summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/54810-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/54810-0.txt')
-rw-r--r--old/54810-0.txt6229
1 files changed, 0 insertions, 6229 deletions
diff --git a/old/54810-0.txt b/old/54810-0.txt
deleted file mode 100644
index 1c37989..0000000
--- a/old/54810-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,6229 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Nederland en de Islâm
-
-Author: C. Snouck Hurgronje
-
-Release Date: May 30, 2017 [EBook #54810]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/Canadian Libraries)
-
-
-
-
-
-
-
-
- NEDERLAND EN DE ISLÂM
-
- DOOR
- DR. C. SNOUCK HURGRONJE
-
- Hoogleeraar a. d. Rijks-Universiteit te Leiden.
-
-
- 2e VERMEERDERDE DRUK
-
- N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ
- VOORH. E. J. BRILL LEIDEN
-
- 1915
-
-
-
-
-
-
-
-
-VOORREDE.
-
-
-Bijna vier jaren geleden leidde ik de eerste uitgave van dit thans
-voor de tweede maal verschijnende werkje met de hieronder volgende
-woorden bij den lezer in:
-
-
- "Op uitnoodiging mijner mede-curatoren der Nederlandsch-Indische
- Bestuursacademie sprak ik in Maart 1911 voor de aan die Academie
- studeerende ambtenaren de vier voordrachten uit, die hier in
- druk eenen grooteren kring van lezers aangeboden worden. Deze
- omstandigheid moge ter verklaring dienen van hetgeen sommigen hier
- te kort, anderen weder te wijdloopig behandeld mochten vinden".
-
- "Gerekend is immers op toehoorders, voor wie de Islâm èn door
- hunne vroegere opleiding, èn door hunne ambtelijke ervaring geen
- onbekende grootheid was, maar voor wie toch ook weer, daar de
- gelegenheid tot diepere studie van de Mohammedaansche cultuur hun
- had ontbroken, eene beknopte herinnering aan het vroeger geleerde
- of waargenomene niet onwelkom kon zijn. Verder mocht bij hen in
- den regel bekendheid door eigen aanschouwing met het leven van
- Indonesische Mohammedanen ondersteld worden. Toch heb ik gemeend
- voor mijn betoog de aandacht te mogen vragen ook van anderen, die
- hetzij voor de voornaamste vraagstukken der koloniale politiek,
- hetzij voor de problemen, die de Islâm aan de Westersche wereld
- ter oplossing voorlegt, eenige belangstelling over hebben".
-
- "De richting, waarin ik de oplossing van het Islâm-probleem
- voor Nederland vond, werd natuurlijk gewezen door het beginsel,
- dat naar mijne overtuiging in het algemeen de verhouding moet
- bepalen tusschen moederland en koloniën, tusschen de aan Westersch
- gezag onderworpen volken en degenen, aan wie de geschiedenis
- het gezag over hen in handen heeft gegeven. Daar tegenwoordig
- in ons vaderland alle politieke partijen te dezen aanzien
- in hoofdzaak ééne lijn trekken, heb ik het onnoodig geacht,
- daarover opzettelijk uit te weiden. Al mogen de opvattingen in
- het bijzondere nog verschillen, er is eenheid in het noodigste,
- namelijk in de erkenning van de ethische koloniale politiek als
- de eenig mogelijke".
-
- "Nu zijn mij echter van zeer geachte zijde naar aanleiding
- mijner voordrachten een paar vragen gesteld, die mij nopen,
- mijn algemeene uitgangspunt bij het onderzoek der hier door mij
- behandelde vraagstukken, gelijk bij alle andere, die de koloniale
- politiek betreffen, wat scherper te formuleeren".
-
- "De vragen kwamen in hoofdzaak hierop neer, of dan niet het
- verwerven en behouden van koloniën bovenal voordeelen voor het
- moederland ten doel moest hebben, en of niet de door mij en
- anderen bepleite krachtige bevordering van de associatie der
- Inlandsche maatschappij aan onze beschaving op den duur tot het
- verlies onzer koloniën zou leiden".
-
- "Het zij mij vergund, met allen eerbied ook voor opvattingen, die
- aan de tijden der Compagnie en van het cultuurstelsel doen denken,
- mijne zienswijze zonder verder betoog apodictisch uit te spreken".
-
- "De exploitatie-theorie behoort tot een verleden, dat wij niet
- terugwenschen en dat wij, al wenschten wij het, niet uit den dood
- kunnen doen verrijzen, zelfs niet in een nieuwen vorm. Zelfs al
- zou men eenzijdig voordeel voor het moederland als hoogste doelwit
- van het koloniale bestuur ook in onzen tijd willen laten gelden,
- dan toch zou een staatsman, die wat ver voor zich uit ziet, dat
- voordeel nergens anders kunnen ontdekken dan in eene toekomst,
- waarin de inboorlingen der koloniën door ons op de hoogste
- plaats gebracht zijn, die hun aanleg hen in staat stelt, in te
- nemen. Heeft die verheffing der inheemsche bevolking, die zijzelve
- zoekt en dus ook vinden zal, onder onze krachtige leiding plaats,
- dan hebben wij de grootst denkbare kans, dat het moederland er in
- uitbreiding evenveel bij winnen zal als de vroeger overheerschten,
- nu geassocieerden, in hoogte".
-
- "Wat de aardbol over een eeuw te zien zal geven, dat laat
- zich noch van het standpunt der ethische, noch van dat der
- exploitatie-politiek waarnemen. Vraagt men mij echter,
- onder welk der beide régimes het verlies van Oostersche
- wingewesten binnen de honderd jaren waarschijnlijker is, dan
- zeg ik zonder eenige aarzeling: niets kan zulk verlies zekerder
- verhaasten dan zelfzuchtige koloniale staatkunde van de soort,
- die ons uit de annalen der Oost-Indische Compagnie en van het
- cultuurstelsel van al te nabij bekend is, en welker doodvonnis
- door het hooggerechtshof der geschiedenis geruimen tijd geleden
- bekrachtigd werd".
-
-
-De redactie van de "Revue du Monde Musulman" liet deze voordrachten
-voor haar tijdschrift in het Fransch vertalen, en stelde die vertaling
-ook afzonderlijk verkrijgbaar onder den titel "Politique Musulmane de
-la Hollande". Maar ook in ons land hadden zij zich niet te beklagen
-over gebrek aan belangstelling, en de hoofdgedachten, die eraan ten
-grondslag lagen, vonden in wijden kring instemming.
-
-Dit laatste was voor den schrijver bijzonder aangenaam, en het
-alleraangenaamst trof het hem, dat die instemming kwam uit kringen
-van zeer uiteenloopende staatkundige en godsdienstige richting. Het
-is werkelijk dringend noodig, dat wij voor de vervulling onzer
-nationale pedagogische taak jegens de Mohammedaansche onderdanen
-van den Nederlandschen staat eene gedragslijn vinden, die voor de
-beweging van die verschillende richtingen ruimte laat. Indien dit
-onmogelijk bleek, dan waren de dagen van ons bestaan als koloniale
-mogendheid geteld. Die gemeenschappelijke gedragslijn, de grootst
-gemeene deeler van aller wenschen, die dan door ieder voor zich met
-een eigen factor vermenigvuldigd mag worden, is te vinden, wanneer
-men gezamenlijk ernstig er naar zoeken wil, niet, wanneer ieder,
-star voor zich uit kijkend, zijn eigen stokpaardje blijft berijden,
-onder voortdurend aanbotsen tegen de andere ruiters. De grootste
-voldoening gaven mij de bewijzen van sympathie, die ik uit de kringen
-van zendelingen en zendingsvrienden mocht ontvangen, omdat, zooals ik
-in mijne vierde voordracht opmerkte, het besef van de taak, die ons
-volk ten aanzien der Inlandsche maatschappij te vervullen heeft, dáár
-het levendigst is. Het spreekt wel van zelf, dat diegenen onder hen,
-die zelf practisch op dat gebied werkzaam zijn, en aldus ervaring
-opdoen van allerlei bezwaren, waarover de zendingsvrienden in het
-moederland vaak luchtig heen redeneeren, meer neiging vertoonen
-dan deze laatsten om met vollen ernst te luisteren naar voorstellen
-betreffende een compromis, waartoe het in de werkelijkheid, zooals
-zij wél weten, toch altijd komen moet. Daarom had de waardeering,
-die ik juist van hunne zijde ruimschoots mocht ondervinden, voor
-mij dubbele waarde, en hielp zij mij om de ook niet ontbrekende
-wanklanken zonder ontmoediging te vernemen. Dit werd mij trouwens
-in het bijzonder gemakkelijk gemaakt door zulke besprekers, die
-blijk gaven, dat hun godsdienstig denken door politieke partijschap
-in bedenkelijke mate geinfecteerd was. Zoo bijv. een schrijver in
-"Stemmen des Tijds", die niet alleen dikwijls eene geheel scheeve
-voorstelling van mijn bedoeling gaf, maar naief genoeg was om te
-verklaren, dat hij bij eerste lezing mijner voordrachten gemeend
-had, dat "wij het werk met vereende krachten konden doen", maar dat
-hij vervolgens door de debatten in de Tweede Kamer tot een juister
-inzicht werd gebracht. Duidelijker kan men niet uitkomen voor de
-verpolitieking zijner inzichten over de groote vraagstukken van
-"Oost en West", die ons volk zich ter oplossing voorgelegd ziet.
-
-Wie zich bij de behandeling dier problemen niet weet te verheffen
-boven het kleinzielige partijleven van onze vaderlandsche politiek,
-die blijve er af; zijn arbeid, hetzij voor de Christelijke, hetzij
-voor de nationale zending in onze koloniën, is van tevoren met
-onvruchtbaarheid geslagen.
-
-
-
-Juist toen ik gereed was met het aanbrengen van enkele verbeteringen
-en aanvullingen voor de tweede uitgave mijner voordrachten, gaven de
-jongste gebeurtenissen op het groote wereldtooneel mij aanleiding tot
-het schrijven van een Gidsartikel over de wijze, waarop Duitschland
-onlangs begonnen is te trachten, het Mohammedaansche fanatisme aan
-zijne belangen dienstbaar te maken. Het kwam mij voor, dat bedoeld
-opstel, met een paar kleine toevoegingen, als vijfde hoofdstuk van dit
-boekje niet misplaatst zou zijn. Mijn ondertitel "Vier Voordrachten,
-gehouden in de Nederlandsch-Indische Bestuursacademie" moest dan
-natuurlijk vervallen, maar "Nederland en de Islâm" mocht het geheel ook
-nu blijven heeten, want ook voor de Nederlandsche Islâmpolitiek is het
-van hoog belang, zich rekenschap te geven van de wegen, waarin groote
-mogendheden van Europa het politieke leven van de Mohammedanen pogen
-te leiden en van de houding, die ons ten aanzien dier pogingen past.
-
-
-
-Eerst na het afdrukken van dit hoofdstuk is mijne aandacht gevestigd
-op eene vergissing, die mij eene uitdrukking van Becker onjuist deed
-interpreteeren. Bladz. 133, regel 12-14 moet als volgt gelezen worden:
-Becker heeft tot voor korten tijd deze "Betonung des Kalifats als einen
-Fehler aus Unkenntnis beurteilt", enz. Ik had ten onrechte de woorden
-"aus Unkenntnis" als bepaling van beurteilt in plaats van bepaling
-van Fehler opgevat.
-
-Sommigen mijner Duitsche vrienden--ik teeken uitdrukkelijk aan,
-dat anderen mij hunne geheele of gedeeltelijke instemming met
-mijne uiteenzetting betuigden--hebben de bedoeling van dit artikel
-misverstaan, en daarin een verholen partijkiezen tegen Duitschland
-als oorlogvoerende partij willen zien. Dat zulk eene bedoeling
-mij geheel ten onrechte toegedicht werd, behoef ik aan onbevangen
-lezers niet uitdrukkelijk te verzekeren. De weinige regels, die
-(op bladz. 102-3) in het algemeen over dezen ellendigen wereldstrijd
-handelen, geven duidelijk genoeg te kennen, dat ik te dien aanzien
-geheel neutraal denk, niet omdat ik burger ben van een neutralen staat,
-maar omdat ik mij oprecht en van harte onbevoegd verklaar, de eene
-partij voor meer of minder schuldig te houden aan de ontbranding dan
-de andere. Overigens heb ik mij streng bepaald tot mijn onderwerp,
-de bespreking van het gebruik, dat Duitschland in den laatsten tijd
-tracht te maken van de voor den Islâm vroeger zoo gewichtige ideeën
-van het chalifaat en van den heiligen oorlog.
-
-De behandeling hiervan lag op mijnen weg, en ik mocht mij daaraan
-niet onttrekken, zoowel omdat ik mijn leven goeddeels gewijd heb
-aan de studie van den Islâm, vooral ook in zijne beteekenis voor
-onze dagen, als ook, omdat elke poging om het bijna gebluschte vuur
-der middeleeuwsche politieke idealen van den Islâm weer te doen
-opflikkeren ook voor de Mohammedaansche bevolking der Nederlandsche
-koloniën gevaarlijk kan worden. Zooals ik bij vele gelegenheden
-betoogd heb, het panislamisme is niet in staat, aan den Islâm zijne
-middeleeuwsche positie van eene door de overige wereld gevreesde
-wereldmacht te hergeven. Maar wat het wel vermag, dat is tijdelijk en
-plaatselijk beperkte stoornissen te weeg te brengen, ten nadeele van de
-Mohammedanen zelve en van de Europeesche naties, die Mohammedaansche
-onderdanen hebben. Zulke stoornissen uit te lokken, het allengs
-uitstervende Mohammedaansche fanatisme tot ontwaking te prikkelen,
-dat acht ik misdadig, en mijne Duitsche vakgenooten, die zich over
-dit vraagstuk uitlieten, dachten er steeds evenzoo over. Dat sommigen
-hunner in de laatste maanden opeens van meening veranderd zijn, kan
-niemand meer betreuren dan ik, die aan de Duitsche wetenschap zooveel
-te danken heb en die in geen vreemd land meer beproefde vrienden heb
-dan in Duitschland. Ik ben er zeker van, dat wij hier te doen hebben
-met een voorbijgaand ziekteproces, veroorzaakt door de ook in andere
-oorlogvoerende landen waar te nemen verstoring van het moreele en
-intellectueele evenwicht. Zoolang echter het herstel nog niet is
-ingetreden, behooren wij dat proces nauwlettend gade te slaan, en
-voor onszelve op voorzorg bedacht te zijn. Niets zou mij aangenamer
-zijn, dan dat zich spoedig de behoefte aan eene derde uitgave van dit
-boekje deed gevoelen, en dat dan inmiddels de orkaan, die thans ook
-op geestelijk gebied aan het woeden is, gestild en zoo een herdruk
-der bespreking dezer afdwaling overbodig geworden was.
-
-
- Leiden, Januari 1915.
-
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
- Bladz.
-
-Voorrede V-XII
-
-
-HOOFDSTUK I.
-
-De verbreiding van den Islâm. Inzonderheid in den Oost-Indischen
-Archipel.
-
- De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel
- in den Archipel 1
- Karakter van Mohammeds godsdienst 2
- Beteekenis der Hidjrah 3
- Gewelddadige islamiseering van Arabië 4
- De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen 4
- Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten
- de macht van den Islâm 5
- De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het
- voorname middel 7
- Het systeem van den Islâm getuigt hiervan 7
- Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog 8
- Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm 8
- De heilige oorlog 9
- De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand 9
- De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens 11
- De andere opvatting is ver in de minderheid 12
- Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in
- den Islâm 12
- Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast 13
- De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt 14
- Geene priesterschap noch geordende heidenmissie 15
- Leekenpropaganda 15
- Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke 16
- Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is
- weinig gedaan 17
- Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de
- cultuur beheerschen 18
- In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen 19
- De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen
- vergelijken 19
- De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche
- ambtenaren in heidensche streken invoert 20
- Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië
- gewelddadig uit 21
- De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon
- pas later te werken 21
- Samenvatting 22
- Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel
- hervormd 23
- De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde
- vertrouwen beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis 23
- De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf 24
- De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending
- der godsdienstvrijheid 25
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-Kenschetsing van het stelsel van den Islâm.
-
- Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde
- volken 26
- De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften
- van den Profeet ingelijfd 27
- De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente 28
- Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der
- Hidjrah zoo goed als uitgesloten 28
- Het stelsel spitst zich in geloofsleer en wet 30
- De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang
- voor de practijk 31
- Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms
- beroering 31
- Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in
- ééne hand 32
- De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde
- gesteld 33
- Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen
- der wet 33
- De zuiver godsdienstige bestanddeelen 34
- Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen 34
- Bepalingen, die als moreele voorschriften werken 35
- Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht
- van wet hadden 36
- Werkelijk geldende hoofdstukken der wet 37
- Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht 37
- Vrome stichtingen 38
- Geloften 39
- Voorschriften over de rechtspraak 39
- Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen 40
- De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen
- codificatie 40
- Qoerân en Soennah 41
- Losmaking der wet van hare bronnen 42
- De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan 42
- Poging tot codificatie in Algerië 43
- De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen 44
- Ten onrechte beroept men zich op voorgangers 45
- Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien
- verdacht 46
- De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche
- afwijken 46
- Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven
- ongewenscht 47
- Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie
- vernomen 47
- Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren 48
- Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen 49
- Beteekenis der mystiek in den Islâm 49
- Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te
- verwachten 50
- De mystieke broederschappen 51
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-De Nederlandsche Koloniale Regeering en het stelsel van den Islâm.
-
- De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek 53
- Jegens het dogma en de zuivere godsdienstige voorschriften
- der wet moet zij neutraal zijn 54
- Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen
- onverstandig zijn 56
- Politieke beteekenis van den hadj 58
- Economische gevolgen van den hadj 59
- Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm
- eischt eerbiediging 59
- De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open 61
- Codificatie derhalve ongewenscht 62
- De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene
- fout 62
- Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel
- gewenscht 63
- Moskeefondsen 63
- Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs 64
- Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren 65
- Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen 66
- Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen 67
- De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst 68
- Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche
- mogendheid met Mohammedaansche onderdanen 69
- Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met
- afwijzing van elke vreemde inmenging 70
- Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren 71
- Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische
- verwachtingen 72
- Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid
- zweemt 72
- Ongunstige beoordeeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de
- panislamitische pers 73
- Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren 74
- Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de
- Islâmpolitiek der Regeering 75
- Slotsom 76
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-Nederland en zijne Mohammedanen.
-
- De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten 78
- Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het
- Islâmstelsel te emancipeeren 79
- Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in
- Oost-Indië, vooral op Java 80
- Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom 80
- Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid 81
- In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing
- der Islâmquastie 83
- De openbare meening in Nederland behoort in die richting
- krachtig te spreken 83
- De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de
- zendingsvrienden 84
- De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale,
- geen religieuze associatie 85
- Hoe ver kan de associatie gaan? 85
- Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen
- deelneming aan het godsdienstonderwijs 87
- Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere
- klassen der Inlandsche maatschappij in het oog vatten 89
- De onlangs opgerichte desascholen 90
- Studie van begaafde Inlanders in Nederland 91
- Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven 91
- Opvoeding buiten de school 92
- De zending zou hiertoe kunnen medewerken 92
- De Inlandsche vrouw en hare opvoeding 93
- Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel
- in den staatsdienst verzekerd worden 94
- Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie 95
- Stuiting der beweging niet mogelijk 96
- Samenvatting onzer beschouwingen 96
- De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur
- ontneemt aan het panislamisme alle kracht 99
- Andere heilzame gevolgen der associatie 100
- Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie 100
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-Duitschland en de heilige oorlog.
-
- De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen 102
- Contrast dier meening met de wet van den Islâm 103
- De grondslagen van het program van den heiligen oorlog 104
- Middeleeuwsch karakter van dat program 105
- Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed 106
- Chalifaat en Djihâd 108
- Het chalifaat der Turksche soeltans 109
- Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen 110
- Panislamitisch streven van Abdoelhamied 111
- Geene organisatie van het panislamisme 112
- De chalief geen kerkvorst 113
- De Turksche omwenteling en het panislamisme 113
- Djihâd en heilige oorlog 115
- Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije.
- Hugo Grothe 116
- Misverstand bij Grothe 116
- Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije 117
- Duitschland de redder van Turkije 118
- De door Grothe gewenschte Djihâd 119
- De fetwa over den heiligen oorlog 120
- Het manifest van den Soeltan 122
- De groote demonstratie 122
- Becker's voorstelling der zaak 123
- De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije 125
- Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika. 126
- De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer
- op het protectoraat over Turkije 127
- Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en
- thans: Marquart, Hartman, Becker 128
- Becker's recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer
- Wilhelm aan Turkije 131
- De rede op het graf van Saladijn 132
- Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van
- Moslimsch fanatisme 134
- Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog 136
-
-
-
-
-
-
-
-
-I.
-
-DE VERBREIDING VAN DEN ISLÂM.
-
-INZONDERHEID IN DEN OOST-INDISCHEN ARCHIPEL.
-
-
-De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel in
-de Archipel.
-
-Omstreeks 1200 na Christus begon het Mohammedanisme in eenigszins
-belangrijke mate zielen te winnen op Soematra, op Java en vervolgens
-op de meer Oostelijk gelegen eilanden. De val van Madjapait in de
-eerste helft 16de eeuw bezegelde de islamiseering van heel Java, en het
-was eveneens in den loop der zestiende eeuw, dat voor de voornaamste
-andere eilanden, waarin de Islâm doordrong, het pleit beslist werd.
-
-Hieruit volgt, dat de Islâm zijn vollen wasdom reeds ver te boven
-was, toen hij zich voor het eerst in dit Verre Oosten vertoonde. Om
-het Mohammedanisme der Indonesiërs in zijne eigenaardigheden
-te verstaan, hebben wij ons dus slechts weinig te verdiepen
-in de wordingsgeschiedenis van den Islâm als godsdienst en als
-beschavingsvorm, maar mogen wij ons voornamelijk bepalen tot de
-beschouwing van het stelsel zooals dat ongeveer drie eeuwen na de
-Hidjrah zijnen in de hoofdzaken definitieven vorm had verkregen, en
-van het leven der Mohammedaansche volken zooals dat zich, mede maar
-niet alleen onder den invloed van het stelsel, na dien tijd vertoonde.
-
-Klaar dient ons daarbij voor oogen te staan, dat die Islâm tot
-den godsdienst van Mohammed stond als de door een leven van druk
-verkeer onder allerlei volken gerijpte wereldburger tot het stijve
-boerenjongentje, dat hij was in zijne jeugd.
-
-
-
-
-Karakter van Mohammeds godsdienst.
-
-Mohammed heeft voor zijne prediking nooit aanspraak gemaakt op
-oorspronkelijkheid. Integendeel: hij beroemde zich erop, dat hetgeen
-hem, den ongeletterden profeet, door Allah geopenbaard werd, volkomen
-overeenstemde met den inhoud der oudere openbaringen. Hij dacht zich de
-menschenwereld verdeeld in groepen, die hij, zonder klare voorstelling
-van den grondslag der verdeeling, oemmah's noemde, volken of gemeenten
-zouden wij zeggen, die door woonplaats, taal en uiterlijke kenmerken
-van elkaar verschilden. Aan sommige van die oemmah's, zooals bijv. die
-der Joden en die der Christenen, had Allah uit hun eigen midden
-profeten gezonden om hun Zijne leer en wet te openbaren. Andere,
-zooals die der Arabieren, waartoe Mohammed zelf behoorde, wandelden
-nog in de duisternis, zonder zich zelf daarvan bewust te zijn, daar
-zij het licht niet kenden. Mohammed heeft zich ten slotte door Allah
-geroepen gevoeld, dat licht in Arabië te doen schijnen.
-
-Historisch beschouwd, doet zijne openbaring zich aan ons voor als
-samengesteld uit de gegevens, die hij gaandeweg, toen hij eenmaal over
-de waarde van het leven was gaan nadenken, uit vrij troebele, Joodsche
-en Christelijke bronnen had bijeengegaard. Hij verwerkte die op zijne
-wijze, zoodat zij pasten in het simpele geheel zijner voorstellingen,
-en eindelijk projecteerde hij het resultaat van dat proces uit zijn
-binnenste naar boven, zoodat het zich aan zijn zesde, profetische
-zintuig vertoonde als iets objectiefs, als iets, dat uit den hemel tot
-hem kwam, woorden Gods, die in gerijmd proza, in verhevener stijl dan
-die van het dagelijksch gesprek, hem de hoogste waarheid openbaarden.
-
-De leer der opstanding uit de dooden en het daarop volgende gericht,
-dat Allah zou houden over heel de menschheid, met paradijs en hel op
-den achtergrond, die leer vormde het middelpunt van zijn geloof. Tevens
-lag daarin de scherpste tegenstelling met de wereldbeschouwing der
-Arabieren, tot wie hij de boodschap van Allah moest brengen, want
-deze hield zich alleen met het aardsche leven bezig, kende geen eeuwig
-geluk noch eeuwige verdoemenis aan gene zijde van het graf.
-
-Een groot aardsch potentaat duldt niet, dat een deel zijner onderdanen
-zich als van hem onafhankelijk gedragen of andere heeren naast hem
-erkennen; nog veel minder gedoogt Allah, de schepper, wetgever en
-rechter der geheele menschheid, dat menschen leven zonder islâm,
-d. i. onderwerping, aan Hem en Hem alléén uit te spreken en in daden
-te betoonen.
-
-Hij verlangt van hen eerbiedige huldiging in vastgestelde vormen van
-eeredienst, de çalât, in naam en vorm gebootst naar het model, dat
-Mohammed van Joden en Oostersche Christenen had waargenomen. Voorts wil
-Hij, dat Zijne schepselen op bepaalde tijden zullen vasten, en dat zij
-milddadigheid zullen beoefenen als eene hoofddeugd, zoowel om den nood
-van anderen te lenigen als om hunne eigene losheid van het aardsche
-te toonen. En in hunne verhoudingen tot elkander behooren zij wetten
-en regelen te volgen, die Allah hun geeft en die met menig geliefkoosd
-gebruik van Mohammeds rasgenooten in onverzoenlijken strijd waren.
-
-
-
-
-Beteekenis der Hidjrah.
-
-De twaalf jaren lang onverdroten voortgezette prediking van
-openbaringen in dezen zin stuitte bij Mohammeds stamgenooten af op
-hun even onverzettelijken, sceptischen spot; een paar familieleden,
-eenige misdeelden, enkele voor hoogere indrukken vatbare mannen
-van beteekenis vormden de geheele gemeente der geloovigen. Toen
-keerde hij met zijne getrouwen toornig zijner vaderstad den rug toe,
-haar overlatend aan Gods wrekende gerechtigheid. Hij deed hidjrah,
-d. i.--niet vlucht, zooals vele Europeesche schrijvers het weergeven,
-maar--afsnijding van alle banden, die hem met de ongeloovigen onder
-zijne stamgenooten verbonden, en hij vestigde te Medina eene nieuwe
-gemeenschap, die niet aan eenheid van bloed, maar aan eenheid des
-geloofs hare kracht ontleende.
-
-Die afsnijding was naar Arabische begrippen op zichzelve reeds eene
-daad van vijandschap tegen Mohammeds stamgenooten. Toen nu zijn arbeid
-te Medina in korten tijd geleid had tot de vorming van eene talrijke
-gemeente, en deze door nieuwe, wetgevende openbaringen zoowel als
-door Mohammeds persoonlijke leiding voorloopig voldoende vastheid van
-organisatie had verkregen, ontwikkelde zich uit die vijandschap een
-oorlogstoestand, waarin welhaast heel Arabië werd meegesleept. Op den
-duur bleef het succes aan de zijde van Allahs Gezant; acht jaren na
-de Hidjrah werd Mekka door hem veroverd, en in de twee levensjaren,
-die Mohammed daarna nog restten, wist hij de onderwerping van het
-Arabische schiereiland aan zijn gezag bijna te voltooien.
-
-
-
-
-Gewelddadige islamiseering van Arabië.
-
-Gedurende die jaren van strijd breidde zich met Mohammeds macht tevens
-het programma uit van hetgeen hij door middel van geweld trachtte
-te bereiken. Eerst was het louter de verdediging van de belangen der
-gemeente, die weldra ook met offensief optreden gepaard mocht gaan;
-ten slotte een aanvallende krijg tegen allen, die met meer of minder
-recht tot de vijanden der gemeente, dus van het rijk Gods, werden
-gerekend. Na 630, het jaar der verovering van Mekka, verschilde het
-feitelijk niet meer van eenen strijd tot onderwerping van geheel Arabië
-aan de tucht van Allah en Zijnen Gezant. Voor de heidensche Arabieren
-kon die onderwerping alleen door volledigen islâm, erkenning van
-Mohammed als bode Gods, plaats hebben. Voor de Joden en de Christenen,
-op wier getuigenis van de waarheid Mohammed zich in den aanvang van
-zijn optreden beroepen had, kon zulk een eisch niet gelden. Daar zij
-Mohammed teleurgesteld hadden door tegen in plaats van vóór zijne
-goddelijke zending te getuigen, maakte hij zich van hen onafhankelijk
-door hun vervalsching van hunne eigene leer en schrift te verwijten
-en eindigde met van hen te verlangen, dat zij zich aan zijn gezag
-zouden onderwerpen, al wilden zij zijne openbaringen niet aanvaarden.
-
-
-
-
-De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen.
-
-Of nu Mohammed tegen zijn levenseinde zoover gegaan is, om de hem
-opgedragen missie te beschouwen als gericht ook tot de niet-Arabische
-wereld, of zelfs tot de menschheid in haar geheel, is moeielijk
-met zekerheid uit te maken. Voor ons doel is dit betrekkelijk
-onverschillig, daar het vaststaat, dat zijne gemeente na zijnen dood
-spoedig en zonder veel aarzelen dien weg opgegaan is, en in latere
-jaren geen geloovige eraan getwijfeld heeft, dat de wonderbaarlijke
-verovering in ééne eeuw van de landen tusschen Gibraltar en de grenzen
-van het Chineesche rijk geschied was op bevel van Allahs Gezant.
-
-Lang heeft men zich in Europa van dien zegetocht van den Islâm door
-een groot deel der wereld voorgesteld, dat hij was uitgevoerd door
-benden van woedende fanatieken, die met den Qoerân in de eene, het
-zwaard in de andere hand, slechts de keus lieten tusschen den dood en
-de aanneming van het Mohammedaansche geloof. Van verschillende zijden
-is die voorstelling van den gang der zaak bestreden; het krachtigst
-en met bijzonder veel talent door T. W. Arnold, hoogleeraar eerst te
-Aligarh in Britsch-Indië, thans te Londen, in zijn werk "The Preaching
-of Islam, a history of the propagation of the Muslim faith".
-
-
-
-
-Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten de macht
-van den Islâm.
-
-Met eene bij Engelsche geleerden niet alledaagsche belezenheid in
-Oostersche zoowel als Westersche bronnen betoogt die geleerde, dat
-de Islâm zijne belangrijkste triomfen als godsdienst te danken heeft,
-niet aan de zegepraal zijner wapenen, maar aan de groote missionaire
-kracht, die hem eigen is en die hem in staat stelt, in hoogere mate
-dan andere wereldgodsdiensten, zonder eenig geweld in korten tijd
-vele adepten te winnen.
-
-Terwijl nu Professor Arnold bij de bekeering der volken tot den Islâm
-aan den godsdienstigen factor toch altijd de eerste plaats blijft
-toekennen, hebben zich in den laatsten tijd geleerden doen hooren,
-die deze zoo niet wegcijferen, dan toch vrij gering aanslaan. Zij
-willen de geweldige uitstrooming van menschen uit het Arabische
-schiereiland in de zevende eeuw en de plotselinge verovering van
-oude cultuurlanden door die halfbarbaren zoo goed als geheel uit
-economische oorzaken verklaren, even natuurnoodwendig als de zwelling
-der rivieren na de smelting der Alpensneeuw. Mohammeds godsdienst
-zou daarbij niet veel meer dan een begeleidend verschijnsel geweest
-zijn. De Italiaansche prins Caetani en de hoogleeraar Becker (vroeger
-te Hamburg, thans te Bonn) zijn wel de talentvolste woordvoerders
-dezer theorie. De gesteldheid van den Arabischen bodem dwingt telkens
-opnieuw de bewoners van dat waterarme land eenen uitweg daarbuiten
-te zoeken. Chronisch kookt de Arabische ketel over, en de omliggende
-landen worden dan aan de overstrooming ten prooi, tenzij zij krachtig
-genoeg zijn om met geweld het deksel gesloten te houden. Mohammeds
-prediking was slechts eene aanleiding, en het politieke verval van de
-twee toenmalige wereldrijken, het Perzische en het Oostromeinsche,
-hadden de gunstige bedding voor den stroom bereid, die vervolgens
-zonder moeite ook nog verder zijnen weg vond.
-
-Beide beschouwingen, de missionaire en de economische, als ik ze
-zoo eens mag noemen, hebben de verdienste van de aandacht te bepalen
-bij feiten, die men vroeger dikwijls heeft voorbijgezien. Zoo is het
-onweersprekelijk waar, dat de eerste Moslimsche veroveraars met veel
-meer ijver streefden naar uitbreiding van het gebied van den Islâm
-dan naar vermeerdering van het aantal der bekeerlingen tot hunnen
-godsdienst, dat de belastingen, die de getolereerde schriftbezitters
-opbrachten, hun vaak minstens even welkom waren als hunne erkenning
-der goddelijke zending van Mohammed. Vele Mohammedaansche staatslieden
-waren geneigd om de aan de schriftbezitters gewaarborgde tolerantie
-uit te strekken, niet alleen tot de Perzische vuuraanbidders, maar
-ook tot Hindoes en anderen, die men met de noodige welwillendheid
-tot de openbaringsvolken kon rekenen. Men vindt in de middeleeuwen
-in Mohammedaansche landen groote en welvarende gemeenten van
-niet-Mohammedanen (vooral Joden en Christenen), die eene mate van
-bescherming genieten, zooals men die destijds in Christelijke landen
-aan andersdenkenden niet verleende. De bekeering tot den Islâm van de
-massa der bevolking in Perzië of in Christelijke landen als Egypte en
-Syrië vond langzamerhand, en geruimen tijd na de verovering plaats,
-volgens de missionaire beschouwing door de innerlijke kracht der
-Mohammedaansche zending, volgens de economische alweder door motieven
-van economischen aard.
-
-
-
-
-De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het voorname
-middel.
-
-Men kan echter vol recht laten wedervaren aan alle feiten, die door
-de voorstanders der beide theorieën naar den voorgrond gebracht zijn,
-zonder eene dier toch al te eenzijdige verklaringen te aanvaarden,
-zonder de geheel eenige beteekenis der door Mohammed gewekte religieuze
-beweging voorbij te zien, en ook zonder te ontkennen, dat geweld tot
-de ongehoord snelle uitbreiding van den Islâm zeer belangrijk heeft
-bijgedragen. Eene onbevangen beschouwing der historische feiten is
-al voldoende om dit in te zien.
-
-Zoo moge men de bekeering der massa van de Christenbevolkingen van
-Syrië, Egypte en Noord-Afrika tot den Islâm eene vrijwillige noemen,
-zij was dan toch door de verovering hunner landen voorafgegaan en
-voorbereid. Na de annexatie bij het Moslimsch gebied genoten zij wel
-eene met middeleeuwschen maatstaf gemeten vrij groote tolerantie,
-maar de vrijheid hunner levensuitingen was dan toch zeer beperkt en in
-alles moesten zij zich de minderen van de ingedrongen overheerschers
-toonen. Al gingen sommige Mohammedaansche bestuurders zeer ver in de
-begunstiging van Joodsche of Christelijke individuën, het meerendeel
-der belijders van deze getolereerde godsdiensten had veel te lijden
-van het misbruik, dat het Mohammedaansche plebs maakte van zijne
-kunstmatige maatschappelijke meerderheid.
-
-Zeker was het voor de Moslimsche propaganda eene begunstigende
-omstandigheid, dat de Oostersche kerk in een allerjammerlijksten
-toestand van geestelijk verval verkeerde, zoodat sommige Europeesche
-geleerden in den Islâm met zijne eenvoudige leer zonder clerus of
-dogmatische haarkloverij eene welkome geestelijke verlossing hebben
-gezien voor de Monophysieten, Nestorianen of hoe verder de Christelijke
-secten van het Oosten heeten. Maar het is dan toch duidelijk, dat zij
-die verlossing nooit gezocht zouden hebben, wanneer niet directe en
-indirecte dwang hen uit de kerk naar de moskee gedreven had.
-
-
-
-
-Het systeem van den Islâm getuigt hiervan.
-
-Het sterkst en ondubbelzinnigst uit zich die dwang in het stelsel
-van den Islâm zooals dat ongeveer sinds de derde eeuw van de Hidjrah
-bestaat en door de geheele Mohammedaansche wereld is erkend. Men vindt
-het uiteengezet in de gezaghebbende leerboeken over de wet. De wijze,
-waarop de Islâm zich behoort uit te breiden, wordt daar aangegeven
-in de hoofdstukken over den heiligen oorlog en verwante onderwerpen.
-
-
-
-
-Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog.
-
-De aarde heeft men volgens die leer te beschouwen als verdeeld in
-gebied van den Islâm en gebied van den oorlog.
-
-Het gebied van den Islâm staat onder het gezag van het hoofd der
-geheele Moslimsche gemeente, den imâm (leider) of chalief (opvolger),
-namelijk van den Gezant van Allah in diens hoedanigheid van bestuurder
-der geloovigen. De bewoners van dit gebied zijn òf Mohammedanen
-òf getolereerde schriftbezitters, die onder allerlei beperkende en
-vernederende voorwaarden de bescherming van leven en have door den
-Moslimschen staat genieten.
-
-
-
-
-Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm.
-
-Theoretisch rekent men tot de "dâr al-Islâm" ook zulke landen,
-van welke men aanneemt, dat zij vroeger onder Mohammedaansch
-gezag gestaan hebben, al worden zij thans door niet-Mohammedanen
-bestuurd. Zoo gelden dus Britsch- en Nederlandsch-Indië, voor zoover
-zij door Mohammedanen bewoond worden, als gebied van den Islâm. Ten
-onrechte hebben W. Hunter en andere Britsche staatslieden zich
-hierover verheugd, daar zij meenden, dat deze leer opstanden van
-Britsch-Indische Moslims tegen het Engelsche gezag tot onwettige
-woelingen stempelde. IJdele illusie! Werden die Oostersche wingewesten,
-evenals bijv. Engeland en Nederland zelf, door de Moslimsche wet bij
-het gebied van den oorlog ingedeeld, dan zou als regel, zij het niet
-geheel zonder uitzonderingen, gelden, dat vijandige handelingen van
-Mohammedanen tegen zulke landen slechts mochten ondernomen worden
-krachtens machtiging van het hoofd der Moslimsche gemeenschap. In
-gebied van den Islâm daarentegen zijn niet-Moslimsche overheerschers
-abnormale verschijnselen, die men slechts dulden mag zoolang men zich
-buiten staat acht ertegen te reageeren.
-
-Het gedeelte der aarde, dat buiten het gebied van den Islâm valt, is
-in zijn geheel gebied van den oorlog, dat wil zeggen bestemd om met
-den spoed, dien de omstandigheden toelaten, door middel van geweld
-tot gebied van den Islâm gemaakt te worden. Voor volslagen heidenen
-kan die onderwerping slechts geschieden in den vorm van bekeering
-tot het geloof aan Allah en Zijnen Gezant; degenen, die eenen door
-den Islâm erkenden godsdienst belijden, mogen volstaan met erkenning
-van het Moslimsche staatsgezag als hunne overheid.
-
-
-
-
-De heilige oorlog.
-
-Dit zijn de hoofdlijnen van het systeem; men ziet, dat van de
-legende van den Moslim met het zwaard in de eene, den Qoerân in
-de andere hand toch dit overblijft, dat de Mohammedaansche wet de
-alleenheerschappij van hetgeen zij voor de waarheid houdt door den
-sterken arm verzekerd wil zien, dat de ware zending in den geest der
-wet bestaat in de onderwerping van andersdenkenden door de Moslimsche
-legermacht. Verdienstelijk maken zich ongetwijfeld Mohammedaansche
-kooplieden of kolonisten in heidensche landen, waarin Moslimsche legers
-nog niet konden doordringen, door als pioniers langs vreedzamen weg
-aanhangers voor hun geloof te winnen, en even prijzenswaard wordt
-het geacht, wanneer anderen onder de gedulde Joden, Christenen,
-enz. bekeerlingen trachten te maken. Dit alles neemt niet weg, dat het
-middel bij uitnemendheid tot verbreiding des geloofs naar de letter en
-den geest van de heilige wet gezocht moet worden in maatregelen van
-geweld. Die wet beschouwt alle niet-Moslims als vijanden der groote
-monarchie van Allah, wier weerstand tegen Zijne alleenheerschappij
-door de Mohammedanen gebroken moet worden.
-
-
-
-
-De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand.
-
-Het staat ons niet vrij, met Prof. Arnold in strijd met de uitspraken
-der Moslimsche wetgeleerden van alle eeuwen, te beweren, dat dit
-stelsel niet het ware is, dat het berust op onjuiste opvatting
-van eenige Qoerânverzen, dat de ware Islâm uitbreiding van het
-geloof alleen door overtuiging verlangt. Wel stemt eene kleine
-groep van moderne Mohammedanen met die aanpassing van den Islâm aan
-nieuwerwetsche begrippen in, maar zij vertegenwoordigen al evenmin de
-leer van den godsdienst, waarin zij geboren werden, als de modernisten
-die der Katholieke kerk.
-
-Meer waarde zou men geneigd kunnen zijn toe te kennen aan het argument,
-dat, zoo ergens, dan zeker in den Islâm, theorie en practijk,
-stelsel en leven vaak wijd uiteenloopen. Inderdaad hebben menigmaal
-Moslimsche bestuurders tegenover niet-Mohammedanen in en buiten
-hun gebied eene veel transigentere houding aangenomen dan die het
-systeem hun voorschreef. Aan den anderen kant ging het mindere volk
-zich jegens de getolereerden vaak te buiten op eene wijze, die de
-Mohammedaansche wet streng afkeurt. Maar van veel meer beteekenis dan
-zulke afwijkingen ter rechter of ter linker zijde is het onbetwistbare
-feit, dat de leer van den heiligen oorlog en hetgeen daarbij behoort
-zich volkomen logisch ontwikkeld heeft uit beginselen, die wij van
-de verovering van Mekka door Mohammed af tot in de derde eeuw der
-Hidjrah toe zien voortwerken. Zonder sprongen of tegenstellingen,
-zonder sporen van principieele ontleening van buiten sluit zich hier
-het volgende steeds bij het voorgaande aan.
