summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/61392-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/61392-8.txt')
-rw-r--r--old/61392-8.txt1516
1 files changed, 0 insertions, 1516 deletions
diff --git a/old/61392-8.txt b/old/61392-8.txt
deleted file mode 100644
index 93c7a73..0000000
--- a/old/61392-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,1516 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of De nuttige handwerken, by
-A. Teunisse and A. M. van der Velden
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: De nuttige handwerken
- handboekje ten dienste der lagere school
-
-Author: A. Teunisse
- A. M. van der Velden
-
-Release Date: February 13, 2020 [EBook #61392]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NUTTIGE HANDWERKEN ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- DE NUTTIGE HANDWERKEN.
- HANDBOEKJE TEN DIENSTE DER LAGERE SCHOOL
-
-
- DOOR
-
- A. TEUNISSE en A. M. VAN DER VELDEN.
-
-
- HET BREIEN,
- 1e stukje,
- met 30 houtgravures.
-
-
- VIERDE VERBETERDE DRUK.
-
- (Bekroond met de Gouden Medaille op de
- wereldtentoonstelling te Parijs 1900).
-
- AMSTERDAM.--1903.--W. VERSLUYS.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-VOORBERICHT BIJ DEN EERSTEN DRUK.
-
-
-Door het samenstellen van dit werkje hopen wij een groot bezwaar
-tegen het klassikale onderwijs in de handwerken te hebben opgeheven.
-
-Het is namelijk gebleken, dat het dicteeren van hetgeen de leerlingen
-noodzakelijk moeten onthouden, veel tijd in beslag neemt, terwijl
-verder dit schriftelijke werk zelfs bij de beste leerlingen toch tot
-op zekere hoogte gebrekkig blijft en minder geschikt is, om later nog
-eens te worden geraadpleegd. Het ontbreken van juiste afbeeldingen
-vooral blijft in zulk werk eene groote leemte.
-
-We hebben daarom getracht, zoo eenvoudig en beknopt mogelijk,
-het breien der kous en wat daarmede in verband staat te
-behandelen. Mondelinge mededeelingen, voorwerken en teekenen op
-het bord zullen echter niet achterwege kunnen blijven. Integendeel,
-dit alles zal bij het leeren breien geregeld moeten geschieden. Dit
-boekje treedt alleen in de plaats van hetgeen de leerlingen anders
-opschrijven, en is dus bestemd voor de hoogere klassen.
-
-Daarom hebben we gemeend, de beginselen van het breien achterwege te
-kunnen laten.
-
-Voor gegronde opmerkingen en bedenkingen houden wij ons ten zeerste
-aanbevolen.
-
-
-
-
-BIJ DEN TWEEDEN DRUK.
-
-Deze druk is op enkele verbeteringen na, geheel gelijk aan den
-voorgaanden. Daar het onze bepaalde overtuiging blijft, dat het
-onderwijs in dit vak op de lagere school zoo eenvoudig mogelijk moet
-blijven, wenschten wij er geene uitbreiding aan te geven.
-
-
-
-
-BIJ DEN DERDEN DRUK.
-
-Deze druk is nagenoeg geheel gelijk aan den vorigen.
-
-
-
-
-BIJ DEN VIERDEN DRUK.
-
-In dezen druk hebben wij voor het zetten van den hiel nog eene
-teekening met nadere verklaring gevoegd, waardoor de verdeeling der
-steken, naar wij meenen, nog duidelijker is op te merken. Het breiend
-opzetten en het muizentandje hebben wij er uitgenomen, daar het eerste
-slordig en onsterk is en het tweede niet meer gebreid wordt.
-
-
- DE SCHRIJFSTERS.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-BENOODIGDHEDEN VOOR HET BREIEN.
-
-
-Verschillende kleedingstukken worden gebreid van katoen, van wol of van
-sajet. Er zijn verschillende soorten van katoen: gele of ongebleekte
-katoen, witte of gebleekte katoen en gekleurde katoen.
-
-De wol en de sajet zijn ook in verschillende kleuren en soorten te
-verkrijgen. De kleedingstukken, die wij breien, zijn niet altijd
-even grof of fijn; daarom komen de katoen, de wol en de sajet in
-verschillende dikte voor, welke door nummers wordt aangewezen. Hoe
-hooger nummer, hoe fijner katoen.
-
-De draad, waarmede men breit, is gedraaid uit 4 of 6 fijnere
-draden. Daarom spreken we van 4 draadsche of 6 draadsche katoen
-of wol. De 6 draadsche is steviger in elkander gedraaid dan de 4
-draadsche en daardoor sterker in het gebruik.
-
-De katoen, waarmede wij nu leeren breien, is ongebleekte katoen No. 12,
-vierdraadsch. Willen wij grovere katoen gebruiken, dan hebben wij
-katoen No. 10 noodig en voor fijnere No. 14 of hooger.
-
-Het gebreide werk moet goed rekbaar zijn; daarom moeten de naalden
-niet te fijn zijn, want dan worden de steken te stijf.
-
-De naalden, die wij bij katoen No. 12 gebruiken, zijn stalen
-breinaalden No. 6/0; worden de steken te los, dan hebben we fijnere
-naalden noodig, bijv. No. 5/0; worden de steken te stijf, dan nemen
-we 7/0, die groffer zijn.
-
-Bij de nummers der naalden merken we het tegenovergestelde op van de
-nummers bij de katoen.
-
-Bij de katoen gold de regel: hoe hooger nummer, hoe fijner katoen;
-bij de naalden daarentegen: hoe hooger nummer, hoe groffer naalden;
-staat echter die 0 niet achter het cijfer, dan zijn ook bij de naalden
-de hoogere nummers fijner.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE KOUS.
-
-
-Niet alle kousen zijn even wijd en even groot; dit hangt geheel af
-van hen, voor wie zij bestemd zijn. Wij leeren daarom den vorm van
-eene kous breien naar een bepaald aantal steken, waaraan wij alle
-deelen leeren kennen en berekenen, om dit daarna op verschillende
-grootten te kunnen toepassen.
-
-We beginnen dus met het opzetten van de steken, waarvoor we in dit
-geval 64 zullen nemen, die we zullen verdeelen over drie breinaalden,
-en wel
-
-
- op de eerste naald 25 steken,
- op de tweede naald 20 steken, en
- op de derde naald 19 steken.
-
-
-Waarom we dit aantal steken zóó verdeelen, zal u straks duidelijk
-worden.
-
-Toen we leerden breien hebben we reeds leeren opzetten. We willen
-dit hier nog even herhalen.
-
-
-
-
-HET OPZETTEN MET HALVEN KETTINGRAND.
