diff options
189 files changed, 17 insertions, 12512 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..5b93704 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #61381 (https://www.gutenberg.org/ebooks/61381) diff --git a/old/61381-0.txt b/old/61381-0.txt deleted file mode 100644 index f3b83b8..0000000 --- a/old/61381-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2855 +0,0 @@ - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 61381 *** - - - - - - DE BONTE WEI - - DOOR - - JAC. P. THIJSSE - - TE ILLUSTREEREN MET VERKADE’S PLAATJES - NAAR TEEKENINGEN VAN JAN VOERMAN Jr - EN JAN VAN OORT. - - - 1911 - - BAKKERIJ „DE RUIJTER” - DER FIRMA VERKADE & COMP. - ZAANDAM - - - - - - - - -VOORWOORD. - - -„DE BONTE WEI”, wat een heerlijk frissche klank! Wie, die zijn land -liefheeft, wordt niet bekoord door dezen titel van ons nieuwe album -voor 1911/12. - -Tooveren deze woorden u niet voor den geest een beeld van welvaart, van -typisch Hollandsch schoon, van zomerweelde? - -En als ge nu houdt van de wei als geheel, verlangt ge dan niet vanzelf -meer te weten van alles wat er leeft en bloeit? - -Nu reikt de heer Jac. P. Thijsse, met de heeren Jan Voerman Jr. en Jan -van Oort, u daartoe de helpende hand in „DE BONTE WEI”, en grijpt ge -die, dan zult ge u wéér met een gedeelte van ons mooie Nederland -vertrouwd voelen worden, genietend van de vrije uren buiten, uw -gezondheid en opgewektheid ten heil! - -Moge „DE BONTE WEI” hiertoe in ruime mate vrienden vinden bij oud en -jong! - - -Zaandam, Juni 1911. VERKADE & COMP. - - - - - - - - -I. DE JACHT OP DEN SPRIET. - - -Toen ik een jongetje was van een jaar of vier, waren de dieren buiten -nooit bang voor mij en ik ook niet voor hen. Wel lag ik ’s avonds in -mijn bed vaak te droomen van duivels en gedrochten, maar dat kwam door -de prenteboeken en door de verhalen van welmeenende ouders en vrienden. -Ook was ik er vrij zeker van, dat al die verschrikkelijkheden alleen -voorvielen in ver verwijderde landen of in ’t middernachtelijk uur en -zoo kuierde ik dan altijd welgemoed rond in onzen tuin, over de -fortwallen, of door de weiden. Wij woonden namelijk heel eenzaam in een -fort, dat ergens stond tusschen weiden en heiden. - -Soms ging ik met mijn broers, maar ook dikwijls alleen en dan had ik -natuurlijk de mooiste ontmoetingen. Ik kan mij niet herinneren, dat ik -expres uitging, om naar dieren en planten te zien (dat doe ik -tegenwoordig wel) maar het liep er toch altijd op uit, dat ik ging -zitten op een plekje, waar veel mooie bloemen stonden en dan kwamen -vanzelf allerlei leuke dieren tusschen het gras of op de bloemen te -voorschijn. - -Ik zie ze nog loopen, de groote gouden loopkevers, blinkend zwart van -onderen en met lange roode beenen, violette loopkevers (7), bronzen -loopkevers (8). Onzelievenheersbeestjes bij dozijnen liepen over de -wikken met de mooie blauwe bloemen. Een andermaal zag ik een groote -geel met zwarte wesp vechten met een groote groene bromvlieg en daar -stelde ik heel veel belang in, want ik had juist in een ouden „Mentor” -(een tijdschrift uit die dagen) een verhaal gelezen van een wesp, die -vocht met een vlieg. In dat verhaal heette die vlieg Esmeralda en ze -kwam er nog al goed af, want ze kon ontvluchten, nadat de wesp haar een -paar gaten in ’t lichaam gebeten had. Mijn vlieg evenwel was minder -gelukkig, want de wesp stak haar dood en droeg haar weg tusschen de -achterpooten. - -Er kwamen soms kleine koddige muisjes zonder ooren en ook wel groote -groene glinsterende hagedissen. Maar ’t mooist van alles was een groote -bruinachtige vogel. Die stak zijn kop uit ’t gras, trok hem weer terug, -stak hem weer uit, een eindje verder en kwam zoo schoksgewijze te -voorschijn. Toen stond hij daar op twee lange beenen en begon te -kraken: krèk-krèk—krèk-krèk. Ik zat maar stil te kijken en toen de -vogel zijn redevoering uit had, verdween hij weer tusschen de -grashalmen. Dat was de spriet of kwartelkoning (56), maar dat wist ik -toen nog niet. - -Tegenwoordig ken ik wel de namen van de meeste planten en dieren, die -je in ons land zoo gewoon zonder microscoop te zien kunt krijgen, maar -’t lijkt wel, of ik er lang zoo veel niet van zie, als in de dagen, -voor dat ik naar school ging. Zou er tegenwoordig minder wild gedierte -zijn dan vroeger, of ligt het soms aan mij? De album-vriendjes op het -platte land moesten mij daar eens iets van vertellen: Menno voor de -Achterhoek, Tjeert uit Zevenwoude, Guurtje van Heilo of Dirk van -Aarlanderveen. Voor de aardigheid zal ik dien eens vertellen, hoeveel -moeite het mij gekost heeft, om een spriet te zien te krijgen, toen ik -niet meer vier, maar veertig jaar oud was. - -Ik hoorde dat dier altijd op zomernachten, als ik met een laten trein -uit Amsterdam was gekomen en dan uit Haarlem wandelde naar mijn huis in -’t Bloemendaalsche park. Eerst hoor je dan nog ’t gerij en gerangeer -van treinen, want dat duurt dag en nacht, maar gaandeweg wordt dat -minder merkbaar en krijgen de nachtgeluiden van de natuur de overhand. -In de verte ruischt de zee, van den duinkant schalt het lied der -nachtegalen, in de wei roept af en toe klagend of droomerig de kieviet -en onophoudelijk kraakt en knarst daar onze spriet. - -’t Is niet makkelijk, dat geluid te beschrijven; ’t meest lijkt het nog -op den geleerden naam van ’t dier. Hij heet in de geleerde boeken -tegenwoordig „Crex crex” en als je dat eenmaal weet, dan lijkt het ook -werkelijk, alsof hij den heelen nacht en den heelen dag maar steeds -zijn eigen naam roept. „Crex, crex”, allebei de woordjes even luid en -even lang van duur (zoowat een halve seconde), dan een seconde rust, -dan weer „crex, crex” en zoo voort, soms een half uur achtereen. - -Er zijn wel menschen, die dat vervelend vinden, maar als je den vogel -van nabij kent en ook de omgeving, waarin hij zich ophoudt, dan denk je -daar wel anders over. - -Nu dan, ik wou en zou dien Bloemendaalschen spriet in levenden lijve -aanschouwen en liefst nog zijn nest vinden ook. Ik wist ’t echter bij -ervaring, dat het niet gemakkelijk is, in Mei of Juni de Hollandsche -weiden te betreden. Niet om de slooten of hekken, daar is altijd wel -raad op, maar de boer of zijn knechts zijn den heelen dag ter plaatse, -om je er af te jagen, en daar hebben ze groot gelijk aan. - -Nog onlangs had ik daar een gesprek over met een ouden landbouwer, nog -al een grappenmaker. „Weet je wat, mijnheer,” zei hij, „de dokters, die -moesten eigenlijk de kast in, wegens opruiing. Zoo gauw er iemand iets -mankeert en hij kan nog loopen, zeggen ze tegenwoordig: de patiënt moet -maar eens de wei in. En zoo krijgen wij troepen menschen in ons land, -die ’t vee verschrikken en den boel vertrappen, dat er geen maaien aan -is. Dat ze een bloemetje plukken, hindert niet, maar ’t vertreden van -’t gras geeft ons voor honderden guldens schade. Soms komt er een -meester met een heele school kinderen, dan weer een troep dames en ze -doen maar net of de wereld hun eigen is. Laat ze op de wegen en paden -blijven, daar groeit nog altijd meer, dan waar ze verstand van hebben.” - -Ik kon evenwel mijn spriet niet vinden, zonder de paden te verlaten en -moest dus met de betrokken pachters en eigenaars aan ’t onderhandelen. -Dat liep nog al mee, ik kreeg voor bepaalde dagen verlof, om tijdens de -morgenuren de velden af te loopen en zoo stond ik dan op een mooien -Juni-morgen met een gerust geweten tusschen gras en bloemen. - -Ik kon al dadelijk merken, dat ’t land nogal afgesloten lag en goed -bewaakt werd, want er nestelden heel wat vogels. Eerst was daar niet -veel van te zien; toen ik den hekdam over ging, hingen er alleen een -paar leeuweriken in de lucht te zingen. Maar ’t duurde niet lang of een -waakzame kievit (53) bespeurde onraad, hij vloog omhoog nu eens over -links, dan weer over rechts; zoo’n kievit schommelt haast altijd onder -’t vliegen. Hoe zenuwachtiger hij werd, hoe meer hij wiebelde en -eindelijk ging hij duikelen, of schermen, zooals het heet. - -Dan bedacht hij zich, vloog wat rustiger rond en toen opeens, „joech, -joech, joech” gingen zijn vleugels, kwam hij vlak op me af en snorde -rakelings voorbij. Intusschen waren er ook een paar tureluurs (55) -opgevlogen, de mooie steltloopertjes met de roode pooten en die vlogen -langzaam mee, een meter of tien hoog in de lucht, terwijl ze kort en -onrustig hun „tuut, tuut” lieten hooren. Ook was er een groote grutto -(59), die jammerde voortdurend: „grie-ta, o, grie-ta”. Je kon zijn -langen snavel zien trillen en onder het vliegen hield hij zijn -zwart-met-witten staart wijd uitgespreid. - -Dat was nu mijn eerewacht bij den tocht door ’t sprietenland: een -kievit, twee tureluurs en een grutto, en ik was er zeker van, dat aan -den overkant van de grenssloot een dergelijk gezelschap gereed stond, -om mij te begeleiden, wanneer ik zoover mocht komen. - -Als de beesten mijn bedoeling hadden gekend, dan waren ze rustig op hun -nesten gebleven. Nu schrikten ze de heele buurt op en er kwam ook al -een boerenknecht aanstappen, maar toen hij mijn verrekijker zag, ging -hij er weer van door. Die verrekijker is zoo een soort van vrijbrief. - -Zooveel als ik anders van grutto’s, kieviten en tureluurs houd, begon -ik ze nu reeds stilletjes een beetje te verwenschen, toen ik eindelijk -mijn spriet hoorde, nog al dichtbij en stellig wel in ’t zelfde stuk, -waar ik rondliep. - -Maar ’t is niet makkelijk, om enkel op ’t geluid af de plaats te -bepalen, waar een dier zich ophoudt. Als ’t een heel vreemd geluid is, -dan weet je echt niet, of ’t van recht, links, voor, achter, onder of -boven komt. Hier met de spriet wist ik, dat ik bij den grond moest -zoeken, want hij komt zelden of nooit boven ’t gras, maar dat hielp nog -niet veel. Ik luisterde eerst met ’t linkeroor, toen met ’t rechter -oor, toen met beide, daarna maakte ik een halve draai, luisterde nog -eens op dezelfde manier, hield ook rekening met den wind (die er -gelukkig niet was) en toen ik zeker meende te weten, waar mijn -schreeuwer zat, ging ik daar stilletjes op af, voetje voor voetje, -zonder den grond te schokken of in trilling te brengen. Op zulke -oogenblikken voel je verwantschap met Padvinder, Lederkous, den -Spoorzoeker, Chingangook en Winnetou. - -„Snars, snars”, zong mijn schriek, „grieta”, jammerde de marel, de -kievit zwoegde langs mijn ooren en de tuten schokten voort langs de -blauwe lucht. Een leeuwerik vloog op en die ging dadelijk zwieren en -tierelieren, alsof de heele zaak hem niet aanging, maar de waarheid -was, dat hij in doodsangst zat over zijn nest, dat ik op anderhalven -meter links van mijn linkervoet vermoedde. - -Ik kon mij daar echter niet mee bezighouden, maar schoof voetje voor -voetje voorwaarts. De slimmerd zat goed verborgen, want gras en kruiden -stonden op hun weligst en dit was opperbest hooiland. Ik kon nog -doorzien tusschen de hooge pluimen van de glanshaver, maar de roode -klaverbloesems stonden vlak tegen elkander en waar ze nog een plaatsje -overlieten, daar sloten de groene klaverblaadjes dicht ineen of -vlochten de smalle bladeren van gras en orchis een ondoordringbaar -gordijn. Alleen waar veel ruige weegbree (88) groeide, kon de blik wat -dieper doordringen, want die plant legt zijn bladeren vlak tegen den -bodem en heeft ijle, onbebladerde bloemstengels. Daar kon je dan schuin -tusschen de grashalmen door een stukje van den donkeren weidegrond -zien. Menigeen, die de bonte wei ziet stralen en pralen in de zomerzon, -beseft niet, hoe donker het op den grond zelve onder al die bloemen en -bladeren wezen moet. - -Prettig, dat ’t niet woei. Want nu meende ik, dat ik aan de grastoppen -zou kunnen zien, of mijn spriet zich verplaatste. Ik gaf dan ook goed -acht, of de fijne bloempakjes van het beemdgras zich ook soms bewogen, -of er trilling kwam in een zuringtop, maar er was niets te bespeuren. -En juist toen ik meende, dat ik ’t fijne kopje van den vogel tusschen -gras en kruiden zou kunnen onderscheiden, hoorde ik hem roepen, stellig -wel vijftig meter vlak achter mij. Hij was in een grooten kring om mij -heen geloopen, zonder dat ik er iets van bespeurd had en dat in minder -dan een minuut, want langer had hij niet gezwegen. - -Nu wist ik wel, dat zulke dingen mij te wachten stonden, want ik had -vroeger een spriet zoogenaamd in gevangenschap gehad. Dat wil zeggen, -ik stopte hem in een kooi, maar een kwartier later was hij al weer -weggeloopen, hoe nauw de tralies ook aan elkander stonden. - -Ik heb eens een verhaal gelezen van een ridder, die ergens in een kerk -begraven ligt. ’s Nachts om twaalf uur gaat hij spoken, eigenlijk niet -hij zelf, maar zijn steenen beeld, dat boven op zijn graftombe ligt en -dat zich bij die gelegenheid zoo dun maakt als een velletje postpapier -om tusschen de tralieën van het koorhek door te komen. - -Zoo iets doet de spriet ook. Hij heeft maar een heel smal borstbeen en -nu kan hij zijn ribbekast zoo inhalen dat zijn lichaam smaller wordt -dan zijn kop en als die dan ergens door is, dan volgt de rest van zelf. -Maar al weet je dit nu precies, dan moet je er je nog over verwonderen, -dat hij door ’t dichte gras kan hollen zonder merkbare beweging. Ik -begon maar weer van voren af aan en altijd was hij mij te gauw. Toen -herinnerde ik mij mijn kinderjaren en ik besloot, midden in de wei een -half uurtje stil te gaan zitten tusschen de klaver en de orchideeën; -meteen kon ik dan uitkijken naar insecten op de bloemen. Dat viel ook -al weer niet mee, ik kreeg niets te zien, dan een paar honigbijen op de -witte klaver (74), de orchideeën stonden te vergeefs te pralen, de -roode klaver (73) verspreidde zijn geuren zonder een enkelen hommel te -lokken. De schriek riep nu eens van links, dan weer van rechts, hij was -nog heel druk, al liep het ook tegen den middag. Eigenlijk roept hij ’t -meest in den voornacht en den nanacht (dus weinig om middernacht), maar -ik heb hem wel gehoord op alle uren van den dag en van den nacht. - -Toen ’t stil zitten mij begon te vervelen, ging ik ’t nog wat fijner -aanleggen. Je ziet ook veel in de velden, als je rustig de een of -andere bezigheid verricht. Indien de veldarbeiders eens alles konden -vertellen, wat er al zoo tijdens hun werk te zien en te beleven valt, -dan zou onze kennis van de levende natuur een heel eind opschieten. - -Wat voor werk zou ik ter hand nemen? Wel, daar stond op een plek een -heel partijtje van den grooten gelen ratelaar (85) en ook hooger op wat -roode oogentroost (87). Die planten zijn halve woekerplanten, ze hebben -heel fijne zijworteltjes die met zuigplakjes vastzitten op de wortels -van ’t gras en daaraan dan het voedsel ontstelen. Dat is bijzonder -aardig om te zien, maar ’t lukt niet gauw, want die zijworteltjes zijn -zoo fijn, dat ze bij ’t hanteeren van de ratelaar- of -oogentroostplantjes dadelijk losgescheurd worden en dan zijn ze -tusschen de aarde niet gemakkelijk meer te vinden. Ik stak nu een paar -polletjes uit van ratelaar + gras en oogentroost + gras en ging die aan -den slootkant geduldig zitten uitspoelen. Dat was een heel goede inval. - -Al dadelijk had ik het genoegen, dat de kieviet, de grutto en de -tureluurs tot rust kwamen. De leeuwerik bleef nog zingen, maar nu -werkelijk voor zijn plezier: een keer drie minuten, een keer zeven -minuten en een keer één minuut. Sommige menschen meenen, dat zoo’n -leeuwerik wel een half uur achtereen in de hoogte staat te zingen, maar -als je dat eens nagaat met ’t horloge in de hand, dan krijg je heel -andere uitkomsten. - -Er ging nog een ander vogeltje zingend de lucht in, dat hield het niet -langer uit dan een halve minuut. Dat was de graspieper (50), een -diertje, dat wel op een leeuwerik lijkt, maar hij is meer groenachtig, -heeft een slanker lichaam en ook een fijn snaveltje. Hij klimt als ’t -ware langs een rechte lijn schuin omhoog, steeds fluitend en als hij -een meter of twintig gestegen is, dan daalt hij langzaam neer met -uitgespreide vleugels en staart „en vol plané”, aldoor allerliefst -fluitend. - -Nergens komen leeuwerikken en graspiepers in zoo groot aantal voor als -op onze Noordzee-eilanden. Op Texel heb ik daar eens iets bijzonder -aardigs mee beleefd. Daar was in een polder een zilt grasveld en daar -groeiden natuurlijk weer heel andere planten dan in de gewone weiden. -Het zag er niet wit van de madeliefjes, maar op sommige plekken wel -rood van het Engelsch gras of strandkruid (16) en op kale slikkige -plekken groeide veel zeespurrie (28) met mooie rose sterrebloempjes. - -Men had er ’t gras gemaaid en ingezameld, maar er waren kleine prakjes -blijven liggen, dat waren nu bruinachtige hooimassa’s op het -donkergroene kleed. En onder die hooipruikjes hadden nu de graspiepers -hun nestjes gemaakt, daar ze op het vlakke veld geen beter bescherming -tegen den guren Noordooster konden vinden. In minder dan geen tijd -hadden we een half dozijn nesten gevonden, elk nisje had zijn heilige. -En buitengewoon aardig was het, toen op een afstand te gaan liggen met -den kijker. De vogeltjes keerden terug op hun nest en je zag de zwarte -kraaloogjes vlak over de onderdeur kijken. Het was, om zoo te zeggen, -een heel kampement van graspiepers. - -Als zich in de Wadden of de Zeeuwsche stroomen een nieuw eilandje vormt -en een slibbank achter een zandwal met gras begroeid raakt, dan is de -graspieper de eerste zangvogel, die de nieuwe weide koloniseert. Daarom -houd ik zooveel van hem. - -Ik zat nu al een kwartier te spoelen en er was ook al heel wat gebeurd. -Behalve de leeuwerikken en de graspiepers had ik nog een klein zwart -monstertje gezien, dat de sloot overzwom: een waterspitsmuis, nog al -een rakkerd, want als hij geen insecten genoeg kan vinden, om zijn -eeuwig durenden honger eenigszins te bevredigen, dan doet hij zich te -goed aan eieren en jonge vogels. - -De spriet riep nog van tijd tot tijd. Ik had nog lang niet al de aarde -uit de wortels weggespoeld. Die grassen maken onder den grond zooveel -stengels en zijtakken, dat ze door elkander heen groeien tot een waar -vlechtwerk. Uit die stengels ontspringen ontelbare worteltjes, die -buitengewoon stevig de aardkorreltjes vasthouden en zoo vormt dan de -heele grasmassa van de wei een samenhangend geheel, dat men de graszode -noemt. De andere planten moeten nu maar zien, dat ze met hun wortels in -of onder die zode ook nog een plaatsje vinden, en wie daar niet in -slaagt, kan in de wei niet aarden. - -De ratelaar, de oogentroost (86) en het kartelblad (85) hebben het -makkelijk genoeg, want hun zitten de graswortels niet in den weg, -integendeel. Hoe meer wortels, hoe liever, des te vlugger kunnen ze een -voldoenden voedselvoorraad bijeenstelen en dan behoeven hun -zuigworteltjes niet zoo bijzonder dik te zijn. En juist door die -dunheid breken ze zoo spoedig af en is het zoo moeilijk, er iets van te -zien te krijgen. - -Ik weet niet of er onder de duizenden albumlezers wel veel zijn, die -zich de moeite willen getroosten, om eens de een of andere van die -„half-parasieten” uit te spoelen. Je moest het heusch eens probeeren. -Vroeg of laat echter ga je ongeduldig worden en trekken aan den -ratelaar zelf en dan is ’t meteen mis, want al de zuigworteltjes breken -af en je staat dan nog al onnoozel te kijken naar het kale karige -wortelstelletje, dat onder aan die plant zit. Wie het goed ten einde -brengt, moet gras met woekerplant voorzichtig drogen en bewaren, ’t is -iets waar je grootsch op kunt zijn, ik geloof niet, dat er op ’t -oogenblik tien jongens of meisjes in ons land zijn, die zoo iets in hun -plantenverzameling hebben. - -Wel, met mijn spoelerij liep het ditmaal ook weer mis. Ik gooide den -heelen boel in de sloot en stapte op, om naar huis te gaan. De spriet -zat sarrend te roepen ergens, naar ik oordeelde, in een plekje vol -bloeiende orchideeën. - -Juist toen ik de wei ging verlaten, kwam daar een spoorwegarbeider aan, -die ook belang in den spriet stelde, doch niet vriendschappelijk. Hij -had zich nu eenmaal in het hoofd gezet, dat hij een hekel aan het dier -had, omdat zijn geroep hem niet beviel en mij wel te kennen gegeven, -dat hij loerde op een gelegenheid, om dien vervelenden schreeuwleelijk -een stuk steenkoolslak naar zijn kop te gooien. - -Hij had juist vrij en toen hij hoorde, dat ik er op uit was, om den -spriet te zien te krijgen, bood hij aan, om mij te helpen en toen -gingen wij er samen op los: liefde en haat. Ik hoopte stilletjes, dat -juist door die jacht de haat van den spoorwegman in liefde zou -verkeeren en dat is mooi uitgekomen ook. We jaagden den vogel ruim een -half uur, nu eens voorzichtig sluipend, dan weer hollend en dravend. -Wij raakten aardig opgewonden en de spriet ook, want die liep eenmaal -pardoes uit ’t gras tegen den baggerwal langs den slootkant op en stond -daar toen uit alle macht te kraken. - -„Wat een klein mormel”, zei de spoorwegman, maar ik hoorde al -liefkoozing in zijn ruwe uitdrukking. We hadden ons doel bereikt en -gingen tevreden heen. Of de spriet tevreden was, dat zou ik niet durven -zeggen, in ieder geval had hij een goede oefening gehad. En geschaad -heeft ’t hem niet, want hij heeft er een vriend door gewonnen. De -spoorwegman wist mij zelfs te vertellen, dat hij later een troepje van -kleine zwarte vogeltjes langs den slootkant heeft zien hollen en dat -kunnen niet anders geweest zijn dan de jonge sprietjes. Hij had er echt -schik in. - -Het vinden van een sprietennest is altijd een meevallertje. Het ligt -diep onder ’t gras, de grashalmen zijn er over heen gebogen. Zoo als ’t -bekende versje zegt: „In Mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve de -kwartel en de spriet, die leggen in de Meimaand niet” wacht onze vogel -met broeden, totdat hij in de hooge Junigrassen een veilige nestplaats -vindt. - - - - - - - - -II. PALMPASCHEN. - - -Als in Februari de kievieten van hun korte winterreis terugkeeren in ’t -weiland, dan ziet het er veel minder frisch uit, dan toen zij het in -den voorwinter verlieten. De oude grasblaadjes zijn allemaal wit -geworden en liggen geplakt tegen den natten grond. Hier en daar groent -wat mos, doch meestal is dat zelf weer overdekt met duizenden -roodbruine draadfijne stengeltjes met sporendoosjes er bovenop. Enkele -verwaaide madeliefjes met bleekgele hartjes en waterige witte -lintbloempjes vertoonen zich langs den greppelkant, maar zij lijken eer -te behooren tot den ouden herfst dan tot de nieuwe lente. - -Sneeuwklokjes bloeien in onze weiden niet, dat zijn eigenlijk niet -anders dan gekweekte tuinplantjes en als je ze vindt langs dijken en -wegen, dan zijn ze weggeloopen uit de boerentuintjes, met rommel op den -dijk gebracht, misschien ook uit aardigheid door een kind daar geplant. - -De kievit kent den tijd van ’t jaar echter aan nog andere dingen dan -aan de kleur van ’t gras. Hij ziet de spreeuwen (52) in hun donker -voorjaarskleed, dat, even als ’t zijne, schittert in alle kleuren van -den regenboog; hij hoort de leeuwerik zingen hoog in de lucht en toen -hij onder de grasstengels rondpikte naar kleine grauwe slakjes, heeft -hij gezien, dat onder het grauwe gras de wei al heelemaal groen is, de -jonge spruiten behoeven nog maar een halven centimeter hooger te komen, -dan is de lente in het land. Het eene jaar gebeurt het wat vroeger dan -’t andere, maar midden Maart is de zaak toch meestal in orde. - -Het eerst komen aan de beurt de zonnige plekjes en de greppelkanten, de -zuidhelling van den dijk, de noordoevers van de slooten. Wij hadden -vroeger een hekdam, die liep precies oost-west en had dus een -zuidhelling en een noordhelling. Welnu, de plantengroei aan beide -kanten van dien dam verschilde zoo, dat we de eene helling Nizza en de -andere Sewerowotstotsnoj noemden. Op den laatsten naam waren we niet -weinig grootsch en nieuwe vrienden moesten gemiddeld een half jaar in -hun Atlas snuffelen, eer ze recht wisten, wat er mee bedoeld werd. - -Wat hebben we daar op Nizza heerlijke uren doorgebracht. De sloot -leverde een onuitputtelijken voorraad waterdieren. Het oeverrandje, dat -vol lag met kleine brokjes riet en rommel, was al warm en droog, nog -voordat het ijs uit ’t water was verdwenen en dan kwamen daar -goudbronzen oeverkevertjes rondloopen, pas uitgebroken uit hun -winterverblijf. - -Zoo’n kever-overwinteringshol vonden we eens tegen den hekpaal, twee -decimeter diep onder den grond. We waren te weten gekomen—ik weet -waarlijk niet hoe—dat je in den winter aan zuidkanten van boomen en -palen onder den grond heele regimenten kevers kon vinden, die daar -gezellig overwinteren. Nu leken ons de hekpalen van Nizza al zeer -bijzonder voor dat doel geschikt. Wij aan ’t graven en jawel hoor, we -vonden een heele kluit van kevers, allemaal loopkevers, van die lange, -slanke torren met ranke pooten: een veertigtal van vier verschillende -soorten. - -Daar had je de groote groene gouden loopkever, de vriend mijner jeugd, -dan nog een heel donkergroene met zes rijen koperen knoopen op zijn -rug, waar ik later nog wel eens van hoop te vertellen, dan nog een iets -kleinere groenbronzen (8) met allerlei strepen en kettinkjes over zijn -rug en eindelijk nog een heel donker violette (7). Van de beide laatste -waren er ’t meest, die komen dan ook trouwens ’t meest algemeen voor. - -Ik mag hier wel even tusschen twee haakjes zeggen, dat de keverkundigen -bij de woorden „goud” en „brons” aan andere kleuren denken dan aan -gouden tientjes of bronzen centen. In de gauwigheid kan ik dat niet zoo -precies beschrijven, ’t best is maar, dat je probeert die kevers zelf -te pakken te krijgen, dan snap je meteen de bedoeling. - -De buit, die wij in Nizza behaalden, werd behoorlijk verdeeld en ik -stopte mijn portie in de brandspiritus. Nog al met een gerust geweten -ook, want ik meende, en ik geloof wel, dat ik gelijk had—dat in hun -winterverdooving die dieren niet zoo’n ergen doodstrijd zouden hebben. - -Voor iemand, die juist in ’t drukst van ’t aanleggen van verzamelingen -was, had zoo’n vondst natuurlijk heel wat te beteekenen. Alles ging in -een groote stopflesch, die bij ons thuis om de kleur van de spiritus en -om ’t donkere rommeltje op den bodem schertsend de trekpot werd -genoemd. ’s Avonds, of als ’t slecht weer was, vischte ik uit die -trekpot al mijn dieren weer op en dan werden ze netjes opgezet met de -pooten mooi in de loophouding en de sprieten recht vooruit. Een aardig -geduldwerkje, vol verrassingen. Soms had je met negen spelden alles -kant en klaar, een andermaal waren de pooten zoo weerbarstig, dat er -zes spelden noodig waren, om er één behoorlijk op zijn plaats te -krijgen. - -Wat heb ik een pleizier gehad van dat verzamelen. Ik had van alles: -planten, insecten, schelpen, steenen, versteeningen, krabbenpooten, -verdroogde zeesterren, alles wat maar buiten te verzamelen was. Van -heel veel dingen wist ik de juiste namen niet, maar heel veel kwam ik -te weten uit een Duitsch boek, dat ik in ’t begin maar half begreep en -voor een paar kwartjes gekocht had op een oude-boeken-stalletje. Later -kreeg ik hulp van alle kanten, maar die eerste tijd was toch de -leukste, allemaal vinden en ontdekken. - -Natuurlijk tastte ik vaak mis. Door het onoplettend lezen van eene -beschrijving kwam ik er toe, om een paar jaar lang het roodstaartje te -betitelen met den naam van goudvink, maar dat kwam later wel terecht. -De tegenwoordige jongelui hebben het heel wat makkelijker dan wij in -onze jeugd, maar daarvoor wordt er ook al weer heel wat meer van hen -gevergd. - -Maar we zouden Nizza heelemaal vergeten, ons toevluchtsoord in Maart. -Het eerste bloempje, dat er bloeide, was ’t klein hoefblad (11, 15) en -als dat in de warme zon zijn stralen uitspreidde, dan kwamen er uit den -grond ook al dikke paarse proppen te voorschijn, die aan hun top -openbarstten en daaruit verrees dan de bloeistengel van het groot -hoefblad (13, 14). - -De aanwezigheid van die twee planten maakte, dat er haast geen gras op -dien dam groeide, want in den zomer werd er de grond geheel -overschaduwd door de groote bladeren van die planten, want je kunt de -bladeren van klein hoefblad ook gerust groot noemen. Die van het groote -zijn toch nog altijd weer viermaal zoo groot en zijn ook gemakkelijk te -kennen aan den mooien stijven rand, die ’t begin van de bladschijf -steunt en niets anders is dan een dikke zijnerf. - -Wij vonden het klein hoefblad aardiger dan het groot; het leefde zoo -echt met de zon mee. Bij donker weer bleven de kopjes dicht, maar als -de zon te voorschijn kwam, dan zag je binnen enkele minuten de gele -straalbloempjes omslaan naar buiten en dan gingen ook de kleine -bekervormige bloempjes open, die het hartje vormen. - -Dan kwamen vliegen, hommels en vlinders opdagen en dan was ’t aardig, -om te zien, hoe die hun zuigsnuiten in de bloempjes staken: de vlieg -een dik rond slurfje, de hommel iets dat wel leek op een blinkend mes -en de vlinder een dun zwart draadje, dat hij allerkoddigst kon knikken -en krommen. - -Het groot hoefblad kreeg veel minder bezoek dan ’t klein en later in ’t -jaar had het ook lang niet zulke mooie vruchtjes. Dan prijkt het kleine -hoefblad met een mooi pluishoofdje, veel zachter en zijiger dan dat van -de paardebloem. Wie ’t wil nasnuffelen kan zien, dat die pluisvruchtjes -alleen afkomstig zijn van de stralende lintbloempjes, de mooie -bekerbloempjes middenin dienen alleen, om stuifmeel voort te brengen. - -Soms kwamen er ook hoefbladbloempjes te voorschijn binnen het hek, op -de wei zelf, maar dan kwam al heel gauw de boer opdagen, om ze uit te -spitten. Hij hield meer van gras in de wei en was ook al lang van plan, -die hoefbladplanten van den hekdam uit te roeien, want van daar woei -natuurlijk ’t zaad in de wei en ook maken ze lange uitloopers onder den -grond, die met plezier onder een hek doorkruipen en wijd en zijd de -buurt onveilig maken. Gelukkig kon hij er nooit den tijd voor vinden en -zoo bleven wij in ’t bezit van onze mooie bloemen. - -In de wei zelf was in ’t heel vroege voorjaar niet zoo heel veel te -vinden. Schuins links achter het hek had je eerst een geheel kale plek, -waar ’t paard altijd stond te mijmeren in zijn vrijen tijd. Daarachter -lag het ruime veld met grijs oud gras met jonge sprietjes en met -allerlei klein goed, dat later bloeien zou en dat alles min of meer -pimpelpaars zag van de zon, het voorjaar en de lage temperatuur. - -Het meest frisch zag nog de ruige veldkers (20) er uit, een verwant van -de zoozeer beroemde en geliefde pinksterbloem (37). Deze ruige veldkers -is meestal heelemaal niet ruig, maar gladjes en groen en hij bloeit ook -al heel vroeg, tegelijk met ’t hoefblad, met heel bescheiden witte -kruisbloempjes. - -Zulke kruisbloemen of cruciferen behooren in hun bloem zes meeldraden -te hebben, vier lange en twee korte, maar die ruige veldkers schijnt -geen tijd en gelegenheid te hebben, om ze alle zes te fabriceeren en -vergenoegt zich dus in den regel met vier. - -Hij slaagt er meestal in, mooi weer of geen mooi weer, om zijn lange -hauwvruchten te rijpen. Dat gebeurt dan in Mei en Juni en dan hebt ge -zooveel aandacht noodig voor al de andere duizenden planten en dieren, -dat ge dit nederig voorjaarsplantje allicht vergeet. Toch moet ge hem -dan nog eens opzoeken, en even de rijpe hauwen aanraken aan hun punt. -Dan springen ze met een ruk uit elkander en de kleine zaadjes worden -weggeslingerd tot wel drie of vier meter ver; dat moet ge bij -gelegenheid maar eens zelf nameten. - -De ruige veldkers is dus de voorlooper van de pinksterbloem en zoo -mogen we de klimopbladige eereprijs (25) beschouwen als de voorlooper -van de beroemde blauwoog, de gamander-eereprijs, die we in Mei zullen -vinden. - -’t Is anders niet zoo ineens te zien, dat die klimopbladige behoort tot -zoo’n doorluchtig geslacht. Alleen als je een van de bleekblauwe -bloemkroontjes, die zoo gemakkelijk afvallen, terdege bekijkt, ontdek -je de twee meeldraadjes, die hun voornaamste kenmerk uitmaken. De -stengelbladeren vertoonen den echten klimopvorm, dus de naam is goed -gekozen. - -Dit kleine eereprijsje groeit niet in ’t dichtst van de wei, maar op -verwaarloosde plekken en langs heggen en boschkantjes, waar hij zich -heel gelukkig gevoelt in gezelschap van paarse doovenetel, sterremuur, -kruiskruid en meer dergelijk gespuis. - -Evenals al die andere is hij een echte snelgroeier en niet bang voor -een beetje kou of barheid. Midden in den winter ontkiemen de zaadjes -al, zoodat begin Maart de bloempjes al voor den dag kunnen komen. - -Toch blijft de wei de heele Lentemaand door nog stug van uiterlijk, -slechts gaandeweg wordt ’t beter en als ’t eerste kievietsei eenmaal -gevonden is, begint het er aardig uit te zien. - -De groote groene donkere proppen, die dotterbloemen (1) zullen worden, -beginnen zich te ontrollen en gaan er werkelijk uitzien als stengels -met bladeren. De stengelstukken zijn in ’t eerst nog wel kort, maar de -bladeren vertoonen al hun mooien niervorm. ’t Is een lust te zien, hoe -mooi ze geaderd zijn en gekarteld langs den rand. Midden in elk -karteltje zit een wit plekje en daar eindigt ook een ader of nerf in. -Al die witte plekjes zijn een soort van zweetkliertjes, die helpen de -bladeren om het overtollige water weg te krijgen. - -De eerste dotterbloem-bloem (2) vind ik ook nog in Maart, de laatste -nog in Juni en elk jaar zijn er ook weer van die dotters, die op ’t -eind nog weer eens in bloei komen en het uithouden tot laat in October. -Toch blijft Palmpaschen de mooiste dotterbloementijd, tegelijk met den -mooisten bloei van de waterwilgen. - -Alles is dan geel in de wei en ’t is volkomen in den haak, dat dan ook -in groot aantal de gele kwikstaartjes (109) aankomen, mooie, vlugge -vogeltjes met lichtblauwe kopjes, keel en borst zoo geel als van een -kanarie en de staart, zooals alle kwikstaarten die hebben, lang en bont -en bewegelijk. - -Ze komen aan in kleine troepjes; ’t is zeer goed mogelijk, dat elke -troep bestaat uit een of meer gezinnen van ’t vorig jaar, die bij -elkander zijn gebleven en al dien tijd elkanders lief en leed hebben -gedeeld. Ook nu blijven ze nog geruimen tijd bijeen, insecten zoekend -op en tusschen de schapen, krijgertje spelend in ’t gras of pronkend op -den zwarten bagger langs den slootkant. Daar zie je ze dan op hun -mooist. - -Over een poosje maken zij hun nest, ook alweer verborgen onder ’t gras -in holten langs greppelranden en heel moeilijk te vinden. Er liggen tot -vijf of zes grijsbruin-gevlekte eieren in. - -Eens heb ik er een gevonden bij ’t zoeken naar viooltjes. Als ’t Maart -werd, dan gingen wij jongens er altijd op uit met een zakmes en een -bloempot, om viooltjes (22) uit te steken. Ik herinner mij nog, hoe we -ze zochten op een kleiig plekje langs den Ouden Rijn, jaar in jaar uit -en altijd vonden wij er. Je sneed dan met je mes in een kring rondom ’t -polletje, zoodat je een afgeknotten kegel kreeg, die juist in de -bloempot paste, ik voel nog het inpersen van die vette klei. En hoe -aardig stonden de enkele grassprietjes om ’t plantje; een paar -donkerblauwe bloempjes verspreidden hun geuren, andere waren nog in -knop, we konden altijd wel een maand lang plezier van ons potje hebben. - -Er waren nog al veel kinderen, die daar viooltjes haalden, maar -gelukkig was de voorraad groot genoeg; er groeiden er zooveel, dat de -heele wei er van geurde. Er stonden boomen om die wei, oude eiken. -Eigenlijk geloof ik, dat er op die plek vroeger een buiten of een -boerderij had gestaan en dat die viooltjes evenals de sneeuwklokjes -bijna altijd als ontsnapte tuinplanten moeten worden beschouwd. - -Wij namen natuurlijk de mooiste polletjes en lieten de niet bloeiende -staan. We wisten toen niet, dat de viooltjes later in den tijd, in de -zomermaanden, nog eens bloeien, maar dan met heel kleine groene -bloempjes, die je nooit te zien krijgt, als je niet weet, dat ze -bestaan en als je er niet opzettelijk naar zoekt. - -’t Zijn kleine groene spitse knopjes aan nogal lange steeltjes. Ze -liggen vlak bij den grond en de vruchten (24), die ze opleveren, komen -ook op den grond te liggen; die zijn groot en zwaar genoeg. Ze springen -open met drie kleppen en die krullen ineen, zoodat ze de dikke zaden -wegschieten net zooals iemand een kersepit tusschen duim en vinger -wegschiet. De mieren sjouwen die zaden weer verder en zoo kan dan een -heele buurt vol viooltjes raken. - -Doch heel veel zijn er toch niet in onze Hollandsche wei; ’t meest vind -ik ze nog op de dijken en daar zie ik dan ook ’t meest de mooie -parelmoervlinder (105), die zijn eitjes op de viooltjes legt. - -Als er heerlijke geuren uit de wei opstijgen in April en Mei, dan zijn -die meestal wel afkomstig van de beide reukgrassen. Het eene heet -„reukgras” zonder meer, het andere veenreukgras. Ze zijn allebei nog al -gemakkelijk te vinden, want ’t zijn de grassen, die het vroegst -bloeien, alleen de vossestaart houdt hen dan gezelschap en die is aan -zijn zachte cilindervormige aarpluim al heel gemakkelijk te -onderscheiden. Het veenreukgras groeit liefst op vochtige plaatsen, -langs slooten en greppels. Doorgaans heeft het een bruinachtig tintje. -De pluim is nog al wijd vertakt en bestaat uit veel bloempakjes, die -aan kronkelsteeltjes neerhangen. Dat maakt dat dit gras in den bloei -wel wat gelijkt op het meer bekende trilgras, dat we in Mei vinden. - -Wie er lust in heeft en er niet tegen opziet, om even een loupe te -gebruiken kan op droge zonnige Aprildagen gemakkelijk de meeldraden en -stampers van dit gras te zien krijgen, als ze uit de bruine of violette -kafjes naar buiten groeien. Maar veel beter gaat dit nog bij het gewone -reukgras. Het begint te bloeien met een tamelijk dichte doch kleine -aarpluim, die uit langwerpige bloempakjes bestaat. ’s Morgens komen -daaruit nu de meeldraden te voorschijn, uit elk bloempje twee; bij de -meeste andere grassen bedraagt dat getal drie. - -O, wat heb ik daar al dikwijls met genoegen naar zitten kijken! Je -kiest een bloempje, dat al de paarse helmknoppen laat zien, en blijft -dan wachten. Telkens komt dan met een schokje die helmknop een klein -eindje hooger, dat kun je vaak ook zonder loupe al zien. Eindelijk is -de helmknop er heelemaal uit, maar nu is ’t nog niet gedaan, want nu -schiet de helmdraad, een mooie witte helmdraad, al hooger en hooger op, -totdat de paarse helmknoppen twee centimeter buiten de bloem uitsteken -en daar bibberend en trillend met ieder zuchtje van den wind hun fijne -stuifmeel uitstrooien. - -Je hebt in Münchhausen’s leugenboek wel eens gelezen van dien man, die -het gras kon hooren groeien en dat is wel aardig, om aan te denken. -Maar nog duizendmaal aardiger vind ik het, om met mijn eigen oogen het -gras te zien groeien en dat zie je nergens zoo goed als bij het -reukgras. - -De geur van die reukgrassen is later de geur van ’t hooi, maar zoover -zijn we met Palmpaschen nog niet. - -Er bloeit nog zoo’n klein dingetje, dat de meeste menschen over het -hoofd zien, maar dat eigenlijk toch veel te mooi is om vergeten te -worden. Het lijkt net een soort van gras, maar de bladeren zijn met -lange zijde-achtige haren bezet en als de bloempjes uit de bruine pluim -op een warmen lentemorgen goed open staan, dan zie je dat ’t mooie -zespuntige sterrebloempjes zijn, met aardige stampers en meeldraden en -’t is nog moeilijk genoeg, om een echt onderscheid te vinden tusschen -deze verschoppelingetjes en de trotsche lelies. Deze „veldbies” (18) -groeit ’t liefst in zandige niet al te natte weiden. - -Daar komt dan ook de akkerpaardestaart (17) te voorschijn, die meer -lijkt op een stukje speelgoed, dan op een plant. De stengel is -opgebouwd uit een aantal verdiepingen die met mooie tandrandjes aan -elkaar sluiten. Bovenop zit een soort van bijenkorfje dat bestaat weer -uit kransen van aardige doosjes, waaruit een groen poeder te voorschijn -komt. Dat zijn de sporen en daaruit komen ten slotte na allerlei -avonturen weer nieuwe paardestaartplantjes opschieten. Behalve deze -sporendragende twijgen komen later groene twijgen te voorschijn met -kransen van takjes en die kan je ook al weer in stukjes trekken. - -Als een boer je bezig ziet met ’t vernielen van paardestaarten dan -kijkt hij niet ontevreden, want hij beschouwt die paardestaarten als -een gevaarlijk onkruid. - -Er zijn in ons land heel wat verschillende soorten van weiden en elke -soort is mooi op zijn eigen manier. Die van ’t Hollandsch laagveen -hebben in ’t vroege voorjaar niet hun allermooisten tijd, al gaan ze -soms heelemaal schuil onder de pracht en praal van de dotterbloemen. Ze -liggen dan nog veel te kil en te open in hun omlijsting van slooten. De -weiden langs den zeekant zijn ’t langste dor, alleen bloeit daar in -April het lepelblad, maar later komt er mooi Engelsch gras (16) en de -aardige zeespurrie (28). - -De Zeeuwsche en Geldersche weiden echter hebben vaak hagen of brokken -heg van meidoorn (6), sleedoorn (5) met hondsroos (23) en braam (26) en -dat geeft weer heel wat afwisseling. Al in Maart begint de meidoorn -zich heelemaal met groen te bespikkelen, doordat de knoppen bersten en -zwellen en terzelfder tijd gaan aan de sleedoorn zich al bloemknoppen -ontwikkelen, zoodat met half April de hagen heelemaal in den bloesem -zitten en het na een buiïgen dag haast niet uit te maken is, of een -weirand onder de sneeuw ligt of met bloeiende sleedoorns is bezet. Als -ik zoo’n heestergroepje langs de wei zie, dan koers ik er dadelijk op -af, want ik weet zeker, dat daar altijd iets moois te zien of te -beleven is. Natuurlijk staat het speenkruid (4) er in grooten -overvloed, het aardig boterbloemachtig sterrebloempje, dat ook wel veel -staat in de wei zelf en langs de dijken, maar toch eigenlijk tehuis -behoort in heg en bosch. - -Daar staat ook nog een ander heggekruid, de stinkende gouwe (21) of -liever kortweg „gouwe” of „groote gouwe”, want met dat stinken is het -zoo erg niet. Wel krijg je gele vlekken aan je vingers als je de bloem -plukt, want stengels en bladeren zijn geheel doortrokken met kanalen -vol geel melksap. Den eenen dag is het geler dan den anderen en in de -wortels is het dikwijls oranje bij steenrood af. - -Als je haast nog niets van planten afweet en wel eens hebt hooren -praten van kruisbloemen, dan beschouw je de gouwe met zijn vier -kroonblaadjes ook al licht als een kruisbloem, dus als familie van -koolzaad, pinksterbloem of veldkers. Maar als je beter toekijkt, dan -zie je wel aan de groote menigte meeldraden, dat we hier met heel wat -anders te doen hebben en dat onze vriend met het gele melksap behoort -tot de familie van de klaprozen. In die zeer juiste meening wordt je -nog versterkt, als je ziet hoe bij ’t opengaan van de bloem de twee -kelkblaadjes worden afgestooten en hoe dan de vier kroonblaadjes -gekreukeld en verfomfaaid uit hun dichte omknelling te voorschijn -komen. De gouwe opent zijn eerste bloem in ’t midden van April en -blijft voortbloeien tot in October toe. - -Op den bloeienden sleedoorn wemelt het van bijtjes (10), kleine wilde -bijtjes, die ook alle omtrent Palmpaschen uit den grond komen kruipen. -Ze hebben daar in de diepte, soms 5 c.M. diep, soms twee d.M., hun -heele jeugd doorgebracht; eerst als witte made peuzelend van den honig- -en stuifmeelvoorraad, die hun moeder daar voor hen had bijeengebracht, -in elk kamertje juist genoeg voor de ontwikkeling van een jong. Later -verpoppen ze en als de lente komt, zijn ze gereed, om zich een weg te -banen naar de frissche lucht en het heldere zonlicht, dat ze nog nooit -hebben gezien, en naar de mooie bloemen, waar niemand ter wereld hen -van verteld heeft en waarop ze toch dadelijk hun kost moeten zoeken. - -Ik heb er vaak bijgestaan, dat die bijtjes uit den grond kwamen, -honderden bij honderden. Waar je ook keek, overal zag je kleine -openingetjes ontstaan, twee voelsprietjes wuifden onderzoekend in de -ruimte en dan volgde langzamerhand het harige kopje en ’t ruige lijf. -Die er al uit waren gekropen bleven nog een tijd rondvliegen boven het -opstandingsterrein, alsof ze er belang in stelden, hoeveel van de -familie er wel te voorschijn zouden komen. - -Dan gingen de mannetjes de wijfjes jagen en ten slotte zwermde de heele -bende naar de bloemen, naar de sleedoorn, de gouwe, ’t speenkruid, de -dotterbloemen en het hoefblad. En na een paar dagen zag je telkens nu -hier dan daar weer zoo’n wijfjesbijtje hard bezig met graven in -denzelfden grond, waar ze juist uitgekropen was. - -Dag aan dag doet ze niet anders dan kamertjes maken, die ze vult met -honig en stuifmeel en waarop ze het lange geelachtige eitje legt, -waaruit de witte made komt, die ’t volgend jaar als bij weer uit den -grond zal kruipen. Zoo gaat het voort, jaar in jaar uit, altijd weer -van voren af aan. - - - - - - - - -III. ALS DE EEREPRIJS BLOEIT. - - -De mooie blauwe eereprijs (31) komt meestal in bloei omstreeks den -eersten Mei, soms een dagje eerder, soms wat later, maar heel dikwijls -heb ik haar voor ’t eerst gezien juist op den eersten en daar was ik -dan heel blij om, hoewel het niets te beduiden heeft. Ook blijft het -plantje wel doorbloeien tot in September, maar ’t mooist is het toch in -Mei. - -’t Is nu, terwijl ik dit schrijf, Januari, maar ik verheug mij er al -op, dat iedere dag ons nader brengt tot de Mei en als ’t eenmaal zoover -is, dan ga ik lekkertjes weer uren lang zitten bij de eereprijsjes, -hetzij in mijn eigen tuin, waar ik ze een eereplaats heb ingeruimd, -hetzij aan den Vechtdijk of aan den Zuiderzeedijk, waar ik groote -plakkaten eereprijs weet te staan vlak bij meidoorns die in bloei gaan -komen. Groote bloeiende meidoorns aan den rand van de eindelooze wei. -Hun laagste takken hangen neer tusschen de graspluimen, zoodat de witte -meibloesem gezellig komt buurten bij boterbloem en vossestaart, -eereprijs en wilde zuring. - -Uren lang bij de eereprijsjes. De witte wolken drijven langzaam langs -de blauwe lucht en tusschen ’t groene gras gaat telkens een nieuw blauw -oogje open. Eerst steekt een bleekblauw kegelspitsje uit groene -kelkblaadjes, dat zwelt en opent zich aan zijn top en dan ontrollen -zich de vier kroonslippen zoo snel, dat je de beweging duidelijk kunt -zien, maar altijd is ’t nog een verrassing, dat op eens een groot blauw -bloempje prijkt, waar eerst een bleeke knop was. - -En overal in ’t eereprijsveldje zijn de bloempjes aan ’t opengaan. Als -je dat heel mooi wilt zien, ga dan kijken in de morgenuren. Je behoeft -niet zoo griezelig vroeg te gaan, als voor andere natuurverschijnselen -wel noodig is, ’t is al voldoende, als je er bij bent zoo tusschen -achten en tienen. Dan is ook het gras al droog, zoodat je ongestoord -kunt genieten. - -Als alle oogjes open zijn, dan zie je, dat ze verschillen; sommige zijn -heel mooi diep donkerblauw, andere bleek, waterig, paarsachtig. Die -donkere zijn vandaag voor ’t eerst open, de andere hebben gisteren hun -beau-jour gehad, gaan misschien vanavond nog eens een keertje te ruste, -maar als ze zich dan weer morgen openen, dan vallen ze al heel gauw af, -hun tijd is voorbij en zoo krijgen ze allemaal hun beurt. - -Geur verspreiden die bloempjes niet, maar de groote blauwe plas, die ze -in ’t grasveld vormen, wordt toch opgemerkt door de insecten en -buitengewoon aardig is het, om te zien, hoe gevleugelde snoepers van -allerlei soort de bloempjes komen bezoeken. Nu eens is het een klein -gouden vlindertje, dan weer een graafbijtje, dat pas uit den grond is -gekropen, maar meestal zijn het bonte, blinkende zweefvliegen. - -Sommige zien er uit als wespen, andere als de gewone honigbij en ik ken -wel menschen, die ze om dat uiterlijk houden voor heel gevaarlijke -dieren, die ze nooit zouden durven beetpakken. ’t Aardigste is nog wel, -dat de eene, die veel op de honigbij lijkt, zich ook heeft aangewend, -om op bijenmanier te vliegen: hij houdt zijn achterpooten net, alsof -hij daar een heele vracht stuifmeel aan zal gaan meedragen. - -Doch ’t is allemaal niets dan looze bangmakerij en als je een beetje -oplet, dan merk je dat hij niet alleen niet steken kan, maar zelfs niet -eens in staat is, om een behoorlijk gebrom ten gehoore te brengen. - -Hij heet dan ook gewoon weg „blinde bij” (61), niet omdat hij een bij -zou zijn en niet kan zien, maar om dezelfde reden als de mooie -lipbloem, die zonder zijn bloemen zooveel op de brandnetel lijkt, den -naam van „doovenetel” (42) heeft gekregen. Er is er ook een, die weer -heel veel lijkt op een zwart met wit hommeltje, en die daarom dan ook -hommelzweefvlieg (64) genoemd wordt. Deze zweefvliegen zijn al even -trouwe bloemenvrienden als de bijen; ze eten niet anders dan honig en -stuifmeel. Maar ze nemen niets mee; want hun jongen komen op heel -andere manier aan den kost. - -Die van de blinde bij en ook die van bosch-zweefvlieg (62) en -gestreepte zweefvlieg (63) hebben een nog al sombere jeugd. Onder den -naam van „rotjes” leven ze in modderslooten, stilstaande greppels en -ook wel in gootjes, waarlangs in dorpen en op ’t platte land het -afvalwater van de keuken naar de slooten loopt. - -Daar zitten ze soms in bij duizenden. Ik weet wel, dat wij als jongens -van een jaar of zes er met taaie vlijt jacht op maakten. Bij honderden -vischten we ze op uit de griezeligste modder, grauwe cilindervormige -diertjes met een soort van staart, die ze heel lang konden maken en ook -weer bijna heelemaal intrekken; later zijn we aan de weet gekomen, dat -’t geen staart, maar een soort van ademhalingswerktuig was. - -Als we er een paar honderd van bij elkander hadden dan gingen we er -soldaatje mee spelen. We stelden ze op in rotten van vier, met -officieren en onderofficieren, de muziek voorop, een dikke was de -kolonel, allemaal juist precies, zooals bij het tweede regiment -infanterie, dat in die dagen in onze oogen het allerbeste was, wat er -op de wereld bestond. Ik kan mij niet herinneren, ooit later zooveel -rotjes bij elkaar gezien te hebben. - -De larve van de bessenzweefvlieg (65) treft het beter. De oude vlieg -zoekt een plant op, die vol met bladluizen zit en legt dan zijn eitje -midden tusschen die sapzuigers. Als dan de larve uit ’t ei komt, heeft -hij dadelijk zijn voedsel bij de hand, want ’t is zijn natuur, dat hij -zich voedt met bladluizen. Met zijn achterlijf houdt hij zich vast aan -’t blad, met zijn kaken grijpt hij één voor één de bladluizen, die -tamelijk wel niets merken van ’t onheil, dat hen bedreigt, zuigt ze -uit, gooit de leege huiden weg en begint dan van voren af aan. Deze -woesteling heet bladluizenleeuw en vindt een naamgenoot en concurrent -in de larve van de prachtige gaasvlieg (66), een diertje, dat eigenlijk -heelemaal geen vlieg is en met zijn mooie ijle, groene, goudglanzige -vleugeltjes haast te fijn en te mooi lijkt, om zoo maar in ’t wild rond -te vliegen. - -Maar laat ons terugkeeren naar onze zweefvliegen en eereprijsjes. Ik -heb al wat uren naar die vliegen liggen kijken en dat niet alleen in -een soort van zomerluiheid, maar heel dikwijls met veel inspanning en -wanhoop. Iedere jongen zal mij begrijpen. We denken tegenwoordig maar -altijd aan vliegmachines en nu is zoo’n vlieg wel een van de meest -voortreffelijke die er bestaan. - -Het aardigste is, dat hij, naar ik geloof, veel meer op de -vliegmachines van Blériot en Henriot gelijkt, dan de vogels. Deze -laatste maken met hun vleugels een beweging die heel veel lijkt op -roeien, maar ik heb reden, om te gelooven dat de vliegen met hun -vleugels een snelle draaiende beweging maken, dus zoo iets als de -beweging van een schroef. Ze gaan dan ook mooi vast en gelijkmatig door -de lucht en als ze soms eens op één plek en op dezelfde hoogte willen -blijven dan weten ze dat te bereiken door met de vleugels tegengestelde -bewegingen te maken. - -’t Is alleen maar jammer, dat het te vlug gaat, om precies het fijne -ervan te kunnen zien: honderden malen per seconde. Slimme geleerden -hebben wel middeltjes bedacht, om die vliegen hun eigen vliegbewegingen -te laten opschrijven, maar het fijne weten wij er toch nog lang niet -van. - -Als nu de zweefvliegen de mooie eereprijsjes zien, blijven ze een -poosje op een kleinen afstand voor de bloem in de lucht zweven, ze -staan dan stil op eenzelfde plaats, maar je ziet de vlerkjes in razende -vaart ronddraaien. - -Dan gaan ze langzaam zakken, schuin naar omlaag en ze weten hun machine -zoo te besturen, dat ze precies terechtkomen voor het midden van de -bloem, met hun groote oogen juist vlak voor ’t witte ringetje dat -midden in de bloem het vruchtbeginsel omgeeft. Ze grijpen met hun -pooten de twee meeldraden en kunnen dan met hun dikken slurf de honig -oplikken. - -Wie nu eens iets heel moois wil zien, moet die meeldraden van nabij -bekijken. De helmdraden van het eereprijsbloempje zijn maar niet -eenvoudige, overal even dikke rolronde draden, maar heel sierlijk van -vorm, vlak bij de bloem heel dun en weer breeder, waar de vlieg ze -aanpakt. - -Daardoor buigen ze onder de lichte greep en het geringe gewicht van de -vlieg zoo door, dat de helmknoppen langs zijn lichaam schuiven, zoodat -hij daar bepoederd wordt met stuifmeel. En als hij dan weer op een -andere eereprijsbloem komt, dan is er alle kans dat hij dat stuifmeel -onwillekeurig afstrijkt op de stempel, die op zijn dunne stijltje juist -tusschen de twee meeldraden in staat en dan kan de inhoud van zoo’n -stuifmeelkorrel door de stijl naar binnen groeien en de kleine -zaadknopjes, die binnen in het vruchtbeginsel zitten, aan den gang -maken, om tot zaden te rijpen. - -De zweefvlieg beseft natuurlijk heelemaal niet, wat voor weldaad hij -aan ’t bloempje bewijst. Ook gaat hij wel eens een enkelen keer -verkeerd zitten en ’t gebeurt ook dikwijls genoeg, dat de stempel -zonder hulp van vliegen in aanraking komt met helmknoppen in dezelfde -bloem en dan ontstaan toch ook goede rijpe zaden. Wie er aardigheid in -heeft, kan omtrent den omgang van insecten met bloemen nog menige -belangrijke bijzonderheid opmerken. - -Al die lange zomerdagen zijn vliegen, bijen en vlinders met al die -bloemen bezig. Sommige bloemen hebben een bepaald stel van vriendjes, -andere zijn echte allemansvrienden. Op de paardebloem (34) is om zoo te -zeggen ieder tehuis, van de domste vlieg af tot de fijnste vlinder of -slimste bij toe. De koekoeksbloem (70) heeft ’t liefst met vlinders te -doen, de boterbloem (32) is vriendelijk tegenover kevertjes, vliegen en -kleine bijtjes en de orchideeën hebben in hun vreemdsoortig ingerichte -ontvangzaal weer ’t liefst vlinders en hommels. - -Lang niet in iedere wei groeien van die orchideeën. Het moet er min of -meer vochtig zijn; ik geloof wel dat de beste orchideeënplekjes lang -niet altijd het meest waardevolle hooiland opleveren. Heel dikwijls -groeien ze in gezelschap van wollegras (48) en dan groeit er ook licht -veenmos en zeggen (39) en allerlei dingen, waar een boer het land aan -heeft. - -Ik laat mij echter door die witte vlaggetjes van ’t wollegras gaarne -leiden, want waar dat groeit, vind je dan licht orchideeën en misschien -ook nog aardige addertongvarentjes of zonnedauw. En er is ook kans, dat -daar ringslangen rondkruipen, wat voor den oningewijde wel griezelig -mag lijken, maar den kenner met groote blijdschap vervult. - -’t Is maar een kwestie van een paar centimeters hooger of lager, -misschien ook wel van de aanwezigheid van een kleilaag onder ’t veen. -Soms is zoo’n plekje nog niet eens honderd vierkante meter groot, maar -de plantengroei en de dierenwereld is er dadelijk anders dan in de rest -van de wei. - -Licht schieten er ook een paar berkjes, wat lijsterbessen en bramen op -en wanneer de oeverzeggen er hoog en dicht genoeg worden krijg je daar -zelfs kans op het allermooiste en minst bekende slootkantvogeltje, de -vroolijke blauwborst (110). - -Hij is familie van het roodborstje en staat net zoo parmantig op zijn -veerkrachtige dunne pootjes. Hij heeft een wit wenkbrauwstreepje over -het groote glinsterende oog en zijn borst is prachtig diep blauw met -een wit vlekje er midden in. - -In April ontmoet ik hem al op zijn broedplaatsen en als ik hem niet -zie, dan zorgt hij er wel voor dat ik hem hoor, want hij blaast een -heel heldere schetterende fanfare, die geen een vogel hem kan nadoen. -Hij echter kan wel de andere vogels nadoen en amuseert zich er, met te -spelen voor leeuwerik, pieper, kieviet en kraai, al naar hij er trek in -heeft. - -Zijn nest zit listig verborgen achter ’t hooge oevergras. - -Op zulke plaatsen zwemmen ook, als de slooten niet al te smal zijn, de -vlugge dodaarsjes (111, 112), die op kleine eendjes zouden lijken als -ze maar een staart hadden en als hun zwemvliezen den gewonen vorm -hadden. Hun nest is een hoop rommel op ’t water en als de broedende -vogel onraad merkt, dan glijdt hij er stilletjes af maar verstopt eerst -de eieren onder modder en blaren. Dan duikt hij onder en je moet al -heel knap en geduldig wezen, om wat van hem te zien te krijgen. Er zijn -er veel meer in onze natte landen dan men wel meent, en wanneer ik op -zoo’n nat plekje het kartelblad (83) of de orchideeën ga liggen -bekijken, dan heb ik om zoo te zeggen altijd één oog gericht op het -verschiet der slooten, om zoo mogelijk een blauwborstje of een -dodaarsje te betrappen. - -De schoolboeken geven je altijd den raad, om een potloodpunt in zoo’n -orchideeënbloem te steken. Als je dat in goede richting doet, dan komen -twee kleefplakjes van de bloem ermee in aanraking en als je dan ’t -potlood weer terugtrekt, blijven twee stuifmeelklompjes eraan kleven. - -Je kunt het natuurlijk evengoed doen met je pink; eigenlijk veel beter, -want de top van een goed verzorgde niet al te dikke pink, lijkt toch -altijd nog meer op een hommelkop dan zoo’n spitse potloodpunt. - -Ik doe dat nog altijd met evenveel plezier als dertig jaar geleden. ’t -Blijft altijd verrassend, hoe grif en stevig die dingen blijven kleven -en nog veel mooier en wonderlijker is het, dat onmiddellijk de -steeltjes van die stuifmeelklompjes gaan doorbuigen. Eindelijk gaan ze -niet meer verder en als je dan je pink weer in dezelfde houding van -straks in de bloem brengt, zul je merken, dat dan die stuifmeelklompjes -terechtkomen tegen het kleverig stempeloppervlak en een deel van het -stuifmeel blijft dan daarop vastzitten: de bloem is bestoven. - -Veel aardiger dan die pinkgymnastiek is natuurlijk het bezoek van de -hommels zelf. Intusschen moet ik u waarschuwen, dat de eerste de beste -nieuwsgierige er niet op hoeft te rekenen, dit zoo maar eens in de -gauwigheid te zien te krijgen, door even te loopen door een weiland met -orchideeën. - -Onze weide-orchideeën, de breedbladige (46), de gevlekte (44), de -harlekijn (43) krijgen soms in geen dagen bezoek van een enkel insect. -Je vindt dan bloeiaren, waarin haast alle bloemen nog ongeschonden -helmknoppen bezitten. - -Bij mooi weer en in een hommelrijk jaar heeft een volhardend -onderzoeker echter wel kans, om die stuifmeelplakkerij in zijn volle -glorie te genieten. Er komt een weidehommel aangonzen, regelrecht op de -bloem af. Of de mooie vlekjes op de onderlip hem den weg wijzen naar -den ingang van de bloem? Sommige geleerden meenen van ja, en noemen die -vlekjes het honigmerk. Anderen spreken het tegen en daar kan dan weer -heel genoeglijk over gekibbeld worden. - -De hommel gaat intusschen evengoed zijn gang; hij suist tamelijk -onzacht op de bloem neer, steekt twee lange glimmende kaken zoo diep -mogelijk in het zakje, dat aan een van de bloembladen zit, de spoor, -schuurt het weefsel daarvan kapot en gaat dan met zijn lange ruige tong -het sap oplikken. Al dien tijd heeft hij zijn kop juist tegen de -kleefplakjes, de zoogenaamde hechtkliertjes, gedrukt en wanneer hij nu -de bloem verlaat, dan zie je met bijzonder groot genoegen twee -lichtgele stuifmeelklompjes op dunne steeltjes boven op zijn kop staan. -Hij krabbelt naar een volgende bloem, drukt zonder het te willen of te -weten stuifmeel tegen den kleverigen stempel, maar doet tegelijkertijd -weer twee nieuwe stuifmeelklompjes op. - -Als hij ergen honger heeft en bloem na bloem bezoekt, krijgt hij ten -slotte een heele pruik van die dingen op zijn kop en dan begint hij er -erg in te krijgen, vooral als er een stuk of zes geplakt zitten midden -op zijn oogen. - -Hij heeft dan een heele tobberij, om zijn bol weer schoon te krijgen; -ik heb er wel gezien, die met vier van hun zes pooten uit alle macht -zaten te schrobben en te schuren en het ten slotte toch moesten -opgeven, zich heelemaal schoon te poetsen. - -De mooie witte welriekende nachtorchis (45) wordt weinig door hommels, -maar drukker door vlinders bezocht. De lange spoor bevat veel honig, -dat kun je van buiten af wel zien en ’s avonds komen daar de vlinders -op af, aangelokt door den heerlijken geur, die de bloem dan gaat -verspreiden. - -’t Is heusch wel de moeite waard, om die orchideeën in potten te -kweeken of een vochtig hoekje in den tuin voor hen in te ruimen. Bij -goede behandeling komen zij ieder jaar weer opnieuw te voorschijn uit -hun merkwaardigen wortelknol, telkens weer grooter en mooier dan eerst, -ik heb daar heel mooie dingen van gezien. - -Maar ga mij nu niet al de orchideeën uitgraven, die ge tegenkomt. Aan -één hebt ge genoeg. Het uitgraven lijkt makkelijk genoeg, ja je kunt ze -soms zoo maar met knol en al uit den weeken moerasbodem trekken. Toch -is het dan tien tegen één, dat de worteluiteinden, waar ’t juist op -aankomt, afbreken en dan bloeit de plant wel dat ééne jaar, maar hij is -niet bij machte een behoorlijke nieuwe wortelknol voor ’t volgend jaar -te maken. Wil je ’t goed doen, neem dan een heele zode, twee decimeter -in middellijn, zoodat de plant tot in zijn fijnste deelen ongeschonden -blijft. - -Nog veel aardiger is het, ze te kweeken uit het fijne zaad, dat ge in -den nazomer uit de bruine verdroogde vruchten kunt kloppen. Je hebt dan -meteen de voldoening iets te probeeren, wat lang niet iedereen gelukt. -De orchideeënzaden ontkiemen alleen onder bepaalde omstandigheden; zorg -vooral, ze uit te zaaien in grond, afkomstig van ’t terrein zelf, waar -ge de zaden inzamelde en als daar mos groeide, neem dan ook maar wat -van dat mos mee, dat kan nooit geen kwaad, zou mijn grootmoeder zeggen. - -Orchideeën zijn niet bepaald zeldzaam, maar toch altijd wel iets -aparts. ’t Is niet te ontkennen, dat wij houden van zeldzame en aparte -dingen en zoolang je daarom de gewone dingen niet verwaarloost, zit er -ook geen kwaad in. Ik ben altijd klaar, om zeldzame planten en dieren -te gaan opzoeken en als ik ze weet te vinden, dan sla ik meestal geen -enkel jaar over, om ze te gaan bekijken in den tijd, dat ze op hun -mooist bloeien. - -Zoo doe ik iedere Meimaand een of meer tochten naar de Vechtstreek, om -de zomerklokjes (41) te gaan zien. Ze groeien ook wel vlak bij mij in -de buurt op een weide-eilandje in de Mooie Nel, maar daar staan er -slechts enkele honderden en dat is mij te weinig. Ik houd van -overvloed, van duizenden en millioenen, heele velden van eereprijsjes; -madeliefjes dicht geschaard zoover je zien kunt, boterbloem en zuring -samen één groot vlak vormend van rood en goud en dan weer rij aan rij -van orchideeën, alle rechtop en talrijk als klaverbloemen. Millioenen -graspluimen wapperen er tusschen en er boven, allemaal even frisch en -flink, met ieder uur hooger van gestalte en dieper van kleur. Aan den -slootkant bloeien heele plakkaten van mooie hemelsblauwe -vergeetmijnietjes (67) en de helling staat vol met een kleiner -bloempje, bleekblauw bij wit af, dat door sommige menschen wel valsch -vergeetmijnietje genoemd wordt, maar ’t is niets anders dan de lekkere -veldsla (67). - -En waar de breede Vecht door bonte weiden kronkelt, heeft hij over een -lengte van eenige kilometers zijn boorden omzoomd met zomerklokjes. Aan -hooge stengels wiegelen ze in de morgenbries, vijf, zes hangende -bloempjes in een schermpje bij elkaar, roomwit met fijne groene -vlekjes: sneeuwklokjes in zomerkleed. Onze vrienden, de zweefvliegen -dartelen er tusschen door in gezelschap van kleurige hommels. De -bladeren van deze planten zijn donker groen, veel donkerder dan ’t -jonge riet, dat pas zijn eerste linten ontrolt. Donker blad en witte -bloemen; aan de overzijde van de rivier zijn ze ook duidelijk te zien -en ’t mooist zijn ze in een drassig hooilandje binnendijks, waar groote -pollen afzonderlijk staan tusschen jonge waterzuring en bloeiende -oeverzegge. - -Hoogstwaarschijnlijk zijn deze zomerklokjes geen oorspronkelijke wilde -planten, maar sierplanten, die sinds overoude tijden uit slotgaarde of -kloostertuin zijn ontsnapt. Ze zijn er mij niet minder dierbaar om. -Integendeel, want evengoed als ze op die enkele plaatsen in Nederland -jaar in jaar uit trots den allerstrengsten winter zich weelderig willen -ontwikkelen, kunnen ze overal groeien, waar de grond maar niet al te -droog is. Bezat ik weilanden, dan zou ik mij niet ontzien, om een paar -hoekjes vol te zetten met deze zomerklokjes. - -Ook zou ik de kievietsbloem (47) niet vergeten, ook waarschijnlijk een -ontsnapte tuinplant, een neefje van de trotsche keizerskroon. In -sommige weilanden groeit die bij honderden. ’t Is een heel genoegen, er -tusschen in te staan en toe te zien, hoe de hommels de neerhangende -bloemen opzoeken en hoe ze er in wegduikelen, om den honig te halen, -die in hoekjes van de bloembladen zit. - -Die bloembladen zijn prachtig fijn geaderd en gekleurd met plekjes -paars en plekjes wit; daaraan heeft de bloem zijn naam van dambordbloem -te danken. Ook wordt zij wel kievietsei genoemd en dat is nog zoo mis -niet, want de nog niet geopende bloemen zijn werkelijk eivormig. - -In plaats van paarse, vindt je ook witte, die zijn niet zuiver wit, -maar de vlekken zijn wel degelijk aanwezig, al zijn ze dan ook maar -flauwtjes groenachtig geel. Zoowel van kievietsbloem als van -zomerklokje zijn de bollen te koop bij den bloemist en duur zijn ze -niet, zoodat je voor een enkelen gulden of zoo je heele leven lang een -verrassend mooi plekje kunt hebben in een doodgewone wei. - -Maar als nu eens ergens geen zomerklokjes of kievietsbloemen bloeien, -dan is de wei toch nog mooi genoeg. Alleen de grassen geven je al -genoeg te doen. Een heele massa kinderen en menschen kijken naar de -grassen niet om, omdat ze zoo moeilijk te onderscheiden zijn. Nu zijn -alle dingen net zoo moeilijk, als je ze zelf maken wilt en ik voor mij -zou er heelemaal geen bezwaar in zien, om kinderen van acht of negen -jaar een vijf-en-twintigtal van de meest algemeene grassen te leeren. - -Je kunt er ook heel gemakkelijk een verzameling van aanleggen, want ze -zijn prachtig om te drogen; als je maar zorgt, goed ontwikkelde pluimen -te nemen, dan krijg je vanzelf heel mooie, teekenachtige bladen. In ’t -vroege voorjaar hebben we al de beide reukgrassen gevonden, die gevolgd -worden door de vossestaart, die net zoo rond en zachtharig is, als zijn -naam aangeeft. Dit gras bloeit ook wel in de eerste dagen van Mei en al -naar het tijdperk van bloei ziet de staart grijs, paars, bruin of -groen. - -Grijs is hij, wanneer uit alle bloempjes de witte stijlen naar buiten -komen, paars wanneer de stijlen zijn verschrompeld en in hun plaats -paarse helmknoppen op fijne witte draden uit de bloem zijn geschoven; -die helmknoppen verschrompelen tot een bruine massa, die afvalt en de -rijpende aar groen achterlaat. Je kunt die verschillende toestanden -vlak bij elkaar aantreffen. - -Na de vossestaart komt de timothee, die er wel wat op lijkt, maar -altijd grijs is en tamelijk stijf; ieder apart bloempakje heeft wel wat -van een laarzenknecht. Tegelijk bloeien nu ook de wijdvertakte -pluimgrassen: op natte venige plekken het mooie trilgras, dat we ook -bevertjes noemen; elders weer de zachte pluimen van de dravik of de -mooie groote havergrassen, die eraan te herkennen zijn, dat ze in ieder -bloempakje één of meer geknikte kafnaalden hebben. - -De pluimen met de fijne bloempakjes zijn meestal van beemdgras en heel -stellig vindt ge ook de witbol, die in dichte bossen groeit. Hij heeft -zeer zacht behaarde stengels en bladeren en zijn bloempakjes zijn -lichtgroen of bleekrose, soms ook met wat violet er in, bijzonder mooi. -Tegenwoordig heeft dat gras den eerwaardigen naam van witbol, vroeger -werd het „zorggras” genoemd, de landman houdt er niet veel van en ik -heb het ook niet graag in het effen grasperk, want het maakt zulke -onhandelbare proppen, die misstaan in de mooie effen zode. - -Zuring (38) zien de boeren ook niet zoo bijster graag, doch ze moeten -er maar aan wennen, want die plant laat zich niet zoo gemakkelijk uit -het veld slaan. Er is eigenlijk geen enkele grondsoort, of er groeit de -eene of andere zuring: aan de waterkanten en op natte plaatsen de -reusachtige waterzuringen, op de schrale zandvlakten het tengere -schapenzurinkje en in de wei de lekkere malsche veldzuring, die ’t -zuurst van alle is. - -Als je iemand vraagt, hoe de bloem van die zuring er uitziet, dan -blijft hij gewoonlijk ’t antwoord schuldig. Ja, ’t is iets roods, en al -die roode zuringbloemen geven met de gele boterbloemen dien heerlijken -tint van den vollen zomer op de bonte wei. Maar als ze zoo rood zien, -dan zijn de zuringen meestal bijna uitgebloeid, die roode kleur zit -door hun heele lichaam en hangt weer samen met hun zuurheid en met de -zon, doch ik zie geen kans, om u dat hier allemaal in een paar regels -uit te leggen. - -De bloempjes van de zuring zijn maar kleine dingetjes met zes groene -bloemblaadjes. Sommige hebben een zestal meeldraadjes, die heel -gemakkelijk bewegen en hun stuifmeel door den wind laten meedragen, -andere hebben een stampertje met een mooien pluimstempel. - -Als ’t vruchtje gaat rijpen, gebeurt er iets aardigs; drie van de -bloemblaadjes gaan uitgroeien en worden zoo groot dat ze elkander -verdrukken en verbuigen. Ze buigen dan naar buiten om en staan met de -omgebogen helften zoo tegen elkander aan, dat ze drie platte lijsten -over het vruchtje vormen, die den dienst doen van vleugels. Als de -plant niet werd afgemaaid, dan zou de vrucht op die vleugels door den -wind worden meegevoerd. - -De kneutjes komen uit de struiken en uit de hagen naar de wei om van -die vruchtjes te eten, montere vogeltjes met roode kappen en roode -borstlappen op de roode zuring. - -Dat is een van de mooiste tooneeltjes, die ik ooit gezien heb en als ik -ergens veel zuring weet te staan in een streek, waar ook de kneutjes -niet zeldzaam zijn, dan zorg ik er voor, dat ik daar ook niet al te -zeldzaam word, m.a.w. dan loop ik daar als ’t eenigszins kan ’s morgens -tusschen zessen en achten rond, om de roode snoepers te betrappen. ’t -Lukt dikwijls genoeg. - -De zuring heeft nog een ander vriendje, waar ik haast net zooveel van -houd als van de kneutjes; dat is het vuurvlindertje (127, 129), het -dartelste van alle vlindertjes. - -Wat hebben onze Hollandsche dagvlinders over ’t algemeen toch prettige -namen, namen, die het onvergeeflijk maken, dat je de dieren zelf niet -herkent, als je ze buiten tegenkomt. Denk maar eens aan -parelmoervlinder, dagpauwoog, rouwmantel, zandoogje, blauwtje, -groentje, witje, citroenvlinder, oranjetip, weerschijnvlinder, allemaal -namen, die heel gelukkig aanduiden, hoe het dier er uitziet. - -Het vuurvlindertje heeft ook zoo echt de kleur en den gloed van een -kooltje vuur, dat je op ’t eerste gezicht al zegt, dat moet hem zijn en -geen andere. ’t Is precies alsof je een gloeiend kooltje ziet gloren, -onder de asch. Wie een beetje thuis is in ’t Rijks-Museum heeft die -gloed wel gevonden in de brandende turfjes op een paar schilderijen van -Jan Steen; ik herinner mij op ’t oogenblik twee van zijn schilderijen -met van die vuurvlinder-gloeiende-turfjes in een test. De Engelschen, -die anders ook over heel mooie vlindernamen beschikken, noemen ons -vuurvlindertje Small Copper maar dat is lang zoo juist niet, die -vleugeltjes zijn veeleer vuur dan koper, let er maar eens op. - -En in ’t vuur liggen weer mooie koolzwarte blokjes, bij sommige meer, -bij andere minder, want dat vuurvlindertje is een heel variabel -diertje. Wie er aardigheid in heeft kan zich een verzameling -vuurvlindertjes aanleggen, beginnende met diertjes waarvan de vleugels -bijna geheel vuur zijn, zonder zwarte vlekjes om te eindigen met -vormen, waarbij zooveel zwarte vlekjes voorkomen, dat ’t vuur er geheel -onder verscholen gaat. - -Heel dikwijls vind ik er ook, die op de achtervleugels mooie blauwe -plekjes hebben; verleden jaar kwam er zoo een drie dagen achtereen in -mijn tuin altijd ’s middags tusschen één en drie uur, want die dartele -en vlugge diertjes hebben soms zeer vaste gewoonten. Het moet ook -voorkomen, maar dat heb ik nooit gezien, dat het vuurtintje heelemaal -vervangen is door een roomachtige of ook wel zilverachtige tint, je -zoudt kunnen zeggen: een vuurvlindertje in de grondverf. - -Maar hoe ze er ook uitzien, altijd zijn die kleine rakkers vol -levenslust en overmoed. Niet alleen, dat ze elkander nazitten, zooals -alle vlinders doen, maar ze laten, om zoo te zeggen, geen enkel dier -met rust. - -Ik heb het wel gezien, dat ze de vliegen verjoegen van de bloemen, ja, -dat ze dikke hommels te lijf gingen. Zoo brutaal kwamen ze op die -zuigbrommers af, dat die overhaast op de vlucht sloegen, alsof ze ik -weet niet wat van die kleine vlindertjes te vreezen hadden. - -Zelfs heb ik me wel verbeeld, dat ze mij aanvielen, wanneer ik in de -wei zat te teekenen of te spionneeren. Onophoudelijk vlogen ze mij om -’t hoofd, ze gingen zitten op mijn handen, op mijn schetsboek en ik -geloof waarlijk dat ze, als ik opstond om ergens anders te gaan werken, -nog meenden dat ze mij uit het veld hadden geslagen. Nu, ik gunde hun -de pret van harte. - -Ik denk wel, dat het hun in de meeste van die gevallen te doen is om te -kunnen komen bij hun geliefkoosde zuringplant, waarop ze hun eitjes -willen leggen. De larven, die uit die eitjes komen, zijn platte groene -rupsjes, bedekt met korte fijne roodachtige haartjes en hun pooten zijn -ook rood, dat schijnt nu eenmaal zoo bij de zuring te behooren. - -Ik wed, om een kwartje, dat niet één op de duizend lezers van dit album -ze ooit gezien heeft. De slimmers schijnen alweer te beseffen, dat de -voornaamste zorg van een rups moet zijn: zooveel mogelijk te eten en -zoo weinig mogelijk opgegeten te worden. Daarom kruipen ze overdag -wijselijk