summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/55794-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/55794-0.txt')
-rw-r--r--old/55794-0.txt7040
1 files changed, 0 insertions, 7040 deletions
diff --git a/old/55794-0.txt b/old/55794-0.txt
deleted file mode 100644
index 77ae889..0000000
--- a/old/55794-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,7040 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Zeven kleine Australiërs, by Ethel Turner
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Zeven kleine Australiërs
-
-Author: Ethel Turner
-
-Illustrator: A. J. Johnson
-
-Translator: Marie ten Brink
-
-Release Date: October 22, 2017 [EBook #55794]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZEVEN KLEINE AUSTRALIËRS ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- ETHEL TURNER
-
- ZEVEN KLEINE AUSTRALIËRS
-
- Naar den 3en druk uit het Engelsch bewerkt
-
- DOOR
-
- MARIE TEN BRINK
-
- Geïllustreerd door A. J. Johnson
-
-
-
- GOUDA
-
- G. B. van GOOR ZONEN
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- AAN
-
- MIJNE MOEDER.
-
-
- E. S. Turner,
- Lindfield, Sydney.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
- Bladz.
-
- EEN WOORD VOORAF XI
-
- HOOFDSTUK I.
-
- HOOFDZAKELIJK BESCHRIJVEND 1
-
- HOOFDSTUK II.
-
- GEBRADEN KIP 14
-
- HOOFDSTUK III.
-
- DE DEUGD WORDT NIET ALTIJD BELOOND 24
-
- HOOFDSTUK IV.
-
- DE GENERAAL IN DE KAZERNE 49
-
- HOOFDSTUK V.
-
- AANSTAANDEN MAANDAGMORGEN 72
-
- HOOFDSTUK VI.
-
- HOE SCHOON IS DE LEEFTIJD VAN ZESTIEN JAAR! 82
-
- HOOFDSTUK VII.
-
- "WAT ZEGT GE VAN EEN VERLIEFD HART?" 96
-
- HOOFDSTUK VIII.
-
- EEN CATAPULT EN EENE CATASTROPHE 119
-
- HOOFDSTUK IX.
-
- GEVOLGEN 131
-
- HOOFDSTUK X.
-
- BUNBY ALS HELD 138
-
- HOOFDSTUK XI.
-
- EENE VLUCHTELING 159
-
- HOOFDSTUK XII.
-
- ZWIEP, ZWIEP! 172
-
- HOOFDSTUK XIII.
-
- ONGENOODE GASTEN 187
-
- HOOFDSTUK XIV.
-
- DE UITNOODIGING VAN DEN SQUATTER 202
-
- HOOFDSTUK XV.
-
- DRIEHONDERD MIJLEN IN DEN TREIN 214
-
- HOOFDSTUK XVI.
-
- YARRAHAPPINI 230
-
- HOOFDSTUK XVII.
-
- DE KUDDEN VAN YARRAHAPPINI 242
-
- HOOFDSTUK XVIII.
-
- DE PICNIC TE KRANGI-BAHTOO 254
-
- HOOFDSTUK XIX.
-
- EEN LICHTBLAUW HAARLINT 272
-
- HOOFDSTUK XX.
-
- JUDY 284
-
- HOOFDSTUK XXI.
-
- TOEN DE ZON ONDERGING 295
-
- HOOFDSTUK XXII.
-
- HET LAATSTE HOOFDSTUK 303
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-EEN WOORD VOORAF.
-
-
-"Seven little Australians" heeft Miss Ethel Turner het boek
-genoemd, dat thans in Nederlandsche vertaling verschijnt. "Zeven
-kleine Australiërs" heb ik dus boven het verhaal geschreven, dat de
-geschiedenis bevat der kinderen van den bij Sidney wonenden kapitein
-Woolcot.
-
-Steeds verdiept onze jeugd zich nog gaarne in het aangenaam, frisch
-geschreven verhaal "Helen's Kleintjes", en zouden er wel vele jonge
-meisjes bij ons gevonden worden, die niet heerlijke uren hadden
-doorgebracht met het lezen van Louise Alcott's boeken? Welnu,
-aan allen, die in dergelijke lectuur genoegen scheppen, draag ik de
-"Zeven kleine Australiërs" op.
-
-Trouwens, dat men in Engeland dezelfde opvatting van Miss Turner's
-wijze van schrijven heeft, bewijst hetgeen een Londensch blad, The
-Queen zegt:
-
-.... "het is bestemd om de harten van jong en oud te winnen evenals
-"Helen's Babies" ze won", en wat de Westminster Gazette schrijft:
-
-"Miss Turner is op weg om voor Australië en dan voor de wereld in
-het algemeen datgene te worden, wat de schrijfster van "Little Women"
-gedurende eenige geslachten voor Amerika was, en voor kinderen zoowel
-als voor volwassenen over de geheele wereld. "Seven little Australians"
-is zulk een allerliefst verhaal, dat wij met vreugde het vervolg hierop
-"The Family at Misrule" begroeten. Het zijn weer de "zeven", en meer
-dan ooit worden wij geboeid door hunne guitenstreken en afdwalingen
-en hunne goede daden. Wij kennen geen opwekkender, gezonder lectuur
-dan deze."
-
-Miss Ethel Turner heeft dus een vervolg op haar "Seven little
-Australians" geschreven, en voor al wie de geschiedenis van Meg, het
-droomerige, zestienjarige meisje in wie zoovele goede eigenschappen
-sluimeren; van Pip, haar flinken broeder; van Judy, wier dood door
-zelfopoffering men niet dan met groote aandoening kan lezen; van
-Nellie, van den zwakken, helaas dikwijls onoprechten Bunby, van Baby en
-van den steeds vroolijken jongste, den "Generaal" met belangstelling
-heeft gelezen, zal dit eene welkome tijding zijn. Weldra zal ook dit
-vervolg in het Nederlandsch het licht zien.
-
-Ten slotte nog eenige aanhalingen uit beoordeelingen der Engelsche
-pers: The Standard zegt van Miss Turner's eerste werk:
-
-"De bekoorlijkheid van dit boek bestaat in zijn eenvoudigen, gepasten
-stijl, in de afwisseling van ernst en luim. Wij aarzelen niet het de
-eerste plaats onder de nieuw uitgekomen boeken te geven."
-
-In de Graphic leest men, dat het is:
-
-"Een treffend beeld uit het kinderleven."
-
-The Sketch zegt van Miss Turner:
-
-"Zij heeft een ongeëvenaard succes met haar allerliefst verhaal uit
-het kinderleven: "Seven little Australians" behaald. Het boek heeft
-in Australië een buitengewonen opgang gemaakt, en heeft in Engeland
-de warme bewondering van verscheidene uitstekende letterkundigen
-verworven."
-
-Moge Miss Turner's boek in Nederland een even goed onthaal vinden
-als in Australië en Engeland.
-
-
- Marie ten Brink.
-
- Leiden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK I.
-
-HOOFDZAKELIJK BESCHRIJVEND.
-
-
-Alvorens gij u in deze geschiedenis gaat verdiepen, zou ik u eerst
-even willen waarschuwen.
-
-Wanneer ge u verbeeldt, dat ge zult lezen van modelkinderen, met
-misschien een er tusschen, die neiging toont, om wel eens ondeugend
-te zijn, alleen om eene leerrijke tegenstelling te vormen, dan
-doet gij beter met dit boek dadelijk op zijde te leggen en u in de
-"Geschiedenis van den Braven Hendrik" of een dergelijk standaardwerk
-voor de jeugd te verdiepen. Geen enkele van de zeven is volmaakt braaf,
-wegens de zeer goede reden, dat Australische kinderen dit nooit zijn.
-
-In Engeland, in Amerika, in Afrika, in Azië, mag het jonge volkje
-toonbeelden van deugd zijn, ik weet er weinig van.
-
-Maar in Australië is een modelkind--ik zeg het niet zonder
-dankbaarheid--een onbekend verschijnsel.
-
-Het is mogelijk, dat de miasmen van de ondeugendheid zich het best in
-onze van zonnegloed doortintelde, zuivere atmospheer ontwikkelen. Het
-is mogelijk, dat land en volk gelijkelijk jong van hart zijn, en er
-geen schaduw op het gemoedsleven der kinderen geworpen wordt door de
-treurige geschiedenis van lang vervlogen jaren.
-
-Er is hier eene smeulende vonk van vroolijkheid en verzet en kwaad
-in de natuur, en daarom ook in de kinderen.
-
-Dikwijls wordt het licht dof en de schitterende tinten verwelken
-tot onzijdige kleuren in het stof en de hitte van den dag. Maar als
-deze oproerige neiging gedurende vrije dagen en schooldagen blijft
-aanhouden, dan beslissen de omstandigheden alleen er over of de
-electrische vonk de weerbarstigen tot allerlei ongerechtigheden zal
-aanzetten, of de harten zal verwarmen van de moedige, eenvoudige,
-oprechte menschen die alléén Australië kunnen "groot maken".
-
-Maar genoeg hierover. Laat mij u vertellen van mijne zeven uitgelezen
-kinderen. Op dit oogenblik zullen zij thee gaan drinken met een
-minimum van comfort en een maximum van rumoer, dus, wanneer gij een
-oorverdoovend geraas van stemmen en een onharmonisch gerinkel met
-kopjes en schotels kunt velen, zal ik u mede naar binnen nemen en
-hen aan u voorstellen.
-
-Het theeuurtje der kinderen is meer eene Engelsche dan
-eene Australische instelling; er heerscht hier bij ons een
-vriendschappelijke geest onder ouders en kinderen, en eene volkomen
-afwezigheid van onderdanigheid aan den kant der laatsten. Zelfs in
-de voornaamste families gebeurt het zelden, dat de ouders in eenzame
-plechtstatigheid een maal gebruiken, terwijl de kinderen in eene andere
-kamer thee zonder veel meer wordt voorgezet: zij plaatsen zich allen
-om dezelfde tafel, en de kinderen bedienen zich van de schotels,
-die voor allen bestemd zijn, en handhaven krachtig hun recht, aan
-het gesprek deel te nemen.
-
-Maar, wanneer nu de vader zeer lastig en min of meer prikkelbaar
-is, en zijne zeven kinderen uitstekende longen en onvermoeibare
-tongetjes hebben, is het dan niet het beste, dat elk der partijen
-eene afzonderlijke kamer heeft om de maaltijden te gebruiken?
-
-Kapitein Woolcot, de vader, had, in overeenstemming met deze scheiding,
-het dikke vilt over de vleugeldeur boven laten aanbrengen, maar het
-rumoer kwam desniettegenstaande onbezorgd in een stroom van vroolijke
-klanken naar beneden, naar de eetkamer.
-
-Het vertrek, waar de kinderen zich ophielden, was buitendien eene
-kinderkamer zonder kinderjuffrouw, en dit verklaart ten deele
-dezen toestand. Meg, de oudste, was eerst zestien; van haar kon
-men redelijkerwijze niet verwachten, dat zij veel ontzag inboezemde,
-buitendien had het slordige maar goedhartige meisje, op wie de plichten
-van kinderjuffrouw en kamermeisje rustten, zooveel te doen in deze
-laatste hoedanigheid, dat de eerste er aanmerkelijk onder leed. Zij
-zorgde voor de maaltijden der kinderen, wanneer geen der kleine meisjes
-te vinden was om haar te helpen, en de kleertjes van de twee jongsten
-knoopte zij 's morgens dicht, maar behalve dit moesten al de kinderen
-maar zien zich zelf te helpen.
-
-En de moeder? zult ge vragen.
-
-O, zij was niet ouder dan twintig--net een vroolijk, jong meisje,
-die zij allen aanbaden, en die maar heel weinig deftiger en maar
-weinig meer van een huismoedertje had dan Meg. Alleen de jongste van
-het troepje was haar kind, maar zij scheen evenveel van de andere
-zes te houden, en behandelde den jongste meer alsof het een grappig
-klein poesje dan een heusche levende baby was, en haar eigen kindje.
-
-Het is waar dat op Misrule--dit is de naam waaronder het huis in de
-wandeling bekend was, hoewel ik geloof dat er een andere boven het
-balkon geschilderd stond--scheen deze baby een speelpopje voor een
-ieder te zijn. De kapitein begon gewoonlijk te lachen, als hij hem zag,
-hief hem hoog in de lucht, en gaf hem dan snel aan een ander over.
-
-De kinderen sleepten hem overal mede heen, lieten hem ontelbare malen
-vallen, vergaten zijn jasje op vochtige dagen, stopten hem goed in
-als het warm was, gaven hem de vreemdsoortigste dingen te eten,
-en toch was hij de gezondste, aardigste, tevredenste kleine man,
-die ooit op een klein dik duimpje gezogen heeft.
-
-Ook noemde men hem nooit "baby"; dit was de bijzondere naam van op
-één na het jongste. Kapitein Woolcot had gezegd: "Wel zoo, is dat
-de generaal?" toen het kleine, roode, staroogende wezentje in zijne
-armen werd gelegd, en deze naam was in dagelijksch gebruik gekomen,
-ofschoon ik geloof, dat de dominee bij de doopplechtigheid zoo iets
-gezegd heeft van Francis Rupert Burnand Woolcot.
-
-Baby was vier, en was een zacht klein dik meisje, met lieve vleiende
-maniertjes, groote glimlachende oogjes en lipjes, die tot kussen
-noodigden, als zij tenminste niet bedekt waren met jam.
-
-Had zij niet eene soort van liefhebberij gehad, om den Generaal aan het
-schreien te maken, dan was zij bijna een modelkind geweest. Ontelbare
-malen was zij overvallen, terwijl zij bezig was zijn arme kleine
-borst in te drukken om hem te laten "piepen", terwijl zij in zijne
-kleine armpjes kneep of aan zijn onschuldigen neus rukte, alleen maar
-om het vreemde genot te hebben van de wanhoopskreten te hooren, die
-hij dan dadelijk uitstootte. Kapitein Woolcot schreef de oorzaak van
-deze zonderlinge neiging aan het feit toe, dat het kind eens een log
-wollen lammetje gehad had, aan hetwelk het stevigste drukken alleen
-maar een zeer flauw piepend geluid had kunnen ontlokken: hij zeide,
-dat het niet anders dan natuurlijk was dat zij, nu zij iets had,
-dat zich zoo gemakkelijk indrukken liet, dit ook daarvoor gebruikte.
-
-Bunby was zes, en was dik en lui. Hij vond in het veld staan bij het
-cricketspel afschuwelijk, hij verfoeide zelfs het woord paardjespelen,
-en als er sprake was van eene boodschap, wel, eer iemand nog gereed
-was met te zeggen, dat hij dit of dat gaarne gehaald had, was Bunby
-reeds lang verdwenen. Hij was klein voor zijn leeftijd en ik geloof
-niet, dat iemand hem ooit gezien heeft met een schoon gelaat. Zelfs
-in de kerk was alleen dat gedeelte, dat juist naar den dominee gekeerd
-was, tamelijk schoon, maar de menschen in de banken achter hem hadden
-altijd een ongestoord gezicht op de zwarte grens, die de spons niet
-overschreden had.
-
-De volgende van de rij--ik klim, zooals ge ziet, van beneden naar
-boven--was het "pronkjuweel" der Woolcots, zooals Pip, de oudste
-jongen, zeide. Ge hebt wel eens op Kerstmiskaartjes, die engeltjes met
-ideale kindergezichten gezien? Ik denk, dat de teekenaar juist van Nell
-gedroomd had, en toen zijn visioen onvolkomen heeft weergegeven. Zij
-was tien, was slank en sierlijk als een elfje, had goudachtig haar,
-dat in wonderschoone golven en krullen langs haar gezichtje hing,
-zachte lichtbruine oogen en een rozeknopje van een mondje. Zij had
-volstrekt geen eigendunk, daar zorgden haar broertjes en zusjes wel
-voor,--Pip zou zulk eene neiging in hare eerste uiting onderdrukt
-hebben,--maar toch, als er een mooi lintje over was, of een lap fraai
-gekleurde stof juist groot genoeg voor een klein jurkje, dàn was het
-als eene van zelf sprekende zaak voor haar.
-
-Judy was slechts drie jaar ouder, maar vormde met haar het grootst
-mogelijke contrast. Nellie was in al hare bewegingen langzaam,
-en kon in iedere houding een waardig model voor een schilderijtje
-zijn. Judy was, geloof ik, nog nooit wandelend gezien, en zag er
-zelden teekenachtig uit. Wanneer zij niet als eene dwaze naar de
-plek toe stormde, die zij wenschte te bereiken, dan ging zij er al
-springende, dansende en huppelende heen. Zij was zeer mager, zooals
-gewoonlijk kinderen en menschen, die kwikzilver in plaats van bloed
-in hunne aderen hebben; zij had een klein, levendig, sproetig gezicht
-met schitterende donkere oogen, een kleinen, vastberaden mond, en
-een overvloed van woest, krullend donker haar, dat de plaag van haar
-leven was.
-
-Zonder twijfel was zij de lastigste van de zeven kinderen,
-waarschijnlijk omdat zij de schranderste was. Hare vernuftige invallen
-brachten hen allen telkens in verlegenheid, zij nam bedaard de schuld
-van alles op zich, en menigmaal gebeurde het, dat de andere kinderen
-haar stormachtig verweten, hen tot het een of ander kattekwaad
-aangezet te hebben. Zij was "Helen" gedoopt geworden, dat in geenen
-deele verantwoordelijk is voor "Judy" [1], maar kan men bijnamen
-eigenlijk wel voor iets verantwoordelijk stellen? Bunby zeide,
-dat zij zoo genoemd werd, omdat zij altijd haar bovenlijf voor- en
-achterover wierp en met hare armen en beenen zwaaide als de beroemde
-vrouw van Punch; daar mag wel iets van aan geweest zijn. Haar andere
-naam "Fizz" is gemakkelijker te begrijpen; Pip placht te zeggen,
-dat hij nog nooit gemberbier gezien had dat bruisend en borrelend
-half zooveel leven maakte als Judy.
-
-Pip heb ik nog niet aan u voorgesteld, is het wel? Hij geleek een
-weinig op Judy, maar was knapper en grooter, en hij was veertien
-jaar, en had even goed zijne eigen meening, en koesterde eene even
-groote geringschatting voor meisjes, als jongens van zijn leeftijd
-dit gewoonlijk doen.
-
-Meg was de oudste van de familie, en had eene mooie lange vlecht
-waaraan Bunby met het grootste genoegen kon trekken, een zacht,
-droomerig gezichtje, dat geheel bedekt was met kleine, niet leelijke
-sproeten, waarover zij menigmaal van dezen en genen iets moest hooren.
-
-Door de leden van het gezin werd algemeen geloofd, dat zij gedichten
-en verhalen schreef, en zelfs een dagboek hield, maar niemand had
-ooit een spoor van hare papieren gezien, zoo zorgvuldig hield zij ze
-in haar ouden blikken hoedendoos weggesloten. Hadt gij hen naar hun
-vader gevraagd, dan zouden zij u allen met grooten trots geantwoord
-hebben, dat hij "een militair" en door zijne bezigheden niet vaak
-thuis te vinden was. Hij begreep niets van kinderen, en was altijd
-aan het brommen over het rumoer dat zij maakten en het geld, dat
-zij kostten. Toch geloof ik, dat hij wel wat trotsch was op Pip en
-soms, als Nellie aardig aangekleed was, nam hij haar met zich mede
-in zijn dogcart.
-
-Hij had, toen hij zijn jong vrouwtje zijne woning binnenleidde, haar
-voorgesteld, hen alle zes naar eene kostschool te zenden, maar zij
-had daar niets van willen hooren.
-
-Eerst hadden zij geprobeerd in de kazerne te wonen, maar na eenigen
-tijd werd in het officierskwartier een ieders verontwaardiging gewekt
-door de guitenstreken van "die ongezeggelijke kinderen", en dus nam
-kapitein Woolcot een huis buiten de stad, aan de Parramatta gelegen,
-en bracht zijn gezin in eene bitter booze stemming daarheen.
-
-De kinderen vonden de verandering verrukkelijk, want er was eene groote
-wildernis als tuin, twee of drie grasvelden, ontelbare donkere hoekjes
-waarin men zich kon verbergen bij het verstoppertje spelen, en, het
-beste van alles, de rivier. Hun vader hield drie mooie paarden, een
-in de kazerne en een rijpaard en een goed koetspaard op Misrule; en
-de kinderen--niet dat zij dit anders zouden gewenscht hebben--liepen
-in afgedragen kleeren, waar hunne ellebogen doorheen keken, en op
-oude schoenen. Zij werden onderwezen--allen behalve Pip, die naar de
-Latijnsche school ging--door eene gouvernante van den derden rang,
-die dagelijks bij hen kwam, en altijd in doodelijken angst leefde,
-dat hare onwetendheid door hare leerlingen zou ontdekt worden. Als
-van zelf spreekt, hadden zij haar reeds lang doorzien, maar deze
-toestand strookte volkomen met hunne neiging, om niet te veel tot
-werken aangezet te worden, en vooral niet te veel te moeten leeren,
-en dus zwegen zij hierover met de grootste nauwgezetheid.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-GEBRADEN KIP.
-
-
-Ik hoop, dat ge nog niet geheel doof zijt geworden, want hoewel
-wij gereed zijn met voorstellen, is het theedrinken nog lang niet
-afgeloopen, en dus moeten wij nog een poosje in de kinderkamer
-blijven. Gedurende al den tijd, dat ik gepraat heb, is Pip aan het
-brommen geweest, omdat er niets bijzonders was. Het is waar, dat de
-tafel er niet zeer aanlokkelijk uitzag: het servet scheen er maar op
-goed geluk over heen geworpen, de kopjes en schotels waren gebarsten
-en beschadigd, de thee zeer slap, en er was niets om te eten dan dikke
-boterhammen. Toch was alles als gewoonlijk, en ieder scheen verbaasd
-over Pip's ontboezeming.
-
-"Vader en Esther" (zij noemden hunne jonge stiefmoeder allen bij haar
-voornaam) "hebben gebraden gevogelte, drie groenten, en vier soorten
-pudding," zeide hij boos; "het is wat moois!"
-
-"Maar wij hebben om één uur ons middageten gehad, Pip, en voor jou
-is als gewoonlijk eten bewaard," zeide Meg, terwijl zij bij de thee
-die zij schonk, met kwistige hand warm water en suiker voegde.
-
-"Schapenvleesch en wortelen en rijstpudding!" antwoordde haar broeder
-verdrietig: "Waarom krijgen wij geen gebraden gevogelte en vlade
-en dessert?"
-
-"Ja, waarom krijgen wij daar niets van?" klonk als echo de stem van
-de kleine gulzige Bunby, terwijl zijne oogen begonnen te schitteren.
-
-"Wat zou er dan veel moeten zijn voor ons allen!" zeide Meg, blijmoedig
-het mes in het groote brood zettende.
-
-"Wij zijn maar kinderen--laten wij dankbaar zijn voor deze heerlijke
-dikke boterhammen en dezen overvloed van zachte boter!" zeide Judy,
-met een wijs gezichtje.
-
-Pip schoof zijn stoel van de tafel af.
-
-"Ik ga naar beneden en vraag om een stukje kip!" zeide hij met een
-vastberaden blik. "Ik ruik nog den geheelen tijd den heerlijken geur
-er van, en er staat een massa op de tafel, ik heb het door een kier
-van de deur gezien."
-
-Hij nam zijn bord, liep naar beneden, en kwam weldra, tot een ieders
-verwondering, met eene groote portie terug.
-
-"Hij kon mij niet best afschepen," grinnikte hij. "Kolonel Bryant is
-ten eten; maar hij keek wel een beetje woedend,--hier, Fizz, ik zal
-met je deelen."
-
-Judy schoof haar bord gretig bij, toen haar dit ongewoon grootmoedige
-aanbod gedaan werd, en ontving een heel klein stukje, een vijfde deel,
-met groote dankbaarheid.
-
-"Ik houd zoo bijzonder veel van kip!" zeide Nell smachtend. "Ik heb
-grooten lust om naar beneden te gaan en om een boutje te vragen--ik
-geloof, dat hij het mij wel zal geven."
-
-Deze oneerbiedige kinderen zeiden, zooals ge reeds zult gemerkt hebben,
-van hun vader sprekende altijd "hij."
-
-"Ja, doe dat!" zeide Pip, en er schitterde iets in zijne oogen.
-
-Nell nam een ander bord, en vertrok langzaam naar de lagere
-gewesten. Zij liep de eetkamer binnen onmiddellijk achter het
-dienstmeisje, en stond naast haar vader, haar bord achter zich houdend.
-
-"Wel, kleine meid, wil je mij niet een handje geven? Hoe heet
-je?" zeide kolonel Bryant, en klopte haar vriendelijk op de wang.
-
-Nell keek op met een schuwen, lieftalligen blik.
-
-"Elinor Woolcot, maar iedereen noemt mij Nell," zeide zij, en stak
-hare linker hand uit, daar de rechter het bord vasthield.
-
-"Wel Nell, zijn dat nu manieren!" sprak haar vader lachend, maar hij
-zag haar een oogenblik ontevreden aan. "Waar is je rechter hand?"
-
-Zij nam haar arm langzaam van haar rug weg en toonde het oude,
-gebarsten bord. "Ik dacht, dat u mij misschien ook een stukje kip
-zou willen geven," zeide zij,--"met een pootje of een vleugel of een
-stukje wit vleesch zou ik al blij zijn."
-
-De kapitein fronste zijn voorhoofd. "Wat beduidt dat! Pip is zooeven
-ook hier geweest. Hebben jelui niets te eten in de kinderkamer?"
-
-"Alleen heel dikke boterhammen!" zuchtte Nellie. Esther onderdrukte
-met moeite een glimlach.
-
-"Maar jelui hebt je middageten gehad om één uur!"
-
-"Schapenvleesch en wortelen en rijstpudding!" zeide Nellie treurig.
-
-Kapitein Woolcot nam bijna toornig een kippebout en legde hem op
-haar bord.
-
-"Ga nu heen! Ik begrijp niet, wat jelui beiden van avond hebt!"
-
-Nellie was reeds bij de deur gekomen, en keerde toen weer terug.
-
-"Zou u mij niet een vleugel voor Meg willen geven? Judy heeft wat
-van Pip gekregen, maar Meg heeft niets!" zeide zij, met zulk een
-smeekenden, ongelukkigen blik, dat kolonel Bryant er geheel door
-getroffen werd.
-
-Haar vader beet zich op de lip, hakte met onheilspellend stilzwijgen
-een vleugel af, en legde dien op haar bord.
-
-"Nu, ga nu heen, en laat ik verder geen last meer van je hebben,
-lieve kind!" De laatste woorden werden met groote zelfbeheersching
-uitgesproken. Nell's verschijning in de kinderkamer met twee porties
-kip werd met uitbundige juichkreten begroet. Meg was opgetogen over
-haar deel, sneed een stukje er af voor Baby, en het maal werd vroolijk
-voortgezet.
-
-"Waar is Bunby?" zeide Nell opeens, met een zeer schoon afgekluifd
-beentje tusschen haar vingers, "ik hoop toch maar, dat hij ook niet
-naar beneden gegaan is; ik geloof heusch, dat vader het toch niet
-aardig vond, vooral omdat die vreemde man er bij was."
-
-Maar deze kleine heer had dat werkelijk gedaan, en kwam, geheel uit
-het veld geslagen terug.
-
-"Hij wilde mij niets geven,--hij zeide mij, dat ik weg moest gaan,
-en die vreemde man lachte, en Esther zeide, dat wij heel ondeugend
-waren,--maar ik heb toch een paar gebakken aardappels van de tafel
-buiten de deur kunnen nemen."
-
-Hij opende zijne vuile handjes en liet de onsmakelijke lekkernij op
-het servet vallen.
-
-"Bunby, je bent een kleine vuilpoets," zuchtte Meg, terwijl zij van
-haar boek opzag. Zij las altijd gedurende de maaltijden, en van het
-verhaal, waar zij nu aan bezig was, waren een paar hoogst beschaafde,
-uiterst elegante jonge meisjes de heldinnen.
-
-"Je bent zelf een vuilpoets! Jelui hebt allemaal kip gehad behalve ik,
-akelige kinderen!" antwoordde Bunby kribbig, en at met groote haast
-zijne aardappels op.
-
-"Neen de Generaal heeft niets gehad!" zeide Judy, en uit hare donkere
-oogen keek met eene plotselinge flikkering al hare oude ondeugendheid.
-
-"Nu, nu Judy!" zeide Meg waarschuwend; zij wist maar al te goed wat
-die flikkering beduidde.
-
-"O, ik zal je geen kwaad doen, lieve oudste zuster!" zeide mejuffrouw
-Judy, terwijl zij door de kamer danste en in het voorbijgaan Meg een
-tikje op het hoofd gaf. "Ik wilde alleen maar zorgen, dat die arme
-kleine Generaal ook een beetje plezier heeft!"
-
-Zij tilde hem uit zijne hoogen stoel, waarin hij aan de tafel gegeten
-had, hard op het blad slaande met een lepel, en suiker etende in
-de tusschenpoozen.
-
-"Nu zal je eens wat beleven, mijn Generaaltje!" zeide zij; en sprong
-met hem naar de deur.
-
-"O, Judy, wat ga je nu beginnen?" riep Meg klagend.
-
-"Ju-Ju!" kraaide de Generaal, terwijl hij bijna uit Judy's armen gleed,
-en hem een voorgevoel van pret doorstraalde.
-
-Zij gingen de trap af, de andere vijf hen achterna om vooral niets te
-verliezen, van wat er gebeuren zou. Judy ging met hem op de onderste
-trede zitten.
-
-"Houdt mijn kleine vent wel van kippen, lieve kippetjes?" zeide
-zij arglistig.
-
-"Kip, kip! Kip, kip!" stootte hij uit, en keek om zich heen, of hij
-zijne vriendjes niet ontdekte.
-
-"Vadertje heeft er eene heele menigte, zóóveel," zeide Judy, en zij
-spreidde hare armen wijd uit, om een denkbeeld te geven van het aantal,
-dat in haar vaders bezit was. "Ga ze maar eens gauw zoeken!"
-
-"Kip, kip!" riep de Generaal verrukt, terwijl het hem eindelijk
-gelukte, op den grond te springen, "kip, kip zoeken!"
-
-"Ga maar naar binnen!" fluisterde Judy, hem een duwtje gevende,
-zoodat hij in de half geopende deur der eetkamer te staan kwam;
-"vraag maar aan vader!"
-
-Het kind kwam midden door de kamer op zijne dikke, onvaste beentjes
-aangedribbeld.
-
-"Zijn de kinderen van avond allemaal niet wijs, Esther?" zeide de
-kapitein, toen zijn jongste zoon zich woest aan zijn been vastklemde
-en beproefde, omhoog te klimmen.
-
-Hij keek in het kleine, vuile, ronde gezichtje. "Wel Generaal,
-waaraan hebben wij de eer van jou tegenwoordigheid te danken?"
-
-"Kip, kip, kip, kip!" riep de Generaal. Hij wierp zich op handen en
-voeten, en begon kruipende te zoeken naar de gevederde lievelingen,
-die volgens Judy's zeggen hier moesten zijn.
-
-Maar Esther nam de lieve, kleine booswicht met het vuile gezichtje op,
-en bracht hem, hoewel hij stevig tegenspartelde, buiten de kamer. Bij
-de trap gekomen struikelde zij bijna over de rest van het troepje.
-
-"O, jelui ondeugende kinderen, jelui stoute, lastige kinderen!" zeide
-zij, terwijl zij de hand uitstrekte om hen om de ooren te geven,
-en natuurlijk niemand raakte.
-
-Zij ging even op de benedenste trede zitten, om één oogenblik te
-schaterlachen, daarop gaf zij den Generaal aan Pip over.
-
-"Morgen," zeide zij, opstaande en haastig het zware haar glad
-strijkende, waarin de handjes van den Generaal gewoeld hadden,
-"morgen krijgen jelui allemaal met den bezemsteel!"
-
-Zij zagen den sleep van hare geel zijden japon weer in de eetkamer
-verdwijnen, en gingen langzaam naar de kinderkamer terug, om verder
-thee te drinken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-DE DEUGD WORDT NIET ALTIJD BELOOND.
-
-
-Het was niet waarschijnlijk, dat zulk eene gebeurtenis zonder gevolgen
-voorbij zou gaan, maar aan den anderen kant is het ook weer moeielijk,
-zeven kinderen tegelijk te straffen. Eerst had Kapitein Woolcot aan
-Esther opgedragen om Miss Marsh, de gouvernante, te zeggen, dat zij
-hen allen tien Fransche werkwoorden moest laten leeren; maar, hierin
-had Judy gelijk, de Generaal en Baby en Bunby en Nell waren nog niet
-zoo ver, dat zij eenig begrip hadden van Fransche werkwoorden, en dus
-zou zulk eene straf niet doeltreffend zijn. Het vonnis was dus tot nu
-toe nog niet geveld, en een ieder bevond zich in een onbehagelijken
-toestand van angstige, drukkende spanning.
-
-"Jelui vader zegt, dat jelui schandelijk ondeugend bent!" zeide de
-jonge stiefmoeder langzaam, toen zij een dag later in de kinderkamer in
-een schommelstoel zat. Zij droeg eene morgenjapon van witte mousseline
-met kersrood lint, maar op eene of twee plaatsen deed een speld dienst
-voor een knoop en de kant van den sleep was hier en daar afgetrapt.
-
-"Meg, je ziet er vreeselijk slordig uit, en Judy moest zich schamen,
-zoo voor den dag te durven komen!"
-
-Meg was gekleed in een slecht zittende, groen kasjmiren japon,
-waarvan de ellebogen versleten en het peluche op verscheidene plaatsen
-losgetornd was, terwijl Judy's vreeselijk nauw en verlept rose zephyr
-kleedje overal scheuren had, en de kleur nauwelijks meer te zien was
-van de vruchtenvlekken.
-
-Meg bloosde even. "Ik weet het wel, Esther, en ik zou ook wel graag
-mooi gekleed willen zijn, maar het is heusch niet de moeite waard,
-om die oude japon nog te maken."
-
-Zij nam het boek over de elegante jonge dames, dat hare tevreden
-stemming dreigde te verstoren, weer op, en ging er mede naar den
-armstoel.
-
-"Judy, jij gaat die scheuren maken en zet knoopen aan je lijfje!" sprak
-Esther met ongewone vastheid.
-
-Judy's oogen glinsterden en schitterden.
-
-"Is dat een dolk, wat ik voor mij zie, en is 't gevest naar mijne hand
-gekeerd?" zeide zij onbeschaamd, greep een van de spelden van Esther's
-japon, bevestigde hem aan haar eigen kleedje, en maakte eene buiging.
-
-Esther kleurde nu toch even.
-
-"Dat doet de Generaal, Judy! Hij trekt altijd aan mijne knoopen,
-als ik met hem speel! Maar, daar had ik haast wat vergeten. Kinderen,
-ik heb slecht nieuws voor jelui!"
-
-Er ontstond eene ademlooze stilte. Allen schaarden zich om haar heen.
-
-"Het vonnis is geveld!" zeide Judy pathetisch: "laten wij ons de
-haren afsnijden en boetgewaden aantrekken!"
-
-"Jelui vader zegt, dat hij zulk een gedrag niet ongestraft kan laten,
-en omdat jelui gisteren buitengewoon lastig geweest zijn, zullen
-jelui allen--"
-
-"Worden weggesleept en opgehangen!"
-
-"Wees stil, Judy! Ik verzeker je, dat ik voor jelui gepleit heb,
-maar dit ontstemde hem nog meer. Hij zegt, dat jelui de slordigste,
-bandelooste kinderen zijn van geheel Sidney, en hij zal jelui iederen
-keer straffen, als je iets ondeugends doet, en--"
-
-"Daar zal geween zijn en knarsing der tanden."
-
-"Ach, houd toch je mond, Judy! Wij kunnen immers niets verstaan!"
-
-Pip legde zijne hand op haar mond en hield haar bij de haren vast,
-terwijl Esther hare mededeeling deed.
-
-"Geen een van jelui gaat naar de pantomime. Er waren plaatsen genomen
-voor Donderdagavond, en nu zullen jelui allen thuis moeten blijven."
-
-Gedurende een minuut of twee weerklonk een luid gejammer. Zij
-hadden zich bijna een maand lang op dezen uitgang verheugd, en de
-teleurstelling was voor hen allen zeer groot.
-
-"O, Esther, dat is te erg! Alle jongens van school zijn er al
-geweest!" Pip's aardige gezicht werd rood van spijt. "En dat voor
-zoo'n kleinigheid!"
-
-"Alleen, omdat er gebraden kip voor het diner was!" zeide Judy, met
-half verstikte stem. "O, Esther, waarom was er geen rundvleesch,
-of paardevleesch of hippopotamusvleesch--of wat ook, als het maar
-geen gebraden kip was?"
-
-"Zou je hem niet kunnen bepraten, Esther?" Meg keek angstig naar haar.
-
-"Lieve Esther, probeer het!"
-
-"Ja, lieve, beste Esther, probeer het!"
-
-Zij klemden zich allen aan haar vast. Baby sloeg hare armen om haar
-hals en deed haar bijna stikken; Nell streelde hare wang; Pip klopte
-haar op den rug, en smeekte haar een lieve meid te zijn; Bunby
-begroef zijn neus in haar zwart haar en weende eene stille traan;
-Meg sloeg hare handen in een aanval van mistroostigheid ineen; de
-Generaal stootte eene serie van verrukte gilletjes uit; en Judy in
-hare wanhoop kuste hem dat het klapte.
-
-Esther zou haar best doen, smeeken, als zij nog nooit gesmeekt
-had, vleien, bedelen, volhouden, dreigen; en door deze belofte
-gerustgesteld, lieten zij haar eindelijk gaan.
-
-"Alleen raad ik jelui aan, bovennatuurlijk stil en lief te zijn
-den geheelen dag!" zeide zij omkijkende, toen zij reeds in de gang
-was. "Dat zal den meesten invloed hebben, vooral daar wij den geheelen
-dag thuis zijn."
-
-Lief! Het was werkelijk pijnlijk om de deugdzaamheid dezer kinderen
-gedurende het overige gedeelte van den dag op te merken.
-
-Zij hadden een vrijen middag, en Miss Marsh was er niet, maar geen
-enkel maal kwam het geluid van een twist, of van gelach, of van
-geschrei, naar de lagere gewesten gezweefd.
-
-"Burgers van Rome, de oogen der wereld rusten op u!" had Judy plechtig
-gezegd, en allen hadden beloofd zich zóó te gedragen, dat hun vaders
-hart wel moest vermurwd worden.
-
-Pip trok zijn schooljasje aan, kamde zijn haar, nam een stapel
-schoolboeken, en ging naar de studeerkamer, waar zijn vader brieven
-zat te schrijven, en waar hij altijd zijn werk mocht komen maken.
-
-"Wat wilde je?" vraagde de kapitein terwijl hij zijne wenkbrauwen
-fronste. "Je behoeft mij niet aan te komen met een verzoek om dien
-jongen hond te mogen houden--ik geef je er toch geene toestemming toe."
-
-"Ik kom om te werken, vader!" zeide Pip ootmoedig, "ik voel, dat
-ik wat ten achteren ben met rekenen: daarom wilde ik op mijne vrije
-middagen sommen maken, vooral daar ik u zooveel aan schoolgeld kost."
-
-De kapitein liet een zwakken uitroep hooren, en keek Pip opmerkzaam
-aan; maar het gezicht van den jongen was zoo strak en ernstig, dat
-hij ontwapend werd, en zich heimelijk gelukwenschte, dat zijn oudste
-zoon eindelijk tot inzicht kwam.
-
-"De sommen, die ik gemaakt heb, toen ik op school ging, liggen in dien
-kast!" zeide hij vriendelijk. "Als ze je van eenig nut kunnen zijn,
-dan mag je ze er uit nemen."
-
-"Als het u blieft--zij zullen mij zeker van groot nut zijn!" zeide
-Pip dankbaar.
-
-Hij bladerde in de schriften en op zijn gezicht was duidelijk
-bewondering te lezen.
-
-"Hoe netjes en nauwkeurig werkte u, vader!" zeide hij met een
-zucht. "Ik ben benieuwd of ik het ooit zoo ver zal brengen. Hoe oud
-was u, vader, toen u dit schreef?"
-
-"Ongeveer zoo oud als jij nu!" zeide de kapitein, de papieren in
-zijne hand nemende.
-
-Hij keek ze door met zijn hoofd op één schouder. Hij was min of meer
-trotsch op dit werk, en zag dat hij geheel vergeten was hoe decimale
-breuken uitgewerkt moesten worden, en dat hij, al had hij er zijn leven
-door kunnen redden, geene vierkantsvergelijking meer zou kunnen maken.
-
-"In ieder geval behoeft dit je niet te ontmoedigen, Pip. Ik herinner
-mij wel, dat ik wat rekenen betreft de jongens van mijn leeftijd
-vooruit was. Wij kunnen niet allen in hetzelfde vak uitblinken,
-en ik ben blijde te zien, dat je het gewicht van het leeren begint
-te begrijpen!"
-
-"Ja, vader!"
-
-Meg had zich naar het salon begeven, en was gezeten op den vloer voor
-den muziekkast met schaar, vingerhoed, en eene rol smal blauw lint
-op hare knieën, terwijl alle liederen van haar vader die, zooals hij
-zoo dikwijls met leedwezen zeide, door elkaar raakten en scheurden,
-om haar heen uitgespreid lagen.
-
-Hij zag haar, toen hij de deur voorbij kwam, en keek verbaasd maar
-aangenaam verrast naar binnen.
-
-"Wel, Margaret, dat had mijne muziek hard noodig! Ik ben blij, dat
-je je zelf nuttig kunt maken!"
-
-"Ik doe het gaarne, vader!"
-
-Meg naaide met grooten ijver voort.
-
-Hij ging terug naar zijne studeerkamer, waar hij in een stil,
-afgezonderd hoekje Pips hoofd tusschen pyramiden van boeken en stapels
-papier zag uitsteken. Hij schreef nog twee brieven, en toen werd er
-zacht aan de deur geklopt.
-
-"Binnen!" riep hij, en Nell verscheen.
-
-Zij droeg met groote voorzichtigheid een klein blaadje, waarover
-een sneeuwwit kleedje lag, en waarop een glas melk en een bordje met
-moerbeziën stond. Zij zette het voor hem neer.
-
-"Ik dacht, dat u misschien wel wat zou willen gebruiken, vader!" zeide
-zij met een lief stemmetje; en Pip werd op eens gekweld door een
-hoestbui.
-
-"Mijn liefste kindje!" zeide hij.
-
-Hij keek peinzend naar het blaadje. "Ik heb voor het laatst een glas
-melk gedronken, Nellie, toen ik zoo oud was als Pip, en op school
-ging. Ik ben er onwel van geworden, en sedert dien tijd heb ik nooit
-weer melk geproefd."
-
-"Maar deze zal u geen kwaad doen. U wil deze toch wel opdrinken?"
-
-Zij keek hem met een van haar vriendelijkste blikken aan.
-
-"Ik zou even gaarne het vatenwater uit de keuken willen drinken,
-kindlief!" Hij nam eene moerbezie, at haar, en vertrok het
-gezicht. "Zij zijn niet rijp genoeg om gegeten te worden!"
-
-"Als u er maar eerst een stuk of zes gegeten heeft, merkt u niet
-meer, dat ze zuur zijn!" zeide zij met overtuiging. Maar hij schoof
-ze op zijde.
-
-"Ik wil het gaarne gelooven, als je het zegt." Toen keek hij haar
-onderzoekend aan. "Hoe kwam je op de gedachte mij iets te brengen,
-Nellie? Ik herinner mij niet, dat je ooit vroeger iets dergelijks
-gedaan hebt."
-
-"Ik dacht, dat u wel eetlust zou krijgen, nu u hier zoo druk moet
-zitten schrijven!" zeide zij vriendelijk; en Pip begon weer hevig te
-kuchen, en zij verdween.
-
-Buiten in den blakerenden zonneschijn was Judy bezig het grasperk
-te maaien.
-
-Zij hadden één knecht, en daar diens tijd zeer in beslag werd genomen
-door bezigheden in den stal, kon het niet anders, of de tuin moest
-daaronder lijden. Meer dan eens had de kapitein gezegd, hoe het hem
-hinderde, dat de grasperken er zoo verwaarloosd uitzagen, en dat hij
-zich tegenover bezoekers schaamde.
