diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-07 17:29:47 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-07 17:29:47 -0800 |
| commit | 70cc7e47a5dda1a70890ae04c5ab8bdc2e061c26 (patch) | |
| tree | da069525370fa72b20658725b1bf97450c994092 /old/55794-0.txt | |
| parent | 4c0c4b851db34b90459569f10b0e4011ce34a8d6 (diff) | |
Diffstat (limited to 'old/55794-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/55794-0.txt | 7040 |
1 files changed, 0 insertions, 7040 deletions
diff --git a/old/55794-0.txt b/old/55794-0.txt deleted file mode 100644 index 77ae889..0000000 --- a/old/55794-0.txt +++ /dev/null @@ -1,7040 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Zeven kleine Australiërs, by Ethel Turner - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Zeven kleine Australiërs - -Author: Ethel Turner - -Illustrator: A. J. Johnson - -Translator: Marie ten Brink - -Release Date: October 22, 2017 [EBook #55794] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZEVEN KLEINE AUSTRALIËRS *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - - - ETHEL TURNER - - ZEVEN KLEINE AUSTRALIËRS - - Naar den 3en druk uit het Engelsch bewerkt - - DOOR - - MARIE TEN BRINK - - Geïllustreerd door A. J. Johnson - - - - GOUDA - - G. B. van GOOR ZONEN - - - - - - - - - - AAN - - MIJNE MOEDER. - - - E. S. Turner, - Lindfield, Sydney. - - - - - - - - - -INHOUD. - - - Bladz. - - EEN WOORD VOORAF XI - - HOOFDSTUK I. - - HOOFDZAKELIJK BESCHRIJVEND 1 - - HOOFDSTUK II. - - GEBRADEN KIP 14 - - HOOFDSTUK III. - - DE DEUGD WORDT NIET ALTIJD BELOOND 24 - - HOOFDSTUK IV. - - DE GENERAAL IN DE KAZERNE 49 - - HOOFDSTUK V. - - AANSTAANDEN MAANDAGMORGEN 72 - - HOOFDSTUK VI. - - HOE SCHOON IS DE LEEFTIJD VAN ZESTIEN JAAR! 82 - - HOOFDSTUK VII. - - "WAT ZEGT GE VAN EEN VERLIEFD HART?" 96 - - HOOFDSTUK VIII. - - EEN CATAPULT EN EENE CATASTROPHE 119 - - HOOFDSTUK IX. - - GEVOLGEN 131 - - HOOFDSTUK X. - - BUNBY ALS HELD 138 - - HOOFDSTUK XI. - - EENE VLUCHTELING 159 - - HOOFDSTUK XII. - - ZWIEP, ZWIEP! 172 - - HOOFDSTUK XIII. - - ONGENOODE GASTEN 187 - - HOOFDSTUK XIV. - - DE UITNOODIGING VAN DEN SQUATTER 202 - - HOOFDSTUK XV. - - DRIEHONDERD MIJLEN IN DEN TREIN 214 - - HOOFDSTUK XVI. - - YARRAHAPPINI 230 - - HOOFDSTUK XVII. - - DE KUDDEN VAN YARRAHAPPINI 242 - - HOOFDSTUK XVIII. - - DE PICNIC TE KRANGI-BAHTOO 254 - - HOOFDSTUK XIX. - - EEN LICHTBLAUW HAARLINT 272 - - HOOFDSTUK XX. - - JUDY 284 - - HOOFDSTUK XXI. - - TOEN DE ZON ONDERGING 295 - - HOOFDSTUK XXII. - - HET LAATSTE HOOFDSTUK 303 - - - - - - - - - -EEN WOORD VOORAF. - - -"Seven little Australians" heeft Miss Ethel Turner het boek -genoemd, dat thans in Nederlandsche vertaling verschijnt. "Zeven -kleine Australiërs" heb ik dus boven het verhaal geschreven, dat de -geschiedenis bevat der kinderen van den bij Sidney wonenden kapitein -Woolcot. - -Steeds verdiept onze jeugd zich nog gaarne in het aangenaam, frisch -geschreven verhaal "Helen's Kleintjes", en zouden er wel vele jonge -meisjes bij ons gevonden worden, die niet heerlijke uren hadden -doorgebracht met het lezen van Louise Alcott's boeken? Welnu, -aan allen, die in dergelijke lectuur genoegen scheppen, draag ik de -"Zeven kleine Australiërs" op. - -Trouwens, dat men in Engeland dezelfde opvatting van Miss Turner's -wijze van schrijven heeft, bewijst hetgeen een Londensch blad, The -Queen zegt: - -.... "het is bestemd om de harten van jong en oud te winnen evenals -"Helen's Babies" ze won", en wat de Westminster Gazette schrijft: - -"Miss Turner is op weg om voor Australië en dan voor de wereld in -het algemeen datgene te worden, wat de schrijfster van "Little Women" -gedurende eenige geslachten voor Amerika was, en voor kinderen zoowel -als voor volwassenen over de geheele wereld. "Seven little Australians" -is zulk een allerliefst verhaal, dat wij met vreugde het vervolg hierop -"The Family at Misrule" begroeten. Het zijn weer de "zeven", en meer -dan ooit worden wij geboeid door hunne guitenstreken en afdwalingen -en hunne goede daden. Wij kennen geen opwekkender, gezonder lectuur -dan deze." - -Miss Ethel Turner heeft dus een vervolg op haar "Seven little -Australians" geschreven, en voor al wie de geschiedenis van Meg, het -droomerige, zestienjarige meisje in wie zoovele goede eigenschappen -sluimeren; van Pip, haar flinken broeder; van Judy, wier dood door -zelfopoffering men niet dan met groote aandoening kan lezen; van -Nellie, van den zwakken, helaas dikwijls onoprechten Bunby, van Baby en -van den steeds vroolijken jongste, den "Generaal" met belangstelling -heeft gelezen, zal dit eene welkome tijding zijn. Weldra zal ook dit -vervolg in het Nederlandsch het licht zien. - -Ten slotte nog eenige aanhalingen uit beoordeelingen der Engelsche -pers: The Standard zegt van Miss Turner's eerste werk: - -"De bekoorlijkheid van dit boek bestaat in zijn eenvoudigen, gepasten -stijl, in de afwisseling van ernst en luim. Wij aarzelen niet het de -eerste plaats onder de nieuw uitgekomen boeken te geven." - -In de Graphic leest men, dat het is: - -"Een treffend beeld uit het kinderleven." - -The Sketch zegt van Miss Turner: - -"Zij heeft een ongeëvenaard succes met haar allerliefst verhaal uit -het kinderleven: "Seven little Australians" behaald. Het boek heeft -in Australië een buitengewonen opgang gemaakt, en heeft in Engeland -de warme bewondering van verscheidene uitstekende letterkundigen -verworven." - -Moge Miss Turner's boek in Nederland een even goed onthaal vinden -als in Australië en Engeland. - - - Marie ten Brink. - - Leiden. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK I. - -HOOFDZAKELIJK BESCHRIJVEND. - - -Alvorens gij u in deze geschiedenis gaat verdiepen, zou ik u eerst -even willen waarschuwen. - -Wanneer ge u verbeeldt, dat ge zult lezen van modelkinderen, met -misschien een er tusschen, die neiging toont, om wel eens ondeugend -te zijn, alleen om eene leerrijke tegenstelling te vormen, dan -doet gij beter met dit boek dadelijk op zijde te leggen en u in de -"Geschiedenis van den Braven Hendrik" of een dergelijk standaardwerk -voor de jeugd te verdiepen. Geen enkele van de zeven is volmaakt braaf, -wegens de zeer goede reden, dat Australische kinderen dit nooit zijn. - -In Engeland, in Amerika, in Afrika, in Azië, mag het jonge volkje -toonbeelden van deugd zijn, ik weet er weinig van. - -Maar in Australië is een modelkind--ik zeg het niet zonder -dankbaarheid--een onbekend verschijnsel. - -Het is mogelijk, dat de miasmen van de ondeugendheid zich het best in -onze van zonnegloed doortintelde, zuivere atmospheer ontwikkelen. Het -is mogelijk, dat land en volk gelijkelijk jong van hart zijn, en er -geen schaduw op het gemoedsleven der kinderen geworpen wordt door de -treurige geschiedenis van lang vervlogen jaren. - -Er is hier eene smeulende vonk van vroolijkheid en verzet en kwaad -in de natuur, en daarom ook in de kinderen. - -Dikwijls wordt het licht dof en de schitterende tinten verwelken -tot onzijdige kleuren in het stof en de hitte van den dag. Maar als -deze oproerige neiging gedurende vrije dagen en schooldagen blijft -aanhouden, dan beslissen de omstandigheden alleen er over of de -electrische vonk de weerbarstigen tot allerlei ongerechtigheden zal -aanzetten, of de harten zal verwarmen van de moedige, eenvoudige, -oprechte menschen die alléén Australië kunnen "groot maken". - -Maar genoeg hierover. Laat mij u vertellen van mijne zeven uitgelezen -kinderen. Op dit oogenblik zullen zij thee gaan drinken met een -minimum van comfort en een maximum van rumoer, dus, wanneer gij een -oorverdoovend geraas van stemmen en een onharmonisch gerinkel met -kopjes en schotels kunt velen, zal ik u mede naar binnen nemen en -hen aan u voorstellen. - -Het theeuurtje der kinderen is meer eene Engelsche dan -eene Australische instelling; er heerscht hier bij ons een -vriendschappelijke geest onder ouders en kinderen, en eene volkomen -afwezigheid van onderdanigheid aan den kant der laatsten. Zelfs in -de voornaamste families gebeurt het zelden, dat de ouders in eenzame -plechtstatigheid een maal gebruiken, terwijl de kinderen in eene andere -kamer thee zonder veel meer wordt voorgezet: zij plaatsen zich allen -om dezelfde tafel, en de kinderen bedienen zich van de schotels, -die voor allen bestemd zijn, en handhaven krachtig hun recht, aan -het gesprek deel te nemen. - -Maar, wanneer nu de vader zeer lastig en min of meer prikkelbaar -is, en zijne zeven kinderen uitstekende longen en onvermoeibare -tongetjes hebben, is het dan niet het beste, dat elk der partijen -eene afzonderlijke kamer heeft om de maaltijden te gebruiken? - -Kapitein Woolcot, de vader, had, in overeenstemming met deze scheiding, -het dikke vilt over de vleugeldeur boven laten aanbrengen, maar het -rumoer kwam desniettegenstaande onbezorgd in een stroom van vroolijke -klanken naar beneden, naar de eetkamer. - -Het vertrek, waar de kinderen zich ophielden, was buitendien eene -kinderkamer zonder kinderjuffrouw, en dit verklaart ten deele -dezen toestand. Meg, de oudste, was eerst zestien; van haar kon -men redelijkerwijze niet verwachten, dat zij veel ontzag inboezemde, -buitendien had het slordige maar goedhartige meisje, op wie de plichten -van kinderjuffrouw en kamermeisje rustten, zooveel te doen in deze -laatste hoedanigheid, dat de eerste er aanmerkelijk onder leed. Zij -zorgde voor de maaltijden der kinderen, wanneer geen der kleine meisjes -te vinden was om haar te helpen, en de kleertjes van de twee jongsten -knoopte zij 's morgens dicht, maar behalve dit moesten al de kinderen -maar zien zich zelf te helpen. - -En de moeder? zult ge vragen. - -O, zij was niet ouder dan twintig--net een vroolijk, jong meisje, -die zij allen aanbaden, en die maar heel weinig deftiger en maar -weinig meer van een huismoedertje had dan Meg. Alleen de jongste van -het troepje was haar kind, maar zij scheen evenveel van de andere -zes te houden, en behandelde den jongste meer alsof het een grappig -klein poesje dan een heusche levende baby was, en haar eigen kindje. - -Het is waar dat op Misrule--dit is de naam waaronder het huis in de -wandeling bekend was, hoewel ik geloof dat er een andere boven het -balkon geschilderd stond--scheen deze baby een speelpopje voor een -ieder te zijn. De kapitein begon gewoonlijk te lachen, als hij hem zag, -hief hem hoog in de lucht, en gaf hem dan snel aan een ander over. - -De kinderen sleepten hem overal mede heen, lieten hem ontelbare malen -vallen, vergaten zijn jasje op vochtige dagen, stopten hem goed in -als het warm was, gaven hem de vreemdsoortigste dingen te eten, -en toch was hij de gezondste, aardigste, tevredenste kleine man, -die ooit op een klein dik duimpje gezogen heeft. - -Ook noemde men hem nooit "baby"; dit was de bijzondere naam van op -één na het jongste. Kapitein Woolcot had gezegd: "Wel zoo, is dat -de generaal?" toen het kleine, roode, staroogende wezentje in zijne -armen werd gelegd, en deze naam was in dagelijksch gebruik gekomen, -ofschoon ik geloof, dat de dominee bij de doopplechtigheid zoo iets -gezegd heeft van Francis Rupert Burnand Woolcot. - -Baby was vier, en was een zacht klein dik meisje, met lieve vleiende -maniertjes, groote glimlachende oogjes en lipjes, die tot kussen -noodigden, als zij tenminste niet bedekt waren met jam. - -Had zij niet eene soort van liefhebberij gehad, om den Generaal aan het -schreien te maken, dan was zij bijna een modelkind geweest. Ontelbare -malen was zij overvallen, terwijl zij bezig was zijn arme kleine -borst in te drukken om hem te laten "piepen", terwijl zij in zijne -kleine armpjes kneep of aan zijn onschuldigen neus rukte, alleen maar -om het vreemde genot te hebben van de wanhoopskreten te hooren, die -hij dan dadelijk uitstootte. Kapitein Woolcot schreef de oorzaak van -deze zonderlinge neiging aan het feit toe, dat het kind eens een log -wollen lammetje gehad had, aan hetwelk het stevigste drukken alleen -maar een zeer flauw piepend geluid had kunnen ontlokken: hij zeide, -dat het niet anders dan natuurlijk was dat zij, nu zij iets had, -dat zich zoo gemakkelijk indrukken liet, dit ook daarvoor gebruikte. - -Bunby was zes, en was dik en lui. Hij vond in het veld staan bij het -cricketspel afschuwelijk, hij verfoeide zelfs het woord paardjespelen, -en als er sprake was van eene boodschap, wel, eer iemand nog gereed -was met te zeggen, dat hij dit of dat gaarne gehaald had, was Bunby -reeds lang verdwenen. Hij was klein voor zijn leeftijd en ik geloof -niet, dat iemand hem ooit gezien heeft met een schoon gelaat. Zelfs -in de kerk was alleen dat gedeelte, dat juist naar den dominee gekeerd -was, tamelijk schoon, maar de menschen in de banken achter hem hadden -altijd een ongestoord gezicht op de zwarte grens, die de spons niet -overschreden had. - -De volgende van de rij--ik klim, zooals ge ziet, van beneden naar -boven--was het "pronkjuweel" der Woolcots, zooals Pip, de oudste -jongen, zeide. Ge hebt wel eens op Kerstmiskaartjes, die engeltjes met -ideale kindergezichten gezien? Ik denk, dat de teekenaar juist van Nell -gedroomd had, en toen zijn visioen onvolkomen heeft weergegeven. Zij -was tien, was slank en sierlijk als een elfje, had goudachtig haar, -dat in wonderschoone golven en krullen langs haar gezichtje hing, -zachte lichtbruine oogen en een rozeknopje van een mondje. Zij had -volstrekt geen eigendunk, daar zorgden haar broertjes en zusjes wel -voor,--Pip zou zulk eene neiging in hare eerste uiting onderdrukt -hebben,--maar toch, als er een mooi lintje over was, of een lap fraai -gekleurde stof juist groot genoeg voor een klein jurkje, dàn was het -als eene van zelf sprekende zaak voor haar. - -Judy was slechts drie jaar ouder, maar vormde met haar het grootst -mogelijke contrast. Nellie was in al hare bewegingen langzaam, -en kon in iedere houding een waardig model voor een schilderijtje -zijn. Judy was, geloof ik, nog nooit wandelend gezien, en zag er -zelden teekenachtig uit. Wanneer zij niet als eene dwaze naar de -plek toe stormde, die zij wenschte te bereiken, dan ging zij er al -springende, dansende en huppelende heen. Zij was zeer mager, zooals -gewoonlijk kinderen en menschen, die kwikzilver in plaats van bloed -in hunne aderen hebben; zij had een klein, levendig, sproetig gezicht -met schitterende donkere oogen, een kleinen, vastberaden mond, en -een overvloed van woest, krullend donker haar, dat de plaag van haar -leven was. - -Zonder twijfel was zij de lastigste van de zeven kinderen, -waarschijnlijk omdat zij de schranderste was. Hare vernuftige invallen -brachten hen allen telkens in verlegenheid, zij nam bedaard de schuld -van alles op zich, en menigmaal gebeurde het, dat de andere kinderen -haar stormachtig verweten, hen tot het een of ander kattekwaad -aangezet te hebben. Zij was "Helen" gedoopt geworden, dat in geenen -deele verantwoordelijk is voor "Judy" [1], maar kan men bijnamen -eigenlijk wel voor iets verantwoordelijk stellen? Bunby zeide, -dat zij zoo genoemd werd, omdat zij altijd haar bovenlijf voor- en -achterover wierp en met hare armen en beenen zwaaide als de beroemde -vrouw van Punch; daar mag wel iets van aan geweest zijn. Haar andere -naam "Fizz" is gemakkelijker te begrijpen; Pip placht te zeggen, -dat hij nog nooit gemberbier gezien had dat bruisend en borrelend -half zooveel leven maakte als Judy. - -Pip heb ik nog niet aan u voorgesteld, is het wel? Hij geleek een -weinig op Judy, maar was knapper en grooter, en hij was veertien -jaar, en had even goed zijne eigen meening, en koesterde eene even -groote geringschatting voor meisjes, als jongens van zijn leeftijd -dit gewoonlijk doen. - -Meg was de oudste van de familie, en had eene mooie lange vlecht -waaraan Bunby met het grootste genoegen kon trekken, een zacht, -droomerig gezichtje, dat geheel bedekt was met kleine, niet leelijke -sproeten, waarover zij menigmaal van dezen en genen iets moest hooren. - -Door de leden van het gezin werd algemeen geloofd, dat zij gedichten -en verhalen schreef, en zelfs een dagboek hield, maar niemand had -ooit een spoor van hare papieren gezien, zoo zorgvuldig hield zij ze -in haar ouden blikken hoedendoos weggesloten. Hadt gij hen naar hun -vader gevraagd, dan zouden zij u allen met grooten trots geantwoord -hebben, dat hij "een militair" en door zijne bezigheden niet vaak -thuis te vinden was. Hij begreep niets van kinderen, en was altijd -aan het brommen over het rumoer dat zij maakten en het geld, dat -zij kostten. Toch geloof ik, dat hij wel wat trotsch was op Pip en -soms, als Nellie aardig aangekleed was, nam hij haar met zich mede -in zijn dogcart. - -Hij had, toen hij zijn jong vrouwtje zijne woning binnenleidde, haar -voorgesteld, hen alle zes naar eene kostschool te zenden, maar zij -had daar niets van willen hooren. - -Eerst hadden zij geprobeerd in de kazerne te wonen, maar na eenigen -tijd werd in het officierskwartier een ieders verontwaardiging gewekt -door de guitenstreken van "die ongezeggelijke kinderen", en dus nam -kapitein Woolcot een huis buiten de stad, aan de Parramatta gelegen, -en bracht zijn gezin in eene bitter booze stemming daarheen. - -De kinderen vonden de verandering verrukkelijk, want er was eene groote -wildernis als tuin, twee of drie grasvelden, ontelbare donkere hoekjes -waarin men zich kon verbergen bij het verstoppertje spelen, en, het -beste van alles, de rivier. Hun vader hield drie mooie paarden, een -in de kazerne en een rijpaard en een goed koetspaard op Misrule; en -de kinderen--niet dat zij dit anders zouden gewenscht hebben--liepen -in afgedragen kleeren, waar hunne ellebogen doorheen keken, en op -oude schoenen. Zij werden onderwezen--allen behalve Pip, die naar de -Latijnsche school ging--door eene gouvernante van den derden rang, -die dagelijks bij hen kwam, en altijd in doodelijken angst leefde, -dat hare onwetendheid door hare leerlingen zou ontdekt worden. Als -van zelf spreekt, hadden zij haar reeds lang doorzien, maar deze -toestand strookte volkomen met hunne neiging, om niet te veel tot -werken aangezet te worden, en vooral niet te veel te moeten leeren, -en dus zwegen zij hierover met de grootste nauwgezetheid. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK II. - -GEBRADEN KIP. - - -Ik hoop, dat ge nog niet geheel doof zijt geworden, want hoewel -wij gereed zijn met voorstellen, is het theedrinken nog lang niet -afgeloopen, en dus moeten wij nog een poosje in de kinderkamer -blijven. Gedurende al den tijd, dat ik gepraat heb, is Pip aan het -brommen geweest, omdat er niets bijzonders was. Het is waar, dat de -tafel er niet zeer aanlokkelijk uitzag: het servet scheen er maar op -goed geluk over heen geworpen, de kopjes en schotels waren gebarsten -en beschadigd, de thee zeer slap, en er was niets om te eten dan dikke -boterhammen. Toch was alles als gewoonlijk, en ieder scheen verbaasd -over Pip's ontboezeming. - -"Vader en Esther" (zij noemden hunne jonge stiefmoeder allen bij haar -voornaam) "hebben gebraden gevogelte, drie groenten, en vier soorten -pudding," zeide hij boos; "het is wat moois!" - -"Maar wij hebben om één uur ons middageten gehad, Pip, en voor jou -is als gewoonlijk eten bewaard," zeide Meg, terwijl zij bij de thee -die zij schonk, met kwistige hand warm water en suiker voegde. - -"Schapenvleesch en wortelen en rijstpudding!" antwoordde haar broeder -verdrietig: "Waarom krijgen wij geen gebraden gevogelte en vlade -en dessert?" - -"Ja, waarom krijgen wij daar niets van?" klonk als echo de stem van -de kleine gulzige Bunby, terwijl zijne oogen begonnen te schitteren. - -"Wat zou er dan veel moeten zijn voor ons allen!" zeide Meg, blijmoedig -het mes in het groote brood zettende. - -"Wij zijn maar kinderen--laten wij dankbaar zijn voor deze heerlijke -dikke boterhammen en dezen overvloed van zachte boter!" zeide Judy, -met een wijs gezichtje. - -Pip schoof zijn stoel van de tafel af. - -"Ik ga naar beneden en vraag om een stukje kip!" zeide hij met een -vastberaden blik. "Ik ruik nog den geheelen tijd den heerlijken geur -er van, en er staat een massa op de tafel, ik heb het door een kier -van de deur gezien." - -Hij nam zijn bord, liep naar beneden, en kwam weldra, tot een ieders -verwondering, met eene groote portie terug. - -"Hij kon mij niet best afschepen," grinnikte hij. "Kolonel Bryant is -ten eten; maar hij keek wel een beetje woedend,--hier, Fizz, ik zal -met je deelen." - -Judy schoof haar bord gretig bij, toen haar dit ongewoon grootmoedige -aanbod gedaan werd, en ontving een heel klein stukje, een vijfde deel, -met groote dankbaarheid. - -"Ik houd zoo bijzonder veel van kip!" zeide Nell smachtend. "Ik heb -grooten lust om naar beneden te gaan en om een boutje te vragen--ik -geloof, dat hij het mij wel zal geven." - -Deze oneerbiedige kinderen zeiden, zooals ge reeds zult gemerkt hebben, -van hun vader sprekende altijd "hij." - -"Ja, doe dat!" zeide Pip, en er schitterde iets in zijne oogen. - -Nell nam een ander bord, en vertrok langzaam naar de lagere -gewesten. Zij liep de eetkamer binnen onmiddellijk achter het -dienstmeisje, en stond naast haar vader, haar bord achter zich houdend. - -"Wel, kleine meid, wil je mij niet een handje geven? Hoe heet -je?" zeide kolonel Bryant, en klopte haar vriendelijk op de wang. - -Nell keek op met een schuwen, lieftalligen blik. - -"Elinor Woolcot, maar iedereen noemt mij Nell," zeide zij, en stak -hare linker hand uit, daar de rechter het bord vasthield. - -"Wel Nell, zijn dat nu manieren!" sprak haar vader lachend, maar hij -zag haar een oogenblik ontevreden aan. "Waar is je rechter hand?" - -Zij nam haar arm langzaam van haar rug weg en toonde het oude, -gebarsten bord. "Ik dacht, dat u mij misschien ook een stukje kip -zou willen geven," zeide zij,--"met een pootje of een vleugel of een -stukje wit vleesch zou ik al blij zijn." - -De kapitein fronste zijn voorhoofd. "Wat beduidt dat! Pip is zooeven -ook hier geweest. Hebben jelui niets te eten in de kinderkamer?" - -"Alleen heel dikke boterhammen!" zuchtte Nellie. Esther onderdrukte -met moeite een glimlach. - -"Maar jelui hebt je middageten gehad om één uur!" - -"Schapenvleesch en wortelen en rijstpudding!" zeide Nellie treurig. - -Kapitein Woolcot nam bijna toornig een kippebout en legde hem op -haar bord. - -"Ga nu heen! Ik begrijp niet, wat jelui beiden van avond hebt!" - -Nellie was reeds bij de deur gekomen, en keerde toen weer terug. - -"Zou u mij niet een vleugel voor Meg willen geven? Judy heeft wat -van Pip gekregen, maar Meg heeft niets!" zeide zij, met zulk een -smeekenden, ongelukkigen blik, dat kolonel Bryant er geheel door -getroffen werd. - -Haar vader beet zich op de lip, hakte met onheilspellend stilzwijgen -een vleugel af, en legde dien op haar bord. - -"Nu, ga nu heen, en laat ik verder geen last meer van je hebben, -lieve kind!" De laatste woorden werden met groote zelfbeheersching -uitgesproken. Nell's verschijning in de kinderkamer met twee porties -kip werd met uitbundige juichkreten begroet. Meg was opgetogen over -haar deel, sneed een stukje er af voor Baby, en het maal werd vroolijk -voortgezet. - -"Waar is Bunby?" zeide Nell opeens, met een zeer schoon afgekluifd -beentje tusschen haar vingers, "ik hoop toch maar, dat hij ook niet -naar beneden gegaan is; ik geloof heusch, dat vader het toch niet -aardig vond, vooral omdat die vreemde man er bij was." - -Maar deze kleine heer had dat werkelijk gedaan, en kwam, geheel uit -het veld geslagen terug. - -"Hij wilde mij niets geven,--hij zeide mij, dat ik weg moest gaan, -en die vreemde man lachte, en Esther zeide, dat wij heel ondeugend -waren,--maar ik heb toch een paar gebakken aardappels van de tafel -buiten de deur kunnen nemen." - -Hij opende zijne vuile handjes en liet de onsmakelijke lekkernij op -het servet vallen. - -"Bunby, je bent een kleine vuilpoets," zuchtte Meg, terwijl zij van -haar boek opzag. Zij las altijd gedurende de maaltijden, en van het -verhaal, waar zij nu aan bezig was, waren een paar hoogst beschaafde, -uiterst elegante jonge meisjes de heldinnen. - -"Je bent zelf een vuilpoets! Jelui hebt allemaal kip gehad behalve ik, -akelige kinderen!" antwoordde Bunby kribbig, en at met groote haast -zijne aardappels op. - -"Neen de Generaal heeft niets gehad!" zeide Judy, en uit hare donkere -oogen keek met eene plotselinge flikkering al hare oude ondeugendheid. - -"Nu, nu Judy!" zeide Meg waarschuwend; zij wist maar al te goed wat -die flikkering beduidde. - -"O, ik zal je geen kwaad doen, lieve oudste zuster!" zeide mejuffrouw -Judy, terwijl zij door de kamer danste en in het voorbijgaan Meg een -tikje op het hoofd gaf. "Ik wilde alleen maar zorgen, dat die arme -kleine Generaal ook een beetje plezier heeft!" - -Zij tilde hem uit zijne hoogen stoel, waarin hij aan de tafel gegeten -had, hard op het blad slaande met een lepel, en suiker etende in -de tusschenpoozen. - -"Nu zal je eens wat beleven, mijn Generaaltje!" zeide zij; en sprong -met hem naar de deur. - -"O, Judy, wat ga je nu beginnen?" riep Meg klagend. - -"Ju-Ju!" kraaide de Generaal, terwijl hij bijna uit Judy's armen gleed, -en hem een voorgevoel van pret doorstraalde. - -Zij gingen de trap af, de andere vijf hen achterna om vooral niets te -verliezen, van wat er gebeuren zou. Judy ging met hem op de onderste -trede zitten. - -"Houdt mijn kleine vent wel van kippen, lieve kippetjes?" zeide -zij arglistig. - -"Kip, kip! Kip, kip!" stootte hij uit, en keek om zich heen, of hij -zijne vriendjes niet ontdekte. - -"Vadertje heeft er eene heele menigte, zóóveel," zeide Judy, en zij -spreidde hare armen wijd uit, om een denkbeeld te geven van het aantal, -dat in haar vaders bezit was. "Ga ze maar eens gauw zoeken!" - -"Kip, kip!" riep de Generaal verrukt, terwijl het hem eindelijk -gelukte, op den grond te springen, "kip, kip zoeken!" - -"Ga maar naar binnen!" fluisterde Judy, hem een duwtje gevende, -zoodat hij in de half geopende deur der eetkamer te staan kwam; -"vraag maar aan vader!" - -Het kind kwam midden door de kamer op zijne dikke, onvaste beentjes -aangedribbeld. - -"Zijn de kinderen van avond allemaal niet wijs, Esther?" zeide de -kapitein, toen zijn jongste zoon zich woest aan zijn been vastklemde -en beproefde, omhoog te klimmen. - -Hij keek in het kleine, vuile, ronde gezichtje. "Wel Generaal, -waaraan hebben wij de eer van jou tegenwoordigheid te danken?" - -"Kip, kip, kip, kip!" riep de Generaal. Hij wierp zich op handen en -voeten, en begon kruipende te zoeken naar de gevederde lievelingen, -die volgens Judy's zeggen hier moesten zijn. - -Maar Esther nam de lieve, kleine booswicht met het vuile gezichtje op, -en bracht hem, hoewel hij stevig tegenspartelde, buiten de kamer. Bij -de trap gekomen struikelde zij bijna over de rest van het troepje. - -"O, jelui ondeugende kinderen, jelui stoute, lastige kinderen!" zeide -zij, terwijl zij de hand uitstrekte om hen om de ooren te geven, -en natuurlijk niemand raakte. - -Zij ging even op de benedenste trede zitten, om één oogenblik te -schaterlachen, daarop gaf zij den Generaal aan Pip over. - -"Morgen," zeide zij, opstaande en haastig het zware haar glad -strijkende, waarin de handjes van den Generaal gewoeld hadden, -"morgen krijgen jelui allemaal met den bezemsteel!" - -Zij zagen den sleep van hare geel zijden japon weer in de eetkamer -verdwijnen, en gingen langzaam naar de kinderkamer terug, om verder -thee te drinken. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK III. - -DE DEUGD WORDT NIET ALTIJD BELOOND. - - -Het was niet waarschijnlijk, dat zulk eene gebeurtenis zonder gevolgen -voorbij zou gaan, maar aan den anderen kant is het ook weer moeielijk, -zeven kinderen tegelijk te straffen. Eerst had Kapitein Woolcot aan -Esther opgedragen om Miss Marsh, de gouvernante, te zeggen, dat zij -hen allen tien Fransche werkwoorden moest laten leeren; maar, hierin -had Judy gelijk, de Generaal en Baby en Bunby en Nell waren nog niet -zoo ver, dat zij eenig begrip hadden van Fransche werkwoorden, en dus -zou zulk eene straf niet doeltreffend zijn. Het vonnis was dus tot nu -toe nog niet geveld, en een ieder bevond zich in een onbehagelijken -toestand van angstige, drukkende spanning. - -"Jelui vader zegt, dat jelui schandelijk ondeugend bent!" zeide de -jonge stiefmoeder langzaam, toen zij een dag later in de kinderkamer in -een schommelstoel zat. Zij droeg eene morgenjapon van witte mousseline -met kersrood lint, maar op eene of twee plaatsen deed een speld dienst -voor een knoop en de kant van den sleep was hier en daar afgetrapt. - -"Meg, je ziet er vreeselijk slordig uit, en Judy moest zich schamen, -zoo voor den dag te durven komen!" - -Meg was gekleed in een slecht zittende, groen kasjmiren japon, -waarvan de ellebogen versleten en het peluche op verscheidene plaatsen -losgetornd was, terwijl Judy's vreeselijk nauw en verlept rose zephyr -kleedje overal scheuren had, en de kleur nauwelijks meer te zien was -van de vruchtenvlekken. - -Meg bloosde even. "Ik weet het wel, Esther, en ik zou ook wel graag -mooi gekleed willen zijn, maar het is heusch niet de moeite waard, -om die oude japon nog te maken." - -Zij nam het boek over de elegante jonge dames, dat hare tevreden -stemming dreigde te verstoren, weer op, en ging er mede naar den -armstoel. - -"Judy, jij gaat die scheuren maken en zet knoopen aan je lijfje!" sprak -Esther met ongewone vastheid. - -Judy's oogen glinsterden en schitterden. - -"Is dat een dolk, wat ik voor mij zie, en is 't gevest naar mijne hand -gekeerd?" zeide zij onbeschaamd, greep een van de spelden van Esther's -japon, bevestigde hem aan haar eigen kleedje, en maakte eene buiging. - -Esther kleurde nu toch even. - -"Dat doet de Generaal, Judy! Hij trekt altijd aan mijne knoopen, -als ik met hem speel! Maar, daar had ik haast wat vergeten. Kinderen, -ik heb slecht nieuws voor jelui!" - -Er ontstond eene ademlooze stilte. Allen schaarden zich om haar heen. - -"Het vonnis is geveld!" zeide Judy pathetisch: "laten wij ons de -haren afsnijden en boetgewaden aantrekken!" - -"Jelui vader zegt, dat hij zulk een gedrag niet ongestraft kan laten, -en omdat jelui gisteren buitengewoon lastig geweest zijn, zullen -jelui allen--" - -"Worden weggesleept en opgehangen!" - -"Wees stil, Judy! Ik verzeker je, dat ik voor jelui gepleit heb, -maar dit ontstemde hem nog meer. Hij zegt, dat jelui de slordigste, -bandelooste kinderen zijn van geheel Sidney, en hij zal jelui iederen -keer straffen, als je iets ondeugends doet, en--" - -"Daar zal geween zijn en knarsing der tanden." - -"Ach, houd toch je mond, Judy! Wij kunnen immers niets verstaan!" - -Pip legde zijne hand op haar mond en hield haar bij de haren vast, -terwijl Esther hare mededeeling deed. - -"Geen een van jelui gaat naar de pantomime. Er waren plaatsen genomen -voor Donderdagavond, en nu zullen jelui allen thuis moeten blijven." - -Gedurende een minuut of twee weerklonk een luid gejammer. Zij -hadden zich bijna een maand lang op dezen uitgang verheugd, en de -teleurstelling was voor hen allen zeer groot. - -"O, Esther, dat is te erg! Alle jongens van school zijn er al -geweest!" Pip's aardige gezicht werd rood van spijt. "En dat voor -zoo'n kleinigheid!" - -"Alleen, omdat er gebraden kip voor het diner was!" zeide Judy, met -half verstikte stem. "O, Esther, waarom was er geen rundvleesch, -of paardevleesch of hippopotamusvleesch--of wat ook, als het maar -geen gebraden kip was?" - -"Zou je hem niet kunnen bepraten, Esther?" Meg keek angstig naar haar. - -"Lieve Esther, probeer het!" - -"Ja, lieve, beste Esther, probeer het!" - -Zij klemden zich allen aan haar vast. Baby sloeg hare armen om haar -hals en deed haar bijna stikken; Nell streelde hare wang; Pip klopte -haar op den rug, en smeekte haar een lieve meid te zijn; Bunby -begroef zijn neus in haar zwart haar en weende eene stille traan; -Meg sloeg hare handen in een aanval van mistroostigheid ineen; de -Generaal stootte eene serie van verrukte gilletjes uit; en Judy in -hare wanhoop kuste hem dat het klapte. - -Esther zou haar best doen, smeeken, als zij nog nooit gesmeekt -had, vleien, bedelen, volhouden, dreigen; en door deze belofte -gerustgesteld, lieten zij haar eindelijk gaan. - -"Alleen raad ik jelui aan, bovennatuurlijk stil en lief te zijn -den geheelen dag!" zeide zij omkijkende, toen zij reeds in de gang -was. "Dat zal den meesten invloed hebben, vooral daar wij den geheelen -dag thuis zijn." - -Lief! Het was werkelijk pijnlijk om de deugdzaamheid dezer kinderen -gedurende het overige gedeelte van den dag op te merken. - -Zij hadden een vrijen middag, en Miss Marsh was er niet, maar geen -enkel maal kwam het geluid van een twist, of van gelach, of van -geschrei, naar de lagere gewesten gezweefd. - -"Burgers van Rome, de oogen der wereld rusten op u!" had Judy plechtig -gezegd, en allen hadden beloofd zich zóó te gedragen, dat hun vaders -hart wel moest vermurwd worden. - -Pip trok zijn schooljasje aan, kamde zijn haar, nam een stapel -schoolboeken, en ging naar de studeerkamer, waar zijn vader brieven -zat te schrijven, en waar hij altijd zijn werk mocht komen maken. - -"Wat wilde je?" vraagde de kapitein terwijl hij zijne wenkbrauwen -fronste. "Je behoeft mij niet aan te komen met een verzoek om dien -jongen hond te mogen houden--ik geef je er toch geene toestemming toe." - -"Ik kom om te werken, vader!" zeide Pip ootmoedig, "ik voel, dat -ik wat ten achteren ben met rekenen: daarom wilde ik op mijne vrije -middagen sommen maken, vooral daar ik u zooveel aan schoolgeld kost." - -De kapitein liet een zwakken uitroep hooren, en keek Pip opmerkzaam -aan; maar het gezicht van den jongen was zoo strak en ernstig, dat -hij ontwapend werd, en zich heimelijk gelukwenschte, dat zijn oudste -zoon eindelijk tot inzicht kwam. - -"De sommen, die ik gemaakt heb, toen ik op school ging, liggen in dien -kast!" zeide hij vriendelijk. "Als ze je van eenig nut kunnen zijn, -dan mag je ze er uit nemen." - -"Als het u blieft--zij zullen mij zeker van groot nut zijn!" zeide -Pip dankbaar. - -Hij bladerde in de schriften en op zijn gezicht was duidelijk -bewondering te lezen. - -"Hoe netjes en nauwkeurig werkte u, vader!" zeide hij met een -zucht. "Ik ben benieuwd of ik het ooit zoo ver zal brengen. Hoe oud -was u, vader, toen u dit schreef?" - -"Ongeveer zoo oud als jij nu!" zeide de kapitein, de papieren in -zijne hand nemende. - -Hij keek ze door met zijn hoofd op één schouder. Hij was min of meer -trotsch op dit werk, en zag dat hij geheel vergeten was hoe decimale -breuken uitgewerkt moesten worden, en dat hij, al had hij er zijn leven -door kunnen redden, geene vierkantsvergelijking meer zou kunnen maken. - -"In ieder geval behoeft dit je niet te ontmoedigen, Pip. Ik herinner -mij wel, dat ik wat rekenen betreft de jongens van mijn leeftijd -vooruit was. Wij kunnen niet allen in hetzelfde vak uitblinken, -en ik ben blijde te zien, dat je het gewicht van het leeren begint -te begrijpen!" - -"Ja, vader!" - -Meg had zich naar het salon begeven, en was gezeten op den vloer voor -den muziekkast met schaar, vingerhoed, en eene rol smal blauw lint -op hare knieën, terwijl alle liederen van haar vader die, zooals hij -zoo dikwijls met leedwezen zeide, door elkaar raakten en scheurden, -om haar heen uitgespreid lagen. - -Hij zag haar, toen hij de deur voorbij kwam, en keek verbaasd maar -aangenaam verrast naar binnen. - -"Wel, Margaret, dat had mijne muziek hard noodig! Ik ben blij, dat -je je zelf nuttig kunt maken!" - -"Ik doe het gaarne, vader!" - -Meg naaide met grooten ijver voort. - -Hij ging terug naar zijne studeerkamer, waar hij in een stil, -afgezonderd hoekje Pips hoofd tusschen pyramiden van boeken en stapels -papier zag uitsteken. Hij schreef nog twee brieven, en toen werd er -zacht aan de deur geklopt. - -"Binnen!" riep hij, en Nell verscheen. - -Zij droeg met groote voorzichtigheid een klein blaadje, waarover -een sneeuwwit kleedje lag, en waarop een glas melk en een bordje met -moerbeziën stond. Zij zette het voor hem neer. - -"Ik dacht, dat u misschien wel wat zou willen gebruiken, vader!" zeide -zij met een lief stemmetje; en Pip werd op eens gekweld door een -hoestbui. - -"Mijn liefste kindje!" zeide hij. - -Hij keek peinzend naar het blaadje. "Ik heb voor het laatst een glas -melk gedronken, Nellie, toen ik zoo oud was als Pip, en op school -ging. Ik ben er onwel van geworden, en sedert dien tijd heb ik nooit -weer melk geproefd." - -"Maar deze zal u geen kwaad doen. U wil deze toch wel opdrinken?" - -Zij keek hem met een van haar vriendelijkste blikken aan. - -"Ik zou even gaarne het vatenwater uit de keuken willen drinken, -kindlief!" Hij nam eene moerbezie, at haar, en vertrok het -gezicht. "Zij zijn niet rijp genoeg om gegeten te worden!" - -"Als u er maar eerst een stuk of zes gegeten heeft, merkt u niet -meer, dat ze zuur zijn!" zeide zij met overtuiging. Maar hij schoof -ze op zijde. - -"Ik wil het gaarne gelooven, als je het zegt." Toen keek hij haar -onderzoekend aan. "Hoe kwam je op de gedachte mij iets te brengen, -Nellie? Ik herinner mij niet, dat je ooit vroeger iets dergelijks -gedaan hebt." - -"Ik dacht, dat u wel eetlust zou krijgen, nu u hier zoo druk moet -zitten schrijven!" zeide zij vriendelijk; en Pip begon weer hevig te -kuchen, en zij verdween. - -Buiten in den blakerenden zonneschijn was Judy bezig het grasperk -te maaien. - -Zij hadden één knecht, en daar diens tijd zeer in beslag werd genomen -door bezigheden in den stal, kon het niet anders, of de tuin moest -daaronder lijden. Meer dan eens had de kapitein gezegd, hoe het hem -hinderde, dat de grasperken er zoo verwaarloosd uitzagen, en dat hij -zich tegenover bezoekers schaamde. - -En dus had Judy, een en al ijver, zich met eene buitengewoon groote -zeis gewapend, en was tusschen het lange, lange gras ijverig aan -het werk. - -"Lieve hemel, Helen! je zult je de voeten nog afsnijden!" riep haar -vader verontrust. - -Hij verscheen op de veranda aan de voorzijde van het huis om na -de moerbezie eene lichte sigaar te rooken, juist toen zij met -een bewonderenswaardigen zwaai haar zeis een halven cirkel deed -beschrijven, en een geheel leger van geel gehelmde paardebloemen -onthoofdde. - -Zij keek om, en zag hem glimlachend aan. - -"O neen, vader!