in den grond en ’s avonds komen ze te voorschijn, om zich te -goed te doen aan de lekkere zuring. - -Wie ze dus wil zien, moet ’s avonds er op uit met een lantaarntje en -met een paar goede waterdichte schoenen aan van wege de avonddauw. De -witte nevels, die zich verdichten boven de slooten en die ten slotte -een witte wade weven over het heele landschap, zullen ons niet deren. -Heel veel menschen vreezen de avondnevel alsof die uit vergiftige -dampen bestond, doch ’t is niets anders dan zuiver water en als je -overigens goed gezond bent, dan zal die nevel je niet ziek maken. - -De leeuweriken hebben al lang uitgezongen, alleen de spriet kraakt zijn -lentegezang en af en toe jammert in eens een kieviet; je kunt eigenlijk -nooit zeggen of ’t bij hem vreugd of verdriet is. In ieder geval heeft -’t niet zijn instemming, dat wij met die lantaarn loopen te kruisen -door ’t natte gras. - -Hoe heel anders ziet de weide er nu uit, dan in den zonneschijn. Haast -alle bloemen zijn gaan slapen. Alleen bij ’t hek van de wei zien we een -massa lichtgroene ballonnetjes met witte vlaggetjes er aan in de lucht -hangen en als we de lantaarn wat dichter bij houden, blijkt dat een nog -al vreemde plant te zijn, zoo’n echte dwaalgeest voor hekken en hoeken, -de silene (123) met de opgeblazen kelk, een vriend van de kleine -nachtvlindertjes. - -En nu we wat verder komen, in het vochtig gedeelte, vinden we daar de -koekoeksbloemen ook nog wijd wakker en ze hebben bezoek ook van de -grauwe vlindertjes, die dat mooie zilveren pistooltje op den -voorvleugel dragen. Wij noemen ze dan ook pistooltjes, maar mijn neef -met de bril op, die zes uur per week op ’t gymnasium geplaagd wordt met -Grieksch, weet dat dat zilveren plekje meer lijkt op een Griekschen -letter en noemt het beest gamma-uil. Het dier bekommert er zich niet om -en vliegt even vroolijk van bloem tot bloem. - -Die koekoeksbloemen geuren heel flauwtjes, maar een sterker geur lokt -ons naar een plek, waar witte orchideeën staan en die zijn nu op ’t -oogenblik ook in hunne volle kracht, je kunt ze letterlijk op den reuk -af vinden, als je tenminste niet door vroegtijdig of overvloedig rooken -je reukorganen verzwakt en verstompt hebt. We wachten even, of er ook -vlinders op komen, maar dat gaat ditmaal niet zoo gauw, dat kan zoo -gebeuren. - -Je moet vooral niet meenen, dat de natuur een soort van kijkspel is, -waar je maar je dubbeltje behoeft te offeren en binnen te gaan, om -dadelijk allerlei moois en interessants te zien te krijgen. Soms kun je -uren zoeken en wachten, eer de merkwaardigheden opdagen. Intusschen heb -ik wel eens hooren beweren, dat juist dat zoeken en wachten een -bijzondere bekoring geeft aan het natuuronderzoek. Probeer het maar -eens. - -Ieder vogeltje zingt zooals het gebekt is, en iedere bloem slaapt, -zooals zijn slaapmuts staat. De blauwe eereprijzen probeeren, om -heelemaal in hun schulp te kruipen, ze sluiten het blauwe kroontje en -trachten het te omgeven met het groene kelkje, maar daar ’t kroontje in -den loop van den dag sneller is gegroeid dan de kelk, kan het er niet -heelemaal meer in en zoo blijft er dan een blauw neusje buiten de deken -uitsteken. - -De paardebloem (34) krult zijn omwindselblaadjes omhoog, zoodat al de -gele bloempjes tegelijk worden ingepakt en ’t madeliefje (35) gedraagt -zich op dezelfde manier. De mooie frissche lichtpaarse -Pinksterbloempjes buigen hun bloemstelen, zoodat de opening van de -bloem naar beneden wordt gericht; zoo doen ook de boterbloemen. Doch de -klavers en de wikken slapen ’t hevigst, die vouwen al hun blaadjes -samen en als ’t kan, dan wordt de bloementros daaronder weggeborgen. - -Ze gaan te ruste op zeer ongelijke tijden, de meeste nog al vroeg, voor -zonsondergang reeds. ’t Is wel aardig, daar eens gedurende een zomer -aanteekeningen over te maken. De bijzonder oplettenden mogen ook eens -uitzien naar het slapen der grassen. Terwijl ge daarnaar uitkijkt, -vindt ge stellig ook weer een aantal slapende vlinders, net bleeke of -bruine blaadjes, die uit den stengel zijn opgegroeid, dat zijn vlinders -en die zijn meestal zoo diep in den dut, dat ge ze met plant en al naar -huis kunt dragen, zonder dat ze ontwaken. - -Intusschen zijn we bij onze zuringen beland en met een beetje geluk -vinden we de vuurvlinderrupsjes, net kleine verroeste pissebedjes. Ze -hebben ook alweer de lastige gewoonte, om zich zoo maar te laten vallen -als ze gevaar bespeuren en ’t kost ons nog heel wat moeite, om er een -paar te bemachtigen voor onze rupsenkweekerij. Vindt ge nog andere, -grootere of grauwe rupsen, neem die dan ook maar mee, de vlinders -daarvan ontmoeten we in ’t volgend hoofdstuk. - - - - - - - - -IV. MET DE MAAIERS. - - -Luid ratelt de maaimachine door ’t hooiland. De zwaluwen zwermen er om -heen en vinden een gemakkelijke en rijke buit in ’t gewriemel van de -wolken van vliegen en mugjes, die uit het vallend gras worden -opgeschrikt. Boven de zwaluwen staan hoog in de lucht de jammerende -kievieten, grutto’s en tureluurs, die hun jongen bedreigd zien, of die -zelfs nog een laat legsel te bebroeden hebben. - -Wij maken het dien vogels niet gemakkelijk. Tot den eersten Mei mogen -ze volgens de wet van hun eieren beroofd worden, en als ze dan goed en -wel eindelijk rustig opnieuw een poging meenen te kunnen wagen, komt -die maairamp. Geen wonder, dat dan velen het opgeven en die trekken dan -naar de duinen en heide, om daar nog eens opnieuw een kansje te wagen. - -Zoo komt het dan, dat wij menigmaal in de Julimaand de kieviet of de -grutto nog broedend vinden op hooge heete duinhellingen. Maar het -ergste is nog, dat de honderden van jonge vogels uit hunne -schuilplaatsen worden verdreven en zoo zij al niet vernield worden door -zeis of maaimachine, gevaar loopen van gemakkelijk overweldigd te -worden door roofvogels, hermelijnen, bunsings, ratten, egels en -spitsmuizen, om niet eens nog te gewagen van de boerenkatten of -schijnheilige ooievaars. - -Dat is allemaal heel treurig, maar er is weinig aan te doen. ’t Is -onvermijdelijk, dat de beesten in ’t gedrang komen. Je zoudt eigenlijk -een soort van vluchtheuveltjes moeten aanleggen, waar de maaier niet -komen mocht. - -De Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten probeert zoo iets. Zij -heeft op ’t eiland Texel in het midden van den rijken hooipolder Waal -en Burg een stuk hooiland gekregen, groot zeven hectaren. Daar wordt nu -pas gemaaid, eenige weken nadat de rest van den polder gemaaid is, -zoodat gedurende dien tijd alles wat op de kale velden zich onveilig -waant, bij ons een schuilplaats vinden kan. - -Verleden zomer ben ik daar eens gaan kijken. Ons stuk lag nog in rust, -maar overal elders in den polder waren ze druk aan ’t hooien. Het was -een lust, om nu in „De Steert”, zoo heet ons bezit, naar jonge vogels -uit te zien. Het zat er letterlijk vol van. In iederen vierkanten meter -vond je een jonge vogel weggedoken; meeuwen, sterntjes, kievieten, -tureluurs, grutto’s, kluiten, pleviertjes, kemphanen (54), van heel -jong af tot bijna vlug. De ouden kwamen ze behoorlijk opzoeken en -voeren. Aan den oever van een plas, vlak in de buurt dartelden al -eenige honderden jongen rond, die al op eigen beenen konden staan en -met een week of drie hun eerste reis naar verre streken zouden -aanvaarden. - -Natuurlijk is het voor die waadvogels en zwemvogels nog al gemakkelijk, -om aan het gevaar te ontkomen; ze kunnen loopen, zoodra ze uit ’t ei -komen, of ten minste een korten tijd daarna. ’t Komt er dus alleen maar -op aan, of er een veilige schuilplaats in de buurt is. - -De leeuweriken, piepers en kwikstaartjes hebben het echter moeilijker -en daarvan gaat ook menig broedsel verloren. Intusschen heeft men -waargenomen, dat bij ’t naderend gevaar de oude vogels met hutje en -mutje verhuisden en heel cordaat hun jongen wegsjouwden naar betere -oorden. Wie in de gelegenheid is, om dergelijke avonturen bij te wonen, -moet niet verzuimen er op te letten. - -Natuurlijk hebben de planten nog meer van ’t maaien te lijden dan de -vogels, doch daar denkt niemand om. Toch heb ik wel eens spijt, als ik -de mooie hooge ganzebloemen (89) zie vallen en de blauwe -ooievaarsbekken. - -Gelukkig zijn de meeste er op berekend, om zoo’n zomerschen tegenspoed -te boven te komen. Sommige hebben juist tegen dien tijd hun zaden -gerijpt, andere hebben het voornaamste deel van hun lichaam onder den -grond en vervangen het afgemaaide gedeelte weer door nieuwe spruiten, -’t zij nog in denzelfden herfst, ’t zij in ’t volgend voorjaar. - -De schok van de machine, de stoot van de zeis rukt de bepluisde -vruchten los van paardebloem (36) of boksbaard (97) en op hun groote -parachuten zweven die zelfs met het zachte zomerkoeltje nog honderden -meters ver en kunnen juist op de afgemaaide plekken gemakkelijk den -grond bereiken, waar hun zaden zullen ontkiemen. - -De paardebloem is ieders vriend, de konijnen smullen van zijn sappig -lof, leverzieke menschen eten zijn molsla op hoop van beterschap, -kinderen maken kettingen en krulstukken van zijn stengels, allerlei -gedierte gaat te gast op zijn bloemen. Alleen het proper renteniertje -verwenscht de plant, omdat hij hinderlijk wordt in ’t gave gazonnetje -van den tuin. Om dezelfde reden haat hij de smalbladige weegbree (90). - -Maar meer nog houd ik van de boksbaard (97), hoofdzakelijk alweer, om -de herinnering aan mijn kinderjaren, maar toch ook wel om zijn -botanische eigenschappen. Toen wij jongens waren van een jaar of tien -hadden wij nog al eens reden, om ons te beklagen over de hardhandigheid -van ouders of onderwijzers, die ons meestal verkeerd begrepen. Zij -meenden het niet te mogen billijken, wanneer wij eens in een speelsche -bui een heusche ezel in de school dreven of wanneer wij op ons eigen -houtje wegbleven van catechesatie. Dat liep dan meestal uit op -strafwerk of vermaningen, of op wat wij altijd nog het beste begrepen -en waardeerden: een flink pak slaag. - -Daartegen kwamen wij dan weer in verzet en wij stichtten een soort van -club, om vrij te leven en onafhankelijk van onze ouders in ons -levensonderhoud te voorzien. We wilden ons eigen kostje ophalen en in -den zomer ging dat ook tamelijk wel en hielden we reusachtige -maaltijden van aardappelen, gebraden onder de asch, wilde aardbeien, -min of meer toebereide paling, die we zelf hadden gevangen, en ook heel -veel boksbaard. - -Die noemden we toen geen boksbaard, maar koekoeken en wij aten de heele -plant, rauw. De melkrijke wortel werd van zijn zwarten schil ontdaan en -de jonge malsche zijtakken waren al dadelijk eetbaar en smaakten -overheerlijk, zoet en sappig en geurig. Ik geloof eigenlijk, dat de -boksbaard ook wel echt als groente gekweekt is; in ieder geval is hij -zeer na verwant aan de schorzeneeren. Bij Grave groeide hij veel, -zoover de vette Maasklei reikte en we hebben er honderden van -opgepeuzeld; met de gepiepte aardappelen was het de voornaamste spijs -in onze rooverskeuken. - -Natuurlijk is onze club verloopen, zooals ’t met alle clubs ten slotte -gaat. Ook hebben onze ouders nooit gemerkt, dat we buitenshuis veel -aten; er kon altijd nog wel meer bij. Doch nu, bijna veertig jaar -later, peuzel ik nog dikwijls een versch spruitje van onze oude -koekoeken op. - -Ik ben anders niet zoo heel erg meer ingenomen met het kauwen van -grassprietjes, het eten van graankorrels uit de aar en dergelijke -liefhebberijen. Het is namelijk bij die gelegenheden mogelijk, dat je -schimmelkiempjes in je krijgt, die zeer gevaarlijke ontstekingen teweeg -kunnen brengen. Je krijgt dan een soort van veeziekte, die -straalschimmel heet en dikwijls een doodelijk verloop kan hebben. -Vergenoeg je daarom maar liever met de gebruikelijke eetwaren. - -Ook zonder al die snoeperij is de boksbaard nog altijd een weideplant -van den eersten rang. Zijn stengels en bladeren, knoppen en bloemen, ze -zijn allemaal even mooi van vorm en kleur. De open bloem is veel -levendiger dan de paardebloem, doordat het aantal der afzonderlijke -bloempjes niet zoo groot is, terwijl de donkere meeldraden mooi -afwisselen met ’t helder geel. - -En ’t aardigst van alles is wel de omstandigheid, dat de bloem alleen -open is gedurende de morgenuren; na twaalven vind je maar zelden nog -een open boksbaardbloem. Hij heet dan ook zeer gepast „morgenster” en -de Engelschen noemen hem: „John go to bed at noon” of ook wel „nap at -noon”, wat je zoudt kunnen vertalen door middagdutter. - -Waarom die bloem zich nu zoo gedraagt, dat weet niemand, ’t is alweer -een van de vele duizenden bijzonderheden uit ’t leven der bloemen, die -wij nog hebben te onderzoeken. ’t Komt er alleen maar op aan, om de -zaak op de goede manier aan te pakken. Doch er is geen enkele winkel -waar ze eieren van Columbus verkoopen. - -We zien nog eens uit naar andere hooge bloemen, die moeten vallen onder -de zeis. In de allerbeste weilanden, die de hoogste pacht opbrengen, -staan de minste mooie bloemen; ’t is daar voor meer dan 90% gras, en -dat is maar goed ook. De middelsoort hooilanden echter zijn al bonter -en als die bontheid afkomstig is van klaversoorten, of wikken dan is -zij nog zeer welkom. - -Wat is die vogelwikke (69) een prachtige plant met zijn fijn verdeelde -bladeren en de rijke trossen van paarse vlinderbloempjes. - -Een van mijn allermooiste herinneringen is die aan een ritje in den -regen, dat ik verleden zomer deed langs een hoogen dijk op Texel. ’t -Was vlak voor den hooitijd en de hooilanden van Westergeest waren op -zijn mooist: geel van de boterbloemen, rood van de zuring maar bovenal -blauw van de wikke, zoo diep blauw, dat ik moest denken aan de -bloemenpracht van Zwitserland. - -Ik ben toen naar den eigenaar van dat hooiland gegaan, om hem te -vragen, wat voor wikkesoort hij daar gezaaid had, of wat voor -kunstgrepen hij had verricht, om ze zoo mooi te krijgen, doch kreeg tot -mijn groote vreugde geen ander bescheid, dan dat het de gewone -vogelwikke was en dat het land geen enkele bijzondere bewerking had -ondergaan. De edele vochtige Texelsche lucht, de zon, die daar door -geen rook of stof wordt verduisterd, hadden die bloemen hun diepe tint -geschonken. Zelfs de kleine gele klavertjes, steenklaver en hopklaver -(30) maken daar nog een heel dappere vertooning. - -Ook het gedoornd stalkruid (71), dat nu juist niet zoo’n graag geziene -gast in de weiden is, heeft er veel mooiere en kleuriger bloemen. Wie -dat niet gelooven wil, moet het zelf maar eens gaan zien, ge behoeft -niet te denken, dat ik Texel voorspreek want ik ben eigenlijk een -Limburger en houd dolveel van ons heele land, Noord, Oost, Zuid en -West. - -In Oost-Nederland geven de weiden op plantkundig gebied wel eens -verrassingen. In Limburg langs de Maas vond ik heele weiden bedekt met -mooie langstengelige sleutelbloemen (19) en met Haarlems klokkenspel -(68), dat hier veel meer de klokjesvorm vertoonde dan bij Haarlem, want -zijn bloempjes waren enkel. Elders weer groeit de mooie -weide-ooievaarsbek, die wel een meter hoog wordt en in Juli zijn rijpe -zaden ver in ’t rond slingert, of ook wel de salie (81) met zijn mooie -blauwe mecaniekbloemen. - -Dat is weer een bloem, om mee te spelen, maar ook om je over te -verwonderen. ’t Is een lipbloem, dus familie van de doovenetel, en de -hondsdraf. Nu hebben die lipbloemen of labiaten in den regel vier -meeldraden, maar die salie heeft er twee en dan nog heel gekke. In -plaats van een gewoon gevormde helmknop, draagt iedere helmdraad een -soort van wip. Op ’t eene eind van die wip zit een goed, -stuifmeelhoudend helmknopje, aan ’t andere eind is niets anders dan een -kleine verdikking of verbreeding. - -Nu komt er een hommel om honig. Hij steekt zijn kop in de bloem, want -hij moet nog al ver reiken, om met zijn langen tong den diep liggenden -honig te bereiken. Doordat hij buitengewoon vlijtig is en ook min of -meer zwak van gezicht, heeft hij geen erg in de onderstukken van de wip -en daar bonkt hij nu op zijn onbeholpen hommelmanier tegen aan. De wip -gaat nu wippen met dit gevolg, dat ’t andere uiteinde, dat met ’t -stuifmeelhoudende helmknopje, uit de bloem naar voren wipt en naar -beneden en ten slotte met een vaartje terecht komt op den harigen rug -van den hommel, die zoodoende met stuifmeel wordt bepoeierd. - -Al die Saliehommels krijgen zoodoende bestoven ruggen. Intusschen -groeien ook de stijlen van de bloem uit, die worden heel lang en -boogvormig zoodat de stempels juist komen te staan midden voor den -ingang van de bloem, precies waar de hommel langs moet schuiven als hij -naar binnen wil. - -Zoo krijgt dan die stempel stuifmeel in overvloed, de zaden kunnen zich -gaan vormen en de salie kan zich uitzaaien. Toch komt de plant nergens -in grooten overvloed voor, ’t is, of de kiemplantjes geen gelegenheid -hebben, om zich behoorlijk te ontwikkelen. Erg is dat niet, want ik -geloof niet, dat ’t vee bijzonder belust is op die droge bittere -kruiden. - - - -Als al die mooie bloemen in vollen bloei staan, dan dansen op -windstille dagen duizenden vlindertjes boven de bonte wei. Zoo gauw het -een beetje waait, of erger nog, als de regen gaat striemen, dan zijn ze -opeens verdwenen. - -Wie dan eens gaat zoeken, kan aardige dingen te zien krijgen. Wij zijn -eigenlijk veel te veel geneigd, om bij „leelijk weer” in huis te -blijven. Eigenlijk bestaat er geen leelijk weer, vooral niet voor -gezonde en frissche jongelui, die zich verheugen in ’t bezit van goede -klompen of waterdicht schoeisel. - -Misschien is dat ook niet eens noodig. Een nat pak hindert niet. -Wanneer je maar weer bijtijds een droog pak kan aantrekken na je ferm -te hebben afgewreven zijn een aantal natte pakken op den duur zelfs te -verkiezen boven nooit heelemaal geen nat pak. - -De vele honderden gietbuien, die al over mij zijn uitgestort, hebben -mij nooit gedeerd. Wel ben ik doodziek geworden, toen ik eens een -winter bijna niet buiten kwam en aldoor maar binnenshuis hard zat te -werken tot laat na middernacht. Toen ik weer beter was, waarschuwde de -dokter mij, dat ik weer zou instorten, als ik nat regende. - -Natuurlijk kreeg ik toen een week daarna een gietbui te verduren, -terwijl ik rondwandelde tusschen de beide Slufters, ergens op het -Texelsche strand, een uur ver van de naastbijzijnde woning. Ik schrok -wel een beetje, doch stapte maar gauw naar De Koog, dronk een paar -koppen heete thee, leende een droge jekker en liet me vlug naar Den -Burg rijden. Uitkleeden, afwrijven, Zondagsche pak en klaar was Kees. -Alleen keken mijn vrienden de Texelaars een beetje vreemd, doordat ze -me midden in de week met een gekleede jas zagen rondloopen, dat waren -ze niet van me gewoon. - -Na dien tijd ben ik alweer ik weet niet hoe dikwijls kletsnat geregend, -doordat ik de waarschuwingen van den barometer en van mijnheer van -Beukenslot in den wind had geslagen en nog vaker ben ik, maar dan -behoorlijk toegerust, er op uit gegaan, juist, om eens te zien, hoe de -planten en de dieren zich gedragen, wanneer het volgens sommige -menschen „leelijk weer” is. - -’t Allereerste, wat je treft is, dat ze om zoo te zeggen lang niet zoo -gauw hun paraplu opsteken als wij, enkele fijngevoelige uitgezonderd. -Als ’t volgens ons vrij hard regent, is ’t voor hen nog mooi weer. - -De eereprijsjes houden nog lang hun blauwe kijkertjes open, zonder te -knipoogen. De hommels en bijen gaan onverstoorbaar hun gang en vogels, -die aan ’t zingen waren, zingen lustig voort; er zijn er wel, zooals de -zanglijster, de merel en de groote lijster, die tegen de bui in al -luider en luider gaan zingen. - -Als ’t nu wat lang aanhoudt, komt er verandering. Het eerst gaan de -vlindertjes schuil en alleraardigst is het, om te zien, hoe slim ze -zich weten te beschutten. De mooie blauwtjes (117) en de gele -hooibeestjes (128) vinden al voldoende beschutting door aan de lijzijde -van een grasblad te gaan zitten, hun vleugeltjes stijf omhoog tegen -elkaar gedrukt. Ze zijn dan zoo smal als een mes en schuilen letterlijk -tusschen de droppels. - -Andere zoeken het wat dieper, en als er langs de wei hagen of boschjes -te vinden zijn, dan fladdert alles daarheen om aan den drogen kant van -boomstammen of takken of onder de groote bladeren van klis en wilde -zuring een schuilplaats te zoeken. Je vindt dan heel vreemde gezellen -bij elkaar. - -Ik weet altijd wel een stuk of wat hommelnesten en wespennesten (125) -en amuseer mij dan dikwijls met toe te zien, hoe in een flinke regenbui -alles holderdebolder naar ’t nest komt vliegen. Heele troepen -geel-met-zwarten komen dan uit de lucht vallen, meer dan er in eens -door ’t vlieggat naar binnen kunnen gaan en dan krijg je voor den -ingang een formeel gedrang van kletsnatte werkstertjes. - -Eindelijk houdt het op, maar dan zijn ze nog niet allemaal binnen; wie -wat te ver van huis door de bui overvallen zijn, zitten dan in -gezelschap van allerlei lotgenooten uit te blazen onder het klissenblad -in de heg. Daar zitten nu de vlindertjes van de wei, de zandoogjes en -de knollewitjes (12) broederlijk naast vlindertjes van de heg, de -hagedoornvlinder (137) en ’t gele distelvlindertje (136). Als je nu -rondkijkt in de wei, dan is er veel veranderd. Madeliefjes en -paardebloemen hebben zich gesloten, de pinksterbloemen hebben hun -nachtstand aangenomen, de eereprijsjes hebben ook hun bloemsteeltjes -gebogen en de bloemkroontjes van den derden dag zijn door den schok van -de regendroppels afgevallen. - -Merkwaardig is het, dat maar heel weinig planten nat worden. Het blijkt -nu, dat de meeste een oliejasje dragen of een harig kleed, waar ’t -water wel in droppels aan kan blijven hangen, maar bij ’t minste -stootje wordt afgeschud. Haast iedere plant heeft daarvoor zijn eigen -maniertje. - -De vogels, die eieren of jongen hadden, zijn bij ’t feller worden van -de bui dadelijk naar ’t nest gesneld. Daar zitten ze nu, den kop -ingetrokken, de borstveeren een weinig naar voren geheven, de vleugels -even afhangend en zoo vormen ze een volmaakt dak, waarlangs de regen -afgudst, op veiligen afstand buiten het nest. - -O, dat is zoo mooi. Is de bui niet al te streng, dan zitten ze nog -gelaten rond te kijken, maar als ’t hagelt, dan knippen ze met de -oogen, of ze doen hun oogen heelemaal dicht. Je ziet dan de -hagelkorrels veerkrachtig terugspringen van hun veeren. Er zijn er wel, -die zich laten doodhagelen op ’t nest, andere geven het eindelijk op en -nemen de wijk, en dan sterven de jongen een ijzigen dood. Toch is ’t -zoo ’t beste, want dan kan de oude vogel, als ’t nog tijd is, weer een -tweede broedsel grootbrengen. - -Zoo gauw de hemel opklaart, komen alle vluchtelingen weer voor den dag. -Op stille plekjes kan het dan wemelen van vlindertjes, al heb ik dat in -ons land dan ook nog niet zoo mooi gezien als op sommige Zwitsersche -weiden, waar heel dikwijls meer vlinders dan bloemen zijn, en dat wil -heel wat zeggen, want aan bloemen is daar heusch geen gebrek. - -Toch kan het bij ons ook nog al schikken, maar die vlindertjes van de -wei zijn op enkele uitzonderingen na lang zoo bont en kleurig niet als -de vlinders van wegzoom en boschkant, zooals de vannessa’s en page’s. -Ze zijn meest bruin en geel van kleur, hun voornaamste sieraad bestaat -hierin, dat ze op de vleugels een of meer ronde zwarte vlekjes hebben -met een wit kerntje in ’t midden, soms ook met een kringetje er om heen -en aan deze bescheiden tooi hebben ze dan den naam van zandoogjes te -danken. ’t Is heusch de moeite wel waard, ze te leeren onderscheiden. - -Eén soort is er, die heeft niet minder dan vier duidelijke oogjes op de -achtervleugels en nog twee op de voorvleugels en ’t lijkt ons volkomen -in den haak, dat een zoo veeloogig vlindertje in vele talen den naam -van argusvlinder (106) draagt. Hij houdt van licht en zon en is -waarschijnlijk in verband daarmee meer oranje dan bruin, in -tegenstelling met zijn verwant, het bonte zandoogje (108), die van de -schaduw houdt en somberder van tint is, terwijl hij zich meestal -tevreden moet stellen met niet meer dan een drietal oogjes op elken -achtervleugel. ’t Moet echter gezegd worden, dat de oogjes vaak weer -heel mooi met wit zijn omzoomd. - -De andere zandoogjes moeten het met nog minder oogjes stellen, althans -op de bovenzij van de vleugels. Het koevinkje (104) heeft er nog vier, -op elke vleugel een, soms zelfs tweemaal zooveel, maar het bruine (135) -en het oranje zandoogje (103) kunnen meestal op niet meer bogen, dan op -één oog op elken voorvleugel. - -Ik wensch u van harte toe, dat ge al deze zandoogjes eens te zien -krijgt en ge kunt ook wel eens uitkijken naar de rupsen, doch die -houden zich overdag schuil. Ze zijn grijs of groen of okerkleurig met -donkere lengtestreepen, ’s nachts komen ze aan ’t gras knagen en als ze -verpoppen, dan komen ze met het spitse uiteinde van de pop te hangen -aan de onderzijde van een grasblad. - -Het meest gewone grasvlindertje is het hooibeestje (128), dat ook bij -de zandoogjes behoort, maar zijn oogjes, één op elken voorvleugel, zijn -meestal alleen maar te zien aan den onderkant van de vleugels. Den -heelen zomer door vliegt dit diertje in de wei, van Mei tot in -September. De rupsen, groen, met donkere zijdestreep, zijn al eerder te -vinden, ze komen in Maart al uit de eieren, die door de -Septembervlinders gelegd zijn. - -De hooibeestjes van Mei sterven spoedig, doch dan hebben ze al eitjes -gelegd en daaruit ontstaan de vlinders, die in Augustus en September -vliegen. De vlinders, die in Juli vliegen, zijn wellicht afkomstig van -eitjes van Septembervlinders, die wat laat uitkomen. Zoo krijg je dan -in den loop van een zomer driemaal een versche voorraad hooibeestjes. - -Soms vindt ge, al wandelend door het hooiland, een stuk of zes -grassprietjes aan elkander vastgesponnen, vooral de zachtharige -blaadjes van de wollige witbol. Peuter je dat gevalletje open dan -buitelen er een stuk of vier, soms meer koddige kleine rupsjes uit, die -heel grappig naar alle kanten tusschen ’t gras wegkruipen. Misschien -ook vindt ge geen rupsjes maar een klein popje, doch in ieder geval -hebt ge dan te doen met jeugdige dikkopjes (115). - -In de groote vacantie komen de vlindertjes te voorschijn, kleine gele -beestjes met een voor dagvlinders nog al dik lichaam. Er vliegen meest -twee soorten, de eene heeft nagenoeg effen gele vleugels met een -zwarten zoom, de andere heeft breede zwarte zoomen om de vleugels en op -de voorvleugel zwarte vlekken; die in den voorvleugelhoek lijken wel op -oogvlekken. Deze laatste vlinder heet ook wel commabeestje (116), doch -ik noem ze maar door elkander dikkopjes en loop ze in de vacantie graag -na van bloem tot bloem. In Mei en Juni zoek ik wel naar hun poppen, om -te kijken of ik nog wel geduld genoeg heb en scherp genoeg kan -uitkijken. Meestal is de uitkomst bedroevend en moet ik het opgeven, -zonder iets te hebben gevonden. Doch als ik er eens eentje vind en zie -hoe verbazend kunstig het smalle popje ingesponnen is in de -grasblaadjes, dan ben ik toch alweer tevreden en vind ik mijzelf niet -zoo’n wanhopigen stumper. - -Er vliegen ook groene vlindertjes door de wei en als die gaan -stilzitten, dan zijn ze opeens uit het oog verdwenen. De twee, die ’t -meest voorkomen, zullen wij maar noemen het groote groentje (118) en -het kleine groentje (126); ge vindt ze ’t meest, waar veel -vlinderbloemen in ’t hooiland staan, want daar leven hun rupsen op. - -Ge zoudt al licht denken, dat de rupsen van al deze vlinders heel wat -schade in het hooiland doen, doch dat valt nog al mee; ik heb nog nooit -over de blauwtjes, de vuurvlindertjes, de zandoogjes, de hooibeestjes, -de dikkopjes of de groentjes hooren klagen. - -Doch er zijn nog wel andere, die een minder goede reputatie hebben. In -huis of in school achter gordijnen vindt ge wel eens een tamelijk -groote vlinder, die er met zijn rechte grijze bovenvleugels in rust -eenvoudig genoeg uitziet, maar als hij gaat vliegen, dan vertoont hij -twee prachtige gele achtervleugels met een breeden zwarten streep er -over heen. - -Dit is de huismoeder of geelbanduil (138), je ziet hem ’t meest in -zomer en herfst. Zijn rups is groenachtig bruin met heel mooie schuine -vlekken en die lust zoowat van alles, maar liefst gras. De oude vlinder -legt dan ook zijn eitjes meestal aan de toppen van grasbladeren, -honderden en honderden vlak tegen elkander, zoodat het grasblad er -geheel en al mee bedekt raakt. Als al die eitjes rupsen leverden en al -die rupsen volwassen werden, dan zou de koe er stellig bij te kort -komen. - -Toch is deze geelbanduil nog lang de ergste niet; hij heeft een -verwant, de uil van de aardrups en dat is een van de allerschadelijkste -rupsen, die er zijn. Die rups verschuilt zich overdag in den grond, -maar in plaats van dan behoorlijk een dutje te doen, knaagt hij aan de -graswortels en aan de onderaardsche stengels en wanneer de avond daalt, -dan komt hij te voorschijn, om ook nog een groen blaadje te peuzelen. - -Gelukkig dat het maaien zelf een middel brengt tegen deze plaag. Zoo -gauw het gras in rijen ligt komen allerlei vogels tusschen het zwad -gebruik maken van de gelegenheid. De torenvalk (113) komt er den heelen -dag muizen (142) vangen. Een boschvogel, de groene specht (114) komt er -de mierennesten uitpikken. De zwarte aaskever (9) komt om larven en -slakken. De roeken (60) leiden er hun kroost heen dat juist vlug begint -te worden. Ook komen heele zwermen jonge spreeuwen (49) opzetten, nog -heelemaal in ’t grijze jongenspak en zonder een enkel sprankje van den -glans, waarmee ze later zullen pronken, terwijl hun ouders al beginnen -het witgespikkelde winterkleed aan te trekken (51). En in de hooilanden -aan den zeekant komen goudplevieren in zomer en in winterkleed (57 en -58), langbeenige grijze grutto’s (59) en wulpen bij twintigtallen -rondstappen over de kaalgeschoren vlakte. Al die vogels zijn trouwe -vrienden van den boer, want den heelen langen zomerdag en een goed deel -van den nacht doen ze niet anders dan insecten en ander schadelijk -gedierte zoeken en verdelgen, zoowel onder als boven den grond. - - - - - - - - -V. ETGROEN. - - -Het hooi is van ’t veld. De lange reepen, waar ’t gras lag te drogen en -de cirkelronde plekken, waar de hooiroken stonden, zijn weer -bijgekleurd, alles is weer effen groen. Haast al te groen, in ieder -geval te weinig bont. Wat verschilt de grasvlakte van Augustus van die -in Mei. In de groote vacantie ziet het weiland er dan vaak ook veel -kleuriger uit dan ’t hooiland, want tong en tanden van de koe ontzien -toch nog altijd meer dan de zeis van den maaier. De koe moet niets -hebben van boterbloemen, brandnetels of distels, die zijn hem te giftig -of te scherp en als de boer ze zelf niet opruimt, dan laat de koe -tevreden toe, dat ze zich in alle weelderigheid ontwikkelen. Ik heb van -de koeien in onze weiden nooit iets anders ondervonden dan -vriendelijkheid en belangstelling. Soms werd die belangstelling wel wat -opdringerig, maar je moet altijd den aard van ’t beestje in aanmerking -nemen en ze beoordeelen naar hun dagelijksch leven. En als je dan -midden in een weiland met koeien gaat zitten teekenen, dan moet je je -niet erover verwonderen, dat binnen tien minuten de heele cavalcade om -je heen komt staan, want ze zijn haast net zoo nieuwsgierig als een -mensch en hebben in hun wei weinig afwisseling. - -Ze dringen hoe langer hoe meer op, één schuift zijn witten snoet vlak -langs je oor vooruit en snuift dan eventjes kort en hoorbaar en zoo -hevig dat de bladen van je schetsboek omdwarrelen als in een -wervelwind. Ze hebben allerlei schichtige bewegingen en als je al die -pooten om je heen ziet, dan komt onwillekeurig de gedachte op, dat je -daar wel eens een trap van zou kunnen oploopen, maar daarvoor zijn die -dieren toch veel te goedig en voorzichtig. - -Ook zijn ze lang zoo schooierig niet als de Zwitsersche koeien, die je -altijd naloopen, bedelend om zout. De onze hebben zout genoeg, dat zit -in Holland om zoo te zeggen in de lucht, alleen de kalveren, als echte -kinderen, hebben nooit genoeg en die kun je dan wel eens trakteeren, -door ze even aan je hand te laten likken. Maar in ’t Berner Oberland -hebben we ons wel eens met steenworpen moeten verdedigen tegen een -bende geiten, die kwamen om zout en gezelligheid. - -Een stier is altijd min of meer gevaarlijk, je moet nooit door een -weiland gaan waar stieren los loopen. Op een keer—’t is nu al haast -dertig jaar geleden—zocht ik naar witte orchideeën in de weilanden -tusschen Muiden en Muiderberg, niet de witte welriekende, maar witte -vormen, albino’s, van de gevlekte orchis. Toen ik niet gauw vond, wat -ik zocht, waagde ik het erop, om ook even een kijkje te nemen in een -weiland, waar een stier liep, ’t was een rood stiertje. - -Ik klom het damhek over en ging heel bedaard mijn planten zoeken, net -alsof er geen stier in de wereld was. De stier van zijn kant deed even -argeloos, maar opeens hoor ik een zacht tevreden geloei en toen ik -opkeek begreep ik, dat ik in den val zat; hij was zoo om mij heen -gedraaid, dat mij de terugtocht naar het damhek geheel was afgesneden. -En nu kwam hij op een sukkeldrafje op mij af, keurig netjes loopend, -zijn stevig kopje met de kleine horentjes mooi recht omhoog. Of ik aan -den haal ging, en hij snuivend achter mij aan. Gelukkig was ik nog al -vlug in die dagen en niet bang voor een sloot van drie meter breed en -ik kende daar den weg. - -Ik rende dus naar die sloot, vloog er over, kreeg een neusjebloed -doordat mijn plantenbus door de schok over mijn hoofd heenslingerde, -maar had de voldoening goeden middag te kunnen zeggen tot het stiertje, -dat aan den anderen kant tot zijn enkels in den kantmodder was gezakt -en daar nu stond te brullen, terwijl hij met zijn staart de maat -zwiepte. Toen trok hij een voor een zijn pooten uit den modder en ging -heel tevreden wat grazen. - -Sedert dien tijd ben ik niet vrij van stierenvrees en ik heb een groote -bewondering voor de boeren en boerenkinderen, die voortdurend met die -woestelingen weten om te gaan. - -Rammen zijn al niet veel beter dan stieren, ofschoon niet zoo doodelijk -gevaarlijk. Op Texel liep ik eens, ondanks de waarschuwing van -menschen, die ’t beter wisten, door een weiland, waar een ram stond, -gelukkig een ongehoornde. Ik stapte vroolijk door, met een bloemrijk -boschje in ’t verschiet, toen ik opeens mijn beenen onder mij voelde -verdwijnen en ik lag op mijn rug. - -De ram was in volle vaart om zoo te zeggen vlak onder mij doorgeloopen. -Waarschijnlijk echter had hij mijn gewicht overschat, tenminste hij kon -niet bijtijds zijn vaart stuiten, om om te keeren en bovenop mij te -gaan dansen, zooals dat het gebruik bij rammen is. Ik was weer gauw op -de been, rende weg uit alle macht, sprong over een dam met prikkeldraad -en kwam vrij met een paar winkelhaken. Meer griezeligheden heb ik niet -beleefd, maar ’t is zoo al welletjes. Van koeien of kalveren heb ik -nooit anders ondervonden dan plezier en genoegen. - -Ik heb respect voor hun plantenkennis. Wat weten ze precies de -lekkerste grassoorten uit te zoeken en als je nu in de groote vacantie -hun weiland bekijkt, dan kun je net zien, wat ze niet lusten. ’t Is -heel kluchtig, hoe ze soms het weiland heel kort afgrazen, maar overal -de boterbloemen (32) laten staan op hooge spichtige stelen. ’t Gekste -is, dat ze diezelfde boterbloemen wel eten, als ze verdroogd tusschen -’t hooi zitten. Of dan echter de giftigheid van de boterbloemen is -vervlogen, dat zou ik niet durven beweren, ’t is even goed mogelijk, -dat de koe de droge kruiden niet zoo goed proeft als de versche. - -Distels en doorns kunnen in ’t hooi heelemaal niet gebruikt worden, -daarom worden ze door de landbouwers dan ook uit alle macht bestreden. -Merkwaardig is het, hoe die distels er in slagen, om toch op een -ongenaakbaar plekje of in een verwaarloosd hoekje hun vruchten te -rijpen. Eén is er die zijn toevlucht ’t liefst zoekt op drassige -plaatsen, dat is de kale Jonker of moeras-vederdistel (93). ’t Is een -heel mooie plant, met veel rood en paars door ’t groen van stengels en -bladeren. De stengel is maar weinig vertakt, wordt kaarsrecht wel een -meter hoog en draagt aan zijn top veel mooie, donkerroode -distelbloemen. - -De akkerdistel (92) is van veel minder allooi, heeft veel stugger -stengels en kan er naar omstandigheden heel armoedig uitzien. Zijn -bloemen zijn doorgaans bleekpaars, soms donkerder maar ook heel -dikwijls bijna wit. Dit is de meest geduchte distel en zeer moeilijk -uit te roeien. - -In zandige streken, zoowel in de duinenstreek als in de heistreken, -groeit veel de knikkende distel (91), die is buitengewoon mooi; zijn -knikkende bloemhoofdjes zijn diep donkerpaars en wel zesmaal zoo dik -als die van de vorige soorten. - -’t Is een lust, die distels te zien bloeien en je mag zoo’n bloem ook -wel eens van heel nabij bekijken, al was ’t maar alleen om te zien, hoe -in de bloempjes die pas opengaan het witte stuifmeel uit het -helmknoppenkokertje geperst wordt. Dit laatste kun je nog mooier zien -bij de wammesknoop (94) die in al zijn taaiheid en kriebeligheid wel -wat van een distel heeft, doch een verwant is van de mooie korenbloem. - -En wat komen er een insecten op af. Soms zit de heele distelkop vol met -kleurige vlinders en dan lijkt hij in de verte een bloem van een heel -nieuwe soort. Ik heb het wel gezien dat op één enkele speerdistelplant -drie koninginnepages zaten met een parelmoervlinder, twee dagpauwoogen, -vier kleine aurelia’s en een vuurvlindertje. Dat was in den goeden -tijd, toen er nog overvloed van vlinders was. Misschien wordt het nog -wel weer eens zoo. - -Maar niet alleen vlinders bezoeken onze distels, het wemelt er ook op -van hommels en allerlei soorten van wilde bijtjes en de knikkende -distel levert geregeld nachtverblijf aan de mannetjes bijen en hommels, -die geen ander nachtverblijf hebben. Ik heb al menig aardig mannetje -buitgemaakt door ’s avonds de knikkende distels af te zoeken. - -Tamelijk gauw zijn de distels uitgebloeid; ’t is mij menigmaal -overkomen, dat ik met mijzelf had afgesproken om insecten te gaan -zoeken op de bloemen van een distelveldje en dat ik, als ik er -eindelijk een vrij uurtje aan geven kon, niets meer vond dan grijze -vruchthoofden en geen enkele bloem. - -Toch is het wel de moeite waard, om ook dan eens een uurtje bij de -distels te toeven, want nu komen de puttertjes en kneutjes om er de -vruchten te eten. - -Puttertjes zijn er in ons land niet veel meer, doch kneutjes in -overvloed en die zijn in de groote vacantie ook nog mooi genoeg. Wat is -het heerlijk een troepje, een heel gezin, al kwetterend te zien komen -aanvliegen, het mannetje nog met fel rood kapje en mooi roode borst, de -anderen in eenvoudiger kleed, maar toch heel mooi met bruine -manteltjes, witte vleugelzoompjes en witte vlaggetjes in de staart. - -Onophoudelijk hebben ze elkaar wat te vertellen, terwijl ze rondpikken -in de distelkoppen, zoodat voor elk vruchtje, dat ze er uit halen, om -het te kraken tusschen hun dikke snaveltjes er drie andere de wijde -wereld ingaan, gedragen door het grijze vruchtpluis. Zoo worden de -distels wijd en zijd uitgezaaid en ieder jaar kan de boer van voren af -aan beginnen met ze uit te steken. Nu begrijpt ge meteen ook, hoe ’t -komt, dat tegen hekken en walletjes altijd distelgroepen staan; daar -toch hebben de vliegende vruchtjes de meeste kans van gestuit te -worden. - -Het hek geeft altijd verrassingen; ’t is of daar altijd een troepje -planten staat te hunkeren naar een plaatsje in de wei, maar ’t gras en -zijn kornuiten wil hen niet toelaten. ’t Is ook meestal nog al nederig -gespuis: die schooier van een steenraket (95), het herderstaschje, de -heksenmelk (131), het hoefblad, maar ook wel fraaier lieden zooals de -geurige honigklaver (77), de gevlekte doovenetel (82), de pastinaak -(72), de akkerwinde (29), de mooie scabiose (96) of de peen (122) die -zoo graag wordt bezocht door allerlei mooie insecten; ik heb er wel -eens tegelijk een gouden tor, een penseelkever en vele weekschildkevers -op gevonden. - -Penningkruid (121), zilverschoon (124) en vijfvingerkruid redden hun -bestaan door vlak bij den grond te blijven; de zeis gaat over hun hoofd -heen. Dat penningkruid kruipt zoo dicht langs den grond, dat zijn -groote gele bloemen haast onopgemerkt blijven, en toch zijn ze zoo -groot als een halve gulden, helder geel, dikwijls met vijf oranje -vlekken ontwikkelen zij zich tot krachtige planten, maar waar de grond -schraal is, daar blijven ze maar dun en spichtig, juist zooals de echte -paardebloem ook doet. Wanneer er gemaaid wordt, dan gaan ze er aan, -maar lang niet heelemaal, want de dikke wortel in den grond bevat -voedsel genoeg, om nog weer wat nieuwe bloeistengels te doen -ontspruiten. Zoo komt het dat drie weken na het hooien het land weer -heelemaal geel van de bloemen ziet. - -Iemand, die in zijn tuin een mooi gaaf grasperk wil hebben, staat met -deze planten op een niet al te besten voet, vooral ook, doordat ze nog -al groote bladrozetten hebben die vlak uit op den grond liggen en dus -leelijke plekken vormen in het mollige grastapijt. Het lijkt dan soms -wenschelijk, om ze uit te steken en ’t is werkelijk voor een liefhebber -een heel aardige bezigheid om vlug en handig met een scherp schopje de -rozetten los te steken. - -Je zamelt er dan al gauw eenige honderden in ’t uur bijeen en hebt dan -nog meteen de voldoening, dat je de eieren van de kleine grijze slak -blootlegt, die maar al te vaak heel veiligjes hun ontwikkeling -doormaken onder ’t beschuttend dek van de bladrozetten, beveiligd tegen -den onderzoekenden snavel van lijster of spreeuw. Ik heb wat een -plezier gehad, als ik met dat werk bezig was; de zanglijsters, -roodborstjes en heggemuschjes liepen formeel met me mee en betwistten -elkander de mooie glanzige, sappige slakkeneieren. - -’t Was ten slotte een heele voldoening, al die rozetten op een hoop te -zien liggen op het gereinigd gazon. Maar drie weken later zag alles er -weer veel erger uit. Want die onthoofde wortels hebben een griezelig -herstellingsvermogen, het zijn echte draken met zeven koppen. Iedere -onthoofde wortel maakt op de wond weer nieuwe knoppen en voor elk -rozet, dat je hebt uitgestoken, komen er een stuk of wat nieuwe in de -plaats. Tegenwoordig laat ik ze dan ook maar groeien; alleen als ze -flinke sterke bloeistengels hebben ontwikkeld, dan pak ik ze daaraan -beet en trek dan de plant met wortel en al uit den grond. Dit is -afdoende. - -Toch mag ik die planten graag lijden, als ze me maar niet in den weg -staan. Ze verschaffen nog heel wat honig en stuifmeel aan de bijen, als -er op hei en boekweit niets meer te halen valt en ze hebben ook weer -heel aardige gewoonten van zich te openen of te sluiten, al naar de -gelegenheid van weer of wind of den tijd van den dag, juist zooals bij -de boksbaard. - -Behalve het geel van de boterbloem vertoonen de Augustus-weiden nog -ander geel en wel van tweeërlei slag van planten, al naar de manier -waarop ze den zeis van den maaier weten te overleven. Tot de eerste -groep behooren het biggekruid (100), de herfstpaardebloem (99) en de -thrincia (102), tot de tweede penningkruid (121), zilverschoon (124) en -vijfvingerkruid. - -De herfstpaardebloem en zijn kornuiten lijken wel wat op de gewone -paardebloem, maar ze missen den mooien, gladden, hollen bloemstengel; -ze zijn grover, harder en meer vertakt. Maar ze zijn even krachtig en -opgewassen tegen allerlei tegenspoeden. - -Ze willen wel groeien op iedere grondsoort. Is de bodem vet en -weelderig, dan in ’t hartje, op de manier van de primula’s, waar ze -trouwens ook mee verwant zijn. - -In prachtige lange slingers groeien ze tusschen ’t gras, de mooie ronde -groene blaadjes twee aan twee langs den stengel, daar hebben ze dan ook -hun naam aan te danken. Ze leiden een tamelijk vergeten bestaan, door -insecten worden ze maar weinig bezocht en rijpe, kiembare zaden brengen -ze slechts zelden voort. Dat vergoeden ze echter weer, door maar overal -heen te kruipen en wortel te slaan. - -De zilverschoon is ook zoo’n kruiper, maar die doet het nog handiger. -Deze plant maakt takken, heel dun en bladerloos, die heel snel over den -grond voortschieten. Alleen aan den top van den „uitlooper” zit een -pruikje van kleine blaadjes. Is hij ver genoeg gekomen, hoe ver dat -hangt van de omstandigheden af, dan gaan die blaadjes uitspruiten, er -komen ook worteltjes, zoodat zich een nieuw plantje heeft gevestigd, -dat op zijn beurt ook weer een aantal uitloopers uit kan zenden naar -alle zijden en zoo ontstaat dan een heel warnest van -zilverschoonplantjes. - -De mooi geveerde bladeren zijn vaak zilverwit behaard, vooral aan de -onderzijde; hoe droger en zonniger ze staan, des te witter worden ze en -dan zijn de uitloopers meestal donkerrood. Op vochtige beschaduwde -plaatsen echter blijven bladeren en uitloopers groen; de bladeren zijn -dan meteen veel grooter, maar zulke planten dragen minder bloemen. -Alleen heel onoplettende menschen verwarren die bloemen met de -boterbloem, iemand, die maar een beetje uit zijn doppen kijkt kan -dadelijk bespeuren, dat de zilverschoon verwant is met de aardbei en -daardoor ook met de rozen. Hij is dus van heel hooge komaf. - -Wat vinden we nog meer voor bloemen in Augustus en September? Een -partijtje duizendblad (107), met bladeren heel fijn verdeeld, en -bloemenmassa’s die doen denken aan schermbloemen, maar ’t is al heel -gauw te zien, dat we in dit opzicht te doen hebben met zeer -bedriegelijke namaak. Wel staan al de „bloempjes” in hetzelfde vlak, -maar hun steekjes zitten heelemaal niet parapluachtig bij elkaar. - -En wanneer je de bloem terdege bekijkt en gaat zoeken naar meeldraden -en stampers, dan krijg je al heel gauw in de gaten, dat elk wit blaadje -een bloempje apart is en dat tusschen die witte straalbloempjes nog -weer heel kleine buisbloempjes zitten, ieder met zijn eigen stampers en -meeldraden. We hebben weer te doen met een lid van de groote familie -der samengestelde bloemen. - -Dit duizendblad komt na het maaien in groote menigte te voorschijn; -meest met witte bloemen, maar ook wel met rooskleurige of donkerroode -en die vind ik altijd heel graag. Wat die kleur precies te beduiden -heeft, dat weet ik niet; ik vind roode en witte vlak bij elkander en -kan ook niet ontdekken of de gekleurde soms meer door insecten bezocht -worden, dan de witte. Er zijn nog een heele boel dingen, die we niet -weten. - -Nu zie ik weer een groepje bloemen, waar we even bij kunnen gaan -liggen. Het zijn vlasleeuwebekjes(130), vroeger heetten ze „gemeene -vlasbek”, maar dat platte scheldwoord is nu gelukkig uit ons -plantkundig woordenboek geschrapt. Kinderen noemen deze bloemen wel -kanarietjes, om de aardige gele kleur. - -Dit zijn bloemen, die als ze zich geopend hebben, nog dicht blijven. De -bloemkroon is tweelippig, de onderlip drukt stijf tegen de bovenlip -aan, het mondje blijft stuurs gesloten. In de plantkunde noemen we -zoo’n bloem „gemaskerd” en als de lippen elkander niet aanraken, dan -zeggen we, dat de bloem „grijnzend” is. - -De bloemkroon van onze vlasleeuwenbekjes eindigt in een langen puntigen -zak, een spoor; als we door de bloem naar ’t licht kijken, zien we -duidelijk vloeistof daarin en ’t kost maar weinig moeite, om te -ontdekken, dat we te doen hebben met honig. Nu begrijpen we ook, waarom -die mooie kleine hommeltjes met gelen halskraag en rooden -achterlijfspunt zoo vlijtig deze bloemen opzoeken. Ze pakken onder het -neerdalen al de onderlip, drukken met hun kop onder- en bovenlip van -elkander en steken dan een heel lang tongetje uit, waarmee ze den honig -uit ’t diepst van de spoor kunnen oplikken. - -Er komen nog andere hommeltjes opdagen, die hebben een witter -achterlijfspunt en twee gele dwarsstreepen over hun zwarte lijf. Die -pakken de bloem heel anders aan, ze gaan op de spoor zitten, bijten -daar een gat in en krijgen daardoor al de honig, die ze anders nooit -hadden kunnen bereiken, want hun tong is te kort. - -Het spreekt van zelf, dat ze zoodoende niet in aanraking komen met -meeldraden of stempel en dus van geen nut zijn voor de bestuiving van -de bloem, daarom worden ze door de plantkundigen dan ook uitgemaakt -voor „inbrekers”. - -Het ergste is nog, dat allerlei korttongige snoepers met de brave -honingbij vooraan komen profiteeren van de gelegenheid, om door ’t gat, -dat de aardhommel heeft gebeten, den honig te komen oplikken, die door -de verminkte spoor nog voortdurend wordt afgescheiden. Ook de -smeerwortel (40) heeft veel van inbraak te lijden. - -Als ik vlasleeuwenbekjes zie bloeien, ga ik ook altijd zoeken naar -bloempjes met twee sporen of met nog meer, ’t mooiste zijn ze met vijf -sporen, maar die vind je niet zoo heel dikwijls. - -’t Is haast alles geel wat we vinden, ook alweer wat mooie agrimonia -(101), met kleine gele rozenbloempjes langs den hoogen rechten stengel -en rijpe vruchtjes die zich met fijne haakjes vasthechten aan onze -kleeren. Aan den slootkant staan hooge planten met veel gele bloemen -die herinneren aan primula’s. ’t Is de wederik (132), een hoog -opgeschoten broer van het kruipende penningkruid. Zijn bloempjes worden -nog al druk door insecten bezocht, vooral door bijtjes; er is een soort -van wilde bijtjes, die een zeer bijzondere voorkeur voor deze bloemen -hebben, waarom, dat weet niemand, maar dat maakt de zaak natuurlijk -dubbel zoo aardig. - -Eindelijk wat afwisseling! Aan den waterkant groeit heerlijke geurige -munt (84) met bleekpaarse bloemen, waar de vliegen zooveel van houden -en vlak daarnaast een plantje met prachtige blauwe bloempjes, -zachtblauw en toch helder, de blauwe Godsgenade of glidkruid (80), een -van onze allermooiste plantjes. - -’t Is een lipbloem en de bouw van de bloem vertoont veel overeenkomst -met die van hondsdraf of doovenetel, maar de kelk ziet er heel anders -uit, daar zit een heel merkwaardig buitje aan. Daardoor krijgt de rijpe -vrucht ook een zeer bijzonder uiterlijk, de kelk sluit er heelemaal -omheen. - -Als nu de zaden goed rijp zijn, dan is de kelk droog geworden en ’t -steeltje waar hij op zit is stijf en veerkrachtig. Stoot je nu even -boven op den kelk, dan splijt hij in tweeën, één stuk valt af en ’t -onderstuk, dat op zijn steeltje naar omlaag was gebogen springt -veerkrachtig terug en schiet dan meteen de vruchtbrokjes weg, zoowat op -de manier van de ouderwetschen blijden, waar onze voorvaderen elkander -zoo dapper mee vernielden, voordat de kanonnen waren uitgevonden. - -Nog een ander lipbloempje snappen wij, ook heel mooi blauw, het bekende -bijenkorfje of brunelle (79), dat al de eigenschappen van de lipbloemen -heel duidelijk vertoont en zeer in trek is bij onze oude vrinden, de -dikkopvlindertjes. En hier heb ik nog een andere vlindervriend en -tegelijk een vlinderbloem ook, de blauwe Luzerne klaver, een plant, -hier ingevoerd uit Zuid Europa, maar zoo algemeen verbouwd, dat hij wel -langzamerhand als inlander beschouwd mag worden. Op sommige plekken -langs het Noordhollandsch Kanaal ziet het er in den zomer blauw van en -in de kleistreken worden hektaren bij hektaren ermee bezaaid. - -Geen wonder dan ook, dat zich ook reeds volgelingen van deze plant in -ons land komen vertoonen en wel twee buitengewoon mooie vlinders, de -oranje (133) en de gele luzernevlinder (134). Ze houden zoowat het -midden tusschen de witjes en citroentjes, het wijfje van de gele -luzernevlinder is soms zoo goed als wit, en met het citroentje komen ze -overeen, doordat ze juist midden op de vleugel een sterker gekleurd -vlekje hebben. ’t Zal u trouwens met behulp van onze plaatjes geen -moeite kosten, om ze te herkennen, wanneer ge eens het geluk moogt -hebben, ze te ontmoeten. De kans daarvoor is niet zoo heel gering, in -sommige jaren krijg je er nog al veel te zien, in andere jaren minder, -maar na zachte winters kunt ge er altijd vrij stellig op rekenen. - -Dit hangt samen met hun levensgeschiedenis. De vlinders vliegen rond in -Augustus en September. Ze leggen dan eitjes en de rupsen, die daaruit -komen, zijn al tamelijk flink uit de kluiten gegroeid, wanneer de -winter invalt. - -Dat is voor hen een tijd van beproevingen en gevaren. Ze moeten nu -overwinteren en ’t eenige, wat ze doen, om zich te beveiligen is, dat -ze op een blad of zoo iets een zijden vloertje spinnen en daar gaan ze -dan op zitten. Nu kunnen ze lang zooveel kou niet verdragen, als de -insecten, die hier al van oudsher thuis zijn en die met plezier -gedurende een winter driemaal achtereen bevriezen en weer ontdooien, -zonder er een haartje minder door te worden. Integendeel, bij een -flinke vorst gaan ze voor goed dood. - -Nu zou je denken, dat dan meteen de luzernevlinders voor goed -uitgestorven zouden zijn in ons land, maar dat is toch niet zoo. De -vlinders trekken evengoed als de vogels. Iedereen, die buiten wat -oplet, kan daar wel eens wat van te zien krijgen. Ik heb eens op zee -een heele vlucht van gamma-uilen ontmoet en gedurende een donderbui heb -ik duizenden witjes over Amsterdam zien trekken. - -Zoo komen in den zomertijd uit verre landen allerlei vlinders hier -terecht, behalve de luzernevlinders, ook doodshoofdvlinders, -windepijlstaarten, kolibrivlinders en distelvlinders. - -Wanneer we nu een zachten winter hebben, dan is het mogelijk, dat die -rupsen op hun zijden matje niet sneuvelen. Vinden ze dan bij hun -ontwaken voldoende voedsel—behalve luzerneklaver lusten ze nog een -massa andere vlinderbloemen en er is altijd wel rolklaver (75), -heggewikke (78) of veldlathyrus (76) te vinden—dan bestaat er kans, dat -ze zich verpoppen en dat we dan in den zomer zuiver Hollandsche -luzernevlinders te zien krijgen, hoe langer hoe meer. Zoo zie je meteen -hoe een kleine verandering in het klimaat meteen verandering brengt in -de dieren- en plantenbevolking van een streek. - -Er is in Augustus nog al veel insectenleven in onze weiden en doordat -het gras kort is, kun je er genoeg van te zien krijgen, in ’t eene jaar -wat meer dan in ’t andere. Zoo hebben we in het jaar 1910 maar heel -weinig wespen gehad. Ik herinner mij heel goed zomers, dat de maaiers -in de wei en de zichters op den akker ontzettend last hadden van de -wespen en dat ze keer op keer op de vlucht sloegen, wanneer ze per -ongeluk een nest hadden gestoord. - -’s Avonds toog dan alleman er op uit, om die wespennesten uit te -branden, maar meestal hielp dat niet veel, doordat ze heel onverstandig -vuurtjes stookten boven op het wespennest, waar de geelrokken maar -weinig last van hadden; misschien vonden ze zelfs de warmte lekker. - -Dat er tegenwoordig zoo weinig wespen zijn, moet wel toegeschreven -worden aan de koude in ’t voorjaar en de natte zomers. Daardoor zijn er -ook minder krekels, dat ook echte warmte-vriendjes zijn. - -Wat is het heerlijk, op een heeten Augustusdag de krekels (140) te -hooren zingen in de hooge weiden. En wat is het moeilijk ze te zien -krijgen! Ze zitten meestal te zingen, of liever te musiceeren aan den -ingang van hun holen, maar op ’t gedreun van onze voetstappen vluchten -ze haastig naar binnen. - -Er zit dan weer niets anders op, dan te gaan liggen in ’t gras op een -plek waar veel van die holen zijn en na een paar minuten, soms pas na -een kwartier, zie je het kleine zwarte duveltje voorzichtig te -voorschijn komen. En zit hij goed en wel in ’t zonnetje, dan gaan de -vleugeltjes over elkaar en je hoort het aardige geluid, een van de -hoogste, die je nog hooren kunt. - -Menschen boven de vijftig krijgen hoe langer hoe meer moeite om dien -krekelzang te hooren; dat is geen doofheid, want fluisteren en ’t -tikken van een horloge en al de gewone geluiden van ’t dagelijksch -leven hooren ze nog opperbest. ’t Moet niet prettig zijn, als je zoo de -grenzen van je waarnemingsgebied kleiner voelt worden. - -Ik zat eens met een zestiger in ’t koepeltje van Lombok, in ’t -Utrechtsche. ’t Was een echt heete zomerdag, de krekels gingen te keer -als razenden, de lucht was vol krekelgepiep, dat mijn ooren ervan -tuitten, maar mijn metgezel hoorde er niets van. Ik loop nu ook al naar -de vijftig en als ik in Augustus met jongens wandel en geen krekels -hoor, dan vraag ik altijd eventjes of zij ook krekels hooren. Tot nu -toe valt ’t nog al mee, ik hoor ze nog altijd, als de jongens ze hooren -en dat doet me goed. - -De sprinkhaantjes (120) houden al evenveel van muziek als de -krekeltjes. In Augustus vindt je in de hooge weiden meestal het -sprinkhaantje met de blauwe ondervleugels en nog een kleiner soortje, -maar ze musiceeren op dezelfde manier. Ze hebben groote achterpooten, -dat is om goed te kunnen springen. Van zoo’n poot zie je duidelijk drie -deelen, er zijn er eigenlijk meer, maar die drie zie je het best. Ze -heeten van buiten af: voet, scheen en dij, de dij is ’t dikst. - -Nu kun je met een goede loupe aan den binnenkant van die dij een streep -van fijne stippeltjes zien. Nog meer vergroot blijken dat heel aardig -gevormde harde uitsteekseltjes te zijn en als nu die sprinkhaan -vroolijk wordt, dan strijkt hij met zijn dij langs den vleugelrand en -dan raspt hij als ’t ware een liedje. - -’t Is gemakkelijk genoeg, ze dat te zien doen en ’t gekste is wel, dat -ze soms een heele poos met hun poot zitten te peuteren voordat ze een -behoorlijk geluid produceeren. Nu zou ik wel eens willen weten, of ze -tijdens dat peuteren soms ook al geluid voortbrengen, dat wij niet -hooren. - -Ik meen van wel. Op een middag n.l. had ik een hagedis in ’t vizier en -amuseerde mij er mee, om toe te zien, hoe dat beest voortsloop tusschen -’t dorre gras, één en al aandacht voor alles wat er in ’t rond -gebeurde. Toen zat ook zoo’n klein sprinkhaantje te stemmen, voor mij -onhoorbaar. Maar de hagedis keek dadelijk dien kant op en als ik de -kleine harpenaar niet aangepord had met een grassprietje, dan had -meester hagedis hem stellig opgevreten. - -Daar zou hij een goed werk mee gedaan hebben ook, want die krekels en -sprinkhanen met hun neef de veenmol (139) zijn eerste grasveters en -wortelknagers en kunnen als ze met vereende krachten optreden, de meest -lachende landouwen doen verkeeren in dorre woestijnen. - -De veenmol bedrijft zijn kwaad meest onder den grond. Hij heeft een -paar voorpooten, die eenig zijn in de insectenwereld en volmaakt -gelijken op die van den mol. Als ’t er op aankomt, kan hij naar -verhouding van zijn lichaamsgewicht nog beter graven dan de mol zelf en -al ’t kwaad van wortels eten en kiemplantjes verslinden, waar de mol -van wordt beticht, wordt door den veenmol verricht. - -De mol (141) doet dus in dubbel opzicht een goed werk door hem in zijn -kraag te pakken. O, dat molletje, wat kan hij ons helpen. Niet alleen -vangt hij de veenmollen, maar ook de vette engerlingen (144), larven -van den meikever. - -Als dikke witte wurmen knagen die aan de wortels van ’t gras met hun -harde gele kaken. Is een plekje leeggevreten dan krabbelen ze met hun -zes rare pootjes naar een ander hoekje en zoo gaat dat jaren lang, -totdat ze eindelijk in de herfst gaan verpoppen en als meikever -overwinteren. - -Een ander boosdoener is de ritnaald of koperworm, een geelachtige, -dunne harde larve, afkomstig van een kevertje, waar ge stellig wel eens -mee gespeeld hebt. ’t Is een langwerpig grijs torretje, anderhalven of -twee centimeter lang en een halven centimeter breed, nog al plat van -lijf en met korte pootjes. Als je hem pakt, dan houdt hij zich dood. -Leg hem dan op zijn rug en wacht af, wat er gaat gebeuren. Hij wibbelt -heen en weer, buigt zijn borst en kop omhoog, strekt zich dan opeens, -en flap, gaat hij de lucht in. Onderweg keert hij zich om en zoo komt -hij dan op zijn pootjes terecht, om weg te loopen. Deze grappenmaker -heet kniptor (143) en zijn kroost wordt door de boeren nog meer -gevreesd dan de engerlingen. Daarom moeten ze vooral den lieven -leeuwerik in eere houden en zijn dubbelganger den graspieper, want deze -vogeltjes kennen geen grooter genoegen, dan van die harde kniptorren op -te pikken en door te slikken. De larf, de ritnaald, wordt achtervolgd -door den mol onder den grond en van boven komen de spitse snavels van -spreeuwen, roeken en lijsters hem opzoeken. - -Tegelijk pakken ze de emelten, dat zijn de larven van de langpoot-mug -(119). Let er maar eens op, hoe die groote muggen, spekdieven noemt ge -ze misschien, op hooge beenen rondloopen door ’t gras en dan telkens -met hun achterlijf een tikje geven tegen den grond. Iederen keer, dat -zij dat doen, leggen zij een eitje en uit elk eitje komt alweer zoo’n -graswortelwegknaaglarve en die heet dan in dit geval emelt. - -Wat dat gras al te lijden heeft, is niet zoo gemakkelijk te beseffen: -Tel maar eens op: Veldmuizen, velerlei rupsen, de engerling, ritnaald, -emelt, veenmol, krekel, sprinkhanen, slakken (27) etc. ’t Is eigenlijk -een wonder, dat er nog gras groeit en we kunnen onze helpers niet -dankbaar genoeg zijn. Een van de voornaamste helpers is de mol en toch -houden de boeren niet veel van hem. Hij moest ook andere manieren -aanschaffen, niet zooveel omsmijten en niet het land ongeschikt maken -om gemaaid of beweid te worden. In de Vaderlandsche Geschiedenis zijn -tal van paarden in molshoopen gestruikeld en dat heeft de berijders -menig sleutelbeen en soms het leven gekost; ge kent die gevallen. Maar -nu kun je ook een beetje begrijpen, hoe vaak een gewone koe of een -werkpaard, waar de Geschiedenis niets mee te maken heeft, op die manier -zijn pooten komt te breken. Dat zijn allemaal heel leelijke dingen en -daarom spreekt een boer de jongelui, die uit de stad komen en daar uit -een boek geleerd hebben, hoe verbazend nuttig de mollen zijn, altijd -tegen. En als ze hem vertellen, dat de mol zoo’n kunstig nest maakt met -een kringgang boven, een kringgang onder en allerlei kruisverbindingen -tusschen de kringgangen en het eigenlijke hol, dan lacht hij ze uit en -zegt dat er honderden verschillende vormen van mollennesten zijn en -niet één dat lijkt op die ouderwetsche teekening, dat een verzinsel -was. - -En als je van al die verkeerde begrippen bevrijd wil worden, dan moet -je maar eens de wei in. - - - Jac. P. Th. - - - - - - - - -REGISTER. - - -HET EERSTE GETAL DUIDT HET NUMMER VAN HET PLAATJE -HET VETTER GEDRUKTE DE PAGINA VAN DEN TEKST AAN. - - -Aaskever 9 60 - Ocypus olens.—Staphyline noir.—Devil’s coach - horse.—Aaskäfer.— -Agrimonia 101 72 -Agrimonia - eupatoria.—Aigremoine.—Agrimony.—Odermennig.— -Akkerpaardestaart 17 24 - Equisetum arvense.—Prêle des champs.—Field - horsetail.—Schuchtelhalm.— -Akkerdistel 92 65 - Cirsium arvense.—Chardon des champs.—Field - thistle.—Ackerdistel.— -Akkerwinde 29 66 - Convolvulus arvensis.—Petit liseron.—Lesser - Bindweed.—Ackerwinde.— -Argusvlinder 106 58 - Pararge maegera.—Mégère—Wall butterfly.—Mauerfuchs.— -Bessenzweefvlieg 65 31 - Syrphus ribesii.—Syrphide.—Hoverer-fly.—Schwebfliege.— -Biggekruid 100 70 - Hypochaeris radicata.—Salade de porc.—Cat’s - ear.—Wiesenferkelkraut.— -Blauwborstje 110 35 - Cyanecula suecica.—Gorge bleue.—Bluethroat. - —Blaukehlchen.— -Blauwe oogentroost 86 11 - Euphrasia officinalis.—Brise-lunettes. - —Eyebright.—Augentrost.— -Blauwe sprinkhaan 120 77 - Oedipoda coerulescens.—Sauterelle.—Blue winged - Grasshopper—Heuschreck.— -Blinde bij 61 28 - Eristalis tenax.—Eristale.—Hoverer-fly.—Schwebfliege.— -Blauwtje 117 57 - Lycaena maedon.—Azuré de l’ajonc—Blue.—Bläuling.— -Boksbaard 97, 98 51 - Tragopogon pratense.—Herbe de bouc.—Goat’s - beard.—Bocksbart.— -Bont zandoogje 108 58 - Pararge aegeria.—Tircis—Speckled Wood.—Waldfalter.— -Bosch-zweefvlieg 62 28 - Eristalis nemorum.—Eristale des bois. - —Hoverer.—Waldschwebfliege.— -Boterbloem 32 65 - Ranunculus acris.—Bouton d’or.—Buttercup.—Hahnenfusz.— -Braam 26 25 - Rubus fruticosus.—Ronce.—Bramble.—Brombeere.— -Breedbladige orchis (Handekenskruid) 46 36 - Orchis latifolia.—Pentecôte.—Marsh Orchid. - —Wiesenknabenkraut.— -Bronzen loopkever 8 14 - Carabus granulatus.—Carabe bronzé.—Bronze - Crab-beetle.—Laufkäfer.— -Bruin graafbijtje 10 25 - Anthrena fulva.—Abeille sauvage.—Burrowing - bee.—Grabbiene.— -Bruin zandoogje 135 58 - Epinephele janira.—MyrtilMeadow-brown.—Gemeines - Ochsenauge.— -Brunelle 79 75 - Brunella vulgaris.—Brunelle.—Self heal.—Brunel.— -Dikkopje 115 59 - Hesperia thaumas.—Hespérie de la houque—Small - Skipper.—Busch Dickkopf.— -Dodaars 111, 112 35 - Podiceps fluviatilis.—Grèbe castagneux.—Little - Grebe.—Zwergsteissfuss.— -Dotterbloem 1, 2, 3 19 - Caltha palustris.—Souci d’eau.—Marsh marigold. - —Sumpfdotterblume.— -Duizendblad 107 70 - Achillea millefolium.—Achillée.—Milfoil.—Schafgarbe.— -Eereprijs 31 27 - Veronica chamaedrys.—Chênette.—Speedwell.—Ehrenpreis.— -Engelsch gras 16 8 - Armeria elongata.—Gazon d’Espagne.—Thrift.—Grasnelke.— -Engerling 144 78 - Melolontha vulgaris.—Hanneton.—Cockchafer.—Maikäfer.— -Gaasvlieg 66 31 - Chrysopa perla.—Chrysope.—Gauze-fly.—Florfliege.— -Ganzebloem 89 48 - Chrysanthemum leucanthemum.—Marguerite.—Ox-eye - daisy.—Gänseblume.— -Geelbanduil 138 60 - Agrotis pronuba.—Hibou.—Yellow Underwing.—Graseule.— -Gele disteluil 136 57 - Gortyna ochracea.—Drap d’or.—Frosted Orange.—Gelbe - Markeule.— -Gele kwikstaart 109 20 - Budytes flavus.—Bergeronnette jaune.—Yellow - wagtail.—Schafstelze.— -Gele lucernevlinder 134 75 - Colias hyale.—Soufré.—Pale Clouded Yellow.—Gelber - Luzernefalter.— -Gestreepte zweefvlieg 63 28 - Helophilus pendulus.—Helophile.—Hoverer.—Gestreifte - Schwebfliege.— -Gevlekte doovenetel 82 66 - Lamium maculatum.—Lamier tacheté.—Spotted dead - nettle.—Gefleckte Taubnessel.— -Gevlekte orchis 44 36 - Orchis maculata.—Orchis maculé.—Spotted Orchis. - —Geflecktes Knabenkraut.— -Glidkruid 80 72 - Scutellaria galericulata.—Scutellaire.—Skullcap. - —Blaues Schildkraut.— -Goudplevier 57, 58 60 - Charadrius pluvialis.—Pluvier.—Golden Plover. - —Goldregenpfeifer.— -Graspieper 50 8 - Anthus pratensis.—Pipit des prés.—Titlark. - —Wiesenpieper.— -Groene specht 114 60 - Gecinus veridis.—Pivert.—Green Woodpecker. - —Grünspecht.— -Groentje 118 59 - Thecla rubi.—Argus Vert.—Green Hairstreak.—Grünling.— -Groot hoefblad 13, 14 17 - Petasites officinalis.—Pétasite.—Butterbur.—Pestwurz.— -Groote vuurvlinder 127 43 - Polyommatus dorilis.—Argus Myope.—Large Copper. - —Feuerfalter.— -Grutto 59 60 - Limosa belgica.—Barge à queue noire.—Black-tailed - Godwit.—Sumpfschnepfe.— -Haarlems klokkenspel 68 53 - Saxifraga granulata.—Saxifrage granulé.—Meadow - Saxifrage.—Körnersteinbrech.— -Hagedoornvlinder 137 57 - Rumia luteolata.—Citronnelle rouillée.—Brimstone. - —Weissdornspanner.— -Harlekijnorchis 43 36 - Orchis morio.—Orchis bouffon.—Fool’s Orchis. - —Gemeines Knabenkraut.— -Heggewikke 78 76 - Vicia sepium.—Vesce des haies.—Bush vetch.—Zaunwikke.— -Heksenmelk 131 66 - Euphorbia esula.—Euphorbe ésule.—Common milkweed. - —Uferwolfsmilch.— -Herfstpaardebloem 99 70 - Leontodon autumnale.—Liondent d’automne.—False - dandelion.—Hasenlattich.— -Hommel (op smeerwortel) 40 72 - Bombus.—Bourdon.—Bumble bee.—Hummel.— -Idem (op dooveneetel) 42 28 -Hommelzweefvlieg 64 28 - Volucella bombylans.—Volucelle.—Hoverer fly.— - Hummelschwebfliege.— -Hondsroos 23 25 - Rosa canina.—Rosier sauvage.—Dog’s rose.—Hundsrose.— -Honigklaver 77 66 - Melilotus officinalis.—Mélilot.—Melilot.—Honigklee.— -Hooibeestje 128 57, 59 - Coenonympha Pamphilus.—Pamphile.—Small Heath.— - Heufalter.— -Hopklaver 30 52 - Medicago lupulina.—Lupuline.—Dutch clover.— - Hopfenschneckenklee.— -Huisjesslak 27 78 - Helix hortensis.—Limaçon.—Garden Snail.—Schnecke.— -Kale jonker 93 65 - Cirsium palustre.—Chardon des marais.—Marsh - thistle.—Sumpfdistel.— -Kemphaan 54 48 - Muchetes pugnax.—Chevalier combattant.—Reeve. - —Kampfläufer.— -Kievit 53 5 - Vanellus cristatus.—Vanneau.—Lapwing.—Kiebitz.— -Kievitsbloem 47 38 - Fritillaria meleagris.—Damier.—Fritillary. - —Schachblume.— -Klein groentje 126 59 - Ino statices.—Procris de l’oseille.—Forester. - —Sauerampferschwärmer.— -Klein hoefblad 11, 15 17 - Tussilago farfara.—Pas d’âne.—Coltsfoot.—Huflattich.— -Klein vuurvlindertje 129 43 - Polyommatus Phlaeas.—Cuivré commun.—Small Copper. - —Kleine Feuerfalter.— -Klimopbladige eereprijs 25 19 - Veronica hederaefolla.—Véronique à feuilles de - lierre.—Ivy-leaved speedwell.—Epheublättriger - Ehrenpreis.— -Knikkende distel 91 65 - Carduus nutans.—Chardon penché.—Muste thistle.— - Nickende Distel.— -Kniptor 143 78 - Lacon murinus.—Taupin.—Jumping beetle.—Schnellkäfer.— -Knollenwitje 12 57 - Pieris napi.—Pieride des navets.—Green veined - White.—Knollenweissling.— -Koekoeksbloem 70 32 - Coronaria flas cuculi.—Fleur de coucou.—Ragged - Robin.—Kuckuckslichtnelke.— -Koevinkje 104 58 - Epinephele hyperanthus.—Tristan.—Ringlet.—Gelbring - Ochsenauge.— -Kommavlinder 116 59 - Hesperia comma.—Virgule.—Silver spotted - Hairstreak.—Kommafalter.— -Langpootmug 119 78 - Tipula oleracea.—Tipule.—Daddy Longlegs.—Langbein.— -Madeliefje 35 45 - Bellis perennis.—Pâquerette.—Daisy.—Massliebchen.— -Meidoorn 6 25 - Crataegus monogyna.—Aubépine.—Hawthorn.—Weissdorn.— -Middelste weegbree 88 - Plantago media.—Plantain moyen.—Hairy plantain. - —Mittlerer Wegerich.— -Moeras kartelblad 83 8 - Pedicularis palustris.—Pédiculaire des marais.—Red - rattle.—Sumpfrodel.— -Mol 141 78 - Talpa vulgaris.—Taupe.—Mole.—Maulwurf.— -Muis 142 60 - Mus sylvaticus.—Souris.—Mouse.—Maus.— -Munt 84 72 - Mentha aquatica.—Menthe aquatique.—Watermint. - —Wassermünze.— -Netelbladige eereprijs 33 - Veronica urticaefolia.—Véronique à feuilles - d’ortie.—Nettle-leaved speedwell—Nesselblättrige - Ehrenpreis.— -Oeverzegge 39 32 - Carex riparia.—Carex des rives.—Bank Sedge.— - Ufersegge.— -Oranje lucernevlinder 133 75 - Colias edusa.—Souci.—Clouded Yellow.—Orange - Heufalter.— -Oranje zandoogje 103 58 - Epinephele Tithonus.—Amaryllis.—Gatekeeper.—Orange - Ochsenauge.— -Paardebloem 34, 36 32, 45 - Taraxacum officinale.—Chiendent.—Dandelion.— - Löwenzahn.— -Parelmoervlinder 105 23 - Argynnis Selene.—Petit collier argenté.— - Frittillary.—Perlmutterfalter.— -Pastinaak 72 66 - Pastinaca sativa.—Pastenaque.—Parsnip.—Pastinak.— -Peen 122 66 - Daucus carota.—Carotte.—Carrot.—Möhre.— -Penningkruid 121 69 - Lysimachia nummularia.—Herbe aux écus.—Moneywort.— - Nattergold.— -Pinksterbloem 37 18, 45 - Cardamine pratensis.—Cresson des prés.—Lady’s - Smock.—Wiesenschaumkraut.— -Ratelaar 85 8 - Alecterolophus major.—Crête de coq.—Rattle-box. - —Klappertopf.— -Roek 60 60 - Corvus frugilegus.—Corneille.—Rook.—Saatkrähe.— -Roode oogentroost 87 8 - Euphrasia odontites.—Euphraise rouge.—Red - Eyebright.—Roter Augentrost.— -Rolklaver 75 76 - Lotus corniculatus.—Lotier cornu.—Birds foot - trefoil.—Hornklee.— -Roode klaver 73 7 - Trifolium pratense.—Trèfle rouge.—Red clover.—Roter - Klee.— -Ruige veldkers 20 18 - Cardamine hirsuta.—Cresson velu.—Hairy - bittercress.—Haariges Schaumkraut.— -Scabiose 96 66 - Scabiosa columbaria.—Columbaire.—Field - scabious.—Teufelsabbiss.— -Silene 123 45 - Silene vulgaris.—Béhen blanc.—Bladder - campion.—Kropfleinkraut.— -Sleedoorn 5 25 - Prunus spinosa.—Prunellier.—Blackthorn.—Schlehdorn.— -Sleutelbloem 19 53 - Primula officinalis.—Primevère.—Primrose. - —Schlüsselblume.— -Smalbladige weegbree 90 51 - Plantago minor.—Plantain mineur.—Narrow leaved - plantain.—Schmalblättriger Wegerich.— -Speenkruid 4 25 - Ficaria ranunculoïdes.—Eclairette.—Lesser - Celandine.—Feigwurz.— -Spreeuw 49, 51, 52 13, 60 - Sturnus vulgaris.—Etourneau.—Starling.—Staar.— -Spriet 56 2 - Crex orex.—Râle de genêts.—Corncrake.—Wachtelkönig.— -Steenraket 95 66 - Sisymbrium officinale.—Herbe aux chantres.—Hedge - mustard.—Wegehederich.— -Stalkruid 71 52 - Ononis spinosa.—Arrête-bœuf.—Rest-harrow.—Hauhechel.— -Stinkende gouwe 21 25 - Chelidonium majus.—Chélidoine.—Celandine.— - Schöllkraut.— -Thrincia 102 70 - Thrincia hirta.—Liondent faux.—False hawkbit. - —Hundsblume.— -Torenvalk 113 60 - Cerchneis tinnunculus.—Faucon crecerelle.— - Kestrel.—Turmfalke.— -Tureluur 55 5 - Totanus calidris.—Chevalier gambette.— - Redshank.—Rotschenkel.— -Veenmol 139 77 - Gryllotalpa vulgaris.—Courtilière.—Mole - cricket.—Maulwurfsgrille.— -Veldbies 18 24 - Luzula pilosa.—Luzule poilue.—Woodrush.—Haarmarbel.— -Veldkrekel 140 76 - Gryllus campestris.—Grillon des champs.—Field - cricket.—Grille.— -Veldsla 67 38 - Valerianella olitoria.—Doucette.—Lambs lettuce.— - Feldsalat.— -Veldlathyrus 76 76 - Lathyrus pratensis.—Gesse des prés.—Meadow - lathyrus.—Wiesenplatterbse.— -Veldsalie 81 53 - Salvia pratensis.—Sauge des prés.—Meadow - sage.—Wiesensalbei.— -Vergeetmijniet 67 38 - Myosotis palustris.—Myosotis.—Forget-me-not. - —Vergissmeinnicht.— -Violette loopkever 7 14 - Carabus violaceus.—Carabe violacé.—Blue - crabbeetle.—Violetter Laufkäfer.— -Vlasbekje 130 71 - Linaria vulgaris.—Linaire.—Toad flax.—Leinkraut.— -Vogelwikke 69 52 - Vicia cracca.—Pois à crapaud.—Bird’s Vetch. - —Vogelwicke.— -Wammesknoop 94 65 - Centaurea Jacea.—Jacée des prés.—Knapweed. - —Wiesenflockenblume.— -Wederik 132 72 - Lysimachia vulgaris.—Lysimaque.—Yellow - loosestrife.—Friedlos.— -Welriekend viooltje 22, 24 20 - Viola odorata.—Violette odorante.—Sweet - violet.—Wohlriechendes Veilchen.— -Wesp 125 57 - Vespa media.—Guêpe.—Wasp.—Wespe.— -Witte klaver 74 7 - Trifolium repens.—Trèfle blanc.—White Clover.—Weisser - Klee.— -Witte welriekende orchis 45 37 - Platanthera solstitialis.—Double feuille.—Butterfly - orchis.—Kleine Stendelwurz.— -Wollegras 48 32 - Eriophoron.—Linaigrette.—Cotton grass.—Wollgras.— -Zeespurrie 28 8 - Spergularia rubra.—Sabline rouge.—Purple - chickweed.—Roter Spärkling.— -Zilverschoon 124 69 - Potentilla anserina.—Argentine.—Silverweed. - —Gänse-Fingerkraut.— -Zomerklokje 41 38 - Leucojum aestivum.—Nivéole.—Snowflake.— - Sommerknotenblume.— -Zuring 38 42 - Rumex acetosa.—Oseille.—Sorrel.—Sauerampfer.— - - - - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 61381 *** diff --git a/old/61381-h/61381-h.htm b/old/61381-h/61381-h.htm deleted file mode 100644 index 97dcda1..0000000 --- a/old/61381-h/61381-h.htm +++ /dev/null @@ -1,6396 +0,0 @@ -<!DOCTYPE HTML> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2024-09-22T12:26:04Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<title>De Bonte Wei</title> -<meta charset="utf-8"> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Jacobus Pieter Thijsse (1865–1945)"> -<link rel="coverpage" href="images/front.jpg"> -<link rel="icon" href="images/front.jpg" type="image/x-cover"> -<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/"> -<meta name="DC.Title" content="De Bonte Wei"> -<meta name="DC.Creator" content="Jacobus Pieter Thijsse (1865–1945)"> -<meta name="DC.Contributor" content="Jan Voerman jr. (1890–1976)"> -<meta name="DC.Contributor" content="Johan Michiel van Oort (1867–1938)"> -<meta name="DC.Date" content="2020-02-11"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC.Rights" content="Dit boek is vrij van auteursrechten in de Verenigde Staten. Als u ergens anders woont, raadpleeg dan alstublieft de wetgeving in uw land voordat u dit boek downloadt."> -<meta name="DC.Identifier" content="https://www.gutenberg.org/ebooks/61381"> -<meta name="DC:Subject" content="Natural history -- Netherlands -- Juvenile literature"> -<style> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parNum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -span.accent { -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { -line-height: 0.40em; -} -span.accent span.top { -font-weight: bold; -font-size: 5pt; -} -span.accent span.base { -display: block; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -vertical-align: super; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.externalUrl { -font-size: small; -font-family: monospace; -color: gray; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -margin-left: -0.1em; -min-width: 1.0em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -.apparatusnote:target, .fndiv:target { -background-color: #eaf3ff; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocText { -padding-top: 2em; -padding-bottom: 1em; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -vertical-align: bottom; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -audio { -height: 20px; -margin-left: 0.5em; -margin-right: 0.5em; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.splitListTable td { -vertical-align: top; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -.titlePage { -border: #DDDDDD 2px solid; -margin: 3em 0 7em; -padding: 5em 10% 6em; -text-align: center; -} -.titlePage .docTitle { -line-height: 1.7; -margin: 2em 0; -font-weight: bold; -} -.titlePage .docTitle .mainTitle { -font-size: 1.8em; -font-weight: inherit; -font-variant: inherit; -line-height: inherit; -} -.titlePage .docTitle .subTitle, -.titlePage .docTitle .seriesTitle, -.titlePage .docTitle .volumeTitle { -font-size: 1.44em; -font-weight: inherit; -font-variant: inherit; -line-height: inherit; -} -.titlePage .byline { -margin: 2em 0; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.5; -} -.titlePage .byline .docAuthor { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -.titlePage .figure { -margin: 2em auto; -} -.titlePage .docImprint { -margin: 4em 0 0; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.5; -} -.titlePage .docImprint .docDate { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -div.figure, div.figureGroup { -text-align: center; -} -table.figureGroupTable { -width: 80%; -border-collapse: collapse; -} -.figure, .figureGroup { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -tr, td, th { -vertical-align: top; -} -tr.bottom, td.bottom, th.bottom { -vertical-align: bottom; -} -td.label, tr.label td { -font-weight: bold; -} -td.unit, tr.unit td { -font-style: italic; -} -td.leftbrace, td.rightbrace { -vertical-align: middle; -} -span.sum { -padding-top: 2px; -border-top: solid black 1px; -} -table.inlineTable { -display: inline-table; -} -table.borderOutside { -border-collapse: collapse; -} -table.borderOutside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -} -table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderOutside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside { -border-collapse: collapse; -} -table.verticalBorderInside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border-left: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft { -border-left: 0 solid black; -} -table.borderAll, -table.rtlBorderAll { -border-collapse: collapse; -} -table.borderAll td, -table.rtlBorderAll td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop, -table.rtlBorderAll .cellHeadTop, table.rtlBorderAll .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadBottom, -table.rtlBorderAll .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellBottom, -table.rtlBorderAll .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellLeft, -table.borderAll .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellRight, -table.borderAll .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -table.rtlBorderAll .cellLeft, -table.rtlBorderAll .cellHeadLeft { -border-right: 2px solid black; -} -table.rtlBorderAll .cellRight, -table.rtlBorderAll .cellHeadRight { -border-left: 2px solid black; -} -tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop { -border-top: 1px solid black !important; -} -tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight { -border-right: 1px solid black !important; -} -tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft { -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom { -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal { -border-top: 1px solid black !important; -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical { -border-right: 1px solid black !important; -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll { -border: 1px solid black !important; -} -tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop { -border-top: none !important; -} -tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight { -border-right: none !important; -} -tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft { -border-left: none !important; -} -tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom { -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal { -border-top: none !important; -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical { -border-right: none !important; -border-left: none !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll { -border: none !important; -} -.cellDoubleUp { -border-width: 0 !important; -width: 1em; -} -.cellDummy { -border-width: 0 !important; -} -td.alignDecimalIntegerPart { -text-align: right; -border-right: none !important; -padding-right: 0 !important; -margin-right: 0 !important; -} -td.alignDecimalFractionPart { -text-align: left; -border-left: none !important; -padding-left: 0 !important; -margin-left: 0 !important; -} -td.alignDecimalNotNumber { -text-align: center; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 8.4pt; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -letter-spacing: normal; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -td.tocText { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.5; -} -.tableCaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ -.container { -padding: 40px 0; background-color: #ecdbc2; margin: 40px 0; width: 100%; -} -.container .figure { -padding: 0 10px; -} -.container img { -border: 2px solid black; -} -.titlePage .docTitle .mainTitle { -font-size: 36pt; -} -.foreignName { -font-size: small; padding-left: 2em; -} -.body h2 { -white-space: nowrap; -} -.body h2::before { -padding-right: 3em; content: url(images/o013-1.png); -} -.body h2::after { -padding-left: 3em; content: url(images/o013-2.png); -} -#voorwoord { -max-width: 720px; margin-left: auto; margin-right: auto; border: 2px solid black; padding: 2em; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.xd32e2296 { -text-align:right; -} -.xd32e2297 { -text-align:right; font-weight:bold; -} -.cover-imagewidth { -width:571px; -} -.titlepage-imagewidth { -width:529px; -} -.p001width { -width:720px; -} -.plate001width { -width:489px; -} -.plate002width { -width:496px; -} -.plate003width { -width:490px; -} -.plate004width { -width:491px; -} -.plate005width { -width:489px; -} -.plate006width { -width:493px; -} -.plate007width { -width:489px; -} -.plate008width { -width:492px; -} -.plate009width { -width:491px; -} -.plate010width { -width:496px; -} -.plate011width { -width:491px; -} -.plate012width { -width:495px; -} -.p006width { -width:720px; -} -.plate013width { -width:269px; -} -.plate014width { -width:272px; -} -.plate015width { -width:265px; -} -.plate016width { -width:264px; -} -.plate017width { -width:266px; -} -.plate018width { -width:267px; -} -.plate019width { -width:264px; -} -.plate020width { -width:271px; -} -.plate021width { -width:269px; -} -.plate022width { -width:269px; -} -.plate023width { -width:272px; -} -.plate024width { -width:270px; -} -.o012width { -width:141px; -} -.p013width { -width:720px; -} -.plate025width { -width:493px; -} -.plate026width { -width:494px; -} -.plate027width { -width:490px; -} -.plate028width { -width:492px; -} -.plate029width { -width:490px; -} -.plate030width { -width:495px; -} -.plate031width { -width:267px; -} -.plate032width { -width:272px; -} -.plate033width { -width:273px; -} -.plate034width { -width:272px; -} -.plate035width { -width:272px; -} -.plate036width { -width:272px; -} -.p018width { -width:720px; -} -.plate037width { -width:275px; -} -.plate038width { -width:268px; -} -.plate039width { -width:272px; -} -.plate040width { -width:271px; -} -.plate041width { -width:274px; -} -.plate042width { -width:274px; -} -.plate043width { -width:271px; -} -.plate044width { -width:275px; -} -.plate045width { -width:277px; -} -.plate046width { -width:274px; -} -.plate047width { -width:274px; -} -.plate048width { -width:273px; -} -.p024width { -width:720px; -} -.o026width { -width:120px; -} -.p027width { -width:720px; -} -.plate049width { -width:492px; -} -.plate050width { -width:498px; -} -.plate051width { -width:488px; -} -.plate052width { -width:496px; -} -.plate053width { -width:486px; -} -.plate054width { -width:492px; -} -.plate055width { -width:495px; -} -.plate056width { -width:496px; -} -.plate057width { -width:495px; -} -.plate058width { -width:497px; -} -.plate059width { -width:494px; -} -.plate060width { -width:496px; -} -.plate061width { -width:276px; -} -.plate062width { -width:275px; -} -.plate063width { -width:272px; -} -.plate064width { -width:276px; -} -.plate065width { -width:273px; -} -.plate066width { -width:268px; -} -.plate067width { -width:273px; -} -.plate068width { -width:272px; -} -.plate069width { -width:272px; -} -.plate070width { -width:273px; -} -.plate071width { -width:274px; -} -.plate072width { -width:273px; -} -.p036width { -width:720px; -} -.plate073width { -width:276px; -} -.plate074width { -width:272px; -} -.plate075width { -width:271px; -} -.plate076width { -width:274px; -} -.plate077width { -width:274px; -} -.plate078width { -width:270px; -} -.plate079width { -width:272px; -} -.plate080width { -width:277px; -} -.plate081width { -width:270px; -} -.plate082width { -width:274px; -} -.plate083width { -width:274px; -} -.plate084width { -width:277px; -} -.p042width { -width:720px; -} -.o046width { -width:82px; -} -.p047width { -width:720px; -} -.plate085width { -width:272px; -} -.plate086width { -width:273px; -} -.plate087width { -width:274px; -} -.plate088width { -width:276px; -} -.plate089width { -width:273px; -} -.plate090width { -width:275px; -} -.plate091width { -width:276px; -} -.plate092width { -width:272px; -} -.plate093width { -width:272px; -} -.plate094width { -width:276px; -} -.plate095width { -width:275px; -} -.plate096width { -width:279px; -} -.p054width { -width:720px; -} -.plate097width { -width:279px; -} -.plate098width { -width:277px; -} -.plate099width { -width:274px; -} -.plate100width { -width:273px; -} -.plate101width { -width:272px; -} -.plate102width { -width:273px; -} -.plate103width { -width:273px; -} -.plate104width { -width:275px; -} -.plate105width { -width:273px; -} -.plate106width { -width:273px; -} -.plate107width { -width:274px; -} -.plate108width { -width:273px; -} -.plate109width { -width:506px; -} -.plate110width { -width:495px; -} -.plate111width { -width:499px; -} -.plate112width { -width:496px; -} -.plate113width { -width:498px; -} -.plate114width { -width:496px; -} -.plate115width { -width:269px; -} -.plate116width { -width:271px; -} -.plate117width { -width:267px; -} -.plate118width { -width:270px; -} -.plate119width { -width:269px; -} -.plate120width { -width:273px; -} -.p063width { -width:720px; -} -.plate121width { -width:499px; -} -.plate122width { -width:495px; -} -.plate123width { -width:497px; -} -.plate124width { -width:493px; -} -.plate125width { -width:501px; -} -.plate126width { -width:495px; -} -.plate127width { -width:273px; -} -.plate128width { -width:276px; -} -.plate129width { -width:273px; -} -.plate130width { -width:273px; -} -.plate131width { -width:277px; -} -.plate132width { -width:275px; -} -.p071width { -width:720px; -} -.plate133width { -width:497px; -} -.plate134width { -width:492px; -} -.plate135width { -width:499px; -} -.plate136width { -width:495px; -} -.plate137width { -width:499px; -} -.plate138width { -width:497px; -} -.plate139width { -width:494px; -} -.plate140width { -width:497px; -} -.plate141width { -width:496px; -} -.plate142width { -width:498px; -} -.plate143width { -width:492px; -} -.plate144width { -width:498px; -} -.p078width { -width:720px; -} -.p079width { -width:165px; -} -.p081width { -width:580px; -} -.p082width { -width:582px; -} -.xd32e2290 { -text-align:center; -} -.tblindex { -font-size:medium; -} -.spinewidth { -width:720px; -} -.backwidth { -width:569px; -} -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> -<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 61381 ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="571" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="529" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="titlePage"> -<div class="docTitle"> -<h1 class="mainTitle">DE BONTE WEI</h1> -</div> -<div class="byline">DOOR -<br> -<span class="docAuthor">JAC. P. THIJSSE</span> -<br> -TE ILLUSTREEREN MET VERKADE’S PLAATJES<br> -NAAR TEEKENINGEN VAN JAN VOERMAN <span class="sc">Jr</span><br> -EN JAN VAN OORT.</div> -<div class="docImprint"><span class="docDate">1911</span> -<br> -BAKKERIJ „DE RUIJTER”<br> -DER FIRMA VERKADE & COMP.<br> -ZAANDAM</div> -</div> -<p></p> -<div id="voorwoord" class="div1 last-child preface"><span class="pageNum">[<a href="#voorwoord.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<div class="figure"><img src="images/voorwoord.png" alt="Voorwoord." width="720" height="436"></div> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">„DE BONTE WEI”, wat een heerlijk frissche klank! Wie, die zijn land liefheeft, wordt -niet bekoord door dezen titel van ons nieuwe album voor 1911/12. -</p> -<p>Tooveren deze woorden u niet voor den geest een beeld van welvaart, van typisch Hollandsch -schoon, van zomerweelde? -</p> -<p>En als ge nu houdt van de wei als geheel, verlangt ge dan niet vanzelf meer te weten -van alles wat er leeft en bloeit? -</p> -<p>Nu reikt de heer <span class="sc">Jac. P. Thijsse</span>, met de heeren <span class="sc">Jan Voerman Jr.</span> en <span class="sc">Jan van Oort</span>, u daartoe de helpende hand in „DE BONTE WEI”, en grijpt ge die, dan zult ge u wéér -met een gedeelte van ons mooie Nederland vertrouwd voelen worden, genietend van de -vrije uren buiten, uw gezondheid en opgewektheid ten heil! -</p> -<p>Moge „DE BONTE WEI” hiertoe in ruime mate vrienden vinden bij oud en jong! -</p> -<p><span class="sc">Zaandam</span>, Juni 1911. VERKADE & COMP. -<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="divNum">I.</span> DE JACHT OP DEN SPRIET.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure p001width"><img src="images/p001.png" alt="" width="720" height="362"></div><p> -</p> -<div class="figure floatLeft"><img src="images/initial-t.png" alt="T" width="190" height="193"></div> -<p class="first">oen ik een jongetje was van een jaar of vier, waren de dieren buiten nooit bang voor -mij en ik ook niet voor hen. Wel lag ik ’s avonds in mijn bed vaak te droomen van -duivels en gedrochten, maar dat kwam door de prenteboeken en door de verhalen van -welmeenende ouders en vrienden. Ook was ik er vrij zeker van, dat al die verschrikkelijkheden -alleen voorvielen in ver verwijderde landen of in ’t middernachtelijk uur en zoo kuierde -ik dan altijd welgemoed rond in onzen tuin, over de fortwallen, of door de weiden. -Wij woonden namelijk heel eenzaam in een fort, dat ergens stond tusschen weiden en -heiden. -</p> -<p>Soms ging ik met mijn broers, maar ook dikwijls alleen en dan had ik natuurlijk de -mooiste ontmoetingen. Ik kan mij niet herinneren, dat ik expres uitging, om naar dieren -en planten te zien (dat doe ik tegenwoordig wel) maar het liep er toch altijd op uit, -dat ik ging zitten op een plekje, waar veel mooie bloemen stonden en dan kwamen vanzelf -allerlei leuke dieren tusschen het gras of op de bloemen te voorschijn. -</p> -<p>Ik zie ze nog loopen, de groote gouden loopkevers, blinkend zwart van onderen en met -lange roode beenen, violette loopkevers (<a href="#plate007">7</a>), bronzen loopkevers (<a href="#plate008">8</a>). Onzelievenheersbeestjes bij dozijnen liepen over de wikken met de mooie blauwe -bloemen. Een <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>andermaal zag ik een groote geel met zwarte wesp vechten met een groote groene bromvlieg -en daar stelde ik heel veel belang in, want ik had juist in een ouden „Mentor” (een -tijdschrift uit die dagen) een verhaal gelezen van een wesp, die vocht met een vlieg. -In dat verhaal heette die vlieg Esmeralda en ze kwam er nog al goed af, want ze kon -ontvluchten, nadat de wesp haar een paar gaten in ’t lichaam gebeten had. Mijn vlieg -evenwel was minder gelukkig, want de wesp stak haar dood en droeg haar weg tusschen -de achterpooten. -</p> -<p>Er kwamen soms kleine koddige muisjes zonder ooren en ook wel groote groene glinsterende -hagedissen. Maar ’t mooist van alles was een groote bruinachtige vogel. Die stak zijn -kop uit ’t gras, trok hem weer terug, stak hem weer uit, een eindje verder en kwam -zoo schoksgewijze te voorschijn. Toen stond hij daar op twee lange beenen en begon -te kraken: krèk-krèk—krèk-krèk. Ik zat maar stil te kijken en toen de vogel zijn redevoering -uit had, verdween hij weer tusschen de grashalmen. Dat was de spriet of kwartelkoning -(<a href="#plate056">56</a>), maar dat wist ik toen nog niet. -</p> -<p>Tegenwoordig ken ik wel de namen van de meeste planten en dieren, die je in ons land -zoo gewoon zonder microscoop te zien kunt krijgen, maar ’t lijkt wel, of ik er lang -zoo veel niet van zie, als in de dagen, voor dat ik naar school ging. Zou er tegenwoordig -minder wild gedierte zijn dan vroeger, of ligt het soms aan mij? De album-vriendjes -op het platte land moesten mij daar eens iets van vertellen: Menno voor de Achterhoek, -Tjeert uit Zevenwoude, Guurtje van Heilo of Dirk van Aarlanderveen. Voor de aardigheid -zal ik dien eens vertellen, hoeveel moeite het mij gekost heeft, om een spriet te -zien te krijgen, toen ik niet meer vier, maar veertig jaar oud was. -</p> -<p>Ik hoorde dat dier altijd op zomernachten, als ik met een laten trein uit Amsterdam -was gekomen en dan uit Haarlem wandelde naar mijn huis in ’t Bloemendaalsche park. -Eerst hoor je dan nog ’t gerij en gerangeer van treinen, want dat duurt dag en nacht, -maar gaandeweg wordt dat minder merkbaar en krijgen de nachtgeluiden van de natuur -de overhand. In de verte ruischt de zee, van den duinkant schalt het lied der nachtegalen, -in de wei roept af en toe klagend of droomerig de kieviet en onophoudelijk kraakt -en knarst daar onze spriet. -</p> -<p>’t Is niet makkelijk, dat geluid te beschrijven; ’t meest lijkt het nog op den geleerden -naam van ’t dier. Hij heet in de geleerde boeken tegenwoordig „Crex crex” en als je -dat eenmaal weet, dan lijkt het ook werkelijk, alsof hij den heelen nacht en den heelen -dag maar steeds zijn eigen naam roept. „Crex, crex”, allebei de woordjes even luid -en even lang van duur (zoowat een halve seconde), dan een seconde rust, dan weer „crex, -crex” en zoo voort, soms een half uur achtereen. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate001width" id="plate001"> -<p class="figureHead">1</p><img src="images/plate001.jpg" alt="1" width="489" height="268"><p class="first">DOTTERBLOEM ONTLUIKEND. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate002width" id="plate002"> -<p class="figureHead">2</p><img src="images/plate002.jpg" alt="2" width="496" height="270"><p class="first">DOTTERBLOEM IN BLOEI. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<div class="figure plate003width" id="plate003"> -<p class="figureHead">3</p><img src="images/plate003.jpg" alt="3" width="490" height="270"><p class="first">DOTTERBLOEMVRUCHTEN. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight"> -<div class="figure plate004width" id="plate004"> -<p class="figureHead">4</p><img src="images/plate004.jpg" alt="4" width="491" height="267"><p class="first">SPEENKRUID. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate005width" id="plate005"> -<p class="figureHead">5</p><img src="images/plate005.jpg" alt="5" width="489" height="269"><p class="first">SLEEDOORN. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate006width" id="plate006"> -<p class="figureHead">6</p><img src="images/plate006.jpg" alt="6" width="493" height="267"><p class="first">MEIDOORN. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate007width" id="plate007"> -<p class="figureHead">7</p><img src="images/plate007.jpg" alt="7" width="489" height="266"><p class="first">VIOLETTE LOOPKEVER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate008width" id="plate008"> -<p class="figureHead">8</p><img src="images/plate008.jpg" alt="8" width="492" height="267"><p class="first">BRONZEN LOOPKEVER. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<div class="figure plate009width" id="plate009"> -<p class="figureHead">9</p><img src="images/plate009.jpg" alt="9" width="491" height="269"><p class="first">AASKEVER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight"> -<div class="figure plate010width" id="plate010"> -<p class="figureHead">10</p><img src="images/plate010.jpg" alt="10" width="496" height="273"><p class="first">BRUINE GRAAFBIJ. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate011width" id="plate011"> -<p class="figureHead">11</p><img src="images/plate011.jpg" alt="11" width="491" height="268"><p class="first">KLEIN HOEFBLAD. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate012width" id="plate012"> -<p class="figureHead">12</p><img src="images/plate012.jpg" alt="12" width="495" height="270"><p class="first">KNOLLENWITJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p> -<p>Er zijn wel menschen, die dat vervelend vinden, maar als je den vogel van nabij kent -en ook de omgeving, waarin hij zich ophoudt, dan denk je daar wel anders over. -</p> -<p>Nu dan, ik wou en zou dien Bloemendaalschen spriet in levenden lijve aanschouwen en -liefst nog zijn nest vinden ook. Ik wist ’t echter bij ervaring, dat het niet gemakkelijk -is, in Mei of Juni de Hollandsche weiden te betreden. Niet om de slooten of hekken, -daar is altijd wel raad op, maar de boer of zijn knechts zijn den heelen dag ter plaatse, -om je er af te jagen, en daar hebben ze groot gelijk aan. -</p> -<p>Nog onlangs had ik daar een gesprek over met een ouden landbouwer, nog al een grappenmaker. -„Weet je wat, mijnheer,” zei hij, „de dokters, die moesten eigenlijk de kast in, wegens -opruiing. Zoo gauw er iemand iets mankeert en hij kan nog loopen, zeggen ze tegenwoordig: -de patiënt moet maar eens de wei in. En zoo krijgen wij troepen menschen in ons land, -die ’t vee verschrikken en den boel vertrappen, dat er geen maaien aan is. Dat ze -een bloemetje plukken, hindert niet, maar ’t vertreden van ’t gras geeft ons voor -honderden guldens schade. Soms komt er een meester met een heele school kinderen, -dan weer een troep dames en ze doen maar net of de wereld hun eigen is. Laat ze op -de wegen en paden blijven, daar groeit nog altijd meer, dan waar ze verstand van hebben.” -</p> -<p>Ik kon evenwel mijn spriet niet vinden, zonder de paden te verlaten en moest dus met -de betrokken pachters en eigenaars aan ’t onderhandelen. Dat liep nog al mee, ik kreeg -voor bepaalde dagen verlof, om tijdens de morgenuren de velden af te loopen en zoo -stond ik dan op een mooien Juni-morgen met een gerust geweten tusschen gras en bloemen. -</p> -<p>Ik kon al dadelijk merken, dat ’t land nogal afgesloten lag en goed bewaakt werd, -want er nestelden heel wat vogels. Eerst was daar niet veel van te zien; toen ik den -hekdam over ging, hingen er alleen een paar leeuweriken in de lucht te zingen. Maar -’t duurde niet lang of een waakzame kievit (<a href="#plate053">53</a>) bespeurde onraad, hij vloog omhoog nu eens over links, dan weer over rechts; zoo’n -kievit schommelt haast altijd onder ’t vliegen. Hoe zenuwachtiger hij werd, hoe meer -hij wiebelde en eindelijk ging hij duikelen, of schermen, zooals het heet. -</p> -<p>Dan bedacht hij zich, vloog wat rustiger rond en toen opeens, „joech, joech, joech” -gingen zijn vleugels, kwam hij vlak op me af en snorde rakelings voorbij. Intusschen -waren er ook een paar tureluurs (<a href="#plate055">55</a>) opgevlogen, de mooie steltloopertjes met de roode pooten en die vlogen langzaam -mee, een meter of tien hoog in de lucht, terwijl ze kort en onrustig hun „tuut, tuut” -lieten hooren. Ook was er een groote grutto (<a href="#plate059">59</a>), die jammerde voortdurend: „grie-ta, o, grie-ta<span class="corr" id="xd32e307" title="Niet in bron">”</span>. Je kon zijn langen snavel zien trillen en onder het vliegen hield hij zijn zwart-met-witten -staart wijd uitgespreid. -<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p> -<p></p> -<div class="figure p006width"><img src="images/p006.png" alt="" width="720" height="145"></div><p> -</p> -<p>Dat was nu mijn eerewacht bij den tocht door ’t sprietenland: een kievit, twee tureluurs -en een grutto, en ik was er zeker van, dat aan den overkant van de grenssloot een -dergelijk gezelschap gereed stond, om mij te begeleiden, wanneer ik zoover mocht komen. -</p> -<p>Als de beesten mijn bedoeling hadden gekend, dan waren ze rustig op hun nesten gebleven. -Nu schrikten ze de heele buurt op en er kwam ook al een boerenknecht aanstappen, maar -toen hij mijn verrekijker zag, ging hij er weer van door. Die verrekijker is zoo een -soort van vrijbrief. -</p> -<p>Zooveel als ik anders van grutto’s, kieviten en tureluurs houd, begon ik ze nu reeds -stilletjes een beetje te verwenschen, toen ik eindelijk mijn spriet hoorde, nog al -dichtbij en stellig wel in ’t zelfde stuk, waar ik rondliep. -</p> -<p>Maar ’t is niet makkelijk, om enkel op ’t geluid af de plaats te bepalen, waar een -dier zich ophoudt. Als ’t een heel vreemd geluid is, dan weet je echt niet, of ’t -van recht, links, voor, achter, onder of boven komt. Hier met de spriet wist ik, dat -ik bij den grond moest zoeken, want hij komt zelden of nooit boven ’t gras, maar dat -hielp nog niet veel. Ik luisterde eerst met ’t linkeroor, toen met ’t rechter oor, -toen met beide, daarna maakte ik een halve draai, luisterde nog eens op dezelfde manier, -hield ook rekening met den wind (die er gelukkig niet was) en toen ik zeker meende -te weten, waar mijn schreeuwer zat, ging ik daar stilletjes op af, voetje voor voetje, -zonder den grond te schokken of in trilling te brengen. Op zulke oogenblikken voel -je verwantschap met Padvinder, Lederkous, den Spoorzoeker, Chingangook en Winnetou. -</p> -<p>„Snars, snars”, zong mijn schriek, „grieta”, jammerde de marel, de kievit zwoegde -langs mijn ooren en de tuten schokten voort langs de blauwe lucht. Een leeuwerik vloog -op en die ging dadelijk zwieren en tierelieren, alsof de heele zaak hem niet aanging, -maar de waarheid was, dat hij in doodsangst zat over zijn nest, dat ik op anderhalven -meter links van mijn linkervoet vermoedde. -</p> -<p>Ik kon mij daar echter niet mee bezighouden, maar schoof voetje voor voetje voorwaarts. -De slimmerd zat goed verborgen, want gras en kruiden stonden op hun weligst en dit -was opperbest hooiland. Ik kon nog doorzien tusschen de hooge pluimen van de glanshaver, -maar de roode klaverbloesems stonden vlak tegen elkander en waar ze nog een plaatsje -overlieten, daar sloten de groene klaverblaadjes dicht ineen of <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>vlochten de smalle bladeren van gras en orchis een ondoordringbaar gordijn. Alleen -waar veel ruige weegbree (<a href="#plate088">88</a>) groeide, kon de blik wat dieper doordringen, want die plant legt zijn bladeren vlak -tegen den bodem en heeft ijle, onbebladerde bloemstengels. Daar kon je dan schuin -tusschen de grashalmen door een stukje van den donkeren weidegrond zien. Menigeen, -die de bonte wei ziet stralen en pralen in de zomerzon, beseft niet, hoe donker het -op den grond zelve onder al die bloemen en bladeren wezen moet. -</p> -<p>Prettig, dat ’t niet woei. Want nu meende ik, dat ik aan de grastoppen zou kunnen -zien, of mijn spriet zich verplaatste. Ik gaf dan ook goed acht, of de fijne bloempakjes -van het beemdgras zich ook soms bewogen, of er trilling kwam in een zuringtop, maar -er was niets te bespeuren. En juist toen ik meende, dat ik ’t fijne kopje van den -vogel tusschen gras en kruiden zou kunnen onderscheiden, hoorde ik hem roepen, stellig -wel vijftig meter vlak achter mij. Hij was in een grooten kring om mij heen geloopen, -zonder dat ik er iets van bespeurd had en dat in minder dan een minuut, want langer -had hij niet gezwegen. -</p> -<p>Nu wist ik wel, dat zulke dingen mij te wachten stonden, want ik had vroeger een spriet -zoogenaamd in gevangenschap gehad. Dat wil zeggen, ik stopte hem in een kooi, maar -een kwartier later was hij al weer weggeloopen, hoe nauw de tralies ook aan elkander -stonden. -</p> -<p>Ik heb eens een verhaal gelezen van een ridder, die ergens in een kerk begraven ligt. -’s Nachts om twaalf uur gaat hij spoken, eigenlijk niet hij zelf, maar zijn steenen -beeld, dat boven op zijn graftombe ligt en dat zich bij die gelegenheid zoo dun maakt -als een velletje postpapier om tusschen de tralieën van het koorhek door te komen. -</p> -<p>Zoo iets doet de spriet ook. Hij heeft maar een heel smal borstbeen en nu kan hij -zijn ribbekast zoo inhalen dat zijn lichaam smaller wordt dan zijn kop en als die -dan ergens door is, dan volgt de rest van zelf. Maar al weet je dit nu precies, dan -moet je er je nog over verwonderen, dat hij door ’t dichte gras kan hollen zonder -merkbare beweging. Ik begon maar weer van voren af aan en altijd was hij mij te gauw. -Toen herinnerde ik mij mijn kinderjaren en ik besloot, midden in de wei een half uurtje -stil te gaan zitten tusschen de klaver en de orchideeën; meteen kon ik dan uitkijken -naar insecten op de bloemen. Dat viel ook al weer niet mee, ik kreeg niets te zien, -dan een paar honigbijen op de witte klaver (<a href="#plate074">74</a>), de orchideeën stonden te vergeefs te pralen, de roode klaver (<a href="#plate073">73</a>) verspreidde zijn geuren zonder een enkelen hommel te lokken. De schriek riep nu -eens van links, dan weer van rechts, hij was nog heel druk, al liep het ook tegen -den middag. Eigenlijk roept hij ’t meest in den voornacht en den nanacht (dus weinig -om middernacht), maar ik heb hem wel gehoord op alle uren van den dag en van den nacht. -<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p> -<p>Toen ’t stil zitten mij begon te vervelen, ging ik ’t nog wat fijner aanleggen. Je -ziet ook veel in de velden, als je rustig de een of andere bezigheid verricht. Indien -de veldarbeiders eens alles konden vertellen, wat er al zoo tijdens hun werk te zien -en te beleven valt, dan zou onze kennis van de levende natuur een heel eind opschieten. -</p> -<p>Wat voor werk zou ik ter hand nemen? Wel, daar stond op een plek een heel partijtje -van den grooten gelen ratelaar (<a href="#plate085">85</a>) en ook hooger op wat roode oogentroost (<a href="#plate087">87</a>). Die planten zijn halve woekerplanten, ze hebben heel fijne zijworteltjes die met -zuigplakjes vastzitten op de wortels van ’t gras en daaraan dan het voedsel ontstelen. -Dat is bijzonder aardig om te zien, maar ’t lukt niet gauw, want die zijworteltjes -zijn zoo fijn, dat ze bij ’t hanteeren van de ratelaar- of oogentroostplantjes dadelijk -losgescheurd worden en dan zijn ze tusschen de aarde niet gemakkelijk meer te vinden. -Ik stak nu een paar polletjes uit van ratelaar + gras en oogentroost + gras en ging -die aan den slootkant geduldig zitten uitspoelen. Dat was een heel goede inval. -</p> -<p>Al dadelijk had ik het genoegen, dat de kieviet, de grutto en de tureluurs tot rust -kwamen. De leeuwerik bleef nog zingen, maar nu werkelijk voor zijn plezier: een keer -drie minuten, een keer zeven minuten en een keer één minuut. Sommige menschen meenen, -dat zoo’n leeuwerik wel een half uur achtereen in de hoogte staat te zingen, maar -als je dat eens nagaat met ’t horloge in de hand, dan krijg je heel andere uitkomsten. -</p> -<p>Er ging nog een ander vogeltje zingend de lucht in, dat hield het niet langer uit -dan een halve minuut. Dat was de graspieper (<a href="#plate050">50</a>), een diertje, dat wel op een leeuwerik lijkt, maar hij is meer groenachtig, heeft -een slanker lichaam en ook een fijn snaveltje. Hij klimt als ’t ware langs een rechte -lijn schuin omhoog, steeds fluitend en als hij een meter of twintig gestegen is, dan -daalt hij langzaam neer met uitgespreide vleugels en staart „en vol plané”, aldoor -allerliefst fluitend. -</p> -<p>Nergens komen leeuwerikken en graspiepers in zoo groot aantal voor als op onze Noordzee-eilanden. -Op Texel heb ik daar eens iets bijzonder aardigs mee beleefd. Daar was in een polder -een zilt grasveld en daar groeiden natuurlijk weer heel andere planten dan in de gewone -weiden. Het zag er niet wit van de madeliefjes, maar op sommige plekken wel rood van -het Engelsch gras of strandkruid (<a href="#plate016">16</a>) en op kale slikkige plekken groeide veel zeespurrie (<a href="#plate028">28</a>) met mooie rose sterrebloempjes. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate013width" id="plate013"> -<p class="figureHead">13</p><img src="images/plate013.jpg" alt="13" width="269" height="491"><p class="first">GROOT HOEFBLAD. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate014width" id="plate014"> -<p class="figureHead">14</p><img src="images/plate014.jpg" alt="14" width="272" height="495"><p class="first">GROOT HOEFBLAD ONTLUIKEND. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate015width" id="plate015"> -<p class="figureHead">15</p><img src="images/plate015.jpg" alt="15" width="265" height="489"><p class="first">VRUCHT VAN KLEIN HOEFBLAD. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate016width" id="plate016"> -<p class="figureHead">16</p><img src="images/plate016.jpg" alt="16" width="264" height="491"><p class="first">ENGELSCH GRAS. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate017width" id="plate017"> -<p class="figureHead">17</p><img src="images/plate017.jpg" alt="17" width="266" height="488"><p class="first">AKKERPAARDESTAART. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate018width" id="plate018"> -<p class="figureHead">18</p><img src="images/plate018.jpg" alt="18" width="267" height="490"><p class="first">VELDBIES. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate019width" id="plate019"> -<p class="figureHead">19</p><img src="images/plate019.jpg" alt="19" width="264" height="496"><p class="first">SLEUTELBLOEM. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate020width" id="plate020"> -<p class="figureHead">20</p><img src="images/plate020.jpg" alt="20" width="271" height="493"><p class="first">RUIGE VELDKERS. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate021width" id="plate021"> -<p class="figureHead">21</p><img src="images/plate021.jpg" alt="21" width="269" height="493"><p class="first">GOUWE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate022width" id="plate022"> -<p class="figureHead">22</p><img src="images/plate022.jpg" alt="22" width="269" height="496"><p class="first">WELRIEKEND VIOOLTJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate023width" id="plate023"> -<p class="figureHead">23</p><img src="images/plate023.jpg" alt="23" width="272" height="495"><p class="first">HONDSROOS. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate024width" id="plate024"> -<p class="figureHead">24</p><img src="images/plate024.jpg" alt="24" width="270" height="495"><p class="first">VRUCHT VAN VIOOLTJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<p>Men had er ’t gras gemaaid en ingezameld, maar er waren kleine prakjes blijven liggen, -dat waren nu bruinachtige hooimassa’s op het donkergroene kleed. En onder die hooipruikjes -hadden nu de graspiepers hun nestjes gemaakt, daar ze op het vlakke veld geen beter -bescherming tegen den guren Noordooster konden vinden. In minder <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>dan geen tijd hadden we een half dozijn nesten gevonden, elk nisje had zijn heilige. -En buitengewoon aardig was het, toen op een afstand te gaan liggen met den kijker. -De vogeltjes keerden terug op hun nest en je zag de zwarte kraaloogjes vlak over de -onderdeur kijken. Het was, om zoo te zeggen, een heel kampement van graspiepers. -</p> -<p>Als zich in de Wadden of de Zeeuwsche stroomen een nieuw eilandje vormt en een slibbank -achter een zandwal met gras begroeid raakt, dan is de graspieper de eerste zangvogel, -die de nieuwe weide koloniseert. Daarom houd ik zooveel van hem. -</p> -<p>Ik zat nu al een kwartier te spoelen en er was ook al heel wat gebeurd. Behalve de -leeuwerikken en de graspiepers had ik nog een klein zwart monstertje gezien, dat de -sloot overzwom: een waterspitsmuis, nog al een rakkerd, want als hij geen insecten -genoeg kan vinden, om zijn eeuwig durenden honger eenigszins te bevredigen, dan doet -hij zich te goed aan eieren en jonge vogels. -</p> -<p>De spriet riep nog van tijd tot tijd. Ik had nog lang niet al de aarde uit de wortels -weggespoeld. Die grassen maken onder den grond zooveel stengels en zijtakken, dat -ze door elkander heen groeien tot een waar vlechtwerk. Uit die stengels ontspringen -ontelbare worteltjes, die buitengewoon stevig de aardkorreltjes vasthouden en zoo -vormt dan de heele grasmassa van de wei een samenhangend geheel, dat men de graszode -noemt. De andere planten moeten nu maar zien, dat ze met hun wortels in of onder die -zode ook nog een plaatsje vinden, en wie daar niet in slaagt, kan in de wei niet aarden. -</p> -<p>De ratelaar, de oogentroost (<a href="#plate086">86</a>) en het kartelblad (<a href="#plate085">85</a>) hebben het makkelijk genoeg, want hun zitten de graswortels niet in den weg, integendeel. -Hoe meer wortels, hoe liever, des te vlugger kunnen ze een voldoenden voedselvoorraad -bijeenstelen en dan behoeven hun zuigworteltjes niet zoo bijzonder dik te zijn. En -juist door die dunheid breken ze zoo spoedig af en is het zoo moeilijk, er iets van -te zien te krijgen. -</p> -<p>Ik weet niet of er onder de duizenden albumlezers wel veel zijn, die zich de moeite -willen getroosten, om eens de een of andere van die „half-parasieten” uit te spoelen. -Je moest het heusch eens probeeren. Vroeg of laat echter ga je ongeduldig worden en -trekken aan den ratelaar zelf en dan is ’t meteen mis, want al de zuigworteltjes breken -af en je staat dan nog al onnoozel te kijken naar het kale karige wortelstelletje, -dat onder aan die plant zit. Wie het goed ten einde brengt, moet gras met woekerplant -voorzichtig drogen en bewaren, ’t is iets waar je grootsch op kunt zijn, ik geloof -niet, dat er op ’t oogenblik tien jongens of meisjes in ons land zijn, die zoo iets -in hun plantenverzameling hebben. -</p> -<p>Wel, met mijn spoelerij liep het ditmaal ook weer mis. Ik gooide den heelen boel in -de sloot en stapte op, om naar huis te gaan. De spriet zat sarrend te roepen ergens, -naar ik oordeelde, in een plekje vol bloeiende orchideeën. -<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p> -<p>Juist toen ik de wei ging verlaten, kwam daar een spoorwegarbeider aan, die ook belang -in den spriet stelde, doch niet vriendschappelijk. Hij had zich nu eenmaal in het -hoofd gezet, dat hij een hekel aan het dier had, omdat zijn geroep hem niet beviel -en mij wel te kennen gegeven, dat hij loerde op een gelegenheid, om dien vervelenden -schreeuwleelijk een stuk steenkoolslak naar zijn kop te gooien. -</p> -<p>Hij had juist vrij en toen hij hoorde, dat ik er op uit was, om den spriet te zien -te krijgen, bood hij aan, om mij te helpen en toen gingen wij er samen op los: liefde -en haat. Ik hoopte stilletjes, dat juist door die jacht de haat van den spoorwegman -in liefde zou verkeeren en dat is mooi uitgekomen ook. We jaagden den vogel ruim een -half uur, nu eens voorzichtig sluipend, dan weer hollend en dravend. Wij raakten aardig -opgewonden en de spriet ook, want die liep eenmaal pardoes uit ’t gras tegen den baggerwal -langs den slootkant op en stond daar toen uit alle macht te kraken. -</p> -<p>„Wat een klein mormel”, zei de spoorwegman, maar ik hoorde al liefkoozing in zijn -ruwe uitdrukking. We hadden ons doel bereikt en gingen tevreden heen. Of de spriet -tevreden was, dat zou ik niet durven zeggen, in ieder geval had hij een goede oefening -gehad. En geschaad heeft ’t hem niet, want hij heeft er een vriend door gewonnen. -De spoorwegman wist mij zelfs te vertellen, dat hij later een troepje van kleine zwarte -vogeltjes langs den slootkant heeft zien hollen en dat kunnen niet anders geweest -zijn dan de jonge sprietjes. Hij had er echt schik in. -</p> -<p>Het vinden van een sprietennest is altijd een meevallertje. Het ligt diep onder ’t -gras, de grashalmen zijn er over heen gebogen. Zoo als ’t bekende versje zegt: „In -Mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve de kwartel en de spriet, die leggen in de -Meimaand niet” wacht onze vogel met broeden, totdat hij in de hooge Junigrassen een -veilige nestplaats vindt. -</p> -<div class="figure o012width"><img src="images/o012.png" alt="" width="141" height="132"></div><p> -<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="divNum">II.</span> PALMPASCHEN.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure p013width"><img src="images/p013.png" alt="" width="720" height="272"></div><p> -</p> -<div class="figure floatLeft"><img src="images/initial-a.png" alt="A" width="190" height="190"></div> -<p class="first">ls in Februari de kievieten van hun korte winterreis terugkeeren in ’t weiland, dan -ziet het er veel minder frisch uit, dan toen zij het in den voorwinter verlieten. -De oude grasblaadjes zijn allemaal wit geworden en liggen geplakt tegen den natten -grond. Hier en daar groent wat mos, doch meestal is dat zelf weer overdekt met duizenden -roodbruine draadfijne stengeltjes met sporendoosjes er bovenop. Enkele verwaaide madeliefjes -met bleekgele hartjes en waterige witte lintbloempjes vertoonen zich langs den greppelkant, -maar zij lijken eer te behooren tot den ouden herfst dan tot de nieuwe lente. -</p> -<p>Sneeuwklokjes bloeien in onze weiden niet, dat zijn eigenlijk niet anders dan gekweekte -tuinplantjes en als je ze vindt langs dijken en wegen, dan zijn ze weggeloopen uit -de boerentuintjes, met rommel op den dijk gebracht, misschien ook uit aardigheid door -een kind daar geplant. -</p> -<p>De kievit kent den tijd van ’t jaar echter aan nog andere dingen dan aan de kleur -van ’t gras. Hij ziet de spreeuwen (<a href="#plate052">52</a>) in hun donker voorjaarskleed, dat, even als ’t zijne, schittert in alle kleuren -van den regenboog; hij hoort de leeuwerik zingen hoog in de lucht en toen hij onder -de grasstengels rondpikte naar kleine grauwe slakjes, heeft hij gezien, dat onder -het grauwe gras de wei al heelemaal groen is, de jonge spruiten behoeven nog maar -een halven centimeter hooger te komen, dan is de lente in het land. Het eene jaar -gebeurt het wat vroeger dan ’t andere, maar midden Maart is de zaak toch meestal in -orde. -</p> -<p>Het eerst komen aan de beurt de zonnige plekjes en de greppelkanten, de zuidhelling -<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>van den dijk, de noordoevers van de slooten. Wij hadden vroeger een hekdam, die liep -precies oost-west en had dus een zuidhelling en een noordhelling. Welnu, de plantengroei -aan beide kanten van dien dam verschilde zoo, dat we de eene helling Nizza en de andere -Sewerowotstotsnoj noemden. Op den laatsten naam waren we niet weinig grootsch en nieuwe -vrienden moesten gemiddeld een half jaar in hun Atlas snuffelen, eer ze recht wisten, -wat er mee bedoeld werd. -</p> -<p>Wat hebben we daar op Nizza heerlijke uren doorgebracht. De sloot leverde een onuitputtelijken -voorraad waterdieren. Het oeverrandje, dat vol lag met kleine brokjes riet en rommel, -was al warm en droog, nog voordat het ijs uit ’t water was verdwenen en dan kwamen -daar goudbronzen oeverkevertjes rondloopen, pas uitgebroken uit hun winterverblijf. -</p> -<p>Zoo’n kever-overwinteringshol vonden we eens tegen den hekpaal, twee decimeter diep -onder den grond. We waren te weten gekomen—ik weet waarlijk niet hoe—dat je in den -winter aan zuidkanten van boomen en palen onder den grond heele regimenten kevers -kon vinden, die daar gezellig overwinteren. Nu leken ons de hekpalen van Nizza al -zeer bijzonder voor dat doel geschikt. Wij aan ’t graven en jawel hoor, we vonden -een heele kluit van kevers, allemaal loopkevers, van die lange, slanke torren met -ranke pooten: een veertigtal van vier verschillende soorten. -</p> -<p>Daar had je de groote groene gouden loopkever, de vriend mijner jeugd, dan nog een -heel donkergroene met zes rijen koperen knoopen op zijn rug, waar ik later nog wel -eens van hoop te vertellen, dan nog een iets kleinere groenbronzen (<a href="#plate008">8</a>) met allerlei strepen en kettinkjes over zijn rug en eindelijk nog een heel donker -violette (<a href="#plate007">7</a>). Van de beide laatste waren er ’t meest, die komen dan ook trouwens ’t meest algemeen -voor. -</p> -<p>Ik mag hier wel even tusschen twee haakjes zeggen, dat de keverkundigen bij de woorden -„goud” en „brons” aan andere kleuren denken dan aan gouden tientjes of bronzen centen. -In de gauwigheid kan ik dat niet zoo precies beschrijven, ’t best is maar, dat je -probeert die kevers zelf te pakken te krijgen, dan snap je meteen de bedoeling. -</p> -<p>De buit, die wij in Nizza behaalden, werd behoorlijk verdeeld en ik stopte mijn portie -in de brandspiritus. Nog al met een gerust geweten ook, want ik meende, en ik geloof -wel, dat ik gelijk had—dat in hun winterverdooving die dieren niet zoo’n ergen doodstrijd -zouden hebben. -</p> -<p>Voor iemand, die juist in ’t drukst van ’t aanleggen van verzamelingen was, had zoo’n -vondst natuurlijk heel wat te beteekenen. Alles ging in een groote stopflesch, die -bij ons thuis om de kleur van de spiritus en om ’t donkere rommeltje op den bodem -schertsend de trekpot werd genoemd. ’s Avonds, of als ’t slecht weer was, vischte -ik uit die trekpot al mijn dieren weer op en dan werden ze netjes opgezet met de pooten -<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>mooi in de loophouding en de sprieten recht vooruit. Een aardig geduldwerkje, vol -verrassingen. Soms had je met negen spelden alles kant en klaar, een andermaal waren -de pooten zoo weerbarstig, dat er zes spelden noodig waren, om er één behoorlijk op -zijn plaats te krijgen. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate025width" id="plate025"> -<p class="figureHead">25</p><img src="images/plate025.jpg" alt="25" width="493" height="271"><p class="first">KLIMOPBLAD-EEREPRIJS. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate026width" id="plate026"> -<p class="figureHead">26</p><img src="images/plate026.jpg" alt="26" width="494" height="269"><p class="first">BRAAM. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<div class="figure plate027width" id="plate027"> -<p class="figureHead">27</p><img src="images/plate027.jpg" alt="27" width="490" height="267"><p class="first">HUISJESSLAKKEN. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight"> -<div class="figure plate028width" id="plate028"> -<p class="figureHead">28</p><img src="images/plate028.jpg" alt="28" width="492" height="268"><p class="first">ZEESPURRIE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate029width" id="plate029"> -<p class="figureHead">29</p><img src="images/plate029.jpg" alt="29" width="490" height="271"><p class="first">AKKERWINDE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate030width" id="plate030"> -<p class="figureHead">30</p><img src="images/plate030.jpg" alt="30" width="495" height="270"><p class="first">HOPKLAVER EN BLAUWTJES. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate031width" id="plate031"> -<p class="figureHead">31</p><img src="images/plate031.jpg" alt="31" width="267" height="496"><p class="first">GEWONE EEREPRIJS. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate032width" id="plate032"> -<p class="figureHead">32</p><img src="images/plate032.jpg" alt="32" width="272" height="496"><p class="first">SCHERPE BOTERBLOEM. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate033width" id="plate033"> -<p class="figureHead">33</p><img src="images/plate033.jpg" alt="33" width="273" height="497"><p class="first">NETELBLAD EEREPRIJS. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate034width" id="plate034"> -<p class="figureHead">34</p><img src="images/plate034.jpg" alt="34" width="272" height="496"><p class="first">PAARDEBLOEM SLAPEND. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate035width" id="plate035"> -<p class="figureHead">35</p><img src="images/plate035.jpg" alt="35" width="272" height="498"><p class="first">MADELIEFJE SLAPEND. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate036width" id="plate036"> -<p class="figureHead">36</p><img src="images/plate036.jpg" alt="36" width="272" height="495"><p class="first">PAARDEBLOEMVRUCHT. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<p>Wat heb ik een pleizier gehad van dat verzamelen. Ik had van alles: planten, insecten, -schelpen, steenen, versteeningen, krabbenpooten, verdroogde zeesterren, alles wat -maar buiten te verzamelen was. Van heel veel dingen wist ik de juiste namen niet, -maar heel veel kwam ik te weten uit een Duitsch boek, dat ik in ’t begin maar half -begreep en voor een paar kwartjes gekocht had op een oude-boeken-stalletje. Later -kreeg ik hulp van alle kanten, maar die eerste tijd was toch de leukste, allemaal -vinden en ontdekken. -</p> -<p>Natuurlijk tastte ik vaak mis. Door het onoplettend lezen van eene beschrijving kwam -ik er toe, om een paar jaar lang het roodstaartje te betitelen met den naam van goudvink, -maar dat kwam later wel terecht. De tegenwoordige jongelui hebben het heel wat makkelijker -dan wij in onze jeugd, maar daarvoor wordt er ook al weer heel wat meer van hen gevergd. -</p> -<p>Maar we zouden Nizza heelemaal vergeten, ons toevluchtsoord in Maart. Het eerste bloempje, -dat er bloeide, was ’t klein hoefblad (<a href="#plate011">11</a>, <a href="#plate015">15</a>) en als dat in de warme zon zijn stralen uitspreidde, dan kwamen er uit den grond -ook al dikke paarse proppen te voorschijn, die aan hun top openbarstten en daaruit -verrees dan de bloeistengel van het groot hoefblad (<a href="#plate013">13</a>, <a href="#plate014">14</a>). -</p> -<p>De aanwezigheid van die twee planten maakte, dat er haast geen gras op dien dam groeide, -want in den zomer werd er de grond geheel overschaduwd door de groote bladeren van -die planten, want je kunt de bladeren van klein hoefblad ook gerust groot noemen. -Die van het groote zijn toch nog altijd weer viermaal zoo groot en zijn ook gemakkelijk -te kennen aan den mooien stijven rand, die ’t begin van de bladschijf steunt en niets -anders is dan een dikke zijnerf. -</p> -<p>Wij vonden het klein hoefblad aardiger dan het groot; het leefde zoo echt met de zon -mee. Bij donker weer bleven de kopjes dicht, maar als de zon te voorschijn kwam, dan -zag je binnen enkele minuten de gele straalbloempjes omslaan naar buiten en dan gingen -ook de kleine bekervormige bloempjes open, die het hartje vormen. -</p> -<p>Dan kwamen vliegen, hommels en vlinders opdagen en dan was ’t aardig, om te zien, -hoe die hun zuigsnuiten in de bloempjes staken: de vlieg een dik rond slurfje, de -hommel iets dat wel leek op een blinkend mes en de vlinder een dun zwart draadje, -dat hij allerkoddigst kon knikken en krommen. -</p> -<p>Het groot hoefblad kreeg veel minder bezoek dan ’t klein en later in ’t jaar had <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>het ook lang niet zulke mooie vruchtjes. Dan prijkt het kleine hoefblad met een mooi -pluishoofdje, veel zachter en zijiger dan dat van de paardebloem. Wie ’t wil nasnuffelen -kan zien, dat die pluisvruchtjes alleen afkomstig zijn van de stralende lintbloempjes, -de mooie bekerbloempjes middenin dienen alleen, om stuifmeel voort te brengen. -</p> -<div class="figure p018width"><img src="images/p018.png" alt="" width="720" height="366"></div><p> -</p> -<p>Soms kwamen er ook hoefbladbloempjes te voorschijn binnen het hek, op de wei zelf, -maar dan kwam al heel gauw de boer opdagen, om ze uit te spitten. Hij hield meer van -gras in de wei en was ook al lang van plan, die hoefbladplanten van den hekdam uit -te roeien, want van daar woei natuurlijk ’t zaad in de wei en ook maken ze lange uitloopers -onder den grond, die met plezier onder een hek doorkruipen en wijd en zijd de buurt -onveilig maken. Gelukkig kon hij er nooit den tijd voor vinden en zoo bleven wij in -’t bezit van onze mooie bloemen. -</p> -<p>In de wei zelf was in ’t heel vroege voorjaar niet zoo heel veel te vinden. Schuins -links achter het hek had je eerst een geheel kale plek, waar ’t paard altijd stond -te mijmeren in zijn vrijen tijd. Daarachter lag het ruime veld met grijs oud gras -met jonge sprietjes en met allerlei klein goed, dat later bloeien zou en dat alles -min of meer pimpelpaars zag van de zon, het voorjaar en de lage temperatuur. -</p> -<p>Het meest frisch zag nog de ruige veldkers (<a href="#plate020">20</a>) er uit, een verwant van de zoozeer beroemde en geliefde pinksterbloem (<a href="#plate037">37</a>). Deze ruige veldkers is meestal heelemaal niet ruig, maar gladjes en groen en hij -bloeit ook al heel vroeg, tegelijk met ’t hoefblad, met heel bescheiden witte kruisbloempjes. -</p> -<p>Zulke kruisbloemen of cruciferen behooren in hun bloem zes meeldraden te hebben, <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>vier lange en twee korte, maar die ruige veldkers schijnt geen tijd en gelegenheid -te hebben, om ze alle zes te fabriceeren en vergenoegt zich dus in den regel met vier. -</p> -<p>Hij slaagt er meestal in, mooi weer of geen mooi weer, om zijn lange hauwvruchten -te rijpen. Dat gebeurt dan in Mei en Juni en dan hebt ge zooveel aandacht noodig voor -al de andere duizenden planten en dieren, dat ge dit nederig voorjaarsplantje allicht -vergeet. Toch moet ge hem dan nog eens opzoeken, en even de rijpe hauwen aanraken -aan hun punt. Dan springen ze met een ruk uit elkander en de kleine zaadjes worden -weggeslingerd tot wel drie of vier meter ver; dat moet ge bij gelegenheid maar eens -zelf nameten. -</p> -<p>De ruige veldkers is dus de voorlooper van de pinksterbloem en zoo mogen we de klimopbladige -eereprijs (<a href="#plate025">25</a>) beschouwen als de voorlooper van de beroemde blauwoog, de gamander-eereprijs, die -we in Mei zullen vinden. -</p> -<p>’t Is anders niet zoo ineens te zien, dat die klimopbladige behoort tot zoo’n doorluchtig -geslacht. Alleen als je een van de bleekblauwe bloemkroontjes, die zoo gemakkelijk -afvallen, terdege bekijkt, ontdek je de twee meeldraadjes, die hun voornaamste kenmerk -uitmaken. De stengelbladeren vertoonen den echten klimopvorm, dus de naam is goed -gekozen. -</p> -<p>Dit kleine eereprijsje groeit niet in ’t dichtst van de wei, maar op verwaarloosde -plekken en langs heggen en boschkantjes, waar hij zich heel gelukkig gevoelt in gezelschap -van paarse doovenetel, sterremuur, kruiskruid en meer dergelijk gespuis. -</p> -<p>Evenals al die andere is hij een echte snelgroeier en niet bang voor een beetje kou -of barheid. Midden in den winter ontkiemen de zaadjes al, zoodat begin Maart de bloempjes -al voor den dag kunnen komen. -</p> -<p>Toch blijft de wei de heele Lentemaand door nog stug van uiterlijk, slechts gaandeweg -wordt ’t beter en als ’t eerste kievietsei eenmaal gevonden is, begint het er aardig -uit te zien. -</p> -<p>De groote groene donkere proppen, die dotterbloemen (<a href="#plate001">1</a>) zullen worden, beginnen zich te ontrollen en gaan er werkelijk uitzien als stengels -met bladeren. De stengelstukken zijn in ’t eerst nog wel kort, maar de bladeren vertoonen -al hun mooien niervorm. ’t Is een lust te zien, hoe mooi ze geaderd zijn en gekarteld -langs den rand. Midden in elk karteltje zit een wit plekje en daar eindigt ook een -ader of nerf in. Al die witte plekjes zijn een soort van zweetkliertjes, die helpen -de bladeren om het overtollige water weg te krijgen. -</p> -<p>De eerste dotterbloem-bloem (<a href="#plate002">2</a>) vind ik ook nog in Maart, de laatste nog in Juni en elk jaar zijn er ook weer van -die dotters, die op ’t eind nog weer eens in bloei komen en het uithouden tot laat -in October. Toch blijft Palmpaschen de mooiste dotterbloementijd, tegelijk met den -mooisten bloei van de waterwilgen. -<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p> -<p>Alles is dan geel in de wei en ’t is volkomen in den haak, dat dan ook in groot aantal -de gele kwikstaartjes (<a href="#plate109">109</a>) aankomen, mooie, vlugge vogeltjes met lichtblauwe kopjes, keel en borst zoo geel -als van een kanarie en de staart, zooals alle kwikstaarten die hebben, lang en bont -en bewegelijk. -</p> -<p>Ze komen aan in kleine troepjes; ’t is zeer goed mogelijk, dat elke troep bestaat -uit een of meer gezinnen van ’t vorig jaar, die bij elkander zijn gebleven en al dien -tijd elkanders lief en leed hebben gedeeld. Ook nu blijven ze nog geruimen tijd bijeen, -insecten zoekend op en tusschen de schapen, krijgertje spelend in ’t gras of pronkend -op den zwarten bagger langs den slootkant. Daar zie je ze dan op hun mooist. -</p> -<p>Over een poosje maken zij hun nest, ook alweer verborgen onder ’t gras in holten langs -greppelranden en heel moeilijk te vinden. Er liggen tot vijf of zes grijsbruin-gevlekte -eieren in. -</p> -<p>Eens heb ik er een gevonden bij ’t zoeken naar viooltjes. Als ’t Maart werd, dan gingen -wij jongens er altijd op uit met een zakmes en een bloempot, om viooltjes (<a href="#plate022">22</a>) uit te steken. Ik herinner mij nog, hoe we ze zochten op een kleiig plekje langs -den Ouden Rijn, jaar in jaar uit en altijd vonden wij er. Je sneed dan met je mes -in een kring rondom ’t polletje, zoodat je een afgeknotten kegel kreeg, die juist -in de bloempot paste, ik voel nog het inpersen van die vette klei. En hoe aardig stonden -de enkele grassprietjes om ’t plantje; een paar donkerblauwe bloempjes verspreidden -hun geuren, andere waren nog in knop, we konden altijd wel een maand lang plezier -van ons potje hebben. -</p> -<p>Er waren nog al veel kinderen, die daar viooltjes haalden, maar gelukkig was de voorraad -groot genoeg; er groeiden er zooveel, dat de heele wei er van geurde. Er stonden boomen -om die wei, oude eiken. Eigenlijk geloof ik, dat er op die plek vroeger een buiten -of een boerderij had gestaan en dat die viooltjes evenals de sneeuwklokjes bijna altijd -als ontsnapte tuinplanten moeten worden beschouwd. -</p> -<p>Wij namen natuurlijk de mooiste polletjes en lieten de niet bloeiende staan. We wisten -toen niet, dat de viooltjes later in den tijd, in de zomermaanden, nog eens bloeien, -maar dan met heel kleine groene bloempjes, die je nooit te zien krijgt, als je niet -weet, dat ze bestaan en als je er niet opzettelijk naar zoekt. -</p> -<p>’t Zijn kleine groene spitse knopjes aan nogal lange steeltjes. Ze liggen vlak bij -den grond en de vruchten (<a href="#plate024">24</a>), die ze opleveren, komen ook op den grond te liggen; die zijn groot en zwaar genoeg. -Ze springen open met drie kleppen en die krullen ineen, zoodat ze de dikke zaden wegschieten -net zooals iemand een kersepit tusschen duim en vinger wegschiet. De mieren sjouwen -die zaden weer verder en zoo kan dan een heele buurt vol viooltjes raken. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate037width" id="plate037"> -<p class="figureHead">37</p><img src="images/plate037.jpg" alt="37" width="275" height="502"><p class="first">PINKSTERBLOEM. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate038width" id="plate038"> -<p class="figureHead">38</p><img src="images/plate038.jpg" alt="38" width="268" height="495"><p class="first">ZURING EN AKKERHOORNBLOEM. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate039width" id="plate039"> -<p class="figureHead">39</p><img src="images/plate039.jpg" alt="39" width="272" height="496"><p class="first">OEVERZEGGE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate040width" id="plate040"> -<p class="figureHead">40</p><img src="images/plate040.jpg" alt="40" width="271" height="495"><p class="first">HOMMEL OP SMEERWORTEL. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate041width" id="plate041"> -<p class="figureHead">41</p><img src="images/plate041.jpg" alt="41" width="274" height="500"><p class="first">ZOMERKLOKJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate042width" id="plate042"> -<p class="figureHead">42</p><img src="images/plate042.jpg" alt="42" width="274" height="497"><p class="first">AARDHOMMEL OP WITTE DOOVENETEL. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate043width" id="plate043"> -<p class="figureHead">43</p><img src="images/plate043.jpg" alt="43" width="271" height="497"><p class="first">HARLEKIJN ORCHIS. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate044width" id="plate044"> -<p class="figureHead">44</p><img src="images/plate044.jpg" alt="44" width="275" height="499"><p class="first">GEVLEKTE ORCHIS. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate045width" id="plate045"> -<p class="figureHead">45</p><img src="images/plate045.jpg" alt="45" width="277" height="500"><p class="first">WELRIEKENDE NACHTORCHIS. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate046width" id="plate046"> -<p class="figureHead">46</p><img src="images/plate046.jpg" alt="46" width="274" height="498"><p class="first">HANDEKENSKRUID. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate047width" id="plate047"> -<p class="figureHead">47</p><img src="images/plate047.jpg" alt="47" width="274" height="498"><p class="first">KIEVIETSBLOEM. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate048width" id="plate048"> -<p class="figureHead">48</p><img src="images/plate048.jpg" alt="48" width="273" height="498"><p class="first">WOLLEGRAS. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p> -<p>Doch heel veel zijn er toch niet in onze Hollandsche wei; ’t meest vind ik ze nog -op de dijken en daar zie ik dan ook ’t meest de mooie parelmoervlinder (<a href="#plate105">105</a>), die zijn eitjes op de viooltjes legt. -</p> -<p>Als er heerlijke geuren uit de wei opstijgen in April en Mei, dan zijn die meestal -wel afkomstig van de beide reukgrassen. Het eene heet „reukgras” zonder meer, het -andere veenreukgras. Ze zijn allebei nog al gemakkelijk te vinden, want ’t zijn de -grassen, die het vroegst bloeien, alleen de vossestaart houdt hen dan gezelschap en -die is aan zijn zachte cilindervormige aarpluim al heel gemakkelijk te onderscheiden. -Het veenreukgras groeit liefst op vochtige plaatsen, langs slooten en greppels. Doorgaans -heeft het een bruinachtig tintje. De pluim is nog al wijd vertakt en bestaat uit veel -bloempakjes, die aan kronkelsteeltjes neerhangen. Dat maakt dat dit gras in den bloei -wel wat gelijkt op het meer bekende trilgras, dat we in Mei vinden. -</p> -<p>Wie er lust in heeft en er niet tegen opziet, om even een loupe te gebruiken kan op -droge zonnige Aprildagen gemakkelijk de meeldraden en stampers van dit gras te zien -krijgen, als ze uit de bruine of violette kafjes naar buiten groeien. Maar veel beter -gaat dit nog bij het gewone reukgras. Het begint te bloeien met een tamelijk dichte -doch kleine aarpluim, die uit langwerpige bloempakjes bestaat. ’s Morgens komen daaruit -nu de meeldraden te voorschijn, uit elk bloempje twee; bij de meeste andere grassen -bedraagt dat getal drie. -</p> -<p>O, wat heb ik daar al dikwijls met genoegen naar zitten kijken! Je kiest een bloempje, -dat al de paarse helmknoppen laat zien, en blijft dan wachten. Telkens komt dan met -een schokje die helmknop een klein eindje hooger, dat kun je vaak ook zonder loupe -al zien. Eindelijk is de helmknop er heelemaal uit, maar nu is ’t nog niet gedaan, -want nu schiet de helmdraad, een mooie witte helmdraad, al hooger en hooger op, totdat -de paarse helmknoppen twee centimeter buiten de bloem uitsteken en daar bibberend -en trillend met ieder zuchtje van den wind hun fijne stuifmeel uitstrooien. -</p> -<p>Je hebt in Münchhausen’s leugenboek wel eens gelezen van dien man, die het gras kon -hooren groeien en dat is wel aardig, om aan te denken. Maar nog duizendmaal aardiger -vind ik het, om met mijn eigen oogen het gras te zien groeien en dat zie je nergens -zoo goed als bij het reukgras. -</p> -<p>De geur van die reukgrassen is later de geur van ’t hooi, maar zoover zijn we met -Palmpaschen nog niet. -</p> -<p>Er bloeit nog zoo’n klein dingetje, dat de meeste menschen over het hoofd zien, maar -dat eigenlijk toch veel te mooi is om vergeten te worden. Het lijkt net een soort -van gras, maar de bladeren zijn met lange zijde-achtige haren bezet en als de <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>bloempjes uit de bruine pluim op een warmen lentemorgen goed open staan, dan zie je -dat ’t mooie zespuntige sterrebloempjes zijn, met aardige stampers en meeldraden en -’t is nog moeilijk genoeg, om een echt onderscheid te vinden tusschen deze verschoppelingetjes -en de trotsche lelies. Deze „veldbies” (<a href="#plate018">18</a>) groeit ’t liefst in zandige niet al te natte weiden. -</p> -<div class="figure p024width"><img src="images/p024.png" alt="" width="720" height="364"></div><p> -</p> -<p>Daar komt dan ook de akkerpaardestaart (<a href="#plate017">17</a>) te voorschijn, die meer lijkt op een stukje speelgoed, dan op een plant. De stengel -is opgebouwd uit een aantal verdiepingen die met mooie tandrandjes aan elkaar sluiten. -Bovenop zit een soort van bijenkorfje dat bestaat weer uit kransen van aardige doosjes, -waaruit een groen poeder te voorschijn komt. Dat zijn de sporen en daaruit komen ten -slotte na allerlei avonturen weer nieuwe paardestaartplantjes opschieten. Behalve -deze sporendragende twijgen komen later groene twijgen te voorschijn met kransen van -takjes en die kan je ook al weer in stukjes trekken. -</p> -<p>Als een boer je bezig ziet met ’t vernielen van paardestaarten dan kijkt hij niet -ontevreden, want hij beschouwt die paardestaarten als een gevaarlijk onkruid. -</p> -<p>Er zijn in ons land heel wat verschillende soorten van weiden en elke soort is mooi -op zijn eigen manier. Die van ’t Hollandsch laagveen hebben in ’t vroege voorjaar -niet hun allermooisten tijd, al gaan ze soms heelemaal schuil onder de pracht en praal -van de dotterbloemen. Ze liggen dan nog veel te kil en te open in hun omlijsting van -slooten. De weiden langs den zeekant zijn ’t langste dor, alleen bloeit daar in April -het lepelblad, maar later komt er mooi Engelsch gras (<a href="#plate016">16</a>) en de aardige zeespurrie (<a href="#plate028">28</a>). -<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p> -<p>De Zeeuwsche en Geldersche weiden echter hebben vaak hagen of brokken heg van meidoorn -(<a href="#plate006">6</a>), sleedoorn (<a href="#plate005">5</a>) met hondsroos (<a href="#plate023">23</a>) en braam (<a href="#plate026">26</a>) en dat geeft weer heel wat afwisseling. Al in Maart begint de meidoorn zich heelemaal -met groen te bespikkelen, doordat de knoppen bersten en zwellen en terzelfder tijd -gaan aan de sleedoorn zich al bloemknoppen ontwikkelen, zoodat met half April de hagen -heelemaal in den bloesem zitten en het na een buiïgen dag haast niet uit te maken -is, of een weirand onder de sneeuw ligt of met bloeiende sleedoorns is bezet. Als -ik zoo’n heestergroepje langs de wei zie, dan koers ik er dadelijk op af, want ik -weet zeker, dat daar altijd iets moois te zien of te beleven is. Natuurlijk staat -het speenkruid (<a href="#plate004">4</a>) er in grooten overvloed, het aardig boterbloemachtig sterrebloempje, dat ook wel -veel staat in de wei zelf en langs de dijken, maar toch eigenlijk tehuis behoort in -heg en bosch. -</p> -<p>Daar staat ook nog een ander heggekruid, de stinkende gouwe (<a href="#plate021">21</a>) of liever kortweg „gouwe” of „groote gouwe”, want met dat stinken is het zoo erg -niet. Wel krijg je gele vlekken aan je vingers als je de bloem plukt, want stengels -en bladeren zijn geheel doortrokken met kanalen vol geel melksap. Den eenen dag is -het geler dan den anderen en in de wortels is het dikwijls oranje bij steenrood af. -</p> -<p>Als je haast nog niets van planten afweet en wel eens hebt hooren praten van kruisbloemen, -dan beschouw je de gouwe met zijn vier kroonblaadjes ook al licht als een kruisbloem, -dus als familie van koolzaad, pinksterbloem of veldkers. Maar als je beter toekijkt, -dan zie je wel aan de groote menigte meeldraden, dat we hier met heel wat anders te -doen hebben en dat onze vriend met het gele melksap behoort tot de familie van de -klaprozen. In die zeer juiste meening wordt je nog versterkt, als je ziet hoe bij -’t opengaan van de bloem de twee kelkblaadjes worden afgestooten en hoe dan de vier -kroonblaadjes gekreukeld en verfomfaaid uit hun dichte omknelling te voorschijn komen. -De gouwe opent zijn eerste bloem in ’t midden van April en blijft voortbloeien tot -in October toe. -</p> -<p>Op den bloeienden sleedoorn wemelt het van bijtjes (<a href="#plate010">10</a>), kleine wilde bijtjes, die ook alle omtrent Palmpaschen uit den grond komen kruipen. -Ze hebben daar in de diepte, soms 5 <abbr title="centimeter">c.M.</abbr> diep, soms twee <abbr title="decimeter">d.M.</abbr>, hun heele jeugd doorgebracht; eerst als witte made peuzelend van den honig- en stuifmeelvoorraad, -die hun moeder daar voor hen had bijeengebracht, in elk kamertje juist genoeg voor -de ontwikkeling van een jong. Later verpoppen ze en als de lente komt, zijn ze gereed, -om zich een weg te banen naar de frissche lucht en het heldere zonlicht, dat ze nog -nooit hebben gezien, en naar de mooie bloemen, waar niemand ter wereld hen van verteld -heeft en waarop ze toch dadelijk hun kost moeten zoeken. -</p> -<p>Ik heb er vaak bijgestaan, dat die bijtjes uit den grond kwamen, honderden bij <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>honderden. Waar je ook keek, overal zag je kleine openingetjes ontstaan, twee voelsprietjes -wuifden onderzoekend in de ruimte en dan volgde langzamerhand het harige kopje en -’t ruige lijf. Die er al uit waren gekropen bleven nog een tijd rondvliegen boven -het opstandingsterrein, alsof ze er belang in stelden, hoeveel van de familie er wel -te voorschijn zouden komen. -</p> -<p>Dan gingen de mannetjes de wijfjes jagen en ten slotte zwermde de heele bende naar -de bloemen, naar de sleedoorn, de gouwe, ’t speenkruid, de dotterbloemen en het hoefblad. -En na een paar dagen zag je telkens nu hier dan daar weer zoo’n wijfjesbijtje hard -bezig met graven in denzelfden grond, waar ze juist uitgekropen was. -</p> -<p>Dag aan dag doet ze niet anders dan kamertjes maken, die ze vult met honig en stuifmeel -en waarop ze het lange geelachtige eitje legt, waaruit de witte made komt, die ’t -volgend jaar als bij weer uit den grond zal kruipen. Zoo gaat het voort, jaar in jaar -uit, altijd weer van voren af aan. -</p> -<div class="figure o026width"><img src="images/o026.png" alt="" width="120" height="115"></div><p> -<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="divNum">III.</span> ALS DE EEREPRIJS BLOEIT.