-
-Mohammed is in de laatste jaren van zijn leven op niets meer bedacht
-dan op middelen om het aantal der geloovigen uit te breiden, waarbij
-natuurlijk steeds minder op bewijzen van innigheid des geloofs kan
-worden gelet. De door hem onderworpen Arabieren vallen dan ook na
-zijnen dood voor een groot deel weder af, maar Aboe Bakr, die hem als
-hoofd der gemeente opvolgt, beschouwt, geheel in Mohammeds geest, de
-wederonderwerping dier ontrouwen als eerste en voornaamste taak der
-geloovigen, en onder zijne leiding wordt die taak op schitterende
-wijze volbracht. En daarop volgt onmiddellijk de verovering van
-een belangrijk deel der wereld door de nu definitief geïslamiseerde
-Arabieren. Geheel evenwijdig met dezen loop der zaken beweegt zich de
-theorie der wetgeleerden, die vooral in de eerste eeuw van den Islâm
-het deelnemen aan den heiligen oorlog bijna tot een hoofdplicht voor
-alle geloovigen willen maken en geen heerlijker einde van een vroom
-leven kennen dan den dood op het slagveld als getuige des geloofs, als
-martelaar (sjahîd). Drongen in de eerste eeuwen onzer jaartelling vele
-Christenen naar eene gelegenheid om zich de kroon van het passieve
-martelaarschap te verwerven, vele malen grooter was het aantal der
-oudste Islâmbelijders, die als actieve geloofsgetuigen met ijver den
-dood op het slagveld zochten in den strijd met hen, die het gezag
-van Allah en Zijnen Gezant weerstonden.
-
-Deze overdrijving der waarde van het oorlogsbedrijf kon evenmin
-duurzaam zijn als de zegevierende tochten van den Islâm door de wereld;
-toen die veroveringen hare voorloopige grenzen bereikt hadden, kwam
-weldra in de school de kalmere beschouwing tot heerschappij, volgens
-welke de vrome ook door levenslange uitoefening van een vreedzaam
-bedrijf aanspraak op den eerenaam van geloofsgetuige kan verwerven. De
-heilige oorlog bezonk in het stelsel als eene solidaire verplichting
-der gemeente in haar geheel, waaraan slechts zoovele geloovigen
-behoefden deel te nemen als de omstandigheden volgens het oordeel
-van het staatsbestuur telkens vereischten. Maar de oorlogstoestand
-mocht dan toch niet als geëindigd worden beschouwd voordat het door
-Allah gewezen doel: onderwerping der gansche wereld aan den Islâm,
-bereikt zou zijn.
-
-
-
-
-De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens.
-
-Over de hoofdzaken van deze leer bestaat tusschen de wetgeleerden der
-verschillende scholen en perioden geen verschil van meening, en zij
-is meer wellicht dan eenig ander deel der wet populair geworden ook
-bij de leeken, bij de groote onwetende schare zelfs. Zij is het kort
-begrip van de actie van den Islâm naar buiten in het glansrijkste
-tijdperk, dat hij beleefd heeft, omgezet in een voor alle tijden
-geldend voorschrift. Zij vleit in hooge mate de ijdelheid der menigte:
-men behoeft slechts de dubbele geloofsbelijdenis te hebben uitgesproken
-om zeker te zijn, dat men behoort tot de gemeenschap, aan welke Allah
-de heerschappij over de wereld heeft beloofd. Zij werkt na, ook sedert
-de wereldgeschiedenis den spot is gaan drijven met hare hoovaardige
-pretentie: in de scholen der wetgeleerdheid blijft men haar voordragen
-omdat zij, gelijk de geheele wet, als van onfeilbaar gezag geldt voor
-alle tijden, en het gemeene volk blijft daaraan kracht ontleenen voor
-zijne ijdele verwachtingen, gepaard met haat jegens "ongeloovigen".
-
-
-
-
-De andere opvatting is ver in de minderheid.
-
-De Jong-Turken en andere modern gevormde Mohammedanen hebben wel eens
-gewenscht, dat zij die geheele leer van den djihâd konden opbergen
-in het museum hunner staatkundige antiquiteiten, en vele niet modern
-ontwikkelde wereldwijzen deelen om zuiver practische redenen dien
-wensch. Toch kan niemand hunner de verhouding van den Islâm tot andere
-godsdiensten principieel op nieuwe grondslagen trachten te vestigen
-zonder het vertrouwen van de meerderheid te verbeuren en met veler
-instemming beschuldigd te worden van ongeloof.
-
-Toen in 1908 de aanvoerders der Jong-Turksche revolutie in hun
-eerste élan de woorden: "vrijheid, gelijkheid en broederschap" in
-hunne vanen schreven, werd hun weldra met instemming van de massa der
-bevolking door de schriftgeleerden beduid, dat die gelijkheid alleen
-mocht bestaan in gelijke aanspraken op bescherming van rechten, welke
-rechten zelve echter voor de belijders der verschillende godsdiensten
-niet gelijk waren; en de broederschap, die heeft men later, als al
-te aanstootelijk, maar geschrapt.
-
-
-
-
-Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in den Islâm.
-
-De billijkheid gebiedt, dat wij ons hierbij herinneren, hoe ook in de
-Christenwereld, met name in de middeleeuwen, staatsmacht en godsdienst
-bedenkelijke bondgenootschappen gesloten hebben. Christenvorsten
-en -volken hebben met geweld heidenen bekeerd, ongeloovigen en
-ketters ter eere Gods gefolterd en gedood, Joden op onmenschelijke
-wijze behandeld. Maar nooit heeft men uit de Christelijke heilige
-schriften voor alle tijden geldende voorschriften afgeleid, die zulke
-practijken sanctioneerden. Het is het ongeluk van den Islâm geweest,
-dat hij gemeend heeft eens voor altijd met onfeilbaar gezag regelen te
-moeten geven, die alle handelingen der geloovigen tot in de geringste
-bijzonderheden bepaalden, en dat hij deze onmogelijke taak kwam te
-vervullen juist in een tijdperk, waarin onverdraagzaamheid zoowel in
-het Westen als in het Oosten heerschappij voerde. De leer, dat men
-voor hetgeen men als de waarheid beschouwt met geweld aanhangers moet
-winnen, bleef dus als eene erfelijke ziekte aan het eene geslacht na
-het andere der belijders van den Islâm eigen.
-
-
-
-
-Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast.
-
-De geheele opvatting van godsdienstige zending wordt in den Islâm
-door deze leer beheerscht. Zeker, men vindt onder Mohammedanen zeer
-uiteenloopende geestelijke typen, en daaronder ook zulke, die zich
-uit deernis met de toekomstige eeuwige ellende der heidenen geroepen
-voelen, hun de waarheid te prediken; maar het type van den Moslimschen
-propagandist vertoonen dezulken niet. De echte ijveraar voor de
-uitbreiding van het Mohammedaansche geloof beschouwt het veeleer
-als zijne taak, als een trouw soldaat van zijnen God, diens rijk
-op aarde te helpen vergrooten door verdelging van Zijne vijanden en
-vermeerdering van het aantal Zijner trouwe onderdanen. Dit laatste
-kan, behalve door geweld, ook door overreding gebeuren. De wet
-wijst ook daarin den weg. Zij wil in aansluiting weder aan hetgeen
-Mohammed deed in zijne laatste levensjaren, dat men ongeloovigen door
-wereldsch voordeel verlokke tot Islâm, tot onderwerping aan Allah
-en Zijnen Gezant; zelfs is een deel van zekere staatsinkomsten (van
-de zakât genoemde godsdienstige belasting) uitdrukkelijk voor dit
-doel aangewezen. Met een niet ongerechtvaardigd beroep op Mohammeds
-handelwijze ten aanzien van de voorname Qoeraisjieten na hunne
-gedwongen bekeering tengevolge der verovering van Mekka, leert de wet,
-dat men vooral bekeerlingen van hoogen rang en stand door wereldsch
-voordeel blijvend aan den Islâm moet trachten te binden, ook om door
-dit voorbeeld aantrekkend te werken op hunsgelijken en op degenen,
-over wie zij gezag hadden. De geloovige, die door persoonlijke
-bemoeienis menschen voor den Islâm weet te winnen met behulp van
-prikkeling en bevrediging hunner begeerlijkheid naar rijkdom of eer,
-maakt zich daardoor uitermate verdienstelijk, en niemand denkt eraan,
-hem vermenging van materieele en geestelijke dingen te verwijten.
-
-Soortgelijke middelen van propaganda zijn in vroeger en later tijd in
-de Christelijke wereld niet zelden aangewend. Het verschil is echter
-weer, dat die methode in den Islâm in de periode van haren bloei met
-onfeilbaar geacht gezag voor altijd tot wet is verheven.
-
-
-
-
-De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt.
-
-Het spreekt wel van zelf, dat in den gedachtengang, die deze wijze
-van uitbreiding van den Islâm beheerscht, het stellen van belangrijke
-eischen van voorbereiding aan degenen, die tot de gemeente willen
-toetreden, uitgesloten is. Men zou daardoor de bovenal gewenschte
-vermeerdering van het aantal der Moslims in gevaar brengen.
-
-In de eerste tijden is er wel eenige aarzeling geweest in de
-beantwoording der vraag, met welk minimum van naleving der wet men
-nog als Mohammedaan kon gelden. De wet stelt in hare positieve en
-negatieve geboden lang niet lichte eischen aan het individu, maar
-men was het er al vroeg over eens, dat de geloovige trots vele zonden
-van nalatigheid en overtreding mocht hopen op Allahs genade, en dat
-in ieder geval de straf, die hij in de hel zou hebben te boeten, eens
-een einde zou nemen, waarna hij het paradijs zou beërven. Het kwam er
-dus maar op aan, te weten, door welke daden men afvallig werd. Ten
-slotte heeft deze opvatting gezegevierd, dat alwie de belijdenis,
-dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Allahs gezant is,
-heeft uitgesproken met volle bewustheid van hetgeen hij deed, als
-Moslim beschouwd moet worden, en dat hij dit blijft, zoolang hij die
-belijdenis niet heeft herroepen noch een van de geboden van Allahs wet
-voor ongeldig heeft verklaard, ook al volbrengt hij geen van alle. De
-bedenking, dat men aldus gevaar loopt, schijngeloovigen te kweeken,
-wordt weerlegd met de herinnering, dat alleen aan Allah het oordeel
-toekomt over de echtheid van iemands geloof, terwijl de menschen
-elkander slechts naar uiterlijke kenmerken kunnen beoordeelen. Het
-uiterlijke kenmerk nu van hen, die tot de gemeente van Mohammed
-behooren, is het uitspreken der geloofsbelijdenis, niet gevolgd door
-woorden of daden, die deze uitspraak van kracht berooven.
-
-Heeft men dit geheele stelsel der Moslimsche propaganda wel begrepen,
-dan heeft men tevens den sleutel tot het geheim der vaak bewonderde
-missionaire kracht, die in den Islâm woont, en die hem tot een zoo
-gevreesd mededinger maakt voor de Christelijke zending, vooral waar
-beiden onder volken van lage beschaving werken. Den menschelijksten
-aller openbaringsgodsdiensten heeft een Duitsch oriëntalist den Islâm
-genoemd. Inderdaad tracht hij als zendingsgodsdienst een menschelijk
-doel met geheel menschelijke middelen te bereiken.
-
-
-
-
-Geen priesterschap noch geordende heidenmissie.
-
-Ieder Moslim, hoe onwetend hij overigens zij, kan te allen
-tijde iederen ongeloovige, die Mohammedaan wil worden, den weg
-wijzen om onverwijld en zonder ceremoniën in den Islâm te worden
-opgenomen. Sacramenten kent de Islâm niet, derhalve evenmin priesters
-of andere gewijde of geordende personen, die deze hebben uit te
-deelen. Zendelingen van beroep zijn er ook niet. De uitspraak, dat
-ieder Mohammedaan op zijnen tijd een zendeling is, moge overdreven
-zijn, als men daaronder wil verstaan, dat allen vervuld zijn van
-fanatieken ijver tot verbreiding van hun geloof, zij is waar in
-dezen zin, dat niemand door de gemeente of eenig ander lichaam voor
-de missie wordt afgevaardigd, maar dat de meesten als de gelegenheid
-zich biedt, gaarne medewerken om leden te winnen voor de gemeenschap,
-waartoe zij behooren.
-
-
-
-
-Leekenpropaganda.
-
-Voor kolonisten of kooplieden, die zich duurzaam of tijdelijk
-vestigen in een land met heidensche bevolking, is dit zelfs geboden
-door eigenbelang. Zij willen daar een eigen milieu hebben, in de
-eerste plaats een eigen gezin, maar dan verder een eigen wijderen
-kring, hoe wijder hoe liever. Dit alles gaat niet zonder het maken
-van bekeerlingen. Met eene heidensche vrouw mag de Mohammedaan niet
-trouwen, in een anderen godsdienst dan de Islâm zijne kinderen niet
-laten opvoeden. De vreemdeling maakt dus der vrouw zijner keuze den
-overgang tot zijne gemeenschap zoo gemakkelijk mogelijk en tracht ook
-de hem verzwagerden te winnen. Zoo gaat het verder, en er ontstaat
-weldra een groep van geloovigen van eenigszins gemengd bloed, die zich
-door wereldkennis, ontwikkeling van den geest en onderling verband
-voordeelig onderscheidt van de overige bevolking. De niet bekeerde
-bevolking ziet tegen de bekeerden op; door den Islâm aan te nemen
-voelen die heidenen zich, ook maatschappelijk, omhoog gaan.
-
-
-
-
-Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke.
-
-Hier hebben wij weder eene omstandigheid, die gedeeltelijk verklaart,
-waarom de Mohammedaansche propaganda sneller pleegt te slagen dan de
-Christelijke. In den Islâm volgt de grootst mogelijke assimilatie
-onmiddellijk op de bekeering; de Christelijke zendeling, hoe vol
-toewijding ook, blijft met zijne rasgenooten voor de primitieve
-bevolking, waaronder hij werkt, vreemdeling. Met recht vestigt
-professor Arnold hierop bijzonder de aandacht, en dit doen de meesten,
-die den voortgang van den Islâm bijv. in Midden-Afrika waargenomen
-hebben. Een Engelsch zendeling aldaar, die dezen ban wilde breken
-en met eene negerin trouwde, verwekte zulk eene ergernis met deze
-toepassing der eenheid in het geloof, dat hij zich genoodzaakt zag,
-de kolonie te verlaten.
-
-Maar, wij zagen het al, er komt nog zooveel verlokkelijks bij. De
-nieuwbekeerde, wiens overgang hem geen moeite kost, heeft aanspraak
-op de gunsten zijner nieuwe broeders, en deze aanspraken worden in
-de practijk gaarne erkend. Hoe weinig hij ook aanvankelijk van den
-inhoud van het door hem aangenomen geloof moge leeren, hoe weinig
-van de voorschriften der wet hij moge naleven, hij mag zich dadelijk
-koesteren in het bewustzijn, te behooren tot degenen, die bestemd zijn
-om over alle anderen te heerschen en die het recht hebben ten nadeele
-van niet-Mohammedanen die heerschappij te helpen bespoedigen. Bij
-zulk een sprong naar boven geldt het slechts als een gering bezwaar,
-dat de gewoonte--niet de wet--in de meeste gevallen verlangt, dat de
-bekeerling zich spoedig onderwerpe aan de besnijdenis.
-
-De populariteit van de leer van den heiligen oorlog doet zich nu
-bij zulke primitieve volken, wanneer zij gedeeltelijk door vreemde
-kolonisten of kooplui geïslamiseerd zijn, vaak in dien zin gelden,
-dat zij hunne nog niet bekeerde rasgenooten om hun ongeloof gaan
-bestrijden. De neigingen van min beschaafde menschen worden daarbij
-op voor hen aangename wijze geprikkeld en vinden eene welkome
-speelruimte. Met anderen geweld aan te doen, te plunderen of tot
-slaven te maken weten zij nu een Gode welgevallig werk te verrichten,
-mits die anderen heidenen zijn. De menschelijke ijdelheid en hebzucht
-worden gestreeld en gesteld in dienst van de propaganda. Het bezwaar,
-dat men op die manier heiligen oorlog van offensieven aard voert zonder
-de machtiging van den chalief, die hiervoor in den regel vereischt
-is, wordt ondervangen door de leer, dat in streken, die wegens verren
-afstand of om andere redenen buiten het bereik van het centrale gezag
-liggen, invloedrijke hoofden mogen doen hetgeen des chaliefs is.
-
-
-
-
-Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is weinig gedaan.
-
-Al heeft dus de Islâm, in de plaats van het evangelische "onderwijst
-al de volken", het bevel "onderwerpt al de volken" als een hoofdgebod
-voorop gesteld, hij is daarmee geenszins tevreden, maar wil, dat
-op de onderwerping onderwijzing volge. Het bovenal streven naar
-uitbreiding van gebied en vermeerdering van het aantal dergenen, die
-de geloofsbelijdenis hebben uitgesproken, heeft echter vanzelf tot
-eene minder krachtige werking in de diepte geleid. Nog tal van andere
-omstandigheden komen daarbij, die maken dat de geestelijke opvoeding
-der voor den Islâm gewonnenen in den regel veel te wenschen overlaat.
-
-Reeds vroeg zijn de schriftgeleerden zich gaan verdiepen in dogmatische
-en juridische spitsvondigheden, en in de drukte van hun onderlingen
-strijd vonden zij niet veel tijd om zich met de geestelijke belangen
-der ongeletterden bezig te houden. Voor hen scheen het nu eenmaal in
-de natuur der dingen te liggen, dat eene kleine uitgelezen schare van
-kenners der wet met zelfgenoegzame minachting neerzag op de menigte
-der onwetenden. Van eenig gevoel van medeverantwoordelijkheid voor
-dien toestand vindt men bij hen zelden eenig spoor.
-
-De minderheid der bevolking, die eenig onderwijs genoot, ontving
-dit in den meest onpractischen vorm. In de eerste eeuwen van den
-Islâm kon men nog de illusie koesteren, dat in alle Mohammedaansche
-landen de oude landtalen het veld zouden ruimen voor het Arabisch. Op
-deze later onhoudbaar gebleken onderstelling is bijna geheel het
-elementaire godsdienstonderwijs gebaseerd. Wie iets leeren wil,
-wordt ondersteld, Arabisch, en wel liefst klassiek Arabisch te
-verstaan. Eerst later werden schoorvoetend kleine concessies aan de
-moedertalen der geloovigen gedaan. Toch bleef eene kennis der wet,
-die iets beduidde, zonder bedrevenheid in het Arabisch zoo goed als
-onmogelijk. De leeken moesten het doen met een werktuigelijk leeren
-opdreunen van den Qoerân in het oorspronkelijk en met eenige even
-werktuigelijke oefening in het ritueel. Het plebs bleef meerendeels
-zelfs hiervan verstoken.
-
-
-
-
-Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de cultuur
-beheerschen.
-
-Geen wonder dus, dat in nagenoeg alle Mohammedaansche landen de
-geestelijke gedachtensfeer, waarin de eigenlijke bevolking leeft,
-meer oorspronkelijk heidensche dan Mohammedaansche elementen in zich
-bevat. Men neme kennis van de beschrijvingen van de populaire zeden
-en gebruiken en van het volksbijgeloof, dat in het leven de hoofdrol
-speelt, in Noordwest-Afrika, in Egypte, in Syrië, ja in het stamland
-van den Islâm, in Arabië zelf, overal ziet men de eenheid van Allah
-verscholen achter een onnoemelijk aantal levende en doode heilige
-personen en voorwerpen, die de hoogste vereering genieten, overal de
-middelen, die de wet aangeeft om Allahs gunst te verwerven, verdrongen
-door magische practijken, die van vóór den Islâm dateeren. Het
-Moslimsche bepaalt zich bij de menigte voor de vromeren tot eenige
-ritueele uiterlijkheden, voor de meerderheid tot eenige leuzen en
-phrasen, soms bovendien het daarstraks door mij beschreven gevoel
-van deel uit te maken van de tot heerschappij geroepen gemeenschap.
-
-Is dit alles zoo in het stamland van den Islâm en in de landen, die hij
-het eerst aan zich onderwierp, het spreekt van zelf, dat de officieele
-leer en het volksleven nog veel verder van elkander verwijderd moeten
-zijn daar, waar de Islâm eerst later binnendrong, en zeer geleidelijk
-veld won door de assimileerende kracht van vreemdelingen, die om
-zich heen propaganda maakten, ten slotte gevolgd door vreedzame of
-gewelddadige uitbreiding van het geloof door het bekeerde deel der
-inheemsche bevolking zelve.
-
-
-
-
-In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen.
-
-Het was op de laatst bedoelde wijze, dat het Mohammedanisme zijne
-belijders in den Indischen Archipel verkreeg. Mohammedaansche
-kooplieden uit Voor-Indië, het eeuwenoude spoor hunner Hindoesche
-landgenooten volgend, vestigden zich tijdelijk of voor goed in eenige
-kustplaatsen dezer eilanden. Deze kleine koloniën oefenden de gewone
-aantrekkingskracht, zelfs op Java, ofschoon hier het Hindoeisme al
-eeuwen lang de cultuur beheerschte. Men vergete hierbij niet, dat
-het Hindoeisme hier niet zoo diepe wortels kon schieten als in zijn
-vaderland, waarbuiten het zich in den regel niet verbreidt, en dat de
-Hindoecultuur hare geestelijke verfijning niet mededeelt aan de tot
-lagere kasten gerekende massa, zoodat voor eene groote meerderheid
-juist onder het Hindoeistisch régime veel aanleiding kan bestaan om
-in den Islâm verlossing te zoeken uit zijn staat van vernedering.
-
-
-
-
-De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen vergelijken.
-
-De propaganda was voor die vreemdelingen stellig vaker middel
-dan doel. Men kan er zeker van zijn, dat de meesten hunner meer
-van avonturiers dan van missionarissen weg hadden, al heeft de
-volkslegende hunne nagedachtenis met stralenkransen van heiligheid
-omgeven. Ook in Mohammedaansche landen waren het destijds niet in de
-eerste plaats de deugdzamen, die in het Verre Oosten hunne fortuin
-gingen zoeken. Nog in onze dagen gaat de Moslimsche propaganda
-onder de heidenen van Oost-Indië steeds in de eerste plaats van
-zulke gelukzoekers uit. Daarom is het zoo dwaas, wanneer onhandige
-zendingsvrienden deze soort van missie gaan vergelijken met die van
-geordende zendelingen des Christendoms, en dan der Regeering verwijten,
-dat Zij Mohammedaansche zendelingen niet aan een soortgelijk toezicht
-onderwerpt als Christelijke. Ik laat de vraag geheel ter zijde,
-of het noodig is, de werkzaamheid der Christelijke zendelingen
-te binden aan de voorwaarde eener bijzondere toelating zooals het
-vigeerende Regeeringsreglement die voorschrijft. Maar ten opzichte van
-Mohammedanen zou iets dergelijks volstrekt onmogelijk zijn, daar ieder
-Mohammedaansch handelaar, die met heidenen zaken doet, indien hem zulks
-gelegen komt, aanhangers voor zijnen godsdienst wint. De Europeesche
-koopman, gesteld dat hij er neiging toe had, zou dit niet kunnen
-doen, daar hem èn de bekwaamheid tot het geven van het voorbereidend
-onderricht, èn, wat meer is, de bevoegdheid tot het toedienen van
-het onmisbare sacrament van den doop ontbreekt. Het eene zoowel als
-het andere is voor eene bekeering tot den Islâm overbodig: tot dezen
-godsdienst bekeert de heiden na bekomen inlichting zonder iemands
-bijstand zichzelf. Aan Mohammedaansche kooplieden, die heidensche
-streken bezoeken, te verbieden, die inlichting te verstrekken, dat
-zou strijden met elk beginsel van godsdienstvrijheid en het verbod
-zou bovendien practisch niet te handhaven zijn.
-
-
-
-
-De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche ambtenaren
-in heidensche streken invoert.
-
-Wel verdient het voor de Regeering aanbeveling, bij het onder
-geregeld bestuur brengen van heidensch gebied zooveel doenlijk te
-waken tegen onwillekeurige bevordering der uitbreiding van den Islâm,
-die licht het gevolg is van den invoer van Inlandsch-Mohammedaansche
-staatsdienaren. Ook het Duitsche koloniale bestuur in Oost-Afrika
-heeft met deze moeielijkheid te kampen, en bij ons is de verleiding
-bijzonder groot, daar de Inlandsche ambtenaren van Java in den regel de
-best ontwikkelde, met onze bestuursbeginselen meest vertrouwde zijn,
-terwijl overdreven godsdienstijver onder hen zelden voorkomt. Toch
-strekt hunne plaatsing in heidensche landen op den duur, evenzeer als
-de immigratie van Mohammedaansche avonturiers, tot verbreiding van
-den door hen beleden godsdienst, en kan zij aldus ten gevolge hebben,
-dat de bevolking, onder welke zij werken, gewonnen wordt voor een
-stelsel, waaraan de Javanen zelve bezig zijn te ontgroeien. Moslimsche
-kooplieden uit eenig deel van den Archipel te weren, omdat zij de
-propaganda in de hand werken, dat zou zonder onverdedigbare willekeur
-niet gaan; daarentegen is het met eenig beleid wel te voorkomen,
-dat men zelfs indirect de islamiseering van niet-Mohammedanen zou
-gaan bevorderen.
-
-
-
-
-Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië gewelddadig
-uit.
-
-Het door vreemde avonturiers begonnen werk der islamiseering van
-de Oost-Indische eilanden werd door de bekeerde Inlanders zelve
-voortgezet. In het midden der veertiende eeuw prijst de Arabische
-reiziger Ibn Battoetah den Moslimschen vorst van Soematra-Pasè om de
-heilige oorlogen, die hij voerde tegen de heidenen in het binnenland
-van het eiland. De Mohammedaansche koloniën aan de Noordkust van Java
-ontwikkelden zich tot rijkjes, die ten slotte deels door aantrekking,
-deels door strijd Madjapait en Padjadjaran overweldigden. Van Java
-uit verbreidde zich de Islâm over Zuid-Soematra, deelen van Borneo
-en van Celebes en meer Oostelijk gelegen eilanden.
-
-
-
-
-De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon pas later
-te werken.
-
-Onder de uit Indië afkomstige eerste invoerders van den Islâm in den
-Archipel waren er met Arabische stamboomen van twijfelachtige echtheid,
-en ook wel enkele van onverdacht Arabische afkomst. Dit neemt niet weg,
-dat hun Islâm een ontwijfelbaar Indisch karakter vertoonde, en zich dus
-met name op Java uitnemend aansloot bij de Hindoeistische elementen,
-die zich daar lang te voren met het oorspronkelijke animisme vermengd
-hadden. Eigenlijk Arabische invloed deed zich eerst later gelden. Het
-waren Arabische gelukzoekers van voorname geboorte in Hadhramaut,
-die de kustrijkjes van Siak op Soematra en van Pontianak op Borneo
-stichtten. Emigranten uit dat Zuid-Arabische gebied vestigden zich
-sinds anderhalve eeuw in Palembang en verschillende handelshavens van
-Java en Madoera. De geletterden onder hen deden hun best om zoowel de
-specifiek Voor-Indische elementen van den hier ingevoerden Islâm als
-de voor hen meest aanstootelijke bestanddeelen van Hindoeistischen en
-animistischen oorsprong uit geloof en zeden der inheemsche Mohammedanen
-te verwijderen. Eene veel krachtiger werking in dergelijke richting
-ging echter van Mekka uit, niet zoozeer omdat zich ook enkele Mekkanen
-in Oost-Indië vestigden, als wel omdat in verband met de bedevaarten
-naar het heilige land sinds ongeveer twee en eene halve eeuw vele
-Inlanders te Mekka hunne studiën maakten of voltooiden. De vreedzame
-verdringing van de aan de Indische Mohammedanen ontleende methoden
-en denkwijzen door Arabische, die door de werkzaamheid der uit Mekka
-volleerd teruggekeerden begon, is nog niet afgeloopen, maar wint
-geleidelijk veld.
-
-
-
-
-Samenvatting.
-
-Wij hebben nu, denk ik, in hoofdtrekken het beeld voor ons van de
-wijze, waarop de Islâm getracht heeft, zijn ideaal van heerschappij
-over heel de menschheid te verwezenlijken en van de soort van zending,
-die een groot deel van den Indischen Archipel voor dezen godsdienst
-won. Van het jaar 630 af zocht hij de bereiking van zijn doel bovenal
-in onderwerping van de grootst mogelijke menschengroepen in den
-kortst mogelijken tijd; eene methode, die ook buiten den Islâm in
-de middeleeuwen vele aanhangers had. In het stelsel, dat omstreeks
-900 zijne definitieve afronding verkreeg, bleef deze toepassing
-van materieele machtsmiddelen de eerste plaats innemen, ook nadat
-de veranderde tijdsomstandigheden die in de practijk zoo goed als
-onmogelijk gemaakt hadden. Feitelijk moest men zich in nieuwere
-tijden steeds meer beperken tot eene andere soort van propaganda,
-die van oudsher naast de gewelddadige aanbevolen en ook beoefend was:
-vreedzame overreding, die gewoonlijk den vorm aannam van assimilatie,
-vooral van primitieve volken, door kooplieden en avonturiers,
-die in hun eigen belang met die volken verkeerden. De leer van den
-heiligen oorlog, door de schriftgeleerden onveranderd overgeleverd
-en bij het mindere volk altijd geliefd, bleef daarbij gereed om zich
-onder gunstige omstandigheden te doen gelden. Zoo niet zelden bij pas
-bekeerde volksstammen, die hunne heidensche rasgenooten met geweld
-tot den Islâm brachten.
-
-Altijd was het hoofdoogmerk snelle vermeerdering van het aantal
-Moslims, terwijl de opvoeding der bekeerden naar de beginselen en
-voorschriften van den Islâm aan de toekomst overgelaten bleef en
-met weinig ijver en ondoelmatige middelen beproefd werd. Onder de
-aangewende middelen van overreding speelden in systeem en practijk
-die van stoffelijken aard steeds de hoofdrol. Van missie met zuiver
-geestelijke middelen doen zich in ouderen tijd sporadisch gevallen
-voor; het meerdere, dat in onze dagen daarvan voor den dag komt,
-dankt zijn ontstaan meestal aan reactie tegen en concurrentie met
-Christelijke zending, die onder Moslims werkt.
-
-
-
-
-Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel hervormd.
-
-Bij het licht der geschiedenis van de Moslimsche propaganda en harer
-resultaten begrijpt men zonder moeite den afstand, die overal, waar
-de Islâm beleden wordt, te constateeren valt tusschen de leer en
-de wet eenerzijds en anderzijds het leven, vooral het leven van
-de massa des volks. Zonder dat licht begrijpt men er niets van
-en komt men gemakkelijk tot valsche oordeelen. Zoo onlangs een
-onzer volksvertegenwoordigers, die in dagbladartikelen en in eene
-parlementaire redevoering de stoute bewering deed vernemen, dat van de
-vijf en dertig millioen Nederlandsche onderdanen, die officieel als
-Mohammedanen te boek staan, slechts ongeveer zes millioen werkelijk
-belijders van den Islâm zijn.
-
-
-
-
-De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde vertrouwen
-beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis.
-
-Het is altijd gevaarlijk voor een buitenstaander, met een zelfgemaakten
-maatstaf te gaan bepalen, in hoeverre menschengroepen, die zich bij
-eene godsdienstige belijdenis indeelen, terecht daartoe gerekend
-worden. Hoevele millioenen Europeanen, wier namen in Christelijke
-doopregisters voorkomen, zou men op die wijze niet de buiten de
-gemeenschap der Christenen kunnen plaatsen omdat zij van den godsdienst
-vervreemd zijn of omdat zij geene kennis hebben van hun geloof en
-bevangen zijn in heidensche superstitie en practijken van animistischen
-oorsprong? Wat zou er op die wijze overblijven van het Christen-zijn
-van vele gedoopte Inlanders? Het eenig bruikbare criterium zal toch
-wel zijn, hoe de menschen zichzelve genoemd willen hebben, vooral omdat
-alleen daaruit blijken kan, waar zij hun vertrouwen hebben geplaatst.
-
-Bepalen wij onze aandacht eens bij Java als uit het oogpunt van
-bevolking verreweg het belangrijkste eiland van Nederlandsch-Indië. Met
-uitzondering van de kleine groepen der Badoei's en der Tenggereezen
-en van kleine Christengemeenten onder Europeesche leiding, noemt de
-geheele bevolking zich Mohammedaansch. Vooral op Midden-Java is van
-leer en wet van den Islâm in het leven van den kleinen man nog weinig
-doorgedrongen, terwijl zeden en bijgeloof er algemeen getuigen van de
-heerschappij van oud-animistische begrippen, min of meer gewijzigd
-door den invloed van het vroeger ingedrongen Hindoeisme. Toch zou
-een Hindoesch pandit thans evenveel moeite hebben om bij de bevolking
-gehoor te vinden als een zendeling van het Christendom.
-
-
-
-
-De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf.
-
-Zeker, van de millioenen zijn het slechts tienduizenden, die aan de
-over geheel Java verspreide pesantrèns kennis van eenige beteekenis
-opdoen van de dogmatiek en de wet van den Islâm. Evenals in andere
-Mohammedaansche landen zien ook hier die schriftgeleerden minachtend
-op de onwetende schare neer, en doen zij uiterst weinig om ze uit hare
-onwetendheid op te heffen. Maar evenals elders ziet ook hier die schare
-op naar die geleerden als naar degenen, die haar vertrouwen verdienen,
-waar het gaat om hare hoogste belangen.
-
-Goede of slechte geestelijke waar, die haar geboden wordt, beoordeelt
-de bevolking in de eerste plaats naar het Mohammedaansche merk, waarmee
-zij voorzien is. Mist zij dit, dan beschouwt zij haar zonder onderzoek
-met achterdocht en wantrouwen. Laster is het, wanneer men zegt, dat
-de Regeering door bestuursmaatregelen deze gezindheid heeft bevorderd
-of in het leven geroepen. Zij bestaat van de dagen der Compagnie
-af, Raffles constateerde haar in het begin der negentiende eeuw,
-en de uiterst geringe verandering, die in den geestelijken staat
-der Javaansche landbouwers is gekomen, heeft ook haar ongewijzigd
-gelaten. De bevolking van Java evenzeer als de Atjèhers, de Maleiers,
-Boegineezen, Makassaren en wie zich verder in Indonesië naar Mohammed
-noemen, zijn Mohammedanen, of men moet dien naam tevens ontzeggen aan
-de Berbers, de Egyptenaren, de Syriërs, ja zelfs aan de meerderheid
-der Arabieren.
-
-
-
-
-De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending der
-godsdienstvrijheid.
-
-De Regeering kan dit erkennen zonder zich daardoor te laten weerhouden
-van ook maar één enkelen bestuursmaatregel, die het belang van land
-en volk gebiedt. Maar Zij kan niet--zoolang Zij aanspraak maakt op
-den naam eener eerlijke regeering--medegaan met den wensch, dien
-de afgevaardigde van daarstraks namens onverstandige vrienden der
-Christelijke zending uitsprak, eenige millioenen Mohammedanen tot
-heidenen of pantheïsten verklaren, en daaraan vrijheid ontleenen
-om de zending meer direct te steunen door op die tot heidenen
-gestempelde Inlanders maatregelen toe te passen, die men tegenover
-Mohammedanen voor ongeoorloofd zou houden. Zulke steun zou ook beneden
-de waardigheid der Christelijke zending zijn. Men zou er bovendien het
-tegendeel van hetgeen men beoogde door bewerken: men zou aanleiding
-geven tot fanatiek verzet.
-
-Wel doet de Regeering wijs door hare volle aandacht te schenken
-aan het veelszins gelukkige feit, dat onder een groot deel van de
-Mohammedanen van Nederlandsch-Indië de beginselen van het stelsel
-van den Islâm nog weinig diepe wortels hebben geschoten, waardoor zij
-veel toegankelijker zijn voor andere cultuurinvloeden dan anders het
-geval zou wezen. Hiervan behoort in het belang der bevolking zelve
-partij getrokken te worden voordat het te laat is; voordat nog de
-aan wezenlijke beschaving vijandige elementen, die den Islâm als
-eene uit hare middeleeuwsche periode overgebleven kwaal aankleven,
-gelegenheid vinden op die dusver gespaarde Inlanders in te werken,
-moet men alle kracht inspannen om ze daartegen immuun te maken. Dat
-dit geschieden kan in volkomen eerlijkheid en zonder valsche listen,
-hoop ik in het vervolg aan te toonen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-KENSCHETSING VAN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM.
-
-
-Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde volken.
-
-In mijne vorige voordracht gewaagde ik meer dan eens van het stelsel
-van den Islâm, dat ongeveer drie eeuwen na Mohammed zijn definitieven
-vorm had verkregen, en wees ik erop, dat het heel andere dingen bevatte
-dan waarvan men in Mohammeds dagen ook maar een flauw voorgevoel kon
-hebben. Dit sprak in verband met de ontzagwekkende gebiedsuitbreiding
-van het Mohammedanisme geheel van zelf.
-
-Het schijnt ons reeds een wonder, dat die halfbarbaarsche Arabieren
-als in een ommezien niet slechts de volken van Zuid-Spanje tot de
-Westelijke grens van China wisten te onderwerpen, maar tevens aan de
-meesten hunner, waaronder naties met eene oude, hooge cultuur, hunnen
-nuchteren, nieuwen godsdienst wisten op te dringen, de Arabische taal
-in de plaats wisten te stellen van de talen der veroverde landen of
-althans haar den voorrang daarboven te verzekeren, de afstamming van de
-zonen der woestijn te doen erkennen als de hoogste aristocratie. Maar
-zonder eene groote mate van aanpassing zou dit alles toch geheel
-onmogelijk zijn geweest.
-
-Voor de regeling van het staatsbestuur in die oude cultuurlanden, van
-grondbezit, handel en verkeer in zulk een wereldrijk, om niet meer te
-noemen, waren de sobere, naieve wetgevende gedeelten der Qoerânische
-openbaring volstrekt ontoereikend. Nu had echter in de oudste gemeente
-deze overtuiging diep wortel geschoten, dat alle levensverhoudingen,
-groot of klein, zonder uitzondering geregeld moesten worden door Allahs
-woord, toegelicht door Allahs gezant. Zoo was het geweest te Medina
-zoolang Mohammed als levend orgaan der openbaring in het midden der
-zijnen had verkeerd, en zoo behoorde het te blijven na zijn dood in
-het door hem gestichte rijk.
-
-
-
-
-De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften van
-den Profeet ingelijfd.
-
-Hoe nu de geheel andere eischen der practijk in overeenstemming te
-brengen met die als eene levensvoorwaarde van den Islâm beschouwde
-beperking der bron van alle wijsheid tot eenige uitspraken, bestemd
-om in de vrij primitieve maatschappij van Medina de gewenschte orde
-te handhaven of te herstellen? Waar het voor heiligschennis gold,
-te meenen, dat de woorden van Allah en Zijnen Gezant aanvulling
-behoefden, schoot er niet veel anders over dan door vrome fictie aan
-Mohammed in den mond te leggen, hetgeen hij vermoedelijk gezegd zou
-hebben, indien hem een blik in de toekomst gegund ware geweest. Elke
-vraag, die rees gedurende en na de groote verovering der landen,
-gaf aanleiding tot het ontstaan van eene of meer overleveringen over
-iets, dat de profeet had gezegd of gedaan, en waaraan men voor het
-gegeven geval licht kon ontleenen. Later werd die steeds aangroeiende
-massa van tradities door schifting in omvang beperkt, door ordelijke
-rangschikking handelbaar gemaakt, en zoo verkreeg men de kanonieke
-traditie-verzamelingen. Zij vormden niet een zoo streng afgesloten
-geheel als de verzameling der woorden Gods in den Qoerân, zij lieten
-veel meer plaats voor aanvulling en verschillende uitlegging, maar
-eene verdere ontwikkeling der wetgeving, die naar ons spraakgebruik
-dien naam zou verdienen, maakten zij dan toch zoo goed als onmogelijk.
-
-Goed- of kwaadschiks moest de Islâm in de eerste twee eeuwen van zijn
-bestaan de grootste plooibaarheid ontwikkelen, waartoe hij in staat
-was: langs verschillende wegen nam hij instellingen en denkbeelden
-in zich op, die ons op ondubbelzinnige wijze hunne herkomst uit
-Griekenland, Rome, Perzië en Hindostan openbaren, al hebben zij zich
-gehuld in het monotone, grauwe kleed van profetische traditie. Zonder
-deze veelsoortige toespijzen en sterke kruiden zou de digestie van de
-gulzig opgezwolgen landen en volken hem te machtig zijn geworden. Maar
-toen was dan ook de grens zijner spankracht bereikt; ongeveer duizend
-jaren geleden was dus de geschiktheid van den Islâm om zich aan te
-passen aan andere tijden dan de dusver doorleefde, aan andere plaatsen
-dan de dusver ingenomene zoo goed als geheel verbruikt.
-
-
-
-
-De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente.
-
-Het stelsel, zooals het toen reeds tot in kleine détails was
-uitgewerkt, werd afgesloten door de leer van de onfeilbaarheid
-der Moslimsche gemeente als geheel, vertegenwoordigd door hare
-schriftgeleerden. Omtrent den Qoerân en zijne uitlegging, de kanonieke
-overleving en hare verklaring, de uit die bronnen af te leiden
-theologie en wet, was dus al hetgeen, waarover de schriftgeleerden tot
-eenstemmigheid waren geraakt, boven verdere discussie verheven. Stevig
-zaten die resultaten van drie eeuwen geestelijken arbeid vast in de
-vesting der onfeilbaarheid. Die vastheid van het systeem was echter
-tevens de oorzaak van zijn kwijning; hoe langer hoe meer verloor het
-den samenhang met het leven.
-
-Dit bezwaar zou belangrijk verminderen, wanneer gezaghebbende
-schriftgeleerden die leer van den onfeilbaren consensus gebruikten
-als middel juist om door hen wenschelijk geachte hervormingen in
-te voeren. In de laatste jaren is dit, vooral in Egypte, en ook wel
-in Turkije, door kundige oelamâ beproefd. Zij gelden echter bij de
-groote meerderheid nog als gevaarlijke modernisten, en het is zeer
-de vraag, of het hun gelukken zal, op den duur een zoo grooten kring
-van moeqallids (erkenners van hun gezag) te vormen, dat hunne opinies
-voor de vaststelling van den consensus gaan medetellen.
