">[<a href="#pb132">132</a>]</span>te ontvangen; ik was aan de grootste ongerustheid ten prooi; eindelijk nam ik het
-wanhopig besluit om mij in stilte naar Mexico te begeven, op gevaar af van terstond
-gevat en doodgeschoten te worden, toen ik, dank zij de hulp van eenige veelvermogende
-vrienden, die sterk voor mij ijverden, van de lijst der verbannenen werd geschrapt
-en vrijheid kreeg om naar mijn vaderland terug te keeren. Geen twee uren na het ontvangen
-van dit berigt, ging ik op weg; vier dagen later kwam ik te Vera-Cruz aan; ik gunde
-mij naauwelijks den tijd om rust te nemen, ik steeg te paard, en in een enkelen rid,
-zonder uit den zadel te komen, behalve om van paard te verwisselen, legde ik de negentig
-mijlen af die Vera-Cruz van de hoofdstad scheiden. Ik reed regelregt naar mijns broeders
-huis. Hij was afwezig, maar had er een brief achtergelaten, waarin hij mij schreef,
-dat hij wegens dringende zaken naar Nieuw-Orleans had moeten vertrekken, ofschoon
-hij hoopte na verloop van eene maand terug te zijn, terwijl hij mij tevens verzocht
-op hem te wachten; maar geen enkel woord aangaande mijne vrouw of dochter; geen enkel
-woord van mijne zaken; niets van zoovele dierbare belangen als ik aan zijne zorg had
-toevertrouwd. Mijne ongerustheid ging in schrik over: ik had het voorgevoel van een
-vreesselijk ongeluk; half gek van angst ging ik mijns broeders huis uit, ik besteeg
-het paard weder, dat dampend, met zweet en stof bedekt, en grootelijks afgereden,
-nog voor de deur stond, zonder dat iemand er zich mede bemoeid of er aan gedacht had
-om het te verzorgen: en ik reed in der ijl naar mijn eigen woning. Daar waren alle
-deuren en vensters gesloten, dat huis, dat ik zoo vrolijk en vol leven dacht te vinden,
-was eenzaam en stil als het graf. Ik vertoefde er slechts een oogenblik, en aarzelde
-zelfs om aan de deur te kloppen; eindelijk waagde ik het, de werkelijkheid, hoe vreesselijk
-zij ook wezen mogt, verkiezende boven eene onzekerheid die ik niet langer verdragen
-kon, en die mij inderdaad gek zou hebben gemaakt.
-</p>
-<p>Op dit punt van zijn verhaal komende, hield don Mariano op; zijne stem was gebroken
-door zijne inwendige ontroering, die hij onmogelijk langer kon dwingen.
-</p>
-<p>Er volgde een poosje stilte.
-</p>
-<p>Don Estevan was niet van houding veranderd sedert het oogenblik dat zijn broeder met
-zijn verhaal aanving; hij scheen in diepe droefheid gedompeld en door wroeging ter
-neer geslagen.
-</p>
-<p>Eenige oogenblikken daarna nam Bermudez, toen hij zag dat zijn meester buiten staat
-was om voort te gaan, het woord voor hem op.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik was het die hem de deur opende, vervolgde de bediende; God is mijn getuige, dat
-ik mijn meester lief heb en dat ik voor hem, zonder bedenking, met lust mijn leven
-zou opofferen. Helaas! mij was de taak beschoren, hem de grootste smart te veroorzaken
-die een mensch met mogelijkheid lijden kan; ik was genoodzaakt de vragen te beantwoorden
-waarmede hij mij overstelpte; ik moest hem berigt geven dat zijne vrouw en dochter
-eenige weken te voren, beiden in het klooster der Bernardijnen overleden waren. De
-slag was verschrikkelijk, don <span class="pageNum" id="pb133">[<a href="#pb133">133</a>]</span>Mariano stortte neer als door den bliksem getroffen.&#x2014;Op zekeren avond, toen mijn meester,
-volgens gewoonte na zijn terugkeer, alleen in zijne slaapkamer zat, met het hoofd
-tusschen de beide handen, in diepe treurigheid verzonken en met de oogen vol tranen,
-de portretten beschouwende van haar die hem zoo dierbaar waren en die hij nimmer weder
-zoude zien, meldde zich <span class="corr" id="xd30e3307" title="Bron: imand">iemand</span>, in een wijden mantel gewikkeld en met den <i lang="es">sombrero</i> diep in de oogen gedrukt, bij ons aan, om Senor de Real del Monte te spreken; op
-mijne aanmerking, dat zijn edelheid niemand bij zich liet komen, hield deze man onverzettelijk
-vol, verklarende: dat hij mijn meester een brief van hoogst gewigtigen inhoud overhandigen
-moest. Ik weet niet hoe, maar de toon waarop die man sprak, kwam mij zoo opregt voor,
-dat ik op eigen gezag, de stellige orders die ik had om niemand binnen te laten, verbrak
-en hem bij don Mariano inleidde.
-</p>
-<p>Hier verpoosde Bermudez een oogenblik; don Mariano hief het hoofd op en legde zijn
-ouden knecht de hand op den arm.
-</p>
-<p>&#x2014;Bermudez, zeide hij, laat mij het overige vervolgen; wat ik er heb bij te voegen
-zal kort zijn.
-</p>
-<p>Zich thans tot de regters wendende, die steeds koel en bedaard zaten te luisteren,
-hervatte hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Toen deze man voor mij verscheen, zeide hij mij zonder verdere inleiding: Senor,
-gij beweent twee personen die u hoogst dierbaar waren, maar wier lot u geheel onbekend
-is.
-</p>
-<p>&#x2014;Zij zijn dood, antwoordde ik.
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien! riep hij. Wat zoudt gij geven aan iemand die u, ik wil niet zeggen goede
-tijding bragt, maar toch eenige hoop gaf?
-</p>
-<p>Zonder te antwoorden, stond ik op, ging naar eene kast waar ik mijn geld en mijne
-juweelen in verborgen had:
-</p>
-<p>&#x2014;Houd uw hoed op! riep ik; en in een oogenblik was zijn hoed met goud en diamanten
-gevuld, die de onbekende terstond bij zich stak, en toen tegen mij het woord rigtende
-zeide hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn naam is Pepito; ik doe zoo wat in alle vakken; zeker iemand, wiens naam hier
-weinig afdoet, heeft mij dit stukje papier gegeven, met bevel om het u ter hand te
-stellen, zoodra gij te Mexico terug zoudt zijn. Eerst dezen morgen ben ik van uwe
-terugkomst onderrigt, en nu haast ik mij dit bevel ten uitvoer te brengen.
-</p>
-<p>Ik rukte hem het papier uit de hand en las het, terwijl Pepito eer hij heenging mij
-met dankbetuigingen overlaadde, daar ik niet eens naar luisterde. Het briefje was
-van den volgenden inhoud:
-</p>
-<p>Hier wenkte don Miguel met de hand, en viel hij don Mariano in de rede, door het woord
-van hem over te nemen, en met eene bevende stem te vervolgen:
-</p>
-<p>&#x2014;&#x201c;Een vriend van de familie de Real del Monte verwittigt don Mariano dat hij op eene
-eerlooze wijs bedrogen is, door den man in wien hij al zijn vertrouwen stelde, en
-die alles aan hem te danken had. Die man heeft dona Serafina de Real del Monte met
-vergif om het leven gebragt; terwijl de dochter van don Mariano levend begraven is
-<span class="pageNum" id="pb134">[<a href="#pb134">134</a>]</span>in een der grafkelders van het Bernardijnen-klooster. Zoo de heer de Real del <span class="corr" id="xd30e3329" title="Bron: monte">Monte</span> dit helsche gruwelstuk wenscht te onderzoeken, en misschien een der twee personen
-hoopt weder te zien, die de man welke hem bedroog voor altijd denkt uit den weg te
-hebben geruimd, laat Senor don Mariano dan den inhoud van dit briefje zoo veel mogelijk
-geheim houden en voortdurend de diepste onkunde veinzen, maar tevens in stilte zich
-gereed maken voor eene verre reis, waarvan niemand iets mag vermoeden. Op den 5den
-November aanstaande, tegen zonsondergang, zal aan de Teokali de Quinametzin een man
-aankomen. Die man zal don Mariano aanspreken en twee namen noemen: die van zijne vrouw,
-en die van zijne dochter; daarop zal hij hem alles vertellen wat hij nog niet weet,
-en welligt hem een weinig van het geluk terug geven dat hij thans verloren heeft.&#x201d;
-Hiermede eindigde het briefje, dat niet geteekend was.
-</p>
-<p>Don Miguel hield op.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is volkomen waar, riep don Mariano ten uiterste verbaasd. Maar hoe hebt gij al
-deze bijzonderheden zoo juist kunnen weten? zijt gij het misschien die.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Zoodra de regte tijd daar is, zal ik uwe vraag beantwoorden, zei don Miguel op beslissenden
-toon. Vervolg gij het overige.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat zal ik er meer bijvoegen? hervatte don Mariano; op den bepaalden tijd vertrok
-ik naar het zonderling mij aangewezen oord, en voedde in mijn hart ik weet niet wat
-al dwaze verwachtingen. Helaas! de mensch is als geschapen om zich vast te klemmen
-aan alles wat hem van zijn ongeluk schijnt te kunnen afhelpen. Eerst heden heeft de
-goede God mij naar zijn genadig welbehagen den man doen ontmoeten, dien ik tot hiertoe
-mijn broeder noemde; hem te zien wekte bij mij evenzeer verbazing als blijdschap.
-Hoe kwam hij hier, daar hij mij geschreven had dat hij naar Nieuw-Orleans vertrokken
-was? Een onbestemd voorgevoel, dat ik tot dusver steeds had pogen te onderdrukken,
-beklemde mij het hart door de onweerstaanbare vrees dat, hoe ongeloofelijk het ook
-schijnen mogt, mijn broeder de booswicht was aan wien ik al mijne ongelukken te wijten
-had. Intusschen bleef ik nog altijd in twijfel, ik dobberde tusschen afschuw en broederliefde,
-tot deze brieftasch, die door den onverlaat verloren en door het Indiaansch opperhoofd
-de Vliegenden-Arend gevonden werd, op eens den blinddoek welke tot dusver mijne oogen
-bedekte, wegrukte en mij met tastbare bewijzen de verfoeijelijke kunstgrepen en de
-gruwzame misdaden leerde kennen, door dezen ellendeling, dezen eerloozen broedermoorder
-begaan, met het onwaardige doel om mij van mijne goederen te berooven en er zijne
-kinderen mede te beschenken. Ziedaar de portefeuille, doorloop de stukken en brieven
-die zij bevat, en beslis, een iegelijk van u, tusschen mij en mijn onwaardigen broeder.
-</p>
-<p>Dit zeggende gaf hij de brieftasch aan don Miguel over, die haar echter zacht van
-de hand wees.
-</p>
-<p>&#x2014;Deze bewijzen! don Mariano, zijn voor ons overbodig, zeide hij, wij hebben er nog
-sterkere in handen.
-<span class="pageNum" id="pb135">[<a href="#pb135">135</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij zeggen? riep don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zult mij spoedig begrijpen, antwoordde don Miguel, terwijl hij opstond.
-</p>
-<p>Op dit oogenblik gleed don Estevan eene huivering door al zijne leden. Zonder regt
-te weten waarom, raadde hij bij wijze van voorgevoel, dat de beschuldiging door zijn
-broeder tegen hem ingebragt, nog niets was bij de schrikkelijke feiten die don Miguel
-zich gereed maakte aan het licht te brengen. Hij rigtte onwillekeurig het hoofd op,
-boog het lijf voorover, als werd hij door de dreigende aankondiging zijns tegenstanders
-geketend, en wachtte met hijgende borst en gesperde neusgaten, ten prooi aan steeds
-klimmenden angst, het oogenblik af waarop don Miguel van nieuws het woord zou opvatten.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch20" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7155">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XX.</h2>
-<h2 class="main">Het vonnis.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De zon was verdwenen aan den gezigteinder, de schaduw had het licht vervangen, de
-duisternis, als van den hemel gevallen of uit de aarde opgerezen, had het bosch met
-een ondoordringbaar doodkleed bedekt. De Gambucinos verzamelden <i>ocote</i>-takken, die aan den brandenden houtstapel werden ontstoken, en weldra was de boomledige
-ruimte waar alles wat wij boven verhaalden voorviel, tooverachtig verlicht door de
-vlammende houtfakkels, wier roode schijnsel het omliggende geboomte en de mannen die
-onder de breede takken te paard, of op hunne bisonsschedels rondom het vuur zaten,
-kleurde met een laaijen purpergloed en aan het gansche tooneel een allervreemdst en
-somber aanzien gaf.
-</p>
-<p>Don Miguel, na eerst een blik in het rond te hebben geworpen, om de aandacht te wekken,
-vatte eindelijk het woord op:
-</p>
-<p>&#x2014;Daar deze portefeuille in uwe handen is gevallen, begon hij, heb ik u niets meer
-te zeggen, don Mariano. Het was inderdaad uw broeder die de verschrikkelijke misdaden
-heeft begaan van welke gij hem beschuldigt; maar gelukkig heeft hij zijn doel slechts
-ten halve kunnen bereiken; uwe vrouw is dood, don Mariano, maar uwe dochter leeft
-nog; zij is in veiligheid en ik ben de man die gelukkig genoeg was haar te ontrukken
-aan hare beulen en haar op te ligten uit het afschuwelijk <i lang="la">in pace</i> waar men haar levend in begraven had; uwe dochter zult gij wederzien, don Mariano,
-ik zal u haar teruggeven, even rein en ongedeerd als ik haar uit den grafkelder heb
-opgenomen.
-</p>
-<p>Don Mariano was wel standvastig in de smart, maar had geen kracht voor de vreugde;
-de schok der ontroering die hem beving was zoo hevig, dat hij buiten kennis ter aarde
-stortte, en als een laatste poging alleen de handen kon opsteken, om den hemel te
-danken voor zoo veel heil na zoo veel leed. Zijne bedienden, door verscheidene Gambucinos
-<span class="pageNum" id="pb136">[<a href="#pb136">136</a>]</span>bijgestaan, schoten naar hem toe, om hem te ondersteunen en al de zorg aan hem te
-besteden die zijn toestand vereischte.
-</p>
-<p>Don Miguel liet aan de opschudding door den val van don Mariano te weeg gebragt, tijd
-tot bedaren; toen, na met de hand stilte te hebben bevolen, hervatte hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Thans is het pleit tusschen ons, don Estevan! Woedend van spijt, dat gij een uwer
-slagtoffers u zaagt ontsnappen, hebt gij niet geschroomd om mij herwaarts te volgen,
-wetende dat ik de man was die haar gered had; daarom hebt gij mij in eene hinderlaag
-gelokt, op hoop van mij te doen sneven; maar het uur is gekomen om onze rekening te
-vereffenen.
-</p>
-<p>Zoodra don Estevan begreep dat hij niet langer tegenover zijn broeder stond, hernam
-hij al zijn trots en onbeschaamde vrijpostigheid; hij stelde zich koelbloedig partij
-en staarde den jongman aan met een spottenden blik.
-</p>
-<p>&#x2014;O, ho! riep hij schamper, heer ridder zonder blaam, gij zoudt mij wel gaarne willen
-vermoorden, is het zoo niet? om mij tot zwijgen te brengen. Of meent gij welligt dat
-ik het gelag zal betalen, voor de schoone gevoelens en deugden die gij zoo vriendelijk
-zijt van uit te stallen? Ja, gij hebt mijne nicht gered, dat beken ik, en ik zou er
-u voor dankzeggen wanneer ik u niet even goed kende als uwe zoetsappige snorkerij.
-</p>
-<p>Bij deze zonderlinge woorden maakten de toehoorders een gebaar van verrassing, dat
-de aandacht van don Estevan niet ontging; wel voldaan over den indruk dien hij meende
-gewekt te hebben, vatte hij nieuwen moed. De onverlaat had zijn toestand met een oogopslag
-begrepen, en ziende dat hij zich niet geheel zou kunnen zuiveren, besloot hij stoutweg
-over dit bezwaar heen te stappen, hetgeen hij des te gemakkelijker meende te kunnen
-doen, daar de eenige die hem kon logenstraffen voor het oogenblik buiten staat was
-hem te hooren, en hem dus niet tot zwijgen kon brengen, door de feiten in hun ware
-licht te stellen. Hij vervolgde derhalve met een onbeschaamd gezigt:
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn God! riep hij met zekeren gemaakten deemoed, wie onzer is onfeilbaar, wie is
-er die ten minste niet eens in zijn leven een misslag begaat? Het zij verre van mij
-dat ik het hatelijk bedrijf zou willen vergoelijken daar men mij van beschuldigt.
-Ja, ik heb de bezworen trouw eenmaal geschonden; ik heb mijn broeder misleid, den
-man aan wien ik alles te danken heb. Gij ziet, caballeros, dat ik mij zelven niet
-te hoog stel en dat ik mij geenszins poog te verontschuldigen, maar tusschen dezen
-misslag en het begaan van een wandaad gaapt een afgrond, en Gode zij dank kan het
-plegen van moord mij niet worden te last gelegd; ik laat mitsdien de verantwoordelijkheid
-voor dit ontzettend bedrijf voor rekening van hem dien het aangaat.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar voor wiens rekening dan? vroeg don Miguel, minder verbaasd dan verschrikt door
-de verregaande arglistigheid van dezen man.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel! mijn hemel! hervatte don Estevan met onverstoorbare brutaliteit, <span class="pageNum" id="pb137">[<a href="#pb137">137</a>]</span>ik laat het ter verantwoording van de voortvarende lieden die altijd veel meer begrijpen
-dan zij wel moesten, en die hetzij uit begeerlijkheid of om welke andere reden ook,
-steeds verder gaan dan men verlangt; voorwaar, ik beken dat ik mij van mijns broeders
-fortuin heb willen meester maken, maar nooit anders dan door geoorloofde en wettige
-middelen.
-</p>
-<p>De Gambucinos, ofschoon allen roovers van beroep en met buitengewoon elastieke gewetens
-begaafd, zoodat zij natuurlijk niet veel bezwaar zouden gevonden hebben om min of
-meer berispelijke handelingen te verschoonen, stonden echter verbaasd bij het hooren
-van zulk eene regts-theorie en vroegen elkander ter sluik, met de naïeve ligtgeloovigheid
-die aan zulke halfwilde lieden eigen is, of iemand die zoo durfde redeneren, inderdaad
-niet tot hunne soort behoorde; op zijn best of dat misschien de duivel in zijn persoon
-verscheen om hen te bedriegen?
-</p>
-<p>&#x2014;Begrijpt mij wel, caballeros, hervatte don Estevan, wiens stem van lieverlede krachtiger
-werd; de abdis van het Bernardijnen-klooster is eene bloedverwant van mij, en die
-vrouw draagt mij eene onbegrensde liefde toe; toen ik haar dus van mijne aardsche
-vooruitzigten sprak, vermaande zij mij om in mijne plannen te volharden, mij verklarende
-dat er een onfeilbaar middel bestond om er den goeden uitslag van te verzekeren; ik
-geloofde des te gereeder aan hare woorden, daar dit middel allergemakkelijkst was
-in de uitvoering, en enkel bestond in mijne nicht te verpligten den sluijer aan te
-nemen en non te worden; verder dan dit ging mijne bedoeling niet, dat zweer ik u.
-Het arme lieve kind was mij veel te dierbaar om naar haar dood te verlangen! Alles
-ging geheel naar mijne wenschen, zonder dat ik mij met iets had te bemoeijen; mijne
-schoonzuster stierf; haar dood kwam mij geheel natuurlijk voor, na de tallooze rampen
-die zij te verduren had gehad; men beschuldigt mij haar vergeven te hebben, dat is
-valsch; misschien is zij vergeven, ik zal het tegendeel niet beweren; maar in dat
-geval zou men mijne tante voor dit misdrijf moeten aanklagen, wier doel blijkbaar
-geweest is om mij het fortuin te verzekeren, dat ik zoozeer begeerde. Ik heb terstond
-aan mijn broeder geschreven om hem den dood zijner vrouw aan te kondigen, die ook
-mij zeer getroffen had; hij heeft mijn brief echter nooit ontvangen; dit is intusschen
-niet te verwonderen, daar zijne ongedurigheid hem van plaats tot plaats dreef en hij
-soms geen dag in dezelfde stad vertoefde. Ik ging mijne nicht in het klooster menigmaal
-bezoeken; zij scheen bepaald geneigd om den sluijer aan te nemen; de abdis, van hare
-zijde, herhaalde mij telkens dat ik mij over niets behoefde te verontrusten; ik liet
-dus de zaken loopen zoo als ze wilden, zonder er mij mede te bemoeijen. Op den dag
-toen mijne nicht hare gelofte zou doen begaf ik mij naar het klooster; toen gebeurde
-er iets dat buitengewoon en zeer ergerlijk was; op het oogenblik dat het meisje hare
-gelofte zou afleggen, bedacht zij zich en weigerde den geestelijken staat te omhelzen;
-ik vertrok, natuurlijk teleurgesteld. Den avond van dien dag kwam er eene non aan
-mijn hotel, om mij te zeggen, dat mijne nicht, ten gevolge van eene <span class="pageNum" id="pb138">[<a href="#pb138">138</a>]</span>hevige scène die er tusschen haar en de abdis was voorgevallen, plotseling eene hersenontsteking
-had gekregen en daaraan reeds overleden was. Deze tijding schokte mij geweldig; ik
-bleef den geheelen nacht in mijne kamer op en neder stappen, mijn broeder beklagende
-over het nieuw en onherstelbaar verlies dat hem getroffen had; terwijl ik hier over
-nadacht, rees er een donker vermoeden in mij op; de dood van het jonge meisje kwam
-mij zeer buitengewoon voor; ik vreesde eene of andere misdaad.
-</p>
-<p>Om mijne vermoedens toe te lichten, ging ik met het eerste morgendagen naar het klooster;
-daar wachtte mij een nieuwe ongehoorde geschiedenis; de gansche zusterschap was in
-rep en roer, de schrik en verslagenheid lag op aller aangezigt; gedurende dien nacht
-namelijk, was er eene troep gewapende mannen in het klooster binnengedrongen, die
-mijne nicht uit haar graf hadden opgeligt en medegenomen, en tegelijk een der jonge
-nieuwelingen weggevoerd. Hierdoor ten volle overtuigd dat ik mij niet vergist en dat
-er eene misdaad moest hebben plaats gehad, sloot ik mij met de abdis op in hare cel,
-en met kracht van gebeden en bedreigingen, gelukte het mij haar de waarheid af te
-persen; mijn afgrijzen kende geene grenzen, toen ik vernam dat mijne nicht werkelijk
-levendig was begraven geworden. Nu schoot mij niet anders over dan, een enkele pligt,
-namelijk om haar zoo mogelijk op te sporen en na te jagen, en haar in de armen van
-haar vader terug te voeren; ik zag tegen deze moeijelijke taak niet op, twee dagen
-daarna was ik reeds op reis. Ziedaar de waarheid en de geheele waarheid: mijn gedrag
-is, ik beken het, in zooverre berispelijk, ja strafschuldig geweest; maar dit zweer
-ik, het was geenszins misdadig.
-</p>
-<p>De omstanders hadden deze gewaagde verdediging met ijzingwekkende stilte aangehoord,
-en toen don Estevan eindelijk zweeg, volgde er geen het minste bewijs van goedkeuring
-dat hem kon doen hopen zijne toehoorders van zijne onschuld te hebben overtuigd.
-</p>
-<p>Don Miguel was terstond met zijn antwoord gereed.
-</p>
-<p>&#x2014;Gesteld eens, zeide hij, dat uwe verklaring waarheid was, hetgeen ik niet toegeef,
-daar er te veel bewijs voor het tegendeel bestaat, waarom hebt gij mij dan willen
-vermoorden, mij, die het meisje heb gered, wier ongeluk gij zegt te beklagen, en die
-gij in de armen van haar vader wildet terugvoeren?
-</p>
-<p>&#x2014;Begrijpt gij dat nog niet? riep don Estevan met geveinsde verwondering, moet ik u
-dan alles zeggen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, alles, hernam de jongman kortaf.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu dan! ja, ik heb u willen vermoorden, omdat men mij aan het presidio de Tubac
-verzekerde dat gij mijne nicht hadt opgeligt, met oogmerk om haar te onteeren; ik
-heb mij derhalve willen wreken over den hoon, dien ik dacht dat gij haar hadt aangedaan.
-</p>
-<p>Bij deze woorden werd don Miguel bleek van verontwaardiging.
-</p>
-<p>&#x2014;Eerlooze schurk! riep hij met eene donderende stem, durft gij mij zulk een schandelijken
-laster in &#x2019;t aangezigt zeggen?
-</p>
-<p>De toehoorders hadden over de schampere verklaring van don Estevan <span class="pageNum" id="pb139">[<a href="#pb139">139</a>]</span>wraak geroepen, en ondanks zijne vermetele stoutmoedigheid gevoelde hij zich overvleugeld
-en was hij gedwongen het hoofd te buigen voor de algemeene afkeuring.
-</p>
-<p>Thans stond Loer-Vogel op, en rigtte het woord tot allen.
-</p>
-<p>&#x2014;Caballeros, begon hij, gij hebt de beschuldiging gehoord tegen dezen man door zijn
-eigen broeder ingebragt. Gij hebt de houding gezien die de aangeklaagde onder deze
-beschuldiging heeft aangenomen, gij hebt daarbij ook zijne verdediging gehoord; wij
-hebben hem de vrijheid gelaten om alles te zeggen, zonder hem in de rede te vallen
-of hem vrees aan te jagen; thans is het uur gekomen om er uw oordeel over uit te spreken;
-het is altoos eene hoogst ernstige zaak om over het leven of den dood van een mensch
-te beslissen: en wie zou niet wenschen dat deze man de laatste boosdoener mogt zijn?
-maar de Lynch-wet, gij weet dit zoo goed als ik, kent geen middelweg; zij verwijst
-ter dood of spreekt vrij. Ofschoon wij gekozen zijn om dezen man te vonnissen, willen
-wij de verantwoordelijkheid voor dit bedrijf niet alleen op ons nemen; denkt dus ernstig
-na over de vragen die ik u ga voorstellen, en bovenal, herinnert u dat van uwe uitspraak
-het leven of het sterven van dezen ongelukkige zal afhangen. Spreek dus, caballeros,
-op uwe ziel en op uw geweten: is deze man schuldig?
-</p>
-<p>Er volgde eene pauze van de diepste stilte; aller aangezigt stond ernstig, aller hart
-klopte hevig.
-</p>
-<p>Don Estevan stond met gefronste wenkbraauwen en verbleekt voorhoofd, maar met de armen
-op de borst gekruist, in ferme houding, want hij was dapper, en wachtte met een angst
-dien hij alleen door de kracht van zijn wil wist te beteugelen en voor aller oog te
-verbergen, zijn lot af.
-</p>
-<p>Loer-Vogel, na eenige minuten gezwegen te hebben, vatte het woord weder op en sprak
-op een langzamen plegtigen toon:
-</p>
-<p>&#x2014;Caballeros, is deze man schuldig?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, riepen al de aanwezigen als uit eenen mond.
-</p>
-<p>Inmiddels begon don Mariano, dank zij de zorg zijner bedienden, weder bij te komen
-en de gewone teekenen van leven te geven die den terugkeer van het bewustzijn voorafgaan.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel fluisterde zijn vriend Loer-Vogel in &#x2019;t oor:
-</p>
-<p>&#x2014;Is het wel voegzaam dat wij don Mariano de veroordeeling van zijn broeder laten bijwonen?
-</p>
-<p>&#x2014;Voorzeker niet, antwoordde de oude jager met drift, des te minder daar hij, nu de
-eerste vlaag van gramschap over is, waarschijnlijk ten gunste van zijn broeder zou
-tusschenbeide komen; maar hoe zullen wij hem het best verwijderen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat neem ik op mij, ik zal hem naar het jagerskamp vervoeren.
-</p>
-<p>&#x2014;Haast u dan.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel stond op en trad naar Bermudez, met wien hij fluisterend eenige woorden
-wisselde; daarop namen de twee bedienden hun meester op en droegen hem naar het kreupelbosch,
-gevolgd door den jager en de Wilde-Roos, die Vrij-Kogel een wenk had gegeven om mede
-te <span class="pageNum" id="pb140">[<a href="#pb140">140</a>]</span>gaan. Door den opgewonden staat waarin de Gambucinos verkeerden ter zake van het vonnis,
-werd dit vertrek door niemand opgemerkt en zelfs het getrappel der paarden toen zij
-wegreden niet gehoord.
-</p>
-<p>Don Estevan was de eenige die alles gezien had en er de reden van begreep.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben verloren! mompelde hij.
-</p>
-<p>Loer-Vogel wenkte met de hand en de stilte herstelde zich als door een tooverslag.
-</p>
-<p>&#x2014;Welke straf heeft de schuldige verdiend?
-</p>
-<p>&#x2014;De dood! riepen allen, als een echo uit het graf.
-</p>
-<p>Zich thans tot den veroordeelde wendende, hervatte de jager:
-</p>
-<p>&#x2014;Don Estevan de Real del Monte, met misdadige voornemens in de woestijn gekomen, zijt
-gij gevallen onder de slagen der Lynch-wet; de Lynchwet is hier de wet van God: oog
-om oog, tand om tand, erkent zij geen andere straf dan die der wedervergelding. Het
-is de eerste wet door de oude wereld aan de menschheid overgeleverd. Gij hebt een
-onschuldig jong meisje veroordeeld om levend begraven te worden en van honger om te
-komen. Gij zult dus ook levend worden begraven om van honger te sterven; maar omdat
-gij den dood lang zoudt kunnen inroepen, eer hij u verhoorde, zullen wij u de middelen
-in handen geven om uw lijden te eindigen, wanneer het u aan moed ontbreekt om het
-langer te verduren. Wij zijn barmhartiger jegens u dan gij jegens uw ongelukkige slagtoffers
-geweest zijt, want gij zult slechts begraven worden tot onder de okselen, uw linkerarm
-zal vrij blijven en een pistool zal onder uw bereik worden gelegd, zoo dat gij u een
-kogel door het hoofd kunt jagen wanneer uw lijden onverdragelijk wordt. Ik heb gezegd.
-Antwoordt mij: Is dit vonnis regtvaardig? met deze woorden eindigde hij, zich tot
-de omstanders rigtende.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja! bromde al de aanwezigen, met eene doffe eenparige stem: oog om oog, tand om tand.
-</p>
-<p>Don Estevan had de woorden van den ouden jager met ontzetting aangehoord; de verschrikkelijke
-straf waartoe hij veroordeeld werd deed hem verstommen: want hoezeer hij niets minder
-dan den dood verwacht had, kwam deze manier van sterven hem zoo afgrijselijk voor,
-dat hij er in het eerste oogenblik niet aan gelooven kon; zoodra hij echter zag dat
-op een wenk van Loer-Vogel de Gambucinos zich gereed maakten om een kuil te graven,
-rezen zijne haren te berge van schrik en kwam het koude zweet hem op het voorhoofd,
-terwijl hij, de handen vouwend, met eene gesmoorde stem uitriep:
-</p>
-<p>&#x2014;O! niet zulk eene barbaarsche straf, als ik u bidden mag! doodt mij liever op eens.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zijt gevonnist, en gij moet uwe straf ondergaan zooals zij is uitgesproken, antwoordde
-de oude jager droogjes.
-</p>
-<p>&#x2014;O! geef mij het pistool dat gij mij beloofd hebt, opdat ik mij op eens voor het hoofd
-schiete, dan zijt gij gewroken.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij wreken ons niet; wij voor ons zelven hebben niets met u te maken; dat pistool
-zal u eerst gegeven worden als wij vertrekken.
-<span class="pageNum" id="pb141">[<a href="#pb141">141</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;O! gij zijt onverbiddelijk, riep hij, zich op den grond werpende, waar hij in magtelooze
-woede rondkroop.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zijn regtvaardig, was al wat Loer-Vogel hem antwoordde.
-</p>
-<p>Don Estevan, in een aanval van woeste vertwijfeling vloog eensklaps op, sprong als
-een tijger ter zijde en liep in dolle vaart met gebukt hoofd naar een boom, met oogmerk
-om zich de hersenen tegen den stam te verbrijzelen; maar de Gambucinos kwamen hem
-nog in tijds voor en beletten hem dit wanhopig besluit uit te voeren. Zij maakten
-zich van hem meester en ondanks zijn hardnekkigen weerstand en woest geschreeuw, knevelden
-zij hem zoo onverbiddelijk vast, dat hij niet meer in staat was een lid te bewegen.
-</p>
-<p>Nu ging zijne woede in radeloosheid over.
-</p>
-<p>O! riep hij, als mijn broeder maar hier ware, zou hij mij nog redden! O mijn God!..
-O Mariano! help mij, help mij!
-</p>
-<p>Loer-Vogel trad naar hem toe.
-</p>
-<p>&#x2014;De kuil is gereed, men zal er u zoo dadelijk in nederlaten, zeide hij; hebt gij nog
-iets te zeggen of te bestellen?
-</p>
-<p>&#x2014;Blijft het dan nog bij die gruwzame straf? vroeg hij verwilderd.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel zeker.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar dan zijt gij wilde beesten.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zijn uwe regters.
-</p>
-<p>&#x2014;O, laat mij leven, al was het maar voor één dag.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zijt gevonnist.
-</p>
-<p>&#x2014;Dan vervloek ik u! gij duivels in menschelijke gedaante. Gij zijt moordenaars! Welk
-regt hebt gij om mij te dooden?
-</p>
-<p>&#x2014;Het zelfde regt dat ieder mensch heeft om een schadelijk dier af te maken. Voor de
-laatste maal vraag ik u, hebt gij nog iets te belasten?
-</p>
-<p>Door dezen vruchteloozen kamp afgemat, zweeg Estevan eenige oogenblikken, daarna vloeiden
-er twee tranen uit zijne koortsachtig brandende oogen, en prevelde hij met eene zwakke
-stem, op roerenden toon:
-</p>
-<p>&#x2014;Ach! mijne zoontjes, mijne arme lievelingen, wat zal er van u worden als ik er niet
-meer ben?
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij er een eind aan maken, hervatte de jager.
-</p>
-<p>Don Estevan vestigde op hem een verwilderden blik.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb twee zonen, zeide hij bijna wezenloos, als iemand die in zijn droom spreekt;
-zij hebben niemand dan mij, en ik helaas zal sterven! Hoor mij, zoo gij nog niet geheel
-een wild dier zijt, en zweer mij dat gij doen zult wat ik u vraag!
-</p>
-<p>De Canadees werd onwillekeurig bewogen door deze roerende uitdrukking.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zweer het u, zeide hij.
-</p>
-<p>De veroordeelde scheen zijne gedachten te verzamelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Geef mij papier en een potlood, riep hij met een gebroken stem.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd30e3455" title="Bron: Loer-vogel">Loer-Vogel</span> haalde de brieftasch te voorschijn, die hij nog bij zich had, scheurde er een blad
-uit en gaf het hem met een potlood.
-<span class="pageNum" id="pb142">[<a href="#pb142">142</a>]</span></p>
-<p>Don Estevan zag met een bitteren grimlach naar zijne portefeuille, hij nam het papier
-en schreef zoo veel hij kon in der haast een paar regels, vouwde het blad digt en
-gaf het den jager terug.
-</p>
-<p>Er kwam thans op het gelaat van den veroordeelde eene merkbare verandering, zijne
-trekken werden kalmer, en zijne blikken zacht en smeekend.
-</p>
-<p>&#x2014;Ziedaar, zeide hij, ik reken op uw woord, neem dezen brief, hij is aan mijn broeder
-gerigt; aan hem beveel ik mijne kinderen, het is om zijnentwil dat ik sterven zal.
-Wat nood! zoo zij maar gelukkig zijn, zal ik althans mijn wensch vervuld zien, dit
-is al wat ik verlang. Mijn broeder is goed, hij zal de ongelukkige weezen niet verlaten
-die ik hem naliet. Ik bid u, stel hem dit papier ter hand.
-</p>
-<p>&#x2014;Binnen een uur zal het in zijne handen zijn, dat zweer ik u.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank; doe thans met mij wat gij wilt, er is weinig aan gelegen; ik heb het
-lot mijner kinderen verzekerd, dat is al wat ik wenschte.
-</p>
-<p>De kuil was gedolven. Twee Gambucinos pakten don Estevan aan en tilden er hem in,
-zonder dat hij de minste poging deed om een nutteloozen weêrstand te bieden; toen
-hij regt op in den kuil stond, kwam de rand hem tot onder de okselen; zijn regterarm
-werd stijf langs zijn ligchaam vastgebonden en de linker vrijgelaten; daarop begon
-men den kuil te vullen en hoogde men den grond op rondom den levend begravene, die
-reeds niet veel meer scheen dan een lijk.
-</p>
-<p>Nadat de kuil gevuld was, nam een der Gambucinos een sjerp en naderde den veroordeelde.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij gaan doen? vroeg deze met schrik, ofschoon hij wel half raden kon wat
-er gebeuren zou.
-</p>
-<p>&#x2014;U een doek in den mond stoppen, antwoordde de bandiet barsch.
-</p>
-<p>&#x2014;O! riep don Estevan.
-</p>
-<p>Hij liet zich den mond stoppen, zonder bijna te weten wat men met hem deed; hij was
-geheel verbrijzeld.
-</p>
-<p>Loer-Vogel legde nu een geladen pistool onder de krampachtig zaamgetrokken linkerhand
-van den gestraften booswicht, en ontblootte zich het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Don Estevan! zeide hij met eene diepe, ernstige en plegtige stem, de menschen hebben
-u veroordeeld: bid God, dat hij zich over u ontferme; gij hebt thans geen andere hoop
-meer dan op Hem!
-</p>
-<p>De jagers en Gambucinos stegen weder te paard, zij bluschten hunne fakkels, en verdwenen
-weldra als zwarte schimmen in de schaduw van het geboomte.
-</p>
-<p>De veroordeelde bleef alleen in de duisternis, die zijne wroeging met akelige spooken
-vervulde.
-</p>
-<p>Met uitgestrekten hals, de oogen wijd open gespalkt en de ooren op het minste geluid
-gespitst, staarde hij uit, en luisterde.
-</p>
-<p>Zoolang hij in de verte het getrappel der paarden kon hooren, die zich langzaam verwijderden,
-bleef er eene dwaze hoop op redding in zijne ziel leven, hij wachtte, hij hoopte.
-<span class="pageNum" id="pb143">[<a href="#pb143">143</a>]</span></p>
-<p>Wat wachtte hij? wat hoopte hij? Hij zelf wist het niet, hij had het u niet kunnen
-zeggen, maar zoo is de mensch.
-</p>
-<p>Langzaamerhand waren alle geluiden verdoofd en eindelijk bevond don Estevan zich alleen,
-te midden van eene onbekende woestijn, zonder dat hij de minste hulp, van wie ook
-te wachten had. Toen slaakte hij een diepen zucht, sloot de hand om de kolf van zijn
-pistool, zette zich den kouden tromp op het voorhoofd, stamelde voor het laatst den
-naam zijner kinderen, en drukte af. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
-. . . . . . . . . . . . . . . . .
-</p>
-<p>Intusschen hadden de Gambucinos zich verwijderd onder geheel andere gewaarwordingen
-dan zij gekomen waren; zij werden gebogen door dat onbeschrijfelijke gevoel van onvoldaanheid
-dat de mensch ondanks zich zelven ondervindt en hem het hart beklemt, wanneer hij
-een daad heeft begaan, waarvan hij wel is waar de noodzakelijkheid, ja zelfs de strikte
-billijkheid erkent, maar die hij niet helder inziet of zij wel tot den kring zijner
-bevoegdheid behoort, en waarbij hij zich vragen moet of hij wel het regt had om er
-de voorhand in te nemen.
-</p>
-<p>Geen hunner sprak, allen lieten min of meer het hoofd hangen; somber en nadenkend
-reden zij naast elkander voort, niet wagend met hun nevenman gedachten te wisselen,
-en onwillekeurig luisterend naar de geheimzinnige geluiden en stemmen der eenzame
-wildernis.
-</p>
-<p>Naauwelijks hadden zij nog den uitersten rand van het bosch bereikt&#x2014;waar zij de wateren
-van de Rubio als een zilveren lint in het flaauwe maanlicht zagen glinsteren, en juist
-waren zij gereed om het veer over te gaan, toen er plotseling achter hen in de verte
-een pistoolschot viel, dat met een doffen knal terugkaatste tegen den hollen oever
-aan de overzijde.
-</p>
-<p>Onwillekeurig sidderden zij, die mannen anders zoo dapper en onversaagd, en werktuigelijk
-bleven zij staan onder den indruk der hevigste ontroering, ja bijna van schrik.
-</p>
-<p>Er volgde eene pauze van doodelijke stilte.
-</p>
-<p>Loer-Vogel begreep dat hij de noodlottige betoovering moest breken die de Gambucinos
-bezwaarde als een gevoel van berouw; en niet zonder eenige moeite de beklemming onderdrukkende
-die zijn eigen keel gesloten hield, sprak hij op ernstigen toon:
-</p>
-<p>&#x2014;Mijne broeders, de geregtigheid der woestijn is voldaan, de rampzalige die door ons
-veroordeeld werd heeft eindelijk zich zelven geregt.
-</p>
-<p>Er is in de menschelijke stem eene wonderbare en onbegrijpelijke magt; de weinige
-woorden door den spoorzoeker uitgesproken waren voldoende om aan al deze mannen hunne
-vorige veerkracht terug te geven.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat God hem genadig zij! antwoordde don Miguel.
-</p>
-<p>&#x2014;Amen! mompelden de Gambucinos en maakten in alle vroomheid een kruis.
-</p>
-<p>Van dit oogenblik af was de looden vracht die hunne zielen bezwaarde opgeheven: de
-schuldige was dood, de onverbiddelijke logika <span class="pageNum" id="pb144">[<a href="#pb144">144</a>]</span>der feiten gaf ook hier weder den doorslag aan de regtspraak der Lynch-wet, en bragt
-de stemmen der wroeging en der weifeling tot zwijgen die tot hiertoe hun gemoed verontrustten.
-</p>
-<p>Nu don Stefano gevallen was, bestond er voor haar die hij zoo onverbiddelijk vervolgd
-had, geen gevaar meer; dit alleen reeds, was in de oogen van deze ijzerharde mannen,
-voldoende reden om alle deernis met den schuldige in hunne harten uit te dooven.
-</p>
-<p>Eene plotselinge omkeering had in hunne muitzuchtige gemoederen plaats gegrepen; voor
-een oogenblik ter nedergeslagen, verhieven zij zich sterker en onverzoenlijker dan
-ooit. Op een wenk van den Canadees, hervatte de bende haar togt, en weldra was zij
-verdwenen tusschen de zandheuvels aan den oever van het veer del Rubio.
-</p>
-<p>De woestijn had eene poos weergalmd van het dof getrappel der paardenhoeven op de
-keijen aan den overkant, maar eenige minuten later keerde zij tot hare vorige kalmte
-en majestueuse stilte terug.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch21" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7164">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXI.</h2>
-<h2 class="main">Vrij-Kogel.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De Canadees, zooals wij gezien hebben, had met behulp der beide knechts van don Mariano,
-hun nog half bewusteloozen meester opgenomen, te paard geholpen en naar het kamp der
-Gambucinos vervoerd, om hem het gruwzame gezigt van zijns broeders teregtstelling
-te besparen.
-</p>
-<p>De beweging en de koele nachtlucht hadden medegewerkt om hem spoedig in het leven
-terug te roepen. Toen hij de oogen weder opende en een bespiedenden blik in het rond
-sloeg, was zijn eerste woord. Waar is mijn broeder?
-</p>
-<p>Niemand antwoordde, en de jagers die hem wegvoerden vervolgden zelfs hun weg met verdubbelde
-snelheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Houdt op! riep don Mariano, zich met geweld oprigtende en den teugel van zijn paard
-uit de hand des jagers rukkende die hem geleidde: ik zeg, dat gij op zult ophouden!
-</p>
-<p>&#x2014;Zijt gij dan in staat om zelf uw paard te mennen? vroeg Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Dan zullen wij uw paard u teruggeven, maar onder een beding.
-</p>
-<p>&#x2014;Welk?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat gij u verbindt om ons te volgen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ben ik dan uw gevangene?
-</p>
-<p>&#x2014;Wel neen! verre van daar.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom zoekt gij dan mijn wil aan banden te leggen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat geschiedt alleen in uw eigen belang.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe kom ik dan hier?
-<span class="pageNum" id="pb145">[<a href="#pb145">145</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Kunt gij dat niet vermoeden?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik wacht van u de verklaring.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij hebben niet gewild dat gij, na uw broeder te hebben aangeklaagd, zijne teregtstelling
-zoudt bijwonen.
-</p>
-<p>Door dit antwoord overstelpt, boog don Mariano treurig het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Is hij dood? vroeg hij met eene diepe, half gesmoorde stem en min of meer huiverend.
-</p>
-<p>&#x2014;Nog niet, antwoordde Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>De jager sprak op zulk een somberen toon en zijn gelaat stond zoo treurig, dat de
-Mexicaan ontstelde van schrik.
-</p>
-<p>O! gij hebt hem gedood! prevelde hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, hernam Vrij-Kogel koel, hij zal door eigen hand sterven; hij moet zich zelven
-dooden.
-</p>
-<p>&#x2014;O! dat is verschrikkelijk! In &#x2019;s hemels naam! zeg mij alles: ik verlang de geheele
-waarheid te kennen, hoe vreesselijk zij ook wezen mag, liever dan die akelige onzekerheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom zou ik u dat tooneel omstandig beschrijven? gij zult het maar al te spoedig
-in al zijne bijzonderheden vernemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zij dan zoo, hernam don Mariano beslissend, terwijl hij zijn paard omwendde,
-ik weet reeds wat mij te doen staat.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel wierp hem een onbeschrijfelijken blik toe, en hem bedaard terughoudende,
-met de hand op de teugels, zeide hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Pas op! senor, dat gij u niet door den eersten onbedachtzamen indruk laat vervoeren,
-gij zoudt u welligt morgen beklagen over hetgeen gij dezen nacht doen wilt.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar ik kan mijn broeder toch niet laten sterven, riep hij, dan ware ik een broedermoorder.
-</p>
-<p>&#x2014;Geenszins, want hij is regtvaardig veroordeeld; gij zijt alleen het werktuig geweest,
-waarvan de goddelijke geregtigheid zich bediende om een schuldige te straffen.
-</p>
-<p>&#x2014;O, maar met zulke spitsvondige redeneringen zult gij mij niet overtuigen, vriend;
-heb ik in een oogenblik van toorn en dolzinnige woede, de banden vergeten die mij
-aan den ongelukkige verbonden, thans begrijp ik maar al te zeer de gruwzaamheid van
-mijn bedrijf, en zal ik herstellen wat ik misdeed.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel hield hem met kracht bij den arm terug, en fluisterde hem met een strengen
-blik in &#x2019;t oor:
-</p>
-<p>&#x2014;Stil toch! gij zult hem verliezen door hem te willen redden; het is uwe taak niet
-om dit te beproeven, laat die zorg aan anderen over.
-</p>
-<p>Don Mariano keek den jager strak in de oogen, om er zoo mogelijk het besluit uit te
-lezen dat deze scheen genomen te hebben, en toen zijn paard den teugel vierende, vervolgde
-hij zijn togt met een nadenkend gezigt. Een kwartieruur later kwamen zij aan het veer
-del Rubio.
-</p>
-<p>Zij hielden stil aan den oever der rivier, die op dit oogenblik geheel in hare enge
-bedding besloten, kalm en rustig voortkabbelde.
-</p>
-<p>&#x2014;Keer gij thans naar uw kamp terug, caballero, zei Vrij-Kogel, het is onnoodig dat
-ik u verder begeleid. Wat mij betreft, ik ga weder <span class="pageNum" id="pb146">[<a href="#pb146">146</a>]</span>naar de Gambucinos terug, vervolgde hij met een veel beteekenenden blik op don Mariano;
-zet uw togt zachtjes voort, gij zult uw kamp slechts weinig minuten eerder bereiken
-dan wij.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij staat er dus op om terug te gaan? vroeg don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde Vrij-Kogel; adieu! tot flusjes.
-</p>
-<p>&#x2014;Tot flusjes dan, hervatte de caballero hem de hand gevende.
-</p>
-<p>Don Mariano liet zijn paard de rivier in stappen en werd door zijne bedienden stilzwijgend
-gevolgd.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel, die aan den oever was blijven staan, oogde hem na tot zij de overzijde
-van het veer hadden bereikt; hij zag hen aan wal stappen, don Mariano keerde zich
-om, en wierp hem met de regterhand nog een groet toe, daarop trokken de drie ruiters
-het hooge prairiegras in. Zoodra zij onzigtbaar waren geworden, liet Vrij-Kogel zijn
-paard zwenken en keerde hij spoorslags naar het digt belommerde bosch terug. De jager
-scheen groote ontwerpen in &#x2019;t hoofd te hebben; naauwelijks had hij zeker punt bereikt,
-of hij hield stand en wierp een verdachten en bespiedenden blik rondom zich. De diepste
-stilte en volslagenste eenzaamheid heerschten in &#x2019;t rond.
-</p>
-<p>&#x2014;Het moet gebeuren! prevelde de Canadees; door anders te handelen zou ik eene laagheid
-begaan, ja, wat misschien nog erger is. eene lafheid. Welaan dan, God moge tusschen
-ons rigten!
-</p>
-<p>Na nogmaals den ganschen omtrek met zorg bespied, en zich verzekerd te hebben dat
-alles eenzaam en rustig was, steeg hij van zijn paard, nam het de teugels af om het
-vrij te laten grazen, deed het een kluister aan, om te beletten dat het te ver wegliep
-en het des te gemakkelijker te kunnen terugvinden zoodra hij het weder noodig zou
-hebben; daarop wierp hij zijn buks over den schouder, stapte voorzigtig het kreupelbosch
-in en herhaalde nogmaals bij zich zelven de vorige woorden:
-</p>
-<p>&#x2014;Het moet zoo zijn!
-</p>
-<p>Vrij-Kogel beraamde zonder twijfel een dier moeijelijke plannen, wier uitvoering al
-de vermogens van den mensch in het spel roept en gespannen houdt, want zijn stap was
-langzaam en afgemeten; zijn welberekend oog poogde gedurig de duisternis te doorboren,
-met het hoofd voorwaarts gestrekt luisterde hij scherpzinnig naar de duizend naamlooze
-geluiden die de woestijn bezielen; hij bleef nu en dan staan wanneer een ongewoon
-gedruisch of geritsel in de struiken zijn gehoor trof en hem de tegenwoordigheid van
-een of ander onzigtbaar wezen aankondigde.
-</p>
-<p>Plotseling hield hij stil, stond eenige sekonden onbewegelijk, en toen zich zoo klein
-mogelijk makende, verdween hij geheel en al te midden van een ondoordringbaar warbosch
-van bladeren, takken en slingerplanten, waar niemand hem kon zien of vermoeden. Naauwlijks
-had hij zich op deze wijs verscholen, of het dof getrappel van paardenhoeven klonk
-in de verte onder de digte bladgewelven van het woud. Van lieverlede kwam het gedruisch
-naderbij, het getrappel werd volkomen duidelijk, en eindelijk verscheen er een troep
-ruiters, die in gesloten kolonne voortreden.
-<span class="pageNum" id="pb147">[<a href="#pb147">147</a>]</span></p>
-<p>Deze ruiters waren de Gambucinos en jagers, die wij straks na den afloop van het strafgerigt
-naar het kamp zagen terugkeeren.
-</p>
-<p>Hij hoorde Loer-Vogel zacht spreken tegen don Miguel, die op de schouders van twee
-Mexicanen op een baar gedragen werd, daar hij nog te zwak was om te paard te stijgen.
-De kleine troep naderde langzaam, om den gewonde te ontzien, dien zij in hun midden
-hadden, en trok weder naar het veer del Rubio.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel liet zijne kameraden ongemoeid voorbijtrekken zonder de minste beweging
-te maken die zijne tegenwoordigheid had kunnen verraden; blijkbaar was het hem te
-doen om hen van zijn terugkeer volkomen onkundig te laten, daar de verantwoording
-van zijn tegenwoordig bedrijf geheel voor zijne rekening kwam, en het beginsel waaruit
-hij te werk ging, een diep geheim moest blijven tusschen zijn geweten en God.
-</p>
-<p>Een ding verwonderde hem, namelijk dat hij den Vliegenden-Arend en de Wilde-Roos te
-vergeefs onder de Gambucinos zocht. Deze twee Roodhuiden hadden zich dus van de troep
-afgezonderd! Hunne afwezigheid scheen Vrij-Kogel zeer te verontrusten en hem in zijne
-vrije beweging te zullen storen. Intusschen duurde het slechts weinige oogenblikken
-of zijn gelaat verhelderde weder, en hij haalde de schouders op met de onverschilligheid
-van iemand die eenmaal zijn besluit had genomen en het zou uitvoeren, zonder zich
-door onvermijdelijken tegenspoed te laten afschrikken.
-</p>
-<p>Toen de Gambucinos verdwenen waren, kwam de jager uit zijn schuilhoek te voorschijn;
-hij beluisterde nog een poos het gedruisch hunner stappen, dat van oogenblik tot oogenblik
-zwakker werd en eindelijk geheel in de verte wegstierf.
-</p>
-<p>Nu rigtte hij zich moedig op.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, mompelde hij met een tevreden gezigt, thans kan ik weder naar welgevallen handelen,
-zonder vrees voor stoornis, ten minste zoo de Vliegende-Arend en zijne vrouw niet
-in den omtrek zijn blijven rondzwerven. Bah! dat zullen wij spoedig zien; waarschijnlijk
-is het wel niet, daar het opperhoofd te veel haast had om zich weder bij zijn stam
-te voegen, en geen lust zal hebben om hier zijn tijd te verspillen; gaan wij dus voort.
-</p>
-<p>Hierop wierp hij zijn geweer over schouder en ging met luchtigen tred op weg, zonder
-nogtans de voorzorgen te verzuimen die in de wildernis steeds noodig waren; want bij
-nacht weten de woudloopers, zoowel menschen als beesten, dat zij gedurig door duizend
-onzigtbare vijanden omgeven zijn.
-</p>
-<p>Zoodoende bereikte Vrij-Kogel de boomledige ruimte waar de belangrijke tooneelen,
-aan het slot van ons vorig hoofdstuk verhaald, hadden plaats gehad, en te midden waarvan
-thans niets meer over was dan een ongelukkige, levend begraven, onder den last zijner
-misdaden zoo wel als onder het moordende zand, en van allen verlaten zonder andere
-hoop op redding of genade, dan alleen Gods barmhartigheid.
-</p>
-<p>De jager staakte zijn togt, strekte zich op den grond uit en keek rond.
-<span class="pageNum" id="pb148">[<a href="#pb148">148</a>]</span></p>
-<p>Eene stilte als die van het graf beheerschte het verlaten kamp; don Estevan, met de
-oogen door schrik vergroot en gezwollen, met de borst beklemd door de aarde die rondom
-zijn ligchaam was opgehoopt en hem telkens logger en zwaarder scheen te drukken, voelde
-de lucht allengs aan zijne longen ontbreken; zijne hoofdslapen klopten alsof zij zouden
-bersten, het bloed kookte in zijne gezwollen aderen, en groote droppels koud zweet
-parelden tot onder zijne haren; weldra trok zich als een bloedige sluijer over zijne
-oogen, hij gevoelde dat hij ging sterven. In dit veege oogenblik, terwijl alles hem
-begaf, rukte de ellendeling zich met eene geweldige poging den doek uit den mond,
-slaakte een raauwen verscheurenden kreet; twee groote tranen welden uit zijne brandige
-oogen en biggelden hem langs de wangen; zijne hand, zoo als wij reeds gezien hebben,
-klemde zich krampachtig om de kolf van het pistool, dat men onder zijn bereik gelaten
-had om zijn lijden te kunnen eindigen, hij bragt de tromp aan zijn voorhoofd en mompelde
-op een toon van onbeschrijfelijke wanhoop:
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn God! mijn God! vergeef mij!
-</p>
-<p>Hij bragt den vinger aan den trekker en drukte af.
-</p>
-<p>Maar te gelijk werd zijn arm door een onzigtbare hand weggerukt, de kogel ging in
-de lucht verloren, en hij hoorde eene strenge maar zachte stem antwoorden:
-</p>
-<p>&#x2014;God heeft u verhoord, Hij vergeeft u.
-</p>
-<p>De ellendeling wendde het verbijsterde hoofd om, en staarde den man die dus tot hem
-sprak verschrikt aan, maar te zwak om de vreesselijke ontroering te wederstaan die
-hem beving, gaf hij een half gesmoorden gil, en viel in onmagt.
-</p>
-<p>De man die op het laatste oogenblik don Estevan van een gewissen dood redde, was,
-zoo als de lezer zonder twijfel reeds zal geraden hebben, niemand anders dan Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarachtig! riep deze hoofdschuddend, het werd hoog tijd dat ik tusschenbeide kwam.
-</p>
-<p>Zonder een oogenblik te verliezen, was de eerzame jager er nu op bedacht om den levend
-begravene uit zijn graf te redden. Dit was werkelijk het doel zijner komst, maar voorzeker
-geen gemakkelijke taak, vooral door het gemis van de noodige hulpmiddelen en gereedschappen.
-</p>
-<p>De Gambucinos hadden hun werk met zoo veel zorg gedaan, en de kuil was zoo handig
-rondom den veroordeelde gevuld, dat de aarde hem aan alle zijden digt omsloot.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel zag zich genoodzaakt om den grond met zijn jagtmes weg te spitten en moest
-daarbij met de meeste voorzigtigheid te werk gaan, om den man niet te kwetsen. Van
-tijd tot tijd hield hij even op, om het zweet dat van zijn aangezigt gudste af te
-wisschen, en naar den Mexicaan te zien, die bleek als een lijk nog altoos in zwijn
-lag; na eenige sekonden van stille beschouwing, schudde hij een paar keeren bedenkelijk
-het hoofd en hervatte met nieuwen ijver zijne taak.
-</p>
-<p>Het was eene vreemde vertooning, deze twee mannen, in de eenzame woestijn en in het
-bleeke maanlicht! Voorzeker, wanneer iemand <span class="pageNum" id="pb149">[<a href="#pb149">149</a>]</span>op dit oogenblik met nieuwsgierigen blik het kleine grasveld, te midden van een onmetelijk
-natuurbosch, vol wilde beesten, die van tijd tot tijd hun heesch gebrul in de duisternis
-lieten hooren, als leverden zij protest in tegen de inbreuk op hun grondgebied,&#x2014;wanneer
-iemand dit vreemdsoortig tooneel had kunnen gadeslaan, zou hij voorzeker aan eene
-of andere hekserij of duivels-begoocheling gedacht hebben en in der ijl verschrikt
-zijn weggeloopen. Intusschen ging Vrij-Kogel onvermoeid voort met graven, en naar
-mate hij dieper in den grond delfde werden de moeijelijkheden grooter.
-</p>
-<p>Een oogenblik zelfs hield hij met zijn arbeid op, en wanhoopte hij den ongelukkige
-te zullen kunnen redden; maar deze voorbijgaande vlaag van moedeloosheid duurde slechts
-een paar sekonden, en beschaamd over zijne zwakheid, hervatte de Canadees zijne taak
-met die koortsachtige onverzettelijkheid, die bij den vastberaden man gewoonlijk op
-elke voorbijgaande aarzeling volgt en zijne wilskracht verdubbelt.
-</p>
-<p>Na ongehoorde moeijelijkheden, en na misschien twintig maal afgebroken en twintig
-maal hervat te zijn, was het werk eindelijk voltooid. De jager slaakte een kreet van
-triomf toen hij er mede klaar was: en uit den kuil springende, vatte hij don Estevan
-onder de armen, trok hem met kracht naar zich toe, hief hem uit de groeve en legde
-hem op den rand neder.
-</p>
-<p>Zijn eerste zorg was nu om met zijn mes het touw door te snijden, dat den ongelukkige
-met honderd strikken en knoopen om het lijf gewikkeld zat; vervolgens maakte hij zijne
-kleederen los, om zijne longen de noodige ruimte te geven tot het inademen der buitenlucht;
-daarna vulde hij eene halve kalebas, die bij manier van drinkschaal aan zijne zijde
-hing, met water, en goot het uit op het gezigt van den bewusteloozen don Estevan.
-</p>
-<p>De flaauwte waarin deze lag, was een gevolg van zijne heftige gemoedsbeweging, daar
-hij een redder zag opdagen juist op een oogenblik toen hij niet anders dacht dan onherroepelijk
-te zullen sterven. De plotselinge overplassing met het kille water, bragt eene heilzame
-reactie te weeg; de lijder slaakte een zucht en opende de oogen.
-</p>
-<p>Het eerste wat deze ondeugende mensch deed toen hij weder tot bewustzijn kwam, was
-den hemel een uitdagenden blik toe te werpen en tegelijk de hand minzaam naar Vrij-Kogel
-uit te steken.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik dank u, zeide hij.
-</p>
-<p>De jager deinsde terug zonder de hand die hem geboden werd aan te nemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt mij niet te danken, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Wien dan?
-</p>
-<p>&#x2014;God!
-</p>
-<p>Don Estevan trok de bleeke lippen verachtelijk zamen; maar spoedig begrijpende dat
-hij zijn redder moest bedriegen, zoo hij niet dadelijk zijne bescherming wilde derven,
-die hij voor het tegenwoordige nog te veel noodig had, vervolgde hij op een toon van
-geveinsde zachtmoedigheid:
-<span class="pageNum" id="pb150">[<a href="#pb150">150</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is waar, God eerst, en dan u.
-</p>
-<p>&#x2014;Mij! riep Vrij-Kogel, ik heb niets meer dan mijn pligt gedaan en een oude schuld
-vereffend, thans hebben wij afgerekend. Tien jaren geleden hebt gij mij een gewigtige
-dienst bewezen, van daag heb ik u het leven gered, dat is een leening tegenover eene
-terugbetaling; ik onthef u dus van alle erkentelijkheid, daar ook gij van uwen kant
-mij voor ontslagen moet rekenen; van dit uur af aan kennen wij elkander niet meer
-en onze wegen loopen uit een.
-</p>
-<p>&#x2014;Zult gij mij dan hier aan mijn lot overlaten? vroeg hij op een toon van angstige
-gejaagdheid die hij niet overmeesteren kon.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat kan ik meer voor u doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Alles!
-</p>
-<p>&#x2014;Ik begrijp u niet<span class="corr" id="xd30e3611" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hadt mij liever in dien kuil, daar gij mij eerst in hebt geholpen, moeten laten
-sterven, dan mij te redden om mij in de woestijn van honger te laten omkomen, of aan
-de wilde beesten prijs te geven, of aan de roof- en moordzucht der Indianen. Gij weet
-zeer goed, Vrij-Kogel, in de Prairiën is een man zonder wapens een kind des doods;
-gij hebt mij derhalve niet gered, maar mijn doodstrijd des te langer en moeijelijker
-gemaakt, daar zelfs het wapen dat de anderen mij gelaten hadden, om mijne jammeren
-te eindigen zoodra mij de moed des levens ontzonk, mij thans niet meer dienen kan.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt gelijk, prevelde Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>De oude jager liet het hoofd op de borst zakken en dacht eenige oogenblikken ernstig
-na.
-</p>
-<p>Don Estevan bespiedde met angstigen blik de verschillende gewaarwordingen die zich
-op het eerlijk en sterkgeteekend gelaat van den Canadees afwisselden.
-</p>
-<p>Deze sprak eindelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik moet u gelijk geven dat gij mij om wapenen vraagt; zoo gij daarvan beroofd blijft,
-zijt gij binnen weinige uren in een even noodlottigen toestand als die waar ik u uit
-geholpen heb.
-</p>
-<p>&#x2014;Gevoelt gij het nu?
-</p>
-<p>&#x2014;<span lang="es">Por Dios!</span> daar valt niet aan te twijfelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Kom, wees dan nu zoo edelmoedig en verschaf mij de middelen om mij te verdedigen.
-</p>
-<p>De jager schudde het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat heb ik niet voorzien! zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar wilt gij dus mede zeggen, dat, zoo gij het hadt voorzien, gij mij zoudt hebben
-laten sterven?
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien!
-</p>
-<p><a id="xd30e3633"></a>Dit woord viel als een mokerslag op het hart van don Estevan; hij schoot den jager
-een vreesselijken blik toe.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat gij mij daar zegt is onbehoorlijk, riep hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat moest ik u dan antwoorden? hernam de Canadees; in mijne oogen waart gij naar
-verdienste <span class="corr" id="xd30e3638" title="Bron: gevonnisd">gevonnist</span>. Ik had dus de geregtigheid haar vrijen loop moeten laten; maar ik deed dit niet,
-en misschien <span class="pageNum" id="pb151">[<a href="#pb151">151</a>]</span>heb ik daarin misgetast. Thans, nu ik de vraag koelzinnig overweeg&#x2014;en erkennen moet
-dat gij mij te regt om wapenen verzoekt, daar gij die noodig hebt, vooreerst tot zelfverdediging
-en ten tweede om in uw onderhoud te voorzien, thans zie ik er tegen op om u die te
-geven.
-</p>
-<p>Don Estevan zat digt bij den jager; zoo het scheen speelde hij achteloos met het afgeschoten
-pistool en hield hij zich als luisterde hij aandachtig naar hetgeen Vrij-Kogel sprak.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar waarom? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, om een zeer eenvoudige reden: ik ken u sedert lang, zoo als u niet onbekend
-is, don Estevan; ik weet dat gij de man niet zijt om eene beleediging te vergeten;
-ik ben overtuigd, als ik u uwe wapens teruggeef, dat gij op wraak bedacht zult zijn;
-dat is juist wat ik vermijden moet.
-</p>
-<p>&#x2014;En daarvoor, riep de Mexicaan met een schamperen lach, weet gij geen ander middel
-dan mij van honger te laten sterven. O, ho! wat zonderlinge menschlievendheid! Neen,
-kameraad, gij hebt al een zeer wonderlijke manier van zaken te regelen, voor iemand
-die op den naam van eerlijk en loyaal gesteld is.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij begrijpt mij niet; ik weiger wel is waar om u wapens te geven; maar ik zal daarom
-toch de dienst die ik u bewees niet half gedaan laten.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo! en wat wilt gij dan doen om dat doel te bereiken? Ik ben wel zeer nieuwsgierig
-om dit te zien, meesmuilde don Estevan.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal u tot aan de grenzen der Prairiën uitgeleide doen en gedurende de reis tegen
-alle gevaar beschermen, u verdedigen en voor uw onderhoud zorgen; dat alles is dunkt
-mij zeer eenvoudig.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer eenvoudig, inderdaad. En als ik dan daar ginder ben, koop ik wapenen, en dan
-kom ik terug om mij te wreken.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, dat niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom niet?
-</p>
-<p>&#x2014;Omdat gij mij oogenblikkelijk, op uw riddereer, zweren zult, dat gij alle gevoel
-van haat tegen uwe vijanden aflegt en nooit weder in de Prairiën terugkomt.
-</p>
-<p>&#x2014;En als ik dat niet verkies te zweren?
-</p>
-<p>&#x2014;Dan zie ik van u af en laat u aan uw lot over; en daar dit geheel door uw eigen schuld
-is, beschouw ik mijne rekening met u als volkomen vereffend.
-</p>
-<p>&#x2014;O, ho! Maar gesteld eens dat ik de harde voorwaarden die gij mij oplegt aanneem;
-dan dien ik toch eerst te weten hoe wij te zamen de reis maken zullen; de weg is lang
-van hier tot de bezittingen der blanken, en ik ben niet in staat om zoo ver te voet
-te gaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar; maar maak u daar niet ongerust over, ik heb mijn paard niet ver van
-hier in een boschje bij de Rubio gelaten, dat moogt gij berijden, zoolang tot ik u
-een ander heb weten te verschaffen.
-</p>
-<p>&#x2014;En gij dan?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal u te voet volgen; wij jagers zijn even goede voetgangers als ruiters; komaan,
-beslis nu maar.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn God! ik zal wel moeten doen wat gij zegt, of ik wil of niet.
-<span class="pageNum" id="pb152">[<a href="#pb152">152</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ja, ik geloof dat het voor u het beste en het zekerste is. Gij zijt derhalve bereid
-om den eed te zweren dien ik van u vorder?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zie geen ander middel om mij uit de verlegenheid te helpen. Maar kijk eens! vervolgde
-hij op eens, wat gebeurt daar ginds in de struiken?
-</p>
-<p>Vrij-Kogel wendde zich terstond om, in de rigting die de Mexicaan aanduidde.
-</p>
-<p>Deze nam oogenblikkelijk zijne kans waar, en het pistool, daar hij tot hiertoe schijnbaar
-achteloos mede had zitten spelen, bij den tromp vattende, hief hij het schielijk op
-en gaf er den jager een slag mede op de hersenpan. De slag was zoo hevig en met zooveel
-juistheid toegebragt, dat Vrij-Kogel de armen slap uitstrekte, de oogen sloot en met
-een zwaren kreun op den grond tuimelde.
-</p>
-<p>Don Estevan beschouwde hem een poos met een uitdrukking van haat en verachting.
-</p>
-<p>&#x2014;Idioot! mompelde hij, hem met den voet schoppende, gij hadt mij uwe zotte voorwaarden
-moeten opleggen eer gij mij gered hebt, nu is het te laat; zelfbehoud gaat voor. Ik
-ben vrij, <i lang="es">cuerpo de Christo!</i> en ik zal mij wreken.
-</p>
-<p>Na het uitspreken dezer woorden, sloeg hij een uitdagenden blik ten hemel, bukte over
-den jager, ontnam hem zonder schaamte of aarzeling al zijne wapenen, en liet hem liggen,
-zonder zelfs te onderzoeken of hij dood dan alleen gewond was.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zijt het, vervloekte hond! riep hij, die nu van honger moet sterven, of door
-de wilde beesten zult worden verscheurd; wat mij betreft, ik vrees thans niets meer,
-daar ik de middelen in handen heb om mijne wraak te volvoeren.
-</p>
-<p>Hiermede verliet de booswicht met gezwinde stappen het grasveld, om het paard van
-Vrij-Kogel op te sporen, dat hij op eenigen afstand van de rivier hoopte te vinden,
-en onverwijld dacht te bestijgen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch22" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7174">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXII.</h2>
-<h2 class="main">Het Kamp.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Even voor het opgaan der zon bereikten de Gambucinos hun kamp. Gedurende hunne afwezigheid
-waren de weinige mannen, die zij tot bewaking der bolwerken hadden achtergelaten,
-niet verontrust geworden.
-</p>
-<p>Don Mariano wachtte met levendig ongeduld op de terugkomst der Mexicanen, en zoodra
-hij hen zag naderen, reed hij hun te gemoet.
-</p>
-<p>Loer-Vogel zag er droefgeestig uit, en de wijze waarop hij den caballero ontving,
-hoe welgemeend ook, was tamelijk droog.
-</p>
-<p>De jager, ofschoon overtuigd dat hij met don Estevan te veroordeelen zijn pligt had
-gedaan, was slecht te moede en ging gebukt onder den last der verantwoordelijkheid
-die hij in deze zaak had op zich genomen.
-</p>
-<p>Het is toch geheel iets anders, bij wijze van zelfverdediging, in <span class="pageNum" id="pb153">[<a href="#pb153">153</a>]</span>een eerlijk gevecht en onder de hitte van den strijd zijn man te dooden, dan om in
-koelen bloede iemand te veroordeelen en af te maken, tegen wien men geen reden heeft
-van persoonlijken haat of wrok.
-</p>
-<p>De oude Canadees was daarbij heimelijk bevreesd voor de verwijten van don Mariano;
-hij kende het menschelijke hart te goed, om niet te weten dat de caballero het bedrijf
-waartoe hij de Gambucinos had aangespoord, zoodra hij het koelzinnig ging beredeneren,
-diep verfoeijen, en diegenen zou vervloeken die hem al te gereed hadden ten dienste
-gestaan.
-</p>
-<p>Hoe groot ook de misdaad was door don Estevan tegen don Mariano gepleegd, en hoe afschuwelijk
-zijn gedrag ook geweest moge zijn, het stond zijn broeder niet vrij om de wet der
-Prairie op hem toe te passen, en vooral niet om zijn dood te eischen voor eene vierschaar
-van hardvochtige mannen, bij welke, ten gevolge van hunne ruwe levenswijs, alle gevoel
-van barmhartigheid was uitgedoofd.
-</p>
-<p>Thans, nu er verscheidene uren sedert de veroordeeling van don Estevan waren verloopen,
-was bij Loer-Vogel het nadenken ontwaakt en begon hij dit bedrijf uit een geheel ander
-oogpunt te beschouwen; hij vroeg zich onwillekeurig af, of hij werkelijk wel regt
-had om in deze zaak zoo te handelen, en of hetgeen hij straks nog voor een daad van
-strenge maar strikte regtvaardigheid hield, niet veeleer een maatschappelijke moord
-en een vermomde wraakoefening was geweest? Tevens verwachtte hij niet anders dan dat
-don Mariano, zoodra deze hem zag, hem bittere verwijten zou doen en van den dood zijns
-broeders rekenschap zou vorderen.
-</p>
-<p>De jager maakte zich intusschen gereed om de vragen, die don Mariano hem zou kunnen
-doen, behoorlijk te beantwoorden; zoodra hij dus den caballero van verre ontwaarde,
-werd zijn door sombere gedachten zoozeer beneveld gelaat nog somberder. Maar hoe dit
-ook wezen mag, Loer-Vogel bedroog zich: er kwam over de lippen van don Mariano geen
-woord van verwijt, ja geen enkele toespeling op het gehouden gerigt, niet de minste
-zweem zelfs van <span class="corr" id="xd30e3695" title="Bron: ontvredenheid">ontevredenheid</span>, die den jager kon doen vreezen dat de caballero voornemens was hem op dit teedere
-punt in &#x2019;t verhoor te nemen of aan te vallen.
-</p>
-<p>De Canadees haalde ruimer adem; slechts nu en dan, gedurende de weinige oogenblikken
-toen zij naast elkander het kamp binnentrokken, bespiedde hij van ter zijde het gelaat
-van don Mariano; de caballero was bleek en somber, maar zijne trekken stonden kalm
-en onbewegelijk.
-</p>
-<p>De jager schudde het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Hij is zeker met nieuwe plannen bezig, prevelde hij in zich zelven.
-</p>
-<p>Zoodra zij de kom van het kamp binnengetrokken en de barrikaden achter de Gambucinos
-gesloten waren, liet don Miguel schildwachten bij de verschansingen plaatsen; zich
-toen tot Loer-Vogel en don Mariano wendende, zeide hij:
-</p>
-<p>&#x2014;De zon zal over een uur opkomen; doe mij de eer, caballeros, van mijne gastvrijheid
-gebruik te maken en mij in mijne tent te volgen.
-</p>
-<p>De beide mannen maakten eene buiging.
-<span class="pageNum" id="pb154">[<a href="#pb154">154</a>]</span></p>
-<p>Don Miguel, nog altoos op de baar zittende, wenkte thans zijne dragers om hem tot
-voor zijne tent te brengen; daar gekomen, stond hij op, geholpen door Loer-Vogel,
-en trad leunende op den arm des jagers de tent binnen, gevolgd door don Mariano.
-</p>
-<p>Het gordijn werd achter hen nedergelaten.
-</p>
-<p>De Gambucinos door den nachtmarsch afgemat, haastten zich hunne paarden te ontzadelen
-en hen van voeder te voorzien; vervolgens, na eenige versche takkebosschen op de vuren
-geworpen te hebben, om ze weder te doen opvlammen, wikkelden zij zich in hunne fressadas
-en zarapes en strekten zich op den grond uit, waar zij weldra insliepen. Geen tien
-minuten na hunne terugkomst, lag de gansche troep in een diepen slaap gedompeld. Slechts
-drie mannen waakten nog: die drie mannen waren don Miguel, Loer-Vogel en don Mariano,
-verzameld onder dezelfde tent, waar zij een belangrijk gesprek hielden, dat wij onzen
-lezers terstond zullen mededeelen.
-</p>
-<p>Het inwendige der tent waar don Miguel zijne gasten had binnengeleid, was op het eenvoudigst
-gemeubeld: in den eenen hoek stond de digt gesloten palankijn; in den tegenovergestelden
-hoek lagen eenige stapels dierenvellen die de slaapplaatsen aanwezen; vier of vijf
-bisonsschedels dienden tot stoelen; men zou moeijelijk iets kunnen uitdenken dat eenvoudiger
-en tevens gemakkelijker was.
-</p>
-<p>Don Miguel wierp zich op zijn bed, na vooraf zijne gasten met een vriendelijken wenk
-te hebben uitgenoodigd om op de bisonsschedels plaats te nemen. Loer-Vogel en don
-Mariano schoven hunne zetels nader bij den gastheer, en zetten zich in stilte neder.
-</p>
-<p>Don Miguel nam toen het woord.
-</p>
-<p>&#x2014;Caballeros, zeide hij, de daadzaken die dezen nacht hebben plaats gehad, daadzaken
-op welke ik niet zal terugkomen, vereischen eenige nadere toelichting, vooral in het
-vooruitzigt op de waarschijnlijke verwikkeling der gebeurtenissen die er later op
-volgen zullen, en aan welke wij, zoo ik hoop, geroepen zijn om binnen kort deel te
-nemen. Wat ik thans te zeggen heb gaat inzonderheid u aan, don Mariano, en het is
-dus vooral tot u dat ik het woord rigt. Wat Loer-Vogel betreft, hij weet nagenoeg
-waaraan hij zich in deze te houden heeft, en zoo ik hem verzoek om het gesprek dat
-ik met u voeren zal bij te wonen, is het vooreerst uit hoofde der oude vriendschap
-die tusschen hem en mij bestaat, en ten tweede omdat zijn raad ons altijd van groot
-nut kan zijn voor de nadere besluiten, die wij in deze zaak nemen zullen.
-</p>
-<p>Don Mariano keek den Mexicaan aan met een blik die duidelijk bewees dat hij volstrekt
-niet begreep waar de spreker met deze lange inleiding heen wilde.
-</p>
-<p>&#x2014;Herinnert gij u niet, senor don Mariano, sprak de Canadees, wat ik u op weg naar
-het kamp gezegd heb, namelijk dat het belangrijkste gedeelte van deze historie u nog
-geheel onbekend was?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat herinner ik mij inderdaad, antwoordde don Mariano, maar om u de waarheid te zeggen,
-heb ik toen aan uwe verklaring niet zooveel gewigt gehecht als zij schijnt te verdienen.
-<span class="pageNum" id="pb155">[<a href="#pb155">155</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Welnu, hervatte de Canadees, als ik mij niet bedrieg, zal don Miguel u met weinige
-woorden op de hoogte stellen van het gruwelijk komplot dat hier gesmeed werd. Maar,
-vervolgde hij bij manier van invallende gedachte, een ding spijt mij, er ontbreekt
-hier iemand dien ik er gaarne bij had gezien; het zou van belang zijn geweest dat
-ook hij de geheele waarheid vernomen had. Sedert onze terugkomst in het kamp heb ik
-hem echter nog niet ontmoet.
-</p>
-<p>&#x2014;Van wien spreekt gij?
-</p>
-<p>&#x2014;Van Vrij-Kogel, dien ik gelast had u herwaarts te vergezellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hij heeft mij werkelijk verzeld, maar aan den ingang van het kamp, waarschijnlijk
-daar hij begreep dat ik hem toen niet verder noodig had, heeft hij mij verlaten.
-</p>
-<p>&#x2014;Heeft hij u niet <span class="corr" id="xd30e3726" title="Bron: gez gd">gezegd</span> met welk oogmerk? vroeg de jager met een blik op den caballero.
-</p>
-<p>Don Mariano ontroerde geweldig bij deze vraag, doch daar hij de oplossing liefst aan
-Vrij-Kogel zelf overliet en ongaarne zou hebben bekend dat hij zijn broeder had willen
-redden, antwoordde hij eenigzins verlegen en met zekere kwalijk verborgen aarzeling:
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, hij heeft mij niets gezegd; ik dacht dat hij zich weder bij u zou hebben gevoegd,
-en zijne afwezigheid verwondert mij evenzeer als u.
-</p>
-<p>Loer-Vogel fronste min of meer de wenkbraauwen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is vreemd! riep hij; met dat al, hij zal waarschijnlijk zoo lang niet wegblijven,
-en dan zullen wij hooren wat hij gedaan heeft.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, zei don Mariano, die het gesprek over dit onderwerp niet gaarne langer wilde
-voortzetten. Welaan, don Miguel, vervolgde hij, thans ben ik tot uwe orders; spreek
-op, ik luister met aandacht.
-</p>
-<p>&#x2014;Geef mij mijn waren naam, don Mariano, antwoordde de jongman; die naam zal u misschien
-eenig vertrouwen op mij inboezemen: ik ben noch don Torribio Carvajal, noch don Miguel
-Ortega, ik heet don Leo de Torres.
-</p>
-<p>&#x2014;Leo de Torres! riep don Mariano, verbaasd oprijzende, de zoon van mijn dierbaarsten
-vriend!
-</p>
-<p>&#x2014;Die ben ik, hernam de jongman kortaf.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar dat kan immers niet! riep don Mariano. Basilio de Torres werd, twintig jaren
-geleden, met zijne gansche familie vermoord door de Apache-Indianen, op de rookende
-puinhoopen zijner hacienda, die zij met storm hadden veroverd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben de zoon van don Basilio de Torres, hernam de avonturier. Zie mij eens goed
-aan, don Mariano: is er geen trek in mijn gezigt die uw geheugen kan te hulp komen?
