diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/54810-0.txt | 6229 | ||||
| -rw-r--r-- | old/54810-0.zip | bin | 121066 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/54810-h.zip | bin | 227111 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/54810-h/54810-h.htm | 8206 | ||||
| -rw-r--r-- | old/54810-h/images/logo-ejb.jpg | bin | 7237 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/54810-h/images/new-cover-tn.jpg | bin | 10108 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/54810-h/images/new-cover.jpg | bin | 59390 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/54810-h/images/titlepage.png | bin | 11637 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/old/54810-8.txt | 6230 | ||||
| -rw-r--r-- | old/old/54810-8.zip | bin | 120785 -> 0 bytes |
13 files changed, 17 insertions, 20665 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..4c3aacd --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #54810 (https://www.gutenberg.org/ebooks/54810) diff --git a/old/54810-0.txt b/old/54810-0.txt deleted file mode 100644 index 1c37989..0000000 --- a/old/54810-0.txt +++ /dev/null @@ -1,6229 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Nederland en de Islâm - -Author: C. Snouck Hurgronje - -Release Date: May 30, 2017 [EBook #54810] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg (This file was produced from images generously -made available by The Internet Archive/Canadian Libraries) - - - - - - - - - NEDERLAND EN DE ISLÂM - - DOOR - DR. C. SNOUCK HURGRONJE - - Hoogleeraar a. d. Rijks-Universiteit te Leiden. - - - 2e VERMEERDERDE DRUK - - N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ - VOORH. E. J. BRILL LEIDEN - - 1915 - - - - - - - - -VOORREDE. - - -Bijna vier jaren geleden leidde ik de eerste uitgave van dit thans -voor de tweede maal verschijnende werkje met de hieronder volgende -woorden bij den lezer in: - - - "Op uitnoodiging mijner mede-curatoren der Nederlandsch-Indische - Bestuursacademie sprak ik in Maart 1911 voor de aan die Academie - studeerende ambtenaren de vier voordrachten uit, die hier in - druk eenen grooteren kring van lezers aangeboden worden. Deze - omstandigheid moge ter verklaring dienen van hetgeen sommigen hier - te kort, anderen weder te wijdloopig behandeld mochten vinden". - - "Gerekend is immers op toehoorders, voor wie de Islâm èn door - hunne vroegere opleiding, èn door hunne ambtelijke ervaring geen - onbekende grootheid was, maar voor wie toch ook weer, daar de - gelegenheid tot diepere studie van de Mohammedaansche cultuur hun - had ontbroken, eene beknopte herinnering aan het vroeger geleerde - of waargenomene niet onwelkom kon zijn. Verder mocht bij hen in - den regel bekendheid door eigen aanschouwing met het leven van - Indonesische Mohammedanen ondersteld worden. Toch heb ik gemeend - voor mijn betoog de aandacht te mogen vragen ook van anderen, die - hetzij voor de voornaamste vraagstukken der koloniale politiek, - hetzij voor de problemen, die de Islâm aan de Westersche wereld - ter oplossing voorlegt, eenige belangstelling over hebben". - - "De richting, waarin ik de oplossing van het Islâm-probleem - voor Nederland vond, werd natuurlijk gewezen door het beginsel, - dat naar mijne overtuiging in het algemeen de verhouding moet - bepalen tusschen moederland en koloniën, tusschen de aan Westersch - gezag onderworpen volken en degenen, aan wie de geschiedenis - het gezag over hen in handen heeft gegeven. Daar tegenwoordig - in ons vaderland alle politieke partijen te dezen aanzien - in hoofdzaak ééne lijn trekken, heb ik het onnoodig geacht, - daarover opzettelijk uit te weiden. Al mogen de opvattingen in - het bijzondere nog verschillen, er is eenheid in het noodigste, - namelijk in de erkenning van de ethische koloniale politiek als - de eenig mogelijke". - - "Nu zijn mij echter van zeer geachte zijde naar aanleiding - mijner voordrachten een paar vragen gesteld, die mij nopen, - mijn algemeene uitgangspunt bij het onderzoek der hier door mij - behandelde vraagstukken, gelijk bij alle andere, die de koloniale - politiek betreffen, wat scherper te formuleeren". - - "De vragen kwamen in hoofdzaak hierop neer, of dan niet het - verwerven en behouden van koloniën bovenal voordeelen voor het - moederland ten doel moest hebben, en of niet de door mij en - anderen bepleite krachtige bevordering van de associatie der - Inlandsche maatschappij aan onze beschaving op den duur tot het - verlies onzer koloniën zou leiden". - - "Het zij mij vergund, met allen eerbied ook voor opvattingen, die - aan de tijden der Compagnie en van het cultuurstelsel doen denken, - mijne zienswijze zonder verder betoog apodictisch uit te spreken". - - "De exploitatie-theorie behoort tot een verleden, dat wij niet - terugwenschen en dat wij, al wenschten wij het, niet uit den dood - kunnen doen verrijzen, zelfs niet in een nieuwen vorm. Zelfs al - zou men eenzijdig voordeel voor het moederland als hoogste doelwit - van het koloniale bestuur ook in onzen tijd willen laten gelden, - dan toch zou een staatsman, die wat ver voor zich uit ziet, dat - voordeel nergens anders kunnen ontdekken dan in eene toekomst, - waarin de inboorlingen der koloniën door ons op de hoogste - plaats gebracht zijn, die hun aanleg hen in staat stelt, in te - nemen. Heeft die verheffing der inheemsche bevolking, die zijzelve - zoekt en dus ook vinden zal, onder onze krachtige leiding plaats, - dan hebben wij de grootst denkbare kans, dat het moederland er in - uitbreiding evenveel bij winnen zal als de vroeger overheerschten, - nu geassocieerden, in hoogte". - - "Wat de aardbol over een eeuw te zien zal geven, dat laat - zich noch van het standpunt der ethische, noch van dat der - exploitatie-politiek waarnemen. Vraagt men mij echter, - onder welk der beide régimes het verlies van Oostersche - wingewesten binnen de honderd jaren waarschijnlijker is, dan - zeg ik zonder eenige aarzeling: niets kan zulk verlies zekerder - verhaasten dan zelfzuchtige koloniale staatkunde van de soort, - die ons uit de annalen der Oost-Indische Compagnie en van het - cultuurstelsel van al te nabij bekend is, en welker doodvonnis - door het hooggerechtshof der geschiedenis geruimen tijd geleden - bekrachtigd werd". - - -De redactie van de "Revue du Monde Musulman" liet deze voordrachten -voor haar tijdschrift in het Fransch vertalen, en stelde die vertaling -ook afzonderlijk verkrijgbaar onder den titel "Politique Musulmane de -la Hollande". Maar ook in ons land hadden zij zich niet te beklagen -over gebrek aan belangstelling, en de hoofdgedachten, die eraan ten -grondslag lagen, vonden in wijden kring instemming. - -Dit laatste was voor den schrijver bijzonder aangenaam, en het -alleraangenaamst trof het hem, dat die instemming kwam uit kringen -van zeer uiteenloopende staatkundige en godsdienstige richting. Het -is werkelijk dringend noodig, dat wij voor de vervulling onzer -nationale pedagogische taak jegens de Mohammedaansche onderdanen -van den Nederlandschen staat eene gedragslijn vinden, die voor de -beweging van die verschillende richtingen ruimte laat. Indien dit -onmogelijk bleek, dan waren de dagen van ons bestaan als koloniale -mogendheid geteld. Die gemeenschappelijke gedragslijn, de grootst -gemeene deeler van aller wenschen, die dan door ieder voor zich met -een eigen factor vermenigvuldigd mag worden, is te vinden, wanneer -men gezamenlijk ernstig er naar zoeken wil, niet, wanneer ieder, -star voor zich uit kijkend, zijn eigen stokpaardje blijft berijden, -onder voortdurend aanbotsen tegen de andere ruiters. De grootste -voldoening gaven mij de bewijzen van sympathie, die ik uit de kringen -van zendelingen en zendingsvrienden mocht ontvangen, omdat, zooals ik -in mijne vierde voordracht opmerkte, het besef van de taak, die ons -volk ten aanzien der Inlandsche maatschappij te vervullen heeft, dáár -het levendigst is. Het spreekt wel van zelf, dat diegenen onder hen, -die zelf practisch op dat gebied werkzaam zijn, en aldus ervaring -opdoen van allerlei bezwaren, waarover de zendingsvrienden in het -moederland vaak luchtig heen redeneeren, meer neiging vertoonen -dan deze laatsten om met vollen ernst te luisteren naar voorstellen -betreffende een compromis, waartoe het in de werkelijkheid, zooals -zij wél weten, toch altijd komen moet. Daarom had de waardeering, -die ik juist van hunne zijde ruimschoots mocht ondervinden, voor -mij dubbele waarde, en hielp zij mij om de ook niet ontbrekende -wanklanken zonder ontmoediging te vernemen. Dit werd mij trouwens -in het bijzonder gemakkelijk gemaakt door zulke besprekers, die -blijk gaven, dat hun godsdienstig denken door politieke partijschap -in