--ik ben een heele bolleboos in het maaien!" - -Zij deed een tweeden, niet minder schrikwekkenden, maar krachtigen -zwaai, en volkomen volgens de regels van de kunst. - -"Daar--en daar--en daar!" - -Bij het tweede "daar" ging een stuk van hare japon mede, en bij het -derde stoof een gedeelte van een rozenstruik door de lucht; maar -natuurlijk, details zijn er altijd! - -"Ongelukken kunnen zelfs de beste maaiers overkomen!" zeide zij -wijsgeerig, en tilde de zeis op tot een nieuwen slag. - -"Houd oogenblikkelijk op, Helen! Waarom kan je toch niet rustig met -je pop spelen, en zulke gekheden nalaten?" zeide haar vader boos. - -"En ik deed het nog wel om hem een genoegen te bereiden!" zeide zij, -oogenschijnlijk tot de paardebloemen sprekend. - -"Je kunt wel begrijpen, dat "het hem geen genoegen zal bereiden", -als hij jou kurken beenen zal moeten geven, en den tuin moet laten -opknappen," zeide haar vader droog. "Laat dat nu!" - -"Het zou wat moois zijn, om het werk halverwege te laten liggen--zou -het grasperk er niet uitzien als een man, wiens eene wang geschoren -was?" - -Judy sprak somtijds, en ook weer nu, in Iersch dialect, om de eene -of andere geheimzinnige reden, die haar alleen bekend was. - -"En als u nu maar zoo goed zou willen zijn van hier te komen, en -eens te zien hoe het er mede staat, dan zou het nog wel kunnen zijn, -dat mijn maaien u niet mishaagt." - -De kapitein glimlachte even onder zijn knevel. Het kleine meisje -zag er zoo komiek uit, zooals zij daar stond in haar oud, kort, rose -japonnetje, een hoed met beschadigden rand op hare donkere krullen, -met glinsterende oogen, blozende wangen, de groote zeis in hare handen, -en de uitdagende woorden op hare lippen. - -Hij kwam naar beneden en onderzocht haar werk: het was uitstekend -gedaan, evenals de meeste dingen die Miss Judy ondernam--met inbegrip -van kattekwaad, en hare kleine, met zwarte kousen bekleede beenen -bevonden zich in den besten welstand. - -"Nu, je kunt er dan mede voortgaan, vooral daar Pat het druk heeft. Hoe -heb je leeren maaien, talentvolle jonge dame?"--hij zag haar vragend -aan.--"En hoe kwam je er toe, je zelve zulk een taak te stellen?" - -Judy streek met eene vlugge beweging hare krullen van haar verhit -voorhoofd. - -"Wel, ten eerste, vond ik het noodig, en ten tweede: "houd ik niet -van u, en is het niet mijn streven, u te behagen?"" - -Langzaam en in gedachten verdiept ging hij weer het huis binnen. Judy -was hem altijd een raadsel. Hij begreep haar het minst van al zijne -kinderen, en somtijds bekommerde hem de gedachte aan haar. Vooralsnog -was zij niets dan een bijdehand, knap, en dikwijls impertinent kind; -maar hij gevoelde, dat zij geheel verschillend was van de overige zes, -en als hij hieraan dacht, wat echter niet zeer dikwijls gebeurde, -verontrustte hem eene zekere angstige bezorgdheid. - -Hij herinnerde zich, dat hare eigen moeder dikwijls gezegd had, -hoe zij voor Judy's toekomst beefde. Dat rustelooze vuur, dat uit -hare schitterende oogen flikkerde, eene hoogroode, opgewonden kleur -op hare wangen te voorschijn riep, en eene verbazende veerkracht -en bewegelijkheid aan haar jong, klein lichaam verleende, zou van -haar of eene edele, moedige, schitterende vrouw maken, of zij zou -schipbreuk lijden op rotsen, die de anderen nooit zouden bereiken, -en dan zou het vuur hooger en hooger opvlammen, en haar verteeren. - -"Pas goed op, Judy!" waren bijna de laatste woorden van de bezorgde -moeder geweest, toen, in het licht, dat komt als dat van deze wereld -voor ons verdwijnt, zij met vreeselijke helderheid de steenen en -struikelblokken op het pad had gezien van dit paar kleine, vlugge -voeten. - -En zij was gestorven, en Judy zocht zich al tastend en struikelend -haar weg, en haar vader kon niet "op haar passen", omdat hij volstrekt -niet wist, hoe hij dit zou doen. - -Toen hij de trap der veranda weer op ging en de vestibule doorliep, -vervulde hem de wensch, die bijna de innigheid van eene bede had, dat -hare natuur niet zoo geheel verschillend van die der anderen ware, -en gaarne had hij in zich de kracht gevoeld, om dien vreemden geest -uit haar te bannen, die hem tusschenbeide zoo ongerust maakte. - -Hij blies den rook van zijne sigaar in eene groote wolk voor zich uit, -en zuchtte diep; toen keerde hij zich om, en begaf zich naar den stal -om alles te vergeten. - -De knecht was weg, hij reed een der paarden op het groote grasveld af; -maar er was een gedruisch in de tuigkamer, en dus ging hij daarbinnen. - -Daar stond eene kleine druipende gestalte over een hooge tobbe gebogen, -die met grooten ijver iets scheen onder te dompelen en uit het water -te halen. - -Bij het geluid van zijne voetstappen, draaide Baby het hoofd om, -en zag hem met haar guitig klein gezichtje aan. - -"Ik wasch de poesjes voor u, en ook Flibberty-Gibbet!" zeide zij -stralend. - -Vol schrik kwam hij eene schrede nader. - -Daar zag hij twee katjes, op welke hij bijzonder gesteld was, -en die trillend, ellendig, tot aan den hals in het zeepsop zaten, -en Flibberty-Gibbet, de mooie kleine fox-terriër, dien hij juist -voor zijne vrouw gekocht had, was aan den deurpost vastgebonden, -ook hij was nat, bevend en in hoogst treurigen toestand, ook hij was -slachtoffer van deze schoonmaakwoede, en werd geborsteld en gewreven -tot hem hooren en zien vergingen. - -"Zij zijn nu zoo schoon en netjes--en hebben geen vieze vlooien -meer! Is u niet blij? Flibberty kan u nu gerust op uw bed laten -springen, en Kitsy Blackeye is--" - -De arme Baby eindigde haar zin niet. Zij had later eene verwarde -herinnering van hetgeen nu volgde, dat hierop neerkwam, dat zij een -"krachtig woord" van haar vader hoorde, op de meest onvriendelijke -manier door elkaar geschud en den stal werd uitgezet, terwijl de -rampzalige dieren gedroogd werden en met de grootste omzichtigheid -behandeld. Maar het ergste zou nu nog komen, en het resultaat -beantwoordde zoo weinig aan het doel, dat de jonge Woolcot's het -besluit namen, nooit weer deugden te willen toonen, die zij niet -bezaten. - -Bunby wenschte natuurlijk ook de goede zaak even hard te bevorderen -als de anderen, en met dit doel voor oogen was het zijn eerste werk -naar zijne slaapkamer te gaan, en zijn gezicht, hals en handen een -grondige reiniging te doen ondergaan. Toen wandelde hij met zijne -van zeep glimmende wangen en roodgeschuierde handen naar beneden en -plaatste zich binnen den gezichtskring van zijn vader, in de hoop -eene goedgunstige opmerking uit te lokken. - -Maar hem werd op ongeduldigen toon: "Ga spelen!" toegevoegd, en -dus begreep hij, dat hij andere middelen moest vinden om zijn vader -te verteederen. - -Hij liep naar de studeerkamer, met het vage plan om de keurig -gerangschikte stapels boeken op te ruimen, maar Pip zat daar, omringd -van boeken en bezig met een houtje voor een catapult af te schillen, -dus ging hij weer heen. Toen klom hij de trap op en verkende zijn -vaders slaapvertrek en kleedkamer. In de laatste was oneindig veel -gelegenheid, zijn goeden wil te toonen. Een gala-uniform lag dwars over -een stoel en het viel Bunby op, dat de gouden knoopen niet zoo blonken -als zij eigenlijk doen moesten, en dus bracht hij een welbesteed -kwartier door met ze te poetsen. Daarna wreef hij eenige sporen op; -de tijd, dien hij hieraan gaf, was natuurlijk even welbesteed. Toen -keek hij rond naar eene nieuwe bezigheid. - -Een geheele kolonie van stoffige laarzen bevond zich in een hoek van -de kamer, en eene groote flesch met een zwart, strooperig vernis -stond op den schoorsteenmantel. Bunby werd door het schitterende -denkbeeld, ze allemaal schoon te maken en netjes op eene rij te -plaatsen, bezield, in de hoop, dat "de verrukte blikken" van zijn -vader er op zouden vallen. Hij vond op den vloer een handdoek van -het fijnste Kamerrijksche linnen, die evenwel gebruikt was, goot er -een groote plas vernis op en viel op het eerste paar aan. - -Een schitterend glanzen beloonde hem, want het vernis was juist -voor het leder dezer laarzen bestemd; maar het volgende en het -volgende en het volgende paar wilde niet glimmen, hoe hard hij ook -wreef. Daar weerklonk een stap op de trap, de vaste, welbekende stap -van zijn vader, en hij hield een oogenblik op met eene uitdrukking -van zelfbewuste deugdzaamheid op het kleine tevreden gezicht. - -Maar deze uitdrukking verdween, en een doodelijke schrik deed -Bunby verstijven. Hij had de flesch voor het gemak op een grooten -armstoel gezet, daar hij op den grond zat, en nu bemerkte hij dat -zij omgevallen was en dat er een afschuwelijke, zwarte stroom uit -zijn hals kwam geloopen. - -En het was de stoel waarop het uniform was uitgebreid en een der mouwen -was overgoten met het vocht, en een mooi wit hemd, dat daar ook lag, -wachtende op een knoop, was overal gevlekt door het kleverige goed, -vreeselijk! Bunby keek met een woesten, doodelijk verschrikten blik de -kamer rond, om een plek te vinden, waar hij zich zou kunnen verbergen, -maar er waren geen hoekjes of gordijnen waar hij zich kon verschuilen, -en er was geen tijd om de slaapkamer binnen te vliegen en onder -het bed te kruipen. Dicht bij het raam was een groote medicijnkast, -en in zijne wanhoop wierp Bunby er zich in, trok zijne beenen naar -zich toe en verborg zijn hoofd tusschen zijne knieën, terwijl een -onheilspellend gerinkel van omgeworpen flesschen in zijne ooren -suisde. Het volgend oogenblik was zijn vader in de kamer. - -"Groote hemel! God bewaar me!" zeide hij, en Bunby trilde van het -hoofd tot de voeten. - -Toen bromde hij een reeks woorden zeer snel achter elkander--"in eene -vreemde taal" zooals Judy hiervan zeide; gooide iets omver, en riep -"Esther!" op schrikwekkenden toon. Maar Esther was buiten op een der -grasvelden met den Generaal, en dus kwam er geen antwoord. - -Meer woorden in eene vreemde taal, meer gestamp op den grond. - -Bunby's tanden sloegen met geweld op elkander; hij bracht zijne hand -omhoog, om zijn mond dicht te houden, en de kast, die nu het evenwicht -verloor, viel voorover, waardoor zijn bewoner voor zijn vaders voeten, -en de flesschen naar alle kanten buitelden. - -"Ik heb het niet gedaan--ik kan het--niet helpen!" huilde hij, -achterwaarts naar de deur loopende. "O--neen--boe--hoe--oe! -Esther--boe--ja--Judy--o--o! o!" Zooals te verwachten was, had -zijn vader een riem ter hand genomen, die daar door een gedienstig -toeval lag, en was bezig, er zijn zoon een geducht pak slaag mede -toe te dienen. - -"O--o! o! A--a! ik kan het--niet helpen! Het is de schuld van Pip--en -Judy--o! de pantomime! boe--hoe! a! u slaat me dood! O--o!--ik deed -het alleen--ik deed het alleen--om u een genoegen te doen!" - -Zijn vader hield op met omhooggeheven riem. "En daarom dus gedraagt -de een zich nog zotter dan de ander? Omdat ik jelui mee zou nemen -naar de pantomime?" - -Bunby trok zich los. "Boe--hoe--ja! Maar ik heb het niet bedacht--ik -niet--ik kan het niet helpen!--O--a!--ik heb het niet gedaan--de -anderen hebben het gedaan--boe--hoe--hoe! Geef u hun slaag, de -anderen!" - -Hij kreeg nog drie flinke klappen en vluchtte toen huilend en kermend -naar de kinderkamer, waar hij op den grond rolde en met zijne beenen -schopte en zich in bochten wrong alsof hij half doodgeslagen was. - -"Jelui gluiperts!" snikte hij, toen de anderen van alle kanten -waren komen aanloopen, verschrikt door zijne luidruchtige klachten, -"jelui gemeene kinderen!--Ik heb--geen kip--gehad! En ik heb--al de -slaag--gekregen! Jelui gluiperts--o--o! a--a!o--o! Ik bloed overal, -dat weet ik zeker!" - -Zij konden er niets aan doen, dat zij even moesten lachen; Bunby was -altijd zoo onuitsprekelijk komiek als hij zich maar even bezeerd had; -maar toch zochten zij hem zoo goed mogelijk te bedaren, en beproefden -te weten te komen, wat er gebeurd was. - -Esther kwam thans de kamer binnen, zij zag er zeer ontstemd uit. - -"Nu?" zeiden zij als uit één mond. - -"Jelui zijt de lastigste kinderen, die ik ooit gezien heb!" zeide -zij boos. - -"Maar de pantomime--gauw, Esther--heb je het hem gevraagd?" riepen -zij ongeduldig. - -"De pantomime! Hij zegt, dat hij nog liever hemel en aarde zou willen -bewegen om de voorstelling te verhinderen, dan dat een van jelui er -ook maar iets van te zien zou krijgen--en jelui hebt dat dubbel en -dwars verdiend! Meg, wat ik je bidden mag--doe Baby droge kleeren aan, -kijk eens naar haar; en, Judy, als je nog het minste voor mij voelt, -doe dan die japon uit. Bunby, stoute jongen, ik zal je vader roepen, -als je niet ophoudt met zulk een leven te maken. Nell, neem den -Generaal die schaar af, hij zal zich de oogen nog uitsteken." - -De jonge stiefmoeder leunde achterover in haar stoel, en keek met -een tragischen blik om zich heen. Zij had haar echtgenoot nog nooit -zoo hevig vertoornd gezien, en haar mooie mond trilde, toen zij er -aan dacht, hoe hij haar voor alles scheen aansprakelijk te stellen. - -Meg was niet van hare plaats opgestaan; het water droop langzaam uit -Baby's kleederen en maakte een plas op den grond, Bunby stootte nog -steeds een krampachtig gesnik uit, Judy was aan het fluiten, en de -Generaal, nu beroofd van de schaar, begon zijn eigen vuil schoentje -af te likken met zijne lieve, kleine, roode tong. - -Een snik wrong haar de keel dicht, twee tranen welden er in hare oogen, -en liepen haar langs de zachte, liefelijke wangen. - -"Jelui zijt met je zevenen, en ik ben nog maar twintig!" zeide zij -jammerend, "O! het is te erg--werkelijk, het is te erg!" - - - - - - - - - -HOOFDSTUK IV. - -DE GENERAAL IN DE KAZERNE. - - -Het was een dag na "de gebeurtenissen van het vorige hoofdstuk" zooals -in vertelselboeken zou te lezen zijn. En Judy zat, met eene toornige -uitdrukking van spijt in hare oogen, op de tafel der kinderkamer, -hare knieën tot haar kin opgetrokken, en hare magere bruine handen -om hare beenen gevouwen. - -"Het is eene schandelijke behandeling," zeide zij, "eene -onvergevelijke, schandelijke behandeling! Waarvoor zijn vaders -eigenlijk op de wereld, dat zou ik wel eens willen weten!" - -"O Judy!" zeide Meg, die, verdiept in haar boek, in een stoel gedoken -zat. Maar zij zeide het werktuigelijk, en alleen omdat dit--zij was -immers drie jaren ouder dan Judy--haar plicht was. - -"Denk eens aan de heerlijke dagen, die wij zouden kunnen -hebben, als hij er niet was!" ging Judy voort, met kalme -onverschilligheid. "Minstens drie keer op een dag zouden we kip eten, -en zeven avonden van de week naar de pantomime gaan." - -Nell maakte de opmerking, dat het geene gewoonte was op den eersten -dag der week eene voorstelling bij te wonen, maar Judy liet zich niet -uit het veld slaan. - -"Ik zou dan eene soort van kerkelijke pantomime willen hebben," zeide -zij peinzend,--"mooie afbeeldingen en van allerlei, dat betrekking -heeft op het Heilige Land, en eene liefelijke muziek, en mooie kinderen -in het wit, die lofliederen zingen, en schitterende kleuren overal, -en geen collecteschalen waar je je laatste geld op moet leggen--o! en -geen preeken of litaniën natuurlijk!" - -"O Judy!" murmelde Meg, een blad omslaande. Judy opende hare -handen en sloot ze weer, nog vaster dan te voren. "Zes billetten -weggegooid--dertig kostbare shillings--en dat alleen omdat wij een -vader hebben!" - -"Hij heeft ze naar de familie Digby-Smith gezonden," vertelde Bunby -ongevraagd, "en op de enveloppe had hij geschreven: "Met beleefde -groeten.--J. C. Woolcot."" - -Judy steunde. "Ik zie de zes afschuwelijke kleine Digby-Smith's al -in de komedie zitten, en met hunne zes afschuwelijke oogjes naar onze -pret kijken!" zeide zij bitter. - -Bunby, die veel mathematisch gevoel had, verklaarde gaarne te willen -weten, waarom zij er niet door hun twaalf afschuwelijke kleine -oogjes naar zouden gekeken hebben, en Judy lachte en sprong van -de tafel, nadat zij den misdadigen wensch had uitgesproken, dat de -kleine Digby-Smith's allen over de leuning van de loge zouden mogen -duikelen, eer het gordijn opging. Meg deed haar boek dicht met een -haastigen slag. - -"Is Pip al weg? Vader zal vreeselijk boos zijn. O hemel wat heb ik -toch een garnalen-geheugen!" zeide zij. "Waar is Esther? heeft iemand -Esther gezien?" - -"Maar lieve Meg!" zeide Judy. "Het is minstens twee uur geleden, dat -Esther uitgereden is, je stond er zelf bij! Zij is naar Waverly--zij -is nog naar je toe gekomen, en heeft je gezegd, dat zij er op rekende, -dat jij voor de jas zou zorgen, en je zeide: "Mevrouw, u zal tevreden -zijn!"" - -Meg, die zich nu alles herinnerde, keek met een verschrikten blik -rond. "Moest ik de jas schoonmaken?" vraagde zij angstig, terwijl zij -haar mooi, zwart haar uit haar voorhoofd streek. "O, kinderen! wat -moest ik ook weer doen?" - -"De jas schoonmaken met benzine, haar strijken terwijl zij nog vochtig -was, haar in eene koele plaats ophangen om haar warm te houden, -en haar bakken tot ze bruin wordt," zeide Judy vlug. "Dat heb je -toch zeker gehoord, Margaret? Esther heeft zooveel moeite gehad om -je alles uit te leggen." - -"Wat zal ik beginnen?" zeide zij, en werkelijk sprongen er tranen -in haar oogen. "Wat zal vader zeggen? O, Judy, je hadt mij wel eens -kunnen helpen herinneren." - -Nell sloeg haar arm om haar zusters hals. "Zij plaagt je maar wat, -Megsie; Esther heeft alles al gedaan en heeft de jas in de vestibule -klaar gelegd--je hebt haar alleen maar aan Pip te geven. Pat moet -van middag met den dogcart naar de stad gaan om de kussens van de -achterbank te laten repareeren, en Pip gaat mee, dat is alles, en er -wordt nu ingespannen; je bent niet te laat." - -Het was de jas, die Bunby naar zijn beste weten bedorven had, die al -deze drukte veroorzaakte. Zij behoorde, als ik reeds zeide, tot het -gala-uniform van den kapitein, en hij moest haar dien zelfden avond -op een diner in de kazerne dragen. Esther was den geheelen morgen -bezig geweest, haar af te sponsen en schoon te maken en had toen zij -wegging, gezegd, dat het kleedingstuk in den middag naar de kazerne -moest gebracht worden. - -De dogcart kwam op dit oogenblik met een breeden boog naar de voordeur -gereden, Pip mende, en Pat keek uit de hoogte op hem toe. Zij namen -het pak dat de jas bevatte, aan, legden het zorgvuldig onder de bank, -en waren op het punt weer te vertrekken, toen Judy zich op de veranda -vertoonde, den Generaal onhandig in hare armen houdend. - -"Jij gaat ook mee, Fizz, er is nog een bergplaats, er is geen eene -reden waarom je niet zoudt meegaan," zeide Pip op eens. - -"O!" riep Judy, en hare oogen begonnen te schitteren. Zij deed haastig -een stap vooruit en lichtte één voet op, om in te stappen. - -"O, wacht eens even!" protesteerde Pip, "je zult iets over die japon -moeten aantrekken, meisje!--zij is vol jam en vlekken!" - -Judy vloog de vestibule in, en kwam terug met haar regenmantel; -zij zette den Generaal één oogenblik op den grond, terwijl zij den -mantel aantrok, tilde haar broertje toen weer op, en gaf hem Pip aan. - -"Hij zal ook mee moeten," zeide zij, "ik heb Esther beloofd, dat -ik hem geen seconde uit het oog zou verliezen; in den laatsten tijd -begint zij erg bezorgd voor hem te worden--ik geloof, dat zij denkt, -dat hij nog eens zal breken." - -Pip bromde een paar minuten, maar de Generaal stootte een -onweerstaanbaar, verrukt lachje uit, en hield zijne armpjes omhoog, dus -nam hij hem aan en hield hem vast, terwijl Judy in het rijtuigje klom. - -"Wij kunnen met den tram naar de Kade teruggaan, en dan met een boot -naar huis komen," zeide zij, terwijl zij het kindje tusschen zich en -haar broer op de bank drukte. "De Generaal vindt het wat heerlijk op -het water!" - -En zij reden weg, de verwaarloosde oprijlaan uit, het hek door, en -toen den weg op, Pip, Judy met de glinsterende oogen, de Generaal, -die zijn duim zat te verslinden, en, Pat, weer glimlachend, omdat -hij de teugels weer in handen had. - -Een frissche wind kwam van de rivier door den gordel van gomboomen -waaien, die hare oevers omgaf, en deed het jonge, roode bloed snel -door hunne aderen stroomen; hij stoeide met Judy's krullen, en gaf -eene warme roode tint aan hare bruine wangen; hij maakte den Generaal -onrustig en weerspannig, zoodat hij kraaide en om zich heen sloeg, -en bracht Pip er toe, zijn hoed achter op zijn hoofd te zetten en -vroolijk een liedje te fluiten. - -Dit duurde zoo voort, tot zij de stad bijna bereikt hadden en -genoodzaakt waren zich naar de eischen der welvoegelijkheid te -schikken. - -Zij ontmoetten een ruiter, die toen hij hun zag, zijn paard stapvoets -liet loopen. Pip nam zijn hoed af met een sierlijken zwaai, en -Judy glimlachte vriendelijk en blijkbaar aangenaam verrast, want de -ruiter was een oude kolonel, dien zij reeds jaren kenden, en wiens -opgeruimdheid en vrijgevigheid zij met reden dankbaar konden herdenken. - -"Wel, mijn kleine meid,--wel, Pip, mijn jongen!" zeide hij, goedhartig -glimlachend, terwijl zijn paard om den dogcart danste,--"en de Generaal -ook al? Waar gaan jelui heen?" - -"Naar de kazerne, ik heb een pak bij me voor den ouden -heer!" antwoordde Pip. Judy sloeg het trappelende paard met -bewonderende oogen gade. "En dan gaan we weer naar huis." - -Het gelukte den kolonel, niettegenstaande de onrustige bewegingen -van het paard, zijne hand in zijn zak te steken. "Hier hebben jelui -iets waarmede je je zelf ziek kunt maken onder weg," zeide hij, -en gaf hun twee halve kronen, "maar zend me niet de doktersrekening!" - -Hij streelde de wang van den Generaal met zijn rijzweep, knikte Judy -toe, en hield zijn onrustig paard niet langer tegen. - -De kinderen keken elkander met schitterende oogen aan. - -"Kokosnoten," zeide Pip, "en taartjes en koffie, en de rest bewaren -we voor een voetbal?" Judy schudde het hoofd. - -"Wat zou ik daaraan hebben?" zeide hij. "Je zoudt den voetbal op -school bewaren. Ik stem voor jujubes, en roomijs, en een wassen pop." - -"Een wassen grootmoeder!" riep Pip verontwaardigd. "Zoo gek zal je toch -niet zijn!" Toen voegde hij er bijna met eerbiedige bewondering bij: -"Wat een geluk dat je altijd poppen verfoeid hebt, Fizz!" - -Judy sprong plotseling op hare plaats omhoog, zoodat de Generaal -bijna omvergeworpen werd, en de koetsier een stroom van verwijten -over haar uitstortte. "Ik weet al iets!" riep zij, "en we zijn al -bijna halverwege: o! dat zal heerlijk zijn!" - -Pip verzocht haar, duidelijk hare plannen mee te deelen. - -"Laten we gaan naar het Bondi-Aquarium,--daar kunnen we op -rolletjesschaatsen rijden, varen, in den draaimolen zitten, ook in de -Montagne russe, alles even goedkoop!" antwoordde zij vlug en beknopt. - -"Goede hemel!" Pip floot zacht, terwijl hij het voorstel overwoog. "Er -kon dan zelfs nog wat overschieten voor den voetbal." Toen betrok -zijn gezicht. - -"Maar we hebben het kleine kind bij ons--Waarom heb je hem mee -gebracht? Dat is nu weer echt meisjesachtig, om alles te bederven!" - -Judy keek verlegen voor zich. "Ik had hem heelemaal vergeten!" zeide -zij boos. "Kunnen wij hem niet ergens heenbrengen? Kunnen wij niet -aan iemand vragen, om op hem te passen, terwijl wij naar het Aquarium -gaan? Het zou vreeselijk vervelend zijn, als wij ons plan moesten -opgeven om hem. En het begint ook al te regenen, we zouden hem niet -mee kunnen nemen." - -Zij waren nu aan den voet van den heuvel gekomen, waarop de kazerne -staat, en Pat zeide hun, dat zij uit moesten stappen en het overige -van den weg te voet afleggen, want anders zou de dogcart onmogelijk -vóór den avond weer in orde kunnen zijn. - -Pip sprong op den grond en nam den Generaal, als een bundeltje uit -den wagen, en Judy volgde hem voorzichtig, het kostbare pakket dat de -jas bevatte, in hare armen. En zij wandelden stilzwijgend den heuvel -van asphalt op naar het hek, dat toegang gaf tot de officierswoningen. - -"Nu?" zeide Pip op klagenden toon, toen zij den top bereikten. "Gauw -wat, heb je niets bedacht?" - -Wanneer zijne zuster, evenals nu, hare wenkbrauwen optrok, en -hare lippen vast toekneep, kon hij er zeker van zijn, dat zij eene -ingewikkelde moeielijkheid trachtte op te lossen. - -"Ja," zeide Judy eindelijk kalm. "Ik heb een plan, dat wel lukken zal, -denk ik." En toen vervolgde zij met plotselinge opgewondenheid: - -"Wie is de vader van den Generaal? dat zou ik wel eens willen weten! Is -het niet gepast en behoorlijk, dat vaders naar hunne zoons omzien? En -verdient hij niet, dat wij hem kwaad met kwaad vergelden, nu hij de -kaarten van de pantomime heeft weg gegeven? En is het Aquarium niet -veel te verrukkelijk om er niet heen gaan?" - -"Nu?" zeide Pip, zijn trager verstand kon zulk eene vlugge redeneering -niet volgen. - -"Ik ben alleen maar van plan den Generaal een paar uren in de kazerne -achter te laten, tot wij terug komen, want volgens mij is zijn vader -de aangewezen persoon om op hem te passen." Judy nam vastberaden het -kleine dikke handje van den Generaal, en opende het hek. - -"Nu," sprak Pip, "ik geloof, dat we bezig zijn, er ons leelijk in te -werken. Laten wij dat maar liever niet doen!" - -"Wel waarom niet?" antwoordde Judy uitdagend. "Het zal nog wel niet -zoo slecht afloopen, en, in ieder geval, wij moeten iets voor het -Aquarium overhebben. Kijk eens hoe het regent; het kind zou de kroep -of rheumatiek kunnen krijgen, als wij hem mee namen! Daar staat vader -te praten met een man dicht bij het tennisveld; ik zal stilletjes -langs de veranda loopen, en naar zijne eigen kamer gaan, en de jas en -den Generaal op zijn bed leggen; dan zal ik tegen een soldaat zeggen, -dat hij vader moet gaan vertellen, dat zijne pakketten gekomen zijn, -en terwijl dat gebeurt, vlieg ik hierheen terug, en nemen wij den tram, -om naar het Aquarium te komen." - -Pip floot wederom zachtjes. Hij was gewend aan overmoedige voorstellen -van deze zuster van hem, maar dit overtrof alle vroegere. "Maar," -zeide hij, niet recht op zijn gemak, "maar Judy, wat zal hij uitvoeren -twee uren lang met ons kleine ventje?" - -"Dat is zijn zaak," antwoordde Judy gevat. "Het zou wat moois -zijn, als een vader zijn eigen kind niet twee uren lang zou kunnen -bezighouden. Naderhand, als we in het Aquarium geweest zijn, komen -we terug om hem te halen, en dan kunnen we vader zeggen, dat het zoo -regende, en dat we het beter vonden hem niet mede te nemen uit angst -voor rheumatiek, en dat we zulk eene haast hadden om den tram nog te -krijgen, en dat wij omdat hij niet in zijne kamer was, den Generaal -maar zoolang op zijn bed hadden gezet. Nu, Pip, dat is toch alles -heel eenvoudig!" - -Pip keek nog altijd niet heel opgewekt. "Ik vind, dat wij het liever -niet moeten doen, Fizz!" zeide hij nog eens; "hij zal woedend zijn!" - -Judy keek hem vol ongeduld aan. "Ga eens kijken of de tram al komt," -zeide zij; en, verheugd een oogenblik uitstel te winnen, liep hij -het pad af, en keek in de richting, vanwaar de tram moest komen. Toen -hij zich omdraaide was zij verdwenen. - -Hij stopte zijne handen in zijne zakken en wandelde verscheiden -malen het pad op en neer, "Fizz zal ons nog eens allemaal doen -ophangen!" gromde hij, en keek donker naar de deur in den muur door -welke zij verdwenen was. - -Hij schoof zijn hoed naar achteren en beschouwde zijne laarzen, -er over peinzende, welke de gevolgen van dit nieuwe misdrijf zouden -zijn. Opeens hoorde hij een lichten voetstap naast zich. - -"Ga nu mee!" zeide Judy, en trok hem bij de mouw. "Alles is in orde, ga -nu mee en laten we pret maken; heb je het geld goed bij je gestoken?" - -Het was één uur, toen zij het hek uit gingen en van den heuvel naar -de halte van den tram keken. - -En het was half vijf toen zij uit een naar de stad rijdenden tram -sprongen en het hek weer binnen gingen, om het hun toevertrouwde -te halen. - -Welk een heerlijken middag hadden zij gehad! Eenmaal in het Aquarium, -had zelfs Pip zijn geweten tot zwijgen gebracht, en was er uitsluitend -op bedacht geweest, zooveel mogelijk plezier te hebben. En Judy -gedroeg zich als een klein dol wezen. Een shilling van haar geld gaf -ze aan de Montagne russe, de vlugge, bedwelmende beweging vond zij -"hemelsch." De eerste rit maakte Pip duizelig en draaierig, zoodat hij -een tweeden zorgvuldig vermeed, en naar Judy bleef kijken, die telkens -weer opnieuw vertrok, en hem uit het ranke kleine wagentje vroolijk toe -wuifde terwijl hij duizend angsten voor haar uitstond. Daarop huurden -zij ieder een paar rolletjesschaatsen, en vielen zich bont en blauw op -het asphalt. Toen gingen zij in de draaimolen zitten, maar Judy vond -dit een laf vermaak na de Montagne russe, en weigerde er verder geld -voor uit geven; zij vergenoegde zich met naar Pip te kijken, die rond -vloog, en beproefde hem telkens zoo lang mogelijk hard loopend bij te -houden. Zij eindigden den middag met een eene langdurige inspectie van -de visschen, deden zich te goed aan geleitaartjes van twijfelachtige -verschheid, en kochten voor twee stuivers aardnoten. En, zooals ik -reeds zeide, was het half vijf toen zij het pad opsnelden naar het -bovenste hek der kazerne. - -"Ik hoop maar, dat hij zoet geweest is!" zeide Judy, terwijl zij -den knop omdraaide. "Neen, Pip jij gaat ook mede,"--want dit jonge -mensch scheen zich te willen terugtrekken. "Als je twintig schoppen -of slagen over twee verdeelt krijgt elk maar tien!" - -Zij liepen langs de steenen veranda en bleven bij eene deur stil staan. - -Eene kleine groep jonge officieren stond daar dicht bij te praten en -te lachen. - -"Op mijn woord, het was even amusant als eene comedie, om te zien -hoe Wooly zijn jongsten spruit stevig vast hield, hem in een rijtuig -stopte, er zelf ook in ging en dit alles met een innig verontwaardigd -gezicht." - -Een andere blies den rook van zijne sigaar in de lucht. "Het was een -grappige kleine baas," zeide hij. "Hij balde zijne vuistjes en duwde -er een in het oog van zijn WelEdelgestrengen; en toen schopte hij -zijn schoentje uit, en wij haastten ons allen om het op te rapen, -en het was vuil en versleten, en de oude Wooly werd langzaam geheel -rood tot achter zijne ooren, toen hij beproefde, het zijnen zoon aan -te trekken." - -Eene kleine gestalte stapte opeens naar het midden der groep,--eene -kleine gestalte met een onmogelijk korten en kalen ulster, dunne, -met zwarte kousen bekleede beenen, en een grooten hoed, die een -overvloed van krullen overschaduwde. - -"U spreekt over mijn vader," zeide zij, het hoofd in den nek, zeer -uit de hoogte, "ik begrijp niet, waarom u zich vroolijk maakt. Is -mijn vader hier, of hoorde ik u zeggen, dat hij is heengegaan?" - -Twee der heeren keken min of meer verlegen, de derde groette beleefd. - -"Het spijt mij, dat u ons gesprek gehoord heeft, Miss Woolcot!" zeide -hij op wellevenden toon. "Maar, er is geen onherstelbaar kwaad -verricht, nietwaar? Ja, uw vader is in een rijtuig vertrokken. Hij -kon niet begrijpen, hoe de kleine jongen op zijn bed kwam, en, daar -hij hem hier niet goed kon houden, veronderstel ik, dat hij hem naar -huis gebracht heeft." - -Iets als eene uitdrukking van berouw kwam in Judy's heldere oogen. - -"Ik vrees mijn vader in ongelegenheid gebracht te hebben!" zeide -zij kalm. "Ik heb mijn broertje hier gebracht, omdat ik niet wist, -waar ik hem een paar uur lang zou laten. Maar ik had er op gerekend, -hem zelf naar huis te brengen. Is mijn vader al lang weg?" - -"Ongeveer een half uur," zeide de officier, die zijn best deed niet -te glimlachen over de ouderwetsche manieren van het kleine meisje. - -"O, dank u wel. Wij zullen hem misschien nog kunnen opvangen. Kom, -Pip!" en, ernstig en uit de hoogte groetend, draaide zij zich om, -en liep met haar broeder weer langs de veranda en door het hek -naar buiten. - -"Daar hebben we ons ook mooi ingewerkt!" zeide hij. Judy knikte. - -"Het is zoo ongeveer het allerergste, wat wij ooit in ons leven -uitgevoerd hebben. Stel je vader voor in een rijtuig met dat kleine -kind! O goede hemel!" - -Judy knikte nogmaals. - -"Kan je niet spreken?" zeide hij ongeduldig. "Jij hebt ons dit -alles op den hals gehaald--ik vond het niet goed, dat we het deden; -maar natuurlijk, ik zal je niet verlaten. Alleen moet je nu zoo gauw -mogelijk een uitweg bedenken." - -Judy beet op drie vingertoppen van haar rechter handschoen, en keek -treurig voor zich uit. - -"We kunnen niets beginnen, Pip!" zeide zij langzaam. "Ik had niet -gedacht, dat het zoo zou eindigen. Ik geloof, dat het 't beste is, -als we maar dadelijk naar huis gaan en ons overleveren om gestraft -te worden. Hij zal te woedend zijn, om naar eene verontschuldiging -te luisteren, en dus moeten we ons maar goed houden, en afwachten, -wat hij doen zal. Het spijt mij vreeselijk, dat ik oorzaak ben, -dat de officieren om hem hebben kunnen lachen." - -Pip kon zich niet langer goedhouden. Hij noemde haar een ezel en een -stommeling en een idioot, omdat zij dit gedaan had, en zij zeide in -het geheel niets terug. - -Zij namen den tram, en begaven zich naar Sydney, en daarop naar de -boot. Zij kropen in een hoekje, dat zoo ver mogelijk van de kajuit -verwijderd was, en praatten met grooten ernst over den stand der -zaken. Na eene poos stond Pip op en liep wat rond om tot andere -gedachten te komen, tot hij opeens terug kwam met een doodsbleek, -strak gelaat. - -"Hij is op de boot!" fluisterde hij doodelijk ontsteld. - -"Waar--waar--waar? wat--wat--wat?" riep Judy. - -"In de kajuit, hij kijkt zoo nijdig als een spin, en houdt den armen -kleinen Generaal zoo stevig vast, alsof hij bang was, dat hij weg -zal vliegen." - -Judy keek verschrikt rond. - -"Kunnen we ons niet verstoppen? Als hij ons maar niet te zien -krijgt! Het zou nu toch niets geven, of we hem vraagden, den Generaal -aan ons te geven. We zijn ingerekend, Pip--hij geeft geen kwartier." - -Pip bromde iets; Judy stond op. - -"Laten we naar de machine kruipen," zeide zij, "en eens kijken of -hij er erg boos uitziet." - -Zij liepen met groote voorzorg over het dek, en posteerden zich zóó, -dat zij konden zien zonder gezien te worden. De lieve kleine Generaal -zat naast zijn ernstigen vader, die den rug van zijn wollen jasje -stevig vast hield. Hij zoog op zijn vuil handje, en wierp nu en dan -verlangende blikken naar zijn bruinleeren schoentje, waarop hij, -zooals hij wist, heerlijk zou kunnen bijten. Een paar maal had hij -het uitgetrokken en naar zijn mond gebracht, maar zijn vader was -tusschenbeide gekomen, en had het kleedingstuk weer, op de plaats, -waar het behoorde te zijn, dichtgeknoopt. Hij zou ook wel heel gaarne -van die akelige bank zijn gegleden, en over het dek hebben gekropen, -en hebben onderzocht, wat er al zoo onder de banken te kijk was, -en waar dat proestende geluid van daan kwam; maar hij voelde een -ijzeren greep aan zijn jasje, dien geen spartelen of wringen kon -losser maken. Geen wonder dat het arme kind ongelukkig keek! - -Eindelijk legde de boot aan niet ver van Misrule, en de kapitein -stapte aan wal, zijn morsig zoontje stevig in zijne armen dragend. Hij -wandelde langzaam den rooden weg op, dien de dogcart een zes of zeven -uur geleden met zulk een opgewekten spoed afgelegd had, en Judy en Pip -volgden op een eerbiedigen--een zeer eerbiedigen--afstand. Bij het hek -zag hij hen, en wenkte hen toornig met een breeden zwaai, naderbij -te komen. Judy werd zeer bleek, maar gehoorzaamde dadelijk, en Pip, -die zijn best deed, zich goed te houden, maakte de achterhoede uit. - -Later herinnerde Judy zich slechts zeer onduidelijk hetgeen gedurende -het eerstvolgende halve uur gebeurde. Zij wist, dat er een stormachtig -tooneel plaats gegrepen had, waarbij Esther en de geheele familie -haar overstelpt had met verwijten en berispingen. - -Daarop kreeg Pip een pak slaag, ondanks Judy's herhaalde bekentenis, -dat alles haar schuld was, en Pip niets gedaan had. Zij herinnerde -zich, dat zij er met nieuwsgierigheid aan dacht, of zij even -voorbeeldig als Pip zou gekastijd worden, zoo toornig was haar vaders -gezicht, toen hij den jongen op zijde duwde en naar haar stond te -kijken, zijne rijzweep in de hand. - -Maar hij gooide deze neer en legde zijne hand zwaar op haar schouder, -dien zij vergeefs poogde terug te trekken. - -"Aanstaanden Maandag," zeide hij langzaam--"aanstaanden Maandagmorgen -ga je naar de kostschool. Esther, wees zoo goed na te zien, of Helen's -kleederen in orde zijn voor de kostschool--aanstaanden Maandagmorgen -gaat zij er heen." - - - - - - - - - -HOOFDSTUK V. - -AANSTAANDEN MAANDAGMORGEN. - - -Een koffer stond in de vestibule, en een groot, dikwijls gebruikt -valies, en er hingen adressen aan, waarop te lezen stond: "Miss Helen -Woolcot, adres de Dames Burton, Mount Victoria." - -In de kinderkamer werd het ontbijt in gedrukte stemming gebruikt. Meg's -blauwe oogen waren rood en gezwollen van het schreien, en zij snoof -nu en dan hoorbaar, terwijl zij bezig was koffie te schenken. Pip -stond met de handen in de zakken op het haardkleed treurig naar een -zeker bord te kijken, en dankte voor eten of drinken; de Generaal -zat vroolijk met zijn drinkkroes op zijn bord te slaan; en Bunby at -suffend zijn boterham op. - -Judy, bleek en met droge oogen, zat aan de tafel, en Nell en Baby -hadden zich ieder aan een harer armen vastgeklampt. Gedurende de drie -dagen, die tusschen dien noodlottigen Donderdag en dezen treurigen -morgen verloopen waren, had zij koppig willen toonen, dat zij zich de -geheele zaak niet aantrok. Nooit was hare stemming opgewekter, haar -oog schitterender, hare tong scherper geweest, dan gedurende dezen -tusschentijd; en zij had tegen iedereen beweerd, en in het bijzonder -tegen haar vader, dat zij zich het verblijf in eene kostschool heerlijk -dacht, en zich op haar vertrek verheugde. - -Maar dezen morgen was zij ineengezakt. De dagen te voren had haar -vurig, kinderlijk hart haar gezegd, dat haar vader toch niet zóó wreed -zou kunnen zijn, dat het niet in ernst zijn plan kon wezen haar onder -vreemden te zenden, ver weg van het oude, vervallen Misrule en van al -haar broeders en zusters; hij zeide het alleen maar om haar schrik -aan te jagen, dit praatte zij gedurig zich zelve voor, en zij zou -hem toonen, dat zij geen lafhartig klein kind was. - -Maar Zondagavond, toen zij een koffer naar beneden zag brengen en -dien zag volpakken met hare kleederen en voorzien worden van haar -naam, was het alsof een koude hand zich om haar hart sloot. Maar, -zeide zij tot zich zelve, hij liet dit alles geschieden om haar te -doen gelooven, dat zij werkelijk vertrekken moest. - -En nu was het morgen geworden, en zij kon zich niets meer diets -maken. Esther was bij haar bed gekomen, en had haar treurig gekust, met -eene bezorgde en teedere uitdrukking op haar lief aangezicht. Zij had -haar man gesmeekt zoo innig als zij nog nooit gesmeekt had, het vonnis -der arme Judy te vernietigen, maar de kapitein was onvermurwbaar. Zij -en alleen zij was de belhamel bij alle ondeugende streken, de anderen -zouden zich behoorlijk gedragen, wanneer zij er niet meer was om hen -tot allerlei stoutigheden aan te zetten, en gaan moest zij. Bovendien -zeide hij, zou het tot haar eigen heil zijn. Hij had eene uitmuntende -school voor haar gekozen; de directrices er van waren vriendelijk, maar -streng, en Judy's karakter liep gevaar bedorven te worden door gebrek -aan eene strenge leiding. Dit was inderdaad in zeker opzicht waar. - -Judy ging plotseling rechtop in haar bed zitten, bij het gezicht van -Esther's bekommerd gelaat. - -"Er is niets aan te doen, lieve kind, schik je naar vaders wil!" zeide -zij vriendelijk. "Maar je zult gaan als een moedig meisje, nietwaar, -Ju?