-
-En dus had Judy, een en al ijver, zich met eene buitengewoon groote
-zeis gewapend, en was tusschen het lange, lange gras ijverig aan
-het werk.
-
-"Lieve hemel, Helen! je zult je de voeten nog afsnijden!" riep haar
-vader verontrust.
-
-Hij verscheen op de veranda aan de voorzijde van het huis om na
-de moerbezie eene lichte sigaar te rooken, juist toen zij met
-een bewonderenswaardigen zwaai haar zeis een halven cirkel deed
-beschrijven, en een geheel leger van geel gehelmde paardebloemen
-onthoofdde.
-
-Zij keek om, en zag hem glimlachend aan.
-
-"O neen, vader!--ik ben een heele bolleboos in het maaien!"
-
-Zij deed een tweeden, niet minder schrikwekkenden, maar krachtigen
-zwaai, en volkomen volgens de regels van de kunst.
-
-"Daar--en daar--en daar!"
-
-Bij het tweede "daar" ging een stuk van hare japon mede, en bij het
-derde stoof een gedeelte van een rozenstruik door de lucht; maar
-natuurlijk, details zijn er altijd!
-
-"Ongelukken kunnen zelfs de beste maaiers overkomen!" zeide zij
-wijsgeerig, en tilde de zeis op tot een nieuwen slag.
-
-"Houd oogenblikkelijk op, Helen! Waarom kan je toch niet rustig met
-je pop spelen, en zulke gekheden nalaten?" zeide haar vader boos.
-
-"En ik deed het nog wel om hem een genoegen te bereiden!" zeide zij,
-oogenschijnlijk tot de paardebloemen sprekend.
-
-"Je kunt wel begrijpen, dat "het hem geen genoegen zal bereiden",
-als hij jou kurken beenen zal moeten geven, en den tuin moet laten
-opknappen," zeide haar vader droog. "Laat dat nu!"
-
-"Het zou wat moois zijn, om het werk halverwege te laten liggen--zou
-het grasperk er niet uitzien als een man, wiens eene wang geschoren
-was?"
-
-Judy sprak somtijds, en ook weer nu, in Iersch dialect, om de eene
-of andere geheimzinnige reden, die haar alleen bekend was.
-
-"En als u nu maar zoo goed zou willen zijn van hier te komen, en
-eens te zien hoe het er mede staat, dan zou het nog wel kunnen zijn,
-dat mijn maaien u niet mishaagt."
-
-De kapitein glimlachte even onder zijn knevel. Het kleine meisje
-zag er zoo komiek uit, zooals zij daar stond in haar oud, kort, rose
-japonnetje, een hoed met beschadigden rand op hare donkere krullen,
-met glinsterende oogen, blozende wangen, de groote zeis in hare handen,
-en de uitdagende woorden op hare lippen.
-
-Hij kwam naar beneden en onderzocht haar werk: het was uitstekend
-gedaan, evenals de meeste dingen die Miss Judy ondernam--met inbegrip
-van kattekwaad, en hare kleine, met zwarte kousen bekleede beenen
-bevonden zich in den besten welstand.
-
-"Nu, je kunt er dan mede voortgaan, vooral daar Pat het druk heeft. Hoe
-heb je leeren maaien, talentvolle jonge dame?"--hij zag haar vragend
-aan.--"En hoe kwam je er toe, je zelve zulk een taak te stellen?"
-
-Judy streek met eene vlugge beweging hare krullen van haar verhit
-voorhoofd.
-
-"Wel, ten eerste, vond ik het noodig, en ten tweede: "houd ik niet
-van u, en is het niet mijn streven, u te behagen?""
-
-Langzaam en in gedachten verdiept ging hij weer het huis binnen. Judy
-was hem altijd een raadsel. Hij begreep haar het minst van al zijne
-kinderen, en somtijds bekommerde hem de gedachte aan haar. Vooralsnog
-was zij niets dan een bijdehand, knap, en dikwijls impertinent kind;
-maar hij gevoelde, dat zij geheel verschillend was van de overige zes,
-en als hij hieraan dacht, wat echter niet zeer dikwijls gebeurde,
-verontrustte hem eene zekere angstige bezorgdheid.
-
-Hij herinnerde zich, dat hare eigen moeder dikwijls gezegd had,
-hoe zij voor Judy's toekomst beefde. Dat rustelooze vuur, dat uit
-hare schitterende oogen flikkerde, eene hoogroode, opgewonden kleur
-op hare wangen te voorschijn riep, en eene verbazende veerkracht
-en bewegelijkheid aan haar jong, klein lichaam verleende, zou van
-haar of eene edele, moedige, schitterende vrouw maken, of zij zou
-schipbreuk lijden op rotsen, die de anderen nooit zouden bereiken,
-en dan zou het vuur hooger en hooger opvlammen, en haar verteeren.
-
-"Pas goed op, Judy!" waren bijna de laatste woorden van de bezorgde
-moeder geweest, toen, in het licht, dat komt als dat van deze wereld
-voor ons verdwijnt, zij met vreeselijke helderheid de steenen en
-struikelblokken op het pad had gezien van dit paar kleine, vlugge
-voeten.
-
-En zij was gestorven, en Judy zocht zich al tastend en struikelend
-haar weg, en haar vader kon niet "op haar passen", omdat hij volstrekt
-niet wist, hoe hij dit zou doen.
-
-Toen hij de trap der veranda weer op ging en de vestibule doorliep,
-vervulde hem de wensch, die bijna de innigheid van eene bede had, dat
-hare natuur niet zoo geheel verschillend van die der anderen ware,
-en gaarne had hij in zich de kracht gevoeld, om dien vreemden geest
-uit haar te bannen, die hem tusschenbeide zoo ongerust maakte.
-
-Hij blies den rook van zijne sigaar in eene groote wolk voor zich uit,
-en zuchtte diep; toen keerde hij zich om, en begaf zich naar den stal
-om alles te vergeten.
-
-De knecht was weg, hij reed een der paarden op het groote grasveld af;
-maar er was een gedruisch in de tuigkamer, en dus ging hij daarbinnen.
-
-Daar stond eene kleine druipende gestalte over een hooge tobbe gebogen,
-die met grooten ijver iets scheen onder te dompelen en uit het water
-te halen.
-
-Bij het geluid van zijne voetstappen, draaide Baby het hoofd om,
-en zag hem met haar guitig klein gezichtje aan.
-
-"Ik wasch de poesjes voor u, en ook Flibberty-Gibbet!" zeide zij
-stralend.
-
-Vol schrik kwam hij eene schrede nader.
-
-Daar zag hij twee katjes, op welke hij bijzonder gesteld was,
-en die trillend, ellendig, tot aan den hals in het zeepsop zaten,
-en Flibberty-Gibbet, de mooie kleine fox-terriër, dien hij juist
-voor zijne vrouw gekocht had, was aan den deurpost vastgebonden,
-ook hij was nat, bevend en in hoogst treurigen toestand, ook hij was
-slachtoffer van deze schoonmaakwoede, en werd geborsteld en gewreven
-tot hem hooren en zien vergingen.
-
-"Zij zijn nu zoo schoon en netjes--en hebben geen vieze vlooien
-meer! Is u niet blij? Flibberty kan u nu gerust op uw bed laten
-springen, en Kitsy Blackeye is--"
-
-De arme Baby eindigde haar zin niet. Zij had later eene verwarde
-herinnering van hetgeen nu volgde, dat hierop neerkwam, dat zij een
-"krachtig woord" van haar vader hoorde, op de meest onvriendelijke
-manier door elkaar geschud en den stal werd uitgezet, terwijl de
-rampzalige dieren gedroogd werden en met de grootste omzichtigheid
-behandeld. Maar het ergste zou nu nog komen, en het resultaat
-beantwoordde zoo weinig aan het doel, dat de jonge Woolcot's het
-besluit namen, nooit weer deugden te willen toonen, die zij niet
-bezaten.
-
-Bunby wenschte natuurlijk ook de goede zaak even hard te bevorderen
-als de anderen, en met dit doel voor oogen was het zijn eerste werk
-naar zijne slaapkamer te gaan, en zijn gezicht, hals en handen een
-grondige reiniging te doen ondergaan. Toen wandelde hij met zijne
-van zeep glimmende wangen en roodgeschuierde handen naar beneden en
-plaatste zich binnen den gezichtskring van zijn vader, in de hoop
-eene goedgunstige opmerking uit te lokken.
-
-Maar hem werd op ongeduldigen toon: "Ga spelen!" toegevoegd, en
-dus begreep hij, dat hij andere middelen moest vinden om zijn vader
-te verteederen.
-
-Hij liep naar de studeerkamer, met het vage plan om de keurig
-gerangschikte stapels boeken op te ruimen, maar Pip zat daar, omringd
-van boeken en bezig met een houtje voor een catapult af te schillen,
-dus ging hij weer heen. Toen klom hij de trap op en verkende zijn
-vaders slaapvertrek en kleedkamer. In de laatste was oneindig veel
-gelegenheid, zijn goeden wil te toonen. Een gala-uniform lag dwars over
-een stoel en het viel Bunby op, dat de gouden knoopen niet zoo blonken
-als zij eigenlijk doen moesten, en dus bracht hij een welbesteed
-kwartier door met ze te poetsen. Daarna wreef hij eenige sporen op;
-de tijd, dien hij hieraan gaf, was natuurlijk even welbesteed. Toen
-keek hij rond naar eene nieuwe bezigheid.
-
-Een geheele kolonie van stoffige laarzen bevond zich in een hoek van
-de kamer, en eene groote flesch met een zwart, strooperig vernis
-stond op den schoorsteenmantel. Bunby werd door het schitterende
-denkbeeld, ze allemaal schoon te maken en netjes op eene rij te
-plaatsen, bezield, in de hoop, dat "de verrukte blikken" van zijn
-vader er op zouden vallen. Hij vond op den vloer een handdoek van
-het fijnste Kamerrijksche linnen, die evenwel gebruikt was, goot er
-een groote plas vernis op en viel op het eerste paar aan.
-
-Een schitterend glanzen beloonde hem, want het vernis was juist
-voor het leder dezer laarzen bestemd; maar het volgende en het
-volgende en het volgende paar wilde niet glimmen, hoe hard hij ook
-wreef. Daar weerklonk een stap op de trap, de vaste, welbekende stap
-van zijn vader, en hij hield een oogenblik op met eene uitdrukking
-van zelfbewuste deugdzaamheid op het kleine tevreden gezicht.
-
-Maar deze uitdrukking verdween, en een doodelijke schrik deed
-Bunby verstijven. Hij had de flesch voor het gemak op een grooten
-armstoel gezet, daar hij op den grond zat, en nu bemerkte hij dat
-zij omgevallen was en dat er een afschuwelijke, zwarte stroom uit
-zijn hals kwam geloopen.
-
-En het was de stoel waarop het uniform was uitgebreid en een der mouwen
-was overgoten met het vocht, en een mooi wit hemd, dat daar ook lag,
-wachtende op een knoop, was overal gevlekt door het kleverige goed,
-vreeselijk! Bunby keek met een woesten, doodelijk verschrikten blik de
-kamer rond, om een plek te vinden, waar hij zich zou kunnen verbergen,
-maar er waren geen hoekjes of gordijnen waar hij zich kon verschuilen,
-en er was geen tijd om de slaapkamer binnen te vliegen en onder
-het bed te kruipen. Dicht bij het raam was een groote medicijnkast,
-en in zijne wanhoop wierp Bunby er zich in, trok zijne beenen naar
-zich toe en verborg zijn hoofd tusschen zijne knieën, terwijl een
-onheilspellend gerinkel van omgeworpen flesschen in zijne ooren
-suisde. Het volgend oogenblik was zijn vader in de kamer.
-
-"Groote hemel! God bewaar me!" zeide hij, en Bunby trilde van het
-hoofd tot de voeten.
-
-Toen bromde hij een reeks woorden zeer snel achter elkander--"in eene
-vreemde taal" zooals Judy hiervan zeide; gooide iets omver, en riep
-"Esther!" op schrikwekkenden toon. Maar Esther was buiten op een der
-grasvelden met den Generaal, en dus kwam er geen antwoord.
-
-Meer woorden in eene vreemde taal, meer gestamp op den grond.
-
-Bunby's tanden sloegen met geweld op elkander; hij bracht zijne hand
-omhoog, om zijn mond dicht te houden, en de kast, die nu het evenwicht
-verloor, viel voorover, waardoor zijn bewoner voor zijn vaders voeten,
-en de flesschen naar alle kanten buitelden.
-
-"Ik heb het niet gedaan--ik kan het--niet helpen!" huilde hij,
-achterwaarts naar de deur loopende. "O--neen--boe--hoe--oe!
-Esther--boe--ja--Judy--o--o! o!" Zooals te verwachten was, had
-zijn vader een riem ter hand genomen, die daar door een gedienstig
-toeval lag, en was bezig, er zijn zoon een geducht pak slaag mede
-toe te dienen.
-
-"O--o! o! A--a! ik kan het--niet helpen! Het is de schuld van Pip--en
-Judy--o! de pantomime! boe--hoe! a! u slaat me dood! O--o!--ik deed
-het alleen--ik deed het alleen--om u een genoegen te doen!"
-
-Zijn vader hield op met omhooggeheven riem. "En daarom dus gedraagt
-de een zich nog zotter dan de ander? Omdat ik jelui mee zou nemen
-naar de pantomime?"
-
-Bunby trok zich los. "Boe--hoe--ja! Maar ik heb het niet bedacht--ik
-niet--ik kan het niet helpen!--O--a!--ik heb het niet gedaan--de
-anderen hebben het gedaan--boe--hoe--hoe! Geef u hun slaag, de
-anderen!"
-
-Hij kreeg nog drie flinke klappen en vluchtte toen huilend en kermend
-naar de kinderkamer, waar hij op den grond rolde en met zijne beenen
-schopte en zich in bochten wrong alsof hij half doodgeslagen was.
-
-"Jelui gluiperts!" snikte hij, toen de anderen van alle kanten
-waren komen aanloopen, verschrikt door zijne luidruchtige klachten,
-"jelui gemeene kinderen!--Ik heb--geen kip--gehad! En ik heb--al de
-slaag--gekregen! Jelui gluiperts--o--o! a--a!o--o! Ik bloed overal,
-dat weet ik zeker!"
-
-Zij konden er niets aan doen, dat zij even moesten lachen; Bunby was
-altijd zoo onuitsprekelijk komiek als hij zich maar even bezeerd had;
-maar toch zochten zij hem zoo goed mogelijk te bedaren, en beproefden
-te weten te komen, wat er gebeurd was.
-
-Esther kwam thans de kamer binnen, zij zag er zeer ontstemd uit.
-
-"Nu?" zeiden zij als uit één mond.
-
-"Jelui zijt de lastigste kinderen, die ik ooit gezien heb!" zeide
-zij boos.
-
-"Maar de pantomime--gauw, Esther--heb je het hem gevraagd?" riepen
-zij ongeduldig.
-
-"De pantomime! Hij zegt, dat hij nog liever hemel en aarde zou willen
-bewegen om de voorstelling te verhinderen, dan dat een van jelui er
-ook maar iets van te zien zou krijgen--en jelui hebt dat dubbel en
-dwars verdiend! Meg, wat ik je bidden mag--doe Baby droge kleeren aan,
-kijk eens naar haar; en, Judy, als je nog het minste voor mij voelt,
-doe dan die japon uit. Bunby, stoute jongen, ik zal je vader roepen,
-als je niet ophoudt met zulk een leven te maken. Nell, neem den
-Generaal die schaar af, hij zal zich de oogen nog uitsteken."
-
-De jonge stiefmoeder leunde achterover in haar stoel, en keek met
-een tragischen blik om zich heen. Zij had haar echtgenoot nog nooit
-zoo hevig vertoornd gezien, en haar mooie mond trilde, toen zij er
-aan dacht, hoe hij haar voor alles scheen aansprakelijk te stellen.
-
-Meg was niet van hare plaats opgestaan; het water droop langzaam uit
-Baby's kleederen en maakte een plas op den grond, Bunby stootte nog
-steeds een krampachtig gesnik uit, Judy was aan het fluiten, en de
-Generaal, nu beroofd van de schaar, begon zijn eigen vuil schoentje
-af te likken met zijne lieve, kleine, roode tong.
-
-Een snik wrong haar de keel dicht, twee tranen welden er in hare oogen,
-en liepen haar langs de zachte, liefelijke wangen.
-
-"Jelui zijt met je zevenen, en ik ben nog maar twintig!" zeide zij
-jammerend, "O! het is te erg--werkelijk, het is te erg!"
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-DE GENERAAL IN DE KAZERNE.
-
-
-Het was een dag na "de gebeurtenissen van het vorige hoofdstuk" zooals
-in vertelselboeken zou te lezen zijn. En Judy zat, met eene toornige
-uitdrukking van spijt in hare oogen, op de tafel der kinderkamer,
-hare knieën tot haar kin opgetrokken, en hare magere bruine handen
-om hare beenen gevouwen.
-
-"Het is eene schandelijke behandeling," zeide zij, "eene
-onvergevelijke, schandelijke behandeling! Waarvoor zijn vaders
-eigenlijk op de wereld, dat zou ik wel eens willen weten!"
-
-"O Judy!" zeide Meg, die, verdiept in haar boek, in een stoel gedoken
-zat. Maar zij zeide het werktuigelijk, en alleen omdat dit--zij was
-immers drie jaren ouder dan Judy--haar plicht was.
-
-"Denk eens aan de heerlijke dagen, die wij zouden kunnen
-hebben, als hij er niet was!" ging Judy voort, met kalme
-onverschilligheid. "Minstens drie keer op een dag zouden we kip eten,
-en zeven avonden van de week naar de pantomime gaan."
-
-Nell maakte de opmerking, dat het geene gewoonte was op den eersten
-dag der week eene voorstelling bij te wonen, maar Judy liet zich niet
-uit het veld slaan.
-
-"Ik zou dan eene soort van kerkelijke pantomime willen hebben," zeide
-zij peinzend,--"mooie afbeeldingen en van allerlei, dat betrekking
-heeft op het Heilige Land, en eene liefelijke muziek, en mooie kinderen
-in het wit, die lofliederen zingen, en schitterende kleuren overal,
-en geen collecteschalen waar je je laatste geld op moet leggen--o! en
-geen preeken of litaniën natuurlijk!"
-
-"O Judy!" murmelde Meg, een blad omslaande. Judy opende hare
-handen en sloot ze weer, nog vaster dan te voren. "Zes billetten
-weggegooid--dertig kostbare shillings--en dat alleen omdat wij een
-vader hebben!"
-
-"Hij heeft ze naar de familie Digby-Smith gezonden," vertelde Bunby
-ongevraagd, "en op de enveloppe had hij geschreven: "Met beleefde
-groeten.--J. C. Woolcot.""
-
-Judy steunde. "Ik zie de zes afschuwelijke kleine Digby-Smith's al
-in de komedie zitten, en met hunne zes afschuwelijke oogjes naar onze
-pret kijken!" zeide zij bitter.
-
-Bunby, die veel mathematisch gevoel had, verklaarde gaarne te willen
-weten, waarom zij er niet door hun twaalf afschuwelijke kleine
-oogjes naar zouden gekeken hebben, en Judy lachte en sprong van
-de tafel, nadat zij den misdadigen wensch had uitgesproken, dat de
-kleine Digby-Smith's allen over de leuning van de loge zouden mogen
-duikelen, eer het gordijn opging. Meg deed haar boek dicht met een
-haastigen slag.
-
-"Is Pip al weg? Vader zal vreeselijk boos zijn. O hemel wat heb ik
-toch een garnalen-geheugen!" zeide zij. "Waar is Esther? heeft iemand
-Esther gezien?"
-
-"Maar lieve Meg!" zeide Judy. "Het is minstens twee uur geleden, dat
-Esther uitgereden is, je stond er zelf bij! Zij is naar Waverly--zij
-is nog naar je toe gekomen, en heeft je gezegd, dat zij er op rekende,
-dat jij voor de jas zou zorgen, en je zeide: "Mevrouw, u zal tevreden
-zijn!""
-
-Meg, die zich nu alles herinnerde, keek met een verschrikten blik
-rond. "Moest ik de jas schoonmaken?" vraagde zij angstig, terwijl zij
-haar mooi, zwart haar uit haar voorhoofd streek. "O, kinderen! wat
-moest ik ook weer doen?"
-
-"De jas schoonmaken met benzine, haar strijken terwijl zij nog vochtig
-was, haar in eene koele plaats ophangen om haar warm te houden,
-en haar bakken tot ze bruin wordt," zeide Judy vlug. "Dat heb je
-toch zeker gehoord, Margaret? Esther heeft zooveel moeite gehad om
-je alles uit te leggen."
-
-"Wat zal ik beginnen?" zeide zij, en werkelijk sprongen er tranen
-in haar oogen. "Wat zal vader zeggen? O, Judy, je hadt mij wel eens
-kunnen helpen herinneren."
-
-Nell sloeg haar arm om haar zusters hals. "Zij plaagt je maar wat,
-Megsie; Esther heeft alles al gedaan en heeft de jas in de vestibule
-klaar gelegd--je hebt haar alleen maar aan Pip te geven. Pat moet
-van middag met den dogcart naar de stad gaan om de kussens van de
-achterbank te laten repareeren, en Pip gaat mee, dat is alles, en er
-wordt nu ingespannen; je bent niet te laat."
-
-Het was de jas, die Bunby naar zijn beste weten bedorven had, die al
-deze drukte veroorzaakte. Zij behoorde, als ik reeds zeide, tot het
-gala-uniform van den kapitein, en hij moest haar dien zelfden avond
-op een diner in de kazerne dragen. Esther was den geheelen morgen
-bezig geweest, haar af te sponsen en schoon te maken en had toen zij
-wegging, gezegd, dat het kleedingstuk in den middag naar de kazerne
-moest gebracht worden.
-
-De dogcart kwam op dit oogenblik met een breeden boog naar de voordeur
-gereden, Pip mende, en Pat keek uit de hoogte op hem toe. Zij namen
-het pak dat de jas bevatte, aan, legden het zorgvuldig onder de bank,
-en waren op het punt weer te vertrekken, toen Judy zich op de veranda
-vertoonde, den Generaal onhandig in hare armen houdend.
-
-"Jij gaat ook mee, Fizz, er is nog een bergplaats, er is geen eene
-reden waarom je niet zoudt meegaan," zeide Pip op eens.
-
-"O!" riep Judy, en hare oogen begonnen te schitteren. Zij deed haastig
-een stap vooruit en lichtte één voet op, om in te stappen.
-
-"O, wacht eens even!" protesteerde Pip, "je zult iets over die japon
-moeten aantrekken, meisje!--zij is vol jam en vlekken!"
-
-Judy vloog de vestibule in, en kwam terug met haar regenmantel;
-zij zette den Generaal één oogenblik op den grond, terwijl zij den
-mantel aantrok, tilde haar broertje toen weer op, en gaf hem Pip aan.
-
-"Hij zal ook mee moeten," zeide zij, "ik heb Esther beloofd, dat
-ik hem geen seconde uit het oog zou verliezen; in den laatsten tijd
-begint zij erg bezorgd voor hem te worden--ik geloof, dat zij denkt,
-dat hij nog eens zal breken."
-
-Pip bromde een paar minuten, maar de Generaal stootte een
-onweerstaanbaar, verrukt lachje uit, en hield zijne armpjes omhoog, dus
-nam hij hem aan en hield hem vast, terwijl Judy in het rijtuigje klom.
-
-"Wij kunnen met den tram naar de Kade teruggaan, en dan met een boot
-naar huis komen," zeide zij, terwijl zij het kindje tusschen zich en
-haar broer op de bank drukte. "De Generaal vindt het wat heerlijk op
-het water!"
-
-En zij reden weg, de verwaarloosde oprijlaan uit, het hek door, en
-toen den weg op, Pip, Judy met de glinsterende oogen, de Generaal,
-die zijn duim zat te verslinden, en, Pat, weer glimlachend, omdat
-hij de teugels weer in handen had.
-
-Een frissche wind kwam van de rivier door den gordel van gomboomen
-waaien, die hare oevers omgaf, en deed het jonge, roode bloed snel
-door hunne aderen stroomen; hij stoeide met Judy's krullen, en gaf
-eene warme roode tint aan hare bruine wangen; hij maakte den Generaal
-onrustig en weerspannig, zoodat hij kraaide en om zich heen sloeg,
-en bracht Pip er toe, zijn hoed achter op zijn hoofd te zetten en
-vroolijk een liedje te fluiten.
-
-Dit duurde zoo voort, tot zij de stad bijna bereikt hadden en
-genoodzaakt waren zich naar de eischen der welvoegelijkheid te
-schikken.
-
-Zij ontmoetten een ruiter, die toen hij hun zag, zijn paard stapvoets
-liet loopen. Pip nam zijn hoed af met een sierlijken zwaai, en
-Judy glimlachte vriendelijk en blijkbaar aangenaam verrast, want de
-ruiter was een oude kolonel, dien zij reeds jaren kenden, en wiens
-opgeruimdheid en vrijgevigheid zij met reden dankbaar konden herdenken.
-
-"Wel, mijn kleine meid,--wel, Pip, mijn jongen!" zeide hij, goedhartig
-glimlachend, terwijl zijn paard om den dogcart danste,--"en de Generaal
-ook al? Waar gaan jelui heen?"
-
-"Naar de kazerne, ik heb een pak bij me voor den ouden
-heer!" antwoordde Pip. Judy sloeg het trappelende paard met
-bewonderende oogen gade. "En dan gaan we weer naar huis."
-
-Het gelukte den kolonel, niettegenstaande de onrustige bewegingen
-van het paard, zijne hand in zijn zak te steken. "Hier hebben jelui
-iets waarmede je je zelf ziek kunt maken onder weg," zeide hij,
-en gaf hun twee halve kronen, "maar zend me niet de doktersrekening!"
-
-Hij streelde de wang van den Generaal met zijn rijzweep, knikte Judy
-toe, en hield zijn onrustig paard niet langer tegen.
-
-De kinderen keken elkander met schitterende oogen aan.
-
-"Kokosnoten," zeide Pip, "en taartjes en koffie, en de rest bewaren
-we voor een voetbal?" Judy schudde het hoofd.
-
-"Wat zou ik daaraan hebben?" zeide hij. "Je zoudt den voetbal op
-school bewaren. Ik stem voor jujubes, en roomijs, en een wassen pop."
-
-"Een wassen grootmoeder!" riep Pip verontwaardigd. "Zoo gek zal je toch
-niet zijn!" Toen voegde hij er bijna met eerbiedige bewondering bij:
-"Wat een geluk dat je altijd poppen verfoeid hebt, Fizz!"
-
-Judy sprong plotseling op hare plaats omhoog, zoodat de Generaal
-bijna omvergeworpen werd, en de koetsier een stroom van verwijten
-over haar uitstortte. "Ik weet al iets!" riep zij, "en we zijn al
-bijna halverwege: o! dat zal heerlijk zijn!"
-
-Pip verzocht haar, duidelijk hare plannen mee te deelen.
-
-"Laten we gaan naar het Bondi-Aquarium,--daar kunnen we op
-rolletjesschaatsen rijden, varen, in den draaimolen zitten, ook in de
-Montagne russe, alles even goedkoop!" antwoordde zij vlug en beknopt.
-
-"Goede hemel!" Pip floot zacht, terwijl hij het voorstel overwoog. "Er
-kon dan zelfs nog wat overschieten voor den voetbal." Toen betrok
-zijn gezicht.
-
-"Maar we hebben het kleine kind bij ons--Waarom heb je hem mee
-gebracht? Dat is nu weer echt meisjesachtig, om alles te bederven!"
-
-Judy keek verlegen voor zich. "Ik had hem heelemaal vergeten!" zeide
-zij boos. "Kunnen wij hem niet ergens heenbrengen? Kunnen wij niet
-aan iemand vragen, om op hem te passen, terwijl wij naar het Aquarium
-gaan? Het zou vreeselijk vervelend zijn, als wij ons plan moesten
-opgeven om hem. En het begint ook al te regenen, we zouden hem niet
-mee kunnen nemen."
-
-Zij waren nu aan den voet van den heuvel gekomen, waarop de kazerne
-staat, en Pat zeide hun, dat zij uit moesten stappen en het overige
-van den weg te voet afleggen, want anders zou de dogcart onmogelijk
-vóór den avond weer in orde kunnen zijn.
-
-Pip sprong op den grond en nam den Generaal, als een bundeltje uit
-den wagen, en Judy volgde hem voorzichtig, het kostbare pakket dat de
-jas bevatte, in hare armen. En zij wandelden stilzwijgend den heuvel
-van asphalt op naar het hek, dat toegang gaf tot de officierswoningen.
-
-"Nu?" zeide Pip op klagenden toon, toen zij den top bereikten. "Gauw
-wat, heb je niets bedacht?"
-
-Wanneer zijne zuster, evenals nu, hare wenkbrauwen optrok, en
-hare lippen vast toekneep, kon hij er zeker van zijn, dat zij eene
-ingewikkelde moeielijkheid trachtte op te lossen.
-
-"Ja," zeide Judy eindelijk kalm. "Ik heb een plan, dat wel lukken zal,
-denk ik." En toen vervolgde zij met plotselinge opgewondenheid:
-
-"Wie is de vader van den Generaal? dat zou ik wel eens willen weten! Is
-het niet gepast en behoorlijk, dat vaders naar hunne zoons omzien? En
-verdient hij niet, dat wij hem kwaad met kwaad vergelden, nu hij de
-kaarten van de pantomime heeft weg gegeven? En is het Aquarium niet
-veel te verrukkelijk om er niet heen gaan?"
-
-"Nu?" zeide Pip, zijn trager verstand kon zulk eene vlugge redeneering
-niet volgen.
-
-"Ik ben alleen maar van plan den Generaal een paar uren in de kazerne
-achter te laten, tot wij terug komen, want volgens mij is zijn vader
-de aangewezen persoon om op hem te passen." Judy nam vastberaden het
-kleine dikke handje van den Generaal, en opende het hek.
-
-"Nu," sprak Pip, "ik geloof, dat we bezig zijn, er ons leelijk in te
-werken. Laten wij dat maar liever niet doen!"
-
-"Wel waarom niet?" antwoordde Judy uitdagend. "Het zal nog wel niet
-zoo slecht afloopen, en, in ieder geval, wij moeten iets voor het
-Aquarium overhebben. Kijk eens hoe het regent; het kind zou de kroep
-of rheumatiek kunnen krijgen, als wij hem mee namen! Daar staat vader
-te praten met een man dicht bij het tennisveld; ik zal stilletjes
-langs de veranda loopen, en naar zijne eigen kamer gaan, en de jas en
-den Generaal op zijn bed leggen; dan zal ik tegen een soldaat zeggen,
-dat hij vader moet gaan vertellen, dat zijne pakketten gekomen zijn,
-en terwijl dat gebeurt, vlieg ik hierheen terug, en nemen wij den tram,
-om naar het Aquarium te komen."
-
-Pip floot wederom zachtjes. Hij was gewend aan overmoedige voorstellen
-van deze zuster van hem, maar dit overtrof alle vroegere. "Maar,"
-zeide hij, niet recht op zijn gemak, "maar Judy, wat zal hij uitvoeren
-twee uren lang met ons kleine ventje?"
-
-"Dat is zijn zaak," antwoordde Judy gevat. "Het zou wat moois
-zijn, als een vader zijn eigen kind niet twee uren lang zou kunnen
-bezighouden. Naderhand, als we in het Aquarium geweest zijn, komen
-we terug om hem te halen, en dan kunnen we vader zeggen, dat het zoo
-regende, en dat we het beter vonden hem niet mede te nemen uit angst
-voor rheumatiek, en dat we zulk eene haast hadden om den tram nog te
-krijgen, en dat wij omdat hij niet in zijne kamer was, den Generaal
-maar zoolang op zijn bed hadden gezet. Nu, Pip, dat is toch alles
-heel eenvoudig!"
-
-Pip keek nog altijd niet heel opgewekt. "Ik vind, dat wij het liever
-niet moeten doen, Fizz!" zeide hij nog eens; "hij zal woedend zijn!"
-
-Judy keek hem vol ongeduld aan. "Ga eens kijken of de tram al komt,"
-zeide zij; en, verheugd een oogenblik uitstel te winnen, liep hij
-het pad af, en keek in de richting, vanwaar de tram moest komen. Toen
-hij zich omdraaide was zij verdwenen.
-
-Hij stopte zijne handen in zijne zakken en wandelde verscheiden
-malen het pad op en neer, "Fizz zal ons nog eens allemaal doen
-ophangen!" gromde hij, en keek donker naar de deur in den muur door
-welke zij verdwenen was.
-
-Hij schoof zijn hoed naar achteren en beschouwde zijne laarzen,
-er over peinzende, welke de gevolgen van dit nieuwe misdrijf zouden
-zijn. Opeens hoorde hij een lichten voetstap naast zich.
-
-"Ga nu mee!" zeide Judy, en trok hem bij de mouw. "Alles is in orde, ga
-nu mee en laten we pret maken; heb je het geld goed bij je gestoken?"
-
-Het was één uur, toen zij het hek uit gingen en van den heuvel naar
-de halte van den tram keken.
-
-En het was half vijf toen zij uit een naar de stad rijdenden tram
-sprongen en het hek weer binnen gingen, om het hun toevertrouwde
-te halen.
-
-Welk een heerlijken middag hadden zij gehad! Eenmaal in het Aquarium,
-had zelfs Pip zijn geweten tot zwijgen gebracht, en was er uitsluitend
-op bedacht geweest, zooveel mogelijk plezier te hebben. En Judy
-gedroeg zich als een klein dol wezen. Een shilling van haar geld gaf
-ze aan de Montagne russe, de vlugge, bedwelmende beweging vond zij
-"hemelsch." De eerste rit maakte Pip duizelig en draaierig, zoodat hij
-een tweeden zorgvuldig vermeed, en naar Judy bleef kijken, die telkens
-weer opnieuw vertrok, en hem uit het ranke kleine wagentje vroolijk toe
-wuifde terwijl hij duizend angsten voor haar uitstond. Daarop huurden
-zij ieder een paar rolletjesschaatsen, en vielen zich bont en blauw op
-het asphalt. Toen gingen zij in de draaimolen zitten, maar Judy vond
-dit een laf vermaak na de Montagne russe, en weigerde er verder geld
-voor uit geven; zij vergenoegde zich met naar Pip te kijken, die rond
-vloog, en beproefde hem telkens zoo lang mogelijk hard loopend bij te
-houden. Zij eindigden den middag met een eene langdurige inspectie van
-de visschen, deden zich te goed aan geleitaartjes van twijfelachtige
-verschheid, en kochten voor twee stuivers aardnoten. En, zooals ik
-reeds zeide, was het half vijf toen zij het pad opsnelden naar het
-bovenste hek der kazerne.
-
-"Ik hoop maar, dat hij zoet geweest is!" zeide Judy, terwijl zij
-den knop omdraaide. "Neen, Pip jij gaat ook mede,"--want dit jonge
-mensch scheen zich te willen terugtrekken. "Als je twintig schoppen
-of slagen over twee verdeelt krijgt elk maar tien!"
-
-Zij liepen langs de steenen veranda en bleven bij eene deur stil staan.
-
-Eene kleine groep jonge officieren stond daar dicht bij te praten en
-te lachen.
-
-"Op mijn woord, het was even amusant als eene comedie, om te zien
-hoe Wooly zijn jongsten spruit stevig vast hield, hem in een rijtuig
-stopte, er zelf ook in ging en dit alles met een innig verontwaardigd
-gezicht."
-
-Een andere blies den rook van zijne sigaar in de lucht. "Het was een
-grappige kleine baas," zeide hij. "Hij balde zijne vuistjes en duwde
-er een in het oog van zijn WelEdelgestrengen; en toen schopte hij
-zijn schoentje uit, en wij haastten ons allen om het op te rapen,
-en het was vuil en versleten, en de oude Wooly werd langzaam geheel
-rood tot achter zijne ooren, toen hij beproefde, het zijnen zoon aan
-te trekken."
-
-Eene kleine gestalte stapte opeens naar het midden der groep,--eene
-kleine gestalte met een onmogelijk korten en kalen ulster, dunne,
-met zwarte kousen bekleede beenen, en een grooten hoed, die een
-overvloed van krullen overschaduwde.
-
-"U spreekt over mijn vader," zeide zij, het hoofd in den nek, zeer
-uit de hoogte, "ik begrijp niet, waarom u zich vroolijk maakt. Is
-mijn vader hier, of hoorde ik u zeggen, dat hij is heengegaan?"
-
-Twee der heeren keken min of meer verlegen, de derde groette beleefd.
-
-"Het spijt mij, dat u ons gesprek gehoord heeft, Miss Woolcot!" zeide
-hij op wellevenden toon. "Maar, er is geen onherstelbaar kwaad
-verricht, nietwaar? Ja, uw vader is in een rijtuig vertrokken. Hij
-kon niet begrijpen, hoe de kleine jongen op zijn bed kwam, en, daar
-hij hem hier niet goed kon houden, veronderstel ik, dat hij hem naar
-huis gebracht heeft."
-
-Iets als eene uitdrukking van berouw kwam in Judy's heldere oogen.
-
-"Ik vrees mijn vader in ongelegenheid gebracht te hebben!" zeide
-zij kalm. "Ik heb mijn broertje hier gebracht, omdat ik niet wist,
-waar ik hem een paar uur lang zou laten. Maar ik had er op gerekend,
-hem zelf naar huis te brengen. Is mijn vader al lang weg?"
-
-"Ongeveer een half uur," zeide de officier, die zijn best deed niet
-te glimlachen over de ouderwetsche manieren van het kleine meisje.
-
-"O, dank u wel. Wij zullen hem misschien nog kunnen opvangen. Kom,
-Pip!" en, ernstig en uit de hoogte groetend, draaide zij zich om,
-en liep met haar broeder weer langs de veranda en door het hek
-naar buiten.
-
-"Daar hebben we ons ook mooi ingewerkt!" zeide hij. Judy knikte.
-
-"Het is zoo ongeveer het allerergste, wat wij ooit in ons leven
-uitgevoerd hebben. Stel je vader voor in een rijtuig met dat kleine
-kind! O goede hemel!"
-
-Judy knikte nogmaals.
-
-"Kan je niet spreken?" zeide hij ongeduldig. "Jij hebt ons dit
-alles op den hals gehaald--ik vond het niet goed, dat we het deden;
-maar natuurlijk, ik zal je niet verlaten. Alleen moet je nu zoo gauw
-mogelijk een uitweg bedenken."
-
-Judy beet op drie vingertoppen van haar rechter handschoen, en keek
-treurig voor zich uit.
-
-"We kunnen niets beginnen, Pip!" zeide zij langzaam. "Ik had niet
-gedacht, dat het zoo zou eindigen. Ik geloof, dat het 't beste is,
-als we maar dadelijk naar huis gaan en ons overleveren om gestraft
-te worden. Hij zal te woedend zijn, om naar eene verontschuldiging
-te luisteren, en dus moeten we ons maar goed houden, en afwachten,
-wat hij doen zal. Het spijt mij vreeselijk, dat ik oorzaak ben,
-dat de officieren om hem hebben kunnen lachen."
-
-Pip kon zich niet langer goedhouden. Hij noemde haar een ezel en een
-stommeling en een idioot, omdat zij dit gedaan had, en zij zeide in
-het geheel niets terug.
-
-Zij namen den tram, en begaven zich naar Sydney, en daarop naar de
-boot. Zij kropen in een hoekje, dat zoo ver mogelijk van de kajuit
-verwijderd was, en praatten met grooten ernst over den stand der
-zaken. Na eene poos stond Pip op en liep wat rond om tot andere
-gedachten te komen, tot hij opeens terug kwam met een doodsbleek,
-strak gelaat.
-
-"Hij is op de boot!" fluisterde hij doodelijk ontsteld.
-
-"Waar--waar--waar? wat--wat--wat?" riep Judy.
-
-"In de kajuit, hij kijkt zoo nijdig als een spin, en houdt den armen
-kleinen Generaal zoo stevig vast, alsof hij bang was, dat hij weg
-zal vliegen."
-
-Judy keek verschrikt rond.
-
-"Kunnen we ons niet verstoppen? Als hij ons maar niet te zien
-krijgt! Het zou nu toch niets geven, of we hem vraagden, den Generaal
-aan ons te geven. We zijn ingerekend, Pip--hij geeft geen kwartier."
-
-Pip bromde iets; Judy stond op.
-
-"Laten we naar de machine kruipen," zeide zij, "en eens kijken of
-hij er erg boos uitziet."
-
-Zij liepen met groote voorzorg over het dek, en posteerden zich zóó,
-dat zij konden zien zonder gezien te worden. De lieve kleine Generaal
-zat naast zijn ernstigen vader, die den rug van zijn wollen jasje
-stevig vast hield. Hij zoog op zijn vuil handje, en wierp nu en dan
-verlangende blikken naar zijn bruinleeren schoentje, waarop hij,
-zooals hij wist, heerlijk zou kunnen bijten. Een paar maal had hij
-het uitgetrokken en naar zijn mond gebracht, maar zijn vader was
-tusschenbeide gekomen, en had het kleedingstuk weer, op de plaats,
-waar het behoorde te zijn, dichtgeknoopt. Hij zou ook wel heel gaarne
-van die akelige bank zijn gegleden, en over het dek hebben gekropen,
-en hebben onderzocht, wat er al zoo onder de banken te kijk was,
-en waar dat proestende geluid van daan kwam; maar hij voelde een
-ijzeren greep aan zijn jasje, dien geen spartelen of wringen kon
-losser maken. Geen wonder dat het arme kind ongelukkig keek!
-
-Eindelijk legde de boot aan niet ver van Misrule, en de kapitein
-stapte aan wal, zijn morsig zoontje stevig in zijne armen dragend. Hij
-wandelde langzaam den rooden weg op, dien de dogcart een zes of zeven
-uur geleden met zulk een opgewekten spoed afgelegd had, en Judy en Pip
-volgden op een eerbiedigen--een zeer eerbiedigen--afstand. Bij het hek
-zag hij hen, en wenkte hen toornig met een breeden zwaai, naderbij
-te komen. Judy werd zeer bleek, maar gehoorzaamde dadelijk, en Pip,
-die zijn best deed, zich goed te houden, maakte de achterhoede uit.
-
-Later herinnerde Judy zich slechts zeer onduidelijk hetgeen gedurende
-het eerstvolgende halve uur gebeurde. Zij wist, dat er een stormachtig
-tooneel plaats gegrepen had, waarbij Esther en de geheele familie
-haar overstelpt had met verwijten en berispingen.
-
-Daarop kreeg Pip een pak slaag, ondanks Judy's herhaalde bekentenis,
-dat alles haar schuld was, en Pip niets gedaan had. Zij herinnerde
-zich, dat zij er met nieuwsgierigheid aan dacht, of zij even
-voorbeeldig als Pip zou gekastijd worden, zoo toornig was haar vaders
-gezicht, toen hij den jongen op zijde duwde en naar haar stond te
-kijken, zijne rijzweep in de hand.
-
-Maar hij gooide deze neer en legde zijne hand zwaar op haar schouder,
-dien zij vergeefs poogde terug te trekken.
-
-"Aanstaanden Maandag," zeide hij langzaam--"aanstaanden Maandagmorgen
-ga je naar de kostschool. Esther, wees zoo goed na te zien, of Helen's
-kleederen in orde zijn voor de kostschool--aanstaanden Maandagmorgen
-gaat zij er heen."
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-AANSTAANDEN MAANDAGMORGEN.
-
-
-Een koffer stond in de vestibule, en een groot, dikwijls gebruikt
-valies, en er hingen adressen aan, waarop te lezen stond: "Miss Helen
-Woolcot, adres de Dames Burton, Mount Victoria."
-
-In de kinderkamer werd het ontbijt in gedrukte stemming gebruikt. Meg's
-blauwe oogen waren rood en gezwollen van het schreien, en zij snoof
-nu en dan hoorbaar, terwijl zij bezig was koffie te schenken. Pip
-stond met de handen in de zakken op het haardkleed treurig naar een
-zeker bord te kijken, en dankte voor eten of drinken; de Generaal
-zat vroolijk met zijn drinkkroes op zijn bord te slaan; en Bunby at
-suffend zijn boterham op.