-
-Om 20 steken te kunnen opzetten, moet men den draad eenmaal de lengte
-van eene breinaald afmeten; voor 64 steken heeft men dus 3 maal de
-lengte van eene breinaald noodig.
-
-Deze afgemeten draad neemt men tusschen den duim en den wijsvinger van
-de rechterhand met den afgemeten draad naar voren en den draad van
-het kluwen naar achteren (zie fig. 1a); dan legt men den wijsvinger
-van de linkerhand onder den draad van het kluwen, den middelvinger
-en den ringvinger op den draad en den pink weder onder den draad
-(zie fig. 1b) en verder den afgemeten draad met eene lus om den duim
-en weder van binnen langs de hand tusschen den ringvinger en den pink
-naar achter (zie fig. 2). Men zorgt nu, dat de draad vooraan op den
-duim en den wijsvinger ligt; vervolgens wordt de duim op het tweede
-lid van den wijsvinger gelegd, waardoor de lus op den duim en den
-wijsvinger duidelijk gezien wordt. Nu steekt men de breinaald langs
-den duim van onder naar boven in de lus (zie fig. 2), dan van voren
-naar achter in de lus van den wijsvinger (zie fig. 3 van c naar b) en
-haalt de lus van den vinger door de lus van den duim. De duim wordt
-nu uit de lus gehaald en weder onder den draad gelegd en daarmede
-de steek aangetrokken. De volgende steken werkt men evenzoo en zorgt
-hierbij, dat de steken op de naald niet te stijf worden aangetrokken.
-
-Zijn er 25 steken op de eerste naald, dan houdt men de draden nog
-hetzelfde, laat de eerste naald hangen en begint met de tweede naald,
-alsof men met de eerste naald vervolgde; hierbij moet men vooral
-zorgen, dat de steken van de 2e naald goed aansluiten bij die van de
-1e naald, en zet evenzoo de steken met de 3e naald op. Nu leggen we
-de 3 naalden tot een driehoek (zie fig. 4) en breien dan met de 3e
-naald 1 steek van de eerste naald af, dan is de ronding gesloten en
-hebben we op alle drie de naalden een even aantal steken, dat door
-vier deelbaar is. Dit is gemakkelijk, als we straks den boord met het
-geribde patroon, d.i. twee recht, twee averechtsch zullen breien. We
-kiezen dit patroon, omdat het 't meest geschikt is voor den boord
-eener kous, daar deze dan goed om het been sluit.
-
-Na de opzetsteken moet men dadelijk met het geribde patroon beginnen.
-
-
-
-
-HET BREIEN EENER KOUS.
-
-De kous bestaat uit twee hoofddeelen: het been en den voet. Aan het
-been onderscheiden wij:
-
-
- a. den boord;
- b. het kniedeel;
- c. de afmindering;
- d. den enkel.
-
-
-Aan den voet onderscheiden wij:
-
-
- e. den grooten hiel;
- f. den kleinen hiel;
- g. de afmindering van den voet;
- h. het rechte gedeelte van den voet;
- i. den teen.
-
-
-Vergelijk hiermede fig. 5.
-
-
-
-
-EERSTE DEEL VAN HET BEEN VAN DE KOUS.
-
-a. De boord.
-
-De hoogte van den boord is gelijk aan de helft van de breedte van
-den boord (zie fig. 6). De breedte van de kous zien we, wanneer we
-eene afgewerkte kous plat leggen, zooals in fig. 5. Ze is dus gelijk
-aan de halve wijdte. In fig. 6 zien we, door de gebogen lijn aan de
-onderzijde, de geheele wijdte van de kous.
-
-De breedte is in fig. 6 geteekend op vier ruitjes en telt dus de helft
-van 64 steken = 32 steken. Als een steek even hoog was als breed,
-dan zouden wij zooveel toeren moeten breien, als er steken op de
-helft van de breedte zijn, in dit geval dus 16. Een steek is echter
-niet even hoog als breed, maar anderhalf maal zoo breed als hoog;
-wij hebben dus niet genoeg aan 16 toeren, maar moeten anderhalf maal
-zooveel breien, dus 16 + 8 = 24 toeren.
-
-
-
-
-TWEEDE DEEL VAN HET BEEN VAN DE KOUS.
-
-b. Het kniedeel.
-
-Het kniedeel (zie fig. 7b) is tweemaal zoo lang als de boord, dus 2 x
-24 toeren = 48 toeren. Dit deel wordt bijna geheel recht gebreid; aan
-de achterzijde alleen breien wij om den anderen toer een averechtschen
-steek, om den naad van de kous aan te geven, waardoor we gemakkelijk
-de toeren kunnen tellen. Bij elken averechtschen steek telt men dus
-twee toeren.
-
-Daar we met elk paar toeren één naadje werken, kunnen we ook zeggen,
-dat we 24 naadjes moeten breien.
-
-
-
-
-DERDE DEEL VAN HET BEEN VAN DE KOUS.
-
-c. De afmindering.
-
-De kous moet naar den vorm van het been naar onderen toe nauwer
-worden. Dit zal alleen kunnen gebeuren, wanneer het aantal steken
-in de opeenvolgende toeren minder wordt. We zullen dus af en toe
-(in welke toeren zult ge straks zien) van twee steken één maken;
-dan is één steek weggeminderd. Het gedeelte der kous, waarin we dit
-geregeld doen, heet de afmindering. Het vierde deel van de wijdte
-der kous wordt weggeminderd.
-
-Bij kleine kousen wordt de afmindering even lang als het kniedeel
-(zie fig. 8c).
-
-De minderingen zelve, d.i. het vervangen van twee steken door één
-steek, plaatsen we voor en achter het naadje, en gaan daarbij aldus
-te werk: Wij breien, totdat er nog drie steken voor het naadje zijn,
-werken dan eene overhaling (dat is: één steek afhalen, den volgenden
-steek recht breien en den afgehaalden steek over den gebreiden
-steek halen), daarna één steek recht, maken het naadje, breien
-dan weer één steek recht en dan minderen, dat is: 2 steken recht
-te zamen breien. Bij deze kous moeten in het geheel 64 steken : 4 =
-16 steken worden weggeminderd, en daar in elken toer, waar geminderd
-wordt, twee steken weggeminderd worden, zullen we hebben 16 : 2 =
-8 minderingtoeren. De minderingtoeren worden verdeeld over de lengte
-van de afmindering = 24 naadjes, maar niet op regelmatige afstanden,
-daar dan de vorm der kous niet zou zijn in overeenstemming met den
-vorm van het been.
