summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/54810-0.txt6229
-rw-r--r--old/54810-0.zipbin121066 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/54810-h.zipbin227111 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/54810-h/54810-h.htm8206
-rw-r--r--old/54810-h/images/logo-ejb.jpgbin7237 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/54810-h/images/new-cover-tn.jpgbin10108 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/54810-h/images/new-cover.jpgbin59390 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/54810-h/images/titlepage.pngbin11637 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/old/54810-8.txt6230
-rw-r--r--old/old/54810-8.zipbin120785 -> 0 bytes
13 files changed, 17 insertions, 20665 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..4c3aacd
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #54810 (https://www.gutenberg.org/ebooks/54810)
diff --git a/old/54810-0.txt b/old/54810-0.txt
deleted file mode 100644
index 1c37989..0000000
--- a/old/54810-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,6229 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Nederland en de Islâm
-
-Author: C. Snouck Hurgronje
-
-Release Date: May 30, 2017 [EBook #54810]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/Canadian Libraries)
-
-
-
-
-
-
-
-
- NEDERLAND EN DE ISLÂM
-
- DOOR
- DR. C. SNOUCK HURGRONJE
-
- Hoogleeraar a. d. Rijks-Universiteit te Leiden.
-
-
- 2e VERMEERDERDE DRUK
-
- N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ
- VOORH. E. J. BRILL LEIDEN
-
- 1915
-
-
-
-
-
-
-
-
-VOORREDE.
-
-
-Bijna vier jaren geleden leidde ik de eerste uitgave van dit thans
-voor de tweede maal verschijnende werkje met de hieronder volgende
-woorden bij den lezer in:
-
-
- "Op uitnoodiging mijner mede-curatoren der Nederlandsch-Indische
- Bestuursacademie sprak ik in Maart 1911 voor de aan die Academie
- studeerende ambtenaren de vier voordrachten uit, die hier in
- druk eenen grooteren kring van lezers aangeboden worden. Deze
- omstandigheid moge ter verklaring dienen van hetgeen sommigen hier
- te kort, anderen weder te wijdloopig behandeld mochten vinden".
-
- "Gerekend is immers op toehoorders, voor wie de Islâm èn door
- hunne vroegere opleiding, èn door hunne ambtelijke ervaring geen
- onbekende grootheid was, maar voor wie toch ook weer, daar de
- gelegenheid tot diepere studie van de Mohammedaansche cultuur hun
- had ontbroken, eene beknopte herinnering aan het vroeger geleerde
- of waargenomene niet onwelkom kon zijn. Verder mocht bij hen in
- den regel bekendheid door eigen aanschouwing met het leven van
- Indonesische Mohammedanen ondersteld worden. Toch heb ik gemeend
- voor mijn betoog de aandacht te mogen vragen ook van anderen, die
- hetzij voor de voornaamste vraagstukken der koloniale politiek,
- hetzij voor de problemen, die de Islâm aan de Westersche wereld
- ter oplossing voorlegt, eenige belangstelling over hebben".
-
- "De richting, waarin ik de oplossing van het Islâm-probleem
- voor Nederland vond, werd natuurlijk gewezen door het beginsel,
- dat naar mijne overtuiging in het algemeen de verhouding moet
- bepalen tusschen moederland en koloniën, tusschen de aan Westersch
- gezag onderworpen volken en degenen, aan wie de geschiedenis
- het gezag over hen in handen heeft gegeven. Daar tegenwoordig
- in ons vaderland alle politieke partijen te dezen aanzien
- in hoofdzaak ééne lijn trekken, heb ik het onnoodig geacht,
- daarover opzettelijk uit te weiden. Al mogen de opvattingen in
- het bijzondere nog verschillen, er is eenheid in het noodigste,
- namelijk in de erkenning van de ethische koloniale politiek als
- de eenig mogelijke".
-
- "Nu zijn mij echter van zeer geachte zijde naar aanleiding
- mijner voordrachten een paar vragen gesteld, die mij nopen,
- mijn algemeene uitgangspunt bij het onderzoek der hier door mij
- behandelde vraagstukken, gelijk bij alle andere, die de koloniale
- politiek betreffen, wat scherper te formuleeren".
-
- "De vragen kwamen in hoofdzaak hierop neer, of dan niet het
- verwerven en behouden van koloniën bovenal voordeelen voor het
- moederland ten doel moest hebben, en of niet de door mij en
- anderen bepleite krachtige bevordering van de associatie der
- Inlandsche maatschappij aan onze beschaving op den duur tot het
- verlies onzer koloniën zou leiden".
-
- "Het zij mij vergund, met allen eerbied ook voor opvattingen, die
- aan de tijden der Compagnie en van het cultuurstelsel doen denken,
- mijne zienswijze zonder verder betoog apodictisch uit te spreken".
-
- "De exploitatie-theorie behoort tot een verleden, dat wij niet
- terugwenschen en dat wij, al wenschten wij het, niet uit den dood
- kunnen doen verrijzen, zelfs niet in een nieuwen vorm. Zelfs al
- zou men eenzijdig voordeel voor het moederland als hoogste doelwit
- van het koloniale bestuur ook in onzen tijd willen laten gelden,
- dan toch zou een staatsman, die wat ver voor zich uit ziet, dat
- voordeel nergens anders kunnen ontdekken dan in eene toekomst,
- waarin de inboorlingen der koloniën door ons op de hoogste
- plaats gebracht zijn, die hun aanleg hen in staat stelt, in te
- nemen. Heeft die verheffing der inheemsche bevolking, die zijzelve
- zoekt en dus ook vinden zal, onder onze krachtige leiding plaats,
- dan hebben wij de grootst denkbare kans, dat het moederland er in
- uitbreiding evenveel bij winnen zal als de vroeger overheerschten,
- nu geassocieerden, in hoogte".
-
- "Wat de aardbol over een eeuw te zien zal geven, dat laat
- zich noch van het standpunt der ethische, noch van dat der
- exploitatie-politiek waarnemen. Vraagt men mij echter,
- onder welk der beide régimes het verlies van Oostersche
- wingewesten binnen de honderd jaren waarschijnlijker is, dan
- zeg ik zonder eenige aarzeling: niets kan zulk verlies zekerder
- verhaasten dan zelfzuchtige koloniale staatkunde van de soort,
- die ons uit de annalen der Oost-Indische Compagnie en van het
- cultuurstelsel van al te nabij bekend is, en welker doodvonnis
- door het hooggerechtshof der geschiedenis geruimen tijd geleden
- bekrachtigd werd".
-
-
-De redactie van de "Revue du Monde Musulman" liet deze voordrachten
-voor haar tijdschrift in het Fransch vertalen, en stelde die vertaling
-ook afzonderlijk verkrijgbaar onder den titel "Politique Musulmane de
-la Hollande". Maar ook in ons land hadden zij zich niet te beklagen
-over gebrek aan belangstelling, en de hoofdgedachten, die eraan ten
-grondslag lagen, vonden in wijden kring instemming.
-
-Dit laatste was voor den schrijver bijzonder aangenaam, en het
-alleraangenaamst trof het hem, dat die instemming kwam uit kringen
-van zeer uiteenloopende staatkundige en godsdienstige richting. Het
-is werkelijk dringend noodig, dat wij voor de vervulling onzer
-nationale pedagogische taak jegens de Mohammedaansche onderdanen
-van den Nederlandschen staat eene gedragslijn vinden, die voor de
-beweging van die verschillende richtingen ruimte laat. Indien dit
-onmogelijk bleek, dan waren de dagen van ons bestaan als koloniale
-mogendheid geteld. Die gemeenschappelijke gedragslijn, de grootst
-gemeene deeler van aller wenschen, die dan door ieder voor zich met
-een eigen factor vermenigvuldigd mag worden, is te vinden, wanneer
-men gezamenlijk ernstig er naar zoeken wil, niet, wanneer ieder,
-star voor zich uit kijkend, zijn eigen stokpaardje blijft berijden,
-onder voortdurend aanbotsen tegen de andere ruiters. De grootste
-voldoening gaven mij de bewijzen van sympathie, die ik uit de kringen
-van zendelingen en zendingsvrienden mocht ontvangen, omdat, zooals ik
-in mijne vierde voordracht opmerkte, het besef van de taak, die ons
-volk ten aanzien der Inlandsche maatschappij te vervullen heeft, dáár
-het levendigst is. Het spreekt wel van zelf, dat diegenen onder hen,
-die zelf practisch op dat gebied werkzaam zijn, en aldus ervaring
-opdoen van allerlei bezwaren, waarover de zendingsvrienden in het
-moederland vaak luchtig heen redeneeren, meer neiging vertoonen
-dan deze laatsten om met vollen ernst te luisteren naar voorstellen
-betreffende een compromis, waartoe het in de werkelijkheid, zooals
-zij wél weten, toch altijd komen moet. Daarom had de waardeering,
-die ik juist van hunne zijde ruimschoots mocht ondervinden, voor
-mij dubbele waarde, en hielp zij mij om de ook niet ontbrekende
-wanklanken zonder ontmoediging te vernemen. Dit werd mij trouwens
-in het bijzonder gemakkelijk gemaakt door zulke besprekers, die
-blijk gaven, dat hun godsdienstig denken door politieke partijschap
-in bedenkelijke mate geinfecteerd was. Zoo bijv. een schrijver in
-"Stemmen des Tijds", die niet alleen dikwijls eene geheel scheeve
-voorstelling van mijn bedoeling gaf, maar naief genoeg was om te
-verklaren, dat hij bij eerste lezing mijner voordrachten gemeend
-had, dat "wij het werk met vereende krachten konden doen", maar dat
-hij vervolgens door de debatten in de Tweede Kamer tot een juister
-inzicht werd gebracht. Duidelijker kan men niet uitkomen voor de
-verpolitieking zijner inzichten over de groote vraagstukken van
-"Oost en West", die ons volk zich ter oplossing voorgelegd ziet.
-
-Wie zich bij de behandeling dier problemen niet weet te verheffen
-boven het kleinzielige partijleven van onze vaderlandsche politiek,
-die blijve er af; zijn arbeid, hetzij voor de Christelijke, hetzij
-voor de nationale zending in onze koloniën, is van tevoren met
-onvruchtbaarheid geslagen.
-
-
-
-Juist toen ik gereed was met het aanbrengen van enkele verbeteringen
-en aanvullingen voor de tweede uitgave mijner voordrachten, gaven de
-jongste gebeurtenissen op het groote wereldtooneel mij aanleiding tot
-het schrijven van een Gidsartikel over de wijze, waarop Duitschland
-onlangs begonnen is te trachten, het Mohammedaansche fanatisme aan
-zijne belangen dienstbaar te maken. Het kwam mij voor, dat bedoeld
-opstel, met een paar kleine toevoegingen, als vijfde hoofdstuk van dit
-boekje niet misplaatst zou zijn. Mijn ondertitel "Vier Voordrachten,
-gehouden in de Nederlandsch-Indische Bestuursacademie" moest dan
-natuurlijk vervallen, maar "Nederland en de Islâm" mocht het geheel ook
-nu blijven heeten, want ook voor de Nederlandsche Islâmpolitiek is het
-van hoog belang, zich rekenschap te geven van de wegen, waarin groote
-mogendheden van Europa het politieke leven van de Mohammedanen pogen
-te leiden en van de houding, die ons ten aanzien dier pogingen past.
-
-
-
-Eerst na het afdrukken van dit hoofdstuk is mijne aandacht gevestigd
-op eene vergissing, die mij eene uitdrukking van Becker onjuist deed
-interpreteeren. Bladz. 133, regel 12-14 moet als volgt gelezen worden:
-Becker heeft tot voor korten tijd deze "Betonung des Kalifats als einen
-Fehler aus Unkenntnis beurteilt", enz. Ik had ten onrechte de woorden
-"aus Unkenntnis" als bepaling van beurteilt in plaats van bepaling
-van Fehler opgevat.
-
-Sommigen mijner Duitsche vrienden--ik teeken uitdrukkelijk aan,
-dat anderen mij hunne geheele of gedeeltelijke instemming met
-mijne uiteenzetting betuigden--hebben de bedoeling van dit artikel
-misverstaan, en daarin een verholen partijkiezen tegen Duitschland
-als oorlogvoerende partij willen zien. Dat zulk eene bedoeling
-mij geheel ten onrechte toegedicht werd, behoef ik aan onbevangen
-lezers niet uitdrukkelijk te verzekeren. De weinige regels, die
-(op bladz. 102-3) in het algemeen over dezen ellendigen wereldstrijd
-handelen, geven duidelijk genoeg te kennen, dat ik te dien aanzien
-geheel neutraal denk, niet omdat ik burger ben van een neutralen staat,
-maar omdat ik mij oprecht en van harte onbevoegd verklaar, de eene
-partij voor meer of minder schuldig te houden aan de ontbranding dan
-de andere. Overigens heb ik mij streng bepaald tot mijn onderwerp,
-de bespreking van het gebruik, dat Duitschland in den laatsten tijd
-tracht te maken van de voor den Islâm vroeger zoo gewichtige ideeën
-van het chalifaat en van den heiligen oorlog.
-
-De behandeling hiervan lag op mijnen weg, en ik mocht mij daaraan
-niet onttrekken, zoowel omdat ik mijn leven goeddeels gewijd heb
-aan de studie van den Islâm, vooral ook in zijne beteekenis voor
-onze dagen, als ook, omdat elke poging om het bijna gebluschte vuur
-der middeleeuwsche politieke idealen van den Islâm weer te doen
-opflikkeren ook voor de Mohammedaansche bevolking der Nederlandsche
-koloniën gevaarlijk kan worden. Zooals ik bij vele gelegenheden
-betoogd heb, het panislamisme is niet in staat, aan den Islâm zijne
-middeleeuwsche positie van eene door de overige wereld gevreesde
-wereldmacht te hergeven. Maar wat het wel vermag, dat is tijdelijk en
-plaatselijk beperkte stoornissen te weeg te brengen, ten nadeele van de
-Mohammedanen zelve en van de Europeesche naties, die Mohammedaansche
-onderdanen hebben. Zulke stoornissen uit te lokken, het allengs
-uitstervende Mohammedaansche fanatisme tot ontwaking te prikkelen,
-dat acht ik misdadig, en mijne Duitsche vakgenooten, die zich over
-dit vraagstuk uitlieten, dachten er steeds evenzoo over. Dat sommigen
-hunner in de laatste maanden opeens van meening veranderd zijn, kan
-niemand meer betreuren dan ik, die aan de Duitsche wetenschap zooveel
-te danken heb en die in geen vreemd land meer beproefde vrienden heb
-dan in Duitschland. Ik ben er zeker van, dat wij hier te doen hebben
-met een voorbijgaand ziekteproces, veroorzaakt door de ook in andere
-oorlogvoerende landen waar te nemen verstoring van het moreele en
-intellectueele evenwicht. Zoolang echter het herstel nog niet is
-ingetreden, behooren wij dat proces nauwlettend gade te slaan, en
-voor onszelve op voorzorg bedacht te zijn. Niets zou mij aangenamer
-zijn, dan dat zich spoedig de behoefte aan eene derde uitgave van dit
-boekje deed gevoelen, en dat dan inmiddels de orkaan, die thans ook
-op geestelijk gebied aan het woeden is, gestild en zoo een herdruk
-der bespreking dezer afdwaling overbodig geworden was.
-
-
- Leiden, Januari 1915.
-
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
- Bladz.
-
-Voorrede V-XII
-
-
-HOOFDSTUK I.
-
-De verbreiding van den Islâm. Inzonderheid in den Oost-Indischen
-Archipel.
-
- De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel
- in den Archipel 1
- Karakter van Mohammeds godsdienst 2
- Beteekenis der Hidjrah 3
- Gewelddadige islamiseering van Arabië 4
- De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen 4
- Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten
- de macht van den Islâm 5
- De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het
- voorname middel 7
- Het systeem van den Islâm getuigt hiervan 7
- Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog 8
- Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm 8
- De heilige oorlog 9
- De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand 9
- De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens 11
- De andere opvatting is ver in de minderheid 12
- Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in
- den Islâm 12
- Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast 13
- De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt 14
- Geene priesterschap noch geordende heidenmissie 15
- Leekenpropaganda 15
- Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke 16
- Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is
- weinig gedaan 17
- Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de
- cultuur beheerschen 18
- In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen 19
- De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen
- vergelijken 19
- De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche
- ambtenaren in heidensche streken invoert 20
- Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië
- gewelddadig uit 21
- De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon
- pas later te werken 21
- Samenvatting 22
- Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel
- hervormd 23
- De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde
- vertrouwen beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis 23
- De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf 24
- De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending
- der godsdienstvrijheid 25
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-Kenschetsing van het stelsel van den Islâm.
-
- Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde
- volken 26
- De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften
- van den Profeet ingelijfd 27
- De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente 28
- Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der
- Hidjrah zoo goed als uitgesloten 28
- Het stelsel spitst zich in geloofsleer en wet 30
- De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang
- voor de practijk 31
- Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms
- beroering 31
- Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in
- ééne hand 32
- De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde
- gesteld 33
- Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen
- der wet 33
- De zuiver godsdienstige bestanddeelen 34
- Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen 34
- Bepalingen, die als moreele voorschriften werken 35
- Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht
- van wet hadden 36
- Werkelijk geldende hoofdstukken der wet 37
- Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht 37
- Vrome stichtingen 38
- Geloften 39
- Voorschriften over de rechtspraak 39
- Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen 40
- De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen
- codificatie 40
- Qoerân en Soennah 41
- Losmaking der wet van hare bronnen 42
- De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan 42
- Poging tot codificatie in Algerië 43
- De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen 44
- Ten onrechte beroept men zich op voorgangers 45
- Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien
- verdacht 46
- De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche
- afwijken 46
- Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven
- ongewenscht 47
- Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie
- vernomen 47
- Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren 48
- Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen 49
- Beteekenis der mystiek in den Islâm 49
- Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te
- verwachten 50
- De mystieke broederschappen 51
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-De Nederlandsche Koloniale Regeering en het stelsel van den Islâm.
-
- De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek 53
- Jegens het dogma en de zuivere godsdienstige voorschriften
- der wet moet zij neutraal zijn 54
- Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen
- onverstandig zijn 56
- Politieke beteekenis van den hadj 58
- Economische gevolgen van den hadj 59
- Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm
- eischt eerbiediging 59
- De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open 61
- Codificatie derhalve ongewenscht 62
- De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene
- fout 62
- Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel
- gewenscht 63
- Moskeefondsen 63
- Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs 64
- Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren 65
- Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen 66
- Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen 67
- De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst 68
- Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche
- mogendheid met Mohammedaansche onderdanen 69
- Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met
- afwijzing van elke vreemde inmenging 70
- Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren 71
- Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische
- verwachtingen 72
- Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid
- zweemt 72
- Ongunstige beoordeeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de
- panislamitische pers 73
- Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren 74
- Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de
- Islâmpolitiek der Regeering 75
- Slotsom 76
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-Nederland en zijne Mohammedanen.
-
- De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten 78
- Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het
- Islâmstelsel te emancipeeren 79
- Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in
- Oost-Indië, vooral op Java 80
- Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom 80
- Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid 81
- In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing
- der Islâmquastie 83
- De openbare meening in Nederland behoort in die richting
- krachtig te spreken 83
- De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de
- zendingsvrienden 84
- De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale,
- geen religieuze associatie 85
- Hoe ver kan de associatie gaan? 85
- Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen
- deelneming aan het godsdienstonderwijs 87
- Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere
- klassen der Inlandsche maatschappij in het oog vatten 89
- De onlangs opgerichte desascholen 90
- Studie van begaafde Inlanders in Nederland 91
- Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven 91
- Opvoeding buiten de school 92
- De zending zou hiertoe kunnen medewerken 92
- De Inlandsche vrouw en hare opvoeding 93
- Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel
- in den staatsdienst verzekerd worden 94
- Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie 95
- Stuiting der beweging niet mogelijk 96
- Samenvatting onzer beschouwingen 96
- De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur
- ontneemt aan het panislamisme alle kracht 99
- Andere heilzame gevolgen der associatie 100
- Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie 100
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-Duitschland en de heilige oorlog.
-
- De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen 102
- Contrast dier meening met de wet van den Islâm 103
- De grondslagen van het program van den heiligen oorlog 104
- Middeleeuwsch karakter van dat program 105
- Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed 106
- Chalifaat en Djihâd 108
- Het chalifaat der Turksche soeltans 109
- Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen 110
- Panislamitisch streven van Abdoelhamied 111
- Geene organisatie van het panislamisme 112
- De chalief geen kerkvorst 113
- De Turksche omwenteling en het panislamisme 113
- Djihâd en heilige oorlog 115
- Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije.
- Hugo Grothe 116
- Misverstand bij Grothe 116
- Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije 117
- Duitschland de redder van Turkije 118
- De door Grothe gewenschte Djihâd 119
- De fetwa over den heiligen oorlog 120
- Het manifest van den Soeltan 122
- De groote demonstratie 122
- Becker's voorstelling der zaak 123
- De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije 125
- Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika. 126
- De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer
- op het protectoraat over Turkije 127
- Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en
- thans: Marquart, Hartman, Becker 128
- Becker's recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer
- Wilhelm aan Turkije 131
- De rede op het graf van Saladijn 132
- Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van
- Moslimsch fanatisme 134
- Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog 136
-
-
-
-
-
-
-
-
-I.
-
-DE VERBREIDING VAN DEN ISLÂM.
-
-INZONDERHEID IN DEN OOST-INDISCHEN ARCHIPEL.
-
-
-De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel in
-de Archipel.
-
-Omstreeks 1200 na Christus begon het Mohammedanisme in eenigszins
-belangrijke mate zielen te winnen op Soematra, op Java en vervolgens
-op de meer Oostelijk gelegen eilanden. De val van Madjapait in de
-eerste helft 16de eeuw bezegelde de islamiseering van heel Java, en het
-was eveneens in den loop der zestiende eeuw, dat voor de voornaamste
-andere eilanden, waarin de Islâm doordrong, het pleit beslist werd.
-
-Hieruit volgt, dat de Islâm zijn vollen wasdom reeds ver te boven
-was, toen hij zich voor het eerst in dit Verre Oosten vertoonde. Om
-het Mohammedanisme der Indonesiërs in zijne eigenaardigheden
-te verstaan, hebben wij ons dus slechts weinig te verdiepen
-in de wordingsgeschiedenis van den Islâm als godsdienst en als
-beschavingsvorm, maar mogen wij ons voornamelijk bepalen tot de
-beschouwing van het stelsel zooals dat ongeveer drie eeuwen na de
-Hidjrah zijnen in de hoofdzaken definitieven vorm had verkregen, en
-van het leven der Mohammedaansche volken zooals dat zich, mede maar
-niet alleen onder den invloed van het stelsel, na dien tijd vertoonde.
-
-Klaar dient ons daarbij voor oogen te staan, dat die Islâm tot
-den godsdienst van Mohammed stond als de door een leven van druk
-verkeer onder allerlei volken gerijpte wereldburger tot het stijve
-boerenjongentje, dat hij was in zijne jeugd.
-
-
-
-
-Karakter van Mohammeds godsdienst.
-
-Mohammed heeft voor zijne prediking nooit aanspraak gemaakt op
-oorspronkelijkheid. Integendeel: hij beroemde zich erop, dat hetgeen
-hem, den ongeletterden profeet, door Allah geopenbaard werd, volkomen
-overeenstemde met den inhoud der oudere openbaringen. Hij dacht zich de
-menschenwereld verdeeld in groepen, die hij, zonder klare voorstelling
-van den grondslag der verdeeling, oemmah's noemde, volken of gemeenten
-zouden wij zeggen, die door woonplaats, taal en uiterlijke kenmerken
-van elkaar verschilden. Aan sommige van die oemmah's, zooals bijv. die
-der Joden en die der Christenen, had Allah uit hun eigen midden
-profeten gezonden om hun Zijne leer en wet te openbaren. Andere,
-zooals die der Arabieren, waartoe Mohammed zelf behoorde, wandelden
-nog in de duisternis, zonder zich zelf daarvan bewust te zijn, daar
-zij het licht niet kenden. Mohammed heeft zich ten slotte door Allah
-geroepen gevoeld, dat licht in Arabië te doen schijnen.
-
-Historisch beschouwd, doet zijne openbaring zich aan ons voor als
-samengesteld uit de gegevens, die hij gaandeweg, toen hij eenmaal over
-de waarde van het leven was gaan nadenken, uit vrij troebele, Joodsche
-en Christelijke bronnen had bijeengegaard. Hij verwerkte die op zijne
-wijze, zoodat zij pasten in het simpele geheel zijner voorstellingen,
-en eindelijk projecteerde hij het resultaat van dat proces uit zijn
-binnenste naar boven, zoodat het zich aan zijn zesde, profetische
-zintuig vertoonde als iets objectiefs, als iets, dat uit den hemel tot
-hem kwam, woorden Gods, die in gerijmd proza, in verhevener stijl dan
-die van het dagelijksch gesprek, hem de hoogste waarheid openbaarden.
-
-De leer der opstanding uit de dooden en het daarop volgende gericht,
-dat Allah zou houden over heel de menschheid, met paradijs en hel op
-den achtergrond, die leer vormde het middelpunt van zijn geloof. Tevens
-lag daarin de scherpste tegenstelling met de wereldbeschouwing der
-Arabieren, tot wie hij de boodschap van Allah moest brengen, want
-deze hield zich alleen met het aardsche leven bezig, kende geen eeuwig
-geluk noch eeuwige verdoemenis aan gene zijde van het graf.
-
-Een groot aardsch potentaat duldt niet, dat een deel zijner onderdanen
-zich als van hem onafhankelijk gedragen of andere heeren naast hem
-erkennen; nog veel minder gedoogt Allah, de schepper, wetgever en
-rechter der geheele menschheid, dat menschen leven zonder islâm,
-d. i. onderwerping, aan Hem en Hem alléén uit te spreken en in daden
-te betoonen.
-
-Hij verlangt van hen eerbiedige huldiging in vastgestelde vormen van
-eeredienst, de çalât, in naam en vorm gebootst naar het model, dat
-Mohammed van Joden en Oostersche Christenen had waargenomen. Voorts wil
-Hij, dat Zijne schepselen op bepaalde tijden zullen vasten, en dat zij
-milddadigheid zullen beoefenen als eene hoofddeugd, zoowel om den nood
-van anderen te lenigen als om hunne eigene losheid van het aardsche
-te toonen. En in hunne verhoudingen tot elkander behooren zij wetten
-en regelen te volgen, die Allah hun geeft en die met menig geliefkoosd
-gebruik van Mohammeds rasgenooten in onverzoenlijken strijd waren.
-
-
-
-
-Beteekenis der Hidjrah.
-
-De twaalf jaren lang onverdroten voortgezette prediking van
-openbaringen in dezen zin stuitte bij Mohammeds stamgenooten af op
-hun even onverzettelijken, sceptischen spot; een paar familieleden,
-eenige misdeelden, enkele voor hoogere indrukken vatbare mannen
-van beteekenis vormden de geheele gemeente der geloovigen. Toen
-keerde hij met zijne getrouwen toornig zijner vaderstad den rug toe,
-haar overlatend aan Gods wrekende gerechtigheid. Hij deed hidjrah,
-d. i.--niet vlucht, zooals vele Europeesche schrijvers het weergeven,
-maar--afsnijding van alle banden, die hem met de ongeloovigen onder
-zijne stamgenooten verbonden, en hij vestigde te Medina eene nieuwe
-gemeenschap, die niet aan eenheid van bloed, maar aan eenheid des
-geloofs hare kracht ontleende.
-
-Die afsnijding was naar Arabische begrippen op zichzelve reeds eene
-daad van vijandschap tegen Mohammeds stamgenooten. Toen nu zijn arbeid
-te Medina in korten tijd geleid had tot de vorming van eene talrijke
-gemeente, en deze door nieuwe, wetgevende openbaringen zoowel als
-door Mohammeds persoonlijke leiding voorloopig voldoende vastheid van
-organisatie had verkregen, ontwikkelde zich uit die vijandschap een
-oorlogstoestand, waarin welhaast heel Arabië werd meegesleept. Op den
-duur bleef het succes aan de zijde van Allahs Gezant; acht jaren na
-de Hidjrah werd Mekka door hem veroverd, en in de twee levensjaren,
-die Mohammed daarna nog restten, wist hij de onderwerping van het
-Arabische schiereiland aan zijn gezag bijna te voltooien.
-
-
-
-
-Gewelddadige islamiseering van Arabië.
-
-Gedurende die jaren van strijd breidde zich met Mohammeds macht tevens
-het programma uit van hetgeen hij door middel van geweld trachtte
-te bereiken. Eerst was het louter de verdediging van de belangen der
-gemeente, die weldra ook met offensief optreden gepaard mocht gaan;
-ten slotte een aanvallende krijg tegen allen, die met meer of minder
-recht tot de vijanden der gemeente, dus van het rijk Gods, werden
-gerekend. Na 630, het jaar der verovering van Mekka, verschilde het
-feitelijk niet meer van eenen strijd tot onderwerping van geheel Arabië
-aan de tucht van Allah en Zijnen Gezant. Voor de heidensche Arabieren
-kon die onderwerping alleen door volledigen islâm, erkenning van
-Mohammed als bode Gods, plaats hebben. Voor de Joden en de Christenen,
-op wier getuigenis van de waarheid Mohammed zich in den aanvang van
-zijn optreden beroepen had, kon zulk een eisch niet gelden. Daar zij
-Mohammed teleurgesteld hadden door tegen in plaats van vóór zijne
-goddelijke zending te getuigen, maakte hij zich van hen onafhankelijk
-door hun vervalsching van hunne eigene leer en schrift te verwijten
-en eindigde met van hen te verlangen, dat zij zich aan zijn gezag
-zouden onderwerpen, al wilden zij zijne openbaringen niet aanvaarden.
-
-
-
-
-De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen.
-
-Of nu Mohammed tegen zijn levenseinde zoover gegaan is, om de hem
-opgedragen missie te beschouwen als gericht ook tot de niet-Arabische
-wereld, of zelfs tot de menschheid in haar geheel, is moeielijk
-met zekerheid uit te maken. Voor ons doel is dit betrekkelijk
-onverschillig, daar het vaststaat, dat zijne gemeente na zijnen dood
-spoedig en zonder veel aarzelen dien weg opgegaan is, en in latere
-jaren geen geloovige eraan getwijfeld heeft, dat de wonderbaarlijke
-verovering in ééne eeuw van de landen tusschen Gibraltar en de grenzen
-van het Chineesche rijk geschied was op bevel van Allahs Gezant.
-
-Lang heeft men zich in Europa van dien zegetocht van den Islâm door
-een groot deel der wereld voorgesteld, dat hij was uitgevoerd door
-benden van woedende fanatieken, die met den Qoerân in de eene, het
-zwaard in de andere hand, slechts de keus lieten tusschen den dood en
-de aanneming van het Mohammedaansche geloof. Van verschillende zijden
-is die voorstelling van den gang der zaak bestreden; het krachtigst
-en met bijzonder veel talent door T. W. Arnold, hoogleeraar eerst te
-Aligarh in Britsch-Indië, thans te Londen, in zijn werk "The Preaching
-of Islam, a history of the propagation of the Muslim faith".
-
-
-
-
-Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten de macht
-van den Islâm.
-
-Met eene bij Engelsche geleerden niet alledaagsche belezenheid in
-Oostersche zoowel als Westersche bronnen betoogt die geleerde, dat
-de Islâm zijne belangrijkste triomfen als godsdienst te danken heeft,
-niet aan de zegepraal zijner wapenen, maar aan de groote missionaire
-kracht, die hem eigen is en die hem in staat stelt, in hoogere mate
-dan andere wereldgodsdiensten, zonder eenig geweld in korten tijd
-vele adepten te winnen.
-
-Terwijl nu Professor Arnold bij de bekeering der volken tot den Islâm
-aan den godsdienstigen factor toch altijd de eerste plaats blijft
-toekennen, hebben zich in den laatsten tijd geleerden doen hooren,
-die deze zoo niet wegcijferen, dan toch vrij gering aanslaan. Zij
-willen de geweldige uitstrooming van menschen uit het Arabische
-schiereiland in de zevende eeuw en de plotselinge verovering van
-oude cultuurlanden door die halfbarbaren zoo goed als geheel uit
-economische oorzaken verklaren, even natuurnoodwendig als de zwelling
-der rivieren na de smelting der Alpensneeuw. Mohammeds godsdienst
-zou daarbij niet veel meer dan een begeleidend verschijnsel geweest
-zijn. De Italiaansche prins Caetani en de hoogleeraar Becker (vroeger
-te Hamburg, thans te Bonn) zijn wel de talentvolste woordvoerders
-dezer theorie. De gesteldheid van den Arabischen bodem dwingt telkens
-opnieuw de bewoners van dat waterarme land eenen uitweg daarbuiten
-te zoeken. Chronisch kookt de Arabische ketel over, en de omliggende
-landen worden dan aan de overstrooming ten prooi, tenzij zij krachtig
-genoeg zijn om met geweld het deksel gesloten te houden. Mohammeds
-prediking was slechts eene aanleiding, en het politieke verval van de
-twee toenmalige wereldrijken, het Perzische en het Oostromeinsche,
-hadden de gunstige bedding voor den stroom bereid, die vervolgens
-zonder moeite ook nog verder zijnen weg vond.
-
-Beide beschouwingen, de missionaire en de economische, als ik ze
-zoo eens mag noemen, hebben de verdienste van de aandacht te bepalen
-bij feiten, die men vroeger dikwijls heeft voorbijgezien. Zoo is het
-onweersprekelijk waar, dat de eerste Moslimsche veroveraars met veel
-meer ijver streefden naar uitbreiding van het gebied van den Islâm
-dan naar vermeerdering van het aantal der bekeerlingen tot hunnen
-godsdienst, dat de belastingen, die de getolereerde schriftbezitters
-opbrachten, hun vaak minstens even welkom waren als hunne erkenning
-der goddelijke zending van Mohammed. Vele Mohammedaansche staatslieden
-waren geneigd om de aan de schriftbezitters gewaarborgde tolerantie
-uit te strekken, niet alleen tot de Perzische vuuraanbidders, maar
-ook tot Hindoes en anderen, die men met de noodige welwillendheid
-tot de openbaringsvolken kon rekenen. Men vindt in de middeleeuwen
-in Mohammedaansche landen groote en welvarende gemeenten van
-niet-Mohammedanen (vooral Joden en Christenen), die eene mate van
-bescherming genieten, zooals men die destijds in Christelijke landen
-aan andersdenkenden niet verleende. De bekeering tot den Islâm van de
-massa der bevolking in Perzië of in Christelijke landen als Egypte en
-Syrië vond langzamerhand, en geruimen tijd na de verovering plaats,
-volgens de missionaire beschouwing door de innerlijke kracht der
-Mohammedaansche zending, volgens de economische alweder door motieven
-van economischen aard.
-
-
-
-
-De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het voorname
-middel.
-
-Men kan echter vol recht laten wedervaren aan alle feiten, die door
-de voorstanders der beide theorieën naar den voorgrond gebracht zijn,
-zonder eene dier toch al te eenzijdige verklaringen te aanvaarden,
-zonder de geheel eenige beteekenis der door Mohammed gewekte religieuze
-beweging voorbij te zien, en ook zonder te ontkennen, dat geweld tot
-de ongehoord snelle uitbreiding van den Islâm zeer belangrijk heeft
-bijgedragen. Eene onbevangen beschouwing der historische feiten is
-al voldoende om dit in te zien.
-
-Zoo moge men de bekeering der massa van de Christenbevolkingen van
-Syrië, Egypte en Noord-Afrika tot den Islâm eene vrijwillige noemen,
-zij was dan toch door de verovering hunner landen voorafgegaan en
-voorbereid. Na de annexatie bij het Moslimsch gebied genoten zij wel
-eene met middeleeuwschen maatstaf gemeten vrij groote tolerantie,
-maar de vrijheid hunner levensuitingen was dan toch zeer beperkt en in
-alles moesten zij zich de minderen van de ingedrongen overheerschers
-toonen. Al gingen sommige Mohammedaansche bestuurders zeer ver in de
-begunstiging van Joodsche of Christelijke individuën, het meerendeel
-der belijders van deze getolereerde godsdiensten had veel te lijden
-van het misbruik, dat het Mohammedaansche plebs maakte van zijne
-kunstmatige maatschappelijke meerderheid.
-
-Zeker was het voor de Moslimsche propaganda eene begunstigende
-omstandigheid, dat de Oostersche kerk in een allerjammerlijksten
-toestand van geestelijk verval verkeerde, zoodat sommige Europeesche
-geleerden in den Islâm met zijne eenvoudige leer zonder clerus of
-dogmatische haarkloverij eene welkome geestelijke verlossing hebben
-gezien voor de Monophysieten, Nestorianen of hoe verder de Christelijke
-secten van het Oosten heeten. Maar het is dan toch duidelijk, dat zij
-die verlossing nooit gezocht zouden hebben, wanneer niet directe en
-indirecte dwang hen uit de kerk naar de moskee gedreven had.
-
-
-
-
-Het systeem van den Islâm getuigt hiervan.
-
-Het sterkst en ondubbelzinnigst uit zich die dwang in het stelsel
-van den Islâm zooals dat ongeveer sinds de derde eeuw van de Hidjrah
-bestaat en door de geheele Mohammedaansche wereld is erkend. Men vindt
-het uiteengezet in de gezaghebbende leerboeken over de wet. De wijze,
-waarop de Islâm zich behoort uit te breiden, wordt daar aangegeven
-in de hoofdstukken over den heiligen oorlog en verwante onderwerpen.
-
-
-
-
-Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog.
-
-De aarde heeft men volgens die leer te beschouwen als verdeeld in
-gebied van den Islâm en gebied van den oorlog.
-
-Het gebied van den Islâm staat onder het gezag van het hoofd der
-geheele Moslimsche gemeente, den imâm (leider) of chalief (opvolger),
-namelijk van den Gezant van Allah in diens hoedanigheid van bestuurder
-der geloovigen. De bewoners van dit gebied zijn òf Mohammedanen
-òf getolereerde schriftbezitters, die onder allerlei beperkende en
-vernederende voorwaarden de bescherming van leven en have door den
-Moslimschen staat genieten.
-
-
-
-
-Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm.
-
-Theoretisch rekent men tot de "dâr al-Islâm" ook zulke landen,
-van welke men aanneemt, dat zij vroeger onder Mohammedaansch
-gezag gestaan hebben, al worden zij thans door niet-Mohammedanen
-bestuurd. Zoo gelden dus Britsch- en Nederlandsch-Indië, voor zoover
-zij door Mohammedanen bewoond worden, als gebied van den Islâm. Ten
-onrechte hebben W. Hunter en andere Britsche staatslieden zich
-hierover verheugd, daar zij meenden, dat deze leer opstanden van
-Britsch-Indische Moslims tegen het Engelsche gezag tot onwettige
-woelingen stempelde. IJdele illusie! Werden die Oostersche wingewesten,
-evenals bijv. Engeland en Nederland zelf, door de Moslimsche wet bij
-het gebied van den oorlog ingedeeld, dan zou als regel, zij het niet
-geheel zonder uitzonderingen, gelden, dat vijandige handelingen van
-Mohammedanen tegen zulke landen slechts mochten ondernomen worden
-krachtens machtiging van het hoofd der Moslimsche gemeenschap. In
-gebied van den Islâm daarentegen zijn niet-Moslimsche overheerschers
-abnormale verschijnselen, die men slechts dulden mag zoolang men zich
-buiten staat acht ertegen te reageeren.
-
-Het gedeelte der aarde, dat buiten het gebied van den Islâm valt, is
-in zijn geheel gebied van den oorlog, dat wil zeggen bestemd om met
-den spoed, dien de omstandigheden toelaten, door middel van geweld
-tot gebied van den Islâm gemaakt te worden. Voor volslagen heidenen
-kan die onderwerping slechts geschieden in den vorm van bekeering
-tot het geloof aan Allah en Zijnen Gezant; degenen, die eenen door
-den Islâm erkenden godsdienst belijden, mogen volstaan met erkenning
-van het Moslimsche staatsgezag als hunne overheid.
-
-
-
-
-De heilige oorlog.
-
-Dit zijn de hoofdlijnen van het systeem; men ziet, dat van de
-legende van den Moslim met het zwaard in de eene, den Qoerân in
-de andere hand toch dit overblijft, dat de Mohammedaansche wet de
-alleenheerschappij van hetgeen zij voor de waarheid houdt door den
-sterken arm verzekerd wil zien, dat de ware zending in den geest der
-wet bestaat in de onderwerping van andersdenkenden door de Moslimsche
-legermacht. Verdienstelijk maken zich ongetwijfeld Mohammedaansche
-kooplieden of kolonisten in heidensche landen, waarin Moslimsche legers
-nog niet konden doordringen, door als pioniers langs vreedzamen weg
-aanhangers voor hun geloof te winnen, en even prijzenswaard wordt
-het geacht, wanneer anderen onder de gedulde Joden, Christenen,
-enz. bekeerlingen trachten te maken. Dit alles neemt niet weg, dat het
-middel bij uitnemendheid tot verbreiding des geloofs naar de letter en
-den geest van de heilige wet gezocht moet worden in maatregelen van
-geweld. Die wet beschouwt alle niet-Moslims als vijanden der groote
-monarchie van Allah, wier weerstand tegen Zijne alleenheerschappij
-door de Mohammedanen gebroken moet worden.
-
-
-
-
-De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand.
-
-Het staat ons niet vrij, met Prof. Arnold in strijd met de uitspraken
-der Moslimsche wetgeleerden van alle eeuwen, te beweren, dat dit
-stelsel niet het ware is, dat het berust op onjuiste opvatting
-van eenige Qoerânverzen, dat de ware Islâm uitbreiding van het
-geloof alleen door overtuiging verlangt. Wel stemt eene kleine
-groep van moderne Mohammedanen met die aanpassing van den Islâm aan
-nieuwerwetsche begrippen in, maar zij vertegenwoordigen al evenmin de
-leer van den godsdienst, waarin zij geboren werden, als de modernisten
-die der Katholieke kerk.
-
-Meer waarde zou men geneigd kunnen zijn toe te kennen aan het argument,
-dat, zoo ergens, dan zeker in den Islâm, theorie en practijk,
-stelsel en leven vaak wijd uiteenloopen. Inderdaad hebben menigmaal
-Moslimsche bestuurders tegenover niet-Mohammedanen in en buiten
-hun gebied eene veel transigentere houding aangenomen dan die het
-systeem hun voorschreef. Aan den anderen kant ging het mindere volk
-zich jegens de getolereerden vaak te buiten op eene wijze, die de
-Mohammedaansche wet streng afkeurt. Maar van veel meer beteekenis dan
-zulke afwijkingen ter rechter of ter linker zijde is het onbetwistbare
-feit, dat de leer van den heiligen oorlog en hetgeen daarbij behoort
-zich volkomen logisch ontwikkeld heeft uit beginselen, die wij van
-de verovering van Mekka door Mohammed af tot in de derde eeuw der
-Hidjrah toe zien voortwerken. Zonder sprongen of tegenstellingen,
-zonder sporen van principieele ontleening van buiten sluit zich hier
-het volgende steeds bij het voorgaande aan.
-
-Mohammed is in de laatste jaren van zijn leven op niets meer bedacht
-dan op middelen om het aantal der geloovigen uit te breiden, waarbij
-natuurlijk steeds minder op bewijzen van innigheid des geloofs kan
-worden gelet. De door hem onderworpen Arabieren vallen dan ook na
-zijnen dood voor een groot deel weder af, maar Aboe Bakr, die hem als
-hoofd der gemeente opvolgt, beschouwt, geheel in Mohammeds geest, de
-wederonderwerping dier ontrouwen als eerste en voornaamste taak der
-geloovigen, en onder zijne leiding wordt die taak op schitterende
-wijze volbracht. En daarop volgt onmiddellijk de verovering van
-een belangrijk deel der wereld door de nu definitief geïslamiseerde
-Arabieren. Geheel evenwijdig met dezen loop der zaken beweegt zich de
-theorie der wetgeleerden, die vooral in de eerste eeuw van den Islâm
-het deelnemen aan den heiligen oorlog bijna tot een hoofdplicht voor
-alle geloovigen willen maken en geen heerlijker einde van een vroom
-leven kennen dan den dood op het slagveld als getuige des geloofs, als
-martelaar (sjahîd). Drongen in de eerste eeuwen onzer jaartelling vele
-Christenen naar eene gelegenheid om zich de kroon van het passieve
-martelaarschap te verwerven, vele malen grooter was het aantal der
-oudste Islâmbelijders, die als actieve geloofsgetuigen met ijver den
-dood op het slagveld zochten in den strijd met hen, die het gezag
-van Allah en Zijnen Gezant weerstonden.
-
-Deze overdrijving der waarde van het oorlogsbedrijf kon evenmin
-duurzaam zijn als de zegevierende tochten van den Islâm door de wereld;
-toen die veroveringen hare voorloopige grenzen bereikt hadden, kwam
-weldra in de school de kalmere beschouwing tot heerschappij, volgens
-welke de vrome ook door levenslange uitoefening van een vreedzaam
-bedrijf aanspraak op den eerenaam van geloofsgetuige kan verwerven. De
-heilige oorlog bezonk in het stelsel als eene solidaire verplichting
-der gemeente in haar geheel, waaraan slechts zoovele geloovigen
-behoefden deel te nemen als de omstandigheden volgens het oordeel
-van het staatsbestuur telkens vereischten. Maar de oorlogstoestand
-mocht dan toch niet als geëindigd worden beschouwd voordat het door
-Allah gewezen doel: onderwerping der gansche wereld aan den Islâm,
-bereikt zou zijn.
-
-
-
-
-De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens.
-
-Over de hoofdzaken van deze leer bestaat tusschen de wetgeleerden der
-verschillende scholen en perioden geen verschil van meening, en zij
-is meer wellicht dan eenig ander deel der wet populair geworden ook
-bij de leeken, bij de groote onwetende schare zelfs. Zij is het kort
-begrip van de actie van den Islâm naar buiten in het glansrijkste
-tijdperk, dat hij beleefd heeft, omgezet in een voor alle tijden
-geldend voorschrift. Zij vleit in hooge mate de ijdelheid der menigte:
-men behoeft slechts de dubbele geloofsbelijdenis te hebben uitgesproken
-om zeker te zijn, dat men behoort tot de gemeenschap, aan welke Allah
-de heerschappij over de wereld heeft beloofd. Zij werkt na, ook sedert
-de wereldgeschiedenis den spot is gaan drijven met hare hoovaardige
-pretentie: in de scholen der wetgeleerdheid blijft men haar voordragen
-omdat zij, gelijk de geheele wet, als van onfeilbaar gezag geldt voor
-alle tijden, en het gemeene volk blijft daaraan kracht ontleenen voor
-zijne ijdele verwachtingen, gepaard met haat jegens "ongeloovigen".
-
-
-
-
-De andere opvatting is ver in de minderheid.
-
-De Jong-Turken en andere modern gevormde Mohammedanen hebben wel eens
-gewenscht, dat zij die geheele leer van den djihâd konden opbergen
-in het museum hunner staatkundige antiquiteiten, en vele niet modern
-ontwikkelde wereldwijzen deelen om zuiver practische redenen dien
-wensch. Toch kan niemand hunner de verhouding van den Islâm tot andere
-godsdiensten principieel op nieuwe grondslagen trachten te vestigen
-zonder het vertrouwen van de meerderheid te verbeuren en met veler
-instemming beschuldigd te worden van ongeloof.
-
-Toen in 1908 de aanvoerders der Jong-Turksche revolutie in hun
-eerste élan de woorden: "vrijheid, gelijkheid en broederschap" in
-hunne vanen schreven, werd hun weldra met instemming van de massa der
-bevolking door de schriftgeleerden beduid, dat die gelijkheid alleen
-mocht bestaan in gelijke aanspraken op bescherming van rechten, welke
-rechten zelve echter voor de belijders der verschillende godsdiensten
-niet gelijk waren; en de broederschap, die heeft men later, als al
-te aanstootelijk, maar geschrapt.
-
-
-
-
-Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in den Islâm.
-
-De billijkheid gebiedt, dat wij ons hierbij herinneren, hoe ook in de
-Christenwereld, met name in de middeleeuwen, staatsmacht en godsdienst
-bedenkelijke bondgenootschappen gesloten hebben. Christenvorsten
-en -volken hebben met geweld heidenen bekeerd, ongeloovigen en
-ketters ter eere Gods gefolterd en gedood, Joden op onmenschelijke
-wijze behandeld. Maar nooit heeft men uit de Christelijke heilige
-schriften voor alle tijden geldende voorschriften afgeleid, die zulke
-practijken sanctioneerden. Het is het ongeluk van den Islâm geweest,
-dat hij gemeend heeft eens voor altijd met onfeilbaar gezag regelen te
-moeten geven, die alle handelingen der geloovigen tot in de geringste
-bijzonderheden bepaalden, en dat hij deze onmogelijke taak kwam te
-vervullen juist in een tijdperk, waarin onverdraagzaamheid zoowel in
-het Westen als in het Oosten heerschappij voerde. De leer, dat men
-voor hetgeen men als de waarheid beschouwt met geweld aanhangers moet
-winnen, bleef dus als eene erfelijke ziekte aan het eene geslacht na
-het andere der belijders van den Islâm eigen.
-
-
-
-
-Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast.
-
-De geheele opvatting van godsdienstige zending wordt in den Islâm
-door deze leer beheerscht. Zeker, men vindt onder Mohammedanen zeer
-uiteenloopende geestelijke typen, en daaronder ook zulke, die zich
-uit deernis met de toekomstige eeuwige ellende der heidenen geroepen
-voelen, hun de waarheid te prediken; maar het type van den Moslimschen
-propagandist vertoonen dezulken niet. De echte ijveraar voor de
-uitbreiding van het Mohammedaansche geloof beschouwt het veeleer
-als zijne taak, als een trouw soldaat van zijnen God, diens rijk
-op aarde te helpen vergrooten door verdelging van Zijne vijanden en
-vermeerdering van het aantal Zijner trouwe onderdanen. Dit laatste
-kan, behalve door geweld, ook door overreding gebeuren. De wet
-wijst ook daarin den weg. Zij wil in aansluiting weder aan hetgeen
-Mohammed deed in zijne laatste levensjaren, dat men ongeloovigen door
-wereldsch voordeel verlokke tot Islâm, tot onderwerping aan Allah
-en Zijnen Gezant; zelfs is een deel van zekere staatsinkomsten (van
-de zakât genoemde godsdienstige belasting) uitdrukkelijk voor dit
-doel aangewezen. Met een niet ongerechtvaardigd beroep op Mohammeds
-handelwijze ten aanzien van de voorname Qoeraisjieten na hunne
-gedwongen bekeering tengevolge der verovering van Mekka, leert de wet,
-dat men vooral bekeerlingen van hoogen rang en stand door wereldsch
-voordeel blijvend aan den Islâm moet trachten te binden, ook om door
-dit voorbeeld aantrekkend te werken op hunsgelijken en op degenen,
-over wie zij gezag hadden. De geloovige, die door persoonlijke
-bemoeienis menschen voor den Islâm weet te winnen met behulp van
-prikkeling en bevrediging hunner begeerlijkheid naar rijkdom of eer,
-maakt zich daardoor uitermate verdienstelijk, en niemand denkt eraan,
-hem vermenging van materieele en geestelijke dingen te verwijten.
-
-Soortgelijke middelen van propaganda zijn in vroeger en later tijd in
-de Christelijke wereld niet zelden aangewend. Het verschil is echter
-weer, dat die methode in den Islâm in de periode van haren bloei met
-onfeilbaar geacht gezag voor altijd tot wet is verheven.
-
-
-
-
-De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt.
-
-Het spreekt wel van zelf, dat in den gedachtengang, die deze wijze
-van uitbreiding van den Islâm beheerscht, het stellen van belangrijke
-eischen van voorbereiding aan degenen, die tot de gemeente willen
-toetreden, uitgesloten is. Men zou daardoor de bovenal gewenschte
-vermeerdering van het aantal der Moslims in gevaar brengen.
-
-In de eerste tijden is er wel eenige aarzeling geweest in de
-beantwoording der vraag, met welk minimum van naleving der wet men
-nog als Mohammedaan kon gelden. De wet stelt in hare positieve en
-negatieve geboden lang niet lichte eischen aan het individu, maar
-men was het er al vroeg over eens, dat de geloovige trots vele zonden
-van nalatigheid en overtreding mocht hopen op Allahs genade, en dat
-in ieder geval de straf, die hij in de hel zou hebben te boeten, eens
-een einde zou nemen, waarna hij het paradijs zou beërven. Het kwam er
-dus maar op aan, te weten, door welke daden men afvallig werd. Ten
-slotte heeft deze opvatting gezegevierd, dat alwie de belijdenis,
-dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Allahs gezant is,
-heeft uitgesproken met volle bewustheid van hetgeen hij deed, als
-Moslim beschouwd moet worden, en dat hij dit blijft, zoolang hij die
-belijdenis niet heeft herroepen noch een van de geboden van Allahs wet
-voor ongeldig heeft verklaard, ook al volbrengt hij geen van alle. De
-bedenking, dat men aldus gevaar loopt, schijngeloovigen te kweeken,
-wordt weerlegd met de herinnering, dat alleen aan Allah het oordeel
-toekomt over de echtheid van iemands geloof, terwijl de menschen
-elkander slechts naar uiterlijke kenmerken kunnen beoordeelen. Het
-uiterlijke kenmerk nu van hen, die tot de gemeente van Mohammed
-behooren, is het uitspreken der geloofsbelijdenis, niet gevolgd door
-woorden of daden, die deze uitspraak van kracht berooven.
-
-Heeft men dit geheele stelsel der Moslimsche propaganda wel begrepen,
-dan heeft men tevens den sleutel tot het geheim der vaak bewonderde
-missionaire kracht, die in den Islâm woont, en die hem tot een zoo
-gevreesd mededinger maakt voor de Christelijke zending, vooral waar
-beiden onder volken van lage beschaving werken. Den menschelijksten
-aller openbaringsgodsdiensten heeft een Duitsch oriëntalist den Islâm
-genoemd. Inderdaad tracht hij als zendingsgodsdienst een menschelijk
-doel met geheel menschelijke middelen te bereiken.
-
-
-
-
-Geen priesterschap noch geordende heidenmissie.
-
-Ieder Moslim, hoe onwetend hij overigens zij, kan te allen
-tijde iederen ongeloovige, die Mohammedaan wil worden, den weg
-wijzen om onverwijld en zonder ceremoniën in den Islâm te worden
-opgenomen. Sacramenten kent de Islâm niet, derhalve evenmin priesters
-of andere gewijde of geordende personen, die deze hebben uit te
-deelen. Zendelingen van beroep zijn er ook niet. De uitspraak, dat
-ieder Mohammedaan op zijnen tijd een zendeling is, moge overdreven
-zijn, als men daaronder wil verstaan, dat allen vervuld zijn van
-fanatieken ijver tot verbreiding van hun geloof, zij is waar in
-dezen zin, dat niemand door de gemeente of eenig ander lichaam voor
-de missie wordt afgevaardigd, maar dat de meesten als de gelegenheid
-zich biedt, gaarne medewerken om leden te winnen voor de gemeenschap,
-waartoe zij behooren.
-
-
-
-
-Leekenpropaganda.
-
-Voor kolonisten of kooplieden, die zich duurzaam of tijdelijk
-vestigen in een land met heidensche bevolking, is dit zelfs geboden
-door eigenbelang. Zij willen daar een eigen milieu hebben, in de
-eerste plaats een eigen gezin, maar dan verder een eigen wijderen
-kring, hoe wijder hoe liever. Dit alles gaat niet zonder het maken
-van bekeerlingen. Met eene heidensche vrouw mag de Mohammedaan niet
-trouwen, in een anderen godsdienst dan de Islâm zijne kinderen niet
-laten opvoeden. De vreemdeling maakt dus der vrouw zijner keuze den
-overgang tot zijne gemeenschap zoo gemakkelijk mogelijk en tracht ook
-de hem verzwagerden te winnen. Zoo gaat het verder, en er ontstaat
-weldra een groep van geloovigen van eenigszins gemengd bloed, die zich
-door wereldkennis, ontwikkeling van den geest en onderling verband
-voordeelig onderscheidt van de overige bevolking. De niet bekeerde
-bevolking ziet tegen de bekeerden op; door den Islâm aan te nemen
-voelen die heidenen zich, ook maatschappelijk, omhoog gaan.
-
-
-
-
-Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke.
-
-Hier hebben wij weder eene omstandigheid, die gedeeltelijk verklaart,
-waarom de Mohammedaansche propaganda sneller pleegt te slagen dan de
-Christelijke. In den Islâm volgt de grootst mogelijke assimilatie
-onmiddellijk op de bekeering; de Christelijke zendeling, hoe vol
-toewijding ook, blijft met zijne rasgenooten voor de primitieve
-bevolking, waaronder hij werkt, vreemdeling. Met recht vestigt
-professor Arnold hierop bijzonder de aandacht, en dit doen de meesten,
-die den voortgang van den Islâm bijv. in Midden-Afrika waargenomen
-hebben. Een Engelsch zendeling aldaar, die dezen ban wilde breken
-en met eene negerin trouwde, verwekte zulk eene ergernis met deze
-toepassing der eenheid in het geloof, dat hij zich genoodzaakt zag,
-de kolonie te verlaten.
-
-Maar, wij zagen het al, er komt nog zooveel verlokkelijks bij. De
-nieuwbekeerde, wiens overgang hem geen moeite kost, heeft aanspraak
-op de gunsten zijner nieuwe broeders, en deze aanspraken worden in
-de practijk gaarne erkend. Hoe weinig hij ook aanvankelijk van den
-inhoud van het door hem aangenomen geloof moge leeren, hoe weinig
-van de voorschriften der wet hij moge naleven, hij mag zich dadelijk
-koesteren in het bewustzijn, te behooren tot degenen, die bestemd zijn
-om over alle anderen te heerschen en die het recht hebben ten nadeele
-van niet-Mohammedanen die heerschappij te helpen bespoedigen. Bij
-zulk een sprong naar boven geldt het slechts als een gering bezwaar,
-dat de gewoonte--niet de wet--in de meeste gevallen verlangt, dat de
-bekeerling zich spoedig onderwerpe aan de besnijdenis.
-
-De populariteit van de leer van den heiligen oorlog doet zich nu
-bij zulke primitieve volken, wanneer zij gedeeltelijk door vreemde
-kolonisten of kooplui geïslamiseerd zijn, vaak in dien zin gelden,
-dat zij hunne nog niet bekeerde rasgenooten om hun ongeloof gaan
-bestrijden. De neigingen van min beschaafde menschen worden daarbij
-op voor hen aangename wijze geprikkeld en vinden eene welkome
-speelruimte. Met anderen geweld aan te doen, te plunderen of tot
-slaven te maken weten zij nu een Gode welgevallig werk te verrichten,
-mits die anderen heidenen zijn. De menschelijke ijdelheid en hebzucht
-worden gestreeld en gesteld in dienst van de propaganda. Het bezwaar,
-dat men op die manier heiligen oorlog van offensieven aard voert zonder
-de machtiging van den chalief, die hiervoor in den regel vereischt
-is, wordt ondervangen door de leer, dat in streken, die wegens verren
-afstand of om andere redenen buiten het bereik van het centrale gezag
-liggen, invloedrijke hoofden mogen doen hetgeen des chaliefs is.
-
-
-
-
-Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is weinig gedaan.
-
-Al heeft dus de Islâm, in de plaats van het evangelische "onderwijst
-al de volken", het bevel "onderwerpt al de volken" als een hoofdgebod
-voorop gesteld, hij is daarmee geenszins tevreden, maar wil, dat
-op de onderwerping onderwijzing volge. Het bovenal streven naar
-uitbreiding van gebied en vermeerdering van het aantal dergenen, die
-de geloofsbelijdenis hebben uitgesproken, heeft echter vanzelf tot
-eene minder krachtige werking in de diepte geleid. Nog tal van andere
-omstandigheden komen daarbij, die maken dat de geestelijke opvoeding
-der voor den Islâm gewonnenen in den regel veel te wenschen overlaat.
-
-Reeds vroeg zijn de schriftgeleerden zich gaan verdiepen in dogmatische
-en juridische spitsvondigheden, en in de drukte van hun onderlingen
-strijd vonden zij niet veel tijd om zich met de geestelijke belangen
-der ongeletterden bezig te houden. Voor hen scheen het nu eenmaal in
-de natuur der dingen te liggen, dat eene kleine uitgelezen schare van
-kenners der wet met zelfgenoegzame minachting neerzag op de menigte
-der onwetenden. Van eenig gevoel van medeverantwoordelijkheid voor
-dien toestand vindt men bij hen zelden eenig spoor.
-
-De minderheid der bevolking, die eenig onderwijs genoot, ontving
-dit in den meest onpractischen vorm. In de eerste eeuwen van den
-Islâm kon men nog de illusie koesteren, dat in alle Mohammedaansche
-landen de oude landtalen het veld zouden ruimen voor het Arabisch. Op
-deze later onhoudbaar gebleken onderstelling is bijna geheel het
-elementaire godsdienstonderwijs gebaseerd. Wie iets leeren wil,
-wordt ondersteld, Arabisch, en wel liefst klassiek Arabisch te
-verstaan. Eerst later werden schoorvoetend kleine concessies aan de
-moedertalen der geloovigen gedaan. Toch bleef eene kennis der wet,
-die iets beduidde, zonder bedrevenheid in het Arabisch zoo goed als
-onmogelijk. De leeken moesten het doen met een werktuigelijk leeren
-opdreunen van den Qoerân in het oorspronkelijk en met eenige even
-werktuigelijke oefening in het ritueel. Het plebs bleef meerendeels
-zelfs hiervan verstoken.
-
-
-
-
-Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de cultuur
-beheerschen.
-
-Geen wonder dus, dat in nagenoeg alle Mohammedaansche landen de
-geestelijke gedachtensfeer, waarin de eigenlijke bevolking leeft,
-meer oorspronkelijk heidensche dan Mohammedaansche elementen in zich
-bevat. Men neme kennis van de beschrijvingen van de populaire zeden
-en gebruiken en van het volksbijgeloof, dat in het leven de hoofdrol
-speelt, in Noordwest-Afrika, in Egypte, in Syrië, ja in het stamland
-van den Islâm, in Arabië zelf, overal ziet men de eenheid van Allah
-verscholen achter een onnoemelijk aantal levende en doode heilige
-personen en voorwerpen, die de hoogste vereering genieten, overal de
-middelen, die de wet aangeeft om Allahs gunst te verwerven, verdrongen
-door magische practijken, die van vóór den Islâm dateeren. Het
-Moslimsche bepaalt zich bij de menigte voor de vromeren tot eenige
-ritueele uiterlijkheden, voor de meerderheid tot eenige leuzen en
-phrasen, soms bovendien het daarstraks door mij beschreven gevoel
-van deel uit te maken van de tot heerschappij geroepen gemeenschap.
-
-Is dit alles zoo in het stamland van den Islâm en in de landen, die hij
-het eerst aan zich onderwierp, het spreekt van zelf, dat de officieele
-leer en het volksleven nog veel verder van elkander verwijderd moeten
-zijn daar, waar de Islâm eerst later binnendrong, en zeer geleidelijk
-veld won door de assimileerende kracht van vreemdelingen, die om
-zich heen propaganda maakten, ten slotte gevolgd door vreedzame of
-gewelddadige uitbreiding van het geloof door het bekeerde deel der
-inheemsche bevolking zelve.
-
-
-
-
-In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen.
-
-Het was op de laatst bedoelde wijze, dat het Mohammedanisme zijne
-belijders in den Indischen Archipel verkreeg. Mohammedaansche
-kooplieden uit Voor-Indië, het eeuwenoude spoor hunner Hindoesche
-landgenooten volgend, vestigden zich tijdelijk of voor goed in eenige
-kustplaatsen dezer eilanden. Deze kleine koloniën oefenden de gewone
-aantrekkingskracht, zelfs op Java, ofschoon hier het Hindoeisme al
-eeuwen lang de cultuur beheerschte. Men vergete hierbij niet, dat
-het Hindoeisme hier niet zoo diepe wortels kon schieten als in zijn
-vaderland, waarbuiten het zich in den regel niet verbreidt, en dat de
-Hindoecultuur hare geestelijke verfijning niet mededeelt aan de tot
-lagere kasten gerekende massa, zoodat voor eene groote meerderheid
-juist onder het Hindoeistisch régime veel aanleiding kan bestaan om
-in den Islâm verlossing te zoeken uit zijn staat van vernedering.
-
-
-
-
-De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen vergelijken.
-
-De propaganda was voor die vreemdelingen stellig vaker middel
-dan doel. Men kan er zeker van zijn, dat de meesten hunner meer
-van avonturiers dan van missionarissen weg hadden, al heeft de
-volkslegende hunne nagedachtenis met stralenkransen van heiligheid
-omgeven. Ook in Mohammedaansche landen waren het destijds niet in de
-eerste plaats de deugdzamen, die in het Verre Oosten hunne fortuin
-gingen zoeken. Nog in onze dagen gaat de Moslimsche propaganda
-onder de heidenen van Oost-Indië steeds in de eerste plaats van
-zulke gelukzoekers uit. Daarom is het zoo dwaas, wanneer onhandige
-zendingsvrienden deze soort van missie gaan vergelijken met die van
-geordende zendelingen des Christendoms, en dan der Regeering verwijten,
-dat Zij Mohammedaansche zendelingen niet aan een soortgelijk toezicht
-onderwerpt als Christelijke. Ik laat de vraag geheel ter zijde,
-of het noodig is, de werkzaamheid der Christelijke zendelingen
-te binden aan de voorwaarde eener bijzondere toelating zooals het
-vigeerende Regeeringsreglement die voorschrijft. Maar ten opzichte van
-Mohammedanen zou iets dergelijks volstrekt onmogelijk zijn, daar ieder
-Mohammedaansch handelaar, die met heidenen zaken doet, indien hem zulks
-gelegen komt, aanhangers voor zijnen godsdienst wint. De Europeesche
-koopman, gesteld dat hij er neiging toe had, zou dit niet kunnen
-doen, daar hem èn de bekwaamheid tot het geven van het voorbereidend
-onderricht, èn, wat meer is, de bevoegdheid tot het toedienen van
-het onmisbare sacrament van den doop ontbreekt. Het eene zoowel als
-het andere is voor eene bekeering tot den Islâm overbodig: tot dezen
-godsdienst bekeert de heiden na bekomen inlichting zonder iemands
-bijstand zichzelf. Aan Mohammedaansche kooplieden, die heidensche
-streken bezoeken, te verbieden, die inlichting te verstrekken, dat
-zou strijden met elk beginsel van godsdienstvrijheid en het verbod
-zou bovendien practisch niet te handhaven zijn.
-
-
-
-
-De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche ambtenaren
-in heidensche streken invoert.
-
-Wel verdient het voor de Regeering aanbeveling, bij het onder
-geregeld bestuur brengen van heidensch gebied zooveel doenlijk te
-waken tegen onwillekeurige bevordering der uitbreiding van den Islâm,
-die licht het gevolg is van den invoer van Inlandsch-Mohammedaansche
-staatsdienaren. Ook het Duitsche koloniale bestuur in Oost-Afrika
-heeft met deze moeielijkheid te kampen, en bij ons is de verleiding
-bijzonder groot, daar de Inlandsche ambtenaren van Java in den regel de
-best ontwikkelde, met onze bestuursbeginselen meest vertrouwde zijn,
-terwijl overdreven godsdienstijver onder hen zelden voorkomt. Toch
-strekt hunne plaatsing in heidensche landen op den duur, evenzeer als
-de immigratie van Mohammedaansche avonturiers, tot verbreiding van
-den door hen beleden godsdienst, en kan zij aldus ten gevolge hebben,
-dat de bevolking, onder welke zij werken, gewonnen wordt voor een
-stelsel, waaraan de Javanen zelve bezig zijn te ontgroeien. Moslimsche
-kooplieden uit eenig deel van den Archipel te weren, omdat zij de
-propaganda in de hand werken, dat zou zonder onverdedigbare willekeur
-niet gaan; daarentegen is het met eenig beleid wel te voorkomen,
-dat men zelfs indirect de islamiseering van niet-Mohammedanen zou
-gaan bevorderen.
-
-
-
-
-Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië gewelddadig
-uit.
-
-Het door vreemde avonturiers begonnen werk der islamiseering van
-de Oost-Indische eilanden werd door de bekeerde Inlanders zelve
-voortgezet. In het midden der veertiende eeuw prijst de Arabische
-reiziger Ibn Battoetah den Moslimschen vorst van Soematra-Pasè om de
-heilige oorlogen, die hij voerde tegen de heidenen in het binnenland
-van het eiland. De Mohammedaansche koloniën aan de Noordkust van Java
-ontwikkelden zich tot rijkjes, die ten slotte deels door aantrekking,
-deels door strijd Madjapait en Padjadjaran overweldigden. Van Java
-uit verbreidde zich de Islâm over Zuid-Soematra, deelen van Borneo
-en van Celebes en meer Oostelijk gelegen eilanden.
-
-
-
-
-De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon pas later
-te werken.
-
-Onder de uit Indië afkomstige eerste invoerders van den Islâm in den
-Archipel waren er met Arabische stamboomen van twijfelachtige echtheid,
-en ook wel enkele van onverdacht Arabische afkomst. Dit neemt niet weg,
-dat hun Islâm een ontwijfelbaar Indisch karakter vertoonde, en zich dus
-met name op Java uitnemend aansloot bij de Hindoeistische elementen,
-die zich daar lang te voren met het oorspronkelijke animisme vermengd
-hadden. Eigenlijk Arabische invloed deed zich eerst later gelden. Het
-waren Arabische gelukzoekers van voorname geboorte in Hadhramaut,
-die de kustrijkjes van Siak op Soematra en van Pontianak op Borneo
-stichtten. Emigranten uit dat Zuid-Arabische gebied vestigden zich
-sinds anderhalve eeuw in Palembang en verschillende handelshavens van
-Java en Madoera. De geletterden onder hen deden hun best om zoowel de
-specifiek Voor-Indische elementen van den hier ingevoerden Islâm als
-de voor hen meest aanstootelijke bestanddeelen van Hindoeistischen en
-animistischen oorsprong uit geloof en zeden der inheemsche Mohammedanen
-te verwijderen. Eene veel krachtiger werking in dergelijke richting
-ging echter van Mekka uit, niet zoozeer omdat zich ook enkele Mekkanen
-in Oost-Indië vestigden, als wel omdat in verband met de bedevaarten
-naar het heilige land sinds ongeveer twee en eene halve eeuw vele
-Inlanders te Mekka hunne studiën maakten of voltooiden. De vreedzame
-verdringing van de aan de Indische Mohammedanen ontleende methoden
-en denkwijzen door Arabische, die door de werkzaamheid der uit Mekka
-volleerd teruggekeerden begon, is nog niet afgeloopen, maar wint
-geleidelijk veld.
-
-
-
-
-Samenvatting.
-
-Wij hebben nu, denk ik, in hoofdtrekken het beeld voor ons van de
-wijze, waarop de Islâm getracht heeft, zijn ideaal van heerschappij
-over heel de menschheid te verwezenlijken en van de soort van zending,
-die een groot deel van den Indischen Archipel voor dezen godsdienst
-won. Van het jaar 630 af zocht hij de bereiking van zijn doel bovenal
-in onderwerping van de grootst mogelijke menschengroepen in den
-kortst mogelijken tijd; eene methode, die ook buiten den Islâm in
-de middeleeuwen vele aanhangers had. In het stelsel, dat omstreeks
-900 zijne definitieve afronding verkreeg, bleef deze toepassing
-van materieele machtsmiddelen de eerste plaats innemen, ook nadat
-de veranderde tijdsomstandigheden die in de practijk zoo goed als
-onmogelijk gemaakt hadden. Feitelijk moest men zich in nieuwere
-tijden steeds meer beperken tot eene andere soort van propaganda,
-die van oudsher naast de gewelddadige aanbevolen en ook beoefend was:
-vreedzame overreding, die gewoonlijk den vorm aannam van assimilatie,
-vooral van primitieve volken, door kooplieden en avonturiers,
-die in hun eigen belang met die volken verkeerden. De leer van den
-heiligen oorlog, door de schriftgeleerden onveranderd overgeleverd
-en bij het mindere volk altijd geliefd, bleef daarbij gereed om zich
-onder gunstige omstandigheden te doen gelden. Zoo niet zelden bij pas
-bekeerde volksstammen, die hunne heidensche rasgenooten met geweld
-tot den Islâm brachten.
-
-Altijd was het hoofdoogmerk snelle vermeerdering van het aantal
-Moslims, terwijl de opvoeding der bekeerden naar de beginselen en
-voorschriften van den Islâm aan de toekomst overgelaten bleef en
-met weinig ijver en ondoelmatige middelen beproefd werd. Onder de
-aangewende middelen van overreding speelden in systeem en practijk
-die van stoffelijken aard steeds de hoofdrol. Van missie met zuiver
-geestelijke middelen doen zich in ouderen tijd sporadisch gevallen
-voor; het meerdere, dat in onze dagen daarvan voor den dag komt,
-dankt zijn ontstaan meestal aan reactie tegen en concurrentie met
-Christelijke zending, die onder Moslims werkt.
-
-
-
-
-Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel hervormd.
-
-Bij het licht der geschiedenis van de Moslimsche propaganda en harer
-resultaten begrijpt men zonder moeite den afstand, die overal, waar
-de Islâm beleden wordt, te constateeren valt tusschen de leer en
-de wet eenerzijds en anderzijds het leven, vooral het leven van
-de massa des volks. Zonder dat licht begrijpt men er niets van
-en komt men gemakkelijk tot valsche oordeelen. Zoo onlangs een
-onzer volksvertegenwoordigers, die in dagbladartikelen en in eene
-parlementaire redevoering de stoute bewering deed vernemen, dat van de
-vijf en dertig millioen Nederlandsche onderdanen, die officieel als
-Mohammedanen te boek staan, slechts ongeveer zes millioen werkelijk
-belijders van den Islâm zijn.
-
-
-
-
-De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde vertrouwen
-beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis.
-
-Het is altijd gevaarlijk voor een buitenstaander, met een zelfgemaakten
-maatstaf te gaan bepalen, in hoeverre menschengroepen, die zich bij
-eene godsdienstige belijdenis indeelen, terecht daartoe gerekend
-worden. Hoevele millioenen Europeanen, wier namen in Christelijke
-doopregisters voorkomen, zou men op die wijze niet de buiten de
-gemeenschap der Christenen kunnen plaatsen omdat zij van den godsdienst
-vervreemd zijn of omdat zij geene kennis hebben van hun geloof en
-bevangen zijn in heidensche superstitie en practijken van animistischen
-oorsprong? Wat zou er op die wijze overblijven van het Christen-zijn
-van vele gedoopte Inlanders? Het eenig bruikbare criterium zal toch
-wel zijn, hoe de menschen zichzelve genoemd willen hebben, vooral omdat
-alleen daaruit blijken kan, waar zij hun vertrouwen hebben geplaatst.
-
-Bepalen wij onze aandacht eens bij Java als uit het oogpunt van
-bevolking verreweg het belangrijkste eiland van Nederlandsch-Indië. Met
-uitzondering van de kleine groepen der Badoei's en der Tenggereezen
-en van kleine Christengemeenten onder Europeesche leiding, noemt de
-geheele bevolking zich Mohammedaansch. Vooral op Midden-Java is van
-leer en wet van den Islâm in het leven van den kleinen man nog weinig
-doorgedrongen, terwijl zeden en bijgeloof er algemeen getuigen van de
-heerschappij van oud-animistische begrippen, min of meer gewijzigd
-door den invloed van het vroeger ingedrongen Hindoeisme. Toch zou
-een Hindoesch pandit thans evenveel moeite hebben om bij de bevolking
-gehoor te vinden als een zendeling van het Christendom.
-
-
-
-
-De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf.
-
-Zeker, van de millioenen zijn het slechts tienduizenden, die aan de
-over geheel Java verspreide pesantrèns kennis van eenige beteekenis
-opdoen van de dogmatiek en de wet van den Islâm. Evenals in andere
-Mohammedaansche landen zien ook hier die schriftgeleerden minachtend
-op de onwetende schare neer, en doen zij uiterst weinig om ze uit hare
-onwetendheid op te heffen. Maar evenals elders ziet ook hier die schare
-op naar die geleerden als naar degenen, die haar vertrouwen verdienen,
-waar het gaat om hare hoogste belangen.
-
-Goede of slechte geestelijke waar, die haar geboden wordt, beoordeelt
-de bevolking in de eerste plaats naar het Mohammedaansche merk, waarmee
-zij voorzien is. Mist zij dit, dan beschouwt zij haar zonder onderzoek
-met achterdocht en wantrouwen. Laster is het, wanneer men zegt, dat
-de Regeering door bestuursmaatregelen deze gezindheid heeft bevorderd
-of in het leven geroepen. Zij bestaat van de dagen der Compagnie
-af, Raffles constateerde haar in het begin der negentiende eeuw,
-en de uiterst geringe verandering, die in den geestelijken staat
-der Javaansche landbouwers is gekomen, heeft ook haar ongewijzigd
-gelaten. De bevolking van Java evenzeer als de Atjèhers, de Maleiers,
-Boegineezen, Makassaren en wie zich verder in Indonesië naar Mohammed
-noemen, zijn Mohammedanen, of men moet dien naam tevens ontzeggen aan
-de Berbers, de Egyptenaren, de Syriërs, ja zelfs aan de meerderheid
-der Arabieren.
-
-
-
-
-De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending der
-godsdienstvrijheid.
-
-De Regeering kan dit erkennen zonder zich daardoor te laten weerhouden
-van ook maar één enkelen bestuursmaatregel, die het belang van land
-en volk gebiedt. Maar Zij kan niet--zoolang Zij aanspraak maakt op
-den naam eener eerlijke regeering--medegaan met den wensch, dien
-de afgevaardigde van daarstraks namens onverstandige vrienden der
-Christelijke zending uitsprak, eenige millioenen Mohammedanen tot
-heidenen of pantheïsten verklaren, en daaraan vrijheid ontleenen
-om de zending meer direct te steunen door op die tot heidenen
-gestempelde Inlanders maatregelen toe te passen, die men tegenover
-Mohammedanen voor ongeoorloofd zou houden. Zulke steun zou ook beneden
-de waardigheid der Christelijke zending zijn. Men zou er bovendien het
-tegendeel van hetgeen men beoogde door bewerken: men zou aanleiding
-geven tot fanatiek verzet.
-
-Wel doet de Regeering wijs door hare volle aandacht te schenken
-aan het veelszins gelukkige feit, dat onder een groot deel van de
-Mohammedanen van Nederlandsch-Indië de beginselen van het stelsel
-van den Islâm nog weinig diepe wortels hebben geschoten, waardoor zij
-veel toegankelijker zijn voor andere cultuurinvloeden dan anders het
-geval zou wezen. Hiervan behoort in het belang der bevolking zelve
-partij getrokken te worden voordat het te laat is; voordat nog de
-aan wezenlijke beschaving vijandige elementen, die den Islâm als
-eene uit hare middeleeuwsche periode overgebleven kwaal aankleven,
-gelegenheid vinden op die dusver gespaarde Inlanders in te werken,
-moet men alle kracht inspannen om ze daartegen immuun te maken. Dat
-dit geschieden kan in volkomen eerlijkheid en zonder valsche listen,
-hoop ik in het vervolg aan te toonen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-KENSCHETSING VAN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM.
-
-
-Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde volken.
-
-In mijne vorige voordracht gewaagde ik meer dan eens van het stelsel
-van den Islâm, dat ongeveer drie eeuwen na Mohammed zijn definitieven
-vorm had verkregen, en wees ik erop, dat het heel andere dingen bevatte
-dan waarvan men in Mohammeds dagen ook maar een flauw voorgevoel kon
-hebben. Dit sprak in verband met de ontzagwekkende gebiedsuitbreiding
-van het Mohammedanisme geheel van zelf.
-
-Het schijnt ons reeds een wonder, dat die halfbarbaarsche Arabieren
-als in een ommezien niet slechts de volken van Zuid-Spanje tot de
-Westelijke grens van China wisten te onderwerpen, maar tevens aan de
-meesten hunner, waaronder naties met eene oude, hooge cultuur, hunnen
-nuchteren, nieuwen godsdienst wisten op te dringen, de Arabische taal
-in de plaats wisten te stellen van de talen der veroverde landen of
-althans haar den voorrang daarboven te verzekeren, de afstamming van de
-zonen der woestijn te doen erkennen als de hoogste aristocratie. Maar
-zonder eene groote mate van aanpassing zou dit alles toch geheel
-onmogelijk zijn geweest.
-
-Voor de regeling van het staatsbestuur in die oude cultuurlanden, van
-grondbezit, handel en verkeer in zulk een wereldrijk, om niet meer te
-noemen, waren de sobere, naieve wetgevende gedeelten der Qoerânische
-openbaring volstrekt ontoereikend. Nu had echter in de oudste gemeente
-deze overtuiging diep wortel geschoten, dat alle levensverhoudingen,
-groot of klein, zonder uitzondering geregeld moesten worden door Allahs
-woord, toegelicht door Allahs gezant. Zoo was het geweest te Medina
-zoolang Mohammed als levend orgaan der openbaring in het midden der
-zijnen had verkeerd, en zoo behoorde het te blijven na zijn dood in
-het door hem gestichte rijk.
-
-
-
-
-De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften van
-den Profeet ingelijfd.
-
-Hoe nu de geheel andere eischen der practijk in overeenstemming te
-brengen met die als eene levensvoorwaarde van den Islâm beschouwde
-beperking der bron van alle wijsheid tot eenige uitspraken, bestemd
-om in de vrij primitieve maatschappij van Medina de gewenschte orde
-te handhaven of te herstellen? Waar het voor heiligschennis gold,
-te meenen, dat de woorden van Allah en Zijnen Gezant aanvulling
-behoefden, schoot er niet veel anders over dan door vrome fictie aan
-Mohammed in den mond te leggen, hetgeen hij vermoedelijk gezegd zou
-hebben, indien hem een blik in de toekomst gegund ware geweest. Elke
-vraag, die rees gedurende en na de groote verovering der landen,
-gaf aanleiding tot het ontstaan van eene of meer overleveringen over
-iets, dat de profeet had gezegd of gedaan, en waaraan men voor het
-gegeven geval licht kon ontleenen. Later werd die steeds aangroeiende
-massa van tradities door schifting in omvang beperkt, door ordelijke
-rangschikking handelbaar gemaakt, en zoo verkreeg men de kanonieke
-traditie-verzamelingen. Zij vormden niet een zoo streng afgesloten
-geheel als de verzameling der woorden Gods in den Qoerân, zij lieten
-veel meer plaats voor aanvulling en verschillende uitlegging, maar
-eene verdere ontwikkeling der wetgeving, die naar ons spraakgebruik
-dien naam zou verdienen, maakten zij dan toch zoo goed als onmogelijk.
-
-Goed- of kwaadschiks moest de Islâm in de eerste twee eeuwen van zijn
-bestaan de grootste plooibaarheid ontwikkelen, waartoe hij in staat
-was: langs verschillende wegen nam hij instellingen en denkbeelden
-in zich op, die ons op ondubbelzinnige wijze hunne herkomst uit
-Griekenland, Rome, Perzië en Hindostan openbaren, al hebben zij zich
-gehuld in het monotone, grauwe kleed van profetische traditie. Zonder
-deze veelsoortige toespijzen en sterke kruiden zou de digestie van de
-gulzig opgezwolgen landen en volken hem te machtig zijn geworden. Maar
-toen was dan ook de grens zijner spankracht bereikt; ongeveer duizend
-jaren geleden was dus de geschiktheid van den Islâm om zich aan te
-passen aan andere tijden dan de dusver doorleefde, aan andere plaatsen
-dan de dusver ingenomene zoo goed als geheel verbruikt.
-
-
-
-
-De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente.
-
-Het stelsel, zooals het toen reeds tot in kleine détails was
-uitgewerkt, werd afgesloten door de leer van de onfeilbaarheid
-der Moslimsche gemeente als geheel, vertegenwoordigd door hare
-schriftgeleerden. Omtrent den Qoerân en zijne uitlegging, de kanonieke
-overleving en hare verklaring, de uit die bronnen af te leiden
-theologie en wet, was dus al hetgeen, waarover de schriftgeleerden tot
-eenstemmigheid waren geraakt, boven verdere discussie verheven. Stevig
-zaten die resultaten van drie eeuwen geestelijken arbeid vast in de
-vesting der onfeilbaarheid. Die vastheid van het systeem was echter
-tevens de oorzaak van zijn kwijning; hoe langer hoe meer verloor het
-den samenhang met het leven.
-
-Dit bezwaar zou belangrijk verminderen, wanneer gezaghebbende
-schriftgeleerden die leer van den onfeilbaren consensus gebruikten
-als middel juist om door hen wenschelijk geachte hervormingen in
-te voeren. In de laatste jaren is dit, vooral in Egypte, en ook wel
-in Turkije, door kundige oelamâ beproefd. Zij gelden echter bij de
-groote meerderheid nog als gevaarlijke modernisten, en het is zeer
-de vraag, of het hun gelukken zal, op den duur een zoo grooten kring
-van moeqallids (erkenners van hun gezag) te vormen, dat hunne opinies
-voor de vaststelling van den consensus gaan medetellen.
-
-
-
-
-Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der Hidjrah
-zeer moeielijk.
-
-Immers hetgeen daar voor duizend jaren werd vastgelegd, dat was
-niet een geheel van beginselen, maar een stel van op goddelijk en
-profetisch gezag berustende voorschriften, die tot in het kleine en
-bijzondere het staatkundige, maatschappelijke en individueele leven
-der geloovigen bonden voor alle gevallen, waarop men bedacht was
-geweest. Nu hebben sinds dien tijd de verschillende Mohammedaansche
-landen in menig opzicht onafhankelijk van elkander ieder hun eigen
-leven geleid, daar de politieke, economische en andere toestanden vaak
-hemelsbreed verschilden; maar hetgeen hen onderling bleef verbinden,
-dat was juist, behalve eenige geloofsformules, de gemeenschappelijke
-erkenning van het goddelijk karakter dier wet, die in elk van hare
-deelen hare Arabische geboorte en hare opvoeding in het Westen van
-Azië gedurende de zevende, achtste en negende eeuw verried. Al mag
-men gedurende de tien eeuwen, die daarna volgden, kunnen wijzen op
-concessies der wet aan behoeften, die zich algemeen deden gelden,
-de moeite, die het kostte, ze erkend te krijgen, bewijst beter dan
-iets anders, hoe stroef het systeem van den Islâm geworden was.
-
-Wie toch eene zekere mate van plooibaarheid aan dit stelsel wil
-toekennen, wijst terecht op het gewicht, dat vele schriftgeleerde
-autoriteiten toekennen aan het belang der geloovigen als motief
-voor wettelijke bepalingen, of aan den drang der omstandigheden,
-die volgens Moslimsche autoriteiten gedeelten der heilige wet buiten
-werking kan stellen, maar zulk beroep komt bij de meest gezaghebbende
-schriftgeleerden slechts voor om den loop van de ontwikkeling der
-wet in het verleden of ook uitzonderingen van tijdelijken aard te
-rechtvaardigen, daarentegen zelden om wegen te openen voor eene
-toekomstige ontwikkeling, die het vroeger met onfeilbaar gezag
-vastgestelde zou wijzigen. De door de schriftgeleerden der eerste
-eeuwen na eenige aarzeling aanvaarde, maar binnen enge perken gehouden
-redeneering bij analogie kan evenmin als hervormend beginsel werken:
-zij mag alleen dienen om uit de bestaande bepalingen voor dusver
-onbekende gevallen nieuwe deducties te maken.
-
-Hoe men de zaak ook beschouwe, elke poging om de wet in het bijzondere
-te verbeteren bedreigt het heele, eeuwenoude gebouw met ineenstorting,
-en ieder streven naar fundamenteele herziening brengt hem, die ermee
-voor den dag komt, in verdenking van ongeloof. Tegen het een zoowel
-als tegen het ander kan men gewoonlijk rekenen op den fellen tegenstand
-van de meerderheid der schriftgeleerden, gesteund door de instinctief
-bij haar zich aansluitende massa des volks.
-
-
-
-De stroefheid van den Islâm, die in zijne eerste periode eene
-wijle voor den onweerstaanbaren drang der omstandigheden week,
-werd dan van de derde eeuw der Hidjrah af een zijner sprekendste
-karaktertrekken. Een "positieve" openbaringsgodsdienst, die uit den
-Hemel voorschriften verlangt over alle détails van het leven, kan op
-den duur dit lot niet ontgaan.
-
-
-
-
-Het stelsel splitst zich in geloofsleer en wet.
-
-Ik sprak meermalen van het stelsel van den Islâm, en inderdaad was
-het in den beginne formeel één geheel, werden alle levensvragen door
-ééne en dezelfde klasse van deskundigen behandeld en opgelost. Weldra
-verdeelde zich de stof in twee hoofddeelen, de geloofsquaesties,
-de dogmatische vragen, die door theologen in den engeren zin, en
-de vragen betreffende de plichten, die door wetgeleerden behandeld
-werden. Beide vakken bleven met elkaar in innig verband, maar zij
-onderscheidden zich toch van elkaar in doel, in middelen, in methode.
-
-Over de dogmatiek kunnen wij hier kort zijn. Eene geloofsleer
-wordt uit strijd over de ontwikkeling van het dogma geboren, en
-tracht in scherp belijnde formules de bovendrijvende stellingen
-voor altijd te bevestigen. Voor zoover men haar onfeilbaar of toch
-boven revisie verheven acht, komt zij in een volgend tijdperk der
-ontwikkeling van het menschelijke denken noodwendig in strijd met de
-begrippen van een deel dergenen, die zij onder hare vleugelen wil
-houden. Deze verwijdering kan echter zonder belangrijke practische
-gevolgen intreden, wanneer ten minste de geloofsleer zich binnen
-hare eigene grenzen houdt en niet te zeer ingrijpt in het gebied
-van het handelen. Zoo is het in den Islâm gegaan. Toen de hitte van
-den strijd der eerste drie eeuwen over geloofsformules afgekoeld en
-het resultaat in den vorm eener rechtzinnige dogmatiek bezonken was,
-nam de belangstelling voor deze dingen buiten de enge vakkringen af.
-
-
-
-
-De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang voor
-de practijk.
-
-De vragen, waarover men getwist en elkander verketterd had, vertoonden
-veel overeenkomst met die, welke in de Christelijke kerk de gemoederen
-hadden bewogen. De praedestinatie, tegenover de aanhangers der leer
-van den vrijen wil tot een hoofddogma verheven, werd in den Islâm niet
-fatalistischer opgevat dan elders. De streng gehandhaafde eenheid Gods
-werd met de veelheid Zijner in den Qoerân genoemde eigenschappen in
-een verband gebracht, dat het middelmatige verstand zoowel als het
-populaire openbaringsgeloof bevredigde. De leer van de eeuwigheid
-der hellestraf voor ongeloovigen in verband met die der eindelijke
-zaligheid aller geloovigen verscherpte in den geest der middeleeuwen
-de grenslijn tusschen Mohammedanen en niet-Mohammedanen. Het dogma
-der zaligmaking door het geloof alleen--geloof opgevat in den zin van
-eerbiedige erkenning der almacht van den door Mohammed gepredikten
-Allah, ongeveer zoo als een willig onderdaan zijnen vorst erkent,
-waarbij de werken dienen om dat geloof schooner en volkomener te maken
-en den geloovige meer aanspraak te geven op spoedige toelating in het
-Paradijs--, dit dogma was dienstig om de zwakken niet af te schrikken
-en de propaganda te bevorderen. Er zou veel meer te noemen zijn, maar
-voor de practijk van het leven, die ons hier bovenal belang inboezemt,
-is het eene van niet veel meer gewicht dan het andere.
-
-Al was het stelsel óók ten aanzien van dit schema der geloofsleer
-in de laatste duizend jaren stroef en afkeerig van alle pogingen tot
-herziening, het denken der Islâmbelijders werd daardoor niet ernstig
-belemmerd. De in hooge sferen zich bewegende geesten gingen erboven uit
-of begaven zich op zijwegen; het vulgus bleef met allen eerbied voor
-de theologische leuzen aan zijn, slechts in vorm ietwat gewijzigde,
-oude bijgeloof hangen. Wie bij al die afwijkingen geene uitdagende
-houding aannam, had zelden veel te vreezen.
-
-
-
-
-Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms beroering.
-
-Eén hoofdstuk der dogmatiek vraagt soms de aandacht ook van hen, die
-voor de bespiegeling over leerstukken zonder direct practisch gevolg
-weinig belangstelling hebben: het is de eschatologie. De messiaansche
-verwachtingen, die in de Moslimsche leer ingang gevonden hebben,
-met name de verwachting, tegen het einde der dagen, van eenen mahdî
-(eenen met Allahs bijzondere leiding begunstigden opperbestuurder),
-die het stelsel van den Islâm opnieuw tot eere brengen en de
-ongeloovigen verdelgen zal, verontrusten de gemoederen der minst
-ontwikkelde Mohammedanen, zoo dikwijls als het aan opruiers gelukt,
-eene bevolking te doen gelooven, dat de opstanding nabij is, of haar
-in een bepaald persoon den mahdî of een van diens wegbereiders te
-doen zien. De stemming jegens andersdenkenden wordt in zulke gevallen
-hatelijk, en soms komt het tot fanatieke daden. Maar hiermede is dan
-ook alles gezegd.
-
-Al wordt dus de rechtzinnige geloofsleer op de pesantrèns van
-Java en op dergelijke scholen (de soerau's van Soematra enz.) in de
-buitenbezittingen veel, soms zelfs met overdreven voorliefde beoefend,
-toch mogen wij bij de beschouwing van het stelsel in zijne werking
-in het algemeen zoowel als op de Indonesiërs in het bijzonder, dit
-gedeelte verder ter zijde laten. De wet verlangt in veel hooger mate
-onze aandacht.
-
-
-
-
-Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in ééne hand.
-
-Wij leerden haar daarstraks kennen als, wel veel meer later ingedrongen
-elementen van vreemden oorsprong bevattend dan zijzelve ons wil doen
-gelooven, maar sedert hare volgroeidheid bijzonder stroef. De keerzijde
-van die stroefheid was, dat het werkelijke leven in vele opzichten
-buiten haar om zijn eigen weg ging. Deze voor de wet ongunstige
-verhouding werd ook door andere oorzaken zeer in de hand gewerkt,
-voornamelijk doordien reeds enkele tientallen jaren na Mohammeds
-dood de machthebbers in den Islâm en de uitleggers der wet niet
-meer samenwerkten, maar twee jegens elkander meestal wantrouwende en
-naijverige groepen vormden. Dat is sedert aldus gebleven: de bezitters
-van het gezag waren even ongeneigd om zich in alles onder de vaak
-lastige controle van de wetgeleerden te stellen als dezen om zich door
-de vorsten der wereld den critischen mond te laten snoeren. Des te
-vrijer konden die juristen zich aan hunne casuïstische liefhebberijen
-overgeven, en daar zij, gelijk wij vroeger zagen, op de onwetende
-schare minachtend neerzagen, waren zij allerminst doordrongen van
-het besef, dat hunne uitlegging der onfeilbare wet rekening diende
-te houden met de practische eischen der maatschappij.
-
-
-
-
-De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde gesteld.
-
-De samenhang van theorie en practijk liet reeds zeer veel te wenschen
-over in de eerste drie eeuwen van wording van het systeem, en in de
-landen zelve, waar die groei tot stand kwam; hoeveel te meer in later
-eeuwen en in landen, die van dat oorspronkelijke centraalgebied ver
-af gelegen waren. Gewoonterecht en willekeur der bestuurders deden
-alom ten aanzien van menig hoofdstuk der wet bijna vergeten, dat het
-eene andere bestemming had dan die van bestudeerd te worden. Het
-qâdhî-ambt, ingesteld ter beslechting van alle geschillen volgens
-de wet Gods, ontaardde weldra, deels omdat het meegesleept werd
-in de algemeene corruptie der staatsambten, deels omdat het in de
-vrijheid zijner functie belemmerd werd door zijne afhankelijkheid
-van het bestuur. Om hunne gemoedsrust te kunnen bewaren bij het
-onloochenbare feit, dat Allahs geboden op elk gebied veronachtzaamd
-werden, namen de schriftgeleerden aan, dat deze wereld te slecht
-was voor eene zoo volmaakte wet, die hare volle kracht slechts kon
-ontwikkelen in het gulden verleden van Mohammed en zijne eerste
-opvolgers en in het toekomstige messiaansche tijdperk, wanneer de
-mahdî, de door Allah geleide, aan het hoofd der gemeente zou staan en
-de wereld zou vervullen met gerechtigheid gelijk zij thans vervuld
-was met onrecht. Dat het zoo gaan zou, werd zelfs in den vorm eener
-voorspelling aan Mohammed in den mond gelegd.
-
-
-
-
-Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen der wet.
-
-Theoretische erkenning hebben de wetgeleerden aan hun werk in
-de geheele Mohammedaansche wereld weten te verzekeren; wie de
-verbindbaarheid ook maar van een enkel door den onfeilbaren consensus
-der gemeente gestempeld wettelijk voorschrift in twijfel trok, werd
-daardoor een rebel tegen den Almachtige, wie haar loochende, een kâfir.
-
-Juist hierom mogen wij dus toch weer van bijna geen deel der wet
-zeggen, dat het ontbloot is van alle beteekenis voor het leven der
-Mohammedanen; wel kan men naar het verschil in graad van de waarde
-voor de practijk verschillende bestanddeelen dier wet onderscheiden.
-
-
-
-
-De zuiver godsdienstige bestanddeelen.
-
-De vijf hoofdplichten der geloovigen jegens Allah, de zoogenaamde
-vijf zuilen van den Islâm, met welker behandeling ieder leerboek
-der wet begint, hebben groote beteekenis voor het individueele
-godsdienstige leven, in onzen tijd zelfs meer dan in de middeleeuwen,
-toen nog vaak de vervulling dier voorschriften door bestuur en politie
-bevorderd werd. Thans wordt die ook in landen onder Mohammedaansch
-bestuur meestal aan den eigen aandrang der Moslims overgelaten,
-zoodat men duidelijker dan voorheen kan onderscheiden, welke soort
-van godsdienstige verrichtingen in eene bepaalde streek de hoogste
-waardeering geniet. Voor de vraag, of men eene bevolking al of niet bij
-de Mohammedanen zal indeelen, heeft, gelijk ons bleek, die relatieve
-waardeering evenwel geen groot belang.
-
-In den Indischen Archipel loopt die waardeering plaatselijk ver
-uiteen. In Atjèh wordt de çalât lang niet met denzelfden ijver
-waargenomen als in Banten; het vastengebod wordt op Midden-Java
-door een groot deel der bevolking veronachtzaamd. Op West-Java
-daarentegen overschat men dikwijls deze verplichting door haar
-getrouwer na te komen dan die der ritueele godsdienstoefening. Aan
-het zakâtvoorschrift houden zich de Soendaneezen veel strenger dan
-de andere bewoners van Java, terwijl de ijver voor de bedevaart naar
-Mekka in de meeste eilanden van den Archipel in vergelijking met
-andere landen overdreven wordt.
-
-
-
-
-Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen.
-
-Onder de overige hoofdstukken der wet, die de verhouding der menschen
-onderling als onderdanen van den staat, als leden van maatschappij en
-gezin regelen, zijn er verscheidene, die onze belangstelling slechts
-in zoover verdienen als zij kunnen bijdragen tot de kenschetsing van
-den geest van het geheel of omdat zij den historicus van den Islâm
-in staat stellen na te gaan, uit wat voor vreemde bronnen de oudste
-bewerkers der Mohammedaansche wet de magere Arabische stof aangevuld
-hebben. Overigens bezitten die hoofdstukken, daar zij zoo goed als
-nergens op den duur kracht van wet hebben gehad, alleen paedagogische
-waarde voor de betrekkelijk kleine kringen, die van de geheele wet
-studie maken en wier ideaal van een vroom leven mede daardoor wordt
-bepaald.
-
-Dit geldt bijv., behoudens uitzonderingen, van de leer der contracten,
-van het strafrecht en van zoo menig ander onderdeel, dat door de
-casuïsten tot in de uiterste consequenties is uitgewerkt, als ware
-het heil der menschheid ermee gemoeid.
-
-
-
-
-Bepalingen die als moreele voorschriften werken.
-
-Er zijn echter ook een aantal onderwerpen, waaromtrent bepalingen in de
-goddelijke wet voorkomen, die in wijde kringen bekend zijn en welker
-overtreding de geloovige zich als zonde aanrekent. Meestal zijn het
-verbodsbepalingen, en wel liefst zulke, die op eene ondubbelzinnige
-uitspraak van Allahs eigen woord berusten. Deze soort heeft dus voor
-de Mohammedanen veel hoogere moreele waarde dan de laatst genoemde
-categorie.
-
-Geen Moslim heeft gemoedsbezwaar tegen het sluiten van koop- en
-huurcontracten volgens andere regelen en in andere vormen dan die
-de goddelijke wet daarvoor aangeeft; maar wanneer hij zich laat
-vinden tot het aangaan eener overeenkomst, waarbij rentebeding
-in een of anderen vorm te pas komt, dan voelt hij zich schuldig
-tegenover Allah, en wanneer hij eene assurantie sluit, is zijn
-geweten niet veel geruster. Dat komt omdat het leenen tegen rente in
-den Qoerân streng verboden en met de zwaarste straffen in de andere
-wereld bedreigd wordt, terwijl de Mohammedaansche schriftgeleerden
-verzekeringsovereenkomsten als hasardcontracten beschouwen, en het
-hasardspel in Allahs woord tot het werk van den Duivel gerekend wordt.
-
-Van een koopcontract, waarbij de voorschriften der heilige wet niet
-in acht genomen zijn, kan men uit het oogpunt van het kanonieke recht
-de geldigheid betwisten; maar, indien beide partijen zich erdoor
-gebonden achten, meer nog indien eene besturende macht die opvatting
-deelt en waar noodig handhaaft, dan heeft die afwijking voor geen
-der betrokkenen schadelijke gevolgen noch van materieelen, noch van
-moreelen aard. Anders staat het met rechtshandelingen, die Allah
-verboden en strafbaar gesteld heeft. Het sluiten van een contract
-met rentebeding bijv. is uit een godsdienstig-zedelijk oogpunt te
-vergelijken met het drinken van wijn of het plegen van ontucht.
-
-Eene als onfeilbaar geldende wet, die zonder beperking van tijd of
-plaats rechtshandelingen verbiedt welke, voor eene normale ontwikkeling
-van menschelijken handel en verkeer op den duur onmisbaar zijn,
-dwingt de menschen, zich op de eene of andere wijze van haar te
-emancipeeren. Dit kan gebeuren door overtreding, die dan door hare
-algemeenheid en frequentie ten slotte haar afschrikwekkend karakter
-verliest, of door ontduiking, waarbij de schijn van gehoorzaamheid
-aan het voorschrift wordt bewaard. Beide wijzen van doen ondermijnen
-den waren eerbied voor de wet. Dat de Moslimsche wet dagelijks aldus
-door de geloovige Mohammedanen behandeld wordt, moet geweten worden
-aan het principieele euvel, waarmee die wet reeds behebt was, toen
-zij van Arabië uit haren tocht door de wereld begon, het voor alle
-tijden gelijkstellen van hetgeen de tijd noodwendig verandert.
-
-
-
-
-Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht van wet
-hadden.
-
-Een natuurlijk gevolg van dezen loop der zaken is het weer, dat de
-wetgeleerden zelve het niet slechts hunne taak achten, de bepalingen
-uit te leggen en uit te werken, maar ook de wegen te wijzen, waarlangs
-men de in den tijd niet passende voorschriften kan ontduiken.
-
-Een Duitsch vergelijkend rechtsgeleerde heeft gemeend, uit die gewoonte
-der Mohammedaansche wetgeleerden de gevolgtrekking te mogen maken, dat
-het recht van den Islâm werkelijk het leven heeft beheerscht; volgens
-hem moeten die wetten wel in volle kracht gewerkt hebben, wanneer
-men het noodig achtte, ze op omslachtige wijze te ontduiken. Hij
-vergat, dat die noodzakelijkheid zich evenzeer opdringt, waar men te
-doen heeft met eene gedétailleerde kanonieke wet, die met de eischen
-van het leven telkens in conflict komt, maar waaraan men goddelijken
-oorsprong toeschrijft, ja dat die ontduikingsmiddelen evenzeer gezocht
-worden ten aanzien eener onveranderlijke moraal, die uit voorschriften
-in plaats van uit beginselen bestaat. Ook als de historie ons niet
-op elke bladzijde getuigen maakte van de botsingen van het leven der
-Mohammedanen met de door hen theoretisch als onfeilbaar erkende wet,
-dan nog zou de vergelijkende rechtswetenschap hare bevoegdheid te
-buiten gaan door uit de wijze, waarop die wet in de school behandeld
-werd, conclusies te trekken ten aanzien harer verhouding tot de
-practijk.
-
-
-
-
-Werkelijk geldende hoofdstukken der wet.
-
-De vierde categorie van onderdeelen der wet, die wij van ons
-gezichtspunt te onderscheiden hebben, behandelt onderwerpen, waarvan
-men om deze of gene reden altijd van oordeel is gebleven, dat zij
-geheel door het goddelijke recht geregeld moesten zijn, ook in het
-lange tijdperk na de gouden dertig jaren der rechtzinnige chaliefen
-en vóór het aanbreken der messiaansche periode van den mahdî.
-
-
-
-
-Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht.
-
-Hiertoe behoort in de eerste plaats het personen-, huwelijks-, familie-
-en erfrecht. Geen Mohammedaansch besturend hoofd heeft er ooit aan
-gedacht, de beslissing van geschillen, die daarop betrekking hebben,
-aan de jurisdictie van den qâdhî te onttrekken. De voorwaarden en
-de grondslagen van een huwelijkscontract kunnen de twee betrokken
-partijen reeds daarom niet naar eigen goedvinden regelen, omdat Allah
-elke moedwillige afwijking van de door hem daarvoor gestelde regelen
-tot ontucht gestempeld en met de zwaarste straffen in dit leven en in
-het namaals bedreigd heeft. Maar ook afgezien hiervan, het huisgezin
-is wel in elke op godsdienstige grondslagen berustende maatschappij
-als een onaantastbaar heiligdom beschouwd, welks inrichting niet aan
-den invloed van menschelijke willekeur onderworpen mocht zijn. In
-den Islâm met zijne ons bekende neiging tot détailregeling, die zelfs
-de bijzonderheden van kleeding en toilet, van beleefdheidsvormen en
-uitingen van gemoedsaandoening wilde binden aan van tijd en plaats
-onafhankelijke voorschriften, in den Islâm sprak het van zelf, dat
-de familie over zijn geheele gebied hetzelfde type moest vertoonen
-en dat hij ten aanzien hiervan voor transactie met de ethnische
-eigenaardigheden zijner belijders ontoegankelijk was.
-
-Naast deze, voor alle Mohammedanen verreweg belangrijkste kapittels
-der heilige wet, hebben wij in dit verband nog te letten op een aantal
-andere, waarmede uit den aard der zaak lang niet ieder practisch
-te doen krijgt, maar die toch dit met de voorschriften betreffende
-personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht gemeen hebben, dat zij
-de daarin behandelde onderwerpen ook feitelijk beheerschen.
-
-
-
-
-Vrome stichtingen.
-
-Niet ieder verkeert in de gelukkige omstandigheden, vrome stichtingen
-ten behoeve van eeredienst, onderwijs of andere zaken van algemeen
-nut in het aanzijn te kunnen roepen; maar wie dat doen kan en wil,
-denkt er natuurlijk niet aan, het op eene andere wijze te doen dan
-die in Allahs wet daarvoor is aangegeven. Hij zou immers daardoor
-het voornaamste resultaat, dat men zichzelf van zulke vrijgevigheid
-belooft: de verwerving van Allahs genade in het namaals, in gevaar
-brengen. Al is het dus mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk, dat de
-wet betreffende de waqfgoederen in den tijd der aanpassing van den
-Islâm onder sterken invloed van het recht der veroverde landen haar
-beslag heeft gekregen, zóó als zij daar nu in het voltooide systeem
-voor ons ligt, vertoont zij zich aan de geloovigen als afkomstig
-uit dezelfde onfeilbare bronnen, waaruit de met historisch recht
-aan Mohammed toegeschreven inzettingen gevloeid zijn, en geen Moslim
-wijkt er willens en wetens van af, wanneer hij zijn credit in Allahs
-grootboek wenscht te vermeerderen door een deel van zijn eigendom in
-de doode hand te brengen.
-
-
-
-
-Geloften.
-
-Hetzelfde kan men tot op zekere hoogte zeggen van de geloften, waarbij
-de geloovige, al of niet onder de voorwaarde van het plaatsgrijpen
-eener door hem gewenschte gebeurtenis, aan Allah eene of andere
-prestatie in den vorm van een Hem welgevallig werk belooft. Echter is
-op dit gebied de heerschappij der geopenbaarde wet niet zoo onbeperkt
-als ten aanzien der eerst genoemde onderwerpen. Terwijl men met de
-stichting van een waqf in de eerste plaats eene verhooging van zijnen
-rang in de andere wereld op het oog heeft, wil men door geloften
-meestal aardsche doeleinden bereiken: de meest gewoone voorwaarden,
-waaraan de vervulling eener gelofte gebonden wordt, zijn genezing
-van zieken, erlanging van den huwelijkszegen, van geluk in den
-handel of in de ambtelijke loopbaan, en wat dies meer zij. Daar nu
-de geïslamiseerde volken ook vóór hunne bekeering allerlei magische
-middelen tot verkrijging van zulke wenschen plachten aan te wenden en
-de paedagogische werking van den Islâm nergens sterk genoeg geweest
-is om zulk volksgeloof uit te roeien, dingen hier nog altijd de
-oude beproefde recepten van heidenschen oorsprong met de in streng
-monotheïstischen zin gereinigde der officieele leer om den voorrang,
-en dan winnen de eerste het meestal bij de ongeletterde massa.
-
-
-
-
-Voorschriften over de rechtspraak.
-
-De bepalingen over de rechtspraak, die de Mohammedaansche wet bevat,
-hebben werkelijk ingang gevonden en hare werking behouden, voor
-zoover die rechtspraak zelve niet door eene andere, wereldlijke is
-verdrongen. Dat wil dus zeggen, dat bij de beslechting van al zulke
-geschillen, welker behandeling de besturende autoriteiten niet aan zich
-getrokken hebben, dus alweer bovenal in zaken betreffende personen-,
-huwelijks-, familie-, en erfrecht, de procedure volgens de regelen der
-heilige wet geschiedt, de door haar aangegeven bewijsmiddelen alleen
-in aanmerking komen, dat getuigen en partijen daarbij zonder eenigen
-dwang het woord moeten voeren, dat het getuigenis van vrouwen weinig,
-dat van niet-Mohammedanen volstrekt geene waarde heeft, dat de eed
-alleen aan partijen en niet aan getuigen kan worden opgelegd, dat
-aan het schriftelijk bewijs geene waarde toegekend mag worden. Alles
-geheel anders dus dan bij de berechting der vele zaken, die in den
-loop der tijden aan de qâdhîs onttrokken en naar gewoonterecht of
-willekeur door de bestuurders behandeld werden.
-
-
-
-
-Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen.
-
-De wettelijke voorschriften, die bestemd zijn om de verhouding van
-den Moslimschen staat tegenover het "gebied van den oorlog", van de
-belijders van den Islâm tegenover ongeloovigen te bepalen, hebben
-eeuwenlang de werkelijkheid beheerscht, zij het ook vaak met eene
-zekere vrijheid in het bijzondere, die zich vanzelf verklaart wanneer
-men bedenkt, dat de uitvoering lag in de handen der vorsten en hunner
-dienaren, niet der schriftgeleerden. Ook toen de staatkundige roem
-van den Islâm al geweldig getaand was, hield men nog lang vast aan
-zulke middeleeuwsche beginselen als dat een Moslimsch staatshoofd
-nooit duurzamen vrede met een niet-Moslimsch land mocht sluiten,
-ja zelfs een wapenstilstand niet langer dan tien jaren mocht duren.
-
-Nog in onze dagen, kan men, gelijk ons reeds bleek, de leer van
-den heiligen oorlog en hetgeen daarmee verband houdt niet als voor
-de practijk onverschillig beschouwen, al is hare werking van geheel
-anderen aard dan die van in eigenlijken zin nageleefde wetten zooals
-de huwelijkswet.
-
-
-
-
-De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen codificatie.
-
-Dit overzicht zal voldoende zijn ter bevordering eener klare
-voorstelling der beteekenis, die het stelsel van den Islâm gehad heeft
-en die het nog bezit voor het leven zijner belijders. Toch zou onze
-schets aan duidelijkheid te wenschen overlaten, indien wij er niet
-iets aan toevoegden over den aard der bronnen, waaruit dat systeem,
-inzonderheid in zijne legislatieve bestanddeelen, gekend wordt. Het
-kan daarbij niet de bedoeling zijn, de in den laatsten tijd meermalen
-door mij gegeven uiteenzetting van de wordingsgeschiedenis der
-Mohammedaansche wet nogmaals te herhalen, maar wel om scherp te doen
-uitkomen, dat het bij deze wet nooit gekomen is tot eene eigenlijke
-codificatie, en dat, naar het schijnt, ook in de toekomst elke poging
-om daartoe te geraken van te voren als mislukt moet worden aangemerkt.
-
-
-
-
-Qoerân en Soennah.
-
-In den allereersten tijd hebben de leiders der Mohammedaansche
-gemeente getracht, de geheele wet te beschouwen als berustend op
-de eigen woorden van Allah, zich daarvoor o.a. beroepende op het
-Qoerânvers (VI : 38): "Wij hebben in het Boek niets veronachtzaamd",
-openbaringswoorden, die blijkens het verband iets geheel anders wilden
-zeggen. Men was huiverig voor het stellen van menschelijk gezag als
-ongeveer gelijkwaardig naast dat van God.
-
-Niet lang kon men echter blind blijven voor de waarheid, dat de Qoerân
-van het eerste begin af doorgaans de verklaring en aanvulling zijner
-sobere wetgevende uitspraken door woord en voorbeeld van den Gezant
-Gods onderstelt. De Soennah, de wijze van doen, van Mohammed, werd
-derhalve als tweede bron van wetgeving naast den Qoerân erkend. Deze
-Soennah had boven den weldra na Mohammeds dood voor altijd schriftelijk
-vastgestelden Qoerân eene zekere rekbaarheid voor, waarvan bij de
-vroeger genoemde aanpassing der wet aan de onafwijsbare behoeften
-der veroverde landen een ruim gebruik gemaakt werd. De overlevering
-(hadîth) omtrent den inhoud der Soennah bleef gedurende een paar eeuwen
-vloeiend, en zoo vond men gelegenheid om de meeste vreemde elementen,
-die de Moslimsche wet niet missen kon, door tradities over Mohammeds
-woorden en daden te sanctionneeren.
-
-De Overlevering, al hield ook hare rekbaarheid na ongeveer drie eeuwen
-op, heeft nooit zoo vasten vorm verkregen als de Openbaring. Uit het
-ontelbaar aantal tradities, die elk een of ander klein détail der wet
-tot onderwerp hadden, kozen gezaghebbende geleerden, ieder volgens
-zijne eigene critische beginselen, de "echte" uit, en zij rangschikten
-die in hunne verzamelwerken min of meer naar den inhoud of naar de
-herkomst. Ofschoon nu sommige van die verzamelingen eene soort van
-kanonieke waarde hebben verkregen, bleef toch de weg altijd open voor
-verschillende relatieve waardeering der enkele tradities, die daarin
-eene plaats gevonden hadden, en tevens voor gelijke waardeering van
-andere, die in die collecties niet waren opgenomen. De uitlegging van
-al die overleveringen was natuurlijk voor latere geslachten vooral
-niet minder aan discussie onderhevig dan die van Allahs eigen woord.
-
-
-
-
-Losmaking der wet van hare bronnen.
-
-De wettelijke bepalingen, die men uit deze bronnen kon afleiden,
-werden vervolgens stelselmatig en met weglating van het betoog, door de
-schriftgeleerden (faqîhs) geordend en aldus verwerkt tot hetgeen men
-zou kunnen noemen handboeken der plichtenleer, leerboeken, waarin de
-geheele wet voor de weetgierigen werd uiteengezet met zooveel gezag als
-de naam van ieder auteur vertegenwoordigde. Het verschil in opvatting,
-dat bij die behandeling der stof aan den dag kwam, betrof meestal
-dingen, die wij bijzaken zouden noemen, en het verminderde bovendien
-nog met den tijd. Toch werd volkomen eenstemmigheid ten aanzien van
-geen enkel hoofdstuk der wet bereikt, zelfs niet binnen de grenzen
-van eene der rechtsscholen, waarvan thans nog vier--de Hanafitische,
-de Malikitische, de Sjafi'itische en de Hanbalitische--over zijn,
-die dat meeningsverschil vertegenwoordigen. Dit doet geen afbreuk aan
-de katholiciteit van het systeem van den Islâm, daar het totaal van
-de resultaten der legislatieve werkzaamheid van de eerste eeuwen als
-onaantastbaar gewaarborgd wordt door de onfeilbaarheid der gemeente,
-die dat alles, de verschillen incluis, voor hare rekening heeft
-genomen.
-
-
-
-
-De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan.
-
-Deze loop der zaken, men begrijpt het licht, verzet zich tegen het
-denkbeeld eener algemeen aanvaarde codificatie, zelfs van hetgeen
-in ééne en dezelfde school op dit gebied als waarheid geldt. Zij zou
-niet kunnen geschieden zonder dat daarbij telkens van verschillende,
-gelijkwaardige inzichten enkele voor goed ter zijde werden gesteld. Ook
-heeft de onfeilbaarheid van den consensus van oudsher alleen zóó
-gewerkt, dat eene volgende generatie op bepaalde resultaten der
-werkzaamheid eener vorige het stempel harer goedkeuring drukte,
-maar er is nooit een lichaam of eene vergadering geweest, die zich
-bevoegd achtte, op een gegeven oogenblik over bepaalde quaesties in
-naam der onfeilbare gemeente uitspraak te doen. Eene commissie van
-geleerden eener rechtsschool (madhab) te belasten met de codificatie
-van de Moslimsche wet, zou dus, afgezien van de moeilijkheid harer
-samenstelling in verband met de verspreiding der aanhangers van
-zulk eene school over den aardbodem, een absoluut novum zijn, en men
-weet hoe vijandig bovenal de wetgeleerdheid tegen nieuwigheden is,
-gedachtig aan de uitspraak, die op naam van den Profeet overgeleverd
-wordt: "hoedt u voor nieuwe dingen: want elke nieuwe zaak is eene
-ketterij, elke ketterij eene dwaling, en elke dwaling behoort in het
-helsche vuur".
-
-Gesteld eens, dat men de waarlijk niet geringe bezwaren, die ik al
-noemde, ter zijde wist te stellen, dan nog zou de aanvaarding van de
-meest zorgvuldige codificatie op haast onoverkomelijke gemoedsbezwaren
-stuiten. Men zou in den codex niet veel anders mogen zien dan een nieuw
-leerboek naast de vele bestaande, niet een wetboek. Al hebben feitelijk
-de handboeken der verschillende scholen de bronnen der wet verdrongen,
-zoodat het niemand meer vrijstaat, die bronnen onafhankelijk van de
-rechtsscholen te gebruiken, terwijl ook het recht der geleerde critiek
-op de uitspraken van gezaghebbende handboeken uiterst beperkt is,
-toch ziet men in ieder dier met autoriteit bekleede auteurs slechts
-iemand, die op gezag alweer van oudere voorgangers den inhoud van
-Qoerân en Overlevering verklaart, zonder zijn werk voor die gewijde
-bronnen in de plaats te stellen. Geen Mohammedaansch concilie--gesteld
-eens dat het mogelijk ware, er een samen te stellen--zou het wagen,
-voor zijn werk op zulk eene plaats aanspraak te maken.
-
-
-
-
-Poging tot codificatie in Algerië.
-
-In Algiers wil de Regeering het beproeven. De Délégation financière des
-Colons sprak in hare zitting van 18 Maart 1904 de wenschelijkheid eener
-codificatie van het in de kolonie geldende Mohammedaansche recht uit,
-dewijl het ontbreken van eenen voor Europeesch gebruik geschikten
-codex tot allerlei moeielijkheden aanleiding gaf, en vooral het
-totstandkomen eener dergelijke regeling der grondrechten belemmerde. De
-Gouverneur-Generaal gaf aan dien wensch gehoor door bij besluit van 22
-Maart 1905 eene commissie in te stellen bestaande uit 11 leden, waarvan
-5 Inlandsche en 6 Fransche ambtenaren, afgevaardigden en geleerden,
-met het doel om te bestudeeren "eene codificatie der bepalingen
-van het Mohammedaansch recht, die op de Moslimsche inboorlingen van
-Algerië toepasselijk zijn". Daaronder vallen, zooals nader blijkt, het
-personen- en familierecht, het erfrecht en de bepalingen betreffende
-vrome stichtingen, het zakelijke recht betreffende onroerend goed,
-de bewijsleer.
-
-De koloniale regeering van Algerië zoowel als de commissie hebben op
-voorbeeldige wijze zorg gedragen, dat de voorbereidende werkzaamheden
-bij het volste daglicht door iedereen gezien en beoordeeld konden
-worden. Onder den algemeenen titel "Projet de codification du droit
-musulman" verschenen van 1906 tot 1909 vijf deeltjes, waarin een
-getrouw verslag wordt gegeven van de ongunstige zoowel als van de
-gunstige adviezen van tal van Fransche en Inlandsche deskundigen,
-waarin verder de notulen van de vergaderingen der commissie en de door
-een harer leden uitgewerkte wetsontwerpen met de door anderen daarop
-voorgestelde verbeteringen worden medegedeeld. Hoogst belangrijk blijft
-die verzameling documenten, zelfs al moest de poging tot codificatie
-ten slotte op niets uitloopen. Dan toch zou, duidelijker dan een
-betoog a priori dit vermag, bewezen zijn, dat ook de samenwerking
-van hoogst bekwame mannen niet in staat is, de hinderpalen tegen de
-uitvoering van zulk een plan weg te nemen.
-
-
-
-
-De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen.
-
-Voor mij, ik zeide het reeds, is de uitslag niet twijfelachtig. De
-overtuiging, die ik altijd heb gekoesterd, dat het Moslimsche recht
-geene codificeering toelaat, wordt zelfs versterkt door den inhoud
-der zooeven genoemde publicaties der commissie van Algiers, ofschoon
-de leden dier commissie zelve nog volharden bij hun optimisme.
-
-De drang tot codificatie kwam geheel en uitsluitend van Europeesche
-zijde. Fransche rechters, die zich soms belast zien met de
-beslechting in eerste of tweede instantie van geschillen, waarbij
-het Mohammedaansche recht geldt, weten in de Arabische handboeken
-den sleutel tot de oplossing vaak niet te vinden en snakken naar eene
-samenvatting der bepalingen naar de methode en in den vorm, waaraan
-zij in hun eigen recht gewoon zijn. Europeesche kolonisten verlangen
-eene vaststelling der rechten van Inlanders op onroerend goed, die hen
-bij hun verkeer met Inlandsche grondbezitters voor onzekerheid behoedt.
-
-De Europeesche adviseurs zijn over de mogelijkheid van het voldoen
-aan deze wenschen zeer verdeeld. Onder de Inlandsche autoriteiten,
-die adviezen gaven, zijn een belangrijk aantal besliste tegenstanders
-van de codificatie, en dit aantal zou ongetwijfeld toenemen, als men
-ook adviezen inwon van ambtelooze schriftgeleerden, die in zaken van
-dezen aard in veel hooger mate de vox populi vertegenwoordigen dan
-zij, die door ambtelijke banden aan de Regeering gebonden zijn. Van
-de Inlandsche adviezen die door de commissie onder de gunstige
-gerangschikt zijn, maken vele het voorbehoud, dat de codificatie
-zich strikt beperken zal tot eene voor Europeanen meer bruikbare
-rangschikking van den inhoud der algemeene gebruikelijke Arabische
-handboeken, zonder aan geest of letter van dien inhoud te raken. De
-onvoorwaardelijke voorstanders onder de Inlanders zijn blijkbaar alleen
-zulken, die onder Europeeschen invloed van de tradities van hun volk
-min of meer los geworden zijn, en wier advies derhalve in eene zoo
-delikate quaestie als deze met groote behoedzaamheid gebruikt dient
-te worden.
-
-
-
-
-Ten onrechte beroept men zich op voorgangers.
-
-De voorbeelden, waarop de commissie zich beroept om de rechtmatigheid
-van haar plan te betoogen, namelijk hetgeen in deze richting in
-Turkije, in Egypte en in Tunesië tot stand gebracht is, kunnen den
-verlangden dienst niet bewijzen, zoolang niet is aangetoond--en die
-aantooning zou niet licht gelukken--dat de officieele verzamelingen
-van beginselen en bepalingen der Moslimsche wet, die op last van de
-Turksche en Egyptische regeeringen uitgegeven zijn, in de practijk der
-rechtspraak dier landen de handboeken en fetwa's, die van ouds door
-de rechters als grondslag voor hunne beslissingen gebruikt werden,
-verdrongen hebben, en wat Tunesië aangaat, dat men daar met het
-codificatiewerk, wat de belangrijkste hoofdstukken van het Moslimsche
-recht betreft, verder gekomen is dan tot projecten.
-
-
-
-
-Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien verdacht.
-
-En dan moet men nog twee zaken bedenken, die de uitvoering van
-het plan voor eene niet-Mohammedaansche regeering als de Fransche
-heel wat bezwaarlijker zouden maken dan voor Mohammedaansche als
-de Turksche en Egyptische. In alle opzichten, maar vooral waar het
-aankomt op de behandeling der heilige wet, heeft de minst aanzienlijke
-Mohammedaansche bestuurder voor eene bevolking, die dien godsdienst
-belijdt, een gezag, waarmee dat van den machtigsten niet-Moslimschen
-staat nooit kan wedijveren. Ging de Gouverneur-Generaal van Algiers
-er inderdaad toe over, bij decreet verbindende kracht toe te kennen
-aan eenen codex van het Mohammedaansche recht, die door eene commissie
-van eenige Fransche deskundigen en eenige Mohammedaansche ambtenaren
-van de Fransche regeering was samengesteld, dan zou zulk eene wet
-reeds om haren oorsprong in de oogen van alle vrome Moslims verdacht
-zijn. Kwam daar nog bij, dat bij die codificatie gestreefd was,
-uit de leerstellingen der verschillende rechtsscholen van den Islâm
-datgene bijeen te lezen, wat zich het best leende voor aanpassing aan
-moderne rechtsbegrippen--en hiernaar streeft inderdaad de commissie van
-Algiers--dan zou de gehoorzame aanvaarding van zulk eenen codex door
-eene Moslimsche bevolking eenvoudig bewijzen, dat de Fransche Regeering
-over haar een zoo onbeperkt gezag had, dat zij bijna even gemakkelijk
-het geheele Mohammedaansche recht door een ander had kunnen vervangen.
-
-
-
-
-De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche afwijken.
-
-Het tweede, niet minder ernstige bezwaar is hierin gelegen dat het
-recht niet alleen zijn eigen inhoud heeft, dien men volgens de meening
-der Mohammedanen alleen door steeds vernieuwde raadpleging der door
-den consensus gewaarmerkte handboeken mag leeren kennen, kennen, maar
-dat bovendien rechters en moefti's (gezaghebbende uitleggers der wet)
-bij de toepassing en verklaring dier wet gebonden zijn aan methoden,
-die ver afwijken van die der Europeesche juristen. Een door een
-Europeesch rechter geveld vonnis kan door hem op volkomen logische
-wijze zijn gebaseerd op een artikel van zijnen Mohammedaanschen codex
-en toch rechtmatige ergernis geven aan Mohammedanen, die tegen den
-inhoud van het artikel zelfs geen enkel bezwaar hebben.
-
-
-
-
-Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven ongewenscht.
-
-Eenige Fransche adviseurs der Regeering van Algiers, die evenals
-ik eene bevredigende codificatie van het Moslimsche recht niet
-mogelijk achten, spreken zich daarenboven tegen de wenschelijkheid
-van zulk een vastleggen van bepalingen dier wet uit. Zij wijzen erop,
-dat de Fransche Regeering zoo doende aan inzettingen, die zij niet
-goedkeurt, maar alleen om historische redenen ter wille van eene groep
-harer onderdanen tolereert, een langduriger bestaan verzekeren zou
-dan deze, aan zichzelve overgelaten in den strijd tegen de moderne
-levensopvatting, zouden bereiken. Wel verre van in het ontbreken van
-eenen codex eene lastige leemte te zien, beschouwen zij dat veeleer
-als een groot voordeel, daar Fransche rechters en bestuurders nu
-bij allerlei gelegenheden hunnen invloed kunnen aanwenden om de
-practijk der Mohammedanen geleidelijk met nieuwere beginselen in
-overeenstemming te brengen, hetgeen zij zeer dikwijls met succes
-gedaan hebben. De codex, dien men bezig is te ontwerpen, zou daarom
-voor een deel reeds bij zijne geboorte verouderd zijn, en voor het
-overige de zoo gewenschte ontwikkeling der Moslimsche maatschappij
-uit hare middeleeuwsche windselen zeer bemoeilijken.
-
-
-
-
-Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie vernomen.
-
-In Nederlandsch-Indië zijn meer dan eens stemmen opgegaan voor
-eene codificatie van die gedeelten der Mohammedaansche wet, die
-voor de rechtspraak over Inlanders van practisch belang zijn. Onze
-wetgeving heeft den omvang hiervan nergens zoo nauwkeurig bepaald
-als dit in Algerië geschied is, maar de natuurlijke loop der zaken
-heeft dien feitelijk hier tot dezelfde onderwerpen beperkt als daar;
-het huwelijks-, familie-, personen- en het erfrecht staan bovenaan,
-de waqf-instellingen worden uit den aard der zaak volgens de heilige
-wet behandeld, en de Moslimsche leer van het bewijs, die in zoo
-menig opzicht van moderne opvattingen afwijkt, is de eenige, welke
-de handhaver der wet van den Islâm bij zijn onderzoek mag volgen.
-
-Degenen, die ten onzent op codificatie aandrongen, behoorden
-ongeveer tot dezelfde groepen, die in Algerië zulk eenen mijns
-inziens onvervulbaren wensch uitten: vooral rechterlijke ambtenaren,
-die inzagen, dat de Regeering zich op den duur niet mag onttrekken
-aan alle toezicht op de Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak, en dat
-zulk toezicht niet beperkt kan blijven tot de wettige samenstelling
-der rechtbanken en tot de quaestie der competentie, maar zich ook
-behoort uit te strekken tot den inhoud der vonnissen, daar anders de
-justitiabelen overgeleverd worden aan de willekeur van niet of slecht
-bezoldigde rechters, die toch door de Regeering worden aangesteld. Die
-Europeesche juristen achtten evenwel de doelmatige uitoefening van
-zulk toezicht niet mogelijk, wanneer zij daarvoor niet beschikten
-over een codex, die voor hen, bruikbaar en tevens met onbetwist gezag
-bekleed was.
-
-
-
-
-Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren.
-
-De principieele bezwaren tegen dit desideratum behoeven wij na al
-hetgeen naar aanleiding der in Algiers op touw gezette codificatie
-werd opgemerkt niet meer te herhalen. Kon men--wat ik ontken--die
-algemeene hinderpalen overwinnen, dan nog zou, naar ik vermoed, onze
-Regeering, die zich terecht verplicht acht, de volksinstellingen
-der door Haar bestuurde Oosterlingen, vooral wanneer zij eenen
-godsdienstigen grondslag hebben, te tolereeren, in hooger mate dan
-die van Algiers door gemoedsbezwaren weerhouden worden van het door
-officieele codificatie min of meer consacreeren van instellingen als
-de polygamie met hetgeen daaruit voortvloeit, om niet meer te noemen.
-
-
-
-
-Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen.
-
-Ook zou eene codificatie van het Moslimsche recht, om te voldoen aan de
-eischen der meest deskundige Mohammedaansche Inlanders, verschillende
-instellingen, die in het inheemsche volksrecht gegrond zijn en waarmede
-vele rechters naar den Islâm rekening plegen te houden, moeten negeeren
-en zoo hare afschaffing voorbereiden, terwijl juist hare handhaving
-aanbeveling verdient. Ik noem slechts het op nagenoeg geheel Java en
-Madoera geldende instituut der voorwaardelijke verstooting na elk
-huwelijk, waardoor de positie der gehuwde vrouw belangrijk sterker
-wordt dan door eenvoudige toepassing der Mohammedaansche wet het geval
-zou zijn; verder de in een groot deel dier eilanden gebruikelijke
-verdeeling der staande het huwelijk verworven goederen tusschen de
-echtgenooten bij ontbinding van den echt.
-
-Een der meest gezaghebbende Mohammedaansche schriftgeleerden
-in Nederlandsch-Indië, Sajjid Oethmân bin Jahja te Batavia,
-heeft door de samenstelling van zijnen verdienstelijken gids
-voor de priesterraden (onder den titel: al-Qawânîn as-Sjar'ijjah)
-zijdelings de onmogelijkheid eener codificatie aangetoond. Hij wist
-uit rijke ervaring van vele jaren, welke quaesties aan die geestelijke
-rechtbanken op Java en Madoera plegen te worden voorgelegd; zijn
-streven was, uit de beste werken der doctores van het Sjafi'itische
-recht bijeen te lezen, hetgeen de leden van die rechtbanken anders in
-eene bibliotheek van handboeken zouden moeten zoeken. Inderdaad gaf
-hij al wat iemand, die met de materie vertrouwd is, billijkerwijze
-verwachten kon: geene codificatie dus, maar een nieuw, voor bijzondere
-behoeften berekend leerboek, dat evenwel telkens den gebruiker
-noodzaakt, voor een te behandelen geval zijn licht te ontsteken bij
-een anderen auteur. Van volksrecht, dat niet met de kanonieke wet
-overeenstemde, nam hij natuurlijk alleen notitie om het met alle
-kracht te bestrijden.