-
-Judy, bleek en met droge oogen, zat aan de tafel, en Nell en Baby
-hadden zich ieder aan een harer armen vastgeklampt. Gedurende de drie
-dagen, die tusschen dien noodlottigen Donderdag en dezen treurigen
-morgen verloopen waren, had zij koppig willen toonen, dat zij zich de
-geheele zaak niet aantrok. Nooit was hare stemming opgewekter, haar
-oog schitterender, hare tong scherper geweest, dan gedurende dezen
-tusschentijd; en zij had tegen iedereen beweerd, en in het bijzonder
-tegen haar vader, dat zij zich het verblijf in eene kostschool heerlijk
-dacht, en zich op haar vertrek verheugde.
-
-Maar dezen morgen was zij ineengezakt. De dagen te voren had haar
-vurig, kinderlijk hart haar gezegd, dat haar vader toch niet zóó wreed
-zou kunnen zijn, dat het niet in ernst zijn plan kon wezen haar onder
-vreemden te zenden, ver weg van het oude, vervallen Misrule en van al
-haar broeders en zusters; hij zeide het alleen maar om haar schrik
-aan te jagen, dit praatte zij gedurig zich zelve voor, en zij zou
-hem toonen, dat zij geen lafhartig klein kind was.
-
-Maar Zondagavond, toen zij een koffer naar beneden zag brengen en
-dien zag volpakken met hare kleederen en voorzien worden van haar
-naam, was het alsof een koude hand zich om haar hart sloot. Maar,
-zeide zij tot zich zelve, hij liet dit alles geschieden om haar te
-doen gelooven, dat zij werkelijk vertrekken moest.
-
-En nu was het morgen geworden, en zij kon zich niets meer diets
-maken. Esther was bij haar bed gekomen, en had haar treurig gekust, met
-eene bezorgde en teedere uitdrukking op haar lief aangezicht. Zij had
-haar man gesmeekt zoo innig als zij nog nooit gesmeekt had, het vonnis
-der arme Judy te vernietigen, maar de kapitein was onvermurwbaar. Zij
-en alleen zij was de belhamel bij alle ondeugende streken, de anderen
-zouden zich behoorlijk gedragen, wanneer zij er niet meer was om hen
-tot allerlei stoutigheden aan te zetten, en gaan moest zij. Bovendien
-zeide hij, zou het tot haar eigen heil zijn. Hij had eene uitmuntende
-school voor haar gekozen; de directrices er van waren vriendelijk, maar
-streng, en Judy's karakter liep gevaar bedorven te worden door gebrek
-aan eene strenge leiding. Dit was inderdaad in zeker opzicht waar.
-
-Judy ging plotseling rechtop in haar bed zitten, bij het gezicht van
-Esther's bekommerd gelaat.
-
-"Er is niets aan te doen, lieve kind, schik je naar vaders wil!" zeide
-zij vriendelijk. "Maar je zult gaan als een moedig meisje, nietwaar,
-Ju?--Jij hebt tot nu toe altijd, zooals Pip zegt: de huik naar den
-wind kunnen hangen."
-
-Judy verkropte een hevigen snik, en haar arm klein gezicht werd bleek
-en angstig.
-
-"Het is goed, Esther! Toe, ga maar gerust ontbijten," zeide zij met
-eene stem, die alleen maar een weinig beefde; "zou je den Generaal
-bij mij willen laten, Esther? Ik zal hem mede naar beneden brengen!"
-
-Esther zette haar klein, dik zoontje op het kussen en ging heen met
-een blik vol liefde en zorg.
-
-En Judy nam het kleine ventje in hare armen, en trok de beddelakens
-over hun beider hoofd, en hield hem stevig, bijna wanhopig een minuut
-of twee tusschen hare armen gekneld, en verborg haar gezicht in zijn
-zacht, dik nekje en kuste hem tot hare lippen pijn deden.
-
-Hij verweerde zich dapper tegen deze gewelddadige handelwijze, en
-protesteerde ten laatste, met een woedenden kreet, tegen gesmoord
-te worden. Dus wierp zij het dek weg en stapte uit bed, en liet hem
-tusschen de kussens rondkruipen, en uit een gaatje in een er van de
-veertjes plukken.
-
-Zij kleedde zich haastig en zenuwachtig, maakte het haar met meer
-zorg dan gewoonlijk op, en ging toen met den Generaal naar de
-kinderkamer. Alle anderen waren hier, en klaarblijkelijk waren zij
-met Esther over haar aan het spreken. De drie meisjes keken bedroefd
-en verontwaardigd; Pip was juist terecht gezet, omdat hij oneerbiedig
-over zijn vader had gesproken, en zag gemelijk voor zich uit; en Bunby,
-niet wetende wat hij anders zou doen in zulk een hachelijk oogenblik,
-was vliegen gaan vangen en trok haar wreedaardig de vleugels uit.
-
-Het was een somber ontbijt. De bel weerklonk als teeken dat de koffie
-beneden klaar was, en Esther moest dus de kinderen alleen laten. Een
-ieder presenteerde Judy van alles, wat op de tafel stond, en sprak
-haar beleefd toe. Zij scheen niet meer hun gelijke te zijn, maar een
-persoontje, dat niet zoo lichtvaardig behandeld kon worden terwille
-der waardigheid, die het groote verdriet haar gaf. Hare japon was
-nieuw--een keurig, blauw serge kleedje, direct uit de handen der
-naaister; hare laarzen waren glimmend gepoest, hare kousen zonder
-luchtgaatjes. Dit alles werkte er toe mede, om haar eene Judy te
-maken geheel verschillend van de slordige en drukke Judy van een paar
-dagen geleden, die gewoonlijk aan het ontbijt kwam, er uit ziende,
-alsof hare kleederen met eene hooivork op haar geworpen waren.
-
-Baby wijdde zich ééne minuut aan hare gort, maar toen overstelpten
-haar hare aandoeningen, en, met een zwakken klaagtoon, liep zij om de
-tafel naar Judy, en hing zich snikkend aan haar arm. Dit verstoorde
-het evenwicht van het geheele gezelschap. Nell pakte den anderen arm
-en wiegde zich heen en weer in een aanval van troosteloosheid. Meg's
-tranen droppelden in haar kopje; Pip duwde zijn hiel in het vloerkleed,
-en begreep maar niet, wat zijne oogen scheelden; en zelfs begon Bunby
-minder smaak in zijn boterham te krijgen.
-
-Judy zat zwijgend voor het bord, dat zij ongebruikt weggeschoven
-had, en dat zij met eene uitdrukking van diepe wanhoop op haar jong
-gezichtje aanstaarde. Zij zag er uit als eene miniatuur koningin uit
-eene tragedie, die op het punt is, naar de plaats der terechtstelling
-gebracht te worden.
-
-Bunby liet zich van zijn stoel glijden, dekte zijn kop koffie met
-den schotel van wege de vliegen, en verliet met plechtigen stap
-de kamer. Een oogenblik later kwam hij terug met eene zuurflesch,
-waarin een groote, groene kikvorsch zat.
-
-"Hem mag je houden voor jou alleen, Judy!" zeide hij, op bijna
-hartbrekend droevigen toon. "Je zult op school misschien nog wel eens
-om hem lachen."
-
-Zelfopoffering kan niet verder gaan, want deze kikvorsch was de
-lieveling van Bunby's hart.
-
-Dit prikkelde de anderen; ieder haalde een geschenk en legde het als
-souvenir op Judy's altaar. Meg bracht een armband, gemaakt van haar
-van een gestorven lievelingspony, Pip gaf zijn zakmes met drie messen,
-Nell een muskuspot dien zij een jaar lang begoten en verzorgd had, Baby
-eene pop met gebroken neus, de Benjamin van hare groote poppenfamilie.
-
-"Doe alles in den koffer, Meg--bovenin is nog plaats, denk ik," zeide
-Judy met verstikte stem, diep getroffen door deze geschenken. "O,
-Bunby, beste jongen! doe een kurk op de flesch met den kikkert,
-hij zou eens verloren kunnen gaan, tusschen al die kleeren!"
-
-"Ja wel," zeide Bunby. "Je zult goed op hem passen, nietwaar, Judy? O,
-lieve hemel! O! O!"
-
-Toen kwam Esther de kamer binnen, nog altijd met een bekommerd gelaat.
-
-"De dogcart is voor," zeide zij. "Ben je klaar, Judy, beste meid? Mijne
-lieve Judy, houd je nu dapper, vrouwtje!"
-
-Maar Judy was bleek als eene doode, en scheen niet te begrijpen, wat
-er om haar gebeurde. Zij liet toe dat Esther haar den hoed opzette,
-haar in haar nieuw manteltje hielp en haar de handschoenen in de
-hand gaf. Zij liet zich door de geheele familie kussen, half de trap
-afdragen door Esther, weer door de meisjes zoenen, toen door de twee
-goedhartige dienstboden, die ondanks hare pekelzonden voor haar eene
-warme genegenheid koesterden.
-
-Esther en Pip tilden haar in den dogcart, en zij zat ineen gedoken
-en scheef op de bank, en keek met oogen, die waarlijk tragisch waren
-in hunne groote wanhoop, naar de groep in de veranda. Haar vader kwam
-naar buiten, hij knoopte zijne overjas dicht, en zag haar blik.
-
-"Wat is dat voor gekheid?" zeide hij driftig "Esther--groote
-Hemel! stel jij je ook al zoo dom aan?"--groote tranen schitterden
-in de mooie oogen zijner vrouw. "Waarachtig, men zou kunnen denken,
-dat ik het kind meeneem om opgehangen te worden, of haar naar een
-verbeteringsgesticht ging brengen."
-
-Een luide, hikkende snik kwam over Judy's witte lippen.
-
-"Als u mij thuis zou willen laten blijven, vader, zal ik u nooit meer
-boos maken; u kan me voor straf slaan, zoo hard u maar wil."
-
-Het was hare laatste poging, hare laatste hoop, en zij beet op hare
-arme, trillende lip, tot deze bloedde, terwijl zij op antwoord wachtte.
-
-"Laat haar hier blijven--o! toe, laat haar hier blijven! We zullen
-altijd zoet zijn!" klonk het in koor uit de veranda. En: "Laat haar
-hier blijven, John!" riep Esther, op een toon, even smeekend als die
-der kinderen.
-
-Maar de kapitein sprong in den dogcart, en nam de teugels in eene
-uitbarsting van woede van Pat over.
-
-"Ik geloof, dat jelui allemaal bezeten zijt!" schreeuwde hij. "Zij
-zal het daar ginds uitstekend hebben, ik heb drie maanden vooruit
-voor haar betaald, en dat verzeker ik jelui, ik gooi mijn geld niet
-voor niets weg!"
-
-Hij gaf het paard een tikje met de zweep, en een minuut later was
-de dogcart aan gene zijde van het hek, en het kleine, ongelukkige
-gezichtje kon niet meer gezien worden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VI.
-
-HOE SCHOON IS DE LEEFTIJD VAN ZESTIEN JAAR.
-
-
-Meg had altijd mooi haar gehad, maar een paar maanden geleden had zij
-zich ponyhaar geknipt, en begon dit iederen avond in papillottenpapier
-te wringen. En in hare latafel stond een jampotje gevuld met havermeel,
-dat zij in haar waschwater gebruikte, want zij had gelezen, dat dit
-een uitstekend middel was om het teint te verfraaien. En iederen
-avond smeerde zij hare handen met vaseline in en sliep met oude
-glacé-handschoenen aan. En haar geld gaf zij uit aan een zeker water,
-dat de kleine bruine vlekjes zou wegwisschen, die de zon op haar
-gelaat getooverd had, en het, hoe dan ook, een zeker karakter gaven.
-
-Al deze dingen waren het gevolg hiervan, dat Meg zestien was, en dat
-zij eene vriendin gevonden had, die zeventien jaren telde.
-
-Aldith MacCarthy leerde Fransch bij denzelfden leeraar, naar wien
-Meg nu tweemaal in de week ging, en nadat chocolaadjes en haarlinten
-gegeven en aangenomen, en familieconfidenties gedaan en aangehoord
-waren, ontstond er eene innige vriendschap tusschen haar.
-
-Aldith had drie volwassen zusters, die zij in alle opzichten naäapte,
-en bezat veel meer kennis van de wereld dan de eenvoudige, romantische
-Meg.
-
-Zij leende Meg romans en novellen, evenals tijdschriften voor jonge
-dames, en het jonge meisje verdiepte er zich met groote belangstelling
-in, verbaasd over de nieuwe wereld, waarin zij werd binnengeleid;
-want Charlotte Yonge en Louise Alcott en Miss Wetherell waren tot nu
-toe uitsluitend hare lectuur geweest.
-
-Meg begon rooskleurige droomen te droomen van den tijd, waarin haar
-mooi, glanzend haar "in eene eenvoudige wrong" zou worden opgestoken
-of boven haar voorhoofd zou worden gelegd als "eene kroon, even
-schoon als die eener koningin," want dit waren de twee manieren,
-waarop de heldinnen in de novellen het haar kapten. Een gevlochten
-varkensstaartje was al zeer weinig romantisch. Dit was de reden waarom
-zij, als eene soort van voorbereidende maatregel, ponyhaar geknipt
-had, en het einde van hare vlecht begon te krullen. Haar vader staarde
-haar aan, en zeide, dat zij er uit zag als een winkelmeisje, toen hij
-deze veranderingen voor het eerst opmerkte, en Esther vertelde haar,
-dat zij een dom schepsel was, maar de spiegel en Aldith stelden haar
-weer gerust.
-
-De zorg, die nu aan de beurt kwam, was die van steelsgewijze
-hare japonnen langer te maken, welke in de periode waren van
-nog niet lang en niet meer kort te zijn. In de eenzaamheid van
-hare slaapkamer nam zij twee of drie van hare rokken van den band,
-voorzag ze aan den bovenkant van eene reep voering om ze te verlengen,
-en naaide eene strook onder om hare lijfjes, ten einde de voering te
-bedekken. Hierdoor werden hare rokken een goeden twee duim langer, wat
-haar een lang, slank figuurtje gaf, zooals zij zelve zeer goed wist.
-
-In geen van deze dingen stak eigenlijk kwaad.
-
-Maar Aldith begon hare taille langzamerhand geheel onmogelijk te
-vinden.
-
-"Je hebt minstens drie-en-twintig, Marguerite," zeide zij eens,
-vol ongehuichelden schrik.
-
-Zij noemde hare vriendin nooit Meg, want deze naam was "te familiaar
-en volstrekt niet welluidend."
-
-Meg keek van hare eigen taille naar het dunne, elegante middeltje
-van hare vriendin, en zuchtte diep.
-
-"Wat moest ik eigenlijk hebben?" zeide zij neerslachtig; en Aldith
-had geantwoord, "achttien--of negentien hoogstens, Marguerite! Ware
-symmetrische bevalligheid kan nooit bereikt worden met een middel
-van drie-en-twintig duim in omtrek."
-
-Aldith had niet alleen feiten opgemerkt en vergelijkingen gemaakt, zij
-had hare vriendin ook praktischen raad gegeven, en had haar getoond,
-hoe zij handelen moest. En iederen avond en iederen morgen trok Meg
-haar corsetveter steviger aan, en perste haar fijn, teeder lichaam in
-eene steeds engere ruimte. Zij had reeds een omtrek van een-en-twintig
-duim bereikt, hetgeen zuiver twee duim winst beteekende, en zij had
-al hare japonnen ingenomen.
-
-Maar zij speelde 's avonds niet meer mede cricket, en wilde aan geen
-enkel spel meedoen, waarbij hard loopen te pas kwam, zeer tot misnoegen
-der anderen. Niemand, die het zachte gezichtje, liefelijk als een
-bloesem, zag, en de vriendelijke, kalme oogen, zou gegist hebben
-welk eene marteling er verdragen werd onder het nu sierlijke, goed
-zittende japonlijfje. Vlug wandelen was eene ware kwelling; bukken,
-bijna folterpijn; maar zij verdroeg dit alles met een heldenmoed,
-eene waarlijk edele zaak waardig.
-
-"Hoe lang zal ik daar nu nog mede moeten voortgaan, Aldith?" vraagde
-zij eens met zwakke stem, na eene Fransche les gedurende welke
-zij zich bijna niet had kunnen goed houden. En het andere meisje
-antwoordde onverschillig: "O, je moet nu natuurlijk niet ophouden,
-je zult eens zien, over een poosje voel je er niets meer van."
-
-Na deze verzekering zette Meg hare pijn veroorzakende pogingen voort.
-
-Esther, de eenige, die in deze zaak eenigen invloed had kunnen hebben,
-had niets gemerkt, en, had zij dit wel gedaan, dan zou zij er zich nog
-niet ernstig over bekommerd gemaakt hebben, want het was eerst vier
-jaar geleden sedert ook zij zestien geweest was, en een "dun middeltje"
-voor haar het begeerlijkste van de geheele wereld geweest was.
-
-Eens had zij zonder bijgedachte gezegd:
-
-"Wat krijg je een goed figuurtje, Meg! De nieuwe naaister maakt zeker
-beter dan Miss Quinn!" en de dwaze Meg, het hart kloppend van vreugde,
-had zich voorgenomen, hare pogingen te verdubbelen.
-
-De lynx-oogige Judy zou alles zeker spoedig ontdekt hebben, en zou
-haar lachend beschaamd hebben, maar ongelukkig voor Meg's gezondheid
-was zij op school,--er waren reeds bijna drie maanden sedert haar
-vertrek verloopen.
-
-Aldith woonde ongeveer twintig minuten wandelen van Misrule, en dus
-waren de twee meisjes veel samen. Tweemaal in de week gingen zij
-per stoomboot naar de stad om in beleefd Fransch te leeren vragen:
-"Heeft de jonge dochter van den bakker den gelen hoed, de bruine
-handschoenen, en de parasol van de nicht van den aannemer?"
-
-En tweemaal in de week, nadat zij zonder den minsten samenhang
-geantwoord hadden: "Neen, maar de chirurgijn had bier, mosterd, en de
-tafelgong," vertoonden zich Aldith en hare vriendin op de wandelplaats,
-waar de Sydneysche jeugd en beau-monde gewoonlijk wandelde,--het
-"Block."
-
-"Nu zullen wij eens gaan zien, hoeveel hoeden ik kan laten
-afnemen!" zeide Miss Aldith, wanneer zij zich op weg begaven, en bij
-het einde van den tocht zuchtte Meg: "Hoe heerlijk moet het zijn,
-zooveel heeren te kennen als jij!"
-
-Somtijds gebeurde het, dat een of twee jonge lieden bleven staan,
-en de meisjes aanspraken, en dan stelde Aldith hen plechtig aan Meg
-voor, dikwijls evenwel meende deze, die, niettegenstaande al hare
-dwaasheid, scherp genoeg opmerkte, iets beschermends, min of meer
-spotachtigs in de manieren der heeren waar te nemen. En werkelijk
-was dit dikwijls zoo; het waren hoofdzakelijke heeren, die Aldith
-tehuis op een danspartijtje of bij het tennisspel had leeren kennen,
-en die deze jonge dame een vroeg rijp kind vonden, voor wie het hoogst
-gewenscht was, dat zij nog eenige jaren van de school zou profiteeren.
-
-Eens op een dag kwam Aldith op Misrule--houding, gebaren, stem, alles
-sprak van eene hooge, geheimzinnige gewichtigheid. "Kom mede naar den
-tuin, Marguerite!" zeide zij, zonder de minste notitie van Baby te
-nemen, die, met groote moeite, hare oudste zuster had overgehaald,
-haar het altijd even boeiende verhaal van de drie kleine varkentjes
-te vertellen.
-
-"O, neen, bij het haar van mijn baard aan mijn kin, ik zal proesten en
-blazen tot je huisje valt in," was nog maar tweemaal gezegd geworden,
-en het spannendste gedeelte moest nog komen.
-
-Baby keek op met verontwaardigde oogen.
-
-"Ga weg, Aldiff!" zeide zij.
-
-"Miss MacCarthy, Baby!" verbeterde Meg vriendelijk, Aldith's half
-verachtelijken glimlach opmerkende.
-
-"Aldiff!" herhaalde Baby koppig. Toen scheen zij berouw te hebben,
-en sloeg een kleinen arm liefkoozend om haar zusters hals.
-
-"Ik zal aan Miff MacCarfy zeggen, dat je eerst verder moet vertellen."
-
-"O, zend haar weg, Marguerite!" zeide Aldith ongeduldig. "Ik heb je
-een zeer belangrijk geheim mee te deelen, en ik heb buitendien haast."
-
-Meg was dadelijk een en al belangstelling.
-
-"Ga nu heen, Baby!" zeide zij, en kuste het teleurgestelde gezichtje;
-"ga met Bunby met de ark spelen, ik zal het vertelseltje van avond
-of morgen uit vertellen."
-
-"Maar ik wil nu het eind hooren!" zeide Baby volhoudend.
-
-Meg schoof haar vriendelijk op zijde. "Neen, ga nu heen, klein
-zusje--ga nu heen als eene beste meid, en ik zal je morgen ook nog
-van Roodkapje vertellen."
-
-Baby keek naar de bezoekster harer zuster.
-
-"Je bent een akelig spook, Aldiff MacCarfy," zeide zij langzaam en
-met nadruk, "en ik heb een hekel aan je, en wij allen hebben een
-hekel aan je, behalve Meg, en Pip zegt, dat je het naarste wicht ben,
-dat bestaat, en ik wou, dat er een groote reus kwam, die blazen zou
-en proesten, tot je midden in de zee lag."
-
-Aldith lachte, een klein tartend, wijs lachje, dat de maat van Baby's
-woede deed overloopen. Zij strekte hare kleine hand uit en gaf den arm
-der jonge dame in zijn mousselinen mouw een fijn welbestudeerd kneepje,
-dat Pip haar geleerd had. Toen holde zij als eene dwaze de groene
-grasvelden over naar het boschje, dat zich aan gene zijde bevond.
-
-"Onuitstaanbaar!" pruttelde Aldith boos, en Meg moest zich uitputten
-in verontschuldigingen en vriendelijke woordjes, om haar weer in een
-goed humeur te brengen, en haar over te halen, het zeer belangrijke
-geheim te vertellen. Ten laatste, evenwel, werd het haar geopenbaard,
-en wel met indrukwekkende plechtigheid. Aldith's oudste zuster was
-verloofd! O, was dat niet hemelsch? was het niet romantisch?--en
-met den mijnheer met den blonden snor, die in den laatsten tijd zoo
-dikwijls bij hen aan huis was geweest.
-
-"Ik wist, dat het zoo zou gaan--ik heb het al lang zien aankomen. O,
-men kan niet gemakkelijk iets voor mij verbergen!" zeide Aldith. "Ik
-herken ware liefde dadelijk. Maar voor mijzelve zou ik zeker de
-voorkeur geven aan een donkeren snor, jij ook niet, Marguerite?"
-
-"Ja-a!" zeide Meg. Hare meening in dit opzicht was nog nauwelijks
-gevestigd.
-
-"Gitzwart, met zeer stijfstaande uiteinden," vervolgde Aldith peinzend,
-"en eene militaire houding en heel lange, zwarte wimpers."
-
-"Dat zou ook mijn smaak zijn," zeide Meg, opeens vol vuur. "Zooals
-Guy Deloraine in "Angelina's eerzuchtige Droomen.""
-
-Aldith sloeg haar arm inniger om hare vriendin.
-
-"Zou het niet hemelsch zijn, Marguerite, als jij en ik--eens
-geëngageerd waren?" zeide zij, als in droomerige verrukking. "Denk eens
-aan, hoe zalig het zijn moet als een donkere knappe man met trotsche,
-zwarte oogen, smoorlijk verliefd op je is, je op de handen draagt,
-je cadeaux geeft en met je uitgaat--o, Marguerite, wat moet dat
-goddelijk zijn!"
-
-Meg keek peinzend voor zich uit. "Daar zijn wij, geloof ik, toch nog
-niet oud genoeg voor!" zeide zij met een zucht.
-
-Aldith wierp haar hoofd achterover. "Dat is onzin; Clara Allison is
-niet ouder dan zeventien, en denk aan eens je eigen stiefmoeder. Eene
-menigte meisjes zijn al getrouwd als zij zestien zijn, Marguerite! en
-mijne zuster Beatrice werd ten huwelijk gevraagd, toen zij nog maar
-vijftien was."
-
-Deze woorden schenen indruk op Meg te maken. Zij keek stil voor
-zich uit.
-
-Toen stond Aldith op om heen te gaan. "Denk er aan, dat je morgen
-op tijd aan de boot bent," zeide zij, terwijl zij naar het hek
-wandelden; "en, Marguerite, kleed je nu eens heel netjes aan--trek je
-koornbloemen-blauwe japon aan,--en zie eens of Mrs. Woolcot je niet
-een paar handschoenen zou willen leenen, je grijze paar ziet er niet
-meer zeer frisch uit, vind je zelf ook wel?"
-
-"Neen, neen zeker niet!" zeide Meg blozend.
-
-"En Mr. James Graham komt altijd terug met onze boot, en de twee
-Courtney's ook--Andrew Courtney zeide aan Beatrice, dat hij je een
-heel aardig persoontje vond; hij merkt je dikwijls op, zegt hij,
-omdat je altijd zoo bloost."
-
-"Ik kan daar toch heusch niets aan doen!" zeide Meg op ongelukkigen
-toon. "Aldith, hoe moet het lint op mijn hoed genaaid worden? Ik
-wilde het er opnieuw opzetten."
-
-"O, vierkante lussen, min of meer stijf, en goed op zijde!" zeide het
-orakel. "Ik ben blij, dat je den hoed onder handen neemt, beste! hij
-zag er heusch erg slordig en verlept uit."
-
-Meg bloosde weer.
-
-"Ben je al klaar met je Fransch?" zeide zij, en opende het hek.
-
-"Ik zal het er maar voor houden!" zeide Aldith onverschillig. Toen
-hief zij haar kin omhoog.
-
-"Die zedige meisjes Smith schijnen er altijd eene eer in te stellen,
-om geen fouten te maken; en Janet Green, wier hoeden altijd vier
-modes ten achteren zijn, ook; ik vergis mij liever eens een paar maal,
-als was het alleen maar om te laten zien, dat ik niet hard behoef te
-leeren, en later onderwijzeres worden."
-
-Maar juist in dit oogenblik struikelde zij, en viel in hare volle
-lengte op zeer onbevallige wijze neer, dwars over het modderige pad.
-
-Een stuk touw en Baby's wraak waren hier de oorzaak van.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VII.
-
-"WAT ZEGT GE VAN EEN VERLIEFD HART?"
-
-
-Meg zag er zeer slecht uit, daar was geen twijfel aan. Hare mooie
-rozige gelaatskleur verloor hare frischheid, eene uitdrukking van
-prikkelbaarheid groefde een trek om den mond, die eenige maanden
-geleden alleen voor glimlachjes scheen geschapen te zijn. En, het was
-treurig onromantisch, maar, haar neus was van tijd tot tijd bijzonder
-rood. Nu kan eene heldin de grootste, diepste oogen, de langste
-wimpers, die maar mogelijk zijn, hebben; zij kan haar hebben gelijk
-aan het goud, dat "in den oogsttijd tot schoven wordt gebonden";
-zij kan lippen bezitten als kersen en tanden als paarlen, en een
-roode neus zal al deze bekoorlijkheden vernietigen. Hij berokkende
-Meg ware zielsangsten. Zij las met de grootst nauwgezetheid alle
-antwoorden in de "Correspondentie" der verschillende tijdschriften,
-die Aldith haar leende, om haar te helpen in haar zoeken naar een
-geneesmiddel. Maar bijna iedereen scheen recepten te vragen om den
-groei der oogharen te bevorderen of om embonpoint te voorkomen. Geen
-enkel antwoord, dat haar onder de oogen kwam, zeide: Een roode neus bij
-jonge meisjes wordt gewoonlijk veroorzaakt door slechte spijsvertering
-of door te nauw rijgen." Zij vraagde Aldith haar een raad te geven,
-en deze jonge dame dacht, dat hare vriendin de gewenschte uitkomst zou
-verkrijgen, door vaseline en zwavel, goed vermengd, op het lichaamsdeel
-in quaestie te leggen. En nu sloot Meg iederen avond de deur van
-haar slaapvertrek door middel van een eigen gemaakten grendel, want
-sleutels waren op Misrule eene ongekende weelde, en bestreek haar
-armen, kleinen neus hoogst zorgvuldig met het vette geneesmiddel,
-waarnaar zij den geheelen nacht op haar rug moest blijven liggen,
-om te voorkomen dat zij het aan haar kussen zou wrijven.
-
-Eens was Pip in haar kamertje doorgedrongen om haar te vragen, zijne
-bretels even te willen naaien; zij was toen genoodzaakt geweest,
-haastig een handdoek om haar hoofd te slaan en te zeggen, dat zij
-hevige zenuwhoofdpijn had, en dat hij maar naar Esther of een van
-de meiden moest gaan. Had hij de oorzaak dezer weigering gekend en
-gezien, dan zou er geen einde aan de plagerijen gekomen zijn.
-
-In den laatsten tijd bracht Meg een groot gedeelte van den dag in hare
-slaapkamer door, die nu, sedert Judy's vertrek, van haar alleen was. In
-de eenzaamheid garneerde zij hare hoeden en veranderde ze telkens
-weer, vermaakte zij hare japonnen, las zij hare novellen, en zat met
-hangende haren voor haar spiegel, peinzende over den tijd, waarin zij
-"groot" zou zijn en een man haar hart zou geschonken hebben. Want
-haar en Aldith scheen alleen deze periode van het leven liefelijk
-en begeerlijk. Meg vlijde zich gaarne in een grooten leunstoel, die
-naar hare kamer was verbannen, omdat de veeren gesprongen waren, en
-droomde dan lang schoone, ijdele droomen van een minnaar met "lange
-zwarte wimpers en eene militaire houding". Natuurlijk was het hoogst
-laakbaar op haar teederen leeftijd van zestien jaren zulke gedachten te
-hebben, maar dan moeten wij bedenken, dat het meisje geene moeder had,
-die deze verdoolde phantasie weer op het goede pad had kunnen brengen,
-en dat zij eene dochter van het Zuiden was.
-
-Australische meisjes beginnen bijna altijd veel eerder over "vrijages
-en zulken onzin", zooals ouderwetsche menschen zeggen, te denken,
-dan hare Engelsche zusters. Terwijl zij nog in de korte-jurken-periode
-zijn, en terwijl haar haar nog los op haar rug hangt, stellen zij de
-levendigste belangstelling in jongens van de naburige scholen, broers
-van andere meisjes, jonge klerken, en dergelijken. Niet omdat zij
-goede speelkameraden zouden kunnen zijn, maar omdat zij hen beschouwen
-in het licht van mogelijke aanstaande "hartsvrienden". Ik zeg niet,
-dat Engelsche meisjes nooit aan zulke dingen denken. Volstrekt niet;
-in iedere school zullen er wel een of twee dwaze, giggelende jonge
-schepseltjes met soortgelijke neigingen te vinden zijn, die met een
-pak klappen weer naar haar cricket en hare poppen toe moesten gezonden
-worden. Maar in dit land der jeugd is het meer regel dan uitzondering,
-en dit is de grootste fout van het zeer jonge Australische meisje. Zij
-is als eene perzik, eene mooie, gave perzik, die bijna in één dag tot
-rijpheid is gekomen, en die haast heeft het teedere waas te vernielen
-dat haar grootste bekoorlijkheid is, alleen om hare schitterende, warme
-kleur duidelijker te doen uitkomen. Aldith had, tot hare voldoening,
-haar eigen "waas" weggewreven, en was op het oogenblik druk bezig
-dat van Meg te doen verdwijnen, dat zeer zacht en liefelijk was,
-voor zij er aan raakte. De novellen hadden iets weggenomen en het
-"Block" nog iets meer, maar zij was van nature verstandig, en het
-duurde lang, eer men aan haar eene verandering kon bespeuren. En
-nu, onder voogdijschap harer vriendin, was zij binnengeleid in de
-verrukkelijke geheimen der liefdesavonturen, en voorloopig vervulde
-de gedachten daaraan haar eenigszins doelloos jong leven. Maar dit
-alles eindigde met eene gebeurtenis, welker herinnering haar nog
-jaren daarna een pijnlijken blos op de wangen jaagde.
-
-Na de Fransche les, die zij, als ik reeds vertelde, tweemaal in de
-week namen, kwamen de vriendinnen gewoonlijk met de boot van vijf uur
-terug. En op deze boot waren ook altijd twee jonge lui, die den naam
-Courtney droegen, en een derde jonge man, Aldith's bijzonder eigendom,
-James Graham. Nu was het jonge volkje met elkaar in kennis gekomen op
-picnics en dergelijke feestjes in den omtrek, maar deze kennismaking,
-in plaats van, nu zij elkaar meermalen ontmoetten, te rijpen tot
-eene hartelijke, aangename vriendschap, had aanleiding gegeven tot
-flauwe geheimzinnigheden en eene aanstellerige verliefdheid. James
-Graham, zeventien jaar oud, was werkzaam op het kantoor van een
-advocaat, en scheen weinig haast te hebben zich tot een flinken
-man te ontwikkelen. Hij droeg een stok, en was zeer gesteld op een
-keurigen hoed en een hoog boord en mooie laarzen, die gewoonlijk
-van bruin leder waren. En hij bezat een knevel, zoo dun, als men er
-zich maar een kan verbeelden, dien hij met groote zorg behandelde,
-en dien Aldith aanbiddelijk vond. Aldith's levendigheid en gevatheid
-vielen in zijn smaak en binnen zeer korten tijd drukten zij elkander
-heimelijk briefjes in de hand, en zuchtten daarbij sentimenteel. Niet
-dat deze briefjes iets buitengewoons bevatten, zij waren gewoonlijk
-tamelijk vormelijk.
-
-"Hooggeachte Miss MacCarthy", luidde bijvoorbeeld een. "Waarom was u
-gisteren niet op de boot? Ik keek naar u uit zoolang ik maar eenigszins
-hopen kon, u nog te zien verschijnen, en moest toen een vervelenden
-tocht op het water maken. Wat staat die groote hoed u allerliefst,
-en die narcissen, die ge draagt, passen beeldig bij uwe japon. Zou
-ik u om een dezer bloemen mogen verzoeken? geef er mij ééne, Aldith!
-
-Met eerbiedige hoogachting
-
- Uw vriend
-
- James Graham."
-
-En Aldith's antwoord, geschreven op een blaadje van haar notitieboekje
-met een rose potloodje, afkomstig van een balboekje, en dat zij altijd
-in hare beurs bij zich had, mocht den volgenden inhoud hebben:
-
-"Waarde Mr. Graham,
-
-Wat mag de reden zijn, dat ge de bloemen, die ik in mijne japon
-gestoken had, verlangt te bezitten? Ik heb ze den geheelen dag
-gedragen, en zij zijn verwelkt en slap. Ik kan mij niet verbeelden,
-wat gij aan haar zoudt hebben. Maar, indien u werkelijk op haar gesteld
-is, zal ik ze u natuurlijk geven. Ik ben zoo blijde, dat mijn hoed
-u bevalt. Ik zal hem nu altijd gaarne dragen. Heeft u mij werkelijk
-gisteren gemist? Ik liet mijn portret maken. Marguerite vindt, dat
-het zeer goed lijkt, ik vind het werkelijk te geflatteerd.
-
- Met een vriendelijken groet
-
- L. Aldith Evelyn MacCarthy."
-
-Een groote vriend van Mr. James Graham was een der reeds genoemde
-Courtneys, en wel degene, dien men Andrew noemde. Hij was een knappe
-jongen van achttien jaren, nog scholier, maar hij bezat hoogst
-innemende manieren en een paar waarlijk mooie oogen.
-
-En sedert zijn vriend en trouwe metgezel James begonnen was "zich
-te interesseeren" voor "de kleine MacCarthy", bedankte hij er voor,
-geheel buiten alles te staan. Dus begon hij op in het oog loopende
-wijze werk te maken van Meg, die tot onder haar zacht, mooi ponyhaar
-bloosde, iederen keer dat hij tot haar sprak, en met een pijnlijk
-verlegen en schuldig gezicht voor zich keek, telkens als hij haar
-iets vleiends zeide.
-
-De andere jonge man, Alan Courtney, was zeer groot en breed van
-schouders, maar zijn gezicht was volstrekt niet bijzonder fraai. De
-uitdrukking van zijn gelaat was ernstig, zijne oogen waren grijs en
-lagen diep in zijn hoofd, zijne bruine haren zagen er uit, alsof hij
-ze gedurig den verkeerden kant op streek. Hij was student, speelde
-uitstekend voetbal, en vermaakte zich op weg naar huis, nooit op de
-manier van Andrew en diens vriend.
-
-Hij gaf gewoonlijk een nauwelijks merkbaar knikje met het hoofd,
-wanneer hij voorbij de kleine groep kwam, nam zijn hoed zoo weinig
-mogelijk als met de voorschriften der beleefdheid in overeenstemming
-te brengen was, af, en liep door naar het verst verwijderde gedeelte
-der boot. Eens toen hij voorbij kwam, keek Aldith juist door hare
-wimpers heen smachtend zijn broeder aan, en Meg was er bijna zeker
-van dat zij hem bij zich zelf had hooren zeggen: "Belachelijke
-zotten!" Hij zat gewoonlijk eenzaam op de boot te rooken--sigaren
-bij het begin van de vaart, en tegen het einde haalde hij een kort,
-zwart, onaanzienlijk pijpje voor den dag--en Meg dacht dan heimelijk,
-dat hij er toch wel mannelijk uitzag, en dan zuchtte zij diep.
-
-Want ik kan u nu even goed als later vertellen, wat er met dit dwaze,
-kleine meisje gebeurd was, na enkele maanden den invloed van Aldith
-en der novellen ondergaan te hebben. Zij was verliefd geworden, en
-dit wel met eene innigheid zoo groot, als dit op den lieven leeftijd
-van zestien jaar maar mogelijk is; en het was op Alan, die niet
-vriendelijk keek, noch aangename manieren had--niet op Andrew, die
-sprekende oogen bezat en lokken, die "zijn voorhoofd deden gelijken op
-de rijzende zon," niet op Andrew, die haar teedere blikken toewierp,
-en haar onder bedekte termen duizend maal verzekerde: "Aan u heb ik
-mijn hart verloren," maar op Alan, die volstrekt geene notitie van
-haar nam dan bij gelegenheid door eene half spotachtige buiging.
-
-Arme Meg! Zij was zeer treurig in dezen tijd, en toch was het eene
-soort van zoete treurigheid, die zij koesterde en voor uitdooven
-bewaarde. Niemand vermoedde haar geheim. Zij zou liever gestorven
-zijn, dan er zelfs tegenover Aldith iets van te laten doorschemeren,
-en ontving Andrew's briefjes en glimlachjes alsof niets haar aangenamer
-kon zijn. Maar zij werd mager, hare oogen schenen steeds grooter te
-worden, en 's avonds schreef zij lange verhalen in haar dagboek, en
-buitendien een snel aangroeiende verzameling gedichten, waarin "hart"
-en "smart," "traan" en "staan," "zwerven" en "sterven," "zucht" en
-"lucht" de meest voorkomende rijmwoorden waren. Zij verdroeg Andrew
-om verschillende redenen. Ten eerste was hij de broer van Alan,
-en vertelde altijd allerlei verhalen van "Al," en pochte hij op de
-kranige figuur, die deze op het voetbalveld maakte; en dan zou Aldith
-haar geheim kunnen raden, indien zij hem geheel afstootte. Buitendien
-had Andrew de langste wimpers, die zij ooit gezien had, en zij moest
-toch iemand hebben, die haar allerlei aangenaams zeide, ook al was
-dit niet degene, van wien zij dit het liefst gehoord had.
-
-Maar eens op een dag kwam er eene crisis.
-
-"Geen tochtjes meer met onze lieve boot, eene geheele maand
-lang!" sprak Aldith, van haar hoekje in de kajuit.
-
-"Dat is verschrikkelijk! Wat bedoelt u, Miss MacCarthy?" zeide James
-Graham, met overdreven wanhopige stem.
-
-"Monsieur H. heeft de klasse eene maand vacantie gegeven. Hij gaat
-naar Melbourne!" antwoordde Aldith met een zucht.
-
-Meg zorgde plichtmatig voor de echo, en Andrew zeide woedend, dat
-Monsieur H. het hangen niet waard was. Hij zou wel eens willen weten,
-waarom hij zoo onmenschelijk handelde; en hoe moesten Jim en hij hun
-leven in dien tusschentijd voortsleepen?"
-
-James was degene, die dadelijk een middel wist, om het leed te
-verzachten.
-
-"Zouden wij met ons vieren niet eens 's avonds kunnen eraan
-wandelen?" sloeg hij voor.
-
-Aldith en Andrew vonden dit voorstel schitterend; en hoewel Meg eerst
-vast besloten het hoofd geschud had, liet zij zich toch overhalen,
-en beloofde mede te zullen gaan.
-
-Zij zouden elkaar ontmoeten in een boschje, dat aan het verst
-verwijderde grasveld van Misrule grensde, ongeveer een uur wandelen,
-en tegen half acht terugkeeren, eer het donker werd.
-
-"Ik zal je dien dag iets vragen, Meg!" fluisterde Andrew toen zij op
-het punt waren, van elkander te scheiden. "Ik ben benieuwd of ik het
-zal krijgen."
-
-Meg bloosde, zenuwachtig en onrustig, en vroeg zich zelve af, of hij
-haar om een haarlok zou verzoeken, iets, wat Jim reeds van Aldith
-gekregen had.
-
-"Wat?" zeide zij werktuigelijk.
-
-"Een zoen!" fluisterde hij.
-
-In het volgende oogenblik hadden de anderen zich bij hen gevoegd,
-en het antwoord vol verontwaardiging, dat haar op de lippen zweefde,
-bleef onuitgesproken. Zij moest hem zelfs hare hand geven, om het
-te doen schijnen, alsof er niets gebeurd was, en oogenschijnlijk als
-goede vrienden van elkander te gaan.
-
-"Precies half zeven, Marguerite! Ik zou het je nooit vergeven, als
-je niet kwaamt!" zeide Aldith, toen zij bij het hek afscheid namen.
-
-"Ik--je--o Aldith! ik begrijp niet, hoe ik zal kunnen komen," stamelde
-Meg, weer met hoogroode wangen. "Ik heb nog nooit zoo iets gedaan. Ik
-ben er van overtuigd, dat het niet goed is."
-
-Maar de minachtende trek om Aldith's mond maakte haar beschaamd over
-zich zelve.
-
-"Je bent geloof ik, twaalf jaar, Marguerite!" zeide deze jonge dame
-kalm; "je bent waarlijk niet ouder dan twaalf jaar! Je deedt beter
-met weer eene pop te nemen, en een prentenboekje met fabeltjes. Ik
-zal Andrew vragen, om je een te koopen, en ook een stuk touw, om je
-in je tafelstoel vast te binden."
-
-Zulk een hoon was te veel voor Meg. Zij beloofde haastig en
-onvoorwaardelijk op den bepaalden tijd aanwezig te zullen zijn, en
-liep snel het voetpad op, om aan de roepstem der hard luidende bel
-voor de thee gehoor te geven.
-
-Gedurende de twee volgende dagen drukte haar geheim haar als een last
-van schuld, en zij verlangde vurig naar eene vertrouwde, die haar zou
-kunnen raden, hoe zij in deze netelige zaak moest handelen. Judy kon
-zij daarvoor niet kiezen: deze was te eerlijk, te verstandig, en had
-daarenboven te veel van een kind en een jongen--zij zou haar nooit
-zoo iets durven vertellen. Zij kon zich den blik van verontwaarding
-in de groote, heldere oogen harer zuster voorstellen, het schaterende
-gelach, dat zulk een verhaal zou uitlokken, de vernietigende, handig
-gekozen plagerijen, die zij trillende, zou moeten aanhooren. Ook
-Esther niet--daar deze immers hare stiefmoeder was, kon Meg het juist
-haar niet vertellen, en buitendien, in het mondje van den Generaal
-verscheen langzamerhand eene dubbele rij witte paarltjes, zijne
-gezondheid werd daardoor aangetast, en veroorzaakte zijne moeder te
-veel zorg, om haar voor Meg's gedruktheid oogen te geven.