-
-
-
-
-Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der Hidjrah
-zeer moeielijk.
-
-Immers hetgeen daar voor duizend jaren werd vastgelegd, dat was
-niet een geheel van beginselen, maar een stel van op goddelijk en
-profetisch gezag berustende voorschriften, die tot in het kleine en
-bijzondere het staatkundige, maatschappelijke en individueele leven
-der geloovigen bonden voor alle gevallen, waarop men bedacht was
-geweest. Nu hebben sinds dien tijd de verschillende Mohammedaansche
-landen in menig opzicht onafhankelijk van elkander ieder hun eigen
-leven geleid, daar de politieke, economische en andere toestanden vaak
-hemelsbreed verschilden; maar hetgeen hen onderling bleef verbinden,
-dat was juist, behalve eenige geloofsformules, de gemeenschappelijke
-erkenning van het goddelijk karakter dier wet, die in elk van hare
-deelen hare Arabische geboorte en hare opvoeding in het Westen van
-Azië gedurende de zevende, achtste en negende eeuw verried. Al mag
-men gedurende de tien eeuwen, die daarna volgden, kunnen wijzen op
-concessies der wet aan behoeften, die zich algemeen deden gelden,
-de moeite, die het kostte, ze erkend te krijgen, bewijst beter dan
-iets anders, hoe stroef het systeem van den Islâm geworden was.
-
-Wie toch eene zekere mate van plooibaarheid aan dit stelsel wil
-toekennen, wijst terecht op het gewicht, dat vele schriftgeleerde
-autoriteiten toekennen aan het belang der geloovigen als motief
-voor wettelijke bepalingen, of aan den drang der omstandigheden,
-die volgens Moslimsche autoriteiten gedeelten der heilige wet buiten
-werking kan stellen, maar zulk beroep komt bij de meest gezaghebbende
-schriftgeleerden slechts voor om den loop van de ontwikkeling der
-wet in het verleden of ook uitzonderingen van tijdelijken aard te
-rechtvaardigen, daarentegen zelden om wegen te openen voor eene
-toekomstige ontwikkeling, die het vroeger met onfeilbaar gezag
-vastgestelde zou wijzigen. De door de schriftgeleerden der eerste
-eeuwen na eenige aarzeling aanvaarde, maar binnen enge perken gehouden
-redeneering bij analogie kan evenmin als hervormend beginsel werken:
-zij mag alleen dienen om uit de bestaande bepalingen voor dusver
-onbekende gevallen nieuwe deducties te maken.
-
-Hoe men de zaak ook beschouwe, elke poging om de wet in het bijzondere
-te verbeteren bedreigt het heele, eeuwenoude gebouw met ineenstorting,
-en ieder streven naar fundamenteele herziening brengt hem, die ermee
-voor den dag komt, in verdenking van ongeloof. Tegen het een zoowel
-als tegen het ander kan men gewoonlijk rekenen op den fellen tegenstand
-van de meerderheid der schriftgeleerden, gesteund door de instinctief
-bij haar zich aansluitende massa des volks.
-
-
-
-De stroefheid van den Islâm, die in zijne eerste periode eene
-wijle voor den onweerstaanbaren drang der omstandigheden week,
-werd dan van de derde eeuw der Hidjrah af een zijner sprekendste
-karaktertrekken. Een "positieve" openbaringsgodsdienst, die uit den
-Hemel voorschriften verlangt over alle détails van het leven, kan op
-den duur dit lot niet ontgaan.
-
-
-
-
-Het stelsel splitst zich in geloofsleer en wet.
-
-Ik sprak meermalen van het stelsel van den Islâm, en inderdaad was
-het in den beginne formeel één geheel, werden alle levensvragen door
-ééne en dezelfde klasse van deskundigen behandeld en opgelost. Weldra
-verdeelde zich de stof in twee hoofddeelen, de geloofsquaesties,
-de dogmatische vragen, die door theologen in den engeren zin, en
-de vragen betreffende de plichten, die door wetgeleerden behandeld
-werden. Beide vakken bleven met elkaar in innig verband, maar zij
-onderscheidden zich toch van elkaar in doel, in middelen, in methode.
-
-Over de dogmatiek kunnen wij hier kort zijn. Eene geloofsleer
-wordt uit strijd over de ontwikkeling van het dogma geboren, en
-tracht in scherp belijnde formules de bovendrijvende stellingen
-voor altijd te bevestigen. Voor zoover men haar onfeilbaar of toch
-boven revisie verheven acht, komt zij in een volgend tijdperk der
-ontwikkeling van het menschelijke denken noodwendig in strijd met de
-begrippen van een deel dergenen, die zij onder hare vleugelen wil
-houden. Deze verwijdering kan echter zonder belangrijke practische
-gevolgen intreden, wanneer ten minste de geloofsleer zich binnen
-hare eigene grenzen houdt en niet te zeer ingrijpt in het gebied
-van het handelen. Zoo is het in den Islâm gegaan. Toen de hitte van
-den strijd der eerste drie eeuwen over geloofsformules afgekoeld en
-het resultaat in den vorm eener rechtzinnige dogmatiek bezonken was,
-nam de belangstelling voor deze dingen buiten de enge vakkringen af.
-
-
-
-
-De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang voor
-de practijk.
-
-De vragen, waarover men getwist en elkander verketterd had, vertoonden
-veel overeenkomst met die, welke in de Christelijke kerk de gemoederen
-hadden bewogen. De praedestinatie, tegenover de aanhangers der leer
-van den vrijen wil tot een hoofddogma verheven, werd in den Islâm niet
-fatalistischer opgevat dan elders. De streng gehandhaafde eenheid Gods
-werd met de veelheid Zijner in den Qoerân genoemde eigenschappen in
-een verband gebracht, dat het middelmatige verstand zoowel als het
-populaire openbaringsgeloof bevredigde. De leer van de eeuwigheid
-der hellestraf voor ongeloovigen in verband met die der eindelijke
-zaligheid aller geloovigen verscherpte in den geest der middeleeuwen
-de grenslijn tusschen Mohammedanen en niet-Mohammedanen. Het dogma
-der zaligmaking door het geloof alleen--geloof opgevat in den zin van
-eerbiedige erkenning der almacht van den door Mohammed gepredikten
-Allah, ongeveer zoo als een willig onderdaan zijnen vorst erkent,
-waarbij de werken dienen om dat geloof schooner en volkomener te maken
-en den geloovige meer aanspraak te geven op spoedige toelating in het
-Paradijs--, dit dogma was dienstig om de zwakken niet af te schrikken
-en de propaganda te bevorderen. Er zou veel meer te noemen zijn, maar
-voor de practijk van het leven, die ons hier bovenal belang inboezemt,
-is het eene van niet veel meer gewicht dan het andere.
-
-Al was het stelsel óók ten aanzien van dit schema der geloofsleer
-in de laatste duizend jaren stroef en afkeerig van alle pogingen tot
-herziening, het denken der Islâmbelijders werd daardoor niet ernstig
-belemmerd. De in hooge sferen zich bewegende geesten gingen erboven uit
-of begaven zich op zijwegen; het vulgus bleef met allen eerbied voor
-de theologische leuzen aan zijn, slechts in vorm ietwat gewijzigde,
-oude bijgeloof hangen. Wie bij al die afwijkingen geene uitdagende
-houding aannam, had zelden veel te vreezen.
-
-
-
-
-Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms beroering.
-
-Eén hoofdstuk der dogmatiek vraagt soms de aandacht ook van hen, die
-voor de bespiegeling over leerstukken zonder direct practisch gevolg
-weinig belangstelling hebben: het is de eschatologie. De messiaansche
-verwachtingen, die in de Moslimsche leer ingang gevonden hebben,
-met name de verwachting, tegen het einde der dagen, van eenen mahdî
-(eenen met Allahs bijzondere leiding begunstigden opperbestuurder),
-die het stelsel van den Islâm opnieuw tot eere brengen en de
-ongeloovigen verdelgen zal, verontrusten de gemoederen der minst
-ontwikkelde Mohammedanen, zoo dikwijls als het aan opruiers gelukt,
-eene bevolking te doen gelooven, dat de opstanding nabij is, of haar
-in een bepaald persoon den mahdî of een van diens wegbereiders te
-doen zien. De stemming jegens andersdenkenden wordt in zulke gevallen
-hatelijk, en soms komt het tot fanatieke daden. Maar hiermede is dan
-ook alles gezegd.
-
-Al wordt dus de rechtzinnige geloofsleer op de pesantrèns van
-Java en op dergelijke scholen (de soerau's van Soematra enz.) in de
-buitenbezittingen veel, soms zelfs met overdreven voorliefde beoefend,
-toch mogen wij bij de beschouwing van het stelsel in zijne werking
-in het algemeen zoowel als op de Indonesiërs in het bijzonder, dit
-gedeelte verder ter zijde laten. De wet verlangt in veel hooger mate
-onze aandacht.
-
-
-
-
-Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in ééne hand.
-
-Wij leerden haar daarstraks kennen als, wel veel meer later ingedrongen
-elementen van vreemden oorsprong bevattend dan zijzelve ons wil doen
-gelooven, maar sedert hare volgroeidheid bijzonder stroef. De keerzijde
-van die stroefheid was, dat het werkelijke leven in vele opzichten
-buiten haar om zijn eigen weg ging. Deze voor de wet ongunstige
-verhouding werd ook door andere oorzaken zeer in de hand gewerkt,
-voornamelijk doordien reeds enkele tientallen jaren na Mohammeds
-dood de machthebbers in den Islâm en de uitleggers der wet niet
-meer samenwerkten, maar twee jegens elkander meestal wantrouwende en
-naijverige groepen vormden. Dat is sedert aldus gebleven: de bezitters
-van het gezag waren even ongeneigd om zich in alles onder de vaak
-lastige controle van de wetgeleerden te stellen als dezen om zich door
-de vorsten der wereld den critischen mond te laten snoeren. Des te
-vrijer konden die juristen zich aan hunne casuïstische liefhebberijen
-overgeven, en daar zij, gelijk wij vroeger zagen, op de onwetende
-schare minachtend neerzagen, waren zij allerminst doordrongen van
-het besef, dat hunne uitlegging der onfeilbare wet rekening diende
-te houden met de practische eischen der maatschappij.
-
-
-
-
-De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde gesteld.
-
-De samenhang van theorie en practijk liet reeds zeer veel te wenschen
-over in de eerste drie eeuwen van wording van het systeem, en in de
-landen zelve, waar die groei tot stand kwam; hoeveel te meer in later
-eeuwen en in landen, die van dat oorspronkelijke centraalgebied ver
-af gelegen waren. Gewoonterecht en willekeur der bestuurders deden
-alom ten aanzien van menig hoofdstuk der wet bijna vergeten, dat het
-eene andere bestemming had dan die van bestudeerd te worden. Het
-qâdhî-ambt, ingesteld ter beslechting van alle geschillen volgens
-de wet Gods, ontaardde weldra, deels omdat het meegesleept werd
-in de algemeene corruptie der staatsambten, deels omdat het in de
-vrijheid zijner functie belemmerd werd door zijne afhankelijkheid
-van het bestuur. Om hunne gemoedsrust te kunnen bewaren bij het
-onloochenbare feit, dat Allahs geboden op elk gebied veronachtzaamd
-werden, namen de schriftgeleerden aan, dat deze wereld te slecht
-was voor eene zoo volmaakte wet, die hare volle kracht slechts kon
-ontwikkelen in het gulden verleden van Mohammed en zijne eerste
-opvolgers en in het toekomstige messiaansche tijdperk, wanneer de
-mahdî, de door Allah geleide, aan het hoofd der gemeente zou staan en
-de wereld zou vervullen met gerechtigheid gelijk zij thans vervuld
-was met onrecht. Dat het zoo gaan zou, werd zelfs in den vorm eener
-voorspelling aan Mohammed in den mond gelegd.
-
-
-
-
-Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen der wet.
-
-Theoretische erkenning hebben de wetgeleerden aan hun werk in
-de geheele Mohammedaansche wereld weten te verzekeren; wie de
-verbindbaarheid ook maar van een enkel door den onfeilbaren consensus
-der gemeente gestempeld wettelijk voorschrift in twijfel trok, werd
-daardoor een rebel tegen den Almachtige, wie haar loochende, een kâfir.
-
-Juist hierom mogen wij dus toch weer van bijna geen deel der wet
-zeggen, dat het ontbloot is van alle beteekenis voor het leven der
-Mohammedanen; wel kan men naar het verschil in graad van de waarde
-voor de practijk verschillende bestanddeelen dier wet onderscheiden.
-
-
-
-
-De zuiver godsdienstige bestanddeelen.
-
-De vijf hoofdplichten der geloovigen jegens Allah, de zoogenaamde
-vijf zuilen van den Islâm, met welker behandeling ieder leerboek
-der wet begint, hebben groote beteekenis voor het individueele
-godsdienstige leven, in onzen tijd zelfs meer dan in de middeleeuwen,
-toen nog vaak de vervulling dier voorschriften door bestuur en politie
-bevorderd werd. Thans wordt die ook in landen onder Mohammedaansch
-bestuur meestal aan den eigen aandrang der Moslims overgelaten,
-zoodat men duidelijker dan voorheen kan onderscheiden, welke soort
-van godsdienstige verrichtingen in eene bepaalde streek de hoogste
-waardeering geniet. Voor de vraag, of men eene bevolking al of niet bij
-de Mohammedanen zal indeelen, heeft, gelijk ons bleek, die relatieve
-waardeering evenwel geen groot belang.
-
-In den Indischen Archipel loopt die waardeering plaatselijk ver
-uiteen. In Atjèh wordt de çalât lang niet met denzelfden ijver
-waargenomen als in Banten; het vastengebod wordt op Midden-Java
-door een groot deel der bevolking veronachtzaamd. Op West-Java
-daarentegen overschat men dikwijls deze verplichting door haar
-getrouwer na te komen dan die der ritueele godsdienstoefening. Aan
-het zakâtvoorschrift houden zich de Soendaneezen veel strenger dan
-de andere bewoners van Java, terwijl de ijver voor de bedevaart naar
-Mekka in de meeste eilanden van den Archipel in vergelijking met
-andere landen overdreven wordt.
-
-
-
-
-Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen.
-
-Onder de overige hoofdstukken der wet, die de verhouding der menschen
-onderling als onderdanen van den staat, als leden van maatschappij en
-gezin regelen, zijn er verscheidene, die onze belangstelling slechts
-in zoover verdienen als zij kunnen bijdragen tot de kenschetsing van
-den geest van het geheel of omdat zij den historicus van den Islâm
-in staat stellen na te gaan, uit wat voor vreemde bronnen de oudste
-bewerkers der Mohammedaansche wet de magere Arabische stof aangevuld
-hebben. Overigens bezitten die hoofdstukken, daar zij zoo goed als
-nergens op den duur kracht van wet hebben gehad, alleen paedagogische
-waarde voor de betrekkelijk kleine kringen, die van de geheele wet
-studie maken en wier ideaal van een vroom leven mede daardoor wordt
-bepaald.
-
-Dit geldt bijv., behoudens uitzonderingen, van de leer der contracten,
-van het strafrecht en van zoo menig ander onderdeel, dat door de
-casuïsten tot in de uiterste consequenties is uitgewerkt, als ware
-het heil der menschheid ermee gemoeid.
-
-
-
-
-Bepalingen die als moreele voorschriften werken.
-
-Er zijn echter ook een aantal onderwerpen, waaromtrent bepalingen in de
-goddelijke wet voorkomen, die in wijde kringen bekend zijn en welker
-overtreding de geloovige zich als zonde aanrekent. Meestal zijn het
-verbodsbepalingen, en wel liefst zulke, die op eene ondubbelzinnige
-uitspraak van Allahs eigen woord berusten. Deze soort heeft dus voor
-de Mohammedanen veel hoogere moreele waarde dan de laatst genoemde
-categorie.
-
-Geen Moslim heeft gemoedsbezwaar tegen het sluiten van koop- en
-huurcontracten volgens andere regelen en in andere vormen dan die
-de goddelijke wet daarvoor aangeeft; maar wanneer hij zich laat
-vinden tot het aangaan eener overeenkomst, waarbij rentebeding
-in een of anderen vorm te pas komt, dan voelt hij zich schuldig
-tegenover Allah, en wanneer hij eene assurantie sluit, is zijn
-geweten niet veel geruster. Dat komt omdat het leenen tegen rente in
-den Qoerân streng verboden en met de zwaarste straffen in de andere
-wereld bedreigd wordt, terwijl de Mohammedaansche schriftgeleerden
-verzekeringsovereenkomsten als hasardcontracten beschouwen, en het
-hasardspel in Allahs woord tot het werk van den Duivel gerekend wordt.
-
-Van een koopcontract, waarbij de voorschriften der heilige wet niet
-in acht genomen zijn, kan men uit het oogpunt van het kanonieke recht
-de geldigheid betwisten; maar, indien beide partijen zich erdoor
-gebonden achten, meer nog indien eene besturende macht die opvatting
-deelt en waar noodig handhaaft, dan heeft die afwijking voor geen
-der betrokkenen schadelijke gevolgen noch van materieelen, noch van
-moreelen aard. Anders staat het met rechtshandelingen, die Allah
-verboden en strafbaar gesteld heeft. Het sluiten van een contract
-met rentebeding bijv. is uit een godsdienstig-zedelijk oogpunt te
-vergelijken met het drinken van wijn of het plegen van ontucht.
-
-Eene als onfeilbaar geldende wet, die zonder beperking van tijd of
-plaats rechtshandelingen verbiedt welke, voor eene normale ontwikkeling
-van menschelijken handel en verkeer op den duur onmisbaar zijn,
-dwingt de menschen, zich op de eene of andere wijze van haar te
-emancipeeren. Dit kan gebeuren door overtreding, die dan door hare
-algemeenheid en frequentie ten slotte haar afschrikwekkend karakter
-verliest, of door ontduiking, waarbij de schijn van gehoorzaamheid
-aan het voorschrift wordt bewaard. Beide wijzen van doen ondermijnen
-den waren eerbied voor de wet. Dat de Moslimsche wet dagelijks aldus
-door de geloovige Mohammedanen behandeld wordt, moet geweten worden
-aan het principieele euvel, waarmee die wet reeds behebt was, toen
-zij van Arabië uit haren tocht door de wereld begon, het voor alle
-tijden gelijkstellen van hetgeen de tijd noodwendig verandert.
-
-
-
-
-Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht van wet
-hadden.
-
-Een natuurlijk gevolg van dezen loop der zaken is het weer, dat de
-wetgeleerden zelve het niet slechts hunne taak achten, de bepalingen
-uit te leggen en uit te werken, maar ook de wegen te wijzen, waarlangs
-men de in den tijd niet passende voorschriften kan ontduiken.
-
-Een Duitsch vergelijkend rechtsgeleerde heeft gemeend, uit die gewoonte
-der Mohammedaansche wetgeleerden de gevolgtrekking te mogen maken, dat
-het recht van den Islâm werkelijk het leven heeft beheerscht; volgens
-hem moeten die wetten wel in volle kracht gewerkt hebben, wanneer
-men het noodig achtte, ze op omslachtige wijze te ontduiken. Hij
-vergat, dat die noodzakelijkheid zich evenzeer opdringt, waar men te
-doen heeft met eene gedétailleerde kanonieke wet, die met de eischen
-van het leven telkens in conflict komt, maar waaraan men goddelijken
-oorsprong toeschrijft, ja dat die ontduikingsmiddelen evenzeer gezocht
-worden ten aanzien eener onveranderlijke moraal, die uit voorschriften
-in plaats van uit beginselen bestaat. Ook als de historie ons niet
-op elke bladzijde getuigen maakte van de botsingen van het leven der
-Mohammedanen met de door hen theoretisch als onfeilbaar erkende wet,
-dan nog zou de vergelijkende rechtswetenschap hare bevoegdheid te
-buiten gaan door uit de wijze, waarop die wet in de school behandeld
-werd, conclusies te trekken ten aanzien harer verhouding tot de
-practijk.
-
-
-
-
-Werkelijk geldende hoofdstukken der wet.
-
-De vierde categorie van onderdeelen der wet, die wij van ons
-gezichtspunt te onderscheiden hebben, behandelt onderwerpen, waarvan
-men om deze of gene reden altijd van oordeel is gebleven, dat zij
-geheel door het goddelijke recht geregeld moesten zijn, ook in het
-lange tijdperk na de gouden dertig jaren der rechtzinnige chaliefen
-en vóór het aanbreken der messiaansche periode van den mahdî.
-
-
-
-
-Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht.
-
-Hiertoe behoort in de eerste plaats het personen-, huwelijks-, familie-
-en erfrecht. Geen Mohammedaansch besturend hoofd heeft er ooit aan
-gedacht, de beslissing van geschillen, die daarop betrekking hebben,
-aan de jurisdictie van den qâdhî te onttrekken. De voorwaarden en
-de grondslagen van een huwelijkscontract kunnen de twee betrokken
-partijen reeds daarom niet naar eigen goedvinden regelen, omdat Allah
-elke moedwillige afwijking van de door hem daarvoor gestelde regelen
-tot ontucht gestempeld en met de zwaarste straffen in dit leven en in
-het namaals bedreigd heeft. Maar ook afgezien hiervan, het huisgezin
-is wel in elke op godsdienstige grondslagen berustende maatschappij
-als een onaantastbaar heiligdom beschouwd, welks inrichting niet aan
-den invloed van menschelijke willekeur onderworpen mocht zijn. In
-den Islâm met zijne ons bekende neiging tot détailregeling, die zelfs
-de bijzonderheden van kleeding en toilet, van beleefdheidsvormen en
-uitingen van gemoedsaandoening wilde binden aan van tijd en plaats
-onafhankelijke voorschriften, in den Islâm sprak het van zelf, dat
-de familie over zijn geheele gebied hetzelfde type moest vertoonen
-en dat hij ten aanzien hiervan voor transactie met de ethnische
-eigenaardigheden zijner belijders ontoegankelijk was.
-
-Naast deze, voor alle Mohammedanen verreweg belangrijkste kapittels
-der heilige wet, hebben wij in dit verband nog te letten op een aantal
-andere, waarmede uit den aard der zaak lang niet ieder practisch
-te doen krijgt, maar die toch dit met de voorschriften betreffende
-personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht gemeen hebben, dat zij
-de daarin behandelde onderwerpen ook feitelijk beheerschen.
-
-
-
-
-Vrome stichtingen.
-
-Niet ieder verkeert in de gelukkige omstandigheden, vrome stichtingen
-ten behoeve van eeredienst, onderwijs of andere zaken van algemeen
-nut in het aanzijn te kunnen roepen; maar wie dat doen kan en wil,
-denkt er natuurlijk niet aan, het op eene andere wijze te doen dan
-die in Allahs wet daarvoor is aangegeven. Hij zou immers daardoor
-het voornaamste resultaat, dat men zichzelf van zulke vrijgevigheid
-belooft: de verwerving van Allahs genade in het namaals, in gevaar
-brengen. Al is het dus mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk, dat de
-wet betreffende de waqfgoederen in den tijd der aanpassing van den
-Islâm onder sterken invloed van het recht der veroverde landen haar
-beslag heeft gekregen, zóó als zij daar nu in het voltooide systeem
-voor ons ligt, vertoont zij zich aan de geloovigen als afkomstig
-uit dezelfde onfeilbare bronnen, waaruit de met historisch recht
-aan Mohammed toegeschreven inzettingen gevloeid zijn, en geen Moslim
-wijkt er willens en wetens van af, wanneer hij zijn credit in Allahs
-grootboek wenscht te vermeerderen door een deel van zijn eigendom in
-de doode hand te brengen.
-
-
-
-
-Geloften.
-
-Hetzelfde kan men tot op zekere hoogte zeggen van de geloften, waarbij
-de geloovige, al of niet onder de voorwaarde van het plaatsgrijpen
-eener door hem gewenschte gebeurtenis, aan Allah eene of andere
-prestatie in den vorm van een Hem welgevallig werk belooft. Echter is
-op dit gebied de heerschappij der geopenbaarde wet niet zoo onbeperkt
-als ten aanzien der eerst genoemde onderwerpen. Terwijl men met de
-stichting van een waqf in de eerste plaats eene verhooging van zijnen
-rang in de andere wereld op het oog heeft, wil men door geloften
-meestal aardsche doeleinden bereiken: de meest gewoone voorwaarden,
-waaraan de vervulling eener gelofte gebonden wordt, zijn genezing
-van zieken, erlanging van den huwelijkszegen, van geluk in den
-handel of in de ambtelijke loopbaan, en wat dies meer zij. Daar nu
-de geïslamiseerde volken ook vóór hunne bekeering allerlei magische
-middelen tot verkrijging van zulke wenschen plachten aan te wenden en
-de paedagogische werking van den Islâm nergens sterk genoeg geweest
-is om zulk volksgeloof uit te roeien, dingen hier nog altijd de
-oude beproefde recepten van heidenschen oorsprong met de in streng
-monotheïstischen zin gereinigde der officieele leer om den voorrang,
-en dan winnen de eerste het meestal bij de ongeletterde massa.
-
-
-
-
-Voorschriften over de rechtspraak.
-
-De bepalingen over de rechtspraak, die de Mohammedaansche wet bevat,
-hebben werkelijk ingang gevonden en hare werking behouden, voor
-zoover die rechtspraak zelve niet door eene andere, wereldlijke is
-verdrongen. Dat wil dus zeggen, dat bij de beslechting van al zulke
-geschillen, welker behandeling de besturende autoriteiten niet aan zich
-getrokken hebben, dus alweer bovenal in zaken betreffende personen-,
-huwelijks-, familie-, en erfrecht, de procedure volgens de regelen der
-heilige wet geschiedt, de door haar aangegeven bewijsmiddelen alleen
-in aanmerking komen, dat getuigen en partijen daarbij zonder eenigen
-dwang het woord moeten voeren, dat het getuigenis van vrouwen weinig,
-dat van niet-Mohammedanen volstrekt geene waarde heeft, dat de eed
-alleen aan partijen en niet aan getuigen kan worden opgelegd, dat
-aan het schriftelijk bewijs geene waarde toegekend mag worden. Alles
-geheel anders dus dan bij de berechting der vele zaken, die in den
-loop der tijden aan de qâdhîs onttrokken en naar gewoonterecht of
-willekeur door de bestuurders behandeld werden.
-
-
-
-
-Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen.
-
-De wettelijke voorschriften, die bestemd zijn om de verhouding van
-den Moslimschen staat tegenover het "gebied van den oorlog", van de
-belijders van den Islâm tegenover ongeloovigen te bepalen, hebben
-eeuwenlang de werkelijkheid beheerscht, zij het ook vaak met eene
-zekere vrijheid in het bijzondere, die zich vanzelf verklaart wanneer
-men bedenkt, dat de uitvoering lag in de handen der vorsten en hunner
-dienaren, niet der schriftgeleerden. Ook toen de staatkundige roem
-van den Islâm al geweldig getaand was, hield men nog lang vast aan
-zulke middeleeuwsche beginselen als dat een Moslimsch staatshoofd
-nooit duurzamen vrede met een niet-Moslimsch land mocht sluiten,
-ja zelfs een wapenstilstand niet langer dan tien jaren mocht duren.
-
-Nog in onze dagen, kan men, gelijk ons reeds bleek, de leer van
-den heiligen oorlog en hetgeen daarmee verband houdt niet als voor
-de practijk onverschillig beschouwen, al is hare werking van geheel
-anderen aard dan die van in eigenlijken zin nageleefde wetten zooals
-de huwelijkswet.
-
-
-
-
-De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen codificatie.
-
-Dit overzicht zal voldoende zijn ter bevordering eener klare
-voorstelling der beteekenis, die het stelsel van den Islâm gehad heeft
-en die het nog bezit voor het leven zijner belijders. Toch zou onze
-schets aan duidelijkheid te wenschen overlaten, indien wij er niet
-iets aan toevoegden over den aard der bronnen, waaruit dat systeem,
-inzonderheid in zijne legislatieve bestanddeelen, gekend wordt. Het
-kan daarbij niet de bedoeling zijn, de in den laatsten tijd meermalen
-door mij gegeven uiteenzetting van de wordingsgeschiedenis der
-Mohammedaansche wet nogmaals te herhalen, maar wel om scherp te doen
-uitkomen, dat het bij deze wet nooit gekomen is tot eene eigenlijke
-codificatie, en dat, naar het schijnt, ook in de toekomst elke poging
-om daartoe te geraken van te voren als mislukt moet worden aangemerkt.
-
-
-
-
-Qoerân en Soennah.
-
-In den allereersten tijd hebben de leiders der Mohammedaansche
-gemeente getracht, de geheele wet te beschouwen als berustend op
-de eigen woorden van Allah, zich daarvoor o.a. beroepende op het
-Qoerânvers (VI : 38): "Wij hebben in het Boek niets veronachtzaamd",
-openbaringswoorden, die blijkens het verband iets geheel anders wilden
-zeggen. Men was huiverig voor het stellen van menschelijk gezag als
-ongeveer gelijkwaardig naast dat van God.
-
-Niet lang kon men echter blind blijven voor de waarheid, dat de Qoerân
-van het eerste begin af doorgaans de verklaring en aanvulling zijner
-sobere wetgevende uitspraken door woord en voorbeeld van den Gezant
-Gods onderstelt. De Soennah, de wijze van doen, van Mohammed, werd
-derhalve als tweede bron van wetgeving naast den Qoerân erkend. Deze
-Soennah had boven den weldra na Mohammeds dood voor altijd schriftelijk
-vastgestelden Qoerân eene zekere rekbaarheid voor, waarvan bij de
-vroeger genoemde aanpassing der wet aan de onafwijsbare behoeften
-der veroverde landen een ruim gebruik gemaakt werd. De overlevering
-(hadîth) omtrent den inhoud der Soennah bleef gedurende een paar eeuwen
-vloeiend, en zoo vond men gelegenheid om de meeste vreemde elementen,
-die de Moslimsche wet niet missen kon, door tradities over Mohammeds
-woorden en daden te sanctionneeren.
-
-De Overlevering, al hield ook hare rekbaarheid na ongeveer drie eeuwen
-op, heeft nooit zoo vasten vorm verkregen als de Openbaring. Uit het
-ontelbaar aantal tradities, die elk een of ander klein détail der wet
-tot onderwerp hadden, kozen gezaghebbende geleerden, ieder volgens
-zijne eigene critische beginselen, de "echte" uit, en zij rangschikten
-die in hunne verzamelwerken min of meer naar den inhoud of naar de
-herkomst. Ofschoon nu sommige van die verzamelingen eene soort van
-kanonieke waarde hebben verkregen, bleef toch de weg altijd open voor
-verschillende relatieve waardeering der enkele tradities, die daarin
-eene plaats gevonden hadden, en tevens voor gelijke waardeering van
-andere, die in die collecties niet waren opgenomen. De uitlegging van
-al die overleveringen was natuurlijk voor latere geslachten vooral
-niet minder aan discussie onderhevig dan die van Allahs eigen woord.
-
-
-
-
-Losmaking der wet van hare bronnen.
-
-De wettelijke bepalingen, die men uit deze bronnen kon afleiden,
-werden vervolgens stelselmatig en met weglating van het betoog, door de
-schriftgeleerden (faqîhs) geordend en aldus verwerkt tot hetgeen men
-zou kunnen noemen handboeken der plichtenleer, leerboeken, waarin de
-geheele wet voor de weetgierigen werd uiteengezet met zooveel gezag als
-de naam van ieder auteur vertegenwoordigde. Het verschil in opvatting,
-dat bij die behandeling der stof aan den dag kwam, betrof meestal
-dingen, die wij bijzaken zouden noemen, en het verminderde bovendien
-nog met den tijd. Toch werd volkomen eenstemmigheid ten aanzien van
-geen enkel hoofdstuk der wet bereikt, zelfs niet binnen de grenzen
-van eene der rechtsscholen, waarvan thans nog vier--de Hanafitische,
-de Malikitische, de Sjafi'itische en de Hanbalitische--over zijn,
-die dat meeningsverschil vertegenwoordigen. Dit doet geen afbreuk aan
-de katholiciteit van het systeem van den Islâm, daar het totaal van
-de resultaten der legislatieve werkzaamheid van de eerste eeuwen als
-onaantastbaar gewaarborgd wordt door de onfeilbaarheid der gemeente,
-die dat alles, de verschillen incluis, voor hare rekening heeft
-genomen.
-
-
-
-
-De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan.
-
-Deze loop der zaken, men begrijpt het licht, verzet zich tegen het
-denkbeeld eener algemeen aanvaarde codificatie, zelfs van hetgeen
-in ééne en dezelfde school op dit gebied als waarheid geldt. Zij zou
-niet kunnen geschieden zonder dat daarbij telkens van verschillende,
-gelijkwaardige inzichten enkele voor goed ter zijde werden gesteld. Ook
-heeft de onfeilbaarheid van den consensus van oudsher alleen zóó
-gewerkt, dat eene volgende generatie op bepaalde resultaten der
-werkzaamheid eener vorige het stempel harer goedkeuring drukte,
-maar er is nooit een lichaam of eene vergadering geweest, die zich
-bevoegd achtte, op een gegeven oogenblik over bepaalde quaesties in
-naam der onfeilbare gemeente uitspraak te doen. Eene commissie van
-geleerden eener rechtsschool (madhab) te belasten met de codificatie
-van de Moslimsche wet, zou dus, afgezien van de moeilijkheid harer
-samenstelling in verband met de verspreiding der aanhangers van
-zulk eene school over den aardbodem, een absoluut novum zijn, en men
-weet hoe vijandig bovenal de wetgeleerdheid tegen nieuwigheden is,
-gedachtig aan de uitspraak, die op naam van den Profeet overgeleverd
-wordt: "hoedt u voor nieuwe dingen: want elke nieuwe zaak is eene
-ketterij, elke ketterij eene dwaling, en elke dwaling behoort in het
-helsche vuur".
-
-Gesteld eens, dat men de waarlijk niet geringe bezwaren, die ik al
-noemde, ter zijde wist te stellen, dan nog zou de aanvaarding van de
-meest zorgvuldige codificatie op haast onoverkomelijke gemoedsbezwaren
-stuiten. Men zou in den codex niet veel anders mogen zien dan een nieuw
-leerboek naast de vele bestaande, niet een wetboek. Al hebben feitelijk
-de handboeken der verschillende scholen de bronnen der wet verdrongen,
-zoodat het niemand meer vrijstaat, die bronnen onafhankelijk van de
-rechtsscholen te gebruiken, terwijl ook het recht der geleerde critiek
-op de uitspraken van gezaghebbende handboeken uiterst beperkt is,
-toch ziet men in ieder dier met autoriteit bekleede auteurs slechts
-iemand, die op gezag alweer van oudere voorgangers den inhoud van
-Qoerân en Overlevering verklaart, zonder zijn werk voor die gewijde
-bronnen in de plaats te stellen. Geen Mohammedaansch concilie--gesteld
-eens dat het mogelijk ware, er een samen te stellen--zou het wagen,
-voor zijn werk op zulk eene plaats aanspraak te maken.
-
-
-
-
-Poging tot codificatie in Algerië.
-
-In Algiers wil de Regeering het beproeven. De Délégation financière des
-Colons sprak in hare zitting van 18 Maart 1904 de wenschelijkheid eener
-codificatie van het in de kolonie geldende Mohammedaansche recht uit,
-dewijl het ontbreken van eenen voor Europeesch gebruik geschikten
-codex tot allerlei moeielijkheden aanleiding gaf, en vooral het
-totstandkomen eener dergelijke regeling der grondrechten belemmerde. De
-Gouverneur-Generaal gaf aan dien wensch gehoor door bij besluit van 22
-Maart 1905 eene commissie in te stellen bestaande uit 11 leden, waarvan
-5 Inlandsche en 6 Fransche ambtenaren, afgevaardigden en geleerden,
-met het doel om te bestudeeren "eene codificatie der bepalingen
-van het Mohammedaansch recht, die op de Moslimsche inboorlingen van
-Algerië toepasselijk zijn". Daaronder vallen, zooals nader blijkt, het
-personen- en familierecht, het erfrecht en de bepalingen betreffende
-vrome stichtingen, het zakelijke recht betreffende onroerend goed,
-de bewijsleer.
-
-De koloniale regeering van Algerië zoowel als de commissie hebben op
-voorbeeldige wijze zorg gedragen, dat de voorbereidende werkzaamheden
-bij het volste daglicht door iedereen gezien en beoordeeld konden
-worden. Onder den algemeenen titel "Projet de codification du droit
-musulman" verschenen van 1906 tot 1909 vijf deeltjes, waarin een
-getrouw verslag wordt gegeven van de ongunstige zoowel als van de
-gunstige adviezen van tal van Fransche en Inlandsche deskundigen,
-waarin verder de notulen van de vergaderingen der commissie en de door
-een harer leden uitgewerkte wetsontwerpen met de door anderen daarop
-voorgestelde verbeteringen worden medegedeeld. Hoogst belangrijk blijft
-die verzameling documenten, zelfs al moest de poging tot codificatie
-ten slotte op niets uitloopen. Dan toch zou, duidelijker dan een
-betoog a priori dit vermag, bewezen zijn, dat ook de samenwerking
-van hoogst bekwame mannen niet in staat is, de hinderpalen tegen de
-uitvoering van zulk een plan weg te nemen.
-
-
-
-
-De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen.
-
-Voor mij, ik zeide het reeds, is de uitslag niet twijfelachtig. De
-overtuiging, die ik altijd heb gekoesterd, dat het Moslimsche recht
-geene codificeering toelaat, wordt zelfs versterkt door den inhoud
-der zooeven genoemde publicaties der commissie van Algiers, ofschoon
-de leden dier commissie zelve nog volharden bij hun optimisme.
-
-De drang tot codificatie kwam geheel en uitsluitend van Europeesche
-zijde. Fransche rechters, die zich soms belast zien met de
-beslechting in eerste of tweede instantie van geschillen, waarbij
-het Mohammedaansche recht geldt, weten in de Arabische handboeken
-den sleutel tot de oplossing vaak niet te vinden en snakken naar eene
-samenvatting der bepalingen naar de methode en in den vorm, waaraan
-zij in hun eigen recht gewoon zijn. Europeesche kolonisten verlangen
-eene vaststelling der rechten van Inlanders op onroerend goed, die hen
-bij hun verkeer met Inlandsche grondbezitters voor onzekerheid behoedt.
-
-De Europeesche adviseurs zijn over de mogelijkheid van het voldoen
-aan deze wenschen zeer verdeeld. Onder de Inlandsche autoriteiten,
-die adviezen gaven, zijn een belangrijk aantal besliste tegenstanders
-van de codificatie, en dit aantal zou ongetwijfeld toenemen, als men
-ook adviezen inwon van ambtelooze schriftgeleerden, die in zaken van
-dezen aard in veel hooger mate de vox populi vertegenwoordigen dan
-zij, die door ambtelijke banden aan de Regeering gebonden zijn. Van
-de Inlandsche adviezen die door de commissie onder de gunstige
-gerangschikt zijn, maken vele het voorbehoud, dat de codificatie
-zich strikt beperken zal tot eene voor Europeanen meer bruikbare
-rangschikking van den inhoud der algemeene gebruikelijke Arabische
-handboeken, zonder aan geest of letter van dien inhoud te raken. De
-onvoorwaardelijke voorstanders onder de Inlanders zijn blijkbaar alleen
-zulken, die onder Europeeschen invloed van de tradities van hun volk
-min of meer los geworden zijn, en wier advies derhalve in eene zoo
-delikate quaestie als deze met groote behoedzaamheid gebruikt dient
-te worden.
-
-
-
-
-Ten onrechte beroept men zich op voorgangers.
-
-De voorbeelden, waarop de commissie zich beroept om de rechtmatigheid
-van haar plan te betoogen, namelijk hetgeen in deze richting in
-Turkije, in Egypte en in Tunesië tot stand gebracht is, kunnen den
-verlangden dienst niet bewijzen, zoolang niet is aangetoond--en die
-aantooning zou niet licht gelukken--dat de officieele verzamelingen
-van beginselen en bepalingen der Moslimsche wet, die op last van de
-Turksche en Egyptische regeeringen uitgegeven zijn, in de practijk der
-rechtspraak dier landen de handboeken en fetwa's, die van ouds door
-de rechters als grondslag voor hunne beslissingen gebruikt werden,
-verdrongen hebben, en wat Tunesië aangaat, dat men daar met het
-codificatiewerk, wat de belangrijkste hoofdstukken van het Moslimsche
-recht betreft, verder gekomen is dan tot projecten.
-
-
-
-
-Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien verdacht.
-
-En dan moet men nog twee zaken bedenken, die de uitvoering van
-het plan voor eene niet-Mohammedaansche regeering als de Fransche
-heel wat bezwaarlijker zouden maken dan voor Mohammedaansche als
-de Turksche en Egyptische. In alle opzichten, maar vooral waar het
-aankomt op de behandeling der heilige wet, heeft de minst aanzienlijke
-Mohammedaansche bestuurder voor eene bevolking, die dien godsdienst
-belijdt, een gezag, waarmee dat van den machtigsten niet-Moslimschen
-staat nooit kan wedijveren. Ging de Gouverneur-Generaal van Algiers
-er inderdaad toe over, bij decreet verbindende kracht toe te kennen
-aan eenen codex van het Mohammedaansche recht, die door eene commissie
-van eenige Fransche deskundigen en eenige Mohammedaansche ambtenaren
-van de Fransche regeering was samengesteld, dan zou zulk eene wet
-reeds om haren oorsprong in de oogen van alle vrome Moslims verdacht
-zijn. Kwam daar nog bij, dat bij die codificatie gestreefd was,
-uit de leerstellingen der verschillende rechtsscholen van den Islâm
-datgene bijeen te lezen, wat zich het best leende voor aanpassing aan
-moderne rechtsbegrippen--en hiernaar streeft inderdaad de commissie van
-Algiers--dan zou de gehoorzame aanvaarding van zulk eenen codex door
-eene Moslimsche bevolking eenvoudig bewijzen, dat de Fransche Regeering
-over haar een zoo onbeperkt gezag had, dat zij bijna even gemakkelijk
-het geheele Mohammedaansche recht door een ander had kunnen vervangen.
-
-
-
-
-De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche afwijken.