--Jij hebt tot nu toe altijd, zooals Pip zegt: de huik naar den -wind kunnen hangen." - -Judy verkropte een hevigen snik, en haar arm klein gezicht werd bleek -en angstig. - -"Het is goed, Esther! Toe, ga maar gerust ontbijten," zeide zij met -eene stem, die alleen maar een weinig beefde; "zou je den Generaal -bij mij willen laten, Esther? Ik zal hem mede naar beneden brengen!" - -Esther zette haar klein, dik zoontje op het kussen en ging heen met -een blik vol liefde en zorg. - -En Judy nam het kleine ventje in hare armen, en trok de beddelakens -over hun beider hoofd, en hield hem stevig, bijna wanhopig een minuut -of twee tusschen hare armen gekneld, en verborg haar gezicht in zijn -zacht, dik nekje en kuste hem tot hare lippen pijn deden. - -Hij verweerde zich dapper tegen deze gewelddadige handelwijze, en -protesteerde ten laatste, met een woedenden kreet, tegen gesmoord -te worden. Dus wierp zij het dek weg en stapte uit bed, en liet hem -tusschen de kussens rondkruipen, en uit een gaatje in een er van de -veertjes plukken. - -Zij kleedde zich haastig en zenuwachtig, maakte het haar met meer -zorg dan gewoonlijk op, en ging toen met den Generaal naar de -kinderkamer. Alle anderen waren hier, en klaarblijkelijk waren zij -met Esther over haar aan het spreken. De drie meisjes keken bedroefd -en verontwaardigd; Pip was juist terecht gezet, omdat hij oneerbiedig -over zijn vader had gesproken, en zag gemelijk voor zich uit; en Bunby, -niet wetende wat hij anders zou doen in zulk een hachelijk oogenblik, -was vliegen gaan vangen en trok haar wreedaardig de vleugels uit. - -Het was een somber ontbijt. De bel weerklonk als teeken dat de koffie -beneden klaar was, en Esther moest dus de kinderen alleen laten. Een -ieder presenteerde Judy van alles, wat op de tafel stond, en sprak -haar beleefd toe. Zij scheen niet meer hun gelijke te zijn, maar een -persoontje, dat niet zoo lichtvaardig behandeld kon worden terwille -der waardigheid, die het groote verdriet haar gaf. Hare japon was -nieuw--een keurig, blauw serge kleedje, direct uit de handen der -naaister; hare laarzen waren glimmend gepoest, hare kousen zonder -luchtgaatjes. Dit alles werkte er toe mede, om haar eene Judy te -maken geheel verschillend van de slordige en drukke Judy van een paar -dagen geleden, die gewoonlijk aan het ontbijt kwam, er uit ziende, -alsof hare kleederen met eene hooivork op haar geworpen waren. - -Baby wijdde zich ééne minuut aan hare gort, maar toen overstelpten -haar hare aandoeningen, en, met een zwakken klaagtoon, liep zij om de -tafel naar Judy, en hing zich snikkend aan haar arm. Dit verstoorde -het evenwicht van het geheele gezelschap. Nell pakte den anderen arm -en wiegde zich heen en weer in een aanval van troosteloosheid. Meg's -tranen droppelden in haar kopje; Pip duwde zijn hiel in het vloerkleed, -en begreep maar niet, wat zijne oogen scheelden; en zelfs begon Bunby -minder smaak in zijn boterham te krijgen. - -Judy zat zwijgend voor het bord, dat zij ongebruikt weggeschoven -had, en dat zij met eene uitdrukking van diepe wanhoop op haar jong -gezichtje aanstaarde. Zij zag er uit als eene miniatuur koningin uit -eene tragedie, die op het punt is, naar de plaats der terechtstelling -gebracht te worden. - -Bunby liet zich van zijn stoel glijden, dekte zijn kop koffie met -den schotel van wege de vliegen, en verliet met plechtigen stap -de kamer. Een oogenblik later kwam hij terug met eene zuurflesch, -waarin een groote, groene kikvorsch zat. - -"Hem mag je houden voor jou alleen, Judy!" zeide hij, op bijna -hartbrekend droevigen toon. "Je zult op school misschien nog wel eens -om hem lachen." - -Zelfopoffering kan niet verder gaan, want deze kikvorsch was de -lieveling van Bunby's hart. - -Dit prikkelde de anderen; ieder haalde een geschenk en legde het als -souvenir op Judy's altaar. Meg bracht een armband, gemaakt van haar -van een gestorven lievelingspony, Pip gaf zijn zakmes met drie messen, -Nell een muskuspot dien zij een jaar lang begoten en verzorgd had, Baby -eene pop met gebroken neus, de Benjamin van hare groote poppenfamilie. - -"Doe alles in den koffer, Meg--bovenin is nog plaats, denk ik," zeide -Judy met verstikte stem, diep getroffen door deze geschenken. "O, -Bunby, beste jongen! doe een kurk op de flesch met den kikkert, -hij zou eens verloren kunnen gaan, tusschen al die kleeren!" - -"Ja wel," zeide Bunby. "Je zult goed op hem passen, nietwaar, Judy? O, -lieve hemel! O! O!" - -Toen kwam Esther de kamer binnen, nog altijd met een bekommerd gelaat. - -"De dogcart is voor," zeide zij. "Ben je klaar, Judy, beste meid? Mijne -lieve Judy, houd je nu dapper, vrouwtje!" - -Maar Judy was bleek als eene doode, en scheen niet te begrijpen, wat -er om haar gebeurde. Zij liet toe dat Esther haar den hoed opzette, -haar in haar nieuw manteltje hielp en haar de handschoenen in de -hand gaf. Zij liet zich door de geheele familie kussen, half de trap -afdragen door Esther, weer door de meisjes zoenen, toen door de twee -goedhartige dienstboden, die ondanks hare pekelzonden voor haar eene -warme genegenheid koesterden. - -Esther en Pip tilden haar in den dogcart, en zij zat ineen gedoken -en scheef op de bank, en keek met oogen, die waarlijk tragisch waren -in hunne groote wanhoop, naar de groep in de veranda. Haar vader kwam -naar buiten, hij knoopte zijne overjas dicht, en zag haar blik. - -"Wat is dat voor gekheid?" zeide hij driftig "Esther--groote -Hemel! stel jij je ook al zoo dom aan?"--groote tranen schitterden -in de mooie oogen zijner vrouw. "Waarachtig, men zou kunnen denken, -dat ik het kind meeneem om opgehangen te worden, of haar naar een -verbeteringsgesticht ging brengen." - -Een luide, hikkende snik kwam over Judy's witte lippen. - -"Als u mij thuis zou willen laten blijven, vader, zal ik u nooit meer -boos maken; u kan me voor straf slaan, zoo hard u maar wil." - -Het was hare laatste poging, hare laatste hoop, en zij beet op hare -arme, trillende lip, tot deze bloedde, terwijl zij op antwoord wachtte. - -"Laat haar hier blijven--o! toe, laat haar hier blijven! We zullen -altijd zoet zijn!" klonk het in koor uit de veranda. En: "Laat haar -hier blijven, John!" riep Esther, op een toon, even smeekend als die -der kinderen. - -Maar de kapitein sprong in den dogcart, en nam de teugels in eene -uitbarsting van woede van Pat over. - -"Ik geloof, dat jelui allemaal bezeten zijt!" schreeuwde hij. "Zij -zal het daar ginds uitstekend hebben, ik heb drie maanden vooruit -voor haar betaald, en dat verzeker ik jelui, ik gooi mijn geld niet -voor niets weg!" - -Hij gaf het paard een tikje met de zweep, en een minuut later was -de dogcart aan gene zijde van het hek, en het kleine, ongelukkige -gezichtje kon niet meer gezien worden. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK VI. - -HOE SCHOON IS DE LEEFTIJD VAN ZESTIEN JAAR. - - -Meg had altijd mooi haar gehad, maar een paar maanden geleden had zij -zich ponyhaar geknipt, en begon dit iederen avond in papillottenpapier -te wringen. En in hare latafel stond een jampotje gevuld met havermeel, -dat zij in haar waschwater gebruikte, want zij had gelezen, dat dit -een uitstekend middel was om het teint te verfraaien. En iederen -avond smeerde zij hare handen met vaseline in en sliep met oude -glacé-handschoenen aan. En haar geld gaf zij uit aan een zeker water, -dat de kleine bruine vlekjes zou wegwisschen, die de zon op haar -gelaat getooverd had, en het, hoe dan ook, een zeker karakter gaven. - -Al deze dingen waren het gevolg hiervan, dat Meg zestien was, en dat -zij eene vriendin gevonden had, die zeventien jaren telde. - -Aldith MacCarthy leerde Fransch bij denzelfden leeraar, naar wien -Meg nu tweemaal in de week ging, en nadat chocolaadjes en haarlinten -gegeven en aangenomen, en familieconfidenties gedaan en aangehoord -waren, ontstond er eene innige vriendschap tusschen haar. - -Aldith had drie volwassen zusters, die zij in alle opzichten naäapte, -en bezat veel meer kennis van de wereld dan de eenvoudige, romantische -Meg. - -Zij leende Meg romans en novellen, evenals tijdschriften voor jonge -dames, en het jonge meisje verdiepte er zich met groote belangstelling -in, verbaasd over de nieuwe wereld, waarin zij werd binnengeleid; -want Charlotte Yonge en Louise Alcott en Miss Wetherell waren tot nu -toe uitsluitend hare lectuur geweest. - -Meg begon rooskleurige droomen te droomen van den tijd, waarin haar -mooi, glanzend haar "in eene eenvoudige wrong" zou worden opgestoken -of boven haar voorhoofd zou worden gelegd als "eene kroon, even -schoon als die eener koningin," want dit waren de twee manieren, -waarop de heldinnen in de novellen het haar kapten. Een gevlochten -varkensstaartje was al zeer weinig romantisch. Dit was de reden waarom -zij, als eene soort van voorbereidende maatregel, ponyhaar geknipt -had, en het einde van hare vlecht begon te krullen. Haar vader staarde -haar aan, en zeide, dat zij er uit zag als een winkelmeisje, toen hij -deze veranderingen voor het eerst opmerkte, en Esther vertelde haar, -dat zij een dom schepsel was, maar de spiegel en Aldith stelden haar -weer gerust. - -De zorg, die nu aan de beurt kwam, was die van steelsgewijze -hare japonnen langer te maken, welke in de periode waren van -nog niet lang en niet meer kort te zijn. In de eenzaamheid van -hare slaapkamer nam zij twee of drie van hare rokken van den band, -voorzag ze aan den bovenkant van eene reep voering om ze te verlengen, -en naaide eene strook onder om hare lijfjes, ten einde de voering te -bedekken. Hierdoor werden hare rokken een goeden twee duim langer, wat -haar een lang, slank figuurtje gaf, zooals zij zelve zeer goed wist. - -In geen van deze dingen stak eigenlijk kwaad. - -Maar Aldith begon hare taille langzamerhand geheel onmogelijk te -vinden. - -"Je hebt minstens drie-en-twintig, Marguerite," zeide zij eens, -vol ongehuichelden schrik. - -Zij noemde hare vriendin nooit Meg, want deze naam was "te familiaar -en volstrekt niet welluidend." - -Meg keek van hare eigen taille naar het dunne, elegante middeltje -van hare vriendin, en zuchtte diep. - -"Wat moest ik eigenlijk hebben?" zeide zij neerslachtig; en Aldith -had geantwoord, "achttien--of negentien hoogstens, Marguerite! Ware -symmetrische bevalligheid kan nooit bereikt worden met een middel -van drie-en-twintig duim in omtrek." - -Aldith had niet alleen feiten opgemerkt en vergelijkingen gemaakt, zij -had hare vriendin ook praktischen raad gegeven, en had haar getoond, -hoe zij handelen moest. En iederen avond en iederen morgen trok Meg -haar corsetveter steviger aan, en perste haar fijn, teeder lichaam in -eene steeds engere ruimte. Zij had reeds een omtrek van een-en-twintig -duim bereikt, hetgeen zuiver twee duim winst beteekende, en zij had -al hare japonnen ingenomen. - -Maar zij speelde 's avonds niet meer mede cricket, en wilde aan geen -enkel spel meedoen, waarbij hard loopen te pas kwam, zeer tot misnoegen -der anderen. Niemand, die het zachte gezichtje, liefelijk als een -bloesem, zag, en de vriendelijke, kalme oogen, zou gegist hebben -welk eene marteling er verdragen werd onder het nu sierlijke, goed -zittende japonlijfje. Vlug wandelen was eene ware kwelling; bukken, -bijna folterpijn; maar zij verdroeg dit alles met een heldenmoed, -eene waarlijk edele zaak waardig. - -"Hoe lang zal ik daar nu nog mede moeten voortgaan, Aldith?" vraagde -zij eens met zwakke stem, na eene Fransche les gedurende welke -zij zich bijna niet had kunnen goed houden. En het andere meisje -antwoordde onverschillig: "O, je moet nu natuurlijk niet ophouden, -je zult eens zien, over een poosje voel je er niets meer van." - -Na deze verzekering zette Meg hare pijn veroorzakende pogingen voort. - -Esther, de eenige, die in deze zaak eenigen invloed had kunnen hebben, -had niets gemerkt, en, had zij dit wel gedaan, dan zou zij er zich nog -niet ernstig over bekommerd gemaakt hebben, want het was eerst vier -jaar geleden sedert ook zij zestien geweest was, en een "dun middeltje" -voor haar het begeerlijkste van de geheele wereld geweest was. - -Eens had zij zonder bijgedachte gezegd: - -"Wat krijg je een goed figuurtje, Meg! De nieuwe naaister maakt zeker -beter dan Miss Quinn!" en de dwaze Meg, het hart kloppend van vreugde, -had zich voorgenomen, hare pogingen te verdubbelen. - -De lynx-oogige Judy zou alles zeker spoedig ontdekt hebben, en zou -haar lachend beschaamd hebben, maar ongelukkig voor Meg's gezondheid -was zij op school,--er waren reeds bijna drie maanden sedert haar -vertrek verloopen. - -Aldith woonde ongeveer twintig minuten wandelen van Misrule, en dus -waren de twee meisjes veel samen. Tweemaal in de week gingen zij -per stoomboot naar de stad om in beleefd Fransch te leeren vragen: -"Heeft de jonge dochter van den bakker den gelen hoed, de bruine -handschoenen, en de parasol van de nicht van den aannemer?" - -En tweemaal in de week, nadat zij zonder den minsten samenhang -geantwoord hadden: "Neen, maar de chirurgijn had bier, mosterd, en de -tafelgong," vertoonden zich Aldith en hare vriendin op de wandelplaats, -waar de Sydneysche jeugd en beau-monde gewoonlijk wandelde,--het -"Block." - -"Nu zullen wij eens gaan zien, hoeveel hoeden ik kan laten -afnemen!" zeide Miss Aldith, wanneer zij zich op weg begaven, en bij -het einde van den tocht zuchtte Meg: "Hoe heerlijk moet het zijn, -zooveel heeren te kennen als jij!" - -Somtijds gebeurde het, dat een of twee jonge lieden bleven staan, -en de meisjes aanspraken, en dan stelde Aldith hen plechtig aan Meg -voor, dikwijls evenwel meende deze, die, niettegenstaande al hare -dwaasheid, scherp genoeg opmerkte, iets beschermends, min of meer -spotachtigs in de manieren der heeren waar te nemen. En werkelijk -was dit dikwijls zoo; het waren hoofdzakelijke heeren, die Aldith -tehuis op een danspartijtje of bij het tennisspel had leeren kennen, -en die deze jonge dame een vroeg rijp kind vonden, voor wie het hoogst -gewenscht was, dat zij nog eenige jaren van de school zou profiteeren. - -Eens op een dag kwam Aldith op Misrule--houding, gebaren, stem, alles -sprak van eene hooge, geheimzinnige gewichtigheid. "Kom mede naar den -tuin, Marguerite!" zeide zij, zonder de minste notitie van Baby te -nemen, die, met groote moeite, hare oudste zuster had overgehaald, -haar het altijd even boeiende verhaal van de drie kleine varkentjes -te vertellen. - -"O, neen, bij het haar van mijn baard aan mijn kin, ik zal proesten en -blazen tot je huisje valt in," was nog maar tweemaal gezegd geworden, -en het spannendste gedeelte moest nog komen. - -Baby keek op met verontwaardigde oogen. - -"Ga weg, Aldiff!" zeide zij. - -"Miss MacCarthy, Baby!" verbeterde Meg vriendelijk, Aldith's half -verachtelijken glimlach opmerkende. - -"Aldiff!" herhaalde Baby koppig. Toen scheen zij berouw te hebben, -en sloeg een kleinen arm liefkoozend om haar zusters hals. - -"Ik zal aan Miff MacCarfy zeggen, dat je eerst verder moet vertellen." - -"O, zend haar weg, Marguerite!" zeide Aldith ongeduldig. "Ik heb je -een zeer belangrijk geheim mee te deelen, en ik heb buitendien haast." - -Meg was dadelijk een en al belangstelling. - -"Ga nu heen, Baby!" zeide zij, en kuste het teleurgestelde gezichtje; -"ga met Bunby met de ark spelen, ik zal het vertelseltje van avond -of morgen uit vertellen." - -"Maar ik wil nu het eind hooren!" zeide Baby volhoudend. - -Meg schoof haar vriendelijk op zijde. "Neen, ga nu heen, klein -zusje--ga nu heen als eene beste meid, en ik zal je morgen ook nog -van Roodkapje vertellen." - -Baby keek naar de bezoekster harer zuster. - -"Je bent een akelig spook, Aldiff MacCarfy," zeide zij langzaam en -met nadruk, "en ik heb een hekel aan je, en wij allen hebben een -hekel aan je, behalve Meg, en Pip zegt, dat je het naarste wicht ben, -dat bestaat, en ik wou, dat er een groote reus kwam, die blazen zou -en proesten, tot je midden in de zee lag." - -Aldith lachte, een klein tartend, wijs lachje, dat de maat van Baby's -woede deed overloopen. Zij strekte hare kleine hand uit en gaf den arm -der jonge dame in zijn mousselinen mouw een fijn welbestudeerd kneepje, -dat Pip haar geleerd had. Toen holde zij als eene dwaze de groene -grasvelden over naar het boschje, dat zich aan gene zijde bevond. - -"Onuitstaanbaar!" pruttelde Aldith boos, en Meg moest zich uitputten -in verontschuldigingen en vriendelijke woordjes, om haar weer in een -goed humeur te brengen, en haar over te halen, het zeer belangrijke -geheim te vertellen. Ten laatste, evenwel, werd het haar geopenbaard, -en wel met indrukwekkende plechtigheid. Aldith's oudste zuster was -verloofd! O, was dat niet hemelsch? was het niet romantisch?--en -met den mijnheer met den blonden snor, die in den laatsten tijd zoo -dikwijls bij hen aan huis was geweest. - -"Ik wist, dat het zoo zou gaan--ik heb het al lang zien aankomen. O, -men kan niet gemakkelijk iets voor mij verbergen!" zeide Aldith. "Ik -herken ware liefde dadelijk. Maar voor mijzelve zou ik zeker de -voorkeur geven aan een donkeren snor, jij ook niet, Marguerite?" - -"Ja-a!" zeide Meg. Hare meening in dit opzicht was nog nauwelijks -gevestigd. - -"Gitzwart, met zeer stijfstaande uiteinden," vervolgde Aldith peinzend, -"en eene militaire houding en heel lange, zwarte wimpers." - -"Dat zou ook mijn smaak zijn," zeide Meg, opeens vol vuur. "Zooals -Guy Deloraine in "Angelina's eerzuchtige Droomen."" - -Aldith sloeg haar arm inniger om hare vriendin. - -"Zou het niet hemelsch zijn, Marguerite, als jij en ik--eens -geëngageerd waren?" zeide zij, als in droomerige verrukking. "Denk eens -aan, hoe zalig het zijn moet als een donkere knappe man met trotsche, -zwarte oogen, smoorlijk verliefd op je is, je op de handen draagt, -je cadeaux geeft en met je uitgaat--o, Marguerite, wat moet dat -goddelijk zijn!" - -Meg keek peinzend voor zich uit. "Daar zijn wij, geloof ik, toch nog -niet oud genoeg voor!" zeide zij met een zucht. - -Aldith wierp haar hoofd achterover. "Dat is onzin; Clara Allison is -niet ouder dan zeventien, en denk aan eens je eigen stiefmoeder. Eene -menigte meisjes zijn al getrouwd als zij zestien zijn, Marguerite! en -mijne zuster Beatrice werd ten huwelijk gevraagd, toen zij nog maar -vijftien was." - -Deze woorden schenen indruk op Meg te maken. Zij keek stil voor -zich uit. - -Toen stond Aldith op om heen te gaan. "Denk er aan, dat je morgen -op tijd aan de boot bent," zeide zij, terwijl zij naar het hek -wandelden; "en, Marguerite, kleed je nu eens heel netjes aan--trek je -koornbloemen-blauwe japon aan,--en zie eens of Mrs. Woolcot je niet -een paar handschoenen zou willen leenen, je grijze paar ziet er niet -meer zeer frisch uit, vind je zelf ook wel?" - -"Neen, neen zeker niet!" zeide Meg blozend. - -"En Mr. James Graham komt altijd terug met onze boot, en de twee -Courtney's ook--Andrew Courtney zeide aan Beatrice, dat hij je een -heel aardig persoontje vond; hij merkt je dikwijls op, zegt hij, -omdat je altijd zoo bloost." - -"Ik kan daar toch heusch niets aan doen!" zeide Meg op ongelukkigen -toon. "Aldith, hoe moet het lint op mijn hoed genaaid worden? Ik -wilde het er opnieuw opzetten." - -"O, vierkante lussen, min of meer stijf, en goed op zijde!" zeide het -orakel. "Ik ben blij, dat je den hoed onder handen neemt, beste! hij -zag er heusch erg slordig en verlept uit." - -Meg bloosde weer. - -"Ben je al klaar met je Fransch?" zeide zij, en opende het hek. - -"Ik zal het er maar voor houden!" zeide Aldith onverschillig. Toen -hief zij haar kin omhoog. - -"Die zedige meisjes Smith schijnen er altijd eene eer in te stellen, -om geen fouten te maken; en Janet Green, wier hoeden altijd vier -modes ten achteren zijn, ook; ik vergis mij liever eens een paar maal, -als was het alleen maar om te laten zien, dat ik niet hard behoef te -leeren, en later onderwijzeres worden." - -Maar juist in dit oogenblik struikelde zij, en viel in hare volle -lengte op zeer onbevallige wijze neer, dwars over het modderige pad. - -Een stuk touw en Baby's wraak waren hier de oorzaak van. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK VII. - -"WAT ZEGT GE VAN EEN VERLIEFD HART?" - - -Meg zag er zeer slecht uit, daar was geen twijfel aan. Hare mooie -rozige gelaatskleur verloor hare frischheid, eene uitdrukking van -prikkelbaarheid groefde een trek om den mond, die eenige maanden -geleden alleen voor glimlachjes scheen geschapen te zijn. En, het was -treurig onromantisch, maar, haar neus was van tijd tot tijd bijzonder -rood. Nu kan eene heldin de grootste, diepste oogen, de langste -wimpers, die maar mogelijk zijn, hebben; zij kan haar hebben gelijk -aan het goud, dat "in den oogsttijd tot schoven wordt gebonden"; -zij kan lippen bezitten als kersen en tanden als paarlen, en een -roode neus zal al deze bekoorlijkheden vernietigen. Hij berokkende -Meg ware zielsangsten. Zij las met de grootst nauwgezetheid alle -antwoorden in de "Correspondentie" der verschillende tijdschriften, -die Aldith haar leende, om haar te helpen in haar zoeken naar een -geneesmiddel. Maar bijna iedereen scheen recepten te vragen om den -groei der oogharen te bevorderen of om embonpoint te voorkomen. Geen -enkel antwoord, dat haar onder de oogen kwam, zeide: Een roode neus bij -jonge meisjes wordt gewoonlijk veroorzaakt door slechte spijsvertering -of door te nauw rijgen." Zij vraagde Aldith haar een raad te geven, -en deze jonge dame dacht, dat hare vriendin de gewenschte uitkomst zou -verkrijgen, door vaseline en zwavel, goed vermengd, op het lichaamsdeel -in quaestie te leggen. En nu sloot Meg iederen avond de deur van -haar slaapvertrek door middel van een eigen gemaakten grendel, want -sleutels waren op Misrule eene ongekende weelde, en bestreek haar -armen, kleinen neus hoogst zorgvuldig met het vette geneesmiddel, -waarnaar zij den geheelen nacht op haar rug moest blijven liggen, -om te voorkomen dat zij het aan haar kussen zou wrijven. - -Eens was Pip in haar kamertje doorgedrongen om haar te vragen, zijne -bretels even te willen naaien; zij was toen genoodzaakt geweest, -haastig een handdoek om haar hoofd te slaan en te zeggen, dat zij -hevige zenuwhoofdpijn had, en dat hij maar naar Esther of een van -de meiden moest gaan. Had hij de oorzaak dezer weigering gekend en -gezien, dan zou er geen einde aan de plagerijen gekomen zijn. - -In den laatsten tijd bracht Meg een groot gedeelte van den dag in hare -slaapkamer door, die nu, sedert Judy's vertrek, van haar alleen was. In -de eenzaamheid garneerde zij hare hoeden en veranderde ze telkens -weer, vermaakte zij hare japonnen, las zij hare novellen, en zat met -hangende haren voor haar spiegel, peinzende over den tijd, waarin zij -"groot" zou zijn en een man haar hart zou geschonken hebben. Want -haar en Aldith scheen alleen deze periode van het leven liefelijk -en begeerlijk. Meg vlijde zich gaarne in een grooten leunstoel, die -naar hare kamer was verbannen, omdat de veeren gesprongen waren, en -droomde dan lang schoone, ijdele droomen van een minnaar met "lange -zwarte wimpers en eene militaire houding". Natuurlijk was het hoogst -laakbaar op haar teederen leeftijd van zestien jaren zulke gedachten te -hebben, maar dan moeten wij bedenken, dat het meisje geene moeder had, -die deze verdoolde phantasie weer op het goede pad had kunnen brengen, -en dat zij eene dochter van het Zuiden was. - -Australische meisjes beginnen bijna altijd veel eerder over "vrijages -en zulken onzin", zooals ouderwetsche menschen zeggen, te denken, -dan hare Engelsche zusters. Terwijl zij nog in de korte-jurken-periode -zijn, en terwijl haar haar nog los op haar rug hangt, stellen zij de -levendigste belangstelling in jongens van de naburige scholen, broers -van andere meisjes, jonge klerken, en dergelijken. Niet omdat zij -goede speelkameraden zouden kunnen zijn, maar omdat zij hen beschouwen -in het licht van mogelijke aanstaande "hartsvrienden". Ik zeg niet, -dat Engelsche meisjes nooit aan zulke dingen denken. Volstrekt niet; -in iedere school zullen er wel een of twee dwaze, giggelende jonge -schepseltjes met soortgelijke neigingen te vinden zijn, die met een -pak klappen weer naar haar cricket en hare poppen toe moesten gezonden -worden. Maar in dit land der jeugd is het meer regel dan uitzondering, -en dit is de grootste fout van het zeer jonge Australische meisje. Zij -is als eene perzik, eene mooie, gave perzik, die bijna in één dag tot -rijpheid is gekomen, en die haast heeft het teedere waas te vernielen -dat haar grootste bekoorlijkheid is, alleen om hare schitterende, warme -kleur duidelijker te doen uitkomen. Aldith had, tot hare voldoening, -haar eigen "waas" weggewreven, en was op het oogenblik druk bezig -dat van Meg te doen verdwijnen, dat zeer zacht en liefelijk was, -voor zij er aan raakte. De novellen hadden iets weggenomen en het -"Block" nog iets meer, maar zij was van nature verstandig, en het -duurde lang, eer men aan haar eene verandering kon bespeuren. En -nu, onder voogdijschap harer vriendin, was zij binnengeleid in de -verrukkelijke geheimen der liefdesavonturen, en voorloopig vervulde -de gedachten daaraan haar eenigszins doelloos jong leven. Maar dit -alles eindigde met eene gebeurtenis, welker herinnering haar nog -jaren daarna een pijnlijken blos op de wangen jaagde. - -Na de Fransche les, die zij, als ik reeds vertelde, tweemaal in de -week namen, kwamen de vriendinnen gewoonlijk met de boot van vijf uur -terug. En op deze boot waren ook altijd twee jonge lui, die den naam -Courtney droegen, en een derde jonge man, Aldith's bijzonder eigendom, -James Graham. Nu was het jonge volkje met elkaar in kennis gekomen op -picnics en dergelijke feestjes in den omtrek, maar deze kennismaking, -in plaats van, nu zij elkaar meermalen ontmoetten, te rijpen tot -eene hartelijke, aangename vriendschap, had aanleiding gegeven tot -flauwe geheimzinnigheden en eene aanstellerige verliefdheid. James -Graham, zeventien jaar oud, was werkzaam op het kantoor van een -advocaat, en scheen weinig haast te hebben zich tot een flinken -man te ontwikkelen. Hij droeg een stok, en was zeer gesteld op een -keurigen hoed en een hoog boord en mooie laarzen, die gewoonlijk -van bruin leder waren. En hij bezat een knevel, zoo dun, als men er -zich maar een kan verbeelden, dien hij met groote zorg behandelde, -en dien Aldith aanbiddelijk vond. Aldith's levendigheid en gevatheid -vielen in zijn smaak en binnen zeer korten tijd drukten zij elkander -heimelijk briefjes in de hand, en zuchtten daarbij sentimenteel. Niet -dat deze briefjes iets buitengewoons bevatten, zij waren gewoonlijk -tamelijk vormelijk. - -"Hooggeachte Miss MacCarthy", luidde bijvoorbeeld een. "Waarom was u -gisteren niet op de boot? Ik keek naar u uit zoolang ik maar eenigszins -hopen kon, u nog te zien verschijnen, en moest toen een vervelenden -tocht op het water maken. Wat staat die groote hoed u allerliefst, -en die narcissen, die ge draagt, passen beeldig bij uwe japon. Zou -ik u om een dezer bloemen mogen verzoeken? geef er mij ééne, Aldith! - -Met eerbiedige hoogachting - - Uw vriend - - James Graham." - -En Aldith's antwoord, geschreven op een blaadje van haar notitieboekje -met een rose potloodje, afkomstig van een balboekje, en dat zij altijd -in hare beurs bij zich had, mocht den volgenden inhoud hebben: - -"Waarde Mr. Graham, - -Wat mag de reden zijn, dat ge de bloemen, die ik in mijne japon -gestoken had, verlangt te bezitten? Ik heb ze den geheelen dag -gedragen, en zij zijn verwelkt en slap. Ik kan mij niet verbeelden, -wat gij aan haar zoudt hebben. Maar, indien u werkelijk op haar gesteld -is, zal ik ze u natuurlijk geven. Ik ben zoo blijde, dat mijn hoed -u bevalt. Ik zal hem nu altijd gaarne dragen. Heeft u mij werkelijk -gisteren gemist? Ik liet mijn portret maken. Marguerite vindt, dat -het zeer goed lijkt, ik vind het werkelijk te geflatteerd. - - Met een vriendelijken groet - - L. Aldith Evelyn MacCarthy." - -Een groote vriend van Mr. James Graham was een der reeds genoemde -Courtneys, en wel degene, dien men Andrew noemde. Hij was een knappe -jongen van achttien jaren, nog scholier, maar hij bezat hoogst -innemende manieren en een paar waarlijk mooie oogen. - -En sedert zijn vriend en trouwe metgezel James begonnen was "zich -te interesseeren" voor "de kleine MacCarthy", bedankte hij er voor, -geheel buiten alles te staan. Dus begon hij op in het oog loopende -wijze werk te maken van Meg, die tot onder haar zacht, mooi ponyhaar -bloosde, iederen keer dat hij tot haar sprak, en met een pijnlijk -verlegen en schuldig gezicht voor zich keek, telkens als hij haar -iets vleiends zeide. - -De andere jonge man, Alan Courtney, was zeer groot en breed van -schouders, maar zijn gezicht was volstrekt niet bijzonder fraai. De -uitdrukking van zijn gelaat was ernstig, zijne oogen waren grijs en -lagen diep in zijn hoofd, zijne bruine haren zagen er uit, alsof hij -ze gedurig den verkeerden kant op streek. Hij was student, speelde -uitstekend voetbal, en vermaakte zich op weg naar huis, nooit op de -manier van Andrew en diens vriend. - -Hij gaf gewoonlijk een nauwelijks merkbaar knikje met het hoofd, -wanneer hij voorbij de kleine groep kwam, nam zijn hoed zoo weinig -mogelijk als met de voorschriften der beleefdheid in overeenstemming -te brengen was, af, en liep door naar het verst verwijderde gedeelte -der boot. Eens toen hij voorbij kwam, keek Aldith juist door hare -wimpers heen smachtend zijn broeder aan, en Meg was er bijna zeker -van dat zij hem bij zich zelf had hooren zeggen: "Belachelijke -zotten!" Hij zat gewoonlijk eenzaam op de boot te rooken--sigaren -bij het begin van de vaart, en tegen het einde haalde hij een kort, -zwart, onaanzienlijk pijpje voor den dag--en Meg dacht dan heimelijk, -dat hij er toch wel mannelijk uitzag, en dan zuchtte zij diep. - -Want ik kan u nu even goed als later vertellen, wat er met dit dwaze, -kleine meisje gebeurd was, na enkele maanden den invloed van Aldith -en der novellen ondergaan te hebben. Zij was verliefd geworden, en -dit wel met eene innigheid zoo groot, als dit op den lieven leeftijd -van zestien jaar maar mogelijk is; en het was op Alan, die niet -vriendelijk keek, noch aangename manieren had--niet op Andrew, die -sprekende oogen bezat en lokken, die "zijn voorhoofd deden gelijken op -de rijzende zon," niet op Andrew, die haar teedere blikken toewierp, -en haar onder bedekte termen duizend maal verzekerde: "Aan u heb ik -mijn hart verloren," maar op Alan, die volstrekt geene notitie van -haar nam dan bij gelegenheid door eene half spotachtige buiging. - -Arme Meg! Zij was zeer treurig in dezen tijd, en toch was het eene -soort van zoete treurigheid, die zij koesterde en voor uitdooven -bewaarde. Niemand vermoedde haar geheim. Zij zou liever gestorven -zijn, dan er zelfs tegenover Aldith iets van te laten doorschemeren, -en ontving Andrew's briefjes en glimlachjes alsof niets haar aangenamer -kon zijn. Maar zij werd mager, hare oogen schenen steeds grooter te -worden, en 's avonds schreef zij lange verhalen in haar dagboek, en -buitendien een snel aangroeiende verzameling gedichten, waarin "hart" -en "smart," "traan" en "staan," "zwerven" en "sterven," "zucht" en -"lucht" de meest voorkomende rijmwoorden waren. Zij verdroeg Andrew -om verschillende redenen. Ten eerste was hij de broer van Alan, -en vertelde altijd allerlei verhalen van "Al," en pochte hij op de -kranige figuur, die deze op het voetbalveld maakte; en dan zou Aldith -haar geheim kunnen raden, indien zij hem geheel afstootte. Buitendien -had Andrew de langste wimpers, die zij ooit gezien had, en zij moest -toch iemand hebben, die haar allerlei aangenaams zeide, ook al was -dit niet degene, van wien zij dit het liefst gehoord had. - -Maar eens op een dag kwam er eene crisis. - -"Geen tochtjes meer met onze lieve boot, eene geheele maand -lang!" sprak Aldith, van haar hoekje in de kajuit. - -"Dat is verschrikkelijk! Wat bedoelt u, Miss MacCarthy?" zeide James -Graham, met overdreven wanhopige stem. - -"Monsieur H. heeft de klasse eene maand vacantie gegeven. Hij gaat -naar Melbourne!" antwoordde Aldith met een zucht. - -Meg zorgde plichtmatig voor de echo, en Andrew zeide woedend, dat -Monsieur H. het hangen niet waard was. Hij zou wel eens willen weten, -waarom hij zoo onmenschelijk handelde; en hoe moesten Jim en hij hun -leven in dien tusschentijd voortsleepen?" - -James was degene, die dadelijk een middel wist, om het leed te -verzachten. - -"Zouden wij met ons vieren niet eens 's avonds kunnen eraan -wandelen?" sloeg hij voor. - -Aldith en Andrew vonden dit voorstel schitterend; en hoewel Meg eerst -vast besloten het hoofd geschud had, liet zij zich toch overhalen, -en beloofde mede te zullen gaan. - -Zij zouden elkaar ontmoeten in een boschje, dat aan het verst -verwijderde grasveld van Misrule grensde, ongeveer een uur wandelen, -en tegen half acht terugkeeren, eer het donker werd. - -"Ik zal je dien dag iets vragen, Meg!" fluisterde Andrew toen zij op -het punt waren, van elkander te scheiden. "Ik ben benieuwd of ik het -zal krijgen." - -Meg bloosde, zenuwachtig en onrustig, en vroeg zich zelve af, of hij -haar om een haarlok zou verzoeken, iets, wat Jim reeds van Aldith -gekregen had. - -"Wat?" zeide zij werktuigelijk. - -"Een zoen!" fluisterde hij. - -In het volgende oogenblik hadden de anderen zich bij hen gevoegd, -en het antwoord vol verontwaardiging, dat haar op de lippen zweefde, -bleef onuitgesproken. Zij moest hem zelfs hare hand geven, om het -te doen schijnen, alsof er niets gebeurd was, en oogenschijnlijk als -goede vrienden van elkander te gaan. - -"Precies half zeven, Marguerite! Ik zou het je nooit vergeven, als -je niet kwaamt!" zeide Aldith, toen zij bij het hek afscheid namen. - -"Ik--je--o Aldith! ik begrijp niet, hoe ik zal kunnen komen," stamelde -Meg, weer met hoogroode wangen. "Ik heb nog nooit zoo iets gedaan. Ik -ben er van overtuigd, dat het niet goed is." - -Maar de minachtende trek om Aldith's mond maakte haar beschaamd over -zich zelve. - -"Je bent geloof ik, twaalf jaar, Marguerite!" zeide deze jonge dame -kalm; "je bent waarlijk niet ouder dan twaalf jaar! Je deedt beter -met weer eene pop te nemen, en een prentenboekje met fabeltjes. Ik -zal Andrew vragen, om je een te koopen, en ook een stuk touw, om je -in je tafelstoel vast te binden." - -Zulk een hoon was te veel voor Meg. Zij beloofde haastig en -onvoorwaardelijk op den bepaalden tijd aanwezig te zullen zijn, en -liep snel het voetpad op, om aan de roepstem der hard luidende bel -voor de thee gehoor te geven. - -Gedurende de twee volgende dagen drukte haar geheim haar als een last -van schuld, en zij verlangde vurig naar eene vertrouwde, die haar zou -kunnen raden, hoe zij in deze netelige zaak moest handelen. Judy kon -zij daarvoor niet kiezen: deze was te eerlijk, te verstandig, en had -daarenboven te veel van een kind en een jongen--zij zou haar nooit -zoo iets durven vertellen. Zij kon zich den blik van verontwaarding -in de groote, heldere oogen harer zuster voorstellen, het schaterende -gelach, dat zulk een verhaal zou uitlokken, de vernietigende, handig -gekozen plagerijen, die zij trillende, zou moeten aanhooren. Ook -Esther niet--daar deze immers hare stiefmoeder was, kon Meg het juist -haar niet vertellen, en buitendien, in het mondje van den Generaal -verscheen langzamerhand eene dubbele rij witte paarltjes, zijne -gezondheid werd daardoor aangetast, en veroorzaakte zijne moeder te -veel zorg, om haar voor Meg's gedruktheid oogen te geven. - -Toen de dag, waarop de wandeling zou plaats vinden, genaderd was, -had zij zich in een toestand van hevige opwinding