-
-Toen de dag, waarop de wandeling zou plaats vinden, genaderd was,
-had zij zich in een toestand van hevige opwinding gebracht.
-
-Half zeven was de afgesproken tijd; zooals zij wist, was het dan
-nog helder licht. Zij zag in, dat zij inderdaad niet mocht, niet
-kon gaan. Veronderstel dat haar vader of Esther, eenige van hare
-spotachtige jongere zusters of broeders, in de nabijheid zouden zijn
-en de ontmoeting zien, of een der buren--zij zou de schande nooit
-kunnen overleven! En toch, gaan moest zij, want anders zou Aldith
-haar verachten. Buitendien had zij zich voorgenomen Andrew kalm
-te zeggen, dat zij hem niet kon veroorloven tot haar te spreken,
-als hij gedaan had. Na de laatste, verschrikkelijke, gefluisterde
-woorden, vond zij het noodzakelijk, hem duidelijk te doen begrijpen,
-dat zij zijn gedrag niet goed vond, en wel "zijne vriendin" wilde zijn,
-maar ook niets anders.
-
-Maar waarom hadden zij niet een uur gekozen als het reeds donkerder
-zou zijn? zeide zij bij zich zelve: dan zou er geen gevaar bestaan van
-gezien te worden; zij zou dan het huis uit kunnen sluipen zonder de
-minste moeielijkheid, en door de grasvelden loopen, beschermd door de
-schemering; terwijl, wanneer het nog licht was, en zij zou beproeven
-ongemerkt weg te vluchten, ten minste twee of drie van de kinderen
-achter haar aan zouden komen loopen en haar edelmoedig zouden aanbieden
-"mede te gaan."
-
-Ten laatste, te bang om, terwijl het nog dag was, te gaan, en ook niet
-willende, dat Aldith boos op haar zou kunnen zijn, omdat zij in het
-geheel niet gekomen was, deed zij in hare opwinding eene wanhopige
-daad--iets zoo gewaagds, dat zij er langen tijd niet dan met afschuw
-aan kon denken.
-
-"Waarde Mr. Courtney,"--schreef zij, voor haar toilet zittende,
-haastig met potlood--"het zou niet aardig zijn, om zoo vroeg te
-wandelen. Laten wij later gaan, wanneer het geheel donker is. Het
-zal dan veel prettiger zijn, want niemand zal ons dan kunnen zien. En
-laten wij elkaar ontmoeten geheel aan het einde der grasvelden, waar
-het boschje zeer dicht is, daar kan niets ons storen. Ik schrijf Aldith
-ook tegen dien tijd te komen, en zij zal het Mr. Graham doen weten.
-
- Geheel de uwe,
-
- M. Woolcot.
-
-P. S. Ik moet u uitdrukkelijk verzoeken, mij niet te kussen. Ik zou
-werkelijk zeer boos zijn, wanneer u het deed. Ik houd daar niet van."
-
-De laatste woorden schreef zij in zenuwachtige haast, want zij had
-grooten angst, dat hij zijn woord zou houden, indien zij dit niet bij
-de eerste de beste gelegenheid voorkwam. Toen deed zij het briefje
-in eene enveloppe en schreef er het adres op, terwijl het zelfs geen
-oogenblik bij haar was opgekomen, er iets vreemds of onbehoorlijks in
-te vinden, dat een jong meisje er zoo op gesteld was, de ontmoeting
-in het donker te doen plaats hebben.
-
-Daarop schreef zij eenige woorden aan Aldith, en zeide haar er vast
-op te rekenen, haar te half negen achter de grasvelden te vinden,
-terwijl zij zelve weg zou sluipen, wanneer de kinderen naar bed gingen
-en haar zeer waarschijnlijk niet zouden opmerken.
-
-En toen ging zij naar den tuin om boden voor de twee briefjes
-te zoeken. De kleine Flossie Courtney had den middag bij Nellie
-doorgebracht, en Meg riep haar terug, juist toen zij het hek door
-ging om naar huis te wandelen, en, zonder dat de kinderen het zagen,
-vertrouwde zij haar het briefje toe.
-
-"Geef dit aan je broer Andrew dadelijk als hij uit school
-komt!" fluisterde zij, en stopte in hetzelfde oogenblik een groot
-stuk chocolade in den mond van het kleine meisje. Bunby werd daarop
-omgekocht, met eene belofte van dezelfde licht smeltende snoepernij,
-om met het andere briefje naar Aldith te loopen, en Meg haalde weer
-vrij adem, daar zij het dreigende gevaar op listige wijze meende
-gekeerd te hebben.
-
-Maar er scheen geen zegen op de briefjes te rusten!
-
-Bunby overhandigde het zijne aan de meid van de familie MacCarthy,
-en gaf op eene vraag van het dienstmeisje ten antwoord: "Ik zal wel op
-antwoord moeten wachten, meisjes moeten er altijd een hebben op niets."
-
-Aldith was aan hare kamer gebonden door eene plotselinge hevige
-verkoudheid, en schreef hare vriendin een briefje, om haar mede te
-deelen, dat zij te ziek was om uit te gaan, en aan Mr. Graham en
-aan Mr. Courtney ook geschreven had, daar zij de wandeling eene week
-wenschte uit te stellen.
-
-Nu kwam dit briefje, in zijne lichtrose, driekante enveloppe, in
-Bunby's zak terecht tusschen zijne knikkers en noten en touwtjes. En,
-als wel te voorzien was, zag hij op den terugweg eenige kameraadjes,
-met wie hij weldra aan den kant van den weg op zijne knieën zat
-te knikkeren.
-
-Hij verloor tien knikkers, en zijne allermooiste, roste een jongen
-af, die zich onwettig in het bezit had gesteld van zijn meest geliefd
-"bastje", kwam een uur later in treurige stemming thuis, en bespeurde
-bij het hek dat hij Aldith's coquet briefje verloren had.
-
-Nu had Meg hem acht chocoladen okkernoten bij zijne terugkomst beloofd,
-en wanneer ons heertje eene zwakheid had, die zich meer deed gelden
-dan de andere, dan was het zijne groote partijdigheid voor deze soort
-van lekkernij, en, daar hij in weken geene enkele geproefd had, was
-het geen wonder dat zijn hart bijna brak bij de gedachte, dat hij ze
-door eigen schuld verbeurd had.
-
-"Ik begrijp wel dat ze onuitstaanbaar genoeg zal zijn om te zeggen,
-dat ik ze niet verdiend heb, alleen omdat ik het gekke briefje van
-dat schepsel verloren heb," zeide hij, diep ongelukkig, tot zich
-zelven, "en ik kan me wel denken, dat er niets anders in stond, dan:
-"Liefste Marguerite, laten wij elkander altijd en altijd onze geheimen
-vertellen"; dat heb ik haar tweemaal hooren zeggen, en dus zal zij
-het nog wel eens schrijven." De verleiding greep hem aan, plotseling,
-stormenderhand.
-
-Bunby was van nature de meest gewetenlooze kleine leugenaar,
-die ooit bestaan had, en alleen Judy's onkreukbare eerlijkheid en
-nadrukkelijk uitgesproken verachting voor al wat onoprecht was,
-hadden hem tamelijk betrouwbaar doen blijven. Maar Judy was mijlen
-weg, en kon hem onmogelijk angstig maken door een blik vol innige
-verstoordheid. Hij stond nu voor de deur der kinderkamer en draaide
-met aarzelende vingers den deurknop om.
-
-"Wat ben je lang weggebleven!" zeide Meg van de tafel, waar zij een
-doos vol handschoenen zat te naaien. "Wat heeft zij gezegd?"
-
-Juist naast haar elleboog stond de begeerlijke bonbonnière, waarin
-de bruine, met fondant omgeven okkernoten lagen.
-
-"Zij zeide: "Het is goed!"" sprak Bunby stuursch.
-
-Meg telde de acht chocolaadjes in hare kleine, onreine hand, en zette
-haar naaiwerk voort met een zucht van verlichting. En Bunby, met een
-schichtigen, schuwen blik in zijne oogen, stopte al de chocolaadjes
-op eens in zijn mond, als om de mogelijkheid van een plotseling berouw
-te voorkomen.
-
-Het andere briefje ging het even slecht. Flossie ging naar huis,
-peinzende over een zeker Kate Greenaway-mutsje, dat Nell beloofd
-had voor hare nieuwe pop te zullen maken.
-
-"Groen met rose lint," zeide zij zachtjes bij zich zelve toen zij de
-trap van het huis haars vaders opging. Alan lag in de veranda in een
-gemakkelijken stoel en rookte zijne zwarte pijp.
-
-"Wat moet groen zijn?" riep hij lachend.--"Guineesche biggetjes
-of kangoeroes?"
-
-"De hoed van Clarice Maud," zeide het kleine meisje, en opende dadelijk
-een ernstig gesprek met hem over de kleur, die hij het geschiktst
-vond voor den wintermantel van dezen wassen jonge dame.
-
-Toen wilde zij het huis binnen gaan.
-
-"Wat steekt daar uit je zakje, Flossie?" zeide hij, toen zij hem
-voorbij liep.
-
-Zij bleef even stilstaan en tastte in haar zak.
-
-"O, dat had ik bijna vergeten, en ik heb beloofd, dat ik er aan zou
-denken,--hier is een briefje voor jou, Alan!" zeide zij, en gaf Meg's
-rampspoedig episteltje in de hand, voor welke het niet bestemd was.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VIII.
-
-EEN CATAPULT EN EENE CATASTROPHE.
-
-
-De schemering had zich zeer kalm en zeer ongemerkt uitgebreid over
-den tuin, en de grasvelden, en de rivier. Er was een zwak windje aan
-den waterkant, maar het scheen na dezen warmen, langen dag bijna te
-moede om zich te verheffen en het water te rimpelen. Langzaam, zeer
-langzaam nam het grauwe, stille licht af, en een of twee bleeke sterren
-begonnen daar hoog, boven in de lucht, te stralen. In de verte, achter
-de gomboomen, aan gene zijde der rivier, stond eene nog bleeker maan;
-reeds kon eene streep van het water haar een glimlach toezenden. Meg
-hoopte, dat zij niet vóór acht uur boven de kronen der boomen zou
-gerezen zijn, want dan zouden de uitgestrekte grasvelden in een stroom
-van maanlicht baden, en zij zou kunnen gezien worden. Onder de thee,
-en gedurende het eerste gedeelte van den avond, was zij afgetrokken
-en prikkelbaar in haar angst, en twee of drie maal snauwde zij Bunby
-tamelijk onvriendelijk af.
-
-Van een uur of zes af had hij onophoudelijk om haar heen gedraaid.
-
-Het was een karaktertrek van dezen kleinen jongen, dat, wanneer hij
-de verleiding niet had kunnen weerstaan en van het pad der waarheid
-was afgeweken, hij volkomen ongelukkig was, tot hij gebiecht had, en
-met zijne vieze handjes in zijne schreiende oogen had gewreven, tot
-hij een beeld bood "om van te droomen, maar niet om te beschrijven."
-
-Pip zeide, dat dit kwam omdat hij een lafaard was, en de zedelijken
-moed miste om te gaan slapen met eene leugen op zijn geweten uit
-vrees van te zullen ontwaken en een engel met een vlammend zwaard
-naast zijn bed te zien staan. En tot mijn spijt moet ik toegeven,
-dat dit eene meer ware beschouwing van het geval was, dan wanneer
-men aannam, dat de kleine jongen werkelijk overtuigd was van het
-afkeuringswaardige zijner daad, en niets liever wenschte, dan haar
-weder goed te maken. Want als de gelegenheid zich maar voordeed,
-zou hij den volgenden dag weer struikelen, en 's avonds naar dezen
-of genen toekruipen en, met zijne vuistjes in zijne oogen, stamelen,
-dat hij: "iets gezegd had, dat niet waar was, boe-hoe!"
-
-Tegen zeven uur was hij dus dezen avond buitengewoon berouwvol gestemd
-geweest; verscheidene tranen waren langs zijne wangen gerold, en hadden
-zich vermengd met den inkt van het huiswerk, dat hij bezig was voor
-de gouvernante te maken. Hij installeerde zich naast Meg's elleboog,
-en bleef naar haar opzien met een treurigen smeekenden blik, die haar
-in groote verlegenheid bracht, want zij was door zijn vreemd gedrag
-begonnen te vermoeden, dat hij op de eene of andere wijze den inhoud
-van het briefje vernomen had, en haar van haar voornemen zocht af
-te houden. Hoe langer hij haar bleef aanstaren, hoe rooder zij werd,
-en hoe minder zij zich op haar gemak begon te gevoelen.
-
-"Je mag mijne nieuwe c-c-catapult hebben!" fluisterde hij met een
-droevigen, teederen blik, dien zij als eene bede om veilig thuis te
-blijven uitlegde.
-
-Eindelijk stonden de wijzers op acht uur, en op een oogenblik dat de
-kinderen een hevigen woordenstrijd voerden over het bezit van een hond,
-die in den middag Misrule was binnengeloopen, sloop zij onbemerkt de
-kamer uit. Er was niemand in de vestibule, en zij nam het luchtige,
-flatteerende doekje, dat zij daar verborgen had, sloeg het om het
-hoofd, en liep de zijdeur uit en het pad op.
-
-In den tuin was de grond wit van de afgevallen rozenbladeren, en de
-lucht vervuld met hunne laatste geuren; lang, slank pampasgras teekende
-zich met sierlijke lijnen tegen de lucht af; eenige inlandsche boomen,
-die tusschen de gekweekte heesters waren blijven staan, strekten
-zilverwitte armen omhoog naar de maan, en maakten een spookachtigen
-indruk op het voortsnellende meisje. Zij vloog het hek uit en naar
-het eerste grasveld, waarheen de rozengeur niet meer kwam, en waar
-alleen eene scherpe hooilucht in de stille atmosfeer zweefde. Zij zag
-meer gomboomen, en meer witte spookachtige armen; opeens bewoog zich
-iets bij het hek, eenige zacht gefluisterde woorden werden geuit,
-en Meg stootte vol schrik een kreet uit.
-
-"Hier is de c-c-c-catapult, Meg! neem haar maar!" zeide Bunby, met
-een bleek en treurig gezicht.
-
-"Akelige jongen! wat kom je hier doen?" zeide Meg boos, zoodra zij
-van haar schrik bekomen was.
-
-"Ik wilde je alleen maar een genoegen doen, M-M-Meggie!" zeide de
-kleine jongen droevig snikkend.
-
-Hij had zijne beide armen om haar middel geslagen, en begroef zijn
-neus in hare wit mousselinen japon. Zij schudde hem haastig van zich.
-
-"Goed, goed; dank je!" zeide zij. "Ga nu naar huis, Bunby! Ik wilde
-in den maneschijn alleen eene wandeling maken."
-
-Hij stopte zijne vingers zoo diep in zijne oogen als maar eenigszins
-mogelijk was, opende zijn mond, en zijne onderlip trok hij al lager
-en lager naar beneden.
-
-"Ik--ik heb je iets verteld, wat--wat niet waar is!" zeide hij
-schreiend, en heen en weer wiegelend waar hij stond.
-
-"Zoo? Nu, het is goed! Ga nu maar naar huis!" zeide zij ongeduldig. "Je
-vertelt altijd onwaarheden, Bunby, dus ben ik volstrekt niet
-verwonderd. Kom, ga nu!"
-
-"M-maar ik moet je er a-alles van zeggen!" zeide hij, nog altijd
-bezig zijne oogen in zijn hoofd te drukken.
-
-"Het is niet noodig! Voor dezen keer zal ik je vergeven!" zeide zij
-grootmoedig, "maar je moogt het niet meer doen. Ga nu maar gauw naar
-huis, of anders kom je niet klaar met je werk, en dan straft miss
-Marsh je."
-
-Zijne oogen kwamen weer op hun gewone plaats terug, en zoo ook zijne
-handen. Met een volkomen verlicht hart ging hij naar huis. Toen hij
-een paar stappen geloopen had, kwam hij terug.
-
-"Ben je erg gesteld op de catapult, Meg?" zeide hij vleiend. "Je bent
-maar een meisje, en dus denk ik, dat je er niet veel aan zult hebben!"
-
-"Neen, ik heb er niets aan. Hier, daar heb je haar, en denk aan je
-werk!" antwoordde Meg, ongeduldig nu hij zoo treuzelde.
-
-En Bunby, buitengewoon gelukkig, wendde zich voor de tweede maal van
-haar af en liep vroolijk heen.
-
-In wilde haast, bevende, snelde Meg door de twee nog overige
-grasvelden.
-
-In het struikgewas aan het einde was alles stil; er was geen geritsel,
-geen geluid van eene stem, en ook weerklonk niet het geaffecteerde
-lachje, dat gewoonlijk Aldith's aanwezigheid aankondigde.
-
-Meg bleef ademloos staan en gluurde door de takken; eene lange gestalte
-leunde tegen het hek.
-
-"Andrew!" riep zij met gedempte stem, en vergat in haar angst, dat
-zij hem nooit bij den naam noemde. "Waar zijn de anderen? Is Aldith
-niet gekomen?"
-
-Zij rook een sigaar, en dichterbij komende, zag zij tot haar
-doodelijken schrik dat het Alan was.
-
-"O!" riep zij op onbeschrijfelijken toon.
-
-Haar hart bonsde van schrik en schaamte, en scheen toen stil te staan.
-
-Zij zag hem aan alsof zij hem smeekte niet al te slechte gedachten
-van haar te koesteren, maar zijn gelaat vertoonde de uitdrukking
-van minachting, die zij begonnen was zoo te vreezen, en zijne lippen
-krulden zich tot een fijnen glimlach.
-
-"Ik--ik wilde alleen maar even eene wandeling maken; het is zulk een
-mooien avond!" zeide zij, met een akelig gevoel van machteloosheid,
-en toen als om zich te rechtvaardigen, voegde zij er bij: "en dan,
-het zijn de weiden van mijn vader!"
-
-Hij bleef tegen het hek leunen, en keek op haar neer.
-
-"Flossie gaf mij uw briefje, en omdat het voor mij bestemd scheen, en
-zij mij buitendien zeide, dat het voor mij was, maakte ik het open,"
-sprak hij.
-
-"U wist, dat het voor Andrew was!" zeide zij, maar zij keek hem
-niet aan.
-
-"Dat vermoedde ik, toen ik het gelezen had," antwoordde hij langzaam;
-"maar Andrew is van avond nog niet thuis geweest, en dus kwam ik in
-zijne plaats, het is hetzelfde, als het maar een jongen is, nietwaar?"
-
-Het meisje gaf niets ten antwoord, maar hief hare hand op, en trok
-het doekje dichter om haar hoofd.
-
-Zijne lippen krulden zich iets meer.
-
-"En hoe men kust weet ik ook, dat verzeker ik u ... Waarschijnlijk had
-u dat van mij niet verwacht! O ja, ik weet wel, dat u gezegd heeft,
-dat u niet gekust wilde worden, maar dat zeggen de meisjes altijd,
-nietwaar?--zelfs wanneer zij het anders meenen."
-
-Altijd sprak Meg nog niet, en de kalme, onbarmhartige stem vervolgde:
-
-"Ik vrees, dat het nog wel niet donker genoeg voor u is. De maan is
-al heel vervelend, vindt u ook niet? Maar, we kunnen misschien een
-eindje verder nog wel eene donkerder plek vinden, en dan kan ik u
-zonder gevaar zoenen. Nu? is u altijd zoo stil met Andrew?"
-
-"O, spreek niet zoo!" zeide Meg met smeekende stem.
-
-Dadelijk liet hij den spottenden toon varen.
-
-"Miss Meg, u leek vroeger zulk een flink, aardig meisje," zeide hij
-bedaard, "waarom laat u zich bederven door die afschuwelijke Aldith
-MacCarthy, want zij is afschuwelijk, hoewel u er misschien niet zoo
-over denkt."
-
-Meg sprak niet, en bewoog zich niet, en hij vervolgde met een
-vriendelijken ernst, waartoe zij hem niet in staat had geacht.
-
-"Ik heb haar op de boot gade geslagen, en gezien hoe zij u systematisch
-bedierf, en ik kon niet nalaten te denken, hoe jammer dat is. Ik heb
-mij voorgesteld wat ik zou voelen, wanneer mijn klein zusje Flossie
-ooit in de handen van zulk een meisje viel, en begon te coquetteeren
-en zich dwaas aan te stellen, en ik dacht er toen ook aan, of u het
-mij zou kwalijk nemen, als ik er met u over sprak. Is u zeer boos op
-mij, Miss Meg?"
-
-Maar Meg leunde het hoofd tegen het ruwe hek, en begon te
-snikken--kleine, droge, innig droevige snikken, die tot het gevoelige
-hart van den jongeling spraken.
-
-"Ik had niet zoo moeten spreken, als ik in het begin deed--ik ben een
-lomperd geweest," zeide hij vol berouw, "vergeef het mij, wil u? och,
-doe het, Miss Meg, ik zou liever mijne hand afhouwen, dan u werkelijk
-pijn doen!"
-
-Dit laatste was ten minste een kleine troost, en Meg hief eene halve
-seconde lang het hoofd op; wit en ernstig was haar gelaat in het
-maanlicht, en nat van tranen.
-
-"Ik--ik--o! ik ben heusch niet zoo slecht als u denkt," zeide
-zij deemoedig; "ik wilde in het geheel niet gaarne deze wandeling
-maken, en o! heusch, heusch, heusch, ik zou niemand toestaan mij te
-zoenen. Geloof het toch!"
-
-"Ik geloof u, ik geloof u werkelijk," zeide hij met overtuiging;
-"ik heb het alleen gezegd, omdat--wel, omdat ik een groote, ruwe
-lomperd ben, en niet weet hoe ik met een teer, zacht meisje moet
-spreken. Lieve Miss Meg, geef mij uwe hand en zeg mij, dat u mijne
-onbesuistheid vergeeft."
-
-Meg strekte eene kleine, witte hand uit, en hij drukte deze met
-warmte. Toen liepen zij samen door de grasvelden, en scheidden bij
-een gebroken hek, dat toegang gaf tot den tuin.
-
-"Ik zal nooit meer coquetteeren zoolang als ik leef!" zeide zij met
-grooten ernst, toen hij afscheid van haar nam; en hij antwoordde
-bemoedigend:
-
-"Ik ben er van overtuigd, dat u het niet zal doen--dat is iets voor
-meisjes als Aldith! U moest alleen maar daarop gewezen worden. Vaarwel,
-Miss Meg!"
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IX.
-
-GEVOLGEN.
-
-
- "Hoe kwam het toch, dat gij dit deedt?
- Berouw komt spoedig, zoo ge weet!"
-
-
-Maar Megs moeielijkheden waren nog niet ten einde. Toen zij het
-huis binnentrad, kwam Nell in de vestibule op haar toe geloopen,
-en staarde haar aan.
-
-"Waar ben je toch geweest?" zeide zij, en hare ronde oogen waren een
-en al verbazing. "Ik heb je overal gezocht."
-
-"Waarom?" vraagde Meg kort.
-
-"Dokter Gormeston en Mevrouw Gormeston en twee dames Gormeston zijn
-in het salon, en ik geloof, dat ze heelemaal niet meer weg gaan."
-
-"Nu?" zeide Meg.
-
-"En de Generaal is weer ziek, en Esther zegt, dat zij hem voor niets
-en voor niemand eene seconde alleen wil laten."
-
-"Nu?" zeide Meg nog eens.
-
-"En vader is zoo kwaad als hij maar zijn kan, en hij moet ze allen
-bezig houden. Hij heeft: "Mijn eerste liefde" en "Mona" gezongen,
-en hij heeft hun alles van zijne paarden verteld, en nu denk ik,
-dat hij niet weet, wat met hen te beginnen!"
-
-"Nu, daar kan ik niets aan doen," zeide Meg met moede stem, en alsof
-wat Nellie zeide, haar in het geheel niet aanging.
-
-"Dat zal dan toch wel dienen!" riep Nell scherp. "Ik heb gedaan wat
-ik kon, hij heeft om de meisjes gezonden, en omdat jij er immers niet
-was, waren er alleen Baby en ik."
-
-"En wat hebben jelui gedaan?" vraagde Meg, nieuwsgierig tegen wil
-en dank.
-
-"O, Baby heeft met de eene juffrouw Gormeston zitten praten, en zij
-vraagden mij, iets op de piano te spelen," sprak zij, "en dus heb
-ik mijn nieuwe stukje gespeeld. Toen ik er mede klaar was, merkte
-ik eerst dat er twee kruisen aan den sleutel staan," voegde zij er
-treurig bij. "En toen heeft Baby aan mevrouw Gormeston verteld hoe
-Judy den Generaal in de kazerne heeft gelaten, en hoe zij daarom naar
-de kostschool gezonden is, en van den groenen kikvorsch, dien Bunby
-haar gegeven heeft, en toen zeide vader, dat wij maar liever naar
-bed moesten gaan, en vraagde, wanneer jij nu toch eindelijk kwaamt."
-
-"Ik ga, ik ga!" zeide Meg haastig, "hij zal er morgen vreeselijk
-woedend om zijn. En, Nell, ga Martha zeggen, dat zij over een half
-uurtje wijn en koekjes binnen brengt."
-
-Zij wierp haar shawltje af, bracht vlug het haar in orde, en keek
-in den spiegel der vestibule of de nachtwind de sporen harer tranen
-had weggevaagd.
-
-Toen ging zij het salon binnen, waar haar vader stond, met een hoogrood
-en ongelukkig gezicht zijn best doende om vier gasten te amuseeren,
-die tot het soort, gewoonlijk bekend als "zwaar op de hand," behoorden.
-
-"Speel eens iets, Meg!" zeide hij, toen de begroeting was afgeloopen,
-en allen in een diep zwijgen dreigden te vervallen; "of zing eens,
-dat is nog beter,--heb je niet iets om te zingen?"
-
-Nu had Meg eigenlijk eene aangename, frissche, niet zeer sterke stem,
-naar welke men wel met genoegen kon luisteren, maar dien avond was
-zij vermoeid en opgewonden en treurig. Zij koos een eenvoudig lied
-en zong dikwijls valsch en zonder de minste uitdrukking.
-
-Zij wist, dat haar vader, zoolang haar gezang duurde, op heete kolen
-stond, en dat hare fouten hem doodelijk ergerden, en toen het lied
-geëindigd was, begon zij, liever dan zich om te keeren, en allen aan
-te moeten zien, Kowalski's Marche Hongroise te spelen. Maar de toetsen
-schenen naar haar toe te komen en hare handen te willen grijpen, en de
-piano scheen te wankelen en verontrustend heen en weer te schuiven;
-zij liet een afschuwelijken dissonant hooren, toen zij, om zich vast
-te houden, naar den muzieklessenaar greep, en gleed een oogenblik
-later van den stoel en viel flauw, juist in Dr. Gormeston's armen,
-die gelukkig bij tijds uitgestrekt werden.
-
-Opgewonden, overprikkeld als zij was, had de drukkende warmte van
-het salon haar bevangen.
-
-Kapitein Woolcot was buitengewoon geschokt door dit voorval; met geen
-enkele van zijne kinderen was ooit te voren zoo iets gebeurd, en toen
-Meg op de sofa lag, en haar blond hoofdje tegen de roode kussens
-steunde, terwijl haar gelaat zoo bleek en zielloos was, geleek zij
-wonderlijk veel op hare moeder, die hij nu vier jaren geleden naar
-het kerkhof gebracht had. Hij ging naar den filter om een glas water
-te halen, en, terwijl het vocht uit de kraan liep, dacht hij er dof
-en werktuigelijk over na, of zijne kleine gestorven vrouw misschien
-ook dacht, dat hij te snel had gehandeld, toen hij Esther tot hare
-opvolgster koos. En daarop, terwijl hij naast de sofa stond, en naar
-dat gelaat keek, dat zooveel had van dat eener doode, dacht hij met
-eene koude huivering, of Meg ook zou sterven, en wanneer dit gebeurde,
-of zij dan die zelfde kleine vrouw zou kunnen zeggen, dat Esther aan
-zijne zijde meer liefde ondervond dan haar deel was geweest.
-
-Zijn gepeins werd afgebroken door de scherpe, verbaasde stem van den
-dokter. Hij sprak met Esther, die haastig was geroepen, en die Megs
-taille had helpen openhaken.
-
-"Het meisje heeft zich veel te veel geregen!" zeide hij. "Dat moet u
-toch ook opgemerkt hebben, mevrouw! Wanneer die drukking altijd even
-sterk is geweest, dan was die alleen al genoeg, om haar half dood te
-maken. Eene flauwte!--het verbaast mij, dat haar zoo iets niet eerder
-overkomen is!"
-
-Eene wolk trok over Esther's liefelijk, nu zoo bezorgd gelaat--nog
-eens was zij in het uitoefenen harer taak te kort geschoten. Haar
-echtgenoot keek haar met een duisteren blik aan, terwijl hij bij de
-sofa stond, waarop de jonge gestalte in hare verkreukte mousselinen
-japon lag, en haar hart zeide haar, dat zij niet als eene moeder voor
-deze kinderen zorgde.
-
-Later, toen Meg te bed lag en alles meer tot kalmte was gekomen,
-zocht zij bijna schuchter haar echtgenoot op.
-
-"Ik ben eerst twintig, Jack! Wees niet hard!" zeide zij met een
-snik. "Ik kan niet geheel voor hen zijn, wat zij voor hen was, is
-het wel zoo?"
-
-Hij kust het jonge, schoone hoofd dat tegen zijn schouder lag, en
-sprak een paar teedere woorden tot haar. Maar telkens en telkens weer
-stond hem dien nacht Megs wit, onbeweeglijk gelaat voor den geest,
-zooals het op de roode kussens gelegen had, en hij wist, dat de wind,
-die de gordijnen voor het venster bewoog, enkele minuten geleden met
-het lange gras op het kerkhof gespeeld had.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK X.
-
-BUNBY ALS HELD.
-
-
-Het was weer eens uitgekomen, dat Bunby een geheel weefsel van
-onwaarheden had verteld. Het was ditmaal een ernstig geval, en hij
-gevoelde zich naar verhouding ongelukkig. Iedereen was uit behalve Meg,
-die nog te bed lag na haar aanval van bewusteloosheid, en hij was op
-een der grasvelden eenzaam een spelletje cricket gaan spelen. Maar
-zelfs niettegenstaande een spiksplinternieuwen cricketbal kan dit
-spel na een poosje alle bekoorlijkheid verliezen, wanneer men geheel
-alleen voor alles staat. Dus bracht hij weldra zijn bal naar den tuin,
-en begon op goed geluk met den bal te gooien, terwijl hij er over
-mijmerde, wat hij zou beginnen. Het paard van zijn vader stond aan
-het andere einde van het grasveld, en loom en zonder na te denken
-ging Bunby naar dien kant en wierp toen zijn bal rakelings over den
-grond naar het dier toe om het "eens op te laten springen." Niets
-lag verder van hem af dan de gedachte, het dier te willen kwetsen,
-en toen de bal tegen den poot van het paard sloeg, en het hinkend
-weg liep, vloog hij naar hem toe, bleek en vol angst. Aan de manier,
-waarop het arme dier den poot hield opgetrokken, en trilde, wanneer hij
-het aanraakte, kon hij merken, dat hij het ernstig bezeerd had. Een
-doodelijke schrik greep hem aan, en hij liep haastig weg, vervuld
-met zijne gewone gedachte, van zich ergens te willen verbergen. Maar
-tot zijne hevige ontsteltenis zag hij, toen hij het grasveld reeds
-half achter zich had, zijn vader met een kameraad door de poort van
-het tuinhek komen en langzaam in de richting van het paard, dat zeer
-kostbaar en fraai was, voortloopen.
-
-Vol berouw over wat hij gedaan had, verborg hij den cricketbal voor in
-zijn matrozenbuisje, en nadat hij zich plotseling op zijne knieën had
-laten vallen, begon hij met grooten ijver te knikkeren. Zijn bevende
-duim had ongeveer een dozijn knikkers her- en derwaarts gestuurd,
-toen hij luide zijn naam hoorde roepen.
-
-Hij stond op, klopte het stof van zijne trillende beenen, en ging
-langzaam naar zijn vader.
-
-"Ga Pat zeggen, dat hij dadelijk hier moet komen!" zeide
-de kapitein. Hij hield den poot van het paard in zijne hand en
-onderzocht dezen vol angst. "Als hij er niet is, zend Pip dan. Ik
-kan niet begrijpen, hoe het gekomen is--weet jij er iets van, Bunby?"
-
-"Wel neen, natuurlijk niet! Ik heb--niets gedaan!" antwoordde Bunby
-klappertandend, maar zijn vader was te afgetrokken om de duidelijke
-kenteekenen van zijne schuld op te merken, en zeide hem dadelijk heen
-te gaan.
-
-Dus ging hij naar den stal, en zond Pat naar zijn vader.
-
-En toen sloop hij het huis binnen, kaapte twee appels en een cake
-uit de eetkamer, en ging weer heen om diep wanhopig te zijn tot het
-oogenblik, waarop hij zou biechten.
-
-Hij kroop naar een leeg staand gebouwtje niet ver van het woonhuis
-gelegen; in vroegeren tijd was dit een stal geweest, en het had twee
-verdiepingen, waarvan de bovenste alleen bereikt kon worden door middel
-van een ladder, die zich in een toestand van groot verval bevond. Bunby
-klauterde naar boven, zette zich innig bedroefd op een bos stroo neer,
-en begon peinzend op een der appels te bijten.
-
-Wanneer er ooit een kleine jongen eene verstandige, liefhebbende moeder
-noodig had, dan was het wel dit ventje met zijn bemorst gezicht en
-zijn bezwaard hart, dat met zijn hoofd tegen een balk vol spinrag zat
-en neerslachtig mompelde: "Ik kan het niet helpen! Het was de schuld
-van het paard!"
-
-Hij meende iets te hooren bewegen op den tweeden zolder, welke
-door een laag beschot van dien, waarop hij zat, gescheiden
-was. "Kischt--kischt, maakt dat je wegkomt!" riep hij, denkende,
-dat er ratten waren. Verscheiden malen stampte hij met zijne zware
-laarzen op den vloer.
-
-"Kischt!" riep hij nog eens.
-
-"Bunby!"
-
-Het kind werd tot in de lippen bleek. Zijn naam, die daar zoo
-vreemd en zacht gefluisterd werd, dat geritsel zoo dicht in zijne
-nabijheid--o! wat zou dat beduiden!
-
-"Bunby!"
-
-Nog eens weerklonk zijn naam. Ditmaal luider, maar de stem, die
-hem uitsprak, was vermoeid, en de klank er van deed hem zonderling
-aan. Het geritsel werd hoorbaarder, er gleed iets over het beschot,
-liep over den vloer, en kwam naar hem toe. Hij snikte van angst en
-wierp zich plat op den grond, en verborg zijn gezicht, waaruit alle
-kleur geweken was, in het stroo.
-
-"Bunby!" zeide de stem nog eens, en eene hand raakte even zijn arm aan.
-
-"Help me--help me!" gilde hij. "Meg--vader--Esther!"
-
-Maar op zijn mond werd haastig eene hand gelegd, en eene andere trok
-hem omhoog.
-
-Hij had zijne oogen zeer vast gesloten, om den geest niet te zien, die,
-zooals hij wist, gekomen was om hem voor zijne zonden te straffen. Maar
-iets dwong hem, ze te openen, en toen--kon hij ze van verbazing niet
-weer sluiten.
-
-Want het was Judy, die hare hand op zijn mond had gelegd, en Judy,
-die naast hem stond.
-
-"Groote hemel!" zeide hij, vol innige verwondering. Hij staarde haar
-aan om zich te overtuigen, dat zij werkelijk van vleesch en bloed
-was. "Hoe kom jij hier?"
-
-Maar Judy gaf geen antwoord. Zij nam eenvoudig den appel, die nog
-over was, en den cake uit zijne hand en, nadat zij was gaan zitten,
-at zij deze zwijgend op.
-
-"Heb je niets anders?" vraagde zij angstig.
-
-Toen merkte hij eerst op hoe mager zij was, en hoe slecht zij er
-uit zag. Hare kleederen hingen bijna in flarden om haar lichaam,
-hare laarzen waren gescheurd en wit van het stof, haar bruin gezicht
-was ingevallen en toonde scherpe lijnen, en haar haar was dof en hing
-woest in vlokken om haar hoofd.
-
-"Groote hemel!" zeide Bunby nog eens, en zijne oogen schenen uit zijn
-hoofd te zullen rollen--"groote hemel, Judy, wat heb je uitgevoerd?"
-
-"Ik--ik ben weggeloopen, Bunby!" zeide Judy met trillende stem. "Ik
-heb den geheelen weg, van de school tot hier, te voet afgelegd. Ik
-had zulk een verlangen naar jelui allen!"
-
-"Wel heb ik van mijn leven!" zeide Bunby.
-
-"Ik heb eerst alles goed overlegd," vervolgde Judy, terwijl zij met
-eene loome beweging, het haar naar achteren streek. "Ik kan mij nu
-niet alles herinneren, ik ben zoo moede, maar alles zal in orde komen."
-
-"Maar wat zal hij zeggen?" riep Bunby met verschrikte oogen, want
-hij had aan zijn vader gedacht.
-
-"Hij zal er natuurlijk niets van te weten komen," antwoordde Judy op
-een toon, alsof zij vond, dat dit van zelf sprak. "Ik zal hier op dezen
-zolder een tijdje wonen, en jelui kunt mij hier allen komen bezoeken
-en mij eten en allerlei brengen, en dan zal ik weer terug gaan naar
-school." Zij zonk achterover in het stroo en sloot gedurende een paar
-minuten uitgeput hare oogen; Bunby kon de oogen niet van haar afwenden.
-
-"Hoe ver is het van je school tot hier?" zeide hij eindelijk.
-
-"Zeven en zeventig mijlen." Judy trilde terwijl zij sprak. "Van Lawson
-tot Springwood heb ik in een goederentrein gezeten, en een klein
-eind heb ik ook nog in een kar afgelegd, maar overigens heb ik alles
-geloopen. Ik ben bijna eene week onderweg geweest," voegde zij er na
-een oogenblik zwijgens bij, en sloot toen weer voor geruimen tijd de
-oogen. Een paar tranen, die zij uit zwakte en uit medelijden met zich
-zelve schreide, drongen tusschen hare zwarte wimpers door en lieten
-een smal, helder spoor op hare wangen na. Bunby voelde, hoe zijn keel
-dichtgenepen werd bij dit gezicht, zoo lang hij zich kon herinneren,
-had hij Judy nooit zien schreien. Hij liefkoosde hare magere hand,
-hij wreef zijn hoofd tegen haar schouder en zeide: "Houd je goed,
-houd je goed!" met min of meer onvaste stem.
-
-Maar dit maakte, dat een half dozijn groote, zware druppels tusschen
-de gesloten oogleden doorstroomden, en Judy draaide zich om, en legde
-zich voorover om hare tranen te verbergen. Toen richtte zij zich in
-eene zittende houding op, en begon werkelijk te lachen.
-
-"Als nu de dames Burton mij eens konden zien!" zeide zij. "O, ik
-heb alles zoo slim bedisseld; zij denken, dat ik veertien dagen te
-logeeren ben in Katoomba--o Bunby, je moest de krullen eens kunnen
-zien, die Miss Marian tegen haar wangen geplakt draagt!" Zij zweeg,
-lachte zenuwachtig opgewonden, en begon toen te hoesten, tot de tranen
-weer in hare oogen kwamen.
-
-"Ga gauw iets voor mij halen om te eten," zeide zij wrevelig, toen
-zij weer op adem kwam, "je kondt ook wel eens bedenken, dat ik sedert
-gisteren morgen niet gegeten heb; maar, je hebt altijd alleen aan je
-zelven gedacht, Bunby!"
-
-Hij stond op en maakte zich gereed heen te gaan, alles in de grootste
-haast. "Wat wil je hebben? Wat zal ik halen?" zeide hij, en een been
-stond reeds op de bovenste trede.
-
-"Alles is goed, als het maar veel is," zeide zij,--"het komt er niet
-op aan, wat het is! Ik geloof, dat ik dit stroo zou kunnen eten,
-en de balken zou kunnen stukbijten alsof ze van beschuit waren. Het
-heeft mij werkelijk moeite gekost, niet met jou te beginnen, Bunby! Je
-bent zoo dik, dat er aan jou menig goed kluifje moet zijn!"
-
-In hare oogen tintelde de oude levenslust, maar zij begon opnieuw te
-hoesten, en toen de hoestbui bedaard was, lag zij uitgeput neer.
-
-"Roep een van de anderen!" riep zij met zwakke stem, toen zijn hoofd
-verdween. "Jij alleen bent niet van groot nut!"
-
-Zijn hoofd dook weer een oogenblik op, en hij beproefde met een
-glimlach het leed, dat hare woorden hem veroorzaakten, te verzetten,
-want juist op dat oogenblik zou hij zonder een zucht te slaken voor
-haar gestorven zijn.
-
-"Het spijt mij erg voor je, Judy!" zeide hij vriendelijk, "maar alle
-anderen zijn uit. Kan ik je niet helpen? Ik zal alles graag voor je
-doen, Judy!"
-
-Judy lette niet op het zachte gesnuif, dat de laatste woorden
-vergezelden, en keerde haar gelaat naar den muur.
-
-Weer rolden twee groote tranen langs hare wangen.
-
-"Hadden zij nu niet thuis kunnen blijven?" zeide zij met een
-snik. "Konden zij nu niet begrijpen dat ik mijn best zou doen, om
-terug te komen. Waar zijn zij?"
-
-"Pip is gaan visschen," antwoordde hij, "en Nell draagt de mand voor
-hem. En Baby is bij de Courtney's, en Esther is met den Generaal naar
-de stad gegaan. En Meg ligt ziek te bed, omdat zij gisterenavond te
-stijf geregen was en flauw gevallen is."
-
-"Zij zullen mij wel geen oogenblik gemist hebben!" was hare bittere
-gedachte, toen zij hoorde, hoe alles zijn gewonen gang ging, terwijl
-zij zooveel doorgemaakt had, alleen om hen allen te zien.
-
-Toen kwam weer dat gevoel van zwakte terug, en zij sloot hare oogen
-en lag volkomen stil, tijd, plaats en honger vergetende.
-
-Bunby spoedde zich met gevleugelden tred over het grasveld; het
-gezicht van zijn vader, die bij den stal stond, veroorzaakte hem een
-plotselingen schrik, en deed hem aan zijne eigen zorgen denken, maar
-deze gedachten zette hij van zich af, en vloog verder. De deur van de
-provisiekamer was gesloten. Martha, de keukenmeid, zorgde er wel voor,
-dat dit meestal het geval was, wegens zijne eigen zondige voorliefde
-voor hare taarten en gebakken; alleen door middel eener krijgslist
-zou hij er in kunnen komen, dit moest hij, tot zijn spijt, zelf inzien.
-
-Maar Judy's honger! Geen eten gehad te hebben sedert gisteren morgen!
-
-Hij herinnerde zich, zelfs nu nog met eene aandoening van pijn, het
-afschuwelijke gevoel dat hij de vorige week gehad had, toen hij voor
-straf zonder thee naar bed was gestuurd. Hij sloot de lippen vast
-op elkander en zijne oogen straalden van de geestdrift, waarmede een
-heldhaftig besluit hem bezielde.
-
-In den zijmuur van het huis was het venster der provisiekamer;
-dikwijls had hij er verlangend naar opgezien, maar hij had nooit
-gewaagd er in te klimmen, want een vreeselijke, kruipende cactus wond
-zich tegen den muur.
-
-Maar nu, voor Judy, zou hij het doen of sterven. Hij liep om het huis
-en naar het zijvenster; er was niemand te bespeuren, overal scheen het
-even rustig. Martha, dit had hij gezien, was in de keuken bezig met
-kooken, en het andere dienstmeisje witte de veranda aan de voorzijde
-van het huis. Hij wierp een vastberaden blik op de groote, puntige
-dorens, en klom in het volgende oogenblik tusschen hen door omhoog.
-
-O, wat prikten en schramden zij hem! Zijn eene arm gaapte met eene
-groote wond, zijn linkerkous werd weggescheurd en een diepe roode
-schram werd op zijn been zichtbaar, zijne handen bloedden en trilden
-van pijn.
-
-Maar hij had de vensterbank bereikt, en dat was zijn doel.