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure p027width"><img src="images/p027.png" alt="" width="720" height="359"></div><p> -</p> -<div class="figure floatLeft"><img src="images/initial-d.png" alt="D" width="198" height="198"></div> -<p class="first">e mooie blauwe eereprijs (<a href="#plate031">31</a>) komt meestal in bloei omstreeks den eersten Mei, soms een dagje eerder, soms wat -later, maar heel dikwijls heb ik haar voor ’t eerst gezien juist op den eersten en -daar was ik dan heel blij om, hoewel het niets te beduiden heeft. Ook blijft het plantje -wel doorbloeien tot in September, maar ’t mooist is het toch in Mei. -</p> -<p>’t Is nu, terwijl ik dit schrijf, Januari, maar ik verheug mij er al op, dat iedere -dag ons nader brengt tot de Mei en als ’t eenmaal zoover is, dan ga ik lekkertjes -weer uren lang zitten bij de eereprijsjes, hetzij in mijn eigen tuin, waar ik ze een -eereplaats heb ingeruimd, hetzij aan den Vechtdijk of aan den Zuiderzeedijk, waar -ik groote plakkaten eereprijs weet te staan vlak bij meidoorns die in bloei gaan komen. -Groote bloeiende meidoorns aan den rand van de eindelooze wei. Hun laagste takken -hangen neer tusschen de graspluimen, zoodat de witte meibloesem gezellig komt buurten -bij boterbloem en vossestaart, eereprijs en wilde zuring. -</p> -<p>Uren lang bij de eereprijsjes. De witte wolken drijven langzaam langs de blauwe lucht -en tusschen ’t groene gras gaat telkens een nieuw blauw oogje open. Eerst steekt een -bleekblauw kegelspitsje uit groene kelkblaadjes, dat zwelt en opent zich aan zijn -top en dan ontrollen zich de vier kroonslippen zoo snel, dat je de beweging duidelijk -<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>kunt zien, maar altijd is ’t nog een verrassing, dat op eens een groot blauw bloempje -prijkt, waar eerst een bleeke knop was. -</p> -<p>En overal in ’t eereprijsveldje zijn de bloempjes aan ’t opengaan. Als je dat heel -mooi wilt zien, ga dan kijken in de morgenuren. Je behoeft niet zoo griezelig vroeg -te gaan, als voor andere natuurverschijnselen wel noodig is, ’t is al voldoende, als -je er bij bent zoo tusschen achten en tienen. Dan is ook het gras al droog, zoodat -je ongestoord kunt genieten. -</p> -<p>Als alle oogjes open zijn, dan zie je, dat ze verschillen; sommige zijn heel mooi -diep donkerblauw, andere bleek, waterig, paarsachtig. Die donkere zijn vandaag voor -’t eerst open, de andere hebben gisteren hun beau-jour gehad, gaan misschien vanavond -nog eens een keertje te ruste, maar als ze zich dan weer morgen openen, dan vallen -ze al heel gauw af, hun tijd is voorbij en zoo krijgen ze allemaal hun beurt. -</p> -<p>Geur verspreiden die bloempjes niet, maar de groote blauwe plas, die ze in ’t grasveld -vormen, wordt toch opgemerkt door de insecten en buitengewoon aardig is het, om te -zien, hoe gevleugelde snoepers van allerlei soort de bloempjes komen bezoeken. Nu -eens is het een klein gouden vlindertje, dan weer een graafbijtje, dat pas uit den -grond is gekropen, maar meestal zijn het bonte, blinkende zweefvliegen. -</p> -<p>Sommige zien er uit als wespen, andere als de gewone honigbij en ik ken wel menschen, -die ze om dat uiterlijk houden voor heel gevaarlijke dieren, die ze nooit zouden durven -beetpakken. ’t Aardigste is nog wel, dat de eene, die veel op de honigbij lijkt, zich -ook heeft aangewend, om op bijenmanier te vliegen: hij houdt zijn achterpooten net, -alsof hij daar een heele vracht stuifmeel aan zal gaan meedragen. -</p> -<p>Doch ’t is allemaal niets dan looze bangmakerij en als je een beetje oplet, dan merk -je dat hij niet alleen niet steken kan, maar zelfs niet eens in staat is, om een behoorlijk -gebrom ten gehoore te brengen. -</p> -<p>Hij heet dan ook gewoon weg „blinde bij” (<a href="#plate061">61</a>), niet omdat hij een bij zou zijn en niet kan zien, maar om dezelfde reden als de -mooie lipbloem, die zonder zijn bloemen zooveel op de brandnetel lijkt, den naam van -„doovenetel” (<a href="#plate042">42</a>) heeft gekregen. Er is er ook een, die weer heel veel lijkt op een zwart met wit -hommeltje, en die daarom dan ook hommelzweefvlieg (<a href="#plate064">64</a>) genoemd wordt. Deze zweefvliegen zijn al even trouwe bloemenvrienden als de bijen; -ze eten niet anders dan honig en stuifmeel. Maar ze nemen niets mee; want hun jongen -komen op heel andere manier aan den kost. -</p> -<p>Die van de blinde bij en ook die van bosch-zweefvlieg (<a href="#plate062">62</a>) en gestreepte zweefvlieg (<a href="#plate063">63</a>) hebben een nog al sombere jeugd. Onder den naam van „rotjes” leven ze in modderslooten, -stilstaande greppels en ook wel in gootjes, waarlangs in dorpen en op ’t platte land -het afvalwater van de keuken naar de slooten loopt. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate049width" id="plate049"> -<p class="figureHead">49</p><img src="images/plate049.jpg" alt="49" width="492" height="276"><p class="first">JEUGDIGE SPREEUW. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate050width" id="plate050"> -<p class="figureHead">50</p><img src="images/plate050.jpg" alt="50" width="498" height="274"><p class="first">GRASPIEPER. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<div class="figure plate051width" id="plate051"> -<p class="figureHead">51</p><img src="images/plate051.jpg" alt="51" width="488" height="274"><p class="first">SPREEUW IN DEN HERFST. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight"> -<div class="figure plate052width" id="plate052"> -<p class="figureHead">52</p><img src="images/plate052.jpg" alt="52" width="496" height="274"><p class="first">SPREEUW IN PRACHTKLEED. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate053width" id="plate053"> -<p class="figureHead">53</p><img src="images/plate053.jpg" alt="53" width="486" height="270"><p class="first">BROEDENDE KIEVIT. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate054width" id="plate054"> -<p class="figureHead">54</p><img src="images/plate054.jpg" alt="54" width="492" height="274"><p class="first">BROEDEND KEMPHENNETJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate055width" id="plate055"> -<p class="figureHead">55</p><img src="images/plate055.jpg" alt="55" width="495" height="274"><p class="first">TURELUUR. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate056width" id="plate056"> -<p class="figureHead">56</p><img src="images/plate056.jpg" alt="56" width="496" height="275"><p class="first">SPRIET. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<div class="figure plate057width" id="plate057"> -<p class="figureHead">57</p><img src="images/plate057.jpg" alt="57" width="495" height="271"><p class="first">GOUDPLEVIER IN DEN ZOMER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight"> -<div class="figure plate058width" id="plate058"> -<p class="figureHead">58</p><img src="images/plate058.jpg" alt="58" width="497" height="272"><p class="first">GOUDPLEVIER IN DEN WINTER. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate059width" id="plate059"> -<p class="figureHead">59</p><img src="images/plate059.jpg" alt="59" width="494" height="271"><p class="first">GRUTTO. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate060width" id="plate060"> -<p class="figureHead">60</p><img src="images/plate060.jpg" alt="60" width="496" height="271"><p class="first">ROEK. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p> -<p>Daar zitten ze soms in bij duizenden. Ik weet wel, dat wij als jongens van een jaar -of zes er met taaie vlijt jacht op maakten. Bij honderden vischten we ze op uit de -griezeligste modder, grauwe cilindervormige diertjes met een soort van staart, die -ze heel lang konden maken en ook weer bijna heelemaal intrekken; later zijn we aan -de weet gekomen, dat ’t geen staart, maar een soort van ademhalingswerktuig was. -</p> -<p>Als we er een paar honderd van bij elkander hadden dan gingen we er soldaatje mee -spelen. We stelden ze op in rotten van vier, met officieren en onderofficieren, de -muziek voorop, een dikke was de kolonel, allemaal juist precies, zooals bij het tweede -regiment infanterie, dat in die dagen in onze oogen het allerbeste was, wat er op -de wereld bestond. Ik kan mij niet herinneren, ooit later zooveel rotjes bij elkaar -gezien te hebben. -</p> -<p>De larve van de bessenzweefvlieg (<a href="#plate065">65</a>) treft het beter. De oude vlieg zoekt een plant op, die vol met bladluizen zit en -legt dan zijn eitje midden tusschen die sapzuigers. Als dan de larve uit ’t ei komt, -heeft hij dadelijk zijn voedsel bij de hand, want ’t is zijn natuur, dat hij zich -voedt met bladluizen. Met zijn achterlijf houdt hij zich vast aan ’t blad, met zijn -kaken grijpt hij één voor één de bladluizen, die tamelijk wel niets merken van ’t -onheil, dat hen bedreigt, zuigt ze uit, gooit de leege huiden weg en begint dan van -voren af aan. Deze woesteling heet bladluizenleeuw en vindt een naamgenoot en concurrent -in de larve van de prachtige gaasvlieg (<a href="#plate066">66</a>), een diertje, dat eigenlijk heelemaal geen vlieg is en met zijn mooie ijle, groene, -goudglanzige vleugeltjes haast te fijn en te mooi lijkt, om zoo maar in ’t wild rond -te vliegen. -</p> -<p>Maar laat ons terugkeeren naar onze zweefvliegen en eereprijsjes. Ik heb al wat uren -naar die vliegen liggen kijken en dat niet alleen in een soort van zomerluiheid, maar -heel dikwijls met veel inspanning en wanhoop. Iedere jongen zal mij begrijpen. We -denken tegenwoordig maar altijd aan vliegmachines en nu is zoo’n vlieg wel een van -de meest voortreffelijke die er bestaan. -</p> -<p>Het aardigste is, dat hij, naar ik geloof, veel meer op de vliegmachines van Blériot -en Henriot gelijkt, dan de vogels. Deze laatste maken met hun vleugels een beweging -die heel veel lijkt op roeien, maar ik heb reden, om te gelooven dat de vliegen met -hun vleugels een snelle draaiende beweging maken, dus zoo iets als de beweging van -een schroef. Ze gaan dan ook mooi vast en gelijkmatig door de lucht en als ze soms -eens op één plek en op dezelfde hoogte willen blijven dan weten ze dat te bereiken -door met de vleugels tegengestelde bewegingen te maken. -</p> -<p>’t Is alleen maar jammer, dat het te vlug gaat, om precies het fijne ervan te kunnen -zien: honderden malen per seconde. Slimme geleerden hebben wel middeltjes bedacht, -om die vliegen hun eigen vliegbewegingen te laten opschrijven, maar het fijne weten -wij er toch nog lang niet van. -<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p> -<p>Als nu de zweefvliegen de mooie eereprijsjes zien, blijven ze een poosje op een kleinen -afstand voor de bloem in de lucht zweven, ze staan dan stil op eenzelfde plaats, maar -je ziet de vlerkjes in razende vaart ronddraaien. -</p> -<p>Dan gaan ze langzaam zakken, schuin naar omlaag en ze weten hun machine zoo te besturen, -dat ze precies terechtkomen voor het midden van de bloem, met hun groote oogen juist -vlak voor ’t witte ringetje dat midden in de bloem het vruchtbeginsel omgeeft. Ze -grijpen met hun pooten de twee meeldraden en kunnen dan met hun dikken slurf de honig -oplikken. -</p> -<p>Wie nu eens iets heel moois wil zien, moet die meeldraden van nabij bekijken. De helmdraden -van het eereprijsbloempje zijn maar niet eenvoudige, overal even dikke rolronde draden, -maar heel sierlijk van vorm, vlak bij de bloem heel dun en weer breeder, waar de vlieg -ze aanpakt. -</p> -<p>Daardoor buigen ze onder de lichte greep en het geringe gewicht van de vlieg zoo door, -dat de helmknoppen langs zijn lichaam schuiven, zoodat hij daar bepoederd wordt met -stuifmeel. En als hij dan weer op een andere eereprijsbloem komt, dan is er alle kans -dat hij dat stuifmeel onwillekeurig afstrijkt op de stempel, die op zijn dunne stijltje -juist tusschen de twee meeldraden in staat en dan kan de inhoud van zoo’n stuifmeelkorrel -door de stijl naar binnen groeien en de kleine zaadknopjes, die binnen in het vruchtbeginsel -zitten, aan den gang maken, om tot zaden te rijpen. -</p> -<p>De zweefvlieg beseft natuurlijk heelemaal niet, wat voor weldaad hij aan ’t bloempje -bewijst. Ook gaat hij wel eens een enkelen keer verkeerd zitten en ’t gebeurt ook -dikwijls genoeg, dat de stempel zonder hulp van vliegen in aanraking komt met helmknoppen -in dezelfde bloem en dan ontstaan toch ook goede rijpe zaden. Wie er aardigheid in -heeft, kan omtrent den omgang van insecten met bloemen nog menige belangrijke bijzonderheid -opmerken. -</p> -<p>Al die lange zomerdagen zijn vliegen, bijen en vlinders met al die bloemen bezig. -Sommige bloemen hebben een bepaald stel van vriendjes, andere zijn echte allemansvrienden. -Op de paardebloem (<a href="#plate034">34</a>) is om zoo te zeggen ieder tehuis, van de domste vlieg af tot de fijnste vlinder -of slimste bij toe. De koekoeksbloem (<a href="#plate070">70</a>) heeft ’t liefst met vlinders te doen, de boterbloem (<a href="#plate032">32</a>) is vriendelijk tegenover kevertjes, vliegen en kleine bijtjes en de orchideeën hebben -in hun vreemdsoortig ingerichte ontvangzaal weer ’t liefst vlinders en hommels. -</p> -<p>Lang niet in iedere wei groeien van die orchideeën. Het moet er min of meer vochtig -zijn; ik geloof wel dat de beste orchideeënplekjes lang niet altijd het meest waardevolle -hooiland opleveren. Heel dikwijls groeien ze in gezelschap van wollegras (<a href="#plate048">48</a>) en dan groeit er ook licht veenmos en zeggen (<a href="#plate039">39</a>) en allerlei dingen, waar een boer het land aan heeft. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate061width" id="plate061"> -<p class="figureHead">61</p><img src="images/plate061.jpg" alt="61" width="276" height="500"><p class="first">BLINDE BIJ. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate062width" id="plate062"> -<p class="figureHead">62</p><img src="images/plate062.jpg" alt="62" width="275" height="498"><p class="first">BOSCHZWEEFVLIEG. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate063width" id="plate063"> -<p class="figureHead">63</p><img src="images/plate063.jpg" alt="63" width="272" height="497"><p class="first">GESTREEPTE ZWEEFVLIEG. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate064width" id="plate064"> -<p class="figureHead">64</p><img src="images/plate064.jpg" alt="64" width="276" height="498"><p class="first">HOMMELZWEEFVLIEG. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate065width" id="plate065"> -<p class="figureHead">65</p><img src="images/plate065.jpg" alt="65" width="273" height="499"><p class="first">BESSENZWEEFVLIEG. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate066width" id="plate066"> -<p class="figureHead">66</p><img src="images/plate066.jpg" alt="66" width="268" height="496"><p class="first">GAASVLIEG. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate067width" id="plate067"> -<p class="figureHead">67</p><img src="images/plate067.jpg" alt="67" width="273" height="499"><p class="first">VELDSLA EN VERGEETMIJNIETJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate068width" id="plate068"> -<p class="figureHead">68</p><img src="images/plate068.jpg" alt="68" width="272" height="497"><p class="first">HAARLEMS KLOKKENSPEL. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate069width" id="plate069"> -<p class="figureHead">69</p><img src="images/plate069.jpg" alt="69" width="272" height="499"><p class="first">VOGELWIKKE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate070width" id="plate070"> -<p class="figureHead">70</p><img src="images/plate070.jpg" alt="70" width="273" height="498"><p class="first">KOEKOEKSBLOEM. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate071width" id="plate071"> -<p class="figureHead">71</p><img src="images/plate071.jpg" alt="71" width="274" height="500"><p class="first">GEDOORND STALKRUID. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate072width" id="plate072"> -<p class="figureHead">72</p><img src="images/plate072.jpg" alt="72" width="273" height="498"><p class="first">PASTINAAK. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -<span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span></p> -<p>Ik laat mij echter door die witte vlaggetjes van ’t wollegras gaarne leiden, want -waar dat groeit, vind je dan licht orchideeën en misschien ook nog aardige addertongvarentjes -of zonnedauw. En er is ook kans, dat daar ringslangen rondkruipen, wat voor den oningewijde -wel griezelig mag lijken, maar den kenner met groote blijdschap vervult. -</p> -<p>’t Is maar een kwestie van een paar centimeters hooger of lager, misschien ook wel -van de aanwezigheid van een kleilaag onder ’t veen. Soms is zoo’n plekje nog niet -eens honderd vierkante meter groot, maar de plantengroei en de dierenwereld is er -dadelijk anders dan in de rest van de wei. -</p> -<p>Licht schieten er ook een paar berkjes, wat lijsterbessen en bramen op en wanneer -de oeverzeggen er hoog en dicht genoeg worden krijg je daar zelfs kans op het allermooiste -en minst bekende slootkantvogeltje, de vroolijke blauwborst (<a href="#plate110">110</a>). -</p> -<p>Hij is familie van het roodborstje en staat net zoo parmantig op zijn veerkrachtige -dunne pootjes. Hij heeft een wit wenkbrauwstreepje over het groote glinsterende oog -en zijn borst is prachtig diep blauw met een wit vlekje er midden in. -</p> -<p>In April ontmoet ik hem al op zijn broedplaatsen en als ik hem niet zie, dan zorgt -hij er wel voor dat ik hem hoor, want hij blaast een heel heldere schetterende fanfare, -die geen een vogel hem kan nadoen. Hij echter kan wel de andere vogels nadoen en amuseert -zich er, met te spelen voor leeuwerik, pieper, kieviet en kraai, al naar hij er trek -in heeft. -</p> -<p>Zijn nest zit listig verborgen achter ’t hooge oevergras. -</p> -<p>Op zulke plaatsen zwemmen ook, als de slooten niet al te smal zijn, de vlugge dodaarsjes -(<a href="#plate111">111</a>, <a href="#plate112">112</a>), die op kleine eendjes zouden lijken als ze maar een staart hadden en als hun zwemvliezen -den gewonen vorm hadden. Hun nest is een hoop rommel op ’t water en als de broedende -vogel onraad merkt, dan glijdt hij er stilletjes af maar verstopt eerst de eieren -onder modder en blaren. Dan duikt hij onder en je moet al heel knap en geduldig wezen, -om wat van hem te zien te krijgen. Er zijn er veel meer in onze natte landen dan men -wel meent, en wanneer ik op zoo’n nat plekje het kartelblad (<a href="#plate083">83</a>) of de orchideeën ga liggen bekijken, dan heb ik om zoo te zeggen altijd één oog -gericht op het verschiet der slooten, om zoo mogelijk een blauwborstje of een dodaarsje -te betrappen. -</p> -<p>De schoolboeken geven je altijd den raad, om een potloodpunt in zoo’n orchideeënbloem -te steken. Als je dat in goede richting doet, dan komen twee kleefplakjes van de bloem -ermee in aanraking en als je dan ’t potlood weer terugtrekt, blijven twee stuifmeelklompjes -eraan kleven. -</p> -<p>Je kunt het natuurlijk evengoed doen met je pink; eigenlijk veel beter, want de top -<span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span>van een goed verzorgde niet al te dikke pink, lijkt toch altijd nog meer op een hommelkop -dan zoo’n spitse potloodpunt. -</p> -<div class="figure p036width"><img src="images/p036.png" alt="" width="720" height="361"></div><p> -</p> -<p>Ik doe dat nog altijd met evenveel plezier als dertig jaar geleden. ’t Blijft altijd -verrassend, hoe grif en stevig die dingen blijven kleven en nog veel mooier en wonderlijker -is het, dat onmiddellijk de steeltjes van die stuifmeelklompjes gaan doorbuigen. Eindelijk -gaan ze niet meer verder en als je dan je pink weer in dezelfde houding van straks -in de bloem brengt, zul je merken, dat dan die stuifmeelklompjes terechtkomen tegen -het kleverig stempeloppervlak en een deel van het stuifmeel blijft dan daarop vastzitten: -de bloem is bestoven. -</p> -<p>Veel aardiger dan die pinkgymnastiek is natuurlijk het bezoek van de hommels zelf. -Intusschen moet ik u waarschuwen, dat de eerste de beste nieuwsgierige er niet op -hoeft te rekenen, dit zoo maar eens in de gauwigheid te zien te krijgen, door even -te loopen door een weiland met orchideeën. -</p> -<p>Onze weide-orchideeën, de breedbladige (<a href="#plate046">46</a>), de gevlekte (<a href="#plate044">44</a>), de harlekijn (<a href="#plate043">43</a>) krijgen soms in geen dagen bezoek van een enkel insect. Je vindt dan bloeiaren, -waarin haast alle bloemen nog ongeschonden helmknoppen bezitten. -</p> -<p>Bij mooi weer en in een hommelrijk jaar heeft een volhardend onderzoeker echter wel -kans, om die stuifmeelplakkerij in zijn volle glorie te genieten. Er komt een weidehommel -aangonzen, regelrecht op de bloem af. Of de mooie vlekjes op de onderlip hem den weg -wijzen naar den ingang van de bloem? Sommige geleerden meenen van ja, en noemen die -vlekjes het honigmerk. Anderen spreken het tegen en daar kan dan weer heel genoeglijk -over gekibbeld worden. -<span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span></p> -<p>De hommel gaat intusschen evengoed zijn gang; hij suist tamelijk onzacht op de bloem -neer, steekt twee lange glimmende kaken zoo diep mogelijk in het zakje, dat aan een -van de bloembladen zit, de spoor, schuurt het weefsel daarvan kapot en gaat dan met -zijn lange ruige tong het sap oplikken. Al dien tijd heeft hij zijn kop juist tegen -de kleefplakjes, de zoogenaamde hechtkliertjes, gedrukt en wanneer hij nu de bloem -verlaat, dan zie je met bijzonder groot genoegen twee lichtgele stuifmeelklompjes -op dunne steeltjes boven op zijn kop staan. Hij krabbelt naar een volgende bloem, -drukt zonder het te willen of te weten stuifmeel tegen den kleverigen stempel, maar -doet tegelijkertijd weer twee nieuwe stuifmeelklompjes op. -</p> -<p>Als hij ergen honger heeft en bloem na bloem bezoekt, krijgt hij ten slotte een heele -pruik van die dingen op zijn kop en dan begint hij er erg in te krijgen, vooral als -er een stuk of zes geplakt zitten midden op zijn oogen. -</p> -<p>Hij heeft dan een heele tobberij, om zijn bol weer schoon te krijgen; ik heb er wel -gezien, die met vier van hun zes pooten uit alle macht zaten te schrobben en te schuren -en het ten slotte toch moesten opgeven, zich heelemaal schoon te poetsen. -</p> -<p>De mooie witte welriekende nachtorchis (<a href="#plate045">45</a>) wordt weinig door hommels, maar drukker door vlinders bezocht. De lange spoor bevat -veel honig, dat kun je van buiten af wel zien en ’s avonds komen daar de vlinders -op af, aangelokt door den heerlijken geur, die de bloem dan gaat verspreiden. -</p> -<p>’t Is heusch wel de moeite waard, om die orchideeën in potten te kweeken of een vochtig -hoekje in den tuin voor hen in te ruimen. Bij goede behandeling komen zij ieder jaar -weer opnieuw te voorschijn uit hun merkwaardigen wortelknol, telkens weer grooter -en mooier dan eerst, ik heb daar heel mooie dingen van gezien. -</p> -<p>Maar ga mij nu niet al de orchideeën uitgraven, die ge tegenkomt. Aan één hebt ge -genoeg. Het uitgraven lijkt makkelijk genoeg, ja je kunt ze soms zoo maar met knol -en al uit den weeken moerasbodem trekken. Toch is het dan tien tegen één, dat de worteluiteinden, -waar ’t juist op aankomt, afbreken en dan bloeit de plant wel dat ééne jaar, maar -hij is niet bij machte een behoorlijke nieuwe wortelknol voor ’t volgend jaar te maken. -Wil je ’t goed doen, neem dan een heele zode, twee decimeter in middellijn, zoodat -de plant tot in zijn fijnste deelen ongeschonden blijft. -</p> -<p>Nog veel aardiger is het, ze te kweeken uit het fijne zaad, dat ge in den nazomer -uit de bruine verdroogde vruchten kunt kloppen. Je hebt dan meteen de voldoening iets -te probeeren, wat lang niet iedereen gelukt. De orchideeënzaden ontkiemen alleen onder -bepaalde omstandigheden; zorg vooral, ze uit te zaaien in grond, afkomstig van ’t -terrein zelf, waar ge de zaden inzamelde en als daar mos groeide, neem dan ook maar -wat van dat mos mee, dat kan nooit geen kwaad, zou mijn grootmoeder zeggen. -<span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span></p> -<p>Orchideeën zijn niet bepaald zeldzaam, maar toch altijd wel iets aparts. ’t Is niet -te ontkennen, dat wij houden van zeldzame en aparte dingen en zoolang je daarom de -gewone dingen niet verwaarloost, zit er ook geen kwaad in. Ik ben altijd klaar, om -zeldzame planten en dieren te gaan opzoeken en als ik ze weet te vinden, dan sla ik -meestal geen enkel jaar over, om ze te gaan bekijken in den tijd, dat ze op hun mooist -bloeien. -</p> -<p>Zoo doe ik iedere Meimaand een of meer tochten naar de Vechtstreek, om de zomerklokjes -(<a href="#plate041">41</a>) te gaan zien. Ze groeien ook wel vlak bij mij in de buurt op een weide-eilandje -in de Mooie Nel, maar daar staan er slechts enkele honderden en dat is mij te weinig. -Ik houd van overvloed, van duizenden en millioenen, heele velden van eereprijsjes; -madeliefjes dicht geschaard zoover je zien kunt, boterbloem en zuring samen één groot -vlak vormend van rood en goud en dan weer rij aan rij van orchideeën, alle rechtop -en talrijk als klaverbloemen. Millioenen graspluimen wapperen er tusschen en er boven, -allemaal even frisch en flink, met ieder uur hooger van gestalte en dieper van kleur. -Aan den slootkant bloeien heele plakkaten van mooie hemelsblauwe vergeetmijnietjes -(<a href="#plate067">67</a>) en de helling staat vol met een kleiner bloempje, bleekblauw bij wit af, dat door -sommige menschen wel valsch vergeetmijnietje genoemd wordt, maar ’t is niets anders -dan de lekkere veldsla (<a href="#plate067">67</a>). -</p> -<p>En waar de breede Vecht door bonte weiden kronkelt, heeft hij over een lengte van -eenige kilometers zijn boorden omzoomd met zomerklokjes. Aan hooge stengels wiegelen -ze in de morgenbries, vijf, zes hangende bloempjes in een schermpje bij elkaar, roomwit -met fijne groene vlekjes: sneeuwklokjes in zomerkleed. Onze vrienden, de zweefvliegen -dartelen er tusschen door in gezelschap van kleurige hommels. De bladeren van deze -planten zijn donker groen, veel donkerder dan ’t jonge riet, dat pas zijn eerste linten -ontrolt. Donker blad en witte bloemen; aan de overzijde van de rivier zijn ze ook -duidelijk te zien en ’t mooist zijn ze in een drassig hooilandje binnendijks, waar -groote pollen afzonderlijk staan tusschen jonge waterzuring en bloeiende oeverzegge. -</p> -<p>Hoogstwaarschijnlijk zijn deze zomerklokjes geen oorspronkelijke wilde planten, maar -sierplanten, die sinds overoude tijden uit slotgaarde of kloostertuin zijn ontsnapt. -Ze zijn er mij niet minder dierbaar om. Integendeel, want evengoed als ze op die enkele -plaatsen in Nederland jaar in jaar uit trots den allerstrengsten winter zich weelderig -willen ontwikkelen, kunnen ze overal groeien, waar de grond maar niet al te droog -is. Bezat ik weilanden, dan zou ik mij niet ontzien, om een paar hoekjes vol te zetten -met deze zomerklokjes. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate073width" id="plate073"> -<p class="figureHead">73</p><img src="images/plate073.jpg" alt="73" width="276" height="500"><p class="first">ROODE KLAVER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate074width" id="plate074"> -<p class="figureHead">74</p><img src="images/plate074.jpg" alt="74" width="272" height="498"><p class="first">WITTE KLAVER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate075width" id="plate075"> -<p class="figureHead">75</p><img src="images/plate075.jpg" alt="75" width="271" height="494"><p class="first">ROLKLAVER. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate076width" id="plate076"> -<p class="figureHead">76</p><img src="images/plate076.jpg" alt="76" width="274" height="499"><p class="first">VELDLATHYRUS. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate077width" id="plate077"> -<p class="figureHead">77</p><img src="images/plate077.jpg" alt="77" width="274" height="498"><p class="first">HONIGKLAVER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate078width" id="plate078"> -<p class="figureHead">78</p><img src="images/plate078.jpg" alt="78" width="270" height="496"><p class="first">HEGGEWIKKE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate079width" id="plate079"> -<p class="figureHead">79</p><img src="images/plate079.jpg" alt="79" width="272" height="497"><p class="first">BRUNELLE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate080width" id="plate080"> -<p class="figureHead">80</p><img src="images/plate080.jpg" alt="80" width="277" height="499"><p class="first">GLIDKRUID. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate081width" id="plate081"> -<p class="figureHead">81</p><img src="images/plate081.jpg" alt="81" width="270" height="496"><p class="first">VELDSALIE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate082width" id="plate082"> -<p class="figureHead">82</p><img src="images/plate082.jpg" alt="82" width="274" height="496"><p class="first">GEVLEKTE DOOVENETEL. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate083width" id="plate083"> -<p class="figureHead">83</p><img src="images/plate083.jpg" alt="83" width="274" height="496"><p class="first">MOERAS KARTELBLAD. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate084width" id="plate084"> -<p class="figureHead">84</p><img src="images/plate084.jpg" alt="84" width="277" height="500"><p class="first">WATERMUNT. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<p>Ook zou ik de kievietsbloem (<a href="#plate047">47</a>) niet vergeten, ook waarschijnlijk een ontsnapte tuinplant, een neefje van de trotsche -keizerskroon. In sommige weilanden groeit die bij <span class="pageNum" id="pb41">[<a href="#pb41">41</a>]</span>honderden. ’t Is een heel genoegen, er tusschen in te staan en toe te zien, hoe de -hommels de neerhangende bloemen opzoeken en hoe ze er in wegduikelen, om den honig -te halen, die in hoekjes van de bloembladen zit. -</p> -<p>Die bloembladen zijn prachtig fijn geaderd en gekleurd met plekjes paars en plekjes -wit; daaraan heeft de bloem zijn naam van dambordbloem te danken. Ook wordt zij wel -kievietsei genoemd en dat is nog zoo mis niet, want de nog niet geopende bloemen zijn -werkelijk eivormig. -</p> -<p>In plaats van paarse, vindt je ook witte, die zijn niet zuiver wit, maar de vlekken -zijn wel degelijk aanwezig, al zijn ze dan ook maar flauwtjes groenachtig geel. Zoowel -van kievietsbloem als van zomerklokje zijn de bollen te koop bij den bloemist en duur -zijn ze niet, zoodat je voor een enkelen gulden of zoo je heele leven lang een verrassend -mooi plekje kunt hebben in een doodgewone wei. -</p> -<p>Maar als nu eens ergens geen zomerklokjes of kievietsbloemen bloeien, dan is de wei -toch nog mooi genoeg. Alleen de grassen geven je al genoeg te doen. Een heele massa -kinderen en menschen kijken naar de grassen niet om, omdat ze zoo moeilijk te onderscheiden -zijn. Nu zijn alle dingen net zoo moeilijk, als je ze zelf maken wilt en ik voor mij -zou er heelemaal geen bezwaar in zien, om kinderen van acht of negen jaar een vijf-en-twintigtal -van de meest algemeene grassen te leeren. -</p> -<p>Je kunt er ook heel gemakkelijk een verzameling van aanleggen, want ze zijn prachtig -om te drogen; als je maar zorgt, goed ontwikkelde pluimen te nemen, dan krijg je vanzelf -heel mooie, teekenachtige bladen. In ’t vroege voorjaar hebben we al de beide reukgrassen -gevonden, die gevolgd worden door de vossestaart, die net zoo rond en zachtharig is, -als zijn naam aangeeft. Dit gras bloeit ook wel in de eerste dagen van Mei en al naar -het tijdperk van bloei ziet de staart grijs, paars, bruin of groen. -</p> -<p>Grijs is hij, wanneer uit alle bloempjes de witte stijlen naar buiten komen, paars -wanneer de stijlen zijn verschrompeld en in hun plaats paarse helmknoppen op fijne -witte draden uit de bloem zijn geschoven; die helmknoppen verschrompelen tot een bruine -massa, die afvalt en de rijpende aar groen achterlaat. Je kunt die verschillende toestanden -vlak bij elkaar aantreffen. -</p> -<p>Na de vossestaart komt de timothee, die er wel wat op lijkt, maar altijd grijs is -en tamelijk stijf; ieder apart bloempakje heeft wel wat van een laarzenknecht. Tegelijk -bloeien nu ook de wijdvertakte pluimgrassen: op natte venige plekken het mooie trilgras, -dat we ook bevertjes noemen; elders weer de zachte pluimen van de dravik of de mooie -groote havergrassen, die eraan te herkennen zijn, dat ze in ieder bloempakje één of -meer geknikte kafnaalden hebben. -</p> -<p>De pluimen met de fijne bloempakjes zijn meestal van beemdgras en heel stellig <span class="pageNum" id="pb42">[<a href="#pb42">42</a>]</span>vindt ge ook de witbol, die in dichte bossen groeit. Hij heeft zeer zacht behaarde -stengels en bladeren en zijn bloempakjes zijn lichtgroen of bleekrose, soms ook met -wat violet er in, bijzonder mooi. Tegenwoordig heeft dat gras den eerwaardigen naam -van witbol, vroeger werd het „zorggras” genoemd, de landman houdt er niet veel van -en ik heb het ook niet graag in het effen grasperk, want het maakt zulke onhandelbare -proppen, die misstaan in de mooie effen zode. -</p> -<p></p> -<div class="figure p042width"><img src="images/p042.png" alt="" width="720" height="337"></div><p> -</p> -<p>Zuring (<a href="#plate038">38</a>) zien de boeren ook niet zoo bijster graag, doch ze moeten er maar aan wennen, want -die plant laat zich niet zoo gemakkelijk uit het veld slaan. Er is eigenlijk geen -enkele grondsoort, of er groeit de eene of andere zuring: aan de waterkanten en op -natte plaatsen de reusachtige waterzuringen, op de schrale zandvlakten het tengere -schapenzurinkje en in de wei de lekkere malsche veldzuring, die ’t zuurst van alle -is. -</p> -<p>Als je iemand vraagt, hoe de bloem van die zuring er uitziet, dan blijft hij gewoonlijk -’t antwoord schuldig. Ja, ’t is iets roods, en al die roode zuringbloemen geven met -de gele boterbloemen dien heerlijken tint van den vollen zomer op de bonte wei. Maar -als ze zoo rood zien, dan zijn de zuringen meestal bijna uitgebloeid, die roode kleur -zit door hun heele lichaam en hangt weer samen met hun zuurheid en met de zon, doch -ik zie geen kans, om u dat hier allemaal in een paar regels uit te leggen. -</p> -<p>De bloempjes van de zuring zijn maar kleine dingetjes met zes groene bloemblaadjes. -Sommige hebben een zestal meeldraadjes, die heel gemakkelijk bewegen en hun stuifmeel -door den wind laten meedragen, andere hebben een stampertje met een mooien pluimstempel. -</p> -<p>Als ’t vruchtje gaat rijpen, gebeurt er iets aardigs; drie van de bloemblaadjes gaan -<span class="pageNum" id="pb43">[<a href="#pb43">43</a>]</span>uitgroeien en worden zoo groot dat ze elkander verdrukken en verbuigen. Ze buigen -dan naar buiten om en staan met de omgebogen helften zoo tegen elkander aan, dat ze -drie platte lijsten over het vruchtje vormen, die den dienst doen van vleugels. Als -de plant niet werd afgemaaid, dan zou de vrucht op die vleugels door den wind worden -meegevoerd. -</p> -<p>De kneutjes komen uit de struiken en uit de hagen naar de wei om van die vruchtjes -te eten, montere vogeltjes met roode kappen en roode borstlappen op de roode zuring. -</p> -<p>Dat is een van de mooiste tooneeltjes, die ik ooit gezien heb en als ik ergens veel -zuring weet te staan in een streek, waar ook de kneutjes niet zeldzaam zijn, dan zorg -ik er voor, dat ik daar ook niet al te zeldzaam word, <abbr title="met andere woorden">m.a.w.</abbr> dan loop ik daar als ’t eenigszins kan ’s morgens tusschen zessen en achten rond, -om de roode snoepers te betrappen. ’t Lukt dikwijls genoeg. -</p> -<p>De zuring heeft nog een ander vriendje, waar ik haast net zooveel van houd als van -de kneutjes; dat is het vuurvlindertje (<a href="#plate127">127</a>, <a href="#plate129">129</a>), het dartelste van alle vlindertjes. -</p> -<p>Wat hebben onze Hollandsche dagvlinders over ’t algemeen toch prettige namen, namen, -die het onvergeeflijk maken, dat je de dieren zelf niet herkent, als je ze buiten -tegenkomt. Denk maar eens aan parelmoervlinder, dagpauwoog, rouwmantel, zandoogje, -blauwtje, groentje, witje, citroenvlinder, oranjetip, weerschijnvlinder, allemaal -namen, die heel gelukkig aanduiden, hoe het dier er uitziet. -</p> -<p>Het vuurvlindertje heeft ook zoo echt de kleur en den gloed van een kooltje vuur, -dat je op ’t eerste gezicht al zegt, dat moet hem zijn en geen andere. ’t Is precies -alsof je een gloeiend kooltje ziet gloren, onder de asch. Wie een beetje thuis is -in ’t Rijks-Museum heeft die gloed wel gevonden in de brandende turfjes op een paar -schilderijen van Jan Steen; ik herinner mij op ’t oogenblik twee van zijn schilderijen -met van die vuurvlinder-gloeiende-turfjes in een test. De Engelschen, die anders ook -over heel mooie vlindernamen beschikken, noemen ons vuurvlindertje Small Copper maar -dat is lang zoo juist niet, die vleugeltjes zijn veeleer vuur dan koper, let er maar -eens op. -</p> -<p>En in ’t vuur liggen weer mooie koolzwarte blokjes, bij sommige meer, bij andere minder, -want dat vuurvlindertje is een heel variabel diertje. Wie er aardigheid in heeft kan -zich een verzameling vuurvlindertjes aanleggen, beginnende met diertjes waarvan de -vleugels bijna geheel vuur zijn, zonder zwarte vlekjes om te eindigen met vormen, -waarbij zooveel zwarte vlekjes voorkomen, dat ’t vuur er geheel onder verscholen gaat. -</p> -<p>Heel dikwijls vind ik er ook, die op de achtervleugels mooie blauwe plekjes hebben; -verleden jaar kwam er zoo een drie dagen achtereen in mijn tuin altijd ’s middags -<span class="pageNum" id="pb44">[<a href="#pb44">44</a>]</span>tusschen één en drie uur, want die dartele en vlugge diertjes hebben soms zeer vaste -gewoonten. Het moet ook voorkomen, maar dat heb ik nooit gezien, dat het vuurtintje -heelemaal vervangen is door een roomachtige of ook wel zilverachtige tint, je zoudt -kunnen zeggen: een vuurvlindertje in de grondverf. -</p> -<p>Maar hoe ze er ook uitzien, altijd zijn die kleine rakkers vol levenslust en overmoed. -Niet alleen, dat ze elkander nazitten, zooals alle vlinders doen, maar ze laten, om -zoo te zeggen, geen enkel dier met rust. -</p> -<p>Ik heb het wel gezien, dat ze de vliegen verjoegen van de bloemen, ja, dat ze dikke -hommels te lijf gingen. Zoo brutaal kwamen ze op die zuigbrommers af, dat die overhaast -op de vlucht sloegen, alsof ze ik weet niet wat van die kleine vlindertjes te vreezen -hadden. -</p> -<p>Zelfs heb ik me wel verbeeld, dat ze mij aanvielen, wanneer ik in de wei zat te teekenen -of te spionneeren. Onophoudelijk vlogen ze mij om ’t hoofd, ze gingen zitten op mijn -handen, op mijn schetsboek en ik geloof waarlijk dat ze, als ik opstond om ergens -anders te gaan werken, nog meenden dat ze mij uit het veld hadden geslagen. Nu, ik -gunde hun de pret van harte. -</p> -<p>Ik denk wel, dat het hun in de meeste van die gevallen te doen is om te kunnen komen -bij hun geliefkoosde zuringplant, waarop ze hun eitjes willen leggen. De larven, die -uit die eitjes komen, zijn platte groene rupsjes, bedekt met korte fijne roodachtige -haartjes en hun pooten zijn ook rood, dat schijnt nu eenmaal zoo bij de zuring te -behooren. -</p> -<p>Ik wed, om een kwartje, dat niet één op de duizend lezers van dit album ze ooit gezien -heeft. De slimmers schijnen alweer te beseffen, dat de voornaamste zorg van een rups -moet zijn: zooveel mogelijk te eten en zoo weinig mogelijk opgegeten te worden. Daarom -kruipen ze overdag wijselijk in den grond en ’s avonds komen ze te voorschijn, om -zich te goed te doen aan de lekkere zuring. -</p> -<p>Wie ze dus wil zien, moet ’s avonds er op uit met een lantaarntje en met een paar -goede waterdichte schoenen aan van wege de avonddauw. De witte nevels, die zich verdichten -boven de slooten en die ten slotte een witte wade weven over het heele landschap, -zullen ons niet deren. Heel veel menschen vreezen de avondnevel alsof die uit vergiftige -dampen bestond, doch ’t is niets anders dan zuiver water en als je overigens goed -gezond bent, dan zal die nevel je niet ziek maken. -</p> -<p>De leeuweriken hebben al lang uitgezongen, alleen de spriet kraakt zijn lentegezang -en af en toe jammert in eens een kieviet; je kunt eigenlijk nooit zeggen of ’t bij -hem vreugd of verdriet is. In ieder geval heeft ’t niet zijn instemming, dat wij met -die lantaarn loopen te kruisen door ’t natte gras. -<span class="pageNum" id="pb45">[<a href="#pb45">45</a>]</span></p> -<p>Hoe heel anders ziet de weide er nu uit, dan in den zonneschijn. Haast alle bloemen -zijn gaan slapen. Alleen bij ’t hek van de wei zien we een massa lichtgroene ballonnetjes -met witte vlaggetjes er aan in de lucht hangen en als we de lantaarn wat dichter bij -houden, blijkt dat een nog al vreemde plant te zijn, zoo’n echte dwaalgeest voor hekken -en hoeken, de silene (<a href="#plate123">123</a>) met de opgeblazen kelk, een vriend van de kleine nachtvlindertjes. -</p> -<p>En nu we wat verder komen, in het vochtig gedeelte, vinden we daar de koekoeksbloemen -ook nog wijd wakker en ze hebben bezoek ook van de grauwe vlindertjes, die dat mooie -zilveren pistooltje op den voorvleugel dragen. Wij noemen ze dan ook pistooltjes, -maar mijn neef met de bril op, die zes uur per week op ’t gymnasium geplaagd wordt -met Grieksch, weet dat dat zilveren plekje meer lijkt op een Griekschen letter en -noemt het beest gamma-uil. Het dier bekommert er zich niet om en vliegt even vroolijk -van bloem tot bloem. -</p> -<p>Die koekoeksbloemen geuren heel flauwtjes, maar een sterker geur lokt ons naar een -plek, waar witte orchideeën staan en die zijn nu op ’t oogenblik ook in hunne volle -kracht, je kunt ze letterlijk op den reuk af vinden, als je tenminste niet door vroegtijdig -of overvloedig rooken je reukorganen verzwakt en verstompt hebt. We wachten even, -of er ook vlinders op komen, maar dat gaat ditmaal niet zoo gauw, dat kan zoo gebeuren. -</p> -<p>Je moet vooral niet meenen, dat de natuur een soort van kijkspel is, waar je maar -je dubbeltje behoeft te offeren en binnen te gaan, om dadelijk allerlei moois en interessants -te zien te krijgen. Soms kun je uren zoeken en wachten, eer de merkwaardigheden opdagen. -Intusschen heb ik wel eens hooren beweren, dat juist dat zoeken en wachten een bijzondere -bekoring geeft aan het natuuronderzoek. Probeer het maar eens. -</p> -<p>Ieder vogeltje zingt zooals het gebekt is, en iedere bloem slaapt, zooals zijn slaapmuts -staat. De blauwe eereprijzen probeeren, om heelemaal in hun schulp te kruipen, ze -sluiten het blauwe kroontje en trachten het te omgeven met het groene kelkje, maar -daar ’t kroontje in den loop van den dag sneller is gegroeid dan de kelk, kan het -er niet heelemaal meer in en zoo blijft er dan een blauw neusje buiten de deken uitsteken. -</p> -<p>De paardebloem (<a href="#plate034">34</a>) krult zijn omwindselblaadjes omhoog, zoodat al de gele bloempjes tegelijk worden -ingepakt en ’t madeliefje (<a href="#plate035">35</a>) gedraagt zich op dezelfde manier. De mooie frissche lichtpaarse Pinksterbloempjes -buigen hun bloemstelen, zoodat de opening van de bloem naar beneden wordt gericht; -zoo doen ook de boterbloemen. Doch de klavers en de wikken slapen ’t hevigst, die -vouwen al hun blaadjes samen en als ’t kan, dan wordt de bloementros daaronder weggeborgen. -</p> -<p>Ze gaan te ruste op zeer ongelijke tijden, de meeste nog al vroeg, voor zonsondergang -<span class="pageNum" id="pb46">[<a href="#pb46">46</a>]</span>reeds. ’t Is wel aardig, daar eens gedurende een zomer aanteekeningen over te maken. -De bijzonder oplettenden mogen ook eens uitzien naar het slapen der grassen. Terwijl -ge daarnaar uitkijkt, vindt ge stellig ook weer een aantal slapende vlinders, net -bleeke of bruine blaadjes, die uit den stengel zijn opgegroeid, dat zijn vlinders -en die zijn meestal zoo diep in den dut, dat ge ze met plant en al naar huis kunt -dragen, zonder dat ze ontwaken. -</p> -<p>Intusschen zijn we bij onze zuringen beland en met een beetje geluk vinden we de vuurvlinderrupsjes, -net kleine verroeste pissebedjes. Ze hebben ook alweer de lastige gewoonte, om zich -zoo maar te laten vallen als ze gevaar bespeuren en ’t kost ons nog heel wat moeite, -om er een paar te bemachtigen voor onze rupsenkweekerij. Vindt ge nog andere, grootere -of grauwe rupsen, neem die dan ook maar mee, de vlinders daarvan ontmoeten we in ’t -volgend hoofdstuk. -</p> -<div class="figure o046width"><img src="images/o046.png" alt="" width="82" height="182"></div><p> -<span class="pageNum" id="pb47">[<a href="#pb47">47</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="divNum">IV.</span> MET DE MAAIERS.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure p047width"><img src="images/p047.png" alt="" width="720" height="366"></div><p> -</p> -<div class="figure floatLeft"><img src="images/initial-l.png" alt="L" width="190" height="190"></div> -<p class="first">uid ratelt de maaimachine door ’t hooiland. De zwaluwen zwermen er om heen en vinden -een gemakkelijke en rijke buit in ’t gewriemel van de wolken van vliegen en mugjes, -die uit het vallend gras worden opgeschrikt. Boven de zwaluwen staan hoog in de lucht -de jammerende kievieten, grutto’s en tureluurs, die hun jongen bedreigd zien, of die -zelfs nog een laat legsel te bebroeden hebben. -</p> -<p>Wij maken het dien vogels niet gemakkelijk. Tot den eersten Mei mogen ze volgens de -wet van hun eieren beroofd worden, en als ze dan goed en wel eindelijk rustig opnieuw -een poging meenen te kunnen wagen, komt die maairamp. Geen wonder, dat dan velen het -opgeven en die trekken dan naar de duinen en heide, om daar nog eens opnieuw een kansje -te wagen. -</p> -<p>Zoo komt het dan, dat wij menigmaal in de Julimaand de kieviet of de grutto nog broedend -vinden op hooge heete duinhellingen. Maar het ergste is nog, dat de honderden van -jonge vogels uit hunne schuilplaatsen worden verdreven en zoo zij al niet vernield -worden door zeis of maaimachine, gevaar loopen van gemakkelijk overweldigd te worden -door roofvogels, hermelijnen, bunsings, ratten, egels en spitsmuizen, om niet eens -nog te gewagen van de boerenkatten of schijnheilige ooievaars. -</p> -<p>Dat is allemaal heel treurig, maar er is weinig aan te doen. ’t Is onvermijdelijk, -dat <span class="pageNum" id="pb48">[<a href="#pb48">48</a>]</span>de beesten in ’t gedrang komen. Je zoudt eigenlijk een soort van vluchtheuveltjes -moeten aanleggen, waar de maaier niet komen mocht. -</p> -<p>De Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten probeert zoo iets. Zij heeft op ’t -eiland Texel in het midden van den rijken hooipolder Waal en Burg een stuk hooiland -gekregen, groot zeven hectaren. Daar wordt nu pas gemaaid, eenige weken nadat de rest -van den polder gemaaid is, zoodat gedurende dien tijd alles wat op de kale velden -zich onveilig waant, bij ons een schuilplaats vinden kan. -</p> -<p>Verleden zomer ben ik daar eens gaan kijken. Ons stuk lag nog in rust, maar overal -elders in den polder waren ze druk aan ’t hooien. Het was een lust, om nu in „De Steert”, -zoo heet ons bezit, naar jonge vogels uit te zien. Het zat er letterlijk vol van. -In iederen vierkanten meter vond je een jonge vogel weggedoken; meeuwen, sterntjes, -kievieten, tureluurs, grutto’s, kluiten, pleviertjes, kemphanen (<a href="#plate054">54</a>), van heel jong af tot bijna vlug. De ouden kwamen ze behoorlijk opzoeken en voeren. -Aan den oever van een plas, vlak in de buurt dartelden al eenige honderden jongen -rond, die al op eigen beenen konden staan en met een week of drie hun eerste reis -naar verre streken zouden aanvaarden. -</p> -<p>Natuurlijk is het voor die waadvogels en zwemvogels nog al gemakkelijk, om aan het -gevaar te ontkomen; ze kunnen loopen, zoodra ze uit ’t ei komen, of ten minste een -korten tijd daarna. ’t Komt er dus alleen maar op aan, of er een veilige schuilplaats -in de buurt is. -</p> -<p>De leeuweriken, piepers en kwikstaartjes hebben het echter moeilijker en daarvan gaat -ook menig broedsel verloren. Intusschen heeft men waargenomen, dat bij ’t naderend -gevaar de oude vogels met hutje en mutje verhuisden en heel cordaat hun jongen wegsjouwden -naar betere oorden. Wie in de gelegenheid is, om dergelijke avonturen bij te wonen, -moet niet verzuimen er op te letten. -</p> -<p>Natuurlijk hebben de planten nog meer van ’t maaien te lijden dan de vogels, doch -daar denkt niemand om. Toch heb ik wel eens spijt, als ik de mooie hooge ganzebloemen -(<a href="#plate089">89</a>) zie vallen en de blauwe ooievaarsbekken. -</p> -<p>Gelukkig zijn de meeste er op berekend, om zoo’n zomerschen tegenspoed te boven te -komen. Sommige hebben juist tegen dien tijd hun zaden gerijpt, andere hebben het voornaamste -deel van hun lichaam onder den grond en vervangen het afgemaaide gedeelte weer door -nieuwe spruiten, ’t zij nog in denzelfden herfst, ’t zij in ’t volgend voorjaar. -</p> -<p>De schok van de machine, de stoot van de zeis rukt de bepluisde vruchten los van paardebloem -(<a href="#plate036">36</a>) of boksbaard (<a href="#plate097">97</a>) en op hun groote parachuten zweven die zelfs met het zachte zomerkoeltje nog honderden -meters ver en kunnen juist op de afgemaaide plekken gemakkelijk den grond bereiken, -waar hun zaden zullen ontkiemen. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate085width" id="plate085"> -<p class="figureHead">85</p><img src="images/plate085.jpg" alt="85" width="272" height="497"><p class="first">RATELAAR. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate086width" id="plate086"> -<p class="figureHead">86</p><img src="images/plate086.jpg" alt="86" width="273" height="500"><p class="first">BLAUWE OOGENTROOST. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate087width" id="plate087"> -<p class="figureHead">87</p><img src="images/plate087.jpg" alt="87" width="274" height="495"><p class="first">ROODE OOGENTROOST. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate088width" id="plate088"> -<p class="figureHead">88</p><img src="images/plate088.jpg" alt="88" width="276" height="501"><p class="first">RUIGE WEEGBREE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate089width" id="plate089"> -<p class="figureHead">89</p><img src="images/plate089.jpg" alt="89" width="273" height="495"><p class="first">GANZEBLOEM. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate090width" id="plate090"> -<p class="figureHead">90</p><img src="images/plate090.jpg" alt="90" width="275" height="497"><p class="first">SMALBLADIGE WEEGBREE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate091width" id="plate091"> -<p class="figureHead">91</p><img src="images/plate091.jpg" alt="91" width="276" height="500"><p class="first">KNIKKENDE DISTEL. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate092width" id="plate092"> -<p class="figureHead">92</p><img src="images/plate092.jpg" alt="92" width="272" height="496"><p class="first">AKKERDISTEL. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate093width" id="plate093"> -<p class="figureHead">93</p><img src="images/plate093.jpg" alt="93" width="272" height="497"><p class="first">KALE JONKER. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate094width" id="plate094"> -<p class="figureHead">94</p><img src="images/plate094.jpg" alt="94" width="276" height="498"><p class="first">WAMMESKNOOP. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate095width" id="plate095"> -<p class="figureHead">95</p><img src="images/plate095.jpg" alt="95" width="275" height="497"><p class="first">STEENRAKET. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate096width" id="plate096"> -<p class="figureHead">96</p><img src="images/plate096.jpg" alt="96" width="279" height="503"><p class="first">SCABIOSE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -<span class="pageNum" id="pb51">[<a href="#pb51">51</a>]</span></p> -<p>De paardebloem is ieders vriend, de konijnen smullen van zijn sappig lof, leverzieke -menschen eten zijn molsla op hoop van beterschap, kinderen maken kettingen en krulstukken -van zijn stengels, allerlei gedierte gaat te gast op zijn bloemen. Alleen het proper -renteniertje verwenscht de plant, omdat hij hinderlijk wordt in ’t gave gazonnetje -van den tuin. Om dezelfde reden haat hij de smalbladige weegbree (<a href="#plate090">90</a>). -</p> -<p>Maar meer nog houd ik van de boksbaard (<a href="#plate097">97</a>), hoofdzakelijk alweer, om de herinnering aan mijn kinderjaren, maar toch ook wel -om zijn botanische eigenschappen. Toen wij jongens waren van een jaar of tien hadden -wij nog al eens reden, om ons te beklagen over de hardhandigheid van ouders of onderwijzers, -die ons meestal verkeerd begrepen. Zij meenden het niet te mogen billijken, wanneer -wij eens in een speelsche bui een heusche ezel in de school dreven of wanneer wij -op ons eigen houtje wegbleven van catechesatie. Dat liep dan meestal uit op strafwerk -of vermaningen, of op wat wij altijd nog het beste begrepen en waardeerden: een flink -pak slaag. -</p> -<p>Daartegen kwamen wij dan weer in verzet en wij stichtten een soort van club, om vrij -te leven en onafhankelijk van onze ouders in ons levensonderhoud te voorzien. We wilden -ons eigen kostje ophalen en in den zomer ging dat ook tamelijk wel en hielden we reusachtige -maaltijden van aardappelen, gebraden onder de asch, wilde aardbeien, min of meer toebereide -paling, die we zelf hadden gevangen, en ook heel veel boksbaard. -</p> -<p>Die noemden we toen geen boksbaard, maar koekoeken en wij aten de heele plant, rauw. -De melkrijke wortel werd van zijn zwarten schil ontdaan en de jonge malsche zijtakken -waren al dadelijk eetbaar en smaakten overheerlijk, zoet en sappig en geurig. Ik geloof -eigenlijk, dat de boksbaard ook wel echt als groente gekweekt is; in ieder geval is -hij zeer na verwant aan de schorzeneeren. Bij Grave groeide hij veel, zoover de vette -Maasklei reikte en we hebben er honderden van opgepeuzeld; met de gepiepte aardappelen -was het de voornaamste spijs in onze rooverskeuken. -</p> -<p>Natuurlijk is onze club verloopen, zooals ’t met alle clubs ten slotte gaat. Ook hebben -onze ouders nooit gemerkt, dat we buitenshuis veel aten; er kon altijd nog wel meer -bij. Doch nu, bijna veertig jaar later, peuzel ik nog dikwijls een versch spruitje -van onze oude koekoeken op. -</p> -<p>Ik ben anders niet zoo heel erg meer ingenomen met het kauwen van grassprietjes, het -eten van graankorrels uit de aar en dergelijke liefhebberijen. Het is namelijk bij -die gelegenheden mogelijk, dat je schimmelkiempjes in je krijgt, die zeer gevaarlijke -ontstekingen teweeg kunnen brengen. Je krijgt dan een soort van veeziekte, die straalschimmel -heet en dikwijls een doodelijk verloop kan hebben. Vergenoeg je daarom maar liever -met de gebruikelijke eetwaren. -</p> -<p>Ook zonder al die snoeperij is de boksbaard nog altijd een weideplant van den eersten -<span class="pageNum" id="pb52">[<a href="#pb52">52</a>]</span>rang. Zijn stengels en bladeren, knoppen en bloemen, ze zijn allemaal even mooi van -vorm en kleur. De open bloem is veel levendiger dan de paardebloem, doordat het aantal -der afzonderlijke bloempjes niet zoo groot is, terwijl de donkere meeldraden mooi -afwisselen met ’t helder geel. -</p> -<p>En ’t aardigst van alles is wel de omstandigheid, dat de bloem alleen open is gedurende -de morgenuren; na twaalven <span class="corr" id="xd32e1470" title="Bron: vindt">vind</span> je maar zelden nog een open boksbaardbloem. Hij heet dan ook zeer gepast „morgenster” -en de Engelschen noemen hem: „John go to bed at noon” of ook wel „nap at noon”, wat -je zoudt kunnen vertalen door middagdutter. -</p> -<p>Waarom die bloem zich nu zoo gedraagt, dat weet niemand, ’t is alweer een van de vele -duizenden bijzonderheden uit ’t leven der bloemen, die wij nog hebben te onderzoeken. -’t Komt er alleen maar op aan, om de zaak op de goede manier aan te pakken. Doch er -is geen enkele winkel waar ze eieren van Columbus verkoopen. -</p> -<p>We zien nog eens uit naar andere hooge bloemen, die moeten vallen onder de zeis. In -de allerbeste weilanden, die de hoogste pacht opbrengen, staan de minste mooie bloemen; -’t is daar voor meer dan 90% gras, en dat is maar goed ook. De middelsoort hooilanden -echter zijn al bonter en als die bontheid afkomstig is van klaversoorten, of wikken -dan is zij nog zeer welkom. -</p> -<p>Wat is die vogelwikke (<a href="#plate069">69</a>) een prachtige plant met zijn fijn verdeelde bladeren en de rijke trossen van paarse -vlinderbloempjes. -</p> -<p>Een van mijn allermooiste herinneringen is die aan een ritje in den regen, dat ik -verleden zomer deed langs een hoogen dijk op Texel. ’t Was vlak voor den hooitijd -en de hooilanden van Westergeest waren op zijn mooist: geel van de boterbloemen, rood -van de zuring maar bovenal blauw van de wikke, zoo diep blauw, dat ik moest denken -aan de bloemenpracht van Zwitserland. -</p> -<p>Ik ben toen naar den eigenaar van dat hooiland gegaan, om hem te vragen, wat voor -wikkesoort hij daar gezaaid had, of wat voor kunstgrepen hij had verricht, om ze zoo -mooi te krijgen, doch kreeg tot mijn groote vreugde geen ander bescheid, dan dat het -de gewone vogelwikke was en dat het land geen enkele bijzondere bewerking had ondergaan. -De edele vochtige Texelsche lucht, de zon, die daar door geen rook of stof wordt verduisterd, -hadden die bloemen hun diepe tint geschonken. Zelfs de kleine gele klavertjes, steenklaver -en hopklaver (<a href="#plate030">30</a>) maken daar nog een heel dappere vertooning. -</p> -<p>Ook het gedoornd stalkruid (<a href="#plate071">71</a>), dat nu juist niet zoo’n graag geziene gast in de weiden is, heeft er veel mooiere -en kleuriger bloemen. Wie dat niet gelooven wil, moet het zelf maar eens gaan zien, -ge behoeft niet te denken, dat ik Texel voorspreek want <span class="pageNum" id="pb53">[<a href="#pb53">53</a>]</span>ik ben eigenlijk een Limburger en houd dolveel van ons heele land, Noord, Oost, Zuid -en West. -</p> -<p>In Oost-Nederland geven de weiden op plantkundig gebied wel eens verrassingen. In -Limburg langs de Maas vond ik heele weiden bedekt met mooie langstengelige sleutelbloemen -(<a href="#plate019">19</a>) en met Haarlems klokkenspel (<a href="#plate068">68</a>), dat hier veel meer de klokjesvorm vertoonde dan bij Haarlem, want zijn bloempjes -waren enkel. Elders weer groeit de mooie weide-ooievaarsbek, die wel een meter hoog -wordt en in Juli zijn rijpe zaden ver in ’t rond slingert, of ook wel de salie (<a href="#plate081">81</a>) met zijn mooie blauwe mecaniekbloemen. -</p> -<p>Dat is weer een bloem, om mee te spelen, maar ook om je over te verwonderen. ’t Is -een lipbloem, dus familie van de doovenetel, en de hondsdraf. Nu hebben die lipbloemen -of labiaten in den regel vier meeldraden, maar die salie heeft er twee en dan nog -heel gekke. In plaats van een gewoon gevormde helmknop, draagt iedere helmdraad een -soort van wip. Op ’t eene eind van die wip zit een goed, stuifmeelhoudend helmknopje, -aan ’t andere eind is niets anders dan een kleine verdikking of verbreeding. -</p> -<p>Nu komt er een hommel om honig. Hij steekt zijn kop in de bloem, want hij moet nog -al ver reiken, om met zijn langen tong den diep liggenden honig te bereiken. Doordat -hij buitengewoon vlijtig is en ook min of meer zwak van gezicht, heeft hij geen erg -in de onderstukken van de wip en daar bonkt hij nu op zijn onbeholpen hommelmanier -tegen aan. De wip gaat nu wippen met dit gevolg, dat ’t andere uiteinde, dat met ’t -stuifmeelhoudende helmknopje, uit de bloem naar voren wipt en naar beneden en ten -slotte met een vaartje terecht komt op den harigen rug van den hommel, die zoodoende -met stuifmeel wordt bepoeierd. -</p> -<p>Al die Saliehommels krijgen zoodoende bestoven ruggen. Intusschen groeien ook de stijlen -van de bloem uit, die worden heel lang en boogvormig zoodat de stempels juist komen -te staan midden voor den ingang van de bloem, precies waar de hommel langs moet schuiven -als hij naar binnen wil. -</p> -<p>Zoo krijgt dan die stempel stuifmeel in overvloed, de zaden kunnen zich gaan vormen -en de salie kan zich uitzaaien. Toch komt de plant nergens in grooten overvloed voor, -’t is, of de kiemplantjes geen gelegenheid hebben, om zich behoorlijk te ontwikkelen. -Erg is dat niet, want ik geloof niet, dat ’t vee bijzonder belust is op die droge -bittere kruiden. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Als al die mooie bloemen in vollen bloei staan, dan dansen op windstille dagen duizenden -vlindertjes boven de bonte wei. Zoo gauw het een beetje waait, of erger nog, als de -regen gaat striemen, dan zijn ze opeens verdwenen. -<span class="pageNum" id="pb54">[<a href="#pb54">54</a>]</span></p> -<p></p> -<div class="figure p054width"><img src="images/p054.png" alt="" width="720" height="364"></div><p> -</p> -<p>Wie dan eens gaat zoeken, kan aardige dingen te zien krijgen. Wij zijn eigenlijk veel -te veel geneigd, om bij „leelijk weer” in huis te blijven. Eigenlijk bestaat er geen -leelijk weer, vooral niet voor gezonde en frissche jongelui, die zich verheugen in -’t bezit van goede klompen of waterdicht schoeisel. -</p> -<p>Misschien is dat ook niet eens noodig. Een nat pak hindert niet. Wanneer je maar weer -bijtijds een droog pak kan aantrekken na je ferm te <span class="corr" id="xd32e1523" title="Bron: bebben">hebben</span> afgewreven zijn een aantal natte pakken op den duur zelfs te verkiezen boven nooit -heelemaal geen nat pak. -</p> -<p>De vele honderden gietbuien, die al over mij zijn uitgestort, hebben mij nooit gedeerd. -Wel ben ik doodziek geworden, toen ik eens een winter bijna niet buiten kwam en aldoor -maar binnenshuis hard zat te werken tot laat na middernacht. Toen ik weer beter was, -waarschuwde de dokter mij, dat ik weer zou instorten, als ik nat regende. -</p> -<p>Natuurlijk kreeg ik toen een week daarna een gietbui te verduren, terwijl ik rondwandelde -tusschen de beide Slufters, ergens op het Texelsche strand, een uur ver van de naastbijzijnde -woning. Ik schrok wel een beetje, doch stapte maar gauw naar De Koog, dronk een paar -koppen heete thee, leende een droge jekker en liet me vlug naar Den Burg rijden. Uitkleeden, -afwrijven, Zondagsche pak en klaar was Kees. Alleen keken mijn vrienden de Texelaars -een beetje vreemd, doordat ze me midden in de week met een gekleede jas zagen rondloopen, -dat waren ze niet van me gewoon. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate097width" id="plate097"> -<p class="figureHead">97</p><img src="images/plate097.jpg" alt="97" width="279" height="500"><p class="first">BOKSBAARD. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate098width" id="plate098"> -<p class="figureHead">98</p><img src="images/plate098.jpg" alt="98" width="277" height="502"><p class="first">VRUCHT VAN BOKSBAARD. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate099width" id="plate099"> -<p class="figureHead">99</p><img src="images/plate099.jpg" alt="99" width="274" height="501"><p class="first">HERFSTPAARDEBLOEM. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate100width" id="plate100"> -<p class="figureHead">100</p><img src="images/plate100.jpg" alt="100" width="273" height="498"><p class="first">BIGGEKRUID. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate101width" id="plate101"> -<p class="figureHead">101</p><img src="images/plate101.jpg" alt="101" width="272" height="495"><p class="first">AGRIMONIA. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate102width" id="plate102"> -<p class="figureHead">102</p><img src="images/plate102.jpg" alt="102" width="273" height="500"><p class="first">THRINCIA. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate103width" id="plate103"> -<p class="figureHead">103</p><img src="images/plate103.jpg" alt="103" width="273" height="497"><p class="first">ORANJE ZANDOOGJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate104width" id="plate104"> -<p class="figureHead">104</p><img src="images/plate104.jpg" alt="104" width="275" height="496"><p class="first">KOEVINKJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate105width" id="plate105"> -<p class="figureHead">105</p><img src="images/plate105.jpg" alt="105" width="273" height="499"><p class="first">PARELMOERVLINDER. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate106width" id="plate106"> -<p class="figureHead">106</p><img src="images/plate106.jpg" alt="106" width="273" height="500"><p class="first">ARGUSVLINDER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate107width" id="plate107"> -<p class="figureHead">107</p><img src="images/plate107.jpg" alt="107" width="274" height="498"><p class="first">DUIZENDBLAD MET STEENHOMMEL. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate108width" id="plate108"> -<p class="figureHead">108</p><img src="images/plate108.jpg" alt="108" width="273" height="497"><p class="first">BONT ZANDOOGJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<p>Na dien tijd ben ik alweer ik weet niet hoe dikwijls kletsnat geregend, doordat ik -de waarschuwingen van den barometer en van mijnheer van Beukenslot in den wind had -geslagen en nog vaker ben ik, maar dan behoorlijk toegerust, er op uit gegaan, <span class="pageNum" id="pb57">[<a href="#pb57">57</a>]</span>juist, om eens te zien, hoe de planten en de dieren zich gedragen, wanneer het volgens -sommige menschen „leelijk weer” is. -</p> -<p>’t Allereerste, wat je treft is, dat ze om zoo te zeggen lang niet zoo gauw hun paraplu -opsteken als wij, enkele fijngevoelige uitgezonderd. Als ’t volgens ons vrij hard -regent, is ’t voor hen nog mooi weer. -</p> -<p>De eereprijsjes houden nog lang hun blauwe kijkertjes open, zonder te knipoogen. De -hommels en bijen gaan onverstoorbaar hun gang en vogels, die aan ’t zingen waren, -zingen lustig voort; er zijn er wel, zooals de zanglijster, de merel en de groote -lijster, die tegen de bui in al luider en luider gaan zingen. -</p> -<p>Als ’t nu wat lang aanhoudt, komt er verandering. Het eerst gaan de vlindertjes schuil -en alleraardigst is het, om te zien, hoe slim ze zich weten te beschutten. De mooie -blauwtjes (<a href="#plate117">117</a>) en de gele hooibeestjes (<a href="#plate128">128</a>) vinden al voldoende beschutting door aan de lijzijde van een grasblad te gaan zitten, -hun vleugeltjes stijf omhoog tegen elkaar gedrukt. Ze zijn dan zoo smal als een mes -en schuilen letterlijk tusschen de droppels. -</p> -<p>Andere zoeken het wat dieper, en als er langs de wei hagen of boschjes te vinden zijn, -dan fladdert alles daarheen om aan den drogen kant van boomstammen of takken of onder -de groote bladeren van klis en wilde zuring een schuilplaats te zoeken. Je vindt dan -heel vreemde gezellen bij elkaar. -</p> -<p>Ik weet altijd wel een stuk of wat hommelnesten en wespennesten (<a href="#plate125">125</a>) en amuseer mij dan dikwijls met toe te zien, hoe in een flinke regenbui alles holderdebolder -naar ’t nest komt vliegen. Heele troepen geel-met-zwarten komen dan uit de lucht vallen, -meer dan er in eens door ’t vlieggat naar binnen kunnen gaan en dan krijg je voor -den ingang een formeel gedrang van kletsnatte werkstertjes. -</p> -<p>Eindelijk houdt het op, maar dan zijn ze nog niet allemaal binnen; wie wat te ver -van huis door de bui overvallen zijn, zitten dan in gezelschap van allerlei lotgenooten -uit te blazen onder het klissenblad in de heg. Daar zitten nu de vlindertjes van de -wei, de zandoogjes en de knollewitjes (<a href="#plate012">12</a>) broederlijk naast vlindertjes van de heg, de hagedoornvlinder (<a href="#plate137">137</a>) en ’t gele distelvlindertje (<a href="#plate136">136</a>). Als je nu rondkijkt in de wei, dan is er veel veranderd. Madeliefjes en paardebloemen -hebben zich gesloten, de pinksterbloemen hebben hun nachtstand aangenomen, de eereprijsjes -hebben ook hun bloemsteeltjes gebogen en de bloemkroontjes van den derden dag zijn -door den schok van de regendroppels afgevallen. -</p> -<p>Merkwaardig is het, dat maar heel weinig planten nat worden. Het blijkt nu, dat de -meeste een oliejasje dragen of een harig kleed, waar ’t water wel in droppels aan -kan blijven hangen, maar bij ’t minste stootje wordt afgeschud. Haast iedere plant -heeft daarvoor zijn eigen maniertje. -<span class="pageNum" id="pb58">[<a href="#pb58">58</a>]</span></p> -<p>De vogels, die eieren of jongen hadden, zijn bij ’t feller worden van de bui dadelijk -naar ’t nest gesneld. Daar zitten ze nu, den kop ingetrokken, de borstveeren een weinig -naar voren geheven, de vleugels even afhangend en zoo vormen ze een volmaakt dak, -waarlangs de regen afgudst, op veiligen afstand buiten het nest. -</p> -<p>O, dat is zoo mooi. Is de bui niet al te streng, dan zitten ze nog gelaten rond te -kijken, maar als ’t hagelt, dan knippen ze met de oogen, of ze doen hun oogen heelemaal -dicht. Je ziet dan de hagelkorrels veerkrachtig terugspringen van hun veeren. Er zijn -er wel, die zich laten doodhagelen op ’t nest, andere geven het eindelijk op en nemen -de wijk, en dan sterven de jongen een ijzigen dood. Toch is ’t zoo ’t beste, want -dan kan de oude vogel, als ’t nog tijd is, weer een tweede broedsel grootbrengen. -</p> -<p>Zoo gauw de hemel opklaart, komen alle vluchtelingen weer voor den dag. Op stille -plekjes kan het dan wemelen van vlindertjes, al heb ik dat in ons land dan ook nog -niet zoo mooi gezien als op sommige Zwitsersche weiden, waar heel dikwijls meer vlinders -dan bloemen zijn, en dat wil heel wat zeggen, want aan bloemen is daar heusch geen -gebrek. -</p> -<p>Toch kan het bij ons ook nog al schikken, maar die vlindertjes van de wei zijn op -enkele uitzonderingen na lang zoo bont en kleurig niet als de vlinders van wegzoom -en boschkant, zooals de vannessa’s en page’s. Ze zijn meest bruin en geel van kleur, -hun voornaamste sieraad bestaat hierin, dat ze op de vleugels een of meer ronde zwarte -vlekjes hebben met een wit kerntje in ’t midden, soms ook met een kringetje er om -heen en aan deze bescheiden tooi hebben ze dan den naam van zandoogjes te danken. -’t Is heusch de moeite wel waard, ze te leeren onderscheiden. -</p> -<p>Eén soort is er, die heeft niet minder dan vier duidelijke oogjes op de achtervleugels -en nog twee op de voorvleugels en ’t lijkt ons volkomen in den haak, dat een zoo veeloogig -vlindertje in vele talen den naam van argusvlinder (<a href="#plate106">106</a>) draagt. Hij houdt van licht en zon en is waarschijnlijk in verband daarmee meer -oranje dan bruin, in tegenstelling met zijn verwant, het bonte zandoogje (<a href="#plate108">108</a>), die van de schaduw houdt en somberder van tint is, terwijl hij zich meestal tevreden -moet stellen met niet meer dan een drietal oogjes op elken achtervleugel. ’t Moet -echter gezegd worden, dat de oogjes vaak weer heel mooi met wit zijn omzoomd. -</p> -<p>De andere zandoogjes moeten het met nog minder oogjes stellen, althans op de bovenzij -van de vleugels. Het koevinkje (<a href="#plate104">104</a>) heeft er nog vier, op elke vleugel een, soms zelfs tweemaal zooveel, maar het bruine -(<a href="#plate135">135</a>) en het oranje zandoogje (<a href="#plate103">103</a>) kunnen meestal op niet meer bogen, dan op één oog op elken voorvleugel. -</p> -<p>Ik wensch u van harte toe, dat ge al deze zandoogjes eens te zien krijgt en ge kunt -ook wel eens uitkijken naar de rupsen, doch die houden zich overdag schuil. <span class="pageNum" id="pb59">[<a href="#pb59">59</a>]</span>Ze zijn grijs of groen of okerkleurig met donkere lengtestreepen, ’s nachts komen -ze aan ’t gras knagen en als ze verpoppen, dan komen ze met het spitse uiteinde van -de pop te hangen aan de onderzijde van een grasblad. -</p> -<p>Het meest gewone grasvlindertje is het hooibeestje (<a href="#plate128">128</a>), dat ook bij de zandoogjes behoort, maar zijn oogjes, één op elken voorvleugel, -zijn meestal alleen maar te zien aan den onderkant van de vleugels. Den heelen zomer -door vliegt dit diertje in de wei, van Mei tot in September. De rupsen, groen, met -donkere zijdestreep, zijn al eerder te vinden, ze komen in Maart al uit de eieren, -die door de Septembervlinders gelegd zijn. -</p> -<p>De hooibeestjes van Mei sterven spoedig, doch dan hebben ze al eitjes gelegd en daaruit -ontstaan de vlinders, die in Augustus en September vliegen. De vlinders, die in Juli -vliegen, zijn wellicht afkomstig van eitjes van Septembervlinders, die wat laat uitkomen. -Zoo krijg je dan in den loop van een zomer driemaal een versche voorraad hooibeestjes. -</p> -<p>Soms vindt ge, al wandelend door het hooiland, een stuk of zes grassprietjes aan elkander -vastgesponnen, vooral de zachtharige blaadjes van de wollige witbol. Peuter je dat -gevalletje open dan buitelen er een stuk of vier, soms meer koddige kleine rupsjes -uit, die heel grappig naar alle kanten tusschen ’t gras wegkruipen. Misschien ook -vindt ge geen rupsjes maar een klein popje, doch in ieder geval hebt ge dan te doen -met jeugdige dikkopjes (<a href="#plate115">115</a>). -</p> -<p>In de groote vacantie komen de vlindertjes te voorschijn, kleine gele beestjes met -een voor dagvlinders nog al dik lichaam. Er vliegen meest twee soorten, de eene heeft -nagenoeg effen gele vleugels met een zwarten zoom, de andere heeft breede zwarte zoomen -om de vleugels en op de voorvleugel zwarte vlekken; die in den voorvleugelhoek lijken -wel op oogvlekken. Deze laatste vlinder heet ook wel commabeestje (<a href="#plate116">116</a>), doch ik noem ze maar door elkander dikkopjes en loop ze in de vacantie graag na -van bloem tot bloem. In Mei en Juni zoek ik wel naar hun poppen, om te kijken of ik -nog wel geduld genoeg heb en scherp genoeg kan uitkijken. Meestal is de uitkomst bedroevend -en moet ik het opgeven, zonder iets te hebben gevonden. Doch als ik er eens eentje -vind en zie hoe verbazend kunstig het smalle popje ingesponnen is in de grasblaadjes, -dan ben ik toch alweer tevreden en vind ik mijzelf niet zoo’n wanhopigen stumper. -</p> -<p>Er vliegen ook groene vlindertjes door de wei en als die gaan stilzitten, dan zijn -ze opeens uit het oog verdwenen. De twee, die ’t meest voorkomen, zullen wij maar -noemen het groote groentje (<a href="#plate118">118</a>) en het kleine groentje (<a href="#plate126">126</a>); ge vindt ze ’t meest, waar veel vlinderbloemen in ’t hooiland staan, want daar -leven hun rupsen op. -<span class="pageNum" id="pb60">[<a href="#pb60">60</a>]</span></p> -<p>Ge zoudt al licht denken, dat de rupsen van al deze vlinders heel wat schade in het -hooiland doen, doch dat valt nog al mee; ik heb nog nooit over de blauwtjes, de vuurvlindertjes, -de zandoogjes, de hooibeestjes, de dikkopjes of de groentjes hooren klagen. -</p> -<p>Doch er zijn nog wel andere, die een minder goede reputatie hebben. In huis of in -school achter gordijnen vindt ge wel eens een tamelijk groote vlinder, die er met -zijn rechte grijze bovenvleugels in rust eenvoudig genoeg uitziet, maar als hij gaat -vliegen, dan vertoont hij twee prachtige gele achtervleugels met een breeden zwarten -streep er over heen. -</p> -<p>Dit is de huismoeder of geelbanduil (<a href="#plate138">138</a>), je ziet hem ’t meest in zomer en herfst. Zijn rups is groenachtig bruin met heel -mooie schuine vlekken en die lust zoowat van alles, maar liefst gras. De oude vlinder -legt dan ook zijn eitjes meestal aan de toppen van grasbladeren, honderden en honderden -vlak tegen elkander, zoodat het grasblad er geheel en al mee bedekt raakt. Als al -die eitjes rupsen leverden en al die rupsen volwassen werden, dan zou de koe er stellig -bij te kort komen. -</p> -<p>Toch is deze geelbanduil nog lang de ergste niet; hij heeft een verwant, de uil van -de aardrups en dat is een van de allerschadelijkste rupsen, die er zijn. Die rups -verschuilt zich overdag in den grond, maar in plaats van dan behoorlijk een dutje -te doen, knaagt hij aan de graswortels en aan de onderaardsche stengels en wanneer -de avond daalt, dan komt hij te voorschijn, om ook nog een groen blaadje te peuzelen. -</p> -<p>Gelukkig dat het maaien zelf een middel brengt tegen deze plaag. Zoo gauw het gras -in rijen ligt komen allerlei vogels tusschen het zwad gebruik maken van de gelegenheid. -De torenvalk (<a href="#plate113">113</a>) komt er den heelen dag muizen (<a href="#plate142">142</a>) vangen. Een boschvogel, de groene specht (<a href="#plate114">114</a>) komt er de mierennesten uitpikken. De zwarte aaskever (<a href="#plate009">9</a>) komt om larven en slakken. De roeken (<a href="#plate060">60</a>) leiden er hun kroost heen dat juist vlug begint te worden. Ook komen heele zwermen -jonge spreeuwen (<a href="#plate049">49</a>) opzetten, nog heelemaal in ’t grijze jongenspak en zonder een enkel sprankje van -den glans, waarmee ze later zullen pronken, terwijl hun ouders al beginnen het witgespikkelde -winterkleed aan te trekken (<a href="#plate051">51</a>). En in de hooilanden aan den zeekant komen goudplevieren in zomer en in winterkleed -(<a href="#plate057">57</a> en <a href="#plate058">58</a>), langbeenige grijze grutto’s (<a href="#plate059">59</a>) en wulpen bij twintigtallen rondstappen over de kaalgeschoren vlakte. Al die vogels -zijn trouwe vrienden van den boer, want den heelen langen zomerdag en een goed deel -van den nacht doen ze niet anders dan insecten en ander schadelijk gedierte zoeken -en verdelgen, zoowel onder als boven den grond. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate109width" id="plate109"> -<p class="figureHead">109</p><img src="images/plate109.jpg" alt="109" width="506" height="275"><p class="first">GELE KWIKSTAART. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate110width" id="plate110"> -<p class="figureHead">110</p><img src="images/plate110.jpg" alt="110" width="495" height="275"><p class="first">BLAUWBORSTJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<div class="figure plate111width" id="plate111"> -<p class="figureHead">111</p><img src="images/plate111.jpg" alt="111" width="499" height="275"><p class="first">DODAARSMAN IN PRACHTKLEED. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight"> -<div class="figure plate112width" id="plate112"> -<p class="figureHead">112</p><img src="images/plate112.jpg" alt="112" width="496" height="273"><p class="first">BROEDEND DODAARSWIJFJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate113width" id="plate113"> -<p class="figureHead">113</p><img src="images/plate113.jpg" alt="113" width="498" height="272"><p class="first">TORENVALK. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate114width" id="plate114"> -<p class="figureHead">114</p><img src="images/plate114.jpg" alt="114" width="496" height="275"><p class="first">GROENE SPECHT. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate115width" id="plate115"> -<p class="figureHead">115</p><img src="images/plate115.jpg" alt="115" width="269" height="492"><p class="first">DIKKOPJE EN BLAUWTJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate116width" id="plate116"> -<p class="figureHead">116</p><img src="images/plate116.jpg" alt="116" width="271" height="493"><p class="first">KOMMAVLINDER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate117width" id="plate117"> -<p class="figureHead">117</p><img src="images/plate117.jpg" alt="117" width="267" height="492"><p class="first">BLAUWTJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate118width" id="plate118"> -<p class="figureHead">118</p><img src="images/plate118.jpg" alt="118" width="270" height="492"><p class="first">GROENTJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate119width" id="plate119"> -<p class="figureHead">119</p><img src="images/plate119.jpg" alt="119" width="269" height="493"><p class="first">LANGPOOTMUG. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate120width" id="plate120"> -<p class="figureHead">120</p><img src="images/plate120.jpg" alt="120" width="273" height="496"><p class="first">BLAUWE SPRINKHAAN. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -<span class="pageNum" id="pb63">[<a href="#pb63">63</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="divNum">V.</span> ETGROEN.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure p063width"><img src="images/p063.png" alt="" width="720" height="359"></div><p> -</p> -<div class="figure floatLeft"><img src="images/initial-h.png" alt="H" width="194" height="190"></div> -<p class="first">et hooi is van ’t veld. De lange reepen, waar ’t gras lag te drogen en de cirkelronde -plekken, waar de hooiroken stonden, zijn weer bijgekleurd, alles is weer effen groen. -Haast al te groen, in ieder geval te weinig bont. Wat verschilt de grasvlakte van -Augustus van die in Mei. In de groote vacantie ziet het weiland er dan vaak ook veel -kleuriger uit dan ’t hooiland, want tong en tanden van de koe ontzien toch nog altijd -meer dan de zeis van den maaier. De koe moet niets hebben van boterbloemen, brandnetels -of distels, die zijn hem te giftig of te scherp en als de boer ze zelf niet opruimt, -dan laat de koe tevreden toe, dat ze zich in alle weelderigheid ontwikkelen. Ik heb -van de koeien in onze weiden nooit iets anders ondervonden dan vriendelijkheid en -belangstelling. Soms werd die belangstelling wel wat opdringerig, maar je moet altijd -den aard van ’t beestje in aanmerking nemen en ze beoordeelen naar hun dagelijksch -leven. En als je dan midden in een weiland met koeien gaat zitten teekenen, dan moet -je je niet erover verwonderen, dat binnen tien minuten de heele cavalcade om je heen -komt staan, want ze zijn haast net zoo nieuwsgierig als een mensch en hebben in hun -wei weinig afwisseling. -</p> -<p>Ze dringen hoe langer hoe meer op, één schuift zijn witten snoet vlak langs je oor -vooruit en snuift dan eventjes kort en hoorbaar en zoo hevig dat de bladen van je -<span class="pageNum" id="pb64">[<a href="#pb64">64</a>]</span>schetsboek omdwarrelen als in een wervelwind. Ze hebben allerlei schichtige bewegingen -en als je al die pooten om je heen ziet, dan komt onwillekeurig de gedachte op, dat -je daar wel eens een trap van zou kunnen oploopen, maar daarvoor zijn die dieren toch -veel te goedig en voorzichtig. -</p> -<p>Ook zijn ze lang zoo schooierig niet als de Zwitsersche koeien, die je altijd naloopen, -bedelend om zout. De onze hebben zout genoeg, dat zit in Holland om zoo te zeggen -in de lucht, alleen de kalveren, als echte kinderen, hebben nooit genoeg en die kun -je dan wel eens trakteeren, door ze even aan je hand te laten likken. Maar in ’t Berner -Oberland hebben we ons wel eens met steenworpen moeten verdedigen tegen een bende -geiten, die kwamen om zout en gezelligheid. -</p> -<p>Een stier is altijd min of meer gevaarlijk, je moet nooit door een weiland gaan waar -stieren los loopen. Op een keer—’t is nu al haast dertig jaar geleden—zocht ik naar -witte orchideeën in de weilanden tusschen Muiden en Muiderberg, niet de witte welriekende, -maar witte vormen, albino’s, van de gevlekte orchis. Toen ik niet gauw vond, wat ik -zocht, waagde ik het erop, om ook even een kijkje te nemen in een weiland, waar een -stier liep, ’t was een rood stiertje. -</p> -<p>Ik klom het damhek over en ging heel bedaard mijn planten zoeken, net alsof er geen -stier in de wereld was. De stier van zijn kant deed even argeloos, maar opeens hoor -ik een zacht tevreden geloei en toen ik opkeek begreep ik, dat ik in den val zat; -hij was zoo om mij heen gedraaid, dat mij de terugtocht naar het damhek geheel was -afgesneden. En nu kwam hij op een sukkeldrafje op mij af, keurig netjes loopend, zijn -stevig kopje met de kleine horentjes mooi recht omhoog. Of ik aan den haal ging, en -hij snuivend achter mij aan. Gelukkig was ik nog al vlug in die dagen en niet bang -voor een sloot van drie meter breed en ik kende daar den weg. -</p> -<p>Ik rende dus naar die sloot, vloog er over, kreeg een neusjebloed doordat mijn plantenbus -door de schok over mijn hoofd heenslingerde, maar had de voldoening goeden middag -te kunnen zeggen tot het stiertje, dat aan den anderen kant tot zijn enkels in den -kantmodder was gezakt en daar nu stond te brullen, terwijl hij met zijn staart de -maat zwiepte. Toen trok hij een voor een zijn pooten uit den modder en ging heel tevreden -wat grazen. -</p> -<p>Sedert dien tijd ben ik niet vrij van stierenvrees en ik heb een groote bewondering -voor de boeren en boerenkinderen, die voortdurend met die woestelingen weten om te -gaan. -</p> -<p>Rammen zijn al niet veel beter dan stieren, ofschoon niet zoo doodelijk gevaarlijk. -Op Texel liep ik eens, ondanks de waarschuwing van menschen, die ’t beter wisten, -door een weiland, waar een ram stond, gelukkig een ongehoornde. Ik stapte vroolijk -<span class="pageNum" id="pb65">[<a href="#pb65">65</a>]</span>door, met een bloemrijk boschje in ’t verschiet, toen ik opeens mijn beenen onder -mij voelde verdwijnen en ik lag op mijn rug. -</p> -<p>De ram was in volle vaart om zoo te zeggen vlak onder mij doorgeloopen. Waarschijnlijk -echter had hij mijn gewicht overschat, tenminste hij kon niet bijtijds zijn vaart -stuiten, om om te keeren en bovenop mij te gaan dansen, zooals dat het gebruik bij -rammen is. Ik was weer gauw op de been, rende weg uit alle macht, sprong over een -dam met prikkeldraad en kwam vrij met een paar winkelhaken. Meer griezeligheden heb -ik niet beleefd, maar ’t is zoo al welletjes. Van koeien of kalveren heb ik nooit -anders ondervonden dan plezier en genoegen. -</p> -<p>Ik heb respect voor hun plantenkennis. Wat weten ze precies de lekkerste grassoorten -uit te zoeken en als je nu in de groote vacantie hun weiland bekijkt, dan kun je net -zien, wat ze niet lusten. ’t Is heel kluchtig, hoe ze soms het weiland heel kort afgrazen, -maar overal de boterbloemen (<a href="#plate032">32</a>) laten staan op hooge spichtige stelen. ’t Gekste is, dat ze diezelfde boterbloemen -wel eten, als ze verdroogd tusschen ’t hooi zitten. Of dan echter de giftigheid van -de boterbloemen is vervlogen, dat zou ik niet durven beweren, ’t is even goed mogelijk, -dat de koe de droge kruiden niet zoo goed proeft als de versche. -</p> -<p>Distels en doorns kunnen in ’t hooi heelemaal niet gebruikt worden, daarom worden -ze door de landbouwers dan ook uit alle macht bestreden. Merkwaardig is het, hoe die -distels er in slagen, om toch op een ongenaakbaar plekje of in een verwaarloosd hoekje -hun vruchten te rijpen. Eén is er die zijn toevlucht ’t liefst zoekt op drassige plaatsen, -dat is de kale Jonker of moeras-vederdistel (<a href="#plate093">93</a>). ’t Is een heel mooie plant, met veel rood en paars door ’t groen van stengels en -bladeren. De stengel is maar weinig vertakt, wordt kaarsrecht wel een meter hoog en -draagt aan zijn top veel mooie, donkerroode distelbloemen. -</p> -<p>De akkerdistel (<a href="#plate092">92</a>) is van veel minder allooi, heeft veel stugger stengels en kan er naar omstandigheden -heel armoedig uitzien. Zijn bloemen zijn doorgaans bleekpaars, soms donkerder maar -ook heel dikwijls bijna wit. Dit is de meest geduchte distel en zeer moeilijk uit -te roeien. -</p> -<p>In zandige streken, zoowel in de duinenstreek als in de heistreken, groeit veel de -knikkende distel (<a href="#plate091">91</a>), die is buitengewoon mooi; zijn knikkende bloemhoofdjes zijn diep donkerpaars en -wel zesmaal zoo dik als die van de vorige soorten. -</p> -<p>’t Is een lust, die distels te zien bloeien en je mag zoo’n bloem ook wel eens van -heel nabij bekijken, al was ’t maar alleen om te zien, hoe in de bloempjes die pas -opengaan het witte stuifmeel uit het helmknoppenkokertje geperst wordt. Dit laatste -kun je nog mooier zien bij de wammesknoop (<a href="#plate094">94</a>) die in al zijn taaiheid en kriebeligheid <span class="pageNum" id="pb66">[<a href="#pb66">66</a>]</span>wel wat van een distel heeft, doch een verwant is van de mooie korenbloem. -</p> -<p>En wat komen er een insecten op af. Soms zit de heele distelkop vol met kleurige vlinders -en dan lijkt hij in de verte een bloem van een heel nieuwe soort. Ik heb het wel gezien -dat op één enkele speerdistelplant drie koninginnepages zaten met een parelmoervlinder, -twee dagpauwoogen, vier kleine aurelia’s en een vuurvlindertje. Dat was in den goeden -tijd, toen er nog overvloed van vlinders was. Misschien wordt het nog wel weer eens -zoo. -</p> -<p>Maar niet alleen vlinders bezoeken onze distels, het wemelt er ook op van hommels -en allerlei soorten van wilde bijtjes en de knikkende distel levert geregeld nachtverblijf -aan de mannetjes bijen en hommels, die geen ander nachtverblijf hebben. Ik heb al -menig aardig mannetje buitgemaakt door ’s avonds de knikkende distels af te zoeken. -</p> -<p>Tamelijk gauw zijn de distels uitgebloeid; ’t is mij menigmaal overkomen, dat ik met -mijzelf had afgesproken om insecten te gaan zoeken op de bloemen van een distelveldje -en dat ik, als ik er eindelijk een vrij uurtje aan geven kon, niets meer vond dan -grijze vruchthoofden en geen enkele bloem. -</p> -<p>Toch is het wel de moeite waard, om ook dan eens een uurtje bij de distels te toeven, -want nu komen de puttertjes en kneutjes om er de vruchten te eten. -</p> -<p>Puttertjes zijn er in ons land niet veel meer, doch kneutjes in overvloed en die zijn -in de groote vacantie ook nog mooi genoeg. Wat is het heerlijk een troepje, een heel -gezin, al kwetterend te zien komen aanvliegen, het mannetje nog met fel rood kapje -en mooi roode borst, de anderen in eenvoudiger kleed, maar toch heel mooi met bruine -manteltjes, witte vleugelzoompjes en witte vlaggetjes in de staart. -</p> -<p>Onophoudelijk hebben ze elkaar wat te vertellen, terwijl ze rondpikken in de distelkoppen, -zoodat voor elk vruchtje, dat ze er uit halen, om het te kraken tusschen hun dikke -snaveltjes er drie andere de wijde wereld ingaan, gedragen door het grijze vruchtpluis. -Zoo worden de distels wijd en zijd uitgezaaid en ieder jaar kan de boer van voren -af aan beginnen met ze uit te steken. Nu begrijpt ge meteen ook, hoe ’t komt, dat -tegen hekken en walletjes altijd distelgroepen staan; daar toch hebben de vliegende -vruchtjes de meeste kans van gestuit te worden. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate121width" id="plate121"> -<p class="figureHead">121</p><img src="images/plate121.jpg" alt="121" width="499" height="274"><p class="first">PENNINGKRUID. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate122width" id="plate122"> -<p class="figureHead">122</p><img src="images/plate122.jpg" alt="122" width="495" height="274"><p class="first">KEVERS OP PEEN. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<div class="figure plate123width" id="plate123"> -<p class="figureHead">123</p><img src="images/plate123.jpg" alt="123" width="497" height="273"><p class="first">SILENE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight"> -<div class="figure plate124width" id="plate124"> -<p class="figureHead">124</p><img src="images/plate124.jpg" alt="124" width="493" height="270"><p class="first">ZILVERSCHOON. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate125width" id="plate125"> -<p class="figureHead">125</p><img src="images/plate125.jpg" alt="125" width="501" height="279"><p class="first">WESPEN. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate126width" id="plate126"> -<p class="figureHead">126</p><img src="images/plate126.jpg" alt="126" width="495" height="273"><p class="first">KLEIN GROENTJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate127width" id="plate127"> -<p class="figureHead">127</p><img src="images/plate127.jpg" alt="127" width="273" height="499"><p class="first">GROOTE VUURVLINDER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellTop"> -<div class="figure plate128width" id="plate128"> -<p class="figureHead">128</p><img src="images/plate128.jpg" alt="128" width="276" height="502"><p class="first">HOOIBEESTJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate129width" id="plate129"> -<p class="figureHead">129</p><img src="images/plate129.jpg" alt="129" width="273" height="499"><p class="first">KLEIN VUURVLINDERTJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate130width" id="plate130"> -<p class="figureHead">130</p><img src="images/plate130.jpg" alt="130" width="273" height="496"><p class="first">VLASBEKJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellBottom"> -<div class="figure plate131width" id="plate131"> -<p class="figureHead">131</p><img src="images/plate131.jpg" alt="131" width="277" height="501"><p class="first">HEKSENMELK. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate132width" id="plate132"> -<p class="figureHead">132</p><img src="images/plate132.jpg" alt="132" width="275" height="498"><p class="first">WEDERIK. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<p>Het hek geeft altijd verrassingen; ’t is of daar altijd een troepje planten staat -te hunkeren naar een plaatsje in de wei, maar ’t gras en zijn kornuiten wil hen niet -toelaten. ’t Is ook meestal nog al nederig gespuis: die schooier van een steenraket -(<a href="#plate095">95</a>), het herderstaschje, de heksenmelk (<a href="#plate131">131</a>), het hoefblad, maar ook wel fraaier lieden zooals de geurige honigklaver (<a href="#plate077">77</a>), de gevlekte doovenetel (<a href="#plate082">82</a>), de pastinaak (<a href="#plate072">72</a>), de akkerwinde (<a href="#plate029">29</a>), de mooie scabiose (<a href="#plate096">96</a>) of de peen (<a href="#plate122">122</a>) die zoo graag wordt bezocht <span class="pageNum" id="pb69">[<a href="#pb69">69</a>]</span>door allerlei mooie insecten; ik heb er wel eens tegelijk een gouden tor, een penseelkever -en vele weekschildkevers op gevonden. -</p> -<p>Penningkruid (<a href="#plate121">121</a>), zilverschoon (<a href="#plate124">124</a>) en vijfvingerkruid redden hun bestaan door vlak bij den grond te blijven; de zeis -gaat over hun hoofd heen. Dat penningkruid kruipt zoo dicht langs den grond, dat zijn -groote gele bloemen haast onopgemerkt blijven, en toch zijn ze zoo groot als een halve -gulden, helder geel, dikwijls met vijf oranje vlekken ontwikkelen zij zich tot krachtige -planten, maar waar de grond schraal is, daar blijven ze maar dun en spichtig, juist -zooals de echte paardebloem ook doet. Wanneer er gemaaid wordt, dan gaan ze er aan, -maar lang niet heelemaal, want de dikke wortel in den grond bevat voedsel genoeg, -om nog weer wat nieuwe bloeistengels te doen ontspruiten. Zoo komt het dat drie weken -na het hooien het land weer heelemaal geel van de bloemen ziet. -</p> -<p>Iemand, die in zijn tuin een mooi gaaf grasperk wil hebben, staat met deze planten -op een niet al te besten voet, vooral ook, doordat ze nog al groote bladrozetten hebben -die vlak uit op den grond liggen en dus leelijke plekken vormen in het mollige grastapijt. -Het lijkt dan soms wenschelijk, om ze uit te steken en ’t is werkelijk voor een liefhebber -een heel aardige bezigheid om vlug en handig met een scherp schopje de rozetten los -te steken. -</p> -<p>Je zamelt er dan al gauw eenige honderden in ’t uur bijeen en hebt dan nog meteen -de voldoening, dat je de eieren van de kleine grijze slak blootlegt, die maar al te -vaak heel veiligjes hun ontwikkeling doormaken onder ’t beschuttend dek van de bladrozetten, -beveiligd tegen den onderzoekenden snavel van lijster of spreeuw. Ik heb wat een plezier -gehad, als ik met dat werk bezig was; de zanglijsters, roodborstjes en heggemuschjes -liepen formeel met me mee en betwistten elkander de mooie glanzige, sappige slakkeneieren. -</p> -<p>’t Was ten slotte een heele voldoening, al die rozetten op een hoop te zien liggen -op het gereinigd gazon. Maar drie weken later zag alles er weer veel erger uit. Want -die onthoofde wortels hebben een griezelig herstellingsvermogen, het zijn echte draken -met zeven koppen. Iedere onthoofde wortel maakt op de wond weer nieuwe knoppen en -voor elk rozet, dat je hebt uitgestoken, komen er een stuk of wat nieuwe in de plaats. -Tegenwoordig laat ik ze dan ook maar groeien; alleen als ze flinke sterke bloeistengels -hebben ontwikkeld, dan pak ik ze daaraan beet en trek dan de plant met wortel en al -uit den grond. Dit is afdoende. -</p> -<p>Toch mag ik die planten graag lijden, als ze me maar niet in den weg staan. Ze verschaffen -nog heel wat honig en stuifmeel aan de bijen, als er op hei en boekweit niets meer -te halen valt en ze hebben ook weer heel aardige gewoonten van zich te <span class="pageNum" id="pb70">[<a href="#pb70">70</a>]</span>openen of te sluiten, al naar de gelegenheid van weer of wind of den tijd van den -dag, juist zooals bij de boksbaard. -</p> -<p>Behalve het geel van de boterbloem vertoonen de Augustus-weiden nog ander geel en -wel van tweeërlei slag van planten, al naar de manier waarop ze den zeis van den maaier -weten te overleven. Tot de eerste groep behooren het biggekruid (<a href="#plate100">100</a>), de herfstpaardebloem (<a href="#plate099">99</a>) en de thrincia (<a href="#plate102">102</a>), tot de tweede penningkruid (<a href="#plate121">121</a>), zilverschoon (<a href="#plate124">124</a>) en vijfvingerkruid. -</p> -<p>De herfstpaardebloem en zijn kornuiten lijken wel wat op de gewone paardebloem, maar -ze missen den mooien, gladden, hollen bloemstengel; ze zijn grover, harder en meer -vertakt. Maar ze zijn even krachtig en opgewassen tegen allerlei tegenspoeden. -</p> -<p>Ze willen wel groeien op iedere grondsoort. Is de bodem vet en weelderig, dan in ’t -hartje, op de manier van de primula’s, waar ze trouwens ook mee verwant zijn. -</p> -<p>In prachtige lange slingers groeien ze tusschen ’t gras, de mooie ronde groene blaadjes -twee aan twee langs den stengel, daar hebben ze dan ook hun naam aan te danken. Ze -leiden een tamelijk vergeten bestaan, door insecten worden ze maar weinig bezocht -en rijpe, kiembare zaden brengen ze slechts zelden voort. Dat vergoeden ze echter -weer, door maar overal heen te kruipen en wortel te slaan. -</p> -<p>De zilverschoon is ook zoo’n kruiper, maar die doet het nog handiger. Deze plant maakt -takken, heel dun en bladerloos, die heel snel over den grond voortschieten. Alleen -aan den top van den „uitlooper” zit een pruikje van kleine blaadjes. Is hij ver genoeg -gekomen, hoe ver dat hangt van de omstandigheden af, dan gaan die blaadjes uitspruiten, -er komen ook worteltjes, zoodat zich een nieuw plantje heeft gevestigd, dat op zijn -beurt ook weer een aantal uitloopers uit kan zenden naar alle zijden en zoo ontstaat -dan een heel warnest van zilverschoonplantjes. -</p> -<p>De mooi geveerde bladeren zijn vaak zilverwit behaard, vooral aan de onderzijde; hoe -droger en zonniger ze staan, des te witter worden ze en dan zijn de uitloopers meestal -donkerrood. Op vochtige beschaduwde plaatsen echter blijven bladeren en uitloopers -groen; de bladeren zijn dan meteen veel grooter, maar zulke planten dragen minder -bloemen. Alleen heel onoplettende menschen verwarren die bloemen met de boterbloem, -iemand, die maar een beetje uit zijn doppen kijkt kan dadelijk bespeuren, dat de zilverschoon -verwant is met de aardbei en daardoor ook met de rozen. Hij is dus van heel hooge -komaf. -</p> -<p>Wat vinden we nog meer voor bloemen in Augustus en September? Een partijtje duizendblad -(<a href="#plate107">107</a>), met bladeren heel fijn verdeeld, en bloemenmassa’s die doen denken aan schermbloemen, -maar ’t is al heel gauw te zien, dat we in dit opzicht te doen <span class="pageNum" id="pb71">[<a href="#pb71">71</a>]</span>hebben met zeer bedriegelijke namaak. Wel staan al de „bloempjes” in hetzelfde vlak, -maar hun steekjes zitten heelemaal niet parapluachtig bij elkaar. -</p> -<p></p> -<div class="figure p071width"><img src="images/p071.png" alt="" width="720" height="362"></div><p> -</p> -<p>En wanneer je de bloem terdege bekijkt en gaat zoeken naar meeldraden en stampers, -dan krijg je al heel gauw in de gaten, dat elk wit blaadje een bloempje apart is en -dat tusschen die witte straalbloempjes nog weer heel kleine buisbloempjes zitten, -ieder met zijn eigen stampers en meeldraden. We hebben weer te doen met een lid van -de groote familie der samengestelde bloemen. -</p> -<p>Dit duizendblad komt na het maaien in groote menigte te voorschijn; meest met witte -bloemen, maar ook wel met rooskleurige of donkerroode en die vind ik altijd heel graag. -Wat die kleur precies te beduiden heeft, dat weet ik niet; ik vind roode en witte -vlak bij elkander en kan ook niet ontdekken of de gekleurde soms meer door insecten -bezocht worden, dan de witte. Er zijn nog een heele boel dingen, die we niet weten. -</p> -<p>Nu zie ik weer een groepje bloemen, waar we even bij kunnen gaan liggen. Het zijn -vlasleeuwebekjes(<a href="#plate130">130</a>), vroeger heetten ze „gemeene vlasbek”, maar dat platte scheldwoord is nu gelukkig -uit ons plantkundig woordenboek geschrapt. Kinderen noemen deze bloemen wel kanarietjes, -om de aardige gele kleur. -</p> -<p>Dit zijn bloemen, die als ze zich geopend hebben, nog dicht blijven. De bloemkroon -is tweelippig, de onderlip drukt stijf tegen de bovenlip aan, het mondje blijft stuurs -gesloten. In de plantkunde noemen we zoo’n bloem „gemaskerd” en als de lippen elkander -niet aanraken, dan zeggen we, dat de bloem „grijnzend” is. -</p> -<p>De bloemkroon van onze vlasleeuwenbekjes eindigt in een langen puntigen zak, een <span class="pageNum" id="pb72">[<a href="#pb72">72</a>]</span>spoor; als we door de bloem naar ’t licht kijken, zien we duidelijk vloeistof daarin -en ’t kost maar weinig moeite, om te ontdekken, dat we te doen hebben met honig. Nu -begrijpen we ook, waarom die mooie kleine hommeltjes met gelen halskraag en rooden -achterlijfspunt zoo vlijtig deze bloemen opzoeken. Ze pakken onder het neerdalen al -de onderlip, drukken met hun kop onder- en bovenlip van elkander en steken dan een -heel lang tongetje uit, waarmee ze den honig uit ’t diepst van de spoor kunnen oplikken. -</p> -<p>Er komen nog andere hommeltjes opdagen, die hebben een witter achterlijfspunt en twee -gele dwarsstreepen over hun zwarte lijf. Die pakken de bloem heel anders aan, ze gaan -op de spoor zitten, bijten daar een gat in en krijgen daardoor al de honig, die ze -anders nooit hadden kunnen bereiken, want hun tong is te kort. -</p> -<p>Het spreekt van zelf, dat ze zoodoende niet in aanraking komen met meeldraden of stempel -en dus van geen nut zijn voor de bestuiving van de bloem, daarom worden ze door de -plantkundigen dan ook uitgemaakt voor „inbrekers”. -</p> -<p>Het ergste is nog, dat allerlei korttongige snoepers met de brave honingbij vooraan -komen profiteeren van de gelegenheid, om door ’t gat, dat de aardhommel heeft gebeten, -den honig te komen oplikken, die door de verminkte spoor nog voortdurend wordt afgescheiden. -Ook de smeerwortel (<a href="#plate040">40</a>) heeft veel van inbraak te lijden. -</p> -<p>Als ik vlasleeuwenbekjes zie bloeien, ga ik ook altijd zoeken naar bloempjes met twee -sporen of met nog meer, ’t mooiste zijn ze met vijf sporen, maar die vind je niet -zoo heel dikwijls. -</p> -<p>’t Is haast alles geel wat we vinden, ook alweer wat mooie agrimonia (<a href="#plate101">101</a>), met kleine gele rozenbloempjes langs den hoogen rechten stengel en rijpe vruchtjes -die zich met fijne haakjes vasthechten aan onze kleeren. Aan den slootkant staan hooge -planten met veel gele bloemen die herinneren aan primula’s. ’t Is de wederik (<a href="#plate132">132</a>), een hoog opgeschoten broer van het kruipende penningkruid. Zijn bloempjes worden -nog al druk door insecten bezocht, vooral door bijtjes; er is een soort van wilde -bijtjes, die een zeer bijzondere voorkeur voor deze bloemen hebben, waarom, dat weet -niemand, maar dat maakt de zaak natuurlijk dubbel zoo aardig. -</p> -<p>Eindelijk wat afwisseling! Aan den waterkant groeit heerlijke geurige munt (<a href="#plate084">84</a>) met bleekpaarse bloemen, waar de vliegen zooveel van houden en vlak daarnaast een -plantje met prachtige blauwe bloempjes, zachtblauw en toch helder, de blauwe Godsgenade -of glidkruid (<a href="#plate080">80</a>), een van onze allermooiste plantjes. -</p> -<p>’t Is een lipbloem en de bouw van de bloem vertoont veel overeenkomst met die van -hondsdraf of doovenetel, maar de kelk ziet er heel anders uit, daar zit een heel merkwaardig -buitje aan. Daardoor krijgt de rijpe vrucht ook een zeer bijzonder uiterlijk, de kelk -sluit er heelemaal omheen. -<span class="pageNum" id="pb75">[<a href="#pb75">75</a>]</span></p> -<p>Als nu de zaden goed rijp zijn, dan is de kelk droog geworden en ’t steeltje waar -hij op zit is stijf en veerkrachtig. Stoot je nu even boven op den kelk, dan splijt -hij in tweeën, één stuk valt af en ’t onderstuk, dat op zijn steeltje naar omlaag -was gebogen springt veerkrachtig terug en schiet dan meteen de vruchtbrokjes weg, -zoowat op de manier van de ouderwetschen blijden, waar onze voorvaderen elkander zoo -dapper mee vernielden, voordat de kanonnen waren uitgevonden. -</p> -<p>Nog een ander lipbloempje snappen wij, ook heel mooi blauw, het bekende bijenkorfje -of brunelle (<a href="#plate079">79</a>), dat al de eigenschappen van de lipbloemen heel duidelijk vertoont en zeer in trek -is bij onze oude vrinden, de dikkopvlindertjes. En hier heb ik nog een andere vlindervriend -en tegelijk een vlinderbloem ook, de blauwe Luzerne klaver, een plant, hier ingevoerd -uit Zuid Europa, maar zoo algemeen verbouwd, dat hij wel langzamerhand als inlander -beschouwd mag worden. Op sommige plekken langs het Noordhollandsch Kanaal ziet het -er in den zomer blauw van en in de kleistreken worden hektaren bij hektaren ermee -bezaaid. -</p> -<p>Geen wonder dan ook, dat zich ook reeds volgelingen van deze plant in ons land komen -vertoonen en wel twee buitengewoon mooie vlinders, de oranje (<a href="#plate133">133</a>) en de gele luzernevlinder (<a href="#plate134">134</a>). Ze houden zoowat het midden tusschen de witjes en citroentjes, het wijfje van de -gele luzernevlinder is soms zoo goed als wit, en met het citroentje komen ze overeen, -doordat ze juist midden op de vleugel een sterker gekleurd vlekje hebben. ’t Zal u -trouwens met behulp van onze plaatjes geen moeite kosten, om ze te herkennen, wanneer -ge eens het geluk moogt hebben, ze te ontmoeten. De kans daarvoor is niet zoo heel -gering, in sommige jaren krijg je er nog al veel te zien, in andere jaren minder, -maar na zachte winters kunt ge er altijd vrij stellig op rekenen. -</p> -<p>Dit hangt samen met hun levensgeschiedenis. De vlinders vliegen rond in Augustus en -September. Ze leggen dan eitjes en de rupsen, die daaruit komen, zijn al tamelijk -flink uit de kluiten gegroeid, wanneer de winter invalt. -</p> -<p>Dat is voor hen een tijd van beproevingen en gevaren. Ze moeten nu overwinteren en -’t eenige, wat ze doen, om zich te beveiligen is, dat ze op een blad of zoo iets een -zijden vloertje spinnen en daar gaan ze dan op zitten. Nu kunnen ze lang zooveel kou -niet verdragen, als de insecten, die hier al van oudsher thuis zijn en die met plezier -gedurende een winter driemaal achtereen bevriezen en weer ontdooien, zonder er een -haartje minder door te worden. Integendeel, bij een flinke vorst gaan ze voor goed -dood. -</p> -<p>Nu zou je denken, dat dan meteen de luzernevlinders voor goed uitgestorven zouden -zijn in ons land, maar dat is toch niet zoo. De vlinders trekken evengoed als de vogels. -Iedereen, die buiten wat oplet, kan daar wel eens wat van te zien krijgen. Ik <span class="pageNum" id="pb76">[<a href="#pb76">76</a>]</span>heb eens op zee een heele vlucht van gamma-uilen ontmoet en gedurende een donderbui -heb ik duizenden witjes over Amsterdam zien trekken. -</p> -<p>Zoo komen in den zomertijd uit verre landen allerlei vlinders hier terecht, behalve -de luzernevlinders, ook doodshoofdvlinders, windepijlstaarten, kolibrivlinders en -distelvlinders. -</p> -<p>Wanneer we nu een zachten winter hebben, dan is het mogelijk, dat die rupsen op hun -zijden matje niet sneuvelen. Vinden ze dan bij hun ontwaken voldoende voedsel—behalve -luzerneklaver lusten ze nog een massa andere vlinderbloemen en er is altijd wel rolklaver -(<a href="#plate075">75</a>), heggewikke (<a href="#plate078">78</a>) of veldlathyrus (<a href="#plate076">76</a>) te vinden—dan bestaat er kans, dat ze zich verpoppen en dat we dan in den zomer -zuiver Hollandsche luzernevlinders te zien krijgen, hoe langer hoe meer. Zoo zie je -meteen hoe een kleine verandering in het klimaat meteen verandering brengt in de dieren- -en plantenbevolking van een streek. -</p> -<p>Er is in Augustus nog al veel insectenleven in onze weiden en doordat het gras kort -is, kun je er genoeg van te zien krijgen, in ’t eene jaar wat meer dan in ’t andere. -Zoo hebben we in het jaar 1910 maar heel weinig wespen gehad. Ik herinner mij heel -goed zomers, dat de maaiers in de wei en de zichters op den akker ontzettend last -hadden van de wespen en dat ze keer op keer op de vlucht sloegen, wanneer ze per ongeluk -een nest hadden gestoord. -</p> -<p>’s Avonds toog dan alleman er op uit, om die wespennesten uit te branden, maar meestal -hielp dat niet veel, doordat ze heel onverstandig vuurtjes stookten boven op het wespennest, -waar de geelrokken maar weinig last van hadden; misschien vonden ze zelfs de warmte -lekker. -</p> -<p>Dat er tegenwoordig zoo weinig wespen zijn, moet wel toegeschreven worden aan de koude -in ’t voorjaar en de natte zomers. Daardoor zijn er ook minder krekels, dat ook echte -warmte-vriendjes zijn. -</p> -<p>Wat is het heerlijk, op een heeten Augustusdag de krekels (<a href="#plate140">140</a>) te hooren zingen in de hooge weiden. En wat is het moeilijk ze te zien krijgen! -Ze zitten meestal te zingen, of liever te musiceeren aan den ingang van hun holen, -maar op ’t gedreun van onze voetstappen vluchten ze haastig naar binnen. -</p> -<p>Er zit dan weer niets anders op, dan te gaan liggen in ’t gras op een plek waar veel -van die holen zijn en na een paar minuten, soms pas na een kwartier, zie je het kleine -zwarte duveltje voorzichtig te voorschijn komen. En zit hij goed en wel in ’t zonnetje, -dan gaan de vleugeltjes over elkaar en je hoort het aardige geluid, een van de hoogste, -die je nog hooren kunt. -</p> -<p>Menschen boven de vijftig krijgen hoe langer hoe meer moeite om dien krekelzang te -hooren; dat is geen doofheid, want fluisteren en ’t tikken van een horloge en al de -<span class="pageNum" id="pb77">[<a href="#pb77">77</a>]</span>gewone geluiden van ’t dagelijksch leven hooren ze nog opperbest. ’t Moet niet prettig -zijn, als je zoo de grenzen van je waarnemingsgebied kleiner voelt worden. -</p> -<p>Ik zat eens met een zestiger in ’t koepeltje van Lombok, in ’t Utrechtsche. ’t Was -een echt heete zomerdag, de krekels gingen te keer als razenden, de lucht was vol -krekelgepiep, dat mijn ooren ervan tuitten, maar mijn metgezel hoorde er niets van. -Ik loop nu ook al naar de vijftig en als ik in Augustus met jongens wandel en geen -krekels hoor, dan vraag ik altijd eventjes of <i>zij</i> ook krekels hooren. Tot nu toe valt ’t nog al mee, ik hoor ze nog altijd, als de -jongens ze hooren en dat doet me goed. -</p> -<p>De sprinkhaantjes (<a href="#plate120">120</a>) houden al evenveel van muziek als de krekeltjes. In Augustus vindt je in de hooge -weiden meestal het sprinkhaantje met de blauwe ondervleugels en nog een kleiner soortje, -maar ze musiceeren op dezelfde manier. Ze hebben groote achterpooten, dat is om goed -te kunnen springen. Van zoo’n poot zie je duidelijk drie deelen, er zijn er eigenlijk -meer, maar die drie zie je het best. Ze heeten van buiten af: voet, scheen en dij, -de dij is ’t dikst. -</p> -<p>Nu kun je met een goede loupe aan den binnenkant van die dij een streep van fijne -stippeltjes zien. Nog meer vergroot blijken dat heel aardig gevormde harde uitsteekseltjes -te zijn en als nu die sprinkhaan vroolijk wordt, dan strijkt hij met zijn dij langs -den vleugelrand en dan raspt hij als ’t ware een liedje. -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate133width" id="plate133"> -<p class="figureHead">133</p><img src="images/plate133.jpg" alt="133" width="497" height="274"><p class="first">ORANJE LUZERNEVLINDER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate134width" id="plate134"> -<p class="figureHead">134</p><img src="images/plate134.jpg" alt="134" width="492" height="275"><p class="first">GELE LUZERNEVLINDER. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<div class="figure plate135width" id="plate135"> -<p class="figureHead">135</p><img src="images/plate135.jpg" alt="135" width="499" height="274"><p class="first">BRUIN ZANDOOGJE. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight"> -<div class="figure plate136width" id="plate136"> -<p class="figureHead">136</p><img src="images/plate136.jpg" alt="136" width="495" height="275"><p class="first">GEEL UILTJE. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate137width" id="plate137"> -<p class="figureHead">137</p><img src="images/plate137.jpg" alt="137" width="499" height="273"><p class="first">HAGEDOORNVLINDER. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate138width" id="plate138"> -<p class="figureHead">138</p><img src="images/plate138.jpg" alt="138" width="497" height="277"><p class="first">GEELBANDUIL. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<div class="table"> -<table class="container"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"> -<div class="figure plate139width" id="plate139"> -<p class="figureHead">139</p><img src="images/plate139.jpg" alt="139" width="494" height="271"><p class="first">VEENMOL. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellTop"> -<div class="figure plate140width" id="plate140"> -<p class="figureHead">140</p><img src="images/plate140.jpg" alt="140" width="497" height="273"><p class="first">VELDKREKEL. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<div class="figure plate141width" id="plate141"> -<p class="figureHead">141</p><img src="images/plate141.jpg" alt="141" width="496" height="272"><p class="first">MOL. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight"> -<div class="figure plate142width" id="plate142"> -<p class="figureHead">142</p><img src="images/plate142.jpg" alt="142" width="498" height="274"><p class="first">MUIS. -</p> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"> -<div class="figure plate143width" id="plate143"> -<p class="figureHead">143</p><img src="images/plate143.jpg" alt="143" width="492" height="270"><p class="first">KNIPTOR. -</p> -</div> -</td> -<td class="cellRight cellBottom"> -<div class="figure plate144width" id="plate144"> -<p class="figureHead">144</p><img src="images/plate144.jpg" alt="144" width="498" height="275"><p class="first">ENGERLING. -</p> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<p>’t Is gemakkelijk genoeg, ze dat te zien doen en ’t gekste is wel, dat ze soms een -heele poos met hun poot zitten te peuteren voordat ze een behoorlijk geluid produceeren. -Nu zou ik wel eens willen weten, of ze tijdens dat peuteren soms ook al geluid voortbrengen, -dat wij niet hooren. -</p> -<p>Ik meen van wel. Op een middag <abbr title="namelijk">n.l.</abbr> had ik een hagedis in ’t vizier en amuseerde mij er mee, om toe te zien, hoe dat -beest voortsloop tusschen ’t dorre gras, één en al aandacht voor alles wat er in ’t -rond gebeurde. Toen zat ook zoo’n klein sprinkhaantje te stemmen, voor mij onhoorbaar. -Maar de hagedis keek dadelijk dien kant op en als ik de kleine harpenaar niet aangepord -had met een grassprietje, dan had meester hagedis hem stellig opgevreten. -</p> -<p>Daar zou hij een goed werk mee gedaan hebben ook, want die krekels en sprinkhanen -met hun neef de veenmol (<a href="#plate139">139</a>) zijn eerste grasveters en wortelknagers en kunnen als ze met vereende krachten optreden, -de meest lachende landouwen doen verkeeren in dorre woestijnen. -</p> -<p>De veenmol bedrijft zijn kwaad meest onder den grond. Hij heeft een paar voorpooten, -die eenig zijn in de insectenwereld en volmaakt gelijken op die van den mol. Als ’t -er op aankomt, kan hij naar verhouding van zijn lichaamsgewicht nog beter graven dan -de mol zelf en al ’t kwaad van wortels eten en kiemplantjes verslinden, waar de mol -van wordt beticht, wordt door den veenmol verricht. -<span class="pageNum" id="pb78">[<a href="#pb78">78</a>]</span></p> -<p></p> -<div class="figure p078width"><img src="images/p078.png" alt="" width="720" height="120"></div><p> -</p> -<p>De mol (<a href="#plate141">141</a>) doet dus in dubbel opzicht een goed werk door hem in zijn kraag te pakken. O, dat -molletje, wat kan hij ons helpen. Niet alleen vangt hij de veenmollen, maar ook de -vette engerlingen (<a href="#plate144">144</a>), larven van den meikever. -</p> -<p>Als dikke witte wurmen knagen die aan de wortels van ’t gras met hun harde gele kaken. -Is een plekje leeggevreten dan krabbelen ze met hun zes rare pootjes naar een ander -hoekje en zoo gaat dat jaren lang, totdat ze eindelijk in de herfst gaan verpoppen -en als meikever overwinteren. -</p> -<p>Een ander boosdoener is de ritnaald of koperworm, een geelachtige, dunne harde larve, -afkomstig van een kevertje, waar ge stellig wel eens mee gespeeld hebt. ’t Is een -langwerpig grijs torretje, anderhalven of twee centimeter lang en een halven centimeter -breed, nog al plat van lijf en met korte pootjes. Als je hem pakt, dan houdt hij zich -dood. Leg hem dan op zijn rug en wacht af, wat er gaat gebeuren. Hij wibbelt heen -en weer, buigt zijn borst en kop omhoog, strekt zich dan opeens, en flap, gaat hij -de lucht in. Onderweg keert hij zich om en zoo komt hij dan op zijn pootjes terecht, -om weg te loopen. Deze grappenmaker heet kniptor (<a href="#plate143">143</a>) en zijn kroost wordt door de boeren nog meer gevreesd dan de engerlingen. Daarom -moeten ze vooral den lieven leeuwerik in eere houden en zijn dubbelganger den graspieper, -want deze vogeltjes kennen geen grooter genoegen, dan van die harde kniptorren op -te pikken en door te slikken. De larf, de ritnaald, wordt achtervolgd door den mol -onder den grond en van boven komen de spitse snavels van spreeuwen, roeken en lijsters -hem opzoeken. -</p> -<p>Tegelijk pakken ze de emelten, dat zijn de larven van de langpoot-mug (<a href="#plate119">119</a>). Let er maar eens op, hoe die groote muggen, spekdieven noemt ge ze misschien, op -hooge beenen rondloopen door ’t gras en dan telkens met hun achterlijf een tikje geven -tegen den grond. Iederen keer, dat zij dat doen, leggen zij een eitje en uit elk eitje -komt alweer zoo’n graswortelwegknaaglarve en die heet dan in dit geval emelt. -</p> -<p>Wat dat gras al te lijden heeft, is niet zoo gemakkelijk te beseffen: Tel maar eens -op: Veldmuizen, velerlei rupsen, de engerling, ritnaald, emelt, veenmol, krekel, sprinkhanen, -slakken (<a href="#plate027">27</a>) etc. ’t Is eigenlijk een wonder, dat er nog gras groeit en we kunnen onze helpers -niet dankbaar genoeg zijn. Een van de voornaamste helpers is de mol en toch houden -de boeren niet veel van hem. Hij moest ook andere manieren aanschaffen, niet zooveel -omsmijten en niet het land ongeschikt maken om gemaaid of beweid te <span class="pageNum" id="pb79">[<a href="#pb79">79</a>]</span>worden. In de Vaderlandsche Geschiedenis zijn tal van paarden in molshoopen gestruikeld -en dat heeft de berijders menig sleutelbeen en soms het leven gekost; ge kent die -gevallen. Maar nu kun je ook een beetje begrijpen, hoe vaak een gewone koe of een -werkpaard, waar de Geschiedenis niets mee te maken heeft, op die manier zijn pooten -komt te breken. Dat zijn allemaal heel leelijke dingen en daarom spreekt een boer -de jongelui, die uit de stad komen en daar uit een boek geleerd hebben, hoe verbazend -nuttig de mollen zijn, altijd tegen. En als ze hem vertellen, dat de mol zoo’n kunstig -nest maakt met een kringgang boven, een kringgang onder en allerlei kruisverbindingen -tusschen de kringgangen en het eigenlijke hol, dan lacht hij ze uit en zegt dat er -honderden verschillende vormen van mollennesten zijn en niet één dat lijkt op die -ouderwetsche teekening, dat een verzinsel was. -</p> -<p>En als je van al die verkeerde begrippen bevrijd wil worden, dan moet je maar eens -de wei in. -</p> -<p class="signed"><span class="sc">Jac. P. Th.</span> -</p> -<div class="figure p079width"><img src="images/o079.png" alt="" width="165" height="111"></div><p> -<span class="pageNum" id="pb81">[<a href="#pb81">81</a>]</span> -</p> -<p></p> -<div class="figure p081width"><img src="images/p081.png" alt="" width="580" height="720"><p class="first">I. Trilgras. II. Reukgras. III. Dravik. IV. Timothee. V. Mannagras. VI. Witbol. VII. -Struisgras.</p> -</div><p> -<span class="pageNum" id="pb82">[<a href="#pb82">82</a>]</span> -</p> -<p></p> -<div class="figure p082width"><img src="images/p082.png" alt="" width="582" height="720"><p class="first">I. Kropaar. II. Weide Beemdgras. III. Veenreukgras. IV. Hoog Zwenkgras. V. Muizengerst. -VI. Kamgras. VII. Glanshaver. VIII. Raaigras. IX. Vossestaart.</p> -</div><p> -<span class="pageNum" id="pb83">[<a href="#pb83">83</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div id="register" class="div1 index"><span class="pageNum">[<a href="#register.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">REGISTER.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first xd32e2290">HET EERSTE GETAL DUIDT HET NUMMER VAN HET PLAATJE<br> -HET VETTER GEDRUKTE DE PAGINA VAN DEN TEKST AAN. -</p> -<div class="table"> -<table class="tblindex"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop">Aaskever </td> -<td class="xd32e2296 cellTop"><a href="#plate009">9</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight cellTop"><a href="#pb60" class="pageref">60</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Ocypus olens.—<span lang="fr">Staphyline noir.</span>—<span lang="en">Devil’s coach horse.</span>—<span lang="de">Aaskäfer.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Agrimonia </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate101">101</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb72" class="pageref">72</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Agrimonia eupatoria.—<span lang="fr">Aigremoine.</span>—<span lang="en">Agrimony.</span>—<span lang="de">Odermennig.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Akkerpaardestaart </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate017">17</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb24" class="pageref">24</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Equisetum arvense.—<span lang="fr">Prêle des champs.</span>—<span lang="en">Field horsetail.</span>—<span lang="de">Schuchtelhalm.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Akkerdistel </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate092">92</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb65" class="pageref">65</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Cirsium arvense.—<span lang="fr">Chardon des champs.</span>—<span lang="en">Field thistle.</span>—<span lang="de">Ackerdistel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Akkerwinde </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate029">29</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb66" class="pageref">66</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Convolvulus arvensis.—<span lang="fr">Petit liseron.</span>—<span lang="en">Lesser Bindweed.</span>—<span lang="de">Ackerwinde.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Argusvlinder </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate106">106</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb58" class="pageref">58</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Pararge maegera.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e2433" title="Niet in bron">Mégère</span></span>—<span lang="en">Wall butterfly.</span>—<span lang="de">Mauerfuchs.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Bessenzweefvlieg </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate065">65</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb31" class="pageref">31</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Syrphus ribesii.—<span lang="fr">Syrphide.</span>—<span lang="en">Hoverer-fly.</span>—<span lang="de">Schwebfliege.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Biggekruid </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate100">100</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb70" class="pageref">70</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Hypochaeris radicata.—<span lang="fr">Salade de porc.</span>—<span lang="en">Cat’s ear.</span>—<span lang="de">Wiesenferkelkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Blauwborstje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate110">110</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb35" class="pageref">35</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Cyanecula suecica.—<span lang="fr">Gorge bleue.</span>—<span lang="en">Bluethroat.</span>—<span lang="de">Blaukehlchen.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Blauwe oogentroost </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate086">86</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb11" class="pageref">11</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Euphrasia officinalis.—<span lang="fr">Brise-lunettes.</span>—<span lang="en">Eyebright.</span>—<span lang="de">Augentrost.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Blauwe sprinkhaan </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate120">120</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb77" class="pageref">77</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Oedipoda coerulescens.—<span lang="fr">Sauterelle.</span>—<span lang="en">Blue winged Grasshopper</span>—<span lang="de">Heuschreck.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Blinde bij </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate061">61</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb28" class="pageref">28</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Eristalis tenax.—<span lang="fr">Eristale.</span>—<span lang="en">Hoverer-fly.</span>—<span lang="de">Schwebfliege.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Blauwtje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate117">117</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb57" class="pageref">57</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName"><span class="sic">Lycaena maedon</span>.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e2603" title="Niet in bron">Azuré de l’ajonc</span></span>—<span lang="en">Blue.</span>—<span lang="de">Bläuling.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Boksbaard </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate097">97</a>, <a href="#plate098">98</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb51" class="pageref">51</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Tragopogon pratense.—<span lang="fr">Herbe de bouc.</span>—<span lang="en">Goat’s beard.</span>—<span lang="de">Bocksbart.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Bont zandoogje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate108">108</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb58" class="pageref">58</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Pararge aegeria.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e2654" title="Niet in bron">Tircis</span></span>—<span lang="en">Speckled Wood.</span>—<span lang="de">Waldfalter.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Bosch-zweefvlieg </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate062">62</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb28" class="pageref">28</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Eristalis nemorum.—<span lang="fr">Eristale des bois.</span>—<span lang="en">Hoverer.</span>—<span lang="de">Waldschwebfliege.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Boterbloem </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate032">32</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb65" class="pageref">65</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Ranunculus acris.—<span lang="fr">Bouton d’or.</span>—<span lang="en">Buttercup.</span>—<span lang="de">Hahnenfusz.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Braam </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate026">26</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb25" class="pageref">25</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Rubus fruticosus.—<span lang="fr">Ronce.</span>—<span lang="en">Bramble.</span>—<span lang="de">Brombeere.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Breedbladige orchis (Handekenskruid) </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate046">46</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb36" class="pageref">36</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Orchis latifolia.—<span lang="fr">Pentecôte.</span>—<span lang="en">Marsh Orchid.</span>—<span lang="de">Wiesenknabenkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Bronzen loopkever </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate008">8</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb14" class="pageref">14</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Carabus granulatus.—<span lang="fr">Carabe bronzé.</span>—<span lang="en">Bronze Crab-beetle.</span>—<span lang="de">Laufkäfer.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Bruin graafbijtje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate010">10</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb25" class="pageref">25</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Anthrena fulva.—<span lang="fr">Abeille sauvage.</span>—<span lang="en">Burrowing bee.</span>—<span lang="de">Grabbiene.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Bruin zandoogje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate135">135</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb58" class="pageref">58</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Epinephele janira.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e2824" title="Niet in bron">Myrtil</span></span><span lang="en">Meadow-brown.</span>—<span lang="de">Gemeines Ochsenauge.</span><span class="corr" id="xd32e2830" title="Niet in bron">—</span></td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Brunelle </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate079">79</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb75" class="pageref">75</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Brunella vulgaris.—<span lang="fr">Brunelle.</span>—<span lang="en">Self heal.</span>—<span lang="de">Brunel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><span class="pageNum" id="pb84">[<a href="#pb84">84</a>]</span></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Dikkopje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate115">115</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb59" class="pageref">59</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Hesperia thaumas.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e2872" title="Niet in bron">Hespérie de la houque</span></span>—<span lang="en">Small Skipper.</span>—<span lang="de">Busch Dickkopf.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Dodaars </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate111">111</a>, <a href="#plate112">112</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb35" class="pageref">35</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Podiceps fluviatilis.—<span lang="fr">Grèbe castagneux.</span>—<span lang="en">Little Grebe.</span>—<span lang="de">Zwergsteissfuss.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Dotterbloem </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate001">1</a>, <a href="#plate002">2</a>, <a href="#plate003">3</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb19" class="pageref">19</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Caltha palustris.—<span lang="fr">Souci d’eau.</span>—<span lang="en">Marsh marigold.</span>—<span lang="de">Sumpfdotterblume.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Duizendblad </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate107">107</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb70" class="pageref">70</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Achillea millefolium.—<span lang="fr">Achillée.</span>—<span lang="en">Milfoil.</span>—<span lang="de">Schafgarbe.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Eereprijs </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate031">31</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb27" class="pageref">27</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Veronica chamaedrys.—<span lang="fr">Chênette.</span>—<span lang="en">Speedwell.</span>—<span lang="de">Ehrenpreis.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Engelsch gras </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate016">16</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb8" class="pageref">8</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Armeria elongata.—<span lang="fr">Gazon d’Espagne.</span>—<span lang="en">Thrift.</span>—<span lang="de">Grasnelke.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Engerling </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate144">144</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb78" class="pageref">78</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Melolontha vulgaris.—<span lang="fr">Hanneton.</span>—<span lang="en">Cockchafer.</span>—<span lang="de">Maikäfer.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Gaasvlieg </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate066">66</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb31" class="pageref">31</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Chrysopa perla.—<span lang="fr">Chrysope.</span>—<span lang="en">Gauze-fly.</span>—<span lang="de">Florfliege.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Ganzebloem </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate089">89</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb48" class="pageref">48</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Chrysanthemum leucanthemum.—<span lang="fr">Marguerite.</span>—<span lang="en">Ox-eye daisy.</span>—<span lang="de"><span class="corr" id="xd32e3081" title="Bron: Ganseblume">Gänseblume</span>.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Geelbanduil </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate138">138</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb60" class="pageref">60</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Agrotis pronuba.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e3101" title="Niet in bron">Hibou.</span></span>—<span lang="en">Yellow Underwing.</span>—<span lang="de">Graseule.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Gele disteluil </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate136">136</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb57" class="pageref">57</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Gortyna ochracea.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e3125" title="Niet in bron">Drap d’or.</span></span>—<span lang="en">Frosted Orange.</span>—<span lang="de">Gelbe Markeule.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Gele kwikstaart </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate109">109</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb20" class="pageref">20</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Budytes flavus.—<span lang="fr">Bergeronnette jaune.</span>—<span lang="en">Yellow wagtail.</span>—<span lang="de">Schafstelze.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Gele lucernevlinder </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate134">134</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb75" class="pageref">75</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Colias hyale.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e3173" title="Niet in bron">Soufré.</span></span>—<span lang="en">Pale Clouded Yellow.</span>—<span lang="de">Gelber Luzernefalter.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Gestreepte zweefvlieg </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate063">63</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb28" class="pageref">28</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Helophilus pendulus.—<span lang="fr">Helophile.</span>—<span lang="en">Hoverer.</span>—<span lang="de">Gestreifte Schwebfliege.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Gevlekte doovenetel </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate082">82</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb66" class="pageref">66</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Lamium maculatum.—<span lang="fr">Lamier tacheté.</span>—<span lang="en">Spotted dead nettle.</span>—<span lang="de">Gefleckte Taubnessel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Gevlekte orchis </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate044">44</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb36" class="pageref">36</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Orchis maculata.—<span lang="fr">Orchis maculé.</span>—<span lang="en">Spotted Orchis.</span>—<span lang="de">Geflecktes Knabenkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Glidkruid </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate080">80</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb72" class="pageref">72</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Scutellaria galericulata.—<span lang="fr">Scutellaire.</span>—<span lang="en">Skullcap.</span>—<span lang="de">Blaues Schildkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Goudplevier </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate057">57</a>, <a href="#plate058">58</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb60" class="pageref">60</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Charadrius pluvialis.—<span lang="fr">Pluvier.</span>—<span lang="en">Golden Plover.</span>—<span lang="de">Goldregenpfeifer.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Graspieper </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate050">50</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb8" class="pageref">8</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Anthus pratensis.—<span lang="fr">Pipit des prés.</span>—<span lang="en">Titlark.</span>—<span lang="de">Wiesenpieper.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Groene specht </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate114">114</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb60" class="pageref">60</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Gecinus veridis.—<span lang="fr">Pivert.</span>—<span lang="en">Green Woodpecker.</span>—<span lang="de">Grünspecht.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Groentje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate118">118</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb59" class="pageref">59</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Thecla rubi.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e3370" title="Niet in bron">Argus Vert.</span></span>—<span lang="en">Green Hairstreak.</span>—<span lang="de">Grünling.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Groot hoefblad </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate013">13</a>, <a href="#plate014">14</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb17" class="pageref">17</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Petasites officinalis.—<span lang="fr">Pétasite.</span>—<span lang="en">Butterbur.</span>—<span lang="de">Pestwurz.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Groote vuurvlinder </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate127">127</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb43" class="pageref">43</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Polyommatus dorilis.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e3421" title="Niet in bron">Argus Myope.</span></span>—<span lang="en">Large Copper.</span>—<span lang="de">Feuerfalter.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Grutto </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate059">59</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb60" class="pageref">60</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Limosa belgica.—<span lang="fr">Barge à queue noire.</span>—<span lang="en">Black-tailed Godwit.</span>—<span lang="de">Sumpfschnepfe.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Haarlems klokkenspel </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate068">68</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb53" class="pageref">53</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Saxifraga granulata.—<span lang="fr">Saxifrage granulé.</span>—<span lang="en">Meadow Saxifrage.</span>—<span lang="de">Körnersteinbrech.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Hagedoornvlinder </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate137">137</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb57" class="pageref">57</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Rumia luteolata.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e3494" title="Niet in bron">Citronnelle rouillée.</span></span>—<span lang="en">Brimstone.</span>—<span lang="de">Weissdornspanner.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Harlekijnorchis </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate043">43</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb36" class="pageref">36</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Orchis morio.—<span lang="fr">Orchis bouffon.</span>—<span lang="en">Fool’s Orchis.</span>—<span lang="de">Gemeines Knabenkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Heggewikke </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate078">78</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb76" class="pageref">76</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Vicia sepium.—<span lang="fr">Vesce des haies.</span>—<span lang="en">Bush vetch.</span>—<span lang="de">Zaunwikke.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Heksenmelk </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate131">131</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb66" class="pageref">66</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Euphorbia esula.—<span lang="fr">Euphorbe ésule.</span>—<span lang="en">Common milkweed.</span>—<span lang="de">Uferwolfsmilch.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Herfstpaardebloem </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate099">99</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb70" class="pageref">70</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Leontodon autumnale.—<span lang="fr">Liondent d’automne.</span>—<span lang="en">False dandelion.</span>—<span lang="de">Hasenlattich.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Hommel (op smeerwortel) </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate040">40</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb72" class="pageref">72</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Bombus.—<span lang="fr">Bourdon.</span>—<span lang="en">Bumble bee.</span>—<span lang="de">Hummel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Idem (op dooveneetel) </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate042">42</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb28" class="pageref">28</a> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Hommelzweefvlieg </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate064">64</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb28" class="pageref">28</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Volucella bombylans.—<span lang="fr">Volucelle.</span>—<span lang="en">Hoverer fly.</span>—<span lang="de">Hummelschwebfliege.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Hondsroos </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate023">23</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb25" class="pageref">25</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Rosa canina<span class="corr" id="xd32e3673" title="Bron: ,">.</span>—<span lang="fr">Rosier sauvage.</span>—<span lang="en">Dog’s rose.</span>—<span lang="de">Hundsrose.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Honigklaver </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate077">77</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb66" class="pageref">66</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Melilotus officinalis.—<span lang="fr">Mélilot.</span>—<span lang="en">Melilot.</span>—<span lang="de">Honigklee.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Hooibeestje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate128">128</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb57" class="pageref">57</a>, <a href="#pb59" class="pageref">59</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Coenonympha Pamphilus.—<span lang="fr">Pamphile.</span>—<span lang="en">Small Heath.</span>—<span lang="de">Heufalter.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Hopklaver </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate030">30</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb52" class="pageref">52</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Medicago lupulina.—<span lang="fr">Lupuline.</span>—<span lang="en">Dutch clover.</span>—<span lang="de">Hopfenschneckenklee.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Huisjesslak </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate027">27</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb78" class="pageref">78</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Helix hortensis.—<span lang="fr">Limaçon<span class="corr" id="xd32e3778" title="Bron: ,">.</span></span>—<span lang="en">Garden Snail.</span>—<span lang="de">Schnecke.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Kale jonker </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate093">93</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb65" class="pageref">65</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Cirsium palustre.—<span lang="fr">Chardon des marais.</span>—<span lang="en">Marsh thistle.</span>—<span lang="de">Sumpfdistel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><span class="pageNum" id="pb85">[<a href="#pb85">85</a>]</span></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Kemphaan </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate054">54</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb48" class="pageref">48</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Muchetes pugnax.—<span lang="fr">Chevalier combattant.</span>—<span lang="en">Reeve.</span>—<span lang="de">Kampfläufer.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Kievit </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate053">53</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb5" class="pageref">5</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Vanellus cristatus.—<span lang="fr">Vanneau.</span>—<span lang="en">Lapwing.</span>—<span lang="de">Kiebitz.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Kievitsbloem </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate047">47</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb38" class="pageref">38</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Fritillaria meleagris.—<span lang="fr">Damier.</span>—<span lang="en">Fritillary.</span>—<span lang="de">Schachblume.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Klein groentje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate126">126</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb59" class="pageref">59</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Ino statices.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e3901" title="Niet in bron">Procris de l’oseille.</span></span>—<span lang="en">Forester.</span>—<span lang="de">Sauerampferschwärmer.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Klein hoefblad </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate011">11</a>, <a href="#plate015">15</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb17" class="pageref">17</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Tussilago farfara.—<span lang="fr">Pas d’âne.</span>—<span lang="en">Coltsfoot.</span>—<span lang="de">Huflattich.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Klein vuurvlindertje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate129">129</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb43" class="pageref">43</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Polyommatus Phlaeas.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e3952" title="Niet in bron">Cuivré commun.</span></span>—<span lang="en">Small Copper.</span>—<span lang="de">Kleine Feuerfalter.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Klimopbladige eereprijs </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate025">25</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb19" class="pageref">19</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Veronica hederaefolla.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e3976" title="Bron: Veronique">Véronique</span> à feuilles de lierre.</span>—<span lang="en">Ivy-leaved speedwell.</span>—<span lang="de">Epheublättriger Ehrenpreis.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Knikkende distel </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate091">91</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb65" class="pageref">65</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Carduus nutans.—<span lang="fr">Chardon penché.</span>—<span lang="en">Muste thistle.