-
-Het tweede, niet minder ernstige bezwaar is hierin gelegen dat het
-recht niet alleen zijn eigen inhoud heeft, dien men volgens de meening
-der Mohammedanen alleen door steeds vernieuwde raadpleging der door
-den consensus gewaarmerkte handboeken mag leeren kennen, kennen, maar
-dat bovendien rechters en moefti's (gezaghebbende uitleggers der wet)
-bij de toepassing en verklaring dier wet gebonden zijn aan methoden,
-die ver afwijken van die der Europeesche juristen. Een door een
-Europeesch rechter geveld vonnis kan door hem op volkomen logische
-wijze zijn gebaseerd op een artikel van zijnen Mohammedaanschen codex
-en toch rechtmatige ergernis geven aan Mohammedanen, die tegen den
-inhoud van het artikel zelfs geen enkel bezwaar hebben.
-
-
-
-
-Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven ongewenscht.
-
-Eenige Fransche adviseurs der Regeering van Algiers, die evenals
-ik eene bevredigende codificatie van het Moslimsche recht niet
-mogelijk achten, spreken zich daarenboven tegen de wenschelijkheid
-van zulk een vastleggen van bepalingen dier wet uit. Zij wijzen erop,
-dat de Fransche Regeering zoo doende aan inzettingen, die zij niet
-goedkeurt, maar alleen om historische redenen ter wille van eene groep
-harer onderdanen tolereert, een langduriger bestaan verzekeren zou
-dan deze, aan zichzelve overgelaten in den strijd tegen de moderne
-levensopvatting, zouden bereiken. Wel verre van in het ontbreken van
-eenen codex eene lastige leemte te zien, beschouwen zij dat veeleer
-als een groot voordeel, daar Fransche rechters en bestuurders nu
-bij allerlei gelegenheden hunnen invloed kunnen aanwenden om de
-practijk der Mohammedanen geleidelijk met nieuwere beginselen in
-overeenstemming te brengen, hetgeen zij zeer dikwijls met succes
-gedaan hebben. De codex, dien men bezig is te ontwerpen, zou daarom
-voor een deel reeds bij zijne geboorte verouderd zijn, en voor het
-overige de zoo gewenschte ontwikkeling der Moslimsche maatschappij
-uit hare middeleeuwsche windselen zeer bemoeilijken.
-
-
-
-
-Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie vernomen.
-
-In Nederlandsch-Indië zijn meer dan eens stemmen opgegaan voor
-eene codificatie van die gedeelten der Mohammedaansche wet, die
-voor de rechtspraak over Inlanders van practisch belang zijn. Onze
-wetgeving heeft den omvang hiervan nergens zoo nauwkeurig bepaald
-als dit in Algerië geschied is, maar de natuurlijke loop der zaken
-heeft dien feitelijk hier tot dezelfde onderwerpen beperkt als daar;
-het huwelijks-, familie-, personen- en het erfrecht staan bovenaan,
-de waqf-instellingen worden uit den aard der zaak volgens de heilige
-wet behandeld, en de Moslimsche leer van het bewijs, die in zoo
-menig opzicht van moderne opvattingen afwijkt, is de eenige, welke
-de handhaver der wet van den Islâm bij zijn onderzoek mag volgen.
-
-Degenen, die ten onzent op codificatie aandrongen, behoorden
-ongeveer tot dezelfde groepen, die in Algerië zulk eenen mijns
-inziens onvervulbaren wensch uitten: vooral rechterlijke ambtenaren,
-die inzagen, dat de Regeering zich op den duur niet mag onttrekken
-aan alle toezicht op de Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak, en dat
-zulk toezicht niet beperkt kan blijven tot de wettige samenstelling
-der rechtbanken en tot de quaestie der competentie, maar zich ook
-behoort uit te strekken tot den inhoud der vonnissen, daar anders de
-justitiabelen overgeleverd worden aan de willekeur van niet of slecht
-bezoldigde rechters, die toch door de Regeering worden aangesteld. Die
-Europeesche juristen achtten evenwel de doelmatige uitoefening van
-zulk toezicht niet mogelijk, wanneer zij daarvoor niet beschikten
-over een codex, die voor hen, bruikbaar en tevens met onbetwist gezag
-bekleed was.
-
-
-
-
-Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren.
-
-De principieele bezwaren tegen dit desideratum behoeven wij na al
-hetgeen naar aanleiding der in Algiers op touw gezette codificatie
-werd opgemerkt niet meer te herhalen. Kon men--wat ik ontken--die
-algemeene hinderpalen overwinnen, dan nog zou, naar ik vermoed, onze
-Regeering, die zich terecht verplicht acht, de volksinstellingen
-der door Haar bestuurde Oosterlingen, vooral wanneer zij eenen
-godsdienstigen grondslag hebben, te tolereeren, in hooger mate dan
-die van Algiers door gemoedsbezwaren weerhouden worden van het door
-officieele codificatie min of meer consacreeren van instellingen als
-de polygamie met hetgeen daaruit voortvloeit, om niet meer te noemen.
-
-
-
-
-Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen.
-
-Ook zou eene codificatie van het Moslimsche recht, om te voldoen aan de
-eischen der meest deskundige Mohammedaansche Inlanders, verschillende
-instellingen, die in het inheemsche volksrecht gegrond zijn en waarmede
-vele rechters naar den Islâm rekening plegen te houden, moeten negeeren
-en zoo hare afschaffing voorbereiden, terwijl juist hare handhaving
-aanbeveling verdient. Ik noem slechts het op nagenoeg geheel Java en
-Madoera geldende instituut der voorwaardelijke verstooting na elk
-huwelijk, waardoor de positie der gehuwde vrouw belangrijk sterker
-wordt dan door eenvoudige toepassing der Mohammedaansche wet het geval
-zou zijn; verder de in een groot deel dier eilanden gebruikelijke
-verdeeling der staande het huwelijk verworven goederen tusschen de
-echtgenooten bij ontbinding van den echt.
-
-Een der meest gezaghebbende Mohammedaansche schriftgeleerden
-in Nederlandsch-Indië, Sajjid Oethmân bin Jahja te Batavia,
-heeft door de samenstelling van zijnen verdienstelijken gids
-voor de priesterraden (onder den titel: al-Qawânîn as-Sjar'ijjah)
-zijdelings de onmogelijkheid eener codificatie aangetoond. Hij wist
-uit rijke ervaring van vele jaren, welke quaesties aan die geestelijke
-rechtbanken op Java en Madoera plegen te worden voorgelegd; zijn
-streven was, uit de beste werken der doctores van het Sjafi'itische
-recht bijeen te lezen, hetgeen de leden van die rechtbanken anders in
-eene bibliotheek van handboeken zouden moeten zoeken. Inderdaad gaf
-hij al wat iemand, die met de materie vertrouwd is, billijkerwijze
-verwachten kon: geene codificatie dus, maar een nieuw, voor bijzondere
-behoeften berekend leerboek, dat evenwel telkens den gebruiker
-noodzaakt, voor een te behandelen geval zijn licht te ontsteken bij
-een anderen auteur. Van volksrecht, dat niet met de kanonieke wet
-overeenstemde, nam hij natuurlijk alleen notitie om het met alle
-kracht te bestrijden.
-
-
-
-
-Beteekenis der mystiek in den Islâm.
-
-Onze vluchtige karakterschets van het systeem van den Islâm
-zou al te onvolledig zijn, als we de mystiek geheel stilzwijgend
-voorbijgingen. Voor hem, die den Islâm van alle zijden wil bezien,
-is dit zelfs juist een onderwerp, dat verleidt om er lang bij stil te
-staan, want in de mystiek heeft het Mohammedanisme het middel gevonden
-om zich te verheffen tot eene hoogte, van waar hij boven zijn eigen,
-eng begrensden horizon uit kon zien.
-
-Die geesten onder de Moslims, voor welke het keurslijf der wettelijke
-voorschriften en der dogmata van den Islâm te eng was, hebben in de
-periode, waarin hij zich aan de door hem veroverde wereld aanpaste,
-aan denkbeelden van eene andere orde binnen zijne grenzen een zeker
-burgerrecht weten te verzekeren. In hunnen kring werkten ascese en
-wijsgeerige diepzinnigheid van Griekschen, Perzischen en Indischen
-oorsprong samen om de wet en de dogmatiek te vervluchtigen tot de
-eerste, meest elementaire middelen om te geraken tot vereeniging van
-mensch en God. Soms ging die vervluchtiging zoo ver, dat er van de
-specifieke voorschriften en leerstellingen van den Islâm niet veel meer
-overbleef. Natuurlijk begon dan van de andere zijde de ketterjacht,
-en daarom vermeden vele mystieken het dan ook, de ondergeschiktheid
-van wet en geloofsleer aan hoogere doeleinden tot de consequentie van
-opheffing dezer beide uit te werken. Dit alles behoort echter meer
-tot het terrein van godsdienst en wijsbegeerte, dat ons hier slechts
-in zooverre bezighoudt als het voor de practijk belangrijke directe
-gevolgen heeft.
-
-
-
-
-Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te verwachten.
-
-In één opzicht raakt de mystiek toch onze tegenwoordige sfeer van
-belangstelling. Overal, en ook in den Islâm, onderscheidt zij zich
-door neiging om den godsdienst boven zijne vormen te verheffen,
-dus ook door verdraagzaamheid; zij heeft, als ik het zoo eens
-noemen mag, iets interreligionaals. Nu hebben sommigen daarom de
-Mohammedaansche mystiek beschouwd als bestemd om den Islâm uit zijn
-geestelijk isolement te verlossen en hem de gewenschte verzoening met
-de moderne cultuur mogelijk te maken. Als deze verwachting gegrond
-was, dan zou zij voor de Mohammedanen van den Indischen Archipel
-bijzondere beteekenis hebben, want daar heeft vooral in den aanvang
-der Islamiseering de mystieke opvatting diepe wortels geschoten. De
-bodem was daartoe met name op Java, maar ook elders, door het vroeger
-heerschende Hindoeïsme uitnemend voorbereid, en de eerste predikers
-van den Islâm waren zelf weer geïslamiseerde Hindoes, die veel van
-den ouden zuurdeesem behouden hadden.
-
-Voor het proces der inlijving van Javanen en Maleiers bij de moderne
-beschaving is deze omstandigheid zonder twijfel gunstig, althans
-daar, waar niet in lateren tijd de invloed van West- en Zuid-Arabië,
-van Mekka en Hadhramaut, met succes tegen te zwakke waardeering van
-wet en leer gereageerd hebben. Maar dan toch alleen in dezen zin,
-dat die Indonesiërs daardoor minder dan vele andere Islâmbelijders
-zich tegen de inwerking van vreemden geestelijken invloed zullen
-verzetten; niet zoo, dat zij kans hebben om meegesleept te worden in
-eene algemeene hervorming van den Islâm in de richting der mystiek.
-
-De verwachting van zulk eene beweging laat zich namelijk op redelijke
-gronden niet rechtvaardigen. De mystiek van den Islâm heeft nooit
-propaganda onder het volk gemaakt, zij bleef steeds beperkt tot
-enkele kringen, die zich als geestelijk bevoorrechten beschouwden en
-nog dieper haast dan de schriftgeleerden en de dogmatici op de schare
-neerzagen. De mystieken werden door de massa beschouwd òf als ketters
-òf als godsmannen, die wonderen deden, maar wier denken en doen gewone
-menschen zich niet tot voorbeeld mochten nemen. Hunne beschouwing van
-wereld en leven mist dus al hetgeen zou kunnen dienen om de menigte
-te boeien of aan te trekken.
-
-
-
-
-De mystieke broederschappen.
-
-Wel is er ook eene populaire soort van mystiek ontstaan, die in de
-zoogenaamde geestelijke broederschappen, de tarîqah's, haren vasten
-vorm heeft gevonden, maar van deze verwacht wel niemand hervormende
-kracht, want zij heeft zelve hare kracht gezocht in streeling van de
-vulgaire behoefte aan menschenvereering en allerlei bijgeloof. Noch
-de vaak verheven, maar meestal hoovaardige denkheiligheid der
-mystieke leer van den Islâm, noch de op de lagere neigingen der
-menschen speculeerende tarîqah's kunnen aan het Mohammedanisme de
-geestelijke emancipatie brengen, die het geschikt moet maken voor
-het internationale geestelijke verkeer.
-
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-DE NEDERLANDSCHE KOLONIALE REGEERING EN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM.
-
-
-De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek.
-
-Sinds ongeveer zeven eeuwen heeft op de bevolking van onzen Indischen
-Archipel de in onze eerste voordracht geschetste propaganda ingewerkt;
-sinds ongeveer vier eeuwen heeft hare overgroote meerderheid den Islâm
-aangenomen, dat wil zeggen zich opengesteld voor den invloed van het
-in onze tweede voordracht behandelde systeem en zich daarmee tevens
-voor andere cultuurinvloeden minder toegankelijk gemaakt, zij het
-ook dat de hervormende en opvoedende factoren van dat stelsel zich
-in vele streken nog weinig deden gelden. Vijfendertig millioenen
-Nederlandsche onderdanen belijden den Mohammedaanschen godsdienst,
-dus ongeveer een zevende deel van het geschatte totaal aller Moslims;
-daar gaat niet veel af, integendeel, er komt veel bij, zoowel omdat de
-bevolking snel vermeerdert, als omdat het toegenomen internationale
-verkeer, waaraan ook de Indonesiërs op hunne wijze deelnemen, hier
-gelijk overal de strekking heeft om plaatselijke eigenaardigheden op
-te ruimen, terwijl de Islâm de beste kansen heeft verworven om bij
-die opruiming eene hoofdrol te spelen.
-
-Sinds Nederland tot het bewustzijn is ontwaakt, dat het zijne taak
-is, de volken van den Archipel naar hunnen aard voor deelname aan
-het moderne cultuur- en verkeersleven geschikt te maken, heeft het
-dus evenals elke niet-Mohammedaansche staat met Moslimsche onderdanen
-zijne eigene Islâmquaestie, eene levensvraag, welker oplossing elken
-Nederlander, die vooruitkijkt, ter harte moet gaan, waaraan bovenal
-de Regeering en Hare ambtenaren hunne ernstige belangstelling niet
-mogen onthouden.
-
-Dat bij elke oplossing der vele vragen, die zich hier om een antwoord
-aanmelden, de volkomen eerlijke eerbiediging van de vrijheid der
-godsdienstige belijdenis van alle onderdanen ongerept moeten blijven,
-behoeft gelukkig geen uitvoerig betoog meer. De kleine groep van
-kortzichtigen, die den Islâm der Inlanders een deuk zouden willen
-geven door hem voor vijf zesden weg te cijferen, verdient de eer
-eener omstandige weerlegging niet.
-
-Maar daar de Islâm nu eens een stelsel is geworden, dat zich niet
-tevredenstelt met de regeling der verhouding zijner belijders tot het
-Opperwezen, veeleer zijne bemoeienis opdringt met hunne betrekkingen
-tot het staatsgezag en tot hunne medeonderdanen van denzelfden staat,
-en tot in de geringste bijzonderheden al hunne levensuitingen wil
-binden aan zijne voorschriften, daar kan noch mag de staat, die
-millioenen Mohammedanen tot onderdanen heeft, hiervoor onverschillig
-blijven. Al ware het tegen wil en dank, hij is verplicht een scheiding
-te maken, die de Islâm zelf theoretisch niet maken kan, eene scheiding
-tusschen een gebied, waarbinnen hij zulk een imperium in imperio ter
-wille der gewetensvrijheid dulden kan, en een ander gebied, waarin de
-onbelemmerde werking van zulk eene macht met hoogere en algemeenere
-belangen niet te rijmen ware.
-
-
-
-
-Jegens het dogma en de zuiver godsdienstige voorschriften der wet
-moet zij neutraal zijn.
-
-Aan de eigenlijke geloofsdogmata van den Islâm behoort de
-Regeering in geen enkel opzicht te raken; zij zijn trouwens
-voor den staat even ongevaarlijk als die van eenige andere der
-gezindten, welker vrijheid van belijdenis door hem gewaarborgd
-wordt. Zelfs van het eschatologische gedeelte moet dit gezegd worden,
-want oproerige bewegingen, die soms daaraan--inzonderheid aan de
-mahdî-verwachting--vastgeknoopt worden, sleepen alleen onontwikkelden
-uit misverstand mede. Waar zij zich voordoen, zal men ze altijd met
-geweld moeten onderdrukken; preventief werkt daartegen opvoeding der
-bevolking tot een hooger intellectueel peil.
-
-Niet minder zal de staat zich hebben te onthouden van alle belemmering
-van verrichtingen, die de Moslim beschouwt als te behooren tot zijnen
-godsdienst in den engeren zin van dat woord.
-
-Overal, maar het meest daar, waar de Islâm niet meer den hoofdtoon
-aangeeft, brengt rigoureuze trouw aan hetgeen hij zijnen belijders
-als hoofdplichten voorschrijft--de zoogenaamde vijf zuilen van den
-Islâm--de geloovigen dikwijls in moeilijkheid bij intensieve deelname
-aan het tegenwoordige verkeer. De reinheidswetten, de vijfmaaldaagsche
-godsdienstoefeningen, het strenge vasten gedurende eene geheele
-maand van ieder jaar, dat alles maakt den ambtenaar, den koopman,
-den industrieel, den werkman der twintigste eeuw, die zich eraan
-gebonden acht, het leven vaak bedenkelijk zwaar. Dit blijkt wel het
-best uit het feit, dat zelfs in landen onder Mohammedaansch bestuur
-die verschillende klassen der maatschappij zich meer en meer van die
-knellende banden emancipeeren.
-
-Onze koloniale Regeering zal zich hierdoor evenmin als de Fransche in
-Algerië of de Britsche in Indië gerechtigd achten op die natuurlijke
-evolutie vooruit te loopen door gebrek aan consideratie jegens hen,
-die zich nog tot inachtneming dier verouderende godsdienstige gebruiken
-verplicht achten. Elke directe of verkapte drang tot slapheid in zulke
-observanties is onverstandig, al ware het slechts omdat de evolutie
-daardoor met vertraging wordt bedreigd; immers alwat aan aanval
-blootstaat, stijgt in de waardeering van wie het bezit. Bovendien is
-zulk optreden van de Regeering of Hare ambtenaren met het beginsel
-der godsdienstvrijheid in stelligen strijd.
-
-Minder groot is het gevaar van dit beginsel aan te randen ten
-aanzien van de zakât genoemde godsdienstige belasting, welker
-opbrengst mede als eene der vijf hoofdzuilen van het gebouw van
-den Islâm geldt. De Moslimsche wet zelve, rekening houdende met
-het feit, dat het staatsbestuur in Mohammedaansche landen al eeuwen
-lang niet overeenkomstig hare voorschriften is ingericht, bevat de
-noodige bepalingen voor het geval, waarin de vervulling van dezen
-plicht, zonder bemoeienis van vertegenwoordigers van het gezag,
-geheel aan het vrije initiatief der geloovigen is overgelaten. De
-Nederlandsch-Indische Regeering heeft reeds vele jaren geleden ten
-opzichte van deze instelling het eenig juiste standpunt ingenomen
-door aan hare ambtenaren mede te deelen, dat zij de zakât beschouwd
-wenschte te zien als eene vrijwillige liefdegave, tot welke niemand
-onder haar bestuur mocht worden gedwongen, evenmin als aan de naleving
-van dat godsdienstige voorschrift moeielijkheden in den weg gelegd
-behoorden te worden.
-
-
-
-
-Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen onverstandig
-zijn.
-
-Anders staat het met de vijfde zuil, de door iederen Moslim, die
-physiek en finantieel daartoe in staat is, eenmaal in het leven
-te verrichten bedevaart naar Mekka. Dit onderwerp is door mij bij
-verschillende gelegenheden met zooveel uitvoerigheid behandeld,
-dat ik mij hier wel tot resumtie der hoofdzaken mag bepalen. Zelfs
-dit zou overbodig geacht kunnen worden, indien niet telkens weer met
-dezelfde versleten argumenten, drang op de Regeering uitgeoefend werd
-om toch eindelijk eens maatregelen te nemen tot tegengang van den hadj.
-
-Het laatst trad als orgaan van dien aandrang op hetzelfde
-parlementslid, dat de Islâmquaestie wilde vereenvoudigen door zijn
-voorstel om vijf zesden der Nederlandsch-Indische Mohammedanen,
-die door hem gewogen, maar voor den Islâm te licht bevonden waren,
-eenvoudig uit de registers der Islâmbelijders te schrappen. Natuurlijk
-bleef hij in gebreke aan te geven, hoe de Regeering, zonder de vrijheid
-van godsdienst en van beweging Harer onderdanen aan te randen, aan
-zijnen wensch gevolg zou kunnen geven. Hij vergenoegde zich ermede,
-aan zijne met Indië minder bekende medeburgers voor het bedevaartspook
-schrik aan te jagen met behulp van een paar beweringen, die van de
-waarheid evenver verwijderd waren als van de welvoegelijkheid.
-
-Of wat zegt gij, die bij ervaring weet, dat Mohammedaansch fanatisme
-in Oost-Indië evenzeer onder ongetulbande Inlanders als onder hadji's
-voorkomt, en dat tienduizenden hadji's in Nederlandsch-Indië als
-rustige onderdanen van het Gouvernement leven, van deze uitspraak
-van onzen volksvertegenwoordiger: "de bedevaartganger--ook als
-Mohammedaan niet gevaarlijk vóór zijne reis--is beslist een opruier
-tegen het Gouvernement, wanneer hij de bedevaart naar wensch heeft
-volbracht?" En wat dunkt u, lettende op het feit, dat bijna alle
-leden der Javaansche aristocratie naaste bloedverwanten hebben, die
-de bedevaart naar Mekka hebben verricht, en dat onder hen steeds meer
-kennis genomen wordt van hetgeen in onze pers en in ons parlement
-betreffende de Inlandsche wereld gezegd wordt, wat dunkt u van
-zijn ander orakel, dat die Inlanders na terugkeer van hunnen tocht
-naar Arabië gelijk stelt met reizigers, die in hun land terugkomen
-"gewapend met dynamiet en wapenen (sic) om de gebouwen in de lucht
-te doen vliegen en onze medeburgers ad patres te helpen?"
-
-De nuchtere werkelijkheid komt hierop neer, dat, al verzuimen vele
-Nederlandsch-Indische Moslims, die volgens hunne wet in de termen
-zouden vallen tot het verrichten der bedevaart, de vervulling van dien
-godsdienstigen plicht toch, vergeleken met de vele andere landen van
-den Islâm, hun ijver voor den hadj betrekkelijk groot is, grooter ook
-dan hun ijver in de volbrenging van andere plichten, die de Moslimsche
-wet hun minstens even na aan het hart legt.
-
-De oorzaken van dit verschijnsel zijn velerlei. De verzoenende kracht
-voor vroegere zonden, die aan de volbrenging der bedevaart toegekend
-wordt, doet haar bijzonder waardeeren door hen, die in trouw aan de
-dagelijks en jaarlijks terugkeerende ritueele verplichtingen van den
-Moslim zoo veel tekortschieten. Zekere onderscheiding, die de hadji's
-van hunne landgenooten genieten, draagt tot de voorliefde ook iets
-bij, al werkt deze prikkel door de toeneming van hun aantal steeds
-minder sterk. Voor de groote meerderheid der Inlanders is de reis
-naar Arabië bijna het eenige, en wel een vrij gemakkelijk en niet te
-kostbaar middel om hun isolement van de buitenwereld te verbreken en
-ook eens iets van andere landen te zien. Bij deze en andere motieven
-komt ongetwijfeld ook de aanmoediging vanwege de belanghebbenden te
-Mekka, het hadjiwerven, zooals men het pleegt te noemen. Hiertegen
-valt evenwel weinig te doen, want de eigenlijke wervers, die met
-de desalieden in aanraking komen, zijn geene vreemdelingen, aan
-wie men, met eenige willekeur om bestwil, den toegang zou kunnen
-ontzeggen, neen het zijn in den regel Inlanders uit de streek zelve,
-die door hadjisjeichs en dergelijken bij het aanbrengen van klanten
-geïnteresseerd zijn.
-
-
-
-
-Politieke beteekenis van den hadji.
-
-De uit een politiek oogpunt te overwegen gevolgen van van het
-verkeer met Mekka komen niet bij de groote massa der pelgrims aan
-den dag. Dezen komen terug even wijs of onwetend, even fanatiek
-of verdraagzaam als zij enkele maanden tevoren de reis aanvaard
-hebben. Van belang is hoofdzakelijk het feit, dat sedert ongeveer
-twee en eene halve eeuw een nog al aanzienlijk getal Inlanders te
-Mekka jaren doorbrengt om er te studeeren. Deze omstandigheid heeft
-ten gevolge gehad, dat de daar heerschende methoden van studie
-en onderwijs gaandeweg de vroeger van Voor-Indië geimporteerde
-hebben verdrongen, en wat nog meer zegt, dat de--gelukkig niet
-de meerderheid vormende--hiervoor vatbare studeerenden in dat
-internationaal-Mohammedaansche milieu met panislamitische denkbeelden
-kennis maken, die op hunne gezindheid jegens het Europeesche bestuur
-van hun vaderland ongunstig kunnen werken. Tot nog toe heeft niemand
-het middel weten aan te wijzen om dien sedert eeuwen bestaanden, en
-vooral sedert de stoomvaart toegenomen stroom direct te keeren. De
-eenige middelen, die zich aanbevelen, zijn indirecte, langzaam maar
-zeker werkende, die den zin der Inlanders in andere richting leiden. Al
-wat de opvoeding van het volk bevordert, kan daartoe strekken. Elke
-stap, dien men de inlanders verder brengt in de richting onzer cultuur,
-leidt hen evenver af van de bedevaartzucht.
-
-
-
-
-Economische gevolgen van den hadj.
-
-Het economisch nadeel van den hadj voor de Inlandsche maatschappij
-is niet denkbeeldig, al wordt het wel eens breeder uitgemeten dan het
-verdient. Dat laat ons zeggen vijf millioen gulden [1], die jaarlijks
-in den vorm van reis- en verblijfkosten en vrome gaven van pelgrims den
-Archipel verlaten, mogen voor een deel aan de Nederlandsche scheepvaart
-ten goede komen, in het ware belang der bevolking zagen wij die som
-gaarne beter besteed. In verband met het bevolkingscijfer en met de
-vele andere finantieele aftappingen, die Indië ondergaat zonder er
-zelf profijt van te hebben, maakt dat bedrag echter niet meer zóó'n
-enormen indruk als op het eerste gezicht.
-
-In ieder geval staat het vast, dat elke regeeringsmaatregel, die
-ten doel zou hebben, de bedevaart te verhinderen of te belemmeren,
-dat doel zou missen, den ijver veeleer zou prikkelen en een storm
-van verontwaardiging zou ontketenen in de geheele Moslimsche wereld,
-waar de Nederlandsche Regeering nu reeds bekend staat als geneigd
-tot onbillijkheid jegens Mohammedanen.
-
-Tegenover de dogmatische overtuiging zoowel als tegenover de eigenlijk
-godsdienstige wetten Harer Moslimsche onderdanen past der Regeering
-en Haren ambtenaren onder alle omstandigheden geen ander richtsnoer
-dan dat der onvoorwaardelijke en strikt eerlijke handhaving der
-godsdienstvrijheid, zonder eenig voorbehoud betreffende den graad
-hunner islamiseering, de beweegredenen, die hen ten opzichte van een
-of ander voorschrift tot bijzondere trouw of zelfs tot overdrijving
-brengen. Elke schending van dit beginsel brengt zijne straf mede,
-en alleen onverantwoordelijke stuurlui aan den wal zullen eene andere
-methode durven aanbevelen.
-
-
-
-
-Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm eischt
-eerbiediging.
-
-Uit onze vroegere beschouwingen is gebleken, dat sommige gedeelten van
-het stelsel van den Islâm, die bij ons krachtens haar onderwerp tot het
-recht gerekend zouden worden, even stellig als de leer van het geloof
-en die der godsdienstplichten aanspraak maken op eerbiediging. Zoo
-in de eerste plaats het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht
-en hetgeen daarmee het nauwst samenhangt.
-
-Men ontwaart dit wel het duidelijkst uit de nagenoeg volstrekt
-algemeene receptie dezer bestanddeelen van de wet door alle
-Mohammedanen der wereld, en voorts uit de zeer bijzondere consideratie,
-die alle staten met Mohammedaansche onderdanen juist daarvoor getoond
-hebben. Noch Frankrijk noch Groot-Brittannië hebben er ooit aan
-gedacht, aan eene dier zaken te tornen; bij alle hervormingsplannen
-stond het boven bedenking, dat die wetten onaangetast zouden blijven.
-
-In den allerlaatsten tijd worden enkele stemmen vernomen, die met
-name voor een groot deel van Java willen betoogen, dat daar de in
-hare practijk meer heidensch dan Moslimsch gezinde bevolking zeer
-wel de invoering door de Regeering van een Westersch familierecht
-zou toelaten, daar zij toch van de Moslimsche instellingen noch goed
-op de hoogte, noch daaraan bijzonder gehecht was, en die alleen in
-zoover betrachtte, als de hoofden en de zoogenaamde geestelijkheid
-er de hand aan hielden.
-
-Ik kan in die redeneering niet anders zien dan eene van perfidie niet
-vrije drogreden, die een nog meer afstootenden indruk maakt, wanneer
-het heet, dat zij moet dienen om de prediking van het Evangelie wat
-gemakkelijker te maken. Non tali auxilio! zal ieder eerlijk Christen
-met weerzin daarbij uitroepen.
-
-De kleine man, de desabewoner in een groot deel van Java, bezit weinig
-of geene kennis van het familie- en personenrecht van den Islâm, en hij
-heeft dit nooit om zijne bij vergelijking met andere wetten gebleken
-voortreffelijkheid aanvaard. Neen, de fellâh van Egypte evenmin,
-en het gros der bevolking van Constantinopel en Mekka deelen met hen
-die onkunde. Maar zij allen weten wel, wie onder hen de kenners van
-die inzettingen zijn, en dezen staan onmiddellijk, wanneer daarop
-een aanval beraamd wordt, gereed om die onwetenden te waarschuwen,
-dat hunne religie in gevaar komt, dat het niet alleen gaat om een
-door de vaderen aanvaard en van hen geerfd goed, maar om geboden van
-den Allerhoogste, welker miskenning afval van het geloof in zich sluit.
-
-Alleen de grofste onkunde kan zoo slechte raadgevingen eenigszins
-verontschuldigen. Diezelfde onbekendheid met de meest elementaire
-gegevens, die ons parlementslid (den man van de schrapping der vijf
-zesden) deed beweren, dat de Nederlandsche Regeering hare Indonesische
-onderdanen bestuurt naar Mohammedaansche rechtsbeginselen en zoo
-bij hen de meening doet post vatten, dat Zij hunne bekeering tot den
-Islâm gaarne ziet.
-
-Dat eenig deel van onze voor Inlanders geldende wetgeving ook maar
-een spoor van Mohammedaansche rechtsbeginselen vertoont, zal zelfs
-die volksvertegenwoordiger niet durven zeggen. Zijne uitspraak kan dus
-alleen betrekking hebben op dat personen- en familierecht met aankleve,
-hetwelk, zoolang wij Oost-Indische eilanden bezitten, gegolden heeft
-als door de inheemsche Moslimsche bevolking gerecipieerd, en ook
-wegens zijn intiemen samenhang met hunne religie te eerbiedigen. Dit
-nooit weersproken feit vertoont zich nu opeens aan ons Kamerlid als
-eene dwaling, die haar ontstaan dankt aan angst voor of sympathie met
-den Islâm, die de Regeering van de wijs gebracht zouden hebben. En
-voor deze ongehoorde stelling voert hij niets anders aan dan de niet
-verder gespecificeerde autoriteit van drie geleerden, van welke twee
-zich nooit op dit terrein bewogen noch in dezen zin geuit hebben,
-terwijl de derde zich bij meer dan eene gelegenheid in zeer beslist
-positieven zin over de receptie van bedoelde hoofdstukken van het
-Moslimsch recht door de Inlandsche Mohammedanen heeft uitgesproken. Wij
-mogen bij deze dwaasheden niet langer stilstaan.
-
-
-
-
-De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open.
-
-Intusschen, de eerlijke erkenning van de aanspraken dezer
-Mohammedaansch-Inlandsche inzettingen op volkomen eerbiediging sluit
-geenszins ingenomenheid in zich met die inzettingen zelve. In menig
-opzicht passen zij beter bij den beschavingstoestand van de oudheid
-of van de middeleeuwen dan bij dien van onzen tijd. De polygamie,
-de groote losheid van den huwelijksband, de hulpeloosheid der vrouw
-tegenover willekeur en onrecht van haren man, om maar enkele hoofdzaken
-te noemen, verhinderen de normale ontwikkeling van het gezin;
-ook vele détailregelingen zou men thans geheel anders wenschen. De
-Islâm heeft hier weer aan het tijdelijke blijvende kracht gegeven,
-aan voorschriften, die in eene bepaalde periode voor bepaalde landen
-wellicht geschikt waren, eeuwig onfeilbaar gezag toegekend. Zoolang
-men eene bevolking van wingewesten exploiteert, kan men voor de
-heerschappij van zulke instituten onverschillig blijven; eene
-regeering, die al hare onderdanen naar ethische beginselen wil
-besturen, mag dit niet zijn. Zonder ooit de bijzondere teerheid
-voorbij te zien van door de religie gewijde regelen, die het leven
-van het individu en van de familie betreffen, moet zij den weg
-eener gewenschte evolutie open houden, banen als het noodig is,
-en de menschen daarheen lokken als zij dat vermag.
-
-
-
-
-Codificatie derhalve ongewenscht.
-
-Codificatie van het gerecipieerde deel van het Moslimsche recht,
-al ware zij niet op zichzelve onmogelijk, zou eene der grofste
-fouten zijn, die de Regeering kon begaan. Men zou daardoor voor
-onafzienbaren tijd vastleggen, hetgeen men juist hoopt, dat zich zal
-wijzigen. Bovendien is de receptie van dat recht, die hier vrijwillig
-tot stand kwam, niet volledig noch ongeschonden geweest, en menige
-adat, die zich plaatselijk tusschen de regelen van het gewijde recht
-wist in te dringen, heeft aanspraak op officieele bescherming. Het
-is dus van het grootste belang, de beslissing omtrent hetgeen het
-Inlandsch-Mohammedaansche recht in de te behandelen gevallen leert,
-telkens over te laten aan de vrije, door geen officieel erkend
-geschrift gebonden overweging van degenen, die met deze rechtspraak
-belast zijn, en verder, deze functie op te dragen aan personen, die
-bij de bevolking gezag hebben, en van wie de Regeering vertrouwen kan,
-dat zij niet alleen de noodige kennis der Moslimsche wet bezitten,
-maar vooral ook op de hoogte zijn van hunnen tijd, zoodat zij de
-eischen eener gezonde evolutie verstaan.
-
-
-
-
-De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene fout.
-
-Daarom is de instelling der priesterraden, die in 1882 van
-Regeeringswege geschiedde, eene betreurenswaardige fout geweest. De
-Mohammedaansche rechtspraak op Java en Madoera was in handen van
-de panghoeloes, bijgestaan door het hun ondergeschikte personeel
-en somtijds ook door deskundigen daarbuiten, en onderworpen aan het
-toezicht van de regenten. Ten onrechte heeft men toen gemeend, het
-bestaande verbeterend te bevestigen door de ondergeschikte helpers van
-den éénen rechter te maken tot een college van stemgerechtigde leden,
-die door de Regeering benoemd en wat hunne rechtspraak betreft van
-elk hooger toezicht ontslagen werden. De misbruiken zijn daardoor eer
-toe- dan afgenomen, te meer, daar deze rechters door de Regeering wel
-benoemd, maar niet bezoldigd worden. Betrouwbaarheid kan men toch
-moeielijk verwachten van rechters, die over de intiemste belangen
-der bevolking te beslissen hebben, en wier eenige belooning bestaat
-in de nergens geregelde emolumenten van hun ambt. Voor de keuze der
-leden was men aangewezen op personen, die aan Inlandsche pesantrèns
-of in Arabië eene zekere kennis van den inhoud der handboeken over
-de Mohammedaansche wet hadden opgedaan; gewoonlijk vrij bekrompen
-menschen, die met de practijk des levens weinig aanraking hebben. De
-stem van het Inlandsche gezonde verstand, die vroeger door de
-bemoeienis van den regent dikwijls dan doorslag gaf, werd gesmoord,
-zoodat rechtsverkrachting gemakkelijker, evolutie veel moeilijker
-was geworden.
-
-
-
-
-Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel gewenscht.
-
-Op zichzelf was het feit, dat in 1882 eene regeling der
-Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak door de Regeering ondernomen
-werd, een verblijdende stap in eene richting, die men vroeger,
-evenzeer uit angstvalligheid als uit onverschilligheid, placht
-te schuwen. Uitgaande van het juiste beginsel, dat inmenging in
-godsdienstige aangelegenheden verkeerd was, vergat men, dat in
-het stelsel van den Islâm een aantal zaken met den godsdienst in
-onverbrekelijk verband staan, aan welker regeling een behoorlijk
-bestuur onmogelijk vreemd kan blijven.
-
-
-
-
-Moskeefondsen.
-
-Werden moskeefondsen, die aan het initiatief van regenten hun ontstaan
-te danken hadden, met medewerking dikwijls van Inlandsche en ook van
-Europeesche ambtenaren op ergerlijke wijze misbruikt, om het zacht
-uit te drukken, dan vond de Regeering elk ingrijpen gevaarlijk, omdat
-het hier den godsdienst der Inlanders betrof. Dezelfde bedenking deed
-zich gelden, wanneer de panghoeloes en hunne consorten voor de hun
-krachtens aloude herkomsten opgedragen bemoeienis met de sluiting en
-ontbinding van huwelijken, met boedelscheidingen, met de rechtspraak,
-voor de bevolking drukkende honoraria eischten. Bedenkelijk werd het
-zelfs geacht, wanneer een bestuursambtenaar zich van de inrichting
-van Inlandsche godsdienstscholen door eigen aanschouwing op de hoogte
-wilde stellen.
-
-Al deze beschouwingen waren erfgoed uit den tijd, toen de Inlandsche
-bevolking voor het Gouvernement in de eerste plaats een instrument
-was om verhandelbare producten te cultiveeren, en zij hebben nog lang
-nagewerkt, nadat de exploitatieleer in beginsel opgegeven was. Dat is
-nu anders geworden; men acht het nu niet meer de hoogste wijsheid,
-de Inlandsche maatschappij zooveel doenlijk in haar eigen sop
-te laten gaarkoken, en men begrijpt, dat ook op het gebied, waar
-de volksinstellingen en gebruiken, van godsdienstigen of anderen
-oorsprong, het leven dier maatschappij nog beheerschen, de Regeering
-verplicht is te zorgen, dat niemand onherstelbaar onrecht worde
-aangedaan, allerminst door beambten, die Zijzelve aanstelt of erkent.
-
-
-
-
-Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs.
-
-Zoo is dan de administratie der moskeefondsen van hooger hand
-aan regelen onderworpen en onder toezicht gesteld, de van ouds
-gebruikelijke deskundige hulp en toezicht bij de sluiting en
-ontbinding van huwelijken der Inlandsche Mohammedanen ter vermijding
-van onzekerheid en ter voorkoming van misbruiken op vastere grondslagen
-gevestigd, het Mohammedaansche godsdienstonderwijs, zonder inmenging
-in den godsdienst zelf, onder controle genomen op een wijze, die bij
-goede uitvoering waarborgen bevat voor de handhaving der openbare orde,
-terwijl de Regeering behoorlijk op de hoogte kan zijn van de invloeden,
-waaraan vele harer Moslimsche onderdanen zich onderwerpen.
-
-Ik sprak daar van eene goede uitvoering, en naar aanleiding
-hiervan mag ik te dezer plaatse de opmerking niet terughouden, dat
-daaraan vaak veel heeft ontbroken. Was het de ongewoonte om zich
-aan deze soort van belangen der bevolking veel gelegen te laten
-zijn of overlading met ander werk, of hield eene andere oorzaak de
-Europeesche bestuursambtenaren van de behoorlijke toepassing van
-eenvoudige, ondubbelzinnige, door de Regeering herhaaldelijk gegeven
-en ingescherpte voorschriften af? Op deze vragen weet ik het juiste
-antwoord niet, maar dit moet ik zeggen, dat ik u ware geschiedenissen
-zou kunnen verhalen van gewesten, waar gedurende jaren zelfs met de
-eerste voorbereiding der uitvoering van de stelligste bevelen geen
-aanvang was gemaakt, waar de herhaaldelijk in herinnering gebrachte
-voorschriften niet slechts papieren voorschriften bleven, maar zelfs
-het papier na eenigen tijd niet meer te vinden was.
-
-Het schijnt, dat deze onoverwinnelijke ambtelijke apathie tegenover
-bevelen der Regeering in het bijzonder zaken betreft, die op den Islâm
-betrekking hebben. Althans bleek het tot dusver eveneens niet mogelijk,
-de zoogenaamde Mekkapassen, waarvan het bestuur de vertrekkende hadji's
-moet voorzien, eenigszins behoorlijk ingevuld te krijgen, en verklaart
-de Consul der Nederlanden te Djeddah, zelf Indisch bestuursambtenaar,
-telkens met smart, dat onder de duizenden passen, die hij jaarlijks te
-controleeren heeft, de enkele goed ingevulde hem bijna doen schrikken
-van wege hunne zeldzaamheid.
-
-Ten aanzien der priesterradenverordening van 1882, die in tijdsorde aan
-al de andere daarstraks genoemde regelingen voorafging, kan men over
-die gebrekkige uitvoering niet klagen. De instelling dier geestelijke
-rechtbanken en de benoeming harer leden gingen van het centrale gezag
-uit en kwamen tijdig en ordelijk tot stand. Ongelukkig was echter deze
-in beginsel prijzenswaardige stap op het gebied der Mohammedaansche
-volksinstellingen om de daarstraks genoemde redenen een misstap.
-
-
-
-
-Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren.
-
-Te verhelpen schijnt mij dit euvel op geene andere wijze dan door
-die te onzaliger ure geschapen colleges geheel af te schaffen en de
-beslissing der rechtsvragen, die hun thans worden voorgelegd, op te
-dragen aan den gewonen Inlandschen rechter. De voorzorgsmaatregelen,
-die bij die operatie in acht genomen moeten worden, zijn: voor zulke
-quaesties aan het advies van den panghoeloe, die anders vaak slechts
-schijn-adviseur en beëediger van getuigen is, zeer hooge waarde toe
-te kennen, en aan de meestal uit haren aard urgente gedingen, die
-het familierecht betreffen, die snelle behandeling te verzekeren,
-waarop zij aanspraak hebben, en die vooralsnog bij de priesterraden
-beter dan bij de landraden gewaarborgd is.