-</p>
-<p>De caballero trad nader, legde hem de beide handen op de schouders, en beschouwde
-hem eenige oogenblikken met de meeste opmerkzaamheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is zoo, riep hij, overstelpt van aandoening terwijl er een traan in zijn oog
-blonk, de gelijkenis is buitengewoon; ja, ja, ik zie het, nu herken ik u.
-<span class="pageNum" id="pb156">[<a href="#pb156">156</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;O, hervatte de jongman met een glimlach, ik heb de schriftelijke bewijzen in handen
-om mijne gelijkenis te bekrachtigen. Maar dat doet nu niets meer ter zake, komen wij
-dus terug op hetgeen ik u te zeggen had.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe is het toch mogelijk, viel don Mariano hem in de rede, dat ik na die verschrikkelijke
-gebeurtenis, die u tot wees maakte, nooit meer van u heb gehoord, ik, de beste vriend,
-ja bijna de broeder uws vaders! Ik zou mij zoo gelukkig hebben gerekend voor u te
-mogen zorgen.
-</p>
-<p>Don Leo&#x2014;want wij zullen hem voortaan bij zijn waren naam noemen&#x2014;fronste de wenkbraauwen,
-zijn voorhoofd betrok zigtbaar en hij antwoordde met eene sombere, bevende stem:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, don Mariano, voor de vriendschappelijke gevoelens die gij mij betuigt;
-geloof mij, ik ben die niet onwaardig; maar ik verzoek u thans het geheim van mijn
-langdurig stilzwijgen in mijn hart te mogen bewaren; eens, zoo ik hoop, zal het mij
-vergund zijn te spreken, en dan zult gij alles vernemen.
-</p>
-<p>Don Mariano drukte hem de hand.
-</p>
-<p>&#x2014;Doe zoo als gij goedvindt, zeide hij met eene diep bewogen stem; maar onthoud daarbij
-eene zaak, namelijk dat gij in mij den vader hebt wedergevonden dien gij verloren
-hadt.
-</p>
-<p>De jongman wendde het hoofd af om de tranen te verbergen die hij in zijne oogen voelde
-opwellen. Er volgde eene vrij lange pauze; daarbuiten in de woestijn kon men de wolven
-hooren keffen, dit was het eenige geluid dat nu en dan de plegtige stilte verstoorde.
-</p>
-<p>Het inwendige der tent werd niet anders verlicht dan door eene in den grond gestoken
-fakkel van <i>ocote</i>-hout, wier flikkerende vlam op het aangezigt der drie mannen allerlei schaduwen en
-lichten deed spelen en aan het geheel eene zonderlinge, spookachtige gedaante gaf.
-</p>
-<p>&#x2014;De hemel begint te graauwen, hervatte don Leo, in het oosten vertoonen zich heldere
-witte streepen; de nachtuilen onder het loof verborgen, begroeten den terugkeerenden
-dag; de zon zal spoedig verschijnen; het zij mij dus vergund u met weinige woorden
-mede te deelen wat gij nog niet weet, want als ik mijne voorgevoelens gelooven mag,
-zullen wij weldra met kracht moeten handelen, om het kwaad te herstellen dat don Estevan
-bedreven heeft.
-</p>
-<p>De beide anderen bogen toestemmend, en don Leo ging voort:
-</p>
-<p>&#x2014;Om zekere redenen, die ik hier niet nader behoef te verklaren, was ik voor eenige
-maanden naar Mexico teruggekeerd; diezelfde redenen verpligtten mij tot een vrij zonderlinge
-levenswijs; ik verkeerde met lieden van de gevaarlijkste soort, en mengde mij, naarmate
-de gelegenheid zich aanbood, in de meest of minst dubbelzinnige kringen, al naar gij
-mijne woorden nemen wilt. Gelooft intusschen niet dat ik mij daarom aan misdadige
-aanslagen schuldig maakte, dan zoudt gij u zeer vergissen: ik deed alleen wat een
-groot aantal onzer medeburgers doet, namelijk zekeren smokkelhandel drijven, die misschien
-door de commiezen en bewindsmannen met leede oogen wordt aangezien, maar die <span class="pageNum" id="pb157">[<a href="#pb157">157</a>]</span>met dat al op zich zelf weinig berispelijks heeft en voor den staat geen gevaar kan.
-</p>
-<p>Loer-Vogel en don Mariano wisselden een veelbeteekenenden blik; zij begrepen, of meenden
-ten minste dat zij begrepen hadden, wat hij bedoelde.
-</p>
-<p>Don Leo de Torres hield zich alsof hij dien blik niet opmerkte, en vervolgde:
-</p>
-<p>&#x2014;Een der plaatsen waar ik mij dagelijks vertoonde was de Plaza Major: daar kwam ik
-dikwijls bij zekeren evangelista, met name Leporello, een oud man van ongeveer vijftig
-jaar, maar een driedubbele schurk, woekeraar, koppelaar en huichelaar tegelijk, die
-onder den schijn van een eerwaardig uiterlijk, de laagste ploertenziel en het verdorvenste
-hart verborg; deze aartsschelm was, door zijn beroep als schrijver, en door de duizend
-geheime betrekkingen die hij onderhield, grondig bekend met de geheimen van een groot
-aantal familiën, en stond in verband met al de schandalen en wanbedrijven die dagelijks
-in de hoofdstad plaats hebben. Op zekeren dag, toen ik mij bij hem in zijn pothuis
-bevond, kwam er een jong meisje binnen; dat jonge meisje was beeldschoon en scheen
-eerlijk te zijn; zij beefde als een riet toen zij het hol van den onverlaat binnentrad;
-deze begroette haar terstond met zijn innemendsten glimlach en vroeg haar op den zoetsappigsten
-toon, wat er van hare dienst was. Zij wierp een bedeesden blik in het rond en merkte
-mij op. Ik weet niet waarom, maar ik kreeg terstond de lucht van een mystère; met
-het hoofd op de tafel en het aangezigt op de beide armen geleund, hield ik mij alsof
-ik sliep.&#x2014;&#x201c;Die man?&#x201d; vroeg zij, op mij wijzende.&#x2014;&#x201c;O!&#x201d; antwoordde de evangelista, &#x201c;hij
-heeft te veel pulque gedronken; &#x2019;t is een arm onderofficier zonder beteekenis: bovendien
-slaapt hij.&#x201d; Zij aarzelde een oogenblik; toen op eens haar besluit nemende, haalde
-zij uit haar boezem een papier te voorschijn.&#x2014;&#x201c;Schrijf dat af,&#x201d; zeide zij tegen den
-evangelista, <span class="corr" id="xd30e3767" title="Niet in bron">&#x201c;</span>ik zal er u twee oncen goud voor geven.&#x201d; De oude fielt nam het papier aan en zag het
-in.&#x2014;&#x201c;Maar dat is geen Spaansch!&#x201d; riep hij.&#x2014;&#x201c;Het is Fransch,&#x201d; antwoordde zij; &#x201c;maar
-wat geeft gij daarom?&#x201d;&#x2014;&#x201c;Ik in het minst niet,&#x201d; was zijn antwoord; hij nam zijn papier
-en pennen, en copiëerde het stuk zonder verder iets aan te merken. Toen hij er mede
-klaar was, vergeleek het meisje de beide stukken, scheen er over voldaan te zijn,
-verscheurde het origineel en vouwde het afschrift in den vorm van een brief, dicteerde
-den evangelista een kort adres, dat hij er op schreef, nam toen den brief, stak dien
-in hare keurs, en ging heen, na vooraf den beloofden prijs betaald te hebben, dien
-de schrijver met gretigheid aannam, daar hij in weinig minuten meer verdiend had dan
-hij anders in een maand winnen kon. Zoodra het jonge meisje vertrokken was hief ik
-het hoofd op, maar de evangelista wenkte mij om dadelijk mijn vorige houding te hernemen,
-daar hij het slot van zijne deur weder had hooren afdraaijen. Ik gehoorzaamde en niet
-tot mijn leedwezen, want bijna onmiddellijk trad er een man binnen, die, zooals duidelijk
-bleek, niet bekend <span class="pageNum" id="pb158">[<a href="#pb158">158</a>]</span>wilde zijn, want hij had zich digt in een wijden mantel gewikkeld, en de rand van
-zijn <span lang="es">sombrero</span> was diep over zijne oogen neergeslagen. Terwijl hij binnen kwam gaf hij reeds een
-bewijs van ontevredenheid.&#x2014;&#x201c;Wie is die man?&#x201d; vroeg hij op mij wijzende.&#x2014;&#x201c;Een arme
-beschonken vent, die zijn roes uitslaapt,&#x201d; was het antwoord.&#x2014;&#x201c;Er is zoo even een meisje
-weggegaan.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Dat kan wel zijn,&#x201d; mompelde Leporello, terstond op zijne hoede bij deze
-vraag.&#x2014;&#x201c;Geen dubbelzinnige praatjes, schobbejak,&#x201d; antwoordde de onbekende trotsch,
-&#x201c;ik ken u wel, en zal u betalen,&#x201d; vervolgde hij, een zware geldbeurs op tafel werpende,
-&#x201c;antwoord dus, zeg ik u!&#x201d; De oude vrek beefde van genoegen en al zijne bezwaren waren
-op eens verdwenen, toen hij het goud door de mazen zag glinsteren.&#x2014;&#x201c;Een jong meisje
-is hier zoo even de deur uitgegaan, zeg ik nog eens.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Ja.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Wat heeft zij van u verlangd?&#x201d;&#x2014;&#x201c;Dat
-ik een Franschen brief voor haar zou overschrijven.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Goed, laat mij dien brief zien.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Zij
-heeft hem toegevouwen, er een adres op gezet en hem medegenomen.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Dat alles weet
-ik.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Wat wilt gij dan meer?&#x201d;&#x2014;&#x201c;Wat meer?&#x201d; herhaalde de onbekende grinnikend, &#x201c;houd
-u maar niet zoo onnoozel, gij hebt zeker een copie van dien brief gehouden, die copie
-verlang ik te zien.&#x201d; Ik kan niet zeggen waarom, maar de stem van dien man had iets
-bijzonders, dat mij onwillekeurig trof; en daar hij bijna met den rug naar mij toe
-gekeerd stond, had ik gelegenheid om den evangelista een teeken te geven, dat hij
-gelukkig begreep.&#x2014;&#x201c;Ik heb er niet aan gedacht,&#x201d; antwoordde hij, en trok bij deze woorden
-zulk een kwezelachtig onnoozel gezigt dat de onbekende er werkelijk door misleid werd;
-het was blijkbaar eene teleurstelling voor hem.&#x2014;&#x201c;Enfin,&#x201d; hervatte hij, &#x201c;zij zal wel
-terug komen immers?&#x201d;&#x2014;&#x201c;Dat weet ik niet.&#x201d;&#x2014;&#x201c;Dan weet ik het wel; en zoo dikwijls als
-zij komt, zult gij mij een copie bewaren van ieder stuk dat zij u te schrijven geeft.
-Maar hoe is het met het antwoord op hare brieven, moet dat ook hier komen?<span class="corr" id="xd30e3774" title="Niet in bron">&#x201d;</span>&#x2014;&#x201c;Dat zou ik u niet kunnen zeggen.&#x201d; De onbekende haalde de schouders op en zei met
-nadruk: &#x201c;Gij zult die niet bestellen voor dat gij ze mij hebt laten zien. Adieu, tot
-morgen! en als gij uw belang wèl begrijpt, wees dan niet zoo onhandig als van daag.&#x201d;
-De evangelista grijnsde van genoegen en de onbekende keerde zich om, om heen te gaan;
-maar bij het maken van deze beweging bleef de slip van zijn mantel aan de tafel haken,
-zoodat de plooijen losgingen en ik een oogenblik gelegenheid kreeg om zijn aangezigt
-te zien; ik had al mijne zelfbeheersching noodig om niet te schreeuwen, daar ik hem
-oogenblikkelijk herkende; die man was don Estevan, uw broeder. Met een gesmoorden
-vloek trok hij den mantel weder over zijn gezigt en stapte mompelend de deur uit.
-Naauwelijks was hij weg of ik sprong op, schoof de grendels op de deur, plaatste mij
-voor Tio Leporello en zei met eene barsche stem: &#x201c;Nu hebt gij met mij te doen!&#x201d; Hij
-sprong verschrikt achteruit; er lag op mijn gelaat zulk eene vreesselijke uitdrukking,
-dat hij tot aan den muur van zijn pothuis terug stoof en krampachtig de goudbeurs
-omklemde, die hij zeker meende <span class="pageNum" id="pb159">[<a href="#pb159">159</a>]</span>dat ik hem wilde ontrooven.&#x2014;&#x201c;Ik ben een arm oud man,&#x201d; riep hij.&#x2014;&#x201c;Waar is de copie
-die gij aan dien man geweigerd hebt?&#x201d; vroeg ik even kort en bits als te voren. Hij
-grabbelde terstond in zijn lessenaar, nam de copie en gaf ze mij zonder een woord
-te zeggen; ik las haar bevend van aandoening, ik begreep alles.&#x2014;&#x201c;Ziedaar,&#x201d; zeide ik,
-hem een once goud in de hand duwend, &#x201c;van iederen brief dien gij voor het jonge meisje
-schrijft, zult gij mij de copie ter hand stellen; ik veroorloof u om er ook dien man
-inzage van te geven; maar onthoud dit vooral: geen antwoord, door dat individu aan
-dat meisje geschreven, mag aan haar worden ter hand gesteld, voordat ik het gelezen
-heb; ik ben niet zoo rijk als die vreemdeling, maar ik zal u toch goed betalen. Gij
-kent mij. Ik heb u dus niets meer te zeggen, dan: zoo gij mij verraadt, zal ik u behandelen
-als een hond.&#x201d; Met deze bedreiging ging ik heen. Terwijl de Evangelista de deur achter
-mij sloot, hoorde ik hem mompelen: &#x201c;Santa Maria! in welk een wespennest heb ik mij
-gewaagd!&#x201d;&#x2014;Zie hier verder den sleutel van dit mystère: het jonge meisje dat ik bij
-Leporello ontmoette heette dona Luisa en was novice in het Bernardijnen-klooster,
-waar zich uwe dochter bevond. Dona Laura niemand wetende aan wie zij zich beter zou
-toevertrouwen, had haar belast om aan don Francisco de Paulo Serrano.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn schoonbroeder en haar doopvader!<a id="xd30e3780"></a> riep don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Dezelfde, vervolgde don Leo. Uwe dochter, zeg ik, had dona Luisa gelast om aan senor
-Serrano, door middel van brieven, de misdadige plannen te openbaren die haar oom tegen
-haar smeedde, en hem als den besten vriend van haar vader, te smeeken haar te hulp
-te komen en in zijne bescherming te nemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn arme dochter! zuchtte don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Don Estevan, hervatte don Leo, was, ik weet niet op welke wijs, met het voornemen
-uwer dochter bekend geworden. Om hare maatregelen beter te leeren kennen en op het
-regte tijdstip te kunnen verijdelen hield hij zich alsof hij van niets wist, liet
-hare brieven door de novice naar den evangelista brengen, las daar al de copiën en
-schreef er zelf de antwoorden op, om de eenvoudige reden dat don Francisco de Serrano
-geen brieven van uwe dochter ontving, daar don Estevan diens kamerdienaar had omgekocht,
-die ze hem allen onopengebroken ter hand stelde, in plaats van ze aan zijn meester
-te geven. Deze slim overlegde schurkerij zou zeker zijn gelukt, zoo het toeval, of
-liever de Voorzienigheid mij niet in tijds in het pothuis van Tio Leporello had gevoerd.
-</p>
-<p>&#x2014;O! murmelde don Mariano, die man was een monster.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, hernam don Leo, dat niet, ten minste niet uit eigen beweging; de omstandigheden
-schijnen hem gedrongen te hebben om veel verder te gaan dan hij misschien zelf gewild
-had; niets ten minste bewijst dat hij den dood van uwe dochter wenschte.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat kan hij anders gewenscht hebben?
-</p>
-<p>&#x2014;Uwe bezitting. Door Laura te dwingen den sluijer aan te nemen <span class="pageNum" id="pb160">[<a href="#pb160">160</a>]</span>kon hij dit doel bereiken. Ongelukkigerwijs, zoo als het meestal gaat, wanneer men
-zich eenmaal op het doornige pad begeeft, dat noodwendig op grooter zonde uitloopt,
-heeft hij bij al zijne koele berekening op welslagen, niet kunnen voorzien dat ik
-in de uitvoering zijner plannen zou in den weg treden,&#x2014;eene tusschenkomst die hem
-moest doen stil staan of dwingen eene misdaad te plegen om zijn einddoel te bereiken.
-Dona Laura, ten volle overtuigd dat de bescherming van don Francisco haar niet zou
-ontbreken, volgde naauwkeurig de raadgevingen die ik haar van tijd tot tijd deed toekomen,
-in de brieven die ik haar schreef namens den vriend tot welken zij zich had gewend;
-wat mij betreft, ik hield mij gereed om te handelen zoodra het oogenblik daar zoude
-zijn. Op dit punt zal ik in geen nadere verklaringen komen. Om kort te gaan, dona
-Laura weigerde, in de kerk zelve, den eed der kloostertucht af te leggen; de daardoor
-gegeven ergernis was allergeweldigst; de abdis was woedend en besloot er een eind
-aan te maken. Het ongelukkige meisje, door middel van een slaapdrank van alle bewustzijn
-beroofd, werd levend in een der diepste grafkelders van het klooster bijgezet, waar
-zij van honger moest omkomen.
-</p>
-<p>&#x2014;O! riepen de beide mannen huiverend van afgrijzen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik herhaal u, vervolgde don Leo, dat ik don Estevan aan deze barbaarschheid niet
-schuldig acht; waarschijnlijk was hij er slechts zijdelings medepligtig aan. De abdis
-alleen was de schuldige. Don Estevan nam de gedane zaken zoodanig als zij waren, en
-deed er zijn voordeel mede, meer niet; wij willen dit liefst gelooven tot eer der
-menschheid, want anders ware hij een monster geweest. Reeds op den dag zelf van het
-gebeurde onderrigt zijnde, verzamelde ik eene bende landloopers en bandieten waarmede
-ik den volgenden nacht door list in het klooster wist te dringen, en het gelukte mij
-gewapenderhand uwe dochter op te ligten.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij! riep don Mariano met een gebaar van gemengde vreugd en verbazing. Mijn God!
-dus is zij gered en in veiligheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zei don Miguel, in eene plaats waar ik zelf, geholpen door Loer-Vogel, haar verborgen
-heb.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar zou don Estevan haar niet ligt gevonden hebben, meesmuilde de jager met een
-schalkschen lach.
-</p>
-<p>Don Mariano werd door de hevigste aandoeningen geslingerd, en was zich zelve niet
-langer meester.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar is zij? riep hij, ik wil haar zien; zeg mij waar ik haar vinden kan, mijn arm
-dierbaar kind!
-</p>
-<p>&#x2014;Gij begrijpt wel, hernam de jongman, dat ik haar niet bij mij kon houden, ik wist
-dat de spionnen van don Estevan en uw broeder zelf al mijne gangen bespiedden en mij
-ten bloede toe vervolgden. Na dus dona Laura in veiligheid te hebben gebragt, beijverde
-ik mij om de spionnen van &#x2019;t spoor te helpen. Ik zal u zeggen hoe mij dit gelukt is.
-Ziet gij die palankijn, vervolgde hij er met den vinger naar wijzende, daar werd dona
-Laura in vervoerd, tot aan het presidio de Tubac, maar verder niet. Gedurende de eerste
-dagen mijner reis maakte <span class="pageNum" id="pb161">[<a href="#pb161">161</a>]</span>ik er geen geheim van en liet haar met opzet eens of tweemaal zien, meer was er niet
-noodig om het gerucht te verbreiden dat ik haar altoos bij mij had. Dank zij de voorzorg
-die ik later gebruikt heb, om de palankijn zoo digt mogelijk gesloten te houden en
-door niemand te laten naderen, wist ik uwe vijanden te verlokken mij in de prairie
-te vervolgen, om hen aldaar te straffen; mijne berekeningen zijn beter uitgekomen
-dan die van don Estevan en onder Gods zegen met een gelukkig gevolg bekroond; thans,
-nu de misdadiger gestraft is, en dona Laura niets meer te vreezen heeft, ben ik bereid
-u hare schuilplaats te doen kennen <span class="corr" id="xd30e3804" title="Bron: er">en</span> er u heen te leiden.
-</p>
-<p>&#x2014;O, genadige hemel! gij zijt regtvaardig en goed, riep don Mariano, schier uitgelaten
-van blijdschap. God<a id="xd30e3809"></a> zij gedankt! ik zal mijn kind wederzien? zij is gered.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen! zij is verloren, als gij u niet haast! klonk op eens eene holle stem als uit
-het graf.
-</p>
-<p>De drie mannen keerden zich verschrikt om.
-</p>
-<p>Daar stond Vrij-Kogel! met een bleek en bebloed gezigt, verscheurde en met bloed bevlekte
-kleederen, regt op en onbeweeglijk, onder het opgeheven gordijn aan den ingang der
-tent.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch23" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7183">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXIII.</h2>
-<h2 class="main">De Vliegende-Arend.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ten gevolge hunner levenswijs en de opvoeding die zij ontvangen, zijn de Indianen
-zeer wantrouwend van aard; steeds verpligt om op hunne hoede te zijn tegen alles wat
-hen omringt en gewoon om zelfs de blijkbaar eerlijkste bedoelingen te verdenken, als
-verschool zich overal list en verraad, bezitten zij eene groote mate van doorzigt
-om de plannen te raden der lieden waarmede het toeval hen in aanraking brengt, en
-zich voor de strikken te wachten die hunne vijanden hun spannen.
-</p>
-<p>Machsi-Karehde, gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, was een bedreven krijgsman,
-daarbij even wijs in den raad als in den strijd, en ofschoon nog zeer jong, had hij
-zich reeds een grooten naam gemaakt bij zijn stam.
-</p>
-<p>Zoodra Loer-Vogel de Lynch-wet op don Estevan toegepast en het doodvonnis over hem
-had uitgesproken, was er onder de jagers, zooals het in dergelijke gevallen meestal
-gaat, eene soort van verwarring ontstaan; zij begonnen druk en driftig te redeneren,
-en het kordon om het kamp werd voor eenige <span class="corr" id="xd30e3824" title="Bron: oogenbllikken">oogenblikken</span> gebroken. Van deze gelegenheid maakte de Vliegende-Arend in stilte gebruik; terwijl
-niemand op hem lette gaf hij de Wilde-Roos een wenk, dien de jonge vrouw dadelijk
-begreep, en beiden slopen door het kreupelbosch weg, zonder dat hunne verwijdering
-werd opgemerkt.
-<span class="pageNum" id="pb162">[<a href="#pb162">162</a>]</span></p>
-<p>Na ongeveer twintig minuten door het bosch te zijn voortgegaan, oordeelde het opperhoofd
-zich ver genoeg verwijderd; hij bleef dus staan en wendde zich naar zijne vrouw, die
-hem kort op de hielen was gevolgd.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zullen de bleekgezigten hun werk alleen laten afdoen, zeide hij; de Vliegende-Arend
-is een krijgsman der Comanchen, hij behoeft niet langer ten gevalle der blanken tusschenbeide
-te komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Keert het opperhoofd dan naar zijn dorp terug? vroeg de Wilde-Roos schroomvallig.
-</p>
-<p>De Indiaan glimlachte loos.
-</p>
-<p>&#x2014;Alles is nog niet geëindigd, antwoordde hij, de Vliegende-Arend zal zijne vrienden
-in &#x2019;t oog houden.
-</p>
-<p>De jonge vrouw neigde het hoofd, en daar zij zag dat de Indiaan was gaan zitten, maakte
-zij zich gereed om een kampvuur aan te leggen.
-</p>
-<p>Het opperhoofd hield haar terug.
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend wil niet ontdekt zijn, zeide hij; laat mijne zuster zich naast
-mij nederzetten en wachten; een onzer vrienden is thans in lijfsgevaar.
-</p>
-<p>Op dit oogenblik liet zich, niet ver van de plaats waar de twee Roodhuiden gezeten
-waren, een hevig gedruisch van krakende takken in het kreupelbosch hooren.
-</p>
-<p>De Indiaan spitste aandachtig de ooren en zat eenige minuten onbeweeglijk in voorovergebogen
-houding.
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend zal even heengaan, zeide hij opstaande.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wilde-Roos zal op hem wachten, antwoordde de jonge vrouw met een vriendelijken
-blik.
-</p>
-<p>Het opperhoofd liet bij zijne gezellin de wapens achter, die hem in de uitvoering
-van zijn oogenblikkelijk opgevat plan hadden kunnen belemmeren, en hield alleen de
-lasso bij zich, die hij met de meeste zorg om zijne regterhand kronkelde, en zich
-toen ter sluik naar de plek begaf waar het gedruisch van sekonde tot sekonde <span class="corr" id="xd30e3843" title="Bron: steker">sterker</span> werd.
-</p>
-<p>Naauwelijks had hij twintig stappen in deze rigting gedaan, zich met moeite door het
-hooge gras en de verwarde lianen een weg banende, of hij zag ongeveer tien ellen van
-zich af, een heerlijk zwart paard staan, dat met achterover liggende ooren, uitgeregten
-hals, de vier pooten ver van elkander, de bloedige neusgaten wijd open gesperd en
-den muil met schuim bedekt, schichtig en snuivend, zoodat het bosch er van daverde,
-hem met de groote schrandere oogen woest en schuw aankeek.
-</p>
-<p>&#x2014;Ooah! mompelde het opperhoofd terwijl hij plotseling bleef staan en het prachtige
-dier als een kenner bewonderde.
-</p>
-<p>Thans trad hij omzigtig eenige passen nader, om het vreesachtige dier, dat al zijne
-bewegingen met schuwen blik gade sloeg, niet nog meer te verschrikken, en zoodra het
-achteruit sprong om te ontsnappen, slingerde hij het met zooveel behendigheid de lasso
-over den kop, dat de loopende strik tot aan de schouders over den hals viel; de onthutste
-<span class="pageNum" id="pb163">[<a href="#pb163">163</a>]</span>viervoet beproefde nu drie of vier minuten lang om aan den strik te ontworstelen en
-de dierbare vrijheid terug te bekomen, die hem zoo plotseling ontfutseld was; maar
-weldra ziende dat zijne pogingen nutteloos waren, onderwierp hij zich gedwee aan zijn
-nieuwen meester en liet den Indiaan ongehinderd nader komen, zonder den nutteloozen
-strijd een oogenblik te verlengen.
-</p>
-<p>Met reden zeggen wij dat hij zich aan zijn nieuwen meester onderwierp, want het was
-geen paard uit de wildernis, maar de prachtige Arabier van don Estevan, dien hij verloren
-had toen hij in het gevecht aan de Rubio gewond werd. De tuigen van het paard waren
-gedeeltelijk beschadigd en verscheurd door het kreupelhout, maar toch nog in staat
-om dienst te doen.
-</p>
-<p>De <span class="corr" id="xd30e3856" title="Bron: hoofman">hoofdman</span>, niet weinig in zijn schik met de goede vondst die het toeval hem beschikte, steeg
-terstond in den zadel en reed stapvoets naar de <span class="corr" id="xd30e3859" title="Bron: Wild-Roos">Wilde-Roos</span> terug, die gehoorzaam en onderdanig als eene echt Indiaansche vrouw, zich sedert
-zijn vertrek nog niet had verroerd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! de Vliegende-Arend keert thans naar zijn dorp terug, gezeten op een ros dat zulk
-een groot opperhoofd waardig is! riep zij even fier als naïef, zoodra zij hem zag.
-</p>
-<p>De Indiaan glimlachte.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde hij, al de Sachems zijn trotsch op hem.
-</p>
-<p>En met de ongekunstelde blijdschap die zoo wel met de oorspronkelijke ruwheid dezer
-ijzerharde menschen strookt, begon hij terstond eenige der moeijelijkste passen, voltes
-en courbettes uit te voeren, zoo verheugd als een kind over de bewondering der Wilde-Roos,
-die hij hartstogtelijk lief had en die met innig welgevallen, ofschoon niet zonder
-heimelijke vrees zag hoe gemakkelijk en stout hij het prachtige dier behandelde. Eindelijk
-steeg de hoofdman af en ging naast zijne vrouw zitten, zonder daarom den teugel van
-zijn paard los te laten.
-</p>
-<p>Zoo zaten zij eene geruime poos bij elkander zonder een woord te wisselen, de Vliegende-Arend
-scheen diep in gedachten verzonken, zijne oogen zwierven hier en daar in de duisternis,
-alsof hij ergens in de verte eenig voorwerp had willen onderkennen; gretig luisterde
-hij naar de duizend geluiden der eenzame wildernis en speelde werktuigelijk met zijn
-scalpeermes.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar zijn ze! klonk op eens zijn uitroep, terwijl hij opstond alsof hij door een
-ontspannen springveer werd opgeheven.
-</p>
-<p>De Wilde-Roos keek hem verwonderd aan,
-</p>
-<p>&#x2014;Hoort mijne zuster niets? vroeg hij haar.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zeide zij het volgende oogenblik, ik hoor duidelijk paarden in het bosch.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zijn de bleekgezigten, die naar hun kamp terugkeeren.
-</p>
-<p>&#x2014;Zullen wij hen daar volgen?
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend verlaat nooit zonder reden het spoor door zijne <i>mocksens</i> gebaand; en de Wilde-Roos zal den krijgsman vergezellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Zou mijn vader hier aan twijfelen?
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, want de Wilde-Roos is eene waardige dochter der Comanchen; <span class="pageNum" id="pb164">[<a href="#pb164">164</a>]</span>zij zal medegaan, zonder murmureren. Er is op het oogenblik een bleekgezigt in gevaar,
-een vriend van Machsi-Karehde.
-</p>
-<p>&#x2014;Het opperhoofd zal hem wel redden, riep zij.
-</p>
-<p>De Roodhuid glimlachte.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zeide hij; of zoo ik te laat mogt komen, zal ik hem ten minste wreken, en dan
-zal zijne ziel opspringen van vreugd in de Prairiën der gelukzaligen als hij van zijn
-volk verneemt dat zijn vriend hem niet vergat.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben bereid het opperhoofd te volgen.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij dan vertrekken, want het is tijd.
-</p>
-<p>De Indiaan was met een sprong in den zadel en de Wilde-Roos hield zich gereed om hem
-te voet te volgen.
-</p>
-<p>De <span class="corr" id="xd30e3891" title="Bron: Indiaansshe">Indiaansche</span> vrouwen bestijgen nimmer het oorlogspaard van hare mannen of broeders. Tengevolge
-der strenge wetten bij deze volken in zwang, zijn de vrouwen, als onder een ijzeren
-juk, gebogen onder de diepste vernedering en gedwongen tot den zwaarsten en moeijelijksten
-arbeid, dien zij zonder morren verdragen, wel overtuigd dat het zoo wezen moet en
-dus niets haar zou kunnen onttrekken aan de onverbiddelijke dwinglandij die van hare
-geboorte tot haren dood op haar drukt. De Vliegende-Arend, terwijl hij de vrouw die
-hij liefhad noodzaakte hem te voet te volgen, door een natuurwoud en langs een ongebaanden
-weg, des te moeijelijker nog door de nachtelijke duisternis, hield zich volkomen overtuigd
-dat hij hierin geheel naar behooren te werk ging; de Wilde-Roos, op hare beurt, wist
-niet beter of dit was iets dat van zelve sprak, en veroorloofde zich niet de minste
-aanmerking.
-</p>
-<p>Zij gingen dus op weg en de rivier den rug toekeerende trokken zij in de rigting van
-het ons reeds bekende open graskamp.
-</p>
-<p>Met welk doel keerde nu het opperhoofd terug naar dezelfde plek, die hij pas een uur
-te voren verlaten had om de Gambucinos te ontwijken?
-</p>
-<p>Dit zullen wij spoedig zien.
-</p>
-<p>Op ongeveer honderd ellen van het open kamp hoorden zij het knallen van een vuurwapen.
-De Vliegende-Arend bleef staan.
-</p>
-<p>&#x2014;Ooah! mompelde hij, wat is dat? zou ik mij vergist hebben?
-</p>
-<p>Onmiddelijk afstijgende, gaf hij zijn paard aan de Wilde-Roos ter bewaring en gebood
-haar om hem in de verte te volgen. Hij sloop zoo snel hij kon door de struiken naar
-het graskamp, ongerust over het gevallen pistoolschot, dat hij niet wist waaraan toe
-te schrijven, daar de gedachte dat het door Estevan kon gelost zijn, volstrekt niet
-bij hem opkwam. Het opperhoofd hield zich overtuigd, dat iemand van zulk een karakter
-nooit zijn eigen zaak zou laten varen, hoe hopeloos zij ook staan mogt. Ofschoon hij
-zich hierin vergiste, was zijne veronderstelling toch niet zoo geheel bezijden de
-waarheid.
-</p>
-<p>Door bovenstaande denkbeelden bezield en vreezende dat er eenig ongeluk kon gebeurd
-zijn, haastte de Vliegende-Arend zich om zoo spoedig mogelijk het kleine kamp te bereiken,
-ten einde de onzekerheid <span class="pageNum" id="pb165">[<a href="#pb165">165</a>]</span>op te helderen, en niet zonder bekommering dat hij zijn vermoeden zou bewaarheid zien.
-</p>
-<p>Aan den rand van het grasperk gekomen bleef hij staan, boog de takken voorzigtig uiteen,
-en keek rond. De duisternis was nog te groot om iets duidelijk genoeg te onderscheiden;
-er heerschte in dit gedeelte, van het bosch eene doodelijke stilte. Maar op eens werden
-de struiken met kracht bewogen en nu schoot er een man, of liever een duivel uit te
-voorschijn, hem strijkelings voorbij, met een sprong als een jakhals, en verloor zich
-weldra achter hem in de duisternis.
-</p>
-<p>Een donker voorgevoel beklemde het hart van den Roodhuid, hij dacht er een oogenblik
-over na of hij den onbekende zou achtervolgen; maar liet dit denkbeeld terstond weder
-varen.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, zeide hij, wij zullen eerst zien wat hier gebeurd is; dien man ben ik zeker
-dat ik altijd zal wedervinden, zoodra ik maar wil.
-</p>
-<p>Hij stapte het grasveld op. De vuren die er een uur te voren gebrand hadden, waren
-uitgedoofd en verspreidden geen het minste licht meer; alles was stilte en duisternis.
-</p>
-<p>Het opperhoofd trad snel voorwaarts en bereikte weldra de plek waar de kuil gedolven
-was. Zij was ledig en don Estevan nergens te zien; op den rand der glooijing, door
-de uitgeworpen aarde gevormd, lag een mensch onbeweeglijk uitgestrekt.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend bukte om hem van nabij te bezien. Hij had hem dadelijk herkend.
-</p>
-<p>&#x2014;Heb ik het niet gedacht! riep hij in zich zelven, terwijl hij zich met een grijns
-oprigtte, de bleekgezigten zijn lafhartige oude vrouwen, de ondankbaarheid is eene
-ondeugd der blanken, de wraakzucht is een deugd der rooden.
-</p>
-<p>Hij stond eenige sekonden in beraad met de oogen strak op den gewonde gerigt.
-</p>
-<p>&#x2014;Zou ik hem helpen? vroeg hij zich eindelijk af. Waartoe zou het dienen? het is immers
-beter dat die blanke coyotes zich onderling verscheuren; de roode krijgslieden mogen
-om hunne woede lagchen. Die man daar, vervolgde hij, was nogtans een der beste onder
-de plunderzieke bleekgezigten, die ons tot in onze laatste toevlugtsoorden terugdringen!
-Bah! maar wat gaat hij mij aan? onze twee rassen zijn elkanders vijanden; laat de
-wilde beesten hem verder afmaken, ieder zijn deel van den buit!
-</p>
-<p>Na deze alleenspraak wilde hij zich verwijderen. Eensklaps echter voelde hij eene
-hand op zijn schouder, en eene schroomvallige stem fluisterde hem zacht in het oor.
-</p>
-<p>&#x2014;Die bleeke man was de vriend van den grijskop die den Vliegenden-Arend eenmaal heeft
-gered; vergeet de Sachem dit?
-</p>
-<p>Het opperhoofd ontroerde bij deze vraag, die zoo geheel met zijne innigste gedachten
-overeenkwam; want al had hij zich zelven pogen diets te maken dat er reden bestond
-om den gewonde aan zijn lot over te laten, gevoelde de Indiaan zeer goed dat zulk
-een bedrijf onverantwoordelijk was en dat de eer hem gebood den man te helpen die
-aan zijne voeten lag uitgestrekt.
-<span class="pageNum" id="pb166">[<a href="#pb166">166</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Kent de Wilde-Roos den jager? vroeg de Sachem uitwijkend.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wilde-Roos heeft hem twee dagen geleden voor het eerst gezien, toen hij den vriend
-van Machsi-Karehde zoo moedig te hulp kwam.
-</p>
-<p>&#x2014;Ooah! bromde de Indiaan, mijne zuster spreekt waarheid, die krijgsman is dapper,
-zijn hart is groot, hij is de vriend der Roodhuiden, de Vliegende-Arend is beroemd
-wegens zijne grootmoedigheid, hij zal dus het bleekgezigt niet aan de wolven ten prooi
-laten.
-</p>
-<p>&#x2014;Machsi-Karehde is de grootste krijgsman van zijn stam, zijn hoofd is met wijsheid
-vervuld, en wat hij doet is goed.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend glimlachte welgevallig om dit compliment van zijne jonge vrouw.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij de wonden, van dien man onderzoeken, zeide hij.
-</p>
-<p>De Wilde-Roos ontstak een ocote-fakkel om te kunnen zien; de twee Indianen knielden
-bij den gewonde neer, die nog altoos onbeweeglijk lag, en begonnen in het schijnsel
-der harsfakkel hem met naauwlettendheid te onderzoeken.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel was slechts ligt gewond door den slag die hem met het pistool werd toegebragt;
-wel is waar had die slag eene geweldige bloeding veroorzaakt en eene ligte hersenschudding
-gevolgd door bedwelming, maar de wond ging niet veel dieper dan de huid aan het bovenste
-gedeelte van het voorhoofd tusschen de wenkbraauwen. Blijkbaar had don Estevan den
-jager op <span class="corr" id="xd30e3930" title="Bron: dezelde">dezelfde</span> manier willen treffen als de matadores te Mexico de stieren kuisten, die er hunne
-eer in stellen om dit zoo behendig mogelijk te doen, ten einde de bewondering der
-toeschouwers op het amphitheater te verwerven. Zijn slag, ofschoon met vaste en vaardige
-hand, was echter met te veel overhaasting en dus niet juist genoeg toegebragt om doodelijk
-te zijn; evenwel, zoo de Vliegende-Arend hem niet in tijds ware te hulp gekomen, zou
-de jager waarschijnlijk voor het einde van den nacht door de wilde beesten zijn verslonden,
-die in dezen omtrek vrij talrijk op buit rondzwierven.
-</p>
-<p>Alle Indianen, wanneer zij op reis gaan, dragen aan een band over den schouder een
-perkamenten zak met zich, in den vorm van een weitasch, die zij hun <i>medicijn-zak</i> noemen; deze zak bevat een aantal geneeskrachtige kruiden, waarmede de Roodhuiden
-gewoon zijn hunne op de jagt of in den krijg bekomen kwetsuren te genezen, alsmede
-eenige heelkundige instrumenten, en eenige poeders tegen de koorts.
-</p>
-<p>Na de wond van Vrij-Kogel naauwkeurig te hebben bezigtigd, schudde de Indiaan tevreden
-het hoofd, en maakte hij zich onmiddelijk gereed om het eerste verband te leggen.
-Met een van obsidiaansteen<a class="noteRef" id="xd30e3939src" href="#xd30e3939">1</a> vervaardigd werktuig, zoo scherp als een scheermes, begon hij, geholpen door de Wilde-Roos,
-rondom de wond het haar weg te scheren; vervolgens grabbelde hij in zijn medicijnen-zak
-en haalde er een handvol <i>oregano</i> bladeren uit, die hij zorgvuldig fijn wreef en met Spaanschen brandewijn, zoogenaamde
-<i lang="es">refino</i> vermengde. Wij kunnen hier in &#x2019;t <span class="pageNum" id="pb167">[<a href="#pb167">167</a>]</span>voorbijgaan aanmerken dat in de geneesmiddelen der Indianen de brandewijn eene voorname
-rol speelt. Bij dit mengsel deed hij een weinig water en zout, en bereidde alles tot
-een vrij dikke pap, die hij, na de wond eerst met <span lang="es">refino</span> en water te hebben gewasschen, er als een verzachtende pleister oplegde, en met behulp
-van een abanijo blad vasthechtte.
-</p>
-<p>Dit eenvoudige middel werkte bijna oogenblikkelijk; na verloop van tien minuten slaakte
-de jager een zucht, opende de oogen, en rigtte zich op, naar alle zijden rondziende,
-als iemand die plotseling uit een diepen slaap wakker wordt en nog niet volkomen in
-staat is om de hem omringende voorwerpen te onderscheiden.
-</p>
-<p>Intusschen had Vrij-Kogel een te krachtig gestel om lang in dezen staat van halfbewustzijn
-te blijven; weldra kwam er weder orde in zijne denkbeelden, hij herinnerde zich wat
-er gebeurd was en welken verraderlijken slag hem door den man dien hij gered had was
-toegebragt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik dank u, brave Roodhuid, zeide hij met eene nog zwakke stem, terwijl hij het opperhoofd
-zijne hand toestak.
-</p>
-<p>De Indiaan drukte die hartelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder gevoelt zich nu beter? zeide hij op vragenden toon.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik gevoel mij zoo wel alsof er niets met mij gebeurd was, antwoordde Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Ooah! dan zal mijn broeder zich op zijn vijand kunnen wreken.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat dat maar aan mij over! de schurk zal mij niet ontsnappen, zoo waar als ik Vrij-Kogel
-heet, antwoordde de jager met nadruk.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! mijn broeder zal zijn vijand dooden, en zijn haarschedel aan de deur van zijn
-wigwam ophangen.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, hoofdman, zulk een wraak moge voor een Roodhuid geschikt zijn, maar zij voegt
-niet aan een man van mijn ras en kleur.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat denkt mijn broeder dan te doen?
-</p>
-<p>De jager glimlachte, zweeg eenige oogenblikken, en hervatte toen het gesprek, zonder
-de vraag van den Indiaan te beantwoorden.
-</p>
-<p>&#x2014;Sedert hoe lang bevind ik mij hier? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Omtrent een uur.
-</p>
-<p>&#x2014;Niet langer?
-</p>
-<p>&#x2014;Neen.
-</p>
-<p>&#x2014;God dank! dan kan mijn moordenaar nog niet ver weg zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;O! een kwaad geweten is een scherpe prikkel, merkte de Roodhuid verstandig aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wil mijn broeder doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik nog niet; mijne positie is bijzonder ingewikkeld, antwoordde Vrij-Kogel
-nadenkend; door de inspraak van mijn hart en de herinnering van een lang geleden bewezen
-dienst gedreven, heb ik eene daad gedaan die op velerlei wijs kan worden uitgelegd;
-ik zie thans dat ik verkeerd heb gehandeld. Intusschen, Roodhuid, wil ik u zeggen
-dat ik mij weinig over de verwijten mijner vrienden bekommer; ofschoon het <span class="pageNum" id="pb168">[<a href="#pb168">168</a>]</span>hard is voor iemand van mijn leeftijd en ondervinding, zich te hooren verwijten dat
-hij zoo onnoozel heeft gedaan als een kind, en zich aangesteld als een gek.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij dient ten minste toch te besluiten.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik zeer goed, maar dat is juist wat mij het moeijelijkste valt, te meer
-nog, omdat don Miguel en don Mariano zoo spoedig mogelijk van het gebeurde onderrigt
-moeten worden, of de gevolgen mijner dwaasheid zijn niet te berekenen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoor eens, zeide de hoofdman, ik begrijp zeer goed dat gij tegen eene onvermijdelijke
-bekentenis opziet; het is zeker ondragelijk hard, als een grijsaard het hoofd moet
-buigen voor verwijtingen, hoe welverdiend zij ook mogen zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar wat dan?
-</p>
-<p>&#x2014;Als gij er in toestemt, wil ik voor u doen wat u te veel moeite zou kosten. Terwijl
-gij de Wilde-Roos gezelschap houdt, zal ik naar uwe vrienden de bleekgezigten gaan
-en hun zeggen wat er is voorgevallen; ik zal hen tegen hunnen vijand waarschuwen en
-gij zult niets van hun ongenoegen te duchten hebben.
-</p>
-<p>Bij dit voorstel van den Indiaan, werd het aangezigt van den ouden jager rood van
-verontwaardiging.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen! riep hij forsch, ik zal mijn misslag niet vergrooten door eene lafheid, ik
-moet de gevolgen van mijne dwaze handeling ondergaan; ik zeg u dank, hoofdman, voor
-uw goed gemeend voorstel, maar ik kan het niet aannemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder is er meester van.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat ons haast maken, riep de jager, wij hebben reeds te veel tijd verloren; God
-weet welke gevolgen mijn misslag heeft en welke onheilen er misschien uit zullen voortvloeijen.
-Als ik ze niet meer kan verhoeden, is het ten minste mijn pligt om er de kracht van
-te verminderen. Kom meê, hoofdman, volg mij, wij moeten onmiddelijk naar het kamp.
-</p>
-<p>Onder het uitspreken dezer woorden stond de jager met koortsachtige drift op.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb geene wapens, riep hij, de ellendeling heeft ze mij ontroofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat mijn broeder zich daarover niet ongerust maken, antwoordde de Indiaan, in het
-kamp zal hij wapens genoeg vinden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar; maar waar is mijn paard, dat ik eenige schreden van hier heb laten staan?
-Ik moet het dadelijk zoeken.
-</p>
-<p>De Indiaan hield hem terug.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zou u niets baten, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom niet?
-</p>
-<p>&#x2014;Die man heeft er zich meester van gemaakt.
-</p>
-<p>De jager sloeg zich moedeloos op het voorhoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat nu? mompelde hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder neme mijn paard.
-</p>
-<p>&#x2014;En wat gij dan, hoofdman?
-<span class="pageNum" id="pb169">[<a href="#pb169">169</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ik heb er nog een.
-</p>
-<p>&#x2014;Ah! riep Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>Op een wenk van den Vliegenden-Arend bragt de Wilde-Roos het andere paard.
-</p>
-<p>De beide mannen wierpen zich in den zadel; het opperhoofd liet voor ditmaal, om zoo
-veel spoed mogelijk te maken, zijne vrouw achter hem opzitten en nu reden de twee
-ruiters, met het hoofd over den hals hunner paarden gebogen en met gevierden teugel
-in vliegenden galop naar het kamp der Gambucinos, waar zij binnen een uur, zonder
-nieuwe ongelukken aankwamen.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e3939">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e3939src">1</a></span> Een soort van glas van vulkaanschen oorsprong.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e3939src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch24" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7192">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXIV.</h2>
-<h2 class="main">Quiepa Tani.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Thans moeten wij naar twee der voornaamste personen uit onze historie terugkeeren,
-die wij maar al te lang hebben verwaarloosd. Hiertoe is noodig dat wij eenige stappen
-achterwaarts doen en ons verhaal weder opvatten van het oogenblik af toen Addick en
-de beide meisjes, die door don Miguel aan zijne zorg waren toevertrouwd, op weg gingen
-naar de stad Quiepa-Tani.
-</p>
-<p>Een gevoel van nooit gekende weelde doortintelde de borst van den Indiaan, zoodra
-hij zich met de beide meisjes in het dal bevond, ver verwijderd van de bespiedende
-blikken van don Miguel en den nog veel scherper blik van Loer-Vogel. Zijn oog glinsterde
-van genot, terwijl hij het beurtelings nu eens naar dona Laura en dan weder naar dona
-Luisa liet weiden, zonder te kunnen beslissen wie van deze twee in zijne schatting
-de voorkeur verdiende. Beiden vond hij zoo schoon, dat hij zich niet verzadigen kon
-van ze aan te zien, met die schier uitzinnige bewondering, waarmede de Indianen gewoon
-zijn Spaansche vrouwen te begroeten, die zij oneindig schooner vinden dan die van
-hun eigen stam.
-</p>
-<p>Doch terwijl wij onze lezers deze bijzonderheid doen opmerken, moeten wij er bijvoegen
-dat de Spanjaarden van hun kant even gretig de gunst der Indiaansche schoonheden zoeken,
-door welker bekoorlijkheden zij onweerstaanbaar worden aangetrokken. Is dit welligt
-een gevolg van de wijze beschikking der Voorzienigheid, die daardoor de volkomen zamensmelting
-der twee menschenrassen mogelijk wil maken? Wie weet dit? maar wat men niet kan in
-twijfel trekken, is, dat er slechts weinige Spanjaarden in Zuid-Amerika worden gevonden
-die ten minste niet eenige druppels Indiaansch bloed in hunne aderen hebben.
-</p>
-<p>Het jonge Indianen opperhoofd, in het bezit zijner twee gevangenen&#x2014;want als zoodanig
-beschouwde hij ze van het oogenblik af dat zij onder zijne hoede waren geplaatst,&#x2014;had
-eerst gedacht om ze naar zijn eigen stam te voeren, om dan later te beslissen op welke
-der twee <span class="pageNum" id="pb170">[<a href="#pb170">170</a>]</span>hij zijne keus zou vestigen. Verschillende redenen deden hem echter dit plan terstond
-weder opgeven. Vooreerst was de afstand tusschen hem en zijn stamdorp zoo groot, dat
-hij het waarschijnlijk met de twee zwakke en teergevoelige vrouwen niet zou kunnen
-bereiken, daar zij zeker tegen de tallooze vermoeijenissen van zulk eene lange reis
-door de wildernis niet bestand zouden zijn; in de tweede plaats lag de stad Quiepa-Tani
-slechts een paar mijlen ver van hem af, terwijl hij bovendien in zijne vrije beweging
-werd belemmerd door de stadwaarts gaande menigte, die gedurig aangroeide, en tevens
-door de zwarte schimmen der twee jagers, die dreigend boven den heuvel achter hem
-uitstaken, als tot waarschuwing, dat hij bij de minste verdachte beweging met een
-paar geduchte vijanden zou te doen krijgen.
-</p>
-<p>Aldus van den nood eene deugd makende, verborg hij de duistere plannen die in hem
-woelden zoo diep mogelijk in zijn boezem, en besloot hij, ten minste oogenschijnlijk,
-zijne taak stipt te volvoeren, en regtstreeks naar de stad te trekken. Eén ding behield
-hij zich echter voor, namelijk om de twee jonge dames aan de zorg van zijn zoogbroeder
-<i>Chicuhcoatl</i><a class="noteRef" id="xd30e4021src" href="#xd30e4021">1</a> den Amantzin van Quiepa-Tani toe te vertrouwen, die in zijne hoedanigheid als opperpriester
-van den tempel der Zon, bij magte was om ze voor aller oog te verbergen, tot de bestaande
-bezwaren zouden zijn uit den weg geruimd, en Addick gelegenheid kreeg om naar goedvinden
-te handelen of zijne schoone gevangenen weder onder zijn eigen opzigt te nemen.
-</p>
-<p>De ongelukkige jonge meisjes, door den drang der omstandigheden van hare twee laatste
-vrienden gescheiden, verkeerden in een staat van diepe neerslagtigheid, die haar het
-vermogen benam om veel op het aarzelen en draaijen van haar ontrouwen gids te letten.
-Zonder bescherming aan dezen wildeman overgelaten, die zoo het hem beviel haar op
-allerlei wijze kon mishandelen al was ook zijn trouw haar verzekerd, wisten zij maar
-al te goed dat zij geen menschelijke hulp te wachten hadden. Zij moesten dus haar
-lot volkomen in Gods hand stellen, en met christelijke gelatenheid zich <span class="corr" id="xd30e4030" title="Bron: evergeven">overgeven</span> aan de zware beproevingen die zij gedurende haar verblijf onder de heidensche Indianen,
-zouden te verduren hebben.
-</p>
-<p>Onder deze verschillende indrukken trokken onze drie reizigers, te midden der steeds
-digter en digter wordende menigte, stadwaarts en bereikten zij eindelijk den rand
-der buitengracht, niet zonder bespied te worden door de nieuwsgierige blikken der
-Indianen, die natuurlijk spoedig hadden opgemerkt dat de beide meisjes Spaanschen
-waren.
-</p>
-<p>Addick, na zijne gezellinnen een waarschuwenden wenk te hebben gegeven om op hare
-hoede te zijn, nam daarbij eene houding aan zoo onverschillig hem maar eenigzins mogelijk
-was, ofschoon zijn hart klopte van angst, toen hij zich aan de stadspoort zou vertoonen
-om te worden binnengelaten.
-<span class="pageNum" id="pb171">[<a href="#pb171">171</a>]</span></p>
-<p>Schijnbaar bedaard stapte hij de brug over en stond weldra voor de poort.
-</p>
-<p>Oogenblikkelijk werd er een lans tegen de vreemdelingen geveld, die hun den doortogt
-versperde.
-</p>
-<p>Een man, aan zijn rijk kostuum gemakkelijk als een der aanzienlijkste stadsbeambten
-te herkennen, stond op van de <i lang="es">butacca</i>&#x2014;zitbank&#x2014;waar hij in achtelooze houding zijn calumet had zitten rooken, en trad met
-afgemeten stappen naar hen toe. Op korten afstand bleef hij staan, terwijl hij Addick
-en zijn gezelschap van het hoofd tot de voeten met de grootste aandacht bekeek.
-</p>
-<p>De Indiaan schrikte in &#x2019;t eerst over deze blijkbaar vijandige ontvangst, maar herstelde
-zich terstond weder. Er blonk een straal van welgevallen uit het woeste oog van den
-stadsbeambte, hij wendde zich naar den schildwacht en fluisterde hem met eene onhoorbare
-stem eenige woorden in &#x2019;t oor.
-</p>
-<p>De roode soldaat hief terstond eerbiedig zijn lans op, trad een stap achteruit en
-liet de vreemdelingen door.
-</p>
-<p>Zij gingen de poort binnen.
-</p>
-<p>Addick rigtte zich met snelle schreden naar den tempel der Zon, zich in stilte geluk
-wenschende dat hij zoo gemakkelijk aan het gevaar ontkomen was, dat hem eenige minuten
-boven het hoofd had gezweefd.
-</p>
-<p>De jonge meisjes volgden hem met de gelatenheid der wanhoop, die zoo ligt voor gedweeheid
-of onderwerping wordt aangezien, maar inderdaad niets anders is dan de erkende onmogelijkheid
-om zich aan een gevreesd en onvermijdelijk lot te onttrekken.
-</p>
-<p>Terwijl onze personaadjes de straten der stad door trekken om de plaats hunner bestemming
-te bereiken, zullen wij met weinige woorden Quiepa-Tani trachten te beschrijven, dat
-onzen lezers nog slechts uitwendig bekend is.
-</p>
-<p>De naauwe, maar lijnregte en elkander regthoekig snijdende straten, loopen alle uit
-op een, juist in het midden der stad gelegen, uitgestrekt plein, dat den naam van
-<i>Conaciuhtzin</i>, of Zonne-plein, draagt.
-</p>
-<p>Bij den aanleg der stad en van dit plein, uit welks middelpunt de hoofdstraten letterlijk
-uitstralen, hebben de Indianen waarschijnlijk de zon op het oog gehad en zich bij
-haar welbehagelijk trachten te maken, want men zou zich moeijelijk een treffender
-en reusachtiger afbeelding van dat hemellicht kunnen voorstellen, dan deze mysterieuse
-en zinnebeeldige evenredigheid.
-</p>
-<p>Vier prachtige <i>Expan</i>, of paleizen, verheffen zich in de rigting der vier hoofdstreken van het kompas;
-aan de westzijde staat de groote tempel <i>Amantzin-expan</i>, omgeven door een ontelbare menigte met goud en zilver ingelegde kolommen.
-</p>
-<p>De aanblik van dit gebouw is allerindrukwekkendst; men beklimt, den drempel langs
-een breeden trap van twintig treden, elk uit een enkelen steen van tien meters lengte
-gehouwen; de muren zijn verbazend hoog en het dak, even als die der andere gebouwen,
-eindigt in een terras of verheven plat. De Indianen, ofschoon volkomen in staat om
-<span class="pageNum" id="pb172">[<a href="#pb172">172</a>]</span>onderaardsche gewelven te stichten, schijnen echter niet te weten hoe men een koepeldak
-of dom moet bouwen. Het inwendige des tempels is betrekkelijk zeer eenvoudig. Lange
-draperiën met vederen van duizend kleuren geborduurd en door middel van hieroglyphische
-figuren, de geschiedenis der Indiaansche godsdienst voorstellende, bedekken de wanden.
-In het midden des tempels staat een <i>teocali</i> of altaar, waarboven eene zon, schitterende van goud en edele gesteenten en rustende
-op de groote <i>ayalt</i>, of heilige schildpad. Door eene kunstmatige inrigting van het gebouw, schiet de
-opkomende zon iederen morgen hare stralen regt op het zonnebeeld, en doet alsdan dit
-idool schitteren met een oogverblindenden glans, die alles wat er omheen is verlicht
-en verlevendigt. Voor het altaar staat de offertafel, een vervaarlijk groot marmerblok,
-gelijkende naar de bekende <i>menhirs</i> der Druiden in het land der aloude Armorichen. Dit marmerblok rust op vier kolossale
-pooten van graniet. Het tafelblad is in het midden eenigzins uitgehold, en voorzien
-van een geul om het bloed der slagtoffers te laten wegvloeijen. Wij haasten ons te
-zeggen, dat het slagten van menschenoffers dagelijks zeldzamer wordt; gelukkig zijn
-wij ver verwijderd van dien rampzaligen tijd, toen men ter inwijding des tempels te
-Mexico op een enkelen dag zestig duizend menschen slagtte; tegenwoordig heeft dit
-afschuwelijk gebruik slechts in buitengewone gevallen plaats, en dan kiest men de
-slagtoffers alleen uit ter dood veroordeelde personen. Op den achtergrond des tempels
-is eene kleine, met zware gordijnen voor het oog des volks afgesloten ruimte. Deze
-gordijnen bedekken den ingang van een trap, die naar de uitgestrekte gewelven onder
-den tempel voert, in welke alleen de priesters vrijheid hebben om af te dalen. Het
-is in deze onderaardsche gewelven dat het gewijde vuur van Moctecuzoma<a class="noteRef" id="xd30e4073src" href="#xd30e4073">2</a> onophoudelijk blijft branden. De trappen en dorpels aan den ingang des tempels worden
-iedereen morgen met versche bladeren en bloemen bestrooid.
-</p>
-<p>Aan de zuidzijde van het plein verrijst de <i>tanamitec</i> of het paleis van den vorst.
-</p>
-<p>Dit paleis, welks naam letterlijk eene &#x201c;door muren omgeven ruimte&#x201d; aanduidt, is niets
-anders dan eene aaneenschakeling van audiëntie- en vergaderzalen, en ruime binnenplaatsen,
-waar de krijgslieden die met het bewaken der stad zijn belast, worden gedrild en geoefend.
-Een afzonderlijke reeks huizen, ontoegankelijk voor vreemde bezoekers, strekt tot
-verblijf voor het opperhoofd en zijn gezin. Een ander soortgelijk gebouw dient tot
-tuighuis en bevat allerlei wapenen, als pijlen, bogen, werpspiessen, lansen en schilden,
-van Indiaansch maaksel en sedert de vroegste tijden in gebruik, alsmede Europeesch
-oorlogstuig, als: sabels, degens, zwaarden en geweren en andere vuurwapenen, van welke
-de inboorlingen, na er de geduchte uitwerksels van te hebben leeren kennen, zich thans
-even goed weten te bedienen als wij, zoo niet beter.
-<span class="pageNum" id="pb173">[<a href="#pb173">173</a>]</span></p>
-<p>Eene der merkwaardigste bijzonderheden die dit tuighuis bevat is zonder twijfel een
-klein stuk geschut, dat eenmaal aan Fernando Cortez toebehoorde, maar door de Indianen,
-toen hij het bij zijn overhaasten aftogt uit Mexico in den bekenden <i lang="es">noche triste</i> (jammernacht) op den grooten weg moest achterlaten, werd buit gemaakt. Dit kanon
-is thans voor de Indianen nog altoos een voorwerp van vereering en vrees,&#x2014;wel een
-bewijs van den schrikkelijken indruk dien het tijdperk der verovering op de gemoederen
-des volks heeft achtergelaten, daar hij na verloop van zoo vele jaren en veelvuldige
-lotwisseling niet kon worden uitgewischt.
-</p>
-<p>Op het zelfde plein verheft zich de vermaarde <i>ciuatl-expan</i>, of het paleis der vestalinnen. Daar leven en sterven, ver van het oog der mannen,
-de maagden aan de dienst der Zon gewijd. Geen manspersoon, uitgezonderd de opperpriester,
-vermag dit gebouw binnen te dringen, terwijl eene gruwzame straf den vermetele bedreigt
-die deze wet zou durven overtreden. Het leven der Indiaansche zonnemaagden gelijkt
-in menig opzigt naar dat der nonnen in de Europesche kloosters. Even als deze zijn
-zij in cellen opgesloten en moeten zij de gelofte van eeuwige kuischheid afleggen,
-waardoor zij zich verbinden nimmer een man toe te spreken, dan haar vader of haar
-broeder; en dit zelfs staat haar niet vrij, dan geheel gesluijerd, achter een traliehek
-en in de tegenwoordigheid van een derde persoon.
-</p>
-<p>Ook bij openbare plegtigheden en godsdienstige feesten in den tempel, verschijnen
-zij niet anders dan volkomen gesluijerd. Wanneer het van eene zonnemaagd bewezen is
-dat een man haar aangezigt heeft gezien, moet zij onmiddelijk ter dood worden gebragt.
-</p>
-<p>In het kloostergebouw zelve, houden zij zich met vrouwelijken arbeid bezig, en vervullen
-tevens met ijver hare godsdienstpligten. De geloften zijn vrijwillig. Geen jong meisje
-kan onder de zonnemaagden worden opgenomen, tenzij de opperpriester zekerheid hebbe
-dat niemand haar tot deze keus heeft gedwongen en dat zij bereid is hare roeping volstandig
-te volgen.
-</p>
-<p>Eindelijk noemen wij het vierde paleis, aan de oostzijde, het prachtigste en tevens
-het somberste van allen.
-</p>
-<p>Dit gebouw heet <i>Iztlacat-expan</i>, of het paleis der profeten: het dient tot woonplaats voor den <i>Amanani</i> en de <i>Chalchiuk</i>&#x2014;priesters.&#x2014;Men kan zich moeijelijk een geheimzinniger, treuriger en terugstootender
-gebouw voorstellen dan dit verblijf, welks vensters allen met gevlochten riet zijn
-gedekt, zoo digt en ondoorzigtbaar dat het naauwelijks het daglicht doorlaat. Binnen
-deze muren heerscht eene eeuwigdurende stilte en somberheid; slechts nu en dan, in
-het holst van den nacht, wanneer alles in de stad in diepe rust is, hoort men vervaarlijke
-geluiden en wonderbare stemmen uit den Iztlacat-expan opgaan, die de verschrikte Indianen
-in hun slaap storen.
-</p>
-<p>Terwijl de gelofte der kuischheid aan de vestaalsche nonnen is opgelegd, is dit niet
-het geval met den opperpriester en zijne onderhoorigen. Intusschen moeten wij hier
-aanmerken dat ook deze zelden trouwen <span class="pageNum" id="pb174">[<a href="#pb174">174</a>]</span>en, ten minste oogenschijnlijk, zich van allen omgang met de sekse onthouden.
-</p>
-<p>Het noviciaat der priesters duurt tien jaar, en eerst na verloop van dezen tijd en
-na het doorstaan van tallooze proeven, bekomen zij den titel van Chalchiuh. Tot zoolang
-kunnen zij nog van besluit veranderen en eene andere loopbaan kiezen; dit gebeurt
-echter uiterst zelden. Het is maar al te waar dat zij, van deze hun door de wet toegestane
-vrijheid gebruik makende, groot gevaar loopen om door hunne voormalige ambtsbroeders
-vermoord te worden, uit vrees dat zij iets van hunne heilige geheimen aan het volk
-zouden verraden. Overigens worden de priesters door de Indianen zeer geëerbiedigd
-en weten zij zich doorgaans bij het volk bemind te maken; in een woord, na het wereldlijk
-opperhoofd is de Amanani of opperpriester de meest geëerbiedigde man van zijn stam.
-</p>
-<p>Ofschoon bij deze volken de godsdienst zulk een magtige hefboom is, moet men zeggen
-dat er tusschen de wereldlijke en geestelijke magt nooit botsing ontstaat: ieder van
-deze weet wat zij te doen heeft en houdt zich binnen de haar voorgeschreven perken,
-zonder ooit op de regten der andere inbreuk te willen maken. Dank zij deze verstandige
-staatsregeling, werken de priesters en de opperhoofden eenstemmig en met verdubbelde
-kracht.
-</p>
-<p>De Europeaan, gewoon aan het gewoel en gedruisch en geschreeuw der steden in de Oude
-Wereld, waar de straten gedurig door allerlei soorten van rijtuigen worden versperd,
-en waar bij iederen voetstap duizende belangen, zaken en bezigheden tegen elkander
-botsen, zich verdringen en dooreenwoelen, zou zich grootelijks verwonderen wanneer
-hij eensklaps in een Indiaansche stad wierd overgeplaatst. Daar heeft men geen kunstmatige
-middelen van gemeenschap, geen luidruchtige handelsbeweging; daar ziet men geen buurten
-vol prachtige winkels die hunne waren uitstallen, om de nieuwsgierigheid en kooplust
-der voorbijgangers aan te lokken of de dieven gelegenheid te geven tot het naasten
-der oogverblindende voorwerpen van Europesche weelde en gemak. Daar ziet men zelfs
-geen rijtuigen, koetsen, wagens of karren; de stilte wordt er slechts nu en dan gestoord
-door een eenzamen voetganger, die zich haast om zijne woning te bereiken, of voortstapt
-met al de deftigheid van een magistraatspersoon of geleerde.
-</p>
-<p>De huizen, allen potdigt gesloten, zijn voor de oogen en ooren daarbuiten ontoegankelijk.
-Het leven der Indianen trekt zich geheel zamen in het familieleven; voor alles wat
-vreemd is ongenaakbaar, blijven de zeden aartsvaderlijk, en wordt de openbare straat
-er nooit, zoo als zij dit maar al te veel bij ons, beschaafde volken, is, het schandtooneel
-van twist, strijd, dronkenschap, of nog afschuwelijker zedeloosheid.
-</p>
-<p>De kooplieden verzamelen zich in uitgestrekte bazars, waar zij des voormiddags hunne
-waren te koop veilen, namelijk vruchten, groenten, en stukken vleesch of gevogelte;
-want iedere andere tak van negotie is bij de Indianen onbekend, daar elk gezin zijn
-eigen kleederen spint, weeft, en vervaardigt, even als alle overige voorwerpen&#x2014;meubels,
-<span class="pageNum" id="pb175">[<a href="#pb175">175</a>]</span>huisraad of levensbehoeften. Zoodra de zon haar loop half heeft volbragt, worden de
-bazars gesloten en verlaten de Indiaansche kooplieden, die allen op het land wonen,
-de stad, om er niet voor den volgenden morgen met versche eetwaren terug te komen.
-Iedereen voorziet zich van het noodige voor den geheelen dag.
-</p>
-<p>Bij de Indianen werken de mannen nooit; alleen de vrouwen zijn belast met het doen
-van aankoop, de zorg voor het huishouden, en het toebereiden of vervaardigen van alles
-wat tot levensonderhoud dienen kan. De mannen daarentegen, te trotsch om zich met
-huisselijken arbeid in te laten, gaan op de jagt of ten oorlog.
-</p>
-<p>De betaling van hetgeen men koopt of verkoopt geschiedt niet, als in Europa, met klinkende
-specie&#x2014;die over het algemeen, onder de Indianen weinig bekend is en slechts aan de
-grenzen of kusten, in den handel met de blanken gebruikt wordt&#x2014;maar door middel van
-ruiling. Dit eenvoudig, maar gebrekkig, en bij onze Europesche beschaving geheel onbruikbaar
-geworden handelsmiddel, is bij al de Indianen stammen in het binnenland bijna uitsluitend
-in zwang. De kooper geeft het een of ander voorwerp dat hij missen kan, in ruil voor
-hetgeen hij verlangt of noodig heeft. Ziedaar alles.
-</p>
-<p>Terwijl wij dus onze lezers den toestand van Quiepa-Tani hebben leeren kennen, zullen
-wij dit hoofdstuk eindigen met te zeggen, dat Addick en zijne twee gezellinnen, na
-lang genoeg de stille straten der stad te hebben doorkruist, eindelijk het paleis
-Iztlacat-expan bereikten.
-</p>
-<p>De Indiaansche hoofdman vond, op zijn verzoek, in den Amanani een gewillig en voorkomend
-bondgenoot, die hem plegtig beloofde de hem in bewaring gegeven gevangenen met de
-meeste zorg te zullen bewaken.
-</p>
-<p>Wij moeten hier bijvoegen, dat Addick niet verzuimde den opperpriester te verzekeren
-dat de hem toevertrouwde jonge meisjes, dochters waren van een der vermogendste heeren
-uit Mexico, en dat hij om dezen edelman in het belang der Indianen te verpligten,
-besloten had een van de twee tot vrouw te nemen. Evenwel, daar de meisjes hem beiden
-even goed bevielen, was hij op dit oogenblik nog niet in staat om zijne keus te bepalen,
-en meende hij de beslissing nog een tijdlang te moeten verschuiven.
-</p>
-<p>Eindelijk liet hij, om zich de gunst van zijn nieuwen bondgenoot te verzekeren, wiens
-gierigheid hem sinds lang bekend was, er op volgen, dat hij de voogdij die deze thans
-op zich nam met een kostbaar geschenk zou beloonen.
-</p>
-<p>Hiermede wegens het lot der jonge meisjes voorshands gerust gesteld, en na in het
-eerste gedeelte van zijn plan volkomen te zijn geslaagd, begon Addick te overleggen
-hoe hij ook het tweede gedeelte zou doen gelukken. Hij nam dus al ras afscheid van
-dona Luisa en dona Laura, die hij zoo plegtig bezworen had te zullen beschermen, maar
-thans schandelijk dacht te verraden; hij steeg te paard, en reed haastig de stad uit,
-in de rigting van het veer del Rubio, waar hij wist don Miguel te zullen vinden.
-<span class="pageNum" id="pb176">[<a href="#pb176">176</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e4021">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e4021src">1</a></span> &#x201c;Acht-slangen,&#x201d; van <i>chicuh</i> acht, en <i>coatl</i> slang.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4021src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4073">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e4073src">2</a></span> Zie Vrij-Kogel, pag. 123 (van denzelfden schrijver.)&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4073src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch25" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7201">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXV.</h2>
-<h2 class="main">Een drietal schurken.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij laten Addick, met zijne ondeugende plannen, in vollen galop zich verwijderen van
-Quiepa-Tani, en zullen ons intusschen een weinig nader bezig houden met de twee beklagenswaardige
-jonge meisjes, die hij voor zijn vertrek, aan den zorg van den Amanani had opgedragen.
-</p>
-<p>Deze liet haar terstond in de Ciuatl-expan, het verblijf der zonnemaagden opsluiten.
-</p>
-<p>Ofschoon gevangenen, werden zij, ingevolge de bevelen van Addick, met de meeste onderscheiding
-behandeld; ook zouden zij de verveling van hare onregtmatige gevangenschap geduldig
-hebben gedragen, zoo een heimelijke angst over het lot dat haar welligt in de toekomst
-verbeidde, en de herinnering aan de vreesselijke omstandigheden onder welke zij herwaarts
-gebragt en zoo plotseling van haar laatsten beschermer waren gescheiden, zich niet
-van haar hadden meester gemaakt.
-</p>
-<p>Het was onder deze omstandigheden, dat het verschil van karakter tusschen de beide
-vriendinnen duidelijk aan &#x2019;t licht kwam.
-</p>
-<p>Dona Laura, gewoon aan de huldebetooningen der mooije cavaliers die haars vaders huis
-bezochten, en verwend door de genietingen van het mollig en weelderig leven der rijke
-familiën in Mexico, leed veel onder de treurige herinnering van hetgeen zij hier missen
-moest en dat weleer hare kindsheid had gestreeld. De martelingen in het klooster voorbijziende,
-dacht zij alleen aan de vreugd van het ouderlijke huis, en niet in staat om haar grievend
-hartzeer te wederstaan, verviel zij weldra in eene doffe moedeloosheid, die zij zelfs
-niet poogde te bestrijden.
-</p>
-<p>Dona Luisa daarentegen, die in haar tegenwoordigen toestand weinig verschil bespeurde
-met dien van haar noviciaat, kon zich beter in haar lot schikken, en onderging het
-met moed en geduld; al betreurde zij ook het verlies van hare vrijheid, de liefde
-voor hare vriendin en het werkdadig deel dat zij aan hare redding genomen had, vervulden
-hare ziel en sterkten haar in den strijd tegen het ongeluk.
-</p>
-<p>Buiten haar weten welligt, was er onlangs in het hart van het jonge meisje nog een
-ander gevoel binnengeslopen, een gevoel dat zij niet poogde te verklaren en van welks
-kracht zij zich geen duidelijke rekenschap kon geven, maar dat haar moed verdubbelde
-en op eene redding deed hopen, zoo al niet zeker, dan toch zeer mogelijk, door tusschenkomst
-van denzelfden man die reeds zooveel voor haar en hare vriendin had gewaagd, en die
-haar niet verlaten zou in de nieuwe gevaren welke haar bedreigden ten gevolge der
-verfoeijelijke ontrouw van haar geleider.
-</p>
-<p>Toen de beide vriendinnen elkander over de waarschijnlijkheid harer bevrijding onderhielden,
-durfde Laura den naam van don Miguel niet uitspreken, en met eene bedeesdheid waarvan
-zich de reden ligt laat <span class="pageNum" id="pb177">[<a href="#pb177">177</a>]</span>vermoeden, veinsde zij geheel op haar vaders invloed te steunen. Luisa daarentegen
-kwam er rond voor uit, dat de moed en ijver bereids door don Miguel aan den dag gelegd,
-voor haar een genoegzame waarborg was, en dat de man die haar reeds eenmaal had gered,
-haar gewis ook nu weder zou te hulp komen.
-</p>
-<p>Laura, om goede redenen, door hare vriendin nooit ingelicht omtrent de groote verpligting
-die zij aan den jongman had, begreep dus niet welk verband er kon bestaan tusschen
-hem en haar toekomstig lot, en vroeg aan Luisa meermalen om nadere opheldering. Deze
-echter zweeg op dit punt of ontweek telkens hare vraag.
-</p>
-<p>&#x2014;Inderdaad, lieve vriendin, zeide Laura, gij spreekt gedurig van don Miguel, en zonder
-twijfel zijn wij aan hem, wegens de dienst die hij ons bewezen heeft, grootelijks
-verpligt; maar nu is zijne rol bijkans afgeloopen, en mijn vader, wanneer hij door
-hem van onzen tegenwoordigen toestand kennis bekomt, zal ons spoedig komen verlossen.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Querida de mi corazon</i>&#x2014;mijn allerliefste hartje, antwoordde dona Luisa, haar mooi hoofdje schuddend, wie
-weet waar uw vader zich op dit oogenblik bevindt; ik voor mij hoop steeds op don Miguel,
-omdat hij ons zoo geheel uit eigen beweging en zonder eenige hoop op belooning heeft
-gered; hij is veel te getrouw en te edelmoedig om eene onderneming te laten varen
-die zoo wel door hem begonnen is.
-</p>
-<p>Dit laatste gezegde werd met zooveel kracht en overtuiging geuit, dat Laura verwonderd
-de oogen opsloeg en hare vriendin zoo doordringend aankeek, dat deze onwillekeurig
-een blos kreeg en de oogen neersloeg.
-</p>
-<p>Laura sprak niet, maar vroeg zich zelve in stilte: wat toch de reden kon zijn waarom
-Luisa zoo hartstogtelijk partij koos voor iemand die niet werd aangevallen en aan
-wien hare vriendin bijna geen verpligting had, ja dien zij naauwelijks kende?
-</p>
-<p>Van dezen dag af, als bij stilzwijgend akkoord, spraken zij niet meer over don Miguel
-en werd zelfs zijn naam tusschen haar niet weder genoemd.
-</p>
-<p>Het is wel een zonderling maar toch onbetwistbaar verschijnsel, dat de geestelijken
-of priesters, in alle landen en tot welke godsdienst zij ook behooren, steeds begeerig
-zijn om proselieten te maken, en dit soms te dringender en onbescheidener naarmate
-hun geloof minder aannemelijk is en minder aanspraak heeft op zedelijke overtuiging.
-De Amanani van Quiepa-Tani althans had dezen trek met de meesten zijner broederen
-gemeen, en liet geene gelegenheid voorbijgaan om de twee Spaansche meisjes tot de
-dienst der Zon over te halen. Met groote verstandsgaven bedeeld en voor zich zelven
-hoogelijk ingenomen met de godsdienst die hij beleed, bovendien een bittere vijand
-van al wat Spaansch was, vatte hij reeds zoodra Addick hem de zorg voor de jonge meisjes
-toevertrouwde, het voornemen op om haar tot priesteressen der Zon te maken. Dergelijke
-bekeeringen zijn in Amerika niet zonder voorbeeld, en het ongerijmde of liever monsterachtige
-dat daarin voor ons gevoel gelegen is, schijnt in dit land iets geheel natuurlijks.
-<span class="pageNum" id="pb178">[<a href="#pb178">178</a>]</span></p>
-<p>De Amanani stelde dus zijne batterijen in deze rigting. De jonge meisjes spraken geen
-Indiaansch; hij, van zijn kant, kende geen woord Spaansch; maar dit groote bewaar
-wist de opperpriester spoedig uit den weg te ruimen. Er was namelijk onder zijne handlangers
-zekere krijgsman, Atoyac geheeten, dezelfde die bij de stadspoort op schildwacht stond
-toen Addick er aankwam. Deze man was met eene Indiaansche <i>manza</i>&#x2014;beschaafde vrouw&#x2014;gehuwd, die niet ver van Monterey hare opvoeding had genoten en
-de Spaansche taal vlot genoeg sprak om zich te doen verstaan. Het was eene vrouw van
-ongeveer dertig jaren, ofschoon men op het eerste gezigt zou gedacht hebben dat zij
-ten minste vijftig was. In deze gewesten, waar het menschelijk ligchaam zoo snel ontwikkelt,
-trouwen de meisjes gewoonlijk reeds op haar twaalfde of dertiende jaar. Vervolgens
-aanhoudend tot den zwaarsten arbeid gedwongen, die in andere landen gewoonlijk den
-mannen ten deel valt, begint hare frischheid spoedig te verwelken en komen zij met
-haar vijfentwintigste jaar reeds tot een vervroegden staat van verval, die geen tien
-jaren later de meeste vrouwen tot leelijke schepsels maakt, ofschoon zij in hare jeugd
-eene schoonheid en bevalligheid bezaten die vele Europeaansche dames haar met regt
-hadden kunnen benijden.
-</p>
-<p>De vrouw van Atoyac heette <i>Huitlotl</i>, of de Duif; het was een eenvoudig, zachtzinnig schepsel, die zelve veel geleden
-had en dus onwillekeurig geneigd was om medelijden te gevoelen met de smarten van
-anderen. Zij moest het middel zijn om Laura en Luisa te verleiden, en in weerwil van
-de bestaande wet, die nadrukkelijk verbood om vreemdelingen in het paleis der Zonnemaagden
-toe te laten, nam de Amanani op zich om de zachtzinnige Duif met de beide meisjes
-in aanraking te brengen.
-</p>
-<p>Men moet zelf gevangene zijn geweest, onder menschen wier taal men niet verstaat,
-om zich een juist denkbeeld te maken van het genoegen dat de arme gevangenen ondervonden,
-toen haar iemand kwam bezoeken met wie zij konden spreken en die voor het eerst de
-verveling hielp verdrijven aan welke zij in hare eenzaamheid ten prooi waren. De Indiaansche
-werd ontvangen als een vriendin, en hare tegenwoordigheid was voor de meisjes eene
-aangename afleiding.
-</p>
-<p>Bij haar tweede bezoek echter begonnen de Spaansche meisjes reeds te begrijpen met
-welk hatelijk oogmerk deze bijeenkomsten plaats hadden, en van toen af volgde er op
-de korte vreugde van den eersten dag eene ware tirannij. De verschijning van Huitlotl
-werd voor haar een voortdurende straf. Als Spaanschen, sterk aan de godsdienst harer
-vaderen gehecht, konden zij de bedoelingen van den opperpriester niet dan met afgrijzen
-beantwoorden. Intusschen was de Indiaansche vrouw veel te eenvoudig en uit zich zelve
-onbekwaam om de bedriegelijke rol die men haar had opgedragen lang vol te houden,
-of voor hare nieuwe vriendinnen te verbergen welk lot zij ondanks de zoetsappige woorden
-en innemende manieren van den Amanani te wachten hadden, en welke vreesselijke folteringen
-zij zouden moeten doorstaan wanneer zij weigerden <span class="pageNum" id="pb179">[<a href="#pb179">179</a>]</span>zich aan de Zonnedienst te verbinden. Het vooruitzigt was dus alles behalve geruststellend.
-</p>
-<p>De jonge meisjes wisten maar al te wel dat de Indianen in staat waren om hunne gruwzame
-bedreigingen zonder genade uit te voeren; hoe standvastig zij zich dus voornamen om
-aan het voorvaderlijk geloof getrouw te blijven, werden de arme kinderen door schrikbarende
-angsten verscheurd.