-
-
-
-
-Beteekenis der mystiek in den Islâm.
-
-Onze vluchtige karakterschets van het systeem van den Islâm
-zou al te onvolledig zijn, als we de mystiek geheel stilzwijgend
-voorbijgingen. Voor hem, die den Islâm van alle zijden wil bezien,
-is dit zelfs juist een onderwerp, dat verleidt om er lang bij stil te
-staan, want in de mystiek heeft het Mohammedanisme het middel gevonden
-om zich te verheffen tot eene hoogte, van waar hij boven zijn eigen,
-eng begrensden horizon uit kon zien.
-
-Die geesten onder de Moslims, voor welke het keurslijf der wettelijke
-voorschriften en der dogmata van den Islâm te eng was, hebben in de
-periode, waarin hij zich aan de door hem veroverde wereld aanpaste,
-aan denkbeelden van eene andere orde binnen zijne grenzen een zeker
-burgerrecht weten te verzekeren. In hunnen kring werkten ascese en
-wijsgeerige diepzinnigheid van Griekschen, Perzischen en Indischen
-oorsprong samen om de wet en de dogmatiek te vervluchtigen tot de
-eerste, meest elementaire middelen om te geraken tot vereeniging van
-mensch en God. Soms ging die vervluchtiging zoo ver, dat er van de
-specifieke voorschriften en leerstellingen van den Islâm niet veel meer
-overbleef. Natuurlijk begon dan van de andere zijde de ketterjacht,
-en daarom vermeden vele mystieken het dan ook, de ondergeschiktheid
-van wet en geloofsleer aan hoogere doeleinden tot de consequentie van
-opheffing dezer beide uit te werken. Dit alles behoort echter meer
-tot het terrein van godsdienst en wijsbegeerte, dat ons hier slechts
-in zooverre bezighoudt als het voor de practijk belangrijke directe
-gevolgen heeft.
-
-
-
-
-Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te verwachten.
-
-In één opzicht raakt de mystiek toch onze tegenwoordige sfeer van
-belangstelling. Overal, en ook in den Islâm, onderscheidt zij zich
-door neiging om den godsdienst boven zijne vormen te verheffen,
-dus ook door verdraagzaamheid; zij heeft, als ik het zoo eens
-noemen mag, iets interreligionaals. Nu hebben sommigen daarom de
-Mohammedaansche mystiek beschouwd als bestemd om den Islâm uit zijn
-geestelijk isolement te verlossen en hem de gewenschte verzoening met
-de moderne cultuur mogelijk te maken. Als deze verwachting gegrond
-was, dan zou zij voor de Mohammedanen van den Indischen Archipel
-bijzondere beteekenis hebben, want daar heeft vooral in den aanvang
-der Islamiseering de mystieke opvatting diepe wortels geschoten. De
-bodem was daartoe met name op Java, maar ook elders, door het vroeger
-heerschende Hindoeïsme uitnemend voorbereid, en de eerste predikers
-van den Islâm waren zelf weer geïslamiseerde Hindoes, die veel van
-den ouden zuurdeesem behouden hadden.
-
-Voor het proces der inlijving van Javanen en Maleiers bij de moderne
-beschaving is deze omstandigheid zonder twijfel gunstig, althans
-daar, waar niet in lateren tijd de invloed van West- en Zuid-Arabië,
-van Mekka en Hadhramaut, met succes tegen te zwakke waardeering van
-wet en leer gereageerd hebben. Maar dan toch alleen in dezen zin,
-dat die Indonesiërs daardoor minder dan vele andere Islâmbelijders
-zich tegen de inwerking van vreemden geestelijken invloed zullen
-verzetten; niet zoo, dat zij kans hebben om meegesleept te worden in
-eene algemeene hervorming van den Islâm in de richting der mystiek.
-
-De verwachting van zulk eene beweging laat zich namelijk op redelijke
-gronden niet rechtvaardigen. De mystiek van den Islâm heeft nooit
-propaganda onder het volk gemaakt, zij bleef steeds beperkt tot
-enkele kringen, die zich als geestelijk bevoorrechten beschouwden en
-nog dieper haast dan de schriftgeleerden en de dogmatici op de schare
-neerzagen. De mystieken werden door de massa beschouwd òf als ketters
-òf als godsmannen, die wonderen deden, maar wier denken en doen gewone
-menschen zich niet tot voorbeeld mochten nemen. Hunne beschouwing van
-wereld en leven mist dus al hetgeen zou kunnen dienen om de menigte
-te boeien of aan te trekken.
-
-
-
-
-De mystieke broederschappen.
-
-Wel is er ook eene populaire soort van mystiek ontstaan, die in de
-zoogenaamde geestelijke broederschappen, de tarîqah's, haren vasten
-vorm heeft gevonden, maar van deze verwacht wel niemand hervormende
-kracht, want zij heeft zelve hare kracht gezocht in streeling van de
-vulgaire behoefte aan menschenvereering en allerlei bijgeloof. Noch
-de vaak verheven, maar meestal hoovaardige denkheiligheid der
-mystieke leer van den Islâm, noch de op de lagere neigingen der
-menschen speculeerende tarîqah's kunnen aan het Mohammedanisme de
-geestelijke emancipatie brengen, die het geschikt moet maken voor
-het internationale geestelijke verkeer.
-
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-DE NEDERLANDSCHE KOLONIALE REGEERING EN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM.
-
-
-De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek.
-
-Sinds ongeveer zeven eeuwen heeft op de bevolking van onzen Indischen
-Archipel de in onze eerste voordracht geschetste propaganda ingewerkt;
-sinds ongeveer vier eeuwen heeft hare overgroote meerderheid den Islâm
-aangenomen, dat wil zeggen zich opengesteld voor den invloed van het
-in onze tweede voordracht behandelde systeem en zich daarmee tevens
-voor andere cultuurinvloeden minder toegankelijk gemaakt, zij het
-ook dat de hervormende en opvoedende factoren van dat stelsel zich
-in vele streken nog weinig deden gelden. Vijfendertig millioenen
-Nederlandsche onderdanen belijden den Mohammedaanschen godsdienst,
-dus ongeveer een zevende deel van het geschatte totaal aller Moslims;
-daar gaat niet veel af, integendeel, er komt veel bij, zoowel omdat de
-bevolking snel vermeerdert, als omdat het toegenomen internationale
-verkeer, waaraan ook de Indonesiërs op hunne wijze deelnemen, hier
-gelijk overal de strekking heeft om plaatselijke eigenaardigheden op
-te ruimen, terwijl de Islâm de beste kansen heeft verworven om bij
-die opruiming eene hoofdrol te spelen.
-
-Sinds Nederland tot het bewustzijn is ontwaakt, dat het zijne taak
-is, de volken van den Archipel naar hunnen aard voor deelname aan
-het moderne cultuur- en verkeersleven geschikt te maken, heeft het
-dus evenals elke niet-Mohammedaansche staat met Moslimsche onderdanen
-zijne eigene Islâmquaestie, eene levensvraag, welker oplossing elken
-Nederlander, die vooruitkijkt, ter harte moet gaan, waaraan bovenal
-de Regeering en Hare ambtenaren hunne ernstige belangstelling niet
-mogen onthouden.
-
-Dat bij elke oplossing der vele vragen, die zich hier om een antwoord
-aanmelden, de volkomen eerlijke eerbiediging van de vrijheid der
-godsdienstige belijdenis van alle onderdanen ongerept moeten blijven,
-behoeft gelukkig geen uitvoerig betoog meer. De kleine groep van
-kortzichtigen, die den Islâm der Inlanders een deuk zouden willen
-geven door hem voor vijf zesden weg te cijferen, verdient de eer
-eener omstandige weerlegging niet.
-
-Maar daar de Islâm nu eens een stelsel is geworden, dat zich niet
-tevredenstelt met de regeling der verhouding zijner belijders tot het
-Opperwezen, veeleer zijne bemoeienis opdringt met hunne betrekkingen
-tot het staatsgezag en tot hunne medeonderdanen van denzelfden staat,
-en tot in de geringste bijzonderheden al hunne levensuitingen wil
-binden aan zijne voorschriften, daar kan noch mag de staat, die
-millioenen Mohammedanen tot onderdanen heeft, hiervoor onverschillig
-blijven. Al ware het tegen wil en dank, hij is verplicht een scheiding
-te maken, die de Islâm zelf theoretisch niet maken kan, eene scheiding
-tusschen een gebied, waarbinnen hij zulk een imperium in imperio ter
-wille der gewetensvrijheid dulden kan, en een ander gebied, waarin de
-onbelemmerde werking van zulk eene macht met hoogere en algemeenere
-belangen niet te rijmen ware.
-
-
-
-
-Jegens het dogma en de zuiver godsdienstige voorschriften der wet
-moet zij neutraal zijn.
-
-Aan de eigenlijke geloofsdogmata van den Islâm behoort de
-Regeering in geen enkel opzicht te raken; zij zijn trouwens
-voor den staat even ongevaarlijk als die van eenige andere der
-gezindten, welker vrijheid van belijdenis door hem gewaarborgd
-wordt. Zelfs van het eschatologische gedeelte moet dit gezegd worden,
-want oproerige bewegingen, die soms daaraan--inzonderheid aan de
-mahdî-verwachting--vastgeknoopt worden, sleepen alleen onontwikkelden
-uit misverstand mede. Waar zij zich voordoen, zal men ze altijd met
-geweld moeten onderdrukken; preventief werkt daartegen opvoeding der
-bevolking tot een hooger intellectueel peil.
-
-Niet minder zal de staat zich hebben te onthouden van alle belemmering
-van verrichtingen, die de Moslim beschouwt als te behooren tot zijnen
-godsdienst in den engeren zin van dat woord.
-
-Overal, maar het meest daar, waar de Islâm niet meer den hoofdtoon
-aangeeft, brengt rigoureuze trouw aan hetgeen hij zijnen belijders
-als hoofdplichten voorschrijft--de zoogenaamde vijf zuilen van den
-Islâm--de geloovigen dikwijls in moeilijkheid bij intensieve deelname
-aan het tegenwoordige verkeer. De reinheidswetten, de vijfmaaldaagsche
-godsdienstoefeningen, het strenge vasten gedurende eene geheele
-maand van ieder jaar, dat alles maakt den ambtenaar, den koopman,
-den industrieel, den werkman der twintigste eeuw, die zich eraan
-gebonden acht, het leven vaak bedenkelijk zwaar. Dit blijkt wel het
-best uit het feit, dat zelfs in landen onder Mohammedaansch bestuur
-die verschillende klassen der maatschappij zich meer en meer van die
-knellende banden emancipeeren.
-
-Onze koloniale Regeering zal zich hierdoor evenmin als de Fransche in
-Algerië of de Britsche in Indië gerechtigd achten op die natuurlijke
-evolutie vooruit te loopen door gebrek aan consideratie jegens hen,
-die zich nog tot inachtneming dier verouderende godsdienstige gebruiken
-verplicht achten. Elke directe of verkapte drang tot slapheid in zulke
-observanties is onverstandig, al ware het slechts omdat de evolutie
-daardoor met vertraging wordt bedreigd; immers alwat aan aanval
-blootstaat, stijgt in de waardeering van wie het bezit. Bovendien is
-zulk optreden van de Regeering of Hare ambtenaren met het beginsel
-der godsdienstvrijheid in stelligen strijd.
-
-Minder groot is het gevaar van dit beginsel aan te randen ten
-aanzien van de zakât genoemde godsdienstige belasting, welker
-opbrengst mede als eene der vijf hoofdzuilen van het gebouw van
-den Islâm geldt. De Moslimsche wet zelve, rekening houdende met
-het feit, dat het staatsbestuur in Mohammedaansche landen al eeuwen
-lang niet overeenkomstig hare voorschriften is ingericht, bevat de
-noodige bepalingen voor het geval, waarin de vervulling van dezen
-plicht, zonder bemoeienis van vertegenwoordigers van het gezag,
-geheel aan het vrije initiatief der geloovigen is overgelaten. De
-Nederlandsch-Indische Regeering heeft reeds vele jaren geleden ten
-opzichte van deze instelling het eenig juiste standpunt ingenomen
-door aan hare ambtenaren mede te deelen, dat zij de zakât beschouwd
-wenschte te zien als eene vrijwillige liefdegave, tot welke niemand
-onder haar bestuur mocht worden gedwongen, evenmin als aan de naleving
-van dat godsdienstige voorschrift moeielijkheden in den weg gelegd
-behoorden te worden.
-
-
-
-
-Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen onverstandig
-zijn.
-
-Anders staat het met de vijfde zuil, de door iederen Moslim, die
-physiek en finantieel daartoe in staat is, eenmaal in het leven
-te verrichten bedevaart naar Mekka. Dit onderwerp is door mij bij
-verschillende gelegenheden met zooveel uitvoerigheid behandeld,
-dat ik mij hier wel tot resumtie der hoofdzaken mag bepalen. Zelfs
-dit zou overbodig geacht kunnen worden, indien niet telkens weer met
-dezelfde versleten argumenten, drang op de Regeering uitgeoefend werd
-om toch eindelijk eens maatregelen te nemen tot tegengang van den hadj.
-
-Het laatst trad als orgaan van dien aandrang op hetzelfde
-parlementslid, dat de Islâmquaestie wilde vereenvoudigen door zijn
-voorstel om vijf zesden der Nederlandsch-Indische Mohammedanen,
-die door hem gewogen, maar voor den Islâm te licht bevonden waren,
-eenvoudig uit de registers der Islâmbelijders te schrappen. Natuurlijk
-bleef hij in gebreke aan te geven, hoe de Regeering, zonder de vrijheid
-van godsdienst en van beweging Harer onderdanen aan te randen, aan
-zijnen wensch gevolg zou kunnen geven. Hij vergenoegde zich ermede,
-aan zijne met Indië minder bekende medeburgers voor het bedevaartspook
-schrik aan te jagen met behulp van een paar beweringen, die van de
-waarheid evenver verwijderd waren als van de welvoegelijkheid.
-
-Of wat zegt gij, die bij ervaring weet, dat Mohammedaansch fanatisme
-in Oost-Indië evenzeer onder ongetulbande Inlanders als onder hadji's
-voorkomt, en dat tienduizenden hadji's in Nederlandsch-Indië als
-rustige onderdanen van het Gouvernement leven, van deze uitspraak
-van onzen volksvertegenwoordiger: "de bedevaartganger--ook als
-Mohammedaan niet gevaarlijk vóór zijne reis--is beslist een opruier
-tegen het Gouvernement, wanneer hij de bedevaart naar wensch heeft
-volbracht?" En wat dunkt u, lettende op het feit, dat bijna alle
-leden der Javaansche aristocratie naaste bloedverwanten hebben, die
-de bedevaart naar Mekka hebben verricht, en dat onder hen steeds meer
-kennis genomen wordt van hetgeen in onze pers en in ons parlement
-betreffende de Inlandsche wereld gezegd wordt, wat dunkt u van
-zijn ander orakel, dat die Inlanders na terugkeer van hunnen tocht
-naar Arabië gelijk stelt met reizigers, die in hun land terugkomen
-"gewapend met dynamiet en wapenen (sic) om de gebouwen in de lucht
-te doen vliegen en onze medeburgers ad patres te helpen?"
-
-De nuchtere werkelijkheid komt hierop neer, dat, al verzuimen vele
-Nederlandsch-Indische Moslims, die volgens hunne wet in de termen
-zouden vallen tot het verrichten der bedevaart, de vervulling van dien
-godsdienstigen plicht toch, vergeleken met de vele andere landen van
-den Islâm, hun ijver voor den hadj betrekkelijk groot is, grooter ook
-dan hun ijver in de volbrenging van andere plichten, die de Moslimsche
-wet hun minstens even na aan het hart legt.
-
-De oorzaken van dit verschijnsel zijn velerlei. De verzoenende kracht
-voor vroegere zonden, die aan de volbrenging der bedevaart toegekend
-wordt, doet haar bijzonder waardeeren door hen, die in trouw aan de
-dagelijks en jaarlijks terugkeerende ritueele verplichtingen van den
-Moslim zoo veel tekortschieten. Zekere onderscheiding, die de hadji's
-van hunne landgenooten genieten, draagt tot de voorliefde ook iets
-bij, al werkt deze prikkel door de toeneming van hun aantal steeds
-minder sterk. Voor de groote meerderheid der Inlanders is de reis
-naar Arabië bijna het eenige, en wel een vrij gemakkelijk en niet te
-kostbaar middel om hun isolement van de buitenwereld te verbreken en
-ook eens iets van andere landen te zien. Bij deze en andere motieven
-komt ongetwijfeld ook de aanmoediging vanwege de belanghebbenden te
-Mekka, het hadjiwerven, zooals men het pleegt te noemen. Hiertegen
-valt evenwel weinig te doen, want de eigenlijke wervers, die met
-de desalieden in aanraking komen, zijn geene vreemdelingen, aan
-wie men, met eenige willekeur om bestwil, den toegang zou kunnen
-ontzeggen, neen het zijn in den regel Inlanders uit de streek zelve,
-die door hadjisjeichs en dergelijken bij het aanbrengen van klanten
-geïnteresseerd zijn.
-
-
-
-
-Politieke beteekenis van den hadji.
-
-De uit een politiek oogpunt te overwegen gevolgen van van het
-verkeer met Mekka komen niet bij de groote massa der pelgrims aan
-den dag. Dezen komen terug even wijs of onwetend, even fanatiek
-of verdraagzaam als zij enkele maanden tevoren de reis aanvaard
-hebben. Van belang is hoofdzakelijk het feit, dat sedert ongeveer
-twee en eene halve eeuw een nog al aanzienlijk getal Inlanders te
-Mekka jaren doorbrengt om er te studeeren. Deze omstandigheid heeft
-ten gevolge gehad, dat de daar heerschende methoden van studie
-en onderwijs gaandeweg de vroeger van Voor-Indië geimporteerde
-hebben verdrongen, en wat nog meer zegt, dat de--gelukkig niet
-de meerderheid vormende--hiervoor vatbare studeerenden in dat
-internationaal-Mohammedaansche milieu met panislamitische denkbeelden
-kennis maken, die op hunne gezindheid jegens het Europeesche bestuur
-van hun vaderland ongunstig kunnen werken. Tot nog toe heeft niemand
-het middel weten aan te wijzen om dien sedert eeuwen bestaanden, en
-vooral sedert de stoomvaart toegenomen stroom direct te keeren. De
-eenige middelen, die zich aanbevelen, zijn indirecte, langzaam maar
-zeker werkende, die den zin der Inlanders in andere richting leiden. Al
-wat de opvoeding van het volk bevordert, kan daartoe strekken. Elke
-stap, dien men de inlanders verder brengt in de richting onzer cultuur,
-leidt hen evenver af van de bedevaartzucht.
-
-
-
-
-Economische gevolgen van den hadj.
-
-Het economisch nadeel van den hadj voor de Inlandsche maatschappij
-is niet denkbeeldig, al wordt het wel eens breeder uitgemeten dan het
-verdient. Dat laat ons zeggen vijf millioen gulden [1], die jaarlijks
-in den vorm van reis- en verblijfkosten en vrome gaven van pelgrims den
-Archipel verlaten, mogen voor een deel aan de Nederlandsche scheepvaart
-ten goede komen, in het ware belang der bevolking zagen wij die som
-gaarne beter besteed. In verband met het bevolkingscijfer en met de
-vele andere finantieele aftappingen, die Indië ondergaat zonder er
-zelf profijt van te hebben, maakt dat bedrag echter niet meer zóó'n
-enormen indruk als op het eerste gezicht.
-
-In ieder geval staat het vast, dat elke regeeringsmaatregel, die
-ten doel zou hebben, de bedevaart te verhinderen of te belemmeren,
-dat doel zou missen, den ijver veeleer zou prikkelen en een storm
-van verontwaardiging zou ontketenen in de geheele Moslimsche wereld,
-waar de Nederlandsche Regeering nu reeds bekend staat als geneigd
-tot onbillijkheid jegens Mohammedanen.
-
-Tegenover de dogmatische overtuiging zoowel als tegenover de eigenlijk
-godsdienstige wetten Harer Moslimsche onderdanen past der Regeering
-en Haren ambtenaren onder alle omstandigheden geen ander richtsnoer
-dan dat der onvoorwaardelijke en strikt eerlijke handhaving der
-godsdienstvrijheid, zonder eenig voorbehoud betreffende den graad
-hunner islamiseering, de beweegredenen, die hen ten opzichte van een
-of ander voorschrift tot bijzondere trouw of zelfs tot overdrijving
-brengen. Elke schending van dit beginsel brengt zijne straf mede,
-en alleen onverantwoordelijke stuurlui aan den wal zullen eene andere
-methode durven aanbevelen.
-
-
-
-
-Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm eischt
-eerbiediging.
-
-Uit onze vroegere beschouwingen is gebleken, dat sommige gedeelten van
-het stelsel van den Islâm, die bij ons krachtens haar onderwerp tot het
-recht gerekend zouden worden, even stellig als de leer van het geloof
-en die der godsdienstplichten aanspraak maken op eerbiediging. Zoo
-in de eerste plaats het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht
-en hetgeen daarmee het nauwst samenhangt.
-
-Men ontwaart dit wel het duidelijkst uit de nagenoeg volstrekt
-algemeene receptie dezer bestanddeelen van de wet door alle
-Mohammedanen der wereld, en voorts uit de zeer bijzondere consideratie,
-die alle staten met Mohammedaansche onderdanen juist daarvoor getoond
-hebben. Noch Frankrijk noch Groot-Brittannië hebben er ooit aan
-gedacht, aan eene dier zaken te tornen; bij alle hervormingsplannen
-stond het boven bedenking, dat die wetten onaangetast zouden blijven.
-
-In den allerlaatsten tijd worden enkele stemmen vernomen, die met
-name voor een groot deel van Java willen betoogen, dat daar de in
-hare practijk meer heidensch dan Moslimsch gezinde bevolking zeer
-wel de invoering door de Regeering van een Westersch familierecht
-zou toelaten, daar zij toch van de Moslimsche instellingen noch goed
-op de hoogte, noch daaraan bijzonder gehecht was, en die alleen in
-zoover betrachtte, als de hoofden en de zoogenaamde geestelijkheid
-er de hand aan hielden.
-
-Ik kan in die redeneering niet anders zien dan eene van perfidie niet
-vrije drogreden, die een nog meer afstootenden indruk maakt, wanneer
-het heet, dat zij moet dienen om de prediking van het Evangelie wat
-gemakkelijker te maken. Non tali auxilio! zal ieder eerlijk Christen
-met weerzin daarbij uitroepen.
-
-De kleine man, de desabewoner in een groot deel van Java, bezit weinig
-of geene kennis van het familie- en personenrecht van den Islâm, en hij
-heeft dit nooit om zijne bij vergelijking met andere wetten gebleken
-voortreffelijkheid aanvaard. Neen, de fellâh van Egypte evenmin,
-en het gros der bevolking van Constantinopel en Mekka deelen met hen
-die onkunde. Maar zij allen weten wel, wie onder hen de kenners van
-die inzettingen zijn, en dezen staan onmiddellijk, wanneer daarop
-een aanval beraamd wordt, gereed om die onwetenden te waarschuwen,
-dat hunne religie in gevaar komt, dat het niet alleen gaat om een
-door de vaderen aanvaard en van hen geerfd goed, maar om geboden van
-den Allerhoogste, welker miskenning afval van het geloof in zich sluit.
-
-Alleen de grofste onkunde kan zoo slechte raadgevingen eenigszins
-verontschuldigen. Diezelfde onbekendheid met de meest elementaire
-gegevens, die ons parlementslid (den man van de schrapping der vijf
-zesden) deed beweren, dat de Nederlandsche Regeering hare Indonesische
-onderdanen bestuurt naar Mohammedaansche rechtsbeginselen en zoo
-bij hen de meening doet post vatten, dat Zij hunne bekeering tot den
-Islâm gaarne ziet.
-
-Dat eenig deel van onze voor Inlanders geldende wetgeving ook maar
-een spoor van Mohammedaansche rechtsbeginselen vertoont, zal zelfs
-die volksvertegenwoordiger niet durven zeggen. Zijne uitspraak kan dus
-alleen betrekking hebben op dat personen- en familierecht met aankleve,
-hetwelk, zoolang wij Oost-Indische eilanden bezitten, gegolden heeft
-als door de inheemsche Moslimsche bevolking gerecipieerd, en ook
-wegens zijn intiemen samenhang met hunne religie te eerbiedigen. Dit
-nooit weersproken feit vertoont zich nu opeens aan ons Kamerlid als
-eene dwaling, die haar ontstaan dankt aan angst voor of sympathie met
-den Islâm, die de Regeering van de wijs gebracht zouden hebben. En
-voor deze ongehoorde stelling voert hij niets anders aan dan de niet
-verder gespecificeerde autoriteit van drie geleerden, van welke twee
-zich nooit op dit terrein bewogen noch in dezen zin geuit hebben,
-terwijl de derde zich bij meer dan eene gelegenheid in zeer beslist
-positieven zin over de receptie van bedoelde hoofdstukken van het
-Moslimsch recht door de Inlandsche Mohammedanen heeft uitgesproken. Wij
-mogen bij deze dwaasheden niet langer stilstaan.
-
-
-
-
-De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open.
-
-Intusschen, de eerlijke erkenning van de aanspraken dezer
-Mohammedaansch-Inlandsche inzettingen op volkomen eerbiediging sluit
-geenszins ingenomenheid in zich met die inzettingen zelve. In menig
-opzicht passen zij beter bij den beschavingstoestand van de oudheid
-of van de middeleeuwen dan bij dien van onzen tijd. De polygamie,
-de groote losheid van den huwelijksband, de hulpeloosheid der vrouw
-tegenover willekeur en onrecht van haren man, om maar enkele hoofdzaken
-te noemen, verhinderen de normale ontwikkeling van het gezin;
-ook vele détailregelingen zou men thans geheel anders wenschen. De
-Islâm heeft hier weer aan het tijdelijke blijvende kracht gegeven,
-aan voorschriften, die in eene bepaalde periode voor bepaalde landen
-wellicht geschikt waren, eeuwig onfeilbaar gezag toegekend. Zoolang
-men eene bevolking van wingewesten exploiteert, kan men voor de
-heerschappij van zulke instituten onverschillig blijven; eene
-regeering, die al hare onderdanen naar ethische beginselen wil
-besturen, mag dit niet zijn. Zonder ooit de bijzondere teerheid
-voorbij te zien van door de religie gewijde regelen, die het leven
-van het individu en van de familie betreffen, moet zij den weg
-eener gewenschte evolutie open houden, banen als het noodig is,
-en de menschen daarheen lokken als zij dat vermag.
-
-
-
-
-Codificatie derhalve ongewenscht.
-
-Codificatie van het gerecipieerde deel van het Moslimsche recht,
-al ware zij niet op zichzelve onmogelijk, zou eene der grofste
-fouten zijn, die de Regeering kon begaan. Men zou daardoor voor
-onafzienbaren tijd vastleggen, hetgeen men juist hoopt, dat zich zal
-wijzigen. Bovendien is de receptie van dat recht, die hier vrijwillig
-tot stand kwam, niet volledig noch ongeschonden geweest, en menige
-adat, die zich plaatselijk tusschen de regelen van het gewijde recht
-wist in te dringen, heeft aanspraak op officieele bescherming. Het
-is dus van het grootste belang, de beslissing omtrent hetgeen het
-Inlandsch-Mohammedaansche recht in de te behandelen gevallen leert,
-telkens over te laten aan de vrije, door geen officieel erkend
-geschrift gebonden overweging van degenen, die met deze rechtspraak
-belast zijn, en verder, deze functie op te dragen aan personen, die
-bij de bevolking gezag hebben, en van wie de Regeering vertrouwen kan,
-dat zij niet alleen de noodige kennis der Moslimsche wet bezitten,
-maar vooral ook op de hoogte zijn van hunnen tijd, zoodat zij de
-eischen eener gezonde evolutie verstaan.
-
-
-
-
-De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene fout.
-
-Daarom is de instelling der priesterraden, die in 1882 van
-Regeeringswege geschiedde, eene betreurenswaardige fout geweest. De
-Mohammedaansche rechtspraak op Java en Madoera was in handen van
-de panghoeloes, bijgestaan door het hun ondergeschikte personeel
-en somtijds ook door deskundigen daarbuiten, en onderworpen aan het
-toezicht van de regenten. Ten onrechte heeft men toen gemeend, het
-bestaande verbeterend te bevestigen door de ondergeschikte helpers van
-den éénen rechter te maken tot een college van stemgerechtigde leden,
-die door de Regeering benoemd en wat hunne rechtspraak betreft van
-elk hooger toezicht ontslagen werden. De misbruiken zijn daardoor eer
-toe- dan afgenomen, te meer, daar deze rechters door de Regeering wel
-benoemd, maar niet bezoldigd worden. Betrouwbaarheid kan men toch
-moeielijk verwachten van rechters, die over de intiemste belangen
-der bevolking te beslissen hebben, en wier eenige belooning bestaat
-in de nergens geregelde emolumenten van hun ambt. Voor de keuze der
-leden was men aangewezen op personen, die aan Inlandsche pesantrèns
-of in Arabië eene zekere kennis van den inhoud der handboeken over
-de Mohammedaansche wet hadden opgedaan; gewoonlijk vrij bekrompen
-menschen, die met de practijk des levens weinig aanraking hebben. De
-stem van het Inlandsche gezonde verstand, die vroeger door de
-bemoeienis van den regent dikwijls dan doorslag gaf, werd gesmoord,
-zoodat rechtsverkrachting gemakkelijker, evolutie veel moeilijker
-was geworden.
-
-
-
-
-Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel gewenscht.
-
-Op zichzelf was het feit, dat in 1882 eene regeling der
-Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak door de Regeering ondernomen
-werd, een verblijdende stap in eene richting, die men vroeger,
-evenzeer uit angstvalligheid als uit onverschilligheid, placht
-te schuwen. Uitgaande van het juiste beginsel, dat inmenging in
-godsdienstige aangelegenheden verkeerd was, vergat men, dat in
-het stelsel van den Islâm een aantal zaken met den godsdienst in
-onverbrekelijk verband staan, aan welker regeling een behoorlijk
-bestuur onmogelijk vreemd kan blijven.
-
-
-
-
-Moskeefondsen.
-
-Werden moskeefondsen, die aan het initiatief van regenten hun ontstaan
-te danken hadden, met medewerking dikwijls van Inlandsche en ook van
-Europeesche ambtenaren op ergerlijke wijze misbruikt, om het zacht
-uit te drukken, dan vond de Regeering elk ingrijpen gevaarlijk, omdat
-het hier den godsdienst der Inlanders betrof. Dezelfde bedenking deed
-zich gelden, wanneer de panghoeloes en hunne consorten voor de hun
-krachtens aloude herkomsten opgedragen bemoeienis met de sluiting en
-ontbinding van huwelijken, met boedelscheidingen, met de rechtspraak,
-voor de bevolking drukkende honoraria eischten. Bedenkelijk werd het
-zelfs geacht, wanneer een bestuursambtenaar zich van de inrichting
-van Inlandsche godsdienstscholen door eigen aanschouwing op de hoogte
-wilde stellen.
-
-Al deze beschouwingen waren erfgoed uit den tijd, toen de Inlandsche
-bevolking voor het Gouvernement in de eerste plaats een instrument
-was om verhandelbare producten te cultiveeren, en zij hebben nog lang
-nagewerkt, nadat de exploitatieleer in beginsel opgegeven was. Dat is
-nu anders geworden; men acht het nu niet meer de hoogste wijsheid,
-de Inlandsche maatschappij zooveel doenlijk in haar eigen sop
-te laten gaarkoken, en men begrijpt, dat ook op het gebied, waar
-de volksinstellingen en gebruiken, van godsdienstigen of anderen
-oorsprong, het leven dier maatschappij nog beheerschen, de Regeering
-verplicht is te zorgen, dat niemand onherstelbaar onrecht worde
-aangedaan, allerminst door beambten, die Zijzelve aanstelt of erkent.
-
-
-
-
-Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs.
-
-Zoo is dan de administratie der moskeefondsen van hooger hand
-aan regelen onderworpen en onder toezicht gesteld, de van ouds
-gebruikelijke deskundige hulp en toezicht bij de sluiting en
-ontbinding van huwelijken der Inlandsche Mohammedanen ter vermijding
-van onzekerheid en ter voorkoming van misbruiken op vastere grondslagen
-gevestigd, het Mohammedaansche godsdienstonderwijs, zonder inmenging
-in den godsdienst zelf, onder controle genomen op een wijze, die bij
-goede uitvoering waarborgen bevat voor de handhaving der openbare orde,
-terwijl de Regeering behoorlijk op de hoogte kan zijn van de invloeden,
-waaraan vele harer Moslimsche onderdanen zich onderwerpen.
-
-Ik sprak daar van eene goede uitvoering, en naar aanleiding
-hiervan mag ik te dezer plaatse de opmerking niet terughouden, dat
-daaraan vaak veel heeft ontbroken. Was het de ongewoonte om zich
-aan deze soort van belangen der bevolking veel gelegen te laten
-zijn of overlading met ander werk, of hield eene andere oorzaak de
-Europeesche bestuursambtenaren van de behoorlijke toepassing van
-eenvoudige, ondubbelzinnige, door de Regeering herhaaldelijk gegeven
-en ingescherpte voorschriften af? Op deze vragen weet ik het juiste
-antwoord niet, maar dit moet ik zeggen, dat ik u ware geschiedenissen
-zou kunnen verhalen van gewesten, waar gedurende jaren zelfs met de
-eerste voorbereiding der uitvoering van de stelligste bevelen geen
-aanvang was gemaakt, waar de herhaaldelijk in herinnering gebrachte
-voorschriften niet slechts papieren voorschriften bleven, maar zelfs
-het papier na eenigen tijd niet meer te vinden was.
-
-Het schijnt, dat deze onoverwinnelijke ambtelijke apathie tegenover
-bevelen der Regeering in het bijzonder zaken betreft, die op den Islâm
-betrekking hebben. Althans bleek het tot dusver eveneens niet mogelijk,
-de zoogenaamde Mekkapassen, waarvan het bestuur de vertrekkende hadji's
-moet voorzien, eenigszins behoorlijk ingevuld te krijgen, en verklaart
-de Consul der Nederlanden te Djeddah, zelf Indisch bestuursambtenaar,
-telkens met smart, dat onder de duizenden passen, die hij jaarlijks te
-controleeren heeft, de enkele goed ingevulde hem bijna doen schrikken
-van wege hunne zeldzaamheid.
-
-Ten aanzien der priesterradenverordening van 1882, die in tijdsorde aan
-al de andere daarstraks genoemde regelingen voorafging, kan men over
-die gebrekkige uitvoering niet klagen. De instelling dier geestelijke
-rechtbanken en de benoeming harer leden gingen van het centrale gezag
-uit en kwamen tijdig en ordelijk tot stand. Ongelukkig was echter deze
-in beginsel prijzenswaardige stap op het gebied der Mohammedaansche
-volksinstellingen om de daarstraks genoemde redenen een misstap.
-
-
-
-
-Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren.
-
-Te verhelpen schijnt mij dit euvel op geene andere wijze dan door
-die te onzaliger ure geschapen colleges geheel af te schaffen en de
-beslissing der rechtsvragen, die hun thans worden voorgelegd, op te
-dragen aan den gewonen Inlandschen rechter. De voorzorgsmaatregelen,
-die bij die operatie in acht genomen moeten worden, zijn: voor zulke
-quaesties aan het advies van den panghoeloe, die anders vaak slechts
-schijn-adviseur en beëediger van getuigen is, zeer hooge waarde toe
-te kennen, en aan de meestal uit haren aard urgente gedingen, die
-het familierecht betreffen, die snelle behandeling te verzekeren,
-waarop zij aanspraak hebben, en die vooralsnog bij de priesterraden
-beter dan bij de landraden gewaarborgd is.
-
-Draagt men dan meer, dan dusver vaak geschied is, zorg voor de
-benoeming tot het panghoeloe-ambt van menschen, wier aanbeveling niet
-alleen in hunne studie van eenige kitabs en in den door hen gedragen
-tulband gelegen is, maar die ook over wat algemeene ontwikkeling
-en levenservaring beschikken, dan is de voortwoekering der enorme
-misbruiken, die de zoogenaamde geestelijke rechtspraak aankleven,
-goeddeels bezworen en de weg tot geleidelijke evolutie der daarbij
-betrokken soort van volksinstellingen wijd opengehouden.
-
-
-
-
-Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen.
-
-Waar ik de houding besprak, die mijns inziens de Regeering
-moet aannemen tegenover de Moslimsche volksinstellingen van
-Nederlandsch-Indië, bepaalde zich de gedachte meestal als vanzelf
-bij den toestand op Java en Madoera. Men zal dit zonder veel uitleg
-verstaan. Daar is de intensiteit van ons bestuur, ook te dezen aanzien,
-veel verder gevorderd dan elders; daar is het bevolkingscijfer
-der Mohammedaansche bevolking zoo belangrijk veel hooger dan op al
-de andere eilanden saam; en hetgeen zich voor de eilanden op dit
-gebied laat vaststellen, kan met geringe wijziging naar plaatselijke
-omstandigheden op de Mohammedanen der Buitenbezittingen worden
-toegepast, want hoe groot het ethnologisch en cultuurhistorisch
-verschil overigens zij, in den Islâm hebben wij met eenen factor te
-doen, die daar en hier op soortgelijke, alleen in graad verschillende
-wijze inwerkt.
-
-Ten opzichte van de vele hoofdstukken der wet, waarvan de eene
-Inlandsche Moslim zich veel, de ander zich weinig of zelfs niets
-aantrekt, en die buiten alle bemoeienis van geestelijke rechters of
-andere godsdienstbeambten blijven, is het standpunt der Regeering
-vanzelf volstrekt neutraal. Dat er zijn, die op religieuze gronden
-zich onthouden van het sluiten van contracten met rentebeding of met
-risico, assuranties enz., behoeft het bestuur evenmin bezig te houden
-als de uiteenloopende waardeering van het verbod van geestrijke dranken
-bij verschillende Mohammedanen. De voor den nieuweren tijd en zijn
-verkeer al te knellende banden, die de Moslimsche wet om het leven der
-Islâmbelijders slingert, raken vanzelf los, zoodra ons cultuurleven in
-een of ander opzicht hen krachtiger tot zich trekt. De drang daartoe
-moet echter van binnen naar buiten werken, niet omgekeerd.
-
-
-
-
-Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen.
-
-Er is een ander gebied, waarop de Regeering zich niet mag bepalen tot
-belangstellend, maar lijdelijk toezien, wat de toekomstige evolutie
-brengen zal. Het omvat al hetgeen een staatkundig karakter heeft of
-dit licht kan aannemen. Chalifaat, panislamisme, heilige oorlog zijn
-de woorden, die bij den hoorder de voorstelling der voornaamste zaken
-wekken, waarom het hier gaat.
-
-In den aanvang waren de chaliefen, zooals hun naam het zegt, de
-"opvolgers" van Mohammed, namelijk in de leiding en het bestuur
-der gemeente. Naarmate de verovering der landen door den Islâm
-zich uitbreidde en bevestigde, ontwikkelde het chalifaat zich
-tot eene vorstelijke dynastie, die een wereldrijk beheerschte
-en die zich theoretisch de heerschappij over de heele wereld
-aanmatigde. Wij herinnerden er vroeger reeds aan, hoe diep die
-theorie wortel heeft geschoten èn in het systeem van den Islâm èn in
-de populaire voorstellingen zijner belijders. Zelfs nadat de politieke
-verbrokkeling, die al spoedig intrad, haar toppunt had bereikt, bleef
-men aan de fictie der eenheid vasthouden, en de van alle werkelijke
-macht verstoken chaliefen bleven van die eenheid het symbool, al
-moesten zij zich ertoe bepalen, met hunne diploma's te bezegelen,
-hetgeen buiten hunnen invloed tot stand gekomen was.
-
-
-
-
-De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst.
-
-In die fictie behielden echter de chaliefen den naam van hetgeen hunne
-voorgangers werkelijk geweest waren: zij heetten bestuurders van het
-gansche door den Islâm ingenomen gebied, geenszins geestelijke hoofden,
-wier bemoeienis tot specifiek godsdienstige belangen beperkt was. Het
-systeem was immers sedert ongeveer de tiende eeuw voltooid, en zijne
-verdere toepassing vond, evenals tevoren zijne eerste ontwikkeling,
-plaats onder de leiding der schriftgeleerden; niemand verwachtte
-die van het werkelijke of fictieve centrale gezag. Noch Moslimsche
-staatslieden, noch geleerden of leeken hebben ooit in den chalief
-iets anders gezien dan den rechtmatigen aanvoerder en beheerscher
-aller geloovigen.
-
-Nadat gedurende eeuwen de feitelijke onmacht der latere Abbasidische
-chaliefen de aanmatigende leer van het chalifaat te schande scheen
-te hebben gemaakt, wisten de Turken in de zestiende eeuw de eenheid
-van naam en werkelijkheid op dit gebied te herstellen. Sterk door de
-kracht hunner wapenen, dwongen zij hunne erkenning als chaliefen van
-de meerderheid der rechtzinnige Mohammedanen af, en verstonden zij het,
-de hun niet passende eischen, die de wet en de publieke opinie voorheen
-aan den chalief hadden gesteld, zooals de afstamming van Qoeraisj,
-om niet meer te noemen, te doen vergeten. In zake staatsleer steeds
-meer dan op eenig ander gebied gewoon, zich voor de macht der feiten
-te buigen, aanvaardde de Moslimsche wereld de verandering zonder veel
-protest, zelfs in die landen, die nooit met het Turksche staatsbestuur
-in aanraking kwamen. Tot in het Verre Oosten, waartoe onze Indische
-Archipel behoort, werd de Turksche Soeltan onder den naam van Radja
-Roem of ook van Soeltan Istamboel, de vereerde held der populaire
-chalifaatslegende, en verbreidde zich onder de Mohammedaansche
-schriftgeleerden de meening dat de vorsten van Constantinopel de
-wettige wereldbeheerschers waren, terwijl de overige koningen en
-keizers der aarde òf hunne vasallen òf hunne vijanden moesten zijn.
-
-Het is waar, de overgroote meerderheid der Inlandsche Mohammedanen
-vindt geene aanleiding om zich met zulke vragen van hoogere politiek
-het hoofd te breken; zij hebben al genoeg te stellen met hunne
-eigene dorpsautoriteiten, districtshoofden, regenten of vorsten en
-met hunne Europeesche bestuurders om voor de verdeeling der macht
-in de grootere wereld onverschillig te blijven. Dit neemt niet weg,
-dat bij intellectueel hooger ontwikkelde Indonesische Moslims,
-die wél belang stellen in de bepaling der plaats van hun volk in
-de internationale samenleving, somtijds eene bedenkelijke neiging
-bestaat om hunne verhouding tot ons bestuur als een in wezen abnormaal,
-tijdelijk overgangsstadium te beschouwen, in welke opvatting zij door
-geloofsgenooten uit andere landen nu en dan worden versterkt.
-
-
-
-
-Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche mogendheid
-met Mohammedaansche onderdanen.
-
-Gedachten zijn tolvrij. De Regeering zou echter roekeloos handelen
-door tegenover uitingen van deze soort gedachten onverschillig te
-zijn. Wie in Haren dienst zijn, behooren te weten, dat elke vorm
-van panislamisme met eene eerlijke opvatting van hun ambt of hunne
-bediening onvereenigbaar is. Van het klassieke panislamisme, dat
-de onderwerping der geheele wereld aan het gezag van den Islâm als
-een doel voorstelt, hetwelk de geloovigen nooit uit het oog mogen
-verliezen, en in welks richting zij bij elke gunstige gelegenheid
-stappen moeten doen, spreekt dit zoo geheel vanzelf, dat elk betoog
-overbodig mag worden geacht. Maar ook in den vorm, waarin min of
-meer gemoderniseerde Mohammedanen het omzetten, dien van onderlinge
-aaneensluiting aller Moslims om onder leiding van het chalifaat,
-dat wil zeggen van den invloedrijksten Mohammedaanschen vorst,
-te bevorderen al hetgeen zij in hun gemeenschappelijk belang
-achten, ook in dien vorm is het voor eene niet-Mohammedaansche
-regeering volstrekt onaannemelijk, en verdient het onvoorwaardelijke
-bestrijding. Iedere transactie met zulk een streven zou beteekenen
-het dulden van vreemde inmenging in de verhouding van den staat tot
-zijne onderdanen, en dat niet van eene vreemde geestelijke macht,
-die opkwam voor de godsdienstige belangen der geloofsgenooten, maar
-van een vreemden staat, die verouderde, met den Mohammedaanschen
-godsdienst samenhangende aspiraties van politieken aard niet vermocht
-los te laten.
-
-De groote mogendheden, die Mohammedaansche onderdanen hebben,
-spraken zich, zoover ik weet, nooit scherp en klaar over dit vraagstuk
-uit. Wanneer men let op hare houding in bijzondere gevallen, dan zou
-men zeggen, dat de Engelsche Regeering meestal geneigd is om tegen de
-erkenning van het chalifaat door hare onderdanen niet veel bezwaar te
-maken, ja, dat zij bij hare Moslimsche onderdanen gaarne den naam heeft
-van met hunnen chalief bijzonder bevriend te zijn; natuurlijk stelt
-zij zich daarbij dan op het historisch zoowel als systematisch onjuiste
-standpunt, dat diens waardigheid slechts eene soort van oppertoezicht
-over de Mohammedaansche kerk zou beteekenen. De Fransche regeering
-schijnt te dezen opzichte beter ingelicht te zijn, en, waar het pas
-geeft, elke inmenging van dien kant, ook al stelt zij zich, pour le
-besoin de la cause, met den naam van geestelijk toezicht tevreden,
-beslist af te wijzen. Hoe dit ook zij, de Nederlandsche regeering
-mag in eene zaak als deze niet schromen, den weg te bewandelen,
-dien haar belang en dat harer onderdanen haar wijzen.
-
-
-
-
-Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met afwijzing
-van elke vreemde inmenging.
-
-De meest volledige vrijheid van uitoefening van hunnen godsdienst kan
-zij aan hare Mohammedaansche onderdanen schenken en tevens aan Turksche
-of andere bemoeiing met hetgeen die onderdanen betreft op besliste
-wijze weerstand bieden. Wat de Islâm ooit aan centrale organisatie
-bezeten heeft of nog bezit, dat is van staatkundigen aard; iets, dat
-zich met het pausdom of algemeene kerkvergaderingen laat vergelijken,
-heeft hij niet gekend. De zuiver geestelijke zaken van den Islâm
-worden sinds dertien eeuwen behandeld door de schriftgeleerden van
-de verschillende landen, die van het door hunne confraters in andere
-landen ontstoken licht alle partij kunnen trekken, die zij wenschen,
-maar door geene oecumenische vertegenwoordiging aller Moslims tot
-iets verplicht kunnen worden.
-
-
-
-
-Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren.
-
-De keuze der landen, van waar onze Indische Moslims hunne wijsheid
-ontvingen, werd vanzelf bepaald door de rechtsschool, waarbij zij
-zich onder leiding der eerste Voor-Indische predikers van den Islâm
-in den Archipel aansloten: de Sjafi'itische. Hunne handboeken der wet
-zijn dus de meest bekende van dien ritus, geschreven meestal door
-auteurs, die in West-Arabië, in Egypte, in Hadhramaut, eene enkele
-maal door schrijvers, die in Voor-Indië gevestigd waren, of wel zij
-zijn uit die hoofdwerken gecompileerd of samengetrokken. Voor hetgeen
-buiten de studie der wet valt, voorzagen zij zich van leerboeken op
-diezelfde markten, die hun hunne litteratuur over de wet leverden. Waar
-het mondeling onderricht, dat het eigen land hun bood, naar hunne
-schatting tekortschoot, vulden degenen, die zich die weelde konden
-veroorloven, dit in den regel te Mekka, bij uitzondering ook wel te
-Caïro, aan. De in Indië gevestigde Hadhramitische deskundigen hielpen
-mede aan de vraag naar buitenlandsche voorlichting voldoen. Wij kunnen
-het betreuren, dat tegenover al dien vreemden invloed geen krachtiger
-nationaal geestelijk leven zich bij de Inlanders deed gelden of wist te
-handhaven; veranderen of voor de toekomst verhinderen kunnen wij dat
-niet. Maar tegen elken invloed met rechtstreeksche of zijdelingsche
-politieke strekking behooren wij ons zoo schrap mogelijk te zetten.
-
-Dus: uitsluiting van elke soort van meegaandheid tegenover het
-optreden van Turksche consuls als agenten van het chalifaat en
-beschermers der belangen van Mohammedaansche Inlanders; nalating aller
-officieuze begunstiging van geldinzamelingen voor spoorwegaanleg
-in den Hidjâz, voor door een of anderen Turkschen oorlog verarmde
-soldaten of voor de weduwen en weezen van gesneuvelden; tegengang
-van de gebeden voor de Turksche soeltans in de Vrijdagsdiensten,
-althans zoodra die niet te beschouwen zijn als het gevolg der
-gedachtelooze voorlezing van onbegrepen formulieren, maar als uiting
-eener politieke geloofsbelijdenis. Verder bij het toezicht op het
-Inlandsch-Mohammedaansche godsdienstonderwijs waakzaamheid tegen alle
-propaganda voor panislamitische denkbeelden. De leer betreffende den
-heiligen oorlog en hetgeen daarmede samenhangt, mag in pesantrèns en
-soerau's evenmin behandeld worden als die betreffende het chalifaat;
-trouwens de meeste goeroe's zijn uit eigen beweging zoo verstandig,
-dit na te laten.
-
-
-
-
-Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische
-verwachtingen.
-
-Het in abnormale beweging brengen van de gemoederen der lichtgeloovige
-massa door verspreiding van verhalen of voorspellingen, die de
-eschatologie betreffen, worde bijtijds voorkomen. Is de emotie eenmaal
-gewekt en grijpt zij om zich heen, dan loopt het gewoonlijk uit op
-woelingen, die met geweld onderdrukt moeten worden en waarbij misleide
-onnoozelen het gelag met hun leven of hunne vrijheid betalen. Het
-bestuur late zich dus niet bedriegen door de schijnbare onbeduidendheid
-van den inhoud der chronisch onder de bevolking verspreide, in
-een droomgezicht te Medina medegedeelde vermaningen van Mohammed,
-of van vraagboekjes in verband met de verschijning van den Mahdî,
-of van personen, die als wegbereiders van dezen Mohammedaanschen
-messias willen gelden. Voor het naieve verstand der gewone Inlandsche
-Moslims hebben al deze dingen en menschen groote beteekenis, en zij
-richten onder hen dezelfde soort van onrust en verwarring aan als
-die het gevolg is van propaganda voor een of anderen vorm van de
-panislamitische gedachte.
-
-
-
-
-Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid zweemt.
-
-Met hoe meer klem nu echter de Regeering Hare autonomie in het bestuur
-harer Inlandsche onderdanen handhaaft tegenover pogingen tot inmenging
-van buitenaf, des te ernstiger behoort zij te waken tegen al wat zweemt
-naar inbreuk op de godsdienstvrijheid ook van hare Mohammedaansche
-onderdanen. Het kan vreemd schijnen, hierop aan te dringen, waar juist
-dikwijls in meer of minder verwijtenden toon van Haar beweerd wordt,
-dat Zij den Islâm veel meer dan noodig of wenschelijk was beschermd
-en zelfs vertroeteld heeft, om nu maar niet meer te spreken van de
-onzinnige beschuldiging, dat Zij eene bevolking van twijfelachtig
-Mohammedaansche belijdenis naar Mohammedaansche rechtsbeginselen
-zou hebben bestuurd. Toch is dat zoo vreemd niet, gelijk reeds
-hieruit blijken kan, dat in Mohammedaansche landen buiten Oost-Indië
-de Nederlandsch-Indische Regeering den naam heeft van op fanatieke
-wijze den Islâm te vervolgen en te onderdrukken. Beide beschouwingen
-berusten op onkundige overdrijving.
-
-
-
-
-Ongunstige beoordeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de
-panislamitische pers.
-
-Hoe komt het, dat in de Mohammedaansche dagbladpers onze Regeering
-vaak gehoond is als de vijandin der Moslims, en in geographische
-leerboekjes, die op Turksch-Arabische scholen gebruikt worden,
-Nederland kort aangeduid wordt, als eene met het beginsel der
-verdraagzaamheid onbekende mogendheid, onder welks juk millioenen
-van Mohammedanen zuchten? Voornamelijk uit tweeërlei oorzaak is dit
-verschijnsel te verklaren.
-
-Telkens wanneer in Nederlandsch-Indië woelingen plaats grepen,
-die door opruiers met behulp van aan den Islâm ontleende motieven
-waren gewekt, dan bleek achteraf, dat vele bestuursambtenaren door
-onbekendheid met deze factoren van het volksleven tekortgeschoten
-waren in waakzaamheid ten aanzien van verschijnselen, die toch
-wel binnen den kring hunner waarneming gevallen waren. Dan werd
-men onzacht wakker geschud, met het gevolg, dat door onkundige en
-onbezadigde bestuurders plotseling allerlei overdreven maatregelen
-werden genomen onder den invloed van eene zeer slechte raadgeefster,
-domme vrees. De meest onschuldige Mohammedaansche godsdienstleeraars,
-leerlingen aan pesantrèns, bedienaren van den eeredienst werden dan
-na eene periode van verwaarloozing met een dwaselijk generaliseerend
-wantrouwen bejegend, vaak gesteld onder een toezicht, dat zich het
-best laat vergelijken met hetgeen men in Rusland zou doen ten opzichte
-van iemand, dien men verdacht, een anarchist van de daad te zijn. In
-zulke tijden huldigde menig bestuurder de onlangs door het meermalen
-aangehaalde parlementslid verkondigde zotheid, dat de Mekkagangers
-als het ware met dynamietbommen gewapend in hun land terugkeeren,
-dat iedere hadji een opruier is.
-
-Te Mekka, waar Mohammedanen uit verschillende deelen van den Archipel
-elkaar ontmoeten, vernamen dezen van elkander het relaas van leed en
-onrecht, dat men hier en daar in zulke schrikperioden geleden had,
-en van daaruit werden die geruchten tevens over andere landen van den
-Islâm verbreid. Dat men in die kringen de tijdelijke uitspattingen van
-een aantal ambtenaren verwarde met beginselen van regeeringsbeleid,
-is noch te verwonderen noch kwalijk te nemen.
-
-
-
-
-Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren.
-
-Een ander feit, waaraan de bijzonder ongunstige beoordeeling van ons
-koloniaal bestuur in vele Mohammedaansche landen zich vastknoopte, was
-de, om een zacht woord te gebruiken, beginsellooze politiek, die wij
-gedurende tientallen van jaren volgden, en ook nu, na de zoogenaamde
-hervorming, nog niet geheel hebben losgelaten tegenover de Vreemde
-Oosterlingen, van welke natuurlijk voor ons geval hoofdzakelijk de
-Arabieren in aanmerking komen. De in Nederlandsch-Indië verkeerende
-of zich vestigende Arabieren zijn voor de overgroote meerderheid
-afkomstig uit Hadhramaut, een doodarm land met onderling door
-eindelooze bloedveeten verdeelde roofridders en in hunnen dienst
-vechtende slaven, met meerendeels fanatieke afstammelingen van den
-Profeet, met verdrukte burgers; een gebied zonder regelmatig bestuur,
-zonder eenheid of orde, zonder welvaart. De menschen, die van daar naar
-Oost-Indië emigreeren, brengen noch kapitaal noch bepaalde vaardigheden
-of andere gewenschte eigenschappen mede, behalve deze ééne, dat zij
-zich aan de hier heerschende ordelijke toestanden wonderwel weten
-aan te passen en aan politie of justitie geene bijzondere moeite geven.
-
-Indien onze Regeering overwoog, dat deze zonen van het dorre land
-voor Indië op geene enkele wijze nuttig, in sommige opzichten
-daarentegen schadelijk zijn, zou niemand Haar euvel kunnen duiden,
-dat zij de verdere immigratie dezer Arabieren verbood, alleen
-uitzonderingen toelatende, die billijkerwijze voortvloeiden uit
-verkregen rechten en aanspraken. Allerminst zou Hadhramaut zelf zich
-hierover kunnen beklagen, daar dit land zich hardnekkig sluit voor
-alle niet-Mohammedanen, terwijl de politieke toestand er elke normale
-betrekking met andere natiën uitsluit.
-
-Dezen voor een oogenblik harden, maar verstandigen en rechtvaardigen
-maatregel heeft de Regeering niet genomen; wat erger is, steeds heeft
-Zij de Hadhramieten noch buitengesloten noch flinkweg toegelaten. In
-naam hadden zij toegang, maar eenmaal binnengetreden, werden zij op
-vaak ondragelijke wijze in de vrijheid hunner beweging belemmerd,
-onderworpen aan allerlei bepalingen, die, al waren zij zoo kwaad niet
-bedoeld, in de uitvoering werkelijk vexatoir werden, te meer, daar
-veel overgelaten bleef aan het inzicht der verschillende plaatselijke
-ambtenaren, die telkens wisselen. Zelfs op regelmatigheid in hetgeen
-hij als plagerij ondervond, kon de Arabier in Indië niet rekenen.
-
-De invloedrijke Arabieren hebben dientengevolge sinds vele
-jaren achtereenvolgens alle wegen bewandeld, waarvan goede
-vrienden hun verzekerden, dat zij konden leiden tot het doel:
-hunne emancipatie van de bepalingen, die hunnen handel en verkeer
-belemmerden in een land, waar zij toch theoretisch tot handel en
-verkeer waren toegelaten. Ten slotte kwamen zij bij het chalifaat
-en de Mohammedaansche dagbladpers terecht en vervulden de lucht met
-hunne jammerklachten. Overdreven waren deze dikwijls, maar men zegt,
-dat het niet alleen de Hadhramieten zijn, die, als zij eenmaal diep
-gevoelde en lang verkropte grieven uiten, wel eens meer beweren dan
-zij strikt genomen kunnen verantwoorden.
-
-
-
-
-Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de Islâmpolitiek
-der Regeering.
-
-Ziedaar de twee hoofdoorzaken van het in zeer wijden kring verbreide
-oordeel, dat onze Regeering de Mohammedanen onverdraagzaam en onbillijk
-bejegent. Van waar nu echter die lijnrecht tegenovergestelde opinie,
-die men alleen in Nederland nu en dan hoort uiten, volgens welke de
-Regeering den Islâm op in het oog vallende wijze begunstigt, zooals
-men het nu en dan uitdrukt, met hem coquetteert?
-
-Het was, men weet het, steeds uit sommige kringen van zendingsvrienden,
-dat deze klacht vernomen werd. Allen, die zich actief op het terrein
-der zending bewogen, ondervonden het, dat het Christendom in zijn
-pogen om zielen te winnen nergens op ernstiger bezwaren stuit dan
-daar, waar het achter den Islâm aankomt. Verschillende oorzaken van
-dit verschijnsel werden in onze eerste voordracht aangeduid. Niet
-slechts in Nederlandsch-Indië, over de geheele wereld brengt de
-Islâm de Christelijke missie bijna tot vertwijfeling. Nu ziet de
-zendingsvriend in Indië bijv., dat de Islâm een deel zijner kracht
-ontleent aan zijn internationaal karakter, aan de aanrakingen met
-geloofsgenooten uit de overige wereld, waartoe in het bijzonder de
-bedevaart naar Mekka aanleiding geeft, en zoo komt hij tot de vraag:
-zou de Regeering tegen dat euvel niets kunnen doen door het deelnemen
-aan die bedevaart te bemoeielijken? Hij ziet verder, dat de kleine man,
-die overigens toch zoo gemakkelijk te leiden is, juist op het punt van
-zijnen door hem toch zoo gebrekkig gekenden godsdienst onhandelbaar
-blijft, omdat zoogenaamde geestelijken of godsdienstleeraars hem
-drijven of intimideeren, en wederom vraagt hij zich af: ligt het niet
-in de macht der Regeering, den invloed dier leiders en leeraars wat te
-breidelen? Dit zijn slechts een paar gevallen van vele, waarin mannen
-der missie, zoekende naar middelen om de Evangelieprediking ook in
-den onvruchtbaarsten bodem te doen gedijen, in arren moede wel eens
-aankloppen daar, waar die niet te vinden zijn, en de onmogelijkheid der
-bevrediging hunner wenschen in hunnen vurigen ijver voorbijzien. Dat
-onze Mohammedanen, ook zonder de willekeurige maatregelen, waartoe die
-ijveraars de Regeering zouden willen verleiden, reeds grieven hebben,
-die, al overdrijven zij ze soms, toch verre van denkbeeldig zijn,
-ontsnapt aan hunne eenzijdige waarneming.
-
-Verstandige zendingsvrienden zouden bovendien van ongeestelijken steun,
-zooals de daareven bedoelde ijveraars dien wenschen, niet gediend zijn,
-al ware het slechts omdat zij te goed weten, dat de antipathie tegen
-het Evangelie erdoor versterkt zou worden.
-
-
-
-
-Slotsom.
-
-Van welken kant wij de zaak ook bezien, de slotsom blijft, dat de
-eenige wijze en rechtvaardige houding, die aan de Regeering tegenover
-den Islâm past, bestaat in de meest strikte en oprechte handhaving
-der vrijheid van godsdienst, zij het dan met belangrijk voorbehoud
-ten aanzien van de staatkundige zijde van het Moslimsche stelsel en
-met openhouding van alle wegen, die de Mohammedanen kunnen leiden
-tot maatschappelijke evolutie, ook boven het stelsel van hunnen
-godsdienst uit.
-
-De Mohammedanen zelve kunnen daarmede vrede hebben, want zóóveel
-rekening houden hunne leer en wet wel met de werkelijkheid, dat zij
-hun den weg wijzen om ook onder een vreemd régime hunnen godsdienst
-te belijden en te beoefenen. De "noodzakelijkheid", mits van buiten
-hun opgelegd, heft voor hen vele bezwaren op, zoolang zij maar hun
-intiemste leven naar hunne godsdienstige wetten mogen inrichten,
-en dan billijken zij het ook, dat de vreemde macht, die Allah over
-hen gesteld heeft, de regelen stelt, die hare eigene natuur haar
-voorschrijft. In de geheele Mohammedaansche wereld kent men gezag toe
-aan de uitspraak: "Een koninkrijk kan wel van duur zijn bij ongeloof,
-maar niet bij ongerechtigheid".
-
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-NEDERLAND EN ZIJNE MOHAMMEDANEN.
-
-
-De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten.
-
-De echte voorstanders eener ethische koloniale politiek, zullen,
-naar ik mij vlei, geene ernstige bedenkingen hebben tegen de door
-mij voorgedragen beschouwingen over onze Nederlandsche Islâmquaestie
-en hare oplossing; toch zullen zij denkelijk met de slotsommen,
-waartoe wij tot dusver kwamen, niet tevreden zijn. Ook mijzelf voldoen
-zij volstrekt niet. Immers, in het leven der Nederlandsch-Indische
-Mohammedanen, zoover dat aan den invloed van het stelsel van den
-Islâm onderworpen of blootgesteld is, bakenden wij één gebied, het
-zuiver godsdienstige, af, waarop de Regeering en Hare ambtenaren
-volstrekte vrijheid moeten handhaven; een ander, het politieke,
-waarop die vrijheid in aller belang zeer beperkt behoort te worden;
-weder een ander, dat van het met de religie op het innigste verbonden
-gedeelte van het Mohammedaansche recht, waarin allerminst willekeurig
-mag worden ingegrepen, maar waarbij toch de weg der evolutie zoo
-wijd opengehouden dient te blijven als de omstandigheden het maar
-veroorlooven. De modus vivendi, die door dit alles bereikt wordt,
-heeft evenwel voornamelijk negatieve verdiensten: het kwade wordt
-vermeden, zonder dat men zeker is, het goede te naderen.
-
-Wij kunnen het echter niet laten bij maatregelen, die dienen om
-ontevredenheid en verzet bij de bevolking te voorkomen en zoo ons
-gezag te bevestigen. Niet de voorheen zoo geprezen rust is ons doel,
-maar beweging. Ons gezag zal zijne rechtvaardiging moeten vinden in
-de opheffing der Inlanders tot een hooger peil; onder onze leiding
-moeten zij onder de volken de plaats gaan innemen, waartoe hun aanleg
-hen in staat stelt.
-
-
-
-
-Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het Islâmstelsel
-te emancipeeren.
-
-Opvoeding en onderwijs zijn de middelen, waarmede dat doel kan
-worden bereikt. Zelfs in landen van veel oudere Moslimsche cultuur
-dan onze Archipel zien wij die met goeden uitslag aan het werk om
-de Mohammedanen te verlossen van een deel van den middeleeuwschen
-rommel, dien de Islâm reeds al te lang achter zich aan sleept. Wel
-blijft dan het stelsel op de vroeger ontwikkelde historische gronden
-onvatbaar voor eene afdoende hervorming, hetzij door moderniseering
-der wet, hetzij door populariseering der mystiek; maar de Moslimsche
-maatschappij schrijdt nochtans voort in de richting der moderne
-cultuur, buiten het systeem om, doodzwijgend hetgeen zij niet durft
-aantasten. Zoo gaat het in Turkije, in Egypte, in Syrië.
-
-Als opvoeders en onderwijzers van de Oost-Indische Mohammedanen
-vinden wij nu tal van factoren in ons voordeel, die men in die andere
-landen niet of in mindere mate aantreft. De betrekkelijk korte tijd,
-waarin het stelsel van den Islâm hier gewerkt heeft, waardoor het
-vele bestanddeelen van het leven onaangetast heeft moeten laten,
-vergemakkelijkt de opname van nieuwe cultuurelementen, wanneer
-maar theoretische bestrijding van de godsdienstige basis achterwege
-blijft. De eeuwenoude gewoonte der Inlanders, vooral op Java, om zich
-met zeer uiteenloopende rassen en beschavingen te verstaan, heeft hen
-bewaard voor de bekrompenheid, die het gevolg is van isolement. Men
-zal moeilijk op aarde een volk vinden, dat in volgzaamheid jegens
-zijne hoofden de Javanen overtreft, en even moeielijk inheemsche
-bestuurders van een door vreemden overheerscht volk, williger dan de
-Javaansche aristocratie om te gaan in de wegen, die de uitheemsche
-regeeringsambtenaren hun wijzen.
-
-
-
-
-Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in Oost-Indië,
-vooral op Java.
-
-Inzonderheid wat betreft de aan hunne kinderen te geven opleiding
-winnen de Inlandsche ambtenaren gaarne den raad der Europeesche
-in niet alleen, maar zij volgen dien ook met bijna aandoenlijk
-vertrouwen op. Vroeger gaven dezen hun meestal het advies, aan
-hunne zonen slechts eene vrij primitieve opleiding te laten geven,
-daar het opdoen der kennis, die Europeanen noodig hadden om door de
-wereld te komen, voor hen bij hunnen beperkten werkkring geen nut
-zou opleveren. Zelfs zulke raad werd gehoorzaam ter harte genomen,
-al dacht menigeen er meesmuilend het zijne van. Sedert de kentering
-in de Europeesche opinie over de intellectueele, welhaast ook over de
-moreele waarde van den Inlander, aan wiens vorming de noodige zorg
-besteed wordt, bleek de lust der hoogere klassen op Java om zich
-geheel in de richting der hedendaagsche beschaving te ontwikkelen
-buitengewoon groot, veel te groot alras voor de gelegenheid, die hun
-van regeeringswege daartoe geboden werd.
-
-Nadat eenmaal een zeker aantal jonge Inlanders zich aan de vruchten
-van den boom der kennis verzadigd hadden, volgden anderen in scharen,
-die nog veel grooter zouden zijn, indien niet te diep ingewortelde
-behoudzucht der Europeesche bureaucratie den stroom voorloopig weer
-had gestuit.
-
-
-
-
-Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom.
-
-Men heeft hier een nieuw droevig voorbeeld van datzelfde gebrek aan
-organiseerend talent, diezelfde halfheid en besluiteloosheid, die wij
-bij de beschouwing der Vreemde-Oosterlingen-politiek ontmoetten, die
-telkens in ons koloniaal bestuur aan den dag treedt, wanneer de bakens
-verzet moeten worden, die de koloniale regeering daar, waar eene kloeke
-beslissing dringend vereischt wordt, na vele adviezen en jaren durende
-overwegingen doet komen tot een antwoord, dat noch ja noch neen zegt.
-
-Toen de aandrang van Inlandsche kinderen naar de Europeesche lagere
-scholen groot werd, weerde men hen op gronden, die, als zij ernstig
-bedoeld waren, tevens tal van kinderen van Europeesche afstamming
-van die scholen verwijderd zouden moeten houden, gronden dus, die den
-indruk van voorwendsels maakten. Men troostte de teruggedrongenen door
-voor hen scholen van eene nieuwe soort op te richten, die in geenen
-deele aan de behoefte voldeden. Met betrekkelijk milde hand gaf men op
-onderwijsgebied aan de Chineezen, die brutaal schreeuwend eischten,
-terwijl hetgeen aan de bescheiden vragende Inlanders ten deel viel,
-doet denken aan het stuk beschimmeld roggebrood uit Gellerts fabel,
-dat door den rijkaard met verheven gebaar aan den hongerigen bedelaar
-werd toegeworpen.
-
-Zou men nu uit zulke feiten de gevolgtrekking willen maken, dat
-de Regeering onverschillig was voor den snel toegenomen drang der
-Inlandsche wereld naar hoogere geestesontwikkeling, dan stonden
-daartegenover herhaalde officieele uitingen van ingenomenheid met en
-aanmoediging van diezelfde intellectueele beweging. Zoo eerlijk gemeend
-als die betuigingen van welwillendheid waren, zoo onoverwinnelijk was
-de indolentie der regeeringsorganen, die de strooming hadden moeten
-bevorderen en leiden. Het pijnlijkst kwam die tegenstelling uit in
-de behandeling van verscheidene jongelieden, die den nieuwen koers
-met succes, zoover het van hen afhing, gevolgd waren.
-
-
-
-
-Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid.
-
-Iemand van Inlandsche geboorte, maar zoo goed als geheel Europeesche
-opvoeding, wordt na afgelegd examen voor ambtenaar bij het Europeesche
-corps voor eene benoeming als zoodanig ter beschikking van den
-Landvoogd gesteld. Hij treedt inderdaad als bestuursambtenaar
-op, maar wordt na korten tijd bij den specialen diensttak van
-het landbouwcrediet onder dak gebracht. Een ander, die na hem
-denzelfden weg van opleiding was gevolgd, werd van den aanvang af
-bij het credietwezen geplaatst, zoodat het niet verwonderen kan,
-dat in de Inlandsche ambtenaarswereld de meening post vatte,
-als wilde de Regeering alle Inlanders, die aan de eischen van
-het grootambtenaarsexamen voldaan hadden, tot specialiteiten in
-credietzaken maken. Die zich met die hoop vleiden, hadden evenwel
-wederom buiten den waard gerekend, want nu volgde er een jeugdige
-Inlander, die na een zeer goed grootambtenaarsexamen te hebben
-afgelegd, al zijne Europeesche kameraden, die boven en beneden hem
-op de ranglijst voorkwamen, met hunne plaatsing kon gelukwenschen,
-zonder dat van zijn bestaan ook maar de geringste notitie werd
-genomen. Ten slotte gelukte het hem, na veel getob, eene matige
-plaatsing bij het Inlandsche bestuur te krijgen, die natuurlijk bij
-vele zijner landgenooten de vraag deed rijzen, of het wel de moeite
-loonde, hunne zoons op zoo kostbare wijze te laten opleiden, wanneer
-toch de Regeering daaraan zoo weinig waarde scheen te hechten.
-
-Men begrijpe mij niet verkeerd. De wenschelijkheid der plaatsing
-van Inlanders bij het Europeesche bestuurscorps wil ik geenszins
-betoogen. Maar wanneer de wettelijke bepalingen die plaatsing toelaten
-en de gelegenheid om de daarvoor vereischte kennis op te doen en
-daarvan bij examen te doen blijken aan Inlanders geschonken wordt,
-dan is eene behandeling van drie geslaagde candidaten op de daareven
-genoemde wijze niet te verantwoorden.
-
-Een ander zeer begaafd jong Inlander wilde in de rechten gaan
-studeeren, wanneer hij zekerheid had, dat hij na aan alle wettelijke
-eischen te hebben voldaan, niet om zijnen landaard uitgesloten zou zijn
-van eene plaatsing bij de rechterlijke macht in zijn vaderland. Een
-jaar voordat hij over de keuze zijner studierichting moest beslissen,
-vroeg men voor hem dienaangaande bij de Regeering om inlichting. Twee
-jaren van overweging had de Regeering noodig om een antwoord te geven,
-waarbij de hoofdquaestie eigenlijk nog onopgelost bleef.
-
-Onvoldoende, immers voorloopig en voorwaardelijk was eveneens het
-bescheid, dat ten deel viel aan eenen Inlander, die voor ingenieur
-wilde studeeren en officieele zekerheid wenschte te hebben omtrent
-zijne vooruitzichten bij den staatsdienst in dat vak.
-
-Een enkele daad der Regeering, die scheen te wijzen op een ontwakend
-besef van Hare plichten in verband met de intellectueele beweging
-onder Hare Inlandsche onderdanen, was de oprichting der Rechtsschool
-voor Inlanders. Kort na de geboorte gaf Zij echter dit jeugdige
-wezen aan verkwijning prijs door trots allen aandrang na te laten, de
-vooruitzichten der geslaagde kweekelingen dezer instelling behoorlijk
-te regelen, zoodat vaders niet met gegronde gerustheid hunne zoons
-van goeden aanleg aan haar konden toevertrouwen.
-
-Hetgeen andere koloniale mogendheden met veel moeite aan hare
-onderdanen trachten op te dringen: eene opvoeding, die hen geschikt
-maakt om op hunne wijze het leven hunner overheerschers mee te leven,
-dat wordt van ons op Java en in een deel der Buitenbezittingen door
-de inheemsche bevolking afgesmeekt. Zou het niet eene onuitwischbare
-schande zijn voor ons koloniaal bestuur, indien wij die geestelijke
-goudmijn lieten liggen, zooals een concessionaris zonder kapitaal,
-die zijn zaakje schijnbaar aan den gang houdt, totdat een energiek
-syndicaat het van hem komt overnemen?
-
-
-
-
-In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing der
-Islâmquaestie.
-
-Wat deze dingen nu eigenlijk met de Islâmquaestie van Nederland te
-maken hebben? Niet minder dan alles. De eenige ware oplossing van dat
-probleem ligt in de associatie der Mohammedaansche onderdanen van den
-Nederlandschen staat aan de Nederlanders. Gelukt deze, dan bestaat er
-geene Islâmquaestie meer; dan is er genoeg eenheid van cultuur tusschen
-de onderdanen der Koningin van Nederland aan het Noordzeestrand en die
-van Insulinde om aan het verschil in godsdienstige belijdenis zijne
-politieke en sociale beteekenis te ontnemen. Moest zij mislukken,
-dan zou de onvermijdelijk toenemende intellectueele ontwikkeling der
-Indonesiërs hen noodwendig hoe langer hoe verder van ons af voeren,
-want dan zouden anderen dan wij de leiding in handen krijgen.
-
-
-
-
-De openbare meening in Nederland behoort in die richting krachtig
-te spreken.
-
-De opgedane ervaring verbiedt ons, het totstandbrengen dier oplossing
-alleen of in de eerste plaats van de Regeering te verwachten; het
-ontbreekt Haar daartoe niet aan de noodige sympathie voor de zaak,
-maar wel aan de vereischte kracht. Hoe het komt, kunnen wij daarlaten,
-maar Zij is nu eenmaal een log lichaam, waarin in den regel slechts
-ruwe schokken wat beweging vermogen te brengen. Een krijgszang van
-Max Havelaar, een alarmkreet van Wekker in de Avondpost lokken
-maatregelen uit, die het daarvóór aan bezadigde vertoogen niet
-gelukte te voorschijn te roepen; half-oproerige Chineezen zien
-wenschen vervuld, die kalm berustende Inlanders vergeefs slaken. Er
-is echter nog een andere weg, die met minder rumoer en misschien iets
-minder snel tot het doel kan leiden, maar die toch op den duur niet
-vruchteloos bewandeld wordt: de eindelijk onweerstaanbare druk, dien
-eene krachtige openbare meening op de Regeering pleegt uit te oefenen.
-
-Eerst moet dus in wijde kringen van het Nederlandsche volk de
-overtuiging zijn doorgedrongen, dat associatie van het leven der
-Inlandsche bevolking van den Indischen Archipel aan het onze in
-beider belang tot stand gebracht behoort te worden, en dat de
-tegenwoordige intellectueele beweging van de hoogere klassen der
-Inlandsche maatschappij de krachtige bevordering dier associatie
-onzerzijds urgent maakt, dat er periculum in mora is. En dan mag het
-niet blijven bij uiting dier overtuiging in woorden, er moet ook in
-die richting gewerkt worden, wij moeten er offers voor over hebben
-in geld en in arbeid. Als de Regeering het alleen moest doen, dan zou
-het gevaar te groot te worden, dat zij met het haar eigen gebrek aan
-besluitvaardigheid ten slotte door de omstandigheden overrompeld werd,
-nadat de goede tijd om de leiding der beweging in handen te nemen en
-te houden voorbij was, om niet terug te keeren.
-
-
-
-
-De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de zendingsvrienden.
-
-Tot dusver is het inzicht, dat wij hier met een dringend volksbelang te
-doen hebben, bij ons tot vrij enge kringen beperkt, en zijn eigenlijk
-de eenigen, die blijk geven, het levendig te beseffen, de actieve
-zendingsvrienden. Of liever: zij streven naar eene associatie van
-veel hoogere orde dan de zooeven door ons bedoelde, eene eenheid, die,
-als zij tot stand kwam, alle belemmeringen der eenheid van beschaving
-en nationaal bewustzijn tusschen het Oosterlijk en het Westelijk deel
-van het rijk der Nederlanden zou opheffen.
-
-Als zij tot stand kwam! Maar de groote bewondering, waarmee wij den
-zelfopofferenden arbeid der zendelingen gadeslaan, en onze groote
-waardeering van de offervaardigheid, waarmede velen in het moederland
-dien arbeid steunen, mag ons niet doen vergeten, hoe gering het
-uitzicht op belangrijk succes voor de Christelijke zending is in
-landen, waarop de adem van den Islâm neergestreken is. Zelfs de
-verstandige mannen der zending maken zich daaromtrent geene illusie,
-al geven zij daarom het werk niet op. In geen geval mag er voor ons
-volk en onze regeering sprake van zijn, de taak der associatie aan
-de Christelijke zending over te laten, met veronachtzaming der voor
-hare vervulling zoo uiterst gunstige beweging in de Inlandsche wereld,
-die thans in gang is.
-
-
-
-
-De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale, geen
-religieuze associatie.
-
-Die beweging wijst ondubbelzinnig op de practische mogelijkheid
-der verwezenlijking eener schoone politieke en nationale gedachte,
-namelijk die der wording van een Nederlandschen staat, bestaande uit
-twee geographisch ver uiteenliggende, maar geestelijk innig verbonden
-deelen, het eene in Noordwest-Europa, het andere in Zuidoost-Azië. Dit
-is geen utopistisch ideaal, maar een doel, waarvan Regeering en volk
-van Nederland het zich duurzaam zouden verwijten, het niet bijtijds
-in het oog gevat te hebben, wanneer zij de thans zich opdringende
-gelegenheid om het na te streven ongebruikt lieten voorbijgaan. Hier
-en nu geldt in volle kracht het woord van Goethe:
-
-
- "Was du ererbt von deinen Vatern hast,
- Erwirb es, um es zu besitzen".
-
-
-Onze erfenis, die hier bedoeld wordt, dat waren schoone en rijke
-wingewesten; de staatkundige band, die ze met ons verbonden hield, was
-overheersching. Wil de eenheid tegen de stormen van den tijd bestand
-blijken, dan moet nu de materieele inlijving door de geestelijke
-gevolgd worden.
-
-
-
-
-Hoe ver kan de associatie gaan?
-
-Om teleurstelling en verwarring te voorkomen is het noodig, dat
-wij ons onbevangen rekenschap geven van de grenzen, waarbinnen de
-geestelijke annexatie uitvoerbaar is. De godsdienst, hoe gewichtig
-ook voor ons volks- en staatsleven, is zelfs in het kleine Westelijke
-Nederland de band niet, die ons samenhoudt. Onze eenheid wortelt
-in algemeenere cultuurgedachten, tot welker vorming het Christendom
-ongetwijfeld veel heeft bijgedragen, maar onder welker heerschappij
-niet slechts Christenen van de meest uiteenloopende confessies, maar
-ook Joden en vrijdenkers, met gelijke aanspraken op eerbiediging van
-hetgeen aan elke dier categorieën in het bijzonder eigen is, zich thuis
-gevoelen. Thuis gevoelen in die mate, dat zij zich verzetten met alle
-kracht, zelfs met opoffering van goed en bloed, tegen iedere poging
-om hen tot eene andere nationaliteit of tot een ander staatsverband
-te doen overgaan.
-
-Hieruit vloeit vanzelf voort, dat noch van onzen staat, noch
-van ons volk eene propaganda kan uitgaan, die zich voorstelt, de
-Mohammedaansche Inlanders over te halen tot eene religie, die onder
-ons eenen, zij het nog zoo grooten, kring van belijders telt. Eene
-poging om de grondslagen te ondermijnen van het Islâmstelsel, dat
-het leven der Inlanders deels beheerscht, en gaarne geheel zou willen
-beheerschen, kan alleen van eene religieuze gemeenschap, eene kerk of
-eene vereeniging voor zending, uitgaan; de staat kan daarbij slechts
-toezien, dat niemand in zijne vrijheid van beweging belemmerd worde.
-
-Niet ongeoorloofd noch misplaatst is daarentegen in het gegeven geval
-eene actie, die bedoelt, de Inlanders op veel steviger wijze dan tot
-dusver het geval is, bij ons staatsverband en bij onze nationaliteit
-in te lijven. Immers, een eigen zelfstandig politiek of nationaal
-leven hebben zij al sinds eeuwen niet meer; en wij, die hun lang
-geleden ontnamen, wat zij van die aard bezeten mogen hebben, hun
-daarbij eerbiediging hunner godsdienstige instellingen belovende,
-wij aanvaardden daarmede tevens de moreele verplichting om hen tot
-deelname aan ons staats- en volksleven op te voeden. Hunnerzijds ruimen
-zij elk voorwendsel voor uitstel van het vervullen dier verplichting
-uit den weg, waar zij zelve op die geestelijke annexatie in toenemende
-mate bij ons aandringen. Men geeft er zich onder ons lang niet genoeg
-rekenschap van, hoe sterk die aandrang inderdaad wel is. Het zijn niet
-alleen de Inlandsche ambtenaren en in het algemeen de aristocratie, die
-hunne kinderen in de eerste plaats Nederlandsch willen laten leeren,
-en vervolgens zooveel mogelijk van hetgeen, waartoe de kennis dier taal
-hun den weg effent; zelfs onder de Mohammedaansche schriftgeleerden
-neemt het aantal toe dergenen, die hunne zoons voor onderwijs en
-opvoeding liever geheel aan Europeesche leiding toevertrouwen dan dat
-zij hen laten opleiden in de wetenschappen van den Islâm. Telkens kan
-men van Inlanders op Java vernemen, dat de toeloop naar de pesantrèns
-sterk afneemt en dat alles tegenwoordig heendringt naar de school. De
-vroeger in eenigszins vrome kringen vaak gekoesterde vrees, dat zulke
-toenadering tot de Hollandsche cultuur het van de vaderen geërfde
-geloof in gevaar zou brengen, maakt meer en meer plaats voor de
-overtuiging, dat men aan de religieuze denkbeelden en gebruiken van
-voorheen getrouw kan blijven zonder in de oude onwetendheid voort te
-leven, en dat er geen beter middel is om van deze laatste verlost
-te worden dan zich met vol vertrouwen over te geven aan opleiding
-in de Europeesche school, ja, als de omstandigheden het toelaten,
-tevens aan opvoeding in het Europeesche gezin.
-
-
-
-
-Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen
-deelneming aan het godsdienstonderwijs.
-
-Niet onvoorwaardelijk is dit vertrouwen, wanneer de Inlander zich
-wegens gebrek aan plaats op andere scholen of om finantieele redenen
-genoopt ziet, zijne kinderen te zenden naar eene Christelijke school,
-waar het deelnemen aan het godsdienstonderwijs voor alle leerlingen
-verplichtend is. Dat velen over dit bezwaar heenstappen, is wel een
-krachtig bewijs voor de diep gevoelde behoefte aan onderwijs. Het zou
-gevaarlijk zijn, er andere conclusies aan vast te knoopen. Als een
-bezwaar wordt het wel degelijk gevoeld, en de omstandigheid, dat velen
-dit door den nood gedwongen terzijde stellen, mag niet verleiden tot
-de verwachting, dat gesubsidieerde Christelijke scholen van de zooeven
-bedoelde soort het geschikte middel zullen vormen om aan de enorme
-vraag naar Europeesch onderwijs voor Inlanders op Java te voldoen.
-
-Het is waar, de aan onverschilligheid grenzende religieuze tolerantie
-van de groote meerderheid der Javaansche aristocratie, gepaard met
-de eeuwenoude gewoonte der lagere klassen van de bevolking aan het
-verkeer met menschen van allerlei ras en geloof, maakt, dat de zending
-hier vele moeilijkheden, die zich in vele andere Moslimsche landen aan
-haar in den weg plegen te stellen, niet of toch in mindere mate dan
-elders ondervindt. De meerderheid der Mohammedaansche schriftgeleerden
-daarentegen, hoewel gewend om zich in den regel binnen hare eigen
-enge sfeer te houden, wordt door eene krachtige missionnaire actie
-tot reactie geprikkeld. Zij ziet in dat pogen om Mohammedanen tot
-Christenen te maken een streven der Europeesche wereld om, nadat zij
-den Inlanders al zoovele aardsche bezittingen ontnomen heeft, hen nu
-ook van datgene te berooven, dat Allah in de andere wereld voor hen
-heeft weggelegd. Zou de Regeering nu hen, die onderwijs in Westerschen
-zin zoeken, naar uit de staatskas ondersteunde scholen drijven, waar
-aan de leerlingen Christelijk godsdienstonderwijs opgedrongen werd,
-dan kan men zeker zijn, dat weldra een voor de zaak der associatie
-hoogst bedenkelijke tegenstand zou ontstaan, die òf de beweging in de
-richting onzer cultuur zou stuiten òf voor het minst zou uitloopen
-op den nadrukkelijken eisch, dat indien aan gesubsidieerde scholen
-met eene specifiek godsdienstige kleur ook voor Inlanders de voorkeur
-werd geschonken, de kleur voor de Mohammedaansche Inlanders die van
-den Islâm zou zijn.
-
-Hoogstens zou men daardoor komen tot eene belangrijke tempering
-van den drang naar intellectueele ontwikkeling, daar de Inlandsche
-maatschappij vooralsnog niet over de middelen beschikt om op groote
-schaal scholen te stichten, die zich om subsidie konden aanmelden. Van
-deze omstandigheid misbruik te maken om aan de Inlandsche Mohammedanen
-inrichtingen van onderwijs op te dringen, die voor een goed deel
-uit door hen opgebrachte belastingpenningen bekostigd werden en die
-mede dienstbaar waren aan directe propaganda voor het Christendom,
-dat zou, dunkt mij, noch met het beginsel der vrije school, noch met
-eene wijze staatkunde overeen te brengen zijn.
-
-Nog eens: de sterke neiging om in ons cultuurleven te worden opgenomen,
-die de Inlandsche maatschappij in de jongste kwarteeuw aan den dag
-legt, werkt geheel buiten het gebied van den godsdienst. Wij hebben
-ons erin te verheugen, dat de Inlanders zich door het stelsel van
-den Islâm, dat eigenlijk tegen zulke associatie gericht is, niet
-laten weerhouden van het zoeken dier ook voor ons zoo gewenschte
-toenadering. Als volk en als staat moeten wij hun daartoe de hand
-reiken op in godsdienstig opzicht neutraal terrein, het zoeken van
-toenadering van veel hoogeren en intiemeren aard overlatende aan de
-verschillende lichamen en instellingen, tot welker bijzondere roeping
-dit behoort.
-
-
-
-
-Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere klassen
-der Inlandsche maatschappij in het oog vatten.
-
-Onderwijs dus en opvoeding in Europeeschen zin, aangepast zooveel
-noodig aan de bijzondere behoeften der Mohammedaansche Inlanders,
-dat zijn de aangewezen en tevens de door henzelve gevraagde middelen,
-niet om den Islâm te bestrijden, niet om zijne belijders tot eene
-andere religie over te halen, maar om hen te steunen in hunne
-zelfbevrijding van die gedeelten van zijn stelsel, die zonder tot
-het specifiek-godsdienstige domein te behooren, het deelnemen aan
-het tegenwoordige beschavingsleven der volken belemmeren, zoo niet
-onmogelijk maken. Blijft de vraag, hoe en aan wie men die middelen
-in de eerste plaats zal hebben toe te dienen.
-
-Bij de beantwoording dezer vraag willen wij ons stellen op het nuchtere
-standpunt der practijk, en ons niet begeven in casusposities, welker
-oplossing voor het oogenblik niet als dringend te beschouwen is.
-
-Men hoort tegen de meening, dat voldoening aan de steeds luidere
-vraag van meer ontwikkelde Javanen en Maleiers naar beter onderwijs
-een urgente plicht van ons volk is, wel eens de tegenwerping, dat men
-daardoor alleen de hoogere klassen der bevolking bereikt, terwijl de
-oneindig veel breedere schare der kleine luiden onaangeraakt blijft,
-en men wijst er dan bovendien op, dat daardoor eene vroeger ongekende
-kloof ontstaat tusschen de beschavingshoogte der aristocratie en die
-der groote menigte, zoodat het onderling verband erbij verloren dreigt
-te gaan.
-
-Het zou ongetwijfeld gunstig zijn voor den goeden uitslag van het werk,
-als men van alle zijden tegelijk kon beginnen; als men de wegen kende
-en over de middelen beschikte om in denzelfden tijd door doelmatig
-onderwijs de massa der kleine Javaansche landbouwers tot een hooger
-intellectueel peil te verheffen en de aristocratie van Java zoo dicht
-mogelijk naar onze eigen geestelijke atmosfeer heen te trekken. Dit
-gaat echter boven onze kracht, al ware het alleen omdat de psychologie
-van den kleinen man ons daartoe te vele, voor het oogenblik niet
-oplosbare raadselen biedt; bij gebrek aan de noodige gegevens voor
-eene betrouwbare diagnose kon het recept wel eens glad verkeerd
-uitvallen. Bij iedere poging, die wij in de bestaande omstandigheden
-kunnen doen om den desaman tot een hoogeren graad van beschaving te
-brengen, loopen wij veel gevaar hem iets op te dringen, dat hij niet
-wenscht, zonder dat wij de stellige overtuiging mogen koesteren,
-dat het voor hem deugen zal.
-
-
-
-
-De onlangs opgerichte desascholen.
-
-Van inrichtingen als de onlangs opgerichte desascholen heb ik
-geene hooge verwachting; kwaad zullen zij wel niet teweegbrengen,
-maar als een reuzenschrede in de richting der associatie zal ook
-de grootste optimist deze instelling niet beschouwen. Belangrijke
-nieuwe proefnemingen op dit gebied zag ik liefst uitgesteld totdat wij
-daarbij gebruik kunnen maken van de voorlichting eener talrijke groep
-van hoog ontwikkelde Javanen, die aan Westersche wijsheid Oostersche
-ervaring paren; dezen zullen met minder gevaar van dwaling dan wij
-kunnen vaststellen, hoe de kleine landbouwers onder hunne rasgenooten
-gebracht kunnen worden tot deelname aan het huidige verkeersleven
-binnen de grenzen, die de natuur voor hen daaraan stelt.
-
-Men begint een werk toch liefst van die zijde, die de grootste kans
-van slagen biedt; bij de hoogere klassen der bevolking van Java heeft
-men van den uitslag genoegzame zekerheid, mits men de middelen,
-die de ervaring nu reeds als probaat deed kennen, op veel ruimere
-schaal dan tot nog toe geschiedde aanwendt, en ze tevens meer aan de
-bijzondere plaatselijke behoeften aanpast.
-
-
-
-
-Studie van begaafde Inlanders in Nederland.
-
-De meest belovenden onder het jongere geslacht moedige men aan en
-steune men om die hoogere studiën, waartoe hun vaderland nog geene
-gelegenheid biedt, in Nederland te maken; men bouwt dan voort op
-reeds bestaande grondslagen, want hier te lande studeeren al eenige
-tientallen Inlanders aan verschillende inrichtingen van hooger
-onderwijs, zonder dat ooit aan een hunner van Regeeringswege tot
-het inslaan van dien weg aanleiding gegeven werd. Vooral zorge men
-ervoor, dat die studeerenden hier vertrouwde raadslieden vinden en
-sympathieke, degelijke kringen om in te verkeeren en wake men tegen het
-gevaar, waaraan zij allen hier blootstaan, dat er namelijk in allerlei
-opzichten met hen gesold wordt, dat men ze als curiositeiten aangaapt
-of aan het bewonderende publiek vertoont, dat men ze verlokt tot
-optreden in kringen, waarin zij nog niet behooren, tot schrijven over
-onderwerpen, die zij nog niet kunnen beheerschen, eene behandeling,
-tengevolge waarvan begaafde Inlanders begrijpelijkerwijze wel eens
-uit hun evenwicht geraakt en moreel te gronde gegaan zijn.
-
-
-
-
-Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven.
-
-In Indië opene men voor hen zoo wijd mogelijk alle, vooral de beste,
-inrichtingen van Europeesch onderwijs; ook daardoor drukt men
-slechts het stempel der goedkeuring op hetgeen de Inlanders zelve
-tot stand brachten, want tot nu toe hebben zij de deuren van alle
-scholen om zoo te zeggen geforceerd, en was het er zeer ver vandaan,
-dat de autoriteiten hen dwongen om in te gaan. Soms had het er al
-te veel van, alsof zij die pioniers op het pad der associatie als
-rustverstoorders beschouwden. Men richte bovendien speciaal voor hunne
-behoeften berekende scholen van middelbaar en technisch onderwijs op,
-maar men berekene niet te angstvallig en vooral niet te lang, opdat
-niet in afwachting van het resultaat generaties van de gewenschte
-opleiding verstoken blijven. Beter eene school, die niet dadelijk aan
-alle op den duur te stellen eischen voldoet, dan in het geheel geene.
-
-Goede lagere Europeesche scholen stelle men in grooten getale tot
-hunne beschikking, zoodat de velen, die dit wenschen, gelegenheid
-vinden om Nederlandsch zóó te leeren, dat in die taal het werktuig
-vinden om zich in verschillende richtingen verder te ontwikkelen.
-
-
-
-
-Opvoeding buiten de school.
-
-Dikwijls draagt het onderwijs, dat Inlandsche kinderen en jongelieden
-genieten, niet de gewenschte vruchten omdat zij buiten de schooltijden
-verkeeren in eene omgeving, die voor hunne opvoeding eer schadelijk
-dan bevorderlijk is. Eene doelmatige huisvesting is, vooral uit dit
-oogpunt bezien, voor hen van overwegend belang. Vooralsnog, in deze
-eerste periode der associatiebeweging, zal men hun die niet licht
-anders dan in een degelijk Europeesch gezin kunnen verschaffen. Dit
-is eene der grootste moeilijkheden, die de bevorderaars der associatie
-te overwinnen hebben, maar onoverkomelijk mag zij niet zijn.
-
-
-
-
-De zending zou hiertoe kunnen medewerken.
-
-Hier zou ik bijna geneigd zijn, al is het onbevoegd, een verzoek
-te doen, ja tevens een raad te geven aan de mannen en de vrouwen,
-die zich aan zendingswerk wijden. De zending werkt terecht
-dikwijls langs philanthropische omwegen: onderwijs, geneeskunde,
-landbouw worden door haar gebezigd als middelen om Inlanders met het
-Christendom in aanraking te brengen. Onderwijs is als zendingsmiddel
-in Mohammedaansche landen, naar ik meen, niet bijzonder effectief
-bevonden, althans niet in dien zin, dat bekeeringen er het gevolg
-van waren, ofschoon de Moslims, wier eigen onderwijs zeer achterlijk
-is, er gaarne gebruik van maken, vooral wanneer de leerlingen niet
-gehouden worden aan het Christelijke godsdienstonderwijs deel te
-nemen. Toch gaat men in die richting voort, aanvankelijk tevreden met
-verbreiding van den Christelijken geest onder hen, die van de leer des
-Christendoms nog niet gediend zijn. Met de medische zending is het vaak
-niet anders. Nu zijn op Java, en weldra ook elders in den Archipel
-huisgezinnen en hospitia noodig om ernstige leiding te geven aan de
-opvoeding der steeds talrijker jongelieden uit Inlandsche familiën,
-die de verschillende inrichtingen van onderwijs bezoeken. Ligt het
-niet op den weg der zending, in dien nood te helpen voorzien? Te
-helpen zorgen, dat die jongelui tegen matige betaling opname kunnen
-vinden in eenvoudig levende, Christelijke gezinnen, geschikt en
-bereid om hen te gewennen aan het leven in eene atmosfeer, waar de
-practische geest van het Christendom heerscht, zonder dat de leer aan
-andersdenkende huisgenooten wordt opgedrongen? Mij wil het voorkomen,
-dat de missie hier een veelbelovend arbeidsveld zou vinden.
-
-
-
-
-De Inlandsche vrouw en hare opvoeding.
-
-Aan dit ongevraagd advies voeg ik nog een ander toe. De hoofdreden,
-waarom in dezen eersten tijd voor jonge Inlanders, die door onderwijs
-op den weg der associatie gebracht worden, het verblijf in een
-degelijk Europeesch gezin dringend gewenscht is, ligt hierin, dat
-het Inlandsche gezin nog niet geschikt is om aan de naar Europeeschen
-trant opgeleide jeugd den noodigen moreelen steun te verleenen. Dit
-moet anders worden, maar daartoe is in de eerste plaats verhooging
-noodig van het opvoedingspeil der vrouw.
-
-De Inlandsche vrouw moet beter onderwezen, maar bovenal beter gevormd
-en in moreelen zin ontwikkeld worden. Hiertoe kan de school iets
-bijdragen, maar het meeste moet komen van de persoonlijke leiding
-van degelijke Europeesche vrouwen. Tot dusver zijn er wel een zeker
-aantal meisjes uit voorname Inlandsche familiën, die gedurende
-eenige jaren Europeesche scholen bezoeken, maar de bekendheid met
-het Nederlandsch en met Europeesche maatschappelijke vormen, die ze
-mee naar huis nemen, is in den regel niet veel meer dan een vernis,
-dat dient om haar niet al te misplaatst te doen zijn als echtgenooten
-van Westersch opgevoede Inlanders. Zij verlaten de school veel te vroeg
-en buiten de school wordt aan hare karaktervorming veel te weinig zorg
-besteed om er waardige levensgezellinnen dier Inlanders van te maken,
-die met hare mannen zullen samenwerken om het Inlandsche gezin te
-brengen tot associatie aan ons familiewezen. Zonder geestelijk hoog
-ontwikkelde Inlandsche vrouwen is deze associatie onuitvoerbaar;
-met hare hulp mag men die verzekerd achten. Wie wil medewerken aan
-de vorming van eenige honderden meisjes van Java in dezen geest, die
-mag zich vleien met de gegronde hoop, later als vrucht van zijn werk
-het monogame leven op Java als het normale in de Inlandsche wereld
-erkend te zien, en Javaansche ouders ernstig te zien arbeiden aan
-den opbouw van het leven hunner kinderen.
-
-Is deze taak niet schoon genoeg om vrouwelijke zendingskrachten aan te
-lokken tot zelfopofferende toewijding, zelfopofferend ook in dien zin,
-dat zij bij dezen arbeid haar oogmerk willen bepalen tot de zeker
-bereikbare staatkundig-nationale associatie, en die niet in gevaar
-willen brengen door ontijdige pogingen tot bekeering?
-
-Wie op de kerstening der Inlandsche Mohammedanen hoopt--ik zeide reeds,
-waarom ik die verwachting niet kan deelen--moet de politiek-nationale
-annexatie dier Nederlandsche onderdanen als een eersten stap in de
-door hem gewilde richting toejuichen en de gelegenheid om zelf daaraan
-mede te werken met beide handen aangrijpen. De zendeling zal, zoowel
-als ieder ander Nederlander, onverschillig van welke levenssfeer,
-zich aan geassocieerde Inlanders gemakkelijker verstaanbaar kunnen
-maken dan aan de overheerschten van het oude régime, dat, naar wij
-hopen, zijnen tijd gehad heeft.
-
-
-
-
-Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel in den
-Staatsdienst verzekerd worden.
-
-Niet minder urgent dan de snelle vermenigvuldiging der gelegenheden
-voor Inlanders om de door hen verlangde hoogere vorming te
-verkrijgen, is het voor de Regeering, de verdeeling van den arbeid der
-staatsdienaren zóó te herzien, dat al het werk, dat door die modern
-ontwikkelde kinderen des lands verricht kan worden, ook inderdaad
-aan hen worde toevertrouwd.
-
-Het gaat niet aan, den bestaanden toestand te bestendigen, waarbij
-de jonge Inlanders, die als de beste producten der nieuwe richting
-voor den dag komen, door de bureauchefs in Indië als schrikbeelden
-worden beschouwd, die men na lange aarzeling in een of anderen hoek
-duwt om niet langer door hunnen aanblik verontrust te worden. Zij
-vallen immers niet als meteoorsteenen uit de lucht, men ziet ze jaren
-tevoren aankomen, en men heeft dus geene enkele verontschuldiging,
-wanneer men zich onvoorbereid door hen laat verrassen. De Indische
-Regeering mag aan de departementen van Binnenlandsch Bestuur en van
-Onderwijs geene rust gunnen, voordat zij de hiermede samenhangende
-vraagstukken tot eene bevredigende oplossing hebben gebracht. Bezwaren
-opperen is gemakkelijk genoeg; ze uit den weg te ruimen, dat is de
-taak der leidende ambtenaren in de kolonie.
-
-
-
-
-Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie.
-
-Kleinmoedigen hebben vaak getracht, den voorstanders van de associatie
-schrik aan te jagen door de voorzegging, dat het voortgaan op den
-door hen gewezen weg dit rampzalige gevolg zal hebben, dat er eene
-klasse van Inlanders zal ontstaan, die hun evenwicht kwijt zijn, die
-uit den band springen, die den samenhang met hunne eigen maatschappij
-verloren hebben, zonder in een ander sociaal geheel te passen.
-
-Zulke bedenkingen zijn van oudsher overal vernomen, waar eene
-menschengroep zich uit eene levenssfeer, die haar te eng werd,
-naar boven trachtte te werken, maar nooit hebben zij bewerkt, dat de
-eenmaal ontwaakte drang naar licht bezworen werd. Ook onder ons hebben
-wijzigingen in het politieke en sociale leven in de werkelijkheid
-niet zoo kalm en geleidelijk plaats als zij op het papier ontworpen
-waren. Bij die tochten naar de hoogte maken altijd sommige deelnemers
-ongedachte, duizelingwekkende sprongen, die oogenblikken van algemeene
-verwarring teweegbrengen. Wij zijn erop voorbereid, dat dit ook in
-Oost-Indië zal gebeuren, en dat de waarzeggers van daareven dan gereed
-zullen staan om triomfantelijk daarop te wijzen als op de vervulling
-hunner sombere profetie. De zeldzaam vredelievende aard der Inlanders
-doet ons alleen hopen, dat het geene al te groote vaart zal loopen,
-en dat onder wijze leiding het evenwicht spoedig herwonnen zal zijn.
-
-
-
-
-Stuiting der beweging niet mogelijk.
-
-Men stelle echter de zaak niet voor, alsof wij ons nu nog bij een
-kruispunt in de ontwikkelingsgeschiedenis van de Indonesiërs bevonden,
-en de beslissing, of het verder links of rechts zal gaan, van den
-wil van onze Regeering afhankelijk ware. Het proces is begonnen
-zonder dat de Regeering of het volk van Nederland het uitlokten,
-ja deels in weerwil van officieuze tegenwerking. Het is niet langer
-de vraag, of de voor hooger ontwikkeling meest toegankelijke deelen
-der bevolking van den Archipel ons op intellectueel gebied al of niet
-op zijde zullen streven, de vraag is alleen nog, of de voortzetting
-der krachtig begonnen beweging zal geschieden met onze medewerking
-en onder onze leiding, dan wel in weerwil van onzen tegenstand,
-en dan onder leiding van anderen, die zich niet lang zullen laten
-wachten. Mij dunkt, het antwoord op deze vraag kan geen onderwerp
-eener langdurige discussie zijn.
-
-
-
-
-Samenvatting onzer beschouwingen.
-
-Wij naderen het einde van onzen gemeenschappelijken tocht, waarop
-ik naar vermogen getracht heb, u achtereenvolgens de voornaamste
-problemen te laten zien, die de Islâmbelijdenis van vijfendertig
-millioen Nederlandsche onderdanen aan onze Regeering en aan ons volk
-voorlegt, en tevens de richting aan te geven, waarin de oplossing dier
-vragen te vinden zal zijn. Het zij mij vergund, in eenen terugblik
-op den afgelegden weg onze uitkomsten nog eens samen te vatten.
-
-Onze beschouwing van de wijze, waarop de Islâm zich over de aarde
-verbreid heeft, maakte ons verschillende daarmee samenhangende of
-daaruit voortgevloeide verschijnselen verklaarbaar: de scherpte zijner
-positie tegenover al hetgeen aan zijnen invloed weerstand biedt;
-zijn militant karakter; de gemakkelijkheid, waarmede hij het getal
-zijner aanhangers weet te vergrooten, en daarentegen de traagheid,
-waarmede hij aan hunne geestelijke opvoeding werkt; de gehechtheid
-der Moslims aan hunne religie en hunne geslotenheid voor invloeden
-van buiten, ook waar de kennis van de geloofsleer en de practische
-beoefening der wet nog alles te wenschen overlaten.
-
-Van het stelsel van den Islâm, zooals dat ongeveer drie eeuwen
-na den dood van den Profeet zijnen in hoofdzaak definitieven vorm
-verkregen heeft, ontvingen wij den indruk van groote stroefheid,
-gebrek aan accommodatievermogen. In zijne eerste periode gedwongen,
-vele vreemde cultuurelementen in zich op te nemen, deed het dit
-met onverholen weerzin, en verloochende het die verrijking zooveel
-mogelijk door vrome fictie; omstreeks duizend jaren geleden sloot
-het zich naar alle zijden af, met de pretensie, dat het nu voor alle
-volgende eeuwen het geheele gelooven, handelen en denken der menschen
-aan voorschriften van onfeilbaar gezag gebonden had. Wij constateerden
-de in verband hiermee onvermijdelijke botsing tusschen de theorie en
-het werkelijke leven; zij gaf ons aanleiding, ten aanzien der alles
-regelende wet te onderscheiden tusschen gedeelten, die de practijk
-inderdaad zijn blijven beheerschen, en andere, die voor het leven
-meer of minder of zelfs in het geheel geene beteekenis hebben behouden.
-
-De geloofsleer der Mohammedanen kwam ons voor, op het doen en denken
-slechts ondergeschikten invloed te oefenen. Ten aanzien der wet, die
-den groei van het leven der Islâmbelijders steeds minder geregeld dan
-belemmerd heeft, en waarvan de inhoud met de eischen van den tijd in
-toenemend conflict geraakt, vonden wij noch in haar stelsel noch in
-de geschiedenis der Mohammedaansche volken grond voor de hoop, dat
-zij zich zou kunnen hervormen. Evenmin konden wij de illusie deelen
-dergenen, die meenen, dat de voor de emancipatie en de evolutie van
-den geest der Mohammedanen vereischte hervorming op het gebied der
-mystiek haar beslag zou krijgen.
-
-Wij hebben daarop gepoogd, den graad te bepalen der inwerking van
-de verschillende bestanddeelen van het systeem van den Islâm op het
-leven der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, en in verband daarmee
-de houding vast te stellen, die Nederland, in de eerste plaats de
-Nederlandsche Regeering en Hare ambtenaren, tegenover elke der onder
-den invloed van den Islâm gekomen levensuitingen der Oost-Indische
-bevolking behooren aan te nemen. Onvoorwaardelijke eerbiediging van
-al hetgeen ligt binnen het gebied der religie in den engeren zin des
-woords; eerbiediging ook van de gerecipieerde hoofdstukken van het
-recht, die de intiemste, meest met den godsdienst verknochte zijden van
-het leven der familie en van het individu raken, evenwel met zorgvuldig
-openhouden der wegen, die kunnen leiden tot evolutie of emancipatie,
-en met niet minder zorgvuldige vermijding van wat tot vastlegging en
-versteening dezer instellingen zou strekken; terzijdestelling van alle
-deelen van het systeem, die buiten de hier aangeduide sfeer vallen,
-met uitzondering van de politieke elementen van leer en wet, tegenover
-welke de Regeering zich onverzoenlijk schrap behoort te zetten.
-
-Ten slotte kwamen wij tot de overtuiging, dat aldus wel de
-gedragslijn was aangegeven, die de Regeering met gerustheid jegens
-den in Oost-Indië beleden Islâm kon volgen, maar dat Nederland
-ten opzichte van zijne Mohammedanen nog eene veel verder reikende
-taak te vervullen had, dat het hen te leiden had naar de voor hen
-geschikte plaats onder de volken. Wij bevonden verder, dat de bij
-Mohammedanen zoo licht post vattende panislamitische gedachte wel
-als de grootste hinderpaal te beschouwen is tegen de aanpassing van
-een Moslimsch volk aan het moderne cultuurleven, een struikelblok,
-waartegen zelfs de Moslimsche hervormers in de oude landen van den
-Islâm telkens aanstooten. Voor ons zagen wij die belemmeringen voor
-een goed deel reeds door de Inlanders zelve uit den weg geruimd,
-waar de hoogere klassen onder hen in de laatste tientallen jaren
-geheel spontaan heensturen naar hunne geestelijke inlijving bij de
-Westersche cultuur in haren Nederlandschen vorm. De eerste stappen op
-den weg der associatie van hun geestelijke leven aan het onze hebben
-zij reeds zoo goed als zonder onze hulp gedaan; het is dus hoog tijd,
-dat wij de leiding in handen nemen en hen verder brengen.
-
-De Regeering vonden wij ten opzichte van dit, voor ons nationale
-leven zoowel als voor dat der Inlanders zoo uiterst gewichtige punt
-zwak en onbeslist, in plaats van beheerscheres vaak speelbal der
-omstandigheden, telkens verrast door dingen, die zich langzaam voor
-ieders oogen ontwikkelden. De Christelijke zending ijverig werkzaam
-naar een program, waarvan de uitvoering zeker de gewenschte emancipatie
-en evolutie brengen zou, maar dat gericht is tegen de godsdienstige
-hartader van het Islâmsysteem; een program dus, dat blijkens de
-ervaring weinig uitzicht op succes biedt, maar, ook daarvan afgezien,
-voor de Regeering en voor ons volk in zijn geheel als richtsnoer
-onbruikbaar is.
-
-Volk en Regeering kunnen alleen om het stelsel van den Islâm heen
-de Islâmbelijdende Inlanders helpen om den door hen gezochten
-weg ter geestelijke associatie te vinden; de door hen bevorderde
-associatie moet buiten het gebied der religie blijven, mag alleen
-eene politiek-nationale zijn. De zending, al stelt zij zich een
-veel verder en hooger liggend doel, kan toch ook in deze richting
-medewerken, hetgeen te meer te wenschen is, daar zij voor al haar werk
-arbeiders heeft, wier toewijding van hoogere orde is dan de ijver,
-dien politiek-nationale motieven in den regel vermogen te wekken.
-
-
-
-
-De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur ontneemt
-aan het panislamisme alle kracht.
-
-De panislamitische gedachte, die thans op de aristocratie van Java
-en op de met haar gelijk te stellen klassen der Mohammedanen op de
-Buitenbezittingen nog weinig vat heeft, verliest alle kans daarop voor
-de toekomst, zoodra hare leden vrije deelgenooten van onze cultuur
-geworden zijn. Zou er dan, wat lang niet uitgesloten is, gevaar komen
-te dreigen voor besmetting met die kwaal van een deel der millioenen,
-wier dagelijksch werk als kleine landbouwers hun intellect weinig
-gelegenheid biedt om zich boven de sfeer der rijstvelden te verheffen,
-hunne aan de beschaving van onzen tijd geassocieerde landgenooten
-zullen er het grootste belang bij hebben, ons te helpen om de dreigende
-epidemie te bezweren. Ook de verdere emancipatie van het Islâmstelsel,
-zoover die zonder verandering van belijdenis mogelijk is, wordt bij
-eene verruiming van ons politiek-nationale leven, die aan Inlanders de
-hun daarin toekomende plaats verzekert, alleen nog eene quaestie van
-tijd, die zich zonder onwelkomen aandrang van buiten van zelve regelt.
-
-
-
-
-Andere heilzame gevolgen der associatie.
-
-Wij bezagen hier natuurlijk de gevolgen der begonnen associatie uit
-het beperkte gezichtspunt der Islâmpolitiek. Maar wij mogen daar toch
-wel even aan toevoegen, dat zij ook in zoovele andere opzichten de
-oplossing vormt van het probleem der toekomstige verhouding van de
-bevolking van den Indischen Archipel tot ons. Ook uit een algemeen
-staatkundig oogpunt is het ons levensbelang, dat wij niet wachten
-totdat verrassende omstandigheden ons ten behoeve der Inlanders komen
-afdwingen, wat wij hun nu nog vrijwillig in den door ons meest geschikt
-geachten vorm kunnen geven.
-
-Dr. Van Hoëvell wenschte vele jaren geleden, dat Nederland het gevaar
-van binnenlandsche woelingen op Java, liever dan door het aanleggen van
-bentengs, zou bezweren door zich vestingen van dankbaarheid te bouwen
-in de harten der Javanen. Zulk idealisme is te edel en te schoon voor
-de werkelijkheid. Een volk is nooit dankbaar zelfs voor de grootste
-weldaden, die het zich door vreemden opgedrongen zag. Is daarentegen
-door van beide zijden gezochte associatie het gemeenschappelijk
-geestesgebied der Javanen en der Nederlanders tot zijne grootst
-bereikbare uitgebreidheid gekomen, dan behoeft van dankbaarheid aan
-vreemden niet meer gesproken te worden, omdat hetgeen vreemd was,
-eigen is geworden, omdat er nog slechts Oostelijke en Westelijke
-Nederlanders zijn, in politieken en nationalen zin eene eenheid
-vormend, waaraan het rasverschil niet te kort doet.
-
-
-
-
-Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie.
-
-Wat zou aan de verwezenlijking van dit denkbeeld in den weg
-staan? Verschil in huidskleur en afkomst? Maar uit hoevele landen
-van Europa en Azië zijn niet de voorouders van vele Nederlanders
-samengekomen, en wat is er meer onwaar en verwaand dan het "van
-vreemde smetten vrij" in ons volkslied? Met het Indonesische ras
-is onze bloedsmenging al sinds eeuwen in zoo vollen gang, dat alle
-nuances van huidskleur tusschen blank en bruin onder Nederlanders
-vertegenwoordigd zijn.
-
-Al te groote afstand in beschaving en levensbeschouwing dan? De
-hoogere klassen der Inlanders willen immers juist niets liever dan dien
-afstand tot de onmerkbaarste afmetingen terugbrengen. Hunne studenten,
-die te Leiden, te Delft en te Amsterdam met ons verkeeren, staan u en
-mij geestelijk oneindig veel nader dan gansche klassen van ons eigen
-land- en zeevolk. Zóó groote geesteseenheid is echter nooit de band,
-die een geheel volk omstrengelt. Een gemeenschappelijk verleden houdt
-het veelzins ongelijksoortige bijeen; dit geldt voor de verschillende
-klassen van ons volk, het geldt ook voor ons volk als geheel ten
-opzichte van Indonesië, al is het bewustzijn dezer eenheid nog niet
-in alle lagen onzer natie doorgedrongen.
-
-Islâm en Christendom kunnen zich in de practijk van het nationale
-leven zeer wel met elkander verdragen, als maar de panislamitische
-idee terzijde wordt gesteld, en wij zagen, hoe gunstig hiervoor in
-ons geval de voorwaarden zijn. In verdraagzaamheid kunnen velen onzer
-bij de meerderheid der Inlanders een lesje nemen.
-
-Als student hoorde ik eens eene voordracht van Ernest Renan over
-de vraag: "wat maakt eigenlijk eene natie?" Het antwoord kwam in
-hoofdzaak hierop neer: het waarlijk constitueerende element eener
-natie, dat is noch ras noch huidskleur, noch taal noch godsdienst noch
-natuurlijke grens, het is: "le désir d'être ensemble". Met deze phrase
-moge lang niet alles gezegd zijn, een deel der waarheid bevat zij toch
-ongetwijfeld. Ook wij kennen dat gevoel, trots verschil in afstamming,
-in levenssfeer, in hoogte van beschaving, en in weerwil van alle
-getwist op staatkundig en godsdienstig gebied, als het erop aankomt,
-toch als Nederlanders bijeen te willen blijven. Welnu: de edelste
-vertegenwoordigers van eene groote volkengroep, die sinds lang onder
-ons staatsbestuur staat, vragen ons met aandrang, hen en de hunnen als
-adoptieve kinderen in ons nationale gezin op te nemen. Reiken wij hun
-de hand, en laat ons dan het wederzijdsche verlangen naar nationaal
-samenleven, "le désir d'être ensemble", omzetten in flinke daden,
-die toonen, dat ons kleine volk nog altijd tot iets groots in staat is.
-
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-DUITSCHLAND EN DE HEILIGE OORLOG (1914).
-
-
-De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen.
-
-Ruim tien jaren geleden had ik met eenen Turk van hooge intellectueele
-ontwikkeling een gesprek over godsdienstig fanatisme en den invloed
-daarvan op politieke verhoudingen. Hij besloot zijne beschouwingen
-over dit onderwerp ongeveer als volgt: "In vroegere eeuwen plachten de
-menschen in de beschaafde wereld elkander het leven te benemen wegens
-verschil van meening over de geheimen der andere wereld. Thans is de
-menschheid, lof zij Allah, over die barbaarschheid heen en ieder mag
-gelooven, wat hij wil. Maar wat helpt ons dit, zoolang over economische
-en politieke belangen oorlogen gevoerd worden, die in fanatisme voor
-de vinnigste godsdienstoorlogen niet onderdoen, terwijl de reusachtige
-vorderingen der techniek de moorddadige uitwerking van den strijd
-steeds verhoogen? Van een kalm genieten der met moeite verkregen
-gewetensvrijheid kan daarbij geen sprake zijn."
-
-Deze ontboezeming komt telkens weer in mijne herinnering naar voren in
-verband met hetgeen wij nu beleven. Nadat de groote menschengroepen,
-die door verschil van politieke en economische belangen uiteengehouden
-worden, jarenlang een belangrijk deel van hun intellectueel en
-materieel vermogen besteed hebben aan het uitdenken van middelen om
-in de volheid des tijds elkander te vernietigen, is eindelijk de
-lang verwachte vonk in de opeengehoopte brandstof gevallen. Al de
-strijdenden gruwen van het denkbeeld der verantwoordelijkheid voor
-de misdrijven tegen de menschelijke samenleving, die zij gezamenlijk
-plegen, en het eenige, waarin zich de overigens non-actief gestelde
-gemeenschappelijke cultuur nog uit, is eene vervelende reeks van
-betoogen, waarin ieder den ander de schuld geeft van hetgeen allen
-samen met zorg hebben voorbereid. De sceptische ironie van mijn
-Turkschen vriend was niet ongegrond. Wij leeren er trouwens niets
-nieuws uit. Alleen in zóóverre mag zijne uitspraak voor diegenen onder
-ons, die de Mohammedaansche wereld weinig kennen, iets verrassends
-hebben, als daarin door een Turk de algemeene godsdienstvrede en
-gewetensvrijheid zoo zonder voorbehoud als een verworven zegen erkend
-wordt. Uit dit oogpunt beschouwd hebben de aangehaalde woorden te
-hooger waarde, omdat zij de meening van alle Turksche intellectueelen
-over het vraagstuk van den godsdienst vrij nauwkeurig uitdrukken.
-
-
-
-
-Contrast dier meening met de wet van den Islâm.
-
-Deze verdraagzaamheid schijnt onvereenigbaar met hetgeen de
-Mohammedaansche wet omtrent de verhouding tot aanhangers van
-andere godsdiensten voorschrijft. Volgens die wet, die in haar
-geheel aanspraak maakt op goddelijk gezag, moet immers de geheele
-menschenwereld aan de Mohammedaansche gemeenschap onderworpen, zooveel
-mogelijk ook in geestelijken zin bij haar ingelijfd worden. Ter
-bereiking van dit doel behoort de gemeente der geloovigen djihâd
-te doen, d. i. "heiligen oorlog" te voeren tegen allen, die nog
-buiten de sfeer van haar gezag leven. De leiding van den djihâd, de
-bepaling van tijd, plaats en middelen, is een der hoofdplichten van het
-hoofd der gemeente, den chalief, den opvolger van Mohammed in diens
-hoedanigheid van opperbestuurder, opperrechter en opperbevelhebber
-der Moslims. Al naar mate de belangen van den Islâm het volgens zijn
-inzicht medebrengen, voere hij dien krijg met meer of minder kracht
-of late hij dien zelfs tijdelijk rusten. Tot eene staking van het
-offensief tegen eene ongeloovige mogendheid voor meer dan tien jaren
-mag hij zich onder geene omstandigheden verbinden. Aan belijders van
-den Joodschen, Christelijken en daarmee gelijkgestelde godsdiensten
-wordt, mits zij zich aan het Mohammedaansche staatsgezag onderwerpen
-en met de positie van onderdanen zonder burgerrecht genoegen nemen, met
-zekere beperkingen de uitoefening van hunnen godsdienst toegestaan; bij
-eigenlijke heidenen moet de onderwerping met bekeering gepaard gaan.
-
-
-
-
-De grondslagen van het program van den heiligen oorlog.
-
-Het djihâd-program gaat uit van de onderstelling, dat de Mohammedanen
-voortdurend, evenals bij hun eerste optreden in de wereld, een gesloten
-geheel vormen onder éénhoofdige leiding. Deze toestand heeft evenwel
-in de werkelijkheid zóó kort bestaan, het gebied van den Islâm is zóó
-spoedig in een steeds grooter aantal vorstendommen uiteengevallen,
-het oppergezag van den zoogenaamden chalief is na korten bloei zóózeer
-tot een ijdelen naam geworden, dat ook de djihâd-voorschriften zich
-aan de gezagsverbrokkeling hebben moeten aanpassen. Gelijk in de
-meeste andere opzichten, zoo ook ten aanzien van het voeren van den
-heiligen oorlog draagt dan de wet de bevoegdheden en plichten van den
-éénen chalief aan de verschillende landshoofden op, ieder voor zijn
-machtsgebied. Nu spreekt het vanzelf, dat deze overdracht van het
-gezag van éénen op velen zeer vereenvoudigend werkt voor al hetgeen
-het bestuur binnenslands betreft; maar even duidelijk is het, dat die
-verbrokkeling de voortzetting van den wereldveroveringsoorlog, zooals
-die in de eerste eeuw van den Islâm was ingezet, onmogelijk maakte.
-
-Er waren trouwens nog tal van andere oorzaken, die de eerst toomlooze
-vaart der Moslimsche legerscharen stuitten. Men kwam tot grenzen, waar
-de geboden weerstand niet zoo dadelijk te breken viel, en het genot van
-het verkregene verslapte de energie. De veroveringsdaden der eerste
-geslachten werden toen in de verbeelding der lateren geïdealiseerd,
-gereinigd van hetgeen ze ontsierde, en de theorie harer gewenschte
-voortzetting werd uitgewerkt, in te meer casuïstische bijzonderheden,
-naar mate de toepassing verder buiten de sfeer van het mogelijke
-kwam te vallen. Het oorlogsrecht kenmerkte zich door een streng
-in-het-oog-houden van het doel: uitbreiding van den waren godsdienst
-of anders toch van het gezag zijner vertegenwoordigers, en verder
-door het vermijden van alle wreedheid in de keuze der middelen. Alleen
-waar een Mohammedaansch gebied wordt aangevallen door eene ongeloovige
-macht, daar wordt aan de geheele bevolking de plicht der verdediging
-opgelegd. Offensief optreden is slechts dan gerechtvaardigd,
-wanneer het bevel ertoe en de regeling ervan uitgaan van een erkend
-staatshoofd. Waar ongeloovigen erin slagen, eene Moslimsche bevolking
-te onderwerpen, moet deze niet in een toestand van ondergeschiktheid
-berusten, maar de eerste gelegenheid aangrijpen om òf het juk af te
-schudden òf te emigreeren naar een zelfstandig Moslimsch land, zoowel
-om het gevaar, waarmêe het eigen geloof bedreigd wordt, af te wenden,
-als om de gelederen der geloovigen tot den strijd tegen den vijand,
-d. i. de niet-onderworpen andersgeloovigen, te versterken. Al duurt de
-onmogelijkheid van afdoend verzet en van emigratie ook eeuwen lang,
-toch mag men de daardoor ontstane verhouding van afhankelijkheid van
-een niet-Mohammedaansch staatsgezag niet anders dan als voorloopig
-en abnormaal aanvaarden.
-
-
-
-
-Middeleeuwsch karakter van dat program.
-
-Het geheele samenstel van wetten, dat volgens den Islâm de verhouding
-van geloovigen tot ongeloovigen zou moeten beheerschen, is de meest
-consequente uitwerking, die men zich denken kan, van de vermenging
-van godsdienst en politiek in haar middeleeuwschen vorm. Dat hij, die
-de materieele macht heeft, ook over de geesten dwang uitoefent, geldt
-daarbij als volkomen natuurlijk; de mogelijkheid van het samenleven
-der belijders van verschillende godsdiensten als gelijkgerechtigde
-burgers van éénen staat, acht men uitgesloten. Zoo was het in de
-middeleeuwen niet alleen bij de Mohammedanen; vóór en zelfs nog
-lang na de reformatie dachten onze voorouders er niet veel anders
-over. Het verschil ligt voornamelijk hierin, dat de Islâm al die
-middeleeuwsche gedragsregelen in den vorm van eeuwig geldende wetten
-heeft vastgelegd, zoodat dus een later geslacht, ook al wijzigt
-zich het inzicht, zich niet gemakkelijk ervan emancipeeren kan. Te
-moeielijker werd die losmaking, omdat èn de groote menigte èn het gros
-der schriftgeleerden zich te steviger aan dat bedenkelijke erfdeel
-van het voorgeslacht vastklemden, hoe meer de omstandigheden met de
-verwerkelijking van dit gewelddadige program schenen te spotten. Aan
-de opvoeding der menigte is nu eenmaal in de landen van den Islâm alle
-eeuwen door weinig zorg besteed, en het denkbeeld eener toekomstige
-wereldbeheersching was te vleiend voor hare ijdelheid om dit zoo maar
-prijs te geven. De wetgeleerden hadden in hunne bekrompenheid geen
-deel aan de volheid van het werkelijke leven; angstvallig bewaarden
-zij de vormen der oude idealen, zonder zelfs te bemerken, dat de
-inhoud eraan ontvloden was. Voor hen gold en geldt de waardeering der
-godsdienstvrijheid door intellectueele Turken gelijk mijn vriend van
-daarstraks als eene lichtzinnige concessie aan den verdorven tijdgeest.
-
-
-
-
-Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed.
-
-Toch ging de beweging der geesten haren gang, in de laatste eeuw met
-vaak verrassende snelheid. Juist door de stroefheid der Mohammedaansche
-samenleving en de achterlijkheid en corruptheid der Mohammedaansche
-staatsbesturen kwam gaandeweg het geheele gebied van den Islâm, in
-tegenstelling met zijn zelfbewust program van wereldverovering, onder
-den invloed van Europa. Het is al zoover gekomen, dat meer dan 90%
-van alle Mohammedanen in wingewesten of protectoraten onder politieke
-leiding van Europeesche mogendheden leven, terwijl de zelfstandigheid
-van het overblijvende gebied, voornamelijk Turkije, alleen in schijn
-gehandhaafd wordt door zekere handigheid in het balanceeren tusschen
-de groote mogendheden, die elkander de voogdij betwisten.
-
-Al die aanrakingen tusschen het gebied van den Islâm en
-de buitenwereld, die op dit totale verlies zijner politieke
-onafhankelijkheid zijn uitgeloopen, danken haar eerste ontstaan aan
-de behoefte van Europa aan economische expansie, aan het eigenbelang
-dus der volken, die het middeleeuwsche stof wisten af te schudden en de
-Mohammedanen in geestelijken en materieelen zin voorbijstreefden. Eerst
-later maakte het bekrompen denkbeeld der exploitatie plaats voor
-dat der annexatie, straks dat der volle inlijving van de veroverde
-landen in dezen zin, dat de bevolking moest worden opgevoed tot
-de voor haar bereikbare en gewenschte deelname aan de cultuur der
-overheerschers. Dit ging niet ineens; de strijd tusschen het egoïsme
-der voogden en hun plichtbesef jegens hunne pupillen is nog in vollen
-gang. Maar de Europeesche voogden, zelfs zulke, wien de consequente
-toepassing der nieuwere beginselen nog vaak te zwaar valt, schamen
-zich nu reeds voor het belijden van een ander bestuursbeginsel
-dan dat der zuivere harmonie van alle belangen van twee volken,
-waarvan de geschiedenis het eene heeft gesteld onder leiding van het
-andere. De Mohammedanen onder direct of indirect Europeesch bestuur
-hebben hiervan al veel voordeel gehad, en men mag zeggen, dat zij er
-in het algemeen beter aan toe zijn dan hunne geloofsgenooten in de
-quasi-zelfstandige staten, waar zij de nadeelen ondervinden zoowel
-van een corrupt bestuur als van den wedijver om economische winste
-tusschen de groote machthebbers van het Westen. De druk, waaronder
-in een land als Turkije de bevolking zucht, heeft evenwel toch ook
-de zucht naar geestelijke ontwikkeling geprikkeld; de Jong-Turksche
-beweging der laatste jaren getuigt er luide van.
-
-In de hooger ontwikkelde kringen van alle Mohammedaansche landen is
-het besef algemeen geworden, dat de middeleeuwsche vermenging van
-godsdienst en politiek, welke het stelsel van den Islâm voor altijd
-wilde handhaven, niet van onzen tijd is. Zoozeer zijn de Mohammedanen
-in de wereld de staatkundig en maatschappelijk minderen geworden, dat
-het denkbeeld eener op hunnen godsdienst gegronde wereldheerschappij
-alleen voor de onwetenden iets van zijne bekoring kon behouden. De
-overigen schamen zich bijna voor de aanmatiging, die ons uit de leer
-van den djihâd tegenklinkt, en geven zich alle moeite om te betoogen,
-dat de wet zelve de toepassing ervan beperkt tot omstandigheden,
-die zich nu niet meer voordoen.
-
-
-
-
-Chalifaat en Djihâd.
-
-De les der verdraagzaamheid prentte zich het moeielijkst in bij die
-volken, die in het politieke glorietijdperk van den Islâm vooraan
-gestaan hadden, het allermoeielijkst bij de Turken, die in het
-laatste roemtooneel de hoofdrol speelden. Toen in 1258 Bagdad door
-de Mongolen verwoest en het daar sedert ruim vijf eeuwen gevestigde
-Abbasiedenchalifaat weggeveegd werd, geraakte de Mohammedaansche wereld
-niet uit hare voegen, zooals geschied zou zijn, indien dat chalifaat
-nog iets met de centrale leiding van de gemeenschap der Mohammedanen te
-maken gehad had. Inderdaad had dit vorstenhuis al drie en een halve
-eeuw op den flauwen naglans van zijn kortstondigen roem geleefd,
-en dat het in dien tijd niet door een der vele machtige soeltans
-verdrongen werd, dat dankte het voor een goed deel juist aan zijne
-practische onbeduidendheid. Zóó onbeduidend waren de naamchaliefen
-geworden, dat Europeesche schrijvers zich soms hebben laten verleiden,
-hen als eene soort van kerkvorsten van den Islâm voor te stellen,
-die willens of onwillens hun wereldlijk gezag aan de vele landvorsten
-van het wijde gebied van den Islâm hadden overgedragen. De totale
-afwezigheid van wereldlijk gezag scheen hun, in verband met den
-toch vaak gebleken eerbied des Moslims voor het chalifaat, alleen
-bij de onderstelling van een geestelijk gezag, van eene soort van
-Mohammedaansch pausdom denkbaar. Toch heeft zoo iets nooit bestaan,
-en de Islâm, die priesters noch sacramenten kent, zou er ook geen
-plaats voor gehad hebben. De menigte had daar, gelijk elders,
-de legende liever dan de werkelijkheid: zij dacht zich den over de
-gansche Moslimsche gemeente wakenden opvolger van den Profeet, zooals
-die in de eerste twee eeuwen na de Hidjrah volgens de historische
-overlevering werkelijk had bestaan, als voortbestaande, lang nadat
-het instituut van het chalifaat in de politieke ontaarding van den
-Islâm was ondergegaan. Maar niet als paus stelde zij zich hem voor,
-neen als opperregeerder, vooral als amier al-moe'minien, aanvoerder
-van de legerscharen van den Islâm, die eenmaal de heele wereld voor
-zijn gezag zouden doen buigen.
-
-De chalief, de stedehouder van den Gezant van Allah, en de djihâd,
-de heilige oorlog tegen de gansche wereld buiten den Islâm: aan deze
-beide namen was onafscheidelijk de herinnering van die schitterende
-tweehonderd jaren verbonden, waarin de loop der gebeurtenissen aan de
-pretensie van wereldverovering door het Mohammedanisme gelijk scheen
-te geven. Wat in de werkelijkheid onderging, bleef in de legende
-voortleven; de vereering der schimchaliefen van Bagdad maakte het voor
-vele Mohammedanen gemakkelijker, de verijdeling van hun staatkundig
-ideaal te vergeten.