-
-Draagt men dan meer, dan dusver vaak geschied is, zorg voor de
-benoeming tot het panghoeloe-ambt van menschen, wier aanbeveling niet
-alleen in hunne studie van eenige kitabs en in den door hen gedragen
-tulband gelegen is, maar die ook over wat algemeene ontwikkeling
-en levenservaring beschikken, dan is de voortwoekering der enorme
-misbruiken, die de zoogenaamde geestelijke rechtspraak aankleven,
-goeddeels bezworen en de weg tot geleidelijke evolutie der daarbij
-betrokken soort van volksinstellingen wijd opengehouden.
-
-
-
-
-Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen.
-
-Waar ik de houding besprak, die mijns inziens de Regeering
-moet aannemen tegenover de Moslimsche volksinstellingen van
-Nederlandsch-Indië, bepaalde zich de gedachte meestal als vanzelf
-bij den toestand op Java en Madoera. Men zal dit zonder veel uitleg
-verstaan. Daar is de intensiteit van ons bestuur, ook te dezen aanzien,
-veel verder gevorderd dan elders; daar is het bevolkingscijfer
-der Mohammedaansche bevolking zoo belangrijk veel hooger dan op al
-de andere eilanden saam; en hetgeen zich voor de eilanden op dit
-gebied laat vaststellen, kan met geringe wijziging naar plaatselijke
-omstandigheden op de Mohammedanen der Buitenbezittingen worden
-toegepast, want hoe groot het ethnologisch en cultuurhistorisch
-verschil overigens zij, in den Islâm hebben wij met eenen factor te
-doen, die daar en hier op soortgelijke, alleen in graad verschillende
-wijze inwerkt.
-
-Ten opzichte van de vele hoofdstukken der wet, waarvan de eene
-Inlandsche Moslim zich veel, de ander zich weinig of zelfs niets
-aantrekt, en die buiten alle bemoeienis van geestelijke rechters of
-andere godsdienstbeambten blijven, is het standpunt der Regeering
-vanzelf volstrekt neutraal. Dat er zijn, die op religieuze gronden
-zich onthouden van het sluiten van contracten met rentebeding of met
-risico, assuranties enz., behoeft het bestuur evenmin bezig te houden
-als de uiteenloopende waardeering van het verbod van geestrijke dranken
-bij verschillende Mohammedanen. De voor den nieuweren tijd en zijn
-verkeer al te knellende banden, die de Moslimsche wet om het leven der
-Islâmbelijders slingert, raken vanzelf los, zoodra ons cultuurleven in
-een of ander opzicht hen krachtiger tot zich trekt. De drang daartoe
-moet echter van binnen naar buiten werken, niet omgekeerd.
-
-
-
-
-Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen.
-
-Er is een ander gebied, waarop de Regeering zich niet mag bepalen tot
-belangstellend, maar lijdelijk toezien, wat de toekomstige evolutie
-brengen zal. Het omvat al hetgeen een staatkundig karakter heeft of
-dit licht kan aannemen. Chalifaat, panislamisme, heilige oorlog zijn
-de woorden, die bij den hoorder de voorstelling der voornaamste zaken
-wekken, waarom het hier gaat.
-
-In den aanvang waren de chaliefen, zooals hun naam het zegt, de
-"opvolgers" van Mohammed, namelijk in de leiding en het bestuur
-der gemeente. Naarmate de verovering der landen door den Islâm
-zich uitbreidde en bevestigde, ontwikkelde het chalifaat zich
-tot eene vorstelijke dynastie, die een wereldrijk beheerschte
-en die zich theoretisch de heerschappij over de heele wereld
-aanmatigde. Wij herinnerden er vroeger reeds aan, hoe diep die
-theorie wortel heeft geschoten èn in het systeem van den Islâm èn in
-de populaire voorstellingen zijner belijders. Zelfs nadat de politieke
-verbrokkeling, die al spoedig intrad, haar toppunt had bereikt, bleef
-men aan de fictie der eenheid vasthouden, en de van alle werkelijke
-macht verstoken chaliefen bleven van die eenheid het symbool, al
-moesten zij zich ertoe bepalen, met hunne diploma's te bezegelen,
-hetgeen buiten hunnen invloed tot stand gekomen was.
-
-
-
-
-De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst.
-
-In die fictie behielden echter de chaliefen den naam van hetgeen hunne
-voorgangers werkelijk geweest waren: zij heetten bestuurders van het
-gansche door den Islâm ingenomen gebied, geenszins geestelijke hoofden,
-wier bemoeienis tot specifiek godsdienstige belangen beperkt was. Het
-systeem was immers sedert ongeveer de tiende eeuw voltooid, en zijne
-verdere toepassing vond, evenals tevoren zijne eerste ontwikkeling,
-plaats onder de leiding der schriftgeleerden; niemand verwachtte
-die van het werkelijke of fictieve centrale gezag. Noch Moslimsche
-staatslieden, noch geleerden of leeken hebben ooit in den chalief
-iets anders gezien dan den rechtmatigen aanvoerder en beheerscher
-aller geloovigen.
-
-Nadat gedurende eeuwen de feitelijke onmacht der latere Abbasidische
-chaliefen de aanmatigende leer van het chalifaat te schande scheen
-te hebben gemaakt, wisten de Turken in de zestiende eeuw de eenheid
-van naam en werkelijkheid op dit gebied te herstellen. Sterk door de
-kracht hunner wapenen, dwongen zij hunne erkenning als chaliefen van
-de meerderheid der rechtzinnige Mohammedanen af, en verstonden zij het,
-de hun niet passende eischen, die de wet en de publieke opinie voorheen
-aan den chalief hadden gesteld, zooals de afstamming van Qoeraisj,
-om niet meer te noemen, te doen vergeten. In zake staatsleer steeds
-meer dan op eenig ander gebied gewoon, zich voor de macht der feiten
-te buigen, aanvaardde de Moslimsche wereld de verandering zonder veel
-protest, zelfs in die landen, die nooit met het Turksche staatsbestuur
-in aanraking kwamen. Tot in het Verre Oosten, waartoe onze Indische
-Archipel behoort, werd de Turksche Soeltan onder den naam van Radja
-Roem of ook van Soeltan Istamboel, de vereerde held der populaire
-chalifaatslegende, en verbreidde zich onder de Mohammedaansche
-schriftgeleerden de meening dat de vorsten van Constantinopel de
-wettige wereldbeheerschers waren, terwijl de overige koningen en
-keizers der aarde òf hunne vasallen òf hunne vijanden moesten zijn.
-
-Het is waar, de overgroote meerderheid der Inlandsche Mohammedanen
-vindt geene aanleiding om zich met zulke vragen van hoogere politiek
-het hoofd te breken; zij hebben al genoeg te stellen met hunne
-eigene dorpsautoriteiten, districtshoofden, regenten of vorsten en
-met hunne Europeesche bestuurders om voor de verdeeling der macht
-in de grootere wereld onverschillig te blijven. Dit neemt niet weg,
-dat bij intellectueel hooger ontwikkelde Indonesische Moslims,
-die wél belang stellen in de bepaling der plaats van hun volk in
-de internationale samenleving, somtijds eene bedenkelijke neiging
-bestaat om hunne verhouding tot ons bestuur als een in wezen abnormaal,
-tijdelijk overgangsstadium te beschouwen, in welke opvatting zij door
-geloofsgenooten uit andere landen nu en dan worden versterkt.
-
-
-
-
-Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche mogendheid
-met Mohammedaansche onderdanen.
-
-Gedachten zijn tolvrij. De Regeering zou echter roekeloos handelen
-door tegenover uitingen van deze soort gedachten onverschillig te
-zijn. Wie in Haren dienst zijn, behooren te weten, dat elke vorm
-van panislamisme met eene eerlijke opvatting van hun ambt of hunne
-bediening onvereenigbaar is. Van het klassieke panislamisme, dat
-de onderwerping der geheele wereld aan het gezag van den Islâm als
-een doel voorstelt, hetwelk de geloovigen nooit uit het oog mogen
-verliezen, en in welks richting zij bij elke gunstige gelegenheid
-stappen moeten doen, spreekt dit zoo geheel vanzelf, dat elk betoog
-overbodig mag worden geacht. Maar ook in den vorm, waarin min of
-meer gemoderniseerde Mohammedanen het omzetten, dien van onderlinge
-aaneensluiting aller Moslims om onder leiding van het chalifaat,
-dat wil zeggen van den invloedrijksten Mohammedaanschen vorst,
-te bevorderen al hetgeen zij in hun gemeenschappelijk belang
-achten, ook in dien vorm is het voor eene niet-Mohammedaansche
-regeering volstrekt onaannemelijk, en verdient het onvoorwaardelijke
-bestrijding. Iedere transactie met zulk een streven zou beteekenen
-het dulden van vreemde inmenging in de verhouding van den staat tot
-zijne onderdanen, en dat niet van eene vreemde geestelijke macht,
-die opkwam voor de godsdienstige belangen der geloofsgenooten, maar
-van een vreemden staat, die verouderde, met den Mohammedaanschen
-godsdienst samenhangende aspiraties van politieken aard niet vermocht
-los te laten.
-
-De groote mogendheden, die Mohammedaansche onderdanen hebben,
-spraken zich, zoover ik weet, nooit scherp en klaar over dit vraagstuk
-uit. Wanneer men let op hare houding in bijzondere gevallen, dan zou
-men zeggen, dat de Engelsche Regeering meestal geneigd is om tegen de
-erkenning van het chalifaat door hare onderdanen niet veel bezwaar te
-maken, ja, dat zij bij hare Moslimsche onderdanen gaarne den naam heeft
-van met hunnen chalief bijzonder bevriend te zijn; natuurlijk stelt
-zij zich daarbij dan op het historisch zoowel als systematisch onjuiste
-standpunt, dat diens waardigheid slechts eene soort van oppertoezicht
-over de Mohammedaansche kerk zou beteekenen. De Fransche regeering
-schijnt te dezen opzichte beter ingelicht te zijn, en, waar het pas
-geeft, elke inmenging van dien kant, ook al stelt zij zich, pour le
-besoin de la cause, met den naam van geestelijk toezicht tevreden,
-beslist af te wijzen. Hoe dit ook zij, de Nederlandsche regeering
-mag in eene zaak als deze niet schromen, den weg te bewandelen,
-dien haar belang en dat harer onderdanen haar wijzen.
-
-
-
-
-Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met afwijzing
-van elke vreemde inmenging.
-
-De meest volledige vrijheid van uitoefening van hunnen godsdienst kan
-zij aan hare Mohammedaansche onderdanen schenken en tevens aan Turksche
-of andere bemoeiing met hetgeen die onderdanen betreft op besliste
-wijze weerstand bieden. Wat de Islâm ooit aan centrale organisatie
-bezeten heeft of nog bezit, dat is van staatkundigen aard; iets, dat
-zich met het pausdom of algemeene kerkvergaderingen laat vergelijken,
-heeft hij niet gekend. De zuiver geestelijke zaken van den Islâm
-worden sinds dertien eeuwen behandeld door de schriftgeleerden van
-de verschillende landen, die van het door hunne confraters in andere
-landen ontstoken licht alle partij kunnen trekken, die zij wenschen,
-maar door geene oecumenische vertegenwoordiging aller Moslims tot
-iets verplicht kunnen worden.
-
-
-
-
-Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren.
-
-De keuze der landen, van waar onze Indische Moslims hunne wijsheid
-ontvingen, werd vanzelf bepaald door de rechtsschool, waarbij zij
-zich onder leiding der eerste Voor-Indische predikers van den Islâm
-in den Archipel aansloten: de Sjafi'itische. Hunne handboeken der wet
-zijn dus de meest bekende van dien ritus, geschreven meestal door
-auteurs, die in West-Arabië, in Egypte, in Hadhramaut, eene enkele
-maal door schrijvers, die in Voor-Indië gevestigd waren, of wel zij
-zijn uit die hoofdwerken gecompileerd of samengetrokken. Voor hetgeen
-buiten de studie der wet valt, voorzagen zij zich van leerboeken op
-diezelfde markten, die hun hunne litteratuur over de wet leverden. Waar
-het mondeling onderricht, dat het eigen land hun bood, naar hunne
-schatting tekortschoot, vulden degenen, die zich die weelde konden
-veroorloven, dit in den regel te Mekka, bij uitzondering ook wel te
-Caïro, aan. De in Indië gevestigde Hadhramitische deskundigen hielpen
-mede aan de vraag naar buitenlandsche voorlichting voldoen. Wij kunnen
-het betreuren, dat tegenover al dien vreemden invloed geen krachtiger
-nationaal geestelijk leven zich bij de Inlanders deed gelden of wist te
-handhaven; veranderen of voor de toekomst verhinderen kunnen wij dat
-niet. Maar tegen elken invloed met rechtstreeksche of zijdelingsche
-politieke strekking behooren wij ons zoo schrap mogelijk te zetten.
-
-Dus: uitsluiting van elke soort van meegaandheid tegenover het
-optreden van Turksche consuls als agenten van het chalifaat en
-beschermers der belangen van Mohammedaansche Inlanders; nalating aller
-officieuze begunstiging van geldinzamelingen voor spoorwegaanleg
-in den Hidjâz, voor door een of anderen Turkschen oorlog verarmde
-soldaten of voor de weduwen en weezen van gesneuvelden; tegengang
-van de gebeden voor de Turksche soeltans in de Vrijdagsdiensten,
-althans zoodra die niet te beschouwen zijn als het gevolg der
-gedachtelooze voorlezing van onbegrepen formulieren, maar als uiting
-eener politieke geloofsbelijdenis. Verder bij het toezicht op het
-Inlandsch-Mohammedaansche godsdienstonderwijs waakzaamheid tegen alle
-propaganda voor panislamitische denkbeelden. De leer betreffende den
-heiligen oorlog en hetgeen daarmede samenhangt, mag in pesantrèns en
-soerau's evenmin behandeld worden als die betreffende het chalifaat;
-trouwens de meeste goeroe's zijn uit eigen beweging zoo verstandig,
-dit na te laten.
-
-
-
-
-Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische
-verwachtingen.
-
-Het in abnormale beweging brengen van de gemoederen der lichtgeloovige
-massa door verspreiding van verhalen of voorspellingen, die de
-eschatologie betreffen, worde bijtijds voorkomen. Is de emotie eenmaal
-gewekt en grijpt zij om zich heen, dan loopt het gewoonlijk uit op
-woelingen, die met geweld onderdrukt moeten worden en waarbij misleide
-onnoozelen het gelag met hun leven of hunne vrijheid betalen. Het
-bestuur late zich dus niet bedriegen door de schijnbare onbeduidendheid
-van den inhoud der chronisch onder de bevolking verspreide, in
-een droomgezicht te Medina medegedeelde vermaningen van Mohammed,
-of van vraagboekjes in verband met de verschijning van den Mahdî,
-of van personen, die als wegbereiders van dezen Mohammedaanschen
-messias willen gelden. Voor het naieve verstand der gewone Inlandsche
-Moslims hebben al deze dingen en menschen groote beteekenis, en zij
-richten onder hen dezelfde soort van onrust en verwarring aan als
-die het gevolg is van propaganda voor een of anderen vorm van de
-panislamitische gedachte.
-
-
-
-
-Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid zweemt.
-
-Met hoe meer klem nu echter de Regeering Hare autonomie in het bestuur
-harer Inlandsche onderdanen handhaaft tegenover pogingen tot inmenging
-van buitenaf, des te ernstiger behoort zij te waken tegen al wat zweemt
-naar inbreuk op de godsdienstvrijheid ook van hare Mohammedaansche
-onderdanen. Het kan vreemd schijnen, hierop aan te dringen, waar juist
-dikwijls in meer of minder verwijtenden toon van Haar beweerd wordt,
-dat Zij den Islâm veel meer dan noodig of wenschelijk was beschermd
-en zelfs vertroeteld heeft, om nu maar niet meer te spreken van de
-onzinnige beschuldiging, dat Zij eene bevolking van twijfelachtig
-Mohammedaansche belijdenis naar Mohammedaansche rechtsbeginselen
-zou hebben bestuurd. Toch is dat zoo vreemd niet, gelijk reeds
-hieruit blijken kan, dat in Mohammedaansche landen buiten Oost-Indië
-de Nederlandsch-Indische Regeering den naam heeft van op fanatieke
-wijze den Islâm te vervolgen en te onderdrukken. Beide beschouwingen
-berusten op onkundige overdrijving.
-
-
-
-
-Ongunstige beoordeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de
-panislamitische pers.
-
-Hoe komt het, dat in de Mohammedaansche dagbladpers onze Regeering
-vaak gehoond is als de vijandin der Moslims, en in geographische
-leerboekjes, die op Turksch-Arabische scholen gebruikt worden,
-Nederland kort aangeduid wordt, als eene met het beginsel der
-verdraagzaamheid onbekende mogendheid, onder welks juk millioenen
-van Mohammedanen zuchten? Voornamelijk uit tweeërlei oorzaak is dit
-verschijnsel te verklaren.
-
-Telkens wanneer in Nederlandsch-Indië woelingen plaats grepen,
-die door opruiers met behulp van aan den Islâm ontleende motieven
-waren gewekt, dan bleek achteraf, dat vele bestuursambtenaren door
-onbekendheid met deze factoren van het volksleven tekortgeschoten
-waren in waakzaamheid ten aanzien van verschijnselen, die toch
-wel binnen den kring hunner waarneming gevallen waren. Dan werd
-men onzacht wakker geschud, met het gevolg, dat door onkundige en
-onbezadigde bestuurders plotseling allerlei overdreven maatregelen
-werden genomen onder den invloed van eene zeer slechte raadgeefster,
-domme vrees. De meest onschuldige Mohammedaansche godsdienstleeraars,
-leerlingen aan pesantrèns, bedienaren van den eeredienst werden dan
-na eene periode van verwaarloozing met een dwaselijk generaliseerend
-wantrouwen bejegend, vaak gesteld onder een toezicht, dat zich het
-best laat vergelijken met hetgeen men in Rusland zou doen ten opzichte
-van iemand, dien men verdacht, een anarchist van de daad te zijn. In
-zulke tijden huldigde menig bestuurder de onlangs door het meermalen
-aangehaalde parlementslid verkondigde zotheid, dat de Mekkagangers
-als het ware met dynamietbommen gewapend in hun land terugkeeren,
-dat iedere hadji een opruier is.
-
-Te Mekka, waar Mohammedanen uit verschillende deelen van den Archipel
-elkaar ontmoeten, vernamen dezen van elkander het relaas van leed en
-onrecht, dat men hier en daar in zulke schrikperioden geleden had,
-en van daaruit werden die geruchten tevens over andere landen van den
-Islâm verbreid. Dat men in die kringen de tijdelijke uitspattingen van
-een aantal ambtenaren verwarde met beginselen van regeeringsbeleid,
-is noch te verwonderen noch kwalijk te nemen.
-
-
-
-
-Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren.
-
-Een ander feit, waaraan de bijzonder ongunstige beoordeeling van ons
-koloniaal bestuur in vele Mohammedaansche landen zich vastknoopte, was
-de, om een zacht woord te gebruiken, beginsellooze politiek, die wij
-gedurende tientallen van jaren volgden, en ook nu, na de zoogenaamde
-hervorming, nog niet geheel hebben losgelaten tegenover de Vreemde
-Oosterlingen, van welke natuurlijk voor ons geval hoofdzakelijk de
-Arabieren in aanmerking komen. De in Nederlandsch-Indië verkeerende
-of zich vestigende Arabieren zijn voor de overgroote meerderheid
-afkomstig uit Hadhramaut, een doodarm land met onderling door
-eindelooze bloedveeten verdeelde roofridders en in hunnen dienst
-vechtende slaven, met meerendeels fanatieke afstammelingen van den
-Profeet, met verdrukte burgers; een gebied zonder regelmatig bestuur,
-zonder eenheid of orde, zonder welvaart. De menschen, die van daar naar
-Oost-Indië emigreeren, brengen noch kapitaal noch bepaalde vaardigheden
-of andere gewenschte eigenschappen mede, behalve deze ééne, dat zij
-zich aan de hier heerschende ordelijke toestanden wonderwel weten
-aan te passen en aan politie of justitie geene bijzondere moeite geven.
-
-Indien onze Regeering overwoog, dat deze zonen van het dorre land
-voor Indië op geene enkele wijze nuttig, in sommige opzichten
-daarentegen schadelijk zijn, zou niemand Haar euvel kunnen duiden,
-dat zij de verdere immigratie dezer Arabieren verbood, alleen
-uitzonderingen toelatende, die billijkerwijze voortvloeiden uit
-verkregen rechten en aanspraken. Allerminst zou Hadhramaut zelf zich
-hierover kunnen beklagen, daar dit land zich hardnekkig sluit voor
-alle niet-Mohammedanen, terwijl de politieke toestand er elke normale
-betrekking met andere natiën uitsluit.
-
-Dezen voor een oogenblik harden, maar verstandigen en rechtvaardigen
-maatregel heeft de Regeering niet genomen; wat erger is, steeds heeft
-Zij de Hadhramieten noch buitengesloten noch flinkweg toegelaten. In
-naam hadden zij toegang, maar eenmaal binnengetreden, werden zij op
-vaak ondragelijke wijze in de vrijheid hunner beweging belemmerd,
-onderworpen aan allerlei bepalingen, die, al waren zij zoo kwaad niet
-bedoeld, in de uitvoering werkelijk vexatoir werden, te meer, daar
-veel overgelaten bleef aan het inzicht der verschillende plaatselijke
-ambtenaren, die telkens wisselen. Zelfs op regelmatigheid in hetgeen
-hij als plagerij ondervond, kon de Arabier in Indië niet rekenen.
-
-De invloedrijke Arabieren hebben dientengevolge sinds vele
-jaren achtereenvolgens alle wegen bewandeld, waarvan goede
-vrienden hun verzekerden, dat zij konden leiden tot het doel:
-hunne emancipatie van de bepalingen, die hunnen handel en verkeer
-belemmerden in een land, waar zij toch theoretisch tot handel en
-verkeer waren toegelaten. Ten slotte kwamen zij bij het chalifaat
-en de Mohammedaansche dagbladpers terecht en vervulden de lucht met
-hunne jammerklachten. Overdreven waren deze dikwijls, maar men zegt,
-dat het niet alleen de Hadhramieten zijn, die, als zij eenmaal diep
-gevoelde en lang verkropte grieven uiten, wel eens meer beweren dan
-zij strikt genomen kunnen verantwoorden.
-
-
-
-
-Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de Islâmpolitiek
-der Regeering.
-
-Ziedaar de twee hoofdoorzaken van het in zeer wijden kring verbreide
-oordeel, dat onze Regeering de Mohammedanen onverdraagzaam en onbillijk
-bejegent. Van waar nu echter die lijnrecht tegenovergestelde opinie,
-die men alleen in Nederland nu en dan hoort uiten, volgens welke de
-Regeering den Islâm op in het oog vallende wijze begunstigt, zooals
-men het nu en dan uitdrukt, met hem coquetteert?
-
-Het was, men weet het, steeds uit sommige kringen van zendingsvrienden,
-dat deze klacht vernomen werd. Allen, die zich actief op het terrein
-der zending bewogen, ondervonden het, dat het Christendom in zijn
-pogen om zielen te winnen nergens op ernstiger bezwaren stuit dan
-daar, waar het achter den Islâm aankomt. Verschillende oorzaken van
-dit verschijnsel werden in onze eerste voordracht aangeduid. Niet
-slechts in Nederlandsch-Indië, over de geheele wereld brengt de
-Islâm de Christelijke missie bijna tot vertwijfeling. Nu ziet de
-zendingsvriend in Indië bijv., dat de Islâm een deel zijner kracht
-ontleent aan zijn internationaal karakter, aan de aanrakingen met
-geloofsgenooten uit de overige wereld, waartoe in het bijzonder de
-bedevaart naar Mekka aanleiding geeft, en zoo komt hij tot de vraag:
-zou de Regeering tegen dat euvel niets kunnen doen door het deelnemen
-aan die bedevaart te bemoeielijken? Hij ziet verder, dat de kleine man,
-die overigens toch zoo gemakkelijk te leiden is, juist op het punt van
-zijnen door hem toch zoo gebrekkig gekenden godsdienst onhandelbaar
-blijft, omdat zoogenaamde geestelijken of godsdienstleeraars hem
-drijven of intimideeren, en wederom vraagt hij zich af: ligt het niet
-in de macht der Regeering, den invloed dier leiders en leeraars wat te
-breidelen? Dit zijn slechts een paar gevallen van vele, waarin mannen
-der missie, zoekende naar middelen om de Evangelieprediking ook in
-den onvruchtbaarsten bodem te doen gedijen, in arren moede wel eens
-aankloppen daar, waar die niet te vinden zijn, en de onmogelijkheid der
-bevrediging hunner wenschen in hunnen vurigen ijver voorbijzien. Dat
-onze Mohammedanen, ook zonder de willekeurige maatregelen, waartoe die
-ijveraars de Regeering zouden willen verleiden, reeds grieven hebben,
-die, al overdrijven zij ze soms, toch verre van denkbeeldig zijn,
-ontsnapt aan hunne eenzijdige waarneming.
-
-Verstandige zendingsvrienden zouden bovendien van ongeestelijken steun,
-zooals de daareven bedoelde ijveraars dien wenschen, niet gediend zijn,
-al ware het slechts omdat zij te goed weten, dat de antipathie tegen
-het Evangelie erdoor versterkt zou worden.
-
-
-
-
-Slotsom.
-
-Van welken kant wij de zaak ook bezien, de slotsom blijft, dat de
-eenige wijze en rechtvaardige houding, die aan de Regeering tegenover
-den Islâm past, bestaat in de meest strikte en oprechte handhaving
-der vrijheid van godsdienst, zij het dan met belangrijk voorbehoud
-ten aanzien van de staatkundige zijde van het Moslimsche stelsel en
-met openhouding van alle wegen, die de Mohammedanen kunnen leiden
-tot maatschappelijke evolutie, ook boven het stelsel van hunnen
-godsdienst uit.
-
-De Mohammedanen zelve kunnen daarmede vrede hebben, want zóóveel
-rekening houden hunne leer en wet wel met de werkelijkheid, dat zij
-hun den weg wijzen om ook onder een vreemd régime hunnen godsdienst
-te belijden en te beoefenen. De "noodzakelijkheid", mits van buiten
-hun opgelegd, heft voor hen vele bezwaren op, zoolang zij maar hun
-intiemste leven naar hunne godsdienstige wetten mogen inrichten,
-en dan billijken zij het ook, dat de vreemde macht, die Allah over
-hen gesteld heeft, de regelen stelt, die hare eigene natuur haar
-voorschrijft. In de geheele Mohammedaansche wereld kent men gezag toe
-aan de uitspraak: "Een koninkrijk kan wel van duur zijn bij ongeloof,
-maar niet bij ongerechtigheid".
-
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-NEDERLAND EN ZIJNE MOHAMMEDANEN.
-
-
-De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten.
-
-De echte voorstanders eener ethische koloniale politiek, zullen,
-naar ik mij vlei, geene ernstige bedenkingen hebben tegen de door
-mij voorgedragen beschouwingen over onze Nederlandsche Islâmquaestie
-en hare oplossing; toch zullen zij denkelijk met de slotsommen,
-waartoe wij tot dusver kwamen, niet tevreden zijn. Ook mijzelf voldoen
-zij volstrekt niet. Immers, in het leven der Nederlandsch-Indische
-Mohammedanen, zoover dat aan den invloed van het stelsel van den
-Islâm onderworpen of blootgesteld is, bakenden wij één gebied, het
-zuiver godsdienstige, af, waarop de Regeering en Hare ambtenaren
-volstrekte vrijheid moeten handhaven; een ander, het politieke,
-waarop die vrijheid in aller belang zeer beperkt behoort te worden;
-weder een ander, dat van het met de religie op het innigste verbonden
-gedeelte van het Mohammedaansche recht, waarin allerminst willekeurig
-mag worden ingegrepen, maar waarbij toch de weg der evolutie zoo
-wijd opengehouden dient te blijven als de omstandigheden het maar
-veroorlooven. De modus vivendi, die door dit alles bereikt wordt,
-heeft evenwel voornamelijk negatieve verdiensten: het kwade wordt
-vermeden, zonder dat men zeker is, het goede te naderen.
-
-Wij kunnen het echter niet laten bij maatregelen, die dienen om
-ontevredenheid en verzet bij de bevolking te voorkomen en zoo ons
-gezag te bevestigen. Niet de voorheen zoo geprezen rust is ons doel,
-maar beweging. Ons gezag zal zijne rechtvaardiging moeten vinden in
-de opheffing der Inlanders tot een hooger peil; onder onze leiding
-moeten zij onder de volken de plaats gaan innemen, waartoe hun aanleg
-hen in staat stelt.
-
-
-
-
-Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het Islâmstelsel
-te emancipeeren.
-
-Opvoeding en onderwijs zijn de middelen, waarmede dat doel kan
-worden bereikt. Zelfs in landen van veel oudere Moslimsche cultuur
-dan onze Archipel zien wij die met goeden uitslag aan het werk om
-de Mohammedanen te verlossen van een deel van den middeleeuwschen
-rommel, dien de Islâm reeds al te lang achter zich aan sleept. Wel
-blijft dan het stelsel op de vroeger ontwikkelde historische gronden
-onvatbaar voor eene afdoende hervorming, hetzij door moderniseering
-der wet, hetzij door populariseering der mystiek; maar de Moslimsche
-maatschappij schrijdt nochtans voort in de richting der moderne
-cultuur, buiten het systeem om, doodzwijgend hetgeen zij niet durft
-aantasten. Zoo gaat het in Turkije, in Egypte, in Syrië.
-
-Als opvoeders en onderwijzers van de Oost-Indische Mohammedanen
-vinden wij nu tal van factoren in ons voordeel, die men in die andere
-landen niet of in mindere mate aantreft. De betrekkelijk korte tijd,
-waarin het stelsel van den Islâm hier gewerkt heeft, waardoor het
-vele bestanddeelen van het leven onaangetast heeft moeten laten,
-vergemakkelijkt de opname van nieuwe cultuurelementen, wanneer
-maar theoretische bestrijding van de godsdienstige basis achterwege
-blijft. De eeuwenoude gewoonte der Inlanders, vooral op Java, om zich
-met zeer uiteenloopende rassen en beschavingen te verstaan, heeft hen
-bewaard voor de bekrompenheid, die het gevolg is van isolement. Men
-zal moeilijk op aarde een volk vinden, dat in volgzaamheid jegens
-zijne hoofden de Javanen overtreft, en even moeielijk inheemsche
-bestuurders van een door vreemden overheerscht volk, williger dan de
-Javaansche aristocratie om te gaan in de wegen, die de uitheemsche
-regeeringsambtenaren hun wijzen.
-
-
-
-
-Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in Oost-Indië,
-vooral op Java.
-
-Inzonderheid wat betreft de aan hunne kinderen te geven opleiding
-winnen de Inlandsche ambtenaren gaarne den raad der Europeesche
-in niet alleen, maar zij volgen dien ook met bijna aandoenlijk
-vertrouwen op. Vroeger gaven dezen hun meestal het advies, aan
-hunne zonen slechts eene vrij primitieve opleiding te laten geven,
-daar het opdoen der kennis, die Europeanen noodig hadden om door de
-wereld te komen, voor hen bij hunnen beperkten werkkring geen nut
-zou opleveren. Zelfs zulke raad werd gehoorzaam ter harte genomen,
-al dacht menigeen er meesmuilend het zijne van. Sedert de kentering
-in de Europeesche opinie over de intellectueele, welhaast ook over de
-moreele waarde van den Inlander, aan wiens vorming de noodige zorg
-besteed wordt, bleek de lust der hoogere klassen op Java om zich
-geheel in de richting der hedendaagsche beschaving te ontwikkelen
-buitengewoon groot, veel te groot alras voor de gelegenheid, die hun
-van regeeringswege daartoe geboden werd.
-
-Nadat eenmaal een zeker aantal jonge Inlanders zich aan de vruchten
-van den boom der kennis verzadigd hadden, volgden anderen in scharen,
-die nog veel grooter zouden zijn, indien niet te diep ingewortelde
-behoudzucht der Europeesche bureaucratie den stroom voorloopig weer
-had gestuit.
-
-
-
-
-Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom.
-
-Men heeft hier een nieuw droevig voorbeeld van datzelfde gebrek aan
-organiseerend talent, diezelfde halfheid en besluiteloosheid, die wij
-bij de beschouwing der Vreemde-Oosterlingen-politiek ontmoetten, die
-telkens in ons koloniaal bestuur aan den dag treedt, wanneer de bakens
-verzet moeten worden, die de koloniale regeering daar, waar eene kloeke
-beslissing dringend vereischt wordt, na vele adviezen en jaren durende
-overwegingen doet komen tot een antwoord, dat noch ja noch neen zegt.
-
-Toen de aandrang van Inlandsche kinderen naar de Europeesche lagere
-scholen groot werd, weerde men hen op gronden, die, als zij ernstig
-bedoeld waren, tevens tal van kinderen van Europeesche afstamming
-van die scholen verwijderd zouden moeten houden, gronden dus, die den
-indruk van voorwendsels maakten. Men troostte de teruggedrongenen door
-voor hen scholen van eene nieuwe soort op te richten, die in geenen
-deele aan de behoefte voldeden. Met betrekkelijk milde hand gaf men op
-onderwijsgebied aan de Chineezen, die brutaal schreeuwend eischten,
-terwijl hetgeen aan de bescheiden vragende Inlanders ten deel viel,
-doet denken aan het stuk beschimmeld roggebrood uit Gellerts fabel,
-dat door den rijkaard met verheven gebaar aan den hongerigen bedelaar
-werd toegeworpen.
-
-Zou men nu uit zulke feiten de gevolgtrekking willen maken, dat
-de Regeering onverschillig was voor den snel toegenomen drang der
-Inlandsche wereld naar hoogere geestesontwikkeling, dan stonden
-daartegenover herhaalde officieele uitingen van ingenomenheid met en
-aanmoediging van diezelfde intellectueele beweging. Zoo eerlijk gemeend
-als die betuigingen van welwillendheid waren, zoo onoverwinnelijk was
-de indolentie der regeeringsorganen, die de strooming hadden moeten
-bevorderen en leiden. Het pijnlijkst kwam die tegenstelling uit in
-de behandeling van verscheidene jongelieden, die den nieuwen koers
-met succes, zoover het van hen afhing, gevolgd waren.
-
-
-
-
-Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid.
-
-Iemand van Inlandsche geboorte, maar zoo goed als geheel Europeesche
-opvoeding, wordt na afgelegd examen voor ambtenaar bij het Europeesche
-corps voor eene benoeming als zoodanig ter beschikking van den
-Landvoogd gesteld. Hij treedt inderdaad als bestuursambtenaar
-op, maar wordt na korten tijd bij den specialen diensttak van
-het landbouwcrediet onder dak gebracht. Een ander, die na hem
-denzelfden weg van opleiding was gevolgd, werd van den aanvang af
-bij het credietwezen geplaatst, zoodat het niet verwonderen kan,
-dat in de Inlandsche ambtenaarswereld de meening post vatte,
-als wilde de Regeering alle Inlanders, die aan de eischen van
-het grootambtenaarsexamen voldaan hadden, tot specialiteiten in
-credietzaken maken. Die zich met die hoop vleiden, hadden evenwel
-wederom buiten den waard gerekend, want nu volgde er een jeugdige
-Inlander, die na een zeer goed grootambtenaarsexamen te hebben
-afgelegd, al zijne Europeesche kameraden, die boven en beneden hem
-op de ranglijst voorkwamen, met hunne plaatsing kon gelukwenschen,
-zonder dat van zijn bestaan ook maar de geringste notitie werd
-genomen. Ten slotte gelukte het hem, na veel getob, eene matige
-plaatsing bij het Inlandsche bestuur te krijgen, die natuurlijk bij
-vele zijner landgenooten de vraag deed rijzen, of het wel de moeite
-loonde, hunne zoons op zoo kostbare wijze te laten opleiden, wanneer
-toch de Regeering daaraan zoo weinig waarde scheen te hechten.
-
-Men begrijpe mij niet verkeerd. De wenschelijkheid der plaatsing
-van Inlanders bij het Europeesche bestuurscorps wil ik geenszins
-betoogen. Maar wanneer de wettelijke bepalingen die plaatsing toelaten
-en de gelegenheid om de daarvoor vereischte kennis op te doen en
-daarvan bij examen te doen blijken aan Inlanders geschonken wordt,
-dan is eene behandeling van drie geslaagde candidaten op de daareven
-genoemde wijze niet te verantwoorden.
-
-Een ander zeer begaafd jong Inlander wilde in de rechten gaan
-studeeren, wanneer hij zekerheid had, dat hij na aan alle wettelijke
-eischen te hebben voldaan, niet om zijnen landaard uitgesloten zou zijn
-van eene plaatsing bij de rechterlijke macht in zijn vaderland. Een
-jaar voordat hij over de keuze zijner studierichting moest beslissen,
-vroeg men voor hem dienaangaande bij de Regeering om inlichting. Twee
-jaren van overweging had de Regeering noodig om een antwoord te geven,
-waarbij de hoofdquaestie eigenlijk nog onopgelost bleef.
-
-Onvoldoende, immers voorloopig en voorwaardelijk was eveneens het
-bescheid, dat ten deel viel aan eenen Inlander, die voor ingenieur
-wilde studeeren en officieele zekerheid wenschte te hebben omtrent
-zijne vooruitzichten bij den staatsdienst in dat vak.
-
-Een enkele daad der Regeering, die scheen te wijzen op een ontwakend
-besef van Hare plichten in verband met de intellectueele beweging
-onder Hare Inlandsche onderdanen, was de oprichting der Rechtsschool
-voor Inlanders. Kort na de geboorte gaf Zij echter dit jeugdige
-wezen aan verkwijning prijs door trots allen aandrang na te laten, de
-vooruitzichten der geslaagde kweekelingen dezer instelling behoorlijk
-te regelen, zoodat vaders niet met gegronde gerustheid hunne zoons
-van goeden aanleg aan haar konden toevertrouwen.
-
-Hetgeen andere koloniale mogendheden met veel moeite aan hare
-onderdanen trachten op te dringen: eene opvoeding, die hen geschikt
-maakt om op hunne wijze het leven hunner overheerschers mee te leven,
-dat wordt van ons op Java en in een deel der Buitenbezittingen door
-de inheemsche bevolking afgesmeekt. Zou het niet eene onuitwischbare
-schande zijn voor ons koloniaal bestuur, indien wij die geestelijke
-goudmijn lieten liggen, zooals een concessionaris zonder kapitaal,
-die zijn zaakje schijnbaar aan den gang houdt, totdat een energiek
-syndicaat het van hem komt overnemen?
-
-
-
-
-In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing der
-Islâmquaestie.
-
-Wat deze dingen nu eigenlijk met de Islâmquaestie van Nederland te
-maken hebben? Niet minder dan alles. De eenige ware oplossing van dat
-probleem ligt in de associatie der Mohammedaansche onderdanen van den
-Nederlandschen staat aan de Nederlanders. Gelukt deze, dan bestaat er
-geene Islâmquaestie meer; dan is er genoeg eenheid van cultuur tusschen
-de onderdanen der Koningin van Nederland aan het Noordzeestrand en die
-van Insulinde om aan het verschil in godsdienstige belijdenis zijne
-politieke en sociale beteekenis te ontnemen. Moest zij mislukken,
-dan zou de onvermijdelijk toenemende intellectueele ontwikkeling der
-Indonesiërs hen noodwendig hoe langer hoe verder van ons af voeren,
-want dan zouden anderen dan wij de leiding in handen krijgen.
-
-
-
-
-De openbare meening in Nederland behoort in die richting krachtig
-te spreken.
-
-De opgedane ervaring verbiedt ons, het totstandbrengen dier oplossing
-alleen of in de eerste plaats van de Regeering te verwachten; het
-ontbreekt Haar daartoe niet aan de noodige sympathie voor de zaak,
-maar wel aan de vereischte kracht. Hoe het komt, kunnen wij daarlaten,
-maar Zij is nu eenmaal een log lichaam, waarin in den regel slechts
-ruwe schokken wat beweging vermogen te brengen. Een krijgszang van
-Max Havelaar, een alarmkreet van Wekker in de Avondpost lokken
-maatregelen uit, die het daarvóór aan bezadigde vertoogen niet
-gelukte te voorschijn te roepen; half-oproerige Chineezen zien
-wenschen vervuld, die kalm berustende Inlanders vergeefs slaken. Er
-is echter nog een andere weg, die met minder rumoer en misschien iets
-minder snel tot het doel kan leiden, maar die toch op den duur niet
-vruchteloos bewandeld wordt: de eindelijk onweerstaanbare druk, dien
-eene krachtige openbare meening op de Regeering pleegt uit te oefenen.
-
-Eerst moet dus in wijde kringen van het Nederlandsche volk de
-overtuiging zijn doorgedrongen, dat associatie van het leven der
-Inlandsche bevolking van den Indischen Archipel aan het onze in
-beider belang tot stand gebracht behoort te worden, en dat de
-tegenwoordige intellectueele beweging van de hoogere klassen der
-Inlandsche maatschappij de krachtige bevordering dier associatie
-onzerzijds urgent maakt, dat er periculum in mora is. En dan mag het
-niet blijven bij uiting dier overtuiging in woorden, er moet ook in
-die richting gewerkt worden, wij moeten er offers voor over hebben
-in geld en in arbeid. Als de Regeering het alleen moest doen, dan zou
-het gevaar te groot te worden, dat zij met het haar eigen gebrek aan
-besluitvaardigheid ten slotte door de omstandigheden overrompeld werd,
-nadat de goede tijd om de leiding der beweging in handen te nemen en
-te houden voorbij was, om niet terug te keeren.
-
-
-
-
-De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de zendingsvrienden.
-
-Tot dusver is het inzicht, dat wij hier met een dringend volksbelang te
-doen hebben, bij ons tot vrij enge kringen beperkt, en zijn eigenlijk
-de eenigen, die blijk geven, het levendig te beseffen, de actieve
-zendingsvrienden. Of liever: zij streven naar eene associatie van
-veel hoogere orde dan de zooeven door ons bedoelde, eene eenheid, die,
-als zij tot stand kwam, alle belemmeringen der eenheid van beschaving
-en nationaal bewustzijn tusschen het Oosterlijk en het Westelijk deel
-van het rijk der Nederlanden zou opheffen.