-</p>
-<p>Intusschen verliep de tijd; de opperpriester begon ongeduldig te worden over den tragen
-gang van het bekeeringswerk. De zwakke hoop die dona Laura en dona Luisa tot hiertoe
-had staande gehouden, om zich aan het offer dat men van haar eischte te onttrekken,
-begon meer en meer te verdwijnen. Deze pijnlijke toestand werd nog verzwaard door
-de ontstentenis van alle berigten van buiten, en de moedeloosheid der jonge dames
-eindigde weldra in eene kwijnende ziekte, die zoo hand over hand toenam, dat de Amanani
-voorzigtigheidshalve besloot om het plan zijner proselietenmakerij voor eenigen tijd
-op te schorten.
-</p>
-<p>Wij zullen hier de arme gevangenen een poos aan zich zelven overlaten, gelukkig als
-zij zijn door het schijnbaar ongeluk dat haar in het verlies van hare gezondheid overkwam,
-en dat haar voor een tijd lang ten minste tegen de hatelijke aanslagen beschermde
-waaraan zij ten doel stonden; terwijl wij den draad weder opvatten der gewigtige gebeurtenissen,
-in welke de overige personen uit ons verhaal hunne rol spelen.
-</p>
-<p>Zoodra don Estevan zich weder in vrijheid zag en het paard van Vrij-Kogel vermeesterd
-had, gaf hij het de sporen en begon hij met lossen teugel een onstuimigen rid door
-het bosch, om zich zoo spoedig mogelijk van de plaats te verwijderen waar slechts
-weinige oogenblikken te voren hem een onvermijdelijken dood had gedreigd.
-</p>
-<p>Ten prooi aan eene dwaze vrees, die met iedere minuut toenam, rende hij in gestrekten
-draf, zonder doel of gedachte en zonder bepaalde rigting, maar steeds regt voor zich
-uit vlugtende, als werd hij vervolgd door het spook van den akeligen dood, die hem
-gedurende een uur, maar voor zijn gevoel langer dan eene eeuw, op de schouders had
-gedrukt, en de ontvleeschte arm reeds dreigend hield uitgestrekt om hem aan te grijpen
-en in den afgrond te slingeren tot het toeval hem als door een wonder, in het uiterste
-oogenblik van wanhoop en stervensnood een verlosser beschikte.
-</p>
-<p>Don Estevan, naarmate het in zijn brein weder helder begon te worden en er meer kalmte
-kwam in zijne geschokte denkbeelden, werd van lieverlede weder dezelfde man die hij
-te voren geweest was, namelijk een onverbeterlijke schurk, die met alle regt en billijkheid
-veroordeeld volgens de Lynchwet, zijne welverdiende straf had ondergaan. In plaats
-toch van in zijne onverhoopte redding de hand eener genadige Voorzienigheid te erkennen,
-die het behaagde op deze wijs den weg des berouws voor hem open te stellen, zag hij
-er niets anders in dan eene materieele toevalligheid, en voedde hij geen andere gedachte,
-dan zich zoo spoedig mogelijk te wreken aan de mannen <span class="pageNum" id="pb180">[<a href="#pb180">180</a>]</span>die hem vernederd en hem den voet op den nek hadden gezet.
-</p>
-<p>Hoe vele uren hij aldus in de duisternis voortholde, met allerlei wraakplannen in
-het hoofd en met het oog spottend en uittartend ten hemel gerigt, is moeijelijk te
-bepalen. De geheele nacht verliep in dezen onbeteugelden rid, tot de opgaande zon
-hem verraste, op verren afstand van de plaats waar hij zijn vonnis had ondergaan.
-</p>
-<p>Eindelijk hield hij een poos stil, om zijne denkbeelden in orde te schikken en een
-bespiedenden blik in het rond te werpen.
-</p>
-<p>In de streek waar hij zich thans bevond, waren de boomen vrij dun gezaaid en kon men
-tusschen de hooge stammen door, op korten afstand, eene geheel van bosch ontbloote
-vlakte onderscheiden, die in de verte door hooge bergen werd begrensd, welker kruinen
-aan den uitersten horizont met den hemel zamensmolten; eene vrij breede rivier stroomde
-statig tusschen twee kale en rotsachtige oevers.
-</p>
-<p>Don Estevan slaakte een zucht van verligting, in de zeer waarschijnlijke veronderstelling,
-dat, zoo hij door iemand ware nagezet, de snelheid van zijn rid en de menigte door
-hem gemaakte omwegen, zijn spoor geheel zouden hebben uitgewischt. Hij reed nu stapvoets
-naar den uitersten rand van het bosch, waar hij voornemens was een paar uren af te
-stijgen, om zijn hijgend en dampend paard te verpoozen en zelf ook eenige hoognoodige
-rust te nemen, na al de doorgestane angsten en vermoeijenissen.
-</p>
-<p>Toen hij de laatste boomen van het woud had bereikt bleef hij voor de tweede maal
-staan, om zich opnieuw met een bespiedenden blik te verzekeren dat er niemand in den
-omtrek was, en hiervan door de roerlooze stilte rondom hem overtuigd, steeg hij af,
-ontzadelde zijn paard, deed het een kluister aan, zoodat het zijn voeder kon zoeken
-zonder ver weg te loopen, en zich toen op den grond uitstrekkende, begon hij na te
-denken.
-</p>
-<p>Zijn toestand was ver van aangenaam: zoo geheel alleen, bijna zonder wapenen, in een
-onbekende streek, genoodzaakt om de lieden van zijne kleur te ontvlugten, en verpligt
-om alleen op zich zelve te rekenen, tegenover de duizend gevaren die hem omringden,
-en alles wat er gebeuren kon!
-</p>
-<p>Voorzeker zou wel een vastberadener en door de natuur met een harder gestel begaafd
-man dan don Estevan, onder zulke omstandigheden verlegen gestaan en zoo niet aan wanhoop
-dan toch aan moedeloosheid zich hebben overgegeven. Uitgeput door de felle zielsangsten
-en ongehoorde vermoeijenissen die hij gedurende den afgeloopen nacht had moeten doorstaan,
-verzonk hij tegen wil en dank in zulk een staat van stompzinnigheid en onmagt, dat
-hij geheel ongevoelig werd voor de buitenwereld; de hem omringende voorwerpen verdwenen
-van lieverlede uit zijne oogen, zoodat hij, om zoo te zeggen, niet meer bestond dan
-in de gedachte&#x2014;die altoos brandende baken, door Gods oneindige goedheid in het hoofd
-van den mensch ontstoken, om hem in de dikste duisternis voor te lichten, en het arme
-schepsel zelfs in den uitersten nood het gevoel zijner kracht en den wil tot den strijd
-te doen behouden.
-<span class="pageNum" id="pb181">[<a href="#pb181">181</a>]</span></p>
-<p>Sedert geruimen tijd zat de Mexicaan reeds met den elleboog op de knieën en het hoofd
-op de hand geleund, starende zonder te zien en luisterende zonder te hooren, toen
-hij op eens een schok kreeg en verschrikt opstond.
-</p>
-<p>Eene hand was hem zacht op den schouder gelegd.
-</p>
-<p>Hoe ligt de aanraking mogt geweest zijn, zij was genoeg om den Mexicaan op te wekken
-en tot het besef van zijn tegenwoordigen toestand terug te brengen.
-</p>
-<p>Hij keek op.
-</p>
-<p>Er stonden twee Indianen bij hem.
-</p>
-<p>Die Indianen waren Addick en de Roode-Wolf.
-</p>
-<p>Een vreugdestraal blonk uit het oog van don Estevan, daar hij gevoelde dat deze twee
-mannen voor hem niet anders dan bondgenooten konden zijn. Hij had naar hen verlangd,
-zonder te hopen hen ooit hier te ontmoeten.
-</p>
-<p>Kan men in de woestijn wel met eenige zekerheid zeggen te zullen ontmoeten die men
-zoekt? Addick staarde hem aan met een spotachtigen blik.
-</p>
-<p>&#x2014;Ooah! riep hij, mijn bleeke broeder slaapt met de oogen open; hij is zeer vermoeid
-naar het schijnt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zei don Estevan.
-</p>
-<p>Er volgde een poosje stilte.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik had niet gehoopt mijn broeder zoo spoedig te vinden, en vooral niet in zulke aangename
-omstandigheden, hervatte de Indiaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo! zei don Estevan laconisch.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, met behulp van mijn broeder de Roode-Wolf en zijne krijgslieden, ging ik op marsch,
-om zoo mogelijk het bleekgezigt hulp toe te brengen.
-</p>
-<p>De Mexicaan beschouwde hem met een argwanend oog.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, zeide hij eindelijk op een toon van bittere ironie, ik heb niemands
-hulp noodig.
-</p>
-<p>&#x2014;Des te beter; en het verwondert mij geenszins: mijn broeder is een groot krijgsman
-onder zijn volk; maar het is toch mogelijk dat de hulp die hij tot hier toe niet noodig
-had, hem later zou kunnen dienen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoor eens, zei don Estevan, geloof mij, wij moeten geen strijd van fijne gezegden
-beginnen; laten wij liever ronduit met elkander spreken; gij kent mijne omstandigheden
-beter dan ik u die ooit had willen vertellen; hoe gij ze te weten zijt gekomen, kan
-mij weinig schelen; maar zooals ik wel denk, hebt gij mij een voorstel te doen&#x2014;een
-voorstel dat gij zonder twijfel naar de omstandigheden waarin ik mij bevind, berekenen
-kunt dat ik zal aannemen; doet dat voorstel derhalve duidelijk en beknopt, als een
-man betaamt, en komen wij ter zake, in plaats van onzen kostbaren tijd in zotte praatjes
-of <span class="corr" id="xd30e4207" title="Bron: nuttleooze">nuttelooze</span> gesprekken te verkwisten.
-</p>
-<p>Addick meesmuilde grinnekend.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder spreekt goed, zeide hij op vleijenden toon, zijne wijsheid is groot;
-ik zal vrank en vrij met hem te werk gaan; hij <span class="pageNum" id="pb182">[<a href="#pb182">182</a>]</span>heeft mij op deze oogenblikken noodig en ik wil hem van dienst zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Voto a brios!</i>&#x2014;ferm gezegd!&#x2014;dat noem ik spreken als een man: zoo bevalt het mij; ga voort, hoofdman,
-en als het slot van uwe rede zoo goed is als het begin, twijfel ik niet of wij zullen
-het wel eens worden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ooah! daar ben ik van overtuigd; maar eer wij ons zamen aan het raadvuur nederzetten,
-heeft mijn broeder behoefte om zijne krachten een weinig te herstellen, daar zij door
-lang vasten en vermoeijenissen zijn uitgeput.
-</p>
-<p>&#x2014;De krijgslieden van den Rooden-Wolf zijn onder het geboomte in onze nabijheid gelegerd;
-dat mijn broeder mij volge; eerst wanneer hij eenige spijs heeft gebruikt, zullen
-wij onze zaken afhandelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! ga mij voor, ik volg u, zei don Estevan.
-</p>
-<p>De drie mannen verwijderden zich in de rigting van het kamp der Roodhuiden, dat werkelijk
-geen honderd passen ver op een geschikte plaats was opgeslagen.
-</p>
-<p>De Indianen eerbiedigen, meer dan eenig ander volk, uitgezonderd de Arabieren, de
-wetten der gastvrijheid, deze deugd der zwervende nomaden, onbekend in de steden,
-waar zij tot oneer der beschaafde volken, door karige zelfzucht en schandelijk wantrouwen
-is vervangen.
-</p>
-<p>Don Estevan werd door de Indianen naar hun beste vermogen onthaald. Nadat hij zooveel
-gegeten en gedronken had als zijne behoeften vereischten, nam Addick het woord weder
-op:
-</p>
-<p>&#x2014;Wil mijn bleeke broeder mij nu aanhooren? vroeg hij; zijn zijne ooren geopend?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijne ooren zijn geopend, hoofdman, ik zal u aanhooren met al de aandacht die ik
-bezit.
-</p>
-<p>&#x2014;Verlangt mijn broeder zich aan zijne vijanden te wreken?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, riep don Estevan met drift.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar zijne vijanden zijn sterk, zij zijn talrijk; reeds is mijn broeder bezweken
-in den strijd dien hij tegen hen heeft durven wagen; een man, wanneer hij alleen is,
-is zwakker dan een kind.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, prevelde de Mexicaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Als mijn broeder aan den Rooden-Wolf en aan Addick wil toestaan wat zij van hem vorderen,
-zullen de roode opperhoofden hem in zijne wraakneming ondersteunen, en verbinden zij
-zich om hem te doen slagen.
-</p>
-<p>Een koortsachtig rood overvloog het gelaat van don Estevan, en eene krampachtige rilling
-deed zijne leden sidderen<span class="corr" id="xd30e4237" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Voto a brios!</i> bromde hij met eene sombere stem, welke voorwaarde gij mij ook zult opleggen, ik
-neem die aan, als gij mij zult dienen zoo als gij zegt.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn broeder zich niet te ligtvaardig verbinde, meesmuilde de Indiaan; onze voorwaarde
-is hem nog onbekend, misschien zou hij zich later beklagen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik herhaal u, antwoordde don Estevan ferm, dat ik uwe voorwaarde <span class="pageNum" id="pb183">[<a href="#pb183">183</a>]</span>onderschrijf, wat zij ook wezen mag; laat mij haar dus oogenblikkelijk kennen.
-</p>
-<p>De omzigtige Indiaan aarzelde, of veinsde althans te aarzelen, meer dan drie minuten
-lang, die voor den Mexicaan eene eeuw schenen; eindelijk hervatte hij op een toon
-van geruststelling:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik weet waar de twee jonge meisjes zich bevinden, die mijn broeder te vergeefs zoekt.
-</p>
-<p>Bij deze verklaring vloog don Estevan op, alsof hij door eene vergiftige slang gebeten
-werd.
-</p>
-<p>&#x2014;Weet gij dat? riep hij, hem met kracht bij den arm grijpende en strak aanziende.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik weet het, antwoordde Addick altoos bedaard.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is onmogelijk.
-</p>
-<p>De Indiaan glimlachte met minachting.
-</p>
-<p>&#x2014;Onder <i>mijn</i> opzigt en onder mijn geleide, zeide hij, zijn zij naar de plaats gebragt waar zij
-zich thans bevinden.
-</p>
-<p>&#x2014;En kunt gij mij daar ook brengen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat kan ik.
-</p>
-<p>&#x2014;Op het oogenblik?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, mits gij mijne voorwaarden aanneemt.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, noem mij die dan.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat verkiest mijn broeder: die jonge meisjes, of de wraak?
-</p>
-<p>&#x2014;De wraak!
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, dan blijven de jonge meisjes waar zij zijn; Addick en de Roode-Wolf zijn ongehuwd,
-hunne <i>calli&#x2019;s</i> zijn ledig, zij hebben elk eene vrouw noodig; de krijgslieden gaan op de jagt; de
-<i>ciuatl</i> maken hunne spijzen gereed en zorgen voor de kleine kinderen. Heeft mijn broeder
-mij begrepen?
-</p>
-<p>Deze woorden werden op zulk een zonderlingen toon van gewisheid uitgesproken, dat
-de Mexicaan onwillekeurig sidderde; hij herstelde zich echter terstond en vroeg:
-</p>
-<p>&#x2014;Als ik uw voorstel aanneem, wat doet gij dan?
-</p>
-<p>&#x2014;De Roode-Wolf heeft tweehonderd krijgslieden onder zijn bevel, daar kan mijn broeder
-over beschikken om hem zijne wraak te helpen uitvoeren.
-</p>
-<p>Don Estevan liet het hoofd op de beide handen zinken en zat verscheidene minuten onbewegelijk;
-diezelfde man die eens tot den dood zijner nicht besluiten kon, deinsde terug voor
-het onteerend en verfoeijelijk voorstel dat hem gedaan werd; zulk eene voorwaarde
-scheen hem erger dan de dood.
-</p>
-<p>De twee Indianen zaten te wachten, als stomme en schijnbaar onverschillige getuigen
-van den heftigen strijd, gestreden in het binnenste van den man, die voor hunne blikken
-sidderde en dien zij zochten te verleiden; zij bespiedden de hagchelijke worsteling
-tusschen zijne goede en booze neigingen, en berekenden in koelen bloede de kans van
-het welslagen hunner snoode bedoelingen, terwijl zij hunne hoop bouwden op de overwinning
-die het kwaad in zijn hart behalen zou. De <span class="pageNum" id="pb184">[<a href="#pb184">184</a>]</span>strijd duurde echter niet lang; don Estevan hief het hoofd op en sprak met eene bedaarde
-stem en met een gelaat dat geen de minste ontroering verried:
-</p>
-<p>&#x2014;Welaan! het zij zoo, het lot is geworpen; ik neem uwe voorwaarde aan en zal mijn
-woord houden; maar houdt gij eerst het uwe.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zullen wij, antwoordden de Indianen.
-</p>
-<p>&#x2014;Eer de zon achtmaal zal ondergaan, voegde Addick er bij, zullen de vijanden mijns
-broeders in zijne magt zijn, en zal hij naar welgevallen over hen kunnen beschikken.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeg mij intusschen wat ik doen moet, hervatte don Estevan.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoor ons ontwerp, zei Addick.
-</p>
-<p>En nu begonnen de drie mannen zamen het plan te overwegen dat zij volgen zouden om
-het best hun doel te bereiken. Daar dit plan zich echter weldra van zelf voor onze
-oogen zal ontwikkelen, zullen wij het driemanschap rustig laten beraadslagen, om ons
-met andere <span class="corr" id="xd30e4290" title="Bron: persoonaadjes">personaadjes</span> bezig te houden, op welke wij volgens den loop van ons verhaal thans moeten terugkomen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch26" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7210">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXVI.</h2>
-<h2 class="main">Eene Jagt in de <span class="corr" id="xd30e4298" title="Bron: Prairien">Prairiën</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De personen in de tent van don Miguel vereenigd, konden hunne verbazing, ja hun schrik
-niet verbergen bij de onverwachte verschijning van Vrij-Kogel, die daar bleek, bloedend
-en met gescheurde kleederen voor hen stond.
-</p>
-<p>De jager was aan den ingang der tent blijven staan en liet zijne verwilderde blikken
-wankelmoedig rondweiden, terwijl zijn gelaat allengs eene uitdrukking van diepe treurigheid
-en moedeloosheid aannam.
-</p>
-<p>Loer-Vogel en de anderen, ofschoon aan het wisselvallige leven der woestijn gewoon
-en bezield met een moed die, in menige ruwe proef gehard, zich niet ligt verwonderde
-of van vervaren wist, ontroerden echter geweldig, en vermoedden een of ander groot
-ongeluk.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel stond altoos even stom en onbewegelijk.
-</p>
-<p>Don Miguel was de eerste die zijne tegenwoordigheid van geest terug kreeg en magt
-genoeg over zich zelven bekwam om den bloedenden man te ondervragen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat schort u, Vrij-Kogel? vroeg hij met eene stem die hij te vergeefs ferm poogde
-te houden, welk noodlottig berigt schijnt gij ons te komen brengen?
-</p>
-<p>De Canadees streek zich eenige keeren met de hand over het klamme gelaat, en na nogmaals
-een onzekeren en verlegen blik in &#x2019;t rond te hebben geworpen, gelukte het hem eindelijk
-met eene doffe en onduidelijke stem te antwoorden:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb u een verschrikkelijk nieuws aan te kondigen!
-<span class="pageNum" id="pb185">[<a href="#pb185">185</a>]</span></p>
-<p>Het hart van den Mexicaan kromp onwillekeurig ineen; hij overmande echter zijne ontroering
-en antwoordde op kalmen toon en met een zucht van onderwerping.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat het wezen wat het wil, wij moeten het welkom heeten, want wij kunnen niets anders
-verwachten; spreek dus, vriend, wij hooren u aan.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel aarzelde op nieuw, een koortsachtig rood vloog over zijn gelaat, maar hij
-deed eene uiterste poging en sprak:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb u verraden! lafhartig verraden!
-</p>
-<p>&#x2014;Gij! riepen al de aanwezigen, even ongeloovig als verbaasd de schouders ophalend.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, ik!
-</p>
-<p>Deze twee woorden werden uitgesproken op beslissenden toon, als door iemand wiens
-partij reeds bepaaldelijk gekozen is, en die zich ridderlijk verantwoordelijk stelt
-voor eene daad die hij inwendig afkeurt.
-</p>
-<p>De aanwezigen zagen elkander twijfelmoedig aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! mompelde Loer-Vogel somber het hoofd schuddend, ik zie wel daar steekt iets onbegrijpelijks
-achter. Maar laat aan mij de zorg over om het op te helderen, vervolgde hij tegen
-don Miguel, die zich gereed maakte om den jager met nieuwe vragen te bestormen; ik
-weet het best hoe ik hem aan &#x2019;t spreken kan krijgen.
-</p>
-<p>De Mexicaan bewilligde met een stilzwijgenden wenk in dit verzoek en liet zich op
-zijn leger van pantervellen terugzinken, ofschoon altijd met een scherp uitvorschenden
-blik op den Canadees.
-</p>
-<p>Loer-Vogel stond op van den bisonsschedel waar hij tot hiertoe op gezeten had, trad
-naar Vrij-Kogel en legde hem de hand op den schouder. De Canadees sidderde bij deze
-vriendschappelijke aanraking, hief het hoofd op en wierp een treurigen blik op den
-ouden jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn hemel, Vrij-Kogel! riep deze met een bemoedigenden lach, ik geloof waarachtig
-dat wij daar even onze ooren hebben hooren tuiten. Zeg mij toch eens, mijn oude kameraad,
-wat is er gebeurd? Waarom stelt gij u zoo verschrikt aan, alsof de hemel ons op het
-hoofd zou vallen? Wat beduidt dat voorgewende verraad, daar gij u zelven van beschuldigt
-en dat ik bij voorraad voor mijne verantwoording neem, daar ik het geluk heb u sedert
-veertig jaren te kennen; ik zeg u, het is eene schreeuwende onmogelijkheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Geef u maar niet zoo sterk bloot om mijnentwil, mijn broeder, antwoordde Vrij-Kogel
-met eene holle stem, ik heb de wet der Prairiën geschonden, ik heb verraad gepleegd,
-zeg ik u.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar in &#x2019;s hemels naam, verklaar u dan! Gij zult toch ten onzen nadeele geen verbond
-hebben gesloten met die honden van Apachen, onze doodvijanden! zulk eene onderstelling
-zou al te belagchelijk zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik deed erger dan dat.
-</p>
-<p>&#x2014;O, o! maar wat deedt gij dan?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb.&#x2026; begon Vrij-Kogel aarzelend.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat hebt gij?
-<span class="pageNum" id="pb186">[<a href="#pb186">186</a>]</span></p>
-<p>Hier kwam don Mariano op eens tusschenbeide.
-</p>
-<p>&#x2014;Stilte! zeide hij met eene ferme stem; ik vermoed wat gij gedaan hebt, en ik zeg
-er u dank voor; het is aan mij om u voor onze vrienden te regtvaardigen, laat mij
-begaan.
-</p>
-<p>Aller blikken vestigden zich thans nieuwsgierig op den caballero.
-</p>
-<p>&#x2014;Caballeros, hervatte hij, deze waardige man beschuldigt zich bij u van verraad, terwijl
-hij mij een onberekenbare dienst heeft bewezen, in een woord, hij heeft mijn broeder
-gered.
-</p>
-<p>&#x2014;Kan dat mogelijk zijn? riep don Miguel driftig uit.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel boog bevestigend het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;O! riep de Mexicaan, rampzalige! wat hebt gij gedaan?
-</p>
-<p>&#x2014;Niet alzoo, don Leo. Ik heb geen broedermoorder willen zijn! antwoordde don Mariano
-edelmoedig.
-</p>
-<p>Dit gezegde klonk onder deze mannen met leeuwenharten als een donderslag; zij bogen
-onwillekeurig het hoofd, en sidderden tegen wil en dank.
-</p>
-<p>&#x2014;Verwijt den edelen en trouwhartigen jager niet, dat hij dien ellendeling gespaard
-heeft, hervatte don Mariano. Is de rampzalige niet reeds genoeg gestraft? Zal de harde
-les die hij ontving hem niet tot voldoende waarschuwing strekken? Genoodzaakt om zich
-overwonnen te erkennen, en gebukt onder schande en zelfverwijt, zwerft hij thans onder
-het alziend oog van den almagtigen God, die, wanneer zijn uur eenmaal daar is, hem
-wel voor zijne wandaden zal weten te straffen! Voortaan hebben wij van don Estevan
-niets meer te duchten; nooit zal hij zich weder op onzen weg durven vertoonen.
-</p>
-<p>&#x2014;Houd op! riep Vrij-Kogel, hem met heftigheid in de rede vallende; kon het zoo zijn
-als gij zegt, dan zou ik mij niet zoo bitter verwijten dat ik uw bevel heb gehoorzaamd.
-Neen, neen, don Mariano, ik had u dit moeten weigeren. Dood aan het ondier! Weet gij
-wat die man gedaan heeft? Naauwelijks zag hij zich, door mijn toedoen, in vrijheid,
-of hij vergat oogenblikkelijk dat ik zijn redder was geweest, en poogde mij op eene
-verraderlijke wijs het leven te ontrukken, dat ik hem had terug gegeven. Zie deze
-gapende wond op mijn hoofd, vervolgde hij, met een duw het verband wegrukkende dat
-om zijn hoofd was gelegd, dat is het bewijs der dankbaarheid dat hij mij heeft achtergelaten
-eer hij wegging.
-</p>
-<p>Al de aanwezigen deden een uitroep van afgrijzen.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel, wiens beklemming intusschen geweken was, verhaalde thans tot in de kleinste
-bijzonderheden alles wat er had plaats gehad.
-</p>
-<p>De jagers luisterden met de grootste aandacht en toen hij zijn verslag had gedaan
-bleef alles nog een poos stil.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat zullen wij doen? begon eindelijk don Miguel treurig; nu kunnen wij weder van
-voren af aan beginnen; een ding is vooreerst zeker, het ontbreekt in de Prairie niet
-aan slecht volk waarmede die man zich verbinden kan.
-</p>
-<p>Don Mariano, door het gehoorde geheel overstelpt, bleef somber en sprakeloos en nam
-geen deel aan de beraadslaging, daar hij voor zich <span class="pageNum" id="pb187">[<a href="#pb187">187</a>]</span>zelve moest bekennen een misslag begaan te hebben, maar geen moeds genoeg had om er
-openlijk voor uit te komen en zoodoende de verantwoordelijkheid op zich te nemen van
-het vonnis door de woudloopers over zijn broeder uitgesproken.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij moeten er een einde aan maken, zeide Loer-Vogel, want de oogenblikken zijn kostbaar;
-wie weet wat de schurk doet, terwijl wij hier staan te overleggen. Laten wij het kamp
-ten spoedigste opbreken en ons naar Quiepa-Tani begeven, de jonge meisjes moeten onverwijld
-gered worden; wat ons betreft, wij zullen de misdadige kuiperijen van den onverlaat
-wel weten te leur te stellen, wanneer zij regtstreeks tegen ons gewend worden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja! riep don Miguel, op weg! onverwijld op weg! geve God dat wij nog tijdig genoeg
-aankomen!
-</p>
-<p>En hiermede zijne zwakheid en zijne wonden vergetende, stond hij driftig en vastberaden
-op. Vrij-Kogel hield hem terug; de oude jager, van den last der verantwoording ontheven,
-die zoo zwaar op zijn geweten drukte, had al zijne stoutmoedigheid en vrijheid van
-denken terug gekregen.
-</p>
-<p>&#x2014;Met uw verlof, zeide hij, wij hebben met een sterke partij te doen, laten wij daarom
-niet ligtvaardig te werk gaan en wel toezien dat wij ons niet laten bedriegen; ik
-stel u dus het volgende voor:
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek! riep don Leo.
-</p>
-<p>&#x2014;Naar al hetgeen mij van deze ongelukkige historie bekend is, hebt gij, don Miguel,
-geholpen door mijn vriend Loer-Vogel, de beide meisjes verborgen op eene plaats waar
-gij ze buiten het bereik van uw vijand acht.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde don Leo, ten minste zoo zij niet verraden worden.
-</p>
-<p>&#x2014;Op de mogelijkheid van verraad moet men in de woestijn altoos rekenen, hervatte de
-oude jager stoutweg, gij hebt er in mij het bewijs van, verdubbelen wij dus onze voorzorg;
-don Miguel en zijn troep moeten, onder mijn geleide, dadelijk op weg gaan om don Stefano
-te vervolgen; geloof mij, het gewigtigste punt voor ons is, dat wij ons van den aartsschelm
-persoonlijk verzekeren, en bij God! om dit doel te bereiken zweer ik u dat ik alles
-doen zal wat menschelijkerwijs gedaan kan worden; ik voor mij, heb thans eene verschrikkelijke
-rekening met hem te vereffenen, voegde hij er bij, op een toon van moeijelijk verkropten
-haat, dien niemand kon misverstaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar de meisjes dan? riep don Leo.
-</p>
-<p>&#x2014;Geduld, don Miguel; als gij zooveel kracht bezat als goeden wil, zou ik u de eer
-hebben voorbehouden om haar in het toevlugtsoord te gaan opsporen dat gij zoo schrander
-voor haar hebt uitgekozen; maar deze taak zou voor u te zwaar zijn: laat dus aan Loer-Vogel
-de zorg over om die te volbrengen, wees verzekerd dat hij er zich behoorlijk van zal
-kwijten.
-</p>
-<p>Don Leo de Torres stond eene poos in somber gepeins verzonken. Loer-Vogel greep hem
-bij de hand, en die met warmte drukkende, zeide hij:
-<span class="pageNum" id="pb188">[<a href="#pb188">188</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;De raad van Vrij-Kogel is zeer goed; in de tegenwoordige omstandigheden is het de
-eenige dien wij volgen kunnen; wij moeten tegenover onze vijanden fijn tegen fijn
-spelen om hunne listen te verschalken. Laat dat maar aan mij over; ik draag niet te
-vergeefs den naam van spoorzoeker; ik zweer u op mijn woord en mijn leven, dat ik
-u de jonge meisjes terug zal brengen.
-</p>
-<p>Don Leo zuchtte.
-</p>
-<p>&#x2014;Doe dan maar zoo als gij het begrijpt, zeide hij op treurigen toon, daar mijne zwakheid
-mij tot werkeloosheid doemt.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! don Leo, riep don Mariano, ik zie thans dat uwe bedoelingen loyaal zijn, ik
-zeg u dank voor uwe zelfverloochening. Wat u aangaat, brave vriend, vervolgde hij,
-zich tot Loer-Vogel wendende; al ben ik oud en weinig aan het woestijnleven gewoon,
-wil ik u nogtans verzellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Uw verlangen is billijk, Senor, ik heb het regt niet om er mij tegen te verzetten,
-daar het hier de redding van uw eigene dochter geldt; de vermoeienissen en gevaren
-die gij met deze onderneming trotseert, zullen uw geluk vergrooten, wanneer het mij
-gelukken mag uwe dochter in uwe armen terug te voeren.
-</p>
-<p>&#x2014;Thans, Loer-Vogel, zei de oude jager, moet gij, daar gij weet welke rigting gij nemen
-zult, ons de plaats aanwijzen waar wij elkander kunnen wedervinden, nadat ieder van
-ons de taak zal hebben volvoerd die hem is opgedragen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar ook, antwoordde de Canadees, dat is van zeer veel belang, het zou zelfs
-raadzaam zijn dat een gedeelte der karavaan van don Miguel zich afzonderde en nu reeds
-naar het door u te bepalen punt vertrok, om er een kamp te vestigen, waar, in geval
-van nood of onvoorziene ongelukken, iedere afdeeling de noodige hulp of versterking
-kon vinden.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer goed gezien, zeide don Miguel; wijs mij de plaats slechts waar gij wilt kamperen,
-Loer-Vogel, en onmiddelijk rukken vijftien mijner onverschrokkenste mannen uit, om
-zich te bevinden waar hunne tegenwoordigheid het meeste noodig zal zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij voeren een geregelden oorlog, verliezen wij dit niet uit het oog; laten wij dus
-geen enkele voorzorg verzuimen. Zoo gij het goedvindt, don Miguel, moet Ruperto, die
-een geoefende bisonsjager is, het kommando over uw detachement op zich nemen, en oogenblikkelijk
-op marsch gaan naar Amaxtlan<a class="noteRef" id="xd30e4378src" href="#xd30e4378">1</a>.
-</p>
-<p>&#x2014;O, die plaats is mij zeer goed bekend, viel Ruperto hem in de rede; daar heb ik zoo
-dikwijls op bevers en otters gejaagd.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat komt dus juist van pas, hervatte Loer-Vogel; verder heb ik u dit nog te zeggen:
-wat er ook gebeure, heden over eene maand moeten wij allen ons in het kampement bevinden,
-tenzij een of ander <span class="pageNum" id="pb189">[<a href="#pb189">189</a>]</span>ernstig beletsel ons verhindere, en in dat geval moet het ontbrekende detachement
-eene estafette naar Ruperto afzenden, om van de reden der afwezigheid kennis te geven.
-Zijn wij thans afgesproken?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordden al de aanwezigen.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar, liet don Miguel er op volgen, gij vertrekt immers niet met don Mariano alleen,
-denk ik?
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, ik neem Domingo mede, dien ik om zekere mij bekende redenen liefst op den duur
-bij mij heb. Ook de twee bedienden van don Mariano zullen mij volgen, dat zijn dappere
-en getrouwe mannen, meer volk heb ik niet noodig.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is te weinig, riep don Miguel.
-</p>
-<p>De oude jager meesmuilde, met een lach die zich moeijelijk laat beschrijven.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe minder hoe beter, voor de gevaarlijke onderneming die wij beginnen, zeide hij:
-onze kleine troep zal ongemerkt kunnen doorgaan, waar een talrijker troep het niet
-zou kunnen; laat dat slechts aan mij over.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb er nog maar een paar woorden bij te voegen.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik hoop dat gij slagen moogt.
-</p>
-<p>De Canadees glimlachte op nieuw, maar ditmaal met een medelijdenden blik.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal slagen! antwoordde hij, terwijl hij met kracht de hand drukte die zijn vriend
-hem toestak.
-</p>
-<p>De beide mannen hadden elkander begrepen.
-</p>
-<p>Don Leo ging nu de tent uit.
-</p>
-<p>Weldra kwam het gansche kamp in beweging. De Gambucinos gingen druk aan &#x2019;t werk om
-de verschansingen te slechten en af te breken, de wagens te laden, de paarden te zadelen
-en wat meer te doen was; kortom, ieder maakte zich gereed op een overhaast vertrek.
-</p>
-<p>&#x2014;Heb ik u niet hooren zeggen, vroeg Loer-Vogel aan zijn ouden kameraad, dat gij door
-den Vliegenden-Arend zijt bijgeholpen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zei Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Heeft het opperhoofd zich dan reeds van u gescheiden?
-</p>
-<p>&#x2014;Geenszins; hij is mij naar het kamp gevolgd, en zijne vrouw ook.
-</p>
-<p>&#x2014;God zij geloofd! die zal mij in mijne onderneming kunnen bijstaan; hij is een dapper
-en beproefd krijgsman; zijne hulp is, zoo ik meen, voor het gelukken van mijn plan
-hoogst noodig. Waar is hij?
-</p>
-<p>&#x2014;Hier digt bij, gaan wij zamen naar hem toe, ik heb hem ook nog iets te zeggen.
-</p>
-<p>De beide jagers verlieten de groote tent; weldra zagen zij den Vliegenden-Arend voor
-zijn vuur zitten, bedaard zijne calumet rookende; de Wilde-Roos zat stil naast hem,
-gereed om op zijne minste wenken te letten.
-</p>
-<p>Toen het opperhoofd de jagers zag aankomen, legden hij zijn pijp neer en groette hen
-beleefd.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel wist dat de Comanch reeds verscheidene proeven genomen <span class="pageNum" id="pb190">[<a href="#pb190">190</a>]</span>had, om het spoor te ontdekken dat don Estevan bij zijne vlugt had nagelaten; van
-den uitslag dezer proeven dacht hij zich te bedienen om zijn vijand verder op te sporen
-en na te zetten.
-</p>
-<p>Het opperhoofd gaf hem onverwijld de noodige inlichtingen, en stelde hem het papier
-ter hand waarop hij zijn onderzoek had geteekend; de jager stak het zorgvuldig in
-zijn borstzak en prevelde met blijkbare zelfvoldoening:
-</p>
-<p>&#x2014;Ha ha! met deze teregtwijzingen zal ik het eerste gedeelte van zijn spoor wel vinden,
-en met Gods hulp weldra het overige.
-</p>
-<p>Intusschen had Loer-Vogel zich naast den Vliegenden-Arend nedergezet.
-</p>
-<p>&#x2014;Blijft mijn roode broeder nog altijd bij zijn voornemen om naar zijn stam terug te
-keeren? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;De Sachem is reeds sedert lang aanwezig, antwoordde de Indiaan; zijne kinderen verlangen
-zeer om hem weder te zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! zei de jager, dat behoort ook zoo: de Vliegende-Arend is een beroemd opperhoofd,
-zijne kinderen hebben hem noodig.
-</p>
-<p>&#x2014;De Comanchen zijn te verstandig om mij noodig te hebben, de afwezigheid van een enkel
-krijgsman meer of min maakt voor hen niet veel uit.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder is wel nederig, maar zijn hart verlangt toch naar het dorp zijner vaderen.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo doen immers alle menschen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, de liefde tot zijn land is den mensch aangeboren.
-</p>
-<p>&#x2014;Gaan de bleekgezigten hun kamp opbreken?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja.
-</p>
-<p>&#x2014;Trekken zij naar den kant van het groote zoutmeer naar hunne steenen dorpen terug?
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, zij gaan op een groote bisonsjagt uit, in de prairiën, aan de overzijde van
-de &#x201c;groote rivier met de gouden golven.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> riep het opperhoofd met zekere teleurstelling; dan zullen er vrij wat manen verloopen
-eer ik mijn broeder wederzie.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoedat, hoofdman?
-</p>
-<p>&#x2014;Gaat de groote jager dan niet mede met zijne broeders?
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, zei Loer-Vogel kortaf.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> mijn broeder schertst; wat zullen de bleekgezigten doen wanneer hij hen niet vergezelt?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ga naar den kant der zon.
-</p>
-<p>De Indiaan ontstelde en keek den spreker aan met een doordringenden blik.
-</p>
-<p>&#x2014;Naar den kant der zon! prevelde hij in zich zelven.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, hernam Loer-Vogel, naar de altoos groene prairiën in het land van Acatlan<a class="noteRef" id="xd30e4447src" href="#xd30e4447">2</a> aan de boorden van de schoone rivier Atonatiuh<a class="noteRef" id="xd30e4452src" href="#xd30e4452">3</a>.
-</p>
-<p>Een koude rilling liep den Indiaan over het lijf, maar Loer-Vogel <span class="pageNum" id="pb191">[<a href="#pb191">191</a>]</span>hield zich alsof hij er niets van bemerkte, ofschoon hij de verschillende gemoedsbewegingen
-van den Sachem naauwkeurig gadesloeg, wat moeite deze ook aanwendde om zijn gelaat
-in een strakken plooi te zetten.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder doet verkeerd, riep hij een oogenblik later.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder weet zeker niet dat het land waarvan hij spreekt heilig is; noch nooit
-heeft de voet van een blanke het ongestraft betreden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik, antwoordde de jager onverstoord.
-</p>
-<p>&#x2014;Weet mijn broeder het, en blijft hij dan toch bij zijn plan om er heen te gaan!
-</p>
-<p>&#x2014;Ja.
-</p>
-<p>Nu volgden er tusschen de twee mannen eenige minuten van diep stilzwijgen; de Indiaan
-blies met snelle teugen den rook uit zijn calumet. Hij scheen zijne ongerustheid niet
-meester te kunnen worden. Eindelijk nam hij het woord weder op:
-</p>
-<p>&#x2014;Ieder onzer heeft zijne lotsbestemming, zeide hij op dien ernstigen toon die aan
-de Indianen bijzonder eigen is, mijn broeder stelt zonder twijfel groot belang in
-deze reis?
-</p>
-<p>&#x2014;Uitermate; ofschoon ten volle bekend met het gevaar dat mij in die streek wacht,
-ga ik er heen voor zaken van het grootste gewigt, en gedreven door een wil die sterker
-is dan de mijne.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! ik verlang niet om in de geheimen mijns broeders door te dringen: het hart
-van een mensch komt hem zelven toe, hij alleen kan er in lezen; de Vliegende-Arend
-is een magtige Sachem, hij zelf moet ook dien weg uit, en zal zijn blanken broeder
-beschermen, mits zijne bedoelingen edel en goed zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zijn ze.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> Mijn broeder heeft het woord van een opperhoofd. Ik heb gezegd.
-</p>
-<p>Na deze woorden gesproken te hebben, nam de Indiaan zijn calumet weder op en rookte
-stil voort. Loer-Vogel was te goed met de zeden der Indianen bekend om hem langer
-lastig te vallen; hij stond vrolijk op, wel voldaan dat het hem gelukt was zich de
-medewerking van zulk een magtigen bondgenoot te verzekeren, en haastte zich met het
-noodige voor zijn vertrek gereed te maken.
-</p>
-<p>Op hunne beurt, waren de Gambucinos gedurende het bovengemeld gesprek niet werkeloos
-gebleven; don Miguel, of don Leo, zoo als de lezer hem noemen wil, had zijn volk zoo
-sterk aangezet, dat alles reeds klaar stond: de wagens bespannen en beladen, de ruiters
-in den zadel, met de karabijn op den regter dij, slechts wachtend op het eerste signaal
-tot den marsch.
-</p>
-<p>Don Miguel koos onder zijne bende een vijftiental oude, in den krijg geoefende, en
-met al de listen der Indianen bekende Gambucinos uit, op welke hij meende het meest
-te kunnen rekenen; hij voegde hun eenige woorden toe om hem zijne voornemens te doen
-kennen, en stelde hen onder kommando van Ruperto, met uitdrukkelijken last hem in
-<span class="pageNum" id="pb192">[<a href="#pb192">192</a>]</span>alles te gehoorzamen, zoo goed alsof hij zelf hun aanvoerder was; dit zwoeren hem
-de Gambucinos met een luid hoerah.
-</p>
-<p>Na het volbrengen van dezen pligt, riep hij Domingo tot zich. De mesties naderde zijn
-chef met dien tragen sluipenden tred, die hem bijzonder eigen was, en wachtte eerbiedig
-op de bevelen die hij ontvangen zou.
-</p>
-<p>Toen Domingo wist wat men van hem verlangde, gevoelde hij zich alles behalve gevleid
-door de vertrouwelijke zending waarmede zijn meester hem belastte, des te minder daar
-het hem weinig beviel onder het onmiddelijk toezigt van Loer-Vogel te staan, wiens
-doordringenden blik hij nooit zonder lastige zenuwtrekkingen verdragen kon, en wiens
-gestrenge waakzaamheid bijzonder geschikt was om zijne sluipgangen te belemmeren;
-daar hij echter geen kans zag om de stellige bevelen van don Miguel openlijk te trotseren,
-zette de waardige Gambucino tegenover zijn onverbiddelijk noodlot een moedig hart,
-zich in stilte belovende wel op zijne hoede te zijn en zijne omzigtigheid te verdubbelen.
-</p>
-<p>Nadat don Miguel zich van zijne taak als chef op eene verstandige wijs gekweten had,
-steeg hij te paard, hetgeen echter niet zonder moeite ging, uit hoofde der voortdurende
-zwakheid, ten gevolge zijner nog niet volkomen geheelde wonden.
-</p>
-<p>Hij stelde zich aan het hoofd van zijn troep aan de regterhand van Vrij-Kogel, wuifde
-don Mariano en Loer-Vogel een laatst vaarwel toe, en gaf het sein tot den afmarsch.
-</p>
-<p>De beide afdeelingen gingen gelijktijdig op weg: die onder kommando van Ruperto links
-in de rigting der bergen en die onder Vrij-Kogel, vooreerst langs den oever der Rubio.
-</p>
-<p>In het kamp bleef niemand achter, dan Loer-Vogel, don Mariano, de Vliegende-Arend
-en de Wilde-Roos, behalve de twee bedienden en de Gambucino Domingo, die met nijdige
-blikken zijne vertrekkende kameraden nastaarde, terwijl deze zich meer en meer verwijderden
-en weldra geheel verdwenen.
-</p>
-<p>Dit laatste troepje bestond derhalve uit zes mannen en eene vrouw, in alles zeven
-personen.
-</p>
-<p>De oude jager had zijne geheime redenen waarom hij niet verkoos op weg te gaan voor
-dat de zon onder was en het geheel donker zou zijn.
-</p>
-<p>Naauwelijks was de dagtoorts aan den benevelden horizont verdwenen, of de nacht daalde
-snel en het landschap werd bijna oogenblikkelijk in diepe duisternis gedompeld.
-</p>
-<p>Wij hebben reeds meermalen doen opmerken, dat op de lagere breedten tusschen de keerkringen,
-de schemering niet bestaat, of ten minste zoo gering en kort van duur is, dat de nacht
-om zoo te zeggen zonder overgang op den dag volgt.
-</p>
-<p>Loer-Vogel had sedert het vertrek der beide eerste detachementen geen woord gesproken
-en geen voet verzet; zijne kameraden hadden, zonder twijfel om gelijksoortige redenen
-als de zijne, dit gedrag van <span class="pageNum" id="pb193">[<a href="#pb193">193</a>]</span>hun kommandant stilzwijgend gevolgd; maar zoodra was de nacht niet gedaald, of de
-jager scheen te ontwaken.
-</p>
-<p>&#x2014;Op marsch! riep hij met eene krachtige stem.
-</p>
-<p>Allen stonden op.
-</p>
-<p>De oude jager wierp een bespiedenden blik in het rond.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat uwe paarden maar hier, zeide hij, wij hebben die niet noodig: het is geen reis
-die wij thans beginnen, maar een menschenjagt; wij moeten vrij zijn in al onze bewegingen,
-en het spoor dat wij volgen is moeijelijk. Juanito, gij moet bij de paarden blijven,
-tot gij nadere bevelen van ons ontvangen zult.
-</p>
-<p>De knecht was blijkbaar ontevreden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zou liever mede zijn gegaan en mijn meester niet verlaten hebben, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat begrijp ik, maar ik heb een moedig en cordaat man noodig om op deze dieren te
-passen, en wist daarvoor niemand beter te vinden dan u; overigens hoop ik dat gij
-niet lang alleen zult blijven; daar wij intusschen niet weten welken weg wij volgen
-of welke hindernissen wij ontmoeten zullen, moet gij u eene hut bouwen. Gij kunt op
-de jagt gaan en alles doen wat gij goedvindt, maar onthoud, dat gij hier niet van
-daan moogt zonder mijn order.
-</p>
-<p>&#x2014;Accoord, compadre, antwoordde Juanito, gij kunt gerust vertrekken; al zou uwe reis
-ook zes maanden duren, kunt gij zeker zijn dat gij mij hier bij uwe terugkomst vinden
-zult.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, zei <span class="corr" id="xd30e4511" title="Bron: Loervogel">Loer-Vogel</span>, ik maak staat op u.
-</p>
-<p>Thans floot hij, en oogenblikkelijk kwam zijn mustang naar hem toe, legde zijn schranderen
-kop op den schouder van zijn meester die hem met de hand streelde en zachte woordjes
-gaf. Het was een edel dier, vrij groot van stuk, met een klein hoofd, maar vurig schitterende
-oogen; zijn breede borst en fijne, maar sterk gespierde beenen kenmerkten hem als
-eenen onvermoeiden draver. Loer-Vogel nam de <i lang="es">reata</i>, of lasso die aan den zadelknop hing en wikkelde zich dien om het lijf, en met een
-zacht klopje op het kruis van den mustang, zag hij hem met zeker verdriet van zich
-wegstappen.
-</p>
-<p>De togtgenooten van Loer-Vogel hadden, behalve hunne wapenen, den noodigen voorraad
-levensmiddelen bij zich, bestaande in <i>pemmican</i> of gedroogd en fijn gestampt bisonvleesch&#x2014;en gerooste maïskorrels.
-</p>
-<p>&#x2014;Gaan wij op marsch! riep de Canadees terwijl hij zijn buks schouderde.
-</p>
-<p>&#x2014;Op marsch! herhaalden de anderen.
-</p>
-<p>&#x2014;Goede reis en welslagen! riep Juanito met een gesmoorden zucht, die duidelijk genoeg
-te kennen gaf hoe leed het hem was dat hij niet met hen mogt medegaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Dankje! antwoordden de avonturiers.
-</p>
-<p>Zoodra zij het kamp verlaten hadden, namen zij de zoogenaamde <i>Indiaansche linie</i> te baat, dat is, zij marcheerden achter elkander, zoodat de tweede man juist in de
-voetstappen trad van den eersten, de derde in die van den tweeden, en zoo vervolgens
-tot aan den zesden <span class="pageNum" id="pb194">[<a href="#pb194">194</a>]</span>of laatsten, met dien verstande, dat deze zooveel mogelijk de voetsporen uitwischte
-door hem en de vorigen op den weg achtergelaten.
-</p>
-<p>Juanito volgde hen eenige minuten met leede oogen tot zij den heuvel af waren waarop
-het kamp gelegen was, en vlijde zich toen druiloorig bij het vuur neder.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! bromde hij, ik zal het hier wel eenzaam en eentoonig hebben; enfin, wat zal ik
-er tegen doen, het kan niet anders!
-</p>
-<p>Met deze philosofische aanmerking stak de deftige Mexicaan zijne cigarette op en begon
-vreedzaam te rooken, naar de blaauwe kringetjes turende, die in het schijnsel van
-zijn vuur zigtbaar waren en door het zagte avondkoeltje in alle rigtingen werden voortgedreven.
-Hij genoot den geur van zijn zuivere Havana tabak, met de stelselmatige kalmte van
-een echt Indiaanschen Sagamore (Sachem).
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e4378">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e4378src">1</a></span> Van Aman, eene plaats waar eene rivier zich in verscheidene takken verdeelt.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4378src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4447">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e4447src">2</a></span> Letterlijk; rietland, van <i>acatl</i>, riet.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4447src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e4452">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e4452src">3</a></span> Waterzon, van <i>atl</i>, water, en <i>tonatiuh</i>, zon.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e4452src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch27" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7219">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXVII.</h2>
-<h2 class="main">Eene jagt in de <span class="corr" id="xd30e4542" title="Bron: Prairien">Prairiën</span>.</h2>
-<h2 class="sub">(<i>Vervolg</i>).</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In de Nieuwe wereld reizende, namelijk als men op Indiaansch grondgebied komt en niet
-gaarne door de Roodhuiden wil zijn opgespoord, moet men wel zorg dragen zijn togt
-in eene tegengestelde rigting te beginnen, b. v. wanneer men naar het westen gaat
-moet men doen als of men naar het oosten trok, met andere woorden, de zelfde manoeuvre
-in acht nemen als een schip, dat door tegenwind overvallen, verpligt is te laveeren,
-en telkens een halven gang naar den anderen oever moet maken, om langzamerhand en
-ongemerkt het punt te bereiken waar men eigenlijk wezen wil.
-</p>
-<p>Loer-Vogel was te goed met de sluwheid en de listen der Indianen bekend, om niet op
-deze wijs te werk te gaan. Ofschoon de tegenwoordigheid van den Vliegenden-Arend eenigermate
-een waarborg was voor de veiligheid van den behoedzamen Canadees, wist hij echter
-weinig met welke Indiaansche horde hij welligt in aanraking zou komen, en besloot
-hij het zoo aan te leggen, dat hij door geen hunner kon worden ontdekt of met list
-overrompeld.
-</p>
-<p>Fenimore Cooper, de onsterfelijke beschrijver der Indianen in Noord-Amerika, heeft
-ons in zijne voortreffelijke werken met de listen der Tuscaroras, Moëganen en Hurons
-bekend gemaakt, wanneer deze schrandere wilden de nasporingen hunner vijanden zoeken
-te ontgaan; maar bij al onze bewondering voor de behendigheid van den jongen Uncas,
-die heerlijke type van het volk der Delawaren&#x2014;wier laatste held hij echter niet geweest
-is, daar deze stam, ofschoon in geringen getale, nog heden bestaat&#x2014;moeten wij zeggen,
-dat de Indianen op het gebied der Vereenigde Staten, slechts kinderen zijn in vergelijking
-<span class="pageNum" id="pb195">[<a href="#pb195">195</a>]</span>van de Comanchen, de Apachen, de Pawnees, en andere volken in de groote Prairiën ten
-westen van Mexico, die overigens in ieder opzigt hunne meesters mogen genoemd worden.
-De reden hiervan is hoogst eenvoudig en laat zich ligt begrijpen.
-</p>
-<p>De stammen van het Noorden hebben nimmer een geregelden of magtigen staat uitgemaakt,
-elk derzelven hield zich afzonderlijk en bestuurde zich, om zoo te zeggen, naar de
-luimen zijner beperkte behoeften; de familie-hoofden of individus uit welke zij bestaan
-vereenigen zich zelden met hunne naburen en leiden sedert onheugelijke tijden een
-rusteloos nomadenleven. Ook hebben zij nooit anders bezeten dan de, wel is waar, zeer
-ontwikkelde natuurlijke eigenschappen van menschen, die gestadig in de wouden en wildernissen
-leven, namelijk eene verbazende vlugheid in &#x2019;t loopen, een allerfijnst gehoor en een
-scherpte van gezigt die aan het wonderdadige grenst, eigenschappen in een woord, die
-men ook bij de Arabieren vindt en, over &#x2019;t algemeen, bij zwervende volken in iederen
-hoek der aarde.
-</p>
-<p>Wat hunne slimheid en behendigheid betreft, zij hebben die van de wilde dieren geleerd,
-en behoefden deze slechts na te volgen.
-</p>
-<p>De Indianen in Mexico bezitten, behalve de boven aangeduide hoedanigheden, nog overblijfsels
-eener vroegere, vrij ver gevorderde beschaving, die sedert de verovering door de Spanjaarden
-zich wel in ontoegankelijke schuilhoeken heeft teruggetrokken, maar met dat al werkelijk
-bestaat.
-</p>
-<p>De afzonderlijke stammen beschouwen zich onderling als een geheel: het volk.
-</p>
-<p>Dit Amerikaansche volk, voortdurend in strijd aan de eene zijde met de Spanjaarden
-en aan de andere met de wilde stammen van het Noorden, heeft zich gedrongen gezien
-om zijne krachten te verdubbelen, ten einde deze twee geduchte vijanden het hoofd
-te bieden; hunne nakomelingen, hebben van lieverlede afgelegd wat in hunne zeden schadelijk
-was, en daarentegen die hunner onderdrukkers aangenomen, om hen als het ware met hunne
-eigen wapenen te bestrijden; deze taktiek hebben zij zoo ver weten te drijven, dat
-zij niet alleen voor het vreemde juk, ja voor een geheelen ondergang zijn bewaard
-gebleven, maar tevens volleerde meesters zijn geworden in het uitvinden van de fijnste
-sluipmiddelen en krijgslisten; hunne ideeën hebben zich allengs uitgebreid, hun verstand
-is ontwikkeld en zij overtreffen, als men het zoo noemen kan, hunne vijanden in diplomatische
-behendigheid. Dit alles is zoo waar, dat het de meer beschaafde indringers uit Europa
-niet alleen nimmer gelukt is hen ten onder te brengen, maar zelfs niet om zich van
-hunne periodieke invallen te ontslaan, welke invallen de Comanchen, in hunne verbloemde
-taal, de <i>Mexicaansche maan</i> noemen, en gedurende welke zij straffeloos alles verwoesten wat zij op hun doortogt
-ontmoeten.
-</p>
-<p>Kan men werkelijk als wilden beschouwen, menschen, die voorheen door den schrik der
-hun onbekende vuurwapenen en bij het zien van paarden,&#x2014;een dierensoort welker bestaan
-hun niet eens bekend was,&#x2014;<span class="pageNum" id="pb196">[<a href="#pb196">196</a>]</span>gedwongen werden zich in het ontoegankelijke gebergte terug te trekken, maar des ondanks,
-hun terrein voet voor voet bleven verdedigen en in sommige streken zelfs geslaagd
-zijn om hun oude grondgebied te heroveren?
-</p>
-<p>Wij weten, beter misschien dan iemand, dat er in Amerika wilden bestaan in den volsten
-zin van dit woord; maar wat dezen betreft, men heeft ze goedkoop genoeg en met iederen
-dag verdwijnen zij meer en meer van den natuurlijken bodem, daar zij noch verstand,
-noch veerkracht genoeg bezitten om zich te verdedigen of te handhaven. Deze wilden
-waren, eer zij aan de Spanjaarden en Engelschen onderworpen werden, reeds lang te
-voren cijnsbaar aan de Mexicanen, de Peruanen en de Auracaniers van Chili, en dat
-wel ten gevolge van hun lagen trap van ontwikkeling, die hen bijna met het dier gelijk
-maakt.
-</p>
-<p>Men moet deze zwervende horden of Amerikaansche Iloten die slechts eene uitzondering
-op den regel zijn, niet verwarren met de groote, ongetemde natiën welker zeden wij
-hier trachten te beschrijven&#x2014;zeden die met den dag veranderen en verbeteren; want
-in weerwil hunner pogingen om zich aan haar invloed te onttrekken&#x2014;wint de Europesche
-beschaving&#x2014;die zij uit erfelijken haat tegen de eerste veroveraars en tegen het blanke
-ras in &#x2019;t algemeen, meer dan om eenige andere reden verachten&#x2014;onder de Roodhuiden
-gedurig veld, en omringt en overvleugelt hen van alle kanten, om zoo te zeggen tegen
-wil en dank.
-</p>
-<p>Als dit zoo voortgaat, zullen er welligt geen honderd jaren meer verloopen eer deze
-half beschaafde vrije Indianen,&#x2014;die in hun vuist lagchen over den verwarden toestand
-en onderlinge oorlogen der hun omringende kleine republieken, of van den wankelenden
-colossus der Vereenigde Staten die hun bedreigt,&#x2014;hun natuurlijken rang in de wereld
-hernemen, en alsdan het hoofd hoog opsteken. Zulk eene uitkomst ware niet meer dan
-billijk, want het zijn heldhaftige menschen, rijk aan natuurlijke gaven, bekwaam,
-welgezind, ondernemend en tot allerlei groote dingen in staat.
-</p>
-<p>Te Mexico zelve, sedert het oogenblik dat dit land voor zelfstandigheid rijp geworden,
-zich als Spaansche kolonie onafhankelijk verklaarde van het moederland, behoorden
-de uitstekendste mannen, die hetzij in de kunsten, in de diplomatie, of in den oorlog
-hebben uitgeblonken, tot het zuivere Indiaansche ras. Tot bewijs van deze bewering,
-behoeven wij slechts een enkel feit van de hoogste beteekenis aan te voeren: de beste
-historie van Zuid-Amerika die tot hiertoe in de Spaansche taal het licht zag, werd
-geschreven door een Inca: Garcilasso de Vega! Is dit bewijs niet afdoende? en wordt
-het niet meer dan tijd om de ongerijmde theoriën den bodem in te slaan, welke trachten
-vol te houden, dat het roode menschenras, als een verbasterd of mislukt natuurproduct,
-ongeschikt is voor ontwikkeling of verbetering, en onherroepelijk gedoemd zou zijn
-om van het aardrijk te verdwijnen!
-</p>
-<p>Na deze lange uitweiding, te lang misschien voor het ongeduld van sommige lezers,
-maar tot regt verstand der volgende feiten onontbeerlijk, <span class="pageNum" id="pb197">[<a href="#pb197">197</a>]</span>hervatten wij thans den draad van ons verhaal, waar wij dien hadden afgebroken.
-</p>
-<p>Na een vermoeijenden marsch van drie uren door het hooge prairiegras, bereikten onze
-avonturiers de eerste grenspalen die zij wenschten te overschrijden.
-</p>
-<p>Tegen middernacht, nadat Loer-Vogel zijne kameraden twee uren rust had vergund, werd
-de togt hervat.
-</p>
-<p>Met het opgaan der zon kwamen zij aan een soort van <i lang="es">carno</i>, of keel, gevormd door twee loodregte rotswanden, en waren zij verpligt om vier uren
-lang door het bed van een half uitgedroogden stroom te trekken, of liever te waden,
-waar echter hunne stappen gelukkig geen zigtbaar spoor konden nalaten.
-</p>
-<p>Gedurende verscheidene dagen ging de togt door steile en eenzame gebergten, onder
-de grootste bezwaren en vermoeijenissen, maar overigens zonder eenig meldenswaardig
-voorval op te leveren. Eindelijk bevonden zij zich op nieuw in de zoogenaamde <i lang="es">tierras calientes</i>; alles was hier weder groen en een weldadige warmte deed haar koesterenden invloed
-met kracht gevoelen; ook onze avonturiers die in de hooge streken der Serrania veel
-van de koude hadden moeten verduren, ondervonden een onbeschrijfelijk genot bij het
-inademen der zachte en balsemieke lucht, onder dien helder blaauwen hemel en prachtigen
-zonneschijn, in plaats van het dof grijze luchtgewelf en den bekrompen met ijzel en
-motregen bezwangerden horizont, tusschen de bergspitsen en rotskloven, die zij thans
-achter den rug hadden.
-</p>
-<p>Aan het einde van den vierden dag, nadat zij de bergen door waren, slaakte Loer-Vogel
-een kreet van verrassing en zelfvoldoening, toen hij in de blaauwe verte der prairie
-de eerste voorposten zag van een onmetelijk woud, dat hij zoo reikhalzend had gezocht
-en aanvankelijk het doel van zijn togt was geweest.
-</p>
-<p>&#x2014;Schep moed! mijne vrienden, riep hij, wij krijgen nu spoedig de verfrisschende schaduw
-die ons hier ontbreekt.
-</p>
-<p>Zonder te antwoorden, versnelden zijne kameraden hun pas, als mannen die de hun voorgespiegelde
-belofte op prijs stelden.
-</p>
-<p>De nacht was reeds volkomen gedaald toen zij, niet het bosch, maar den oever eener
-vrij breede rivier bereikten, wier nabijheid zij door het hoogstaand prairiegras niet
-hadden bemerkt, voor dat zij op eenige passen afstands het zacht stroomende water
-op den bergachtigen oever hoorden kabbelen. De Canadees besloot echter tot den volgenden
-morgen te wachten om naar eene waadbare plaats te zoeken.
-</p>
-<p>Men kampeerde dus; maar uit voorzorg werd er geen vuur ontstoken, en onze avonturiers,
-na een sober maal te hebben genoten, wikkelden zich in hunne <i>zarapé&#x2019;s</i> en sliepen weldra in.
-</p>
-<p>Loer-Vogel was de eenige die bleef waken.
-</p>
-<p>Intusschen zakte de maan naar den horizont, de sterren begonnen te verbleeken en zich
-in de diepte des hemels te verliezen; den jager, overstelpt door afmatting, vielen
-de oogen toe en hij zou voor een korte poos zijn ingeslapen, toen hij op eens door
-een vreemdsoortig <span class="pageNum" id="pb198">[<a href="#pb198">198</a>]</span>geluid werd wakker geschrikt; hij sprong op als door een elektrieken schok getroffen
-en spitste de ooren. Eene zachte trilling doorliep het riet aan de boorden der rivier,
-welker kalme wateren zich als een zilver lint door de vlakte kronkelden. Geen briesje
-bewoog de lucht.
-</p>
-<p>De jager trad naar den Vliegenden-Arend en legde hem de hand op den schouder; deze
-opende de oogen en zag hem aan.
-</p>
-<p>&#x2014;De Indianen! fluisterde de Canadees hem in &#x2019;t oor.
-</p>
-<p>Thans op handen en knieën naar de rivier kruipende, begaf hij zich te water.
-</p>
-<p>Schuw zag hij in alle rigtingen rond.
-</p>
-<p>De maan verspreidde nog licht genoeg om het landschap tot op verren afstand te herkennen.
-</p>
-<p>Hoe naauwlettend echter de jager rondkeek en de omstreken opnam, hij zag niets. Alles
-was kalm. Hij wachtte een geruime poos, met strakken blik en scherp luisterend oor.
-</p>
-<p>Er verliep een half uur, zonder dat het geluid waardoor hij was opgewekt zich vernieuwde.
-Wat hij ook luisteren mogt, geen het minste gerucht stoorde de stilte van den nacht.
-</p>
-<p>Met dat al was Loer-Vogel overtuigd dat hij zich niet bedrogen kon hebben. In de wildernis
-hebben alle geluiden eene natuurlijke oorzaak; dit weten de jagers, en daarbij hebben
-zij ieder geluid leeren onderscheiden, zonder zich ooit te vergissen.
-</p>
-<p>Gedurende al dien tijd stond de Canadees tot aan de heupen in &#x2019;t water; in Amerika,
-al zijn de dagen er snik heet, is de nacht daarentegen buitengemeen koel; Loer-Vogel
-voelde dus eene huiveringwekkende koude door al zijne leden. Eindelijk zijn onderzoek
-moede wordende, en half in de meening dat hij zich bedrogen had, besloot hij zijn
-koud bad te verlaten, en weder aan land te gaan; maar, op het oogenblik dat hij zijn
-voornemen wilde uitvoeren, voelde hij langs zijne borst een hard voorwerp schuiven.
-</p>
-<p>Hij sloeg de oogen naar omlaag en stak onwillekeurig de handen uit; wat had hij aangeraakt?
-het was de kant van een kleine praauw, die geruchtloos door de biezen gleed en ze
-zacht van een scheidde.
-</p>
-<p>Deze praauw, even als alle Indiaansche canos aan dezen oever, was van berkenschors
-vervaardigd, dat door middel van heet water van den boomstam wordt losgemaakt.
-</p>
-<p>Loer-Vogel nam terstond het geheimzinnige vaartuig in oogenschouw, dat zonder behulp
-van menschenhanden zich scheen voort te bewegen of liever in een regte lijn zich langs
-den stroom liet afdrijven. Een ding echter verwonderde den Canadees, namelijk dat
-het bootje zonder de minste schommeling voortgleed. Blijkbaar werd het door een onzigtbaar
-wezen voortgestuwd, waarschijnlijk door een Indiaan;&#x2014;ja, hij kon hieraan niet langer
-twijfelen. Maar waar zat dan deze man? Was hij alleen? Geen van deze vragen liet zich
-beantwoorden.
-</p>
-<p>De Canadees was erg in de engte gedreven; hij dorst geen lid te verroeren uit vrees
-van zijne tegenwoordigheid te verraden: intusschen gleed de praauw altoos voort. Om
-er tot iederen prijs een eind aan te <span class="pageNum" id="pb199">[<a href="#pb199">199</a>]</span>maken, trok Loer-Vogel zachtjes zijn mes uit de schede, en met ingehouden adem hurkte
-hij neder in de rivier, derwijze dat zijn gezigt maar eventjes boven water uitstak.
-</p>
-<p>Wat hij hoopte, gebeurde; een sekonde later zag hij in de schaduw, als twee vurige
-kolen, de oogen van den Indiaan schitteren, die achter de praauw zwom en haar met
-de armen voortstuwde.
-</p>
-<p>De Roodhuid hield zijn hoofd gelijk met de waterpeil, en keek met bespiedende blikken
-om zich heen.
-</p>
-<p>De Canadees herkende een Apache. Plotseling vestigden de oogen van den wilde zich
-op den jager; deze oordeelde het raadzaam om zich van hem te ontslaan; met de buigzaamheid
-van een slang en de vlugheid van een jaguar greep hij zijn vijand bij de keel en zonder
-hem den tijd te laten een alarmkreet te uiten, stiet hij hem het mes in de borst.
-</p>
-<p>Het gelaat van den Apache werd zwart; zijne oogen spalkten zich wijd open, hij sloeg
-een oogenblik het water met armen en beenen; maar weldra verstijfden zijne leden,
-eene laatste stuiptrekking deed zijn ligchaam krimpen, en hij dreef weg op den stroom,
-een ligtgekleurd bloedig spoor achterlatende.
-</p>
-<p>De arme Indiaan was dood.
-</p>
-<p>Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stapte de jager in de praauw en zich aan het
-riet vasthoudende, keek hij uit naar den kant waar hij zijne kameraden had achtergelaten.
-Deze, door den Vliegenden-Arend gewekt, waren reeds omzigtig genaderd, de buks medebrengende
-die de jager op den oever had laten liggen.
-</p>
-<p>Zoodra zij bij elkander waren, bragten zij de praauw buiten de biezen die haar den
-doortogt belemmerden, en nadat allen zich op bevel van Loer-Vogel ingescheept en het
-vaartuig in open water hadden gebragt, strekten zij zich plat op den bodem uit.
-</p>
-<p>Onder deze voorzorg dreven zij reeds een geruime poos zachtjes de rivier af, zoo zij
-meenden, onopgemerkt door de onzigtbare vijanden die zich waarschijnlijk hier of daar
-aan den oever verscholen hielden, toen er plotseling een verschrikkelijke alarmkreet
-opging en de lucht als een donderslag deed daveren.
-</p>
-<p>Het lijk van den door <span class="corr" id="xd30e4630" title="Bron: Loer-vogel">Loer-Vogel</span> gedooden Apache was gedurende eenige minuten door den stroom medegesleept, maar toen
-op een hoop biezen een drijfhout gestuit, juist tegenover een Indianen-kamp, dat de
-avonturiers een paar uren geleden, zonder het te zien waren voorbij getrokken.
-</p>
-<p>Zoodra hadden de Roodhuiden het lijk huns broeders niet opgemerkt, of zij hieven het
-zoo even gemeld vervaarlijk doodgeschrei aan, verzamelden zich aan den oever, en nu
-stonden zij daar, elkander met den vinger de praauw aanwijzende.
-</p>
-<p>Loer-Vogel ziende dat hij ontdekt was, greep oogenblikkelijk de pagaaijen, en door
-den Vliegenden-Arend en Domingo geholpen, was hij binnen eenige sekonden buiten hun
-bereik.
-</p>
-<p>De teleurgestelde Apachen, woedend over deze behendige vlugt, en <span class="pageNum" id="pb200">[<a href="#pb200">200</a>]</span>niet wetende wat zij er vooreerst tegen zouden doen, zwaaiden met de armen, staken
-de vuisten op en overlaadden hunne onbekende vijanden met al de scheldwoorden die
-het Indiaansche woordenboek hun aan de hand deed, als hazen, eenden, honden, uilen
-en meer andere dergelijke namen van dieren die zij haten of verachten.
-</p>
-<p>De jager en zijne kameraden stoorden zich weinig aan deze magtelooze beschimping en
-pagaaiden met kracht door, om hun togt te vervolgen en tevens in hunne stramme leden
-den bloedsomloop te herstellen na hun diepen slaap in de kille nachtlucht.
-</p>
-<p>Inmiddels veranderden de Indianen van taktiek: verscheidene pijlen met weerhaken werden
-naar de praauw afgeschoten, zelfs vielen er eenige geweerschoten; maar de afstand
-was te groot en het water alleen werd door de kogels getroffen.
-</p>
-<p>Zoo ging de nacht voorbij.
-</p>
-<p>De avonturiers roeiden met verdubbelden ijver voort, daar zij reeds gezien hadden
-dat de rivier, na menige kronkeling, ongevoelig het woud naderde, dat zij zoo gaarne
-wenschten te bereiken. Intusschen meenden zij niets meer van hunne vijanden te vreezen
-te hebben, en lieten zij de pagaaijen eenige oogenblikken rusten om zich te verpoozen
-en een weinig voedsel te nuttigen.
-</p>
-<p>Terwijl zij bezig waren met hun ontbijt, kwam de zon op, en nu ontrolde zich een prachtige
-landstreek voor hunne verbaasde blikken.
-</p>
-<p>&#x2014;O! riep op eens de Vliegende-Arend, op een toon van schrik die weinig goeds voorspelde.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat is er? vroeg Loer-Vogel, die terstond begreep dat het opperhoofd iets buitengewoons
-moest gezien hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Kijk! riep de Comanch met nadruk, terwijl hij den arm uitstrekte in de streek die
-zij dien nacht waren doorgekomen.
-</p>
-<p>&#x2014;Sakkerloot! riep de Canadees, twee praauwen, achter ons! O, o! daar zal wat aan te
-tornen vallen.
-</p>
-<p>&#x2014;<i lang="es">Cuerpo de Christo!</i> riep op zijne beurt Domingo, met een sprong die het ligte vaartuig bijna deed omkantelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat nog meer?
-</p>
-<p>&#x2014;Ziet eens!
-</p>
-<p>&#x2014;Alle duivels! hervatte de jager, wij worden ingesloten. Werkelijk kwamen er twee
-praauwen achter hen den stroom af, terwijl twee anderen, van twee tegenovergelegen
-oeverpunten, hun te gemoet kwamen, blijkbaar met het dubbele doel om hun den voortgang
-zoowel als den terugtogt af te snijden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ach, lieve hemel! daar komen de Roodhuiden om ons een koud bad te geven, prevelde
-Domingo. Wat denkt gij er van, oude jager?
-</p>
-<p>&#x2014; Nu goed, laat hen maar komen, riep Loer-Vogel vrolijk, wij zullen hen betalen voor
-hunne moeite. Geeft acht, kameraden, en verdubbelen wij onze inspanning.
-</p>
-<p>Op zijn wenk, grepen de mannen terstond de pagaaijen weder op en gaven aan de praauw
-zulk eene vaart, dat zij over het water scheen te vliegen.
-</p>
-<p>De toestand der blanken werd inderdaad bedenkelijk.
-<span class="pageNum" id="pb201">[<a href="#pb201">201</a>]</span></p>
-<p>Loer-Vogel stond op zijn buks geleund in de praauw overeind en berekende koelbloedig
-de kansen voor en tegen deze onvermijdelijke ontmoeting; zijne ergste vrees betrof
-niet de booten die achter hen kwamen, daar deze nog op te verren afstand waren om
-hen in tijds te kunnen inhalen, maar al zijne aandacht vestigde zich op de twee die
-hun van voren te gemoet kwamen en tusschen welke hij noodzakelijk zou moeten doorroeijen.
-Met iederen pagaaislag verminderde de afstand die de blanken van de Roodhuiden scheidde.
-</p>
-<p>De vijandelijke praauwen, zooveel men in de verte kon opmaken, schenen al te sterk
-bemand en hadden zwaar werk om tegen stroom op vooruit te komen. Loer-Vogel had alles
-met een onfeilbaren blik gezien; hij nam een van die koene besluiten voor welke <span class="corr" id="xd30e4667" title="Bron: bij">hij</span> algemeen beroemd was en die in deze kritieke oogenblikken alleen in staat schenen
-om hem en de zijnen te redden.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch28" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7228">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXVIII.</h2>
-<h2 class="main">Blank-huiden en Rood-huiden.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De Canadees, zoo als wij gezegd hebben, had bepaald partij gekozen. In plaats van
-eene poging te doen om tusschen de beide praauwen te ontsnappen, waardoor hij groot
-gevaar zou hebben geloopen van in den grond te worden geboord, nam hij zijn koers
-een weinig links en stevende regelregt aan op de praauw die het digtst bij de zijne
-was.
-</p>
-<p>De Indianen verschalkt door deze manoeuvre, van welke zij niet aanstonds de uitwerking
-voorzagen, ontvingen haar met luide triumfkreten. De avonturiers hielden zich echter
-doodstil, maar verdubbelden hunne pogingen en roeiden met kracht door.
-</p>
-<p>Een vergenoegde lach plooide zich om de lippen van den Canadees.
-</p>
-<p>Naarmate zijne praauw die der Apachen naderde, had hij gezien, dat de rivier aan de
-linker zijde een sterke bogt maakte en deze bogt gevormd werd door een klein eiland,
-dat zeer digt bij den oever lag, maar toch ver genoeg om een bootje door te laten;
-hij bediende zich nu van dezen doortogt en vermeed zoodoende een langen omweg, hetgeen
-hem op eens een goed eind op de vijanden die hen vervolgden deed winnen.
-</p>
-<p>De hoofdzaak was hier om het eiland te bereiken voordat de eerste vijandelijke praauw
-er aankwam.
-</p>
-<p>De Roodhuiden echter begonnen weldra, zoo niet gansch en al, dan toch gedeeltelijk
-te bemerken wat hun onverschrokken tegenstander voornemens was; ook zij veranderden
-dus van plan en wijzigden hunne rigting. In plaats van de blanken regelregt te gemoet
-te snellen, zooals zij tot hiertoe gepoogd hadden, namen zij hun koers links en pagaaiden
-met kracht op het eiland aan.
-<span class="pageNum" id="pb202">[<a href="#pb202">202</a>]</span></p>
-<p>Loer-Vogel begreep thans dat hij, het koste wat het wilde, hunne vaart moest zien
-te stuiten.
-</p>
-<p>Tot dusver, was noch van de eene noch van de andere zijde een pijl geschoten, of een
-geweerschot gewisseld. De Apachen rekenden zoo stellig hunne vijanden te zullen meester
-worden, dat zij het als onnoodig beschouwden om tot dit uiterste over te gaan.
-</p>
-<p>De blanken daarentegen, die de noodzakelijkheid gevoelden om hun kruid te sparen,
-daar zij te midden van een vijandelijk land onmogelijk nieuwen voorraad konden bekomen,
-bepaalden zich voorzigtigheidshalve om het voorbeeld der Indianen te volgen, hoe belust
-zij ook mogten zijn om met hen slaags te raken.
-</p>
-<p>Intusschen was de vijandelijke praauw geen vijftig ellen meer van het eiland verwijderd;
-de jager, na nog een laatsten blik in het rond te hebben geworpen, neigde zich tot
-zijne kameraden en sprak hun met eene zachte stem eenige woorden toe.
-</p>
-<p>Oogenblikkelijk lieten deze de pagaaijen rusten en hunne geweren grijpende, knielden
-zij in de praauw neder, en legden hun wapens op den rand der boot, na vooraf nog een
-tweeden kogel in den loop te hebben laten glijden.
-</p>
-<p>De Canadees had het zelfde gedaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijn wij gereed? vroeg hij een oogenblik later.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja! riepen de avonturiers.
-</p>
-<p>&#x2014;Schieten dan, en laag aanleggen: vuur!
-</p>
-<p>De vijf buksen brandden los in een enkelen knal.
-</p>
-<p>Wij hebben reeds aangemerkt, dat de beide praauwen elkander reeds digt genaderd waren.
-</p>
-<p>Nu naar de pagaaijen! en vlug! riep de jager, dadelijk zelf het voorbeeld gevende,
-zoo als hij altijd deed.
-</p>
-<p>Acht armen hernamen de dubbele riemen, de ligte boot vloog over het water. Alleen
-de jager laadde zijn buks weder en lag op de eene knie gereed om te schieten.
-</p>
-<p>De uitwerking der eerste losbranding openbaarde zich weldra; de vijf geweerschoten,
-allen op het zelfde punt gerigt, hadden in de zijde der Indiaansche boot een vrij
-groote bres gemaakt, juist gelijk met de waterlijn, zoodat zij niet langer vlot kon
-blijven.
-</p>
-<p>Kreten van schrik en smart gingen op onder de Apachen, die de een na den ander over
-boord sprongen en naar alle kanten wegzwommen. Wat hunne praauw betreft, aan zich
-zelve overgelaten, begon zij oogenblikkelijk af te drijven, liep langzamerhand vol
-en verzonk eindelijk in den stroom.
-</p>
-<p>De avonturiers zich thans van hunne vijanden ontslagen rekenende, vertraagden voor
-een oogenblik hunne pogingen.
-</p>
-<p>Eensklaps hief de Vliegende-Arend zijn pagaai op, terwijl Loer-Vogel zijn geweer bij
-den tromp vatte. Twee Apachen, ware athleten in kracht en met woeste blikken, waren
-onverhoeds genaderd en poogden zich aan de boot vast te klemmen om haar te doen kantelen.
-Weldra vielen zij met verbrijzelden schedel in het water terug en dreven af op den
-stroom.
-<span class="pageNum" id="pb203">[<a href="#pb203">203</a>]</span></p>
-<p>Eenige minuten later bereikten de jagers den doortogt.
-</p>
-<p>Intusschen waren een aantal Indianen naar het eiland gezwommen, en begonnen zij, zoodra
-zij aan land kwamen de blanken aan den kant van het water te bestoken; bij gebrek
-aan andere middelen wierpen zij hen met steenen, daar zij hunne nat geworden buksen
-niet konden gebruiken, en hunne pijlkokers en bogen bij hunne plotselinge indompeling
-in de rivier waren verloren gegaan.
-</p>
-<p>Hoe ruw en gebrekkig deze door de Apachen gebruikte verdedigingsmiddelen ook wezen
-mogten, was Loer-Vogel echter verpligt zijne kameraden dringend aan te bevelen om
-met verdubbelde kracht voort te roeijen, ten einde zoo spoedig mogelijk buiten het
-bereik der zware steenworpen te komen, die hageldigt van uit de hooge biezen en van
-achter ieder welgelegen aanvalspunt, rondom de boot neer regenden; terwijl de Roodhuiden
-volgens hunne gewoonte wel zorg droegen onzigtbaar te blijven, uit vrees voor de kogels
-der blanken.
-</p>
-<p>De toestand der laatstgenoemden werd echter onhoudbaar, er moest een einde aan worden
-gemaakt, en de jager, die scherp op de eerste gelegenheid loerde, om zijne vijanden
-eene geduchte les te geven, meende die weldra gevonden te hebben: eenige ellen van
-hem af, op den oever zag hij op zeker punt, in een floripondio-boschje, eene verdachte
-beweging; terstond legde hij zijn geweer aan, mikte op goed geluk en schoot.