-
-
-
-
-Het chalifaat der Turksche soeltans.
-
-Toen Bagdad gevallen en een groot deel der Abbasiedenfamilie uitgemoord
-was, bleef dat politieke fetisisme nog nawerken; de Soeltans van Egypte
-trokken er partij van door een der aan den moord ontkomenen in hunne
-hoofdplaats de traditie van het schijnchalifaat te doen voortzetten
-en zoo den indruk te vestigen, dat hun gebied nu het middelpunt
-van den Islâm geworden was. Maar deze schaduw van een schaduw
-moest geheel verbleeken, toen de zon der Osmanen hare middaghoogte
-bereikte. Onder hunne leiding deed de Islâm zijne laatste poging om,
-wel niet de wereld te onderwerpen, maar toch eene wereldmacht van
-den eersten rang te worden. Hun gelukte het, Constantinopel (1452) te
-veroveren, waaraan de grootste Moslimsche vorsten van voorheen hunne
-krachten vergeefs hadden beproefd. Toen zij nu in 1517 Egypte, en in
-het gevolg daarvan ook de provincie der heilige steden van Arabië,
-Mekka en Medina, onderworpen hadden, vonden zij zich sterk genoeg om
-te pogen, de traditie van het werkelijke chalifaat te doen herleven
-of althans de rol van feties zelf op zich te nemen. Hiervan weerhield
-hen zelfs niet het uitdrukkelijke voorschrift der wet, dat afstamming
-van den edelen Arabischen stam van Qoraisj als vereischte stelt aan
-hem, die het chalifaat zal bekleeden. Drogredenen van gedienstige
-wetgeleerden hielpen hun om dit bezwaar ter zijde te stellen, en de
-menigte verzette zich tegen deze kunstgrepen niet, nu de droombeelden,
-die zij met het chalifaat verbond, werkelijkheid schenen te worden. Wie
-Klein-Azië, Syrië, Egypte, West-Arabië en Mesopotamië beheerschte, het
-Byzantijnsche rijk veroverd had, en door een groot deel van Europa als
-een geduchte vijand beschouwd werd, mocht gerust zijn zwaard als feties
-in de plaats stellen van den krachteloozen stamboom der Abbasieden.
-
-Het aldus herboren chalifaat miste derhalve traditioneele kenmerken
-van beteekenis, en het kon ook in andere opzichten niet als de
-regelmatige voortzetting van het oude beschouwd worden. Van de oudste
-Mohammedaansche landen bleven verscheidene geheel buiten de Turksche
-invloedssfeer; en dat niet alleen zulke, waar zooals in Perzië eene
-aan de Turken vijandige dynastie de vaan der ketterij ontplooide,
-maar bovendien volkomen orthodoxe rijken in Centraal-Azië, in Indië,
-in Noordwest-Afrika, waar het Turksche zwaard geene gelegenheid vond
-zich te doen gelden. In Marokko werd zelfs het Turksche chalifaat
-rechtstreeks verloochend doordien de locale vorsten, afstammelingen van
-den Profeet, zelf den hoogsten titel aannemen. Elders weer ontstonden
-gelijktijdig met of na de opkomst der Osmanen nieuwe Mohammedaansche
-rijken, die nooit met eenig werkelijk of vermeend politiek centrum
-van den Islâm in contact gekomen zijn; zoo in het Verre Oosten van
-Azië en in Centraal-Afrika.
-
-
-
-
-Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen.
-
-De aanmatiging van den chaliefentitel door de Osmanen-soeltans
-had inderdaad slechts deze beteekenis, dat zij in hunne politieke
-glansperiode zoo ondubbelzinnig mogelijk vastgesteld wilden zien, dat
-geen ander Moslimsch vorst zich in beteekenis met hen kon meten. Dit
-kon niet doelmatiger geschieden dan door de toevoeging aan al hunne
-wijdsche Turksche en Perzische titels van den naam van het hoogste
-ambt, dat ooit in den Islâm bestaan had. Aan hunne macht heeft die
-eeretitel van chalief nooit iets toegedaan; zij beheerschten alleen
-hetgeen hunne legers veroverd hadden en oefenden buiten dat gebied
-niet den minsten invloed.
-
-Het Turksche zwaard verloor weldra veel van zijne scherpte; lang
-vóórdat de politiek der Europeesche groote mogendheden het eene
-stuk na het andere van het Osmanenrijk afknabbelde, hadden zich
-verscheidene provinciën tot zelfstandige leenrijken onder erfelijke
-dynastiën ontwikkeld. Sedert Turkije, in zijn politiek gedrag geheel
-van niet-Mohammedaansche mogendheden afhankelijk, nog slechts ongeveer
-5% van de Mohammedanen der wereld zijne onderdanen noemt, zou het
-hoogst belachelijk klinken, den soeltan van dat rijk "Stedehouder van
-den Gezant Gods, Opperbevelhebber der Geloovigen" te hooren noemen,
-indien men niet ook buiten Turkije aan veel traditioneele dwaasheid
-in vorstelijke titels gewoon was.
-
-
-
-
-Panislamitisch streven van Abdoelhamied.
-
-Juist in de laatste eeuw is het aan de Turken door een samenloop van
-omstandigheden soms gelukt, uit dien met twijfelachtig recht gevoerden,
-zinledig geworden titel wat kleine munt te slaan.
-
-De duizendvoudig vermeerderde verkeersmiddelen hebben ook
-Mohammedaansche volken, die vroeger elkanders bestaan niet of
-nauwelijks kenden, met elkaar in aanraking gebracht. De ongeveer
-230 millioen Moslims, die onder niet-Moslimsch bestuur leven,
-beschikken meerendeels niet over genoeg historisch geheugen om te
-begrijpen, dat de bestuursverandering voor hen eene verbetering
-geweest is. Het politieke verleden van den Islâm zien zij enkel door
-den sluier der legende, en wanneer het heden hun tot grieven en
-bezwaren stof biedt--en waar ontbreken die?--, dan zijn zij licht
-geneigd te gelooven, dat al die klachten verholpen zouden zijn,
-wanneer slechts de Heer der Geloovigen zich met hunne belangen kon
-bemoeien. Van het wanbestuur, waaronder de werkelijke onderdanen des
-Soeltans van Turkije zuchten, hooren zij weinig en ondervinden zij
-niets. En de Soeltan, die het in dit opzicht het ergst gemaakt heeft,
-totdat hij in 1909 door zijne onderdanen afgezet en verbannen werd,
-heeft met meer ijver en met meer succes dan een zijner voorgangers aan
-de verbreiding der valsche droombeelden omtrent het Chalifaat onder de
-Mohammedanen gewerkt. Zijne listige, maar kortzichtige politiek, die
-zijn eigen rijk steeds nader bij den ondergang bracht, zocht troost
-voor menigen tegenslag in panislamitische intrigues, op touw gezet
-door gewetenlooze, maar meestal onkundige en onhandige handlangers,
-die aan de goedgeloovigen een ideaal chaliefenbeeld vertoonden en
-beweerden, dat dit het welgelijkend portret van Abdoelhamied was.
-
-
-
-
-Geene organisatie van het panislamisme.
-
-Men heeft vaak gesproken van eene organisatie van het panislamisme
-onder leiding van Abdoelhamied. Ten onrechte. In 1897 heb ik, naar
-aanleiding van eenige vuile, in het geheim verspreide pamfletten,
-die de intiemste raadgevers van den Soeltan in hun wedijver om diens
-gunst tegen elkander losgelaten hadden, gepoogd een beeld te geven
-van de geestelijke atmosfeer, waarin die despoot leefde [2], en toen
-ik in 1908 de eerste twee maanden der revolutie te Constantinopel
-bijwoonde, vond ik van de juistheid van dat beeld de volle bevestiging
-[3]. Die bende van bekrompen kuipers was allerminst geschikt om eene
-ernstige internationale beweging te leiden. Zij exploiteerden de met
-enkele Mohammedanen van aanzien uit niet-Turksch gebied aangeknoopte
-betrekkingen tot verhooging van eigen aanzien en voordeel, zonder
-werkelijk nut voor de wederopwekking van het doode chalifaat. De
-vestiging van eenige Turksche consulaten in Mohammedaansche landen
-onder Europeesch bestuur trof evenmin doel. Men vergat gewoonlijk
-den consuls hunne tractementen uit te betalen; de consuls kenden niet
-eens de talen der bevolkingen, waaronder zij leefden, en deden geen
-moeite om ze te leeren. Hunne meestal zeer "vrijzinnige" levenswijze
-diende niet om het respect voor hunnen zender te verhoogen.
-
-Het panislamisme kan nu eenmaal niet met een ander program werken
-dan met het versletene, voor verwezenlijking onvatbaar geblekene
-der wereldverovering door den Islâm en dit heeft op de verstandige
-belijders van den Islâm geen vat meer, terwijl het onder de domme
-menigte, die nog voor de bekoring van den strijd tegen alle kafirs
-vatbaar is, alleen verwarring en onrust stichten kan. Het kan hoogstens
-plaatselijke stoornis verwekken, nooit in eenigen zin opbouwend werken.
-
-
-
-
-De chalief geen kerkvorst.
-
-Denkelijk zonder het te bedoelen hebben sommige Europeesche
-staatslieden en schrijvers aan de panislamitische gedachte zekeren
-steun gegeven door hunne op volslagen misverstand berustende
-beschouwing van het chalifaat als eene soort van Mohammedaansch
-pausdom. Vooral in Engeland vond die voorstelling aanhangers in den
-tijd, toen dit land nog gold als de beschermer van den Turk tegen van
-Rusland dreigend gevaar. Men achtte het nuttig, de Britsch-Indische
-Moslims te doen gelooven, dat de Britsche Regeering met hunnen
-kerkvorst op voet van intieme vriendschap leefde. Turksche staatslieden
-maakten van deze dwaling een handig gebruik. De ware leer van het
-chalifaat met zijne taak van vereeniging aller geloovigen onder zijne
-vaan om dan den strijd tegen alle kafirs aan te binden, konden zij
-natuurlijk tegenover hunne Europeesche vrienden niet belijden. Des
-te meer verheugde het hen, te zien, dat dezen zich van dat instituut
-eene weliswaar valsche, maar juist daarom voor niet-Mohammedanen
-aannemelijke voorstelling vormden. Zij wachtten zich er wel voor,
-deze te verbeteren, want het was hun genoeg, zich tegenover hunne
-geloofsgenooten erop te kunnen beroepen, dat de pretensie der Osmanen
-op het chalifaat zelfs bij niet-Mohammedaansche groote mogendheden
-wel erkenning vond.
-
-
-
-
-De Turksche omwenteling en het panislamisme.
-
-Al was het panislamisme niet georganiseerd, het stelde zich niettemin
-dikwijls in Mohammedaansch gebied onder Europeesch bestuur aan de
-normale ontwikkeling eener voor beide partijen gewenschte verhouding
-tusschen bestuurders en bestuurden in den weg; speculeerend op alle
-vormen van ontevredenheid, werkte het heimelijk als vredeverstoorder,
-zonder dat de gewekte of geprikkelde tweedracht eenig uitzicht op
-verbetering kon openen.
-
-Bij alle Europeesche mogendheden moest het als een welkom gevolg van
-de revolutie van 1908 begroet worden, dat de Jong-Turken, die het
-herstel der constitutie afdwongen, met de middeleeuwsche vermenging
-van godsdienst en politiek wilden breken. De handhaving van den
-Islâm als staatsgodsdienst was hunnerzijds eene concessie aan de
-oude overlevering, die aan de volkomen gelijkstelling der belijders
-van alle godsdiensten als burgers van het Turksche rijk niet tekort
-mocht doen. Het herboren Turkije moest een moderne rechtsstaat zijn
-in den vollen zin des woords. Voor chalifaat en djihâd was in zulk
-eenen staat geene plaats. Turken en Arabieren, Grieken, Armeniërs,
-Joden, en wie nog verder onder de Halve Maan samenleefden, moesten in
-vrijheid, gelijkheid en broederschap samenwerken om Jong-Turkije tot
-eenen in het internationale leven geëerbiedigden staat te maken. Met de
-onder niet-Mohammedaansch bestuur levende geloofsgenooten der Turken
-zou het Osmanenrijk zich geene bemoeienis aanmatigen. Hoogstens
-zou de regeering, ingeval dezulken over miskenning hunner rechten
-te klagen hadden, wellicht vertoogen doen hooren van dezelfde soort
-als die Christelijke mogendheden zoo vaak tot Turkije gericht hadden
-naar aanleiding van vermeende verdrukking van Christenvolken onder
-Turksch bestuur.
-
-Weldra bleken deze idealen vooralsnog veel te hoog gegrepen. De
-hebzucht der Europeesche mogendheden gunde aan Jong-Turkije niet
-de voor inwendige hervorming noodige rust. Op de geestdriftvolle
-harmonie van de eerste dagen der verlossing uit de klauwen van het
-despotisme volgde spoedig de herleving van den ouden binnenlandschen
-strijd, nu niet meer door gemeenschappelijke vrees voor den tyran
-in toom gehouden. Het Comité van Eenheid en Vooruitgang, dat voor
-of achter de schermen de zaken leidde, zag zich genoopt, eensdeels
-de gehate bestuursmiddelen van het despotisme weer aan te wenden,
-anderdeels ten koste van zijn eigen program vele concessies te doen,
-ook aan de Moslimsche orthodoxie en aan het geloof en bijgeloof der
-menigte. De feties van het chalifaat moest weer uit het museum van
-oudheden, waarin men het voorloopig had opgeborgen, voor den dag
-gehaald worden. Wat het daarmêe eng verbonden denkbeeld van djihâd
-betreft, de Europeesche mogendheden zorgden ervoor, dat dit niet
-vergeten werd. Turkije werd voortdurend tot djihâd gedwongen.
-
-
-
-
-Djihâd en heilige oorlog.
-
-Wanneer wij het woord djihâd door "heilige oorlog" weergeven,
-dan geschiedt dit met recht, in zooverre zulk een strijd voor de
-Mohammedanen, die hem voeren, een heilig, een godsdienstig karakter
-heeft. Maar men vergist zich, als men zich voorstelt, dat daarnevens
-iets als een onheilige of profane oorlog zou bestaan. De Islâm kent,
-afgezien van de als een politiemaatregel te beschouwen aanwending van
-het leger tot bedwinging van opstand tegen het wettig gezag, geen
-anderen oorlog dan den djihâd, en geen ander doel van den djihâd
-dan de verdediging der belangen van den Islâm tegen aanranding
-door niet-Mohammedanen of de uitbreiding van het gebied van den
-Islâm ten koste van de Dâr al-Harb, het gebied der ongeloovigen. De
-oorlogen, die Turkije onder Abdoel-Hamied tegen Rusland en tegen
-Griekenland te voeren had, zijn door Turken en Arabieren nooit
-anders dan djihâd genoemd, al was men voorzichtig genoeg om het
-gebruik dier middeleeuwsch-fanatieke benaming in het verkeer met
-Europeanen te vermijden. Hetzelfde geldt van den oorlog met Italië
-om Tripoli en van dien met de Balkanstaten. Voor de Mohammedanen,
-die op de oude wijze voortgaan, godsdienst en politiek te vermengen,
-bestaat geen andere oorlog dan godsdienstoorlog. Dat er een bijzonder
-edict van den Soeltan-Chalief noodig zou zijn om eenen oorlog van
-Turkije tot djihâd te stempelen, is alweer eene dier belachelijke
-wanvoorstellingen omtrent Mohammedaansche zaken, zooals er zoovele
-in Europa tot gangbare munt zijn geworden. De Turken plegen zulke
-domheden niet te bestrijden, maar zich in den omgang met Europeanen
-erbij aan te sluiten, als hun belang dit medebrengt. Voor geen Moslim
-ter wereld heeft echter, wanneer Turkije in een oorlog gewikkeld
-is, de vraag, of de Soeltan den heiligen oorlog heeft afgekondigd,
-een redelijken zin. Dit alles behoort men wel te bedenken, wil men
-de politieke gebeurtenissen der laatste dagen, voor zoover Turkije
-daarbij betrokken is, recht verstaan.
-
-
-
-
-Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije. Hugo Grothe.
-
-Er zijn over die gebeurtenissen in Duitschland vlugschriften
-verschenen, die in sommige opzichten ook buiten Duitschland wel
-eenige aandacht verdienen. "Deutschland, die Türkei und der Islâm"
-heet het geschrift van Hugo Grothe, die op economisch gebied als
-competent geldt, en wiens vroegere werken de resultaten mededeelen
-van zijne onderzoekingsreizen in Europeesch en Aziatisch Turkije, in
-Perzië en Tripolitanië. Deze brochure maakt deel uit van eene reeks
-"Zwischen Krieg und Frieden", onder redactie van Irmer, Lamprecht
-en von Liszt, politieke opstellen voor het groote publiek; onder de
-medewerkers komt Fürst von Bülow voor.
-
-
-
-
-Misverstand bij Grothe.
-
-Waar Grothe het gebied der economische politiek verlaat, toont
-hij zich dadelijk vreemdeling. Het politieke Islâmvraagstuk staat
-hem bijv. niet duidelijk voor den geest. Het chalifaat noemt hij
-de wereldlijke vertegenwoordiging van de godsdienstige gemeenschap
-der Mohammedanen, eene wel wat flauwe uitdrukking van het denkbeeld,
-dat alle Mohammedanen in politieken zin rechtens onderdanen van den
-chalief zijn, die evenwel in de uitoefening zijner bestuursrechten ten
-aanzien van tegenwoordig 95% dier onderdanen verhinderd wordt door
-ongeloovige vorsten, wier gezag uit zijnen aard onwettig is. Maar
-nu citeert Grothe op eene andere bladzijde uit eene 8 Augustus door
-den Keizerlijken Gouverneur van Kameroen aan de Inlandsche bevolking
-gerichte proclamatie deze woorden: "Uns hilft ferner der Sultan in
-Stambul, der in Glaubenssachen der Oberherr aller Mohammedaner ist",
-en wel verre van de noodige correctie aan te brengen, noemt hij dezen
-officieelen onzin "von Interesse". Grothe's voorstelling, dat in het
-begin van den tegenwoordigen oorlog de "djihâd van Duitschland" het
-onderwerp van besprekingen en gebeden in de moskeeën van Turkije was,
-behoort wellicht tot de dichterlijke inkleeding, want wél vertalen wij
-djihâd ongeveer juist door "heilige oorlog", maar óns "heilige oorlog",
-zooals dat thans door iedere krijgvoerende partij op haar eigen strijd
-wordt toegepast, wordt geenszins door het Arabisch-Mohammedaansche
-djihâd weergegeven. Waar ouderwetsch vrome Mohammedanen dezen oorlog
-in het gebed gedenken, daar zal het gebed ongeveer aldus luiden:
-"Wij danken U, Allah, dat Gij de legerscharen des Duivels tegen
-zichzelve verdeeld hebt en dat Uw almacht sommigen hunner dwingt,
-de verdedigers van den Islâm met hunne wapenen en hunne mannen te
-steunen. Schik dit alles, o Heer, tot eene nabijzijnde zegepraal der
-geloovigen en tot ondergang van allen, die ongehoorzaam zijn aan U en
-Uwen Gezant." Zóó en zoo alleen is de opvatting van zúlke Moslims,
-die door de geschiedenis nog niet genoeg ontnuchterd zijn om het
-inzicht te deelen van den Turk, wiens woorden ik in den aanhef van
-dit opstel citeerde.
-
-
-
-
-Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije.
-
-Dichterlijke inkleeding van Grothe is het ook, wanneer hij een te
-Konia, Bundur en Sparta waargenomen aardbeving laat medewerken om
-de Turken te brengen tot het juiste inzicht in de beteekenis der
-catastrophe, die wij beleven; inkleeding, wanneer hij op zijne reizen
-Turken, Arabieren, Koerden en Anatoliërs steeds hoort getuigen van
-hunne sympathie voor Duitschland en denkbeelden over de politiek
-van den dag hoort uiten, die ook geen haarbreed van die van Grothe
-afwijken. Hoort uiten in talen, waarvan hij niets verstaat, want de
-twee Turksche uitdrukkingen, die Grothe te pas brengt, zijn in strijd
-met het idioom [4].
-
-Dichter blijven wij bij de aarde, wanneer wij Grothe volgen in
-zijn overzicht van de economisch-politieke betrekkingen tusschen
-Turkije en Duitschland, zooals die zich sedert 1880 ontwikkeld
-hebben. Duitschland, zegt hij, is door een samenloop van ongunstige
-omstandigheden erg achteraan gekomen in het deelnemen aan den
-wedstrijd der Europeesche mogendheden om de economische en commercieele
-voordelen, die in het gebied van Turkije te behalen zijn. Eigenlijk
-zette de gunstige keer pas in met de concessie van den Anatolischen
-spoorweg aan een Duitsch syndicaat (1888), waarop later die van den
-Bagdadspoorweg volgde. Van de snelheid der beweging krijgt men eenige
-voorstelling door de cijfers van in- en uitvoerhandel tezamen tusschen
-Duitschland en Turkije voor 1888: 14 millioen, en voor 1913: 200-250
-millioen mark. De concurrentie met Engeland, Frankrijk en Rusland
-maakte ook hier eene afbakening der belangensferen voor alle partijen
-gewenscht. Vóór den oorlog was het overleg zoo ver gevorderd, dat men
-in dit jaar het totstandkomen eener overeenkomst verwachtte, waarbij
-Engeland Zuid-Mesopotamië als economisch gebied zou krijgen, Frankrijk
-Syrië, Duitschland het gedeelte van Mesopotamië en Klein-Azië, dat
-ongeveer begrensd wordt ten Noorden door den 34sten en den 41sten
-graad Oosterlengte, en ten Zuiden door den 36sten en den 39sten graad
-Noorderbreedte, terwijl het Noorden van Klein-Azië voor spoorwegaanleg
-aan eene Fransch-Russische combinatie overgegeven zou worden.
-
-
-
-
-Duitschland de redder van Turkije.
-
-Duitschland zou in die economische invloedssfeer wel een weinig
-dankbaar, maar toch lang niet voldaan zijn geweest. Sedert Augustus is
-het begonnen, zich heel andere grenzen af te bakenen, altijd voor het
-geval, dat zijne gunstige verwachting van de krijgskans niet beschaamd
-wordt. Het heeft daartoe, volgens Grothe, het volste recht. Want men
-mag als zeker aannemen, dat in het voor Duitschland ongunstige geval
-Rusland niet aarzelen zou, het Turksche rijk te vernietigen. Nu
-Rusland den voor zijne ontwikkeling noodigen ijsvrijen zeeweg in
-het Verre Oosten niet kan vinden zonder conflict met Japan, in de
-Perzische Golf niet zonder strijd met Engelsche belangen, staat het
-voor het Tsarenrijk meer dan ooit vast, dat het Constantinopel moet
-bezitten. Engeland, dat zich vroeger steeds hiertegen verzet heeft,
-zou thans daartoe medewerken; het zou daarvoor Mesopotamië en Arabië
-als zijn gebied mogen beschouwen.
-
-Alleen Duitschland kan Turkije redden, en het heeft daarbij
-een reusachtig belang, want alleen het behoud van de volkomen
-integriteit van het rijk der Osmanen maakt het voor Duitschland
-mogelijk, zijne daar verkregen economische positie te beschermen en
-te verhoogen. Bovendien is Duitschland onder de groote mogendheden,
-waarmee Turkije te rekenen heeft, de eenige, die geen duimbreed van
-dit land zou willen, of zelfs zou kunnen annexeeren. Duitschlands
-geographische ligging zou het verhinderen, zulk bezit afdoende tegen
-aanvallen te verdedigen en er profijt van te trekken. Daarom is
-Duitschland gedurende de kwarteeuw van zijne intieme relaties met
-Turkije altijd de eenige betrouwbare vriend van het rijk van den
-Soeltan-Chalief geweest. Er bestaat tusschen beide landen, buiten
-alle gevoelsquaesties, eene in den aard der zaken gegronde gemeenschap
-van belangen, terwijl de belangen van alle andere groote mogendheden
-slechts ten koste van Turkije's welzijn, ja eindelijk van zijn bestaan,
-te bevorderen zijn.
-
-Turkije heeft dit niet altijd ten volle zoo ingezien; er viel een zeker
-wantrouwen te overwinnen, gekweekt door de oneerlijke concurrentie van
-Duitschlands benijders en deels ook bevorderd door Duitschlands vaak
-te zwakke politiek. Maar nu zijn den Jong-Turken, die het roer van
-den staat in handen hebben, de schellen van de oogen gevallen. Men
-schijnt te Constantinopel nog slechts op Duitsche overwinningen
-in Noord-Frankrijk en Galicië te wachten--Grothe schreef vóór de
-Turksche oorlogsverklaring--om zich met Duitschland en Oostenrijk
-tegen de Verbonden Mogendheden te vereenigen. Het Turksche leger, dat
-reeds zooveel voor zijne organisatie aan Duitsche leering en leiding
-te danken heeft, zal, om zijne taak te volbrengen, groote behoefte
-hebben aan Duitsche hulp en steun, maar dan zal het ook een niet te
-versmaden medewerker zijn. Dit laatste vooral, indien de Chalief den
-"grooten heiligen oorlog", den djihâd afkondigt.
-
-
-
-
-De door Grothe gewenschte djihâd.
-
-Hier raakt nu Grothe te eenen male de kluts kwijt, daar hij niet
-weet, dat elke door Turkije gevoerde oorlog voor Mohammedanen van den
-ouden stempel, die de intellectueele beweging van het Mohammedaansche
-Oosten der laatste jaren niet medegemaakt hebben, een djihâd is. De
-vraag is voor dezulken niet: "djihâd of profane oorlog?" maar: "aan
-wien wordt door Turkije de djihâd verklaard?" En dan, gesteld, dat
-het antwoord luidt, zooals Grothe zich dat voorstelt, namelijk djihâd
-"tegen alle mogendheden, die Mohammedaansche landen hebben opgeslokt en
-den Islâm aldus van zijnen glans hebben beroofd," dan blijft de vraag,
-of inderdaad, zooals Grothe hoopt en verwacht, de Mohammedaansche
-volken onder Europeesch bestuur zóózeer onder de betoovering van de
-namens Soeltan Mehmed Resjâd gedane oproeping tot den krijg zullen
-komen, dat zij hunne meesters "hier heimlich und verschlagen, dort mit
-fanatischer Kühnheit" op het lijf zullen vallen. Grothe ziet in zijne
-verbeelding reeds, hoe "der so aufgerollte Glaubenskrieg"--zoo noemt
-hij het zonder omwegen--voor Engeland "den Niedergang seiner Grösse"
-beteekenen zal.
-
-
-
-
-De fetwa over den heiligen oorlog.
-
-Wij weten, dat Turkije op dit oogenblik bezig is, de door Grothe
-en zijne geestverwanten aanbevolen proef te nemen met zulk eenen
-godsdienstoorlog. De hoogste wetgeleerde autoriteit te Constantinopel,
-de Sjeich oel-Islâm, die sedert de revolutie van 1908 steeds een
-creatuur en een werktuig is van het Jong-Turksche Comité, heeft
-met "Ja" geantwoord op eene reeks van vragen, die hem voorgelegd
-zijn door den onbeduidenden opvolger van Abdoel-Hamied, met wien de
-leiders van het Jong-Turksche Comité alles doen, wat zij willen. In
-werkelijkheid vormen die vragen en antwoorden [5] samen eenvoudig
-eene proclamatie van Enver en Talaät, de leidende Comité-ministers,
-en doen de vrager (de Soeltan) en degene, die het antwoord geeft
-(de Sjeich oel-Islâm), daarbij den dienst van marionetten. Die
-proclamatie van de mannen van het Comité van Eenheid en Vooruitgang
-(waarmeê N.B. oorspronkelijk de eenheid der verschillende naties onder
-de Halve Maan en haar vooruitgang als moderne staat bedoeld werden)
-komt hierop neer, dat, wanneer de Vorst aller Mohammedanen den heiligen
-oorlog verklaart aan den vijanden van den Islâm, die de landen van den
-Islâm plunderen, en de bevolking dier landen slachten of tot slaven
-maken, het de plicht van alle Mohammedanen in de wereld is, met goed
-en bloed aan dien oorlog deel te nemen, dat dus inzonderheid ook de
-Mohammedaansche onderdanen van Frankrijk, Rusland en Engeland tot
-zulke deelname verplicht zijn, dat zij, die dezen plicht verzuimen
-en den strijd vermijden, zich den toorn Gods op den hals halen, dat
-echter Mohammedanen, die onder het bestuur der genoemde mogendheden
-of hunner bondgenooten leven en met dezen samen oorlog voeren tegen
-Duitschland en Oostenrijk, de helpers van Turkije, eene groote
-zonde begaan, die zeker Gods toorn medebrengt. Deze kennisgeving
-van hetgeen de Goddelijke wet volgens den rijksuitlegger derzelve in
-hare toepassing op den politieken toestand van het oogenblik leert,
-diende als grondslag voor een op 12 November uitgegeven manifest van
-den Soeltan tot leger en vloot.
-
-
-
-
-Het manifest van den Soeltan.
-
-Dit manifest stelt voorop, dat Rusland, met Engeland en Frankrijk,
-de vijandelijkheden begonnen is, dat Turkije dus tot het opvatten
-der wapenen gedwongen werd, dat Rusland trouwens reeds drie eeuwen
-lang geene gelegenheid ongebruikt liet om Turkije te benadeelen,
-dat millioenen Mohammedanen onder het tyrannieke bestuur der genoemde
-mogendheden zuchten, dat daarom de heilige oorlog verklaard is, van
-welks uitslag niet alleen het welzijn van het Turksche rijk, maar
-ook het leven en de toekomst van 300 millioenen Mohammedanen--deze
-schatting is overgenomen uit de rede, die de Duitsche Keizer in 1898
-bij het graf van Saladijn te Damascus hield; de bevolking schijnt dus
-in de sedert verloopen 16 jaren niet toegenomen te zijn--afhangen. De
-genade van Allah en de bijstand van den Profeet zullen de in de
-samenwerking met Duitschland en Oostenrijk ondernomen bestrijding
-van de vijanden van den Islâm tot overwinning voeren.
-
-
-
-
-De groote demonstratie.
-
-Constantinopel zou Constantinopel niet zijn, wanneer deze extravagante
-uitingen van het Comité niet gevolgd waren door eene betooging, eene
-numâjesj. Toen ik in 1908 de eerste twee maanden der door militairen
-onder leiding van het Comité bewerkte revolutie bijwoonde, ging er
-geen dag voorbij zonder een aantal van die numâjesj; menschenmassa's,
-die achter een paar vlaggen met "Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap"
-aanholden, bij sommige publieke gebouwen of woningen van autoriteiten
-halt hielden en daar redevoeringen toejuichten, waarvan niemand
-iets verstaan kon. Vroeg men aan de toejuichers, waarom het ging,
-dan kreeg men ten antwoord: "revolutie, vrijheid, de politie is
-immers afgeschaft" en dergelijke. Zoo hebben ook nu de Comitémannen
-de bevolking op 14 November gedurende acht volle uren op een numâjesj
-onthaald.
-
-In de moskee van Mehmed den Veroveraar, die herinnert aan de grootste
-overwinning der Turken op het Christendom, de verovering van Byzantium
-in 1452, werden de hierboven geresumeerde vragen en antwoorden
-voorgelezen, de fetwa dus over den heiligen oorlog. Gebeden werden
-uitgesproken, lange toespraken gehouden, aan het gejuich kwam geen
-eind. De stoet trok door de voornaamste wijken der stad, maakte zijne
-opwachting bij den Groot-Wezier en den Soeltan, en..... demonstreerde
-voor de Duitsche en Oostenrijksche gezantschappen. Nazim-bey en
-Moechtar-bey, trouwe Comité-mannen, complimenteerden respectievelijk
-den Duitschen en den Oostenrijkschen Gezant, en hunne redevoeringen
-werden door de ambassadeurs beantwoord. De in de Duitsche ambassade
-gewisselde toespraken zouden door Dr. Grothe niet anders zijn
-opgesteld. De Duitsche Gezant sprak namelijk niet alleen van
-Duitschland en Turkije, maar van hun gemeenschappelijken strijd
-voor het wezenlijk heil der Mohammedaansche wereld, van de Duitsche
-vriendschap voor het Osmanenrijk, maar vooral voor de belijders van
-den Islâm, welke allen na de overwinning der Duitsche en Turksche
-wapenen eene schitterende toekomst tegemoet gaan. De Oostenrijksche
-Gezant is iets voorzichtiger en minder Mohammedaansch geweest in zijn
-antwoord en heeft alleen gesproken van den heiligen oorlog, dien het
-Osmanenrijk gezamenlijk met Oostenrijk voerde, en van de sympathie,
-die Oostenrijk met Turkije verbond. Maar de geheele vertooning heeft
-toch op die Mohammedanen, die niet als wij daarbij bovenal aan eene
-Offenbach-operette herinnerd werden, zoo eenigen, dan alleen dezen
-indruk kunnen maken, dat Duitschland en Oostenrijk zich in dienst van
-Turkije gesteld hadden voor het voeren van een djihâd, want uit eigen
-hoofde kan van de drie alleen Turkije in djihâd gewikkeld zijn. Eenen
-oorlog tusschen kafirs onderling met den naam djihâd te bestempelen,
-is voor goede Mohammedanen godlasterlijk of bespottelijk.
-
-
-
-
-Becker's voorstelling der zaak.
-
-Grothe heeft dus niet alleen waar hij de economisch-politieke
-betrekkingen van Duitschland in het naaste verleden en in de toekomst
-besprak, maar ook waar hij over het opwekken van het sluimerende
-Mohammedaansche fanatisme in het belang van Duitschland handelde, het
-gevoelen van heerschende kringen in zijn vaderland weergegeven. Dit
-maakt het mij iets minder onverklaarbaar, dat ook mijn waarde
-vakgenoot, Prof. C. H. Becker te Bonn, die tot vóór korten tijd
-de Islâmwetenschap aan het Kolonial Institut te Hamburg met eere
-vertegenwoordigde, in den onwaarschijnlijken djihâd-roes, die thans
-de Duitsche politici schijnt te bezielen, is medegesleept. Zijn
-vlugschrift "Deutschland und der Islâm" [6] ademt denzelfden geest
-als dat van Grothe, al onderscheidt het zich gunstig hiervan door meer
-bezadigden toon en vooral, het spreekt wel vanzelf, door kennis van den
-Islâm. Becker vult verder Grothe's toekomstbeeld van de betrekkingen
-tusschen Duitschland en Turkije belangrijk aan door in zijn program van
-de bescherming der integriteit van Turkije op te nemen de militaire
-en politieke wedergeboorte van het rijk der Halve Maan, zóó dat het
-herschapen worde in een modernen rechtsstaat met een eerbiedwekkend
-leger. Niet alleen Duitsche fabrikaten en kapitaal, neen ook Duitsche
-geest moet in Turkije gaan werken. Dit laatste volgens eene betere
-methode dan de door Frankrijk of door Engeland in hunne koloniën
-toegepaste: "eine gesunde Volksschulbildung nach modernen Methoden,
-aber auf der Basis des überlieferten orientalischen Bildungsinhalts
-und getragen von den besten Kräften der islâmischen Religion." Hierop
-komen wij nog terug. Eerst nog een paar opmerkingen in verband met de
-voorstelling, die men aan de geschriften van Grothe en Becker samen
-ontleenen kan, van de ontwikkeling der politieke harmonie tusschen
-Duitschland en Turkije, met terzijdestelling voorloopig van hetgeen
-zich met het chalifaat en het Moslimsch fanatisme laat bewerken.
-
-
-
-
-De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije.
-
-Het laat zich best begrijpen, dat Duitschland bij de snel aangegroeide
-belangen, die het in Turkije heeft verkregen, gaarne de gevaren en de
-moeilijkheden, die uit de actie van mededingers kunnen voortspruiten,
-tot de kleinste afmetingen teruggebracht zou zien. Even verklaarbaar
-is het, dat Turkije op den duur van de concurreerende mogendheden nog
-het liefst met Duitschland te doen had, daar bij deze aanraking niet
-zoo licht verlies van gebied te vreezen viel. "Op den duur" zeg ik met
-voordacht, want er zijn wel oogenblikken geweest, waarop de Soeltan
-of het Comité moesten denken: Waar blijft nu de vriendschap? In den
-tijd van Abdoel-Hamied uitte zich de Duitsche genegenheid alleen jegens
-hem, die alle macht in zich bevatte, maar die thans algemeen beschouwd
-wordt als de grootste vijand, dien zijn volk gekend heeft. Van 1888 tot
-1908 negeerde Duitschland het Turksche volk, daar het Duitschland niet
-van nut kon zijn. Wie den aard van Europeesche politieke vriendschap
-een weinig kent, zal zich hierover evenmin verbazen als over Keizer
-Wilhelm's geringe belangstelling in het lot van den vroeger zoo
-geliefden Abdoel-Hamied, toen deze door het Comité eerst gedwongen
-werd, voor vrijheidsvriend te spelen, daarna te verdwijnen.
-
-Wie sedert 1908 gunst of voordeel zocht in Turkije, moest die afdwingen
-of afbedelen van het Comité. Dit kon, zooals ook onze Duitsche
-schrijvers opmerken, Duitschland niet dadelijk vertrouwen, daar de
-vrijzinnige Turken, die vóór de revolutie hun land ontvloden, in
-Duitschland geweerd werden ter wille van den bevrienden despoot. Toen
-Oostenrijk van de algemeene verwarring na de revolutie gebruik maakte,
-eerst om Bulgarije geheel van Turkije te helpen losmaken, daarna om
-zelf een stuk Turksch gebied te annexeeren, stak Duitschland geen
-vinger uit om zijn bondgenoot van die voor Turkije zoo pijnlijke
-amputatie terug te houden. Later nam Italië Tripoli, en Turkije kon
-Duitschlands verdienste, de eenige in den driebond te zijn, die niets
-wegnam, maar half waardeeren, omdat het de natuurlijke beletselen
-van zulk eene toeeigening even goed kende als ieder ander. Waar zulke
-beletselen niet bestonden, nam Duitschland even gretig zijn deel als
-de anderen, en in Afrika heeft het zelfs twee millioen Mohammedanen
-aan zijn gezag onderworpen, een gezag, dat door de betrokkenen toch
-niet minder tyranniek gevonden zal worden dan de Britsch-Indische
-en Noord-Afrikaansche Mohammedanen volgens Soeltan Mehmed Resjâd en
-volgens Becker het Britsche en het Fransche bestuur vinden.
-
-
-
-
-Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika.
-
-Nu moge Becker zeggen: die Mohammedanen hadden wij al toen onze groote
-ingenomenheid met Turkije en den Islâm begon, en bovendien tellen
-die pikzwarte Moslims zelfs in de oogen van Turken en Arabieren
-maar voor half, maar dat is geen ernstig antwoord op de bedenking,
-te minder daar de Islâm die geringschatting der negers niet alleen
-theoretisch verwerpt, maar ook practisch voor begaafde negers in de
-Moslimsche maatschappij alle wegen steeds veel wijder opengestaan
-hebben dan in Christelijke landen. Wel heeft Becker de verdrukte
-Mohammedanen, die nu door Duitschland geholpen moeten worden, slechts
-op 150 millioen begroot, zoodat alleen Rusland, Engeland en Frankrijk
-als de verdrukkers gelden, maar de Soeltan heeft in zijn manifest
-de volle 300 millioen, waarop de Keizer de Islâmbelijders taxeerde,
-als te bevrijden verdrukten aangeduid, en dus bij vergissing de twee
-millioen Duitsche onderdanen, en de Moslims onder Oostenrijksch en
-Italiaansch gezag, om niet meer te noemen, meegeteld.
-
-In den Balkanoorlog stond Turkije's zelfstandigheid zeker niet minder
-ernstig op het spel dan thans vóór de verklaring van den djihâd het
-geval was; maar ook toen heeft het van zijn Duitschen vriend weinig
-steun ondervonden. Grothe merkt op, dat het moeielijk geweest zou zijn,
-in Duitschland voor de Turksche zaak alléén het voor een oorlog noodige
-enthousiasme te wekken, terwijl dit nu, waar het tegen de concurrenten:
-Engeland en Rusland gaat, zoo gemakkelijk valt. Men zal dan toch moeten
-toegeven, dat het effect van de beide bezoeken van Keizer Wilhelm
-aan den Soeltan, waarmee volgens Becker en Grothe de welbewuste
-Islâmpolitiek van Duitschland werd ingeluid, zich niet geleidelijk
-ontwikkeld heeft, dat het lang bijzonder latent is gebleven.
-
-
-
-
-De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer op het
-protectoraat over Turkije.
-
-Al deze herinneringen mogen het ietwat eenzijdig karakter der Duitsche
-belangenpolitiek nog duidelijker doen uitkomen dan dit in geschriften
-als die van Becker en Grothe al geschiedt, zij nemen de mogelijkheid
-niet weg, dat bij de tegenwoordige politieke constellatie Turkije
-door het bondgenootschap met Duitschland ook zelf groot gewin kan
-erlangen. Maar, stellen wij ons dan die toekomst voor, zooals de
-Duitsche schrijvers haar wenschen, dan komt de zaak, naakt ontkleed,
-toch hierop neer, dat Turkije, door Duitschland verlost van alle
-lastige inmenging van Engeland, Frankrijk en Rusland, komt te
-staan onder Duitsche voogdij, dat het met zorgvuldige vermijding
-van den naam, zal worden een Duitsch protectoraat. Zijn leger, zijn
-bestuur, zijne finantiën, alles zal door Duitschland grondig hervormd
-moeten worden. De verhouding zal slechts in vorm verschillen van het
-protectoraat van Frankrijk over Marokko of van dat van Britannië over
-menig Mohammedaansch vorstendom in Indië. Het heeft in Duitschland,
-in kalmere tijden, nooit ontbroken aan warme lofredenaars op de
-wijze, waarop Engeland in Indië, Frankrijk in Noord-Afrika hunne
-Mohammedanen bestuurden, al ontbrak het natuurlijk ook nooit aan
-critiek en aan ergernis, wanneer Duitsche belangen in het gedrang
-kwamen. Men sprak van de pax Britannica en van de pax Gallica, die in
-de plaats gekomen waren van de vroegere onveiligheid, verwarring en
-corruptheid. Zelfs Engelands werk in Egypte werd gewaardeerd, en men
-vernam gunstige oordeelvellingen over de Islâmpolitiek van Rusland
-in Centraal-Azië. Wij hebben geene reden om van een protectoraat der
-Duitschers over Turkije minder gunstige resultaten te verwachten,
-ja het zou zelfs kunnen zijn, dat zij vele fouten hunner voorgangers
-wisten te vermijden, en dat de uitkomst den Turkschen landen ten zegen
-werd. Maar zeer zeker zouden zij ondervinden, dat de dankbaarheid
-der Turken ophield, wanneer het volstrekt onvermijdelijke ingrijpen
-goed begon, ook al mocht men de voorgenomen geleidelijkheid daarbij
-niet uit het oog verliezen.
-
-
-
-
-Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en thans:
-Marquart, Hartmann, Becker.
-
-Overigens zijn, of waren althans vóór dezen oorlog, de meeningen
-van Duitsche deskundigen over Turkije en over den Islâm, met
-name over beider vatbaarheid voor hervorming, lang niet algemeen
-dezelfde, die thans door Grothe en Becker warm verdedigd worden
-[7]. Prof. Jos. Marquart, thans hoogleeraar te Berlijn, spot in
-het Vorwort van zijn werk "die Beninsammlung des Reichsmuseums für
-Völkerkunde in Leiden" (1913) met "die angebliche Rolle des Islâms als
-Kulturträger", en met bijtende ironie spreekt hij van de "Segnungen des
-Dschihâd, des zur religiösen Pflicht gemachten Raubmordes auf dem Pfade
-Allahs", d. i. dus die plicht, die thans door Duitschland aan Turkije
-weer is ingescherpt. Niet alleen in Duitsche zendingskringen werd
-de Islâm als de vijand beschouwd, dien men bovenal bestrijden moest,
-maar op een Duitsch Kolonialkongress werd de resolutie aangenomen: "Da
-von der Ausbreitung des Islam der Entwicklung unserer Kolonien ernste
-Gefahr droht, rät der Kolonialkongress zu sorgsamer Beachtung, etc."
-
-Prof. Martin Hartmann, die de Islâm-wetenschap aan het Seminar für
-Orientalische Sprachen te Berlijn doceert en wiens vruchtbare pen tal
-van lezenswaarde geschriften over den Islâm en over Turkije leverde
-[8], wordt niet moede erop te wijzen, dat de Moslims vooral door de
-instellingen van den Islâm, die de vrouw veracht en andersdenkenden
-verfoeit, van deelname aan de cultuur weerhouden worden. Hij
-noemt het chalifaat der Osmanensoeltans eene aanmatiging, die zij
-alleen met geringschatting der heilige traditie konden plegen, een
-"Agitationsmittel" een "bequemes Mittel, in den Augen der Islamwelt
-als eine Art Fetisch zu dienen", zegt, dat "diese Doppelstellung (van
-den Soeltan-Chalief) von den Kulturstaaten nie anerkannt worden ist",
-en dat het eerlijk opgeven van dien titel Turkije veeleer versterken
-dan verzwakken zou. Natuurlijk is ook hij over den heiligen oorlog
-niet goed te spreken. Hierover schreef hij opzettelijk, toen het woord
-djihâd in den strijd met Italië over Tripoli te berde werd gebracht
-door sommige Turken, en gebruikt daarbij deze thans weer actueele
-uitdrukking: "...... die Androhung des Heiligen Krieges, d. h. des
-Kampfes gegen alle Ungläubigen, ausgenommen die vom Leiter des Islam
-der Gemeinde ausdrücklich als Freunde des Islam bezeichneten. Dieser
-Gedanke ist Wahnwitz". Daar de zetel van de agitatie toen te Berlijn
-was, voegt hij hieraan toe: "Es sei hiermit gewarnt, durch Erregung
-des religiösen Fanatismus Unruhe herbeizuführen. Gegen jeden solchen
-Versuch werden alle Kulturstaaten einmütig zusammenstehen". Vellen
-druks van denzelfden inhoud zou ik kunnen aanhalen; tot slot nog dit
-eene: "Der Islâm ist eine Religion Hasses und des Krieges. Es darf
-unter keinen Umständen geduldet werden, dass er in einem Staate der
-Kulturmenschheit das normgebende Prinzip ist".
-
-Minstens even talrijke uitspraken van denzelfden schrijver zou ik
-kunnen citeeren, die den indruk geven, dat de Turken de minst geschikte
-natie van het Turkenrijk zijn om iets goeds voor de ontwikkeling van
-hun land te doen. Overal, waar het Turkenelement zich aan andere
-Mohammedanen met het zwaard opdrong, heeft het "den Kulturbesitz
-vernichtet und an kulturellen Werten nichts, absolut nichts
-geschaffen". Hun religieuze eigenwaan is nog onverdragelijker dan
-hun nationale. De Turken van Constantinopel zijn "ein schauderhaftes
-Gesindel", en de "biedere Anatolier" (die ook bij Grothe voorkomt)
-een product der legende. En zulk eene minderwaardige natie "will
-in dem grossen Reiche von Skutari und Prevesa bis Wan und Basra das
-herrschende Element sein!"
-
-Prof. Hartmann heeft een bijzonder levendig temperament, en ik denk
-er niet aan, zijne meeningen te onderschrijven of zijne uitdrukkingen
-van overdrijving vrij te pleiten. Maar in zaakkennis staat hij verre
-boven Grothe, en wat Turkije betreft, ook boven Becker, naast wien hij
-de hoofdvertegenwoordiger der Islâm-studie in Duitschland is. Trouwens
-Becker zelf heeft zich vroeger, zij het in gematigder vorm en ietwat
-anders genuanceerd, over de Islâm-quaestie ongeveer in denzelfden
-zin uitgelaten. Becker heeft natuurlijk zelf het eerst den strijd
-gevoeld tusschen zijn medeschermen, in zijne jongste geschriften, met
-de begrippen chalief en djihâd en zijne in vroegere tijden van rustigen
-wetenschappelijken arbeid uitgesproken meeningen. Zelf herhaalt hij de
-slotphrase van eene in 1910 door hem te Parijs gehouden voordracht:
-"Si la solidarité de l'Islam est un phantôme, la solidarité de la
-race blanche est une réalité", maar thans om den indruk dier woorden
-te verzwakken, en ze te beperken tot den Islâm der negers in Afrika,
-die het hoofdonderwerp zijner rede vormden. Waarschijnlijk heeft
-geen der hoorders die beperking begrepen, daar aan de geciteerde
-woorden deze onmiddellijk voorafgingen: "de vrees, dat de eene
-mogendheid zich met den Islâm zou verbinden om de plannen der andere
-te dwarsboomen, schijnt mij niet zeer gegrond". Bovendien had Becker
-vroeger, bijv. in 1904 in een artikel over het Panislamisme [9] de
-panislamitische gedachte als in strijd met de wezenlijke belangen
-van Turkije voorgesteld, "Die Jungtürken hatten gehofft (na den
-Russisch-Turkschen oorlog van 1878) durch ihre Reformen gerade
-jenes religiöse Moment auszutilgen, das den Sultan in erster Linie
-zum Chalifen, zum Vorkämpfer des Islam machte und so eine gesunde
-Entwicklung des doch zum grossen Teile aus Christen bestehenden
-Otmanischen Reiches ausschloss". En in de Duitsche vertaling [10] der
-zooeven genoemde in 1910 te Parijs gehouden voordracht komt nog het
-volgende voor: "Das Kalifat des Sultans von Konstantinopel war bis zur
-jungtürkischen Revolution der Ausgang der türkischen Islampolitik. Zwar
-hat die junge Turkei die Kalifatansprüche nicht aufgegeben, aber wenn
-sie sich überhaupt zu einem Verfassungsstaat entwickeln will, wird
-sie möglichst wenig Gebrauch davon machen mussen..... Eine starke
-Türkei wird selbstverstandlich nie die politische Oberhoheit über
-die islamischen Untertanen anderer Mächte beanspruchen....."
-
-
-
-
-Beckers recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer Wilhelm
-aan Turkije.
-
-In zijne recente brochure "Deutschland und der Islam" erkent trouwens
-Becker zijne onlangs tot stand gekomen bekeering en de onjuistheid
-van zijn vroeger jarenlang gekoesterd inzicht. Zoowel hij als Grothe
-staan uitvoerig stil bij de twee bezoeken (1889 en 1898) van Keizer
-Wilhelm aan den Soeltan Abdoel-Hamied, de tweede maal gecombineerd
-met hetgeen Grothe noemt "eine politische Pilgerfahrt nach dem
-Heiligen Lande". De wereld heeft die bezoeken, waarvan het eerste
-een jaar na de verleening der Anatolische spoorwegconcessie, dus
-in 1889, plaats greep, beschouwd als overluisterrijke demonstraties
-van de industrieele en commercieele belangstelling van Duitschland
-in Turkije. De wijze van uitvoering gaf velen, ook in Duitschland,
-aanleiding tot schouderophalen. Vooreerst scheen Abdoel-Hamied,
-de "bloeddrinkende" tyran, aan wiens misdaden toch reeds de groote
-mogendheden min of meer medeplichtig werden door hetgeen Bérard, en
-Martin Hartmann met hem, "la conspiration du silence" noemden, een
-vreemd gekozen object voor de zóó hartelijke vriendschapsbetuiging,
-die als herinnering te Constantinopel eene plompe, volgens deskundigen
-met allen kunstsmaak spottende fontein achterliet. Verder was de indruk
-van het bezoek op de Moslimsche wereld geenszins de bedoelde. Wel
-vond men het merkwaardig, dat de monarch van een machtig Europeesch
-rijk den Soeltan tweemaal zijne hulde kwam bewijzen, te meer, dat
-men wist, dat geene tegenbezoeken van den Soeltan daarop volgden; de
-bezoeker deed zich dus aan de Oostersche voorstelling als den mindere
-kennen, en eenvoudige Mohammedaansche zielen, die hunne kennis van
-de wereldkaart en van de wereldgeschiedenis meer uit de legende dan
-uit de werkelijkheid putten, zagen daarin eene bevestiging hunner
-opvatting, dat de heele aarde aan den machtigsten Moslimschen soeverein
-onderworpen is en dat alle andere vorsten zijne, zij het dan deels zeer
-ongehoorzame, vasallen zijn. Tot den roem van Duitschland in het Oosten
-droegen die huldebewijzen allerminst bij, wat ook vleiers daarvan aan
-Duitsche reizigers op den mouw mochten spelden. Den allerzonderlingsten
-indruk echter maakte op alle kenners van den Islâm de toespraak,
-die de Keizer op zijne tweede reis (1898) te Damascus bij het graf
-van Saladijn hield, waar hij tevens eene krans deponeerde.
-
-
-
-
-De rede op het graf van Saladijn.
-
-Saladijn is in Europa door de geschiedenis der Kruistochten en vooral
-door Lessing populair geworden; in het Mohammedaansche Oosten is zijn
-naam lang vergeten, behalve bij de weinige beoefenaars van geschiedenis
-en letterkunde. Dezen kennen hem als een gewetenloos politicus, die
-door ontrouw en verraad tot hooge macht is opgeklommen, en wien men
-veel vergeeft omdat hij een streng orthodox kafirhater geweest is;
-niet als het toonbeeld van 18de-eeuwsche verdraagzaamheid, dat Lessing
-in zijnen Nathan van hem maakte. Op het graf dan van dezen hater des
-Christendoms sprak de Keizer van een wereldrijk, dat, zooals Becker
-herinnert, het Christendom tot staatsgodsdienst heeft, deze woorden:
-"Die dreihundert Millionen Mohammedaner, die in der Welt zerstreut
-sind, mögen dessen versichert sein, dass ewig [11] der Deutsche
-Kaiser ihr Freund sein wird". Dit gedeelte der vertooning heeft
-in de Moslimsche wereld even weinig blijvenden indruk gemaakt als
-Saladijn zelf, en Duitsche geleerden namen er destijds hoofdschuddend
-kennis van. Nu doen zij echter plotseling opgeld: Grothe en Becker
-geven er hunne exegese van, en men heeft er de Turken zoo krachtig
-aan herinnerd, dat Nazim-bey ze in zijne toespraak aan den Duitschen
-Gezant citeerde, en dat de Soeltan er bij vergissing de inmiddels reeds
-vaak verbeterde, en in ieder geval sterk verouderde volkstelling der
-Mohammedanen uit overnam in zijn manifest.
-
-Becker heeft tot voor korten tijd, "aus Unkenntnis" zooals hij het
-thans verklaart, deze "Betonung des Kalifentitels durch Deutschland
-als einen Fehler beurteilt", maar nu, na hetgeen Fürst von Bülow in
-"Deutschland unter Kaiser Wilhelm II" uiteengezet heeft, ziet hij
-daarin met blijdschap de eerste krachtige uiting van eene "bewusste
-deutsche Islampolitik" en het bewijs, "dass die deutsche Politik
-von Anfang an mit dem Islam als internationalem Factor gerechnet
-hat". Beckers wetenschappelijke geweten is bij deze bekeering en
-bij zijne verdediging der opname van het chalifaat onder de factoren
-der internationale politiek niet zoo gerust als dat van Grothe, die
-van het groteske dezer Islâmpolitiek niets schijnt te voelen. Becker
-zegt althans, dat hij over de verhouding van Turkije tot den Islâm
-niet geacht wil worden eenig oordeel te hebben uitgesproken, dat
-hij zich ertoe bepaalt, te constateeren, dat die verhouding bestaat,
-dat nu eenmaal millioenen ontevreden Mohammedaansche onderdanen van
-Europeesche staten hunne redding van Turkije verwachten, en dat het
-uur voor Duitschland gekomen is om van die stemming partij te trekken.
-
-
-
-Redding van Turkije! Het rijk, waarvan Martin Hartmann nog kort geleden
-zeide, dat "die Ausschaltung der islamisch-türkischen Herrschaft
-aus Europa bevorsteht"; of elders, dat "schon längst über sie (die
-Türkei) hätte verhängt werden sollen: die Stellung unter Kuratel", of
-nogmaals: "so tritt nur schneller das ein, was doch einmal kommen muss:
-das Entfallen der politischen Macht aus den Händen des absterbenden
-Türkentums"; van Turkije, dat volgens Becker herboren moet worden en
-onder krachtige leiding van Duitschland omgeschapen tot een modernen
-cultuurstaat, hetgeen hij eenige jaren geleden slechts dan uitvoerbaar
-verklaarde, wanneer de chalifaatsidee of geheel werd opgegeven of
-zoo weinig mogelijk naar voren gebracht werd!
-
-
-
-
-Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van Moslimsch
-fanatisme.
-
-Hoe komt het, dat nu opeens voor Turkije mogelijk wordt geacht,
-wat tot dus dusver als eene ongerijmdheid werd terzijde gesteld, dat
-thans voor dat rijk als nuttig wordt aangeprezen datgene, waarin men
-tot vóór korten tijd zijn zekeren ondergang gelegen achtte? Hartmann
-heeft, toen hij in zijn "Ultimatum des Panislamismus" de agitatoren
-geeselde, die aan het Turksch-Italiaansche conflict het karakter van
-eenen godsdienstoorlog wilden geven, meteen de scherpste critiek,
-die men zich denken kan, geleverd van de tegenwoordige poging van
-Duitschland om het middeleeuwsche fanatisme der Mohammedaansche wereld,
-dat aan het uitsterven was, nieuw leven in te blazen. "Die Türkei
-kann nur ausrufen: "Himmel bewahre mich vor meinen Freunden!"" zeide
-hij toen terecht. En wat moet Turkije nu uitroepen, nu zijn beste
-vriend hem prikkelt tot eenen wereldgodsdienstoorlog, en hem alvast
-de Mohammedaansche krijgsgevangenen, die tegen Duitschland vochten,
-uitlevert om hen te onderwerpen aan eene godsdienstig-politieke
-bekeeringskuur?
-
-Wij kunnen dit alles slechts toeschrijven aan de jammerlijke verstoring
-van het evenwicht, ook in de geestelijke atmosfeer van hetgeen wij
-de beschaafde wereld plachten te noemen. Immers, in normale tijden
-kennen wij de Duitschers als veel te bezonnen en te logisch om den
-enormen onzin te verduwen, dat hetgeen in het algemeen als een schande
-voor de menschheid en als eene ramp voor Turkije zou gelden, goed en
-aanbevelenswaardig wordt, zoodra Duitschland zich achter of naast
-de Halve Maan plaatst. Wij weten van niet vele der tegenwoordige
-verschrikkelijke gebeurtenissen, waarop zij zullen uitloopen, maar
-dit meen ik nu reeds met zekerheid te mogen voorspellen, dat binnen
-niet langen tijd tal van Duitsche geschriften zullen getuigen van
-de ook in Duitschland ontwaakte ergernis over het onwaardige spel,
-dat thans met het chalifaat en den heiligen oorlog gespeeld wordt.
-
-Gewaagd zou het zijn, nu de feiten zoo spoedig hunne onweerlegbare
-taal zullen spreken, te willen voorzeggen, in hoeverre de poging
-om een Mohammedaanschen godsdienstoorlog op groote schaal te doen
-ontvlammen en daarmede onafzienbare verwarring der internationale
-verhoudingen te doen ontstaan, slagen kan. Hartmann heeft die
-mogenlijkheid indertijd met volle overtuiging betwist: ".... sobald
-die Vertreter der verschiedenen islamischen Gruppen über gemeinsame
-Schritte beraten, zeigt sich die ungeheure Verschiedenheit der
-völkischen, wirtschaftlichen und geistigen Tendenzen, die sich
-unter den zweihundert Millionen Muslimen finden" zeide hij. Becker,
-die vroeger "die Solidarität des Islam ein Phantom" noemde, zegt nu:
-"Der grosse Krieg, der so viel aufdeckt und entscheidet, wird auch den
-Beweis erbringen, ob der so oft besprochene internationale Zusammenhang
-des Islam ein realer Faktor ist oder ein Hirngespinst".
-
-Zeker zal het, indien Duitschland bij zijne "Islampolitik" van dit
-oogenblik volhardt, niet ontbreken aan allerlei maatregelen om in de
-Mohammedaansche wereld bekendheid te geven aan de geschiedenis van het
-ontstaan dier politiek en aan de nieuwe verhouding van vasal, waarin
-de herboren Soeltan-Chalief zich tegenover Duitschland geplaatst zou
-zien, wanneer de Duitsche idealen verwezenlijkt werden. Tegen eenen
-Heer der Geloovigen onder eenen ongeloovigen voogd zullen echter
-ook Mohammedanen van den ouden stempel, die anders mogelijk dupen
-van de comedie zouden worden, hunne ernstige bedenkingen hebben. Het
-hoofdargument voor de aanspraak der Osmanen-soeltans op den titel van
-Chalief was hun zwaard, maar niet een zwaard, dat getrokken en in de
-scheede gestoken werd op de bevelen van een ongeloovigen "bondgenoot".
-
-
-
-
-Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog.
-
-Uit vertrouwbare bron vernam ik onlangs, dat de drukkerij van het
-Turksche dagblad Tanîn een pamflet over den heiligen oorlog heeft
-uitgegeven en verspreid, waarin ook de Mohammedaansche onderdanen van
-staten, die ten opzichte van den tegenwoordigen oorlog neutraal zijn,
-tot verzet tegen hunne regeeringen opgehitst worden. O. a. moet daarin
-sprake zijn van de veertig millioen Mohammedanen, die gebukt gaan onder
-het juk der halfbeschaafde Hollanders. Hierdoor is zeker gehandeld
-tegen de bedoeling van den Duitschen voogd; maar slechte hartstochten
-laten zich gemakkelijker opwekken dan binnen perken houden.
-
-Gelukkig behoeven wij ons over onze Nederlandsch-Indische
-Mohammedanen niet bezorgd te maken. Zij namen den Islâm aan,
-toen het Turksche rijk reeds bestond, maar zonder dat Turkije er
-iets van bemerkte, en zij hebben met het rijk der Halve Maan nooit
-eenige aanraking gehad. De Soeltan van Roem, zooals zij den Grooten
-Heer van Constantinopel noemen, is voor hen een legendarisch wezen
-gebleven. De panislamitische gedachte is wel naar den Oost-Indischen
-Archipel overgewaaid, maar heeft er slechts weinig vatbaren bodem
-gevonden. De groote massa der lagere klassen bleef onaangedaan, en de
-meerderheid der hoogere standen is tegenover dit religieus-politieke
-mengsel van bedrog en zotheid volslagen immuun. En wij mogen gegronde
-hoop koesteren, dat die immuniteit zich steeds zal uitbreiden. Want,
-heeft Duitschland pas onlangs met de door ons aangeduide vertooningen
-zijne "bewusste Islampolitik" geinaugureerd, wij hebben al eenige
-jaren langer tegenover de door de geschiedenis aan onze zorgen
-toevertrouwde Inlandsche bevolking onze welbewuste opvoedingspolitiek,
-en dáártegen zijn chalifaat en heilige oorlog en andere middeleeuwsche
-ongerechtigheden gelukkig machteloos. Wanneer wij maar onwrikbaar
-vasthouden aan de sedert eeuwen aan onze Mohammedanen gewaarborgde
-volledige godsdienstvrijheid en tevens de ingeslagen richting van
-educatie in steeds sneller tempo blijven volgen, dan behoeven wij de
-eigenaardige soort van "geistige Waffen", die thans voor het eerst
-met het merk "made in Germany" in omloop gebracht worden, nooit te
-vreezen. Toch blijven wij in het belang der menschheid hopen, dat
-Duitschland eerlang dit nieuwe product uit den handel terugneemt.
-
-
-
-De heilige oorlog van den Islâm is, zooals wij meermalen herinnerden,
-een door en door middeleeuwsch instituut, waaraan zelfs de
-Mohammedaansche wereld bezig was te ontgroeien. Ééne eigenaardigheid
-van dit instituut kunnen wij ongeveinsd bewonderen: heilige oorlog
-tegen medeleden der Mohammedaansche gemeenschap is door de wet van
-den Islâm absoluut uitgesloten. De beperking van de levensgemeenschap
-tot Mohammedanen, tot hen, die hetzelfde dogma over het Hiernamaals
-belijden, is middeleeuwsch, maar de beschouwing van strijd binnen de
-sfeer der levensgemeenschap als goddeloos biedt een voortreffelijk
-aanknoopingspunt voor de hoogste sociale beschaving en is voor de
-moderne wereld ietwat beschamend. Hooren wij, wat Martin Hartmann in
-zijn opgewonden toon daarover schreef: "Im Gegensatze zum Islam, wo
-grundsätzlich der Krieg auf den Kampf gegen die Andersgläubigen als
-"Ungläubige" beschränkt ist, wird in den christlichen Ländern an dem
-Kriege gegen Glaubensgenossen von niemand Anstoss genommen, und hier
-sind nicht selten die Diener der Kirche der Liebe die Eifrigsten im
-Schüren, also in der Verleugnung des Evangeliums; sie prästieren auf
-Kommando die patriotische Geberde, die in diesem Falle eine Verletzung
-des fünften Gebotes darstellt, nicht zu sprechen von jenem andern:
-Du sollst deinen Nächsten lieben als dich selbst".
-
-Inderdaad, in den Islâm behoeft men slechts de middeleeuwsche beperking
-van het volledige bestaansrecht tot de geloofsgenooten op te heffen,
-en de levensgemeenschap tot de gansche menschheid uit te breiden,
-om den algemeenen wereldvrede tot een absoluut voorschrift der
-Moslimsche wet te stempelen. Voor moderne staten, die Mohammedanen
-als onderdanen, beschermden of bondgenooten hebben, is de schoone
-taak weggelegd om dezen, en zichzelve tevens, tot die hooge opvatting
-der menschelijke samenleving op te leiden; liever dan hen in eigen
-belang terug te voeren in de wegen van middeleeuwschen geloofshaat,
-die zij juist bezig waren te verlaten.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Dit bedrag moet thans 1914 aanzienlijk hooger gesteld worden,
-daar in de allerlaatste jaren het aantal dergenen, die jaarlijks uit
-Nederlandsch-Indië aan den hadj deelnemen, ongeveer verdubbeld is.
-
-[2] "Eenige Arabische strijdschriften besproken" (Tijdschrift van
-het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, Deel XXXIX,
-blz. 379-427).
-
-[3] In "De Gids" van Januari 1909 deed ik verslag van mijne daar
-opgedane ervaringen.
-
-[4] Grothe werd op zijne reizen door Turken telkens in zijne
-hoedanigheid van Duitscher als "onze vriend" aangeduid, hetgeen hij
-met bizim dost in plaats van dostumuz weergeeft, en als Turksch
-voor Duitscher schrijft hij steeds Alemanly in plaats van Alman
-of Almanjaly.
-
-[5] Zij zijn, in het Turksch afgedrukt, te vinden in Beckers
-tijdschrift "Der Islam", Bd. V, Heft 4, met vertaling, en in
-M. Hartmanns "Islampolitik" in "Koloniale Rundschau", 1914, Heft 11-12,
-met vertaling en uitvoerige toelichting. In dit laatste artikel, dat
-mij eerst na het afdrukken der eerste uitgave van dit opstel onder
-de oogen kwam, maakt ook Hartmann tabula rasa van veel van hetgeen
-hij vroeger over den Islâm en de Turken geschreven heeft, en toont
-zich, met een zeker voorbehoud, bekeerd tot den heiligen oorlog niet
-alleen, maar verwijt aan anderen, dat zij vroeger zoo gedacht hebben
-als hij zelf deed. Hij merkt op, dat de woorden van Keizer Wilhelm
-bij het graf van Saladijn te meer indruk moesten maken, omdat de
-Mohammedanen vroeger niet veel dergelijks te hooren kregen. "Die
-anderen Grossmächte haben fast immer nur verächtliche Worte für
-die Türken und den Islam gehabt, zum Teil haben verantwortliche
-Staatsmänner sich mit einer Schärfe gegen den Islam ausgesprochen,
-die aus dem beschränkten Gesichtskreis, in dem sie aufgewachsen sind,
-und der ihren Lande mit seinem Dünkel der Gottesstaatsidee eigen
-ist, zu erklären, aber nicht zu entschuldigen ist. Wir haben nicht
-den geringsten Grund, von der bisher beobachteten Haltung abzugehen,
-etc." Deze woorden, uit de pen van een geleerde, van wiens ontelbare
-uitspraken tegen Turkije en den Islâm in de volgende bladzijden eene
-kleine bloemlezing gegeven wordt, zouden ons tot stomme verbazing
-brengen, als niet zoovele andere verschijnselen ons met de psychose
-van den oorlog vertrouwd gemaakt hadden.
-
-[6] Het behoort tot eene lange reeks van "Politische Flugschriften",
-die door Ernst Jäckh worden uitgegeven, en waartoe alweder Fürst
-von Bülow en andere beroemdheden bijdragen leveren. Becker gaf
-verder in de verzameling "Bonner Vaterländische Reden und Vorträge
-während des Krieges" eene voordracht over "Deutsch-Türkische
-Interessengemeinschaft", in de Süddeutsche Monatshefte een opstel
-"England und Egypten", en in "Das Grössere Deutschland" een artikel
-"England und der Islâm".
-
-[7] Wij citeeren hier slechts enkele uitlatingen van oriëntalisten,
-en laten de vele gelijksoortige uitspraken van geleerden, wier
-studievakken hen slechts van ter zijde met het Oosten in aanraking
-brachten, zooals bijv. H. von Treitschke, ter zijde.
-
-[8] Ik geef hier eene kleine bloemlezing van titels van M. Hartmann's
-geschriften, uit de allerlaatste jaren: "Der Islam 1908" (in:
-Mitteilungen des Seminars für Orient. Spr. in Berlin, Jahrg. XII,
-Abt. II, 1909), "Die Arabische Frage", Leipzig 1909, "Der Islam",
-Leipzig 1909, "Die neuere Literatur zum turkischen Problem"
-in: Zeitschrift für Politik 1909, "Unpolitische Briefe aus der
-Türkei", Leipzig 1910, "Islam, Mission und Politik", Leipzig 1912,
-"Fünf Vorträge über den Islam", Leipzig 1912, "Das Ultimatum des
-Panislamismus" (over den heiligen oorlog tegen Italië) in: Das Freie
-Wort Jahrg. XI, No. 16, "Mission und Kolonialpolitik" in: Koloniale
-Rundschau, Heft 3, März 1911.
-
-[9] "Panislamismus" (in: Archiv für Religionswissenschaft, Bd. VII,
-1904).
-
-[10] "Der Islam und die Kolonisierung Afrika's" in: Internat.
-Wochenschrift für Wissenschaft, Kunst und Technik, 19 Febr. 1910.
-
-[11] Wel een passend attribuut voor politieke vriendschap!
-
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM ***
-
-***** This file should be named 54810-0.txt or 54810-0.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/4/8/1/54810/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/Canadian Libraries)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/54810-0.zip b/old/54810-0.zip
deleted file mode 100644
index d9a36ee..0000000
--- a/old/54810-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/54810-h.zip b/old/54810-h.zip
deleted file mode 100644
index 24ad6cd..0000000
--- a/old/54810-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/54810-h/54810-h.htm b/old/54810-h/54810-h.htm
deleted file mode 100644
index eef8672..0000000
--- a/old/54810-h/54810-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,8206 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
-"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>Nederland en de Islâm</title>
-
-<style type="text/css">
-
-body {
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-font-size: 100%;
-line-height: 1.2em;
-text-align: left;
-}
-.div0 {
-padding-top: 5.6em;
-}
-.div1 {
-padding-top: 4.8em;
-}
-.div2 {
-padding-top: 3.6em;
-}
-.div3, .div4, .div5 {
-padding-top: 2.4em;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument
-{
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-padding-top: 2.4em;
-padding-bottom: 1.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-sup {
-line-height: 6pt;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-height: 1px;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-width: 45%;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5em;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-line-height: 1em;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.40em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.71em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0em 0.05em 0 0;
-padding: 0px;
-line-height: 0.8em;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.advertisment {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-a.noteref, a.pseudonoteref {
-font-size: 80%;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .label, .par.footnote .label {
-float: left;
-width: 2em;
-height: 12pt;
-display: block;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0%;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0%;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.indextoc {
-text-align: center;
-}
-.transcribernote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.correctiontable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0% 7em 0%;
-padding: 5em 10% 6em 10%;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 3.5em;
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0% 0em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTop, .figBottom {
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-.lgouter {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-display: table;
-}
-.lg {
-text-align: left;
-padding: .5em 0% .5em 0%;
-}
-.lg h4, .lgouter h4 {
-font-weight: normal;
-}
-.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
-color: #777;
-font-size: 90%;
-left: 16%;
-margin: 0;
-position: absolute;
-text-align: center;
-text-indent: 0;
-top: auto;
-width: 1.75em;
-}
-p.line, .par.line {
-margin: 0 0% 0 0%;
-}
-span.hemistich {
-visibility: hidden;
-}
-.versenum {
-font-weight: bold;
-}
-.speaker {
-font-weight: bold;
-margin-bottom: 0.4em;
-}
-.sp .line {
-margin: 0 10%;
-text-align: left;
-}
-.castlist, .castitem {
-list-style-type: none;
-}
-.castGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-}
-.castGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.castGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-span.ditto {
-display: inline-block;
-vertical-align: middle;
-text-align: center;
-}
-span.ditto span.s {
-height: 0;
-visibility: hidden;
-line-height: 0;
-}
-span.ditto span.d {
-display: block;
-text-align: center;
-line-height: 8pt;
-}
-span.ditto span.i {
-position: relative;
-top: -2px;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pagenum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, .h1 {
-padding-bottom: 5em;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum
-{
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteref:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}.pagenum, .linenum {
-speak: none;
-}
-</style>
-
-<style type="text/css">
-.flushRight {
-float: right;
-text-align: right;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.cover-imagewidth {
-width:480px;
-}
-.xd25e111 {
-text-align:center;
-}
-.titlepage-imagewidth {
-width:451px;
-}
-.logo-ejbwidth {
-width:112px;
-}
-.xd25e3973 {
-text-align:center; font-size:small;
-}
-</style>
-</head>
-<body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Nederland en de Islâm
-
-Author: C. Snouck Hurgronje
-
-Release Date: May 30, 2017 [EBook #54810]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/Canadian Libraries)
-
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg"
-alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="first xd25e111">NEDERLAND EN DE ISL&Acirc;M.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="451"
-height="720"></div>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">NEDERLAND EN DE ISL&Acirc;M</div>
-</div>
-<div class="byline">DOOR<br>
-D<sup>R</sup>. <span class="docAuthor">C. SNOUCK HURGRONJE</span><br>
-Hoogleeraar a. d. Rijks-Universiteit te Leiden.</div>
-<div class="docImprint">2<sup>e</sup> VERMEERDERDE DRUK
-<div class="figure logo-ejbwidth"><img src="images/logo-ejb.jpg" alt="Uitgeverslogo E. J. Brill: Tuta sub aegide Pallas." width="112"
-height="183"></div>
-<br>
-N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ<br>
-VOORH. <i>E. J. BRILL</i> LEIDEN<br>
-<span class="docDate">1915</span></div>
-</div>
-<div class="div1 imprint"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="first xd25e111">BOEKDRUKKERIJ voorheen E. J.
-BRILL.&mdash;LEIDEN. <span class="pagenum">[<a id="xd25e172" href="#xd25e172" name="xd25e172">V</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="preface" class="div1 preface"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e287">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">VOORREDE.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Bijna vier jaren geleden leidde ik de eerste uitgave
-van dit thans voor de tweede maal verschijnende werkje met de hieronder
-volgende woorden bij den lezer in:</p>
-<blockquote>
-<p class="first">&ldquo;Op uitnoodiging mijner mede-curatoren der
-Nederlandsch-Indische Bestuursacademie sprak ik in Maart 1911 voor de
-aan die Academie studeerende ambtenaren de vier voordrachten uit, die
-hier in druk eenen grooteren kring van lezers aangeboden worden. Deze
-omstandigheid moge ter verklaring dienen van hetgeen sommigen hier te
-kort, anderen weder te wijdloopig behandeld mochten vinden&rdquo;.</p>
-<p>&ldquo;Gerekend is immers op toehoorders, voor wie de Islâm
-&egrave;n door hunne vroegere opleiding, &egrave;n door hunne
-ambtelijke ervaring geen onbekende grootheid was, maar voor wie toch
-ook weer, daar de gelegenheid tot diepere studie van de Mohammedaansche
-cultuur hun had ontbroken, eene beknopte herinnering aan het vroeger
-geleerde of waargenomene niet onwelkom kon zijn. Verder mocht bij hen
-in den regel bekendheid door eigen aanschouwing met het leven van
-Indonesische Mohammedanen ondersteld worden. Toch heb ik gemeend voor
-mijn betoog de aandacht te mogen vragen ook van anderen, die hetzij
-voor de voornaamste vraagstukken der koloniale politiek, hetzij voor de
-problemen, die de Islâm aan de <span class="pagenum">[<a id="xd25e183" href="#xd25e183" name="xd25e183">VI</a>]</span>Westersche
-wereld ter oplossing voorlegt, eenige belangstelling over
-hebben&rdquo;.</p>
-<p>&ldquo;De richting, waarin ik de oplossing van het
-Islâm-probleem voor Nederland vond, werd natuurlijk gewezen door
-het beginsel, dat naar mijne overtuiging in het algemeen de verhouding
-moet bepalen tusschen moederland en koloni&euml;n, tusschen de aan
-Westersch gezag onderworpen volken en degenen, aan wie de geschiedenis
-het gezag over hen in handen heeft gegeven. Daar tegenwoordig in ons
-vaderland alle politieke partijen te dezen aanzien in hoofdzaak
-&eacute;&eacute;ne lijn trekken, heb ik het onnoodig geacht, daarover
-opzettelijk uit te weiden. Al mogen de opvattingen in het bijzondere
-nog verschillen, er is eenheid in het noodigste, namelijk in de
-erkenning van de ethische koloniale politiek als de eenig
-mogelijke&rdquo;.</p>
-<p>&ldquo;Nu zijn mij echter van zeer geachte zijde naar aanleiding
-mijner voordrachten een paar vragen gesteld, die mij nopen, mijn
-algemeene uitgangspunt bij het onderzoek der hier door mij behandelde
-vraagstukken, gelijk bij alle andere, die de koloniale politiek
-betreffen, wat scherper te formuleeren&rdquo;.</p>
-<p>&ldquo;De vragen kwamen in hoofdzaak hierop neer, of dan niet het
-verwerven en behouden van koloni&euml;n bovenal voordeelen voor het
-moederland ten doel moest hebben, en of niet de door mij en anderen
-bepleite krachtige bevordering van de associatie der Inlandsche
-maatschappij aan onze beschaving op den duur tot het verlies onzer
-koloni&euml;n zou leiden&rdquo;.</p>
-<p>&ldquo;Het zij mij vergund, met allen eerbied ook voor opvattingen,
-die aan de tijden der Compagnie en van het cultuurstelsel doen denken,
-mijne zienswijze zonder verder betoog apodictisch uit te
-spreken&rdquo;.</p>
-<p>&ldquo;De exploitatie-theorie behoort tot een verleden, <span class="pagenum">[<a id="xd25e195" href="#xd25e195" name="xd25e195">VII</a>]</span>dat wij niet terugwenschen en dat wij, al
-wenschten wij het, niet uit den dood kunnen doen verrijzen, zelfs niet
-in een nieuwen vorm. Zelfs al zou men eenzijdig voordeel voor het
-moederland als hoogste doelwit van het koloniale bestuur ook in onzen
-tijd willen laten gelden, dan toch zou een staatsman, die wat ver voor
-zich uit ziet, dat voordeel nergens anders kunnen ontdekken dan in eene
-toekomst, waarin de inboorlingen der koloni&euml;n door ons op de
-hoogste plaats gebracht zijn, die hun aanleg hen in staat stelt, in te
-nemen. Heeft die verheffing der inheemsche bevolking, die zijzelve
-zoekt en dus ook vinden zal, <i>onder onze krachtige leiding</i>
-plaats, dan hebben wij de grootst denkbare kans, dat het moederland er
-in uitbreiding evenveel bij winnen zal als de vroeger overheerschten,
-nu geassocieerden, in hoogte&rdquo;.</p>
-<p>&ldquo;Wat de aardbol over een eeuw te zien zal geven, dat laat zich
-noch van het standpunt der ethische, noch van dat der
-exploitatie-politiek waarnemen. Vraagt men mij echter, onder welk der
-beide r&eacute;gimes het verlies van Oostersche wingewesten binnen de
-honderd jaren waarschijnlijker is, dan zeg ik zonder eenige aarzeling:
-niets kan zulk verlies zekerder verhaasten dan zelfzuchtige koloniale
-staatkunde van de soort, die ons uit de annalen der Oost-Indische
-Compagnie en van het cultuurstelsel van al te nabij bekend is, en
-welker doodvonnis door het hooggerechtshof der geschiedenis geruimen
-tijd geleden bekrachtigd werd&rdquo;.</p>
-</blockquote>
-<p>De redactie van de &ldquo;<i lang="fr">Revue du Monde
-Musulman</i>&rdquo; liet deze voordrachten voor haar tijdschrift in het
-Fransch vertalen, en stelde die vertaling ook afzonderlijk verkrijgbaar
-<span class="pagenum">[<a id="xd25e208" href="#xd25e208" name="xd25e208">VIII</a>]</span>onder den titel &ldquo;<i lang="fr">Politique Musulmane de la Hollande</i>&rdquo;. Maar ook in ons
-land hadden zij zich niet te beklagen over gebrek aan belangstelling,
-en de hoofdgedachten, die eraan ten grondslag lagen, vonden in wijden
-kring instemming.</p>
-<p>Dit laatste was voor den schrijver bijzonder aangenaam, en het
-alleraangenaamst trof het hem, dat die instemming kwam uit kringen van
-zeer uiteenloopende staatkundige en godsdienstige richting. Het is
-werkelijk dringend noodig, dat wij voor de vervulling onzer nationale
-pedagogische taak jegens de Mohammedaansche onderdanen van den
-Nederlandschen staat eene gedragslijn vinden, die voor de beweging van
-die verschillende richtingen ruimte laat. Indien dit onmogelijk bleek,
-dan waren de dagen van ons bestaan als koloniale mogendheid geteld. Die
-gemeenschappelijke gedragslijn, de grootst gemeene deeler van aller
-wenschen, die dan door ieder voor zich met een eigen factor
-vermenigvuldigd mag worden, <i>is</i> te vinden, wanneer men
-gezamenlijk ernstig er naar zoeken wil, niet, wanneer ieder, star voor
-zich uit kijkend, zijn eigen stokpaardje blijft berijden, onder
-voortdurend aanbotsen tegen de andere ruiters. De grootste voldoening
-gaven mij de bewijzen van sympathie, die ik uit de kringen van
-zendelingen en zendingsvrienden mocht ontvangen, omdat, zooals ik in
-mijne vierde voordracht opmerkte, het besef van de taak, die ons volk
-ten aanzien der Inlandsche maatschappij te vervullen heeft,
-d&aacute;&aacute;r het levendigst is. Het spreekt wel van zelf, dat
-diegenen onder hen, die zelf practisch op dat gebied werkzaam zijn, en
-aldus ervaring opdoen van allerlei bezwaren, waarover de
-zendingsvrienden in het moederland vaak luchtig heen redeneeren, meer
-neiging vertoonen dan deze laatsten om met vollen ernst te luisteren
-naar voorstellen betreffende een compromis, waartoe het in de
-werkelijkheid, zooals zij w&eacute;l <span class="pagenum">[<a id="xd25e218" href="#xd25e218" name="xd25e218">IX</a>]</span>weten, toch
-altijd komen moet. Daarom had de waardeering, die ik juist van hunne
-zijde ruimschoots mocht ondervinden, voor mij dubbele waarde, en hielp
-zij mij om de ook niet ontbrekende wanklanken zonder ontmoediging te
-vernemen. Dit werd mij trouwens in het bijzonder gemakkelijk gemaakt
-door zulke besprekers, die blijk gaven, dat hun godsdienstig denken
-door politieke partijschap in bedenkelijke mate geinfecteerd was. Zoo
-bijv. een schrijver in &ldquo;<i>Stemmen des Tijds</i>&rdquo;, die niet
-alleen dikwijls eene geheel scheeve voorstelling van mijn bedoeling
-gaf, maar naief genoeg was om te verklaren, dat hij bij eerste lezing
-mijner voordrachten gemeend had, dat &ldquo;wij het werk met vereende
-krachten konden doen&rdquo;, maar dat hij vervolgens door de debatten
-in de Tweede Kamer tot een juister inzicht werd gebracht. Duidelijker
-kan men niet uitkomen voor de verpolitieking zijner inzichten over de
-groote vraagstukken van &ldquo;Oost en West&rdquo;, die ons volk zich
-ter oplossing voorgelegd ziet.</p>
-<p>Wie zich bij de behandeling <i>dier</i> problemen niet weet te
-verheffen boven het kleinzielige partijleven van onze vaderlandsche
-politiek, die blijve er af; zijn arbeid, hetzij voor de Christelijke,
-hetzij voor de nationale zending in onze koloni&euml;n, is van tevoren
-met onvruchtbaarheid geslagen.</p>
-<hr class="tb">
-<p>Juist toen ik gereed was met het aanbrengen van enkele verbeteringen
-en aanvullingen voor de tweede uitgave mijner voordrachten, gaven de
-jongste gebeurtenissen op het groote wereldtooneel mij aanleiding tot
-het schrijven van een Gidsartikel over de wijze, waarop Duitschland
-onlangs begonnen is te trachten, het Mohammedaansche fanatisme aan
-zijne belangen dienstbaar te maken. Het kwam mij voor, dat bedoeld
-opstel, met een paar kleine toevoegingen, als vijfde hoofdstuk van
-<span class="pagenum">[<a id="xd25e232" href="#xd25e232" name="xd25e232">X</a>]</span>dit boekje niet misplaatst zou zijn. Mijn
-ondertitel &ldquo;<i>Vier Voordrachten, gehouden in de
-Nederlandsch-Indische Bestuursacademie</i>&rdquo; moest dan natuurlijk
-vervallen, maar &ldquo;<i>Nederland en de Islâm</i>&rdquo; mocht
-het geheel ook nu blijven heeten, want ook voor de Nederlandsche
-Islâmpolitiek is het van hoog belang, zich rekenschap te geven
-van de wegen, waarin groote mogendheden van Europa het politieke leven
-van de Mohammedanen pogen te leiden en van de houding, die ons ten
-aanzien dier pogingen past.</p>
-<hr class="tb">
-<p>Eerst na het afdrukken van dit hoofdstuk is mijne aandacht gevestigd
-op eene vergissing, die mij eene uitdrukking van Becker onjuist deed
-interpreteeren. Bladz. 133, regel 12&ndash;14 moet als volgt gelezen
-worden: <i>Becker heeft tot voor korten tijd deze &ldquo;<span lang="de">Betonung des Kalifats als einen Fehler aus Unkenntnis
-beurteilt</span>&rdquo;, enz.</i> Ik had ten onrechte de woorden
-&ldquo;<i lang="de">aus Unkenntnis</i>&rdquo; als bepaling van <i lang="de">beurteilt</i> in plaats van bepaling van <i lang="de">Fehler</i>
-opgevat.</p>
-<p>Sommigen mijner Duitsche vrienden&mdash;ik teeken uitdrukkelijk aan,
-dat anderen mij hunne geheele of gedeeltelijke instemming met mijne
-uiteenzetting betuigden&mdash;hebben de bedoeling van dit artikel
-misverstaan, en daarin een verholen partijkiezen tegen Duitschland als
-oorlogvoerende partij willen zien. Dat zulk eene bedoeling mij geheel
-ten onrechte toegedicht werd, behoef ik aan onbevangen lezers niet
-uitdrukkelijk te verzekeren. De weinige regels, die (op bladz.
-102&ndash;3) in het algemeen over dezen ellendigen wereldstrijd
-handelen, geven duidelijk genoeg te kennen, dat ik te dien aanzien
-geheel neutraal denk, niet omdat ik burger ben van een neutralen staat,
-maar omdat ik mij oprecht en van harte onbevoegd verklaar, de eene
-partij voor meer of minder schuldig te houden aan de ontbranding dan de
-andere. <span class="pagenum">[<a id="xd25e261" href="#xd25e261" name="xd25e261">XI</a>]</span>Overigens heb ik mij streng bepaald tot mijn
-onderwerp, de bespreking van het gebruik, dat Duitschland in den
-laatsten tijd tracht te maken van de voor den Islâm vroeger zoo
-gewichtige idee&euml;n van het chalifaat en van den heiligen
-oorlog.</p>
-<p>De behandeling hiervan lag op mijnen weg, en ik mocht mij daaraan
-niet onttrekken, zoowel omdat ik mijn leven goeddeels gewijd heb aan de
-studie van den Islâm, vooral ook in zijne beteekenis voor onze
-dagen, als ook, omdat elke poging om het bijna gebluschte vuur der
-middeleeuwsche politieke idealen van den Islâm weer te doen
-opflikkeren ook voor de Mohammedaansche bevolking der Nederlandsche
-koloni&euml;n gevaarlijk kan worden. Zooals ik bij vele gelegenheden
-betoogd heb, het panislamisme is <i>niet</i> in staat, aan den
-Islâm zijne middeleeuwsche positie van eene door de overige
-wereld gevreesde wereldmacht te hergeven. Maar wat het <i>wel</i>
-vermag, dat is tijdelijk en plaatselijk beperkte stoornissen te weeg te
-brengen, ten nadeele van de Mohammedanen zelve en van de Europeesche
-naties, die Mohammedaansche onderdanen hebben. Zulke stoornissen uit te
-lokken, het allengs uitstervende Mohammedaansche fanatisme tot
-ontwaking te prikkelen, dat acht ik misdadig, en mijne Duitsche
-vakgenooten, die zich over dit vraagstuk uitlieten, dachten er steeds
-evenzoo over. Dat sommigen hunner in de laatste maanden opeens van
-meening veranderd zijn, kan niemand meer betreuren dan ik, die aan de
-Duitsche wetenschap zooveel te danken heb en die in geen vreemd land
-meer beproefde vrienden heb dan in Duitschland. Ik ben er zeker van,
-dat wij hier te doen hebben met een voorbijgaand ziekteproces,
-veroorzaakt door de ook in andere oorlogvoerende landen waar te nemen
-verstoring van het moreele en intellectueele evenwicht. Zoolang echter
-het herstel nog niet is <span class="pagenum">[<a id="xd25e271" href="#xd25e271" name="xd25e271">XII</a>]</span>ingetreden, behooren wij dat
-proces nauwlettend gade te slaan, en voor onszelve op voorzorg bedacht
-te zijn. Niets zou mij aangenamer zijn, dan dat zich spoedig de
-behoefte aan eene derde uitgave van dit boekje deed gevoelen, en dat
-dan inmiddels de orkaan, die thans ook op geestelijk gebied aan het
-woeden is, gestild en zoo een herdruk der bespreking dezer afdwaling
-overbodig geworden was.</p>
-<p class="dateline"><span class="sc">Leiden</span>, Januari 1915.
-<span class="pagenum">[<a id="xd25e277" href="#xd25e277" name="xd25e277">XIII</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="toc" class="div1 contents"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">INHOUD.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum">Bladz.</span></p>
-<p><a href="#preface" id="xd25e287" name="xd25e287">Voorrede</a>
-&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum"><span class="sc">V&ndash;XII</span></span></p>
-<p><a href="#ch1" id="xd25e295" name="xd25e295">HOOFDSTUK I.</a></p>
-<p>De verbreiding van den Islâm.<br>
-Inzonderheid in den Oost-Indischen Archipel.</p>
-<table class="tocList">
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.1" id="xd25e304"
-name="xd25e304">De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van
-zijn stelsel in den Archipel</a></td>
-<td class="tocPageNum">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.2" id="xd25e311"
-name="xd25e311">Karakter van Mohammeds godsdienst</a></td>
-<td class="tocPageNum">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.3" id="xd25e318"
-name="xd25e318">Beteekenis der Hidjrah</a></td>
-<td class="tocPageNum">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.4" id="xd25e325"
-name="xd25e325">Gewelddadige islamiseering van Arabi&euml;</a></td>
-<td class="tocPageNum">4</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.5" id="xd25e332"
-name="xd25e332">De Islâm wil de geheele wereld aan zich
-onderwerpen</a></td>
-<td class="tocPageNum">4</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.6" id="xd25e339"
-name="xd25e339">Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken
-bewerkten de macht van den Islâm</a></td>
-<td class="tocPageNum">5</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.7" id="xd25e346"
-name="xd25e346">De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het
-voorname middel</a></td>
-<td class="tocPageNum">7</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.8" id="xd25e353"
-name="xd25e353">Het systeem van den Islâm getuigt
-hiervan</a></td>
-<td class="tocPageNum">7</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.9" id="xd25e360"
-name="xd25e360">Gebied van den Islâm en gebied van den
-oorlog</a></td>
-<td class="tocPageNum">8</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.10" id="xd25e367"
-name="xd25e367">Nederlandsch-Indi&euml; gebied van den
-Islâm</a></td>
-<td class="tocPageNum">8</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.11" id="xd25e374"
-name="xd25e374">De heilige oorlog</a></td>
-<td class="tocPageNum">9</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.12" id="xd25e382"
-name="xd25e382">De leer van den heiligen oorlog berust niet op
-misverstand</a></td>
-<td class="tocPageNum">9</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.13" id="xd25e389"
-name="xd25e389">De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover
-eens</a></td>
-<td class="tocPageNum">11</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.14" id="xd25e396"
-name="xd25e396">De andere opvatting is ver in de minderheid</a></td>
-<td class="tocPageNum">12</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.15" id="xd25e403"
-name="xd25e403">Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in
-den Islâm</a></td>
-<td class="tocPageNum">12</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.16" id="xd25e410"
-name="xd25e410">Zachtere methoden van bekeering worden ook
-toegepast</a></td>
-<td class="tocPageNum">13</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.17" id="xd25e417"
-name="xd25e417">De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt</a></td>
-<td class="tocPageNum">14</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.18" id="xd25e424"
-name="xd25e424">Geene priesterschap noch geordende
-heidenmissie</a></td>
-<td class="tocPageNum">15</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.19" id="xd25e431"
-name="xd25e431">Leekenpropaganda</a></td>
-<td class="tocPageNum">15</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.20" id="xd25e438"
-name="xd25e438">Moslimsche propaganda vergeleken met
-Christelijke</a></td>
-<td class="tocPageNum">16</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.21" id="xd25e445"
-name="xd25e445">Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims
-is weinig gedaan</a> <span class="pagenum">[<a id="xd25e451" href="#xd25e451" name="xd25e451">XIV</a>]</span></td>
-<td class="tocPageNum">17</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.22" id="xd25e454"
-name="xd25e454">Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de
-cultuur beheerschen</a></td>
-<td class="tocPageNum">18</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.23" id="xd25e462"
-name="xd25e462">In Oost-Indi&euml; drong de Islâm vreedzaam
-binnen</a></td>
-<td class="tocPageNum">19</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.24" id="xd25e469"
-name="xd25e469">De verbreiders kan men niet met Christelijke
-zendelingen vergelijken</a></td>
-<td class="tocPageNum">19</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.25" id="xd25e476"
-name="xd25e476">De Regeering bevordert de propaganda als Zij
-Mohammedaansche ambtenaren in heidensche streken invoert</a></td>
-<td class="tocPageNum">20</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.26" id="xd25e483"
-name="xd25e483">Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in
-Oost-Indi&euml; gewelddadig uit</a></td>
-<td class="tocPageNum">21</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.27" id="xd25e490"
-name="xd25e490">De eerste invoerders waren Indi&euml;rs; Arabische
-invloed begon pas later te werken</a></td>
-<td class="tocPageNum">21</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.28" id="xd25e497"
-name="xd25e497">Samenvatting</a></td>
-<td class="tocPageNum">22</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.29" id="xd25e504"
-name="xd25e504">Het leven overal in slechts geringe mate naar het
-stelsel hervormd</a></td>
-<td class="tocPageNum">23</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.30" id="xd25e511"
-name="xd25e511">De graad van het in de autoriteiten van den Islâm
-gestelde vertrouwen beste maatstaf voor de Moslimsche
-belijdenis</a></td>
-<td class="tocPageNum">23</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.31" id="xd25e518"
-name="xd25e518">De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen
-maatstaf</a></td>
-<td class="tocPageNum">24</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.32" id="xd25e525"
-name="xd25e525">De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder
-schending der godsdienstvrijheid</a></td>
-<td class="tocPageNum">25</td>
-</tr>
-</table>
-<p><a href="#ch2" id="xd25e532" name="xd25e532">HOOFDSTUK II.</a></p>
-<p>Kenschetsing van het stelsel van den Islâm.</p>
-<table class="tocList">
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.1" id="xd25e539"
-name="xd25e539">Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door
-hem veroverde volken</a></td>
-<td class="tocPageNum">26</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.2" id="xd25e546"
-name="xd25e546">De vreemde elementen met behulp van fictie bij de
-voorschriften van den Profeet ingelijfd</a></td>
-<td class="tocPageNum">27</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.3" id="xd25e553"
-name="xd25e553">De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche
-gemeente</a></td>
-<td class="tocPageNum">28</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.4" id="xd25e560"
-name="xd25e560">Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde
-eeuw der Hidjrah zoo goed als uitgesloten</a></td>
-<td class="tocPageNum">28</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.5" id="xd25e567"
-name="xd25e567">Het stelsel spitst zich in geloofsleer en wet</a></td>
-<td class="tocPageNum">30</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.6" id="xd25e574"
-name="xd25e574">De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt
-belang voor de practijk</a></td>
-<td class="tocPageNum">31</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.7" id="xd25e581"
-name="xd25e581">Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken
-soms beroering</a></td>
-<td class="tocPageNum">31</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.8" id="xd25e588"
-name="xd25e588">Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet
-lang in &eacute;&eacute;ne hand</a></td>
-<td class="tocPageNum">32</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.9" id="xd25e595"
-name="xd25e595">De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde
-gesteld</a></td>
-<td class="tocPageNum">33</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.10" id="xd25e602"
-name="xd25e602">Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen
-der wet</a></td>
-<td class="tocPageNum">33</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.11" id="xd25e609"
-name="xd25e609">De zuiver godsdienstige bestanddeelen</a></td>
-<td class="tocPageNum">34</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.12" id="xd25e617"
-name="xd25e617">Voor de practijk weinig beduidende
-bestanddeelen</a></td>
-<td class="tocPageNum">34</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.13" id="xd25e624"
-name="xd25e624">Bepalingen, die als moreele voorschriften
-werken</a></td>
-<td class="tocPageNum">35</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.14" id="xd25e631"
-name="xd25e631">Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij
-kracht van wet hadden</a></td>
-<td class="tocPageNum">36</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.15" id="xd25e638"
-name="xd25e638">Werkelijk geldende hoofdstukken der wet</a>
-<span class="pagenum">[<a id="xd25e644" href="#xd25e644" name="xd25e644">XV</a>]</span></td>
-<td class="tocPageNum">37</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.16" id="xd25e647"
-name="xd25e647">Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht</a></td>
-<td class="tocPageNum">37</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.17" id="xd25e654"
-name="xd25e654">Vrome stichtingen</a></td>
-<td class="tocPageNum">38</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.18" id="xd25e661"
-name="xd25e661">Geloften</a></td>
-<td class="tocPageNum">39</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.19" id="xd25e668"
-name="xd25e668">Voorschriften over de rechtspraak</a></td>
-<td class="tocPageNum">39</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.20" id="xd25e675"
-name="xd25e675">Bepalingen over de verhouding tot
-niet-Mohammedanen</a></td>
-<td class="tocPageNum">40</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.21" id="xd25e682"
-name="xd25e682">De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen
-codificatie</a></td>
-<td class="tocPageNum">40</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.22" id="xd25e689"
-name="xd25e689">Qoerân en Soennah</a></td>
-<td class="tocPageNum">41</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.23" id="xd25e697"
-name="xd25e697">Losmaking der wet van hare bronnen</a></td>
-<td class="tocPageNum">42</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.24" id="xd25e704"
-name="xd25e704">De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan</a></td>
-<td class="tocPageNum">42</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.25" id="xd25e711"
-name="xd25e711">Poging tot codificatie in Algeri&euml;</a></td>
-<td class="tocPageNum">43</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.26" id="xd25e718"
-name="xd25e718">De adviezen zijn minder gunstig dan zij
-schijnen</a></td>
-<td class="tocPageNum">44</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.27" id="xd25e725"
-name="xd25e725">Ten onrechte beroept men zich op voorgangers</a></td>
-<td class="tocPageNum">45</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.28" id="xd25e732"
-name="xd25e732">Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding
-bovendien verdacht</a></td>
-<td class="tocPageNum">46</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.29" id="xd25e739"
-name="xd25e739">De toepassing der wet volgt methoden, die van de
-Westersche afwijken</a></td>
-<td class="tocPageNum">46</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.30" id="xd25e746"
-name="xd25e746">Sommige Fransche adviseurs achten codificatie
-daarenboven ongewenscht</a></td>
-<td class="tocPageNum">47</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.31" id="xd25e753"
-name="xd25e753">Ook in Nederlandsch-Indi&euml; werd de wensch naar
-codificatie vernomen</a></td>
-<td class="tocPageNum">47</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.32" id="xd25e760"
-name="xd25e760">Bij de overige bedenkingen komen nog
-gemoedsbezwaren</a></td>
-<td class="tocPageNum">48</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.33" id="xd25e767"
-name="xd25e767">Codificatie zou den invloed van volksrecht
-verminderen</a></td>
-<td class="tocPageNum">49</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.34" id="xd25e775"
-name="xd25e775">Beteekenis der mystiek in den Islâm</a></td>
-<td class="tocPageNum">49</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.35" id="xd25e782"
-name="xd25e782">Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te
-verwachten</a></td>
-<td class="tocPageNum">50</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.36" id="xd25e789"
-name="xd25e789">De mystieke broederschappen</a></td>
-<td class="tocPageNum">51</td>
-</tr>
-</table>
-<p><a href="#ch3" id="xd25e796" name="xd25e796">HOOFDSTUK III.</a></p>
-<p>De Nederlandsche Koloniale Regeering en het stelsel van den
-Islâm.</p>
-<table class="tocList">
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.1" id="xd25e803"
-name="xd25e803">De Nederlandsche Regeering kan niet buiten
-Islâmpolitiek</a></td>
-<td class="tocPageNum">53</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.2" id="xd25e810"
-name="xd25e810">Jegens het dogma en de zuivere godsdienstige
-voorschriften der wet moet zij neutraal zijn</a></td>
-<td class="tocPageNum">54</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.3" id="xd25e817"
-name="xd25e817">Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen
-onverstandig zijn</a></td>
-<td class="tocPageNum">56</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.4" id="xd25e824"
-name="xd25e824">Politieke beteekenis van den hadj</a></td>
-<td class="tocPageNum">58</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.5" id="xd25e831"
-name="xd25e831">Economische gevolgen van den hadj</a></td>
-<td class="tocPageNum">59</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.6" id="xd25e838"
-name="xd25e838">Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den
-Islâm eischt eerbiediging</a></td>
-<td class="tocPageNum">59</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.7" id="xd25e845"
-name="xd25e845">De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd
-open</a></td>
-<td class="tocPageNum">61</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.8" id="xd25e852"
-name="xd25e852">Codificatie derhalve ongewenscht</a></td>
-<td class="tocPageNum">62</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.9" id="xd25e859"
-name="xd25e859">De instelling der priesterraden op Java en Madoera was
-eene fout</a></td>
-<td class="tocPageNum">62</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.10" id="xd25e866"
-name="xd25e866">Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen
-principieel gewenscht</a> <span class="pagenum">[<a id="xd25e872" href="#xd25e872" name="xd25e872">XVI</a>]</span></td>
-<td class="tocPageNum">63</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.11" id="xd25e875"
-name="xd25e875">Moskeefondsen</a></td>
-<td class="tocPageNum">63</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.12" id="xd25e883"
-name="xd25e883">Mohammedaansche huwelijken;
-godsdienstonderwijs</a></td>
-<td class="tocPageNum">64</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.13" id="xd25e890"
-name="xd25e890">Hoe de rechtspraak der priesterraden te
-verbeteren</a></td>
-<td class="tocPageNum">65</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.14" id="xd25e897"
-name="xd25e897">Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera
-bepalen</a></td>
-<td class="tocPageNum">66</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.15" id="xd25e904"
-name="xd25e904">Uit staatkundig oogpunt belangrijke
-bestanddeelen</a></td>
-<td class="tocPageNum">67</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.16" id="xd25e911"
-name="xd25e911">De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen
-kerkvorst</a></td>
-<td class="tocPageNum">68</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.17" id="xd25e918"
-name="xd25e918">Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene
-Europeesche mogendheid met Mohammedaansche onderdanen</a></td>
-<td class="tocPageNum">69</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.18" id="xd25e925"
-name="xd25e925">Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen
-met afwijzing van elke vreemde inmenging</a></td>
-<td class="tocPageNum">70</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.19" id="xd25e932"
-name="xd25e932">Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims
-waren</a></td>
-<td class="tocPageNum">71</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.20" id="xd25e939"
-name="xd25e939">Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van
-eschatologische verwachtingen</a></td>
-<td class="tocPageNum">72</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.21" id="xd25e946"
-name="xd25e946">Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de
-godsdienstvrijheid zweemt</a></td>
-<td class="tocPageNum">72</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.22" id="xd25e953"
-name="xd25e953">Ongunstige beoordeeling der Nederlandsche
-Islâmpolitiek in de panislamitische pers</a></td>
-<td class="tocPageNum">73</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.23" id="xd25e961"
-name="xd25e961">Klachten der in Oost-Indi&euml; gevestigde
-Arabieren</a></td>
-<td class="tocPageNum">74</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.24" id="xd25e968"
-name="xd25e968">Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de
-Islâmpolitiek der Regeering</a></td>
-<td class="tocPageNum">75</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.25" id="xd25e975"
-name="xd25e975">Slotsom</a></td>
-<td class="tocPageNum">76</td>
-</tr>
-</table>
-<p><a href="#ch4" id="xd25e982" name="xd25e982">HOOFDSTUK IV.</a></p>
-<p>Nederland en zijne Mohammedanen.</p>
-<table class="tocList">
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.1" id="xd25e989"
-name="xd25e989">De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve
-resultaten</a></td>
-<td class="tocPageNum">78</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.2" id="xd25e996"
-name="xd25e996">Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van
-het Islâmstelsel te emancipeeren</a></td>
-<td class="tocPageNum">79</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.3" id="xd25e1003"
-name="xd25e1003">Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in
-Oost-Indi&euml;, vooral op Java</a></td>
-<td class="tocPageNum">80</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.4" id="xd25e1010"
-name="xd25e1010">Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen
-stroom</a></td>
-<td class="tocPageNum">80</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.5" id="xd25e1017"
-name="xd25e1017">Voorbeelden van betreurenswaardige
-onbeslistheid</a></td>
-<td class="tocPageNum">81</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.6" id="xd25e1024"
-name="xd25e1024">In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de
-oplossing der Islâmquastie</a></td>
-<td class="tocPageNum">83</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.7" id="xd25e1031"
-name="xd25e1031">De openbare meening in Nederland behoort in die
-richting krachtig te spreken</a></td>
-<td class="tocPageNum">83</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.8" id="xd25e1038"
-name="xd25e1038">De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de
-zendingsvrienden</a></td>
-<td class="tocPageNum">84</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.9" id="xd25e1045"
-name="xd25e1045">De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en
-nationale, geen religieuze associatie</a></td>
-<td class="tocPageNum">85</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.10" id="xd25e1052"
-name="xd25e1052">Hoe ver kan de associatie gaan?</a></td>
-<td class="tocPageNum">85</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.11" id="xd25e1059"
-name="xd25e1059">Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met
-gedwongen deelneming aan het godsdienstonderwijs</a> <span class="pagenum">[<a id="xd25e1065" href="#xd25e1065" name="xd25e1065">XVII</a>]</span></td>
-<td class="tocPageNum">87</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.12" id="xd25e1069"
-name="xd25e1069">Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de
-hoogere klassen der Inlandsche maatschappij in het oog vatten</a></td>
-<td class="tocPageNum">89</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.13" id="xd25e1076"
-name="xd25e1076">De onlangs opgerichte desascholen</a></td>
-<td class="tocPageNum">90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.14" id="xd25e1083"
-name="xd25e1083">Studie van begaafde Inlanders in Nederland</a></td>
-<td class="tocPageNum">91</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.15" id="xd25e1090"
-name="xd25e1090">Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis
-blijven</a></td>
-<td class="tocPageNum">91</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.16" id="xd25e1097"
-name="xd25e1097">Opvoeding buiten de school</a></td>
-<td class="tocPageNum">92</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.17" id="xd25e1104"
-name="xd25e1104">De zending zou hiertoe kunnen medewerken</a></td>
-<td class="tocPageNum">92</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.18" id="xd25e1111"
-name="xd25e1111">De Inlandsche vrouw en hare opvoeding</a></td>
-<td class="tocPageNum">93</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.19" id="xd25e1118"
-name="xd25e1118">Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk
-aandeel in den staatsdienst verzekerd worden</a></td>
-<td class="tocPageNum">94</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.20" id="xd25e1125"
-name="xd25e1125">Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie</a></td>
-<td class="tocPageNum">95</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.21" id="xd25e1132"
-name="xd25e1132">Stuiting der beweging niet mogelijk</a></td>
-<td class="tocPageNum">96</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.22" id="xd25e1139"
-name="xd25e1139">Samenvatting onzer beschouwingen</a></td>
-<td class="tocPageNum">96</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.23" id="xd25e1147"
-name="xd25e1147">De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze
-cultuur ontneemt aan het panislamisme alle kracht</a></td>
-<td class="tocPageNum">99</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.24" id="xd25e1154"
-name="xd25e1154">Andere heilzame gevolgen der associatie</a></td>
-<td class="tocPageNum">100</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.25" id="xd25e1161"
-name="xd25e1161">Weerlegging der bezwaren tegen nationale
-associatie</a></td>
-<td class="tocPageNum">100</td>
-</tr>
-</table>
-<p><a href="#ch5" id="xd25e1169" name="xd25e1169">HOOFDSTUK V.</a></p>
-<p>Duitschland en de heilige oorlog.</p>
-<table class="tocList">
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.1" id="xd25e1176"
-name="xd25e1176">De godsdienstvrijheid volgens Turksche
-intellectueelen</a></td>
-<td class="tocPageNum">102</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.2" id="xd25e1183"
-name="xd25e1183">Contrast dier meening met de wet van den
-Islâm</a></td>
-<td class="tocPageNum">103</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.3" id="xd25e1190"
-name="xd25e1190">De grondslagen van het program van den heiligen
-oorlog</a></td>
-<td class="tocPageNum">104</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.4" id="xd25e1197"
-name="xd25e1197">Middeleeuwsch karakter van dat program</a></td>
-<td class="tocPageNum">105</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.5" id="xd25e1204"
-name="xd25e1204">Wijziging der beschouwing onder vreemden
-invloed</a></td>
-<td class="tocPageNum">106</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.6" id="xd25e1211"
-name="xd25e1211">Chalifaat en Djihâd</a></td>
-<td class="tocPageNum">108</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.7" id="xd25e1218"
-name="xd25e1218">Het chalifaat der Turksche soeltans</a></td>
-<td class="tocPageNum">109</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.8" id="xd25e1225"
-name="xd25e1225">Beteekenis van den chaliefentitel voor de
-Osmanen</a></td>
-<td class="tocPageNum">110</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.9" id="xd25e1232"
-name="xd25e1232">Panislamitisch streven van Abdoelhamied</a></td>
-<td class="tocPageNum">111</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.10" id="xd25e1239"
-name="xd25e1239">Geene organisatie van het panislamisme</a></td>
-<td class="tocPageNum">112</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.11" id="xd25e1246"
-name="xd25e1246">De chalief geen kerkvorst</a></td>
-<td class="tocPageNum">113</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.12" id="xd25e1254"
-name="xd25e1254">De Turksche omwenteling en het panislamisme</a></td>
-<td class="tocPageNum">113</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.13" id="xd25e1261"
-name="xd25e1261">Djihâd en heilige oorlog</a></td>
-<td class="tocPageNum">115</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.14" id="xd25e1268"
-name="xd25e1268">Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije.
-Hugo Grothe</a></td>
-<td class="tocPageNum">116</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.15" id="xd25e1275"
-name="xd25e1275">Misverstand bij Grothe</a></td>
-<td class="tocPageNum">116</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.16" id="xd25e1282"
-name="xd25e1282">Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije</a></td>
-<td class="tocPageNum">117</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.17" id="xd25e1289"
-name="xd25e1289">Duitschland de redder van Turkije</a></td>
-<td class="tocPageNum">118</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.18" id="xd25e1296"
-name="xd25e1296">De door Grothe gewenschte Djihâd</a></td>
-<td class="tocPageNum">119</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.19" id="xd25e1303"
-name="xd25e1303">De fetwa over den heiligen oorlog</a></td>
-<td class="tocPageNum">120</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.20" id="xd25e1310"
-name="xd25e1310">Het manifest van den Soeltan</a></td>
-<td class="tocPageNum">122</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.21" id="xd25e1317"
-name="xd25e1317">De groote demonstratie</a> <span class="pagenum">[<a id="xd25e1323" href="#xd25e1323" name="xd25e1323">XVIII</a>]</span></td>
-<td class="tocPageNum">122</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.22" id="xd25e1326"
-name="xd25e1326">Becker&rsquo;s voorstelling der zaak</a></td>
-<td class="tocPageNum">123</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.23" id="xd25e1334"
-name="xd25e1334">De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije</a></td>
-<td class="tocPageNum">125</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.24" id="xd25e1341"
-name="xd25e1341">Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika.</a></td>
-<td class="tocPageNum">126</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.25" id="xd25e1348"
-name="xd25e1348">De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt
-<span class="corr" id="xd25e1350" title="Bron: meer">neer</span> op het
-protectoraat over Turkije</a></td>
-<td class="tocPageNum">127</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.26" id="xd25e1358"
-name="xd25e1358">Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm
-voorheen en thans: Marquart, Hartman, Becker</a></td>
-<td class="tocPageNum">128</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.27" id="xd25e1365"
-name="xd25e1365">Becker&rsquo;s recente wijziging van inzicht. Bezoeken
-van Keizer Wilhelm aan Turkije</a></td>
-<td class="tocPageNum">131</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.28" id="xd25e1372"
-name="xd25e1372">De rede op het graf van Saladijn</a></td>
-<td class="tocPageNum">132</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.29" id="xd25e1379"
-name="xd25e1379">Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking
-van Moslimsch fanatisme</a></td>
-<td class="tocPageNum">134</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.30" id="xd25e1386"
-name="xd25e1386">Nederlandsch-Indi&euml; en de heilige oorlog</a></td>
-<td class="tocPageNum">136</td>
-</tr>
-</table>
-<span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e295">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="label">I.</h2>
-<h2 class="main">DE VERBREIDING VAN DEN ISL&Acirc;M.</h2>
-<h2 class="sub">Inzonderheid in den Oost-Indischen Archipel.</h2>
-<div id="ch1.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e304">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De <span class="corr" id="xd25e1404" title="Bron: Islam">Islâm</span> kwam eerst na volledige ontwikkeling
-van zijn stelsel in de Archipel.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Omstreeks 1200 na Christus begon het Mohammedanisme in
-eenigszins belangrijke mate zielen te winnen op Soematra, op Java en
-vervolgens op de meer Oostelijk gelegen eilanden. De val van Madjapait
-in de eerste helft 16<sup>de</sup> eeuw bezegelde de islamiseering van
-heel Java, en het was eveneens in den loop der zestiende eeuw, dat voor
-de voornaamste andere eilanden, waarin de Islâm doordrong, het
-pleit beslist werd.</p>
-<p>Hieruit volgt, dat de Islâm zijn vollen wasdom reeds ver te
-boven was, toen hij zich voor het eerst in dit Verre Oosten vertoonde.
-Om het Mohammedanisme der Indonesi&euml;rs in zijne eigenaardigheden te
-verstaan, hebben wij ons dus slechts weinig te verdiepen in de
-wordingsgeschiedenis van den Islâm als godsdienst en als
-beschavingsvorm, maar mogen wij ons voornamelijk bepalen tot de
-beschouwing van het stelsel zooals dat ongeveer drie eeuwen na de
-Hidjrah zijnen in de hoofdzaken definitieven vorm had verkregen, en van
-het leven der Mohammedaansche volken zooals dat zich, mede maar niet
-alleen onder den invloed van het stelsel, na dien tijd vertoonde.</p>
-<p>Klaar dient ons daarbij voor oogen te staan, dat die Islâm tot
-den godsdienst van Mohammed stond als de door een leven van druk
-verkeer onder allerlei volken gerijpte wereldburger tot het stijve
-boerenjongentje, dat hij was in zijne jeugd. <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" name="pb2">2</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e311">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Karakter van Mohammeds godsdienst.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Mohammed heeft voor zijne prediking nooit aanspraak
-gemaakt op oorspronkelijkheid. Integendeel: hij beroemde zich erop, dat
-hetgeen hem, den ongeletterden profeet, door Allah geopenbaard werd,
-volkomen overeenstemde met den inhoud der oudere openbaringen. Hij
-dacht zich de menschenwereld verdeeld in groepen, die hij, zonder klare
-voorstelling van den grondslag der verdeeling, <i>oemmah&rsquo;s</i>
-noemde, volken of gemeenten zouden wij zeggen, die door woonplaats,
-taal en uiterlijke kenmerken van elkaar verschilden. Aan sommige van
-die oemmah&rsquo;s, zooals bijv. die der Joden en die der Christenen,
-had Allah uit hun eigen midden profeten gezonden om hun Zijne leer en
-wet te openbaren. Andere, zooals die der Arabieren, waartoe Mohammed
-zelf behoorde, wandelden nog in de duisternis, zonder zich zelf daarvan
-bewust te zijn, daar zij het licht niet kenden. Mohammed heeft zich ten
-slotte door Allah geroepen gevoeld, dat licht in <span class="corr" id="xd25e1426" title="Bron: Arabie">Arabi&euml;</span> te doen
-schijnen.</p>
-<p>Historisch beschouwd, doet zijne openbaring zich aan ons voor als
-samengesteld uit de gegevens, die hij gaandeweg, toen hij eenmaal over
-de waarde van het leven was gaan nadenken, uit vrij troebele, Joodsche
-en Christelijke bronnen had bijeengegaard. Hij verwerkte die op zijne
-wijze, zoodat zij pasten in het simpele geheel zijner voorstellingen,
-en eindelijk projecteerde hij het resultaat van dat proces uit zijn
-binnenste naar boven, zoodat het zich aan zijn zesde, profetische
-zintuig vertoonde als iets objectiefs, als iets, dat uit den hemel tot
-hem kwam, woorden Gods, die in gerijmd proza, in verhevener stijl dan
-die van het dagelijksch gesprek, hem de hoogste waarheid
-openbaarden.</p>
-<p>De leer der opstanding uit de dooden en het daarop volgende gericht,
-dat Allah zou houden over heel de menschheid, met paradijs en hel op
-den achtergrond, die leer vormde het middelpunt van zijn geloof. Tevens
-lag daarin de scherpste tegenstelling met de wereldbeschouwing der
-Arabieren, tot wie hij de boodschap van Allah moest brengen, want deze
-hield zich alleen met het aardsche leven bezig, kende geen eeuwig geluk
-noch eeuwige verdoemenis aan gene zijde van het graf. <span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span></p>
-<p>Een groot aardsch potentaat duldt niet, dat een deel zijner
-onderdanen zich als van hem onafhankelijk gedragen of andere heeren
-naast hem erkennen; nog veel minder gedoogt Allah, de schepper,
-wetgever en rechter der geheele <span class="corr" id="xd25e1436"
-title="Bron: menscheid">menschheid</span>, dat menschen leven zonder
-<i>islâm</i>, d. i. onderwerping, aan Hem en Hem
-all&eacute;&eacute;n uit te spreken en in daden te betoonen.</p>
-<p>Hij verlangt van hen eerbiedige huldiging in vastgestelde vormen van
-eeredienst, de <i>&ccedil;alât</i>, in naam en vorm gebootst naar
-het model, dat Mohammed van Joden en Oostersche Christenen had
-waargenomen. Voorts wil Hij, dat Zijne schepselen op bepaalde tijden
-zullen <i>vasten</i>, en dat zij <i>milddadigheid</i> zullen beoefenen
-als eene hoofddeugd, zoowel om den nood van anderen te lenigen als om
-hunne eigene losheid van het aardsche te toonen. En in hunne
-verhoudingen tot elkander behooren zij wetten en regelen te volgen, die
-Allah hun geeft en die met menig geliefkoosd gebruik van Mohammeds
-rasgenooten in onverzoenlijken strijd waren.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e318">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Beteekenis der Hidjrah.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De twaalf jaren lang onverdroten voortgezette
-prediking van openbaringen in dezen zin stuitte bij Mohammeds
-stamgenooten af op hun even onverzettelijken, sceptischen spot; een
-paar familieleden, eenige misdeelden, enkele voor hoogere indrukken
-vatbare mannen van beteekenis vormden de geheele gemeente der
-geloovigen. Toen keerde hij met zijne getrouwen toornig zijner
-vaderstad den rug toe, haar overlatend aan Gods wrekende gerechtigheid.
-Hij deed <i>hidjrah</i>, d. i.&mdash;niet <i>vlucht</i>, zooals vele
-Europeesche schrijvers het weergeven, maar&mdash;<i>afsnijding</i> van
-alle banden, die hem met de ongeloovigen onder zijne stamgenooten
-verbonden, en hij vestigde te Medina eene nieuwe gemeenschap, die niet
-aan eenheid van bloed, maar aan eenheid des geloofs hare kracht
-ontleende.</p>
-<p>Die afsnijding was naar Arabische begrippen op zichzelve reeds eene
-daad van vijandschap tegen Mohammeds stamgenooten. Toen nu zijn arbeid
-te Medina in korten tijd geleid had tot de vorming van eene talrijke
-gemeente, en deze door nieuwe, wetgevende openbaringen zoowel
-<span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>als door Mohammeds persoonlijke leiding voorloopig
-voldoende vastheid van organisatie had verkregen, ontwikkelde zich uit
-die vijandschap een oorlogstoestand, waarin welhaast heel Arabi&euml;
-werd meegesleept. Op den duur bleef het succes aan de zijde van Allahs
-Gezant; acht jaren na de Hidjrah werd Mekka door hem veroverd, en in de
-twee levensjaren, die Mohammed daarna nog restten, wist hij de
-onderwerping van het Arabische schiereiland aan zijn gezag bijna te
-voltooien.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e325">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Gewelddadige islamiseering van Arabi&euml;.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Gedurende die jaren van strijd breidde zich met
-Mohammeds macht tevens het programma uit van hetgeen hij door middel
-van geweld trachtte te bereiken. Eerst was het louter de verdediging
-van de belangen der gemeente, die weldra ook met offensief optreden
-gepaard mocht gaan; ten slotte een aanvallende krijg tegen allen, die
-met meer of minder recht tot de vijanden der gemeente, dus van het rijk
-Gods, werden gerekend. Na 630, het jaar der verovering van Mekka,
-verschilde het feitelijk niet meer van eenen strijd tot onderwerping
-van geheel Arabi&euml; aan de tucht van Allah en Zijnen Gezant. Voor de
-heidensche Arabieren kon die onderwerping alleen door volledigen
-<i>islâm</i>, erkenning van Mohammed als bode Gods, plaats
-hebben. Voor de Joden en de Christenen, op wier getuigenis van de
-waarheid Mohammed zich in den aanvang van zijn optreden beroepen had,
-kon zulk een eisch niet gelden. Daar zij Mohammed teleurgesteld hadden
-door tegen in plaats van v&oacute;&oacute;r zijne goddelijke zending te
-getuigen, maakte hij zich van hen onafhankelijk door hun vervalsching
-van hunne eigene leer en schrift te verwijten en eindigde met van hen
-te verlangen, dat zij zich aan zijn <i>gezag</i> zouden onderwerpen, al
-wilden zij zijne <i>openbaringen</i> niet aanvaarden.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch1.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e332">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De Islâm wil de geheele wereld aan zich
-onderwerpen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Of nu Mohammed tegen zijn levenseinde zoover gegaan
-is, om de hem opgedragen missie te beschouwen als gericht ook tot de
-niet-Arabische wereld, of zelfs tot de menschheid in haar geheel, is
-moeielijk met zekerheid uit te maken. Voor ons doel is dit betrekkelijk
-onverschillig, daar het vaststaat, dat zijne gemeente na zijnen
-<span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>dood spoedig en zonder veel aarzelen dien weg
-opgegaan is, en in latere jaren geen geloovige eraan getwijfeld heeft,
-dat de wonderbaarlijke verovering in &eacute;&eacute;ne eeuw van de
-landen tusschen Gibraltar en de grenzen van het Chineesche rijk
-geschied was op bevel van Allahs Gezant.</p>
-<p>Lang heeft men zich in Europa van dien zegetocht van den Islâm
-door een groot deel der wereld voorgesteld, dat hij was uitgevoerd door
-benden van woedende fanatieken, die met den Qoerân in de eene,
-het zwaard in de andere hand, slechts de keus lieten tusschen den dood
-en de aanneming van het Mohammedaansche geloof. Van verschillende
-zijden is die voorstelling van den gang der zaak bestreden; het
-krachtigst en met bijzonder veel talent door T. W. Arnold, hoogleeraar
-eerst te Aligarh in Britsch-Indi&euml;, thans te Londen, in zijn werk
-&ldquo;<i lang="en">The Preaching of Islam, a history of the
-propagation of the Muslim faith</i>&rdquo;.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e339">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken
-bewerkten de macht van den Islâm.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Met eene bij Engelsche geleerden niet alledaagsche
-belezenheid in Oostersche zoowel als Westersche bronnen betoogt die
-geleerde, dat de Islâm zijne belangrijkste triomfen als
-godsdienst te danken heeft, niet aan de zegepraal zijner wapenen, maar
-aan de groote missionaire kracht, die hem eigen is en die hem in staat
-stelt, in hoogere mate dan andere wereldgodsdiensten, zonder eenig
-geweld in korten tijd vele adepten te winnen.</p>
-<p>Terwijl nu Professor Arnold bij de bekeering der volken tot den
-Islâm aan den godsdienstigen factor toch altijd de eerste plaats
-blijft toekennen, hebben zich in den laatsten tijd geleerden doen
-hooren, die deze zoo niet wegcijferen, dan toch vrij gering aanslaan.
-Zij willen de geweldige uitstrooming van menschen uit het Arabische
-schiereiland in de zevende eeuw en de plotselinge verovering van oude
-cultuurlanden door die halfbarbaren zoo goed als geheel uit economische
-oorzaken verklaren, even natuurnoodwendig als de zwelling der rivieren
-na de smelting der Alpensneeuw. Mohammeds godsdienst zou daarbij niet
-veel meer dan een begeleidend verschijnsel geweest zijn. De
-Italiaansche prins Caetani en de hoogleeraar Becker (vroeger te
-Hamburg, thans te <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span>Bonn) zijn wel de talentvolste woordvoerders dezer
-theorie. De gesteldheid van den Arabischen bodem dwingt telkens opnieuw
-de bewoners van dat waterarme land eenen uitweg daarbuiten te zoeken.
-Chronisch kookt de Arabische ketel over, en de omliggende landen worden
-dan aan de overstrooming ten prooi, tenzij zij krachtig genoeg zijn om
-met geweld het deksel gesloten te houden. Mohammeds prediking was
-slechts eene aanleiding, en het politieke verval van de twee toenmalige
-wereldrijken, het Perzische en het Oostromeinsche, hadden de gunstige
-bedding voor den stroom bereid, die vervolgens zonder moeite ook nog
-verder zijnen weg vond.</p>
-<p>Beide beschouwingen, de missionaire en de economische, als ik ze zoo
-eens mag noemen, hebben de verdienste van de aandacht te bepalen bij
-feiten, die men vroeger dikwijls heeft voorbijgezien. Zoo is het
-onweersprekelijk waar, dat de eerste Moslimsche veroveraars met veel
-meer ijver streefden naar uitbreiding van het <i>gebied</i> van den
-Islâm dan naar vermeerdering van het aantal der
-<i>bekeerlingen</i> tot hunnen godsdienst, dat de belastingen, die de
-getolereerde schriftbezitters opbrachten, hun vaak minstens even welkom
-waren als hunne erkenning der goddelijke zending van Mohammed. Vele
-Mohammedaansche staatslieden waren geneigd om de aan de
-schriftbezitters gewaarborgde tolerantie uit te strekken, niet alleen
-tot de Perzische vuuraanbidders, maar ook tot Hindoes en anderen, die
-men met de noodige welwillendheid tot de openbaringsvolken kon rekenen.
-Men vindt in de middeleeuwen in Mohammedaansche landen groote en
-welvarende gemeenten van niet-Mohammedanen (vooral Joden en
-Christenen), die eene mate van bescherming genieten, zooals men die
-destijds in Christelijke landen aan andersdenkenden niet verleende. De
-bekeering tot den Islâm van de massa der bevolking in Perzi&euml;
-of in Christelijke landen als Egypte en Syri&euml; vond langzamerhand,
-en geruimen tijd na de verovering plaats, volgens de missionaire
-beschouwing door de innerlijke kracht der Mohammedaansche zending,
-volgens de economische alweder door motieven van economischen aard.
-<span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name="pb7">7</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e346">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was
-het voorname middel.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Men kan echter vol recht laten <span class="corr" id="xd25e1523" title="Bron: wederwaren">wedervaren</span> aan alle feiten,
-die door de voorstanders der beide theorie&euml;n naar den voorgrond
-gebracht zijn, zonder eene dier toch al te eenzijdige verklaringen te
-aanvaarden, zonder de geheel eenige beteekenis der door Mohammed
-gewekte religieuze beweging voorbij te zien, en ook zonder te
-ontkennen, dat geweld tot de ongehoord snelle uitbreiding van den
-Islâm zeer belangrijk heeft bijgedragen. Eene onbevangen
-beschouwing der historische feiten is al voldoende om dit in te
-zien.</p>
-<p>Zoo moge men de bekeering der massa van de Christenbevolkingen van
-Syri&euml;, Egypte en Noord-Afrika tot den Islâm eene vrijwillige
-noemen, zij was dan toch door de verovering hunner landen voorafgegaan
-en voorbereid. Na de annexatie bij het Moslimsch gebied genoten zij wel
-eene met middeleeuwschen maatstaf gemeten vrij groote tolerantie, maar
-de vrijheid hunner levensuitingen was dan toch zeer beperkt en in alles
-moesten zij zich de minderen van de ingedrongen overheerschers toonen.
-Al gingen sommige Mohammedaansche bestuurders zeer ver in de
-begunstiging van Joodsche of Christelijke individu&euml;n, het
-meerendeel der belijders van deze getolereerde godsdiensten had veel te
-lijden van het misbruik, dat het Mohammedaansche plebs maakte van zijne
-kunstmatige maatschappelijke meerderheid.</p>
-<p>Zeker was het voor de Moslimsche propaganda eene begunstigende
-omstandigheid, dat de Oostersche kerk in een allerjammerlijksten
-toestand van geestelijk verval verkeerde, zoodat sommige Europeesche
-geleerden in den Islâm met zijne eenvoudige leer zonder clerus of
-dogmatische haarkloverij eene welkome geestelijke verlossing hebben
-gezien voor de Monophysieten, Nestorianen of hoe verder de Christelijke
-secten van het Oosten heeten. Maar het is dan toch duidelijk, dat zij
-die verlossing nooit gezocht zouden hebben, wanneer niet directe en
-indirecte dwang hen uit de kerk naar de moskee gedreven had.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e353">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Het systeem van den Islâm getuigt hiervan.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het sterkst en ondubbelzinnigst uit zich die dwang in
-het stelsel van den Islâm zooals dat ongeveer sinds de derde eeuw
-van de Hidjrah bestaat en door de geheele Mohammedaansche wereld is
-erkend. Men vindt het uiteengezet <span class="pagenum">[<a id="pb8"
-href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>in de gezaghebbende leerboeken over
-de wet. De wijze, waarop de Islâm zich behoort uit te breiden,
-wordt daar aangegeven in de hoofdstukken over den heiligen oorlog en
-verwante onderwerpen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e360">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Gebied van den Islâm en gebied van den
-oorlog.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De aarde heeft men volgens die leer te beschouwen als
-verdeeld in <i>gebied van den Islâm</i> en <i>gebied van den
-oorlog</i>.</p>
-<p>Het gebied van den Islâm staat onder het gezag van het hoofd
-der geheele Moslimsche gemeente, den <i>imâm</i> (leider) of
-<i>chalief</i> (opvolger), namelijk van den Gezant van Allah in diens
-hoedanigheid van bestuurder der geloovigen. De bewoners van dit gebied
-zijn &ograve;f Mohammedanen &ograve;f getolereerde schriftbezitters,
-die onder allerlei beperkende en vernederende voorwaarden de
-bescherming van leven en have door den Moslimschen staat genieten.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e367">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Nederlandsch-Indi&euml; gebied van den
-Islâm.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Theoretisch rekent men tot de &ldquo;dâr
-al-Islâm&rdquo; ook zulke landen, van welke men aanneemt, dat zij
-vroeger onder Mohammedaansch gezag gestaan hebben, al worden zij thans
-door niet-Mohammedanen bestuurd. Zoo gelden dus Britsch- en
-Nederlandsch-Indi&euml;, voor zoover zij door Mohammedanen bewoond
-worden, als gebied van den Islâm. Ten onrechte hebben W. Hunter
-en andere Britsche staatslieden zich hierover verheugd, daar zij
-meenden, dat deze leer opstanden van Britsch-Indische Moslims tegen het
-Engelsche gezag tot onwettige woelingen stempelde. IJdele illusie!