-
-We maken met het eerste van de 24 naadjes den 1en minderingtoer,
-dan hebben we nog 23 naadjes over. Wij zullen nu eens eerst deze 23
-naadjes gelijk verdeelen op de 7 minderingtoeren, die we nog moeten
-maken, en deelen daarvoor 23 door 7. We krijgen dan 3 tot quotient
-(zie fig. 9a) en er blijven nog 2 naadjes over. Deze 2 naadjes voegen
-wij nu vóór de volgende mindering, zoodat we de tweede mindering
-met het 5e naadje maken (zie fig. 9b), waarin de kleine streepjes de
-naadjes tusschen de minderingtoeren, de groote streepjes het naadje,
-waarbij de minderingen gemaakt worden, aangeven. We nemen nu nog
-van de laatste twee minderingen één naadje af en voegen er één bij
-de 3e mindering en één bij de 4e mindering (zie fig. 9b). Wanneer
-ge deze verdeeling oplettend nagaat, zult ge bemerken, dat we na
-de afmindering bij het 1e naadje, eenmaal geminderd hebben bij het
-eerstvolgende vijfde naadje, tweemaal bij het vierde naadje, tweemaal
-bij het derde naadje en tweemaal bij het tweede naadje (zie fig. 9b).
-
-
-
-
-HET VIERDE DEEL VAN HET BEEN.
-
-d. De enkel.
-
-De hoogte van den enkel bedraagt 3/4 van het aantal toeren van den
-boord. Bij deze kous dus 3/4 × 24 toeren = 18 toeren of 9 naadjes.
-
-Wanneer het laatste naadje gemaakt is, dan is het eerste hoofddeel
-van de kous of het been af.
-
-
-
-
-HET EERSTE DEEL VAN DEN VOET.
-
-e. De groote hiel.
-
-De achterzijde van den voet moet langer zijn dan de voorzijde, omdat de
-vorm van den hiel er in moet komen (zie fig. 11e). Dit verkrijgt men
-door de helft van de steken, die aan de achterzijde van de kous zijn,
-eerst afzonderlijk te werken en ze daarna weder in verbinding met de
-voorzijde te brengen. Men noemt bij het breien daarom dit eerste deel
-den grooten of rechten hiel.
-
-De wijdte van den enkel is 48 steken. Op de helft daarvan, dus op 24
-steken, met nog één middensteek er bij, wordt de hiel begonnen. Er moet
-dus aan elke zijde van het naadje 1/4 van het aantal steken komen. (Zie
-fig. 12). Nadat wij het laatste naadje in den enkel gemaakt hebben,
-zullen de steken op de naalden zitten, zooals fig. 13 doet zien. Op
-de eerste naald waren 24 steken opgezet; deze zijn verminderd met
-8 steken, dus zijn er 16 steken over. Op de laatste naald waren 20
-steken opgezet; deze zijn ook verminderd met 8 steken, dus zijn hier
-11 rechte steken en het naadje over (zie fig. 13).
-
-De werkdraad zit nu bij het naadje en moet aan het einde van het
-vierde deel komen om den hiel te beginnen.
-
-We breien dus naast het naadje nog 1/4 = 12 steken recht af, nemen
-de naald met de 4 overgebleven steken in de rechterhand en halen 8
-steken van de daaropvolgende naald averechts af. Nu zitten er aan
-de rechterzijde van het naadje nog 11 steken; er moet dus nog één
-steek worden overgestoken van de vorige naald. Dan gaan wij verder
-aldus te werk: Het werk omkeeren, den eersten steek averechts afhalen
-en de naald averechts breien; het werk omkeeren, den eersten steek
-recht afhalen, 1 recht, een naadje maken, 9 recht, het middennaadje,
-9 recht, een naadje maken en twee recht (zie fig. 14).
-
-Dit zijnaadje dient, om gemakkelijk de toeren te kunnen tellen, daar
-het middennaadje in verlenging van den enkel is doorgebreid en men
-moeilijk hierbij de afscheiding vindt.
-
-De lengte van den hiel is bij eene kinderkous gelijk aan het aantal
-naadjes van den enkel, dus 9 naadjes.
-
-
-
-
-HET TWEEDE DEEL VAN DEN VOET.
-
-f. De kleine schuine hiel.
-
-Om de ronding aan den hiel te maken, moeten wij steken wegminderen;
-men noemt deze ronding den kleinen hiel.
-
-Men begint hiervoor op de averechtsche zijde en breit tot twee steken
-voorbij den middensteek (zie fig. 14), dan: averechts minderen, dat is:
-twee steken averechts te zamen breien, vervolgens een steek averechts,
-het werk omkeeren, den eersten steek afhalen (zie fig. 14b), nu recht
-breien tot twee steken voorbij den middensteek, overhalen, dan één
-steek recht breien; het werk omkeeren, den eersten steek averechts
-afhalen (zie fig. 14c), averechts breien tot drie steken voorbij den
-middensteek, dan is men juist vóór den steek, die met den volgenden
-steek eene opening vormt. Deze twee steken averechts te zamen breien,
-vervolgens een steek averechts, het werk omkeeren, een steek recht
-afhalen, recht breien tot drie steken voorbij den middensteek; men
-ziet ook hier tusschen de twee volgende steken eene opening.
-
-Deze twee steken worden gebruikt voor de overhaling, dan een steek
-recht. Zoo gaat men telkens averechts en recht een steek verder van
-den middensteek en daarna minderen op de averechtsche en overhalen op
-de rechte zijde, totdat alle steken van de naald verbruikt zijn. Men
-zal dan recht eindigen.
-
-
-
-
-HET ZETTEN VAN DEN VOET.
-
-Nadat de kleine hiel af is, moet het werk weder tot eene ronding
-gemaakt worden. De lussen op de zijde van den grooten hiel moeten als
-steken worden opgenomen en gebreid. Wij nemen daarvoor de naald met
-de steken van den kleinen hiel er op, in de linkerhand, en nemen de
-buitenste lussen van al de kantsteken van den enkel naar den kleinen
-hiel toe op en trekken die omhoog; daarna wordt de naald er uitgehaald
-en de lussen dicht bij elkander in de hand gehouden om de liggende
-lussen op te nemen, zooals fig. 15a aangeeft. De dwarse lus achter
-den kantsteek wordt hiervoor opgenomen; bij het opnemen van iedere
-lus moet men er op letten, dat men door het opnemen van de dwarse of
-liggende lussen de buitenste lus van den kantsteek aantrekt. Heeft
-men de juiste lus opgenomen, dan moet men beide steken voorbij het
-naadje kunnen zien, zooals fig. 15b aangeeft. Aan de eerste zijde
-krijgen wij aan den hiel van dit kousje 10 lussen; deze neemt men
-op ééne naald op, dan neemt men het werk recht voor zich en breit de
-opgenomen lussen als verdraaide steken af, dat wil zeggen: men steekt
-zóó tusschen de lus in, dat men de achterste lus recht kan af breien.