bedenkelijke mate geinfecteerd was. Zoo bijv. een schrijver in -"Stemmen des Tijds", die niet alleen dikwijls eene geheel scheeve -voorstelling van mijn bedoeling gaf, maar naief genoeg was om te -verklaren, dat hij bij eerste lezing mijner voordrachten gemeend -had, dat "wij het werk met vereende krachten konden doen", maar dat -hij vervolgens door de debatten in de Tweede Kamer tot een juister -inzicht werd gebracht. Duidelijker kan men niet uitkomen voor de -verpolitieking zijner inzichten over de groote vraagstukken van -"Oost en West", die ons volk zich ter oplossing voorgelegd ziet. - -Wie zich bij de behandeling dier problemen niet weet te verheffen -boven het kleinzielige partijleven van onze vaderlandsche politiek, -die blijve er af; zijn arbeid, hetzij voor de Christelijke, hetzij -voor de nationale zending in onze koloniën, is van tevoren met -onvruchtbaarheid geslagen. - - - -Juist toen ik gereed was met het aanbrengen van enkele verbeteringen -en aanvullingen voor de tweede uitgave mijner voordrachten, gaven de -jongste gebeurtenissen op het groote wereldtooneel mij aanleiding tot -het schrijven van een Gidsartikel over de wijze, waarop Duitschland -onlangs begonnen is te trachten, het Mohammedaansche fanatisme aan -zijne belangen dienstbaar te maken. Het kwam mij voor, dat bedoeld -opstel, met een paar kleine toevoegingen, als vijfde hoofdstuk van dit -boekje niet misplaatst zou zijn. Mijn ondertitel "Vier Voordrachten, -gehouden in de Nederlandsch-Indische Bestuursacademie" moest dan -natuurlijk vervallen, maar "Nederland en de Islâm" mocht het geheel ook -nu blijven heeten, want ook voor de Nederlandsche Islâmpolitiek is het -van hoog belang, zich rekenschap te geven van de wegen, waarin groote -mogendheden van Europa het politieke leven van de Mohammedanen pogen -te leiden en van de houding, die ons ten aanzien dier pogingen past. - - - -Eerst na het afdrukken van dit hoofdstuk is mijne aandacht gevestigd -op eene vergissing, die mij eene uitdrukking van Becker onjuist deed -interpreteeren. Bladz. 133, regel 12-14 moet als volgt gelezen worden: -Becker heeft tot voor korten tijd deze "Betonung des Kalifats als einen -Fehler aus Unkenntnis beurteilt", enz. Ik had ten onrechte de woorden -"aus Unkenntnis" als bepaling van beurteilt in plaats van bepaling -van Fehler opgevat. - -Sommigen mijner Duitsche vrienden--ik teeken uitdrukkelijk aan, -dat anderen mij hunne geheele of gedeeltelijke instemming met -mijne uiteenzetting betuigden--hebben de bedoeling van dit artikel -misverstaan, en daarin een verholen partijkiezen tegen Duitschland -als oorlogvoerende partij willen zien. Dat zulk eene bedoeling -mij geheel ten onrechte toegedicht werd, behoef ik aan onbevangen -lezers niet uitdrukkelijk te verzekeren. De weinige regels, die -(op bladz. 102-3) in het algemeen over dezen ellendigen wereldstrijd -handelen, geven duidelijk genoeg te kennen, dat ik te dien aanzien -geheel neutraal denk, niet omdat ik burger ben van een neutralen staat, -maar omdat ik mij oprecht en van harte onbevoegd verklaar, de eene -partij voor meer of minder schuldig te houden aan de ontbranding dan -de andere. Overigens heb ik mij streng bepaald tot mijn onderwerp, -de bespreking van het gebruik, dat Duitschland in den laatsten tijd -tracht te maken van de voor den Islâm vroeger zoo gewichtige ideeën -van het chalifaat en van den heiligen oorlog. - -De behandeling hiervan lag op mijnen weg, en ik mocht mij daaraan -niet onttrekken, zoowel omdat ik mijn leven goeddeels gewijd heb -aan de studie van den Islâm, vooral ook in zijne beteekenis voor -onze dagen, als ook, omdat elke poging om het bijna gebluschte vuur -der middeleeuwsche politieke idealen van den Islâm weer te doen -opflikkeren ook voor de Mohammedaansche bevolking der Nederlandsche -koloniën gevaarlijk kan worden. Zooals ik bij vele gelegenheden -betoogd heb, het panislamisme is niet in staat, aan den Islâm zijne -middeleeuwsche positie van eene door de overige wereld gevreesde -wereldmacht te hergeven. Maar wat het wel vermag, dat is tijdelijk en -plaatselijk beperkte stoornissen te weeg te brengen, ten nadeele van de -Mohammedanen zelve en van de Europeesche naties, die Mohammedaansche -onderdanen hebben. Zulke stoornissen uit te lokken, het allengs -uitstervende Mohammedaansche fanatisme tot ontwaking te prikkelen, -dat acht ik misdadig, en mijne Duitsche vakgenooten, die zich over -dit vraagstuk uitlieten, dachten er steeds evenzoo over. Dat sommigen -hunner in de laatste maanden opeens van meening veranderd zijn, kan -niemand meer betreuren dan ik, die aan de Duitsche wetenschap zooveel -te danken heb en die in geen vreemd land meer beproefde vrienden heb -dan in Duitschland. Ik ben er zeker van, dat wij hier te doen hebben -met een voorbijgaand ziekteproces, veroorzaakt door de ook in andere -oorlogvoerende landen waar te nemen verstoring van het moreele en -intellectueele evenwicht. Zoolang echter het herstel nog niet is -ingetreden, behooren wij dat proces nauwlettend gade te slaan, en -voor onszelve op voorzorg bedacht te zijn. Niets zou mij aangenamer -zijn, dan dat zich spoedig de behoefte aan eene derde uitgave van dit -boekje deed gevoelen, en dat dan inmiddels de orkaan, die thans ook -op geestelijk gebied aan het woeden is, gestild en zoo een herdruk -der bespreking dezer afdwaling overbodig geworden was. - - - Leiden, Januari 1915. - - - - - - - - -INHOUD. - - - Bladz. - -Voorrede V-XII - - -HOOFDSTUK I. - -De verbreiding van den Islâm. Inzonderheid in den Oost-Indischen -Archipel. - - De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel - in den Archipel 1 - Karakter van Mohammeds godsdienst 2 - Beteekenis der Hidjrah 3 - Gewelddadige islamiseering van Arabië 4 - De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen 4 - Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten - de macht van den Islâm 5 - De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het - voorname middel 7 - Het systeem van den Islâm getuigt hiervan 7 - Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog 8 - Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm 8 - De heilige oorlog 9 - De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand 9 - De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens 11 - De andere opvatting is ver in de minderheid 12 - Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in - den Islâm 12 - Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast 13 - De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt 14 - Geene priesterschap noch geordende heidenmissie 15 - Leekenpropaganda 15 - Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke 16 - Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is - weinig gedaan 17 - Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de - cultuur beheerschen 18 - In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen 19 - De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen - vergelijken 19 - De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche - ambtenaren in heidensche streken invoert 20 - Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië - gewelddadig uit 21 - De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon - pas later te werken 21 - Samenvatting 22 - Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel - hervormd 23 - De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde - vertrouwen beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis 23 - De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf 24 - De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending - der godsdienstvrijheid 25 - - -HOOFDSTUK II. - -Kenschetsing van het stelsel van den Islâm. - - Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde - volken 26 - De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften - van den Profeet ingelijfd 27 - De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente 28 - Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der - Hidjrah zoo goed als uitgesloten 28 - Het stelsel spitst zich in geloofsleer en wet 30 - De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang - voor de practijk 31 - Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms - beroering 31 - Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in - ééne hand 32 - De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde - gesteld 33 - Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen - der wet 33 - De zuiver godsdienstige bestanddeelen 34 - Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen 34 - Bepalingen, die als moreele voorschriften werken 35 - Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht - van wet hadden 36 - Werkelijk geldende hoofdstukken der wet 37 - Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht 37 - Vrome stichtingen 38 - Geloften 39 - Voorschriften over de rechtspraak 39 - Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen 40 - De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen - codificatie 40 - Qoerân en Soennah 41 - Losmaking der wet van hare bronnen 42 - De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan 42 - Poging tot codificatie in Algerië 43 - De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen 44 - Ten onrechte beroept men zich op voorgangers 45 - Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien - verdacht 46 - De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche - afwijken 46 - Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven - ongewenscht 47 - Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie - vernomen 47 - Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren 48 - Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen 49 - Beteekenis der mystiek in den Islâm 49 - Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te - verwachten 50 - De mystieke broederschappen 51 - - -HOOFDSTUK III. - -De Nederlandsche Koloniale Regeering en het stelsel van den Islâm. - - De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek 53 - Jegens het dogma en de zuivere godsdienstige voorschriften - der wet moet zij neutraal zijn 54 - Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen - onverstandig zijn 56 - Politieke beteekenis van den hadj 58 - Economische gevolgen van den hadj 59 - Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm - eischt eerbiediging 59 - De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open 61 - Codificatie derhalve ongewenscht 62 - De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene - fout 62 - Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel - gewenscht 63 - Moskeefondsen 63 - Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs 64 - Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren 65 - Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen 66 - Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen 67 - De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst 68 - Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche - mogendheid met Mohammedaansche onderdanen 69 - Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met - afwijzing van elke vreemde inmenging 70 - Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren 71 - Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische - verwachtingen 72 - Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid - zweemt 72 - Ongunstige beoordeeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de - panislamitische pers 73 - Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren 74 - Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de - Islâmpolitiek der Regeering 75 - Slotsom 76 - - -HOOFDSTUK IV. - -Nederland en zijne Mohammedanen. - - De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten 78 - Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het - Islâmstelsel te emancipeeren 79 - Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in - Oost-Indië, vooral op Java 80 - Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom 80 - Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid 81 - In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing - der Islâmquastie 83 - De openbare meening in Nederland behoort in die richting - krachtig te spreken 83 - De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de - zendingsvrienden 84 - De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale, - geen religieuze associatie 85 - Hoe ver kan de associatie gaan? 85 - Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen - deelneming aan het godsdienstonderwijs 87 - Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere - klassen der Inlandsche maatschappij in het oog vatten 89 - De onlangs opgerichte desascholen 90 - Studie van begaafde Inlanders in Nederland 91 - Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven 91 - Opvoeding buiten de school 92 - De zending zou hiertoe kunnen medewerken 92 - De Inlandsche vrouw en hare opvoeding 93 - Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel - in den staatsdienst verzekerd worden 94 - Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie 95 - Stuiting der beweging niet mogelijk 96 - Samenvatting onzer beschouwingen 96 - De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur - ontneemt aan het panislamisme alle kracht 99 - Andere heilzame gevolgen der associatie 100 - Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie 100 - - -HOOFDSTUK V. - -Duitschland en de heilige oorlog. - - De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen 102 - Contrast dier meening met de wet van den Islâm 103 - De grondslagen van het program van den heiligen oorlog 104 - Middeleeuwsch karakter van dat program 105 - Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed 106 - Chalifaat en Djihâd 108 - Het chalifaat der Turksche soeltans 109 - Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen 110 - Panislamitisch streven van Abdoelhamied 111 - Geene organisatie van het panislamisme 112 - De chalief geen kerkvorst 113 - De Turksche omwenteling en het panislamisme 113 - Djihâd en heilige oorlog 115 - Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije. - Hugo Grothe 116 - Misverstand bij Grothe 116 - Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije 117 - Duitschland de redder van Turkije 118 - De door Grothe gewenschte Djihâd 119 - De fetwa over den heiligen oorlog 120 - Het manifest van den Soeltan 122 - De groote demonstratie 122 - Becker's voorstelling der zaak 123 - De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije 125 - Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika. 126 - De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer - op het protectoraat over Turkije 127 - Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en - thans: Marquart, Hartman, Becker 128 - Becker's recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer - Wilhelm aan Turkije 131 - De rede op het graf van Saladijn 132 - Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van - Moslimsch fanatisme 134 - Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog 136 - - - - - - - - -I. - -DE VERBREIDING VAN DEN ISLÂM. - -INZONDERHEID IN DEN OOST-INDISCHEN ARCHIPEL. - - -De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel in -de Archipel. - -Omstreeks 1200 na Christus begon het Mohammedanisme in eenigszins -belangrijke mate zielen te winnen op Soematra, op Java en vervolgens -op de meer Oostelijk gelegen eilanden. De val van Madjapait in de -eerste helft 16de eeuw bezegelde de islamiseering van heel Java, en het -was eveneens in den loop der zestiende eeuw, dat voor de voornaamste -andere eilanden, waarin de Islâm doordrong, het pleit beslist werd. - -Hieruit volgt, dat de Islâm zijn vollen wasdom reeds ver te boven -was, toen hij zich voor het eerst in dit Verre Oosten vertoonde. Om -het Mohammedanisme der Indonesiërs in zijne eigenaardigheden -te verstaan, hebben wij ons dus slechts weinig te verdiepen -in de wordingsgeschiedenis van den Islâm als godsdienst en als -beschavingsvorm, maar mogen wij ons voornamelijk bepalen tot de -beschouwing van het stelsel zooals dat ongeveer drie eeuwen na de -Hidjrah zijnen in de hoofdzaken definitieven vorm had verkregen, en -van het leven der Mohammedaansche volken zooals dat zich, mede maar -niet alleen onder den invloed van het stelsel, na dien tijd vertoonde. - -Klaar dient ons daarbij voor oogen te staan, dat die Islâm tot -den godsdienst van Mohammed stond als de door een leven van druk -verkeer onder allerlei volken gerijpte wereldburger tot het stijve -boerenjongentje, dat hij was in zijne jeugd. - - - - -Karakter van Mohammeds godsdienst. - -Mohammed heeft voor zijne prediking nooit aanspraak gemaakt op -oorspronkelijkheid. Integendeel: hij beroemde zich erop, dat hetgeen -hem, den ongeletterden profeet, door Allah geopenbaard werd, volkomen -overeenstemde met den inhoud der oudere openbaringen. Hij dacht zich de -menschenwereld verdeeld in groepen, die hij, zonder klare voorstelling -van den grondslag der verdeeling, oemmah's noemde, volken of gemeenten -zouden wij zeggen, die door woonplaats, taal en uiterlijke kenmerken -van elkaar verschilden. Aan sommige van die oemmah's, zooals bijv. die -der Joden en die der Christenen, had Allah uit hun eigen midden -profeten gezonden om hun Zijne leer en wet te openbaren. Andere, -zooals die der Arabieren, waartoe Mohammed zelf behoorde, wandelden -nog in de duisternis, zonder zich zelf daarvan bewust te zijn, daar -zij het licht niet kenden. Mohammed heeft zich ten