-
-Als zij tot stand kwam! Maar de groote bewondering, waarmee wij den
-zelfopofferenden arbeid der zendelingen gadeslaan, en onze groote
-waardeering van de offervaardigheid, waarmede velen in het moederland
-dien arbeid steunen, mag ons niet doen vergeten, hoe gering het
-uitzicht op belangrijk succes voor de Christelijke zending is in
-landen, waarop de adem van den Islâm neergestreken is. Zelfs de
-verstandige mannen der zending maken zich daaromtrent geene illusie,
-al geven zij daarom het werk niet op. In geen geval mag er voor ons
-volk en onze regeering sprake van zijn, de taak der associatie aan
-de Christelijke zending over te laten, met veronachtzaming der voor
-hare vervulling zoo uiterst gunstige beweging in de Inlandsche wereld,
-die thans in gang is.
-
-
-
-
-De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale, geen
-religieuze associatie.
-
-Die beweging wijst ondubbelzinnig op de practische mogelijkheid
-der verwezenlijking eener schoone politieke en nationale gedachte,
-namelijk die der wording van een Nederlandschen staat, bestaande uit
-twee geographisch ver uiteenliggende, maar geestelijk innig verbonden
-deelen, het eene in Noordwest-Europa, het andere in Zuidoost-Azië. Dit
-is geen utopistisch ideaal, maar een doel, waarvan Regeering en volk
-van Nederland het zich duurzaam zouden verwijten, het niet bijtijds
-in het oog gevat te hebben, wanneer zij de thans zich opdringende
-gelegenheid om het na te streven ongebruikt lieten voorbijgaan. Hier
-en nu geldt in volle kracht het woord van Goethe:
-
-
- "Was du ererbt von deinen Vatern hast,
- Erwirb es, um es zu besitzen".
-
-
-Onze erfenis, die hier bedoeld wordt, dat waren schoone en rijke
-wingewesten; de staatkundige band, die ze met ons verbonden hield, was
-overheersching. Wil de eenheid tegen de stormen van den tijd bestand
-blijken, dan moet nu de materieele inlijving door de geestelijke
-gevolgd worden.
-
-
-
-
-Hoe ver kan de associatie gaan?
-
-Om teleurstelling en verwarring te voorkomen is het noodig, dat
-wij ons onbevangen rekenschap geven van de grenzen, waarbinnen de
-geestelijke annexatie uitvoerbaar is. De godsdienst, hoe gewichtig
-ook voor ons volks- en staatsleven, is zelfs in het kleine Westelijke
-Nederland de band niet, die ons samenhoudt. Onze eenheid wortelt
-in algemeenere cultuurgedachten, tot welker vorming het Christendom
-ongetwijfeld veel heeft bijgedragen, maar onder welker heerschappij
-niet slechts Christenen van de meest uiteenloopende confessies, maar
-ook Joden en vrijdenkers, met gelijke aanspraken op eerbiediging van
-hetgeen aan elke dier categorieën in het bijzonder eigen is, zich thuis
-gevoelen. Thuis gevoelen in die mate, dat zij zich verzetten met alle
-kracht, zelfs met opoffering van goed en bloed, tegen iedere poging
-om hen tot eene andere nationaliteit of tot een ander staatsverband
-te doen overgaan.
-
-Hieruit vloeit vanzelf voort, dat noch van onzen staat, noch
-van ons volk eene propaganda kan uitgaan, die zich voorstelt, de
-Mohammedaansche Inlanders over te halen tot eene religie, die onder
-ons eenen, zij het nog zoo grooten, kring van belijders telt. Eene
-poging om de grondslagen te ondermijnen van het Islâmstelsel, dat
-het leven der Inlanders deels beheerscht, en gaarne geheel zou willen
-beheerschen, kan alleen van eene religieuze gemeenschap, eene kerk of
-eene vereeniging voor zending, uitgaan; de staat kan daarbij slechts
-toezien, dat niemand in zijne vrijheid van beweging belemmerd worde.
-
-Niet ongeoorloofd noch misplaatst is daarentegen in het gegeven geval
-eene actie, die bedoelt, de Inlanders op veel steviger wijze dan tot
-dusver het geval is, bij ons staatsverband en bij onze nationaliteit
-in te lijven. Immers, een eigen zelfstandig politiek of nationaal
-leven hebben zij al sinds eeuwen niet meer; en wij, die hun lang
-geleden ontnamen, wat zij van die aard bezeten mogen hebben, hun
-daarbij eerbiediging hunner godsdienstige instellingen belovende,
-wij aanvaardden daarmede tevens de moreele verplichting om hen tot
-deelname aan ons staats- en volksleven op te voeden. Hunnerzijds ruimen
-zij elk voorwendsel voor uitstel van het vervullen dier verplichting
-uit den weg, waar zij zelve op die geestelijke annexatie in toenemende
-mate bij ons aandringen. Men geeft er zich onder ons lang niet genoeg
-rekenschap van, hoe sterk die aandrang inderdaad wel is. Het zijn niet
-alleen de Inlandsche ambtenaren en in het algemeen de aristocratie, die
-hunne kinderen in de eerste plaats Nederlandsch willen laten leeren,
-en vervolgens zooveel mogelijk van hetgeen, waartoe de kennis dier taal
-hun den weg effent; zelfs onder de Mohammedaansche schriftgeleerden
-neemt het aantal toe dergenen, die hunne zoons voor onderwijs en
-opvoeding liever geheel aan Europeesche leiding toevertrouwen dan dat
-zij hen laten opleiden in de wetenschappen van den Islâm. Telkens kan
-men van Inlanders op Java vernemen, dat de toeloop naar de pesantrèns
-sterk afneemt en dat alles tegenwoordig heendringt naar de school. De
-vroeger in eenigszins vrome kringen vaak gekoesterde vrees, dat zulke
-toenadering tot de Hollandsche cultuur het van de vaderen geërfde
-geloof in gevaar zou brengen, maakt meer en meer plaats voor de
-overtuiging, dat men aan de religieuze denkbeelden en gebruiken van
-voorheen getrouw kan blijven zonder in de oude onwetendheid voort te
-leven, en dat er geen beter middel is om van deze laatste verlost
-te worden dan zich met vol vertrouwen over te geven aan opleiding
-in de Europeesche school, ja, als de omstandigheden het toelaten,
-tevens aan opvoeding in het Europeesche gezin.
-
-
-
-
-Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen
-deelneming aan het godsdienstonderwijs.
-
-Niet onvoorwaardelijk is dit vertrouwen, wanneer de Inlander zich
-wegens gebrek aan plaats op andere scholen of om finantieele redenen
-genoopt ziet, zijne kinderen te zenden naar eene Christelijke school,
-waar het deelnemen aan het godsdienstonderwijs voor alle leerlingen
-verplichtend is. Dat velen over dit bezwaar heenstappen, is wel een
-krachtig bewijs voor de diep gevoelde behoefte aan onderwijs. Het zou
-gevaarlijk zijn, er andere conclusies aan vast te knoopen. Als een
-bezwaar wordt het wel degelijk gevoeld, en de omstandigheid, dat velen
-dit door den nood gedwongen terzijde stellen, mag niet verleiden tot
-de verwachting, dat gesubsidieerde Christelijke scholen van de zooeven
-bedoelde soort het geschikte middel zullen vormen om aan de enorme
-vraag naar Europeesch onderwijs voor Inlanders op Java te voldoen.
-
-Het is waar, de aan onverschilligheid grenzende religieuze tolerantie
-van de groote meerderheid der Javaansche aristocratie, gepaard met
-de eeuwenoude gewoonte der lagere klassen van de bevolking aan het
-verkeer met menschen van allerlei ras en geloof, maakt, dat de zending
-hier vele moeilijkheden, die zich in vele andere Moslimsche landen aan
-haar in den weg plegen te stellen, niet of toch in mindere mate dan
-elders ondervindt. De meerderheid der Mohammedaansche schriftgeleerden
-daarentegen, hoewel gewend om zich in den regel binnen hare eigen
-enge sfeer te houden, wordt door eene krachtige missionnaire actie
-tot reactie geprikkeld. Zij ziet in dat pogen om Mohammedanen tot
-Christenen te maken een streven der Europeesche wereld om, nadat zij
-den Inlanders al zoovele aardsche bezittingen ontnomen heeft, hen nu
-ook van datgene te berooven, dat Allah in de andere wereld voor hen
-heeft weggelegd. Zou de Regeering nu hen, die onderwijs in Westerschen
-zin zoeken, naar uit de staatskas ondersteunde scholen drijven, waar
-aan de leerlingen Christelijk godsdienstonderwijs opgedrongen werd,
-dan kan men zeker zijn, dat weldra een voor de zaak der associatie
-hoogst bedenkelijke tegenstand zou ontstaan, die òf de beweging in de
-richting onzer cultuur zou stuiten òf voor het minst zou uitloopen
-op den nadrukkelijken eisch, dat indien aan gesubsidieerde scholen
-met eene specifiek godsdienstige kleur ook voor Inlanders de voorkeur
-werd geschonken, de kleur voor de Mohammedaansche Inlanders die van
-den Islâm zou zijn.
-
-Hoogstens zou men daardoor komen tot eene belangrijke tempering
-van den drang naar intellectueele ontwikkeling, daar de Inlandsche
-maatschappij vooralsnog niet over de middelen beschikt om op groote
-schaal scholen te stichten, die zich om subsidie konden aanmelden. Van
-deze omstandigheid misbruik te maken om aan de Inlandsche Mohammedanen
-inrichtingen van onderwijs op te dringen, die voor een goed deel
-uit door hen opgebrachte belastingpenningen bekostigd werden en die
-mede dienstbaar waren aan directe propaganda voor het Christendom,
-dat zou, dunkt mij, noch met het beginsel der vrije school, noch met
-eene wijze staatkunde overeen te brengen zijn.
-
-Nog eens: de sterke neiging om in ons cultuurleven te worden opgenomen,
-die de Inlandsche maatschappij in de jongste kwarteeuw aan den dag
-legt, werkt geheel buiten het gebied van den godsdienst. Wij hebben
-ons erin te verheugen, dat de Inlanders zich door het stelsel van
-den Islâm, dat eigenlijk tegen zulke associatie gericht is, niet
-laten weerhouden van het zoeken dier ook voor ons zoo gewenschte
-toenadering. Als volk en als staat moeten wij hun daartoe de hand
-reiken op in godsdienstig opzicht neutraal terrein, het zoeken van
-toenadering van veel hoogeren en intiemeren aard overlatende aan de
-verschillende lichamen en instellingen, tot welker bijzondere roeping
-dit behoort.
-
-
-
-
-Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere klassen
-der Inlandsche maatschappij in het oog vatten.
-
-Onderwijs dus en opvoeding in Europeeschen zin, aangepast zooveel
-noodig aan de bijzondere behoeften der Mohammedaansche Inlanders,
-dat zijn de aangewezen en tevens de door henzelve gevraagde middelen,
-niet om den Islâm te bestrijden, niet om zijne belijders tot eene
-andere religie over te halen, maar om hen te steunen in hunne
-zelfbevrijding van die gedeelten van zijn stelsel, die zonder tot
-het specifiek-godsdienstige domein te behooren, het deelnemen aan
-het tegenwoordige beschavingsleven der volken belemmeren, zoo niet
-onmogelijk maken. Blijft de vraag, hoe en aan wie men die middelen
-in de eerste plaats zal hebben toe te dienen.
-
-Bij de beantwoording dezer vraag willen wij ons stellen op het nuchtere
-standpunt der practijk, en ons niet begeven in casusposities, welker
-oplossing voor het oogenblik niet als dringend te beschouwen is.
-
-Men hoort tegen de meening, dat voldoening aan de steeds luidere
-vraag van meer ontwikkelde Javanen en Maleiers naar beter onderwijs
-een urgente plicht van ons volk is, wel eens de tegenwerping, dat men
-daardoor alleen de hoogere klassen der bevolking bereikt, terwijl de
-oneindig veel breedere schare der kleine luiden onaangeraakt blijft,
-en men wijst er dan bovendien op, dat daardoor eene vroeger ongekende
-kloof ontstaat tusschen de beschavingshoogte der aristocratie en die
-der groote menigte, zoodat het onderling verband erbij verloren dreigt
-te gaan.
-
-Het zou ongetwijfeld gunstig zijn voor den goeden uitslag van het werk,
-als men van alle zijden tegelijk kon beginnen; als men de wegen kende
-en over de middelen beschikte om in denzelfden tijd door doelmatig
-onderwijs de massa der kleine Javaansche landbouwers tot een hooger
-intellectueel peil te verheffen en de aristocratie van Java zoo dicht
-mogelijk naar onze eigen geestelijke atmosfeer heen te trekken. Dit
-gaat echter boven onze kracht, al ware het alleen omdat de psychologie
-van den kleinen man ons daartoe te vele, voor het oogenblik niet
-oplosbare raadselen biedt; bij gebrek aan de noodige gegevens voor
-eene betrouwbare diagnose kon het recept wel eens glad verkeerd
-uitvallen. Bij iedere poging, die wij in de bestaande omstandigheden
-kunnen doen om den desaman tot een hoogeren graad van beschaving te
-brengen, loopen wij veel gevaar hem iets op te dringen, dat hij niet
-wenscht, zonder dat wij de stellige overtuiging mogen koesteren,
-dat het voor hem deugen zal.
-
-
-
-
-De onlangs opgerichte desascholen.
-
-Van inrichtingen als de onlangs opgerichte desascholen heb ik
-geene hooge verwachting; kwaad zullen zij wel niet teweegbrengen,
-maar als een reuzenschrede in de richting der associatie zal ook
-de grootste optimist deze instelling niet beschouwen. Belangrijke
-nieuwe proefnemingen op dit gebied zag ik liefst uitgesteld totdat wij
-daarbij gebruik kunnen maken van de voorlichting eener talrijke groep
-van hoog ontwikkelde Javanen, die aan Westersche wijsheid Oostersche
-ervaring paren; dezen zullen met minder gevaar van dwaling dan wij
-kunnen vaststellen, hoe de kleine landbouwers onder hunne rasgenooten
-gebracht kunnen worden tot deelname aan het huidige verkeersleven
-binnen de grenzen, die de natuur voor hen daaraan stelt.
-
-Men begint een werk toch liefst van die zijde, die de grootste kans
-van slagen biedt; bij de hoogere klassen der bevolking van Java heeft
-men van den uitslag genoegzame zekerheid, mits men de middelen,
-die de ervaring nu reeds als probaat deed kennen, op veel ruimere
-schaal dan tot nog toe geschiedde aanwendt, en ze tevens meer aan de
-bijzondere plaatselijke behoeften aanpast.
-
-
-
-
-Studie van begaafde Inlanders in Nederland.
-
-De meest belovenden onder het jongere geslacht moedige men aan en
-steune men om die hoogere studiën, waartoe hun vaderland nog geene
-gelegenheid biedt, in Nederland te maken; men bouwt dan voort op
-reeds bestaande grondslagen, want hier te lande studeeren al eenige
-tientallen Inlanders aan verschillende inrichtingen van hooger
-onderwijs, zonder dat ooit aan een hunner van Regeeringswege tot
-het inslaan van dien weg aanleiding gegeven werd. Vooral zorge men
-ervoor, dat die studeerenden hier vertrouwde raadslieden vinden en
-sympathieke, degelijke kringen om in te verkeeren en wake men tegen het
-gevaar, waaraan zij allen hier blootstaan, dat er namelijk in allerlei
-opzichten met hen gesold wordt, dat men ze als curiositeiten aangaapt
-of aan het bewonderende publiek vertoont, dat men ze verlokt tot
-optreden in kringen, waarin zij nog niet behooren, tot schrijven over
-onderwerpen, die zij nog niet kunnen beheerschen, eene behandeling,
-tengevolge waarvan begaafde Inlanders begrijpelijkerwijze wel eens
-uit hun evenwicht geraakt en moreel te gronde gegaan zijn.
-
-
-
-
-Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven.
-
-In Indië opene men voor hen zoo wijd mogelijk alle, vooral de beste,
-inrichtingen van Europeesch onderwijs; ook daardoor drukt men
-slechts het stempel der goedkeuring op hetgeen de Inlanders zelve
-tot stand brachten, want tot nu toe hebben zij de deuren van alle
-scholen om zoo te zeggen geforceerd, en was het er zeer ver vandaan,
-dat de autoriteiten hen dwongen om in te gaan. Soms had het er al
-te veel van, alsof zij die pioniers op het pad der associatie als
-rustverstoorders beschouwden. Men richte bovendien speciaal voor hunne
-behoeften berekende scholen van middelbaar en technisch onderwijs op,
-maar men berekene niet te angstvallig en vooral niet te lang, opdat
-niet in afwachting van het resultaat generaties van de gewenschte
-opleiding verstoken blijven. Beter eene school, die niet dadelijk aan
-alle op den duur te stellen eischen voldoet, dan in het geheel geene.
-
-Goede lagere Europeesche scholen stelle men in grooten getale tot
-hunne beschikking, zoodat de velen, die dit wenschen, gelegenheid
-vinden om Nederlandsch zóó te leeren, dat in die taal het werktuig
-vinden om zich in verschillende richtingen verder te ontwikkelen.
-
-
-
-
-Opvoeding buiten de school.
-
-Dikwijls draagt het onderwijs, dat Inlandsche kinderen en jongelieden
-genieten, niet de gewenschte vruchten omdat zij buiten de schooltijden
-verkeeren in eene omgeving, die voor hunne opvoeding eer schadelijk
-dan bevorderlijk is. Eene doelmatige huisvesting is, vooral uit dit
-oogpunt bezien, voor hen van overwegend belang. Vooralsnog, in deze
-eerste periode der associatiebeweging, zal men hun die niet licht
-anders dan in een degelijk Europeesch gezin kunnen verschaffen. Dit
-is eene der grootste moeilijkheden, die de bevorderaars der associatie
-te overwinnen hebben, maar onoverkomelijk mag zij niet zijn.
-
-
-
-
-De zending zou hiertoe kunnen medewerken.
-
-Hier zou ik bijna geneigd zijn, al is het onbevoegd, een verzoek
-te doen, ja tevens een raad te geven aan de mannen en de vrouwen,
-die zich aan zendingswerk wijden. De zending werkt terecht
-dikwijls langs philanthropische omwegen: onderwijs, geneeskunde,
-landbouw worden door haar gebezigd als middelen om Inlanders met het
-Christendom in aanraking te brengen. Onderwijs is als zendingsmiddel
-in Mohammedaansche landen, naar ik meen, niet bijzonder effectief
-bevonden, althans niet in dien zin, dat bekeeringen er het gevolg
-van waren, ofschoon de Moslims, wier eigen onderwijs zeer achterlijk
-is, er gaarne gebruik van maken, vooral wanneer de leerlingen niet
-gehouden worden aan het Christelijke godsdienstonderwijs deel te
-nemen. Toch gaat men in die richting voort, aanvankelijk tevreden met
-verbreiding van den Christelijken geest onder hen, die van de leer des
-Christendoms nog niet gediend zijn. Met de medische zending is het vaak
-niet anders. Nu zijn op Java, en weldra ook elders in den Archipel
-huisgezinnen en hospitia noodig om ernstige leiding te geven aan de
-opvoeding der steeds talrijker jongelieden uit Inlandsche familiën,
-die de verschillende inrichtingen van onderwijs bezoeken. Ligt het
-niet op den weg der zending, in dien nood te helpen voorzien? Te
-helpen zorgen, dat die jongelui tegen matige betaling opname kunnen
-vinden in eenvoudig levende, Christelijke gezinnen, geschikt en
-bereid om hen te gewennen aan het leven in eene atmosfeer, waar de
-practische geest van het Christendom heerscht, zonder dat de leer aan
-andersdenkende huisgenooten wordt opgedrongen? Mij wil het voorkomen,
-dat de missie hier een veelbelovend arbeidsveld zou vinden.
-
-
-
-
-De Inlandsche vrouw en hare opvoeding.
-
-Aan dit ongevraagd advies voeg ik nog een ander toe. De hoofdreden,
-waarom in dezen eersten tijd voor jonge Inlanders, die door onderwijs
-op den weg der associatie gebracht worden, het verblijf in een
-degelijk Europeesch gezin dringend gewenscht is, ligt hierin, dat
-het Inlandsche gezin nog niet geschikt is om aan de naar Europeeschen
-trant opgeleide jeugd den noodigen moreelen steun te verleenen. Dit
-moet anders worden, maar daartoe is in de eerste plaats verhooging
-noodig van het opvoedingspeil der vrouw.
-
-De Inlandsche vrouw moet beter onderwezen, maar bovenal beter gevormd
-en in moreelen zin ontwikkeld worden. Hiertoe kan de school iets
-bijdragen, maar het meeste moet komen van de persoonlijke leiding
-van degelijke Europeesche vrouwen. Tot dusver zijn er wel een zeker
-aantal meisjes uit voorname Inlandsche familiën, die gedurende
-eenige jaren Europeesche scholen bezoeken, maar de bekendheid met
-het Nederlandsch en met Europeesche maatschappelijke vormen, die ze
-mee naar huis nemen, is in den regel niet veel meer dan een vernis,
-dat dient om haar niet al te misplaatst te doen zijn als echtgenooten
-van Westersch opgevoede Inlanders. Zij verlaten de school veel te vroeg
-en buiten de school wordt aan hare karaktervorming veel te weinig zorg
-besteed om er waardige levensgezellinnen dier Inlanders van te maken,
-die met hare mannen zullen samenwerken om het Inlandsche gezin te
-brengen tot associatie aan ons familiewezen. Zonder geestelijk hoog
-ontwikkelde Inlandsche vrouwen is deze associatie onuitvoerbaar;
-met hare hulp mag men die verzekerd achten. Wie wil medewerken aan
-de vorming van eenige honderden meisjes van Java in dezen geest, die
-mag zich vleien met de gegronde hoop, later als vrucht van zijn werk
-het monogame leven op Java als het normale in de Inlandsche wereld
-erkend te zien, en Javaansche ouders ernstig te zien arbeiden aan
-den opbouw van het leven hunner kinderen.
-
-Is deze taak niet schoon genoeg om vrouwelijke zendingskrachten aan te
-lokken tot zelfopofferende toewijding, zelfopofferend ook in dien zin,
-dat zij bij dezen arbeid haar oogmerk willen bepalen tot de zeker
-bereikbare staatkundig-nationale associatie, en die niet in gevaar
-willen brengen door ontijdige pogingen tot bekeering?
-
-Wie op de kerstening der Inlandsche Mohammedanen hoopt--ik zeide reeds,
-waarom ik die verwachting niet kan deelen--moet de politiek-nationale
-annexatie dier Nederlandsche onderdanen als een eersten stap in de
-door hem gewilde richting toejuichen en de gelegenheid om zelf daaraan
-mede te werken met beide handen aangrijpen. De zendeling zal, zoowel
-als ieder ander Nederlander, onverschillig van welke levenssfeer,
-zich aan geassocieerde Inlanders gemakkelijker verstaanbaar kunnen
-maken dan aan de overheerschten van het oude régime, dat, naar wij
-hopen, zijnen tijd gehad heeft.
-
-
-
-
-Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel in den
-Staatsdienst verzekerd worden.
-
-Niet minder urgent dan de snelle vermenigvuldiging der gelegenheden
-voor Inlanders om de door hen verlangde hoogere vorming te
-verkrijgen, is het voor de Regeering, de verdeeling van den arbeid der
-staatsdienaren zóó te herzien, dat al het werk, dat door die modern
-ontwikkelde kinderen des lands verricht kan worden, ook inderdaad
-aan hen worde toevertrouwd.
-
-Het gaat niet aan, den bestaanden toestand te bestendigen, waarbij
-de jonge Inlanders, die als de beste producten der nieuwe richting
-voor den dag komen, door de bureauchefs in Indië als schrikbeelden
-worden beschouwd, die men na lange aarzeling in een of anderen hoek
-duwt om niet langer door hunnen aanblik verontrust te worden. Zij
-vallen immers niet als meteoorsteenen uit de lucht, men ziet ze jaren
-tevoren aankomen, en men heeft dus geene enkele verontschuldiging,
-wanneer men zich onvoorbereid door hen laat verrassen. De Indische
-Regeering mag aan de departementen van Binnenlandsch Bestuur en van
-Onderwijs geene rust gunnen, voordat zij de hiermede samenhangende
-vraagstukken tot eene bevredigende oplossing hebben gebracht. Bezwaren
-opperen is gemakkelijk genoeg; ze uit den weg te ruimen, dat is de
-taak der leidende ambtenaren in de kolonie.
-
-
-
-
-Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie.
-
-Kleinmoedigen hebben vaak getracht, den voorstanders van de associatie
-schrik aan te jagen door de voorzegging, dat het voortgaan op den
-door hen gewezen weg dit rampzalige gevolg zal hebben, dat er eene
-klasse van Inlanders zal ontstaan, die hun evenwicht kwijt zijn, die
-uit den band springen, die den samenhang met hunne eigen maatschappij
-verloren hebben, zonder in een ander sociaal geheel te passen.
-
-Zulke bedenkingen zijn van oudsher overal vernomen, waar eene
-menschengroep zich uit eene levenssfeer, die haar te eng werd,
-naar boven trachtte te werken, maar nooit hebben zij bewerkt, dat de
-eenmaal ontwaakte drang naar licht bezworen werd. Ook onder ons hebben
-wijzigingen in het politieke en sociale leven in de werkelijkheid
-niet zoo kalm en geleidelijk plaats als zij op het papier ontworpen
-waren. Bij die tochten naar de hoogte maken altijd sommige deelnemers
-ongedachte, duizelingwekkende sprongen, die oogenblikken van algemeene
-verwarring teweegbrengen. Wij zijn erop voorbereid, dat dit ook in
-Oost-Indië zal gebeuren, en dat de waarzeggers van daareven dan gereed
-zullen staan om triomfantelijk daarop te wijzen als op de vervulling
-hunner sombere profetie. De zeldzaam vredelievende aard der Inlanders
-doet ons alleen hopen, dat het geene al te groote vaart zal loopen,
-en dat onder wijze leiding het evenwicht spoedig herwonnen zal zijn.
-
-
-
-
-Stuiting der beweging niet mogelijk.
-
-Men stelle echter de zaak niet voor, alsof wij ons nu nog bij een
-kruispunt in de ontwikkelingsgeschiedenis van de Indonesiërs bevonden,
-en de beslissing, of het verder links of rechts zal gaan, van den
-wil van onze Regeering afhankelijk ware. Het proces is begonnen
-zonder dat de Regeering of het volk van Nederland het uitlokten,
-ja deels in weerwil van officieuze tegenwerking. Het is niet langer
-de vraag, of de voor hooger ontwikkeling meest toegankelijke deelen
-der bevolking van den Archipel ons op intellectueel gebied al of niet
-op zijde zullen streven, de vraag is alleen nog, of de voortzetting
-der krachtig begonnen beweging zal geschieden met onze medewerking
-en onder onze leiding, dan wel in weerwil van onzen tegenstand,
-en dan onder leiding van anderen, die zich niet lang zullen laten
-wachten. Mij dunkt, het antwoord op deze vraag kan geen onderwerp
-eener langdurige discussie zijn.
-
-
-
-
-Samenvatting onzer beschouwingen.
-
-Wij naderen het einde van onzen gemeenschappelijken tocht, waarop
-ik naar vermogen getracht heb, u achtereenvolgens de voornaamste
-problemen te laten zien, die de Islâmbelijdenis van vijfendertig
-millioen Nederlandsche onderdanen aan onze Regeering en aan ons volk
-voorlegt, en tevens de richting aan te geven, waarin de oplossing dier
-vragen te vinden zal zijn. Het zij mij vergund, in eenen terugblik
-op den afgelegden weg onze uitkomsten nog eens samen te vatten.
-
-Onze beschouwing van de wijze, waarop de Islâm zich over de aarde
-verbreid heeft, maakte ons verschillende daarmee samenhangende of
-daaruit voortgevloeide verschijnselen verklaarbaar: de scherpte zijner
-positie tegenover al hetgeen aan zijnen invloed weerstand biedt;
-zijn militant karakter; de gemakkelijkheid, waarmede hij het getal
-zijner aanhangers weet te vergrooten, en daarentegen de traagheid,
-waarmede hij aan hunne geestelijke opvoeding werkt; de gehechtheid
-der Moslims aan hunne religie en hunne geslotenheid voor invloeden
-van buiten, ook waar de kennis van de geloofsleer en de practische
-beoefening der wet nog alles te wenschen overlaten.
-
-Van het stelsel van den Islâm, zooals dat ongeveer drie eeuwen
-na den dood van den Profeet zijnen in hoofdzaak definitieven vorm
-verkregen heeft, ontvingen wij den indruk van groote stroefheid,
-gebrek aan accommodatievermogen. In zijne eerste periode gedwongen,
-vele vreemde cultuurelementen in zich op te nemen, deed het dit
-met onverholen weerzin, en verloochende het die verrijking zooveel
-mogelijk door vrome fictie; omstreeks duizend jaren geleden sloot
-het zich naar alle zijden af, met de pretensie, dat het nu voor alle
-volgende eeuwen het geheele gelooven, handelen en denken der menschen
-aan voorschriften van onfeilbaar gezag gebonden had. Wij constateerden
-de in verband hiermee onvermijdelijke botsing tusschen de theorie en
-het werkelijke leven; zij gaf ons aanleiding, ten aanzien der alles
-regelende wet te onderscheiden tusschen gedeelten, die de practijk
-inderdaad zijn blijven beheerschen, en andere, die voor het leven
-meer of minder of zelfs in het geheel geene beteekenis hebben behouden.
-
-De geloofsleer der Mohammedanen kwam ons voor, op het doen en denken
-slechts ondergeschikten invloed te oefenen. Ten aanzien der wet, die
-den groei van het leven der Islâmbelijders steeds minder geregeld dan
-belemmerd heeft, en waarvan de inhoud met de eischen van den tijd in
-toenemend conflict geraakt, vonden wij noch in haar stelsel noch in
-de geschiedenis der Mohammedaansche volken grond voor de hoop, dat
-zij zich zou kunnen hervormen. Evenmin konden wij de illusie deelen
-dergenen, die meenen, dat de voor de emancipatie en de evolutie van
-den geest der Mohammedanen vereischte hervorming op het gebied der
-mystiek haar beslag zou krijgen.
-
-Wij hebben daarop gepoogd, den graad te bepalen der inwerking van
-de verschillende bestanddeelen van het systeem van den Islâm op het
-leven der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, en in verband daarmee
-de houding vast te stellen, die Nederland, in de eerste plaats de
-Nederlandsche Regeering en Hare ambtenaren, tegenover elke der onder
-den invloed van den Islâm gekomen levensuitingen der Oost-Indische
-bevolking behooren aan te nemen. Onvoorwaardelijke eerbiediging van
-al hetgeen ligt binnen het gebied der religie in den engeren zin des
-woords; eerbiediging ook van de gerecipieerde hoofdstukken van het
-recht, die de intiemste, meest met den godsdienst verknochte zijden van
-het leven der familie en van het individu raken, evenwel met zorgvuldig
-openhouden der wegen, die kunnen leiden tot evolutie of emancipatie,
-en met niet minder zorgvuldige vermijding van wat tot vastlegging en
-versteening dezer instellingen zou strekken; terzijdestelling van alle
-deelen van het systeem, die buiten de hier aangeduide sfeer vallen,
-met uitzondering van de politieke elementen van leer en wet, tegenover
-welke de Regeering zich onverzoenlijk schrap behoort te zetten.
-
-Ten slotte kwamen wij tot de overtuiging, dat aldus wel de
-gedragslijn was aangegeven, die de Regeering met gerustheid jegens
-den in Oost-Indië beleden Islâm kon volgen, maar dat Nederland
-ten opzichte van zijne Mohammedanen nog eene veel verder reikende
-taak te vervullen had, dat het hen te leiden had naar de voor hen
-geschikte plaats onder de volken. Wij bevonden verder, dat de bij
-Mohammedanen zoo licht post vattende panislamitische gedachte wel
-als de grootste hinderpaal te beschouwen is tegen de aanpassing van
-een Moslimsch volk aan het moderne cultuurleven, een struikelblok,
-waartegen zelfs de Moslimsche hervormers in de oude landen van den
-Islâm telkens aanstooten. Voor ons zagen wij die belemmeringen voor
-een goed deel reeds door de Inlanders zelve uit den weg geruimd,
-waar de hoogere klassen onder hen in de laatste tientallen jaren
-geheel spontaan heensturen naar hunne geestelijke inlijving bij de
-Westersche cultuur in haren Nederlandschen vorm. De eerste stappen op
-den weg der associatie van hun geestelijke leven aan het onze hebben
-zij reeds zoo goed als zonder onze hulp gedaan; het is dus hoog tijd,
-dat wij de leiding in handen nemen en hen verder brengen.
-
-De Regeering vonden wij ten opzichte van dit, voor ons nationale
-leven zoowel als voor dat der Inlanders zoo uiterst gewichtige punt
-zwak en onbeslist, in plaats van beheerscheres vaak speelbal der
-omstandigheden, telkens verrast door dingen, die zich langzaam voor
-ieders oogen ontwikkelden. De Christelijke zending ijverig werkzaam
-naar een program, waarvan de uitvoering zeker de gewenschte emancipatie
-en evolutie brengen zou, maar dat gericht is tegen de godsdienstige
-hartader van het Islâmsysteem; een program dus, dat blijkens de
-ervaring weinig uitzicht op succes biedt, maar, ook daarvan afgezien,
-voor de Regeering en voor ons volk in zijn geheel als richtsnoer
-onbruikbaar is.
-
-Volk en Regeering kunnen alleen om het stelsel van den Islâm heen
-de Islâmbelijdende Inlanders helpen om den door hen gezochten
-weg ter geestelijke associatie te vinden; de door hen bevorderde
-associatie moet buiten het gebied der religie blijven, mag alleen
-eene politiek-nationale zijn. De zending, al stelt zij zich een
-veel verder en hooger liggend doel, kan toch ook in deze richting
-medewerken, hetgeen te meer te wenschen is, daar zij voor al haar werk
-arbeiders heeft, wier toewijding van hoogere orde is dan de ijver,
-dien politiek-nationale motieven in den regel vermogen te wekken.
-
-
-
-
-De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur ontneemt
-aan het panislamisme alle kracht.
-
-De panislamitische gedachte, die thans op de aristocratie van Java
-en op de met haar gelijk te stellen klassen der Mohammedanen op de
-Buitenbezittingen nog weinig vat heeft, verliest alle kans daarop voor
-de toekomst, zoodra hare leden vrije deelgenooten van onze cultuur
-geworden zijn. Zou er dan, wat lang niet uitgesloten is, gevaar komen
-te dreigen voor besmetting met die kwaal van een deel der millioenen,
-wier dagelijksch werk als kleine landbouwers hun intellect weinig
-gelegenheid biedt om zich boven de sfeer der rijstvelden te verheffen,
-hunne aan de beschaving van onzen tijd geassocieerde landgenooten
-zullen er het grootste belang bij hebben, ons te helpen om de dreigende
-epidemie te bezweren. Ook de verdere emancipatie van het Islâmstelsel,
-zoover die zonder verandering van belijdenis mogelijk is, wordt bij
-eene verruiming van ons politiek-nationale leven, die aan Inlanders de
-hun daarin toekomende plaats verzekert, alleen nog eene quaestie van
-tijd, die zich zonder onwelkomen aandrang van buiten van zelve regelt.
-
-
-
-
-Andere heilzame gevolgen der associatie.
-
-Wij bezagen hier natuurlijk de gevolgen der begonnen associatie uit
-het beperkte gezichtspunt der Islâmpolitiek. Maar wij mogen daar toch
-wel even aan toevoegen, dat zij ook in zoovele andere opzichten de
-oplossing vormt van het probleem der toekomstige verhouding van de
-bevolking van den Indischen Archipel tot ons. Ook uit een algemeen
-staatkundig oogpunt is het ons levensbelang, dat wij niet wachten
-totdat verrassende omstandigheden ons ten behoeve der Inlanders komen
-afdwingen, wat wij hun nu nog vrijwillig in den door ons meest geschikt
-geachten vorm kunnen geven.
-
-Dr. Van Hoëvell wenschte vele jaren geleden, dat Nederland het gevaar
-van binnenlandsche woelingen op Java, liever dan door het aanleggen van
-bentengs, zou bezweren door zich vestingen van dankbaarheid te bouwen
-in de harten der Javanen. Zulk idealisme is te edel en te schoon voor
-de werkelijkheid. Een volk is nooit dankbaar zelfs voor de grootste
-weldaden, die het zich door vreemden opgedrongen zag. Is daarentegen
-door van beide zijden gezochte associatie het gemeenschappelijk
-geestesgebied der Javanen en der Nederlanders tot zijne grootst
-bereikbare uitgebreidheid gekomen, dan behoeft van dankbaarheid aan
-vreemden niet meer gesproken te worden, omdat hetgeen vreemd was,
-eigen is geworden, omdat er nog slechts Oostelijke en Westelijke
-Nederlanders zijn, in politieken en nationalen zin eene eenheid
-vormend, waaraan het rasverschil niet te kort doet.
-
-
-
-
-Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie.
-
-Wat zou aan de verwezenlijking van dit denkbeeld in den weg
-staan? Verschil in huidskleur en afkomst? Maar uit hoevele landen
-van Europa en Azië zijn niet de voorouders van vele Nederlanders
-samengekomen, en wat is er meer onwaar en verwaand dan het "van
-vreemde smetten vrij" in ons volkslied? Met het Indonesische ras
-is onze bloedsmenging al sinds eeuwen in zoo vollen gang, dat alle
-nuances van huidskleur tusschen blank en bruin onder Nederlanders
-vertegenwoordigd zijn.
-
-Al te groote afstand in beschaving en levensbeschouwing dan? De
-hoogere klassen der Inlanders willen immers juist niets liever dan dien
-afstand tot de onmerkbaarste afmetingen terugbrengen. Hunne studenten,
-die te Leiden, te Delft en te Amsterdam met ons verkeeren, staan u en
-mij geestelijk oneindig veel nader dan gansche klassen van ons eigen
-land- en zeevolk. Zóó groote geesteseenheid is echter nooit de band,
-die een geheel volk omstrengelt. Een gemeenschappelijk verleden houdt
-het veelzins ongelijksoortige bijeen; dit geldt voor de verschillende
-klassen van ons volk, het geldt ook voor ons volk als geheel ten
-opzichte van Indonesië, al is het bewustzijn dezer eenheid nog niet
-in alle lagen onzer natie doorgedrongen.
-
-Islâm en Christendom kunnen zich in de practijk van het nationale
-leven zeer wel met elkander verdragen, als maar de panislamitische
-idee terzijde wordt gesteld, en wij zagen, hoe gunstig hiervoor in
-ons geval de voorwaarden zijn. In verdraagzaamheid kunnen velen onzer
-bij de meerderheid der Inlanders een lesje nemen.
-
-Als student hoorde ik eens eene voordracht van Ernest Renan over
-de vraag: "wat maakt eigenlijk eene natie?" Het antwoord kwam in
-hoofdzaak hierop neer: het waarlijk constitueerende element eener
-natie, dat is noch ras noch huidskleur, noch taal noch godsdienst noch
-natuurlijke grens, het is: "le désir d'être ensemble". Met deze phrase
-moge lang niet alles gezegd zijn, een deel der waarheid bevat zij toch
-ongetwijfeld. Ook wij kennen dat gevoel, trots verschil in afstamming,
-in levenssfeer, in hoogte van beschaving, en in weerwil van alle
-getwist op staatkundig en godsdienstig gebied, als het erop aankomt,
-toch als Nederlanders bijeen te willen blijven. Welnu: de edelste
-vertegenwoordigers van eene groote volkengroep, die sinds lang onder
-ons staatsbestuur staat, vragen ons met aandrang, hen en de hunnen als
-adoptieve kinderen in ons nationale gezin op te nemen. Reiken wij hun
-de hand, en laat ons dan het wederzijdsche verlangen naar nationaal
-samenleven, "le désir d'être ensemble", omzetten in flinke daden,
-die toonen, dat ons kleine volk nog altijd tot iets groots in staat is.
-
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-DUITSCHLAND EN DE HEILIGE OORLOG (1914).
-
-
-De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen.
-
-Ruim tien jaren geleden had ik met eenen Turk van hooge intellectueele
-ontwikkeling een gesprek over godsdienstig fanatisme en den invloed
-daarvan op politieke verhoudingen. Hij besloot zijne beschouwingen
-over dit onderwerp ongeveer als volgt: "In vroegere eeuwen plachten de
-menschen in de beschaafde wereld elkander het leven te benemen wegens
-verschil van meening over de geheimen der andere wereld. Thans is de
-menschheid, lof zij Allah, over die barbaarschheid heen en ieder mag
-gelooven, wat hij wil. Maar wat helpt ons dit, zoolang over economische
-en politieke belangen oorlogen gevoerd worden, die in fanatisme voor
-de vinnigste godsdienstoorlogen niet onderdoen, terwijl de reusachtige
-vorderingen der techniek de moorddadige uitwerking van den strijd
-steeds verhoogen? Van een kalm genieten der met moeite verkregen
-gewetensvrijheid kan daarbij geen sprake zijn."
-
-Deze ontboezeming komt telkens weer in mijne herinnering naar voren in
-verband met hetgeen wij nu beleven. Nadat de groote menschengroepen,
-die door verschil van politieke en economische belangen uiteengehouden
-worden, jarenlang een belangrijk deel van hun intellectueel en
-materieel vermogen besteed hebben aan het uitdenken van middelen om
-in de volheid des tijds elkander te vernietigen, is eindelijk de
-lang verwachte vonk in de opeengehoopte brandstof gevallen. Al de
-strijdenden gruwen van het denkbeeld der verantwoordelijkheid voor
-de misdrijven tegen de menschelijke samenleving, die zij gezamenlijk
-plegen, en het eenige, waarin zich de overigens non-actief gestelde
-gemeenschappelijke cultuur nog uit, is eene vervelende reeks van
-betoogen, waarin ieder den ander de schuld geeft van hetgeen allen
-samen met zorg hebben voorbereid. De sceptische ironie van mijn
-Turkschen vriend was niet ongegrond. Wij leeren er trouwens niets
-nieuws uit. Alleen in zóóverre mag zijne uitspraak voor diegenen onder
-ons, die de Mohammedaansche wereld weinig kennen, iets verrassends
-hebben, als daarin door een Turk de algemeene godsdienstvrede en
-gewetensvrijheid zoo zonder voorbehoud als een verworven zegen erkend
-wordt. Uit dit oogpunt beschouwd hebben de aangehaalde woorden te
-hooger waarde, omdat zij de meening van alle Turksche intellectueelen
-over het vraagstuk van den godsdienst vrij nauwkeurig uitdrukken.