-
-Hij schoof het kleine raam omhoog, en wrong met veel moeite zijn
-dik lichaampje er doorheen. Toen kwam hij op eene plank terecht, en
-liet zich van daar op den grond glijden. Hij had geen tijd om naar
-zijne kwetsuren te kijken, slechts een weemoedige blik sloeg hij op de
-breedste schram en begon toen naar proviand te zoeken. De provisiekamer
-was merkwaardig leeg--geen bewijsje van cakes, geen hapje gelei, geen
-gevogelte waar ook. Hij brak een groot stuk van een brood, en pakte
-zorgvuldig wat boter in een courant. Er stond nog koud vleesch op een
-schotel, hij sneed er een stevige homp van af, en vereenigde dit met
-een stuk van een zandtaart tot een pakket. Hij borg dit alles in zijn
-matrozenbuisje, en vulde zijne zakken met sinaasappels, geconfijte
-citroenschillen, krenten en andere lekkernijen, die hij alle in
-de stopflesschen vond. En toen maakte hij zich tot den moeielijken
-terugtocht gereed.
-
-Hij klom op de plank, stak zijn hoofd buiten het venster, en wierp
-een wanhopigen blik op den cactus. En in het oogenblik, dat hij
-nederknielde, weerklonk achter hem het geluid, dat een sleutel maakt,
-als hij in een slot wordt omgedraaid.
-
-Radeloos keek hij om zich heen,--daar stond Martha in de deur, en
-tot zijn doodelijken schrik sprak zij met zijn vader, die zich in de
-gang bevond.
-
-"Ik zoek de arnica!" zeide de kapitein. "Naar alle waarschijnlijkheid
-is zij in de provisiekamer, omdat ze daar niet hoort te zijn. Ik heb
-haar in mijne slaapkamer op den schoorsteenmantel laten staan, maar de
-een of ander schijnt noodig gevonden te hebben, er aan te komen. Waarom
-kunnen jelui toch niet met je handen van mijne zaken afblijven?"
-
-"En waarom zou ik haar ergens anders gezet hebben?" antwoordde
-Martha. "Ik maak er mijn beslag niet mede aan, om het gebak luchtig
-te doen zijn, ten minste in den regel niet."
-
-Zij schudde het hoofd, en door deze beweging werd zij de kleine,
-knielende, bevende gestalte bij het venster gewaar.
-
-Nu was de deur maar half open, en haar meester stond juist op den
-drempel, dus kon zij alleen van het schouwspel genieten.
-
-Tweemaal opende zij den mond om te spreken, maar Bunby keek haar
-zoo innig smeekend aan, dat zij hem weer sloot en zelfs de flesschen
-op de plank naast de deur begon na te zien, om hem gelegenheid tot
-ontsnappen te geven.
-
-Nog ééne minuut en hij zou gered zijn geweest--nog ééne minuut en
-hij zou midden tusschen de doornen van den cactus hebben gehangen,
-die nu evenwel al het afschrikwekkende verloren hadden.
-
-Maar het lot was hem niet gunstig. En dit kwam alleen, omdat Martha
-Tomlinson's schoen een afgeloopen hak had. Toen zij zich omdraaide
-glipte haar voet uit haar schoen, en om haar evenwicht te bewaren,
-strekte zij eene hand uit. En toen zij de hand uitstrekte stootte
-zij tegen eene kruik. En de kruik deelde den schok mede aan een
-schotel. Deze sloeg om, en schoof de groote melkkan van de plank,
-zoodat zij op den grond sloeg. Ik weet niet, of ge ooit beproefd hebt,
-een planken vloer schoon te maken, nadat er melk op gevallen was, maar
-in ieder geval ben ik er van overtuigd, dat ge u wel kunt voorstellen,
-dat het een onaangenaam werk is, vooral als ge hem denzelfden morgen
-pas duchtig geschrobd had. Men kan er zich dus eigenlijk niet over
-verbazen, dat Martha, in hare groote woede over het ongeluk, zich
-boos omwendde, en naar het kind wijzende, dat als versteend in het
-venster zat, op wanhopigen toon vraagde, hoe de goede heiligen het met
-dien akeligen jongen konden uithouden, haar geduld, in ieder geval,
-was ten einde.
-
-De kapitein kwam met een woedenden stap de provisiekamer binnen,
-en commandeerde Bunby met luide stem, naar beneden te komen.
-
-Het jongentje liet zich in hevigen angst op den grond glijden.
-
-"Hij steelt en pakt overal wat weg, en hij liegt dat hij zwart
-ziet!" zeide Martha Tomlinson, terwijl zij met een onvriendelijken
-blik naar het ongelukkige kind keek.
-
-Twee, drie, vier, vijf woedende tikken met de rijzweep, die de kapitein
-in de hand had, en Bunby dook onder zijn arm weg en vluchtte huilende
-de gang door en de achterdeur uit.
-
-Hij liep over de grasvelden, en snikte bij iederen voetstap, maar
-voelde zich tegelijkertijd door het verheffende gevoel bezield,
-dat hij dit alles droeg terwille van een ander.
-
-Had iemand hem dit vroeger voorspeld, dan zou hij het nauwelijks hebben
-kunnen gelooven, dat hij ooit zoo iets edels volbrengen zou, en de
-gedachte daaraan verzachtte de pijn, die de klappen en de schrammen
-hem veroorzaakten. Hij beproefde zijn gesnik te onderdrukken, toen
-hij het gebouwtje bereikte, en stopte zelfs voor dat doel eene handvol
-krenten in zijn mond, voor hij er was aangekomen.
-
-Maar het gezicht, dat weer te voorschijn kwam door het luik naast Judy,
-was hoogst treurig, en droeg de sporen van tranen en van krabben.
-
-Zij bewoog zich niet, hoewel hare oogen half geopend waren, en hij
-knielde neer en raakte haar schouder aan.
-
-"Hier breng ik je wat, Judy! Wil je nu niet iets eten?"
-
-Zij schudde langzaam het hoofd.
-
-"Neem wat koud vleesch, of wat rozijnen; ik heb ook geconfijte
-citroenschil, als je daar soms meer zin in hebt!"
-
-Zij schudde nogmaals het hoofd. "Neem alles maar weer mede weg!" zeide
-zij zacht kermend.
-
-Diepe teleurstelling was op zijn klein, verhit gelaat te lezen.
-
-"En ik heb doodsangsten uitgestaan om het te krijgen! He, wat ben je
-een akelig spook!" riep hij.
-
-"Ach, ga heen!" kermde Judy, terwijl zij haar hoofd onrustig dan
-naar deze, dan naar gene zijde bewoog. "O, wat doen mijne voeten mij
-pijn! neen--mijn hoofd, en mijne zijde--o, ik weet niet wat ik heb!"
-
-"Hier en hier heb ik slaag gehad," zeide Bunby, de plaatsen
-aanwijzende, en met zijne mouw veegde hij de dikke tranen weg, die
-hij om zijn eigen ongeluk geschreid had. "Die ellendige oude cactus
-heeft me overal gekrabd!"
-
-"Denk je, dat ik nog veel mijlen zal moeten afleggen?" zeide Judy,
-en zoo vlug, dat de woorden in elkaar schenen te vloeien. "Ik heb
-honderden geloopen, en ben nog niet thuis. Ik denk, dat het komt,
-omdat de aarde rond is, en ik zal zeker spoedig het schoolhek weer
-binnen komen!"
-
-"Wees niet zoo idioot!" zeide Bunby knorrig.
-
-"Ik kan er zeker en stellig op rekenen, nietwaar Marian, dat je er
-nooit een woord van zult zeggen, ik vertrouw op je, en als je doet wat
-je beloofd hebt, kan ik naar huis gaan en weer terug komen, en niemand
-zal er ooit iets van weten. En leen mij twee shillings, wil je? Ik
-heb niet veel geld meer. Bunby, egoïste jongen, haal mij toch wat
-melk! Urenlang vraag ik je er al om, en je laat mij maar versmachten!"
-
-"Eet wat vleesch, Judy!--ach Judy, wees niet zoo vreemd en onaardig,
-ik heb werkelijk doodsangsten uitgestaan toen ik het voor je haalde,"
-zeide Bunby, en beproefde met trillende vingers een stuk in haar mond
-te duwen.
-
-Het kleine meisje wierp zich op de andere zijde en begon weer te
-kreunen.
-
-"Zeven en zeventig mijlen," zeide zij, "en gisteren heb ik elf
-geloopen, dat is dus elfhonderd zeven en zeventig--en zes den dag
-daarvoor omdat ik eene blaar op mijn voet had--dat is elfhonderd
-drie en tachtig. En als ik tien mijlen per dag loop, zal ik thuis
-zijn in elfhonderd drie en tachtig maal tien, dat is duizend
-en--en--hoeveel? hoeveel is het? Bunby, kind, kan je mij niet
-zeggen hoeveel? Mijn hoofd doet te veel pijn om uit te rekenen
-hoeveel jaren duizend en zooveel dagen in jaren zijn--dat is een
-jaar,--twee jaar--twee jaar--drie jaar voor ik er ben. O, Pip, Meg,
-drie jaar! O Esther! vraag hem, vraag hem of hij me niet wil laten
-thuiskomen! Drie jaar--drie--drie!"
-
-De laatste woorden werden bijna gillend uitgestooten en het kind
-richtte zich op, en beproefde te loopen.
-
-Bunby greep haar arm en hield haar vast.
-
-"Laat me gaan, versta je mij niet?" zeide zij met heesche stem. "Zoo
-zal ik er nooit komen! Drie jaren, en zooveel mijlen!"
-
-Zij duwde hem op zijde en wilde over den zolder loopen, maar hare
-knieën knikten en zij viel buiten kennis neer. "Meg--ik ga Meg
-halen!" zeide de kleine jongen met trillende, angstige stem, en hij
-gleed door de opening en spoedde zich naar huis.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XI.
-
-EENE VLUCHTELING.
-
-
-Als een wervelwind stoof hij Meg's slaapkamer binnen. "Zij is in
-het oude gebouwtje, Meg, en, zeker weet ik het niet, maar ik denk,
-dat zij gek geworden is; en ik ben vreeselijk geslagen geworden,
-en de cactus heeft me bijna heelemaal open gekrabd, en ik heb toch
-niets gezegd. En nu wil ze niet eens eten. Zij is weggeloopen--ik
-geloof zeker, dat ze gek is!"
-
-Meg beurde haar bleek, ontzet gelaat van het kussen op.--"Wie dan
-toch--wat--"
-
-"Judy!" zeide hij, en barstte door overspanning in tranen uit. "Zij
-is in het oude gebouwtje, en ik geloof, dat zij gek is geworden!"
-
-Meg stond langzaam op, deed hare kleeren aan, en zelfs toen nog
-niets van het avontuurlijke verhaal geloovende, ging zij met hem
-naar beneden.
-
-In de vestibule ontmoetten zij hun vader, die juist uit wilde gaan.
-
-"Ben je weer beter?" zeide hij tot Meg. "Je hadt den geheelen dag in
-bed moeten blijven, maar, misschien zal de lucht je goed doen."
-
-"Dat denk ik ook," antwoordde zij werktuigelijk.
-
-"Ik kom in de eerste uren niet naar huis--het zou zelfs kunnen zijn,
-dat Esther en ik eerst morgen ochtend terug kwamen."
-
-"Goed!" sprak Meg.
-
-"Pas vooral op de kinderen, en wees zelve voorzichtig--en, dat is
-waar ook, Bunby gaat vandaag zonder thee naar bed--hij zal niet van
-honger sterven, daar ben ik zeker van."
-
-"Goed!" zeide het meisje nogmaals, en zij kwam eerst tot het besef van
-wat de laatste woorden beduidden, toen Bunby dicht bij haar elleboog
-verbolgen: "Gemeen!" fluisterde.
-
-Toen kwam de dogcart voor, en de kapitein vertrok tot hunne
-onuitsprekelijke verlichting.
-
-"Nu, wat is dit voor eene dwaze geschiedenis?" zeide Meg, terwijl
-zij zich tot haar broertje wendde. "Het zal wel weer een van je
-verzinseltjes zijn, kleine ondeugende jongen!"
-
-"Kom maar mee!" antwoordde Bunby, en hij leidde haar door de
-grasvelden. Halverwege ontmoetten zij Pip en Nell, die vroeger dan
-plan was geweest van de vischvangst terugkwamen. Nellie keek treurig
-voor zich, en liep op een eerbiedigen afstand achter haar broeder aan.
-
-"Men zou even goed een phonograaf mee kunnen nemen als Nellie!" zeide
-hij, een blik vol toorn op deze schuldige werpend. "Zij heeft den
-geheelen tijd door gebabbeld, zoodat ik geen oogenblik kans had,
-dat een visch zou aanbijten."
-
-"Judy is thuis!" zeide Bunby, vol van het groote nieuws. "Niemand heeft
-haar gezien behalve ik, ik heb mijn leven voor haar gewaagd door op
-cactussen te klimmen en in vensters en wat al niet, en ik heb slaag
-gehad van vader, maar ik heb toch niets verteld, nietwaar, Meg? Ik heb
-haar hier in het oude gebouwtje ondergebracht, en heb vleesch en van
-allerlei voor haar gehaald--kijk nu toch eens even naar mijne beenen!"
-
-Vol fierheid toonde hij zijne schrammen, maar Meg ging haastig verder,
-en Pip en Nellie volgden, een en al verbazing. Bij het gebouwtje
-gekomen stonden zij stil.
-
-"Het is een grap van Bunby!" zeide Pip verachtelijk. "Het is nog niet
-de eerste April, mijn zoon!"
-
-"Kom dan toch mee!" antwoordde Bunby, en klom omhoog. Pip volgde,
-en stootte een zachten kreet uit; daarop klauterden Meg en Nell,
-met meer moeite, naar boven, en toen was het gezelschap bijeen.
-
-Judy was tot rust gekomen, en lag met wijd geopende oogen, moede,
-naar de dakbalken te staren.
-
-Zij keek hen glimlachend aan, toen zij zich allen om haar
-schaarden. "Als Mahomet niet naar den berg wil komen..." zeide zij,
-en hoestte toen twee of drie minuten lang.
-
-"Wat ben je begonnen, Judy, zusjelief?" zeide Pip, met eene vreemde
-trilling in zijne stem. Het gezicht van zijne lievelingszuster,
-die mager, met holle wangen, uitgeput daar neer lag, greep zijn warm
-jongenshart aan. Er kwam een nevel voor zijne oogen.
-
-"Hoe ben je hier gekomen, Judy?" zeide hij, sterk met de oogleden
-knippend.
-
-En het meisje keek tot hem op met haar eigenaardigen, stralenden
-blik. "Rijpaardjes houden ze er bij ons op school niet op na,"
-zeide zij, "maar misschien dacht je, dat ik in een ballon hierheen
-was komen drijven?"
-
-Weer hoestte zij.
-
-Meg viel op hare knieën en sloeg hare armen om haar klein, mager zusje.
-
-"Judy!" riep zij. "O, Judy, Judy, mijn arm kind!"
-
-Judy lachte even en noemde haar dwaas, maar weldra verdween die
-opgeruimde stemming en begon zij zenuwachtig te snikken. "Ik heb zulk
-een honger!" zeide zij ten laatste droevig.
-
-Alle vier sprongen op, als wilden zij de gezamenlijke magazijnen van
-Sydney leeg gaan dragen, om haar honger te stillen. Maar Meg ging
-weer zitten en legde het hoofdje met de woeste krullen in haar schoot.
-
-"Pip, ga jij naar huis," zeide zij, "en haal wijn en een glas, en in
-den vliegenkast staat een gebraden kip; ik kreeg daar een gedeelte
-van bij den lunch, en Martha zeide, dat zij het overblijvende zou
-wegzetten, en dat ik het bij de thee kon krijgen; en kom gauw terug,
-Pip!"
-
-"Natuurlijk!" zeide Pip bij zich zelven, en hij vloog de trap af,
-naar het woonhuis.
-
-"Wel heb ik van mijn leven!" zeide Martha, toen zij hem vijf minuten
-later in de gang tegenkwam, en hij eene karaf van geslepen glas onder
-den arm had, een wijnglas bij zich had dat hij met de tanden bij den
-voet vasthield, en een schotel met koude kip in zijne hand droeg,
-waarop ook nog een stapeltje boterhammen lag. "Wel heb ik van mijn
-leven! En wat nu nog meer?"
-
-"Loop naar je grootje!" zeide Pip, stormde haar in groote haast
-voorbij, en maakte een omweg om naar het gebouwtje te komen, daar
-hij dacht, dat zij hem wellicht bespiedde.
-
-Hij knielde naast zijn zusje neer, en verkwikte haar met kleine
-stukjes kip en teugen wijn, en streek over haar woesten haardos,
-en noemde haar wel vijftig maal zijn liefste zusje, en smeekte haar
-toch vooral nog een beetje te eten.
-
-En Judy, die den blik der bruine, vochtige oogen boven haar,
-opving, at alles wat hij haar gaf, hoewel het haar in het begin bijna
-onmogelijk scheen. Zij zou hebben gegeten, al had hij haar olifantshuid
-aangeboden, nu zij gevoelde, dat zij van dezen broeder meer hield,
-dan van wien ook op de geheele wereld, en dat hij zulk een verdriet
-had. En het voedsel deed haar goed, zij ging opzitten en praatte na
-eene korte poos op geheel natuurlijken toon.
-
-"Je hadt het heusch niet moeten doen, Judy, heusch niet! En wat vader
-tegen je zal zeggen, nu, dat zullen we moeten afwachten."
-
-"Hij zal er nooit iets van weten, dat ik hier ben," antwoordde zij
-snel. "Ik zou het jelui nooit vergeven, als je het hem verteldet. Ik
-kan maar eene week hier blijven. Ik heb alles uitstekend ingericht,
-en ik zal op dezen zolder logeeren; vader komt hier nooit, dus ben
-ik hier veilig, en jelui komt mij eten brengen. En na eene week"--zij
-zuchtte diep, "moet ik weer weg!"
-
-"Heb je werkelijk al die mijlen geloopen alleen om ons weer te
-zien?" zeide Pip, en weer was er die vreemde trilling in zijne stem.
-
-"Een paar maal onder weg heb ik kunnen sporen of rijden," zeide zij,
-"maar overigens heb ik altijd geloopen, ik ben bijna eene week
-onderweg geweest."
-
-"Hoe heb je dat kunnen uithouden, Judy? Waar sliep je, wat at je?" riep
-Meg uit, met groote droefheid.
-
-"Dat ben ik bijna alweer vergeten!" zeide Judy, en zij sloot hare
-oogen. "Ik heb aan kleine woningen om eten verzocht, en soms vraagde
-men mij, of ik niet wilde blijven slapen. En dan had ik nog drie
-shillings en zes pennies--daar ben ik lang mede toegekomen. Ik heb
-maar twee nachten buiten geslapen, en toen had ik toch altijd mijn
-manteltje."
-
-Megs gelaat was bleek van ontsteltenis, bij het verhaal van haar
-zusters avonturen. Zeker zou geen ander meisje dan Judy Woolcot op
-het buitensporige denkbeeld zijn gekomen al die mijlen te voet af te
-leggen met drie shillings en zes pennies in den zak.
-
-"Hoe heb je het kunnen doen?" was alles, wat zij zeide.
-
-"Ik was niet van plan geweest, den geheelen weg te loopen," zeide Judy
-met een flauw glimlachje. "Ik had zeven shillings in een stukje papier
-in mijn zak gestoken, evenals de drie shillings en de zes pennies,
-en ik wist, dat ik daarvoor een heel eind zou kunnen komen met den
-trein. Maar ik verloor het eene papiertje onder weg, en ik wilde daar
-niet voor teruggaan, dus moest ik natuurlijk loopen."
-
-Meg raakte hare wang even aan.
-
-"Het is geen wonder, dat je zoo mager geworden bent!" zeide zij.
-
-"O, Marian en ik hebben alles bedisseld!" zeide Judy, met een
-glimlach. "Marian is mijn vriendinnetje en zij doet alles wat ik haar
-zeg. En zij woont in Katoomba."
-
-"Nu?" zeide Meg nieuwsgierig, toen hare zuster zweeg.
-
-"Nu, zie je, heel veel meisjes op school hebben de mazelen, en dus
-moest Marian thuis komen, want hare familie was bang dat zij ze ook
-zou krijgen. En Marians moeder had mij gevraagd, een veertien dagen
-mede te komen, en dus had Miss Burton aan vader geschreven en gevraagd
-of ik mocht. En toen heb ik een brief geschreven en gevraagd, of ik
-die veertien dagen niet liever thuis mocht komen."
-
-"Daar heeft hij nooit iets van gezegd!" zeide Meg zacht.
-
-"Neen, dat kan ik wel begrijpen. Nu, hij heeft terug geschreven
-en antwoordde mij "neen" en haar "ja." En dus brachten zij ons op
-een goeden dag naar den trein, en in Katoomba zouden wij afgehaald
-worden. En toen wij onderweg waren, kwam ik plotseling op de gedachte:
-"Waarom zou ik niet op mijn eigen houtje naar huis gaan?" Dus zeide ik
-Marian, dat zij thuis moest vertellen, dat ik naar huis was gegaan,
-en dat zij haar verhaal zoo moest inrichten, dat niemand er aan zou
-denken, hierover aan Miss Burton te schrijven. En toen hield de trein
-in Blackheath op, en ik sprong er uit, en zij ging naar Katoomba, en ik
-kwam naar huis. Dat is de geheele geschiedenis. En dus, jelui begrijpt,
-daar ik mijn geld verloren had, bleef mij niets over dan te loopen."
-
-Meg streek over het stoffige, verwarde haar van haar zusje.
-
-"Maar je kunt hier niet eene week lang logeeren!" zeide zij
-bezorgd. "Door het slapen in de open lucht heb je je eene ernstige
-verkoudheid op den hals gehaald, en ik ben er van overtuigd, dat je
-ziek bent. Wij zullen alles aan vader moeten zeggen. En ik zal hem
-verzoeken, je niet terug te zenden."
-
-Judy vloog op, hare oogen fonkelden.
-
-"Als je dat doet," zeide zij, "als je dat doet, dan loop ik van avond
-nog weg naar Melbourne, of naar Jeruzalem, en dan kom ik nooit, nooit
-weer terug! Hoe kom je daar aan, Meg? Nadat ik dit alles gedaan heb,
-alleen maar opdat hij er niets van zou weten! O, hoe kom je er aan?"
-
-Zij wond zich tot een hevigen toestand van overspanning op.
-
-"Je begrijpt immers wel, Meg, dat ik eenvoudig morgen weer naar
-school zou worden gestuurd. Is dat niet zoo, Pip? En op school zou
-mij op den koop toe nog heel wat te wachten staan. Mijn plan is zoo
-eenvoudig mogelijk. Ik heb hier eerst een week lang pret met jelui,
-en dan ga ik weer terug naar school--jelui kunt mij allen geld leenen
-voor den trein. Den 25sten ontmoet ik Marian in Katoomba; we zullen
-samen terugkeeren en niemand zal ooit iets te weten komen. Die hoest
-beduidt niets; vroeger heb ik ook altijd gehoest, en het heeft mij
-nooit kwaad gedaan. Zoolang jelui mij genoeg eten brengt, en bij mij
-komt, is alles in orde."
-
-De rust en het voedsel en het zien der welbekende gezichten hadden
-haar reeds goed gedaan, haar gelaat was minder spits, en een zacht
-rose tintte langzaam hare wangen.
-
-Meg had een beklemmend gevoel van verantwoordelijkheid, en zij achtte
-zich verplicht, ten minste aan iemand het gebeurde te vertellen;
-maar de anderen overreedden haar.
-
-"Zoo laag zou je toch niet kunnen zijn, Meg!" had Judy met overtuiging
-gezegd, toen zij gesmeekt had Esther alles te mogen vertellen.
-
-"Zulk een flapuit!" had Bunby er toe gevoegd.
-
-"Zulk een verachtelijk schepsel!" had Pip uitgeroepen.
-
-En dus zweeg Meg, maar was buitengewoon ongelukkig.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XII.
-
-ZWIEP, ZWIEP!
-
-
-Op den vierden dag van Judy's verblijf op den zolder, deelde Martha
-Tomlinson haar kameraad en lijdensgenoot, Bridget, mede, dat zij
-geloofde, dat de kinderen samen zwoeren om haar naar "den overkant"
-te krijgen.
-
-Bridget had dien nacht niet buitengewoon goed geslapen, en dus gaf zij
-als antwoord de opmerking ten beste, dat zij veronderstelde, dat de
-lieve jeugd haar daar wenschte te zien, waar zij ook behoorde te zijn.
-
-Ik moet u misschien vertellen, dat "aan den overkant" hetzelfde
-beduidde als Gladesville, en dat dit het Meer-en-Berg van Sydney is.
-
-Verscheidene oorzaken hadden de ongelukkige Martha er toe gebracht,
-aan zulk eene samenzwering te gelooven. Bij voorbeeld, toen zij
-eens op een morgen Pips bed wilde gaan opmaken was de helft van het
-beddegoed verdwenen. De witte sprei was netjes over de matras gelegd,
-maar er was niets te bekennen van dekens, lakens of kussens. Zij zocht
-op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen, ondervraagde de kinderen,
-wendde zich zelfs tot Esther, maar de vermiste voorwerpen werden
-niet gevonden.
-
-"Een man met een broek van geribd fluweel zwerft hier iederen avond
-om het huis!" zeide Pip, terwijl hij weemoedig naar zijn ontredderd
-bed keek. "Het zou mij niet verwonderen, als die daar iets mede te
-maken had."
-
-Welke veronderstelling alles behalve aangenaam voor Martha was,
-aangezien de man met de broek van geribd fluweel haar vurigste en
-uitverkoren aanbidder was.
-
-Den volgenden dag verdween de waschkom uit Megs slaapkamer, en
-daarop een stoel uit de kinderkamer, evenals een vloerkleedje,
-om niet te spreken van zulke kleine voorwerpen als een trekpot,
-een spirituslampje, kopjes en schotels, een halve ham, en een volle
-trommel met gembernootjes.
-
-Dit alles verdroot Martha, want de voorwerpen schenen te verdwijnen,
-terwijl de kinderen in bed waren; en hoewel zij hen verdacht, en
-hen voortdurend gade sloeg, kon zij geen duidelijk bewijs van hunne
-schuld machtig worden, en evenmin de drijfveer ontdekken, die er hen
-toe zou kunnen brengen, het een en ander weg te nemen.
-
-En telkens als er weer iets kwijt was, vraagde Pip of de in geribd
-fluweel gekleede jongeling den vorigen avond in den omtrek van het
-huis gezien was. En daar dit altijd het geval was, kon Martha niets
-anders doen, dan met een toornigen blik op haar plaaggeest, de kamer
-uitstuiven.
-
-Op zekeren avond was de kleine schaaktafel uit de kinderkamer door
-eene geheimzinnige macht weggetooverd.
-
-Den volgenden morgen, toen Martha aan het vegen was, kwam Pip naar
-haar toe, en deed, alsof hij in tranen zwom.
-
-""Hoe lieflijk is het nederig viooltje!"" zeide hij met gebroken
-stem. "Ach, Martha, Martha! nu eerst, nu je dagen bij ons geteld zijn,
-zien wij in, welk een schat wij in je bezitten!"
-
-"Ach, ga heen!" zeide zij, en sloeg naar hem met den steel van den
-stoffer. "Ik denk er niet aan, heen te gaan, hoor! Als ik er niet meer
-was, zouden jelui heelemaal uit den band springen. Neen, je bent nog
-niet zoo gauw van Martha Tomlinson af!"
-
-"Maar moet je dan niet naar hem toe gaan, Martha?" zeide hij
-vriendelijk. "De inrichting van zijn huis moet nu wel nagenoeg compleet
-zijn. Hij heeft wel is waar nog geen sauspan en geen strijkijzers, maar
-overigens dan ook alles, Martha; en ik wil je nu ook wel vertellen,
-dat ik van plan ben, je als huwelijksgeschenk een strijkijzer cadeau
-te doen, dus behoef je niet te wachten, tot hij het is komen halen."
-
-"Ga de kamer uit!" zeide Martha nog eens, terwijl zij den veger in
-zijn gezicht duwde, en hem bijna in het stof deed stikken. "Je weet
-van dwaasheid niet wat je zegt!"
-
-Op den zolder in het gebouwtje ging alles naar wensch.
-
-Eenige oude, tegen den muur opgehangen karpetten hielden den
-tocht tegen. Judy's bed, zacht en warm, bevond zich in een hoek;
-zij had een stoel om op te zitten, eene tafel om aan te eten,
-zelfs eene waschkom. En zij had den geheelen dag gezelschap, ook
-dikwijls den geheelen nacht. Eens was Meg weggeslopen, nadat zij de
-deur harer slaapkamer afgesloten had, en had ook op het bed op den
-zolder geslapen; eens was Nellie gegaan, en een anderen avond had
-Pip een paar wollen dekens genomen en had hij zich zelf een leger
-in het stroo gemaakt. Zij bezochten haar op alle uren van den dag,
-en kropen de een na den ander, de krakende ladder op, wanneer zij
-maar onopgemerkt konden wegkomen.
-
-De gouvernante had toevallig veertien dagen vrij gekregen, om hare
-zieke moeder op te passen, en dus konden de meisjes en Bunby over
-al hun tijd beschikken. Pip ging laat naar school, en kwam vroeg
-naar huis, en zocht van Esther briefjes voor den directeur af te
-bedelen. Zelfs bleef hij eens stilletjes weg, en droeg de straf,
-die hem daarvoor later werd opgelegd, met kalme gelatenheid.
-
-Judy zag er nog altijd bleek en vermoeid uit, en haar hoest was
-werkelijk onrustbarend; maar zij kreeg weldra hare oude, levendige
-opgewektheid weer, en genoot onuitsprekelijk van haar avontuur.
-
-Het eenige onaangename was de zeer beperkte ruimte van den zolder.
-
-"Jelui moet het zoo inrichten, dat ik eene wandeling kan gaan maken,"
-zeide zij op een morgen zeer beslist. "Ik ben er van overtuigd, dat
-mijne beenen langzamerhand korter beginnen te worden, nu ik ze niet
-meer kan gebruiken. Tegen het eind van de week zal ik vergeten zijn,
-wat wandelen is."
-
-Pip dacht niet, dat haar wensch vervuld kon worden; Meg smeekte haar,
-zich niet bloot te stellen; maar Bunby en Nell waren vol geestdrift
-voor het plan.
-
-"Meg zou met vader kunnen gaan praten," zeide Bunby, "en Pip zou
-den Generaal kunnen plagen, tot Esther niet meer uit de kamer zou
-durven gaan, en dan konden ik en Judy gauw naar beneden klimmen en
-een wandelingetje maken, en we zouden weer terug zijn, vóór iemand
-iets gemerkt had."
-
-Judy schudde het hoofd.
-
-"Daar zou ik al zeer weinig aan hebben," zeide zij. "Als ik ga,
-wil ik ook een tijdje in de vrije lucht blijven. Zouden we niet een
-picnic aan den waterkant kunnen houden?"
-
-"He ja, laten we dat doen!" riep Bunby, met stralende oogen.
-
-"Ik geloof heusch, dat we het wel konden wagen, vooral daar het toch
-ook Zaterdag is, en Pip niet naar school hoeft," vervolgde Judy, en in
-hare gedachten spon zij het geheele plan uit. "Twee van jelui zouden
-voor eten kunnen zorgen. Zegt Martha, dat jelui een picnic willen
-houden,--zij zal blij genoeg zijn, dat zij niet voor het middageten
-behoeft te dekken--en dan gaan jelui vooruit. Twee anderen kunnen op
-wacht staan, om te zien, of er geen vijand te bekennen is, terwijl
-ik naar beneden kom en door de grasvelden loop, en als we maar eens
-om den hoek van den weg zijn, zijn we gered!"
-
-Dit scheen alles zeer uitvoerbaar, en in zeer korten tijd waren alle
-toebereidselen gemaakt. Pip stond op wacht bij het gebouwtje, en had
-op zich genomen, Judy's uittocht te bewaken, Bunby was bij de veranda
-achter het huis op post gezet, om uit te kijken en driemaal te fluiten,
-als er eenig gevaar was.
-
-Hij zou een kwartier, gerekend naar de keukenklok, wachten, en dan,
-indien alles veilig was, den grooten theeketel en een brood medenemen,
-en de anderen op den weg opvangen. Het was eene saaie bezigheid,
-om daar te staan wachten, en, als een peinzende ooievaar, stond hij
-op één been, en hield zich bezig met de gebeurtenissen der laatste,
-veel bewogen dagen nog eens te overdenken.
-
-Een gedrukte stemming had zich van hem meester gemaakt, maar hoe dit
-kwam, kon hij moeielijk zeggen. Misschien bezwaarde hem de leugen, die
-hij aan zijn vader verteld had, en waarover hij niet weer gesproken
-had, omdat het paard leelijk hinkte, en hem de moed in de schoenen
-zonk, elken keer dat hij aan de rijzweep van zijn vader dacht.
-
-Misschien was het de reactie na de groote opwinding. Of het kon
-een knagend gevoel van verongelijking zijn, omdat zijne dappere
-daden ten bate van Judy bij de anderen zoo weinig bewondering
-hadden ingeoogst. Zij schenen ze hem volstrekt niet aan te rekenen,
-en lachten zelfs elken keer, dat hij er eene toespeling op maakte,
-of de algemeene aandacht op zijne schrammen zocht te vestigen. Twee
-of drie krabben op zijne beenen waren werkelijk leelijk genoeg,
-en terwijl hij stond te wachten stroopte hij zijne kousen omlaag en
-keek met medelijdende blikken en iets als een snik naar zijne wonden.
-
-"Niemand bekreunt zich om mij!"--pruttelde hij, en eene traan--hij kon
-ze altijd zoo gemakkelijk schreien--plaste neer op zijn uitgestrekt,
-ontbloot been. "Judy houdt het meest van Pip, en hij is toch nooit op
-den cactus geklommen; Meg denkt, dat ik altijd jok, en Nellie zegt,
-dat ik te vies ben om met eene tang aan te raken--niemand bekreunt
-zich om mij!"
-
-Nog eene groote, dikke traan welde omhoog en viel toen neer.
-
-"Heb je daar wortel geschoten?" vraagde eene stem.
-
-Zijn vader, die in de opengeslagen veranda-deur stond te rooken,
-had hem gade geslagen, en zich over zijne ongewone, groote kalmte
-verwonderd.
-
-Bunby schrikte op, en trok zijne kousen omhoog.
-
-"Ik doe niets geen kwaad!" zeide hij treurig, na een poosje. "Niets
-geen kwaad! Ik ga naar een picnic!"
-
-"Zoo!" zeide de kapitein. "Je zaagt er uit, alsof je over het een of
-andere nieuwe kattekwaad nadacht, of berouw had over een ondeugenden
-streek--nu, wat is het geval?"
-
-Bunby werd bleek, maar herhaalde, dat hij "niets geen kwaad deed."
-
-De kapitein was in eene loome, plaagachtige stemming, en zijn dik
-zoontje scheen hem eene welkome gelegenheid aan te bieden, om hiervan
-blijk te geven.
-
-"Het zou wel goed zijn, als je eens hier kwaamt, en al het kwaad, dat
-je deze week uitgevoerd hebt, opbiechtet!" zeide hij ernstig. "Ik ben
-den geheelen morgen vrij, en het wordt tijd, dat ik je eens ernstig
-onder handen neem!"
-
-Bunby naderde de leuning van den hem aangewezen stoel, en werd witter
-dan ooit.
-
-"Zoo, nu kunnen we op ons gemak praten. Dus, Dinsdag heb je uit de
-provisiekamer gestolen--dat is één misdaad," zeide hij om hem op weg
-te helpen. "Ga voort."
-
-"Ik heb niets anders uitgevoerd!" stotterde Bunby. Hij voelde, dat
-het met hem gedaan was, en dat de geschiedenis van den cricketbal
-ontdekt zou worden. Hij keek zelfs zenuwachtig rond, of de rijzweep
-nergens te zien was. Ja, daar lag die van Esther met den zilveren
-knop, achteloos op een stoel neergeworpen. Hij vond nog den tijd om
-vurig te wenschen, dat Esther wat netter mocht zijn.
-
-"Werkelijk niets, Bunby? op je woord?" zeide zijn vader op
-indrukwekkenden toon.
-
-"Ik w-was aan het knikkeren!" zeide hij met bevende stem. "Hoe zou
-ik dus het paard hebben kunnen kwaad doen?"
-
-"Het paard? Ha!"--riep zijn vader. Er ging hem een licht op, en zijn
-gelaat werd zeer ernstig. "Wat heb je naar Mazeppa gegooid, waardoor
-hij kreupel geworden is? Antwoord mij onmiddellijk!"
-
-Bunby wierp een schuwen blik naar de zweep.
-
-"N-n-niets,"--zeide hij--"h-heusch niets! Mijn c-c-cricketbal lag in
-den stal. Ik was aan het knikkeren!"
-
-De kapitein schudde hem even aan den arm.
-
-"Heb je Mazeppa met den cricketbal gegooid?" zeide hij streng.
-
-"N-n-neen, n-neen!"--fluisterde Bunby, wit tot in zijne lippen. Toen
-overweldigde hem ten deele zijn berouw en hij voegde er bij: "Hij
-rolde uit mijn z-z-zak, en M-Mazeppa kwam juist voorbij en st-stootte
-er tegen met zijn poot."
-
-"Zeg de waarheid of het zal je slecht gaan!"--zeide de kapitein,
-opstaande, en Esther's rijzweep in de hand nemende.--"En dus--heb
-jij Mazeppa kreupel gemaakt?"
-
-"Ja!" zeide Bunby, en hij barstte in tranen uit, en wrong zich in
-allerlei bochten, om aan de zweep te ontkomen.
-
-Daarop, toen de slagen op zijne rampzalige schouders nederdaalden,
-vervulde hij de lucht met zijn gewonen kreet van: "Ik heb het niet
-gedaan, het was mijn schuld niet!"
-
-"Jij verachtelijke schavuit!"--zeide zijn vader, toen hij een oogenblik
-moest pauzeeren, daar zijn arm pijn deed van het slaan. "Ik zal dien
-lagen geest van leugenachtigheid en lafheid uit je ranselen, en als
-je niet verandert, zie ik je liever dood voor mij liggen!" Zwiep,
-zwiep. "Wat moet er van je groeien?" Zwiep, zwiep. "Liegen omdat je
-bang bent voor slaag!" Zwiep, zwiep, zwiep, zwiep.
-
-"U slaat me dood, u slaat me dood! Ik voel, dat u me dood slaat!" gilde
-het kind, en wentelde zich over den grond. "Ik heb het niet gedaan,
-het was mijn schuld niet. Sla de anderen liever!"
-
-Zwiep, zwiep, zwiep. "Denk je, dat de anderen zoo onbeschaamd
-zouden liegen? Philip heeft nooit gelogen. Judy zou liever hare tong
-afbijten." Zwiep, zwiep, zwiep. "Je gaat naar een picnic? Je kunt
-op je kamer picnic houden tot morgen ochtend vroeg." Zwiep, zwiep,
-zwiep. "Nu--maak dat je wegkomt!"
-
-Meer had geen menschelijk wezen kunnen verdragen.
-
-De laatste slag was eene ware marteling geweest voor zijne trillende
-schouders en zijn gepijnigden rug. Hij dacht aan de anderen, die,
-gelukkig en zonder zorg, daar buiten in den helderen zonneschijn op
-weg waren naar de rivier, zonder het minste vermoeden van wat hij
-doorstaan moest, en zijn hart scheen door de hevigheid van zijne
-verbittering en zijne wanhoop te zullen moeten barsten. "Judy is
-thuis!" zeide hij hijgend en hartstochtelijk. "Zij is in het oude
-gebouwtje. Boe-hoe-hoe! Ze houden het geheim voor u! Boe-hoe! Zij
-gaat naar den picnic, en zij is van school weggeloopen."
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XIII.
-
-ONGENOODE GASTEN.
-
-
-De kapitein liep langzaam door de grasvelden met zijn tuinhoed
-achterover. Na het tooneel met zijn tweeden zoon was hij min of
-meer vermoeid, en zijne oogen keken peinzend rond. Hij geloofde niet
-aan de waarheid van Bunby's laatste mededeeling, maar toch vond hij
-haar niet volstrekt onwaarschijnlijk, en daarom had hij een bezoek
-aan het gebouwtje niet juist overbodig geoordeeld. Niet dat hij,
-hoe dan ook, geloofde, zijne verbannen dochter daar te vinden, want
-Bunby had immers gezegd, dat zij een picnic aan den waterkant wilden
-houden? Maar hij dacht, dat hij misschien toch wel de eene of andere
-aanduiding ontdekken zou. De deur van het gebouwtje sloeg open, en
-het zonlicht stroomde naar binnen en bracht dwars door de ruimte een
-balk van gouden stof aan.
-
-Er was hier geen teeken van de aanwezigheid van bewoners, behalve
-wanneer een haarlint van Meg en eenige sinaasappelschillen als zoodanig
-beschouwd konden worden.
-
-Hij zag de wrakke, eigengemaakte ladder, die tegen de opening in
-de zoldering geleund stond, en hoewel hij over het algemeen meer
-eerbied voor zijne ledematen had, dan zijne kinderen voor de hunne,
-waagde hij er zich op. Zij kraakte geweldig, toen hij de bovenste
-sport bereikt had en van deze op den zolder stapte.
-
-Het been van een ham, eene doos met dominosteenen en een gebarsten
-kussen lagen aan deze zijde van het schot, anders niets, dus ging
-hij verder en keek over de schutting op den anderen zolder.
-
-"Gezellig genoeg ingericht," mompelde hij. "Het zou mij niet kunnen
-schelen zelf hier een tijdje te kampeeren," en het kwam zelfs bij
-hem op dit te doen, en voor Judy "eene verrassing" te zijn, als
-zij terugkwam. Maar hij verwierp dit plan als niet overeenstemmend
-met zijne waardigheid. Hij herinnerde zich, dat hij in zijn huis
-geruchten had gehoord van verdwenen huisraad en er kwam iets als een
-glimlach om zijn mond, toen hij het oude tafeltje met de spirituslamp
-en den trekpot er op, het beddegoed en de waschkom zag. Maar met
-een strengen blik fronsde hij weldra het voorhoofd. Waren zeven en
-zeventig mijlen geene voldoende hinderpaal voor Judy's ondeugende
-plannen? Hoe durfde zij hem zoo tarten, zij een kind van dertien
-jaar tegenover haar vader? Hij sloot de lippen onheilspellend vast,
-ging weer naar beneden, en liep met zwaren tred naar huis terug.
-
-"Esther!" riep hij met eene trillende stem onder aan de trap.
-
-En: "Ik kom, beste man--één minuutje!" klonk het ten antwoord.
-
-Een minuutje scheen ditmaal tien minuten te kunnen duren, en toen
-kwam zij, de mooie jonge moeder, met haar lachend dik zoontje in hare
-armen. Hare oogen keken zoo teeder en zacht, er lag zooveel liefde
-in haar blik, dat hij zich ongeduldig afwendde; hij wist zeer goed
-hoe het zijn zou; zij zou hem bedelen en smeeken, zijn dochtertje
-te vergeven, als zij alles gehoord had, en wanneer zij er dan weer
-stralend en liefelijk uitzag, als op dit oogenblik, zou hij haar
-niets kunnen weigeren.
-
-Een paar minuten stond hij in gepeins verzonken.
-
-"Wat wilde je, John?" zeide zij. "En waar sta je aan te denken? Ik
-heb juist een nieuw kiesje gevonden, kom eens kijken!"
-
-Hij kwam, half onwillig, en voelde met zijn pink in het mondje van
-zijn jongste zoontje.
-
-Esther hield zijne hand vast, tot hij een zeer klein hard voorwerp
-voelde. "Het derde," zeide zij trots, "vindt je het niet aardig?"
-
-"Hum!" zeide hij. Toen bleef hij nog een oogenblik peinzen, en wreef
-zich na eene minuut of twee in de handen, alsof hij zeer over zich
-zelf tevreden was.
-
-"Zet je hoed op, Esther, en kleed den Generaal ook aan," zeide hij,
-terwijl hij vriendelijk een tikje gaf op het hoofd van dezen jongen
-heer. "Laten we eene wandeling gaan maken naar de rivier; de kinderen
-wilden ook aan den waterkant een picnic houden, en dus kunnen wij er
-op rekenen, onderweg thee te krijgen."