slotte door Allah -geroepen gevoeld, dat licht in Arabië te doen schijnen. - -Historisch beschouwd, doet zijne openbaring zich aan ons voor als -samengesteld uit de gegevens, die hij gaandeweg, toen hij eenmaal over -de waarde van het leven was gaan nadenken, uit vrij troebele, Joodsche -en Christelijke bronnen had bijeengegaard. Hij verwerkte die op zijne -wijze, zoodat zij pasten in het simpele geheel zijner voorstellingen, -en eindelijk projecteerde hij het resultaat van dat proces uit zijn -binnenste naar boven, zoodat het zich aan zijn zesde, profetische -zintuig vertoonde als iets objectiefs, als iets, dat uit den hemel tot -hem kwam, woorden Gods, die in gerijmd proza, in verhevener stijl dan -die van het dagelijksch gesprek, hem de hoogste waarheid openbaarden. - -De leer der opstanding uit de dooden en het daarop volgende gericht, -dat Allah zou houden over heel de menschheid, met paradijs en hel op -den achtergrond, die leer vormde het middelpunt van zijn geloof. Tevens -lag daarin de scherpste tegenstelling met de wereldbeschouwing der -Arabieren, tot wie hij de boodschap van Allah moest brengen, want -deze hield zich alleen met het aardsche leven bezig, kende geen eeuwig -geluk noch eeuwige verdoemenis aan gene zijde van het graf. - -Een groot aardsch potentaat duldt niet, dat een deel zijner onderdanen -zich als van hem onafhankelijk gedragen of andere heeren naast hem -erkennen; nog veel minder gedoogt Allah, de schepper, wetgever en -rechter der geheele menschheid, dat menschen leven zonder islâm, -d. i. onderwerping, aan Hem en Hem alléén uit te spreken en in daden -te betoonen. - -Hij verlangt van hen eerbiedige huldiging in vastgestelde vormen van -eeredienst, de çalât, in naam en vorm gebootst naar het model, dat -Mohammed van Joden en Oostersche Christenen had waargenomen. Voorts wil -Hij, dat Zijne schepselen op bepaalde tijden zullen vasten, en dat zij -milddadigheid zullen beoefenen als eene hoofddeugd, zoowel om den nood -van anderen te lenigen als om hunne eigene losheid van het aardsche -te toonen. En in hunne verhoudingen tot elkander behooren zij wetten -en regelen te volgen, die Allah hun geeft en die met menig geliefkoosd -gebruik van Mohammeds rasgenooten in onverzoenlijken strijd waren. - - - - -Beteekenis der Hidjrah. - -De twaalf jaren lang onverdroten voortgezette prediking van -openbaringen in dezen zin stuitte bij Mohammeds stamgenooten af op -hun even onverzettelijken, sceptischen spot; een paar familieleden, -eenige misdeelden, enkele voor hoogere indrukken vatbare mannen -van beteekenis vormden de geheele gemeente der geloovigen. Toen -keerde hij met zijne getrouwen toornig zijner vaderstad den rug toe, -haar overlatend aan Gods wrekende gerechtigheid. Hij deed hidjrah, -d. i.--niet vlucht, zooals vele Europeesche schrijvers het weergeven, -maar--afsnijding van alle banden, die hem met de ongeloovigen onder -zijne stamgenooten verbonden, en hij vestigde te Medina eene nieuwe -gemeenschap, die niet aan eenheid van bloed, maar aan eenheid des -geloofs hare kracht ontleende. - -Die afsnijding was naar Arabische begrippen op zichzelve reeds eene -daad van vijandschap tegen Mohammeds stamgenooten. Toen nu zijn arbeid -te Medina in korten tijd geleid had tot de vorming van eene talrijke -gemeente, en deze door nieuwe, wetgevende openbaringen zoowel als -door Mohammeds persoonlijke leiding voorloopig voldoende vastheid van -organisatie had verkregen, ontwikkelde zich uit die vijandschap een -oorlogstoestand, waarin welhaast heel Arabië werd meegesleept. Op den -duur bleef het succes aan de zijde van Allahs Gezant; acht jaren na -de Hidjrah werd Mekka door hem veroverd, en in de twee levensjaren, -die Mohammed daarna nog restten, wist hij de onderwerping van het -Arabische schiereiland aan zijn gezag bijna te voltooien. - - - - -Gewelddadige islamiseering van Arabië. - -Gedurende die jaren van strijd breidde zich met Mohammeds macht tevens -het programma uit van hetgeen hij door middel van geweld trachtte -te bereiken. Eerst was het louter de verdediging van de belangen der -gemeente, die weldra ook met offensief optreden gepaard mocht gaan; -ten slotte een aanvallende krijg tegen allen, die met meer of minder -recht tot de vijanden der gemeente, dus van het rijk Gods, werden -gerekend. Na 630, het jaar der verovering van Mekka, verschilde het -feitelijk niet meer van eenen strijd tot onderwerping van geheel Arabië -aan de tucht van Allah en Zijnen Gezant. Voor de heidensche Arabieren -kon die onderwerping alleen door volledigen islâm, erkenning van -Mohammed als bode Gods, plaats hebben. Voor de Joden en de Christenen, -op wier getuigenis van de waarheid Mohammed zich in den aanvang van -zijn optreden beroepen had, kon zulk een eisch niet gelden. Daar zij -Mohammed teleurgesteld hadden door tegen in plaats van vóór zijne -goddelijke zending te getuigen, maakte hij zich van hen onafhankelijk -door hun vervalsching van hunne eigene leer en schrift te verwijten -en eindigde met van hen te verlangen, dat zij zich aan zijn gezag -zouden onderwerpen, al wilden zij zijne openbaringen niet aanvaarden. - - - - -De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen. - -Of nu Mohammed tegen zijn levenseinde zoover gegaan is, om de hem -opgedragen missie te beschouwen als gericht ook tot de niet-Arabische -wereld, of zelfs tot de menschheid in haar geheel, is moeielijk -met zekerheid uit te maken. Voor ons doel is dit betrekkelijk -onverschillig, daar het vaststaat, dat zijne gemeente na zijnen dood -spoedig en zonder veel aarzelen dien weg opgegaan is, en in latere -jaren geen geloovige eraan getwijfeld heeft, dat de wonderbaarlijke -verovering in ééne eeuw van de landen tusschen Gibraltar en de grenzen -van het Chineesche rijk geschied was op bevel van Allahs Gezant. - -Lang heeft men zich in Europa van dien zegetocht van den Islâm door -een groot deel der wereld voorgesteld, dat hij was uitgevoerd door -benden van woedende fanatieken, die met den Qoerân in de eene, het -zwaard in de andere hand, slechts de keus lieten tusschen den dood en -de aanneming van het Mohammedaansche geloof. Van verschillende zijden -is die voorstelling van den gang der zaak bestreden; het krachtigst -en met bijzonder veel talent door T. W. Arnold, hoogleeraar eerst te -Aligarh in Britsch-Indië, thans te Londen, in zijn werk "The Preaching -of Islam, a history of the propagation of the Muslim faith". - - - - -Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten de macht -van den Islâm. - -Met eene bij Engelsche geleerden niet alledaagsche belezenheid in -Oostersche zoowel als Westersche bronnen betoogt die geleerde, dat -de Islâm zijne belangrijkste triomfen als godsdienst te danken heeft, -niet aan de zegepraal zijner wapenen, maar aan de groote missionaire -kracht, die hem eigen is en die hem in staat stelt, in hoogere mate -dan andere wereldgodsdiensten, zonder eenig geweld in korten tijd -vele adepten te winnen. - -Terwijl nu Professor Arnold bij de bekeering der volken tot den Islâm -aan den godsdienstigen factor toch altijd de eerste plaats blijft -toekennen, hebben zich in den laatsten tijd geleerden doen hooren, -die deze zoo niet wegcijferen, dan toch vrij gering aanslaan. Zij -willen de geweldige uitstrooming van menschen uit het Arabische -schiereiland in de zevende eeuw en de plotselinge verovering van -oude cultuurlanden door die halfbarbaren zoo goed als geheel uit -economische oorzaken verklaren, even natuurnoodwendig als de zwelling -der rivieren na de smelting der Alpensneeuw. Mohammeds godsdienst -zou daarbij niet veel meer dan een begeleidend verschijnsel geweest -zijn. De Italiaansche prins Caetani en de hoogleeraar Becker (vroeger -te Hamburg, thans te Bonn) zijn wel de talentvolste woordvoerders -dezer theorie. De gesteldheid van den Arabischen bodem dwingt telkens -opnieuw de bewoners van dat waterarme land eenen uitweg daarbuiten -te zoeken. Chronisch kookt de Arabische ketel over, en de omliggende -landen worden dan aan de overstrooming ten prooi, tenzij zij krachtig -genoeg zijn om met geweld het deksel gesloten te houden. Mohammeds -prediking was slechts eene aanleiding, en het politieke verval van de -twee toenmalige wereldrijken, het Perzische en het Oostromeinsche, -hadden de gunstige bedding voor den stroom bereid, die vervolgens -zonder moeite ook nog verder zijnen weg vond. - -Beide beschouwingen, de missionaire en de economische, als ik ze -zoo eens mag noemen, hebben de verdienste van de aandacht te bepalen -bij feiten, die men vroeger dikwijls heeft voorbijgezien. Zoo is het -onweersprekelijk waar, dat de eerste Moslimsche veroveraars met veel -meer ijver streefden naar uitbreiding van