</span>—<span lang="de">Nickende Distel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Kniptor </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate143">143</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb78" class="pageref">78</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Lacon murinus.—<span lang="fr">Taupin.</span>—<span lang="en">Jumping beetle.</span>—<span lang="de">Schnellkäfer.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Knollenwitje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate012">12</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb57" class="pageref">57</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Pieris napi.—<span lang="fr">Pieride des navets.</span>—<span lang="en">Green veined White.</span>—<span lang="de">Knollenweissling.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Koekoeksbloem </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate070">70</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb32" class="pageref">32</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Coronaria flas cuculi.—<span lang="fr">Fleur de coucou.</span>—<span lang="en">Ragged Robin.</span>—<span lang="de">Kuckuckslichtnelke.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Koevinkje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate104">104</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb58" class="pageref">58</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Epinephele hyperanthus.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e4099" title="Niet in bron">Tristan.</span></span>—<span lang="en">Ringlet.</span>—<span lang="de">Gelbring <span class="corr" id="xd32e4106" title="Bron: Ocksenauge">Ochsenauge</span>.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Kommavlinder </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate116">116</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb59" class="pageref">59</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Hesperia comma.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e4126" title="Niet in bron">Virgule.</span></span>—<span lang="en">Silver spotted Hairstreak.</span>—<span lang="de">Kommafalter.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Langpootmug </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate119">119</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb78" class="pageref">78</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Tipula oleracea.—<span lang="fr">Tipule.</span>—<span lang="en">Daddy Longlegs.</span>—<span lang="de">Langbein.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Madeliefje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate035">35</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb45" class="pageref">45</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Bellis perennis.—<span lang="fr">Pâquerette.</span>—<span lang="en">Daisy.</span>—<span lang="de">Massliebchen.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Meidoorn </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate006">6</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb25" class="pageref">25</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Crataegus monogyna.—<span lang="fr">Aubépine.</span>—<span lang="en">Hawthorn.</span>—<span lang="de">Weissdorn.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Middelste weegbree </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate088">88</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Plantago media.—<span lang="fr">Plantain moyen.</span>—<span lang="en">Hairy plantain.</span>—<span lang="de">Mittlerer Wegerich.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Moeras kartelblad </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate083">83</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb8" class="pageref">8</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Pedicularis palustris.—<span lang="fr">Pédiculaire des marais.</span>—<span lang="en">Red rattle.</span>—<span lang="de">Sumpfrodel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Mol </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate141">141</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb78" class="pageref">78</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Talpa vulgaris.—<span lang="fr">Taupe.</span>—<span lang="en">Mole.</span>—<span lang="de">Maulwurf.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Muis </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate142">142</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb60" class="pageref">60</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Mus sylvaticus.—<span lang="fr">Souris.</span>—<span lang="en">Mouse.</span>—<span lang="de">Maus.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Munt </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate084">84</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb72" class="pageref">72</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Mentha aquatica.—<span lang="fr">Menthe aquatique.</span>—<span lang="en">Watermint.</span>—<span lang="de">Wassermünze.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Netelbladige eereprijs </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate033">33</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Veronica urticaefolia.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e4340" title="Niet in bron">Véronique à feuilles d’ortie.</span></span>—<span lang="en"><span class="corr" id="xd32e4343" title="Niet in bron">Nettle-leaved speedwell</span></span>—<span lang="de"><span class="corr" id="xd32e4346" title="Niet in bron">Nesselblättrige Ehrenpreis.</span></span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Oeverzegge </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate039">39</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb32" class="pageref">32</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Carex riparia.—<span lang="fr">Carex des rives.</span>—<span lang="en">Bank Sedge.</span>—<span lang="de">Ufersegge.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Oranje lucernevlinder </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate133">133</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb75" class="pageref">75</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Colias edusa.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e4388" title="Niet in bron">Souci.</span></span>—<span lang="en">Clouded Yellow.</span>—<span lang="de">Orange Heufalter.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Oranje zandoogje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate103">103</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb58" class="pageref">58</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Epinephele Tithonus.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e4412" title="Niet in bron">Amaryllis.</span></span>—<span lang="en">Gatekeeper.</span>—<span lang="de">Orange Ochsenauge.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Paardebloem </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate034">34</a>, <a href="#plate036">36</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb32" class="pageref">32</a>, <a href="#pb45" class="pageref">45</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Taraxacum officinale.—<span lang="fr">Chiendent.</span>—<span lang="en">Dandelion.</span>—<span lang="de">Löwenzahn.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Parelmoervlinder </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate105">105</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb23" class="pageref">23</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Argynnis Selene.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e4467" title="Niet in bron">Petit collier argenté.</span></span>—<span lang="en">Frittillary.</span>—<span lang="de">Perlmutterfalter.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Pastinaak </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate072">72</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb66" class="pageref">66</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Pastinaca sativa.—<span lang="fr">Pastenaque.</span>—<span lang="en">Parsnip.</span>—<span lang="de">Pastinak.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Peen </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate122">122</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb66" class="pageref">66</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Daucus carota.—<span lang="fr">Carotte.</span>—<span lang="en">Carrot.</span>—<span lang="de">Möhre.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Penningkruid </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate121">121</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb69" class="pageref">69</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Lysimachia nummularia.—<span lang="fr">Herbe aux écus.</span>—<span lang="en">Moneywort.</span>—<span lang="de">Nattergold.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Pinksterbloem </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate037">37</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb18" class="pageref">18</a>, <a href="#pb45" class="pageref">45</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Cardamine pratensis.—<span lang="fr">Cresson des prés.</span>—<span lang="en">Lady’s Smock.</span>—<span lang="de">Wiesenschaumkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Ratelaar </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate085">85</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb8" class="pageref">8</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Alecterolophus major.—<span lang="fr">Crête de coq.</span>—<span lang="en">Rattle-box.</span>—<span lang="de">Klappertopf.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Roek </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate060">60</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb60" class="pageref">60</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Corvus frugilegus.—<span lang="fr">Corneille.</span>—<span lang="en">Rook.</span>—<span lang="de">Saatkrähe.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Roode oogentroost </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate087">87</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb8" class="pageref">8</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Euphrasia odontites.—<span lang="fr">Euphraise rouge.</span>—<span lang="en">Red Eyebright.</span>—<span lang="de">Roter Augentrost.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Rolklaver </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate075">75</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb76" class="pageref">76</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Lotus corniculatus.—<span lang="fr">Lotier cornu.</span>—<span lang="en">Birds foot trefoil.</span>—<span lang="de">Hornklee.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Roode klaver </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate073">73</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb7" class="pageref">7</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Trifolium pratense.—<span lang="fr">Trèfle rouge.</span>—<span lang="en">Red clover.</span>—<span lang="de">Roter Klee.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Ruige veldkers </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate020">20</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb18" class="pageref">18</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Cardamine hirsuta.—<span lang="fr">Cresson velu.</span>—<span lang="en">Hairy bittercress.</span>—<span lang="de">Haariges Schaumkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Scabiose </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate096">96</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb66" class="pageref">66</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Scabiosa columbaria.—<span lang="fr">Columbaire.</span>—<span lang="en">Field scabious.</span>—<span lang="de">Teufelsabbiss.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><span class="pageNum" id="pb86">[<a href="#pb86">86</a>]</span></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Silene </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate123">123</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb45" class="pageref">45</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Silene vulgaris.—<span lang="fr">Béhen blanc.</span>—<span lang="en">Bladder campion.</span>—<span lang="de">Kropfleinkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Sleedoorn </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate005">5</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb25" class="pageref">25</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Prunus spinosa.—<span lang="fr">Prunellier.</span>—<span lang="en">Blackthorn.</span>—<span lang="de">Schlehdorn.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Sleutelbloem </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate019">19</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb53" class="pageref">53</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Primula officinalis.—<span lang="fr">Primevère.</span>—<span lang="en">Primrose.</span>—<span lang="de">Schlüsselblume.</span><span class="corr" id="xd32e4816" title="Niet in bron">—</span></td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Smalbladige weegbree </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate090">90</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb51" class="pageref">51</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Plantago minor.—<span lang="fr">Plantain mineur.</span>—<span lang="en">Narrow leaved plantain.</span>—<span lang="de">Schmalblättriger Wegerich.</span><span class="corr" id="xd32e4841" title="Niet in bron">—</span></td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Speenkruid </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate004">4</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb25" class="pageref">25</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Ficaria ranunculoïdes.—<span lang="fr">Eclairette.</span>—<span lang="en">Lesser Celandine.</span>—<span lang="de">Feigwurz.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Spreeuw </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate049">49</a>, <a href="#plate051">51</a>, <a href="#plate052">52</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb13" class="pageref">13</a>, <a href="#pb60" class="pageref">60</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Sturnus vulgaris.—<span lang="fr">Etourneau.</span>—<span lang="en">Starling.</span>—<span lang="de">Staar.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Spriet </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate056">56</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb2" class="pageref">2</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Crex orex.—<span lang="fr">Râle de genêts.</span>—<span lang="en">Corncrake.</span>—<span lang="de">Wachtelkönig.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Steenraket </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate095">95</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb66" class="pageref">66</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Sisymbrium officinale.—<span lang="fr">Herbe aux chantres.</span>—<span lang="en">Hedge mustard.</span>—<span lang="de">Wegehederich.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Stalkruid </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate071">71</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb52" class="pageref">52</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Ononis spinosa.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e4963" title="Bron: Arrête-boeuf">Arrête-bœuf</span>.</span>—<span lang="en">Rest-harrow.</span>—<span lang="de">Hauhechel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Stinkende gouwe </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate021">21</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb25" class="pageref">25</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Chelidonium majus.—<span lang="fr">Chélidoine.</span>—<span lang="en">Celandine.</span>—<span lang="de">Schöllkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Thrincia </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate102">102</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb70" class="pageref">70</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Thrincia hirta.—<span lang="fr">Liondent faux.</span>—<span lang="en">False hawkbit.</span>—<span lang="de">Hundsblume.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Torenvalk </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate113">113</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb60" class="pageref">60</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Cerchneis tinnunculus.—<span lang="fr">Faucon crecerelle.</span>—<span lang="en">Kestrel.</span>—<span lang="de">Turmfalke.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Tureluur </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate055">55</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb5" class="pageref">5</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Totanus calidris.—<span lang="fr">Chevalier gambette.</span>—<span lang="en">Redshank.</span>—<span lang="de">Rotschenkel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Veenmol </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate139">139</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb77" class="pageref">77</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Gryllotalpa vulgaris.—<span lang="fr"><span class="corr" id="xd32e5086" title="Niet in bron">Courtilière.</span></span>—<span lang="en">Mole cricket.</span>—<span lang="de">Maulwurfsgrille.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Veldbies </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate018">18</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb24" class="pageref">24</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Luzula pilosa.—<span lang="fr">Luzule poilue.</span>—<span lang="en">Woodrush.</span>—<span lang="de">Haarmarbel.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Veldkrekel </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate140">140</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb76" class="pageref">76</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Gryllus campestris.—<span lang="fr">Grillon des champs.</span>—<span lang="en">Field cricket.</span>—<span lang="de">Grille.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Veldsla </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate067">67</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb38" class="pageref">38</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Valerianella olitoria.—<span lang="fr">Doucette.</span>—<span lang="en">Lambs lettuce.</span>—<span lang="de">Feldsalat.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Veldlathyrus </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate076">76</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb76" class="pageref">76</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Lathyrus pratensis.—<span lang="fr">Gesse des prés.</span>—<span lang="en">Meadow lathyrus.</span>—<span lang="de">Wiesenplatterbse.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Veldsalie </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate081">81</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb53" class="pageref">53</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Salvia pratensis.—<span lang="fr">Sauge des prés.</span>—<span lang="en">Meadow sage.</span>—<span lang="de">Wiesensalbei.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Vergeetmijniet </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate067">67</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb38" class="pageref">38</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Myosotis palustris.—<span lang="fr">Myosotis.</span>—<span lang="en">Forget-me-not.</span>—<span lang="de">Vergissmeinnicht.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Violette loopkever </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate007">7</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb14" class="pageref">14</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Carabus violaceus.—<span lang="fr">Carabe violacé.</span>—<span lang="en">Blue crabbeetle.</span>—<span lang="de">Violetter Laufkäfer.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Vlasbekje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate130">130</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb71" class="pageref">71</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Linaria vulgaris.—<span lang="fr">Linaire.</span>—<span lang="en">Toad flax.</span>—<span lang="de">Leinkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Vogelwikke </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate069">69</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb52" class="pageref">52</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Vicia cracca.—<span lang="fr">Pois à crapaud.</span>—<span lang="en">Bird’s Vetch.</span>—<span lang="de">Vogelwicke.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Wammesknoop </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate094">94</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb65" class="pageref">65</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Centaurea Jacea.—<span lang="fr">Jacée des prés.</span>—<span lang="en">Knapweed.</span>—<span lang="de">Wiesenflockenblume.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Wederik </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate132">132</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb72" class="pageref">72</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Lysimachia vulgaris.—<span lang="fr">Lysimaque.</span>—<span lang="en">Yellow loosestrife.</span>—<span lang="de">Friedlos.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Welriekend viooltje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate022">22</a>, <a href="#plate024">24</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb20" class="pageref">20</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Viola odorata.—<span lang="fr">Violette odorante.</span>—<span lang="en">Sweet violet.</span>—<span lang="de">Wohlriechendes Veilchen.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Wesp </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate125">125</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb57" class="pageref">57</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Vespa media.—<span lang="fr">Guêpe.</span>—<span lang="en">Wasp.</span>—<span lang="de">Wespe.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Witte klaver </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate074">74</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb7" class="pageref">7</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Trifolium repens.—<span lang="fr">Trèfle blanc.</span>—<span lang="en">White Clover.</span>—<span lang="de">Weisser Klee.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Witte welriekende orchis </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate045">45</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb37" class="pageref">37</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Platanthera solstitialis.—<span lang="fr">Double feuille.</span>—<span lang="en">Butterfly orchis.</span>—<span lang="de">Kleine Stendelwurz.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Wollegras </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate048">48</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb32" class="pageref">32</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Eriophoron.—<span lang="fr">Linaigrette.</span>—<span lang="en">Cotton grass.</span>—<span lang="de">Wollgras.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Zeespurrie </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate028">28</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb8" class="pageref">8</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Spergularia rubra.—<span lang="fr">Sabline rouge.</span>—<span lang="en">Purple chickweed.</span>—<span lang="de">Roter Spärkling.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Zilverschoon </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate124">124</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb69" class="pageref">69</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Potentilla anserina.—<span lang="fr">Argentine.</span>—<span lang="en">Silverweed.</span>—<span lang="de">Gänse-Fingerkraut.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Zomerklokje </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate041">41</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb38" class="pageref">38</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft foreignName">Leucojum aestivum.—<span lang="fr">Nivéole.</span>—<span lang="en">Snowflake.</span>—<span lang="de">Sommerknotenblume.</span>—</td> -<td class="xd32e2296"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Zuring </td> -<td class="xd32e2296"><a href="#plate038">38</a> </td> -<td class="xd32e2297 cellRight"><a href="#pb42" class="pageref">42</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom foreignName">Rumex acetosa.—<span lang="fr">Oseille.</span>—<span lang="en">Sorrel.</span>—<span lang="de">Sauerampfer.</span>—</td> -<td class="xd32e2296 cellBottom"></td> -<td class="xd32e2297 cellRight cellBottom"></td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure spinewidth"><img src="images/spine.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="720" height="67"></div><p> -</p> -<p> -</p> -<p></p> -<div class="figure backwidth"><img src="images/back.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="569" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table> -<tr id="voorwoord.toc"> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#voorwoord">VOORWOORD.</a></td> -<td class="tocPageNum"></td> -</tr> -<tr id="ch1.toc"> -<td class="tocDivNum">I. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1"> DE JACHT OP DEN SPRIET.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> -</tr> -<tr id="ch2.toc"> -<td class="tocDivNum">II. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2"> PALMPASCHEN.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">13</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.toc"> -<td class="tocDivNum">III. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3"> ALS DE EEREPRIJS BLOEIT.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">27</a></td> -</tr> -<tr id="ch4.toc"> -<td class="tocDivNum">IV. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4"> MET DE MAAIERS.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">47</a></td> -</tr> -<tr id="ch5.toc"> -<td class="tocDivNum">V. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5"> ETGROEN.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">63</a></td> -</tr> -<tr id="register.toc"> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#register">REGISTER.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#register">83</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd32e50" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd32e50" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>De Bonte Wei</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Jacobus Pieter Thijsse (1865–1945)</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/45190315/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Illustrator:</b></td> -<td>Johan Michiel van Oort (1867–1938)</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/287723008/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Illustrator:</b></td> -<td>Jan Voerman jr. (1890–1976)</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/33827866/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Uitgiftedatum:</b></td> -<td>2020-02-11</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td> -<td>2024-09-22 12:26:04 UTC</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>1911</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Trefwoorden:</b></td> -<td>Natural history -- Netherlands -- Juvenile literature</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Project Gutenberg:</b></td> -<td><a href="https://www.gutenberg.org/ebooks/61381" class="seclink">61381</a></td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>QR-code:</b></td> -<td colspan="2"><img src="images/qr61381.png" alt="QR-code van Project Gutenberg URL" width="148" height="148"></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2020-02-04 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende 34 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable"> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e307">5</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1470">52</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl">vindt</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl">vind</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1523">54</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl">bebben</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl">hebben</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2433">83</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Mégère</td> -<td class="bottom">6</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2603">83</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Azuré de l’ajonc</td> -<td class="bottom">16</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2654">83</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Tircis</td> -<td class="bottom">6</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2824">83</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Myrtil</td> -<td class="bottom">6</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2830">83</a>, <a class="pageref" href="#xd32e4816">86</a>, <a class="pageref" href="#xd32e4841">86</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl">—</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2872">84</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Hespérie de la houque</td> -<td class="bottom">21</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3081">84</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="de">Ganseblume</td> -<td class="width40 bottom" lang="de">Gänseblume</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3101">84</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Hibou.</td> -<td class="bottom">6</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3125">84</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Drap d’or.</td> -<td class="bottom">10</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3173">84</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Soufré.</td> -<td class="bottom">7</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3370">84</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Argus Vert.</td> -<td class="bottom">11</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3421">84</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Argus Myope.</td> -<td class="bottom">12</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3494">84</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Citronnelle rouillée.</td> -<td class="bottom">21</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3673">84</a>, <a class="pageref" href="#xd32e3778">84</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3901">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Procris de l’oseille.</td> -<td class="bottom">21</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3952">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Cuivré commun.</td> -<td class="bottom">14</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3976">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Veronique</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Véronique</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4099">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Tristan.</td> -<td class="bottom">8</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4106">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="de">Ocksenauge</td> -<td class="width40 bottom" lang="de">Ochsenauge</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4126">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Virgule.</td> -<td class="bottom">8</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4340">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Véronique à feuilles d’ortie.</td> -<td class="bottom">29</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4343">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="en"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="en">Nettle-leaved speedwell</td> -<td class="bottom">23</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4346">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="de"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="de">Nesselblättrige Ehrenpreis.</td> -<td class="bottom">27</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4388">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Souci.</td> -<td class="bottom">6</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4412">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Amaryllis.</td> -<td class="bottom">10</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4467">85</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Petit collier argenté.</td> -<td class="bottom">22</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4963">86</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Arrête-boeuf</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Arrête-bœuf</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5086">86</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="fr"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom" lang="fr">Courtilière.</td> -<td class="bottom">12</td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Afkortingen</h3> -<p>Overzicht van gebruikte afkortingen.</p> -<table class="abbreviationTable"> -<tr> -<th>Afkorting</th> -<th>Uitgeschreven</th> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">c.M.</td> -<td class="bottom">centimeter</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">d.M.</td> -<td class="bottom">decimeter</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">m.a.w.</td> -<td class="bottom">met andere woorden</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">n.l.</td> -<td class="bottom">namelijk</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 61381 ***</div> -</body> -</html> - diff --git a/old/61381-h/images/back.jpg b/old/61381-h/images/back.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 97ef8fb..0000000 --- a/old/61381-h/images/back.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/front.jpg b/old/61381-h/images/front.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 91af6c2..0000000 --- a/old/61381-h/images/front.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/initial-a.png b/old/61381-h/images/initial-a.png Binary files differdeleted file mode 100644 index c851540..0000000 --- a/old/61381-h/images/initial-a.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/initial-d.png b/old/61381-h/images/initial-d.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 5b38ce1..0000000 --- a/old/61381-h/images/initial-d.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/initial-h.png b/old/61381-h/images/initial-h.png Binary files differdeleted file mode 100644 index d013d28..0000000 --- a/old/61381-h/images/initial-h.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/initial-l.png b/old/61381-h/images/initial-l.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 13109f0..0000000 --- a/old/61381-h/images/initial-l.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/initial-t.png b/old/61381-h/images/initial-t.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 07994a3..0000000 --- a/old/61381-h/images/initial-t.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o001-1.png b/old/61381-h/images/o001-1.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 876e8ab..0000000 --- a/old/61381-h/images/o001-1.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o001-2.png b/old/61381-h/images/o001-2.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 61d2b66..0000000 --- a/old/61381-h/images/o001-2.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o012.png b/old/61381-h/images/o012.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 494f2c3..0000000 --- a/old/61381-h/images/o012.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o013-1.png b/old/61381-h/images/o013-1.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 8eeb331..0000000 --- a/old/61381-h/images/o013-1.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o013-2.png b/old/61381-h/images/o013-2.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 4919151..0000000 --- a/old/61381-h/images/o013-2.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o026.png b/old/61381-h/images/o026.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 00ff5cc..0000000 --- a/old/61381-h/images/o026.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o046.png b/old/61381-h/images/o046.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 38ec2c5..0000000 --- a/old/61381-h/images/o046.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o047-1.png b/old/61381-h/images/o047-1.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 281e76a..0000000 --- a/old/61381-h/images/o047-1.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o047-2.png b/old/61381-h/images/o047-2.png Binary files differdeleted file mode 100644 index ba1c47b..0000000 --- a/old/61381-h/images/o047-2.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o063-1.png b/old/61381-h/images/o063-1.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 6d8cb62..0000000 --- a/old/61381-h/images/o063-1.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o063-2.png b/old/61381-h/images/o063-2.png Binary files differdeleted file mode 100644 index bd6bc41..0000000 --- a/old/61381-h/images/o063-2.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/o079.png b/old/61381-h/images/o079.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 93def39..0000000 --- a/old/61381-h/images/o079.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p001.png b/old/61381-h/images/p001.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 369ebf2..0000000 --- a/old/61381-h/images/p001.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p006.png b/old/61381-h/images/p006.png Binary files differdeleted file mode 100644 index f32a505..0000000 --- a/old/61381-h/images/p006.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p013.png b/old/61381-h/images/p013.png Binary files differdeleted file mode 100644 index ce23b9f..0000000 --- a/old/61381-h/images/p013.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p018.png b/old/61381-h/images/p018.png Binary files differdeleted file mode 100644 index a32b8a6..0000000 --- a/old/61381-h/images/p018.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p024.png b/old/61381-h/images/p024.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 9c725a9..0000000 --- a/old/61381-h/images/p024.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p027.png b/old/61381-h/images/p027.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 8764b16..0000000 --- a/old/61381-h/images/p027.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p036.png b/old/61381-h/images/p036.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 477c7a8..0000000 --- a/old/61381-h/images/p036.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p042.png b/old/61381-h/images/p042.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 6e75c62..0000000 --- a/old/61381-h/images/p042.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p047.png b/old/61381-h/images/p047.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 353395f..0000000 --- a/old/61381-h/images/p047.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p054.png b/old/61381-h/images/p054.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 5397ff7..0000000 --- a/old/61381-h/images/p054.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p063.png b/old/61381-h/images/p063.png Binary files differdeleted file mode 100644 index cdec7fe..0000000 --- a/old/61381-h/images/p063.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p071.png b/old/61381-h/images/p071.png Binary files differdeleted file mode 100644 index ff3349a..0000000 --- a/old/61381-h/images/p071.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p078.png b/old/61381-h/images/p078.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 6683856..0000000 --- a/old/61381-h/images/p078.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p081.png b/old/61381-h/images/p081.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 9501df9..0000000 --- a/old/61381-h/images/p081.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/p082.png b/old/61381-h/images/p082.png Binary files differdeleted file mode 100644 index eb8607f..0000000 --- a/old/61381-h/images/p082.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate001.jpg b/old/61381-h/images/plate001.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 539a480..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate001.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate002.jpg b/old/61381-h/images/plate002.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8122a31..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate002.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate003.jpg b/old/61381-h/images/plate003.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 45d154d..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate003.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate004.jpg b/old/61381-h/images/plate004.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 13886b4..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate004.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate005.jpg b/old/61381-h/images/plate005.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index becf320..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate005.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate006.jpg b/old/61381-h/images/plate006.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index af5373d..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate006.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate007.jpg b/old/61381-h/images/plate007.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e1f312c..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate007.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate008.jpg b/old/61381-h/images/plate008.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 3594b14..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate008.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate009.jpg b/old/61381-h/images/plate009.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 3f6efe1..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate009.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate010.jpg b/old/61381-h/images/plate010.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 81df10e..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate010.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate011.jpg b/old/61381-h/images/plate011.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index d526d7a..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate011.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate012.jpg b/old/61381-h/images/plate012.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 483b166..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate012.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate013.jpg b/old/61381-h/images/plate013.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c02eadf..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate013.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate014.jpg b/old/61381-h/images/plate014.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 52312c0..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate014.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate015.jpg b/old/61381-h/images/plate015.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 983d1cb..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate015.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate016.jpg b/old/61381-h/images/plate016.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 2eb62fb..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate016.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate017.jpg b/old/61381-h/images/plate017.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index bfd3ac9..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate017.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate018.jpg b/old/61381-h/images/plate018.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index b43c3e3..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate018.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate019.jpg b/old/61381-h/images/plate019.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 71aa0ac..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate019.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate020.jpg b/old/61381-h/images/plate020.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 54b1213..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate020.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate021.jpg b/old/61381-h/images/plate021.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 98f5e60..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate021.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate022.jpg b/old/61381-h/images/plate022.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 86dfe4a..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate022.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate023.jpg b/old/61381-h/images/plate023.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index a107ee5..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate023.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate024.jpg b/old/61381-h/images/plate024.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index fc64229..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate024.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate025.jpg b/old/61381-h/images/plate025.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index a8889bb..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate025.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate026.jpg b/old/61381-h/images/plate026.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c6bad40..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate026.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate027.jpg b/old/61381-h/images/plate027.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 67c3ebe..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate027.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate028.jpg b/old/61381-h/images/plate028.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 34b3299..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate028.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate029.jpg b/old/61381-h/images/plate029.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 69f6d52..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate029.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate030.jpg b/old/61381-h/images/plate030.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 93ea471..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate030.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate031.jpg b/old/61381-h/images/plate031.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4d84009..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate031.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate032.jpg b/old/61381-h/images/plate032.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 004bb9e..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate032.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate033.jpg b/old/61381-h/images/plate033.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index a2bbf36..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate033.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate034.jpg b/old/61381-h/images/plate034.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index f75db74..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate034.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate035.jpg b/old/61381-h/images/plate035.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e1f10d1..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate035.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate036.jpg b/old/61381-h/images/plate036.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 16e85ef..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate036.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate037.jpg b/old/61381-h/images/plate037.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 65a5c1a..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate037.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate038.jpg b/old/61381-h/images/plate038.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 3c4488e..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate038.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate039.jpg b/old/61381-h/images/plate039.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 9764d67..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate039.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate040.jpg b/old/61381-h/images/plate040.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 0e37b28..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate040.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate041.jpg b/old/61381-h/images/plate041.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 14ee5bf..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate041.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate042.jpg b/old/61381-h/images/plate042.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index ced9298..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate042.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate043.jpg b/old/61381-h/images/plate043.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 092fa68..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate043.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate044.jpg b/old/61381-h/images/plate044.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8296876..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate044.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate045.jpg b/old/61381-h/images/plate045.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 97d29d1..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate045.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate046.jpg b/old/61381-h/images/plate046.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index dece6c0..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate046.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate047.jpg b/old/61381-h/images/plate047.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index b224b04..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate047.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate048.jpg b/old/61381-h/images/plate048.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c0c8218..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate048.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate049.jpg b/old/61381-h/images/plate049.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 6bbc004..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate049.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate050.jpg b/old/61381-h/images/plate050.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 7259e3c..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate050.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate051.jpg b/old/61381-h/images/plate051.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 53c0040..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate051.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate052.jpg b/old/61381-h/images/plate052.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 0f98b00..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate052.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate053.jpg b/old/61381-h/images/plate053.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e0beff1..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate053.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate054.jpg b/old/61381-h/images/plate054.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5671916..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate054.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate055.jpg b/old/61381-h/images/plate055.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index f212d77..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate055.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate056.jpg b/old/61381-h/images/plate056.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index d8d3e13..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate056.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate057.jpg b/old/61381-h/images/plate057.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 1313b4d..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate057.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate058.jpg b/old/61381-h/images/plate058.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 705bbef..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate058.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate059.jpg b/old/61381-h/images/plate059.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index ee5d845..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate059.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate060.jpg b/old/61381-h/images/plate060.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index db9560f..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate060.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate061.jpg b/old/61381-h/images/plate061.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4b56ef6..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate061.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate062.jpg b/old/61381-h/images/plate062.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 64d6ea8..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate062.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate063.jpg b/old/61381-h/images/plate063.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 7f583bb..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate063.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate064.jpg b/old/61381-h/images/plate064.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index de51c5a..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate064.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate065.jpg b/old/61381-h/images/plate065.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 7d54f0c..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate065.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate066.jpg b/old/61381-h/images/plate066.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index a143179..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate066.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate067.jpg b/old/61381-h/images/plate067.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 1342c0c..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate067.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate068.jpg b/old/61381-h/images/plate068.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index eb5fd43..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate068.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate069.jpg b/old/61381-h/images/plate069.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 0ce975c..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate069.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate070.jpg b/old/61381-h/images/plate070.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 16ff8d6..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate070.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate071.jpg b/old/61381-h/images/plate071.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index baf96ba..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate071.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate072.jpg b/old/61381-h/images/plate072.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c46dfaf..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate072.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate073.jpg b/old/61381-h/images/plate073.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c3189ff..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate073.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate074.jpg b/old/61381-h/images/plate074.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index b0de494..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate074.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate075.jpg b/old/61381-h/images/plate075.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index aabc9ec..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate075.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate076.jpg b/old/61381-h/images/plate076.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 3d1e5f4..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate076.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate077.jpg b/old/61381-h/images/plate077.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 6e7898a..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate077.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate078.jpg b/old/61381-h/images/plate078.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 42721f2..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate078.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate079.jpg b/old/61381-h/images/plate079.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 1632dee..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate079.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate080.jpg b/old/61381-h/images/plate080.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e0c78b8..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate080.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate081.jpg b/old/61381-h/images/plate081.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index d828408..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate081.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate082.jpg b/old/61381-h/images/plate082.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 74a8896..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate082.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate083.jpg b/old/61381-h/images/plate083.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 9e970ff..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate083.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate084.jpg b/old/61381-h/images/plate084.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 3a6b229..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate084.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate085.jpg b/old/61381-h/images/plate085.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index ea1bf6e..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate085.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate086.jpg b/old/61381-h/images/plate086.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4539ce5..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate086.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate087.jpg b/old/61381-h/images/plate087.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index f4e2396..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate087.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate088.jpg b/old/61381-h/images/plate088.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 78af9a0..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate088.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate089.jpg b/old/61381-h/images/plate089.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index a4fe79a..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate089.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate090.jpg b/old/61381-h/images/plate090.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 72b2862..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate090.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate091.jpg b/old/61381-h/images/plate091.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e708736..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate091.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate092.jpg b/old/61381-h/images/plate092.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index ea0565f..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate092.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate093.jpg b/old/61381-h/images/plate093.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e3d27a3..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate093.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate094.jpg b/old/61381-h/images/plate094.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8a067c2..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate094.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate095.jpg b/old/61381-h/images/plate095.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5c8a038..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate095.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate096.jpg b/old/61381-h/images/plate096.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 35f9370..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate096.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate097.jpg b/old/61381-h/images/plate097.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index cb9517f..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate097.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate098.jpg b/old/61381-h/images/plate098.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8e018c3..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate098.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate099.jpg b/old/61381-h/images/plate099.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index fdc5d0e..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate099.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate100.jpg b/old/61381-h/images/plate100.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 35ba145..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate100.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate101.jpg b/old/61381-h/images/plate101.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index bc1badf..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate101.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate102.jpg b/old/61381-h/images/plate102.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index abc7d11..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate102.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate103.jpg b/old/61381-h/images/plate103.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5335236..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate103.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate104.jpg b/old/61381-h/images/plate104.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4a7239b..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate104.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate105.jpg b/old/61381-h/images/plate105.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index cc1dcd5..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate105.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate106.jpg b/old/61381-h/images/plate106.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 868e664..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate106.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate107.jpg b/old/61381-h/images/plate107.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index eab7e96..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate107.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate108.jpg b/old/61381-h/images/plate108.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 20362bb..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate108.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate109.jpg b/old/61381-h/images/plate109.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 34ca91d..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate109.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate110.jpg b/old/61381-h/images/plate110.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index eb5ae05..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate110.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate111.jpg b/old/61381-h/images/plate111.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 52dd1c9..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate111.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate112.jpg b/old/61381-h/images/plate112.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 9c6e5f4..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate112.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate113.jpg b/old/61381-h/images/plate113.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index a360de6..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate113.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate114.jpg b/old/61381-h/images/plate114.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5bad025..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate114.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate115.jpg b/old/61381-h/images/plate115.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 9d1ee3f..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate115.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate116.jpg b/old/61381-h/images/plate116.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index bcb1acd..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate116.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate117.jpg b/old/61381-h/images/plate117.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index a2ecbcd..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate117.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate118.jpg b/old/61381-h/images/plate118.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c1a0a5b..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate118.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate119.jpg b/old/61381-h/images/plate119.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e83734c..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate119.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate120.jpg b/old/61381-h/images/plate120.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 369f1b9..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate120.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate121.jpg b/old/61381-h/images/plate121.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 05d4eb9..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate121.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate122.jpg b/old/61381-h/images/plate122.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 63aeb95..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate122.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate123.jpg b/old/61381-h/images/plate123.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 989f151..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate123.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate124.jpg b/old/61381-h/images/plate124.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 9c7aa9d..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate124.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate125.jpg b/old/61381-h/images/plate125.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 19fc567..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate125.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate126.jpg b/old/61381-h/images/plate126.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index d5c3ede..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate126.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate127.jpg b/old/61381-h/images/plate127.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 9acc928..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate127.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate128.jpg b/old/61381-h/images/plate128.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 2c1f858..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate128.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate129.jpg b/old/61381-h/images/plate129.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c22a5d9..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate129.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate130.jpg b/old/61381-h/images/plate130.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5990152..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate130.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate131.jpg b/old/61381-h/images/plate131.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 6d7cc44..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate131.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate132.jpg b/old/61381-h/images/plate132.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5ed2e37..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate132.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate133.jpg b/old/61381-h/images/plate133.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index ab1a62d..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate133.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate134.jpg b/old/61381-h/images/plate134.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e3cd7b8..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate134.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate135.jpg b/old/61381-h/images/plate135.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 9939fe4..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate135.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate136.jpg b/old/61381-h/images/plate136.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 053b835..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate136.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate137.jpg b/old/61381-h/images/plate137.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 21e836c..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate137.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate138.jpg b/old/61381-h/images/plate138.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index f64b3b7..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate138.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate139.jpg b/old/61381-h/images/plate139.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index a76b9b1..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate139.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate140.jpg b/old/61381-h/images/plate140.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4f18ed4..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate140.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate141.jpg b/old/61381-h/images/plate141.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8e0f668..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate141.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate142.jpg b/old/61381-h/images/plate142.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 64e11cc..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate142.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate143.jpg b/old/61381-h/images/plate143.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index d03a50b..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate143.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/plate144.jpg b/old/61381-h/images/plate144.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index cb95f0c..0000000 --- a/old/61381-h/images/plate144.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/qr61381.png b/old/61381-h/images/qr61381.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 3eead26..0000000 --- a/old/61381-h/images/qr61381.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/spine.jpg b/old/61381-h/images/spine.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 40287fa..0000000 --- a/old/61381-h/images/spine.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/titlepage.png b/old/61381-h/images/titlepage.png Binary files differdeleted file mode 100644 index d34bd2f..0000000 --- a/old/61381-h/images/titlepage.png +++ /dev/null diff --git a/old/61381-h/images/voorwoord.png b/old/61381-h/images/voorwoord.