-
-De steken, die bij het breien van den hiel onbewerkt zijn gebleven,
-worden nu op ééne volgende naald recht afgebreid. Men neemt dan aan
-de andere zijde van den hiel de lussen op; aan deze zijde krijgt men
-altijd ééne lus minder dan aan de linkerzijde. Om te voorkomen, dat
-hierbij eene opening ontstaat, wordt, voordat deze lussen afgebreid
-worden, de rechter lus van den tweeden steek, die onder den laatsten
-kantsteek van den hiel ligt met den draad, die er door heen gaat,
-te zamen opgenomen en verdraaid afgebreid. Deze steek wordt nog bij
-de steken van de voornaald gevoegd. Vervolgens worden de opgenomen
-lussen als aan de andere zijde afgebreid en hierbij de helft van de
-steken, die van den kleinen hiel zijn overgebleven, tot en met den
-middensteek recht afgewerkt.
-
-De volgende naald wordt ook nog recht gebreid. Deze laatste twee
-naalden vormen nu de achterzijde van den voet, terwijl de steken,
-die bij het breien van den hiel onbewerkt zijn gebleven, de voorzijde
-vormen. Wij hebben dien steek, die gebreid was ter voorkoming van
-de opening, die anders ontstaan zou, weer aan de voorzijde van den
-voet gegeven, omdat wij bij het breien van den hiel er eenen steek
-van hadden afgenomen, om een oneven aantal steken voor den hiel te
-hebben, waardoor we het naadje als middensteek kregen.
-
-Nu breien wij nog een toer recht en zijn dan weder aan de voorzijde
-van den voet.
-
-
-
-
-HET DERDE DEEL VAN DEN VOET.
-
-g. De afmindering van den voet.
-
-Op de voornaald breien we nu 2 steken recht, 1 averechtsch, de
-steken verder afbreien tot op drie steken na, dan 1 averechtsch, 2
-recht. Van de eerste zijnaald breien we 2 steken recht, overhalen,
-de steken verder recht van de naald breien. Van de tweede zijnaald
-breien we tot op vier steken na alle steken recht, dan minderen,
-2 steken recht. De volgende toer wordt geheel recht gebreid.
-
-Deze twee toeren worden zoo dikwijls herhaald, tot men aan de
-achterzijde, dat is op de twee zijnaalden, evenveel steken heeft als op
-de voornaald of voorzijde van den voet; bij deze kous is dit 24 steken.
-
-
-
-
-HET VIERDE DEEL VAN DEN VOET.
-
-h. Het rechte gedeelte van den voet.
-
-Het rechte gedeelte van den voet kan verschillend van lengte
-zijn. Gewoonlijk breit men zooveel toeren aan de afmindering en het
-rechte gedeelte van den voet te zamen, als er steken in de rondte
-van den toer zijn na de afmindering; bij deze kous dus 48 toeren of
-24 naadjes.
-
-
-
-
-HET VIJFDE DEEL VAN DEN VOET.
-
-i. De platte teen.
-
-Daar de kous geheel om den voet moet sluiten, moet men aan het
-laatste gedeelte zooveel steken wegminderen, dat men den vorm van
-den voet verkrijgt.
-
-Dit gedeelte noemt men den teen. Het wegminderen van deze steken
-werkt men bij dezen teen aan het begin en aan het einde van de voor-
-en de achterzijde. De steken van de voorzijde zijn op ééne naald en
-de steken van de achterzijde in twee helften op twee naalden.
-
-We breien nu eerst een toer recht, daarna voor den tweeden toer aan de
-voorzijde 2 steken recht, overhalen, de volgende steken recht tot op 4
-steken na, dan minderen, en 2 steken recht (zie fig. 16); nu breien wij
-op de eerste zijnaald hetzelfde als op de eerste helft van de voorzijde
-en op de tweede zijnaald als de tweede helft van de voorzijde. Deze
-twee toeren worden zoo lang herhaald, totdat de helft van de steken
-zijn weggeminderd. Er waren 48 steken in de rondte; de helft hiervan
-is 24 steken. Daar nu in één toer vier steken worden weggeminderd, zal
-men dus 6 maal om den anderen toer moeten minderen. In de tweede helft
-van den teen worden de minderingtoeren steeds voortgezet, zonder een
-toer recht er tusschen, totdat ongeveer een vijfde deel van het aantal
-opzetsteken over is, bij deze kous dus 12 steken; men heeft alzoo 6
-steken op de voorzijde of voornaald en 3 steken op elke zijnaald.
-
-De steken van de tweede zijnaald worden op de eerste overgenomen,
-de voor- en de achterzijde van den teen tegen elkander gehouden en
-de steken van de beide naalden twee aan twee te zamen afgebreid op
-ééne naald. Daarna worden de overgebleven steken afgekant, dat is: de
-eerste steek wordt afgehaald, de tweede steek gebreid en de afgehaalde
-steek wordt over den gebreiden steek heen gehaald; nu wordt weder een
-steek gebreid en de vorige steek er over heen gehaald. Op deze wijze
-worden alle steken achtereenvolgens afgewerkt en door den laatsten
-steek de draad gehaald. Als alle draden zijn afgehecht, dan is de
-kous voltooid. Wil men den teen aan de verkeerde zijde af kanten,
-dan keert men de kous om, vóórdat men de tweede helft van den teen
-begint; men steekt namelijk den boord van binnen door de kous en zoo
-naar buiten door de ronding heen, die door de breinaalden gevormd
-wordt, en werkt de kous verder af met de opening naar zich toe,
-om zoo recht te vervolgen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-BEPROEF NU EENS DE ONDERSTAANDE VRAGEN TE BEANTWOORDEN.
-
-
- 1. Waarvan worden kousen gebreid?
- 2. Welk verschil is er in de katoen?
- 3. Uit hoeveel dunne draden is een draad katoen of wol
- samengesteld?
- 4. Wat hebben wij nog meer dan katoen of wol noodig?
- 5. Welk verschil is er tusschen de nummers van de naalden en
- die van de katoen?
- 6. Waarvan hangt de wijdte van eene kous af?
- 7. Waarom leert gij het breien van eene kous naar een bepaald
- aantal steken?
- 8. Hoeveel hoofddeelen heeft de kous?
- 9. Hoeveel deelen heeft het been; en welke zijn die?
-10. Hoeveel deelen heeft den voet; en welke zijn die?
-11. Hoeveel steken hebt ge voor het eerste kousje opgezet?
-12. Hoe lang moet den draad zijn, om 20 steken te kunnen opzetten?