het gebied van den Islâm -dan naar vermeerdering van het aantal der bekeerlingen tot hunnen -godsdienst, dat de belastingen, die de getolereerde schriftbezitters -opbrachten, hun vaak minstens even welkom waren als hunne erkenning -der goddelijke zending van Mohammed. Vele Mohammedaansche staatslieden -waren geneigd om de aan de schriftbezitters gewaarborgde tolerantie -uit te strekken, niet alleen tot de Perzische vuuraanbidders, maar -ook tot Hindoes en anderen, die men met de noodige welwillendheid -tot de openbaringsvolken kon rekenen. Men vindt in de middeleeuwen -in Mohammedaansche landen groote en welvarende gemeenten van -niet-Mohammedanen (vooral Joden en Christenen), die eene mate van -bescherming genieten, zooals men die destijds in Christelijke landen -aan andersdenkenden niet verleende. De bekeering tot den Islâm van de -massa der bevolking in Perzië of in Christelijke landen als Egypte en -Syrië vond langzamerhand, en geruimen tijd na de verovering plaats, -volgens de missionaire beschouwing door de innerlijke kracht der -Mohammedaansche zending, volgens de economische alweder door motieven -van economischen aard. - - - - -De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het voorname -middel. - -Men kan echter vol recht laten wedervaren aan alle feiten, die door -de voorstanders der beide theorieën naar den voorgrond gebracht zijn, -zonder eene dier toch al te eenzijdige verklaringen te aanvaarden, -zonder de geheel eenige beteekenis der door Mohammed gewekte religieuze -beweging voorbij te zien, en ook zonder te ontkennen, dat geweld tot -de ongehoord snelle uitbreiding van den Islâm zeer belangrijk heeft -bijgedragen. Eene onbevangen beschouwing der historische feiten is -al voldoende om dit in te zien. - -Zoo moge men de bekeering der massa van de Christenbevolkingen van -Syrië, Egypte en Noord-Afrika tot den Islâm eene vrijwillige noemen, -zij was dan toch door de verovering hunner landen voorafgegaan en -voorbereid. Na de annexatie bij het Moslimsch gebied genoten zij wel -eene met middeleeuwschen maatstaf gemeten vrij groote tolerantie, -maar de vrijheid hunner levensuitingen was dan toch zeer beperkt en in -alles moesten zij zich de minderen van de ingedrongen overheerschers -toonen. Al gingen sommige Mohammedaansche bestuurders zeer ver in de -begunstiging van Joodsche of Christelijke individuën, het meerendeel -der belijders van deze getolereerde godsdiensten had veel te lijden -van het misbruik, dat het Mohammedaansche plebs maakte van zijne -kunstmatige maatschappelijke meerderheid. - -Zeker was het voor de Moslimsche propaganda eene begunstigende -omstandigheid, dat de Oostersche kerk in een allerjammerlijksten -toestand van geestelijk verval verkeerde, zoodat sommige Europeesche -geleerden in den Islâm met zijne eenvoudige leer zonder clerus of -dogmatische haarkloverij eene welkome geestelijke verlossing hebben -gezien voor de Monophysieten, Nestorianen of hoe verder de Christelijke -secten van het Oosten heeten. Maar het is dan toch duidelijk, dat zij -die verlossing nooit gezocht zouden hebben, wanneer niet directe en -indirecte dwang hen uit de kerk naar de moskee gedreven had. - - - - -Het systeem van den Islâm getuigt hiervan. - -Het sterkst en ondubbelzinnigst uit zich die dwang in het stelsel -van den Islâm zooals dat ongeveer sinds de derde eeuw van de Hidjrah -bestaat en door de geheele Mohammedaansche wereld is erkend. Men vindt -het uiteengezet in de gezaghebbende leerboeken over de wet. De wijze, -waarop de Islâm zich behoort uit te breiden, wordt daar aangegeven -in de hoofdstukken over den heiligen oorlog en verwante onderwerpen. - - - - -Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog. - -De aarde heeft men volgens die leer te beschouwen als verdeeld in -gebied van den Islâm en gebied van den oorlog. - -Het gebied van den Islâm staat onder het gezag van het hoofd der -geheele Moslimsche gemeente, den imâm (leider) of chalief (opvolger), -namelijk van den Gezant van Allah in diens hoedanigheid van bestuurder -der geloovigen. De bewoners van dit gebied zijn òf Mohammedanen -òf getolereerde schriftbezitters, die onder allerlei beperkende en -vernederende voorwaarden de bescherming van leven en have door den -Moslimschen staat genieten. - - - - -Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm. - -Theoretisch rekent men tot de "dâr al-Islâm" ook zulke landen, -van welke men aanneemt, dat zij vroeger onder Mohammedaansch -gezag gestaan hebben, al worden zij thans door niet-Mohammedanen -bestuurd. Zoo gelden dus Britsch- en Nederlandsch-Indië, voor zoover -zij door Mohammedanen bewoond worden, als gebied van den Islâm. Ten -onrechte hebben W. Hunter en andere Britsche staatslieden zich -hierover verheugd, daar zij meenden, dat deze leer opstanden van -Britsch-Indische Moslims tegen het Engelsche gezag tot onwettige -woelingen stempelde. IJdele illusie! Werden die Oostersche wingewesten, -evenals bijv. Engeland en Nederland zelf, door de Moslimsche wet bij -het gebied van den oorlog ingedeeld, dan zou als regel, zij het niet -geheel zonder uitzonderingen, gelden, dat vijandige handelingen van -Mohammedanen tegen zulke landen slechts mochten ondernomen worden -krachtens machtiging van het hoofd der Moslimsche gemeenschap. In -gebied van den Islâm daarentegen zijn niet-Moslimsche overheerschers -abnormale verschijnselen, die men slechts dulden mag zoolang men zich -buiten staat acht ertegen te reageeren. - -Het gedeelte der aarde, dat buiten het gebied van den Islâm valt, is -in zijn geheel gebied van den oorlog, dat wil zeggen bestemd om met -den spoed, dien de omstandigheden toelaten, door middel van geweld -tot gebied van den Islâm gemaakt te worden. Voor volslagen heidenen -kan die onderwerping slechts geschieden in den vorm van bekeering -tot het geloof aan Allah en Zijnen Gezant; degenen, die eenen door -den Islâm erkenden godsdienst belijden, mogen volstaan met erkenning -van het Moslimsche staatsgezag als hunne overheid. - - - - -De heilige oorlog. - -Dit zijn de hoofdlijnen van het systeem; men ziet, dat van de -legende van den Moslim met het zwaard in de eene, den Qoerân in -de andere hand toch dit overblijft, dat de Mohammedaansche wet de -alleenheerschappij van hetgeen zij voor de waarheid houdt door den -sterken arm verzekerd wil zien, dat de ware zending in den geest der -wet bestaat in de onderwerping van andersdenkenden door de Moslimsche -legermacht. Verdienstelijk maken zich ongetwijfeld Mohammedaansche -kooplieden of kolonisten in heidensche landen, waarin Moslimsche legers -nog niet konden doordringen, door als pioniers langs vreedzamen weg -aanhangers voor hun geloof te winnen, en even prijzenswaard wordt -het geacht, wanneer anderen onder de gedulde Joden, Christenen, -enz. bekeerlingen trachten te maken. Dit alles neemt niet weg, dat het -middel bij uitnemendheid tot verbreiding des geloofs naar de letter en -den geest van de heilige wet gezocht moet worden in maatregelen van -geweld. Die wet beschouwt alle niet-Moslims als vijanden der groote -monarchie van Allah, wier weerstand tegen Zijne alleenheerschappij -door de Mohammedanen gebroken moet worden. - - - - -De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand. - -Het staat ons niet vrij, met Prof. Arnold in strijd met de uitspraken -der Moslimsche wetgeleerden van alle eeuwen, te beweren, dat dit -stelsel niet het ware is, dat het berust op onjuiste opvatting -van eenige Qoerânverzen, dat de ware Islâm uitbreiding van het -geloof alleen door overtuiging verlangt. Wel stemt eene kleine -groep van moderne Mohammedanen met die aanpassing van den Islâm aan -nieuwerwetsche begrippen in, maar zij vertegenwoordigen al evenmin de -leer van den godsdienst, waarin zij geboren werden, als de modernisten -die der Katholieke kerk. - -Meer waarde zou men geneigd kunnen zijn toe te kennen aan het argument, -dat, zoo ergens, dan zeker in den Islâm, theorie en practijk, -stelsel en leven vaak wijd uiteenloopen. Inderdaad hebben menigmaal -Moslimsche bestuurders tegenover niet-Mohammedanen in en buiten -hun gebied eene veel transigentere houding aangenomen dan die het -systeem hun voorschreef. Aan den anderen kant ging het mindere volk -zich jegens de getolereerden vaak te buiten op eene wijze, die de -Mohammedaansche wet streng afkeurt. Maar van veel meer beteekenis dan -zulke afwijkingen ter rechter of ter linker zijde is het onbetwistbare -feit, dat de leer van den heiligen oorlog en hetgeen daarbij behoort -zich volkomen logisch ontwikkeld heeft uit beginselen, die wij van -de verovering van Mekka door Mohammed af tot in de derde eeuw der -Hidjrah toe zien voortwerken. Zonder sprongen of tegenstellingen, -zonder