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 83383d8..0000000 --- a/old/61381-h/images/voorwoord.png +++ /dev/null diff --git a/old/old/20200211-61381-8.txt b/old/old/20200211-61381-8.txt deleted file mode 100644 index b5b91b7..0000000 --- a/old/old/20200211-61381-8.txt +++ /dev/null @@ -1,3261 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of De Bonte Wei, by Jacobus Pieter Thijsse - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: De Bonte Wei - -Author: Jacobus Pieter Thijsse - -Illustrator: Jan Voerman jr. - Johan Michiel (Jan) van Oort - -Release Date: February 11, 2020 [EBook #61381] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE BONTE WEI *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - - - DE BONTE WEI - - DOOR - - JAC. P. THIJSSE - - TE ILLUSTREEREN MET VERKADE'S PLAATJES - NAAR TEEKENINGEN VAN JAN VOERMAN Jr - EN JAN VAN OORT. - - - - 1911 - - BAKKERIJ "DE RUIJTER" - DER FIRMA VERKADE & COMP. - ZAANDAM - - - - - - - - -VOORWOORD. - - -"DE BONTE WEI", wat een heerlijk frissche klank! Wie, die zijn land -liefheeft, wordt niet bekoord door dezen titel van ons nieuwe album -voor 1911/12. - -Tooveren deze woorden u niet voor den geest een beeld van welvaart, -van typisch Hollandsch schoon, van zomerweelde? - -En als ge nu houdt van de wei als geheel, verlangt ge dan niet vanzelf -meer te weten van alles wat er leeft en bloeit? - -Nu reikt de heer Jac. P. Thijsse, met de heeren Jan Voerman Jr. en -Jan van Oort, u daartoe de helpende hand in "DE BONTE WEI", en grijpt -ge die, dan zult ge u wr met een gedeelte van ons mooie Nederland -vertrouwd voelen worden, genietend van de vrije uren buiten, uw -gezondheid en opgewektheid ten heil! - -Moge "DE BONTE WEI" hiertoe in ruime mate vrienden vinden bij oud -en jong! - - -Zaandam, Juni 1911. VERKADE & COMP. - - - - - - - - -I. DE JACHT OP DEN SPRIET. - - -Toen ik een jongetje was van een jaar of vier, waren de dieren buiten -nooit bang voor mij en ik ook niet voor hen. Wel lag ik 's avonds in -mijn bed vaak te droomen van duivels en gedrochten, maar dat kwam -door de prenteboeken en door de verhalen van welmeenende ouders en -vrienden. Ook was ik er vrij zeker van, dat al die verschrikkelijkheden -alleen voorvielen in ver verwijderde landen of in 't middernachtelijk -uur en zoo kuierde ik dan altijd welgemoed rond in onzen tuin, over -de fortwallen, of door de weiden. Wij woonden namelijk heel eenzaam -in een fort, dat ergens stond tusschen weiden en heiden. - -Soms ging ik met mijn broers, maar ook dikwijls alleen en dan had -ik natuurlijk de mooiste ontmoetingen. Ik kan mij niet herinneren, -dat ik expres uitging, om naar dieren en planten te zien (dat doe ik -tegenwoordig wel) maar het liep er toch altijd op uit, dat ik ging -zitten op een plekje, waar veel mooie bloemen stonden en dan kwamen -vanzelf allerlei leuke dieren tusschen het gras of op de bloemen -te voorschijn. - -Ik zie ze nog loopen, de groote gouden loopkevers, blinkend zwart van -onderen en met lange roode beenen, violette loopkevers (7), bronzen -loopkevers (8). Onzelievenheersbeestjes bij dozijnen liepen over de -wikken met de mooie blauwe bloemen. Een andermaal zag ik een groote -geel met zwarte wesp vechten met een groote groene bromvlieg en daar -stelde ik heel veel belang in, want ik had juist in een ouden "Mentor" -(een tijdschrift uit die dagen) een verhaal gelezen van een wesp, -die vocht met een vlieg. In dat verhaal heette die vlieg Esmeralda -en ze kwam er nog al goed af, want ze kon ontvluchten, nadat de wesp -haar een paar gaten in 't lichaam gebeten had. Mijn vlieg evenwel -was minder gelukkig, want de wesp stak haar dood en droeg haar weg -tusschen de achterpooten. - -Er kwamen soms kleine koddige muisjes zonder ooren en ook wel -groote groene glinsterende hagedissen. Maar 't mooist van alles -was een groote bruinachtige vogel. Die stak zijn kop uit 't gras, -trok hem weer terug, stak hem weer uit, een eindje verder en kwam -zoo schoksgewijze te voorschijn. Toen stond hij daar op twee lange -beenen en begon te kraken: krk-krk--krk-krk. Ik zat maar stil te -kijken en toen de vogel zijn redevoering uit had, verdween hij weer -tusschen de grashalmen. Dat was de spriet of kwartelkoning (56), -maar dat wist ik toen nog niet. - -Tegenwoordig ken ik wel de namen van de meeste planten en dieren, die -je in ons land zoo gewoon zonder microscoop te zien kunt krijgen, maar -'t lijkt wel, of ik er lang zoo veel niet van zie, als in de dagen, -voor dat ik naar school ging. Zou er tegenwoordig minder wild gedierte -zijn dan vroeger, of ligt het soms aan mij? De album-vriendjes op -het platte land moesten mij daar eens iets van vertellen: Menno voor -de Achterhoek, Tjeert uit Zevenwoude, Guurtje van Heilo of Dirk van -Aarlanderveen. Voor de aardigheid zal ik dien eens vertellen, hoeveel -moeite het mij gekost heeft, om een spriet te zien te krijgen, toen -ik niet meer vier, maar veertig jaar oud was. - -Ik hoorde dat dier altijd op zomernachten, als ik met een laten -trein uit Amsterdam was gekomen en dan uit Haarlem wandelde naar mijn -huis in 't Bloemendaalsche park. Eerst hoor je dan nog 't gerij en -gerangeer van treinen, want dat duurt dag en nacht, maar gaandeweg -wordt dat minder merkbaar en krijgen de nachtgeluiden van de natuur -de overhand. In de verte ruischt de zee, van den duinkant schalt het -lied der nachtegalen, in de wei roept af en toe klagend of droomerig -de kieviet en onophoudelijk kraakt en knarst daar onze spriet. - -'t Is niet makkelijk, dat geluid te beschrijven; 't meest lijkt het -nog op den geleerden naam van 't dier. Hij heet in de geleerde boeken -tegenwoordig "Crex crex" en als je dat eenmaal weet, dan lijkt het ook -werkelijk, alsof hij den heelen nacht en den heelen dag maar steeds -zijn eigen naam roept. "Crex, crex", allebei de woordjes even luid en -even lang van duur (zoowat een halve seconde), dan een seconde rust, -dan weer "crex, crex" en zoo voort, soms een half uur achtereen. - -Er zijn wel menschen, die dat vervelend vinden, maar als je den vogel -van nabij kent en ook de omgeving, waarin hij zich ophoudt, dan denk -je daar wel anders over. - -Nu dan, ik wou en zou dien Bloemendaalschen spriet in levenden lijve -aanschouwen en liefst nog zijn nest vinden ook. Ik wist 't echter bij -ervaring, dat het niet gemakkelijk is, in Mei of Juni de Hollandsche -weiden te betreden. Niet om de slooten of hekken, daar is altijd wel -raad op, maar de boer of zijn knechts zijn den heelen dag ter plaatse, -om je er af te jagen, en daar hebben ze groot gelijk aan. - -Nog onlangs had ik daar een gesprek over met een ouden landbouwer, nog -al een grappenmaker. "Weet je wat, mijnheer," zei hij, "de dokters, die -moesten eigenlijk de kast in, wegens opruiing. Zoo gauw er iemand iets -mankeert en hij kan nog loopen, zeggen ze tegenwoordig: de patint moet -maar eens de wei in. En zoo krijgen wij troepen menschen in ons land, -die 't vee verschrikken en den boel vertrappen, dat er geen maaien -aan is. Dat ze een bloemetje plukken, hindert niet, maar 't vertreden -van 't gras geeft ons voor honderden guldens schade. Soms komt er een -meester met een heele school kinderen, dan weer een troep dames en ze -doen maar net of de wereld hun eigen is. Laat ze op de wegen en paden -blijven, daar groeit nog altijd meer, dan waar ze verstand van hebben." - -Ik kon evenwel mijn spriet niet vinden, zonder de paden te -verlaten en moest dus met de betrokken pachters en eigenaars aan -'t onderhandelen. Dat liep nog al mee, ik kreeg voor bepaalde dagen -verlof, om tijdens de morgenuren de velden af te loopen en zoo stond -ik dan op een mooien Juni-morgen met een gerust geweten tusschen gras -en bloemen. - -Ik kon al dadelijk merken, dat 't land nogal afgesloten lag en goed -bewaakt werd, want er nestelden heel wat vogels. Eerst was daar niet -veel van te zien; toen ik den hekdam over ging, hingen er alleen een -paar leeuweriken in de lucht te zingen. Maar 't duurde niet lang of -een waakzame kievit (53) bespeurde onraad, hij vloog omhoog nu eens -over links, dan weer over rechts; zoo'n kievit schommelt haast altijd -onder 't vliegen. Hoe zenuwachtiger hij werd, hoe meer hij wiebelde -en eindelijk ging hij duikelen, of schermen, zooals het heet. - -Dan bedacht hij zich, vloog wat rustiger rond en toen opeens, "joech, -joech, joech" gingen zijn vleugels, kwam hij vlak op me af en snorde -rakelings voorbij. Intusschen waren er ook een paar tureluurs (55) -opgevlogen, de mooie steltloopertjes met de roode pooten en die vlogen -langzaam mee, een meter of tien hoog in de lucht, terwijl ze kort -en onrustig hun "tuut, tuut" lieten hooren. Ook was er een groote -grutto (59), die jammerde voortdurend: "grie-ta, o, grie-ta". Je kon -zijn langen snavel zien trillen en onder het vliegen hield hij zijn -zwart-met-witten staart wijd uitgespreid. - -Dat was nu mijn eerewacht bij den tocht door 't sprietenland: een -kievit, twee tureluurs en een grutto, en ik was er zeker van, dat aan -den overkant van de grenssloot een dergelijk gezelschap gereed stond, -om mij te begeleiden, wanneer ik zoover mocht komen. - -Als de beesten mijn bedoeling hadden gekend, dan waren ze rustig op hun -nesten gebleven. Nu schrikten ze de heele buurt op en er kwam ook al -een boerenknecht aanstappen, maar toen hij mijn verrekijker zag, ging -hij er weer van door. Die verrekijker is zoo een soort van vrijbrief. - -Zooveel als ik anders van grutto's, kieviten en tureluurs houd, begon -ik ze nu reeds stilletjes een beetje te verwenschen, toen ik eindelijk -mijn spriet hoorde, nog al dichtbij en stellig wel in 't zelfde stuk, -waar ik rondliep. - -Maar 't is niet makkelijk, om enkel op 't geluid af de plaats te -bepalen, waar een dier zich ophoudt. Als 't een heel vreemd geluid -is, dan weet je echt niet, of 't van recht, links, voor, achter, -onder of boven komt. Hier met de spriet wist ik, dat ik bij den grond -moest zoeken, want hij komt zelden of nooit boven 't gras, maar dat -hielp nog niet veel. Ik luisterde eerst met 't linkeroor, toen met -'t rechter oor, toen met beide, daarna maakte ik een halve draai, -luisterde nog eens op dezelfde manier, hield ook rekening met den -wind (die er gelukkig niet was) en toen ik zeker meende te weten, -waar mijn schreeuwer zat, ging ik daar stilletjes op af, voetje voor -voetje, zonder den grond te schokken of in trilling te brengen. Op -zulke oogenblikken voel je verwantschap met Padvinder, Lederkous, -den Spoorzoeker, Chingangook en Winnetou. - -"Snars, snars", zong mijn schriek, "grieta", jammerde de marel, de -kievit zwoegde langs mijn ooren en de tuten schokten voort langs de -blauwe lucht. Een leeuwerik vloog op en die ging dadelijk zwieren en -tierelieren, alsof de heele zaak hem niet aanging, maar de waarheid -was, dat hij in doodsangst zat over zijn nest, dat ik op anderhalven -meter links van mijn linkervoet vermoedde. - -Ik kon mij daar echter niet mee bezighouden, maar schoof voetje -voor voetje voorwaarts. De slimmerd zat goed verborgen, want gras en -kruiden stonden op hun weligst en dit was opperbest hooiland. Ik kon -nog doorzien tusschen de hooge pluimen van de glanshaver, maar de -roode klaverbloesems stonden vlak tegen elkander en waar ze nog een -plaatsje overlieten, daar sloten de groene klaverblaadjes dicht ineen -of vlochten de smalle bladeren van gras en orchis een ondoordringbaar -gordijn. Alleen waar veel ruige weegbree (88) groeide, kon de blik -wat dieper doordringen, want die plant legt zijn bladeren vlak tegen -den bodem en heeft ijle, onbebladerde bloemstengels. Daar kon je -dan schuin tusschen de grashalmen door een stukje van den donkeren -weidegrond zien. Menigeen, die de bonte wei ziet stralen en pralen -in de zomerzon, beseft niet, hoe donker het op den grond zelve onder -al die bloemen en bladeren wezen moet. - -Prettig, dat 't niet woei. Want nu meende ik, dat ik aan de grastoppen -zou kunnen zien, of mijn spriet zich verplaatste. Ik gaf dan ook -goed acht, of de fijne bloempakjes van het beemdgras zich ook soms -bewogen, of er trilling kwam in een zuringtop, maar er was niets te -bespeuren. En juist toen ik meende, dat ik 't fijne kopje van den -vogel tusschen gras en kruiden zou kunnen onderscheiden, hoorde ik -hem roepen, stellig wel vijftig meter vlak achter mij. Hij was in een -grooten kring om mij heen geloopen, zonder dat ik er iets van bespeurd -had en dat in minder dan een minuut, want langer had hij niet gezwegen. - -Nu wist ik wel, dat zulke dingen mij te wachten stonden, want ik had -vroeger een spriet zoogenaamd in gevangenschap gehad. Dat wil zeggen, -ik stopte hem in een kooi, maar een kwartier later was hij al weer -weggeloopen, hoe nauw de tralies ook aan elkander stonden. - -Ik heb eens een verhaal gelezen van een ridder, die ergens in een kerk -begraven ligt. 's Nachts om twaalf uur gaat hij spoken, eigenlijk -niet hij zelf, maar zijn steenen beeld, dat boven op zijn graftombe -ligt en dat zich bij die gelegenheid zoo dun maakt als een velletje -postpapier om tusschen de tralien van het koorhek door te komen. - -Zoo iets doet de spriet ook. Hij heeft maar een heel smal borstbeen -en nu kan hij zijn ribbekast zoo inhalen dat zijn lichaam smaller -wordt dan zijn kop en als die dan ergens door is, dan volgt de rest -van zelf. Maar al weet je dit nu precies, dan moet je er je nog over -verwonderen, dat hij door 't dichte gras kan hollen zonder merkbare -beweging. Ik begon maar weer van voren af aan en altijd was hij mij -te gauw. Toen herinnerde ik mij mijn kinderjaren en ik besloot, -midden in de wei een half uurtje stil te gaan zitten tusschen de -klaver en de orchideen; meteen kon ik dan uitkijken naar insecten -op de bloemen. Dat viel ook al weer niet mee, ik kreeg niets te zien, -dan een paar honigbijen op de witte klaver (74), de orchideen stonden -te vergeefs te pralen, de roode klaver (73) verspreidde zijn geuren -zonder een enkelen hommel te lokken. De schriek riep nu eens van links, -dan weer van rechts, hij was nog heel druk, al liep het ook tegen den -middag. Eigenlijk roept hij 't meest in den voornacht en den nanacht -(dus weinig om middernacht), maar ik heb hem wel gehoord op alle uren -van den dag en van den nacht. - -Toen 't stil zitten mij begon te vervelen, ging ik 't nog wat fijner -aanleggen. Je ziet ook veel in de velden, als je rustig de een of -andere bezigheid verricht. Indien de veldarbeiders eens alles konden -vertellen, wat er al zoo tijdens hun werk te zien en te beleven valt, -dan zou onze kennis van de levende natuur een heel eind opschieten. - -Wat voor werk zou ik ter hand nemen? Wel, daar stond op een plek een -heel partijtje van den grooten gelen ratelaar (85) en ook hooger op -wat roode oogentroost (87). Die planten zijn halve woekerplanten, -ze hebben heel fijne zijworteltjes die met zuigplakjes vastzitten -op de wortels van 't gras en daaraan dan het voedsel ontstelen. Dat -is bijzonder aardig om te zien, maar 't lukt niet gauw, want die -zijworteltjes zijn zoo fijn, dat ze bij 't hanteeren van de ratelaar- -of oogentroostplantjes dadelijk losgescheurd worden en dan zijn ze -tusschen de aarde niet gemakkelijk meer te vinden. Ik stak nu een paar -polletjes uit van ratelaar + gras en oogentroost + gras en ging die aan -den slootkant geduldig zitten uitspoelen. Dat was een heel goede inval. - -Al dadelijk had ik het genoegen, dat de kieviet, de grutto en de -tureluurs tot rust kwamen. De leeuwerik bleef nog zingen, maar nu -werkelijk voor zijn plezier: een keer drie minuten, een keer zeven -minuten en een keer n minuut. Sommige menschen meenen, dat zoo'n -leeuwerik wel een half uur achtereen in de hoogte staat te zingen, -maar als je dat eens nagaat met 't horloge in de hand, dan krijg je -heel andere uitkomsten. - -Er ging nog een ander vogeltje zingend de lucht in, dat hield het -niet langer uit dan een halve minuut. Dat was de graspieper (50), een -diertje, dat wel op een leeuwerik lijkt, maar hij is meer groenachtig, -heeft een slanker lichaam en ook een fijn snaveltje. Hij klimt als -'t ware langs een rechte lijn schuin omhoog, steeds fluitend en als -hij een meter of twintig gestegen is, dan daalt hij langzaam neer met -uitgespreide vleugels en staart "en vol plan", aldoor allerliefst -fluitend. - -Nergens komen leeuwerikken en graspiepers in zoo groot aantal voor als -op onze Noordzee-eilanden. Op Texel heb ik daar eens iets bijzonder -aardigs mee beleefd. Daar was in een polder een zilt grasveld en -daar groeiden natuurlijk weer heel andere planten dan in de gewone -weiden. Het zag er niet wit van de madeliefjes, maar op sommige plekken -wel rood van het Engelsch gras of strandkruid (16) en op kale slikkige -plekken groeide veel zeespurrie (28) met mooie rose sterrebloempjes. - -Men had er 't gras gemaaid en ingezameld, maar er waren kleine -prakjes blijven liggen, dat waren nu bruinachtige hooimassa's -op het donkergroene kleed. En onder die hooipruikjes hadden nu de -graspiepers hun nestjes gemaakt, daar ze op het vlakke veld geen beter -bescherming tegen den guren Noordooster konden vinden. In minder dan -geen tijd hadden we een half dozijn nesten gevonden, elk nisje had -zijn heilige. En buitengewoon aardig was het, toen op een afstand te -gaan liggen met den kijker. De vogeltjes keerden terug op hun nest en -je zag de zwarte kraaloogjes vlak over de onderdeur kijken. Het was, -om zoo te zeggen, een heel kampement van graspiepers. - -Als zich in de Wadden of de Zeeuwsche stroomen een nieuw eilandje -vormt en een slibbank achter een zandwal met gras begroeid raakt, -dan is de graspieper de eerste zangvogel, die de nieuwe weide -koloniseert. Daarom houd ik zooveel van hem. - -Ik zat nu al een kwartier te spoelen en er was ook al heel wat -gebeurd. Behalve de leeuwerikken en de graspiepers had ik nog een klein -zwart monstertje gezien, dat de sloot overzwom: een waterspitsmuis, -nog al een rakkerd, want als hij geen insecten genoeg kan vinden, -om zijn eeuwig durenden honger eenigszins te bevredigen, dan doet -hij zich te goed aan eieren en jonge vogels. - -De spriet riep nog van tijd tot tijd. Ik had nog lang niet al de -aarde uit de wortels weggespoeld. Die grassen maken onder den grond -zooveel stengels en zijtakken, dat ze door elkander heen groeien -tot een waar vlechtwerk. Uit die stengels ontspringen ontelbare -worteltjes, die buitengewoon stevig de aardkorreltjes vasthouden en -zoo vormt dan de heele grasmassa van de wei een samenhangend geheel, -dat men de graszode noemt. De andere planten moeten nu maar zien, dat -ze met hun wortels in of onder die zode ook nog een plaatsje vinden, -en wie daar niet in slaagt, kan in de wei niet aarden. - -De ratelaar, de oogentroost (86) en het kartelblad (85) hebben het -makkelijk genoeg, want hun zitten de graswortels niet in den weg, -integendeel. Hoe meer wortels, hoe liever, des te vlugger kunnen -ze een voldoenden voedselvoorraad bijeenstelen en dan behoeven hun -zuigworteltjes niet zoo bijzonder dik te zijn. En juist door die -dunheid breken ze zoo spoedig af en is het zoo moeilijk, er iets van -te zien te krijgen. - -Ik weet niet of er onder de duizenden albumlezers wel veel zijn, -die zich de moeite willen getroosten, om eens de een of andere -van die "half-parasieten" uit te spoelen. Je moest het heusch eens -probeeren. Vroeg of laat echter ga je ongeduldig worden en trekken aan -den ratelaar zelf en dan is 't meteen mis, want al de zuigworteltjes -breken af en je staat dan nog al onnoozel te kijken naar het kale -karige wortelstelletje, dat onder aan die plant zit. Wie het goed ten -einde brengt, moet gras met woekerplant voorzichtig drogen en bewaren, -'t is iets waar je grootsch op kunt zijn, ik geloof niet, dat er op -'t oogenblik tien jongens of meisjes in ons land zijn, die zoo iets -in hun plantenverzameling hebben. - -Wel, met mijn spoelerij liep het ditmaal ook weer mis. Ik gooide den -heelen boel in de sloot en stapte op, om naar huis te gaan. De spriet -zat sarrend te roepen ergens, naar ik oordeelde, in een plekje vol -bloeiende orchideen. - -Juist toen ik de wei ging verlaten, kwam daar een spoorwegarbeider aan, -die ook belang in den spriet stelde, doch niet vriendschappelijk. Hij -had zich nu eenmaal in het hoofd gezet, dat hij een hekel aan het dier -had, omdat zijn geroep hem niet beviel en mij wel te kennen gegeven, -dat hij loerde op een gelegenheid, om dien vervelenden schreeuwleelijk -een stuk steenkoolslak naar zijn kop te gooien. - -Hij had juist vrij en toen hij hoorde, dat ik er op uit was, om den -spriet te zien te krijgen, bood hij aan, om mij te helpen en toen -gingen wij er samen op los: liefde en haat. Ik hoopte stilletjes, -dat juist door die jacht de haat van den spoorwegman in liefde -zou verkeeren en dat is mooi uitgekomen ook. We jaagden den vogel -ruim een half uur, nu eens voorzichtig sluipend, dan weer hollend -en dravend. Wij raakten aardig opgewonden en de spriet ook, want -die liep eenmaal pardoes uit 't gras tegen den baggerwal langs den -slootkant op en stond daar toen uit alle macht te kraken. - -"Wat een klein mormel", zei de spoorwegman, maar ik hoorde al -liefkoozing in zijn ruwe uitdrukking. We hadden ons doel bereikt en -gingen tevreden heen. Of de spriet tevreden was, dat zou ik niet durven -zeggen, in ieder geval had hij een goede oefening gehad. En geschaad -heeft 't hem niet, want hij heeft er een vriend door gewonnen. De -spoorwegman wist mij zelfs te vertellen, dat hij later een troepje -van kleine zwarte vogeltjes langs den slootkant heeft zien hollen en -dat kunnen niet anders geweest zijn dan de jonge sprietjes. Hij had -er echt schik in. - -Het vinden van een sprietennest is altijd een meevallertje. Het ligt -diep onder 't gras, de grashalmen zijn er over heen gebogen. Zoo als -'t bekende versje zegt: "In Mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve -de kwartel en de spriet, die leggen in de Meimaand niet" wacht onze -vogel met broeden, totdat hij in de hooge Junigrassen een veilige -nestplaats vindt. - - - - - - - - -II. PALMPASCHEN. - - -Als in Februari de kievieten van hun korte winterreis terugkeeren -in 't weiland, dan ziet het er veel minder frisch uit, dan toen zij -het in den voorwinter verlieten. De oude grasblaadjes zijn allemaal -wit geworden en liggen geplakt tegen den natten grond. Hier en -daar groent wat mos, doch meestal is dat zelf weer overdekt met -duizenden roodbruine draadfijne stengeltjes met sporendoosjes er -bovenop. Enkele verwaaide madeliefjes met bleekgele hartjes en waterige -witte lintbloempjes vertoonen zich langs den greppelkant, maar zij -lijken eer te behooren tot den ouden herfst dan tot de nieuwe lente. - -Sneeuwklokjes bloeien in onze weiden niet, dat zijn eigenlijk niet -anders dan gekweekte tuinplantjes en als je ze vindt langs dijken en -wegen, dan zijn ze weggeloopen uit de boerentuintjes, met rommel op den -dijk gebracht, misschien ook uit aardigheid door een kind daar geplant. - -De kievit kent den tijd van 't jaar echter aan nog andere dingen dan -aan de kleur van 't gras. Hij ziet de spreeuwen (52) in hun donker -voorjaarskleed, dat, even als 't zijne, schittert in alle kleuren van -den regenboog; hij hoort de leeuwerik zingen hoog in de lucht en toen -hij onder de grasstengels rondpikte naar kleine grauwe slakjes, heeft -hij gezien, dat onder het grauwe gras de wei al heelemaal groen is, de -jonge spruiten behoeven nog maar een halven centimeter hooger te komen, -dan is de lente in het land. Het eene jaar gebeurt het wat vroeger dan -'t andere, maar midden Maart is de zaak toch meestal in orde. - -Het eerst komen aan de beurt de zonnige plekjes en de greppelkanten, -de zuidhelling van den dijk, de noordoevers van de slooten. Wij -hadden vroeger een hekdam, die liep precies oost-west en had dus een -zuidhelling en een noordhelling. Welnu, de plantengroei aan beide -kanten van dien dam verschilde zoo, dat we de eene helling Nizza en de -andere Sewerowotstotsnoj noemden. Op den laatsten naam waren we niet -weinig grootsch en nieuwe vrienden moesten gemiddeld een half jaar -in hun Atlas snuffelen, eer ze recht wisten, wat er mee bedoeld werd. - -Wat hebben we daar op Nizza heerlijke uren doorgebracht. De sloot -leverde een onuitputtelijken voorraad waterdieren. Het oeverrandje, -dat vol lag met kleine brokjes riet en rommel, was al warm en droog, -nog voordat het ijs uit 't water was verdwenen en dan kwamen daar -goudbronzen oeverkevertjes rondloopen, pas uitgebroken uit hun -winterverblijf. - -Zoo'n kever-overwinteringshol vonden we eens tegen den hekpaal, twee -decimeter diep onder den grond. We waren te weten gekomen--ik weet -waarlijk niet hoe--dat je in den winter aan zuidkanten van boomen -en palen onder den grond heele regimenten kevers kon vinden, die -daar gezellig overwinteren. Nu leken ons de hekpalen van Nizza al -zeer bijzonder voor dat doel geschikt. Wij aan 't graven en jawel -hoor, we vonden een heele kluit van kevers, allemaal loopkevers, -van die lange, slanke torren met ranke pooten: een veertigtal van -vier verschillende soorten. - -Daar had je de groote groene gouden loopkever, de vriend mijner jeugd, -dan nog een heel donkergroene met zes rijen koperen knoopen op zijn -rug, waar ik later nog wel eens van hoop te vertellen, dan nog een iets -kleinere groenbronzen (8) met allerlei strepen en kettinkjes over zijn -rug en eindelijk nog een heel donker violette (7). Van de beide laatste -waren er 't meest, die komen dan ook trouwens 't meest algemeen voor. - -Ik mag hier wel even tusschen twee haakjes zeggen, dat de keverkundigen -bij de woorden "goud" en "brons" aan andere kleuren denken dan aan -gouden tientjes of bronzen centen. In de gauwigheid kan ik dat niet -zoo precies beschrijven, 't best is maar, dat je probeert die kevers -zelf te pakken te krijgen, dan snap je meteen de bedoeling. - -De buit, die wij in Nizza behaalden, werd behoorlijk verdeeld en ik -stopte mijn portie in de brandspiritus. Nog al met een gerust geweten -ook, want ik meende, en ik geloof wel, dat ik gelijk had--dat in hun -winterverdooving die dieren niet zoo'n ergen doodstrijd zouden hebben. - -Voor iemand, die juist in 't drukst van 't aanleggen van verzamelingen -was, had zoo'n vondst natuurlijk heel wat te beteekenen. Alles ging in -een groote stopflesch, die bij ons thuis om de kleur van de spiritus -en om 't donkere rommeltje op den bodem schertsend de trekpot werd -genoemd. 's Avonds, of als 't slecht weer was, vischte ik uit die -trekpot al mijn dieren weer op en dan werden ze netjes opgezet met -de pooten mooi in de loophouding en de sprieten recht vooruit. Een -aardig geduldwerkje, vol verrassingen. Soms had je met negen spelden -alles kant en klaar, een andermaal waren de pooten zoo weerbarstig, -dat er zes spelden noodig waren, om er n behoorlijk op zijn plaats -te krijgen. - -Wat heb ik een pleizier gehad van dat verzamelen. Ik had van alles: -planten, insecten, schelpen, steenen, versteeningen, krabbenpooten, -verdroogde zeesterren, alles wat maar buiten te verzamelen was. Van -heel veel dingen wist ik de juiste namen niet, maar heel veel kwam ik -te weten uit een Duitsch boek, dat ik in 't begin maar half begreep en -voor een paar kwartjes gekocht had op een oude-boeken-stalletje. Later -kreeg ik hulp van alle kanten, maar die eerste tijd was toch de -leukste, allemaal vinden en ontdekken. - -Natuurlijk tastte ik vaak mis. Door het onoplettend lezen van eene -beschrijving kwam ik er toe, om een paar jaar lang het roodstaartje -te betitelen met den naam van goudvink, maar dat kwam later wel -terecht. De tegenwoordige jongelui hebben het heel wat makkelijker -dan wij in onze jeugd, maar daarvoor wordt er ook al weer heel wat -meer van hen gevergd. - -Maar we zouden Nizza heelemaal vergeten, ons toevluchtsoord in -Maart. Het eerste bloempje, dat er bloeide, was 't klein hoefblad -(11, 15) en als dat in de warme zon zijn stralen uitspreidde, dan -kwamen er uit den grond ook al dikke paarse proppen te voorschijn, -die aan hun top openbarstten en daaruit verrees dan de bloeistengel -van het groot hoefblad (13, 14). - -De aanwezigheid van die twee planten maakte, dat er haast geen -gras op dien dam groeide, want in den zomer werd er de grond geheel -overschaduwd door de groote bladeren van die planten, want je kunt -de bladeren van klein hoefblad ook gerust groot noemen. Die van -het groote zijn toch nog altijd weer viermaal zoo groot en zijn ook -gemakkelijk te kennen aan den mooien stijven rand, die 't begin van -de bladschijf steunt en niets anders is dan een dikke zijnerf. - -Wij vonden het klein hoefblad aardiger dan het groot; het leefde zoo -echt met de zon mee. Bij donker weer bleven de kopjes dicht, maar -als de zon te voorschijn kwam, dan zag je binnen enkele minuten de -gele straalbloempjes omslaan naar buiten en dan gingen ook de kleine -bekervormige bloempjes open, die het hartje vormen. - -Dan kwamen vliegen, hommels en vlinders opdagen en dan was 't aardig, -om te zien, hoe die hun zuigsnuiten in de bloempjes staken: de vlieg -een dik rond slurfje, de hommel iets dat wel leek op een blinkend -mes en de vlinder een dun zwart draadje, dat hij allerkoddigst kon -knikken en krommen. - -Het groot hoefblad kreeg veel minder bezoek dan 't klein en later in -'t jaar had het ook lang niet zulke mooie vruchtjes. Dan prijkt het -kleine hoefblad met een mooi pluishoofdje, veel zachter en zijiger -dan dat van de paardebloem. Wie 't wil nasnuffelen kan zien, dat die -pluisvruchtjes alleen afkomstig zijn van de stralende lintbloempjes, -de mooie bekerbloempjes middenin dienen alleen, om stuifmeel voort -te brengen. - -Soms kwamen er ook hoefbladbloempjes te voorschijn binnen het hek, -op de wei zelf, maar dan kwam al heel gauw de boer opdagen, om ze uit -te spitten. Hij hield meer van gras in de wei en was ook al lang van -plan, die hoefbladplanten van den hekdam uit te roeien, want van daar -woei natuurlijk 't zaad in de wei en ook maken ze lange uitloopers -onder den grond, die met plezier onder een hek doorkruipen en wijd -en zijd de buurt onveilig maken. Gelukkig kon hij er nooit den tijd -voor vinden en zoo bleven wij in 't bezit van onze mooie bloemen. - -In de wei zelf was in 't heel vroege voorjaar niet zoo heel veel te -vinden. Schuins links achter het hek had je eerst een geheel kale plek, -waar 't paard altijd stond te mijmeren in zijn vrijen tijd. Daarachter -lag het ruime veld met grijs oud gras met jonge sprietjes en met -allerlei klein goed, dat later bloeien zou en dat alles min of meer -pimpelpaars zag van de zon, het voorjaar en de lage temperatuur. - -Het meest frisch zag nog de ruige veldkers (20) er uit, een verwant -van de zoozeer beroemde en geliefde pinksterbloem (37). Deze ruige -veldkers is meestal heelemaal niet ruig, maar gladjes en groen en -hij bloeit ook al heel vroeg, tegelijk met 't hoefblad, met heel -bescheiden witte kruisbloempjes. - -Zulke kruisbloemen of cruciferen behooren in hun bloem zes meeldraden -te hebben, vier lange en twee korte, maar die ruige veldkers schijnt -geen tijd en gelegenheid te hebben, om ze alle zes te fabriceeren en -vergenoegt zich dus in den regel met vier. - -Hij slaagt er meestal in, mooi weer of geen mooi weer, om zijn lange -hauwvruchten te rijpen. Dat gebeurt dan in Mei en Juni en dan hebt -ge zooveel aandacht noodig voor al de andere duizenden planten en -dieren, dat ge dit nederig voorjaarsplantje allicht vergeet. Toch -moet ge hem dan nog eens opzoeken, en even de rijpe hauwen aanraken -aan hun punt. Dan springen ze met een ruk uit elkander en de kleine -zaadjes worden weggeslingerd tot wel drie of vier meter ver; dat moet -ge bij gelegenheid maar eens zelf nameten. - -De ruige veldkers is dus de voorlooper van de pinksterbloem en -zoo mogen we de klimopbladige eereprijs (25) beschouwen als de -voorlooper van de beroemde blauwoog, de gamander-eereprijs, die we -in Mei zullen vinden. - -'t Is anders niet zoo ineens te zien, dat die klimopbladige behoort -tot zoo'n doorluchtig geslacht. Alleen als je een van de bleekblauwe -bloemkroontjes, die zoo gemakkelijk afvallen, terdege bekijkt, ontdek -je de twee meeldraadjes, die hun voornaamste kenmerk uitmaken. De -stengelbladeren vertoonen den echten klimopvorm, dus de naam is -goed gekozen. - -Dit kleine eereprijsje groeit niet in 't dichtst van de wei, maar op -verwaarloosde plekken en langs heggen en boschkantjes, waar hij zich -heel gelukkig gevoelt in gezelschap van paarse doovenetel, sterremuur, -kruiskruid en meer dergelijk gespuis. - -Evenals al die andere is hij een echte snelgroeier en niet bang voor -een beetje kou of barheid. Midden in den winter ontkiemen de zaadjes -al, zoodat begin Maart de bloempjes al voor den dag kunnen komen. - -Toch blijft de wei de heele Lentemaand door nog stug van uiterlijk, -slechts gaandeweg wordt 't beter en als 't eerste kievietsei eenmaal -gevonden is, begint het er aardig uit te zien. - -De groote groene donkere proppen, die dotterbloemen (1) zullen worden, -beginnen zich te ontrollen en gaan er werkelijk uitzien als stengels -met bladeren. De stengelstukken zijn in 't eerst nog wel kort, maar de -bladeren vertoonen al hun mooien niervorm. 't Is een lust te zien, -hoe mooi ze geaderd zijn en gekarteld langs den rand. Midden in -elk karteltje zit een wit plekje en daar eindigt ook een ader of -nerf in. Al die witte plekjes zijn een soort van zweetkliertjes, -die helpen de bladeren om het overtollige water weg te krijgen. - -De eerste dotterbloem-bloem (2) vind ik ook nog in Maart, de laatste -nog in Juni en elk jaar zijn er ook weer van die dotters, die op -'t eind nog weer eens in bloei komen en het uithouden tot laat -in October. Toch blijft Palmpaschen de mooiste dotterbloementijd, -tegelijk met den mooisten bloei van de waterwilgen. - -Alles is dan geel in de wei en 't is volkomen in den haak, dat dan -ook in groot aantal de gele kwikstaartjes (109) aankomen, mooie, -vlugge vogeltjes met lichtblauwe kopjes, keel en borst zoo geel als -van een kanarie en de staart, zooals alle kwikstaarten die hebben, -lang en bont en bewegelijk. - -Ze komen aan in kleine troepjes; 't is zeer goed mogelijk, dat -elke troep bestaat uit een of meer gezinnen van 't vorig jaar, -die bij elkander zijn gebleven en al dien tijd elkanders lief en -leed hebben gedeeld. Ook nu blijven ze nog geruimen tijd bijeen, -insecten zoekend op en tusschen de schapen, krijgertje spelend in -'t gras of pronkend op den zwarten bagger langs den slootkant. Daar -zie je ze dan op hun mooist. - -Over een poosje maken zij hun nest, ook alweer verborgen onder 't -gras in holten langs greppelranden en heel moeilijk te vinden. Er -liggen tot vijf of zes grijsbruin-gevlekte eieren in. - -Eens heb ik er een gevonden bij 't zoeken naar viooltjes. Als 't -Maart werd, dan gingen wij jongens er altijd op uit met een zakmes en -een bloempot, om viooltjes (22) uit te steken. Ik herinner mij nog, -hoe we ze zochten op een kleiig plekje langs den Ouden Rijn, jaar in -jaar uit en altijd vonden wij er. Je sneed dan met je mes in een kring -rondom 't polletje, zoodat je een afgeknotten kegel kreeg, die juist -in de bloempot paste, ik voel nog het inpersen van die vette klei. En -hoe aardig stonden de enkele grassprietjes om 't plantje; een paar -donkerblauwe bloempjes verspreidden hun geuren, andere waren nog in -knop, we konden altijd wel een maand lang plezier van ons potje hebben. - -Er waren nog al veel kinderen, die daar viooltjes haalden, maar -gelukkig was de voorraad groot genoeg; er groeiden er zooveel, -dat de heele wei er van geurde. Er stonden boomen om die wei, oude -eiken. Eigenlijk geloof ik, dat er op die plek vroeger een buiten of -een boerderij had gestaan en dat die viooltjes evenals de sneeuwklokjes -bijna altijd als ontsnapte tuinplanten moeten worden beschouwd. - -Wij namen natuurlijk de mooiste polletjes en lieten de niet bloeiende -staan. We wisten toen niet, dat de viooltjes later in den tijd, in -de zomermaanden, nog eens bloeien, maar dan met heel kleine groene -bloempjes, die je nooit te zien krijgt, als je niet weet, dat ze -bestaan en als je er niet opzettelijk naar zoekt. - -'t Zijn kleine groene spitse knopjes aan nogal lange steeltjes. Ze -liggen vlak bij den grond en de vruchten (24), die ze opleveren, -komen ook op den grond te liggen; die zijn groot en zwaar genoeg. Ze -springen open met drie kleppen en die krullen ineen, zoodat ze de -dikke zaden wegschieten net zooals iemand een kersepit tusschen duim -en vinger wegschiet. De mieren sjouwen die zaden weer verder en zoo -kan dan een heele buurt vol viooltjes raken. - -Doch heel veel zijn er toch niet in onze Hollandsche wei; 't meest -vind ik ze nog op de dijken en daar zie ik dan ook 't meest de mooie -parelmoervlinder (105), die zijn eitjes op de viooltjes legt. - -Als er heerlijke geuren uit de wei opstijgen in April en Mei, -dan zijn die meestal wel afkomstig van de beide reukgrassen. Het -eene heet "reukgras" zonder meer, het andere veenreukgras. Ze zijn -allebei nog al gemakkelijk te vinden, want 't zijn de grassen, -die het vroegst bloeien, alleen de vossestaart houdt hen dan -gezelschap en die is aan zijn zachte cilindervormige aarpluim al -heel gemakkelijk te onderscheiden. Het veenreukgras groeit liefst op -vochtige plaatsen, langs slooten en greppels. Doorgaans heeft het een -bruinachtig tintje. De pluim is nog al wijd vertakt en bestaat uit -veel bloempakjes, die aan kronkelsteeltjes neerhangen. Dat maakt dat -dit gras in den bloei wel wat gelijkt op het meer bekende trilgras, -dat we in Mei vinden. - -Wie er lust in heeft en er niet tegen opziet, om even een loupe te -gebruiken kan op droge zonnige Aprildagen gemakkelijk de meeldraden -en stampers van dit gras te zien krijgen, als ze uit de bruine of -violette kafjes naar buiten groeien. Maar veel beter gaat dit nog bij -het gewone reukgras. Het begint te bloeien met een tamelijk dichte doch -kleine aarpluim, die uit langwerpige bloempakjes bestaat. 's Morgens -komen daaruit nu de meeldraden te voorschijn, uit elk bloempje twee; -bij de meeste andere grassen bedraagt dat getal drie. - -O, wat heb ik daar al dikwijls met genoegen naar zitten kijken! Je -kiest een bloempje, dat al de paarse helmknoppen laat zien, en blijft -dan wachten. Telkens komt dan met een schokje die helmknop een klein -eindje hooger, dat kun je vaak ook zonder loupe al zien. Eindelijk -is de helmknop er heelemaal uit, maar nu is 't nog niet gedaan, -want nu schiet de helmdraad, een mooie witte helmdraad, al hooger -en hooger op, totdat de paarse helmknoppen twee centimeter buiten de -bloem uitsteken en daar bibberend en trillend met ieder zuchtje van -den wind hun fijne stuifmeel uitstrooien. - -Je hebt in Mnchhausen's leugenboek wel eens gelezen van dien man, -die het gras kon hooren groeien en dat is wel aardig, om aan te -denken. Maar nog duizendmaal aardiger vind ik het, om met mijn eigen -oogen het gras te zien groeien en dat zie je nergens zoo goed als -bij het reukgras. - -De geur van die reukgrassen is later de geur van 't hooi, maar zoover -zijn we met Palmpaschen nog niet. - -Er bloeit nog zoo'n klein dingetje, dat de meeste menschen over het -hoofd zien, maar dat eigenlijk toch veel te mooi is om vergeten te -worden. Het lijkt net een soort van gras, maar de bladeren zijn met -lange zijde-achtige haren bezet en als de bloempjes uit de bruine -pluim op een warmen lentemorgen goed open staan, dan zie je dat -'t mooie zespuntige sterrebloempjes zijn, met aardige stampers en -meeldraden en 't is nog moeilijk genoeg, om een echt onderscheid te -vinden tusschen deze verschoppelingetjes en de trotsche lelies. Deze -"veldbies" (18) groeit 't liefst in zandige niet al te natte weiden. - -Daar komt dan ook de akkerpaardestaart (17) te voorschijn, die -meer lijkt op een stukje speelgoed, dan op een plant. De stengel is -opgebouwd uit een aantal verdiepingen die met mooie tandrandjes aan -elkaar sluiten. Bovenop zit een soort van bijenkorfje dat bestaat -weer uit kransen van aardige doosjes, waaruit een groen poeder te -voorschijn komt. Dat zijn de sporen en daaruit komen ten slotte na -allerlei avonturen weer nieuwe paardestaartplantjes opschieten. Behalve -deze sporendragende twijgen komen later groene twijgen te voorschijn -met kransen van takjes en die kan je ook al weer in stukjes trekken. - -Als een boer je bezig ziet met 't vernielen van paardestaarten dan -kijkt hij niet ontevreden, want hij beschouwt die paardestaarten als -een gevaarlijk onkruid. - -Er zijn in ons land heel wat verschillende soorten van weiden en elke -soort is mooi op zijn eigen manier. Die van 't Hollandsch laagveen -hebben in 't vroege voorjaar niet hun allermooisten tijd, al gaan ze -soms heelemaal schuil onder de pracht en praal van de dotterbloemen. Ze -liggen dan nog veel te kil en te open in hun omlijsting van slooten. De -weiden langs den zeekant zijn 't langste dor, alleen bloeit daar -in April het lepelblad, maar later komt er mooi Engelsch gras (16) -en de aardige zeespurrie (28). - -De Zeeuwsche en Geldersche weiden echter hebben vaak hagen of brokken -heg van meidoorn (6), sleedoorn (5) met hondsroos (23) en braam -(26) en dat geeft weer heel wat afwisseling. Al in Maart begint de -meidoorn zich heelemaal met groen te bespikkelen, doordat de knoppen -bersten en zwellen en terzelfder tijd gaan aan de sleedoorn zich al -bloemknoppen ontwikkelen, zoodat met half April de hagen heelemaal in -den bloesem zitten en het na een buigen dag haast niet uit te maken -is, of een weirand onder de sneeuw ligt of met bloeiende sleedoorns -is bezet. Als ik zoo'n heestergroepje langs de wei zie, dan koers ik -er dadelijk op af, want ik weet zeker, dat daar altijd iets moois -te zien of te beleven is. Natuurlijk staat het speenkruid (4) er -in grooten overvloed, het aardig boterbloemachtig sterrebloempje, -dat ook wel veel staat in de wei zelf en langs de dijken, maar toch -eigenlijk tehuis behoort in heg en bosch. - -Daar staat ook nog een ander heggekruid, de stinkende gouwe (21) -of liever kortweg "gouwe" of "groote gouwe", want met dat stinken is -het zoo erg niet. Wel krijg je gele vlekken aan je vingers als je de -bloem plukt, want stengels en bladeren zijn geheel doortrokken met -kanalen vol geel melksap. Den eenen dag is het geler dan den anderen -en in de wortels is het dikwijls oranje bij steenrood af. - -Als je haast nog niets van planten afweet en wel eens hebt hooren -praten van kruisbloemen, dan beschouw je de gouwe met zijn vier -kroonblaadjes ook al licht als een kruisbloem, dus als familie van -koolzaad, pinksterbloem of veldkers. Maar als je beter toekijkt, dan -zie je wel aan de groote menigte meeldraden, dat we hier met heel wat -anders te doen hebben en dat onze vriend met het gele melksap behoort -tot de familie van de klaprozen. In die zeer juiste meening wordt je -nog versterkt, als je ziet hoe bij 't opengaan van de bloem de twee -kelkblaadjes worden afgestooten en hoe dan de vier kroonblaadjes -gekreukeld en verfomfaaid uit hun dichte omknelling te voorschijn -komen. De gouwe opent zijn eerste bloem in 't midden van April en -blijft voortbloeien tot in October toe. - -Op den bloeienden sleedoorn wemelt het van bijtjes (10), kleine -wilde bijtjes, die ook alle omtrent Palmpaschen uit den grond komen -kruipen. Ze hebben daar in de diepte, soms 5 c.M. diep, soms twee -d.M., hun heele jeugd doorgebracht; eerst als witte made peuzelend -van den honig- en stuifmeelvoorraad, die hun moeder daar voor hen had -bijeengebracht, in elk kamertje juist genoeg voor de ontwikkeling van -een jong. Later verpoppen ze en als de lente komt, zijn ze gereed, om -zich een weg te banen naar de frissche lucht en het heldere zonlicht, -dat ze nog nooit hebben gezien, en naar de mooie bloemen, waar niemand -ter wereld hen van verteld heeft en waarop ze toch dadelijk hun kost -moeten zoeken. - -Ik heb er vaak bijgestaan, dat die bijtjes uit den grond kwamen, -honderden bij honderden. Waar je ook keek, overal zag je kleine -openingetjes ontstaan, twee voelsprietjes wuifden onderzoekend in -de ruimte en dan volgde langzamerhand het harige kopje en 't ruige -lijf. Die er al uit waren gekropen bleven nog een tijd rondvliegen -boven het opstandingsterrein, alsof ze er belang in stelden, hoeveel -van de familie er wel te voorschijn zouden komen. - -Dan gingen de mannetjes de wijfjes jagen en ten slotte zwermde de heele -bende naar de bloemen, naar de sleedoorn, de gouwe, 't speenkruid, -de dotterbloemen en het hoefblad. En na een paar dagen zag je telkens -nu hier dan daar weer zoo'n wijfjesbijtje hard bezig met graven in -denzelfden grond, waar ze juist uitgekropen was. - -Dag aan dag doet ze niet anders dan kamertjes maken, die ze vult met -honig en stuifmeel en waarop ze het lange geelachtige eitje legt, -waaruit de witte made komt, die 't volgend jaar als bij weer uit den -grond zal kruipen. Zoo gaat het voort, jaar in jaar uit, altijd weer -van voren af aan. - - - - - - - - -III. ALS DE EEREPRIJS BLOEIT. - - -De mooie blauwe eereprijs (31) komt meestal in bloei omstreeks den -eersten Mei, soms een dagje eerder, soms wat later, maar heel dikwijls -heb ik haar voor 't eerst gezien juist op den eersten en daar was ik -dan heel blij om, hoewel het niets te beduiden heeft. Ook blijft het -plantje wel doorbloeien tot in September, maar 't mooist is het toch -in Mei. - -'t Is nu, terwijl ik dit schrijf, Januari, maar ik verheug mij er al -op, dat iedere dag ons nader brengt tot de Mei en als 't eenmaal zoover -is, dan ga ik lekkertjes weer uren lang zitten bij de eereprijsjes, -hetzij in mijn eigen tuin, waar ik ze een eereplaats heb ingeruimd, -hetzij aan den Vechtdijk of aan den Zuiderzeedijk, waar ik groote -plakkaten eereprijs weet te staan vlak bij meidoorns die in bloei -gaan komen. Groote bloeiende meidoorns aan den rand van de eindelooze -wei. Hun laagste takken hangen neer tusschen de graspluimen, zoodat de -witte meibloesem gezellig komt buurten bij boterbloem en vossestaart, -eereprijs en wilde zuring. - -Uren lang bij de eereprijsjes. De witte wolken drijven langzaam langs -de blauwe lucht en tusschen 't groene gras gaat telkens een nieuw -blauw oogje open. Eerst steekt een bleekblauw kegelspitsje uit groene -kelkblaadjes, dat zwelt en opent zich aan zijn top en dan ontrollen -zich de vier kroonslippen zoo snel, dat je de beweging duidelijk kunt -zien, maar altijd is 't nog een verrassing, dat op eens een groot -blauw bloempje prijkt, waar eerst een bleeke knop was. - -En overal in 't eereprijsveldje zijn de bloempjes aan 't opengaan. Als -je dat heel mooi wilt zien, ga dan kijken in de morgenuren. Je behoeft -niet zoo griezelig vroeg te gaan, als voor andere natuurverschijnselen -wel noodig is, 't is al voldoende, als je er bij bent zoo tusschen -achten en tienen. Dan is ook het gras al droog, zoodat je ongestoord -kunt genieten. - -Als alle oogjes open zijn, dan zie je, dat ze verschillen; sommige zijn -heel mooi diep donkerblauw, andere bleek, waterig, paarsachtig. Die -donkere zijn vandaag voor 't eerst open, de andere hebben gisteren -hun beau-jour gehad, gaan misschien vanavond nog eens een keertje te -ruste, maar als ze zich dan weer morgen openen, dan vallen ze al heel -gauw af, hun tijd is voorbij en zoo krijgen ze allemaal hun beurt. - -Geur verspreiden die bloempjes niet, maar de groote blauwe plas, -die ze in 't grasveld vormen, wordt toch opgemerkt door de insecten -en buitengewoon aardig is het, om te zien, hoe gevleugelde snoepers -van allerlei soort de bloempjes komen bezoeken. Nu eens is het een -klein gouden vlindertje, dan weer een graafbijtje, dat pas uit den -grond is gekropen, maar meestal zijn het bonte, blinkende zweefvliegen. - -Sommige zien er uit als wespen, andere als de gewone honigbij en ik -ken wel menschen, die ze om dat uiterlijk houden voor heel gevaarlijke -dieren, die ze nooit zouden durven beetpakken. 't Aardigste is nog wel, -dat de eene, die veel op de honigbij lijkt, zich ook heeft aangewend, -om op bijenmanier te vliegen: hij houdt zijn achterpooten net, alsof -hij daar een heele vracht stuifmeel aan zal gaan meedragen. - -Doch 't is allemaal niets dan looze bangmakerij en als je een beetje -oplet, dan merk je dat hij niet alleen niet steken kan, maar zelfs -niet eens in staat is, om een behoorlijk gebrom ten gehoore te brengen. - -Hij heet dan ook gewoon weg "blinde bij" (61), niet omdat hij een -bij zou zijn en niet kan zien, maar om dezelfde reden als de mooie -lipbloem, die zonder zijn bloemen zooveel op de brandnetel lijkt, -den naam van "doovenetel" (42) heeft gekregen. Er is er ook een, die -weer heel veel lijkt op een zwart met wit hommeltje, en die daarom -dan ook hommelzweefvlieg (64) genoemd wordt. Deze zweefvliegen zijn -al even trouwe bloemenvrienden als de bijen; ze eten niet anders dan -honig en stuifmeel. Maar ze nemen niets mee; want hun jongen komen -op heel andere manier aan den kost. - -Die van de blinde bij en ook die van bosch-zweefvlieg (62) en -gestreepte zweefvlieg (63) hebben een nog al sombere jeugd. Onder -den naam van "rotjes" leven ze in modderslooten, stilstaande greppels -en ook wel in gootjes, waarlangs in dorpen en op 't platte land het -afvalwater van de keuken naar de slooten loopt. - -Daar zitten ze soms in bij duizenden. Ik weet wel, dat wij als jongens -van een jaar of zes er met taaie vlijt jacht op maakten. Bij honderden -vischten we ze op uit de griezeligste modder, grauwe cilindervormige -diertjes met een soort van staart, die ze heel lang konden maken en -ook weer bijna heelemaal intrekken; later zijn we aan de weet gekomen, -dat 't geen staart, maar een soort van ademhalingswerktuig was. - -Als we er een paar honderd van bij elkander hadden dan gingen -we er soldaatje mee spelen. We stelden ze op in rotten van vier, -met officieren en onderofficieren, de muziek voorop, een dikke was -de kolonel, allemaal juist precies, zooals bij het tweede regiment -infanterie, dat in die dagen in onze oogen het allerbeste was, wat er -op de wereld bestond. Ik kan mij niet herinneren, ooit later zooveel -rotjes bij elkaar gezien te hebben. - -De larve van de bessenzweefvlieg (65) treft het beter. De oude vlieg -zoekt een plant op, die vol met bladluizen zit en legt dan zijn eitje -midden tusschen die sapzuigers. Als dan de larve uit 't ei komt, heeft -hij dadelijk zijn voedsel bij de hand, want 't is zijn natuur, dat hij -zich voedt met bladluizen. Met zijn achterlijf houdt hij zich vast -aan 't blad, met zijn kaken grijpt hij n voor n de bladluizen, -die tamelijk wel niets merken van 't onheil, dat hen bedreigt, -zuigt ze uit, gooit de leege huiden weg en begint dan van voren af -aan. Deze woesteling heet bladluizenleeuw en vindt een naamgenoot en -concurrent in de larve van de prachtige gaasvlieg (66), een diertje, -dat eigenlijk heelemaal geen vlieg is en met zijn mooie ijle, groene, -goudglanzige vleugeltjes haast te fijn en te mooi lijkt, om zoo maar in -'t wild rond te vliegen. - -Maar laat ons terugkeeren naar onze zweefvliegen en eereprijsjes. Ik -heb al wat uren naar die vliegen liggen kijken en dat niet alleen in -een soort van zomerluiheid, maar heel dikwijls met veel inspanning -en wanhoop. Iedere jongen zal mij begrijpen. We denken tegenwoordig -maar altijd aan vliegmachines en nu is zoo'n vlieg wel een van de -meest voortreffelijke die er bestaan. - -Het aardigste is, dat hij, naar ik geloof, veel meer op de -vliegmachines van Blriot en Henriot gelijkt, dan de vogels. Deze -laatste maken met hun vleugels een beweging die heel veel lijkt op -roeien, maar ik heb reden, om te gelooven dat de vliegen met hun -vleugels een snelle draaiende beweging maken, dus zoo iets als de -beweging van een schroef. Ze gaan dan ook mooi vast en gelijkmatig -door de lucht en als ze soms eens op n plek en op dezelfde hoogte -willen blijven dan weten ze dat te bereiken door met de vleugels -tegengestelde bewegingen te maken. - -'t Is alleen maar jammer, dat het te vlug gaat, om precies het -fijne ervan te kunnen zien: honderden malen per seconde. Slimme -geleerden hebben wel middeltjes bedacht, om die vliegen hun eigen -vliegbewegingen te laten opschrijven, maar het fijne weten wij er -toch nog lang niet van. - -Als nu de zweefvliegen de mooie eereprijsjes zien, blijven ze een -poosje op een kleinen afstand voor de bloem in de lucht zweven, -ze staan dan stil op eenzelfde plaats, maar je ziet de vlerkjes in -razende vaart ronddraaien. - -Dan gaan ze langzaam zakken, schuin naar omlaag en ze weten hun -machine zoo te besturen, dat ze precies terechtkomen voor het midden -van de bloem, met hun groote oogen juist vlak voor 't witte ringetje -dat midden in de bloem het vruchtbeginsel omgeeft. Ze grijpen met -hun pooten de twee meeldraden en kunnen dan met hun dikken slurf de -honig oplikken. - -Wie nu eens iets heel moois wil zien, moet die meeldraden van nabij -bekijken. De helmdraden van het eereprijsbloempje zijn maar niet -eenvoudige, overal even dikke rolronde draden, maar heel sierlijk -van vorm, vlak bij de bloem heel dun en weer breeder, waar de vlieg -ze aanpakt. - -Daardoor buigen ze onder de lichte greep en het geringe gewicht van -de vlieg zoo door, dat de helmknoppen langs zijn lichaam schuiven, -zoodat hij daar bepoederd wordt met stuifmeel. En als hij dan weer -op een andere eereprijsbloem komt, dan is er alle kans dat hij dat -stuifmeel onwillekeurig afstrijkt op de stempel, die op zijn dunne -stijltje juist tusschen de twee meeldraden in staat en dan kan de -inhoud van zoo'n stuifmeelkorrel door de stijl naar binnen groeien -en de kleine zaadknopjes, die binnen in het vruchtbeginsel zitten, -aan den gang maken, om tot zaden te rijpen. - -De zweefvlieg beseft natuurlijk heelemaal niet, wat voor weldaad -hij aan 't bloempje bewijst. Ook gaat hij wel eens een enkelen keer -verkeerd zitten en 't gebeurt ook dikwijls genoeg, dat de stempel -zonder hulp van vliegen in aanraking komt met helmknoppen in dezelfde -bloem en dan ontstaan toch ook goede rijpe zaden. Wie er aardigheid -in heeft, kan omtrent den omgang van insecten met bloemen nog menige -belangrijke bijzonderheid opmerken. - -Al die lange zomerdagen zijn vliegen, bijen en vlinders met al die -bloemen bezig. Sommige bloemen hebben een bepaald stel van vriendjes, -andere zijn echte allemansvrienden. Op de paardebloem (34) is om zoo te -zeggen ieder tehuis, van de domste vlieg af tot de fijnste vlinder of -slimste bij toe. De koekoeksbloem (70) heeft 't liefst met vlinders te -doen, de boterbloem (32) is vriendelijk tegenover kevertjes, vliegen en -kleine bijtjes en de orchideen hebben in hun vreemdsoortig ingerichte -ontvangzaal weer 't liefst vlinders en hommels. - -Lang niet in iedere wei groeien van die orchideen. Het moet er min of -meer vochtig zijn; ik geloof wel dat de beste orchideenplekjes lang -niet altijd het meest waardevolle hooiland opleveren. Heel dikwijls -groeien ze in gezelschap van wollegras (48) en dan groeit er ook -licht veenmos en zeggen (39) en allerlei dingen, waar een boer het -land aan heeft. - -Ik laat mij echter door die witte vlaggetjes van 't wollegras gaarne -leiden, want waar dat groeit, vind je dan licht orchideen en misschien -ook nog aardige addertongvarentjes of zonnedauw. En er is ook kans, -dat daar ringslangen rondkruipen, wat voor den oningewijde wel -griezelig mag lijken, maar den kenner met groote blijdschap vervult. - -'t Is maar een kwestie van een paar centimeters hooger of lager, -misschien ook wel van de aanwezigheid van een kleilaag onder 't -veen. Soms is zoo'n plekje nog niet eens honderd vierkante meter groot, -maar de plantengroei en de dierenwereld is er dadelijk anders dan in -de rest van de wei. - -Licht schieten er ook een paar berkjes, wat lijsterbessen en bramen -op en wanneer de oeverzeggen er hoog en dicht genoeg worden krijg je -daar zelfs kans op het allermooiste en minst bekende slootkantvogeltje, -de vroolijke blauwborst (110). - -Hij is familie van het roodborstje en staat net zoo parmantig op zijn -veerkrachtige dunne pootjes. Hij heeft een wit wenkbrauwstreepje over -het groote glinsterende oog en zijn borst is prachtig diep blauw met -een wit vlekje er midden in. - -In April ontmoet ik hem al op zijn broedplaatsen en als ik hem niet -zie, dan zorgt hij er wel voor dat ik hem hoor, want hij blaast -een heel heldere schetterende fanfare, die geen een vogel hem kan -nadoen. Hij echter kan wel de andere vogels nadoen en amuseert zich -er, met te spelen voor leeuwerik, pieper, kieviet en kraai, al naar -hij er trek in heeft. - -Zijn nest zit listig verborgen achter 't hooge oevergras. - -Op zulke plaatsen zwemmen ook, als de slooten niet al te smal zijn, -de vlugge dodaarsjes (111, 112), die op kleine eendjes zouden lijken -als ze maar een staart hadden en als hun zwemvliezen den gewonen -vorm hadden. Hun nest is een hoop rommel op 't water en als de -broedende vogel onraad merkt, dan glijdt hij er stilletjes af maar -verstopt eerst de eieren onder modder en blaren. Dan duikt hij onder -en je moet al heel knap en geduldig wezen, om wat van hem te zien -te krijgen. Er zijn er veel meer in onze natte landen dan men wel -meent, en wanneer ik op zoo'n nat plekje het kartelblad (83) of de -orchideen ga liggen bekijken, dan heb ik om zoo te zeggen altijd -n oog gericht op het verschiet der slooten, om zoo mogelijk een -blauwborstje of een dodaarsje te betrappen. - -De schoolboeken geven je altijd den raad, om een potloodpunt in zoo'n -orchideenbloem te steken. Als je dat in goede richting doet, dan komen -twee kleefplakjes van de bloem ermee in aanraking en als je dan 't -potlood weer terugtrekt, blijven twee stuifmeelklompjes eraan kleven. - -Je kunt het natuurlijk evengoed doen met je pink; eigenlijk veel beter, -want de top van een goed verzorgde niet al te dikke pink, lijkt toch -altijd nog meer op een hommelkop dan zoo'n spitse potloodpunt. - -Ik doe dat nog altijd met evenveel plezier als dertig jaar geleden. 't -Blijft altijd verrassend, hoe grif en stevig die dingen blijven -kleven en nog veel mooier en wonderlijker is het, dat onmiddellijk de -steeltjes van die stuifmeelklompjes gaan doorbuigen. Eindelijk gaan -ze niet meer verder en als je dan je pink weer in dezelfde houding van -straks in de bloem brengt, zul je merken, dat dan die stuifmeelklompjes -terechtkomen tegen het kleverig stempeloppervlak en een deel van het -stuifmeel blijft dan daarop vastzitten: de bloem is bestoven. - -Veel aardiger dan die pinkgymnastiek is natuurlijk het bezoek van -de hommels zelf. Intusschen moet ik u waarschuwen, dat de eerste de -beste nieuwsgierige er niet op hoeft te rekenen, dit zoo maar eens -in de gauwigheid te zien te krijgen, door even te loopen door een -weiland met orchideen. - -Onze weide-orchideen, de breedbladige (46), de gevlekte (44), -de harlekijn (43) krijgen soms in geen dagen bezoek van een enkel -insect. Je vindt dan bloeiaren, waarin haast alle bloemen nog -ongeschonden helmknoppen bezitten. - -Bij mooi weer en in een hommelrijk jaar heeft een volhardend -onderzoeker echter wel kans, om die stuifmeelplakkerij in zijn volle -glorie te genieten. Er komt een weidehommel aangonzen, regelrecht op -de bloem af. Of de mooie vlekjes op de onderlip hem den weg wijzen -naar den ingang van de bloem? Sommige geleerden meenen van ja, en -noemen die vlekjes het honigmerk. Anderen spreken het tegen en daar -kan dan weer heel genoeglijk over gekibbeld worden. - -De hommel gaat intusschen evengoed zijn gang; hij suist tamelijk -onzacht op de bloem neer, steekt twee lange glimmende kaken zoo diep -mogelijk in het zakje, dat aan een van de bloembladen zit, de spoor, -schuurt het weefsel daarvan kapot en gaat dan met zijn lange ruige -tong het sap oplikken. Al dien tijd heeft hij zijn kop juist tegen -de kleefplakjes, de zoogenaamde hechtkliertjes, gedrukt en wanneer -hij nu de bloem verlaat, dan zie je met bijzonder groot genoegen -twee lichtgele stuifmeelklompjes op dunne steeltjes boven op zijn -kop staan. Hij krabbelt naar een volgende bloem, drukt zonder het te -willen of te weten stuifmeel tegen den kleverigen stempel, maar doet -tegelijkertijd weer twee nieuwe stuifmeelklompjes op. - -Als hij ergen honger heeft en bloem na bloem bezoekt, krijgt hij ten -slotte een heele pruik van die dingen op zijn kop en dan begint hij -er erg in te krijgen, vooral als er een stuk of zes geplakt zitten -midden op zijn oogen. - -Hij heeft dan een heele tobberij, om zijn bol weer schoon te krijgen; -ik heb er wel gezien, die met vier van hun zes pooten uit alle macht -zaten te schrobben en te schuren en het ten slotte toch moesten -opgeven, zich heelemaal schoon te poetsen. - -De mooie witte welriekende nachtorchis (45) wordt weinig door hommels, -maar drukker door vlinders bezocht. De lange spoor bevat veel honig, -dat kun je van buiten af wel zien en 's avonds komen daar de vlinders -op af, aangelokt door den heerlijken geur, die de bloem dan gaat -verspreiden. - -'t Is heusch wel de moeite waard, om die orchideen in potten te -kweeken of een vochtig hoekje in den tuin voor hen in te ruimen. Bij -goede behandeling komen zij ieder jaar weer opnieuw te voorschijn uit -hun merkwaardigen wortelknol, telkens weer grooter en mooier dan eerst, -ik heb daar heel mooie dingen van gezien. - -Maar ga mij nu niet al de orchideen uitgraven, die ge tegenkomt. Aan -n hebt ge genoeg. Het uitgraven lijkt makkelijk genoeg, ja je kunt ze -soms zoo maar met knol en al uit den weeken moerasbodem trekken. Toch -is het dan tien tegen n, dat de worteluiteinden, waar 't juist op -aankomt, afbreken en dan bloeit de plant wel dat ne jaar, maar hij -is niet bij machte een behoorlijke nieuwe wortelknol voor 't volgend -jaar te maken. Wil je 't goed doen, neem dan een heele zode, twee -decimeter in middellijn, zoodat de plant tot in zijn fijnste deelen -ongeschonden blijft. - -Nog veel aardiger is het, ze te kweeken uit het fijne zaad, dat ge -in den nazomer uit de bruine verdroogde vruchten kunt kloppen. Je -hebt dan meteen de voldoening iets te probeeren, wat lang niet -iedereen gelukt. De orchideenzaden ontkiemen alleen onder bepaalde -omstandigheden; zorg vooral, ze uit te zaaien in grond, afkomstig van -'t terrein zelf, waar ge de zaden inzamelde en als daar mos groeide, -neem dan ook maar wat van dat mos mee, dat kan nooit geen kwaad, -zou mijn grootmoeder zeggen. - -Orchideen zijn niet bepaald zeldzaam, maar toch altijd wel iets -aparts. 't Is niet te ontkennen, dat wij houden van zeldzame en aparte -dingen en zoolang je daarom de gewone dingen niet verwaarloost, -zit er ook geen kwaad in. Ik ben altijd klaar, om zeldzame planten -en dieren te gaan opzoeken en als ik ze weet te vinden, dan sla ik -meestal geen enkel jaar over, om ze te gaan bekijken in den tijd, -dat ze op hun mooist bloeien. - -Zoo doe ik iedere Meimaand een of meer tochten naar de Vechtstreek, -om de zomerklokjes (41) te gaan zien. Ze groeien ook wel vlak -bij mij in de buurt op een weide-eilandje in de Mooie Nel, maar -daar staan er slechts enkele honderden en dat is mij te weinig. Ik -houd van overvloed, van duizenden en millioenen, heele velden van -eereprijsjes; madeliefjes dicht geschaard zoover je zien kunt, -boterbloem en zuring samen n groot vlak vormend van rood en goud -en dan weer rij aan rij van orchideen, alle rechtop en talrijk als -klaverbloemen. Millioenen graspluimen wapperen er tusschen en er boven, -allemaal even frisch en flink, met ieder uur hooger van gestalte en -dieper van kleur. Aan den slootkant bloeien heele plakkaten van mooie -hemelsblauwe vergeetmijnietjes (67) en de helling staat vol met een -kleiner bloempje, bleekblauw bij wit af, dat door sommige menschen -wel valsch vergeetmijnietje genoemd wordt, maar 't is niets anders -dan de lekkere veldsla (67). - -En waar de breede Vecht door bonte weiden kronkelt, heeft hij -over een lengte van eenige kilometers zijn boorden omzoomd met -zomerklokjes. Aan hooge stengels wiegelen ze in de morgenbries, -vijf, zes hangende bloempjes in een schermpje bij elkaar, roomwit -met fijne groene vlekjes: sneeuwklokjes in zomerkleed. Onze vrienden, -de zweefvliegen dartelen er tusschen door in gezelschap van kleurige -hommels. De bladeren van deze planten zijn donker groen, veel donkerder -dan 't jonge riet, dat pas zijn eerste linten ontrolt. Donker blad en -witte bloemen; aan de overzijde van de rivier zijn ze ook duidelijk -te zien en 't mooist zijn ze in een drassig hooilandje binnendijks, -waar groote pollen afzonderlijk staan tusschen jonge waterzuring en -bloeiende oeverzegge. - -Hoogstwaarschijnlijk zijn deze zomerklokjes geen oorspronkelijke wilde -planten, maar sierplanten, die sinds overoude tijden uit slotgaarde -of kloostertuin zijn ontsnapt. Ze zijn er mij niet minder dierbaar -om. Integendeel, want evengoed als ze op die enkele plaatsen in -Nederland jaar in jaar uit trots den allerstrengsten winter zich -weelderig willen ontwikkelen, kunnen ze overal groeien, waar de grond -maar niet al te droog is. Bezat ik weilanden, dan zou ik mij niet -ontzien, om een paar hoekjes vol te zetten met deze zomerklokjes. - -Ook zou ik de kievietsbloem (47) niet vergeten, ook waarschijnlijk -een ontsnapte tuinplant, een neefje van de trotsche keizerskroon. In -sommige weilanden groeit die bij honderden. 't Is een heel genoegen, -er tusschen in te staan en toe te zien, hoe de hommels de neerhangende -bloemen opzoeken en hoe ze er in wegduikelen, om den honig te halen, -die in hoekjes van de bloembladen zit. - -Die bloembladen zijn prachtig fijn geaderd en gekleurd met plekjes -paars en plekjes wit; daaraan heeft de bloem zijn naam van dambordbloem -te danken. Ook wordt zij wel kievietsei genoemd en dat is nog zoo -mis niet, want de nog niet geopende bloemen zijn werkelijk eivormig. - -In plaats van paarse, vindt je ook witte, die zijn niet zuiver wit, -maar de vlekken zijn wel degelijk aanwezig, al zijn ze dan ook -maar flauwtjes groenachtig geel. Zoowel van kievietsbloem als van -zomerklokje zijn de bollen te koop bij den bloemist en duur zijn ze -niet, zoodat je voor een enkelen gulden of zoo je heele leven lang -een verrassend mooi plekje kunt hebben in een doodgewone wei. - -Maar als nu eens ergens geen zomerklokjes of kievietsbloemen bloeien, -dan is de wei toch nog mooi genoeg. Alleen de grassen geven je al -genoeg te doen. Een heele massa kinderen en menschen kijken naar de -grassen niet om, omdat ze zoo moeilijk te onderscheiden zijn. Nu zijn -alle dingen net zoo moeilijk, als je ze zelf maken wilt en ik voor mij -zou er heelemaal geen bezwaar in zien, om kinderen van acht of negen -jaar een vijf-en-twintigtal van de meest algemeene grassen te leeren. - -Je kunt er ook heel gemakkelijk een verzameling van aanleggen, want ze -zijn prachtig om te drogen; als je maar zorgt, goed ontwikkelde pluimen -te nemen, dan krijg je vanzelf heel mooie, teekenachtige bladen. In -'t vroege voorjaar hebben we al de beide reukgrassen gevonden, die -gevolgd worden door de vossestaart, die net zoo rond en zachtharig is, -als zijn naam aangeeft. Dit gras bloeit ook wel in de eerste dagen -van Mei en al naar het tijdperk van bloei ziet de staart grijs, paars, -bruin of groen. - -Grijs is hij, wanneer uit alle bloempjes de witte stijlen naar buiten -komen, paars wanneer de stijlen zijn verschrompeld en in hun plaats -paarse helmknoppen op fijne witte draden uit de bloem zijn geschoven; -die helmknoppen verschrompelen tot een bruine massa, die afvalt en de -rijpende aar groen achterlaat. Je kunt die verschillende toestanden -vlak bij elkaar aantreffen. - -Na de vossestaart komt de timothee, die er wel wat op lijkt, maar -altijd grijs is en tamelijk stijf; ieder apart bloempakje heeft wel -wat van een laarzenknecht. Tegelijk bloeien nu ook de wijdvertakte -pluimgrassen: op natte venige plekken het mooie trilgras, dat we ook -bevertjes noemen; elders weer de zachte pluimen van de dravik of de -mooie groote havergrassen, die eraan te herkennen zijn, dat ze in -ieder bloempakje n of meer geknikte kafnaalden hebben. - -De pluimen met de fijne bloempakjes zijn meestal van beemdgras en heel -stellig vindt ge ook de witbol, die in dichte bossen groeit. Hij heeft -zeer zacht behaarde stengels en bladeren en zijn bloempakjes zijn -lichtgroen of bleekrose, soms ook met wat violet er in, bijzonder -mooi. Tegenwoordig heeft dat gras den eerwaardigen naam van witbol, -vroeger werd het "zorggras" genoemd, de landman houdt er niet veel -van en ik heb het ook niet graag in het effen grasperk, want het -maakt zulke onhandelbare proppen, die misstaan in de mooie effen zode. - -Zuring (38) zien de boeren ook niet zoo bijster graag, doch ze moeten -er maar aan wennen, want die plant laat zich niet zoo gemakkelijk -uit het veld slaan. Er is eigenlijk geen enkele grondsoort, of er -groeit de eene of andere zuring: aan de waterkanten en op natte -plaatsen de reusachtige waterzuringen, op de schrale zandvlakten het -tengere schapenzurinkje en in de wei de lekkere malsche veldzuring, -die 't zuurst van alle is. - -Als je iemand vraagt, hoe de bloem van die zuring er uitziet, dan -blijft hij gewoonlijk 't antwoord schuldig. Ja, 't is iets roods, -en al die roode zuringbloemen geven met de gele boterbloemen dien -heerlijken tint van den vollen zomer op de bonte wei. Maar als ze zoo -rood zien, dan zijn de zuringen meestal bijna uitgebloeid, die roode -kleur zit door hun heele lichaam en hangt weer samen met hun zuurheid -en met de zon, doch ik zie geen kans, om u dat hier allemaal in een -paar regels uit te leggen. - -De bloempjes van de zuring zijn maar kleine dingetjes met zes groene -bloemblaadjes. Sommige hebben een zestal meeldraadjes, die heel -gemakkelijk bewegen en hun stuifmeel door den wind laten meedragen, -andere hebben een stampertje met een mooien pluimstempel. - -Als 't vruchtje gaat rijpen, gebeurt er iets aardigs; drie van de -bloemblaadjes gaan uitgroeien en worden zoo groot dat ze elkander -verdrukken en verbuigen. Ze buigen dan naar buiten om en staan met de -omgebogen helften zoo tegen elkander aan, dat ze drie platte lijsten -over het vruchtje vormen, die den dienst doen van vleugels. Als de -plant niet werd afgemaaid, dan zou de vrucht op die vleugels door -den wind worden meegevoerd. - -De kneutjes komen uit de struiken en uit de hagen naar de wei om van -die vruchtjes te eten, montere vogeltjes met roode kappen en roode -borstlappen op de roode zuring. - -Dat is een van de mooiste tooneeltjes, die ik ooit gezien heb en -als ik ergens veel zuring weet te staan in een streek, waar ook de -kneutjes niet zeldzaam zijn, dan zorg ik er voor, dat ik daar ook niet -al te zeldzaam word, m.a.w. dan loop ik daar als 't eenigszins kan -'s morgens tusschen zessen en achten rond, om de roode snoepers te -betrappen. 't Lukt dikwijls genoeg. - -De zuring heeft nog een ander vriendje, waar ik haast net zooveel -van houd als van de kneutjes; dat is het vuurvlindertje (127, 129), -het dartelste van alle vlindertjes. - -Wat hebben onze Hollandsche dagvlinders over 't algemeen toch -prettige namen, namen, die het onvergeeflijk maken, dat je de dieren -zelf niet herkent, als je ze buiten tegenkomt. Denk maar eens aan -parelmoervlinder, dagpauwoog, rouwmantel, zandoogje, blauwtje, -groentje, witje, citroenvlinder, oranjetip, weerschijnvlinder, -allemaal namen, die heel gelukkig aanduiden, hoe het dier er uitziet. - -Het vuurvlindertje heeft ook zoo echt de kleur en den gloed van een -kooltje vuur, dat je op 't eerste gezicht al zegt, dat moet hem zijn en -geen andere. 't Is precies alsof je een gloeiend kooltje ziet gloren, -onder de asch. Wie een beetje thuis is in 't Rijks-Museum heeft die -gloed wel gevonden in de brandende turfjes op een paar schilderijen van -Jan Steen; ik herinner mij op 't oogenblik twee van zijn schilderijen -met van die vuurvlinder-gloeiende-turfjes in een test. De Engelschen, -die anders ook over heel mooie vlindernamen beschikken, noemen ons -vuurvlindertje Small Copper maar dat is lang zoo juist niet, die -vleugeltjes zijn veeleer vuur dan koper, let er maar eens op. - -En in 't vuur liggen weer mooie koolzwarte blokjes, bij sommige -meer, bij andere minder, want dat vuurvlindertje is een heel -variabel diertje. Wie er aardigheid in heeft kan zich een verzameling -vuurvlindertjes aanleggen, beginnende met diertjes waarvan de vleugels -bijna geheel vuur zijn, zonder zwarte vlekjes om te eindigen met -vormen, waarbij zooveel zwarte vlekjes voorkomen, dat 't vuur er -geheel onder verscholen gaat. - -Heel dikwijls vind ik er ook, die op de achtervleugels mooie blauwe -plekjes hebben; verleden jaar kwam er zoo een drie dagen achtereen -in mijn tuin altijd 's middags tusschen n en drie uur, want die -dartele en vlugge diertjes hebben soms zeer vaste gewoonten. Het -moet ook voorkomen, maar dat heb ik nooit gezien, dat het vuurtintje -heelemaal vervangen is door een roomachtige of ook wel zilverachtige -tint, je zoudt kunnen zeggen: een vuurvlindertje in de grondverf. - -Maar hoe ze er ook uitzien, altijd zijn die kleine rakkers vol -levenslust en overmoed. Niet alleen, dat ze elkander nazitten, zooals -alle vlinders doen, maar ze laten, om zoo te zeggen, geen enkel dier -met rust. - -Ik heb het wel gezien, dat ze de vliegen verjoegen van de bloemen, -ja, dat ze dikke hommels te lijf gingen. Zoo brutaal kwamen ze op -die zuigbrommers af, dat die overhaast op de vlucht sloegen, alsof -ze ik weet niet wat van die kleine vlindertjes te vreezen hadden. - -Zelfs heb ik me wel verbeeld, dat ze mij aanvielen, wanneer ik in de -wei zat te teekenen of te spionneeren. Onophoudelijk vlogen ze mij -om 't hoofd, ze gingen zitten op mijn handen, op mijn schetsboek en -ik geloof waarlijk dat ze, als ik opstond om ergens anders te gaan -werken, nog meenden dat ze mij uit het veld hadden geslagen. Nu, -ik gunde hun de pret van harte. - -Ik denk wel, dat het hun in de meeste van die gevallen te doen is om -te kunnen komen bij hun geliefkoosde zuringplant, waarop ze hun eitjes -willen leggen. De larven, die uit die eitjes komen, zijn platte groene -rupsjes, bedekt met korte fijne roodachtige haartjes en hun pooten -zijn ook rood, dat schijnt nu eenmaal zoo bij de zuring te behooren. - -Ik wed, om een kwartje, dat niet n op de duizend lezers van dit -album ze ooit gezien heeft. De slimmers schijnen alweer te beseffen, -dat de voornaamste zorg van een rups moet zijn: zooveel mogelijk te -eten en zoo weinig mogelijk opgegeten te worden. Daarom kruipen ze -overdag wijselijk in den grond en 's avonds komen ze te voorschijn, -om zich te goed te doen aan de lekkere zuring. - -Wie ze dus wil zien, moet 's avonds er op uit met een lantaarntje en -met een paar goede waterdichte schoenen aan van wege de avonddauw. De -witte nevels, die zich verdichten boven de slooten en die ten -slotte een witte wade weven over het heele landschap, zullen ons -niet deren. Heel veel menschen vreezen de avondnevel alsof die uit -vergiftige dampen bestond, doch 't is niets anders dan zuiver water -en als je overigens goed gezond bent, dan zal die nevel je niet -ziek maken. - -De leeuweriken hebben al lang uitgezongen, alleen de spriet kraakt -zijn lentegezang en af en toe jammert in eens een kieviet; je kunt -eigenlijk nooit zeggen of 't bij hem vreugd of verdriet is. In ieder -geval heeft 't niet zijn instemming, dat wij met die lantaarn loopen -te kruisen door 't natte gras. - -Hoe heel anders ziet de weide er nu uit, dan in den zonneschijn. Haast -alle bloemen zijn gaan slapen. Alleen bij 't hek van de wei zien we -een massa lichtgroene ballonnetjes met witte vlaggetjes er aan in de -lucht hangen en als we de lantaarn wat dichter bij houden, blijkt dat -een nog al vreemde plant te zijn, zoo'n echte dwaalgeest voor hekken -en hoeken, de silene (123) met de opgeblazen kelk, een vriend van de -kleine nachtvlindertjes. - -En nu we wat verder komen, in het vochtig gedeelte, vinden we daar -de koekoeksbloemen ook nog wijd wakker en ze hebben bezoek ook van -de grauwe vlindertjes, die dat mooie zilveren pistooltje op den -voorvleugel dragen. Wij noemen ze dan ook pistooltjes, maar mijn -neef met de bril op, die zes uur per week op 't gymnasium geplaagd -wordt met Grieksch, weet dat dat zilveren plekje meer lijkt op een -Griekschen letter en noemt het beest gamma-uil. Het dier bekommert -er zich niet om en vliegt even vroolijk van bloem tot bloem. - -Die koekoeksbloemen geuren heel flauwtjes, maar een sterker geur -lokt ons naar een plek, waar witte orchideen staan en die zijn nu op -'t oogenblik ook in hunne volle kracht, je kunt ze letterlijk op den -reuk af vinden, als je tenminste niet door vroegtijdig of overvloedig -rooken je reukorganen verzwakt en verstompt hebt. We wachten even, -of er ook vlinders op komen, maar dat gaat ditmaal niet zoo gauw, -dat kan zoo gebeuren. - -Je moet vooral niet meenen, dat de natuur een soort van kijkspel is, -waar je maar je dubbeltje behoeft te offeren en binnen te gaan, om -dadelijk allerlei moois en interessants te zien te krijgen. Soms kun je -uren zoeken en wachten, eer de merkwaardigheden opdagen. Intusschen -heb ik wel eens hooren beweren, dat juist dat zoeken en wachten -een bijzondere bekoring geeft aan het natuuronderzoek. Probeer het -maar eens. - -Ieder vogeltje zingt zooals het gebekt is, en iedere bloem slaapt, -zooals zijn slaapmuts staat. De blauwe eereprijzen probeeren, om -heelemaal in hun schulp te kruipen, ze sluiten het blauwe kroontje en -trachten het te omgeven met het groene kelkje, maar daar 't kroontje -in den loop van den dag sneller is gegroeid dan de kelk, kan het er -niet heelemaal meer in en zoo blijft er dan een blauw neusje buiten -de deken uitsteken. - -De paardebloem (34) krult zijn omwindselblaadjes omhoog, zoodat al -de gele bloempjes tegelijk worden ingepakt en 't madeliefje (35) -gedraagt zich op dezelfde manier. De mooie frissche lichtpaarse -Pinksterbloempjes buigen hun bloemstelen, zoodat de opening van de -bloem naar beneden wordt gericht; zoo doen ook de boterbloemen. Doch -de klavers en de wikken slapen 't hevigst, die vouwen al hun blaadjes -samen en als 't kan, dan wordt de bloementros daaronder weggeborgen. - -Ze gaan te ruste op zeer ongelijke tijden, de meeste nog al vroeg, -voor zonsondergang reeds. 