-</p>
-<p>Een vervaarlijke kreet verhief zich uit de digte struiken der floripondios, bamboezen,
-lianen en waterplanten, en een reusachtige Apache, woest als een gekwetste tijger,
-sprong te voorschijn om zich achter een ander boschje, dat een eind verder op het
-eiland gelegen was, in veiligheid te stellen; Loer-Vogel, die met allen spoed zijn
-buks weder geladen had, legde die voor de tweedemaal aan om den vlugteling op nieuw
-te treffen, maar hief haar terstond weder op.
-</p>
-<p>De Apache viel reeds op het zand en wrong zich in zijn laatsten doodstuip.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik schoten er uit de omliggende boschjes een tiental Indianen
-te voorschijn, en snelden naar het lijk huns broeders, namen het in hunne armen, en
-verdwenen er mede als een troep spoken.
-</p>
-<p>Nu volgde er een stilstand, en weldra waren de woeste kreten en gevaarlijke steenworpen,
-die eenige minuten te voren de lucht deden weergalmen en de blanken met ondergang
-dreigden, vervangen door de diepste kalmte en rust.
-</p>
-<p>&#x2014;De arme duivels! murmelde Loer-Vogel, terwijl hij zijn buks op den bodem der praauw
-nederlegde en een der pagaaijen greep, het spijt mij wel dat dit hier heeft moeten
-gebeuren, maar ik geloof dat zij er thans genoeg van hebben nu zij de kracht van mijn
-buks hebben leeren kennen, en ik denk dat zij ons voortaan met vrede zullen laten.
-</p>
-<p>De oude jager had zich niet misrekend: werkelijk lieten de Roodhuiden niets meer van
-zich zien of hooren. Wat wij hier beschreven hebben, moet onze lezers niet te zeer
-verwonderen: ieder land heeft zijne eigene begrippen van eer en pligt. De Indiaan
-gaat van het beginsel uit, dat hij zich niet nutteloos aan gevaren moet bloot stellen.
-<span class="pageNum" id="pb204">[<a href="#pb204">204</a>]</span>Voor hen kan het succes alleen hunne daden regtvaardigen; zoodra zij dus zien dat
-zij de sterksten niet zijn, deinzen zij zonder schaamte terug en laten met de meeste
-bereidwilligheid de plannen varen, die zij eenmaal opgevat en misschien weken vooraf
-hebben voorbereid.
-</p>
-<p>De jagers kwamen eindelijk het eiland ongemoeid voorbij. De tweede vijandelijke praauw
-was thans reeds ver achter hen; wat de beide anderen betreft, die zij het eerste gezien
-hadden, deze geleken naauwelijks meer dan onmerkbare stippen aan den horizont. Toen
-de Roodhuiden der tweede praauw dus zagen dat de blanken een afstand op hen hadden
-gewonnen dien zij onmogelijk weder konden inhalen, en dat deze stellig aan hunne vervolging
-zouden ontsnappen, schoten zij al hunne geweren en bogen te gelijk op hen af, als
-om hun een laatste proef van hun moed achter na te zenden&#x2014;eene magtelooze vertooning,
-die niemand kwetste, daar de kogels en pijlen op een aanzienlijken afstand van de
-blanken nedervielen; daarop wendden zij den steven, om zich bij hunne kameraden op
-het eiland te voegen, waar deze in het digte geboomte de wijk hadden genomen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel en de zijnen kwamen er behouden af.
-</p>
-<p>Na nog omtrent een uur lang stroomafwaarts te hebben geroeid, om tusschen zich en
-de Apachen een onoverkomelijken afstand te laten, namen zij een poos rust, die zij
-wel noodig hadden, om zich te herstellen van den heftigen kamp en hunne wonden te
-wasschen, want sommigen hadden vrij ernstige kneuzingen bekomen door den steenregen
-die op hen was neergekomen; in het heetst van den strijd hadden zij dit minder bemerkt,
-maar nu het gevaar voorbij was begonnen zij er aan te lijden.
-</p>
-<p>Het woud, dat des morgens, uit hoofde der veelvuldige krommingen der rivier, nog zoo
-ver van hen verwijderd lag, waren zij thans zeer nabij gekomen en zij hoopten het
-nog voor den avond te zullen bereiken. Na eene korte ontspanning, grepen zij dus weder
-de riemen en hervatten met nieuwen ijver hun togt. Tegen het ondergaan der zon, verdween
-de kleine praauw onder de sombere bladgewelven van het onmetelijk natuurwoud, dat
-zich als een statige dom boven hunne hoofden sloot en door den stroom in de schuinte
-doorsneden werd.
-</p>
-<p>Zoodra de duisternis begon te vallen, ontwaakte de woestijn en liet het gehuil der
-wilde dieren, die zich naar de rivier begaven om te drinken, zich somber hooren in
-de diepte der ongerepte bosschen. Loer-Vogel achtte het ongeraden om zich op dit uur
-te wagen in de onbekende wildernis, die zonder twijfel gevaren van allerlei aard in
-haren schoot verborg. Nadat hij dus nog eenigen tijd had laten voortroeijen, om eene
-geschikte landingsplaats te vinden, gaf hij eindelijk bevel om op een verheven rotsmassa
-aan te houden, die in den stroom vooruit sprong en een soort van voorgebergte vormde
-waar men zonder veel moeite of gevaar zou kunnen aan wal stappen.
-</p>
-<p>Naauwelijks waren zij aan land, of de Canadees deed een wandeling om de rots, daar
-hij de omstreken wilde opnemen om te weten in welk gedeelte van het woud zij zich
-bevonden.
-<span class="pageNum" id="pb205">[<a href="#pb205">205</a>]</span></p>
-<p>Ditmaal diende het toeval den jager beter dan hij had durven hopen. Na met moeite
-en de uiterste voorzorg de struiken en slingergewassen te zijn doorgeworsteld, die
-hem overal den weg versperden, zag hij zich eensklaps en zonder nader onderzoek, aan
-den ingang van eene natuurlijke grot, waarschijnlijk gevormd door een dier vulkanische
-omkeeringen die in deze streken zoo veelvuldig zijn.
-</p>
-<p>Bij deze ontdekking bleef hij staan, stak een ocote-fakkel aan, die hij niet verzuimd
-had met zich te nemen en trad stoutmoedig de spelonk binnen, gevolgd door zijne kameraden.
-De plotselinge verschijning der brandende toorts schrikte een grooten zwerm nachtvogels,
-uilen en vleermuizen op, die met luid geschreeuw fladderend wegvlogen en aan alle
-zijden zochten te ontsnappen.
-</p>
-<p>De jager ging echter door, zonder zich om deze liefhebbers der duisternis te bekommeren,
-die hij zoo onverwachts in hunne sombere schuilhoeken gestoord had.
-</p>
-<p>De spelonk was hoog, buitengewoon ruim en luchtig. Onder de omstandigheden waarin
-zich de jagers bevonden was dit voor hen eene allergelukkigste ontdekking, daar zij
-hun een genoegzaam veilig verblijf voor den nacht aanbood, even als voor de nasporingen
-der Apachen, die hen thans wel uit het oog hadden verloren, maar zeker niet zouden
-nalaten hen te vervolgen.
-</p>
-<p>De avonturiers, na de grot in allen deele doorzocht en zich verzekerd te hebben dat
-er geen verscheurende dieren in schuilden, en wat meer zegt, dat zij twee uitgangen
-had, die de gelegenheid waarborgden om te kunnen vlugten, wanneer zij door een overmagtigen
-vijand mogten worden aangevallen, keerden naar de landingsplaats terug, haalden de
-boot uit het water, namen haar op de schouders en zetten haar achter in de grot. Vervolgens
-begonnen zij, met een geduld daar alleen de Indianen of de woudloopers in staat toe
-zijn, zorgvuldig de minste sporen en indruksels uit te wisschen die de plaats hunner
-ontscheping of den aftogt dien zij gekozen hadden zouden kunnen verraden. Alle openingen
-werden digtgemaakt, de gebogen riethalmen hersteld, de van een geschoven lianen en
-struiken weder bijeengevoegd, en na deze gepaste voorzorg zou niemand hebben kunnen
-vermoeden dat er een troep menschen was doorgegaan.
-</p>
-<p>Daarop verzamelden zij een goeden voorraad dood hout om vuur te stoken, alsmede <i>ocote</i>-takken voor fakkels, en trokken de grot binnen met het vaste voornemen om eindelijk
-de rust te genieten daar zij zoo veel behoefte aan hadden.
-</p>
-<p>Al deze toebereidsels hadden tijd gevorderd, en de nacht was reeds een goed eind heen,
-eer onze vrijbuiters, na het gebruik van een mageren, in der haast klaar gemaakten
-maaltijd, in hunne mantels gewikkeld zich op den grond uitstrekten, en met de voeten
-naar het vuur, het hoofd op een hoop dorre bladeren en de hand aan de buks, eindelijk
-insliepen. Niets stoorde dien nacht hunnen slaap, die nog aanhield toen de eerste
-stralen der zon den oostelijken gezigteinder reeds kleurden met een purperen gloed.
-<span class="pageNum" id="pb206">[<a href="#pb206">206</a>]</span></p>
-<p>Loer-Vogel werd het eerst wakker en wekte terstond zijne kameraden.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend was niet in de grot.
-</p>
-<p>Zijne afwezigheid maakte den jager echter niet ongerust. Hij kende den Sachem te wel
-om van den eerlijken Comanch verraad te vreezen.
-</p>
-<p>&#x2014;Staat op! riep hij tegen de slapenden. De zon is al op: wij hebben lang genoeg geslapen,
-het wordt tijd om aan onzen arbeid te denken.
-</p>
-<p>Oogenblikkelijk was ieder op de been.
-</p>
-<p>De jager had zich in den Sachem niet bedrogen; naauwelijks was hij bezig met het vuur
-aan te leggen om het ontbijt gereed te maken, of de Vliegende-Arend verscheen. Hij
-droeg op zijne schouders een heerlijken eland, dien hij stilzwijgend op den grond
-wierp, en zich toen nevens de Wilde-Roos neerzette.
-</p>
-<p>&#x2014;Te duivel! hoofdman, zei Loer-Vogel verrast, gij zijt een man van de voorbaat, uwe
-jagtvangst is welkom, onze levensmiddelen begonnen mooi op te raken.
-</p>
-<p>De Comanch grinnikte van pleizier over deze aanmerking, maar verder antwoordde hij
-niet; gelijk al de lieden van zijn stam, sprak de Indiaan alleen in geval van dringende
-noodzakelijkheid of wanneer het gesprek eene meer ernstige wending nam.
-</p>
-<p>Op een wenk van den Canadees, begon Domingo, die een ervaren jager was, onmiddelijk
-den eland de huid af te stroopen.
-</p>
-<p>De pemmican, de pueso, en het Indiaansche koren bleven onaangeroerd in de <i lang="es">alforjas</i> (knapzak), dank zij de sappige hertenbouten, die Domingo zoo behendig van het wildbraad
-had afgesneden, en die op den rooster gebraden aan allen een uitmuntend ontbijt verschaften;
-dit festijn werd bekroond met eenige droppels pulque, waaraan echter de Vliegende-Arend
-en zijne vrouw, volgens de wijs der Comanchen die geen sterken drank gebruiken, weigerden
-deel te nemen.
-</p>
-<p>Daarna werden de pijpen en cigarettes opgestoken en ieder begon stilzwijgend te rooken.
-</p>
-<p>Loer-Vogel overwoog bij zich zelven welk plan hij volgen zou, terwijl Domingo en Bermudez
-het noodige voor hun vertrek gereed maakten; toen zij hiermede gedaan hadden besloot
-hij eindelijk te spreken.
-</p>
-<p>&#x2014;Caballeros, zeide hij, wij zijn hier op de plaats waar onze togt eigenlijk begint,
-het wordt dus tijd om u te zeggen waar wij heengaan. Zoodra wij dit bosch door zijn,
-hetgeen niet lang duren zal, komen wij aan eene ruime vlakte, in welker midden eene
-stad ligt. Die stad, door de Indianen Quiepa-Tani genoemd, is een der geheimzinnige
-wijkplaatsen waar zich, sinds den inval der Spanjaarden, de aloude Mexicaansche beschaving
-heeft teruggetrokken. Welnu, naar die stad moeten wij heen, want daar bevinden zich
-twee jeugdige meisjes die wij geroepen zijn te redden. Maar dat zelfde Quiepa-Tani
-is tevens eene heilige stad: Wee den Europeaan of den blanke die in haren omtrek gezien
-wordt of het waagt haar te betreden! Ik mag u dus niet verbergen dat de gevaren die
-wij tot hiertoe trotseerden en gelukkig te boven kwamen, niets te beteekenen hebben,
-in vergelijking met die <span class="pageNum" id="pb207">[<a href="#pb207">207</a>]</span>welke ons waarschijnlijk te wachten staan, eer wij het ons voorgestelde doel zullen
-bereiken. Er valt natuurlijk niet aan te denken dat wij allen die stad zouden kunnen
-binnentrekken; dit te willen ondernemen zou eene dwaasheid zijn die op een gruwzamen
-moord, zoo niet op ons onvermijdelijk verderf zou uitloopen. Daarentegen zal het noodig
-zijn dat wij hier getrouwe kameraden vinden, die ons in geval van tegenspoed of gevaar
-konden te hulp komen. Hoort daarom, caballeros, wat ik besloten heb: onze vriend Bermudez
-zal op onze stappen terugkeeren, dat is, naar de plek waar wij Juanito gelaten hebben;
-van daar zullen deze twee, <span class="corr" id="xd30e4759" title="Bron: tegenlijk">tegelijk</span> met onze paarden, zich naar de algemeene loopplaats begeven die wij onderling hebben
-afgesproken, ten einde zich daar met het detachement van Ruperto en <span class="corr" id="xd30e4762" title="Bron: Vrijkogel">Vrij-Kogel</span> te vereenigen, en alsdan, zoo dit mogelijk is, gezamentlijk herwaarts te komen. Wat
-dunkt u hiervan, caballeros? Keurt gij dit plan goed?
-</p>
-<p>&#x2014;In allen opzigte, antwoordde don Mariano met eene toestemmende buiging.
-</p>
-<p>&#x2014;En gij, hoofdman, wat zegt gij?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder is wijs, al wat hij zegt is goed, zei de Sachem.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar hoe dat, moet ik u dan verlaten? mompelde Bermudez met een verlegen blik op
-zijn meester.
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is noodig, vriend, antwoordde deze, maar het zal slechts voor kort zijn, zoo ik
-hoop.
-</p>
-<p>&#x2014;Herinner u goed langs welken weg wij gekomen zijn, om u niet te vergissen als gij
-terugkomt, zei de jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal mijn best doen, prevelde Bermudez.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeg, oude jager, riep Domingo meesmuilend, wat duivel! waarom zendt gij mij niet
-liever, dan dezen armen man, daar ik als woudlooper de prairie op mijn duimpje ken,
-terwijl ik bijna durf wedden dat hij zijn gebeente op den weg zal te bleeken leggen?
-</p>
-<p>Loer-Vogel schoot den Gambucino een doorborenden blik toe, die hem de oogen neerslaan
-en beschaamd het hoofd deed buigen.
-</p>
-<p>&#x2014;Omdat ik, vriend Domingo, antwoordde hij met zonderlingen nadruk op ieder woord,
-omdat ik zooveel van u houd, dat ik u geen minuut lang uit het oog zou willen verliezen;
-gij begrijpt mij immers, niet waar?
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer goed, zeer goed! stotterde de mesties, blijkbaar geraakt: maak u maar niet boos,
-oude jager, ik zal blijven; wat ik er van gezegd heb was alleen in uw belang, anders
-niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik stel uwe belangeloosheid op prijs en waardeer uw aanbod naar verdienste, hernam
-de Canadees koddig, spreken wij er niet verder over. Zich daarop tot Bermudez wendende,
-vervolgde hij: Daar wij welligt spoedig hulp noodig hebben, zult gij weldoen, in het
-terug komen, zoo mogelijk, een korter weg te kiezen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Deze grot hier is een uitmuntend toevlugtsoord, zij is ruim genoeg om u allen te
-bergen; gij zult er verblijf houden met de paarden, en haar niet verlaten dan op mijne
-orders; is dat afgesproken?
-<span class="pageNum" id="pb208">[<a href="#pb208">208</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ja, en begrepen ook, wees daar gerust op; ik ben te zeer van het gewigt der aanwijzingen
-die gij mij doet <span class="corr" id="xd30e4784" title="Bron: doordrongen">doordringen</span>, om er mij niet naar te gedragen.
-</p>
-<p>&#x2014;Een laatste woord nog. Ik heb u gezegd, dat het voor het welslagen onzer moeijelijke
-onderneming volstrekt noodig was, dat wij hier in ieder geval een sterk detachement
-cordate mannen konden vinden; wil dus Ruperto dringend waarschuwen, dat hij zijne
-omzigtigheid verdubbelt, en zoo veel mogelijk, niet alleen ieder geschil met de Indianen,
-maar zelfs iedere ontmoeting met hen ontwijkt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal het hem zeggen.
-</p>
-<p>&#x2014;Brengen wij thans de praauw weder te water en dan goed geluk er meê.
-</p>
-<p>&#x2014;Geve God! dat gij het arme kind moogt redden, zei de oude huisbediende, op een toon
-die bewees dat hij zijn gevoel naauwelijks meester was, ik zou gewillig mijn leven
-voor haar opofferen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ga gerust heen, vriend, antwoordde Loer-Vogel wederkeerig getroffen, het mijne heb
-ik reeds voor haar op het spel gezet.
-</p>
-<p>Allen gingen de grot uit, maar niet zonder vooraf te hebben rond gezien of er ook
-eenig gevaar bestond. In het digt belommerde bosch heerschte de diepste stilte.
-</p>
-<p>Thans namen zij de praauw op hunne schouders en droegen haar na den rivierkant, nadat
-zij er eerst eenige levensmiddelen voor hun kameraad in gelegd hadden.
-</p>
-<p>Weldra schommelde de boot zachtkens op het water. Bermudez nam voor &#x2019;t laatst afscheid
-van zijn meester; zich toen met moeite omwendende, sprong hij in de praauw, greep
-de riemen en stak van wal.
-</p>
-<p>&#x2014;Tot wederziens! riep don Mariano hem aangedaan na.
-</p>
-<p>&#x2014;Tot spoedig, zoo God wil, antwoordde Bermudez.
-</p>
-<p>&#x2014;Amen! mompelden allen blijkbaar getroffen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel volgde de wegvarende praauw een tijdlang met de oogen; zich toen plotseling
-tot zijne kameraden wendende, prevelde hij half in zich zelven:
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is een trouwe ziel;&#x2014;maar zou hij slagen?
-</p>
-<p>&#x2014;God zal hem behoeden, zei don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, hervatte de jager, terwijl hij zich de hand over het voorhoofd streek;
-ik ben inderdaad dwaas dat ik zoo spreek, ja wat meer is, ondankbaar jegens de Voorzienigheid,
-die tot hiertoe met zoo veel zorg over ons waakte.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed gesproken, vriend, riep don Mariano; ik heb de beste verwachting dat wij slagen
-zullen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, als ik het ronduit zeggen moet, zei de jager opgeruimd, ik heb er ook de beste
-verwachting van; voorwaarts dus.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend legde hem thans de hand op den schouder:
-</p>
-<p>&#x2014;Eer wij vertrekken, broeder, zou ik met u verlangen raad te houden, de zaak is ernstig.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt gelijk, hoofdman; keeren wij naar de grot terug; onze maatregelen moeten
-met het meeste beleid overwogen en vastgesteld <span class="pageNum" id="pb209">[<a href="#pb209">209</a>]</span>worden, om, wanneer het oogenblik van handelen daar is, geen fout te begaan die den
-uitslag van onze onderneming onherstelbaar zou bederven.
-</p>
-<p>De Comanch boog toestemmend en ging zijne kameraden vooruit naar de grot. Het vuur
-was nog niet geheel uitgedoofd, maar smeulde onder de asch; in weinig oogenblikken
-vlamde het weder op; en de vier personen hurkten er met deftigen ernst omheen.
-</p>
-<p>Nu nam het opperhoofd de calumet uit zijn gordel, stopte haar met gewijde tabak, stak
-haar aan, en gaf haar toen, na eerst zelf eenige trekjes gedaan te hebben, aan Loer-Vogel.
-Zoo ging de pijp eenige keeren rond, zonder dat er een woord gesproken werd, zoo lang
-tot de tabak geheel was opgebrand. Toen er niets meer overbleef dan de asch, klopte
-de Sachem haar uit in het fornuis, stak haar weder in zijn gordel en wendde zich tot
-den jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Een opperhoofd verlangt te spreken, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn broeder spreke, antwoordde de jager met eene buiging; onze ooren zijn geopend.
-</p>
-<p>De Sachem, na zijne vrouw met een gebiedenden wenk bevolen te hebben den kring te
-verlaten en zich buiten het bereik zijner stem te begeven, waaraan zij volgens de
-Indiaansche gebruiken terstond gehoorzaamde, boog eerbiedig voor de andere raadsleden,
-en nam het woord.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch29" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7237">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXIX.</h2>
-<h2 class="main">De Raad.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Sedert het begin van den togt, aan welke hij vrijwillig deelnam, had de Vliegende-Arend
-steeds eene lijdelijke rol gespeeld, zonder beoordeeling of tegenspraak de plannen
-van Loer-Vogel aangenomen, onbekommerd en getrouw diens bevelen uitgevoerd, in een
-woord, geheel en al de rol vervuld van een ondergeschikt officier, wiens pligt medebrengt
-om zijn chef voor hem te laten denken. De nieuwe houding, thans zoo plotseling door
-den Sachem aangenomen, had den Canadees dan ook niet weinig verwonderd, daar deze
-niet wist wat hij hiervan denken moest, en heimelijk begon te vreezen dat de Comanch
-voornemens was, hem in het tegenwoordige kritieke oogenblik aan zijn lot over te laten
-en zich aan hem te onttrekken, misschien wel om hem te dwarsboomen en wie weet welke
-hindernissen in den weg te leggen. Hij wachtte dus met levendig ongeduld op de verklaring
-van het opperhoofd, ter opheldering van diens zonderling gedrag.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend, even kalm en bedaard als altijd, was opgestaan, en na eene statige
-buiging in het rond te hebben gemaakt, nam hij eindelijk het woord op:
-</p>
-<p>&#x2014;Bleekgezigten, mijne waarde broeders, begon hij met zijne gewone scherpe maar sentimenteel
-slepende keelstem, sedert eene maand <span class="pageNum" id="pb210">[<a href="#pb210">210</a>]</span>reeds zijn wij vereenigd op hetzelfde oorlogspad, deelend in elkanders vermoeijenissen,
-slapend aan elkanders zijde, etend van hetgeen onze gezamenlijke jagt oplevert, zonder
-dat het den Sachem, dien gij in uwe gevaren en arbeid liet deelen, tot hiertoe vergund
-werd om dat openhartig vertrouwen te genieten, waarop een vriend met regt aanspraak
-heeft. Uw hart is steeds voor hem gesloten gebleven en als met eene digte wolk omhuld;
-uwe plannen zijn hem even onbekend als op den eersten dag van ons vertrek; de woorden
-die uwe borst uitblaast zijn en blijven voor hem onoplosbare raadsels. Is dit zoo
-als het behoort? Is dit regtvaardig? Geenszins, zeg ik. Waarom hebt gij mij geroepen,
-waarom hebt gij mij verzocht u te vergezellen, zoo ik altoos voor u moet zijn als
-een vreemdeling? Tot op dit uur heb ik den tegenzin die uw ergerlijk gedrag mij veroorzaakt
-in mijn boezem besloten; geen klagt is uit mijn hart naar mijne lippen gestegen, over
-eene behandeling die zoo weinig overeenkomt met mijn rang en met de goede betrekking
-waarin ik met u lieden tot dusver sta; en op dit oogenblik zelfs, zou ik nog de stilte
-bewaren, zoo mijne vriendschap voor u niet sterker was dan de wrevel die uw onedelmoedig
-gedrag ten mijnen opzigte mij inboezemt. Wij zijn hier op het gewijde gebied der Indianen,
-de grond dien wij betreden is ons heilig; de gevaren die ons omringen, de tallooze
-strikken en hinderlagen die van alle zijden voor onze voeten worden gespannen,&#x2014;hoe
-zou ik in staat zijn die te bezweren, als uwe ontwerpen mij nog langer verholen blijven,
-in een woord, als ik niet weet of het pad dat wij volgen werkelijk het pad des oorlogs
-is, of alleen der jagt? spreek derhalve ronduit, ruk de huid van uw hart gelijk ik
-die van het mijne heb afgerukt, en verklaar u omtrent het gedrag dat gij voorhebt
-en de plannen die gij volgen wilt, opdat ik in staat zij, daar waar zulks noodig is,
-u met mijn goeden raad te helpen en, als een getrouw <span class="corr" id="xd30e4828" title="Bron: bongdenoot">bondgenoot</span>, niet langer buiten uwe beraadslagingen blijve, hetgeen inderdaad even schandelijk
-zou zijn voor de natie waartoe ik de eer heb te behooren, als onwaardig den hoogen
-krijgsmansrang dien ik onder de Comanchen bekleed. Ik heb gesproken, mijne broeders;
-en ik wacht op uw antwoord, dat, hiervan houd ik mij verzekerd, zoodanig zijn zal
-als voegt aan krijgslieden van uwe wijsheid en van uwe ondervinding.
-</p>
-<p>Gedurende de lange redevoering van den Comanch, had Loer-Vogel meer dan eens blijken
-van ongeduld gegeven, en zoo hij niet gevreesd had tegen de regelen der Indiaansche
-etiquette te zondigen, zou hij hem zeker in de rede zijn gevallen; niet dan met de
-grootste moeite was het hem gelukt zich te bedwingen en eene voor de gelegenheid passende
-houding te bewaren; zoodra dus het opperhoofd weder was gaan zitten, stond de jager
-op, en na een hoofdknik tegen de aanwezigen, nam hij met eene vaste stem het woord
-en sprak in dezer voege:
-</p>
-<p>&#x2014;De Wacondah is groot; hij houdt in zijne regterhand het hart van alle menschen, van
-welken stam of kleur ook: hij alleen kent hunne voornemens en leest in hunne ziel
-de gedachten en bedoelingen. De verwijten die gij mij toevoegt, hoofdman, hebben een
-schijn van billijkheid <span class="pageNum" id="pb211">[<a href="#pb211">211</a>]</span>die ik u niet zal betwisten; gij hebt uit het gedrag dat de omstandigheden tot hiertoe
-mij gedwongen hebben jegens u in acht te nemen, kunnen en moeten opmaken, dat ik in
-u niet zooveel vertrouwen stelde als gij met regt verdient; maar dit is zoo niet;
-ik wachtte alleen, tot het uur van spreken zou gekomen zijn, niet slechts om u mijne
-plannen bloot te leggen, maar ook om uwe hulp en tusschenkomst in te roepen. Gij verlangt
-thans dat ik mij oogenblikkelijk verklaar, en ik zal het doen, ofschoon het welligt
-beter ware geweest, dat ik gezwegen had tot wij dit bosch geheel zullen zijn doorgetrokken.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik mag hier mijn broeder doen opmerken, hervatte het opperhoofd, dat ik niets van
-hem heb geëischt, ik heb alleen gemeend hem eenige aanmerkingen te moeten maken; vindt
-hij die ongepast, ik weet zijn hart is goed, en hij zal mij vergeven, als hij bedenkt
-dat ik slechts een arme Indiaan ben, wiens verstand in een wolk is gehuld, en dat
-ik geenszins het voornemen had hem te beleedigen.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, neen, hoofdman, hervatte de jager met drift, nu wij eenmaal dit punt hebben
-aangeroerd, is het beter om het terstond toe te lichten, dan er later op terug te
-komen, ten einde voortaan alle misverstand tusschen ons ophoude.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder kan over mij beschikken, ik ben gereed hem aan te hooren, als het hem
-behaagt te spreken; ook zal ik gaarne wachten, als hij dit noodig keurt.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, hoofdman, maar ik houd mij thans aan mijn eerste besluit, ik wil u
-liever alles zeggen.
-</p>
-<p>De Comanch begon schalks te glimlagchen.
-</p>
-<p>&#x2014;Heeft mijn broeder waarlijk besloten te spreken? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed; dan behoeft mijn broeder er geen woord bij te voegen, alles wat hij mij te
-zeggen heeft weet ik reeds. Hij zou mij niets kunnen vertellen dan hetgeen ik zelf
-heb geraden.
-</p>
-<p>De jager weerhield naauwelijks een uitroep van verbazing.
-</p>
-<p>&#x2014;O, ho! mompelde hij, wat beteekent dat, hoofdman? Waarom hebt gij mij dan zulke ernstige
-verwijtingen gedaan?
-</p>
-<p>&#x2014;Omdat ik mijn broeder heb willen doen gevoelen, <span class="corr" id="xd30e4849" title="Bron: det">dat</span> de eene vriend niets voor den anderen verborgen mag houden, vooral niet, wanneer
-die vriend sinds jaren lang beproefd en getrouw bevonden is, en als men weet dat men
-op hem zoo goed als op zich zelven zou kunnen rekenen.
-</p>
-<p>De jager begon even te lagchen, maar herstelde zich dadelijk:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik dank u voor de les die gij mij geeft, hoofdman, zeide hij, hem hartelijk de hand
-toestekende; ik heb die verdiend, door mijn gebrek aan vertrouwen; de dienst die ik
-van u verwacht is zoo gewigtig, dat ik van dag tot dag verschoven heb er u om te verzoeken,
-en ondanks mij zelven bekennen moet, dat ik er waarschijnlijk niet voor het laatste
-oogenblik toe zou besloten hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik weet het, antwoordde de Comanch op een toon van goedwilligheid, die Loer-Vogel
-geheel geruststelde.
-<span class="pageNum" id="pb212">[<a href="#pb212">212</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Intusschen, hervatte de jager, hoezeer gij mij verzekert mijne plannen te kennen,
-zal het toch beter zijn dat ik u met eenige bijzonderheden bekend maak, die gij waarschijnlijk
-niet weet.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik herhaal mijn bleeken broeder, dat ik alles weet; de Vliegende-Arend is een der
-eerste Sachems van zijn stam, hij heeft een fijn oor en een doordringend oog: het
-is nu bijna twee manen reeds dat hij den grooten jager der blanken ter zijde staat;
-gedurende dat tijdsverloop zijn er vele dingen gebeurd, en vele woorden in zijne tegenwoordigheid
-gesproken; het opperhoofd heeft alles gehoord en gezien, en alles staat hem zoo klaar
-voor den geest, als waren deze dingen in een van die <i lang="es">colliers</i>&#x2014;boeken&#x2014;geschreven, die de blanken zoo goed weten te maken, en die ik wel eens in
-handen van de hoofden des gebeds heb gezien.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe scherp ook uw doorzigt wezen mag, hoofdman, hervatte de jager met nadruk, kan
-ik mij toch moeijelijk voorstellen dat gij zoo juist van mijne ontwerpen zijt ingelicht
-als gij misschien denkt.
-</p>
-<p>&#x2014;Niet alzoo. Ik ken niet alleen de ontwerpen mijns broeders, maar ik weet welke dienst
-hij van mij verwacht.
-</p>
-<p>&#x2014;Te weerga! hoofdman, meesmuilde de jager, dan zal het mij aangenaam zijn dit uit
-uw eigen mond te vernemen; niet dat ik een oogenblik aan uw doorzigt twijfel, want
-de Roodhuiden zijn wegens hunne scherpzinnigheid beroemd, maar dit komt mij zoo buitengewoon
-voor, dat ik er gaarne de bijzonderheden van zou willen hooren, al was het slechts
-om er mij persoonlijk van te overtuigen en tevens ieder die ons hier aanhoort te bewijzen,
-hoezeer wij, blanken, ons vergissen, door ons te verbeelden dat wij u in schranderheid
-overtreffen, terwijl wij integendeel ver bij u ten achter zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! mompelde Domingo, wat gij daar zegt is wel een beetje kras, oude jager; het is
-maar al te bekend dat de Indianen lompe beesten zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat ben ik niet met u eens, merkte don Mariano hierop aan; ofschoon ik de Roodhuiden
-slechts weinig ken en voor de laatste maand nooit met hen in aanraking ben geweest,
-heb ik hen sedert mijne komst in deze streek zulke verbazende dingen zien volbrengen,
-dat het mij geenszins verwonderen zou of de hoofdman is, zoo als hij verzekert, volkomen
-met uwe plannen bekend.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat geloof ik ook, hernam de jager. Maar hoe dit wezen mag, wij zullen het weldra
-zien. Spreek op, hoofdman, laten wij zoo spoedig mogelijk hooren wat er is van dat
-doorzigt waarop gij u zoozeer durft beroemen.
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend is geen pochhans of klapachtige oude vrouw, dat hij zich zou willen
-beroemen op iets dat hij niet bezit, hij is een Sachem die zijne woorden en daden
-wel overweegt; hij vermeet zich niet verstandiger te willen zijn dan zijne broeders
-de bleekgezigten; alleen de ervaring die hij heeft opgedaan is zijne wijsheid en helpt
-hem verklaren wat hij ziet of hoort.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is genoeg, hoofdman, ik weet dat gij een dapper en beroemd <span class="pageNum" id="pb213">[<a href="#pb213">213</a>]</span>krijgsman zijt; onze ooren staan geheel open, wij zijn gereed u aan te hooren met
-al de aandacht die gij verdient.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, luister dan: Mijn broeder de groote jager der blanken wil zich naar Quiepa-Tani
-begeven, waar twee jonge blanke vrouwen zijn heen gevlugt, een van welke de dochter
-is van het opperhoofd met den grijzen baard; die twee jonge vrouwen werden gesteld
-onder opzigt van een hoofdman der Apachen met name Addick; mijn broeder de jager verlangt
-zoo spoedig mogelijk naar Quiepa-Tani te komen, daar hij vreest door het opperhoofd
-der Apachen verraden te zijn, en niet zonder reden vermoedt dat deze zich met een
-ander man verbonden heeft&#x2014;denzelfden die onlangs door de bleekgezigten gevonnist werd&#x2014;en
-nu met hem de twee vrouwen wil opligten en uit den weg ruimen. Ik heb gezegd. Heb
-ik de plannen van mijn broeder goed begrepen? of heb ik mij hierin bedrogen?
-</p>
-<p>De toehoorders staarden elkander verbaasd aan; de Vliegende-Arend genoot eenige oogenblikken
-zijn triomf, maar begon weldra op nieuw:
-</p>
-<p>&#x2014;Thans zal ik u zeggen welke dienst de jager van zijn broeder den Sachem der Comanchen
-verlangt.
-</p>
-<p>&#x2014;Bij God! hoofdman, riep Loer-Vogel, ik moet bekennen dat alles wat gij gezegd hebt
-waarheid is! Maar hoe zijt gij dat te weten gekomen? Ik begrijp het niet, ofschoon
-er, strikt genomen, over die zaken genoeg in uw bijzijn gesproken is om er eindelijk
-iets van te kunnen raden; maar wat de dienst aangaat die ik van u verlang, zoo gij
-mij dat kunt zeggen, dan beschouw ik u waarachtig als den grootsten&#x200a;&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn broeder zich niet te ver uitlate, viel het opperhoofd hem glimlagchend in
-de rede, alsof hij mij voor een ingewijde hield in de groote geneeskunst&#x2014;een toovenaar.&#x2014;
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! mompelde de jager ernstig, ik zou niet durven zweeren dat er niets van aan was.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> dat mijn broeder oordeele. Geen der bleekgezigten was het tot hiertoe vergund om
-Quiepa-Tani binnen te treden; intusschen verlangt mijn broeder er tot iederen prijs
-binnen te dringen, ten einde zekere narigten te erlangen aangaande de twee jonge blanke
-meisjes. Ongelukkigerwijs echter ziet mijn broeder geen kans om zijn plan ten uitvoer
-te brengen, noch hoe hij het aan zal leggen om de jonge maagden te redden, wanneer
-zij in gevaar verkeerden. Ziedaar de reden die hem aan den Vliegenden-Arend deed denken.
-Hij overwoog bij zich zelven dat zijn roode broeder een Sachem was, dat hij zeker
-te Quiepa-Tani vrienden of bloedverwanten moest hebben, en dat de poort der <i>Tzinco</i>&#x2014;stad,&#x2014;wier toegang hem als blanke ontzegd is, dit niet zijn zou voor een Sachem der
-Comanchen, en dat dus de narigten die hij zelf niet zou kunnen inwinnen, gemakkelijk
-konden verkregen worden door tusschenkomst van zijn broeder den Vliegenden-Arend.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja; juist zoo heb ik gedacht, hoofdman; waarom zou ik het u nog verbergen? Heb ik
-mij in u bedrogen? Zoudt gij dat niet voor mij willen doen?
-<span class="pageNum" id="pb214">[<a href="#pb214">214</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ik zal meer doen, en beter dan dat, antwoordde de Indiaan; dat mijn broeder slechts
-luistere. De Wilde-Roos is eene vrouw, niemand zal acht op haar geven; zij zal de
-<i>Tzinco</i> ongemerkt binnenkomen en, veel beter dan ik, in staat zijn om de noodige bijzonderheden
-te vernemen die mijn broeder verlangt; wanneer later het oogenblik van handelen komt,
-zal het opperhoofd den jager helpen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt waarachtig gelijk, hoofdman, uw plan is beter dan het mijne; het is in allen
-opzigte verkieslijker dat de Wilde-Roos op verkenning uitgaat, eene vrouw kan geen
-argwaan verwekken en, wat meer zegt, zij zal ons de beste berigten brengen. Gaan wij
-dus dadelijk op marsch, zoodra wij het bosch door zijn, komen wij aan de stad.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend schudde het hoofd en hield den jager bij den arm terug, daar hij
-reeds was opgestaan om zich voor den afmarsch gereed te maken.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder is te driftig, zeide hij; dat hij mij vergunne, hem nog een paar woorden
-te zeggen.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat hooren!
-</p>
-<p>&#x2014;De Wilde-Roos moet vooruit gaan, en mijn broeder zal des te eer berigt ontvangen.
-</p>
-<p>Don Mariano stond op, en drukte den Comanch met warmte de hand.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank voor het gelukkige plan dat gij voor ons hebt uitgedacht, hoofdman,
-zeide hij, gij bezit fijn overleg en kieschheid, uw hart is edel, gij begrijpt wat
-het zegt vadersmart te gevoelen; ik zeg u nogmaals dank. De Indiaan wendde zich af
-om de ligte sporen van aandoening te verbergen, die onwillekeurig op zijn gelaat zigtbaar
-werden, want in zijne schatting was het beneden de waardigheid van een opperhoofd
-om, onder welke omstandigheden ook, zijne kalmte te verliezen.
-</p>
-<p>&#x2014;Inderdaad, hervatte Loer-Vogel, wat de Sachem voorstelt, zal ons een kostbaren tijd
-doen uitwinnen; zijn idee is uitmuntend.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend gaf de Wilde-Roos een gebiedenden wenk om te naderen.
-</p>
-<p>De jonge vrouw gehoorzaamde.
-</p>
-<p>Nu verklaarde haar de Sachem in zijne eigene taal wat zij te doen had, terwijl zij
-bedeesd voor hem stonden hem met bevallige gedweeheid aanhoorde.
-</p>
-<p>Toen hij haar zijne bestellingen tot in de kleinste bijzonderheden had medegedeeld
-en zij in allen deele van hare taak doordrongen was, wendde zij zich met zekere natuurlijke
-gratie naar don Mariano en Loer-Vogel, en zeide hun met een zoeten lach en eene welluidende
-stem:
-</p>
-<p>&#x2014;De Wilde-Roos zal het weten.
-</p>
-<p>Deze weinige woorden vervulden het hart van den treurenden vader met vreugde en hoop.
-</p>
-<p>&#x2014;Wees gezegend, jonge vrouw, zeide hij, wees gezegend! om de weldaad die gij mij op
-dit oogenblik bewijst, en om die welke gij voornemens zijt mij te bewijzen.
-</p>
-<p>Het afscheid tusschen man en vrouw was zoo als het van Indianen <span class="pageNum" id="pb215">[<a href="#pb215">215</a>]</span>te verwachten was, namelijk ernstig en koel; hoe veel liefde de Vliegende-Arend zijne
-wederhelft ook toedroeg, zou hij zich toch in het bijzijn van vreemden, en vooral
-van blanken, geschaamd hebben, om er zelfs het minste van te laten blijken.
-</p>
-<p>Na eene buiging voor don Mariano en Loer-Vogel, als laatste teeken van afscheid, verwijderde
-de Wilde-Roos zich snel, met dien elastieken en verheven tred, die den Indianen eigen
-is en hen tot de beste wandelaars van de wereld maakt. Wat den Sachem betreft, hoe
-groot zijne stoïcynsche koelheid ook wezen mogt, volgde hij zijne jeugdige vrouw met
-de oogen, tot zij eindelijk tusschen het geboomte verdween.
-</p>
-<p>Daar de avonturiers thans zooveel haast niet meer behoefden te maken, lieten zij de
-grootste hitte van den dag eerst voorbijgaan, en begaven zij zich niet op weg voordat
-de zon reeds ver in het westen was gedaald, en als een vuurroode bal gloeide in den
-opkomenden avondnevel, gereed om aan den uitersten gezigteinder weg te zinken. Hun
-togt ging langzaam genoeg, door de tallooze bezwaren die zij te overwinnen hadden,
-om zich in het digte kreupelbosch en de warrige slingergewassen een pad te banen,
-daar zij er zich soms met de bijl in de hand stap voor stap doorheen moesten werken.
-</p>
-<p>Eindelijk, na een togt van vier dagen en ongehoorde vermoeijenissen, zagen zij het
-geboomte voor hen uit ijler worden, de grond was nu minder met laag hout bezet, en
-tusschen het hoog geboomte bespeurden zij van tijd tot tijd een lagen en geheel open
-horizont.
-</p>
-<p>Ofschoon de avonturiers zich in een zoogenaamd ongerept natuurbosch bevonden, en dus
-naar alle waarschijnlijkheid op hun togt geen sterveling zouden ontmoeten, verzuimden
-zij toch geen enkele voorzorg en trokken zij met de grootste omzigtigheid voort, de
-Indiaansche linie in acht nemende, met de hand aan het slot van hunne buks, en met
-open oog en oor; want zoo digt in de nabijheid der heilige Indiaansche steden, waren
-zij, vooral na de heftige schermutseling van eenige dagen vroeger, niet zonder reden
-beducht dat er spionnen in het rond zouden loeren om op hunne bewegingen te letten.
-</p>
-<p>Tegen den avond van den vierden dag, op het oogenblik toen zij zich gereed maakten
-om voor den nacht te kamperen, op een vrij ruim open veld aan den oever van eene beek
-zonder naam, zooals men er ontelbaar veel in deze bosschen ontmoet, hield Loer-Vogel,
-die de voorste was, eensklaps stil en ging plat op den bodem liggen, onder allerlei
-teekenen van onrust en verbazing.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat is er, vroeg don Mariano oogenblikkelijk.
-</p>
-<p>De jager antwoordde niet, maar wendde zich tot den Indiaan en zeide hem met zekere
-ongerustheid:
-</p>
-<p>&#x2014;Zie gij zelf eens, hoofdman, hier is iets dat mij onbegrijpelijk voorkomt.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend bukte op zijne beurt digt bij den grond, en beschouwde vrij lang
-en met aandacht de sporen die den ouden jager zooveel belang inboezemden.
-</p>
-<p>Eindelijk stond hij weder op.
-<span class="pageNum" id="pb216">[<a href="#pb216">216</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Wel? vroeg hem Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Hier moet een troep ruiters gepasseerd zijn, nog op dezen dag, was zijn antwoord.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, prevelde de jager; maar wat zijn dat voor ruiters? waar komen zij van daan? Dat
-zou ik gaarne weten.
-</p>
-<p>De Indiaan hervatte zijn onderzoek, met nog meer naauwkeurigheid dan te voren.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zijn bleekgezigten, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat! bleekgezigten! riep de jager, terwijl hij zijne stem voorzigtigheidshalve merkelijk
-liet dalen, dat is onmogelijk; bedenk waar we zijn; geen blanke, behalve ik, is tot
-hiertoe in deze streek doorgedrongen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zijn bleekgezigten, herhaalde de Vliegende-Arend. Zie slechts: hier heeft er
-een stil gehouden. Hij is van zijn paard afgestegen; kijk maar, daar is het spoor
-van zijne stappen, hier heeft zijn voet het gras gekneusd, en hier heeft een der spijkers
-van zijn schoen een zwarte kras op dezen steen achtergelaten.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is waar, mompelde Loer-Vogel, de Indianen dragen geen schoenen met spijkers,
-hunne <i>mocksens</i> laten zulke indrukken niet achter. Maar wie kunnen deze mannen zijn? Hoe kwamen ze
-hier? Welke rigting zijn zij gevolgd om herwaarts te komen?
-</p>
-<p>Terwijl de jager zich deze reeks van vragen voorstelde en te vergeefs naar de oplossing
-zocht van iets dat hem onverklaarbaar scheen, was de Vliegende-Arend eenige stappen
-verder gegaan, om de voetsporen te volgen die hier en daar in het gras zigtbaar waren.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, hoofdman? vroeg de jager toen hij hem zag terugkomen, hebt gij iets gevonden
-dat ons nader op weg kan helpen?
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> riep de Indiaan hoofdschuddend, het spoor is nog versch, de ruiters kunnen niet veraf
-zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Weet gij dit zeker, hoofdman? Bedenk van hoeveel belang het voor ons is te weten
-welke lieden wij in onze nabuurschap hebben.
-</p>
-<p>De Comanch zweeg een poos en verdiepte zich blijkbaar in ernstige beschouwingen; toen
-het hoofd schielijk <span class="corr" id="xd30e4950" title="Bron: opheflende">opheffende</span>, zeide hij:
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend zal zijn broeder trachten te voldoen. Laat de bleekgezigten hier
-blijven tot hij terugkomt; de hoofdman zal het ontdekte spoor volgen, weldra zal hij
-den jager weten te zeggen of die mannen vrienden of vijanden zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Sakkerloot! ik ga met u, hoofdman, riep Loer-Vogel met drift; men moet nooit kunnen
-zeggen dat wij om ons zelven te dienen, u aan ernstig gevaar hebben blootgesteld,
-zonder u een vriend mede te geven die u in geval van nood had kunnen bijstaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, zeide de Indiaan, mijn broeder moet hier blijven, één krijgsman is genoeg.
-</p>
-<p>De jager wist wel, dat wanneer het opperhoofd eenmaal iets besloten had, men hem niet
-van zijn plan kon afbrengen; hij drong er dus niet verder op aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Ga dan, zeide hij, en handel naar welgevallen; ik weet dat hetgeen gij doet wel gedaan
-zal zijn.
-<span class="pageNum" id="pb217">[<a href="#pb217">217</a>]</span></p>
-<p>De Comanch wierp zijn geweer over schouder, ging op knieën en ellebogen liggen en
-kroop als een slang de struiken in, waar hij weldra verdween.
-</p>
-<p>&#x2014;En wij nu, vroeg don Mariano, wat moeten wij doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Wachten tot de Sachem terugkomt, zeide Loer-Vogel, en intusschen ons avondmaal gereed
-maken, waarnaar gij, dunkt mij, even als ik, wel zeer verlangen zult.
-</p>
-<p>De avonturiers kampeerden zich zoo goed of zoo kwaad zij konden op het kleine, maar
-welgelegen grasperk, en maakten, zoo als de jager gezegd had, hun souper klaar, tegen
-dat de veldontdekker terug zoude zijn, die intusschen veel langer wegbleef dan zij
-verwacht hadden, want de nacht was reeds een geruime poos gedaald en nog was hij niet
-terug.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch30" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7246">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXX.</h2>
-<h2 class="main">Het tweede detachement.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Gelijk wij in ons vorige hoofdstuk gezien hebben, was de Vliegende-Arend er op uitgegaan,
-om het spoor der ruiters te volgen dat Loer-Vogel het eerst ontdekt had.
-</p>
-<p>De Indiaan was inderdaad een der geslepenste spoorzoekers van zijn stam; want ofschoon
-de nacht hem snel overviel en weldra belette om de indruksels te herkennen, die hem
-in zijn onderzoek moesten leiden, vervolgde hij desniettemin zijn pad even zeker en
-gerust als bevond hij zich op een der groote wegen, die gedurende de Spaansche heerschappij
-werden aangelegd, en welker overblijfsels nog hier en daar in de nabijheid der groote
-Spaansch-Amerikaansche steden te zien zijn.
-</p>
-<p>Ongeveer tien minuten nadat hij zijne kameraden verlaten had, was het opperhoofd weder
-opgestaan, zonder, zoo het scheen, verder acht te geven op de sporen in het gras,
-en had hij zijn weg vervolgd, zich vergenoegende met nu en dan een blik te werpen
-op de heesters en struiken in het rond.
-</p>
-<p>Zoo stapte de Vliegende-Arend ruim een uur lang voort, zonder te aarzelen of te verpoozen,
-tot hij eindelijk aan een plek kwam, waar het geboomte dunner werd en een ruimen doortogt
-vormde; blijkbaar kruisten zich hier een aantal sporen van wilde beesten.
-</p>
-<p>Het opperhoofd bleef een oogenblik staan. Hij wierp een scherp toezienden blik in
-het rond, greep naar zijn buks, die tot dusver achteloos op zijn rug had gehangen,
-keek naar het percussieslot en zich nu een weinig voorover buigende, zoodat zijn schouder
-met de koppen van het hooge gras gelijk kwam, stapte hij langzaam en voorzigtig naar
-een digt kreupelboschje, welks takken hij zacht uiteenboog en waarin hij weldra verdween.
-<span class="pageNum" id="pb218">[<a href="#pb218">218</a>]</span></p>
-<p>Zoodra hij zich in dit warbosch van takken en struiken geheel verborgen zag, ging
-de Canadees op de eene knie liggen, opende langzamerhand het digte bladgordijn dat
-hem het uitzigt belette, en keek rond. Op eens, als werd hij door een electrieken
-schok opgeschrikt, rees hij overeind, bragt zijn geweer in rust, dat hij weder achter
-zich hing, en verliet ijlings met een glimlach om de lippen het kreupelhout.
-</p>
-<p>Wat had hij ontdekt?
-</p>
-<p>In het midden van een ruim grasveld, door drie of vier houtvuren verlicht, was een
-twintigtal mannen gekampeerd, die schilderachtig rondom hunne vuren zaten en met ijver
-bezig waren om hun avondmaal te bereiden, terwijl hunne paarden half onttuigd en gekluisterd,
-hunnen voorraad erwten verorberden of hier en daar aan de jonge struiken knabbelden.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend had de ruiters bij den eersten oogopslag herkend. Het waren don
-Leo de Torrès, Vrij-Kogel en de Gambucinos, sedert veertien dagen op weg om don Estevan
-te zoeken. De Indiaan naderde het vuur, waar don Leo en de jager zich bevonden, en
-bleef voor hen staan.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat de Wacondah mijne broeders bescherme, zeide hij met een statigen groet; een vriend
-komt hen bezoeken.
-</p>
-<p>&#x2014;Hij zij ons welkom, antwoordde don Miguel beleefd, hem de hand toestekende.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja gewis, voegde Vrij-Kogel er bij, duizendmaal welkom! Zijne tegenwoordigheid te
-dezer plaatse is ons eene aangename verrassing.
-</p>
-<p>De Sachem boog en nam plaats tusschen de beide blanken.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe komt het, dat wij u hier zoo ontmoeten? vroeg de jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik maakte mij juist gereed om mijn broeder dezelfde vraag te doen, antwoordde de
-Indiaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe dat? vroeg don Leo.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder schijnt dan niet te weten, waar hij zich op dit oogenblik bevindt? hernam
-de Vliegende-Arend.
-</p>
-<p>&#x2014;In geenen deele; sedert wij van elkander gingen, zijn wij steeds het spoor van onzen
-vijand gevolgd, zonder hem ooit te kunnen achterhalen; dat spoor heeft ons door streken
-gevoerd die zelfs aan Vrij-Kogel onbekend waren.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat moet ik bekennen, riep de jager met drift; het is nu de tweede maal dat mij zoo
-iets gebeurt, en dat wel nagenoeg onder dezelfde omstandigheden; de eerste keer, als
-ik mij wel herinner, was in het jaar 1843, ik was toen te . . . .
-</p>
-<p>&#x2014;Maar, viel de Vliegende-Arend hem stout in de rede, al is mijn broeder de jager met
-dit oord niet bekend, dan zal toch mijn broeder de krijgsman het wel kennen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik? riep don Leo, in het minst niet, hoofdman; ik kan u verzekeren dat ik thans voor
-het eerst in deze streek kom.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder vergist zich, zei de Indiaan; hij is er reeds geweest; maar, zoo als
-het met alle blanke mannen gaat, het geheugen van mijn broeder is kort, hij is het
-vergeten.
-<span class="pageNum" id="pb219">[<a href="#pb219">219</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Neen, neen, hoofdman; ik ben te zeer met de wildernis vertrouwd, om niet op het eerste
-gezigt eene plaats te herkennen, waar ik reeds eenmaal geweest ben.
-</p>
-<p>De Indiaan begon te lagchen bij deze voorbarige bewering van don Leo.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is intusschen thans met mijn broeder het geval, zeide hij, ofschoon er op zijn
-langst drie manen verloopen zijn, sedert hij met den blanken jager, onzen vriend Loer-Vogel,
-deze streek bezocht.
-</p>
-<p>De avonturier rigtte zich zelf half overeind, blijkbaar was hij op het levendigst
-getroffen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij mij zeggen, in &#x2019;s hemels naam! Roodhuid? riep hij heftig ontroerd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik wil u zeggen, dat Quiepa-Tani daar ginder ligt, hernam de Indiaan, zijn arm in
-zuidwestelijke rigting uitstrekkende; wij zijn er niet verder af dan een halven dag-marsch.
-</p>
-<p>&#x2014;Is het mogelijk? riep don Leo.
-</p>
-<p>&#x2014;Een Sachem liegt nooit.
-</p>
-<p>&#x2014;O! riep de jongman met kracht terwijl hij schielijk opstond, bij den hemel! ik dank
-u, hoofdman, voor dat goede nieuws.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat gaat gij doen? vroeg hem Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat ik doen ga? kunt gij dat nog vragen? Zijn dan zij, die wij moeten redden, niet
-op weinig uren afstands van ons?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik vraag het u alleen uit vrees, dat gij door uwe onstuimige drift het welgelukken
-onzer onderneming in de waagschaal zoudt stellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat gij zegt is hard, oude jager, zei don Leo; maar ik vergeef het u, omdat gij niet
-begrijpt wat ik op dit oogenblik gevoel.
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien wel, misschien niet, caballero; maar geloof mij, in eene zaak als de onze,
-kan ons niets anders baten dan list.
-</p>
-<p>&#x2014;Naar den duivel met list en al wie ze mij aanraadt! riep de jongman met drift. Ik
-moet de arme meisjes redden, die ik door mijn dwaze vertrouwen in dezen vosseval heb
-gebragt.
-</p>
-<p>&#x2014;En die gij nu door eene tweede dwaasheid voor altijd in het verderf wilt storten;
-geloof toch aan de ondervinding van iemand, die tienmaal zoo veel jaren in de woestijn
-heeft geleefd als gij maanden. Zijt gij dan vergeten dat, sedert wij don Estevan op
-het spoor zijn, een sterke bende Indianen zich bij hem gevoegd heeft? Ziet gij kans
-om op twee mijlen afstands van eene sterk bevolkte heilige stad, met uwe vijftien
-Gambucinos tegen eenige duizende dappere en geoefende Roodhuiden te vechten? Het zou
-een aardige grap zijn om zich in koelen bloede en zonder nut te laten vermoorden.
-Dat don Estevan zich naar deze streek heeft gerigt, blijkt duidelijk genoeg en bewijst
-thans dat hij, even goed als gij, weet dat de jonge dames zich in Quiepa-Tani bevinden.
-Laten wij toch niet onbesuisd te werk gaan, maar de bewegingen van onzen vijand zorgvuldig
-waarnemen, zonder onze tegenwoordigheid te verraden en hem te laten vermoeden, dat
-wij zoo digt in zijne nabijheid zijn. Van deze taktiek alleen hangt ons welslagen
-af, daar verbeur ik mijn hoofd onder.
-<span class="pageNum" id="pb220">[<a href="#pb220">220</a>]</span></p>
-<p>De jongman had deze woorden met de meeste aandacht aangehoord. Toen Vrij-Kogel zweeg,
-drukte hij hem getroffen de hand en nam zijne vorige plaats nevens hem weder in.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank, mijn oude vriend, zeide hij, ik dank u opregt voor de ruwe les die
-gij mij gaaft. Gij hebt mij weer tot bezinning gebragt, ik was dwaas. Maar, vervolgde
-hij bijna oogenblikkelijk, wat zullen wij dan doen? Hoe moeten wij die ongelukkige
-kinderen redden?
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend, die gedurende het voorgaande gesprek bedaard en zwijgend zijne
-calumet had zitten rooken, gevoelde, nu hij don Leo zoo hoorde spreken, dat het tijd
-werd om tusschenbeide te komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat de blanke krijgsman moed houde, zeide hij; de Wilde-Roos-der-wouden is te Quiepa-Tani;
-morgen tegen de <i>endit-ha</i>&#x2014;zonsopgang&#x2014;zullen wij van de blanke maagden tijding ontvangen.
-</p>
-<p>&#x2014;O! o! riep de jongman verheugd. Zoodra als uwe vrouw uit dat duivelsnest terugkomt,
-hoofdman, beloof ik haar het schoonste paar armbanden, en de schoonste oorhangers,
-die ooit door eene Indiaansche <i>cithuatl</i> gedragen werden.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wilde-Roos wacht geene belooning voor de dienst die zij aan goede vrienden bewijst.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik, hoofdman, maar gij zult mij toch het genoegen niet weigeren om haar
-dit kleine bewijs mijner erkentenis te schenken?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder is vrij.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar zeg mij! opperde Vrij-Kogel op eens, welk toeval bragt u dezen avond toch in
-ons kampement?
-</p>
-<p>&#x2014;Begrijpt gij dat niet?
-</p>
-<p>&#x2014;Te duivel! neen, dat beken ik; wij dachten allerminst dat gij zoo digt in onze nabijheid
-waart.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, zeide don Miguel; maar nu wij weten waar wij zijn, is de zaak zoo duister
-toch niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed; maar dat verklaart ons nog niet hoe de Sachem ons hier zoo knap heeft kunnen
-vinden.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij hadden uw spoor ontdekt, antwoordde de Vliegende-Arend, op den weg dien wij volgen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat kan zijn; en toen hebt gij ons willen verkennen?
-</p>
-<p>Het opperhoofd knikte toestemmend.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijn onze vrienden ver van hier gelegerd? vroeg de jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, antwoordde de Indiaan; ik denk nu dadelijk naar hen terug te keeren, om hun
-te vertellen welke lieden ik hier gevonden heb. Ik ben reeds vrij lang uitgeweest;
-de bleekgezigten zullen zich wel ongerust maken. Ik ga vertrekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Een oogenblik nog, riep Vrij-Kogel. Daar het toeval ons zoo wel bij elkander bragt,
-moesten wij dunkt mij niet weder scheiden; wij zullen elkander welligt spoedig noodig
-hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Inderdaad, hoofdman, zei don Miguel, hoe denkt gij er over? zou het beter zijn dat
-wij ons in het kamp bij u voegden, of komt gij liever bij ons?
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zullen hier komen.
-<span class="pageNum" id="pb221">[<a href="#pb221">221</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Haast u dan, want ik brand van verlangen om te weten, wat er gebeurd is sedert onze
-scheiding aan het veer del Rubio.
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend is een goed <i>payatzin</i>&#x2014;looper,&#x2014;antwoordde het opperhoofd, maar hij heeft slechts de beenen van een mensch.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar; waarom kwaamt gij niet liever te paard?
-</p>
-<p>&#x2014;Wij hebben onze paarden in het kamp aan de groote rivier gelaten; een spoor laat
-zich beter volgen te voet.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is ligt te verhelpen. Met u hoevelen zijt gij?
-</p>
-<p>&#x2014;Met ons vieren.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe! vier? Er zijn er toch meer geweest, dunkt mij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, maar de bleeke jager zal u wel vertellen, waarom twee onzer kameraden ons verlaten
-hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, dan ga ik met u mede.
-</p>
-<p>Don Leo gaf onmiddelijk bevel om vier paarden gereed te maken, droeg aan Vrij-Kogel
-de taak op om gedurende zijne afwezigheid voor het kamp te waken, zette zich toen
-in den zadel, welk voorbeeld terstond door den Sachem gevolgd werd, en beiden reden
-weg, de twee andere paarden bij den teugel aan, de hand met zich voerende.
-</p>
-<p>De beide ruiters hadden naauwelijks twintig minuten noodig om den weg af te leggen,
-waarmede de Vliegende-Arend een vol uur had doorgebragt, uit hoofde der voorzorgen
-die hij had moeten nemen, om het onzekere spoor niet uit het oog te verliezen, dat
-hem even goed naar een troep vijanden als naar een troep vrienden had kunnen voeren.
-</p>
-<p>Zij vonden don Mariano en Loer-Vogel met gevelde buksen, en in volle waakzaamheid
-op den uitkijk. Door het lang wegblijven van den Vliegenden-Arend, waren zij een poos
-geleden in slaap geraakt; maar het getrappel der paarden had hen weder doen ontwaken,
-en niet wetende wat het wezen kon, hielden zij zich gereed op zelfverdediging.
-</p>
-<p>Bij hun ontwaken wachtte hen echter eene onaangename verrassing; in plaats van drie
-waren zij slechts met hun tweeën.
-</p>
-<p>Domingo was verdwenen.
-</p>
-<p>Zoodra zij nu don Miguel en den Indiaan hadden herkend, riep Loer-Vogel met drift:
-</p>
-<p>&#x2014;Stijgt af, stijgt af! caballeros, wij moeten allen op de jagt!
-</p>
-<p>&#x2014;Hoedat! op de jagt, en op dit uur? vroeg don Miguel; zijt gij gek, oude jager?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben alles behalve gek, antwoordde de Canadees schielijk; maar ik zeg u nogmaals,
-stijg af en op de jagt! wij zijn verraden.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoedat verraden! riep don Miguel, verwonderd opkijkende, en door wie, in &#x2019;s hemels
-naam?
-</p>
-<p>&#x2014;Door Domingo! de schelm is gevlugt terwijl wij even sliepen. Ja, ik heb dat koperen
-gezigt niet zonder reden zoo vaak gewantrouwd.
-</p>
-<p>&#x2014;Domingo gevlugt? hij een verrader? Gij bedriegt u.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik bedrieg mij niet. Wij moeten hem nazetten, zeg ik u; in naam van haar die gij
-gezworen hebt te redden, bezweer ik het u.
-</p>
-<p>Meer was er niet noodig om den jongman uitzinnig te maken, <span class="pageNum" id="pb222">[<a href="#pb222">222</a>]</span>hij sprong oogenblikkelijk van zijn paard, en greep zijn geweer.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat moet er gedaan worden? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij het terrein tusschen ons vieren verdeelen, antwoordde de jager schielijk;
-gaan wij ieder een anderen kant uit, en moge God onze nasporingen bekroonen, wij hebben
-reeds te veel kostbaren tijd verloren.
-</p>
-<p>Zonder verder een woord te wisselen, trokken de vier mannen langs vier verschillende
-wegen het bosch in.
-</p>
-<p>Maar de duisternis was te sterk; onder het geboomte dat op den vollen dag naauwelijks
-de zonnestralen doorliet, kon men in zulk een donkeren nacht, daar de maan nog niet
-op was, geen twee passen ver om zich heen zien; zoo dus de Gambucino, in plaats van
-te vlugten, zich misschien zekerheidshalve hier of daar in den omtrek verscholen had,
-zouden de jagers hem waarschijnlijk onopgemerkt voorbijgaan. Hunne nasporingen werden
-lang genoeg voortgezet, daar de jagers begrepen van hoeveel belang het voor hen was
-om den vlugteling terug te vinden. In weerwil echter van hunne behendigheid, bleven
-al hunne pogingen vergeefs en zagen zij niets. Loer-Vogel, don <span class="corr" id="xd30e5082" title="Bron: Mariana">Mariano</span> en don Miguel waren reeds sinds eenige minuten terug en zaten weder bij hun haardvuur,
-tamelijk ontmoedigd elkander den ongunstigen uitslag van hun onderzoek mede te deelen,
-toen er op eens een schitterend licht in het bosch gezien en een geweerschot gehoord
-werd, bijna onmiddelijk, door een tweede gevolgd.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar moeten wij op af, Loer-Vogel! De Vliegende-Arend heeft zeker den schelm in den
-val gekregen; nooit heeft een speurhond beter zijn wild nagezeten dan hij.
-</p>
-<p>De drie mannen vlogen op en liepen andermaal het bosch in, in de rigting waar zij
-de schoten hadden hooren vallen. Terwijl zij er digter bij kwamen, voorzagen zij een
-hardnekkigen kamp; de bekende oorlogskreet der Comanchen, door den Vliegenden-Arend
-met donderende stem aangeheven, liet deswegens geen twijfel meer over. Eindelijk bereikten
-zij het tooneel van den strijd.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend, met den voet op de borst van een man, die voor hem op den grond
-als een slang lag te kronkelen, om zich aan den benaauwenden druk te ontwringen, stond
-met den rug tegen een eikenstam geleund en verdedigde zich met zijn strijdbijl, als
-een woedende leeuw, tegen vijf of zes Indianen die hem tegelijk aanvielen.
-</p>
-<p>De drie blanken grepen terstond hunne geweren bij de trompen en sloegen er met de
-kolven als beukhamers op in, onder gevaarlijk geschreeuw zich mengende in den hagchelijken
-kamp.
-</p>
-<p>Het onmiddelijk gevolg dezer afleiding was beslissend. De roodhuiden zetten het terstond
-op een loopen en verstrooiden zich in alle rigtingen als een drom zwarte spoken.
-</p>
-<p>&#x2014;Zet hen na! zet hen na! brulde don Miguel voortijlende.
-</p>
-<p>&#x2014;Houd op! <span class="corr" id="xd30e5094" title="Bron: scheeuwde">schreeuwde</span> Loer-Vogel, hem bij den arm terughoudende; wie zou een wolk naloopen die de wind
-wegdrijft? Laat die ellendelingen vrij ontsnappen, wij zullen ze later wel vinden,
-daar sta ik u borg voor.
-<span class="pageNum" id="pb223">[<a href="#pb223">223</a>]</span></p>
-<p>De jongman begreep nu dat op dit oogenblik eene vervolging in de duisternis, aan de
-Roodhuiden, die waarschijnlijk sterker in getal, en daarbij beter dan hij met de plaatselijke
-gesteldheid bekend waren, een ongelijk voordeel zou geven; hij bleef dus staan, met
-een zucht van teleurstelling.
-</p>
-<p>De Sachem werd thans met zijne schoone verdediging geluk gewenscht. Hij ontving dit
-kompliment met zijne gewone nederigheid en kalmte.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> antwoordde hij, die Apachen zijn lafhartige oude vrouwen; één krijgsman der Comanchen
-is genoeg om er zesmaal tien van te dooden, en nog twintig bovendien.
-</p>
-<p>Intusschen was het geluk den dapperen Indiaan zoo wonderbaar gunstig geweest, dat
-hij er slechts met een paar onbeduidende schrammen was afgekomen, die hij ondanks
-al den aandrang zijner vrienden, niet anders wilde verplegen dan ze met een weinig
-koud water af te wasschen.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar, riep Loer-Vogel op eens, terwijl hij bukte en naar den grond wees, wat hebben
-we daar? Ha ha! onze vlugteling, als ik het wel heb.
-</p>
-<p>Werkelijk was het Domingo. De arme duivel lag met een gebroken dij; en daar hij wel
-begreep welk lot hij na het gepleegde verraad te wachten had&#x2014;huilde hij van pijn,
-zonder verder een woord te willen antwoorden.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zou een weldaad voor hem zijn, zei don Mariano, als wij dien ellendeling een
-kogel door den kop jaagden, om hem op eens uit zijn lijden te helpen.
-</p>
-<p>&#x2014;Niet al te voortvarend, opperde de onverbiddelijke jager, alles op zijn tijd; laat
-de Vliegende-Arend ons eerst uitleggen hoe hij aan hem gekomen is.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, dat is van het hoogste belang, stemde don Miguel hem toe.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wacondah zelf heeft dien man in mijne handen geleverd, antwoordde het opperhoofd
-met nadruk. Ik had het bosch zoo zorgvuldig doorzocht als de duisternis mij toeliet;
-vermoeid door bijna twee uren van vergeefsche nasporingen, wilde ik reeds naar u terugkeeren,
-toen ik juist op een oogenblik dat ik er het minste op verdacht was, door meer dan
-tien Apachen werd aangevallen. Deze man hier was aan het hoofd der bende; hij schoot
-zijn <i>eruhpa</i>&#x2014;geweer&#x2014;op mij af, doch hij raakte mij gelukkig niet; ik beantwoordde hem op dezelfde
-wijze, en het gelukte mij beter, want hij viel; ik zette hem onmiddelijk den voet
-op de borst, uit vrees dat hij mij nog ontsnappen zou, en verdedigde mij zoo goed
-ik kon tegen mijne vijanden, om u gelegenheid te geven mij te hulp te komen. Zoo is
-het gebeurd. Ik heb gezegd.
-</p>
-<p>&#x2014;Bij den hemel! dat moet gezegd worden, riep de jager vol geestdrift uit, gij zijt
-een dapper krijgsman! wat gij gedaan hebt is schoon! Die ellendeling heeft zich zeker,
-nadat hij ons verlaten had, met een troep van die wilde roofvogels vereenigd en kwam
-zonder twijfel terug met oogmerk om ons te overvallen terwijl wij sliepen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zij zoo &#x2019;t wil, zeide don Mariano, hij is nu weder terug gevonden, en alles is
-goed afgeloopen.
-<span class="pageNum" id="pb224">[<a href="#pb224">224</a>]</span></p>
-<p>De gewonde deed eene hopelooze poging om zich op te rigten, en, zooveel mogelijk op
-zijne regterhand geleund, riep hij met een akeligen grijns:
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, ja, ik weet dat ik sterven zal; maar ik zal niet ongewroken blijven.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat zegt gij daar, ellendige? riep don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg dat uw broeder alles weet, oude heer, en dat hij uwe plannen zal weten te
-verijdelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Monster! wat heb ik u gedaan, dat gij mij aldus behandelt.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt mij niets gedaan, antwoordde Domingo met een duivelschen lach; maar die
-kerel daar! volgde hij, naar don Miguel wijzende, hem haat ik sedert lang.
-</p>
-<p>&#x2014;Welaan, sterf dan, booswicht! riep de jongman woedend, terwijl hij hem de kille tromp
-van zijn buks op het voorhoofd zette.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend keerde het wapen af.
-</p>
-<p>&#x2014;Die man behoort mij, broeder<span class="corr" id="xd30e5130" title="Bron: :">,</span> zeide hij.
-</p>
-<p>Don Miguel trok langzaam zijne buks terug en zich thans tot den Sachem wendende, zeide
-hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Dat stem ik u toe, maar op voorwaarde dat hij sterven zal.
-</p>
-<p>Een sombere, onheilspellende glimlach deed de dunne lippen van den Indiaan een oogenblik
-trillen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, was zijn antwoord, maar hij sterve den dood van een Apache.
-</p>
-<p>Daarop, zonder verder een woord te spreken, ontspande hij den boog die naast zijn
-pantervellen pijlkoker over zijn schouder hing, sloeg het koord om den schedel van
-den Gambucino, stak er een pijl door en draaide het stevig digt: hem toen de knie
-tusschen de schouders zettende, greep hij zijn hoofdhaar met de regterhand, trok het
-hem met huid en al af, en skalpeerde hem dus op de meest folterende wijze die men
-zich verbeelden kan, daar hij, in plaats van eerst met zijn mes eene insnijding te
-maken, de huid letterlijk met het koord afschilde. De bandiet, met zijn bloedigen
-schedel, en misvormde gelaatstrekken, vouwde de handen stuipachtig zamen en brulde
-met eene onbeschrijfelijke stem:
-</p>
-<p>&#x2014;Dood mij! O, uit medelijden, dood mij!
-</p>
-<p>De Comanch boog zich met een woest gezicht over den bandiet.
-</p>
-<p>&#x2014;Men doodt geen schurken, mompelde hij; en hem bij de keel grijpende, stak hij hem
-zijn jagtmes tusschen de tanden, brak hem den mond open en rukte er de tong uit, die
-hij met afschuw weg wierp..
-</p>
-<p>&#x2014;Sterf als een hond, zeide hij ten slotte; uw leugensprekende tong zal niemand meer
-verraden.
-</p>
-<p>Domingo stiet zulk een vreeselijken folterkreet uit, dat al de omstanders er van sidderden,
-en tuimelde toen bewusteloos op den grond<a class="noteRef" id="xd30e5145src" href="#xd30e5145">1</a>.
-<span class="pageNum" id="pb225">[<a href="#pb225">225</a>]</span></p>
-<p>De Vliegende-Arend schopte den zieltogenden bandiet verachtelijk met den voet en wendde
-zich naar zijne kameraden:
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij vertrekken, zeide hij.
-</p>
-<p>De anderen volgden hem stilzwijgend, geheel ter neergeslagen en overstelpt van afgrijzen,
-door het barbaarsch tooneel, waarvan zij getuigen waren geweest en waarbij zij den
-Indiaan in al zijne woestheid gezien hadden.
-</p>
-<p>Een uur later kwamen zij bij Vrij-Kogel in het kamp terug.
-</p>
-<p>Met het opgaan der zon trad de Vliegende-Arend naar Loer-Vogel en drukte hem zacht
-met de hand op den schouder.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij? vroeg de jager ontwakende.
-</p>
-<p>&#x2014;De Sachem gaat de Wilde-Roos te gemoet, antwoordde de Indiaan kortaf.
-</p>
-<p>En hij ging terstond heen.
-</p>
-<p>&#x2014;Er is toch iets zonderlings in die ruwe natuurmenschen, mompelde de jager, terwijl
-hij hem naoogde.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e5145">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5145src">1</a></span> Het tooneel dezer strafoefening is letterlijk historisch, de schrijver heeft het door
-een Apache op een Noord-Amerikaan zien toepassen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5145src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch31" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7255">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXXI.</h2>
-<h2 class="main">De Tlacateotzin<a class="noteRef" id="xd30e5164src" href="#xd30e5164">1</a>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Twee uren na zonsopgang, kwam de Vliegende-Arend in het kamp terug, vergezeld van
-de Wilde-Roos.
-</p>
-<p>Er werd onmiddelijk raad belegd, om het nieuws te vernemen.
-</p>
-<p>De jonge Indiaansche had niet veel te vertellen. Alles kwam op het volgende neder:
-</p>
-<p>De twee Mexicaansche dames bevonden zich nog in de stad. Addick was afwezig, maar
-werd met ieder oogenblik terug verwacht.
-</p>
-<p>Dit nieuws, hoe kort het ook wezen mogt, was echter gunstig; want ofschoon de bijzonderheden
-ontbraken, wisten de jagers nu toch dat hunne vijanden nog geen tijd hadden gehad
-om tot een besluit te komen. Het kwam er dus op aan om hen voor te zijn, en de jonge
-meisjes op te ligten, eer de Indianen in staat waren, er zich tegen te verzetten.
-</p>
-<p>Maar, om de jonge meisjes op te ligten en weg te voeren, zou men de stad moeten binnendringen,
-daar lag het grootste bezwaar!
-</p>
-<p>Een bezwaar, dat voorshands onoverkomelijk scheen.
-</p>
-<p>In deze moeijelijke omstandigheid wendde zich aller oog naar den Vliegenden-Arend.
-Het opperhoofd glimlachte.
-</p>
-<p>Aan de angstige uitdrukking die op aller gelaat te lezen was, kon de Indiaan ligtelijk
-gissen wat men van hem verwachtte.
-</p>
-<p>Het uur is gekomen, zeide hij; mijn blanke broeders eischen van <span class="pageNum" id="pb226">[<a href="#pb226">226</a>]</span>mij de grootste opoffering die men van een Sachem zou kunnen vorderen, namelijk dat
-hij hun de poorten zal openen van een der laatste bolwerken der Indiaansche Zonnedienst,
-het voornaamste heiligdom waar de wet van <i>Ilhuicamitl</i><a class="noteRef" id="xd30e5186src" href="#xd30e5186">2</a> den grootsten, den magtigsten, en den ongelukkigsten van al de vorsten, die immer
-het land van <i>Hanahuca</i><a class="noteRef" id="xd30e5196src" href="#xd30e5196">3</a> beheerschten, nog ongeschonden bewaard wordt. Evenwel, om mijne bleeke broeders te
-bewijzen, hoe eerlijk en trouw het roode bloed in mijne aderen vloeit, en hoe zuiver
-en onbewolkt mijn hart is, zal ik voor hen doen wat ik hun beloofd heb.
-</p>
-<p>Op deze verzekering van den Vliegenden-Arend, wiens plegtig gegeven woord niet kon
-worden in twijfel getrokken, helderde aller aangezigt op.
-</p>
-<p>Het opperhoofd vervolgde:
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend heeft geen dubbele tong: wat hij zegt doet hij; hij zal den grooten
-jager der blanken in Quiepa-Tani binnenleiden, onder eene voorwaarde echter, namelijk:
-mijne broeders moeten vergeten dat zij krijgslieden en dapperen zijn; de list alleen
-kan hen doen triomferen. Heeft de groote jager der bleekgezigten de woorden van het
-opperhoofd begrepen? Is hij bereid zich op diens beleid en ondervinding te verlaten?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal alleen handelen op uwe aanwijzing, hoofdman, antwoordde Loer-Vogel, die wel
-begreep dat de Comanch hem bedoeld had; ik beloof u dat ik mij geheel door u zal laten
-leiden.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> hervatte de Indiaan glimlagchend, dan is alles in orde; over twee uren is mijn broeder
-in Quiepa-Tani.
-</p>
-<p>&#x2014;God geve dat het zoo zijn mag, en dat mijn kind gered worde! mompelde don Mariano.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben sinds lang gewoon om de Indianen met list te bestrijden, antwoordde de jager;
-tot hiertoe heb ik mij, Gode zij dank, altoos wel genoeg in mijne ontmoetingen met
-hen weten te redden; ook ditmaal hoop ik goed te zullen slagen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zullen ons gereed houden, om u te hulp te komen zoo het noodig mogt zijn, zeide
-don Miguel.
-</p>
-<p>&#x2014;Draag vooral zorg dat uw spoor verborgen blijve; gij weet dat de verrader Domingo
-uwe vijanden reeds heeft wakker gemaakt.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat dat gerust aan mij over, Loer-Vogel, zeide Vrij-Kogel; ik weet wat het zegt
-met de Indianen schuilevinkje te spelen; het is niet voor de eerste maal dat mij zoo
-iets overkomt, en ik herinner mij wel dat ik in het jaar 1845, toen ik nog.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik, dat weet ik, viel de Canadees hem in de rede, gij zijt de man niet om
-u te laten overrompelen, vriend, en dat is voor mij genoeg; alleenlijk wees op uwe
-hoede en zorg dat gij op het eerste signaal gereed zijt.
-<span class="pageNum" id="pb227">[<a href="#pb227">227</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;En welk signaal zal dat zijn? vroeg de jager; want wij moeten goed afspreken, om
-ieder noodlottig misverstand voor te komen, dat in de tegenwoordige omstandigheden
-ernstige en treurige gevolgen zou kunnen na zich slepen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt gelijk; zoodra gij dus het geschreeuw van den watersperwer driemaal, met
-gelijkmatige tusschenpoozen zult hooren herhalen, moet gij terstond krachtdadig te
-hulp schieten.
-</p>
-<p>&#x2014;Begrepen, antwoordde Vrij-Kogel, gij kunt op ons rekenen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben gereed, zei Loer-Vogel tegen het opperhoofd; wat heb ik nu te doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Vooreerst moet gij u kleeden, antwoordde de Vliegende-Arend.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe dat! mij kleeden? riep de jager met een blik van verwondering op zijn eigen persoon.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> denkt mijn broeder dan dat hij Quiepa-Tani kan binnentreden in het gewaad van een
-blanke?
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt gelijk; vermomd als een Indiaan is volstrekt noodig; wacht maar even.
-</p>
-<p>De gedaanteverwisseling kostte niet veel tijd.
-</p>
-<p>De Wilde-Roos had zich intusschen uit zedigheid in een floripondio-boschje teruggetrokken,
-om den jager niet te storen in het maken van zijn nieuw toilet.
-</p>
-<p>Binnen weinige minuten had Loer-Vogel met een scheermes zich knevels en baard afgeschoren.
-Inmiddels was de Indiaan zekere kruiden gaan verzamelen, die overvloedig in het bosch
-groeiden. Na er het sap uitgeperst te hebben, hielp de Vliegende-Arend den Canadees,
-die zich geheel had ontkleed, zijn ligchaam en vooral zijn aangezigt te verwen; vervolgens
-schilderde hij hem zoo goed mogelijk een <i>ayotl</i> of gewijden <span class="corr" id="xd30e5234" title="Bron: schilpad">schildpad</span> op de borst, verzeld van eenige symbolische figuren, die niets oorlogszuchtigs hadden,
-en welke hij tevens op zijn aangezigt herhaalde. Toen kleurde hij de haren van den
-jager, die nog bijna geheel zwart waren, met een wit poeder, om hem een hoog bejaard
-voorkomen te geven, daar men weet dat de Roodhuiden niet vroeg grijs worden; hij bond
-die in een bos achter op het hoofd zamen, op de manier der <i>Yumas</i>, de meest rondzwervende Roodhuiden die men kent, en om hem des te meer het uitzigt
-van een vreedzaam man te geven, stak hij er aan den linker kant een papagallo-veêr
-in, in plaats van midden op de kuif, zoo als de krijgslieden gewoonlijk doen.