-Werden die Oostersche wingewesten, evenals bijv. Engeland en Nederland
-zelf, door de Moslimsche wet bij het gebied van den oorlog ingedeeld,
-dan zou als regel, zij het niet geheel zonder uitzonderingen, gelden,
-dat vijandige handelingen van Mohammedanen tegen zulke landen slechts
-mochten ondernomen worden krachtens machtiging van het hoofd der
-Moslimsche gemeenschap. In gebied van den Islâm daarentegen zijn
-niet-Moslimsche overheerschers abnormale verschijnselen, die men
-slechts dulden mag zoolang men zich buiten staat acht ertegen te
-reageeren.</p>
-<p>Het gedeelte der aarde, dat buiten het gebied van den Islâm
-valt, is in zijn geheel gebied van den oorlog, dat wil zeggen bestemd
-om met den spoed, dien de omstandigheden <span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span>toelaten, door middel van
-geweld tot gebied van den Islâm gemaakt te worden. Voor volslagen
-heidenen kan die onderwerping slechts geschieden in den vorm van
-bekeering tot het geloof aan Allah en Zijnen Gezant; degenen, die eenen
-door den Islâm erkenden godsdienst belijden, mogen volstaan met
-erkenning van het Moslimsche staatsgezag als hunne overheid.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e374">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De heilige oorlog.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dit zijn de hoofdlijnen van het systeem; men ziet, dat
-van de legende van den Moslim met het zwaard in de eene, den
-Qoerân in de andere hand toch dit overblijft, dat de
-Mohammedaansche wet de alleenheerschappij van hetgeen zij voor de
-waarheid houdt door den sterken arm verzekerd wil zien, dat de ware
-zending in den geest der wet bestaat in de onderwerping van
-andersdenkenden door de Moslimsche legermacht. Verdienstelijk maken
-zich ongetwijfeld Mohammedaansche kooplieden of kolonisten in
-heidensche landen, waarin Moslimsche legers nog niet konden
-doordringen, door als pioniers langs vreedzamen weg aanhangers voor hun
-geloof te winnen, en even prijzenswaard wordt het geacht, wanneer
-anderen onder de gedulde Joden, Christenen, enz. bekeerlingen trachten
-te maken. Dit alles neemt niet weg, dat het middel bij uitnemendheid
-tot verbreiding des geloofs naar de letter en den geest van de heilige
-wet gezocht moet worden in maatregelen van geweld. Die wet beschouwt
-alle niet-Moslims als vijanden der groote monarchie van Allah, wier
-weerstand tegen Zijne alleenheerschappij door de Mohammedanen gebroken
-moet worden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e382">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De leer van den heiligen oorlog berust niet op
-misverstand.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het staat ons niet vrij, met Prof. Arnold in strijd
-met de uitspraken der Moslimsche wetgeleerden van alle eeuwen, te
-beweren, dat dit stelsel niet het ware is, dat het berust op onjuiste
-opvatting van eenige Qoerânverzen, dat de ware Islâm
-uitbreiding van het geloof alleen door overtuiging verlangt. Wel stemt
-eene kleine groep van moderne Mohammedanen met die aanpassing van den
-Islâm aan nieuwerwetsche begrippen in, maar zij vertegenwoordigen
-al evenmin de leer van den godsdienst, waarin zij geboren werden, als
-de modernisten die der Katholieke kerk. <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span></p>
-<p>Meer waarde zou men geneigd kunnen zijn toe te kennen aan het
-argument, dat, zoo ergens, dan zeker in den Islâm, theorie en
-practijk, stelsel en leven vaak wijd uiteenloopen. Inderdaad hebben
-menigmaal Moslimsche bestuurders tegenover niet-Mohammedanen in en
-buiten hun gebied eene veel transigentere houding aangenomen dan die
-het systeem hun voorschreef. Aan den anderen kant ging het mindere volk
-zich jegens de getolereerden vaak te buiten op eene wijze, die de
-Mohammedaansche wet streng afkeurt. Maar van veel meer beteekenis dan
-zulke afwijkingen ter rechter of ter linker zijde is het onbetwistbare
-feit, dat de leer van den heiligen oorlog en hetgeen daarbij behoort
-zich volkomen logisch ontwikkeld heeft uit beginselen, die wij van de
-verovering van Mekka door Mohammed af tot in de derde eeuw der Hidjrah
-toe zien voortwerken. Zonder sprongen of tegenstellingen, zonder sporen
-van principieele ontleening van buiten sluit zich hier het volgende
-steeds bij het voorgaande aan.</p>
-<p>Mohammed is in de laatste jaren van zijn leven op niets meer bedacht
-dan op middelen om het aantal der geloovigen uit te breiden, waarbij
-natuurlijk steeds minder op bewijzen van innigheid des geloofs kan
-worden gelet. De door hem onderworpen Arabieren vallen dan ook na
-zijnen dood voor een groot deel weder af, maar Aboe Bakr, die hem als
-hoofd der gemeente opvolgt, beschouwt, geheel in Mohammeds geest, de
-wederonderwerping dier ontrouwen als eerste en voornaamste taak der
-geloovigen, en onder zijne leiding wordt die taak op schitterende wijze
-volbracht. En daarop volgt onmiddellijk de verovering van een
-belangrijk deel der wereld door de nu definitief ge&iuml;slamiseerde
-Arabieren. Geheel evenwijdig met dezen loop der zaken beweegt zich de
-theorie der wetgeleerden, die vooral in de eerste eeuw van den
-Islâm het deelnemen aan den heiligen oorlog bijna tot een
-hoofdplicht voor alle geloovigen willen maken en geen heerlijker einde
-van een vroom leven kennen dan den dood op het slagveld als getuige des
-geloofs, als martelaar (<i>sjah&icirc;d</i>). Drongen in de eerste
-eeuwen onzer <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span>jaartelling vele Christenen naar eene gelegenheid
-om zich de kroon van het <i>passieve</i> martelaarschap te verwerven,
-vele malen grooter was het aantal der oudste Islâmbelijders, die
-als <i>actieve</i> geloofsgetuigen met ijver den dood op het slagveld
-zochten in den strijd met hen, die het gezag van Allah en Zijnen Gezant
-weerstonden.</p>
-<p>Deze overdrijving der waarde van het oorlogsbedrijf kon evenmin
-duurzaam zijn als de zegevierende tochten van den Islâm door de
-wereld; toen die veroveringen hare voorloopige grenzen bereikt hadden,
-kwam weldra in de school de kalmere beschouwing tot heerschappij,
-volgens welke de vrome ook door levenslange uitoefening van een
-vreedzaam bedrijf aanspraak op den eerenaam van geloofsgetuige kan
-verwerven. De heilige oorlog bezonk in het stelsel als eene solidaire
-verplichting der gemeente in haar geheel, waaraan slechts zoovele
-geloovigen behoefden deel te nemen als de omstandigheden volgens het
-oordeel van het staatsbestuur telkens vereischten. Maar de
-oorlogstoestand mocht dan toch niet als ge&euml;indigd worden beschouwd
-voordat het door Allah gewezen doel: onderwerping der gansche wereld
-aan den Islâm, bereikt zou zijn.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e389">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover
-eens.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Over de hoofdzaken van deze leer bestaat tusschen de
-wetgeleerden der verschillende scholen en perioden geen verschil van
-meening, en zij is meer wellicht dan eenig ander deel der wet populair
-geworden ook bij de leeken, bij de groote onwetende schare zelfs. Zij
-is het kort begrip van de actie van den Islâm naar buiten in het
-glansrijkste tijdperk, dat hij beleefd heeft, omgezet in een voor alle
-tijden geldend voorschrift. Zij vleit in hooge mate de ijdelheid der
-menigte: men behoeft slechts de dubbele geloofsbelijdenis te hebben
-uitgesproken om zeker te zijn, dat men behoort tot de gemeenschap, aan
-welke Allah de heerschappij over de wereld heeft beloofd. Zij werkt na,
-ook sedert de wereldgeschiedenis den spot is gaan drijven met hare
-hoovaardige pretentie: in de scholen der wetgeleerdheid blijft men haar
-voordragen omdat zij, gelijk de geheele wet, als van onfeilbaar gezag
-geldt voor alle tijden, en het gemeene volk blijft daaraan <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span>kracht
-ontleenen voor zijne ijdele verwachtingen, gepaard met haat jegens
-&ldquo;ongeloovigen&rdquo;.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e396">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De andere opvatting is ver in de minderheid.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De Jong-Turken en andere modern gevormde Mohammedanen
-hebben wel eens gewenscht, dat zij die geheele leer van den
-djihâd konden opbergen in het museum hunner staatkundige
-antiquiteiten, en vele niet modern ontwikkelde wereldwijzen deelen om
-zuiver practische redenen dien wensch. Toch kan niemand hunner de
-verhouding van den Islâm tot andere godsdiensten principieel op
-nieuwe grondslagen trachten te vestigen zonder het vertrouwen van de
-meerderheid te verbeuren en met veler instemming beschuldigd te worden
-van ongeloof.</p>
-<p>Toen in 1908 de aanvoerders der Jong-Turksche revolutie in hun
-eerste &eacute;lan de woorden: &ldquo;vrijheid, gelijkheid en
-broederschap&rdquo; in hunne vanen schreven, werd hun weldra met
-instemming van de massa der bevolking door de schriftgeleerden beduid,
-dat die gelijkheid alleen mocht bestaan in gelijke aanspraken op
-bescherming van rechten, welke rechten zelve echter voor de belijders
-der verschillende godsdiensten niet gelijk waren; en de broederschap,
-die heeft men later, als al te aanstootelijk, maar geschrapt.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch1.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e403">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in
-den Islâm.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De billijkheid gebiedt, dat wij ons hierbij
-herinneren, hoe ook in de Christenwereld, met name in de middeleeuwen,
-staatsmacht en godsdienst bedenkelijke bondgenootschappen gesloten
-hebben. Christenvorsten en -volken hebben met geweld heidenen bekeerd,
-ongeloovigen en ketters ter eere Gods gefolterd en gedood, Joden op
-onmenschelijke wijze behandeld. Maar nooit heeft men uit de
-Christelijke heilige schriften voor alle tijden geldende voorschriften
-afgeleid, die zulke practijken sanctioneerden. Het is het ongeluk van
-den Islâm geweest, dat hij gemeend heeft eens voor altijd met
-onfeilbaar gezag regelen te moeten geven, die alle handelingen der
-geloovigen tot in de geringste bijzonderheden bepaalden, en dat hij
-deze onmogelijke taak kwam te vervullen juist in een tijdperk, waarin
-onverdraagzaamheid zoowel in het Westen als in het Oosten heerschappij
-<span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>voerde. De leer, dat men voor hetgeen men als de
-waarheid beschouwt met geweld aanhangers moet winnen, bleef dus als
-eene erfelijke ziekte aan het eene geslacht na het andere der belijders
-van den Islâm eigen.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch1.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e410">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Zachtere methoden van bekeering worden ook
-toegepast.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De geheele opvatting van godsdienstige zending wordt
-in den Islâm door deze leer beheerscht. Zeker, men vindt onder
-Mohammedanen zeer uiteenloopende geestelijke typen, en daaronder ook
-zulke, die zich uit deernis met de toekomstige eeuwige ellende der
-heidenen geroepen voelen, hun de waarheid te prediken; maar het type
-van den Moslimschen propagandist vertoonen dezulken niet. De echte
-ijveraar voor de uitbreiding van het Mohammedaansche geloof beschouwt
-het veeleer als zijne taak, als een trouw soldaat van zijnen God, diens
-rijk op aarde te helpen vergrooten door verdelging van Zijne vijanden
-en vermeerdering van het aantal Zijner trouwe onderdanen. Dit laatste
-kan, behalve door geweld, ook door overreding gebeuren. De wet wijst
-ook daarin den weg. Zij wil in aansluiting weder aan hetgeen Mohammed
-deed in zijne laatste levensjaren, dat men ongeloovigen door wereldsch
-voordeel verlokke tot Islâm, tot onderwerping aan Allah en Zijnen
-Gezant; zelfs is een deel van zekere staatsinkomsten (van de
-<i>zakât</i> genoemde godsdienstige belasting) uitdrukkelijk voor
-dit doel aangewezen. Met een niet ongerechtvaardigd beroep op Mohammeds
-handelwijze ten aanzien van de voorname Qoeraisjieten na hunne
-gedwongen bekeering tengevolge der verovering van Mekka, leert de wet,
-dat men vooral bekeerlingen van hoogen rang en stand door wereldsch
-voordeel blijvend aan den Islâm moet trachten te binden, ook om
-door dit voorbeeld aantrekkend te werken op hunsgelijken en op degenen,
-over wie zij gezag hadden. De geloovige, die door persoonlijke
-bemoeienis menschen voor den Islâm weet te winnen met behulp van
-prikkeling en bevrediging hunner begeerlijkheid naar rijkdom of eer,
-maakt zich daardoor uitermate verdienstelijk, en niemand denkt eraan,
-hem vermenging van materieele en geestelijke dingen te verwijten.
-<span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span></p>
-<p>Soortgelijke middelen van propaganda zijn in vroeger en later tijd
-in de Christelijke wereld niet zelden aangewend. Het verschil is echter
-weer, dat die methode in den Islâm in de periode van haren bloei
-met onfeilbaar geacht gezag voor altijd tot wet is verheven.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch1.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e417">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het spreekt wel van zelf, dat in den gedachtengang,
-die deze wijze van uitbreiding van den Islâm beheerscht, het
-stellen van belangrijke eischen van voorbereiding aan degenen, die tot
-de gemeente willen toetreden, uitgesloten is. Men zou daardoor de
-bovenal gewenschte vermeerdering van het aantal der Moslims in gevaar
-brengen.</p>
-<p>In de eerste tijden is er wel eenige aarzeling geweest in de
-beantwoording der vraag, met welk minimum van naleving der wet men nog
-als Mohammedaan kon gelden. De wet stelt in hare positieve en negatieve
-geboden lang niet lichte eischen aan het individu, maar men was het er
-al vroeg over eens, dat de geloovige trots vele zonden van nalatigheid
-en overtreding mocht hopen op Allahs genade, en dat in ieder geval de
-straf, die hij in de hel zou hebben te boeten, eens een einde zou
-nemen, waarna hij het paradijs zou be&euml;rven. Het kwam er dus maar
-op aan, te weten, door welke daden men afvallig werd. Ten slotte heeft
-deze opvatting gezegevierd, dat alwie de belijdenis, dat er geen god is
-dan Allah en dat Mohammed Allahs gezant is, heeft uitgesproken met
-volle bewustheid van hetgeen hij deed, als Moslim beschouwd moet
-worden, en dat hij dit blijft, zoolang hij die belijdenis niet heeft
-herroepen noch een van de geboden van Allahs wet voor ongeldig heeft
-verklaard, ook al volbrengt hij geen van alle. De bedenking, dat men
-aldus gevaar loopt, schijngeloovigen te kweeken, wordt weerlegd met de
-herinnering, dat alleen aan Allah het oordeel toekomt over de echtheid
-van iemands geloof, terwijl de menschen elkander slechts naar
-uiterlijke kenmerken kunnen beoordeelen. Het uiterlijke kenmerk nu van
-hen, die tot de gemeente van Mohammed behooren, is het uitspreken der
-geloofsbelijdenis, niet gevolgd door woorden of daden, die deze
-uitspraak van kracht berooven. <span class="pagenum">[<a id="pb15"
-href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span></p>
-<p>Heeft men dit geheele stelsel der Moslimsche propaganda wel
-begrepen, dan heeft men tevens den sleutel tot het geheim der vaak
-bewonderde missionaire kracht, die in den Islâm woont, en die hem
-tot een zoo gevreesd mededinger maakt voor de Christelijke zending,
-vooral waar beiden onder volken van lage beschaving werken. Den
-menschelijksten aller openbaringsgodsdiensten heeft een Duitsch
-ori&euml;ntalist den Islâm genoemd. Inderdaad tracht hij als
-zendingsgodsdienst een menschelijk doel met geheel menschelijke
-middelen te bereiken.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e424">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Geen priesterschap noch geordende heidenmissie.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ieder Moslim, hoe onwetend hij overigens zij, kan te
-allen tijde iederen ongeloovige, die Mohammedaan wil worden, den weg
-wijzen om onverwijld en zonder ceremoni&euml;n in den Islâm te
-worden opgenomen. Sacramenten kent de Islâm niet, derhalve
-evenmin priesters of andere gewijde of geordende personen, die deze
-hebben uit te deelen. Zendelingen van beroep zijn er ook niet. De
-uitspraak, dat ieder Mohammedaan op zijnen tijd een zendeling is, moge
-overdreven zijn, als men daaronder wil verstaan, dat allen vervuld zijn
-van fanatieken ijver tot verbreiding van hun geloof, zij is waar in
-dezen zin, dat niemand door de gemeente of eenig ander lichaam voor de
-missie wordt afgevaardigd, maar dat de meesten als de gelegenheid zich
-biedt, gaarne medewerken om leden te winnen voor de gemeenschap,
-waartoe zij behooren.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e431">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Leekenpropaganda.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Voor kolonisten of kooplieden, die zich duurzaam of
-tijdelijk vestigen in een land met heidensche bevolking, is dit zelfs
-geboden door eigenbelang. Zij willen daar een eigen milieu hebben, in
-de eerste plaats een eigen gezin, maar dan verder een eigen wijderen
-kring, hoe wijder hoe liever. Dit alles gaat niet zonder het maken van
-bekeerlingen. Met eene heidensche vrouw mag de Mohammedaan niet
-trouwen, in een anderen godsdienst dan de Islâm zijne kinderen
-niet laten opvoeden. De vreemdeling maakt dus der vrouw zijner keuze
-den overgang tot zijne gemeenschap zoo gemakkelijk mogelijk en tracht
-ook de hem verzwagerden te winnen. Zoo gaat het verder, en er ontstaat
-weldra een groep van geloovigen <span class="pagenum">[<a id="pb16"
-href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span>van eenigszins gemengd bloed,
-die zich door wereldkennis, ontwikkeling van den geest en onderling
-verband voordeelig onderscheidt van de overige bevolking. De niet
-bekeerde bevolking ziet tegen de bekeerden op; door den Islâm aan
-te nemen voelen die heidenen zich, ook maatschappelijk, omhoog
-gaan.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e438">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Moslimsche propaganda vergeleken met
-Christelijke.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hier hebben wij weder eene omstandigheid, die
-gedeeltelijk verklaart, waarom de Mohammedaansche propaganda sneller
-pleegt te slagen dan de Christelijke. In den Islâm volgt de
-grootst mogelijke assimilatie onmiddellijk op de bekeering; de
-Christelijke zendeling, hoe vol toewijding ook, blijft met zijne
-rasgenooten voor de primitieve bevolking, waaronder hij werkt,
-vreemdeling. Met recht vestigt professor Arnold hierop bijzonder de
-aandacht, en dit doen de meesten, die den voortgang van den Islâm
-bijv. in Midden-Afrika waargenomen hebben. Een Engelsch zendeling
-aldaar, die dezen ban wilde breken en met eene negerin trouwde,
-verwekte zulk eene ergernis met deze toepassing der eenheid in het
-geloof, dat hij zich genoodzaakt zag, de kolonie te verlaten.</p>
-<p>Maar, wij zagen het al, er komt nog zooveel verlokkelijks bij. De
-nieuwbekeerde, wiens overgang hem geen moeite kost, heeft aanspraak op
-de gunsten zijner nieuwe broeders, en deze aanspraken worden in de
-practijk gaarne erkend. Hoe weinig hij ook aanvankelijk van den inhoud
-van het door hem aangenomen geloof moge leeren, hoe weinig van de
-voorschriften der wet hij moge naleven, hij mag zich dadelijk koesteren
-in het bewustzijn, te behooren tot degenen, die bestemd zijn om over
-alle anderen te heerschen en die het recht hebben ten nadeele van
-niet-Mohammedanen die heerschappij te helpen bespoedigen. Bij zulk een
-sprong naar boven geldt het slechts als een gering bezwaar, dat de
-gewoonte&mdash;niet de wet&mdash;in de meeste gevallen verlangt, dat de
-bekeerling zich spoedig onderwerpe aan de besnijdenis.</p>
-<p>De populariteit van de leer van den heiligen oorlog doet zich nu bij
-zulke primitieve volken, wanneer zij gedeeltelijk door vreemde
-kolonisten of kooplui ge&iuml;slamiseerd zijn, vaak in dien zin gelden,
-dat zij hunne nog <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17"
-name="pb17">17</a>]</span>niet bekeerde rasgenooten om hun ongeloof
-gaan bestrijden. De neigingen van min beschaafde menschen worden
-daarbij op voor hen aangename wijze geprikkeld en vinden eene welkome
-speelruimte. Met anderen geweld aan te doen, te plunderen of tot slaven
-te maken weten zij nu een Gode welgevallig werk te verrichten, mits die
-anderen heidenen zijn. De menschelijke ijdelheid en hebzucht worden
-gestreeld en gesteld in dienst van de propaganda. Het bezwaar, dat men
-op die manier heiligen oorlog van offensieven aard voert zonder de
-machtiging van den chalief, die hiervoor in den regel vereischt is,
-wordt ondervangen door de leer, dat in streken, die wegens verren
-afstand of om andere redenen buiten het bereik van het centrale gezag
-liggen, invloedrijke hoofden mogen doen hetgeen des chaliefs is.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch1.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e445">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims
-is weinig gedaan.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Al heeft dus de Islâm, in de plaats van het
-evangelische &ldquo;<i>onderwijst al de volken</i>&rdquo;, het bevel
-&ldquo;<i>onderwerpt al de volken</i>&rdquo; als een hoofdgebod voorop
-gesteld, hij is daarmee geenszins tevreden, maar wil, dat op de
-onderwerping onderwijzing volge. Het bovenal streven naar uitbreiding
-van gebied en vermeerdering van het aantal dergenen, die de
-geloofsbelijdenis hebben uitgesproken, heeft echter vanzelf tot eene
-minder krachtige werking in de diepte geleid. Nog tal van andere
-omstandigheden komen daarbij, die maken dat de geestelijke opvoeding
-der voor den Islâm gewonnenen in den regel veel te wenschen
-overlaat.</p>
-<p>Reeds vroeg zijn de schriftgeleerden zich gaan verdiepen in
-dogmatische en juridische spitsvondigheden, en in de drukte van hun
-onderlingen strijd vonden zij niet veel tijd om zich met de geestelijke
-belangen der ongeletterden bezig te houden. Voor hen scheen het nu
-eenmaal in de natuur der dingen te liggen, dat eene kleine uitgelezen
-schare van kenners der wet met zelfgenoegzame minachting neerzag op de
-menigte der onwetenden. Van eenig gevoel van medeverantwoordelijkheid
-voor dien toestand vindt men bij hen zelden eenig spoor. <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span></p>
-<p>De minderheid der bevolking, die eenig onderwijs genoot, ontving dit
-in den meest onpractischen vorm. In de eerste eeuwen van den
-Islâm kon men nog de illusie koesteren, dat in alle
-Mohammedaansche landen de oude landtalen het veld zouden ruimen voor
-het Arabisch. Op deze later onhoudbaar gebleken onderstelling is bijna
-geheel het elementaire godsdienstonderwijs gebaseerd. Wie iets leeren
-wil, wordt ondersteld, Arabisch, en wel liefst klassiek Arabisch te
-verstaan. Eerst later werden schoorvoetend kleine concessies aan de
-moedertalen der geloovigen gedaan. Toch bleef eene kennis der wet, die
-iets beduidde, zonder bedrevenheid in het Arabisch zoo goed als
-onmogelijk. De leeken moesten het doen met een werktuigelijk leeren
-opdreunen van den Qoerân in het oorspronkelijk en met eenige even
-werktuigelijke oefening in het ritueel. Het plebs bleef meerendeels
-zelfs hiervan verstoken.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e454">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de
-cultuur beheerschen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Geen wonder dus, dat in nagenoeg alle Mohammedaansche
-landen de geestelijke gedachtensfeer, waarin de eigenlijke bevolking
-leeft, meer oorspronkelijk heidensche dan Mohammedaansche elementen in
-zich bevat. Men neme kennis van de beschrijvingen van de populaire
-zeden en gebruiken en van het volksbijgeloof, dat in het leven de
-hoofdrol speelt, in Noordwest-Afrika, in Egypte, in Syri&euml;, ja in
-het stamland van den Islâm, in Arabi&euml; zelf, overal ziet men
-de eenheid van Allah verscholen achter een onnoemelijk aantal levende
-en doode heilige personen en voorwerpen, die de hoogste vereering
-genieten, overal de middelen, die de wet aangeeft om Allahs gunst te
-verwerven, verdrongen door magische practijken, die van
-v&oacute;&oacute;r den Islâm dateeren. Het Moslimsche bepaalt
-zich bij de menigte voor de vromeren tot eenige ritueele
-uiterlijkheden, voor de meerderheid tot eenige leuzen en phrasen, soms
-bovendien het daarstraks door mij beschreven gevoel van deel uit te
-maken van de tot heerschappij geroepen gemeenschap.</p>
-<p>Is dit alles zoo in het stamland van den Islâm en in de
-landen, die hij het eerst aan zich onderwierp, het spreekt van zelf,
-dat de officieele leer en het volksleven <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span>nog veel verder van
-elkander verwijderd moeten zijn daar, waar de Islâm eerst later
-binnendrong, en zeer geleidelijk <span class="corr" id="xd25e1693"
-title="Bron: veldwon">veld won</span> door de assimileerende kracht van
-vreemdelingen, die om zich heen propaganda maakten, ten slotte gevolgd
-door vreedzame of gewelddadige uitbreiding van het geloof door het
-bekeerde deel der inheemsche bevolking zelve.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch1.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e462">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">In Oost-Indi&euml; drong de Islâm vreedzaam
-binnen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was op de laatst bedoelde wijze, dat het
-Mohammedanisme zijne belijders in den Indischen Archipel verkreeg.
-Mohammedaansche kooplieden uit Voor-Indi&euml;, het eeuwenoude spoor
-hunner Hindoesche landgenooten volgend, vestigden zich tijdelijk of
-voor goed in eenige kustplaatsen dezer eilanden. Deze kleine
-koloni&euml;n oefenden de gewone aantrekkingskracht, zelfs op Java,
-ofschoon hier het Hindoeisme al eeuwen lang de cultuur beheerschte. Men
-vergete hierbij niet, dat het Hindoeisme hier niet zoo diepe wortels
-kon schieten als in zijn vaderland, waarbuiten het zich in den regel
-niet verbreidt, en dat de Hindoecultuur hare geestelijke verfijning
-niet mededeelt aan de tot lagere kasten gerekende massa, zoodat voor
-eene groote meerderheid juist onder het Hindoeistisch r&eacute;gime
-veel aanleiding kan bestaan om in den Islâm verlossing te zoeken
-uit zijn staat van vernedering.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e469">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De verbreiders kan men niet met Christelijke
-zendelingen vergelijken.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De propaganda was voor die vreemdelingen stellig vaker
-middel dan doel. Men kan er zeker van zijn, dat de meesten hunner meer
-van avonturiers dan van missionarissen weg hadden, al heeft de
-volkslegende hunne nagedachtenis met stralenkransen van heiligheid
-omgeven. Ook in Mohammedaansche landen waren het destijds niet in de
-eerste plaats de deugdzamen, die in het Verre Oosten hunne fortuin
-gingen zoeken. Nog in onze dagen gaat de Moslimsche propaganda onder de
-heidenen van Oost-Indi&euml; steeds in de eerste plaats van zulke
-gelukzoekers uit. Daarom is het zoo dwaas, wanneer onhandige
-zendingsvrienden deze soort van missie gaan vergelijken met die van
-geordende zendelingen des Christendoms, en dan der Regeering verwijten,
-dat Zij Mohammedaansche zendelingen niet aan een soortgelijk
-<span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name="pb20">20</a>]</span>toezicht onderwerpt als Christelijke. Ik laat de
-vraag geheel ter zijde, of het noodig is, de werkzaamheid der
-Christelijke zendelingen te binden aan de voorwaarde eener bijzondere
-toelating zooals het vigeerende Regeeringsreglement die voorschrijft.
-Maar ten opzichte van Mohammedanen zou iets dergelijks volstrekt
-onmogelijk zijn, daar ieder Mohammedaansch handelaar, die met heidenen
-zaken doet, indien hem zulks gelegen komt, aanhangers voor zijnen
-godsdienst wint. De Europeesche koopman, gesteld dat hij er neiging toe
-had, zou dit niet <i>kunnen</i> doen, daar hem &egrave;n de bekwaamheid
-tot het geven van het voorbereidend onderricht, &egrave;n, wat meer is,
-de bevoegdheid tot het toedienen van het onmisbare sacrament van den
-doop ontbreekt. Het eene zoowel als het andere is voor eene bekeering
-tot den Islâm overbodig: tot dezen godsdienst bekeert de heiden
-na bekomen inlichting zonder iemands bijstand zichzelf. Aan
-Mohammedaansche kooplieden, die heidensche streken bezoeken, te
-verbieden, die inlichting te verstrekken, dat zou strijden met elk
-beginsel van godsdienstvrijheid en het verbod zou bovendien practisch
-niet te handhaven zijn.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e476">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De Regeering bevordert de propaganda als Zij
-Mohammedaansche ambtenaren in heidensche streken invoert.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wel verdient het voor de Regeering aanbeveling, bij
-het onder geregeld bestuur brengen van heidensch gebied zooveel
-doenlijk te waken tegen onwillekeurige bevordering der uitbreiding van
-den Islâm, die licht het gevolg is van den invoer van
-Inlandsch-Mohammedaansche staatsdienaren. Ook het Duitsche koloniale
-bestuur in Oost-Afrika heeft met deze moeielijkheid te kampen, en bij
-ons is de verleiding bijzonder groot, daar de Inlandsche ambtenaren van
-Java in den regel de best ontwikkelde, met onze bestuursbeginselen
-meest vertrouwde zijn, terwijl overdreven godsdienstijver onder hen
-zelden voorkomt. Toch strekt hunne plaatsing in heidensche landen op
-den duur, evenzeer als de immigratie van Mohammedaansche avonturiers,
-tot verbreiding van den door hen beleden godsdienst, en kan zij aldus
-ten gevolge hebben, dat de bevolking, onder welke zij werken, gewonnen
-wordt voor een stelsel, waaraan de Javanen zelve bezig zijn te
-ontgroeien. Moslimsche kooplieden <span class="pagenum">[<a id="pb21"
-href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>uit eenig deel van den Archipel
-te weren, omdat zij de propaganda in de hand werken, dat zou zonder
-onverdedigbare willekeur niet gaan; daarentegen is het met eenig beleid
-wel te voorkomen, dat men zelfs indirect de islamiseering van
-niet-Mohammedanen zou gaan bevorderen.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch1.26" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e483">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in
-Oost-Indi&euml; <span class="corr" id="xd25e1725" title="Bron: geweldadig">gewelddadig</span> uit.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het door vreemde avonturiers begonnen werk der
-islamiseering van de Oost-Indische eilanden werd door de bekeerde
-Inlanders zelve voortgezet. In het midden der veertiende eeuw prijst de
-Arabische reiziger Ibn Ba&#7789;&#7789;oe&#7789;ah den Moslimschen
-vorst van Soematra-Pas&egrave; om de heilige oorlogen, die hij voerde
-tegen de heidenen in het binnenland van het eiland. De Mohammedaansche
-koloni&euml;n aan de Noordkust van Java ontwikkelden zich tot rijkjes,
-die ten slotte deels door aantrekking, deels door strijd Madjapait en
-Padjadjaran overweldigden. Van Java uit verbreidde zich de Islâm
-over Zuid-Soematra, deelen van Borneo en van Celebes en meer Oostelijk
-gelegen eilanden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.27" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e490">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De eerste invoerders waren Indi&euml;rs; Arabische
-invloed begon pas later te werken.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Onder de uit Indi&euml; afkomstige eerste invoerders
-van den Islâm in den Archipel waren er met Arabische stamboomen
-van twijfelachtige echtheid, en ook wel enkele van onverdacht Arabische
-afkomst. Dit neemt niet weg, dat hun Islâm een ontwijfelbaar
-Indisch karakter vertoonde, en zich dus met name op Java uitnemend
-aansloot bij de <span class="corr" id="xd25e1735" title="Bron: Hindoe&iuml;stische">Hindoeistische</span> elementen, die zich
-daar lang te voren met het oorspronkelijke animisme vermengd hadden.
-Eigenlijk Arabische invloed deed zich eerst later gelden. Het waren
-Arabische gelukzoekers van voorname geboorte in H&#803;adhramaut, die
-de kustrijkjes van Siak op Soematra en van Pontianak op Borneo
-stichtten. Emigranten uit dat Zuid-Arabische gebied vestigden zich
-sinds anderhalve eeuw in Palembang en verschillende handelshavens van
-Java en Madoera. De geletterden onder hen deden hun best om zoowel de
-specifiek Voor-Indische elementen van den hier ingevoerden Islâm
-als de voor hen meest aanstootelijke bestanddeelen van Hindoeistischen
-en animistischen oorsprong uit geloof en <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>zeden der inheemsche
-Mohammedanen te verwijderen. Eene veel krachtiger werking in dergelijke
-richting ging echter van Mekka uit, niet zoozeer omdat zich ook enkele
-Mekkanen in Oost-Indi&euml; vestigden, als wel omdat in verband met de
-bedevaarten naar het heilige land sinds ongeveer twee en eene halve
-eeuw vele Inlanders te Mekka hunne studi&euml;n maakten of voltooiden.
-De vreedzame verdringing van de aan de Indische Mohammedanen ontleende
-methoden en denkwijzen door Arabische, die door de werkzaamheid der uit
-Mekka volleerd teruggekeerden begon, is nog niet afgeloopen, maar wint
-geleidelijk veld.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch1.28" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e497">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Samenvatting.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij hebben nu, denk ik, in hoofdtrekken het beeld voor
-ons van de wijze, waarop de Islâm getracht heeft, zijn ideaal van
-heerschappij over heel de menschheid te verwezenlijken en van de soort
-van zending, die een groot deel van den Indischen Archipel voor dezen
-godsdienst won. Van het jaar 630 af zocht hij de bereiking van zijn
-doel bovenal in onderwerping van de grootst mogelijke menschengroepen
-in den kortst mogelijken tijd; eene methode, die ook buiten den
-Islâm in de middeleeuwen vele aanhangers had. In het
-<i>stelsel</i>, dat omstreeks 900 zijne definitieve afronding verkreeg,
-bleef deze toepassing van materieele machtsmiddelen de eerste plaats
-innemen, ook nadat de veranderde tijdsomstandigheden die in de
-<i>practijk</i> zoo goed als onmogelijk gemaakt hadden. Feitelijk moest
-men zich in nieuwere tijden steeds meer beperken tot eene andere soort
-van propaganda, die van oudsher naast de gewelddadige aanbevolen en ook
-beoefend was: vreedzame overreding, die gewoonlijk den vorm aannam van
-assimilatie, vooral van primitieve volken, door kooplieden en
-avonturiers, die in hun eigen belang met die volken verkeerden. De leer
-van den heiligen oorlog, door de schriftgeleerden onveranderd
-overgeleverd en bij het mindere volk altijd geliefd, bleef daarbij
-gereed om zich onder gunstige omstandigheden te doen gelden. Zoo niet
-zelden bij pas bekeerde <span class="corr" id="xd25e1753" title="Bron: volkstammen">volksstammen</span>, die hunne heidensche
-rasgenooten met geweld tot den Islâm brachten. <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name="pb23">23</a>]</span></p>
-<p>Altijd was het hoofdoogmerk snelle vermeerdering van het aantal
-Moslims, terwijl de opvoeding der bekeerden naar de beginselen en
-voorschriften van den Islâm aan de toekomst overgelaten bleef en
-met weinig ijver en ondoelmatige middelen beproefd werd. Onder de
-aangewende middelen van overreding speelden in systeem en practijk die
-van stoffelijken aard steeds de hoofdrol. Van missie met zuiver
-geestelijke middelen doen zich in ouderen tijd sporadisch gevallen
-voor; het meerdere, dat in onze dagen daarvan voor den dag komt, dankt
-zijn ontstaan meestal aan reactie tegen en concurrentie met
-Christelijke zending, die onder Moslims werkt.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch1.29" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e504">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Het leven overal in slechts geringe mate naar het
-stelsel hervormd.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Bij het licht der geschiedenis van de Moslimsche
-propaganda en harer resultaten begrijpt men zonder moeite den afstand,
-die overal, waar de Islâm beleden wordt, te constateeren valt
-tusschen <i>de leer en de wet</i> eenerzijds en anderzijds <i>het
-leven</i>, vooral het leven van de massa des volks. Zonder dat licht
-begrijpt men er niets van en komt men gemakkelijk tot valsche
-oordeelen. Zoo onlangs een onzer volksvertegenwoordigers, die in
-dagbladartikelen en in eene parlementaire redevoering de stoute
-bewering deed vernemen, dat van de vijf en dertig millioen
-Nederlandsche onderdanen, die officieel als Mohammedanen te boek staan,
-slechts ongeveer zes millioen werkelijk belijders van den Islâm
-zijn.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.30" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e511">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De graad van het in de autoriteiten van den
-Islâm gestelde vertrouwen beste maatstaf voor de Moslimsche
-belijdenis.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het is altijd gevaarlijk voor een buitenstaander, met
-een zelfgemaakten maatstaf te gaan bepalen, in hoeverre
-menschengroepen, die zich bij eene godsdienstige belijdenis indeelen,
-terecht daartoe gerekend worden. Hoevele millioenen Europeanen, wier
-namen in Christelijke doopregisters voorkomen, zou men op die wijze
-niet de buiten de gemeenschap der Christenen kunnen plaatsen omdat zij
-van den godsdienst vervreemd zijn of omdat zij geene kennis hebben van
-hun geloof en bevangen zijn in heidensche superstitie en practijken van
-animistischen oorsprong<span class="corr" id="xd25e1777" title="Bron: .">?</span> Wat zou er op die wijze overblijven van het
-Christen-zijn van vele gedoopte Inlanders? Het eenig <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>bruikbare criterium zal toch wel zijn, hoe de
-menschen zichzelve genoemd willen hebben, vooral omdat alleen daaruit
-blijken kan, <i>waar zij hun vertrouwen hebben geplaatst</i>.</p>
-<p>Bepalen wij onze aandacht eens bij Java als uit het oogpunt van
-bevolking verreweg het belangrijkste eiland van
-Nederlandsch-Indi&euml;. Met uitzondering van de kleine groepen der
-Badoei&rsquo;s en der T&#277;ngg&#277;reezen en van kleine
-Christengemeenten onder Europeesche leiding, noemt de geheele bevolking
-zich Mohammedaansch. Vooral op Midden-Java is van leer en wet van den
-Islâm in het leven van den kleinen man nog weinig doorgedrongen,
-terwijl zeden en bijgeloof er algemeen getuigen van de heerschappij van
-oud-animistische begrippen, min of meer gewijzigd door den invloed van
-het vroeger ingedrongen Hindoeisme. Toch zou een Hindoesch pandit thans
-evenveel moeite hebben om bij de bevolking gehoor te vinden als een
-zendeling van het Christendom.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.31" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e518">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen
-maatstaf.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Zeker, van de millioenen zijn het slechts
-tienduizenden, die aan de over geheel Java verspreide
-p&#277;santr&egrave;ns kennis van eenige beteekenis opdoen van de
-dogmatiek en de wet van den Islâm. Evenals in andere
-Mohammedaansche landen zien ook hier die schriftgeleerden minachtend op
-de onwetende schare neer, en doen zij uiterst weinig om ze uit hare
-onwetendheid op te heffen. Maar evenals elders ziet ook hier die schare
-op naar die geleerden als naar degenen, die haar vertrouwen verdienen,
-waar het gaat om hare hoogste belangen.</p>
-<p>Goede of slechte geestelijke waar, die haar geboden wordt,
-beoordeelt de bevolking in de eerste plaats naar het Mohammedaansche
-merk, waarmee zij voorzien is. Mist zij dit, dan beschouwt zij haar
-zonder onderzoek met achterdocht en wantrouwen. Laster is het, wanneer
-men zegt, dat de Regeering door bestuursmaatregelen deze gezindheid
-heeft bevorderd of in het leven geroepen. Zij bestaat van de dagen der
-Compagnie af, Raffles constateerde haar in het begin der negentiende
-eeuw, en de uiterst geringe verandering, die in den geestelijken staat
-der Javaansche landbouwers is gekomen, heeft ook haar <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>ongewijzigd gelaten. De bevolking van Java
-evenzeer als de Atj&egrave;hers, de Maleiers, Boegineezen, Makassaren
-en wie zich verder in Indonesi&euml; naar Mohammed noemen, zijn
-Mohammedanen, of men moet dien naam tevens ontzeggen aan de Berbers, de
-Egyptenaren, de Syri&euml;rs, ja zelfs aan de meerderheid der
-Arabieren.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.32" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e525">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder
-schending der godsdienstvrijheid.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De Regeering kan dit erkennen zonder zich daardoor te
-laten weerhouden van ook maar &eacute;&eacute;n enkelen
-bestuursmaatregel, die het belang van land en volk gebiedt. Maar Zij
-kan niet&mdash;zoolang Zij aanspraak maakt op den naam eener eerlijke
-regeering&mdash;medegaan met den wensch, dien de afgevaardigde van
-daarstraks namens onverstandige vrienden der Christelijke zending
-uitsprak, eenige millioenen Mohammedanen tot heidenen of
-panthe&iuml;sten verklaren, en daaraan vrijheid ontleenen om de zending
-meer direct te steunen door op die tot heidenen gestempelde Inlanders
-maatregelen toe te passen, die men tegenover Mohammedanen voor
-ongeoorloofd zou houden. Zulke steun zou ook beneden de waardigheid der
-Christelijke zending zijn. Men zou er bovendien het tegendeel van
-hetgeen men beoogde door bewerken: men zou aanleiding geven tot
-fanatiek verzet.</p>
-<p>Wel doet de Regeering wijs door hare volle aandacht te schenken aan
-het veelszins gelukkige feit, dat onder een groot deel van de
-Mohammedanen van Nederlandsch-Indi&euml; de beginselen van het stelsel
-van den Islâm nog weinig diepe wortels hebben geschoten, waardoor
-zij veel toegankelijker zijn voor andere cultuurinvloeden dan anders
-het geval zou wezen. Hiervan behoort in het belang der bevolking zelve
-partij getrokken te worden voordat het te laat is; voordat nog de aan
-wezenlijke beschaving vijandige elementen, die den Islâm als eene
-uit hare middeleeuwsche periode overgebleven kwaal aankleven,
-gelegenheid vinden op die dusver gespaarde Inlanders in te werken, moet
-men alle kracht inspannen om ze daartegen immuun te maken. Dat dit
-geschieden kan in volkomen eerlijkheid en zonder valsche listen, hoop
-ik in het vervolg aan te toonen. <span class="pagenum">[<a id="pb26"
-href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e532">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="label">II.</h2>
-<h2 class="main">KENSCHETSING VAN HET STELSEL VAN DEN ISL&Acirc;M.</h2>
-<div id="ch2.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e539">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door
-hem veroverde volken.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In mijne vorige voordracht gewaagde ik meer dan eens
-van het stelsel van den Islâm, dat ongeveer drie eeuwen na
-Mohammed zijn definitieven vorm had verkregen, en wees ik erop, dat het
-heel andere dingen bevatte dan waarvan men in Mohammeds dagen ook maar
-een flauw voorgevoel kon hebben. Dit sprak in verband met de
-ontzagwekkende gebiedsuitbreiding van het Mohammedanisme geheel van
-zelf.</p>
-<p>Het schijnt ons reeds een wonder, dat die halfbarbaarsche Arabieren
-als in een ommezien niet slechts de volken van Zuid-Spanje tot de
-Westelijke grens van China wisten te onderwerpen, maar tevens aan de
-meesten hunner, waaronder naties met eene oude, hooge cultuur, hunnen
-nuchteren, nieuwen godsdienst wisten op te dringen, de Arabische taal
-in de plaats wisten te stellen van de talen der veroverde landen of
-althans haar den voorrang daarboven te verzekeren, de afstamming van de
-zonen der woestijn te doen erkennen als de hoogste aristocratie. Maar
-zonder eene groote mate van aanpassing zou dit alles toch geheel
-onmogelijk zijn geweest.</p>
-<p>Voor de regeling van het staatsbestuur in die oude cultuurlanden,
-van grondbezit, handel en verkeer in zulk een wereldrijk, om niet meer
-te noemen, waren de sobere, naieve wetgevende gedeelten der
-Qoerânische openbaring volstrekt ontoereikend. Nu had echter in
-de oudste gemeente <i>deze</i> overtuiging diep wortel geschoten, dat
-alle <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>levensverhoudingen, groot of klein, zonder
-uitzondering geregeld moesten worden door Allahs woord, toegelicht door
-Allahs gezant. Zoo was het geweest te Medina zoolang Mohammed als
-levend orgaan der openbaring in het midden der zijnen had verkeerd, en
-zoo behoorde het te blijven na zijn dood in het door hem gestichte
-rijk.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e546">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De vreemde elementen met behulp van fictie bij de
-voorschriften van den Profeet ingelijfd.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hoe nu de geheel andere eischen der practijk in
-overeenstemming te brengen met die als eene levensvoorwaarde van den
-Islâm beschouwde beperking der bron van alle wijsheid tot eenige
-uitspraken, bestemd om in de vrij primitieve maatschappij van Medina de
-gewenschte orde te handhaven of te herstellen? Waar het voor
-heiligschennis gold, te meenen, dat de woorden van Allah en Zijnen
-Gezant aanvulling behoefden, schoot er niet veel anders over dan door
-vrome fictie aan Mohammed in den mond te leggen, hetgeen hij
-vermoedelijk gezegd zou hebben, indien hem een blik in de toekomst
-gegund ware geweest. Elke vraag, die rees gedurende en na de groote
-verovering der landen, gaf aanleiding tot het ontstaan van eene of meer
-overleveringen over iets, dat de profeet had gezegd of gedaan, en
-waaraan men voor het gegeven geval licht kon ontleenen. Later werd die
-steeds aangroeiende massa van tradities door schifting in omvang
-beperkt, door ordelijke rangschikking handelbaar gemaakt, en zoo
-verkreeg men de kanonieke traditie-verzamelingen. Zij vormden niet een
-zoo streng afgesloten geheel als de verzameling der woorden Gods in den
-Qoerân, zij lieten veel meer plaats voor aanvulling en
-verschillende uitlegging, maar eene verdere ontwikkeling der wetgeving,
-die naar ons spraakgebruik dien naam zou verdienen, maakten zij dan
-toch zoo goed als onmogelijk.</p>
-<p>Goed- of kwaadschiks moest de Islâm in de eerste twee eeuwen
-van zijn bestaan de grootste plooibaarheid ontwikkelen, waartoe hij in
-staat was: langs verschillende wegen nam hij instellingen en
-denkbeelden in zich op, die ons op ondubbelzinnige wijze hunne herkomst
-uit Griekenland, Rome, Perzi&euml; en Hindostan openbaren, al hebben
-zij zich gehuld in het monotone, grauwe kleed van profetische traditie.
-Zonder deze veelsoortige toespijzen <span class="pagenum">[<a id="pb28"
-href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span>en sterke kruiden zou de
-digestie van de gulzig opgezwolgen landen en volken hem te machtig zijn
-geworden. Maar toen was dan ook de grens zijner spankracht bereikt;
-ongeveer duizend jaren geleden was dus de geschiktheid van den
-Islâm om zich aan te passen aan andere tijden dan de dusver
-doorleefde, aan andere plaatsen dan de dusver ingenomene zoo goed als
-geheel verbruikt.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e553">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche
-gemeente.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het stelsel, zooals het toen reeds tot in kleine
-d&eacute;tails was uitgewerkt, werd afgesloten door de leer van <i>de
-onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente</i> als geheel, vertegenwoordigd
-door hare schriftgeleerden. Omtrent den Qoerân en zijne
-uitlegging, de kanonieke overleving en hare verklaring, de uit die
-bronnen af te leiden theologie en wet, was dus al hetgeen, waarover de
-schriftgeleerden tot eenstemmigheid waren geraakt, boven verdere
-discussie verheven. Stevig zaten die resultaten van drie eeuwen
-geestelijken arbeid vast in de vesting der onfeilbaarheid. Die vastheid
-van het systeem was echter tevens de oorzaak van zijn kwijning; hoe
-langer hoe meer verloor het den samenhang met het leven.</p>
-<p>Dit bezwaar zou belangrijk verminderen, wanneer gezaghebbende
-schriftgeleerden die leer van den onfeilbaren consensus gebruikten als
-middel juist om door hen wenschelijk geachte hervormingen in te voeren.
-In de laatste jaren is dit, vooral in Egypte, en ook wel in Turkije,
-door kundige <i>oelamâ</i> beproefd. Zij gelden echter bij de
-groote meerderheid nog als gevaarlijke modernisten, en het is zeer de
-vraag, of het hun gelukken zal, op den duur een zoo grooten kring van
-<i>moeqallids</i> (erkenners van hun gezag) te vormen, dat hunne
-opinies voor de vaststelling van den consensus gaan medetellen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e560">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde
-eeuw der Hidjrah zeer moeielijk.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Immers hetgeen daar voor duizend jaren werd
-vastgelegd, dat was niet een geheel van <i>beginselen</i>, maar een
-stel van op goddelijk en profetisch gezag berustende
-<i>voorschriften</i>, die tot in het kleine en bijzondere het
-staatkundige, maatschappelijke en individueele leven der geloovigen
-bonden voor alle gevallen, waarop men bedacht was geweest. Nu hebben
-sinds dien tijd de verschillende <span class="pagenum">[<a id="pb29"
-href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span>Mohammedaansche landen in menig
-opzicht onafhankelijk van elkander ieder hun eigen leven geleid, daar
-de politieke, economische en andere toestanden vaak hemelsbreed
-verschilden; maar hetgeen hen onderling bleef verbinden, dat was juist,
-behalve eenige geloofsformules, de gemeenschappelijke erkenning van het
-goddelijk karakter dier wet, die in elk van hare deelen hare Arabische
-geboorte en hare opvoeding in het Westen van Azi&euml; gedurende de
-zevende, achtste en negende eeuw verried. Al mag men gedurende de tien
-eeuwen, die daarna volgden, kunnen wijzen op concessies der wet aan
-behoeften, die zich algemeen deden gelden, de moeite, die het kostte,
-ze erkend te krijgen, bewijst beter dan iets anders, hoe stroef het
-systeem van den Islâm geworden was.</p>
-<p>Wie toch eene zekere mate van plooibaarheid aan dit stelsel wil
-toekennen, wijst terecht op het gewicht, dat vele schriftgeleerde
-autoriteiten toekennen aan <i>het belang der geloovigen</i> als motief
-voor wettelijke bepalingen, of aan <i>den drang der omstandigheden</i>,
-die volgens Moslimsche autoriteiten gedeelten der heilige wet buiten
-werking kan stellen, maar zulk beroep komt bij de meest gezaghebbende
-schriftgeleerden slechts voor om den loop van de ontwikkeling der wet
-<i>in het verleden</i> of ook uitzonderingen <i>van tijdelijken
-aard</i> te rechtvaardigen, daarentegen zelden om wegen te openen voor
-eene toekomstige ontwikkeling, die het vroeger met onfeilbaar gezag
-vastgestelde zou wijzigen. De door de schriftgeleerden der eerste
-eeuwen na eenige aarzeling aanvaarde, maar binnen enge perken gehouden
-redeneering bij analogie kan evenmin als hervormend beginsel werken:
-zij mag alleen dienen om uit de bestaande bepalingen voor dusver
-onbekende gevallen nieuwe deducties te maken.</p>
-<p>Hoe men de zaak ook beschouwe, elke poging om de wet <i>in het
-bijzondere</i> te verbeteren bedreigt het heele, eeuwenoude gebouw met
-ineenstorting, en ieder streven naar <i>fundamenteele</i> herziening
-brengt hem, die ermee voor den dag komt, in verdenking van ongeloof.
-Tegen het een zoowel als tegen het ander kan men gewoonlijk rekenen op
-den fellen tegenstand van de meerderheid <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>der schriftgeleerden,
-gesteund door de instinctief bij haar zich aansluitende massa des
-volks.</p>
-<hr class="tb">
-<p>De stroefheid van den Islâm, die in zijne eerste periode eene
-wijle voor den onweerstaanbaren drang der omstandigheden week, werd dan
-van de derde eeuw der Hidjrah af een zijner sprekendste
-karaktertrekken. Een &ldquo;positieve&rdquo; openbaringsgodsdienst, die
-uit den Hemel voorschriften verlangt over alle d&eacute;tails van het
-leven, kan op den duur dit lot niet ontgaan.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e567">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Het stelsel splitst zich in geloofsleer en wet.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ik sprak meermalen van <i>het</i> stelsel van den
-Islâm, en inderdaad was het in den beginne formeel
-&eacute;&eacute;n geheel, werden alle levensvragen door
-&eacute;&eacute;ne en dezelfde klasse van deskundigen behandeld en
-opgelost. Weldra verdeelde zich de stof in twee hoofddeelen, <i>de
-geloofsquaesties</i>, de dogmatische vragen, die door <i>theologen</i>
-in den engeren zin, en de vragen betreffende <i>de plichten</i>, die
-door <i>wetgeleerden</i> behandeld werden. Beide vakken bleven met
-elkaar in innig verband, maar zij onderscheidden zich toch van elkaar
-in doel, in middelen, in methode.</p>
-<p>Over de <i>dogmatiek</i> kunnen wij hier kort zijn. Eene geloofsleer
-wordt uit strijd over de ontwikkeling van het dogma geboren, en tracht
-in scherp belijnde formules de bovendrijvende stellingen voor altijd te
-bevestigen. Voor zoover men haar onfeilbaar of toch boven revisie
-verheven acht, komt zij in een volgend tijdperk der ontwikkeling van
-het menschelijke denken noodwendig in strijd met de begrippen van een
-deel dergenen, die zij onder hare vleugelen wil houden. Deze
-verwijdering kan echter zonder belangrijke practische gevolgen
-intreden, wanneer ten minste de geloofsleer zich binnen hare eigene
-grenzen houdt en niet te zeer ingrijpt in het gebied van het handelen.
-Zoo is het in den Islâm gegaan. Toen de hitte van den strijd der
-eerste drie eeuwen over geloofsformules afgekoeld en het resultaat in
-den vorm eener rechtzinnige dogmatiek bezonken was, nam de
-belangstelling voor deze dingen buiten de enge vakkringen af.
-<span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e574">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt
-belang voor de practijk.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De vragen, waarover men getwist en elkander verketterd
-had, vertoonden veel overeenkomst met die, welke in de Christelijke
-kerk de gemoederen hadden bewogen. De praedestinatie, tegenover de
-aanhangers der leer van den vrijen wil tot een hoofddogma verheven,
-werd in den Islâm niet fatalistischer opgevat dan elders. De
-streng gehandhaafde eenheid Gods werd met de veelheid Zijner in den
-Qoerân genoemde eigenschappen in een verband gebracht, dat het
-middelmatige verstand zoowel als het populaire openbaringsgeloof
-bevredigde. De leer van de eeuwigheid der hellestraf voor ongeloovigen
-in verband met die der eindelijke zaligheid aller geloovigen
-verscherpte in den geest der middeleeuwen de grenslijn tusschen
-Mohammedanen en niet-Mohammedanen. Het dogma der zaligmaking door het
-geloof alleen&mdash;geloof opgevat in den zin van eerbiedige erkenning
-der almacht van den door Mohammed gepredikten Allah, ongeveer zoo als
-een willig onderdaan zijnen vorst erkent, waarbij de werken dienen om
-dat geloof schooner en volkomener te maken en den geloovige meer
-aanspraak te geven op spoedige toelating in het Paradijs&mdash;, dit
-dogma was dienstig om de zwakken niet af te schrikken en de propaganda
-te bevorderen. Er zou veel meer te noemen zijn, maar voor de practijk
-van het leven, die ons hier bovenal belang inboezemt, is het eene van
-niet veel meer gewicht dan het andere.</p>
-<p>Al was het stelsel &oacute;&oacute;k ten aanzien van dit schema der
-geloofsleer in de laatste duizend jaren stroef en afkeerig van alle
-pogingen tot herziening, het denken der Islâmbelijders werd
-daardoor niet ernstig belemmerd. De in hooge sferen zich bewegende
-geesten gingen erboven uit of begaven zich op zijwegen; het vulgus
-bleef met allen eerbied voor de theologische leuzen aan zijn, slechts
-in vorm ietwat gewijzigde, oude bijgeloof hangen. Wie bij al die
-afwijkingen geene uitdagende houding aannam, had zelden veel te
-vreezen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e581">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken
-soms beroering.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">E&eacute;n hoofdstuk der dogmatiek vraagt soms de
-aandacht ook van hen, die voor de bespiegeling over leerstukken zonder
-direct practisch gevolg weinig belangstelling hebben: het is de
-eschatologie. De messiaansche <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>verwachtingen, die in de Moslimsche
-leer ingang gevonden hebben, met name de verwachting, tegen het einde
-der dagen, van eenen mahd&icirc; (eenen met Allahs bijzondere leiding
-begunstigden opperbestuurder), die het stelsel van den Islâm
-opnieuw tot eere brengen en de ongeloovigen verdelgen zal, verontrusten
-de gemoederen der minst ontwikkelde Mohammedanen, zoo dikwijls als het
-aan opruiers gelukt, eene bevolking te doen gelooven, dat de opstanding
-nabij is, of haar in een bepaald persoon den mahd&icirc; of een van
-diens wegbereiders te doen zien. De stemming jegens andersdenkenden
-wordt in zulke gevallen hatelijk, en soms komt het tot fanatieke daden.
-Maar hiermede is dan ook alles gezegd.</p>
-<p>Al wordt dus de rechtzinnige geloofsleer op de
-p&#277;santr&egrave;ns van Java en op dergelijke scholen (de
-soerau&rsquo;s van Soematra enz.) in de buitenbezittingen veel, soms
-zelfs met overdreven voorliefde beoefend, toch mogen wij bij de
-beschouwing van het stelsel in zijne werking in het algemeen zoowel als
-op de Indonesi&euml;rs in het bijzonder, dit gedeelte verder ter zijde
-laten. <i>De wet</i> verlangt in veel hooger mate onze aandacht.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e588">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet
-lang in &eacute;&eacute;ne hand.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij leerden haar daarstraks kennen als, wel veel meer
-later ingedrongen elementen van vreemden oorsprong bevattend dan
-zijzelve ons wil doen gelooven, maar sedert hare volgroeidheid
-bijzonder stroef. De keerzijde van die stroefheid was, dat het
-werkelijke leven in vele opzichten buiten haar om zijn eigen weg ging.
-Deze voor de wet ongunstige verhouding werd ook door andere oorzaken
-zeer in de hand gewerkt, voornamelijk doordien reeds enkele tientallen
-jaren na Mohammeds dood de machthebbers in den Islâm en de
-uitleggers der wet niet meer samenwerkten, maar twee jegens elkander
-meestal wantrouwende en naijverige groepen vormden. Dat is sedert aldus
-gebleven: de bezitters van het gezag waren even ongeneigd om zich in
-alles onder de vaak lastige controle van de wetgeleerden te stellen als
-dezen om zich door de vorsten der wereld den critischen mond te laten
-snoeren. Des te vrijer konden die juristen zich aan hunne
-casu&iuml;stische liefhebberijen overgeven, en daar <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>zij,
-gelijk wij vroeger zagen, op de onwetende schare minachtend neerzagen,
-waren zij allerminst doordrongen van het besef, dat hunne uitlegging
-der onfeilbare wet rekening diende te houden met de practische eischen
-der maatschappij.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e595">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De wet theoretisch erkend, practisch veelszins
-terzijde gesteld.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De samenhang van theorie en practijk liet reeds zeer
-veel te wenschen over in de eerste drie eeuwen van wording van het
-systeem, en in de landen zelve, waar die groei tot stand kwam; hoeveel
-te meer in later eeuwen en in landen, die van dat oorspronkelijke
-centraalgebied ver af gelegen waren. Gewoonterecht en willekeur der
-bestuurders deden alom ten aanzien van menig hoofdstuk der wet bijna
-vergeten, dat het eene andere bestemming had dan die van bestudeerd te
-worden. Het qâdh&icirc;-ambt, ingesteld ter beslechting van alle
-geschillen volgens de wet Gods, ontaardde weldra, deels omdat het
-meegesleept werd in de algemeene corruptie der staatsambten, deels
-omdat het in de vrijheid zijner functie belemmerd werd door zijne
-afhankelijkheid van het bestuur. Om hunne gemoedsrust te kunnen bewaren
-bij het onloochenbare feit, dat Allahs geboden op elk gebied
-veronachtzaamd werden, namen de schriftgeleerden aan, dat deze wereld
-te slecht was voor eene zoo volmaakte wet, die hare volle kracht
-slechts kon ontwikkelen in het gulden verleden van Mohammed en zijne
-eerste opvolgers en in het toekomstige messiaansche tijdperk, wanneer
-de mahd&icirc;, de door Allah geleide, aan het hoofd der gemeente zou
-staan en de wereld zou vervullen met gerechtigheid gelijk zij thans
-vervuld was met onrecht. Dat het zoo gaan zou, werd zelfs in den vorm
-eener voorspelling aan Mohammed in den mond gelegd.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e602">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen
-der wet.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first"><i>Theoretische</i> erkenning hebben de wetgeleerden
-aan hun werk in de geheele Mohammedaansche wereld weten te verzekeren;
-wie de verbindbaarheid ook maar van een enkel door den onfeilbaren
-consensus der gemeente gestempeld wettelijk voorschrift in twijfel
-trok, werd daardoor een rebel tegen den Almachtige, wie haar loochende,
-een kâfir. <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span></p>
-<p>Juist hierom mogen wij dus toch weer van bijna geen deel der wet
-zeggen, dat het ontbloot is van alle beteekenis voor het leven der
-Mohammedanen; wel kan men naar het verschil in graad van de waarde voor
-de practijk verschillende bestanddeelen dier wet onderscheiden.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e609">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De zuiver godsdienstige bestanddeelen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De vijf hoofdplichten der geloovigen jegens Allah, de
-zoogenaamde vijf zuilen van den Islâm, met welker behandeling
-ieder leerboek der wet begint, hebben groote beteekenis voor het
-individueele godsdienstige leven, in onzen tijd zelfs meer dan in de
-middeleeuwen, toen nog vaak de vervulling dier voorschriften door
-bestuur en politie bevorderd werd. Thans wordt die ook in landen onder
-Mohammedaansch bestuur meestal aan den eigen aandrang der Moslims
-overgelaten, zoodat men duidelijker dan voorheen kan onderscheiden,
-welke soort van godsdienstige verrichtingen in eene bepaalde streek de
-hoogste waardeering geniet. Voor de vraag, of men eene bevolking al of
-niet bij de Mohammedanen zal indeelen, heeft, gelijk ons bleek, die
-relatieve waardeering evenwel geen groot belang.</p>
-<p>In den Indischen Archipel loopt die waardeering plaatselijk ver
-uiteen. In Atj&egrave;h wordt de &ccedil;alât lang niet met
-denzelfden ijver waargenomen als in Bant&#277;n; het vastengebod wordt
-op Midden-Java door een groot deel der bevolking veronachtzaamd. Op
-West-Java daarentegen overschat men dikwijls deze verplichting door
-haar getrouwer na te komen dan die der ritueele godsdienstoefening. Aan
-het zakâtvoorschrift houden zich de Soendaneezen veel strenger
-dan de andere bewoners van Java, terwijl de ijver voor de bedevaart
-naar Mekka in de meeste eilanden van den Archipel in vergelijking met
-andere landen overdreven wordt.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e617">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Onder de overige hoofdstukken der wet, die de
-verhouding der menschen onderling als onderdanen van den staat, als
-leden van maatschappij en gezin regelen, zijn er verscheidene, die onze
-belangstelling slechts in zoover <span class="pagenum">[<a id="pb35"
-href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>verdienen als zij kunnen
-bijdragen tot de kenschetsing van den geest van het geheel of omdat zij
-den historicus van den Islâm in staat stellen na te gaan, uit wat
-voor vreemde bronnen de oudste bewerkers der Mohammedaansche wet de
-magere Arabische stof aangevuld hebben. Overigens bezitten die
-hoofdstukken, daar zij zoo goed als nergens op den duur kracht van wet
-hebben gehad, alleen paedagogische waarde voor de betrekkelijk kleine
-kringen, die van de geheele wet studie maken en wier ideaal van een
-vroom leven mede daardoor wordt bepaald.</p>
-<p>Dit geldt bijv., behoudens uitzonderingen, van de leer der
-contracten, van het strafrecht en van zoo menig ander onderdeel, dat
-door de casu&iuml;sten tot in de uiterste consequenties is uitgewerkt,
-als ware het heil der menschheid ermee gemoeid.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e624">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Bepalingen die als moreele voorschriften werken.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Er zijn echter ook een aantal onderwerpen, waaromtrent
-bepalingen in de goddelijke wet voorkomen, die in wijde kringen bekend
-zijn en welker overtreding de geloovige zich als zonde aanrekent.
-Meestal zijn het verbodsbepalingen, en wel liefst zulke, die op eene
-ondubbelzinnige uitspraak van Allahs eigen woord berusten. Deze soort
-heeft dus voor de Mohammedanen veel hoogere moreele waarde dan de
-laatst genoemde categorie.</p>
-<p>Geen Moslim heeft gemoedsbezwaar tegen het sluiten van koop- en
-huurcontracten volgens andere regelen en in andere vormen dan die de
-goddelijke wet daarvoor aangeeft; maar wanneer hij zich laat vinden tot
-het aangaan eener overeenkomst, waarbij rentebeding in een of anderen
-vorm te pas komt, dan voelt hij zich schuldig tegenover Allah, en
-wanneer hij eene assurantie sluit, is zijn geweten niet veel geruster.
-Dat komt omdat het leenen tegen rente in den Qoerân streng
-verboden en met de zwaarste straffen in de andere wereld bedreigd
-wordt, terwijl de Mohammedaansche schriftgeleerden
-verzekeringsovereenkomsten als hasardcontracten beschouwen, en het
-hasardspel in Allahs woord tot het werk van den Duivel gerekend wordt.
-<span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span></p>
-<p>Van een koopcontract, waarbij de voorschriften der heilige wet niet
-in acht genomen zijn, kan men uit het oogpunt van het kanonieke recht
-de <i>geldigheid</i> betwisten; maar, indien beide partijen zich erdoor
-gebonden achten, meer nog indien eene besturende macht die opvatting
-deelt en waar noodig handhaaft, dan heeft die afwijking voor geen der
-betrokkenen schadelijke gevolgen noch van materieelen, noch van
-moreelen aard. Anders staat het met rechtshandelingen, die Allah
-verboden en strafbaar gesteld heeft. Het sluiten van een contract met
-rentebeding bijv. is uit een godsdienstig-zedelijk oogpunt te
-vergelijken met het drinken van wijn of het plegen van ontucht.</p>
-<p>Eene als onfeilbaar geldende wet, die zonder beperking van tijd of
-plaats rechtshandelingen verbiedt welke, voor eene normale ontwikkeling
-van menschelijken handel en verkeer op den duur onmisbaar zijn, dwingt
-de menschen, zich op de eene of andere wijze van haar te emancipeeren.
-Dit kan gebeuren door overtreding, die dan door hare algemeenheid en
-frequentie ten slotte haar afschrikwekkend karakter verliest, of door
-ontduiking, waarbij de schijn van gehoorzaamheid aan het voorschrift
-wordt bewaard. Beide wijzen van doen ondermijnen den waren eerbied voor
-de wet. Dat de Moslimsche wet dagelijks aldus door de geloovige
-Mohammedanen behandeld wordt, moet geweten worden aan het principieele
-euvel, waarmee die wet reeds behebt was, toen zij van Arabi&euml; uit
-haren tocht door de wereld begon, het voor alle tijden gelijkstellen
-van hetgeen de tijd noodwendig verandert.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e631">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij
-kracht van wet hadden.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Een natuurlijk gevolg van dezen loop der zaken is het
-weer, dat de wetgeleerden zelve het niet slechts hunne taak achten, de
-bepalingen uit te leggen en uit te werken, maar ook de wegen te wijzen,
-waarlangs men de in den tijd niet passende voorschriften kan
-ontduiken.</p>
-<p>Een Duitsch vergelijkend rechtsgeleerde heeft gemeend, uit die
-gewoonte der Mohammedaansche wetgeleerden de gevolgtrekking te mogen
-maken, dat het recht van den Islâm werkelijk het leven heeft
-beheerscht; volgens <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37"
-name="pb37">37</a>]</span>hem moeten die wetten wel in volle kracht
-gewerkt hebben, wanneer men het noodig achtte, ze op omslachtige wijze
-te ontduiken. Hij vergat, dat die noodzakelijkheid zich evenzeer
-opdringt, waar men te doen heeft met eene ged&eacute;tailleerde
-kanonieke wet, die met de eischen van het leven telkens in conflict
-komt, maar waaraan men goddelijken oorsprong toeschrijft, ja dat die
-ontduikingsmiddelen evenzeer gezocht worden ten aanzien eener
-onveranderlijke moraal, die uit voorschriften in plaats van uit
-beginselen bestaat. Ook als de historie ons niet op elke bladzijde
-getuigen maakte van de botsingen van het leven der Mohammedanen met de
-door hen theoretisch als onfeilbaar erkende wet, dan nog zou de
-vergelijkende rechtswetenschap hare bevoegdheid te buiten gaan door uit
-de wijze, waarop die wet in de school behandeld werd, conclusies te
-trekken ten aanzien harer verhouding tot de practijk.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e638">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Werkelijk geldende hoofdstukken der wet.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De vierde categorie van onderdeelen der wet, die wij
-van ons gezichtspunt te onderscheiden hebben, behandelt onderwerpen,
-waarvan men om deze of gene reden altijd van oordeel is gebleven, dat
-zij geheel door het goddelijke recht geregeld moesten zijn, ook in het
-lange tijdperk na de gouden dertig jaren der rechtzinnige chaliefen en
-v&oacute;&oacute;r het aanbreken der messiaansche periode van den
-mahd&icirc;.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e647">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hiertoe behoort in de eerste plaats het personen-,
-huwelijks-, familie- en erfrecht. Geen Mohammedaansch besturend hoofd
-heeft er ooit aan gedacht, de beslissing van geschillen, die daarop
-betrekking hebben, aan de jurisdictie van den qâdh&icirc; te
-onttrekken. De voorwaarden en de grondslagen van een <span class="corr"
-id="xd25e2021" title="Bron: huwelijkscontrat">huwelijkscontract</span>
-kunnen de twee betrokken partijen reeds daarom niet naar eigen
-goedvinden regelen, omdat Allah elke moedwillige afwijking van de door
-hem daarvoor gestelde regelen tot ontucht gestempeld en met de zwaarste
-straffen in dit leven en in het namaals bedreigd heeft. Maar ook
-afgezien hiervan, het huisgezin is wel in elke op godsdienstige
-grondslagen berustende maatschappij als een onaantastbaar heiligdom
-beschouwd, welks inrichting niet aan den invloed <span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>van
-menschelijke willekeur onderworpen mocht zijn. In den Islâm met
-zijne ons bekende neiging tot d&eacute;tailregeling, die zelfs de
-bijzonderheden van kleeding en toilet, van beleefdheidsvormen en
-uitingen van gemoedsaandoening wilde binden aan van tijd en plaats
-onafhankelijke voorschriften, in den Islâm sprak het van zelf,
-dat de familie over zijn geheele gebied hetzelfde type moest vertoonen
-en dat hij ten aanzien <i>hiervan</i> voor transactie met de ethnische
-eigenaardigheden zijner belijders ontoegankelijk was.</p>
-<p>Naast deze, voor alle Mohammedanen verreweg belangrijkste kapittels
-der heilige wet, hebben wij in dit verband nog te letten op een aantal
-andere, waarmede uit den aard der zaak lang niet ieder practisch te
-doen krijgt, maar die toch dit met de voorschriften betreffende
-personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht gemeen hebben, dat zij de
-daarin behandelde onderwerpen ook feitelijk beheerschen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e654">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Vrome stichtingen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Niet ieder verkeert in de gelukkige omstandigheden,
-vrome stichtingen ten behoeve van eeredienst, onderwijs of andere zaken
-van algemeen nut in het aanzijn te kunnen roepen; maar wie dat doen kan
-en wil, denkt er natuurlijk niet aan, het op eene andere wijze te doen
-dan die in Allahs wet daarvoor is aangegeven. Hij zou immers daardoor
-het voornaamste resultaat, dat men zichzelf van zulke vrijgevigheid
-belooft: de verwerving van Allahs genade in het namaals, in gevaar
-brengen. Al is het dus mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk, dat de
-wet betreffende de waqfgoederen in den tijd der aanpassing van den
-Islâm onder sterken invloed van het recht der veroverde landen
-haar beslag heeft gekregen, z&oacute;&oacute; als zij daar nu in het
-voltooide systeem voor ons ligt, vertoont zij zich aan de geloovigen
-als afkomstig uit dezelfde onfeilbare bronnen, waaruit de met
-historisch recht aan Mohammed toegeschreven inzettingen gevloeid zijn,
-en geen Moslim wijkt er willens en wetens van af, wanneer hij zijn
-credit in Allahs grootboek wenscht te vermeerderen door een deel van
-zijn eigendom in de doode hand te brengen. <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e661">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Geloften.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hetzelfde kan men tot op zekere hoogte zeggen van de
-geloften, waarbij de geloovige, al of niet onder de voorwaarde van het
-plaatsgrijpen eener door hem gewenschte gebeurtenis, aan Allah eene of
-andere prestatie in den vorm van een Hem welgevallig werk belooft.
-Echter is op dit gebied de heerschappij der geopenbaarde wet niet zoo
-onbeperkt als ten aanzien der eerst genoemde onderwerpen. Terwijl men
-met de stichting van een waqf in de eerste plaats eene verhooging van
-zijnen rang <i>in de andere wereld</i> op het oog heeft, wil men door
-geloften meestal <i>aardsche doeleinden</i> <span class="corr" id="xd25e2049" title="Bron: bereikten">bereiken</span>: de meest gewoone
-voorwaarden, waaraan de vervulling eener gelofte gebonden wordt, zijn
-genezing van zieken, erlanging van den huwelijkszegen, van geluk in den
-handel of in de ambtelijke loopbaan, en wat dies meer zij. Daar nu de
-ge&iuml;slamiseerde volken ook v&oacute;&oacute;r hunne bekeering
-allerlei magische middelen tot verkrijging van zulke wenschen plachten
-aan te wenden en de paedagogische werking van den Islâm nergens
-sterk genoeg geweest is om zulk volksgeloof uit te roeien, dingen hier
-nog altijd de oude beproefde recepten van heidenschen oorsprong met de
-in streng monothe&iuml;stischen zin gereinigde der officieele leer om
-den voorrang, en dan winnen de eerste het meestal bij de ongeletterde
-massa.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e668">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Voorschriften over de rechtspraak.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De bepalingen over de rechtspraak, die de
-Mohammedaansche wet bevat, hebben werkelijk ingang gevonden en hare
-werking behouden, voor zoover die rechtspraak zelve niet door eene
-andere, wereldlijke is verdrongen. Dat wil dus zeggen, dat bij de
-beslechting van al zulke geschillen, welker behandeling de besturende
-autoriteiten niet aan zich getrokken hebben, dus alweer bovenal in
-zaken betreffende personen-, huwelijks-, familie-, en erfrecht, de
-procedure volgens de regelen der heilige wet geschiedt, de door haar
-aangegeven bewijsmiddelen alleen in aanmerking komen, dat getuigen en
-partijen daarbij zonder eenigen dwang het woord moeten voeren, dat het
-getuigenis van vrouwen weinig, dat van niet-Mohammedanen volstrekt
-geene waarde heeft, dat de eed alleen aan partijen en niet aan getuigen
-kan worden opgelegd, <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40"
-name="pb40">40</a>]</span>dat aan het schriftelijk bewijs geene waarde
-toegekend mag worden. Alles geheel anders dus dan bij de berechting der
-vele zaken, die in den loop der tijden aan de qâdh&icirc;s
-onttrokken en naar gewoonterecht of willekeur door de bestuurders
-behandeld werden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e675">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Bepalingen over de verhouding tot
-niet-Mohammedanen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De wettelijke voorschriften, die bestemd zijn om de
-verhouding van den Moslimschen staat tegenover het &ldquo;gebied van
-den oorlog&rdquo;, van de belijders van den Islâm tegenover
-ongeloovigen te bepalen, hebben eeuwenlang de werkelijkheid beheerscht,
-zij het ook vaak met eene zekere vrijheid in het bijzondere, die zich
-vanzelf verklaart wanneer men bedenkt, dat de uitvoering lag in de
-handen der vorsten en hunner dienaren, niet der schriftgeleerden. Ook
-toen de staatkundige roem van den Islâm al geweldig getaand was,
-hield men nog lang vast aan zulke middeleeuwsche beginselen als dat een
-Moslimsch staatshoofd nooit duurzamen vrede met een niet-Moslimsch land
-mocht sluiten, ja zelfs een wapenstilstand niet langer dan tien jaren
-mocht duren.</p>
-<p>Nog in onze dagen, kan men, gelijk ons reeds bleek, de leer van den
-heiligen oorlog en hetgeen daarmee verband houdt niet als voor de
-practijk onverschillig beschouwen, al is hare werking van geheel
-anderen aard dan die van in eigenlijken zin nageleefde wetten zooals de
-huwelijkswet.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e682">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen
-codificatie.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dit overzicht zal voldoende zijn ter bevordering eener
-klare voorstelling der beteekenis, die het stelsel van den Islâm
-gehad heeft en die het nog bezit voor het leven zijner belijders. Toch
-zou onze schets aan duidelijkheid te wenschen overlaten, indien wij er
-niet iets aan toevoegden over den aard der bronnen, waaruit dat
-systeem, inzonderheid in zijne legislatieve bestanddeelen, gekend
-wordt. Het kan daarbij niet de bedoeling zijn, de in den laatsten tijd
-meermalen door mij gegeven uiteenzetting van de wordingsgeschiedenis
-der Mohammedaansche wet nogmaals te herhalen, maar wel om scherp te
-doen uitkomen, dat het bij deze wet nooit gekomen is tot eene
-eigenlijke <i>codificatie</i>, en dat, naar het schijnt, ook in de
-toekomst <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span>elke poging om daartoe te geraken van te voren als
-mislukt moet worden aangemerkt.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e689">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Qoerân en Soennah.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In den allereersten tijd hebben de leiders der
-Mohammedaansche gemeente getracht, de geheele wet te beschouwen als
-berustend op de eigen woorden van Allah, zich daarvoor o.a. beroepende
-op het Qoerânvers (VI : 38): &ldquo;<i>Wij hebben in het Boek
-niets veronachtzaamd</i>&rdquo;, openbaringswoorden, die blijkens het
-verband iets geheel anders wilden zeggen. Men was huiverig voor het
-stellen van menschelijk gezag als ongeveer gelijkwaardig naast dat van
-God.</p>
-<p>Niet lang kon men echter blind blijven voor de waarheid, dat de
-Qoerân van het eerste begin af doorgaans de verklaring en
-aanvulling zijner sobere wetgevende uitspraken door woord en voorbeeld
-van den Gezant Gods onderstelt. De Soennah, de wijze van doen, van
-Mohammed, werd derhalve als tweede bron van wetgeving naast den
-Qoerân erkend. Deze Soennah had boven den weldra na Mohammeds
-dood voor altijd schriftelijk vastgestelden Qoerân eene zekere
-rekbaarheid voor, waarvan bij de vroeger genoemde aanpassing der wet
-aan de onafwijsbare behoeften der veroverde landen een ruim gebruik
-gemaakt werd. De overlevering (<i>had&icirc;th</i>) omtrent den inhoud
-der Soennah bleef gedurende een paar eeuwen vloeiend, en zoo vond men
-gelegenheid om de meeste vreemde elementen, die de Moslimsche wet niet
-missen kon, door tradities over Mohammeds woorden en daden te
-sanctionneeren.</p>
-<p>De Overlevering, al hield ook <i>hare</i> rekbaarheid na ongeveer
-drie eeuwen op, heeft nooit zoo vasten vorm verkregen als de
-Openbaring. Uit het ontelbaar aantal tradities, die elk een of ander
-klein d&eacute;tail der wet tot onderwerp hadden, kozen gezaghebbende
-geleerden, ieder volgens zijne eigene critische beginselen, de
-&ldquo;echte&rdquo; uit, en zij rangschikten die in hunne
-verzamelwerken min of meer naar den inhoud of naar de herkomst.
-Ofschoon nu sommige van die verzamelingen eene soort van kanonieke
-waarde hebben verkregen, bleef toch de weg altijd open voor
-verschillende relatieve waardeering der enkele <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span>tradities, die daarin eene plaats gevonden hadden,
-en tevens voor gelijke waardeering van andere, die in die collecties
-niet waren opgenomen. De uitlegging van al die overleveringen was
-natuurlijk voor latere geslachten vooral niet minder aan discussie
-onderhevig dan die van Allahs eigen woord.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e697">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Losmaking der wet van hare bronnen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De wettelijke bepalingen, die men uit deze bronnen kon
-afleiden, werden vervolgens stelselmatig en met weglating van het
-betoog, door de schriftgeleerden (<i>faq&icirc;hs</i>) geordend en
-aldus verwerkt tot hetgeen men zou kunnen noemen handboeken der
-plichtenleer, leerboeken, waarin de geheele wet voor de weetgierigen
-werd uiteengezet met zooveel gezag als de naam van ieder auteur
-vertegenwoordigde. Het verschil in opvatting, dat bij die behandeling
-der stof aan den dag kwam, betrof meestal dingen, die wij bijzaken
-zouden noemen, en het verminderde bovendien nog met den tijd. Toch werd
-volkomen eenstemmigheid ten aanzien van geen enkel hoofdstuk der wet
-bereikt, zelfs niet binnen de grenzen van eene der rechtsscholen,
-waarvan thans nog vier&mdash;de Hanafitische, de Malikitische, de
-Sjafi&rsquo;itische en de Hanbalitische&mdash;over zijn, die dat
-meeningsverschil vertegenwoordigen. Dit doet geen afbreuk aan de
-katholiciteit van het systeem van den Islâm, daar het totaal van
-de resultaten der legislatieve werkzaamheid van de eerste eeuwen als
-onaantastbaar gewaarborgd wordt door de onfeilbaarheid der gemeente,
-die dat alles, de verschillen incluis, voor hare rekening heeft
-genomen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e704">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Deze loop der zaken, men begrijpt het licht, verzet
-zich tegen het denkbeeld eener algemeen aanvaarde codificatie, zelfs
-van hetgeen in &eacute;&eacute;ne en dezelfde school op dit gebied als
-waarheid geldt. Zij zou niet kunnen geschieden zonder dat daarbij
-telkens van verschillende, gelijkwaardige inzichten enkele voor goed
-ter zijde werden gesteld. Ook heeft de onfeilbaarheid van den consensus
-van oudsher alleen z&oacute;&oacute; gewerkt, dat eene volgende
-generatie op bepaalde resultaten der werkzaamheid eener vorige het
-stempel harer goedkeuring drukte, maar er is <span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>nooit
-een lichaam of eene vergadering geweest, die zich bevoegd achtte, op
-een gegeven oogenblik over bepaalde quaesties in naam der onfeilbare
-gemeente uitspraak te doen. Eene commissie van geleerden eener
-<span class="corr" id="xd25e2116" title="Bron: rechtschool">rechtsschool</span> (<i>ma&#7693;hab</i>) te
-belasten met de codificatie van de Moslimsche wet, zou dus, afgezien
-van de moeilijkheid harer samenstelling in verband met de verspreiding
-der aanhangers van zulk eene school over den aardbodem, een absoluut
-novum zijn, en men weet hoe vijandig bovenal de wetgeleerdheid tegen
-nieuwigheden is, gedachtig aan de uitspraak, die op naam van den
-Profeet overgeleverd wordt: &ldquo;<i>hoedt u voor nieuwe dingen: want
-elke nieuwe zaak is eene ketterij, elke ketterij eene dwaling, en elke
-dwaling behoort in het helsche vuur</i>&rdquo;.</p>
-<p>Gesteld eens, dat men de waarlijk niet geringe bezwaren, die ik al
-noemde, ter zijde wist te stellen, dan nog zou de aanvaarding van de
-meest zorgvuldige codificatie op haast onoverkomelijke gemoedsbezwaren
-stuiten. Men zou in den codex niet veel anders mogen zien dan een nieuw
-leerboek naast de vele bestaande, niet een wetboek. Al hebben feitelijk
-de handboeken der verschillende scholen de bronnen der wet verdrongen,
-zoodat het niemand meer vrijstaat, die bronnen onafhankelijk van de
-rechtsscholen te gebruiken, terwijl ook het recht der geleerde critiek
-op de uitspraken van gezaghebbende handboeken uiterst beperkt is, toch
-ziet men in ieder dier met autoriteit bekleede auteurs slechts iemand,
-die op gezag alweer van oudere voorgangers den inhoud van Qoerân
-en Overlevering verklaart, zonder zijn werk voor die gewijde bronnen in
-de plaats te stellen. Geen Mohammedaansch concilie&mdash;gesteld eens
-dat het mogelijk ware, er een samen te stellen&mdash;zou het wagen,
-voor zijn werk op zulk eene plaats aanspraak te maken.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e711">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Poging tot codificatie in Algeri&euml;.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In Algiers wil de Regeering het beproeven. De <i lang="fr">D&eacute;l&eacute;gation financi&egrave;re des Colons</i> sprak in
-hare zitting van 18 Maart 1904 de wenschelijkheid eener codificatie van
-het in de kolonie geldende Mohammedaansche recht uit, dewijl het
-ontbreken van eenen voor Europeesch gebruik <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>geschikten codex tot allerlei moeielijkheden
-aanleiding gaf, en vooral het totstandkomen eener dergelijke regeling
-der grondrechten belemmerde. De Gouverneur-Generaal gaf aan dien wensch
-gehoor door bij besluit van 22 Maart 1905 eene commissie in te stellen
-bestaande uit 11 leden, waarvan 5 Inlandsche en 6 Fransche ambtenaren,
-afgevaardigden en geleerden, met het doel om te bestudeeren
-&ldquo;<i>eene codificatie der bepalingen van het Mohammedaansch recht,
-die op de Moslimsche inboorlingen van Algeri&euml; toepasselijk
-zijn</i>&rdquo;. Daaronder vallen, zooals nader blijkt, het personen-
-en familierecht, het erfrecht en de bepalingen betreffende vrome
-stichtingen, het zakelijke recht betreffende onroerend goed, de
-bewijsleer.</p>
-<p>De koloniale regeering van Algeri&euml; zoowel als de commissie
-hebben op voorbeeldige wijze zorg gedragen, dat de voorbereidende
-werkzaamheden bij het volste daglicht door iedereen gezien en
-beoordeeld konden worden. Onder den algemeenen titel &ldquo;<i lang="fr">Projet de codification du droit musulman</i>&rdquo; verschenen van
-1906 tot 1909 vijf deeltjes, waarin een getrouw verslag wordt gegeven
-van de ongunstige zoowel als van de gunstige adviezen van tal van
-Fransche en Inlandsche deskundigen, waarin verder de notulen van de
-vergaderingen der commissie en de door een harer leden uitgewerkte
-wetsontwerpen met de door anderen daarop voorgestelde verbeteringen
-worden medegedeeld. Hoogst belangrijk blijft die verzameling
-documenten, zelfs al moest de poging tot codificatie ten slotte op
-niets uitloopen. Dan toch zou, duidelijker dan een betoog a priori dit
-vermag, bewezen zijn, dat ook de samenwerking van hoogst bekwame mannen
-niet in staat is, de hinderpalen tegen de uitvoering van zulk een plan
-weg te nemen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.26" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e718">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Voor mij, ik zeide het reeds, is de uitslag niet
-twijfelachtig. De overtuiging, die ik altijd heb gekoesterd, dat het
-Moslimsche recht geene codificeering toelaat, wordt zelfs versterkt
-door den inhoud der zooeven genoemde publicaties der commissie van
-Algiers, ofschoon de leden<a id="xd25e2152" name="xd25e2152"></a> dier
-commissie zelve nog volharden bij hun optimisme. <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span></p>
-<p>De drang tot codificatie kwam geheel en uitsluitend van Europeesche
-zijde. Fransche rechters, die zich soms belast zien met de beslechting
-in eerste of tweede instantie van geschillen, waarbij het
-Mohammedaansche recht geldt, weten in de Arabische handboeken den
-sleutel tot de oplossing vaak niet te vinden en snakken naar eene
-samenvatting der bepalingen naar de methode en in den vorm, waaraan zij
-in hun eigen recht gewoon zijn. Europeesche kolonisten verlangen eene
-vaststelling der rechten van Inlanders op onroerend goed, die hen bij
-hun verkeer met Inlandsche grondbezitters voor onzekerheid behoedt.</p>
-<p>De Europeesche adviseurs zijn over de mogelijkheid van het voldoen
-aan deze wenschen zeer verdeeld. Onder de Inlandsche autoriteiten, die
-adviezen gaven, zijn een belangrijk aantal besliste tegenstanders van
-de codificatie, en dit aantal zou ongetwijfeld toenemen, als men ook
-adviezen inwon van ambtelooze schriftgeleerden, die in zaken van dezen
-aard in veel hooger mate de <i>vox populi</i> vertegenwoordigen dan
-zij, die door ambtelijke banden aan de Regeering gebonden zijn. Van de
-Inlandsche adviezen die door de commissie onder de gunstige
-<span class="corr" id="xd25e2162" title="Bron: ge-gerangschikt">gerangschikt</span> zijn, maken vele het
-voorbehoud, dat de codificatie zich strikt beperken zal tot eene voor
-Europeanen meer bruikbare rangschikking van den inhoud der algemeene
-gebruikelijke Arabische handboeken, zonder aan geest of letter van dien
-inhoud te raken. De onvoorwaardelijke voorstanders onder de Inlanders
-zijn blijkbaar alleen zulken, die onder Europeeschen invloed van de
-tradities van hun volk min of meer los geworden zijn, en wier advies
-derhalve in eene zoo delikate quaestie als deze met groote
-behoedzaamheid gebruikt dient te worden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.27" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e725">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Ten onrechte beroept men zich op voorgangers.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De voorbeelden, waarop de commissie zich beroept om de
-rechtmatigheid van haar plan te betoogen, namelijk hetgeen in deze
-richting in Turkije, in Egypte en in Tunesi&euml; tot stand gebracht
-is, kunnen den verlangden dienst niet bewijzen, zoolang niet is
-aangetoond&mdash;en die aantooning zou niet licht gelukken&mdash;dat de
-officieele <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>verzamelingen van beginselen en bepalingen der
-Moslimsche wet, die op last van de Turksche en Egyptische regeeringen
-uitgegeven zijn, in de practijk der rechtspraak dier landen de
-handboeken en fetwa&rsquo;s, die van ouds door de rechters als
-grondslag voor hunne beslissingen gebruikt werden, verdrongen hebben,
-en wat Tunesi&euml; aangaat, dat men daar met het codificatiewerk, wat
-de belangrijkste hoofdstukken van het Moslimsche recht betreft, verder
-gekomen is dan tot projecten.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.28" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e732">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding
-bovendien verdacht.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">En dan moet men nog twee zaken bedenken, die de
-uitvoering van het plan voor eene niet-Mohammedaansche regeering als de
-Fransche heel wat bezwaarlijker zouden maken dan voor Mohammedaansche
-als de Turksche en Egyptische. In alle opzichten, maar vooral waar het
-aankomt op de behandeling der heilige wet, heeft de minst aanzienlijke
-Mohammedaansche bestuurder voor eene bevolking, die dien godsdienst
-belijdt, een gezag, waarmee dat van den machtigsten niet-Moslimschen
-staat nooit kan wedijveren. Ging de <span class="corr" id="xd25e2177"
-title="Bron: Goeverneur-Generaal">Gouverneur-Generaal</span> van
-Algiers er inderdaad toe over, bij decreet verbindende kracht toe te
-kennen aan eenen codex van het Mohammedaansche recht, die door eene
-commissie van eenige Fransche deskundigen en eenige Mohammedaansche
-ambtenaren van de Fransche regeering was samengesteld, dan zou zulk
-eene wet reeds om haren oorsprong in de oogen van alle vrome Moslims
-verdacht zijn. Kwam daar nog bij, dat bij die codificatie gestreefd
-was, uit de leerstellingen der verschillende rechtsscholen van den
-Islâm datgene bijeen te lezen, wat zich het best leende voor
-aanpassing aan moderne rechtsbegrippen&mdash;en hiernaar streeft
-inderdaad de commissie van Algiers&mdash;dan zou de gehoorzame
-aanvaarding van zulk eenen codex door eene Moslimsche bevolking
-eenvoudig bewijzen, dat de Fransche Regeering over haar een zoo
-onbeperkt gezag had, dat zij bijna even gemakkelijk het geheele
-Mohammedaansche recht door een ander had kunnen vervangen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.29" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e739">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De toepassing der wet volgt methoden, die van de
-Westersche</h3>
-<p><span class="pagenum">[<a id="pb47h" href="#pb47h" name="pb47h">47</a>]</span></p>
-afwijken.</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het tweede, niet minder ernstige bezwaar is hierin
-gelegen dat het recht niet alleen zijn eigen <i>inhoud</i> heeft, dien
-men volgens de meening der Mohammedanen alleen <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>door
-steeds vernieuwde raadpleging der door den consensus gewaarmerkte
-handboeken mag leeren kennen, kennen, maar dat bovendien rechters en
-moefti&rsquo;s (gezaghebbende uitleggers der wet) bij de toepassing en
-verklaring dier wet gebonden zijn aan <i>methoden</i>, die ver afwijken
-van die der Europeesche juristen. Een door een Europeesch rechter
-geveld vonnis kan door hem op volkomen logische wijze zijn gebaseerd op
-een artikel van zijnen Mohammedaanschen codex en toch rechtmatige
-ergernis geven aan Mohammedanen, die tegen den inhoud van het artikel
-zelfs geen enkel bezwaar hebben.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.30" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e746">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Sommige Fransche adviseurs achten codificatie
-daarenboven ongewenscht.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Eenige Fransche adviseurs der Regeering van Algiers,
-die evenals ik eene bevredigende codificatie van het Moslimsche recht
-<i>niet mogelijk</i> achten, spreken zich daarenboven tegen de
-<i>wenschelijkheid</i> van zulk een vastleggen van bepalingen dier wet
-uit. Zij wijzen erop, dat de Fransche Regeering zoo doende aan
-inzettingen, die <span class="corr" id="xd25e2206" title="Bron: Zij">zij</span> niet goedkeurt, maar alleen om historische
-redenen ter wille van eene groep harer onderdanen tolereert, een
-langduriger bestaan verzekeren zou dan deze, aan zichzelve overgelaten
-in den strijd tegen de moderne levensopvatting, zouden bereiken. Wel
-verre van in het ontbreken van eenen codex eene lastige leemte te zien,
-beschouwen zij dat veeleer als een groot voordeel, daar Fransche
-rechters en bestuurders nu bij allerlei gelegenheden hunnen invloed
-kunnen aanwenden om de practijk der Mohammedanen geleidelijk met
-nieuwere beginselen in overeenstemming te brengen, hetgeen zij zeer
-dikwijls met succes gedaan hebben. De codex, dien men bezig is te
-ontwerpen, zou daarom voor een deel reeds bij zijne geboorte verouderd
-zijn, en voor het overige de zoo gewenschte ontwikkeling der Moslimsche
-maatschappij uit hare middeleeuwsche windselen zeer bemoeilijken.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.31" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e753">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Ook in Nederlandsch-Indi&euml; werd de wensch naar
-codificatie vernomen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In Nederlandsch-Indi&euml; zijn meer dan eens stemmen
-opgegaan voor eene codificatie van die gedeelten der Mohammedaansche
-wet, die voor de rechtspraak over Inlanders van practisch belang zijn.
-Onze wetgeving heeft den omvang hiervan nergens zoo nauwkeurig
-<span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name="pb48">48</a>]</span>bepaald als dit in Algeri&euml; geschied is, maar
-de natuurlijke loop der zaken heeft dien feitelijk hier tot dezelfde
-onderwerpen beperkt als daar; het huwelijks-, familie-, personen- en
-het erfrecht staan bovenaan, de waqf-instellingen worden uit den aard
-der zaak volgens de heilige wet behandeld, en de Moslimsche leer van
-het bewijs, die in zoo menig opzicht van moderne opvattingen afwijkt,
-is de eenige, welke de handhaver der wet van den Islâm bij zijn
-onderzoek mag volgen.</p>
-<p>Degenen, die ten onzent op codificatie aandrongen, behoorden
-ongeveer tot dezelfde groepen, die in Algeri&euml; zulk eenen mijns
-inziens onvervulbaren wensch uitten: vooral rechterlijke ambtenaren,
-die inzagen, dat de Regeering zich op den duur niet mag onttrekken aan
-alle toezicht op de Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak, en dat zulk
-toezicht niet beperkt kan blijven tot de wettige samenstelling der
-rechtbanken en tot de quaestie der competentie, maar zich ook behoort
-uit te strekken tot den inhoud der vonnissen, daar anders de
-justitiabelen overgeleverd worden aan de willekeur van niet of slecht
-bezoldigde rechters, die toch door de Regeering worden aangesteld. Die
-Europeesche juristen achtten evenwel de doelmatige uitoefening van zulk
-toezicht niet mogelijk, wanneer zij daarvoor niet beschikten over een
-codex, die voor hen, bruikbaar en tevens met onbetwist gezag bekleed
-was.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.32" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e760">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Bij de overige bedenkingen komen nog
-gemoedsbezwaren.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De principieele bezwaren tegen dit desideratum
-behoeven wij na al hetgeen naar aanleiding der in Algiers op touw
-gezette codificatie werd opgemerkt niet meer te herhalen. Kon
-men&mdash;wat ik ontken&mdash;die algemeene hinderpalen overwinnen, dan
-nog zou, naar ik vermoed, onze Regeering, die zich terecht verplicht
-acht, de volksinstellingen der door Haar bestuurde Oosterlingen, vooral
-wanneer zij eenen godsdienstigen grondslag hebben, te
-<i>tolereeren</i>, in hooger mate dan die van Algiers door
-gemoedsbezwaren weerhouden worden van het door officieele codificatie
-min of meer <i>consacreeren</i> van instellingen als de polygamie met
-hetgeen daaruit voortvloeit, om niet meer te noemen. <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.33" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e767">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Codificatie zou den invloed van volksrecht
-verminderen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ook zou eene codificatie van het Moslimsche recht, om
-te voldoen aan de eischen der meest deskundige Mohammedaansche
-Inlanders, verschillende instellingen, die in het inheemsche volksrecht
-gegrond zijn en waarmede vele rechters naar den Islâm rekening
-plegen te houden, moeten negeeren en zoo hare afschaffing voorbereiden,
-terwijl juist hare handhaving aanbeveling verdient. Ik noem slechts het
-op nagenoeg geheel Java en Madoera geldende instituut der
-voorwaardelijke verstooting na elk huwelijk, waardoor de positie der
-gehuwde vrouw belangrijk sterker wordt dan door eenvoudige toepassing
-der Mohammedaansche wet het geval zou zijn; verder de in een groot deel
-dier eilanden gebruikelijke verdeeling der staande het huwelijk
-verworven goederen tusschen de echtgenooten bij ontbinding van den
-echt.</p>
-<p>Een der meest gezaghebbende Mohammedaansche schriftgeleerden in
-Nederlandsch-Indi&euml;, Sajjid Oethmân bin Jah&#803;ja te
-Batavia, heeft door de samenstelling van zijnen verdienstelijken gids
-voor de priesterraden (onder den titel: <i>al-Qawân&icirc;n
-as-Sjar&rsquo;ijjah</i>) zijdelings de onmogelijkheid eener codificatie
-aangetoond. Hij wist uit rijke ervaring van vele jaren, welke quaesties
-aan die geestelijke rechtbanken op Java en Madoera plegen te worden
-voorgelegd; zijn streven was, uit de beste werken der doctores van het
-Sjafi&rsquo;itische recht bijeen te lezen, hetgeen de leden van die
-rechtbanken anders in eene bibliotheek van handboeken zouden moeten
-zoeken. Inderdaad gaf hij al wat iemand, die met de materie vertrouwd
-is, billijkerwijze verwachten kon: geene codificatie dus, maar een
-nieuw, voor bijzondere behoeften berekend leerboek, dat evenwel telkens
-den gebruiker noodzaakt, voor een te behandelen geval zijn licht te
-ontsteken bij een anderen auteur. Van volksrecht, dat niet met de
-kanonieke wet overeenstemde, nam hij natuurlijk alleen notitie om het
-met alle kracht te bestrijden.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch2.34" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e775">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Beteekenis der mystiek in den Islâm.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Onze vluchtige karakterschets van het systeem van den
-Islâm zou al te onvolledig zijn, als we de <i>mystiek</i> geheel
-stilzwijgend voorbijgingen. Voor hem, die den <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span>Islâm van alle zijden wil bezien, is dit
-zelfs juist een onderwerp, dat verleidt om er lang bij stil te staan,
-want in de mystiek heeft het Mohammedanisme het middel gevonden om zich
-te verheffen tot eene hoogte, van waar hij boven zijn eigen, eng
-begrensden horizon uit kon zien.</p>
-<p>Die geesten onder de Moslims, voor welke het keurslijf der
-wettelijke voorschriften en der dogmata van den Islâm te eng was,
-hebben in de periode, waarin hij zich aan de door hem veroverde wereld
-aanpaste, aan denkbeelden van eene andere orde binnen zijne grenzen een
-zeker burgerrecht weten te verzekeren. In hunnen kring werkten
-<span class="corr" id="xd25e2258" title="Bron: askese">ascese</span> en
-wijsgeerige diepzinnigheid van Griekschen, Perzischen en Indischen
-oorsprong samen om de wet en de dogmatiek te vervluchtigen tot de
-eerste, meest elementaire middelen om te geraken tot vereeniging van
-mensch en God. Soms ging die vervluchtiging zoo ver, dat er van de
-specifieke voorschriften en leerstellingen van den Islâm niet
-veel meer overbleef. Natuurlijk begon dan van de andere zijde de
-ketterjacht, en daarom vermeden vele mystieken het dan ook, de
-ondergeschiktheid van wet en geloofsleer aan hoogere doeleinden tot de
-consequentie van opheffing dezer beide uit te werken. Dit alles behoort
-echter meer tot het terrein van godsdienst en wijsbegeerte, dat ons
-hier slechts in zooverre bezighoudt als het voor de practijk
-belangrijke directe gevolgen heeft.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.35" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e782">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te
-verwachten.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In &eacute;&eacute;n opzicht raakt de mystiek toch
-onze tegenwoordige sfeer van belangstelling. Overal, en ook in den
-Islâm, onderscheidt zij zich door neiging om den godsdienst boven
-zijne vormen te verheffen, dus ook door verdraagzaamheid; zij heeft,
-als ik het zoo eens noemen mag, iets interreligionaals. Nu hebben
-sommigen daarom de Mohammedaansche mystiek beschouwd als bestemd om den
-Islâm uit zijn geestelijk isolement te verlossen en hem de
-gewenschte verzoening met de moderne cultuur mogelijk te maken. Als
-deze verwachting gegrond was, dan zou zij voor de Mohammedanen van den
-Indischen Archipel bijzondere beteekenis hebben, want daar heeft
-<span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span>vooral in den aanvang der Islamiseering de
-mystieke opvatting diepe wortels geschoten. De bodem was daartoe met
-name op Java, maar ook elders, door het vroeger heerschende
-Hindoe&iuml;sme uitnemend voorbereid, en de eerste predikers van den
-Islâm waren zelf weer ge&iuml;slamiseerde Hindoes, die veel van
-den ouden zuurdeesem behouden hadden.</p>
-<p>Voor het proces der inlijving van Javanen en Maleiers bij de moderne
-beschaving is deze omstandigheid zonder twijfel gunstig, althans daar,
-waar niet in lateren tijd de invloed van West- en Zuid-Arabi&euml;, van
-Mekka en H&#803;adhramaut, met succes tegen te zwakke waardeering van
-wet en leer gereageerd hebben. Maar dan toch alleen in dezen zin, dat
-die Indonesi&euml;rs daardoor minder dan vele andere
-Islâmbelijders zich tegen de inwerking van vreemden geestelijken
-invloed zullen verzetten; niet zoo, dat zij kans hebben om meegesleept
-te worden in eene algemeene hervorming van den Islâm in de
-richting der mystiek.</p>
-<p>De verwachting van zulk eene beweging laat zich namelijk op
-redelijke gronden niet rechtvaardigen. De mystiek van den Islâm
-heeft nooit propaganda onder het volk gemaakt, zij bleef steeds beperkt
-tot enkele kringen, die zich als geestelijk bevoorrechten beschouwden
-en nog dieper haast dan de schriftgeleerden en de dogmatici op de
-schare neerzagen. De mystieken werden door de massa beschouwd &ograve;f
-als ketters &ograve;f als godsmannen, die wonderen deden, maar wier
-denken en doen gewone menschen zich niet tot voorbeeld mochten nemen.
-Hunne beschouwing van wereld en leven mist dus al hetgeen zou kunnen
-dienen om de menigte te boeien of aan te trekken.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.36" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e789">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De mystieke broederschappen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wel is er ook eene populaire soort van mystiek
-ontstaan, die in de zoogenaamde geestelijke broederschappen, de
-&#7789;ar&icirc;qah&rsquo;s, haren vasten vorm heeft gevonden, maar van
-deze verwacht wel niemand hervormende kracht, want zij heeft zelve hare
-kracht gezocht in streeling van de vulgaire behoefte aan
-menschenvereering en allerlei bijgeloof. Noch de vaak verheven, maar
-meestal hoovaardige <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52"
-name="pb52">52</a>]</span>denkheiligheid der mystieke leer van den
-Islâm, noch de op de lagere neigingen der menschen speculeerende
-&#7789;ar&icirc;qah&rsquo;s kunnen aan het Mohammedanisme de
-geestelijke emancipatie brengen, die het geschikt moet maken voor het
-internationale geestelijke verkeer. <span class="pagenum">[<a id="pb53"
-href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e796">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="label">III.</h2>
-<h2 class="main">DE NEDERLANDSCHE KOLONIALE REGEERING EN HET STELSEL
-VAN DEN ISL&Acirc;M.</h2>
-<div id="ch3.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e803">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De Nederlandsche Regeering kan niet buiten
-Islâmpolitiek.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Sinds ongeveer zeven eeuwen heeft op de bevolking van
-onzen Indischen Archipel de in onze eerste voordracht geschetste
-propaganda ingewerkt; sinds ongeveer vier eeuwen heeft hare overgroote
-meerderheid den Islâm aangenomen, dat wil zeggen zich opengesteld
-voor den invloed van het in onze tweede voordracht behandelde systeem
-en zich daarmee tevens voor andere cultuurinvloeden minder toegankelijk
-gemaakt, zij het ook dat de hervormende en opvoedende factoren van dat
-stelsel zich in vele streken nog weinig deden gelden. Vijfendertig
-millioenen Nederlandsche onderdanen belijden den Mohammedaanschen
-godsdienst, dus ongeveer een zevende deel van het geschatte totaal
-aller Moslims; daar gaat niet veel af, integendeel, er komt veel bij,
-zoowel omdat de bevolking snel vermeerdert, als omdat het toegenomen
-internationale verkeer, waaraan ook de Indonesi&euml;rs op hunne wijze
-deelnemen, hier gelijk overal de strekking heeft om plaatselijke
-eigenaardigheden op te ruimen, terwijl de Islâm de beste kansen
-heeft verworven om bij die opruiming eene hoofdrol te spelen.</p>
-<p>Sinds Nederland tot het bewustzijn is ontwaakt, dat het zijne taak
-is, de volken van den Archipel naar hunnen aard voor deelname aan het
-moderne cultuur- en verkeersleven geschikt te maken, heeft het dus
-evenals elke niet-Mohammedaansche staat met Moslimsche onderdanen zijne
-eigene Islâmquaestie, eene levensvraag, welker oplossing elken
-Nederlander, die vooruitkijkt, ter harte <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>moet gaan, waaraan
-bovenal de Regeering en Hare ambtenaren hunne ernstige belangstelling
-niet mogen onthouden.</p>
-<p>Dat bij elke oplossing der vele vragen, die zich hier om een
-antwoord aanmelden, de volkomen eerlijke eerbiediging van de vrijheid
-der godsdienstige belijdenis van alle onderdanen ongerept moeten
-blijven, behoeft gelukkig geen uitvoerig betoog meer. De kleine groep
-van kortzichtigen, die den Islâm der Inlanders een deuk zouden
-willen geven door hem voor vijf zesden weg te cijferen, verdient de eer
-eener omstandige weerlegging niet.</p>
-<p>Maar daar de Islâm nu eens een stelsel is geworden, dat zich
-niet tevredenstelt met de regeling der verhouding zijner belijders tot
-het Opperwezen, veeleer zijne bemoeienis opdringt met hunne
-betrekkingen tot het staatsgezag en tot hunne medeonderdanen van
-denzelfden staat, en tot in de geringste bijzonderheden al hunne
-levensuitingen wil binden aan zijne voorschriften, daar kan noch mag de
-staat, die millioenen Mohammedanen tot onderdanen heeft, hiervoor
-onverschillig blijven. Al ware het tegen wil en dank, hij is verplicht
-een scheiding te maken, die de Islâm zelf theoretisch niet maken
-kan, eene scheiding tusschen een gebied, waarbinnen hij zulk een
-<i>imperium in imperio</i> ter wille der gewetensvrijheid dulden kan,
-en een ander gebied, waarin de onbelemmerde werking van zulk eene macht
-met hoogere en algemeenere belangen niet te rijmen ware.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch3.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e810">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Jegens het dogma en de zuiver godsdienstige
-voorschriften der wet moet zij neutraal zijn.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Aan de eigenlijke <i>geloofsdogmata</i> van den
-Islâm behoort de Regeering in geen enkel opzicht te raken; zij
-zijn trouwens voor den staat even ongevaarlijk als die van eenige
-andere der gezindten, welker vrijheid van belijdenis door hem
-gewaarborgd wordt. Zelfs van het eschatologische gedeelte moet dit
-gezegd worden, want oproerige bewegingen, die soms
-daaraan&mdash;inzonderheid aan de
-mahd&icirc;-verwachting&mdash;vastgeknoopt worden, sleepen alleen
-onontwikkelden uit misverstand mede. Waar zij zich voordoen, zal men ze
-altijd met geweld moeten onderdrukken; preventief werkt daartegen
-opvoeding <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span>der bevolking tot een hooger intellectueel
-peil.</p>
-<p>Niet minder zal de staat zich hebben te onthouden van alle
-belemmering van <i>verrichtingen</i>, die de Moslim beschouwt als te
-behooren tot zijnen <i>godsdienst in den engeren zin</i> van dat
-woord.</p>
-<p>Overal, maar het meest daar, waar de Islâm niet meer den
-hoofdtoon aangeeft, brengt rigoureuze trouw aan hetgeen hij zijnen
-belijders als hoofdplichten voorschrijft&mdash;de zoogenaamde vijf
-zuilen van den Islâm&mdash;de geloovigen dikwijls in moeilijkheid
-bij intensieve deelname aan het tegenwoordige verkeer. De
-reinheidswetten, de vijfmaaldaagsche godsdienstoefeningen, het strenge
-vasten gedurende eene geheele maand van ieder jaar, dat alles maakt den
-ambtenaar, den koopman, den industrieel, den werkman der twintigste
-eeuw, die zich eraan gebonden acht, het leven vaak bedenkelijk zwaar.
-Dit blijkt wel het best uit het feit, dat zelfs in landen onder
-Mohammedaansch bestuur die verschillende klassen der maatschappij zich
-meer en meer van die knellende banden emancipeeren.</p>
-<p>Onze koloniale Regeering zal zich hierdoor evenmin als de Fransche
-in Algeri&euml; of de Britsche in Indi&euml; gerechtigd achten op die
-natuurlijke evolutie vooruit te loopen door gebrek aan consideratie
-jegens hen, die zich nog tot inachtneming dier verouderende
-godsdienstige gebruiken verplicht achten. Elke directe of verkapte
-drang tot slapheid in zulke observanties is onverstandig, al ware het
-slechts omdat de evolutie daardoor met vertraging wordt bedreigd;
-immers alwat aan aanval blootstaat, stijgt in de waardeering van wie
-het bezit. Bovendien is zulk optreden van de Regeering of Hare
-ambtenaren met het beginsel der godsdienstvrijheid in stelligen
-strijd.</p>
-<p>Minder groot is het gevaar van dit beginsel aan te randen ten
-aanzien van de <i>zakât</i> genoemde godsdienstige belasting,
-welker opbrengst mede als eene der vijf hoofdzuilen van het gebouw van
-den Islâm geldt. De Moslimsche wet zelve, rekening houdende met
-het feit, dat het staatsbestuur in Mohammedaansche landen al eeuwen
-<span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span>lang niet overeenkomstig hare voorschriften is
-ingericht, bevat de noodige bepalingen voor het geval, waarin de
-vervulling van dezen plicht, zonder bemoeienis van vertegenwoordigers
-van het gezag, geheel aan het vrije initiatief der geloovigen is
-overgelaten. De Nederlandsch-Indische Regeering heeft reeds vele jaren
-geleden ten opzichte van deze instelling het eenig juiste standpunt
-ingenomen door aan hare ambtenaren mede te deelen, dat zij de
-zakât beschouwd wenschte te zien als eene vrijwillige liefdegave,
-tot welke niemand onder haar bestuur mocht worden gedwongen, evenmin
-als aan de naleving van dat godsdienstige voorschrift moeielijkheden in
-den weg gelegd behoorden te worden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e817">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend
-ingrijpen onverstandig zijn.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Anders staat het met de vijfde zuil, de door iederen
-Moslim, die physiek en finantieel daartoe in staat is, eenmaal in het
-leven te verrichten bedevaart naar Mekka. Dit onderwerp is door mij bij
-verschillende gelegenheden met zooveel uitvoerigheid behandeld, dat ik
-mij hier wel tot resumtie der hoofdzaken mag bepalen. Zelfs dit zou
-overbodig geacht kunnen worden, indien niet telkens weer met dezelfde
-versleten argumenten, drang op de Regeering uitgeoefend werd om toch
-eindelijk eens maatregelen te nemen tot tegengang van den hadj.</p>
-<p>Het laatst trad als orgaan van dien aandrang op hetzelfde
-parlementslid, dat de Islâmquaestie wilde vereenvoudigen door
-zijn voorstel om vijf zesden der Nederlandsch-Indische Mohammedanen,
-die door hem gewogen, maar voor den Islâm te licht bevonden
-waren, eenvoudig uit de registers der Islâmbelijders te
-schrappen. Natuurlijk bleef hij in gebreke aan te geven, hoe de
-Regeering, zonder de vrijheid van godsdienst en van beweging Harer
-onderdanen aan te randen, aan zijnen wensch gevolg zou kunnen geven.
-Hij vergenoegde zich ermede, aan zijne met Indi&euml; minder bekende
-medeburgers voor het bedevaartspook schrik aan te jagen met behulp van
-een paar beweringen, die van de waarheid evenver verwijderd waren als
-van de welvoegelijkheid.</p>
-<p>Of wat zegt gij, die bij ervaring weet, dat Mohammedaansch fanatisme
-in Oost-Indi&euml; evenzeer onder ongetulbande <span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>Inlanders als onder hadji&rsquo;s voorkomt, en dat
-tienduizenden hadji&rsquo;s in Nederlandsch-Indi&euml; als rustige
-onderdanen van het Gouvernement leven, van deze uitspraak van onzen
-volksvertegenwoordiger: &ldquo;de bedevaartganger&mdash;ook als
-Mohammedaan niet gevaarlijk v&oacute;&oacute;r zijne reis&mdash;is
-beslist een opruier tegen het Gouvernement, wanneer hij de bedevaart
-naar wensch heeft volbracht?&rdquo; En wat dunkt u, lettende op het
-feit, dat bijna alle leden der Javaansche aristocratie naaste
-bloedverwanten hebben, die de bedevaart naar Mekka hebben verricht, en
-dat onder hen steeds meer kennis genomen wordt van hetgeen in onze pers
-en in ons parlement betreffende de Inlandsche wereld gezegd wordt, wat
-dunkt u van zijn ander orakel, dat die Inlanders na terugkeer van
-hunnen tocht naar Arabi&euml; gelijk stelt met reizigers, die in hun
-land terugkomen &ldquo;gewapend met dynamiet en wapenen (<i>sic</i>) om
-de gebouwen in de lucht te doen vliegen en onze medeburgers ad patres
-te helpen?&rdquo;</p>
-<p>De nuchtere werkelijkheid komt hierop neer, dat, al verzuimen vele
-Nederlandsch-Indische Moslims, die volgens hunne wet in de termen
-zouden vallen tot het verrichten der bedevaart, de vervulling van dien
-godsdienstigen plicht toch, vergeleken met de vele andere landen van
-den Islâm, hun ijver voor den hadj betrekkelijk groot is, grooter
-ook dan hun ijver in de volbrenging van andere plichten, die de
-Moslimsche wet hun minstens even na aan het hart legt.</p>
-<p>De oorzaken van dit verschijnsel zijn velerlei. De verzoenende
-kracht voor vroegere zonden, die aan de volbrenging der bedevaart
-toegekend wordt, doet haar bijzonder waardeeren door hen, die in trouw
-aan de dagelijks en jaarlijks terugkeerende ritueele verplichtingen van
-den Moslim zoo veel tekortschieten. Zekere onderscheiding, die de
-hadji&rsquo;s van hunne landgenooten genieten, draagt tot de voorliefde
-ook iets bij, al werkt deze prikkel door de toeneming van hun aantal
-steeds minder sterk. Voor de groote meerderheid der Inlanders is de
-reis naar Arabi&euml; bijna het eenige, en wel een vrij gemakkelijk en
-niet te kostbaar middel om hun isolement van de <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>buitenwereld te verbreken en ook eens iets van
-andere landen te zien. Bij deze en andere motieven komt ongetwijfeld
-ook de aanmoediging vanwege de belanghebbenden te Mekka, het
-hadjiwerven, zooals men het pleegt te noemen. Hiertegen valt evenwel
-weinig te doen, want de eigenlijke wervers, die met de desalieden in
-aanraking komen, zijn geene vreemdelingen, aan wie men, met eenige
-willekeur om bestwil, den toegang zou kunnen ontzeggen, neen het zijn
-in den regel Inlanders uit de streek zelve, die door hadjisjeichs en
-dergelijken bij het aanbrengen van klanten <span class="corr" id="xd25e2352" title="Bron: geinteresseerd">ge&iuml;nteresseerd</span>
-zijn.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e824">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Politieke beteekenis van den hadji.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De uit een politiek oogpunt te overwegen gevolgen van
-van het verkeer met Mekka komen niet bij de groote massa der pelgrims
-aan den dag. Dezen komen terug even wijs of onwetend, even fanatiek of
-verdraagzaam als zij enkele maanden tevoren de reis aanvaard hebben.
-Van belang is hoofdzakelijk het feit, dat sedert ongeveer twee en eene
-halve eeuw een nog al aanzienlijk getal Inlanders te Mekka jaren
-doorbrengt om er te studeeren. Deze omstandigheid heeft ten gevolge
-gehad, dat de daar heerschende methoden van studie en onderwijs
-gaandeweg de vroeger van Voor-Indi&euml; geimporteerde hebben
-verdrongen, en wat nog meer zegt, dat de&mdash;gelukkig niet de
-meerderheid vormende&mdash;<i>hiervoor vatbare</i> studeerenden in dat
-internationaal-Mohammedaansche milieu met panislamitische denkbeelden
-kennis maken, die op hunne gezindheid jegens het Europeesche bestuur
-van hun vaderland ongunstig kunnen werken. Tot nog toe heeft niemand
-het middel weten aan te wijzen om dien sedert eeuwen bestaanden, en
-vooral sedert de stoomvaart toegenomen stroom direct te keeren. De
-eenige middelen, die zich aanbevelen, zijn indirecte, langzaam maar
-zeker werkende, die den zin der Inlanders in andere richting leiden. Al
-wat de opvoeding van het volk bevordert, kan daartoe strekken. Elke
-stap, dien men de inlanders verder brengt in de richting onzer cultuur,
-leidt hen evenver af van de bedevaartzucht.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e831">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Economische gevolgen van den hadj.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het economisch nadeel van den hadj voor de Inlandsche
-maatschappij is niet denkbeeldig, al wordt het wel eens <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>breeder
-uitgemeten dan het verdient. <span class="corr" id="xd25e2370" title="Bron: De">Dat</span> laat ons zeggen vijf millioen gulden<a class="noteref" id="xd25e2373src" href="#xd25e2373" name="xd25e2373src">1</a>, die jaarlijks in den vorm van reis- en
-verblijfkosten en vrome gaven van pelgrims den Archipel verlaten, mogen
-voor een deel aan de Nederlandsche scheepvaart ten goede komen, in het
-ware belang der bevolking zagen wij die som gaarne beter besteed. In
-verband met het bevolkingscijfer en met de vele andere finantieele
-aftappingen, die Indi&euml; ondergaat zonder er zelf profijt van te
-hebben, maakt dat bedrag echter niet meer z&oacute;&oacute;&rsquo;n
-enormen indruk als op het eerste gezicht.</p>
-<p>In ieder geval staat het vast, dat elke regeeringsmaatregel, die ten
-doel zou hebben, de bedevaart te verhinderen of te belemmeren, dat doel
-zou missen, den ijver veeleer zou prikkelen en een storm van
-verontwaardiging zou ontketenen in de geheele Moslimsche wereld, waar
-de Nederlandsche Regeering nu reeds bekend staat als geneigd tot
-onbillijkheid jegens Mohammedanen.</p>
-<p>Tegenover de dogmatische overtuiging zoowel als tegenover de
-eigenlijk godsdienstige wetten Harer Moslimsche onderdanen past der
-Regeering en Haren ambtenaren onder alle omstandigheden geen ander
-richtsnoer dan dat der onvoorwaardelijke en strikt eerlijke handhaving
-der godsdienstvrijheid, zonder eenig voorbehoud betreffende den graad
-hunner islamiseering, de beweegredenen, die hen ten opzichte van een of
-ander voorschrift tot bijzondere trouw of zelfs tot overdrijving
-brengen. Elke schending van dit beginsel brengt zijne straf mede, en
-alleen onverantwoordelijke stuurlui aan den wal zullen eene andere
-methode durven aanbevelen.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch3.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e838">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van
-den Islâm eischt eerbiediging.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Uit onze vroegere beschouwingen is gebleken, dat
-sommige gedeelten van het stelsel van den Islâm, die bij ons
-krachtens haar onderwerp tot het recht gerekend zouden worden, even
-stellig als de leer van het geloof en die der godsdienstplichten
-aanspraak maken op eerbiediging. Zoo in de eerste plaats het
-<i>huwelijks-, familie-, personen- <span class="pagenum">[<a id="pb60"
-href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span>en erfrecht</i> en hetgeen
-daarmee het nauwst samenhangt.</p>
-<p>Men ontwaart dit wel het duidelijkst uit de nagenoeg volstrekt
-algemeene receptie dezer bestanddeelen van de wet door alle
-Mohammedanen der wereld, en voorts uit de zeer bijzondere consideratie,
-die alle staten met Mohammedaansche onderdanen juist daarvoor getoond
-hebben. Noch Frankrijk noch Groot-Brittanni&euml; hebben er ooit aan
-gedacht, aan eene dier zaken te tornen; bij alle hervormingsplannen
-stond het boven bedenking, dat <i>die</i> wetten onaangetast zouden
-blijven.</p>
-<p>In den allerlaatsten tijd worden enkele stemmen vernomen, die met
-name voor een groot deel van Java willen betoogen, dat daar de in hare
-practijk meer heidensch dan Moslimsch gezinde bevolking zeer wel de
-invoering door de Regeering van een Westersch familierecht zou
-toelaten, daar zij toch van de Moslimsche instellingen noch goed op de
-hoogte, noch daaraan bijzonder gehecht was, en die alleen in zoover
-betrachtte, als de hoofden en de zoogenaamde geestelijkheid er de hand
-aan hielden.</p>
-<p>Ik kan in die redeneering niet anders zien dan eene van perfidie
-niet vrije drogreden, die een nog meer afstootenden indruk maakt,
-wanneer het heet, dat zij moet dienen om de prediking van het Evangelie
-wat gemakkelijker te maken. <i lang="la">Non tali auxilio!</i> zal
-ieder eerlijk Christen met weerzin daarbij uitroepen.</p>
-<p>De kleine man, de desabewoner in een groot deel van Java, bezit
-weinig of geene kennis van het familie- en personenrecht van den
-Islâm, en hij heeft dit nooit om zijne bij vergelijking met
-andere wetten gebleken voortreffelijkheid aanvaard. Neen, de
-fellâh&#803; van Egypte evenmin, en het gros der bevolking van
-Constantinopel en Mekka deelen met hen die onkunde. Maar zij allen
-weten wel, wie onder hen de kenners van die inzettingen zijn, en dezen
-staan onmiddellijk, wanneer daarop een aanval beraamd wordt, gereed om
-die onwetenden te waarschuwen, dat hunne religie in gevaar komt, dat
-het niet alleen gaat om een door de vaderen aanvaard en van hen geerfd
-goed, maar om geboden van den Allerhoogste, welker miskenning afval van
-het geloof in zich sluit. <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span></p>
-<p>Alleen de grofste onkunde kan zoo slechte raadgevingen eenigszins
-verontschuldigen. Diezelfde onbekendheid met de meest elementaire
-gegevens, die ons parlementslid (den man van de schrapping der vijf
-zesden) deed beweren, dat de Nederlandsche Regeering hare Indonesische
-onderdanen bestuurt naar Mohammedaansche rechtsbeginselen en zoo bij
-hen de meening doet post vatten, dat Zij hunne bekeering tot den
-Islâm gaarne ziet.</p>
-<p>Dat eenig deel van onze voor Inlanders geldende wetgeving ook maar
-een spoor van Mohammedaansche rechtsbeginselen vertoont, zal zelfs die
-volksvertegenwoordiger niet durven zeggen. Zijne uitspraak kan dus
-alleen betrekking hebben op dat personen- en familierecht met aankleve,
-hetwelk, zoolang wij Oost-Indische eilanden bezitten, gegolden heeft
-als door de inheemsche Moslimsche bevolking gerecipieerd, en ook wegens
-zijn intiemen samenhang met hunne religie te eerbiedigen. Dit nooit
-weersproken feit vertoont zich nu opeens aan ons Kamerlid als eene
-dwaling, die haar ontstaan dankt aan angst voor of sympathie met den
-Islâm, die de Regeering van de wijs gebracht zouden hebben. En
-voor deze ongehoorde stelling voert hij niets anders aan dan de niet
-verder gespecificeerde autoriteit van drie geleerden, van welke twee
-zich nooit op dit terrein bewogen noch in dezen zin geuit hebben,
-terwijl de derde zich bij meer dan eene gelegenheid in zeer beslist
-positieven zin over de receptie van bedoelde hoofdstukken van het
-Moslimsch recht door de Inlandsche Mohammedanen heeft uitgesproken. Wij
-mogen bij deze dwaasheden niet langer stilstaan.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch3.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e845">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd
-open.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Intusschen, de eerlijke erkenning van de aanspraken
-dezer Mohammedaansch-Inlandsche inzettingen op volkomen eerbiediging
-sluit geenszins ingenomenheid in zich met die inzettingen zelve. In
-menig opzicht passen zij beter bij den beschavingstoestand van de
-oudheid of van de middeleeuwen dan bij dien van onzen tijd. De
-polygamie, de groote losheid van den huwelijksband, de hulpeloosheid
-der vrouw tegenover willekeur en onrecht van haren man, om maar enkele
-hoofdzaken te noemen, <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62"
-name="pb62">62</a>]</span>verhinderen de normale ontwikkeling van het
-gezin; ook vele d&eacute;tailregelingen zou men thans geheel anders
-wenschen. De Islâm heeft hier weer aan het tijdelijke blijvende
-kracht gegeven, aan voorschriften, die in eene bepaalde periode voor
-bepaalde landen wellicht geschikt waren, eeuwig onfeilbaar gezag
-toegekend. Zoolang men eene bevolking van wingewesten exploiteert, kan
-men voor de heerschappij van zulke instituten onverschillig blijven;
-eene regeering, die al hare onderdanen naar ethische beginselen wil
-besturen, mag dit niet zijn. Zonder ooit de bijzondere teerheid voorbij
-te zien van door de religie gewijde regelen, die het leven van het
-individu en van de familie betreffen, moet zij den weg eener gewenschte
-evolutie open houden, banen als het noodig is, en de menschen daarheen
-lokken als zij dat vermag.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e852">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Codificatie derhalve ongewenscht.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Codificatie van het gerecipieerde deel van het
-Moslimsche recht, al ware zij niet op zichzelve onmogelijk, zou eene
-der grofste fouten zijn, die de Regeering kon begaan. Men zou daardoor
-voor onafzienbaren tijd vastleggen, hetgeen men juist hoopt, dat zich
-zal wijzigen. Bovendien is de receptie van dat recht, die hier
-vrijwillig tot stand kwam, niet volledig noch ongeschonden geweest, en
-menige adat, die zich plaatselijk tusschen de regelen van het gewijde
-recht wist in te dringen, heeft aanspraak op officieele bescherming.
-Het is dus van het grootste belang, de beslissing omtrent hetgeen het
-Inlandsch-Mohammedaansche recht in de te behandelen gevallen leert,
-telkens over te laten aan de vrije, door geen officieel erkend
-geschrift gebonden overweging van degenen, die met deze rechtspraak
-belast zijn, en verder, deze functie op te dragen aan personen, die bij
-de bevolking gezag hebben, en van wie de Regeering vertrouwen kan, dat
-zij niet alleen de noodige kennis der Moslimsche wet bezitten, maar
-vooral ook op de hoogte zijn van hunnen tijd, zoodat zij de eischen
-eener gezonde evolutie verstaan.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e859">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De instelling der priesterraden op Java en Madoera was
-eene fout.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Daarom is de instelling der priesterraden, die in 1882
-van Regeeringswege geschiedde, eene betreurenswaardige fout geweest. De
-Mohammedaansche rechtspraak op Java en Madoera was in handen van de
-panghoeloes, bijgestaan <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span>door het hun ondergeschikte personeel
-en somtijds ook door deskundigen daarbuiten, en onderworpen aan het
-toezicht van de regenten. Ten onrechte heeft men toen gemeend, het
-bestaande verbeterend te bevestigen door de ondergeschikte helpers van
-den &eacute;&eacute;nen rechter te maken tot een college van
-stemgerechtigde leden, die door de Regeering benoemd en wat hunne
-rechtspraak betreft van elk hooger toezicht ontslagen werden. De
-misbruiken zijn daardoor eer toe- dan afgenomen, te meer, daar deze
-rechters door de Regeering wel benoemd, maar niet bezoldigd worden.
-Betrouwbaarheid kan men toch moeielijk verwachten van rechters, die
-over de intiemste belangen der bevolking te beslissen hebben, en wier
-eenige belooning bestaat in de nergens geregelde emolumenten van hun
-ambt. Voor de keuze der leden was men aangewezen op personen, die aan
-Inlandsche p&#277;santr&egrave;ns of in Arabi&euml; eene zekere kennis
-van den inhoud der handboeken over de Mohammedaansche wet hadden
-opgedaan; gewoonlijk vrij bekrompen menschen, die met de practijk des
-levens weinig aanraking hebben. De stem van het Inlandsche gezonde
-verstand, die vroeger door de bemoeienis van den regent dikwijls dan
-doorslag gaf, werd gesmoord, zoodat rechtsverkrachting gemakkelijker,
-evolutie veel moeilijker was geworden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e866">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen
-principieel gewenscht.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Op zichzelf was het feit, dat in 1882 eene regeling
-der Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak door de Regeering ondernomen
-werd, een verblijdende stap in eene richting, die men vroeger, evenzeer
-uit angstvalligheid als uit onverschilligheid, placht te schuwen.