-
-
-
-
-Contrast dier meening met de wet van den Islâm.
-
-Deze verdraagzaamheid schijnt onvereenigbaar met hetgeen de
-Mohammedaansche wet omtrent de verhouding tot aanhangers van
-andere godsdiensten voorschrijft. Volgens die wet, die in haar
-geheel aanspraak maakt op goddelijk gezag, moet immers de geheele
-menschenwereld aan de Mohammedaansche gemeenschap onderworpen, zooveel
-mogelijk ook in geestelijken zin bij haar ingelijfd worden. Ter
-bereiking van dit doel behoort de gemeente der geloovigen djihâd
-te doen, d. i. "heiligen oorlog" te voeren tegen allen, die nog
-buiten de sfeer van haar gezag leven. De leiding van den djihâd, de
-bepaling van tijd, plaats en middelen, is een der hoofdplichten van het
-hoofd der gemeente, den chalief, den opvolger van Mohammed in diens
-hoedanigheid van opperbestuurder, opperrechter en opperbevelhebber
-der Moslims. Al naar mate de belangen van den Islâm het volgens zijn
-inzicht medebrengen, voere hij dien krijg met meer of minder kracht
-of late hij dien zelfs tijdelijk rusten. Tot eene staking van het
-offensief tegen eene ongeloovige mogendheid voor meer dan tien jaren
-mag hij zich onder geene omstandigheden verbinden. Aan belijders van
-den Joodschen, Christelijken en daarmee gelijkgestelde godsdiensten
-wordt, mits zij zich aan het Mohammedaansche staatsgezag onderwerpen
-en met de positie van onderdanen zonder burgerrecht genoegen nemen, met
-zekere beperkingen de uitoefening van hunnen godsdienst toegestaan; bij
-eigenlijke heidenen moet de onderwerping met bekeering gepaard gaan.
-
-
-
-
-De grondslagen van het program van den heiligen oorlog.
-
-Het djihâd-program gaat uit van de onderstelling, dat de Mohammedanen
-voortdurend, evenals bij hun eerste optreden in de wereld, een gesloten
-geheel vormen onder éénhoofdige leiding. Deze toestand heeft evenwel
-in de werkelijkheid zóó kort bestaan, het gebied van den Islâm is zóó
-spoedig in een steeds grooter aantal vorstendommen uiteengevallen,
-het oppergezag van den zoogenaamden chalief is na korten bloei zóózeer
-tot een ijdelen naam geworden, dat ook de djihâd-voorschriften zich
-aan de gezagsverbrokkeling hebben moeten aanpassen. Gelijk in de
-meeste andere opzichten, zoo ook ten aanzien van het voeren van den
-heiligen oorlog draagt dan de wet de bevoegdheden en plichten van den
-éénen chalief aan de verschillende landshoofden op, ieder voor zijn
-machtsgebied. Nu spreekt het vanzelf, dat deze overdracht van het
-gezag van éénen op velen zeer vereenvoudigend werkt voor al hetgeen
-het bestuur binnenslands betreft; maar even duidelijk is het, dat die
-verbrokkeling de voortzetting van den wereldveroveringsoorlog, zooals
-die in de eerste eeuw van den Islâm was ingezet, onmogelijk maakte.
-
-Er waren trouwens nog tal van andere oorzaken, die de eerst toomlooze
-vaart der Moslimsche legerscharen stuitten. Men kwam tot grenzen, waar
-de geboden weerstand niet zoo dadelijk te breken viel, en het genot van
-het verkregene verslapte de energie. De veroveringsdaden der eerste
-geslachten werden toen in de verbeelding der lateren geïdealiseerd,
-gereinigd van hetgeen ze ontsierde, en de theorie harer gewenschte
-voortzetting werd uitgewerkt, in te meer casuïstische bijzonderheden,
-naar mate de toepassing verder buiten de sfeer van het mogelijke
-kwam te vallen. Het oorlogsrecht kenmerkte zich door een streng
-in-het-oog-houden van het doel: uitbreiding van den waren godsdienst
-of anders toch van het gezag zijner vertegenwoordigers, en verder
-door het vermijden van alle wreedheid in de keuze der middelen. Alleen
-waar een Mohammedaansch gebied wordt aangevallen door eene ongeloovige
-macht, daar wordt aan de geheele bevolking de plicht der verdediging
-opgelegd. Offensief optreden is slechts dan gerechtvaardigd,
-wanneer het bevel ertoe en de regeling ervan uitgaan van een erkend
-staatshoofd. Waar ongeloovigen erin slagen, eene Moslimsche bevolking
-te onderwerpen, moet deze niet in een toestand van ondergeschiktheid
-berusten, maar de eerste gelegenheid aangrijpen om òf het juk af te
-schudden òf te emigreeren naar een zelfstandig Moslimsch land, zoowel
-om het gevaar, waarmêe het eigen geloof bedreigd wordt, af te wenden,
-als om de gelederen der geloovigen tot den strijd tegen den vijand,
-d. i. de niet-onderworpen andersgeloovigen, te versterken. Al duurt de
-onmogelijkheid van afdoend verzet en van emigratie ook eeuwen lang,
-toch mag men de daardoor ontstane verhouding van afhankelijkheid van
-een niet-Mohammedaansch staatsgezag niet anders dan als voorloopig
-en abnormaal aanvaarden.
-
-
-
-
-Middeleeuwsch karakter van dat program.
-
-Het geheele samenstel van wetten, dat volgens den Islâm de verhouding
-van geloovigen tot ongeloovigen zou moeten beheerschen, is de meest
-consequente uitwerking, die men zich denken kan, van de vermenging
-van godsdienst en politiek in haar middeleeuwschen vorm. Dat hij, die
-de materieele macht heeft, ook over de geesten dwang uitoefent, geldt
-daarbij als volkomen natuurlijk; de mogelijkheid van het samenleven
-der belijders van verschillende godsdiensten als gelijkgerechtigde
-burgers van éénen staat, acht men uitgesloten. Zoo was het in de
-middeleeuwen niet alleen bij de Mohammedanen; vóór en zelfs nog
-lang na de reformatie dachten onze voorouders er niet veel anders
-over. Het verschil ligt voornamelijk hierin, dat de Islâm al die
-middeleeuwsche gedragsregelen in den vorm van eeuwig geldende wetten
-heeft vastgelegd, zoodat dus een later geslacht, ook al wijzigt
-zich het inzicht, zich niet gemakkelijk ervan emancipeeren kan. Te
-moeielijker werd die losmaking, omdat èn de groote menigte èn het gros
-der schriftgeleerden zich te steviger aan dat bedenkelijke erfdeel
-van het voorgeslacht vastklemden, hoe meer de omstandigheden met de
-verwerkelijking van dit gewelddadige program schenen te spotten. Aan
-de opvoeding der menigte is nu eenmaal in de landen van den Islâm alle
-eeuwen door weinig zorg besteed, en het denkbeeld eener toekomstige
-wereldbeheersching was te vleiend voor hare ijdelheid om dit zoo maar
-prijs te geven. De wetgeleerden hadden in hunne bekrompenheid geen
-deel aan de volheid van het werkelijke leven; angstvallig bewaarden
-zij de vormen der oude idealen, zonder zelfs te bemerken, dat de
-inhoud eraan ontvloden was. Voor hen gold en geldt de waardeering der
-godsdienstvrijheid door intellectueele Turken gelijk mijn vriend van
-daarstraks als eene lichtzinnige concessie aan den verdorven tijdgeest.
-
-
-
-
-Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed.
-
-Toch ging de beweging der geesten haren gang, in de laatste eeuw met
-vaak verrassende snelheid. Juist door de stroefheid der Mohammedaansche
-samenleving en de achterlijkheid en corruptheid der Mohammedaansche
-staatsbesturen kwam gaandeweg het geheele gebied van den Islâm, in
-tegenstelling met zijn zelfbewust program van wereldverovering, onder
-den invloed van Europa. Het is al zoover gekomen, dat meer dan 90%
-van alle Mohammedanen in wingewesten of protectoraten onder politieke
-leiding van Europeesche mogendheden leven, terwijl de zelfstandigheid
-van het overblijvende gebied, voornamelijk Turkije, alleen in schijn
-gehandhaafd wordt door zekere handigheid in het balanceeren tusschen
-de groote mogendheden, die elkander de voogdij betwisten.
-
-Al die aanrakingen tusschen het gebied van den Islâm en
-de buitenwereld, die op dit totale verlies zijner politieke
-onafhankelijkheid zijn uitgeloopen, danken haar eerste ontstaan aan
-de behoefte van Europa aan economische expansie, aan het eigenbelang
-dus der volken, die het middeleeuwsche stof wisten af te schudden en de
-Mohammedanen in geestelijken en materieelen zin voorbijstreefden. Eerst
-later maakte het bekrompen denkbeeld der exploitatie plaats voor
-dat der annexatie, straks dat der volle inlijving van de veroverde
-landen in dezen zin, dat de bevolking moest worden opgevoed tot
-de voor haar bereikbare en gewenschte deelname aan de cultuur der
-overheerschers. Dit ging niet ineens; de strijd tusschen het egoïsme
-der voogden en hun plichtbesef jegens hunne pupillen is nog in vollen
-gang. Maar de Europeesche voogden, zelfs zulke, wien de consequente
-toepassing der nieuwere beginselen nog vaak te zwaar valt, schamen
-zich nu reeds voor het belijden van een ander bestuursbeginsel
-dan dat der zuivere harmonie van alle belangen van twee volken,
-waarvan de geschiedenis het eene heeft gesteld onder leiding van het
-andere. De Mohammedanen onder direct of indirect Europeesch bestuur
-hebben hiervan al veel voordeel gehad, en men mag zeggen, dat zij er
-in het algemeen beter aan toe zijn dan hunne geloofsgenooten in de
-quasi-zelfstandige staten, waar zij de nadeelen ondervinden zoowel
-van een corrupt bestuur als van den wedijver om economische winste
-tusschen de groote machthebbers van het Westen. De druk, waaronder
-in een land als Turkije de bevolking zucht, heeft evenwel toch ook
-de zucht naar geestelijke ontwikkeling geprikkeld; de Jong-Turksche
-beweging der laatste jaren getuigt er luide van.
-
-In de hooger ontwikkelde kringen van alle Mohammedaansche landen is
-het besef algemeen geworden, dat de middeleeuwsche vermenging van
-godsdienst en politiek, welke het stelsel van den Islâm voor altijd
-wilde handhaven, niet van onzen tijd is. Zoozeer zijn de Mohammedanen
-in de wereld de staatkundig en maatschappelijk minderen geworden, dat
-het denkbeeld eener op hunnen godsdienst gegronde wereldheerschappij
-alleen voor de onwetenden iets van zijne bekoring kon behouden. De
-overigen schamen zich bijna voor de aanmatiging, die ons uit de leer
-van den djihâd tegenklinkt, en geven zich alle moeite om te betoogen,
-dat de wet zelve de toepassing ervan beperkt tot omstandigheden,
-die zich nu niet meer voordoen.
-
-
-
-
-Chalifaat en Djihâd.
-
-De les der verdraagzaamheid prentte zich het moeielijkst in bij die
-volken, die in het politieke glorietijdperk van den Islâm vooraan
-gestaan hadden, het allermoeielijkst bij de Turken, die in het
-laatste roemtooneel de hoofdrol speelden. Toen in 1258 Bagdad door
-de Mongolen verwoest en het daar sedert ruim vijf eeuwen gevestigde
-Abbasiedenchalifaat weggeveegd werd, geraakte de Mohammedaansche wereld
-niet uit hare voegen, zooals geschied zou zijn, indien dat chalifaat
-nog iets met de centrale leiding van de gemeenschap der Mohammedanen te
-maken gehad had. Inderdaad had dit vorstenhuis al drie en een halve
-eeuw op den flauwen naglans van zijn kortstondigen roem geleefd,
-en dat het in dien tijd niet door een der vele machtige soeltans
-verdrongen werd, dat dankte het voor een goed deel juist aan zijne
-practische onbeduidendheid. Zóó onbeduidend waren de naamchaliefen
-geworden, dat Europeesche schrijvers zich soms hebben laten verleiden,
-hen als eene soort van kerkvorsten van den Islâm voor te stellen,
-die willens of onwillens hun wereldlijk gezag aan de vele landvorsten
-van het wijde gebied van den Islâm hadden overgedragen. De totale
-afwezigheid van wereldlijk gezag scheen hun, in verband met den
-toch vaak gebleken eerbied des Moslims voor het chalifaat, alleen
-bij de onderstelling van een geestelijk gezag, van eene soort van
-Mohammedaansch pausdom denkbaar. Toch heeft zoo iets nooit bestaan,
-en de Islâm, die priesters noch sacramenten kent, zou er ook geen
-plaats voor gehad hebben. De menigte had daar, gelijk elders,
-de legende liever dan de werkelijkheid: zij dacht zich den over de
-gansche Moslimsche gemeente wakenden opvolger van den Profeet, zooals
-die in de eerste twee eeuwen na de Hidjrah volgens de historische
-overlevering werkelijk had bestaan, als voortbestaande, lang nadat
-het instituut van het chalifaat in de politieke ontaarding van den
-Islâm was ondergegaan. Maar niet als paus stelde zij zich hem voor,
-neen als opperregeerder, vooral als amier al-moe'minien, aanvoerder
-van de legerscharen van den Islâm, die eenmaal de heele wereld voor
-zijn gezag zouden doen buigen.
-
-De chalief, de stedehouder van den Gezant van Allah, en de djihâd,
-de heilige oorlog tegen de gansche wereld buiten den Islâm: aan deze
-beide namen was onafscheidelijk de herinnering van die schitterende
-tweehonderd jaren verbonden, waarin de loop der gebeurtenissen aan de
-pretensie van wereldverovering door het Mohammedanisme gelijk scheen
-te geven. Wat in de werkelijkheid onderging, bleef in de legende
-voortleven; de vereering der schimchaliefen van Bagdad maakte het voor
-vele Mohammedanen gemakkelijker, de verijdeling van hun staatkundig
-ideaal te vergeten.
-
-
-
-
-Het chalifaat der Turksche soeltans.
-
-Toen Bagdad gevallen en een groot deel der Abbasiedenfamilie uitgemoord
-was, bleef dat politieke fetisisme nog nawerken; de Soeltans van Egypte
-trokken er partij van door een der aan den moord ontkomenen in hunne
-hoofdplaats de traditie van het schijnchalifaat te doen voortzetten
-en zoo den indruk te vestigen, dat hun gebied nu het middelpunt
-van den Islâm geworden was. Maar deze schaduw van een schaduw
-moest geheel verbleeken, toen de zon der Osmanen hare middaghoogte
-bereikte. Onder hunne leiding deed de Islâm zijne laatste poging om,
-wel niet de wereld te onderwerpen, maar toch eene wereldmacht van
-den eersten rang te worden. Hun gelukte het, Constantinopel (1452) te
-veroveren, waaraan de grootste Moslimsche vorsten van voorheen hunne
-krachten vergeefs hadden beproefd. Toen zij nu in 1517 Egypte, en in
-het gevolg daarvan ook de provincie der heilige steden van Arabië,
-Mekka en Medina, onderworpen hadden, vonden zij zich sterk genoeg om
-te pogen, de traditie van het werkelijke chalifaat te doen herleven
-of althans de rol van feties zelf op zich te nemen. Hiervan weerhield
-hen zelfs niet het uitdrukkelijke voorschrift der wet, dat afstamming
-van den edelen Arabischen stam van Qoraisj als vereischte stelt aan
-hem, die het chalifaat zal bekleeden. Drogredenen van gedienstige
-wetgeleerden hielpen hun om dit bezwaar ter zijde te stellen, en de
-menigte verzette zich tegen deze kunstgrepen niet, nu de droombeelden,
-die zij met het chalifaat verbond, werkelijkheid schenen te worden. Wie
-Klein-Azië, Syrië, Egypte, West-Arabië en Mesopotamië beheerschte, het
-Byzantijnsche rijk veroverd had, en door een groot deel van Europa als
-een geduchte vijand beschouwd werd, mocht gerust zijn zwaard als feties
-in de plaats stellen van den krachteloozen stamboom der Abbasieden.
-
-Het aldus herboren chalifaat miste derhalve traditioneele kenmerken
-van beteekenis, en het kon ook in andere opzichten niet als de
-regelmatige voortzetting van het oude beschouwd worden. Van de oudste
-Mohammedaansche landen bleven verscheidene geheel buiten de Turksche
-invloedssfeer; en dat niet alleen zulke, waar zooals in Perzië eene
-aan de Turken vijandige dynastie de vaan der ketterij ontplooide,
-maar bovendien volkomen orthodoxe rijken in Centraal-Azië, in Indië,
-in Noordwest-Afrika, waar het Turksche zwaard geene gelegenheid vond
-zich te doen gelden. In Marokko werd zelfs het Turksche chalifaat
-rechtstreeks verloochend doordien de locale vorsten, afstammelingen van
-den Profeet, zelf den hoogsten titel aannemen. Elders weer ontstonden
-gelijktijdig met of na de opkomst der Osmanen nieuwe Mohammedaansche
-rijken, die nooit met eenig werkelijk of vermeend politiek centrum
-van den Islâm in contact gekomen zijn; zoo in het Verre Oosten van
-Azië en in Centraal-Afrika.
-
-
-
-
-Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen.
-
-De aanmatiging van den chaliefentitel door de Osmanen-soeltans
-had inderdaad slechts deze beteekenis, dat zij in hunne politieke
-glansperiode zoo ondubbelzinnig mogelijk vastgesteld wilden zien, dat
-geen ander Moslimsch vorst zich in beteekenis met hen kon meten. Dit
-kon niet doelmatiger geschieden dan door de toevoeging aan al hunne
-wijdsche Turksche en Perzische titels van den naam van het hoogste
-ambt, dat ooit in den Islâm bestaan had. Aan hunne macht heeft die
-eeretitel van chalief nooit iets toegedaan; zij beheerschten alleen
-hetgeen hunne legers veroverd hadden en oefenden buiten dat gebied
-niet den minsten invloed.
-
-Het Turksche zwaard verloor weldra veel van zijne scherpte; lang
-vóórdat de politiek der Europeesche groote mogendheden het eene
-stuk na het andere van het Osmanenrijk afknabbelde, hadden zich
-verscheidene provinciën tot zelfstandige leenrijken onder erfelijke
-dynastiën ontwikkeld. Sedert Turkije, in zijn politiek gedrag geheel
-van niet-Mohammedaansche mogendheden afhankelijk, nog slechts ongeveer
-5% van de Mohammedanen der wereld zijne onderdanen noemt, zou het
-hoogst belachelijk klinken, den soeltan van dat rijk "Stedehouder van
-den Gezant Gods, Opperbevelhebber der Geloovigen" te hooren noemen,
-indien men niet ook buiten Turkije aan veel traditioneele dwaasheid
-in vorstelijke titels gewoon was.
-
-
-
-
-Panislamitisch streven van Abdoelhamied.
-
-Juist in de laatste eeuw is het aan de Turken door een samenloop van
-omstandigheden soms gelukt, uit dien met twijfelachtig recht gevoerden,
-zinledig geworden titel wat kleine munt te slaan.
-
-De duizendvoudig vermeerderde verkeersmiddelen hebben ook
-Mohammedaansche volken, die vroeger elkanders bestaan niet of
-nauwelijks kenden, met elkaar in aanraking gebracht. De ongeveer
-230 millioen Moslims, die onder niet-Moslimsch bestuur leven,
-beschikken meerendeels niet over genoeg historisch geheugen om te
-begrijpen, dat de bestuursverandering voor hen eene verbetering
-geweest is. Het politieke verleden van den Islâm zien zij enkel door
-den sluier der legende, en wanneer het heden hun tot grieven en
-bezwaren stof biedt--en waar ontbreken die?--, dan zijn zij licht
-geneigd te gelooven, dat al die klachten verholpen zouden zijn,
-wanneer slechts de Heer der Geloovigen zich met hunne belangen kon
-bemoeien. Van het wanbestuur, waaronder de werkelijke onderdanen des
-Soeltans van Turkije zuchten, hooren zij weinig en ondervinden zij
-niets. En de Soeltan, die het in dit opzicht het ergst gemaakt heeft,
-totdat hij in 1909 door zijne onderdanen afgezet en verbannen werd,
-heeft met meer ijver en met meer succes dan een zijner voorgangers aan
-de verbreiding der valsche droombeelden omtrent het Chalifaat onder de
-Mohammedanen gewerkt. Zijne listige, maar kortzichtige politiek, die
-zijn eigen rijk steeds nader bij den ondergang bracht, zocht troost
-voor menigen tegenslag in panislamitische intrigues, op touw gezet
-door gewetenlooze, maar meestal onkundige en onhandige handlangers,
-die aan de goedgeloovigen een ideaal chaliefenbeeld vertoonden en
-beweerden, dat dit het welgelijkend portret van Abdoelhamied was.
-
-
-
-
-Geene organisatie van het panislamisme.
-
-Men heeft vaak gesproken van eene organisatie van het panislamisme
-onder leiding van Abdoelhamied. Ten onrechte. In 1897 heb ik, naar
-aanleiding van eenige vuile, in het geheim verspreide pamfletten,
-die de intiemste raadgevers van den Soeltan in hun wedijver om diens
-gunst tegen elkander losgelaten hadden, gepoogd een beeld te geven
-van de geestelijke atmosfeer, waarin die despoot leefde [2], en toen
-ik in 1908 de eerste twee maanden der revolutie te Constantinopel
-bijwoonde, vond ik van de juistheid van dat beeld de volle bevestiging
-[3]. Die bende van bekrompen kuipers was allerminst geschikt om eene
-ernstige internationale beweging te leiden. Zij exploiteerden de met
-enkele Mohammedanen van aanzien uit niet-Turksch gebied aangeknoopte
-betrekkingen tot verhooging van eigen aanzien en voordeel, zonder
-werkelijk nut voor de wederopwekking van het doode chalifaat. De
-vestiging van eenige Turksche consulaten in Mohammedaansche landen
-onder Europeesch bestuur trof evenmin doel. Men vergat gewoonlijk
-den consuls hunne tractementen uit te betalen; de consuls kenden niet
-eens de talen der bevolkingen, waaronder zij leefden, en deden geen
-moeite om ze te leeren. Hunne meestal zeer "vrijzinnige" levenswijze
-diende niet om het respect voor hunnen zender te verhoogen.
-
-Het panislamisme kan nu eenmaal niet met een ander program werken
-dan met het versletene, voor verwezenlijking onvatbaar geblekene
-der wereldverovering door den Islâm en dit heeft op de verstandige
-belijders van den Islâm geen vat meer, terwijl het onder de domme
-menigte, die nog voor de bekoring van den strijd tegen alle kafirs
-vatbaar is, alleen verwarring en onrust stichten kan. Het kan hoogstens
-plaatselijke stoornis verwekken, nooit in eenigen zin opbouwend werken.
-
-
-
-
-De chalief geen kerkvorst.
-
-Denkelijk zonder het te bedoelen hebben sommige Europeesche
-staatslieden en schrijvers aan de panislamitische gedachte zekeren
-steun gegeven door hunne op volslagen misverstand berustende
-beschouwing van het chalifaat als eene soort van Mohammedaansch
-pausdom. Vooral in Engeland vond die voorstelling aanhangers in den
-tijd, toen dit land nog gold als de beschermer van den Turk tegen van
-Rusland dreigend gevaar. Men achtte het nuttig, de Britsch-Indische
-Moslims te doen gelooven, dat de Britsche Regeering met hunnen
-kerkvorst op voet van intieme vriendschap leefde. Turksche staatslieden
-maakten van deze dwaling een handig gebruik. De ware leer van het
-chalifaat met zijne taak van vereeniging aller geloovigen onder zijne
-vaan om dan den strijd tegen alle kafirs aan te binden, konden zij
-natuurlijk tegenover hunne Europeesche vrienden niet belijden. Des
-te meer verheugde het hen, te zien, dat dezen zich van dat instituut
-eene weliswaar valsche, maar juist daarom voor niet-Mohammedanen
-aannemelijke voorstelling vormden. Zij wachtten zich er wel voor,
-deze te verbeteren, want het was hun genoeg, zich tegenover hunne
-geloofsgenooten erop te kunnen beroepen, dat de pretensie der Osmanen
-op het chalifaat zelfs bij niet-Mohammedaansche groote mogendheden
-wel erkenning vond.
-
-
-
-
-De Turksche omwenteling en het panislamisme.
-
-Al was het panislamisme niet georganiseerd, het stelde zich niettemin
-dikwijls in Mohammedaansch gebied onder Europeesch bestuur aan de
-normale ontwikkeling eener voor beide partijen gewenschte verhouding
-tusschen bestuurders en bestuurden in den weg; speculeerend op alle
-vormen van ontevredenheid, werkte het heimelijk als vredeverstoorder,
-zonder dat de gewekte of geprikkelde tweedracht eenig uitzicht op
-verbetering kon openen.
-
-Bij alle Europeesche mogendheden moest het als een welkom gevolg van
-de revolutie van 1908 begroet worden, dat de Jong-Turken, die het
-herstel der constitutie afdwongen, met de middeleeuwsche vermenging
-van godsdienst en politiek wilden breken. De handhaving van den
-Islâm als staatsgodsdienst was hunnerzijds eene concessie aan de
-oude overlevering, die aan de volkomen gelijkstelling der belijders
-van alle godsdiensten als burgers van het Turksche rijk niet tekort
-mocht doen. Het herboren Turkije moest een moderne rechtsstaat zijn
-in den vollen zin des woords. Voor chalifaat en djihâd was in zulk
-eenen staat geene plaats. Turken en Arabieren, Grieken, Armeniërs,
-Joden, en wie nog verder onder de Halve Maan samenleefden, moesten in
-vrijheid, gelijkheid en broederschap samenwerken om Jong-Turkije tot
-eenen in het internationale leven geëerbiedigden staat te maken. Met de
-onder niet-Mohammedaansch bestuur levende geloofsgenooten der Turken
-zou het Osmanenrijk zich geene bemoeienis aanmatigen. Hoogstens
-zou de regeering, ingeval dezulken over miskenning hunner rechten
-te klagen hadden, wellicht vertoogen doen hooren van dezelfde soort
-als die Christelijke mogendheden zoo vaak tot Turkije gericht hadden
-naar aanleiding van vermeende verdrukking van Christenvolken onder
-Turksch bestuur.
-
-Weldra bleken deze idealen vooralsnog veel te hoog gegrepen. De
-hebzucht der Europeesche mogendheden gunde aan Jong-Turkije niet
-de voor inwendige hervorming noodige rust. Op de geestdriftvolle
-harmonie van de eerste dagen der verlossing uit de klauwen van het
-despotisme volgde spoedig de herleving van den ouden binnenlandschen
-strijd, nu niet meer door gemeenschappelijke vrees voor den tyran
-in toom gehouden. Het Comité van Eenheid en Vooruitgang, dat voor
-of achter de schermen de zaken leidde, zag zich genoopt, eensdeels
-de gehate bestuursmiddelen van het despotisme weer aan te wenden,
-anderdeels ten koste van zijn eigen program vele concessies te doen,
-ook aan de Moslimsche orthodoxie en aan het geloof en bijgeloof der
-menigte. De feties van het chalifaat moest weer uit het museum van
-oudheden, waarin men het voorloopig had opgeborgen, voor den dag
-gehaald worden. Wat het daarmêe eng verbonden denkbeeld van djihâd
-betreft, de Europeesche mogendheden zorgden ervoor, dat dit niet
-vergeten werd. Turkije werd voortdurend tot djihâd gedwongen.
-
-
-
-
-Djihâd en heilige oorlog.
-
-Wanneer wij het woord djihâd door "heilige oorlog" weergeven,
-dan geschiedt dit met recht, in zooverre zulk een strijd voor de
-Mohammedanen, die hem voeren, een heilig, een godsdienstig karakter
-heeft. Maar men vergist zich, als men zich voorstelt, dat daarnevens
-iets als een onheilige of profane oorlog zou bestaan. De Islâm kent,
-afgezien van de als een politiemaatregel te beschouwen aanwending van
-het leger tot bedwinging van opstand tegen het wettig gezag, geen
-anderen oorlog dan den djihâd, en geen ander doel van den djihâd
-dan de verdediging der belangen van den Islâm tegen aanranding
-door niet-Mohammedanen of de uitbreiding van het gebied van den
-Islâm ten koste van de Dâr al-Harb, het gebied der ongeloovigen. De
-oorlogen, die Turkije onder Abdoel-Hamied tegen Rusland en tegen
-Griekenland te voeren had, zijn door Turken en Arabieren nooit
-anders dan djihâd genoemd, al was men voorzichtig genoeg om het
-gebruik dier middeleeuwsch-fanatieke benaming in het verkeer met
-Europeanen te vermijden. Hetzelfde geldt van den oorlog met Italië
-om Tripoli en van dien met de Balkanstaten. Voor de Mohammedanen,
-die op de oude wijze voortgaan, godsdienst en politiek te vermengen,
-bestaat geen andere oorlog dan godsdienstoorlog. Dat er een bijzonder
-edict van den Soeltan-Chalief noodig zou zijn om eenen oorlog van
-Turkije tot djihâd te stempelen, is alweer eene dier belachelijke
-wanvoorstellingen omtrent Mohammedaansche zaken, zooals er zoovele
-in Europa tot gangbare munt zijn geworden. De Turken plegen zulke
-domheden niet te bestrijden, maar zich in den omgang met Europeanen
-erbij aan te sluiten, als hun belang dit medebrengt. Voor geen Moslim
-ter wereld heeft echter, wanneer Turkije in een oorlog gewikkeld
-is, de vraag, of de Soeltan den heiligen oorlog heeft afgekondigd,
-een redelijken zin. Dit alles behoort men wel te bedenken, wil men
-de politieke gebeurtenissen der laatste dagen, voor zoover Turkije
-daarbij betrokken is, recht verstaan.
-
-
-
-
-Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije. Hugo Grothe.
-
-Er zijn over die gebeurtenissen in Duitschland vlugschriften
-verschenen, die in sommige opzichten ook buiten Duitschland wel
-eenige aandacht verdienen. "Deutschland, die Türkei und der Islâm"
-heet het geschrift van Hugo Grothe, die op economisch gebied als
-competent geldt, en wiens vroegere werken de resultaten mededeelen
-van zijne onderzoekingsreizen in Europeesch en Aziatisch Turkije, in
-Perzië en Tripolitanië. Deze brochure maakt deel uit van eene reeks
-"Zwischen Krieg und Frieden", onder redactie van Irmer, Lamprecht
-en von Liszt, politieke opstellen voor het groote publiek; onder de
-medewerkers komt Fürst von Bülow voor.
-
-
-
-
-Misverstand bij Grothe.
-
-Waar Grothe het gebied der economische politiek verlaat, toont
-hij zich dadelijk vreemdeling. Het politieke Islâmvraagstuk staat
-hem bijv. niet duidelijk voor den geest. Het chalifaat noemt hij
-de wereldlijke vertegenwoordiging van de godsdienstige gemeenschap
-der Mohammedanen, eene wel wat flauwe uitdrukking van het denkbeeld,
-dat alle Mohammedanen in politieken zin rechtens onderdanen van den
-chalief zijn, die evenwel in de uitoefening zijner bestuursrechten ten
-aanzien van tegenwoordig 95% dier onderdanen verhinderd wordt door
-ongeloovige vorsten, wier gezag uit zijnen aard onwettig is. Maar
-nu citeert Grothe op eene andere bladzijde uit eene 8 Augustus door
-den Keizerlijken Gouverneur van Kameroen aan de Inlandsche bevolking
-gerichte proclamatie deze woorden: "Uns hilft ferner der Sultan in
-Stambul, der in Glaubenssachen der Oberherr aller Mohammedaner ist",
-en wel verre van de noodige correctie aan te brengen, noemt hij dezen
-officieelen onzin "von Interesse". Grothe's voorstelling, dat in het
-begin van den tegenwoordigen oorlog de "djihâd van Duitschland" het
-onderwerp van besprekingen en gebeden in de moskeeën van Turkije was,
-behoort wellicht tot de dichterlijke inkleeding, want wél vertalen wij
-djihâd ongeveer juist door "heilige oorlog", maar óns "heilige oorlog",
-zooals dat thans door iedere krijgvoerende partij op haar eigen strijd
-wordt toegepast, wordt geenszins door het Arabisch-Mohammedaansche
-djihâd weergegeven. Waar ouderwetsch vrome Mohammedanen dezen oorlog
-in het gebed gedenken, daar zal het gebed ongeveer aldus luiden:
-"Wij danken U, Allah, dat Gij de legerscharen des Duivels tegen
-zichzelve verdeeld hebt en dat Uw almacht sommigen hunner dwingt,
-de verdedigers van den Islâm met hunne wapenen en hunne mannen te
-steunen. Schik dit alles, o Heer, tot eene nabijzijnde zegepraal der
-geloovigen en tot ondergang van allen, die ongehoorzaam zijn aan U en
-Uwen Gezant." Zóó en zoo alleen is de opvatting van zúlke Moslims,
-die door de geschiedenis nog niet genoeg ontnuchterd zijn om het
-inzicht te deelen van den Turk, wiens woorden ik in den aanhef van
-dit opstel citeerde.
-
-
-
-
-Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije.
-
-Dichterlijke inkleeding van Grothe is het ook, wanneer hij een te
-Konia, Bundur en Sparta waargenomen aardbeving laat medewerken om
-de Turken te brengen tot het juiste inzicht in de beteekenis der
-catastrophe, die wij beleven; inkleeding, wanneer hij op zijne reizen
-Turken, Arabieren, Koerden en Anatoliërs steeds hoort getuigen van
-hunne sympathie voor Duitschland en denkbeelden over de politiek
-van den dag hoort uiten, die ook geen haarbreed van die van Grothe
-afwijken. Hoort uiten in talen, waarvan hij niets verstaat, want de
-twee Turksche uitdrukkingen, die Grothe te pas brengt, zijn in strijd
-met het idioom [4].
-
-Dichter blijven wij bij de aarde, wanneer wij Grothe volgen in
-zijn overzicht van de economisch-politieke betrekkingen tusschen
-Turkije en Duitschland, zooals die zich sedert 1880 ontwikkeld
-hebben. Duitschland, zegt hij, is door een samenloop van ongunstige
-omstandigheden erg achteraan gekomen in het deelnemen aan den
-wedstrijd der Europeesche mogendheden om de economische en commercieele
-voordelen, die in het gebied van Turkije te behalen zijn. Eigenlijk
-zette de gunstige keer pas in met de concessie van den Anatolischen
-spoorweg aan een Duitsch syndicaat (1888), waarop later die van den
-Bagdadspoorweg volgde. Van de snelheid der beweging krijgt men eenige
-voorstelling door de cijfers van in- en uitvoerhandel tezamen tusschen
-Duitschland en Turkije voor 1888: 14 millioen, en voor 1913: 200-250
-millioen mark. De concurrentie met Engeland, Frankrijk en Rusland
-maakte ook hier eene afbakening der belangensferen voor alle partijen
-gewenscht. Vóór den oorlog was het overleg zoo ver gevorderd, dat men
-in dit jaar het totstandkomen eener overeenkomst verwachtte, waarbij
-Engeland Zuid-Mesopotamië als economisch gebied zou krijgen, Frankrijk
-Syrië, Duitschland het gedeelte van Mesopotamië en Klein-Azië, dat
-ongeveer begrensd wordt ten Noorden door den 34sten en den 41sten
-graad Oosterlengte, en ten Zuiden door den 36sten en den 39sten graad
-Noorderbreedte, terwijl het Noorden van Klein-Azië voor spoorwegaanleg
-aan eene Fransch-Russische combinatie overgegeven zou worden.
-
-
-
-
-Duitschland de redder van Turkije.
-
-Duitschland zou in die economische invloedssfeer wel een weinig
-dankbaar, maar toch lang niet voldaan zijn geweest. Sedert Augustus is
-het begonnen, zich heel andere grenzen af te bakenen, altijd voor het
-geval, dat zijne gunstige verwachting van de krijgskans niet beschaamd
-wordt. Het heeft daartoe, volgens Grothe, het volste recht. Want men
-mag als zeker aannemen, dat in het voor Duitschland ongunstige geval
-Rusland niet aarzelen zou, het Turksche rijk te vernietigen. Nu
-Rusland den voor zijne ontwikkeling noodigen ijsvrijen zeeweg in
-het Verre Oosten niet kan vinden zonder conflict met Japan, in de
-Perzische Golf niet zonder strijd met Engelsche belangen, staat het
-voor het Tsarenrijk meer dan ooit vast, dat het Constantinopel moet
-bezitten. Engeland, dat zich vroeger steeds hiertegen verzet heeft,
-zou thans daartoe medewerken; het zou daarvoor Mesopotamië en Arabië
-als zijn gebied mogen beschouwen.
-
-Alleen Duitschland kan Turkije redden, en het heeft daarbij
-een reusachtig belang, want alleen het behoud van de volkomen
-integriteit van het rijk der Osmanen maakt het voor Duitschland
-mogelijk, zijne daar verkregen economische positie te beschermen en
-te verhoogen. Bovendien is Duitschland onder de groote mogendheden,
-waarmee Turkije te rekenen heeft, de eenige, die geen duimbreed van
-dit land zou willen, of zelfs zou kunnen annexeeren. Duitschlands
-geographische ligging zou het verhinderen, zulk bezit afdoende tegen
-aanvallen te verdedigen en er profijt van te trekken. Daarom is
-Duitschland gedurende de kwarteeuw van zijne intieme relaties met
-Turkije altijd de eenige betrouwbare vriend van het rijk van den
-Soeltan-Chalief geweest. Er bestaat tusschen beide landen, buiten
-alle gevoelsquaesties, eene in den aard der zaken gegronde gemeenschap
-van belangen, terwijl de belangen van alle andere groote mogendheden
-slechts ten koste van Turkije's welzijn, ja eindelijk van zijn bestaan,
-te bevorderen zijn.
-
-Turkije heeft dit niet altijd ten volle zoo ingezien; er viel een zeker
-wantrouwen te overwinnen, gekweekt door de oneerlijke concurrentie van
-Duitschlands benijders en deels ook bevorderd door Duitschlands vaak
-te zwakke politiek. Maar nu zijn den Jong-Turken, die het roer van
-den staat in handen hebben, de schellen van de oogen gevallen. Men
-schijnt te Constantinopel nog slechts op Duitsche overwinningen
-in Noord-Frankrijk en Galicië te wachten--Grothe schreef vóór de
-Turksche oorlogsverklaring--om zich met Duitschland en Oostenrijk
-tegen de Verbonden Mogendheden te vereenigen. Het Turksche leger, dat
-reeds zooveel voor zijne organisatie aan Duitsche leering en leiding
-te danken heeft, zal, om zijne taak te volbrengen, groote behoefte
-hebben aan Duitsche hulp en steun, maar dan zal het ook een niet te
-versmaden medewerker zijn. Dit laatste vooral, indien de Chalief den
-"grooten heiligen oorlog", den djihâd afkondigt.
-
-
-
-
-De door Grothe gewenschte djihâd.
-
-Hier raakt nu Grothe te eenen male de kluts kwijt, daar hij niet
-weet, dat elke door Turkije gevoerde oorlog voor Mohammedanen van den
-ouden stempel, die de intellectueele beweging van het Mohammedaansche
-Oosten der laatste jaren niet medegemaakt hebben, een djihâd is. De
-vraag is voor dezulken niet: "djihâd of profane oorlog?" maar: "aan
-wien wordt door Turkije de djihâd verklaard?" En dan, gesteld, dat
-het antwoord luidt, zooals Grothe zich dat voorstelt, namelijk djihâd
-"tegen alle mogendheden, die Mohammedaansche landen hebben opgeslokt en
-den Islâm aldus van zijnen glans hebben beroofd," dan blijft de vraag,
-of inderdaad, zooals Grothe hoopt en verwacht, de Mohammedaansche
-volken onder Europeesch bestuur zóózeer onder de betoovering van de
-namens Soeltan Mehmed Resjâd gedane oproeping tot den krijg zullen
-komen, dat zij hunne meesters "hier heimlich und verschlagen, dort mit
-fanatischer Kühnheit" op het lijf zullen vallen. Grothe ziet in zijne
-verbeelding reeds, hoe "der so aufgerollte Glaubenskrieg"--zoo noemt
-hij het zonder omwegen--voor Engeland "den Niedergang seiner Grösse"
-beteekenen zal.
-
-
-
-
-De fetwa over den heiligen oorlog.
-
-Wij weten, dat Turkije op dit oogenblik bezig is, de door Grothe
-en zijne geestverwanten aanbevolen proef te nemen met zulk eenen
-godsdienstoorlog. De hoogste wetgeleerde autoriteit te Constantinopel,
-de Sjeich oel-Islâm, die sedert de revolutie van 1908 steeds een
-creatuur en een werktuig is van het Jong-Turksche Comité, heeft
-met "Ja" geantwoord op eene reeks van vragen, die hem voorgelegd
-zijn door den onbeduidenden opvolger van Abdoel-Hamied, met wien de
-leiders van het Jong-Turksche Comité alles doen, wat zij willen. In
-werkelijkheid vormen die vragen en antwoorden [5] samen eenvoudig
-eene proclamatie van Enver en Talaät, de leidende Comité-ministers,
-en doen de vrager (de Soeltan) en degene, die het antwoord geeft
-(de Sjeich oel-Islâm), daarbij den dienst van marionetten. Die
-proclamatie van de mannen van het Comité van Eenheid en Vooruitgang
-(waarmeê N.B. oorspronkelijk de eenheid der verschillende naties onder
-de Halve Maan en haar vooruitgang als moderne staat bedoeld werden)
-komt hierop neer, dat, wanneer de Vorst aller Mohammedanen den heiligen
-oorlog verklaart aan den vijanden van den Islâm, die de landen van den
-Islâm plunderen, en de bevolking dier landen slachten of tot slaven
-maken, het de plicht van alle Mohammedanen in de wereld is, met goed
-en bloed aan dien oorlog deel te nemen, dat dus inzonderheid ook de
-Mohammedaansche onderdanen van Frankrijk, Rusland en Engeland tot
-zulke deelname verplicht zijn, dat zij, die dezen plicht verzuimen
-en den strijd vermijden, zich den toorn Gods op den hals halen, dat
-echter Mohammedanen, die onder het bestuur der genoemde mogendheden
-of hunner bondgenooten leven en met dezen samen oorlog voeren tegen
-Duitschland en Oostenrijk, de helpers van Turkije, eene groote
-zonde begaan, die zeker Gods toorn medebrengt. Deze kennisgeving
-van hetgeen de Goddelijke wet volgens den rijksuitlegger derzelve in
-hare toepassing op den politieken toestand van het oogenblik leert,
-diende als grondslag voor een op 12 November uitgegeven manifest van
-den Soeltan tot leger en vloot.