-</p>
-<p>Deze toebereidselen eindelijk afgeloopen zijnde, vroeg de Vliegende-Arend aan de Europeanen,
-die met gespannen nieuwsgierigheid de verschillende trappen der gedaanteverwisseling
-hadden nagegaan, hoe zij vonden dat hun kameraad er thans uitzag.
-</p>
-<p>&#x2014;Op mijn woord, riep Vrij-Kogel <span class="corr" id="xd30e5242" title="Bron: naïf">naïef</span>, als ik deze herschepping niet met eigen oogen had bijgewoond, zou ik hem niet meer
-herkennen; en om u de waarheid te zeggen, herinner ik mij een dergelijk zeer zonderling
-geval, dat mij gebeurde in het jaar 1836. Verbeeld u.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;En wat zegt <i>gij</i> er van? hervatte de Indiaan, terwijl hij den Canadees onbarmhartig het woord ontnam
-en zich tot don Miguel wendde.
-<span class="pageNum" id="pb228">[<a href="#pb228">228</a>]</span></p>
-<p>Deze kon zijn lach naauwelijks bedwingen toen hij den jager aankeek.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn hemel! riep hij, ik vind hem afschuwelijk; hij gelijkt zoo volmaakt op een leelijken
-Roodhuid, dat hij gerust den togt wagen kan.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> de Indianen zijn zoo geslepen, mompelde het opperhoofd; maar evenwel, op deze wijze
-vermomd, geloof ik dat mijn broeder, als hij zich in den geest van den persoon dien
-hij voorstelt maar goed weet te verplaatsen, van dien kant niets te vreezen heeft.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik verlang niets beter; alleen moet ik u aanmerken, hoofdman, dat ik nog niet weet
-welke persoon gij wilt dat ik zal voorstellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder zal een <i>tlacateotzin</i> zijn, een groote Yumeesche doctor.
-</p>
-<p>&#x2014;Weergaasch! dat is een kapitaal idee: in die rol kan ik overal toegang krijgen.
-</p>
-<p>De Comanch begon te lagchen en boog toestemmend.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zou al zeer onhandig moeten zijn, als ik niet slaag, vervolgde de jager; maar
-terwijl ik een dokter ben, moet ik niet vergeten geneesmiddelen mede te nemen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel grabbelde thans in zijn weitasch, en haalde er alles uit wat hem zou kunnen
-verraden, er niets anders in latende dan zijn reisfoudraal en een kleine doos met
-medicijnen, die hij steeds bij zich droeg, en van welke onschatbare bagaadje hij bij
-menige gelegenheid goede dienst had gehad. Daarop maakte hij zijn knapzak weder digt,
-slingerde hem over zijn rug en wendde zich tot het opperhoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben gereed, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed; de Wilde-Roos en ik zullen vooruitgaan, om u den toegang gemakkelijk te maken.
-</p>
-<p>De Tlacateotzin boog toestemmend.
-</p>
-<p>De Indiaan riep zijne vrouw; beiden namen afscheid van de avonturiers en verwijderden
-zich.
-</p>
-<p>Zoodra het opperhoofd verdwenen was zeide ook Loer-Vogel zijne vrienden vaarwel. Het
-was welligt voor het laatst dat hij hen zag. Wie toch kon het lot vooruitzien dat
-hem verbeidde, te midden der woeste Indianen, aan wier handen hij zich zonder verdediging
-ging toevertrouwen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal met u gaan tot aan den rand van het bosch, zeide don Miguel, om te zien welke
-maatregelen ik zal moeten nemen om u op het eerste sein te hulp te snellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Kom, antwoordde de jager kortaf.
-</p>
-<p>Zij gingen heen, gevolgd door de goede wenschen van al hunne kameraden, die Loer-Vogel
-niet zonder leedwezen en met een onuitsprekelijk gevoel van angst en bezorgdheid zagen
-vertrekken.
-</p>
-<p>De beide mannen stapten nevens elkander voort, zonder een woord te wisselen; de Canadees
-was in diepe gepeinzen verzonken; don Miguel zelf scheen ten prooi aan eene ontroering
-die hij niet kon onderdrukken. Zoo kwamen zij tot aan de laatste boomen van het woud.
-</p>
-<p>De jager bleef staan.
-</p>
-<p>&#x2014;Hier moeten wij elkander verlaten, zeide hij.
-<span class="pageNum" id="pb229">[<a href="#pb229">229</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, murmelde de jongman, terwijl hij treurig rondkeek; verder sprak hij
-niet.
-</p>
-<p>De Canadees <span class="corr" id="xd30e5283" title="Bron: wachte">wachtte</span> een oogenblik, en toen hij zag dat don Miguel bleef zwijgen, zei de hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Hebt gij mij niets te zeggen?
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom vraagt gij mij dat? antwoordde de jongman met eene onwillekeurige huivering.
-</p>
-<p>&#x2014;Omdat ik niet geloof, dat gij enkel om mij nog een poos langer gezelschap te houden
-zijt mede gegaan, don Leo; gij moet mij zeker iets te zeggen hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, &#x2019;t is waar, zeide hij met blijkbare inspanning, uw vermoeden is juist; ik heb
-u nog iets te zeggen; maar ik weet niet hoe het komt, &#x2019;t is alsof mij de keel wordt
-toegenepen, ik kan geene woorden vinden om uit te spreken wat ik gevoel. O, als ik
-uwe ondervinding en uwe kennis van de taal der Indianen had, Loer-Vogel, ik verzeker
-u, niemand anders zou naar Quiepa-Tani gegaan zijn dan ik.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, dat begrijpt zich, dat kan niet anders zijn, prevelde de jager, meer in zich
-zelven, dan in antwoord op hetgeen zijn vriend gezegd had; en waarom zou het ook anders
-zijn? vervolgde hij; de liefde is de zonneglans der jeugd, alles bemint in deze wereld;
-waarom zouden twee schoone, welgemaakte jonge menschen, de eenige schepsels op aarde
-zijn, die voor elkander ongevoelig en zonder liefde bleven?
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij dat ik haar voor u zeg? liet hij er driftig op volgen.
-</p>
-<p>&#x2014;O! riep de jongman. Weet gij dan dat ik haar bemin? Dit geheim, dat ik naauwelijks
-voor mij zelven durfde bekennen, is dus in uwe hand!
-</p>
-<p>&#x2014;Heb daarom maar geen vrees, goede vriend, dat geheim is even veilig in mijn hart
-als in het uwe.
-</p>
-<p>&#x2014;Helaas, vriend, de woorden die ik haar te zeggen heb, zou ik alleen kunnen uitspreken,
-wanneer ik hoop had dat zij hare ooren konden bereiken. Zeg haar liever niets van
-mij, dat zal beter zijn; verzeker haar slechts, wat gij weet, dat ik hier ben om voor
-haar behoud te waken en dat ik mijn leven veil heb, haar in de armen haars vaders
-terug te voeren.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat alles zal ik haar zeggen, mijn vriend.
-</p>
-<p>&#x2014;En dan, hervatte don Miguel, terwijl hij met min of meer bevende hand een stalen
-ketting, waaraan een klein zwart fluweelen zakje hing, van zijn hals deed en aan Loer-Vogel
-gaf, neem dit amulet;&#x2014;het is alles wat ik van mijne moeder bezit, vervolgde hij met
-een zucht, het heeft aan mijn hals gehangen sedert den dag mijner geboorte; in dat
-zakje is eene heilige reliek&#x2014;een splinter van het heilig kruis, gezegend door den
-Paus. Geef haar dat, en laat zij het zorgvuldig bewaren; dit amulet heeft mij reeds
-uit menig gevaar gered. &#x2019;t Is het eenige dat ik op dit oogenblik voor haar doen kan.
-Ga, mijn vriend, red haar, daar ik mij gedoemd zie om niets dan onvruchtbare wenschen
-voor haar behoud te koesteren. Gij houdt van mij, Loer-Vogel, <span class="pageNum" id="pb230">[<a href="#pb230">230</a>]</span>ik zal er geen woord meer bijvoegen, dan dit eene: van den uitslag uwer edele poging
-in dit uur hangt mijn leven af. Vaarwel! Vaarwel!
-</p>
-<p>Met zenuwachtige drift greep hij de forsche hand van den jager en drukte die bij herhaling
-met kracht. Zich toen schielijk omkeerende, om zijne opwellende tranen niet te laten
-zien, trad hij met haastigen tred in het woud terug, waar hij spoedig verdween, nadat
-hij zijn vriend, die hem met verwondering naoogde, een laatsten groet met de hand
-had toegeworpen.
-</p>
-<p>Toen don Miguel zich verwijderd had, stond de Canadees een poosje somber te peinzen,
-ten prooi aan eene onverklaarbare droefgeestigheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Arme jongman, mompelde <span class="corr" id="xd30e5305" title="Bron: bij">hij</span> met een diepen zucht, is dit nu wat men verliefd noemt?
-</p>
-<p>Maar terstond onderdrukte hij de zonderlinge vlaag van ontroering, die hem een oogenblik
-het hart had beklemd, en moedig het hoofd opheffende, zeide hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Welaan! het lot is geworpen; voorwaarts!
-</p>
-<p>Thans de kalme en onverschillige houding van een Indiaan aannemende, stapte hij met
-langzamen tred naar de vlakte, terwijl hij de blikken zorgvuldig liet rondgaan om
-het terrein zooveel mogelijk te verkennen.
-</p>
-<p>In de schitterende stralen der zon, die helder en glansrijk was opgegaan, had het
-groene veld, dat de Canadees doortrok, een inderdaad aller bekoorlijkst aanzien. Even
-als toen hij voor de eerste maal deze landstreek in oogenschouw nam, was alles rondom
-hem in drukke beweging.
-</p>
-<p>Dank zij zijn nieuw uitwendig voorkomen, kon hij alles wat er omging op zijn gemak
-opnemen, en beschouwde hij het levendig tooneel met belangstellende nieuwsgierigheid:
-maar wat reeds dadelijk zijne bijzondere aandacht trok, was een troep ruiters, gekleed
-of liever geschilderd in hun vollen oorlogsdosch en gewapend met die lange werpspiessen
-en pijlen met weerhaken, die de Indianen met zooveel behendigheid weten te gebruiken
-en welker wonden zoo gevaarlijk zijn. De meesten droegen bovendien nog een buks aan
-een band over den schouder en een <i lang="es">reata</i>, of lasso; aan den gordel. In geregelde orde en op matigen draf, reden zij naar de
-stad, van een tegenovergestelden kant komende als de jager.
-</p>
-<p>De menigte voetgangers op het veld en langs den weg bleven staan om hen in oogenschouw
-te nemen; Loer-Vogel maakte van deze gelegenheid gebruik en versnelde zijn stap om
-zich onder den nieuwsgierigen hoop te mengen, in welks midden hij, zoo als hij verlangde,
-weldra verdween, terwijl niemand er aan dacht om bijzonder op hem te letten.
-</p>
-<p>De ruiters trokken steeds in gelijken draf voort, zonder zich met de nieuwsgierige
-menigte te bemoeijen, tot op veertig passen van de hoofdpoort, waar zij halt maakten.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik zag men drie kavaleristen in galop uit de <span class="pageNum" id="pb231">[<a href="#pb231">231</a>]</span>stad komen, en met een paar sprongen de houten brug oversteken, om de nieuw aangekomen
-troep te ontvangen.
-</p>
-<p>Van deze laatsten zonderden zich thans mede drie ruiters af, en reden de vorige drie
-te gemoet.
-</p>
-<p>Na eene korte woordenwisseling, voegden de zes ruiters zich nu gezamenlijk bij de
-troep, die onbewegelijk achteraf was blijven staan, stelden zich aan haar hoofd en
-trokken in geregelde orde de stad binnen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel, die hen van nabij was gevolgd, bereikte juist de brug toen de laatste
-ruiters in de stadspoort verdwenen.
-</p>
-<p>De jager begreep wel dat thans het geschikte oogenblik daar was om een stouten stap
-te wagen; hij nam dus, ofschoon zijn hart bijna hoorbaar klopte, eene houding aan
-zoo onverschillig als mogelijk was, en meldde zich aan om op zijne beurt te worden
-binnen gelaten.
-</p>
-<p>Op eenigen afstand had hij den Vliegenden-Arend en zijne vrouw opgemerkt, in gesprek
-met een Indiaan, die een zekeren rang scheen te bekleeden.
-</p>
-<p>Dit gezigt verdubbelde den moed van den vermetelen Canadees.
-</p>
-<p>Hij stapte stoutweg de brug over en kwam zoo het scheen ongehinderd aan de poort.
-</p>
-<p>Hier echter werd er eene lans geveld, die hem den doortogt belette.
-</p>
-<p>Op een wenk van den Vliegenden-Arend, verwijderde zich de Indiaan met wien hij gesproken
-had en rigtte zijne schreden naar de poort.
-</p>
-<p>Het was een reeds bejaard krijgsman van hooge gestalte, wiens grijzende haren en sterk
-gerimpeld gelaat aan zijn voorkomen zekere mengeling gaven van zachtheid, schranderheid
-en majesteit. Hij sprak een paar woorden tot den schildwacht, die zich tegen het binnenkomen
-van <span class="corr" id="xd30e5336" title="Bron: Loer-vogel">Loer-Vogel</span> had willen verzetten, maar nu terstond zijn lans ophief, en met eene eerbiedige buiging
-een paar passen terugtrad.
-</p>
-<p>De oude Indiaan wenkte thans den Canadees dat hij binnen kon komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heet mijn broeder welkom te Quiepa-Tani, zeide hij terwijl hij den jager beleefd
-groette; mijn broeder heeft hier vrienden.
-</p>
-<p>Door zijn veeljarig verblijf in de Prairiën en zijn gedurigen omgang met de Roodhuiden,
-sprak Loer-Vogel verscheidene Indiaansche dialecten met evenveel gemak als zijn eigen
-moedertaal. Op de toespraak van den ouden Indiaan, begreep hij dat men hem voorthielp;
-hij kreeg dus de noodige fermiteit om zijne rol goed te spelen, en vroeg:
-</p>
-<p>&#x2014;Is mijn broeder een opperhoofd?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben een opperhoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> dat mijn broeder mij ondervrage, en Ometochtli zal antwoorden.
-</p>
-<p>Daar de jager, om zoo te zeggen, zijne persoonlijkheid veranderd had, meende hij tevens
-een anderen naam te moeten aannemen; na eenige mislukte pogingen, had hij zich eindelijk
-bepaald bij dien van Ometochtli, als het best strookende met het karakter dat hij
-moest <span class="pageNum" id="pb232">[<a href="#pb232">232</a>]</span>voorstellen; want hoe vervaarlijk dit woord in onze ooren ook klinken mag, beteekent
-het eenvoudig <i>Twee-Konijnen</i>,<a class="noteRef" id="xd30e5354src" href="#xd30e5354">4</a> zonder twijfel een zeer vreedzamen naam, en geheel in overeenstemming met de rol
-die de jager spelen zou.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb mijn broeder niet te ondervragen, hernam het opperhoofd beleefd, daar ik weet
-van waar hij komt; mijn broeder is een der ingewijden in de groote geneeskunst van
-den wijzen stam der Yumas.
-</p>
-<p>&#x2014;De Sachem is goed onderrigt, antwoordde de jager; ik zie dat hij met den Vliegenden-Arend
-gesproken heeft.
-</p>
-<p>&#x2014;Is het reeds lang dat mijn broeder zijn volk verlaten heeft?
-</p>
-<p>&#x2014;Het zal zeven manen zijn, sedert het uitbotten der eerste bladeren, dat ik de mocksens
-aandeed om op reis te gaan.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> hervatte de Sachem op zekeren toon van eerbied, waar liggen dan de jagtgronden van
-mijns broeders stam?
-</p>
-<p>&#x2014;Aan de oevers van het onbegrensde zoutmeer (de zee).
-</p>
-<p>&#x2014;Wenscht mijn broeder de groote geneeskunst te Quiepa-Tani uit te oefenen?
-</p>
-<p>&#x2014;Het is alleen met dat doel dat ik hier kom, en tevens om den Wacondah te aanbidden,
-in den heerlijken tempel dien het vrome Indiaansche volk hem in deze heilige stad
-heeft gesticht.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeer goed; mijn broeder is een wijze; zijn volk is vreedzaam; maar ik, vervolgde
-hij, het hoofd verheffend en zich fier in zijne volle lengte oprigtende: ik ben een
-krijgsman en mijn naam is Atoyac.
-</p>
-<p>Door een zonderlingen zamenloop van omstandigheden, was de eerste Indiaan met welken
-Loer-Vogel in betrekking kwam, dezelfde die ook Addick ontvangen had, en wiens vrouw
-door den opperpriester werd uitgekozen, om als vertolkster tusschen hem en de jonge
-meisjes te dienen; deze omstandigheden waren echter den jager geheel onbekend.
-</p>
-<p>&#x2014;Dan is mijn broeder een magtig opperhoofd, antwoordde hij op de grootspraak van den
-Indiaan.
-</p>
-<p>Deze boog met statige zedigheid voor zulk een vleijend compliment.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben een zoon van den heiligen stam aan welken de tempelwacht is opgedragen, zeide
-hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Moge de Wacondah het geslacht van mijn broeder zegenen!
-</p>
-<p>De Sachem raakte nu meer en meer opgewonden, door de vleijende komplimenten van den
-jager, die hem geheel als betooverden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn broeder Twee-Konijnen mij gelieve te volgen; wij zullen eerst onze vrienden
-gaan zien, die ons reeds wachten; vervolgens begeven wij ons naar mijne <i>calli</i> (hut), die ik hem in het bezit geef zoolang hij zich te Quiepa-Tani bevindt.
-</p>
-<p>Loer-Vogel maakte eene eerbiedige buiging.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder is goed, zeide hij, ik ben niet waardig met het stof mijner mocksens
-zijn drempel te bezoedelen.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wacondah zegent hen die de gastvrijheid beoefenen; mijn broeder <span class="pageNum" id="pb233">[<a href="#pb233">233</a>]</span>Twee-Konijnen is de gast van het opperhoofd; dat hij mij dus volge.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal mijn broeder volgen, omdat hij het verlangt.
-</p>
-<p>En zonder verderen tegenstand stapte Loer-Vogel achter den Sachem de stad in, innig
-tevreden dat hij deze eerste proef zoo goed was doorgekomen. Gelijk wij vroeger gezien
-hebben, stonden de Vliegende-Arend en de Wilde-Roos eenige passen verder in de poort,
-en sloten deze zich weldra bij hen aan.
-</p>
-<p>Alle vier begaven zich nu, zonder een woord te spreken, gezamentlijk naar het huis
-van den ouden Sachem, dat aan het andere einde der stad gelegen was.
-</p>
-<p>Op deze lange wandeling had de jager gelegenheid om de straten die hij doortrok te
-bezigtigen, en ofschoon oppervlakkig, met Quiepa-Tani kennis te maken.
-</p>
-<p>Eindelijk hadden zij de calli van het opperhoofd bereikt. Huitlotl&#x2014;de Duif&#x2014;de vrouw
-van Atoyac, zat met de beenen onder zich gekruist, op een mat van <span class="corr" id="xd30e5399" title="Bron: mais-stroo">maïs-stroo</span> tortillas te bakken, waarschijnlijk bestemd voor het diner van haar echtgenoot. Niet
-ver van haar af zaten drie of vier slavinnen, behoorende tot dat ras van bastaard
-Indianen, dat wij boven reeds gelegenheid hadden te <span class="corr" id="xd30e5402" title="Bron: beschijven">beschrijven</span>, en waarop men met regt den titel van <i>wilden</i> mag toepassen.
-</p>
-<p>Op het oogenblik dat de Sachem met zijne gasten binnentrad, sloegen de Duif en hare
-slavinnen nieuwsgierig de oogen op.
-</p>
-<p>&#x2014;Huitlotl, zeide Atoyac met deftige waardigheid, ik breng u deze vreemdelingen; de
-eerste is de grootste en beroemde Sachem der Comanchen, dien gij reeds kent, zoowel
-als zijne vrouw.
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend en de Wilde-Roos zijn welkom in de calli van Atoyac, antwoordde
-zij.
-</p>
-<p>De Comanch maakte eene ligte buiging, maar sprak niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Deze man hier, vervolgde de Sachem, naar den jager wijzende, is een vermaarde tlacateotzin
-der Yumas, zijn naam is Twee-Konijnen; ook hij zal bij ons zijn intrek nemen.
-</p>
-<p>&#x2014;De woorden die ik aan den Sachem der Comanchen heb toegevoegd, herhaal ik voor den
-grooten medicijnmeester der Yumas, zeide zij met zekeren minzamen glimlach; de Duif
-is zijne slavin.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijne moeder zal mij veroorlooven haar de voeten te kussen, antwoordde de Canadees
-zoo galant als een Indiaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder zal mij op de wangen kussen, hervatte de wederhelft van Atoyac, terwijl
-zij de regterwang aan Loer-Vogel toekeerde, die hij eerbiedig met de lippen aanroerde.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijne broeders zullen een beker pulque der welkomst drinken, vervolgde de Duif; de
-weg is lang en stofferig en de stralen der zon zijn heet.
-</p>
-<p>&#x2014;De pulque laaft de dorre lippen der dorstige reizigers, antwoordde Loer-Vogel voor
-zich en zijne gezellen.
-</p>
-<p>Hiermede was de voorstelling afgeloopen.
-</p>
-<p>De slavinnen bragten eenige <span lang="es">butaccas</span> (legbedden) waarop de reizigers zich uitstrekten; vervolgens eenige roodaarden kruiken,
-zeer gelijkende <span class="pageNum" id="pb234">[<a href="#pb234">234</a>]</span>naar de Spaansche <span lang="es">alcaforas</span>, met <span class="corr" id="xd30e5429" lang="es" title="Bron: pulgue">pulque</span> gevuld, het Indiaansche bier, dat de meesteres van het huis in hoornen bekers schonk,
-en den vreemdelingen aanbood, met die bevallige en gulle gastvrijheid die den Indianen
-zoo bijzonder eigen is, en waarvan zij alleen het geheim schijnen te bezitten.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e5164">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5164src">1</a></span> Dit woord beteekent letterlijk Godsman, van <i>tlacatl</i>, man en <i>teotl</i> God. Dezen titel geven de Comanchen aan hen die de geneeskunst uitoefenen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5164src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e5186">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5186src">2</a></span> Bijnaam van Moctecuzoma I; letterlijk: &#x201c;die pijlen tot aan den hemel schiet,<span class="corr" id="xd30e5188" title="Niet in bron">&#x201d;</span> van <i>Ilhuicatl</i>, hemel, en <i>mitl</i> schicht; het hieroglyf van dezen koning is werkelijk een pijl die den hemel treft.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5186src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e5196">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5196src">3</a></span> Mexico.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5196src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e5354">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5354src">4</a></span> <i>Ometochtli</i> is zamengesteld uit <i>om</i>, twee, en <i>tochtli</i>, konijn.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5354src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch32" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7264">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXXII.</h2>
-<h2 class="main">Eerste ontdekkingen in de stad.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Terwijl hij deed alsof hij zich alleen bezig hield met de gulle beleefdheden van zijne
-gastvrouw te beantwoorden, beschouwde de Canadees aandachtig het inwendige der calli
-waar hij zich bevond, om zich op de hoogte te stellen van de andere woningen in de
-stad; daar hij met reden veronderstelde, dat de inrigting ten minste grootendeels
-met die der overigen zou overeenstemmen.
-</p>
-<p>Het vertrek waar Atoyac zijne gasten had binnengelaten, was eene vrij groote vierkante
-kamer, welker witte, met kalk bestreken muren onder anderen met eenige menschelijke
-haarschedels en een aantal krijgswapenen pronkten, die allen bijzonder net en zindelijk
-werden gehouden.
-</p>
-<p>Eenige stapels velden van tijgers en <i>ocelotl</i> (boschkatten) benevens mantels en fressadas, lagen in een soort van kribben, of groote
-bakken opgehoopt, waarschijnlijk om tot bedden te dienen.
-</p>
-<p><i lang="es">Buttacas</i> (rustbanken) en andere, houten, maar bijzonder lage stoelen meubelden dit vertrek;
-in het midden stond een plompe vierkante tafel van niet meer dan vier palmen hoogte
-boven den vloer.
-</p>
-<p>Zoo als men ziet, was deze inboedel wel eenvoudig; overigens is hij in alle Indiaansche
-callis, die gewoonlijk uit zes vertrekken bestaan, genoegzaam dezelfde.
-</p>
-<p>Het eerste vertrek, hierboven door ons beschreven, dient tot dagelijksche huiskamer
-voor het gezin.
-</p>
-<p>Het tweede is bestemd voor de kinderen.
-</p>
-<p>Het derde dient tot slaapkamer.
-</p>
-<p>Het vierde bevat de getouwen om zarapes (mantels) te weven, waarin de Indianen onovertrefbaar
-zijn; de getouwen zijn van bamboes en met bewonderenswaardige eenvoudigheid zamengesteld.
-</p>
-<p>Het vijfde vertrek bevat allerlei soort van levensmiddelen voor het regengetij, wanneer
-de jagt onmogelijk wordt.
-</p>
-<p>Eindelijk het zesde vertrek, dat voor de slaven bestemd is.
-</p>
-<p>Wat de keuken betreft, deze bestaat eigenlijk niet, daar zij hunne spijzen gewoonlijk
-in den <i lang="es">coral</i>, dat is in de open lucht bereiden.
-</p>
-<p>Het gebruik van schoorsteenen is er geheel onbekend; bij nacht- of winterkoude brandt
-er in iedere kamer eene groote steenen test of komfoor.
-</p>
-<p>De zorg voor de orde en zindelijkheid in de vertrekken is aan de <span class="pageNum" id="pb235">[<a href="#pb235">235</a>]</span>slaven of slavinnen toevertrouwd, die onder opzigt van de vrouw des huizes arbeiden.
-</p>
-<p>Deze slaven zijn niet allen zoogenaamde wilden; de Indianen betalen niet zelden met
-woeker de verongelijkingen terug die zij van de blanken ontvingen, en menig ongelukkige
-Spanjaard, hetzij in den oorlog krijgsgevangen gemaakt, of gevallen in de listige
-strikken en hinderlagen hem door de Roodhuiden gespannen, wordt hier tot harde slavernij
-gedoemd.
-</p>
-<p>Het lot dezer ongelukkigen is nog treuriger dan dat van hunne roode medeslaven, daar
-zij het vooruitzigt missen van ooit hunne vrijheid terug te zullen bekomen; integendeel
-moeten zij zich niets anders voorstellen dan om eenmaal het slagtoffer te worden van
-den haat hunner wreede meesters, die zich onverbiddelijk aan hen wreken over de duizende
-kwellingen, door het tyranniek en vernederend regeringsstelsel der Spanjaarden in
-Mexico uitgeoefend.
-</p>
-<p>Men kan dus op deze harde slavernij ten volle de treurige zinspreuk toepassen, die
-de vermaarde Dante Alighieri boven de poorten van zijne Hel schreef: <i lang="it">Lasciate ogni speranza</i> (Vaarwel, alle hoop).
-</p>
-<p>Atoyac, bij wien het toeval den Canadees zoo goedgunstig had binnengeleid, was een
-der meest geëerbiedigde Sachems onder de krijgslieden van Quiepa-Tani. In zijne jeugd
-had hij lang onder de Europeanen gewoond, en de groote ondervinding, door hem gedurende
-zijne verre reizen opgedaan, had zijn verstand buitengewoon ontwikkeld, menig vooroordeel
-zijner kaste bij hem uitgewischt en hem veel gezelliger en beschaafder gemaakt dan
-de meeste zijner stamgenooten.
-</p>
-<p>Terwijl hij met kleine teugjes zijn geliefkoosde pulque zat te lepperen, zoo als iedere
-echte fijnproever, die de waarde van zijn drank op prijs stelt, behoort te doen, praatte
-hij gedurig met den jager, en werd hij, hetzij door den verzachtenden invloed der
-pulque, hetzij door het vertrouwen dat de Canadees hem inboezemde, van lieverlede
-mededeelzamer en openhartiger. Gelijk het in zulke gevallen gewoonlijk gaat, begon
-hij zijne eigene zaken te vertellen en trad hij daarbij in al de bijzonderheden van
-zijne familie: hij verhaalde den jager dat hij vader was van vier zonen, allen beroemde
-krijgslieden, wier grootste genot was om invallen en strooptogten op Spaansch grondgebied
-te maken, om landhoeven te verbranden, oogsten te vernielen, en gevangenen op te ligten;
-verder sprak hij over de verre reizen die hij gedaan had, en scheen hij aan dokter
-Twee-Konijnen te willen bewijzen, dat zijne ondervinding en bekwaamheid als krijgsoverste
-hem geenszins beletten, om het nut en den edelen invloed der andere wetenschappen
-te waardeeren; hij gaf hem zelfs te kennen, dat hij, ofschoon een aanzienlijk Sachem,
-zich nu en dan verwaardigde zijne studiën aan de kruidkunde te wijden en de geheimen
-der groote geneeskunst na te sporen, met welke de Wacondah, in zijne hoogste goedheid,
-sommige uitstekende menschen zoo genadig begiftigd had, om de kwalen van het overige
-menschdom te verligten en te genezen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel hield zich als ware hij door de achting, die de magtige <span class="pageNum" id="pb236">[<a href="#pb236">236</a>]</span>Sachem aan het beroep dat hij uitoefende toedroeg, levendig getroffen; en hij besloot
-van deze gelukkige stemming des opperhoofds zich te bedienen, om hem onder de hand
-te polsen over hetgeen hij zoo gaarne weten wilde, namelijk in welken toestand de
-jonge Spaansche meisjes zich bevonden en in welken hoek der stad zij opgesloten waren.
-Daar echter de argwaan der Indianen zoo ligt wakker wordt, was het hoog noodig hierin
-met de meeste omzigtigheid te werk te gaan, en liet de jager niets van zijne ware
-bedoelingen blijken, maar wachtte hij geduldig tot de Sachem hem zelf gelegenheid
-zou geven om hem hierover de noodige vragen te doen.
-</p>
-<p>Het gesprek was intusschen nagenoeg algemeen geworden, en er was reeds meer dan een
-uur verloopen, zonder dat het den jager, ofschoon hierin door den Vliegenden-Arend
-getrouw bijgestaan, gelukt was om de vraag regtstreeks op het tapijt te brengen, toen
-zich op eens een Indiaan aan de deur der calli vertoonde.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wacondah verheugt zich! zeide de nieuw aangekomene, met eene statige en eerbiedige
-buiging; ik heb een boodschap voor mijn vader.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vriend is welkom, antwoordde het opperhoofd; mijne ooren zijn geopend.
-</p>
-<p>&#x2014;De groote raad der Sachems onzes volks is vergaderd, zeide de Indiaan; men wacht
-alleen op mijn vader Atoyac.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat is er dan voor nieuws aan de hand?
-</p>
-<p>&#x2014;De Roode-Wolf is met zijne krijgslieden gekomen; zijn hart is vervuld met bitterheid,
-hij wenscht met den raad te spreken. Addick vergezelt hem.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend en de jager wisselden een blik van verstandhouding.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijn de Roode-Wolf en Addick terug? riep Atoyac met verwondering; dat is vreemd!
-wat heeft hen zoo spoedig, en vooral zoo gelijktijdig herwaarts kunnen brengen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik niet; maar zij zijn naauwelijks een uur geleden in de stad gekomen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het was dus de Roode-Wolf, onder wiens bevel heden morgen die bende ruiters de stad
-is binnengerukt?
-</p>
-<p>&#x2014;Niemand anders dan hij. Mijn vader moet hem gezien hebben daar hij hem voorbij reed.
-Wat moet ik de opperhoofden antwoorden?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat ik onmiddelijk in den raad kom.
-</p>
-<p>De Indiaan boog en vertrok.
-</p>
-<p>De grijsaard stond op met kwalijk verborgen ontroering en maakte zich gereed om heen
-te gaan.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend weêrhield hem.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader schijnt ontsteld, een wolk bedekt zijn geest.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde de Sachem onbewimpeld, ik ben treurig.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat kan de reden zijn dat mijn vader treurig is?
-</p>
-<p>&#x2014;Broeder, zei de oude Sachem met bitterheid, er zijn zoovele manen verloopen, sedert
-gij voor het laatst Quiepa-Tani hebt bezocht.
-<span class="pageNum" id="pb237">[<a href="#pb237">237</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;De mensch is de speelbal der gebeurtenissen, hij kan slechts zelden zijne plannen
-ongestoord uitvoeren.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar. Misschien zou het voor u en voor ons allen beter zijn geweest als gij
-niet zoo lang waart uitgebleven.
-</p>
-<p>&#x2014;Dikwijls, zeer dikwijls heb ik verlangd hier te komen, maar steeds heeft het noodlot
-mij dit belet.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, ja, dat moet wel zoo zijn; zonder dat zouden wij u zeker hebben gezien; en vele
-dingen, die thans zijn gebeurd, zouden dan misschien niet hebben plaats gehad.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij hiermede zeggen?
-</p>
-<p>&#x2014;Het zou te lang duren om u dat te verklaren, op dit oogenblik ontbreekt mij daartoe
-de tijd; ik moet onverwijld naar den raad, waar men op mij wacht; laat het u genoeg
-zijn te vernemen, dat sinds eenigen tijd een booze geest onder de Sachems van den
-grooten raad verdeeldheid heeft geblazen; twee mannen hebben beproefd, en het is hun
-maar al te zeer gelukt, om een heilloozen invloed op de beraadslagingen uit te oefenen
-en met hunne denkbeelden al de andere opperhoofden te beheerschen.
-</p>
-<p>&#x2014;En wie zijn die twee mannen?
-</p>
-<p>&#x2014;Gij kent hen maar al te goed.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe heeten zij dan?
-</p>
-<p>&#x2014;De Roode-Wolf en Addick.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> riep de Vliegende-Arend, wees op uwe hoede; de eerzucht dezer twee mannen, zoo gij
-er geen acht op slaat, kan u groote onheilen berokkenen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik; maar kan ik mij daar tegen verzetten? Ben ik alleen sterk genoeg om
-hunnen invloed te keeren en de voorstellen te doen verwerpen, die zij aan den raad
-willen opdringen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is zoo, antwoordde de Comanch peinzend; maar hoe zou men dat kunnen beletten?.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Er zou misschien een middel op zijn, riep Atoyac op slependen toon, na een poosje
-zwijgens.
-</p>
-<p>&#x2014;Welk?
-</p>
-<p>&#x2014;Het is zeer eenvoudig. Gij zijt een der eerste en beroemdste Sachems van uw volk?
-</p>
-<p>&#x2014;Wat meer?
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt als zoodanig, naar ik meen, het regt om in den raad zitting te nemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat heb ik.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom zoudt gij er dan geen zitting in nemen?
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend wierp thans een vragenden blik naar den Canadees, die dit gesprek
-met een onverschillig gezigt had aangehoord, ofschoon zijn hart klopte van belangstelling;
-want met zijne gewone instinctmatige scherpzinnigheid vermoedde hij, dat de tegenwoordige
-in den raad hangende geschillen voor hem van het grootste gewigt waren. Op de stilzwijgende
-vraag van den Vliegenden-Arend, begreep hij, dat wanneer hij zich langer aan het gesprek
-bleef onttrekken, dit in de <span class="pageNum" id="pb238">[<a href="#pb238">238</a>]</span>oogen van zijn gastheer ligt eene laakbare onverschilligheid voor de belangen der
-stad kon verraden, welke deze hem zeer ten kwade zou kunnen duiden. Hij nam dus het
-woord op en zeide:
-</p>
-<p>&#x2014;Als ik zulk een groot opperhoofd was als de Vliegende-Arend, zou ik niet aarzelen
-mij in den raad te vertoonen; het geldt hier toch niet de belangen van deze of gene
-natie in het bijzonder, maar veeleer de gewigtigste levensvragen voor het roode ras
-in &#x2019;t algemeen; door zich in dergelijke omstandigheden aan de beraadslagingen te onttrekken
-zou men, naar mijn gevoelen, aan de vijanden der orde en rust in de stad een bewijs
-van zwakheid geven, dat dezen zonder twijfel zich zouden ten nutte maken, om hunne
-plannen door te drijven en regeringloosheid te bevorderen.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoudt gij dat denken? vroeg de Vliegende-Arend, die zich hield alsof hij aarzelde.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder Twee-Konijnen heeft goed gesproken, hervatte Atoyac met drift, hij is
-een verstandig man. Mijn broeder moet zijn raad volgen, en dat zooveel te meer, daar
-zijne tegenwoordigheid hier ter stede algemeen bekend is, en derhalve zijn wegblijven
-uit den raad zeer zeker een verkeerden indruk zou maken.
-</p>
-<p>&#x2014;Wanneer het er zoo mede gelegen is, antwoordde de Comanch, verzet ik mij niet verder
-tegen uw verlangen, maar ben ik gereed u aanstonds te volgen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, voegde de jager er met voordacht bij, ga terstond naar den raad; welligt dat
-uwe onverwachte tegenwoordigheid genoeg zal zijn, om zekere verkeerde plannen omver
-te werpen en groote onheilen voor te komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal mij derwijze gedragen, dat onze vijanden met schrik zullen terugdeinzen, antwoordde
-de Comanch schijnbaar verstrooid, en alsof hij het woord tegen zijn gastheer rigtte,
-maar eigenlijk ter geruststelling van den jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat ons vertrekken, zei Atoyac.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend boog stilzwijgend.
-</p>
-<p>Zij gingen heen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel bleef alleen in de calli met de twee vrouwen.
-</p>
-<p>De duif had gedurende de bovenvermelde redewisseling in stilte met de Wilde-Roos zitten
-praten; zoodra de krijgslieden vertrokken waren, stonden de beide vrouwen op en maakten
-zich gereed om heen te gaan.
-</p>
-<p>De Wilde-Roos sprak niet, maar hield zich den vinger voor den mond en zag daarbij
-den jager veelbeteekenend aan; deze wikkelde zich in zijn bisonsmantel en zei toen
-tegen de vrouw van Atoyac:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zou mijne zuster niet gaarne storen terwijl de opperhoofden naar den raad zijn:
-ik zal mij dus deze gelegenheid ten nutte maken om eene wandeling in de stad te doen
-en met meer aandacht den prachtigen tempel te beschouwen, dien ik bij mijne aankomst
-herwaarts maar even in &#x2019;t voorbijgaan gezien heb.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader heeft gelijk, antwoordde Huitlotl, te meer daar ik op <span class="pageNum" id="pb239">[<a href="#pb239">239</a>]</span>mijne beurt met de Wilde-Roos uit moet, en het ons spijten zou onzen gast alleen in
-de calli te laten.
-</p>
-<p>De Wilde-Roos lachte minzaam, schudde haar bevallig hoofd en gaf den jager een veelbeduidenden
-wenk.
-</p>
-<p>Deze vermoedde terstond dat de vrouw van den Vliegenden-Arend, onder het gesprek met
-hare vriendin, reeds ontdekt zou hebben waar de jonge meisjes zich bevonden, en dat
-hare begeerte om hem van huis te verwijderen geen ander oogmerk had, dan dienaangaande
-nog meerdere inlichtingen op te doen; hij maakte dus geen zwarigheid om heen te gaan,
-trad langzaam de calli uit, en de straat op, met al het gewigt en de majesteit van
-den hoogwijzen persoon dien hij voorstelde.
-</p>
-<p>Overigens was de Canadees er niet rouwig om, dat hij eenigen tijd alleen kon zijn,
-ten einde over de meest geschikte middelen na te denken om met de Spaansche dames
-in betrekking te komen, eene onderneming die hem alles behalve gemakkelijk scheen.
-Aan den anderen kant, meende hij zich van de hem gegeven vrijheid te bedienen, om
-eene wandeling door de stad te maken, ten einde de vereischte plaatselijke kennis
-te verzamelen, die hij voor zijn doel noodig achtte.
-</p>
-<p>Niet wetende hoe het met zijn verblijf in de stad kon afloopen en op welke wijze hij
-er weder uit zou komen, beijverde hij zich, om op goed geluk af, de best mogelijke
-aanwijzingen omtrent de rigting der straten en de ligging der voornaamste gebouwen
-op te doen, in het dubbele vooruitzigt op een aanval of een veiligen aftogt.
-</p>
-<p>De jager wist zijn aangezigt met zulk een ondoordringbaar masker van onverschilligheid
-en zelfgenoegzaamheid te bedekken, zijne vragen werden daarbij zoo rustig en onbewimpeld
-gedaan, dat het bij niemand, tot wien hij zich wendde, opkwam om hem een oogenblik
-te verdenken, en zoo kreeg hij, dank zij zijne behendigheid, de meest naauwkeurige
-berigten aangaande de zwakke punten der stad; bijv. hoe men na het sluiten der poorten,
-naar buiten en weder binnen kon komen, zonder gezien te worden en meer andere even
-onschatbare inlichtingen, die de jager zorgvuldig in zijn geheugen bewaarde, en die
-hij zich in stilte voornam, om op het geschikte oogenblik tot zijn voordeel te gebruiken.
-</p>
-<p>Te Quiepa-Tani, even als in iedere groote stad, was een aantal lediggangers, die hun
-leven versleten met van den eenen hoek naar den anderen te slenteren om hunne verveling
-te verdrijven.
-</p>
-<p>Het was inzonderheid deze soort van lieden, die Loer-Vogel op zijne langdurige wandeling
-door de stad aanklampte, en wier omslagtige meestal weinig beduidende vertelsels hij
-beluisterde, om er zijn voordeel mede te doen; wanneer hij dan begreep alles gehoord
-te hebben wat hij van hen te weten kon komen, liet hij hen aan zich zelven over, om
-een eind verder dezelfde taktiek met anderen te hervatten.
-</p>
-<p>Loer-Vogel was bijna drie uren uit geweest, toen hij de calli weder binnen trad. Atoyac
-en de Vliegende-Arend waren nog niet terug; maar de beide vrouwen zaten, op matten
-nedergehurkt, vertrouwelijk en met zekere geestdrift zamen te keuvelen.
-<span class="pageNum" id="pb240">[<a href="#pb240">240</a>]</span></p>
-<p>Zoodra de Wilde-Roos hem gewaar werd, wierp zij hem een verstandhoudenden blik toe.
-</p>
-<p>De jager vlijde zich op een <span lang="es">butacca</span> neder, nam de calumet uit zijn gordel, vulde haar met gewijden tabak en begon te
-rooken.
-</p>
-<p>Intusschen hadden de vrouwen, na den gewaanden geneesheer stilzwijgend gegroet te
-hebben, haar gesprek hervat.
-</p>
-<p>&#x2014;Worden dan de gevangenen, die men op de blanken maakt, altijd hier heen gebragt?
-vroeg de Wilde-Roos.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde de Duif.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat verwondert mij toch, vervolgde de jonge vrouw; want als het nu een van hen gelukte
-te ontsnappen, zou de verborgen ligging en juiste inrigting der stad aan de Gachupines
-bekend worden, en dan zou men deze zonder twijfel spoedig in de vlakte zien verschijnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is zoo; maar mijne zuster vergeet, dat men uit Quiepa-Tani niet ontsnappen kan.
-</p>
-<p>De Wilde-Roos schudde bedenkelijk het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;O, zeide zij, de blanken zijn zoo slim, meer dan gij denkt; maar hoe dit ook wezen
-mag, de jonge meisjes, die wij zoo even gezien hebben, zullen zeker niet ontsnappen,
-daartoe worden zij te streng bewaakt; ik weet niet waarom, maar ik gevoel diep medelijden
-met haar.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo gaat het mij ook, zuster. Die arme kinderen, zoo jong, zoo lief, en zoo voor
-altijd verwijderd van allen die haar dierbaar zijn; haar lot is treurig.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja wel treurig! Maar wat kunnen wij er aan doen? Zij zijn het eigendom van Addick;
-dat opperhoofd zal haar nooit weder in vrijheid willen stellen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zullen ze nog eens gaan zien, niet waar zuster?
-</p>
-<p>&#x2014;Wanneer?
-</p>
-<p>&#x2014;Morgen, zoo gij wilt.
-</p>
-<p>&#x2014;Dank u, zuster; dat zal mij gelukkig maken, ik verzeker u.
-</p>
-<p>Deze laatsten gezegden vooral troffen den jager.
-</p>
-<p>Bij de plotselinge opheldering die hij bekwam, had hij al zijne zelfbeheersching noodig
-om zijne ontroering te verbergen en te zorgen dat de Duif niets van zijne onrust bemerkte.
-</p>
-<p>Op dat oogenblik kwamen juist Atoyac en de Vliegende-Arend terug; zij zagen er zeer
-gejaagd uit en schenen aan een gramschap ten prooi, die, hoezeer door Indiaansche
-deftigheid in toom gehouden, daarom niet minder verschrikkelijk was.
-</p>
-<p>Atoyac kwam regt op den jager af, die intusschen reeds opstond om hem te ontvangen.
-</p>
-<p>Toen Loer-Vogel de verbolgenheid zag, die op het gelaat van den Sachem lag uitgedrukt,
-vreesde hij dat er welligt iets ten zijnen opzigte was ruchtbaar geworden; hij wachtte
-dus met pijnlijk ongeduld de mededeeling af, die zijn gastheer hem scheen te willen
-doen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader is immers wel een ingewijde in de groote geneeskunst? vroeg Atoyac, terwijl
-hij hem met een uitvorschenden blik gadesloeg.
-</p>
-<p>&#x2014;Heb ik dat niet aan mijn broeder gezegd? was de wedervraag <span class="pageNum" id="pb241">[<a href="#pb241">241</a>]</span>van den jager, die reeds meende dat hij ernstig bedreigd werd en den Vliegenden-Arend
-een twijfelmoedigen wenk gaf.
-</p>
-<p>Laatstgenoemde glimlachte.
-</p>
-<p>Dit stelde den Canadees aanvankelijk gerust; het was toch niet denkbaar dat de Comanch,
-als er eenig gevaar had bestaan, zoo kalm zou zijn gebleven.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat mijn broeder dan terstond met mij gaan, en zijne heelkundige instrumenten medenemen,
-riep Atoyac tamelijk barsch.
-</p>
-<p>Het zou weinig takt hebben verraden, als hij dit verzoek, hoe onstuimig ook gedaan,
-had willen weigeren; overigens bewees het hem dat zijn gastheer geen booze voornemens
-met hem had.
-</p>
-<p>Hij nam het dus aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn broeder mij voorga, en ik zal hem volgen, was al wat hij er op antwoordde.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreekt mijn vader de taal der barbaarsche Gachupines? vroeg Atoyac.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn volk woont aan de oevers van het onbegrensde zoute meer; de bleekgezigten zijn
-onze naaste buren, ik versta en spreek dus min of meer hunne taal, zei Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Zooveel te beter.
-</p>
-<p>&#x2014;Zal ik dan een blanke moeten genezen? vroeg de Canadees, die gaarne vooraf verlangde
-te weten wat men van hem vorderde.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, antwoordde Atoyac; maar een van de grootste opperhoofden der Apachen heeft
-eenige manen geleden twee jonge blanke vrouwen hier gebragt; die vrouwen zijn ziek;
-de booze geest heeft zich van haar meester gemaakt, en op dit oogenblik zweeft de
-dood reeds boven hare legerstede.
-</p>
-<p>Loer-Vogel sidderde inwendig bij dit onverwachte nieuws, zijn hart dreigde hem te
-ontzinken, eene onwillekeurige huivering liep hem over het lijf; hij had schier bovenmenschelijke
-kracht noodig om de diepe ontroering te beteugelen die in zijn hart kookte, en om
-met eene bedaarde stem te kunnen zeggen:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben tot mijns broeders dienst, zoo ver mijn pligt dit vereischt.
-</p>
-<p>&#x2014;Vertrekken wij dan, antwoordde de Indiaan.
-</p>
-<p>Loer-Vogel kreeg zijn medicijnen-kist, nam haar zorgvuldig onder den arm, ging met
-den Sachem de calli uit, en beiden begaven zich met haastige stappen naar het paleis
-der Zonnemaagden, verzeld, of liever op eenigen afstand bewaakt door den Vliegenden-Arend,
-die hun op de hielen volgde en hen geen oogenblik uit het oog verloor.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch33" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7274">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXXIII<span class="corr" id="xd30e5608" title="Niet in bron">.</span></h2>
-<h2 class="main">Ophelderingen.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij zijn weder verpligt eenige stappen in ons verhaal terug te treden, tot toelichting
-van sommige feiten en bijzonderheden, die wij opzettelijk <span class="pageNum" id="pb242">[<a href="#pb242">242</a>]</span>in de schaduw hadden gelaten, maar die thans dringend vorderen door onze lezers te
-worden gekend.
-</p>
-<p>In een vorig hoofdstuk hebben wij gezien hoe gemakkelijk don Estevan, Addick en de
-Roode-Wolf zich met elkander hadden verstaan, om gezamenlijk wraak te oefenen.
-</p>
-<p>Doch zoo als het gewoonlijk met dergelijke verbindtenissen gaat, had ieder voor zich
-reeds dadelijk zijn eigen belang in het oog gehouden, en was don Estevan ongelukkig
-degene onder de drie, die van dit verbond de minste voordeelen zou trekken.
-</p>
-<p>Slechts weinige blanken kunnen, wat geslepenheid in het onderhandelen betreft, zich
-met de Roodhuiden meten.
-</p>
-<p>De Indianen, even als alle overwonnen volken sinds eeuwen onder een vernederend juk
-gebogen, hebben slechts een wapen in hun bereik, een doodelijk wapen nogtans, waarmede
-zij meestal met goed gevolg hunne gelukkiger vijanden weten te bestrijden,
-</p>
-<p>Dit wapen is de list: het wapen der lafhartigen of der zwakken, de verdediging van
-den slaaf tegen zijn meester.
-</p>
-<p>De voorwaarden door de twee Indianen-hoofden aan don Estevan gesteld, waren eenvoudig
-en duidelijk omschreven. De opperhoofden zouden door middel van gewapende krijgslieden,
-onder hunne aanvoering, den Mexicaan in staat stellen zijne vijanden in handen te
-krijgen en zich aan hen te wreken: daarentegen zag don Estevan er van af om zijne
-nicht en het andere meisje, beiden te Quiepa-Tani gevangen, weder te zien en gaf hij
-deze in vollen eigendom over aan de twee opperhoofden, die dan met haar konden handelen
-naar goedvinden, zonder dat hij, don Estevan, op eenige manier, hoe het ook met de
-gevangenen gaan mogt, trachten zou ten haren behoeve tusschenbeide te treden.
-</p>
-<p>Deze voorwaarden werden wederzijds gaaf en goed aangenomen, en de Indiaansche opperhoofden
-maakten zich gereed om de bepalingen van het verdrag zoo spoedig mogelijk ten uitvoer
-te brengen.
-</p>
-<p>De Roode-Wolf koesterde sedert lang tegen de beide jagers en don Miguel een doodelijken
-haat, omdat hij in zijne verschillende ontmoetingen met deze drie mannen steeds het
-onderspit had gedolven. Hij greep met ijver de gelegenheid aan die zich thans opdeed
-om zich te wreken, en meende voor ditmaal van zijne zaak zeker te zijn, en zijnen
-vervloekten vijanden al de vernederingen en al het kwaad dat zij hem hadden doen ondergaan
-met woeker terug te zullen betalen.
-</p>
-<p>In minder dan drie dagen tijds waren Addick en de Roode-Wolf er in geslaagd om een
-troep van honderd vijftig uitgelezene ruiters te verzamelen, allen verbitterde vijanden
-der blanken, voor welke dus de beraamde onderneming, om het zoo eens te noemen, een
-ware pleiziertogt zou zijn.
-</p>
-<p>Toen don Estevan zag dat hij zich aan het hoofd van zulk een talrijke en onverschrokken
-bende kon stellen, sprong zijn hart op van vreugde en achtte hij zich reeds zeker
-van den goeden uitslag der onderneming.
-</p>
-<p>Wat toch zou don Miguel tegen hem kunnen beproeven of uitrigten, <span class="pageNum" id="pb243">[<a href="#pb243">243</a>]</span>met de weinige mannen waarover hij te beschikken had? de weg om naar Quiepa-Tani te
-komen, was lang en bijna onbruikbaar; hij moest over steile rotsheuvels door ontoegankelijke
-wouden, en onmetelijke wildernissen; en gesteld al eens dat het den avonturier met
-zijne Gambucinos gelukte om al deze hindernissen te overwinnen en de stad te bereiken,
-wat zouden zij er kunnen doen?
-</p>
-<p>Konden zij er aan denken om haar te veroveren? Zouden zij het wagen om met een dertigtal
-mannen eene stad te bestormen die meer dan twintig duizend zielen bevatte, bovendien
-versterkt was door hechte poorten en muren, omgeven door een breede gracht en verdedigd
-door een uitgelezen garnizoen van drie duizend der beroemdste krijgslieden, die uit
-al de Indiaansche stammen bijeengebragt, bijzonder belast waren met het bewaken der
-heilige stad, en vast besloten hadden om haar tot den laatsten man te verdedigen,
-liever dan zich over te geven?
-</p>
-<p>Zoo iets te onderstellen viel buiten alle berekening en was inderdaad zoo dwaas, dat
-don Estevan er geen minuut lang bij zou hebben stilgestaan.
-</p>
-<p>De eerste zorg der Indiaansche opperhoofden, was dus, te onderzoeken waar zich hunne
-vijanden bevonden. Ongelukkig echter hadden de jagers hunne maatregelen zoo behendig
-weten te kiezen, dat de Roodhuiden genoodzaakt waren hunne vijanden langs drie verschillende
-sporen te volgen en dus hunne bende in even zoo vele afdeelingen te splitsen, om de
-Gambucinos van alle zijden in &#x2019;t oog te houden.
-</p>
-<p>In deze omstandigheid openbaarde zich het eerste bezwaar tusschen de drie zaamverbondenen.
-</p>
-<p>Addick en de Roode-Wolf, toen het er op aankwam om hunne krachten te verdeelen, wilden
-natuurlijk elk het kommando over een afzonderlijk corps op zich nemen, eene regeling
-die don Estevan reeds dadelijk minder beviel en waaraan hij stellig weigerde toe te
-geven, door hun niet zonder reden te doen opmerken: dat in de tegenwoordige onderneming
-alles van de overeenstemming der opperhoofden afhing; dat de krijgslieden daarom niets
-anders te doen hadden dan de beweging des vijands in &#x2019;t oog te houden, terwijl de
-drie opperhoofden bij elkander behoorden te blijven en de noodige wijzigingen in hunne
-oorlogsplannen gezamentlijk te overwegen, om bij de eerste gunstige gelegenheid die
-zich aanbood met kracht te kunnen handelen.
-</p>
-<p>De ware grond van deze eigenzinnigheid was, dat don Estevan, ofschoon door de omstandigheden
-gedwongen zich met de twee Sachems te vereenigen, in deze geëerde bondgenooten geen
-het minste vertrouwen stelde; hij verachtte hen evenzeer, als hij op zijne beurt door
-hen veracht werd, en meende zich verzekerd te moeten houden dat, wanneer hij hun om
-welke reden ook vergunde, zich van hem te scheiden, hij hen nooit weder zou zien,
-en dat zij hem zonder het minste bezwaar in den steek zouden laten om hem zijne zaken
-in de Prairie alleen te laten afdoen.
-</p>
-<p>De Indianen begrepen zeer goed wat hun bondgenoot bedoelde en hoe hij over de zaak
-dacht; maar te leep om hem te laten blijken dat <span class="pageNum" id="pb244">[<a href="#pb244">244</a>]</span>zij zijne bedoelingen doorgrondden, hielden zij zich alsof zij de redenen die hij
-hun opgaf goedkeurden en er al het gepaste van erkenden.
-</p>
-<p>De drie bevelhebbers bleven dus vereenigd en trokken met hun staf, een twintigtal
-mannen sterk, voorwaarts, na de overigen in twee troepen te hebben gesplitst om de
-Gambucinos te bewaken.
-</p>
-<p>Don Estevan maakte allen spoed om Quiepa-Tani te bereiken, ten einde de twee jonge
-dames in de stad op te ligten en in handen te krijgen, om door hare tegenwoordigheid
-den ijver zijner bondgenooten aan te vuren.
-</p>
-<p>Zij trokken op weg.
-</p>
-<p>Bij deze gelegenheid had er eene zeer zonderlinge verwikkeling plaats, namelijk dat
-zes verschillende detachementen krijgslieden elkander op het spoor zaten, en elke
-troep gedurende meer dan eene maand lang, met gelijke drift en naauwkeurigheid, afzonderlijk
-voortrukte in de voetstappen van de troep die haar vooruit was, terwijl geen van haar
-wist dat zij op hare beurt werd nagezet door een troep die haar volgde.
-</p>
-<p>Zoo liepen de zaken zonder tot eene ontmoeting te leiden, voor dien nacht toen Domingo
-in het woud verdween.
-</p>
-<p>Hoe dit kwam, willen wij thans nader doen zien.
-</p>
-<p>Loer-Vogel hield den Gambucino niet zonder reden verdacht van den schelm te spelen.
-Daarom had hij hem niet van zich willen laten om hem des te beter in &#x2019;t oog te kunnen
-houden.
-</p>
-<p>Ongelukkig echter was er, ondanks Loer-Vogels onafgebroken waakzaamheid, sedert hun
-vertrek van het veer del Rubio, meer dan eene maand lang, niets gebeurd dat den jager
-in zijne vermoedens kon versterken. Domingo had niet de minste <span class="corr" id="xd30e5649" title="Bron: linksche">slinksche</span> beweging gemaakt en zoo het scheen stipt en getrouw zijn pligt gedaan. Als er gekampeerd
-werd, en de kleine beschikkingen voor den nacht waren gemaakt, en de maaltijd geëindigd
-was, was Domingo altijd een der eersten die zich in zijn zarapé wikkelde, op den grond
-uitstrekte en onder voorwending van vermoeidheid insliep.
-</p>
-<p>Kortom, de bandiet had zijn gedrag zoodanig weten in te rigten, dat de jager, hoe
-slim hij ook wezen mogt, zich door hem liet verschalken. Van lieverlede begon dus
-zijne achterdocht te verminderen en zijne waakzaamheid te verslappen, en ofschoon
-hij den Gambucino niet ligt een post van belang zou hebben toevertrouwd, hield hij
-hem echter minder scherp in het oog dan gedurende de eerste dagen. Zoo waren zij meer
-dan eene maand lang op weg geweest en bevonden zich de avonturiers op een geheel onbekend
-terrein; het scheen bijna onmogelijk dat Domingo, die weinig van het leven in de wildernis
-wist, zijne kameraden zou durven verlaten en zich alleen in de woestijn zou wagen;
-waar hij waarschijnlijk spoedig verdwalen en na verloop van weinige kommervolle dagen
-van honger en gebrek zou moeten omkomen.
-</p>
-<p>Deze nalatigheid van Loer-Vogel bewees slechts eene zaak, namelijk dat de jager zijn
-man niet goed kende, en niet volkomen op de hoogte <span class="pageNum" id="pb245">[<a href="#pb245">245</a>]</span>was van de hardnekkigheid waarmede de Mexicaansche mestiezen een eenmaal opgevat plan
-volhouden.
-</p>
-<p>Domingo haatte den jager uit grond van zijn hart, omdat deze hem eenmaal ontmaskerd
-had, en wachtte met al het geduld dat het <span class="corr" id="xd30e5659" title="Bron: basterdras">bastaardras</span> waartoe hij behoorde kenmerkt, het oogenblik af om zich aan hem te wreken, wel wetende,
-dat in de tegenwoordige omstandigheden, de gelegenheid daartoe den een of anderen
-dag zeker komen zou.
-</p>
-<p>Intusschen wachtte, loerde en luisterde hij. Niemand verborg iets voor hem of ontzag
-zich om in zijn bijzijn vrijuit over de zaken te spreken, om de eenvoudige reden,
-dat Loer-Vogel zijne kameraden niet voor den mesties had willen waarschuwen daar dit
-te zeer met het loyaal karakter van den jager in strijd was. Door deze vertrouwelijkheid
-werd Domingo in de gelegenheid gesteld om aangaande de onderneming, van welke hij
-tegen zijn zin deel uitmaakte, vele bijzonderheden te vernemen die hij anders nooit
-zou zijn te weten gekomen, en die hij zorgvuldig verzamelde om ze later tot eigen
-voordeel, zoo duur mogelijk aan de lieden die er belang bij hadden te verkoopen, zoodra
-het toeval hen in zijne tegenwoordigheid zou brengen.
-</p>
-<p>Op denzelfden avond toen Loer-Vogel het spoor ontdekte dat hem zooveel belang inboezemde,
-had de Gambucino, die op zijne beurt almede rondsnuffelde, te midden van een kreupelboschje
-eene vondst gedaan, die hij zich wel wachtte aan zijne kameraden mede te deelen.
-</p>
-<p>Deze vondst bestond in een tabakszak, klein van omvang, maar rijk met goud geborduurd,
-zooals de groote heeren in Mexico gewoon zijn te dragen.
-</p>
-<p>Domingo herinnerde zich zeer wel dien vroeger in handen van don Estevan te hebben
-gezien.
-</p>
-<p>Dit zakje moest derhalve door hem verloren zijn. Hij stak het voorloopig in zijne
-borst, zich voorbehoudende om het later nader te onderzoeken, wanneer hij geen gevaar
-liep van door zijne makkers te worden overvallen.
-</p>
-<p>De Vliegende-Arend, zoo als wij vroeger gezien hebben, was dien avond op verkenning
-uitgegaan, en zijne vrienden, na een vuur ontstoken, hun maal bereid en eenige mondvollen
-er van gegeten te hebben, zaten op zijne terugkomst te wachten<span class="corr" id="xd30e5670" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>Het was dien dag afmattend heet geweest. De Indiaan liet zich bijzonder lang wachten;
-Loer-Vogel en don Mariano, na een geruime poos met elkander te hebben zitten praten,
-voelden hunne oogleden bezwaard, zij begonnen te knikkebollen, kortom, zij bezweken
-voor de vermoeijenis, lieten zich op den molligen bodem afglijden en waren weldra
-in een diepen slaap gedompeld; wat Domingo betreft, deze had naar het scheen reeds
-sedert een uur zoo vast geslapen alsof hij nooit weder moest ontwaken.
-</p>
-<p>Intusschen gebeurde er iets zeer zonderlings; naauwelijks toch hadden Loer-Vogel en
-don Mariano hunne oogen gesloten of Domingo opende de zijne, en dat wel zoo gezwind
-en zoo juist van pas, dat <span class="pageNum" id="pb246">[<a href="#pb246">246</a>]</span>men niet anders kon veronderstellen of hij had slechts geveinsd te slapen, ja was
-nooit beter wakker geweest dan toen hij deed alsof hij sliep.
-</p>
-<p>Eerst wierp hij een bespiedenden blik om zich heen en hield zich onbewegelijk stil;
-maar na verloop van een paar minuten door de diepe en geregelde ademhaling zijner
-kameraden gerust gesteld, kwam hij zacht overeind. Hij aarzelde nog eenige minuten,
-en haalde toen uit zijne borst den tabakszak te voorschijn, om hem in het schijnsel
-der brandende <span class="corr" id="xd30e5679" title="Bron: takkebossen">takkebosschen</span> te bezigtigen.
-</p>
-<p>Het zakje had op zich zelve niets buitengewoons, alleen merkte de slimme mesties er
-eene kleine bijzonderheid aan, het was namelijk ongeveer half met tabak gevuld&#x2014;en
-die tabak was <i>versch</i>.
-</p>
-<p>Het kon dus onmogelijk lang geleden zijn dat don Estevan het verloren had, ja welligt
-een paar uren slechts; zoo dit waar was, gelijk hij alle reden had om te gelooven,
-kon de eigenaar niet ver verwijderd zijn, en moest hij zich niet veel meer dan een
-paar mijlen van het jagerskamp bevinden.
-</p>
-<p>Deze redenering was logisch; ook trok de mesties er dit gevolg uit, dat de gelegenheid
-die hij sedert zoo lang had te gemoet gezien, eindelijk gekomen was, en dat hij, het
-kostte wat het wilde, er zijn voordeel mede moest doen.
-</p>
-<p>Toen hij dit besluit eenmaal had vastgesteld, liet het overige zich gemakkelijk berekenen.
-</p>
-<p>De Gambucino stond op, sloop als een adder door de struiken, en schoot als een verloren
-post in de duisternis om don Estevan te zoeken.
-</p>
-<p>Het toeval dat de wereldsche zaken beheerscht en in de regeling der menschelijke handelingen,
-vooral van schurken en intriganten vaak zulk eene gewigtige rol speelt, schijnt er
-soms behagen in te vinden om door een wonderlijken zamenloop van omstandigheden, tegen
-alle waarschijnlijkheid aan, de boosaardigste plannen te doen gelukken; dit bleek
-ook hier weder het geval te zijn.
-</p>
-<p>Naauwelijks had de Gambucino een vol uur in het bosch rondgezworven, en in de duisternis,
-die hem omgaf als een lijkkleed, zoo goed mogelijk zijn weg gezocht, of op een oogenblik
-toen hij zulks het minst verwachtte zag hij aan den uitersten rand van het woud een
-vuur branden.
-</p>
-<p>Hij stapte onmiddelijk naar den lichtenden gloed, die hem tot baken diende, bij instinct
-overtuigd dat hij er den man zou vinden dien hij sedert een uur zocht.
-</p>
-<p>Zijne vermoedens hadden hem niet bedrogen: het bereikte kamp was werkelijk dat van
-don Estevan en zijne medegenooten, die zeker niet wisten dat zij zich zoo digt bij
-hunne vijanden bevonden, anders zouden zij zonder twijfel de gewone in de woestijn
-gebruikelijke voorzorgen wel hebben in acht genomen om hunne tegenwoordigheid te verbergen.
-</p>
-<p>De plotselinge verschijning van den mesties binnen den lichtkring <span class="pageNum" id="pb247">[<a href="#pb247">247</a>]</span>van het helder brandende vuur, maakte om zoo te zeggen een waar theater-effect.
-</p>
-<p>De Indianen en zelfs don Estevan waren zoo weinig verdacht op de komst van dezen man,
-dat er oogenblikkelijk een vreesselijk tumult door ontstond, gedurende hetwelk de
-Gambucino gevat, op den grond geworpen en gekneveld werd, eer hij nog een woord tot
-zelfverdediging had kunnen uitbrengen.
-</p>
-<p>De krijgslieden grepen hunne wapenen en verspreidden zich in den omtrek, om zich te
-verzekeren of het individu dat in hunne handen was gevallen alleen was, dan of men
-nog anderen te vreezen had.
-</p>
-<p>Eindelijk begon deze opschudding een weinig te bedaren, en kwamen de gemoederen in
-zoo verre tot rust, dat men den gevangene in &#x2019;t verhoor kon nemen. Deze verlangde
-niets liever, en dit was juist wat hij sedert het oogenblik zijner overrompeling dringend
-had verzocht.
-</p>
-<p>Men bragt hem dus voor de drie opperhoofden, en daar&#x2014;wij behoeven het naauwelijks
-te zeggen&#x2014;werd hij door don Estevan dadelijk herkend.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! meesmuilde de Mexicaan, dat is onze oude vriend Domingo. Hoe duivel komt gij
-hier, mijn brave kameraad?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zult gij hooren, Senor, want ik kom hier alleen om u van dienst te zijn, antwoordde
-de bandiet met zijn gewone vrijpostigheid. Daarom verzoek ik u mij te laten ontbinden,
-als het wezen kon; die touwen knellen zoo sterk en doen mij zoo vreesselijk zeer,
-dat ik onmogelijk een woord uit kan brengen als ik er niet van ontslagen word.
-</p>
-<p>Nadat men aan zijn verzoek had voldaan, begon hij zonder zich verder te laten bidden,
-in alle bijzonderheden te vertellen wat hij vernomen had en wat ook wij reeds gedeeltelijk
-weten.
-</p>
-<p>De openbaringen van den bandiet gaven zijne hoorders ruime stof tot denken, en zij
-vroegen hem nu, hoe hij te weten was gekomen dat zij zoo digt in de nabijheid waren.
-</p>
-<p>Domingo begon op nieuw, en voltooide thans zijn verslag met de verklaring, hoe hij
-den tabakszak gevonden en, nadat zijne beide kameraden don Mariano en Loer-Vogel waren
-ingeslapen, zich verwijderd had om don Estevan op te zoeken.
-</p>
-<p>Er was in het verslag van den Gambucino eene bijzonderheid die don Estevan bovenal
-levendig trof, namelijk, dat twee zijner grootste vijanden zich zoo kort in zijne
-nabijheid bevonden en dat zij alleen waren.
-</p>
-<p>Hij gaf den Rooden-Wolf terstond een wenk en fluisterde hem een paar woorden in &#x2019;t
-oor, die door den Indiaan met een onheilspellenden lach werden beantwoord.
-</p>
-<p>Tien minuten later was het vuur gedoofd; de Apachen, tot aan de tanden gewapend en
-onder geleide van Domingo, slopen als boschkatten het woud in en rigtten zich naar
-de plek, waar de jager en de caballero gerust sliepen, zonder iets te vermoeden van
-het gevaar dat hen bedreigde of het verraad daar zij de slagtoffers van konden worden.
-<span class="pageNum" id="pb248">[<a href="#pb248">248</a>]</span></p>
-<p>Wij hebben vroeger reeds gezien hoe deze onderneming mislukte, en hoe jammerlijk Domingo
-voor zijne laaghartige misdaad werd gestraft.
-</p>
-<p>Ongelukkig echter was hij in de gelegenheid geweest om te klappen, en zijne woorden
-waren maar al te zorgvuldig aangehoord.
-</p>
-<p>Zoodra echter de Apachen overtuigd waren dat zij met een sterker partij te doen hadden
-dan zij in &#x2019;t eerst vermoedden, en dat de vijand, wel verre van te slapen, zich gereed
-hield om hen te ontvangen, trokken zij in der haast terug, ten einde nader te overwegen
-welk plan zij volgen zouden om hunne vijanden voor te komen en te verschalken.
-</p>
-<p>Die beraadslaging duurde veel korter dan de Indianen gewoon waren. In weerwil van
-de nachtelijke, duisternis, stegen zij te paard en reden zoo snel mogelijk naar Quiepa-Tani,
-om reeds vroeg in de stad te zijn en hunne vrienden in tijds voor te bereiden om hen
-in den op handen zijnden strijd te ondersteunen.
-</p>
-<p>Ondanks zijne tegenbedenkingen, werd don Estevan met eenige weinige ruiters aan den
-rand van het bosch achtergelaten. De opperhoofden, hoe magtig en aanzienlijk ook,
-durfden de wetten der Indianen niet openlijk te schenden, door een blanke anders dan
-als gevangene in de stad te brengen: eene voorwaarde waaraan don Estevan zich natuurlijk
-niet wilde onderwerpen, zoodat hij genoodzaakt was achter te blijven en hunne terugkomst
-af te wachten.
-</p>
-<p>Maar, zoo de Indianen er geen gras over hadden laten groeijen, ook de jagers van hunnen
-kant, hadden niet stil gezeten, en zoo als wij bereids gezien hebben, hun tijd zoo
-wel besteed, dat Loer-Vogel, als een geneesheer uit Yuma vermomd, te gelijk met hen
-in Quiepa-Tani was binnen gekomen.
-</p>
-<p>Terwijl de Roode-Wolf er terstond zijn werk van maakte om den grooten raad der opperhoofden
-bij een te roepen, scheidde Addick zich van hem af en reed hij met allen spoed naar
-het huis van zijn vriend <i>Chicuhcoatl</i>&#x2014;Acht-Slangen&#x2014;den Amantzin of opper-priester der heilige stad Quiepa-Tani.
-</p>
-<p>Deze intusschen toen hij de terugkomst van het jonge opperhoofd vernam, had zich terstond
-met de vrouw van Atoyac verstaan, die hem juist in gezelschap van de Wilde-Roos was
-komen bezoeken.
-</p>
-<p>Hij had haar van de terugkomst van Addick onderrigt&#x2014;die haar trouwens reeds bekend
-was&#x2014;en haar ten strengste aanbevolen, om het werkdadig aandeel dat zij in het afzweringsplan
-der jonge meisjes genomen had, stipt geheim te houden.
-</p>
-<p>De Duif, die inmiddels door de Wilde-Roos was ingelicht, had zich verbonden om te
-zwijgen; en tevens den opperpriester verwittigd, dat er te Quiepa-Tani een groot geneesheer
-uit Yuma was aangekomen, Ometochtli genaamd, wiens kunde zeer nuttig zou kunnen zijn
-tot herstel van de verzwakte gezondheid der twee gevangenen van Addick. De Amantzin
-had haar plegtig bedankt voor hare mededeeling en haar gezegd dat hij Atoyac waarschijnlijk
-wel in den raad zou zien, en <span class="pageNum" id="pb249">[<a href="#pb249">249</a>]</span>dan niet in gebreke zou blijven hem te verzoeken den wonderarts bij hem te brengen.
-</p>
-<p>Hierdoor voor het oogenblik gerustgesteld, liet de opperpriester de beide vrouwen
-vertrekken en begaf hij zich naar Addick, wel voorbereid om hem te ontvangen.
-</p>
-<p>Op de eerste vraag de beste, waarmede de jonge Sachem hem zijn verlangen te kennen
-gaf om de jonge meisjes te zien, antwoordde de Amantzin, dat hij, ten einde de beide
-dames des te strenger te kunnen bewaken en haar aan de hinderlijke nieuwsgierigheid
-der rijke lediggangers in de stad, die haar gedurig met hunne bezoeken lastig vielen,
-te onttrekken, zich verpligt had gezien haar in het paleis der <span class="corr" id="xd30e5734" title="Bron: Zonne-maagden">Zonnemaagden</span> over te brengen, tot tijd en wijle zij aan haar wettigen eigenaar konden worden teruggegeven.
-</p>
-<p>Addick was zeer gevoelig voor de goede zorg die zijn vriend scheen te dragen om zich
-van de hem opgelegde taak behoorlijk te kwijten, en overstelpte den opperpriester
-met dankbetuigingen, welke deze met geveinsde zedigheid aannam, ofschoon niet zonder
-zekeren schalkschen glimlach, die het jonge opperhoofd ruime stof tot nadenken gaf.
-</p>
-<p>Derhalve besloot hij om zijne plannen niet langer te bewimpelen, maar stoutweg met
-zijn verzoek voor den dag te komen, zoodra hij gepaste woorden vond.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch34" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7283">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXXIV.</h2>
-<h2 class="main">Een gesprek.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De beide mannen stonden eenige minuten tegenover elkander, met gefronste wenkbraauwen,
-gesloten lippen en doorborende blikken, elkander van het hoofd tot de voeten metende,
-als twee duëllisten, die met gekruiste degens gereed zijn om den eersten stoot te
-geven.
-</p>
-<p>Het was inderdaad een tweegevecht dat zij zouden aanvangen, des te geduchter en hardvochtiger
-misschien, omdat hier geen andere wapens werden gebezigd dan list en geveinsdheid.
-</p>
-<p>De magt der Indiaansche priesters is schier onbegrensd, en des te geduchter, daar
-zij, ook in wereldsche zaken, geen ander gezag boven zich erkennen dan den God dien
-zij vereeren en wiens tusschenkomst zij overal waar zij zulks noodig achten, weten
-aan te wenden tot bevordering van eigen inzigten en belangen.
-</p>
-<p>Geen volk is misschien bijgelooviger dan de Roodhuiden; voor hen ligt de godsdienst
-geheel buiten de moraal; zij weten van leerstelsel noch gebod, en slaan liever blindelings
-geloof aan de ongerijmdheden die hunne priesters hun verkoopen, dan zich een oogenblik
-de moeite te geven om na te denken over geheimenissen, die zij toch nooit zouden begrijpen
-en daar zij zich ook zeer weinig over bekommeren.
-<span class="pageNum" id="pb250">[<a href="#pb250">250</a>]</span></p>
-<p>Wij hebben reeds gezegd dat de opperpriester van Quiepa-Tani een man was van buitengewone
-schranderheid, dat hij voortdurend in de stad zijn verblijf hield, van alle geheime
-zaken kennis droeg, en bij gevolg het vertrouwen der meeste familiën bezat; zijn gezag
-en populariteit waren op de stevigste en bijna onwrikbare grondslagen gevestigd: Addick
-wist dit zeer goed; meermaals had hij zich op den veelvermogenden invloed van den
-geestelijke beroepen, en begreep dus hoe gevaarlijk het voor hem zijn kon om met zulk
-een man in onmin te geraken.
-</p>
-<p>Chicuhcoatl stond, de armen op de borst gekruist, met een strak en hartstogtelijk
-gezigt voor den jeugdigen hoofdman, wiens oogen vlammen schoten en wiens gelaatstrekken
-de hevigste gramschap teekenden.
-</p>
-<p>Nogtans was Addick, na eenige minuten van ongehoorde inspanning en door het onverzettelijk
-te willen, er in geslaagd om het vuur zijner blikken te verzachten; zijn woest gelaat
-helderde dus weder op en hij reikte den priester de hand, terwijl hij hem toesprak
-met eene zachte, verzoenende stem, in welke geen spoor van zijne inwendige verbolgenheid
-was overgebleven.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader bemint mij, zeide hij; wat hij deed is goed, en ik zeg er hem dank voor.
-</p>
-<p>De Amantzin boog wellevend en raakte even met de toppen zijner magere vingers de hand
-aan, die de jonge Sachem hem toestak.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wacondah heeft mij bezield, antwoordde hij op schijnheiligen toon.
-</p>
-<p>&#x2014;De heilige naam van Wacondah zij gezegend! hernam de Sachem. Zal mijn vader mij de
-gevangenen niet laten zien? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zou ik gaarne doen; maar ongelukkigerwijs is dit onmogelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoedat! riep de jongman met een zweem van ongeduld, dien hij niet geheel kon verbergen.
-</p>
-<p>&#x2014;De wet luidt stellig: &#x201c;de toegang tot het paleis der Zonnemaagden is den mannen verboden.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is wel zoo; maar deze jonge meisjes behooren geenszins tot de maagden der Zon;
-zij zijn niets meer dan vrouwen der bleekgezigten die ik hier heen heb gebragt.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik; wat mijn zoon zegt is juist.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, zoo als mijn vader dan ziet, is er ook geen reden waarom mij de gevangenen
-niet zouden worden teruggegeven.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn zoon vergist zich; haar verblijf onder de Zonnemaagden heeft haar uit den aard
-der zaak onder de tucht der wet geplaatst. Gedwongen door gebiedende omstandigheden,
-heb ik in het eerste oogenblik, toen ik haar naar het paleis liet overbrengen, daaraan
-niet gedacht. Ik heb mij alleen naar de aanbeveling van mijn zoon geregeld en zijne
-gevangenen tot iederen prijs zoeken te redden. Nu spijt het mij zeer dat ik zoo gehandeld
-heb, maar het is te laat; al zou ik het willen veranderen, ik kan niet.
-</p>
-<p>Addick gevoelde een schier ontembaren lust om den noodlottigen <span class="pageNum" id="pb251">[<a href="#pb251">251</a>]</span>geestelijken kwakzalver, die hem op zijne huichelachtige en zoetsappige manier zoo
-onbeschaamd durfde bespotten, met zijn strijdkolf den kop te verbrijzelen. Gelukkig
-echter voor den priester&#x2014;en waarschijnlijk ook voor hem zelven, want hoe welverdiend
-ook, zou deze wraakneming niet ongestraft zijn gebleven&#x2014;weerhield hij zich.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar ik bid u er om, hervatte hij een oogenblik daarna, mijn vader is goed, en hij
-zal mij toch niet tot wanhoop willen vervoeren; zou er dan geen middel zijn om dit
-schijnbaar onoverkomelijk bezwaar op te heffen?
-</p>
-<p>De opper-priester scheen te aarzelen. Addick doorboorde hem met zijne blikken en wachtte
-zijn antwoord af.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, hervatte hij eindelijk, er is misschien een middel.
-</p>
-<p>&#x2014;Welk? riep de jongman verheugd; laat mijn vader het noemen; spreek.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is dit, antwoordde de grijsaard met klemmenden nadruk op ieder woord, en met
-schijnbaren tegenzin; gij zoudt van den grooten raad een volmagt moeten bekomen om
-de gevangenen uit het paleis terug te nemen.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> daar heb ik niet aan gedacht. Inderdaad, de groote raad kan mij die volmagt verleenen;
-ik zeg mijn vader dank. Dat verlof zal mij zeker niet worden geweigerd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik help het u wenschen, zei de priester, op een toon die den jongman veel stof tot
-nadenken gaf.
-</p>
-<p>&#x2014;Veronderstelt mijn vader dan, dat de groote raad mij zou willen krenken, door mij
-zulk een gering verzoek te weigeren? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik veronderstel niets, mijn zoon. De Wacondah heeft de harten der opperhoofden in
-zijne regterhand. Hij alleen kan die ten uwen gunste neigen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader heeft gelijk. Ik ga onmiddelijk naar den raad, hij moet op dit oogenblik
-juist bijeenzijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is zoo, hernam de Amantzin, de eerste <i>hachesto</i> (<i>heraut</i>) der magtige Sachems is mij komen dagvaarden, eenige oogenblikken voordat ik het
-genoegen had mijn zoon te zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader gaat dus ook naar den raad?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal mijn zoon vergezellen, zoo hij er niets tegen heeft.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zal mij eene eer zijn. Ik kan zeker op de stem van mijn vader rekenen, niet waar?
-</p>
-<p>&#x2014;Heeft die stem ooit aan Addick ontbroken?
-</p>
-<p>&#x2014;Nooit. Intusschen is het vooral heden, dat ik van de ondersteuning mijns vaders zeker
-wensch te zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn zoon weet dat ik hem bemin, ik zal handelen volgens mijn pligt, antwoordde de
-opper-priester uitwijkend.