gebracht. - -Half zeven was de afgesproken tijd; zooals zij wist, was het dan -nog helder licht. Zij zag in, dat zij inderdaad niet mocht, niet -kon gaan. Veronderstel dat haar vader of Esther, eenige van hare -spotachtige jongere zusters of broeders, in de nabijheid zouden zijn -en de ontmoeting zien, of een der buren--zij zou de schande nooit -kunnen overleven! En toch, gaan moest zij, want anders zou Aldith -haar verachten. Buitendien had zij zich voorgenomen Andrew kalm -te zeggen, dat zij hem niet kon veroorloven tot haar te spreken, -als hij gedaan had. Na de laatste, verschrikkelijke, gefluisterde -woorden, vond zij het noodzakelijk, hem duidelijk te doen begrijpen, -dat zij zijn gedrag niet goed vond, en wel "zijne vriendin" wilde zijn, -maar ook niets anders. - -Maar waarom hadden zij niet een uur gekozen als het reeds donkerder -zou zijn? zeide zij bij zich zelve: dan zou er geen gevaar bestaan van -gezien te worden; zij zou dan het huis uit kunnen sluipen zonder de -minste moeielijkheid, en door de grasvelden loopen, beschermd door de -schemering; terwijl, wanneer het nog licht was, en zij zou beproeven -ongemerkt weg te vluchten, ten minste twee of drie van de kinderen -achter haar aan zouden komen loopen en haar edelmoedig zouden aanbieden -"mede te gaan." - -Ten laatste, te bang om, terwijl het nog dag was, te gaan, en ook niet -willende, dat Aldith boos op haar zou kunnen zijn, omdat zij in het -geheel niet gekomen was, deed zij in hare opwinding eene wanhopige -daad--iets zoo gewaagds, dat zij er langen tijd niet dan met afschuw -aan kon denken. - -"Waarde Mr. Courtney,"--schreef zij, voor haar toilet zittende, -haastig met potlood--"het zou niet aardig zijn, om zoo vroeg te -wandelen. Laten wij later gaan, wanneer het geheel donker is. Het -zal dan veel prettiger zijn, want niemand zal ons dan kunnen zien. En -laten wij elkaar ontmoeten geheel aan het einde der grasvelden, waar -het boschje zeer dicht is, daar kan niets ons storen. Ik schrijf Aldith -ook tegen dien tijd te komen, en zij zal het Mr. Graham doen weten. - - Geheel de uwe, - - M. Woolcot. - -P. S. Ik moet u uitdrukkelijk verzoeken, mij niet te kussen. Ik zou -werkelijk zeer boos zijn, wanneer u het deed. Ik houd daar niet van." - -De laatste woorden schreef zij in zenuwachtige haast, want zij had -grooten angst, dat hij zijn woord zou houden, indien zij dit niet bij -de eerste de beste gelegenheid voorkwam. Toen deed zij het briefje -in eene enveloppe en schreef er het adres op, terwijl het zelfs geen -oogenblik bij haar was opgekomen, er iets vreemds of onbehoorlijks in -te vinden, dat een jong meisje er zoo op gesteld was, de ontmoeting -in het donker te doen plaats hebben. - -Daarop schreef zij eenige woorden aan Aldith, en zeide haar er vast -op te rekenen, haar te half negen achter de grasvelden te vinden, -terwijl zij zelve weg zou sluipen, wanneer de kinderen naar bed gingen -en haar zeer waarschijnlijk niet zouden opmerken. - -En toen ging zij naar den tuin om boden voor de twee briefjes -te zoeken. De kleine Flossie Courtney had den middag bij Nellie -doorgebracht, en Meg riep haar terug, juist toen zij het hek door -ging om naar huis te wandelen, en, zonder dat de kinderen het zagen, -vertrouwde zij haar het briefje toe. - -"Geef dit aan je broer Andrew dadelijk als hij uit school -komt!" fluisterde zij, en stopte in hetzelfde oogenblik een groot -stuk chocolade in den mond van het kleine meisje. Bunby werd daarop -omgekocht, met eene belofte van dezelfde licht smeltende snoepernij, -om met het andere briefje naar Aldith te loopen, en Meg haalde weer -vrij adem, daar zij het dreigende gevaar op listige wijze meende -gekeerd te hebben. - -Maar er scheen geen zegen op de briefjes te rusten! - -Bunby overhandigde het zijne aan de meid van de familie MacCarthy, -en gaf op eene vraag van het dienstmeisje ten antwoord: "Ik zal wel op -antwoord moeten wachten, meisjes moeten er altijd een hebben op niets." - -Aldith was aan hare kamer gebonden door eene plotselinge hevige -verkoudheid, en schreef hare vriendin een briefje, om haar mede te -deelen, dat zij te ziek was om uit te gaan, en aan Mr. Graham en -aan Mr. Courtney ook geschreven had, daar zij de wandeling eene week -wenschte uit te stellen. - -Nu kwam dit briefje, in zijne lichtrose, driekante enveloppe, in -Bunby's zak terecht tusschen zijne knikkers en noten en touwtjes. En, -als wel te voorzien was, zag hij op den terugweg eenige kameraadjes, -met wie hij weldra aan den kant van den weg op zijne knieën zat -te knikkeren. - -Hij verloor tien knikkers, en zijne allermooiste, roste een jongen -af, die zich onwettig in het bezit had gesteld van zijn meest geliefd -"bastje", kwam een uur later in treurige stemming thuis, en bespeurde -bij het hek dat hij Aldith's coquet briefje verloren had. - -Nu had Meg hem acht chocoladen okkernoten bij zijne terugkomst beloofd, -en wanneer ons heertje eene zwakheid had, die zich meer deed gelden -dan de andere, dan was het zijne groote partijdigheid voor deze soort -van lekkernij, en, daar hij in weken geene enkele geproefd had, was -het geen wonder dat zijn hart bijna brak bij de gedachte, dat hij ze -door eigen schuld verbeurd had. - -"Ik begrijp wel dat ze onuitstaanbaar genoeg zal zijn om te zeggen, -dat ik ze niet verdiend heb, alleen omdat ik het gekke briefje van -dat schepsel verloren heb," zeide hij, diep ongelukkig, tot zich -zelven, "en ik kan me wel denken, dat er niets anders in stond, dan: -"Liefste Marguerite, laten wij elkander altijd en altijd onze geheimen -vertellen"; dat heb ik haar tweemaal hooren zeggen, en dus zal zij -het nog wel eens schrijven." De verleiding greep hem aan, plotseling, -stormenderhand. - -Bunby was van nature de meest gewetenlooze kleine leugenaar, -die ooit bestaan had, en alleen Judy's onkreukbare eerlijkheid en -nadrukkelijk uitgesproken verachting voor al wat onoprecht was, -hadden hem tamelijk betrouwbaar doen blijven. Maar Judy was mijlen -weg, en kon hem onmogelijk angstig maken door een blik vol innige -verstoordheid. Hij stond nu voor de deur der kinderkamer en draaide -met aarzelende vingers den deurknop om. - -"Wat ben je lang weggebleven!" zeide Meg van de tafel, waar zij een -doos vol handschoenen zat te naaien. "Wat heeft zij gezegd?" - -Juist naast haar elleboog stond de begeerlijke bonbonnière, waarin -de bruine, met fondant omgeven okkernoten lagen. - -"Zij zeide: "Het is goed!"" sprak Bunby stuursch. - -Meg telde de acht chocolaadjes in hare kleine, onreine hand, en zette -haar naaiwerk voort met een zucht van verlichting. En Bunby, met een -schichtigen, schuwen blik in zijne oogen, stopte al de chocolaadjes -op eens in zijn mond, als om de mogelijkheid van een plotseling berouw -te voorkomen. - -Het andere briefje ging het even slecht. Flossie ging naar huis, -peinzende over een zeker Kate Greenaway-mutsje, dat Nell beloofd -had voor hare nieuwe pop te zullen maken. - -"Groen met rose lint," zeide zij zachtjes bij zich zelve toen zij de -trap van het huis haars vaders opging. Alan lag in de veranda in een -gemakkelijken stoel en rookte zijne zwarte pijp. - -"Wat moet groen zijn?" riep hij lachend.--"Guineesche biggetjes -of kangoeroes?" - -"De hoed van Clarice Maud," zeide het kleine meisje, en opende dadelijk -een ernstig gesprek met hem over de kleur, die hij het geschiktst -vond voor den wintermantel van dezen wassen jonge dame. - -Toen wilde zij het huis binnen gaan. - -"Wat steekt daar uit je zakje, Flossie?" zeide hij, toen zij hem -voorbij liep. - -Zij bleef even stilstaan en tastte in haar zak. - -"O, dat had ik bijna vergeten, en ik heb beloofd, dat ik er aan zou -denken,--hier is een briefje voor jou, Alan!" zeide zij, en gaf Meg's -rampspoedig episteltje in de hand, voor welke het niet bestemd was. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK VIII. - -EEN CATAPULT EN EENE CATASTROPHE. - - -De schemering had zich zeer kalm en zeer ongemerkt uitgebreid over -den tuin, en de grasvelden, en de rivier. Er was een zwak windje aan -den waterkant, maar het scheen na dezen warmen, langen dag bijna te -moede om zich te verheffen en het water te rimpelen. Langzaam, zeer -langzaam nam het grauwe, stille licht af, en een of twee bleeke sterren -begonnen daar hoog, boven in de lucht, te stralen. In de verte, achter -de gomboomen, aan gene zijde der rivier, stond eene nog bleeker maan; -reeds kon eene streep van het water haar een glimlach toezenden. Meg -hoopte, dat zij niet vóór acht uur boven de kronen der boomen zou -gerezen zijn, want dan zouden de uitgestrekte grasvelden in een stroom -van maanlicht baden, en zij zou kunnen gezien worden. Onder de thee, -en gedurende het eerste gedeelte van den avond, was zij afgetrokken -en prikkelbaar in haar angst, en twee of drie maal snauwde zij Bunby -tamelijk onvriendelijk af. - -Van een uur of zes af had hij onophoudelijk om haar heen gedraaid. - -Het was een karaktertrek van dezen kleinen jongen, dat, wanneer hij -de verleiding niet had kunnen weerstaan en van het pad der waarheid -was afgeweken, hij volkomen ongelukkig was, tot hij gebiecht had, en -met zijne vieze handjes in zijne schreiende oogen had gewreven, tot -hij een beeld bood "om van te droomen, maar niet om te beschrijven." - -Pip zeide, dat dit kwam omdat hij een lafaard was, en de zedelijken -moed miste om te gaan slapen met eene leugen op zijn geweten uit -vrees van te zullen ontwaken en een engel met een vlammend zwaard -naast zijn bed te zien staan. En tot mijn spijt moet ik toegeven, -dat dit eene meer ware beschouwing van het geval was, dan wanneer -men aannam, dat de kleine jongen werkelijk overtuigd was van het -afkeuringswaardige zijner daad, en niets liever wenschte, dan haar -weder goed te maken. Want als de gelegenheid zich maar voordeed, -zou hij den volgenden dag weer struikelen, en 's avonds naar dezen -of genen toekruipen en, met zijne vuistjes in zijne oogen, stamelen, -dat hij: "iets gezegd had, dat niet waar was, boe-hoe!" - -Tegen zeven uur was hij dus dezen avond buitengewoon berouwvol gestemd -geweest; verscheidene tranen waren langs zijne wangen gerold, en hadden -zich vermengd met den inkt van het huiswerk, dat hij bezig was voor -de gouvernante te maken. Hij installeerde zich naast Meg's elleboog, -en bleef naar haar opzien met een treurigen smeekenden blik, die haar -in groote verlegenheid bracht, want zij was door zijn vreemd gedrag -begonnen te vermoeden, dat hij op de eene of andere wijze den inhoud -van het briefje vernomen had, en haar van haar voornemen zocht af -te houden. Hoe langer hij haar bleef aanstaren, hoe rooder zij werd, -en hoe minder zij zich op haar gemak begon te gevoelen. - -"Je mag mijne nieuwe c-c-catapult hebben!" fluisterde hij met een -droevigen, teederen blik, dien zij als eene bede om veilig thuis te -blijven uitlegde. - -Eindelijk stonden de wijzers op acht uur, en op een oogenblik dat de -kinderen een hevigen woordenstrijd voerden over het bezit van een hond, -die in den middag Misrule was binnengeloopen, sloop zij onbemerkt de -kamer uit. Er was niemand in de vestibule, en zij nam het luchtige, -flatteerende doekje, dat zij daar verborgen had, sloeg het om het -hoofd, en liep de zijdeur uit en het pad op. - -In den tuin was de grond wit van de afgevallen rozenbladeren, en de -lucht vervuld met hunne laatste geuren; lang, slank pampasgras teekende -zich met sierlijke lijnen tegen de lucht af; eenige inlandsche boomen, -die tusschen de gekweekte heesters waren blijven staan, strekten -zilverwitte armen omhoog naar de maan, en maakten een spookachtigen -indruk op het voortsnellende meisje. Zij vloog het hek uit en naar -het eerste grasveld, waarheen de rozengeur niet meer kwam, en waar -alleen eene scherpe hooilucht in de stille atmosfeer zweefde. Zij zag -meer gomboomen, en meer witte spookachtige armen; opeens bewoog zich -iets bij het hek, eenige zacht gefluisterde woorden werden geuit, -en Meg stootte vol schrik een kreet uit. - -"Hier is de c-c-c-catapult, Meg! neem haar maar!" zeide Bunby, met -een bleek en treurig gezicht. - -"Akelige jongen! wat kom je hier doen?" zeide Meg boos, zoodra zij -van haar schrik bekomen was. - -"Ik wilde je alleen maar een genoegen doen, M-M-Meggie!" zeide de -kleine jongen droevig snikkend. - -Hij had zijne beide armen om haar middel geslagen, en begroef zijn -neus in hare wit mousselinen japon. Zij schudde hem haastig van zich. - -"Goed, goed; dank je!" zeide zij. "Ga nu naar huis, Bunby! Ik wilde -in den maneschijn alleen eene wandeling maken." - -Hij stopte zijne vingers zoo diep in zijne oogen als maar eenigszins -mogelijk was, opende zijn mond, en zijne onderlip trok hij al lager -en lager naar beneden. - -"Ik--ik heb je iets verteld, wat--wat niet waar is!" zeide hij -schreiend, en heen en weer wiegelend waar hij stond. - -"Zoo? Nu, het is goed! Ga nu maar naar huis!" zeide zij ongeduldig. "Je -vertelt altijd onwaarheden, Bunby, dus ben ik volstrekt niet -verwonderd. Kom, ga nu!" - -"M-maar ik moet je er a-alles van zeggen!" zeide hij, nog altijd -bezig zijne oogen in zijn hoofd te drukken. - -"Het is niet noodig! Voor dezen keer zal ik je vergeven!" zeide zij -grootmoedig, "maar je moogt het niet meer doen. Ga nu maar gauw naar -huis, of anders kom je niet klaar met je werk, en dan straft miss -Marsh je." - -Zijne oogen kwamen weer op hun gewone plaats terug, en zoo ook zijne -handen. Met een volkomen verlicht hart ging hij naar huis. Toen hij -een paar stappen geloopen had, kwam hij terug. - -"Ben je erg gesteld op de catapult, Meg?" zeide hij vleiend. "Je bent -maar een meisje, en dus denk ik, dat je er niet veel aan zult hebben!" - -"Neen, ik heb er niets aan. Hier, daar heb je haar, en denk aan je -werk!" antwoordde Meg, ongeduldig nu hij zoo treuzelde. - -En Bunby, buitengewoon gelukkig, wendde zich voor de tweede maal van -haar af en liep vroolijk heen. - -In wilde haast, bevende, snelde Meg door de twee nog overige -grasvelden. - -In het struikgewas aan het einde was alles stil; er was geen geritsel, -geen geluid van eene stem, en ook weerklonk niet het geaffecteerde -lachje, dat gewoonlijk Aldith's aanwezigheid aankondigde. - -Meg bleef ademloos staan en gluurde door de takken; eene lange gestalte -leunde tegen het hek. - -"Andrew!" riep zij met gedempte stem, en vergat in haar angst, dat -zij hem nooit bij den naam noemde. "Waar zijn de anderen? Is Aldith -niet gekomen?" - -Zij rook een sigaar, en dichterbij komende, zag zij tot haar -doodelijken schrik dat het Alan was. - -"O!" riep zij op onbeschrijfelijken toon. - -Haar hart bonsde van schrik en schaamte, en scheen toen stil te staan. - -Zij zag hem aan alsof zij hem smeekte niet al te slechte gedachten -van haar te koesteren, maar zijn gelaat vertoonde de uitdrukking -van minachting, die zij begonnen was zoo te vreezen, en zijne lippen -krulden zich tot een fijnen glimlach. - -"Ik--ik wilde alleen maar even eene wandeling maken; het is zulk een -mooien avond!" zeide zij, met een akelig gevoel van machteloosheid, -en toen als om zich te rechtvaardigen, voegde zij er bij: "en dan, -het zijn de weiden van mijn vader!" - -Hij bleef tegen het hek leunen, en keek op haar neer. - -"Flossie gaf mij uw briefje, en omdat het voor mij bestemd scheen, en -zij mij buitendien zeide, dat het voor mij was, maakte ik het open," -sprak hij. - -"U wist, dat het voor Andrew was!" zeide zij, maar zij keek hem -niet aan. - -"Dat vermoedde ik, toen ik het gelezen had," antwoordde hij langzaam; -"maar Andrew is van avond nog niet thuis geweest, en dus kwam ik in -zijne plaats, het is hetzelfde, als het maar een jongen is, nietwaar?" - -Het meisje gaf niets ten antwoord, maar hief hare hand op, en trok -het doekje dichter om haar hoofd. - -Zijne lippen krulden zich iets meer. - -"En hoe men kust weet ik ook, dat verzeker ik u ... Waarschijnlijk had -u dat van mij niet verwacht! O ja, ik weet wel, dat u gezegd heeft, -dat u niet gekust wilde worden, maar dat zeggen de meisjes altijd, -nietwaar?--zelfs wanneer zij het anders meenen." - -Altijd sprak Meg nog niet, en de kalme, onbarmhartige stem vervolgde: - -"Ik vrees, dat het nog wel niet donker genoeg voor u is. De maan is -al heel vervelend, vindt u ook niet? Maar, we kunnen misschien een -eindje verder nog wel eene donkerder plek vinden, en dan kan ik u -zonder gevaar zoenen. Nu? is u altijd zoo stil met Andrew?" - -"O, spreek niet zoo!" zeide Meg met smeekende stem. - -Dadelijk liet hij den spottenden toon varen. - -"Miss Meg, u leek vroeger zulk een flink, aardig meisje," zeide hij -bedaard, "waarom laat u zich bederven door die afschuwelijke Aldith -MacCarthy, want zij is afschuwelijk, hoewel u er misschien niet zoo -over denkt." - -Meg sprak niet, en bewoog zich niet, en hij vervolgde met een -vriendelijken ernst, waartoe zij hem niet in staat had geacht. - -"Ik heb haar op de boot gade geslagen, en gezien hoe zij u systematisch -bedierf, en ik kon niet nalaten te denken, hoe jammer dat is. Ik heb -mij voorgesteld wat ik zou voelen, wanneer mijn klein zusje Flossie -ooit in de handen van zulk een meisje viel, en begon te coquetteeren -en zich dwaas aan te stellen, en ik dacht er toen ook aan, of u het -mij zou kwalijk nemen, als ik er met u over sprak. Is u zeer boos op -mij, Miss Meg?" - -Maar Meg leunde het hoofd tegen het ruwe hek, en begon te -snikken--kleine, droge, innig droevige snikken, die tot het gevoelige -hart van den jongeling spraken. - -"Ik had niet zoo moeten spreken, als ik in het begin deed--ik ben een -lomperd geweest," zeide hij vol berouw, "vergeef het mij, wil u? och, -doe het, Miss Meg, ik zou liever mijne hand afhouwen, dan u werkelijk -pijn doen!" - -Dit laatste was ten minste een kleine troost, en Meg hief eene halve -seconde lang het hoofd op; wit en ernstig was haar gelaat in het -maanlicht, en nat van tranen. - -"Ik--ik--o! ik ben heusch niet zoo slecht als u denkt," zeide -zij deemoedig; "ik wilde in het geheel niet gaarne deze wandeling -maken, en o! heusch, heusch, heusch, ik zou niemand toestaan mij te -zoenen. Geloof het toch!" - -"Ik geloof u, ik geloof u werkelijk," zeide hij met overtuiging; -"ik heb het alleen gezegd, omdat--wel, omdat ik een groote, ruwe -lomperd ben, en niet weet hoe ik met een teer, zacht meisje moet -spreken. Lieve Miss Meg, geef mij uwe hand en zeg mij, dat u mijne -onbesuistheid vergeeft." - -Meg strekte eene kleine, witte hand uit, en hij drukte deze met -warmte. Toen liepen zij samen door de grasvelden, en scheidden bij -een gebroken hek, dat toegang gaf tot den tuin. - -"Ik zal nooit meer coquetteeren zoolang als ik leef!" zeide zij met -grooten ernst, toen hij afscheid van haar nam; en hij antwoordde -bemoedigend: - -"Ik ben er van overtuigd, dat u het niet zal doen--dat is iets voor -meisjes als Aldith! U moest alleen maar daarop gewezen worden. Vaarwel, -Miss Meg!" - - - - - - - - - -HOOFDSTUK IX. - -GEVOLGEN. - - - "Hoe kwam het toch, dat gij dit deedt? - Berouw komt spoedig, zoo ge weet!" - - -Maar Megs moeielijkheden waren nog niet ten einde. Toen zij het -huis binnentrad, kwam Nell in de vestibule op haar toe geloopen, -en staarde haar aan. - -"Waar ben je toch geweest?" zeide zij, en hare ronde oogen waren een -en al verbazing. "Ik heb je overal gezocht." - -"Waarom?" vraagde Meg kort. - -"Dokter Gormeston en Mevrouw Gormeston en twee dames Gormeston zijn -in het salon, en ik geloof, dat ze heelemaal niet meer weg gaan." - -"Nu?" zeide Meg. - -"En de Generaal is weer ziek, en Esther zegt, dat zij hem voor niets -en voor niemand eene seconde alleen wil laten." - -"Nu?" zeide Meg nog eens. - -"En vader is zoo kwaad als hij maar zijn kan, en hij moet ze allen -bezig houden. Hij heeft: "Mijn eerste liefde" en "Mona" gezongen, -en hij heeft hun alles van zijne paarden verteld, en nu denk ik, -dat hij niet weet, wat met hen te beginnen!" - -"Nu, daar kan ik niets aan doen," zeide Meg met moede stem, en alsof -wat Nellie zeide, haar in het geheel niet aanging. - -"Dat zal dan toch wel dienen!" riep Nell scherp. "Ik heb gedaan wat -ik kon, hij heeft om de meisjes gezonden, en omdat jij er immers niet -was, waren er alleen Baby en ik." - -"En wat hebben jelui gedaan?" vraagde Meg, nieuwsgierig tegen wil -en dank. - -"O, Baby heeft met de eene juffrouw Gormeston zitten praten, en zij -vraagden mij, iets op de piano te spelen," sprak zij, "en dus heb -ik mijn nieuwe stukje gespeeld. Toen ik er mede klaar was, merkte -ik eerst dat er twee kruisen aan den sleutel staan," voegde zij er -treurig bij. "En toen heeft Baby aan mevrouw Gormeston verteld hoe -Judy den Generaal in de kazerne heeft gelaten, en hoe zij daarom naar -de kostschool gezonden is, en van den groenen kikvorsch, dien Bunby -haar gegeven heeft, en toen zeide vader, dat wij maar liever naar -bed moesten gaan, en vraagde, wanneer jij nu toch eindelijk kwaamt." - -"Ik ga, ik ga!" zeide Meg haastig, "hij zal er morgen vreeselijk -woedend om zijn. En, Nell, ga Martha zeggen, dat zij over een half -uurtje wijn en koekjes binnen brengt." - -Zij wierp haar shawltje af, bracht vlug het haar in orde, en keek -in den spiegel der vestibule of de nachtwind de sporen harer tranen -had weggevaagd. - -Toen ging zij het salon binnen, waar haar vader stond, met een hoogrood -en ongelukkig gezicht zijn best doende om vier gasten te amuseeren, -die tot het soort, gewoonlijk bekend als "zwaar op de hand," behoorden. - -"Speel eens iets, Meg!" zeide hij, toen de begroeting was afgeloopen, -en allen in een diep zwijgen dreigden te vervallen; "of zing eens, -dat is nog beter,--heb je niet iets om te zingen?" - -Nu had Meg eigenlijk eene aangename, frissche, niet zeer sterke stem, -naar welke men wel met genoegen kon luisteren, maar dien avond was -zij vermoeid en opgewonden en treurig. Zij koos een eenvoudig lied -en zong dikwijls valsch en zonder de minste uitdrukking. - -Zij wist, dat haar vader, zoolang haar gezang duurde, op heete kolen -stond, en dat hare fouten hem doodelijk ergerden, en toen het lied -geëindigd was, begon zij, liever dan zich om te keeren, en allen aan -te moeten zien, Kowalski's Marche Hongroise te spelen. Maar de toetsen -schenen naar haar toe te komen en hare handen te willen grijpen, en de -piano scheen te wankelen en verontrustend heen en weer te schuiven; -zij liet een afschuwelijken dissonant hooren, toen zij, om zich vast -te houden, naar den muzieklessenaar greep, en gleed een oogenblik -later van den stoel en viel flauw, juist in Dr. Gormeston's armen, -die gelukkig bij tijds uitgestrekt werden. - -Opgewonden, overprikkeld als zij was, had de drukkende warmte van -het salon haar bevangen. - -Kapitein Woolcot was buitengewoon geschokt door dit voorval; met geen -enkele van zijne kinderen was ooit te voren zoo iets gebeurd, en toen -Meg op de sofa lag, en haar blond hoofdje tegen de roode kussens -steunde, terwijl haar gelaat zoo bleek en zielloos was, geleek zij -wonderlijk veel op hare moeder, die hij nu vier jaren geleden naar -het kerkhof gebracht had. Hij ging naar den filter om een glas water -te halen, en, terwijl het vocht uit de kraan liep, dacht hij er dof -en werktuigelijk over na, of zijne kleine gestorven vrouw misschien -ook dacht, dat hij te snel had gehandeld, toen hij Esther tot hare -opvolgster koos. En daarop, terwijl hij naast de sofa stond, en naar -dat gelaat keek, dat zooveel had van dat eener doode, dacht hij met -eene koude huivering, of Meg ook zou sterven, en wanneer dit gebeurde, -of zij dan die zelfde kleine vrouw zou kunnen zeggen, dat Esther aan -zijne zijde meer liefde ondervond dan haar deel was geweest. - -Zijn gepeins werd afgebroken door de scherpe, verbaasde stem van den -dokter. Hij sprak met Esther, die haastig was geroepen, en die Megs -taille had helpen openhaken. - -"Het meisje heeft zich veel te veel geregen!" zeide hij. "Dat moet u -toch ook opgemerkt hebben, mevrouw! Wanneer die drukking altijd even -sterk is geweest, dan was die alleen al genoeg, om haar half dood te -maken. Eene flauwte!--het verbaast mij, dat haar zoo iets niet eerder -overkomen is!" - -Eene wolk trok over Esther's liefelijk, nu zoo bezorgd gelaat--nog -eens was zij in het uitoefenen harer taak te kort geschoten. Haar -echtgenoot keek haar met een duisteren blik aan, terwijl hij bij de -sofa stond, waarop de jonge gestalte in hare verkreukte mousselinen -japon lag, en haar hart zeide haar, dat zij niet als eene moeder voor -deze kinderen zorgde. - -Later, toen Meg te bed lag en alles meer tot kalmte was gekomen, -zocht zij bijna schuchter haar echtgenoot op. - -"Ik ben eerst twintig, Jack! Wees niet hard!" zeide zij met een -snik. "Ik kan niet geheel voor hen zijn, wat zij voor hen was, is -het wel zoo?" - -Hij kust het jonge, schoone hoofd dat tegen zijn schouder lag, en -sprak een paar teedere woorden tot haar. Maar telkens en telkens weer -stond hem dien nacht Megs wit, onbeweeglijk gelaat voor den geest, -zooals het op de roode kussens gelegen had, en hij wist, dat de wind, -die de gordijnen voor het venster bewoog, enkele minuten geleden met -het lange gras op het kerkhof gespeeld had. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK X. - -BUNBY ALS HELD. - - -Het was weer eens uitgekomen, dat Bunby een geheel weefsel van -onwaarheden had verteld. Het was ditmaal een ernstig geval, en hij -gevoelde zich naar verhouding ongelukkig. Iedereen was uit behalve Meg, -die nog te bed lag na haar aanval van bewusteloosheid, en hij was op -een der grasvelden eenzaam een spelletje cricket gaan spelen. Maar -zelfs niettegenstaande een spiksplinternieuwen cricketbal kan dit -spel na een poosje alle bekoorlijkheid verliezen, wanneer men geheel -alleen voor alles staat. Dus bracht hij weldra zijn bal naar den tuin, -en begon op goed geluk met den bal te gooien, terwijl hij er over -mijmerde, wat hij zou beginnen. Het paard van zijn vader stond aan -het andere einde van het grasveld, en loom en zonder na te denken -ging Bunby naar dien kant en wierp toen zijn bal rakelings over den -grond naar het dier toe om het "eens op te laten springen." Niets -lag verder van hem af dan de gedachte, het dier te willen kwetsen, -en toen de bal tegen den poot van het paard sloeg, en het hinkend -weg liep, vloog hij naar hem toe, bleek en vol angst. Aan de manier, -waarop het arme dier den poot hield opgetrokken, en trilde, wanneer hij -het aanraakte, kon hij merken, dat hij het ernstig bezeerd had. Een -doodelijke schrik greep hem aan, en hij liep haastig weg, vervuld -met zijne gewone gedachte, van zich ergens te willen verbergen. Maar -tot zijne hevige ontsteltenis zag hij, toen hij het grasveld reeds -half achter zich had, zijn vader met een kameraad door de poort van -het tuinhek komen en langzaam in de richting van het paard, dat zeer -kostbaar en fraai was, voortloopen. - -Vol berouw over wat hij gedaan had, verborg hij den cricketbal voor in -zijn matrozenbuisje, en nadat hij zich plotseling op zijne knieën had -laten vallen, begon hij met grooten ijver te knikkeren. Zijn bevende -duim had ongeveer een dozijn knikkers her- en derwaarts gestuurd, -toen hij luide zijn naam hoorde roepen. - -Hij stond op, klopte het stof van zijne trillende beenen, en ging -langzaam naar zijn vader. - -"Ga Pat zeggen, dat hij dadelijk hier moet komen!" zeide -de kapitein. Hij hield den poot van het paard in zijne hand en -onderzocht dezen vol angst. "Als hij er niet is, zend Pip dan. Ik -kan niet begrijpen, hoe het gekomen is--weet jij er iets van, Bunby?" - -"Wel neen, natuurlijk niet! Ik heb--niets gedaan!" antwoordde Bunby -klappertandend, maar zijn vader was te afgetrokken om de duidelijke -kenteekenen van zijne schuld op te merken, en zeide hem dadelijk heen -te gaan. - -Dus ging hij naar den stal, en zond Pat naar zijn vader. - -En toen sloop hij het huis binnen, kaapte twee appels en een cake -uit de eetkamer, en ging weer heen om diep wanhopig te zijn tot het -oogenblik, waarop hij zou biechten. - -Hij kroop naar een leeg staand gebouwtje niet ver van het woonhuis -gelegen; in vroegeren tijd was dit een stal geweest, en het had twee -verdiepingen, waarvan de bovenste alleen bereikt kon worden door middel -van een ladder, die zich in een toestand van groot verval bevond. Bunby -klauterde naar boven, zette zich innig bedroefd op een bos stroo neer, -en begon peinzend op een der appels te bijten. - -Wanneer er ooit een kleine jongen eene verstandige, liefhebbende moeder -noodig had, dan was het wel dit ventje met zijn bemorst gezicht en -zijn bezwaard hart, dat met zijn hoofd tegen een balk vol spinrag zat -en neerslachtig mompelde: "Ik kan het niet helpen! Het was de schuld -van het paard!" - -Hij meende iets te hooren bewegen op den tweeden zolder, welke -door een laag beschot van dien, waarop hij zat, gescheiden -was. "Kischt--kischt, maakt dat je wegkomt!" riep hij, denkende, -dat er ratten waren. Verscheiden malen stampte hij met zijne zware -laarzen op den vloer. - -"Kischt!" riep hij nog eens. - -"Bunby!" - -Het kind werd tot in de lippen bleek. Zijn naam, die daar zoo -vreemd en zacht gefluisterd werd, dat geritsel zoo dicht in zijne -nabijheid--o! wat zou dat beduiden! - -"Bunby!" - -Nog eens weerklonk zijn naam. Ditmaal luider, maar de stem, die -hem uitsprak, was vermoeid, en de klank er van deed hem zonderling -aan. Het geritsel werd hoorbaarder, er gleed iets over het beschot, -liep over den vloer, en kwam naar hem toe. Hij snikte van angst en -wierp zich plat op den grond, en verborg zijn gezicht, waaruit alle -kleur geweken was, in het stroo. - -"Bunby!" zeide de stem nog eens, en eene hand raakte even zijn arm aan. - -"Help me--help me!" gilde hij. "Meg--vader--Esther!" - -Maar op zijn mond werd haastig eene hand gelegd, en eene andere trok -hem omhoog. - -Hij had zijne oogen zeer vast gesloten, om den geest niet te zien, die, -zooals hij wist, gekomen was om hem voor zijne zonden te straffen. Maar -iets dwong hem, ze te openen, en toen--kon hij ze van verbazing niet -weer sluiten. - -Want het was Judy, die hare hand op zijn mond had gelegd, en Judy, -die naast hem stond. - -"Groote hemel!" zeide hij, vol innige verwondering. Hij staarde haar -aan om zich te overtuigen, dat zij werkelijk van vleesch en bloed -was. "Hoe kom jij hier?" - -Maar Judy gaf geen antwoord. Zij nam eenvoudig den appel, die nog -over was, en den cake uit zijne hand en, nadat zij was gaan zitten, -at zij deze zwijgend op. - -"Heb je niets anders?" vraagde zij angstig. - -Toen merkte hij eerst op hoe mager zij was, en hoe slecht zij er -uit zag. Hare kleederen hingen bijna in flarden om haar lichaam, -hare laarzen waren gescheurd en wit van het stof, haar bruin gezicht -was ingevallen en toonde scherpe lijnen, en haar haar was dof en hing -woest in vlokken om haar hoofd. - -"Groote hemel!" zeide Bunby nog eens, en zijne oogen schenen uit zijn -hoofd te zullen rollen--"groote hemel, Judy, wat heb je uitgevoerd?" - -"Ik--ik ben weggeloopen, Bunby!" zeide Judy met trillende stem. "Ik -heb den geheelen weg, van de school tot hier, te voet afgelegd. Ik -had zulk een verlangen naar jelui allen!" - -"Wel heb ik van mijn leven!" zeide Bunby. - -"Ik heb eerst alles goed overlegd," vervolgde Judy, terwijl zij met -eene loome beweging, het haar naar achteren streek. "Ik kan mij nu -niet alles herinneren, ik ben zoo moede, maar alles zal in orde komen." - -"Maar wat zal hij zeggen?" riep Bunby met verschrikte oogen, want -hij had aan zijn vader gedacht. - -"Hij zal er natuurlijk niets van te weten komen," antwoordde Judy op -een toon, alsof zij vond, dat dit van zelf sprak. "Ik zal hier op dezen -zolder een tijdje wonen, en jelui kunt mij hier allen komen bezoeken -en mij eten en allerlei brengen, en dan zal ik weer terug gaan naar -school." Zij zonk achterover in het stroo en sloot gedurende een paar -minuten uitgeput hare oogen; Bunby kon de oogen niet van haar afwenden. - -"Hoe ver is het van je school tot hier?" zeide hij eindelijk. - -"Zeven en zeventig mijlen." Judy trilde terwijl zij sprak. "Van Lawson -tot Springwood heb ik in een goederentrein gezeten, en een klein -eind heb ik ook nog in een kar afgelegd, maar overigens heb ik alles -geloopen. Ik ben bijna eene week onderweg geweest," voegde zij er na -een oogenblik zwijgens bij, en sloot toen weer voor geruimen tijd de -oogen. Een paar tranen, die zij uit zwakte en uit medelijden met zich -zelve schreide, drongen tusschen hare zwarte wimpers door en lieten -een smal, helder spoor op hare wangen na. Bunby voelde, hoe zijn keel -dichtgenepen werd bij dit gezicht, zoo lang hij zich kon herinneren, -had hij Judy nooit zien schreien. Hij liefkoosde hare magere hand, -hij wreef zijn hoofd tegen haar schouder en zeide: "Houd je goed, -houd je goed!" met min of meer onvaste stem. - -Maar dit maakte, dat een half dozijn groote, zware druppels tusschen -de gesloten oogleden doorstroomden, en Judy draaide zich om, en legde -zich voorover om hare tranen te verbergen. Toen richtte zij zich in -eene zittende houding op, en begon werkelijk te lachen. - -"Als nu de dames Burton mij eens konden zien!" zeide zij. "O, ik -heb alles zoo slim bedisseld; zij denken, dat ik veertien dagen te -logeeren ben in Katoomba--o Bunby, je moest de krullen eens kunnen -zien, die Miss Marian tegen haar wangen geplakt draagt!" Zij zweeg, -lachte zenuwachtig opgewonden, en begon toen te hoesten, tot de tranen -weer in hare oogen kwamen. - -"Ga gauw iets voor mij halen om te eten," zeide zij wrevelig, toen -zij weer op adem kwam, "je kondt ook wel eens bedenken, dat ik sedert -gisteren morgen niet gegeten heb; maar, je hebt altijd alleen aan je -zelven gedacht, Bunby!" - -Hij stond op en maakte zich gereed heen te gaan, alles in de grootste -haast. "Wat wil je hebben? Wat zal ik halen?" zeide hij, en een been -stond reeds op de bovenste trede. - -"Alles is goed, als het maar veel is," zeide zij,--"het komt er niet -op aan, wat het is! Ik geloof, dat ik dit stroo zou kunnen eten, -en de balken zou kunnen stukbijten alsof ze van beschuit waren. Het -heeft mij werkelijk moeite gekost, niet met jou te beginnen, Bunby! Je -bent zoo dik, dat er aan jou menig goed kluifje moet zijn!" - -In hare oogen tintelde de oude levenslust, maar zij begon opnieuw te -hoesten, en toen de hoestbui bedaard was, lag zij uitgeput neer. - -"Roep een van de anderen!" riep zij met zwakke stem, toen zijn hoofd -verdween. "Jij alleen bent niet van groot nut!" - -Zijn hoofd dook weer een oogenblik op, en hij beproefde met een -glimlach het leed, dat hare woorden hem veroorzaakten, te verzetten, -want juist op dat oogenblik zou hij zonder een zucht te slaken voor -haar gestorven zijn. - -"Het spijt mij erg voor je, Judy!" zeide hij vriendelijk, "maar alle -anderen zijn uit. Kan ik je niet helpen? Ik zal alles graag voor je -doen, Judy!" - -Judy lette niet op het zachte gesnuif, dat de laatste woorden -vergezelden, en keerde haar gelaat naar den muur. - -Weer rolden twee groote tranen langs hare wangen. - -"Hadden zij nu niet thuis kunnen blijven?" zeide zij met een -snik. "Konden zij nu niet begrijpen dat ik mijn best zou doen, om -terug te komen. Waar zijn zij?" - -"Pip is gaan visschen," antwoordde hij, "en Nell draagt de mand voor -hem. En Baby is bij de Courtney's, en Esther is met den Generaal naar -de stad gegaan. En Meg ligt ziek te bed, omdat zij gisterenavond te -stijf geregen was en flauw gevallen is." - -"Zij zullen mij wel geen oogenblik gemist hebben!" was hare bittere -gedachte, toen zij hoorde, hoe alles zijn gewonen gang ging, terwijl -zij zooveel doorgemaakt had, alleen om hen allen te zien. - -Toen kwam weer dat gevoel van zwakte terug, en zij sloot hare oogen -en lag volkomen stil, tijd, plaats en honger vergetende. - -Bunby spoedde zich met gevleugelden tred over het grasveld; het -gezicht van zijn vader, die bij den stal stond, veroorzaakte hem een -plotselingen schrik, en deed hem aan zijne eigen zorgen denken, maar -deze gedachten zette hij van zich af, en vloog verder. De deur van de -provisiekamer was gesloten. Martha, de keukenmeid, zorgde er wel voor, -dat dit meestal het geval was, wegens zijne eigen zondige voorliefde -voor hare taarten en gebakken; alleen door middel eener krijgslist -zou hij er in kunnen komen, dit moest hij, tot zijn spijt, zelf inzien. - -Maar Judy's honger! Geen eten gehad te hebben sedert gisteren morgen! - -Hij herinnerde zich, zelfs nu nog met eene aandoening van pijn, het -afschuwelijke gevoel dat hij de vorige week gehad had, toen hij voor -straf zonder thee naar bed was gestuurd. Hij sloot de lippen vast -op elkander en zijne oogen straalden van de geestdrift, waarmede een -heldhaftig besluit hem bezielde. - -In den zijmuur van het huis was het venster der provisiekamer; -dikwijls had hij er verlangend naar opgezien, maar hij had nooit -gewaagd er in te klimmen, want een vreeselijke, kruipende cactus wond -zich tegen den muur. - -Maar nu, voor Judy, zou hij het doen of sterven. Hij liep om het huis -en naar het zijvenster; er was niemand te bespeuren, overal scheen het -even rustig. Martha, dit had hij gezien, was in de keuken bezig met -kooken, en het andere dienstmeisje witte de veranda aan de voorzijde -van het huis. Hij wierp een vastberaden blik op de groote, puntige -dorens, en klom in het volgende oogenblik tusschen hen door omhoog. - -O, wat prikten en schramden zij hem! Zijn eene arm gaapte met eene -groote wond, zijn linkerkous werd weggescheurd en een diepe roode -schram werd op zijn been zichtbaar, zijne handen bloedden en trilden -van pijn. - -Maar hij had de vensterbank bereikt, en dat was zijn doel. - -Hij schoof het kleine raam omhoog, en wrong met veel moeite zijn -dik lichaampje er doorheen. Toen kwam hij op eene plank terecht, en -liet zich van daar op den grond glijden. Hij had geen tijd om naar -zijne kwetsuren te kijken, slechts een