sporen van principieele ontleening van buiten sluit zich hier -het volgende steeds bij het voorgaande aan. - -Mohammed is in de laatste jaren van zijn leven op niets meer bedacht -dan op middelen om het aantal der geloovigen uit te breiden, waarbij -natuurlijk steeds minder op bewijzen van innigheid des geloofs kan -worden gelet. De door hem onderworpen Arabieren vallen dan ook na -zijnen dood voor een groot deel weder af, maar Aboe Bakr, die hem als -hoofd der gemeente opvolgt, beschouwt, geheel in Mohammeds geest, de -wederonderwerping dier ontrouwen als eerste en voornaamste taak der -geloovigen, en onder zijne leiding wordt die taak op schitterende -wijze volbracht. En daarop volgt onmiddellijk de verovering van -een belangrijk deel der wereld door de nu definitief geïslamiseerde -Arabieren. Geheel evenwijdig met dezen loop der zaken beweegt zich de -theorie der wetgeleerden, die vooral in de eerste eeuw van den Islâm -het deelnemen aan den heiligen oorlog bijna tot een hoofdplicht voor -alle geloovigen willen maken en geen heerlijker einde van een vroom -leven kennen dan den dood op het slagveld als getuige des geloofs, als -martelaar (sjahîd). Drongen in de eerste eeuwen onzer jaartelling vele -Christenen naar eene gelegenheid om zich de kroon van het passieve -martelaarschap te verwerven, vele malen grooter was het aantal der -oudste Islâmbelijders, die als actieve geloofsgetuigen met ijver den -dood op het slagveld zochten in den strijd met hen, die het gezag -van Allah en Zijnen Gezant weerstonden. - -Deze overdrijving der waarde van het oorlogsbedrijf kon evenmin -duurzaam zijn als de zegevierende tochten van den Islâm door de wereld; -toen die veroveringen hare voorloopige grenzen bereikt hadden, kwam -weldra in de school de kalmere beschouwing tot heerschappij, volgens -welke de vrome ook door levenslange uitoefening van een vreedzaam -bedrijf aanspraak op den eerenaam van geloofsgetuige kan verwerven. De -heilige oorlog bezonk in het stelsel als eene solidaire verplichting -der gemeente in haar geheel, waaraan slechts zoovele geloovigen -behoefden deel te nemen als de omstandigheden volgens het oordeel -van het staatsbestuur telkens vereischten. Maar de oorlogstoestand -mocht dan toch niet als geëindigd worden beschouwd voordat het door -Allah gewezen doel: onderwerping der gansche wereld aan den Islâm, -bereikt zou zijn. - - - - -De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens. - -Over de hoofdzaken van deze leer bestaat tusschen de wetgeleerden der -verschillende scholen en perioden geen verschil van meening, en zij -is meer wellicht dan eenig ander deel der wet populair geworden ook -bij de leeken, bij de groote onwetende schare zelfs. Zij is het kort -begrip van de actie van den Islâm naar buiten in het glansrijkste -tijdperk, dat hij beleefd heeft, omgezet in een voor alle tijden -geldend voorschrift. Zij vleit in hooge mate de ijdelheid der menigte: -men behoeft slechts de dubbele geloofsbelijdenis te hebben uitgesproken -om zeker te zijn, dat men behoort tot de gemeenschap, aan welke Allah -de heerschappij over de wereld heeft beloofd. Zij werkt na, ook sedert -de wereldgeschiedenis den spot is gaan drijven met hare hoovaardige -pretentie: in de scholen der wetgeleerdheid blijft men haar voordragen -omdat zij, gelijk de geheele wet, als van onfeilbaar gezag geldt voor -alle tijden, en het gemeene volk blijft daaraan kracht ontleenen voor -zijne ijdele verwachtingen, gepaard met haat jegens "ongeloovigen". - - - - -De andere opvatting is ver in de minderheid. - -De Jong-Turken en andere modern gevormde Mohammedanen hebben wel eens -gewenscht, dat zij die geheele leer van den djihâd konden opbergen -in het museum hunner staatkundige antiquiteiten, en vele niet modern -ontwikkelde wereldwijzen deelen om zuiver practische redenen dien -wensch. Toch kan niemand hunner de verhouding van den Islâm tot andere -godsdiensten principieel op nieuwe grondslagen trachten te vestigen -zonder het vertrouwen van de meerderheid te verbeuren en met veler -instemming beschuldigd te worden van ongeloof. - -Toen in 1908 de aanvoerders der Jong-Turksche revolutie in hun -eerste élan de woorden: "vrijheid, gelijkheid en broederschap" in -hunne vanen schreven, werd hun weldra met instemming van de massa der -bevolking door de schriftgeleerden beduid, dat die gelijkheid alleen -mocht bestaan in gelijke aanspraken op bescherming van rechten, welke -rechten zelve echter voor de belijders der verschillende godsdiensten -niet gelijk waren; en de broederschap, die heeft men later, als al -te aanstootelijk, maar geschrapt. - - - - -Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in den Islâm. - -De billijkheid gebiedt, dat wij ons hierbij herinneren, hoe ook in de -Christenwereld, met name in de middeleeuwen, staatsmacht en godsdienst -bedenkelijke bondgenootschappen gesloten hebben. Christenvorsten -en -volken hebben met geweld heidenen bekeerd, ongeloovigen en -ketters ter eere Gods gefolterd en gedood, Joden op onmenschelijke -wijze behandeld. Maar nooit heeft men uit de Christelijke heilige -schriften voor alle tijden geldende voorschriften afgeleid, die zulke -practijken sanctioneerden. Het is het ongeluk van den Islâm geweest, -dat hij gemeend heeft eens voor altijd met onfeilbaar gezag regelen te -moeten geven, die alle handelingen der geloovigen tot in de geringste -bijzonderheden bepaalden, en dat hij deze onmogelijke taak kwam te -vervullen juist in een tijdperk, waarin onverdraagzaamheid zoowel in -het Westen als in het Oosten heerschappij voerde. De leer, dat men -voor hetgeen men als de waarheid beschouwt met geweld aanhangers moet -winnen, bleef dus als eene erfelijke ziekte aan het eene geslacht na -het andere der belijders van den Islâm eigen. - - - - -Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast. - -De geheele opvatting van godsdienstige zending wordt in den Islâm -door deze leer beheerscht. Zeker, men vindt onder Mohammedanen zeer -uiteenloopende geestelijke typen, en daaronder ook zulke, die zich -uit deernis met de toekomstige eeuwige ellende der heidenen geroepen -voelen, hun de waarheid te prediken; maar het type van den Moslimschen -propagandist vertoonen dezulken niet. De echte ijveraar voor de -uitbreiding van het Mohammedaansche geloof beschouwt het veeleer -als zijne taak, als een trouw soldaat van zijnen God, diens rijk -op aarde te helpen vergrooten door verdelging van Zijne vijanden en -vermeerdering van het aantal Zijner trouwe onderdanen. Dit laatste -kan, behalve door geweld, ook door overreding gebeuren. De wet -wijst ook daarin den weg. Zij wil in aansluiting weder aan hetgeen -Mohammed deed in zijne laatste levensjaren, dat men ongeloovigen door -wereldsch voordeel verlokke tot Islâm, tot onderwerping aan Allah -en Zijnen Gezant; zelfs is een deel van zekere staatsinkomsten (van -de zakât genoemde godsdienstige belasting) uitdrukkelijk voor dit -doel aangewezen. Met een niet ongerechtvaardigd beroep op Mohammeds -handelwijze ten aanzien van de voorname Qoeraisjieten na hunne -gedwongen bekeering tengevolge der verovering van Mekka, leert de wet, -dat men vooral bekeerlingen van hoogen rang en stand door wereldsch -voordeel blijvend aan den Islâm moet trachten te binden, ook om door -dit voorbeeld aantrekkend te werken op hunsgelijken en op degenen, -over wie zij gezag hadden. De geloovige, die door persoonlijke -bemoeienis menschen voor den Islâm weet te winnen met behulp van -prikkeling en bevrediging hunner begeerlijkheid naar rijkdom of eer, -maakt zich daardoor uitermate verdienstelijk, en niemand denkt eraan, -hem vermenging van materieele en geestelijke dingen te verwijten. - -Soortgelijke middelen van propaganda zijn in vroeger en later tijd in -de Christelijke wereld niet zelden aangewend. Het verschil is echter -weer, dat die methode in den Islâm in de periode van haren bloei met -onfeilbaar geacht gezag voor altijd tot wet is verheven. - - - - -De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt. - -Het spreekt wel van zelf, dat in den gedachtengang, die deze wijze -van uitbreiding van den Islâm beheerscht, het stellen van belangrijke -eischen van voorbereiding aan degenen, die tot de gemeente willen -toetreden, uitgesloten is. Men zou daardoor de bovenal gewenschte -vermeerdering van het aantal der Moslims in gevaar brengen. - -In de eerste tijden is er wel eenige aarzeling geweest in de -beantwoording der vraag, met welk minimum van naleving der wet men -nog als Mohammedaan kon gelden. De wet stelt in hare positieve en -negatieve geboden lang niet lichte eischen aan het individu, maar -men was het er al vroeg over eens, dat de geloovige trots vele zonden -van nalatigheid en overtreding mocht hopen op Allahs genade, en dat -in ieder geval de straf, die hij in de hel zou hebben te boeten, eens -een einde zou nemen, waarna hij het paradijs zou beërven. Het kwam er -dus maar op aan, te weten, door welke daden men afvallig werd. Ten -slotte heeft deze opvatting gezegevierd, dat alwie de belijdenis, -dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Allahs gezant is, -heeft uitgesproken met volle bewustheid van hetgeen hij deed, als -Moslim beschouwd moet worden, en dat hij dit blijft, zoolang hij die -belijdenis niet heeft herroepen noch een van de geboden van Allahs wet -voor ongeldig heeft verklaard, ook al volbrengt hij geen van alle. De -bedenking, dat men aldus gevaar loopt, schijngeloovigen te kweeken, -wordt weerlegd met de herinnering, dat alleen aan Allah het oordeel -toekomt over de echtheid van iemands geloof, terwijl de menschen -elkander slechts naar uiterlijke kenmerken kunnen beoordeelen. Het -uiterlijke kenmerk nu van hen, die tot de gemeente van Mohammed -behooren, is het uitspreken der geloofsbelijdenis, niet gevolgd door -woorden of daden, die deze uitspraak van kracht berooven. - -Heeft men dit geheele stelsel der Moslimsche propaganda wel begrepen, -dan heeft men tevens den sleutel tot het geheim der vaak bewonderde -missionaire kracht, die in den Islâm woont, en die hem tot een zoo -gevreesd mededinger maakt voor de Christelijke zending, vooral waar -beiden onder volken van lage beschaving werken. Den menschelijksten -aller openbaringsgodsdiensten heeft een Duitsch oriëntalist den Islâm -genoemd. Inderdaad tracht hij als zendingsgodsdienst een menschelijk -doel met geheel menschelijke middelen te bereiken. - - - - -Geen priesterschap noch geordende heidenmissie. - -Ieder Moslim, hoe onwetend hij overigens zij, kan te allen -tijde iederen ongeloovige, die Mohammedaan wil worden, den weg -wijzen om onverwijld en zonder ceremoniën in den Islâm te worden -opgenomen. Sacramenten kent de Islâm niet, derhalve evenmin priesters -of andere gewijde of geordende personen, die deze hebben uit te -deelen. Zendelingen van beroep zijn er ook niet. De uitspraak, dat -ieder Mohammedaan op zijnen tijd een zendeling is, moge overdreven -zijn, als men daaronder wil verstaan, dat allen vervuld zijn van -fanatieken ijver tot verbreiding van hun geloof, zij is waar in -dezen zin, dat niemand door de gemeente of eenig ander lichaam voor -de missie wordt afgevaardigd, maar dat de meesten als de gelegenheid -zich biedt, gaarne medewerken om leden te winnen voor de gemeenschap, -waartoe zij behooren. - - - - -Leekenpropaganda. - -Voor kolonisten of kooplieden, die zich duurzaam of tijdelijk -vestigen in een land met heidensche bevolking, is dit zelfs geboden -door eigenbelang. Zij willen daar een eigen milieu hebben, in de -eerste plaats een eigen gezin, maar dan verder een eigen wijderen -kring, hoe wijder hoe liever. Dit alles gaat niet zonder het maken -van bekeerlingen. Met eene heidensche vrouw mag de Mohammedaan niet -trouwen, in een anderen godsdienst dan de Islâm zijne kinderen niet -laten opvoeden. De vreemdeling maakt dus der vrouw zijner keuze den -overgang tot zijne gemeenschap zoo gemakkelijk mogelijk en tracht ook -de hem verzwagerden te winnen. Zoo gaat het verder, en er ontstaat -weldra een groep van geloovigen van eenigszins gemengd bloed, die zich -door wereldkennis, ontwikkeling van den geest en onderling verband -voordeelig onderscheidt van de overige bevolking. De niet bekeerde -bevolking ziet tegen de bekeerden op; door den Islâm aan te nemen -voelen die heidenen zich, ook maatschappelijk, omhoog gaan. - - - - -Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke. - -Hier hebben wij weder eene omstandigheid, die gedeeltelijk verklaart, -waarom de Mohammedaansche propaganda sneller pleegt te slagen dan de -Christelijke. In den Islâm volgt de grootst mogelijke assimilatie -onmiddellijk op de bekeering; de Christelijke zendeling, hoe vol -toewijding ook, blijft met zijne rasgenooten voor de primitieve -bevolking, waaronder hij werkt, vreemdeling. Met recht vestigt -professor Arnold hierop bijzonder de aandacht, en dit doen de meesten, -die den voortgang van den Islâm bijv. in Midden-Afrika waargenomen -hebben. Een Engelsch zendeling aldaar, die dezen ban wilde breken -en met eene negerin trouwde, verwekte zulk eene ergernis met deze -toepassing der eenheid in het geloof, dat hij zich genoodzaakt zag, -de kolonie te verlaten. - -Maar, wij zagen het al, er komt nog zooveel verlokkelijks bij. De -nieuwbekeerde, wiens overgang hem geen moeite kost, heeft aanspraak -op de gunsten zijner nieuwe broeders, en deze aanspraken worden in -de practijk gaarne erkend. Hoe weinig hij ook aanvankelijk van den -inhoud van het door hem aangenomen geloof moge leeren, hoe weinig -van de voorschriften der wet hij moge naleven, hij mag zich dadelijk -koesteren in het bewustzijn, te behooren tot degenen, die bestemd zijn -om over alle anderen te heerschen en die het recht hebben ten nadeele -van niet-Mohammedanen die heerschappij te helpen bespoedigen. Bij -zulk een sprong naar boven geldt het slechts als een gering bezwaar, -dat de gewoonte--niet de wet--in de meeste gevallen verlangt, dat de -bekeerling zich spoedig onderwerpe aan de besnijdenis. - -De populariteit van de leer van den heiligen oorlog doet zich nu -bij zulke primitieve volken, wanneer zij gedeeltelijk door vreemde -kolonisten of kooplui geïslamiseerd zijn, vaak in dien zin gelden, -dat zij hunne nog niet bekeerde rasgenooten om hun ongeloof gaan -bestrijden. De neigingen van min beschaafde menschen worden daarbij -op voor hen aangename wijze geprikkeld en vinden eene welkome -speelruimte. Met anderen geweld aan te doen, te plunderen of tot -slaven te maken weten zij nu een Gode welgevallig werk te verrichten, -mits die anderen heidenen zijn. De menschelijke ijdelheid en hebzucht -worden gestreeld en gesteld in dienst van de propaganda. Het bezwaar, -dat men op die manier heiligen oorlog van offensieven aard voert zonder -de machtiging van den chalief, die hiervoor in den regel vereischt -is, wordt ondervangen door de leer, dat in streken, die wegens verren -afstand of om andere redenen buiten het bereik van het centrale gezag -liggen, invloedrijke hoofden mogen doen hetgeen des chaliefs is. - - - - -Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is weinig gedaan. - -Al heeft dus de Islâm, in de plaats van het evangelische "onderwijst -al de volken", het bevel "onderwerpt al de volken" als een hoofdgebod -voorop gesteld, hij is daarmee geenszins tevreden, maar wil, dat -op de onderwerping onderwijzing volge. Het bovenal streven naar -uitbreiding van gebied en vermeerdering van het aantal dergenen, die -de geloofsbelijdenis hebben uitgesproken, heeft echter vanzelf tot -eene minder krachtige werking in de diepte geleid. Nog tal van andere -omstandigheden komen daarbij, die maken dat de geestelijke opvoeding -der voor den Islâm gewonnenen in den regel veel te wenschen overlaat. - -Reeds vroeg zijn de schriftgeleerden zich gaan verdiepen in dogmatische -en juridische spitsvondigheden, en in de drukte van hun onderlingen -strijd vonden zij niet veel tijd om zich met de geestelijke belangen -der ongeletterden bezig te houden. Voor hen scheen het nu eenmaal in -de natuur der dingen te liggen, dat eene kleine uitgelezen schare van -kenners der wet met zelfgenoegzame minachting neerzag op de menigte -der onwetenden. Van eenig gevoel van medeverantwoordelijkheid voor -dien toestand vindt men bij hen zelden eenig spoor. - -De minderheid der bevolking, die eenig onderwijs genoot, ontving -dit in den meest onpractischen vorm. In de eerste eeuwen van den -Islâm kon men nog de illusie koesteren, dat in alle Mohammedaansche -landen de oude landtalen het veld zouden ruimen voor het Arabisch. Op -deze later onhoudbaar gebleken onderstelling is bijna geheel het -elementaire godsdienstonderwijs gebaseerd. Wie iets leeren wil, -wordt ondersteld, Arabisch, en wel liefst klassiek Arabisch te -verstaan. Eerst later werden schoorvoetend kleine concessies aan de -moedertalen der geloovigen gedaan. Toch bleef eene kennis der wet, -die iets beduidde, zonder bedrevenheid in het Arabisch zoo goed als -onmogelijk. De leeken moesten het doen met een werktuigelijk leeren -opdreunen van den Qoerân in het oorspronkelijk en met eenige even -werktuigelijke oefening in het ritueel. Het plebs bleef meerendeels -zelfs hiervan verstoken. - - - - -Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de cultuur -beheerschen. - -Geen wonder dus, dat in nagenoeg alle Mohammedaansche landen de -geestelijke gedachtensfeer, waarin de eigenlijke bevolking leeft, -meer