-</p>
-<p>Tot zijn verdriet, was Addick genoodzaakt zich met dit dubbelzinnig antwoord te vergenoegen.
-</p>
-<p>De beide mannen traden nu het huis van den opper-priester uit, en gingen het plein
-over naar het paleis der Sachems, waar de raad vereenigd was.
-<span class="pageNum" id="pb252">[<a href="#pb252">252</a>]</span></p>
-<p>Een talrijke menigte Indianen, uit nieuwsgierigheid zaam gevloeid, vulde het anders
-zoo eenzame plein en begroette de meest beroemde Sachems in &#x2019;t voorbijgaan met luide
-toejuiching.
-</p>
-<p>Toen de opper-priester verscheen, verzeld van den jeugdigen Addick, deinsden de Indianen
-met een mengeling van eerbied en vrees voor hen terug en groetten hen stilzwijgend.
-</p>
-<p>Chicuhcoatl werd door het volk nog meer gevreesd dan bemind, zoo als gewoonlijk het
-geval is met personen die eene schier onbegrensde magt bezitten.
-</p>
-<p>De Amantzin scheen echter de opschudding die zijne tegenwoordigheid veroorzaakte en
-de vreesachtige fluisteringen die zijn pad verzelden niet op te merken. Met neergeslagen
-oogen, zedigen, ja zelfs nederigen tred, stapte hij het paleis binnen, achter den
-jongen Sachem, wiens brutale houding en dartel hoogmoedige blikken een treffend contrast
-maakten met den gemaakten deemoed van den opper-priester.
-</p>
-<p>De plaats waar de groote raad vergaderde, was een ruwe, vierkante, maar overigens
-zeer eenvoudige zaal, die zich van het noorden naar het zuiden uitstrekte; achter
-in de zaal, op den witgekalkten muur, hing een soort van tapijt, uit de slagpennen
-en donsvederen van zeldzame vogels zamengestikt, op hetwelk in het midden, almede
-met behulp van schitterend gekleurde vederen, de vereerde beeldtenis der zon was voorgesteld,
-stralende boven de groote heilige Schildpad, het symbool of zinnebeeld der wereld.
-</p>
-<p>Onder dit tapijt, ondersteund door vier gekruiste en op den vloer rustende speren,
-lag de heilige calumet, of vredespijp, die nooit bezoedeld mogt worden door met de
-aarde in aanraking te komen. Deze pijp, welker roode kop van zekere kostbare, alleen
-in Opper-Missourie voorkomende klei is gebakken, had een roer van tien voeten lang
-en was geheel met bonte vederen, kralen en gouden schelletjes versierd, en aan het
-einde hing een kleine medicijnzak van elandsvel en met hieroglyphische figuren bezaaid.
-</p>
-<p>In het midden der zaal, in den vloer, was eene ovaalronde opening of haard, waar een
-kunstmatig opgestapelde hoop hout gereed lag, die tot het heilige vuur van den raad
-moest dienen en alleen door den opper-priester mogt worden ontstoken.
-</p>
-<p>De zaal werd verlicht door twaalf hooge, met zware vigonia wollen gordijnen behangen
-vensters, die slechts een somber en schemerachtig halflicht doorlieten, geheel in
-overeenstemming met den plegtvollen indruk van het ruime en statige vertrek.
-</p>
-<p>Op het oogenblik dat de Amantzin en Addick de vergaderzaal bereikten, waren de overige
-leden van den raad reeds allen bijeen en wandelden zij bij groepjes de zaal op en
-neder, zacht zamen pratende om de twee nog ontbrekende raadsheeren af te wachten.
-</p>
-<p>Zoodra de opper-priester was binnengetreden, verzamelden allen zich in het midden
-der zaal en nam ieder zijne plaats rondom den haard, hierin voorgegaan door den oudsten
-Sachem.
-</p>
-<p>Deze Sachem was een hoogbejaard man, die door twee krijgslieden <span class="pageNum" id="pb253">[<a href="#pb253">253</a>]</span>onder de armen moest ondersteund worden. Wat eene vreemde zaak is onder de Indianen,
-hij had een langen sneeuwwitten baard, die als een zilveren stroom op zijne borst
-afvloeide; zijne trekken teekenden buitengewone majesteit; overigens betoonden de
-andere opperhoofden hem den diepsten eerbied en ontzag.
-</p>
-<p>De oude, eerwaardige Sachem heette Axayacatl, dat zooveel wil zeggen als &#x201c;het gelaat
-des waters&#x201d;<a class="noteRef" id="xd30e5817src" href="#xd30e5817">1</a>; hij beweerde af te stammen van de aloude Incas die het land van Anahuac<a class="noteRef" id="xd30e5824src" href="#xd30e5824">2</a> regeerden voor de verovering door de Spanjaarden; en even als zijn naamgenoot, de
-achtste koning van Mexico, was het teeken dat hij voor zijn naam plaatste, een waterbaar.
-Wat zijne bewering scheen te bevestigen, was dat zijn gelaat niet die hoog roode tint
-als nieuw koper had, die de Indiaansche rassen onderscheidt, en ook in edelheid van
-vorm meer de Europesche type naderde.
-</p>
-<p>Wat er van deze afstamming ook wezen mag, zooveel is zeker, dat hij in zijne jeugd
-een der dapperste en meest beroemde krijgslieden was geweest der Comanchen, die ontembare
-en hoogmoedige natie, die zich den naam van Koningin der Prairiën geeft, en beweren
-durft dat zij alleen het regt heeft om de woestijn te beheerschen en ongestraft te
-doorkruisen.
-</p>
-<p>Toen de gevorderde jaren van Axayacatl en zijne talrijke kwetsuren hem beletten om
-langer aan den oorlog deel te nemen, hadden de Indianen, door welke hij algemeen geliefd
-en geëerbiedigd werd, hem eenstemmig tot opper-bevelhebber van Quiepa-Tani verkozen.
-</p>
-<p>Sedert meer dan twintig jaar oefende hij deze magt uit tot genoegen van al de Indiaansche
-natiën.
-</p>
-<p>Na zich met een oogopslag te hebben overtuigd dat al de opperhoofden rondom den haard
-gezeten waren, nam de grijze Sachem uit handen van den hachesto, die naast hem overeind
-stond, een brandende harsfakkel en plaatste die op den houtstapel welke voor het heilige
-raadvuur was aangelegd, sprekende daarbij met eene zwakke maar nogtans duidelijke
-stem de volgende woorden:
-</p>
-<p>&#x2014;Wacondah! uwe kinderen vereenigen zich om over gewigtige belangen te beraadslagen,
-geef dat de vlam, die uw wezen is, hunne harten ontsteke en naar hunne lippen wijze
-woorden doe oprijzen, die uwer waardig zijn.
-</p>
-<p>Het hout, dat waarschijnlijk met harsachtige stoffen bestreken was, vatte bijna onmiddellijk
-vuur, zoodra de Sachem er den brand instak, en vlamde binnen weinige oogenblikken
-helder flikkerend omhoog naar het gewelf der zaal.
-</p>
-<p>Terwijl de Sachem de bovengemelde woorden uitsprak, hadden twee ondergeschikte priesters
-de heilige calumet van den standaard genomen, haar met den afzonderlijk voor deze
-plegtigheid bereiden tabak gevuld, haar toen op de schouders naar den Amantzin <span class="corr" id="xd30e5836" title="Bron: godragen">gedragen</span> en eerbiedig <span class="pageNum" id="pb254">[<a href="#pb254">254</a>]</span>aangeboden. De opper-priester nam daarop met een zilveren spatel,&#x2014;of toovertangetje,&#x2014;om
-de kwade voorteekens te bezweren, een stukje gloeijende houtskool van den haard en
-stak de pijp aan, onder het uitspreken der volgende aanroepingen:
-</p>
-<p>&#x2014;Wacondah! verheven en onbekend wezen, gij dien de wereld niet kan omvatten en wiens
-aldoordringend oog het kleinste insekt bespiedt dat zich onder het gras verschuilt,
-wij roepen u aan, u dien geen sterveling begrijpt. Gebied gij der Zon, uw zigtbare
-vertegenwoordigster, dat zij ons gunstig zij en den heiligen rook dien wij haar uit
-de groote calumet opdragen, niet van zich verdrijve.
-</p>
-<p>De Amantzin, die den kop der pijp steeds in zijne hand hield; presenteerde het roer
-beurt om beurt aan al de opperhoofden, beginnende met den oudste, namelijk met Axayacatl.
-De Sachems deden elk een paar trekjes uit de calumet, met inachtneming van den gepasten
-ernst en het decorum dat de plegtigheid vereischte, namelijk met de blikken eerbiedig
-ter aarde gerigt en den regterarm op het hart. Toen het mondstuk der calumet eindelijk
-bij den opper-priester terugkwam, liet deze den kop door een zijner acolyten vasthouden
-en rookte zelf zoo lang tot al de tabak in de pijp was verteerd. Toen naderde op nieuw
-de hacheto, en schudde de asch in een kleinen zak van elandsvel, dien hij toebond
-en vervolgens in het vuur wierp, onder het uitspreken, met luide en nadrukkelijke
-stem, der volgende woorden:
-</p>
-<p>&#x2014;Wacondah! de afstammelingen der zonen van Atzlan<a class="noteRef" id="xd30e5845src" href="#xd30e5845">3</a> smeeken om uwe gunst; doe gij uwe lichtende stralen schijnen in hunne harten, opdat
-zij als wijze mannen spreken mogen.
-</p>
-<p>Daarop namen de twee dienende priesters de calumet eerbiedig terug en plaatsten haar
-weder op de stelling onder het beeld der zon.
-</p>
-<p>De oude Sachem vatte nu het woord weder op.
-</p>
-<p>&#x2014;De raad is vergaderd, begon hij; twee vermaarde opperhoofden zijn eerst dezen morgen
-van een verre reis te Quiepa-Tani aangekomen, en zeggen dat zij aan den raad gewigtige
-zaken hebben mede te deelen; laat hen derhalve spreken; onze ooren zijn geopend.
-</p>
-<p>Wij zullen hier geenszins in eene uitvoerige beschrijving treden van de debatten die
-gedurende deze raadzitting gevoerd werden, evenmin als wij verslag zullen geven van
-de listige redevoeringen, gehouden door den Rooden-Wolf en door Addick; dit zou ons
-te veel afleiden en bovendien voor den lezer al ligt vervelend worden. Het zij dus
-voldoende te zeggen dat, hoewel de hartstogten niet buiten het spel bleven en de behendig
-door de twee Sachems in het midden geworpen twistappel, aanleiding gaf tot levendige
-aanvallen, die door niet minder levendige tegenwerpingen werden beantwoord, alles
-desniettemin toeging met de gewone welvoegelijkheid en orde die de vergaderingen der
-Indianen kenmerkt; terwijl wij den uitslag der debatten kunnen zamentrekken in de
-verklaring, dat de plannen van de Roode-Wolf en Addick <span class="pageNum" id="pb255">[<a href="#pb255">255</a>]</span>volkomen schipbreuk leden door het gezond verstand, of liever den onwil der meeste
-Sachems, die tot bereiking van hun baatzuchtig doel niet verkozen mede te werken.
-</p>
-<p>De opperpriester ging hierbij met bijzonderen takt te werk; zich houdende alsof hij
-voor Addick partij koos, wist hij de kwestie derwijze te verwikkelen, dat de raad
-eenparig verklaarde: dat de jonge blanke dames, thans in het paleis der Zonnemaagden
-opgesloten, niet moesten worden beschouwd als kostgangsters van den Sachem die haar
-in de stad had gebragt, maar als gevangenen van het geheele bondgenootschap, en dat
-zij als zoodanig onder toezigt des opperpriesters zouden blijven, aan wien men nadrukkelijk
-opdroeg, om ze met de grootste zorg te bewaken en onder geen voorwendsel te gedoogen
-dat de jonge Sachem bij haar toegang kreeg. Chicuhcoatl, toen hij Addick aanspoorde
-om zich aan den raad te wenden, wist vooraf zeer goed wat de uitslag van dezen stap
-zijn zou; doch daar hij zich het jonge opperhoofd ongaarne tot vijand wilde maken,
-door hem zijn verzoek botaf te weigeren, had hij de verantwoordelijkheid dezer weigering
-zich behendig van den hals geschoven, door haar op de schouders van den geheelen raad
-te leggen, en dank zij dezen maatregel, Addick buiten de mogelijkheid gesteld om hem
-te eeniger tijd rekenschap te vragen van dit dubbelzinnig gedrag te zijnen opzigte.
-</p>
-<p>De Roode-Wolf was met zijn voorstel bij den raad gelukkiger geweest; de reden hiervan
-is eenvoudig genoeg, daar zijn verzoek de belangen der stad zelve betrof. Hij had
-namelijk verzocht, dat er een bende van vijfhonderd krijgslieden, onder bevel van
-een beroemd opperhoofd, zou worden in dienst gesteld, om voor de veiligheid der stad
-te waken; daar deze thans ernstig bedreigd werd, door de verschijning, in den omtrek
-van Quiepa-Tani, van een veertigtal gewapende blanken, wier oogmerk blijkbaar geen
-ander was, dan de stad te overrompelen en zich van haar meester te maken.
-</p>
-<p>De Sachems stonden den Rooden-Wolf niet alleen toe wat hij verzocht, maar zelfs meer
-dan hij ooit had durven hopen: in plaats van vijfhonderd strijders, bepaalde men dat
-er duizend zouden worden opgeroepen; dat de helft dezer krijgslieden, onder kommando
-van Atoyac, het land in alle rigtingen zouden doorkruisen, om den naderenden vijand
-in &#x2019;t oog te houden, terwijl de andere helft, onder onmiddelijk bevel van den gouverneur,
-in de stad zelve de wacht zou houden.
-</p>
-<p>Na deze besluiten ging de raad uiteen.
-</p>
-<p>De opperpriester naderde thans Atoyac, en vroeg hem of hij werkelijk zulk een beroemd
-tlacateotzin bij zich had. Deze antwoordde, dat er dien zelfden dag een vermaard geneesheer
-uit Yuma te Quiepa-Tani was aangekomen, en dat hij hem gastvrijheid had verleend in
-zijn eigen calli. De Vliegende-Arend voegde zich thans bij Atoyac, om den opperpriester
-te verzekeren, dat deze geneesmeester, dien <span class="corr" id="xd30e5864" title="Bron: bij">hij</span> sinds jaren kende, met regt onder de Indianen een grooten naam had verworven, en
-dat hij zelf hem de wonderbaarste geneeskuren had zien uitvoeren.
-<span class="pageNum" id="pb256">[<a href="#pb256">256</a>]</span></p>
-<p>De Amantzin, die volstrekt geen reden had om den Vliegenden-Arend te wantrouwen, sloeg
-natuurlijk aan zijne woorden het volste geloof, en verzocht Atoyac, nog staande de
-raadzitting, om den tlacateotzin zonder verwijl naar het paleis der Zonnemaagden te
-geleiden, ten einde zijne kunst te beproeven aan de twee jonge blanke meisjes die
-door den grooten volksraad onder zijne bijzondere voogdij waren gesteld, en wier gezondheidstoestand
-hem sinds eenige dagen ernstige bezorgdheid inboezemde.
-</p>
-<p>Addick had deze laatste woorden, die met luider stem werden uitgesproken, gehoord,
-en trad dus snel naar den opperpriester.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat zegt mijn vader daar? riep hij met levendige belangstelling.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg, antwoordde de Amantzin op zijn gewonen zoetsappigen, maar hoogdravenden toon,
-dat de twee blanke maagden, die mijn zoon aan mijne bewaring toevertrouwde, door den
-Wacondah met een ernstige krankheid zijn bezocht geworden.
-</p>
-<p>&#x2014;Zou haar leven in gevaar zijn? vroeg de jonge Sachem met blijkbaren angst.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wacondah alleen heeft het leven zijner schepselen in handen: ik geloof echter
-dat het gevaar nog wel te bezweren zou zijn; wat meer zegt, gelijk mijn zoon gewis
-zelf reeds zal hebben gehoord, is er een doorluchtige tlacateotzin der Yumas van de
-oevers der onbegrensde zoutzee herwaarts gekomen, die met behulp zijner wetenschap,
-zonder twijfel nieuwe kracht en gezondheid zal kunnen geven aan de schoone gevangenen,
-welke mijn zoon op de Spaansche barbaren heeft veroverd.
-</p>
-<p>Bij dit ongunstige nieuws, kon Addick zijn spijt en teleurstelling niet onderdrukken,
-en gaf zijne houding den opperpriester duidelijk genoeg te kennen, dat hij zich niet
-geheel om den tuin liet leiden, en min of meer de rigtige toedragt der zaken in twijfel
-trok. Uit eerbied echter, of uit vrees dat hij zich zou kunnen bedriegen, of misschien
-ook omdat de plaats, waar hij zich thans bevond, hem niet gunstig scheen voor nadere
-verklaringen tusschen hem en den opperpriester, hield Addick zich in, en vergenoegde
-hij zich met den grijsaard te verzoeken om toch niets te verzuimen wat tot behoud
-der gevangenen strekken kon, er bijvoegende, dat hij zich dankbaar zou toonen voor
-de zorg die hij aan haar besteedde. Daarop het gesprek kort afbrekende, maakte hij
-voor den opperpriester eene ligte buiging, keerde hem den rug toe, en stapte de zaal
-uit, onder zacht maar levendig gesprek met den Rooden-Wolf, die hem op eenige schreden
-afstands had staan wachten.
-</p>
-<p>De Amantzin volgde den jongman eenige sekonden met een onbeschrijfelijken blik; toen
-zijn gesprek met Atoyac en den Vliegenden-Arend vervolgende, verzocht hij hun om den
-geneesheer uit Yuma zoo mogelijk nog dienzelfden avond bij hem te zenden; hetgeen
-zij hem beloofden; daarop verlieten zij hem, om naar hunne calli terug te keeren,
-waar de tlacateotzin zonder twijfel op hen wachtte.
-</p>
-<p>Intusschen had al hetgeen er in den raad was gebeurd, den Vliegenden-Arend ruime stof
-tot nadenken gegeven, en hem doen inzien, dat de <span class="pageNum" id="pb257">[<a href="#pb257">257</a>]</span>twee Apachen-hoofden grootendeels met het geheim van Loer-Vogel bekend waren, zoodat
-deze, wanneer hij wilde slagen, geen oogenblik moest verliezen om aan zijne taak te
-beginnen, daar zij anders onherroepelijk schipbreuk zou lijden.
-</p>
-<p>Na eene wandeling van tien minuten bereikten zij eindelijk de calli, waar zij Loer-Vogel
-aantroffen. De jager, zoo als wij straks reeds gezegd hebben, maakte volstrekt geen
-zwarigheid om aan het verzoek, dat Atoyac hem namens den opperpriester gebragt had,
-onmiddelijk gehoor te geven; hij nam zijn kistje met geneesmiddelen onder den arm
-en haastte zich om hem te volgen.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e5817">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5817src">1</a></span> Axayacatl is zamengesteld uit <i>atl</i>, water, en <i>axaya</i>, vlak.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5817src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e5824">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5824src">2</a></span> Anahuac beteekent letterlijk: land tusschen de wateren, (de twee zeeën).&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5824src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e5845">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5845src">3</a></span> De plaats waar de Mexicanen zeggen dat zij uit afkomstig zijn; deze naam komt van
-<i>aztatl</i>, reiger.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5845src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch35" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7292">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXXV.</h2>
-<h2 class="main">De Zamenkomst.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Loer-Vogel volgde Atoyac naar het paleis der Zonnemaagden. In weerwil van zijn gewonen
-moed, gevoelde hij zich toch min of meer beklemd, bij de gedachte aan den moeijelijken
-toestand in welken hij zou kunnen geraken, en aan de schrikkelijke gevolgen, die de
-altoos mogelijke ontdekking zijner ware persoonlijkheid door de Indianen, voor hem
-onvermijdelijk zou na zich slepen. Intusschen verstaalde hij zich tegen de onwillige
-ontroering die hem inwendig bewoog, en gelukte het hem spoedig zijne zoo noodige zelfbeheersching
-te hernemen, en uitwendig eene kalme onverschilligheid te bewaren, die hij wel verre
-was van te bezitten.
-</p>
-<p>De beide mannen traden zwijgend naast elkander voort; de jager, vreezende dat deze
-ongewone stilte, wanneer zij te lang aanhield, bij zijn gids ligt eenige vermoedens,
-van welken aard ook, zou kunnen opwekken, zocht hem ongemerkt aan &#x2019;t spreken te krijgen,
-om zoodoende aan zijne gedachten eene andere wending te geven.
-</p>
-<p>&#x2014;Heeft mijn broeder veel gereisd? begon hij bij wijze van inleiding.
-</p>
-<p>&#x2014;Welke krijgsman van onzen stam, heeft zijn leven niet in verre togten zien voorbijgaan?
-was de bedachtzame wedervraag van den Indiaan. Onze broeders, de bleekgezigten,&#x2014;mijn
-vader weet het even goed als ik,&#x2014;vervolgen ons als wilde dieren en noodzaken ons onophoudelijk
-om voor den aandrang hunner verovering terug te trekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar, zei de jager, zwaarmoedig het hoofd schuddende. Wijs mij toch in de
-onbekende woestijn eene plek, waar het ons vergund wordt om het gebeente onzer vaderen
-te verbergen, met de zekerheid dat de ploeg der blanken er niet ten eenigen dage komen
-zal, om er zijne onverbiddelijke voren door te trekken, ze te verbrijzelen en in alle
-winden te verstrooijen?
-</p>
-<p>&#x2014;Helaas! hervatte Atoyac, het roode geslacht is vervloekt: eens komt de dag wanneer
-men ons te vergeefs zal zoeken in de onmetelijke <span class="pageNum" id="pb258">[<a href="#pb258">258</a>]</span>vlakten, waar wij voorheen talrijker waren dan de sterren die aan het gewelf des hemels
-schitteren; ons volk schijnt onherroepelijk veroordeeld om van den aardbodem te verdwijnen;
-de bleekgezigten zijn slechts de verschrikkelijke werktuigen in de hand van den Wacondah,
-om zijn onverzoenlijke gramschap over het roode geslacht te voltrekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder spreekt maar al te veel waarheid; voorheen was ons ras alvermogend,
-thans is het lager gedaald dan de laagste slaven, zonder dat het zelfs de hoop behield
-om zich ooit weder op te heffen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat is er geworden van de magtige keizers van Anahuac die eens de geheele wereld
-beheerschten? Van de ontelbare steden, voormaals door hen gebouwd, zijn er thans slechts
-vijf in het land van Tlapallan<a class="noteRef" id="xd30e5898src" href="#xd30e5898">1</a> overgebleven, &#x2019;t zijn de laatste toevlugtsoorden der kinderen van Quetzalcoatl<a class="noteRef" id="xd30e5903src" href="#xd30e5903">2</a>, die er zich moeten verbergen als schuwe en vervolgde herten, in plaats van stoutmoedig
-den grond te betreden door hunne voorvaderen bezeten in oude dagen.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar dank zij den Wacondah! wiens magt oneindig is, die vijf steden liggen buiten
-het bereik van de schendende hand der Gachupinen.
-</p>
-<p>Atoyac schudde treurig het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader bedriegt zich, zeide hij; waar is een onbekend oord daar de bleekgezigten
-niet binnendringen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat kan wel zijn, zij schijnen overal hun doel te bereiken; maar tot nu toe is nog
-geen bleekgezigt tot Quiepa-Tani doorgedrongen; zij hebben de bergen niet kunnen overtrekken
-en in de woestijnen niet kunnen doordringen, achter welke de heilige stad zich kalm
-en vreedzaam verheft, en met de vergeefsche pogingen spot, door hare vijanden beproefd
-om haar te ontdekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Naauwelijks twee zonnen vroeger zou ik ook zoo hebben gesproken en, even als mijn
-vader, over de onwetendheid der blanken mij verheugd hebben; maar helaas! nu is dit
-niet langer mogelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoedat? Wat is er dan sedert die korte tijdruimte gebeurd, dat mijn broeder noopt
-om zoo schielijk van gedachte te veranderen? vroeg de jager op eens vol belangstelling,
-daar hij vreesde een of ander kwaad nieuws te zullen vernemen.
-</p>
-<p>&#x2014;De bleekgezigten zijn in de nabijheid der stad; men heeft hen gezien, zij zijn talrijk
-en wel gewapend.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is zoo niet: mijn broeder bedriegt zich; alleen lafhartigen of oude vrouwen,
-die voor hun eigen schaduw beven, hebben dit gerucht uitgestrooid, hernam de Canadees,
-terwijl hij inwendig huiverde van schrik.
-</p>
-<p>&#x2014;Zij die deze tijding hebben aangebragt zijn geenszins lafhartigen <span class="pageNum" id="pb259">[<a href="#pb259">259</a>]</span>of praatzieke oude vrouwen, hervatte Atoyac, maar het zijn beroemde opperhoofden;
-nog dezen dag hebben zij in onze groote raadsvergadering verzekerd, dat eene sterke
-troep bleekgezigten zich in de bosschen verschuilt, wier schaduwrijk geboomte ons
-tot hiertoe voor de doordringende blikken onzer vijanden verborgen hield.
-</p>
-<p>&#x2014;Die lieden, hoe talrijk zij ook wezen mogen, zoo zij geen geregelde legermagt uitmaken,
-zullen niet wagen om zulk eene welversterkte stad als de onze aan te tasten, die binnen
-hare dikke muren een aanzienlijk getal uitgelezen krijgslieden bevat.
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is mogelijk, wie weet het? Maar in ieder geval, zoo de bleekgezigten ons niet
-aanvallen, zullen wij het hen doen; niet een van hen moet het land der blanken wederzien;
-daarin alleen berust onze veiligheid voor de toekomst.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zoo moet het ook gaan; maar zijt gij wel zeker, dat de opperhoofden waar gij
-van spreekt en wier namen ik niet ken, u niet bedrogen hebben en geen verraders zijn?
-</p>
-<p>Atoyac wierp den Canadees een doorborenden blik toe, dien deze met een bedaard en
-onbewegelijk gezigt doorstond.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, Atoyac, riep hij een oogenblik later, de Roode-Wolf en Addick zijn geene verraders?
-</p>
-<p>De jager scheen zich een poosje te bedenken, en riep toen op een stelligen toon, die
-blijkbaar op den Indiaan indruk maakte:
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, dat is ook zoo, deze twee Sachems zijn geene verraders, maar zij staan op het
-punt van het te worden; al de gevaren die ons bedreigen, hebben zij ons op den hals
-gehaald, door hun onverzadelijken hartstogt en dorst naar wraak.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn broeder zich nader verklare, riep de Sachem geheel buiten zich zelven van
-verbazing, zijne woorden zijn al te ernstig.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik deed verkeerd die te uiten, antwoordde de jager met geveinsde zedigheid. Ik ben
-maar een vredelievend man, aan wien de Wacondah de taak opdroeg om, naar de kennis
-die hij bezit, ongelukkigen te helpen en het lijden der menschheid te verzachten;
-ik ben maar een zwakke boom, die niet pogen mag den ouden krachtvollen eik te ontwortelen,
-wiens gewigt in zijn val genoeg zou zijn om mij te verpletteren. Dat mijn broeder
-mij vergeve, ik heb mij door mijne verontwaardiging al te onvoorzigtig laten wegslepen.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, neen, riep de Sachem, hem met kracht bij den arm grijpende, dat kan zoo niet
-zijn, nu mijn vader eenmaal begonnen is te spreken moet hij voortgaan en mij alles
-zeggen.
-</p>
-<p>Met de hem eigen snelkiezende gerustheid, had de jager spoedig een geheel plan beraamd,
-volkomen berekend op het wantrouwig karakter der Indianen; hij veinsde dus de dringende
-nieuwsgierigheid van het opperhoofd te wederstaan en niet verder in de bijzonderheden
-te willen komen; maar hoe meer de gewaande geneesmeester weigerde iets te zeggen,
-hoe sterker het opperhoofd aanhield om hem aan &#x2019;t spreken te krijgen. Eindelijk hield
-zich de Canadees alsof hij zich door de&#x2014;soms met gebeden gemengde&#x2014;bedreigingen van
-zijn gastheer liet vervaard <span class="pageNum" id="pb260">[<a href="#pb260">260</a>]</span>maken, en onder menige betuiging van vrees, dat hij zich den haat der twee bedoelde
-opperhoofden zou op den hals halen, stemde hij ten slotte toe en gaf hij al de inlichtingen
-die Atoyac zoo dringend verlangde.
-</p>
-<p>&#x2014;Zie hier wat er van de zaak is, zeide hij: ik zal mijn broeder de feiten opgeven,
-zoo als die tot mijne kennis zijn gekomen: alleen verzoek ik mijn broeder zich plegtig
-te verbinden, dat hij na alles gehoord te hebben, mij, vreedzaam en vreesachtig mensch,
-niet in deze zaak zal betrekken, zoo zelfs dat mijn naam niet zal worden genoemd en
-de opperhoofden, wier gedrag ik ga ontmaskeren, niet zullen weten dat ik te Quiepa-Tani
-ben.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn vader vrijuit en in het volste vertrouwen spreke, zei Atoyac; ik zweer hem
-bij den grooten naam van den Wacondah en bij den grooten <i>Ayotl</i>,&#x2014;schildpad&#x2014;dat, wat er ook moge gebeuren, zijn naam in deze zaak niet zal worden
-genoemd: niemand zal ooit vernemen op welke wijs ik de berigten verkregen heb die
-hij mij geeft. Atoyac is een der voornaamste Sachems te Quiepa-Tani; als het hem behaagt
-iets te zeggen, hebben zijne woorden geene nadere bevestiging noodig dan zijn eigen
-getuigenis.
-</p>
-<p>Gelijk in dergelijke omstandigheden meestal gebeurt, was het opperhoofd, behalve de
-onrust die de geveinsde terughouding bij hem had opgewekt, niet rouwig over den invloed
-dien hij zich door zulke belangrijke mededeelingen verschaffen, en de gewigtige rol
-die hij waarschijnlijk bij de daaruit volgende gebeurtenissen spelen zou.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> hervatte de jager met een wenk van tevredenheid, als het er zoo mede staat, zal ik
-spreken.
-</p>
-<p>Nu begon de Canadees voor zijn inschikkelijken en ligtgeloovigen toehoorder eene lange
-ingewikkelde historie, in welke waarheid en schijn zoo behendig door elkander waren
-gemengd, dat de scherpzinnigste mensch niet in staat zou zijn geweest de een van den
-ander te onderscheiden; maar waaruit Atoyac ten slotte kon opmaken, dat, zoo de blanken
-tot binnen den omtrek der stad waren doorgedrongen, dit alleen te wijten was aan de
-bende van Addick en den Rooden-Wolf, die hun den weg hadden gewezen, door hunne voetstappen
-niet zorgvuldig genoeg uit te wisschen en er juist zooveel zigtbaar te laten als noodig
-was om de blanken op het spoor te helpen. De Canadees had de gezamenlijke feiten zoo
-bekwaam weten te groeperen, dat de twee bedoelde opperhoofden, wanneer zij ernstig
-werden ondervraagd, in dit kunstige net van leugen en waarheid zouden verwarren en
-ontegenzeggelijk van verraad worden overtuigd, juist zoo als de schrandere Loer-Vogel
-het verwachtte en, wij mogen dit niet verzwijgen, inwendig hoopte.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal mij geene aanmerkingen veroorloven, verzekerde hij ten slotte; mijn broeder
-is zulk een wijs opperhoofd en beproefd krijgsman, dat hij de zaken veel beter zal
-kunnen beoordeelen en er al het gewigt van beseffen dan ik, arme worm; alleen bid
-ik hem nogmaals, zich wel te herinneren wat hij mij gezworen heeft.
-<span class="pageNum" id="pb261">[<a href="#pb261">261</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Atoyac heeft slechts een woord, antwoordde de Sachem, dat mijn vader daarom gerust
-zij; maar wat ik vernomen heb is van het hoogste gewigt; laten wij geen tijd verliezen;
-ik moet er oogenblikkelijk het eerste opperhoofd der stad over spreken.
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is mogelijk, hervatte de jager sluw, dat de twee Sachems de bleekgezigten met
-de beste bedoelingen herwaarts hebben gelokt; misschien hoopten zij hen daardoor des
-te gemakkelijker te zullen meester worden.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, antwoordde Atoyac met een somberen blik, hun doel kan niet anders dan trouweloos
-zijn; wij moeten hunne listige aanslagen zoo spoedig mogelijk verschalken; zonder
-dat zouden er de grootste onheilen kunnen gebeuren, vooral daar de raad heeft beslist,
-dat de Roode-Wolf onder toezigt van den gouverneur, over de krijgsmagt in de stad
-het bevel zal voeren.
-</p>
-<p>Gelukkig voor den Canadees, was Atoyac een persoonlijk vijand van den Rooden-Wolf
-en Addick, en verhinderde deze oude wrok den Sachem de slimme takt op te merken waarmede
-de jager hem had overgehaald zijn verhaal aan te hooren.
-</p>
-<p>De beide mannen hervatten thans met verdubbelden spoed hunne afgebroken wandeling,
-en bereikten binnen weinige minuten het paleis der Zonnemaagden. Na eene korte woordenwisseling
-met den krijgsman die als wachter bij de groote poort stond, werd de voorgewende geneesheer
-met zijn geleider binnengelaten.
-</p>
-<p>De opperpriester trad de langverwachte gasten haastig te gemoet; hij bespiedde den
-jager met wantrouwende scherpzinnigheid, en liet hem ongeveer hetzelfde verhoor ondergaan
-als hij dien morgen bij Atoyac had moeten doorstaan.
-</p>
-<p>Zijne antwoorden waren echter te wel bedacht en schenen den Amantzin volkomen te hebben
-overtuigd. Reeds na verloop van een paar minuten, voerde Chicuhcoatl den wonderarts,
-gevolgd door den Sachem naar de verboden vertrekken van het paleis, om den gezondheidstoestand
-der jonge meisjes te onderzoeken.
-</p>
-<p>Het hart van den Canadees klopte, voor hem ten minste, met ongewone slagen en het
-zweet parelde met groote droppels op zijn voorhoofd. Trouwens, zijne stelling was
-kritiek genoeg om zelfs den stoutste vervaard te maken. Wat hij vooreerst duchtte,
-was, dat hij tegenover de jonge meisjes zijne kalmte en koelzinnigheid niet zou kunnen
-bewaren; hij had er te veel belang bij om zich niet te verraden en zich zelven meester
-te blijven; maar wat hem nog erger verontrustte, was de uitwerking die zijne komst
-op de lijderessen kon te weeg brengen, zoo zij hem ondanks zijne volkomene vermomming
-reeds op het eerste gezigt mogten herkennen, of ook wanneer hij zich ten slotte aan
-haar bekend maakte: want voor het welslagen van zijn ingewikkeld plan, was het onvermijdelijk,
-dat ook de dames in het geheim werden betrokken en wisten met wien zij te doen hadden,
-eer zij vrijmoedig de rol konden op zich nemen die haar in dit gevaarlijke komedie-spel
-was toegedacht. Al deze beschouwingen en nog vele andere die den jager <span class="pageNum" id="pb262">[<a href="#pb262">262</a>]</span>bestormden, bragten hem tegen wil en dank in eene zeer ernstige stemming en drukten
-op zijn gelaat een stempel van gestrengheid, dat hem intusschen in de oogen zijner
-geleiders volstrekt niet benadeelde.
-</p>
-<p>Eindelijk kwamen zij aan den ingang der geheime vertrekken, en op een wenk van den
-Amantzin werden de deuren terstond wijd geopend. Naauwelijks echter waren zij in de
-ruime voorzaal, die veel had van een vestibule, daar zij geheel ledig was, of de Amantzin
-wendde zich tot Atoyac en wenkte hem gebiedend daar te blijven wachten, terwijl hij
-zelf den wonderarts bij de gevangenen bragt.
-</p>
-<p>Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, was de toegang tot het verblijf der Zonnemaagden
-aan alle mannen, behalve den opperpriester, strikt verboden. In enkele gevallen echter
-werd hierop een uitzondering gemaakt, bij voorbeeld voor den geneesheer, in welke
-hoedanigheid, zoo als de lezer weet, Loer-Vogel hier werd binnengelaten.
-</p>
-<p>Atoyac was te wel met de strenge wetten van het paleis bekend, om zich de minste aanmerking
-te veroorloven: alleen hield hij den opperpriester, toen deze zich gereed maakte hem
-te verlaten, eerbiedig bij de slip van zijn mantel vast en hem den mond aan het oor
-brengende, zeide hij met eene zachte stem:
-</p>
-<p>&#x2014;Laat mijn vader onverwijld terugkomen, ik heb hem belangrijk nieuws mede te deelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Belangrijk nieuws! herhaalde de opperpriester en keek den <span class="corr" id="xd30e5971" title="Bron: spre-">spreker</span> met een vragenden blik aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, zei Atoyac.
-</p>
-<p>&#x2014;Iets dat mij aangaat? vervolgde de opperpriester langzaam.
-</p>
-<p>Atoyac glimlachte vertrouwelijk:
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zou ik wel denken: het heeft betrekking op den Rooden-Wolf en Addick.
-</p>
-<p>De Amantzin huiverde onmerkbaar.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben oogenblikkelijk terug, zeide hij met een statigen wenk; zich toen naar den
-jager wendende, die onbewegelijk en zoo het scheen onverschillig voor hetgeen er tusschen
-de twee anderen omging, op eenigen afstand was blijven staan, vervolgde hij: Kom,
-tlacateotzin.
-</p>
-<p>De jager boog en volgde den opperpriester.
-</p>
-<p>Deze bragt hem over een ruime binnenplaats geheel met briksteen in cement geplaveid,
-en leidde hem zes trappen van blaauw en groen geaderd marmer op, tot aan een klein
-paviljoen volkomen afgezonderd van het hoofdgebouw waar de zonnemaagden gehuisvest
-waren. De opperpriester sloot de deur, door welke hij het paviljoen was binnengekomen,
-zorgvuldig achter zich digt.
-</p>
-<p>Nu gingen zij door een soort van antichambre en hier een dik gordijn wegschuivende,
-dat voor een vrij smalle deur hing, leidde hij den vermeenden arts in eene prachtige
-op Indiaansche wijs gemeubelde zaal. De opperpriester, om der jonge dames zooveel
-mogelijk te doen vergeten dat zij opgesloten waren, had hare gevangenis met de uiterste
-zorg laten vergulden en er alles inbrengen wat haar als voorwerpen van gemak of weelde
-genoegen kon geven.
-<span class="pageNum" id="pb263">[<a href="#pb263">263</a>]</span></p>
-<p>In een elegante van palmbladeren gevlochten en geheel met vederen versierde hangmat,
-ongeveer vijftig duimen boven den grond verheven, lag eene jonge vrouw, wier aangezigt,
-hoezeer uitstekend schoon, bijzonder bleek was en duidelijke sporen droeg van diepe
-droefheid, zoowel als van ernstige ongesteldheid.
-</p>
-<p>Deze jonge vrouw was dona Laura de Real del Monte. Naast haar, met de armen op de
-borst gekruist en de oogen vol tranen, zat dona Luisa, hare vriendin, of liever hare
-zuster in lijdenssmart en trouwe gehechtheid. De toestand van verslagenheid waarin
-de laatste zich bevond, bewees dat ook zij, ondanks de meerdere sterkte van haar karakter,
-sedert eenigen tijd, alle hoop van eenmaal uit hare gevangenis verlost te worden,
-had opgegeven en dat de zelfde kwaal van hare vriendin ook haar dreigde.
-</p>
-<p>Het vertrek was geheel zonder vensters en werd alleen verlicht door vier <i>ocote</i>-fakkels, die in gouden in den muur vastgeslagen ringen waren gestoken, en wier flikkerend
-schijnsel een somber en zwak licht in &#x2019;t rond verspreidde.
-</p>
-<p>Zoodra dona Luisa de twee mannen zag binnenkomen, scheen zij te schrikken en bedekte
-zij haar gelaat met beide handen. De jager begreep teregt dat hij de ontknooping van
-het tooneel stout moest beginnen, hij wendde zich derhalve tot zijn gids, en sprak
-met eene indrukwekkende stem:
-</p>
-<p>&#x2014;De Wacondah is magtig; de <i>Ayotl</i>&#x2014;schildpad&#x2014;draagt de wereld op zijn schild. Zijn geest is het die mij bezielt, ik
-moet met de zieken alleen worden gelaten, om den aard der krankte die haar foltert
-op haar aangezigt te kunnen lezen.
-</p>
-<p>De opperpriester aarzelde; hij schoot den tlacateotzin een doorborenden blik toe,
-als wilde hij zijne geheimste gedachten doorgronden; maar hoezeer ook sedert jaren
-gewoon om zijne medeburgers door fanatieken guichelarij te bedriegen, was hij echter
-te veel Indiaan, en in deze hoedanigheid even vatbaar voor bijgeloovige vrees als
-zijne misleide landgenooten; hij aarzelde dus.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben Amantzin, zeide hij op eerbiedigen toon; de Wacondah zal dus mijne tegenwoordigheid
-hier met welgevallen opmerken.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn vader dan blijve, zoo hem dit behaagt; ik kan hem niet dwingen om zich te
-verwijderen, antwoordde de Canadees kordaat, daar hij er tot iederen prijs een einde
-aan wenschte te maken; maar in dit geval sta ik niet in voor de verschrikkelijke gevolgen
-zijner ongehoorzaamheid; de geest die mij bezielt is ijverzuchtig, hij wil gehoorzaamd
-worden; mijn vader bedenke dit.
-</p>
-<p>De opperpriester boog deemoedig het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal heengaan, zeide hij; mijn broeder vergeve mij mijn dringend verzoek.
-</p>
-<p>En hij ging de zaal uit.
-</p>
-<p>De Canadees vergezelde hem stilzwijgend tot aan de deur der vestibule, sloot die zorgvuldig
-achter hem digt en keerde snel naar de jonge dames terug.
-</p>
-<p>Dezen zagen hem met angst naderen, en krompen weg van schrik.
-<span class="pageNum" id="pb264">[<a href="#pb264">264</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Vreest niet, zeide hij met eene bewogen stem; ik ben een vriend.
-</p>
-<p>&#x2014;Een vriend! riep dona Luisa, die reeds bevend in een hoek van de kamer zat.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde hij schielijk, ik ben de Canadesche jager Loer-Vogel, de vriend en
-medgezel van don Miguel.
-</p>
-<p>Dona Laura kwam in hare hangmat overeind, en een half gesmoorde kreet van blijde verrassing
-ontsnapte aan haar boezem.
-</p>
-<p>&#x2014;Stilte! riep de jager, men zou ons misschien hooren.
-</p>
-<p>Dona Luisa staarde met verwezen blik op dit tooneel, waar zij niets van begreep.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij! de Canadesche jager! riep eindelijk dona Laura op een half grillenden langzamen
-toon, die zich moeijelijk laat beschrijven.
-</p>
-<p>&#x2014;O! kunnen wij dan nog gered worden! zijn wij dan nog niet van allen verlaten!
-</p>
-<p>Zij liet zich zacht op den grond afglijden, knielde vroom neder, vouwde de handen
-en murmelde terwijl zij in tranen baadde:
-</p>
-<p>&#x2014;O! mijn God! genade! genade! Vergeef mij, dat ik ooit aan uwe goedheid heb getwijfeld.
-</p>
-<p>Toen met drift opstaande, greep zij den jager bij de handen en drukte die met kracht.
-</p>
-<p>&#x2014;En don Miguel, riep zij, waar is hij?
-</p>
-<p>&#x2014;Hier digt bij, hij wacht u. Maar wat ik u bidden mag, wees voorzigtig en luister,
-want onze oogenblikken zijn kostbaar.
-</p>
-<p>&#x2014;O, Caballero, voer ons weg! voer ons toch spoedig weg! riep dona Luisa, eindelijk
-geheel van hare bedwelming en verbazing herstellende.
-</p>
-<p>&#x2014;Weldra!
-</p>
-<p>&#x2014;Ja! ja! red ons! riep dona Laura, mijn vader zal u er voor beloonen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel glimlachte.
-</p>
-<p>&#x2014;Uw vader zal bovenmate gelukkig zijn als hij u wederziet.
-</p>
-<p>Dona Laura sloeg hare schoone oogen, die schitterden van blijdschap, naar hem op.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader! riep zij, waar is hij? toen hervatte zij: Neen, dien kan ik zoo spoedig
-niet wederzien, hij is te ver van hier, veel te ver!
-</p>
-<p>&#x2014;Hij is bij don Miguel in het bosch; stel u maar gerust.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn God! riep het jonge meisje, dat is te veel geluk.
-</p>
-<p>Op dit oogenblik hoorde men de zware voetstappen van een man den marmeren trap opkomen.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar komt iemand, zei de jager schielijk; wees op uwe hoede.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar wat moet ik doen? vroeg dona Laura zacht.
-</p>
-<p>&#x2014;Wachten en geduld hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat! wilt gij vertrekken?
-</p>
-<p>&#x2014;Gaat gij ons reeds weder verlaten? riepen beiden tegelijk met schrik.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik kom terug; laat dat aan mij over; nog eens, hoopt en hebt geduld.
-</p>
-<p>&#x2014;O! als gij ons verlaat en als gij ons niet redt, riep Laura geheel ontroostbaar,
-dan moeten wij zeker sterven.
-<span class="pageNum" id="pb265">[<a href="#pb265">265</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ach, heb medelijden met ons! prevelde dona Luisa.
-</p>
-<p>&#x2014;Verlaat u op mij, arme kinderen, antwoordde de jager, sterker bewogen dan hem lief
-was, door deze ongekunstelde blijken van angst en droefheid. Onthoudt dit, en rekent
-er op: wat er ook gebeure, wat men u ook zegge, welk gerucht u ook ter oore kome,
-verlaat u op mij, en op mij alleen, want ik waak voor u, ik heb gezworen u te redden,
-en ik <i>zal</i> u redden.
-</p>
-<p>&#x2014;Heb dank! riepen beiden.
-</p>
-<p>De vroeger gehoorde voetstappen waren intusschen genaderd en hielden voor de deur
-stil. <span class="corr" id="xd30e6051" title="Bron: Loervogel">Loer-Vogel</span> wenkte de jonge meisjes om op hare hoede te zijn, zette zijn gezigt in een ernstigen
-plooi, en rukte driftig de deur open; oogenblikkelijk stapte hij zonder een woord
-te spreken den opperpriester voorbij, hield zich alsof hij dezen niet zag en stormde,
-met onbegrijpelijke gebaren en allerlei teekenen van de uiterste geestvervoering,
-naar de voorzaal waar hij Atoyac gelaten had. De Amantzin bleef stom van verbazing
-staan en keek hem na; een oogenblik later sloot hij de deur, die de jager achter zich
-had opengelaten, en volgde toen, daar hij werkelijk bang voor hem was, den vermeenden
-toovenaar op een eerbiedigen afstand.
-</p>
-<p>De jonge meisjes wisten niet beter of het gebeurde was een droom. Zoodra zij zich
-weder alleen bevonden, vielen zij elkander in de armen en barstten uit in tranen.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e5898">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5898src">1</a></span> Letterlijk &#x201c;het Roode land&#x201d;, van <i>tlapalli</i>, rood.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5898src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e5903">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e5903src">2</a></span> De beschaver van Mexico: zijn naam komt van <i>quetzalli</i>, veer, en <i>coatl</i>, slang; en beteekent &#x201c;gevederde slang.&#x201d;&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e5903src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch36" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7301">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXXVI.</h2>
-<h2 class="main">Eene ontmoeting.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het Indiaansche opperhoofd sidderde onwillekeurig en deed eenige stappen achteruit,
-toen hij den jager zoo onverwacht zag aankomen. Laatstgenoemde stond midden in de
-zaal plotseling stil, liet het hoofd op de borst hangen en scheen in diepe gedachten
-verzonken.
-</p>
-<p>De opperpriester, zich bij Atoyac voegende, vertelde hem in weinige woorden op welk
-eene onstuimige wijs de tlacateotzin de kamer verlaten had. De twee Indianen bleven,
-vol bijgeloovige vrees, eenige passen van hem af, eerbiedig staan wachten, tot het
-den wonderdokter behagen zou hen aan te spreken.
-</p>
-<p>Deze scheen intusschen langzamerhand zijn natuurlijk verstand terug te bekomen, hij
-werd kalmer en bedaarder, streek zich met de hand over het voorhoofd en haalde diep
-adem, als iemand die eindelijk van een drukkenden last ontheven is. De Indianen oordeelden
-thans het oogenblik gunstig om hem te naderen en hem eenige vragen te doen, die zij
-vurig verlangden beantwoord te zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe is het, vader? vroegen beiden.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek, vervolgde de opperpriester; wat schort u?
-</p>
-<p>De jager wierp de oogen woest in het rond, zuchtte nogmaals en prevelde met eene zachte
-haperende stem:
-<span class="pageNum" id="pb266">[<a href="#pb266">266</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;De geest bezit mij, hij verteert het merg in mijn gebeente.
-</p>
-<p>De Indianen wisselden een twijfelmoedigen blik en traden met schrik eenige passen
-terug.
-</p>
-<p>&#x2014;O, Wacondah! hervatte de Canadees, waarom hebt gij aan uw dienaar deze noodlottige
-kennis geschonken?
-</p>
-<p>Bij deze sombere woorden voelden de twee Roodhuiden het bloed als in hunne aderen
-stollen, eene huivering van angst rilde hun door de leden en zij stonden met knikkende
-knieën te klappertanden. Loer-Vogel trad langzaam naar hen toe; zij zagen hem naderen,
-maar durfden hem niet ontwijken; de jager legde zijne regterhand op den schouder des
-opperpriesters, zag hem met een doorborenden blik aan en sprak met eene sombere stem:
-</p>
-<p>&#x2014;Dat de zonen van den gewijden <i>Ayotl</i> zich wapenen met moed!
-</p>
-<p>&#x2014;Wat bedoelt mijn vader? mompelde de bevende grijsaard.
-</p>
-<p>&#x2014;Een booze geest heeft zich van die twee blanke meisjes meester gemaakt, vervolgde
-de jager; die booze geest zal van dezen avond af, al degenen doodslaan die het wagen
-haar te naderen, want door de ontzaggelijke wetenschap waarmede de Wacondah mij begiftigde,
-is het mij gelukt de boosaardige invloeden te leeren kennen die zich van haar hadden
-meester gemaakt.
-</p>
-<p>De beide Indianen, ligtgeloovig als al hunne stamgenooten, deden een stap achteruit.
-De jager, om zijn gezegde nog meer te bevestigen, veinsde daarop een nieuwen aanval
-te krijgen en deed alsof hij kampte tegen den boozen geest die hem bevangen had.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar wat moet er gedaan worden om haar van die noodlottige magt te verlossen? vroeg
-Atoyac schroomvallig.
-</p>
-<p>&#x2014;Iedere kracht en wijsheid komt van den Wacondah, antwoordde de Canadees; ik zal dus
-aan mijn vader den Amantzin verzoeken, of ik dezen nacht met gebeden mag doorbrengen
-in den tempel der Zon.
-</p>
-<p>De Indianen wisselden een blik van diepe bewondering.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijn vader handele naar goedvinden, antwoordde de opperpriester met eene buiging;
-zijne wenschen zullen voor mij bevelen zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Draag vooral zorg, hervatte de jager, dat tusschen heden en morgen niemand bij de
-blanke meisjes worde toegelaten; welligt zal de Wacondah mijne gebeden verhooren en
-mij de middelen aanwijzen van welke ik mij bedienen moet.
-</p>
-<p>De Amantzin boog weder, ten bewijze van toestemming.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zal geschieden. Mijn vader gelieve mij slechts te volgen en ik zal hem in den
-tempel binnenleiden.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, antwoordde Loer-Vogel, dat kan niet zijn, ik moet het heiligdom alleen binnentreden;
-laat mijn vader mij maar zeggen hoe ik de deur moet openen.
-</p>
-<p>De opperpriester gehoorzaamde, en beduidde hem hoe hij den sluitboom en de grendels
-moest wegschuiven die den tempel afsloten.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, riep de jager; morgen met de <i>endit-ha</i>&#x2014;zonsopgang&#x2014;zal ik mijn vader den wil van den Wacondah te kennen geven en hem weten
-te zeggen of er hoop is om de kranken te redden.
-<span class="pageNum" id="pb267">[<a href="#pb267">267</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Ik zal mijn zoon afwachten, zeide de grijsaard.
-</p>
-<p>De twee Indianen bogen eerbiedig voor den gewaanden dokter en gingen toen zamen naar
-buiten. De jager verwonderde zich hierover en vroeg bij zich zelven, waar deze mannen
-op zulk een laat uur nog heen konden gaan. Intusschen was hun vertrek op dit oogenblik
-een onmiddelijk gevolg van de vertrouwelijke mededeelingen van Loer-Vogel aan Atoyac;
-de Amantzin en het opperhoofd begaven zich in allerijl naar den voornaamsten Sachem
-der stad, om zich met hem onverwijld te verstaan over hetgeen zij aangaande de vermoedelijke
-plannen van den <span class="corr" id="xd30e6097" title="Bron: Rooden Wolf">Rooden-Wolf</span> en Addick gehoord hadden.
-</p>
-<p>Om deze groote belangstelling in de los daarheen geworpen gezegden van den jager nader
-op te helderen, moeten wij den lezer herinneren aan hetgeen wij reeds vroeger gezegd
-hebben, namelijk dat er ook in deze streken, even als bij alle onbeschaafde volken,
-waarzeggers en toovenaars bestaan, die voor bijzondere gunstelingen der godheid worden
-gehouden en als bekleed met eene onbegrensde geheimzinnige magt. Daar nu bij de Roodhuiden
-de geneeskunde naauw met tooverij en waarzeggen verbonden, en grootendeels niets anders
-is dan een mengsel van heidensche dweepzucht en bespottelijke mommerijen of listige
-kunstgrepen, staan hare beoefenaars natuurlijk in hooge achting en worden zij ook
-als duivelbanners en waarzeggers geëerbiedigd. Men denke hier niet dat alleen het
-gemeene volk met dit bijgeloof behebt is, ook de opperhoofden, krijgslieden en priesters
-deelen er in, en al schrijven deze aan de toovenaars wel ligt niet zulk eene onbegrensde
-magt toe, erkennen zij toch hunne bepaalde meerderheid in kennis en doorzigt.
-</p>
-<p>Intusschen was onder de bovenvermelde bedrijven de nacht volkomen gedaald;&#x2014;maar het
-was een nacht zoo als alleen Amerika die oplevert, kalm, zacht, vol verfrisschende
-koelte en opwekkende geuren; een zwak en teeder licht regende als van de sterren neder,
-wier ontelbare legermagt aan den diep blaauwen hemel schitterde met ongemeenen glans,
-de maan zag er zoo vrolijk uit als verlustigde zij zich in den kristalhelderen ether
-en schoot hare zilveren stralen over de slapende stad, alle voorwerpen dompelende
-in eene fantastische schemering; eene diepe, bijna godsdienstige stilte heerschte
-in de eenzame straten. Loer-Vogel volgde met de oogen de beide mannen, zoo lang hij
-hen zien kon; toen werd het ook voor hem tijd en trad hij langzaam het plein over
-om zich naar den tempel te begeven.
-</p>
-<p>De dag was voor den Canadees zwaar en moeijelijk geweest; hij had schier van oogenblik
-tot oogenblik nieuwe proeven van zelfbeheersching en tegenwoordigheid van geest moeten
-geven; hij had listig en fijn moeten spelen, tegen mannen die de scherpziende blikken
-onophoudelijk op hem gevestigd hielden, en meermalen op het punt waren den wolf te
-ontdekken die onder de schapenvacht verscholen zat; intusschen had hij zich dapper
-geweerd en uit iedere verlegenheid weten te redden, en zoo als de zaken thans stonden,
-had hij alle reden zich te mogen vleijen dat het hem gelukken zou de jonge meisjes
-te verlossen. De <span class="pageNum" id="pb268">[<a href="#pb268">268</a>]</span>eerzame jager moest half in zich zelven lagchen over de manier waarop hij de Indianen
-had verschalkt; hij nam zich voor om zijne rol dapper vol te houden en ten einde toe
-uit te spelen. Toen hij den tempel bereikte, maakte hij den sluitboom en de grendels
-los en trad binnen, zich vergenoegende met de deur achter zich ongesloten te laten,
-wel overtuigd dat niemand hem zou durven storen, vooreerst wegens de heiligheid der
-plaats, en ten tweede uithoofde der bijgeloovige vrees die hij den Roodhuiden had
-weten in te boezemen.
-</p>
-<p>Met zijn verzoek aan den opperpriester om den nacht in het heiligdom te mogen doorbrengen,
-had de jager geen ander doel, dan om de maatregelen, die hij tot bevrijding der jonge
-meisjes noodig achtte, met den mantel der godsdienst te bedekken, en tevens eenige
-vrije uren te vinden, om zonder door de lastige welwillendheid der familie en vrienden
-van zijn gastheer te worden gehinderd, zijn beraamd plan tot bevrijding der jeugdige
-gevangenen nader te kunnen overwegen.
-</p>
-<p>Het inwendige des tempels was zeer somber; de eenige lamp die voor de offertafel brandde,
-verspreidde slechts een flaauw en schemerachtig licht, te zwak om de duisternis te
-verdrijven. Loer-Vogel trok zich achter in den donkersten hoek des tempels terug,
-hurkte op den grond neder, haalde de pistolen uit zijne borst, en legde die onder
-zijn bereik om ze des noods te kunnen gebruiken; na zich toen met een scherpen blik
-in de hem omgevende duisternis verzekerd te hebben dat alles eenzaam en stil was,
-begon hij over zijne zaken na te denken. Intusschen voelde hij langzamerhand, hetzij
-door vermoeijenis, hetzij door den indruk der plaats waar hij zich bevond, in weerwil
-van zijne aangewende pogingen om wakker te blijven, zijne oogleden zwaarder worden
-en zich onwillekeurig sluiten; eindelijk zonk hij bewusteloos in de armen van den
-slaap, die hem onweerstaanbaar overmeesterde.
-</p>
-<p>Hoe lang heeft hij wel geslapen? Hij zelf had het u niet kunnen zeggen, toen een ligt
-gedruisch, niet ver van hem af, hem plotseling de oogen deed opslaan. Even als alle
-menschen die gewoon zijn aan het onrustig en gevaarvol leven in de wildernis, waar
-men gedurig op zijne hoede moet zijn, bezat de jager zulk eene scherpte van gehoor
-en snelle gewaarwording, dat hij, hoe zwaar ook vermoeid, op het minste geritsel wakker
-werd; en vooral wanneer hij wist dat hij zich in eene gevaarlijke stelling bevond,
-was zijn slaap nog ligter dan die van een kind. Naauwelijks was Loer-Vogel ontwaakt,
-of hij keek rond, maar wachtte zich wel om de minste beweging te maken, waardoor hij
-zou hebben verraden dat hij niet meer sliep. Hij zag intusschen niets; het was nog
-altijd nacht, en wat erger is, het was stik donker want de maan was op dit oogenblik
-bewolkt en de lamp uitgedaan. Hij begreep dus terstond dat er iemand in den tempel
-moest zijn gekomen, waarschijnlijk om hem te bespieden. Maar wie had aldus den gewijden
-drempel durven overschrijden? Slechts tweeërlei soort van lieden konden dit hebben
-gewaagd, namelijk vrienden, of vijanden. Vrienden? hij had er maar een in de stad,
-namelijk den Vliegenden-Arend, en zoo deze hier was geweest, zou hij gewis, als een
-krijgsman <span class="pageNum" id="pb269">[<a href="#pb269">269</a>]</span>betaamt, vrij en frank zijn te werk gegaan, maar niet als een dief in en uit zijn
-geslopen, op gevaar af van zich een kogel door den kop te zien jagen. Het moest dus
-een vijand zijn geweest. Maar wie? Die hij er van verdenken kon, namelijk Addick of
-de Roode-Wolf, kenden hem niet, en bovendien zouden zij hem toch niet hebben herkend
-door zijne vermomming, waarmede hij reeds vrij wat scherper oogen had misleid dan
-de hunne; overigens had hij gedurende den loop van den dag de beide Sachems geen enkele
-maal ontmoet, zij konden het derhalve niet geweest zijn. Maar wie dan? Dit was eene
-vraag die de jager, ondanks al zijne geslepenheid, niet in staat was op te lossen.
-In deze onzekerheid, om niet onverhoeds overrompeld te worden, strekte hij met eene
-schier onmerkbare beweging den arm uit, tot zijne hand de pistolen bereikte; hij greep
-die, nam er in iedere hand een, rigtte zich half op en met de oogen geopend en de
-ooren op het minste geluid gespitst, hield hij zich gereed om iederen vijand, wie
-het ook wezen mogt, moedig het hoofd te bieden.
-</p>
-<p>Intusschen had het gedruisch dat hem had doen ontwaken zich niet herhaald, en alles
-bleef roerloos en stil. Te vergeefs zocht de jager een schim in de duisternis: geen
-de minste schaduw of geluid liet zich vernemen noch stoorde de stilte des heiligdoms.
-</p>
-<p>En toch had Loer-Vogel zich niet bedrogen; hij had maar al te duidelijk sluipende
-voeten bedeesd over den marmeren tempelvloer hooren schuiven. Men moet zich eenmaal
-zelf in dergelijken toestand als die van den jager hebben bevonden, om er al het verschrikkelijke
-van te kunnen beseffen: zoo digt in uwe nabijheid, misschien geen twee passen van
-u af, een vijand te gevoelen die u beloert, wiens woeste blik onverbiddelijk op u
-gerigt is; te weten dat hij er is, hem te gevoelen met het onfeilbaar instinct dat
-God den mensch inschiep, om hem voor onzigtbaar naderend gevaar te behoeden, en dan
-zich niet te durven verroeren, uit vrees dat de minste beweging zou verraden dat gij
-hem afwacht. Zulk een toestand, even als die van het arme vogeltje, dat door een ratelslang
-verbijsterd, zijn lot niet ontgaan kan, is allerpijnlijkst en wordt, zoo hij eenige
-minuten aanhoudt, gruwzamer straf dan de dood zelf.
-</p>
-<p>Voorzeker was Loer-Vogel een man van beproefden moed. Het waagstuk reeds dat hij op
-dit oogenblik ondernam bewees in hem eene vermetelheid, die, ik zal niet zeggen den
-dood trotseerde, deze zou hier niets geweest zijn, maar het vooruitzigt op de wreedaardige
-folteringen die de Roodhuiden zoo spitsvondig weten te verzinnen, om hunne slagtoffers
-het vleesch te doen lillen en hun het leven als het ware droppel voor droppel uit
-het verscheurde ligchaam te tappen. Na een kwartieruurs van de vreesselijkste verwachting
-moedig te hebben volgehouden, voelde hij zijns ondanks zich de haren stoppelen, en
-gudste hem het koude zweet van de slapen.
-</p>
-<p>&#x2014;Duizend duivels! mompelde hij in zich zelven, moet ik mij dan zoo laten worgen? Genadige
-Hemel! wat er ook gebeure. ik moet weten wat er van is.
-<span class="pageNum" id="pb270">[<a href="#pb270">270</a>]</span></p>
-<p>Oogenblikkelijk, als door een springveer opgestooten, stond hij op de beenen, met
-een pistool in iedere hand. Terstond kwam er van achter een der pilaren, een donkerder
-schaduw te voorschijn, en sprong als een tijger op hem af; de jager, door eene onzigtbare
-hand bij de keel gegrepen, tuimelde reeds op den grond eer hij nog den tijd had om
-een schreeuw te geven; een zware voet werd hem op de borst gezet, en als door een
-zwarte wolk zag hij een grimmig gezigt hem woest aangrijnzen. Loer-Vogel was alleen,
-zonder hulp; het was gedaan met hem, niets kon hem meer redden; hij slaakte een half
-gesmoorden zucht en sloot de oogen, gelaten zijn lot afwachtende. Op het oogenblik
-echter dat hij den doodelijken slag meende te zullen ontvangen, voelde hij de hand
-die hem bij de keel hield zich ontsluiten, en sprak eene schertsende stem:
-</p>
-<p>&#x2014;Sta op, magtige Tlacateotzin; ik heb u alleen willen bewijzen dat gij in mijne magt
-zijt.
-</p>
-<p>De jager stond op, gekneusd en bedremmeld als hij was door zulk een woesten aanval.
-De andere vervolgde:
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wilt gij geven om het gevaar te ontkomen dat u dreigt, en om vrij en ongestoord
-naar de calli van Atoyac terug te mogen keeren?
-</p>
-<p>Maar de jager, die inmiddels tijd had gevonden om van zijn schrik te bekomen, stelde
-zich reeds in postuur; zoodra hij zijne pistolen weder voelde, was er geen schaduw
-van vrees meer in zijn hart; hij wist dat hij zich slechts tegen een enkelen vijand
-te verdedigen had; die vijand, na hem een oogenblik onder zijne voeten te hebben geworpen,
-was onvoorzigtig genoeg geweest om hem zijne vrije beweging terug te geven; de kans
-tusschen hen stond dus plotseling weder gelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik geef u niets, Roode-Wolf, antwoordde hij kordaat: waarom hebt gij mij niet liever
-gedood, toen ik weerloos ter aarde lag?
-</p>
-<p>De Sachem, want het was niemand anders dan hij, sprong onwillekeurig terug van verbazing,
-toen hij zich zoo gemakkelijk herkend zag.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom ik u niet gedood heb, hond? was zijne wedervraag, is omdat ik medelijden met
-u had.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, omdat gij bevreesd waart, Sachem! hervatte de jager onverschrokken; het is
-toch geheel iets anders om een vijand op het slagveld te dooden, dan om een adept
-van de groote geneeskunde te vermoorden in den tempel van den Wacondah, waar diens
-almagtige hand hem beschermt! Gij waart bang, zeg ik u.
-</p>
-<p>De jager had niet misgeraden; het was juist deze bijgeloovige vrees, die den Roodhuid
-zijne hand zoo schielijk deed terughouden, toen hij de magt had en gereed was om den
-doodelijken slag toe te brengen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal u dit niet betwisten, antwoordde de Roode-Wolf; maar zeg mij toch hoe gij
-zoo spoedig mijn naam hebt geraden, want ik ken u niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar ik ken u, ik, riep Loer-Vogel! de Wacondah gaf mij uwe tegenwoordigheid te kennen;
-ik wachtte u reeds af, en dat ik uw aanval niet verhinderde, was alleen omdat ik heb
-willen zien of gij in uwe <span class="pageNum" id="pb271">[<a href="#pb271">271</a>]</span>goddeloosheid zoo ver zoudt durven gaan om het heiligdom zijns tempels te bezoedelen.
-</p>
-<p>De Indiaan meesmuilde.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij gaat te ver, toovenaar, zeide hij spotachtig; zonder een oogenblik van zwakheid,
-die ik mij zelven verwijt, waart gij een kind des doods geweest!
-</p>
-<p>&#x2014;Misschien! maar wat wilt gij van mij?
-</p>
-<p>&#x2014;Weet gij dat niet? gij, voor wien zoo als gij zegt, niets verborgen is.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik weet om welke reden gij hier zijt; gij zoudt het mij vruchteloos zoeken te verbergen.
-Dat ik u die vraag doe is omdat ik weten wil of gij durft liegen.
-</p>
-<p>De Roode-Wolf dacht een oogenblik na, en hervatte toen op vasten toon:
-</p>
-<p>&#x2014;Hoor eens, toovenaar, óf gij zijt een bedrieger, dat ik wel geloof, óf gij zijt inderdaad
-wat gij voorgeeft, een groot geneesmeester, bemind door den Wacondah en door hem bezield;
-in den een of anderen zin wil ik mijn twijfel opgelost zien. Wee u! zoo gij mij zoekt
-te bedriegen, dan dood ik u als een hond en dan zal uwe huid, u aan riemen van het
-lijf gesneden, de teugels van mijn paard versieren; daarentegen, zoo gij waarheid
-spreekt, zult gij geen trouwer vriend of gewilliger dienaar hebben dan mij.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik veracht uwen haat, en ik verlang uwe vriendschap niet, Roode-Wolf, antwoordde
-de jager op plegtigen toon; uwe magtelooze bedreigingen verschrikken mij niet, maar
-om u de uitgestrektheid mijner wetenschap te doen beseffen, neem ik aan te doen wat
-gij mij vraagt en u te zeggen welke reden u aandreef om mij hier te komen zoeken.
-</p>
-<p>&#x2014;Doe dat, toovenaar, en dan, wat er ook op volgen mag, zal de Roode-Wolf de uwe zijn.
-</p>
-<p>De jager glimlachte en haalde minachtend de schouders op.
-</p>
-<p>&#x2014;Alsof het zoo moeijelijk ware, te raden wat een man des bloeds wil, hervatte Loer-Vogel.
-Gij en uw waardige medegenoot Addick, gij hebt u verbonden met een nietswaardigen
-hond, het uitvaagsel der bleekgezigten, om hier twee arme schuldelooze meisjes, die
-aan de zorg van uw medepligtige waren toevertrouwd, op te ligten. Op heden hebt gij
-de twee anderen, met wie gij zijt zaamgespannen, pogen te bedriegen, om de gevangenen
-alleen voor u zelven te behouden. Bij den oppersten Sachem aangeklaagd door Atoyac,
-aan wien al uwe handelingen en kuiperijen ten volle bekend zijn en die, wat erger
-is, weet dat gij u bovendien van de hoogste magt zoekt meester te maken, om u tot
-gouverneur en chef van Quiepa-Tani te doen benoemen, zit gij thans in &#x2019;t naauw en
-hebt gij u zelven verloren gevoeld. Door den nood gedrongen, zijt gij bij mij gekomen,
-om te zien of gij mij zoudt kunnen omkoopen, om u met de magt die mij ten dienste
-staat de schoone gevangenen te helpen bemagtigen, die gij zoo vurig begeert, ten einde
-met haar te vlugten, eer men middel heeft gevonden om u in hechtenis te nemen. Is
-dit alles? Heb ik ook de een of andere bijzonderheid <span class="pageNum" id="pb272">[<a href="#pb272">272</a>]</span>vergeten? of heb ik inderdaad uw gansche gedachte geraden? Antwoord mij, hoofdman,
-en logenstraf mij, zoo gij durft!
-</p>
-<p>De Sachem had deze lange reeks van beschuldigingen met klimmende ontroering aangehoord;
-de afwisselende aandoeningen op zijn gelaat, terwijl hij den toovenaar beluisterde,
-zouden een ware studie zijn geweest voor ieder leerling van Lavater, en toen Loer-Vogel
-eindelijk zweeg, boog de Roode-Wolf het hoofd, en stotterde met naauwelijks hoorbare
-stem:
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader is inderdaad een tlacateotzin, de Wacondah openbaart hem alles, zijne
-wetenschap is onbeperkt! Waar is dus de man die voor hem iets zou kunnen verbergen?
-Zijn oog, doordringender dan dat van den arend, doorgrondt de harten.
-</p>
-<p>&#x2014;Thans hebt gij mijn antwoord, Roode-Wolf, hervatte de jager, ga nu heen en stoor
-niet langer de stille afzondering in welke ik mij hier had teruggetrokken.
-</p>
-<p>&#x2014;Zou mijn vader dan niets voor mij willen doen? vroeg de Sachem schroomvallig en op
-deemoedigen toon.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel zeker, ik doe reeds veel voor u.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat doet mijn vader dan?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik laat u in vrede vertrekken, terwijl het mij slechts een wenk zou kosten om u dood
-aan mijne voeten te doen nederstorten.
-</p>
-<p>De Indiaan deed twee of drie stappen voorwaarts om nader bij den jager te komen, dien
-hij thans bijna met de hand kon aanraken. Loer-Vogel intusschen, wiens altijd waakzaam
-oor in de verte voetstappen hoorde naderen, lette niet op deze beweging van den Rooden-Wolf,
-daar al zijne aandacht gerigt was op hetgeen elders omging. Weldra echter scheen de
-jager de oorzaak van het nieuwe gedruisch begrepen te hebben, zijne gefronste wenkbraauwen
-ontplooiden zich en met een glimlach vervolgde hij tegen den Sachem:
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, waarom blijft de Roode-Wolf langer hier, heb ik hem niet duidelijk genoeg
-gezegd dat hij zich moest verwijderen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, maar ik hoop nog altijd dat ik mijn vader tot betere gedachten jegens mij zal
-kunnen bewegen.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijne gevoelens voor den hoofdman zijn zoo als zij behooren; ik kan noch wil er iets
-aan veranderen.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> maar mijn vader is zoo goed, hij zal den Rooden-Wolf wel willen helpen.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, zeg ik u.
-</p>
-<p>&#x2014;Wil mijn vader mij dan geen dienst bewijzen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik wil het niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Is dit mijns vaders laatste woord?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn laatste woord.
-</p>
-<p>&#x2014;Welaan, sterf dan als een hond, want gij zijt niet beter waard! riep de Roode-Wolf,
-terwijl hij met opgeheven arm en met het mes in de hand, woest vooruitdrong en een
-enkele sekonde dreigend voor den jager staan bleef.
-</p>
-<p>Deze had den Indiaan sedert de laatste oogenblikken scherp in het <span class="pageNum" id="pb273">[<a href="#pb273">273</a>]</span>oog gehouden en op al zijne bewegingen naauwkeurig gelet. Hij kende het listig en
-verraderlijk karakter der Apachen te goed, om zich door de katachtige manieren en
-geveinsde zoetsappigheid van den Roodhuid te laten verschalken; hij voorzag dus duidelijk
-wat deze in &#x2019;t zin had en met welke ontknooping hij de gespeelde komedie dacht te
-eindigen. Ondanks dit alles verroerde hij zich niet om den dreigenden stoot te ontwijken,
-maar keek hij zijn moordenaar strak in de oogen, met de armen op de borst gekruist,
-het hoofd hoog in den nek en een onverstoorbaar gelaat.
-</p>
-<p>De moorddolk, ofschoon dreigend tegen den jager opgeheven, kon intusschen niet op
-hem nederdalen; eensklaps schoot er uit een der donkerste hoeken des tempels een man
-te voorschijn, die zich van achteren op den Rooden-Wolf wierp, hem forsch bij den
-arm greep en dien met zoo <span class="corr" id="xd30e6179" title="Bron: vel">veel</span> kracht uit het lid wrong, dat de verlamde hand genoodzaakt werd het mes los te laten:
-daarop verdween de onbekende gestalte even schielijk als zij verschenen was, zoodat
-het den verschrikten moordenaar zelfs aan tijd ontbrak, om te zien of hij met een
-mensch, dan wel met een geest te doen had gehad.
-</p>
-<p>De arm van den Rooden-Wolf viel hem magteloos bij het lijf, maar hij slaakte geen
-kreet, en poogde zich niet te wreken; zijne gelaatstrekken veranderden, zijne oogen
-rolden wild in hunne kassen, eene stuipachtige beweging trilde door zijn geheele <span class="corr" id="xd30e6184" title="Bron: ligchaan">ligchaam</span>, hij stortte voor Loer-Vogel op de knieën en prevelde met eene door angst gebroken
-stem:
-</p>
-<p>&#x2014;Vergeving! vader! vergeving!
-</p>
-<p>De jager deinsde een stap terug, alsof hij weigerde met den onreinen boeteling die
-voor hem geknield lag in aanraking te komen, en het mes met blijkbaren afschuw van
-zich afschoppende, riep hij op een toon van de uiterste minachting:
-</p>
-<p>&#x2014;Raap uw wapen op, moordenaar!
-</p>
-<p>Tot <span class="corr" id="xd30e6192" title="Bron: eenigst">eenig</span> antwoord wees het opperhoofd op zijn ontwrichten arm, die hem magteloos langs het
-lijf hing.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij hebt het zelf zoo gewild, hernam de jager; had ik u niet gezegd dat de hand van
-Wacondah met mij was en mij beschermde? Ga heen, keer naar uwe calli terug, bewaar
-het diepste stilzwijgen over hetgeen hier gebeurd is; en maak dat gij den volgenden
-avond tegen zonsondergang met uwe praauw aan den oever der rivier zijt, beneden de
-brug; daar zal ik bij u komen, en misschien u genezen, zoo gij het bevel dat ik u
-geef stipt nakomt; maar voor alle dingen, zorg dat gij alleen zijt. Vertrek nu.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal mijn vader gehoorzamen; mijn mond zal geen woord spreken zonder zijn verlof.
-Maar hoe kan ik zonder zijne hulp hier van daan? de geesten, die mijn vader beschermen,
-zullen mij immers dooden, wanneer ik niet meer in zijne tegenwoordigheid ben?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is zoo. Gij zijt genoeg <span class="corr" id="xd30e6200" title="Bron: getraft">gestraft</span>; sta op, en leun op mijn schouder, ik zal u geleiden tot aan de deur van het heiligdom.
-</p>
-<p>De Roode-Wolf stond op zonder een woord te uiten; zijn muitzieke <span class="pageNum" id="pb274">[<a href="#pb274">274</a>]</span>geest was gebroken, de ruwe les die hij ontvangen had, boezemde hem voor den wonderdokter
-zulk eene bijgeloovige vrees in, dat hij zich liet behandelen als een kind.
-</p>
-<p>De jager geleidde hem zacht den tempel uit en de marmeren trappen af en bragt hem
-tot aan de eerste straat.
-</p>
-<p>Daar komende, onderzocht hij zorgvuldig den verrekten arm, om zich te overtuigen dat
-hij niet gebroken was, en gaf hem toen zijn afscheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Dank den Wacondah, dat hij u zoo genadig behandelde, sprak hij op een toon van gemengde
-goedaardigheid en gestrengheid; binnen weinige dagen zal uw arm genezen zijn, doch
-maak deze les u ten nutte, ongelukkige, heden avond zult gij mij wederzien; ga nu,
-mijne hulp is u hier niet langer noodig, gij kunt wel alleen uwe calli bereiken.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal het beproeven, antwoordde de Sachem deemoedig.
-</p>
-<p>Op een tweeden wenk van Loer-Vogel, begon hij langzaam zijne wandeling naar huis.
-</p>
-<p>Loer-Vogel volgde hem eene poos met de oogen, trad toen in den tempel terug, en sloot
-dezen keer de deur zorgvuldig achter zich digt.
-</p>
-<p>Op het oogenblik toen de jager in den duisteren tempel verdween, liet het geschrei
-van den nachtuil zich hooren, om aan te kondigen dat de zon niet lang meer toeven
-zou te verschijnen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch37" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7310">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXXVII.</h2>
-<h2 class="main">Verwikkelingen.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Terwijl de boven door ons verhaalde gebeurtenissen te Quiepa-Tani plaats hadden, vielen
-er in het kamp der Gambucinos andere voor, die wij thans zullen gaan vermelden.
-</p>
-<p>Don Miguel, nadat hij Loer-Vogel aan den uitersten rand van het woud had vaarwel gezegd,
-keerde in diepe gepeinzen naar het kamp terug, waar zijne kameraden hem met ongeduld
-wachtten.
-</p>
-<p>Blijkbaar was de stoutmoedige avonturier innig onvoldaan met zich zelven en met de
-wending die de zaken thans genomen hadden, en peinsde hij over een of ander wanhopig
-plan om de jonge meisjes nader te komen, die hij zoo vurig verlangde weder te zien.
-</p>
-<p>Hij had verscheidene uren doorgebragt op den top van een eenzamen heuvel, van waar
-hij de gansche streek kon overzien, en daar, achteloos op het gras uitgestrekt, had
-hij de ligging der Indiaansche stad met zorg bestudeerd.
-</p>
-<p>Het was wel te denken dat deze jongman, met zijn vurig gestel en onstuimige hartstogten
-zich niet dan met grooten weerzin zou schikken om de tweede rol te spelen in eene
-onderneming, waarin hij tot dusver <span class="pageNum" id="pb275">[<a href="#pb275">275</a>]</span>altoos de eerste man geweest was. Zijne fierheid kwam er tegen op, dat hij verpligt
-werd zich in te toomen en eens anders bevelen te gehoorzamen, al was die andere ook
-zijn vertrouwde vriend en al kon hij op hem rekenen, zoo goed als op zich zelven.
-</p>
-<p>Hij maakte het zich tot een bitter verwijt, dat hij Loer-Vogel dus alleen liet handelen
-en zich aan gevaren bloot stellen voor eene zaak die hij geheel als de zijne beschouwde.
-De ware reden nogtans, die hij zich zelven niet durfde bekennen, maar die hem met
-vreugde de grootste gevaren, ja den dood zelfs zou hebben doen trotseren om zijne
-vriendinnen te redden,&#x2014;de reden die hem thans norsch en verdrietig tegen de voorzigtigheid
-van Loer-Vogel in opstand bragt, en hem eindelijk noopte om, het mogt gaan zoo het
-wilde, werkdadig aandeel te nemen in de uitvoering van het tusschen hem en den jager
-overeengekomen plan, deze reden, zeg ik, was geen andere, dan dat hij dona Laura de
-Real del Monte beminde.
-</p>
-<p>Hij beminde haar met die alvermogende, onverwinbare liefde waar alleen uitgelezen
-karakters vatbaar voor zijn, eene liefde die tegen alle hindernissen opgroeit, en
-die, wanneer zij eenmaal in het hart van een man als don Leo heeft post gevat, hem
-tot de vermetelste daden, zoo niet tot de grootste dwaasheden drijft.
-</p>
-<p>Deze liefde was te dieper bij hem geworteld, naarmate hij er zich minder van bewust
-was en niet anders dacht of hij handelde, ten haren opzigte, alleen uit ridderlijk
-gevoel van genegenheid voor het zwakkere geslacht, en onder den indruk des medelijdens
-dat haar ongeluk hem inboezemde. Zoo waar dit geweest moge zijn in het begin, toen
-hij Laura nog niet kende en haar in zijne armen uit haar levend graf had gedragen,
-even waar was het, dat zijne betrekking met haar sedert dien tijd eene geheele verandering
-had ondergaan.