-Uitgaande van het juiste beginsel, dat inmenging in godsdienstige
-aangelegenheden verkeerd was, vergat men, dat in het stelsel van den
-Islâm een aantal zaken met den godsdienst in onverbrekelijk
-verband staan, aan welker regeling een behoorlijk bestuur onmogelijk
-vreemd kan blijven.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e875">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Moskeefondsen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Werden moskeefondsen, die aan het initiatief van
-regenten hun ontstaan te danken hadden, met medewerking dikwijls van
-Inlandsche en ook van Europeesche ambtenaren op ergerlijke wijze
-misbruikt, om het zacht <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>uit te drukken, dan vond de Regeering
-elk ingrijpen gevaarlijk, omdat het hier den godsdienst der Inlanders
-betrof. Dezelfde bedenking deed zich gelden, wanneer de panghoeloes en
-hunne consorten voor de hun krachtens aloude herkomsten opgedragen
-bemoeienis met de sluiting en ontbinding van huwelijken, met
-boedelscheidingen, met de rechtspraak, voor de bevolking drukkende
-honoraria eischten. Bedenkelijk werd het zelfs geacht, wanneer een
-bestuursambtenaar zich van de inrichting van Inlandsche
-godsdienstscholen door eigen aanschouwing op de hoogte wilde
-stellen.</p>
-<p>Al deze beschouwingen waren erfgoed uit den tijd, toen de Inlandsche
-bevolking voor het Gouvernement in de eerste plaats een instrument was
-om verhandelbare producten te cultiveeren, en zij hebben nog lang
-nagewerkt, nadat de exploitatieleer in beginsel opgegeven was. Dat is
-nu anders geworden; men acht het nu niet meer de hoogste wijsheid, de
-Inlandsche maatschappij zooveel doenlijk in haar eigen sop te laten
-gaarkoken, en men begrijpt, dat ook op het gebied, waar de
-volksinstellingen en gebruiken, van godsdienstigen of anderen
-oorsprong, het leven dier maatschappij nog beheerschen, de Regeering
-verplicht is te zorgen, dat niemand onherstelbaar onrecht worde
-aangedaan, allerminst door beambten, die Zijzelve aanstelt of
-erkent.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e883">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Zoo is dan de administratie der moskeefondsen van
-hooger hand aan regelen onderworpen en onder toezicht gesteld, de van
-ouds gebruikelijke deskundige hulp en toezicht bij de sluiting en
-ontbinding van huwelijken der Inlandsche Mohammedanen ter vermijding
-van onzekerheid en ter voorkoming van misbruiken op vastere grondslagen
-gevestigd, het Mohammedaansche godsdienstonderwijs, zonder inmenging in
-den godsdienst zelf, onder controle genomen op een wijze, die bij goede
-uitvoering waarborgen bevat voor de handhaving der openbare orde,
-terwijl de Regeering behoorlijk op de hoogte kan zijn van de invloeden,
-waaraan vele harer Moslimsche onderdanen zich onderwerpen.</p>
-<p>Ik sprak daar van eene goede uitvoering, en naar aanleiding
-<span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name="pb65">65</a>]</span>hiervan mag ik te dezer plaatse de opmerking niet
-terughouden, dat daaraan vaak veel heeft ontbroken. Was het de
-ongewoonte om zich aan deze soort van belangen der bevolking veel
-gelegen te laten zijn of overlading met ander werk, of hield eene
-andere oorzaak de Europeesche <span class="corr" id="xd25e2456" title="Bron: bestuurambtenaren">bestuursambtenaren</span> van de behoorlijke
-toepassing van eenvoudige, ondubbelzinnige, door de Regeering
-herhaaldelijk gegeven en ingescherpte voorschriften af? Op deze vragen
-weet ik het juiste antwoord niet, maar dit moet ik zeggen, dat ik u
-ware geschiedenissen zou kunnen verhalen van gewesten, waar gedurende
-jaren zelfs met de eerste voorbereiding der uitvoering van de
-stelligste bevelen geen aanvang was gemaakt, waar de herhaaldelijk in
-herinnering gebrachte voorschriften niet slechts papieren voorschriften
-bleven, maar zelfs het papier na eenigen tijd niet meer te vinden
-was.</p>
-<p>Het schijnt, dat deze onoverwinnelijke ambtelijke apathie tegenover
-bevelen der Regeering in het bijzonder zaken betreft, die op den
-Islâm betrekking hebben. Althans bleek het tot dusver eveneens
-niet mogelijk, de zoogenaamde Mekkapassen, waarvan het bestuur de
-vertrekkende hadji&rsquo;s moet voorzien, eenigszins behoorlijk
-ingevuld te krijgen, en verklaart de Consul der Nederlanden te Djeddah,
-zelf Indisch bestuursambtenaar, telkens met smart, dat onder de
-duizenden passen, die hij jaarlijks te controleeren heeft, de enkele
-goed ingevulde hem bijna doen schrikken van wege hunne
-zeldzaamheid.</p>
-<p>Ten aanzien der priesterradenverordening van 1882, die in tijdsorde
-aan al de andere daarstraks genoemde regelingen voorafging, kan men
-over die gebrekkige uitvoering niet klagen. De instelling dier
-geestelijke rechtbanken en de benoeming harer leden gingen van het
-centrale gezag uit en kwamen tijdig en ordelijk tot stand. Ongelukkig
-was echter deze in beginsel prijzenswaardige stap op het gebied der
-Mohammedaansche volksinstellingen om de daarstraks genoemde redenen een
-misstap.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e890">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Hoe de rechtspraak der priesterraden te
-verbeteren.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Te verhelpen schijnt mij dit euvel op geene andere
-wijze dan door die te onzaliger ure geschapen colleges geheel af te
-schaffen en de beslissing der rechtsvragen, <span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>die hun
-thans worden voorgelegd, op te dragen aan den gewonen Inlandschen
-rechter. De voorzorgsmaatregelen, die bij die operatie in acht genomen
-moeten worden, zijn: voor zulke quaesties aan het advies van den
-panghoeloe, die anders vaak slechts schijn-adviseur en be&euml;ediger
-van getuigen is, zeer hooge waarde toe te kennen, en aan de meestal uit
-haren aard urgente gedingen, die het familierecht betreffen, die snelle
-behandeling te verzekeren, waarop zij aanspraak hebben, en die
-vooralsnog bij de priesterraden beter dan bij de landraden gewaarborgd
-is.</p>
-<p>Draagt men dan meer, dan dusver vaak geschied is, zorg voor de
-benoeming tot het panghoeloe-ambt van menschen, wier aanbeveling niet
-alleen in hunne studie van eenige kitabs en in den door hen gedragen
-tulband gelegen is, maar die ook over wat algemeene ontwikkeling en
-levenservaring beschikken, dan is de voortwoekering der enorme
-misbruiken, die de zoogenaamde geestelijke rechtspraak aankleven,
-goeddeels bezworen en de weg tot geleidelijke evolutie der daarbij
-betrokken soort van volksinstellingen wijd opengehouden.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch3.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e897">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera
-bepalen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Waar ik de houding besprak, die mijns inziens de
-Regeering moet aannemen tegenover de Moslimsche volksinstellingen van
-Nederlandsch-Indi&euml;, bepaalde zich de gedachte meestal als vanzelf
-bij den toestand op Java en Madoera. Men zal dit zonder veel uitleg
-verstaan. Daar is de intensiteit van ons bestuur, ook te dezen aanzien,
-veel verder gevorderd dan elders; daar is het bevolkingscijfer der
-Mohammedaansche bevolking zoo belangrijk veel hooger dan op al de
-andere eilanden saam; en hetgeen zich voor de eilanden op dit gebied
-laat vaststellen, kan met geringe wijziging naar plaatselijke
-omstandigheden op de Mohammedanen der Buitenbezittingen worden
-toegepast, want hoe groot het ethnologisch en cultuurhistorisch
-verschil overigens zij, in den Islâm hebben wij met eenen factor
-te doen, die daar en hier op soortgelijke, alleen in graad
-verschillende wijze inwerkt. <span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span></p>
-<p>Ten opzichte van de vele <i>hoofdstukken der wet</i>, waarvan de
-eene Inlandsche Moslim zich veel, de ander zich weinig of zelfs niets
-aantrekt, en <i>die buiten alle bemoeienis van geestelijke rechters of
-andere godsdienstbeambten blijven</i>, is het standpunt der Regeering
-vanzelf volstrekt neutraal. Dat er zijn, die op religieuze gronden zich
-onthouden van het sluiten van contracten met rentebeding of met risico,
-assuranties enz., behoeft het bestuur evenmin bezig te houden als de
-uiteenloopende waardeering van het verbod van geestrijke dranken bij
-verschillende Mohammedanen. De voor den nieuweren tijd en zijn verkeer
-al te knellende banden, die de Moslimsche wet om het leven der
-Islâmbelijders slingert, raken vanzelf los, zoodra ons
-cultuurleven in een of ander opzicht hen krachtiger tot zich trekt. De
-drang daartoe moet echter van binnen naar buiten werken, niet
-omgekeerd.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch3.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e904">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Uit staatkundig oogpunt belangrijke
-bestanddeelen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Er is een ander gebied, waarop de Regeering zich niet
-mag bepalen tot belangstellend, maar lijdelijk toezien, wat de
-toekomstige evolutie brengen zal. Het omvat <i>al hetgeen een
-staatkundig karakter heeft</i> of dit licht kan aannemen. Chalifaat,
-panislamisme, heilige oorlog zijn de woorden, die bij den hoorder de
-voorstelling der voornaamste zaken wekken, waarom het hier gaat.</p>
-<p>In den aanvang waren de chaliefen, zooals hun naam het zegt, de
-&ldquo;opvolgers&rdquo; van Mohammed, namelijk in de leiding en het
-bestuur der gemeente. Naarmate de verovering der landen door den
-Islâm zich uitbreidde en bevestigde, ontwikkelde het chalifaat
-zich tot eene vorstelijke dynastie, die een wereldrijk beheerschte en
-die zich theoretisch de heerschappij over de heele wereld aanmatigde.
-Wij herinnerden er vroeger reeds aan, hoe diep die theorie wortel heeft
-geschoten &egrave;n in het systeem van den Islâm &egrave;n in de
-populaire voorstellingen zijner belijders. Zelfs nadat de politieke
-verbrokkeling, die al spoedig intrad, haar toppunt had bereikt, bleef
-men aan de fictie der eenheid vasthouden, en de van alle werkelijke
-macht verstoken chaliefen bleven van die eenheid het symbool, al
-moesten zij zich ertoe bepalen, met hunne <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span>diploma&rsquo;s te
-bezegelen, hetgeen buiten hunnen invloed tot stand gekomen was.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e911">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen
-kerkvorst.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In die fictie behielden echter de chaliefen den
-<i>naam</i> van hetgeen hunne voorgangers <i>werkelijk</i> geweest
-waren: zij heetten <i>bestuurders</i> van het gansche door den
-Islâm ingenomen gebied, <i>geenszins geestelijke hoofden</i>,
-wier bemoeienis tot specifiek godsdienstige belangen beperkt was. Het
-systeem was immers sedert ongeveer de tiende eeuw voltooid, en zijne
-verdere toepassing vond, evenals tevoren zijne eerste ontwikkeling,
-plaats onder de leiding der schriftgeleerden; niemand verwachtte die
-van het werkelijke of fictieve centrale gezag. Noch Moslimsche
-staatslieden, noch geleerden of leeken hebben ooit in den chalief iets
-anders gezien dan den rechtmatigen aanvoerder en beheerscher aller
-geloovigen.</p>
-<p>Nadat gedurende eeuwen de feitelijke onmacht der latere Abbasidische
-chaliefen de aanmatigende leer van het chalifaat te schande scheen te
-hebben gemaakt, wisten de Turken in de zestiende eeuw de eenheid van
-naam en werkelijkheid op dit gebied te herstellen. Sterk door de kracht
-hunner wapenen, dwongen zij hunne erkenning als chaliefen van de
-meerderheid der rechtzinnige Mohammedanen af, en verstonden zij het, de
-hun niet passende eischen, die de wet en de publieke opinie voorheen
-aan den chalief hadden gesteld, zooals de afstamming van Qoeraisj, om
-niet meer te noemen, te doen vergeten. In zake staatsleer steeds meer
-dan op eenig ander gebied gewoon, zich voor de macht der feiten te
-buigen, aanvaardde de Moslimsche wereld de verandering zonder veel
-protest, zelfs in die landen, die nooit met het Turksche staatsbestuur
-in aanraking kwamen. Tot in het Verre Oosten, waartoe onze Indische
-Archipel behoort, werd de Turksche Soeltan onder den naam van Radja
-Roem of ook van Soeltan Istamboel, de vereerde held der populaire
-chalifaatslegende, en verbreidde zich onder de Mohammedaansche
-schriftgeleerden de meening dat de vorsten van Constantinopel de
-wettige wereldbeheerschers waren, terwijl de overige koningen en
-keizers der aarde &ograve;f hunne vasallen &ograve;f hunne vijanden
-moesten zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span></p>
-<p>Het is waar, de overgroote meerderheid der Inlandsche Mohammedanen
-vindt geene aanleiding om zich met zulke vragen van hoogere politiek
-het hoofd te breken; zij hebben al genoeg te stellen met hunne eigene
-dorpsautoriteiten, districtshoofden, regenten of vorsten en met hunne
-Europeesche bestuurders om voor de verdeeling der macht in de grootere
-wereld onverschillig te blijven. Dit neemt niet weg, dat bij
-intellectueel hooger ontwikkelde Indonesische Moslims, die w&eacute;l
-belang stellen in de bepaling der plaats van hun volk in de
-internationale samenleving, somtijds eene bedenkelijke neiging bestaat
-om hunne verhouding tot ons bestuur als een in wezen abnormaal,
-tijdelijk overgangsstadium te beschouwen, in welke opvatting zij door
-geloofsgenooten uit andere landen nu en dan worden versterkt.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e918">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene
-Europeesche mogendheid met Mohammedaansche onderdanen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Gedachten zijn tolvrij. De Regeering zou echter
-roekeloos handelen door tegenover <i>uitingen</i> van deze soort
-gedachten onverschillig te zijn. Wie in Haren dienst zijn, behooren te
-weten, dat elke vorm van panislamisme met eene eerlijke opvatting van
-hun ambt of hunne bediening onvereenigbaar is. Van het <i>klassieke</i>
-panislamisme, dat de onderwerping der geheele wereld aan het gezag van
-den Islâm als een doel voorstelt, hetwelk de geloovigen nooit uit
-het oog mogen verliezen, en in welks richting zij bij elke gunstige
-gelegenheid stappen moeten doen, spreekt dit zoo geheel vanzelf, dat
-elk betoog overbodig mag worden geacht. Maar ook in den vorm, waarin
-min of meer <i>gemoderniseerde</i> Mohammedanen het omzetten, dien van
-onderlinge aaneensluiting aller Moslims om onder leiding van het
-chalifaat, dat wil zeggen van den invloedrijksten Mohammedaanschen
-vorst, te bevorderen al hetgeen zij in hun gemeenschappelijk belang
-achten, ook in dien vorm is het voor eene niet-Mohammedaansche
-regeering volstrekt onaannemelijk, en verdient het onvoorwaardelijke
-bestrijding. Iedere transactie met zulk een streven zou beteekenen het
-dulden van vreemde inmenging in de verhouding van den staat tot zijne
-onderdanen, en dat niet van eene vreemde geestelijke macht, die opkwam
-voor de godsdienstige belangen <span class="pagenum">[<a id="pb70"
-href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span>der geloofsgenooten, maar van
-een vreemden staat, die verouderde, met den Mohammedaanschen godsdienst
-samenhangende aspiraties van politieken aard niet vermocht los te
-laten.</p>
-<p>De groote mogendheden, die Mohammedaansche onderdanen hebben,
-spraken zich, zoover ik weet, nooit scherp en klaar over dit vraagstuk
-uit. Wanneer men let op hare houding in bijzondere gevallen, dan zou
-men zeggen, dat de Engelsche Regeering meestal geneigd is om tegen de
-erkenning van het chalifaat door hare onderdanen niet veel bezwaar te
-maken, ja, dat zij bij hare Moslimsche onderdanen gaarne den naam heeft
-van met hunnen chalief bijzonder bevriend te zijn; natuurlijk stelt zij
-zich daarbij dan op het historisch zoowel als systematisch onjuiste
-standpunt, dat diens waardigheid slechts eene soort van oppertoezicht
-over de Mohammedaansche <i>kerk</i> zou beteekenen. De Fransche
-regeering schijnt te dezen opzichte beter ingelicht te zijn, en, waar
-het pas geeft, elke inmenging van dien kant, ook al stelt zij zich,
-pour le besoin de la cause, met den naam van geestelijk toezicht
-tevreden, beslist af te wijzen. Hoe dit ook zij, de Nederlandsche
-regeering mag in eene zaak als deze niet schromen, den weg te
-bewandelen, dien haar belang en dat harer onderdanen haar wijzen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e925">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche
-onderdanen met afwijzing van elke vreemde inmenging.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De meest volledige vrijheid van uitoefening van hunnen
-godsdienst kan zij aan hare Mohammedaansche onderdanen schenken en
-tevens aan Turksche of andere bemoeiing met hetgeen die onderdanen
-betreft op besliste wijze weerstand bieden. Wat de Islâm ooit aan
-centrale organisatie bezeten heeft of nog bezit, dat is van
-staatkundigen aard; iets, dat zich met het pausdom of algemeene
-kerkvergaderingen laat vergelijken, heeft hij niet gekend. De zuiver
-geestelijke zaken van den Islâm worden sinds dertien eeuwen
-behandeld door de schriftgeleerden van de verschillende landen, die van
-het door hunne confraters in andere landen ontstoken licht alle partij
-kunnen trekken, die zij wenschen, maar door geene oecumenische
-vertegenwoordiging aller Moslims tot iets verplicht kunnen worden.
-<span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name="pb71">71</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e932">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische
-Moslims waren.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De keuze der landen, van waar onze Indische Moslims
-hunne wijsheid ontvingen, werd vanzelf bepaald door de rechtsschool,
-waarbij zij zich onder leiding der eerste Voor-Indische predikers van
-den Islâm in den Archipel aansloten: de Sjafi&rsquo;itische.
-Hunne handboeken der wet zijn dus de meest bekende van dien ritus,
-geschreven meestal door auteurs, die in West-Arabi&euml;, in Egypte, in
-H&#803;adhramaut, eene enkele maal door schrijvers, die in
-Voor-Indi&euml; gevestigd waren, of wel zij zijn uit die hoofdwerken
-gecompileerd of samengetrokken. Voor hetgeen buiten de studie der wet
-valt, voorzagen zij zich van leerboeken op diezelfde markten, die hun
-hunne litteratuur over de wet leverden. Waar het mondeling onderricht,
-dat het eigen land hun bood, naar hunne schatting tekortschoot, vulden
-degenen, die zich die weelde konden veroorloven, dit in den regel te
-Mekka, bij uitzondering ook wel te Ca&iuml;ro, aan. De in Indi&euml;
-gevestigde H&#803;adhramitische deskundigen hielpen mede aan de vraag
-naar buitenlandsche voorlichting voldoen. Wij kunnen het betreuren, dat
-tegenover al dien vreemden invloed geen krachtiger nationaal geestelijk
-leven zich bij de Inlanders deed gelden of wist te handhaven;
-veranderen of voor de toekomst verhinderen kunnen wij dat niet. Maar
-tegen elken invloed met rechtstreeksche of zijdelingsche politieke
-strekking behooren wij ons zoo schrap mogelijk te zetten.</p>
-<p>Dus: uitsluiting van elke soort van meegaandheid tegenover het
-optreden van Turksche consuls als agenten van het chalifaat en
-beschermers der belangen van Mohammedaansche Inlanders; nalating aller
-officieuze begunstiging van geldinzamelingen voor spoorwegaanleg in den
-Hidjâz, voor door een of anderen Turkschen oorlog verarmde
-soldaten of voor de weduwen en weezen van gesneuvelden; tegengang van
-de gebeden voor de Turksche soeltans in de Vrijdagsdiensten, althans
-zoodra die niet te beschouwen zijn als het gevolg der gedachtelooze
-voorlezing van onbegrepen formulieren, maar als uiting eener politieke
-geloofsbelijdenis. Verder bij het toezicht op het
-Inlandsch-Mohammedaansche godsdienstonderwijs waakzaamheid tegen alle
-propaganda voor <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>panislamitische denkbeelden. De leer betreffende
-den heiligen oorlog en hetgeen daarmede samenhangt, mag in
-p&#277;santr&egrave;ns en soerau&rsquo;s evenmin behandeld worden als
-die betreffende het chalifaat; trouwens de meeste goeroe&rsquo;s zijn
-uit eigen beweging zoo verstandig, dit na te laten.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e939">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van
-eschatologische verwachtingen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het in abnormale beweging brengen van de gemoederen
-der lichtgeloovige massa door verspreiding van verhalen of
-voorspellingen, die de eschatologie betreffen, worde bijtijds
-voorkomen. Is de emotie eenmaal gewekt en grijpt zij om zich heen, dan
-loopt het gewoonlijk uit op woelingen, die met geweld onderdrukt moeten
-worden en waarbij misleide onnoozelen het gelag met hun leven of hunne
-vrijheid betalen. Het bestuur late zich dus niet bedriegen door de
-schijnbare onbeduidendheid van den inhoud der chronisch onder de
-bevolking verspreide, in een droomgezicht te Medina medegedeelde
-vermaningen van Mohammed, of van vraagboekjes in verband met de
-verschijning van den Mahd&icirc;, of van personen, die als wegbereiders
-van dezen Mohammedaanschen messias willen gelden. Voor het naieve
-verstand der gewone Inlandsche Moslims hebben al deze dingen en
-menschen groote beteekenis, en zij richten onder hen dezelfde soort van
-onrust en verwarring aan als die het gevolg is van propaganda voor een
-of anderen vorm van de panislamitische gedachte.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch3.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e946">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de
-godsdienstvrijheid zweemt.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Met hoe meer klem nu echter de Regeering Hare
-autonomie in het bestuur harer Inlandsche onderdanen handhaaft
-tegenover pogingen tot inmenging van buitenaf, des te ernstiger behoort
-zij te waken tegen al wat zweemt naar inbreuk op de godsdienstvrijheid
-ook van hare Mohammedaansche onderdanen. Het kan vreemd schijnen,
-hierop aan te dringen, waar juist dikwijls in meer of minder
-verwijtenden toon van Haar beweerd wordt, dat Zij den Islâm veel
-meer dan noodig of wenschelijk was beschermd en zelfs vertroeteld
-heeft, om nu maar niet meer te spreken van de onzinnige beschuldiging,
-dat Zij eene bevolking van twijfelachtig Mohammedaansche belijdenis
-<span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>naar Mohammedaansche rechtsbeginselen zou hebben
-bestuurd. Toch is dat zoo vreemd niet, gelijk reeds hieruit blijken
-kan, dat in Mohammedaansche landen buiten Oost-Indi&euml; de
-Nederlandsch-Indische Regeering den naam heeft van op fanatieke wijze
-den Islâm te vervolgen en te onderdrukken. Beide beschouwingen
-berusten op onkundige overdrijving.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e953">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Ongunstige beoordeling der Nederlandsche
-Islâmpolitiek in de panislamitische pers.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hoe komt het, dat in de Mohammedaansche dagbladpers
-onze Regeering vaak gehoond is <span class="corr" id="xd25e2581" title="Bron: al">als</span> de vijandin der Moslims, en in geographische
-leerboekjes, die op Turksch-Arabische scholen gebruikt worden,
-Nederland kort aangeduid wordt, als eene met het beginsel der
-verdraagzaamheid onbekende mogendheid, onder welks juk millioenen van
-Mohammedanen zuchten? Voornamelijk uit twee&euml;rlei oorzaak is dit
-verschijnsel te verklaren.</p>
-<p>Telkens wanneer in Nederlandsch-Indi&euml; woelingen plaats grepen,
-die door opruiers met behulp van aan den Islâm ontleende motieven
-waren gewekt, dan bleek achteraf, dat vele bestuursambtenaren door
-onbekendheid met deze factoren van het volksleven tekortgeschoten waren
-in waakzaamheid ten aanzien van verschijnselen, die toch wel binnen den
-kring hunner waarneming gevallen waren. Dan werd men onzacht wakker
-geschud, met het gevolg, dat door onkundige en onbezadigde bestuurders
-plotseling allerlei overdreven maatregelen werden genomen onder den
-invloed van eene zeer slechte raadgeefster, domme vrees. De meest
-onschuldige Mohammedaansche godsdienstleeraars, leerlingen aan
-p&#277;santr&egrave;ns, bedienaren van den eeredienst werden dan na
-eene periode van verwaarloozing met een dwaselijk generaliseerend
-wantrouwen bejegend, vaak gesteld onder een toezicht, dat zich het best
-laat vergelijken met hetgeen men in Rusland zou doen ten opzichte van
-iemand, dien men verdacht, een anarchist van de daad te zijn. In zulke
-tijden huldigde menig bestuurder de onlangs door het meermalen
-aangehaalde parlementslid verkondigde zotheid, dat de Mekkagangers als
-het <span class="corr" id="xd25e2586" title="Bron: waren">ware</span>
-met dynamietbommen gewapend in hun land terugkeeren, dat iedere hadji
-een opruier is. <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span></p>
-<p>Te Mekka, waar Mohammedanen uit verschillende deelen van den
-Archipel elkaar ontmoeten, vernamen dezen van elkander het relaas van
-leed en onrecht, dat men hier en daar in zulke schrikperioden geleden
-had, en van daaruit werden die geruchten tevens over andere landen van
-den Islâm verbreid. Dat men in die kringen de tijdelijke
-uitspattingen van een aantal ambtenaren verwarde met beginselen van
-regeeringsbeleid, is noch te verwonderen noch kwalijk te nemen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e961">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Klachten der in Oost-Indi&euml; gevestigde
-Arabieren.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Een ander feit, waaraan de bijzonder ongunstige
-beoordeeling van ons koloniaal bestuur in vele Mohammedaansche landen
-zich vastknoopte, was de, om een zacht woord te gebruiken,
-beginsellooze politiek, die wij gedurende tientallen van jaren volgden,
-en ook nu, na de zoogenaamde hervorming, nog niet geheel hebben
-losgelaten tegenover de Vreemde Oosterlingen, van welke natuurlijk voor
-ons geval hoofdzakelijk de Arabieren in aanmerking komen. De in
-Nederlandsch-Indi&euml; verkeerende of zich vestigende Arabieren zijn
-voor de overgroote meerderheid afkomstig uit H&#803;adhramaut, een
-doodarm land met onderling door eindelooze bloedveeten verdeelde
-roofridders en in hunnen dienst vechtende slaven, met meerendeels
-fanatieke afstammelingen van den Profeet, met verdrukte burgers; een
-gebied zonder regelmatig bestuur, zonder eenheid of orde, zonder
-welvaart. De menschen, die van daar naar Oost-Indi&euml; emigreeren,
-brengen noch kapitaal noch bepaalde vaardigheden of andere gewenschte
-eigenschappen mede, behalve deze &eacute;&eacute;ne, dat zij zich aan
-de hier heerschende ordelijke toestanden wonderwel weten aan te passen
-en aan politie of justitie geene bijzondere moeite geven.</p>
-<p>Indien onze Regeering overwoog, dat deze zonen van het dorre land
-voor Indi&euml; op geene enkele wijze nuttig, in sommige opzichten
-daarentegen schadelijk zijn, zou niemand Haar euvel kunnen duiden, dat
-zij de verdere immigratie dezer Arabieren verbood, alleen
-uitzonderingen toelatende, die billijkerwijze voortvloeiden uit
-verkregen rechten en aanspraken. Allerminst zou H&#803;adhramaut zelf
-zich hierover kunnen beklagen, daar dit land zich hardnekkig
-<span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span>sluit voor alle niet-Mohammedanen, terwijl de
-politieke toestand er elke normale betrekking met andere nati&euml;n
-uitsluit.</p>
-<p>Dezen voor een oogenblik harden, maar verstandigen en rechtvaardigen
-maatregel heeft de Regeering niet genomen; wat erger is, steeds heeft
-Zij de H&#803;adhramieten noch buitengesloten noch flinkweg toegelaten.
-In naam hadden zij toegang, maar eenmaal binnengetreden, werden zij op
-vaak ondragelijke wijze in de vrijheid hunner beweging belemmerd,
-onderworpen aan allerlei bepalingen, die, al waren zij zoo kwaad niet
-bedoeld, in de uitvoering werkelijk vexatoir werden, te meer, daar veel
-overgelaten bleef aan het inzicht der verschillende plaatselijke
-ambtenaren, die telkens wisselen. Zelfs op regelmatigheid in hetgeen
-hij als plagerij ondervond, kon de Arabier in Indi&euml; niet
-rekenen.</p>
-<p>De invloedrijke Arabieren hebben dientengevolge sinds vele jaren
-achtereenvolgens alle wegen bewandeld, waarvan goede vrienden hun
-verzekerden, dat zij konden leiden tot het doel: hunne emancipatie van
-de bepalingen, die hunnen handel en verkeer belemmerden in een land,
-waar zij toch theoretisch tot handel en verkeer waren toegelaten. Ten
-slotte kwamen zij bij het chalifaat en de Mohammedaansche dagbladpers
-terecht en vervulden de lucht met hunne jammerklachten. Overdreven
-waren deze dikwijls, maar men zegt, dat het niet alleen de
-H&#803;adhramieten zijn, die, als zij eenmaal diep gevoelde en lang
-verkropte grieven uiten, wel eens meer beweren dan zij strikt genomen
-kunnen verantwoorden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e968">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de
-Islâmpolitiek der Regeering.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ziedaar de twee hoofdoorzaken van het in zeer wijden
-kring verbreide oordeel, dat onze Regeering de Mohammedanen
-onverdraagzaam en onbillijk bejegent. Van waar nu echter die lijnrecht
-tegenovergestelde opinie, die men alleen in Nederland nu en dan hoort
-uiten, volgens welke de Regeering den Islâm op in het oog
-vallende wijze begunstigt, zooals men het nu en dan uitdrukt, met hem
-coquetteert?</p>
-<p>Het was, men weet het, steeds uit sommige kringen van
-zendingsvrienden, dat deze klacht vernomen werd. <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span>Allen,
-die zich actief op het terrein der zending bewogen, ondervonden het,
-dat het Christendom in zijn pogen om zielen te winnen nergens op
-ernstiger bezwaren stuit dan daar, waar het achter den Islâm
-aankomt. Verschillende oorzaken van dit verschijnsel werden in onze
-eerste voordracht aangeduid. Niet slechts in Nederlandsch-Indi&euml;,
-over de geheele wereld brengt de Islâm de Christelijke missie
-bijna tot vertwijfeling. Nu ziet de zendingsvriend in Indi&euml; bijv.,
-dat de Islâm een deel zijner kracht ontleent aan zijn
-internationaal karakter, aan de aanrakingen met geloofsgenooten uit de
-overige wereld, waartoe in het bijzonder de bedevaart naar Mekka
-aanleiding geeft, en zoo komt hij tot de vraag: zou de Regeering tegen
-dat euvel niets kunnen doen door het deelnemen aan die bedevaart te
-bemoeielijken? Hij ziet verder, dat de kleine man, die overigens toch
-zoo gemakkelijk te leiden is, juist op het punt van zijnen door hem
-toch zoo gebrekkig gekenden godsdienst onhandelbaar blijft, omdat
-zoogenaamde geestelijken of godsdienstleeraars hem drijven of
-intimideeren, en wederom vraagt hij zich af: ligt het niet in de macht
-der Regeering, den invloed dier leiders en leeraars wat te breidelen?
-Dit zijn slechts een paar gevallen van vele, waarin mannen der missie,
-zoekende naar middelen om de Evangelieprediking ook in den
-onvruchtbaarsten bodem te doen gedijen, in arren moede wel eens
-aankloppen daar, waar die niet te vinden zijn, en de onmogelijkheid der
-bevrediging hunner wenschen in hunnen vurigen ijver voorbijzien. Dat
-onze Mohammedanen, ook zonder de willekeurige maatregelen, waartoe die
-ijveraars de Regeering zouden willen verleiden, reeds grieven hebben,
-die, al overdrijven zij ze soms, toch verre van denkbeeldig zijn,
-ontsnapt aan hunne eenzijdige waarneming.</p>
-<p>Verstandige zendingsvrienden zouden bovendien van ongeestelijken
-steun, zooals de daareven bedoelde ijveraars dien wenschen, niet
-gediend zijn, al ware het slechts omdat zij te goed weten, dat de
-antipathie tegen het Evangelie erdoor versterkt zou worden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e975">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Slotsom.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Van welken kant wij de zaak ook bezien, de slotsom
-<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span>blijft, dat de eenige wijze en rechtvaardige
-houding, die aan de Regeering tegenover den Islâm past, bestaat
-in de meest strikte en oprechte handhaving der vrijheid van
-<i>godsdienst</i>, zij het dan met belangrijk voorbehoud ten aanzien
-van de <i>staatkundige</i> zijde van het Moslimsche stelsel en met
-openhouding van alle wegen, die de Mohammedanen kunnen leiden tot
-<i>maatschappelijke</i> evolutie, ook boven het stelsel van hunnen
-godsdienst uit.</p>
-<p>De Mohammedanen zelve kunnen daarmede vrede hebben, want
-z&oacute;&oacute;veel rekening houden hunne leer en wet wel met de
-werkelijkheid, dat zij hun den weg wijzen om ook onder een vreemd
-r&eacute;gime hunnen godsdienst te belijden en te beoefenen. De
-&ldquo;noodzakelijkheid&rdquo;, mits van buiten hun opgelegd, heft voor
-hen vele bezwaren op, zoolang zij maar hun intiemste leven naar hunne
-godsdienstige wetten mogen inrichten, en dan billijken zij het ook, dat
-de vreemde macht, die Allah over hen gesteld heeft, de regelen stelt,
-die hare eigene natuur haar voorschrijft. In de geheele Mohammedaansche
-wereld kent men gezag toe aan de uitspraak: &ldquo;Een koninkrijk kan
-wel van duur zijn bij ongeloof, maar niet bij ongerechtigheid&rdquo;.
-<span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e2373" href="#xd25e2373src" name="xd25e2373">1</a></span> Dit
-bedrag moet thans 1914 aanzienlijk hooger gesteld worden, daar in de
-allerlaatste jaren het aantal dergenen, die jaarlijks uit
-Nederlandsch-Indi&euml; aan den hadj deelnemen, ongeveer verdubbeld
-is.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e2373src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e982">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="label">IV.</h2>
-<h2 class="main">NEDERLAND EN ZIJNE MOHAMMEDANEN.</h2>
-<div id="ch4.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e989">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve
-resultaten.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De echte voorstanders eener ethische koloniale
-politiek, zullen, naar ik mij vlei, geene ernstige bedenkingen hebben
-tegen de door mij voorgedragen beschouwingen over onze Nederlandsche
-Islâmquaestie en hare oplossing; toch zullen zij denkelijk met de
-slotsommen, waartoe wij tot dusver kwamen, niet tevreden zijn. Ook
-mijzelf voldoen zij volstrekt niet. Immers, in het leven der
-Nederlandsch-Indische Mohammedanen, zoover dat aan den invloed van het
-stelsel van den Islâm onderworpen of blootgesteld is, bakenden
-wij &eacute;&eacute;n gebied, het zuiver godsdienstige, af, waarop de
-Regeering en Hare ambtenaren volstrekte vrijheid moeten handhaven; een
-ander, het politieke, waarop die vrijheid in aller belang zeer beperkt
-behoort te worden; weder een ander, dat van het met de religie op het
-innigste verbonden gedeelte van het Mohammedaansche recht, waarin
-allerminst willekeurig mag worden ingegrepen, maar waarbij toch de weg
-der evolutie zoo wijd opengehouden dient te blijven als de
-omstandigheden het maar veroorlooven. De modus vivendi, die door dit
-alles bereikt wordt, heeft evenwel voornamelijk negatieve verdiensten:
-het kwade wordt vermeden, zonder dat men zeker is, het goede te
-naderen.</p>
-<p>Wij kunnen het echter niet laten bij maatregelen, die dienen om
-ontevredenheid en verzet bij de bevolking te voorkomen en zoo ons gezag
-te bevestigen. Niet de voorheen zoo geprezen rust is ons doel, maar
-beweging. <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>Ons gezag zal zijne rechtvaardiging moeten vinden
-in de opheffing der Inlanders tot een hooger peil; onder onze leiding
-moeten zij onder de volken de plaats gaan innemen, waartoe hun aanleg
-hen in staat stelt.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e996">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van
-het Islâmstelsel te emancipeeren.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Opvoeding en onderwijs zijn de middelen, waarmede dat
-doel kan worden bereikt. Zelfs in landen van veel oudere Moslimsche
-cultuur dan onze Archipel zien wij die met goeden uitslag aan het werk
-om de Mohammedanen te verlossen van een deel van den middeleeuwschen
-rommel, dien de Islâm reeds al te lang achter zich aan sleept.
-Wel blijft dan <i>het stelsel</i> op de vroeger ontwikkelde historische
-gronden onvatbaar voor eene afdoende hervorming, hetzij door
-moderniseering der wet, hetzij door populariseering der mystiek; maar
-<i>de Moslimsche maatschappij</i> schrijdt nochtans voort in de
-richting der moderne cultuur, buiten het systeem om, doodzwijgend
-hetgeen zij niet durft aantasten. Zoo gaat het in Turkije, in Egypte,
-in Syri&euml;.</p>
-<p>Als opvoeders en onderwijzers van de Oost-Indische Mohammedanen
-vinden wij nu tal van factoren in ons voordeel, die men in die andere
-landen niet of in mindere mate aantreft. De betrekkelijk korte tijd,
-waarin het stelsel van den Islâm hier gewerkt heeft, waardoor het
-vele bestanddeelen van het leven onaangetast heeft moeten laten,
-vergemakkelijkt de opname van nieuwe cultuurelementen, wanneer maar
-theoretische bestrijding van de godsdienstige basis achterwege blijft.
-De eeuwenoude gewoonte der Inlanders, vooral op Java, om zich met zeer
-uiteenloopende rassen en beschavingen te verstaan, heeft hen bewaard
-voor de bekrompenheid, die het gevolg is van isolement. Men zal
-moeilijk op aarde een volk vinden, dat in volgzaamheid jegens zijne
-hoofden de Javanen overtreft, en even moeielijk inheemsche bestuurders
-van een door vreemden overheerscht volk, williger dan de Javaansche
-aristocratie om te gaan in de wegen, die de uitheemsche
-regeeringsambtenaren hun wijzen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1003">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Gunstige voorwaarden voor de werking</h3>
-<p><span class="pagenum">[<a id="pb80h" href="#pb80h" name="pb80h">80</a>]</span></p>
-dier middelen in Oost-Indi&euml;, vooral op Java.</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Inzonderheid wat betreft de aan hunne kinderen te
-geven opleiding winnen de Inlandsche ambtenaren gaarne <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span>den raad
-der Europeesche in niet alleen, maar zij volgen dien ook met bijna
-aandoenlijk vertrouwen op. Vroeger gaven dezen hun meestal het advies,
-aan hunne zonen slechts eene vrij primitieve opleiding te laten geven,
-daar het opdoen der kennis, die Europeanen noodig hadden om door de
-wereld te komen, voor hen bij hunnen beperkten werkkring geen nut zou
-opleveren. Zelfs zulke raad werd gehoorzaam ter harte genomen, al dacht
-menigeen er meesmuilend het zijne van. Sedert de kentering in de
-Europeesche opinie over de intellectueele, welhaast ook over de moreele
-waarde van den Inlander, aan wiens vorming de noodige zorg besteed
-wordt, bleek de lust der hoogere klassen op Java om zich geheel in de
-richting der hedendaagsche beschaving te ontwikkelen buitengewoon
-groot, veel te groot alras voor de gelegenheid, die hun van
-regeeringswege daartoe geboden werd.</p>
-<p>Nadat eenmaal een zeker aantal jonge Inlanders zich aan de vruchten
-van den boom der kennis verzadigd hadden, volgden anderen in scharen,
-die nog veel grooter zouden zijn, indien niet te diep ingewortelde
-behoudzucht der Europeesche bureaucratie den stroom voorloopig weer had
-gestuit.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1010">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen
-stroom.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Men heeft hier een nieuw droevig voorbeeld van
-datzelfde gebrek aan organiseerend talent, diezelfde halfheid en
-besluiteloosheid, die wij bij de beschouwing der
-Vreemde-Oosterlingen-politiek ontmoetten, die telkens in ons koloniaal
-bestuur aan den dag treedt, wanneer de bakens verzet moeten worden, die
-de koloniale regeering daar, waar eene kloeke beslissing dringend
-vereischt wordt, na vele adviezen en jaren durende overwegingen doet
-komen tot een antwoord, dat noch ja noch neen zegt.</p>
-<p>Toen de aandrang van Inlandsche kinderen naar de Europeesche lagere
-scholen groot werd, weerde men hen op gronden, die, als zij ernstig
-bedoeld waren, tevens tal van kinderen van Europeesche afstamming van
-die scholen verwijderd zouden moeten houden, gronden dus, die den
-indruk van voorwendsels maakten. Men troostte de teruggedrongenen door
-voor hen scholen van eene nieuwe soort op te richten, die in geenen
-deele aan de <span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>behoefte voldeden. Met betrekkelijk milde hand gaf
-men op onderwijsgebied aan de Chineezen, die brutaal schreeuwend
-eischten, terwijl hetgeen aan de bescheiden vragende Inlanders ten deel
-viel, doet denken aan het stuk beschimmeld roggebrood uit Gellerts
-fabel, dat door den rijkaard met verheven gebaar aan den hongerigen
-bedelaar werd toegeworpen.</p>
-<p>Zou men nu uit zulke feiten de gevolgtrekking willen maken, dat de
-Regeering onverschillig was voor den snel toegenomen drang der
-Inlandsche wereld naar hoogere geestesontwikkeling, dan stonden
-daartegenover herhaalde officieele uitingen van ingenomenheid met en
-aanmoediging van diezelfde intellectueele beweging. Zoo eerlijk gemeend
-als die betuigingen van welwillendheid waren, zoo onoverwinnelijk was
-de indolentie der regeeringsorganen, die de strooming hadden moeten
-bevorderen en leiden. Het pijnlijkst kwam die tegenstelling uit in de
-behandeling van verscheidene jongelieden, die den nieuwen koers met
-succes, zoover het van hen afhing, gevolgd waren.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1017">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Iemand van Inlandsche geboorte, maar zoo goed als
-geheel Europeesche opvoeding, wordt na afgelegd examen voor ambtenaar
-bij het Europeesche corps voor eene benoeming als zoodanig ter
-beschikking van den Landvoogd gesteld. Hij treedt inderdaad als
-bestuursambtenaar op, maar wordt na korten tijd bij den specialen
-diensttak van het landbouwcrediet onder dak gebracht. Een ander, die na
-hem denzelfden weg van opleiding was gevolgd, werd van den aanvang af
-bij het credietwezen geplaatst, zoodat het niet verwonderen kan, dat in
-de Inlandsche ambtenaarswereld de <span class="corr" id="xd25e2689"
-title="Bron: meenig">meening</span> post vatte, als wilde de Regeering
-alle Inlanders, die aan de eischen van het grootambtenaarsexamen
-voldaan hadden, tot specialiteiten in credietzaken maken. Die zich met
-die hoop vleiden, hadden evenwel wederom buiten den waard gerekend,
-want nu volgde er een jeugdige Inlander, die na een zeer goed
-grootambtenaarsexamen te hebben afgelegd, al zijne Europeesche
-kameraden, die boven en beneden hem op de ranglijst voorkwamen, met
-hunne plaatsing kon gelukwenschen, <span class="pagenum">[<a id="pb82"
-href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span>zonder dat van zijn bestaan ook
-maar de geringste notitie werd genomen. Ten slotte gelukte het hem, na
-veel getob, eene matige plaatsing bij het Inlandsche bestuur te
-krijgen, die natuurlijk bij vele zijner landgenooten de vraag deed
-rijzen, of het wel de moeite loonde, hunne zoons op zoo kostbare wijze
-te laten opleiden, wanneer toch de Regeering daaraan zoo weinig waarde
-scheen te hechten.</p>
-<p>Men begrijpe mij niet verkeerd. De wenschelijkheid der plaatsing van
-Inlanders bij het Europeesche bestuurscorps wil ik geenszins betoogen.
-Maar wanneer de wettelijke bepalingen die plaatsing toelaten en de
-gelegenheid om de daarvoor vereischte kennis op te doen en daarvan bij
-examen te doen blijken aan Inlanders geschonken wordt, dan is eene
-behandeling van drie geslaagde candidaten op de daareven genoemde wijze
-niet te verantwoorden.</p>
-<p>Een ander zeer begaafd jong Inlander wilde in de rechten gaan
-studeeren, wanneer hij zekerheid had, dat hij na aan alle wettelijke
-eischen te hebben voldaan, niet om zijnen landaard uitgesloten zou zijn
-van eene plaatsing bij de rechterlijke macht in zijn vaderland. Een
-jaar voordat hij over de keuze zijner studierichting moest beslissen,
-vroeg men voor hem dienaangaande bij de Regeering om inlichting. Twee
-jaren van overweging had de Regeering noodig om een antwoord te geven,
-waarbij de hoofdquaestie eigenlijk nog onopgelost bleef.</p>
-<p>Onvoldoende, immers voorloopig en voorwaardelijk was eveneens het
-bescheid, dat ten deel viel aan eenen Inlander, die voor ingenieur
-wilde studeeren en officieele zekerheid wenschte te hebben omtrent
-zijne vooruitzichten bij den staatsdienst in dat vak.</p>
-<p>Een enkele daad der Regeering, die scheen te wijzen op een ontwakend
-besef van Hare plichten in verband met de intellectueele beweging onder
-Hare Inlandsche onderdanen, was de oprichting der Rechtsschool voor
-Inlanders. Kort na de geboorte gaf Zij echter dit jeugdige wezen aan
-verkwijning prijs door trots allen aandrang na te laten, de
-vooruitzichten der geslaagde kweekelingen <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>dezer instelling
-behoorlijk te regelen, zoodat vaders niet met gegronde gerustheid hunne
-zoons van goeden aanleg aan haar konden toevertrouwen.</p>
-<p>Hetgeen andere koloniale mogendheden met veel moeite aan hare
-onderdanen trachten op te dringen: eene opvoeding, die hen geschikt
-maakt om op hunne wijze het leven hunner overheerschers mee te leven,
-dat wordt van ons op Java en in een deel der Buitenbezittingen door de
-inheemsche bevolking afgesmeekt. Zou het niet eene onuitwischbare
-schande zijn voor ons koloniaal bestuur, indien wij die geestelijke
-goudmijn lieten liggen, zooals een concessionaris zonder kapitaal, die
-zijn zaakje schijnbaar aan den gang houdt, totdat een energiek
-syndicaat het van hem komt overnemen?</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch4.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1024">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de
-oplossing der Islâmquaestie.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wat deze dingen nu eigenlijk met de
-Islâmquaestie van Nederland te maken hebben? Niet minder dan
-alles. De eenige ware oplossing van dat probleem ligt in de associatie
-der Mohammedaansche onderdanen van den Nederlandschen staat aan de
-Nederlanders. Gelukt deze, dan bestaat er geene Islâmquaestie
-meer; dan is er genoeg eenheid van cultuur tusschen de onderdanen der
-Koningin van Nederland aan het Noordzeestrand en die van Insulinde om
-aan het verschil in godsdienstige belijdenis zijne politieke en sociale
-beteekenis te ontnemen. Moest zij mislukken, dan zou de onvermijdelijk
-toenemende intellectueele ontwikkeling der Indonesi&euml;rs hen
-noodwendig hoe langer hoe verder van ons af voeren, want dan zouden
-anderen dan wij de leiding in handen krijgen.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch4.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1031">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De openbare meening in Nederland behoort in die
-richting krachtig te spreken.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De opgedane ervaring verbiedt ons, het totstandbrengen
-dier oplossing alleen of in de eerste plaats van de Regeering te
-verwachten; het ontbreekt Haar daartoe niet aan de noodige sympathie
-voor de zaak, maar wel aan de vereischte kracht. Hoe het komt, kunnen
-wij daarlaten, maar Zij is nu eenmaal een log lichaam, waarin in den
-regel slechts ruwe schokken wat beweging vermogen te brengen. Een
-krijgszang van Max Havelaar, een alarmkreet van Wekker in de Avondpost
-lokken <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>maatregelen uit, die het daarv&oacute;&oacute;r
-aan bezadigde vertoogen niet gelukte te voorschijn te roepen;
-half-oproerige Chineezen zien wenschen vervuld, die kalm berustende
-Inlanders vergeefs slaken. Er is echter nog een andere weg, die met
-minder rumoer en misschien iets minder snel tot het doel kan leiden,
-maar die toch op den duur niet vruchteloos bewandeld wordt: de
-eindelijk onweerstaanbare druk, dien eene krachtige openbare meening op
-de Regeering pleegt uit te oefenen.</p>
-<p>Eerst moet dus in wijde kringen van het Nederlandsche volk de
-overtuiging zijn doorgedrongen, dat associatie van het leven der
-Inlandsche bevolking van den Indischen Archipel aan het onze in beider
-belang tot stand gebracht behoort te worden, en dat de tegenwoordige
-intellectueele beweging van de hoogere klassen der Inlandsche
-maatschappij de krachtige bevordering dier associatie onzerzijds urgent
-maakt, dat er <i>periculum in mora</i> is. En dan mag het niet blijven
-bij uiting dier overtuiging in woorden, er moet ook in die richting
-gewerkt worden, wij moeten er offers voor over hebben in geld en in
-arbeid. Als de Regeering het alleen moest doen, dan zou het gevaar te
-groot te worden, dat zij met het haar eigen gebrek aan
-besluitvaardigheid ten slotte door de omstandigheden overrompeld werd,
-nadat de goede tijd om de leiding der beweging in handen te nemen en te
-houden voorbij was, om niet terug te keeren.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch4.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1038">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de
-zendingsvrienden.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Tot dusver is het inzicht, dat wij hier met een
-dringend volksbelang te doen hebben, bij ons tot vrij enge kringen
-beperkt, en zijn eigenlijk de eenigen, die blijk geven, het levendig te
-beseffen, de actieve zendingsvrienden. Of liever: zij streven naar eene
-associatie van veel hoogere orde dan de zooeven door ons bedoelde, eene
-eenheid, die, als zij tot stand kwam, alle belemmeringen der eenheid
-van beschaving en nationaal bewustzijn tusschen het Oosterlijk en het
-Westelijk deel van het rijk der Nederlanden zou opheffen.</p>
-<p>Als zij tot stand kwam! Maar de groote bewondering, waarmee wij den
-zelfopofferenden arbeid der zendelingen <span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span>gadeslaan, en onze groote
-waardeering van de offervaardigheid, waarmede velen in het moederland
-dien arbeid steunen, mag ons niet doen vergeten, hoe gering het
-uitzicht op belangrijk succes voor de Christelijke zending is in
-landen, waarop de adem van den Islâm neergestreken is. Zelfs de
-verstandige mannen der zending maken zich daaromtrent geene illusie, al
-geven zij daarom het werk niet op. In geen geval mag er voor ons volk
-en onze regeering sprake van zijn, de taak der associatie aan de
-Christelijke zending over te laten, met veronachtzaming der voor hare
-vervulling zoo uiterst gunstige beweging in de Inlandsche wereld, die
-thans in gang is.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1045">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en
-nationale, geen religieuze associatie.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Die beweging wijst ondubbelzinnig op de practische
-mogelijkheid der verwezenlijking eener schoone <i>politieke</i> en
-<i>nationale</i> gedachte, namelijk die der wording van een
-Nederlandschen staat, bestaande uit twee geographisch ver
-uiteenliggende, maar geestelijk innig verbonden deelen, het eene in
-Noordwest-Europa, het andere in Zuidoost-Azi&euml;. Dit is geen
-utopistisch ideaal, maar een doel, waarvan Regeering en volk van
-Nederland het zich duurzaam zouden verwijten, het niet bijtijds in het
-oog gevat te hebben, wanneer zij de thans zich opdringende gelegenheid
-om het na te streven ongebruikt lieten voorbijgaan. Hier en nu geldt in
-volle kracht het woord van Goethe:</p>
-<div lang="de" class="lgouter">
-<p class="line">&ldquo;Was du ererbt von deinen Vatern hast,</p>
-<p class="line">Erwirb es, um es zu besitzen&rdquo;.</p>
-</div>
-<p class="first">Onze erfenis, die hier bedoeld wordt, dat waren
-schoone en rijke wingewesten; de staatkundige band, die ze met ons
-verbonden hield, was overheersching. Wil de eenheid tegen de stormen
-van den tijd bestand blijken, dan moet nu de materieele inlijving door
-de geestelijke gevolgd worden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1052">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Hoe ver kan de associatie gaan?</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Om teleurstelling en verwarring te voorkomen is het
-noodig, dat wij ons onbevangen rekenschap geven van de grenzen,
-waarbinnen de geestelijke annexatie uitvoerbaar is. De godsdienst, hoe
-gewichtig ook voor ons volks- en staatsleven, is zelfs in het kleine
-Westelijke Nederland de band niet, die ons samenhoudt. Onze eenheid
-<span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>wortelt in algemeenere cultuurgedachten, tot
-welker vorming het Christendom ongetwijfeld veel heeft bijgedragen,
-maar onder welker heerschappij niet slechts Christenen van de meest
-uiteenloopende confessies, maar ook Joden en vrijdenkers, met gelijke
-aanspraken op eerbiediging van hetgeen aan elke dier categorie&euml;n
-in het bijzonder eigen is, zich thuis gevoelen. Thuis gevoelen in die
-mate, dat zij zich verzetten met alle kracht, zelfs met opoffering van
-goed en bloed, tegen iedere poging om hen tot eene andere nationaliteit
-of tot een ander staatsverband te doen overgaan.</p>
-<p>Hieruit vloeit vanzelf voort, dat noch van onzen staat, noch van ons
-volk eene propaganda kan uitgaan, die zich voorstelt, de
-Mohammedaansche Inlanders over te halen tot eene religie, die onder ons
-eenen, zij het nog zoo grooten, kring van belijders telt. Eene poging
-om <i>de grondslagen te ondermijnen</i> van het Islâmstelsel, dat
-het leven der Inlanders deels beheerscht, en gaarne geheel zou willen
-beheerschen, kan alleen van eene religieuze gemeenschap, eene kerk of
-eene vereeniging voor zending, uitgaan; de staat kan daarbij slechts
-toezien, dat niemand in zijne vrijheid van beweging belemmerd
-worde.</p>
-<p>Niet ongeoorloofd noch misplaatst is daarentegen in het gegeven
-geval eene actie, die bedoelt, de Inlanders op veel steviger wijze dan
-tot dusver het geval is, bij ons staatsverband en bij onze
-nationaliteit in te lijven. Immers, een eigen zelfstandig politiek of
-nationaal leven hebben zij al sinds eeuwen niet meer; en wij, die hun
-lang geleden ontnamen, wat zij van die aard bezeten mogen hebben, hun
-daarbij eerbiediging hunner godsdienstige instellingen belovende, wij
-aanvaardden daarmede tevens de moreele verplichting om hen tot deelname
-aan <i>ons</i> staats- en volksleven op te voeden. Hunnerzijds ruimen
-zij elk voorwendsel voor uitstel van het vervullen dier verplichting
-uit den weg, waar zij zelve op die geestelijke annexatie in toenemende
-mate bij ons aandringen. Men geeft er zich onder ons lang niet genoeg
-rekenschap van, hoe sterk die aandrang inderdaad wel is. Het zijn niet
-alleen de Inlandsche ambtenaren en in <span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>het algemeen de
-aristocratie, die hunne kinderen in de eerste plaats Nederlandsch
-willen laten leeren, en vervolgens zooveel mogelijk van hetgeen,
-waartoe de kennis dier taal hun den weg effent; zelfs onder de
-Mohammedaansche schriftgeleerden neemt het aantal toe dergenen, die
-hunne zoons voor onderwijs en opvoeding liever <span class="corr" id="xd25e2776" title="Bron: ge heel">geheel</span> aan Europeesche leiding
-toevertrouwen dan dat zij hen laten opleiden in de wetenschappen van
-den Islâm. Telkens kan men van Inlanders op Java vernemen, dat de
-toeloop naar de <i>p&#277;santr&egrave;ns</i> sterk afneemt en dat
-alles tegenwoordig heendringt naar de <i>school</i>. De vroeger in
-eenigszins vrome kringen vaak gekoesterde vrees, dat zulke toenadering
-tot de Hollandsche cultuur het van de vaderen ge&euml;rfde geloof in
-gevaar zou brengen, maakt meer en meer plaats voor de overtuiging, dat
-men aan de religieuze denkbeelden en gebruiken van voorheen getrouw kan
-blijven zonder in de oude onwetendheid voort te leven, en dat er geen
-beter middel is om van deze laatste verlost te worden dan zich met vol
-vertrouwen over te geven aan opleiding in de Europeesche school, ja,
-als de omstandigheden het toelaten, tevens aan opvoeding in het
-Europeesche gezin.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1059">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met
-gedwongen deelneming aan het godsdienstonderwijs.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Niet onvoorwaardelijk is dit vertrouwen, wanneer de
-Inlander zich wegens gebrek aan plaats op andere scholen of om
-finantieele redenen genoopt ziet, zijne kinderen te zenden naar eene
-Christelijke school, <i>waar het deelnemen aan het godsdienstonderwijs
-voor alle leerlingen verplichtend is</i>. Dat velen over dit bezwaar
-heenstappen, is wel een krachtig bewijs voor de diep gevoelde behoefte
-aan onderwijs. Het zou gevaarlijk zijn, er andere conclusies aan vast
-te knoopen. Als een bezwaar wordt het wel degelijk gevoeld, en de
-omstandigheid, dat velen dit door den nood gedwongen terzijde stellen,
-mag niet verleiden tot de verwachting, dat gesubsidieerde Christelijke
-scholen van de zooeven bedoelde soort het geschikte middel zullen
-vormen om aan de enorme vraag naar Europeesch onderwijs voor Inlanders
-op Java te voldoen.</p>
-<p>Het is waar, de aan onverschilligheid grenzende religieuze
-tolerantie van de groote meerderheid der Javaansche <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>aristocratie, gepaard met de eeuwenoude gewoonte
-der lagere klassen van de bevolking aan het verkeer met menschen van
-allerlei ras en geloof, maakt, dat de zending hier vele moeilijkheden,
-die zich in vele andere Moslimsche landen aan haar in den weg plegen te
-stellen, niet of toch in mindere mate dan elders ondervindt. De
-meerderheid der Mohammedaansche schriftgeleerden daarentegen, hoewel
-gewend om zich in den regel binnen hare eigen enge sfeer te houden,
-wordt door eene krachtige missionnaire actie tot reactie geprikkeld.
-Zij ziet in dat pogen om Mohammedanen tot Christenen te maken een
-streven der Europeesche wereld om, nadat zij den Inlanders al zoovele
-aardsche bezittingen ontnomen heeft, hen nu ook van datgene te
-berooven, dat Allah in de andere wereld voor hen heeft weggelegd. Zou
-de Regeering nu hen, die onderwijs in Westerschen zin zoeken, naar uit
-de staatskas ondersteunde scholen drijven, <i>waar aan de leerlingen
-Christelijk godsdienstonderwijs opgedrongen werd</i>, dan kan men zeker
-zijn, dat weldra een voor de zaak der associatie hoogst bedenkelijke
-tegenstand zou ontstaan, die &ograve;f de beweging in de richting onzer
-cultuur zou stuiten &ograve;f voor het minst zou uitloopen op den
-nadrukkelijken eisch, dat indien aan gesubsidieerde scholen met eene
-specifiek godsdienstige kleur ook voor Inlanders de voorkeur werd
-geschonken, de kleur voor de Mohammedaansche Inlanders die van den
-Islâm zou zijn.</p>
-<p>Hoogstens zou men daardoor komen tot eene belangrijke tempering van
-den drang naar intellectueele ontwikkeling, daar de Inlandsche
-maatschappij vooralsnog niet over de middelen beschikt om op groote
-schaal scholen te stichten, die zich om subsidie konden aanmelden. Van
-deze omstandigheid misbruik te maken om aan de Inlandsche Mohammedanen
-inrichtingen van onderwijs op te dringen, die voor een goed deel uit
-door hen opgebrachte belastingpenningen bekostigd werden en die mede
-dienstbaar waren aan directe propaganda voor het Christendom, dat zou,
-dunkt mij, noch met het beginsel der vrije school, noch met eene wijze
-staatkunde overeen te brengen zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb89"
-href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span></p>
-<p>Nog eens: de sterke neiging om in ons cultuurleven te worden
-opgenomen, die de Inlandsche maatschappij in de jongste kwarteeuw aan
-den dag legt, werkt geheel <i>buiten het gebied van den godsdienst</i>.
-Wij hebben ons erin te verheugen, dat de Inlanders zich door het
-stelsel van den Islâm, dat eigenlijk tegen zulke associatie
-gericht is, niet laten weerhouden van het zoeken dier ook voor ons zoo
-gewenschte toenadering. Als volk en als staat moeten wij hun daartoe de
-hand reiken op in godsdienstig opzicht neutraal terrein, het zoeken van
-toenadering van veel hoogeren en intiemeren aard overlatende aan de
-verschillende lichamen en instellingen, tot welker bijzondere roeping
-dit behoort.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch4.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1069">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de
-hoogere klassen der Inlandsche maatschappij in het oog vatten.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Onderwijs dus en opvoeding in Europeeschen zin,
-aangepast zooveel noodig aan de bijzondere behoeften der
-Mohammedaansche Inlanders, dat zijn de aangewezen en tevens de door
-henzelve gevraagde middelen, niet om den Islâm te bestrijden,
-niet om zijne belijders tot eene andere religie over te halen, maar om
-hen te steunen in hunne zelfbevrijding van die gedeelten van zijn
-stelsel, die zonder tot het specifiek-godsdienstige domein te behooren,
-het deelnemen aan het tegenwoordige beschavingsleven der volken
-belemmeren, zoo niet onmogelijk maken. Blijft de vraag, hoe en aan wie
-men die middelen in de eerste plaats zal hebben toe te dienen.</p>
-<p>Bij de beantwoording dezer vraag willen wij ons stellen op het
-nuchtere standpunt der practijk, en ons niet begeven in casusposities,
-welker oplossing voor het oogenblik niet als dringend te beschouwen
-is.</p>
-<p>Men hoort tegen de meening, dat voldoening aan de steeds luidere
-vraag van meer ontwikkelde Javanen en Maleiers naar beter onderwijs een
-urgente plicht van ons volk is, wel eens de tegenwerping, dat men
-daardoor alleen de hoogere klassen der bevolking bereikt, terwijl de
-oneindig veel breedere schare der kleine luiden onaangeraakt blijft, en
-men wijst er dan bovendien op, dat daardoor eene vroeger ongekende
-kloof ontstaat tusschen de beschavingshoogte der aristocratie en die
-der groote <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>menigte, zoodat het onderling verband erbij
-verloren dreigt te gaan.</p>
-<p>Het zou ongetwijfeld gunstig zijn voor den goeden uitslag van het
-werk, als men van alle zijden tegelijk kon beginnen; als men de wegen
-kende en over de middelen beschikte om in denzelfden tijd door
-doelmatig onderwijs de massa der kleine Javaansche landbouwers tot een
-hooger intellectueel peil te verheffen en de aristocratie van Java zoo
-dicht mogelijk naar onze eigen geestelijke atmosfeer heen te trekken.
-Dit gaat echter boven onze kracht, al ware het alleen omdat de
-psychologie van den kleinen man ons daartoe te vele, voor het oogenblik
-niet oplosbare raadselen biedt; bij gebrek aan de noodige gegevens voor
-eene betrouwbare diagnose kon het recept wel eens glad verkeerd
-uitvallen. Bij iedere poging, die wij in de bestaande omstandigheden
-kunnen doen om den desaman tot een hoogeren graad van beschaving te
-brengen, loopen wij veel gevaar hem iets op te dringen, dat hij niet
-wenscht, zonder dat wij de stellige overtuiging mogen koesteren, dat
-het voor hem deugen zal.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1076">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De onlangs opgerichte desascholen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Van inrichtingen als de onlangs opgerichte desascholen
-heb ik geene hooge verwachting; kwaad zullen zij wel niet
-teweegbrengen, maar als een reuzenschrede in de richting der associatie
-zal ook de grootste optimist deze instelling niet beschouwen.
-Belangrijke nieuwe proefnemingen op dit gebied zag ik liefst uitgesteld
-totdat wij daarbij gebruik kunnen maken van de voorlichting eener
-talrijke groep van hoog ontwikkelde Javanen, die aan Westersche
-wijsheid Oostersche ervaring paren; dezen zullen met minder gevaar van
-dwaling dan wij kunnen vaststellen, hoe de kleine landbouwers onder
-hunne rasgenooten gebracht kunnen worden tot deelname aan het huidige
-verkeersleven binnen de grenzen, die de natuur voor hen daaraan
-stelt.</p>
-<p>Men begint een werk toch liefst van die zijde, die de grootste kans
-van slagen biedt; bij de hoogere klassen der bevolking van Java heeft
-men van den uitslag genoegzame zekerheid, mits men de middelen, die de
-ervaring <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name="pb91">91</a>]</span>nu reeds als probaat deed kennen, op veel ruimere
-schaal dan tot nog toe geschiedde aanwendt, en ze tevens meer aan de
-bijzondere plaatselijke behoeften aanpast.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1083">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Studie van begaafde Inlanders in Nederland.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De meest belovenden onder het jongere geslacht moedige
-men aan en steune men om die hoogere studi&euml;n, waartoe hun
-vaderland nog geene gelegenheid biedt, in Nederland te maken; men bouwt
-dan voort op reeds bestaande grondslagen, want hier te lande studeeren
-al eenige tientallen Inlanders aan verschillende inrichtingen van
-hooger onderwijs, zonder dat ooit aan een hunner van Regeeringswege tot
-het inslaan van dien weg aanleiding gegeven werd. Vooral zorge men
-ervoor, dat die studeerenden hier vertrouwde raadslieden vinden en
-sympathieke, degelijke kringen om in te verkeeren en wake men tegen het
-gevaar, waaraan zij allen hier blootstaan, dat er namelijk in allerlei
-opzichten met hen gesold wordt, dat men ze als curiositeiten aangaapt
-of aan het bewonderende publiek vertoont, dat men ze verlokt tot
-optreden in kringen, waarin zij nog niet behooren, tot schrijven over
-onderwerpen, die zij nog niet kunnen beheerschen, eene behandeling,
-tengevolge waarvan begaafde Inlanders begrijpelijkerwijze wel eens uit
-hun evenwicht geraakt en moreel te gronde gegaan zijn.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1090">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis
-blijven.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In Indi&euml; opene men voor hen zoo wijd mogelijk
-alle, vooral de beste, inrichtingen van Europeesch onderwijs; ook
-daardoor drukt men slechts het stempel der goedkeuring op hetgeen de
-Inlanders zelve tot stand brachten, want tot nu toe hebben zij de
-deuren van alle scholen om zoo te zeggen geforceerd, en was het er zeer
-ver vandaan, dat de autoriteiten hen dwongen om in te gaan. Soms had
-het er al te veel van, alsof zij die pioniers op het pad der associatie
-als rustverstoorders beschouwden. Men richte bovendien speciaal voor
-hunne behoeften berekende scholen van middelbaar en technisch onderwijs
-op, maar men berekene niet te angstvallig en vooral niet te lang, opdat
-niet in afwachting van het resultaat generaties van de gewenschte
-opleiding verstoken blijven. Beter eene school, die niet dadelijk aan
-alle op den duur te stellen eischen voldoet, dan in het geheel geene.
-<span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span></p>
-<p>Goede lagere Europeesche scholen stelle men in grooten getale tot
-hunne beschikking, zoodat de velen, die dit wenschen, gelegenheid
-vinden om Nederlandsch z&oacute;&oacute; te leeren, dat in die taal het
-werktuig vinden om zich in verschillende richtingen verder te
-ontwikkelen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1097">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Opvoeding buiten de school.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dikwijls draagt het onderwijs, dat Inlandsche kinderen
-en jongelieden genieten, niet de gewenschte vruchten omdat zij buiten
-de schooltijden verkeeren in eene omgeving, die voor hunne opvoeding
-eer schadelijk dan bevorderlijk is. Eene doelmatige huisvesting is,
-vooral uit dit oogpunt bezien, voor hen van overwegend belang.
-Vooralsnog, in deze eerste periode der associatiebeweging, zal men hun
-die niet licht anders dan in een degelijk Europeesch gezin kunnen
-verschaffen. Dit is eene der grootste moeilijkheden, die de
-bevorderaars der associatie te overwinnen hebben, maar onoverkomelijk
-mag zij niet zijn.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch4.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1104">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De zending zou hiertoe kunnen medewerken.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hier zou ik bijna geneigd zijn, <span class="corr" id="xd25e2857" title="Bron: als">al</span> is het onbevoegd, een verzoek
-te doen, ja tevens een raad te geven aan de mannen en de vrouwen, die
-zich aan zendingswerk wijden. De zending werkt terecht dikwijls langs
-philanthropische omwegen: onderwijs, geneeskunde, landbouw worden door
-haar gebezigd als middelen om Inlanders met het Christendom in
-aanraking te brengen. Onderwijs is als zendingsmiddel in
-Mohammedaansche landen, naar ik meen, niet bijzonder effectief
-bevonden, althans niet in dien zin, dat bekeeringen er het gevolg van
-waren, ofschoon de Moslims, wier eigen onderwijs zeer achterlijk is, er
-gaarne gebruik van maken, vooral wanneer de leerlingen niet gehouden
-worden aan het Christelijke godsdienstonderwijs deel te nemen. Toch
-gaat men in die richting<a id="xd25e2860" name="xd25e2860"></a> voort,
-aanvankelijk tevreden met verbreiding van den <i>Christelijken
-geest</i> onder hen, die van de <i>leer</i> des Christendoms nog niet
-gediend zijn. Met de medische zending is het vaak niet anders. Nu zijn
-op Java, en weldra ook elders in den Archipel huisgezinnen en hospitia
-noodig om ernstige leiding te geven aan de opvoeding der steeds
-talrijker jongelieden uit Inlandsche <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span>famili&euml;n, die de
-verschillende inrichtingen van onderwijs bezoeken. Ligt het niet op den
-weg der zending, in dien nood te helpen voorzien? Te helpen zorgen, dat
-die jongelui tegen matige betaling opname kunnen vinden in eenvoudig
-levende, Christelijke gezinnen, geschikt en bereid om hen te gewennen
-aan het leven in eene atmosfeer, waar de practische geest van het
-Christendom heerscht, zonder dat de leer aan andersdenkende
-huisgenooten wordt opgedrongen? Mij wil het voorkomen, dat de missie
-hier een veelbelovend arbeidsveld zou vinden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1111">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De Inlandsche vrouw en hare opvoeding.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Aan dit ongevraagd advies voeg ik nog een ander toe.
-De hoofdreden, waarom in dezen eersten tijd voor jonge Inlanders, die
-door onderwijs op den weg der associatie gebracht worden, het verblijf
-in een degelijk Europeesch gezin dringend gewenscht is, ligt hierin,
-dat het Inlandsche gezin nog niet geschikt is om aan de naar
-Europeeschen trant opgeleide jeugd den noodigen moreelen steun te
-verleenen. Dit moet anders worden, maar daartoe is in de eerste plaats
-verhooging noodig van het opvoedingspeil der vrouw.</p>
-<p>De Inlandsche vrouw moet beter onderwezen, maar bovenal beter
-gevormd en in moreelen zin ontwikkeld worden. Hiertoe kan de school
-iets bijdragen, maar het meeste moet komen van de persoonlijke leiding
-van degelijke Europeesche vrouwen. Tot dusver zijn er wel een zeker
-aantal meisjes uit voorname Inlandsche famili&euml;n, die gedurende
-eenige jaren Europeesche scholen bezoeken, maar de bekendheid met het
-Nederlandsch en met Europeesche maatschappelijke vormen, die ze mee
-naar huis nemen, is in den regel niet veel meer dan een vernis, dat
-dient om haar niet al te misplaatst te doen zijn als echtgenooten van
-Westersch opgevoede Inlanders. Zij verlaten de school veel te vroeg en
-buiten de school wordt aan hare karaktervorming veel te weinig zorg
-besteed om er waardige levensgezellinnen dier Inlanders van te maken,
-die met hare mannen zullen samenwerken om het Inlandsche gezin te
-brengen tot associatie aan ons familiewezen. <i>Zonder</i> geestelijk
-hoog <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span>ontwikkelde Inlandsche vrouwen is deze associatie
-onuitvoerbaar; <i>met</i> hare hulp mag men die verzekerd achten. Wie
-wil medewerken aan de vorming van eenige honderden meisjes van Java in
-dezen geest, die mag zich vleien met de gegronde hoop, later als vrucht
-van zijn werk het monogame leven op Java als het normale in de
-Inlandsche wereld erkend te zien, en Javaansche ouders ernstig te zien
-arbeiden aan den opbouw van het leven hunner kinderen.</p>
-<p>Is deze taak niet schoon genoeg om vrouwelijke zendingskrachten aan
-te lokken tot zelfopofferende toewijding, zelfopofferend ook in dien
-zin, dat zij bij dezen arbeid haar oogmerk willen bepalen tot de zeker
-bereikbare staatkundig-nationale associatie, en die niet in gevaar
-willen brengen door ontijdige pogingen tot bekeering?</p>
-<p>Wie op de kerstening der Inlandsche Mohammedanen hoopt&mdash;ik
-zeide reeds, waarom ik die verwachting niet kan deelen&mdash;moet de
-politiek-nationale annexatie dier Nederlandsche onderdanen als een
-eersten stap in de door hem gewilde richting toejuichen en de
-gelegenheid om zelf daaraan mede te werken met beide handen aangrijpen.
-De zendeling zal, zoowel als ieder ander Nederlander, onverschillig van
-welke levenssfeer, zich aan geassocieerde Inlanders gemakkelijker
-verstaanbaar kunnen maken dan aan de overheerschten van het oude
-r&eacute;gime, dat, naar wij hopen, zijnen tijd gehad heeft.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch4.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1118">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk
-aandeel in den Staatsdienst verzekerd worden.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Niet minder urgent dan de snelle vermenigvuldiging der
-gelegenheden voor Inlanders om de door hen verlangde hoogere vorming te
-verkrijgen, is het voor de Regeering, de verdeeling van den arbeid der
-staatsdienaren z&oacute;&oacute; te herzien, dat al het werk, dat door
-die modern ontwikkelde kinderen des lands verricht kan worden, ook
-inderdaad aan hen worde toevertrouwd.</p>
-<p>Het gaat niet aan, den bestaanden toestand te bestendigen, waarbij
-de jonge Inlanders, die als de beste producten der nieuwe richting voor
-den dag komen, door de bureauchefs in Indi&euml; als schrikbeelden
-worden beschouwd, die men na lange aarzeling in een of anderen
-<span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span>hoek duwt om niet langer door hunnen aanblik
-verontrust te worden. Zij vallen immers niet als meteoorsteenen uit de
-lucht, men ziet ze jaren tevoren aankomen, en men heeft dus geene
-enkele verontschuldiging, wanneer men zich onvoorbereid door hen laat
-verrassen. De Indische Regeering mag aan de departementen van
-Binnenlandsch Bestuur en van Onderwijs geene rust gunnen, voordat zij
-de hiermede samenhangende vraagstukken tot eene bevredigende oplossing
-hebben gebracht. Bezwaren opperen is gemakkelijk genoeg; ze uit den weg
-te ruimen, dat is de taak der leidende ambtenaren in de kolonie.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch4.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1125">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Kleinmoedigen hebben vaak getracht, den voorstanders
-van de associatie schrik aan te jagen door de voorzegging, dat het
-voortgaan op den door hen gewezen weg dit rampzalige gevolg zal hebben,
-dat er eene klasse van Inlanders zal ontstaan, die hun evenwicht kwijt
-zijn, die uit den band springen, die den samenhang met hunne eigen
-maatschappij verloren hebben, zonder in een ander sociaal geheel te
-passen.</p>
-<p>Zulke bedenkingen zijn van oudsher overal vernomen, waar eene
-menschengroep zich uit eene levenssfeer, die haar te eng werd, naar
-boven trachtte te werken, maar nooit hebben zij bewerkt, dat de eenmaal
-ontwaakte drang naar licht bezworen werd. Ook onder ons hebben
-wijzigingen in het politieke en sociale leven in de werkelijkheid niet
-zoo kalm en geleidelijk plaats als zij op het papier ontworpen waren.
-Bij die tochten naar de hoogte maken altijd sommige deelnemers
-ongedachte, duizelingwekkende sprongen, die oogenblikken van algemeene
-verwarring teweegbrengen. Wij zijn erop voorbereid, dat dit ook in
-Oost-Indi&euml; zal gebeuren, en dat de waarzeggers van daareven dan
-gereed zullen staan om triomfantelijk daarop te wijzen als op de
-vervulling hunner sombere profetie. De zeldzaam vredelievende aard der
-Inlanders doet ons alleen hopen, dat het geene al te groote vaart zal
-loopen, en dat onder wijze leiding het evenwicht spoedig herwonnen zal
-zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1132">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Stuiting der beweging niet mogelijk.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Men stelle echter de zaak niet voor, alsof wij ons nu
-nog bij een kruispunt in de ontwikkelingsgeschiedenis van de
-Indonesi&euml;rs bevonden, en de beslissing, of het verder links of
-rechts zal gaan, van den wil van onze Regeering afhankelijk ware. Het
-proces is begonnen zonder dat de Regeering of het volk van Nederland
-het uitlokten, ja deels in weerwil van officieuze tegenwerking. Het is
-niet langer de vraag, of de voor hooger ontwikkeling meest
-toegankelijke deelen der bevolking van den Archipel ons op
-intellectueel gebied al of niet op zijde zullen streven, de vraag is
-alleen nog, of de voortzetting der krachtig begonnen beweging zal
-geschieden met onze medewerking en onder onze leiding, dan wel in
-weerwil van onzen tegenstand, en dan onder leiding van anderen, die
-zich niet lang zullen laten wachten. Mij dunkt, het antwoord op deze
-vraag kan geen onderwerp eener langdurige discussie zijn.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1139">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Samenvatting onzer beschouwingen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij naderen het einde van onzen gemeenschappelijken
-tocht, waarop ik naar vermogen getracht heb, u achtereenvolgens de
-voornaamste problemen te laten zien, die de Islâmbelijdenis van
-vijfendertig millioen Nederlandsche onderdanen aan onze Regeering en
-aan ons volk voorlegt, en tevens de richting aan te geven, waarin de
-oplossing dier vragen te vinden zal zijn. Het zij mij vergund, in eenen
-terugblik op den afgelegden weg onze uitkomsten nog eens samen te
-vatten.</p>
-<p>Onze beschouwing van de wijze, waarop de Islâm zich over de
-aarde verbreid heeft, maakte ons verschillende daarmee samenhangende of
-daaruit voortgevloeide verschijnselen verklaarbaar: de scherpte zijner
-positie <span class="corr" id="xd25e2924" title="Bron: tegen over">tegenover</span> al hetgeen aan zijnen invloed
-weerstand biedt; zijn militant karakter; de gemakkelijkheid, waarmede
-hij het getal zijner aanhangers weet te vergrooten, en daarentegen de
-traagheid, waarmede hij aan hunne geestelijke opvoeding werkt; de
-gehechtheid der Moslims aan hunne religie en hunne geslotenheid voor
-invloeden van buiten, ook waar de kennis van de geloofsleer en de
-practische beoefening der wet nog alles te wenschen overlaten.</p>
-<p>Van het stelsel van den Islâm, zooals dat ongeveer
-<span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span>drie eeuwen na den dood van den Profeet zijnen in
-hoofdzaak definitieven vorm verkregen heeft, ontvingen wij den indruk
-van groote stroefheid, gebrek aan <span class="corr" id="xd25e2931"
-title="Bron: accomodatievermogen">accommodatievermogen</span>. In zijne
-eerste periode gedwongen, vele vreemde cultuurelementen in zich op te
-nemen, deed het dit met onverholen weerzin, en verloochende het die
-verrijking zooveel mogelijk door vrome fictie; omstreeks duizend jaren
-geleden sloot het zich naar alle zijden af, met de pretensie, dat het
-nu voor alle volgende eeuwen het geheele gelooven, handelen en denken
-der menschen aan voorschriften van onfeilbaar gezag gebonden had. Wij
-constateerden de in verband hiermee onvermijdelijke botsing tusschen de
-theorie en het werkelijke leven; zij gaf ons aanleiding, ten aanzien
-der alles regelende wet te onderscheiden tusschen gedeelten, die de
-practijk inderdaad zijn blijven beheerschen, en andere, die voor het
-leven meer of minder of zelfs in het geheel geene beteekenis hebben
-behouden.</p>
-<p>De geloofsleer der Mohammedanen kwam ons voor, op het doen en denken
-slechts ondergeschikten invloed te oefenen. Ten aanzien der wet, die
-den groei van het leven der Islâmbelijders steeds minder geregeld
-dan belemmerd heeft, en waarvan de inhoud met de eischen van den tijd
-in toenemend conflict geraakt, vonden wij noch in haar stelsel noch in
-de geschiedenis der Mohammedaansche volken grond voor de hoop, dat zij
-zich zou kunnen hervormen. Evenmin konden wij de illusie deelen
-dergenen, die meenen, dat de voor de emancipatie en de evolutie van den
-geest der Mohammedanen vereischte hervorming op het gebied der mystiek
-haar beslag zou krijgen.</p>
-<p>Wij hebben daarop gepoogd, den graad te bepalen der inwerking van de
-verschillende bestanddeelen van het systeem van den Islâm op het
-leven der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, en in verband daarmee de
-houding vast te stellen, die Nederland, in de eerste plaats de
-Nederlandsche Regeering en Hare ambtenaren, tegenover elke der onder
-den invloed van den Islâm gekomen levensuitingen der
-Oost-Indische bevolking behooren aan te nemen. Onvoorwaardelijke
-eerbiediging van al hetgeen <span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>ligt binnen het gebied der religie in
-den engeren zin des woords; eerbiediging ook van de gerecipieerde
-hoofdstukken van het recht, die de intiemste, meest met den godsdienst
-verknochte zijden van het leven der familie en van het individu raken,
-evenwel met zorgvuldig openhouden der wegen, die kunnen leiden tot
-evolutie of emancipatie, en met niet minder zorgvuldige vermijding van
-wat tot vastlegging en versteening dezer instellingen zou strekken;
-terzijdestelling van alle deelen van het systeem, die buiten de hier
-aangeduide sfeer vallen, met uitzondering van de politieke elementen
-van leer en wet, tegenover welke de Regeering zich onverzoenlijk schrap
-behoort te zetten.</p>
-<p>Ten slotte kwamen wij tot de overtuiging, dat aldus wel de
-gedragslijn was aangegeven, die <i>de Regeering</i> met gerustheid
-jegens den in Oost-Indi&euml; beleden Islâm kon volgen, maar dat
-<i>Nederland</i> ten opzichte van zijne Mohammedanen nog eene veel
-verder reikende taak te vervullen had, dat het hen te leiden had naar
-de voor hen geschikte plaats onder de volken. Wij bevonden verder, dat
-de bij Mohammedanen zoo licht post vattende panislamitische gedachte
-wel als de grootste hinderpaal te beschouwen is tegen de aanpassing van
-een Moslimsch volk aan het moderne cultuurleven, een struikelblok,
-waartegen zelfs de Moslimsche hervormers in de oude landen van den
-Islâm telkens aanstooten. Voor ons zagen wij die belemmeringen
-voor een goed deel reeds door de Inlanders zelve uit den weg geruimd,
-waar de hoogere klassen onder hen in de laatste tientallen jaren geheel
-spontaan heensturen naar hunne geestelijke inlijving bij de Westersche
-cultuur in haren Nederlandschen vorm. De eerste stappen op den weg der
-associatie van hun geestelijke leven aan het onze hebben zij reeds zoo
-goed als zonder onze hulp gedaan; het is dus hoog tijd, dat wij de
-leiding in handen nemen en hen verder brengen.</p>
-<p>De Regeering vonden wij ten opzichte van dit, voor ons nationale
-leven zoowel als voor dat der Inlanders zoo uiterst gewichtige punt
-zwak en onbeslist, in plaats van beheerscheres vaak speelbal der
-omstandigheden, telkens verrast door dingen, die zich langzaam voor
-ieders <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>oogen ontwikkelden. De Christelijke zending
-ijverig werkzaam naar een program, waarvan de uitvoering zeker de
-gewenschte emancipatie en evolutie brengen zou, maar dat gericht is
-tegen de godsdienstige hartader van het Islâmsysteem; een program
-dus, dat blijkens de ervaring weinig uitzicht op succes biedt, maar,
-ook daarvan afgezien, voor de Regeering en voor ons volk in zijn geheel
-als richtsnoer onbruikbaar is.</p>
-<p>Volk en Regeering kunnen alleen om het stelsel van den Islâm
-heen de Islâmbelijdende Inlanders helpen om den door hen
-gezochten weg ter geestelijke associatie te vinden; de door hen
-bevorderde associatie moet buiten het gebied der religie blijven, mag
-alleen eene politiek-nationale zijn. De zending, al stelt zij zich een
-veel verder en hooger liggend doel, kan toch ook in deze richting
-medewerken, hetgeen te meer te wenschen is, daar zij voor al haar werk
-arbeiders heeft, wier toewijding van hoogere orde is dan de ijver, dien
-politiek-nationale motieven in den regel vermogen te wekken.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch4.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1147">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze
-cultuur ontneemt aan het panislamisme alle kracht.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De panislamitische gedachte, die thans op de
-aristocratie van Java en op de met haar gelijk te stellen klassen der
-Mohammedanen op de Buitenbezittingen nog weinig vat heeft, verliest
-alle kans daarop voor de toekomst, zoodra hare leden vrije deelgenooten
-van onze cultuur geworden zijn. Zou er dan, wat lang niet uitgesloten
-is, gevaar komen te dreigen voor besmetting met die kwaal van een deel
-der millioenen, wier dagelijksch werk als kleine landbouwers hun
-intellect weinig gelegenheid biedt om zich boven de sfeer der
-rijstvelden te verheffen, hunne aan de beschaving van onzen tijd
-geassocieerde landgenooten zullen er het grootste belang bij hebben,
-ons te helpen om de dreigende epidemie te bezweren. Ook de verdere
-emancipatie van het Islâmstelsel, zoover die zonder verandering
-van belijdenis mogelijk is, wordt bij eene verruiming van ons
-politiek-nationale leven, die aan Inlanders de hun daarin toekomende
-plaats verzekert, alleen nog eene quaestie van tijd, die zich zonder
-onwelkomen aandrang van buiten van zelve regelt. <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1154">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Andere heilzame gevolgen der associatie.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij bezagen hier natuurlijk de gevolgen der begonnen
-associatie uit het beperkte gezichtspunt der Islâmpolitiek. Maar
-wij mogen daar toch wel even aan toevoegen, dat zij ook in zoovele
-andere opzichten de oplossing vormt van het probleem der toekomstige
-verhouding van de bevolking van den Indischen Archipel tot ons. Ook uit
-een algemeen staatkundig oogpunt is het ons levensbelang, dat wij niet
-wachten totdat verrassende omstandigheden ons ten behoeve der Inlanders
-komen afdwingen, wat wij hun nu nog vrijwillig in den door ons meest
-geschikt geachten vorm kunnen geven.</p>
-<p>Dr. Van Ho&euml;vell wenschte vele jaren geleden, dat Nederland het
-gevaar van binnenlandsche woelingen op Java, liever dan door het
-aanleggen van bentengs, zou bezweren door zich vestingen van
-dankbaarheid te bouwen in de harten der Javanen. Zulk idealisme is te
-edel en te schoon voor de werkelijkheid. Een volk is nooit dankbaar
-zelfs voor de grootste weldaden, die het zich door vreemden opgedrongen
-zag. Is daarentegen door van beide zijden gezochte associatie het
-gemeenschappelijk geestesgebied der Javanen en der Nederlanders tot
-zijne grootst bereikbare uitgebreidheid gekomen, dan behoeft van
-dankbaarheid aan vreemden niet meer gesproken te worden, omdat hetgeen
-vreemd was, eigen is geworden, omdat er nog slechts Oostelijke en
-Westelijke Nederlanders zijn, in politieken en nationalen zin eene
-eenheid vormend, waaraan het rasverschil niet te kort doet.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1161">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Weerlegging der bezwaren tegen nationale
-associatie.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wat zou aan de verwezenlijking van dit denkbeeld in
-den weg staan? Verschil in huidskleur en afkomst? Maar uit hoevele
-landen van Europa en Azi&euml; zijn niet de voorouders van vele
-Nederlanders samengekomen, en wat is er meer onwaar en verwaand dan het
-&ldquo;van vreemde smetten vrij&rdquo; in ons volkslied? Met het
-Indonesische ras is onze bloedsmenging al sinds eeuwen in zoo vollen
-gang, dat alle nuances van huidskleur tusschen blank en bruin onder
-Nederlanders vertegenwoordigd zijn.</p>
-<p>Al te groote afstand in beschaving en levensbeschouwing dan? De
-hoogere klassen der Inlanders willen immers juist niets liever dan dien
-afstand tot de onmerkbaarste <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>afmetingen terugbrengen. Hunne
-studenten, die te Leiden, te Delft en te Amsterdam met ons verkeeren,
-staan u en mij geestelijk oneindig veel nader dan gansche klassen van
-ons eigen land- en zeevolk. Z&oacute;&oacute; groote geesteseenheid is
-echter nooit de band, die een geheel volk omstrengelt. Een
-gemeenschappelijk verleden houdt het veelzins ongelijksoortige bijeen;
-dit geldt voor de verschillende klassen van ons volk, het geldt ook
-voor ons volk als geheel ten opzichte van Indonesi&euml;, al is het
-bewustzijn dezer eenheid nog niet in alle lagen onzer natie
-doorgedrongen.</p>
-<p>Islâm en Christendom kunnen zich in de practijk van het
-nationale leven zeer wel met elkander verdragen, als maar de
-panislamitische idee terzijde wordt gesteld, en wij zagen, hoe gunstig
-hiervoor in ons geval de voorwaarden zijn. In verdraagzaamheid kunnen
-velen onzer bij de meerderheid der Inlanders een lesje nemen.</p>
-<p>Als student hoorde ik eens eene voordracht van Ernest Renan over de
-vraag: &ldquo;wat maakt eigenlijk eene natie?&rdquo; Het antwoord kwam
-in hoofdzaak hierop neer: het waarlijk constitueerende element eener
-natie, dat is noch ras noch huidskleur, noch taal noch godsdienst noch
-natuurlijke grens, het is: &ldquo;<span lang="fr">le d&eacute;sir
-d&rsquo;&ecirc;tre ensemble</span>&rdquo;. Met deze phrase moge lang
-niet alles gezegd zijn, een deel der waarheid bevat zij toch
-ongetwijfeld. Ook wij kennen dat gevoel, trots verschil in afstamming,
-in levenssfeer, in hoogte van beschaving, en in weerwil van alle
-getwist op staatkundig en godsdienstig gebied, als het erop aankomt,
-toch als Nederlanders bijeen te willen blijven. Welnu: de edelste
-vertegenwoordigers van eene groote volkengroep, die sinds lang onder
-ons staatsbestuur staat, vragen ons met aandrang, hen en de hunnen als
-adoptieve kinderen in ons nationale gezin op te nemen. Reiken wij hun
-de hand, en laat ons dan het wederzijdsche verlangen naar nationaal
-samenleven, &ldquo;<span lang="fr">le d&eacute;sir d&rsquo;&ecirc;tre
-ensemble</span>&rdquo;, omzetten in flinke daden, die toonen, dat ons
-kleine volk nog altijd tot iets groots in staat is. <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name="pb102">102</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1169">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="label">V.</h2>
-<h2 class="main">DUITSCHLAND EN DE HEILIGE OORLOG (1914).</h2>
-<div id="ch5.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1176">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De godsdienstvrijheid volgens Turksche
-intellectueelen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ruim tien jaren geleden had ik met eenen Turk van
-hooge intellectueele ontwikkeling een gesprek over godsdienstig
-fanatisme en den invloed daarvan op politieke verhoudingen. Hij besloot
-zijne beschouwingen over dit onderwerp ongeveer als volgt: &ldquo;In
-vroegere eeuwen plachten de menschen in de beschaafde wereld elkander
-het leven te benemen wegens verschil van meening over de geheimen der
-andere wereld. Thans is de menschheid, lof zij Allah, over die
-barbaarschheid heen en ieder mag gelooven, wat hij wil. Maar wat helpt
-ons dit, zoolang over economische en politieke belangen oorlogen
-gevoerd worden, die in fanatisme voor de vinnigste godsdienstoorlogen
-niet onderdoen, terwijl de reusachtige vorderingen der techniek de
-moorddadige uitwerking van den strijd steeds verhoogen? Van een kalm
-genieten der met moeite verkregen gewetensvrijheid kan daarbij geen
-sprake zijn.&rdquo;</p>
-<p>Deze ontboezeming komt telkens weer in mijne herinnering naar voren
-in verband met hetgeen wij nu beleven. Nadat de groote menschengroepen,
-die door verschil van politieke en economische belangen uiteengehouden
-worden, jarenlang een belangrijk deel van hun intellectueel en
-materieel vermogen besteed hebben aan het uitdenken van middelen om in
-de volheid des tijds elkander te vernietigen, is eindelijk de lang
-verwachte vonk in de opeengehoopte brandstof gevallen. Al de
-strijdenden gruwen van het denkbeeld der verantwoordelijkheid
-<span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span>voor de misdrijven tegen de menschelijke
-samenleving, die zij gezamenlijk plegen, en het eenige, waarin zich de
-overigens non-actief gestelde gemeenschappelijke cultuur nog uit, is
-eene vervelende reeks van betoogen, waarin ieder den ander de schuld
-geeft van hetgeen allen samen met zorg hebben voorbereid. De sceptische
-ironie van mijn Turkschen vriend was niet ongegrond. Wij leeren er
-trouwens niets nieuws uit. Alleen in z&oacute;&oacute;verre mag zijne
-uitspraak voor diegenen onder ons, die de Mohammedaansche wereld weinig
-kennen, iets verrassends hebben, als daarin door een Turk de algemeene
-godsdienstvrede en gewetensvrijheid zoo zonder voorbehoud als een
-verworven zegen erkend wordt. Uit dit oogpunt beschouwd hebben de
-aangehaalde woorden te hooger waarde, omdat zij de meening van alle
-Turksche intellectueelen over het vraagstuk van den godsdienst vrij
-nauwkeurig uitdrukken.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1183">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Contrast dier meening met de wet van den
-Islâm.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Deze verdraagzaamheid schijnt onvereenigbaar met
-hetgeen de Mohammedaansche wet omtrent de verhouding tot aanhangers van
-andere godsdiensten voorschrijft. Volgens die wet, die in haar geheel
-aanspraak maakt op goddelijk gezag, moet immers de geheele
-menschenwereld aan de Mohammedaansche gemeenschap onderworpen, zooveel
-mogelijk ook in geestelijken zin bij haar ingelijfd worden. Ter
-bereiking van dit doel behoort de gemeente der geloovigen
-<i>djihâd</i> te doen, d. i. &ldquo;<i>heiligen oorlog</i>&rdquo;
-te voeren tegen allen, die nog buiten de sfeer van haar gezag leven. De
-leiding van den <i>djihâd</i>, de bepaling van tijd, plaats en
-middelen, is een der hoofdplichten van het hoofd der gemeente, den
-<i>chalief</i>, den opvolger van Mohammed in diens hoedanigheid van
-opperbestuurder, opperrechter en opperbevelhebber der Moslims. Al naar
-mate de belangen van den Islâm het volgens zijn inzicht
-medebrengen, voere hij dien krijg met meer of minder kracht of late hij
-dien zelfs tijdelijk rusten. Tot eene staking van het offensief tegen
-eene ongeloovige mogendheid voor meer dan tien jaren mag hij zich onder
-geene omstandigheden verbinden. Aan belijders van den Joodschen,
-Christelijken en daarmee gelijkgestelde godsdiensten wordt, mits zij
-zich aan het <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span>Mohammedaansche staatsgezag onderwerpen en met
-de positie van onderdanen zonder burgerrecht genoegen nemen, met zekere
-beperkingen de uitoefening van hunnen godsdienst toegestaan; bij
-eigenlijke heidenen moet de onderwerping met bekeering gepaard
-gaan.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch5.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1190">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De grondslagen van het program van den heiligen
-oorlog.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het djihâd-program gaat uit van de
-onderstelling, dat de Mohammedanen voortdurend, evenals bij hun eerste
-optreden in de wereld, een gesloten geheel vormen onder
-&eacute;&eacute;nhoofdige leiding. Deze toestand heeft evenwel in de
-werkelijkheid z&oacute;&oacute; kort bestaan, het gebied van den
-Islâm is z&oacute;&oacute; spoedig in een steeds grooter aantal
-vorstendommen uiteengevallen, het oppergezag van den zoogenaamden
-chalief is na korten bloei z&oacute;&oacute;zeer tot een ijdelen naam
-geworden, dat ook de djihâd-voorschriften zich aan de
-gezagsverbrokkeling hebben moeten aanpassen. Gelijk in de meeste andere
-opzichten, zoo ook ten aanzien van het voeren van den heiligen oorlog
-draagt dan de wet de bevoegdheden en plichten van den
-&eacute;&eacute;nen chalief aan de verschillende landshoofden op, ieder
-voor zijn machtsgebied. Nu spreekt het vanzelf, dat deze overdracht van
-het gezag van &eacute;&eacute;nen op velen zeer vereenvoudigend werkt
-voor al hetgeen het bestuur <i>binnenslands</i> betreft; maar even
-duidelijk is het, dat die verbrokkeling de voortzetting van den
-wereldveroveringsoorlog, zooals die in de eerste eeuw van den
-Islâm was ingezet, onmogelijk maakte.</p>
-<p>Er waren trouwens nog tal van andere oorzaken, die de eerst
-toomlooze vaart der Moslimsche legerscharen stuitten. Men kwam tot
-grenzen, waar de geboden weerstand niet zoo dadelijk te breken viel, en
-het genot van het verkregene verslapte de energie. De veroveringsdaden
-der eerste geslachten werden toen in de verbeelding der lateren
-ge&iuml;dealiseerd, gereinigd van hetgeen ze ontsierde, en de theorie
-harer gewenschte voortzetting werd uitgewerkt, in te meer
-casu&iuml;stische bijzonderheden, naar mate de toepassing verder buiten
-de sfeer van het mogelijke kwam te vallen. Het oorlogsrecht kenmerkte
-zich door een streng in-het-oog-houden van het doel: uitbreiding
-<span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name="pb105">105</a>]</span>van den waren godsdienst of anders toch van het
-gezag zijner vertegenwoordigers, en verder door het vermijden van alle
-wreedheid in de keuze der middelen. Alleen waar een Mohammedaansch
-gebied wordt aangevallen door eene ongeloovige macht, daar wordt aan de
-geheele bevolking de plicht der verdediging opgelegd. Offensief
-optreden is slechts dan gerechtvaardigd, wanneer het bevel ertoe en de
-regeling ervan uitgaan van een erkend staatshoofd. Waar ongeloovigen
-erin slagen, eene Moslimsche bevolking te onderwerpen, moet deze niet
-in een toestand van ondergeschiktheid berusten, maar de eerste
-gelegenheid aangrijpen om &ograve;f het juk af te schudden &ograve;f te
-emigreeren naar een zelfstandig Moslimsch land, zoowel om het gevaar,
-waarm&ecirc;e het eigen geloof bedreigd wordt, af te wenden, als om de
-gelederen der geloovigen tot den strijd tegen den vijand, d. i. de
-niet-onderworpen andersgeloovigen, te versterken. Al duurt de
-onmogelijkheid van afdoend verzet en van emigratie ook eeuwen lang,
-toch mag men de daardoor ontstane verhouding van afhankelijkheid van
-een niet-Mohammedaansch staatsgezag niet anders dan als voorloopig en
-abnormaal aanvaarden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1197">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Middeleeuwsch karakter van dat program.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het geheele samenstel van wetten, dat volgens den
-Islâm de verhouding van geloovigen tot ongeloovigen zou moeten
-beheerschen, is de meest consequente uitwerking, die men zich denken
-kan, van de vermenging van godsdienst en politiek in haar
-middeleeuwschen vorm. Dat hij, die de materieele macht heeft, ook over
-de geesten dwang uitoefent, geldt daarbij als volkomen natuurlijk; de
-mogelijkheid van het samenleven der belijders van verschillende
-godsdiensten als gelijkgerechtigde burgers van &eacute;&eacute;nen
-staat, acht men uitgesloten. Zoo was het in de middeleeuwen niet alleen
-bij de Mohammedanen; v&oacute;&oacute;r en zelfs nog lang na de
-reformatie dachten onze voorouders er niet veel anders over. Het
-verschil ligt voornamelijk hierin, dat de Islâm al die
-middeleeuwsche gedragsregelen in den vorm van eeuwig geldende wetten
-heeft vastgelegd, zoodat dus een later geslacht, ook al wijzigt zich
-het inzicht, zich niet gemakkelijk ervan emancipeeren <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name="pb106">106</a>]</span>kan.
-Te moeielijker werd die losmaking, omdat &egrave;n de groote menigte
-&egrave;n het gros der schriftgeleerden zich te steviger aan dat
-bedenkelijke erfdeel van het voorgeslacht vastklemden, hoe meer de
-omstandigheden met de verwerkelijking van dit gewelddadige program
-schenen te spotten. Aan de opvoeding der menigte is nu eenmaal in de
-landen van den Islâm alle eeuwen door weinig zorg besteed, en het
-denkbeeld eener toekomstige wereldbeheersching was te vleiend voor hare
-ijdelheid om dit zoo maar prijs te geven. De wetgeleerden hadden in
-hunne bekrompenheid geen deel aan de volheid van het werkelijke leven;
-angstvallig bewaarden zij de vormen der oude idealen, zonder zelfs te
-bemerken, dat de inhoud eraan ontvloden was. Voor hen gold en geldt de
-waardeering der godsdienstvrijheid door intellectueele Turken gelijk
-mijn vriend van daarstraks als eene lichtzinnige concessie aan den
-verdorven tijdgeest.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1204">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Toch ging de beweging der geesten haren gang, in de
-laatste eeuw met vaak verrassende snelheid. Juist door de stroefheid
-der Mohammedaansche samenleving en de achterlijkheid en corruptheid der
-Mohammedaansche staatsbesturen kwam gaandeweg het geheele gebied van
-den Islâm, in tegenstelling met zijn zelfbewust program van
-wereldverovering, onder den invloed van Europa. Het is al zoover
-gekomen, dat meer dan 90% van alle Mohammedanen in wingewesten of
-protectoraten onder politieke leiding van Europeesche mogendheden
-leven, terwijl de zelfstandigheid van het overblijvende gebied,
-voornamelijk Turkije, alleen in schijn gehandhaafd wordt door zekere
-handigheid in het balanceeren tusschen de groote mogendheden, die
-elkander de voogdij betwisten.</p>
-<p>Al die aanrakingen tusschen het gebied van den Islâm en de
-buitenwereld, die op dit totale verlies zijner politieke
-onafhankelijkheid zijn uitgeloopen, danken haar eerste ontstaan aan de
-behoefte van Europa aan economische expansie, aan het eigenbelang dus
-der volken, die het middeleeuwsche stof wisten af te schudden en de
-Mohammedanen in geestelijken en materieelen zin voorbijstreefden. Eerst
-later maakte het bekrompen denkbeeld <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span>der exploitatie
-plaats voor dat der annexatie, straks dat der volle inlijving van de
-veroverde landen in dezen zin, dat de bevolking moest worden opgevoed
-tot de voor haar bereikbare en gewenschte deelname aan de cultuur der
-overheerschers. Dit ging niet ineens; de strijd tusschen het
-ego&iuml;sme der voogden en hun plichtbesef jegens hunne pupillen is
-nog in vollen gang. Maar de Europeesche voogden, zelfs zulke, wien de
-consequente <i>toepassing</i> der nieuwere beginselen nog vaak te zwaar
-valt, schamen zich nu reeds voor het <i>belijden</i> van een ander
-bestuursbeginsel dan dat der zuivere harmonie van alle belangen van
-twee volken, waarvan de geschiedenis het eene heeft gesteld onder
-leiding van het andere. De Mohammedanen onder direct of indirect
-Europeesch bestuur hebben hiervan al veel voordeel gehad, en men mag
-zeggen, dat zij er in het algemeen beter aan toe zijn dan hunne
-geloofsgenooten in de quasi-zelfstandige staten, waar zij de nadeelen
-ondervinden zoowel van een corrupt bestuur als van den wedijver om
-economische winste tusschen de groote machthebbers van het Westen. De
-druk, waaronder in een land als Turkije de bevolking zucht, heeft
-evenwel toch ook de zucht naar geestelijke ontwikkeling geprikkeld; de
-Jong-Turksche beweging der laatste jaren getuigt er luide van.</p>
-<p>In de hooger ontwikkelde kringen van alle Mohammedaansche landen is
-het besef algemeen geworden, dat de middeleeuwsche vermenging van
-godsdienst en politiek, welke het stelsel van den Islâm voor
-altijd wilde handhaven, niet van onzen tijd is. Zoozeer zijn de
-Mohammedanen in de wereld de staatkundig en maatschappelijk minderen
-geworden, dat het denkbeeld eener op hunnen godsdienst gegronde
-wereldheerschappij alleen voor de onwetenden iets van zijne bekoring
-kon behouden. De overigen schamen zich bijna voor de aanmatiging, die
-ons uit de leer van den djihâd tegenklinkt, en geven zich alle
-moeite om te betoogen, dat de wet zelve de toepassing ervan beperkt tot
-omstandigheden, die zich nu niet meer voordoen. <span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1211">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Chalifaat en Djihâd.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De les der verdraagzaamheid prentte zich het
-moeielijkst in bij die volken, die in het politieke glorietijdperk van
-den Islâm vooraan gestaan hadden, het allermoeielijkst bij de
-Turken, die in het laatste roemtooneel de hoofdrol speelden. Toen in
-1258 Bagdad door de Mongolen verwoest en het daar sedert ruim vijf
-eeuwen gevestigde Abbasiedenchalifaat weggeveegd werd, geraakte de
-Mohammedaansche wereld niet uit hare voegen, zooals geschied zou zijn,
-indien dat chalifaat nog iets met de centrale leiding van de
-gemeenschap der Mohammedanen te maken gehad had. Inderdaad had dit
-vorstenhuis al drie en een halve eeuw op den flauwen naglans van zijn
-kortstondigen roem geleefd, en dat het in dien tijd niet door een der
-vele machtige soeltans verdrongen werd, dat dankte het voor een goed
-deel juist aan zijne practische onbeduidendheid. Z&oacute;&oacute;
-onbeduidend waren de naamchaliefen geworden, dat Europeesche schrijvers
-zich soms hebben laten verleiden, hen als eene soort van kerkvorsten
-van den Islâm voor te stellen, die willens of onwillens hun
-wereldlijk gezag aan de vele landvorsten van het wijde gebied van den
-Islâm hadden overgedragen. De totale afwezigheid van wereldlijk
-gezag scheen hun, in verband met den toch vaak gebleken eerbied des
-Moslims voor het chalifaat, alleen bij de onderstelling van een
-geestelijk gezag, van eene soort van Mohammedaansch pausdom denkbaar.
-Toch heeft zoo iets nooit bestaan, en de Islâm, die priesters
-noch sacramenten kent, zou er ook geen plaats voor gehad hebben. De
-menigte had daar, gelijk elders, de legende liever dan de
-werkelijkheid: zij dacht zich den over de gansche Moslimsche gemeente
-wakenden opvolger van den Profeet, zooals die in de eerste twee eeuwen
-na de Hidjrah volgens de historische overlevering werkelijk had
-bestaan, als voortbestaande, lang nadat het instituut van het chalifaat
-in de politieke ontaarding van den Islâm was ondergegaan. Maar
-niet als paus stelde zij zich hem voor, neen als opperregeerder, vooral
-als <i>amier al-moe&rsquo;minien</i>, aanvoerder van de legerscharen
-van den Islâm, die eenmaal de heele wereld voor zijn gezag zouden
-doen buigen. <span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span></p>
-<p>De <i>chalief</i>, de stedehouder van den Gezant van Allah, en de
-<i>djihâd</i>, de heilige oorlog tegen de gansche wereld buiten
-den Islâm: aan deze beide namen was onafscheidelijk de
-herinnering van die schitterende tweehonderd jaren verbonden, waarin de
-loop der gebeurtenissen aan de pretensie van wereldverovering door het
-Mohammedanisme gelijk scheen te geven. Wat in de werkelijkheid
-onderging, bleef in de legende voortleven; de vereering der
-schimchaliefen van Bagdad maakte het voor vele Mohammedanen
-gemakkelijker, de verijdeling van hun staatkundig ideaal te
-vergeten.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1218">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Het chalifaat der Turksche soeltans.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Toen Bagdad gevallen en een groot deel der
-Abbasiedenfamilie uitgemoord was, bleef dat politieke fetisisme nog
-nawerken; de Soeltans van Egypte trokken er partij van door een der aan
-den moord ontkomenen in hunne hoofdplaats de traditie van het
-schijnchalifaat te doen voortzetten en zoo den indruk te vestigen, dat
-hun gebied nu het middelpunt van den Islâm geworden was. Maar
-deze schaduw van een schaduw moest geheel verbleeken, toen de zon der
-Osmanen hare middaghoogte bereikte. Onder hunne leiding deed de
-Islâm zijne laatste poging om, wel niet de wereld te onderwerpen,
-maar toch eene wereldmacht van den eersten rang te worden. Hun gelukte
-het, Constantinopel (1452) te veroveren, waaraan de grootste Moslimsche
-vorsten van voorheen hunne krachten vergeefs hadden beproefd. Toen zij
-nu in 1517 Egypte, en in het gevolg daarvan ook de provincie der
-heilige steden van Arabi&euml;, Mekka en Medina, onderworpen hadden,
-vonden zij zich sterk genoeg om te pogen, de traditie van het
-werkelijke chalifaat te doen herleven of althans de rol van feties zelf
-op zich te nemen. Hiervan weerhield hen zelfs niet het uitdrukkelijke
-voorschrift der wet, dat afstamming van den edelen Arabischen stam van
-Qoraisj als vereischte stelt aan hem, die het chalifaat zal bekleeden.
-Drogredenen van gedienstige wetgeleerden hielpen hun om dit bezwaar ter
-zijde te stellen, en de menigte verzette zich tegen deze kunstgrepen
-niet, nu de droombeelden, die zij met het chalifaat verbond,
-werkelijkheid schenen te worden. Wie <span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span>Klein-Azi&euml;,
-Syri&euml;, Egypte, West-Arabi&euml; en Mesopotami&euml; beheerschte,
-het Byzantijnsche rijk veroverd had, en door een groot deel van Europa
-als een geduchte vijand beschouwd werd, mocht gerust zijn zwaard als
-feties in de plaats stellen van den krachteloozen stamboom der
-Abbasieden.</p>
-<p>Het aldus herboren chalifaat miste derhalve traditioneele kenmerken
-van beteekenis, en het kon ook in andere opzichten niet als de
-regelmatige voortzetting van het oude beschouwd worden. Van de oudste
-<span class="corr" id="xd25e3090" title="Bron: Mohamedaansche">Mohammedaansche</span> landen bleven
-verscheidene geheel buiten de Turksche invloedssfeer; en dat niet
-alleen zulke, waar zooals in Perzi&euml; eene aan de Turken vijandige
-dynastie de vaan der ketterij ontplooide, maar bovendien volkomen
-orthodoxe rijken in Centraal-Azi&euml;, in Indi&euml;, in
-Noordwest-Afrika, waar het Turksche zwaard geene gelegenheid vond zich
-te doen gelden. In Marokko werd zelfs het Turksche chalifaat
-rechtstreeks verloochend doordien de locale vorsten, afstammelingen van
-den Profeet, zelf den hoogsten titel aannemen. Elders weer ontstonden
-gelijktijdig met of na de opkomst der Osmanen nieuwe Mohammedaansche
-rijken, die nooit met eenig werkelijk of vermeend politiek centrum van
-den Islâm in contact gekomen zijn; zoo in het Verre Oosten van
-Azi&euml; en in Centraal-Afrika.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1225">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Beteekenis van den chaliefentitel voor de
-Osmanen.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De aanmatiging van den chaliefentitel door de
-Osmanen-soeltans had inderdaad slechts deze beteekenis, dat zij in
-hunne politieke glansperiode zoo ondubbelzinnig mogelijk vastgesteld
-wilden zien, dat geen ander Moslimsch vorst zich in beteekenis met hen
-kon meten. Dit kon niet doelmatiger geschieden dan door de toevoeging
-aan al hunne wijdsche Turksche en Perzische titels van den naam van het
-hoogste ambt, dat ooit in den Islâm bestaan had. Aan hunne macht
-heeft die eeretitel van chalief nooit iets toegedaan; zij beheerschten
-alleen hetgeen hunne legers veroverd hadden en oefenden buiten dat
-gebied niet den minsten invloed.</p>
-<p>Het Turksche zwaard verloor weldra veel van zijne scherpte; lang
-v&oacute;&oacute;rdat de politiek der Europeesche groote mogendheden
-het eene stuk na het andere van het <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span>Osmanenrijk
-afknabbelde, hadden zich verscheidene provinci&euml;n tot zelfstandige
-leenrijken onder erfelijke <span class="corr" id="xd25e3102" title="Bron: dynastien">dynasti&euml;n</span> ontwikkeld. Sedert Turkije, in
-zijn politiek gedrag geheel van niet-Mohammedaansche mogendheden
-afhankelijk, nog slechts ongeveer 5% van de Mohammedanen der wereld
-zijne onderdanen noemt, zou het hoogst belachelijk klinken, den soeltan
-van dat rijk &ldquo;Stedehouder van den Gezant Gods, Opperbevelhebber
-der Geloovigen&rdquo; te hooren noemen, indien men niet ook buiten
-Turkije aan veel traditioneele dwaasheid in vorstelijke titels gewoon
-was.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch5.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1232">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Panislamitisch streven van Abdoelhamied.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Juist in de laatste eeuw is het aan de Turken door een
-samenloop van omstandigheden soms gelukt, uit dien met twijfelachtig
-recht gevoerden, zinledig geworden titel wat kleine munt te slaan.</p>
-<p>De duizendvoudig vermeerderde verkeersmiddelen hebben ook
-Mohammedaansche volken, die vroeger elkanders bestaan niet of
-nauwelijks kenden, met elkaar in aanraking gebracht. De ongeveer 230
-millioen Moslims, die onder niet-Moslimsch bestuur leven, beschikken
-meerendeels niet over genoeg historisch geheugen om te begrijpen, dat
-de bestuursverandering voor hen eene verbetering geweest is. Het
-politieke verleden van den Islâm zien zij enkel door den sluier
-der legende, en wanneer het heden hun tot grieven en bezwaren stof
-biedt&mdash;en waar ontbreken die?&mdash;, dan zijn zij licht geneigd
-te gelooven, dat al die klachten verholpen zouden zijn, wanneer slechts
-de Heer der Geloovigen zich met hunne belangen kon bemoeien. Van het
-wanbestuur, waaronder de werkelijke onderdanen des Soeltans van Turkije
-zuchten, hooren zij weinig en ondervinden zij niets. En de Soeltan, die
-het in dit opzicht het ergst gemaakt heeft, totdat hij in 1909 door
-zijne onderdanen afgezet en verbannen werd, heeft met meer ijver en met
-meer succes dan een zijner voorgangers aan de verbreiding der valsche
-droombeelden omtrent het Chalifaat onder de Mohammedanen gewerkt. Zijne
-listige, maar kortzichtige politiek, die zijn eigen rijk steeds nader
-bij den ondergang bracht, zocht troost voor menigen tegenslag in
-panislamitische <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112"
-name="pb112">112</a>]</span>intrigues, op touw gezet door gewetenlooze,
-maar meestal onkundige en onhandige handlangers, die aan de
-goedgeloovigen een ideaal chaliefenbeeld vertoonden en beweerden, dat
-dit het welgelijkend portret van Abdoelhamied was.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1239">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Geene organisatie van het panislamisme.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Men heeft vaak gesproken van eene organisatie van het
-panislamisme onder leiding van Abdoelhamied. Ten onrechte. In 1897 heb
-ik, naar aanleiding van eenige vuile, in het geheim verspreide
-pamfletten, die de intiemste raadgevers van den Soeltan in hun wedijver
-om diens gunst tegen elkander losgelaten hadden, gepoogd een beeld te
-geven van de geestelijke atmosfeer, waarin die despoot leefde<a class="noteref" id="xd25e3122src" href="#xd25e3122" name="xd25e3122src">1</a>, en toen ik in 1908 de eerste twee maanden der
-revolutie te Constantinopel bijwoonde, vond ik van de juistheid van dat
-beeld de volle bevestiging<a class="noteref" id="xd25e3128src" href="#xd25e3128" name="xd25e3128src">2</a>. Die bende van bekrompen kuipers
-was allerminst geschikt om eene ernstige internationale beweging te
-leiden. Zij exploiteerden de met enkele Mohammedanen van aanzien uit
-niet-Turksch gebied aangeknoopte betrekkingen tot verhooging van eigen
-aanzien en voordeel, zonder werkelijk nut voor de wederopwekking van
-het doode chalifaat. De vestiging van eenige Turksche consulaten in
-Mohammedaansche landen onder Europeesch bestuur trof evenmin doel. Men
-vergat gewoonlijk den consuls hunne tractementen uit te betalen; de
-consuls kenden niet eens de talen der bevolkingen, waaronder zij
-leefden, en deden geen moeite om ze te leeren. Hunne meestal zeer
-&ldquo;vrijzinnige&rdquo; levenswijze diende niet om het respect voor
-hunnen zender te verhoogen.</p>
-<p>Het panislamisme kan nu eenmaal niet met een ander program werken
-dan met het versletene, voor verwezenlijking onvatbaar geblekene der
-wereldverovering door den Islâm en dit heeft op de verstandige
-belijders van <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>den Islâm geen vat meer, terwijl het onder
-de domme menigte, die nog voor de bekoring van den strijd tegen alle
-kafirs vatbaar is, alleen verwarring en onrust stichten kan. Het kan
-hoogstens plaatselijke stoornis verwekken, nooit in eenigen zin
-opbouwend werken.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1246">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De chalief geen kerkvorst.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Denkelijk zonder het te bedoelen hebben sommige
-Europeesche staatslieden en schrijvers aan de panislamitische gedachte
-zekeren steun gegeven door hunne op volslagen misverstand berustende
-beschouwing van het chalifaat als eene soort van Mohammedaansch
-pausdom. Vooral in Engeland vond die voorstelling aanhangers in den
-tijd, toen dit land nog gold als de beschermer van den Turk tegen van
-Rusland dreigend gevaar. Men achtte het nuttig, de Britsch-Indische
-Moslims te doen gelooven, dat de Britsche Regeering met hunnen
-kerkvorst op voet van intieme vriendschap leefde. Turksche staatslieden
-maakten van deze dwaling een handig gebruik. De ware leer van het
-chalifaat met zijne taak van vereeniging aller geloovigen onder zijne
-vaan om dan den strijd tegen alle kafirs aan te binden, konden zij
-natuurlijk tegenover hunne Europeesche vrienden niet belijden. Des te
-meer verheugde het hen, te zien, dat dezen zich van dat instituut eene
-weliswaar valsche, maar juist daarom voor niet-Mohammedanen
-aannemelijke voorstelling vormden. Zij wachtten zich er wel voor, deze
-te verbeteren, want het was hun genoeg, zich tegenover hunne
-geloofsgenooten erop te kunnen beroepen, dat de pretensie der Osmanen
-op het chalifaat zelfs bij niet-Mohammedaansche groote mogendheden wel
-erkenning vond.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch5.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1254">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De Turksche omwenteling en het panislamisme.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Al was het panislamisme niet georganiseerd, het stelde
-zich niettemin dikwijls in Mohammedaansch gebied onder Europeesch
-bestuur aan de normale ontwikkeling eener voor beide partijen
-gewenschte verhouding tusschen bestuurders en bestuurden in den weg;
-speculeerend op alle vormen van ontevredenheid, werkte het heimelijk
-als vredeverstoorder, zonder dat de gewekte of geprikkelde tweedracht
-eenig uitzicht op verbetering kon openen.</p>
-<p>Bij alle Europeesche mogendheden moest het als een <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span>welkom gevolg van de revolutie van 1908 begroet
-worden, dat de Jong-Turken, die het herstel der constitutie afdwongen,
-met de middeleeuwsche vermenging van godsdienst en politiek wilden
-breken. De handhaving van den Islâm als staatsgodsdienst was
-hunnerzijds eene concessie aan de oude overlevering, die aan de
-volkomen gelijkstelling der belijders van alle godsdiensten als burgers
-van het Turksche rijk niet tekort mocht doen. Het herboren Turkije
-moest een moderne rechtsstaat zijn in den vollen zin des woords. Voor
-<i>chalifaat</i> en <i>djihâd</i> was in zulk eenen staat geene
-plaats. Turken en Arabieren, Grieken, Armeni&euml;rs, Joden, en wie nog
-verder onder de Halve Maan samenleefden, moesten in vrijheid,
-gelijkheid en broederschap samenwerken om Jong-Turkije tot eenen in het
-internationale leven ge&euml;erbiedigden staat te maken. Met de onder
-niet-Mohammedaansch bestuur levende geloofsgenooten der Turken zou het
-Osmanenrijk zich geene bemoeienis aanmatigen. Hoogstens zou de
-regeering, ingeval dezulken over miskenning hunner rechten te klagen
-hadden, wellicht vertoogen doen hooren van dezelfde soort als die
-Christelijke mogendheden zoo vaak tot Turkije gericht hadden naar
-aanleiding van vermeende verdrukking van Christenvolken onder Turksch
-bestuur.</p>
-<p>Weldra bleken deze idealen vooralsnog veel te hoog gegrepen. De
-hebzucht der Europeesche mogendheden gunde aan Jong-Turkije niet de
-voor inwendige hervorming noodige rust. Op de geestdriftvolle harmonie
-van de eerste dagen der verlossing uit de klauwen van het despotisme
-volgde spoedig de herleving van den ouden binnenlandschen strijd, nu
-niet meer door gemeenschappelijke vrees voor den tyran in toom
-gehouden. Het Comit&eacute; van Eenheid en Vooruitgang, dat voor of
-achter de schermen de zaken leidde, zag zich genoopt, eensdeels de
-gehate bestuursmiddelen van het despotisme weer aan te wenden,
-anderdeels ten koste van zijn eigen program vele concessies te doen,
-ook aan de Moslimsche orthodoxie en aan het geloof en bijgeloof der
-menigte. De feties van het chalifaat moest weer uit het museum van
-oudheden, waarin men het voorloopig had opgeborgen, <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name="pb115">115</a>]</span>voor
-den dag gehaald worden. Wat het daarm&ecirc;e eng verbonden denkbeeld
-van <i>djihâd</i> betreft, de Europeesche mogendheden zorgden
-ervoor, dat dit niet vergeten werd. Turkije werd voortdurend tot
-<i>djihâd</i> gedwongen.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch5.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1261">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Djihâd en heilige oorlog.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wanneer wij het woord <i>djihâd</i> door
-&ldquo;heilige oorlog&rdquo; weergeven, dan geschiedt dit met recht, in
-zooverre zulk een strijd voor de Mohammedanen, die hem voeren, een
-heilig, een godsdienstig karakter heeft. Maar men vergist zich, als men
-zich voorstelt, dat daarnevens iets als een onheilige of profane oorlog
-zou bestaan. De Islâm kent, afgezien van de als een
-politiemaatregel te beschouwen aanwending van het leger tot bedwinging
-van opstand tegen het wettig gezag, geen anderen oorlog dan den
-<i>djihâd</i>, en geen ander doel van den <i>djihâd</i> dan
-de verdediging der belangen van den Islâm tegen aanranding door
-niet-Mohammedanen of de uitbreiding van het gebied van den Islâm
-ten koste van de Dâr al-Harb, het gebied der ongeloovigen. De
-oorlogen, die Turkije onder Abdoel-Hamied tegen Rusland en tegen
-Griekenland te voeren had, zijn door Turken en Arabieren nooit anders
-dan <i>djihâd</i> genoemd, al was men voorzichtig genoeg om het
-gebruik dier middeleeuwsch-fanatieke benaming in het verkeer met
-Europeanen te vermijden. Hetzelfde geldt van den oorlog met Itali&euml;
-om Tripoli en van dien met de Balkanstaten. Voor de Mohammedanen, die
-op de oude wijze voortgaan, godsdienst en politiek te vermengen,
-bestaat geen andere oorlog dan godsdienstoorlog. Dat er een bijzonder
-edict van den Soeltan-Chalief noodig zou zijn om eenen oorlog van
-Turkije tot <i>djihâd</i> te stempelen, is alweer eene dier
-belachelijke wanvoorstellingen omtrent Mohammedaansche zaken, zooals er
-zoovele in Europa tot gangbare munt zijn geworden. De Turken plegen
-zulke domheden niet te bestrijden, maar zich in den omgang met
-Europeanen erbij aan te sluiten, als hun belang dit medebrengt. Voor
-geen Moslim ter wereld heeft echter, wanneer Turkije in een oorlog
-gewikkeld is, de vraag, of de Soeltan den heiligen oorlog heeft
-<span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>afgekondigd, een redelijken zin. Dit alles
-behoort men wel te bedenken, wil men de politieke gebeurtenissen der
-laatste dagen, voor zoover Turkije daarbij betrokken is, recht
-verstaan.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch5.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1268">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije.
-Hugo Grothe.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Er zijn over die gebeurtenissen in Duitschland
-vlugschriften verschenen, die in sommige opzichten ook buiten
-Duitschland wel eenige aandacht verdienen. &ldquo;<i lang="de">Deutschland, die T&uuml;rkei und der Islâm</i>&rdquo; heet
-het geschrift van <i>Hugo Grothe</i>, die op economisch gebied als
-competent geldt, en wiens vroegere werken de resultaten mededeelen van
-zijne onderzoekingsreizen in Europeesch en Aziatisch Turkije, in
-Perzi&euml; en Tripolitani&euml;. Deze brochure maakt deel uit van eene
-reeks &ldquo;<i lang="de">Zwischen Krieg und Frieden</i>&rdquo;, onder
-redactie van <i>Irmer</i>, <i>Lamprecht</i> en <i>von Liszt</i>,
-politieke opstellen voor het groote publiek; onder de medewerkers komt
-<i lang="de">F&uuml;rst von B&uuml;low</i> voor.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1275">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Misverstand bij Grothe.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Waar Grothe het gebied der economische politiek
-verlaat, toont hij zich dadelijk vreemdeling. Het politieke
-Islâmvraagstuk staat hem bijv. niet duidelijk voor den geest. Het
-chalifaat noemt hij de wereldlijke vertegenwoordiging van de
-godsdienstige gemeenschap der Mohammedanen, eene wel wat flauwe
-uitdrukking van het denkbeeld, dat alle Mohammedanen in politieken zin
-rechtens onderdanen van den chalief zijn, die evenwel in de uitoefening
-zijner bestuursrechten ten aanzien van tegenwoordig 95% dier onderdanen
-verhinderd wordt door ongeloovige vorsten, wier gezag uit zijnen aard
-onwettig is. Maar nu citeert Grothe op eene andere bladzijde uit eene 8
-Augustus door den Keizerlijken <span class="corr" id="xd25e3226" title="Bron: Goeverneur">Gouverneur</span> van Kameroen aan de Inlandsche
-bevolking gerichte proclamatie deze woorden: &ldquo;<i lang="de">Uns
-hilft ferner der Sultan in Stambul, der <span class="ex">in
-Glaubenssachen</span> der Oberherr aller Mohammedaner ist</i>&rdquo;,
-en wel verre van de noodige correctie aan te brengen, noemt hij dezen
-officieelen onzin &ldquo;<i lang="de">von Interesse</i>&rdquo;.
-Grothe&rsquo;s voorstelling, dat in het begin van den tegenwoordigen
-oorlog de &ldquo;<i>djihâd</i> van Duitschland&rdquo; het
-onderwerp van besprekingen en gebeden in de moskee&euml;n van Turkije
-was, behoort <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span>wellicht tot de dichterlijke inkleeding, want
-w&eacute;l vertalen wij <i>djihâd</i> ongeveer juist door
-&ldquo;heilige oorlog&rdquo;, maar &oacute;ns &ldquo;heilige
-oorlog&rdquo;, zooals dat thans door iedere krijgvoerende partij op
-haar eigen strijd wordt toegepast, wordt geenszins door het
-Arabisch-Mohammedaansche <i>djihâd</i> weergegeven. Waar
-ouderwetsch vrome Mohammedanen dezen oorlog in het gebed gedenken, daar
-zal het gebed ongeveer aldus luiden: &ldquo;Wij danken U, Allah, dat
-Gij de legerscharen des Duivels tegen zichzelve verdeeld hebt en dat Uw
-almacht sommigen hunner dwingt, de verdedigers van den Islâm met
-hunne wapenen en hunne mannen te steunen. Schik dit alles, o Heer, tot
-eene nabijzijnde zegepraal der geloovigen en tot ondergang van
-<i>allen</i>, die ongehoorzaam zijn aan U en Uwen Gezant.&rdquo;
-Z&oacute;&oacute; en zoo alleen is de opvatting van z&uacute;lke
-Moslims, die door de geschiedenis nog niet genoeg ontnuchterd zijn om
-het inzicht te deelen van den Turk, wiens woorden ik in den aanhef van
-dit opstel citeerde.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1282">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dichterlijke inkleeding van Grothe is het ook, wanneer
-hij een te Konia, Bundur en Sparta waargenomen aardbeving laat
-medewerken om de Turken te brengen tot het juiste inzicht in de
-beteekenis der catastrophe, die wij beleven; inkleeding, wanneer hij op
-zijne reizen Turken, Arabieren, Koerden en Anatoli&euml;rs steeds hoort
-getuigen van hunne sympathie voor Duitschland en denkbeelden over de
-politiek van den dag hoort uiten, die ook geen haarbreed van die van
-Grothe afwijken. Hoort uiten in talen, waarvan hij niets verstaat, want
-de twee Turksche uitdrukkingen, die Grothe te pas brengt, zijn in
-strijd met het idioom<a class="noteref" id="xd25e3258src" href="#xd25e3258" name="xd25e3258src">3</a>.</p>
-<p>Dichter blijven wij bij de aarde, wanneer wij Grothe volgen in zijn
-overzicht van de economisch-politieke betrekkingen tusschen Turkije en
-Duitschland, zooals die zich sedert 1880 ontwikkeld hebben.
-Duitschland, zegt hij, is door een samenloop van ongunstige
-omstandigheden erg <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118"
-name="pb118">118</a>]</span>achteraan gekomen in het deelnemen aan den
-wedstrijd der Europeesche mogendheden om de economische en commercieele
-voordelen, die in het gebied van Turkije te behalen zijn. Eigenlijk
-zette de gunstige keer pas in met de concessie van den Anatolischen
-spoorweg aan een Duitsch syndicaat (1888), waarop later die van den
-Bagdadspoorweg volgde. Van de snelheid der beweging krijgt men eenige
-voorstelling door de cijfers van in- en uitvoerhandel tezamen tusschen
-Duitschland en Turkije voor 1888: 14 millioen, en voor 1913:
-200&ndash;250 millioen mark. De concurrentie met Engeland, Frankrijk en
-Rusland maakte ook hier eene afbakening der belangensferen voor alle
-partijen gewenscht. V&oacute;&oacute;r den oorlog was het overleg zoo
-ver gevorderd, dat men in dit jaar het totstandkomen eener overeenkomst
-verwachtte, waarbij Engeland Zuid-Mesopotami&euml; als economisch
-gebied zou krijgen, Frankrijk Syri&euml;, Duitschland het gedeelte van
-Mesopotami&euml; en Klein-Azi&euml;, dat ongeveer begrensd wordt ten
-Noorden door den 34<sup>sten</sup> en den 41<sup>sten</sup> graad
-Oosterlengte, en ten Zuiden door den 36<sup>sten</sup> en den
-39<sup>sten</sup> graad Noorderbreedte, terwijl het Noorden van
-Klein-Azi&euml; voor spoorwegaanleg aan eene Fransch-Russische
-combinatie overgegeven zou worden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1289">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Duitschland de redder van Turkije.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Duitschland zou in die economische invloedssfeer wel
-een weinig dankbaar, maar toch lang niet voldaan zijn geweest. Sedert
-Augustus is het begonnen, zich heel andere grenzen af te bakenen,
-altijd voor het geval, dat zijne gunstige verwachting van de krijgskans
-niet beschaamd wordt. Het heeft daartoe, volgens Grothe, het volste
-recht. Want men mag als zeker aannemen, dat in het voor Duitschland
-ongunstige geval Rusland niet aarzelen zou, het Turksche rijk te
-vernietigen. Nu Rusland den voor zijne ontwikkeling noodigen ijsvrijen
-zeeweg in het Verre Oosten niet kan vinden zonder conflict met Japan,
-in de Perzische Golf niet zonder strijd met Engelsche belangen, staat
-het voor het Tsarenrijk meer dan ooit vast, dat het Constantinopel moet
-bezitten. Engeland, dat zich vroeger steeds hiertegen verzet heeft, zou
-thans daartoe medewerken; het zou daarvoor Mesopotami&euml; en
-Arabi&euml; als zijn gebied mogen beschouwen. <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span></p>
-<p>Alleen Duitschland kan Turkije redden, en het heeft daarbij een
-reusachtig belang, want alleen het behoud van de volkomen integriteit
-van het rijk der Osmanen maakt het voor Duitschland mogelijk, zijne
-daar verkregen economische positie te beschermen en te verhoogen.
-Bovendien is Duitschland onder de groote mogendheden, waarmee Turkije
-te rekenen heeft, de eenige, die geen duimbreed van dit land zou
-willen, of zelfs zou kunnen annexeeren. Duitschlands geographische
-ligging zou het verhinderen, zulk bezit afdoende tegen aanvallen te
-verdedigen en er profijt van te trekken. Daarom is Duitschland
-gedurende de kwarteeuw van zijne intieme relaties met Turkije altijd de
-eenige betrouwbare vriend van het rijk van den Soeltan-Chalief geweest.