-13. Hoe lang moet de draad zijn voor 64 steken?
-14. Hoe neemt men den draad in de hand bij het opzetten?
-15. Hoe legt men hem in de linkerhand?
-16. Welke lussen worden gebruikt om den eersten steek te maken?
-17. Hoe vervolgt men met het opzetten?
-18. Waarvoor moet men zorgen bij het opzetten van steken?
-19. Hoe noemen wij het eerste deel van het been van de kous?
-20. Hoe lang wordt dat deel?
-21. Wat verstaan wij door de wijdte van de kous?
-22. Wat verstaan wij door de breedte van de kous?
-23. Is een steek even hoog als breed?
-24. Als ge het aantal steken van de breedte weet, hoe berekent
- ge dan het aantal toeren?
-25. Hoe noemen wij het tweede deel van het been van de kous?
-26. Hoeveel langer is dit deel dan de boord?
-27. Hoeveel toeren worden aan het kniedeel gebreid?
-28. Hoe wordt het derde deel van het been van de kous genoemd?
-29. Waarvoor is eene afmindering in de kous noodig?
-30. Hoe lang wordt het deel, waarin geminderd wordt?
-31. Hoe worden de minderingen op het aantal naadjes verdeeld?
-32. Waar worden de minderingen verder van elkaar geplaatst?
-33. Waarom worden de minderingen niet op gelijken afstand
- geplaatst?
-34. Hoe wordt eene overhaling gewerkt?
-35. Hoe breit men eene mindering?
-36. Hoe wordt het vierde deel van het been van de kous genoemd?
-37. Hoe lang wordt de enkel gebreid?
-38. Naar welk aantal steken wordt dit berekend?
-39. Hoe noemen wij het eerste deel van den voet?
-40. Op welk deel wordt de hiel begonnen?
-41. Hoeveel steken breit men voorbij het naadje, om aan den hiel
- te kunnen beginnen?
-42. Hoeveel steken breit men daarna aan de averechtsche zijde?
-43. Hoe wordt de tweede toer aan den hiel gebreid?
-44. Hoeveel toeren worden er aan den grooten hiel gebreid?
-45. Hoe wordt het tweede deel van den voet genoemd?
-46. Hoe breit men den kleinen hiel?
-47. Hoe werkt men eene averechtsche mindering?
-48. Hoeveel steken zijn er weggeminderd, als de kleine hiel af is?
-49. Welke lussen van den hiel worden opgenomen en gebreid?
-50. Hoeveel lussen moet men opnemen en breien aan de linkerzijde?
-51. Wat volgt dan aan de voorzijde?
-52. Hoeveel lussen krijgt men aan de rechterzijde?
-53. Hoeveel steken komen er nu op de naald, die de voorzijde van
- den voet vormt?
-54. Wat doet men aan 't begin van den voet om eene opening te
- voorkomen?
-55. Op hoeveel naalden plaatsen wij de steken, die de achterzijde
- van den voet vormen?
-56. Hoeveel steken zijn er nu op de voorzijde van den voet?
-57. Hoeveel steken op de twee zijnaalden?
-58. Als alle lussen zijn opgenomen en gebreid, wat breit men dan
- nog, voordat we de naadjes in den voet beginnen?
-59. Hoe heet het derde deel van den voet?
-60. Waar worden de naadjes in den voet gewerkt?
-61. Waarom worden er steken in den voet weggeminderd?
-62. Waar plaatst men de overhaling?
-63. Waar wordt de mindering gewerkt?
-64. Tot hoe lang worden deze minderingen voortgezet?
-65. Hoe lang wordt het vierde deel van den voet?
-66. Hoeveel naadjes worden nog na de afmindering aan den voet
- gebreid?
-67. Hoe noemt men het vijfde deel van den voet?
-68. Welken naam heeft deze teen?
-69. Uit hoeveel deelen bestaat deze teen?
-70. Hoe wordt het eerste deel gewerkt?
-71. Tot hoe lang wordt dit voortgezet?
-72. Hoe wordt het tweede deel gewerkt?
-73. Hoeveel steken moet men overlaten om af te kanten?
-74. Hoe kant men af?
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-BEREKENING VAN EENE KOUS VAN 80 STEKEN, WAARBIJ DE LENGTE VAN DE
-AFMINDERING BEREKEND IS OP 1 1/4 VIERKANT.
-
-
-(Zie voor de afmindering fig. 22).
-
-De wijdte van de kous = 80 steken.
-
-De breedte van de kous = 40 steken.
-
-De lengte van den boord (een half vierkant) = 1 1/2 × 40/2 toeren of
-40/2 × 1 1/2 toer = 30 toeren.
-
-De lengte van het kniedeel (een vierkant) = 40 × 1 1/2 toer of 1 1/2 ×
-40 toeren = 60 toeren of 30 naadjes.
-
-De lengte van de afmindering (1 1/4 vierkant) = 75 toeren, want één
-vierkant = 60 toeren, 1/4 vierkant = 15 toeren, dus 1 1/4 vierkant =
-60 toeren + 15 toeren = 75 toeren of 37 naadjes.
-
-Een vierde deel wordt weggeminderd, dus 80 steken : 4 = 20 steken of
-10 minderingtoeren.
-
-Nadat de eerste mindering gemaakt is, blijven er 9 minderingtoeren te
-verdeelen op 36 naadjes. Gelijk verdeeld zou men telkens met het 4e
-naadje moeten minderen (zie fig. 17a). Doch wij moeten de bovenste
-minderingen dichter bij elkander plaatsen; daarom nemen wij van de
-3 bovenste afstanden 1 naadje af en voegen dit bij de 3 onderste
-(zie fig. 17b), dus moet men na de eerste mindering 3 maal met het
-5e naadje, dan 3 maal met het 4e naadje en vervolgens 3 maal met het
-3e naadje minderen.
-
-De wijdte van de kous is nu 60 steken.
-
-De breedte van den enkel is dus 30 steken.
-
-De lengte van den enkel (een half vierkant = 30/2 × 1 1/2 toer =
-22 toeren of 11 naadjes.)
-
-(Men berekent hier 22 toeren, omdat een halve toer niet gebreid wordt).
-
-De hiel wordt begonnen op de helft van de steken met het naadje als
-middensteek = 31 steken.
-
-De lengte van den hiel (een half vierkant) is dus evenals bij den
-enkel 22 toeren of 11 naadjes.
-
-Bij het opnemen van de lussen van den hiel krijgen wij links 12 lussen
-en rechts 11 lussen. De steek, die gebreid wordt, ter voorkoming van
-de opening, die daar ontstaan zou, komt aan de voorzijde van den voet.