-
-"Dat is een heerlijk idee!" zeide zij, "vindt je ook niet, Bababsie,
-vindt je ook niet, mijn kind?"
-
-Zij riep Martha, die bezig was het salon te vegen, op de grondige
-manier, die haar bijzonder eigen was, toe: "Wil je even den hoed van
-den Generaal halen, Martha, den witten zonnehoed met de keelbanden;
-hij ligt op mijn bed, denk ik, of op een stoel, of ergens anders--o! en
-breng dan meteen mijn grooten hoed met de papavers mede!"
-
-Martha ging, en kwam na eenig zoeken met de gevraagde kleedingstukken
-terug.
-
-En Esther zette den witten zonnehoed op haar eigen krullend, springend
-haar en deed den Generaal kraaien van het lachen op zijne zitplaats,
-op de tafel der vestibule. En toen drukte zij hem op het hoofd van
-den kapitein, en zette diens tuinhoed op het kopje van haar zoon en
-verscheidene minuten gingen zoo al vroolijk stoeiend voorbij.
-
-Eindelijk waren zij gereed, en verlieten de vestibule.
-
-"Jongeheer Bunby zit in zijne kamer opgesloten; je moogt er hem
-op geene voorwaarde uitlaten, Martha!" zeide de kapitein onder het
-heengaan.
-
-"O, Jack!" riep Esther verwijtend uit.
-
-"Laat het zijn zooals ik gezegd heb," sprak hij; "gun mij een weinig
-vrijheid met mijne eigen kinderen, Esther! Hij is een leugenachtige
-deugniet; ik schaam mij, dat ik hem mijn zoon moet noemen."
-
-En Esther, aan de wankelmoedigheid van haar stiefzoon denkende, vond
-geen bezwaar zich met de hoop te troosten, dat de straf heilzaam voor
-hem zou zijn.
-
-Zij liepen over een pad door het woud, dat den weg zeer verkortte,
-en toen lag daar de blauwe, vriendelijke rivier voor hen, waarin de
-zon flikkerende vlammetjes strooide.
-
-"Daar zitten zij," riep Esther, "op de oude plaats! Zie je het
-vuur, mijn ventje? zie je den rook, mijn lieveling? Zij zijn met
-hun vieren--neen, met hun vijven! Wie is er dan bij?"--zeide zij
-verwonderd, toen zij dichter bij de groep op het gras kwamen.
-
-Voor zij genoegzaam genaderd waren om de gezichten te herkennen,
-scheen de kring plotseling verbroken te worden.
-
-Een van de leden keerde zich opeens af en vluchtte weg over het gras,
-stortte zich in het dichte kreupelhout en verdween uit het gezicht
-in minder tijd dan noodig is, om dit te vertellen.
-
-"Wie was er bij jelui?" vraagde Esther, toen zij de kinderen bereikten.
-
-Een oogenblik bleef alles stil, toen wierp Pip een paar takjes op
-het vuur en antwoordde droog:
-
-"Eene vriendin van Meg, een meisje met een hazenhart, die een
-doodelijken angst heeft voor vader. Ik geloof, dat zij denkt, dat
-militairen met scherp geslepen wapenen rondwandelen, en niets liever
-doen, dan er op inhouwen!"
-
-Hij lachte even, Nell gichelde zenuwachtig, en Baby begon te schreien.
-
-Meg, bleek als eene doode, nam haar op en begon, om haar te bedaren,
-haastig de geschiedenis van de drie beren te vertellen.
-
-Esther keek min of meer verbaasd, maar dacht er natuurlijk niet aan,
-eenig verband te zoeken tusschen de vluchtende gestalte en Judy.
-
-En de kapitein scheen niets te zien of te merken. Hij lag op het
-gras en liet den Generaal over zich heen klimmen; hij schertste met
-Esther; hij vertelde verscheiden verhalen uit zijne jeugd, en scheen
-zich geen oogenblik bewust te zijn, dat zijn gehoor onoplettend en
-afgetrokken was.
-
-"Hebben jelui geen thee gezet?" zeide Esther eindelijk. "Wij rekenden
-er op, hier thee te kunnen drinken."
-
-"Bunby is niet verschenen, en die zou de thee meebrengen!" zeide Pip
-gemelijk. De buitengewone beminnelijkheid van zijn vader kwam hem
-verdacht voor, en hij wilde zich niet voor den gek laten houden.
-
-"Ach," zeide de kapitein ernstig, "dat treft slecht. Toen wij van huis
-gingen, scheen Bunby niet al te wel te zijn, en er over te denken,
-de rest van den dag in zijne slaapkamer door te brengen."
-
-Pip stookte met kracht het vuur op, en Meg wierp een verschrikten
-blik naar haar vader, die haar vriendelijk glimlachend aankeek.
-
-Na een uur lang dezen gedwongen toestand gerekt te hebben, stelde de
-kapitein voor, naar huis terug te keeren.
-
-"Het begint koel te worden," zeide hij, "het zou me spijten voor het
-nieuwe kiesje van onzen Generaal, als het zijn leven moest beginnen
-met pijn te doen--laten we naar huis gaan, en daar zien, dat we
-thee krijgen."
-
-Dus namen zij de onaangeroerde manden in de hand, en de stoet zette
-zich in beweging.
-
-De kapitein wenschte, dat Pip en Meg met hem zouden loopen, en hij
-zond Baby en Nell voor zich uit, ieder aan een kant van Esther,
-die den Generaal afwisselend bij de hand had en droeg.
-
-Dit richt hij zoo in, dacht de sluwe Pip, om te verhoeden, dat wij
-nieuwe plannen smeden. En toen zij thuis waren gekomen, noodigde hij
-hen allen uit in zijne rookkamer te komen, een cabinetje naast de
-eetkamer gelegen.
-
-Esther ging met den Generaal naar boven, maar de anderen volgden
-zwijgend hun vader.
-
-"Ga zitten, Pip, mijn jongen," zeide hij opgewekt. "Kom, Meg, maak
-het je gemakkelijk, neem plaats in dien leunstoel. Nell en Baby kunnen
-zich op de sofa zetten."
-
-Gedwongen gingen zij op de plaatsen zitten, die hij hun aanwees,
-en keken angstig naar zijn gelaat.
-
-Hij koos eene pijp van het rek boven den schoorsteenmantel, voorzag
-haar van een nieuw mondstuk, en vulde haar met zorg.
-
-"Daar jelui je nu in het bezit hebt gesteld van mijne kamer," zeide
-hij op hoogst aangenamen toon, "zal ik beter doen, met hier niet te
-rooken. Straks kom ik terug en dan zullen wij wat praten. Ik zal eerst
-maar eens eene pijp gaan rooken op den zolder van het gebouwtje. Voert
-geen kattekwaad uit, terwijl ik weg ben!"
-
-Hij stak een lucifer aan, hield dezen bij de tabak, en, zonder een blik
-op de zwijgende kinderen geworpen te hebben, verliet hij de kamer,
-en deed de deur achter zich op slot. Voor de tweede maal liep hij
-door de grasvelden, en voor de tweede maal stootte hij de krakende
-deur open. De sinaasappelschil lag op dezelfde plaats, waar hij haar
-eerst gezien had, alleen was zij wat drooger en verschrompelder. Het
-haarlint zat in juist denzelfden strik. De ladder kraakte op precies
-dezelfde plaats, en het scheelde weer niet veel, of hij was, toen hij
-de bovenste sport bereikte, er af gevallen. De dominosteenen lagen daar
-nog altijd, het been van de ham en het kussen namen dezelfde plaatsen
-in; het eenige verschil was, dat over het eerste nu een groot aantal
-zwarte mieren kropen, en dat de wind met het kussen gespeeld had,
-en de veeren naar alle kanten had doen stuiven.
-
-Hij liep naar de andere zijde, niet zachtjes, maar met zijn gewonen,
-vasten, militairen stap. Er bewoog zich niets. Hij bereikte het
-beschot en keek er over heen.
-
-Judy lag op het geïmproviseerde bed, in een diepen slaap verzonken,
-uitgeput na hare snelle vlucht van den oever der rivier. Zij had een
-rok van Meg aan, die haar buitengewoon lang en mager deed schijnen;
-met verbazing vraagde hij zich, of zij zóó gegroeid kon zijn?
-
-"Er zal geen einde aan de moeite en zorgen komen, die zij mij
-zal veroorzaken, als zij groot geworden is!" zeide hij, halfluid,
-met een gevoel van medelijden voor zich zelf omdat hij haar vader
-was. En toen werd hij vervuld met wrevel en toorn, terwijl hij haar
-daar bleef gade slaan, en zij zoo kalm voortsliep. Moest zij altijd
-de verstoordster zijner rust zijn? moest zij hem altijd dwarsboomen?
-
-"Judy!" zeide hij met luide stem.
-
-De gesloten oogleden sprongen open, de nevel van slaap en vergetelheid
-trok weg van de donkere oogen, en zij rees overeind, met doodelijk
-ontsteld gelaat.
-
-"Wat voer je hier uit, als ik vragen mag?" zeide hij, koud en hoog.
-
-Een donkerroode blos kleurde hare wangen, haar voorhoofd, en verdween
-toen weer, zoodat zelfs hare lippen wit werden, maar zij gaf geen
-antwoord.
-
-"Ik veronderstel, dat je van school bent weggeloopen," vervolgde hij,
-op denzelfden koelen toon. "Heb je iets tot je verontschuldiging
-te zeggen?"
-
-Judy sprak noch verroerde zich, zij staarde hem alleen aan met even
-geopenden mond.
-
-"Heb je iets tot je verontschuldiging te zeggen, Helen?" herhaalde hij.
-
-"Neen, vader," zeide zij.
-
-Haar gelaat toonde een moeden, pijnlijken trek, die hem anders zeker
-zou getroffen hebben, maar hij was thans te vertoornd, om dit op
-te merken.
-
-"Volstrekt geene verontschuldiging of geldige reden?"
-
-"Neen vader!"
-
-Hij ging terug naar het luik. "In anderhalf uur vertrekt een trein,
-je reist daarmede van hier," zeide hij, met bedaarde stem. "Ik
-zal maatregelen nemen om je op school te doen bewaken, nu ik zie,
-dat je niet te vertrouwen bent. Je komt met Kerstmis niet thuis,
-en waarschijnlijk ook niet met de zomervacantie!"
-
-Dit was even goed als een doodvonnis. De zolder draaide voor Judy's
-oogen in het rond, in hare ooren zong en gonsde het.
-
-"Kom!" zeide de kapitein. Judy snakte naar adem, zij hijgde en begon
-te hoesten.
-
-Zij hoestte vreeselijk, haar tenger lichaam beefde. Dit duurde zoo
-twee of drie minuten, hoewel zij den zakdoek voor den mond hield om
-te beproeven, het hoesten tegen te gaan.
-
-Zij was zeer bleek, toen zij tot bedaren kwam, en voor het eerst
-merkte hij op, hoe hol hare wangen waren.
-
-"Het is beter, dat je eerst mede naar huis komt," zeide hij minder
-hard, "dan kunnen wij zien of Esther niet iets voor den hoest heeft."
-
-En toen snakte hij op zijne beurt naar adem, en werd zijn gebronsd
-gelaat vaalbleek.
-
-Want roode, vreeselijke vlekken bezoedelden het wit van den doek,
-dien het kind van haar mond had genomen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XIV.
-
-DE UITNOODIGING VAN DEN SQUATTER.
-
-
-En dus werd er geen dogcart voor Judy ingespannen, zij werd niet
-naar den trein gebracht, zij behoefde niet beschaamd onder haar
-schoolkameraadjes terug te keeren, zij had niet het vooruitzicht van
-lange maanden, die zonder vacantie voorbij zouden gaan.
-
-Maar, in de plaats daarvan, een warm, zacht bed, en versterkend
-voedsel, en vriendelijke woorden, en onafgebroken zorg. Want de
-avontuurlijke tocht, de gebrekkige voeding, en de twee nachten in de
-open lucht hadden het meisje inderdaad in een gevaarlijken toestand
-gebracht. De eene long was ernstig aangedaan, had de dokter gezegd;
-het was hem een raadsel, zeide hij tot hare huisgenooten, hoe zij
-het nog zoo lang uitgehouden had; een gewoon meisje zou reeds lang
-allen moed verloren, en zich te bed gelegd hebben. Maar hij zeide
-dit, omdat hij den onbuigzamen geest en de vaste energie niet kende,
-die Judy's voornaamste karaktertrekken waren.
-
-"Hadt je in het geheel geen pijn?" vraagde hij, verbaasd door het feit,
-zulk eene stemming en zulk een ernstigen toestand tegelijkertijd aan
-te treffen.
-
-"Jawel, soms in mijne zijde!"--antwoordde zij achteloos.--"Hoe lang
-zal het nog duren voor ik op kan staan, dokter?"
-
-Deze vraag stelde zij hem iederen morgen, hoewel, om de waarheid
-te zeggen, zij met waren angst dacht aan het oogenblik, waarop zij
-hersteld verklaard zou worden.
-
-Zij gevoelde eene loomheid en moeheid in hare beenen, die haar
-deed twijfelen, of zij ooit weer ver zou kunnen loopen, en een meer
-bescheiden teeken van beterschap versmaadde zij. Buitendien bespeurde
-zij eene knagende pijn onder de armen, en als zij hoestte, stond zij
-de hevigste benauwdheid uit.
-
-Toch was zij niet ziek genoeg om niet belang te stellen in alles, wat
-er om haar heen gebeurde, en verlangde, dat de anderen haar zouden
-vertellen, wat buitenshuis voorviel--wie het gelukkigst was geweest
-bij het cricketspel, welke bloemen ontloken waren in het weelderige
-hoekje van den tuin, dat haar toebehoorde, hoe vele eieren de kippen
-per dag legden, hoe het met het aantal der Guineesche biggetjes en
-der kanaries gesteld was, en welke schoenen of kleeren de nieuwe
-jonge hond vernield had.
-
-En Bunby bracht dikwijls zijne witte muizen en zijn blind marmotje
-in hare kamer en liet de diertjes los over haar deken loopen, en Pip
-zat meestal te timmeren aan een klein tafeltje dicht bij haar bed,
-zoodat zij ieder nieuw werk kon zien en de vorderingen kon gadeslaan.
-
-Meg, die haar omgang met Aldith bijna geheel verbroken had, wijdde
-zich met hart en ziel aan de verpleging van hare zuster; zij gaf
-haar allerlei kleine geschenken--een schoenentasch, met verschillende
-afdeelingen, een zakje voor kam en borstel, met het monogram J. W. in
-rose zijde daarop geborduurd, een klein werkmandje met naaldenboekje,
-speldenkussen en verder toebehooren. Judy vreesde, dat zij na haar
-herstel nu ook verplicht zou zijn netjes te worden.
-
-Het genoegen, dat haar de geschenkjes blijkbaar veroorzaakten, deed
-een geest van mededinging onder de anderen ontwaken.
-
-Eens was Pip een geheelen dag onzichtbaar; eerst in den avond
-vertoonde hij zich weer, en liep trots naar het bed. Hij had eene
-kleine chiffonière gemaakt, waarvan drie laden werkelijk, hoewel met
-groote omzichtigheid, geopend konden worden.
-
-"Dit is niet voor poppenkleeren,"--zeide hij, nadat zij alle
-gebruikelijke betuigingen van dankbaarheid uitgeput had,--"want ik
-weet, dat je daar niet van houdt, maar je kunt er je kleine prullen
-in bewaren--haarlintjes, naaigereedschap, er is plaats genoeg."
-
-Zij hoorden een geluid, alsof op de gang iets voortgesleept werd, en
-Bunby kwam de kamer binnen, achterwaarts loopende, en voortslepende een
-vreemd voorwerp, dat uit vijf of zes aaneengespijkerde planken bestond.
-
-"Dit is een stoel," verklaarde hij, en veegde de bewijzen van zijne
-inspanning van zijn voorhoofd. "Ik zal er natuurlijk de een of andere
-stof over spijkeren, zoodat je er niet door kunt vallen; maar ik dacht,
-dat ik hem je nu wel eerst eens kon laten zien."
-
-Er kwam een glimlach om Judy's lippen, maar zij dankte hem hartelijk.
-
-"Ik wilde niet iets maken, waaraan je toch niets hadt, zooals Pip
-gedaan heeft!" vervolgde het kleine ventje, en hij keek verachtelijk
-naar de chiffonière. "Dit is iets wat je gebruiken kunt; als je
-weer opstaat, dan kan je er bij den haard op zitten, Judy, en lezen
-of naaien of iets anders doen. Je vindt dit ook mooier dan Pip's
-cadeautje, is het niet zoo?"
-
-Judy wist behendig beide partijen te vriend te houden, door hen te
-vragen, de geschenken naast alle andere bij het hoofdeinde van haar
-bed te plaatsen.
-
-"Wat zal je veel mee te nemen hebben, als je weer naar school gaat,
-Judy!" zeide Nell, terwijl zij de verzameling met een paar gehaakte
-mofjes en een wollen poppenlijfje verrijkte.
-
-Maar Judy keek haar slechts verwijtend aan, en lag het overige gedeelte
-van den avond met haar hoofd naar den muur gekeerd.
-
-Dit was het, wat haar al de veertien dagen van hare ziekte met angst
-vervuld had--de gedachte aan de school in de toekomst.
-
-"Wat zal er met mij gebeuren, als ik weer beter ben, Esther?"--vraagde
-zij den volgenden morgen op gedrukten toon, toen hare stiefmoeder
-haar kwam bezoeken. "Spaart hij heel veel slaag voor mij op? En moet
-ik de eerste week weer terug?"
-
-Esther stelde haar gerust.
-
-"Deze drie maanden blijf je hier, en zeer waarschijnlijk de volgende
-drie maanden ook, Judy! Hij heeft gezegd, dat je met een paar der
-anderen naar buiten zult gaan, tot je weer geheel sterk geworden bent;
-en onder ons gezegd, geloof ik, dat je wel nooit weer de kostschool
-zult terug zien."
-
-Toen deze vrees dus verdwenen was, ging Judy's gezondheid steeds
-sneller vooruit, zoodat haar krachtig gestel zelfs den dokter
-verbaasde.
-
-Na drie weken liep zij weer door het huis, mager en met groote oogen,
-maar vol grappen en vol ondeugende plannen. De visites van den dokter
-werden gestaakt; hij zeide, dat tot nu toe alles naar wensch was
-gegaan, maar dat zij in eene andere omgeving moest komen en eenigen
-tijd geen zeelucht mocht inademen.
-
-"Laat haar een paar maanden vrij in de buitenlucht loopen,
-Woolcot!" zeide hij bij zijn laatste bezoek; "er is tijd toe noodig,
-om al het gebeurde te boven te komen, en haar hare kracht en gezondheid
-te doen herkrijgen."
-
-"Zeker, zeker; ik zal haar naar buiten sturen!" antwoordde de kapitein.
-
-Hij kon den schrik niet vergeten, die hem vijf of zes weken geleden
-op den ouden zolder bevangen had, en zou er in toegestemd hebben haar
-naar de Sahara te brengen, indien dit noodig geoordeeld was geworden.
-
-De dokter had hem mede gedeeld, dat hare longen zeer gevaarlijk
-aangedaan waren.
-
-"Het is niet gezegd, dat zij aan tering moet sterven," had hij
-gesproken, "maar er is altijd gevaar voor deze vreeselijke kwaal in
-dergelijke gevallen. En de kleine Judy is zulk een wild rusteloos
-schepseltje; alles wat zij doet, doet zij met hart en ziel, en zij
-schijnt vreugde en leed duizendmaal dieper te gevoelen, dan andere
-kalmere naturen. Zorg goed voor haar, Woolcot; zij zal eens eene
-uitstekende vrouw worden--ja, eene buitengewone vrouw."
-
-De kapitein rookte vier groote sigaren in de eenzaamheid van zijne
-studeerkamer, alvorens hij kon beslissen, hoe hij het best "goed voor
-haar kon zorgen".
-
-Eerst bedacht hij, haar met Meg en de gouvernante voor eenigen tijd
-naar de bergen te zenden, maar dan rees de moeielijkheid, dat de andere
-drie in dien tijd geen onderwijs zouden genieten. Hij zou hen naar
-school kunnen zenden of eene andere gouvernante nemen; zeker, maar dan
-waren er weer de onkosten, die in overweging moesten genomen worden.
-
-De meisjes alleen te laten gaan, daar kon geen sprake van zijn,
-want Meg had, niettegenstaande hare zestien jaren, getoond, niet veel
-meer dan een gansje te zijn; en op Judy moest toegezien worden. Toen
-dacht hij er aan, dat Esther er ook niet zeer goed uitzag; Judy's
-verpleging en de zorgen voor den Generaal bleken te veel voor haar
-te zijn geweest, en zij was lang niet meer de stralende, bloeiende
-Esther van vroeger. Hij wist, dat hij haar naar buiten moest laten
-gaan, en het kind eveneens, natuurlijk.
-
-En dan dacht hij weer aan de onkosten. En aan de andere kinderen.
-
-Hij herinnerde zich, dat de Kerstvacantie niet meer ver af was; wat zou
-er van het huis worden, indien Pip en Bunby en de twee jongste meisjes
-konden doen en laten wat zij wilden, en niemand het opzicht hield? Hij
-zuchtte diep, en klopte de asch van zijn vierden sigaar op het tapijt.
-
-Toen kwam de brievenbesteller over het pad en voorbij het venster. Hij
-keek glimlachend en raakte zijn pet aan met een vergenoegden blik. Het
-was alsof hij wist, dat hij in een der brieven de oplossing bracht
-van het raadsel, dat op het voorhoofd van den kapitein ontelbare
-rimpels te voorschijn riep.
-
-Een vijfde sigaar werd juist uit het kistje genomen, eene groeve
-vertoonde zich boven de linker wenkbrauw, een steek van iets dat
-zeer veel geleek op jicht gaf aanleiding tot een paar woorden "in
-eene vreemde taal," toen Esther binnenkwam met een glimlach om de
-lippen en een open brief in hare handen.
-
-"Van moeder!" zeide zij. "Het schijnt, dat Yarrahappini haar te stil
-begint te worden, en dus vraagt zij mij, of ik met den Generaal eenige
-weken, bij haar kan komen?"
-
-"Ha!" zeide hij.
-
-Dit zou zeker een der moeielijkheden doen verdwijnen. Wel was het
-landgoed zeer ver weg, maar, het was Esthers vroegere tehuis, en zij
-had het niet weergezien sedert haar huwelijk. Daar zou zij zeer snel
-weer sterk worden.
-
-"O, en Judy ook!"
-
-"Ha!" zeide hij.
-
-Twee rimpels verdwenen van zijn voorhoofd.
-
-"En Meg, omdat ik schreef, dat zij er bleek uitzag." De kapitein
-legde zijn sigaar weer in het kistje. Hij vergat dat er iets bestond,
-wat jicht heette.
-
-"De uitnoodiging kon nooit beter te pas zijn gekomen!" zeide hij. "Neem
-haar onvoorwaardelijk aan; niets kon beter geweest zijn; en het is
-een buitengewoon gezond klimaat. De andere kinderen kunnen--"
-
-"O, vader vooral wenscht, dat Pip ook zal komen, omdat hij zulk een
-flinke jongen is."
-
-"Op mijn woord, Esther, je ouders hebben harten vol ware
-menschenliefde. Is er nog iemand anders in de uitnoodiging begrepen?"
-
-"Alleen maar Nell en Bunby en Baby. O, en moeder zegt, dat wanneer je
-ooit lust mocht hebben, eenige dagen te komen jagen, je haar altijd
-hartelijk welkom zult zijn."
-
-"De gastvrijheid der squatters is wereldberoemd, maar dit overtreft
-alles, Esther!" De kapitein stond op, en rekte zich uit met het
-vergenoegde gelaat van een man, die zich verlost voelt van eene
-nachtmerrie. "Neem de uitnoodiging onvoorwaardelijk aan--voor
-allen. De gevolgen mogen zij zelf ondervinden; maar ik ben bang,
-dat men op Yarrahappini treurige ervaringen zal gemaakt hebben,
-eer de maand voorbij is!"
-
-Hoe treurig deze ervaringen zouden zijn, kon hij toen in de verste
-verte niet vermoeden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XV.
-
-DRIEHONDERD MIJLEN IN DEN TREIN.
-
-
-Zij vulden eene geheele coupé--wel was er nog eene plaats open, maar
-men scheen niet begeerig die in te nemen, nadat men een haastigen
-blik naar binnen geworpen had.
-
-Daar zaten zij met hun achten, en alleen Esther was degene, die
-toezicht hield--Esther in eene rose blouse, en met een matrozenhoedje,
-met een gelaat zoo stralend en ondeugend als dat van Pip. De kapitein
-had hen naar het station gebracht, en Pat zorgde voor de bagage. Hij
-had de kaartjes genomen--twee gewone voor Esther en Meg, en vier voor
-half geld voor de vier anderen. Baby werd zelfs niet met een kaartje
-voor half geld voorzien, zeer tot hare eigen verontwaardiging--het
-was eene beleediging voor hare vier en een half jaar, om voor niets
-te kunnen reizen evenals de Generaal.
-
-Maar de kosten van deze stukjes bordpapier hadden den kapitein zeer
-ongelukkig doen kijken: hij kreeg niet meer dan achttien stuivers
-terug van de tien pond, die hij gegeven had; want Yarrahappini lag
-op de grenzen van het onbekende land.
-
-Hij gaf de achttien stuivers uit aan geïllustreerde tijdschriften,
-en uit de keuze van deze bleek wel, dat hij geen hoogen dunk had
-van den letterkundigen smaak zijner familie; hij voorzag bovendien
-Esther van een boekdeel in geel linnen gebonden, waarop eene dame
-in het groen was afgebeeld, die in de armen van een heer, welke in
-purper was uitgedost, flauw viel, en Meg met Mark Twain's "Springende
-Kikvorsch," omdat hij in den laatsten tijd eene zekeren zwaarmoedigen
-blik in hare oogen had opgemerkt.
-
-Toen werd de bel geluid, een gefluit deed zich hooren, conducteurs
-liepen in groote haast her- en derwaarts, en men nam afscheid,
-vroolijk of treurig, al naar de omstandigheden.
-
-Eene vrouw stond droevig te schreien op het perron, en een meisje
-met vriendelijke oogen, vol tranen, leunde uit het venster van een
-tweede-klasse coupé en sprak haar toe; daar was een squatter met
-gebruind gelaat, die een pet van stof ophad, en eveneens stoffen
-schoenen, en voor wie de driehonderd mijlen lange reis eene weinig
-belangrijker gebeurtenis was, dan een maaltijd; en daar was de
-jonge man, die voor zijne zaken op reis moest, en wien eene reis
-naar Engeland weinig korter voorkwam, nu hij voor een geheel jaar
-van zijne vrouw en zijn kind afscheid nam; en waggons, waarin dames
-zaten, die weer naar de wildernis terugkeerden na hun jaarlijksch of
-halfjaarlijksch bezoek aan de Sydneysche beschaafde wereld; en daar
-waren de acht reizigers, die ons in het bijzonder interesseeren, en
-die zich voor het portier en de vensters verdrongen, om den kapitein
-nog eens toe te knikken, en vaarwel te zeggen.
-
-Hij zag er volstrekt niet neerslachtig uit, toen de trein met veel
-rumoer wegstoomde--met zwierigen stap wandelde hij het perron af, alsof
-het vooruitzicht twee maanden als jonggezel te moeten doorbrengen,
-ook wel zijne lichtzijde had.
-
-Te half zeven in den namiddag vertrokken zij, en zij zouden in
-Curlewis, het station, dat het dichtst bij Yarrahappini gelegen
-was, ongeveer te vijf uur in den volgenden morgen aankomen. Nu het
-gezelschap zoo talrijk was, kon er geene sprake van zijn, billetten
-voor den slaapwaggon te nemen, maar in het koffernet lagen verscheidene
-reisdekens, en twee of drie windkussens, bestemd voor hen, die zich
-vermoeid mochten gaan gevoelen. Het denkbeeld, zoovele uren in den
-trein door te brengen, was al de kinderen heerlijk voorgekomen; geen
-enkele van hen behalve Judy had ooit verder dan veertig of vijftig
-mijl ver gereisd, en het scheen hun buitengewoon verrukkelijk toe,
-steeds voort te stoomen, als het donker, zou geworden zijn even goed
-als bij daglicht.
-
-Maar lang voor het tien uur in den avond was verloren hunne
-droomen allen glans en alle bekoorlijkheid. Nell en Baby hadden eene
-woordenwisseling gehad over het opblazen der windkussens, en waren te
-moede en te kribbig, om weer vrede te sluiten; Pip had Bunby wegens de
-eene of andere duistere reden een tik gegeven, en kreeg twee schoppen
-terug; Judy had hoofdpijn, en het geraas was juist niet geschikt,
-om die te doen verdwijnen; Meg was moe geworden van het staren naar
-het duistere landschap, door hetwelk zij heengleden, en dacht er aan,
-of Alan zou merken, dat zij nu niet meer op de stoomboot verscheen; en
-de arme kleine Generaal vervulde de warme lucht met luide klaagtonen
-over de raadselachtige behandeling, die hij onderging, en die hij
-zich moest laten welgevallen.
-
-Esther had hem zijne bovenkleertjes uitgetrokken, en een schilderijtje
-van hem gemaakt, door hem een roomkleurig flanellen nachtjaponnetje
-en een rose wollen jasje aan te trekken. En een half uur lang had
-hij er zich blijmoedig in geschikt, dat hij van de eene hand in de
-andere werd gegeven, geliefkoosd en gekust. Hij had zelfs toegelaten,
-dat Nell in zijne rose teentjes een voor een beet, en een geruimen
-tijd onzin praatte over kleine biggetjes, die naar de markt gingen,
-en meer dergelijke dwaze dingen uitvoerde.
-
-Hij had bijna niet tegengesparteld, toen er eene twist was gerezen
-over het bezit van zijne persoon, en Bunby zich aan zijn hoofd en zijn
-lichaampje had vastgeklampt, terwijl Nell heftig aan zijne beenen trok.
-
-Maar na een poosje, toen Esther op een der banken een bedje voor hem in
-orde gemaakt, en hem daarop had neergelegd, drongen de onaangenaamheden
-die hem wachtten, tot zijn bewustzijn door.
-
-Hij had thuis een wiegje, dat op een kleinen vergulden standaard
-rustte, die hem altijd een lust voor de oogen was--hij kon niet
-begrijpen, waarom hij dat moest ontberen, en genoegen nemen met een
-driedubbel gevouwen reisdeken. Hij was buitendien gewend aan een
-gedempt licht, eene stille kamer, en een waarschuwend fluisteren van
-sst! sst! wanneer de een of ander zoo ver ging, geritsel te maken.
-
-Hier flikkerde het groote, gele licht den geheelen tijd door, en elk
-der luidruchtige familieleden, in wier handen hij zooveel moest dulden,
-was niet verder dan een paar voet van hem verwijderd.
-
-Dus verhief hij zijne stem en schreide. En toen hij tot de ontdekking
-kwam, dat hij door schreien zijn wiegje niet kon terugkrijgen, evenmin
-als de kleine, dansende kwasten van het muskietengaas, begon hij
-twee tonen hooger, en toen zelfs op dat oogenblik Esther hem alleen,
-om hem te bedaren, op den schouder bleef kloppen, barstte hij in een
-oorverdoovend geschreeuw uit.
-
-Nellie liet al hare lange krullen over zijn gezichtje dansen, om
-zijne aandacht te trekken, maar hij pakte ze arglistig en trok er
-aan, tot haar de tranen in de oogen kwamen. Esther en Meg zongen
-wiegeliedjes tot haar keel haar begon pijn te doen. Judy probeerde in
-de kleine ruimte met hem op en neer te loopen, maar hij hield zich
-stijf in hare armen, en zij was niet krachtig genoeg om hem vast te
-houden. Ten laatste viel hij van uitputting in slaap, diep snikkend
-ademend en nu en dan een hikkend, droevig geluid makend.
-
-Toen werd Bunby slapende op den grond ontdekt, met zijn hoofd onder
-eene bank, en dus moest hij opgetild worden, en in eene gemakkelijker
-houding neergezet; en Baby, die in een hoekje rechtop neerzat,
-knikkebolde als een klein rose en wit meizoentje, dat door de
-zonnewarmte bedwelmd is.
-
-Een voor een verstreken de lange uren, steeds verder en verder stoof de
-trein met zijne roode oogen door het stille, slapende land, zwaaiende
-om reuzenbochten, langzamer zich tegen de steilten opwerkend, met
-pijlsnelle vaart door de eindeloos zich uitstrekkende vlakte snellend.
-
-De duisternis week voor een vaal licht, en mijlen lang verhieven zich
-nu, eentonig, jonge gomboomen tusschen den trein en den hemel. De zon
-verrees, en de aarde werd liefelijk en rozig, als een kind, dat uit
-zijne sluimering ontwaakt. En toen kwamen de vale tinten weer terug,
-de teedere, trillende lichteffecten verdoofden, en de regen begon
-te vallen. Stroomen regen, die tegen de ratelende vensters sloegen,
-voortgezwiept door een snijdenden morgenwind, die van de bergen kwam
-gevlogen. En zij waren een afgemat, slaperig kijkend, neerslachtig
-achttal, toen zij te vijf uur op het perron te Curlewis uit den waggon
-stapten. Judy hoestte van de vochtige morgenlucht en werd snel naar
-de wachtkamer gebracht en in een reisdeken gepakt.
-
-En toen werden hunne koffers en valiezen uitgeladen en de trein
-stoomde weer weg, en daar stonden zij nu treurig en verlaten te kijken,
-want het scheen wel, dat er niemand was, die hen kwam halen.
-
-Daar weerklonk het geluid van wielen, die door plassen rolden, het
-knallen van eene zweep, den hoefslag van paarden en zij stormden
-allen weer naar voren en keken over de witte paaltjes, die het perron
-afsloten, naar den weg.
-
-Zij zagen een groot, overdekt rijtuig, gemend door eene wijde, gele
-olie-jas, die zeker het omhulsel was van een koetsier, en nog een hoog,
-ander rijtuig, waarvan een zeer groote man afklom.
-
-"Vader!"
-
-Esther stormde naar buiten in den regen. Zij sloeg hare armen om
-den druipenden regenjas en eerst na een paar minuten hief zij zich
-weer op. Misschien was dit de oorzaak, dat hare oogen en wangen zoo
-vochtig waren.
-
-"Mijn klein meisje--Esther--kind!" zeide hij, en tilde haar bijna
-van den grond op, toen hij haar kuste, hetgeen een zonderlingen
-indruk op Meg maakte, in wier oogen hare stiefmoeder eene deftige
-persoonlijkheid was.
-
-Toen leidde hij hen allen snel naar de rijtuigen, vijf stapten in
-het eene en drie in het andere. Zij hadden nog vijf en twintig mijlen
-te rijden.
-
-"Wanneer hebben jelui het laatst iets gegeten?" vraagde hij; het speet
-hem de neerslachtige gezichtjes van de kinderen te moeten zien. "Moeder
-heeft cakes en sandwiches voor jelui meegegeven, maar koffie of iets
-anders warms kunnen we eerst krijgen, als we thuis zijn."
-
-Esther vertelde hem, dat zij te Newcastle, om negen uur, het laatst
-koffie gehad hadden, maar dat deze zoo brandend heet was geweest,
-dat zij haar grootendeels niet hadden kunnen uitdrinken, en weer vlug
-hadden moeten instappen. De zweep werd over de paarden gelegd en zij
-vlogen over de modderwegen in een draf, dien Pip, niettegenstaande
-zijne vermoeidheid, met genoeg bewonderen kon. Maar het was toch een
-zeer onbehagelijke rit, en de Generaal schreide bijna onafgebroken
-van het oogenblik van vertrek tot zij aankwamen, zeer tot Esthers
-misnoegen, want zoo kon zijn grootvader, bij deze eerste kennismaking,
-niet den besten indruk van hem krijgen.
-
-Ten slotte, toen iedereen begon te gevoelen, dat zijn geduld uitgeput
-raakte, verbrak een hoog wit hek de eentonigheid van druipend natte
-heggen.
-
-"We zijn thuis!" riep Esther vroolijk. Zij liet den Generaal op hare
-knie dansen.
-
-"Daar, van dat hek, viel mamaatje, toen zij drie jaar oud was,"
-zeide zij, en keek er vol genegenheid naar, toen Pip het open wierp.
-
-Nog eens ging het door den plassenden regen; de wielen rolden nu
-zacht voort, want de weg was bedekt met natte, gevallen bladeren.
-
-"Waar is het huis?" zeide Bunby, terwijl hij tusschen Pips arm die op
-den bok zat, door keek; hij zag nog steeds niets dan eene eindelooze
-laan van gomboomen. "Ik dacht dat je zeidet, dat wij er waren, Esther!"
-
-"O, het woonhuis is niet zoo dicht bij het hek als op Misrule,"
-zeide zij. En dit was inderdaad zoo.
-
-Vijftien minuten gingen voorbij alvorens zij de schoorsteenen konden
-ontdekken, toen moest er een tweede hek geopend worden.
-
-Er vertoonde zich aan hun oog een goed onderhouden grintweg,
-bloembedden met palmhegjes er om, een rijkdom van rozestruiken,
-die vooral Meg verheugde, en twee geschoren, nu zeer natte
-tennisgrasvelden.
-
-En toen het huis.
-
-De veranda trok al hun aandacht, want deze was zoo bijzonder groot,
-zoo groot als eene gewone kamer, en er stonden sofa's en stoelen,
-en tafeltjes hier en daar, hangmatten hingen in de hoeken, en eene
-dichte, groene kruipende plant met verregende vlinderbloemen slingerde
-zich tegen een buitenmuur.
-
-"He!" zeide Pip. "He! wat ben ik stijf! Neen maar, wat begin je
-daar nu?"
-
-Want Esther had haar zoontje op zijn knie gezet, gleed uit het rijtuig
-en liep de trap, die naar de veranda leidde, op. Daar stond een klein
-oud dametje, met eene heel groot huishoudschort voor. Esther sloot haar
-in hare armen, en zij kusten elkander en hielden elkander omstrengeld,
-tot zij beiden begonnen te schreien.
-
-"Mijn lief klein meisje!" snikte de oude dame, terwijl zij met bevende
-hand Esther's natte haren en nog natter wangen betastte.
-
-En Bunby, die ook dadelijk uitgestapt was keek van de slanke gestalte
-zijner stiefmoeder naar het kleine figuurtje van hare moeder en lachte.
-
-Esther snelde terug naar het rijtuig, nam den Generaal van Pip aan,
-en, weer de treden opspringende, legde zij hem in haar moeders armen.
-
-"Is hij niet een dikkertje!" zeide Bunby, deelende in haar trots. "U
-moet eens naar zijn beentjes zien!"
-
-De oude dame zat één oogenblik neer in den natsten stoel, dien zij
-vinden kon, en drukte hem tegen zich aan.
-
-Maar hij balde zijne verkleumde vuistjes, vocht zich vrij, en
-schreeuwde om Esther.
-
-Mr. Hassal had de rijtuigen nu ledig gepakt, en kwam de trap op.
-
-"Zou je hun niet eens iets te eten geven, moedertje?" zeide hij,
-en de oude dame liet in haar schrik haar kleinzoon bijna vallen.
-
-"Ach! ach!" zeide zij, "waar zijn mijne gedachten? Wel, wel! Dat ik
-daarvoor niet eerder gezorgd heb!"
-
-Tien minuten later hadden zij allen drooge kleederen aan, en zaten
-in de warme eetkamer met grooten eetlust te ontbijten.
-
-"Wat had ik een honger!" zeide Bunby. Hij had den mond vol geroosterd
-brood, en was bezig zijn vierde ei te openen, terwijl hij een schotel
-in het oog hield, waarvan het eene gedeelte met honig, het andere
-met geslagen room gevuld was.
-
-"Die lieve oude borden!" Esther nam het hare op, toen zij het
-leeggegeten had en keek vol liefde naar de blauwe rozen, die er op
-geschilderd waren. "En als ik bedenk, dat den laatsten keer, dat ik
-er van een at, ik..."
-
-"Een bruidje was," zeide de oude dame, "en den sluier hadt je toen
-weggeslagen, en iedereen keek naar je, want je sneedt de taart. Twee
-zijn er sedert dien tijd maar gebroken--en, het is waar ook, Hannah,
-het dienstmeisje, dat gekomen is na Emily, heeft den hengsel van het
-suikermandje gebroken en een stuk uit de spoelkom geslagen."
-
-"Waar zat vader toen?" vraagde Meg. In hare gedachten bevolkte zij de
-kamer met bruiloftsgasten, de ham en de coteletten, het geroosterde
-brood en de eieren en de schalen met vruchten, waren veranderd in
-eene groote, hooge, witte taart met zilveren bladeren.
-
-"Juist waar Pip nu zit," zeide mevrouw Hassal, "en hij hielp Esther
-met de taart, omdat zij haar met zijn sabel sneed. Wat heb je toen
-een groot gat in het tafelservet gemaakt, Esther, het was mijn beste
-damasten met de convolvulus-bladeren, maar ik heb het natuurlijk
-gestopt!"
-
-Baby had haar kop omgeworpen, en de koffie liep nu over haar heen en
-over haar bord en over Bunby, die naast haar zat.
-
-Zij barstte in tranen uit van vermoeidheid, en omdat zij zenuwachtig
-was door al het nieuwe, dat haar omringde. Zij gleed van haar stoel
-en onder de tafel. Meg tilde haar op.
-
-"Mag ik haar naar bed brengen?" zeide zij. "Zij schijnt doodelijk
-vermoeid."
-
-"Mag ik ook naar bed?" sprak Nellie, terwijl zij haar ontbijt verder
-liet staan en haar stoel naar achteren schoof. "Ik heb zulk een slaap!"
-
-"En ik dan!" Bunby at in vliegende haast alles wat op zijn bord lag
-en stond op. "En die akelige koffie loopt in mijne laarzen!"
-
-En dus, juist toen de zon begon te glimlachen en de tranen van den
-hemel weg te jagen, gingen zij allen naar bed om de schade van den
-onrustigen nacht in te halen, en het was zes uur en weer theetijd
-voor een van hen de oogen opende.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XVI.
-
-YARRAHAPPINI.
-
-
-Yarrahappini in den zonneschijn, dien zonneschijn, die den zilveren
-draad van den thermometer tot 100° doet stijgen!
-
-In de verte teekende zich aan drie zijden met eene zachte blauwe lijn
-eene heuvelreeks met bosschen af. En in den omtrek van het woonhuis
-waren de boomen krachtig en heerlijk groen, en de bloemen prijkten
-met een rijkdom van kleuren.
-
-Maar de vlakte, die zich daartusschen uitstrekte, was bruin. Haar
-bedekte verzengd gras, hier en daar afgewisseld door een plek
-vaalgroene halmen, terwijl kleine boschjes de ruggen der heuvels, die
-eenige afwisseling brachten in de rechte lijn der velden, bedekte,
-en weer in de hellingen verdwenen, waar gras en doorngewas welig
-groeiden. Het hoofdstation bestond uit een klein dorp op den top
-van een heuvel. Jaren geleden, toen Esther niet grooter was dan haar
-kleine Generaal nu, had er alleen eene ruw getimmerde woning gestaan
-op den heuveltop, met een paar hutten van boomschors als bijgebouwen.
-
-En Mr. Hassal was van den morgen tot den avond in het zadel geweest,
-en had harder gewerkt dan twee van zijne drijvers samen, en mevrouw
-Hassal had hare liefhebberijen laten rusten, hare handwerken, hare
-guitaar, haar schilderdoos, en had geschrobd en gekookt en gewasschen
-als menige vrouw van een landbezitter vóór haar gedaan had, tot de
-angstig verbeide wolmarkt hun betere dagen bracht.
-
-Toen verrees eene groote, steenen woning juist tegenover het kleine,
-oude buitenhuis met zijn door flesschen afgeperkt tuintje, waar
-nooit iets aristocratischers te zien was geweest dan de snuitjes
-van biggetjes en scharlakenroode geraniums. Het was een zeer mooi
-buitenhuis, met eene menigte luchtige kamers, vele vensters en een
-diepe veranda. Het kleine roode gebouwtje was keuken, buitendien
-bevatte het kamertjes voor de twee dienstmeisjes, en aan het groote
-woonhuis was het met eene overdekte gang verbonden.