-Er bestaat tusschen beide landen, buiten alle gevoelsquaesties, eene in
-den aard der zaken gegronde gemeenschap van belangen, terwijl de
-belangen van alle andere groote mogendheden slechts ten koste van
-Turkije&rsquo;s welzijn, ja eindelijk van zijn bestaan, te bevorderen
-zijn.</p>
-<p>Turkije heeft dit niet altijd ten volle zoo ingezien; er viel een
-zeker wantrouwen te overwinnen, gekweekt door de oneerlijke
-concurrentie van Duitschlands benijders en deels ook bevorderd door
-Duitschlands vaak te zwakke politiek. Maar nu zijn den Jong-Turken, die
-het roer van den staat in handen hebben, de schellen van de oogen
-gevallen. Men schijnt te Constantinopel nog slechts op Duitsche
-overwinningen in Noord-Frankrijk en Galici&euml; te
-wachten&mdash;Grothe schreef v&oacute;&oacute;r de Turksche
-oorlogsverklaring&mdash;om zich met Duitschland en Oostenrijk tegen de
-Verbonden Mogendheden te vereenigen. Het Turksche leger, dat reeds
-zooveel voor zijne organisatie aan Duitsche leering en leiding te
-danken heeft, zal, om zijne taak te volbrengen, groote behoefte hebben
-aan Duitsche hulp en steun, maar dan zal het ook een niet te versmaden
-medewerker zijn. Dit laatste vooral, indien de Chalief den
-&ldquo;<i>grooten heiligen oorlog</i>&rdquo;, den <i>djihâd</i>
-afkondigt.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch5.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1296">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De door Grothe gewenschte djihâd.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hier raakt nu Grothe te eenen male de kluts kwijt,
-daar hij niet weet, dat elke door Turkije gevoerde oorlog <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span>voor
-Mohammedanen van den ouden stempel, die de intellectueele beweging van
-het Mohammedaansche Oosten der laatste jaren niet medegemaakt hebben,
-een <i>djihâd</i> is. De vraag is voor dezulken niet:
-&ldquo;djihâd of profane oorlog?&rdquo; maar: &ldquo;aan
-<i>wien</i> wordt door Turkije de djihâd verklaard?&rdquo; En
-dan, gesteld, dat het antwoord luidt, zooals Grothe zich dat voorstelt,
-namelijk djihâd &ldquo;tegen alle mogendheden, die
-Mohammedaansche landen hebben opgeslokt en den Islâm aldus van
-zijnen glans hebben beroofd,&rdquo; dan blijft de vraag, of inderdaad,
-zooals Grothe hoopt en verwacht, de Mohammedaansche volken onder
-Europeesch bestuur z&oacute;&oacute;zeer onder de betoovering van de
-namens Soeltan Mehmed Resjâd gedane oproeping tot den krijg
-zullen komen, dat zij hunne meesters &ldquo;<i lang="de">hier heimlich
-und verschlagen, dort mit fanatischer K&uuml;hnheit</i>&rdquo; op het
-lijf zullen vallen. Grothe ziet in zijne verbeelding reeds, hoe
-&ldquo;<i lang="de">der so aufgerollte
-Glaubenskrieg</i>&rdquo;&mdash;zoo noemt hij het zonder
-omwegen&mdash;voor Engeland &ldquo;<i lang="de">den Niedergang seiner
-Gr&ouml;sse</i>&rdquo; beteekenen zal.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1303">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De fetwa over den heiligen oorlog.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wij weten, dat Turkije op dit oogenblik bezig is, de
-door Grothe en zijne geestverwanten aanbevolen proef te nemen met zulk
-eenen godsdienstoorlog. De hoogste wetgeleerde autoriteit te
-Constantinopel, de Sjeich oel-Islâm, die sedert de revolutie van
-1908 steeds een creatuur en een werktuig is van het Jong-Turksche
-Comit&eacute;, heeft met &ldquo;Ja&rdquo; geantwoord op eene reeks van
-vragen, die hem voorgelegd zijn door den onbeduidenden opvolger van
-Abdoel-Hamied, met wien de leiders van het Jong-Turksche Comit&eacute;
-alles doen, wat zij willen. In werkelijkheid vormen die vragen en
-antwoorden<a class="noteref" id="xd25e3338src" href="#xd25e3338" name="xd25e3338src">4</a> samen eenvoudig <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span>eene proclamatie van
-Enver en Tala&auml;t, de leidende Comit&eacute;-ministers, en doen de
-vrager (de Soeltan) en degene, die het antwoord geeft (de Sjeich
-oel-Islâm), daarbij den dienst van marionetten. Die proclamatie
-van de mannen van het Comit&eacute; van Eenheid en Vooruitgang
-(waarme&ecirc; N.B. oorspronkelijk de eenheid der verschillende naties
-onder de Halve Maan en haar vooruitgang als moderne staat bedoeld
-werden) komt hierop neer, dat, wanneer de Vorst aller Mohammedanen den
-heiligen oorlog verklaart aan den vijanden van den Islâm, die de
-landen van den Islâm plunderen, en de bevolking dier landen
-slachten of tot slaven maken, het de plicht van alle Mohammedanen in de
-wereld is, met goed en bloed aan dien oorlog deel te nemen, dat dus
-inzonderheid ook de Mohammedaansche onderdanen van Frankrijk, Rusland
-en Engeland tot zulke deelname verplicht zijn, dat zij, die dezen
-plicht verzuimen en den strijd vermijden, zich den toorn Gods op den
-hals halen, dat echter Mohammedanen, die onder het bestuur der genoemde
-mogendheden of hunner bondgenooten leven en met dezen samen oorlog
-voeren tegen Duitschland en Oostenrijk, de helpers van Turkije, eene
-groote zonde begaan, die zeker Gods toorn medebrengt. Deze kennisgeving
-van hetgeen de Goddelijke wet volgens den rijksuitlegger derzelve in
-hare toepassing op den politieken toestand <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span>van
-het oogenblik leert, diende als grondslag voor een op 12 November
-uitgegeven manifest van den Soeltan tot leger en vloot.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1310">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Het manifest van den Soeltan.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dit manifest stelt voorop, dat Rusland, met Engeland
-en Frankrijk, de vijandelijkheden begonnen is, dat Turkije dus tot het
-opvatten der wapenen gedwongen werd, dat Rusland trouwens reeds drie
-eeuwen lang geene gelegenheid ongebruikt liet om Turkije te benadeelen,
-dat millioenen Mohammedanen onder het tyrannieke bestuur der genoemde
-mogendheden zuchten, dat daarom de heilige oorlog verklaard is, van
-welks uitslag niet alleen het welzijn van het Turksche rijk, maar ook
-het leven en de toekomst van 300 millioenen Mohammedanen&mdash;deze
-schatting is overgenomen uit de rede, die de Duitsche Keizer in 1898
-bij het graf van Saladijn te Damascus hield; de bevolking schijnt dus
-in de sedert verloopen 16 jaren niet toegenomen te zijn&mdash;afhangen.
-De genade van Allah en de bijstand van den Profeet zullen de in de
-samenwerking met Duitschland en Oostenrijk ondernomen bestrijding van
-de vijanden van den Islâm tot overwinning voeren.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch5.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1317">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De groote demonstratie.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Constantinopel zou Constantinopel niet zijn, wanneer
-deze extravagante uitingen van het Comit&eacute; niet gevolgd waren
-door eene betooging, eene <i>numâjesj</i>. Toen ik in 1908 de
-eerste twee maanden der door militairen onder leiding van het
-Comit&eacute; bewerkte revolutie bijwoonde, ging er geen dag voorbij
-zonder een aantal van die <i>numâjesj</i>; menschenmassa&rsquo;s,
-die achter een paar vlaggen met &ldquo;Vrijheid, Gelijkheid en
-Broederschap&rdquo; aanholden, bij sommige publieke gebouwen of
-woningen van autoriteiten halt hielden en daar redevoeringen
-toejuichten, waarvan niemand iets verstaan kon. Vroeg men aan de
-toejuichers, waarom het ging, dan kreeg men ten antwoord:
-&ldquo;revolutie, vrijheid, de politie is immers afgeschaft&rdquo; en
-dergelijke. Zoo hebben ook nu de Comit&eacute;mannen de bevolking op 14
-November gedurende acht volle uren op een <i>numâjesj</i>
-onthaald.</p>
-<p>In de moskee van Mehmed den Veroveraar, die <span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span>herinnert aan de grootste overwinning der Turken
-op het Christendom, de verovering van Byzantium in 1452, werden de
-hierboven geresumeerde vragen en antwoorden voorgelezen, de
-<i>fetwa</i> dus over den heiligen oorlog. Gebeden werden uitgesproken,
-lange toespraken gehouden, aan het gejuich kwam geen eind. De stoet
-trok door de voornaamste wijken der stad, maakte zijne opwachting bij
-den Groot-Wezier en den Soeltan, en&#8202;&hellip;.. demonstreerde voor
-de Duitsche en Oostenrijksche gezantschappen. Nazim-bey en
-Moechtar-bey, trouwe Comit&eacute;-mannen, complimenteerden
-respectievelijk den Duitschen en den Oostenrijkschen Gezant, en hunne
-redevoeringen werden door de ambassadeurs beantwoord. De in de Duitsche
-ambassade gewisselde toespraken zouden door Dr. Grothe niet anders zijn
-opgesteld. De Duitsche Gezant sprak namelijk niet alleen van
-Duitschland en Turkije, maar van hun gemeenschappelijken strijd voor
-het wezenlijk heil der Mohammedaansche wereld, van de Duitsche
-vriendschap voor het Osmanenrijk, maar vooral voor de belijders van den
-Islâm, welke <i>allen</i> na de overwinning der Duitsche en
-Turksche wapenen eene schitterende toekomst tegemoet gaan. De
-Oostenrijksche Gezant is iets voorzichtiger en minder Mohammedaansch
-geweest in zijn antwoord en heeft alleen gesproken van den heiligen
-oorlog, dien het Osmanenrijk gezamenlijk met Oostenrijk voerde, en van
-de sympathie, die Oostenrijk met Turkije verbond. Maar de geheele
-vertooning heeft toch op die Mohammedanen, die niet als wij daarbij
-bovenal aan eene Offenbach-operette herinnerd werden, zoo eenigen, dan
-alleen dezen indruk kunnen maken, dat Duitschland en Oostenrijk zich in
-dienst van Turkije gesteld hadden voor het voeren van een
-<i>djihâd</i>, want uit eigen hoofde kan van de drie alleen
-Turkije in <i>djihâd</i> gewikkeld zijn. Eenen oorlog tusschen
-<i>kafirs</i> onderling met den naam <i>djihâd</i> te
-bestempelen, is voor goede Mohammedanen godlasterlijk of
-bespottelijk.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1326">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Becker&rsquo;s voorstelling der zaak.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Grothe heeft dus niet alleen waar hij de
-economisch-politieke betrekkingen van Duitschland in het naaste
-verleden en in de toekomst besprak, maar ook waar hij <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span>over
-het opwekken van het <span class="corr" id="xd25e3421" title="Bron: sluimerde">sluimerende</span> Mohammedaansche fanatisme in het
-belang van Duitschland handelde, het gevoelen van heerschende kringen
-in zijn vaderland weergegeven. Dit maakt het mij iets minder
-onverklaarbaar, dat ook mijn waarde vakgenoot, Prof. C. H. Becker te
-Bonn, die tot v&oacute;&oacute;r korten tijd de Islâmwetenschap
-aan het Kolonial Institut te Hamburg met eere vertegenwoordigde, in den
-onwaarschijnlijken djihâd-roes, die thans de Duitsche politici
-schijnt te bezielen, is medegesleept. Zijn vlugschrift &ldquo;<i lang="de">Deutschland und der Islâm</i>&rdquo;<a class="noteref" id="xd25e3427src" href="#xd25e3427" name="xd25e3427src">5</a> ademt
-denzelfden geest als dat van Grothe, al onderscheidt het zich gunstig
-hiervan door meer bezadigden toon en vooral, het spreekt wel vanzelf,
-door kennis van den Islâm. Becker vult verder Grothe&rsquo;s
-toekomstbeeld van de betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije
-belangrijk aan door in zijn program van de bescherming der integriteit
-van Turkije op te nemen de militaire en politieke wedergeboorte van het
-rijk der Halve Maan, z&oacute;&oacute; dat het herschapen worde in een
-modernen rechtsstaat met een eerbiedwekkend leger. Niet alleen Duitsche
-fabrikaten en kapitaal, neen ook Duitsche geest moet in Turkije gaan
-werken. Dit laatste volgens eene betere methode dan de door Frankrijk
-of door Engeland in hunne koloni&euml;n toegepaste: &ldquo;<i lang="de">eine gesunde Volksschulbildung nach modernen Methoden, aber auf
-der Basis des &uuml;berlieferten orientalischen Bildungsinhalts und
-getragen von den besten Kr&auml;ften der islâmischen
-Religion</i>.&rdquo; Hierop komen wij nog terug. Eerst nog een paar
-opmerkingen in verband met de voorstelling, die men aan de geschriften
-van Grothe en Becker samen ontleenen kan, van de ontwikkeling der
-politieke harmonie tusschen Duitschland en Turkije, met
-terzijdestelling <span class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125"
-name="pb125">125</a>]</span>voorloopig van hetgeen zich met het
-chalifaat en het Moslimsch fanatisme laat bewerken.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch5.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1334">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het laat zich best begrijpen, dat Duitschland bij de
-snel aangegroeide belangen, die het in Turkije heeft verkregen, gaarne
-de gevaren en de moeilijkheden, die uit de actie van mededingers kunnen
-voortspruiten<span class="corr" id="xd25e3468" title="Bron: ;">,</span>
-tot de kleinste afmetingen teruggebracht zou zien. Even verklaarbaar is
-het, dat Turkije op den duur van de concurreerende mogendheden nog het
-liefst met Duitschland te doen had, daar bij deze aanraking niet zoo
-licht verlies van gebied te vreezen viel. &ldquo;Op den duur&rdquo; zeg
-ik met voordacht, want er zijn wel oogenblikken geweest, waarop de
-Soeltan of het Comit&eacute; moesten denken: Waar blijft nu de
-vriendschap? In den tijd van Abdoel-Hamied uitte zich de Duitsche
-genegenheid alleen jegens hem, die alle macht in zich bevatte, maar die
-thans algemeen beschouwd wordt als de grootste vijand, dien zijn volk
-gekend heeft. Van 1888 tot 1908 negeerde Duitschland het Turksche volk,
-daar het Duitschland niet van nut kon zijn. Wie den aard van
-Europeesche politieke vriendschap een weinig kent, zal zich hierover
-evenmin verbazen als over Keizer Wilhelm&rsquo;s geringe belangstelling
-in het lot van den vroeger zoo geliefden Abdoel-Hamied, toen deze door
-het Comit&eacute; eerst gedwongen werd, voor vrijheidsvriend te spelen,
-daarna te verdwijnen.</p>
-<p>Wie sedert 1908 gunst of voordeel zocht in Turkije, moest die
-afdwingen of afbedelen van het Comit&eacute;. Dit kon, zooals ook onze
-Duitsche schrijvers opmerken, Duitschland niet dadelijk vertrouwen,
-daar de vrijzinnige Turken, die v&oacute;&oacute;r de revolutie hun
-land ontvloden, in Duitschland geweerd werden ter wille van den
-bevrienden despoot. Toen Oostenrijk van de algemeene verwarring na de
-revolutie gebruik maakte, eerst om Bulgarije geheel van Turkije te
-helpen losmaken, daarna om zelf een stuk Turksch gebied te annexeeren,
-stak Duitschland geen vinger uit om zijn bondgenoot van die voor
-Turkije zoo pijnlijke amputatie terug te houden. Later nam Itali&euml;
-Tripoli, en Turkije kon Duitschlands verdienste, de eenige <span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span>in
-den driebond te zijn, die niets wegnam, maar half waardeeren, omdat het
-de natuurlijke beletselen van zulk eene toeeigening even goed kende als
-ieder ander. Waar zulke beletselen niet bestonden, nam Duitschland even
-gretig zijn deel als de anderen, en in Afrika heeft het zelfs twee
-millioen Mohammedanen aan zijn gezag onderworpen, een gezag, dat door
-de betrokkenen toch niet minder tyranniek gevonden zal worden dan de
-Britsch-Indische en Noord-Afrikaansche Mohammedanen volgens Soeltan
-Mehmed Resjâd en volgens Becker het Britsche en het Fransche
-bestuur vinden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1341">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Nu moge Becker zeggen: die Mohammedanen hadden wij al
-toen onze groote ingenomenheid met Turkije en den Islâm begon, en
-bovendien tellen die pikzwarte Moslims zelfs in de oogen van Turken en
-Arabieren maar voor half, maar dat is geen ernstig antwoord op de
-bedenking, te minder daar de Islâm die geringschatting der negers
-niet alleen theoretisch verwerpt, maar ook practisch voor begaafde
-negers in de Moslimsche maatschappij alle wegen steeds veel wijder
-opengestaan hebben dan in Christelijke landen. Wel heeft Becker de
-<i>verdrukte</i> Mohammedanen, die nu door Duitschland geholpen moeten
-worden, slechts op 150 millioen begroot, zoodat alleen Rusland,
-Engeland en Frankrijk als de verdrukkers gelden, maar de Soeltan heeft
-in zijn manifest de volle 300 millioen, waarop de Keizer de
-Islâmbelijders taxeerde, als te bevrijden verdrukten aangeduid,
-en dus bij vergissing de twee millioen Duitsche onderdanen, en de
-Moslims onder Oostenrijksch en Italiaansch gezag, om niet meer te
-noemen, meegeteld.</p>
-<p>In den Balkanoorlog stond Turkije&rsquo;s zelfstandigheid zeker niet
-minder ernstig op het spel dan thans v&oacute;&oacute;r de verklaring
-van den <i>djihâd</i> het geval was; maar ook toen heeft het van
-zijn Duitschen vriend weinig steun ondervonden. Grothe merkt op, dat
-het moeielijk geweest zou zijn, in Duitschland voor de Turksche zaak
-all&eacute;&eacute;n het voor een oorlog noodige enthousiasme te
-wekken, terwijl dit nu, waar het tegen de concurrenten: Engeland en
-Rusland gaat, zoo gemakkelijk valt. Men zal dan toch <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span>moeten toegeven, dat het effect van de beide
-bezoeken van Keizer Wilhelm aan den Soeltan, waarmee volgens Becker en
-Grothe de welbewuste Islâmpolitiek van Duitschland werd ingeluid,
-zich niet geleidelijk ontwikkeld heeft, dat het lang bijzonder latent
-is gebleven.</p>
-<hr class="tb"></div>
-</div>
-<div id="ch5.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1348">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt
-neer op het protectoraat over Turkije.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Al deze herinneringen mogen het ietwat eenzijdig
-karakter der Duitsche belangenpolitiek nog duidelijker doen uitkomen
-dan dit in geschriften als die van Becker en Grothe al geschiedt, zij
-nemen de mogelijkheid niet weg, dat bij de tegenwoordige politieke
-constellatie Turkije door het bondgenootschap met Duitschland ook zelf
-groot gewin kan erlangen. Maar, stellen wij ons dan die toekomst voor,
-zooals de Duitsche schrijvers haar wenschen, dan komt de zaak, naakt
-ontkleed, toch hierop neer, dat Turkije, door Duitschland verlost van
-alle lastige inmenging van Engeland, Frankrijk en Rusland, komt te
-staan onder Duitsche voogdij, dat het met zorgvuldige vermijding van
-den naam, zal worden een <i>Duitsch protectoraat</i>. Zijn leger, zijn
-bestuur, zijne finanti&euml;n, alles zal door Duitschland grondig
-hervormd moeten worden. De verhouding zal slechts in vorm verschillen
-van het protectoraat van Frankrijk over Marokko of van dat van
-Britanni&euml; over menig Mohammedaansch vorstendom in Indi&euml;. Het
-heeft in Duitschland, in kalmere tijden, nooit ontbroken aan warme
-lofredenaars op de wijze, waarop Engeland in Indi&euml;, Frankrijk in
-Noord-Afrika hunne Mohammedanen bestuurden, al ontbrak het natuurlijk
-ook nooit aan critiek en aan ergernis, wanneer Duitsche belangen in het
-gedrang kwamen. Men sprak van de <i>pax Britannica</i> en van de <i>pax
-Gallica</i>, die in de plaats gekomen waren van de vroegere
-onveiligheid, verwarring en corruptheid. Zelfs Engelands werk in Egypte
-werd gewaardeerd, en men vernam gunstige oordeelvellingen over de
-Islâmpolitiek van Rusland in Centraal-Azi&euml;. Wij hebben geene
-reden om van een protectoraat der Duitschers over Turkije minder
-gunstige resultaten te verwachten, ja het zou zelfs kunnen zijn, dat
-zij vele fouten hunner voorgangers wisten te vermijden, en dat de
-uitkomst den <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span>Turkschen landen ten zegen werd. Maar zeer zeker
-zouden zij ondervinden, dat de dankbaarheid der Turken ophield, wanneer
-het volstrekt onvermijdelijke ingrijpen goed begon, ook al mocht men de
-voorgenomen geleidelijkheid daarbij niet uit het oog verliezen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.26" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1358">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm
-voorheen en thans: Marquart, Hartmann, Becker.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Overigens zijn, of waren althans v&oacute;&oacute;r
-dezen oorlog, de meeningen van Duitsche deskundigen over Turkije en
-over den Islâm, met name over beider vatbaarheid voor hervorming,
-lang niet algemeen dezelfde, die thans door Grothe en Becker warm
-verdedigd worden<a class="noteref" id="xd25e3513src" href="#xd25e3513"
-name="xd25e3513src">6</a>. Prof. Jos. Marquart, thans hoogleeraar te
-Berlijn, spot in het <i lang="de">Vorwort</i> van zijn werk
-&ldquo;<i lang="de">die Beninsammlung des Reichsmuseums f&uuml;r
-V&ouml;lkerkunde in Leiden</i>&rdquo; (1913) met &ldquo;<i lang="de">die angebliche Rolle des Islâms als
-Kulturtr&auml;ger</i>&rdquo;, en met bijtende ironie spreekt hij van de
-&ldquo;<i lang="de">Segnungen des Dschihâd, des zur
-religi&ouml;sen Pflicht gemachten Raubmordes auf dem Pfade
-Allahs</i>&rdquo;, d. i. dus die plicht, die thans door Duitschland aan
-Turkije weer is ingescherpt. Niet alleen in Duitsche zendingskringen
-werd de Islâm als de vijand beschouwd, dien men bovenal
-bestrijden moest, maar op een Duitsch Kolonialkongress werd de
-resolutie aangenomen: &ldquo;<i lang="de">Da von der Ausbreitung des
-Islam der Entwicklung unserer Kolonien ernste Gefahr droht, r&auml;t
-der Kolonialkongress zu sorgsamer Beachtung</i>, etc.&rdquo;</p>
-<p>Prof. Martin Hartmann, die de Islâm-wetenschap aan het Seminar
-f&uuml;r Orientalische Sprachen te Berlijn doceert en wiens vruchtbare
-pen tal van lezenswaarde geschriften over den Islâm en over
-Turkije leverde<a class="noteref" id="xd25e3537src" href="#xd25e3537"
-name="xd25e3537src">7</a>, wordt niet <span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>moede erop te wijzen,
-dat de Moslims vooral door de instellingen van den Islâm, die de
-vrouw veracht en andersdenkenden verfoeit, van deelname aan de cultuur
-weerhouden worden. Hij noemt het chalifaat der Osmanensoeltans eene
-aanmatiging, die zij alleen met geringschatting der heilige traditie
-konden plegen, een &ldquo;<i lang="de">Agitationsmittel</i>&rdquo; een
-&ldquo;<i lang="de">bequemes Mittel, in den Augen der Islamwelt als
-eine Art Fetisch zu dienen</i>&rdquo;, zegt, dat &ldquo;<i lang="de">diese Doppelstellung</i> (van den Soeltan-Chalief) <i lang="de">von den Kulturstaaten nie anerkannt worden ist</i>&rdquo;, en dat
-het eerlijk opgeven van dien titel Turkije veeleer versterken dan
-verzwakken zou. Natuurlijk is ook hij over den heiligen oorlog niet
-goed te spreken. Hierover schreef hij opzettelijk, toen het woord
-<i>djihâd</i> in den strijd met Itali&euml; over Tripoli te berde
-werd gebracht door sommige Turken, en gebruikt daarbij deze thans weer
-actueele uitdrukking: &ldquo;<i lang="de">&hellip;&hellip; die
-Androhung des Heiligen Krieges, d. h. des Kampfes gegen alle
-Ungl&auml;ubigen, ausgenommen die vom Leiter des Islam der Gemeinde
-ausdr&uuml;cklich als Freunde des Islam bezeichneten. Dieser Gedanke
-ist Wahnwitz</i>&rdquo;. Daar de zetel van de agitatie toen te Berlijn
-was, voegt hij hieraan toe: &ldquo;<i lang="de">Es sei hiermit gewarnt,
-durch Erregung des religi&ouml;sen Fanatismus Unruhe
-herbeizuf&uuml;hren. Gegen jeden solchen Versuch werden alle
-Kulturstaaten einm&uuml;tig zusammenstehen</i>&rdquo;. Vellen druks van
-denzelfden inhoud zou ik kunnen aanhalen; tot slot nog dit eene:
-&ldquo;<i lang="de">Der Islâm ist eine Religion Hasses und des
-Krieges. Es darf unter keinen Umst&auml;nden geduldet werden, dass er
-in einem Staate der Kulturmenschheit das normgebende Prinzip
-ist</i>&rdquo;.</p>
-<p>Minstens even talrijke uitspraken van denzelfden schrijver zou ik
-kunnen citeeren, die den indruk geven, dat de Turken de minst geschikte
-natie van het Turkenrijk zijn om iets goeds voor de ontwikkeling van
-hun land te doen. Overal, waar het Turkenelement zich aan andere
-Mohammedanen met het zwaard opdrong, heeft het &ldquo;<i lang="de">den
-Kulturbesitz vernichtet und an kulturellen Werten nichts, <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name="pb130">130</a>]</span>absolut nichts geschaffen</i>&rdquo;. Hun
-religieuze eigenwaan is nog onverdragelijker dan hun nationale. De
-Turken van Constantinopel zijn &ldquo;<i lang="de">ein schauderhaftes
-Gesindel</i>&rdquo;, en de &ldquo;<i lang="de">biedere
-Anatolier</i>&rdquo; (die ook bij Grothe voorkomt) een product der
-legende. En zulk eene minderwaardige natie &ldquo;<i lang="de">will in
-dem grossen Reiche von Skutari und Prevesa bis Wan und Basra das
-herrschende Element sein!</i>&rdquo;</p>
-<p>Prof. Hartmann heeft een bijzonder levendig temperament, en ik denk
-er niet aan, zijne meeningen te onderschrijven of zijne uitdrukkingen
-van overdrijving vrij te pleiten. Maar in zaakkennis staat hij verre
-boven Grothe, en wat Turkije betreft, ook boven Becker, naast wien hij
-de hoofdvertegenwoordiger der Islâm-studie in Duitschland is.
-Trouwens Becker zelf heeft zich vroeger, zij het in gematigder vorm en
-ietwat anders genuanceerd, over de Islâm-quaestie ongeveer in
-denzelfden zin uitgelaten. Becker heeft natuurlijk zelf het eerst den
-strijd gevoeld tusschen zijn medeschermen, in zijne jongste
-geschriften, met de begrippen <i>chalief</i> en <i>djihâd</i> en
-zijne in vroegere tijden van rustigen wetenschappelijken arbeid
-uitgesproken meeningen. Zelf herhaalt hij de slotphrase van eene in
-1910 door hem te Parijs gehouden voordracht: &ldquo;<i lang="fr">Si la
-solidarit&eacute; de l&rsquo;Islam est un phant&ocirc;me, la
-solidarit&eacute; de la race blanche est une
-r&eacute;alit&eacute;</i>&rdquo;, maar thans om den indruk dier woorden
-te verzwakken, en ze te beperken tot den Islâm der negers in
-Afrika, die het hoofdonderwerp zijner rede vormden. Waarschijnlijk
-heeft geen der hoorders die beperking begrepen, daar aan de geciteerde
-woorden deze onmiddellijk voorafgingen: &ldquo;de vrees, dat de eene
-mogendheid zich met den Islâm zou verbinden om de plannen der
-andere te dwarsboomen, schijnt mij niet zeer gegrond&rdquo;. Bovendien
-had Becker vroeger, bijv. in 1904 in een artikel over het
-Panislamisme<a class="noteref" id="xd25e3640src" href="#xd25e3640"
-name="xd25e3640src">8</a> de panislamitische gedachte als in strijd met
-de wezenlijke belangen van Turkije voorgesteld, &ldquo;<i lang="de">Die
-Jungt&uuml;rken hatten gehofft</i> (na den Russisch-Turkschen oorlog
-van 1878) <i lang="de">durch ihre Reformen gerade jenes religi&ouml;se
-Moment auszutilgen, <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131"
-name="pb131">131</a>]</span>das den Sultan in erster Linie zum
-Chalifen, zum Vork&auml;mpfer des Islam machte und so</i> <b lang="de">eine gesunde Entwicklung des doch zum grossen Teile aus Christen
-bestehenden Otmanischen Reiches ausschloss</b>&rdquo;. En in de
-Duitsche vertaling<a class="noteref" id="xd25e3661src" href="#xd25e3661" name="xd25e3661src">9</a> der zooeven genoemde in 1910 te
-Parijs gehouden voordracht komt nog het volgende voor: &ldquo;<i lang="de">Das Kalifat des Sultans von Konstantinopel war bis zur
-jungt&uuml;rkischen Revolution der Ausgang der t&uuml;rkischen
-Islampolitik. Zwar hat die junge Turkei die Kalifatanspr&uuml;che nicht
-aufgegeben</i>, <b lang="de">aber wenn sie sich &uuml;berhaupt zu einem
-Verfassungsstaat entwickeln will, wird sie m&ouml;glichst wenig
-Gebrauch davon machen mussen&#8202;&hellip;.. Eine starke T&uuml;rkei
-wird selbstverstandlich nie die politische Oberhoheit &uuml;ber die
-islamischen Untertanen anderer M&auml;chte
-beanspruchen&#8202;&hellip;..</b>&rdquo;</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.27" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1365">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Beckers recente wijziging van inzicht. Bezoeken van
-Keizer Wilhelm aan Turkije.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In zijne recente brochure &ldquo;<i lang="de">Deutschland und der Islam</i>&rdquo; erkent trouwens Becker zijne
-onlangs tot stand gekomen bekeering en de onjuistheid van zijn vroeger
-jarenlang gekoesterd inzicht. Zoowel hij als Grothe staan uitvoerig
-stil bij de twee bezoeken (1889 en 1898) van Keizer Wilhelm aan den
-Soeltan <span class="corr" id="xd25e3684" title="Bron: Abdoe-Hamied">Abdoel-Hamied</span>, de tweede maal gecombineerd
-met hetgeen Grothe noemt &ldquo;<i lang="de">eine politische
-Pilgerfahrt nach dem Heiligen Lande</i>&rdquo;. De wereld heeft die
-bezoeken, waarvan het eerste een jaar na de verleening der Anatolische
-spoorwegconcessie, dus in 1889, plaats greep, beschouwd als
-overluisterrijke demonstraties van de industrieele en commercieele
-belangstelling van Duitschland in Turkije. De wijze van uitvoering gaf
-velen, ook in Duitschland, aanleiding tot schouderophalen. Vooreerst
-scheen Abdoel-Hamied, de &ldquo;bloeddrinkende&rdquo; tyran, aan wiens
-misdaden toch reeds de groote mogendheden min of meer medeplichtig
-werden door hetgeen B&eacute;rard, en Martin Hartmann met hem,
-&ldquo;<i lang="fr">la conspiration du silence</i>&rdquo; noemden, een
-vreemd gekozen object voor de z&oacute;&oacute; hartelijke
-vriendschapsbetuiging, die als herinnering te Constantinopel eene
-plompe, <span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span>volgens deskundigen met allen kunstsmaak
-spottende fontein achterliet. Verder was de indruk van het bezoek op de
-Moslimsche wereld geenszins de bedoelde. Wel vond men het merkwaardig,
-dat de monarch van een machtig Europeesch rijk den Soeltan tweemaal
-zijne hulde kwam bewijzen, te meer, dat men wist, dat geene
-tegenbezoeken van den Soeltan daarop volgden; <i>de bezoeker</i> deed
-zich dus aan de Oostersche voorstelling als <i>den mindere</i> kennen,
-en eenvoudige Mohammedaansche zielen, die hunne kennis van de
-wereldkaart en van de wereldgeschiedenis meer uit de legende dan uit de
-werkelijkheid putten, zagen daarin eene bevestiging hunner opvatting,
-dat de heele aarde aan den machtigsten Moslimschen soeverein
-onderworpen is en dat alle andere vorsten zijne, zij het dan deels zeer
-ongehoorzame, vasallen zijn. Tot den roem van Duitschland in het Oosten
-droegen die huldebewijzen allerminst bij, wat ook vleiers daarvan aan
-Duitsche reizigers op den mouw mochten spelden. Den allerzonderlingsten
-indruk echter maakte op alle kenners van den Islâm de toespraak,
-die de Keizer op zijne tweede reis (1898) te Damascus bij het graf van
-Saladijn hield, waar hij tevens eene krans deponeerde.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.28" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1372">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">De rede op het graf van Saladijn.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Saladijn is in Europa door de geschiedenis der
-Kruistochten en vooral door Lessing populair geworden; in het
-Mohammedaansche Oosten is zijn naam lang vergeten, behalve bij de
-weinige beoefenaars van geschiedenis en letterkunde. Dezen kennen hem
-als een gewetenloos politicus, die door ontrouw en verraad tot hooge
-macht is opgeklommen, en wien men veel vergeeft omdat hij een streng
-orthodox <i>kafirhater</i> geweest is; niet als het toonbeeld van
-18<sup>de</sup>-eeuwsche verdraagzaamheid, dat Lessing in zijnen Nathan
-van hem maakte. Op het graf dan van dezen hater des Christendoms sprak
-de Keizer van een wereldrijk, dat, zooals Becker herinnert, het
-Christendom tot staatsgodsdienst heeft, deze woorden: &ldquo;<i lang="de">Die dreihundert Millionen Mohammedaner, die in der Welt zerstreut
-sind, m&ouml;gen dessen versichert sein, dass ewig<a class="noteref"
-id="xd25e3715src" href="#xd25e3715" name="xd25e3715src">10</a>
-<span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>der Deutsche Kaiser ihr Freund sein
-wird</i>&rdquo;. Dit gedeelte der vertooning heeft in de Moslimsche
-wereld even weinig blijvenden indruk gemaakt als Saladijn zelf, en
-Duitsche geleerden namen er destijds hoofdschuddend kennis van. Nu doen
-zij echter plotseling opgeld: Grothe en Becker geven er hunne exegese
-van, en men heeft er de Turken zoo krachtig aan herinnerd, dat
-Nazim-bey ze in zijne toespraak aan den Duitschen Gezant citeerde, en
-dat de Soeltan er bij vergissing de inmiddels reeds vaak verbeterde, en
-in ieder geval sterk verouderde volkstelling der Mohammedanen uit
-overnam in zijn manifest.</p>
-<p>Becker heeft tot voor korten tijd, &ldquo;<span lang="de">aus
-Unkenntnis</span>&rdquo; zooals hij het thans verklaart, deze
-&ldquo;<i lang="de">Betonung des Kalifentitels durch Deutschland als
-einen Fehler beurteilt</i>&rdquo;, maar nu, na hetgeen F&uuml;rst von
-B&uuml;low in &ldquo;<i lang="de">Deutschland unter Kaiser Wilhelm
-II</i>&rdquo; uiteengezet heeft, ziet hij daarin met blijdschap de
-eerste krachtige uiting van eene &ldquo;<i lang="de">bewusste deutsche
-Islampolitik</i>&rdquo; en het bewijs, &ldquo;<i lang="de">dass die
-deutsche Politik von Anfang an mit dem <span class="corr" id="xd25e3737" title="Bron: Islâm">Islam</span> als internationalem
-Factor gerechnet hat</i>&rdquo;. Beckers wetenschappelijke geweten is
-bij deze bekeering en bij zijne verdediging der opname van het
-chalifaat onder de factoren der internationale politiek niet zoo gerust
-als dat van Grothe, die van het groteske dezer Islâmpolitiek
-niets schijnt te voelen. Becker zegt althans, dat hij over de
-verhouding van Turkije tot den Islâm niet geacht wil worden eenig
-oordeel te hebben uitgesproken, dat hij zich ertoe bepaalt, te
-constateeren, dat die verhouding bestaat, dat nu eenmaal millioenen
-ontevreden Mohammedaansche onderdanen van Europeesche staten hunne
-redding van Turkije verwachten, en dat het uur voor Duitschland gekomen
-is om van die stemming partij te trekken.</p>
-<hr class="tb">
-<p>Redding van Turkije! Het rijk, waarvan Martin Hartmann nog kort
-geleden zeide, dat &ldquo;<i lang="de">die Ausschaltung der
-islamisch-t&uuml;rkischen Herrschaft aus Europa bevorsteht</i>&rdquo;;
-of elders, dat &ldquo;<span lang="de"><i>schon l&auml;ngst &uuml;ber
-sie</i> (die T&uuml;rkei) <i>h&auml;tte verh&auml;ngt werden sollen:
-die Stellung unter Kuratel</i></span>&rdquo;, of <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>nogmaals: &ldquo;<i lang="de">so tritt nur
-schneller das ein, was doch einmal kommen muss: das Entfallen der
-politischen Macht aus den H&auml;nden des absterbenden
-T&uuml;rkentums</i>&rdquo;; van Turkije, dat volgens Becker herboren
-moet worden en onder krachtige leiding van Duitschland omgeschapen tot
-een modernen cultuurstaat, hetgeen hij eenige jaren geleden slechts dan
-uitvoerbaar verklaarde, wanneer de chalifaatsidee of geheel werd
-opgegeven of zoo weinig mogelijk naar voren gebracht werd!</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.29" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1379">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking
-van Moslimsch fanatisme.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Hoe komt het, dat nu opeens voor Turkije mogelijk
-wordt geacht, wat tot dus dusver als eene ongerijmdheid werd terzijde
-gesteld, dat thans voor dat rijk als nuttig wordt aangeprezen datgene,
-waarin men tot v&oacute;&oacute;r korten tijd zijn zekeren ondergang
-gelegen achtte? Hartmann heeft, toen hij in zijn &ldquo;<i lang="de">Ultimatum des Panislamismus</i>&rdquo; de agitatoren geeselde, die
-aan het Turksch-Italiaansche conflict het karakter van eenen
-godsdienstoorlog wilden geven, meteen de scherpste critiek, die men
-zich denken kan, geleverd van de tegenwoordige poging van Duitschland
-om het middeleeuwsche fanatisme der Mohammedaansche wereld, dat aan het
-uitsterven was, nieuw leven in te blazen. &ldquo;<i lang="de">Die
-T&uuml;rkei kann nur ausrufen: &ldquo;Himmel bewahre mich vor meinen
-Freunden!&rdquo;</i>&rdquo; zeide hij toen terecht. En wat moet Turkije
-nu uitroepen, nu zijn beste vriend hem prikkelt tot eenen
-wereldgodsdienstoorlog, en hem alvast de Mohammedaansche
-krijgsgevangenen, die tegen Duitschland vochten, uitlevert om hen te
-onderwerpen aan eene godsdienstig-politieke bekeeringskuur?</p>
-<p>Wij kunnen dit alles slechts toeschrijven aan de jammerlijke
-verstoring van het evenwicht, ook in de geestelijke atmosfeer van
-hetgeen wij de beschaafde wereld plachten te noemen. Immers, in normale
-tijden kennen wij de Duitschers als veel te bezonnen en te logisch om
-den enormen onzin te verduwen, dat hetgeen in het algemeen als een
-schande voor de menschheid en als eene ramp voor Turkije zou gelden,
-goed en aanbevelenswaardig wordt, zoodra Duitschland zich achter of
-naast de Halve Maan <span class="corr" id="xd25e3774" title="Bron: plaats">plaatst</span>. Wij weten van niet vele <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span>der
-tegenwoordige verschrikkelijke gebeurtenissen, waarop zij zullen
-uitloopen, maar dit meen ik nu reeds met zekerheid te mogen
-voorspellen, dat binnen niet langen tijd tal van Duitsche geschriften
-zullen getuigen van de ook in Duitschland ontwaakte ergernis over het
-onwaardige spel, dat thans met het chalifaat en den heiligen oorlog
-gespeeld wordt.</p>
-<p>Gewaagd zou het zijn, nu de feiten zoo spoedig hunne onweerlegbare
-taal zullen spreken, te willen voorzeggen, in hoeverre de poging om een
-Mohammedaanschen godsdienstoorlog op groote schaal te doen ontvlammen
-en daarmede onafzienbare verwarring der internationale verhoudingen te
-doen ontstaan, slagen kan. Hartmann heeft die mogenlijkheid indertijd
-met volle overtuiging betwist: &ldquo;<i lang="de">&hellip;. sobald die
-Vertreter der verschiedenen islamischen Gruppen &uuml;ber gemeinsame
-Schritte beraten, zeigt sich die ungeheure Verschiedenheit der
-v&ouml;lkischen, wirtschaftlichen und geistigen Tendenzen, die sich
-unter den zweihundert Millionen Muslimen finden</i>&rdquo; zeide hij.
-Becker, die vroeger &ldquo;<i lang="de">die Solidarit&auml;t des Islam
-ein Phantom</i>&rdquo; noemde, zegt nu: &ldquo;<i lang="de">Der grosse
-Krieg, der so viel aufdeckt und entscheidet, wird auch den Beweis
-erbringen, ob der so oft besprochene internationale Zusammenhang des
-Islam ein realer Faktor ist oder ein Hirngespinst</i>&rdquo;.</p>
-<p>Zeker zal het, indien Duitschland bij zijne
-&ldquo;Islampolitik&rdquo; van dit oogenblik volhardt, niet ontbreken
-aan allerlei maatregelen om in de Mohammedaansche wereld bekendheid te
-geven aan de geschiedenis van het ontstaan dier politiek en aan de
-nieuwe verhouding van vasal, waarin de herboren Soeltan-Chalief zich
-tegenover Duitschland geplaatst zou zien, wanneer de Duitsche idealen
-verwezenlijkt werden. Tegen eenen Heer der Geloovigen onder eenen
-ongeloovigen voogd zullen echter ook Mohammedanen van den ouden
-stempel, die anders mogelijk dupen van de comedie zouden worden, hunne
-ernstige bedenkingen hebben. Het hoofdargument voor de aanspraak der
-Osmanen-soeltans op den titel van Chalief was <i>hun</i> zwaard, maar
-niet een zwaard, dat getrokken <span class="pagenum">[<a id="pb136"
-href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>en in de scheede gestoken
-werd op de bevelen van een ongeloovigen &ldquo;bondgenoot&rdquo;.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5.30" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1386">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Nederlandsch-Indi&euml; en de heilige oorlog.</h3>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Uit vertrouwbare bron vernam ik onlangs, dat de
-drukkerij van het Turksche dagblad <i>&#7788;an&icirc;n</i> een pamflet
-over den heiligen oorlog heeft uitgegeven en verspreid, waarin ook de
-Mohammedaansche onderdanen van staten, die ten opzichte van den
-tegenwoordigen oorlog neutraal zijn, tot verzet tegen hunne regeeringen
-opgehitst worden. O. a. moet daarin sprake zijn van de veertig millioen
-Mohammedanen, die gebukt gaan onder het juk der halfbeschaafde
-Hollanders. Hierdoor is zeker gehandeld tegen de bedoeling van den
-Duitschen voogd; maar slechte hartstochten laten zich gemakkelijker
-opwekken dan binnen perken houden.</p>
-<p>Gelukkig behoeven wij ons over onze Nederlandsch-Indische
-Mohammedanen niet bezorgd te maken. Zij namen den Islâm aan, toen
-het Turksche rijk reeds bestond, maar zonder dat Turkije er iets van
-bemerkte, en zij hebben met het rijk der Halve Maan nooit eenige
-aanraking gehad. De Soeltan van Roem, zooals zij den Grooten Heer van
-Constantinopel noemen, is voor hen een legendarisch wezen gebleven. De
-panislamitische gedachte is wel naar den Oost-Indischen Archipel
-overgewaaid, maar heeft er slechts weinig vatbaren bodem gevonden. De
-groote massa der lagere klassen bleef onaangedaan, en de meerderheid
-der hoogere standen is tegenover dit religieus-politieke mengsel van
-bedrog en zotheid volslagen immuun. En wij mogen gegronde hoop
-koesteren, dat die immuniteit zich steeds zal uitbreiden. Want, heeft
-Duitschland pas onlangs met de door ons aangeduide vertooningen zijne
-&ldquo;<i lang="de">bewusste Islampolitik</i>&rdquo; geinaugureerd, wij
-hebben al eenige jaren langer tegenover de door de geschiedenis aan
-onze zorgen toevertrouwde Inlandsche bevolking onze welbewuste
-opvoedingspolitiek, en d&aacute;&aacute;rtegen zijn chalifaat en
-heilige oorlog en andere middeleeuwsche ongerechtigheden gelukkig
-machteloos. Wanneer wij maar onwrikbaar vasthouden aan de sedert eeuwen
-aan onze Mohammedanen gewaarborgde volledige godsdienstvrijheid en
-tevens de ingeslagen richting van <span class="pagenum">[<a id="pb137"
-href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span>educatie in steeds sneller
-tempo blijven volgen, dan behoeven wij de eigenaardige soort van
-&ldquo;<i lang="de">geistige Waffen</i>&rdquo;, die thans voor het
-eerst met het merk &ldquo;<i lang="en">made in Germany</i>&rdquo; in
-omloop gebracht worden, nooit te vreezen. Toch blijven wij in het
-belang der menschheid hopen, dat Duitschland eerlang dit nieuwe product
-uit den handel terugneemt.</p>
-<hr class="tb">
-<p>De heilige oorlog van den Islâm is, zooals wij meermalen
-herinnerden, een door en door middeleeuwsch instituut, waaraan zelfs de
-Mohammedaansche wereld bezig was te ontgroeien. &Eacute;&eacute;ne
-eigenaardigheid van dit instituut kunnen wij ongeveinsd bewonderen:
-heilige oorlog tegen medeleden der Mohammedaansche gemeenschap is door
-de wet van den Islâm absoluut uitgesloten. De beperking van de
-levensgemeenschap tot Mohammedanen, tot hen, die hetzelfde dogma over
-het Hiernamaals belijden, is middeleeuwsch, maar de beschouwing van
-strijd binnen de sfeer der levensgemeenschap als goddeloos biedt een
-voortreffelijk aanknoopingspunt voor de hoogste sociale beschaving en
-is voor de moderne wereld ietwat beschamend. Hooren wij, wat Martin
-Hartmann in zijn opgewonden toon daarover schreef: &ldquo;<i lang="de">Im Gegensatze zum Islam, wo grunds&auml;tzlich der Krieg auf den
-Kampf gegen die Andersgl&auml;ubigen als &ldquo;Ungl&auml;ubige&rdquo;
-beschr&auml;nkt ist, wird in den christlichen L&auml;ndern an dem
-Kriege gegen Glaubensgenossen von niemand Anstoss genommen, und hier
-sind nicht selten die Diener der Kirche der Liebe die Eifrigsten im
-Sch&uuml;ren, also in der Verleugnung des Evangeliums; sie
-pr&auml;stieren auf Kommando die patriotische Geberde, die in diesem
-Falle eine Verletzung des f&uuml;nften Gebotes darstellt, nicht zu
-sprechen von jenem andern: Du sollst deinen N&auml;chsten lieben als
-dich selbst</i>&rdquo;.</p>
-<p>Inderdaad, in den Islâm behoeft men slechts de middeleeuwsche
-beperking van het volledige bestaansrecht tot de geloofsgenooten op te
-heffen, en de levensgemeenschap tot de gansche menschheid uit te
-breiden, om den algemeenen wereldvrede tot een absoluut voorschrift
-<span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span>der Moslimsche wet te stempelen. Voor moderne
-staten, die Mohammedanen als onderdanen, beschermden of bondgenooten
-hebben, is de schoone taak weggelegd om dezen, en zichzelve tevens, tot
-die hooge opvatting der menschelijke samenleving op te leiden; liever
-dan hen in eigen belang terug te voeren in de wegen van middeleeuwschen
-geloofshaat, die zij juist bezig waren te verlaten. <span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3122" href="#xd25e3122src" name="xd25e3122">1</a></span>
-&ldquo;<i>Eenige Arabische strijdschriften besproken</i>&rdquo;
-(Tijdschrift van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en
-Wetenschappen, Deel XXXIX, blz. 379&ndash;427).&nbsp;<a class="fnarrow"
-href="#xd25e3122src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3128" href="#xd25e3128src" name="xd25e3128">2</a></span> In
-&ldquo;De Gids&rdquo; van Januari 1909 deed ik verslag van mijne daar
-opgedane ervaringen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e3128src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3258" href="#xd25e3258src" name="xd25e3258">3</a></span> Grothe
-werd op zijne reizen door Turken telkens in zijne hoedanigheid van
-Duitscher als &ldquo;onze vriend&rdquo; aangeduid, hetgeen hij met
-<i>bizim dost</i> in plaats van <i>dostumuz</i> weergeeft, en als
-Turksch voor Duitscher schrijft hij steeds <i>Alemanly</i> in plaats
-van <i>Alman</i> of <i>Almanjaly</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e3258src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3338" href="#xd25e3338src" name="xd25e3338">4</a></span> Zij
-zijn, in het Turksch afgedrukt, te vinden in Beckers tijdschrift
-&ldquo;<i lang="de">Der Islam</i>&rdquo;, Bd. V, Heft 4, met vertaling,
-en in M. Hartmanns &ldquo;<i lang="de">Islampolitik</i>&rdquo; in
-&ldquo;<i lang="de">Koloniale Rundschau</i>&rdquo;, 1914, Heft
-11&ndash;12, met vertaling en uitvoerige toelichting. In dit laatste
-artikel, dat mij eerst na het afdrukken der eerste uitgave van dit
-opstel onder de oogen kwam, maakt ook Hartmann <i>tabula rasa</i> van
-veel van hetgeen hij vroeger over den Islâm en de Turken
-geschreven heeft, en toont zich, met een zeker voorbehoud, bekeerd tot
-den heiligen oorlog niet alleen, maar verwijt aan anderen, dat zij
-vroeger zoo <span class="pagenum">[<a id="pb121n" href="#pb121n" name="pb121n">121</a>]</span>gedacht hebben als hij zelf deed. Hij merkt op,
-dat de woorden van Keizer Wilhelm bij het graf van Saladijn te meer
-indruk moesten maken, omdat de Mohammedanen vroeger niet veel
-dergelijks te hooren kregen. &ldquo;<i lang="de">Die anderen
-Grossm&auml;chte haben fast immer nur ver&auml;chtliche Worte f&uuml;r
-die T&uuml;rken und den Islam gehabt, zum Teil haben verantwortliche
-Staatsm&auml;nner sich mit einer Sch&auml;rfe gegen den Islam
-ausgesprochen, die aus dem beschr&auml;nkten Gesichtskreis, in dem sie
-aufgewachsen sind, und der <span class="corr" id="xd25e3357" title="Bron: ihrem">ihren</span> Lande mit seinem D&uuml;nkel der
-Gottesstaatsidee eigen ist, zu erkl&auml;ren, aber nicht zu
-entschuldigen ist. Wir haben nicht den geringsten Grund, von der bisher
-beobachteten Haltung abzugehen, etc.</i>&rdquo; Deze woorden, uit de
-pen van een geleerde, van wiens ontelbare uitspraken tegen Turkije en
-den <span class="corr" id="xd25e3361" title="Bron: Islam">Islâm</span> in de volgende bladzijden eene kleine
-bloemlezing gegeven wordt, zouden ons tot stomme verbazing brengen, als
-niet zoovele andere verschijnselen ons met de psychose van den oorlog
-vertrouwd gemaakt hadden.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e3338src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3427" href="#xd25e3427src" name="xd25e3427">5</a></span> Het
-behoort tot eene lange reeks van &ldquo;<i lang="de">Politische
-Flugschriften</i>&rdquo;, die door <i>Ernst J&auml;ckh</i> worden
-uitgegeven, en waartoe alweder F&uuml;rst von B&uuml;low en andere
-beroemdheden bijdragen leveren. Becker gaf verder in de verzameling
-&ldquo;<i lang="de">Bonner Vaterl&auml;ndische Reden und Vortr&auml;ge
-w&auml;hrend des Krieges</i>&rdquo; eene voordracht over
-&ldquo;<i lang="de">Deutsch-T&uuml;rkische
-Interessengemeinschaft</i>&rdquo;, in de <i lang="de">S&uuml;ddeutsche
-Monatshefte</i> een opstel &ldquo;<i lang="de">England und
-Egypten</i>&rdquo;, en in &ldquo;<i lang="de">Das Gr&ouml;ssere
-Deutschland</i>&rdquo; een artikel &ldquo;<i lang="de">England und der
-Islâm</i>&rdquo;.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e3427src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3513" href="#xd25e3513src" name="xd25e3513">6</a></span> Wij
-citeeren hier slechts enkele uitlatingen van <span class="corr" id="xd25e3515" title="Bron: orientalisten">ori&euml;ntalisten</span>, en
-laten de vele gelijksoortige uitspraken van geleerden, wier
-studievakken hen slechts van ter zijde met het Oosten in aanraking
-brachten, zooals bijv. H. von Treitschke, ter zijde.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e3513src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3537" href="#xd25e3537src" name="xd25e3537">7</a></span> Ik geef
-hier eene kleine bloemlezing van titels van M. Hartmann&rsquo;s
-geschriften, uit de allerlaatste jaren: &ldquo;<i lang="de">Der Islam
-1908</i>&rdquo; (in: <span lang="de">Mitteilungen des Seminars f&uuml;r
-Orient. Spr. in Berlin, Jahrg. XII, Abt. II, 1909</span>),
-&ldquo;<i lang="de">Die Arabische Frage</i>&rdquo;, Leipzig 1909,
-&ldquo;<i lang="de">Der Islam</i>&rdquo;, Leipzig 1909, &ldquo;<i lang="de">Die neuere Literatur zum turkischen Problem</i>&rdquo; in:
-<span lang="de">Zeitschrift f&uuml;r Politik 1909</span>,
-&ldquo;<i lang="de">Unpolitische Briefe aus der T&uuml;rkei</i>&rdquo;,
-Leipzig 1910, &ldquo;<i lang="de">Islam, Mission und
-Politik</i>&rdquo;, Leipzig 1912, &ldquo;<i lang="de">F&uuml;nf
-Vortr&auml;ge &uuml;ber den Islam</i>&rdquo;, Leipzig 1912,
-&ldquo;<i lang="de">Das Ultimatum des Panislamismus</i>&rdquo; (over
-den heiligen oorlog tegen <span class="pagenum">[<a id="pb129n" href="#pb129n" name="pb129n">129</a>]</span>Itali&euml;) in: <span lang="de">Das Freie Wort Jahrg. XI, N<sup>o</sup>. 16</span>,
-&ldquo;<i lang="de">Mission und Kolonialpolitik</i>&rdquo; in:
-<span lang="de">Koloniale Rundschau, Heft 3, M&auml;rz
-1911</span>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e3537src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3640" href="#xd25e3640src" name="xd25e3640">8</a></span>
-&ldquo;<i lang="de">Panislamismus</i>&rdquo; (in: <span lang="de">Archiv f&uuml;r Religionswissenschaft, Bd. VII,
-1904</span>).&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e3640src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3661" href="#xd25e3661src" name="xd25e3661">9</a></span>
-&ldquo;<i lang="de">Der Islam und die Kolonisierung
-Afrika&rsquo;s</i>&rdquo; in: <span lang="de">Internat. Wochenschrift
-f&uuml;r Wissenschaft, Kunst und Technik, 19 Febr.
-1910</span>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e3661src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote" lang="nl"><span class="label"><a class="noteref"
-id="xd25e3715" href="#xd25e3715src" name="xd25e3715">10</a></span> Wel
-een passend attribuut voor politieke vriendschap!&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd25e3715src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1 ads"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen:</p>
-<p lang="de"><b>Juynboll, Th. W.</b>, Handbuch des Islamischen Gesetzes
-nach der Lehre der Schâfi&rsquo;itischen Schule, nebst einer
-allgemeinen Einleitung. 8<sup>o</sup>. <span class="flushRight">&fnof;
-5.25</span></p>
-<p>Gebonden <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 5.75</span></p>
-<p><b>Snouck Hurgronje, C.</b>, Het Gaj&#333;land en zijne bewoners.
-Met eene overzichtskaart van de Gaj&#333;- en Alaslanden. Uitgegeven op
-last der Regeering. Batavia. (Met 24 platen en 1 kaart in afzonderlijke
-mappe). gr. in-8<sup>o</sup>. Cart. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 5.&mdash;</span></p>
-<p lang="en"><b>Snouck Hurgronje, C.</b>, The Achehnese. Translated by
-the late A. W. S. O&rsquo;Sullivan. With an Index by R. J. Wilkinson. 2
-vol. (With Titleplates, 2 Charts and text-illustr.). roy.
-in-8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 17.50</span></p>
-<p>Gebonden <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 19.25</span></p>
-<p><b>Snouck Hurgronje, C.</b>, Arabi&euml; en Oost-Indi&euml;. Rede
-uitgesproken 23 Januari 1907. 8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 0.40</span></p>
-<p><b>Snouck Hurgronje, C.</b>, Micha&euml;l Jan de
-Goeje.&mdash;<span lang="fr">Traduction fran&ccedil;aise de Madeleine
-Chauvin. (<abbr title="Avec Portrait">Av. Portr.</abbr>).
-8<sup>o</sup>.</span> <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 1.50</span></p>
-<p><b>Thomas, Th.</b>, Eenige opmerkingen naar aanleiding van het
-pachtstelsel op Java. 8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 1.25</span></p>
-<p><b>Vollenhoven, C. van</b>, Het adatrecht van
-Nederlandsch-Indi&euml;. Afl. 1&ndash;5 <span class="flushRight">&agrave; <span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 0.80</span></p>
-<p>Kompleet in 15 afleveringen.</p>
-<p><b>Vollenhoven, C. van</b>, Miskenningen van het adatrecht, vier
-voordrachten aan de Nederlandsch-Indische bestuursacademie.
-8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 1.&mdash;</span></p>
-<p><b>Vollenhoven, C. van</b>, Een adatwetboekje voor heel Indi&euml;.
-8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 0.75</span></p>
-<p><b>Willinck, G. D.</b>, Het rechtsleven bij de Minangkabausche
-Malei&euml;rs. 8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">&fnof;</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 10.&mdash;</span></p>
-<p class="xd25e3973">BOEKDRUKKERIJ VOORHEEN E. J.
-BRILL&mdash;LEIDEN.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="transcribernote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctiontable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1350">XVIII</a></td>
-<td class="width40 bottom">meer</td>
-<td class="width40 bottom">neer</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1404">1</a>,
-<a class="pageref" href="#xd25e3361">121</a></td>
-<td class="width40 bottom">Islam</td>
-<td class="width40 bottom">Islâm</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1426">2</a></td>
-<td class="width40 bottom">Arabie</td>
-<td class="width40 bottom">Arabi&euml;</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1436">3</a></td>
-<td class="width40 bottom">menscheid</td>
-<td class="width40 bottom">menschheid</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1523">7</a></td>
-<td class="width40 bottom">wederwaren</td>
-<td class="width40 bottom">wedervaren</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1693">19</a></td>
-<td class="width40 bottom">veldwon</td>
-<td class="width40 bottom">veld won</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1725">21</a></td>
-<td class="width40 bottom">geweldadig</td>
-<td class="width40 bottom">gewelddadig</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1735">21</a></td>
-<td class="width40 bottom">Hindoe&iuml;stische</td>
-<td class="width40 bottom">Hindoeistische</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1753">22</a></td>
-<td class="width40 bottom">volkstammen</td>
-<td class="width40 bottom">volksstammen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1777">23</a></td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="width40 bottom">?</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2021">37</a></td>
-<td class="width40 bottom">huwelijkscontrat</td>
-<td class="width40 bottom">huwelijkscontract</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2049">39</a></td>
-<td class="width40 bottom">bereikten</td>
-<td class="width40 bottom">bereiken</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2116">43</a></td>
-<td class="width40 bottom">rechtschool</td>
-<td class="width40 bottom">rechtsschool</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2152">44</a>,
-<a class="pageref" href="#xd25e2860">92</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2162">45</a></td>
-<td class="width40 bottom">ge-gerangschikt</td>
-<td class="width40 bottom">gerangschikt</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2177">46</a></td>
-<td class="width40 bottom">Goeverneur-Generaal</td>
-<td class="width40 bottom">Gouverneur-Generaal</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2206">47</a></td>
-<td class="width40 bottom">Zij</td>
-<td class="width40 bottom">zij</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2258">50</a></td>
-<td class="width40 bottom">askese</td>
-<td class="width40 bottom">ascese</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2352">58</a></td>
-<td class="width40 bottom">geinteresseerd</td>
-<td class="width40 bottom">ge&iuml;nteresseerd</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2370">59</a></td>
-<td class="width40 bottom">De</td>
-<td class="width40 bottom">Dat</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2456">65</a></td>
-<td class="width40 bottom">bestuurambtenaren</td>
-<td class="width40 bottom">bestuursambtenaren</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2581">73</a></td>
-<td class="width40 bottom">al</td>
-<td class="width40 bottom">als</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2586">73</a></td>
-<td class="width40 bottom">waren</td>
-<td class="width40 bottom">ware</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2689">81</a></td>
-<td class="width40 bottom">meenig</td>
-<td class="width40 bottom">meening</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2776">87</a></td>
-<td class="width40 bottom">ge heel</td>
-<td class="width40 bottom">geheel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2857">92</a></td>
-<td class="width40 bottom">als</td>
-<td class="width40 bottom">al</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2924">96</a></td>
-<td class="width40 bottom">tegen over</td>
-<td class="width40 bottom">tegenover</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2931">97</a></td>
-<td class="width40 bottom">accomodatievermogen</td>
-<td class="width40 bottom">accommodatievermogen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3090">110</a></td>
-<td class="width40 bottom">Mohamedaansche</td>
-<td class="width40 bottom">Mohammedaansche</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3102">111</a></td>
-<td class="width40 bottom">dynastien</td>
-<td class="width40 bottom">dynasti&euml;n</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3226">116</a></td>
-<td class="width40 bottom">Goeverneur</td>
-<td class="width40 bottom">Gouverneur</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3357">121</a></td>
-<td class="width40 bottom">ihrem</td>
-<td class="width40 bottom">ihren</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3421">124</a></td>
-<td class="width40 bottom">sluimerde</td>
-<td class="width40 bottom">sluimerende</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3468">125</a></td>
-<td class="width40 bottom">;</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3515">128</a></td>
-<td class="width40 bottom">orientalisten</td>
-<td class="width40 bottom">ori&euml;ntalisten</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3684">131</a></td>
-<td class="width40 bottom">Abdoe-Hamied</td>
-<td class="width40 bottom">Abdoel-Hamied</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3737">133</a></td>
-<td class="width40 bottom">Islâm</td>
-<td class="width40 bottom">Islam</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3774">134</a></td>
-<td class="width40 bottom">plaats</td>
-<td class="width40 bottom">plaatst</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Afkortingen</h3>
-<p>Overzicht van gebruikte afkortingen.</p>
-<table class="abbreviationtable" summary="Overzicht van gebruikte afkortingen.">
-<tr>
-<th>Afkorting</th>
-<th>Uitgeschreven</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="bottom">a. d.</td>
-<td class="bottom">aan de</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="bottom">Av. Portr.</td>
-<td class="bottom">Avec Portrait</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="bottom">N. V.</td>
-<td class="bottom">Naamloze Vennootschap</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="bottom">VOORH.</td>
-<td class="bottom">VOORHEEN</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM ***
-
-***** This file should be named 54810-h.htm or 54810-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/4/8/1/54810/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/Canadian Libraries)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/54810-h/images/logo-ejb.jpg b/old/54810-h/images/logo-ejb.jpg
deleted file mode 100644
index 8e777cb..0000000
--- a/old/54810-h/images/logo-ejb.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/54810-h/images/new-cover-tn.jpg b/old/54810-h/images/new-cover-tn.jpg
deleted file mode 100644
index da48196..0000000
--- a/old/54810-h/images/new-cover-tn.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/54810-h/images/new-cover.jpg b/old/54810-h/images/new-cover.jpg
deleted file mode 100644
index 8248d5d..0000000
--- a/old/54810-h/images/new-cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/54810-h/images/titlepage.png b/old/54810-h/images/titlepage.png
deleted file mode 100644
index 6dbb174..0000000
--- a/old/54810-h/images/titlepage.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/old/54810-8.txt b/old/old/54810-8.txt
deleted file mode 100644
index 92fc050..0000000
--- a/old/old/54810-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,6230 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Nederland en de Islâm
-
-Author: C. Snouck Hurgronje
-
-Release Date: May 30, 2017 [EBook #54810]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/Canadian Libraries)
-
-
-
-
-
-
-
-
- NEDERLAND EN DE ISLÂM
-
- DOOR
- DR. C. SNOUCK HURGRONJE
-
- Hoogleeraar a. d. Rijks-Universiteit te Leiden.
-
-
- 2e VERMEERDERDE DRUK
-
- N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ
- VOORH. E. J. BRILL LEIDEN
-
- 1915
-
-
-
-
-
-
-
-
-VOORREDE.
-
-
-Bijna vier jaren geleden leidde ik de eerste uitgave van dit thans
-voor de tweede maal verschijnende werkje met de hieronder volgende
-woorden bij den lezer in:
-
-
- "Op uitnoodiging mijner mede-curatoren der Nederlandsch-Indische
- Bestuursacademie sprak ik in Maart 1911 voor de aan die Academie
- studeerende ambtenaren de vier voordrachten uit, die hier in
- druk eenen grooteren kring van lezers aangeboden worden. Deze
- omstandigheid moge ter verklaring dienen van hetgeen sommigen hier
- te kort, anderen weder te wijdloopig behandeld mochten vinden".
-
- "Gerekend is immers op toehoorders, voor wie de Islâm èn door
- hunne vroegere opleiding, èn door hunne ambtelijke ervaring geen
- onbekende grootheid was, maar voor wie toch ook weer, daar de
- gelegenheid tot diepere studie van de Mohammedaansche cultuur hun
- had ontbroken, eene beknopte herinnering aan het vroeger geleerde
- of waargenomene niet onwelkom kon zijn. Verder mocht bij hen in
- den regel bekendheid door eigen aanschouwing met het leven van
- Indonesische Mohammedanen ondersteld worden. Toch heb ik gemeend
- voor mijn betoog de aandacht te mogen vragen ook van anderen, die
- hetzij voor de voornaamste vraagstukken der koloniale politiek,
- hetzij voor de problemen, die de Islâm aan de Westersche wereld
- ter oplossing voorlegt, eenige belangstelling over hebben".
-
- "De richting, waarin ik de oplossing van het Islâm-probleem
- voor Nederland vond, werd natuurlijk gewezen door het beginsel,
- dat naar mijne overtuiging in het algemeen de verhouding moet
- bepalen tusschen moederland en koloniën, tusschen de aan Westersch
- gezag onderworpen volken en degenen, aan wie de geschiedenis
- het gezag over hen in handen heeft gegeven. Daar tegenwoordig
- in ons vaderland alle politieke partijen te dezen aanzien
- in hoofdzaak ééne lijn trekken, heb ik het onnoodig geacht,
- daarover opzettelijk uit te weiden. Al mogen de opvattingen in
- het bijzondere nog verschillen, er is eenheid in het noodigste,
- namelijk in de erkenning van de ethische koloniale politiek als
- de eenig mogelijke".
-
- "Nu zijn mij echter van zeer geachte zijde naar aanleiding
- mijner voordrachten een paar vragen gesteld, die mij nopen,
- mijn algemeene uitgangspunt bij het onderzoek der hier door mij
- behandelde vraagstukken, gelijk bij alle andere, die de koloniale
- politiek betreffen, wat scherper te formuleeren".
-
- "De vragen kwamen in hoofdzaak hierop neer, of dan niet het
- verwerven en behouden van koloniën bovenal voordeelen voor het
- moederland ten doel moest hebben, en of niet de door mij en
- anderen bepleite krachtige bevordering van de associatie der
- Inlandsche maatschappij aan onze beschaving op den duur tot het
- verlies onzer koloniën zou leiden".
-
- "Het zij mij vergund, met allen eerbied ook voor opvattingen, die
- aan de tijden der Compagnie en van het cultuurstelsel doen denken,
- mijne zienswijze zonder verder betoog apodictisch uit te spreken".
-
- "De exploitatie-theorie behoort tot een verleden, dat wij niet
- terugwenschen en dat wij, al wenschten wij het, niet uit den dood
- kunnen doen verrijzen, zelfs niet in een nieuwen vorm. Zelfs al
- zou men eenzijdig voordeel voor het moederland als hoogste doelwit
- van het koloniale bestuur ook in onzen tijd willen laten gelden,
- dan toch zou een staatsman, die wat ver voor zich uit ziet, dat
- voordeel nergens anders kunnen ontdekken dan in eene toekomst,
- waarin de inboorlingen der koloniën door ons op de hoogste
- plaats gebracht zijn, die hun aanleg hen in staat stelt, in te
- nemen. Heeft die verheffing der inheemsche bevolking, die zijzelve
- zoekt en dus ook vinden zal, onder onze krachtige leiding plaats,
- dan hebben wij de grootst denkbare kans, dat het moederland er in
- uitbreiding evenveel bij winnen zal als de vroeger overheerschten,
- nu geassocieerden, in hoogte".
-
- "Wat de aardbol over een eeuw te zien zal geven, dat laat
- zich noch van het standpunt der ethische, noch van dat der
- exploitatie-politiek waarnemen. Vraagt men mij echter,
- onder welk der beide régimes het verlies van Oostersche
- wingewesten binnen de honderd jaren waarschijnlijker is, dan
- zeg ik zonder eenige aarzeling: niets kan zulk verlies zekerder
- verhaasten dan zelfzuchtige koloniale staatkunde van de soort,
- die ons uit de annalen der Oost-Indische Compagnie en van het
- cultuurstelsel van al te nabij bekend is, en welker doodvonnis
- door het hooggerechtshof der geschiedenis geruimen tijd geleden
- bekrachtigd werd".
-
-
-De redactie van de "Revue du Monde Musulman" liet deze voordrachten
-voor haar tijdschrift in het Fransch vertalen, en stelde die vertaling
-ook afzonderlijk verkrijgbaar onder den titel "Politique Musulmane de
-la Hollande". Maar ook in ons land hadden zij zich niet te beklagen
-over gebrek aan belangstelling, en de hoofdgedachten, die eraan ten
-grondslag lagen, vonden in wijden kring instemming.
-
-Dit laatste was voor den schrijver bijzonder aangenaam, en het
-alleraangenaamst trof het hem, dat die instemming kwam uit kringen
-van zeer uiteenloopende staatkundige en godsdienstige richting. Het
-is werkelijk dringend noodig, dat wij voor de vervulling onzer
-nationale pedagogische taak jegens de Mohammedaansche onderdanen
-van den Nederlandschen staat eene gedragslijn vinden, die voor de
-beweging van die verschillende richtingen ruimte laat. Indien dit
-onmogelijk bleek, dan waren de dagen van ons bestaan als koloniale
-mogendheid geteld. Die gemeenschappelijke gedragslijn, de grootst
-gemeene deeler van aller wenschen, die dan door ieder voor zich met
-een eigen factor vermenigvuldigd mag worden, is te vinden, wanneer
-men gezamenlijk ernstig er naar zoeken wil, niet, wanneer ieder,
-star voor zich uit kijkend, zijn eigen stokpaardje blijft berijden,
-onder voortdurend aanbotsen tegen de andere ruiters. De grootste
-voldoening gaven mij de bewijzen van sympathie, die ik uit de kringen
-van zendelingen en zendingsvrienden mocht ontvangen, omdat, zooals ik
-in mijne vierde voordracht opmerkte, het besef van de taak, die ons
-volk ten aanzien der Inlandsche maatschappij te vervullen heeft, dáár
-het levendigst is. Het spreekt wel van zelf, dat diegenen onder hen,
-die zelf practisch op dat gebied werkzaam zijn, en aldus ervaring
-opdoen van allerlei bezwaren, waarover de zendingsvrienden in het
-moederland vaak luchtig heen redeneeren, meer neiging vertoonen
-dan deze laatsten om met vollen ernst te luisteren naar voorstellen
-betreffende een compromis, waartoe het in de werkelijkheid, zooals
-zij wél weten, toch altijd komen moet. Daarom had de waardeering,
-die ik juist van hunne zijde ruimschoots mocht ondervinden, voor
-mij dubbele waarde, en hielp zij mij om de ook niet ontbrekende
-wanklanken zonder ontmoediging te vernemen. Dit werd mij trouwens
-in het bijzonder gemakkelijk gemaakt door zulke besprekers, die
-blijk gaven, dat hun godsdienstig denken door politieke partijschap
-in bedenkelijke mate geinfecteerd was. Zoo bijv. een schrijver in
-"Stemmen des Tijds", die niet alleen dikwijls eene geheel scheeve
-voorstelling van mijn bedoeling gaf, maar naief genoeg was om te
-verklaren, dat hij bij eerste lezing mijner voordrachten gemeend
-had, dat "wij het werk met vereende krachten konden doen", maar dat
-hij vervolgens door de debatten in de Tweede Kamer tot een juister
-inzicht werd gebracht. Duidelijker kan men niet uitkomen voor de
-verpolitieking zijner inzichten over de groote vraagstukken van
-"Oost en West", die ons volk zich ter oplossing voorgelegd ziet.
-
-Wie zich bij de behandeling dier problemen niet weet te verheffen
-boven het kleinzielige partijleven van onze vaderlandsche politiek,
-die blijve er af; zijn arbeid, hetzij voor de Christelijke, hetzij
-voor de nationale zending in onze koloniën, is van tevoren met
-onvruchtbaarheid geslagen.
-
-
-
-Juist toen ik gereed was met het aanbrengen van enkele verbeteringen
-en aanvullingen voor de tweede uitgave mijner voordrachten, gaven de
-jongste gebeurtenissen op het groote wereldtooneel mij aanleiding tot
-het schrijven van een Gidsartikel over de wijze, waarop Duitschland
-onlangs begonnen is te trachten, het Mohammedaansche fanatisme aan
-zijne belangen dienstbaar te maken. Het kwam mij voor, dat bedoeld
-opstel, met een paar kleine toevoegingen, als vijfde hoofdstuk van dit
-boekje niet misplaatst zou zijn. Mijn ondertitel "Vier Voordrachten,
-gehouden in de Nederlandsch-Indische Bestuursacademie" moest dan
-natuurlijk vervallen, maar "Nederland en de Islâm" mocht het geheel ook
-nu blijven heeten, want ook voor de Nederlandsche Islâmpolitiek is het
-van hoog belang, zich rekenschap te geven van de wegen, waarin groote
-mogendheden van Europa het politieke leven van de Mohammedanen pogen
-te leiden en van de houding, die ons ten aanzien dier pogingen past.
-
-
-
-Eerst na het afdrukken van dit hoofdstuk is mijne aandacht gevestigd
-op eene vergissing, die mij eene uitdrukking van Becker onjuist deed
-interpreteeren. Bladz. 133, regel 12-14 moet als volgt gelezen worden:
-Becker heeft tot voor korten tijd deze "Betonung des Kalifats als einen
-Fehler aus Unkenntnis beurteilt", enz. Ik had ten onrechte de woorden
-"aus Unkenntnis" als bepaling van beurteilt in plaats van bepaling
-van Fehler opgevat.
-
-Sommigen mijner Duitsche vrienden--ik teeken uitdrukkelijk aan,
-dat anderen mij hunne geheele of gedeeltelijke instemming met
-mijne uiteenzetting betuigden--hebben de bedoeling van dit artikel
-misverstaan, en daarin een verholen partijkiezen tegen Duitschland
-als oorlogvoerende partij willen zien. Dat zulk eene bedoeling
-mij geheel ten onrechte toegedicht werd, behoef ik aan onbevangen
-lezers niet uitdrukkelijk te verzekeren. De weinige regels, die
-(op bladz. 102-3) in het algemeen over dezen ellendigen wereldstrijd
-handelen, geven duidelijk genoeg te kennen, dat ik te dien aanzien
-geheel neutraal denk, niet omdat ik burger ben van een neutralen staat,
-maar omdat ik mij oprecht en van harte onbevoegd verklaar, de eene
-partij voor meer of minder schuldig te houden aan de ontbranding dan
-de andere. Overigens heb ik mij streng bepaald tot mijn onderwerp,
-de bespreking van het gebruik, dat Duitschland in den laatsten tijd
-tracht te maken van de voor den Islâm vroeger zoo gewichtige ideeën
-van het chalifaat en van den heiligen oorlog.
-
-De behandeling hiervan lag op mijnen weg, en ik mocht mij daaraan
-niet onttrekken, zoowel omdat ik mijn leven goeddeels gewijd heb
-aan de studie van den Islâm, vooral ook in zijne beteekenis voor
-onze dagen, als ook, omdat elke poging om het bijna gebluschte vuur
-der middeleeuwsche politieke idealen van den Islâm weer te doen
-opflikkeren ook voor de Mohammedaansche bevolking der Nederlandsche
-koloniën gevaarlijk kan worden. Zooals ik bij vele gelegenheden
-betoogd heb, het panislamisme is niet in staat, aan den Islâm zijne
-middeleeuwsche positie van eene door de overige wereld gevreesde
-wereldmacht te hergeven. Maar wat het wel vermag, dat is tijdelijk en
-plaatselijk beperkte stoornissen te weeg te brengen, ten nadeele van de
-Mohammedanen zelve en van de Europeesche naties, die Mohammedaansche
-onderdanen hebben. Zulke stoornissen uit te lokken, het allengs
-uitstervende Mohammedaansche fanatisme tot ontwaking te prikkelen,
-dat acht ik misdadig, en mijne Duitsche vakgenooten, die zich over
-dit vraagstuk uitlieten, dachten er steeds evenzoo over. Dat sommigen
-hunner in de laatste maanden opeens van meening veranderd zijn, kan
-niemand meer betreuren dan ik, die aan de Duitsche wetenschap zooveel
-te danken heb en die in geen vreemd land meer beproefde vrienden heb
-dan in Duitschland. Ik ben er zeker van, dat wij hier te doen hebben
-met een voorbijgaand ziekteproces, veroorzaakt door de ook in andere
-oorlogvoerende landen waar te nemen verstoring van het moreele en
-intellectueele evenwicht. Zoolang echter het herstel nog niet is
-ingetreden, behooren wij dat proces nauwlettend gade te slaan, en
-voor onszelve op voorzorg bedacht te zijn. Niets zou mij aangenamer
-zijn, dan dat zich spoedig de behoefte aan eene derde uitgave van dit
-boekje deed gevoelen, en dat dan inmiddels de orkaan, die thans ook
-op geestelijk gebied aan het woeden is, gestild en zoo een herdruk
-der bespreking dezer afdwaling overbodig geworden was.
-
-
- Leiden, Januari 1915.
-
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
- Bladz.
-
-Voorrede V-XII
-
-
-HOOFDSTUK I.
-
-De verbreiding van den Islâm. Inzonderheid in den Oost-Indischen
-Archipel.
-
- De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel
- in den Archipel 1
- Karakter van Mohammeds godsdienst 2
- Beteekenis der Hidjrah 3
- Gewelddadige islamiseering van Arabië 4
- De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen 4
- Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten
- de macht van den Islâm 5
- De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het
- voorname middel 7
- Het systeem van den Islâm getuigt hiervan 7
- Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog 8
- Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm 8
- De heilige oorlog 9
- De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand 9
- De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens 11
- De andere opvatting is ver in de minderheid 12
- Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in
- den Islâm 12
- Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast 13
- De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt 14
- Geene priesterschap noch geordende heidenmissie 15
- Leekenpropaganda 15
- Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke 16
- Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is
- weinig gedaan 17
- Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de
- cultuur beheerschen 18
- In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen 19
- De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen
- vergelijken 19
- De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche
- ambtenaren in heidensche streken invoert 20
- Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië
- gewelddadig uit 21
- De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon
- pas later te werken 21
- Samenvatting 22
- Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel
- hervormd 23
- De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde
- vertrouwen beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis 23
- De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf 24
- De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending
- der godsdienstvrijheid 25
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-Kenschetsing van het stelsel van den Islâm.
-
- Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde
- volken 26
- De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften
- van den Profeet ingelijfd 27
- De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente 28
- Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der
- Hidjrah zoo goed als uitgesloten 28
- Het stelsel spitst zich in geloofsleer en wet 30
- De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang
- voor de practijk 31
- Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms
- beroering 31
- Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in
- ééne hand 32
- De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde
- gesteld 33
- Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen
- der wet 33
- De zuiver godsdienstige bestanddeelen 34
- Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen 34
- Bepalingen, die als moreele voorschriften werken 35
- Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht
- van wet hadden 36
- Werkelijk geldende hoofdstukken der wet 37
- Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht 37
- Vrome stichtingen 38
- Geloften 39
- Voorschriften over de rechtspraak 39
- Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen 40
- De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen
- codificatie 40
- Qoerân en Soennah 41
- Losmaking der wet van hare bronnen 42
- De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan 42
- Poging tot codificatie in Algerië 43
- De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen 44
- Ten onrechte beroept men zich op voorgangers 45
- Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien
- verdacht 46
- De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche
- afwijken 46
- Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven
- ongewenscht 47
- Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie
- vernomen 47
- Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren 48
- Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen 49
- Beteekenis der mystiek in den Islâm 49
- Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te
- verwachten 50
- De mystieke broederschappen 51
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-De Nederlandsche Koloniale Regeering en het stelsel van den Islâm.
-
- De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek 53
- Jegens het dogma en de zuivere godsdienstige voorschriften
- der wet moet zij neutraal zijn 54
- Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen
- onverstandig zijn 56
- Politieke beteekenis van den hadj 58
- Economische gevolgen van den hadj 59
- Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm
- eischt eerbiediging 59
- De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open 61
- Codificatie derhalve ongewenscht 62
- De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene
- fout 62
- Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel
- gewenscht 63
- Moskeefondsen 63
- Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs 64
- Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren 65
- Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen 66
- Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen 67
- De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst 68
- Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche
- mogendheid met Mohammedaansche onderdanen 69
- Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met
- afwijzing van elke vreemde inmenging 70
- Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren 71
- Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische
- verwachtingen 72
- Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid
- zweemt 72
- Ongunstige beoordeeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de
- panislamitische pers 73
- Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren 74
- Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de
- Islâmpolitiek der Regeering 75
- Slotsom 76
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-Nederland en zijne Mohammedanen.
-
- De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten 78
- Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het
- Islâmstelsel te emancipeeren 79
- Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in
- Oost-Indië, vooral op Java 80
- Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom 80
- Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid 81
- In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing
- der Islâmquastie 83
- De openbare meening in Nederland behoort in die richting
- krachtig te spreken 83
- De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de
- zendingsvrienden 84
- De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale,
- geen religieuze associatie 85
- Hoe ver kan de associatie gaan? 85
- Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen
- deelneming aan het godsdienstonderwijs 87
- Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere
- klassen der Inlandsche maatschappij in het oog vatten 89
- De onlangs opgerichte desascholen 90
- Studie van begaafde Inlanders in Nederland 91
- Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven 91
- Opvoeding buiten de school 92
- De zending zou hiertoe kunnen medewerken 92
- De Inlandsche vrouw en hare opvoeding 93
- Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel
- in den staatsdienst verzekerd worden 94
- Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie 95
- Stuiting der beweging niet mogelijk 96
- Samenvatting onzer beschouwingen 96
- De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur
- ontneemt aan het panislamisme alle kracht 99
- Andere heilzame gevolgen der associatie 100
- Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie 100
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-Duitschland en de heilige oorlog.
-
- De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen 102
- Contrast dier meening met de wet van den Islâm 103
- De grondslagen van het program van den heiligen oorlog 104
- Middeleeuwsch karakter van dat program 105
- Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed 106
- Chalifaat en Djihâd 108
- Het chalifaat der Turksche soeltans 109
- Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen 110
- Panislamitisch streven van Abdoelhamied 111
- Geene organisatie van het panislamisme 112
- De chalief geen kerkvorst 113
- De Turksche omwenteling en het panislamisme 113
- Djihâd en heilige oorlog 115
- Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije.
- Hugo Grothe 116
- Misverstand bij Grothe 116
- Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije 117
- Duitschland de redder van Turkije 118
- De door Grothe gewenschte Djihâd 119
- De fetwa over den heiligen oorlog 120
- Het manifest van den Soeltan 122
- De groote demonstratie 122
- Becker's voorstelling der zaak 123
- De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije 125
- Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika. 126
- De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer
- op het protectoraat over Turkije 127
- Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en
- thans: Marquart, Hartman, Becker 128
- Becker's recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer
- Wilhelm aan Turkije 131
- De rede op het graf van Saladijn 132
- Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van
- Moslimsch fanatisme 134
- Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog 136
-
-
-
-
-
-
-
-
-I.
-
-DE VERBREIDING VAN DEN ISLÂM.
-
-INZONDERHEID IN DEN OOST-INDISCHEN ARCHIPEL.
-
-
-De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel in
-de Archipel.
-
-Omstreeks 1200 na Christus begon het Mohammedanisme in eenigszins
-belangrijke mate zielen te winnen op Soematra, op Java en vervolgens
-op de meer Oostelijk gelegen eilanden. De val van Madjapait in de
-eerste helft 16de eeuw bezegelde de islamiseering van heel Java, en het
-was eveneens in den loop der zestiende eeuw, dat voor de voornaamste
-andere eilanden, waarin de Islâm doordrong, het pleit beslist werd.
-
-Hieruit volgt, dat de Islâm zijn vollen wasdom reeds ver te boven
-was, toen hij zich voor het eerst in dit Verre Oosten vertoonde. Om
-het Mohammedanisme der Indonesiërs in zijne eigenaardigheden
-te verstaan, hebben wij ons dus slechts weinig te verdiepen
-in de wordingsgeschiedenis van den Islâm als godsdienst en als
-beschavingsvorm, maar mogen wij ons voornamelijk bepalen tot de
-beschouwing van het stelsel zooals dat ongeveer drie eeuwen na de
-Hidjrah zijnen in de hoofdzaken definitieven vorm had verkregen, en
-van het leven der Mohammedaansche volken zooals dat zich, mede maar
-niet alleen onder den invloed van het stelsel, na dien tijd vertoonde.
-
-Klaar dient ons daarbij voor oogen te staan, dat die Islâm tot
-den godsdienst van Mohammed stond als de door een leven van druk
-verkeer onder allerlei volken gerijpte wereldburger tot het stijve
-boerenjongentje, dat hij was in zijne jeugd.
-
-
-
-
-Karakter van Mohammeds godsdienst.
-
-Mohammed heeft voor zijne prediking nooit aanspraak gemaakt op
-oorspronkelijkheid. Integendeel: hij beroemde zich erop, dat hetgeen
-hem, den ongeletterden profeet, door Allah geopenbaard werd, volkomen
-overeenstemde met den inhoud der oudere openbaringen. Hij dacht zich de
-menschenwereld verdeeld in groepen, die hij, zonder klare voorstelling
-van den grondslag der verdeeling, oemmah's noemde, volken of gemeenten
-zouden wij zeggen, die door woonplaats, taal en uiterlijke kenmerken
-van elkaar verschilden. Aan sommige van die oemmah's, zooals bijv. die
-der Joden en die der Christenen, had Allah uit hun eigen midden
-profeten gezonden om hun Zijne leer en wet te openbaren. Andere,
-zooals die der Arabieren, waartoe Mohammed zelf behoorde, wandelden
-nog in de duisternis, zonder zich zelf daarvan bewust te zijn, daar
-zij het licht niet kenden. Mohammed heeft zich ten slotte door Allah
-geroepen gevoeld, dat licht in Arabië te doen schijnen.
-
-Historisch beschouwd, doet zijne openbaring zich aan ons voor als
-samengesteld uit de gegevens, die hij gaandeweg, toen hij eenmaal over
-de waarde van het leven was gaan nadenken, uit vrij troebele, Joodsche
-en Christelijke bronnen had bijeengegaard. Hij verwerkte die op zijne
-wijze, zoodat zij pasten in het simpele geheel zijner voorstellingen,
-en eindelijk projecteerde hij het resultaat van dat proces uit zijn
-binnenste naar boven, zoodat het zich aan zijn zesde, profetische
-zintuig vertoonde als iets objectiefs, als iets, dat uit den hemel tot
-hem kwam, woorden Gods, die in gerijmd proza, in verhevener stijl dan
-die van het dagelijksch gesprek, hem de hoogste waarheid openbaarden.
-
-De leer der opstanding uit de dooden en het daarop volgende gericht,
-dat Allah zou houden over heel de menschheid, met paradijs en hel op
-den achtergrond, die leer vormde het middelpunt van zijn geloof. Tevens
-lag daarin de scherpste tegenstelling met de wereldbeschouwing der
-Arabieren, tot wie hij de boodschap van Allah moest brengen, want
-deze hield zich alleen met het aardsche leven bezig, kende geen eeuwig
-geluk noch eeuwige verdoemenis aan gene zijde van het graf.
-
-Een groot aardsch potentaat duldt niet, dat een deel zijner onderdanen
-zich als van hem onafhankelijk gedragen of andere heeren naast hem
-erkennen; nog veel minder gedoogt Allah, de schepper, wetgever en
-rechter der geheele menschheid, dat menschen leven zonder islâm,
-d. i. onderwerping, aan Hem en Hem alléén uit te spreken en in daden
-te betoonen.
-
-Hij verlangt van hen eerbiedige huldiging in vastgestelde vormen van
-eeredienst, de çalât, in naam en vorm gebootst naar het model, dat
-Mohammed van Joden en Oostersche Christenen had waargenomen. Voorts wil
-Hij, dat Zijne schepselen op bepaalde tijden zullen vasten, en dat zij
-milddadigheid zullen beoefenen als eene hoofddeugd, zoowel om den nood
-van anderen te lenigen als om hunne eigene losheid van het aardsche
-te toonen. En in hunne verhoudingen tot elkander behooren zij wetten
-en regelen te volgen, die Allah hun geeft en die met menig geliefkoosd
-gebruik van Mohammeds rasgenooten in onverzoenlijken strijd waren.
-
-
-
-
-Beteekenis der Hidjrah.
-
-De twaalf jaren lang onverdroten voortgezette prediking van
-openbaringen in dezen zin stuitte bij Mohammeds stamgenooten af op
-hun even onverzettelijken, sceptischen spot; een paar familieleden,
-eenige misdeelden, enkele voor hoogere indrukken vatbare mannen
-van beteekenis vormden de geheele gemeente der geloovigen. Toen
-keerde hij met zijne getrouwen toornig zijner vaderstad den rug toe,
-haar overlatend aan Gods wrekende gerechtigheid. Hij deed hidjrah,
-d. i.--niet vlucht, zooals vele Europeesche schrijvers het weergeven,
-maar--afsnijding van alle banden, die hem met de ongeloovigen onder
-zijne stamgenooten verbonden, en hij vestigde te Medina eene nieuwe
-gemeenschap, die niet aan eenheid van bloed, maar aan eenheid des
-geloofs hare kracht ontleende.
-
-Die afsnijding was naar Arabische begrippen op zichzelve reeds eene
-daad van vijandschap tegen Mohammeds stamgenooten. Toen nu zijn arbeid
-te Medina in korten tijd geleid had tot de vorming van eene talrijke
-gemeente, en deze door nieuwe, wetgevende openbaringen zoowel als
-door Mohammeds persoonlijke leiding voorloopig voldoende vastheid van
-organisatie had verkregen, ontwikkelde zich uit die vijandschap een
-oorlogstoestand, waarin welhaast heel Arabië werd meegesleept. Op den
-duur bleef het succes aan de zijde van Allahs Gezant; acht jaren na
-de Hidjrah werd Mekka door hem veroverd, en in de twee levensjaren,
-die Mohammed daarna nog restten, wist hij de onderwerping van het
-Arabische schiereiland aan zijn gezag bijna te voltooien.
-
-
-
-
-Gewelddadige islamiseering van Arabië.
-
-Gedurende die jaren van strijd breidde zich met Mohammeds macht tevens
-het programma uit van hetgeen hij door middel van geweld trachtte
-te bereiken. Eerst was het louter de verdediging van de belangen der
-gemeente, die weldra ook met offensief optreden gepaard mocht gaan;
-ten slotte een aanvallende krijg tegen allen, die met meer of minder
-recht tot de vijanden der gemeente, dus van het rijk Gods, werden
-gerekend. Na 630, het jaar der verovering van Mekka, verschilde het
-feitelijk niet meer van eenen strijd tot onderwerping van geheel Arabië
-aan de tucht van Allah en Zijnen Gezant. Voor de heidensche Arabieren
-kon die onderwerping alleen door volledigen islâm, erkenning van
-Mohammed als bode Gods, plaats hebben. Voor de Joden en de Christenen,
-op wier getuigenis van de waarheid Mohammed zich in den aanvang van
-zijn optreden beroepen had, kon zulk een eisch niet gelden. Daar zij
-Mohammed teleurgesteld hadden door tegen in plaats van vóór zijne
-goddelijke zending te getuigen, maakte hij zich van hen onafhankelijk
-door hun vervalsching van hunne eigene leer en schrift te verwijten
-en eindigde met van hen te verlangen, dat zij zich aan zijn gezag
-zouden onderwerpen, al wilden zij zijne openbaringen niet aanvaarden.
-
-
-
-
-De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen.
-
-Of nu Mohammed tegen zijn levenseinde zoover gegaan is, om de hem
-opgedragen missie te beschouwen als gericht ook tot de niet-Arabische
-wereld, of zelfs tot de menschheid in haar geheel, is moeielijk
-met zekerheid uit te maken. Voor ons doel is dit betrekkelijk
-onverschillig, daar het vaststaat, dat zijne gemeente na zijnen dood
-spoedig en zonder veel aarzelen dien weg opgegaan is, en in latere
-jaren geen geloovige eraan getwijfeld heeft, dat de wonderbaarlijke
-verovering in ééne eeuw van de landen tusschen Gibraltar en de grenzen
-van het Chineesche rijk geschied was op bevel van Allahs Gezant.
-
-Lang heeft men zich in Europa van dien zegetocht van den Islâm door
-een groot deel der wereld voorgesteld, dat hij was uitgevoerd door
-benden van woedende fanatieken, die met den Qoerân in de eene, het
-zwaard in de andere hand, slechts de keus lieten tusschen den dood en
-de aanneming van het Mohammedaansche geloof. Van verschillende zijden
-is die voorstelling van den gang der zaak bestreden; het krachtigst
-en met bijzonder veel talent door T. W. Arnold, hoogleeraar eerst te
-Aligarh in Britsch-Indië, thans te Londen, in zijn werk "The Preaching
-of Islam, a history of the propagation of the Muslim faith".
-
-
-
-
-Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten de macht
-van den Islâm.
-
-Met eene bij Engelsche geleerden niet alledaagsche belezenheid in
-Oostersche zoowel als Westersche bronnen betoogt die geleerde, dat
-de Islâm zijne belangrijkste triomfen als godsdienst te danken heeft,
-niet aan de zegepraal zijner wapenen, maar aan de groote missionaire
-kracht, die hem eigen is en die hem in staat stelt, in hoogere mate
-dan andere wereldgodsdiensten, zonder eenig geweld in korten tijd
-vele adepten te winnen.
-
-Terwijl nu Professor Arnold bij de bekeering der volken tot den Islâm
-aan den godsdienstigen factor toch altijd de eerste plaats blijft
-toekennen, hebben zich in den laatsten tijd geleerden doen hooren,
-die deze zoo niet wegcijferen, dan toch vrij gering aanslaan. Zij
-willen de geweldige uitstrooming van menschen uit het Arabische
-schiereiland in de zevende eeuw en de plotselinge verovering van
-oude cultuurlanden door die halfbarbaren zoo goed als geheel uit
-economische oorzaken verklaren, even natuurnoodwendig als de zwelling
-der rivieren na de smelting der Alpensneeuw. Mohammeds godsdienst
-zou daarbij niet veel meer dan een begeleidend verschijnsel geweest
-zijn. De Italiaansche prins Caetani en de hoogleeraar Becker (vroeger
-te Hamburg, thans te Bonn) zijn wel de talentvolste woordvoerders
-dezer theorie. De gesteldheid van den Arabischen bodem dwingt telkens
-opnieuw de bewoners van dat waterarme land eenen uitweg daarbuiten
-te zoeken. Chronisch kookt de Arabische ketel over, en de omliggende
-landen worden dan aan de overstrooming ten prooi, tenzij zij krachtig
-genoeg zijn om met geweld het deksel gesloten te houden. Mohammeds
-prediking was slechts eene aanleiding, en het politieke verval van de
-twee toenmalige wereldrijken, het Perzische en het Oostromeinsche,
-hadden de gunstige bedding voor den stroom bereid, die vervolgens
-zonder moeite ook nog verder zijnen weg vond.
-
-Beide beschouwingen, de missionaire en de economische, als ik ze
-zoo eens mag noemen, hebben de verdienste van de aandacht te bepalen
-bij feiten, die men vroeger dikwijls heeft voorbijgezien. Zoo is het
-onweersprekelijk waar, dat de eerste Moslimsche veroveraars met veel
-meer ijver streefden naar uitbreiding van het gebied van den Islâm
-dan naar vermeerdering van het aantal der bekeerlingen tot hunnen
-godsdienst, dat de belastingen, die de getolereerde schriftbezitters
-opbrachten, hun vaak minstens even welkom waren als hunne erkenning
-der goddelijke zending van Mohammed. Vele Mohammedaansche staatslieden
-waren geneigd om de aan de schriftbezitters gewaarborgde tolerantie
-uit te strekken, niet alleen tot de Perzische vuuraanbidders, maar
-ook tot Hindoes en anderen, die men met de noodige welwillendheid
-tot de openbaringsvolken kon rekenen. Men vindt in de middeleeuwen
-in Mohammedaansche landen groote en welvarende gemeenten van
-niet-Mohammedanen (vooral Joden en Christenen), die eene mate van
-bescherming genieten, zooals men die destijds in Christelijke landen
-aan andersdenkenden niet verleende. De bekeering tot den Islâm van de
-massa der bevolking in Perzië of in Christelijke landen als Egypte en
-Syrië vond langzamerhand, en geruimen tijd na de verovering plaats,
-volgens de missionaire beschouwing door de innerlijke kracht der
-Mohammedaansche zending, volgens de economische alweder door motieven
-van economischen aard.
-
-
-
-
-De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het voorname
-middel.
-
-Men kan echter vol recht laten wedervaren aan alle feiten, die door
-de voorstanders der beide theorieën naar den voorgrond gebracht zijn,
-zonder eene dier toch al te eenzijdige verklaringen te aanvaarden,
-zonder de geheel eenige beteekenis der door Mohammed gewekte religieuze
-beweging voorbij te zien, en ook zonder te ontkennen, dat geweld tot
-de ongehoord snelle uitbreiding van den Islâm zeer belangrijk heeft
-bijgedragen. Eene onbevangen beschouwing der historische feiten is
-al voldoende om dit in te zien.
-
-Zoo moge men de bekeering der massa van de Christenbevolkingen van
-Syrië, Egypte en Noord-Afrika tot den Islâm eene vrijwillige noemen,
-zij was dan toch door de verovering hunner landen voorafgegaan en
-voorbereid. Na de annexatie bij het Moslimsch gebied genoten zij wel
-eene met middeleeuwschen maatstaf gemeten vrij groote tolerantie,
-maar de vrijheid hunner levensuitingen was dan toch zeer beperkt en in
-alles moesten zij zich de minderen van de ingedrongen overheerschers
-toonen. Al gingen sommige Mohammedaansche bestuurders zeer ver in de
-begunstiging van Joodsche of Christelijke individuën, het meerendeel
-der belijders van deze getolereerde godsdiensten had veel te lijden
-van het misbruik, dat het Mohammedaansche plebs maakte van zijne
-kunstmatige maatschappelijke meerderheid.
-
-Zeker was het voor de Moslimsche propaganda eene begunstigende
-omstandigheid, dat de Oostersche kerk in een allerjammerlijksten
-toestand van geestelijk verval verkeerde, zoodat sommige Europeesche
-geleerden in den Islâm met zijne eenvoudige leer zonder clerus of
-dogmatische haarkloverij eene welkome geestelijke verlossing hebben
-gezien voor de Monophysieten, Nestorianen of hoe verder de Christelijke
-secten van het Oosten heeten. Maar het is dan toch duidelijk, dat zij
-die verlossing nooit gezocht zouden hebben, wanneer niet directe en
-indirecte dwang hen uit de kerk naar de moskee gedreven had.
-
-
-
-
-Het systeem van den Islâm getuigt hiervan.
-
-Het sterkst en ondubbelzinnigst uit zich die dwang in het stelsel
-van den Islâm zooals dat ongeveer sinds de derde eeuw van de Hidjrah
-bestaat en door de geheele Mohammedaansche wereld is erkend. Men vindt
-het uiteengezet in de gezaghebbende leerboeken over de wet. De wijze,
-waarop de Islâm zich behoort uit te breiden, wordt daar aangegeven
-in de hoofdstukken over den heiligen oorlog en verwante onderwerpen.
-
-
-
-
-Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog.
-
-De aarde heeft men volgens die leer te beschouwen als verdeeld in
-gebied van den Islâm en gebied van den oorlog.
-
-Het gebied van den Islâm staat onder het gezag van het hoofd der
-geheele Moslimsche gemeente, den imâm (leider) of chalief (opvolger),
-namelijk van den Gezant van Allah in diens hoedanigheid van bestuurder
-der geloovigen. De bewoners van dit gebied zijn òf Mohammedanen
-òf getolereerde schriftbezitters, die onder allerlei beperkende en
-vernederende voorwaarden de bescherming van leven en have door den
-Moslimschen staat genieten.
-
-
-
-
-Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm.
-
-Theoretisch rekent men tot de "dâr al-Islâm" ook zulke landen,
-van welke men aanneemt, dat zij vroeger onder Mohammedaansch
-gezag gestaan hebben, al worden zij thans door niet-Mohammedanen
-bestuurd. Zoo gelden dus Britsch- en Nederlandsch-Indië, voor zoover
-zij door Mohammedanen bewoond worden, als gebied van den Islâm. Ten
-onrechte hebben W. Hunter en andere Britsche staatslieden zich
-hierover verheugd, daar zij meenden, dat deze leer opstanden van
-Britsch-Indische Moslims tegen het Engelsche gezag tot onwettige
-woelingen stempelde. IJdele illusie! Werden die Oostersche wingewesten,
-evenals bijv. Engeland en Nederland zelf, door de Moslimsche wet bij
-het gebied van den oorlog ingedeeld, dan zou als regel, zij het niet
-geheel zonder uitzonderingen, gelden, dat vijandige handelingen van
-Mohammedanen tegen zulke landen slechts mochten ondernomen worden
-krachtens machtiging van het hoofd der Moslimsche gemeenschap. In
-gebied van den Islâm daarentegen zijn niet-Moslimsche overheerschers
-abnormale verschijnselen, die men slechts dulden mag zoolang men zich
-buiten staat acht ertegen te reageeren.
-
-Het gedeelte der aarde, dat buiten het gebied van den Islâm valt, is
-in zijn geheel gebied van den oorlog, dat wil zeggen bestemd om met
-den spoed, dien de omstandigheden toelaten, door middel van geweld
-tot gebied van den Islâm gemaakt te worden. Voor volslagen heidenen
-kan die onderwerping slechts geschieden in den vorm van bekeering
-tot het geloof aan Allah en Zijnen Gezant; degenen, die eenen door
-den Islâm erkenden godsdienst belijden, mogen volstaan met erkenning
-van het Moslimsche staatsgezag als hunne overheid.
-
-
-
-
-De heilige oorlog.
-
-Dit zijn de hoofdlijnen van het systeem; men ziet, dat van de
-legende van den Moslim met het zwaard in de eene, den Qoerân in
-de andere hand toch dit overblijft, dat de Mohammedaansche wet de
-alleenheerschappij van hetgeen zij voor de waarheid houdt door den
-sterken arm verzekerd wil zien, dat de ware zending in den geest der
-wet bestaat in de onderwerping van andersdenkenden door de Moslimsche
-legermacht. Verdienstelijk maken zich ongetwijfeld Mohammedaansche
-kooplieden of kolonisten in heidensche landen, waarin Moslimsche legers
-nog niet konden doordringen, door als pioniers langs vreedzamen weg
-aanhangers voor hun geloof te winnen, en even prijzenswaard wordt
-het geacht, wanneer anderen onder de gedulde Joden, Christenen,
-enz. bekeerlingen trachten te maken. Dit alles neemt niet weg, dat het
-middel bij uitnemendheid tot verbreiding des geloofs naar de letter en
-den geest van de heilige wet gezocht moet worden in maatregelen van
-geweld. Die wet beschouwt alle niet-Moslims als vijanden der groote
-monarchie van Allah, wier weerstand tegen Zijne alleenheerschappij
-door de Mohammedanen gebroken moet worden.
-
-
-
-
-De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand.
-
-Het staat ons niet vrij, met Prof. Arnold in strijd met de uitspraken
-der Moslimsche wetgeleerden van alle eeuwen, te beweren, dat dit
-stelsel niet het ware is, dat het berust op onjuiste opvatting
-van eenige Qoerânverzen, dat de ware Islâm uitbreiding van het
-geloof alleen door overtuiging verlangt. Wel stemt eene kleine
-groep van moderne Mohammedanen met die aanpassing van den Islâm aan
-nieuwerwetsche begrippen in, maar zij vertegenwoordigen al evenmin de
-leer van den godsdienst, waarin zij geboren werden, als de modernisten
-die der Katholieke kerk.
-
-Meer waarde zou men geneigd kunnen zijn toe te kennen aan het argument,
-dat, zoo ergens, dan zeker in den Islâm, theorie en practijk,
-stelsel en leven vaak wijd uiteenloopen. Inderdaad hebben menigmaal
-Moslimsche bestuurders tegenover niet-Mohammedanen in en buiten
-hun gebied eene veel transigentere houding aangenomen dan die het
-systeem hun voorschreef. Aan den anderen kant ging het mindere volk
-zich jegens de getolereerden vaak te buiten op eene wijze, die de
-Mohammedaansche wet streng afkeurt. Maar van veel meer beteekenis dan
-zulke afwijkingen ter rechter of ter linker zijde is het onbetwistbare
-feit, dat de leer van den heiligen oorlog en hetgeen daarbij behoort
-zich volkomen logisch ontwikkeld heeft uit beginselen, die wij van
-de verovering van Mekka door Mohammed af tot in de derde eeuw der
-Hidjrah toe zien voortwerken. Zonder sprongen of tegenstellingen,
-zonder sporen van principieele ontleening van buiten sluit zich hier
-het volgende steeds bij het voorgaande aan.
-
-Mohammed is in de laatste jaren van zijn leven op niets meer bedacht
-dan op middelen om het aantal der geloovigen uit te breiden, waarbij
-natuurlijk steeds minder op bewijzen van innigheid des geloofs kan
-worden gelet. De door hem onderworpen Arabieren vallen dan ook na
-zijnen dood voor een groot deel weder af, maar Aboe Bakr, die hem als
-hoofd der gemeente opvolgt, beschouwt, geheel in Mohammeds geest, de
-wederonderwerping dier ontrouwen als eerste en voornaamste taak der
-geloovigen, en onder zijne leiding wordt die taak op schitterende
-wijze volbracht. En daarop volgt onmiddellijk de verovering van
-een belangrijk deel der wereld door de nu definitief geïslamiseerde
-Arabieren. Geheel evenwijdig met dezen loop der zaken beweegt zich de
-theorie der wetgeleerden, die vooral in de eerste eeuw van den Islâm
-het deelnemen aan den heiligen oorlog bijna tot een hoofdplicht voor
-alle geloovigen willen maken en geen heerlijker einde van een vroom
-leven kennen dan den dood op het slagveld als getuige des geloofs, als
-martelaar (sjahîd). Drongen in de eerste eeuwen onzer jaartelling vele
-Christenen naar eene gelegenheid om zich de kroon van het passieve
-martelaarschap te verwerven, vele malen grooter was het aantal der
-oudste Islâmbelijders, die als actieve geloofsgetuigen met ijver den
-dood op het slagveld zochten in den strijd met hen, die het gezag
-van Allah en Zijnen Gezant weerstonden.
-
-Deze overdrijving der waarde van het oorlogsbedrijf kon evenmin
-duurzaam zijn als de zegevierende tochten van den Islâm door de wereld;
-toen die veroveringen hare voorloopige grenzen bereikt hadden, kwam
-weldra in de school de kalmere beschouwing tot heerschappij, volgens
-welke de vrome ook door levenslange uitoefening van een vreedzaam
-bedrijf aanspraak op den eerenaam van geloofsgetuige kan verwerven. De
-heilige oorlog bezonk in het stelsel als eene solidaire verplichting
-der gemeente in haar geheel, waaraan slechts zoovele geloovigen
-behoefden deel te nemen als de omstandigheden volgens het oordeel
-van het staatsbestuur telkens vereischten. Maar de oorlogstoestand
-mocht dan toch niet als geëindigd worden beschouwd voordat het door
-Allah gewezen doel: onderwerping der gansche wereld aan den Islâm,
-bereikt zou zijn.
-
-
-
-
-De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens.
-
-Over de hoofdzaken van deze leer bestaat tusschen de wetgeleerden der
-verschillende scholen en perioden geen verschil van meening, en zij
-is meer wellicht dan eenig ander deel der wet populair geworden ook
-bij de leeken, bij de groote onwetende schare zelfs. Zij is het kort
-begrip van de actie van den Islâm naar buiten in het glansrijkste
-tijdperk, dat hij beleefd heeft, omgezet in een voor alle tijden
-geldend voorschrift. Zij vleit in hooge mate de ijdelheid der menigte:
-men behoeft slechts de dubbele geloofsbelijdenis te hebben uitgesproken
-om zeker te zijn, dat men behoort tot de gemeenschap, aan welke Allah
-de heerschappij over de wereld heeft beloofd. Zij werkt na, ook sedert
-de wereldgeschiedenis den spot is gaan drijven met hare hoovaardige
-pretentie: in de scholen der wetgeleerdheid blijft men haar voordragen
-omdat zij, gelijk de geheele wet, als van onfeilbaar gezag geldt voor
-alle tijden, en het gemeene volk blijft daaraan kracht ontleenen voor
-zijne ijdele verwachtingen, gepaard met haat jegens "ongeloovigen".
-
-
-
-
-De andere opvatting is ver in de minderheid.
-
-De Jong-Turken en andere modern gevormde Mohammedanen hebben wel eens
-gewenscht, dat zij die geheele leer van den djihâd konden opbergen
-in het museum hunner staatkundige antiquiteiten, en vele niet modern
-ontwikkelde wereldwijzen deelen om zuiver practische redenen dien
-wensch. Toch kan niemand hunner de verhouding van den Islâm tot andere
-godsdiensten principieel op nieuwe grondslagen trachten te vestigen
-zonder het vertrouwen van de meerderheid te verbeuren en met veler
-instemming beschuldigd te worden van ongeloof.
-
-Toen in 1908 de aanvoerders der Jong-Turksche revolutie in hun
-eerste élan de woorden: "vrijheid, gelijkheid en broederschap" in
-hunne vanen schreven, werd hun weldra met instemming van de massa der
-bevolking door de schriftgeleerden beduid, dat die gelijkheid alleen
-mocht bestaan in gelijke aanspraken op bescherming van rechten, welke
-rechten zelve echter voor de belijders der verschillende godsdiensten
-niet gelijk waren; en de broederschap, die heeft men later, als al
-te aanstootelijk, maar geschrapt.
-
-
-
-
-Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in den Islâm.
-
-De billijkheid gebiedt, dat wij ons hierbij herinneren, hoe ook in de
-Christenwereld, met name in de middeleeuwen, staatsmacht en godsdienst
-bedenkelijke bondgenootschappen gesloten hebben. Christenvorsten
-en -volken hebben met geweld heidenen bekeerd, ongeloovigen en
-ketters ter eere Gods gefolterd en gedood, Joden op onmenschelijke
-wijze behandeld. Maar nooit heeft men uit de Christelijke heilige
-schriften voor alle tijden geldende voorschriften afgeleid, die zulke
-practijken sanctioneerden. Het is het ongeluk van den Islâm geweest,
-dat hij gemeend heeft eens voor altijd met onfeilbaar gezag regelen te
-moeten geven, die alle handelingen der geloovigen tot in de geringste
-bijzonderheden bepaalden, en dat hij deze onmogelijke taak kwam te
-vervullen juist in een tijdperk, waarin onverdraagzaamheid zoowel in
-het Westen als in het Oosten heerschappij voerde. De leer, dat men
-voor hetgeen men als de waarheid beschouwt met geweld aanhangers moet
-winnen, bleef dus als eene erfelijke ziekte aan het eene geslacht na
-het andere der belijders van den Islâm eigen.
-
-
-
-
-Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast.
-
-De geheele opvatting van godsdienstige zending wordt in den Islâm
-door deze leer beheerscht. Zeker, men vindt onder Mohammedanen zeer
-uiteenloopende geestelijke typen, en daaronder ook zulke, die zich
-uit deernis met de toekomstige eeuwige ellende der heidenen geroepen
-voelen, hun de waarheid te prediken; maar het type van den Moslimschen
-propagandist vertoonen dezulken niet. De echte ijveraar voor de
-uitbreiding van het Mohammedaansche geloof beschouwt het veeleer
-als zijne taak, als een trouw soldaat van zijnen God, diens rijk
-op aarde te helpen vergrooten door verdelging van Zijne vijanden en
-vermeerdering van het aantal Zijner trouwe onderdanen. Dit laatste
-kan, behalve door geweld, ook door overreding gebeuren. De wet
-wijst ook daarin den weg. Zij wil in aansluiting weder aan hetgeen
-Mohammed deed in zijne laatste levensjaren, dat men ongeloovigen door
-wereldsch voordeel verlokke tot Islâm, tot onderwerping aan Allah
-en Zijnen Gezant; zelfs is een deel van zekere staatsinkomsten (van
-de zakât genoemde godsdienstige belasting) uitdrukkelijk voor dit
-doel aangewezen. Met een niet ongerechtvaardigd beroep op Mohammeds
-handelwijze ten aanzien van de voorname Qoeraisjieten na hunne
-gedwongen bekeering tengevolge der verovering van Mekka, leert de wet,
-dat men vooral bekeerlingen van hoogen rang en stand door wereldsch
-voordeel blijvend aan den Islâm moet trachten te binden, ook om door
-dit voorbeeld aantrekkend te werken op hunsgelijken en op degenen,
-over wie zij gezag hadden. De geloovige, die door persoonlijke
-bemoeienis menschen voor den Islâm weet te winnen met behulp van
-prikkeling en bevrediging hunner begeerlijkheid naar rijkdom of eer,
-maakt zich daardoor uitermate verdienstelijk, en niemand denkt eraan,
-hem vermenging van materieele en geestelijke dingen te verwijten.
-
-Soortgelijke middelen van propaganda zijn in vroeger en later tijd in
-de Christelijke wereld niet zelden aangewend. Het verschil is echter
-weer, dat die methode in den Islâm in de periode van haren bloei met
-onfeilbaar geacht gezag voor altijd tot wet is verheven.
-
-
-
-
-De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt.
-
-Het spreekt wel van zelf, dat in den gedachtengang, die deze wijze
-van uitbreiding van den Islâm beheerscht, het stellen van belangrijke
-eischen van voorbereiding aan degenen, die tot de gemeente willen
-toetreden, uitgesloten is. Men zou daardoor de bovenal gewenschte
-vermeerdering van het aantal der Moslims in gevaar brengen.
-
-In de eerste tijden is er wel eenige aarzeling geweest in de
-beantwoording der vraag, met welk minimum van naleving der wet men
-nog als Mohammedaan kon gelden. De wet stelt in hare positieve en
-negatieve geboden lang niet lichte eischen aan het individu, maar
-men was het er al vroeg over eens, dat de geloovige trots vele zonden
-van nalatigheid en overtreding mocht hopen op Allahs genade, en dat
-in ieder geval de straf, die hij in de hel zou hebben te boeten, eens
-een einde zou nemen, waarna hij het paradijs zou beërven. Het kwam er
-dus maar op aan, te weten, door welke daden men afvallig werd. Ten
-slotte heeft deze opvatting gezegevierd, dat alwie de belijdenis,
-dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Allahs gezant is,
-heeft uitgesproken met volle bewustheid van hetgeen hij deed, als
-Moslim beschouwd moet worden, en dat hij dit blijft, zoolang hij die
-belijdenis niet heeft herroepen noch een van de geboden van Allahs wet
-voor ongeldig heeft verklaard, ook al volbrengt hij geen van alle. De
-bedenking, dat men aldus gevaar loopt, schijngeloovigen te kweeken,
-wordt weerlegd met de herinnering, dat alleen aan Allah het oordeel
-toekomt over de echtheid van iemands geloof, terwijl de menschen
-elkander slechts naar uiterlijke kenmerken kunnen beoordeelen. Het
-uiterlijke kenmerk nu van hen, die tot de gemeente van Mohammed
-behooren, is het uitspreken der geloofsbelijdenis, niet gevolgd door
-woorden of daden, die deze uitspraak van kracht berooven.
-
-Heeft men dit geheele stelsel der Moslimsche propaganda wel begrepen,
-dan heeft men tevens den sleutel tot het geheim der vaak bewonderde
-missionaire kracht, die in den Islâm woont, en die hem tot een zoo
-gevreesd mededinger maakt voor de Christelijke zending, vooral waar
-beiden onder volken van lage beschaving werken. Den menschelijksten
-aller openbaringsgodsdiensten heeft een Duitsch oriëntalist den Islâm
-genoemd. Inderdaad tracht hij als zendingsgodsdienst een menschelijk
-doel met geheel menschelijke middelen te bereiken.
-
-
-
-
-Geen priesterschap noch geordende heidenmissie.
-
-Ieder Moslim, hoe onwetend hij overigens zij, kan te allen
-tijde iederen ongeloovige, die Mohammedaan wil worden, den weg
-wijzen om onverwijld en zonder ceremoniën in den Islâm te worden
-opgenomen. Sacramenten kent de Islâm niet, derhalve evenmin priesters
-of andere gewijde of geordende personen, die deze hebben uit te
-deelen. Zendelingen van beroep zijn er ook niet. De uitspraak, dat
-ieder Mohammedaan op zijnen tijd een zendeling is, moge overdreven
-zijn, als men daaronder wil verstaan, dat allen vervuld zijn van
-fanatieken ijver tot verbreiding van hun geloof, zij is waar in
-dezen zin, dat niemand door de gemeente of eenig ander lichaam voor
-de missie wordt afgevaardigd, maar dat de meesten als de gelegenheid
-zich biedt, gaarne medewerken om leden te winnen voor de gemeenschap,
-waartoe zij behooren.
-
-
-
-
-Leekenpropaganda.
-
-Voor kolonisten of kooplieden, die zich duurzaam of tijdelijk
-vestigen in een land met heidensche bevolking, is dit zelfs geboden
-door eigenbelang. Zij willen daar een eigen milieu hebben, in de
-eerste plaats een eigen gezin, maar dan verder een eigen wijderen
-kring, hoe wijder hoe liever. Dit alles gaat niet zonder het maken
-van bekeerlingen. Met eene heidensche vrouw mag de Mohammedaan niet
-trouwen, in een anderen godsdienst dan de Islâm zijne kinderen niet
-laten opvoeden. De vreemdeling maakt dus der vrouw zijner keuze den
-overgang tot zijne gemeenschap zoo gemakkelijk mogelijk en tracht ook
-de hem verzwagerden te winnen. Zoo gaat het verder, en er ontstaat
-weldra een groep van geloovigen van eenigszins gemengd bloed, die zich
-door wereldkennis, ontwikkeling van den geest en onderling verband
-voordeelig onderscheidt van de overige bevolking. De niet bekeerde
-bevolking ziet tegen de bekeerden op; door den Islâm aan te nemen
-voelen die heidenen zich, ook maatschappelijk, omhoog gaan.
-
-
-
-
-Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke.
-
-Hier hebben wij weder eene omstandigheid, die gedeeltelijk verklaart,
-waarom de Mohammedaansche propaganda sneller pleegt te slagen dan de
-Christelijke. In den Islâm volgt de grootst mogelijke assimilatie
-onmiddellijk op de bekeering; de Christelijke zendeling, hoe vol
-toewijding ook, blijft met zijne rasgenooten voor de primitieve
-bevolking, waaronder hij werkt, vreemdeling. Met recht vestigt
-professor Arnold hierop bijzonder de aandacht, en dit doen de meesten,
-die den voortgang van den Islâm bijv. in Midden-Afrika waargenomen
-hebben. Een Engelsch zendeling aldaar, die dezen ban wilde breken
-en met eene negerin trouwde, verwekte zulk eene ergernis met deze
-toepassing der eenheid in het geloof, dat hij zich genoodzaakt zag,
-de kolonie te verlaten.
-
-Maar, wij zagen het al, er komt nog zooveel verlokkelijks bij. De
-nieuwbekeerde, wiens overgang hem geen moeite kost, heeft aanspraak
-op de gunsten zijner nieuwe broeders, en deze aanspraken worden in
-de practijk gaarne erkend. Hoe weinig hij ook aanvankelijk van den
-inhoud van het door hem aangenomen geloof moge leeren, hoe weinig
-van de voorschriften der wet hij moge naleven, hij mag zich dadelijk
-koesteren in het bewustzijn, te behooren tot degenen, die bestemd zijn
-om over alle anderen te heerschen en die het recht hebben ten nadeele
-van niet-Mohammedanen die heerschappij te helpen bespoedigen. Bij
-zulk een sprong naar boven geldt het slechts als een gering bezwaar,
-dat de gewoonte--niet de wet--in de meeste gevallen verlangt, dat de
-bekeerling zich spoedig onderwerpe aan de besnijdenis.
-
-De populariteit van de leer van den heiligen oorlog doet zich nu
-bij zulke primitieve volken, wanneer zij gedeeltelijk door vreemde
-kolonisten of kooplui geïslamiseerd zijn, vaak in dien zin gelden,
-dat zij hunne nog niet bekeerde rasgenooten om hun ongeloof gaan
-bestrijden. De neigingen van min beschaafde menschen worden daarbij
-op voor hen aangename wijze geprikkeld en vinden eene welkome
-speelruimte. Met anderen geweld aan te doen, te plunderen of tot
-slaven te maken weten zij nu een Gode welgevallig werk te verrichten,
-mits die anderen heidenen zijn. De menschelijke ijdelheid en hebzucht
-worden gestreeld en gesteld in dienst van de propaganda. Het bezwaar,
-dat men op die manier heiligen oorlog van offensieven aard voert zonder
-de machtiging van den chalief, die hiervoor in den regel vereischt
-is, wordt ondervangen door de leer, dat in streken, die wegens verren
-afstand of om andere redenen buiten het bereik van het centrale gezag
-liggen, invloedrijke hoofden mogen doen hetgeen des chaliefs is.
-
-
-
-
-Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is weinig gedaan.
-
-Al heeft dus de Islâm, in de plaats van het evangelische "onderwijst
-al de volken", het bevel "onderwerpt al de volken" als een hoofdgebod
-voorop gesteld, hij is daarmee geenszins tevreden, maar wil, dat
-op de onderwerping onderwijzing volge. Het bovenal streven naar
-uitbreiding van gebied en vermeerdering van het aantal dergenen, die
-de geloofsbelijdenis hebben uitgesproken, heeft echter vanzelf tot
-eene minder krachtige werking in de diepte geleid. Nog tal van andere
-omstandigheden komen daarbij, die maken dat de geestelijke opvoeding
-der voor den Islâm gewonnenen in den regel veel te wenschen overlaat.
-
-Reeds vroeg zijn de schriftgeleerden zich gaan verdiepen in dogmatische
-en juridische spitsvondigheden, en in de drukte van hun onderlingen
-strijd vonden zij niet veel tijd om zich met de geestelijke belangen
-der ongeletterden bezig te houden. Voor hen scheen het nu eenmaal in
-de natuur der dingen te liggen, dat eene kleine uitgelezen schare van
-kenners der wet met zelfgenoegzame minachting neerzag op de menigte
-der onwetenden. Van eenig gevoel van medeverantwoordelijkheid voor
-dien toestand vindt men bij hen zelden eenig spoor.
-
-De minderheid der bevolking, die eenig onderwijs genoot, ontving
-dit in den meest onpractischen vorm. In de eerste eeuwen van den
-Islâm kon men nog de illusie koesteren, dat in alle Mohammedaansche
-landen de oude landtalen het veld zouden ruimen voor het Arabisch. Op
-deze later onhoudbaar gebleken onderstelling is bijna geheel het
-elementaire godsdienstonderwijs gebaseerd. Wie iets leeren wil,
-wordt ondersteld, Arabisch, en wel liefst klassiek Arabisch te
-verstaan. Eerst later werden schoorvoetend kleine concessies aan de
-moedertalen der geloovigen gedaan. Toch bleef eene kennis der wet,
-die iets beduidde, zonder bedrevenheid in het Arabisch zoo goed als
-onmogelijk. De leeken moesten het doen met een werktuigelijk leeren
-opdreunen van den Qoerân in het oorspronkelijk en met eenige even
-werktuigelijke oefening in het ritueel. Het plebs bleef meerendeels
-zelfs hiervan verstoken.
-
-
-
-
-Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de cultuur
-beheerschen.
-
-Geen wonder dus, dat in nagenoeg alle Mohammedaansche landen de
-geestelijke gedachtensfeer, waarin de eigenlijke bevolking leeft,
-meer oorspronkelijk heidensche dan Mohammedaansche elementen in zich
-bevat. Men neme kennis van de beschrijvingen van de populaire zeden
-en gebruiken en van het volksbijgeloof, dat in het leven de hoofdrol
-speelt, in Noordwest-Afrika, in Egypte, in Syrië, ja in het stamland
-van den Islâm, in Arabië zelf, overal ziet men de eenheid van Allah
-verscholen achter een onnoemelijk aantal levende en doode heilige
-personen en voorwerpen, die de hoogste vereering genieten, overal de
-middelen, die de wet aangeeft om Allahs gunst te verwerven, verdrongen
-door magische practijken, die van vóór den Islâm dateeren. Het
-Moslimsche bepaalt zich bij de menigte voor de vromeren tot eenige
-ritueele uiterlijkheden, voor de meerderheid tot eenige leuzen en
-phrasen, soms bovendien het daarstraks door mij beschreven gevoel
-van deel uit te maken van de tot heerschappij geroepen gemeenschap.
-
-Is dit alles zoo in het stamland van den Islâm en in de landen, die hij
-het eerst aan zich onderwierp, het spreekt van zelf, dat de officieele
-leer en het volksleven nog veel verder van elkander verwijderd moeten
-zijn daar, waar de Islâm eerst later binnendrong, en zeer geleidelijk
-veld won door de assimileerende kracht van vreemdelingen, die om
-zich heen propaganda maakten, ten slotte gevolgd door vreedzame of
-gewelddadige uitbreiding van het geloof door het bekeerde deel der
-inheemsche bevolking zelve.
-
-
-
-
-In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen.
-
-Het was op de laatst bedoelde wijze, dat het Mohammedanisme zijne
-belijders in den Indischen Archipel verkreeg. Mohammedaansche
-kooplieden uit Voor-Indië, het eeuwenoude spoor hunner Hindoesche
-landgenooten volgend, vestigden zich tijdelijk of voor goed in eenige
-kustplaatsen dezer eilanden. Deze kleine koloniën oefenden de gewone
-aantrekkingskracht, zelfs op Java, ofschoon hier het Hindoeisme al
-eeuwen lang de cultuur beheerschte. Men vergete hierbij niet, dat
-het Hindoeisme hier niet zoo diepe wortels kon schieten als in zijn
-vaderland, waarbuiten het zich in den regel niet verbreidt, en dat de
-Hindoecultuur hare geestelijke verfijning niet mededeelt aan de tot
-lagere kasten gerekende massa, zoodat voor eene groote meerderheid
-juist onder het Hindoeistisch régime veel aanleiding kan bestaan om
-in den Islâm verlossing te zoeken uit zijn staat van vernedering.
-
-
-
-
-De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen vergelijken.
-
-De propaganda was voor die vreemdelingen stellig vaker middel
-dan doel. Men kan er zeker van zijn, dat de meesten hunner meer
-van avonturiers dan van missionarissen weg hadden, al heeft de
-volkslegende hunne nagedachtenis met stralenkransen van heiligheid
-omgeven. Ook in Mohammedaansche landen waren het destijds niet in de
-eerste plaats de deugdzamen, die in het Verre Oosten hunne fortuin
-gingen zoeken. Nog in onze dagen gaat de Moslimsche propaganda
-onder de heidenen van Oost-Indië steeds in de eerste plaats van
-zulke gelukzoekers uit. Daarom is het zoo dwaas, wanneer onhandige
-zendingsvrienden deze soort van missie gaan vergelijken met die van
-geordende zendelingen des Christendoms, en dan der Regeering verwijten,
-dat Zij Mohammedaansche zendelingen niet aan een soortgelijk toezicht
-onderwerpt als Christelijke. Ik laat de vraag geheel ter zijde,
-of het noodig is, de werkzaamheid der Christelijke zendelingen
-te binden aan de voorwaarde eener bijzondere toelating zooals het
-vigeerende Regeeringsreglement die voorschrijft. Maar ten opzichte van
-Mohammedanen zou iets dergelijks volstrekt onmogelijk zijn, daar ieder
-Mohammedaansch handelaar, die met heidenen zaken doet, indien hem zulks
-gelegen komt, aanhangers voor zijnen godsdienst wint. De Europeesche
-koopman, gesteld dat hij er neiging toe had, zou dit niet kunnen
-doen, daar hem èn de bekwaamheid tot het geven van het voorbereidend
-onderricht, èn, wat meer is, de bevoegdheid tot het toedienen van
-het onmisbare sacrament van den doop ontbreekt. Het eene zoowel als
-het andere is voor eene bekeering tot den Islâm overbodig: tot dezen
-godsdienst bekeert de heiden na bekomen inlichting zonder iemands
-bijstand zichzelf. Aan Mohammedaansche kooplieden, die heidensche
-streken bezoeken, te verbieden, die inlichting te verstrekken, dat
-zou strijden met elk beginsel van godsdienstvrijheid en het verbod
-zou bovendien practisch niet te handhaven zijn.
-
-
-
-
-De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche ambtenaren
-in heidensche streken invoert.
-
-Wel verdient het voor de Regeering aanbeveling, bij het onder
-geregeld bestuur brengen van heidensch gebied zooveel doenlijk te
-waken tegen onwillekeurige bevordering der uitbreiding van den Islâm,
-die licht het gevolg is van den invoer van Inlandsch-Mohammedaansche
-staatsdienaren. Ook het Duitsche koloniale bestuur in Oost-Afrika
-heeft met deze moeielijkheid te kampen, en bij ons is de verleiding
-bijzonder groot, daar de Inlandsche ambtenaren van Java in den regel de
-best ontwikkelde, met onze bestuursbeginselen meest vertrouwde zijn,
-terwijl overdreven godsdienstijver onder hen zelden voorkomt. Toch
-strekt hunne plaatsing in heidensche landen op den duur, evenzeer als
-de immigratie van Mohammedaansche avonturiers, tot verbreiding van
-den door hen beleden godsdienst, en kan zij aldus ten gevolge hebben,
-dat de bevolking, onder welke zij werken, gewonnen wordt voor een
-stelsel, waaraan de Javanen zelve bezig zijn te ontgroeien. Moslimsche
-kooplieden uit eenig deel van den Archipel te weren, omdat zij de
-propaganda in de hand werken, dat zou zonder onverdedigbare willekeur
-niet gaan; daarentegen is het met eenig beleid wel te voorkomen,
-dat men zelfs indirect de islamiseering van niet-Mohammedanen zou
-gaan bevorderen.
-
-
-
-
-Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië gewelddadig
-uit.
-
-Het door vreemde avonturiers begonnen werk der islamiseering van
-de Oost-Indische eilanden werd door de bekeerde Inlanders zelve
-voortgezet. In het midden der veertiende eeuw prijst de Arabische
-reiziger Ibn Battoetah den Moslimschen vorst van Soematra-Pasè om de
-heilige oorlogen, die hij voerde tegen de heidenen in het binnenland
-van het eiland. De Mohammedaansche koloniën aan de Noordkust van Java
-ontwikkelden zich tot rijkjes, die ten slotte deels door aantrekking,
-deels door strijd Madjapait en Padjadjaran overweldigden. Van Java
-uit verbreidde zich de Islâm over Zuid-Soematra, deelen van Borneo
-en van Celebes en meer Oostelijk gelegen eilanden.
-
-
-
-
-De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon pas later
-te werken.
-
-Onder de uit Indië afkomstige eerste invoerders van den Islâm in den
-Archipel waren er met Arabische stamboomen van twijfelachtige echtheid,
-en ook wel enkele van onverdacht Arabische afkomst. Dit neemt niet weg,
-dat hun Islâm een ontwijfelbaar Indisch karakter vertoonde, en zich dus
-met name op Java uitnemend aansloot bij de Hindoeistische elementen,
-die zich daar lang te voren met het oorspronkelijke animisme vermengd
-hadden. Eigenlijk Arabische invloed deed zich eerst later gelden. Het
-waren Arabische gelukzoekers van voorname geboorte in Hadhramaut,
-die de kustrijkjes van Siak op Soematra en van Pontianak op Borneo
-stichtten. Emigranten uit dat Zuid-Arabische gebied vestigden zich
-sinds anderhalve eeuw in Palembang en verschillende handelshavens van
-Java en Madoera. De geletterden onder hen deden hun best om zoowel de
-specifiek Voor-Indische elementen van den hier ingevoerden Islâm als
-de voor hen meest aanstootelijke bestanddeelen van Hindoeistischen en
-animistischen oorsprong uit geloof en zeden der inheemsche Mohammedanen
-te verwijderen. Eene veel krachtiger werking in dergelijke richting
-ging echter van Mekka uit, niet zoozeer omdat zich ook enkele Mekkanen
-in Oost-Indië vestigden, als wel omdat in verband met de bedevaarten
-naar het heilige land sinds ongeveer twee en eene halve eeuw vele
-Inlanders te Mekka hunne studiën maakten of voltooiden. De vreedzame
-verdringing van de aan de Indische Mohammedanen ontleende methoden
-en denkwijzen door Arabische, die door de werkzaamheid der uit Mekka
-volleerd teruggekeerden begon, is nog niet afgeloopen, maar wint
-geleidelijk veld.
-
-
-
-
-Samenvatting.