-
-De afmindering van den voet wordt op de beide zijnaalden gewerkt en
-met elken tweeden toer of naadje voortgezet, totdat er op de beide
-zijnaalden juist zooveel steken zijn als aan de voorzijde.
-
-De voet is na de afmindering 60 steken wijd, dus is de geheele voet
-60 toeren of 30 naadjes lang.
-
-In het eerste gedeelte van den teen mindert men de helft van het aantal
-steken weg. Daar de helft van 60 steken = 30 steken nu weggeminderd
-moeten worden en dit getal niet door 4 deelbaar is, nemen wij voor de
-eene helft 28 steken en voegen de twee overige steken bij de tweede
-helft. Na de tweede helft blijft het vijfde deel van 80 steken = 16
-steken over om te worden afgekant. Is het aantal steken, waarop de
-kous gebreid wordt, zeer groot, dan laat men voor het af kanten het
-vijfde deel van het aantal steken, waarop de voet begonnen werd, over.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-BEREKENING VAN EENE KOUS VAN * [1] STEKEN, MET EENE LENGTE VOOR DE
-AFMINDERING VAN 1 1/2 VIERKANT.
-
-
-(Zie fig. 18.)
-
- 1. Hoe breed is deze kous?
- 2. Hoeveel toeren werkt men aan den boord?
- 3. Hoeveel toeren werkt men aan het kniedeel?
- 4. Hoeveel naadjes zijn er aan de afmindering?
- 5. Hoeveel minderingtoeren worden er aan deze kous gewerkt?
- 6. Hoe zouden de afstanden voor de minderingtoeren worden,
- als deze gelijk verdeeld worden?
- 7. Hoe worden deze minderingtoeren nu geregeld?
- 8. Hoeveel toeren komen er aan den enkel?
- 9. Hoeveel toeren worden er aan den hiel gewerkt?
-10. Hoeveel lussen moet men opnemen, nadat de kleine hiel
- gebreid is?
-11. Hoe lang wordt de afmindering van den voet voortgezet?
-12. Hoeveel toeren worden er aan den geheelen voet gebreid?
-13. Hoeveel minderingen komen er aan de eerste helft van den teen?
-14. Op hoeveel steken wordt de kous afgekant?
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-VERSCHILLENDE ZAKEN, DIE BIJ HET BREIEN VAN KOUSEN TE PAS KUNNEN KOMEN.
-
-
-Nu ge eenige vaardigheid hebt verkregen in het breien eener kous
-op de eenvoudigste wijze, zullen wij u ook nog een en ander leeren,
-dat bij het breien van kousen te pas kan komen.
-
-
-
-
-HET AANHECHTEN MET DEN GEHEELEN DRAAD.
-
-Als er een knoop in den draad is, dan moet deze worden afgeknipt of
-als er met een nieuw kluwen moet worden begonnen, dan moet er op de
-volgende wijze worden aangehecht: de oude draad moet minstens de
-lengte hebben van eene breinaald, dan steekt men de naald in den
-volgenden steek en slaat den draad om, alsof men breit; nu neemt
-men den nieuwen draad in de rechterhand, zoodat het begin van den
-draad tusschen duim en vinger wordt genomen, waarbij de nieuwe draad
-ongeveer de lengte van eene halve naald moet neerhangen.
-
-Dezen draad legt men in tegenovergestelde richting van den ouden draad
-nu ook op de naald en houdt het eind nieuwen draad in de linkerhand
-tegen de steken aan, die op de naald zijn; nu breit men met den ouden
-en met den nieuwen draad vijf of zes steken, laat het overige van
-den ouden draad hangen en vervolgt het werk.
-
-Nadat het breiwerk af is, hecht men de draden van het aanhechten aan
-de verkeerde zijde af in de slingering van de steken.
-
-
-
-
-HET AANHECHTEN MET EEN GESPLETEN DRAAD.
-
-Daar het aanhechten met den geheelen draad eenige ongelijkheid in
-het werk veroorzaakt, is het netter, maar iets moeielijker, dit met
-een gespouwen draad te doen.
-
-De draad, die aan het breiwerk is, moet minstens zoo lang zijn als
-eene breinaald. Bij den laatst gebreiden steek draait men den draad
-een weinig uit en splijt dezen tot het einde in tweeën. De nieuwe
-draad wordt op dezelfde lengte als de oude gespleten; men zal dan
-aan het uiteinde van elken draad 4 of 6 dunne draadjes hebben.
-
-Men steekt nu met de naald in den volgenden steek, legt de helft van
-den ouden draad langs de steken in de linkerhand en de andere helft
-van den draad om de naald. Nu neemt men de helft van den nieuwen draad,
-legt de lengte van eene halve breinaald over de naald en houdt ook dit
-einde met de linkerhand vast. De steek wordt nu afgebreid, de twee
-helften van den ouden en den nieuwen draad een weinig in elkander
-gedraaid en vijf of zes steken er mede gebreid. Het werk wordt nu
-verder met den nieuwen draad voortgezet. Aan het begin en het einde
-van het aanhechten moeten de gespleten draden bij elkander liggen, om,
-nadat het werk af is, in de slingering van de steken op de verkeerde
-zijde te worden afgehecht.
-
-
-
-
-HET BREIEN VAN LETTERS.
-
-Om kleedingstukken van elkander te kunnen onderscheiden, merkt men ze,
-en doet dit gewoonlijk met den kruissteek. Bij breiwerk kan men het
-er echter ook in breien. Men plaatst in kousen niet alleen den naam,
-maar ook een cijfer, waardoor men, als de kousen gewasschen zijn, de
-paren weer bij elkander kan voegen, b.v. bij het eerste paar werkt men
-in iedere kous eene 1, in het tweede paar in iedere kous eene 2, enz.
-
-Om een merk in een kous te breien, teekent men, wanneer de boord
-naar boven gehouden wordt, de letters aan de rechterzijde van het
-naadje en het cijfer aan de linkerzijde (zie fig. 19). Dan neemt
-men de teekening vóór zich met den boord naar onderen (zie fig. 20),
-omdat men het breiwerk ook zoo voor zich heeft.
-
-Nadat boven den boord twee naadjes gewerkt zijn, breit men, voor elk
-kruisje in de teekening, in den eersten toer een steek averechtsch
-en in den tweeden toer een steek recht.
-
-Voor ieder kruisje kan men ook tweemaal boven elkander een steek
-averechtsch breien.
-
-Elk ruitje (zie fig. 20), waar geen kruisje in is, stelt één rechten
-steek voor in de breedte en twee rechte steken in de hoogte. Fig. 21
-geeft eene afgewerkte letter te zien op de eerste manier en fig. 22
-op de tweede manier gewerkt.