-
-
-
-
-Het manifest van den Soeltan.
-
-Dit manifest stelt voorop, dat Rusland, met Engeland en Frankrijk,
-de vijandelijkheden begonnen is, dat Turkije dus tot het opvatten
-der wapenen gedwongen werd, dat Rusland trouwens reeds drie eeuwen
-lang geene gelegenheid ongebruikt liet om Turkije te benadeelen,
-dat millioenen Mohammedanen onder het tyrannieke bestuur der genoemde
-mogendheden zuchten, dat daarom de heilige oorlog verklaard is, van
-welks uitslag niet alleen het welzijn van het Turksche rijk, maar
-ook het leven en de toekomst van 300 millioenen Mohammedanen--deze
-schatting is overgenomen uit de rede, die de Duitsche Keizer in 1898
-bij het graf van Saladijn te Damascus hield; de bevolking schijnt dus
-in de sedert verloopen 16 jaren niet toegenomen te zijn--afhangen. De
-genade van Allah en de bijstand van den Profeet zullen de in de
-samenwerking met Duitschland en Oostenrijk ondernomen bestrijding
-van de vijanden van den Islâm tot overwinning voeren.
-
-
-
-
-De groote demonstratie.
-
-Constantinopel zou Constantinopel niet zijn, wanneer deze extravagante
-uitingen van het Comité niet gevolgd waren door eene betooging, eene
-numâjesj. Toen ik in 1908 de eerste twee maanden der door militairen
-onder leiding van het Comité bewerkte revolutie bijwoonde, ging er
-geen dag voorbij zonder een aantal van die numâjesj; menschenmassa's,
-die achter een paar vlaggen met "Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap"
-aanholden, bij sommige publieke gebouwen of woningen van autoriteiten
-halt hielden en daar redevoeringen toejuichten, waarvan niemand
-iets verstaan kon. Vroeg men aan de toejuichers, waarom het ging,
-dan kreeg men ten antwoord: "revolutie, vrijheid, de politie is
-immers afgeschaft" en dergelijke. Zoo hebben ook nu de Comitémannen
-de bevolking op 14 November gedurende acht volle uren op een numâjesj
-onthaald.
-
-In de moskee van Mehmed den Veroveraar, die herinnert aan de grootste
-overwinning der Turken op het Christendom, de verovering van Byzantium
-in 1452, werden de hierboven geresumeerde vragen en antwoorden
-voorgelezen, de fetwa dus over den heiligen oorlog. Gebeden werden
-uitgesproken, lange toespraken gehouden, aan het gejuich kwam geen
-eind. De stoet trok door de voornaamste wijken der stad, maakte zijne
-opwachting bij den Groot-Wezier en den Soeltan, en..... demonstreerde
-voor de Duitsche en Oostenrijksche gezantschappen. Nazim-bey en
-Moechtar-bey, trouwe Comité-mannen, complimenteerden respectievelijk
-den Duitschen en den Oostenrijkschen Gezant, en hunne redevoeringen
-werden door de ambassadeurs beantwoord. De in de Duitsche ambassade
-gewisselde toespraken zouden door Dr. Grothe niet anders zijn
-opgesteld. De Duitsche Gezant sprak namelijk niet alleen van
-Duitschland en Turkije, maar van hun gemeenschappelijken strijd
-voor het wezenlijk heil der Mohammedaansche wereld, van de Duitsche
-vriendschap voor het Osmanenrijk, maar vooral voor de belijders van
-den Islâm, welke allen na de overwinning der Duitsche en Turksche
-wapenen eene schitterende toekomst tegemoet gaan. De Oostenrijksche
-Gezant is iets voorzichtiger en minder Mohammedaansch geweest in zijn
-antwoord en heeft alleen gesproken van den heiligen oorlog, dien het
-Osmanenrijk gezamenlijk met Oostenrijk voerde, en van de sympathie,
-die Oostenrijk met Turkije verbond. Maar de geheele vertooning heeft
-toch op die Mohammedanen, die niet als wij daarbij bovenal aan eene
-Offenbach-operette herinnerd werden, zoo eenigen, dan alleen dezen
-indruk kunnen maken, dat Duitschland en Oostenrijk zich in dienst van
-Turkije gesteld hadden voor het voeren van een djihâd, want uit eigen
-hoofde kan van de drie alleen Turkije in djihâd gewikkeld zijn. Eenen
-oorlog tusschen kafirs onderling met den naam djihâd te bestempelen,
-is voor goede Mohammedanen godlasterlijk of bespottelijk.
-
-
-
-
-Becker's voorstelling der zaak.
-
-Grothe heeft dus niet alleen waar hij de economisch-politieke
-betrekkingen van Duitschland in het naaste verleden en in de toekomst
-besprak, maar ook waar hij over het opwekken van het sluimerende
-Mohammedaansche fanatisme in het belang van Duitschland handelde, het
-gevoelen van heerschende kringen in zijn vaderland weergegeven. Dit
-maakt het mij iets minder onverklaarbaar, dat ook mijn waarde
-vakgenoot, Prof. C. H. Becker te Bonn, die tot vóór korten tijd
-de Islâmwetenschap aan het Kolonial Institut te Hamburg met eere
-vertegenwoordigde, in den onwaarschijnlijken djihâd-roes, die thans
-de Duitsche politici schijnt te bezielen, is medegesleept. Zijn
-vlugschrift "Deutschland und der Islâm" [6] ademt denzelfden geest
-als dat van Grothe, al onderscheidt het zich gunstig hiervan door meer
-bezadigden toon en vooral, het spreekt wel vanzelf, door kennis van den
-Islâm. Becker vult verder Grothe's toekomstbeeld van de betrekkingen
-tusschen Duitschland en Turkije belangrijk aan door in zijn program van
-de bescherming der integriteit van Turkije op te nemen de militaire
-en politieke wedergeboorte van het rijk der Halve Maan, zóó dat het
-herschapen worde in een modernen rechtsstaat met een eerbiedwekkend
-leger. Niet alleen Duitsche fabrikaten en kapitaal, neen ook Duitsche
-geest moet in Turkije gaan werken. Dit laatste volgens eene betere
-methode dan de door Frankrijk of door Engeland in hunne koloniën
-toegepaste: "eine gesunde Volksschulbildung nach modernen Methoden,
-aber auf der Basis des überlieferten orientalischen Bildungsinhalts
-und getragen von den besten Kräften der islâmischen Religion." Hierop
-komen wij nog terug. Eerst nog een paar opmerkingen in verband met de
-voorstelling, die men aan de geschriften van Grothe en Becker samen
-ontleenen kan, van de ontwikkeling der politieke harmonie tusschen
-Duitschland en Turkije, met terzijdestelling voorloopig van hetgeen
-zich met het chalifaat en het Moslimsch fanatisme laat bewerken.
-
-
-
-
-De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije.
-
-Het laat zich best begrijpen, dat Duitschland bij de snel aangegroeide
-belangen, die het in Turkije heeft verkregen, gaarne de gevaren en de
-moeilijkheden, die uit de actie van mededingers kunnen voortspruiten,
-tot de kleinste afmetingen teruggebracht zou zien. Even verklaarbaar
-is het, dat Turkije op den duur van de concurreerende mogendheden nog
-het liefst met Duitschland te doen had, daar bij deze aanraking niet
-zoo licht verlies van gebied te vreezen viel. "Op den duur" zeg ik met
-voordacht, want er zijn wel oogenblikken geweest, waarop de Soeltan
-of het Comité moesten denken: Waar blijft nu de vriendschap? In den
-tijd van Abdoel-Hamied uitte zich de Duitsche genegenheid alleen jegens
-hem, die alle macht in zich bevatte, maar die thans algemeen beschouwd
-wordt als de grootste vijand, dien zijn volk gekend heeft. Van 1888 tot
-1908 negeerde Duitschland het Turksche volk, daar het Duitschland niet
-van nut kon zijn. Wie den aard van Europeesche politieke vriendschap
-een weinig kent, zal zich hierover evenmin verbazen als over Keizer
-Wilhelm's geringe belangstelling in het lot van den vroeger zoo
-geliefden Abdoel-Hamied, toen deze door het Comité eerst gedwongen
-werd, voor vrijheidsvriend te spelen, daarna te verdwijnen.
-
-Wie sedert 1908 gunst of voordeel zocht in Turkije, moest die afdwingen
-of afbedelen van het Comité. Dit kon, zooals ook onze Duitsche
-schrijvers opmerken, Duitschland niet dadelijk vertrouwen, daar de
-vrijzinnige Turken, die vóór de revolutie hun land ontvloden, in
-Duitschland geweerd werden ter wille van den bevrienden despoot. Toen
-Oostenrijk van de algemeene verwarring na de revolutie gebruik maakte,
-eerst om Bulgarije geheel van Turkije te helpen losmaken, daarna om
-zelf een stuk Turksch gebied te annexeeren, stak Duitschland geen
-vinger uit om zijn bondgenoot van die voor Turkije zoo pijnlijke
-amputatie terug te houden. Later nam Italië Tripoli, en Turkije kon
-Duitschlands verdienste, de eenige in den driebond te zijn, die niets
-wegnam, maar half waardeeren, omdat het de natuurlijke beletselen
-van zulk eene toeeigening even goed kende als ieder ander. Waar zulke
-beletselen niet bestonden, nam Duitschland even gretig zijn deel als
-de anderen, en in Afrika heeft het zelfs twee millioen Mohammedanen
-aan zijn gezag onderworpen, een gezag, dat door de betrokkenen toch
-niet minder tyranniek gevonden zal worden dan de Britsch-Indische
-en Noord-Afrikaansche Mohammedanen volgens Soeltan Mehmed Resjâd en
-volgens Becker het Britsche en het Fransche bestuur vinden.
-
-
-
-
-Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika.
-
-Nu moge Becker zeggen: die Mohammedanen hadden wij al toen onze groote
-ingenomenheid met Turkije en den Islâm begon, en bovendien tellen
-die pikzwarte Moslims zelfs in de oogen van Turken en Arabieren
-maar voor half, maar dat is geen ernstig antwoord op de bedenking,
-te minder daar de Islâm die geringschatting der negers niet alleen
-theoretisch verwerpt, maar ook practisch voor begaafde negers in de
-Moslimsche maatschappij alle wegen steeds veel wijder opengestaan
-hebben dan in Christelijke landen. Wel heeft Becker de verdrukte
-Mohammedanen, die nu door Duitschland geholpen moeten worden, slechts
-op 150 millioen begroot, zoodat alleen Rusland, Engeland en Frankrijk
-als de verdrukkers gelden, maar de Soeltan heeft in zijn manifest
-de volle 300 millioen, waarop de Keizer de Islâmbelijders taxeerde,
-als te bevrijden verdrukten aangeduid, en dus bij vergissing de twee
-millioen Duitsche onderdanen, en de Moslims onder Oostenrijksch en
-Italiaansch gezag, om niet meer te noemen, meegeteld.
-
-In den Balkanoorlog stond Turkije's zelfstandigheid zeker niet minder
-ernstig op het spel dan thans vóór de verklaring van den djihâd het
-geval was; maar ook toen heeft het van zijn Duitschen vriend weinig
-steun ondervonden. Grothe merkt op, dat het moeielijk geweest zou zijn,
-in Duitschland voor de Turksche zaak alléén het voor een oorlog noodige
-enthousiasme te wekken, terwijl dit nu, waar het tegen de concurrenten:
-Engeland en Rusland gaat, zoo gemakkelijk valt. Men zal dan toch moeten
-toegeven, dat het effect van de beide bezoeken van Keizer Wilhelm
-aan den Soeltan, waarmee volgens Becker en Grothe de welbewuste
-Islâmpolitiek van Duitschland werd ingeluid, zich niet geleidelijk
-ontwikkeld heeft, dat het lang bijzonder latent is gebleven.
-
-
-
-
-De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer op het
-protectoraat over Turkije.
-
-Al deze herinneringen mogen het ietwat eenzijdig karakter der Duitsche
-belangenpolitiek nog duidelijker doen uitkomen dan dit in geschriften
-als die van Becker en Grothe al geschiedt, zij nemen de mogelijkheid
-niet weg, dat bij de tegenwoordige politieke constellatie Turkije
-door het bondgenootschap met Duitschland ook zelf groot gewin kan
-erlangen. Maar, stellen wij ons dan die toekomst voor, zooals de
-Duitsche schrijvers haar wenschen, dan komt de zaak, naakt ontkleed,
-toch hierop neer, dat Turkije, door Duitschland verlost van alle
-lastige inmenging van Engeland, Frankrijk en Rusland, komt te
-staan onder Duitsche voogdij, dat het met zorgvuldige vermijding
-van den naam, zal worden een Duitsch protectoraat. Zijn leger, zijn
-bestuur, zijne finantiën, alles zal door Duitschland grondig hervormd
-moeten worden. De verhouding zal slechts in vorm verschillen van het
-protectoraat van Frankrijk over Marokko of van dat van Britannië over
-menig Mohammedaansch vorstendom in Indië. Het heeft in Duitschland,
-in kalmere tijden, nooit ontbroken aan warme lofredenaars op de
-wijze, waarop Engeland in Indië, Frankrijk in Noord-Afrika hunne
-Mohammedanen bestuurden, al ontbrak het natuurlijk ook nooit aan
-critiek en aan ergernis, wanneer Duitsche belangen in het gedrang
-kwamen. Men sprak van de pax Britannica en van de pax Gallica, die in
-de plaats gekomen waren van de vroegere onveiligheid, verwarring en
-corruptheid. Zelfs Engelands werk in Egypte werd gewaardeerd, en men
-vernam gunstige oordeelvellingen over de Islâmpolitiek van Rusland
-in Centraal-Azië. Wij hebben geene reden om van een protectoraat der
-Duitschers over Turkije minder gunstige resultaten te verwachten,
-ja het zou zelfs kunnen zijn, dat zij vele fouten hunner voorgangers
-wisten te vermijden, en dat de uitkomst den Turkschen landen ten zegen
-werd. Maar zeer zeker zouden zij ondervinden, dat de dankbaarheid
-der Turken ophield, wanneer het volstrekt onvermijdelijke ingrijpen
-goed begon, ook al mocht men de voorgenomen geleidelijkheid daarbij
-niet uit het oog verliezen.
-
-
-
-
-Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en thans:
-Marquart, Hartmann, Becker.
-
-Overigens zijn, of waren althans vóór dezen oorlog, de meeningen
-van Duitsche deskundigen over Turkije en over den Islâm, met
-name over beider vatbaarheid voor hervorming, lang niet algemeen
-dezelfde, die thans door Grothe en Becker warm verdedigd worden
-[7]. Prof. Jos. Marquart, thans hoogleeraar te Berlijn, spot in
-het Vorwort van zijn werk "die Beninsammlung des Reichsmuseums für
-Völkerkunde in Leiden" (1913) met "die angebliche Rolle des Islâms als
-Kulturträger", en met bijtende ironie spreekt hij van de "Segnungen des
-Dschihâd, des zur religiösen Pflicht gemachten Raubmordes auf dem Pfade
-Allahs", d. i. dus die plicht, die thans door Duitschland aan Turkije
-weer is ingescherpt. Niet alleen in Duitsche zendingskringen werd
-de Islâm als de vijand beschouwd, dien men bovenal bestrijden moest,
-maar op een Duitsch Kolonialkongress werd de resolutie aangenomen: "Da
-von der Ausbreitung des Islam der Entwicklung unserer Kolonien ernste
-Gefahr droht, rät der Kolonialkongress zu sorgsamer Beachtung, etc."
-
-Prof. Martin Hartmann, die de Islâm-wetenschap aan het Seminar für
-Orientalische Sprachen te Berlijn doceert en wiens vruchtbare pen tal
-van lezenswaarde geschriften over den Islâm en over Turkije leverde
-[8], wordt niet moede erop te wijzen, dat de Moslims vooral door de
-instellingen van den Islâm, die de vrouw veracht en andersdenkenden
-verfoeit, van deelname aan de cultuur weerhouden worden. Hij
-noemt het chalifaat der Osmanensoeltans eene aanmatiging, die zij
-alleen met geringschatting der heilige traditie konden plegen, een
-"Agitationsmittel" een "bequemes Mittel, in den Augen der Islamwelt
-als eine Art Fetisch zu dienen", zegt, dat "diese Doppelstellung (van
-den Soeltan-Chalief) von den Kulturstaaten nie anerkannt worden ist",
-en dat het eerlijk opgeven van dien titel Turkije veeleer versterken
-dan verzwakken zou. Natuurlijk is ook hij over den heiligen oorlog
-niet goed te spreken. Hierover schreef hij opzettelijk, toen het woord
-djihâd in den strijd met Italië over Tripoli te berde werd gebracht
-door sommige Turken, en gebruikt daarbij deze thans weer actueele
-uitdrukking: "...... die Androhung des Heiligen Krieges, d. h. des
-Kampfes gegen alle Ungläubigen, ausgenommen die vom Leiter des Islam
-der Gemeinde ausdrücklich als Freunde des Islam bezeichneten. Dieser
-Gedanke ist Wahnwitz". Daar de zetel van de agitatie toen te Berlijn
-was, voegt hij hieraan toe: "Es sei hiermit gewarnt, durch Erregung
-des religiösen Fanatismus Unruhe herbeizuführen. Gegen jeden solchen
-Versuch werden alle Kulturstaaten einmütig zusammenstehen". Vellen
-druks van denzelfden inhoud zou ik kunnen aanhalen; tot slot nog dit
-eene: "Der Islâm ist eine Religion Hasses und des Krieges. Es darf
-unter keinen Umständen geduldet werden, dass er in einem Staate der
-Kulturmenschheit das normgebende Prinzip ist".
-
-Minstens even talrijke uitspraken van denzelfden schrijver zou ik
-kunnen citeeren, die den indruk geven, dat de Turken de minst geschikte
-natie van het Turkenrijk zijn om iets goeds voor de ontwikkeling van
-hun land te doen. Overal, waar het Turkenelement zich aan andere
-Mohammedanen met het zwaard opdrong, heeft het "den Kulturbesitz
-vernichtet und an kulturellen Werten nichts, absolut nichts
-geschaffen". Hun religieuze eigenwaan is nog onverdragelijker dan
-hun nationale. De Turken van Constantinopel zijn "ein schauderhaftes
-Gesindel", en de "biedere Anatolier" (die ook bij Grothe voorkomt)
-een product der legende. En zulk eene minderwaardige natie "will
-in dem grossen Reiche von Skutari und Prevesa bis Wan und Basra das
-herrschende Element sein!"
-
-Prof. Hartmann heeft een bijzonder levendig temperament, en ik denk
-er niet aan, zijne meeningen te onderschrijven of zijne uitdrukkingen
-van overdrijving vrij te pleiten. Maar in zaakkennis staat hij verre
-boven Grothe, en wat Turkije betreft, ook boven Becker, naast wien hij
-de hoofdvertegenwoordiger der Islâm-studie in Duitschland is. Trouwens
-Becker zelf heeft zich vroeger, zij het in gematigder vorm en ietwat
-anders genuanceerd, over de Islâm-quaestie ongeveer in denzelfden
-zin uitgelaten. Becker heeft natuurlijk zelf het eerst den strijd
-gevoeld tusschen zijn medeschermen, in zijne jongste geschriften, met
-de begrippen chalief en djihâd en zijne in vroegere tijden van rustigen
-wetenschappelijken arbeid uitgesproken meeningen. Zelf herhaalt hij de
-slotphrase van eene in 1910 door hem te Parijs gehouden voordracht:
-"Si la solidarité de l'Islam est un phantôme, la solidarité de la
-race blanche est une réalité", maar thans om den indruk dier woorden
-te verzwakken, en ze te beperken tot den Islâm der negers in Afrika,
-die het hoofdonderwerp zijner rede vormden. Waarschijnlijk heeft
-geen der hoorders die beperking begrepen, daar aan de geciteerde
-woorden deze onmiddellijk voorafgingen: "de vrees, dat de eene
-mogendheid zich met den Islâm zou verbinden om de plannen der andere
-te dwarsboomen, schijnt mij niet zeer gegrond". Bovendien had Becker
-vroeger, bijv. in 1904 in een artikel over het Panislamisme [9] de
-panislamitische gedachte als in strijd met de wezenlijke belangen
-van Turkije voorgesteld, "Die Jungtürken hatten gehofft (na den
-Russisch-Turkschen oorlog van 1878) durch ihre Reformen gerade
-jenes religiöse Moment auszutilgen, das den Sultan in erster Linie
-zum Chalifen, zum Vorkämpfer des Islam machte und so eine gesunde
-Entwicklung des doch zum grossen Teile aus Christen bestehenden
-Otmanischen Reiches ausschloss". En in de Duitsche vertaling [10] der
-zooeven genoemde in 1910 te Parijs gehouden voordracht komt nog het
-volgende voor: "Das Kalifat des Sultans von Konstantinopel war bis zur
-jungtürkischen Revolution der Ausgang der türkischen Islampolitik. Zwar
-hat die junge Turkei die Kalifatansprüche nicht aufgegeben, aber wenn
-sie sich überhaupt zu einem Verfassungsstaat entwickeln will, wird
-sie möglichst wenig Gebrauch davon machen mussen..... Eine starke
-Türkei wird selbstverstandlich nie die politische Oberhoheit über
-die islamischen Untertanen anderer Mächte beanspruchen....."
-
-
-
-
-Beckers recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer Wilhelm
-aan Turkije.
-
-In zijne recente brochure "Deutschland und der Islam" erkent trouwens
-Becker zijne onlangs tot stand gekomen bekeering en de onjuistheid
-van zijn vroeger jarenlang gekoesterd inzicht. Zoowel hij als Grothe
-staan uitvoerig stil bij de twee bezoeken (1889 en 1898) van Keizer
-Wilhelm aan den Soeltan Abdoel-Hamied, de tweede maal gecombineerd
-met hetgeen Grothe noemt "eine politische Pilgerfahrt nach dem
-Heiligen Lande". De wereld heeft die bezoeken, waarvan het eerste
-een jaar na de verleening der Anatolische spoorwegconcessie, dus
-in 1889, plaats greep, beschouwd als overluisterrijke demonstraties
-van de industrieele en commercieele belangstelling van Duitschland
-in Turkije. De wijze van uitvoering gaf velen, ook in Duitschland,
-aanleiding tot schouderophalen. Vooreerst scheen Abdoel-Hamied,
-de "bloeddrinkende" tyran, aan wiens misdaden toch reeds de groote
-mogendheden min of meer medeplichtig werden door hetgeen Bérard, en
-Martin Hartmann met hem, "la conspiration du silence" noemden, een
-vreemd gekozen object voor de zóó hartelijke vriendschapsbetuiging,
-die als herinnering te Constantinopel eene plompe, volgens deskundigen
-met allen kunstsmaak spottende fontein achterliet. Verder was de indruk
-van het bezoek op de Moslimsche wereld geenszins de bedoelde. Wel
-vond men het merkwaardig, dat de monarch van een machtig Europeesch
-rijk den Soeltan tweemaal zijne hulde kwam bewijzen, te meer, dat
-men wist, dat geene tegenbezoeken van den Soeltan daarop volgden; de
-bezoeker deed zich dus aan de Oostersche voorstelling als den mindere
-kennen, en eenvoudige Mohammedaansche zielen, die hunne kennis van
-de wereldkaart en van de wereldgeschiedenis meer uit de legende dan
-uit de werkelijkheid putten, zagen daarin eene bevestiging hunner
-opvatting, dat de heele aarde aan den machtigsten Moslimschen soeverein
-onderworpen is en dat alle andere vorsten zijne, zij het dan deels zeer
-ongehoorzame, vasallen zijn. Tot den roem van Duitschland in het Oosten
-droegen die huldebewijzen allerminst bij, wat ook vleiers daarvan aan
-Duitsche reizigers op den mouw mochten spelden. Den allerzonderlingsten
-indruk echter maakte op alle kenners van den Islâm de toespraak,
-die de Keizer op zijne tweede reis (1898) te Damascus bij het graf
-van Saladijn hield, waar hij tevens eene krans deponeerde.
-
-
-
-
-De rede op het graf van Saladijn.
-
-Saladijn is in Europa door de geschiedenis der Kruistochten en vooral
-door Lessing populair geworden; in het Mohammedaansche Oosten is zijn
-naam lang vergeten, behalve bij de weinige beoefenaars van geschiedenis
-en letterkunde. Dezen kennen hem als een gewetenloos politicus, die
-door ontrouw en verraad tot hooge macht is opgeklommen, en wien men
-veel vergeeft omdat hij een streng orthodox kafirhater geweest is;
-niet als het toonbeeld van 18de-eeuwsche verdraagzaamheid, dat Lessing
-in zijnen Nathan van hem maakte. Op het graf dan van dezen hater des
-Christendoms sprak de Keizer van een wereldrijk, dat, zooals Becker
-herinnert, het Christendom tot staatsgodsdienst heeft, deze woorden:
-"Die dreihundert Millionen Mohammedaner, die in der Welt zerstreut
-sind, mögen dessen versichert sein, dass ewig [11] der Deutsche
-Kaiser ihr Freund sein wird". Dit gedeelte der vertooning heeft
-in de Moslimsche wereld even weinig blijvenden indruk gemaakt als
-Saladijn zelf, en Duitsche geleerden namen er destijds hoofdschuddend
-kennis van. Nu doen zij echter plotseling opgeld: Grothe en Becker
-geven er hunne exegese van, en men heeft er de Turken zoo krachtig
-aan herinnerd, dat Nazim-bey ze in zijne toespraak aan den Duitschen
-Gezant citeerde, en dat de Soeltan er bij vergissing de inmiddels reeds
-vaak verbeterde, en in ieder geval sterk verouderde volkstelling der
-Mohammedanen uit overnam in zijn manifest.
-
-Becker heeft tot voor korten tijd, "aus Unkenntnis" zooals hij het
-thans verklaart, deze "Betonung des Kalifentitels durch Deutschland
-als einen Fehler beurteilt", maar nu, na hetgeen Fürst von Bülow in
-"Deutschland unter Kaiser Wilhelm II" uiteengezet heeft, ziet hij
-daarin met blijdschap de eerste krachtige uiting van eene "bewusste
-deutsche Islampolitik" en het bewijs, "dass die deutsche Politik
-von Anfang an mit dem Islam als internationalem Factor gerechnet
-hat". Beckers wetenschappelijke geweten is bij deze bekeering en
-bij zijne verdediging der opname van het chalifaat onder de factoren
-der internationale politiek niet zoo gerust als dat van Grothe, die
-van het groteske dezer Islâmpolitiek niets schijnt te voelen. Becker
-zegt althans, dat hij over de verhouding van Turkije tot den Islâm
-niet geacht wil worden eenig oordeel te hebben uitgesproken, dat
-hij zich ertoe bepaalt, te constateeren, dat die verhouding bestaat,
-dat nu eenmaal millioenen ontevreden Mohammedaansche onderdanen van
-Europeesche staten hunne redding van Turkije verwachten, en dat het
-uur voor Duitschland gekomen is om van die stemming partij te trekken.
-
-
-
-Redding van Turkije! Het rijk, waarvan Martin Hartmann nog kort geleden
-zeide, dat "die Ausschaltung der islamisch-türkischen Herrschaft
-aus Europa bevorsteht"; of elders, dat "schon längst über sie (die
-Türkei) hätte verhängt werden sollen: die Stellung unter Kuratel", of
-nogmaals: "so tritt nur schneller das ein, was doch einmal kommen muss:
-das Entfallen der politischen Macht aus den Händen des absterbenden
-Türkentums"; van Turkije, dat volgens Becker herboren moet worden en
-onder krachtige leiding van Duitschland omgeschapen tot een modernen
-cultuurstaat, hetgeen hij eenige jaren geleden slechts dan uitvoerbaar
-verklaarde, wanneer de chalifaatsidee of geheel werd opgegeven of
-zoo weinig mogelijk naar voren gebracht werd!
-
-
-
-
-Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van Moslimsch
-fanatisme.
-
-Hoe komt het, dat nu opeens voor Turkije mogelijk wordt geacht,
-wat tot dus dusver als eene ongerijmdheid werd terzijde gesteld, dat
-thans voor dat rijk als nuttig wordt aangeprezen datgene, waarin men
-tot vóór korten tijd zijn zekeren ondergang gelegen achtte? Hartmann
-heeft, toen hij in zijn "Ultimatum des Panislamismus" de agitatoren
-geeselde, die aan het Turksch-Italiaansche conflict het karakter van
-eenen godsdienstoorlog wilden geven, meteen de scherpste critiek,
-die men zich denken kan, geleverd van de tegenwoordige poging van
-Duitschland om het middeleeuwsche fanatisme der Mohammedaansche wereld,
-dat aan het uitsterven was, nieuw leven in te blazen. "Die Türkei
-kann nur ausrufen: "Himmel bewahre mich vor meinen Freunden!"" zeide
-hij toen terecht. En wat moet Turkije nu uitroepen, nu zijn beste
-vriend hem prikkelt tot eenen wereldgodsdienstoorlog, en hem alvast
-de Mohammedaansche krijgsgevangenen, die tegen Duitschland vochten,
-uitlevert om hen te onderwerpen aan eene godsdienstig-politieke
-bekeeringskuur?
-
-Wij kunnen dit alles slechts toeschrijven aan de jammerlijke verstoring
-van het evenwicht, ook in de geestelijke atmosfeer van hetgeen wij
-de beschaafde wereld plachten te noemen. Immers, in normale tijden
-kennen wij de Duitschers als veel te bezonnen en te logisch om den
-enormen onzin te verduwen, dat hetgeen in het algemeen als een schande
-voor de menschheid en als eene ramp voor Turkije zou gelden, goed en
-aanbevelenswaardig wordt, zoodra Duitschland zich achter of naast
-de Halve Maan plaatst. Wij weten van niet vele der tegenwoordige
-verschrikkelijke gebeurtenissen, waarop zij zullen uitloopen, maar
-dit meen ik nu reeds met zekerheid te mogen voorspellen, dat binnen
-niet langen tijd tal van Duitsche geschriften zullen getuigen van
-de ook in Duitschland ontwaakte ergernis over het onwaardige spel,
-dat thans met het chalifaat en den heiligen oorlog gespeeld wordt.
-
-Gewaagd zou het zijn, nu de feiten zoo spoedig hunne onweerlegbare
-taal zullen spreken, te willen voorzeggen, in hoeverre de poging
-om een Mohammedaanschen godsdienstoorlog op groote schaal te doen
-ontvlammen en daarmede onafzienbare verwarring der internationale
-verhoudingen te doen ontstaan, slagen kan. Hartmann heeft die
-mogenlijkheid indertijd met volle overtuiging betwist: ".... sobald
-die Vertreter der verschiedenen islamischen Gruppen über gemeinsame
-Schritte beraten, zeigt sich die ungeheure Verschiedenheit der
-völkischen, wirtschaftlichen und geistigen Tendenzen, die sich
-unter den zweihundert Millionen Muslimen finden" zeide hij. Becker,
-die vroeger "die Solidarität des Islam ein Phantom" noemde, zegt nu:
-"Der grosse Krieg, der so viel aufdeckt und entscheidet, wird auch den
-Beweis erbringen, ob der so oft besprochene internationale Zusammenhang
-des Islam ein realer Faktor ist oder ein Hirngespinst".
-
-Zeker zal het, indien Duitschland bij zijne "Islampolitik" van dit
-oogenblik volhardt, niet ontbreken aan allerlei maatregelen om in de
-Mohammedaansche wereld bekendheid te geven aan de geschiedenis van het
-ontstaan dier politiek en aan de nieuwe verhouding van vasal, waarin
-de herboren Soeltan-Chalief zich tegenover Duitschland geplaatst zou
-zien, wanneer de Duitsche idealen verwezenlijkt werden. Tegen eenen
-Heer der Geloovigen onder eenen ongeloovigen voogd zullen echter
-ook Mohammedanen van den ouden stempel, die anders mogelijk dupen
-van de comedie zouden worden, hunne ernstige bedenkingen hebben. Het
-hoofdargument voor de aanspraak der Osmanen-soeltans op den titel van
-Chalief was hun zwaard, maar niet een zwaard, dat getrokken en in de
-scheede gestoken werd op de bevelen van een ongeloovigen "bondgenoot".
-
-
-
-
-Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog.
-
-Uit vertrouwbare bron vernam ik onlangs, dat de drukkerij van het
-Turksche dagblad Tanîn een pamflet over den heiligen oorlog heeft
-uitgegeven en verspreid, waarin ook de Mohammedaansche onderdanen van
-staten, die ten opzichte van den tegenwoordigen oorlog neutraal zijn,
-tot verzet tegen hunne regeeringen opgehitst worden. O. a. moet daarin
-sprake zijn van de veertig millioen Mohammedanen, die gebukt gaan onder
-het juk der halfbeschaafde Hollanders. Hierdoor is zeker gehandeld
-tegen de bedoeling van den Duitschen voogd; maar slechte hartstochten
-laten zich gemakkelijker opwekken dan binnen perken houden.
-
-Gelukkig behoeven wij ons over onze Nederlandsch-Indische
-Mohammedanen niet bezorgd te maken. Zij namen den Islâm aan,
-toen het Turksche rijk reeds bestond, maar zonder dat Turkije er
-iets van bemerkte, en zij hebben met het rijk der Halve Maan nooit
-eenige aanraking gehad. De Soeltan van Roem, zooals zij den Grooten
-Heer van Constantinopel noemen, is voor hen een legendarisch wezen
-gebleven. De panislamitische gedachte is wel naar den Oost-Indischen
-Archipel overgewaaid, maar heeft er slechts weinig vatbaren bodem
-gevonden. De groote massa der lagere klassen bleef onaangedaan, en de
-meerderheid der hoogere standen is tegenover dit religieus-politieke
-mengsel van bedrog en zotheid volslagen immuun. En wij mogen gegronde
-hoop koesteren, dat die immuniteit zich steeds zal uitbreiden. Want,
-heeft Duitschland pas onlangs met de door ons aangeduide vertooningen
-zijne "bewusste Islampolitik" geinaugureerd, wij hebben al eenige
-jaren langer tegenover de door de geschiedenis aan onze zorgen
-toevertrouwde Inlandsche bevolking onze welbewuste opvoedingspolitiek,
-en dáártegen zijn chalifaat en heilige oorlog en andere middeleeuwsche
-ongerechtigheden gelukkig machteloos. Wanneer wij maar onwrikbaar
-vasthouden aan de sedert eeuwen aan onze Mohammedanen gewaarborgde
-volledige godsdienstvrijheid en tevens de ingeslagen richting van
-educatie in steeds sneller tempo blijven volgen, dan behoeven wij de
-eigenaardige soort van "geistige Waffen", die thans voor het eerst
-met het merk "made in Germany" in omloop gebracht worden, nooit te
-vreezen. Toch blijven wij in het belang der menschheid hopen, dat
-Duitschland eerlang dit nieuwe product uit den handel terugneemt.
-
-
-
-De heilige oorlog van den Islâm is, zooals wij meermalen herinnerden,
-een door en door middeleeuwsch instituut, waaraan zelfs de
-Mohammedaansche wereld bezig was te ontgroeien. Ééne eigenaardigheid
-van dit instituut kunnen wij ongeveinsd bewonderen: heilige oorlog
-tegen medeleden der Mohammedaansche gemeenschap is door de wet van
-den Islâm absoluut uitgesloten. De beperking van de levensgemeenschap
-tot Mohammedanen, tot hen, die hetzelfde dogma over het Hiernamaals
-belijden, is middeleeuwsch, maar de beschouwing van strijd binnen de
-sfeer der levensgemeenschap als goddeloos biedt een voortreffelijk
-aanknoopingspunt voor de hoogste sociale beschaving en is voor de
-moderne wereld ietwat beschamend. Hooren wij, wat Martin Hartmann in
-zijn opgewonden toon daarover schreef: "Im Gegensatze zum Islam, wo
-grundsätzlich der Krieg auf den Kampf gegen die Andersgläubigen als
-"Ungläubige" beschränkt ist, wird in den christlichen Ländern an dem
-Kriege gegen Glaubensgenossen von niemand Anstoss genommen, und hier
-sind nicht selten die Diener der Kirche der Liebe die Eifrigsten im
-Schüren, also in der Verleugnung des Evangeliums; sie prästieren auf
-Kommando die patriotische Geberde, die in diesem Falle eine Verletzung
-des fünften Gebotes darstellt, nicht zu sprechen von jenem andern:
-Du sollst deinen Nächsten lieben als dich selbst".
-
-Inderdaad, in den Islâm behoeft men slechts de middeleeuwsche beperking
-van het volledige bestaansrecht tot de geloofsgenooten op te heffen,
-en de levensgemeenschap tot de gansche menschheid uit te breiden,
-om den algemeenen wereldvrede tot een absoluut voorschrift der
-Moslimsche wet te stempelen. Voor moderne staten, die Mohammedanen
-als onderdanen, beschermden of bondgenooten hebben, is de schoone
-taak weggelegd om dezen, en zichzelve tevens, tot die hooge opvatting
-der menschelijke samenleving op te leiden; liever dan hen in eigen
-belang terug te voeren in de wegen van middeleeuwschen geloofshaat,
-die zij juist bezig waren te verlaten.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Dit bedrag moet thans 1914 aanzienlijk hooger gesteld worden,
-daar in de allerlaatste jaren het aantal dergenen, die jaarlijks uit
-Nederlandsch-Indië aan den hadj deelnemen, ongeveer verdubbeld is.
-
-[2] "Eenige Arabische strijdschriften besproken" (Tijdschrift van
-het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, Deel XXXIX,
-blz. 379-427).
-
-[3] In "De Gids" van Januari 1909 deed ik verslag van mijne daar
-opgedane ervaringen.
-
-[4] Grothe werd op zijne reizen door Turken telkens in zijne
-hoedanigheid van Duitscher als "onze vriend" aangeduid, hetgeen hij
-met bizim dost in plaats van dostumuz weergeeft, en als Turksch
-voor Duitscher schrijft hij steeds Alemanly in plaats van Alman
-of Almanjaly.
-
-[5] Zij zijn, in het Turksch afgedrukt, te vinden in Beckers
-tijdschrift "Der Islam", Bd. V, Heft 4, met vertaling, en in
-M. Hartmanns "Islampolitik" in "Koloniale Rundschau", 1914, Heft 11-12,
-met vertaling en uitvoerige toelichting. In dit laatste artikel, dat
-mij eerst na het afdrukken der eerste uitgave van dit opstel onder
-de oogen kwam, maakt ook Hartmann tabula rasa van veel van hetgeen
-hij vroeger over den Islâm en de Turken geschreven heeft, en toont
-zich, met een zeker voorbehoud, bekeerd tot den heiligen oorlog niet
-alleen, maar verwijt aan anderen, dat zij vroeger zoo gedacht hebben
-als hij zelf deed. Hij merkt op, dat de woorden van Keizer Wilhelm
-bij het graf van Saladijn te meer indruk moesten maken, omdat de
-Mohammedanen vroeger niet veel dergelijks te hooren kregen. "Die
-anderen Grossmächte haben fast immer nur verächtliche Worte für
-die Türken und den Islam gehabt, zum Teil haben verantwortliche
-Staatsmänner sich mit einer Schärfe gegen den Islam ausgesprochen,
-die aus dem beschränkten Gesichtskreis, in dem sie aufgewachsen sind,
-und der ihren Lande mit seinem Dünkel der Gottesstaatsidee eigen
-ist, zu erklären, aber nicht zu entschuldigen ist. Wir haben nicht
-den geringsten Grund, von der bisher beobachteten Haltung abzugehen,
-etc." Deze woorden, uit de pen van een geleerde, van wiens ontelbare
-uitspraken tegen Turkije en den Islâm in de volgende bladzijden eene
-kleine bloemlezing gegeven wordt, zouden ons tot stomme verbazing
-brengen, als niet zoovele andere verschijnselen ons met de psychose
-van den oorlog vertrouwd gemaakt hadden.
-
-[6] Het behoort tot eene lange reeks van "Politische Flugschriften",
-die door Ernst Jäckh worden uitgegeven, en waartoe alweder Fürst
-von Bülow en andere beroemdheden bijdragen leveren. Becker gaf
-verder in de verzameling "Bonner Vaterländische Reden und Vorträge
-während des Krieges" eene voordracht over "Deutsch-Türkische
-Interessengemeinschaft", in de Süddeutsche Monatshefte een opstel
-"England und Egypten", en in "Das Grössere Deutschland" een artikel
-"England und der Islâm".
-
-[7] Wij citeeren hier slechts enkele uitlatingen van oriëntalisten,
-en laten de vele gelijksoortige uitspraken van geleerden, wier
-studievakken hen slechts van ter zijde met het Oosten in aanraking
-brachten, zooals bijv. H. von Treitschke, ter zijde.
-
-[8] Ik geef hier eene kleine bloemlezing van titels van M. Hartmann's
-geschriften, uit de allerlaatste jaren: "Der Islam 1908" (in:
-Mitteilungen des Seminars für Orient. Spr. in Berlin, Jahrg. XII,
-Abt. II, 1909), "Die Arabische Frage", Leipzig 1909, "Der Islam",
-Leipzig 1909, "Die neuere Literatur zum turkischen Problem"
-in: Zeitschrift für Politik 1909, "Unpolitische Briefe aus der
-Türkei", Leipzig 1910, "Islam, Mission und Politik", Leipzig 1912,
-"Fünf Vorträge über den Islam", Leipzig 1912, "Das Ultimatum des
-Panislamismus" (over den heiligen oorlog tegen Italië) in: Das Freie
-Wort Jahrg. XI, No. 16, "Mission und Kolonialpolitik" in: Koloniale
-Rundschau, Heft 3, März 1911.
-
-[9] "Panislamismus" (in: Archiv für Religionswissenschaft, Bd. VII,
-1904).
-
-[10] "Der Islam und die Kolonisierung Afrika's" in: Internat.
-Wochenschrift für Wissenschaft, Kunst und Technik, 19 Febr. 1910.
-
-[11] Wel een passend attribuut voor politieke vriendschap!
-
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM ***
-
-***** This file should be named 54810-0.txt or 54810-0.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/4/8/1/54810/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/Canadian Libraries)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.