-</p>
-<p>Geen jong mensch van don Leo&#x2019;s karakter, zal ooit met een beminnelijk jong meisje
-een geheele maand lang op reis gaan, haar dagelijks zien, met haar spreken, met haar
-lijden, met haar hopen en wenschen zonder zich aan haar te hechten.
-</p>
-<p>Sommige jonge meisjes, inzonderheid edele, stille, ingetogene, in een woord, beminnelijke
-karakters, bezitten bovendien iets betooverends, dat men vergeefs zou willen verklaren,
-maar dat als uit haar innigst wezen afstraalt, zich aan alles wat haar omgeeft mededeelt
-en tegen wil en dank de sterkste mannen medesleept en als onder voogdij brengt.
-</p>
-<p>Al was het maar het schuifelend geritsel van haar satijnen robe, de mollige zwier
-van hare gestalte, de luchtige beweging van haar tred, de opwekkende geur van hare
-golvende lokken, de zuivere klaarheid van haar oog, terwijl de peinzende blik zich
-ten hemel heft, zich hier of daar vestigt zonder iets te zien, of schijnt te gissen
-naar het onbekende, alles in een woord bij deze onbegrijpelijke en betooverende wezens,
-dwingt onwillekeurig eerbied af en roept het strengste hart tot beminnen.
-</p>
-<p>Dona Laura was een van deze, en zij bezat vooral dien magnetisch boeijenden blik,
-gepaard met de onschuldige <span class="corr" id="xd30e6235" title="Bron: zachteid">zachtheid</span> van <span class="corr" id="xd30e6238" title="Bron: heen">een</span> min <span class="pageNum" id="pb276">[<a href="#pb276">276</a>]</span>of meer kinderlijk eenvoudigen glimlach, die den onwil zoowel als den moedwil vernietigt.
-</p>
-<p>Als zij hare groote, blaauwe, met lange zwarte wimpers beschaduwde oogen goedwillig
-op den jongman neersloeg, en hem daarbij soms met een peinzend gelaat aankeek, voelde
-hij zich inwendig ontroerd en werd zijn hart koud; dan weigerde zijne tong hem bijna
-haar dienst en wenschte hij heimelijk te sterven, aan de voeten van haar, die voor
-hem zonder wederga op aarde, ja veeleer een engel scheen.
-</p>
-<p>Gedurende zijn afwisselenden levensloop, had de jonge avonturier de vrouwen niet anders
-leeren kennen dan naar hetgeen de bedorven en ontaarde beschaving van Mexico er hem
-van voorspiegelde, namelijk den hatelijken en afstootenden kant. Toen dus het toeval
-hem op eens in aanraking bragt met een jong, rein en eenvoudig meisje, dat hij zelf
-van den dood had gered, was er in zijne denkbeelden eene volslagen omwenteling ontstaan,
-en had hij leeren inzien, dat de vrouw, zoo als zij volgens hare oorspronkelijke bestemming
-den man tot levensgezellin geschapen werd, hem tot hiertoe geheel onbekend was gebleven.
-</p>
-<p>Ook had hij zich van lieverlede aan de betoovering, die hem onweêrstaanbaar kluisterde,
-ongemerkt overgegeven en was hij Laura gaan beminnen met al de kracht zijner ziel,
-zonder zich ooit te vragen, wat het nieuwe gevoel dat hem overmeesterde eigenlijk
-was, zich gelukkig rekenende voor het tegenwoordige, en onbezorgd voor eene toekomst
-die voor hem misschien nimmer komen zou.
-</p>
-<p>Onbezorgdheid voor het toekomende is een kenmerkende trek van alle verliefden; zij
-zien niet verder dan het heden, dat hun geheel bezig houdt en bezielt, waarmede zij
-lijden of gelukkig zijn, in één woord, waarin en waardoor zij leven.
-</p>
-<p>Het kan zijn dat don Leo, gedurende de weinige dagen die hij met de door hem geredde
-jonkvrouw in het hartje der wildernis doorbragt, zich een enkele maal met de zoete
-hoop vleide haar voor altijd de zijne te zien en het geluk des levens met haar te
-genieten, ver van het gewoel der steden en de zwijmelvreugd eener verbasterde maatschappij;
-maar deze gedachte, zoo zij hem ooit heeft toegelagchen, was op eens onherroepelijk
-verdwenen, door zijne toevallige en wonderbare ontmoeting met don Mariano; de verschijning
-toch van den vader van dona Laura, den schatrijken, stijf-zinnigen <span class="corr" id="xd30e6249" title="Bron: land-edelman">landedelman</span>, moest zijne luchtkasteelen voor altijd vernietigen.
-</p>
-<p>De slag was zwaar voor den jongman; maar dank zij zijn ijzeren wil, hij stond dien
-moedig door, terwijl hij meende dat het hem niet moeijelijk zou vallen in den maalstroom
-van zijn avontuurlijk leven de jonge schoone dame te vergeten.
-</p>
-<p>Ongelukkig ging het don Leo gelijk het zoo velen van zijn soort gegaan is, en deelde
-hij in den algemeenen regel: zijn hartstogt nam toe in regtstreeksche verhouding met
-de onoverkomelijke bezwaren die er zich eensklaps tegen schenen te verheffen; en het
-was juist toen hij begon in te zien dat verschil van fortuin en teedere familie-belangen,
-<span class="pageNum" id="pb277">[<a href="#pb277">277</a>]</span>tusschen hem en zijne beminde een onoverkomelijken slagboom stelden, dat hij tevens
-de onmogelijkheid begreep van te kunnen leven zonder haar te bezitten.
-</p>
-<p>Van toen af poogde hij de ongeneeslijke wond die zijn hart deed bloeden niet langer
-te heelen, integendeel gaf hij zich gedachteloos over aan het zoete gevoel der liefde,
-die zijn leven was, en droomde hij slechts van eene zaak, namelijk te sterven in hare
-redding, om misschien in zijn laatste uur uit de lippen van zijne geliefde een woord
-van erkentenis te hooren, en wederkeerig een treurige maar zoete herinnering in het
-diepst van hare ziel achter te laten.
-</p>
-<p>Onder zulke omstandigheden is het ligt te begrijpen, dat don Leo, wat er ook gebeurde,
-volstrekt wilde medewerken om het lieve jonge meisje te bevrijden; ook was hij sedert
-het oogenblik dat hij van zijn vriend gescheiden werd, onafgebroken op middelen bedacht
-om dit doel te bereiken, zich naar de Indiaansche stad te begeven, en dona Laura te
-zien.
-</p>
-<p>Het was onder deze beschouwingen dat hij in het jagerskamp terugkeerde.
-</p>
-<p>Don Mariano was treurig; Vrij-Kogel zelf scheen uit zijn humeur; kortom, alles liep
-zamen om hem in de somberste naargeestigheid te dompelen.
-</p>
-<p>Er verliepen verscheidene uren zonder dat de avonturiers een woord met elkander wisselden.
-</p>
-<p>Omstreeks twee uren na den middag, op het heetst van den dag, seinden de schildwachten
-de aannadering van een troep ruiters.
-</p>
-<p>Iedereen greep naar de wapenen.
-</p>
-<p>Weldra echter herkende men in de nieuw aankomenden Ruperto en zijn detachement, dat
-de bedienden van don Mariano verzameld hadden en thans met zich naar het kamp voerde.
-</p>
-<p>Juanito had, volgens de uitdrukkelijke bepalingen hem door Loer-Vogel voorgeschreven,
-Ruperto willen verpligten om zich met zijne ruiters in de grot aan den <span class="corr" id="xd30e6268" title="Bron: oêver">oever</span> der rivier op te sluiten; maar de jager was hiertoe niet te bewegen en had ronduit
-gezegd, dat, daar zijne kameraden op het gebied der Indianen dieper waren voortgerukt
-dan ooit een blanke zich gewaagd had, en waar zij ieder oogenblik gevaar liepen om
-door een overmagt van Roodhuiden overrompeld en afgemaakt te worden, hij hen dus in
-zulk eene hagchelijke stelling niet wilde laten, zonder hen te hulp te komen, en ondanks
-alle verzet van Juanito was de stijfhoofdige jager onverwijld verder getrokken, tot
-hij eindelijk het kamp van don Miguel bereikte.
-</p>
-<p>Twee of driemalen gedurende dezen togt was hij door zwervende Indianen verontrust
-en aangevallen, maar deze ligte schermutselingen, wel verre van zijn ijver te verzwakken,
-hadden geene andere uitwerking gehad dan dat zij den jager drongen zijn marsch te
-verhaasten; want nu de Roodhuiden eenmaal wisten dat er benden bleekgezigten in den
-omtrek van hunne kampementen rondzwierven, zouden zij zich naar alle waarschijnlijkheid
-in grooter getale vereenigen, om een gewissen <span class="pageNum" id="pb278">[<a href="#pb278">278</a>]</span>slag te slaan en zich van hunne vermetele vijanden op eens te ontdoen.
-</p>
-<p>De avonturiers werden door hunne kameraden met vreugde ontvangen. Ruperto was inzonderheid
-welkom bij don Miguel, die zich gelukkig rekende op dit oogenblik eene versterking
-van dappere mannen te bekomen, waarop hij niet had durven hopen.
-</p>
-<p>De werkeloosheid der Gambucinos maakte thans plaats voor de grootste bedrijvigheid;
-nadat onderscheidene bemoeijingen, waartoe de komst hunner kameraden aanleiding gaf,
-waren afgeloopen, verdeelden zij zich in verschillende groepen en begonnen zij drukke
-gesprekken, met al de levendigheid en praatzucht die aan de zuidelijke rassen eigen
-is.
-</p>
-<p>Ruperto achtte zich meer dan gelukkig dat hij op de gedachte was gekomen om voorwaarts
-te trekken, toen hij hoorde dat de Roodhuiden niet alleen kampementen in den omtrek
-hadden, maar dat zelfs een van hunne vijf heilige steden kort in de nabijheid lag.
-</p>
-<p>&#x2014;Canarios! riep hij, wij zullen weldoen door waakzaam te zijn, zoo wij ten minste
-eerstdaags onze haarschedels niet willen verliezen; die roode duivels zullen ons niet
-lang ongemoeid hun gewijden grond laten betreden.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, antwoordde don Miguel, ik geloof dat wij alle reden hebben om ons niet te laten
-overrompelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! meesmuilde Vrij-Kogel, het zou geen aangename ontmoeting zijn, als wij een troep
-Roodhuiden op onzen rug kregen; gij kunt u niet verbeelden hoe goed die kerels vechten,
-als zij sterk genoeg in getal zijn. Zoo herinner ik mij nog in het jaar 1836&#x2014;ik was
-destijds.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;En die er het ergste aan zou zijn is Loer-Vogel, zeî don Leo, den jager het woord
-ontnemende, zoodat hij met open mond bleef zitten. Ik verwijt mij zelven nog steeds
-dat ik hem alleen heb laten vertrekken.
-</p>
-<p>&#x2014;Hij is niet alleen, hernam de Canadees; gij weet toch, don Miguel dat hij den Vliegenden-Arend
-en zijne <i>cihuatl</i>, of hoe noemen zij de vrouwen, bij zich heeft.
-</p>
-<p>Don Miguel keek den jager scherp aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Stelt gij zooveel vertrouwen in de Roodhuiden, Vrij-Kogel? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! grinnikte deze, zich achter het oor krabbend, dat kan er naar wezen, maar als
-ge mij naar de waarheid vraagt, moet ik u zeggen dat ik ze geen zier vertrouw.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij ziet dus wel dat hij alleen is. Wie weet wat hem in die vervloekte stad reeds
-overkomen is, te midden van die bloeddorstige duivels? Ik wil u bekennen dat ik er
-mij zeer ongerust over maak en een of ander vreesselijk onheil ducht.
-</p>
-<p>&#x2014;Zijne vermomming was niettemin volmaakt.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat laat ik daar; Loer-Vogel kent bovendien de zeden der Indianen door en door, hij
-spreekt hunne taal zoo goed als zijn eigen moedertaal; maar wat zegt dat, als hij
-het slagtoffer wordt van verraad?
-<span class="pageNum" id="pb279">[<a href="#pb279">279</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Hei wat! riep Vrij-Kogel, verraad! wien noemt gij een verrader?
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, wie anders dan den Vliegenden-Arend, caramba! of zijne vrouw, want dat zijn
-de <span class="corr" id="xd30e6299" title="Bron: eenigste">eenige</span> twee die hem kennen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoor eens, don Miguel, hervatte thans Vrij-Kogel met ernst, vergun mij u even rondborstig
-te zeggen hoe ik er over denk: gij hebt ongelijk met zoo onbezonnen te spreken als
-op dit oogenblik.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik! riep de jongman barsch. Wel! en waarom dat, zoo &#x2019;t u blieft?
-</p>
-<p>&#x2014;Omdat gij de lieden die gij met een eerloozen naam durft betitelen, slechts zeer
-weinig en dat alleen bij goeder geruchte hebt leeren kennen. Wat mij betreft, ik ken
-den Vliegenden-Arend sedert vele jaren reeds; hij was nog maar een kind toen ik hem
-voor de eerstemaal zag, en ik heb zijn eerlijkheid en trouw altoos proefhoudend bevonden.
-Zoolang hij nu in ons gezelschap is, heeft hij ons goede diensten bewezen, of althans
-zoeken te bewijzen; kortom, om alles in eens te zeggen, wij allen, en gij in &#x2019;t bijzonder,
-zijt hem grootelijks verpligt. Het zou de zwartste ondankbaarheid zijn als wij dit
-konden vergeten.
-</p>
-<p>De eerzame jager had deze verdediging van zijn vriend met een vuur en eene fermiteit
-uitgesproken, die op don Miguel merkbaar indruk maakten.
-</p>
-<p>&#x2014;Vergeef mij dan, oude vriend, zeide deze op verzoenenden toon; ik beken dat ik ongelijk
-had, maar omringd als wij zijn door duizend vijanden en bedreigd om ieder oogenblik
-het slagtoffer te worden van verraad, het voorbeeld van Domingo kan dit ten overvloede
-bewijzen, heb ik mij ligt laten vervoeren tot de vermoedens.&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Elk vermoeden dat de eer van den Vliegenden-Arend te na komt, viel Vrij-Kogel hem
-met drift in de rede, is uit den aard der zaak valsch. Wie weet of hij niet juist
-op dit oogenblik, terwijl wij hier zamen spreken, zijn leven voor het onze waagt?
-</p>
-<p>Deze woorden bragten bij zijn gehoor zekere ontroering te weeg, en er volgde een poos
-stilte, die de Canadees echter onmiddelijk verbrak door op nieuw het woord te nemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Denk echter niet dat ik u iets heb te verwijten, vervolgde hij, gij zijt jong en
-alleen daardoor loopt uwe tong vaak uwe gedachten vooruit; maar als ik u raden mag,
-wees dan op uwe hoede, want het zou u den een of anderen keer groote schade kunnen
-berokkenen. Doch, genoeg hiervan; om u dit nader te bevestigen, zou ik u een aardig
-geval kunnen vertellen dat mij gebeurd is in 1851. Ik kwam destijds juist van&#x200a;&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Nu ik er ernstig over nadenk, viel don Leo hem in de <span class="corr" id="xd30e6313" title="Bron: reden">rede</span>, moet ik u geheele voldoening geven; ik heb inderdaad ongelijk gehad.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik acht mij gelukkig dat gij dit zoo ridderlijk bekent.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij er dan niet meer over spreken.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik verlang niets liever; om dus op ons eerste punt terug te komen, moet ik u op mijne
-beurt bekennen, dat ik mij zeer ongerust maak over Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! daar hebt gij het al.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, maar om gansch andere redenen dan die gij hebt aangevoerd.
-<span class="pageNum" id="pb280">[<a href="#pb280">280</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Zeg mij om welke?
-</p>
-<p>&#x2014;O, mijn hemel! die zijn zeer eenvoudig. Loer-Vogel is een handig en dapper jager,
-die al de streken der Indianen op zijn duimpje kent, maar hij heeft niemand die hem
-ter zijde staat; ingeval van tegenspoed zou de Vliegende-Arend hem weinig kunnen helpen;
-als hij ontdekt wierd, zou de brave hoofdman niet anders kunnen doen dan zich naast
-hem te laten ombrengen, en dat zal hij gewis, daar ben ik van overtuigd.
-</p>
-<p>&#x2014;En ik ook; maar wat zou dit hem of ons baten? Hoe zouden wij na zulk een ongeluk
-nog in staat zijn om de jonge meisjes te redden?
-</p>
-<p>Vrij-Kogel schudde het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, dat is juist de groote zwarigheid, daar zit hem de knoop. Ongelukkig zou het
-hoogst moeijelijk zijn om in dat geval te voorzien, dat ik hoop nooit te zullen gebeuren.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij willen er niet aan twijfelen; maar als het eens gebeurde, wat zouden wij dan
-doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wij doen zouden?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! dat is een vraag, don Miguel, die ik naauwelijks kan beantwoorden.
-</p>
-<p>&#x2014;Enfin, maar gesteld dat het zoo was, dan zullen wij toch een middel moeten uitdenken
-om ons uit de valsche positie te helpen daar wij ons in bevonden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zeker; wij zouden wel moeten.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar hoe dan?
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe dan? Ja, zoo waar als ik nog weet wat ik doen zou. Kijk, ik ben geen man die
-zoo ver vooruit kan zien. Als er een ongeluk gebeurt, is het altoos tijds genoeg om
-het te verhelpen, zonder zich zoo lang in voorraad het hoofd te breken met er aan
-te denken. Al wat ik u zeggen kan, caballero, is, dat ik voor het <span class="corr" id="xd30e6338" title="Bron: oogenbik">oogenblik</span>, in plaats van hier te blijven zitten als een flamingo die men een vleugel heeft
-afgeschoten, al heel wat zou willen geven om in die vervloekte stad te zijn en mijn
-ouden makker van nabij te kunnen beschermen.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreekt gij de waarheid? Zoudt gij werkelijk moed hebben om zoo iets te wagen? riep
-don Miguel verheugd.
-</p>
-<p>De jager zag hem verwonderd aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Twijfelt gij daaraan? vroeg hij. Hebt gij mij dan ooit op iets hooren zwetsen, dat
-ik niet in staat was te doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Maak u niet boos, oude vriend, hernam don Miguel met drift: uwe verklaring deed mij
-zooveel genoegen, dat ik er niet dadelijk aan durfde gelooven.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij moet altijd gelooven aan hetgeen ik zeg, jong mensch, antwoordde de jager nadrukkelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Heb maar geen vrees, riep don Miguel glimlachend; ik beloof u, in het vervolg zal
-ik er nooit weer aan twijfelen.
-</p>
-<p>&#x2014;Zooveel te beter, wij willen het hopen.
-<span class="pageNum" id="pb281">[<a href="#pb281">281</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Hoor eens, als gij het goed vindt, zullen wij zamen de zaak ondernemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Om in de stad te gaan?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja!
-</p>
-<p>&#x2014;Waarachtig! nu, dat noem ik een plan! riep Vrij-Kogel verrukt.
-</p>
-<p>&#x2014;Vindt gij niet?
-</p>
-<p>&#x2014;Zeker; maar hoe komen wij er in?
-</p>
-<p>&#x2014;Laat dat maar aan mij over.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! dan bemoei ik er mij niet meer mede; maar er is nog iets anders.
-</p>
-<p>&#x2014;En dat is?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat wij ons zoo niet kunnen vertoonen als wij hier zijn, zei de jager, met een koddigen
-lach op zijn eigen kostuum en dat van don Miguel wijzende; ik zou des noods, als ik
-mijn gezigt en mijne handen een weinig beschilder, misschien nog voor een Roodhuid
-kunnen passeeren; maar voor u is het een onmogelijkheid.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is maar al te waar. Maar, laat mij begaan; ik zal mij een Indiaansch kostuum
-weten te maken daar gij niets op zult kunnen afwijzen. Vermom gij u intusschen zooals
-gij goedvindt.
-</p>
-<p>&#x2014;Dan zal ik er spoedig meê klaar zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;En ik ook.
-</p>
-<p>De mannen stonden beiden vrolijk op, maar waarschijnlijk om zeer verschillende redenen<span class="corr" id="xd30e6367" title="Niet in bron">.</span> Vrij-Kogel gevoelde zich gelukkig dat hij zijn vriend kon helpen, terwijl don Miguel
-aan niets anders dacht dan aan dona Laura, die hij hoopte weder te zien.
-</p>
-<p>Toen zij opstonden, hield don Mariano hen tegen.
-</p>
-<p>&#x2014;Is het u waarlijk ernst, caballeros? vroeg hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel zeker, Senor don Mariano, antwoordden zij, zoo ernstig als ooit.
-</p>
-<p>&#x2014;Dan vind ik het zeer goed, en ik ga met u.
-</p>
-<p>&#x2014;Loop heen! riep don Miguel verbaasd terugdeinzend; zijt gij dwaas, don Mariano? Wat
-zoudt gij met ons mee doen? gij die niets van de Indianen weet, die geen woord van
-hunne taal kent, zoudt gij u in dat wespennest wagen? Gij loopt moedwillig in uw dood!
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, antwoordde de grijsaard vastberaden, ik verlang mijn kind weder te zien!
-</p>
-<p>Don Miguel had den moed niet om zulk een ferm uitgesproken besluit tegen te gaan;
-hij boog het hoofd zonder te antwoorden. Vrij-Kogel beschouwde de zaak uit een ander
-oogpunt. Volmaakt koelzinnig en bij gevolg ver ziende en juist van blik, begreep hij
-de noodlottige gevolgen die de tegenwoordigheid van don Mariano voor hunne onderneming
-zou na zich slepen.
-</p>
-<p>&#x2014;Neem mij niet kwalijk, caballero, zeide hij, maar als ik u dit zeggen mag, schijnt
-gij over uw tegenwoordig besluit niet rijpelijk te hebben nagedacht.
-</p>
-<p>&#x2014;Caballero, een vader bedenkt zich niet lang, als het te doen is om zijn kind weder
-te zien, dat hij reeds verloren achtte en dat hij nooit weder dacht te zullen omarmen.
-<span class="pageNum" id="pb282">[<a href="#pb282">282</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Dat stem ik toe; maar ik moet u onder het oog brengen, dat hetgeen gij thans wenscht
-te doen, in plaats van uw kind u terug te geven, het u voor altijd zou kunnen doen
-verliezen.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat zegt gij daar?
-</p>
-<p>&#x2014;Niets dan de eenvoudige waarheid: don Miguel en ik, wij gaan ons onder de Indianen
-wagen, die wij naauwelijks hopen te zullen misleiden, ofschoon wij hen door en door
-kennen; wat zal nu het gevolg zijn, als gij met ons mede gaat? wat anders, dan dat
-de Roodhuiden dadelijk zullen zien dat gij een blanke zijt? en dus begrijpt gij, zeer
-goed dat gij uw leven verbeurt, zoowel als wij het onze. Evenwel, zoo gij er op staat,
-ga dan, en ik ben bereid u te volgen: een mensch sterft maar eens, en of dat van daag
-of morgen gebeurt, is mij tamelijk onverschillig.
-</p>
-<p>Don Mariano slaakte een zucht.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik was dwaas, murmelde hij, ik wist niet wat ik zeide: vergeef mij, ik was te haastig
-om mijn kind te willen wederzien.
-</p>
-<p>&#x2014;Verlaat u op ons, arme vader, hervatte don Miguel edelaardig; uit hetgeen wij reeds
-gedaan hebben, moogt gij afleiden wat wij verder doen zullen; wij zijn bereid het
-onmogelijke te beproeven om u het pand terug te geven dat u zoo dierbaar is.
-</p>
-<p>Don Mariano, gebogen onder de aandoening die hem overmeesterde, had de kracht niet
-om te antwoorden; met de oogen vol tranen drukte hij den jongman de hand en zonk magteloos
-op den grond.
-</p>
-<p>De beide avonturiers maakten zich thans gereed voor den vermetelen togt dien zij voornemens
-waren te wagen, en begonnen zich te vermommen.
-</p>
-<p>Dank zij hunne bekendheid met de Indiaansche gebruiken, viel het hun niet moeijelijk
-om hunne kostumen in overeenstemming te brengen met de rol die zij spelen zouden,
-en kwamen zij weldra als volmaakte Indianen te voorschijn. Toen al de noodige toebereidsels
-waren afgeloopen, stelde don Miguel het kommando der quadrilla in handen van Ruperto,
-beval hem de meeste waakzaamheid aan om zich niet te laten verrassen, en maakte hem
-bekend met het signaal dat tusschen hem en Loer-Vogel was afgesproken. Met een handdruk
-aan don Mariano, die nog altoos in diepe treurigheid verzonken zat, namen de beide
-avonturiers afscheid van hunne kameraden, schouderden hunne buksen, die zij liefst
-wilden medenemen en trokken op weg naar Quiepa-Tani, verzeld van eenige Gambucinos,
-die hen tot aan de grenzen van het bosch uitgeleide zouden doen, en tevens van Ruperto,
-die het niet overbodig achtte om bij deze gelegenheid, al was het ook in de verte,
-de ligging der stad op te nemen, ten einde te weten hoe hij het best zijn plan van
-aanval zou regelen en zijne mannen plaatsen, om op het eerste sein hunne vrienden
-ter hulp te kunnen snellen.
-<span class="pageNum" id="pb283">[<a href="#pb283">283</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch38" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7319">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXXVIII.</h2>
-<h2 class="main">Eene nachtelijke verkenning.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De zon was juist aan het ondergaan, op het oogenblik dat de Gambucinos den rand van
-het woud en de uiterste grens van het kreupelbosch bereikten.
-</p>
-<p>Een kleinen heuvel bestijgende, zagen zij voor zich uit; op ongeveer anderhalf uur
-afstands, lag de stad, te midden der groene vlakte, die haar omringde als een kalme
-zee van kruiden en bloemen:
-</p>
-<p>De nacht daalde snel; de duisternis vermeerderde van minuut tot minuut, en smolt weldra
-tot eene sombere massa te zamen; het uur was bijzonder goed geschikt om den vermetelen
-aanslag, dien zij in &#x2019;t zin hadden, te wagen.
-</p>
-<p>Don Miguel en Vrij-Kogel zeiden hunne geleiders voor het laatst vaarwel en stapten
-moedig het hooge gras en kreupelhout in, waar zij spoedig verdwenen.
-</p>
-<p>Gelukkig hadden de waaghalzen, die zonder dat in de duisternis moeijelijk den weg
-zouden gevonden hebben, de breede loopsporen slechts te volgen, sedert lang gebaand
-door de ruiters en voetgangers, die gedurig naar de stad gingen of er van daan kwamen,
-en welke voetpaden, allen op een der poorten uitliepen.
-</p>
-<p>De beide mannen traden een geruimen tijd stil naast elkander voort, ieder voor zich
-ernstig nadenkende over den waarschijnlijken uitslag hunner schier hopelooze onderneming.
-</p>
-<p>In het eerste oogenblik der geestdrift, hadden zij weinig gedacht aan de tallooze
-moeijelijkheden die zij op hun weg ontmoeten en de hindernissen die als bij iederen
-stap voor hen zouden oprijzen.
-</p>
-<p>Zij hadden alleen hun doel in &#x2019;t oog gehouden.
-</p>
-<p>Thans echter, nu zij in koelen bloede nadachten, stuitten zij op menige zwarigheid,
-die zij vroeger niet hadden willen of kunnen vermoeden, en begonnen zij, gelijk het
-gewoonlijk gaat, hunne onderneming uit een geheel ander oogpunt te beschouwen.
-</p>
-<p>Het scheen hun bijna onmogelijk hun doel te bereiken, terwijl de gevaren en moeijelijkheden
-zigtbaar grooter werden.
-</p>
-<p>Ongelukkigerwijs kwamen deze verstandige inzigten te laat; het was nu geen tijd meer
-om terug te treden; zij moesten vooruit, het ging hoe het ging.
-</p>
-<p>Voor het overige was alles rustig en stil: geen briesje in de lucht, geen geluid in
-de prairie, en naarmate de sterren aan den hemel te voorschijn kwamen, scheen hun
-de duisternis minder tastbaar en werden de oogen der avonturiers van lieverlede gewend
-aan de heldere nachtschemering.
-</p>
-<p>Nu begonnen zij genoeg te kunnen zien om verder voort te gaan en den omtrek tot op
-zekeren afstand te onderscheiden.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel kon zich maar half schikken naar de hardnekkige stilzwijgendheid <span class="pageNum" id="pb284">[<a href="#pb284">284</a>]</span>van zijn compagnon, de eerzame jager hield veel van praten, vooral in omstandigheden
-als die van het tegenwoordige oogenblik; hij besloot dus met zijn kameraad een gesprek
-aan te vangen, vooreerst om eene menschelijke stem te hooren&#x2014;eene reden die misschien
-onbegrijpelijk zal voorkomen aan menschen wier leven gelukkig in stille huisselijkheid
-is omgegaan en vrij van de groote gemoedsbewegingen die voor sommige karakters zooveel
-bekoorlijks hebben; de tweede reden was niet minder dringend dan de eerste, daar de
-jager, nu hij zich eenmaal voor deze hopelooze onderneming had ingescheept, gaarne
-van don Miguel eenige nadere aanwijzing zou vernemen aangaande het plan dat deze dacht
-te volgen en de gedragslijn die hij zich had voorgeschreven.
-</p>
-<p>Intusschen liepen onze avonturiers, zelfs digt bij de stad en op een geheel open terrein,
-weinig gevaar van ontdekt te worden; de eenige lieden die zij konden ontmoeten waren
-enkele boschloopers en spionnen, in het weinig waarschijnlijke geval, dat de Indianen,
-tegen hunne gewoonte om gedurende den nacht geen beweging te maken, het noodig mogten
-hebben geacht eenige mannen uit te zenden om den omtrek te bewaken.
-</p>
-<p>De beide mannen konden dus zonder vrees voor ontdekking rustig zamen praten, zoo zij
-slechts zorg droegen hunne stem niet te zeer te verheffen en hunne oogen en ooren
-gestadig open te houden, om ieder gevaar te ontdekken, zoodra het zich opdeed.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel begon dus, na eerst even gehoest te hebben om de aandacht van zijn kameraad
-te wekken, terwijl hij een onvoldanen blik in het rond wierp, op eens de volgende
-aanmerking:
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, wel! de lucht is sedert een paar minuten verbazend opgehelderd, de nacht is
-veel minder donker dan ik gedacht had; als de maan maar niet opkomt voor dat wij zijn
-waar wij wezen moeten, dat ware erger.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij hebben nog twee uren tijd eer de maan opkomt, antwoordde don Miguel, dat is meer
-dan noodig is.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij denkt dus dat twee uren genoeg zal zijn?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik zeker.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu, zooveel te beter dan, want op die nachtwandelingen heb ik het niet erg begrepen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is maar omdat gij er niet aan gewoon zijt.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel mogelijk, want sedert de veertig jaar dat ik nu de woestijn in alle rigtingen
-doorkruis, is dit de tweede maal dat ik op eene nachtelijke expeditie uitga.
-</p>
-<p>&#x2014;Kom!
-</p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is op mijn woord van eer waar! riep de jager; de eerste keer was merkwaardig genoeg
-en verdient inderdaad eene nadere beschrijving.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoe zoo? vroeg don Miguel min of meer verstrooid.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, omdat de omstandigheden bijna letterlijk de zelfde waren: toen was het ons ook
-te doen om een jong meisje te redden, dat door de Indianen was opgeligt. Het was in
-het jaar 1835; ik was destijds in dienst van de Pelterijen-Maatschappij. De Zwart-Voet-Indianen,
-om <span class="pageNum" id="pb285">[<a href="#pb285">285</a>]</span>zich te wreken over een kleine streek hun door een der ambtenaren gespeeld, wisten
-er niets beters op te verzinnen dan eene nicht van den kommandant op het fort Mackensie<a class="noteRef" id="xd30e6433src" href="#xd30e6433">1</a> te schaken; maar&#x200a;&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Luister! riep don Miguel, hem op eens bij den arm vattende, hoort gij niets?
-</p>
-<p>De Canadees, ofschoon plotseling in zijn verhaal gestoord, dat hij voor dezen keer
-zoo gelukkig meende te kunnen voortzetten, toonde zich echter volstrekt niet gebelgd,
-daarvoor was hij te zeer aan dergelijke wederwaardigheden gewoon; hij bleef staan,
-ging plat op zijn buik liggen en hield het oor gedurende twee of drie minuten aan
-den grond, om met gespannen aandacht te luisteren; toen stond hij op en schudde verontwaardigd
-het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Het zijn eenige wolven, die een damhert nazitten, zeide hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Weet gij het zeker?
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zult zoo aanstonds hunne stemmen wel hooren.
-</p>
-<p>Werkelijk had de jager dit naauwelijks gezegd, of het herhaalde gekef der coyotes
-klonk op korten afstand.
-</p>
-<p>&#x2014;Ziet gij? zeide de Canadees droogjes.
-</p>
-<p>&#x2014;Inderdaad, antwoordde don Miguel.
-</p>
-<p>En zij hervatten de wandeling die zij een poosje hadden gestaakt.
-</p>
-<p>&#x2014;Apropo! begon Vrij-Kogel weder, gij weet wat wij zamen hebben afgesproken, don Miguel;
-ik verlaat mij geheel op u om de stad binnen te komen, want hoe wij het moeten aanleggen
-weet ik volstrekt niet.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zelf weet het evenmin, antwoordde de jongman; maar ik heb mij heden morgen een
-geruimen tijd bezig gehouden met de stadsmuren naauwkeurig op te nemen, en ik meen
-toch een enkel punt te hebben ontdekt, waar ik geloof dat wij er met eenige moeite
-wel over kunnen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! meesmuilde Vrij-Kogel, uw plan schijnt mij toe alles behalve uitvoerbaar te zijn,
-kameraad; het zal waarschijnlijk op gebroken beenen uitloopen.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar hebben wij kans op.
-</p>
-<p>&#x2014;Niet onaardig; maar zonder u een compliment te maken, zou ik het liever anders willen,
-wanneer het mogelijk was.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat vooruitzigt schrikt u dan ten minste niet af?
-</p>
-<p>&#x2014;Mij?&#x2014;in het minst niet. Ik ben vast overtuigd dat de Indianen mij niet dooden kunnen,
-anders zou het zeker reeds lang gebeurd zijn in het tal van jaren dat ik in de woestijn
-rondzwerf.
-</p>
-<p>De jongman moest onwillekeurig lagchen over de koelbloedigheid waarmede de oude jager
-deze zonderlinge meening uitsprak.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, wat kunt gij er op dien koop dan tegen hebben om mijn plan te volgen?
-</p>
-<p>&#x2014;Omdat het niet deugt, zei Vrij-Kogel; dat de Indianen mij niet kunnen doodschieten,
-is nog geen bewijs dat zij mij niet kunnen raken. <span class="pageNum" id="pb286">[<a href="#pb286">286</a>]</span>Geloof mij, don Miguel, wij moeten voorzigtig zijn; als een van ons beiden reeds dadelijk
-buiten gevecht werd gesteld, wat zou er dan van den andere worden?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar; maar kunt gij mij dan een beter plan voorstellen?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik denk wel van ja.
-</p>
-<p>&#x2014;Welnu, laat ik het dan hooren; als het goed is, zal ik het aannemen; ik ben volstrekt
-niet jaloersch op mijn eigen werk.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed; kunt gij zwemmen?
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom vraagt gij dat?
-</p>
-<p>&#x2014;Eerst antwoorden, dan zult gij het dadelijk weten.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zwem als een steur.
-</p>
-<p>&#x2014;En ik als een otter; wij zijn dus in voortreffelijken staat. Let thans op hetgeen
-ik u zeggen zal.
-</p>
-<p>&#x2014;Ga door als het u b&#x2019;lieft.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij ziet die rivier daar wel, niet waar? een weinig regts.
-</p>
-<p>&#x2014;Welzeker!
-</p>
-<p>&#x2014;Goed; die rivier loopt midden door de stad, die zij in tweeën snijdt, is het zoo
-niet?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja!
-</p>
-<p>&#x2014;Gesteld nu eens dat de Roodhuiden wisten dat wij ons hier in den omtrek bevinden,
-van welken kant zouden zij dan een aanval wachten?
-</p>
-<p>&#x2014;Van den kant der vlakte, dat spreekt van zelf.
-</p>
-<p>&#x2014;Al beter en beter;&#x2014;waar dus de muren bezet zijn met schildwachten, die de vlakte
-in alle rigtingen bewaken, terwijl de rivier, van welken kant zij geen gevaar vermoeden,
-volkomen verlaten zal zijn.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar al te waar! riep don Miguel zich voor het hoofd slaande; dat ik daaraan niet
-gedacht heb!
-</p>
-<p>&#x2014;Men kan niet aan alles denken, antwoordde Vrij-Kogel zoo bedaard als een philozoof.
-</p>
-<p>&#x2014;Beste vriend, ik zeg u dank voor dat uitmuntend idee; thans zijn wij ten minste zeker
-dat wij in de stad zullen komen.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij de huid van den beer niet verkoopen, voordat wij hem&#x200a;&#x2026; gij kent het oude
-spreekwoord. Evenwel, niets belet ons om het te beproeven.
-</p>
-<p>Zij gingen terstond regts af, om de rivier te naderen, die zij een kwartier later
-bereikten. De oevers waren eenzaam; de rivier, zoo effen en kalm als een spiegel,
-lag aan hunne voeten en had veel van een zilveren lint.
-</p>
-<p>&#x2014;Thans, hervatte Vrij-Kogel, moeten wij ons niet te veel haasten: al kunnen wij zwemmen,
-zullen wij die kunst liever voor het laatst bewaren, als wij geen ander redmiddel
-meer weten. Doorzoek gij nu eerst als de boschjes aan den eenen kant, terwijl ik den
-anderen kant opga; want ik zou mij zeer bedriegen, als wij niet hier of daar eene
-praauw vonden.
-</p>
-<p>In deze verwachting had de jager zich niet bedrogen; na eenige minuten zoekens, vonden
-zij werkelijk een bootje, onder een hoop bladeren verborgen, te midden van digte boschjes
-linzen en floripondio&#x2019;s; de pagaaijen lagen eenige passen verder.
-<span class="pageNum" id="pb287">[<a href="#pb287">287</a>]</span></p>
-<p>Wij hebben den lezer vroeger reeds gezegd op welke wijs de Indianen deze vaartuigen
-zamenstellen, die onder anderen ook deze deugd bezitten, dat zij zeer ligt zijn. Vrij-Kogel
-droeg de pagaaijen, don Miguel nam de praauw op zijn schouder, en binnen weinige minuten
-was zij te water.
-</p>
-<p>&#x2014;Ga gij nu scheep, zei Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Wacht een oogenblik, riep don Miguel, wij zullen de pagaaijen bewoelen om het gekraak
-te vermijden.
-</p>
-<p>Vrij-Kogel haalde de schouders op.
-</p>
-<p>&#x2014;Wij moeten niet al te slim willen zijn, dat zou verkeerd uitkomen. Als er soms Indianen
-in de nabijheid waren en zij zagen ons met de praauw op de rivier, zonder dat zij
-het geluid van de pagaaijen hoorden, zouden zij terstond onraad vermoeden en zich
-van de waarheid willen verzekeren. Neen vriend, laat mij liever begaan; gij moet u
-op den bodem der boot nederleggen, die ik gemakkelijk alleen kan roeijen; zij is klein,
-en dat is gelukkig voor ons, daar de Roodhuiden nooit zullen denken dat zulk een gering,
-door een enkel man geroeid bootje, stout genoeg zou zijn om een aanslag op de stad
-te wagen; want om u de waarheid te zeggen, ligt de betrekkelijke veiligheid onzer
-onderneming alleen in hare dolle vermetelheid; men moet inderdaad tot de bleekgezigten
-behooren om zulke hagchelijke ideeën in &#x2019;t hoofd te krijgen. Ik herinner mij nog,
-wel, in het jaar 1835, daar ik u zoo even van sprak&#x200a;&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij gaan, gaauw maar, riep don Miguel terstond in de boot springende, op wier
-bodem hij, volgens de les van zijn compagnon, zich dadelijk zoo lang als hij was uitstrekte.
-</p>
-<p>De Canadees volgde hem hoofdschuddend, greep de pagaaijen en begon te roeijen, maar
-met zekere gemaakte onverschilligheid, zoodat het vaartuig niet dan langzaam en afgemeten
-voortstevende.
-</p>
-<p>&#x2014;Ziet gij, fluisterde de jager, op deze manier behandeld, zullen de roode duivels,
-zoo er hier of daar soms een op den uitkijk staat, mij gewis voor een van hunne stadgenooten
-aanzien, die nog laat van het visschen komt en naar zijne calli terugkeert.
-</p>
-<p>Intusschen versnelde de jager allengs en onmerkbaar zijne vaart, derwijze, dat de
-praauw na verloop van een half uur een betrekkelijk goeden gang maakte, ofschoon altoos
-bedaard genoeg om geen argwaan te wekken. Nu stevenden zij meer dan een uur ongehinderd
-voort en kwamen eindelijk binnen de stad. Zoo zij echter gemeend hadden hunne ontscheping
-even onopgemerkt te kunnen volbrengen, werden zij in deze verwachting teleurgesteld.
-In de nabijheid der brug&#x2014;de plaats waar de Indianen gewoonlijk aan land stapten, hetgeen
-duidelijk genoeg bleek uit het aantal bootjes die daar aan wal lagen,&#x2014;ontdekte Vrij-Kogel
-in de verte een Indiaanschen schildwacht, die op zijn lans stond te leunen, en de
-praauw niet uit het oog verloor. De Canadees bespiedde met snellen blik den geheelen
-omtrek en overtuigde zich dat de schildwacht alleen was.
-</p>
-<p>&#x2014;Die kerel! bromde hij in zich zelven, ja, als er niemand anders is dan hij, zullen
-wij hem spoedig uit den weg ruimen.
-<span class="pageNum" id="pb288">[<a href="#pb288">288</a>]</span></p>
-<p>Hij bukte in de praauw en gaf don Miguel verslag van hetgeen er omging; deze antwoordde
-hem met een paar woorden.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed! Het is waar, zeide de jager zich oprigtende, er is geen ander middel op.
-</p>
-<p>Hij stuurde thans de praauw regt op den schildwacht aan. Zoodra de Canadees onder
-het bereik zijner stem kwam, riep de Indiaan hem toe:
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> mijn broeder komt wel laat in Quiepa-Tani, alles slaapt reeds op dit uur.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is zoo, antwoordde Vrij-Kogel in dezelfde taal als die van den schildwacht; maar
-ik breng ook een goede vracht visch mede.
-</p>
-<p>&#x2014;Ei! riep de krijgsman nieuwsgierig, mag ik die even zien?
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder mag ze niet alleen zien, hernam de Canadees beleefd, maar ik geef hem
-zelfs verlof om er de mooiste uit te zoeken.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Oah!</i> mijn broeder heeft een milde hand, de Wacondah zal die nooit ledig laten; ik neem
-uw aanbod aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! meesmuilde Vrij-Kogel; die arme stakker, &#x2019;t is wonderlijk zoo gaauw als hij toehapt:
-hij begrijpt niet dat hij zelf de visch is die hier gevangen zal worden; en met deze
-philosofische aanmerking roeide hij nader aan wal.
-</p>
-<p>Weldra stootte de praauw op het oeverzand. De Indiaan, door het bedriegelijk aanbod
-van den Canadees verschalkt, wilde voor hem in beleefdheid niet onderdoen; hij greep
-het bootje bij de voorplecht, om het op het drooge te halen.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> riep hij, inderdaad ik geloof dat mijn broeder een goede vangst heeft gehad, want
-de boot is zwaar.
-</p>
-<p>Dit zeggende bukte hij, om aan zijne pogingen meer kracht hij te zetten en de praauw
-des te spoediger aan wal te krijgen; maar hij had er den tijd niet toe, daar don Miguel
-er <span class="corr" id="xd30e6528" title="Bron: eenklaps">eensklaps</span> uitsprong en den ongelukkigen Indiaan onverhoeds zulk een slag met de kolf van zijn
-geweer toebragt, dat deze bewusteloos op het zand neertuimelde.
-</p>
-<p>&#x2014;La! meesmuilde Vrij-Kogel, terwijl hij op zijne beurt aan land stapte, die zal ons
-ten minste vooreerst niet verraden.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar dienen wij zeker van te zijn, zei don Miguel, wij moeten ons van hem ontdoen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is gemakkelijk genoeg.
-</p>
-<p>De onverbiddelijke jager nam den Indiaan op, wierp hem in de praauw en gaf deze met
-de pagaai zulk een geweldigen stoot, dat zij op eens midden in den stroom lag en snel
-de rivier afdreef, om eenige oogenblikken later buiten de stad te verdwijnen.
-</p>
-<p>De avonturiers waren nu gereed om zich te verwijderen. Maar thans begonnen eerst de
-grootste bezwaren der onderneming: hoe zouden zij te midden der duisternis te regt
-komen, in eene stad die hun geheel onbekend was? Waar en hoe zouden zij Loer-Vogel
-of den Vliegenden-Arend vinden? Ziedaar twee vragen, die beiden even onmogelijk schenen
-om op te lossen.
-</p>
-<p>&#x2014;Bah! riep Vrij-Kogel, het eene spoor is niet moeijelijker te vinden <span class="pageNum" id="pb289">[<a href="#pb289">289</a>]</span>dan het andere; in de stad of in de wildernis, dat maakt weinig verschil, laten wij
-zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Het voornaamste is, dat wij ons zoo spoedig mogelijk van hier verwijderen.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, hier is het voor ons niet veilig; maar, ik bedenk iets, laten wij het groote
-plein trachten te bereiken, daar zullen wij nog het best inlichtingen kunnen bekomen.
-</p>
-<p>&#x2014;Op dit uur! dat zal dunkt mij vrij moeijelijk gaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Integendeel. Wij zullen er ons vooreerst schuil houden, tot de dag aanbreekt; de
-eerste Roodhuid de beste die onder ons bereik komt, zal zich verpligt rekenen ons
-het nieuws van den dag te vertellen en dus van onzen vriend Loer-Vogel berigt doen&#x2014;den
-grooten wonderdokter uit Yuma, die moet hier ten minste reeds bekend zijn, te duivel!
-ja, vervolgde hij lagchende.
-</p>
-<p>Eene vrolijkheid daar don Miguel met al zijn hart in deelde. Het was zonderling, zoo
-goed als deze twee mannen hunne onbezorgdheid en luchthartigheid behielden, te midden
-eener stad, die zij geweldigerhand waren binnengedrongen, waar zij in ieder burger
-een vijand moesten verwachten en waar duizend gevaren hen van alle zijden bedreigden;
-ondanks dit alles waren zij evenzeer op hun gemak, als bevonden zij zich te midden
-hunner vrienden. Zij lachten en schertsten, alsof hun toestand de aangenaamste van
-de wereld ware geweest.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel, het is hier een aardig doolhof! hervatte Vrij-Kogel; vindt gij ook niet dat
-het hier sterk naar gebroken beenen riekt?
-</p>
-<p>&#x2014;Wie weet! misschien komen wij er nog beter af dan wij denken.
-</p>
-<p>&#x2014;Een ding is zeker, namelijk, dat wij het spoedig weten zullen.
-</p>
-<p>&#x2014;Laten wij deze straat ingaan, die schijnt ten minste lang en breed genoeg; het komt
-mij voor, als waren wij hier op den regten weg.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik help het u wenschen! Welaan, de eene straat is hier zoo goed als de andere.
-</p>
-<p>De avonturiers gingen de straat in die voor hen lag, en van de brug naar de binnenstad
-liep.
-</p>
-<p>Het toeval had hen wel gediend; na tien minuten langzaam te zijn voortgewandeld, bevonden
-zij zich reeds op het groote plein.
-</p>
-<p>&#x2014;Ziedaar! riep Vrij-Kogel op een toon van verrassing, wat zegt gij nu; hebben wij
-ons te beklagen? het geluk schijnt ons te dienen; maar dat moet ook wel! vervolgde
-hij, want de fortuin dient de gekken, en wat dat betreft, hebben wij alle aanspraak
-op hare sympathie.
-</p>
-<p>&#x2014;Stil! riep don Miguel schielijk, daar komt iemand.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar?
-</p>
-<p>De jongman wees met de hand in de rigting van den Zonnetempel.
-</p>
-<p>&#x2014;Daar! antwoordde hij.
-</p>
-<p>&#x2014;Inderdaad! mompelde Vrij-Kogel; maar mij dunkt, die man doet net als wij. Hij schijnt
-op zijne hoede te zijn, en ziet er uit alsof hij iets zoekt. Wat reden kan hij hebben
-om zoo laat nog te spoken?
-</p>
-<p>Na eene korte woordenwisseling waren de avonturiers het eens; zij scheidden van elkander
-en naderden den nachtwandelaar, van twee <span class="pageNum" id="pb290">[<a href="#pb290">290</a>]</span>verschillende kanten, met sluipenden tred, terwijl zij zich zoo veel mogelijk in de
-schaduw hielden; hetgeen echter niet zeer gemakkelijk ging, daar de maan juist was
-opgekomen, die wel is waar nog niet veel licht verspreidde, maar toch genoeg om de
-voorwerpen op vrij verren afstand te onderscheiden. De onbekende bleek intusschen
-niet van plaats te veranderen, maar bleef altijd op hetzelfde punt waar zij hem het
-eerst ontdekt hadden; hij stond eenigzins voorover gebogen, met het oor tegen de tempeldeur
-en scheen met alle aandacht te luisteren. Don Miguel en Vrij-Kogel waren geen twintig
-passen meer van hem verwijderd en maakten zich gereed om op hem aan te loopen, toen
-hij zich eensklaps oprigtte. Zij smoorden naauwelijks een luiden kreet van verrassing.
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend! mompelden beiden.
-</p>
-<p>Maar hoe zacht zij ook gesproken hadden, de Sachem had hen gehoord; zijn doordringend
-oog merkte hen dadelijk op.
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> riep hij zoodra hij hen zag, en kwam onmiddelijk naar hen toe.
-</p>
-<p>De avonturiers traden thans buiten de schaduw, die hen tot hier toe onkenbaar had
-gemaakt, en wachtten tot de Indiaan bijna vlak voor hen stond.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben het! riep don Miguel.
-</p>
-<p>&#x2014;En ik! vervolgde Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>Het opperhoofd der Comanchen deinsde vol verbazing terug.
-</p>
-<p>&#x2014;Het grijze hoofd hier! riep hij uit op een toon van verrassing die zich moeijelijk
-laat beschrijven.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e6433">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e6433src">1</a></span> Zie <i>Vrij-Kogel</i>, 3<sup>e</sup> druk, Leiden, van den Heuvell en van Santen, 1866, bladz. 152.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e6433src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch39" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7328">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XXXIX.</h2>
-<h2 class="main">Het groote geneesmiddel.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij hebben vroeger gezien hoe Loer-Vogel, na den Rooden-Wolf tot aan de tempeldeur
-gebragt en naar huis te hebben gezonden, in het heiligdom was terug gegaan en de deur
-zorgvuldig achter zich gesloten had.
-</p>
-<p>Even te voren echter, terwijl hij den vernederden Sachem den marmeren trap afhielp
-en hem een eind ver naar zijn huis geleidde, waren don Miguel en Vrij-Kogel in den
-tempel gekomen, waar de Vliegende-Arend hun een schuilplaats verleende tot de morgen
-zou aanbreken.
-</p>
-<p>De trouwe Comanch stond thans, met de schouders tegen den muur geleund en de armen
-kruiselings op de borst, de terugkomst van Loer-Vogel af te wachten.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u dank voor uwe hulp, hoofdman, zeide deze zoodra hij hem zag; zonder u zou
-ik verloren zijn geweest.
-</p>
-<p>&#x2014;Een geruimen tijd reeds, antwoordde de Indiaan, was de Vliegende-Arend onzigtbare
-getuige van het gesprek zijns broeders met den Rooden-Wolf.
-<span class="pageNum" id="pb291">[<a href="#pb291">291</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;&#x2019;t Is gelukkig dat wij van hem ontslagen zijn, voor langen tijd, zoo ik hoop, zeide
-Loer-Vogel; nu twijfel ik niet of onze plannen zullen wel slagen.
-</p>
-<p>De krijgsman schudde bedenkelijk het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Twijfelt gij nog, hoofdman? vroeg de jager.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik twijfel sterker dan ooit.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoedat! nu alles naar wensch gaat, en alle bezwaren voor ons uit den weg treden?
-</p>
-<p>&#x2014;<i>Ooah!</i> sommige bezwaren gaan uit den weg, maar andere, veel grooter en moeijelijker te overwinnen,
-komen er terstond voor in de plaats.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik begrijp u niet, hoofdman; of hebt gij misschien slecht nieuws te vertellen? Spreek
-dan onverwijld, want onze tijd is kostbaar.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder zal zien, antwoordde het opperhoofd. Zich thans half omkeerende klapte
-hij tweemaal in de handen. Op dit eenvoudig signaal, als had het de magt om geesten
-op te roepen, kwamen er op eens twee mannen uit de schaduw te voorschijn en traden
-den verwonderden jager te gemoet. Deze had hen dadelijk herkend, hij sloeg de handen
-in een en prevelde vol verbazing:
-</p>
-<p>&#x2014;Vrij-Kogel en don Miguel hier! Barmhartige hemel! Wat moet er nu van ons worden?
-</p>
-<p>&#x2014;Moet gij ons op zulk eene wijs ontvangen, oude vriend? riep don Miguel getroffen.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar wat doet gij in &#x2019;s Hemels naam hier? vroeg de jager. Welke verkeerde inval heeft
-u bewogen om bij mij te komen, nu alles zoo goed stond, dat ons succes om zoo te zeggen
-verzekerd was?
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zijn volstrekt niet hier om uwe plannen in den weg te staan; integendeel, uit
-ongerustheid over u, omdat gij u te midden van al die roode duivels zoo alleen bevondt,
-hebben wij u willen volgen, om u zoo mogelijk te kunnen bijstaan.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u wel hartelijk dank voor uwe goede bedoeling; ongelukkig echter is zij in
-de tegenwoordige omstandigheden veeleer nadeelig dan nuttig. Maar hoe is het u toch
-gelukt in de stad te komen?
-</p>
-<p>&#x2014;O, zeer gemakkelijk, antwoordde Vrij-Kogel, en nu verhaalde hij in korte woorden
-alles, wat wij gezien hebben dat er tot dusver met hen gebeurd was.
-</p>
-<p>De jager schudde het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;Het is een stout bestaan, en ik moet bekennen dat het goed is aangelegd. Doch waar
-zal het u toe dienen, dat gij zulke groote gevaren getrotseerd hebt? Veel grootere
-wachten u hier, zonder noodzaak en zonder nut voor ons allen.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat kan wel zijn! antwoordde don Miguel ferm; maar wat er ook gebeure, gij begrijpt
-wel dat ik mij niet uit louter pleizier aan al die gevaren heb blootgesteld of zonder
-voldoende reden.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat wil ik gelooven, ofschoon ik vruchteloos poog te gissen welke die reden zijn
-kan.
-</p>
-<p>&#x2014;Gis er maar niet langer na, ik zal het u wel zeggen.
-<span class="pageNum" id="pb292">[<a href="#pb292">292</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Spreek.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik hoop, oude vriend, dat gij mij begrijpen zult, hervatte don Leo met nadruk op
-ieder woord: ik wil en zal dona Laura zien.
-</p>
-<p>&#x2014;Dona Laura zien? dat is onmogelijk! riep Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik weet niet of het onmogelijk is, maar ik weet dat ik haar zien zal.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zijt dwaas! don Miguel: het is eene onmogelijkheid, zeg ik u.
-</p>
-<p>De avonturier haalde de schouders op.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zeg u nogmaals, dat ik haar zien zal! riep hij standvastig: zelfs al zou ik door
-een bloedbad moeten waden, om dit doel te bereiken, ik wil en ik zal het.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar hoe zult gij het aanleggen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet ik niet; dat kan mij ook weinig schelen. En als gij weigert mij te helpen,
-goed, dan zullen Vrij-Kogel en ik er wel middel op vinden. Zullen wij niet, oude kameraad?
-</p>
-<p>&#x2014;Zooveel is zeker, don Miguel, antwoordde de jager op zijn gewonen kortswijligen toon,
-dat ik u niet verlaten zal. Een middel vinden om tot de gevangenen door te dringen,
-dat zullen wij wel; maar of het goed en bruikbaar zal zijn, daar sta ik geenszins
-borg voor.
-</p>
-<p>Er volgde eene vrij langdurige stilte. Loer-Vogel scheen door het voornemen van don
-Miguel als verplet; hij begreep volstrekt niet hoe deze tot zulk een besluit gekomen
-was. Intusschen begon hij naauwkeurig al de kansen te berekenen, die de noodlottige
-komst des jongmans tegen het welslagen van zijn eigen plan opleverde. Eindelijk nam
-hij het woord weder op:
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal niet langer beproeven, don Miguel, uw vermetel plan om de jonge meisjes te
-gaan zien, u af te raden, zeide hij; ik ken u te goed om niet te weten dat dit eene
-vergeefsche poging zoude zijn, en dat mijne redeneringen u misschien tot een of andere
-onherstelbare dwaasheid zouden vervoeren; ik neem zelfs op mij om u in de tegenwoordigheid
-van dona Laura te brengen.
-</p>
-<p>&#x2014;Belooft gij mij dat! riep de jongman met levendige drift.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, maar op eene voorwaarde.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreek, wat het ook zij, ik neem het aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Goed; als het oogenblik daar is, zal ik het u zeggen; maar wat ik u <span class="corr" id="xd30e6631" title="Bron: biddeu">bidden</span> mag, laat de Vliegende-Arend toch uwe vermomming beter in orde brengen. Als gij en
-Vrij-Kogel niet behoorlijk gekleed in de stad komt, zult gij geen stap kunnen doen
-zonder herkend te worden. Thans verlaat ik u; het is dag geworden, ik moet naar den
-opperpriester, en dus laat ik u onder het opzigt van den Vliegenden-Arend: volg in
-alles zijn raad, uw leven is er mede gemoeid, en niet alleen het uwe, maar ook dat
-van haar die gij redden wilt.
-</p>
-<p>De jongman huiverde min of meer.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik zal u gehoorzamen, antwoordde hij, maar houdt gij ook uwe belofte.
-</p>
-<p>&#x2014;Die zal ik houden, zelfs heden nog.
-</p>
-<p>Na eenige minuten zacht met den Vliegenden-Arend gesproken te <span class="pageNum" id="pb293">[<a href="#pb293">293</a>]</span>hebben, ging Loer-Vogel heen en liet de drie mannen in den tempel achter.
-</p>
-<p>Toen de jager in het paleis kwam, was de Amantzin juist gereed om zich naar den tempel
-te begeven.
-</p>
-<p>Atoyac, nieuwsgierig als alle echte Indianen, had den opperpriester sedert den vorigen
-dag niet verlaten, om ook het tweede bezoek van den wonderarts te kunnen bijwonen,
-een bezoek dat zoo hij meende, volgens hetgeen hij van het eerste gezien had, zeer
-belangrijk zou zijn.
-</p>
-<p>Vergezeld van den Amantzin, die hem volgde als zijne schaduw, begaf Loer-Vogel zich
-thans onmiddelijk naar het paleis der Zonnemaagden, om de zieken te bezoeken. Hier
-kwam hij weldra tot de zekerheid, dat dona Laura zonder hinder het paleis zou kunnen
-verlaten, en tegen de vermoeijenissen van eene reis wel bestand zou zijn. Het jonge
-meisje, door de hoop op eene spoedige bevrijding gesterkt, had hare jeugdige krachten
-herkregen, en de zielskwaal die haar heimelijk ondermijnde was als door een tooverslag
-geweken. Wat dona Luisa betreft, daar zij meer verstand en ondervinding bezat, was
-zij wantrouwiger; toen dus de Amantzin zich verwijderd had&#x2014;want de jager had bepaald
-gevorderd om met de lijderessen alleen te worden gelaten&#x2014;zeide zij tegen den Canadees:
-</p>
-<p>&#x2014;Wij zijn gereed u te volgen, Loer-Vogel, zoodra gij het ons bevelen zult; maar onder
-eene voorwaarde slechts.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoedat, onder eene voorwaarde? riep de jager en prevelde in zich zelven: Wat heeft
-dit te beteekenen? Moet ik dan van alle zijden tegenkanting ontmoeten?&#x2014;Spreek, vervolgde
-hij, ik zal u aanhooren.
-</p>
-<p>&#x2014;Vergeef mij, als mijne woorden u hard en ondankbaar schijnen; wij twijfelen geenszins
-aan uwe trouw, dat verhoede God! maar&#x200a;&#x2026;
-</p>
-<p>&#x2014;Gij wantrouwt mij, viel de jager haar met eene mismoedige stem in de rede; maar hoe
-dit ook zij, ik moest die verwachten, gij kent mij te weinig om mij te vertrouwen.
-</p>
-<p>&#x2014;Helaas! riep dona Laura, onze toestand is ongelukkig van dien aard, dat wij vreezen
-moeten overal verraden te zullen worden.
-</p>
-<p>&#x2014;Die verfoeijelijke Addick, aan wien don Miguel ons toevertrouwde, voegde dona Luisa
-er bij, hoe heeft die ons niet bedrogen?
-</p>
-<p>&#x2014;Dat is waar! gij kunt niet anders spreken; maar wat kan ik doen om u ontwijfelbaar
-te bewijzen dat ik uw volle vertrouwen verdien?
-</p>
-<p>De beide meisjes kregen een blos en zagen elkander verlegen aan.
-</p>
-<p>&#x2014;Wacht! riep de jager goedig, ik zal al uw twijfel uit den weg ruimen. Heden avond
-kom ik weder hier en dan breng ik u een man mede, die, zoo ik geloof, wel in staat
-zal zijn u te overtuigen.
-</p>
-<p>&#x2014;Van wien spreekt gij dan? vroeg dona Laura levendig.
-</p>
-<p>&#x2014;Van don Miguel.
-</p>
-<p>&#x2014;Komt hij? riepen de beide meisjes te gelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Heden avond, verzeker ik u; zie hier een amulet, dat hij mij gaf om u ter hand te
-stellen.
-</p>
-<p>De twee kinderen vlogen elkander om den hals, om hare verlegenheid en schuchter blozen
-te verbergen.
-<span class="pageNum" id="pb294">[<a href="#pb294">294</a>]</span></p>
-<p>De jager, na deze bevallige groep een oogenblik met verwondering te hebben aangestaard,
-verwijderde zich en riep heengaande met eene zachte stem:
-</p>
-<p>&#x2014;Tot van avond!
-</p>
-<p>In de voorzaal van het paleis hadden de Amantzin en Atoyac met sterk verlangen den
-uitslag van het bezoek des wonderdokters afgewacht. Toen de jager in hun midden verscheen
-en de opperpriester hem met belangstelling naar den toestand der kranken gevraagd
-had, bleef de jager een oogenblik staan, als om zich te bedenken en na de hevige inspanning
-der voorgewende geneeskuur zijne gedachten te verzamelen; daarop sprak hij met diepen
-ernst:
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader de opperpriester is een wijs man, niets evenaart zijne kennis; laat zijn
-hart zich verheugen, want nu zullen zijne gevangenen weldra verlost zijn van den boozen
-geest die haar bezielt.
-</p>
-<p>&#x2014;Spreekt mijn vader de waarheid? vroeg de Amantzin met ongewone statigheid, en met
-een blik, als zocht hij op het gelaat van den wonderarts de mate van vertrouwen te
-lezen die hij hem schuldig was.
-</p>
-<p>Maar de gewaande dokter was ondoorgrondelijk.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoor! antwoordde hij, en verneem wat dezen nacht de groote geest mij openbaarde:
-Er is op dit oogenblik een tlacateotzin van een verwijderden stam in de stad gekomen;
-ik ken hem niet, en vóór dezen dag heb ik nooit iets van hem gehoord, maar hij is
-de groote man die mij helpen zal om de zieken te redden. Hij alleen weet welke middelen
-haar moeten worden toegediend.
-</p>
-<p>&#x2014;Zoo! riep de opperpriester op een toon van kwalijk bedekte achterdocht; maar mijn
-vader heeft zulke doorslaande bewijzen van zijne onbegrensde kunde gegeven, waarom
-zou hij dan niet alleen voleindigen, wat hij zoo wel begonnen is?
-</p>
-<p>&#x2014;Ik ben maar een eenvoudig man, wiens kracht alleen berust in de bescherming des hemels;
-de Wacondah heeft mij het middel aangewezen om de gezondheid der lijderessen te herstellen;
-ik moet gehoorzamen.
-</p>
-<p>Op deze verzekering, boog de opperpriester zonder verdere tegenspraak, en hij verzocht
-thans den jager, om hem zijne volgende plannen toe te vertrouwen.
-</p>
-<p>&#x2014;Die zal mijn vader vernemen, zoodra de onbekende tlacateotzin zijne gevangenen bezocht
-heeft, antwoordde Loer-Vogel; maar hij zal niet lang behoeven te wachten, want ik
-voel den godsman reed naderen. Dat mijn vader hem terstond binnenleide.
-</p>
-<p>Juist op dit oogenblik werd er herhaalde malen aan de buitendeur geklopt. De Amantzin,
-tegen wil en dank door de verzekering van Loer-Vogel gedreven, haastte zich om open
-te doen.
-</p>
-<p>Don Miguel trad binnen: dank zij de voorzorg van den Vliegenden-Arend, was hij geheel
-onkenbaar.
-</p>
-<p>Wij behoeven den lezer niet te zeggen, dat dit tooneel vooruit door den Canadees en
-den Comanch was afgesproken en voorbereid, gedurende <span class="pageNum" id="pb295">[<a href="#pb295">295</a>]</span>de korte woordenwisseling die zij vroeger gehouden hadden, eer zij den Zonnetempel
-verlieten.
-</p>
-<p>Don Miguel wierp een vragenden blik in het rond.
-</p>
-<p>&#x2014;Waar zijn de zieken, die ik op bevel van den Wacondah van den boozen geest moet verlossen?
-vroeg hij met eene ernstige stem.
-</p>
-<p>De opperpriester en de jager wisselden een blik van verstandhouding. De beide Indianen
-stonden verbaasd; de komst van dien man, zoo duidelijk door Loer-Vogel voorzegd, scheen
-hun bijna een wonder.
-</p>
-<p>Wij zullen hier het gesprek niet vermelden, tusschen de lijderessen en don Miguel
-gevoerd, toen Loer-Vogel den nieuwen wonderdokter in hare tegenwoordigheid bragt,
-en bepalen ons bij de verklaring, dat het den jager eerst na verloop van bijna twee
-uren, die den jongelieden slechts zoovele minuten schenen, gelukte er een eind aan
-te maken en met den jongen avonturier naar den opperpriester terug te keeren, wiens
-argwaan hij niet langer durfde trotseren en die hunne komst met ongeduld verbeidde.
-</p>
-<p>&#x2014;Moed gehouden! riep de Canadees schielijk maar zacht, gedurende den korten overstap;
-alles gaat naar wensch, laat de rest nu aan mij over.
-</p>
-<p>&#x2014;Wel? vroeg de opperpriester, zoodra zij weder in de voorzaal kwamen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel rigtte zich op in zijne volle reusachtige lengte, nam eene houding aan
-even majestueus als gestreng, en sprak met eene welluidende stem, op ontzagwekkenden
-toon:
-</p>
-<p>&#x2014;Hoort gij, magtige opperpriester en Sachem, de woorden die de groote Wacondah mij
-inblaast en op de lippen legt, en verneem wat deze wonderman, hier tegenwoordig, gezegd
-heeft. De twee eerstvolgende zonnen zijn <i>tertzauh</i>&#x2014;van kwade beduidenis&#x2014;maar op den avond van den derden dag, zoodra de <i>mezteli</i>&#x2014;de maan&#x2014;haar weldadig licht verspreidt, moet mijn zoon de Sachem Atoyac in den grooten
-tempel der Zon een vigonia ram brengen, dien de Amantzin van Quiepa-Tani voor dien
-tijd zal zegenen en dooden in den naam van Teotl<a class="noteRef" id="xd30e6694src" href="#xd30e6694">1</a>; daarna zal Atoyac de huid van den vigonia nemen en haar uitspreiden op een kleinen
-berg buiten de stad, om te beletten dat de booze geest, wanneer hij de ligchamen der
-gevangenen verlaat, zich van een der inwoners in de stad meester maakt. Vervolgens
-zal hij de gevangenen zelve naar dien heuvel geleiden.
-</p>
-<p>&#x2014;Maar, merkte de opperpriester aan, een der gevangenen is te zwak om het bed te verlaten
-daar zij op rust.
-</p>
-<p>&#x2014;Er is wijsheid in ieder woord dat mijn zoon spreekt, maar hij verontruste zich niet,
-de Wacondah zal aan haar, die hij redden wil, de noodige kracht verleenen.
-</p>
-<p>De Amantzin kon niet anders doen dan eerbiedig buigen voor dit ontegenzeggelijk bewijs.
-<span class="pageNum" id="pb296">[<a href="#pb296">296</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Wanneer hetgeen ik mijn vader gezegd heb, gedaan zal zijn, vervolgde de onverstoorbare
-Canadees, zal hij vier der dapperste krijgslieden zijns volks uitkiezen om de gevangenen
-des nachts te bewaken, en alsdan, nadat ik den magtigen Amantzin en allen die met
-hem zijn, een drank zal hebben laten drinken, dien ik zal bereiden om hem en de zijnen
-tegen alle booze invloeden te beveiligen, zal mijn broeder, de onbekende tlacateotzin
-hier tegenwoordig, den boozen geest uitdrijven, die thans de gevangenen nog kwelt.
-</p>
-<p>De opperpriester en de Sachem hoorden hem stilzwijgend aan, en schenen na te denken,
-hetgeen de Canadees niet onopgemerkt liet; hij haastte zich dus om er bij te voegen:
-</p>
-<p>&#x2014;Ofschoon de Wacondah ons helpt en magt geeft om te triomferen, moeten mijn broeder
-de Amantzin en de vier uitgelezen krijgslieden die hij er toe bestemmen zal, den nacht,
-die de groote geneeskuur voorafgaat, met mij in den heiligen Zonnetempel doorbrengen,
-terwijl Atoyac aan den wijzen Amantzin twintig jonge merriën leveren zal, om aan den
-Wacondah te offeren. Kan mijn broeder dit doen?
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! meesmuilde de Indiaan, weinig ingenomen met dezen kostbaren eerepost; maar wat
-krijg ik daar voor?
-</p>
-<p>Loer-Vogel keek hem strak aan.
-</p>
-<p>&#x2014;De vervulling, voor het einde der tweede volgende maan, van een wensch dien Atoyac
-sedert lang in stilte heeft gekoesterd.
-</p>
-<p>Dit zeide de jager op goed geluk af; intusschen scheen hij zijn doel juist getroffen
-te hebben, want de Sachem antwoordde met een verlegen gelaat en met zekere gejaagdheid:
-</p>
-<p>&#x2014;Goed, ik doe het.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn vader is een wijze, riep de opperpriester, wiens voorhoofd merkelijk was opgehelderd,
-toen hij den jager van het offer der twintig merriën hoorde spreken; de Wacondah is
-met hem.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn zoon is goed, was al wat de Canadees antwoordde, en hierop nam hij van de twee
-mannen afscheid.
-</p>
-<p>Op het plein stonden de Vliegende-Arend en Vrij-Kogel de twee avonturiers af te wachten.
-</p>
-<p>Terwijl zij zamen naar de calli van Atoyac terugkeerden, deelde Loer-Vogel aan zijne
-kameraden al de bijzonderheden van zijn plan mede. Inderdaad was het zoo eenvoudig
-mogelijk, en bestond alleen in het ontvoeren der gevangenen zoodra deze zich op den
-bewusten heuvel zouden bevinden. Dit was de eenige redelijke kans op welslagen; want
-om haar met geweld uit het paleis der Zonnemaagden op te ligten, daaraan viel niet
-te denken.
-</p>
-<p>Het uitstel van drie dagen voor het volvoeren van zijn plan, had Loer-Vogel noodzakelijk
-gekeurd, om den Vliegenden-Arend naar zijn stam te kunnen afzenden en versterking
-van manschap te halen, die men wel noodig zou hebben om de karavaan op den terugtogt
-naar het kamp en naar Mexico te beschermen, daar zij zonder twijfel door de Indianen
-zouden worden vervolgd. Ook Vrij-Kogel zou zich intusschen almede uit de stad moeten
-verwijderen, om de Gambucinos te <span class="pageNum" id="pb297">[<a href="#pb297">297</a>]</span>waarschuwen tegen den dag waarop de redding moest plaats hebben ten einde alle noodlottig
-misverstand te verhoeden en de jagers in goede hinderlagen te posteren.
-</p>
-<p>Nog dienzelfden avond gingen de Vliegende-Arend, de Wilde-Roos en Vrij-Kogel scheep,
-zoo als reeds vroeger was afgesproken, in de praauw waarmede de Roode-Wolf, volgens
-het bevel van Loer-Vogel, hen aan de brug afwachtte. De Wilde-Roos zou zoolang in
-het jagerskamp achterblijven, tot de Vliegende-Arend, met den uitmuntenden arabier
-van don Estevan, een gezwinden togt heen en weer naar zijn stam had gemaakt.
-</p>
-<p>Nadat Loer-Vogel en don Miguel hunne vrienden, terwijl deze met de praauw de rivier
-afzakten, een poosje hadden nageoogd, keerden zij naar de calli van Atoyac terug.
-De eerwaarde Sachem, ofschoon in eene alles behalve vriendelijke stemming, wegens
-de levering der twintig merriën die de groote geneeskuur hem kosten zou, ontving hen
-nogtans naar zijn beste vermogen, te meer daar hij ten aanzien van zulke magtige mannen
-als de twee wonderartsen, de heilige wetten der gastvrijheid niet durfde schenden.
-Terwijl zij zamen zaten te praten en te rooken, vertelde hij hun, dat Addick en de
-Roode-Wolf plotseling uit de stad verdwenen waren, zonder dat iemand wist wat er van
-hen geworden was. Wat den Rooden-Wolf betreft, hiervan waren de jagers niet onkundig,
-en zijn vertrek baarde hun geene ongerustheid; met Addick intusschen was dit anders,
-daar hun gastheer verzekerde dat hij met een sterke troep ruiters in vollen oorlogsdos
-was weggereden. Zij vermoedden dat de jonge hoofdman zich bij don Estevan was gaan
-voegen, hetgeen hen aanspoorde om hunne waakzaamheid te verdubbelen, daar zij van
-den kant dezer trouwelooze mannen, gewis een verraderlijken aanval konden verwachten.
-</p>
-<p>De drie dagen, die er verloopen moesten eer de beslissende dag kwam, werden met bezoeken
-aan de lijderessen en met offeranden in den tempel doorgebragt. Intusschen scheen
-de tijd wel langzaam voort te gaan voor don Miguel en de jonge dames, die altijd in
-stillen angst verkeerden dat een of ander onverwacht onheil, het tot dusver zoo gelukkig
-geslaagde plan harer verlossing zou verstoren.
-</p>
-<p>Op den laatsten dag bevonden Loer-Vogel en don Miguel, volgens gewoonte, zich weder
-in gesprek met dona Laura en dona Luisa, haar aanbevelende om zich in alles gelijdelijk
-te gedragen en hunne voorschriften strikt na te komen, toen zij een zacht geschoffel
-buiten de deur van het naast aangrenzend vertrek meenden te hooren. De voorzigtige
-jager zijn gelaat in den vereischten plooi zettende, haastte zich om de deur te openen
-en stond nu onverwacht tegenover den Amantzin, die verlegen terugdeinsde met de drift
-van iemand die op eene onbescheidene nieuwsgierigheid werd betrapt. Zou hij ook hebben
-staan luisteren? zou hij welligt gehoord hebben wat er tusschen de jonge lieden en
-den jager besproken was? Na rijpe overweging, dacht Loer-Vogel van neen; hij oordeelde
-het echter noodig zijne kameraden aan te bevelen op hunne hoede te zijn.
-<span class="pageNum" id="pb298">[<a href="#pb298">298</a>]</span></p>
-<p>De vervelende dag daalde eindelijk ten avond, de zon ging onder en de nacht kwam.
-Alles was gereed om te vertrekken. De gevangenen, elk in eene hangmat geplaatst, en
-op de schouders van vier sterke slaven gedragen, werden naar den heuvel, die voor
-de geneeskuur was aangewezen, vervoerd, en zachtjes op de vigonia-huid neergelegd,
-die men op het gras had uitgespreid. Volgens order van den tlacateotzin zette de opperpriester
-de vier door hem medegebragte krijgslieden, in de vier windstreken, als schildwachten
-op post. Loer-Vogel sprak nu eenige geheimzinnige woorden, die door don Miguel zacht
-mompelend werden beantwoord; daarop brandde hij eenige handvollen welriekend gras
-en beval den Amantzin, zoowel als den overige Indianen, om neder te knielen en de
-gunst van <i>Teotl</i> in te roepen.
-</p>
-<p>Don Miguel wierp onder deze bedrijven een bespiedenden blik naar de stad, om te zien
-of aan die zijde nog iets bijzonders gebeurde, maar alles was kalm en de diepste stilte
-heerschte in de vallei. De twee jagers, die ook een poosje nedergeknield waren, stonden
-weder op.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijne broeders hunne gebeden verdubbelen, zeide don Miguel met eene sombere stem,
-ik ga den boozen geest noodzaken om het ligchaam der gevangenen te verlaten.
-</p>
-<p>Onwillekeurig huiverden de jonge dames van schrik bij deze woorden. Don Miguel scheen
-dit niet op te merken, en gaf Loer-Vogel een wenk.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat mijne broeders nadertreden! klonk zijn bevel.
-</p>
-<p>Daarop naderden de vier schildwachts, met eene schroomvalligheid die bij de minste
-verdachte beweging der wonderdokters tot vrees dreigde over te slaan.
-</p>
-<p>Don Miguel nam thans het woord weder op.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijn broeder en ik, zeide hij, zullen thans tot bidden overgaan; maar om te beletten
-dat de booze geest als hij de gevangenen verlaat zich van u meester make, zal mijn
-broeder Twee-Konijnen voor ieder van u een drinkhoorn geprepareerd vuurwater inschenken,
-daar de Wacondah de kracht aan heeft verleend, om hen die het drinken, voor den boozen
-geest onvatbaar te maken.
-</p>
-<p>De schildwachts waren Apachen, groote liefhebbers van sterken drank; zoodra zij dus
-het woord vuurwater hoorden, schitterden hunnen oogen van verlangen. Loer-Vogel vulde
-hun ieder ongeveer een halven kalebas vol brandewijn, met een goede dosis opium gemengd,
-dien zij in een enkelen teug en met onmiskenbare blijken van genot verzwelgden. Alleen
-de opperpriester scheen een oogenblik te aarzelen; maar eindelijk kwam hij tot een
-besluit en ledigde moedig zijn beker, tot groote verligting der avonturiers, die zich
-over zijne aarzeling zeer ongerust hadden gemaakt.
-</p>
-<p>&#x2014;Nu allen op de knieën! riep de Canadees met eene barsche stem.
-</p>
-<p>De Apachen gehoorzaamden. Don Miguel deed hetzelfde.
-</p>
-<p>Loer-Vogel was de eenige die staan bleef, terwijl don Miguel met den regterarm naar
-het noorden uitgestrekt, den boozen geest scheen te bevelen zich te verwijderen. De
-Canadees begon nu snel rond te draaijen onder het prevelen van eenige woorden zonder
-zamenhang, die <span class="pageNum" id="pb299">[<a href="#pb299">299</a>]</span>door don Miguel werden herhaald. Laatstgenoemde stond daarna op en sprak een soort
-van bezwering uit.
-</p>
-<p>Hiermede verliepen twintig minuten. Gedurende dit tijdsverloop was een der Indianen
-zacht voorover gezakt, alsof hij zich uit ootmoed ter aarde boog. Weldra deed een
-tweede het zelfde, toen een derde, toen nog een, en eindelijk viel ook de opperpriester
-op den grond. De vijf Indianen gaven geen teekenen van leven meer.
-</p>
-<p>Loer-Vogel, om zich van hunne volkomene bewusteloosheid te verzekeren, prikte een
-van hen die het <span class="corr" id="xd30e6748" title="Bron: digst">digtst</span> bij hem lag eventjes met de punt van zijn dolk. De arme drommel verroerde zich niet:
-de opium had zoo krachtig op hem en zijne kameraden gewerkt, dat men hen alle vijf
-aan riemen had kunnen snijden, zonder dat zij er van ontwaakten.
-</p>
-<p>Don Miguel wendde zich thans tot de twee jonge meisjes, die met klimmende ongerustheid
-de ontknooping van dit zonderling tooneel afwachtten.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat ons vlugten, zeide hij, het is om ons leven te doen. Hij nam dona Laura in zijne
-armen, tilde haar op zijn schouder, nam in de linkerhand een pistool en liep zoo snel
-mogelijk den heuvel af. Loer-Vogel, bedaarder dan de jongman, begon met driemaal op
-verschillende wijzen het geschreeuw van den watersperwer na te bootsen; dit was het
-tusschen hem en zijne kameraden afgesproken signaal.
-</p>
-<p>Na verloop van eene minuut, die hem eene eeuw scheen, werd de zelfde schreeuw in de
-verte beantwoord.
-</p>
-<p>&#x2014;God zij geloofd! riep de jager, wij zijn gered.
-</p>
-<p>Hij naderde thans het andere meisje, en wilde haar in zijne armen nemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Neen, zeide zij glimlachend, dat is niet noodig, ik ben sterk genoeg, ik kan loopen.
-</p>
-<p>&#x2014;Kom dan mede, in &#x2019;s hemels naam!