't Is wel aardig, daar eens gedurende een -zomer aanteekeningen over te maken. De bijzonder oplettenden mogen -ook eens uitzien naar het slapen der grassen. Terwijl ge daarnaar -uitkijkt, vindt ge stellig ook weer een aantal slapende vlinders, -net bleeke of bruine blaadjes, die uit den stengel zijn opgegroeid, -dat zijn vlinders en die zijn meestal zoo diep in den dut, dat ge ze -met plant en al naar huis kunt dragen, zonder dat ze ontwaken. - -Intusschen zijn we bij onze zuringen beland en met een beetje geluk -vinden we de vuurvlinderrupsjes, net kleine verroeste pissebedjes. Ze -hebben ook alweer de lastige gewoonte, om zich zoo maar te laten -vallen als ze gevaar bespeuren en 't kost ons nog heel wat moeite, -om er een paar te bemachtigen voor onze rupsenkweekerij. Vindt ge -nog andere, grootere of grauwe rupsen, neem die dan ook maar mee, -de vlinders daarvan ontmoeten we in 't volgend hoofdstuk. - - - - - - - - -IV. MET DE MAAIERS. - - -Luid ratelt de maaimachine door 't hooiland. De zwaluwen zwermen -er om heen en vinden een gemakkelijke en rijke buit in 't gewriemel -van de wolken van vliegen en mugjes, die uit het vallend gras worden -opgeschrikt. Boven de zwaluwen staan hoog in de lucht de jammerende -kievieten, grutto's en tureluurs, die hun jongen bedreigd zien, -of die zelfs nog een laat legsel te bebroeden hebben. - -Wij maken het dien vogels niet gemakkelijk. Tot den eersten Mei mogen -ze volgens de wet van hun eieren beroofd worden, en als ze dan goed en -wel eindelijk rustig opnieuw een poging meenen te kunnen wagen, komt -die maairamp. Geen wonder, dat dan velen het opgeven en die trekken dan -naar de duinen en heide, om daar nog eens opnieuw een kansje te wagen. - -Zoo komt het dan, dat wij menigmaal in de Julimaand de kieviet of -de grutto nog broedend vinden op hooge heete duinhellingen. Maar -het ergste is nog, dat de honderden van jonge vogels uit hunne -schuilplaatsen worden verdreven en zoo zij al niet vernield worden -door zeis of maaimachine, gevaar loopen van gemakkelijk overweldigd -te worden door roofvogels, hermelijnen, bunsings, ratten, egels -en spitsmuizen, om niet eens nog te gewagen van de boerenkatten of -schijnheilige ooievaars. - -Dat is allemaal heel treurig, maar er is weinig aan te doen. 't Is -onvermijdelijk, dat de beesten in 't gedrang komen. Je zoudt eigenlijk -een soort van vluchtheuveltjes moeten aanleggen, waar de maaier niet -komen mocht. - -De Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten probeert zoo iets. Zij -heeft op 't eiland Texel in het midden van den rijken hooipolder Waal -en Burg een stuk hooiland gekregen, groot zeven hectaren. Daar wordt -nu pas gemaaid, eenige weken nadat de rest van den polder gemaaid is, -zoodat gedurende dien tijd alles wat op de kale velden zich onveilig -waant, bij ons een schuilplaats vinden kan. - -Verleden zomer ben ik daar eens gaan kijken. Ons stuk lag nog in rust, -maar overal elders in den polder waren ze druk aan 't hooien. Het was -een lust, om nu in "De Steert", zoo heet ons bezit, naar jonge vogels -uit te zien. Het zat er letterlijk vol van. In iederen vierkanten meter -vond je een jonge vogel weggedoken; meeuwen, sterntjes, kievieten, -tureluurs, grutto's, kluiten, pleviertjes, kemphanen (54), van heel -jong af tot bijna vlug. De ouden kwamen ze behoorlijk opzoeken en -voeren. Aan den oever van een plas, vlak in de buurt dartelden al -eenige honderden jongen rond, die al op eigen beenen konden staan -en met een week of drie hun eerste reis naar verre streken zouden -aanvaarden. - -Natuurlijk is het voor die waadvogels en zwemvogels nog al gemakkelijk, -om aan het gevaar te ontkomen; ze kunnen loopen, zoodra ze uit 't ei -komen, of ten minste een korten tijd daarna. 't Komt er dus alleen -maar op aan, of er een veilige schuilplaats in de buurt is. - -De leeuweriken, piepers en kwikstaartjes hebben het echter moeilijker -en daarvan gaat ook menig broedsel verloren. Intusschen heeft men -waargenomen, dat bij 't naderend gevaar de oude vogels met hutje en -mutje verhuisden en heel cordaat hun jongen wegsjouwden naar betere -oorden. Wie in de gelegenheid is, om dergelijke avonturen bij te wonen, -moet niet verzuimen er op te letten. - -Natuurlijk hebben de planten nog meer van 't maaien te lijden dan -de vogels, doch daar denkt niemand om. Toch heb ik wel eens spijt, -als ik de mooie hooge ganzebloemen (89) zie vallen en de blauwe -ooievaarsbekken. - -Gelukkig zijn de meeste er op berekend, om zoo'n zomerschen tegenspoed -te boven te komen. Sommige hebben juist tegen dien tijd hun zaden -gerijpt, andere hebben het voornaamste deel van hun lichaam onder den -grond en vervangen het afgemaaide gedeelte weer door nieuwe spruiten, -'t zij nog in denzelfden herfst, 't zij in 't volgend voorjaar. - -De schok van de machine, de stoot van de zeis rukt de bepluisde -vruchten los van paardebloem (36) of boksbaard (97) en op hun groote -parachuten zweven die zelfs met het zachte zomerkoeltje nog honderden -meters ver en kunnen juist op de afgemaaide plekken gemakkelijk den -grond bereiken, waar hun zaden zullen ontkiemen. - -De paardebloem is ieders vriend, de konijnen smullen van zijn sappig -lof, leverzieke menschen eten zijn molsla op hoop van beterschap, -kinderen maken kettingen en krulstukken van zijn stengels, allerlei -gedierte gaat te gast op zijn bloemen. Alleen het proper renteniertje -verwenscht de plant, omdat hij hinderlijk wordt in 't gave gazonnetje -van den tuin. Om dezelfde reden haat hij de smalbladige weegbree (90). - -Maar meer nog houd ik van de boksbaard (97), hoofdzakelijk alweer, -om de herinnering aan mijn kinderjaren, maar toch ook wel om zijn -botanische eigenschappen. Toen wij jongens waren van een jaar -of tien hadden wij nog al eens reden, om ons te beklagen over de -hardhandigheid van ouders of onderwijzers, die ons meestal verkeerd -begrepen. Zij meenden het niet te mogen billijken, wanneer wij eens in -een speelsche bui een heusche ezel in de school dreven of wanneer wij -op ons eigen houtje wegbleven van catechesatie. Dat liep dan meestal -uit op strafwerk of vermaningen, of op wat wij altijd nog het beste -begrepen en waardeerden: een flink pak slaag. - -Daartegen kwamen wij dan weer in verzet en wij stichtten een soort -van club, om vrij te leven en onafhankelijk van onze ouders in ons -levensonderhoud te voorzien. We wilden ons eigen kostje ophalen en -in den zomer ging dat ook tamelijk wel en hielden we reusachtige -maaltijden van aardappelen, gebraden onder de asch, wilde aardbeien, -min of meer toebereide paling, die we zelf hadden gevangen, en ook -heel veel boksbaard. - -Die noemden we toen geen boksbaard, maar koekoeken en wij aten de -heele plant, rauw. De melkrijke wortel werd van zijn zwarten schil -ontdaan en de jonge malsche zijtakken waren al dadelijk eetbaar en -smaakten overheerlijk, zoet en sappig en geurig. Ik geloof eigenlijk, -dat de boksbaard ook wel echt als groente gekweekt is; in ieder geval -is hij zeer na verwant aan de schorzeneeren. Bij Grave groeide hij -veel, zoover de vette Maasklei reikte en we hebben er honderden van -opgepeuzeld; met de gepiepte aardappelen was het de voornaamste spijs -in onze rooverskeuken. - -Natuurlijk is onze club verloopen, zooals 't met alle clubs ten slotte -gaat. Ook hebben onze ouders nooit gemerkt, dat we buitenshuis veel -aten; er kon altijd nog wel meer bij. Doch nu, bijna veertig jaar -later, peuzel ik nog dikwijls een versch spruitje van onze oude -koekoeken op. - -Ik ben anders niet zoo heel erg meer ingenomen met het kauwen van -grassprietjes, het eten van graankorrels uit de aar en dergelijke -liefhebberijen. Het is namelijk bij die gelegenheden mogelijk, dat -je schimmelkiempjes in je krijgt, die zeer gevaarlijke ontstekingen -teweeg kunnen brengen. Je krijgt dan een soort van veeziekte, -die straalschimmel heet en dikwijls een doodelijk verloop kan -hebben. Vergenoeg je daarom maar liever met de gebruikelijke eetwaren. - -Ook zonder al die snoeperij is de boksbaard nog altijd een weideplant -van den eersten rang. Zijn stengels en bladeren, knoppen en bloemen, -ze zijn allemaal even mooi van vorm en kleur. De open bloem is veel -levendiger dan de paardebloem, doordat het aantal der afzonderlijke -bloempjes niet zoo groot is, terwijl de donkere meeldraden mooi -afwisselen met 't helder geel. - -En 't aardigst van alles is wel de omstandigheid, dat de bloem alleen -open is gedurende de morgenuren; na twaalven vind je maar zelden nog -een open boksbaardbloem. Hij heet dan ook zeer gepast "morgenster" -en de Engelschen noemen hem: "John go to bed at noon" of ook wel -"nap at noon", wat je zoudt kunnen vertalen door middagdutter. - -Waarom die bloem zich nu zoo gedraagt, dat weet niemand, 't is alweer -een van de vele duizenden bijzonderheden uit 't leven der bloemen, -die wij nog hebben te onderzoeken. 't Komt er alleen maar op aan, -om de zaak op de goede manier aan te pakken. Doch er is geen enkele -winkel waar ze eieren van Columbus verkoopen. - -We zien nog eens uit naar andere hooge bloemen, die moeten vallen onder -de zeis. In de allerbeste weilanden, die de hoogste pacht opbrengen, -staan de minste mooie bloemen; 't is daar voor meer dan 90% gras, -en dat is maar goed ook. De middelsoort hooilanden echter zijn al -bonter en als die bontheid afkomstig is van klaversoorten, of wikken -dan is zij nog zeer welkom. - -Wat is die vogelwikke (69) een prachtige plant met zijn fijn verdeelde -bladeren en de rijke trossen van paarse vlinderbloempjes. - -Een van mijn allermooiste herinneringen is die aan een ritje in den -regen, dat ik verleden zomer deed langs een hoogen dijk op Texel. 't -Was vlak voor den hooitijd en de hooilanden van Westergeest waren -op zijn mooist: geel van de boterbloemen, rood van de zuring maar -bovenal blauw van de wikke, zoo diep blauw, dat ik moest denken aan -de bloemenpracht van Zwitserland. - -Ik ben toen naar den eigenaar van dat hooiland gegaan, om hem -te vragen, wat voor wikkesoort hij daar gezaaid had, of wat voor -kunstgrepen hij had verricht, om ze zoo mooi te krijgen, doch kreeg -tot mijn groote vreugde geen ander bescheid, dan dat het de gewone -vogelwikke was en dat het land geen enkele bijzondere bewerking had -ondergaan. De edele vochtige Texelsche lucht, de zon, die daar door -geen rook of stof wordt verduisterd, hadden die bloemen hun diepe tint -geschonken. Zelfs de kleine gele klavertjes, steenklaver en hopklaver -(30) maken daar nog een heel dappere vertooning. - -Ook het gedoornd stalkruid (71), dat nu juist niet zoo'n graag -geziene gast in de weiden is, heeft er veel mooiere en kleuriger -bloemen. Wie dat niet gelooven wil, moet het zelf maar eens gaan -zien, ge behoeft niet te denken, dat ik Texel voorspreek want ik ben -eigenlijk een Limburger en houd dolveel van ons heele land, Noord, -Oost, Zuid en West. - -In Oost-Nederland geven de weiden op plantkundig gebied wel -eens verrassingen. In Limburg langs de Maas vond ik heele weiden -bedekt met mooie langstengelige sleutelbloemen (19) en met Haarlems -klokkenspel (68), dat hier veel meer de klokjesvorm vertoonde dan -bij Haarlem, want zijn bloempjes waren enkel. Elders weer groeit de -mooie weide-ooievaarsbek, die wel een meter hoog wordt en in Juli -zijn rijpe zaden ver in 't rond slingert, of ook wel de salie (81) -met zijn mooie blauwe mecaniekbloemen. - -Dat is weer een bloem, om mee te spelen, maar ook om je over te -verwonderen. 't Is een lipbloem, dus familie van de doovenetel, -en de hondsdraf. Nu hebben die lipbloemen of labiaten in den regel -vier meeldraden, maar die salie heeft er twee en dan nog heel -gekke. In plaats van een gewoon gevormde helmknop, draagt iedere -helmdraad een soort van wip. Op 't eene eind van die wip zit een goed, -stuifmeelhoudend helmknopje, aan 't andere eind is niets anders dan -een kleine verdikking of verbreeding. - -Nu komt er een hommel om honig. Hij steekt zijn kop in de bloem, want -hij moet nog al ver reiken, om met zijn langen tong den diep liggenden -honig te bereiken. Doordat hij buitengewoon vlijtig is en ook min of -meer zwak van gezicht, heeft hij geen erg in de onderstukken van de -wip en daar bonkt hij nu op zijn onbeholpen hommelmanier tegen aan. De -wip gaat nu wippen met dit gevolg, dat 't andere uiteinde, dat met -'t stuifmeelhoudende helmknopje, uit de bloem naar voren wipt en naar -beneden en ten slotte met een vaartje terecht komt op den harigen -rug van den hommel, die zoodoende met stuifmeel wordt bepoeierd. - -Al die Saliehommels krijgen zoodoende bestoven ruggen. Intusschen -groeien ook de stijlen van de bloem uit, die worden heel lang en -boogvormig zoodat de stempels juist komen te staan midden voor den -ingang van de bloem, precies waar de hommel langs moet schuiven als -hij naar binnen wil. - -Zoo krijgt dan die stempel stuifmeel in overvloed, de zaden kunnen -zich gaan vormen en de salie kan zich uitzaaien. Toch komt de plant -nergens in grooten overvloed voor, 't is, of de kiemplantjes geen -gelegenheid hebben, om zich behoorlijk te ontwikkelen. Erg is dat -niet, want ik geloof niet, dat 't vee bijzonder belust is op die -droge bittere kruiden. - - - -Als al die mooie bloemen in vollen bloei staan, dan dansen op -windstille dagen duizenden vlindertjes boven de bonte wei. Zoo gauw -het een beetje waait, of erger nog, als de regen gaat striemen, -dan zijn ze opeens verdwenen. - -Wie dan eens gaat zoeken, kan aardige dingen te zien krijgen. Wij -zijn eigenlijk veel te veel geneigd, om bij "leelijk weer" in huis -te blijven. Eigenlijk bestaat er geen leelijk weer, vooral niet voor -gezonde en frissche jongelui, die zich verheugen in 't bezit van -goede klompen of waterdicht schoeisel. - -Misschien is dat ook niet eens noodig. Een nat pak hindert -niet. Wanneer je maar weer bijtijds een droog pak kan aantrekken na -je ferm te hebben afgewreven zijn een aantal natte pakken op den duur -zelfs te verkiezen boven nooit heelemaal geen nat pak. - -De vele honderden gietbuien, die al over mij zijn uitgestort, hebben -mij nooit gedeerd. Wel ben ik doodziek geworden, toen ik eens een -winter bijna niet buiten kwam en aldoor maar binnenshuis hard zat te -werken tot laat na middernacht. Toen ik weer beter was, waarschuwde -de dokter mij, dat ik weer zou instorten, als ik nat regende. - -Natuurlijk kreeg ik toen een week daarna een gietbui te verduren, -terwijl ik rondwandelde tusschen de beide Slufters, ergens op het -Texelsche strand, een uur ver van de naastbijzijnde woning. Ik -schrok wel een beetje, doch stapte maar gauw naar De Koog, dronk -een paar koppen heete thee, leende een droge jekker en liet me vlug -naar Den Burg rijden. Uitkleeden, afwrijven, Zondagsche pak en klaar -was Kees. Alleen keken mijn vrienden de Texelaars een beetje vreemd, -doordat ze me midden in de week met een gekleede jas zagen rondloopen, -dat waren ze niet van me gewoon. - -Na dien tijd ben ik alweer ik weet niet hoe dikwijls kletsnat geregend, -doordat ik de waarschuwingen van den barometer en van mijnheer van -Beukenslot in den wind had geslagen en nog vaker ben ik, maar dan -behoorlijk toegerust, er op uit gegaan, juist, om eens te zien, hoe -de planten en de dieren zich gedragen, wanneer het volgens sommige -menschen "leelijk weer" is. - -'t Allereerste, wat je treft is, dat ze om zoo te zeggen lang -niet zoo gauw hun paraplu opsteken als wij, enkele fijngevoelige -uitgezonderd. Als 't volgens ons vrij hard regent, is 't voor hen -nog mooi weer. - -De eereprijsjes houden nog lang hun blauwe kijkertjes open, zonder te -knipoogen. De hommels en bijen gaan onverstoorbaar hun gang en vogels, -die aan 't zingen waren, zingen lustig voort; er zijn er wel, zooals -de zanglijster, de merel en de groote lijster, die tegen de bui in -al luider en luider gaan zingen. - -Als 't nu wat lang aanhoudt, komt er verandering. Het eerst gaan -de vlindertjes schuil en alleraardigst is het, om te zien, hoe -slim ze zich weten te beschutten. De mooie blauwtjes (117) en de -gele hooibeestjes (128) vinden al voldoende beschutting door aan de -lijzijde van een grasblad te gaan zitten, hun vleugeltjes stijf omhoog -tegen elkaar gedrukt. Ze zijn dan zoo smal als een mes en schuilen -letterlijk tusschen de droppels. - -Andere zoeken het wat dieper, en als er langs de wei hagen of boschjes -te vinden zijn, dan fladdert alles daarheen om aan den drogen kant -van boomstammen of takken of onder de groote bladeren van klis en -wilde zuring een schuilplaats te zoeken. Je vindt dan heel vreemde -gezellen bij elkaar. - -Ik weet altijd wel een stuk of wat hommelnesten en wespennesten -(125) en amuseer mij dan dikwijls met toe te zien, hoe in een flinke -regenbui alles holderdebolder naar 't nest komt vliegen. Heele troepen -geel-met-zwarten komen dan uit de lucht vallen, meer dan er in eens -door 't vlieggat naar binnen kunnen gaan en dan krijg je voor den -ingang een formeel gedrang van kletsnatte werkstertjes. - -Eindelijk houdt het op, maar dan zijn ze nog niet allemaal binnen; -wie wat te ver van huis door de bui overvallen zijn, zitten dan in -gezelschap van allerlei lotgenooten uit te blazen onder het klissenblad -in de heg. Daar zitten nu de vlindertjes van de wei, de zandoogjes -en de knollewitjes (12) broederlijk naast vlindertjes van de heg, -de hagedoornvlinder (137) en 't gele distelvlindertje (136). Als je -nu rondkijkt in de wei, dan is er veel veranderd. Madeliefjes en -paardebloemen hebben zich gesloten, de pinksterbloemen hebben hun -nachtstand aangenomen, de eereprijsjes hebben ook hun bloemsteeltjes -gebogen en de bloemkroontjes van den derden dag zijn door den schok -van de regendroppels afgevallen. - -Merkwaardig is het, dat maar heel weinig planten nat worden. Het -blijkt nu, dat de meeste een oliejasje dragen of een harig kleed, -waar 't water wel in droppels aan kan blijven hangen, maar bij 't -minste stootje wordt afgeschud. Haast iedere plant heeft daarvoor -zijn eigen maniertje. - -De vogels, die eieren of jongen hadden, zijn bij 't feller worden -van de bui dadelijk naar 't nest gesneld. Daar zitten ze nu, den kop -ingetrokken, de borstveeren een weinig naar voren geheven, de vleugels -even afhangend en zoo vormen ze een volmaakt dak, waarlangs de regen -afgudst, op veiligen afstand buiten het nest. - -O, dat is zoo mooi. Is de bui niet al te streng, dan zitten ze -nog gelaten rond te kijken, maar als 't hagelt, dan knippen ze -met de oogen, of ze doen hun oogen heelemaal dicht. Je ziet dan de -hagelkorrels veerkrachtig terugspringen van hun veeren. Er zijn er wel, -die zich laten doodhagelen op 't nest, andere geven het eindelijk op -en nemen de wijk, en dan sterven de jongen een ijzigen dood. Toch is -'t zoo 't beste, want dan kan de oude vogel, als 't nog tijd is, -weer een tweede broedsel grootbrengen. - -Zoo gauw de hemel opklaart, komen alle vluchtelingen weer voor den -dag. Op stille plekjes kan het dan wemelen van vlindertjes, al heb -ik dat in ons land dan ook nog niet zoo mooi gezien als op sommige -Zwitsersche weiden, waar heel dikwijls meer vlinders dan bloemen -zijn, en dat wil heel wat zeggen, want aan bloemen is daar heusch -geen gebrek. - -Toch kan het bij ons ook nog al schikken, maar die vlindertjes van -de wei zijn op enkele uitzonderingen na lang zoo bont en kleurig -niet als de vlinders van wegzoom en boschkant, zooals de vannessa's -en page's. Ze zijn meest bruin en geel van kleur, hun voornaamste -sieraad bestaat hierin, dat ze op de vleugels een of meer ronde -zwarte vlekjes hebben met een wit kerntje in 't midden, soms ook met -een kringetje er om heen en aan deze bescheiden tooi hebben ze dan -den naam van zandoogjes te danken. 't Is heusch de moeite wel waard, -ze te leeren onderscheiden. - -En soort is er, die heeft niet minder dan vier duidelijke oogjes -op de achtervleugels en nog twee op de voorvleugels en 't lijkt ons -volkomen in den haak, dat een zoo veeloogig vlindertje in vele talen -den naam van argusvlinder (106) draagt. Hij houdt van licht en zon -en is waarschijnlijk in verband daarmee meer oranje dan bruin, in -tegenstelling met zijn verwant, het bonte zandoogje (108), die van -de schaduw houdt en somberder van tint is, terwijl hij zich meestal -tevreden moet stellen met niet meer dan een drietal oogjes op elken -achtervleugel. 't Moet echter gezegd worden, dat de oogjes vaak weer -heel mooi met wit zijn omzoomd. - -De andere zandoogjes moeten het met nog minder oogjes stellen, althans -op de bovenzij van de vleugels. Het koevinkje (104) heeft er nog vier, -op elke vleugel een, soms zelfs tweemaal zooveel, maar het bruine -(135) en het oranje zandoogje (103) kunnen meestal op niet meer bogen, -dan op n oog op elken voorvleugel. - -Ik wensch u van harte toe, dat ge al deze zandoogjes eens te zien -krijgt en ge kunt ook wel eens uitkijken naar de rupsen, doch die -houden zich overdag schuil. Ze zijn grijs of groen of okerkleurig -met donkere lengtestreepen, 's nachts komen ze aan 't gras knagen en -als ze verpoppen, dan komen ze met het spitse uiteinde van de pop te -hangen aan de onderzijde van een grasblad. - -Het meest gewone grasvlindertje is het hooibeestje (128), dat -ook bij de zandoogjes behoort, maar zijn oogjes, n op elken -voorvleugel, zijn meestal alleen maar te zien aan den onderkant van -de vleugels. Den heelen zomer door vliegt dit diertje in de wei, -van Mei tot in September. De rupsen, groen, met donkere zijdestreep, -zijn al eerder te vinden, ze komen in Maart al uit de eieren, die -door de Septembervlinders gelegd zijn. - -De hooibeestjes van Mei sterven spoedig, doch dan hebben ze al eitjes -gelegd en daaruit ontstaan de vlinders, die in Augustus en September -vliegen. De vlinders, die in Juli vliegen, zijn wellicht afkomstig van -eitjes van Septembervlinders, die wat laat uitkomen. Zoo krijg je dan -in den loop van een zomer driemaal een versche voorraad hooibeestjes. - -Soms vindt ge, al wandelend door het hooiland, een stuk of zes -grassprietjes aan elkander vastgesponnen, vooral de zachtharige -blaadjes van de wollige witbol. Peuter je dat gevalletje open dan -buitelen er een stuk of vier, soms meer koddige kleine rupsjes uit, die -heel grappig naar alle kanten tusschen 't gras wegkruipen. Misschien -ook vindt ge geen rupsjes maar een klein popje, doch in ieder geval -hebt ge dan te doen met jeugdige dikkopjes (115). - -In de groote vacantie komen de vlindertjes te voorschijn, kleine -gele beestjes met een voor dagvlinders nog al dik lichaam. Er vliegen -meest twee soorten, de eene heeft nagenoeg effen gele vleugels met een -zwarten zoom, de andere heeft breede zwarte zoomen om de vleugels en -op de voorvleugel zwarte vlekken; die in den voorvleugelhoek lijken -wel op oogvlekken. Deze laatste vlinder heet ook wel commabeestje -(116), doch ik noem ze maar door elkander dikkopjes en loop ze in -de vacantie graag na van bloem tot bloem. In Mei en Juni zoek ik -wel naar hun poppen, om te kijken of ik nog wel geduld genoeg heb -en scherp genoeg kan uitkijken. Meestal is de uitkomst bedroevend -en moet ik het opgeven, zonder iets te hebben gevonden. Doch als ik -er eens eentje vind en zie hoe verbazend kunstig het smalle popje -ingesponnen is in de grasblaadjes, dan ben ik toch alweer tevreden -en vind ik mijzelf niet zoo'n wanhopigen stumper. - -Er vliegen ook groene vlindertjes door de wei en als die gaan -stilzitten, dan zijn ze opeens uit het oog verdwenen. De twee, -die 't meest voorkomen, zullen wij maar noemen het groote groentje -(118) en het kleine groentje (126); ge vindt ze 't meest, waar veel -vlinderbloemen in 't hooiland staan, want daar leven hun rupsen op. - -Ge zoudt al licht denken, dat de rupsen van al deze vlinders heel -wat schade in het hooiland doen, doch dat valt nog al mee; ik heb -nog nooit over de blauwtjes, de vuurvlindertjes, de zandoogjes, -de hooibeestjes, de dikkopjes of de groentjes hooren klagen. - -Doch er zijn nog wel andere, die een minder goede reputatie hebben. In -huis of in school achter gordijnen vindt ge wel eens een tamelijk -groote vlinder, die er met zijn rechte grijze bovenvleugels in rust -eenvoudig genoeg uitziet, maar als hij gaat vliegen, dan vertoont hij -twee prachtige gele achtervleugels met een breeden zwarten streep er -over heen. - -Dit is de huismoeder of geelbanduil (138), je ziet hem 't meest -in zomer en herfst. Zijn rups is groenachtig bruin met heel mooie -schuine vlekken en die lust zoowat van alles, maar liefst gras. De -oude vlinder legt dan ook zijn eitjes meestal aan de toppen van -grasbladeren, honderden en honderden vlak tegen elkander, zoodat het -grasblad er geheel en al mee bedekt raakt. Als al die eitjes rupsen -leverden en al die rupsen volwassen werden, dan zou de koe er stellig -bij te kort komen. - -Toch is deze geelbanduil nog lang de ergste niet; hij heeft een -verwant, de uil van de aardrups en dat is een van de allerschadelijkste -rupsen, die er zijn. Die rups verschuilt zich overdag in den grond, -maar in plaats van dan behoorlijk een dutje te doen, knaagt hij aan de -graswortels en aan de onderaardsche stengels en wanneer de avond daalt, -dan komt hij te voorschijn, om ook nog een groen blaadje te peuzelen. - -Gelukkig dat het maaien zelf een middel brengt tegen deze plaag. Zoo -gauw het gras in rijen ligt komen allerlei vogels tusschen het -zwad gebruik maken van de gelegenheid. De torenvalk (113) komt er -den heelen dag muizen (142) vangen. Een boschvogel, de groene specht -(114) komt er de mierennesten uitpikken. De zwarte aaskever (9) komt -om larven en slakken. De roeken (60) leiden er hun kroost heen dat -juist vlug begint te worden. Ook komen heele zwermen jonge spreeuwen -(49) opzetten, nog heelemaal in 't grijze jongenspak en zonder -een enkel sprankje van den glans, waarmee ze later zullen pronken, -terwijl hun ouders al beginnen het witgespikkelde winterkleed aan te -trekken (51). En in de hooilanden aan den zeekant komen goudplevieren -in zomer en in winterkleed (57 en 58), langbeenige grijze grutto's -(59) en wulpen bij twintigtallen rondstappen over de kaalgeschoren -vlakte. Al die vogels zijn trouwe vrienden van den boer, want den -heelen langen zomerdag en een goed deel van den nacht doen ze niet -anders dan insecten en ander schadelijk gedierte zoeken en verdelgen, -zoowel onder als boven den grond. - - - - - - - - -V. ETGROEN. - - -Het hooi is van 't veld. De lange reepen, waar 't gras lag te drogen -en de cirkelronde plekken, waar de hooiroken stonden, zijn weer -bijgekleurd, alles is weer effen groen. Haast al te groen, in ieder -geval te weinig bont. Wat verschilt de grasvlakte van Augustus van -die in Mei. In de groote vacantie ziet het weiland er dan vaak ook -veel kleuriger uit dan 't hooiland, want tong en tanden van de koe -ontzien toch nog altijd meer dan de zeis van den maaier. De koe moet -niets hebben van boterbloemen, brandnetels of distels, die zijn hem te -giftig of te scherp en als de boer ze zelf niet opruimt, dan laat de -koe tevreden toe, dat ze zich in alle weelderigheid ontwikkelen. Ik -heb van de koeien in onze weiden nooit iets anders ondervonden dan -vriendelijkheid en belangstelling. Soms werd die belangstelling -wel wat opdringerig, maar je moet altijd den aard van 't beestje in -aanmerking nemen en ze beoordeelen naar hun dagelijksch leven. En -als je dan midden in een weiland met koeien gaat zitten teekenen, -dan moet je je niet erover verwonderen, dat binnen tien minuten de -heele cavalcade om je heen komt staan, want ze zijn haast net zoo -nieuwsgierig als een mensch en hebben in hun wei weinig afwisseling. - -Ze dringen hoe langer hoe meer op, n schuift zijn witten snoet -vlak langs je oor vooruit en snuift dan eventjes kort en hoorbaar -en zoo hevig dat de bladen van je schetsboek omdwarrelen als in een -wervelwind. Ze hebben allerlei schichtige bewegingen en als je al -die pooten om je heen ziet, dan komt onwillekeurig de gedachte op, -dat je daar wel eens een trap van zou kunnen oploopen, maar daarvoor -zijn die dieren toch veel te goedig en voorzichtig. - -Ook zijn ze lang zoo schooierig niet als de Zwitsersche koeien, die je -altijd naloopen, bedelend om zout. De onze hebben zout genoeg, dat zit -in Holland om zoo te zeggen in de lucht, alleen de kalveren, als echte -kinderen, hebben nooit genoeg en die kun je dan wel eens trakteeren, -door ze even aan je hand te laten likken. Maar in 't Berner Oberland -hebben we ons wel eens met steenworpen moeten verdedigen tegen een -bende geiten, die kwamen om zout en gezelligheid. - -Een stier is altijd min of meer gevaarlijk, je moet nooit door een -weiland gaan waar stieren los loopen. Op een keer--'t is nu al haast -dertig jaar geleden--zocht ik naar witte orchideen in de weilanden -tusschen Muiden en Muiderberg, niet de witte welriekende, maar witte -vormen, albino's, van de gevlekte orchis. Toen ik niet gauw vond, -wat ik zocht, waagde ik het erop, om ook even een kijkje te nemen in -een weiland, waar een stier liep, 't was een rood stiertje. - -Ik klom het damhek over en ging heel bedaard mijn planten zoeken, -net alsof er geen stier in de wereld was. De stier van zijn kant -deed even argeloos, maar opeens hoor ik een zacht tevreden geloei -en toen ik opkeek begreep ik, dat ik in den val zat; hij was zoo om -mij heen gedraaid, dat mij de terugtocht naar het damhek geheel was -afgesneden. En nu kwam hij op een sukkeldrafje op mij af, keurig -netjes loopend, zijn stevig kopje met de kleine horentjes mooi -recht omhoog. Of ik aan den haal ging, en hij snuivend achter mij -aan. Gelukkig was ik nog al vlug in die dagen en niet bang voor een -sloot van drie meter breed en ik kende daar den weg. - -Ik rende dus naar die sloot, vloog er over, kreeg een neusjebloed -doordat mijn plantenbus door de schok over mijn hoofd heenslingerde, -maar had de voldoening goeden middag te kunnen zeggen tot het stiertje, -dat aan den anderen kant tot zijn enkels in den kantmodder was gezakt -en daar nu stond te brullen, terwijl hij met zijn staart de maat -zwiepte. Toen trok hij een voor een zijn pooten uit den modder en -ging heel tevreden wat grazen. - -Sedert dien tijd ben ik niet vrij van stierenvrees en ik heb een -groote bewondering voor de boeren en boerenkinderen, die voortdurend -met die woestelingen weten om te gaan. - -Rammen zijn al niet veel beter dan stieren, ofschoon niet zoo -doodelijk gevaarlijk. Op Texel liep ik eens, ondanks de waarschuwing -van menschen, die 't beter wisten, door een weiland, waar een ram -stond, gelukkig een ongehoornde. Ik stapte vroolijk door, met een -bloemrijk boschje in 't verschiet, toen ik opeens mijn beenen onder -mij voelde verdwijnen en ik lag op mijn rug. - -De ram was in volle vaart om zoo te zeggen vlak onder mij -doorgeloopen. Waarschijnlijk echter had hij mijn gewicht overschat, -tenminste hij kon niet bijtijds zijn vaart stuiten, om om te keeren en -bovenop mij te gaan dansen, zooals dat het gebruik bij rammen is. Ik -was weer gauw op de been, rende weg uit alle macht, sprong over een -dam met prikkeldraad en kwam vrij met een paar winkelhaken. Meer -griezeligheden heb ik niet beleefd, maar 't is zoo al welletjes. Van -koeien of kalveren heb ik nooit anders ondervonden dan plezier en -genoegen. - -Ik heb respect voor hun plantenkennis. Wat weten ze precies de -lekkerste grassoorten uit te zoeken en als je nu in de groote vacantie -hun weiland bekijkt, dan kun je net zien, wat ze niet lusten. 't Is -heel kluchtig, hoe ze soms het weiland heel kort afgrazen, maar overal -de boterbloemen (32) laten staan op hooge spichtige stelen. 't Gekste -is, dat ze diezelfde boterbloemen wel eten, als ze verdroogd tusschen -'t hooi zitten. Of dan echter de giftigheid van de boterbloemen is -vervlogen, dat zou ik niet durven beweren, 't is even goed mogelijk, -dat de koe de droge kruiden niet zoo goed proeft als de versche. - -Distels en doorns kunnen in 't hooi heelemaal niet gebruikt worden, -daarom worden ze door de landbouwers dan ook uit alle macht -bestreden. Merkwaardig is het, hoe die distels er in slagen, om -toch op een ongenaakbaar plekje of in een verwaarloosd hoekje hun -vruchten te rijpen. En is er die zijn toevlucht 't liefst zoekt -op drassige plaatsen, dat is de kale Jonker of moeras-vederdistel -(93). 't Is een heel mooie plant, met veel rood en paars door 't -groen van stengels en bladeren. De stengel is maar weinig vertakt, -wordt kaarsrecht wel een meter hoog en draagt aan zijn top veel mooie, -donkerroode distelbloemen. - -De akkerdistel (92) is van veel minder allooi, heeft veel stugger -stengels en kan er naar omstandigheden heel armoedig uitzien. Zijn -bloemen zijn doorgaans bleekpaars, soms donkerder maar ook heel -dikwijls bijna wit. Dit is de meest geduchte distel en zeer moeilijk -uit te roeien. - -In zandige streken, zoowel in de duinenstreek als in de heistreken, -groeit veel de knikkende distel (91), die is buitengewoon mooi; zijn -knikkende bloemhoofdjes zijn diep donkerpaars en wel zesmaal zoo dik -als die van de vorige soorten. - -'t Is een lust, die distels te zien bloeien en je mag zoo'n bloem ook -wel eens van heel nabij bekijken, al was 't maar alleen om te zien, -hoe in de bloempjes die pas opengaan het witte stuifmeel uit het -helmknoppenkokertje geperst wordt. Dit laatste kun je nog mooier zien -bij de wammesknoop (94) die in al zijn taaiheid en kriebeligheid wel -wat van een distel heeft, doch een verwant is van de mooie korenbloem. - -En wat komen er een insecten op af. Soms zit de heele distelkop -vol met kleurige vlinders en dan lijkt hij in de verte een bloem -van een heel nieuwe soort. Ik heb het wel gezien dat op n enkele -speerdistelplant drie koninginnepages zaten met een parelmoervlinder, -twee dagpauwoogen, vier kleine aurelia's en een vuurvlindertje. Dat was -in den goeden tijd, toen er nog overvloed van vlinders was. Misschien -wordt het nog wel weer eens zoo. - -Maar niet alleen vlinders bezoeken onze distels, het wemelt er ook -op van hommels en allerlei soorten van wilde bijtjes en de knikkende -distel levert geregeld nachtverblijf aan de mannetjes bijen en hommels, -die geen ander nachtverblijf hebben. Ik heb al menig aardig mannetje -buitgemaakt door 's avonds de knikkende distels af te zoeken. - -Tamelijk gauw zijn de distels uitgebloeid; 't is mij menigmaal -overkomen, dat ik met mijzelf had afgesproken om insecten te gaan -zoeken op de bloemen van een distelveldje en dat ik, als ik er -eindelijk een vrij uurtje aan geven kon, niets meer vond dan grijze -vruchthoofden en geen enkele bloem. - -Toch is het wel de moeite waard, om ook dan eens een uurtje bij de -distels te toeven, want nu komen de puttertjes en kneutjes om er de -vruchten te eten. - -Puttertjes zijn er in ons land niet veel meer, doch kneutjes in -overvloed en die zijn in de groote vacantie ook nog mooi genoeg. Wat -is het heerlijk een troepje, een heel gezin, al kwetterend te zien -komen aanvliegen, het mannetje nog met fel rood kapje en mooi roode -borst, de anderen in eenvoudiger kleed, maar toch heel mooi met bruine -manteltjes, witte vleugelzoompjes en witte vlaggetjes in de staart. - -Onophoudelijk hebben ze elkaar wat te vertellen, terwijl ze rondpikken -in de distelkoppen, zoodat voor elk vruchtje, dat ze er uit halen, om -het te kraken tusschen hun dikke snaveltjes er drie andere de wijde -wereld ingaan, gedragen door het grijze vruchtpluis. Zoo worden de -distels wijd en zijd uitgezaaid en ieder jaar kan de boer van voren -af aan beginnen met ze uit te steken. Nu begrijpt ge meteen ook, hoe -'t komt, dat tegen hekken en walletjes altijd distelgroepen staan; -daar toch hebben de vliegende vruchtjes de meeste kans van gestuit -te worden. - -Het hek geeft altijd verrassingen; 't is of daar altijd een troepje -planten staat te hunkeren naar een plaatsje in de wei, maar 't gras en -zijn kornuiten wil hen niet toelaten. 't Is ook meestal nog al nederig -gespuis: die schooier van een steenraket (95), het herderstaschje, -de heksenmelk (131), het hoefblad, maar ook wel fraaier lieden -zooals de geurige honigklaver (77), de gevlekte doovenetel (82), -de pastinaak (72), de akkerwinde (29), de mooie scabiose (96) of de -peen (122) die zoo graag wordt bezocht door allerlei mooie insecten; -ik heb er wel eens tegelijk een gouden tor, een penseelkever en vele -weekschildkevers op gevonden. - -Penningkruid (121), zilverschoon (124) en vijfvingerkruid redden -hun bestaan door vlak bij den grond te blijven; de zeis gaat over -hun hoofd heen. Dat penningkruid kruipt zoo dicht langs den grond, -dat zijn groote gele bloemen haast onopgemerkt blijven, en toch -zijn ze zoo groot als een halve gulden, helder geel, dikwijls met -vijf oranje vlekken ontwikkelen zij zich tot krachtige planten, -maar waar de grond schraal is, daar blijven ze maar dun en spichtig, -juist zooals de echte paardebloem ook doet. Wanneer er gemaaid wordt, -dan gaan ze er aan, maar lang niet heelemaal, want de dikke wortel in -den grond bevat voedsel genoeg, om nog weer wat nieuwe bloeistengels -te doen ontspruiten. Zoo komt het dat drie weken na het hooien het -land weer heelemaal geel van de bloemen ziet. - -Iemand, die in zijn tuin een mooi gaaf grasperk wil hebben, staat met -deze planten op een niet al te besten voet, vooral ook, doordat ze -nog al groote bladrozetten hebben die vlak uit op den grond liggen -en dus leelijke plekken vormen in het mollige grastapijt. Het lijkt -dan soms wenschelijk, om ze uit te steken en 't is werkelijk voor -een liefhebber een heel aardige bezigheid om vlug en handig met een -scherp schopje de rozetten los te steken. - -Je zamelt er dan al gauw eenige honderden in 't uur bijeen en hebt -dan nog meteen de voldoening, dat je de eieren van de kleine grijze -slak blootlegt, die maar al te vaak heel veiligjes hun ontwikkeling -doormaken onder 't beschuttend dek van de bladrozetten, beveiligd -tegen den onderzoekenden snavel van lijster of spreeuw. Ik heb wat -een plezier gehad, als ik met dat werk bezig was; de zanglijsters, -roodborstjes en heggemuschjes liepen formeel met me mee en betwistten -elkander de mooie glanzige, sappige slakkeneieren. - -'t Was ten slotte een heele voldoening, al die rozetten op een -hoop te zien liggen op het gereinigd gazon. Maar drie weken later -zag alles er weer veel erger uit. Want die onthoofde wortels hebben -een griezelig herstellingsvermogen, het zijn echte draken met zeven -koppen. Iedere onthoofde wortel maakt op de wond weer nieuwe knoppen -en voor elk rozet, dat je hebt uitgestoken, komen er een stuk of wat -nieuwe in de plaats. Tegenwoordig laat ik ze dan ook maar groeien; -alleen als ze flinke sterke bloeistengels hebben ontwikkeld, dan -pak ik ze daaraan beet en trek dan de plant met wortel en al uit den -grond. Dit is afdoende. - -Toch mag ik die planten graag lijden, als ze me maar niet in den weg -staan. Ze verschaffen nog heel wat honig en stuifmeel aan de bijen, -als er op hei en boekweit niets meer te halen valt en ze hebben -ook weer heel aardige gewoonten van zich te openen of te sluiten, -al naar de gelegenheid van weer of wind of den tijd van den dag, -juist zooals bij de boksbaard. - -Behalve het geel van de boterbloem vertoonen de Augustus-weiden nog -ander geel en wel van tweerlei slag van planten, al naar de manier -waarop ze den zeis van den maaier weten te overleven. Tot de eerste -groep behooren het biggekruid (100), de herfstpaardebloem (99) en de -thrincia (102), tot de tweede penningkruid (121), zilverschoon (124) -en vijfvingerkruid. - -De herfstpaardebloem en zijn kornuiten lijken wel wat op de gewone -paardebloem, maar ze missen den mooien, gladden, hollen bloemstengel; -ze zijn grover, harder en meer vertakt. Maar ze zijn even krachtig -en opgewassen tegen allerlei tegenspoeden. - -Ze willen wel groeien op iedere grondsoort. Is de bodem vet en -weelderig, dan in 't hartje, op de manier van de primula's, waar ze -trouwens ook mee verwant zijn. - -In prachtige lange slingers groeien ze tusschen 't gras, de mooie ronde -groene blaadjes twee aan twee langs den stengel, daar hebben ze dan -ook hun naam aan te danken. Ze leiden een tamelijk vergeten bestaan, -door insecten worden ze maar weinig bezocht en rijpe, kiembare zaden -brengen ze slechts zelden voort. Dat vergoeden ze echter weer, door -maar overal heen te kruipen en wortel te slaan. - -De zilverschoon is ook zoo'n kruiper, maar die doet het nog -handiger. Deze plant maakt takken, heel dun en bladerloos, die -heel snel over den grond voortschieten. Alleen aan den top van den -"uitlooper" zit een pruikje van kleine blaadjes. Is hij ver genoeg -gekomen, hoe ver dat hangt van de omstandigheden af, dan gaan -die blaadjes uitspruiten, er komen ook worteltjes, zoodat zich een -nieuw plantje heeft gevestigd, dat op zijn beurt ook weer een aantal -uitloopers uit kan zenden naar alle zijden en zoo ontstaat dan een -heel warnest van zilverschoonplantjes. - -De mooi geveerde bladeren zijn vaak zilverwit behaard, vooral aan de -onderzijde; hoe droger en zonniger ze staan, des te witter worden ze -en dan zijn de uitloopers meestal donkerrood. Op vochtige beschaduwde -plaatsen echter blijven bladeren en uitloopers groen; de bladeren -zijn dan meteen veel grooter, maar zulke planten dragen minder -bloemen. Alleen heel onoplettende menschen verwarren die bloemen met -de boterbloem, iemand, die maar een beetje uit zijn doppen kijkt kan -dadelijk bespeuren, dat de zilverschoon verwant is met de aardbei en -daardoor ook met de rozen. Hij is dus van heel hooge komaf. - -Wat vinden we nog meer voor bloemen in Augustus en September? Een -partijtje duizendblad (107), met bladeren heel fijn verdeeld, en -bloemenmassa's die doen denken aan schermbloemen, maar 't is al -heel gauw te zien, dat we in dit opzicht te doen hebben met zeer -bedriegelijke namaak. Wel staan al de "bloempjes" in hetzelfde vlak, -maar hun steekjes zitten heelemaal niet parapluachtig bij elkaar. - -En wanneer je de bloem terdege bekijkt en gaat zoeken naar meeldraden -en stampers, dan krijg je al heel gauw in de gaten, dat elk wit blaadje -een bloempje apart is en dat tusschen die witte straalbloempjes nog -weer heel kleine buisbloempjes zitten, ieder met zijn eigen stampers en -meeldraden. We hebben weer te doen met een lid van de groote familie -der samengestelde bloemen. - -Dit duizendblad komt na het maaien in groote menigte te voorschijn; -meest met witte bloemen, maar ook wel met rooskleurige of donkerroode -en die vind ik altijd heel graag. Wat die kleur precies te beduiden -heeft, dat weet ik niet; ik vind roode en witte vlak bij elkander -en kan ook niet ontdekken of de gekleurde soms meer door insecten -bezocht worden, dan de witte. Er zijn nog een heele boel dingen, -die we niet weten. - -Nu zie ik weer een groepje bloemen, waar we even bij kunnen -gaan liggen. Het zijn vlasleeuwebekjes(130), vroeger heetten ze -"gemeene vlasbek", maar dat platte scheldwoord is nu gelukkig uit -ons plantkundig woordenboek geschrapt. Kinderen noemen deze bloemen -wel kanarietjes, om de aardige gele kleur. - -Dit zijn bloemen, die als ze zich geopend hebben, nog dicht blijven. De -bloemkroon is tweelippig, de onderlip drukt stijf tegen de bovenlip -aan, het mondje blijft stuurs gesloten. In de plantkunde noemen we -zoo'n bloem "gemaskerd" en als de lippen elkander niet aanraken, -dan zeggen we, dat de bloem "grijnzend" is. - -De bloemkroon van onze vlasleeuwenbekjes eindigt in een langen -puntigen zak, een spoor; als we door de bloem naar 't licht kijken, -zien we duidelijk vloeistof daarin en 't kost maar weinig moeite, om -te ontdekken, dat we te doen hebben met honig. Nu begrijpen we ook, -waarom die mooie kleine hommeltjes met gelen halskraag en rooden -achterlijfspunt zoo vlijtig deze bloemen opzoeken. Ze pakken onder -het neerdalen al de onderlip, drukken met hun kop onder- en bovenlip -van elkander en steken dan een heel lang tongetje uit, waarmee ze -den honig uit 't diepst van de spoor kunnen oplikken. - -Er komen nog andere hommeltjes opdagen, die hebben een witter -achterlijfspunt en twee gele dwarsstreepen over hun zwarte lijf. Die -pakken de bloem heel anders aan, ze gaan op de spoor zitten, bijten -daar een gat in en krijgen daardoor al de honig, die ze anders nooit -hadden kunnen bereiken, want hun tong is te kort. - -Het spreekt van zelf, dat ze zoodoende niet in aanraking komen met -meeldraden of stempel en dus van geen nut zijn voor de bestuiving van -de bloem, daarom worden ze door de plantkundigen dan ook uitgemaakt -voor "inbrekers". - -Het ergste is nog, dat allerlei korttongige snoepers met de brave -honingbij vooraan komen profiteeren van de gelegenheid, om door 't -gat, dat de aardhommel heeft gebeten, den honig te komen oplikken, -die door de verminkte spoor nog voortdurend wordt afgescheiden. Ook -de smeerwortel (40) heeft veel van inbraak te lijden. - -Als ik vlasleeuwenbekjes zie bloeien, ga ik ook altijd zoeken naar -bloempjes met twee sporen of met nog meer, 't mooiste zijn ze met -vijf sporen, maar die vind je niet zoo heel dikwijls. - -'t Is haast alles geel wat we vinden, ook alweer wat mooie agrimonia -(101), met kleine gele rozenbloempjes langs den hoogen rechten -stengel en rijpe vruchtjes die zich met fijne haakjes vasthechten aan -onze kleeren. Aan den slootkant staan hooge planten met veel gele -bloemen die herinneren aan primula's. 't Is de wederik (132), een -hoog opgeschoten broer van het kruipende penningkruid. Zijn bloempjes -worden nog al druk door insecten bezocht, vooral door bijtjes; er is -een soort van wilde bijtjes, die een zeer bijzondere voorkeur voor -deze bloemen hebben, waarom, dat weet niemand, maar dat maakt de zaak -natuurlijk dubbel zoo aardig. - -Eindelijk wat afwisseling! Aan den waterkant groeit heerlijke geurige -munt (84) met bleekpaarse bloemen, waar de vliegen zooveel van -houden en vlak daarnaast een plantje met prachtige blauwe bloempjes, -zachtblauw en toch helder, de blauwe Godsgenade of glidkruid (80), -een van onze allermooiste plantjes. - -'t Is een lipbloem en de bouw van de bloem vertoont veel overeenkomst -met die van hondsdraf of doovenetel, maar de kelk ziet er heel anders -uit, daar zit een heel merkwaardig buitje aan. Daardoor krijgt de -rijpe vrucht ook een zeer bijzonder uiterlijk, de kelk sluit er -heelemaal omheen. - -Als nu de zaden goed rijp zijn, dan is de kelk droog geworden en -'t steeltje waar hij op zit is stijf en veerkrachtig. Stoot je nu -even boven op den kelk, dan splijt hij in tween, n stuk valt af en -'t onderstuk, dat op zijn steeltje naar omlaag was gebogen springt -veerkrachtig terug en schiet dan meteen de vruchtbrokjes weg, zoowat op -de manier van de ouderwetschen blijden, waar onze voorvaderen elkander -zoo dapper mee vernielden, voordat de kanonnen waren uitgevonden. - -Nog een ander lipbloempje snappen wij, ook heel mooi blauw, het bekende -bijenkorfje of brunelle (79), dat al de eigenschappen van de lipbloemen -heel duidelijk vertoont en zeer in trek is bij onze oude vrinden, -de dikkopvlindertjes. En hier heb ik nog een andere vlindervriend en -tegelijk een vlinderbloem ook, de blauwe Luzerne klaver, een plant, -hier ingevoerd uit Zuid Europa, maar zoo algemeen verbouwd, dat hij wel -langzamerhand als inlander beschouwd mag worden. Op sommige plekken -langs het Noordhollandsch Kanaal ziet het er in den zomer blauw van -en in de kleistreken worden hektaren bij hektaren ermee bezaaid. - -Geen wonder dan ook, dat zich ook reeds volgelingen van deze plant -in ons land komen vertoonen en wel twee buitengewoon mooie vlinders, -de oranje (133) en de gele luzernevlinder (134). Ze houden zoowat -het midden tusschen de witjes en citroentjes, het wijfje van de gele -luzernevlinder is soms zoo goed als wit, en met het citroentje komen -ze overeen, doordat ze juist midden op de vleugel een sterker gekleurd -vlekje hebben. 't Zal u trouwens met behulp van onze plaatjes geen -moeite kosten, om ze te herkennen, wanneer ge eens het geluk moogt -hebben, ze te ontmoeten. De kans daarvoor is niet zoo heel gering, in -sommige jaren krijg je er nog al veel te zien, in andere jaren minder, -maar na zachte winters kunt ge er altijd vrij stellig op rekenen. - -Dit hangt samen met hun levensgeschiedenis. De vlinders vliegen -rond in Augustus en September. Ze leggen dan eitjes en de rupsen, -die daaruit komen, zijn al tamelijk flink uit de kluiten gegroeid, -wanneer de winter invalt. - -Dat is voor hen een tijd van beproevingen en gevaren. Ze moeten nu -overwinteren en 't eenige, wat ze doen, om zich te beveiligen is, -dat ze op een blad of zoo iets een zijden vloertje spinnen en daar -gaan ze dan op zitten. Nu kunnen ze lang zooveel kou niet verdragen, -als de insecten, die hier al van oudsher thuis zijn en die met plezier -gedurende een winter driemaal achtereen bevriezen en weer ontdooien, -zonder er een haartje minder door te worden. Integendeel, bij een -flinke vorst gaan ze voor goed dood. - -Nu zou je denken, dat dan meteen de luzernevlinders voor goed -uitgestorven zouden zijn in ons land, maar dat is toch niet zoo. De -vlinders trekken evengoed als de vogels. Iedereen, die buiten wat -oplet, kan daar wel eens wat van te zien krijgen. Ik heb eens op zee -een heele vlucht van gamma-uilen ontmoet en gedurende een donderbui -heb ik duizenden witjes over Amsterdam zien trekken. - -Zoo komen in den zomertijd uit verre landen allerlei vlinders -hier terecht, behalve de luzernevlinders, ook doodshoofdvlinders, -windepijlstaarten, kolibrivlinders en distelvlinders. - -Wanneer we nu een zachten winter hebben, dan is het mogelijk, dat -die rupsen op hun zijden matje niet sneuvelen. Vinden ze dan bij -hun ontwaken voldoende voedsel--behalve luzerneklaver lusten ze nog -een massa andere vlinderbloemen en er is altijd wel rolklaver (75), -heggewikke (78) of veldlathyrus (76) te vinden--dan bestaat er kans, -dat ze zich verpoppen en dat we dan in den zomer zuiver Hollandsche -luzernevlinders te zien krijgen, hoe langer hoe meer. Zoo zie je -meteen hoe een kleine verandering in het klimaat meteen verandering -brengt in de dieren- en plantenbevolking van een streek. - -Er is in Augustus nog al veel insectenleven in onze weiden en doordat -het gras kort is, kun je er genoeg van te zien krijgen, in 't eene -jaar wat meer dan in 't andere. Zoo hebben we in het jaar 1910 maar -heel weinig wespen gehad. Ik herinner mij heel goed zomers, dat de -maaiers in de wei en de zichters op den akker ontzettend last hadden -van de wespen en dat ze keer op keer op de vlucht sloegen, wanneer -ze per ongeluk een nest hadden gestoord. - -'s Avonds toog dan alleman er op uit, om die wespennesten uit te -branden, maar meestal hielp dat niet veel, doordat ze heel onverstandig -vuurtjes stookten boven op het wespennest, waar de geelrokken maar -weinig last van hadden; misschien vonden ze zelfs de warmte lekker. - -Dat er tegenwoordig zoo weinig wespen zijn, moet wel toegeschreven -worden aan de koude in 't voorjaar en de natte zomers. Daardoor zijn -er ook minder krekels, dat ook echte warmte-vriendjes zijn. - -Wat is het heerlijk, op een heeten Augustusdag de krekels (140) te -hooren zingen in de hooge weiden. En wat is het moeilijk ze te zien -krijgen! Ze zitten meestal te zingen, of liever te musiceeren aan -den ingang van hun holen, maar op 't gedreun van onze voetstappen -vluchten ze haastig naar binnen. - -Er zit dan weer niets anders op, dan te gaan liggen in 't gras op -een plek waar veel van die holen zijn en na een paar minuten, soms -pas na een kwartier, zie je het kleine zwarte duveltje voorzichtig -te voorschijn komen. En zit hij goed en wel in 't zonnetje, dan gaan -de vleugeltjes over elkaar en je hoort het aardige geluid, een van -de hoogste, die je nog hooren kunt. - -Menschen boven de vijftig krijgen hoe langer hoe meer moeite om dien -krekelzang te hooren; dat is geen doofheid, want fluisteren en 't -tikken van een horloge en al de gewone geluiden van 't dagelijksch -leven hooren ze nog opperbest. 't Moet niet prettig zijn, als je zoo -de grenzen van je waarnemingsgebied kleiner voelt worden. - -Ik zat eens met een zestiger in 't koepeltje van Lombok, in 't -Utrechtsche. 't Was een echt heete zomerdag, de krekels gingen te -keer als razenden, de lucht was vol krekelgepiep, dat mijn ooren -ervan tuitten, maar mijn metgezel hoorde er niets van. Ik loop nu -ook al naar de vijftig en als ik in Augustus met jongens wandel en -geen krekels hoor, dan vraag ik altijd eventjes of zij ook krekels -hooren. Tot nu toe valt 't nog al mee, ik hoor ze nog altijd, als de -jongens ze hooren en dat doet me goed. - -De sprinkhaantjes (120) houden al evenveel van muziek als de -krekeltjes. In Augustus vindt je in de hooge weiden meestal het -sprinkhaantje met de blauwe ondervleugels en nog een kleiner soortje, -maar ze musiceeren op dezelfde manier. Ze hebben groote achterpooten, -dat is om goed te kunnen springen. Van zoo'n poot zie je duidelijk -drie deelen, er zijn er eigenlijk meer, maar die drie zie je het -best. Ze heeten van buiten af: voet, scheen en dij, de dij is 't dikst. - -Nu kun je met een goede loupe aan den binnenkant van die dij een -streep van fijne stippeltjes zien. Nog meer vergroot blijken dat -heel aardig gevormde harde uitsteekseltjes te zijn en als nu die -sprinkhaan vroolijk wordt, dan strijkt hij met zijn dij langs den -vleugelrand en dan raspt hij als 't ware een liedje. - -'t Is gemakkelijk genoeg, ze dat te zien doen en 't gekste is wel, -dat ze soms een heele poos met hun poot zitten te peuteren voordat ze -een behoorlijk geluid produceeren. Nu zou ik wel eens willen weten, -of ze tijdens dat peuteren soms ook al geluid voortbrengen, dat wij -niet hooren. - -Ik meen van wel. Op een middag n.l. had ik een hagedis in 't vizier -en amuseerde mij er mee, om toe te zien, hoe dat beest voortsloop -tusschen 't dorre gras, n en al aandacht voor alles wat er in 't -rond gebeurde. Toen zat ook zoo'n klein sprinkhaantje te stemmen, -voor mij onhoorbaar. Maar de hagedis keek dadelijk dien kant op en -als ik de kleine harpenaar niet aangepord had met een grassprietje, -dan had meester hagedis hem stellig opgevreten. - -Daar zou hij een goed werk mee gedaan hebben ook, want die krekels -en sprinkhanen met hun neef de veenmol (139) zijn eerste grasveters -en wortelknagers en kunnen als ze met vereende krachten optreden, -de meest lachende landouwen doen verkeeren in dorre woestijnen. - -De veenmol bedrijft zijn kwaad meest onder den grond. Hij heeft een -paar voorpooten, die eenig zijn in de insectenwereld en volmaakt -gelijken op die van den mol. Als 't er op aankomt, kan hij naar -verhouding van zijn lichaamsgewicht nog beter graven dan de mol zelf -en al 't kwaad van wortels eten en kiemplantjes verslinden, waar de -mol van wordt beticht, wordt door den veenmol verricht. - -De mol (141) doet dus in dubbel opzicht een goed werk door hem in -zijn kraag te pakken. O, dat molletje, wat kan hij ons helpen. Niet -alleen vangt hij de veenmollen, maar ook de vette engerlingen (144), -larven van den meikever. - -Als dikke witte wurmen knagen die aan de wortels van 't gras met hun -harde gele kaken. Is een plekje leeggevreten dan krabbelen ze met hun -zes rare pootjes naar een ander hoekje en zoo gaat dat jaren lang, -totdat ze eindelijk in de herfst gaan verpoppen en als meikever -overwinteren. - -Een ander boosdoener is de ritnaald of koperworm, een geelachtige, -dunne harde larve, afkomstig van een kevertje, waar ge stellig wel eens -mee gespeeld hebt. 't Is een langwerpig grijs torretje, anderhalven -of twee centimeter lang en een halven centimeter breed, nog al plat -van lijf en met korte pootjes. Als je hem pakt, dan houdt hij zich -dood. Leg hem dan op zijn rug en wacht af, wat er gaat gebeuren. Hij -wibbelt heen en weer, buigt zijn borst en kop omhoog, strekt zich -dan opeens, en flap, gaat hij de lucht in. Onderweg keert hij zich om -en zoo komt hij dan op zijn pootjes terecht, om weg te loopen. Deze -grappenmaker heet kniptor (143) en zijn kroost wordt door de boeren -nog meer gevreesd dan de engerlingen. Daarom moeten ze vooral den -lieven leeuwerik in eere houden en zijn dubbelganger den graspieper, -want deze vogeltjes kennen geen grooter genoegen, dan van die harde -kniptorren op te pikken en door te slikken. De larf, de ritnaald, -wordt achtervolgd door den mol onder den grond en van boven komen de -spitse snavels van spreeuwen, roeken en lijsters hem opzoeken. - -Tegelijk pakken ze de emelten, dat zijn de larven van de langpoot-mug -(119). Let er maar eens op, hoe die groote muggen, spekdieven noemt ge -ze misschien, op hooge beenen rondloopen door 't gras en dan telkens -met hun achterlijf een tikje geven tegen den grond. Iederen keer, -dat zij dat doen, leggen zij een eitje en uit elk eitje komt alweer -zoo'n graswortelwegknaaglarve en die heet dan in dit geval emelt. - -Wat dat gras al te lijden heeft, is niet zoo gemakkelijk te beseffen: -Tel maar eens op: Veldmuizen, velerlei rupsen, de engerling, ritnaald, -emelt, veenmol, krekel, sprinkhanen, slakken (27) etc. 't Is eigenlijk -een wonder, dat er nog gras groeit en we kunnen onze helpers niet -dankbaar genoeg zijn. Een van de voornaamste helpers is de mol en -toch houden de boeren niet veel van hem. Hij moest ook andere manieren -aanschaffen, niet zooveel omsmijten en niet het land ongeschikt maken -om gemaaid of beweid te worden. In de Vaderlandsche Geschiedenis zijn -tal van paarden in molshoopen gestruikeld en dat heeft de berijders -menig sleutelbeen en soms het leven gekost; ge kent die gevallen. Maar -nu kun je ook een beetje begrijpen, hoe vaak een gewone koe of een -werkpaard, waar de Geschiedenis niets mee te maken heeft, op die -manier zijn pooten komt te breken. Dat zijn allemaal heel leelijke -dingen en daarom spreekt een boer de jongelui, die uit de stad komen -en daar uit een boek geleerd hebben, hoe verbazend nuttig de mollen -zijn, altijd tegen. En als ze hem vertellen, dat de mol zoo'n kunstig -nest maakt met een kringgang boven, een kringgang onder en allerlei -kruisverbindingen tusschen de kringgangen en het eigenlijke hol, dan -lacht hij ze uit en zegt dat er honderden verschillende vormen van -mollennesten zijn en niet n dat lijkt op die ouderwetsche teekening, -dat een verzinsel was. - -En als je van al die verkeerde begrippen bevrijd wil worden, dan moet -je maar eens de wei in. - - - Jac. P. Th. - - - - - - - - -REGISTER. - - -HET EERSTE GETAL DUIDT HET NUMMER VAN HET PLAATJE -HET VETTER GEDRUKTE DE PAGINA VAN DEN TEKST AAN. - - -Aaskever 9 60 - Ocypus olens.--Staphyline noir.--Devil's coach horse. - --Aaskfer.-- -Agrimonia 101 72 - Agrimonia eupatoria.--Aigremoine.--Agrimony.-- - Odermennig.-- -Akkerpaardestaart 17 24 - Equisetum arvense.--Prle des champs.--Field - horsetail.--Schuchtelhalm.-- -Akkerdistel 92 65 - Cirsium arvense.--Chardon des champs.--Field - thistle.--Ackerdistel.-- -Akkerwinde 29 66 - Convolvulus arvensis.--Petit liseron.-- - Lesser Bindweed.--Ackerwinde.-- -Argusvlinder 106 58 - Pararge maegera.--Mgre--Wall butterfly.--Mauerfuchs.-- -Bessenzweefvlieg 65 31 - Syrphus ribesii.--Syrphide.--Hoverer-fly.--Schwebfliege.-- -Biggekruid 100 70 - Hypochaeris radicata.--Salade de porc.--Cat's ear. - --Wiesenferkelkraut.-- -Blauwborstje 110 35 - Cyanecula suecica.--Gorge bleue.--Bluethroat.-- - Blaukehlchen.-- -Blauwe oogentroost 86 11 - Euphrasia officinalis.--Brise-lunettes.--Eyebright. - --Augentrost.-- -Blauwe sprinkhaan 120 77 - Oedipoda coerulescens.--Sauterelle.--Blue winged - Grasshopper--Heuschreck.-- -Blinde bij 61 28 - Eristalis tenax.--Eristale.--Hoverer-fly.--Schwebfliege.-- -Blauwtje 117 57 - Lycaena maedon.--Azur de l'ajonc--Blue.--Bluling.-- -Boksbaard 97, 98 51 - Tragopogon pratense.--Herbe de bouc.--Goat's - beard.--Bocksbart.-- -Bont zandoogje 108 58 - Pararge aegeria.--Tircis--Speckled Wood.--Waldfalter.-- -Bosch-zweefvlieg 62 28 - Eristalis nemorum.--Eristale des bois.--Hoverer.-- - Waldschwebfliege.-- -Boterbloem 32 65 - Ranunculus acris.--Bouton d'or.--Buttercup.--Hahnenfusz.-- -Braam 26 25 - Rubus fruticosus.--Ronce.--Bramble.--Brombeere.-- -Breedbladige orchis (Handekenskruid) 46 36 - Orchis latifolia.--Pentecte.--Marsh Orchid.-- - Wiesenknabenkraut.-- -Bronzen loopkever 8 14 - Carabus granulatus.--Carabe bronz.--Bronze Crab-beetle. - --Laufkfer.-- -Bruin graafbijtje 10 25 - Anthrena fulva.--Abeille sauvage.--Burrowing bee. - --Grabbiene.-- -Bruin zandoogje 135 58 - Epinephele janira.--MyrtilMeadow-brown.--Gemeines - Ochsenauge.-- -Brunelle 79 75 - Brunella vulgaris.--Brunelle.--Self heal.--Brunel.-- -Dikkopje 115 59 - Hesperia thaumas.--Hesprie de la houque--Small - Skipper.--Busch Dickkopf.-- -Dodaars 111, 112 35 - Podiceps fluviatilis.--Grbe castagneux.--Little - Grebe.--Zwergsteissfuss.-- -Dotterbloem 1, 2, 3 19 - Caltha palustris.--Souci d'eau.--Marsh marigold. - --Sumpfdotterblume.-- -Duizendblad 107 70 - Achillea millefolium.--Achille.--Milfoil.--Schafgarbe.-- -Eereprijs 31 27 - Veronica chamaedrys.--Chnette.--Speedwell.--Ehrenpreis.-- -Engelsch gras 16 8 - Armeria elongata.--Gazon d'Espagne.--Thrift.--Grasnelke.-- -Engerling 144 78 - Melolontha vulgaris.--Hanneton.--Cockchafer.--Maikfer.-- -Gaasvlieg 66 31 - Chrysopa perla.--Chrysope.--Gauze-fly.--Florfliege.-- -Ganzebloem 89 48 - Chrysanthemum leucanthemum.--Marguerite.--Ox-eye daisy. - --Gnseblume.-- -Geelbanduil 138 60 - Agrotis pronuba.--Hibou.--Yellow Underwing.--Graseule.-- -Gele disteluil 136 57 - Gortyna ochracea.--Drap d'or.--Frosted Orange.--Gelbe - Markeule.-- -Gele kwikstaart 109 20 - Budytes flavus.--Bergeronnette jaune.--Yellow wagtail. - --Schafstelze.-- -Gele lucernevlinder 134 75 - Colias hyale.--Soufr.--Pale Clouded Yellow.--Gelber - Luzernefalter.-- -Gestreepte zweefvlieg 63 28 - Helophilus pendulus.--Helophile.--Hoverer.--Gestreifte - Schwebfliege.-- -Gevlekte doovenetel 82 66 - Lamium maculatum.--Lamier tachet.--Spotted dead - nettle.--Gefleckte Taubnessel.-- -Gevlekte orchis 44 36 - Orchis maculata.--Orchis macul.--Spotted - Orchis.--Geflecktes Knabenkraut.-- -Glidkruid 80 72 - Scutellaria galericulata.--Scutellaire.--Skullcap.--Blaues - Schildkraut.-- -Goudplevier 57, 58 60 - Charadrius pluvialis.--Pluvier.--Golden Plover. - --Goldregenpfeifer.-- -Graspieper 50 8 - Anthus pratensis.--Pipit des prs.--Titlark.-- - Wiesenpieper.-- -Groene specht 114 60 - Gecinus veridis.--Pivert.--Green Woodpecker.-- - Grnspecht.-- -Groentje 118 59 - Thecla rubi.--Argus Vert.--Green Hairstreak.--Grnling.-- -Groot hoefblad 13, 14 17 - Petasites officinalis.--Ptasite.--Butterbur.--Pestwurz.-- -Groote vuurvlinder 127 43 - Polyommatus dorilis.--Argus Myope.--Large Copper.-- - Feuerfalter.-- -Grutto 59 60 - Limosa belgica.--Barge queue noire.--Black-tailed - Godwit.--Sumpfschnepfe.-- -Haarlems klokkenspel 68 53 - Saxifraga granulata.--Saxifrage granul.--Meadow - Saxifrage.--Krnersteinbrech.-- -Hagedoornvlinder 137 57 - Rumia luteolata.--Citronnelle - rouille.--Brimstone.--Weissdornspanner.-- -Harlekijnorchis 43 36 - Orchis morio.--Orchis bouffon.--Fool's Orchis.--Gemeines - Knabenkraut.-- -Heggewikke 78 76 - Vicia sepium.--Vesce des haies.--Bush vetch.--Zaunwikke.-- -Heksenmelk 131 66 - Euphorbia esula.--Euphorbe sule.--Common milkweed. - --Uferwolfsmilch.-- -Herfstpaardebloem 99 70 - Leontodon autumnale.--Liondent d'automne.--False - dandelion.--Hasenlattich.-- -Hommel (op smeerwortel) 40 72 - Bombus.--Bourdon.--Bumble bee.--Hummel.-- -Idem (op dooveneetel) 42 28 -Hommelzweefvlieg 64 28 - Volucella bombylans.--Volucelle.--Hoverer fly.-- - Hummelschwebfliege.-- -Hondsroos 23 25 - Rosa canina.--Rosier sauvage.--Dog's rose.--Hundsrose.-- -Honigklaver 77 66 - Melilotus officinalis.--Mlilot.--Melilot.--Honigklee.-- -Hooibeestje 128 57, 59 - Coenonympha Pamphilus.--Pamphile.--Small Heath.-- - Heufalter.-- -Hopklaver 30 52 - Medicago lupulina.--Lupuline.--Dutch clover.-- - Hopfenschneckenklee.-- -Huisjesslak 27 78 - Helix hortensis.--Limaon.--Garden Snail.--Schnecke.-- -Kale jonker 93 65 - Cirsium palustre.--Chardon des marais.--Marsh thistle. - --Sumpfdistel.-- -Kemphaan 54 48 - Muchetes pugnax.--Chevalier combattant.--Reeve.-- - Kampflufer.-- -Kievit 53 5 - Vanellus cristatus.--Vanneau.--Lapwing.--Kiebitz.-- -Kievitsbloem 47 38 - Fritillaria meleagris.--Damier.--Fritillary.-- - Schachblume.-- -Klein groentje 126 59 - Ino statices.--Procris de l'oseille.--Forester.-- - Sauerampferschwrmer.-- -Klein hoefblad 11, 15 17 - Tussilago farfara.--Pas d'ne.--Coltsfoot.--Huflattich.-- -Klein vuurvlindertje 129 43 - Polyommatus Phlaeas.--Cuivr commun.--Small Copper. - --Kleine Feuerfalter.-- -Klimopbladige eereprijs 25 19 - Veronica hederaefolla.--Vronique feuilles de - lierre.--Ivy-leaved speedwell.--Epheublttriger - Ehrenpreis.-- -Knikkende distel 91 65 - Carduus nutans.--Chardon pench.--Muste thistle.-- - Nickende Distel.-- -Kniptor 143 78 - Lacon murinus.--Taupin.--Jumping beetle.--Schnellkfer.-- -Knollenwitje 12 57 - Pieris napi.--Pieride des navets.--Green veined - White.--Knollenweissling.-- -Koekoeksbloem 70 32 - Coronaria flas cuculi.--Fleur de coucou.--Ragged - Robin.--Kuckuckslichtnelke.-- -Koevinkje 104 58 - Epinephele hyperanthus.--Tristan.--Ringlet.--Gelbring - Ochsenauge.-- -Kommavlinder 116 59 - Hesperia comma.--Virgule.--Silver spotted - Hairstreak.--Kommafalter.-- -Langpootmug 119 78 - Tipula oleracea.--Tipule.--Daddy Longlegs.--Langbein.-- -Madeliefje 35 45 - Bellis perennis.--Pquerette.--Daisy.--Massliebchen.-- -Meidoorn 6 25 - Crataegus monogyna.--Aubpine.--Hawthorn.--Weissdorn.-- -Middelste weegbree 88 - Plantago media.--Plantain moyen.--Hairy plantain.-- - Mittlerer Wegerich.-- -Moeras kartelblad 83 8 - Pedicularis palustris.--Pdiculaire des marais.--Red - rattle.--Sumpfrodel.-- -Mol 141 78 - Talpa vulgaris.--Taupe.--Mole.--Maulwurf.-- -Muis 142 60 - Mus sylvaticus.--Souris.--Mouse.--Maus.-- -Munt 84 72 - Mentha aquatica.--Menthe aquatique.--Watermint.-- - Wassermnze.-- -Netelbladige eereprijs 33 - Veronica urticaefolia.--Vronique feuilles - d'ortie.--Nettle-leaved speedwell--Nesselblttrige - Ehrenpreis.-- -Oeverzegge 39 32 - Carex riparia.--Carex des rives.--Bank - Sedge.--Ufersegge.-- -Oranje lucernevlinder 133 75 - Colias edusa.--Souci.--Clouded Yellow.--Orange - Heufalter.-- -Oranje zandoogje 103 58 - Epinephele Tithonus.--Amaryllis.--Gatekeeper.-- - Orange Ochsenauge.-- -Paardebloem 34, 36 32, 45 - Taraxacum officinale.--Chiendent.--Dandelion.-- - Lwenzahn.-- -Parelmoervlinder 105 23 - Argynnis Selene.--Petit collier argent.--Frittillary.-- - Perlmutterfalter.-- -Pastinaak 72 66 - Pastinaca sativa.--Pastenaque.--Parsnip.--Pastinak.-- -Peen 122 66 - Daucus carota.--Carotte.--Carrot.--Mhre.-- -Penningkruid 121 69 - Lysimachia nummularia.--Herbe aux cus.--Moneywort. - --Nattergold.-- -Pinksterbloem 37 18, 45 - Cardamine pratensis.--Cresson des prs.--Lady's Smock. - --Wiesenschaumkraut.-- -Ratelaar 85 8 - Alecterolophus major.--Crte de coq.--Rattle-box.-- - Klappertopf.-- -Roek 60 60 - Corvus frugilegus.--Corneille.--Rook.--Saatkrhe.-- -Roode oogentroost 87 8 - Euphrasia odontites.--Euphraise rouge.--Red - Eyebright.--Roter Augentrost.-- -Rolklaver 75 76 - Lotus corniculatus.--Lotier cornu.--Birds foot - trefoil.--Hornklee.-- -Roode klaver 73 7 - Trifolium pratense.--Trfle rouge.--Red clover.--Roter - Klee.-- -Ruige veldkers 20 18 - Cardamine hirsuta.--Cresson velu.--Hairy bittercress. - --Haariges Schaumkraut.-- -Scabiose 96 66 - Scabiosa columbaria.--Columbaire.--Field scabious. - --Teufelsabbiss.-- -Silene 123 45 - Silene vulgaris.--Bhen blanc.--Bladder campion.-- - Kropfleinkraut.-- -Sleedoorn 5 25 - Prunus spinosa.--Prunellier.--Blackthorn.--Schlehdorn.-- -Sleutelbloem 19 53 - Primula officinalis.--Primevre.--Primrose.-- - Schlsselblume.-- -Smalbladige weegbree 90 51 - Plantago minor.--Plantain mineur.--Narrow leaved - plantain.--Schmalblttriger Wegerich.-- -Speenkruid 4 25 - Ficaria ranunculodes.--Eclairette.--Lesser Celandine. - --Feigwurz.-- -Spreeuw 49, 51, 52 13, 60 - Sturnus vulgaris.--Etourneau.--Starling.--Staar.-- -Spriet 56 2 - Crex orex.--Rle de gents.--Corncrake.--Wachtelknig.-- -Steenraket 95 66 - Sisymbrium officinale.--Herbe aux chantres.--Hedge - mustard.--Wegehederich.-- -Stalkruid 71 52 - Ononis spinosa.--Arrte-boeuf.--Rest-harrow.--Hauhechel.-- -Stinkende gouwe 21 25 - Chelidonium majus.--Chlidoine.--Celandine.-- - Schllkraut.-- -Thrincia 102 70 - Thrincia hirta.--Liondent faux.--False hawkbit.-- - Hundsblume.-- -Torenvalk 113 60 - Cerchneis tinnunculus.--Faucon crecerelle.--Kestrel.-- - Turmfalke.-- -Tureluur 55 5 - Totanus calidris.--Chevalier gambette.--Redshank.-- - Rotschenkel.-- -Veenmol 139 77 - Gryllotalpa vulgaris.--Courtilire.--Mole cricket.-- - Maulwurfsgrille.-- -Veldbies 18 24 - Luzula pilosa.--Luzule poilue.--Woodrush.--Haarmarbel.-- -Veldkrekel 140 76 - Gryllus campestris.--Grillon des champs.--Field cricket. - --Grille.-- -Veldsla 67 38 - Valerianella olitoria.--Doucette.--Lambs lettuce.-- - Feldsalat.-- -Veldlathyrus 76 76 - Lathyrus pratensis.--Gesse des prs.--Meadow - lathyrus.--Wiesenplatterbse.-- -Veldsalie 81 53 - Salvia pratensis.--Sauge des prs.--Meadow sage.-- - Wiesensalbei.-- -Vergeetmijniet 67 38 - Myosotis palustris.--Myosotis.--Forget-me-not.-- - Vergissmeinnicht.-- -Violette loopkever 7 14 - Carabus violaceus.--Carabe violac.--Blue crabbeetle. - --Violetter Laufkfer.-- -Vlasbekje 130 71 - Linaria vulgaris.--Linaire.--Toad flax.--Leinkraut.-- -Vogelwikke 69 52 - Vicia cracca.--Pois crapaud.--Bird's Vetch.-- - Vogelwicke.-- -Wammesknoop 94 65 - Centaurea Jacea.--Jace des prs.--Knapweed.-- - Wiesenflockenblume.-- -Wederik 132 72 - Lysimachia vulgaris.--Lysimaque.--Yellow loosestrife. - --Friedlos.-- -Welriekend viooltje 22, 24 20 - Viola odorata.--Violette odorante.--Sweet violet. - --Wohlriechendes Veilchen.-- -Wesp 125 57 - Vespa media.--Gupe.--Wasp.--Wespe.-- -Witte klaver 74 7 - Trifolium repens.--Trfle blanc.--White Clover.--Weisser - Klee.-- -Witte welriekende orchis 45 37 - Platanthera solstitialis.--Double feuille.--Butterfly - orchis.--Kleine Stendelwurz.-- -Wollegras 48 32 - Eriophoron.--Linaigrette.--Cotton grass.--Wollgras.-- -Zeespurrie 28 8 - Spergularia rubra.--Sabline rouge.--Purple chickweed. - --Roter Sprkling.-- -Zilverschoon 124 69 - Potentilla anserina.--Argentine.--Silverweed.-- - Gnse-Fingerkraut.-- -Zomerklokje 41 38 - Leucojum aestivum.--Nivole.--Snowflake.-- - Sommerknotenblume.-- -Zuring 38 42 - Rumex acetosa.--Oseille.--Sorrel.--Sauerampfer.-- - - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of De Bonte Wei, by Jacobus Pieter Thijsse - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE BONTE WEI *** - -***** This file should be named 61381-8.txt or 61381-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/6/1/3/8/61381/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - diff --git a/old/old/20200211-61381-h.zip b/old/old/20200211-61381-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index df62de3..0000000 --- a/old/old/20200211-61381-h.zip +++ /dev/null |