-
-Wij hebben nu, denk ik, in hoofdtrekken het beeld voor ons van de
-wijze, waarop de Islâm getracht heeft, zijn ideaal van heerschappij
-over heel de menschheid te verwezenlijken en van de soort van zending,
-die een groot deel van den Indischen Archipel voor dezen godsdienst
-won. Van het jaar 630 af zocht hij de bereiking van zijn doel bovenal
-in onderwerping van de grootst mogelijke menschengroepen in den
-kortst mogelijken tijd; eene methode, die ook buiten den Islâm in
-de middeleeuwen vele aanhangers had. In het stelsel, dat omstreeks
-900 zijne definitieve afronding verkreeg, bleef deze toepassing
-van materieele machtsmiddelen de eerste plaats innemen, ook nadat
-de veranderde tijdsomstandigheden die in de practijk zoo goed als
-onmogelijk gemaakt hadden. Feitelijk moest men zich in nieuwere
-tijden steeds meer beperken tot eene andere soort van propaganda,
-die van oudsher naast de gewelddadige aanbevolen en ook beoefend was:
-vreedzame overreding, die gewoonlijk den vorm aannam van assimilatie,
-vooral van primitieve volken, door kooplieden en avonturiers,
-die in hun eigen belang met die volken verkeerden. De leer van den
-heiligen oorlog, door de schriftgeleerden onveranderd overgeleverd
-en bij het mindere volk altijd geliefd, bleef daarbij gereed om zich
-onder gunstige omstandigheden te doen gelden. Zoo niet zelden bij pas
-bekeerde volksstammen, die hunne heidensche rasgenooten met geweld
-tot den Islâm brachten.
-
-Altijd was het hoofdoogmerk snelle vermeerdering van het aantal
-Moslims, terwijl de opvoeding der bekeerden naar de beginselen en
-voorschriften van den Islâm aan de toekomst overgelaten bleef en
-met weinig ijver en ondoelmatige middelen beproefd werd. Onder de
-aangewende middelen van overreding speelden in systeem en practijk
-die van stoffelijken aard steeds de hoofdrol. Van missie met zuiver
-geestelijke middelen doen zich in ouderen tijd sporadisch gevallen
-voor; het meerdere, dat in onze dagen daarvan voor den dag komt,
-dankt zijn ontstaan meestal aan reactie tegen en concurrentie met
-Christelijke zending, die onder Moslims werkt.
-
-
-
-
-Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel hervormd.
-
-Bij het licht der geschiedenis van de Moslimsche propaganda en harer
-resultaten begrijpt men zonder moeite den afstand, die overal, waar
-de Islâm beleden wordt, te constateeren valt tusschen de leer en
-de wet eenerzijds en anderzijds het leven, vooral het leven van
-de massa des volks. Zonder dat licht begrijpt men er niets van
-en komt men gemakkelijk tot valsche oordeelen. Zoo onlangs een
-onzer volksvertegenwoordigers, die in dagbladartikelen en in eene
-parlementaire redevoering de stoute bewering deed vernemen, dat van de
-vijf en dertig millioen Nederlandsche onderdanen, die officieel als
-Mohammedanen te boek staan, slechts ongeveer zes millioen werkelijk
-belijders van den Islâm zijn.
-
-
-
-
-De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde vertrouwen
-beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis.
-
-Het is altijd gevaarlijk voor een buitenstaander, met een zelfgemaakten
-maatstaf te gaan bepalen, in hoeverre menschengroepen, die zich bij
-eene godsdienstige belijdenis indeelen, terecht daartoe gerekend
-worden. Hoevele millioenen Europeanen, wier namen in Christelijke
-doopregisters voorkomen, zou men op die wijze niet de buiten de
-gemeenschap der Christenen kunnen plaatsen omdat zij van den godsdienst
-vervreemd zijn of omdat zij geene kennis hebben van hun geloof en
-bevangen zijn in heidensche superstitie en practijken van animistischen
-oorsprong? Wat zou er op die wijze overblijven van het Christen-zijn
-van vele gedoopte Inlanders? Het eenig bruikbare criterium zal toch
-wel zijn, hoe de menschen zichzelve genoemd willen hebben, vooral omdat
-alleen daaruit blijken kan, waar zij hun vertrouwen hebben geplaatst.
-
-Bepalen wij onze aandacht eens bij Java als uit het oogpunt van
-bevolking verreweg het belangrijkste eiland van Nederlandsch-Indië. Met
-uitzondering van de kleine groepen der Badoei's en der Tenggereezen
-en van kleine Christengemeenten onder Europeesche leiding, noemt de
-geheele bevolking zich Mohammedaansch. Vooral op Midden-Java is van
-leer en wet van den Islâm in het leven van den kleinen man nog weinig
-doorgedrongen, terwijl zeden en bijgeloof er algemeen getuigen van de
-heerschappij van oud-animistische begrippen, min of meer gewijzigd
-door den invloed van het vroeger ingedrongen Hindoeisme. Toch zou
-een Hindoesch pandit thans evenveel moeite hebben om bij de bevolking
-gehoor te vinden als een zendeling van het Christendom.
-
-
-
-
-De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf.
-
-Zeker, van de millioenen zijn het slechts tienduizenden, die aan de
-over geheel Java verspreide pesantrèns kennis van eenige beteekenis
-opdoen van de dogmatiek en de wet van den Islâm. Evenals in andere
-Mohammedaansche landen zien ook hier die schriftgeleerden minachtend
-op de onwetende schare neer, en doen zij uiterst weinig om ze uit hare
-onwetendheid op te heffen. Maar evenals elders ziet ook hier die schare
-op naar die geleerden als naar degenen, die haar vertrouwen verdienen,
-waar het gaat om hare hoogste belangen.
-
-Goede of slechte geestelijke waar, die haar geboden wordt, beoordeelt
-de bevolking in de eerste plaats naar het Mohammedaansche merk, waarmee
-zij voorzien is. Mist zij dit, dan beschouwt zij haar zonder onderzoek
-met achterdocht en wantrouwen. Laster is het, wanneer men zegt, dat
-de Regeering door bestuursmaatregelen deze gezindheid heeft bevorderd
-of in het leven geroepen. Zij bestaat van de dagen der Compagnie
-af, Raffles constateerde haar in het begin der negentiende eeuw,
-en de uiterst geringe verandering, die in den geestelijken staat
-der Javaansche landbouwers is gekomen, heeft ook haar ongewijzigd
-gelaten. De bevolking van Java evenzeer als de Atjèhers, de Maleiers,
-Boegineezen, Makassaren en wie zich verder in Indonesië naar Mohammed
-noemen, zijn Mohammedanen, of men moet dien naam tevens ontzeggen aan
-de Berbers, de Egyptenaren, de Syriërs, ja zelfs aan de meerderheid
-der Arabieren.
-
-
-
-
-De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending der
-godsdienstvrijheid.
-
-De Regeering kan dit erkennen zonder zich daardoor te laten weerhouden
-van ook maar één enkelen bestuursmaatregel, die het belang van land
-en volk gebiedt. Maar Zij kan niet--zoolang Zij aanspraak maakt op
-den naam eener eerlijke regeering--medegaan met den wensch, dien
-de afgevaardigde van daarstraks namens onverstandige vrienden der
-Christelijke zending uitsprak, eenige millioenen Mohammedanen tot
-heidenen of pantheïsten verklaren, en daaraan vrijheid ontleenen
-om de zending meer direct te steunen door op die tot heidenen
-gestempelde Inlanders maatregelen toe te passen, die men tegenover
-Mohammedanen voor ongeoorloofd zou houden. Zulke steun zou ook beneden
-de waardigheid der Christelijke zending zijn. Men zou er bovendien het
-tegendeel van hetgeen men beoogde door bewerken: men zou aanleiding
-geven tot fanatiek verzet.
-
-Wel doet de Regeering wijs door hare volle aandacht te schenken
-aan het veelszins gelukkige feit, dat onder een groot deel van de
-Mohammedanen van Nederlandsch-Indië de beginselen van het stelsel
-van den Islâm nog weinig diepe wortels hebben geschoten, waardoor zij
-veel toegankelijker zijn voor andere cultuurinvloeden dan anders het
-geval zou wezen. Hiervan behoort in het belang der bevolking zelve
-partij getrokken te worden voordat het te laat is; voordat nog de
-aan wezenlijke beschaving vijandige elementen, die den Islâm als
-eene uit hare middeleeuwsche periode overgebleven kwaal aankleven,
-gelegenheid vinden op die dusver gespaarde Inlanders in te werken,
-moet men alle kracht inspannen om ze daartegen immuun te maken. Dat
-dit geschieden kan in volkomen eerlijkheid en zonder valsche listen,
-hoop ik in het vervolg aan te toonen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-KENSCHETSING VAN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM.
-
-
-Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde volken.
-
-In mijne vorige voordracht gewaagde ik meer dan eens van het stelsel
-van den Islâm, dat ongeveer drie eeuwen na Mohammed zijn definitieven
-vorm had verkregen, en wees ik erop, dat het heel andere dingen bevatte
-dan waarvan men in Mohammeds dagen ook maar een flauw voorgevoel kon
-hebben. Dit sprak in verband met de ontzagwekkende gebiedsuitbreiding
-van het Mohammedanisme geheel van zelf.
-
-Het schijnt ons reeds een wonder, dat die halfbarbaarsche Arabieren
-als in een ommezien niet slechts de volken van Zuid-Spanje tot de
-Westelijke grens van China wisten te onderwerpen, maar tevens aan de
-meesten hunner, waaronder naties met eene oude, hooge cultuur, hunnen
-nuchteren, nieuwen godsdienst wisten op te dringen, de Arabische taal
-in de plaats wisten te stellen van de talen der veroverde landen of
-althans haar den voorrang daarboven te verzekeren, de afstamming van de
-zonen der woestijn te doen erkennen als de hoogste aristocratie. Maar
-zonder eene groote mate van aanpassing zou dit alles toch geheel
-onmogelijk zijn geweest.
-
-Voor de regeling van het staatsbestuur in die oude cultuurlanden, van
-grondbezit, handel en verkeer in zulk een wereldrijk, om niet meer te
-noemen, waren de sobere, naieve wetgevende gedeelten der Qoerânische
-openbaring volstrekt ontoereikend. Nu had echter in de oudste gemeente
-deze overtuiging diep wortel geschoten, dat alle levensverhoudingen,
-groot of klein, zonder uitzondering geregeld moesten worden door Allahs
-woord, toegelicht door Allahs gezant. Zoo was het geweest te Medina
-zoolang Mohammed als levend orgaan der openbaring in het midden der
-zijnen had verkeerd, en zoo behoorde het te blijven na zijn dood in
-het door hem gestichte rijk.
-
-
-
-
-De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften van
-den Profeet ingelijfd.
-
-Hoe nu de geheel andere eischen der practijk in overeenstemming te
-brengen met die als eene levensvoorwaarde van den Islâm beschouwde
-beperking der bron van alle wijsheid tot eenige uitspraken, bestemd
-om in de vrij primitieve maatschappij van Medina de gewenschte orde
-te handhaven of te herstellen? Waar het voor heiligschennis gold,
-te meenen, dat de woorden van Allah en Zijnen Gezant aanvulling
-behoefden, schoot er niet veel anders over dan door vrome fictie aan
-Mohammed in den mond te leggen, hetgeen hij vermoedelijk gezegd zou
-hebben, indien hem een blik in de toekomst gegund ware geweest. Elke
-vraag, die rees gedurende en na de groote verovering der landen,
-gaf aanleiding tot het ontstaan van eene of meer overleveringen over
-iets, dat de profeet had gezegd of gedaan, en waaraan men voor het
-gegeven geval licht kon ontleenen. Later werd die steeds aangroeiende
-massa van tradities door schifting in omvang beperkt, door ordelijke
-rangschikking handelbaar gemaakt, en zoo verkreeg men de kanonieke
-traditie-verzamelingen. Zij vormden niet een zoo streng afgesloten
-geheel als de verzameling der woorden Gods in den Qoerân, zij lieten
-veel meer plaats voor aanvulling en verschillende uitlegging, maar
-eene verdere ontwikkeling der wetgeving, die naar ons spraakgebruik
-dien naam zou verdienen, maakten zij dan toch zoo goed als onmogelijk.
-
-Goed- of kwaadschiks moest de Islâm in de eerste twee eeuwen van zijn
-bestaan de grootste plooibaarheid ontwikkelen, waartoe hij in staat
-was: langs verschillende wegen nam hij instellingen en denkbeelden
-in zich op, die ons op ondubbelzinnige wijze hunne herkomst uit
-Griekenland, Rome, Perzië en Hindostan openbaren, al hebben zij zich
-gehuld in het monotone, grauwe kleed van profetische traditie. Zonder
-deze veelsoortige toespijzen en sterke kruiden zou de digestie van de
-gulzig opgezwolgen landen en volken hem te machtig zijn geworden. Maar
-toen was dan ook de grens zijner spankracht bereikt; ongeveer duizend
-jaren geleden was dus de geschiktheid van den Islâm om zich aan te
-passen aan andere tijden dan de dusver doorleefde, aan andere plaatsen
-dan de dusver ingenomene zoo goed als geheel verbruikt.
-
-
-
-
-De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente.
-
-Het stelsel, zooals het toen reeds tot in kleine détails was
-uitgewerkt, werd afgesloten door de leer van de onfeilbaarheid
-der Moslimsche gemeente als geheel, vertegenwoordigd door hare
-schriftgeleerden. Omtrent den Qoerân en zijne uitlegging, de kanonieke
-overleving en hare verklaring, de uit die bronnen af te leiden
-theologie en wet, was dus al hetgeen, waarover de schriftgeleerden tot
-eenstemmigheid waren geraakt, boven verdere discussie verheven. Stevig
-zaten die resultaten van drie eeuwen geestelijken arbeid vast in de
-vesting der onfeilbaarheid. Die vastheid van het systeem was echter
-tevens de oorzaak van zijn kwijning; hoe langer hoe meer verloor het
-den samenhang met het leven.
-
-Dit bezwaar zou belangrijk verminderen, wanneer gezaghebbende
-schriftgeleerden die leer van den onfeilbaren consensus gebruikten
-als middel juist om door hen wenschelijk geachte hervormingen in
-te voeren. In de laatste jaren is dit, vooral in Egypte, en ook wel
-in Turkije, door kundige oelamâ beproefd. Zij gelden echter bij de
-groote meerderheid nog als gevaarlijke modernisten, en het is zeer
-de vraag, of het hun gelukken zal, op den duur een zoo grooten kring
-van moeqallids (erkenners van hun gezag) te vormen, dat hunne opinies
-voor de vaststelling van den consensus gaan medetellen.
-
-
-
-
-Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der Hidjrah
-zeer moeielijk.
-
-Immers hetgeen daar voor duizend jaren werd vastgelegd, dat was
-niet een geheel van beginselen, maar een stel van op goddelijk en
-profetisch gezag berustende voorschriften, die tot in het kleine en
-bijzondere het staatkundige, maatschappelijke en individueele leven
-der geloovigen bonden voor alle gevallen, waarop men bedacht was
-geweest. Nu hebben sinds dien tijd de verschillende Mohammedaansche
-landen in menig opzicht onafhankelijk van elkander ieder hun eigen
-leven geleid, daar de politieke, economische en andere toestanden vaak
-hemelsbreed verschilden; maar hetgeen hen onderling bleef verbinden,
-dat was juist, behalve eenige geloofsformules, de gemeenschappelijke
-erkenning van het goddelijk karakter dier wet, die in elk van hare
-deelen hare Arabische geboorte en hare opvoeding in het Westen van
-Azië gedurende de zevende, achtste en negende eeuw verried. Al mag
-men gedurende de tien eeuwen, die daarna volgden, kunnen wijzen op
-concessies der wet aan behoeften, die zich algemeen deden gelden,
-de moeite, die het kostte, ze erkend te krijgen, bewijst beter dan
-iets anders, hoe stroef het systeem van den Islâm geworden was.
-
-Wie toch eene zekere mate van plooibaarheid aan dit stelsel wil
-toekennen, wijst terecht op het gewicht, dat vele schriftgeleerde
-autoriteiten toekennen aan het belang der geloovigen als motief
-voor wettelijke bepalingen, of aan den drang der omstandigheden,
-die volgens Moslimsche autoriteiten gedeelten der heilige wet buiten
-werking kan stellen, maar zulk beroep komt bij de meest gezaghebbende
-schriftgeleerden slechts voor om den loop van de ontwikkeling der
-wet in het verleden of ook uitzonderingen van tijdelijken aard te
-rechtvaardigen, daarentegen zelden om wegen te openen voor eene
-toekomstige ontwikkeling, die het vroeger met onfeilbaar gezag
-vastgestelde zou wijzigen. De door de schriftgeleerden der eerste
-eeuwen na eenige aarzeling aanvaarde, maar binnen enge perken gehouden
-redeneering bij analogie kan evenmin als hervormend beginsel werken:
-zij mag alleen dienen om uit de bestaande bepalingen voor dusver
-onbekende gevallen nieuwe deducties te maken.
-
-Hoe men de zaak ook beschouwe, elke poging om de wet in het bijzondere
-te verbeteren bedreigt het heele, eeuwenoude gebouw met ineenstorting,
-en ieder streven naar fundamenteele herziening brengt hem, die ermee
-voor den dag komt, in verdenking van ongeloof. Tegen het een zoowel
-als tegen het ander kan men gewoonlijk rekenen op den fellen tegenstand
-van de meerderheid der schriftgeleerden, gesteund door de instinctief
-bij haar zich aansluitende massa des volks.
-
-
-
-De stroefheid van den Islâm, die in zijne eerste periode eene
-wijle voor den onweerstaanbaren drang der omstandigheden week,
-werd dan van de derde eeuw der Hidjrah af een zijner sprekendste
-karaktertrekken. Een "positieve" openbaringsgodsdienst, die uit den
-Hemel voorschriften verlangt over alle détails van het leven, kan op
-den duur dit lot niet ontgaan.
-
-
-
-
-Het stelsel splitst zich in geloofsleer en wet.
-
-Ik sprak meermalen van het stelsel van den Islâm, en inderdaad was
-het in den beginne formeel één geheel, werden alle levensvragen door
-ééne en dezelfde klasse van deskundigen behandeld en opgelost. Weldra
-verdeelde zich de stof in twee hoofddeelen, de geloofsquaesties,
-de dogmatische vragen, die door theologen in den engeren zin, en
-de vragen betreffende de plichten, die door wetgeleerden behandeld
-werden. Beide vakken bleven met elkaar in innig verband, maar zij
-onderscheidden zich toch van elkaar in doel, in middelen, in methode.
-
-Over de dogmatiek kunnen wij hier kort zijn. Eene geloofsleer
-wordt uit strijd over de ontwikkeling van het dogma geboren, en
-tracht in scherp belijnde formules de bovendrijvende stellingen
-voor altijd te bevestigen. Voor zoover men haar onfeilbaar of toch
-boven revisie verheven acht, komt zij in een volgend tijdperk der
-ontwikkeling van het menschelijke denken noodwendig in strijd met de
-begrippen van een deel dergenen, die zij onder hare vleugelen wil
-houden. Deze verwijdering kan echter zonder belangrijke practische
-gevolgen intreden, wanneer ten minste de geloofsleer zich binnen
-hare eigene grenzen houdt en niet te zeer ingrijpt in het gebied
-van het handelen. Zoo is het in den Islâm gegaan. Toen de hitte van
-den strijd der eerste drie eeuwen over geloofsformules afgekoeld en
-het resultaat in den vorm eener rechtzinnige dogmatiek bezonken was,
-nam de belangstelling voor deze dingen buiten de enge vakkringen af.
-
-
-
-
-De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang voor
-de practijk.
-
-De vragen, waarover men getwist en elkander verketterd had, vertoonden
-veel overeenkomst met die, welke in de Christelijke kerk de gemoederen
-hadden bewogen. De praedestinatie, tegenover de aanhangers der leer
-van den vrijen wil tot een hoofddogma verheven, werd in den Islâm niet
-fatalistischer opgevat dan elders. De streng gehandhaafde eenheid Gods
-werd met de veelheid Zijner in den Qoerân genoemde eigenschappen in
-een verband gebracht, dat het middelmatige verstand zoowel als het
-populaire openbaringsgeloof bevredigde. De leer van de eeuwigheid
-der hellestraf voor ongeloovigen in verband met die der eindelijke
-zaligheid aller geloovigen verscherpte in den geest der middeleeuwen
-de grenslijn tusschen Mohammedanen en niet-Mohammedanen. Het dogma
-der zaligmaking door het geloof alleen--geloof opgevat in den zin van
-eerbiedige erkenning der almacht van den door Mohammed gepredikten
-Allah, ongeveer zoo als een willig onderdaan zijnen vorst erkent,
-waarbij de werken dienen om dat geloof schooner en volkomener te maken
-en den geloovige meer aanspraak te geven op spoedige toelating in het
-Paradijs--, dit dogma was dienstig om de zwakken niet af te schrikken
-en de propaganda te bevorderen. Er zou veel meer te noemen zijn, maar
-voor de practijk van het leven, die ons hier bovenal belang inboezemt,
-is het eene van niet veel meer gewicht dan het andere.
-
-Al was het stelsel óók ten aanzien van dit schema der geloofsleer
-in de laatste duizend jaren stroef en afkeerig van alle pogingen tot
-herziening, het denken der Islâmbelijders werd daardoor niet ernstig
-belemmerd. De in hooge sferen zich bewegende geesten gingen erboven uit
-of begaven zich op zijwegen; het vulgus bleef met allen eerbied voor
-de theologische leuzen aan zijn, slechts in vorm ietwat gewijzigde,
-oude bijgeloof hangen. Wie bij al die afwijkingen geene uitdagende
-houding aannam, had zelden veel te vreezen.
-
-
-
-
-Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms beroering.
-
-Eén hoofdstuk der dogmatiek vraagt soms de aandacht ook van hen, die
-voor de bespiegeling over leerstukken zonder direct practisch gevolg
-weinig belangstelling hebben: het is de eschatologie. De messiaansche
-verwachtingen, die in de Moslimsche leer ingang gevonden hebben,
-met name de verwachting, tegen het einde der dagen, van eenen mahdî
-(eenen met Allahs bijzondere leiding begunstigden opperbestuurder),
-die het stelsel van den Islâm opnieuw tot eere brengen en de
-ongeloovigen verdelgen zal, verontrusten de gemoederen der minst
-ontwikkelde Mohammedanen, zoo dikwijls als het aan opruiers gelukt,
-eene bevolking te doen gelooven, dat de opstanding nabij is, of haar
-in een bepaald persoon den mahdî of een van diens wegbereiders te
-doen zien. De stemming jegens andersdenkenden wordt in zulke gevallen
-hatelijk, en soms komt het tot fanatieke daden. Maar hiermede is dan
-ook alles gezegd.
-
-Al wordt dus de rechtzinnige geloofsleer op de pesantrèns van
-Java en op dergelijke scholen (de soerau's van Soematra enz.) in de
-buitenbezittingen veel, soms zelfs met overdreven voorliefde beoefend,
-toch mogen wij bij de beschouwing van het stelsel in zijne werking
-in het algemeen zoowel als op de Indonesiërs in het bijzonder, dit
-gedeelte verder ter zijde laten. De wet verlangt in veel hooger mate
-onze aandacht.
-
-
-
-
-Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in ééne hand.
-
-Wij leerden haar daarstraks kennen als, wel veel meer later ingedrongen
-elementen van vreemden oorsprong bevattend dan zijzelve ons wil doen
-gelooven, maar sedert hare volgroeidheid bijzonder stroef. De keerzijde
-van die stroefheid was, dat het werkelijke leven in vele opzichten
-buiten haar om zijn eigen weg ging. Deze voor de wet ongunstige
-verhouding werd ook door andere oorzaken zeer in de hand gewerkt,
-voornamelijk doordien reeds enkele tientallen jaren na Mohammeds
-dood de machthebbers in den Islâm en de uitleggers der wet niet
-meer samenwerkten, maar twee jegens elkander meestal wantrouwende en
-naijverige groepen vormden. Dat is sedert aldus gebleven: de bezitters
-van het gezag waren even ongeneigd om zich in alles onder de vaak
-lastige controle van de wetgeleerden te stellen als dezen om zich door
-de vorsten der wereld den critischen mond te laten snoeren. Des te
-vrijer konden die juristen zich aan hunne casuïstische liefhebberijen
-overgeven, en daar zij, gelijk wij vroeger zagen, op de onwetende
-schare minachtend neerzagen, waren zij allerminst doordrongen van
-het besef, dat hunne uitlegging der onfeilbare wet rekening diende
-te houden met de practische eischen der maatschappij.
-
-
-
-
-De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde gesteld.
-
-De samenhang van theorie en practijk liet reeds zeer veel te wenschen
-over in de eerste drie eeuwen van wording van het systeem, en in de
-landen zelve, waar die groei tot stand kwam; hoeveel te meer in later
-eeuwen en in landen, die van dat oorspronkelijke centraalgebied ver
-af gelegen waren. Gewoonterecht en willekeur der bestuurders deden
-alom ten aanzien van menig hoofdstuk der wet bijna vergeten, dat het
-eene andere bestemming had dan die van bestudeerd te worden. Het
-qâdhî-ambt, ingesteld ter beslechting van alle geschillen volgens
-de wet Gods, ontaardde weldra, deels omdat het meegesleept werd
-in de algemeene corruptie der staatsambten, deels omdat het in de
-vrijheid zijner functie belemmerd werd door zijne afhankelijkheid
-van het bestuur. Om hunne gemoedsrust te kunnen bewaren bij het
-onloochenbare feit, dat Allahs geboden op elk gebied veronachtzaamd
-werden, namen de schriftgeleerden aan, dat deze wereld te slecht
-was voor eene zoo volmaakte wet, die hare volle kracht slechts kon
-ontwikkelen in het gulden verleden van Mohammed en zijne eerste
-opvolgers en in het toekomstige messiaansche tijdperk, wanneer de
-mahdî, de door Allah geleide, aan het hoofd der gemeente zou staan en
-de wereld zou vervullen met gerechtigheid gelijk zij thans vervuld
-was met onrecht. Dat het zoo gaan zou, werd zelfs in den vorm eener
-voorspelling aan Mohammed in den mond gelegd.
-
-
-
-
-Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen der wet.
-
-Theoretische erkenning hebben de wetgeleerden aan hun werk in
-de geheele Mohammedaansche wereld weten te verzekeren; wie de
-verbindbaarheid ook maar van een enkel door den onfeilbaren consensus
-der gemeente gestempeld wettelijk voorschrift in twijfel trok, werd
-daardoor een rebel tegen den Almachtige, wie haar loochende, een kâfir.
-
-Juist hierom mogen wij dus toch weer van bijna geen deel der wet
-zeggen, dat het ontbloot is van alle beteekenis voor het leven der
-Mohammedanen; wel kan men naar het verschil in graad van de waarde
-voor de practijk verschillende bestanddeelen dier wet onderscheiden.
-
-
-
-
-De zuiver godsdienstige bestanddeelen.
-
-De vijf hoofdplichten der geloovigen jegens Allah, de zoogenaamde
-vijf zuilen van den Islâm, met welker behandeling ieder leerboek
-der wet begint, hebben groote beteekenis voor het individueele
-godsdienstige leven, in onzen tijd zelfs meer dan in de middeleeuwen,
-toen nog vaak de vervulling dier voorschriften door bestuur en politie
-bevorderd werd. Thans wordt die ook in landen onder Mohammedaansch
-bestuur meestal aan den eigen aandrang der Moslims overgelaten,
-zoodat men duidelijker dan voorheen kan onderscheiden, welke soort
-van godsdienstige verrichtingen in eene bepaalde streek de hoogste
-waardeering geniet. Voor de vraag, of men eene bevolking al of niet bij
-de Mohammedanen zal indeelen, heeft, gelijk ons bleek, die relatieve
-waardeering evenwel geen groot belang.
-
-In den Indischen Archipel loopt die waardeering plaatselijk ver
-uiteen. In Atjèh wordt de çalât lang niet met denzelfden ijver
-waargenomen als in Banten; het vastengebod wordt op Midden-Java
-door een groot deel der bevolking veronachtzaamd. Op West-Java
-daarentegen overschat men dikwijls deze verplichting door haar
-getrouwer na te komen dan die der ritueele godsdienstoefening. Aan
-het zakâtvoorschrift houden zich de Soendaneezen veel strenger dan
-de andere bewoners van Java, terwijl de ijver voor de bedevaart naar
-Mekka in de meeste eilanden van den Archipel in vergelijking met
-andere landen overdreven wordt.
-
-
-
-
-Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen.
-
-Onder de overige hoofdstukken der wet, die de verhouding der menschen
-onderling als onderdanen van den staat, als leden van maatschappij en
-gezin regelen, zijn er verscheidene, die onze belangstelling slechts
-in zoover verdienen als zij kunnen bijdragen tot de kenschetsing van
-den geest van het geheel of omdat zij den historicus van den Islâm
-in staat stellen na te gaan, uit wat voor vreemde bronnen de oudste
-bewerkers der Mohammedaansche wet de magere Arabische stof aangevuld
-hebben. Overigens bezitten die hoofdstukken, daar zij zoo goed als
-nergens op den duur kracht van wet hebben gehad, alleen paedagogische
-waarde voor de betrekkelijk kleine kringen, die van de geheele wet
-studie maken en wier ideaal van een vroom leven mede daardoor wordt
-bepaald.
-
-Dit geldt bijv., behoudens uitzonderingen, van de leer der contracten,
-van het strafrecht en van zoo menig ander onderdeel, dat door de
-casuïsten tot in de uiterste consequenties is uitgewerkt, als ware
-het heil der menschheid ermee gemoeid.
-
-
-
-
-Bepalingen die als moreele voorschriften werken.
-
-Er zijn echter ook een aantal onderwerpen, waaromtrent bepalingen in de
-goddelijke wet voorkomen, die in wijde kringen bekend zijn en welker
-overtreding de geloovige zich als zonde aanrekent. Meestal zijn het
-verbodsbepalingen, en wel liefst zulke, die op eene ondubbelzinnige
-uitspraak van Allahs eigen woord berusten. Deze soort heeft dus voor
-de Mohammedanen veel hoogere moreele waarde dan de laatst genoemde
-categorie.
-
-Geen Moslim heeft gemoedsbezwaar tegen het sluiten van koop- en
-huurcontracten volgens andere regelen en in andere vormen dan die
-de goddelijke wet daarvoor aangeeft; maar wanneer hij zich laat
-vinden tot het aangaan eener overeenkomst, waarbij rentebeding
-in een of anderen vorm te pas komt, dan voelt hij zich schuldig
-tegenover Allah, en wanneer hij eene assurantie sluit, is zijn
-geweten niet veel geruster. Dat komt omdat het leenen tegen rente in
-den Qoerân streng verboden en met de zwaarste straffen in de andere
-wereld bedreigd wordt, terwijl de Mohammedaansche schriftgeleerden
-verzekeringsovereenkomsten als hasardcontracten beschouwen, en het
-hasardspel in Allahs woord tot het werk van den Duivel gerekend wordt.
-
-Van een koopcontract, waarbij de voorschriften der heilige wet niet
-in acht genomen zijn, kan men uit het oogpunt van het kanonieke recht
-de geldigheid betwisten; maar, indien beide partijen zich erdoor
-gebonden achten, meer nog indien eene besturende macht die opvatting
-deelt en waar noodig handhaaft, dan heeft die afwijking voor geen
-der betrokkenen schadelijke gevolgen noch van materieelen, noch van
-moreelen aard. Anders staat het met rechtshandelingen, die Allah
-verboden en strafbaar gesteld heeft. Het sluiten van een contract
-met rentebeding bijv. is uit een godsdienstig-zedelijk oogpunt te
-vergelijken met het drinken van wijn of het plegen van ontucht.
-
-Eene als onfeilbaar geldende wet, die zonder beperking van tijd of
-plaats rechtshandelingen verbiedt welke, voor eene normale ontwikkeling
-van menschelijken handel en verkeer op den duur onmisbaar zijn,
-dwingt de menschen, zich op de eene of andere wijze van haar te
-emancipeeren. Dit kan gebeuren door overtreding, die dan door hare
-algemeenheid en frequentie ten slotte haar afschrikwekkend karakter
-verliest, of door ontduiking, waarbij de schijn van gehoorzaamheid
-aan het voorschrift wordt bewaard. Beide wijzen van doen ondermijnen
-den waren eerbied voor de wet. Dat de Moslimsche wet dagelijks aldus
-door de geloovige Mohammedanen behandeld wordt, moet geweten worden
-aan het principieele euvel, waarmee die wet reeds behebt was, toen
-zij van Arabië uit haren tocht door de wereld begon, het voor alle
-tijden gelijkstellen van hetgeen de tijd noodwendig verandert.
-
-
-
-
-Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht van wet
-hadden.
-
-Een natuurlijk gevolg van dezen loop der zaken is het weer, dat de
-wetgeleerden zelve het niet slechts hunne taak achten, de bepalingen
-uit te leggen en uit te werken, maar ook de wegen te wijzen, waarlangs
-men de in den tijd niet passende voorschriften kan ontduiken.
-
-Een Duitsch vergelijkend rechtsgeleerde heeft gemeend, uit die gewoonte
-der Mohammedaansche wetgeleerden de gevolgtrekking te mogen maken, dat
-het recht van den Islâm werkelijk het leven heeft beheerscht; volgens
-hem moeten die wetten wel in volle kracht gewerkt hebben, wanneer
-men het noodig achtte, ze op omslachtige wijze te ontduiken. Hij
-vergat, dat die noodzakelijkheid zich evenzeer opdringt, waar men te
-doen heeft met eene gedétailleerde kanonieke wet, die met de eischen
-van het leven telkens in conflict komt, maar waaraan men goddelijken
-oorsprong toeschrijft, ja dat die ontduikingsmiddelen evenzeer gezocht
-worden ten aanzien eener onveranderlijke moraal, die uit voorschriften
-in plaats van uit beginselen bestaat. Ook als de historie ons niet
-op elke bladzijde getuigen maakte van de botsingen van het leven der
-Mohammedanen met de door hen theoretisch als onfeilbaar erkende wet,
-dan nog zou de vergelijkende rechtswetenschap hare bevoegdheid te
-buiten gaan door uit de wijze, waarop die wet in de school behandeld
-werd, conclusies te trekken ten aanzien harer verhouding tot de
-practijk.
-
-
-
-
-Werkelijk geldende hoofdstukken der wet.
-
-De vierde categorie van onderdeelen der wet, die wij van ons
-gezichtspunt te onderscheiden hebben, behandelt onderwerpen, waarvan
-men om deze of gene reden altijd van oordeel is gebleven, dat zij
-geheel door het goddelijke recht geregeld moesten zijn, ook in het
-lange tijdperk na de gouden dertig jaren der rechtzinnige chaliefen
-en vóór het aanbreken der messiaansche periode van den mahdî.
-
-
-
-
-Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht.
-
-Hiertoe behoort in de eerste plaats het personen-, huwelijks-, familie-
-en erfrecht. Geen Mohammedaansch besturend hoofd heeft er ooit aan
-gedacht, de beslissing van geschillen, die daarop betrekking hebben,
-aan de jurisdictie van den qâdhî te onttrekken. De voorwaarden en
-de grondslagen van een huwelijkscontract kunnen de twee betrokken
-partijen reeds daarom niet naar eigen goedvinden regelen, omdat Allah
-elke moedwillige afwijking van de door hem daarvoor gestelde regelen
-tot ontucht gestempeld en met de zwaarste straffen in dit leven en in
-het namaals bedreigd heeft. Maar ook afgezien hiervan, het huisgezin
-is wel in elke op godsdienstige grondslagen berustende maatschappij
-als een onaantastbaar heiligdom beschouwd, welks inrichting niet aan
-den invloed van menschelijke willekeur onderworpen mocht zijn. In
-den Islâm met zijne ons bekende neiging tot détailregeling, die zelfs
-de bijzonderheden van kleeding en toilet, van beleefdheidsvormen en
-uitingen van gemoedsaandoening wilde binden aan van tijd en plaats
-onafhankelijke voorschriften, in den Islâm sprak het van zelf, dat
-de familie over zijn geheele gebied hetzelfde type moest vertoonen
-en dat hij ten aanzien hiervan voor transactie met de ethnische
-eigenaardigheden zijner belijders ontoegankelijk was.
-
-Naast deze, voor alle Mohammedanen verreweg belangrijkste kapittels
-der heilige wet, hebben wij in dit verband nog te letten op een aantal
-andere, waarmede uit den aard der zaak lang niet ieder practisch
-te doen krijgt, maar die toch dit met de voorschriften betreffende
-personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht gemeen hebben, dat zij
-de daarin behandelde onderwerpen ook feitelijk beheerschen.
-
-
-
-
-Vrome stichtingen.
-
-Niet ieder verkeert in de gelukkige omstandigheden, vrome stichtingen
-ten behoeve van eeredienst, onderwijs of andere zaken van algemeen
-nut in het aanzijn te kunnen roepen; maar wie dat doen kan en wil,
-denkt er natuurlijk niet aan, het op eene andere wijze te doen dan
-die in Allahs wet daarvoor is aangegeven. Hij zou immers daardoor
-het voornaamste resultaat, dat men zichzelf van zulke vrijgevigheid
-belooft: de verwerving van Allahs genade in het namaals, in gevaar
-brengen. Al is het dus mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk, dat de
-wet betreffende de waqfgoederen in den tijd der aanpassing van den
-Islâm onder sterken invloed van het recht der veroverde landen haar
-beslag heeft gekregen, zóó als zij daar nu in het voltooide systeem
-voor ons ligt, vertoont zij zich aan de geloovigen als afkomstig
-uit dezelfde onfeilbare bronnen, waaruit de met historisch recht
-aan Mohammed toegeschreven inzettingen gevloeid zijn, en geen Moslim
-wijkt er willens en wetens van af, wanneer hij zijn credit in Allahs
-grootboek wenscht te vermeerderen door een deel van zijn eigendom in
-de doode hand te brengen.
-
-
-
-
-Geloften.
-
-Hetzelfde kan men tot op zekere hoogte zeggen van de geloften, waarbij
-de geloovige, al of niet onder de voorwaarde van het plaatsgrijpen
-eener door hem gewenschte gebeurtenis, aan Allah eene of andere
-prestatie in den vorm van een Hem welgevallig werk belooft. Echter is
-op dit gebied de heerschappij der geopenbaarde wet niet zoo onbeperkt
-als ten aanzien der eerst genoemde onderwerpen. Terwijl men met de
-stichting van een waqf in de eerste plaats eene verhooging van zijnen
-rang in de andere wereld op het oog heeft, wil men door geloften
-meestal aardsche doeleinden bereiken: de meest gewoone voorwaarden,
-waaraan de vervulling eener gelofte gebonden wordt, zijn genezing
-van zieken, erlanging van den huwelijkszegen, van geluk in den
-handel of in de ambtelijke loopbaan, en wat dies meer zij. Daar nu
-de geïslamiseerde volken ook vóór hunne bekeering allerlei magische
-middelen tot verkrijging van zulke wenschen plachten aan te wenden en
-de paedagogische werking van den Islâm nergens sterk genoeg geweest
-is om zulk volksgeloof uit te roeien, dingen hier nog altijd de
-oude beproefde recepten van heidenschen oorsprong met de in streng
-monotheïstischen zin gereinigde der officieele leer om den voorrang,
-en dan winnen de eerste het meestal bij de ongeletterde massa.
-
-
-
-
-Voorschriften over de rechtspraak.
-
-De bepalingen over de rechtspraak, die de Mohammedaansche wet bevat,
-hebben werkelijk ingang gevonden en hare werking behouden, voor
-zoover die rechtspraak zelve niet door eene andere, wereldlijke is
-verdrongen. Dat wil dus zeggen, dat bij de beslechting van al zulke
-geschillen, welker behandeling de besturende autoriteiten niet aan zich
-getrokken hebben, dus alweer bovenal in zaken betreffende personen-,
-huwelijks-, familie-, en erfrecht, de procedure volgens de regelen der
-heilige wet geschiedt, de door haar aangegeven bewijsmiddelen alleen
-in aanmerking komen, dat getuigen en partijen daarbij zonder eenigen
-dwang het woord moeten voeren, dat het getuigenis van vrouwen weinig,
-dat van niet-Mohammedanen volstrekt geene waarde heeft, dat de eed
-alleen aan partijen en niet aan getuigen kan worden opgelegd, dat
-aan het schriftelijk bewijs geene waarde toegekend mag worden. Alles
-geheel anders dus dan bij de berechting der vele zaken, die in den
-loop der tijden aan de qâdhîs onttrokken en naar gewoonterecht of
-willekeur door de bestuurders behandeld werden.
-
-
-
-
-Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen.
-
-De wettelijke voorschriften, die bestemd zijn om de verhouding van
-den Moslimschen staat tegenover het "gebied van den oorlog", van de
-belijders van den Islâm tegenover ongeloovigen te bepalen, hebben
-eeuwenlang de werkelijkheid beheerscht, zij het ook vaak met eene
-zekere vrijheid in het bijzondere, die zich vanzelf verklaart wanneer
-men bedenkt, dat de uitvoering lag in de handen der vorsten en hunner
-dienaren, niet der schriftgeleerden. Ook toen de staatkundige roem
-van den Islâm al geweldig getaand was, hield men nog lang vast aan
-zulke middeleeuwsche beginselen als dat een Moslimsch staatshoofd
-nooit duurzamen vrede met een niet-Moslimsch land mocht sluiten,
-ja zelfs een wapenstilstand niet langer dan tien jaren mocht duren.
-
-Nog in onze dagen, kan men, gelijk ons reeds bleek, de leer van
-den heiligen oorlog en hetgeen daarmee verband houdt niet als voor
-de practijk onverschillig beschouwen, al is hare werking van geheel
-anderen aard dan die van in eigenlijken zin nageleefde wetten zooals
-de huwelijkswet.
-
-
-
-
-De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen codificatie.
-
-Dit overzicht zal voldoende zijn ter bevordering eener klare
-voorstelling der beteekenis, die het stelsel van den Islâm gehad heeft
-en die het nog bezit voor het leven zijner belijders. Toch zou onze
-schets aan duidelijkheid te wenschen overlaten, indien wij er niet
-iets aan toevoegden over den aard der bronnen, waaruit dat systeem,
-inzonderheid in zijne legislatieve bestanddeelen, gekend wordt. Het
-kan daarbij niet de bedoeling zijn, de in den laatsten tijd meermalen
-door mij gegeven uiteenzetting van de wordingsgeschiedenis der
-Mohammedaansche wet nogmaals te herhalen, maar wel om scherp te doen
-uitkomen, dat het bij deze wet nooit gekomen is tot eene eigenlijke
-codificatie, en dat, naar het schijnt, ook in de toekomst elke poging
-om daartoe te geraken van te voren als mislukt moet worden aangemerkt.
-
-
-
-
-Qoerân en Soennah.
-
-In den allereersten tijd hebben de leiders der Mohammedaansche
-gemeente getracht, de geheele wet te beschouwen als berustend op
-de eigen woorden van Allah, zich daarvoor o.a. beroepende op het
-Qoerânvers (VI : 38): "Wij hebben in het Boek niets veronachtzaamd",
-openbaringswoorden, die blijkens het verband iets geheel anders wilden
-zeggen. Men was huiverig voor het stellen van menschelijk gezag als
-ongeveer gelijkwaardig naast dat van God.
-
-Niet lang kon men echter blind blijven voor de waarheid, dat de Qoerân
-van het eerste begin af doorgaans de verklaring en aanvulling zijner
-sobere wetgevende uitspraken door woord en voorbeeld van den Gezant
-Gods onderstelt. De Soennah, de wijze van doen, van Mohammed, werd
-derhalve als tweede bron van wetgeving naast den Qoerân erkend. Deze
-Soennah had boven den weldra na Mohammeds dood voor altijd schriftelijk
-vastgestelden Qoerân eene zekere rekbaarheid voor, waarvan bij de
-vroeger genoemde aanpassing der wet aan de onafwijsbare behoeften
-der veroverde landen een ruim gebruik gemaakt werd. De overlevering
-(hadîth) omtrent den inhoud der Soennah bleef gedurende een paar eeuwen
-vloeiend, en zoo vond men gelegenheid om de meeste vreemde elementen,
-die de Moslimsche wet niet missen kon, door tradities over Mohammeds
-woorden en daden te sanctionneeren.
-
-De Overlevering, al hield ook hare rekbaarheid na ongeveer drie eeuwen
-op, heeft nooit zoo vasten vorm verkregen als de Openbaring. Uit het
-ontelbaar aantal tradities, die elk een of ander klein détail der wet
-tot onderwerp hadden, kozen gezaghebbende geleerden, ieder volgens
-zijne eigene critische beginselen, de "echte" uit, en zij rangschikten
-die in hunne verzamelwerken min of meer naar den inhoud of naar de
-herkomst. Ofschoon nu sommige van die verzamelingen eene soort van
-kanonieke waarde hebben verkregen, bleef toch de weg altijd open voor
-verschillende relatieve waardeering der enkele tradities, die daarin
-eene plaats gevonden hadden, en tevens voor gelijke waardeering van
-andere, die in die collecties niet waren opgenomen. De uitlegging van
-al die overleveringen was natuurlijk voor latere geslachten vooral
-niet minder aan discussie onderhevig dan die van Allahs eigen woord.
-
-
-
-
-Losmaking der wet van hare bronnen.
-
-De wettelijke bepalingen, die men uit deze bronnen kon afleiden,
-werden vervolgens stelselmatig en met weglating van het betoog, door de
-schriftgeleerden (faqîhs) geordend en aldus verwerkt tot hetgeen men
-zou kunnen noemen handboeken der plichtenleer, leerboeken, waarin de
-geheele wet voor de weetgierigen werd uiteengezet met zooveel gezag als
-de naam van ieder auteur vertegenwoordigde. Het verschil in opvatting,
-dat bij die behandeling der stof aan den dag kwam, betrof meestal
-dingen, die wij bijzaken zouden noemen, en het verminderde bovendien
-nog met den tijd. Toch werd volkomen eenstemmigheid ten aanzien van
-geen enkel hoofdstuk der wet bereikt, zelfs niet binnen de grenzen
-van eene der rechtsscholen, waarvan thans nog vier--de Hanafitische,
-de Malikitische, de Sjafi'itische en de Hanbalitische--over zijn,
-die dat meeningsverschil vertegenwoordigen. Dit doet geen afbreuk aan
-de katholiciteit van het systeem van den Islâm, daar het totaal van
-de resultaten der legislatieve werkzaamheid van de eerste eeuwen als
-onaantastbaar gewaarborgd wordt door de onfeilbaarheid der gemeente,
-die dat alles, de verschillen incluis, voor hare rekening heeft
-genomen.
-
-
-
-
-De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan.
-
-Deze loop der zaken, men begrijpt het licht, verzet zich tegen het
-denkbeeld eener algemeen aanvaarde codificatie, zelfs van hetgeen
-in ééne en dezelfde school op dit gebied als waarheid geldt. Zij zou
-niet kunnen geschieden zonder dat daarbij telkens van verschillende,
-gelijkwaardige inzichten enkele voor goed ter zijde werden gesteld. Ook
-heeft de onfeilbaarheid van den consensus van oudsher alleen zóó
-gewerkt, dat eene volgende generatie op bepaalde resultaten der
-werkzaamheid eener vorige het stempel harer goedkeuring drukte,
-maar er is nooit een lichaam of eene vergadering geweest, die zich
-bevoegd achtte, op een gegeven oogenblik over bepaalde quaesties in
-naam der onfeilbare gemeente uitspraak te doen. Eene commissie van
-geleerden eener rechtsschool (madhab) te belasten met de codificatie
-van de Moslimsche wet, zou dus, afgezien van de moeilijkheid harer
-samenstelling in verband met de verspreiding der aanhangers van
-zulk eene school over den aardbodem, een absoluut novum zijn, en men
-weet hoe vijandig bovenal de wetgeleerdheid tegen nieuwigheden is,
-gedachtig aan de uitspraak, die op naam van den Profeet overgeleverd
-wordt: "hoedt u voor nieuwe dingen: want elke nieuwe zaak is eene
-ketterij, elke ketterij eene dwaling, en elke dwaling behoort in het
-helsche vuur".
-
-Gesteld eens, dat men de waarlijk niet geringe bezwaren, die ik al
-noemde, ter zijde wist te stellen, dan nog zou de aanvaarding van de
-meest zorgvuldige codificatie op haast onoverkomelijke gemoedsbezwaren
-stuiten. Men zou in den codex niet veel anders mogen zien dan een nieuw
-leerboek naast de vele bestaande, niet een wetboek. Al hebben feitelijk
-de handboeken der verschillende scholen de bronnen der wet verdrongen,
-zoodat het niemand meer vrijstaat, die bronnen onafhankelijk van de
-rechtsscholen te gebruiken, terwijl ook het recht der geleerde critiek
-op de uitspraken van gezaghebbende handboeken uiterst beperkt is,
-toch ziet men in ieder dier met autoriteit bekleede auteurs slechts
-iemand, die op gezag alweer van oudere voorgangers den inhoud van
-Qoerân en Overlevering verklaart, zonder zijn werk voor die gewijde
-bronnen in de plaats te stellen. Geen Mohammedaansch concilie--gesteld
-eens dat het mogelijk ware, er een samen te stellen--zou het wagen,
-voor zijn werk op zulk eene plaats aanspraak te maken.
-
-
-
-
-Poging tot codificatie in Algerië.
-
-In Algiers wil de Regeering het beproeven. De Délégation financière des
-Colons sprak in hare zitting van 18 Maart 1904 de wenschelijkheid eener
-codificatie van het in de kolonie geldende Mohammedaansche recht uit,
-dewijl het ontbreken van eenen voor Europeesch gebruik geschikten
-codex tot allerlei moeielijkheden aanleiding gaf, en vooral het
-totstandkomen eener dergelijke regeling der grondrechten belemmerde. De
-Gouverneur-Generaal gaf aan dien wensch gehoor door bij besluit van 22
-Maart 1905 eene commissie in te stellen bestaande uit 11 leden, waarvan
-5 Inlandsche en 6 Fransche ambtenaren, afgevaardigden en geleerden,
-met het doel om te bestudeeren "eene codificatie der bepalingen
-van het Mohammedaansch recht, die op de Moslimsche inboorlingen van
-Algerië toepasselijk zijn". Daaronder vallen, zooals nader blijkt, het
-personen- en familierecht, het erfrecht en de bepalingen betreffende
-vrome stichtingen, het zakelijke recht betreffende onroerend goed,
-de bewijsleer.
-
-De koloniale regeering van Algerië zoowel als de commissie hebben op
-voorbeeldige wijze zorg gedragen, dat de voorbereidende werkzaamheden
-bij het volste daglicht door iedereen gezien en beoordeeld konden
-worden. Onder den algemeenen titel "Projet de codification du droit
-musulman" verschenen van 1906 tot 1909 vijf deeltjes, waarin een
-getrouw verslag wordt gegeven van de ongunstige zoowel als van de
-gunstige adviezen van tal van Fransche en Inlandsche deskundigen,
-waarin verder de notulen van de vergaderingen der commissie en de door
-een harer leden uitgewerkte wetsontwerpen met de door anderen daarop
-voorgestelde verbeteringen worden medegedeeld. Hoogst belangrijk blijft
-die verzameling documenten, zelfs al moest de poging tot codificatie
-ten slotte op niets uitloopen. Dan toch zou, duidelijker dan een
-betoog a priori dit vermag, bewezen zijn, dat ook de samenwerking
-van hoogst bekwame mannen niet in staat is, de hinderpalen tegen de
-uitvoering van zulk een plan weg te nemen.
-
-
-
-
-De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen.
-
-Voor mij, ik zeide het reeds, is de uitslag niet twijfelachtig. De
-overtuiging, die ik altijd heb gekoesterd, dat het Moslimsche recht
-geene codificeering toelaat, wordt zelfs versterkt door den inhoud
-der zooeven genoemde publicaties der commissie van Algiers, ofschoon
-de leden dier commissie zelve nog volharden bij hun optimisme.
-
-De drang tot codificatie kwam geheel en uitsluitend van Europeesche
-zijde. Fransche rechters, die zich soms belast zien met de
-beslechting in eerste of tweede instantie van geschillen, waarbij
-het Mohammedaansche recht geldt, weten in de Arabische handboeken
-den sleutel tot de oplossing vaak niet te vinden en snakken naar eene
-samenvatting der bepalingen naar de methode en in den vorm, waaraan
-zij in hun eigen recht gewoon zijn. Europeesche kolonisten verlangen
-eene vaststelling der rechten van Inlanders op onroerend goed, die hen
-bij hun verkeer met Inlandsche grondbezitters voor onzekerheid behoedt.
-
-De Europeesche adviseurs zijn over de mogelijkheid van het voldoen
-aan deze wenschen zeer verdeeld. Onder de Inlandsche autoriteiten,
-die adviezen gaven, zijn een belangrijk aantal besliste tegenstanders
-van de codificatie, en dit aantal zou ongetwijfeld toenemen, als men
-ook adviezen inwon van ambtelooze schriftgeleerden, die in zaken van
-dezen aard in veel hooger mate de vox populi vertegenwoordigen dan
-zij, die door ambtelijke banden aan de Regeering gebonden zijn. Van
-de Inlandsche adviezen die door de commissie onder de gunstige
-gerangschikt zijn, maken vele het voorbehoud, dat de codificatie
-zich strikt beperken zal tot eene voor Europeanen meer bruikbare
-rangschikking van den inhoud der algemeene gebruikelijke Arabische
-handboeken, zonder aan geest of letter van dien inhoud te raken. De
-onvoorwaardelijke voorstanders onder de Inlanders zijn blijkbaar alleen
-zulken, die onder Europeeschen invloed van de tradities van hun volk
-min of meer los geworden zijn, en wier advies derhalve in eene zoo
-delikate quaestie als deze met groote behoedzaamheid gebruikt dient
-te worden.
-
-
-
-
-Ten onrechte beroept men zich op voorgangers.
-
-De voorbeelden, waarop de commissie zich beroept om de rechtmatigheid
-van haar plan te betoogen, namelijk hetgeen in deze richting in
-Turkije, in Egypte en in Tunesië tot stand gebracht is, kunnen den
-verlangden dienst niet bewijzen, zoolang niet is aangetoond--en die
-aantooning zou niet licht gelukken--dat de officieele verzamelingen
-van beginselen en bepalingen der Moslimsche wet, die op last van de
-Turksche en Egyptische regeeringen uitgegeven zijn, in de practijk der
-rechtspraak dier landen de handboeken en fetwa's, die van ouds door
-de rechters als grondslag voor hunne beslissingen gebruikt werden,
-verdrongen hebben, en wat Tunesië aangaat, dat men daar met het
-codificatiewerk, wat de belangrijkste hoofdstukken van het Moslimsche
-recht betreft, verder gekomen is dan tot projecten.
-
-
-
-
-Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien verdacht.
-
-En dan moet men nog twee zaken bedenken, die de uitvoering van
-het plan voor eene niet-Mohammedaansche regeering als de Fransche
-heel wat bezwaarlijker zouden maken dan voor Mohammedaansche als
-de Turksche en Egyptische. In alle opzichten, maar vooral waar het
-aankomt op de behandeling der heilige wet, heeft de minst aanzienlijke
-Mohammedaansche bestuurder voor eene bevolking, die dien godsdienst
-belijdt, een gezag, waarmee dat van den machtigsten niet-Moslimschen
-staat nooit kan wedijveren. Ging de Gouverneur-Generaal van Algiers
-er inderdaad toe over, bij decreet verbindende kracht toe te kennen
-aan eenen codex van het Mohammedaansche recht, die door eene commissie
-van eenige Fransche deskundigen en eenige Mohammedaansche ambtenaren
-van de Fransche regeering was samengesteld, dan zou zulk eene wet
-reeds om haren oorsprong in de oogen van alle vrome Moslims verdacht
-zijn. Kwam daar nog bij, dat bij die codificatie gestreefd was,
-uit de leerstellingen der verschillende rechtsscholen van den Islâm
-datgene bijeen te lezen, wat zich het best leende voor aanpassing aan
-moderne rechtsbegrippen--en hiernaar streeft inderdaad de commissie van
-Algiers--dan zou de gehoorzame aanvaarding van zulk eenen codex door
-eene Moslimsche bevolking eenvoudig bewijzen, dat de Fransche Regeering
-over haar een zoo onbeperkt gezag had, dat zij bijna even gemakkelijk
-het geheele Mohammedaansche recht door een ander had kunnen vervangen.
-
-
-
-
-De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche afwijken.
-
-Het tweede, niet minder ernstige bezwaar is hierin gelegen dat het
-recht niet alleen zijn eigen inhoud heeft, dien men volgens de meening
-der Mohammedanen alleen door steeds vernieuwde raadpleging der door
-den consensus gewaarmerkte handboeken mag leeren kennen, kennen, maar
-dat bovendien rechters en moefti's (gezaghebbende uitleggers der wet)
-bij de toepassing en verklaring dier wet gebonden zijn aan methoden,
-die ver afwijken van die der Europeesche juristen. Een door een
-Europeesch rechter geveld vonnis kan door hem op volkomen logische
-wijze zijn gebaseerd op een artikel van zijnen Mohammedaanschen codex
-en toch rechtmatige ergernis geven aan Mohammedanen, die tegen den
-inhoud van het artikel zelfs geen enkel bezwaar hebben.
-
-
-
-
-Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven ongewenscht.
-
-Eenige Fransche adviseurs der Regeering van Algiers, die evenals
-ik eene bevredigende codificatie van het Moslimsche recht niet
-mogelijk achten, spreken zich daarenboven tegen de wenschelijkheid
-van zulk een vastleggen van bepalingen dier wet uit. Zij wijzen erop,
-dat de Fransche Regeering zoo doende aan inzettingen, die zij niet
-goedkeurt, maar alleen om historische redenen ter wille van eene groep
-harer onderdanen tolereert, een langduriger bestaan verzekeren zou
-dan deze, aan zichzelve overgelaten in den strijd tegen de moderne
-levensopvatting, zouden bereiken. Wel verre van in het ontbreken van
-eenen codex eene lastige leemte te zien, beschouwen zij dat veeleer
-als een groot voordeel, daar Fransche rechters en bestuurders nu
-bij allerlei gelegenheden hunnen invloed kunnen aanwenden om de
-practijk der Mohammedanen geleidelijk met nieuwere beginselen in
-overeenstemming te brengen, hetgeen zij zeer dikwijls met succes
-gedaan hebben. De codex, dien men bezig is te ontwerpen, zou daarom
-voor een deel reeds bij zijne geboorte verouderd zijn, en voor het
-overige de zoo gewenschte ontwikkeling der Moslimsche maatschappij
-uit hare middeleeuwsche windselen zeer bemoeilijken.
-
-
-
-
-Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie vernomen.
-
-In Nederlandsch-Indië zijn meer dan eens stemmen opgegaan voor
-eene codificatie van die gedeelten der Mohammedaansche wet, die
-voor de rechtspraak over Inlanders van practisch belang zijn. Onze
-wetgeving heeft den omvang hiervan nergens zoo nauwkeurig bepaald
-als dit in Algerië geschied is, maar de natuurlijke loop der zaken
-heeft dien feitelijk hier tot dezelfde onderwerpen beperkt als daar;
-het huwelijks-, familie-, personen- en het erfrecht staan bovenaan,
-de waqf-instellingen worden uit den aard der zaak volgens de heilige
-wet behandeld, en de Moslimsche leer van het bewijs, die in zoo
-menig opzicht van moderne opvattingen afwijkt, is de eenige, welke
-de handhaver der wet van den Islâm bij zijn onderzoek mag volgen.
-
-Degenen, die ten onzent op codificatie aandrongen, behoorden
-ongeveer tot dezelfde groepen, die in Algerië zulk eenen mijns
-inziens onvervulbaren wensch uitten: vooral rechterlijke ambtenaren,
-die inzagen, dat de Regeering zich op den duur niet mag onttrekken
-aan alle toezicht op de Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak, en dat
-zulk toezicht niet beperkt kan blijven tot de wettige samenstelling
-der rechtbanken en tot de quaestie der competentie, maar zich ook
-behoort uit te strekken tot den inhoud der vonnissen, daar anders de
-justitiabelen overgeleverd worden aan de willekeur van niet of slecht
-bezoldigde rechters, die toch door de Regeering worden aangesteld. Die
-Europeesche juristen achtten evenwel de doelmatige uitoefening van
-zulk toezicht niet mogelijk, wanneer zij daarvoor niet beschikten
-over een codex, die voor hen, bruikbaar en tevens met onbetwist gezag
-bekleed was.
-
-
-
-
-Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren.
-
-De principieele bezwaren tegen dit desideratum behoeven wij na al
-hetgeen naar aanleiding der in Algiers op touw gezette codificatie
-werd opgemerkt niet meer te herhalen. Kon men--wat ik ontken--die
-algemeene hinderpalen overwinnen, dan nog zou, naar ik vermoed, onze
-Regeering, die zich terecht verplicht acht, de volksinstellingen
-der door Haar bestuurde Oosterlingen, vooral wanneer zij eenen
-godsdienstigen grondslag hebben, te tolereeren, in hooger mate dan
-die van Algiers door gemoedsbezwaren weerhouden worden van het door
-officieele codificatie min of meer consacreeren van instellingen als
-de polygamie met hetgeen daaruit voortvloeit, om niet meer te noemen.
-
-
-
-
-Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen.
-
-Ook zou eene codificatie van het Moslimsche recht, om te voldoen aan de
-eischen der meest deskundige Mohammedaansche Inlanders, verschillende
-instellingen, die in het inheemsche volksrecht gegrond zijn en waarmede
-vele rechters naar den Islâm rekening plegen te houden, moeten negeeren
-en zoo hare afschaffing voorbereiden, terwijl juist hare handhaving
-aanbeveling verdient. Ik noem slechts het op nagenoeg geheel Java en
-Madoera geldende instituut der voorwaardelijke verstooting na elk
-huwelijk, waardoor de positie der gehuwde vrouw belangrijk sterker
-wordt dan door eenvoudige toepassing der Mohammedaansche wet het geval
-zou zijn; verder de in een groot deel dier eilanden gebruikelijke
-verdeeling der staande het huwelijk verworven goederen tusschen de
-echtgenooten bij ontbinding van den echt.
-
-Een der meest gezaghebbende Mohammedaansche schriftgeleerden
-in Nederlandsch-Indië, Sajjid Oethmân bin Jahja te Batavia,
-heeft door de samenstelling van zijnen verdienstelijken gids
-voor de priesterraden (onder den titel: al-Qawânîn as-Sjar'ijjah)
-zijdelings de onmogelijkheid eener codificatie aangetoond. Hij wist
-uit rijke ervaring van vele jaren, welke quaesties aan die geestelijke
-rechtbanken op Java en Madoera plegen te worden voorgelegd; zijn
-streven was, uit de beste werken der doctores van het Sjafi'itische
-recht bijeen te lezen, hetgeen de leden van die rechtbanken anders in
-eene bibliotheek van handboeken zouden moeten zoeken. Inderdaad gaf
-hij al wat iemand, die met de materie vertrouwd is, billijkerwijze
-verwachten kon: geene codificatie dus, maar een nieuw, voor bijzondere
-behoeften berekend leerboek, dat evenwel telkens den gebruiker
-noodzaakt, voor een te behandelen geval zijn licht te ontsteken bij
-een anderen auteur. Van volksrecht, dat niet met de kanonieke wet
-overeenstemde, nam hij natuurlijk alleen notitie om het met alle
-kracht te bestrijden.
-
-
-
-
-Beteekenis der mystiek in den Islâm.
-
-Onze vluchtige karakterschets van het systeem van den Islâm
-zou al te onvolledig zijn, als we de mystiek geheel stilzwijgend
-voorbijgingen. Voor hem, die den Islâm van alle zijden wil bezien,
-is dit zelfs juist een onderwerp, dat verleidt om er lang bij stil te
-staan, want in de mystiek heeft het Mohammedanisme het middel gevonden
-om zich te verheffen tot eene hoogte, van waar hij boven zijn eigen,
-eng begrensden horizon uit kon zien.
-
-Die geesten onder de Moslims, voor welke het keurslijf der wettelijke
-voorschriften en der dogmata van den Islâm te eng was, hebben in de
-periode, waarin hij zich aan de door hem veroverde wereld aanpaste,
-aan denkbeelden van eene andere orde binnen zijne grenzen een zeker
-burgerrecht weten te verzekeren. In hunnen kring werkten ascese en
-wijsgeerige diepzinnigheid van Griekschen, Perzischen en Indischen
-oorsprong samen om de wet en de dogmatiek te vervluchtigen tot de
-eerste, meest elementaire middelen om te geraken tot vereeniging van
-mensch en God. Soms ging die vervluchtiging zoo ver, dat er van de
-specifieke voorschriften en leerstellingen van den Islâm niet veel meer
-overbleef. Natuurlijk begon dan van de andere zijde de ketterjacht,
-en daarom vermeden vele mystieken het dan ook, de ondergeschiktheid
-van wet en geloofsleer aan hoogere doeleinden tot de consequentie van
-opheffing dezer beide uit te werken. Dit alles behoort echter meer
-tot het terrein van godsdienst en wijsbegeerte, dat ons hier slechts
-in zooverre bezighoudt als het voor de practijk belangrijke directe
-gevolgen heeft.
-
-
-
-
-Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te verwachten.
-
-In één opzicht raakt de mystiek toch onze tegenwoordige sfeer van
-belangstelling. Overal, en ook in den Islâm, onderscheidt zij zich
-door neiging om den godsdienst boven zijne vormen te verheffen,
-dus ook door verdraagzaamheid; zij heeft, als ik het zoo eens
-noemen mag, iets interreligionaals. Nu hebben sommigen daarom de
-Mohammedaansche mystiek beschouwd als bestemd om den Islâm uit zijn
-geestelijk isolement te verlossen en hem de gewenschte verzoening met
-de moderne cultuur mogelijk te maken. Als deze verwachting gegrond
-was, dan zou zij voor de Mohammedanen van den Indischen Archipel
-bijzondere beteekenis hebben, want daar heeft vooral in den aanvang
-der Islamiseering de mystieke opvatting diepe wortels geschoten. De
-bodem was daartoe met name op Java, maar ook elders, door het vroeger
-heerschende Hindoeïsme uitnemend voorbereid, en de eerste predikers
-van den Islâm waren zelf weer geïslamiseerde Hindoes, die veel van
-den ouden zuurdeesem behouden hadden.
-
-Voor het proces der inlijving van Javanen en Maleiers bij de moderne
-beschaving is deze omstandigheid zonder twijfel gunstig, althans
-daar, waar niet in lateren tijd de invloed van West- en Zuid-Arabië,
-van Mekka en Hadhramaut, met succes tegen te zwakke waardeering van
-wet en leer gereageerd hebben. Maar dan toch alleen in dezen zin,
-dat die Indonesiërs daardoor minder dan vele andere Islâmbelijders
-zich tegen de inwerking van vreemden geestelijken invloed zullen
-verzetten; niet zoo, dat zij kans hebben om meegesleept te worden in
-eene algemeene hervorming van den Islâm in de richting der mystiek.
-
-De verwachting van zulk eene beweging laat zich namelijk op redelijke
-gronden niet rechtvaardigen. De mystiek van den Islâm heeft nooit
-propaganda onder het volk gemaakt, zij bleef steeds beperkt tot
-enkele kringen, die zich als geestelijk bevoorrechten beschouwden en
-nog dieper haast dan de schriftgeleerden en de dogmatici op de schare
-neerzagen. De mystieken werden door de massa beschouwd òf als ketters
-òf als godsmannen, die wonderen deden, maar wier denken en doen gewone
-menschen zich niet tot voorbeeld mochten nemen. Hunne beschouwing van
-wereld en leven mist dus al hetgeen zou kunnen dienen om de menigte
-te boeien of aan te trekken.
-
-
-
-
-De mystieke broederschappen.
-
-Wel is er ook eene populaire soort van mystiek ontstaan, die in de
-zoogenaamde geestelijke broederschappen, de tarîqah's, haren vasten
-vorm heeft gevonden, maar van deze verwacht wel niemand hervormende
-kracht, want zij heeft zelve hare kracht gezocht in streeling van de
-vulgaire behoefte aan menschenvereering en allerlei bijgeloof. Noch
-de vaak verheven, maar meestal hoovaardige denkheiligheid der
-mystieke leer van den Islâm, noch de op de lagere neigingen der
-menschen speculeerende tarîqah's kunnen aan het Mohammedanisme de
-geestelijke emancipatie brengen, die het geschikt moet maken voor
-het internationale geestelijke verkeer.
-
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-DE NEDERLANDSCHE KOLONIALE REGEERING EN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM.
-
-
-De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek.
-
-Sinds ongeveer zeven eeuwen heeft op de bevolking van onzen Indischen
-Archipel de in onze eerste voordracht geschetste propaganda ingewerkt;
-sinds ongeveer vier eeuwen heeft hare overgroote meerderheid den Islâm
-aangenomen, dat wil zeggen zich opengesteld voor den invloed van het
-in onze tweede voordracht behandelde systeem en zich daarmee tevens
-voor andere cultuurinvloeden minder toegankelijk gemaakt, zij het
-ook dat de hervormende en opvoedende factoren van dat stelsel zich
-in vele streken nog weinig deden gelden. Vijfendertig millioenen
-Nederlandsche onderdanen belijden den Mohammedaanschen godsdienst,
-dus ongeveer een zevende deel van het geschatte totaal aller Moslims;
-daar gaat niet veel af, integendeel, er komt veel bij, zoowel omdat de
-bevolking snel vermeerdert, als omdat het toegenomen internationale
-verkeer, waaraan ook de Indonesiërs op hunne wijze deelnemen, hier
-gelijk overal de strekking heeft om plaatselijke eigenaardigheden op
-te ruimen, terwijl de Islâm de beste kansen heeft verworven om bij
-die opruiming eene hoofdrol te spelen.
-
-Sinds Nederland tot het bewustzijn is ontwaakt, dat het zijne taak
-is, de volken van den Archipel naar hunnen aard voor deelname aan
-het moderne cultuur- en verkeersleven geschikt te maken, heeft het
-dus evenals elke niet-Mohammedaansche staat met Moslimsche onderdanen
-zijne eigene Islâmquaestie, eene levensvraag, welker oplossing elken
-Nederlander, die vooruitkijkt, ter harte moet gaan, waaraan bovenal
-de Regeering en Hare ambtenaren hunne ernstige belangstelling niet
-mogen onthouden.
-
-Dat bij elke oplossing der vele vragen, die zich hier om een antwoord
-aanmelden, de volkomen eerlijke eerbiediging van de vrijheid der
-godsdienstige belijdenis van alle onderdanen ongerept moeten blijven,
-behoeft gelukkig geen uitvoerig betoog meer. De kleine groep van
-kortzichtigen, die den Islâm der Inlanders een deuk zouden willen
-geven door hem voor vijf zesden weg te cijferen, verdient de eer
-eener omstandige weerlegging niet.
-
-Maar daar de Islâm nu eens een stelsel is geworden, dat zich niet
-tevredenstelt met de regeling der verhouding zijner belijders tot het
-Opperwezen, veeleer zijne bemoeienis opdringt met hunne betrekkingen
-tot het staatsgezag en tot hunne medeonderdanen van denzelfden staat,
-en tot in de geringste bijzonderheden al hunne levensuitingen wil
-binden aan zijne voorschriften, daar kan noch mag de staat, die
-millioenen Mohammedanen tot onderdanen heeft, hiervoor onverschillig
-blijven. Al ware het tegen wil en dank, hij is verplicht een scheiding
-te maken, die de Islâm zelf theoretisch niet maken kan, eene scheiding
-tusschen een gebied, waarbinnen hij zulk een imperium in imperio ter
-wille der gewetensvrijheid dulden kan, en een ander gebied, waarin de
-onbelemmerde werking van zulk eene macht met hoogere en algemeenere
-belangen niet te rijmen ware.
-
-
-
-
-Jegens het dogma en de zuiver godsdienstige voorschriften der wet
-moet zij neutraal zijn.
-
-Aan de eigenlijke geloofsdogmata van den Islâm behoort de
-Regeering in geen enkel opzicht te raken; zij zijn trouwens
-voor den staat even ongevaarlijk als die van eenige andere der
-gezindten, welker vrijheid van belijdenis door hem gewaarborgd
-wordt. Zelfs van het eschatologische gedeelte moet dit gezegd worden,
-want oproerige bewegingen, die soms daaraan--inzonderheid aan de
-mahdî-verwachting--vastgeknoopt worden, sleepen alleen onontwikkelden
-uit misverstand mede. Waar zij zich voordoen, zal men ze altijd met
-geweld moeten onderdrukken; preventief werkt daartegen opvoeding der
-bevolking tot een hooger intellectueel peil.
-
-Niet minder zal de staat zich hebben te onthouden van alle belemmering
-van verrichtingen, die de Moslim beschouwt als te behooren tot zijnen
-godsdienst in den engeren zin van dat woord.
-
-Overal, maar het meest daar, waar de Islâm niet meer den hoofdtoon
-aangeeft, brengt rigoureuze trouw aan hetgeen hij zijnen belijders
-als hoofdplichten voorschrijft--de zoogenaamde vijf zuilen van den
-Islâm--de geloovigen dikwijls in moeilijkheid bij intensieve deelname
-aan het tegenwoordige verkeer. De reinheidswetten, de vijfmaaldaagsche
-godsdienstoefeningen, het strenge vasten gedurende eene geheele
-maand van ieder jaar, dat alles maakt den ambtenaar, den koopman,
-den industrieel, den werkman der twintigste eeuw, die zich eraan
-gebonden acht, het leven vaak bedenkelijk zwaar. Dit blijkt wel het
-best uit het feit, dat zelfs in landen onder Mohammedaansch bestuur
-die verschillende klassen der maatschappij zich meer en meer van die
-knellende banden emancipeeren.
-
-Onze koloniale Regeering zal zich hierdoor evenmin als de Fransche in
-Algerië of de Britsche in Indië gerechtigd achten op die natuurlijke
-evolutie vooruit te loopen door gebrek aan consideratie jegens hen,
-die zich nog tot inachtneming dier verouderende godsdienstige gebruiken
-verplicht achten. Elke directe of verkapte drang tot slapheid in zulke
-observanties is onverstandig, al ware het slechts omdat de evolutie
-daardoor met vertraging wordt bedreigd; immers alwat aan aanval
-blootstaat, stijgt in de waardeering van wie het bezit. Bovendien is
-zulk optreden van de Regeering of Hare ambtenaren met het beginsel
-der godsdienstvrijheid in stelligen strijd.
-
-Minder groot is het gevaar van dit beginsel aan te randen ten
-aanzien van de zakât genoemde godsdienstige belasting, welker
-opbrengst mede als eene der vijf hoofdzuilen van het gebouw van
-den Islâm geldt. De Moslimsche wet zelve, rekening houdende met
-het feit, dat het staatsbestuur in Mohammedaansche landen al eeuwen
-lang niet overeenkomstig hare voorschriften is ingericht, bevat de
-noodige bepalingen voor het geval, waarin de vervulling van dezen
-plicht, zonder bemoeienis van vertegenwoordigers van het gezag,
-geheel aan het vrije initiatief der geloovigen is overgelaten. De
-Nederlandsch-Indische Regeering heeft reeds vele jaren geleden ten
-opzichte van deze instelling het eenig juiste standpunt ingenomen
-door aan hare ambtenaren mede te deelen, dat zij de zakât beschouwd
-wenschte te zien als eene vrijwillige liefdegave, tot welke niemand
-onder haar bestuur mocht worden gedwongen, evenmin als aan de naleving
-van dat godsdienstige voorschrift moeielijkheden in den weg gelegd
-behoorden te worden.
-
-
-
-
-Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen onverstandig
-zijn.
-
-Anders staat het met de vijfde zuil, de door iederen Moslim, die
-physiek en finantieel daartoe in staat is, eenmaal in het leven
-te verrichten bedevaart naar Mekka. Dit onderwerp is door mij bij
-verschillende gelegenheden met zooveel uitvoerigheid behandeld,
-dat ik mij hier wel tot resumtie der hoofdzaken mag bepalen. Zelfs
-dit zou overbodig geacht kunnen worden, indien niet telkens weer met
-dezelfde versleten argumenten, drang op de Regeering uitgeoefend werd
-om toch eindelijk eens maatregelen te nemen tot tegengang van den hadj.
-
-Het laatst trad als orgaan van dien aandrang op hetzelfde
-parlementslid, dat de Islâmquaestie wilde vereenvoudigen door zijn
-voorstel om vijf zesden der Nederlandsch-Indische Mohammedanen,
-die door hem gewogen, maar voor den Islâm te licht bevonden waren,
-eenvoudig uit de registers der Islâmbelijders te schrappen. Natuurlijk
-bleef hij in gebreke aan te geven, hoe de Regeering, zonder de vrijheid
-van godsdienst en van beweging Harer onderdanen aan te randen, aan
-zijnen wensch gevolg zou kunnen geven. Hij vergenoegde zich ermede,
-aan zijne met Indië minder bekende medeburgers voor het bedevaartspook
-schrik aan te jagen met behulp van een paar beweringen, die van de
-waarheid evenver verwijderd waren als van de welvoegelijkheid.
-
-Of wat zegt gij, die bij ervaring weet, dat Mohammedaansch fanatisme
-in Oost-Indië evenzeer onder ongetulbande Inlanders als onder hadji's
-voorkomt, en dat tienduizenden hadji's in Nederlandsch-Indië als
-rustige onderdanen van het Gouvernement leven, van deze uitspraak
-van onzen volksvertegenwoordiger: "de bedevaartganger--ook als
-Mohammedaan niet gevaarlijk vóór zijne reis--is beslist een opruier
-tegen het Gouvernement, wanneer hij de bedevaart naar wensch heeft
-volbracht?" En wat dunkt u, lettende op het feit, dat bijna alle
-leden der Javaansche aristocratie naaste bloedverwanten hebben, die
-de bedevaart naar Mekka hebben verricht, en dat onder hen steeds meer
-kennis genomen wordt van hetgeen in onze pers en in ons parlement
-betreffende de Inlandsche wereld gezegd wordt, wat dunkt u van
-zijn ander orakel, dat die Inlanders na terugkeer van hunnen tocht
-naar Arabië gelijk stelt met reizigers, die in hun land terugkomen
-"gewapend met dynamiet en wapenen (sic) om de gebouwen in de lucht
-te doen vliegen en onze medeburgers ad patres te helpen?"
-
-De nuchtere werkelijkheid komt hierop neer, dat, al verzuimen vele
-Nederlandsch-Indische Moslims, die volgens hunne wet in de termen
-zouden vallen tot het verrichten der bedevaart, de vervulling van dien
-godsdienstigen plicht toch, vergeleken met de vele andere landen van
-den Islâm, hun ijver voor den hadj betrekkelijk groot is, grooter ook
-dan hun ijver in de volbrenging van andere plichten, die de Moslimsche
-wet hun minstens even na aan het hart legt.
-
-De oorzaken van dit verschijnsel zijn velerlei. De verzoenende kracht
-voor vroegere zonden, die aan de volbrenging der bedevaart toegekend
-wordt, doet haar bijzonder waardeeren door hen, die in trouw aan de
-dagelijks en jaarlijks terugkeerende ritueele verplichtingen van den
-Moslim zoo veel tekortschieten. Zekere onderscheiding, die de hadji's
-van hunne landgenooten genieten, draagt tot de voorliefde ook iets
-bij, al werkt deze prikkel door de toeneming van hun aantal steeds
-minder sterk. Voor de groote meerderheid der Inlanders is de reis
-naar Arabië bijna het eenige, en wel een vrij gemakkelijk en niet te
-kostbaar middel om hun isolement van de buitenwereld te verbreken en
-ook eens iets van andere landen te zien. Bij deze en andere motieven
-komt ongetwijfeld ook de aanmoediging vanwege de belanghebbenden te
-Mekka, het hadjiwerven, zooals men het pleegt te noemen. Hiertegen
-valt evenwel weinig te doen, want de eigenlijke wervers, die met
-de desalieden in aanraking komen, zijn geene vreemdelingen, aan
-wie men, met eenige willekeur om bestwil, den toegang zou kunnen
-ontzeggen, neen het zijn in den regel Inlanders uit de streek zelve,
-die door hadjisjeichs en dergelijken bij het aanbrengen van klanten
-geïnteresseerd zijn.
-
-
-
-
-Politieke beteekenis van den hadji.
-
-De uit een politiek oogpunt te overwegen gevolgen van van het
-verkeer met Mekka komen niet bij de groote massa der pelgrims aan
-den dag. Dezen komen terug even wijs of onwetend, even fanatiek
-of verdraagzaam als zij enkele maanden tevoren de reis aanvaard
-hebben. Van belang is hoofdzakelijk het feit, dat sedert ongeveer
-twee en eene halve eeuw een nog al aanzienlijk getal Inlanders te
-Mekka jaren doorbrengt om er te studeeren. Deze omstandigheid heeft
-ten gevolge gehad, dat de daar heerschende methoden van studie
-en onderwijs gaandeweg de vroeger van Voor-Indië geimporteerde
-hebben verdrongen, en wat nog meer zegt, dat de--gelukkig niet
-de meerderheid vormende--hiervoor vatbare studeerenden in dat
-internationaal-Mohammedaansche milieu met panislamitische denkbeelden
-kennis maken, die op hunne gezindheid jegens het Europeesche bestuur
-van hun vaderland ongunstig kunnen werken. Tot nog toe heeft niemand
-het middel weten aan te wijzen om dien sedert eeuwen bestaanden, en
-vooral sedert de stoomvaart toegenomen stroom direct te keeren. De
-eenige middelen, die zich aanbevelen, zijn indirecte, langzaam maar
-zeker werkende, die den zin der Inlanders in andere richting leiden. Al
-wat de opvoeding van het volk bevordert, kan daartoe strekken. Elke
-stap, dien men de inlanders verder brengt in de richting onzer cultuur,
-leidt hen evenver af van de bedevaartzucht.
-
-
-
-
-Economische gevolgen van den hadj.
-
-Het economisch nadeel van den hadj voor de Inlandsche maatschappij
-is niet denkbeeldig, al wordt het wel eens breeder uitgemeten dan het
-verdient. Dat laat ons zeggen vijf millioen gulden [1], die jaarlijks
-in den vorm van reis- en verblijfkosten en vrome gaven van pelgrims den
-Archipel verlaten, mogen voor een deel aan de Nederlandsche scheepvaart
-ten goede komen, in het ware belang der bevolking zagen wij die som
-gaarne beter besteed. In verband met het bevolkingscijfer en met de
-vele andere finantieele aftappingen, die Indië ondergaat zonder er
-zelf profijt van te hebben, maakt dat bedrag echter niet meer zóó'n
-enormen indruk als op het eerste gezicht.
-
-In ieder geval staat het vast, dat elke regeeringsmaatregel, die
-ten doel zou hebben, de bedevaart te verhinderen of te belemmeren,
-dat doel zou missen, den ijver veeleer zou prikkelen en een storm
-van verontwaardiging zou ontketenen in de geheele Moslimsche wereld,
-waar de Nederlandsche Regeering nu reeds bekend staat als geneigd
-tot onbillijkheid jegens Mohammedanen.
-
-Tegenover de dogmatische overtuiging zoowel als tegenover de eigenlijk
-godsdienstige wetten Harer Moslimsche onderdanen past der Regeering
-en Haren ambtenaren onder alle omstandigheden geen ander richtsnoer
-dan dat der onvoorwaardelijke en strikt eerlijke handhaving der
-godsdienstvrijheid, zonder eenig voorbehoud betreffende den graad
-hunner islamiseering, de beweegredenen, die hen ten opzichte van een
-of ander voorschrift tot bijzondere trouw of zelfs tot overdrijving
-brengen. Elke schending van dit beginsel brengt zijne straf mede,
-en alleen onverantwoordelijke stuurlui aan den wal zullen eene andere
-methode durven aanbevelen.
-
-
-
-
-Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm eischt
-eerbiediging.
-
-Uit onze vroegere beschouwingen is gebleken, dat sommige gedeelten van
-het stelsel van den Islâm, die bij ons krachtens haar onderwerp tot het
-recht gerekend zouden worden, even stellig als de leer van het geloof
-en die der godsdienstplichten aanspraak maken op eerbiediging. Zoo
-in de eerste plaats het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht
-en hetgeen daarmee het nauwst samenhangt.
-
-Men ontwaart dit wel het duidelijkst uit de nagenoeg volstrekt
-algemeene receptie dezer bestanddeelen van de wet door alle
-Mohammedanen der wereld, en voorts uit de zeer bijzondere consideratie,
-die alle staten met Mohammedaansche onderdanen juist daarvoor getoond
-hebben. Noch Frankrijk noch Groot-Brittannië hebben er ooit aan
-gedacht, aan eene dier zaken te tornen; bij alle hervormingsplannen
-stond het boven bedenking, dat die wetten onaangetast zouden blijven.
-
-In den allerlaatsten tijd worden enkele stemmen vernomen, die met
-name voor een groot deel van Java willen betoogen, dat daar de in
-hare practijk meer heidensch dan Moslimsch gezinde bevolking zeer
-wel de invoering door de Regeering van een Westersch familierecht
-zou toelaten, daar zij toch van de Moslimsche instellingen noch goed
-op de hoogte, noch daaraan bijzonder gehecht was, en die alleen in
-zoover betrachtte, als de hoofden en de zoogenaamde geestelijkheid
-er de hand aan hielden.
-
-Ik kan in die redeneering niet anders zien dan eene van perfidie niet
-vrije drogreden, die een nog meer afstootenden indruk maakt, wanneer
-het heet, dat zij moet dienen om de prediking van het Evangelie wat
-gemakkelijker te maken. Non tali auxilio! zal ieder eerlijk Christen
-met weerzin daarbij uitroepen.
-
-De kleine man, de desabewoner in een groot deel van Java, bezit weinig
-of geene kennis van het familie- en personenrecht van den Islâm, en hij
-heeft dit nooit om zijne bij vergelijking met andere wetten gebleken
-voortreffelijkheid aanvaard. Neen, de fellâh van Egypte evenmin,
-en het gros der bevolking van Constantinopel en Mekka deelen met hen
-die onkunde. Maar zij allen weten wel, wie onder hen de kenners van
-die inzettingen zijn, en dezen staan onmiddellijk, wanneer daarop
-een aanval beraamd wordt, gereed om die onwetenden te waarschuwen,
-dat hunne religie in gevaar komt, dat het niet alleen gaat om een
-door de vaderen aanvaard en van hen geerfd goed, maar om geboden van
-den Allerhoogste, welker miskenning afval van het geloof in zich sluit.
-
-Alleen de grofste onkunde kan zoo slechte raadgevingen eenigszins
-verontschuldigen. Diezelfde onbekendheid met de meest elementaire
-gegevens, die ons parlementslid (den man van de schrapping der vijf
-zesden) deed beweren, dat de Nederlandsche Regeering hare Indonesische
-onderdanen bestuurt naar Mohammedaansche rechtsbeginselen en zoo
-bij hen de meening doet post vatten, dat Zij hunne bekeering tot den
-Islâm gaarne ziet.
-
-Dat eenig deel van onze voor Inlanders geldende wetgeving ook maar
-een spoor van Mohammedaansche rechtsbeginselen vertoont, zal zelfs
-die volksvertegenwoordiger niet durven zeggen. Zijne uitspraak kan dus
-alleen betrekking hebben op dat personen- en familierecht met aankleve,
-hetwelk, zoolang wij Oost-Indische eilanden bezitten, gegolden heeft
-als door de inheemsche Moslimsche bevolking gerecipieerd, en ook
-wegens zijn intiemen samenhang met hunne religie te eerbiedigen. Dit
-nooit weersproken feit vertoont zich nu opeens aan ons Kamerlid als
-eene dwaling, die haar ontstaan dankt aan angst voor of sympathie met
-den Islâm, die de Regeering van de wijs gebracht zouden hebben. En
-voor deze ongehoorde stelling voert hij niets anders aan dan de niet
-verder gespecificeerde autoriteit van drie geleerden, van welke twee
-zich nooit op dit terrein bewogen noch in dezen zin geuit hebben,
-terwijl de derde zich bij meer dan eene gelegenheid in zeer beslist
-positieven zin over de receptie van bedoelde hoofdstukken van het
-Moslimsch recht door de Inlandsche Mohammedanen heeft uitgesproken. Wij
-mogen bij deze dwaasheden niet langer stilstaan.
-
-
-
-
-De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open.
-
-Intusschen, de eerlijke erkenning van de aanspraken dezer
-Mohammedaansch-Inlandsche inzettingen op volkomen eerbiediging sluit
-geenszins ingenomenheid in zich met die inzettingen zelve. In menig
-opzicht passen zij beter bij den beschavingstoestand van de oudheid
-of van de middeleeuwen dan bij dien van onzen tijd. De polygamie,
-de groote losheid van den huwelijksband, de hulpeloosheid der vrouw
-tegenover willekeur en onrecht van haren man, om maar enkele hoofdzaken
-te noemen, verhinderen de normale ontwikkeling van het gezin;
-ook vele détailregelingen zou men thans geheel anders wenschen. De
-Islâm heeft hier weer aan het tijdelijke blijvende kracht gegeven,
-aan voorschriften, die in eene bepaalde periode voor bepaalde landen
-wellicht geschikt waren, eeuwig onfeilbaar gezag toegekend. Zoolang
-men eene bevolking van wingewesten exploiteert, kan men voor de
-heerschappij van zulke instituten onverschillig blijven; eene
-regeering, die al hare onderdanen naar ethische beginselen wil
-besturen, mag dit niet zijn. Zonder ooit de bijzondere teerheid
-voorbij te zien van door de religie gewijde regelen, die het leven
-van het individu en van de familie betreffen, moet zij den weg
-eener gewenschte evolutie open houden, banen als het noodig is,
-en de menschen daarheen lokken als zij dat vermag.
-
-
-
-
-Codificatie derhalve ongewenscht.
-
-Codificatie van het gerecipieerde deel van het Moslimsche recht,
-al ware zij niet op zichzelve onmogelijk, zou eene der grofste
-fouten zijn, die de Regeering kon begaan. Men zou daardoor voor
-onafzienbaren tijd vastleggen, hetgeen men juist hoopt, dat zich zal
-wijzigen. Bovendien is de receptie van dat recht, die hier vrijwillig
-tot stand kwam, niet volledig noch ongeschonden geweest, en menige
-adat, die zich plaatselijk tusschen de regelen van het gewijde recht
-wist in te dringen, heeft aanspraak op officieele bescherming. Het
-is dus van het grootste belang, de beslissing omtrent hetgeen het
-Inlandsch-Mohammedaansche recht in de te behandelen gevallen leert,
-telkens over te laten aan de vrije, door geen officieel erkend
-geschrift gebonden overweging van degenen, die met deze rechtspraak
-belast zijn, en verder, deze functie op te dragen aan personen, die
-bij de bevolking gezag hebben, en van wie de Regeering vertrouwen kan,
-dat zij niet alleen de noodige kennis der Moslimsche wet bezitten,
-maar vooral ook op de hoogte zijn van hunnen tijd, zoodat zij de
-eischen eener gezonde evolutie verstaan.
-
-
-
-
-De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene fout.
-
-Daarom is de instelling der priesterraden, die in 1882 van
-Regeeringswege geschiedde, eene betreurenswaardige fout geweest. De
-Mohammedaansche rechtspraak op Java en Madoera was in handen van
-de panghoeloes, bijgestaan door het hun ondergeschikte personeel
-en somtijds ook door deskundigen daarbuiten, en onderworpen aan het
-toezicht van de regenten. Ten onrechte heeft men toen gemeend, het
-bestaande verbeterend te bevestigen door de ondergeschikte helpers van
-den éénen rechter te maken tot een college van stemgerechtigde leden,
-die door de Regeering benoemd en wat hunne rechtspraak betreft van
-elk hooger toezicht ontslagen werden. De misbruiken zijn daardoor eer
-toe- dan afgenomen, te meer, daar deze rechters door de Regeering wel
-benoemd, maar niet bezoldigd worden. Betrouwbaarheid kan men toch
-moeielijk verwachten van rechters, die over de intiemste belangen
-der bevolking te beslissen hebben, en wier eenige belooning bestaat
-in de nergens geregelde emolumenten van hun ambt. Voor de keuze der
-leden was men aangewezen op personen, die aan Inlandsche pesantrèns
-of in Arabië eene zekere kennis van den inhoud der handboeken over
-de Mohammedaansche wet hadden opgedaan; gewoonlijk vrij bekrompen
-menschen, die met de practijk des levens weinig aanraking hebben. De
-stem van het Inlandsche gezonde verstand, die vroeger door de
-bemoeienis van den regent dikwijls dan doorslag gaf, werd gesmoord,
-zoodat rechtsverkrachting gemakkelijker, evolutie veel moeilijker
-was geworden.
-
-
-
-
-Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel gewenscht.
-
-Op zichzelf was het feit, dat in 1882 eene regeling der
-Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak door de Regeering ondernomen
-werd, een verblijdende stap in eene richting, die men vroeger,
-evenzeer uit angstvalligheid als uit onverschilligheid, placht
-te schuwen. Uitgaande van het juiste beginsel, dat inmenging in
-godsdienstige aangelegenheden verkeerd was, vergat men, dat in
-het stelsel van den Islâm een aantal zaken met den godsdienst in
-onverbrekelijk verband staan, aan welker regeling een behoorlijk
-bestuur onmogelijk vreemd kan blijven.
-
-
-
-
-Moskeefondsen.
-
-Werden moskeefondsen, die aan het initiatief van regenten hun ontstaan
-te danken hadden, met medewerking dikwijls van Inlandsche en ook van
-Europeesche ambtenaren op ergerlijke wijze misbruikt, om het zacht
-uit te drukken, dan vond de Regeering elk ingrijpen gevaarlijk, omdat
-het hier den godsdienst der Inlanders betrof. Dezelfde bedenking deed
-zich gelden, wanneer de panghoeloes en hunne consorten voor de hun
-krachtens aloude herkomsten opgedragen bemoeienis met de sluiting en
-ontbinding van huwelijken, met boedelscheidingen, met de rechtspraak,
-voor de bevolking drukkende honoraria eischten. Bedenkelijk werd het
-zelfs geacht, wanneer een bestuursambtenaar zich van de inrichting
-van Inlandsche godsdienstscholen door eigen aanschouwing op de hoogte
-wilde stellen.
-
-Al deze beschouwingen waren erfgoed uit den tijd, toen de Inlandsche
-bevolking voor het Gouvernement in de eerste plaats een instrument
-was om verhandelbare producten te cultiveeren, en zij hebben nog lang
-nagewerkt, nadat de exploitatieleer in beginsel opgegeven was. Dat is
-nu anders geworden; men acht het nu niet meer de hoogste wijsheid,
-de Inlandsche maatschappij zooveel doenlijk in haar eigen sop
-te laten gaarkoken, en men begrijpt, dat ook op het gebied, waar
-de volksinstellingen en gebruiken, van godsdienstigen of anderen
-oorsprong, het leven dier maatschappij nog beheerschen, de Regeering
-verplicht is te zorgen, dat niemand onherstelbaar onrecht worde
-aangedaan, allerminst door beambten, die Zijzelve aanstelt of erkent.
-
-
-
-
-Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs.
-
-Zoo is dan de administratie der moskeefondsen van hooger hand
-aan regelen onderworpen en onder toezicht gesteld, de van ouds
-gebruikelijke deskundige hulp en toezicht bij de sluiting en
-ontbinding van huwelijken der Inlandsche Mohammedanen ter vermijding
-van onzekerheid en ter voorkoming van misbruiken op vastere grondslagen
-gevestigd, het Mohammedaansche godsdienstonderwijs, zonder inmenging
-in den godsdienst zelf, onder controle genomen op een wijze, die bij
-goede uitvoering waarborgen bevat voor de handhaving der openbare orde,
-terwijl de Regeering behoorlijk op de hoogte kan zijn van de invloeden,
-waaraan vele harer Moslimsche onderdanen zich onderwerpen.
-
-Ik sprak daar van eene goede uitvoering, en naar aanleiding
-hiervan mag ik te dezer plaatse de opmerking niet terughouden, dat
-daaraan vaak veel heeft ontbroken. Was het de ongewoonte om zich
-aan deze soort van belangen der bevolking veel gelegen te laten
-zijn of overlading met ander werk, of hield eene andere oorzaak de
-Europeesche bestuursambtenaren van de behoorlijke toepassing van
-eenvoudige, ondubbelzinnige, door de Regeering herhaaldelijk gegeven
-en ingescherpte voorschriften af? Op deze vragen weet ik het juiste
-antwoord niet, maar dit moet ik zeggen, dat ik u ware geschiedenissen
-zou kunnen verhalen van gewesten, waar gedurende jaren zelfs met de
-eerste voorbereiding der uitvoering van de stelligste bevelen geen
-aanvang was gemaakt, waar de herhaaldelijk in herinnering gebrachte
-voorschriften niet slechts papieren voorschriften bleven, maar zelfs
-het papier na eenigen tijd niet meer te vinden was.
-
-Het schijnt, dat deze onoverwinnelijke ambtelijke apathie tegenover
-bevelen der Regeering in het bijzonder zaken betreft, die op den Islâm
-betrekking hebben. Althans bleek het tot dusver eveneens niet mogelijk,
-de zoogenaamde Mekkapassen, waarvan het bestuur de vertrekkende hadji's
-moet voorzien, eenigszins behoorlijk ingevuld te krijgen, en verklaart
-de Consul der Nederlanden te Djeddah, zelf Indisch bestuursambtenaar,
-telkens met smart, dat onder de duizenden passen, die hij jaarlijks te
-controleeren heeft, de enkele goed ingevulde hem bijna doen schrikken
-van wege hunne zeldzaamheid.
-
-Ten aanzien der priesterradenverordening van 1882, die in tijdsorde aan
-al de andere daarstraks genoemde regelingen voorafging, kan men over
-die gebrekkige uitvoering niet klagen. De instelling dier geestelijke
-rechtbanken en de benoeming harer leden gingen van het centrale gezag
-uit en kwamen tijdig en ordelijk tot stand. Ongelukkig was echter deze
-in beginsel prijzenswaardige stap op het gebied der Mohammedaansche
-volksinstellingen om de daarstraks genoemde redenen een misstap.
-
-
-
-
-Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren.
-
-Te verhelpen schijnt mij dit euvel op geene andere wijze dan door
-die te onzaliger ure geschapen colleges geheel af te schaffen en de
-beslissing der rechtsvragen, die hun thans worden voorgelegd, op te
-dragen aan den gewonen Inlandschen rechter. De voorzorgsmaatregelen,
-die bij die operatie in acht genomen moeten worden, zijn: voor zulke
-quaesties aan het advies van den panghoeloe, die anders vaak slechts
-schijn-adviseur en beëediger van getuigen is, zeer hooge waarde toe
-te kennen, en aan de meestal uit haren aard urgente gedingen, die
-het familierecht betreffen, die snelle behandeling te verzekeren,
-waarop zij aanspraak hebben, en die vooralsnog bij de priesterraden
-beter dan bij de landraden gewaarborgd is.
-
-Draagt men dan meer, dan dusver vaak geschied is, zorg voor de
-benoeming tot het panghoeloe-ambt van menschen, wier aanbeveling niet
-alleen in hunne studie van eenige kitabs en in den door hen gedragen
-tulband gelegen is, maar die ook over wat algemeene ontwikkeling
-en levenservaring beschikken, dan is de voortwoekering der enorme
-misbruiken, die de zoogenaamde geestelijke rechtspraak aankleven,
-goeddeels bezworen en de weg tot geleidelijke evolutie der daarbij
-betrokken soort van volksinstellingen wijd opengehouden.
-
-
-
-
-Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen.
-
-Waar ik de houding besprak, die mijns inziens de Regeering
-moet aannemen tegenover de Moslimsche volksinstellingen van
-Nederlandsch-Indië, bepaalde zich de gedachte meestal als vanzelf
-bij den toestand op Java en Madoera. Men zal dit zonder veel uitleg
-verstaan. Daar is de intensiteit van ons bestuur, ook te dezen aanzien,
-veel verder gevorderd dan elders; daar is het bevolkingscijfer
-der Mohammedaansche bevolking zoo belangrijk veel hooger dan op al
-de andere eilanden saam; en hetgeen zich voor de eilanden op dit
-gebied laat vaststellen, kan met geringe wijziging naar plaatselijke
-omstandigheden op de Mohammedanen der Buitenbezittingen worden
-toegepast, want hoe groot het ethnologisch en cultuurhistorisch
-verschil overigens zij, in den Islâm hebben wij met eenen factor te
-doen, die daar en hier op soortgelijke, alleen in graad verschillende
-wijze inwerkt.
-
-Ten opzichte van de vele hoofdstukken der wet, waarvan de eene
-Inlandsche Moslim zich veel, de ander zich weinig of zelfs niets
-aantrekt, en die buiten alle bemoeienis van geestelijke rechters of
-andere godsdienstbeambten blijven, is het standpunt der Regeering
-vanzelf volstrekt neutraal. Dat er zijn, die op religieuze gronden
-zich onthouden van het sluiten van contracten met rentebeding of met
-risico, assuranties enz., behoeft het bestuur evenmin bezig te houden
-als de uiteenloopende waardeering van het verbod van geestrijke dranken
-bij verschillende Mohammedanen. De voor den nieuweren tijd en zijn
-verkeer al te knellende banden, die de Moslimsche wet om het leven der
-Islâmbelijders slingert, raken vanzelf los, zoodra ons cultuurleven in
-een of ander opzicht hen krachtiger tot zich trekt. De drang daartoe
-moet echter van binnen naar buiten werken, niet omgekeerd.
-
-
-
-
-Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen.
-
-Er is een ander gebied, waarop de Regeering zich niet mag bepalen tot
-belangstellend, maar lijdelijk toezien, wat de toekomstige evolutie
-brengen zal. Het omvat al hetgeen een staatkundig karakter heeft of
-dit licht kan aannemen. Chalifaat, panislamisme, heilige oorlog zijn
-de woorden, die bij den hoorder de voorstelling der voornaamste zaken
-wekken, waarom het hier gaat.
-
-In den aanvang waren de chaliefen, zooals hun naam het zegt, de
-"opvolgers" van Mohammed, namelijk in de leiding en het bestuur
-der gemeente. Naarmate de verovering der landen door den Islâm
-zich uitbreidde en bevestigde, ontwikkelde het chalifaat zich
-tot eene vorstelijke dynastie, die een wereldrijk beheerschte
-en die zich theoretisch de heerschappij over de heele wereld
-aanmatigde. Wij herinnerden er vroeger reeds aan, hoe diep die
-theorie wortel heeft geschoten èn in het systeem van den Islâm èn in
-de populaire voorstellingen zijner belijders. Zelfs nadat de politieke
-verbrokkeling, die al spoedig intrad, haar toppunt had bereikt, bleef
-men aan de fictie der eenheid vasthouden, en de van alle werkelijke
-macht verstoken chaliefen bleven van die eenheid het symbool, al
-moesten zij zich ertoe bepalen, met hunne diploma's te bezegelen,
-hetgeen buiten hunnen invloed tot stand gekomen was.
-
-
-
-
-De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst.
-
-In die fictie behielden echter de chaliefen den naam van hetgeen hunne
-voorgangers werkelijk geweest waren: zij heetten bestuurders van het
-gansche door den Islâm ingenomen gebied, geenszins geestelijke hoofden,
-wier bemoeienis tot specifiek godsdienstige belangen beperkt was. Het
-systeem was immers sedert ongeveer de tiende eeuw voltooid, en zijne
-verdere toepassing vond, evenals tevoren zijne eerste ontwikkeling,
-plaats onder de leiding der schriftgeleerden; niemand verwachtte
-die van het werkelijke of fictieve centrale gezag. Noch Moslimsche
-staatslieden, noch geleerden of leeken hebben ooit in den chalief
-iets anders gezien dan den rechtmatigen aanvoerder en beheerscher
-aller geloovigen.
-
-Nadat gedurende eeuwen de feitelijke onmacht der latere Abbasidische
-chaliefen de aanmatigende leer van het chalifaat te schande scheen
-te hebben gemaakt, wisten de Turken in de zestiende eeuw de eenheid
-van naam en werkelijkheid op dit gebied te herstellen. Sterk door de
-kracht hunner wapenen, dwongen zij hunne erkenning als chaliefen van
-de meerderheid der rechtzinnige Mohammedanen af, en verstonden zij het,
-de hun niet passende eischen, die de wet en de publieke opinie voorheen
-aan den chalief hadden gesteld, zooals de afstamming van Qoeraisj,
-om niet meer te noemen, te doen vergeten. In zake staatsleer steeds
-meer dan op eenig ander gebied gewoon, zich voor de macht der feiten
-te buigen, aanvaardde de Moslimsche wereld de verandering zonder veel
-protest, zelfs in die landen, die nooit met het Turksche staatsbestuur
-in aanraking kwamen. Tot in het Verre Oosten, waartoe onze Indische
-Archipel behoort, werd de Turksche Soeltan onder den naam van Radja
-Roem of ook van Soeltan Istamboel, de vereerde held der populaire
-chalifaatslegende, en verbreidde zich onder de Mohammedaansche
-schriftgeleerden de meening dat de vorsten van Constantinopel de
-wettige wereldbeheerschers waren, terwijl de overige koningen en
-keizers der aarde òf hunne vasallen òf hunne vijanden moesten zijn.
-
-Het is waar, de overgroote meerderheid der Inlandsche Mohammedanen
-vindt geene aanleiding om zich met zulke vragen van hoogere politiek
-het hoofd te breken; zij hebben al genoeg te stellen met hunne
-eigene dorpsautoriteiten, districtshoofden, regenten of vorsten en
-met hunne Europeesche bestuurders om voor de verdeeling der macht
-in de grootere wereld onverschillig te blijven. Dit neemt niet weg,
-dat bij intellectueel hooger ontwikkelde Indonesische Moslims,
-die wél belang stellen in de bepaling der plaats van hun volk in
-de internationale samenleving, somtijds eene bedenkelijke neiging
-bestaat om hunne verhouding tot ons bestuur als een in wezen abnormaal,
-tijdelijk overgangsstadium te beschouwen, in welke opvatting zij door
-geloofsgenooten uit andere landen nu en dan worden versterkt.
-
-
-
-
-Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche mogendheid
-met Mohammedaansche onderdanen.
-
-Gedachten zijn tolvrij. De Regeering zou echter roekeloos handelen
-door tegenover uitingen van deze soort gedachten onverschillig te
-zijn. Wie in Haren dienst zijn, behooren te weten, dat elke vorm
-van panislamisme met eene eerlijke opvatting van hun ambt of hunne
-bediening onvereenigbaar is. Van het klassieke panislamisme, dat
-de onderwerping der geheele wereld aan het gezag van den Islâm als
-een doel voorstelt, hetwelk de geloovigen nooit uit het oog mogen
-verliezen, en in welks richting zij bij elke gunstige gelegenheid
-stappen moeten doen, spreekt dit zoo geheel vanzelf, dat elk betoog
-overbodig mag worden geacht. Maar ook in den vorm, waarin min of
-meer gemoderniseerde Mohammedanen het omzetten, dien van onderlinge
-aaneensluiting aller Moslims om onder leiding van het chalifaat,
-dat wil zeggen van den invloedrijksten Mohammedaanschen vorst,
-te bevorderen al hetgeen zij in hun gemeenschappelijk belang
-achten, ook in dien vorm is het voor eene niet-Mohammedaansche
-regeering volstrekt onaannemelijk, en verdient het onvoorwaardelijke
-bestrijding. Iedere transactie met zulk een streven zou beteekenen
-het dulden van vreemde inmenging in de verhouding van den staat tot
-zijne onderdanen, en dat niet van eene vreemde geestelijke macht,
-die opkwam voor de godsdienstige belangen der geloofsgenooten, maar
-van een vreemden staat, die verouderde, met den Mohammedaanschen
-godsdienst samenhangende aspiraties van politieken aard niet vermocht
-los te laten.
-
-De groote mogendheden, die Mohammedaansche onderdanen hebben,
-spraken zich, zoover ik weet, nooit scherp en klaar over dit vraagstuk
-uit. Wanneer men let op hare houding in bijzondere gevallen, dan zou
-men zeggen, dat de Engelsche Regeering meestal geneigd is om tegen de
-erkenning van het chalifaat door hare onderdanen niet veel bezwaar te
-maken, ja, dat zij bij hare Moslimsche onderdanen gaarne den naam heeft
-van met hunnen chalief bijzonder bevriend te zijn; natuurlijk stelt
-zij zich daarbij dan op het historisch zoowel als systematisch onjuiste
-standpunt, dat diens waardigheid slechts eene soort van oppertoezicht
-over de Mohammedaansche kerk zou beteekenen. De Fransche regeering
-schijnt te dezen opzichte beter ingelicht te zijn, en, waar het pas
-geeft, elke inmenging van dien kant, ook al stelt zij zich, pour le
-besoin de la cause, met den naam van geestelijk toezicht tevreden,
-beslist af te wijzen. Hoe dit ook zij, de Nederlandsche regeering
-mag in eene zaak als deze niet schromen, den weg te bewandelen,
-dien haar belang en dat harer onderdanen haar wijzen.
-
-
-
-
-Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met afwijzing
-van elke vreemde inmenging.
-
-De meest volledige vrijheid van uitoefening van hunnen godsdienst kan
-zij aan hare Mohammedaansche onderdanen schenken en tevens aan Turksche
-of andere bemoeiing met hetgeen die onderdanen betreft op besliste
-wijze weerstand bieden. Wat de Islâm ooit aan centrale organisatie
-bezeten heeft of nog bezit, dat is van staatkundigen aard; iets, dat
-zich met het pausdom of algemeene kerkvergaderingen laat vergelijken,
-heeft hij niet gekend. De zuiver geestelijke zaken van den Islâm
-worden sinds dertien eeuwen behandeld door de schriftgeleerden van
-de verschillende landen, die van het door hunne confraters in andere
-landen ontstoken licht alle partij kunnen trekken, die zij wenschen,
-maar door geene oecumenische vertegenwoordiging aller Moslims tot
-iets verplicht kunnen worden.
-
-
-
-
-Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren.
-
-De keuze der landen, van waar onze Indische Moslims hunne wijsheid
-ontvingen, werd vanzelf bepaald door de rechtsschool, waarbij zij
-zich onder leiding der eerste Voor-Indische predikers van den Islâm
-in den Archipel aansloten: de Sjafi'itische. Hunne handboeken der wet
-zijn dus de meest bekende van dien ritus, geschreven meestal door
-auteurs, die in West-Arabië, in Egypte, in Hadhramaut, eene enkele
-maal door schrijvers, die in Voor-Indië gevestigd waren, of wel zij
-zijn uit die hoofdwerken gecompileerd of samengetrokken. Voor hetgeen
-buiten de studie der wet valt, voorzagen zij zich van leerboeken op
-diezelfde markten, die hun hunne litteratuur over de wet leverden. Waar
-het mondeling onderricht, dat het eigen land hun bood, naar hunne
-schatting tekortschoot, vulden degenen, die zich die weelde konden
-veroorloven, dit in den regel te Mekka, bij uitzondering ook wel te
-Caïro, aan. De in Indië gevestigde Hadhramitische deskundigen hielpen
-mede aan de vraag naar buitenlandsche voorlichting voldoen. Wij kunnen
-het betreuren, dat tegenover al dien vreemden invloed geen krachtiger
-nationaal geestelijk leven zich bij de Inlanders deed gelden of wist te
-handhaven; veranderen of voor de toekomst verhinderen kunnen wij dat
-niet. Maar tegen elken invloed met rechtstreeksche of zijdelingsche
-politieke strekking behooren wij ons zoo schrap mogelijk te zetten.
-
-Dus: uitsluiting van elke soort van meegaandheid tegenover het
-optreden van Turksche consuls als agenten van het chalifaat en
-beschermers der belangen van Mohammedaansche Inlanders; nalating aller
-officieuze begunstiging van geldinzamelingen voor spoorwegaanleg
-in den Hidjâz, voor door een of anderen Turkschen oorlog verarmde
-soldaten of voor de weduwen en weezen van gesneuvelden; tegengang
-van de gebeden voor de Turksche soeltans in de Vrijdagsdiensten,
-althans zoodra die niet te beschouwen zijn als het gevolg der
-gedachtelooze voorlezing van onbegrepen formulieren, maar als uiting
-eener politieke geloofsbelijdenis. Verder bij het toezicht op het
-Inlandsch-Mohammedaansche godsdienstonderwijs waakzaamheid tegen alle
-propaganda voor panislamitische denkbeelden. De leer betreffende den
-heiligen oorlog en hetgeen daarmede samenhangt, mag in pesantrèns en
-soerau's evenmin behandeld worden als die betreffende het chalifaat;
-trouwens de meeste goeroe's zijn uit eigen beweging zoo verstandig,
-dit na te laten.
-
-
-
-
-Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische
-verwachtingen.
-
-Het in abnormale beweging brengen van de gemoederen der lichtgeloovige
-massa door verspreiding van verhalen of voorspellingen, die de
-eschatologie betreffen, worde bijtijds voorkomen. Is de emotie eenmaal
-gewekt en grijpt zij om zich heen, dan loopt het gewoonlijk uit op
-woelingen, die met geweld onderdrukt moeten worden en waarbij misleide
-onnoozelen het gelag met hun leven of hunne vrijheid betalen. Het
-bestuur late zich dus niet bedriegen door de schijnbare onbeduidendheid
-van den inhoud der chronisch onder de bevolking verspreide, in
-een droomgezicht te Medina medegedeelde vermaningen van Mohammed,
-of van vraagboekjes in verband met de verschijning van den Mahdî,
-of van personen, die als wegbereiders van dezen Mohammedaanschen
-messias willen gelden. Voor het naieve verstand der gewone Inlandsche
-Moslims hebben al deze dingen en menschen groote beteekenis, en zij
-richten onder hen dezelfde soort van onrust en verwarring aan als
-die het gevolg is van propaganda voor een of anderen vorm van de
-panislamitische gedachte.
-
-
-
-
-Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid zweemt.
-
-Met hoe meer klem nu echter de Regeering Hare autonomie in het bestuur
-harer Inlandsche onderdanen handhaaft tegenover pogingen tot inmenging
-van buitenaf, des te ernstiger behoort zij te waken tegen al wat zweemt
-naar inbreuk op de godsdienstvrijheid ook van hare Mohammedaansche
-onderdanen. Het kan vreemd schijnen, hierop aan te dringen, waar juist
-dikwijls in meer of minder verwijtenden toon van Haar beweerd wordt,
-dat Zij den Islâm veel meer dan noodig of wenschelijk was beschermd
-en zelfs vertroeteld heeft, om nu maar niet meer te spreken van de
-onzinnige beschuldiging, dat Zij eene bevolking van twijfelachtig
-Mohammedaansche belijdenis naar Mohammedaansche rechtsbeginselen
-zou hebben bestuurd. Toch is dat zoo vreemd niet, gelijk reeds
-hieruit blijken kan, dat in Mohammedaansche landen buiten Oost-Indië
-de Nederlandsch-Indische Regeering den naam heeft van op fanatieke
-wijze den Islâm te vervolgen en te onderdrukken. Beide beschouwingen
-berusten op onkundige overdrijving.
-
-
-
-
-Ongunstige beoordeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de
-panislamitische pers.
-
-Hoe komt het, dat in de Mohammedaansche dagbladpers onze Regeering
-vaak gehoond is als de vijandin der Moslims, en in geographische
-leerboekjes, die op Turksch-Arabische scholen gebruikt worden,
-Nederland kort aangeduid wordt, als eene met het beginsel der
-verdraagzaamheid onbekende mogendheid, onder welks juk millioenen
-van Mohammedanen zuchten? Voornamelijk uit tweeërlei oorzaak is dit
-verschijnsel te verklaren.
-
-Telkens wanneer in Nederlandsch-Indië woelingen plaats grepen,
-die door opruiers met behulp van aan den Islâm ontleende motieven
-waren gewekt, dan bleek achteraf, dat vele bestuursambtenaren door
-onbekendheid met deze factoren van het volksleven tekortgeschoten
-waren in waakzaamheid ten aanzien van verschijnselen, die toch
-wel binnen den kring hunner waarneming gevallen waren. Dan werd
-men onzacht wakker geschud, met het gevolg, dat door onkundige en
-onbezadigde bestuurders plotseling allerlei overdreven maatregelen
-werden genomen onder den invloed van eene zeer slechte raadgeefster,
-domme vrees. De meest onschuldige Mohammedaansche godsdienstleeraars,
-leerlingen aan pesantrèns, bedienaren van den eeredienst werden dan
-na eene periode van verwaarloozing met een dwaselijk generaliseerend
-wantrouwen bejegend, vaak gesteld onder een toezicht, dat zich het
-best laat vergelijken met hetgeen men in Rusland zou doen ten opzichte
-van iemand, dien men verdacht, een anarchist van de daad te zijn. In
-zulke tijden huldigde menig bestuurder de onlangs door het meermalen
-aangehaalde parlementslid verkondigde zotheid, dat de Mekkagangers
-als het ware met dynamietbommen gewapend in hun land terugkeeren,
-dat iedere hadji een opruier is.
-
-Te Mekka, waar Mohammedanen uit verschillende deelen van den Archipel
-elkaar ontmoeten, vernamen dezen van elkander het relaas van leed en
-onrecht, dat men hier en daar in zulke schrikperioden geleden had,
-en van daaruit werden die geruchten tevens over andere landen van den
-Islâm verbreid. Dat men in die kringen de tijdelijke uitspattingen van
-een aantal ambtenaren verwarde met beginselen van regeeringsbeleid,
-is noch te verwonderen noch kwalijk te nemen.
-
-
-
-
-Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren.
-
-Een ander feit, waaraan de bijzonder ongunstige beoordeeling van ons
-koloniaal bestuur in vele Mohammedaansche landen zich vastknoopte, was
-de, om een zacht woord te gebruiken, beginsellooze politiek, die wij
-gedurende tientallen van jaren volgden, en ook nu, na de zoogenaamde
-hervorming, nog niet geheel hebben losgelaten tegenover de Vreemde
-Oosterlingen, van welke natuurlijk voor ons geval hoofdzakelijk de
-Arabieren in aanmerking komen. De in Nederlandsch-Indië verkeerende
-of zich vestigende Arabieren zijn voor de overgroote meerderheid
-afkomstig uit Hadhramaut, een doodarm land met onderling door
-eindelooze bloedveeten verdeelde roofridders en in hunnen dienst
-vechtende slaven, met meerendeels fanatieke afstammelingen van den
-Profeet, met verdrukte burgers; een gebied zonder regelmatig bestuur,
-zonder eenheid of orde, zonder welvaart. De menschen, die van daar naar
-Oost-Indië emigreeren, brengen noch kapitaal noch bepaalde vaardigheden
-of andere gewenschte eigenschappen mede, behalve deze ééne, dat zij
-zich aan de hier heerschende ordelijke toestanden wonderwel weten
-aan te passen en aan politie of justitie geene bijzondere moeite geven.
-
-Indien onze Regeering overwoog, dat deze zonen van het dorre land
-voor Indië op geene enkele wijze nuttig, in sommige opzichten
-daarentegen schadelijk zijn, zou niemand Haar euvel kunnen duiden,
-dat zij de verdere immigratie dezer Arabieren verbood, alleen
-uitzonderingen toelatende, die billijkerwijze voortvloeiden uit
-verkregen rechten en aanspraken. Allerminst zou Hadhramaut zelf zich
-hierover kunnen beklagen, daar dit land zich hardnekkig sluit voor
-alle niet-Mohammedanen, terwijl de politieke toestand er elke normale
-betrekking met andere natiën uitsluit.
-
-Dezen voor een oogenblik harden, maar verstandigen en rechtvaardigen
-maatregel heeft de Regeering niet genomen; wat erger is, steeds heeft
-Zij de Hadhramieten noch buitengesloten noch flinkweg toegelaten. In
-naam hadden zij toegang, maar eenmaal binnengetreden, werden zij op
-vaak ondragelijke wijze in de vrijheid hunner beweging belemmerd,
-onderworpen aan allerlei bepalingen, die, al waren zij zoo kwaad niet
-bedoeld, in de uitvoering werkelijk vexatoir werden, te meer, daar
-veel overgelaten bleef aan het inzicht der verschillende plaatselijke
-ambtenaren, die telkens wisselen. Zelfs op regelmatigheid in hetgeen
-hij als plagerij ondervond, kon de Arabier in Indië niet rekenen.
-
-De invloedrijke Arabieren hebben dientengevolge sinds vele
-jaren achtereenvolgens alle wegen bewandeld, waarvan goede
-vrienden hun verzekerden, dat zij konden leiden tot het doel:
-hunne emancipatie van de bepalingen, die hunnen handel en verkeer
-belemmerden in een land, waar zij toch theoretisch tot handel en
-verkeer waren toegelaten. Ten slotte kwamen zij bij het chalifaat
-en de Mohammedaansche dagbladpers terecht en vervulden de lucht met
-hunne jammerklachten. Overdreven waren deze dikwijls, maar men zegt,
-dat het niet alleen de Hadhramieten zijn, die, als zij eenmaal diep
-gevoelde en lang verkropte grieven uiten, wel eens meer beweren dan
-zij strikt genomen kunnen verantwoorden.
-
-
-
-
-Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de Islâmpolitiek
-der Regeering.
-
-Ziedaar de twee hoofdoorzaken van het in zeer wijden kring verbreide
-oordeel, dat onze Regeering de Mohammedanen onverdraagzaam en onbillijk
-bejegent. Van waar nu echter die lijnrecht tegenovergestelde opinie,
-die men alleen in Nederland nu en dan hoort uiten, volgens welke de
-Regeering den Islâm op in het oog vallende wijze begunstigt, zooals
-men het nu en dan uitdrukt, met hem coquetteert?
-
-Het was, men weet het, steeds uit sommige kringen van zendingsvrienden,
-dat deze klacht vernomen werd. Allen, die zich actief op het terrein
-der zending bewogen, ondervonden het, dat het Christendom in zijn
-pogen om zielen te winnen nergens op ernstiger bezwaren stuit dan
-daar, waar het achter den Islâm aankomt. Verschillende oorzaken van
-dit verschijnsel werden in onze eerste voordracht aangeduid. Niet
-slechts in Nederlandsch-Indië, over de geheele wereld brengt de
-Islâm de Christelijke missie bijna tot vertwijfeling. Nu ziet de
-zendingsvriend in Indië bijv., dat de Islâm een deel zijner kracht
-ontleent aan zijn internationaal karakter, aan de aanrakingen met
-geloofsgenooten uit de overige wereld, waartoe in het bijzonder de
-bedevaart naar Mekka aanleiding geeft, en zoo komt hij tot de vraag:
-zou de Regeering tegen dat euvel niets kunnen doen door het deelnemen
-aan die bedevaart te bemoeielijken? Hij ziet verder, dat de kleine man,
-die overigens toch zoo gemakkelijk te leiden is, juist op het punt van
-zijnen door hem toch zoo gebrekkig gekenden godsdienst onhandelbaar
-blijft, omdat zoogenaamde geestelijken of godsdienstleeraars hem
-drijven of intimideeren, en wederom vraagt hij zich af: ligt het niet
-in de macht der Regeering, den invloed dier leiders en leeraars wat te
-breidelen? Dit zijn slechts een paar gevallen van vele, waarin mannen
-der missie, zoekende naar middelen om de Evangelieprediking ook in
-den onvruchtbaarsten bodem te doen gedijen, in arren moede wel eens
-aankloppen daar, waar die niet te vinden zijn, en de onmogelijkheid der
-bevrediging hunner wenschen in hunnen vurigen ijver voorbijzien. Dat
-onze Mohammedanen, ook zonder de willekeurige maatregelen, waartoe die
-ijveraars de Regeering zouden willen verleiden, reeds grieven hebben,
-die, al overdrijven zij ze soms, toch verre van denkbeeldig zijn,
-ontsnapt aan hunne eenzijdige waarneming.
-
-Verstandige zendingsvrienden zouden bovendien van ongeestelijken steun,
-zooals de daareven bedoelde ijveraars dien wenschen, niet gediend zijn,
-al ware het slechts omdat zij te goed weten, dat de antipathie tegen
-het Evangelie erdoor versterkt zou worden.
-
-
-
-
-Slotsom.
-
-Van welken kant wij de zaak ook bezien, de slotsom blijft, dat de
-eenige wijze en rechtvaardige houding, die aan de Regeering tegenover
-den Islâm past, bestaat in de meest strikte en oprechte handhaving
-der vrijheid van godsdienst, zij het dan met belangrijk voorbehoud
-ten aanzien van de staatkundige zijde van het Moslimsche stelsel en
-met openhouding van alle wegen, die de Mohammedanen kunnen leiden
-tot maatschappelijke evolutie, ook boven het stelsel van hunnen
-godsdienst uit.
-
-De Mohammedanen zelve kunnen daarmede vrede hebben, want zóóveel
-rekening houden hunne leer en wet wel met de werkelijkheid, dat zij
-hun den weg wijzen om ook onder een vreemd régime hunnen godsdienst
-te belijden en te beoefenen. De "noodzakelijkheid", mits van buiten
-hun opgelegd, heft voor hen vele bezwaren op, zoolang zij maar hun
-intiemste leven naar hunne godsdienstige wetten mogen inrichten,
-en dan billijken zij het ook, dat de vreemde macht, die Allah over
-hen gesteld heeft, de regelen stelt, die hare eigene natuur haar
-voorschrijft. In de geheele Mohammedaansche wereld kent men gezag toe
-aan de uitspraak: "Een koninkrijk kan wel van duur zijn bij ongeloof,
-maar niet bij ongerechtigheid".
-
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-NEDERLAND EN ZIJNE MOHAMMEDANEN.
-
-
-De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten.
-
-De echte voorstanders eener ethische koloniale politiek, zullen,
-naar ik mij vlei, geene ernstige bedenkingen hebben tegen de door
-mij voorgedragen beschouwingen over onze Nederlandsche Islâmquaestie
-en hare oplossing; toch zullen zij denkelijk met de slotsommen,
-waartoe wij tot dusver kwamen, niet tevreden zijn. Ook mijzelf voldoen
-zij volstrekt niet. Immers, in het leven der Nederlandsch-Indische
-Mohammedanen, zoover dat aan den invloed van het stelsel van den
-Islâm onderworpen of blootgesteld is, bakenden wij één gebied, het
-zuiver godsdienstige, af, waarop de Regeering en Hare ambtenaren
-volstrekte vrijheid moeten handhaven; een ander, het politieke,
-waarop die vrijheid in aller belang zeer beperkt behoort te worden;
-weder een ander, dat van het met de religie op het innigste verbonden
-gedeelte van het Mohammedaansche recht, waarin allerminst willekeurig
-mag worden ingegrepen, maar waarbij toch de weg der evolutie zoo
-wijd opengehouden dient te blijven als de omstandigheden het maar
-veroorlooven. De modus vivendi, die door dit alles bereikt wordt,
-heeft evenwel voornamelijk negatieve verdiensten: het kwade wordt
-vermeden, zonder dat men zeker is, het goede te naderen.
-
-Wij kunnen het echter niet laten bij maatregelen, die dienen om
-ontevredenheid en verzet bij de bevolking te voorkomen en zoo ons
-gezag te bevestigen. Niet de voorheen zoo geprezen rust is ons doel,
-maar beweging. Ons gezag zal zijne rechtvaardiging moeten vinden in
-de opheffing der Inlanders tot een hooger peil; onder onze leiding
-moeten zij onder de volken de plaats gaan innemen, waartoe hun aanleg
-hen in staat stelt.
-
-
-
-
-Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het Islâmstelsel
-te emancipeeren.
-
-Opvoeding en onderwijs zijn de middelen, waarmede dat doel kan
-worden bereikt. Zelfs in landen van veel oudere Moslimsche cultuur
-dan onze Archipel zien wij die met goeden uitslag aan het werk om
-de Mohammedanen te verlossen van een deel van den middeleeuwschen
-rommel, dien de Islâm reeds al te lang achter zich aan sleept. Wel
-blijft dan het stelsel op de vroeger ontwikkelde historische gronden
-onvatbaar voor eene afdoende hervorming, hetzij door moderniseering
-der wet, hetzij door populariseering der mystiek; maar de Moslimsche
-maatschappij schrijdt nochtans voort in de richting der moderne
-cultuur, buiten het systeem om, doodzwijgend hetgeen zij niet durft
-aantasten. Zoo gaat het in Turkije, in Egypte, in Syrië.
-
-Als opvoeders en onderwijzers van de Oost-Indische Mohammedanen
-vinden wij nu tal van factoren in ons voordeel, die men in die andere
-landen niet of in mindere mate aantreft. De betrekkelijk korte tijd,
-waarin het stelsel van den Islâm hier gewerkt heeft, waardoor het
-vele bestanddeelen van het leven onaangetast heeft moeten laten,
-vergemakkelijkt de opname van nieuwe cultuurelementen, wanneer
-maar theoretische bestrijding van de godsdienstige basis achterwege
-blijft. De eeuwenoude gewoonte der Inlanders, vooral op Java, om zich
-met zeer uiteenloopende rassen en beschavingen te verstaan, heeft hen
-bewaard voor de bekrompenheid, die het gevolg is van isolement. Men
-zal moeilijk op aarde een volk vinden, dat in volgzaamheid jegens
-zijne hoofden de Javanen overtreft, en even moeielijk inheemsche
-bestuurders van een door vreemden overheerscht volk, williger dan de
-Javaansche aristocratie om te gaan in de wegen, die de uitheemsche
-regeeringsambtenaren hun wijzen.
-
-
-
-
-Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in Oost-Indië,
-vooral op Java.
-
-Inzonderheid wat betreft de aan hunne kinderen te geven opleiding
-winnen de Inlandsche ambtenaren gaarne den raad der Europeesche
-in niet alleen, maar zij volgen dien ook met bijna aandoenlijk
-vertrouwen op. Vroeger gaven dezen hun meestal het advies, aan
-hunne zonen slechts eene vrij primitieve opleiding te laten geven,
-daar het opdoen der kennis, die Europeanen noodig hadden om door de
-wereld te komen, voor hen bij hunnen beperkten werkkring geen nut
-zou opleveren. Zelfs zulke raad werd gehoorzaam ter harte genomen,
-al dacht menigeen er meesmuilend het zijne van. Sedert de kentering
-in de Europeesche opinie over de intellectueele, welhaast ook over de
-moreele waarde van den Inlander, aan wiens vorming de noodige zorg
-besteed wordt, bleek de lust der hoogere klassen op Java om zich
-geheel in de richting der hedendaagsche beschaving te ontwikkelen
-buitengewoon groot, veel te groot alras voor de gelegenheid, die hun
-van regeeringswege daartoe geboden werd.
-
-Nadat eenmaal een zeker aantal jonge Inlanders zich aan de vruchten
-van den boom der kennis verzadigd hadden, volgden anderen in scharen,
-die nog veel grooter zouden zijn, indien niet te diep ingewortelde
-behoudzucht der Europeesche bureaucratie den stroom voorloopig weer
-had gestuit.
-
-
-
-
-Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom.
-
-Men heeft hier een nieuw droevig voorbeeld van datzelfde gebrek aan
-organiseerend talent, diezelfde halfheid en besluiteloosheid, die wij
-bij de beschouwing der Vreemde-Oosterlingen-politiek ontmoetten, die
-telkens in ons koloniaal bestuur aan den dag treedt, wanneer de bakens
-verzet moeten worden, die de koloniale regeering daar, waar eene kloeke
-beslissing dringend vereischt wordt, na vele adviezen en jaren durende
-overwegingen doet komen tot een antwoord, dat noch ja noch neen zegt.
-
-Toen de aandrang van Inlandsche kinderen naar de Europeesche lagere
-scholen groot werd, weerde men hen op gronden, die, als zij ernstig
-bedoeld waren, tevens tal van kinderen van Europeesche afstamming
-van die scholen verwijderd zouden moeten houden, gronden dus, die den
-indruk van voorwendsels maakten. Men troostte de teruggedrongenen door
-voor hen scholen van eene nieuwe soort op te richten, die in geenen
-deele aan de behoefte voldeden. Met betrekkelijk milde hand gaf men op
-onderwijsgebied aan de Chineezen, die brutaal schreeuwend eischten,
-terwijl hetgeen aan de bescheiden vragende Inlanders ten deel viel,
-doet denken aan het stuk beschimmeld roggebrood uit Gellerts fabel,
-dat door den rijkaard met verheven gebaar aan den hongerigen bedelaar
-werd toegeworpen.
-
-Zou men nu uit zulke feiten de gevolgtrekking willen maken, dat
-de Regeering onverschillig was voor den snel toegenomen drang der
-Inlandsche wereld naar hoogere geestesontwikkeling, dan stonden
-daartegenover herhaalde officieele uitingen van ingenomenheid met en
-aanmoediging van diezelfde intellectueele beweging. Zoo eerlijk gemeend
-als die betuigingen van welwillendheid waren, zoo onoverwinnelijk was
-de indolentie der regeeringsorganen, die de strooming hadden moeten
-bevorderen en leiden. Het pijnlijkst kwam die tegenstelling uit in
-de behandeling van verscheidene jongelieden, die den nieuwen koers
-met succes, zoover het van hen afhing, gevolgd waren.
-
-
-
-
-Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid.
-
-Iemand van Inlandsche geboorte, maar zoo goed als geheel Europeesche
-opvoeding, wordt na afgelegd examen voor ambtenaar bij het Europeesche
-corps voor eene benoeming als zoodanig ter beschikking van den
-Landvoogd gesteld. Hij treedt inderdaad als bestuursambtenaar
-op, maar wordt na korten tijd bij den specialen diensttak van
-het landbouwcrediet onder dak gebracht. Een ander, die na hem
-denzelfden weg van opleiding was gevolgd, werd van den aanvang af
-bij het credietwezen geplaatst, zoodat het niet verwonderen kan,
-dat in de Inlandsche ambtenaarswereld de meening post vatte,
-als wilde de Regeering alle Inlanders, die aan de eischen van
-het grootambtenaarsexamen voldaan hadden, tot specialiteiten in
-credietzaken maken. Die zich met die hoop vleiden, hadden evenwel
-wederom buiten den waard gerekend, want nu volgde er een jeugdige
-Inlander, die na een zeer goed grootambtenaarsexamen te hebben
-afgelegd, al zijne Europeesche kameraden, die boven en beneden hem
-op de ranglijst voorkwamen, met hunne plaatsing kon gelukwenschen,
-zonder dat van zijn bestaan ook maar de geringste notitie werd
-genomen. Ten slotte gelukte het hem, na veel getob, eene matige
-plaatsing bij het Inlandsche bestuur te krijgen, die natuurlijk bij
-vele zijner landgenooten de vraag deed rijzen, of het wel de moeite
-loonde, hunne zoons op zoo kostbare wijze te laten opleiden, wanneer
-toch de Regeering daaraan zoo weinig waarde scheen te hechten.