-
-
-
-
-DE KNIE.
-
-Evenals men voor den hiel aan het achterdeel van den voet eenige toeren
-meer breit, om ruimte te geven voor den voet, breit men vaak in het
-kniedeel eenige toeren aan de voorzijde meer dan aan de achterzijde,
-omdat de kous voor de knie ook meerdere ruimte noodig heeft dan aan
-de achterzijde van het been. Dit behoeft echter niet zoo ruim te zijn
-als de hiel en wordt daarom op eene andere wijze gewerkt.
-
-Wij beginnen hiermede, nadat 1/3 van het kniedeel gebreid is (zie
-fig. 23). Het is gemakkelijk bij het breien van de knie 5 naalden te
-gebruiken en de steken op 4 naalden te verdeelen. Aan de achterzijde
-van de kous blijft 1/4 onbewerkt; men plaatst dit vierde deel, waarbij
-het naadje de middensteek moet zijn op ééne naald (zie fig. 24cc).
-
-Is b.v. de ronding van de kous op 80 steken, dan heeft men 20 steken
-voor het vierde deel. Men plaatst nu aan elke zijde van het naadje
-de helft van 20 steken = 10 steken en rekent één steek meer voor het
-naadje. Op de naald tegenover het naadje wordt 1/5 van de ronding
-geplaatst, in dit geval 16 steken; daar er echter aan de achterzijde
-één steek meer dan het vierde deel gebruikt is, trekt men dien van
-de steken van de voorzijde af en wordt deze 15 steken (zie fig. 24dd).
-
-De steken van de vóór en achterzijde worden bij elkander geteld
-en afgetrokken van het geheele aantal. We houden dus 80 steken -
-(21 steken + 15 steken) = 44 steken over. Deze 44 steken worden in 2
-deelen verdeeld (zie fig. 24 a en b) en aan elke zijde van de beide
-naalden de helft geplaatst, d.i. 22 steken.
-
-Heeft men dit alles berekend, dan wordt de toer van af het naadje
-recht gebreid tot aan het einde van de 15 steken, dus 10 steken +
-22 steken + 15 steken = 47 steken. Dan ga men aldus te werk: het werk
-omkeeren, den eersten steek averechts afhalen en de naald met de 15
-steken averechts breien. Het werk omkeeren, den eersten steek recht
-afhalen, de naald met de 15 steken recht breien en twee steken van
-de volgende naald. Het werk omkeeren, den eersten steek averechts
-afhalen en 16 steken averechts breien met nog twee steken aan die
-zijde van de volgende naald. Men heeft dan 19 steken.
-
-Zoo breit men heen- en teruggaande, telkens 2 steken verder er
-bij, totdat de helft van de steken zijn bijgebreid op eene naald;
-dan plaatst men de afgebreide steken in twee helften weder op de
-zijnaalden (zie fig. 24 a en b) en vervolgt heen en weder telkens
-twee steken verder, totdat aan beide zijden de 22 steken zijn gebreid,
-en het 1/4 deel aan de achterzijde nog over is.
-
-Deze toeren, die niet over de geheele ronding worden gebreid en waarin
-geene minderingen worden gemaakt, maar tusschen andere toeren ingewerkt
-worden, noemt men insteektoeren.
-
-Fig. 25 geeft eene kous met eene knie er in gebreid te zien. Deze
-kous is, de boord uitgezonderd, met rechte steken gebreid, en de knie
-gewerkt, zooals op de boven beschreven wijze is aangegeven. Breit
-men echter eene kous geheel in een geribd patroon, dan worden er
-gewoonlijk meer steken in de ronding opgezet en is het dus noodig,
-meer dan twee steken met iederen toer bij te breien, daar eene knie
-in eene kous niet te hoog moet worden gewerkt.
-
-Nadat de knie is gewerkt, worden de overige 2/3 deelen van het kniedeel
-gewerkt (zie fig. 23). Bij het rondbreien van den eersten toer zal
-men bij den laatsten afgehaalden steek eene opening krijgen, omdat
-hier geene verbinding is. Men neemt om dit te voorkomen den steek,
-die onder den afgehaalden steek ligt, er bij op de naald en breit
-dezen met den afgehaalden steek te zamen. In fig. 23 en 25 is de
-afmindering 1 1/4 vierkant lang. Wanneer na de knie evenveel naadjes
-worden gebreid als boven de knie en daarna een boord, zooals aan het
-begin, dan ontstaat een kniewarmer.
-
-
-
-
-HET STERKER BREIEN VAN DE KNIE, DEN HIEL EN DE TEEN.
-
-De deelen, die het meest aan slijten onderhevig zijn, kan men sterker
-maken door bij den werkdraad een fijneren draad te voegen en deze
-twee draden als één draad te bewerken.
-
-Bij katoen neemt men een fijneren draad katoen of ook wel spinaal,
-bij wol een fijneren draad wol; deze wordt veel gebruikt als maaswol
-en komt voor in allerlei kleuren. Men gebruikt er ook wel brat voor.
-
-
-
-
-EEN VOET IN TWEE DEELEN.
-
-Daar de voorzijde van den voet zelden slijt, maar het achtergedeelte
-dikwijls zeer spoedig, is het doelmatig den voet met nog eenige
-toeren van den enkel in twee helften te breien, die op de zijden
-verbonden worden.
-
-Men begint b.v. op de helft van den enkel de steken in twee deelen
-te verdeelen, waarbij het naadje zich juist in het midden van het
-achterdeel bevindt, breit dan de voorzijde van den enkel in heen- en
-teruggaande toeren af en vervolgt hierop de voorzijde van den voet
-tot aan den teen. Dan knipt men den draad op eene tamelijke lengte
-af en hecht aan de achterzijde van den enkel den draad aan en breit
-den enkel zoo lang, als noodig is. Vervolgens breit men den hiel en
-den kleinen hiel, neemt aan de linkerzijde de lussen van den hiel op
-(zie fig. 26) en breit deze, zooals op bl. 13 is beschreven.
-
-Nu keert men het werk om en breit averechts terug, om aan de andere
-zijde de lussen op te nemen en averechts af te breien. Zoo vervolgt
-men de afmindering en het rechte deel van den voet in heen- en
-teruggaande toeren en breit na den laatsten toer van den voet ook
-de voorzijde van den voet, waardoor de voor- en de achterzijde aan
-elkander komen en breit den teen op de geheele ronding. Men kan ook
-eerst de achterzijde en daarna de voorzijde werken.