-</p>
-<p>Dona Luisa stond op.
-</p>
-<p>&#x2014;Ga, zeide zij, ik zal u volgen. Denk slechts om u zelven, ik zou mij wel weten te
-verdedigen.
-</p>
-<p>Zij liet den jager de twee pistolen zien, die hij haar vier maanden geleden gegeven
-had.
-</p>
-<p>&#x2014;Braaf meisje, riep de jager. Maar dat is nu onnoodig; blijft slechts bij mij!
-</p>
-<p>Hij dwong haar thans om vooruit te gaan, en beiden stapten eindelijk den heuvel af.
-Eer zij echter het bosch halfweg bereikt hadden, waren de avonturiers genoodzaakt
-om stil te houden, daar de meisjes, door vermoeijenis en aandoening overstelpt, gevoelden
-dat zij niet verder voortkonden.
-</p>
-<p>Op eens hoorden zij paardengetrappel, en een talrijke troep ruiters, met don Mariano,
-Vrij-Kogel en Ruperto aan het hoofd, kwam in galop uit het bosch te voorschijn en
-reed regt op hen af.
-</p>
-<p>&#x2014;Ha! riep don Miguel uitgelaten van vreugd, ik heb haar dus eindelijk gered.
-<span class="pageNum" id="pb300">[<a href="#pb300">300</a>]</span></p>
-<p>De beide meisjes bestegen nu de paarden, die reeds bij voorraad voor haar gereed waren
-gemaakt, en werden in het midden van het detachement geplaatst.
-</p>
-<p>&#x2014;Mijne dochter, mijne dierbare dochter! riep don Mariano bij herhaling, terwijl hij
-haar teeder omhelsde en met kussen als bedekte.
-</p>
-<p>De avonturier eerbiedigde een poos deze teedere uitlatingen der vreugde, tusschen
-een vader en eene dochter, die zoo lang waren gescheiden geweest, en niet meer durfden
-hopen elkander ooit weder te zien. Twee heete tranen, die hij niet kon weerhouden,
-liepen hem langs de zonbruine wangen, en bij het zien van zulk een onverdeeld geluk,
-vergat hij voor eenige minuten, dat er van nu af aan tusschen hem en het voorwerp
-zijner liefde een onoverkomelijke slagboom was opgerezen. Weldra echter hervatte hij
-zijne tegenwoordigheid van geest en begreep hij hoe noodzakelijk het was om zich te
-haasten.
-</p>
-<p>&#x2014;Op marsch! op marsch! klonk zijn kommando, laten zij ons niet overrompelen.
-</p>
-<p>Plotseling blonk er als een bliksemschicht in de verte, men hoorde een scherp gefluit,
-en een geweerkogel, bijna te zwak om doodelijk te treffen, drukte zich plat tegen
-het voorhoofd van een der Gambucinos, dien hij levenloos van zijn paard deed tuimelen,
-twee passen achter don Miguel.
-</p>
-<p>Weldra verhief zich met verschrikkelijk gehuil, de woeste oorlogskreet der Apachen.
-</p>
-<p>&#x2014;Achterwaarts! achterwaarts! schreeuwde Loer-Vogel, daar zijn de Roodhuiden.
-</p>
-<p>De Gambucinos zwenkten ter zijden af, gaven hunne paarden de sporen, en reden met
-duizelingwekkende snelheid weg.
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e6694">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteRef" href="#xd30e6694src">1</a></span> De onbekende Godheid.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e6694src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch40" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7337">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">XL.</h2>
-<h2 class="main">De laatste storm.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Loer-Vogel had zich niet bedrogen: werkelijk waren het de Roodhuiden, die onder aanvoering
-van Addick en don Estevan aan de eene, en van Atoyac aan de andere zijde, de Gambucinos
-nazetten.
-</p>
-<p>Wij zullen den lezer deze plotselinge, zoo het scheen onverklaarbare vereeniging van
-Addick en Atoyac met weinige woorden ophelderen. In het vorige hoofdstuk hebben wij
-gezien dat Loer-Vogel den Amantzin verraste, terwijl deze aan de deur stond te luisteren.
-Ofschoon de opperpriester geen woord Spaansch verstond en er bijgevolg weinig of niets
-van begreep, had hij toch eene zekere levendigheid in het gesprek opgemerkt, die hem
-verdacht voorkwam; intusschen durfde de Amantzin zich tegen de plegtige ceremonie
-der groote geneeskuur, welke den zelfden avond zou plaats grijpen, niet openlijk verzetten,
-en gaf hij <span class="pageNum" id="pb301">[<a href="#pb301">301</a>]</span>zijne vermoedens alleen in stilte aan Atoyac te kennen. Deze, ofschoon voor zich zelven
-reeds weinig met de vreemdelingen ingenomen, toonde zich zeer verwonderd over den
-plotselingen argwaan van den opperpriester en hield dien in &#x2019;t eerst voor louter inbeelding.
-Later echter, toen hij zag hoe sterk de grijsaard overtuigd scheen dat er achter de
-mommerijen der gewaande wonderartsen een of ander bedrog verscholen was, eindigde
-Atoyac met de bedenkingen van zijn ouden vriend in te stemmen, en besloot hij om den
-aangewezen heuvel met een welgewapende bende te bewaken en den Amantzin onmiddelijk
-te hulp te komen, zoo deze de speelbal mogt worden van heimelijk verraad.
-</p>
-<p>Dit alles tusschen de twee broeders bepaaldelijk afgesproken zijnde, was Atoyac, zoodra
-de stoet der gevangenen Quiepa-Tani verlaten had<span class="corr" id="xd30e6788" title="Niet in bron">,</span> haar met een troep uitgelezen krijgslieden gevolgd; aan den voet van den heuvel gekomen,
-had Atoyac zijne ruiters in eene hinderlaag op wacht gezet, terwijl hij zelf de hoogte
-halverwege beklauterde, om tusschen het hooge gras verscholen, alles te beluisteren
-en te bespieden wat er omging.
-</p>
-<p>Toen Atoyac de gebeden der vijf mannen hoorde, kreeg hij bijna berouw dat hij gekomen
-was. Weldra echter hield het geluid der stemmen op en hoorde hij niets meer. Thans
-begon hij te veronderstellen dat er op de gebeden met luider stem, stille gebeden
-waren gevolgd, en hij bleef nog een geruimen tijd luisteren. Maar het bleef stil en
-hij hoorde inderdaad niets meer. Het opperhoofd besloot nu den heuvel op te klauteren;
-maar hoe stond hij verbaasd, toen hij op den top komende, niemand zag dan den Amantzin
-en de vier krijgslieden, bewegingloos op den grond uitgestrekt. In het eerste oogenblik
-dacht hij dat zij dood waren, en riep hij zijne kameraden, die onder aan den heuvel
-waren gebleven. Deze klauterden terstond naar boven, en liepen naar de slapers, die
-zij met alle kracht schudden, maar niet konden doen ontwaken. Atoyac vermoedde toen
-reeds gedeeltelijk de waarheid; het driemaal herhaald geschreeuw van den watersperwer,
-dat hij even te voren gehoord had, kwam hem in de gedachten: hij twijfelde niet of
-de vlugtelingen waren naar den kant van het bosch ontsnapt. Hij steeg dus weder te
-paard en stormde met de zijnen in deze rigting, om de vlugtelingen onder een huilenden
-oorlogskreet te vervolgen.
-</p>
-<p>Atoyac was de eerste die hen in &#x2019;t oog kreeg en die ook het geweerschot loste dat
-een der Gambucinos doodelijk trof.
-</p>
-<p>Maar de stelling der blanken werd inderdaad zeer hagchelijk, want toen zij den rand
-van het bosch bereikten, werden zij plotseling tegengehouden door de bende van Addick
-en don Estevan, die hen verwoed aanviel. De jonge meisjes werden in het midden der
-Gambucinos door don Mariano en Vrij-Kogel beschermd, en bevonden zich betrekkelijk
-in veiligheid.
-</p>
-<p>Terwijl Loer-Vogel en Ruperto zwenkten, om den aanval der krijgslieden van Atoyac
-af te keeren en den aftogt te dekken, wapende don Miguel zich met de knods die een
-der gekwetste Apachen had laten vallen, en stortte zich als een losgebroken tijger
-in het digtst van den <span class="pageNum" id="pb302">[<a href="#pb302">302</a>]</span>drom. De strijders, te veel op elkander gedrongen om van hunne vuurwapenen gebruik
-te kunnen maken, doodden elkander met mes- en lanssteken, of verpletterden elkander
-met de knodsen en met de kolven der geweren en buksen.
-</p>
-<p>Dit gruwzame bloedbad duurde ongeveer tien minuten, onder de huilende oorlogskreten
-der Indianen en het niet minder woeste krijgsgeschrei der Gambucinos. Eindelijk gelukte
-het don Miguel met eenige der dapperste jagers den menschen-dam te verbreken die hem
-den doortogt belette, en nu stortte hij zich door de bres die hij ten koste van tien
-zijner moedigste kameraden geopend had. Terwijl hij aan Loer-Vogel de taak overliet
-om zich tegen de laatste pogingen der Roodhuiden te verzetten, verzamelde don Miguel
-zijn volk rondom zich en stormde in vollen galop naar het diepste der bosschen, waar
-zij spoedig verdwenen.
-</p>
-<p>Met het opgaan der zon bereikten de avonturiers de grot, die vroeger tot schuilplaats
-voor Ruperto en de zijnen gediend had. Hier gaf don Miguel order om stil te houden.
-</p>
-<p>Het werd tijd; de paarden hijgden van vermoeijenis en konden naauwelijks meer voort;
-bovendien hadden de avonturiers, hoe veel haast de Apachen ook mogten maken, een ganschen
-nachtmarsch op hen vooruit; zij konden derhalve veilig eenige uren uitrusten.
-</p>
-<p>Loer-Vogel, die een weinig later met de achterhoede aankwam, bevestigde de vermoedens
-van don Miguel. De Roodhuiden hadden, volgens berigt van den jager, plotseling de
-teugels gewend en waren in de rigting der stad afgetrokken.
-</p>
-<p>Deze tijding verdubbelde de zekerheid der avonturiers.
-</p>
-<p>Terwijl de Gambucinos, in kleine groepen verdeeld, hunne wonden zaten te verbinden
-of den maaltijd gereed maakten, en de jonge meisjes, in het diepste der grot, op een
-rustbed van bladeren en zarapes insliepen, begaven don Miguel en de beide Canadezen
-zich naar de rivier, om een bad te nemen en de Indiaansche kleuren van hunne huid
-te wasschen; vervolgens trokken zij hunne gewone kleederen weder aan en keerden naar
-de grot terug om mede eenige oogenblikken rust te nemen.
-</p>
-<p>Don Miguel kwam het eerst en alleen in de grot.
-</p>
-<p>De Wilde-Roos zat aan de voeten der Spaansche meisjes, en wiegde haar in slaap, door
-het zingen van een Indiaansch lied op zacht klagenden toon. Don Mariano sliep niet
-ver van zijne dochter. De jongman bedankte de vrouw van den Sachem met een vriendelijken
-lach, strekte zich dwars voor den ingang der grot uit, en sliep gerust in, na zich
-vooraf verzekerd te hebben dat de schildwachten voor de veiligheid van allen zouden
-waken.
-</p>
-<p>De eerste woorden der jonge meisjes, toen zij ontwaakten, waren de vurigste dankbetuigingen
-jegens hare verlossers. Don Mariano hield niet op zijne dochter van tijd tot tijd
-te kussen en te liefkozen: de grijsaard wist niet hoe hij don Miguel genoeg danken
-zou. Dona Laura, met de natuurlijke vrijmoedigheid van een jeugdig hart dat nog niet
-van kunsten <span class="pageNum" id="pb303">[<a href="#pb303">303</a>]</span>weet, vond geen woorden krachtig genoeg om don Miguel de blijdschap uit te drukken
-die hare ziel thans vervulde. Alleen dona Luisa bleef somber en nadenkend. Alles wat
-zij van don Miguel gezien had: de belangelooze vrijwilligheid en ridderlijke trouw
-waarmede hij haar gediend, en bij herhaling zijn leven had gewaagd, boezemde het meisje
-een hoogen dunk in van het edele karakter en den waren adeldom des avonturiers; ongemerkt
-was de liefde in haar hart binnengeslopen, eene liefde des te heviger, daar hij die
-er het voorwerp van was, er niets van scheen te bemerken.
-</p>
-<p>De liefde die men zelf gevoelt, maakt scherpzinnig voor de liefde van anderen: dona
-Luisa begreep weldra waarom hare vriendin de edele hoedanigheden van haar jeugdigen
-bevrijder gedurig prees, en raadde de hartstogt die de beide jonge lieden voor elkander
-koesterden. Bij deze ontdekking poogde zij vruchteloos den angel eener hevige jaloezy
-uit haar hart te rukken, want zij gevoelde dat don Miguel nooit de hare zou zijn.
-Intusschen gaf het arme kind zich onwillekeurig over aan de hopelooze begeerte, om
-hem te zien en te hooren voor wien zij gaarne haar leven zou hebben opgeofferd. Wat
-don Miguel betreft, hij zag of hoorde niets van dit alles, hij was als bedwelmd van
-genot en smaakte met volle teugen het zoete geluk waarmede de enkele tegenwoordigheid
-van dona Laura hem overstelpte, wanneer zij daar zoo vrij en onbekommerd tusschen
-hem en haar vader gezeten was.
-</p>
-<p>Gelukkig dat Loer-Vogel niet van eene verliefde geaardheid was en zijn oog steeds
-geopend bleef voor de gevaren hunner positie. Hij riep dus eene vergadering bijeen,
-zamengesteld, behalve hem zelven, uit don Miguel, Ruperto, don Mariano en Vrij-Kogel,
-in welke besloten werd, dat men zich onverwijld naar de naaste Mexicaansche grenzen
-zou begeven, ten einde de jonge dames zoo spoedig mogelijk buiten alle gevaar te brengen,
-en tevens, daar dit niet onwaarschijnlijk was, zich aan een vernieuwden aanval der
-Roodhuiden te onttrekken. Vooral moest men zich daarom des te meer haasten om thuis
-te komen, daar juist de ongelukkige tijd des jaars op handen was, dien de Roodhuiden
-de &#x201c;Mexicaansche maan&#x201d; noemen, waarin zij gewoon zijn hunne jaarlijksche strooptogten
-over de grenzen van dit jammerlijk regeringloos land te ondernemen. Loer-Vogel maakte
-zich sterk om het koloniale terrein binnen vier dagen te zullen bereiken, langs wegen
-die, zoo hij dacht, alleen aan hem bekend waren.
-</p>
-<p>Men ging dus op weg.
-</p>
-<p>De avonturiers werden op hunne snelle vlugt niet verontrust, en juist zoo als Loer-Vogel
-voorspeld had, gingen zij in den namiddag van den vierden dag over het veer del Rio-Gila
-en trokken het district Sonora binnen.
-</p>
-<p>Intusschen, naarmate men het Mexicaansche grondgebied naderde, werd het gelaat van
-Loer-Vogel somberder, zijne zware wenkbraauwen trokken zich onrustig zamen en de blikken
-die hij gedurig aan alle zijden rondsloeg, teekenden diepe bezorgdheid. De reden hiervan
-was, dat het omliggende land, dat anders in dit getijde des jaars zulk een welig en
-rijk aanzien had, er thans zoo ontvolkt en eenzaam uitzag, <span class="pageNum" id="pb304">[<a href="#pb304">304</a>]</span>dat men koud werd van het aan te zien. Verwoeste velden en door paardenhoeven vertrappelde
-oogsten, hier en daar ruïnen van verbrande hutten, en aschhoopen waar zich anders
-groote korenmolens verhieven, dit alles bewees dat de geessel des oorlogs met al zijne
-verschrikkingen er overheen gegaan was.
-</p>
-<p>Aan den verren horizont echter, op twee mijlen ver voor hen uit, zag men de witte
-huizen van een versterkte <i lang="es">pueblo</i>&#x2014;burgt&#x2014;in de zonnestralen schitteren. Alles in den omtrek scheen rustig, maar het
-was eene kalmte des grafs. Geen menschelijk wezen vertoonde zich; geen <i lang="es">manada</i>&#x2014;kudde&#x2014;verscheen er op de verwoeste velden, geen <i lang="es">recuos</i>&#x2014;troepen&#x2014;van muildieren, met hunne rinkelende <i lang="es">nenas</i>&#x2014;bellen&#x2014;lieten zich zien of hooren; overal heerschte eene looden stilte en een sombere
-rust, die zwaar op het landschap drukten, en thans, in den vrolijken zonneschijn,
-aan het gansche tooneel een des te treuriger aanzien gaven.
-</p>
-<p>Eensklaps maakte het paard van Vrij-Kogel, die steeds een weinig vooruit reed, een
-zijsprong, die hem bijna uit den zadel wierp; hij wendde zich om met een kreet van
-ontsteltenis. Don Miguel en Loer-Vogel snelden terstond toe.
-</p>
-<p>Een <span class="corr" id="xd30e6836" title="Bron: afgrijsselijk">afgrijselijk</span> schouwspel vertoonde zich aan hunne oogen. Onder eene schutting, ter zijde van den
-weg, lag een hoop lijken van Spanjaarden, verward dooreengeworpen, vreesselijk verminkt
-en van hunne haarschedels beroofd. Don Miguel liet terstond halt maken, niet wetende
-of hij vooruit of terug moest trekken; geen wonder dat hij aarzelde, in een geval
-zoo moeijelijk als het tegenwoordige. Zou hij voortrukken tot aan de presidio? misschien
-was zij ledig; misschien zelfs waren de Roodhuiden er meester. Intusschen moest hij
-spoedig tot een besluit komen, hoedanig het ook wezen mogt. Terwijl hij den omtrek
-tot aan den versten horizont bespiedde, zag hij op ongeveer twee mijlen afstands eene
-verwoeste hacienda. Ofschoon altoos zorgelijk, was het beter aldaar eene schuilplaats
-te zoeken, dan in het open veld te kamperen. De avonturiers gaven dus hunne paarden
-de sporen, en twintig minuten later kwamen zij aan de landhoeve.
-</p>
-<p>De hacienda droeg alle teekenen van brand en verwoesting; de gescheurde muren waren
-zwart van den rook, de deuren en vensters verbroken; te midden der puinhoopen lagen
-verscheidene lijken, zoo van vrouwen als mannen, half verbrand en hier en daar op
-het <i>patio</i>&#x2014;voorplein&#x2014;geworpen. Don Miguel geleidde de bevende meisjes naar een der kamers, waar
-men eerst de verbroken meubels, die den toegang versperden, moest wegruimen; na haar
-aldaar in veiligheid gebragt en ten sterkste aanbevolen te hebben om de kamer niet
-te verlaten, voegde hij zich weder bij zijne kameraden, die onder opzigt van Vrij-Kogel
-zich zoo goed mogelijk in de hacienda legerden. Loer-Vogel was intusschen met Ruperto
-op verkenning uitgereden. Don Mariano, door vaderliefde aangevuurd, ageerde als vestingbouwer,
-en hield zich, door een tiental Gambucinos geholpen, bezig met het huis zoo goed mogelijk
-te versterken.
-<span class="pageNum" id="pb305">[<a href="#pb305">305</a>]</span></p>
-<p>Als alle Mexicaansche haciendas aan de grenzen, was zij door een gekreneleerden muur
-omgeven. Don Miguel liet den ingang versperren; daarop weder in huis gaande, liet
-hij de deuren en vensters herstellen, overal schietgaten maken, en schildwachten plaatsen,
-zoowel op het voorplein als op het <i>azotea</i>&#x2014;dak. Toen stelde hij twaalf van de dapperste mannen onder kommando van Vrij-Kogel
-en beval hem, om met deze kleine troep, zich achter een kleinen met hout bewassen
-heuvel, op twee honderd ellen afstands van de hacienda te verbergen. Vervolgens telde
-hij zijn eigen troep, die met inbegrip van don Mariano en zijne twee bedienden, niet
-meer dan een en twintig koppen telde; maar deze mannen waren avonturiers, vast besloten,
-om zich veeleer tot den laatsten man te laten dooden, dan zich over te geven. Don
-Miguel gaf alle hoop nog niet verloren. Eindelijk, na al deze voorzorgen genomen te
-hebben, wachtte hij de terugkomst van Ruperto af, die weldra verscheen; zijne berigten
-waren niet geruststellend.
-</p>
-<p>De Roodhuiden hadden zich van de presidio bij verrassing meester gemaakt; de burgt
-was geheel uitgeplunderd en daarna weder verlaten. Talrijke benden Apachen liepen
-het omliggende land in alle rigtingen af, en het bleek duidelijk dat de avonturiers
-zich geen uur ver buiten de hacienda zouden kunnen wagen, zonder op eene hinderlaag
-te stooten. Eindelijk kwam ook Loer-Vogel terug; hij bragt eene versterking van omtrent
-veertig Mexicaansche soldaten en boeren mede, die sedert twee dagen hadden rondgezworven,
-ieder oogenblik in gevaar van door de Roodhuiden te worden aangevallen, daar deze
-al de blanken welke zij in handen kregen om hals bragten. Don Miguel ontving met blijdschap
-deze onverwachte hulp: eene versterking van veertig man was niet te versmaden, te
-minder daar allen gewapend en dus in staat waren goede dienst te bewijzen. Loer-Vogel,
-als een goed fouragemeester, bragt tevens verscheidene muilezels met levensmiddelen
-mede.
-</p>
-<p>De schrandere Canadees was op alles bedacht en zorgde voor alles. Nadat de manschappen
-op de meest geschikte punten waren verdeeld, beklommen don Miguel en Loer-Vogel de
-azotea, om het oog te laten rondgaan.
-</p>
-<p>Niets was veranderd; het veld was nog altijd eenzaam. Deze stilte voorspelde weinig
-goeds. De zon ging in een gloed van roode dampen onder, het licht nam snel af en de
-nacht was daar, met zijne duisternis en wie weet met welke verschrikkingen.
-</p>
-<p>Don Miguel, terwijl hij den Canadees alleen boven liet, ging naar de kamer waar de
-drie vrouwen bijeen waren. Zij zaten rustig en stil bij elkander.
-</p>
-<p>Toen hij binnen trad kwam de Wilde-Roos naar hem toe.
-</p>
-<p>&#x2014;Wat wil mijne zuster? vroeg de jongman.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wilde-Roos wil vertrekken, antwoordde zij met hare zachte stem.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoedat! vertrekken! riep hij verwonderd; dat is onmogelijk; de nacht is donker; mijne
-zuster zou te veel gevaar loopen alleen; de calli&#x2019;s van haar stam zijn te ver in de
-Prairie.
-<span class="pageNum" id="pb306">[<a href="#pb306">306</a>]</span></p>
-<p>De Wilde-Roos meesmuilde op hare bevallige wijs en schudde ontkennend het hoofd.
-</p>
-<p>&#x2014;De Wilde-Roos verlangt te vertrekken, herhaalde zij ongeduldig, mijn broeder moet
-haar een paard laten geven; zij moet naar den Vliegenden-Arend.
-</p>
-<p>&#x2014;Helaas! arm kind, de Vliegende-Arend is op dit oogenblik veel te ver af, naar ik
-vrees; gij zoudt hem niet vinden.
-</p>
-<p>De jonge vrouw stak schielijk het hoofd op.
-</p>
-<p>&#x2014;De Vliegende-Arend verlaat zijne vrienden niet, zeide zij; hij is een groot opperhoofd;
-de Wilde-Roos is er trotsch op zijne vrouw te zijn. Dat mijn broeder haar late vertrekken;
-in het hart der Wilde-Roos zingt een vogeltje, dat haar zegt waar de Sachem zich bevindt.
-</p>
-<p>Don Miguel zat in geen geringe verlegenheid, hij kon niet besluiten om het verzoek
-der Indiaansche in te willigen; hij zag er tegen op om de jeugdige vrouw in gevaar
-te brengen, die, sedert zij bij hen was, zoovele bewijzen van trouw gegeven had. Op
-dit oogenblik voelde hij zich op den schouder tikken; hij keerde zich om: het was
-Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Laat haar begaan, zeide deze; zij weet beter dan wat wij haar beweegt; de Roodhuiden
-doen nooit iets zonder dat zij weten waarom. Kom, lief kind, ik zal u naar de poort
-geleiden en u een paard laten geven.
-</p>
-<p>&#x2014;Welaan dan, zeide don Miguel; maar onthoud dat gij tegen mijn zin ons verlaten hebt.
-</p>
-<p>De Indiaansche glimlachte; zij omhelsde de twee jonge meisjes en sprak alleen dit
-woord:
-</p>
-<p>&#x2014;Houd moed!
-</p>
-<p>Hierop ging zij met Loer-Vogel heen.
-</p>
-<p>&#x2014;Het arme goede schepsel, prevelde don Miguel, zij wil ons zeker nog de een of andere
-dienst bewijzen, daar ben ik van overtuigd.
-</p>
-<p>Zich thans naar de jonge dames wendende, vervolgde hij:
-</p>
-<p>&#x2014;Ninas, schept nieuwen moed; wij zijn sterk in getal, morgen ochtend met het krieken
-van den dag gaan wij weder op weg, zonder vrees van door de Indianen verontrust te
-worden.
-</p>
-<p>&#x2014;Don Miguel, antwoordde dona Laura met een treurig lachje, gij poogt ons te vergeefs
-gerust te stellen; wij hebben gehoord wat de mannen onder elkander gezegd hebben:
-zij verwachten een aanval.
-</p>
-<p>&#x2014;Waarom spreekt gij tot ons niet ronduit, don Miguel? vervolgde dona Luisa. Het is
-veel beter dat wij in eens onzen toestand kennen en weten wat wij te vreezen hebben.
-</p>
-<p>&#x2014;Lieve God! dan moest ik het zelf eerst weten, riep hij; ik heb alle voorzorgen genomen
-om de hacienda tot het uiterste te verdedigen; maar ik vlei mij steeds dat de Roodhuiden
-ons spoor niet ontdekken zullen.
-</p>
-<p>&#x2014;Gij zoekt ons alweder te misleiden, don Miguel, zeide Laura op een toon van verwijt,
-zoo zacht, dat de jongman er diep door getroffen werd.
-<span class="pageNum" id="pb307">[<a href="#pb307">307</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Voor het overige, vervolgde hij, zonder het gezegde van zijne beminde regtstreeks
-te beantwoorden, stel u gerust, Senoritas, wij allen, mijne kameraden zoo wel als
-ik, moeten vallen tot den laatsten man, eer een der Apachen den voet in dit vertrek
-zet.
-</p>
-<p>&#x2014;De Apachen! herhaalden de beide meisjes, die de herinnering van het gebeurde te Quiepa-Tani
-nog zoo versch in &#x2019;t geheugen lag, en die beefden op de gedachte van op nieuw in hunne
-handen te zullen vallen. Haar onrustige stemming duurde echter niet lang; het gelaat
-van dona Laura helderde weder op en hernam weldra de uitdrukking van engelachtige
-kalmte die haar gewoon was, en met eene zachte heldere stem zeide zij tegen don Miguel:
-</p>
-<p>&#x2014;Wij stellen vertrouwen in u; wij weten dat gij om ons te redden alles doen zult wat
-menschelijkerwijs mogelijk is; wij danken u voor uwe trouw; ons lot is in Gods hand,
-op Hem is onze hoop gevestigd. Handel als man en bekommer u niet langer om ons, don
-Miguel; maar een ding bid ik u, waak over mijn vader.
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, liet dona Luisa er op volgen, doe moedig uw pligt, wij van onzen kant zullen
-den onzen doen.
-</p>
-<p>Don Miguel keek haar aan, maar begreep haar niet.
-</p>
-<p>Zij glimlachte blozend; maar sprak niet verder.
-</p>
-<p>De jongman scheen nog iets te willen zeggen, maar na een oogenblik aarzelens groette
-hij de meisjes eerbiedig en verwijderde zich.
-</p>
-<p>Laura en Luisa wierpen zich in elkanders armen en omhelsden elkander met diepe ontroering.
-</p>
-<p>Toen don Miguel op de patio kwam, trad Loer-Vogel naar hem toe en wees hem in de verte
-eenige donkere plekken op de vlakte, die in de rigting der hacienda schenen voort
-te kruipen.
-</p>
-<p>&#x2014;Zie eens, zeide hij droog.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat zijn de Roodhuiden! riep don Miguel.
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb ze reeds tien minuten in &#x2019;t oog gehouden, hernam de jager; maar wij hebben
-den tijd nog, om ons op eene warme ontvangst voor te bereiden; zij zullen eerst over
-een uur hier komen.
-</p>
-<p>Werkelijk verliep er een uur van bange verwachting.
-</p>
-<p>Plotseling vertoonde zich het afschuwelijk hoofd van een Apache boven de poort en
-wierp een woesten blik op de patio.
-</p>
-<p>&#x2014;Dat weet niemand, zoo brutaal als die Indianen wezen kunnen, mompelde Loer-Vogel,
-en meteen zijn strijdbijl nemende gaf hij den Apache een slag, dat het ligchaam naar
-buiten en het hoofd, nog grijnzend, voor de voeten van don Miguel rolde.
-</p>
-<p>Verscheidene pogingen van de zelfde gehalte op andere punten van den ringmuur beproefd,
-werden met gelijk gevolg afgeslagen. Toen dus de Apachen begrepen hadden dat zij de
-blanken niet in hun slaap konden overrompelen, maar integendeel zeer slecht ontvangen
-zouden worden, verhieven zij hun oorlogskreet en rezen in massa van den grond op,
-waar zij tot hiertoe ongemerkt waren voortgekropen, en bestormden als razenden den
-muur, dien zij op alle punten tegelijk poogden te beklimmen.
-<span class="pageNum" id="pb308">[<a href="#pb308">308</a>]</span></p>
-<p>Een gordel van losbrandingen, bliksemvlammen en kruiddamp, omsingelde thans de gansche hacienda, en een hagelbui van kogels regende op de Apachen,
-maar zonder de drift der aanvallers te verslappen. Eene nieuwe losbranding, schier
-op arms lengte, was even onvermogend om hen terug te drijven, ofschoon zij zware verliezen
-leden. Weldra vochten bestormers en bestormden man tegen man. Het werd een allerbloedigste
-worstelstrijd, een tooneel van moord en verbittering, waarin niemand losliet zonder
-te sneuvelen, ja de verwonnene in zijn val vaak den overwinnaar medesleepte, om hem
-nog in zijn laatsten doodstuip af te maken. Gedurende langer dan een kwartieruurs
-was het onmogelijk elkander te onderkennen; de geweerschoten, de lanssteken, de snorrende
-pijlen en dreunende knodsslagen knalden, kletterden en beukten met eene verbijsterende
-snelheid. Eindelijk weken de Apachen terug.
-</p>
-<p>Zij hadden den muur niet kunnen overklimmen. Maar de wapenstilstand duurde slechts
-kort, daar de Roodhuiden onmiddelijk den storm <span class="corr" id="xd30e6906" title="Bron: hervattten">hervatten</span>, en de strijd op nieuw begon, zoo mogelijk nog met verdubbelde woede. Ditmaal zagen
-de Mexicanen, ofschoon wonderen van dapperheid verrigtende, door de massa der vijanden,
-die hen van alle kanten besprongen, zich genoodzaakt te wijken en al vechtende in
-het huis terug te trekken, hun grond voet voor voet verdedigende. De weerstand zou
-echter niet lang meer kunnen duren.
-</p>
-<p>Op eens lieten zich in den rug der Indianen nieuwe alarmkreten hooren, en Vrij-Kogel
-overviel hen aan het hoofd van zijn troep als een rollende sneeuwval. De verschrikte
-Roodhuiden, door dezen onverhoedschen aanval verbijsterd, trokken in wanorde terug
-en verstrooiden zich over de velden. Don Miguel reed nu aan het hoofd van een twintigtal
-dapperen naar buiten om zijn bondgenoot te ondersteunen, en de nederlaag des vijands
-te voltooijen. Een groot aantal Indianen was reeds nedergesabeld, en de avonturiers
-wilden hen nog verder nazetten, toen don Miguel plotseling een kreet van schrik en
-woede uitstiet.
-</p>
-<p>Terwijl hij zich te ver door de vlugtende Apachen liet afleiden, was een andere troep
-Indianen op het verlaten terrein verschenen en in dolle vaart op de hacienda aangevallen.
-De Gambucinos wendden onmiddelijk hunne paarden en renden in gestrekten draf terug.
-Het was te laat. Het was te laat! de hacienda was reeds ingenomen.
-</p>
-<p>Thans werd de strijd een verschrikkelijk bloedbad, eene slagting zonder naam. Te midden
-der Apachen, schenen Atoyac, Addick en don Estevan zich te vermenigvuldigen, zoo digt
-en snel vielen hunne slagen. Op den bovensten trap van het bordes, dat naar het inwendige
-van het huis geleidde, had don Mariano zich met eenige Gambucinos vereenigd en hield
-hij een wanhopigen strijd vol tegen de herhaalde aanvallen der Indianen. Op eens echter
-dekte als een bloedige nevel de starende blikken van don Miguel, die thans de poort
-binnenreed, en een koud zweet gudste hem van het aangezigt: de Apachen hadden den
-ingang overweldigd en stormden het huis in.
-</p>
-<p>&#x2014;Vooruit! vooruit! krijschte don Leo terwijl hij zich als een wanhopige in den strijd
-mengde.
-<span class="pageNum" id="pb309">[<a href="#pb309">309</a>]</span></p>
-<p>&#x2014;Vooruit! herhaalden Vrij-Kogel en Loer-Vogel.
-</p>
-<p>Op dit oogenblik verschenen de jonge meisjes aan het venster, vervolgd door de Roodhuiden,
-die haar aangrepen en ondanks haar wanhopigen tegenstand wegdroegen. Alles was verloren!
-</p>
-<p>Maar op dit laatste oogenblik, klonk de oorlogskreet der Comanchen en deed het luchtruim
-daveren &#x2014;een wolk van krijgers, met den Vliegenden-Arend aan het hoofd, viel als een
-donderbui op de Apachen, die zich reeds overwinnaars waanden. Aan alle zijden omsingeld,
-waren dezen eindelijk genoodzaakt te wijken, en in een overhaasten aftogt hun behoud
-te zoeken.
-</p>
-<p>De Mexicanen zagen zich gered, op het oogenblik toen zij dachten dat hun niets meer
-overbleef dan zich man voor man te laten afmaken, om hunnen vijanden niet levend in
-handen te vallen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="besluit" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e7343">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">Besluit.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
-</p>
-<p>Twee uren later verbleekte het flaauwe maanlicht en bescheen de opgaande zon het akelige
-tooneel der hacienda, waar zulk een hardnekkige en bloedige worsteling had plaats
-gehad.
-</p>
-<p>De avonturiers en de strijdhaftige Comanchen, die zoo gelukkig nog in tijds waren
-aangekomen om hun ondergang te verhoeden, hadden reeds zooveel mogelijk de sporen
-van het gevecht doen verdwijnen.
-</p>
-<p>In een verwijderden hoek van het voorplein, lagen de verminkte lijken van hen die
-in den strijd waren gevallen, opeengehoopt en zoo goed mogelijk met stroo bedekt.
-De Comanchen hielden een twintigtal gevangen Apachen in bewaring, terwijl de avonturiers
-bezig waren, sommigen met hunne wonden te verbinden, anderen met groote kuilen te
-delven om er de dooden in te begraven.
-</p>
-<p>Onder de verandah van het hoofdgebouw, op eenige bossen stroo met zarapes bedekt,
-lagen twee mannen en eene vrouw uitgestrekt. De vrouw was dood, het was dona Luisa.
-Het arme kind, wier gansche leven eene aaneenschakeling van opoffering en zelfverloochening
-geweest was, had zich vol moed laten dooden door don Estevan, op het oogenblik toen
-zij zelve Addick een kogel door het hoofd joeg, daar hij dona Laura wilde wegvoeren.
-</p>
-<p>De twee mannen waren don Mariano en Vrij-Kogel.
-</p>
-<p>Don Miguel en Laura zaten aan weerszijde van den grijsaard, en bewaakten in stilte
-het oogenblik wanneer hij de oogen weder zou openen.
-</p>
-<p>Loer-Vogel, treurig en met een bleek gezigt, was bij zijn ouden vriend nedergehurkt,
-die welhaast sterven zou.
-</p>
-<p>&#x2014;Schep moed! mijn broeder, schep moed! zeide hij, het is niets.
-</p>
-<p>De Canadees poogde nog te glimlagchen.
-</p>
-<p>&#x2014;Hm! mompelde hij met eene gebroken stem, ik weet wel hoe <span class="pageNum" id="pb310">[<a href="#pb310">310</a>]</span>het met mij is; ik heb nog tien minuten te leven, op zijn langst, en dan, dan.&#x2026;..
-</p>
-<p>Hier zweeg hij een poos en scheen iets te bedenken.
-</p>
-<p>&#x2014;Zeg, Loer-Vogel, hervatte hij, zoudt gij denken dat God mij vergeven zal?
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, ja, beste vriend, want gij waart altoos dapper en goed!
-</p>
-<p>&#x2014;Ik heb altijd gedaan wat ik dacht dat goed was, zei Vrij-Kogel; maar ik heb dikwijls
-gedwaald. Enfin, men zegt dat Gods barmhartigheid oneindig is; ik hoop op Zijne genade.
-</p>
-<p>&#x2014;Hoop vrij, vriend, hoop!
-</p>
-<p>&#x2014;Ja, ja, hervatte hij een oogenblik later: ik wist wel dat de Indianen mij niet dooden
-zouden, zooals gij ziet, het was don Estevan die mij trof; maar ik heb dien moordenaar
-van jonge meisjes den kop ingeslagen. Die ellendeling! Had ik hem maar in zijn kuil
-laten sterven, als een wolf in een knip.
-</p>
-<p>Hier werd zijne stem zwakker en onduidelijker, zijn blik glasachtiger, zijn leven
-begon snel af te nemen.
-</p>
-<p>&#x2014;Vergeef hem ook; hij is dood en hij zal geen kwaad meer doen, zei Loer-Vogel.
-</p>
-<p>&#x2014;Is hij dood! Goddank, ik heb dien slang mogen verpletteren! Adieu, Loer-Vogel, mijn
-oude kameraad! wij zullen niet meer zamen jagen op herten of bisons in de prairie;
-wij zullen onzen oorlogskreet niet meer aanheffen tegen de Apachen&#x200a;&#x2026; Waar is de Vliegende-Arend?
-</p>
-<p>&#x2014;Hij vervolgt de Roodhuiden.
-</p>
-<p>&#x2014;O! hij is een dappere ziel; ik heb hem als kind reeds gekend in 1845, ik herinner
-mij nog, ik kwam van&#x200a;&#x2026;
-</p>
-<p>Hij zweeg. Loer-Vogel, die zich over hem had gebogen om de laatste woorden, die al
-zwakker en onduidelijker werden, als uit zijn mond op te vangen, zag hem aan.
-</p>
-<p>Hij was dood.
-</p>
-<p>De eerzame jager had zijne ziel in Gods hand gegeven, zonder een langen doodstrijd
-te ondervinden. Zijn trouwe vriend drukte hem de oogen toe, knielde bij hem neer en
-het bleeke hoofd buigende, bad hij voor zijn ouden kameraad.
-</p>
-<p>Intusschen lag don Mariano nog altijd in denzelfden staat van gevoelloosheid. De beide
-jongelieden, die elk een zijner handen hielden, voelden hem met bezorgdheid den pols.
-Terwijl zijne twee oude bedienden stil in een hoek van het vertrek zaten te weenen.
-</p>
-<p>Op eens slaakte don Mariano een diepen zucht, een helder rood kleurde zijn aangezigt,
-hij opende de oogen; eenige sekonden poogde hij zijne gedachten te verzamelen, reeds
-verstrooid door den naderenden doodstrijd. Eindelijk overmande hij zich, kwam half
-op zijn leger overeind, en staarde beurtelings met eene uitdrukking van onbeschrijfelijke
-goedheid naar de beide jongelieden, die voor hem geknield lagen, trok hunne handen
-naar zich toe en vouwde die op zijn hart zamen.
-</p>
-<p>&#x2014;Don Miguel, zeide hij met eene luide stem: zorg voor haar! Laura, gij bemint hem,
-wees gelukkig! Ik zegen u, mijne kinderen!
-<span class="pageNum" id="pb311">[<a href="#pb311">311</a>]</span></p>
-<p>O, God! vergeef naar uwe barmhartigheid hem, die de oorzaak was van al onze ongelukken.
-Hemelsche Vader! ontvang mij in uw schoot. Mijne kinderen, mijne kinderen! tot wederziens!
-</p>
-<p>Thans werd zijn ligchaam krampachtig bewogen, zijne trekken veranderden zigtbaar,
-hij viel achterover met een laatsten snik.
-</p>
-<p>Hij was dood!
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Na zijn ouden kameraad de laatste eer bewezen te hebben, voegde Loer-Vogel zich bij
-den Vliegenden-Arend. Sedert dien tijd heeft men niets meer van hem gehoord.
-</p>
-<p>De dood van Vrij-Kogel had het hart gebroken van dien man, zoo vol kracht, beleid,
-goeden wil en voortvarendheid. Misschien sleept hij het overschot van zijn kommervol
-bestaan nog voort te midden der Indianen, onder welke hij besloten had te leven en
-te sterven.
-</p>
-<p>Alle pogingen, later door don Leo de Torres, na zijne huwelijksverbindtenis met dona
-Laura de Real del Monte aangewend om hem op te sporen, bleven vruchteloos; de jongman
-moest het tot zijn verdriet eindelijk opgeven, om den eenvoudigen en te gelijk grootmoedigen
-man weder te vinden, aan wien hij zooveel te danken had.
-<span class="pageNum" id="pb312">[<a href="#pb312">312</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div id="toc" class="div1 contents"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">INHOUD.</h2>
-<table class="tocList">
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7">
-</td>
-<td class="tocPageNum">Bladz<span class="corr" id="xd30e6977" title="Niet in bron">.</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">I.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch1" id="xd30e6983">De verrassing</a> </td>
-<td class="tocPageNum">1.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">II.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch2" id="xd30e6992">De gast</a> </td>
-<td class="tocPageNum">7.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">III.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch3" id="xd30e7001">De nachtelijke zamenspraak</a> </td>
-<td class="tocPageNum">13.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">IV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch4" id="xd30e7010">Indianen en jagers</a> </td>
-<td class="tocPageNum">20.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">V.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch5" id="xd30e7019">Wederzijdsche ophelderingen</a> </td>
-<td class="tocPageNum">26.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">VI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch6" id="xd30e7028">Eene duistere geschiedenis</a> </td>
-<td class="tocPageNum">34.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">VII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch7" id="xd30e7037">Eene duistere geschiedenis (vervolg)</a> </td>
-<td class="tocPageNum">40.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">VIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch8" id="xd30e7046">Eene duistere geschiedenis (slot)</a> </td>
-<td class="tocPageNum">48.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">IX.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch9" id="xd30e7055">Vrij-Kogel en Loer-Vogel</a> </td>
-<td class="tocPageNum">56.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">X.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch10" id="xd30e7064">Nieuwe personaadjen</a> </td>
-<td class="tocPageNum">63.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch11" id="xd30e7074">Het veer del Rubio</a> </td>
-<td class="tocPageNum">72.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch12" id="xd30e7083">Don Stefano Cohecho</a> </td>
-<td class="tocPageNum">79.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch13" id="xd30e7092">De hinderlaag</a> </td>
-<td class="tocPageNum">85.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XIV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch14" id="xd30e7101">De reizigers</a> </td>
-<td class="tocPageNum">93.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch15" id="xd30e7110">De herleving</a> </td>
-<td class="tocPageNum">100.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XVI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch16" id="xd30e7119">Plaatselijk onderzoek</a> </td>
-<td class="tocPageNum">107.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XVII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch17" id="xd30e7128">Don Mariano</a> </td>
-<td class="tocPageNum">113.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XVIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch18" id="xd30e7137">Wat de regtspleging voorafging</a> </td>
-<td class="tocPageNum">120.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XIX.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch19" id="xd30e7146">Het geregtelijk verhoor</a> </td>
-<td class="tocPageNum">127.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XX.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch20" id="xd30e7155">Het vonnis</a> </td>
-<td class="tocPageNum">135.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch21" id="xd30e7164">Vrij-Kogel</a> </td>
-<td class="tocPageNum">144.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch22" id="xd30e7174">Het kamp</a> </td>
-<td class="tocPageNum">152.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch23" id="xd30e7183">De Vliegende-Arend</a> </td>
-<td class="tocPageNum">161.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXIV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch24" id="xd30e7192">Quiepa-Tani</a> </td>
-<td class="tocPageNum">169.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch25" id="xd30e7201">Een drietal schurken</a> </td>
-<td class="tocPageNum">176.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXVI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch26" id="xd30e7210">Eene jagt in de Prairiën</a> </td>
-<td class="tocPageNum">184.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXVII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch27" id="xd30e7219">Eene jagt in de Prairiën (vervolg)</a> </td>
-<td class="tocPageNum">194.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXVIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch28" id="xd30e7228">Blank-huiden en Rood-huiden</a> </td>
-<td class="tocPageNum">201.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXIX.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch29" id="xd30e7237">De raad</a> </td>
-<td class="tocPageNum">209.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXX.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch30" id="xd30e7246">Het tweede detachement</a> </td>
-<td class="tocPageNum">217.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXXI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch31" id="xd30e7255">De Tlacateotzin</a> </td>
-<td class="tocPageNum">225.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXXII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch32" id="xd30e7264">Eerste ontdekkingen in de stad</a> </td>
-<td class="tocPageNum">234.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXXIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch33" id="xd30e7274">Ophelderingen</a> </td>
-<td class="tocPageNum">241.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXXIV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch34" id="xd30e7283">Een gesprek</a> </td>
-<td class="tocPageNum">249.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXXV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch35" id="xd30e7292">De zamenkomst</a> </td>
-<td class="tocPageNum">257.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXXVI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch36" id="xd30e7301">Eene ontmoeting</a> </td>
-<td class="tocPageNum">265.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXXVII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch37" id="xd30e7310">Verwikkelingen</a> </td>
-<td class="tocPageNum">274.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXXVIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch38" id="xd30e7319">Eene nachtelijke verkenning</a> </td>
-<td class="tocPageNum">283.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXXIX.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch39" id="xd30e7328">Het groote geneesmiddel</a> </td>
-<td class="tocPageNum">290.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XL.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"> <a href="#ch40" id="xd30e7337">De laatste storm</a> </td>
-<td class="tocPageNum">300.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#besluit" id="xd30e7343">Besluit</a> </td>
-<td class="tocPageNum">309.</td>
-</tr>
-</table>
-<p></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 advertisement"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd30e7350">Uitgave van VAN DEN HEUVELL &amp; VAN SANTEN, te Leiden.
-</p>
-<p class="h2">GUSTAVE AIMARD.
-</p>
-<p>Er is in de laatste jaren veel over Amerika en de roodhuiden geschreven. Tal van schrijvers,
-onder wie enkelen met onbetwistbaar talent, hebben zich tot taak gesteld, ons in de
-tot nog toe voor onze beschaving ontoegankelijke, door wilde volksstammen bewoonde
-prairiën en savannen van &#x2019;t verre westen rond te leiden. Slechts weinigen hebben zich
-echter van hun wegwijzerschap naar eisch gekweten. De meesten ontbrak het aan eene
-grondige, uit eigen ervaring opgedane kennis van de landen en volksstammen, welker
-aard en zeden zij ons schilderen wilden.
-</p>
-<p>De Franschman <i>Gustave Aimard</i> is hierin gelukkiger, dan velen zijner voorgangers, geweest. De beschaafde wereld
-voor jaren vaarwel zeggende, heeft hij, als aangenomen zoon van een hunner magtigste
-stammen, onder en met de Indianen op de wijde grasvlakten hun zwervend leven gedeeld,
-bij de vredespijp aan hunne rust en hunne jagten, na &#x2019;t opgraven der strijdbijl met
-buks en tomahawk, aan hunne ondernemingen en togten zelf deelgenomen.
-</p>
-<p>Een zoodanig leven&#x2014;de bestendige worsteling met moeite en vaak schijnbaar onoverkomelijke
-bezwaren&#x2014;heeft eene aantrekkelijkheid, waarvan alleen hij, die het bij ondervinding
-leerde kennen, zich een eenigzins helder begrip kan vormen. De mensch staat daar in
-de wildernis alleen en komt er als zelfstandig wezen tot bewustheid van zijne volle
-kracht. Met God alleen boven zich, oog en oor bestendig op de wacht, den vinger aan
-zijn geweertrekker, omringd door gevaren zonder tal, bedreigd door Indianen en wilde
-dieren, die achter bosch en struik, in donkere kloven of in hooge boomtoppen loeren,
-om zich op hem te werpen en hem tot hunnen roof te maken, gevoelt hij zich in waarheid
-eerst heer der schepping, welke hij met al de magt van zijn wil, verstand, overleg
-en onverschrokkenheid beheerscht.
-</p>
-<p>Langer dan vijftien jaren hield <i>Aimard</i> dat hier vlugtig aangeduide, vaak koortsig gejaagde leven vol. Onverschrokken jager,
-ging hij met de Sioux en Zwart-Voeten in de verst westelijke prairiën op bisons uit.
-In &#x2019;t golvend zand van de onbegrensde Del Norte verdwaald, zwerft hij daar langer
-dan eene maand rond, aan de martelingen van honger, dorst en koorts prijs gegeven.
-Tot tweemaal toe werd hij door de Apachen aan den folterpaal gebonden. Twaalf maanden
-slaaf bij de Patagoniërs aan de straat van Magellaan, had hij daar gruwelijkste kwellingen
-en tergingen te verduren en ontsnapte slechts door een wonder aan hunne handen. Moederziel
-alleen trok hij de pampas van Buenos-Ayres tot Sain-Luïs de Mendoza door en had op
-dien zwerftogt met panthers en jaguars, met roodhuiden en gaucho&#x2019;s te kampen. Een
-dollen inval gehoor gevende, wilde hij de geheimenissen van Brazilië&#x2019;s ongerepte wouden
-doorgronden en liet zich door geen wilde horden afschrikken, om die in hunne volle
-breedte te doorkruisen. Beurtelings squatter, bevervanger, partijganger, goudzoeker
-en bergwerker, leerde hij Amerika, van de hoogste Cordillera&#x2019;s tot aan de stranden
-van den Oceaan kennen&#x2014;een kind van den dag, gelukkig in &#x2019;t heden, zonder zorg voor
-de toekomst, wakkere voorpost van de beschaving, die in <i>&#x2019;t far west</i> van jaar tot jaar meer veroveringen maakt.
-</p>
-<p>&#x2019;t Zijn derhalve niet zoo zeer romans, die <i>Aimard</i> thans na zijne terugkomst in Frankrijk schrijft, als wel gedenkschriften en levensberigten.
-Even als <i>Gabriel Ferry</i>, zijn landsman, als <i>Gerstaecker</i> en <i>Armand</i> (Strubberg), de duitschers, vertelt hij van zijn eigen leven, van zijn eigen ontmoetingen en ervaringen in het vreemde land. De door hem beschreven
-zeden en gebruiken waren eens hem zelven eigen, met de door hem geteekende Indianen
-heeft hij jaren lang geleefd en geleden, gejaagd en gevischt, feest gevierd en gevast,
-in den wigwam of op &#x2019;t krijgspad gelegen; wat hij geeft, zijn in meer dan één opzigt
-photographiën &#x2014; &#x2014;
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p><i>Gustaaf Aimard</i> was de eerste niet, die den held van zijn verhaal, in eene lange reeks van vertellingen
-als hoofdpersoon deed optreden; als zijn voorganger, heeft <i>Aimard</i> dit zoo weten in te rigten, dat ieder verhaal, of boekdeel, op zich zelf kompleet
-is en den aankoop van het voorgaande of volgende niet volstrekt noodzakelijk maakt.
-</p>
-<p>Doch de Fransche romancier heeft dit op <i>Cooper</i> vooruit, dat, terwijl de &#x201c;Lederen Kous&#x201d; bij laatstgenoemde een verdicht persoon,
-of althans slechts een algemeene type van den woudlooper uitmaakt,&#x2014;Graaf <i>Louis</i> daarentegen, in <i>Aimard&#x2019;s</i> vertellingen werkelijk een historisch persoon is. Graaf de <i>Raousset-Boulbon</i>, zoo het hem gelukt ware zijn stout plan te volvoeren en in Mexico een onafhankelijk
-rijk te stichten, zou waarschijnlijk de <i>Napoleon</i> van het Westen zijn geworden. Als ridderlijk avonturier en echt edelman, waagde hij
-zijn leven voor zijne zaak, en eindigde hij zijne loopbaan als het slagtoffer van
-voorbeeldeloos verraad, gelijk <i>Aimard</i> ons dit naar waarheid beschrijft. Vandaar hebben de romans van <i>Aimard</i> de groote verdienste, dat zij op geschiedkundige feiten zijn gebouwd, en er slechts
-weinig verdichting noodig was om den indruk van zijn verhaal te verlevendigen of te
-verhoogen.
-</p>
-<p>In <i>Valentin Guillois</i> heeft de schrijver, meer dan waarschijnlijk zich zelven trachten voor te stellen,
-met al zijne hoedanigheden&#x2014;zoo deugden als gebreken. Toen hij pas in Amerika kwam,
-was hij niets meer dan een echt roekeloos Parijzenaar; maar zijn aanhoudende omgang
-met de natuur maakte hem tot een edelaardig en diepdenkend menschenvriend.
-</p>
-<p>Naauwelijks was hij in de beschaafde wereld teruggekeerd, of hij begon de geschiedenis
-van zijn veelzijdig en belangrijk werk te boek te stellen, niet zoozeer als een middel
-van bestaan&#x2014;anders gezegd om den broode&#x2014;maar uit louter genoegen, om nog eens weder,
-al was het dan ook slechts op het papier, dat leven vol gewaarwordingen en avonturen
-te genieten, dat hij onder de Indianen in de wildernis had doorgebragt. Vandaar dat
-zijne romans geen eigenlijke romans zijn, maar levendige voorstellingen van gebeurde
-zaken; zij vloeijen hem als van zelve uit de pen, en zijn ongekunstelde verhaaltrant,
-zonder blijkbare inspanning of gezochte effecten, is de beste waarborg voor zijne
-geloofwaardigheid.
-</p>
-<p>Geen wonder derhalve dat <i>Aimard&#x2019;s</i> werken zoo grooten opgang maakten en zoo populair zijn geworden. Zij zijn bijna in
-alle moderne talen overgebragt en de auteur wordt thans algemeen erkend als de Fransche
-<i>Cooper</i>. De gretigheid, waarmede zijne verhalen hier te lande werden ontvangen, is inderdaad
-verbazend en hunne populariteit neemt met iederen dag toe. Wij zeggen dus niet te
-veel, met te beweren, dat zij weldra de zoogenaamde standaard m. a. w. de lievelingslectuur
-zullen uitmaken van het volk en vooral van de jongelingschap, voor welke zij dan ook
-bijzonder geschikt zijn, want <i>Aimard</i>, en het zij tot zijne eer gezegd, heeft nooit een regel geschreven die de goede zeden
-kwetsen, of een blos zou kunnen jagen op de kaken, zelfs van den gevoeligste.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 advertisement ads2"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first">De werken van <b>GUST. AIMARD</b>.
-</p>
-<p class="adLarge">DE PELSJAGERS VAN DE ARKANSAS.
-</p>
-<p class="adMedium">TAFEREELEN UIT DE WOUDEN EN <span class="corr" id="xd30e7428" title="Bron: PRAIRIEN">PRAIRIËN</span> VAN AMERIKA.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE ELFDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>MET EENE VOORREDE VAN J.&nbsp;J.&nbsp;A. GOUVERNEUR.
-</p>
-<p>Derde druk.
-</p>
-<div class="table">
-<table class="xd30e7436">
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop">Prachtuitgave </td>
-<td class="cellTop"><span class="seg">met</span> </td>
-<td class="cellTop">5 platen </td>
-<td class="cellTop"><span class="seg">&#x192;</span> 1.90; </td>
-<td class="cellTop"><span class="seg">gebonden</span> </td>
-<td class="cellRight cellTop">&#x192; 2.60.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom">Volksuitgave </td>
-<td class="cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">met</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> </td>
-<td class="cellBottom">1 plaat </td>
-<td class="cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">&#x192;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 1.00; </td>
-<td class="cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">gebonden</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> </td>
-<td class="cellRight cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">&#x192;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 1.50.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p class="adLarge">I. VRIJ-KOGEL, OF DE WOLVIN DER <span class="corr" id="xd30e7480" title="Bron: PRAIRIEN">PRAIRIËN</span>.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE VIERDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<div class="table">
-<table class="xd30e7436">
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop">2<sup>e</sup> druk. </td>
-<td class="cellTop">Prachtuitgave </td>
-<td class="cellTop">met </td>
-<td class="cellTop">4 platen </td>
-<td class="cellTop">&#x192; 1.90; </td>
-<td class="cellTop">gebonden </td>
-<td class="cellRight cellTop">&#x192; 2.60.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom">3<sup>e</sup> druk. </td>
-<td class="cellBottom">Volksuitgave </td>
-<td class="cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">met</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> </td>
-<td class="cellBottom">1 plaat </td>
-<td class="cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">&#x192;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 1.00; </td>
-<td class="cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">&#x192;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> </td>
-<td class="cellRight cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">&#x192;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 1.50.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p class="adLarge">II. DE SPOORZOEKER, SCHETSEN EN TOONEELEN UIT DE AMERIKAANSCHE WILDERNIS.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE VIERDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<div class="table">
-<table class="xd30e7436">
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop">2<sup>e</sup> druk. </td>
-<td class="cellTop">Prachtuitgave </td>
-<td class="cellTop">met </td>
-<td class="cellTop">4 platen </td>
-<td class="cellTop">&#x192; 1.90; </td>
-<td class="cellTop">gebonden </td>
-<td class="cellRight cellTop">&#x192; 2.60.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom">3<sup>e</sup> druk. </td>
-<td class="cellBottom">Volksuitgave </td>
-<td class="cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">met</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> </td>
-<td class="cellBottom">1 plaat </td>
-<td class="cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">&#x192;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 1.00; </td>
-<td class="cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">&#x192;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> </td>
-<td class="cellRight cellBottom"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">&#x192;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 1.50.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p class="adLarge">I. HET OPPERHOOFD DER AUCAS, SCHETSEN EN TOONEELEN UIT CHILI.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE TIENDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>2 dln. gr. 8<sup>o</sup>. met platen &#x192; 6.50.
-</p>
-<p class="adLarge">II. DE GIDS DER <span class="corr" id="xd30e7593" title="Bron: PRAIRIEN">PRAIRIËN</span>.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE ACHTSTE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>1 deel gr. 8<sup>o</sup>. <i>Met portret van den schrijver.</i> &#x192; 3.25.
-</p>
-<p class="adLarge">III. DE ROOVERS DER <span class="corr" id="xd30e7607" title="Bron: PRAIRIEN">PRAIRIËN</span>.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE ACHTSTE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>1 deel gr. 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 3.25.
-</p>
-<p class="adLarge">IV. <a class="pglink xd30e44" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/59683">DE LYNCH WET</a>.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE ZEVENDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>1 deel gr. 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 3.25.
-</p>
-<p class="adLarge">V. DE GRAAF DE LHORAILLES.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE ZEVENDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>1 deel gr. 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 3.25.
-</p>
-<p class="adLarge">VI. DE GOUDKOORTS.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE ZESDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>1 deel gr. 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 3.25.
-</p>
-<p class="xd30e7649">Ter perse:
-</p>
-<p class="adLarge">VII. CURUMILLA.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE ZESDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>1 deel gr. 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 3.25.
-</p>
-<p>NOG ZIJN UITGEGEVEN en zijn tevens als vervolg van &#x201c;<span class="ex">de Pelsjagers</span>&#x201d; te lezen:
-</p>
-<p class="adLarge">I. DE ZWERVERS OP DE GRENZEN.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE VIJFDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>1 deel post 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 1.90; in prachtband &#x192; 2.60.
-</p>
-<p class="adLarge">II. DE VRIJBUITERS.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE VIJFDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>1 deel post 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 1.90; in prachtband &#x192; 2.60.
-</p>
-<p class="adLarge">III. EDEL-HART.
-</p>
-<p class="adMedium">NAAR DE VIERDE FRANSCHE UITGAVE.
-</p>
-<p>1 deel post 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 1.90; in prachtband &#x192; 2.60.
-</p>
-<p class="xd30e7649">Verder:
-</p>
-<p class="adLarge">DE SALTEADORES.
-</p>
-<p>1 deel gr. 8<sup>o</sup>. met 8 platen &#x192; 1.90; in prachtband &#x192; 2.60.
-</p>
-<p class="adLarge">DE MEXICAANSCHE NACHTEN.
-</p>
-<p>1 deel post 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 1.90; in prachtband &#x192; 2.60.
-</p>
-<p class="xd30e7649">Ter perse:
-</p>
-<p class="adLarge">I. DE BOEKANIERS.
-</p>
-<p>1 deel post 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 1.90; in prachtband &#x192; 2.60.
-</p>
-<p class="adLarge">II. DE ZEESCHUIMERS.
-</p>
-<p>1 deel post 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 1.90; in prachtband &#x192; 2.60.
-</p>
-<p class="adLarge">III. DE GOUDZOEKERS.
-</p>
-<p>1 deel post 8<sup>o</sup>. met plaat &#x192; 1.90; in prachtband &#x192; 2.60.
-</p>
-<p>De cijfers voor de titels duiden de volgorde aan, in welke deze werken het best gelezen
-worden.
-</p>
-<p>Uitgaven van de firma van den Heuvell &amp; van Santen, te Leiden.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 advertisement"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd30e7350">Van denzelfden schrijver zijn verschenen:
-</p>
-<ul>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">1.</span> <b>De Pelsjagers van de Arkansas.</b> Tafereelen uit de wouden en prairiën van Amerika. 1 deel post 8<sup>o</sup>. 3<sup>e</sup> druk.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">2.</span> <b>De Zwervers op de grenzen.</b> 1 deel post 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">3.</span> <b>De Vrij-Buiters.</b> 1 deel post 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">4.</span> <b>Edel-Hart.</b> 1 deel post 8<sup>o</sup>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<ul>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">1.</span> <b>Vrij-Kogel</b>, of de Wolvin der Prairiën. 1 deel post 8°. 3<sup>e</sup> druk.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">2.</span> <b>De Spoorzoeker.</b> Schetsen en tooneelen uit de Amerikaansche wildernis. 1 deel post 8<sup>o</sup>. 3<sup>e</sup> druk.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<ul>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">1.</span> <b>Het Opperhoofd der Aucas.</b> Schetsen en tooneelen uit Chili. 2 dln. gr. 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">2.</span> <b>De Gids der <span class="corr" id="xd30e7828" title="Bron: Prairien">Prairiën</span>.</b> 1 deel gr. 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">3.</span> <b>De Roovers der Prairie.</b> 1 deel gr. 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">4.</span> <b><a class="pglink xd30e44" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/59683">De Lynch-wet</a>.</b> 1 deel gr. 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">5.</span> <b>De Graaf de Lhorailles.</b> 1 deel gr. 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">6.</span> <b>De Goudkoorts.</b> 1 deel gr. 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">7.</span> <b>Curumilla.</b> 1 deel gr. 8<sup>o</sup>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p><b>De Salteadores.</b> 1 deel post 8<sup>o</sup>.
-</p>
-<p><b>De Mexicaansche nachten.</b> 1 deel post 8<sup>o</sup>.
-</p>
-<p>En zijn ter perse:
-</p>
-<ul>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">I.</span> <b>De Boekaniers.</b> 1 deel post 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">II.</span> <b>De Zeeschuimers.</b> 1 deel post 8<sup>o</sup>.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">III.</span> <b>De Goudzoekers.</b> 1 deel post 8<sup>o</sup>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>NB. De N<sup>os</sup>. duiden de volgorde aan waarin deze werken het best gelezen worden.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd30e44" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd30e44" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<p>Vertaling (uit het Frans) van <i lang="fr">l&#x2019;Éclaireur</i>, beschikbaar als eBoek <a class="pglink xd30e44" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/47903">47903</a>. Een Engelse vertaling, <i lang="en">The Indian Scout: A Story of the Aztec City</i>, is beschikbaar als eBoek <a class="pglink xd30e44" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/44196">44196</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>De Spoorzoeker: schetsen en tooneelen uit de Amerikaansche wildernis</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Gustave Aimard (1818&#x2013;1883)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/9841962/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Vertaler:</b></td>
-<td>Lodewijk Christiaan Cnopius (1831&#x2013;1904)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/289061547/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>1867</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Trefwoorden:</b></td>
-<td>Aztecs -- Fiction</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2020-11-10 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links
-voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e209">2</a>, <a class="pageref" href="#xd30e387">11</a>, <a class="pageref" href="#xd30e568">17</a>, <a class="pageref" href="#xd30e589">18</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1026">36</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1316">47</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">&#x2014;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e214">2</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3633">150</a></td>
-<td class="width40 bottom">&#x2014;</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e317">7</a></td>
-<td class="width40 bottom">gambusinos</td>
-<td class="width40 bottom">gambucinos</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e344">9</a></td>
-<td class="width40 bottom">manchete</td>
-<td class="width40 bottom">machete</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e421">12</a></td>
-<td class="width40 bottom">fronste</td>
-<td class="width40 bottom">fronsten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e457">13</a></td>
-<td class="width40 bottom">zarape</td>
-<td class="width40 bottom">zarapé</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e535">16</a>, <a class="pageref" href="#xd30e665">20</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1616">59</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1629">59</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1689">61</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1706">62</a></td>
-<td class="width40 bottom">Jose</td>
-<td class="width40 bottom">José</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e555">17</a></td>
-<td class="width40 bottom">dios</td>
-<td class="width40 bottom">Dios</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e578">17</a>, <a class="pageref" href="#xd30e747">24</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2330">88</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3267">129</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6299">279</a></td>
-<td class="width40 bottom">eenigste</td>
-<td class="width40 bottom">eenige</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e609">18</a></td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="width40 bottom">?</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e642">19</a>, <a class="pageref" href="#xd30e662">20</a></td>
-<td class="width40 bottom">Vrij-kogel</td>
-<td class="width40 bottom">Vrij-Kogel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e649">19</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">is </td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e654">19</a></td>
-<td class="width40 bottom"> </td>
-<td class="width40 bottom">&#x2014;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e695">21</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2579">97</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e713">23</a>, <a class="pageref" href="#xd30e909">31</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4511">193</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6051">265</a></td>
-<td class="width40 bottom">Loervogel</td>
-<td class="width40 bottom">Loer-Vogel</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e718">23</a></td>
-<td class="width40 bottom">bisons-mantel</td>
-<td class="width40 bottom">bisonsmantel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e724">23</a>, <a class="pageref" href="#xd30e822">27</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3455">141</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4630">199</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5336">231</a></td>
-<td class="width40 bottom">Loer-vogel</td>
-<td class="width40 bottom">Loer-Vogel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e753">24</a></td>
-<td class="width40 bottom">nij</td>
-<td class="width40 bottom">mij</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e771">25</a></td>
-<td class="width40 bottom">lastte</td>
-<td class="width40 bottom">laste</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e791">25</a></td>
-<td class="width40 bottom">Machsi-Karede</td>
-<td class="width40 bottom">Machsi-Karehde</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e804">26</a></td>
-<td class="width40 bottom">bleek-gezigten</td>
-<td class="width40 bottom">bleekgezigten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e852">28</a></td>
-<td class="width40 bottom">raadzaan</td>
-<td class="width40 bottom">raadzaam</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e867">29</a></td>
-<td class="width40 bottom">kampenent</td>
-<td class="width40 bottom">kampement</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e917">31</a></td>
-<td class="width40 bottom">ombekommerd</td>
-<td class="width40 bottom">onbekommerd</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e934">32</a></td>
-<td class="width40 bottom">k</td>
-<td class="width40 bottom">ik</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e949">32</a></td>
-<td class="width40 bottom">u</td>
-<td class="width40 bottom">uw</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e961">33</a></td>
-<td class="width40 bottom">bisons-huiden</td>
-<td class="width40 bottom">bisonshuiden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e967">33</a></td>
-<td class="width40 bottom">?</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1000">34</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3809">161</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1008">35</a></td>
-<td class="width40 bottom">in</td>
-<td class="width40 bottom">en</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1050">36</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">)</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1057">36</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1108">39</a></td>
-<td class="width40 bottom">copieren</td>
-<td class="width40 bottom">copiëren</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1148">40</a></td>
-<td class="width40 bottom">klad</td>
-<td class="width40 bottom">blad</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1192">41</a></td>
-<td class="width40 bottom">coballeros</td>
-<td class="width40 bottom">caballeros</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1220">42</a></td>
-<td class="width40 bottom">beb</td>
-<td class="width40 bottom">heb</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1229">42</a></td>
-<td class="width40 bottom">Vooraf</td>
-<td class="width40 bottom">Vooral</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1256">44</a></td>
-<td class="width40 bottom">Berdandijnen-klooster</td>
-<td class="width40 bottom">Bernardijnen-klooster</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1261">44</a></td>
-<td class="width40 bottom">en</td>
-<td class="width40 bottom">een</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1318">47</a></td>
-<td class="width40 bottom">Buenos</td>
-<td class="width40 bottom">Buenas</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1334">47</a></td>
-<td class="width40 bottom">fantsoenlijk</td>
-<td class="width40 bottom">fatsoenlijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1346">47</a></td>
-<td class="width40 bottom">ag ave</td>
-<td class="width40 bottom">agave</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1397">49</a></td>
-<td class="width40 bottom">pulqureo</td>
-<td class="width40 bottom">pulquero</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1412">49</a></td>
-<td class="width40 bottom">Sante</td>
-<td class="width40 bottom">Santa</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1447">51</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1675">61</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2554">96</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6788">301</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1455">51</a></td>
-<td class="width40 bottom">nieweling</td>
-<td class="width40 bottom">nieuweling</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1524">54</a></td>
-<td class="width40 bottom">Torribo</td>
-<td class="width40 bottom">Torribio</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1547">55</a></td>
-<td class="width40 bottom">!</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1577">56</a></td>
-<td class="width40 bottom">aanmerkeing</td>
-<td class="width40 bottom">aanmerking</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1596">57</a></td>
-<td class="width40 bottom">van</td>
-<td class="width40 bottom">aan</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1657">60</a></td>
-<td class="width40 bottom">wij zullen</td>
-<td class="width40 bottom">zullen wij</td>
-<td class="bottom">8</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1760">64</a></td>
-<td class="width40 bottom">onoverkomenlijken</td>
-<td class="width40 bottom">onoverkomelijken</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1765">64</a></td>
-<td class="width40 bottom">bosschkatten</td>
-<td class="width40 bottom">boschkatten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1778">65</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">(</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1795">66</a></td>
-<td class="width40 bottom">peperbos-spitsen</td>
-<td class="width40 bottom">peperbus-spitsen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1804">67</a></td>
-<td class="width40 bottom">liet</td>
-<td class="width40 bottom">lieten</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1910">71</a></td>
-<td class="width40 bottom">Loer-Yogel</td>
-<td class="width40 bottom">Loer-Vogel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1920">72</a></td>
-<td class="width40 bottom">le</td>
-<td class="width40 bottom">te</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1943">73</a></td>
-<td class="width40 bottom">eenigsten</td>
-<td class="width40 bottom">eenigen</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2025">75</a></td>
-<td class="width40 bottom">stampvoeten</td>
-<td class="width40 bottom">stampvoetten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2072">78</a></td>
-<td class="width40 bottom">driegde</td>
-<td class="width40 bottom">dreigde</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2093">79</a></td>
-<td class="width40 bottom">hoofstuk</td>
-<td class="width40 bottom">hoofdstuk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2153">81</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2158">81</a></td>
-<td class="width40 bottom">Monteray</td>
-<td class="width40 bottom">Monterey</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2175">82</a></td>
-<td class="width40 bottom">Sante-Fé</td>
-<td class="width40 bottom">Santa-Fé</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2215">83</a></td>
-<td class="width40 bottom">maiskorrels</td>
-<td class="width40 bottom">maïskorrels</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2264">85</a></td>
-<td class="width40 bottom">oogenhlik</td>
-<td class="width40 bottom">oogenblik</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2290">86</a></td>
-<td class="width40 bottom">Indiianen</td>
-<td class="width40 bottom">Indianen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2306">87</a></td>
-<td class="width40 bottom">afscheidsgoet</td>
-<td class="width40 bottom">afscheidsgroet</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2355">89</a></td>
-<td class="width40 bottom">Quecho</td>
-<td class="width40 bottom">Queche</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2469">93</a></td>
-<td class="width40 bottom">hoofdsuk</td>
-<td class="width40 bottom">hoofdstuk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2502">94</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3611">150</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4237">182</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5608">241</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5670">245</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6367">281</a>, <a class="pageref" href="#xd30e6977">312</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2629">100</a></td>
-<td class="width40 bottom">oceäan</td>
-<td class="width40 bottom">oceaan</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2641">101</a></td>
-<td class="width40 bottom">aloé-vezels</td>
-<td class="width40 bottom">aloë-vezels</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2831">109</a></td>
-<td class="width40 bottom">verteltellen</td>
-<td class="width40 bottom">vertellen</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2904">113</a></td>
-<td class="width40 bottom">weerzins</td>
-<td class="width40 bottom">weerziens</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3043">119</a></td>
-<td class="width40 bottom">Vrij-Vogel</td>
-<td class="width40 bottom">Vrij-Kogel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3113">123</a></td>
-<td class="width40 bottom">afsof</td>
-<td class="width40 bottom">alsof</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3307">133</a></td>
-<td class="width40 bottom">imand</td>
-<td class="width40 bottom">iemand</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3329">134</a></td>
-<td class="width40 bottom">monte</td>
-<td class="width40 bottom">Monte</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3638">150</a></td>
-<td class="width40 bottom">gevonnisd</td>
-<td class="width40 bottom">gevonnist</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3695">153</a></td>
-<td class="width40 bottom">ontvredenheid</td>
-<td class="width40 bottom">ontevredenheid</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3726">155</a></td>
-<td class="width40 bottom">gez gd</td>
-<td class="width40 bottom">gezegd</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3767">157</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">&#x201c;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3774">158</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5188">226</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">&#x201d;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3780">159</a></td>
-<td class="width40 bottom">&#x201d;</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3804">161</a></td>
-<td class="width40 bottom">er</td>
-<td class="width40 bottom">en</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3824">161</a></td>
-<td class="width40 bottom">oogenbllikken</td>
-<td class="width40 bottom">oogenblikken</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3843">162</a></td>
-<td class="width40 bottom">steker</td>
-<td class="width40 bottom">sterker</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3856">163</a></td>
-<td class="width40 bottom">hoofman</td>
-<td class="width40 bottom">hoofdman</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3859">163</a></td>
-<td class="width40 bottom">Wild-Roos</td>
-<td class="width40 bottom">Wilde-Roos</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3891">164</a></td>
-<td class="width40 bottom">Indiaansshe</td>
-<td class="width40 bottom">Indiaansche</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3930">166</a></td>
-<td class="width40 bottom">dezelde</td>
-<td class="width40 bottom">dezelfde</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4030">170</a></td>
-<td class="width40 bottom">evergeven</td>
-<td class="width40 bottom">overgeven</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4207">181</a></td>
-<td class="width40 bottom">nuttleooze</td>
-<td class="width40 bottom">nuttelooze</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4290">184</a></td>
-<td class="width40 bottom">persoonaadjes</td>
-<td class="width40 bottom">personaadjes</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4298">184</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4542">194</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7828">n.v.t.</a></td>
-<td class="width40 bottom">Prairien</td>
-<td class="width40 bottom">Prairiën</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4667">201</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5305">230</a>, <a class="pageref" href="#xd30e5864">255</a></td>
-<td class="width40 bottom">bij</td>
-<td class="width40 bottom">hij</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4759">207</a></td>
-<td class="width40 bottom">tegenlijk</td>
-<td class="width40 bottom">tegelijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4762">207</a></td>
-<td class="width40 bottom">Vrijkogel</td>
-<td class="width40 bottom">Vrij-Kogel</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4784">208</a></td>
-<td class="width40 bottom">doordrongen</td>
-<td class="width40 bottom">doordringen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4828">210</a></td>
-<td class="width40 bottom">bongdenoot</td>
-<td class="width40 bottom">bondgenoot</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4849">211</a></td>
-<td class="width40 bottom">det</td>
-<td class="width40 bottom">dat</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4950">216</a></td>
-<td class="width40 bottom">opheflende</td>
-<td class="width40 bottom">opheffende</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5082">222</a></td>
-<td class="width40 bottom">Mariana</td>
-<td class="width40 bottom">Mariano</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5094">222</a></td>
-<td class="width40 bottom">scheeuwde</td>
-<td class="width40 bottom">schreeuwde</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5130">224</a></td>
-<td class="width40 bottom">:</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5234">227</a></td>
-<td class="width40 bottom">schilpad</td>
-<td class="width40 bottom">schildpad</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5242">227</a></td>
-<td class="width40 bottom">naïf</td>
-<td class="width40 bottom">naïef</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5283">229</a></td>
-<td class="width40 bottom">wachte</td>
-<td class="width40 bottom">wachtte</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5399">233</a></td>
-<td class="width40 bottom">mais-stroo</td>
-<td class="width40 bottom">maïs-stroo</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5402">233</a></td>
-<td class="width40 bottom">beschijven</td>
-<td class="width40 bottom">beschrijven</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5429">234</a></td>
-<td class="width40 bottom">pulgue</td>
-<td class="width40 bottom">pulque</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5649">244</a></td>
-<td class="width40 bottom">linksche</td>
-<td class="width40 bottom">slinksche</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5659">245</a></td>
-<td class="width40 bottom">basterdras</td>
-<td class="width40 bottom">bastaardras</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5679">246</a></td>
-<td class="width40 bottom">takkebossen</td>
-<td class="width40 bottom">takkebosschen</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5734">249</a></td>
-<td class="width40 bottom">Zonne-maagden</td>
-<td class="width40 bottom">Zonnemaagden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5836">253</a></td>
-<td class="width40 bottom">godragen</td>
-<td class="width40 bottom">gedragen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e5971">262</a></td>
-<td class="width40 bottom">spre-</td>
-<td class="width40 bottom">spreker</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6097">267</a></td>
-<td class="width40 bottom">Rooden Wolf</td>
-<td class="width40 bottom">Rooden-Wolf</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6179">273</a></td>
-<td class="width40 bottom">vel</td>
-<td class="width40 bottom">veel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6184">273</a></td>
-<td class="width40 bottom">ligchaan</td>
-<td class="width40 bottom">ligchaam</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6192">273</a></td>
-<td class="width40 bottom">eenigst</td>
-<td class="width40 bottom">eenig</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6200">273</a></td>
-<td class="width40 bottom">getraft</td>
-<td class="width40 bottom">gestraft</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6235">275</a></td>
-<td class="width40 bottom">zachteid</td>
-<td class="width40 bottom">zachtheid</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6238">275</a></td>
-<td class="width40 bottom">heen</td>
-<td class="width40 bottom">een</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6249">276</a></td>
-<td class="width40 bottom">land-edelman</td>
-<td class="width40 bottom">landedelman</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6268">277</a></td>
-<td class="width40 bottom">oêver</td>
-<td class="width40 bottom">oever</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6313">279</a></td>
-<td class="width40 bottom">reden</td>
-<td class="width40 bottom">rede</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6338">280</a></td>
-<td class="width40 bottom">oogenbik</td>
-<td class="width40 bottom">oogenblik</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6528">288</a></td>
-<td class="width40 bottom">eenklaps</td>
-<td class="width40 bottom">eensklaps</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6631">292</a></td>
-<td class="width40 bottom">biddeu</td>
-<td class="width40 bottom">bidden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6748">299</a></td>
-<td class="width40 bottom">digst</td>
-<td class="width40 bottom">digtst</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6836">304</a></td>
-<td class="width40 bottom">afgrijsselijk</td>
-<td class="width40 bottom">afgrijselijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e6906">308</a></td>
-<td class="width40 bottom">hervattten</td>
-<td class="width40 bottom">hervatten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e7428">n.v.t.</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7480">n.v.t.</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7593">n.v.t.</a>, <a class="pageref" href="#xd30e7607">n.v.t.</a></td>
-<td class="width40 bottom">PRAIRIEN</td>
-<td class="width40 bottom">PRAIRIËN</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of De spoorzoeker, by Gustave Aimard
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SPOORZOEKER ***
-
-***** This file should be named 63728-h.htm or 63728-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/3/7/2/63728/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This book was produced from scanned images of
-public domain material from the Google Books project.)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/63728-h/images/book.png b/old/63728-h/images/book.png
deleted file mode 100644
index c1ab35f..0000000
--- a/old/63728-h/images/book.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63728-h/images/card.png b/old/63728-h/images/card.png
deleted file mode 100644
index 1ffbe1a..0000000
--- a/old/63728-h/images/card.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63728-h/images/external.png b/old/63728-h/images/external.png
deleted file mode 100644
index 1434642..0000000
--- a/old/63728-h/images/external.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63728-h/images/frontispiece.jpg b/old/63728-h/images/frontispiece.jpg
deleted file mode 100644
index 3c6040b..0000000
--- a/old/63728-h/images/frontispiece.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63728-h/images/new-cover.jpg b/old/63728-h/images/new-cover.jpg
deleted file mode 100644
index 389d95e..0000000
--- a/old/63728-h/images/new-cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63728-h/images/titlepage.png b/old/63728-h/images/titlepage.png
deleted file mode 100644
index 70cc9da..0000000
--- a/old/63728-h/images/titlepage.png
+++ /dev/null
Binary files differ