-
-Men begrijpe mij niet verkeerd. De wenschelijkheid der plaatsing
-van Inlanders bij het Europeesche bestuurscorps wil ik geenszins
-betoogen. Maar wanneer de wettelijke bepalingen die plaatsing toelaten
-en de gelegenheid om de daarvoor vereischte kennis op te doen en
-daarvan bij examen te doen blijken aan Inlanders geschonken wordt,
-dan is eene behandeling van drie geslaagde candidaten op de daareven
-genoemde wijze niet te verantwoorden.
-
-Een ander zeer begaafd jong Inlander wilde in de rechten gaan
-studeeren, wanneer hij zekerheid had, dat hij na aan alle wettelijke
-eischen te hebben voldaan, niet om zijnen landaard uitgesloten zou zijn
-van eene plaatsing bij de rechterlijke macht in zijn vaderland. Een
-jaar voordat hij over de keuze zijner studierichting moest beslissen,
-vroeg men voor hem dienaangaande bij de Regeering om inlichting. Twee
-jaren van overweging had de Regeering noodig om een antwoord te geven,
-waarbij de hoofdquaestie eigenlijk nog onopgelost bleef.
-
-Onvoldoende, immers voorloopig en voorwaardelijk was eveneens het
-bescheid, dat ten deel viel aan eenen Inlander, die voor ingenieur
-wilde studeeren en officieele zekerheid wenschte te hebben omtrent
-zijne vooruitzichten bij den staatsdienst in dat vak.
-
-Een enkele daad der Regeering, die scheen te wijzen op een ontwakend
-besef van Hare plichten in verband met de intellectueele beweging
-onder Hare Inlandsche onderdanen, was de oprichting der Rechtsschool
-voor Inlanders. Kort na de geboorte gaf Zij echter dit jeugdige
-wezen aan verkwijning prijs door trots allen aandrang na te laten, de
-vooruitzichten der geslaagde kweekelingen dezer instelling behoorlijk
-te regelen, zoodat vaders niet met gegronde gerustheid hunne zoons
-van goeden aanleg aan haar konden toevertrouwen.
-
-Hetgeen andere koloniale mogendheden met veel moeite aan hare
-onderdanen trachten op te dringen: eene opvoeding, die hen geschikt
-maakt om op hunne wijze het leven hunner overheerschers mee te leven,
-dat wordt van ons op Java en in een deel der Buitenbezittingen door
-de inheemsche bevolking afgesmeekt. Zou het niet eene onuitwischbare
-schande zijn voor ons koloniaal bestuur, indien wij die geestelijke
-goudmijn lieten liggen, zooals een concessionaris zonder kapitaal,
-die zijn zaakje schijnbaar aan den gang houdt, totdat een energiek
-syndicaat het van hem komt overnemen?
-
-
-
-
-In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing der
-Islâmquaestie.
-
-Wat deze dingen nu eigenlijk met de Islâmquaestie van Nederland te
-maken hebben? Niet minder dan alles. De eenige ware oplossing van dat
-probleem ligt in de associatie der Mohammedaansche onderdanen van den
-Nederlandschen staat aan de Nederlanders. Gelukt deze, dan bestaat er
-geene Islâmquaestie meer; dan is er genoeg eenheid van cultuur tusschen
-de onderdanen der Koningin van Nederland aan het Noordzeestrand en die
-van Insulinde om aan het verschil in godsdienstige belijdenis zijne
-politieke en sociale beteekenis te ontnemen. Moest zij mislukken,
-dan zou de onvermijdelijk toenemende intellectueele ontwikkeling der
-Indonesiërs hen noodwendig hoe langer hoe verder van ons af voeren,
-want dan zouden anderen dan wij de leiding in handen krijgen.
-
-
-
-
-De openbare meening in Nederland behoort in die richting krachtig
-te spreken.
-
-De opgedane ervaring verbiedt ons, het totstandbrengen dier oplossing
-alleen of in de eerste plaats van de Regeering te verwachten; het
-ontbreekt Haar daartoe niet aan de noodige sympathie voor de zaak,
-maar wel aan de vereischte kracht. Hoe het komt, kunnen wij daarlaten,
-maar Zij is nu eenmaal een log lichaam, waarin in den regel slechts
-ruwe schokken wat beweging vermogen te brengen. Een krijgszang van
-Max Havelaar, een alarmkreet van Wekker in de Avondpost lokken
-maatregelen uit, die het daarvóór aan bezadigde vertoogen niet
-gelukte te voorschijn te roepen; half-oproerige Chineezen zien
-wenschen vervuld, die kalm berustende Inlanders vergeefs slaken. Er
-is echter nog een andere weg, die met minder rumoer en misschien iets
-minder snel tot het doel kan leiden, maar die toch op den duur niet
-vruchteloos bewandeld wordt: de eindelijk onweerstaanbare druk, dien
-eene krachtige openbare meening op de Regeering pleegt uit te oefenen.
-
-Eerst moet dus in wijde kringen van het Nederlandsche volk de
-overtuiging zijn doorgedrongen, dat associatie van het leven der
-Inlandsche bevolking van den Indischen Archipel aan het onze in
-beider belang tot stand gebracht behoort te worden, en dat de
-tegenwoordige intellectueele beweging van de hoogere klassen der
-Inlandsche maatschappij de krachtige bevordering dier associatie
-onzerzijds urgent maakt, dat er periculum in mora is. En dan mag het
-niet blijven bij uiting dier overtuiging in woorden, er moet ook in
-die richting gewerkt worden, wij moeten er offers voor over hebben
-in geld en in arbeid. Als de Regeering het alleen moest doen, dan zou
-het gevaar te groot te worden, dat zij met het haar eigen gebrek aan
-besluitvaardigheid ten slotte door de omstandigheden overrompeld werd,
-nadat de goede tijd om de leiding der beweging in handen te nemen en
-te houden voorbij was, om niet terug te keeren.
-
-
-
-
-De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de zendingsvrienden.
-
-Tot dusver is het inzicht, dat wij hier met een dringend volksbelang te
-doen hebben, bij ons tot vrij enge kringen beperkt, en zijn eigenlijk
-de eenigen, die blijk geven, het levendig te beseffen, de actieve
-zendingsvrienden. Of liever: zij streven naar eene associatie van
-veel hoogere orde dan de zooeven door ons bedoelde, eene eenheid, die,
-als zij tot stand kwam, alle belemmeringen der eenheid van beschaving
-en nationaal bewustzijn tusschen het Oosterlijk en het Westelijk deel
-van het rijk der Nederlanden zou opheffen.
-
-Als zij tot stand kwam! Maar de groote bewondering, waarmee wij den
-zelfopofferenden arbeid der zendelingen gadeslaan, en onze groote
-waardeering van de offervaardigheid, waarmede velen in het moederland
-dien arbeid steunen, mag ons niet doen vergeten, hoe gering het
-uitzicht op belangrijk succes voor de Christelijke zending is in
-landen, waarop de adem van den Islâm neergestreken is. Zelfs de
-verstandige mannen der zending maken zich daaromtrent geene illusie,
-al geven zij daarom het werk niet op. In geen geval mag er voor ons
-volk en onze regeering sprake van zijn, de taak der associatie aan
-de Christelijke zending over te laten, met veronachtzaming der voor
-hare vervulling zoo uiterst gunstige beweging in de Inlandsche wereld,
-die thans in gang is.
-
-
-
-
-De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale, geen
-religieuze associatie.
-
-Die beweging wijst ondubbelzinnig op de practische mogelijkheid
-der verwezenlijking eener schoone politieke en nationale gedachte,
-namelijk die der wording van een Nederlandschen staat, bestaande uit
-twee geographisch ver uiteenliggende, maar geestelijk innig verbonden
-deelen, het eene in Noordwest-Europa, het andere in Zuidoost-Azië. Dit
-is geen utopistisch ideaal, maar een doel, waarvan Regeering en volk
-van Nederland het zich duurzaam zouden verwijten, het niet bijtijds
-in het oog gevat te hebben, wanneer zij de thans zich opdringende
-gelegenheid om het na te streven ongebruikt lieten voorbijgaan. Hier
-en nu geldt in volle kracht het woord van Goethe:
-
-
- "Was du ererbt von deinen Vatern hast,
- Erwirb es, um es zu besitzen".
-
-
-Onze erfenis, die hier bedoeld wordt, dat waren schoone en rijke
-wingewesten; de staatkundige band, die ze met ons verbonden hield, was
-overheersching. Wil de eenheid tegen de stormen van den tijd bestand
-blijken, dan moet nu de materieele inlijving door de geestelijke
-gevolgd worden.
-
-
-
-
-Hoe ver kan de associatie gaan?
-
-Om teleurstelling en verwarring te voorkomen is het noodig, dat
-wij ons onbevangen rekenschap geven van de grenzen, waarbinnen de
-geestelijke annexatie uitvoerbaar is. De godsdienst, hoe gewichtig
-ook voor ons volks- en staatsleven, is zelfs in het kleine Westelijke
-Nederland de band niet, die ons samenhoudt. Onze eenheid wortelt
-in algemeenere cultuurgedachten, tot welker vorming het Christendom
-ongetwijfeld veel heeft bijgedragen, maar onder welker heerschappij
-niet slechts Christenen van de meest uiteenloopende confessies, maar
-ook Joden en vrijdenkers, met gelijke aanspraken op eerbiediging van
-hetgeen aan elke dier categorieën in het bijzonder eigen is, zich thuis
-gevoelen. Thuis gevoelen in die mate, dat zij zich verzetten met alle
-kracht, zelfs met opoffering van goed en bloed, tegen iedere poging
-om hen tot eene andere nationaliteit of tot een ander staatsverband
-te doen overgaan.
-
-Hieruit vloeit vanzelf voort, dat noch van onzen staat, noch
-van ons volk eene propaganda kan uitgaan, die zich voorstelt, de
-Mohammedaansche Inlanders over te halen tot eene religie, die onder
-ons eenen, zij het nog zoo grooten, kring van belijders telt. Eene
-poging om de grondslagen te ondermijnen van het Islâmstelsel, dat
-het leven der Inlanders deels beheerscht, en gaarne geheel zou willen
-beheerschen, kan alleen van eene religieuze gemeenschap, eene kerk of
-eene vereeniging voor zending, uitgaan; de staat kan daarbij slechts
-toezien, dat niemand in zijne vrijheid van beweging belemmerd worde.
-
-Niet ongeoorloofd noch misplaatst is daarentegen in het gegeven geval
-eene actie, die bedoelt, de Inlanders op veel steviger wijze dan tot
-dusver het geval is, bij ons staatsverband en bij onze nationaliteit
-in te lijven. Immers, een eigen zelfstandig politiek of nationaal
-leven hebben zij al sinds eeuwen niet meer; en wij, die hun lang
-geleden ontnamen, wat zij van die aard bezeten mogen hebben, hun
-daarbij eerbiediging hunner godsdienstige instellingen belovende,
-wij aanvaardden daarmede tevens de moreele verplichting om hen tot
-deelname aan ons staats- en volksleven op te voeden. Hunnerzijds ruimen
-zij elk voorwendsel voor uitstel van het vervullen dier verplichting
-uit den weg, waar zij zelve op die geestelijke annexatie in toenemende
-mate bij ons aandringen. Men geeft er zich onder ons lang niet genoeg
-rekenschap van, hoe sterk die aandrang inderdaad wel is. Het zijn niet
-alleen de Inlandsche ambtenaren en in het algemeen de aristocratie, die
-hunne kinderen in de eerste plaats Nederlandsch willen laten leeren,
-en vervolgens zooveel mogelijk van hetgeen, waartoe de kennis dier taal
-hun den weg effent; zelfs onder de Mohammedaansche schriftgeleerden
-neemt het aantal toe dergenen, die hunne zoons voor onderwijs en
-opvoeding liever geheel aan Europeesche leiding toevertrouwen dan dat
-zij hen laten opleiden in de wetenschappen van den Islâm. Telkens kan
-men van Inlanders op Java vernemen, dat de toeloop naar de pesantrèns
-sterk afneemt en dat alles tegenwoordig heendringt naar de school. De
-vroeger in eenigszins vrome kringen vaak gekoesterde vrees, dat zulke
-toenadering tot de Hollandsche cultuur het van de vaderen geërfde
-geloof in gevaar zou brengen, maakt meer en meer plaats voor de
-overtuiging, dat men aan de religieuze denkbeelden en gebruiken van
-voorheen getrouw kan blijven zonder in de oude onwetendheid voort te
-leven, en dat er geen beter middel is om van deze laatste verlost
-te worden dan zich met vol vertrouwen over te geven aan opleiding
-in de Europeesche school, ja, als de omstandigheden het toelaten,
-tevens aan opvoeding in het Europeesche gezin.
-
-
-
-
-Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen
-deelneming aan het godsdienstonderwijs.
-
-Niet onvoorwaardelijk is dit vertrouwen, wanneer de Inlander zich
-wegens gebrek aan plaats op andere scholen of om finantieele redenen
-genoopt ziet, zijne kinderen te zenden naar eene Christelijke school,
-waar het deelnemen aan het godsdienstonderwijs voor alle leerlingen
-verplichtend is. Dat velen over dit bezwaar heenstappen, is wel een
-krachtig bewijs voor de diep gevoelde behoefte aan onderwijs. Het zou
-gevaarlijk zijn, er andere conclusies aan vast te knoopen. Als een
-bezwaar wordt het wel degelijk gevoeld, en de omstandigheid, dat velen
-dit door den nood gedwongen terzijde stellen, mag niet verleiden tot
-de verwachting, dat gesubsidieerde Christelijke scholen van de zooeven
-bedoelde soort het geschikte middel zullen vormen om aan de enorme
-vraag naar Europeesch onderwijs voor Inlanders op Java te voldoen.
-
-Het is waar, de aan onverschilligheid grenzende religieuze tolerantie
-van de groote meerderheid der Javaansche aristocratie, gepaard met
-de eeuwenoude gewoonte der lagere klassen van de bevolking aan het
-verkeer met menschen van allerlei ras en geloof, maakt, dat de zending
-hier vele moeilijkheden, die zich in vele andere Moslimsche landen aan
-haar in den weg plegen te stellen, niet of toch in mindere mate dan
-elders ondervindt. De meerderheid der Mohammedaansche schriftgeleerden
-daarentegen, hoewel gewend om zich in den regel binnen hare eigen
-enge sfeer te houden, wordt door eene krachtige missionnaire actie
-tot reactie geprikkeld. Zij ziet in dat pogen om Mohammedanen tot
-Christenen te maken een streven der Europeesche wereld om, nadat zij
-den Inlanders al zoovele aardsche bezittingen ontnomen heeft, hen nu
-ook van datgene te berooven, dat Allah in de andere wereld voor hen
-heeft weggelegd. Zou de Regeering nu hen, die onderwijs in Westerschen
-zin zoeken, naar uit de staatskas ondersteunde scholen drijven, waar
-aan de leerlingen Christelijk godsdienstonderwijs opgedrongen werd,
-dan kan men zeker zijn, dat weldra een voor de zaak der associatie
-hoogst bedenkelijke tegenstand zou ontstaan, die òf de beweging in de
-richting onzer cultuur zou stuiten òf voor het minst zou uitloopen
-op den nadrukkelijken eisch, dat indien aan gesubsidieerde scholen
-met eene specifiek godsdienstige kleur ook voor Inlanders de voorkeur
-werd geschonken, de kleur voor de Mohammedaansche Inlanders die van
-den Islâm zou zijn.
-
-Hoogstens zou men daardoor komen tot eene belangrijke tempering
-van den drang naar intellectueele ontwikkeling, daar de Inlandsche
-maatschappij vooralsnog niet over de middelen beschikt om op groote
-schaal scholen te stichten, die zich om subsidie konden aanmelden. Van
-deze omstandigheid misbruik te maken om aan de Inlandsche Mohammedanen
-inrichtingen van onderwijs op te dringen, die voor een goed deel
-uit door hen opgebrachte belastingpenningen bekostigd werden en die
-mede dienstbaar waren aan directe propaganda voor het Christendom,
-dat zou, dunkt mij, noch met het beginsel der vrije school, noch met
-eene wijze staatkunde overeen te brengen zijn.
-
-Nog eens: de sterke neiging om in ons cultuurleven te worden opgenomen,
-die de Inlandsche maatschappij in de jongste kwarteeuw aan den dag
-legt, werkt geheel buiten het gebied van den godsdienst. Wij hebben
-ons erin te verheugen, dat de Inlanders zich door het stelsel van
-den Islâm, dat eigenlijk tegen zulke associatie gericht is, niet
-laten weerhouden van het zoeken dier ook voor ons zoo gewenschte
-toenadering. Als volk en als staat moeten wij hun daartoe de hand
-reiken op in godsdienstig opzicht neutraal terrein, het zoeken van
-toenadering van veel hoogeren en intiemeren aard overlatende aan de
-verschillende lichamen en instellingen, tot welker bijzondere roeping
-dit behoort.
-
-
-
-
-Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere klassen
-der Inlandsche maatschappij in het oog vatten.
-
-Onderwijs dus en opvoeding in Europeeschen zin, aangepast zooveel
-noodig aan de bijzondere behoeften der Mohammedaansche Inlanders,
-dat zijn de aangewezen en tevens de door henzelve gevraagde middelen,
-niet om den Islâm te bestrijden, niet om zijne belijders tot eene
-andere religie over te halen, maar om hen te steunen in hunne
-zelfbevrijding van die gedeelten van zijn stelsel, die zonder tot
-het specifiek-godsdienstige domein te behooren, het deelnemen aan
-het tegenwoordige beschavingsleven der volken belemmeren, zoo niet
-onmogelijk maken. Blijft de vraag, hoe en aan wie men die middelen
-in de eerste plaats zal hebben toe te dienen.
-
-Bij de beantwoording dezer vraag willen wij ons stellen op het nuchtere
-standpunt der practijk, en ons niet begeven in casusposities, welker
-oplossing voor het oogenblik niet als dringend te beschouwen is.
-
-Men hoort tegen de meening, dat voldoening aan de steeds luidere
-vraag van meer ontwikkelde Javanen en Maleiers naar beter onderwijs
-een urgente plicht van ons volk is, wel eens de tegenwerping, dat men
-daardoor alleen de hoogere klassen der bevolking bereikt, terwijl de
-oneindig veel breedere schare der kleine luiden onaangeraakt blijft,
-en men wijst er dan bovendien op, dat daardoor eene vroeger ongekende
-kloof ontstaat tusschen de beschavingshoogte der aristocratie en die
-der groote menigte, zoodat het onderling verband erbij verloren dreigt
-te gaan.
-
-Het zou ongetwijfeld gunstig zijn voor den goeden uitslag van het werk,
-als men van alle zijden tegelijk kon beginnen; als men de wegen kende
-en over de middelen beschikte om in denzelfden tijd door doelmatig
-onderwijs de massa der kleine Javaansche landbouwers tot een hooger
-intellectueel peil te verheffen en de aristocratie van Java zoo dicht
-mogelijk naar onze eigen geestelijke atmosfeer heen te trekken. Dit
-gaat echter boven onze kracht, al ware het alleen omdat de psychologie
-van den kleinen man ons daartoe te vele, voor het oogenblik niet
-oplosbare raadselen biedt; bij gebrek aan de noodige gegevens voor
-eene betrouwbare diagnose kon het recept wel eens glad verkeerd
-uitvallen. Bij iedere poging, die wij in de bestaande omstandigheden
-kunnen doen om den desaman tot een hoogeren graad van beschaving te
-brengen, loopen wij veel gevaar hem iets op te dringen, dat hij niet
-wenscht, zonder dat wij de stellige overtuiging mogen koesteren,
-dat het voor hem deugen zal.
-
-
-
-
-De onlangs opgerichte desascholen.
-
-Van inrichtingen als de onlangs opgerichte desascholen heb ik
-geene hooge verwachting; kwaad zullen zij wel niet teweegbrengen,
-maar als een reuzenschrede in de richting der associatie zal ook
-de grootste optimist deze instelling niet beschouwen. Belangrijke
-nieuwe proefnemingen op dit gebied zag ik liefst uitgesteld totdat wij
-daarbij gebruik kunnen maken van de voorlichting eener talrijke groep
-van hoog ontwikkelde Javanen, die aan Westersche wijsheid Oostersche
-ervaring paren; dezen zullen met minder gevaar van dwaling dan wij
-kunnen vaststellen, hoe de kleine landbouwers onder hunne rasgenooten
-gebracht kunnen worden tot deelname aan het huidige verkeersleven
-binnen de grenzen, die de natuur voor hen daaraan stelt.
-
-Men begint een werk toch liefst van die zijde, die de grootste kans
-van slagen biedt; bij de hoogere klassen der bevolking van Java heeft
-men van den uitslag genoegzame zekerheid, mits men de middelen,
-die de ervaring nu reeds als probaat deed kennen, op veel ruimere
-schaal dan tot nog toe geschiedde aanwendt, en ze tevens meer aan de
-bijzondere plaatselijke behoeften aanpast.
-
-
-
-
-Studie van begaafde Inlanders in Nederland.
-
-De meest belovenden onder het jongere geslacht moedige men aan en
-steune men om die hoogere studiën, waartoe hun vaderland nog geene
-gelegenheid biedt, in Nederland te maken; men bouwt dan voort op
-reeds bestaande grondslagen, want hier te lande studeeren al eenige
-tientallen Inlanders aan verschillende inrichtingen van hooger
-onderwijs, zonder dat ooit aan een hunner van Regeeringswege tot
-het inslaan van dien weg aanleiding gegeven werd. Vooral zorge men
-ervoor, dat die studeerenden hier vertrouwde raadslieden vinden en
-sympathieke, degelijke kringen om in te verkeeren en wake men tegen het
-gevaar, waaraan zij allen hier blootstaan, dat er namelijk in allerlei
-opzichten met hen gesold wordt, dat men ze als curiositeiten aangaapt
-of aan het bewonderende publiek vertoont, dat men ze verlokt tot
-optreden in kringen, waarin zij nog niet behooren, tot schrijven over
-onderwerpen, die zij nog niet kunnen beheerschen, eene behandeling,
-tengevolge waarvan begaafde Inlanders begrijpelijkerwijze wel eens
-uit hun evenwicht geraakt en moreel te gronde gegaan zijn.
-
-
-
-
-Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven.
-
-In Indië opene men voor hen zoo wijd mogelijk alle, vooral de beste,
-inrichtingen van Europeesch onderwijs; ook daardoor drukt men
-slechts het stempel der goedkeuring op hetgeen de Inlanders zelve
-tot stand brachten, want tot nu toe hebben zij de deuren van alle
-scholen om zoo te zeggen geforceerd, en was het er zeer ver vandaan,
-dat de autoriteiten hen dwongen om in te gaan. Soms had het er al
-te veel van, alsof zij die pioniers op het pad der associatie als
-rustverstoorders beschouwden. Men richte bovendien speciaal voor hunne
-behoeften berekende scholen van middelbaar en technisch onderwijs op,
-maar men berekene niet te angstvallig en vooral niet te lang, opdat
-niet in afwachting van het resultaat generaties van de gewenschte
-opleiding verstoken blijven. Beter eene school, die niet dadelijk aan
-alle op den duur te stellen eischen voldoet, dan in het geheel geene.
-
-Goede lagere Europeesche scholen stelle men in grooten getale tot
-hunne beschikking, zoodat de velen, die dit wenschen, gelegenheid
-vinden om Nederlandsch zóó te leeren, dat in die taal het werktuig
-vinden om zich in verschillende richtingen verder te ontwikkelen.
-
-
-
-
-Opvoeding buiten de school.
-
-Dikwijls draagt het onderwijs, dat Inlandsche kinderen en jongelieden
-genieten, niet de gewenschte vruchten omdat zij buiten de schooltijden
-verkeeren in eene omgeving, die voor hunne opvoeding eer schadelijk
-dan bevorderlijk is. Eene doelmatige huisvesting is, vooral uit dit
-oogpunt bezien, voor hen van overwegend belang. Vooralsnog, in deze
-eerste periode der associatiebeweging, zal men hun die niet licht
-anders dan in een degelijk Europeesch gezin kunnen verschaffen. Dit
-is eene der grootste moeilijkheden, die de bevorderaars der associatie
-te overwinnen hebben, maar onoverkomelijk mag zij niet zijn.
-
-
-
-
-De zending zou hiertoe kunnen medewerken.
-
-Hier zou ik bijna geneigd zijn, al is het onbevoegd, een verzoek
-te doen, ja tevens een raad te geven aan de mannen en de vrouwen,
-die zich aan zendingswerk wijden. De zending werkt terecht
-dikwijls langs philanthropische omwegen: onderwijs, geneeskunde,
-landbouw worden door haar gebezigd als middelen om Inlanders met het
-Christendom in aanraking te brengen. Onderwijs is als zendingsmiddel
-in Mohammedaansche landen, naar ik meen, niet bijzonder effectief
-bevonden, althans niet in dien zin, dat bekeeringen er het gevolg
-van waren, ofschoon de Moslims, wier eigen onderwijs zeer achterlijk
-is, er gaarne gebruik van maken, vooral wanneer de leerlingen niet
-gehouden worden aan het Christelijke godsdienstonderwijs deel te
-nemen. Toch gaat men in die richting voort, aanvankelijk tevreden met
-verbreiding van den Christelijken geest onder hen, die van de leer des
-Christendoms nog niet gediend zijn. Met de medische zending is het vaak
-niet anders. Nu zijn op Java, en weldra ook elders in den Archipel
-huisgezinnen en hospitia noodig om ernstige leiding te geven aan de
-opvoeding der steeds talrijker jongelieden uit Inlandsche familiën,
-die de verschillende inrichtingen van onderwijs bezoeken. Ligt het
-niet op den weg der zending, in dien nood te helpen voorzien? Te
-helpen zorgen, dat die jongelui tegen matige betaling opname kunnen
-vinden in eenvoudig levende, Christelijke gezinnen, geschikt en
-bereid om hen te gewennen aan het leven in eene atmosfeer, waar de
-practische geest van het Christendom heerscht, zonder dat de leer aan
-andersdenkende huisgenooten wordt opgedrongen? Mij wil het voorkomen,
-dat de missie hier een veelbelovend arbeidsveld zou vinden.
-
-
-
-
-De Inlandsche vrouw en hare opvoeding.
-
-Aan dit ongevraagd advies voeg ik nog een ander toe. De hoofdreden,
-waarom in dezen eersten tijd voor jonge Inlanders, die door onderwijs
-op den weg der associatie gebracht worden, het verblijf in een
-degelijk Europeesch gezin dringend gewenscht is, ligt hierin, dat
-het Inlandsche gezin nog niet geschikt is om aan de naar Europeeschen
-trant opgeleide jeugd den noodigen moreelen steun te verleenen. Dit
-moet anders worden, maar daartoe is in de eerste plaats verhooging
-noodig van het opvoedingspeil der vrouw.
-
-De Inlandsche vrouw moet beter onderwezen, maar bovenal beter gevormd
-en in moreelen zin ontwikkeld worden. Hiertoe kan de school iets
-bijdragen, maar het meeste moet komen van de persoonlijke leiding
-van degelijke Europeesche vrouwen. Tot dusver zijn er wel een zeker
-aantal meisjes uit voorname Inlandsche familiën, die gedurende
-eenige jaren Europeesche scholen bezoeken, maar de bekendheid met
-het Nederlandsch en met Europeesche maatschappelijke vormen, die ze
-mee naar huis nemen, is in den regel niet veel meer dan een vernis,
-dat dient om haar niet al te misplaatst te doen zijn als echtgenooten
-van Westersch opgevoede Inlanders. Zij verlaten de school veel te vroeg
-en buiten de school wordt aan hare karaktervorming veel te weinig zorg
-besteed om er waardige levensgezellinnen dier Inlanders van te maken,
-die met hare mannen zullen samenwerken om het Inlandsche gezin te
-brengen tot associatie aan ons familiewezen. Zonder geestelijk hoog
-ontwikkelde Inlandsche vrouwen is deze associatie onuitvoerbaar;
-met hare hulp mag men die verzekerd achten. Wie wil medewerken aan
-de vorming van eenige honderden meisjes van Java in dezen geest, die
-mag zich vleien met de gegronde hoop, later als vrucht van zijn werk
-het monogame leven op Java als het normale in de Inlandsche wereld
-erkend te zien, en Javaansche ouders ernstig te zien arbeiden aan
-den opbouw van het leven hunner kinderen.
-
-Is deze taak niet schoon genoeg om vrouwelijke zendingskrachten aan te
-lokken tot zelfopofferende toewijding, zelfopofferend ook in dien zin,
-dat zij bij dezen arbeid haar oogmerk willen bepalen tot de zeker
-bereikbare staatkundig-nationale associatie, en die niet in gevaar
-willen brengen door ontijdige pogingen tot bekeering?
-
-Wie op de kerstening der Inlandsche Mohammedanen hoopt--ik zeide reeds,
-waarom ik die verwachting niet kan deelen--moet de politiek-nationale
-annexatie dier Nederlandsche onderdanen als een eersten stap in de
-door hem gewilde richting toejuichen en de gelegenheid om zelf daaraan
-mede te werken met beide handen aangrijpen. De zendeling zal, zoowel
-als ieder ander Nederlander, onverschillig van welke levenssfeer,
-zich aan geassocieerde Inlanders gemakkelijker verstaanbaar kunnen
-maken dan aan de overheerschten van het oude régime, dat, naar wij
-hopen, zijnen tijd gehad heeft.
-
-
-
-
-Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel in den
-Staatsdienst verzekerd worden.
-
-Niet minder urgent dan de snelle vermenigvuldiging der gelegenheden
-voor Inlanders om de door hen verlangde hoogere vorming te
-verkrijgen, is het voor de Regeering, de verdeeling van den arbeid der
-staatsdienaren zóó te herzien, dat al het werk, dat door die modern
-ontwikkelde kinderen des lands verricht kan worden, ook inderdaad
-aan hen worde toevertrouwd.
-
-Het gaat niet aan, den bestaanden toestand te bestendigen, waarbij
-de jonge Inlanders, die als de beste producten der nieuwe richting
-voor den dag komen, door de bureauchefs in Indië als schrikbeelden
-worden beschouwd, die men na lange aarzeling in een of anderen hoek
-duwt om niet langer door hunnen aanblik verontrust te worden. Zij
-vallen immers niet als meteoorsteenen uit de lucht, men ziet ze jaren
-tevoren aankomen, en men heeft dus geene enkele verontschuldiging,
-wanneer men zich onvoorbereid door hen laat verrassen. De Indische
-Regeering mag aan de departementen van Binnenlandsch Bestuur en van
-Onderwijs geene rust gunnen, voordat zij de hiermede samenhangende
-vraagstukken tot eene bevredigende oplossing hebben gebracht. Bezwaren
-opperen is gemakkelijk genoeg; ze uit den weg te ruimen, dat is de
-taak der leidende ambtenaren in de kolonie.
-
-
-
-
-Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie.
-
-Kleinmoedigen hebben vaak getracht, den voorstanders van de associatie
-schrik aan te jagen door de voorzegging, dat het voortgaan op den
-door hen gewezen weg dit rampzalige gevolg zal hebben, dat er eene
-klasse van Inlanders zal ontstaan, die hun evenwicht kwijt zijn, die
-uit den band springen, die den samenhang met hunne eigen maatschappij
-verloren hebben, zonder in een ander sociaal geheel te passen.
-
-Zulke bedenkingen zijn van oudsher overal vernomen, waar eene
-menschengroep zich uit eene levenssfeer, die haar te eng werd,
-naar boven trachtte te werken, maar nooit hebben zij bewerkt, dat de
-eenmaal ontwaakte drang naar licht bezworen werd. Ook onder ons hebben
-wijzigingen in het politieke en sociale leven in de werkelijkheid
-niet zoo kalm en geleidelijk plaats als zij op het papier ontworpen
-waren. Bij die tochten naar de hoogte maken altijd sommige deelnemers
-ongedachte, duizelingwekkende sprongen, die oogenblikken van algemeene
-verwarring teweegbrengen. Wij zijn erop voorbereid, dat dit ook in
-Oost-Indië zal gebeuren, en dat de waarzeggers van daareven dan gereed
-zullen staan om triomfantelijk daarop te wijzen als op de vervulling
-hunner sombere profetie. De zeldzaam vredelievende aard der Inlanders
-doet ons alleen hopen, dat het geene al te groote vaart zal loopen,
-en dat onder wijze leiding het evenwicht spoedig herwonnen zal zijn.
-
-
-
-
-Stuiting der beweging niet mogelijk.
-
-Men stelle echter de zaak niet voor, alsof wij ons nu nog bij een
-kruispunt in de ontwikkelingsgeschiedenis van de Indonesiërs bevonden,
-en de beslissing, of het verder links of rechts zal gaan, van den
-wil van onze Regeering afhankelijk ware. Het proces is begonnen
-zonder dat de Regeering of het volk van Nederland het uitlokten,
-ja deels in weerwil van officieuze tegenwerking. Het is niet langer
-de vraag, of de voor hooger ontwikkeling meest toegankelijke deelen
-der bevolking van den Archipel ons op intellectueel gebied al of niet
-op zijde zullen streven, de vraag is alleen nog, of de voortzetting
-der krachtig begonnen beweging zal geschieden met onze medewerking
-en onder onze leiding, dan wel in weerwil van onzen tegenstand,
-en dan onder leiding van anderen, die zich niet lang zullen laten
-wachten. Mij dunkt, het antwoord op deze vraag kan geen onderwerp
-eener langdurige discussie zijn.
-
-
-
-
-Samenvatting onzer beschouwingen.
-
-Wij naderen het einde van onzen gemeenschappelijken tocht, waarop
-ik naar vermogen getracht heb, u achtereenvolgens de voornaamste
-problemen te laten zien, die de Islâmbelijdenis van vijfendertig
-millioen Nederlandsche onderdanen aan onze Regeering en aan ons volk
-voorlegt, en tevens de richting aan te geven, waarin de oplossing dier
-vragen te vinden zal zijn. Het zij mij vergund, in eenen terugblik
-op den afgelegden weg onze uitkomsten nog eens samen te vatten.
-
-Onze beschouwing van de wijze, waarop de Islâm zich over de aarde
-verbreid heeft, maakte ons verschillende daarmee samenhangende of
-daaruit voortgevloeide verschijnselen verklaarbaar: de scherpte zijner
-positie tegenover al hetgeen aan zijnen invloed weerstand biedt;
-zijn militant karakter; de gemakkelijkheid, waarmede hij het getal
-zijner aanhangers weet te vergrooten, en daarentegen de traagheid,
-waarmede hij aan hunne geestelijke opvoeding werkt; de gehechtheid
-der Moslims aan hunne religie en hunne geslotenheid voor invloeden
-van buiten, ook waar de kennis van de geloofsleer en de practische
-beoefening der wet nog alles te wenschen overlaten.
-
-Van het stelsel van den Islâm, zooals dat ongeveer drie eeuwen
-na den dood van den Profeet zijnen in hoofdzaak definitieven vorm
-verkregen heeft, ontvingen wij den indruk van groote stroefheid,
-gebrek aan accommodatievermogen. In zijne eerste periode gedwongen,
-vele vreemde cultuurelementen in zich op te nemen, deed het dit
-met onverholen weerzin, en verloochende het die verrijking zooveel
-mogelijk door vrome fictie; omstreeks duizend jaren geleden sloot
-het zich naar alle zijden af, met de pretensie, dat het nu voor alle
-volgende eeuwen het geheele gelooven, handelen en denken der menschen
-aan voorschriften van onfeilbaar gezag gebonden had. Wij constateerden
-de in verband hiermee onvermijdelijke botsing tusschen de theorie en
-het werkelijke leven; zij gaf ons aanleiding, ten aanzien der alles
-regelende wet te onderscheiden tusschen gedeelten, die de practijk
-inderdaad zijn blijven beheerschen, en andere, die voor het leven
-meer of minder of zelfs in het geheel geene beteekenis hebben behouden.
-
-De geloofsleer der Mohammedanen kwam ons voor, op het doen en denken
-slechts ondergeschikten invloed te oefenen. Ten aanzien der wet, die
-den groei van het leven der Islâmbelijders steeds minder geregeld dan
-belemmerd heeft, en waarvan de inhoud met de eischen van den tijd in
-toenemend conflict geraakt, vonden wij noch in haar stelsel noch in
-de geschiedenis der Mohammedaansche volken grond voor de hoop, dat
-zij zich zou kunnen hervormen. Evenmin konden wij de illusie deelen
-dergenen, die meenen, dat de voor de emancipatie en de evolutie van
-den geest der Mohammedanen vereischte hervorming op het gebied der
-mystiek haar beslag zou krijgen.
-
-Wij hebben daarop gepoogd, den graad te bepalen der inwerking van
-de verschillende bestanddeelen van het systeem van den Islâm op het
-leven der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, en in verband daarmee
-de houding vast te stellen, die Nederland, in de eerste plaats de
-Nederlandsche Regeering en Hare ambtenaren, tegenover elke der onder
-den invloed van den Islâm gekomen levensuitingen der Oost-Indische
-bevolking behooren aan te nemen. Onvoorwaardelijke eerbiediging van
-al hetgeen ligt binnen het gebied der religie in den engeren zin des
-woords; eerbiediging ook van de gerecipieerde hoofdstukken van het
-recht, die de intiemste, meest met den godsdienst verknochte zijden van
-het leven der familie en van het individu raken, evenwel met zorgvuldig
-openhouden der wegen, die kunnen leiden tot evolutie of emancipatie,
-en met niet minder zorgvuldige vermijding van wat tot vastlegging en
-versteening dezer instellingen zou strekken; terzijdestelling van alle
-deelen van het systeem, die buiten de hier aangeduide sfeer vallen,
-met uitzondering van de politieke elementen van leer en wet, tegenover
-welke de Regeering zich onverzoenlijk schrap behoort te zetten.
-
-Ten slotte kwamen wij tot de overtuiging, dat aldus wel de
-gedragslijn was aangegeven, die de Regeering met gerustheid jegens
-den in Oost-Indië beleden Islâm kon volgen, maar dat Nederland
-ten opzichte van zijne Mohammedanen nog eene veel verder reikende
-taak te vervullen had, dat het hen te leiden had naar de voor hen
-geschikte plaats onder de volken. Wij bevonden verder, dat de bij
-Mohammedanen zoo licht post vattende panislamitische gedachte wel
-als de grootste hinderpaal te beschouwen is tegen de aanpassing van
-een Moslimsch volk aan het moderne cultuurleven, een struikelblok,
-waartegen zelfs de Moslimsche hervormers in de oude landen van den
-Islâm telkens aanstooten. Voor ons zagen wij die belemmeringen voor
-een goed deel reeds door de Inlanders zelve uit den weg geruimd,
-waar de hoogere klassen onder hen in de laatste tientallen jaren
-geheel spontaan heensturen naar hunne geestelijke inlijving bij de
-Westersche cultuur in haren Nederlandschen vorm. De eerste stappen op
-den weg der associatie van hun geestelijke leven aan het onze hebben
-zij reeds zoo goed als zonder onze hulp gedaan; het is dus hoog tijd,
-dat wij de leiding in handen nemen en hen verder brengen.
-
-De Regeering vonden wij ten opzichte van dit, voor ons nationale
-leven zoowel als voor dat der Inlanders zoo uiterst gewichtige punt
-zwak en onbeslist, in plaats van beheerscheres vaak speelbal der
-omstandigheden, telkens verrast door dingen, die zich langzaam voor
-ieders oogen ontwikkelden. De Christelijke zending ijverig werkzaam
-naar een program, waarvan de uitvoering zeker de gewenschte emancipatie
-en evolutie brengen zou, maar dat gericht is tegen de godsdienstige
-hartader van het Islâmsysteem; een program dus, dat blijkens de
-ervaring weinig uitzicht op succes biedt, maar, ook daarvan afgezien,
-voor de Regeering en voor ons volk in zijn geheel als richtsnoer
-onbruikbaar is.
-
-Volk en Regeering kunnen alleen om het stelsel van den Islâm heen
-de Islâmbelijdende Inlanders helpen om den door hen gezochten
-weg ter geestelijke associatie te vinden; de door hen bevorderde
-associatie moet buiten het gebied der religie blijven, mag alleen
-eene politiek-nationale zijn. De zending, al stelt zij zich een
-veel verder en hooger liggend doel, kan toch ook in deze richting
-medewerken, hetgeen te meer te wenschen is, daar zij voor al haar werk
-arbeiders heeft, wier toewijding van hoogere orde is dan de ijver,
-dien politiek-nationale motieven in den regel vermogen te wekken.
-
-
-
-
-De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur ontneemt
-aan het panislamisme alle kracht.
-
-De panislamitische gedachte, die thans op de aristocratie van Java
-en op de met haar gelijk te stellen klassen der Mohammedanen op de
-Buitenbezittingen nog weinig vat heeft, verliest alle kans daarop voor
-de toekomst, zoodra hare leden vrije deelgenooten van onze cultuur
-geworden zijn. Zou er dan, wat lang niet uitgesloten is, gevaar komen
-te dreigen voor besmetting met die kwaal van een deel der millioenen,
-wier dagelijksch werk als kleine landbouwers hun intellect weinig
-gelegenheid biedt om zich boven de sfeer der rijstvelden te verheffen,
-hunne aan de beschaving van onzen tijd geassocieerde landgenooten
-zullen er het grootste belang bij hebben, ons te helpen om de dreigende
-epidemie te bezweren. Ook de verdere emancipatie van het Islâmstelsel,
-zoover die zonder verandering van belijdenis mogelijk is, wordt bij
-eene verruiming van ons politiek-nationale leven, die aan Inlanders de
-hun daarin toekomende plaats verzekert, alleen nog eene quaestie van
-tijd, die zich zonder onwelkomen aandrang van buiten van zelve regelt.
-
-
-
-
-Andere heilzame gevolgen der associatie.
-
-Wij bezagen hier natuurlijk de gevolgen der begonnen associatie uit
-het beperkte gezichtspunt der Islâmpolitiek. Maar wij mogen daar toch
-wel even aan toevoegen, dat zij ook in zoovele andere opzichten de
-oplossing vormt van het probleem der toekomstige verhouding van de
-bevolking van den Indischen Archipel tot ons. Ook uit een algemeen
-staatkundig oogpunt is het ons levensbelang, dat wij niet wachten
-totdat verrassende omstandigheden ons ten behoeve der Inlanders komen
-afdwingen, wat wij hun nu nog vrijwillig in den door ons meest geschikt
-geachten vorm kunnen geven.
-
-Dr. Van Hoëvell wenschte vele jaren geleden, dat Nederland het gevaar
-van binnenlandsche woelingen op Java, liever dan door het aanleggen van
-bentengs, zou bezweren door zich vestingen van dankbaarheid te bouwen
-in de harten der Javanen. Zulk idealisme is te edel en te schoon voor
-de werkelijkheid. Een volk is nooit dankbaar zelfs voor de grootste
-weldaden, die het zich door vreemden opgedrongen zag. Is daarentegen
-door van beide zijden gezochte associatie het gemeenschappelijk
-geestesgebied der Javanen en der Nederlanders tot zijne grootst
-bereikbare uitgebreidheid gekomen, dan behoeft van dankbaarheid aan
-vreemden niet meer gesproken te worden, omdat hetgeen vreemd was,
-eigen is geworden, omdat er nog slechts Oostelijke en Westelijke
-Nederlanders zijn, in politieken en nationalen zin eene eenheid
-vormend, waaraan het rasverschil niet te kort doet.
-
-
-
-
-Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie.
-
-Wat zou aan de verwezenlijking van dit denkbeeld in den weg
-staan? Verschil in huidskleur en afkomst? Maar uit hoevele landen
-van Europa en Azië zijn niet de voorouders van vele Nederlanders
-samengekomen, en wat is er meer onwaar en verwaand dan het "van
-vreemde smetten vrij" in ons volkslied? Met het Indonesische ras
-is onze bloedsmenging al sinds eeuwen in zoo vollen gang, dat alle
-nuances van huidskleur tusschen blank en bruin onder Nederlanders
-vertegenwoordigd zijn.
-
-Al te groote afstand in beschaving en levensbeschouwing dan? De
-hoogere klassen der Inlanders willen immers juist niets liever dan dien
-afstand tot de onmerkbaarste afmetingen terugbrengen. Hunne studenten,
-die te Leiden, te Delft en te Amsterdam met ons verkeeren, staan u en
-mij geestelijk oneindig veel nader dan gansche klassen van ons eigen
-land- en zeevolk. Zóó groote geesteseenheid is echter nooit de band,
-die een geheel volk omstrengelt. Een gemeenschappelijk verleden houdt
-het veelzins ongelijksoortige bijeen; dit geldt voor de verschillende
-klassen van ons volk, het geldt ook voor ons volk als geheel ten
-opzichte van Indonesië, al is het bewustzijn dezer eenheid nog niet
-in alle lagen onzer natie doorgedrongen.
-
-Islâm en Christendom kunnen zich in de practijk van het nationale
-leven zeer wel met elkander verdragen, als maar de panislamitische
-idee terzijde wordt gesteld, en wij zagen, hoe gunstig hiervoor in
-ons geval de voorwaarden zijn. In verdraagzaamheid kunnen velen onzer
-bij de meerderheid der Inlanders een lesje nemen.
-
-Als student hoorde ik eens eene voordracht van Ernest Renan over
-de vraag: "wat maakt eigenlijk eene natie?" Het antwoord kwam in
-hoofdzaak hierop neer: het waarlijk constitueerende element eener
-natie, dat is noch ras noch huidskleur, noch taal noch godsdienst noch
-natuurlijke grens, het is: "le désir d'être ensemble". Met deze phrase
-moge lang niet alles gezegd zijn, een deel der waarheid bevat zij toch
-ongetwijfeld. Ook wij kennen dat gevoel, trots verschil in afstamming,
-in levenssfeer, in hoogte van beschaving, en in weerwil van alle
-getwist op staatkundig en godsdienstig gebied, als het erop aankomt,
-toch als Nederlanders bijeen te willen blijven. Welnu: de edelste
-vertegenwoordigers van eene groote volkengroep, die sinds lang onder
-ons staatsbestuur staat, vragen ons met aandrang, hen en de hunnen als
-adoptieve kinderen in ons nationale gezin op te nemen. Reiken wij hun
-de hand, en laat ons dan het wederzijdsche verlangen naar nationaal
-samenleven, "le désir d'être ensemble", omzetten in flinke daden,
-die toonen, dat ons kleine volk nog altijd tot iets groots in staat is.
-
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-DUITSCHLAND EN DE HEILIGE OORLOG (1914).
-
-
-De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen.
-
-Ruim tien jaren geleden had ik met eenen Turk van hooge intellectueele
-ontwikkeling een gesprek over godsdienstig fanatisme en den invloed
-daarvan op politieke verhoudingen. Hij besloot zijne beschouwingen
-over dit onderwerp ongeveer als volgt: "In vroegere eeuwen plachten de
-menschen in de beschaafde wereld elkander het leven te benemen wegens
-verschil van meening over de geheimen der andere wereld. Thans is de
-menschheid, lof zij Allah, over die barbaarschheid heen en ieder mag
-gelooven, wat hij wil. Maar wat helpt ons dit, zoolang over economische
-en politieke belangen oorlogen gevoerd worden, die in fanatisme voor
-de vinnigste godsdienstoorlogen niet onderdoen, terwijl de reusachtige
-vorderingen der techniek de moorddadige uitwerking van den strijd
-steeds verhoogen? Van een kalm genieten der met moeite verkregen
-gewetensvrijheid kan daarbij geen sprake zijn."
-
-Deze ontboezeming komt telkens weer in mijne herinnering naar voren in
-verband met hetgeen wij nu beleven. Nadat de groote menschengroepen,
-die door verschil van politieke en economische belangen uiteengehouden
-worden, jarenlang een belangrijk deel van hun intellectueel en
-materieel vermogen besteed hebben aan het uitdenken van middelen om
-in de volheid des tijds elkander te vernietigen, is eindelijk de
-lang verwachte vonk in de opeengehoopte brandstof gevallen. Al de
-strijdenden gruwen van het denkbeeld der verantwoordelijkheid voor
-de misdrijven tegen de menschelijke samenleving, die zij gezamenlijk
-plegen, en het eenige, waarin zich de overigens non-actief gestelde
-gemeenschappelijke cultuur nog uit, is eene vervelende reeks van
-betoogen, waarin ieder den ander de schuld geeft van hetgeen allen
-samen met zorg hebben voorbereid. De sceptische ironie van mijn
-Turkschen vriend was niet ongegrond. Wij leeren er trouwens niets
-nieuws uit. Alleen in zóóverre mag zijne uitspraak voor diegenen onder
-ons, die de Mohammedaansche wereld weinig kennen, iets verrassends
-hebben, als daarin door een Turk de algemeene godsdienstvrede en
-gewetensvrijheid zoo zonder voorbehoud als een verworven zegen erkend
-wordt. Uit dit oogpunt beschouwd hebben de aangehaalde woorden te
-hooger waarde, omdat zij de meening van alle Turksche intellectueelen
-over het vraagstuk van den godsdienst vrij nauwkeurig uitdrukken.
-
-
-
-
-Contrast dier meening met de wet van den Islâm.
-
-Deze verdraagzaamheid schijnt onvereenigbaar met hetgeen de
-Mohammedaansche wet omtrent de verhouding tot aanhangers van
-andere godsdiensten voorschrijft. Volgens die wet, die in haar
-geheel aanspraak maakt op goddelijk gezag, moet immers de geheele
-menschenwereld aan de Mohammedaansche gemeenschap onderworpen, zooveel
-mogelijk ook in geestelijken zin bij haar ingelijfd worden. Ter
-bereiking van dit doel behoort de gemeente der geloovigen djihâd
-te doen, d. i. "heiligen oorlog" te voeren tegen allen, die nog
-buiten de sfeer van haar gezag leven. De leiding van den djihâd, de
-bepaling van tijd, plaats en middelen, is een der hoofdplichten van het
-hoofd der gemeente, den chalief, den opvolger van Mohammed in diens
-hoedanigheid van opperbestuurder, opperrechter en opperbevelhebber
-der Moslims. Al naar mate de belangen van den Islâm het volgens zijn
-inzicht medebrengen, voere hij dien krijg met meer of minder kracht
-of late hij dien zelfs tijdelijk rusten. Tot eene staking van het
-offensief tegen eene ongeloovige mogendheid voor meer dan tien jaren
-mag hij zich onder geene omstandigheden verbinden. Aan belijders van
-den Joodschen, Christelijken en daarmee gelijkgestelde godsdiensten
-wordt, mits zij zich aan het Mohammedaansche staatsgezag onderwerpen
-en met de positie van onderdanen zonder burgerrecht genoegen nemen, met
-zekere beperkingen de uitoefening van hunnen godsdienst toegestaan; bij
-eigenlijke heidenen moet de onderwerping met bekeering gepaard gaan.
-
-
-
-
-De grondslagen van het program van den heiligen oorlog.
-
-Het djihâd-program gaat uit van de onderstelling, dat de Mohammedanen
-voortdurend, evenals bij hun eerste optreden in de wereld, een gesloten
-geheel vormen onder éénhoofdige leiding. Deze toestand heeft evenwel
-in de werkelijkheid zóó kort bestaan, het gebied van den Islâm is zóó
-spoedig in een steeds grooter aantal vorstendommen uiteengevallen,
-het oppergezag van den zoogenaamden chalief is na korten bloei zóózeer
-tot een ijdelen naam geworden, dat ook de djihâd-voorschriften zich
-aan de gezagsverbrokkeling hebben moeten aanpassen. Gelijk in de
-meeste andere opzichten, zoo ook ten aanzien van het voeren van den
-heiligen oorlog draagt dan de wet de bevoegdheden en plichten van den
-éénen chalief aan de verschillende landshoofden op, ieder voor zijn
-machtsgebied. Nu spreekt het vanzelf, dat deze overdracht van het
-gezag van éénen op velen zeer vereenvoudigend werkt voor al hetgeen
-het bestuur binnenslands betreft; maar even duidelijk is het, dat die
-verbrokkeling de voortzetting van den wereldveroveringsoorlog, zooals
-die in de eerste eeuw van den Islâm was ingezet, onmogelijk maakte.
-
-Er waren trouwens nog tal van andere oorzaken, die de eerst toomlooze
-vaart der Moslimsche legerscharen stuitten. Men kwam tot grenzen, waar
-de geboden weerstand niet zoo dadelijk te breken viel, en het genot van
-het verkregene verslapte de energie. De veroveringsdaden der eerste
-geslachten werden toen in de verbeelding der lateren geïdealiseerd,
-gereinigd van hetgeen ze ontsierde, en de theorie harer gewenschte
-voortzetting werd uitgewerkt, in te meer casuïstische bijzonderheden,
-naar mate de toepassing verder buiten de sfeer van het mogelijke
-kwam te vallen. Het oorlogsrecht kenmerkte zich door een streng
-in-het-oog-houden van het doel: uitbreiding van den waren godsdienst
-of anders toch van het gezag zijner vertegenwoordigers, en verder
-door het vermijden van alle wreedheid in de keuze der middelen. Alleen
-waar een Mohammedaansch gebied wordt aangevallen door eene ongeloovige
-macht, daar wordt aan de geheele bevolking de plicht der verdediging
-opgelegd. Offensief optreden is slechts dan gerechtvaardigd,
-wanneer het bevel ertoe en de regeling ervan uitgaan van een erkend
-staatshoofd. Waar ongeloovigen erin slagen, eene Moslimsche bevolking
-te onderwerpen, moet deze niet in een toestand van ondergeschiktheid
-berusten, maar de eerste gelegenheid aangrijpen om òf het juk af te
-schudden òf te emigreeren naar een zelfstandig Moslimsch land, zoowel
-om het gevaar, waarmêe het eigen geloof bedreigd wordt, af te wenden,
-als om de gelederen der geloovigen tot den strijd tegen den vijand,
-d. i. de niet-onderworpen andersgeloovigen, te versterken. Al duurt de
-onmogelijkheid van afdoend verzet en van emigratie ook eeuwen lang,
-toch mag men de daardoor ontstane verhouding van afhankelijkheid van
-een niet-Mohammedaansch staatsgezag niet anders dan als voorloopig
-en abnormaal aanvaarden.
-
-
-
-
-Middeleeuwsch karakter van dat program.
-
-Het geheele samenstel van wetten, dat volgens den Islâm de verhouding
-van geloovigen tot ongeloovigen zou moeten beheerschen, is de meest
-consequente uitwerking, die men zich denken kan, van de vermenging
-van godsdienst en politiek in haar middeleeuwschen vorm. Dat hij, die
-de materieele macht heeft, ook over de geesten dwang uitoefent, geldt
-daarbij als volkomen natuurlijk; de mogelijkheid van het samenleven
-der belijders van verschillende godsdiensten als gelijkgerechtigde
-burgers van éénen staat, acht men uitgesloten. Zoo was het in de
-middeleeuwen niet alleen bij de Mohammedanen; vóór en zelfs nog
-lang na de reformatie dachten onze voorouders er niet veel anders
-over. Het verschil ligt voornamelijk hierin, dat de Islâm al die
-middeleeuwsche gedragsregelen in den vorm van eeuwig geldende wetten
-heeft vastgelegd, zoodat dus een later geslacht, ook al wijzigt
-zich het inzicht, zich niet gemakkelijk ervan emancipeeren kan. Te
-moeielijker werd die losmaking, omdat èn de groote menigte èn het gros
-der schriftgeleerden zich te steviger aan dat bedenkelijke erfdeel
-van het voorgeslacht vastklemden, hoe meer de omstandigheden met de
-verwerkelijking van dit gewelddadige program schenen te spotten. Aan
-de opvoeding der menigte is nu eenmaal in de landen van den Islâm alle
-eeuwen door weinig zorg besteed, en het denkbeeld eener toekomstige
-wereldbeheersching was te vleiend voor hare ijdelheid om dit zoo maar
-prijs te geven. De wetgeleerden hadden in hunne bekrompenheid geen
-deel aan de volheid van het werkelijke leven; angstvallig bewaarden
-zij de vormen der oude idealen, zonder zelfs te bemerken, dat de
-inhoud eraan ontvloden was. Voor hen gold en geldt de waardeering der
-godsdienstvrijheid door intellectueele Turken gelijk mijn vriend van
-daarstraks als eene lichtzinnige concessie aan den verdorven tijdgeest.
-
-
-
-
-Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed.
-
-Toch ging de beweging der geesten haren gang, in de laatste eeuw met
-vaak verrassende snelheid. Juist door de stroefheid der Mohammedaansche
-samenleving en de achterlijkheid en corruptheid der Mohammedaansche
-staatsbesturen kwam gaandeweg het geheele gebied van den Islâm, in
-tegenstelling met zijn zelfbewust program van wereldverovering, onder
-den invloed van Europa. Het is al zoover gekomen, dat meer dan 90%
-van alle Mohammedanen in wingewesten of protectoraten onder politieke
-leiding van Europeesche mogendheden leven, terwijl de zelfstandigheid
-van het overblijvende gebied, voornamelijk Turkije, alleen in schijn
-gehandhaafd wordt door zekere handigheid in het balanceeren tusschen
-de groote mogendheden, die elkander de voogdij betwisten.
-
-Al die aanrakingen tusschen het gebied van den Islâm en
-de buitenwereld, die op dit totale verlies zijner politieke
-onafhankelijkheid zijn uitgeloopen, danken haar eerste ontstaan aan
-de behoefte van Europa aan economische expansie, aan het eigenbelang
-dus der volken, die het middeleeuwsche stof wisten af te schudden en de
-Mohammedanen in geestelijken en materieelen zin voorbijstreefden. Eerst
-later maakte het bekrompen denkbeeld der exploitatie plaats voor
-dat der annexatie, straks dat der volle inlijving van de veroverde
-landen in dezen zin, dat de bevolking moest worden opgevoed tot
-de voor haar bereikbare en gewenschte deelname aan de cultuur der
-overheerschers. Dit ging niet ineens; de strijd tusschen het egoïsme
-der voogden en hun plichtbesef jegens hunne pupillen is nog in vollen
-gang. Maar de Europeesche voogden, zelfs zulke, wien de consequente
-toepassing der nieuwere beginselen nog vaak te zwaar valt, schamen
-zich nu reeds voor het belijden van een ander bestuursbeginsel
-dan dat der zuivere harmonie van alle belangen van twee volken,
-waarvan de geschiedenis het eene heeft gesteld onder leiding van het
-andere. De Mohammedanen onder direct of indirect Europeesch bestuur
-hebben hiervan al veel voordeel gehad, en men mag zeggen, dat zij er
-in het algemeen beter aan toe zijn dan hunne geloofsgenooten in de
-quasi-zelfstandige staten, waar zij de nadeelen ondervinden zoowel
-van een corrupt bestuur als van den wedijver om economische winste
-tusschen de groote machthebbers van het Westen. De druk, waaronder
-in een land als Turkije de bevolking zucht, heeft evenwel toch ook
-de zucht naar geestelijke ontwikkeling geprikkeld; de Jong-Turksche
-beweging der laatste jaren getuigt er luide van.
-
-In de hooger ontwikkelde kringen van alle Mohammedaansche landen is
-het besef algemeen geworden, dat de middeleeuwsche vermenging van
-godsdienst en politiek, welke het stelsel van den Islâm voor altijd
-wilde handhaven, niet van onzen tijd is. Zoozeer zijn de Mohammedanen
-in de wereld de staatkundig en maatschappelijk minderen geworden, dat
-het denkbeeld eener op hunnen godsdienst gegronde wereldheerschappij
-alleen voor de onwetenden iets van zijne bekoring kon behouden. De
-overigen schamen zich bijna voor de aanmatiging, die ons uit de leer
-van den djihâd tegenklinkt, en geven zich alle moeite om te betoogen,
-dat de wet zelve de toepassing ervan beperkt tot omstandigheden,
-die zich nu niet meer voordoen.
-
-
-
-
-Chalifaat en Djihâd.
-
-De les der verdraagzaamheid prentte zich het moeielijkst in bij die
-volken, die in het politieke glorietijdperk van den Islâm vooraan
-gestaan hadden, het allermoeielijkst bij de Turken, die in het
-laatste roemtooneel de hoofdrol speelden. Toen in 1258 Bagdad door
-de Mongolen verwoest en het daar sedert ruim vijf eeuwen gevestigde
-Abbasiedenchalifaat weggeveegd werd, geraakte de Mohammedaansche wereld
-niet uit hare voegen, zooals geschied zou zijn, indien dat chalifaat
-nog iets met de centrale leiding van de gemeenschap der Mohammedanen te
-maken gehad had. Inderdaad had dit vorstenhuis al drie en een halve
-eeuw op den flauwen naglans van zijn kortstondigen roem geleefd,
-en dat het in dien tijd niet door een der vele machtige soeltans
-verdrongen werd, dat dankte het voor een goed deel juist aan zijne
-practische onbeduidendheid. Zóó onbeduidend waren de naamchaliefen
-geworden, dat Europeesche schrijvers zich soms hebben laten verleiden,
-hen als eene soort van kerkvorsten van den Islâm voor te stellen,
-die willens of onwillens hun wereldlijk gezag aan de vele landvorsten
-van het wijde gebied van den Islâm hadden overgedragen. De totale
-afwezigheid van wereldlijk gezag scheen hun, in verband met den
-toch vaak gebleken eerbied des Moslims voor het chalifaat, alleen
-bij de onderstelling van een geestelijk gezag, van eene soort van
-Mohammedaansch pausdom denkbaar. Toch heeft zoo iets nooit bestaan,
-en de Islâm, die priesters noch sacramenten kent, zou er ook geen
-plaats voor gehad hebben. De menigte had daar, gelijk elders,
-de legende liever dan de werkelijkheid: zij dacht zich den over de
-gansche Moslimsche gemeente wakenden opvolger van den Profeet, zooals
-die in de eerste twee eeuwen na de Hidjrah volgens de historische
-overlevering werkelijk had bestaan, als voortbestaande, lang nadat
-het instituut van het chalifaat in de politieke ontaarding van den
-Islâm was ondergegaan. Maar niet als paus stelde zij zich hem voor,
-neen als opperregeerder, vooral als amier al-moe'minien, aanvoerder
-van de legerscharen van den Islâm, die eenmaal de heele wereld voor
-zijn gezag zouden doen buigen.
-
-De chalief, de stedehouder van den Gezant van Allah, en de djihâd,
-de heilige oorlog tegen de gansche wereld buiten den Islâm: aan deze
-beide namen was onafscheidelijk de herinnering van die schitterende
-tweehonderd jaren verbonden, waarin de loop der gebeurtenissen aan de
-pretensie van wereldverovering door het Mohammedanisme gelijk scheen
-te geven. Wat in de werkelijkheid onderging, bleef in de legende
-voortleven; de vereering der schimchaliefen van Bagdad maakte het voor
-vele Mohammedanen gemakkelijker, de verijdeling van hun staatkundig
-ideaal te vergeten.
-
-
-
-
-Het chalifaat der Turksche soeltans.
-
-Toen Bagdad gevallen en een groot deel der Abbasiedenfamilie uitgemoord
-was, bleef dat politieke fetisisme nog nawerken; de Soeltans van Egypte
-trokken er partij van door een der aan den moord ontkomenen in hunne
-hoofdplaats de traditie van het schijnchalifaat te doen voortzetten
-en zoo den indruk te vestigen, dat hun gebied nu het middelpunt
-van den Islâm geworden was. Maar deze schaduw van een schaduw
-moest geheel verbleeken, toen de zon der Osmanen hare middaghoogte
-bereikte. Onder hunne leiding deed de Islâm zijne laatste poging om,
-wel niet de wereld te onderwerpen, maar toch eene wereldmacht van
-den eersten rang te worden. Hun gelukte het, Constantinopel (1452) te
-veroveren, waaraan de grootste Moslimsche vorsten van voorheen hunne
-krachten vergeefs hadden beproefd. Toen zij nu in 1517 Egypte, en in
-het gevolg daarvan ook de provincie der heilige steden van Arabië,
-Mekka en Medina, onderworpen hadden, vonden zij zich sterk genoeg om
-te pogen, de traditie van het werkelijke chalifaat te doen herleven
-of althans de rol van feties zelf op zich te nemen. Hiervan weerhield
-hen zelfs niet het uitdrukkelijke voorschrift der wet, dat afstamming
-van den edelen Arabischen stam van Qoraisj als vereischte stelt aan
-hem, die het chalifaat zal bekleeden. Drogredenen van gedienstige
-wetgeleerden hielpen hun om dit bezwaar ter zijde te stellen, en de
-menigte verzette zich tegen deze kunstgrepen niet, nu de droombeelden,
-die zij met het chalifaat verbond, werkelijkheid schenen te worden. Wie
-Klein-Azië, Syrië, Egypte, West-Arabië en Mesopotamië beheerschte, het
-Byzantijnsche rijk veroverd had, en door een groot deel van Europa als
-een geduchte vijand beschouwd werd, mocht gerust zijn zwaard als feties
-in de plaats stellen van den krachteloozen stamboom der Abbasieden.
-
-Het aldus herboren chalifaat miste derhalve traditioneele kenmerken
-van beteekenis, en het kon ook in andere opzichten niet als de
-regelmatige voortzetting van het oude beschouwd worden. Van de oudste
-Mohammedaansche landen bleven verscheidene geheel buiten de Turksche
-invloedssfeer; en dat niet alleen zulke, waar zooals in Perzië eene
-aan de Turken vijandige dynastie de vaan der ketterij ontplooide,
-maar bovendien volkomen orthodoxe rijken in Centraal-Azië, in Indië,
-in Noordwest-Afrika, waar het Turksche zwaard geene gelegenheid vond
-zich te doen gelden. In Marokko werd zelfs het Turksche chalifaat
-rechtstreeks verloochend doordien de locale vorsten, afstammelingen van
-den Profeet, zelf den hoogsten titel aannemen. Elders weer ontstonden
-gelijktijdig met of na de opkomst der Osmanen nieuwe Mohammedaansche
-rijken, die nooit met eenig werkelijk of vermeend politiek centrum
-van den Islâm in contact gekomen zijn; zoo in het Verre Oosten van
-Azië en in Centraal-Afrika.
-
-
-
-
-Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen.
-
-De aanmatiging van den chaliefentitel door de Osmanen-soeltans
-had inderdaad slechts deze beteekenis, dat zij in hunne politieke
-glansperiode zoo ondubbelzinnig mogelijk vastgesteld wilden zien, dat
-geen ander Moslimsch vorst zich in beteekenis met hen kon meten. Dit
-kon niet doelmatiger geschieden dan door de toevoeging aan al hunne
-wijdsche Turksche en Perzische titels van den naam van het hoogste
-ambt, dat ooit in den Islâm bestaan had. Aan hunne macht heeft die
-eeretitel van chalief nooit iets toegedaan; zij beheerschten alleen
-hetgeen hunne legers veroverd hadden en oefenden buiten dat gebied
-niet den minsten invloed.
-
-Het Turksche zwaard verloor weldra veel van zijne scherpte; lang
-vóórdat de politiek der Europeesche groote mogendheden het eene
-stuk na het andere van het Osmanenrijk afknabbelde, hadden zich
-verscheidene provinciën tot zelfstandige leenrijken onder erfelijke
-dynastiën ontwikkeld. Sedert Turkije, in zijn politiek gedrag geheel
-van niet-Mohammedaansche mogendheden afhankelijk, nog slechts ongeveer
-5% van de Mohammedanen der wereld zijne onderdanen noemt, zou het
-hoogst belachelijk klinken, den soeltan van dat rijk "Stedehouder van
-den Gezant Gods, Opperbevelhebber der Geloovigen" te hooren noemen,
-indien men niet ook buiten Turkije aan veel traditioneele dwaasheid
-in vorstelijke titels gewoon was.
-
-
-
-
-Panislamitisch streven van Abdoelhamied.
-
-Juist in de laatste eeuw is het aan de Turken door een samenloop van
-omstandigheden soms gelukt, uit dien met twijfelachtig recht gevoerden,
-zinledig geworden titel wat kleine munt te slaan.
-
-De duizendvoudig vermeerderde verkeersmiddelen hebben ook
-Mohammedaansche volken, die vroeger elkanders bestaan niet of
-nauwelijks kenden, met elkaar in aanraking gebracht. De ongeveer
-230 millioen Moslims, die onder niet-Moslimsch bestuur leven,
-beschikken meerendeels niet over genoeg historisch geheugen om te
-begrijpen, dat de bestuursverandering voor hen eene verbetering
-geweest is. Het politieke verleden van den Islâm zien zij enkel door
-den sluier der legende, en wanneer het heden hun tot grieven en
-bezwaren stof biedt--en waar ontbreken die?--, dan zijn zij licht
-geneigd te gelooven, dat al die klachten verholpen zouden zijn,
-wanneer slechts de Heer der Geloovigen zich met hunne belangen kon
-bemoeien. Van het wanbestuur, waaronder de werkelijke onderdanen des
-Soeltans van Turkije zuchten, hooren zij weinig en ondervinden zij
-niets. En de Soeltan, die het in dit opzicht het ergst gemaakt heeft,
-totdat hij in 1909 door zijne onderdanen afgezet en verbannen werd,
-heeft met meer ijver en met meer succes dan een zijner voorgangers aan
-de verbreiding der valsche droombeelden omtrent het Chalifaat onder de
-Mohammedanen gewerkt. Zijne listige, maar kortzichtige politiek, die
-zijn eigen rijk steeds nader bij den ondergang bracht, zocht troost
-voor menigen tegenslag in panislamitische intrigues, op touw gezet
-door gewetenlooze, maar meestal onkundige en onhandige handlangers,
-die aan de goedgeloovigen een ideaal chaliefenbeeld vertoonden en
-beweerden, dat dit het welgelijkend portret van Abdoelhamied was.
-
-
-
-
-Geene organisatie van het panislamisme.
-
-Men heeft vaak gesproken van eene organisatie van het panislamisme
-onder leiding van Abdoelhamied. Ten onrechte. In 1897 heb ik, naar
-aanleiding van eenige vuile, in het geheim verspreide pamfletten,
-die de intiemste raadgevers van den Soeltan in hun wedijver om diens
-gunst tegen elkander losgelaten hadden, gepoogd een beeld te geven
-van de geestelijke atmosfeer, waarin die despoot leefde [2], en toen
-ik in 1908 de eerste twee maanden der revolutie te Constantinopel
-bijwoonde, vond ik van de juistheid van dat beeld de volle bevestiging
-[3]. Die bende van bekrompen kuipers was allerminst geschikt om eene
-ernstige internationale beweging te leiden. Zij exploiteerden de met
-enkele Mohammedanen van aanzien uit niet-Turksch gebied aangeknoopte
-betrekkingen tot verhooging van eigen aanzien en voordeel, zonder
-werkelijk nut voor de wederopwekking van het doode chalifaat. De
-vestiging van eenige Turksche consulaten in Mohammedaansche landen
-onder Europeesch bestuur trof evenmin doel. Men vergat gewoonlijk
-den consuls hunne tractementen uit te betalen; de consuls kenden niet
-eens de talen der bevolkingen, waaronder zij leefden, en deden geen
-moeite om ze te leeren. Hunne meestal zeer "vrijzinnige" levenswijze
-diende niet om het respect voor hunnen zender te verhoogen.
-
-Het panislamisme kan nu eenmaal niet met een ander program werken
-dan met het versletene, voor verwezenlijking onvatbaar geblekene
-der wereldverovering door den Islâm en dit heeft op de verstandige
-belijders van den Islâm geen vat meer, terwijl het onder de domme
-menigte, die nog voor de bekoring van den strijd tegen alle kafirs
-vatbaar is, alleen verwarring en onrust stichten kan. Het kan hoogstens
-plaatselijke stoornis verwekken, nooit in eenigen zin opbouwend werken.
-
-
-
-
-De chalief geen kerkvorst.
-
-Denkelijk zonder het te bedoelen hebben sommige Europeesche
-staatslieden en schrijvers aan de panislamitische gedachte zekeren
-steun gegeven door hunne op volslagen misverstand berustende
-beschouwing van het chalifaat als eene soort van Mohammedaansch
-pausdom. Vooral in Engeland vond die voorstelling aanhangers in den
-tijd, toen dit land nog gold als de beschermer van den Turk tegen van
-Rusland dreigend gevaar. Men achtte het nuttig, de Britsch-Indische
-Moslims te doen gelooven, dat de Britsche Regeering met hunnen
-kerkvorst op voet van intieme vriendschap leefde. Turksche staatslieden
-maakten van deze dwaling een handig gebruik. De ware leer van het
-chalifaat met zijne taak van vereeniging aller geloovigen onder zijne
-vaan om dan den strijd tegen alle kafirs aan te binden, konden zij
-natuurlijk tegenover hunne Europeesche vrienden niet belijden. Des
-te meer verheugde het hen, te zien, dat dezen zich van dat instituut
-eene weliswaar valsche, maar juist daarom voor niet-Mohammedanen
-aannemelijke voorstelling vormden. Zij wachtten zich er wel voor,
-deze te verbeteren, want het was hun genoeg, zich tegenover hunne
-geloofsgenooten erop te kunnen beroepen, dat de pretensie der Osmanen
-op het chalifaat zelfs bij niet-Mohammedaansche groote mogendheden
-wel erkenning vond.
-
-
-
-
-De Turksche omwenteling en het panislamisme.
-
-Al was het panislamisme niet georganiseerd, het stelde zich niettemin
-dikwijls in Mohammedaansch gebied onder Europeesch bestuur aan de
-normale ontwikkeling eener voor beide partijen gewenschte verhouding
-tusschen bestuurders en bestuurden in den weg; speculeerend op alle
-vormen van ontevredenheid, werkte het heimelijk als vredeverstoorder,
-zonder dat de gewekte of geprikkelde tweedracht eenig uitzicht op
-verbetering kon openen.
-
-Bij alle Europeesche mogendheden moest het als een welkom gevolg van
-de revolutie van 1908 begroet worden, dat de Jong-Turken, die het
-herstel der constitutie afdwongen, met de middeleeuwsche vermenging
-van godsdienst en politiek wilden breken. De handhaving van den
-Islâm als staatsgodsdienst was hunnerzijds eene concessie aan de
-oude overlevering, die aan de volkomen gelijkstelling der belijders
-van alle godsdiensten als burgers van het Turksche rijk niet tekort
-mocht doen. Het herboren Turkije moest een moderne rechtsstaat zijn
-in den vollen zin des woords. Voor chalifaat en djihâd was in zulk
-eenen staat geene plaats. Turken en Arabieren, Grieken, Armeniërs,
-Joden, en wie nog verder onder de Halve Maan samenleefden, moesten in
-vrijheid, gelijkheid en broederschap samenwerken om Jong-Turkije tot
-eenen in het internationale leven geëerbiedigden staat te maken. Met de
-onder niet-Mohammedaansch bestuur levende geloofsgenooten der Turken
-zou het Osmanenrijk zich geene bemoeienis aanmatigen. Hoogstens
-zou de regeering, ingeval dezulken over miskenning hunner rechten
-te klagen hadden, wellicht vertoogen doen hooren van dezelfde soort
-als die Christelijke mogendheden zoo vaak tot Turkije gericht hadden
-naar aanleiding van vermeende verdrukking van Christenvolken onder
-Turksch bestuur.
-
-Weldra bleken deze idealen vooralsnog veel te hoog gegrepen. De
-hebzucht der Europeesche mogendheden gunde aan Jong-Turkije niet
-de voor inwendige hervorming noodige rust. Op de geestdriftvolle
-harmonie van de eerste dagen der verlossing uit de klauwen van het
-despotisme volgde spoedig de herleving van den ouden binnenlandschen
-strijd, nu niet meer door gemeenschappelijke vrees voor den tyran
-in toom gehouden. Het Comité van Eenheid en Vooruitgang, dat voor
-of achter de schermen de zaken leidde, zag zich genoopt, eensdeels
-de gehate bestuursmiddelen van het despotisme weer aan te wenden,
-anderdeels ten koste van zijn eigen program vele concessies te doen,
-ook aan de Moslimsche orthodoxie en aan het geloof en bijgeloof der
-menigte. De feties van het chalifaat moest weer uit het museum van
-oudheden, waarin men het voorloopig had opgeborgen, voor den dag
-gehaald worden. Wat het daarmêe eng verbonden denkbeeld van djihâd
-betreft, de Europeesche mogendheden zorgden ervoor, dat dit niet
-vergeten werd. Turkije werd voortdurend tot djihâd gedwongen.
-
-
-
-
-Djihâd en heilige oorlog.
-
-Wanneer wij het woord djihâd door "heilige oorlog" weergeven,
-dan geschiedt dit met recht, in zooverre zulk een strijd voor de
-Mohammedanen, die hem voeren, een heilig, een godsdienstig karakter
-heeft. Maar men vergist zich, als men zich voorstelt, dat daarnevens
-iets als een onheilige of profane oorlog zou bestaan. De Islâm kent,
-afgezien van de als een politiemaatregel te beschouwen aanwending van
-het leger tot bedwinging van opstand tegen het wettig gezag, geen
-anderen oorlog dan den djihâd, en geen ander doel van den djihâd
-dan de verdediging der belangen van den Islâm tegen aanranding
-door niet-Mohammedanen of de uitbreiding van het gebied van den
-Islâm ten koste van de Dâr al-Harb, het gebied der ongeloovigen. De
-oorlogen, die Turkije onder Abdoel-Hamied tegen Rusland en tegen
-Griekenland te voeren had, zijn door Turken en Arabieren nooit
-anders dan djihâd genoemd, al was men voorzichtig genoeg om het
-gebruik dier middeleeuwsch-fanatieke benaming in het verkeer met
-Europeanen te vermijden. Hetzelfde geldt van den oorlog met Italië
-om Tripoli en van dien met de Balkanstaten. Voor de Mohammedanen,
-die op de oude wijze voortgaan, godsdienst en politiek te vermengen,
-bestaat geen andere oorlog dan godsdienstoorlog. Dat er een bijzonder
-edict van den Soeltan-Chalief noodig zou zijn om eenen oorlog van
-Turkije tot djihâd te stempelen, is alweer eene dier belachelijke
-wanvoorstellingen omtrent Mohammedaansche zaken, zooals er zoovele
-in Europa tot gangbare munt zijn geworden. De Turken plegen zulke
-domheden niet te bestrijden, maar zich in den omgang met Europeanen
-erbij aan te sluiten, als hun belang dit medebrengt. Voor geen Moslim
-ter wereld heeft echter, wanneer Turkije in een oorlog gewikkeld
-is, de vraag, of de Soeltan den heiligen oorlog heeft afgekondigd,
-een redelijken zin. Dit alles behoort men wel te bedenken, wil men
-de politieke gebeurtenissen der laatste dagen, voor zoover Turkije
-daarbij betrokken is, recht verstaan.
-
-
-
-
-Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije. Hugo Grothe.
-
-Er zijn over die gebeurtenissen in Duitschland vlugschriften
-verschenen, die in sommige opzichten ook buiten Duitschland wel
-eenige aandacht verdienen. "Deutschland, die Türkei und der Islâm"
-heet het geschrift van Hugo Grothe, die op economisch gebied als
-competent geldt, en wiens vroegere werken de resultaten mededeelen
-van zijne onderzoekingsreizen in Europeesch en Aziatisch Turkije, in
-Perzië en Tripolitanië. Deze brochure maakt deel uit van eene reeks
-"Zwischen Krieg und Frieden", onder redactie van Irmer, Lamprecht
-en von Liszt, politieke opstellen voor het groote publiek; onder de
-medewerkers komt Fürst von Bülow voor.
-
-
-
-
-Misverstand bij Grothe.
-
-Waar Grothe het gebied der economische politiek verlaat, toont
-hij zich dadelijk vreemdeling. Het politieke Islâmvraagstuk staat
-hem bijv. niet duidelijk voor den geest. Het chalifaat noemt hij
-de wereldlijke vertegenwoordiging van de godsdienstige gemeenschap
-der Mohammedanen, eene wel wat flauwe uitdrukking van het denkbeeld,
-dat alle Mohammedanen in politieken zin rechtens onderdanen van den
-chalief zijn, die evenwel in de uitoefening zijner bestuursrechten ten
-aanzien van tegenwoordig 95% dier onderdanen verhinderd wordt door
-ongeloovige vorsten, wier gezag uit zijnen aard onwettig is. Maar
-nu citeert Grothe op eene andere bladzijde uit eene 8 Augustus door
-den Keizerlijken Gouverneur van Kameroen aan de Inlandsche bevolking
-gerichte proclamatie deze woorden: "Uns hilft ferner der Sultan in
-Stambul, der in Glaubenssachen der Oberherr aller Mohammedaner ist",
-en wel verre van de noodige correctie aan te brengen, noemt hij dezen
-officieelen onzin "von Interesse". Grothe's voorstelling, dat in het
-begin van den tegenwoordigen oorlog de "djihâd van Duitschland" het
-onderwerp van besprekingen en gebeden in de moskeeën van Turkije was,
-behoort wellicht tot de dichterlijke inkleeding, want wél vertalen wij
-djihâd ongeveer juist door "heilige oorlog", maar óns "heilige oorlog",
-zooals dat thans door iedere krijgvoerende partij op haar eigen strijd
-wordt toegepast, wordt geenszins door het Arabisch-Mohammedaansche
-djihâd weergegeven. Waar ouderwetsch vrome Mohammedanen dezen oorlog
-in het gebed gedenken, daar zal het gebed ongeveer aldus luiden:
-"Wij danken U, Allah, dat Gij de legerscharen des Duivels tegen
-zichzelve verdeeld hebt en dat Uw almacht sommigen hunner dwingt,
-de verdedigers van den Islâm met hunne wapenen en hunne mannen te
-steunen. Schik dit alles, o Heer, tot eene nabijzijnde zegepraal der
-geloovigen en tot ondergang van allen, die ongehoorzaam zijn aan U en
-Uwen Gezant." Zóó en zoo alleen is de opvatting van zúlke Moslims,
-die door de geschiedenis nog niet genoeg ontnuchterd zijn om het
-inzicht te deelen van den Turk, wiens woorden ik in den aanhef van
-dit opstel citeerde.
-
-
-
-
-Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije.
-
-Dichterlijke inkleeding van Grothe is het ook, wanneer hij een te
-Konia, Bundur en Sparta waargenomen aardbeving laat medewerken om
-de Turken te brengen tot het juiste inzicht in de beteekenis der
-catastrophe, die wij beleven; inkleeding, wanneer hij op zijne reizen
-Turken, Arabieren, Koerden en Anatoliërs steeds hoort getuigen van
-hunne sympathie voor Duitschland en denkbeelden over de politiek
-van den dag hoort uiten, die ook geen haarbreed van die van Grothe
-afwijken. Hoort uiten in talen, waarvan hij niets verstaat, want de
-twee Turksche uitdrukkingen, die Grothe te pas brengt, zijn in strijd
-met het idioom [4].
-
-Dichter blijven wij bij de aarde, wanneer wij Grothe volgen in
-zijn overzicht van de economisch-politieke betrekkingen tusschen
-Turkije en Duitschland, zooals die zich sedert 1880 ontwikkeld
-hebben. Duitschland, zegt hij, is door een samenloop van ongunstige
-omstandigheden erg achteraan gekomen in het deelnemen aan den
-wedstrijd der Europeesche mogendheden om de economische en commercieele
-voordelen, die in het gebied van Turkije te behalen zijn. Eigenlijk
-zette de gunstige keer pas in met de concessie van den Anatolischen
-spoorweg aan een Duitsch syndicaat (1888), waarop later die van den
-Bagdadspoorweg volgde. Van de snelheid der beweging krijgt men eenige
-voorstelling door de cijfers van in- en uitvoerhandel tezamen tusschen
-Duitschland en Turkije voor 1888: 14 millioen, en voor 1913: 200-250
-millioen mark. De concurrentie met Engeland, Frankrijk en Rusland
-maakte ook hier eene afbakening der belangensferen voor alle partijen
-gewenscht. Vóór den oorlog was het overleg zoo ver gevorderd, dat men
-in dit jaar het totstandkomen eener overeenkomst verwachtte, waarbij
-Engeland Zuid-Mesopotamië als economisch gebied zou krijgen, Frankrijk
-Syrië, Duitschland het gedeelte van Mesopotamië en Klein-Azië, dat
-ongeveer begrensd wordt ten Noorden door den 34sten en den 41sten
-graad Oosterlengte, en ten Zuiden door den 36sten en den 39sten graad
-Noorderbreedte, terwijl het Noorden van Klein-Azië voor spoorwegaanleg
-aan eene Fransch-Russische combinatie overgegeven zou worden.
-
-
-
-
-Duitschland de redder van Turkije.
-
-Duitschland zou in die economische invloedssfeer wel een weinig
-dankbaar, maar toch lang niet voldaan zijn geweest. Sedert Augustus is
-het begonnen, zich heel andere grenzen af te bakenen, altijd voor het
-geval, dat zijne gunstige verwachting van de krijgskans niet beschaamd
-wordt. Het heeft daartoe, volgens Grothe, het volste recht. Want men
-mag als zeker aannemen, dat in het voor Duitschland ongunstige geval
-Rusland niet aarzelen zou, het Turksche rijk te vernietigen. Nu
-Rusland den voor zijne ontwikkeling noodigen ijsvrijen zeeweg in
-het Verre Oosten niet kan vinden zonder conflict met Japan, in de
-Perzische Golf niet zonder strijd met Engelsche belangen, staat het
-voor het Tsarenrijk meer dan ooit vast, dat het Constantinopel moet
-bezitten. Engeland, dat zich vroeger steeds hiertegen verzet heeft,
-zou thans daartoe medewerken; het zou daarvoor Mesopotamië en Arabië
-als zijn gebied mogen beschouwen.
-
-Alleen Duitschland kan Turkije redden, en het heeft daarbij
-een reusachtig belang, want alleen het behoud van de volkomen
-integriteit van het rijk der Osmanen maakt het voor Duitschland
-mogelijk, zijne daar verkregen economische positie te beschermen en
-te verhoogen. Bovendien is Duitschland onder de groote mogendheden,
-waarmee Turkije te rekenen heeft, de eenige, die geen duimbreed van
-dit land zou willen, of zelfs zou kunnen annexeeren. Duitschlands
-geographische ligging zou het verhinderen, zulk bezit afdoende tegen
-aanvallen te verdedigen en er profijt van te trekken. Daarom is
-Duitschland gedurende de kwarteeuw van zijne intieme relaties met
-Turkije altijd de eenige betrouwbare vriend van het rijk van den
-Soeltan-Chalief geweest. Er bestaat tusschen beide landen, buiten
-alle gevoelsquaesties, eene in den aard der zaken gegronde gemeenschap
-van belangen, terwijl de belangen van alle andere groote mogendheden
-slechts ten koste van Turkije's welzijn, ja eindelijk van zijn bestaan,
-te bevorderen zijn.
-
-Turkije heeft dit niet altijd ten volle zoo ingezien; er viel een zeker
-wantrouwen te overwinnen, gekweekt door de oneerlijke concurrentie van
-Duitschlands benijders en deels ook bevorderd door Duitschlands vaak
-te zwakke politiek. Maar nu zijn den Jong-Turken, die het roer van
-den staat in handen hebben, de schellen van de oogen gevallen. Men
-schijnt te Constantinopel nog slechts op Duitsche overwinningen
-in Noord-Frankrijk en Galicië te wachten--Grothe schreef vóór de
-Turksche oorlogsverklaring--om zich met Duitschland en Oostenrijk
-tegen de Verbonden Mogendheden te vereenigen. Het Turksche leger, dat
-reeds zooveel voor zijne organisatie aan Duitsche leering en leiding
-te danken heeft, zal, om zijne taak te volbrengen, groote behoefte
-hebben aan Duitsche hulp en steun, maar dan zal het ook een niet te
-versmaden medewerker zijn. Dit laatste vooral, indien de Chalief den
-"grooten heiligen oorlog", den djihâd afkondigt.
-
-
-
-
-De door Grothe gewenschte djihâd.
-
-Hier raakt nu Grothe te eenen male de kluts kwijt, daar hij niet
-weet, dat elke door Turkije gevoerde oorlog voor Mohammedanen van den
-ouden stempel, die de intellectueele beweging van het Mohammedaansche
-Oosten der laatste jaren niet medegemaakt hebben, een djihâd is. De
-vraag is voor dezulken niet: "djihâd of profane oorlog?" maar: "aan
-wien wordt door Turkije de djihâd verklaard?" En dan, gesteld, dat
-het antwoord luidt, zooals Grothe zich dat voorstelt, namelijk djihâd
-"tegen alle mogendheden, die Mohammedaansche landen hebben opgeslokt en
-den Islâm aldus van zijnen glans hebben beroofd," dan blijft de vraag,
-of inderdaad, zooals Grothe hoopt en verwacht, de Mohammedaansche
-volken onder Europeesch bestuur zóózeer onder de betoovering van de
-namens Soeltan Mehmed Resjâd gedane oproeping tot den krijg zullen
-komen, dat zij hunne meesters "hier heimlich und verschlagen, dort mit
-fanatischer Kühnheit" op het lijf zullen vallen. Grothe ziet in zijne
-verbeelding reeds, hoe "der so aufgerollte Glaubenskrieg"--zoo noemt
-hij het zonder omwegen--voor Engeland "den Niedergang seiner Grösse"
-beteekenen zal.
-
-
-
-
-De fetwa over den heiligen oorlog.
-
-Wij weten, dat Turkije op dit oogenblik bezig is, de door Grothe
-en zijne geestverwanten aanbevolen proef te nemen met zulk eenen
-godsdienstoorlog. De hoogste wetgeleerde autoriteit te Constantinopel,
-de Sjeich oel-Islâm, die sedert de revolutie van 1908 steeds een
-creatuur en een werktuig is van het Jong-Turksche Comité, heeft
-met "Ja" geantwoord op eene reeks van vragen, die hem voorgelegd
-zijn door den onbeduidenden opvolger van Abdoel-Hamied, met wien de
-leiders van het Jong-Turksche Comité alles doen, wat zij willen. In
-werkelijkheid vormen die vragen en antwoorden [5] samen eenvoudig
-eene proclamatie van Enver en Talaät, de leidende Comité-ministers,
-en doen de vrager (de Soeltan) en degene, die het antwoord geeft
-(de Sjeich oel-Islâm), daarbij den dienst van marionetten. Die
-proclamatie van de mannen van het Comité van Eenheid en Vooruitgang
-(waarmeê N.B. oorspronkelijk de eenheid der verschillende naties onder
-de Halve Maan en haar vooruitgang als moderne staat bedoeld werden)
-komt hierop neer, dat, wanneer de Vorst aller Mohammedanen den heiligen
-oorlog verklaart aan den vijanden van den Islâm, die de landen van den
-Islâm plunderen, en de bevolking dier landen slachten of tot slaven
-maken, het de plicht van alle Mohammedanen in de wereld is, met goed
-en bloed aan dien oorlog deel te nemen, dat dus inzonderheid ook de
-Mohammedaansche onderdanen van Frankrijk, Rusland en Engeland tot
-zulke deelname verplicht zijn, dat zij, die dezen plicht verzuimen
-en den strijd vermijden, zich den toorn Gods op den hals halen, dat
-echter Mohammedanen, die onder het bestuur der genoemde mogendheden
-of hunner bondgenooten leven en met dezen samen oorlog voeren tegen
-Duitschland en Oostenrijk, de helpers van Turkije, eene groote
-zonde begaan, die zeker Gods toorn medebrengt. Deze kennisgeving
-van hetgeen de Goddelijke wet volgens den rijksuitlegger derzelve in
-hare toepassing op den politieken toestand van het oogenblik leert,
-diende als grondslag voor een op 12 November uitgegeven manifest van
-den Soeltan tot leger en vloot.
-
-
-
-
-Het manifest van den Soeltan.
-
-Dit manifest stelt voorop, dat Rusland, met Engeland en Frankrijk,
-de vijandelijkheden begonnen is, dat Turkije dus tot het opvatten
-der wapenen gedwongen werd, dat Rusland trouwens reeds drie eeuwen
-lang geene gelegenheid ongebruikt liet om Turkije te benadeelen,
-dat millioenen Mohammedanen onder het tyrannieke bestuur der genoemde
-mogendheden zuchten, dat daarom de heilige oorlog verklaard is, van
-welks uitslag niet alleen het welzijn van het Turksche rijk, maar
-ook het leven en de toekomst van 300 millioenen Mohammedanen--deze
-schatting is overgenomen uit de rede, die de Duitsche Keizer in 1898
-bij het graf van Saladijn te Damascus hield; de bevolking schijnt dus
-in de sedert verloopen 16 jaren niet toegenomen te zijn--afhangen. De
-genade van Allah en de bijstand van den Profeet zullen de in de
-samenwerking met Duitschland en Oostenrijk ondernomen bestrijding
-van de vijanden van den Islâm tot overwinning voeren.
-
-
-
-
-De groote demonstratie.
-
-Constantinopel zou Constantinopel niet zijn, wanneer deze extravagante
-uitingen van het Comité niet gevolgd waren door eene betooging, eene
-numâjesj. Toen ik in 1908 de eerste twee maanden der door militairen
-onder leiding van het Comité bewerkte revolutie bijwoonde, ging er
-geen dag voorbij zonder een aantal van die numâjesj; menschenmassa's,
-die achter een paar vlaggen met "Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap"
-aanholden, bij sommige publieke gebouwen of woningen van autoriteiten
-halt hielden en daar redevoeringen toejuichten, waarvan niemand
-iets verstaan kon. Vroeg men aan de toejuichers, waarom het ging,
-dan kreeg men ten antwoord: "revolutie, vrijheid, de politie is
-immers afgeschaft" en dergelijke. Zoo hebben ook nu de Comitémannen
-de bevolking op 14 November gedurende acht volle uren op een numâjesj
-onthaald.
-
-In de moskee van Mehmed den Veroveraar, die herinnert aan de grootste
-overwinning der Turken op het Christendom, de verovering van Byzantium
-in 1452, werden de hierboven geresumeerde vragen en antwoorden
-voorgelezen, de fetwa dus over den heiligen oorlog. Gebeden werden
-uitgesproken, lange toespraken gehouden, aan het gejuich kwam geen
-eind. De stoet trok door de voornaamste wijken der stad, maakte zijne
-opwachting bij den Groot-Wezier en den Soeltan, en..... demonstreerde
-voor de Duitsche en Oostenrijksche gezantschappen. Nazim-bey en
-Moechtar-bey, trouwe Comité-mannen, complimenteerden respectievelijk
-den Duitschen en den Oostenrijkschen Gezant, en hunne redevoeringen
-werden door de ambassadeurs beantwoord. De in de Duitsche ambassade
-gewisselde toespraken zouden door Dr. Grothe niet anders zijn
-opgesteld. De Duitsche Gezant sprak namelijk niet alleen van
-Duitschland en Turkije, maar van hun gemeenschappelijken strijd
-voor het wezenlijk heil der Mohammedaansche wereld, van de Duitsche
-vriendschap voor het Osmanenrijk, maar vooral voor de belijders van
-den Islâm, welke allen na de overwinning der Duitsche en Turksche
-wapenen eene schitterende toekomst tegemoet gaan. De Oostenrijksche
-Gezant is iets voorzichtiger en minder Mohammedaansch geweest in zijn
-antwoord en heeft alleen gesproken van den heiligen oorlog, dien het
-Osmanenrijk gezamenlijk met Oostenrijk voerde, en van de sympathie,
-die Oostenrijk met Turkije verbond. Maar de geheele vertooning heeft
-toch op die Mohammedanen, die niet als wij daarbij bovenal aan eene
-Offenbach-operette herinnerd werden, zoo eenigen, dan alleen dezen
-indruk kunnen maken, dat Duitschland en Oostenrijk zich in dienst van
-Turkije gesteld hadden voor het voeren van een djihâd, want uit eigen
-hoofde kan van de drie alleen Turkije in djihâd gewikkeld zijn. Eenen
-oorlog tusschen kafirs onderling met den naam djihâd te bestempelen,
-is voor goede Mohammedanen godlasterlijk of bespottelijk.
-
-
-
-
-Becker's voorstelling der zaak.
-
-Grothe heeft dus niet alleen waar hij de economisch-politieke
-betrekkingen van Duitschland in het naaste verleden en in de toekomst
-besprak, maar ook waar hij over het opwekken van het sluimerende
-Mohammedaansche fanatisme in het belang van Duitschland handelde, het
-gevoelen van heerschende kringen in zijn vaderland weergegeven. Dit
-maakt het mij iets minder onverklaarbaar, dat ook mijn waarde
-vakgenoot, Prof. C. H. Becker te Bonn, die tot vóór korten tijd
-de Islâmwetenschap aan het Kolonial Institut te Hamburg met eere
-vertegenwoordigde, in den onwaarschijnlijken djihâd-roes, die thans
-de Duitsche politici schijnt te bezielen, is medegesleept. Zijn
-vlugschrift "Deutschland und der Islâm" [6] ademt denzelfden geest
-als dat van Grothe, al onderscheidt het zich gunstig hiervan door meer
-bezadigden toon en vooral, het spreekt wel vanzelf, door kennis van den
-Islâm. Becker vult verder Grothe's toekomstbeeld van de betrekkingen
-tusschen Duitschland en Turkije belangrijk aan door in zijn program van
-de bescherming der integriteit van Turkije op te nemen de militaire
-en politieke wedergeboorte van het rijk der Halve Maan, zóó dat het
-herschapen worde in een modernen rechtsstaat met een eerbiedwekkend
-leger. Niet alleen Duitsche fabrikaten en kapitaal, neen ook Duitsche
-geest moet in Turkije gaan werken. Dit laatste volgens eene betere
-methode dan de door Frankrijk of door Engeland in hunne koloniën
-toegepaste: "eine gesunde Volksschulbildung nach modernen Methoden,
-aber auf der Basis des überlieferten orientalischen Bildungsinhalts
-und getragen von den besten Kräften der islâmischen Religion." Hierop
-komen wij nog terug. Eerst nog een paar opmerkingen in verband met de
-voorstelling, die men aan de geschriften van Grothe en Becker samen
-ontleenen kan, van de ontwikkeling der politieke harmonie tusschen
-Duitschland en Turkije, met terzijdestelling voorloopig van hetgeen
-zich met het chalifaat en het Moslimsch fanatisme laat bewerken.
-
-
-
-
-De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije.
-
-Het laat zich best begrijpen, dat Duitschland bij de snel aangegroeide
-belangen, die het in Turkije heeft verkregen, gaarne de gevaren en de
-moeilijkheden, die uit de actie van mededingers kunnen voortspruiten,
-tot de kleinste afmetingen teruggebracht zou zien. Even verklaarbaar
-is het, dat Turkije op den duur van de concurreerende mogendheden nog
-het liefst met Duitschland te doen had, daar bij deze aanraking niet
-zoo licht verlies van gebied te vreezen viel. "Op den duur" zeg ik met
-voordacht, want er zijn wel oogenblikken geweest, waarop de Soeltan
-of het Comité moesten denken: Waar blijft nu de vriendschap? In den
-tijd van Abdoel-Hamied uitte zich de Duitsche genegenheid alleen jegens
-hem, die alle macht in zich bevatte, maar die thans algemeen beschouwd
-wordt als de grootste vijand, dien zijn volk gekend heeft. Van 1888 tot
-1908 negeerde Duitschland het Turksche volk, daar het Duitschland niet
-van nut kon zijn. Wie den aard van Europeesche politieke vriendschap
-een weinig kent, zal zich hierover evenmin verbazen als over Keizer
-Wilhelm's geringe belangstelling in het lot van den vroeger zoo
-geliefden Abdoel-Hamied, toen deze door het Comité eerst gedwongen
-werd, voor vrijheidsvriend te spelen, daarna te verdwijnen.
-
-Wie sedert 1908 gunst of voordeel zocht in Turkije, moest die afdwingen
-of afbedelen van het Comité. Dit kon, zooals ook onze Duitsche
-schrijvers opmerken, Duitschland niet dadelijk vertrouwen, daar de
-vrijzinnige Turken, die vóór de revolutie hun land ontvloden, in
-Duitschland geweerd werden ter wille van den bevrienden despoot. Toen
-Oostenrijk van de algemeene verwarring na de revolutie gebruik maakte,
-eerst om Bulgarije geheel van Turkije te helpen losmaken, daarna om
-zelf een stuk Turksch gebied te annexeeren, stak Duitschland geen
-vinger uit om zijn bondgenoot van die voor Turkije zoo pijnlijke
-amputatie terug te houden. Later nam Italië Tripoli, en Turkije kon
-Duitschlands verdienste, de eenige in den driebond te zijn, die niets
-wegnam, maar half waardeeren, omdat het de natuurlijke beletselen
-van zulk eene toeeigening even goed kende als ieder ander. Waar zulke
-beletselen niet bestonden, nam Duitschland even gretig zijn deel als
-de anderen, en in Afrika heeft het zelfs twee millioen Mohammedanen
-aan zijn gezag onderworpen, een gezag, dat door de betrokkenen toch
-niet minder tyranniek gevonden zal worden dan de Britsch-Indische
-en Noord-Afrikaansche Mohammedanen volgens Soeltan Mehmed Resjâd en
-volgens Becker het Britsche en het Fransche bestuur vinden.
-
-
-
-
-Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika.
-
-Nu moge Becker zeggen: die Mohammedanen hadden wij al toen onze groote
-ingenomenheid met Turkije en den Islâm begon, en bovendien tellen
-die pikzwarte Moslims zelfs in de oogen van Turken en Arabieren
-maar voor half, maar dat is geen ernstig antwoord op de bedenking,
-te minder daar de Islâm die geringschatting der negers niet alleen
-theoretisch verwerpt, maar ook practisch voor begaafde negers in de
-Moslimsche maatschappij alle wegen steeds veel wijder opengestaan
-hebben dan in Christelijke landen. Wel heeft Becker de verdrukte
-Mohammedanen, die nu door Duitschland geholpen moeten worden, slechts
-op 150 millioen begroot, zoodat alleen Rusland, Engeland en Frankrijk
-als de verdrukkers gelden, maar de Soeltan heeft in zijn manifest
-de volle 300 millioen, waarop de Keizer de Islâmbelijders taxeerde,
-als te bevrijden verdrukten aangeduid, en dus bij vergissing de twee
-millioen Duitsche onderdanen, en de Moslims onder Oostenrijksch en
-Italiaansch gezag, om niet meer te noemen, meegeteld.
-
-In den Balkanoorlog stond Turkije's zelfstandigheid zeker niet minder
-ernstig op het spel dan thans vóór de verklaring van den djihâd het
-geval was; maar ook toen heeft het van zijn Duitschen vriend weinig
-steun ondervonden. Grothe merkt op, dat het moeielijk geweest zou zijn,
-in Duitschland voor de Turksche zaak alléén het voor een oorlog noodige
-enthousiasme te wekken, terwijl dit nu, waar het tegen de concurrenten:
-Engeland en Rusland gaat, zoo gemakkelijk valt. Men zal dan toch moeten
-toegeven, dat het effect van de beide bezoeken van Keizer Wilhelm
-aan den Soeltan, waarmee volgens Becker en Grothe de welbewuste
-Islâmpolitiek van Duitschland werd ingeluid, zich niet geleidelijk
-ontwikkeld heeft, dat het lang bijzonder latent is gebleven.
-
-
-
-
-De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer op het
-protectoraat over Turkije.
-
-Al deze herinneringen mogen het ietwat eenzijdig karakter der Duitsche
-belangenpolitiek nog duidelijker doen uitkomen dan dit in geschriften
-als die van Becker en Grothe al geschiedt, zij nemen de mogelijkheid
-niet weg, dat bij de tegenwoordige politieke constellatie Turkije
-door het bondgenootschap met Duitschland ook zelf groot gewin kan
-erlangen. Maar, stellen wij ons dan die toekomst voor, zooals de
-Duitsche schrijvers haar wenschen, dan komt de zaak, naakt ontkleed,
-toch hierop neer, dat Turkije, door Duitschland verlost van alle
-lastige inmenging van Engeland, Frankrijk en Rusland, komt te
-staan onder Duitsche voogdij, dat het met zorgvuldige vermijding
-van den naam, zal worden een Duitsch protectoraat. Zijn leger, zijn
-bestuur, zijne finantiën, alles zal door Duitschland grondig hervormd
-moeten worden. De verhouding zal slechts in vorm verschillen van het
-protectoraat van Frankrijk over Marokko of van dat van Britannië over
-menig Mohammedaansch vorstendom in Indië. Het heeft in Duitschland,
-in kalmere tijden, nooit ontbroken aan warme lofredenaars op de
-wijze, waarop Engeland in Indië, Frankrijk in Noord-Afrika hunne
-Mohammedanen bestuurden, al ontbrak het natuurlijk ook nooit aan
-critiek en aan ergernis, wanneer Duitsche belangen in het gedrang
-kwamen. Men sprak van de pax Britannica en van de pax Gallica, die in
-de plaats gekomen waren van de vroegere onveiligheid, verwarring en
-corruptheid. Zelfs Engelands werk in Egypte werd gewaardeerd, en men
-vernam gunstige oordeelvellingen over de Islâmpolitiek van Rusland
-in Centraal-Azië. Wij hebben geene reden om van een protectoraat der
-Duitschers over Turkije minder gunstige resultaten te verwachten,
-ja het zou zelfs kunnen zijn, dat zij vele fouten hunner voorgangers
-wisten te vermijden, en dat de uitkomst den Turkschen landen ten zegen
-werd. Maar zeer zeker zouden zij ondervinden, dat de dankbaarheid
-der Turken ophield, wanneer het volstrekt onvermijdelijke ingrijpen
-goed begon, ook al mocht men de voorgenomen geleidelijkheid daarbij
-niet uit het oog verliezen.
-
-
-
-
-Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en thans:
-Marquart, Hartmann, Becker.
-
-Overigens zijn, of waren althans vóór dezen oorlog, de meeningen
-van Duitsche deskundigen over Turkije en over den Islâm, met
-name over beider vatbaarheid voor hervorming, lang niet algemeen
-dezelfde, die thans door Grothe en Becker warm verdedigd worden
-[7]. Prof. Jos. Marquart, thans hoogleeraar te Berlijn, spot in
-het Vorwort van zijn werk "die Beninsammlung des Reichsmuseums für
-Völkerkunde in Leiden" (1913) met "die angebliche Rolle des Islâms als
-Kulturträger", en met bijtende ironie spreekt hij van de "Segnungen des
-Dschihâd, des zur religiösen Pflicht gemachten Raubmordes auf dem Pfade
-Allahs", d. i. dus die plicht, die thans door Duitschland aan Turkije
-weer is ingescherpt. Niet alleen in Duitsche zendingskringen werd
-de Islâm als de vijand beschouwd, dien men bovenal bestrijden moest,
-maar op een Duitsch Kolonialkongress werd de resolutie aangenomen: "Da
-von der Ausbreitung des Islam der Entwicklung unserer Kolonien ernste
-Gefahr droht, rät der Kolonialkongress zu sorgsamer Beachtung, etc."
-
-Prof. Martin Hartmann, die de Islâm-wetenschap aan het Seminar für
-Orientalische Sprachen te Berlijn doceert en wiens vruchtbare pen tal
-van lezenswaarde geschriften over den Islâm en over Turkije leverde
-[8], wordt niet moede erop te wijzen, dat de Moslims vooral door de
-instellingen van den Islâm, die de vrouw veracht en andersdenkenden
-verfoeit, van deelname aan de cultuur weerhouden worden. Hij
-noemt het chalifaat der Osmanensoeltans eene aanmatiging, die zij
-alleen met geringschatting der heilige traditie konden plegen, een
-"Agitationsmittel" een "bequemes Mittel, in den Augen der Islamwelt
-als eine Art Fetisch zu dienen", zegt, dat "diese Doppelstellung (van
-den Soeltan-Chalief) von den Kulturstaaten nie anerkannt worden ist",
-en dat het eerlijk opgeven van dien titel Turkije veeleer versterken
-dan verzwakken zou. Natuurlijk is ook hij over den heiligen oorlog
-niet goed te spreken. Hierover schreef hij opzettelijk, toen het woord
-djihâd in den strijd met Italië over Tripoli te berde werd gebracht
-door sommige Turken, en gebruikt daarbij deze thans weer actueele
-uitdrukking: "...... die Androhung des Heiligen Krieges, d. h. des
-Kampfes gegen alle Ungläubigen, ausgenommen die vom Leiter des Islam
-der Gemeinde ausdrücklich als Freunde des Islam bezeichneten. Dieser
-Gedanke ist Wahnwitz". Daar de zetel van de agitatie toen te Berlijn
-was, voegt hij hieraan toe: "Es sei hiermit gewarnt, durch Erregung
-des religiösen Fanatismus Unruhe herbeizuführen. Gegen jeden solchen
-Versuch werden alle Kulturstaaten einmütig zusammenstehen". Vellen
-druks van denzelfden inhoud zou ik kunnen aanhalen; tot slot nog dit
-eene: "Der Islâm ist eine Religion Hasses und des Krieges. Es darf
-unter keinen Umständen geduldet werden, dass er in einem Staate der
-Kulturmenschheit das normgebende Prinzip ist".
-
-Minstens even talrijke uitspraken van denzelfden schrijver zou ik
-kunnen citeeren, die den indruk geven, dat de Turken de minst geschikte
-natie van het Turkenrijk zijn om iets goeds voor de ontwikkeling van
-hun land te doen. Overal, waar het Turkenelement zich aan andere
-Mohammedanen met het zwaard opdrong, heeft het "den Kulturbesitz
-vernichtet und an kulturellen Werten nichts, absolut nichts
-geschaffen". Hun religieuze eigenwaan is nog onverdragelijker dan
-hun nationale. De Turken van Constantinopel zijn "ein schauderhaftes
-Gesindel", en de "biedere Anatolier" (die ook bij Grothe voorkomt)
-een product der legende. En zulk eene minderwaardige natie "will
-in dem grossen Reiche von Skutari und Prevesa bis Wan und Basra das
-herrschende Element sein!"
-
-Prof. Hartmann heeft een bijzonder levendig temperament, en ik denk
-er niet aan, zijne meeningen te onderschrijven of zijne uitdrukkingen
-van overdrijving vrij te pleiten. Maar in zaakkennis staat hij verre
-boven Grothe, en wat Turkije betreft, ook boven Becker, naast wien hij
-de hoofdvertegenwoordiger der Islâm-studie in Duitschland is. Trouwens
-Becker zelf heeft zich vroeger, zij het in gematigder vorm en ietwat
-anders genuanceerd, over de Islâm-quaestie ongeveer in denzelfden
-zin uitgelaten. Becker heeft natuurlijk zelf het eerst den strijd
-gevoeld tusschen zijn medeschermen, in zijne jongste geschriften, met
-de begrippen chalief en djihâd en zijne in vroegere tijden van rustigen
-wetenschappelijken arbeid uitgesproken meeningen. Zelf herhaalt hij de
-slotphrase van eene in 1910 door hem te Parijs gehouden voordracht:
-"Si la solidarité de l'Islam est un phantôme, la solidarité de la
-race blanche est une réalité", maar thans om den indruk dier woorden
-te verzwakken, en ze te beperken tot den Islâm der negers in Afrika,
-die het hoofdonderwerp zijner rede vormden. Waarschijnlijk heeft
-geen der hoorders die beperking begrepen, daar aan de geciteerde
-woorden deze onmiddellijk voorafgingen: "de vrees, dat de eene
-mogendheid zich met den Islâm zou verbinden om de plannen der andere
-te dwarsboomen, schijnt mij niet zeer gegrond". Bovendien had Becker
-vroeger, bijv. in 1904 in een artikel over het Panislamisme [9] de
-panislamitische gedachte als in strijd met de wezenlijke belangen
-van Turkije voorgesteld, "Die Jungtürken hatten gehofft (na den
-Russisch-Turkschen oorlog van 1878) durch ihre Reformen gerade
-jenes religiöse Moment auszutilgen, das den Sultan in erster Linie
-zum Chalifen, zum Vorkämpfer des Islam machte und so eine gesunde
-Entwicklung des doch zum grossen Teile aus Christen bestehenden
-Otmanischen Reiches ausschloss". En in de Duitsche vertaling [10] der
-zooeven genoemde in 1910 te Parijs gehouden voordracht komt nog het
-volgende voor: "Das Kalifat des Sultans von Konstantinopel war bis zur
-jungtürkischen Revolution der Ausgang der türkischen Islampolitik. Zwar
-hat die junge Turkei die Kalifatansprüche nicht aufgegeben, aber wenn
-sie sich überhaupt zu einem Verfassungsstaat entwickeln will, wird
-sie möglichst wenig Gebrauch davon machen mussen..... Eine starke
-Türkei wird selbstverstandlich nie die politische Oberhoheit über
-die islamischen Untertanen anderer Mächte beanspruchen....."
-
-
-
-
-Beckers recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer Wilhelm
-aan Turkije.
-
-In zijne recente brochure "Deutschland und der Islam" erkent trouwens
-Becker zijne onlangs tot stand gekomen bekeering en de onjuistheid
-van zijn vroeger jarenlang gekoesterd inzicht. Zoowel hij als Grothe
-staan uitvoerig stil bij de twee bezoeken (1889 en 1898) van Keizer
-Wilhelm aan den Soeltan Abdoel-Hamied, de tweede maal gecombineerd
-met hetgeen Grothe noemt "eine politische Pilgerfahrt nach dem
-Heiligen Lande". De wereld heeft die bezoeken, waarvan het eerste
-een jaar na de verleening der Anatolische spoorwegconcessie, dus
-in 1889, plaats greep, beschouwd als overluisterrijke demonstraties
-van de industrieele en commercieele belangstelling van Duitschland
-in Turkije. De wijze van uitvoering gaf velen, ook in Duitschland,
-aanleiding tot schouderophalen. Vooreerst scheen Abdoel-Hamied,
-de "bloeddrinkende" tyran, aan wiens misdaden toch reeds de groote
-mogendheden min of meer medeplichtig werden door hetgeen Bérard, en
-Martin Hartmann met hem, "la conspiration du silence" noemden, een
-vreemd gekozen object voor de zóó hartelijke vriendschapsbetuiging,
-die als herinnering te Constantinopel eene plompe, volgens deskundigen
-met allen kunstsmaak spottende fontein achterliet. Verder was de indruk
-van het bezoek op de Moslimsche wereld geenszins de bedoelde. Wel
-vond men het merkwaardig, dat de monarch van een machtig Europeesch
-rijk den Soeltan tweemaal zijne hulde kwam bewijzen, te meer, dat
-men wist, dat geene tegenbezoeken van den Soeltan daarop volgden; de
-bezoeker deed zich dus aan de Oostersche voorstelling als den mindere
-kennen, en eenvoudige Mohammedaansche zielen, die hunne kennis van
-de wereldkaart en van de wereldgeschiedenis meer uit de legende dan
-uit de werkelijkheid putten, zagen daarin eene bevestiging hunner
-opvatting, dat de heele aarde aan den machtigsten Moslimschen soeverein
-onderworpen is en dat alle andere vorsten zijne, zij het dan deels zeer
-ongehoorzame, vasallen zijn. Tot den roem van Duitschland in het Oosten
-droegen die huldebewijzen allerminst bij, wat ook vleiers daarvan aan
-Duitsche reizigers op den mouw mochten spelden. Den allerzonderlingsten
-indruk echter maakte op alle kenners van den Islâm de toespraak,
-die de Keizer op zijne tweede reis (1898) te Damascus bij het graf
-van Saladijn hield, waar hij tevens eene krans deponeerde.
-
-
-
-
-De rede op het graf van Saladijn.
-
-Saladijn is in Europa door de geschiedenis der Kruistochten en vooral
-door Lessing populair geworden; in het Mohammedaansche Oosten is zijn
-naam lang vergeten, behalve bij de weinige beoefenaars van geschiedenis
-en letterkunde. Dezen kennen hem als een gewetenloos politicus, die
-door ontrouw en verraad tot hooge macht is opgeklommen, en wien men
-veel vergeeft omdat hij een streng orthodox kafirhater geweest is;
-niet als het toonbeeld van 18de-eeuwsche verdraagzaamheid, dat Lessing
-in zijnen Nathan van hem maakte. Op het graf dan van dezen hater des
-Christendoms sprak de Keizer van een wereldrijk, dat, zooals Becker
-herinnert, het Christendom tot staatsgodsdienst heeft, deze woorden:
-"Die dreihundert Millionen Mohammedaner, die in der Welt zerstreut
-sind, mögen dessen versichert sein, dass ewig [11] der Deutsche
-Kaiser ihr Freund sein wird". Dit gedeelte der vertooning heeft
-in de Moslimsche wereld even weinig blijvenden indruk gemaakt als
-Saladijn zelf, en Duitsche geleerden namen er destijds hoofdschuddend
-kennis van. Nu doen zij echter plotseling opgeld: Grothe en Becker
-geven er hunne exegese van, en men heeft er de Turken zoo krachtig
-aan herinnerd, dat Nazim-bey ze in zijne toespraak aan den Duitschen
-Gezant citeerde, en dat de Soeltan er bij vergissing de inmiddels reeds
-vaak verbeterde, en in ieder geval sterk verouderde volkstelling der
-Mohammedanen uit overnam in zijn manifest.
-
-Becker heeft tot voor korten tijd, "aus Unkenntnis" zooals hij het
-thans verklaart, deze "Betonung des Kalifentitels durch Deutschland
-als einen Fehler beurteilt", maar nu, na hetgeen Fürst von Bülow in
-"Deutschland unter Kaiser Wilhelm II" uiteengezet heeft, ziet hij
-daarin met blijdschap de eerste krachtige uiting van eene "bewusste
-deutsche Islampolitik" en het bewijs, "dass die deutsche Politik
-von Anfang an mit dem Islam als internationalem Factor gerechnet
-hat". Beckers wetenschappelijke geweten is bij deze bekeering en
-bij zijne verdediging der opname van het chalifaat onder de factoren
-der internationale politiek niet zoo gerust als dat van Grothe, die
-van het groteske dezer Islâmpolitiek niets schijnt te voelen. Becker
-zegt althans, dat hij over de verhouding van Turkije tot den Islâm
-niet geacht wil worden eenig oordeel te hebben uitgesproken, dat
-hij zich ertoe bepaalt, te constateeren, dat die verhouding bestaat,
-dat nu eenmaal millioenen ontevreden Mohammedaansche onderdanen van
-Europeesche staten hunne redding van Turkije verwachten, en dat het
-uur voor Duitschland gekomen is om van die stemming partij te trekken.
-
-
-
-Redding van Turkije! Het rijk, waarvan Martin Hartmann nog kort geleden
-zeide, dat "die Ausschaltung der islamisch-türkischen Herrschaft
-aus Europa bevorsteht"; of elders, dat "schon längst über sie (die
-Türkei) hätte verhängt werden sollen: die Stellung unter Kuratel", of
-nogmaals: "so tritt nur schneller das ein, was doch einmal kommen muss:
-das Entfallen der politischen Macht aus den Händen des absterbenden
-Türkentums"; van Turkije, dat volgens Becker herboren moet worden en
-onder krachtige leiding van Duitschland omgeschapen tot een modernen
-cultuurstaat, hetgeen hij eenige jaren geleden slechts dan uitvoerbaar
-verklaarde, wanneer de chalifaatsidee of geheel werd opgegeven of
-zoo weinig mogelijk naar voren gebracht werd!
-
-
-
-
-Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van Moslimsch
-fanatisme.
-
-Hoe komt het, dat nu opeens voor Turkije mogelijk wordt geacht,
-wat tot dus dusver als eene ongerijmdheid werd terzijde gesteld, dat
-thans voor dat rijk als nuttig wordt aangeprezen datgene, waarin men
-tot vóór korten tijd zijn zekeren ondergang gelegen achtte? Hartmann
-heeft, toen hij in zijn "Ultimatum des Panislamismus" de agitatoren
-geeselde, die aan het Turksch-Italiaansche conflict het karakter van
-eenen godsdienstoorlog wilden geven, meteen de scherpste critiek,
-die men zich denken kan, geleverd van de tegenwoordige poging van
-Duitschland om het middeleeuwsche fanatisme der Mohammedaansche wereld,
-dat aan het uitsterven was, nieuw leven in te blazen. "Die Türkei
-kann nur ausrufen: "Himmel bewahre mich vor meinen Freunden!"" zeide
-hij toen terecht. En wat moet Turkije nu uitroepen, nu zijn beste
-vriend hem prikkelt tot eenen wereldgodsdienstoorlog, en hem alvast
-de Mohammedaansche krijgsgevangenen, die tegen Duitschland vochten,
-uitlevert om hen te onderwerpen aan eene godsdienstig-politieke
-bekeeringskuur?
-
-Wij kunnen dit alles slechts toeschrijven aan de jammerlijke verstoring
-van het evenwicht, ook in de geestelijke atmosfeer van hetgeen wij
-de beschaafde wereld plachten te noemen. Immers, in normale tijden
-kennen wij de Duitschers als veel te bezonnen en te logisch om den
-enormen onzin te verduwen, dat hetgeen in het algemeen als een schande
-voor de menschheid en als eene ramp voor Turkije zou gelden, goed en
-aanbevelenswaardig wordt, zoodra Duitschland zich achter of naast
-de Halve Maan plaatst. Wij weten van niet vele der tegenwoordige
-verschrikkelijke gebeurtenissen, waarop zij zullen uitloopen, maar
-dit meen ik nu reeds met zekerheid te mogen voorspellen, dat binnen
-niet langen tijd tal van Duitsche geschriften zullen getuigen van
-de ook in Duitschland ontwaakte ergernis over het onwaardige spel,
-dat thans met het chalifaat en den heiligen oorlog gespeeld wordt.
-
-Gewaagd zou het zijn, nu de feiten zoo spoedig hunne onweerlegbare
-taal zullen spreken, te willen voorzeggen, in hoeverre de poging
-om een Mohammedaanschen godsdienstoorlog op groote schaal te doen
-ontvlammen en daarmede onafzienbare verwarring der internationale
-verhoudingen te doen ontstaan, slagen kan. Hartmann heeft die
-mogenlijkheid indertijd met volle overtuiging betwist: ".... sobald
-die Vertreter der verschiedenen islamischen Gruppen über gemeinsame
-Schritte beraten, zeigt sich die ungeheure Verschiedenheit der
-völkischen, wirtschaftlichen und geistigen Tendenzen, die sich
-unter den zweihundert Millionen Muslimen finden" zeide hij. Becker,
-die vroeger "die Solidarität des Islam ein Phantom" noemde, zegt nu:
-"Der grosse Krieg, der so viel aufdeckt und entscheidet, wird auch den
-Beweis erbringen, ob der so oft besprochene internationale Zusammenhang
-des Islam ein realer Faktor ist oder ein Hirngespinst".
-
-Zeker zal het, indien Duitschland bij zijne "Islampolitik" van dit
-oogenblik volhardt, niet ontbreken aan allerlei maatregelen om in de
-Mohammedaansche wereld bekendheid te geven aan de geschiedenis van het
-ontstaan dier politiek en aan de nieuwe verhouding van vasal, waarin
-de herboren Soeltan-Chalief zich tegenover Duitschland geplaatst zou
-zien, wanneer de Duitsche idealen verwezenlijkt werden. Tegen eenen
-Heer der Geloovigen onder eenen ongeloovigen voogd zullen echter
-ook Mohammedanen van den ouden stempel, die anders mogelijk dupen
-van de comedie zouden worden, hunne ernstige bedenkingen hebben. Het
-hoofdargument voor de aanspraak der Osmanen-soeltans op den titel van
-Chalief was hun zwaard, maar niet een zwaard, dat getrokken en in de
-scheede gestoken werd op de bevelen van een ongeloovigen "bondgenoot".
-
-
-
-
-Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog.
-
-Uit vertrouwbare bron vernam ik onlangs, dat de drukkerij van het
-Turksche dagblad Tanîn een pamflet over den heiligen oorlog heeft
-uitgegeven en verspreid, waarin ook de Mohammedaansche onderdanen van
-staten, die ten opzichte van den tegenwoordigen oorlog neutraal zijn,
-tot verzet tegen hunne regeeringen opgehitst worden. O. a. moet daarin
-sprake zijn van de veertig millioen Mohammedanen, die gebukt gaan onder
-het juk der halfbeschaafde Hollanders. Hierdoor is zeker gehandeld
-tegen de bedoeling van den Duitschen voogd; maar slechte hartstochten
-laten zich gemakkelijker opwekken dan binnen perken houden.
-
-Gelukkig behoeven wij ons over onze Nederlandsch-Indische
-Mohammedanen niet bezorgd te maken. Zij namen den Islâm aan,
-toen het Turksche rijk reeds bestond, maar zonder dat Turkije er
-iets van bemerkte, en zij hebben met het rijk der Halve Maan nooit
-eenige aanraking gehad. De Soeltan van Roem, zooals zij den Grooten
-Heer van Constantinopel noemen, is voor hen een legendarisch wezen
-gebleven. De panislamitische gedachte is wel naar den Oost-Indischen
-Archipel overgewaaid, maar heeft er slechts weinig vatbaren bodem
-gevonden. De groote massa der lagere klassen bleef onaangedaan, en de
-meerderheid der hoogere standen is tegenover dit religieus-politieke
-mengsel van bedrog en zotheid volslagen immuun. En wij mogen gegronde
-hoop koesteren, dat die immuniteit zich steeds zal uitbreiden. Want,
-heeft Duitschland pas onlangs met de door ons aangeduide vertooningen
-zijne "bewusste Islampolitik" geinaugureerd, wij hebben al eenige
-jaren langer tegenover de door de geschiedenis aan onze zorgen
-toevertrouwde Inlandsche bevolking onze welbewuste opvoedingspolitiek,
-en dáártegen zijn chalifaat en heilige oorlog en andere middeleeuwsche
-ongerechtigheden gelukkig machteloos. Wanneer wij maar onwrikbaar
-vasthouden aan de sedert eeuwen aan onze Mohammedanen gewaarborgde
-volledige godsdienstvrijheid en tevens de ingeslagen richting van
-educatie in steeds sneller tempo blijven volgen, dan behoeven wij de
-eigenaardige soort van "geistige Waffen", die thans voor het eerst
-met het merk "made in Germany" in omloop gebracht worden, nooit te
-vreezen. Toch blijven wij in het belang der menschheid hopen, dat
-Duitschland eerlang dit nieuwe product uit den handel terugneemt.
-
-
-
-De heilige oorlog van den Islâm is, zooals wij meermalen herinnerden,
-een door en door middeleeuwsch instituut, waaraan zelfs de
-Mohammedaansche wereld bezig was te ontgroeien. Ééne eigenaardigheid
-van dit instituut kunnen wij ongeveinsd bewonderen: heilige oorlog
-tegen medeleden der Mohammedaansche gemeenschap is door de wet van
-den Islâm absoluut uitgesloten. De beperking van de levensgemeenschap
-tot Mohammedanen, tot hen, die hetzelfde dogma over het Hiernamaals
-belijden, is middeleeuwsch, maar de beschouwing van strijd binnen de
-sfeer der levensgemeenschap als goddeloos biedt een voortreffelijk
-aanknoopingspunt voor de hoogste sociale beschaving en is voor de
-moderne wereld ietwat beschamend. Hooren wij, wat Martin Hartmann in
-zijn opgewonden toon daarover schreef: "Im Gegensatze zum Islam, wo
-grundsätzlich der Krieg auf den Kampf gegen die Andersgläubigen als
-"Ungläubige" beschränkt ist, wird in den christlichen Ländern an dem
-Kriege gegen Glaubensgenossen von niemand Anstoss genommen, und hier
-sind nicht selten die Diener der Kirche der Liebe die Eifrigsten im
-Schüren, also in der Verleugnung des Evangeliums; sie prästieren auf
-Kommando die patriotische Geberde, die in diesem Falle eine Verletzung
-des fünften Gebotes darstellt, nicht zu sprechen von jenem andern:
-Du sollst deinen Nächsten lieben als dich selbst".
-
-Inderdaad, in den Islâm behoeft men slechts de middeleeuwsche beperking
-van het volledige bestaansrecht tot de geloofsgenooten op te heffen,
-en de levensgemeenschap tot de gansche menschheid uit te breiden,
-om den algemeenen wereldvrede tot een absoluut voorschrift der
-Moslimsche wet te stempelen. Voor moderne staten, die Mohammedanen
-als onderdanen, beschermden of bondgenooten hebben, is de schoone
-taak weggelegd om dezen, en zichzelve tevens, tot die hooge opvatting
-der menschelijke samenleving op te leiden; liever dan hen in eigen
-belang terug te voeren in de wegen van middeleeuwschen geloofshaat,
-die zij juist bezig waren te verlaten.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Dit bedrag moet thans 1914 aanzienlijk hooger gesteld worden,
-daar in de allerlaatste jaren het aantal dergenen, die jaarlijks uit
-Nederlandsch-Indië aan den hadj deelnemen, ongeveer verdubbeld is.
-
-[2] "Eenige Arabische strijdschriften besproken" (Tijdschrift van
-het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, Deel XXXIX,
-blz. 379-427).
-
-[3] In "De Gids" van Januari 1909 deed ik verslag van mijne daar
-opgedane ervaringen.
-
-[4] Grothe werd op zijne reizen door Turken telkens in zijne
-hoedanigheid van Duitscher als "onze vriend" aangeduid, hetgeen hij
-met bizim dost in plaats van dostumuz weergeeft, en als Turksch
-voor Duitscher schrijft hij steeds Alemanly in plaats van Alman
-of Almanjaly.
-
-[5] Zij zijn, in het Turksch afgedrukt, te vinden in Beckers
-tijdschrift "Der Islam", Bd. V, Heft 4, met vertaling, en in
-M. Hartmanns "Islampolitik" in "Koloniale Rundschau", 1914, Heft 11-12,
-met vertaling en uitvoerige toelichting. In dit laatste artikel, dat
-mij eerst na het afdrukken der eerste uitgave van dit opstel onder
-de oogen kwam, maakt ook Hartmann tabula rasa van veel van hetgeen
-hij vroeger over den Islâm en de Turken geschreven heeft, en toont
-zich, met een zeker voorbehoud, bekeerd tot den heiligen oorlog niet
-alleen, maar verwijt aan anderen, dat zij vroeger zoo gedacht hebben
-als hij zelf deed. Hij merkt op, dat de woorden van Keizer Wilhelm
-bij het graf van Saladijn te meer indruk moesten maken, omdat de
-Mohammedanen vroeger niet veel dergelijks te hooren kregen. "Die
-anderen Grossmächte haben fast immer nur verächtliche Worte für
-die Türken und den Islam gehabt, zum Teil haben verantwortliche
-Staatsmänner sich mit einer Schärfe gegen den Islam ausgesprochen,
-die aus dem beschränkten Gesichtskreis, in dem sie aufgewachsen sind,
-und der ihren Lande mit seinem Dünkel der Gottesstaatsidee eigen
-ist, zu erklären, aber nicht zu entschuldigen ist. Wir haben nicht
-den geringsten Grund, von der bisher beobachteten Haltung abzugehen,
-etc." Deze woorden, uit de pen van een geleerde, van wiens ontelbare
-uitspraken tegen Turkije en den Islâm in de volgende bladzijden eene
-kleine bloemlezing gegeven wordt, zouden ons tot stomme verbazing
-brengen, als niet zoovele andere verschijnselen ons met de psychose
-van den oorlog vertrouwd gemaakt hadden.
-
-[6] Het behoort tot eene lange reeks van "Politische Flugschriften",
-die door Ernst Jäckh worden uitgegeven, en waartoe alweder Fürst
-von Bülow en andere beroemdheden bijdragen leveren. Becker gaf
-verder in de verzameling "Bonner Vaterländische Reden und Vorträge
-während des Krieges" eene voordracht over "Deutsch-Türkische
-Interessengemeinschaft", in de Süddeutsche Monatshefte een opstel
-"England und Egypten", en in "Das Grössere Deutschland" een artikel
-"England und der Islâm".
-
-[7] Wij citeeren hier slechts enkele uitlatingen van oriëntalisten,
-en laten de vele gelijksoortige uitspraken van geleerden, wier
-studievakken hen slechts van ter zijde met het Oosten in aanraking
-brachten, zooals bijv. H. von Treitschke, ter zijde.
-
-[8] Ik geef hier eene kleine bloemlezing van titels van M. Hartmann's
-geschriften, uit de allerlaatste jaren: "Der Islam 1908" (in:
-Mitteilungen des Seminars für Orient. Spr. in Berlin, Jahrg. XII,
-Abt. II, 1909), "Die Arabische Frage", Leipzig 1909, "Der Islam",
-Leipzig 1909, "Die neuere Literatur zum turkischen Problem"
-in: Zeitschrift für Politik 1909, "Unpolitische Briefe aus der
-Türkei", Leipzig 1910, "Islam, Mission und Politik", Leipzig 1912,
-"Fünf Vorträge über den Islam", Leipzig 1912, "Das Ultimatum des
-Panislamismus" (over den heiligen oorlog tegen Italië) in: Das Freie
-Wort Jahrg. XI, No. 16, "Mission und Kolonialpolitik" in: Koloniale
-Rundschau, Heft 3, März 1911.
-
-[9] "Panislamismus" (in: Archiv für Religionswissenschaft, Bd. VII,
-1904).
-
-[10] "Der Islam und die Kolonisierung Afrika's" in: Internat.
-Wochenschrift für Wissenschaft, Kunst und Technik, 19 Febr. 1910.
-
-[11] Wel een passend attribuut voor politieke vriendschap!
-
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM ***
-
-***** This file should be named 54810-8.txt or 54810-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/4/8/1/54810/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/Canadian Libraries)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
diff --git a/old/old/54810-8.zip b/old/old/54810-8.zip
deleted file mode 100644
index 953ee42..0000000
--- a/old/old/54810-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