-
-Een honderd ellen ver weg stond eene woning, die twee vertrekken
-bevatte, en bewoond werd door den zoon van een Engelschen baronet,
-die tegen zeventig pond in het jaar en vrijen kost, de boeken van
-Yarrahappini hield en het opzicht voerde over de magazijnen.
-
-Nog wat verder stonden twee hutten van boomschors, zij waren tegen
-elkaar aan gebouwd. Tettawonga, een oude, kromme inboorling, woonde
-in de eene, en voerde weinig meer uit, dan rooken, en iederen morgen
-vertellen, wat hij van het weer dacht. Twintig jaar geleden had hij
-meegeholpen om een stevig fundament te maken voor het roode woonhuis,
-dat geheel gereed gebouwd daarheen was gebracht op een grooten,
-door ossen getrokken wagen.
-
-Voor vijftien jaar had hij met zijn tomahawk een van twee
-struikroovers, die zich in Yarrahappini poogden te nestelen, in de
-afwezigheid van den eigenaar gedood, en had hij de kleine bevende
-mevrouw Hassal en Esther naar eene veilige plaats gebracht, was
-teruggegaan, en had den anderen een slag op het hoofd gegeven, die
-hem bedwelmde, tot hulp kwam opdagen.
-
-Zoo had hij zich natuurlijk een recht verworven op de hut en het
-dagelijksch rantsoen en de pijp, die nooit van zijne lippen kwam.
-
-Twee werklieden van de bezitting woonden in de andere hut, wanneer
-zij niet uit waren naar veraf gelegen weiden.
-
-Vlak bij het huis was een groot, waterdicht gebouw, met eene zware,
-van een hangslot voorziene deur.
-
-"O, laten we daar eens ingaan," zeide Nell, aangetrokken door de
-grootte van het hangslot; "het ziet er uit als een huis, waarin
-schatten geborgen worden, uit een boek. Mogen we er niet in,
-grootmamaatje?"
-
-Zij waren bezig alle gebouwen te verkennen--de zes kinderen in een
-troepje, mevrouw Hassal, die zij allen "grootmamaatje" noemden,
-zeer tot haar genoegen, en Esther met den jongen.
-
-"Je moet het gaan vragen aan Mr. Gillet," zeide de oude dame, "hij
-bewaart de sleutels van het voorraadshuis. Kijk, hij woont aan den
-overkant in dat huisje naast het waterreservoir, en spreekt beleefd,
-kinderen, alsjeblieft!"
-
-"Zulk een beschaafd man," zeide zij zachtjes tot Esther, "zoo knap,
-zoo welgemanierd, als hij alleen maar niet zoo dronk."
-
-Meg en Judy gingen, met Baby achter haar aan rennende, zoo vlug als
-hare korte beentjes het haar veroorloofden.
-
-"Binnen!" zeide eene stem, toen zij klopten.
-
-Meg aarzelde zenuwachtig, en een man opende de deur. Een groote,
-magere man, met rustelooze, zwaarmoedige oogen, een bruin, breed
-voorhoofd, en zorgvuldig geknipten baard.
-
-Judy deelde mede, dat mevrouw Hassal hen gezonden had om de sleutels,
-als hij er niet tegen had.
-
-Hij verzocht haar binnen te komen en te gaan zitten, terwijl hij naar
-het gevraagde zocht.
-
-Meg was verwonderd over de kamer, gelijk hare blauwe oogen duidelijk
-te kennen gaven, want zij had alleen maar van hem hooren spreken als
-van den magazijnmeester. Er was een boekenrekje, waarop zij Shakespeare
-en Browning en Shelley en Rosetti en Tennyson, William Morris en vele
-anderen zag, waarvan zij vroeger nooit gehoord had. Er hingen aardig
-in een lijst gezette photographieën en gravures van Engelsche en
-Europeesche tafereelen aan de muren. Er was een klein geëmailleerd
-zilveren vaasje op een hoekje, en eenige bloemen met lange ranken
-bloeiden daarin. De tafel met de overblijfselen van het ontbijt er
-op, was even keurig op kleine schaal als die, welke zij zooeven had
-verlaten, in het groote woonhuis.
-
-Hij kwam uit de binnenkamer terug met de sleutels. "Ik was bang, dat
-ik ze op eene verkeerde plaats gelegd had," zeide hij. "De middelste
-past op het hangslot, Miss Woolcot; de dikke koperen is voor de twee
-kisten, en de lange stalen voor de kast."
-
-"Dank u vriendelijk; ik vrees, dat wij u bij het ontbijt gestoord
-hebben!" zeide Meg, terwijl zij opstond en eene kleur kreeg, omdat
-zij dacht, dat hij hare verbazing over het boekenrekje had opgemerkt.
-
-Hij deed, alsof hij hare verlegenheid niet merkte en hield de deur voor
-haar open, met eene buiging, waar wel iets hoffelijks in was. Althans,
-dit vond Meg, terwijl zij vol verbazing er over peinsde, hoe het
-kon, dat men gezouten vleesch bij den centenaar en kisten vol meel
-bezat. Hij keek haar na, toen zij over het gras liepen--ten minste
-hij keek naar Meg in haar luchtig mousselinen japonnetje met licht
-blauw ceintuur, Meg met haar strooien zonnehoed en haar glanzende
-vlecht van kroezend haar, die tot op haar middel hing.
-
-Judy's lange zwarte beenen en verkreukt batist kleedje hadden niets
-schilderachtigs.
-
-Mevrouw Hassal maakte het hangslot van het voorraadshuis open. Welk
-een koor van "o's!" en "hè's!" rees er op uit de kinderen.
-
-Baby had nog nooit in haar leven zooveel suiker bij elkaar gezien;
-naar haar gezichtje te oordeelen, was zij wel gaarne een paar uur
-alleen in deze groote kamer geweest.
-
-En dan de krenten! Er was een groote houten kist boordevol--het
-zouden wel ongeveer vijftig pond zijn, dacht mevrouw Hassal, toen
-zij er haar naar vraagden.
-
-Bunby nam stil een handvol weg en stopte die in zijn zak, terwijl
-iedereen bezig was naar den berg van kaarsen te kijken.
-
-"Zelf gemaakt, liefje, natuurlijk!" zeide de oude dame. "Wel, ik
-zou er niet toe kunnen overgaan eene gekochte kaars te gebruiken,
-evenmin als gekochte zeep!"
-
-Zij liet hen de groote staven van zuiver ruikende, gele zeep zien,
-en fijnere, lichter gekleurde voor de waschtafel.
-
-Hammen en zijden spek hingen in groot aantal aan de balken. "Dit zijn
-schapenhammen," zeide zij, wijzende naar een gedeelte. "Die heb ik
-voor de drijvers."
-
-Pip wenschte te weten, of het de bedoeling was, dat het magazijn hun
-moest dienen voor hun geheele leven, er was genoeg; hij was verbaasd
-te hooren, dat het iedere zes maanden opnieuw voorzien werd.
-
-"Twintig tot dertig man, dat zijn dus de grenswachters en drijvers
-op verschillende gedeelten der bezitting, en tweemaal dit aantal
-in scheer- of drijfjachttijd, om niet te noemen de daglooners,
-die iederen dag hier werken--het is, alsof men een leger voedt,
-kinderen!" zeide zij. "En dan moest ik toch ook zorgen, voor jelui
-allen genoeg voorraad te hebben--vooral voor Bunby."
-
-Zij knipoogde schalks met hare kleine, grijze oogen, toen zij naar
-dien kleinen jongen keek.
-
-"U kan ze terugkrijgen," zeide Bunby, half pruilend. Hij haalde een
-half dozijn krenten uit zijn zak te voorschijn. "Ik had niet gedacht,
-dat het u iets kon schelen, bij zulk eene menigte; wij hebben maar
-eene flesch vol thuis."
-
-Waarop de oude dame hem op zijn hoofd tikte, een blik openmaakte,
-en zijne handen met vijgen en dadels vulde.
-
-"En moet u iederen dag voor al die mannen koken?" zeide Meg, benieuwd
-welke keukenkachel daar groot genoeg voor zijn kon.
-
-"Neen, schatje!" antwoordde de oude dame. "Wel neen! Iedere man
-zorgt voor zich zelf in zijne eigen hut; zij krijgen zelfs niet eens
-brood, alleen porties meel, om voor zich zelf hun twaalfuurtje te
-bereiden. Ook geven wij hun eene bepaalde hoeveelheid vleesch, thee,
-suiker, tabak, kaarsen, zeep en nog het een en ander."
-
-"Waar bewaart u de wol en zulke dingen?" zeide Pip, wiens geest zich
-verheven gevoelde boven de zelfgemaakte kaarsen; "ik kan geen enkele
-loods of iets dergelijks ontdekken."
-
-Mevrouw Hassal deelde hem mede, dat die op een mijl afstand stonden,
-bij het riviertje, waar de schapen op een bepaalden tijd van het
-jaar gewasschen en geschoren werden. Maar de hitte was te groot, dan
-dat zelfs Pip verlangde, om juist nu er heen te gaan; dus namen zij
-Mr. Hassal in beslag, verlieten grootmama met Esther, den Generaal en
-Baby, en gingen naar de uit baksteen gebouwde stallen in de nabijheid.
-
-Daar waren drie of vier voertuigen met kappen, maar in het geheel
-geen paarden, deze waren verderop in de weiden. Zij liepen over het
-grasveld den heuvel op. Een half dozijn paarden gaven gehoor aan een
-eigenaardig gefluit van Mr. Hassal; de andere waren wilde, ongetemde
-dieren, die de manen schudden en op het zien van menschen naar de
-verst afgelegen gedeelten, waar de boomen groeiden, vluchtten.
-
-Pip koos er een uit, een grijs, met lange harddraverspooten, en
-een smallen mooien kop; hij was wat trotsch, dat hij verstand van
-paarden had! Judy koos een zwart, met roodachtige, beweeglijke oogen,
-maar Mr. Hassal stond het haar niet toe, daar het een wisselvallig
-temperament had, en dus moest zij zich tevreden stellen met een bruin
-diertje, met zachten, satijnachtigen neus.
-
-Meg vraagde om een "heel erg mak" op fluisterenden toon, zoodat Judy
-en Pip haar niet konden hooren, en kreeg een oud beestje, dat mevrouw
-Hassal achttien jaar geleden gedragen had. Ieder dier was bestemd om
-geheel ter beschikking te staan van het jonge volkje, gedurende hun
-verblijf te Yarrahappini. Maar de ritjes moesten plaats hebben voor
-het ontbijt of na de thee (werd hun gezegd), als zij er eenig genoegen
-van verwachtten; het was anders te warm om paard te rijden. Nellie
-was teleurgesteld in de schapen, uitermate teleurgesteld. Zij had
-verwacht, groote, sneeuwwitte dieren te vinden, die tam zouden zijn,
-en haar zouden toelaten, linten om hunne nekken te strikken, en hen
-rond te leiden.
-
-Van den heuveltop zag zij den volgenden morgen het eene omheinde
-grasveld na het andere, elk met eene bruine, langzaam bewegende massa;
-zij rende naar beneden, door den zonneschijn, met Bunby, om ze van
-dichterbij te bekijken.
-
-"O, hoe jammer!" riep zij uit, en ware tranen van teleurstelling
-sprongen haar in de oogen, toen zij de groote, luie dieren met hunne
-lange, vuile, gehavende vachten zag.
-
-"Wacht maar een tijdje, vrouwtje!" zeide Mr. Hassal. "Wacht maar,
-tot dat wij ze baden!"
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XVII.
-
-DE RUNDEREN VAN YARRAHAPPINI.
-
-
- "De wilde stugge kudde te drijven in de omheining ...
- Met een loopend vuur van zweepen en vurig hoefgetrap ...."
-
-
-Pip kan nauwelijks slapen op een nacht, een maand na hunne aankomst,
-daar hij dacht aan de vee-drijfjacht, die op het programma stond voor
-den volgenden dag. Hij was aan het zoeken geweest naar de eene of
-andere nieuwe bezigheid, want hij was een jongen, voor wien afwisseling
-het zout van het leven was. In het begin was hij er zeker van geweest,
-nooit het konijnenschieten vervelend te gaan vinden. Mr. Hassal had
-hem het "aardigste, bovenste beste geweertje" gegeven, en Tettawonga
-was den eersten dag met hem uitgegaan, en had zijne opgetogenheid,
-dat hij er twee geschoten had, met groote minachting bejegend.
-
-"In de boschjes, konijn genoeg. Jager kan gaan naar het noorden,
-naar het zuiden, jager kan gaan waarheen hij wil. Bah, ieder goed
-prikkeldraad doet, elk goed vergif doet. Bah!"
-
-Maar Pip kon niet zoo spoedig ontmoedigd worden en dacht werkelijk,
-dat hij den Yarrahappinischen staat een groot voordeel gedaan had,
-door die twee zachte, vlugge, bruine diertjes te schieten. Hij nam
-ze mee naar huis, en liet ze vol trots aan de meisjes zien, maakte
-zijn volkomen schoon geweer schoon, en ging den volgenden dag met
-zijne uitvallen voort.
-
-Tettawonga nam zijne pijp van zijne lippen, toen hij hem weer zag,
-en lachte, een luiden, gichelenden lach, die Pip rood deed worden
-van drift.
-
-"Morgen en morgen weer! Konijn nu gauw weg gaat. Jongen komt met groot
-geweer, konijn dadelijk bang is, gaat onder den grond. Ha, ha, hi, hi!"
-
-Pip begreep zijn gebrekkig Engelsch genoeg om te weten, dat met hem
-den draak gestoken werd, en zeide hem boos: "zijn zottepraat voor
-zich te houden."
-
-Daarop schouderde hij het geweer, waarop hij zoo overmatig trotsch
-was, en ging naar den anderen kant van de prikkeldraadomheining,
-waar het gelukkig jachtterrein was van het kleine knaagdier, dat
-Mr. Hassal belette rijk te worden.
-
-Hij schoot er dien dag vijf, den volgenden vier, den daarop volgenden
-zeven, maar na een tijdje begon het hem te vervelen, en ging hij op
-vogels jagen, met meer plezier, maar minder zekerheid van de vangst.
-
-Iederen dag was tot aan den rand gevuld met genietingen, en was het
-alleen maar niet zoo ontzaglijk warm geweest, dan zou die eerste
-maand te Yarrahappini er een geweest zijn, van volkomen tevredenheid
-en geluk.
-
-En nu was er de vee-drijfjacht!
-
-Het ontbijt werd op den morgen van de groote gebeurtenis zeer vroeg
-gebruikt; tegen half zes was het reeds afgeloopen, en Pip, in een
-koorts van rusteloosheid, vertelde aan Mr. Hassal, dat hij er zeker
-van was, dat zij te laat zouden zijn, en alles misloopen.
-
-Judy had ijverig gepleit, om toestemming te krijgen mede te gaan, maar
-iedereen zeide, dat hiervan geene sprake kon zijn--het werd zelfs in
-twijfel getrokken, of het verstandig was Pip toe te staan het gevaar
-onder de oogen te komen, dat onafscheidelijk is van het drijven van het
-wildste gedeelte der kudde, dat van veraf gelegen weiden was opgejaagd.
-
-Maar hij had zoo naar den dag verlangd, en zich zoo doelmatig gekleed,
-dat Mr. Hassal niet het hart had, hem thuis te laten.
-
-Hij kwam naar beneden om te ontbijten in een baaien hemd en een oude,
-saaien broek, om zijn middel vastgemaakt met een lederen gordel, in
-welken een ontbloot dolkmes, pas geslepen, los weg was gestoken. Geen
-overreding kon hem er toe brengen eene jas te dragen, noch het mes
-in de scheede te bergen.
-
-Het grijze paard werd om het huis naar de trap der veranda gebracht,
-evenals Mr. Hassal's prachtig rijdier. Mr. Gillet zat op een goed
-onderhouden appelschimmel; hij had drie zweepen met houten handvat,
-twee van wel zestien voet lang, de derde was korter, en deze bood
-hij Pip aan.
-
-Het gelaat van den jongen gloeide. "Hoera, Fizz!" riep hij uit, en hij
-stond in de stijgbeugels op en zwaaide de zweep om zijn hoofd. "Wat
-zou je er voor geven, om van plaats te ruilen?"
-
-Hij drukte de sporen in de zijden van het paard en stortte zich
-holderdebolder in een wilden galop den heuvel af.
-
-Het was anderhalve mijl naar de omheinde grasvelden voor de kudden,
-en daar heerschte de grootste opgewondenheid.
-
-Pip kon niet begrijpen van waar al die mannen gekomen waren. Er
-waren wel twintig of dertig drijvers; scheerders, die niets te doen
-hadden; twee inboorlingen, buiten Tettawonga, die rookte en slaperig
-en vergenoegd toekeek, en verscheidene andere werklieden der bezitting.
-
-Op het eerste omheinde grasveld waren vijfhonderd stuks vee, die
-daar den nacht te voren in gedreven waren, en die nu den aanblik
-van een zee van wildzweepende staarten en hoorns aanboden.--Wat een
-hoorns!--groote, gekromde, angstverwekkende hoorns, waarmede zij
-elkander openreten en woedend bevochten, daar zij zagen, dat zij niet
-bij den gemeenschappelijken vijand konden komen.
-
-In het eerste oogenblik voelde Pip zich een weinig afkeerig de veilige
-plaats op den rug van zijn paard te verlaten. Het gedreun van de
-hoeven en hoorns, de wilde aanvallen, gedaan door de wanhopige dieren
-op de omheining, deden hem verwachten, deze iedere minuut krakend te
-zien bezwijken.
-
-Maar al de anderen waren gaan zitten op de bovenste dwarslat van de
-omheining, en keken neer op de verwoede dieren; daarom maakte hij
-ten slotte zijne teugels aan een boom vast en trad omzichtig vooruit,
-om dit voorbeeld te volgen.
-
-Op een plotseling signaal van Mr. Hassal lieten de mannen zich aan
-beide zijden aan den binnenkant der omheining zakken. Het doel was
-een tweehonderd stuks vee in de aangrenzende versterkte omheining, van
-welke het hek wijd open stond, te drijven. Pip was hoogst verwonderd
-over den moed der mannen; voor een oogenblik had zijn hart in zijn
-keel geklopt, toen de eene stier na den anderen zich een weg door
-hen trachtte te banen; maar de lucht weergalmde van zweepgeklap en
-van het geluid van stokslagen, en het eene beest na het andere trok
-naar het midden terug, den kop druipend van bloed.
-
-Toen holde een ontzaglijk groot zwart dier, met een gebrul, dat
-den grond scheen te doen trillen, woest springend naar het hek;
-de geheele kudde kwam achter hem aan. Bliksemsnel vormden de mannen
-achter hen eene rij, schreeuwend, gillend, klappend met de zweepen,
-om ze vooruit te drijven. Pip vloog op, en hitste ze aan, geheel
-buiten zich zelven van opwinding. Toen hield hij zijn adem weer in.
-
-Mr. Hassal en een van de inboorlingen slopen behoedzaam vooruit,
-langs den doorgang, door welken de onstuimige stroom van hoorns en
-ruggen zich stortte. Een half dozijn krachtige slagen van de mannen,
-en de laatste aanvoerder deinsde één oogenblik achteruit, de troep
-achter zich terugdringend.
-
-In dit oogenblik hadden de twee mannen de sluitboomen dichtgeschoven
-en de kudde was in twee gedeelten verdeeld.
-
-Wederom twee rijen drijvers, zweepgeklap, gebrul, bloed, hoorns,
-huiden, en hoeven in de lucht, en een veertig- of vijftigtal was
-binnen de derde omheining geborgen,--eene lange, nauwe ruimte met
-eene opening aan het eind, leidende naar de eindafdeeling.
-
-Pip leerde van Mr. Gillet het doel van deze afscheiding: sommige
-der dieren waren bijna waardeloos, men had hen aan een opkooper
-toegewezen voor een paar pond het stuk, enkel de waarde van de hoorns,
-de huid en het vleesch. Andere waren voortreffelijke, vette beesten,
-gereed voor den slager en de markt van Sydney. En andere weer bleken
-buitengewoon schoone dieren van groote waarde als fokvee, en moesten
-in een afzonderlijk perk gebracht worden.
-
-De man bij den laatsten doorgang verrichtte bet hoogst gewichtige werk
-van het uitkiezen. Hij was gewapend met een korten, dikken stok, en
-terwijl de andere mannen de dieren naar hem toe dreven, besliste hij
-bliksemsnel tot welke klasse zij behoorden. Een hevige slag op den
-neus, eene vlugge opeenvolging van harde slagen tusschen de oogen,
-en het meest woeste beest deinsde verblind terug waarheen de drijver
-het zond. Den geheelen dag werd het werk voortgezet, en juist toen
-de groote, warme, purperen schaduwen schuin over de vlakten begonnen
-te vallen, verzekerden zij den laatsten sluitboom, was het gevecht
-afgeloopen, en waren de dieren in de voor hen bestemde perken.
-
-Pip at genoeg gezouten vleesch en ander voedsel om hem half dood
-te maken, dronk meer thee dan waarover hij ooit beschikt had op
-één avond in al zijn veertien jaar, slingerde zich in zijn zadel,
-daarbij den oudsten drijver zoo goed mogelijk nadoende, en bedacht,
-dat als hij slechts eene zwarte, leelijke pijp zooals Tettawonga
-en de andere mannen kon hebben, zijn geluk volmaakt en hij een man
-geworden zou zijn.
-
-Hij kwam thuis "zoo moe als een hond", en vermaakte zijne zusters en
-Bunby met een levendig verhaal van de gebeurtenissen van den dag,
-terwijl hij breedvoerig uitweidde over zijne eigen kracht en de
-menigvuldige gevaren, waaraan hij ontsnapt was.
-
-Den volgenden dag reden Esther en Judy met de anderen naar de omheinde
-grasvelden om vee te zien wegdrijven.
-
-De besten van het gedeelte, die Mr. Hassal alleen verlangd had af te
-scheiden, niet te verkoopen, waren door het hek naar buiten gedreven,
-terug naar hunne vroegere velden en weiden.
-
-De "landopeters", een honderd vijftig stuks, met een half dozijn
-drijvers, gezeten op de beste paarden der bezitting, die voor
-hen uitgezocht waren, werden bevrijd uit hunne opsluiting, in een
-toestand van waanzinnige woede, met veel geklap van zweepen en gegil,
-samengedreven tot eene kudde, en over de vlakte voortgejaagd in de
-richting van den weg. En een uur of twee later werd de beste troep
-slachtvee weggeleid, en wederom heerschte er rust op Yarrahappini.
-
-Gedurende de twee dagen van opwinding hadden alle kinderen omtrent
-hunne toekomst een besluit genomen. Zij hadden allen beroepen gekozen
-van landelijken aard.
-
-Pip was van plan drijver te worden en vee te merken en kudden op te
-jagen, zijn geheele leven door. Judy besloot zijn aide-de-camp te zijn
-op voorwaarde, dat hij haar in het zadel liet blijven, en haar eene
-even lange zweep als hij had, verschafte. Meg dacht, dat het haar wel
-zou aanstaan, den rijksten squatter van Australië te trouwen, en den
-Gouverneur en den Premier te logeeren te krijgen voor jachtpartijen
-en dergelijke dingen, en bals te geven, waarheen alle menschen uit
-honderd mijlen in den omtrek zouden komen. Nell besloot, dat zij zeep
-en kaarsen, zoowel gekleurde als ongekleurde zou maken, als zij tot
-de jaren des onderscheids zou gekomen zijn, en Baby had grooten zin
-kampen vol lieve lammertjes te houden, die nooit schapen werden.
-
-Bunby geraakte over geen dezer plannen in vuur.
-
-"Ik zou liever willen zijn, zooals Mr. Gillet!" zeide hij, en zijne
-oogen keken droomerig.
-
-"Daar zou ik voor danken. Geen boeken en cijfers! Geef mij een gedeelte
-van Salt Bush, en eenige duizenden schapen!" zeide Pip.
-
-"Hoor hij, hoor hij!" riep Judy er tusschen.
-
-"Ezels!" zeide Bunby op een toon van groote minachting. "Bewaart
-Mr. Gillet niet de sleutels van het magazijn?--denk dan toch eens
-aan de krenten en vijgen!"
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XVIII.
-
-DE PICNIC TE KRANGI-BAHTOO.
-
-
-Esther was naar een bal gegaan, niet in eene lichte japon met groote
-pofmouwen, met lagen hals, verrukkelijk schoon onder haar châle en
-kanten, niet door den duisteren nacht naar eene zee van licht en
-liefelijke muziek.
-
-Zij was gegaan, in het heldere licht van den morgen, in eene linnen
-japon met lichtblauw overhemd, een matrozenhoedje, en eene reisvoile.
-
-Onder den bok, waarop Mr. Hassal zat, stond eene doos, waarin zich
-eene mooie japon bevond van lichtgele zijde, opgemaakt met luchtig
-chiffon. En daar waren gele schoenen en kousen, een veeren waaier in
-eene hoedendoos op haar schoot, en een keurige onderrok met sleep,
-versierd met allerliefste strookjes, die Meg hartelijker dan ooit
-deed verlangen, groot te zijn. Maar geen van deze dingen zou nog in
-de eerste uren worden gebruikt.
-
-Het bal had plaats in eene woning, die de kleinigheid van vijf en
-vijftig mijlen ver van Yarrahappini gelegen was, en dus had zij
-natuurlijk tamelijk vroeg moeten vertrekken, om zich op haar gemak
-te kunnen "mooi maken" zooals Pip dit noemde.
-
-De kinderen zouden, als eene vergoeding daarvoor, dat zij aan dit
-genoegen geen deel konden nemen, onder elkander een buitengewonen
-picnic mogen houden.
-
-In de eerste plaats was de plek, die zij daarvoor uitgekozen hadden,
-veertien mijlen ver; in de tweede plaats zou de reis daarheen niet
-in alledaagsche rijtuigen of op gewone paarden gemaakt worden, maar
-op een sleeperswagen, getrokken door een span van twaalf ossen.
-
-Een grenswachter had gemeld dat een prachtige gomboom, dien zij lang
-den Koning der Koree's genoemd hadden, door eene hevige windhoos
-omgewaaid was geworden, en Mr. Hassal beval dadelijk dat, hoe groot
-de moeite ook zijn zou, hij weggehaald moest worden om eene soort
-van dam dwars door het riviertje te Krangi-Bahtoo, de plaats, waar
-men den picnic wilde houden, te vormen. De gevallen woudreus lag
-twintig mijlen van het woonhuis, en zes mijlen van Krangi-Bahtoo;
-en de afspraak was, dat de wagen het gezelschap veertien mijlen ver
-zou rijden, dan den boom zou halen, en hem bij het riviertje brengen,
-waar hij voorloopig kon blijven liggen, en vervolgens de kinderen in
-de koelte van den avond weer als rijtuig zou dienen.
-
-Wanneer het niet zijn plan geweest was zijne dochter op het bal
-te vergezellen, zou Mr. Hassal zelf gegaan zijn om een oog op de
-werkzaamheden te houden. Nu vertrouwde hij echter den grooten kar
-aan vier mannen toe, en gelastte hun, een paar helpers te gaan halen,
-wanneer zij aangekomen zouden zijn.
-
-Krangi-Bahtoo--of Eendenwater, zooals wij, minder welluidend, zouden
-zeggen--was de naam van den oorsprong van het riviertje, dat den
-grond uitholde en een poel vormde, tot het zich juist op dit punt
-een weg begon te banen, tusschen steile rotsen door en losse steenen,
-waar de kangoeroes dartelden en met de jagers verstoppertje speelden,
-terwijl het beschaduwd werd door blauwe gomboomen en roode gomboomen,
-die zich in den blauwen hemel daarboven schenen te verliezen.
-
-Tettawonga had verteld van een geest, die daar woonde, waar het
-borrelende water een vijver vormde, een diepen schoonen vijver,
-welks oevers door fijne varens sierlijk omlijst werd, en welks
-waterspiegel de zware, dichte boomen, die hem als met een gordel
-omgaven, weerkaatste.
-
-Het water had daar leven gebracht, de zwarte zwaan bouwde zijn nest
-tusschen het grasachtige riet, de wilde eend nam in zig-zag lijnen
-zijn vlucht. In de boomen huisden de orgelvogel, de glansspreeuw,
-eenige soorten van paradijsvogels, en vervulden de lucht met geluiden,
-hoewel dan ook niet met liefelijk gezang. En de bruine, de zwarte, en
-eene menigte andere vergiftige slangen gleden kronkelend tusschen de
-gevallen bladeren en het gras, en hielden zich gereed, elken indringer
-te ontvangen. En zoo kwam het, dat er eene voorwaarde verbonden was
-aan den picnic, die den kinderen overigens zoo van harte gegund werd.
-
-Een ieder mocht medegaan, en mocht op den ossenwagen meerijden,
-maar de picnic moest op eenigen afstand van het ravijn gehouden
-worden en niemand had verlof zich daarheen te begeven, op straffe
-van oogenblikkelijk terug naar Sydney gezonden te worden.
-
-Zij beloofden allen, dit bevel te zullen opvolgen. Mevrouw Hassal,
-nietig als zij was, verstond de kunst, zich onvoorwaardelijk te
-doen gehoorzamen.
-
-Toen werd er een ongelooflijk aantal manden, volgepakt met allerlei
-heerlijke eetwaren, op den wagen gezet.
-
-Mr. Gillet zou medegaan, om de kinderen niet geheel onder elkaar te
-doen zijn, en om op te passen dat niemand een zonnesteek kreeg.
-
-Hij had Heine in den eenen zak als voorbehoedmiddel tegen de
-verveling, die deze lange, ongewone dag misschien zou meebrengen;
-een zwaarlijvigen, uitpuilenden Tennyson in den anderen, en een
-pak Engelsche couranten onder zijn arm, toen hij op den wagen klom,
-waar alle zeven reeds gezeten waren. Alle zeven? Zeker.
-
-Judy had zonder den Generaal niet van de partij willen zijn, en had
-gezegd "met haar leven er voor te zullen instaan," dat hem geene
-ongelukken zouden overkomen.
-
-Mr. Gillet keek bijna verstoord, toen hij het geheele troepje aanwezig
-vond, zonder dat de tot ondeugendheid neigenden thuis bleven, of iemand
-anders buiten hem zelven mee ging, die eenig gezag kon uitoefenen. Een
-oogenblik twijfelde hij, onder de gegeven omstandigheden, aan zijn
-persoonlijk overwicht.
-
-Judy ving den weifelenden blik op.
-
-"U zegt bij u zelven een gedicht op, Mr. Gillet!" zeide zij.
-
-"Ik?" sprak hij, en keek verwonderd. "Werkelijk niet. Waarom denkt
-u dat, Miss Judy?"
-
-"Ik kan het duidelijk hooren!" zeide zij. "Uwe oogen vertellen er van,
-en uw linker oor, om niet te spreken van de punten van uw snor."
-
-"Judy!" riep verwijtend Meg, die door de eene of andere omstandigheid
-buitengewoon stil was.
-
-Hij wendde voor, boos te zijn--sloot zijne oogen, hield zijn linker
-oor vast, en bedekte zijn snor.
-
-"Wat zouden ze kunnen zeggen?" sprak hij.
-
-
- ""O, dat ik was waar 'k wilde zijn!
- Dan was ik niet, waar ik nu ben;
- Maar waar ik ben, daar moet ik zijn,
- En waar ik 't wilde, kan ik niet."
-
-
-Meg, ik verzoek je vriendelijk uit te scheiden, met op mijne teenen
-te trappen!"
-
-En zoo werd Mr. Gillet zelfs vroolijk en spraakzaam, om te toonen,
-dat hij zich amuseerde, en de ossen werden aangestoken door den
-opgewekten geest, die achter hen heerschte, en bewogen zich een klein
-weinig sneller voorwaarts dan slakken. Toen zij ongeveer tien mijlen
-ver gekropen waren, begon de langzame beweging en de hitte, die op
-hen neerviel, hen een weinig te kalmeeren.
-
-"Als er niet iemand is, die een liedje zingt, of een verhaal vertelt,
-of iets voordraagt, of een grapje vertoont, dan stap ik uit en prik
-de ossen met mijn hoedenaald!" zeide Judy.
-
-Zij stond op om hare stijf geworden beenen te ontspannen, en poogde
-zelfs een pas-de-seul uit te voeren, maar een gleuf in den weg was
-oorzaak, dat aan hare bewegingen alle bevalligheid ontbrak. Zij viel
-weer op den wagen neer.
-
-"Hoe zou u het vinden, als ik u eens eenige gedichten voorlas, Miss
-Meg?" zeide Mr. Gillet.
-
-Zijne hand tastte naar zijn zak, de groote, zware Tennyson werd te
-voorschijn gehaald; maar Judy en Pip en Bunby en Nell en Baby deden
-een kreet van verontwaardiging hooren.
-
-"Dan zou ik nog liever uit willen stappen en de ossen en alles
-voortslepen!" zeide Pip; dus werd het boek weer weggeborgen.
-
-"Een verhaaltje over het een of ander," zeide Judy,--"over een
-koekoeboerra, als u niets beter verzinnen kan!"
-
-Zulk een vogel--met een deftig, geheimzinnig uiterlijk--zat op
-eene haag aan den kant van den weg, en zoo kwam juist hij Judy in
-de gedachten.
-
-"Wel, u zou een vervelender verhaaltje kunnen hooren dan dat wat ik ken
-over den koekoeboerra, of goboerra of landmansklok--of hoe u hem wil
-noemen," zeide Mr. Gillet, en streek peinzend langs zijn snor; "maar
-eigenlijk is Tettawonga de man, om deze oude legenden te vertellen;
-wat ik u zal mededeelen, is dus maar een verhaal uit de tweede hand,
-en vrij vertaald."
-
-Judy zette zich tot luisteren, en wiegde den Generaal heen en weer,
-om hem stil te houden.
-
-"Wacht even tot ik deze vrucht naar hem heb geslingerd"--zeide Pip,
-haalde er een uit zijn zak, en verdreef den vogel van de haag. "Hij
-mocht eens de leugens, die er over hem verteld worden, hooren en zich
-gekrenkt gevoelen."
-
-"Voor vele, vele jaren," Judy trok den neus op bij dit ouderwetsche
-begin, "voor vele, vele jaren," zeide Mr. Gillet, "toen dit jonge land
-nog jonger was, en onvergelijkelijk veel schooner, toen Tettawonga's
-voorvaderen dapper en sterk en gelukkig waren als zorgelooze kinderen,
-toen hun verschrikkelijkste droom hun nog nooit van een tijd had
-doen droomen zoo verschrikkelijk als de blanke man over hun ras zou
-brengen, toen--"
-
-"O, spaar ons de inleiding!" pruttelde Pip ongeduldig.
-
-"Toen," vervolgde Mr. Gillet, "om kort te gaan, een Gouden Eeuw dit
-land in zijn zonneschijn hulde, spreidden een jonge koekoeboerra
-en zijn wijfje de vleugels uit, en vertrokken naar de purperen
-bergen aan gene zijde der gomboomen. Iederen nacht en iederen
-dag hielden zij eenigen tijd rust, om zich met wormen, hagedissen,
-boschmuisjes en rupsen te voeden, hetgeen toen het eenige voedsel was
-der koekoeboerra's. Op een dag, toen zij over een bilwy vlogen--wat
-een klein stroompje is, Miss Judy--waren zij zeer verschrikt, toen zij
-een wipparoo--de naam, dien Tettawonga aan eene slang geeft, Pip--over
-een steen zagen liggen. Hare kop was opgeheven, haar mond wijd open,
-en haar nek zeer opgeblazen, en juist boven den kop van het monster
-fladderde, angstig klapwiekend en piepend, een mooi klein vogeltje,
-dat de koekoeboerra dadelijk herkende als zijnde de jeeda, het kleine
-blauwe winterkoninkje.
-
-"De wipparoo scheen al het mogelijke te doen, om het aardige kleine
-diertje, dat van vrees en opwinding bijna uitgeput was, angstig
-te maken. Het vloog steeds naderbij, staarde onafgebroken in de
-glinsterende oogen der slang, en ten laatste, met een doordringenden
-schreeuw, viel het hulpeloos in zijne gapende kaak. De koekoeboerra's
-waren zeer bedroefd, toen zij het treurige uiteinde van de arme
-jeeda zagen, en vlogen vlug weg uit het gezicht van de vreeselijke
-wipparoo. Weldra zagen zij haar echter haastig door het gras glijden,
-zonder twijfel op weg naar haar hol na het uitgezochte maal. Zij
-kwam langs een blok hout, dat langzaam lag te branden, en zoodra de
-wipparoo dit ontdekt had, legde zij zich, daar zij zeer moede was,
-er naast neer, en sliep den slaap des onrechtvaardigen.
-
-"In haar droom zag zij de jeeda weer boven zich fladderen, en
-plotseling haar kop ver omhoogstrekkende, opende zij haar vreeselijke
-kaken--toen eensklaps het mooie, blauwe vogeltje er zich uit bevrijdde,
-en ongedeerd vlug weg vloog."
-
-"Heb ik van mijn leven!" zeide Bunby. "Ga voort; die was nog handiger
-dan Jonas!"
-
-"De koekoeboerra's waren zoo verheugd, toen zij de wonderbare redding
-van de jeeda zagen, dat zij in een luid gelach uitbarstten--de eerste
-keer, dat een vogel gelachen heeft. Toen zonk de groote, roode zon,
-die Tettawonga en alle Koree's, Euroka noemen, weg achter de oranje
-getinte bergen, en de wereld werd grijs.
-
-"Een slanke, jonge Koree, die kwam aanwandelen, zag de wipparoo, en
-met een slag van zijn sterke nulla-nulla, dat, vertaald, een knots is,
-scheidde hij haar kop van haar lichaam."
-
-"Ik zou haar om mijn hoofd gezwaaid en haar rug verbrijzeld hebben,
-zooals Tettawonga doet!" zeide Pip. "Weet u zeker, dat hij het ook
-niet zoo deed, Mr. Gillet?"
-
-"Daar zou ik niet gaarne een eed op moeten doen," zeide deze heer,
-"aangezien de Koree het tijdelijke met het eeuwige verwisseld
-heeft, en dus niet als getuige kan opgeroepen worden. En verder: de
-koekoeboerra's sluimerden den geheelen nacht in een dichtbijzijnden
-boom; maar toen de zon weer begon haar boog langs den hemel te
-beschrijven, ontwaakten zij met een lach op hunne lippen--snavels
-moest ik zeggen, Miss Judy--want zij dachten er aan, hoe de jeeda
-aan de onbarmhartige wipparoo ontsnapt was. En sedert dien tijd,
-zoo sterk werkte dit voorval op hunne lachspieren, bij zonsopgang
-en zonsondergang, en ook wel eens tusschen dien tijd, barsten deze
-vreemdsoortige vogels in het lachen uit, dat u allen goed kent, en
-wanneer zij eene slang zien, pakken zij haar met hunne sterke bekken
-en dooden haar, als de Koree deed.
-
-"Miss Meg, die zilverachtig groene gomboom voor u, duidt Eendenwater
-aan."
-
-Wat waren zij verheugd eindelijk te kunnen opstaan en hunne ledematen
-op den grond uitstrekken. Niemand van hen had gedacht, dat met een
-ossenspan rijden zoo vervelend, saai en ongemakkelijk was, als het
-na de eerste paar mijlen bleek te zijn.
-
-Toen zette de wagen zijn weg voort.
-
-"Ik ben benieuwd of zij terug zullen zijn vóór zonsondergang, als zij
-niet wat vlugger voortmaken," zeide Mr. Gillet; "het is nu tijd voor
-den lunch."
-
-Zij bevonden zich op een groot grasveld, dat aan eene zijde plotseling
-naar het ravijn en het moerassige land afdaalde, hetwelk bekend was
-onder den naam van "Eendenwater."
-
-Groote boomen wierpen hun schaduw aan den eenen kant, en langs den
-anderen bevond zich de omheining van prikkeldraad, die aantoonde,
-dat zij zich nog niet van Yarrahappini verwijderd hadden; verder op
-stond de eenzame hut van een der drijvers.
-
-Zij gingen gezamenlijk naar hem toe, om hem te spreken en om zijne
-eenzame woning te zien, vóór hij zich bij de mannen met den kar zou
-gevoegd hebben.
-
-Zij kwamen in eene kleine kamer, met een grooten haard en een
-schoorsteen, waaraan een pan, een ketel, een kop en een lepel
-hingen. Er stond een leger in eenen hoek, met een paar blauwe dekens er
-op, eene houten tafel en een stoel in het midden van het vertrek. Bij
-den haard was eene ruwe kast tegen den muur bevestigd. Zij was van eene
-oude zeepkist gemaakt, en bestemd, om levensmiddelen te bergen. Aan
-een spijker in de lage zoldering hing een zak van muskietengaas,
-en de gonzende vliegen, die hem omgaven, gaven te kennen, dat hij
-vleesch bevatte. De muren waren behangen met menig nummer van Het
-geïllustreerde Nieuwsblad van Sydney en De Courant voor Stad en Land,
-een courant van een maand oud lag op den stoel, waar de eigenaar hem
-had neergeworpen.
-
-De drijver was eene studie in bruine tinten: bruine, droomerige
-oogen; bruin, stoffig haar; eene bruine, door de zon uitgedroogde
-en verschrompelde huid, een bruine, onverzorgde baard, eene bruine
-broek van geribd fluweel, en eene bruine jas.
-
-Zijne pijp was evenwel zwart--zij zag er uit, alsof zij minstens
-twintig jaar was gebruikt geworden.
-
-"Zou u niet liever dichter bij het woonhuis willen zijn?" vraagde
-Meg. "Is het hier niet eenzaam?"
-
-"Daar merk ik niets van," zeide de bruine man tot zijne pijp of
-zijn baard.
-
-"Wat voer je wel uit als je niet in de velden bent?" vraagde Pip.
-
-"Rooken," zeide de man.
-
-"Maar Zondags, en 's avonds?"
-
-"Rooken," zeide hij.
-
-"Op Kerstdag," zeide Baby, vooruitdringend om dezen vreemden man te
-zien, "wat doet u dan?"
-
-"Rooken," antwoordde hij.
-
-Judy wenschte te weten hoe lang hij in het kleine huis gewoond had,
-en allen stonden versteld toen zij hoorden, dat hij zeven jaar lang
-daarin den meesten tijd had doorgebracht.
-
-"Verleer je wel eens niet het praten?" zeide zij met eene stem,
-waaruit schrik en verbazing spraken.
-
-Maar hij antwoordde kalm zijn baard dat er toch altijd de kat was.
-
-Baby had haar reeds gevonden onder de petroleum-aetherkan, die als
-emmer dienst deed, en het dier had haar op drie plaatsen gekrabd:
-bruin, als haar baas, had zij kwaardaardige oogen, groote snorren en
-was mager als een hout; maar eene genegenheid, die reeds jaren bestond,
-verbond die beiden.
-
-Mr. Gillet deelde hem Mr. Hassal's verlangen mede, dat hij de andere
-mannen zou vergezellen en bij den boom helpen.
-
-Hij trok een bruinen hoed over zijn voorhoofd en begaf zich naar
-den ossenkar, die den kronkelenden weg opgekropen was tot bij den
-heuveltop.
-
-"Water van de ton, is dichterbij dan de rivier!" sprak hij tot zijne
-pijp voor hij heenging, en zij vonden zijn watervoorraad en vulden
-hun ketel voor den lunch.
-
-De gebraden kippen en eendvogels van mevrouw Hassal smaakten
-uitstekend, hoewel de zon haar best deed, ze zelfs op de schotels
-nog te braden. En de appeltaart en abrikozengebakjes verdwenen snel,
-en van de vruchtensalade, welke uit twee hermetisch gesloten flesschen
-te voorschijn kwam, bleef geen lepelvol over.
-
-Mr. Gillet had alles medegebracht om een meelkoek te bereiden, op
-uitdrukkelijk verzoek, en maakte na den lunch daartoe aanstalten,
-opdat zij den koek bij hun thee 's middags zouden kunnen nuttigen.
-
-De koek werd zonder twijfel bewonderenswaardig vlug klaar gemaakt.