weemoedige blik sloeg hij op de -breedste schram en begon toen naar proviand te zoeken. De provisiekamer -was merkwaardig leeg--geen bewijsje van cakes, geen hapje gelei, geen -gevogelte waar ook. Hij brak een groot stuk van een brood, en pakte -zorgvuldig wat boter in een courant. Er stond nog koud vleesch op een -schotel, hij sneed er een stevige homp van af, en vereenigde dit met -een stuk van een zandtaart tot een pakket. Hij borg dit alles in zijn -matrozenbuisje, en vulde zijne zakken met sinaasappels, geconfijte -citroenschillen, krenten en andere lekkernijen, die hij alle in -de stopflesschen vond. En toen maakte hij zich tot den moeielijken -terugtocht gereed. - -Hij klom op de plank, stak zijn hoofd buiten het venster, en wierp -een wanhopigen blik op den cactus. En in het oogenblik, dat hij -nederknielde, weerklonk achter hem het geluid, dat een sleutel maakt, -als hij in een slot wordt omgedraaid. - -Radeloos keek hij om zich heen,--daar stond Martha in de deur, en -tot zijn doodelijken schrik sprak zij met zijn vader, die zich in de -gang bevond. - -"Ik zoek de arnica!" zeide de kapitein. "Naar alle waarschijnlijkheid -is zij in de provisiekamer, omdat ze daar niet hoort te zijn. Ik heb -haar in mijne slaapkamer op den schoorsteenmantel laten staan, maar de -een of ander schijnt noodig gevonden te hebben, er aan te komen. Waarom -kunnen jelui toch niet met je handen van mijne zaken afblijven?" - -"En waarom zou ik haar ergens anders gezet hebben?" antwoordde -Martha. "Ik maak er mijn beslag niet mede aan, om het gebak luchtig -te doen zijn, ten minste in den regel niet." - -Zij schudde het hoofd, en door deze beweging werd zij de kleine, -knielende, bevende gestalte bij het venster gewaar. - -Nu was de deur maar half open, en haar meester stond juist op den -drempel, dus kon zij alleen van het schouwspel genieten. - -Tweemaal opende zij den mond om te spreken, maar Bunby keek haar -zoo innig smeekend aan, dat zij hem weer sloot en zelfs de flesschen -op de plank naast de deur begon na te zien, om hem gelegenheid tot -ontsnappen te geven. - -Nog ééne minuut en hij zou gered zijn geweest--nog ééne minuut en -hij zou midden tusschen de doornen van den cactus hebben gehangen, -die nu evenwel al het afschrikwekkende verloren hadden. - -Maar het lot was hem niet gunstig. En dit kwam alleen, omdat Martha -Tomlinson's schoen een afgeloopen hak had. Toen zij zich omdraaide -glipte haar voet uit haar schoen, en om haar evenwicht te bewaren, -strekte zij eene hand uit. En toen zij de hand uitstrekte stootte -zij tegen eene kruik. En de kruik deelde den schok mede aan een -schotel. Deze sloeg om, en schoof de groote melkkan van de plank, -zoodat zij op den grond sloeg. Ik weet niet, of ge ooit beproefd hebt, -een planken vloer schoon te maken, nadat er melk op gevallen was, maar -in ieder geval ben ik er van overtuigd, dat ge u wel kunt voorstellen, -dat het een onaangenaam werk is, vooral als ge hem denzelfden morgen -pas duchtig geschrobd had. Men kan er zich dus eigenlijk niet over -verbazen, dat Martha, in hare groote woede over het ongeluk, zich -boos omwendde, en naar het kind wijzende, dat als versteend in het -venster zat, op wanhopigen toon vraagde, hoe de goede heiligen het met -dien akeligen jongen konden uithouden, haar geduld, in ieder geval, -was ten einde. - -De kapitein kwam met een woedenden stap de provisiekamer binnen, -en commandeerde Bunby met luide stem, naar beneden te komen. - -Het jongentje liet zich in hevigen angst op den grond glijden. - -"Hij steelt en pakt overal wat weg, en hij liegt dat hij zwart -ziet!" zeide Martha Tomlinson, terwijl zij met een onvriendelijken -blik naar het ongelukkige kind keek. - -Twee, drie, vier, vijf woedende tikken met de rijzweep, die de kapitein -in de hand had, en Bunby dook onder zijn arm weg en vluchtte huilende -de gang door en de achterdeur uit. - -Hij liep over de grasvelden, en snikte bij iederen voetstap, maar -voelde zich tegelijkertijd door het verheffende gevoel bezield, -dat hij dit alles droeg terwille van een ander. - -Had iemand hem dit vroeger voorspeld, dan zou hij het nauwelijks hebben -kunnen gelooven, dat hij ooit zoo iets edels volbrengen zou, en de -gedachte daaraan verzachtte de pijn, die de klappen en de schrammen -hem veroorzaakten. Hij beproefde zijn gesnik te onderdrukken, toen -hij het gebouwtje bereikte, en stopte zelfs voor dat doel eene handvol -krenten in zijn mond, voor hij er was aangekomen. - -Maar het gezicht, dat weer te voorschijn kwam door het luik naast Judy, -was hoogst treurig, en droeg de sporen van tranen en van krabben. - -Zij bewoog zich niet, hoewel hare oogen half geopend waren, en hij -knielde neer en raakte haar schouder aan. - -"Hier breng ik je wat, Judy! Wil je nu niet iets eten?" - -Zij schudde langzaam het hoofd. - -"Neem wat koud vleesch, of wat rozijnen; ik heb ook geconfijte -citroenschil, als je daar soms meer zin in hebt!" - -Zij schudde nogmaals het hoofd. "Neem alles maar weer mede weg!" zeide -zij zacht kermend. - -Diepe teleurstelling was op zijn klein, verhit gelaat te lezen. - -"En ik heb doodsangsten uitgestaan om het te krijgen! He, wat ben je -een akelig spook!" riep hij. - -"Ach, ga heen!" kermde Judy, terwijl zij haar hoofd onrustig dan -naar deze, dan naar gene zijde bewoog. "O, wat doen mijne voeten mij -pijn! neen--mijn hoofd, en mijne zijde--o, ik weet niet wat ik heb!" - -"Hier en hier heb ik slaag gehad," zeide Bunby, de plaatsen -aanwijzende, en met zijne mouw veegde hij de dikke tranen weg, die -hij om zijn eigen ongeluk geschreid had. "Die ellendige oude cactus -heeft me overal gekrabd!" - -"Denk je, dat ik nog veel mijlen zal moeten afleggen?" zeide Judy, -en zoo vlug, dat de woorden in elkaar schenen te vloeien. "Ik heb -honderden geloopen, en ben nog niet thuis. Ik denk, dat het komt, -omdat de aarde rond is, en ik zal zeker spoedig het schoolhek weer -binnen komen!" - -"Wees niet zoo idioot!" zeide Bunby knorrig. - -"Ik kan er zeker en stellig op rekenen, nietwaar Marian, dat je er -nooit een woord van zult zeggen, ik vertrouw op je, en als je doet wat -je beloofd hebt, kan ik naar huis gaan en weer terug komen, en niemand -zal er ooit iets van weten. En leen mij twee shillings, wil je? Ik -heb niet veel geld meer. Bunby, egoïste jongen, haal mij toch wat -melk! Urenlang vraag ik je er al om, en je laat mij maar versmachten!" - -"Eet wat vleesch, Judy!--ach Judy, wees niet zoo vreemd en onaardig, -ik heb werkelijk doodsangsten uitgestaan toen ik het voor je haalde," -zeide Bunby, en beproefde met trillende vingers een stuk in haar mond -te duwen. - -Het kleine meisje wierp zich op de andere zijde en begon weer te -kreunen. - -"Zeven en zeventig mijlen," zeide zij, "en gisteren heb ik elf -geloopen, dat is dus elfhonderd zeven en zeventig--en zes den dag -daarvoor omdat ik eene blaar op mijn voet had--dat is elfhonderd -drie en tachtig. En als ik tien mijlen per dag loop, zal ik thuis -zijn in elfhonderd drie en tachtig maal tien, dat is duizend -en--en--hoeveel? hoeveel is het? Bunby, kind, kan je mij niet -zeggen hoeveel? Mijn hoofd doet te veel pijn om uit te rekenen -hoeveel jaren duizend en zooveel dagen in jaren zijn--dat is een -jaar,--twee jaar--twee jaar--drie jaar voor ik er ben. O, Pip, Meg, -drie jaar! O Esther! vraag hem, vraag hem of hij me niet wil laten -thuiskomen! Drie jaar--drie--drie!" - -De laatste woorden werden bijna gillend uitgestooten en het kind -richtte zich op, en beproefde te loopen. - -Bunby greep haar arm en hield haar vast. - -"Laat me gaan, versta je mij niet?" zeide zij met heesche stem. "Zoo -zal ik er nooit komen! Drie jaren, en zooveel mijlen!" - -Zij duwde hem op zijde en wilde over den zolder loopen, maar hare -knieën knikten en zij viel buiten kennis neer. "Meg--ik ga Meg -halen!" zeide de kleine jongen met trillende, angstige stem, en hij -gleed door de opening en spoedde zich naar huis. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XI. - -EENE VLUCHTELING. - - -Als een wervelwind stoof hij Meg's slaapkamer binnen. "Zij is in -het oude gebouwtje, Meg, en, zeker weet ik het niet, maar ik denk, -dat zij gek geworden is; en ik ben vreeselijk geslagen geworden, -en de cactus heeft me bijna heelemaal open gekrabd, en ik heb toch -niets gezegd. En nu wil ze niet eens eten. Zij is weggeloopen--ik -geloof zeker, dat ze gek is!" - -Meg beurde haar bleek, ontzet gelaat van het kussen op.--"Wie dan -toch--wat--" - -"Judy!" zeide hij, en barstte door overspanning in tranen uit. "Zij -is in het oude gebouwtje, en ik geloof, dat zij gek is geworden!" - -Meg stond langzaam op, deed hare kleeren aan, en zelfs toen nog -niets van het avontuurlijke verhaal geloovende, ging zij met hem -naar beneden. - -In de vestibule ontmoetten zij hun vader, die juist uit wilde gaan. - -"Ben je weer beter?" zeide hij tot Meg. "Je hadt den geheelen dag in -bed moeten blijven, maar, misschien zal de lucht je goed doen." - -"Dat denk ik ook," antwoordde zij werktuigelijk. - -"Ik kom in de eerste uren niet naar huis--het zou zelfs kunnen zijn, -dat Esther en ik eerst morgen ochtend terug kwamen." - -"Goed!" sprak Meg. - -"Pas vooral op de kinderen, en wees zelve voorzichtig--en, dat is -waar ook, Bunby gaat vandaag zonder thee naar bed--hij zal niet van -honger sterven, daar ben ik zeker van." - -"Goed!" zeide het meisje nogmaals, en zij kwam eerst tot het besef van -wat de laatste woorden beduidden, toen Bunby dicht bij haar elleboog -verbolgen: "Gemeen!" fluisterde. - -Toen kwam de dogcart voor, en de kapitein vertrok tot hunne -onuitsprekelijke verlichting. - -"Nu, wat is dit voor eene dwaze geschiedenis?" zeide Meg, terwijl -zij zich tot haar broertje wendde. "Het zal wel weer een van je -verzinseltjes zijn, kleine ondeugende jongen!" - -"Kom maar mee!" antwoordde Bunby, en hij leidde haar door de -grasvelden. Halverwege ontmoetten zij Pip en Nell, die vroeger dan -plan was geweest van de vischvangst terugkwamen. Nellie keek treurig -voor zich, en liep op een eerbiedigen afstand achter haar broeder aan. - -"Men zou even goed een phonograaf mee kunnen nemen als Nellie!" zeide -hij, een blik vol toorn op deze schuldige werpend. "Zij heeft den -geheelen tijd door gebabbeld, zoodat ik geen oogenblik kans had, -dat een visch zou aanbijten." - -"Judy is thuis!" zeide Bunby, vol van het groote nieuws. "Niemand heeft -haar gezien behalve ik, ik heb mijn leven voor haar gewaagd door op -cactussen te klimmen en in vensters en wat al niet, en ik heb slaag -gehad van vader, maar ik heb toch niets verteld, nietwaar, Meg? Ik heb -haar hier in het oude gebouwtje ondergebracht, en heb vleesch en van -allerlei voor haar gehaald--kijk nu toch eens even naar mijne beenen!" - -Vol fierheid toonde hij zijne schrammen, maar Meg ging haastig verder, -en Pip en Nellie volgden, een en al verbazing. Bij het gebouwtje -gekomen stonden zij stil. - -"Het is een grap van Bunby!" zeide Pip verachtelijk. "Het is nog niet -de eerste April, mijn zoon!" - -"Kom dan toch mee!" antwoordde Bunby, en klom omhoog. Pip volgde, -en stootte een zachten kreet uit; daarop klauterden Meg en Nell, -met meer moeite, naar boven, en toen was het gezelschap bijeen. - -Judy was tot rust gekomen, en lag met wijd geopende oogen, moede, -naar de dakbalken te staren. - -Zij keek hen glimlachend aan, toen zij zich allen om haar -schaarden. "Als Mahomet niet naar den berg wil komen..." zeide zij, -en hoestte toen twee of drie minuten lang. - -"Wat ben je begonnen, Judy, zusjelief?" zeide Pip, met eene vreemde -trilling in zijne stem. Het gezicht van zijne lievelingszuster, -die mager, met holle wangen, uitgeput daar neer lag, greep zijn warm -jongenshart aan. Er kwam een nevel voor zijne oogen. - -"Hoe ben je hier gekomen, Judy?" zeide hij, sterk met de oogleden -knippend. - -En het meisje keek tot hem op met haar eigenaardigen, stralenden -blik. "Rijpaardjes houden ze er bij ons op school niet op na," -zeide zij, "maar misschien dacht je, dat ik in een ballon hierheen -was komen drijven?" - -Weer hoestte zij. - -Meg viel op hare knieën en sloeg hare armen om haar klein, mager zusje. - -"Judy!" riep zij. "O, Judy, Judy, mijn arm kind!" - -Judy lachte even en noemde haar dwaas, maar weldra verdween die -opgeruimde stemming en begon zij zenuwachtig te snikken. "Ik heb zulk -een honger!" zeide zij ten laatste droevig. - -Alle vier sprongen op, als wilden zij de gezamenlijke magazijnen van -Sydney leeg gaan dragen, om haar honger te stillen. Maar Meg ging -weer zitten en legde het hoofdje met de woeste krullen in haar schoot. - -"Pip, ga jij naar huis," zeide zij, "en haal wijn en een glas, en in -den vliegenkast staat een gebraden kip; ik kreeg daar een gedeelte -van bij den lunch, en Martha zeide, dat zij het overblijvende zou -wegzetten, en dat ik het bij de thee kon krijgen; en kom gauw terug, -Pip!" - -"Natuurlijk!" zeide Pip bij zich zelven, en hij vloog de trap af, -naar het woonhuis. - -"Wel heb ik van mijn leven!" zeide Martha, toen zij hem vijf minuten -later in de gang tegenkwam, en hij eene karaf van geslepen glas onder -den arm had, een wijnglas bij zich had dat hij met de tanden bij den -voet vasthield, en een schotel met koude kip in zijne hand droeg, -waarop ook nog een stapeltje boterhammen lag. "Wel heb ik van mijn -leven! En wat nu nog meer?" - -"Loop naar je grootje!" zeide Pip, stormde haar in groote haast -voorbij, en maakte een omweg om naar het gebouwtje te komen, daar -hij dacht, dat zij hem wellicht bespiedde. - -Hij knielde naast zijn zusje neer, en verkwikte haar met kleine -stukjes kip en teugen wijn, en streek over haar woesten haardos, -en noemde haar wel vijftig maal zijn liefste zusje, en smeekte haar -toch vooral nog een beetje te eten. - -En Judy, die den blik der bruine, vochtige oogen boven haar, -opving, at alles wat hij haar gaf, hoewel het haar in het begin bijna -onmogelijk scheen. Zij zou hebben gegeten, al had hij haar olifantshuid -aangeboden, nu zij gevoelde, dat zij van dezen broeder meer hield, -dan van wien ook op de geheele wereld, en dat hij zulk een verdriet -had. En het voedsel deed haar goed, zij ging opzitten en praatte na -eene korte poos op geheel natuurlijken toon. - -"Je hadt het heusch niet moeten doen, Judy, heusch niet! En wat vader -tegen je zal zeggen, nu, dat zullen we moeten afwachten." - -"Hij zal er nooit iets van weten, dat ik hier ben," antwoordde zij -snel. "Ik zou het jelui nooit vergeven, als je het hem verteldet. Ik -kan maar eene week hier blijven. Ik heb alles uitstekend ingericht, -en ik zal op dezen zolder logeeren; vader komt hier nooit, dus ben -ik hier veilig, en jelui komt mij eten brengen. En na eene week"--zij -zuchtte diep, "moet ik weer weg!" - -"Heb je werkelijk al die mijlen geloopen alleen om ons weer te -zien?" zeide Pip, en weer was er die vreemde trilling in zijne stem. - -"Een paar maal onder weg heb ik kunnen sporen of rijden," zeide zij, -"maar overigens heb ik altijd geloopen, ik ben bijna eene week -onderweg geweest." - -"Hoe heb je dat kunnen uithouden, Judy? Waar sliep je, wat at je?" riep -Meg uit, met groote droefheid. - -"Dat ben ik bijna alweer vergeten!" zeide Judy, en zij sloot hare -oogen. "Ik heb aan kleine woningen om eten verzocht, en soms vraagde -men mij, of ik niet wilde blijven slapen. En dan had ik nog drie -shillings en zes pennies--daar ben ik lang mede toegekomen. Ik heb -maar twee nachten buiten geslapen, en toen had ik toch altijd mijn -manteltje." - -Megs gelaat was bleek van ontsteltenis, bij het verhaal van haar -zusters avonturen. Zeker zou geen ander meisje dan Judy Woolcot op -het buitensporige denkbeeld zijn gekomen al die mijlen te voet af te -leggen met drie shillings en zes pennies in den zak. - -"Hoe heb je het kunnen doen?" was alles, wat zij zeide. - -"Ik was niet van plan geweest, den geheelen weg te loopen," zeide Judy -met een flauw glimlachje. "Ik had zeven shillings in een stukje papier -in mijn zak gestoken, evenals de drie shillings en de zes pennies, -en ik wist, dat ik daarvoor een heel eind zou kunnen komen met den -trein. Maar ik verloor het eene papiertje onder weg, en ik wilde daar -niet voor teruggaan, dus moest ik natuurlijk loopen." - -Meg raakte hare wang even aan. - -"Het is geen wonder, dat je zoo mager geworden bent!" zeide zij. - -"O, Marian en ik hebben alles bedisseld!" zeide Judy, met een -glimlach. "Marian is mijn vriendinnetje en zij doet alles wat ik haar -zeg. En zij woont in Katoomba." - -"Nu?" zeide Meg nieuwsgierig, toen hare zuster zweeg. - -"Nu, zie je, heel veel meisjes op school hebben de mazelen, en dus -moest Marian thuis komen, want hare familie was bang dat zij ze ook -zou krijgen. En Marians moeder had mij gevraagd, een veertien dagen -mede te komen, en dus had Miss Burton aan vader geschreven en gevraagd -of ik mocht. En toen heb ik een brief geschreven en gevraagd, of ik -die veertien dagen niet liever thuis mocht komen." - -"Daar heeft hij nooit iets van gezegd!" zeide Meg zacht. - -"Neen, dat kan ik wel begrijpen. Nu, hij heeft terug geschreven -en antwoordde mij "neen" en haar "ja." En dus brachten zij ons op -een goeden dag naar den trein, en in Katoomba zouden wij afgehaald -worden. En toen wij onderweg waren, kwam ik plotseling op de gedachte: -"Waarom zou ik niet op mijn eigen houtje naar huis gaan?" Dus zeide ik -Marian, dat zij thuis moest vertellen, dat ik naar huis was gegaan, -en dat zij haar verhaal zoo moest inrichten, dat niemand er aan zou -denken, hierover aan Miss Burton te schrijven. En toen hield de trein -in Blackheath op, en ik sprong er uit, en zij ging naar Katoomba, en ik -kwam naar huis. Dat is de geheele geschiedenis. En dus, jelui begrijpt, -daar ik mijn geld verloren had, bleef mij niets over dan te loopen." - -Meg streek over het stoffige, verwarde haar van haar zusje. - -"Maar je kunt hier niet eene week lang logeeren!" zeide zij -bezorgd. "Door het slapen in de open lucht heb je je eene ernstige -verkoudheid op den hals gehaald, en ik ben er van overtuigd, dat je -ziek bent. Wij zullen alles aan vader moeten zeggen. En ik zal hem -verzoeken, je niet terug te zenden." - -Judy vloog op, hare oogen fonkelden. - -"Als je dat doet," zeide zij, "als je dat doet, dan loop ik van avond -nog weg naar Melbourne, of naar Jeruzalem, en dan kom ik nooit, nooit -weer terug! Hoe kom je daar aan, Meg? Nadat ik dit alles gedaan heb, -alleen maar opdat hij er niets van zou weten! O, hoe kom je er aan?" - -Zij wond zich tot een hevigen toestand van overspanning op. - -"Je begrijpt immers wel, Meg, dat ik eenvoudig morgen weer naar -school zou worden gestuurd. Is dat niet zoo, Pip? En op school zou -mij op den koop toe nog heel wat te wachten staan. Mijn plan is zoo -eenvoudig mogelijk. Ik heb hier eerst een week lang pret met jelui, -en dan ga ik weer terug naar school--jelui kunt mij allen geld leenen -voor den trein. Den 25sten ontmoet ik Marian in Katoomba; we zullen -samen terugkeeren en niemand zal ooit iets te weten komen. Die hoest -beduidt niets; vroeger heb ik ook altijd gehoest, en het heeft mij -nooit kwaad gedaan. Zoolang jelui mij genoeg eten brengt, en bij mij -komt, is alles in orde." - -De rust en het voedsel en het zien der welbekende gezichten hadden -haar reeds goed gedaan, haar gelaat was minder spits, en een zacht -rose tintte langzaam hare wangen. - -Meg had een beklemmend gevoel van verantwoordelijkheid, en zij achtte -zich verplicht, ten minste aan iemand het gebeurde te vertellen; -maar de anderen overreedden haar. - -"Zoo laag zou je toch niet kunnen zijn, Meg!" had Judy met overtuiging -gezegd, toen zij gesmeekt had Esther alles te mogen vertellen. - -"Zulk een flapuit!" had Bunby er toe gevoegd. - -"Zulk een verachtelijk schepsel!" had Pip uitgeroepen. - -En dus zweeg Meg, maar was buitengewoon ongelukkig. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XII. - -ZWIEP, ZWIEP! - - -Op den vierden dag van Judy's verblijf op den zolder, deelde Martha -Tomlinson haar kameraad en lijdensgenoot, Bridget, mede, dat zij -geloofde, dat de kinderen samen zwoeren om haar naar "den overkant" -te krijgen. - -Bridget had dien nacht niet buitengewoon goed geslapen, en dus gaf zij -als antwoord de opmerking ten beste, dat zij veronderstelde, dat de -lieve jeugd haar daar wenschte te zien, waar zij ook behoorde te zijn. - -Ik moet u misschien vertellen, dat "aan den overkant" hetzelfde -beduidde als Gladesville, en dat dit het Meer-en-Berg van Sydney is. - -Verscheidene oorzaken hadden de ongelukkige Martha er toe gebracht, -aan zulk eene samenzwering te gelooven. Bij voorbeeld, toen zij -eens op een morgen Pips bed wilde gaan opmaken was de helft van het -beddegoed verdwenen. De witte sprei was netjes over de matras gelegd, -maar er was niets te bekennen van dekens, lakens of kussens. Zij zocht -op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen, ondervraagde de kinderen, -wendde zich zelfs tot Esther, maar de vermiste voorwerpen werden -niet gevonden. - -"Een man met een broek van geribd fluweel zwerft hier iederen avond -om het huis!" zeide Pip, terwijl hij weemoedig naar zijn ontredderd -bed keek. "Het zou mij niet verwonderen, als die daar iets mede te -maken had." - -Welke veronderstelling alles behalve aangenaam voor Martha was, -aangezien de man met de broek van geribd fluweel haar vurigste en -uitverkoren aanbidder was. - -Den volgenden dag verdween de waschkom uit Megs slaapkamer, en -daarop een stoel uit de kinderkamer, evenals een vloerkleedje, -om niet te spreken van zulke kleine voorwerpen als een trekpot, -een spirituslampje, kopjes en schotels, een halve ham, en een volle -trommel met gembernootjes. - -Dit alles verdroot Martha, want de voorwerpen schenen te verdwijnen, -terwijl de kinderen in bed waren; en hoewel zij hen verdacht, en -hen voortdurend gade sloeg, kon zij geen duidelijk bewijs van hunne -schuld machtig worden, en evenmin de drijfveer ontdekken, die er hen -toe zou kunnen brengen, het een en ander weg te nemen. - -En telkens als er weer iets kwijt was, vraagde Pip of de in geribd -fluweel gekleede jongeling den vorigen avond in den omtrek van het -huis gezien was. En daar dit altijd het geval was, kon Martha niets -anders doen, dan met een toornigen blik op haar plaaggeest, de kamer -uitstuiven. - -Op zekeren avond was de kleine schaaktafel uit de kinderkamer door -eene geheimzinnige macht weggetooverd. - -Den volgenden morgen, toen Martha aan het vegen was, kwam Pip naar -haar toe, en deed, alsof hij in tranen zwom. - -""Hoe lieflijk is het nederig viooltje!"" zeide hij met gebroken -stem. "Ach, Martha, Martha! nu eerst, nu je dagen bij ons geteld zijn, -zien wij in, welk een schat wij in je bezitten!" - -"Ach, ga heen!" zeide zij, en sloeg naar hem met den steel van den -stoffer. "Ik denk er niet aan, heen te gaan, hoor! Als ik er niet meer -was, zouden jelui heelemaal uit den band springen. Neen, je bent nog -niet zoo gauw van Martha Tomlinson af!" - -"Maar moet je dan niet naar hem toe gaan, Martha?" zeide hij -vriendelijk. "De inrichting van zijn huis moet nu wel nagenoeg compleet -zijn. Hij heeft wel is waar nog geen sauspan en geen strijkijzers, maar -overigens dan ook alles, Martha; en ik wil je nu ook wel vertellen, -dat ik van plan ben, je als huwelijksgeschenk een strijkijzer cadeau -te doen, dus behoef je niet te wachten, tot hij het is komen halen." - -"Ga de kamer uit!" zeide Martha nog eens, terwijl zij den veger in -zijn gezicht duwde, en hem bijna in het stof deed stikken. "Je weet -van dwaasheid niet wat je zegt!" - -Op den zolder in het gebouwtje ging alles naar wensch. - -Eenige oude, tegen den muur opgehangen karpetten hielden den -tocht tegen. Judy's bed, zacht en warm, bevond zich in een hoek; -zij had een stoel om op te zitten, eene tafel om aan te eten, -zelfs eene waschkom. En zij had den geheelen dag gezelschap, ook -dikwijls den geheelen nacht. Eens was Meg weggeslopen, nadat zij de -deur harer slaapkamer afgesloten had, en had ook op het bed op den -zolder geslapen; eens was Nellie gegaan, en een anderen avond had -Pip een paar wollen dekens genomen en had hij zich zelf een leger -in het stroo gemaakt. Zij bezochten haar op alle uren van den dag, -en kropen de een na den ander, de krakende ladder op, wanneer zij -maar onopgemerkt konden wegkomen. - -De gouvernante had toevallig veertien dagen vrij gekregen, om hare -zieke moeder op te passen, en dus konden de meisjes en Bunby over -al hun tijd beschikken. Pip ging laat naar school, en kwam vroeg -naar huis, en zocht van Esther briefjes voor den directeur af te -bedelen. Zelfs bleef hij eens stilletjes weg, en droeg de straf, -die hem daarvoor later werd opgelegd, met kalme gelatenheid. - -Judy zag er nog altijd bleek en vermoeid uit, en haar hoest was -werkelijk onrustbarend; maar zij kreeg weldra hare oude, levendige -opgewektheid weer, en genoot onuitsprekelijk van haar avontuur. - -Het eenige onaangename was de zeer beperkte ruimte van den zolder. - -"Jelui moet het zoo inrichten, dat ik eene wandeling kan gaan maken," -zeide zij op een morgen zeer beslist. "Ik ben er van overtuigd, dat -mijne beenen langzamerhand korter beginnen te worden, nu ik ze niet -meer kan gebruiken. Tegen het eind van de week zal ik vergeten zijn, -wat wandelen is." - -Pip dacht niet, dat haar wensch vervuld kon worden; Meg smeekte haar, -zich niet bloot te stellen; maar Bunby en Nell waren vol geestdrift -voor het plan. - -"Meg zou met vader kunnen gaan praten," zeide Bunby, "en Pip zou -den Generaal kunnen plagen, tot Esther niet meer uit de kamer zou -durven gaan, en dan konden ik en Judy gauw naar beneden klimmen en -een wandelingetje maken, en we zouden weer terug zijn, vóór iemand -iets gemerkt had." - -Judy schudde het hoofd. - -"Daar zou ik al zeer weinig aan hebben," zeide zij. "Als ik ga, -wil ik ook een tijdje in de vrije lucht blijven. Zouden we niet een -picnic aan den waterkant kunnen houden?" - -"He ja, laten we dat doen!" riep Bunby, met stralende oogen. - -"Ik geloof heusch, dat we het wel konden wagen, vooral daar het toch -ook Zaterdag is, en Pip niet naar school hoeft," vervolgde Judy, en in -hare gedachten spon zij het geheele plan uit. "Twee van jelui zouden -voor eten kunnen zorgen. Zegt Martha, dat jelui een picnic willen -houden,--zij zal blij genoeg zijn, dat zij niet voor het middageten -behoeft te dekken--en dan gaan jelui vooruit. Twee anderen kunnen op -wacht staan, om te zien, of er geen vijand te bekennen is, terwijl -ik naar beneden kom en door de grasvelden loop, en als we maar eens -om den hoek van den weg zijn, zijn we gered!" - -Dit scheen alles zeer uitvoerbaar, en in zeer korten tijd waren alle -toebereidselen gemaakt. Pip stond op wacht bij het gebouwtje, en had -op zich genomen, Judy's uittocht te bewaken, Bunby was bij de veranda -achter het huis op post gezet, om uit te kijken en driemaal te fluiten, -als er eenig gevaar was. - -Hij zou een kwartier, gerekend naar de keukenklok, wachten, en dan, -indien alles veilig was, den grooten theeketel en een brood medenemen, -en de anderen op den weg opvangen. Het was eene saaie bezigheid, -om daar te staan wachten, en, als een peinzende ooievaar, stond hij -op één been, en hield zich bezig met de gebeurtenissen der laatste, -veel bewogen dagen nog eens te overdenken. - -Een gedrukte stemming had zich van hem meester gemaakt, maar hoe dit -kwam, kon hij moeielijk zeggen. Misschien bezwaarde hem de leugen, die -hij aan zijn vader verteld had, en waarover hij niet weer gesproken -had, omdat het paard leelijk hinkte, en hem de moed in de schoenen -zonk, elken keer dat hij aan de rijzweep van zijn vader dacht. - -Misschien was het de reactie na de groote opwinding. Of het kon -een knagend gevoel van verongelijking zijn, omdat zijne dappere -daden ten bate van Judy bij de anderen zoo weinig bewondering -hadden ingeoogst. Zij schenen ze hem volstrekt niet aan te rekenen, -en lachten zelfs elken keer, dat hij er eene toespeling op maakte, -of de algemeene aandacht op zijne schrammen zocht te vestigen. Twee -of drie krabben op zijne beenen waren werkelijk leelijk genoeg, -en terwijl hij stond te wachten stroopte hij zijne kousen omlaag en -keek met medelijdende blikken en iets als een snik naar zijne wonden. - -"Niemand bekreunt zich om mij!"--pruttelde hij, en eene traan--hij kon -ze altijd zoo gemakkelijk schreien--plaste neer op zijn uitgestrekt, -ontbloot been. "Judy houdt het meest van Pip, en hij is toch nooit op -den cactus geklommen; Meg denkt, dat ik altijd jok, en Nellie zegt, -dat ik te vies ben om met eene tang aan te raken--niemand bekreunt -zich om mij!" - -Nog eene groote, dikke traan welde omhoog en viel toen neer. - -"Heb je daar wortel geschoten?" vraagde eene stem. - -Zijn vader, die in de opengeslagen veranda-deur stond te rooken, -had hem gade geslagen, en zich over zijne ongewone, groote kalmte -verwonderd. - -Bunby schrikte op, en trok zijne kousen omhoog. - -"Ik doe niets geen kwaad!" zeide hij treurig, na een poosje. "Niets -geen kwaad! Ik ga naar een picnic!" - -"Zoo!" zeide de kapitein. "Je zaagt er uit, alsof je over het een of -andere nieuwe kattekwaad nadacht, of berouw had over een ondeugenden -streek--nu, wat is het geval?" - -Bunby werd bleek, maar herhaalde, dat hij "niets geen kwaad deed." - -De kapitein was in eene loome, plaagachtige stemming, en zijn dik -zoontje scheen hem eene welkome gelegenheid aan te bieden, om hiervan -blijk te geven. - -"Het zou wel goed zijn, als je eens hier kwaamt, en al het kwaad, dat -je deze week uitgevoerd hebt, opbiechtet!" zeide hij ernstig. "Ik ben -den geheelen morgen vrij, en het wordt tijd, dat ik je eens ernstig -onder handen neem!" - -Bunby naderde de leuning van den hem aangewezen stoel, en werd witter -dan ooit. - -"Zoo, nu kunnen we op ons gemak praten. Dus, Dinsdag heb je uit de -provisiekamer gestolen--dat is één misdaad," zeide hij om hem op weg -te helpen. "Ga voort." - -"Ik heb niets anders uitgevoerd!" stotterde Bunby. Hij voelde, dat -het met hem gedaan was, en dat de geschiedenis van den cricketbal -ontdekt zou worden. Hij keek zelfs zenuwachtig rond, of de rijzweep -nergens te zien was. Ja, daar lag die van Esther met den zilveren -knop, achteloos op een stoel neergeworpen. Hij vond nog den tijd om -vurig te wenschen, dat Esther wat netter mocht zijn. - -"Werkelijk niets, Bunby? op je woord?" zeide zijn vader op -indrukwekkenden toon. - -"Ik w-was aan het knikkeren!" zeide hij met bevende stem. "Hoe zou -ik dus het paard hebben kunnen kwaad doen?" - -"Het paard? Ha!"--riep zijn vader. Er ging hem een licht op, en zijn -gelaat werd zeer ernstig. "Wat heb je naar Mazeppa gegooid, waardoor -hij kreupel geworden is? Antwoord mij onmiddellijk!" - -Bunby wierp een schuwen blik naar de zweep. - -"N-n-niets,"--zeide hij--"h-heusch niets! Mijn c-c-cricketbal lag in -den stal. Ik was aan het knikkeren!" - -De kapitein schudde hem even aan den arm. - -"Heb je Mazeppa met den cricketbal gegooid?" zeide hij streng. - -"N-n-neen, n-neen!"--fluisterde Bunby, wit tot in zijne lippen. Toen -overweldigde hem ten deele zijn berouw en hij voegde er bij: "Hij -rolde uit mijn z-z-zak, en M-Mazeppa kwam juist voorbij en st-stootte -er tegen met zijn poot." - -"Zeg de waarheid of het zal je slecht gaan!"--zeide de kapitein, -opstaande, en Esther's rijzweep in de hand nemende.--"En dus--heb -jij Mazeppa kreupel gemaakt?" - -"Ja!" zeide Bunby, en hij barstte in tranen uit, en wrong zich in -allerlei bochten, om aan de zweep te ontkomen. - -Daarop, toen de slagen op zijne rampzalige schouders nederdaalden, -vervulde hij de lucht met zijn gewonen kreet van: "Ik heb het niet -gedaan, het was mijn schuld niet!" - -"Jij verachtelijke schavuit!"--zeide zijn vader, toen hij een oogenblik -moest pauzeeren, daar zijn arm pijn deed van het slaan. "Ik zal dien -lagen geest van leugenachtigheid en lafheid uit je ranselen, en als -je niet verandert, zie ik je liever dood voor mij liggen!" Zwiep, -zwiep. "Wat moet er van je groeien?" Zwiep, zwiep. "Liegen omdat je -bang bent voor slaag!" Zwiep, zwiep, zwiep, zwiep. - -"U slaat me dood, u slaat me dood! Ik voel, dat u me dood slaat!" gilde -het kind, en wentelde zich over den grond. "Ik heb het niet gedaan, -het was mijn schuld niet. Sla de anderen liever!" - -Zwiep, zwiep, zwiep. "Denk je, dat de anderen zoo onbeschaamd -zouden liegen? Philip heeft nooit gelogen. Judy zou liever hare tong -afbijten." Zwiep, zwiep, zwiep. "Je gaat naar een picnic? Je kunt -op je kamer picnic houden tot morgen ochtend vroeg." Zwiep, zwiep, -zwiep. "Nu--maak dat je wegkomt!" - -Meer had geen menschelijk wezen kunnen verdragen. - -De laatste slag was eene ware marteling geweest voor zijne trillende -schouders en zijn gepijnigden rug. Hij dacht aan de anderen, die, -gelukkig en zonder zorg, daar buiten in den helderen zonneschijn op -weg waren naar de rivier, zonder het minste vermoeden van wat hij -doorstaan moest, en zijn hart scheen door de hevigheid van zijne -verbittering en zijne wanhoop te zullen moeten barsten. "Judy is -thuis!" zeide hij hijgend en hartstochtelijk. "Zij is in het oude -gebouwtje. Boe-hoe-hoe! Ze houden het geheim voor u! Boe-hoe! Zij -gaat naar den picnic, en zij is van school weggeloopen." - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XIII. - -ONGENOODE GASTEN. - - -De kapitein liep langzaam door de grasvelden met zijn tuinhoed -achterover. Na het tooneel met zijn tweeden zoon was hij min of -meer vermoeid, en zijne oogen keken peinzend rond. Hij geloofde niet -aan de waarheid van Bunby's laatste mededeeling, maar toch vond hij -haar niet volstrekt onwaarschijnlijk, en daarom had hij een bezoek -aan het gebouwtje niet juist overbodig geoordeeld. Niet dat hij, -hoe dan ook, geloofde, zijne verbannen dochter daar te vinden, want -Bunby had immers gezegd, dat zij een picnic aan den waterkant wilden -houden? Maar hij dacht, dat hij misschien toch wel de eene of andere -aanduiding ontdekken zou. De deur van het gebouwtje sloeg open, en -het zonlicht stroomde naar binnen en bracht dwars door de ruimte een -balk van gouden stof aan. - -Er was hier geen teeken van de aanwezigheid van bewoners, behalve -wanneer een haarlint van Meg en eenige sinaasappelschillen als zoodanig -beschouwd konden worden. - -Hij zag de wrakke, eigengemaakte ladder, die tegen de opening in -de zoldering geleund stond, en hoewel hij over het algemeen meer -eerbied voor zijne ledematen had, dan zijne kinderen voor de hunne, -waagde hij er zich op. Zij kraakte geweldig, toen hij de bovenste -sport bereikt had en van deze op den zolder stapte. - -Het been van een ham, eene doos met dominosteenen en een gebarsten -kussen lagen aan deze zijde van het schot, anders niets, dus ging -hij verder en keek over de schutting op den anderen zolder. - -"Gezellig genoeg ingericht," mompelde hij. "Het zou mij niet kunnen -schelen zelf hier een tijdje te kampeeren," en het kwam zelfs bij -hem op dit te doen, en voor Judy "eene verrassing" te zijn, als -zij terugkwam. Maar hij verwierp dit plan als niet overeenstemmend -met zijne waardigheid. Hij herinnerde zich, dat hij in zijn huis -geruchten had gehoord van verdwenen huisraad en er kwam iets als een -glimlach om zijn mond, toen hij het oude tafeltje met de spirituslamp -en den trekpot er op, het beddegoed en de waschkom zag. Maar met -een strengen blik fronsde hij weldra het voorhoofd. Waren zeven en -zeventig mijlen geene voldoende hinderpaal voor Judy's ondeugende -plannen? Hoe durfde zij hem zoo tarten, zij een kind van dertien -jaar tegenover haar vader? Hij sloot de lippen onheilspellend vast, -ging weer naar beneden, en liep met zwaren tred naar huis terug. - -"Esther!" riep hij met eene trillende stem onder aan de trap. - -En: "Ik kom, beste man--één minuutje!" klonk het ten antwoord. - -Een minuutje scheen ditmaal tien minuten te kunnen duren, en toen -kwam zij, de mooie jonge moeder, met haar lachend dik zoontje in hare -armen. Hare oogen keken zoo teeder en zacht, er lag zooveel liefde -in haar blik, dat hij zich ongeduldig afwendde; hij wist zeer goed -hoe het zijn zou; zij zou hem bedelen en smeeken, zijn dochtertje -te vergeven, als zij alles gehoord had, en wanneer zij er dan weer -stralend en liefelijk uitzag, als op dit oogenblik, zou hij haar -niets kunnen weigeren. - -Een paar minuten stond hij in gepeins verzonken. - -"Wat wilde je, John?" zeide zij. "En waar sta je aan te denken? Ik -heb juist een nieuw kiesje gevonden, kom eens kijken!" - -Hij kwam, half onwillig, en voelde met zijn pink in het mondje van -zijn jongste zoontje. - -Esther hield zijne hand vast, tot hij een zeer klein hard voorwerp -voelde. "Het derde," zeide zij trots, "vindt je het niet aardig?" - -"Hum!" zeide hij. Toen bleef hij nog een oogenblik peinzen, en wreef -zich na eene minuut of twee in de handen, alsof hij zeer over zich -zelf tevreden was. - -"Zet je hoed op, Esther, en kleed den Generaal ook aan," zeide hij, -terwijl hij vriendelijk een tikje gaf op het hoofd van dezen jongen -heer. "Laten we eene wandeling gaan maken naar de rivier; de kinderen -wilden ook aan den waterkant een picnic houden, en dus kunnen wij er -op rekenen, onderweg thee te krijgen." - -"Dat is een heerlijk idee!" zeide zij, "vindt je ook niet, Bababsie, -vindt je ook niet, mijn kind?" - -Zij riep Martha, die bezig was het salon te vegen, op de grondige -manier, die haar bijzonder eigen was, toe: "Wil je even den hoed van -den Generaal halen, Martha, den witten zonnehoed met de keelbanden; -hij ligt op mijn bed, denk ik, of op een stoel, of ergens anders--o! en -breng dan meteen mijn grooten hoed met de papavers mede!" - -Martha ging, en kwam na eenig zoeken met de gevraagde kleedingstukken -terug. - -En Esther zette den witten zonnehoed op haar eigen krullend, springend -haar en deed den Generaal kraaien van het lachen op zijne zitplaats, -op de tafel der vestibule. En toen drukte zij hem op het hoofd van -den kapitein, en zette diens tuinhoed op het kopje van haar zoon en -verscheidene minuten gingen zoo al vroolijk stoeiend voorbij. - -Eindelijk waren zij gereed, en verlieten de vestibule. - -"Jongeheer Bunby zit in zijne kamer opgesloten; je moogt er hem -op geene voorwaarde uitlaten, Martha!" zeide de kapitein onder het -heengaan. - -"O, Jack!" riep Esther verwijtend uit. - -"Laat het zijn zooals ik gezegd heb," sprak hij; "gun mij een weinig -vrijheid met mijne eigen kinderen, Esther! Hij is een leugenachtige -deugniet; ik schaam mij, dat ik hem mijn zoon moet noemen." - -En Esther, aan de wankelmoedigheid van haar stiefzoon denkende, vond -geen bezwaar zich met de hoop te troosten, dat de straf heilzaam voor -hem zou zijn. - -Zij liepen over een pad door het woud, dat den weg zeer verkortte, -en toen lag daar de blauwe, vriendelijke rivier voor hen, waarin de -zon flikkerende vlammetjes strooide. - -"Daar zitten zij," riep Esther, "op de oude plaats! Zie je het -vuur, mijn ventje? zie je den rook, mijn lieveling? Zij zijn met -hun vieren--neen, met hun vijven! Wie is er dan bij?"