-
-Om de beide deelen aan elkander te verbinden neemt men aan de
-averechtsche zijde de liggende lussen (zie fig. 26) aan den kant
-van de beide deelen op eene breinaald, steekt den draad, die aan de
-voorzijde is, in eene straminnaald en neemt met deze beurtelings eene
-lus van de eene breinaald en eene lus van de andere breinaald op en
-haalt den draad door. Wanneer de draad een- of tweemaal door alle
-lussen is heengeregen, wordt hij afgehecht. Om den anderen kant te
-verbinden wordt een nieuwe draad aangehecht en gaat men op dezelfde
-wijze te werk. Bij het vernieuwen van het achterdeel heeft men slechts
-dezen draad er uit te halen, om de beide deelen los te maken.
-
-Voor de sterkte kan men ook hier aan de achterzijde een draad dunne
-wol of katoen er in breien, en wel van af het tweede deel van den
-enkel tot aan het rechte deel van den voet of langs den geheelen voet.
-
-
-
-
-DE ENGELSCHE OF RECHTE KLEINE HIEL.
-
-Men begint den Engelschen of rechten kleinen hiel ook op de
-averechtsche zijde en breit de helft van de steken van eene zijde
-voorbij den middensteek averechts, dan averechts minderen. Vervolgens:
-het werk omkeeren, den eersten steek afhalen, recht breien tot op de
-helft voorbij den middensteek, dan eene overhaling. Het werk omkeeren,
-den eersten steek averechts afhalen, hetzelfde aantal steken voorbij
-den middensteek averechts breien en den overgebleven mindersteek met
-den volgenden steek te zamen breien, totdat alle steken aan de zijden
-zijn gebruikt (zie fig. 27).
-
-
-
-
-DE RONDE TEEN.
-
-De afmindering in den teen kan men ook op gelijken afstand op de
-ronding van de kous verdeelen (zie fig. 28). Het aantal steken wordt
-dan in 8 of 10 deelen verdeeld en de laatste twee steken van elk
-achtste of tiende deel te zamen gebreid. Als het aantal steken in 10
-deelen verdeeld wordt, dan zal de geheele teen na de afwerking even
-lang zijn als de platte teen. Wordt het aantal steken in 8 deelen
-verdeeld, dan zal de teen veel langer worden en moet bij het breien
-van den voet hierop gerekend worden.
-
-Boven elken minderingtoer worden zooveel toeren recht gebreid, als
-er steken zijn tusschen twee minderingen.
-
-In elken volgenden minderingtoer wordt één steek recht minder
-gebreid tusschen de minderingen en dus ook één toer minder boven de
-minderingtoeren. Zoo gaat men voort tot ongeveer 1/5 deel van de
-steken over is om af te kanten. Het laatste gedeelte van den teen
-wordt even als bij den platten teen (zie bl. 16) is aangegeven,
-op de verkeerde zijde gebreid.
-
-Heeft men bij dezen ronden teen een aantal steken, dat juist door 10
-deelbaar is, b.v. 80 steken, dan is elk tiende deel = 8 steken. Men
-breit dan telkens in den eersten toer 6 steken recht, minderen. Is
-het aantal steken niet door 10 deelbaar, dan wordt dit in den eersten
-toer gevonden. Bij eene ronding van 76 steken zijn er dus 4 steken
-minder. Men breit dan 4 maal om de andere mindering op de plaats van
-eene mindering één rechten steek, waardoor er nu in den eersten toer
-zes minderingen gewerkt worden en het aantal steken, dat nu overblijft,
-door 10 deelbaar is. Men plaatst dan in den volgenden minderingtoer
-tien minderingen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-EENE SOK.
-
-
-Bij eene kous is het bovendeel tweemaal zoo lang als de voet; bij
-eene sok is het bovendeel echter even lang (zie fig. 29). Men zet
-voor eene sok de wijdte op, die men bij den enkel noodig heeft,
-omdat in eene sok geene minderingen worden gewerkt.
-
-De boord wordt 1 1/2 vierkant lang (zie fig. 30) en met een geribd
-patroon 2 recht 2 averechtsch gebreid (zie fig. 29); daarna wordt 1/4
-vierkant recht gebreid, waarin men een naadje werkt. De hiel wordt
-zooveel toeren lang, als men steken op de naald heeft; dit doet men
-ook bij mans- en groote vrouwenkousen.
-
-Fig. 29 en 30 toonen aan, dat de hiel ook langer is dan bij de
-andere kousen.
-
-Men kan er een schuinen kleinen hiel of Engelschen kleinen hiel
-aan werken.
-
-De voet wordt iets langer gebreid dan bij de kous; in fig. 30 is
-dit aangegeven door een half ruitje meer te gebruiken voor de lengte
-van den geheelen voet dan bij de kous. Ook in fig. 29 kan men zien,
-dat de voet eene grootere afmeting heeft.
-
-Om bij het verstellen de achterzijde van den voet gemakkelijk te
-kunnen vernieuwen, breit men ook dezen voet in twee deelen, zooals
-op bl. 30 is aangegeven.
-
-Men kan er zoowel een ronden als een platten teen aan breien.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
- Bladz.
-
- Voorbericht 2.
- Benoodigdheden voor het breien 3.
- De kous 4.
- Het opzetten met halven kettingrand 4.
- Het breien eener kous 7.
- Eerste deel van het been van de kous 7.
- Tweede  ,,  ,,  ,,   ,,  ,,  ,,  ,,  8.
- Derde   ,,  ,,  ,,   ,,  ,,  ,,  ,,  8.
- De verdeelingen der minderingen 9.
- Het vierde deel van het been van de kous 10.
- Het eerste deel van den voet 10.
- Het tweede  ,,  ,,  ,,   ,,  12.
- Het zetten van den voet 13.
- Het opnemen van de lussen 13.
- Het derde deel van den voet 14.
- Het vierde  ,,  ,,  ,,   ,,  15.
- Het vijfde  ,,  ,,  ,,   ,,  15.
- Eenige vragen over het voorgaande 17.
- Berekening van eene kous van 80 steken 20.
- Berekening van eene kous met een onbepaald
- aantal steken 22.
- Het aanhechten met den geheelen draad 22.
- Het aanhechten met een gespleten draad 24.
- Het breien van letters 25.
- De knie 27.
- Het sterker breien van de knie, den hiel en
- den teen 29.
- Een voet in twee deelen 30.
- Een Engelsche of rechte kleine hiel 31.
- De ronde teen 32.
- Eene sok 33.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENING
-
-
-[1] De onderwijzeres bepale het aantal steken, en herhale zoo noodig
-deze oefening met eenige andere opgaven.
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of De nuttige handwerken, by
-A. Teunisse and A. M. van der Velden
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NUTTIGE HANDWERKEN ***
-
-***** This file should be named 61392-8.txt or 61392-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/1/3/9/61392/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-