-
-Mr. Gillet schudde eenvoudig eenig meel uit een zak op een bord,
-voegde daar een weinig zout en wat water bij; toen kneedde hij dit
-alles, vormde van het deeg een koek, en legde dezen op de asch van
-het vuur, waarna hij hem met de warme, witte asch bedekte.
-
-"Hoe vies!" zeide Nell, en trok haar mooi neusje op.
-
-Maar toen hij gaar was, en Mr. Gillet hem opnam en de asch
-verwijderde--zie! toen was hij luchtig en licht en prachtig wit.
-
-Dus aten zij hem, en spraken vol geestdrift af, bij iederen volgenden
-picnic in de grasvelden van Misrule zulk een koek te maken.
-
-Zij vulden twee borden met eetwaren en zetten deze in de kast van den
-bruinen man en Mr. Gillet legde zijne ongelezen Engelsche couranten
-op den stoel naast de kast.
-
-"Die courant is een maand oud," zeide hij, ootmoedig, ziende dat Meg
-voor de eerste maal dien dag, hem glimlachend aankeek.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XIX.
-
-EEN LICHTBLAUW HAARLINT.
-
-
- "Zij in haar maagdelijke schoonheid
- Als een heiligenbeeld zoo rein--
- Hoe zouden die smarten en zonden,
- Voor haar gevaarlijk ooit zijn?"
-
-
-Aanleiding tot de omstandigheid, dat onze aanminnige, bleeke Margaret
-karig met hare glimlachjes was geweest, had dezelfde man, die alleen
-ze miste, gegeven.
-
-Eene warme vriendschap was in deze maand ontstaan tusschen het kleine,
-bevallige meisje, dat met zulke heldere, blauwe oogen eene toekomst
-tegemoet zag, die, dit gevoelde zij, schoon moest zijn, en den man,
-welke zooveel doorleefd had, welke terug kon staren op een verleden,
-dat zwart en treurig was door zijne eigen schuld.
-
-Hij reed iederen dag met de meisjes uit, omdat mevrouw Hassal het
-niet aangenaam vond, wanneer zij verre afstanden alleen aflegden;
-en daar Judy haar paard zelden stapvoets liet loopen, en Meg het hare
-niet kon laten galoppeeren, was het natuurlijk, dat hij den geheelen
-tijd door aan de zijde der bedaarde en vreesachtige rijdster bleef.
-
-"U herinnert mij aan een zusje van mij, dat gestorven is!" zeide
-hij eens langzaam tot Meg, na een vertrouwelijk gesprek. "Misschien,
-als zij nog in leven was, zou ik nu niet zoo verachtelijk zijn!"
-
-Megs gelaat overtoog een hoogroode blos, en pijnlijk ontroerd keek
-zij voor zich. Het kwam haar vreeselijk voor, dat hij zou weten,
-dat zij niet onkundig was van zijne afdwalingen.
-
-"Wie weet, of zij niet om u lijdt!" fluisterde zij zoo zacht, dat
-hij haar nauwelijks verstaan kon, en toen deed hare vermetelheid
-haar verbleeken, en zij liet haar paard een weinig sneller loopen,
-om hare verschrikte blikken te verbergen.
-
-Op den terugweg viel het lichtblauwe haarlint, dat haar vlecht hield
-samengebonden, op den grond. Hij steeg af, en raapte het op. Meg
-strekte hare hand er naar uit, maar hij maakte den strik los, en wond
-het langzaam om zijne groote hand.
-
-"Mag ik het houden?" zeide hij met zachte stem. "Als mijn blauwe
-lint? Ik ken de voorwaarden, waartoe men zich daardoor verbindt."
-
-"Als u daaraan zou willen denken--o, als u dat wilde ..." zuchtte
-Meg meer, dan dat zij het sprak. Toen kwam Judy aangegaloppeerd,
-en zij reden alle drie naast elkander naar huis. Het maakte haar zoo
-gelukkig gedurende de warme, lange dagen, die nu volgden; voor een
-meisje, dat juist het leven binnentreedt, kan er geen reiner, dieper
-gevoel van vreugde bestaan, dan dat wat haar geschonken wordt door
-het bewustzijn, dat zij een invloed ten goede uitoefent op een man
-of eene vrouw, ouder dan zij zelve, bezoedeld en levensmoede. Arme
-kleine Meg! In hare liefelijke, zonnige droomen had zij haar grooten
-protégé gezien als wederom zijnde een man onder mannen, met opgeheven
-hoofd zijne plaats in de wereld innemende, terugkeerende naar het
-moederland en de jonkvrouw afhalende, die volgens hare vruchtbare
-verbeeldingskracht daar geduldig op hem wachtte; en, dit alles omdat
-zij, Meg Woolcot, zich zijner had aangetrokken, en hem den weg had
-gewezen, dien hij moest volgen.
-
-En toen ging zij zich in een hangmat in de veranda aan de achterzijde
-van het huis wiegen, en al hare luchtkasteelen stortten in, en kwetsten
-en verwondden haar in hun val.
-
-Achter haar bevond zich eene dichte kruipende plant, en door de takken
-en bladeren heen kon zij Tettawonga hooren praten met de keukenmeid.
-
-"Mr. Gillet weer aan den gang!" zeide hij, en grijnsde met den kant
-van zijn mond, waar de pijp niet was. Meg hief zich in doodelijken
-schrik op. Sedert zij te Yarrahappini was, had zij deze uitdrukking
-te dikwijls met betrekking tot werklieden van de bezitting hooren
-gebruiken, om niet te weten, dat daaronder een aanval van hevige
-drankzucht verstaan werd.
-
-"Goede hemel! Dat verwondert me niets!" zeide de dienstbode. "Hij is
-den laatsten tijd veel te matig geweest; ik denk, dat hij geprobeerd
-heeft nuchter te blijven zoolang de logés er zijn, maar dat kan hij
-toch niet volhouden! Wie heeft nu de sleutels?"
-
-"Mevrouw Hassal," zeide hij. "Jij haar gaan helpen--hij zal vandaag
-wel niet naar de magazijnen omzien, Mr. Gillet--hi, hi, ha, ha!"
-
-Dat was er dus met hem gebeurd in die drie dagen, gedurende welke
-zij hem niet gezien had! Zij had gehoord, dat hij in opdracht van
-Mr. Hassal naar de naastbijwonende buren gereden was, maar had er
-niet aan gedacht, dat hem zoo iets zou overkomen zijn. Den vijfden
-dag had zij hem in de verte gezien, eens, toen hij uit de magazijnen
-kwam en eens toen hij buiten zijne eigen deur stond te rooken, en
-geen van beide keeren had zij iets buitengewoons aan hem waargenomen,
-alleen misschien, dat zijne schouders iets meer gebogen waren.
-
-Den zesden dag had de picnic plaats.
-
-Even luchthartig en vroolijk als de anderen kon zij niet zijn, nu zij
-zoo teleurgesteld, nu haar vertrouwen in de menschen zoo geschokt was.
-
-Wat was hij zwak, dacht zij; hoe karakterloos! Al haar medelijden
-had plaats gemaakt voor eene jeugdige, diepe verontwaardiging.
-
-Zij had hem ternauwernood hare hand gereikt, toen zij elkander in den
-morgen ontmoet hadden, en was gedurende den langen rit opzettelijk
-koud en uit de hoogte tegen hem.
-
-Na den lunch geraakte het gezelschap verspreid. Judy nam den Generaal
-en ging met hem naar den kant der boomen; Pip en Bunby hielden zich
-bezig met sprinkhanen vangen; Baby en Nell plukten wilde bloemen. Meg
-knielde neer om de lepels en vorken in te pakken en de overgeschoten
-eetwaren weer in de manden te leggen, om ze voor de mieren te
-beveiligen.
-
-"Dat zal ik wel doen--u ziet er zoo warm uit, Miss Meg; blijf u maar
-kalm zitten!" zeide Mr. Gillet.
-
-"Dank u, ik wil het liever zelf doen," antwoordde Miss Meg, met
-ijskoude kalmte.
-
-Zij keek hem niet aan, maar hare lippen stonden zoo strak, dat hij kon
-vermoeden hoe toornig de blik harer heldere, blauwe oogen zijn moest.
-
-Hij bood niet nogmaals zijne diensten aan, maar bleef haar met eene
-raadselachtige uitdrukking op het gelaat aan zitten staren, terwijl
-zij het een en ander inpakte. Toen zij bijna gereed was, haalde hij
-iets uit zijn zak te voorschijn.
-
-"Dit moet ik u terug geven," zeide hij, en overhandigde haar het blauwe
-lint, keurig opgevouwen, maar daar, waar het gestrikt was geweest,
-kreukels vertoonende.
-
-Zij nam het aan zonder hare oogen op te slaan, verkreukelde het in
-hare hand, en stak het in haar zak.
-
-"Ik had bijna gehoopt, dat u het mij zou hebben laten behouden,
-ondanks alles"--zeide hij, "als een talisman voor de toekomst, maar
-uwe lippen zijn te streng, Miss Meg, dan dat ik deze hoop langer zou
-kunnen koesteren."
-
-"Het zou even vruchteloos zijn, als het geweest is!" antwoordde zij
-stijf. Maar hare handen bewogen zich zenuwachtig, en zij pakte de
-resten van een ham en van een confiturentaart samen in een mand.
-
-"Dus behoef ik mij geene illusies te maken?" zeide hij.
-
-"Het zou tot niets leiden!" herhaalde Meg, terwijl zij sinaasappels
-en bananen met eene verhoogde kleur opraapte.
-
-Hij begrijpt niet, hoe slecht hij geweest is, hij denkt, dat alles
-maar dadelijk vergeven en vergeten moet zijn, dacht zij.
-
-Hij ledigde langzaam den trekpot op den grond, sloot hem met zijn
-zwart geworden deksel, en bond er eene courant om heen. Toen keek
-hij weer naar haar, en de wijze, waarop haar zijdeachtig haar op haar
-voorhoofd viel, deed hem aan zijn gestorven zusje denken.
-
-"Ik smeek u mij het lint terug te geven, Miss Meg!" zeide hij.
-
-Megs hart en hoofd kampten een hevigen strijd; haar hart was gevoelig
-en warm, en zeide haar, het lint te voorschijn te halen, en het hem
-dadelijk te geven; het hoofd sprak, dat hij zwaar gezondigd had, en dat
-zij hem haar misnoegen moest laten blijken, zelfs wanneer zij hem ten
-laatste zijn verzoek zou toestaan. Het hoofd behaalde de overwinning.
-
-"Mijn invloed is klaarblijkelijk vruchteloos,--dat eindje lint zou
-in de toekomst toch niets baten!" zeide zij zeer koud.
-
-Hij leunde tegen den boom en gaapte, alsof het onderwerp hem verder
-geene belangstelling inboezemde.
-
-"U heeft gelijk!" zeide hij.
-
-Meg had min of meer een gevoel van verslagenheid.
-
-"Als u werkelijk veel aan het lint gelegen is, kan u het natuurlijk
-hebben!" zeide zij uit de hoogte.
-
-Zij nam het uit haar zak, en reikte het hem toe.
-
-Maar hij deed geene poging het aan te nemen.
-
-"Behoud het en bind er uw haar weer mede vast, juffertje!" zeide
-hij. "Inderdaad, ik geloof ook niet, dat het van eenig nut zou zijn."
-
-Meg ging met gloeiende wangen voort, alles, op te bergen, en hij
-stopte zijne pijp en rookte, en sloeg haar al dien tijd lui gade.
-
-"Het is wel vreemd," zeide hij, meer alsof hij bij zich zelf eene
-opmerking maakte, dan dat hij tot haar sprak, "maar de vrouwen,
-die er het zachtst uitzien, zijn bijna altijd het hardst."
-
-Meg opende haar mond om te spreken, maar vond geene woorden, dus
-sloot zij hem weer, en begon voor de vierde maal Mevrouw Hassal's
-vorken te tellen.
-
-"Zou u het mij kwalijk nemen, Miss Meg, als ik u een raad gaf, in
-ruil voor alles, wat u voor mij deed?" zeide hij, nam zijne pijp
-uit zijne mond en keek naar het zilveren beslag, alsof hij de daarop
-gegraveerde letters wilde ontcijferen.
-
-"Zeker niet!"
-
-Zij legde het pakje neer en keek met kalme, verwonderde oogen tot
-hem op. "Zeg wat u wil, ik zal het gaarne aanhooren."
-
-Hij ging rechtop zitten, en speelde met het uiteinde van een riem,
-terwijl hij sprak.
-
-"U heeft broers," zeide hij, "eens zullen zij dingen doen, die
-minder goed zijn,--want alleen vrouwen als u, Miss Meg, en engelen
-kunnen altijd het rechte pad blijven bewandelen. Wees niet te hard
-voor hen. Doe geene poging, om hen het onderscheid te laten merken
-tusschen uwe deugd en hunne verdorvenheid. Zij zullen het duidelijk
-genoeg zien, maar het zal hun niet aangenaam zijn, als gij er hen
-opmerkzaam op maakt. Wees vriendelijk en vergevensgezind--zij zullen
-zich zoo rampzalig gevoelen, als ge maar kunt wenschen. De wereld
-heeft een eigenaardigen afkeurenden blik, en een onuitputtelijken
-schat van liefdelooze woorden--zou men niet kunnen volstaan, met er
-haar het monopolie van te laten?"
-
-"O!" zuchtte Meg. Hare wangen waren donkerrood, en alle hoogheid was
-uit hare houding verdwenen.
-
-Hij wond met groote zorg den riem om niets en ging met zachte stem
-voort:
-
-"Veronderstel, dat Pip den een of anderen dag iets zeer verkeerds deed,
-en dat de wereld steenen op hem wierp, tot hij gewond en gebroken
-was. En veronderstel, dat hij, diep treurig, thuis kwam bij zijne
-zusters. En Meg, die alles wat slecht is, verafschuwt, werpt nog eenige
-kleine steentjes op hem, opdat de pijn hem eene les zou geven, welke
-hij niet meer zou kunnen vergeten. En Judy, die bedenkt, dat hij haar
-broer is en verdriet heeft, slaat hare armen om hem heen, en spreekt
-hem moed in, en helpt hem weer den strijd met de wereld beginnen, en
-voegt hem geen hard woord toe, noch ziet hem met een boozen blik aan,
-want zij denkt, dat die hem reeds genoeg worden toegevoegd. Welke
-zuster denkt u, Miss Meg, zal den meesten invloed hebben?"
-
-Meg's kleine, liefelijke mond trilde, hare oogen waren strak
-neergeslagen, omdat de tranen er uit zouden gesprongen zijn, als zij
-zou hebben opgekeken.
-
-"O!" zeide zij nogmaals. "O, wat ben ik slecht geweest--o!"
-
-Zij bedekte het gelaat met hare handen, want een der snel opgewelde
-tranen trilde aan hare wimpers.
-
-Mr. Gillet legde den riem en de pijp neer, en keek naar haar met een
-zachten, teederen blik.
-
-"Ik ben meer dan tweemaal zoo oud als u, Miss Meg, bijna oud genoeg om
-uw vader te zijn,--u vergeeft mij, nietwaar, dat ik u dit alles heb
-gezegd? Ik dacht aan mijn zusje, dat gestorven is. Ik had nog eene
-zuster, die was een jaar ouder, maar zij was hardvochtig--ééns maar
-ging ik naar haar toe. Zij is eene der beste vrouwen van Engeland
-nu, maar hare woorden zijn streng. Mijne kleine Miss Meg, ik kan de
-gedachte niet verdragen, dat u misschien ook hardvochtig zou worden."
-
-Dikke tranen waren tusschen de vorken gevallen. Meg schreide, omdat zij
-wel moest bedenken, welk een hatelijk schepsel zij was. Eerst had Alan
-haar de les gelezen, en over zijn zusje gesproken, en nu ook deze man.
-
-Hij gaf een verkeerden uitleg aan haar zwijgen.
-
-"Ik heb het recht niet, zoo tot u te spreken, omdat mijn leven alles
-behalve onbevlekt is geweest, dat denkt u op het oogenblik, nietwaar,
-Miss Meg?" zeide hij zeer treurig.
-
-Meg liet hare handen vallen.
-
-"O neen!" zeide zij. "O! hoe kan u op die gedachte komen? Ik vind het
-alleen zoo vreeselijk, dat ik zoo slecht geweest ben!" Zij greep in
-haar zak en nam er het lint uit.
-
-"Wil u het terugnemen?" zeide zij.--"O, neem het, ik gevoel me anders
-zoo schuldig. O, ik bid u, neem het!"
-
-Zij keek naar hem met vochtige, smeekende oogen, en strekte de hand
-met het lint naar hem toe.
-
-Hij nam het, streek het glad, en legde het in zijn zakboek.
-
-"God zegene u!" zeide hij, en de toon waarop hij deze woorden uitte,
-deed Meg snikken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XX.
-
-JUDY.
-
-
-Over het gras vloog eene kleine, lichte gestalte, Judy in een rose
-japonnetje met hare woeste krullen dansende om haar gelaat.
-
-"Wil u zoo graag een zonnesteek krijgen--waar is dan toch uw hoed,
-Miss Judy?" vraagde Mr. Gillet.
-
-Judy schudde hare donkere haren.
-
-"Dat kan ik heusch niet zeggen," antwoordde zij,--"de Generaal wil
-eene banaan, en als jelui alle sinaasappels opgegeten hebt, bezwijk
-ik binnen de eerste vijf minuten!"
-
-Meg schoof den mand met vruchten over het servet naar haar toe,
-en beproefde hare oogen door den rand van haar hoed te verbergen.
-
-Maar Judy's schitterende, donkere kijkers hadden de vochtige wimpers
-op het eerste gezicht ontdekt.
-
-"U heeft zeker allerlei domme gedichten zitten voorlezen, waardoor Meg
-is gaan schreien!" zeide zij, met een uitdagenden blik van Mr. Gillet
-naar het boek op het gras. "U beiden moest u schamen, hoort dat
-nu thuis op een picnic? In ieder geval heeft het sinaasappelen
-uitgespaard!"
-
-Zij nam een half dozijn groote sinaasappelen uit den mand, evenals
-vier of vijf bananen, en liep met vluggen tred terug naar de boomgroep,
-waar de Generaal in zijn linnen jurkje, juist kon gezien worden.
-
-Hij zat kalm in den grond te wroeten en de aarde in zijn kleinen,
-rooden mond te stoppen, toen zij met de bananen terugkwam.
-
-Hij keek met een allerliefsten glimlach tot haar op.
-
-"Baby!" zeide zij, en wierp zich op hem in een van hare ontstuimige
-buien van teederheid--"baby!"
-
-Zij kuste hem wel vijftig maal; het gevoel van liefde, dat zij voor
-dit kleine, dikke, vuile ventje koesterde, overstelpte haar somstijds.
-
-Toen trok zij hem op hare knie en veegde met een punt van zijn jurkje
-zooveel mogelijk de aarde uit zijn mond.
-
-"Narna," zeide hij, zich losworstelende, tot hij weer op den grond
-zat; dus ontdeed zij eene groote gele banaan van de schil, en gaf
-hem die in zijne kleine hand.
-
-Hij at er iets van, en kneep de rest stijf tusschen zijne handjes,
-daarop keek hij er vol genoegen naar, hoe het moes in kleine,
-op wurmen gelijkende rolletjes tusschen zijne dikke vingertjes te
-voorschijn kwam.
-
-Toen smeerde hij het in zijn gezichtje, en wreef het zelfs over zijn
-haar, terwijl Judy met haar vijfden sinaasappel bezig was.
-
-Dus moest zij hem natuurlijk klappen geven, omdat hij zoo vies was,
-of voorwenden dit te doen, wat op hetzelfde neerkwam. En toen moest
-hij haar slaan, hetgeen niet bij voorgewende klappen bleef.
-
-Hij sloeg haar met een stok, dien hij bij zich vond, hij beukte op
-haar gezicht en rukte aan haar haar en liet zich zelf telkens op haar
-neervallen, en dit alles zoo vol ijver en met zulk een grooten ernst,
-dat zij, ook wanneer hij haar werkelijk pijn deed, niets kon doen
-dan lachen.
-
-"Dood?" zeide hij ten laatste angstig. En zij begon luid te schreien,
-het gezicht in de handen en met schokkende schouders, zooals het
-voor eene boetvaardige berouwhebbende past. En toen sloeg hij zijne
-armpjes om haar hals, en pakte haar, en zeide "Ju-Ju" met een gedempt
-stemmetje, en klopte haar op de wangen, en gaf haar wel honderd stijve,
-natte zoentjes met zijn open mondje, tot zij weer bijgekomen was.
-
-Daarop speelden zij krijgertje, en de Generaal viel wel twintig maal
-op den grond, en schramde zijne knieën en zijne handen, en hief zich
-weer op, en waggelde weer verder.
-
-Plotseling bleef Judy stil staan; een insect was bezig zich in
-haar pols te boren. Alleen de twee zwarte pooten staken nog buiten
-haar huid uit, en geruimen tijd trok zij en trok zij zonder eenig
-gevolg. Toen brak het insect in tweeën, en zij moest de eene helft
-laten waar zij was, in de hoop dat grootmama er haar later wel van
-zou kunnen bevrijden.
-
-Twee of drie minuten lang was zij bezig geweest met hare pogingen,
-om het dier te verwijderen, en toen zij opkeek was de Generaal een
-eindje verder, en liep weg zoo vlug als zijne kleine dikke beenen dit
-toelieten, altijd denkende, dat zij achter hem aan kwam. Juist, toen
-zij weer begon te loopen, keek hij om, met schitterende, ondeugend
-kijkende oogjes, en een lachend gezichtje, dat o! zoo vuil was.
-
-En toen--ach God!
-
-Het is zoo hard dit te moeten schrijven. Mijne pen vertelde tot nu
-toe slechts zonnige tafereelen, en nu!
-
-"Jij kleine ondeugd!" riep Judy, en deed, alsof zij zeer vlug
-liep. Toen scheen de geheele wereld voor hare oogen te draaien.
-
-Een boom stortte neer, een van de zware, hooge stammen, die reeds
-lang geene bladeren meer droegen. Hij had den geheelen dag staan
-wankelen, door en door vermolmd; nu kwam een windvlaag opzetten,
-die hem neerstrekte. Een woesten, schorren kreet stootte Judy uit,
-toen snelde zij voort, met uitgestrekte armen op het kleine ventje af,
-dat met lachende oogen en lippen vlak op zijn dood afliep.
-
-De slag deed de boomen rondom schudden, de lucht scheen te splijten.
-
-Zij hadden het gehoord--al de anderen--den wilden kreet, en toen het
-dreunende gekraak.
-
-Hoe trilden hunne knieën! hoe bleek waren hunne gezichten, toen zij
-allen naar de plaats, vanwaar het geluid gekomen was, snelden.
-
-Zij wentelden hem van de kleine lichaampjes af--den langen
-zilverachtigen stam, waarop de gom droog en dood in streepen
-kleefde. Judy lag met het gelaat naar den grond en uitgestrekte armen.
-
-En onder haar lag de Generaal, een beetje verdrukt, hoogst verbaasd,
-maar volkomen ongedeerd.
-
-Meg sloot hem één oogenblik in haar armen, maar zette hem toen neer,
-en voegde zich bij de anderen, die vlak om Judy stonden.
-
-O dat kleine, donkere, stille hoofd, dat onbeweeglijke lichaampje in
-zijn rose, verkreukt kleedje, die kleine, magere, uitgestrekte handen!
-
-"Judy!" zeide Pip, met smeekende, hevig angstige stem.
-
-Maar het eenige antwoord was de wind in de kronen der boomen en de
-hijgende ademhaling der anderen.
-
-Mr. Gillet begreep, dat hij handelend op moest treden. Hij ging met
-Pip naar de hut van den drijver, en zij namen de deur uit hare lederen
-hengsels en droegen deze de heuvel af.
-
-"Ik zal haar optillen," zeide hij, en sloeg zijne armen om de kleine
-gestalte, lichtte haar langzaam, langzaam, zachtjes op, en legde haar
-op de deur met het gelaat naar den hemel gericht.
-
-Maar zij kreunde--o, hoe kreunde zij!
-
-Pip, die, bij het eerste teeken van leven zijn keel als het ware had
-voelen dichtknijpen, kon zich bijna niet meer goed houden, toen deze
-korte, jammerende tonen over hare lippen kwamen.
-
-Zij hieven de draagbaar op, en brachten haar naar de kleine hut op
-den top van den heuvel.
-
-En toen sprak Mr. Gillet, buiten de deur, tot Pip en Meg, die beiden
-verslagen, door den schrik geheel verdoofd, schenen.
-
-"Het zal uren duren, voor wij hulp kunnen krijgen, en het is nu vijf
-uur!" zeide hij. "Pip, er woont een dokter te Boolagri, tien mijlen
-van hier. Haal hem--loop den geheelen weg door hard. Ik zal terug
-naar huis gaan--dat is veertien mijlen. Miss Meg, ik kan niet in
-een ommezien terugzijn. Ik zal een rijtuig halen, de ossenkar gaat
-te langzaam, en schudt te veel, hij kan niet dienen, ook al kwam hij
-dadelijk terug, U moet bij haar blijven, en haar water geven als zij
-daarom vraagt--dat is alles wat u voor haar doen kan."
-
-"Zou zij dood gaan?" zeide Meg.
-
-Hij dacht aan alles wat zou kunnen gebeuren alvorens hij hulp bracht,
-en durfde haar niet onvoorbereid achterlaten.
-
-"Ik denk, dat haar ruggegraat gebroken is," zeide hij zeer kalm. "Als
-dit zoo is, dan is er geene hoop meer."
-
-Pip snelde den weg op, waarlangs hij den dokter bereiken kon.
-
-Mr. Gillet gaf nog een paar aanwijzingen, toen keek hij naar Meg.
-
-"Alles hangt van u af; u moet kalm en bedaard blijven!" zeide
-hij. "Verleg haar niet, blijf gedurig bij haar."
-
-Hij begaf zich naar den weg, die naar beneden leidde.
-
-Zij vloog hem achterna.
-
-"Zou zij sterven terwijl u weg is?--en er niemand anders dan ik bij
-haar blijft?"
-
-Hare oogen staarden hem woest, vol doodelijken angst aan.
-
-"God weet het!" zeide hij, en ging verder.
-
-Het kwam hem bijna te wreed voor, het jonge meisje alleen achter te
-laten, haar alleen zulke vreeselijke uren te laten doorbrengen.
-
-"Help mij, goede God!" steunde zij, terwijl zij terugijlde, maar niet
-naar de zware, laaghangende wolken keek. "Help mij, goede God! God,
-help mij, help mij!"
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XXI.
-
-TOEN DE ZON ONDERGING.
-
-
-Welk een zonsondergang!
-
-Van af den voet van den met gras begroeiden heuvel strekte zich een
-vurig roode hemel uit, met purperen donzige wolken, die in banken
-boven elkaar gestapeld waren, tot waar de wegstervende gloed in het
-verbleekende blauw wegsmolt. De boomgroep was zwart van kleur geworden,
-en strekte sombere, roerlooze, scherp tegen den oranjekleurigen
-achtergrond uitkomende armen uit. De wind was geheel gaan liggen,
-en de lucht drukte op alles, warm en bezwaard met de beklemmende
-vreemde stilte van het bosch.
-
-En op den top van den heuvel, in de deur van de kleine, bruine hut,
-hare wijdgeopende oogen naar den heerlijk schoonen hemel geslagen,
-lag Judy te sterven. Zij was nu zeer rustig, hoewel zij druk gesproken
-had--gesproken over allerlei. Zij zeide hun, dat zij volstrekt geene
-pijn had.
-
-"Maar ik zal sterven, als ik opgelicht word," zeide zij.
-
-Meg zat naast haar, neergehurkt op den grond. Zij had hare oogen
-niet van het gezichtje afgewend, dat daar lag op een kussen van
-regenmantels, zij had hare bleeke lippen geen enkele maal geopend om
-een woord te zeggen.
-
-Daarbuiten stonden onbeweeglijk de ossen en hunne gestalten teekenden
-zich tegen den hemel af.--Judy zeide, dat zij er uit zagen als
-opgezette dieren, die gephotografeerd moesten worden. Zij glimlachte
-daarbij even, maar Meg zeide: "O, doe dat niet!" en kromp ineen.
-
-Twee der mannen waren weggegaan, om hulp te zoeken, die zij toch niet
-zouden vinden; de anderen stonden op eenigen afstand, en praatten
-met gedempte stem tot elkander.
-
-Er was voor hen niets te doen. De bruine man had gesproken--iets wat
-zelden gebeurde.
-
-Hij had den Generaal in slaap gesust, en hem op het leger gelegd en
-de blauwe deken om hem heen geslagen. En toen had hij warme, sterke
-thee gezet, en had met tranen in zijne oogen de kinderen gevraagd,
-daarvan te drinken, maar geen enkele wilde dit doen.
-
-Baby was op den grond in slaap gevallen, hare armen stijf om Judy's
-rijglaars geslagen.
-
-Bunby stond, met eene uitdrukking van ontzetting op zijn bleek
-gelaat, achter de draagbaar. Zijne oogen waren op het haar van zijn
-zusje gevestigd, maar hij durfde niet naar haar gezicht kijken, uit
-angst voor wat hij daar zou zien. Nellie was geen oogenblik kalm,
-nu eens liep zij naar de haag en keek den weg af, waarover reeds de
-schaduwen van den avond zweefden, dan wierp zij zich achter de hut
-met het gelaat op den grond en riep: "Maak haar beter, God! God,
-maak haar beter, maak haar beter! O! kunt ge haar niet beter maken?"
-
-De schaduwen rondom de kleine woning namen diepere tinten aan,
-de omtrekken der buffels waren niet meer zichtbaar, slechts eene
-onduidelijke zwarte massa lag daar tusschen de hut en den hemel. Achter
-de boomen verglom het vurige schijnsel; hier en daar waren nog gele,
-lichtende vlammen, maar de gloeiende zonneschijf was weggedoken,
-en de purperen, luchtige sluier zonk in het niet.
-
-De kreet van een pluvier verbrak de stilte, wild, klagend, snijdend
-was het geluid. Meg huiverde en ging rechtop zitten. Judy's voorhoofd
-werd vochtig, zij sperde de oogen wijd open, hare lippen beefden.
-
-"Meg!" zeide zij met eene fluisterende stem, die de lucht doorkliefde;
-"o, Meg, ik ben zoo bang! Meg, ik ben zoo bang!"
-
-"God!" zeide Megs hart.
-
-"Meg, zeg iets. Meg, help mij! Wat wordt het al donker, Meg; Meg,
-ik kan niet sterven! O, waarom komen zij nog niet?"
-
-Nellie vloog weer naar de haag, om daarop te fluisteren:
-
-"Maak haar beter, God--o, ik smeek u, God!"
-
-"Meg, ik kan niets bedenken om te zeggen. Kan jij niet iets zeggen,
-Meg? Zijn er geen gebeden voor de stervenden in het gebedenboek?--Ik
-ben het vergeten. Spreek toch, Meg!"
-
-Meg's lippen bewogen, maar het was haar niet mogelijk een woord
-te uiten.
-
-"Meg, ik ben zoo bang! Ik kan aan niets anders denken, dan aan "wat
-wij eenmaal zullen ontvangen", en dat is vergiffenis, nietwaar? En in
-het Onze Vader komt ook niets voor, dat mij kan helpen. Meg, ik wilde,
-dat wij naar de Zondagsschool gegaan waren en daar van allerlei geleerd
-hadden. Wat wordt het al donker, Meg! O, Meg, houd mijne handen vast!"
-
-"In den hemel zal het--niet--donker zijn!" spraken Megs lippen.
-
-Zelfs wanneer zij iets zeggen kon, was het niets dan een gestamelden,
-vroeger gehoorden zin, dien zij murmelde.
-
-"Als er alles van goud en edelgesteenten is, dan wil ik er liever niet
-heen!" Het kind begon nu te schreien. "O, Meg, ik wil liever blijven
-leven! Hoe zou jij het vinden, Meg, om te sterven, als je nog maar
-dertien jaar bent? Hoe eenzaam zal ik zijn zonder jelui allen. O,
-Meg! o, Pip, Pip! o, Baby! Nell!"
-
-De tranen stroomden over hare wangen, hare borst hijgde.
-
-"O, zeg iets, Meg!--zeg een gezang op!--spreek toch!" De halve
-inhoud van het boek der "Oude en Nieuwe gezangen" dwarrelde door
-Megs gedachten. Welk kon zij uitkiezen, dat rust zou brengen in die
-koortsachtige oogen, die met zulk een angstigen smeekenden blik op
-haar gelaat gevestigd waren?
-
-Toen opende zij de lippen:
-
-
- ""Kom slechts tot Mij, gij moeden,
- Dan geef 'k u zoete rust
- O, gij--""
-
-
-"Ik ben niet moede, ik verlang niet naar rust!" zeide Judy, op
-jammerenden toon.
-
-En Meg begon weer:
-
-
- ""Mijn God, mijn Vader, als ik dwaal,
- Ver weg, langs 's levens doornig pad
- Leer mij dan de gelaten taal:
- Uw wil geschiede!""
-
-
-"Dat is voor oude menschen," zeide de matte, zangerige stem. "Hij
-kan niet verwachten, dat ik dit zal zeggen!"
-
-Toen herinnerde Meg zich het schoonste van alle gezangen, en zeide
-het eerste en het laatste couplet zonder een oogenblik te haperen, op:
-
-
- ""Verlaat mij niet, snel valt de avondstonde,
- De duisternis groeit aan; o Heer, verlaat mij niet.
- Als andre hulp ontbreekt, en alle bijstand vliedt,
- Helper der hulploozen, mijn God, verlaat mij niet!
-
- Houd Gij Uw kruisbeeld voor mijn brekend oog,
- Schijn door de duisternis, en richt mijn oog ten hemel!
- De dageraad breekt aan, en 't ijdele aardrijk vliedt
- In leven en in dood, o Heer, verlaat mij niet!"
-
-
-"O, en Judy, liefste, wij vergeten, dat moeder in den hemel is,
-Judy je zult niet alleen zijn! Herinner je je moeders oogen niet,
-mijn kleine Judy?"
-
-Judy werd kalm, en steeds kalmer. Zij sloot de oogen, zoodat zij de
-toenemende duisternis niet bespeuren kon.
-
-Megs armen waren om haar heen geslagen, Megs wang was tegen haar
-voorhoofd gevlijd, Nell hield hare handen vast, Baby hare voeten,
-Bunby's lippen waren op hare lokken. Zoo gingen zij met haar recht
-op de Groote Vallei af, waar zelfs geen licht is voor aarzelende
-kindervoeten.
-
-De schaduwen waren koud, en legden zich kil om hunne harten; zij konden
-den wind van de onbekende wateren op hunne voorhoofden voelen; maar
-alleen zij, die op het punt stond naar genen oever over te steken,
-hoorde het zachte geklots der golven.
-
-Juist toen het water hare voeten bespoelde vertoonde zich eene gestalte
-in de deur.
-
-"Judy!" riep eene smartelijke stem, en Pip duwde hen op zijde en viel
-naast haar neer.
-
-"Judy, Judy, Judy!"
-
-Het licht flikkerde nog eens op in hare oogen. Zij kuste hem eenmaal,
-tweemaal met hare bleeke lippen; zij gaf hem hare beide handen,
-en haar laatsten glimlach.
-
-Toen streek de wind over hen allen, en, met eene plotselinge rilling,
-ging zij heen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XXII.
-
-HET LAATSTE HOOFDSTUK.
-
-
- "Zij scheen voor 't verdergaan des tijds
- Een wezen, niet bestand."
-
- "Zij heeft nu geen gevoel, geen kracht,
- Zij hoort, noch ziet nu meer;
- Maar wordt nu door de aardsche kracht
- Al draaiende in 't rond gebracht
- Met boom en rots en steen."
-
-
-Zij gingen weer naar huis, zes kinderen, en Esther, die voortaan
-ernstiger zou zijn, daar zij den prijs, die voor het leven van haar
-kleinen, aangebeden zoon betaald was, nimmer zou kunnen vergeten. De
-lucht van Yarrahappini scheen als een zware last op hen te drukken.
-
-Toen dus de kapitein, die ijlings uit Sydney vertrokken was om zijn
-arm klein meisje nog voor het laatst te zien, vraagde of zij liever
-naar huis zouden willen gaan, antwoordden zij allen: "Ja!"
-
-Er was een groen grasveld op den top van een heuvel achter het
-woonhuis, en een groep acacia's, nu donkergroen, maar teeder getint
-en bevallig in het voorjaar.
-
-Daar legden zij kleine Judy neer. Om het grasperk liet Mr. Hassal
-hooge, witte palen zetten; het grafje bevond zich aan den kant
-der boomen.
-
-De plek geleek op een klein kerkhof in een kinderland, waar er maar
-één gestorven was.
-
-Of op een mooi groen veld, met een klein bed.
-
-Meg was verheugd, dat de verhevenheid naar het oosten gekeerd was;
-de zon zonk achter haar weg--zoolang zij leefde kon zij niet meer naar
-de oranje en gele en purperen tinten zien, die bij zonsondergang den
-hemel kunnen kleuren. Maar ver in het oosten steeg de zon in stille
-majesteit op, en het licht kwam langzaam naar den heuveltop in teeder
-rose en trillend blauw en lichtend grijs, maar nooit in harde, gele
-vlammen, die heete tranen in de oogen doen springen.
-
-Toen zij Judy's rustplaats op den laatsten dag vaarwel zeiden, werd
-deze kalm en liefelijk door den maan beschenen.
-
-Allen plukten eenige halmpjes van de versche zoden, en gingen toen
-heen. Niemand schreide, de kalme witheid der maan, de bleeke,
-stralende sterren, de matte wind, die door de takken ruischte,
-hielden hunne tranen terug tot zij het hek achter zich gesloten en
-haar op den stillen heuveltop alleen gelaten hadden.
-
-Zij gingen terug naar Misrule, een ieder om den levensdraad weer
-op te nemen, en het weefsel voort te zetten, waaraan, God zij dank,
-moet worden gewerkt, want anders zouden dagelijks de harten breken.
-
-Meg was ouder geworden; zij zou nooit meer zóó jong zijn als zij was,
-voor die roode zonsondergang zijn beeld in haar hart grifde.
-
-In hare oogen was een dieper licht gekomen; zulke tranen, als zij
-geweend had, verhelderen het oog, tot het leven eene duidelijker,
-meer omvattende beteekenis krijgt.
-
-Nellie en zij gingen den eersten Zondag na hunne terugkomst naar de
-kerk. Aldith zat een paar banken verder, wuft als altijd, gekleed in
-een kleurig toiletje, en coquet glimlachend naar de bank der Courtney's
-kijkend, en naar de Graham's, die vlak achter dezen zaten.
-
-Wat was Meg van haar vervreemd! Het scheen jaren geleden, dat zij al
-hare aandacht aan den laatsten smaak voor hoeden gewijd had, aan den
-snit van eene robe cloche en de beste methode om de handen blank te
-maken. Jaren geleden, dat zij schuchtere pogingen had gedaan om zich
-met flirten te vermaken. Jaren geleden, bijna, dat zij op Yarrahappini
-het blauwe lint gegeven had, dat een grooteren invloed had dan zij
-ooit vermoedde.
-
-Alan keek naar haar van uit zijne bank--naar de kleine gestalte
-in het treurige zwart der rouw, naar de vlecht, die het glanzende
-haar samenvatte, maar welker eind niet meer gekruld was, naar den
-zwaarmoedigen trek om de jonge lippen, den ernst der blauwe oogen. Hij
-kon het zich bijna niet voorstellen, dat dit hetzelfde onnadenkende
-meisje was, die den brief geschreven had, en door de duisternis
-was komen sluipen om zijn weinig galanten jongeren broeder te
-ontmoeten. Hij nam hare hand in de zijne, toen de kerk uit was; zijne
-grijze oogen, die plotseling vochtig werden, vulden door hun warmen
-blik de enkele woorden van deelneming aan, die hij stamelend uitsprak.
-
-"Laten wij altijd vrienden blijven, Miss Meg!" zeide hij, toen zij
-bij het hek van Misrule afscheid namen.
-
-"Gaarne!" antwoordde Meg.
-
-En deze hartelijke, oprechte vriendschap werd van schoone beteekenis
-in hun beider leven, zij steunde Meg en maakte den jongen man zachter.
-
-Pip werd weer vroolijk en opgeruimd als vroeger, zooals het ook den
-jongen met het gevoeligste hart gaan zal, dank zij zijne jeugd; maar
-somtijds kreeg hij plotseling een aanval van zwaarmoedigheid, en dan
-verdween hij, er zich niet om bekommerende, of een spel cricket of
-voetbal in vollen gang was, of wel hij stond van tafel op, als het
-rumoer het hevigst was.
-
-Bunby vertoonde aan de wereld een even morsig gezicht als vroeger,
-en handen die zelfs nog smeriger waren, want in hem had zich in den
-laatsten tijd eene neiging tot het machinevak geopenbaard, en in zijn
-vrijen tijd maakte hij drukpersen--of wat daarvoor moest doorgaan--en
-vreeswekkende en wonderbaarlijke machines, van een oude kachel en
-eenige potten en roestige pannen, die hij voor het lot weggeworpen
-te worden, gered had.
-
-Maar hij vertelde nu niet meer zooveel leugentjes, de ondergaande
-zon had zelfs in zijn jong hart een straal geworpen, en wanneer hij
-op het punt was te zeggen: "Ik niet, ik ben het niet geweest, het
-was niet mijne schuld!" dan verrees een rijkdom van donkere krullen
-voor zijn oog, juist zooals hij ze dien avond had uitgespreid gezien,
-toen hij zijne blikken er niet van af had durven wenden.
-
-Hare beenen waren op het oogenblik een der hoofdonderwerpen van Baby's
-gedachten, want zij was juist van korte kousjes tot lange gepromoveerd,
-en allen, die zich deze gebeurtenis in hun eigen leven herinneren,
-zullen begrijpen hoe gewichtig zij voor haar was.
-
-Nell scheen iederen dag mooier te worden. Pip had de handen vol
-met zijne pogingen om haar voor inbeelding te behoeden; wanneer
-broederlijke op- en aanmerkingen iets kunnen baten, dan moet zij wel
-altijd even nederig van zich zelf gedacht hebben, als wanneer zij
-vuurrood haar en een hemelwaarts strevenden neus gehad had.
-
-Esther zeide, dat zij wenschte ergens een paar jaren te kunnen koopen,
-een ernstig uiterlijk en groote hoeveelheden waardigheid--dan zou er
-eenige kans zijn, dat Misrule eindelijk bij zijn deftigen doopnaam
-"Rivierzicht" genoemd werd.
-
-Maar vreemd genoeg scheen niemand met dien wensch in te stemmen.
-
-De kapitein rookte nooit meer zijn sigaar in de veranda op zijde van
-het huis; het slecht onderhouden grasveld deed hem altijd denken aan
-eene kleine gestalte in een rose japonnetje met een gedeukten hoed,
-die in het blakerende zonlicht stond te maaien. Judy's dood deed hem
-zijne zes overblijvende kinderen dierbaarder zijn dan ooit, maar hun
-zijne genegenheid op hartelijker wijze toonen dan vroeger--daartoe
-kon hij toch niet komen.
-
-De Generaal werd iederen dag aardiger en liever. Het is geene
-overdrijving, wanneer ik zeg, dat zij allen dit kleine wezentje in
-zijne koninklijke jonkheid aanbaden, want het leven was hem tweemaal
-geschonken geworden, en de tweede maal was het Judy's gave, en daarom
-onschatbaar.
-
-Mijne pen heeft zich moeielijk en langzaam bewogen onder het schrijven
-van deze twee laatste hoofdstukken; zij weigert licht en vrij over
-het papier te glijden, en dus zal ik haar, uit vrees u anders treurig
-te stemmen, ter zijde leggen.
-
-Een ander maal, als dit u welkom zou zijn, zal ik u gaarne van
-mijne kleine Australiërs verder vertellen, een gering aantal jaren
-overspringend.
-
-Tot dien tijd, vaarwel en tot weerziens!
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENING
-
-
-[1] Naam van de vrouw van Punch (Jan Klaassen).
-
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Zeven kleine Australiërs, by Ethel Turner
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZEVEN KLEINE AUSTRALIËRS ***
-
-***** This file should be named 55794-0.txt or 55794-0.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/5/7/9/55794/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.