--zeide zij -verwonderd, toen zij dichter bij de groep op het gras kwamen. - -Voor zij genoegzaam genaderd waren om de gezichten te herkennen, -scheen de kring plotseling verbroken te worden. - -Een van de leden keerde zich opeens af en vluchtte weg over het gras, -stortte zich in het dichte kreupelhout en verdween uit het gezicht -in minder tijd dan noodig is, om dit te vertellen. - -"Wie was er bij jelui?" vraagde Esther, toen zij de kinderen bereikten. - -Een oogenblik bleef alles stil, toen wierp Pip een paar takjes op -het vuur en antwoordde droog: - -"Eene vriendin van Meg, een meisje met een hazenhart, die een -doodelijken angst heeft voor vader. Ik geloof, dat zij denkt, dat -militairen met scherp geslepen wapenen rondwandelen, en niets liever -doen, dan er op inhouwen!" - -Hij lachte even, Nell gichelde zenuwachtig, en Baby begon te schreien. - -Meg, bleek als eene doode, nam haar op en begon, om haar te bedaren, -haastig de geschiedenis van de drie beren te vertellen. - -Esther keek min of meer verbaasd, maar dacht er natuurlijk niet aan, -eenig verband te zoeken tusschen de vluchtende gestalte en Judy. - -En de kapitein scheen niets te zien of te merken. Hij lag op het -gras en liet den Generaal over zich heen klimmen; hij schertste met -Esther; hij vertelde verscheiden verhalen uit zijne jeugd, en scheen -zich geen oogenblik bewust te zijn, dat zijn gehoor onoplettend en -afgetrokken was. - -"Hebben jelui geen thee gezet?" zeide Esther eindelijk. "Wij rekenden -er op, hier thee te kunnen drinken." - -"Bunby is niet verschenen, en die zou de thee meebrengen!" zeide Pip -gemelijk. De buitengewone beminnelijkheid van zijn vader kwam hem -verdacht voor, en hij wilde zich niet voor den gek laten houden. - -"Ach," zeide de kapitein ernstig, "dat treft slecht. Toen wij van huis -gingen, scheen Bunby niet al te wel te zijn, en er over te denken, -de rest van den dag in zijne slaapkamer door te brengen." - -Pip stookte met kracht het vuur op, en Meg wierp een verschrikten -blik naar haar vader, die haar vriendelijk glimlachend aankeek. - -Na een uur lang dezen gedwongen toestand gerekt te hebben, stelde de -kapitein voor, naar huis terug te keeren. - -"Het begint koel te worden," zeide hij, "het zou me spijten voor het -nieuwe kiesje van onzen Generaal, als het zijn leven moest beginnen -met pijn te doen--laten we naar huis gaan, en daar zien, dat we -thee krijgen." - -Dus namen zij de onaangeroerde manden in de hand, en de stoet zette -zich in beweging. - -De kapitein wenschte, dat Pip en Meg met hem zouden loopen, en hij -zond Baby en Nell voor zich uit, ieder aan een kant van Esther, -die den Generaal afwisselend bij de hand had en droeg. - -Dit richt hij zoo in, dacht de sluwe Pip, om te verhoeden, dat wij -nieuwe plannen smeden. En toen zij thuis waren gekomen, noodigde hij -hen allen uit in zijne rookkamer te komen, een cabinetje naast de -eetkamer gelegen. - -Esther ging met den Generaal naar boven, maar de anderen volgden -zwijgend hun vader. - -"Ga zitten, Pip, mijn jongen," zeide hij opgewekt. "Kom, Meg, maak -het je gemakkelijk, neem plaats in dien leunstoel. Nell en Baby kunnen -zich op de sofa zetten." - -Gedwongen gingen zij op de plaatsen zitten, die hij hun aanwees, -en keken angstig naar zijn gelaat. - -Hij koos eene pijp van het rek boven den schoorsteenmantel, voorzag -haar van een nieuw mondstuk, en vulde haar met zorg. - -"Daar jelui je nu in het bezit hebt gesteld van mijne kamer," zeide -hij op hoogst aangenamen toon, "zal ik beter doen, met hier niet te -rooken. Straks kom ik terug en dan zullen wij wat praten. Ik zal eerst -maar eens eene pijp gaan rooken op den zolder van het gebouwtje. Voert -geen kattekwaad uit, terwijl ik weg ben!" - -Hij stak een lucifer aan, hield dezen bij de tabak, en, zonder een blik -op de zwijgende kinderen geworpen te hebben, verliet hij de kamer, -en deed de deur achter zich op slot. Voor de tweede maal liep hij -door de grasvelden, en voor de tweede maal stootte hij de krakende -deur open. De sinaasappelschil lag op dezelfde plaats, waar hij haar -eerst gezien had, alleen was zij wat drooger en verschrompelder. Het -haarlint zat in juist denzelfden strik. De ladder kraakte op precies -dezelfde plaats, en het scheelde weer niet veel, of hij was, toen hij -de bovenste sport bereikte, er af gevallen. De dominosteenen lagen daar -nog altijd, het been van de ham en het kussen namen dezelfde plaatsen -in; het eenige verschil was, dat over het eerste nu een groot aantal -zwarte mieren kropen, en dat de wind met het kussen gespeeld had, -en de veeren naar alle kanten had doen stuiven. - -Hij liep naar de andere zijde, niet zachtjes, maar met zijn gewonen, -vasten, militairen stap. Er bewoog zich niets. Hij bereikte het -beschot en keek er over heen. - -Judy lag op het geïmproviseerde bed, in een diepen slaap verzonken, -uitgeput na hare snelle vlucht van den oever der rivier. Zij had een -rok van Meg aan, die haar buitengewoon lang en mager deed schijnen; -met verbazing vraagde hij zich, of zij zóó gegroeid kon zijn? - -"Er zal geen einde aan de moeite en zorgen komen, die zij mij -zal veroorzaken, als zij groot geworden is!" zeide hij, halfluid, -met een gevoel van medelijden voor zich zelf omdat hij haar vader -was. En toen werd hij vervuld met wrevel en toorn, terwijl hij haar -daar bleef gade slaan, en zij zoo kalm voortsliep. Moest zij altijd -de verstoordster zijner rust zijn? moest zij hem altijd dwarsboomen? - -"Judy!" zeide hij met luide stem. - -De gesloten oogleden sprongen open, de nevel van slaap en vergetelheid -trok weg van de donkere oogen, en zij rees overeind, met doodelijk -ontsteld gelaat. - -"Wat voer je hier uit, als ik vragen mag?" zeide hij, koud en hoog. - -Een donkerroode blos kleurde hare wangen, haar voorhoofd, en verdween -toen weer, zoodat zelfs hare lippen wit werden, maar zij gaf geen -antwoord. - -"Ik veronderstel, dat je van school bent weggeloopen," vervolgde hij, -op denzelfden koelen toon. "Heb je iets tot je verontschuldiging -te zeggen?" - -Judy sprak noch verroerde zich, zij staarde hem alleen aan met even -geopenden mond. - -"Heb je iets tot je verontschuldiging te zeggen, Helen?" herhaalde hij. - -"Neen, vader," zeide zij. - -Haar gelaat toonde een moeden, pijnlijken trek, die hem anders zeker -zou getroffen hebben, maar hij was thans te vertoornd, om dit op -te merken. - -"Volstrekt geene verontschuldiging of geldige reden?" - -"Neen vader!" - -Hij ging terug naar het luik. "In anderhalf uur vertrekt een trein, -je reist daarmede van hier," zeide hij, met bedaarde stem. "Ik -zal maatregelen nemen om je op school te doen bewaken, nu ik zie, -dat je niet te vertrouwen bent. Je komt met Kerstmis niet thuis, -en waarschijnlijk ook niet met de zomervacantie!" - -Dit was even goed als een doodvonnis. De zolder draaide voor Judy's -oogen in het rond, in hare ooren zong en gonsde het. - -"Kom!" zeide de kapitein. Judy snakte naar adem, zij hijgde en begon -te hoesten. - -Zij hoestte vreeselijk, haar tenger lichaam beefde. Dit duurde zoo -twee of drie minuten, hoewel zij den zakdoek voor den mond hield om -te beproeven, het hoesten tegen te gaan. - -Zij was zeer bleek, toen zij tot bedaren kwam, en voor het eerst -merkte hij op, hoe hol hare wangen waren. - -"Het is beter, dat je eerst mede naar huis komt," zeide hij minder -hard, "dan kunnen wij zien of Esther niet iets voor den hoest heeft." - -En toen snakte hij op zijne beurt naar adem, en werd zijn gebronsd -gelaat vaalbleek. - -Want roode, vreeselijke vlekken bezoedelden het wit van den doek, -dien het kind van haar mond had genomen. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XIV. - -DE UITNOODIGING VAN DEN SQUATTER. - - -En dus werd er geen dogcart voor Judy ingespannen, zij werd niet -naar den trein gebracht, zij behoefde niet beschaamd onder haar -schoolkameraadjes terug te keeren, zij had niet het vooruitzicht van -lange maanden, die zonder vacantie voorbij zouden gaan. - -Maar, in de plaats daarvan, een warm, zacht bed, en versterkend -voedsel, en vriendelijke woorden, en onafgebroken zorg. Want de -avontuurlijke tocht, de gebrekkige voeding, en de twee nachten in de -open lucht hadden het meisje inderdaad in een gevaarlijken toestand -gebracht. De eene long was ernstig aangedaan, had de dokter gezegd; -het was hem een raadsel, zeide hij tot hare huisgenooten, hoe zij -het nog zoo lang uitgehouden had; een gewoon meisje zou reeds lang -allen moed verloren, en zich te bed gelegd hebben. Maar hij zeide -dit, omdat hij den onbuigzamen geest en de vaste energie niet kende, -die Judy's voornaamste karaktertrekken waren. - -"Hadt je in het geheel geen pijn?" vraagde hij, verbaasd door het feit, -zulk eene stemming en zulk een ernstigen toestand tegelijkertijd aan -te treffen. - -"Jawel, soms in mijne zijde!"--antwoordde zij achteloos.--"Hoe lang -zal het nog duren voor ik op kan staan, dokter?" - -Deze vraag stelde zij hem iederen morgen, hoewel, om de waarheid -te zeggen, zij met waren angst dacht aan het oogenblik, waarop zij -hersteld verklaard zou worden. - -Zij gevoelde eene loomheid en moeheid in hare beenen, die haar -deed twijfelen, of zij ooit weer ver zou kunnen loopen, en een meer -bescheiden teeken van beterschap versmaadde zij. Buitendien bespeurde -zij eene knagende pijn onder de armen, en als zij hoestte, stond zij -de hevigste benauwdheid uit. - -Toch was zij niet ziek genoeg om niet belang te stellen in alles, wat -er om haar heen gebeurde, en verlangde, dat de anderen haar zouden -vertellen, wat buitenshuis voorviel--wie het gelukkigst was geweest -bij het cricketspel, welke bloemen ontloken waren in het weelderige -hoekje van den tuin, dat haar toebehoorde, hoe vele eieren de kippen -per dag legden, hoe het met het aantal der Guineesche biggetjes en -der kanaries gesteld was, en welke schoenen of kleeren de nieuwe -jonge hond vernield had. - -En Bunby bracht dikwijls zijne witte muizen en zijn blind marmotje -in hare kamer en liet de diertjes los over haar deken loopen, en Pip -zat meestal te timmeren aan een klein tafeltje dicht bij haar bed, -zoodat zij ieder nieuw werk kon zien en de vorderingen kon gadeslaan. - -Meg, die haar omgang met Aldith bijna geheel verbroken had, wijdde -zich met hart en ziel aan de verpleging van hare zuster; zij gaf -haar allerlei kleine geschenken--een schoenentasch, met verschillende -afdeelingen, een zakje voor kam en borstel, met het monogram J. W. in -rose zijde daarop geborduurd, een klein werkmandje met naaldenboekje, -speldenkussen en verder toebehooren. Judy vreesde, dat zij na haar -herstel nu ook verplicht zou zijn netjes te worden. - -Het genoegen, dat haar de geschenkjes blijkbaar veroorzaakten, deed -een geest van mededinging onder de anderen ontwaken. - -Eens was Pip een geheelen dag onzichtbaar; eerst in den avond -vertoonde hij zich weer, en liep trots naar het bed. Hij had eene -kleine chiffonière gemaakt, waarvan drie laden werkelijk, hoewel met -groote omzichtigheid, geopend konden worden. - -"Dit is niet voor poppenkleeren,"--zeide hij, nadat zij alle -gebruikelijke betuigingen van dankbaarheid uitgeput had,--"want ik -weet, dat je daar niet van houdt, maar je kunt er je kleine prullen -in bewaren--haarlintjes, naaigereedschap, er is plaats genoeg." - -Zij hoorden een geluid, alsof op de gang iets voortgesleept werd, en -Bunby kwam de kamer binnen, achterwaarts loopende, en voortslepende een -vreemd voorwerp, dat uit vijf of zes aaneengespijkerde planken bestond. - -"Dit is een stoel," verklaarde hij, en veegde de bewijzen van zijne -inspanning van zijn voorhoofd. "Ik zal er natuurlijk de een of andere -stof over spijkeren, zoodat je er niet door kunt vallen; maar ik dacht, -dat ik hem je nu wel eerst eens kon laten zien." - -Er kwam een glimlach om Judy's lippen, maar zij dankte hem hartelijk. - -"Ik wilde niet iets maken, waaraan je toch niets hadt, zooals Pip -gedaan heeft!" vervolgde het kleine ventje, en hij keek verachtelijk -naar de chiffonière. "Dit is iets wat je gebruiken kunt; als je -weer opstaat, dan kan je er bij den haard op zitten, Judy, en lezen -of naaien of iets anders doen. Je vindt dit ook mooier dan Pip's -cadeautje, is het niet zoo?" - -Judy wist behendig beide partijen te vriend te houden, door hen te -vragen, de geschenken naast alle andere bij het hoofdeinde van haar -bed te plaatsen. - -"Wat zal je veel mee te nemen hebben, als je weer naar school gaat, -Judy!" zeide Nell, terwijl zij de verzameling met een paar gehaakte -mofjes en een wollen poppenlijfje verrijkte. - -Maar Judy keek haar slechts verwijtend aan, en lag het overige gedeelte -van den avond met haar hoofd naar den muur gekeerd. - -Dit was het, wat haar al de veertien dagen van hare ziekte met angst -vervuld had--de gedachte aan de school in de toekomst. - -"Wat zal er met mij gebeuren, als ik weer beter ben, Esther?"--vraagde -zij den volgenden morgen op gedrukten toon, toen hare stiefmoeder -haar kwam bezoeken. "Spaart hij heel veel slaag voor mij op? En moet -ik de eerste week weer terug?" - -Esther stelde haar gerust. - -"Deze drie maanden blijf je hier, en zeer waarschijnlijk de volgende -drie maanden ook, Judy! Hij heeft gezegd, dat je met een paar der -anderen naar buiten zult gaan, tot je weer geheel sterk geworden bent; -en onder ons gezegd, geloof ik, dat je wel nooit weer de kostschool -zult terug zien." - -Toen deze vrees dus verdwenen was, ging Judy's gezondheid steeds -sneller vooruit, zoodat haar krachtig gestel zelfs den dokter -verbaasde. - -Na drie weken liep zij weer door het huis, mager en met groote oogen, -maar vol grappen en vol ondeugende plannen. De visites van den dokter -werden gestaakt; hij zeide, dat tot nu toe alles naar wensch was -gegaan, maar dat zij in eene andere omgeving moest komen en eenigen -tijd geen zeelucht mocht inademen. - -"Laat haar een paar maanden vrij in de buitenlucht loopen, -Woolcot!" zeide hij bij zijn laatste bezoek; "er is tijd toe noodig, -om al het gebeurde te boven te komen, en haar hare kracht en gezondheid -te doen herkrijgen." - -"Zeker, zeker; ik zal haar naar buiten sturen!" antwoordde de kapitein. - -Hij kon den schrik niet vergeten, die hem vijf of zes weken geleden -op den ouden zolder bevangen had, en zou er in toegestemd hebben haar -naar de Sahara te brengen, indien dit noodig geoordeeld was geworden. - -De dokter had hem mede gedeeld, dat hare longen zeer gevaarlijk -aangedaan waren. - -"Het is niet gezegd, dat zij aan tering moet sterven," had hij -gesproken, "maar er is altijd gevaar voor deze vreeselijke kwaal in -dergelijke gevallen. En de kleine Judy is zulk een wild rusteloos -schepseltje; alles wat zij doet, doet zij met hart en ziel, en zij -schijnt vreugde en leed duizendmaal dieper te gevoelen, dan andere -kalmere naturen. Zorg goed voor haar, Woolcot; zij zal eens eene -uitstekende vrouw worden--ja, eene buitengewone vrouw." - -De kapitein rookte vier groote sigaren in de eenzaamheid van zijne -studeerkamer, alvorens hij kon beslissen, hoe hij het best "goed voor -haar kon zorgen". - -Eerst bedacht hij, haar met Meg en de gouvernante voor eenigen tijd -naar de bergen te zenden, maar dan rees de moeielijkheid, dat de andere -drie in dien tijd geen onderwijs zouden genieten. Hij zou hen naar -school kunnen zenden of eene andere gouvernante nemen; zeker, maar dan -waren er weer de onkosten, die in overweging moesten genomen worden. - -De meisjes alleen te laten gaan, daar kon geen sprake van zijn, -want Meg had, niettegenstaande hare zestien jaren, getoond, niet veel -meer dan een gansje te zijn; en op Judy moest toegezien worden. Toen -dacht hij er aan, dat Esther er ook niet zeer goed uitzag; Judy's -verpleging en de zorgen voor den Generaal bleken te veel voor haar -te zijn geweest, en zij was lang niet meer de stralende, bloeiende -Esther van vroeger. Hij wist, dat hij haar naar buiten moest laten -gaan, en het kind eveneens, natuurlijk. - -En dan dacht hij weer aan de onkosten. En aan de andere kinderen. - -Hij herinnerde zich, dat de Kerstvacantie niet meer ver af was; wat zou -er van het huis worden, indien Pip en Bunby en de twee jongste meisjes -konden doen en laten wat zij wilden, en niemand het opzicht hield? Hij -zuchtte diep, en klopte de asch van zijn vierden sigaar op het tapijt. - -Toen kwam de brievenbesteller over het pad en voorbij het venster. Hij -keek glimlachend en raakte zijn pet aan met een vergenoegden blik. Het -was alsof hij wist, dat hij in een der brieven de oplossing bracht -van het raadsel, dat op het voorhoofd van den kapitein ontelbare -rimpels te voorschijn riep. - -Een vijfde sigaar werd juist uit het kistje genomen, eene groeve -vertoonde zich boven de linker wenkbrauw, een steek van iets dat -zeer veel geleek op jicht gaf aanleiding tot een paar woorden "in -eene vreemde taal," toen Esther binnenkwam met een glimlach om de -lippen en een open brief in hare handen. - -"Van moeder!" zeide zij. "Het schijnt, dat Yarrahappini haar te stil -begint te worden, en dus vraagt zij mij, of ik met den Generaal eenige -weken, bij haar kan komen?" - -"Ha!" zeide hij. - -Dit zou zeker een der moeielijkheden doen verdwijnen. Wel was het -landgoed zeer ver weg, maar, het was Esthers vroegere tehuis, en zij -had het niet weergezien sedert haar huwelijk. Daar zou zij zeer snel -weer sterk worden. - -"O, en Judy ook!" - -"Ha!" zeide hij. - -Twee rimpels verdwenen van zijn voorhoofd. - -"En Meg, omdat ik schreef, dat zij er bleek uitzag." De kapitein -legde zijn sigaar weer in het kistje. Hij vergat dat er iets bestond, -wat jicht heette. - -"De uitnoodiging kon nooit beter te pas zijn gekomen!" zeide hij. "Neem -haar onvoorwaardelijk aan; niets kon beter geweest zijn; en het is -een buitengewoon gezond klimaat. De andere kinderen kunnen--" - -"O, vader vooral wenscht, dat Pip ook zal komen, omdat hij zulk een -flinke jongen is." - -"Op mijn woord, Esther, je ouders hebben harten vol ware -menschenliefde. Is er nog iemand anders in de uitnoodiging begrepen?" - -"Alleen maar Nell en Bunby en Baby. O, en moeder zegt, dat wanneer je -ooit lust mocht hebben, eenige dagen te komen jagen, je haar altijd -hartelijk welkom zult zijn." - -"De gastvrijheid der squatters is wereldberoemd, maar dit overtreft -alles, Esther!" De kapitein stond op, en rekte zich uit met het -vergenoegde gelaat van een man, die zich verlost voelt van eene -nachtmerrie. "Neem de uitnoodiging onvoorwaardelijk aan--voor -allen. De gevolgen mogen zij zelf ondervinden; maar ik ben bang, -dat men op Yarrahappini treurige ervaringen zal gemaakt hebben, -eer de maand voorbij is!" - -Hoe treurig deze ervaringen zouden zijn, kon hij toen in de verste -verte niet vermoeden. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XV. - -DRIEHONDERD MIJLEN IN DEN TREIN. - - -Zij vulden eene geheele coupé--wel was er nog eene plaats open, maar -men scheen niet begeerig die in te nemen, nadat men een haastigen -blik naar binnen geworpen had. - -Daar zaten zij met hun achten, en alleen Esther was degene, die -toezicht hield--Esther in eene rose blouse, en met een matrozenhoedje, -met een gelaat zoo stralend en ondeugend als dat van Pip. De kapitein -had hen naar het station gebracht, en Pat zorgde voor de bagage. Hij -had de kaartjes genomen--twee gewone voor Esther en Meg, en vier voor -half geld voor de vier anderen. Baby werd zelfs niet met een kaartje -voor half geld voorzien, zeer tot hare eigen verontwaardiging--het -was eene beleediging voor hare vier en een half jaar, om voor niets -te kunnen reizen evenals de Generaal. - -Maar de kosten van deze stukjes bordpapier hadden den kapitein zeer -ongelukkig doen kijken: hij kreeg niet meer dan achttien stuivers -terug van de tien pond, die hij gegeven had; want Yarrahappini lag -op de grenzen van het onbekende land. - -Hij gaf de achttien stuivers uit aan geïllustreerde tijdschriften, -en uit de keuze van deze bleek wel, dat hij geen hoogen dunk had -van den letterkundigen smaak zijner familie; hij voorzag bovendien -Esther van een boekdeel in geel linnen gebonden, waarop eene dame -in het groen was afgebeeld, die in de armen van een heer, welke in -purper was uitgedost, flauw viel, en Meg met Mark Twain's "Springende -Kikvorsch," omdat hij in den laatsten tijd eene zekeren zwaarmoedigen -blik in hare oogen had opgemerkt. - -Toen werd de bel geluid, een gefluit deed zich hooren, conducteurs -liepen in groote haast her- en derwaarts, en men nam afscheid, -vroolijk of treurig, al naar de omstandigheden. - -Eene vrouw stond droevig te schreien op het perron, en een meisje -met vriendelijke oogen, vol tranen, leunde uit het venster van een -tweede-klasse coupé en sprak haar toe; daar was een squatter met -gebruind gelaat, die een pet van stof ophad, en eveneens stoffen -schoenen, en voor wie de driehonderd mijlen lange reis eene weinig -belangrijker gebeurtenis was, dan een maaltijd; en daar was de -jonge man, die voor zijne zaken op reis moest, en wien eene reis -naar Engeland weinig korter voorkwam, nu hij voor een geheel jaar -van zijne vrouw en zijn kind afscheid nam; en waggons, waarin dames -zaten, die weer naar de wildernis terugkeerden na hun jaarlijksch of -halfjaarlijksch bezoek aan de Sydneysche beschaafde wereld; en daar -waren de acht reizigers, die ons in het bijzonder interesseeren, en -die zich voor het portier en de vensters verdrongen, om den kapitein -nog eens toe te knikken, en vaarwel te zeggen. - -Hij zag er volstrekt niet neerslachtig uit, toen de trein met veel -rumoer wegstoomde--met zwierigen stap wandelde hij het perron af, alsof -het vooruitzicht twee maanden als jonggezel te moeten doorbrengen, -ook wel zijne lichtzijde had. - -Te half zeven in den namiddag vertrokken zij, en zij zouden in -Curlewis, het station, dat het dichtst bij Yarrahappini gelegen -was, ongeveer te vijf uur in den volgenden morgen aankomen. Nu het -gezelschap zoo talrijk was, kon er geene sprake van zijn, billetten -voor den slaapwaggon te nemen, maar in het koffernet lagen verscheidene -reisdekens, en twee of drie windkussens, bestemd voor hen, die zich -vermoeid mochten gaan gevoelen. Het denkbeeld, zoovele uren in den -trein door te brengen, was al de kinderen heerlijk voorgekomen; geen -enkele van hen behalve Judy had ooit verder dan veertig of vijftig -mijl ver gereisd, en het scheen hun buitengewoon verrukkelijk toe, -steeds voort te stoomen, als het donker, zou geworden zijn even goed -als bij daglicht. - -Maar lang voor het tien uur in den avond was verloren hunne -droomen allen glans en alle bekoorlijkheid. Nell en Baby hadden eene -woordenwisseling gehad over het opblazen der windkussens, en waren te -moede en te kribbig, om weer vrede te sluiten; Pip had Bunby wegens de -eene of andere duistere reden een tik gegeven, en kreeg twee schoppen -terug; Judy had hoofdpijn, en het geraas was juist niet geschikt, -om die te doen verdwijnen; Meg was moe geworden van het staren naar -het duistere landschap, door hetwelk zij heengleden, en dacht er aan, -of Alan zou merken, dat zij nu niet meer op de stoomboot verscheen; en -de arme kleine Generaal vervulde de warme lucht met luide klaagtonen -over de raadselachtige behandeling, die hij onderging, en die hij -zich moest laten welgevallen. - -Esther had hem zijne bovenkleertjes uitgetrokken, en een schilderijtje -van hem gemaakt, door hem een roomkleurig flanellen nachtjaponnetje -en een rose wollen jasje aan te trekken. En een half uur lang had -hij er zich blijmoedig in geschikt, dat hij van de eene hand in de -andere werd gegeven, geliefkoosd en gekust. Hij had zelfs toegelaten, -dat Nell in zijne rose teentjes een voor een beet, en een geruimen -tijd onzin praatte over kleine biggetjes, die naar de markt gingen, -en meer dergelijke dwaze dingen uitvoerde. - -Hij had bijna niet tegengesparteld, toen er eene twist was gerezen -over het bezit van zijne persoon, en Bunby zich aan zijn hoofd en zijn -lichaampje had vastgeklampt, terwijl Nell heftig aan zijne beenen trok. - -Maar na een poosje, toen Esther op een der banken een bedje voor hem in -orde gemaakt, en hem daarop had neergelegd, drongen de onaangenaamheden -die hem wachtten, tot zijn bewustzijn door. - -Hij had thuis een wiegje, dat op een kleinen vergulden standaard -rustte, die hem altijd een lust voor de oogen was--hij kon niet -begrijpen, waarom hij dat moest ontberen, en genoegen nemen met een -driedubbel gevouwen reisdeken. Hij was buitendien gewend aan een -gedempt licht, eene stille kamer, en een waarschuwend fluisteren van -sst! sst! wanneer de een of ander zoo ver ging, geritsel te maken. - -Hier flikkerde het groote, gele licht den geheelen tijd door, en elk -der luidruchtige familieleden, in wier handen hij zooveel moest dulden, -was niet verder dan een paar voet van hem verwijderd. - -Dus verhief hij zijne stem en schreide. En toen hij tot de ontdekking -kwam, dat hij door schreien zijn wiegje niet kon terugkrijgen, evenmin -als de kleine, dansende kwasten van het muskietengaas, begon hij -twee tonen hooger, en toen zelfs op dat oogenblik Esther hem alleen, -om hem te bedaren, op den schouder bleef kloppen, barstte hij in een -oorverdoovend geschreeuw uit. - -Nellie liet al hare lange krullen over zijn gezichtje dansen, om -zijne aandacht te trekken, maar hij pakte ze arglistig en trok er -aan, tot haar de tranen in de oogen kwamen. Esther en Meg zongen -wiegeliedjes tot haar keel haar begon pijn te doen. Judy probeerde in -de kleine ruimte met hem op en neer te loopen, maar hij hield zich -stijf in hare armen, en zij was niet krachtig genoeg om hem vast te -houden. Ten laatste viel hij van uitputting in slaap, diep snikkend -ademend en nu en dan een hikkend, droevig geluid makend. - -Toen werd Bunby slapende op den grond ontdekt, met zijn hoofd onder -eene bank, en dus moest hij opgetild worden, en in eene gemakkelijker -houding neergezet; en Baby, die in een hoekje rechtop neerzat, -knikkebolde als een klein rose en wit meizoentje, dat door de -zonnewarmte bedwelmd is. - -Een voor een verstreken de lange uren, steeds verder en verder stoof de -trein met zijne roode oogen door het stille, slapende land, zwaaiende -om reuzenbochten, langzamer zich tegen de steilten opwerkend, met -pijlsnelle vaart door de eindeloos zich uitstrekkende vlakte snellend. - -De duisternis week voor een vaal licht, en mijlen lang verhieven zich -nu, eentonig, jonge gomboomen tusschen den trein en den hemel. De zon -verrees, en de aarde werd liefelijk en rozig, als een kind, dat uit -zijne sluimering ontwaakt. En toen kwamen de vale tinten weer terug, -de teedere, trillende lichteffecten verdoofden, en de regen begon -te vallen. Stroomen regen, die tegen de ratelende vensters sloegen, -voortgezwiept door een snijdenden morgenwind, die van de bergen kwam -gevlogen. En zij waren een afgemat, slaperig kijkend, neerslachtig -achttal, toen zij te vijf uur op het perron te Curlewis uit den waggon -stapten. Judy hoestte van de vochtige morgenlucht en werd snel naar -de wachtkamer gebracht en in een reisdeken gepakt. - -En toen werden hunne koffers en valiezen uitgeladen en de trein -stoomde weer weg, en daar stonden zij nu treurig en verlaten te kijken, -want het scheen wel, dat er niemand was, die hen kwam halen. - -Daar weerklonk het geluid van wielen, die door plassen rolden, het -knallen van eene zweep, den hoefslag van paarden en zij stormden -allen weer naar voren en keken over de witte paaltjes, die het perron -afsloten, naar den weg. - -Zij zagen een groot, overdekt rijtuig, gemend door eene wijde, gele -olie-jas, die zeker het omhulsel was van een koetsier, en nog een hoog, -ander rijtuig, waarvan een zeer groote man afklom. - -"Vader!" - -Esther stormde naar buiten in den regen. Zij sloeg hare armen om -den druipenden regenjas en eerst na een paar minuten hief zij zich -weer op. Misschien was dit de oorzaak, dat hare oogen en wangen zoo -vochtig waren. - -"Mijn klein meisje--Esther--kind!" zeide hij, en tilde haar bijna -van den grond op, toen hij haar kuste, hetgeen een zonderlingen -indruk op Meg maakte, in wier oogen hare stiefmoeder eene deftige -persoonlijkheid was. - -Toen leidde hij hen allen snel naar de rijtuigen, vijf stapten in -het eene en drie in het andere. Zij hadden nog vijf en twintig mijlen -te rijden. - -"Wanneer hebben jelui het laatst iets gegeten?" vraagde hij; het speet -hem de neerslachtige gezichtjes van de kinderen te moeten zien. "Moeder -heeft cakes en sandwiches voor jelui meegegeven, maar koffie of iets -anders warms kunnen we eerst krijgen, als we thuis zijn." - -Esther vertelde hem, dat zij te Newcastle, om negen uur, het laatst -koffie gehad hadden, maar dat deze zoo brandend heet was geweest, -dat zij haar grootendeels niet hadden kunnen uitdrinken, en weer vlug -hadden moeten instappen. De zweep werd over de paarden gelegd en zij -vlogen over de modderwegen in een draf, dien Pip, niettegenstaande -zijne vermoeidheid, met genoeg bewonderen kon. Maar het was toch een -zeer onbehagelijke rit, en de Generaal schreide bijna onafgebroken -van het oogenblik van vertrek tot zij aankwamen, zeer tot Esthers -misnoegen, want zoo kon zijn grootvader, bij deze eerste kennismaking, -niet den besten indruk van hem krijgen. - -Ten slotte, toen iedereen begon te gevoelen, dat zijn geduld uitgeput -raakte, verbrak een hoog wit hek de eentonigheid van druipend natte -heggen. - -"We zijn thuis!" riep Esther vroolijk. Zij liet den Generaal op hare -knie dansen. - -"Daar, van dat hek, viel mamaatje, toen zij drie jaar oud was," -zeide zij, en keek er vol genegenheid naar, toen Pip het open wierp. - -Nog eens ging het door den plassenden regen; de wielen rolden nu -zacht voort, want de weg was bedekt met natte, gevallen bladeren. - -"Waar is het huis?" zeide Bunby, terwijl hij tusschen Pips arm die op -den bok zat, door keek; hij zag nog steeds niets dan eene eindelooze -laan van gomboomen. "Ik dacht dat je zeidet, dat wij er waren, Esther!" - -"O, het woonhuis is niet zoo dicht bij het hek als op Misrule," -zeide zij. En dit was inderdaad zoo. - -Vijftien minuten gingen voorbij alvorens zij de schoorsteenen konden -ontdekken, toen moest er een tweede hek geopend worden. - -Er vertoonde zich aan hun oog een goed onderhouden grintweg, -bloembedden met palmhegjes er om, een rijkdom van rozestruiken, -die vooral Meg verheugde, en twee geschoren, nu zeer natte -tennisgrasvelden. - -En toen het huis. - -De veranda trok al hun aandacht, want deze was zoo bijzonder groot, -zoo groot als eene gewone kamer, en er stonden sofa's en stoelen, -en tafeltjes hier en daar, hangmatten hingen in de hoeken, en eene -dichte, groene kruipende plant met verregende vlinderbloemen slingerde -zich tegen een buitenmuur. - -"He!" zeide Pip. "He! wat ben ik stijf! Neen maar, wat begin je -daar nu?" - -Want Esther had haar zoontje op zijn knie gezet, gleed uit het rijtuig -en liep de trap, die naar de veranda leidde, op. Daar stond een klein -oud dametje, met eene heel groot huishoudschort voor. Esther sloot haar -in hare armen, en zij kusten elkander en hielden elkander omstrengeld, -tot zij beiden begonnen te schreien. - -"Mijn lief klein meisje!" snikte de oude dame, terwijl zij met bevende -hand Esther's natte haren en nog natter wangen betastte. - -En Bunby, die ook dadelijk uitgestapt was keek van de slanke gestalte -zijner stiefmoeder naar het kleine figuurtje van hare moeder en lachte. - -Esther snelde terug naar het rijtuig, nam den Generaal van Pip aan, -en, weer de treden opspringende, legde zij hem in haar moeders armen. - -"Is hij niet een dikkertje!" zeide Bunby, deelende in haar trots. "U -moet eens naar zijn beentjes zien!" - -De oude dame zat één oogenblik neer in den natsten stoel, dien zij -vinden kon, en drukte hem tegen zich aan. - -Maar hij balde zijne verkleumde vuistjes, vocht zich vrij, en -schreeuwde om Esther. - -Mr. Hassal had de rijtuigen nu ledig gepakt, en kwam de trap op. - -"Zou je hun niet eens iets te eten geven, moedertje?" zeide hij, -en de oude dame liet in haar schrik haar kleinzoon bijna vallen. - -"Ach! ach!" zeide zij, "waar zijn mijne gedachten? Wel, wel! Dat ik -daarvoor niet eerder gezorgd heb!" - -Tien minuten later hadden zij allen drooge kleederen aan, en zaten -in de warme eetkamer met grooten eetlust te ontbijten. - -"Wat had ik een honger!" zeide Bunby. Hij had den mond vol geroosterd -brood, en was bezig zijn vierde ei te openen, terwijl hij een schotel -in het oog hield, waarvan het eene gedeelte met honig, het andere -met geslagen room gevuld was. - -"Die lieve oude borden!" Esther nam het hare op, toen zij het -leeggegeten had en keek vol liefde naar de blauwe rozen, die er op -geschilderd waren. "En als ik bedenk, dat den laatsten keer, dat ik -er van een at, ik..." - -"Een bruidje was," zeide de oude dame, "en den sluier hadt je toen -weggeslagen, en iedereen keek naar je, want je sneedt de taart. Twee -zijn er sedert dien tijd maar gebroken--en, het is waar ook, Hannah, -het dienstmeisje, dat gekomen is na Emily, heeft den hengsel van het -suikermandje gebroken en een stuk uit de spoelkom geslagen." - -"Waar zat vader toen?" vraagde Meg. In hare gedachten bevolkte zij de -kamer met bruiloftsgasten, de ham en de coteletten, het geroosterde -brood en de eieren en de schalen met vruchten, waren veranderd in -eene groote, hooge, witte taart met zilveren bladeren. - -"Juist waar Pip nu zit," zeide mevrouw Hassal, "en hij hielp Esther -met de taart, omdat zij haar met zijn sabel sneed. Wat heb je toen -een groot gat in het tafelservet gemaakt, Esther, het was mijn beste -damasten met de convolvulus-bladeren, maar ik heb het natuurlijk -gestopt!" - -Baby had haar kop omgeworpen, en de koffie liep nu over haar heen en -over haar bord en over Bunby, die naast haar zat. - -Zij barstte in tranen uit van vermoeidheid, en omdat zij zenuwachtig -was door al het nieuwe, dat haar omringde. Zij gleed van haar stoel -en onder de tafel. Meg tilde haar op. - -"Mag ik haar naar bed brengen?" zeide zij. "Zij schijnt doodelijk -vermoeid." - -"Mag ik ook naar bed?" sprak Nellie, terwijl zij haar ontbijt verder -liet staan en haar stoel naar achteren schoof. "Ik heb zulk een slaap!" - -"En ik dan!" Bunby at in vliegende haast alles wat op zijn bord lag -en stond op. "En die akelige koffie loopt in mijne laarzen!" - -En dus, juist toen de zon begon te glimlachen en de tranen van den -hemel weg te jagen, gingen zij allen naar bed om de schade van den -onrustigen nacht in te halen, en het was zes uur en weer theetijd -voor een van hen de oogen opende. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XVI. - -YARRAHAPPINI. - - -Yarrahappini in den zonneschijn, dien zonneschijn, die den zilveren -draad van den thermometer tot 100° doet stijgen! - -In de verte teekende zich aan drie zijden met eene zachte blauwe lijn -eene heuvelreeks met bosschen af. En in den omtrek van het woonhuis -waren de boomen krachtig en heerlijk groen, en de bloemen prijkten -met een rijkdom van kleuren. - -Maar de vlakte, die zich daartusschen uitstrekte, was bruin. Haar -bedekte verzengd gras, hier en daar afgewisseld door een plek -vaalgroene halmen, terwijl kleine boschjes de ruggen der heuvels, die -eenige afwisseling brachten in de rechte lijn der velden, bedekte, -en weer in de hellingen verdwenen, waar gras en doorngewas welig -groeiden. Het hoofdstation bestond uit een klein dorp op den top -van een heuvel. Jaren geleden, toen Esther niet grooter was dan haar -kleine Generaal nu, had er alleen eene ruw getimmerde woning gestaan -op den heuveltop, met een paar hutten van boomschors als bijgebouwen. - -En Mr. Hassal was van den morgen tot den avond in het zadel geweest, -en had harder gewerkt dan twee van zijne drijvers samen, en mevrouw -Hassal had hare liefhebberijen laten rusten, hare handwerken, hare -guitaar, haar schilderdoos, en had geschrobd en gekookt en gewasschen -als menige vrouw van een landbezitter vóór haar gedaan had, tot de -angstig verbeide wolmarkt hun betere dagen bracht. - -Toen verrees eene groote, steenen woning juist tegenover het kleine, -oude buitenhuis met zijn door flesschen afgeperkt tuintje, waar -nooit iets aristocratischers te zien was geweest dan de snuitjes -van biggetjes en scharlakenroode geraniums. Het was een zeer mooi -buitenhuis, met eene menigte luchtige kamers, vele vensters en een -diepe veranda. Het kleine roode gebouwtje was keuken, buitendien -bevatte het kamertjes voor de twee dienstmeisjes, en aan het groote -woonhuis was het met eene overdekte gang verbonden. - -Een honderd ellen ver weg stond eene woning, die twee vertrekken -bevatte, en bewoond werd door den zoon van een Engelschen baronet, -die tegen zeventig pond in het jaar en vrijen kost, de boeken van -Yarrahappini hield en het opzicht voerde over de magazijnen. - -Nog wat verder stonden twee hutten van boomschors, zij waren tegen -elkaar aan gebouwd. Tettawonga, een oude, kromme inboorling, woonde -in de eene, en voerde weinig meer uit, dan rooken, en iederen morgen -vertellen, wat hij van het weer dacht. Twintig jaar geleden had hij -meegeholpen om een stevig fundament te maken voor het roode woonhuis, -dat geheel gereed gebouwd daarheen was gebracht op een grooten, -door ossen getrokken wagen. - -Voor vijftien jaar had hij met zijn tomahawk een van twee -struikroovers, die zich in Yarrahappini poogden te nestelen, in de -afwezigheid van den eigenaar gedood, en had hij de kleine bevende -mevrouw Hassal en Esther naar eene veilige plaats gebracht, was -teruggegaan, en had den anderen een slag op het hoofd gegeven, die -hem bedwelmde, tot hulp kwam opdagen. - -Zoo had hij zich natuurlijk een recht verworven op de hut en het -dagelijksch rantsoen en de pijp, die nooit van zijne lippen kwam. - -Twee werklieden van de bezitting woonden in de andere hut, wanneer -zij niet uit waren naar veraf gelegen weiden. - -Vlak bij het huis was een groot, waterdicht gebouw, met eene zware, -van een hangslot voorziene deur. - -"O, laten we daar eens ingaan," zeide Nell, aangetrokken door de -grootte van het hangslot; "het ziet er uit als een huis, waarin -schatten geborgen worden, uit een boek. Mogen we er niet in, -grootmamaatje?" - -Zij waren bezig alle gebouwen te verkennen--de zes kinderen in een -troepje, mevrouw Hassal, die zij allen "grootmamaatje" noemden, -zeer tot haar genoegen, en Esther met den jongen. - -"Je moet het gaan vragen aan Mr. Gillet," zeide de oude dame, "hij -bewaart de sleutels van het voorraadshuis. Kijk, hij woont aan den -overkant in dat huisje naast het waterreservoir, en spreekt beleefd, -kinderen, alsjeblieft!" - -"Zulk een beschaafd man," zeide zij zachtjes tot Esther, "zoo knap, -zoo welgemanierd, als hij alleen maar niet zoo dronk." - -Meg en Judy gingen, met Baby achter haar aan rennende, zoo vlug als -hare korte beentjes het haar veroorloofden. - -"Binnen!" zeide eene stem, toen zij klopten. - -Meg aarzelde zenuwachtig, en een man opende de deur. Een groote, -magere man, met rustelooze, zwaarmoedige oogen, een bruin, breed -voorhoofd, en zorgvuldig geknipten baard. - -Judy deelde mede, dat mevrouw Hassal hen gezonden had om de sleutels, -als hij er niet tegen had. - -Hij verzocht haar binnen te komen en te gaan zitten, terwijl hij naar -het gevraagde zocht. - -Meg was verwonderd over de kamer, gelijk hare blauwe oogen duidelijk -te kennen gaven, want zij had alleen maar van hem hooren spreken als -van den magazijnmeester. Er was een boekenrekje, waarop zij Shakespeare -en Browning en Shelley en Rosetti en Tennyson, William Morris en vele -anderen zag, waarvan zij vroeger nooit gehoord had. Er hingen aardig -in een lijst gezette photographieën en gravures van Engelsche en -Europeesche tafereelen aan de muren. Er was een klein geëmailleerd -zilveren vaasje op een hoekje, en eenige bloemen met lange ranken -bloeiden daarin. De tafel met de overblijfselen van het ontbijt er -op, was even keurig op kleine schaal als die, welke zij zooeven had -verlaten, in het groote woonhuis. - -Hij kwam uit de binnenkamer terug met de sleutels. "Ik was bang, dat -ik ze op eene verkeerde plaats gelegd had," zeide hij. "De middelste -past op het hangslot, Miss Woolcot; de dikke koperen is voor de twee -kisten, en de lange stalen voor de kast." - -"Dank u vriendelijk; ik vrees, dat wij u bij het ontbijt gestoord -hebben!" zeide Meg, terwijl zij opstond en eene kleur kreeg, omdat -zij dacht, dat hij hare verbazing over het boekenrekje had opgemerkt. - -Hij deed, alsof hij hare verlegenheid niet merkte en hield de deur voor -haar open, met eene buiging, waar wel iets hoffelijks in was. Althans, -dit vond Meg, terwijl zij vol verbazing er over peinsde, hoe het -kon, dat men gezouten vleesch bij den centenaar en kisten vol meel -bezat. Hij keek haar na, toen zij over het gras liepen--ten minste -hij keek naar Meg in haar luchtig mousselinen japonnetje met licht -blauw ceintuur, Meg met haar strooien zonnehoed en haar glanzende -vlecht van kroezend haar, die tot op haar middel hing. - -Judy's lange zwarte beenen en verkreukt batist kleedje hadden niets -schilderachtigs. - -Mevrouw Hassal maakte het hangslot van het voorraadshuis open. Welk -een koor van "o's!" en "hè's!" rees er op uit de kinderen. - -Baby had nog nooit in haar leven zooveel suiker bij elkaar gezien; -naar haar gezichtje te oordeelen, was zij wel gaarne een paar uur -alleen in deze groote kamer geweest. - -En dan de krenten! Er was een groote houten kist boordevol--het -zouden wel ongeveer vijftig pond zijn, dacht mevrouw Hassal, toen -zij er haar naar vraagden. - -Bunby nam stil een handvol weg en stopte die in zijn zak, terwijl -iedereen bezig was naar den berg van kaarsen te kijken. - -"Zelf gemaakt, liefje, natuurlijk!" zeide de oude dame. "Wel, ik -zou er niet toe kunnen overgaan eene gekochte kaars te gebruiken, -evenmin als gekochte zeep!" - -Zij liet hen de groote staven van zuiver ruikende, gele zeep zien, -en fijnere, lichter gekleurde voor de waschtafel. - -Hammen en zijden spek hingen in groot aantal aan de balken. "Dit zijn -schapenhammen," zeide zij, wijzende naar een gedeelte. "Die heb ik -voor de drijvers." - -Pip wenschte te weten, of het de bedoeling was, dat het magazijn hun -moest dienen voor hun geheele leven, er was genoeg; hij was verbaasd -te hooren, dat het iedere zes maanden opnieuw voorzien werd. - -"Twintig tot dertig man, dat zijn dus de grenswachters en drijvers -op verschillende gedeelten der bezitting, en tweemaal dit aantal -in scheer- of drijfjachttijd, om niet te noemen de daglooners, -die iederen dag hier werken--het is, alsof men een leger voedt, -kinderen!" zeide zij. "En dan moest ik toch ook zorgen, voor jelui -allen genoeg voorraad te hebben--vooral voor Bunby." - -Zij knipoogde schalks met hare kleine, grijze oogen, toen zij naar -dien kleinen jongen keek. - -"U kan ze terugkrijgen," zeide Bunby, half pruilend. Hij haalde een -half dozijn krenten uit zijn zak te voorschijn. "Ik had niet gedacht, -dat het u iets kon schelen, bij zulk eene menigte; wij hebben maar -eene flesch vol thuis." - -Waarop de oude dame hem op zijn hoofd tikte, een blik openmaakte, -en zijne handen met vijgen en dadels vulde. - -"En moet u iederen dag voor al die mannen koken?" zeide Meg, benieuwd -welke keukenkachel daar groot genoeg voor zijn kon. - -"Neen, schatje!" antwoordde de oude dame. "Wel neen! Iedere man -zorgt voor zich zelf in zijne eigen hut; zij krijgen zelfs niet eens -brood, alleen porties meel, om voor zich zelf hun twaalfuurtje te -bereiden. Ook geven wij hun eene bepaalde hoeveelheid vleesch, thee, -suiker, tabak, kaarsen, zeep en nog het een en ander." - -"Waar bewaart u de wol en zulke dingen?" zeide Pip, wiens geest zich -verheven gevoelde boven de zelfgemaakte kaarsen; "ik kan geen enkele -loods of iets dergelijks ontdekken." - -Mevrouw Hassal deelde hem mede, dat die op een mijl afstand stonden, -bij het riviertje, waar de schapen op een bepaalden tijd van het -jaar gewasschen en geschoren werden. Maar de hitte was te groot, dan -dat zelfs Pip verlangde, om juist nu er heen te gaan; dus namen zij -Mr. Hassal in beslag, verlieten grootmama met Esther, den Generaal en -Baby, en gingen naar de uit baksteen gebouwde stallen in de nabijheid. - -Daar waren drie of vier voertuigen met kappen, maar in het geheel -geen paarden, deze waren verderop in de weiden. Zij liepen over het -grasveld den heuvel op. Een half dozijn paarden gaven gehoor aan een -eigenaardig gefluit van Mr. Hassal; de andere waren wilde, ongetemde -dieren, die de manen schudden en op het zien van menschen naar de -verst afgelegen gedeelten, waar de boomen groeiden, vluchtten. - -Pip koos er een uit, een grijs, met lange harddraverspooten, en -een smallen mooien kop; hij was wat trotsch, dat hij verstand van -paarden had! Judy koos een zwart, met roodachtige, beweeglijke oogen, -maar Mr. Hassal stond het haar niet toe, daar het een wisselvallig -temperament had, en dus moest zij zich tevreden stellen met een bruin -diertje, met zachten, satijnachtigen neus. - -Meg vraagde om een "heel erg mak" op fluisterenden toon, zoodat Judy -en Pip haar niet konden hooren, en kreeg een oud beestje, dat mevrouw -Hassal achttien jaar geleden gedragen had. Ieder dier was bestemd om -geheel ter beschikking te staan van het jonge volkje, gedurende hun -verblijf te Yarrahappini. Maar de ritjes moesten plaats hebben voor -het ontbijt of na de thee (werd hun gezegd), als zij er eenig genoegen -van verwachtten; het was anders te warm om paard te rijden. Nellie -was teleurgesteld in de schapen, uitermate teleurgesteld. Zij had -verwacht, groote, sneeuwwitte dieren te vinden, die tam zouden zijn, -en haar zouden toelaten, linten om hunne nekken te strikken, en hen -rond te leiden. - -Van den heuveltop zag zij den volgenden morgen het eene omheinde -grasveld na het andere, elk met eene bruine, langzaam bewegende massa; -zij rende naar beneden, door den zonneschijn, met Bunby, om ze van -dichterbij te bekijken. - -"O, hoe jammer!" riep zij uit, en ware tranen van teleurstelling -sprongen haar in de oogen, toen zij de groote, luie dieren met hunne -lange, vuile, gehavende vachten zag. - -"Wacht maar een tijdje, vrouwtje!" zeide Mr. Hassal. "Wacht maar, -tot dat wij ze baden!" - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XVII. - -DE RUNDEREN VAN YARRAHAPPINI. - - - "De wilde stugge kudde te drijven in de omheining ... - Met een loopend vuur van zweepen en vurig hoefgetrap ...." - - -Pip kan nauwelijks slapen op een nacht, een maand na hunne aankomst, -daar hij dacht aan de vee-drijfjacht, die op het programma stond voor -den volgenden dag. Hij was aan het zoeken geweest naar de eene of -andere nieuwe bezigheid, want hij was een jongen, voor wien afwisseling -het zout van het leven was. In het begin was hij er zeker van geweest, -nooit het konijnenschieten vervelend te gaan vinden. Mr. Hassal had -hem het "aardigste, bovenste beste geweertje" gegeven, en Tettawonga -was den eersten dag met hem uitgegaan, en had zijne opgetogenheid, -dat hij er twee geschoten had, met groote minachting bejegend. - -"In de boschjes, konijn genoeg. Jager kan gaan naar het noorden, -naar het zuiden, jager kan gaan waarheen hij wil. Bah, ieder goed -prikkeldraad doet, elk goed vergif doet. Bah!" - -Maar Pip kon niet zoo spoedig ontmoedigd worden en dacht werkelijk, -dat hij den Yarrahappinischen staat een groot voordeel gedaan had, -door die twee zachte, vlugge, bruine diertjes te schieten. Hij nam -ze mee naar huis, en liet ze vol trots aan de meisjes zien, maakte -zijn volkomen schoon geweer schoon, en ging den volgenden dag met -zijne uitvallen voort. - -Tettawonga nam zijne pijp van zijne lippen, toen hij hem weer zag, -en lachte, een luiden, gichelenden lach, die Pip rood deed worden -van drift. - -"Morgen en morgen weer! Konijn nu gauw weg gaat. Jongen komt met groot -geweer, konijn dadelijk bang is, gaat onder den grond. Ha, ha, hi, hi!" - -Pip begreep zijn gebrekkig Engelsch genoeg om te weten, dat met hem -den draak gestoken werd, en zeide hem boos: "zijn zottepraat voor -zich te houden." - -Daarop schouderde hij het geweer, waarop hij zoo overmatig trotsch -was, en ging naar den anderen kant van de prikkeldraadomheining, -waar het gelukkig jachtterrein was van het kleine knaagdier, dat -Mr. Hassal belette rijk te worden. - -Hij schoot er dien dag vijf, den volgenden vier, den daarop volgenden -zeven, maar na een tijdje begon het hem te vervelen, en ging hij op -vogels jagen, met meer plezier, maar minder zekerheid van de vangst. - -Iederen dag was tot aan den rand gevuld met genietingen, en was het -alleen maar niet zoo ontzaglijk warm geweest, dan zou die eerste -maand te Yarrahappini er een geweest zijn, van volkomen tevredenheid -en geluk. - -En nu was er de vee-drijfjacht! - -Het ontbijt werd op den morgen van de groote gebeurtenis zeer vroeg -gebruikt; tegen half zes was het reeds afgeloopen, en Pip, in een -koorts van rusteloosheid, vertelde aan Mr. Hassal, dat hij er zeker -van was, dat zij te laat zouden zijn, en alles misloopen. - -Judy had ijverig gepleit, om toestemming te krijgen mede te gaan, maar -iedereen zeide, dat hiervan geene sprake kon zijn--het werd zelfs in -twijfel getrokken, of het verstandig was Pip toe te staan het gevaar -onder de oogen te komen, dat onafscheidelijk is van het drijven van het -wildste gedeelte der kudde, dat van veraf gelegen weiden was opgejaagd. - -Maar hij had zoo naar den dag verlangd, en zich zoo doelmatig gekleed, -dat Mr. Hassal niet het hart had, hem thuis te laten. - -Hij kwam naar beneden om te ontbijten in een baaien hemd en een oude, -saaien broek, om zijn middel vastgemaakt met een lederen gordel, in -welken een ontbloot dolkmes, pas geslepen, los weg was gestoken. Geen -overreding kon hem er toe brengen eene jas te dragen, noch het mes -in de scheede te bergen. - -Het grijze paard werd om het huis naar de trap der veranda gebracht, -evenals Mr. Hassal's prachtig rijdier. Mr. Gillet zat op een goed -onderhouden appelschimmel; hij had drie zweepen met houten handvat, -twee van wel zestien voet lang, de derde was korter, en deze bood -hij Pip aan. - -Het gelaat van den jongen gloeide. "Hoera, Fizz!" riep hij uit, en hij -stond in de stijgbeugels op en zwaaide de zweep om zijn hoofd. "Wat -zou je er voor geven, om van plaats te ruilen?" - -Hij drukte de sporen in de zijden van het paard en stortte zich -holderdebolder in een wilden galop den heuvel af. - -Het was anderhalve mijl naar de omheinde grasvelden voor de kudden, -en daar heerschte de grootste opgewondenheid. - -Pip kon niet begrijpen van waar al die mannen gekomen waren. Er -waren wel twintig of dertig drijvers; scheerders, die niets te doen -hadden; twee inboorlingen, buiten Tettawonga, die rookte en slaperig -en vergenoegd toekeek, en verscheidene andere werklieden der bezitting. - -Op het eerste omheinde grasveld waren vijfhonderd stuks vee, die -daar den nacht te voren in gedreven waren, en die nu den aanblik -van een zee van wildzweepende staarten en hoorns aanboden.--Wat een -hoorns!--groote, gekromde, angstverwekkende hoorns, waarmede zij -elkander openreten en woedend bevochten, daar zij zagen, dat zij niet -bij den gemeenschappelijken vijand konden komen. - -In het eerste oogenblik voelde Pip zich een weinig afkeerig de veilige -plaats op den rug van zijn paard te verlaten. Het gedreun van de -hoeven en hoorns, de wilde aanvallen, gedaan door de wanhopige dieren -op de omheining, deden hem verwachten, deze iedere minuut krakend te -zien bezwijken. - -Maar al de anderen waren gaan zitten op de bovenste dwarslat van de -omheining, en keken neer op de verwoede dieren; daarom maakte hij -ten slotte zijne teugels aan een boom vast en trad omzichtig vooruit, -om dit voorbeeld te volgen. - -Op een plotseling signaal van Mr. Hassal lieten de mannen zich aan -beide zijden aan den binnenkant der omheining zakken. Het doel was -een tweehonderd stuks vee in de aangrenzende versterkte omheining, van -welke het hek wijd open stond, te drijven. Pip was hoogst verwonderd -over den moed der mannen; voor een oogenblik had zijn hart in zijn -keel geklopt, toen de eene stier na den anderen zich een weg door -hen trachtte te banen; maar de lucht weergalmde van zweepgeklap en -van het geluid van stokslagen, en het eene beest na het andere trok -naar het midden terug, den kop druipend van bloed. - -Toen holde een ontzaglijk groot zwart dier, met een gebrul, dat -den grond scheen te doen trillen, woest springend naar het hek; -de geheele kudde kwam achter hem aan. Bliksemsnel vormden de mannen -achter hen eene rij, schreeuwend, gillend, klappend met de zweepen, -om ze vooruit te drijven. Pip vloog op, en hitste ze aan, geheel -buiten zich zelven van opwinding. Toen hield hij zijn adem weer in. - -Mr. Hassal en een van de inboorlingen slopen behoedzaam vooruit, -langs den doorgang, door welken de onstuimige stroom van hoorns en -ruggen zich stortte. Een half dozijn krachtige slagen van de mannen, -en de laatste aanvoerder deinsde één oogenblik achteruit, de troep -achter zich terugdringend. - -In dit oogenblik hadden de twee mannen de sluitboomen dichtgeschoven -en de kudde was in twee gedeelten verdeeld. - -Wederom twee rijen drijvers, zweepgeklap, gebrul, bloed, hoorns, -huiden, en hoeven in de lucht, en een veertig- of vijftigtal was -binnen de derde omheining geborgen,--eene lange, nauwe ruimte met -eene opening aan het eind, leidende naar de eindafdeeling. - -Pip leerde van Mr. Gillet het doel van deze afscheiding: sommige -der dieren waren bijna waardeloos, men had hen aan een opkooper -toegewezen voor een paar pond het stuk, enkel de waarde van de hoorns, -de huid en het vleesch. Andere waren voortreffelijke, vette beesten, -gereed voor den slager en de markt van Sydney. En andere weer bleken -buitengewoon schoone dieren van groote waarde als fokvee, en moesten -in een afzonderlijk perk gebracht worden. - -De man bij den laatsten doorgang verrichtte bet hoogst gewichtige werk -van het uitkiezen. Hij was gewapend met een korten, dikken stok, en -terwijl de andere mannen de dieren naar hem toe dreven, besliste hij -bliksemsnel tot welke klasse zij behoorden. Een hevige slag op den -neus, eene vlugge opeenvolging van harde slagen tusschen de oogen, -en het meest woeste beest deinsde verblind terug waarheen de drijver -het zond. Den geheelen dag werd het werk voortgezet, en juist toen -de groote, warme, purperen schaduwen schuin over de vlakten begonnen -te vallen, verzekerden zij den laatsten sluitboom, was het gevecht -afgeloopen, en waren de dieren in de voor hen bestemde perken. - -Pip at genoeg gezouten vleesch en ander voedsel om hem half dood -te maken, dronk meer thee dan waarover hij ooit beschikt had op -één avond in al zijn veertien jaar, slingerde zich in zijn zadel, -daarbij den oudsten drijver zoo goed mogelijk nadoende, en bedacht, -dat als hij slechts eene zwarte, leelijke pijp zooals Tettawonga -en de andere mannen kon hebben, zijn geluk volmaakt en hij een man -geworden zou zijn. - -Hij kwam thuis "zoo moe als een hond", en vermaakte zijne zusters en -Bunby met een levendig verhaal van de gebeurtenissen van den dag, -terwijl hij breedvoerig uitweidde over zijne eigen kracht en de -menigvuldige gevaren, waaraan hij ontsnapt was. - -Den volgenden dag reden Esther en Judy met de anderen naar de omheinde -grasvelden om vee te zien wegdrijven. - -De besten van het gedeelte, die Mr. Hassal alleen verlangd had af te -scheiden, niet te verkoopen, waren door het hek naar buiten gedreven, -terug naar hunne vroegere velden en weiden. - -De "landopeters", een honderd vijftig stuks, met een half dozijn -drijvers, gezeten op de beste paarden der bezitting, die voor -hen uitgezocht waren, werden bevrijd uit hunne opsluiting, in een -toestand van waanzinnige woede, met veel geklap van zweepen en gegil, -samengedreven tot eene kudde, en over de vlakte voortgejaagd in de -richting van den weg. En een uur of twee later werd de beste troep -slachtvee weggeleid, en wederom heerschte er rust op Yarrahappini. - -Gedurende de twee dagen van opwinding hadden alle kinderen omtrent -hunne toekomst een besluit genomen. Zij hadden allen beroepen gekozen -van landelijken aard. - -Pip was van plan drijver te worden en vee te merken en kudden op te -jagen, zijn geheele leven door. Judy besloot zijn aide-de-camp te zijn -op voorwaarde, dat hij haar in het zadel liet blijven, en haar eene -even lange zweep als hij had, verschafte. Meg dacht, dat het haar wel -zou aanstaan, den rijksten squatter van Australië te trouwen, en den -Gouverneur en den Premier te logeeren te krijgen voor jachtpartijen -en dergelijke dingen, en bals te geven, waarheen alle menschen uit -honderd mijlen in den omtrek zouden komen. Nell besloot, dat zij zeep -en kaarsen, zoowel gekleurde als ongekleurde zou maken, als zij tot -de jaren des onderscheids zou gekomen zijn, en Baby had grooten zin -kampen vol lieve lammertjes te houden, die nooit schapen werden. - -Bunby geraakte over geen dezer plannen in vuur. - -"Ik zou liever willen zijn, zooals Mr. Gillet!" zeide hij, en zijne -oogen keken droomerig. - -"Daar zou ik voor danken. Geen boeken en cijfers! Geef mij een gedeelte -van Salt Bush, en eenige duizenden schapen!" zeide Pip. - -"Hoor hij, hoor hij!" riep Judy er tusschen. - -"Ezels!" zeide Bunby op een toon van groote minachting. "Bewaart -Mr. Gillet niet de sleutels van het magazijn?--denk dan toch eens -aan de krenten en vijgen!" - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XVIII. - -DE PICNIC TE KRANGI-BAHTOO. - - -Esther was naar een bal gegaan, niet in eene lichte japon met groote -pofmouwen, met lagen hals, verrukkelijk schoon onder haar châle en -kanten, niet door den duisteren nacht naar eene zee van licht en -liefelijke muziek. - -Zij was gegaan, in het heldere licht van den morgen, in eene linnen -japon met lichtblauw overhemd, een matrozenhoedje, en eene reisvoile. - -Onder den bok, waarop Mr. Hassal zat, stond eene doos, waarin zich -eene mooie japon bevond van lichtgele zijde, opgemaakt met luchtig -chiffon. En daar waren gele schoenen en kousen, een veeren waaier in -eene hoedendoos op haar schoot, en een keurige onderrok met sleep, -versierd met allerliefste strookjes, die Meg hartelijker dan ooit -deed verlangen, groot te zijn. Maar geen van deze dingen zou nog in -de eerste uren worden gebruikt. - -Het bal had plaats in eene woning, die de kleinigheid van vijf en -vijftig mijlen ver van Yarrahappini gelegen was, en dus had zij -natuurlijk tamelijk vroeg moeten vertrekken, om zich op haar gemak -te kunnen "mooi maken" zooals Pip dit noemde. - -De kinderen zouden, als eene vergoeding daarvoor, dat zij aan dit -genoegen geen deel konden nemen, onder elkander een buitengewonen -picnic mogen houden. - -In de eerste plaats was de plek, die zij daarvoor uitgekozen hadden, -veertien mijlen ver; in de tweede plaats zou de reis daarheen niet -in alledaagsche rijtuigen of op gewone paarden gemaakt worden, maar -op een sleeperswagen, getrokken door een span van twaalf ossen. - -Een grenswachter had gemeld dat een prachtige gomboom, dien zij lang -den Koning der Koree's genoemd hadden, door eene hevige windhoos -omgewaaid was geworden, en Mr. Hassal beval dadelijk dat, hoe groot -de moeite ook zijn zou, hij weggehaald moest worden om eene soort -van dam dwars door het riviertje te Krangi-Bahtoo, de plaats, waar -men den picnic wilde houden, te vormen. De gevallen woudreus lag -twintig mijlen van het woonhuis, en zes mijlen van Krangi-Bahtoo; -en de afspraak was, dat de wagen het gezelschap veertien mijlen ver -zou rijden, dan den boom zou halen, en hem bij het riviertje brengen, -waar hij voorloopig kon blijven liggen, en vervolgens de kinderen in -de koelte van den avond weer als rijtuig zou dienen. - -Wanneer het niet zijn plan geweest was zijne dochter op het bal -te vergezellen, zou Mr. Hassal zelf gegaan zijn om een oog op de -werkzaamheden te houden. Nu vertrouwde hij echter den grooten kar -aan vier mannen toe, en gelastte hun, een paar helpers te gaan halen, -wanneer zij aangekomen zouden zijn. - -Krangi-Bahtoo--of Eendenwater, zooals wij, minder welluidend, zouden -zeggen--was de naam van den oorsprong van het riviertje, dat den -grond uitholde en een poel vormde, tot het zich juist op dit punt -een weg begon te banen, tusschen steile rotsen door en losse steenen, -waar de kangoeroes dartelden en met de jagers verstoppertje speelden, -terwijl het beschaduwd werd door blauwe gomboomen en roode gomboomen, -die zich in den blauwen hemel daarboven schenen te verliezen. - -Tettawonga had verteld van een geest, die daar woonde, waar het -borrelende water een vijver vormde, een diepen schoonen vijver, -welks oevers door fijne varens sierlijk omlijst werd, en welks -waterspiegel de zware, dichte boomen, die hem als met een gordel -omgaven, weerkaatste. - -Het water had daar leven gebracht, de zwarte zwaan bouwde zijn nest -tusschen het grasachtige riet, de wilde eend nam in zig-zag lijnen -zijn vlucht. In de boomen huisden de orgelvogel, de glansspreeuw, -eenige soorten van paradijsvogels, en vervulden de lucht met geluiden, -hoewel dan ook niet met liefelijk gezang. En de bruine, de zwarte, en -eene menigte andere vergiftige slangen gleden kronkelend tusschen de -gevallen bladeren en het gras, en hielden zich gereed, elken indringer -te ontvangen. En zoo kwam het, dat er eene voorwaarde verbonden was -aan den picnic, die den kinderen overigens zoo van harte gegund werd. - -Een ieder mocht medegaan, en mocht op den ossenwagen meerijden, -maar de picnic moest op eenigen afstand van het ravijn gehouden -worden en niemand had verlof zich daarheen te begeven, op straffe -van oogenblikkelijk terug naar Sydney gezonden te worden. - -Zij beloofden allen, dit bevel te zullen opvolgen. Mevrouw Hassal, -nietig als zij was, verstond de kunst, zich onvoorwaardelijk te -doen gehoorzamen. - -Toen werd er een ongelooflijk aantal manden, volgepakt met allerlei -heerlijke eetwaren, op den wagen gezet. - -Mr. Gillet zou medegaan, om de kinderen niet geheel onder elkaar te -doen zijn, en om op te passen dat niemand een zonnesteek kreeg. - -Hij had Heine in den eenen zak als voorbehoedmiddel tegen de -verveling, die deze lange, ongewone dag misschien zou meebrengen; -een zwaarlijvigen, uitpuilenden Tennyson in den anderen, en een -pak Engelsche couranten onder zijn arm, toen hij op den wagen klom, -waar alle zeven reeds gezeten waren. Alle zeven? Zeker. - -Judy had zonder den Generaal niet van de partij willen zijn, en had -gezegd "met haar leven er voor te zullen instaan," dat hem geene -ongelukken zouden overkomen. - -Mr. Gillet keek bijna verstoord, toen hij het geheele troepje aanwezig -vond, zonder dat de tot ondeugendheid neigenden thuis bleven, of iemand -anders buiten hem zelven mee ging, die eenig gezag kon uitoefenen. Een -oogenblik twijfelde hij, onder de gegeven omstandigheden, aan zijn -persoonlijk overwicht. - -Judy ving den weifelenden blik op. - -"U zegt bij u zelven een gedicht op, Mr. Gillet!" zeide zij. - -"Ik?" sprak hij, en keek verwonderd. "Werkelijk niet. Waarom denkt -u dat, Miss Judy?" - -"Ik kan het duidelijk hooren!" zeide zij. "Uwe oogen vertellen er van, -en uw linker oor, om niet te spreken van de punten van uw snor." - -"Judy!" riep verwijtend Meg, die door de eene of andere omstandigheid -buitengewoon stil was. - -Hij wendde voor, boos te zijn--sloot zijne oogen, hield zijn linker -oor vast, en bedekte zijn snor. - -"Wat zouden ze kunnen zeggen?" sprak hij. - - - ""O, dat ik was waar 'k wilde zijn! - Dan was ik niet, waar ik nu ben; - Maar waar ik ben, daar moet ik zijn, - En waar ik 't wilde, kan ik niet." - - -Meg, ik verzoek je vriendelijk uit te scheiden, met op mijne teenen -te trappen!" - -En zoo werd Mr. Gillet zelfs vroolijk en spraakzaam, om te toonen, -dat hij zich amuseerde, en de ossen werden aangestoken door den -opgewekten geest, die achter hen heerschte, en bewogen zich een klein -weinig sneller voorwaarts dan slakken. Toen zij ongeveer tien mijlen -ver gekropen waren, begon de langzame beweging en de hitte, die op -hen neerviel, hen een weinig te kalmeeren. - -"Als er niet iemand is, die een liedje zingt, of een verhaal vertelt, -of iets voordraagt, of een grapje vertoont, dan stap ik uit en prik -de ossen met mijn hoedenaald!" zeide Judy. - -Zij stond op om hare stijf geworden beenen te ontspannen, en poogde -zelfs een pas-de-seul uit te voeren, maar een gleuf in den weg was -oorzaak, dat aan hare bewegingen alle bevalligheid ontbrak. Zij viel -weer op den wagen neer. - -"Hoe zou u het vinden, als ik u eens eenige gedichten voorlas, Miss -Meg?" zeide Mr. Gillet. - -Zijne hand tastte naar zijn zak, de groote, zware Tennyson werd te -voorschijn gehaald; maar Judy en Pip en Bunby en Nell en Baby deden -een kreet van verontwaardiging hooren. - -"Dan zou ik nog liever uit willen stappen en de ossen en alles -voortslepen!" zeide Pip; dus werd het boek weer weggeborgen. - -"Een verhaaltje over het een of ander," zeide Judy,--"over een -koekoeboerra, als u niets beter verzinnen kan!" - -Zulk een vogel--met een deftig, geheimzinnig uiterlijk--zat op -eene haag aan den kant van den weg, en zoo kwam juist hij Judy in -de gedachten. - -"Wel, u zou een vervelender verhaaltje kunnen hooren dan dat wat ik ken -over den koekoeboerra, of goboerra of landmansklok--of hoe u hem wil -noemen," zeide Mr. Gillet, en streek peinzend langs zijn snor; "maar -eigenlijk is Tettawonga de man, om deze oude legenden te vertellen; -wat ik u zal mededeelen, is dus maar een verhaal uit de tweede hand, -en vrij vertaald." - -Judy zette zich tot luisteren, en wiegde den Generaal heen en weer, -om hem stil te houden. - -"Wacht even tot ik deze vrucht naar hem heb geslingerd"--zeide Pip, -haalde er een uit zijn zak, en verdreef den vogel van de haag. "Hij -mocht eens de leugens, die er over hem verteld worden, hooren en zich -gekrenkt gevoelen." - -"Voor vele, vele jaren," Judy trok den neus op bij dit ouderwetsche -begin, "voor vele, vele jaren," zeide Mr. Gillet, "toen dit jonge land -nog jonger was, en onvergelijkelijk veel schooner, toen Tettawonga's -voorvaderen dapper en sterk en gelukkig waren als zorgelooze kinderen, -toen hun verschrikkelijkste droom hun nog nooit van een tijd had -doen droomen zoo verschrikkelijk als de blanke man over hun ras zou -brengen, toen--" - -"O, spaar ons de inleiding!" pruttelde Pip ongeduldig. - -"Toen," vervolgde Mr. Gillet, "om kort te gaan, een Gouden Eeuw dit -land in zijn zonneschijn hulde, spreidden een jonge koekoeboerra -en zijn wijfje de vleugels uit, en vertrokken naar de purperen -bergen aan gene zijde der gomboomen. Iederen nacht en iederen -dag hielden zij eenigen tijd rust, om zich met wormen, hagedissen, -boschmuisjes en rupsen te voeden, hetgeen toen het eenige voedsel was -der koekoeboerra's. Op een dag, toen zij over een bilwy vlogen--wat -een klein stroompje is, Miss Judy--waren zij zeer verschrikt, toen zij -een wipparoo--de naam, dien Tettawonga aan eene slang geeft, Pip--over -een steen zagen liggen. Hare kop was opgeheven, haar mond wijd open, -en haar nek zeer opgeblazen, en juist boven den kop van het monster -fladderde, angstig klapwiekend en piepend, een mooi klein vogeltje, -dat de koekoeboerra dadelijk herkende als zijnde de jeeda, het kleine -blauwe winterkoninkje. - -"De wipparoo scheen al het mogelijke te doen, om het aardige kleine -diertje, dat van vrees en opwinding bijna uitgeput was, angstig -te maken. Het vloog steeds naderbij, staarde onafgebroken in de -glinsterende oogen der slang, en ten laatste, met een doordringenden -schreeuw, viel het hulpeloos in zijne gapende kaak. De koekoeboerra's -waren zeer bedroefd, toen zij het treurige uiteinde van de arme -jeeda zagen, en vlogen vlug weg uit het gezicht van de vreeselijke -wipparoo. Weldra zagen zij haar echter haastig door het gras glijden, -zonder twijfel op weg naar haar hol na het uitgezochte maal. Zij -kwam langs een blok hout, dat langzaam lag te branden, en zoodra de -wipparoo dit ontdekt had, legde zij zich, daar zij zeer moede was, -er naast neer, en sliep den slaap des onrechtvaardigen. - -"In haar droom zag zij de jeeda weer boven zich fladderen, en -plotseling haar kop ver omhoogstrekkende, opende zij haar vreeselijke -kaken--toen eensklaps het mooie, blauwe vogeltje er zich uit bevrijdde, -en ongedeerd vlug weg vloog." - -"Heb ik van mijn leven!" zeide Bunby. "Ga voort; die was nog handiger -dan Jonas!" - -"De koekoeboerra's waren zoo verheugd, toen zij de wonderbare redding -van de jeeda zagen, dat zij in een luid gelach uitbarstten--de eerste -keer, dat een vogel gelachen heeft. Toen zonk de groote, roode zon, -die Tettawonga en alle Koree's, Euroka noemen, weg achter de oranje -getinte bergen, en de wereld werd grijs. - -"Een slanke, jonge Koree, die kwam aanwandelen, zag de wipparoo, en -met een slag van zijn sterke nulla-nulla, dat, vertaald, een knots is, -scheidde hij haar kop van haar lichaam." - -"Ik zou haar om mijn hoofd gezwaaid en haar rug verbrijzeld hebben, -zooals Tettawonga doet!" zeide Pip. "Weet u zeker, dat hij het ook -niet zoo deed, Mr. Gillet?" - -"Daar zou ik niet gaarne een eed op moeten doen," zeide deze heer, -"aangezien de Koree het tijdelijke met het eeuwige verwisseld -heeft, en dus niet als getuige kan opgeroepen worden. En verder: de -koekoeboerra's sluimerden den geheelen nacht in een dichtbijzijnden -boom; maar toen de zon weer begon haar boog langs den hemel te -beschrijven, ontwaakten zij met een lach op hunne lippen--snavels -moest ik zeggen, Miss Judy--want zij dachten er aan, hoe de jeeda -aan de onbarmhartige wipparoo ontsnapt was. En sedert dien tijd, -zoo sterk werkte dit voorval op hunne lachspieren, bij zonsopgang -en zonsondergang, en ook wel eens tusschen dien tijd, barsten deze -vreemdsoortige vogels in het lachen uit, dat u allen goed kent, en -wanneer zij eene slang zien, pakken zij haar met hunne sterke bekken -en dooden haar, als de Koree deed. - -"Miss Meg, die zilverachtig groene gomboom voor u, duidt Eendenwater -aan." - -Wat waren zij verheugd eindelijk te kunnen opstaan en hunne ledematen -op den grond uitstrekken. Niemand van hen had gedacht, dat met een -ossenspan rijden zoo vervelend, saai en ongemakkelijk was, als het -na de eerste paar mijlen bleek te zijn. - -Toen zette de wagen zijn weg voort. - -"Ik ben benieuwd of zij terug zullen zijn vóór zonsondergang, als zij -niet wat vlugger voortmaken," zeide Mr. Gillet; "het is nu tijd voor -den lunch." - -Zij bevonden zich op een groot grasveld, dat aan eene zijde plotseling -naar het ravijn en het moerassige land afdaalde, hetwelk bekend was -onder den naam van "Eendenwater." - -Groote boomen wierpen hun schaduw aan den eenen kant, en langs den -anderen bevond zich de omheining van prikkeldraad, die aantoonde, -dat zij zich nog niet van Yarrahappini verwijderd hadden; verder op -stond de eenzame hut van een der drijvers. - -Zij gingen gezamenlijk naar hem toe, om hem te spreken en om zijne -eenzame woning te zien, vóór hij zich bij de mannen met den kar zou -gevoegd hebben. - -Zij kwamen in eene kleine kamer, met een grooten haard en een -schoorsteen, waaraan een pan, een ketel, een kop en een lepel -hingen. Er stond een leger in eenen hoek, met een paar blauwe dekens er -op, eene houten tafel en een stoel in het midden van het vertrek. Bij -den haard was eene ruwe kast tegen den muur bevestigd. Zij was van eene -oude zeepkist gemaakt, en bestemd, om levensmiddelen te bergen. Aan -een spijker in de lage zoldering hing een zak van muskietengaas, -en de gonzende vliegen, die hem omgaven, gaven te kennen, dat hij -vleesch bevatte. De muren waren behangen met menig nummer van Het -geïllustreerde Nieuwsblad van Sydney en De Courant voor Stad en Land, -een courant van een maand oud lag op den stoel, waar de eigenaar hem -had neergeworpen. - -De drijver was eene studie in bruine tinten: bruine, droomerige -oogen; bruin, stoffig haar; eene bruine, door de zon uitgedroogde -en verschrompelde huid, een bruine, onverzorgde baard, eene bruine -broek van geribd fluweel, en eene bruine jas. - -Zijne pijp was evenwel zwart--zij zag er uit, alsof zij minstens -twintig jaar was gebruikt geworden. - -"Zou u niet liever dichter bij het woonhuis willen zijn?" vraagde -Meg. "Is het hier niet eenzaam?" - -"Daar merk ik niets van," zeide de bruine man tot zijne pijp of -zijn baard. - -"Wat voer je wel uit als je niet in de velden bent?" vraagde Pip. - -"Rooken," zeide de man. - -"Maar Zondags, en 's avonds?" - -"Rooken," zeide hij. - -"Op Kerstdag," zeide Baby, vooruitdringend om dezen vreemden man te -zien, "wat doet u dan?" - -"Rooken," antwoordde hij. - -Judy wenschte te weten hoe lang hij in het kleine huis gewoond had, -en allen stonden versteld toen zij hoorden, dat hij zeven jaar lang -daarin den meesten tijd had doorgebracht. - -"Verleer je wel eens niet het praten?" zeide zij met eene stem, -waaruit schrik en verbazing spraken. - -Maar hij antwoordde kalm zijn baard dat er toch altijd de kat was. - -Baby had haar reeds gevonden onder de petroleum-aetherkan, die als -emmer dienst deed, en het dier had haar op drie plaatsen gekrabd: -bruin, als haar baas, had zij kwaardaardige oogen, groote snorren en -was mager als een hout; maar eene genegenheid, die reeds jaren bestond, -verbond die beiden. - -Mr. Gillet deelde hem Mr. Hassal's verlangen mede, dat hij de andere -mannen zou vergezellen en bij den boom helpen. - -Hij trok een bruinen hoed over zijn voorhoofd en begaf zich naar -den ossenkar, die den kronkelenden weg opgekropen was tot bij den -heuveltop. - -"Water van de ton, is dichterbij dan de rivier!" sprak hij tot zijne -pijp voor hij heenging, en zij vonden zijn watervoorraad en vulden -hun ketel voor den lunch. - -De gebraden kippen en eendvogels van mevrouw Hassal smaakten -uitstekend, hoewel de zon haar best deed, ze zelfs op de schotels -nog te braden. En de appeltaart en abrikozengebakjes verdwenen snel, -en van de vruchtensalade, welke uit twee hermetisch gesloten flesschen -te voorschijn kwam, bleef geen lepelvol over. - -Mr. Gillet had alles medegebracht om een meelkoek te bereiden, op -uitdrukkelijk verzoek, en maakte na den lunch daartoe aanstalten, -opdat zij den koek bij hun thee 's middags zouden kunnen nuttigen. - -De koek werd zonder twijfel bewonderenswaardig vlug klaar gemaakt. - -Mr. Gillet schudde eenvoudig eenig meel uit een zak op een bord, -voegde daar een weinig zout en wat water bij; toen kneedde hij dit -alles, vormde van het deeg een koek, en legde dezen op de asch van -het vuur, waarna hij hem met de warme, witte asch bedekte. - -"Hoe vies!" zeide Nell, en trok haar mooi neusje op. - -Maar toen hij gaar was, en Mr. Gillet hem opnam en de asch -verwijderde--zie! toen was hij luchtig en licht en prachtig wit. - -Dus aten zij hem, en spraken vol geestdrift af, bij iederen volgenden -picnic in de grasvelden van Misrule zulk een koek te maken. - -Zij vulden twee borden met eetwaren en zetten deze in de kast van den -bruinen man en Mr. Gillet legde zijne ongelezen Engelsche couranten -op den stoel naast de kast. - -"Die courant is een maand oud," zeide hij, ootmoedig, ziende dat Meg -voor de eerste maal dien dag, hem glimlachend aankeek. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XIX. - -EEN LICHTBLAUW HAARLINT. - - - "Zij in haar maagdelijke schoonheid - Als een heiligenbeeld zoo rein-- - Hoe zouden die smarten en zonden, - Voor haar gevaarlijk ooit zijn?" - - -Aanleiding tot de omstandigheid, dat onze aanminnige, bleeke Margaret -karig met hare glimlachjes was geweest, had dezelfde man, die alleen -ze miste, gegeven. - -Eene warme vriendschap was in deze maand ontstaan tusschen het kleine, -bevallige meisje, dat met zulke heldere, blauwe oogen eene toekomst -tegemoet zag, die, dit gevoelde zij, schoon moest zijn, en den man, -welke zooveel doorleefd had, welke terug kon staren op een verleden, -dat zwart en treurig was door zijne eigen schuld. - -Hij reed iederen dag met de meisjes uit, omdat mevrouw Hassal het -niet aangenaam vond, wanneer zij verre afstanden alleen aflegden; -en daar Judy haar paard zelden stapvoets liet loopen, en Meg het hare -niet kon laten galoppeeren, was het natuurlijk, dat hij den geheelen -tijd door aan de zijde der bedaarde en vreesachtige rijdster bleef. - -"U herinnert mij aan een zusje van mij, dat gestorven is!" zeide -hij eens langzaam tot Meg, na een vertrouwelijk gesprek. "Misschien, -als zij nog in leven was, zou ik nu niet zoo verachtelijk zijn!" - -Megs gelaat overtoog een hoogroode blos, en pijnlijk ontroerd keek -zij voor zich. Het kwam haar vreeselijk voor, dat hij zou weten, -dat zij niet onkundig was van zijne afdwalingen. - -"Wie weet, of zij niet om u lijdt!" fluisterde zij zoo zacht, dat -hij haar nauwelijks verstaan kon, en toen deed hare vermetelheid -haar verbleeken, en zij liet haar paard een weinig sneller loopen, -om hare verschrikte blikken te verbergen. - -Op den terugweg viel het lichtblauwe haarlint, dat haar vlecht hield -samengebonden, op den grond. Hij steeg af, en raapte het op. Meg -strekte hare hand er naar uit, maar hij maakte den strik los, en wond -het langzaam om zijne groote hand. - -"Mag ik het houden?" zeide hij met zachte stem. "Als mijn blauwe -lint? Ik ken de voorwaarden, waartoe men zich daardoor verbindt." - -"Als u daaraan zou willen denken--o, als u dat wilde ..." zuchtte -Meg meer, dan dat zij het sprak. Toen kwam Judy aangegaloppeerd, -en zij reden alle drie naast elkander naar huis. Het maakte haar zoo -gelukkig gedurende de warme, lange dagen, die nu volgden; voor een -meisje, dat juist het leven binnentreedt, kan er geen reiner, dieper -gevoel van vreugde bestaan, dan dat wat haar geschonken wordt door -het bewustzijn, dat zij een invloed ten goede uitoefent op een man -of eene vrouw, ouder dan zij zelve, bezoedeld en levensmoede. Arme -kleine Meg! In hare liefelijke, zonnige droomen had zij haar grooten -protégé gezien als wederom zijnde een man onder mannen, met opgeheven -hoofd zijne plaats in de wereld innemende, terugkeerende naar het -moederland en de jonkvrouw afhalende, die volgens hare vruchtbare -verbeeldingskracht daar geduldig op hem wachtte; en, dit alles omdat -zij, Meg Woolcot, zich zijner had aangetrokken, en hem den weg had -gewezen, dien hij moest volgen. - -En toen ging zij zich in een hangmat in de veranda aan de achterzijde -van het huis wiegen, en al hare luchtkasteelen stortten in, en kwetsten -en verwondden haar in hun val. - -Achter haar bevond zich eene dichte kruipende plant, en door de takken -en bladeren heen kon zij Tettawonga hooren praten met de keukenmeid. - -"Mr. Gillet weer aan den gang!" zeide hij, en grijnsde met den kant -van zijn mond, waar de pijp niet was. Meg hief zich in doodelijken -schrik op. Sedert zij te Yarrahappini was, had zij deze uitdrukking -te dikwijls met betrekking tot werklieden van de bezitting hooren -gebruiken, om niet te weten, dat daaronder een aanval van hevige -drankzucht verstaan werd. - -"Goede hemel! Dat verwondert me niets!" zeide de dienstbode. "Hij is -den laatsten tijd veel te matig geweest; ik denk, dat hij geprobeerd -heeft nuchter te blijven zoolang de logés er zijn, maar dat kan hij -toch niet volhouden! Wie heeft nu de sleutels?" - -"Mevrouw Hassal," zeide hij. "Jij haar gaan helpen--hij zal vandaag -wel niet naar de magazijnen omzien, Mr. Gillet--hi, hi, ha, ha!" - -Dat was er dus met hem gebeurd in die drie dagen, gedurende welke -zij hem niet gezien had! Zij had gehoord, dat hij in opdracht van -Mr. Hassal naar de naastbijwonende buren gereden was, maar had er -niet aan gedacht, dat hem zoo iets zou overkomen zijn. Den vijfden -dag had zij hem in de verte gezien, eens, toen hij uit de magazijnen -kwam en eens toen hij buiten zijne eigen deur stond te rooken, en -geen van beide keeren had zij iets buitengewoons aan hem waargenomen, -alleen misschien, dat zijne schouders iets meer gebogen waren. - -Den zesden dag had de picnic plaats. - -Even luchthartig en vroolijk als de anderen kon zij niet zijn, nu zij -zoo teleurgesteld, nu haar vertrouwen in de menschen zoo geschokt was. - -Wat was hij zwak, dacht zij; hoe karakterloos! Al haar medelijden -had plaats gemaakt voor eene jeugdige, diepe verontwaardiging. - -Zij had hem ternauwernood hare hand gereikt, toen zij elkander in den -morgen ontmoet hadden, en was gedurende den langen rit opzettelijk -koud en uit de hoogte tegen hem. - -Na den lunch geraakte het gezelschap verspreid. Judy nam den Generaal -en ging met hem naar den kant der boomen; Pip en Bunby hielden zich -bezig met sprinkhanen vangen; Baby en Nell plukten wilde bloemen. Meg -knielde neer om de lepels en vorken in te pakken en de overgeschoten -eetwaren weer in de manden te leggen, om ze voor de mieren te -beveiligen. - -"Dat zal ik wel doen--u ziet er zoo warm uit, Miss Meg; blijf u maar -kalm zitten!" zeide Mr. Gillet. - -"Dank u, ik wil het liever zelf doen," antwoordde Miss Meg, met -ijskoude kalmte. - -Zij keek hem niet aan, maar hare lippen stonden zoo strak, dat hij kon -vermoeden hoe toornig de blik harer heldere, blauwe oogen zijn moest. - -Hij bood niet nogmaals zijne diensten aan, maar bleef haar met eene -raadselachtige uitdrukking op het gelaat aan zitten staren, terwijl -zij het een en ander inpakte. Toen zij bijna gereed was, haalde hij -iets uit zijn zak te voorschijn. - -"Dit moet ik u terug geven," zeide hij, en overhandigde haar het blauwe -lint, keurig opgevouwen, maar daar, waar het gestrikt was geweest, -kreukels vertoonende. - -Zij nam het aan zonder hare oogen op te slaan, verkreukelde het in -hare hand, en stak het in haar zak. - -"Ik had bijna gehoopt, dat u het mij zou hebben laten behouden, -ondanks alles"--zeide hij, "als een talisman voor de toekomst, maar -uwe lippen zijn te streng, Miss Meg, dan dat ik deze hoop langer zou -kunnen koesteren." - -"Het zou even vruchteloos zijn, als het geweest is!" antwoordde zij -stijf. Maar hare handen bewogen zich zenuwachtig, en zij pakte de -resten van een ham en van een confiturentaart samen in een mand. - -"Dus behoef ik mij geene illusies te maken?" zeide hij. - -"Het zou tot niets leiden!" herhaalde Meg, terwijl zij sinaasappels -en bananen met eene verhoogde kleur opraapte. - -Hij begrijpt niet, hoe slecht hij geweest is, hij denkt, dat alles -maar dadelijk vergeven en vergeten moet zijn, dacht zij. - -Hij ledigde langzaam den trekpot op den grond, sloot hem met zijn -zwart geworden deksel, en bond er eene courant om heen. Toen keek -hij weer naar haar, en de wijze, waarop haar zijdeachtig haar op haar -voorhoofd viel, deed hem aan zijn gestorven zusje denken. - -"Ik smeek u mij het lint terug te geven, Miss Meg!" zeide hij. - -Megs hart en hoofd kampten een hevigen strijd; haar hart was gevoelig -en warm, en zeide haar, het lint te voorschijn te halen, en het hem -dadelijk te geven; het hoofd sprak, dat hij zwaar gezondigd had, en dat -zij hem haar misnoegen moest laten blijken, zelfs wanneer zij hem ten -laatste zijn verzoek zou toestaan. Het hoofd behaalde de overwinning. - -"Mijn invloed is klaarblijkelijk vruchteloos,--dat eindje lint zou -in de toekomst toch niets baten!" zeide zij zeer koud. - -Hij leunde tegen den boom en gaapte, alsof het onderwerp hem verder -geene belangstelling inboezemde. - -"U heeft gelijk!" zeide hij. - -Meg had min of meer een gevoel van verslagenheid. - -"Als u werkelijk veel aan het lint gelegen is, kan u het natuurlijk -hebben!" zeide zij uit de hoogte. - -Zij nam het uit haar zak, en reikte het hem toe. - -Maar hij deed geene poging het aan te nemen. - -"Behoud het en bind er uw haar weer mede vast, juffertje!" zeide -hij. "Inderdaad, ik geloof ook niet, dat het van eenig nut zou zijn." - -Meg ging met gloeiende wangen voort, alles, op te bergen, en hij -stopte zijne pijp en rookte, en sloeg haar al dien tijd lui gade. - -"Het is wel vreemd," zeide hij, meer alsof hij bij zich zelf eene -opmerking maakte, dan dat hij tot haar sprak, "maar de vrouwen, -die er het zachtst uitzien, zijn bijna altijd het hardst." - -Meg opende haar mond om te spreken, maar vond geene woorden, dus -sloot zij hem weer, en begon voor de vierde maal Mevrouw Hassal's -vorken te tellen. - -"Zou u het mij kwalijk nemen, Miss Meg, als ik u een raad gaf, in -ruil voor alles, wat u voor mij deed?" zeide hij, nam zijne pijp -uit zijne mond en keek naar het zilveren beslag, alsof hij de daarop -gegraveerde letters wilde ontcijferen. - -"Zeker niet!" - -Zij legde het pakje neer en keek met kalme, verwonderde oogen tot -hem op. "Zeg wat u wil, ik zal het gaarne aanhooren." - -Hij ging rechtop zitten, en speelde met het uiteinde van een riem, -terwijl hij sprak. - -"U heeft broers," zeide hij, "eens zullen zij dingen doen, die -minder goed zijn,--want alleen vrouwen als u, Miss Meg, en engelen -kunnen altijd het rechte pad blijven bewandelen. Wees niet te hard -voor hen. Doe geene poging, om hen het onderscheid te laten merken -tusschen uwe deugd en hunne verdorvenheid. Zij zullen het duidelijk -genoeg zien, maar het zal hun niet aangenaam zijn, als gij er hen -opmerkzaam op maakt. Wees vriendelijk en vergevensgezind--zij zullen -zich zoo rampzalig gevoelen, als ge maar kunt wenschen. De wereld -heeft een eigenaardigen afkeurenden blik, en een onuitputtelijken -schat van liefdelooze woorden--zou men niet kunnen volstaan, met er -haar het monopolie van te laten?" - -"O!" zuchtte Meg. Hare wangen waren donkerrood, en alle hoogheid was -uit hare houding verdwenen. - -Hij wond met groote zorg den riem om niets en ging met zachte stem -voort: - -"Veronderstel, dat Pip den een of anderen dag iets zeer verkeerds deed, -en dat de wereld steenen op hem wierp, tot hij gewond en gebroken -was. En veronderstel, dat hij, diep treurig, thuis kwam bij zijne -zusters. En Meg, die alles wat slecht is, verafschuwt, werpt nog eenige -kleine steentjes op hem, opdat de pijn hem eene les zou geven, welke -hij niet meer zou kunnen vergeten. En Judy, die bedenkt, dat hij haar -broer is en verdriet heeft, slaat hare armen om hem heen, en spreekt -hem moed in, en helpt hem weer den strijd met de wereld beginnen, en -voegt hem geen hard woord toe, noch ziet hem met een boozen blik aan, -want zij denkt, dat die hem reeds genoeg worden toegevoegd. Welke -zuster denkt u, Miss Meg, zal den meesten invloed hebben?" - -Meg's kleine, liefelijke mond trilde, hare oogen waren strak -neergeslagen, omdat de tranen er uit zouden gesprongen zijn, als zij -zou hebben opgekeken. - -"O!" zeide zij nogmaals. "O, wat ben ik slecht geweest--o!" - -Zij bedekte het gelaat met hare handen, want een der snel opgewelde -tranen trilde aan hare wimpers. - -Mr. Gillet legde den riem en de pijp neer, en keek naar haar met een -zachten, teederen blik. - -"Ik ben meer dan tweemaal zoo oud als u, Miss Meg, bijna oud genoeg om -uw vader te zijn,--u vergeeft mij, nietwaar, dat ik u dit alles heb -gezegd? Ik dacht aan mijn zusje, dat gestorven is. Ik had nog eene -zuster, die was een jaar ouder, maar zij was hardvochtig--ééns maar -ging ik naar haar toe. Zij is eene der beste vrouwen van Engeland -nu, maar hare woorden zijn streng. Mijne kleine Miss Meg, ik kan de -gedachte niet verdragen, dat u misschien ook hardvochtig zou worden." - -Dikke tranen waren tusschen de vorken gevallen. Meg schreide, omdat zij -wel moest bedenken, welk een hatelijk schepsel zij was. Eerst had Alan -haar de les gelezen, en over zijn zusje gesproken, en nu ook deze man. - -Hij gaf een verkeerden uitleg aan haar zwijgen. - -"Ik heb het recht niet, zoo tot u te spreken, omdat mijn leven alles -behalve onbevlekt is geweest, dat denkt u op het oogenblik, nietwaar, -Miss Meg?" zeide hij zeer treurig. - -Meg liet hare handen vallen. - -"O neen!" zeide zij. "O! hoe kan u op die gedachte komen? Ik vind het -alleen zoo vreeselijk, dat ik zoo slecht geweest ben!" Zij greep in -haar zak en nam er het lint uit. - -"Wil u het terugnemen?" zeide zij.--"O, neem het, ik gevoel me anders -zoo schuldig. O, ik bid u, neem het!" - -Zij keek naar hem met vochtige, smeekende oogen, en strekte de hand -met het lint naar hem toe. - -Hij nam het, streek het glad, en legde het in zijn zakboek. - -"God zegene u!" zeide hij, en de toon waarop hij deze woorden uitte, -deed Meg snikken. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XX. - -JUDY. - - -Over het gras vloog eene kleine, lichte gestalte, Judy in een rose -japonnetje met hare woeste krullen dansende om haar gelaat. - -"Wil u zoo graag een zonnesteek krijgen--waar is dan toch uw hoed, -Miss Judy?" vraagde Mr. Gillet. - -Judy schudde hare donkere haren. - -"Dat kan ik heusch niet zeggen," antwoordde zij,--"de Generaal wil -eene banaan, en als jelui alle sinaasappels opgegeten hebt, bezwijk -ik binnen de eerste vijf minuten!" - -Meg schoof den mand met vruchten over het servet naar haar toe, -en beproefde hare oogen door den rand van haar hoed te verbergen. - -Maar Judy's schitterende, donkere kijkers hadden de vochtige wimpers -op het eerste gezicht ontdekt. - -"U heeft zeker allerlei domme gedichten zitten voorlezen, waardoor Meg -is gaan schreien!" zeide zij, met een uitdagenden blik van Mr. Gillet -naar het boek op het gras. "U beiden moest u schamen, hoort dat -nu thuis op een picnic? In ieder geval heeft het sinaasappelen -uitgespaard!" - -Zij nam een half dozijn groote sinaasappelen uit den mand, evenals -vier of vijf bananen, en liep met vluggen tred terug naar de boomgroep, -waar de Generaal in zijn linnen jurkje, juist kon gezien worden. - -Hij zat kalm in den grond te wroeten en de aarde in zijn kleinen, -rooden mond te stoppen, toen zij met de bananen terugkwam. - -Hij keek met een allerliefsten glimlach tot haar op. - -"Baby!" zeide zij, en wierp zich op hem in een van hare ontstuimige -buien van teederheid--"baby!" - -Zij kuste hem wel vijftig maal; het gevoel van liefde, dat zij voor -dit kleine, dikke, vuile ventje koesterde, overstelpte haar somstijds. - -Toen trok zij hem op hare knie en veegde met een punt van zijn jurkje -zooveel mogelijk de aarde uit zijn mond. - -"Narna," zeide hij, zich losworstelende, tot hij weer op den grond -zat; dus ontdeed zij eene groote gele banaan van de schil, en gaf -hem die in zijne kleine hand. - -Hij at er iets van, en kneep de rest stijf tusschen zijne handjes, -daarop keek hij er vol genoegen naar, hoe het moes in kleine, -op wurmen gelijkende rolletjes tusschen zijne dikke vingertjes te -voorschijn kwam. - -Toen smeerde hij het in zijn gezichtje, en wreef het zelfs over zijn -haar, terwijl Judy met haar vijfden sinaasappel bezig was. - -Dus moest zij hem natuurlijk klappen geven, omdat hij zoo vies was, -of voorwenden dit te doen, wat op hetzelfde neerkwam. En toen moest -hij haar slaan, hetgeen niet bij voorgewende klappen bleef. - -Hij sloeg haar met een stok, dien hij bij zich vond, hij beukte op -haar gezicht en rukte aan haar haar en liet zich zelf telkens op haar -neervallen, en dit alles zoo vol ijver en met zulk een grooten ernst, -dat zij, ook wanneer hij haar werkelijk pijn deed, niets kon doen -dan lachen. - -"Dood?" zeide hij ten laatste angstig. En zij begon luid te schreien, -het gezicht in de handen en met schokkende schouders, zooals het -voor eene boetvaardige berouwhebbende past. En toen sloeg hij zijne -armpjes om haar hals, en pakte haar, en zeide "Ju-Ju" met een gedempt -stemmetje, en klopte haar op de wangen, en gaf haar wel honderd stijve, -natte zoentjes met zijn open mondje, tot zij weer bijgekomen was. - -Daarop speelden zij krijgertje, en de Generaal viel wel twintig maal -op den grond, en schramde zijne knieën en zijne handen, en hief zich -weer op, en waggelde weer verder. - -Plotseling bleef Judy stil staan; een insect was bezig zich in -haar pols te boren. Alleen de twee zwarte pooten staken nog buiten -haar huid uit, en geruimen tijd trok zij en trok zij zonder eenig -gevolg. Toen brak het insect in tweeën, en zij moest de eene helft -laten waar zij was, in de hoop dat grootmama er haar later wel van -zou kunnen bevrijden. - -Twee of drie minuten lang was zij bezig geweest met hare pogingen, -om het dier te verwijderen, en toen zij opkeek was de Generaal een -eindje verder, en liep weg zoo vlug als zijne kleine dikke beenen dit -toelieten, altijd denkende, dat zij achter hem aan kwam. Juist, toen -zij weer begon te loopen, keek hij om, met schitterende, ondeugend -kijkende oogjes, en een lachend gezichtje, dat o! zoo vuil was. - -En toen--ach God! - -Het is zoo hard dit te moeten schrijven. Mijne pen vertelde tot nu -toe slechts zonnige tafereelen, en nu! - -"Jij kleine ondeugd!" riep Judy, en deed, alsof zij zeer vlug -liep. Toen scheen de geheele wereld voor hare oogen te draaien. - -Een boom stortte neer, een van de zware, hooge stammen, die reeds -lang geene bladeren meer droegen. Hij had den geheelen dag staan -wankelen, door en door vermolmd; nu kwam een windvlaag opzetten, -die hem neerstrekte. Een woesten, schorren kreet stootte Judy uit, -toen snelde zij voort, met uitgestrekte armen op het kleine ventje af, -dat met lachende oogen en lippen vlak op zijn dood afliep. - -De slag deed de boomen rondom schudden, de lucht scheen te splijten. - -Zij hadden het gehoord--al de anderen--den wilden kreet, en toen het -dreunende gekraak. - -Hoe trilden hunne knieën! hoe bleek waren hunne gezichten, toen zij -allen naar de plaats, vanwaar het geluid gekomen was, snelden. - -Zij wentelden hem van de kleine lichaampjes af--den langen -zilverachtigen stam, waarop de gom droog en dood in streepen -kleefde. Judy lag met het gelaat naar den grond en uitgestrekte armen. - -En onder haar lag de Generaal, een beetje verdrukt, hoogst verbaasd, -maar volkomen ongedeerd. - -Meg sloot hem één oogenblik in haar armen, maar zette hem toen neer, -en voegde zich bij de anderen, die vlak om Judy stonden. - -O dat kleine, donkere, stille hoofd, dat onbeweeglijke lichaampje in -zijn rose, verkreukt kleedje, die kleine, magere, uitgestrekte handen! - -"Judy!" zeide Pip, met smeekende, hevig angstige stem. - -Maar het eenige antwoord was de wind in de kronen der boomen en de -hijgende ademhaling der anderen. - -Mr. Gillet begreep, dat hij handelend op moest treden. Hij ging met -Pip naar de hut van den drijver, en zij namen de deur uit hare lederen -hengsels en droegen deze de heuvel af. - -"Ik zal haar optillen," zeide hij, en sloeg zijne armen om de kleine -gestalte, lichtte haar langzaam, langzaam, zachtjes op, en legde haar -op de deur met het gelaat naar den hemel gericht. - -Maar zij kreunde--o, hoe kreunde zij! - -Pip, die, bij het eerste teeken van leven zijn keel als het ware had -voelen dichtknijpen, kon zich bijna niet meer goed houden, toen deze -korte, jammerende tonen over hare lippen kwamen. - -Zij hieven de draagbaar op, en brachten haar naar de kleine hut op -den top van den heuvel. - -En toen sprak Mr. Gillet, buiten de deur, tot Pip en Meg, die beiden -verslagen, door den schrik geheel verdoofd, schenen. - -"Het zal uren duren, voor wij hulp kunnen krijgen, en het is nu vijf -uur!" zeide hij. "Pip, er woont een dokter te Boolagri, tien mijlen -van hier. Haal hem--loop den geheelen weg door hard. Ik zal terug -naar huis gaan--dat is veertien mijlen. Miss Meg, ik kan niet in -een ommezien terugzijn. Ik zal een rijtuig halen, de ossenkar gaat -te langzaam, en schudt te veel, hij kan niet dienen, ook al kwam hij -dadelijk terug, U moet bij haar blijven, en haar water geven als zij -daarom vraagt--dat is alles wat u voor haar doen kan." - -"Zou zij dood gaan?" zeide Meg. - -Hij dacht aan alles wat zou kunnen gebeuren alvorens hij hulp bracht, -en durfde haar niet onvoorbereid achterlaten. - -"Ik denk, dat haar ruggegraat gebroken is," zeide hij zeer kalm. "Als -dit zoo is, dan is er geene hoop meer." - -Pip snelde den weg op, waarlangs hij den dokter bereiken kon. - -Mr. Gillet gaf nog een paar aanwijzingen, toen keek hij naar Meg. - -"Alles hangt van u af; u moet kalm en bedaard blijven!" zeide -hij. "Verleg haar niet, blijf gedurig bij haar." - -Hij begaf zich naar den weg, die naar beneden leidde. - -Zij vloog hem achterna. - -"Zou zij sterven terwijl u weg is?--en er niemand anders dan ik bij -haar blijft?" - -Hare oogen staarden hem woest, vol doodelijken angst aan. - -"God weet het!" zeide hij, en ging verder. - -Het kwam hem bijna te wreed voor, het jonge meisje alleen achter te -laten, haar alleen zulke vreeselijke uren te laten doorbrengen. - -"Help mij, goede God!" steunde zij, terwijl zij terugijlde, maar niet -naar de zware, laaghangende wolken keek. "Help mij, goede God! God, -help mij, help mij!" - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XXI. - -TOEN DE ZON ONDERGING. - - -Welk een zonsondergang! - -Van af den voet van den met gras begroeiden heuvel strekte zich een -vurig roode hemel uit, met purperen donzige wolken, die in banken -boven elkaar gestapeld waren, tot waar de wegstervende gloed in het -verbleekende blauw wegsmolt. De boomgroep was zwart van kleur geworden, -en strekte sombere, roerlooze, scherp tegen den oranjekleurigen -achtergrond uitkomende armen uit. De wind was geheel gaan liggen, -en de lucht drukte op alles, warm en bezwaard met de beklemmende -vreemde stilte van het bosch. - -En op den top van den heuvel, in de deur van de kleine, bruine hut, -hare wijdgeopende oogen naar den heerlijk schoonen hemel geslagen, -lag Judy te sterven. Zij was nu zeer rustig, hoewel zij druk gesproken -had--gesproken over allerlei. Zij zeide hun, dat zij volstrekt geene -pijn had. - -"Maar ik zal sterven, als ik opgelicht word," zeide zij. - -Meg zat naast haar, neergehurkt op den grond. Zij had hare oogen -niet van het gezichtje afgewend, dat daar lag op een kussen van -regenmantels, zij had hare bleeke lippen geen enkele maal geopend om -een woord te zeggen. - -Daarbuiten stonden onbeweeglijk de ossen en hunne gestalten teekenden -zich tegen den hemel af.--Judy zeide, dat zij er uit zagen als -opgezette dieren, die gephotografeerd moesten worden. Zij glimlachte -daarbij even, maar Meg zeide: "O, doe dat niet!" en kromp ineen. - -Twee der mannen waren weggegaan, om hulp te zoeken, die zij toch niet -zouden vinden; de anderen stonden op eenigen afstand, en praatten -met gedempte stem tot elkander. - -Er was voor hen niets te doen. De bruine man had gesproken--iets wat -zelden gebeurde. - -Hij had den Generaal in slaap gesust, en hem op het leger gelegd en -de blauwe deken om hem heen geslagen. En toen had hij warme, sterke -thee gezet, en had met tranen in zijne oogen de kinderen gevraagd, -daarvan te drinken, maar geen enkele wilde dit doen. - -Baby was op den grond in slaap gevallen, hare armen stijf om Judy's -rijglaars geslagen. - -Bunby stond, met eene uitdrukking van ontzetting op zijn bleek -gelaat, achter de draagbaar. Zijne oogen waren op het haar van zijn -zusje gevestigd, maar hij durfde niet naar haar gezicht kijken, uit -angst voor wat hij daar zou zien. Nellie was geen oogenblik kalm, -nu eens liep zij naar de haag en keek den weg af, waarover reeds de -schaduwen van den avond zweefden, dan wierp zij zich achter de hut -met het gelaat op den grond en riep: "Maak haar beter, God! God, -maak haar beter, maak haar beter! O! kunt ge haar niet beter maken?" - -De schaduwen rondom de kleine woning namen diepere tinten aan, -de omtrekken der buffels waren niet meer zichtbaar, slechts eene -onduidelijke zwarte massa lag daar tusschen de hut en den hemel. Achter -de boomen verglom het vurige schijnsel; hier en daar waren nog gele, -lichtende vlammen, maar de gloeiende zonneschijf was weggedoken, -en de purperen, luchtige sluier zonk in het niet. - -De kreet van een pluvier verbrak de stilte, wild, klagend, snijdend -was het geluid. Meg huiverde en ging rechtop zitten. Judy's voorhoofd -werd vochtig, zij sperde de oogen wijd open, hare lippen beefden. - -"Meg!" zeide zij met eene fluisterende stem, die de lucht doorkliefde; -"o, Meg, ik ben zoo bang! Meg, ik ben zoo bang!" - -"God!" zeide Megs hart. - -"Meg, zeg iets. Meg, help mij! Wat wordt het al donker, Meg; Meg, -ik kan niet sterven! O, waarom komen zij nog niet?" - -Nellie vloog weer naar de haag, om daarop te fluisteren: - -"Maak haar beter, God--o, ik smeek u, God!" - -"Meg, ik kan niets bedenken om te zeggen. Kan jij niet iets zeggen, -Meg? Zijn er geen gebeden voor de stervenden in het gebedenboek?--Ik -ben het vergeten. Spreek toch, Meg!" - -Meg's lippen bewogen, maar het was haar niet mogelijk een woord -te uiten. - -"Meg, ik ben zoo bang! Ik kan aan niets anders denken, dan aan "wat -wij eenmaal zullen ontvangen", en dat is vergiffenis, nietwaar? En in -het Onze Vader komt ook niets voor, dat mij kan helpen. Meg, ik wilde, -dat wij naar de Zondagsschool gegaan waren en daar van allerlei geleerd -hadden. Wat wordt het al donker, Meg! O, Meg, houd mijne handen vast!" - -"In den hemel zal het--niet--donker zijn!" spraken Megs lippen. - -Zelfs wanneer zij iets zeggen kon, was het niets dan een gestamelden, -vroeger gehoorden zin, dien zij murmelde. - -"Als er alles van goud en edelgesteenten is, dan wil ik er liever niet -heen!" Het kind begon nu te schreien. "O, Meg, ik wil liever blijven -leven! Hoe zou jij het vinden, Meg, om te sterven, als je nog maar -dertien jaar bent? Hoe eenzaam zal ik zijn zonder jelui allen. O, -Meg! o, Pip, Pip! o, Baby! Nell!" - -De tranen stroomden over hare wangen, hare borst hijgde. - -"O, zeg iets, Meg!--zeg een gezang op!--spreek toch!" De halve -inhoud van het boek der "Oude en Nieuwe gezangen" dwarrelde door -Megs gedachten. Welk kon zij uitkiezen, dat rust zou brengen in die -koortsachtige oogen, die met zulk een angstigen smeekenden blik op -haar gelaat gevestigd waren? - -Toen opende zij de lippen: - - - ""Kom slechts tot Mij, gij moeden, - Dan geef 'k u zoete rust - O, gij--"" - - -"Ik ben niet moede, ik verlang niet naar rust!" zeide Judy, op -jammerenden toon. - -En Meg begon weer: - - - ""Mijn God, mijn Vader, als ik dwaal, - Ver weg, langs 's levens doornig pad - Leer mij dan de gelaten taal: - Uw wil geschiede!"" - - -"Dat is voor oude menschen," zeide de matte, zangerige stem. "Hij -kan niet verwachten, dat ik dit zal zeggen!" - -Toen herinnerde Meg zich het schoonste van alle gezangen, en zeide -het eerste en het laatste couplet zonder een oogenblik te haperen, op: - - - ""Verlaat mij niet, snel valt de avondstonde, - De duisternis groeit aan; o Heer, verlaat mij niet. - Als andre hulp ontbreekt, en alle bijstand vliedt, - Helper der hulploozen, mijn God, verlaat mij niet! - - Houd Gij Uw kruisbeeld voor mijn brekend oog, - Schijn door de duisternis, en richt mijn oog ten hemel! - De dageraad breekt aan, en 't ijdele aardrijk vliedt - In leven en in dood, o Heer, verlaat mij niet!" - - -"O, en Judy, liefste, wij vergeten, dat moeder in den hemel is, -Judy je zult niet alleen zijn! Herinner je je moeders oogen niet, -mijn kleine Judy?" - -Judy werd kalm, en steeds kalmer. Zij sloot de oogen, zoodat zij de -toenemende duisternis niet bespeuren kon. - -Megs armen waren om haar heen geslagen, Megs wang was tegen haar -voorhoofd gevlijd, Nell hield hare handen vast, Baby hare voeten, -Bunby's lippen waren op hare lokken. Zoo gingen zij met haar recht -op de Groote Vallei af, waar zelfs geen licht is voor aarzelende -kindervoeten. - -De schaduwen waren koud, en legden zich kil om hunne harten; zij konden -den wind van de onbekende wateren op hunne voorhoofden voelen; maar -alleen zij, die op het punt stond naar genen oever over te steken, -hoorde het zachte geklots der golven. - -Juist toen het water hare voeten bespoelde vertoonde zich eene gestalte -in de deur. - -"Judy!" riep eene smartelijke stem, en Pip duwde hen op zijde en viel -naast haar neer. - -"Judy, Judy, Judy!" - -Het licht flikkerde nog eens op in hare oogen. Zij kuste hem eenmaal, -tweemaal met hare bleeke lippen; zij gaf hem hare beide handen, -en haar laatsten glimlach. - -Toen streek de wind over hen allen, en, met eene plotselinge rilling, -ging zij heen. - - - - - - - - - -HOOFDSTUK XXII. - -HET LAATSTE HOOFDSTUK. - - - "Zij scheen voor 't verdergaan des tijds - Een wezen, niet bestand." - - "Zij heeft nu geen gevoel, geen kracht, - Zij hoort, noch ziet nu meer; - Maar wordt nu door de aardsche kracht - Al draaiende in 't rond gebracht - Met boom en rots en steen." - - -Zij gingen weer naar huis, zes kinderen, en Esther, die voortaan -ernstiger zou zijn, daar zij den prijs, die voor het leven van haar -kleinen, aangebeden zoon betaald was, nimmer zou kunnen vergeten. De -lucht van Yarrahappini scheen als een zware last op hen te drukken. - -Toen dus de kapitein, die ijlings uit Sydney vertrokken was om zijn -arm klein meisje nog voor het laatst te zien, vraagde of zij liever -naar huis zouden willen gaan, antwoordden zij allen: "Ja!" - -Er was een groen grasveld op den top van een heuvel achter het -woonhuis, en een groep acacia's, nu donkergroen, maar teeder getint -en bevallig in het voorjaar. - -Daar legden zij kleine Judy neer. Om het grasperk liet Mr. Hassal -hooge, witte palen zetten; het grafje bevond zich aan den kant -der boomen. - -De plek geleek op een klein kerkhof in een kinderland, waar er maar -één gestorven was. - -Of op een mooi groen veld, met een klein bed. - -Meg was verheugd, dat de verhevenheid naar het oosten gekeerd was; -de zon zonk achter haar weg--zoolang zij leefde kon zij niet meer naar -de oranje en gele en purperen tinten zien, die bij zonsondergang den -hemel kunnen kleuren. Maar ver in het oosten steeg de zon in stille -majesteit op, en het licht kwam langzaam naar den heuveltop in teeder -rose en trillend blauw en lichtend grijs, maar nooit in harde, gele -vlammen, die heete tranen in de oogen doen springen. - -Toen zij Judy's rustplaats op den laatsten dag vaarwel zeiden, werd -deze kalm en liefelijk door den maan beschenen. - -Allen plukten eenige halmpjes van de versche zoden, en gingen toen -heen. Niemand schreide, de kalme witheid der maan, de bleeke, -stralende sterren, de matte wind, die door de takken ruischte, -hielden hunne tranen terug tot zij het hek achter zich gesloten en -haar op den stillen heuveltop alleen gelaten hadden. - -Zij gingen terug naar Misrule, een ieder om den levensdraad weer -op te nemen, en het weefsel voort te zetten, waaraan, God zij dank, -moet worden gewerkt, want anders zouden dagelijks de harten breken. - -Meg was ouder geworden; zij zou nooit meer zóó jong zijn als zij was, -voor die roode zonsondergang zijn beeld in haar hart grifde. - -In hare oogen was een dieper licht gekomen; zulke tranen, als zij -geweend had, verhelderen het oog, tot het leven eene duidelijker, -meer omvattende beteekenis krijgt. - -Nellie en zij gingen den eersten Zondag na hunne terugkomst naar de -kerk. Aldith zat een paar banken verder, wuft als altijd, gekleed in -een kleurig toiletje, en coquet glimlachend naar de bank der Courtney's -kijkend, en naar de Graham's, die vlak achter dezen zaten. - -Wat was Meg van haar vervreemd! Het scheen jaren geleden, dat zij al -hare aandacht aan den laatsten smaak voor hoeden gewijd had, aan den -snit van eene robe cloche en de beste methode om de handen blank te -maken. Jaren geleden, dat zij schuchtere pogingen had gedaan om zich -met flirten te vermaken. Jaren geleden, bijna, dat zij op Yarrahappini -het blauwe lint gegeven had, dat een grooteren invloed had dan zij -ooit vermoedde. - -Alan keek naar haar van uit zijne bank--naar de kleine gestalte -in het treurige zwart der rouw, naar de vlecht, die het glanzende -haar samenvatte, maar welker eind niet meer gekruld was, naar den -zwaarmoedigen trek om de jonge lippen, den ernst der blauwe oogen. Hij -kon het zich bijna niet voorstellen, dat dit hetzelfde onnadenkende -meisje was, die den brief geschreven had, en door de duisternis -was komen sluipen om zijn weinig galanten jongeren broeder te -ontmoeten. Hij nam hare hand in de zijne, toen de kerk uit was; zijne -grijze oogen, die plotseling vochtig werden, vulden door hun warmen -blik de enkele woorden van deelneming aan, die hij stamelend uitsprak. - -"Laten wij altijd vrienden blijven, Miss Meg!" zeide hij, toen zij -bij het hek van Misrule afscheid namen. - -"Gaarne!" antwoordde Meg. - -En deze hartelijke, oprechte vriendschap werd van schoone beteekenis -in hun beider leven, zij steunde Meg en maakte den jongen man zachter. - -Pip werd weer vroolijk en opgeruimd als vroeger, zooals het ook den -jongen met het gevoeligste hart gaan zal, dank zij zijne jeugd; maar -somtijds kreeg hij plotseling een aanval van zwaarmoedigheid, en dan -verdween hij, er zich niet om bekommerende, of een spel cricket of -voetbal in vollen gang was, of wel hij stond van tafel op, als het -rumoer het hevigst was. - -Bunby vertoonde aan de wereld een even morsig gezicht als vroeger, -en handen die zelfs nog smeriger waren, want in hem had zich in den -laatsten tijd eene neiging tot het machinevak geopenbaard, en in zijn -vrijen tijd maakte hij drukpersen--of wat daarvoor moest doorgaan--en -vreeswekkende en wonderbaarlijke machines, van een oude kachel en -eenige potten en roestige pannen, die hij voor het lot weggeworpen -te worden, gered had. - -Maar hij vertelde nu niet meer zooveel leugentjes, de ondergaande -zon had zelfs in zijn jong hart een straal geworpen, en wanneer hij -op het punt was te zeggen: "Ik niet, ik ben het niet geweest, het -was niet mijne schuld!" dan verrees een rijkdom van donkere krullen -voor zijn oog, juist zooals hij ze dien avond had uitgespreid gezien, -toen hij zijne blikken er niet van af had durven wenden. - -Hare beenen waren op het oogenblik een der hoofdonderwerpen van Baby's -gedachten, want zij was juist van korte kousjes tot lange gepromoveerd, -en allen, die zich deze gebeurtenis in hun eigen leven herinneren, -zullen begrijpen hoe gewichtig zij voor haar was. - -Nell scheen iederen dag mooier te worden. Pip had de handen vol -met zijne pogingen om haar voor inbeelding te behoeden; wanneer -broederlijke op- en aanmerkingen iets kunnen baten, dan moet zij wel -altijd even nederig van zich zelf gedacht hebben, als wanneer zij -vuurrood haar en een hemelwaarts strevenden neus gehad had. - -Esther zeide, dat zij wenschte ergens een paar jaren te kunnen koopen, -een ernstig uiterlijk en groote hoeveelheden waardigheid--dan zou er -eenige kans zijn, dat Misrule eindelijk bij zijn deftigen doopnaam -"Rivierzicht" genoemd werd. - -Maar vreemd genoeg scheen niemand met dien wensch in te stemmen. - -De kapitein rookte nooit meer zijn sigaar in de veranda op zijde van -het huis; het slecht onderhouden grasveld deed hem altijd denken aan -eene kleine gestalte in een rose japonnetje met een gedeukten hoed, -die in het blakerende zonlicht stond te maaien. Judy's dood deed hem -zijne zes overblijvende kinderen dierbaarder zijn dan ooit, maar hun -zijne genegenheid op hartelijker wijze toonen dan vroeger--daartoe -kon hij toch niet komen. - -De Generaal werd iederen dag aardiger en liever. Het is geene -overdrijving, wanneer ik zeg, dat zij allen dit kleine wezentje in -zijne koninklijke jonkheid aanbaden, want het leven was hem tweemaal -geschonken geworden, en de tweede maal was het Judy's gave, en daarom -onschatbaar. - -Mijne pen heeft zich moeielijk en langzaam bewogen onder het schrijven -van deze twee laatste hoofdstukken; zij weigert licht en vrij over -het papier te glijden, en dus zal ik haar, uit vrees u anders treurig -te stemmen, ter zijde leggen. - -Een ander maal, als dit u welkom zou zijn, zal ik u gaarne van -mijne kleine Australiërs verder vertellen, een gering aantal jaren -overspringend. - -Tot dien tijd, vaarwel en tot weerziens! - - - - - - - - - -AANTEEKENING - - -[1] Naam van de vrouw van Punch (Jan Klaassen). - - - - - - -End of Project Gutenberg's Zeven kleine Australiërs, by Ethel Turner - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZEVEN KLEINE AUSTRALIËRS *** - -***** This file should be named 55794-0.txt or 55794-0.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/5/7/9/55794/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