oorspronkelijk heidensche dan Mohammedaansche elementen in zich -bevat. Men neme kennis van de beschrijvingen van de populaire zeden -en gebruiken en van het volksbijgeloof, dat in het leven de hoofdrol -speelt, in Noordwest-Afrika, in Egypte, in Syrië, ja in het stamland -van den Islâm, in Arabië zelf, overal ziet men de eenheid van Allah -verscholen achter een onnoemelijk aantal levende en doode heilige -personen en voorwerpen, die de hoogste vereering genieten, overal de -middelen, die de wet aangeeft om Allahs gunst te verwerven, verdrongen -door magische practijken, die van vóór den Islâm dateeren. Het -Moslimsche bepaalt zich bij de menigte voor de vromeren tot eenige -ritueele uiterlijkheden, voor de meerderheid tot eenige leuzen en -phrasen, soms bovendien het daarstraks door mij beschreven gevoel -van deel uit te maken van de tot heerschappij geroepen gemeenschap. - -Is dit alles zoo in het stamland van den Islâm en in de landen, die hij -het eerst aan zich onderwierp, het spreekt van zelf, dat de officieele -leer en het volksleven nog veel verder van elkander verwijderd moeten -zijn daar, waar de Islâm eerst later binnendrong, en zeer geleidelijk -veld won door de assimileerende kracht van vreemdelingen, die om -zich heen propaganda maakten, ten slotte gevolgd door vreedzame of -gewelddadige uitbreiding van het geloof door het bekeerde deel der -inheemsche bevolking zelve. - - - - -In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen. - -Het was op de laatst bedoelde wijze, dat het Mohammedanisme zijne -belijders in den Indischen Archipel verkreeg. Mohammedaansche -kooplieden uit Voor-Indië, het eeuwenoude spoor hunner Hindoesche -landgenooten volgend, vestigden zich tijdelijk of voor goed in eenige -kustplaatsen dezer eilanden. Deze kleine koloniën oefenden de gewone -aantrekkingskracht, zelfs op Java, ofschoon hier het Hindoeisme al -eeuwen lang de cultuur beheerschte. Men vergete hierbij niet, dat -het Hindoeisme hier niet zoo diepe wortels kon schieten als in zijn -vaderland, waarbuiten het zich in den regel niet verbreidt, en dat de -Hindoecultuur hare geestelijke verfijning niet mededeelt aan de tot -lagere kasten gerekende massa, zoodat voor eene groote meerderheid -juist onder het Hindoeistisch régime veel aanleiding kan bestaan om -in den Islâm verlossing te zoeken uit zijn staat van vernedering. - - - - -De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen vergelijken. - -De propaganda was voor die vreemdelingen stellig vaker middel -dan doel. Men kan er zeker van zijn, dat de meesten hunner meer -van avonturiers dan van missionarissen weg hadden, al heeft de -volkslegende hunne nagedachtenis met stralenkransen van heiligheid -omgeven. Ook in Mohammedaansche landen waren het destijds niet in de -eerste plaats de deugdzamen, die in het Verre Oosten hunne fortuin -gingen zoeken. Nog in onze dagen gaat de Moslimsche propaganda -onder de heidenen van Oost-Indië steeds in de eerste plaats van -zulke gelukzoekers uit. Daarom is het zoo dwaas, wanneer onhandige -zendingsvrienden deze soort van missie gaan vergelijken met die van -geordende zendelingen des Christendoms, en dan der Regeering verwijten, -dat Zij Mohammedaansche zendelingen niet aan een soortgelijk toezicht -onderwerpt als Christelijke. Ik laat de vraag geheel ter zijde, -of het noodig is, de werkzaamheid der Christelijke zendelingen -te binden aan de voorwaarde eener bijzondere toelating zooals het -vigeerende Regeeringsreglement die voorschrijft. Maar ten opzichte van -Mohammedanen zou iets dergelijks volstrekt onmogelijk zijn, daar ieder -Mohammedaansch handelaar, die met heidenen zaken doet, indien hem zulks -gelegen komt, aanhangers voor zijnen godsdienst wint. De Europeesche -koopman, gesteld dat hij er neiging toe had, zou dit niet kunnen -doen, daar hem èn de bekwaamheid tot het geven van het voorbereidend -onderricht, èn, wat meer is, de bevoegdheid tot het toedienen van -het onmisbare sacrament van den doop ontbreekt. Het eene zoowel als -het andere is voor eene bekeering tot den Islâm overbodig: tot dezen -godsdienst bekeert de heiden na bekomen inlichting zonder iemands -bijstand zichzelf. Aan Mohammedaansche kooplieden, die heidensche -streken bezoeken, te verbieden, die inlichting te verstrekken, dat -zou strijden met elk beginsel van godsdienstvrijheid en het verbod -zou bovendien practisch niet te handhaven zijn. - - - - -De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche ambtenaren -in heidensche streken invoert. - -Wel verdient het voor de Regeering aanbeveling, bij het onder -geregeld bestuur brengen van heidensch gebied zooveel doenlijk te -waken tegen onwillekeurige bevordering der uitbreiding van den Islâm, -die licht het gevolg is van den invoer van Inlandsch-Mohammedaansche -staatsdienaren. Ook het Duitsche koloniale bestuur in Oost-Afrika -heeft met deze moeielijkheid te kampen, en bij ons is de verleiding -bijzonder groot, daar de Inlandsche ambtenaren van Java in den regel de -best ontwikkelde, met onze bestuursbeginselen meest vertrouwde zijn, -terwijl overdreven godsdienstijver onder hen zelden voorkomt. Toch -strekt hunne plaatsing in heidensche landen op den duur, evenzeer als -de immigratie van Mohammedaansche avonturiers, tot verbreiding van -den door hen beleden godsdienst, en kan zij aldus ten gevolge hebben, -dat de bevolking, onder welke zij werken, gewonnen wordt voor een -stelsel, waaraan de Javanen zelve bezig zijn te ontgroeien. Moslimsche -kooplieden uit eenig deel van den Archipel te weren, omdat zij de -propaganda in de hand werken, dat zou zonder onverdedigbare willekeur -niet gaan; daarentegen is het met eenig beleid wel te voorkomen, -dat men zelfs indirect de islamiseering van niet-Mohammedanen zou -gaan bevorderen. - - - - -Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië gewelddadig -uit. - -Het door vreemde avonturiers begonnen werk der islamiseering van -de Oost-Indische eilanden werd door de bekeerde Inlanders zelve -voortgezet. In het midden der veertiende eeuw prijst de Arabische -reiziger Ibn Battoetah den Moslimschen vorst van Soematra-Pasè om de -heilige oorlogen, die hij voerde tegen de heidenen in het binnenland -van het eiland. De Mohammedaansche koloniën aan de Noordkust van Java -ontwikkelden zich tot rijkjes, die ten slotte deels door aantrekking, -deels door strijd Madjapait en Padjadjaran overweldigden. Van Java -uit verbreidde zich de Islâm over Zuid-Soematra, deelen van Borneo -en van Celebes en meer Oostelijk gelegen eilanden. - - - - -De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon pas later -te werken. - -Onder de uit Indië afkomstige eerste invoerders van den Islâm in den -Archipel waren er met Arabische stamboomen van twijfelachtige echtheid, -en ook wel enkele van onverdacht Arabische afkomst. Dit neemt niet weg, -dat hun Islâm een ontwijfelbaar Indisch karakter vertoonde, en zich dus -met name op Java uitnemend aansloot bij de Hindoeistische elementen, -die zich daar lang te voren met het oorspronkelijke animisme vermengd -hadden. Eigenlijk Arabische invloed deed zich eerst later gelden. Het -waren Arabische gelukzoekers van voorname geboorte in Hadhramaut, -die de kustrijkjes van Siak op Soematra en van Pontianak op Borneo -stichtten. Emigranten uit dat Zuid-Arabische gebied vestigden zich -sinds anderhalve eeuw in Palembang en verschillende handelshavens van -Java en Madoera. De geletterden onder hen deden hun best om zoowel de -specifiek Voor-Indische elementen van den hier ingevoerden Islâm als -de voor hen meest aanstootelijke bestanddeelen van Hindoeistischen en -animistischen oorsprong uit geloof en zeden der inheemsche Mohammedanen -te verwijderen. Eene veel krachtiger werking in dergelijke richting -ging echter van Mekka uit, niet zoozeer omdat zich ook enkele Mekkanen -in Oost-Indië vestigden, als wel omdat in verband met de bedevaarten -naar het heilige land sinds ongeveer twee en eene halve eeuw vele -Inlanders te Mekka hunne studiën maakten of voltooiden. De vreedzame -verdringing van de aan de Indische Mohammedanen ontleende methoden -en denkwijzen door Arabische, die door de werkzaamheid der uit Mekka -volleerd teruggekeerden begon, is nog niet afgeloopen, maar wint -geleidelijk veld. - - - - -Samenvatting. - -Wij hebben nu, denk ik, in hoofdtrekken het beeld voor ons van de -wijze, waarop de Islâm getracht heeft, zijn ideaal van heerschappij -over heel de menschheid te verwezenlijken en van de soort van zending, -die een groot deel van den Indischen Archipel voor dezen godsdienst -won. Van het jaar 630 af zocht hij de bereiking van zijn doel bovenal -in onderwerping van de grootst mogelijke menschengroepen in den -kortst mogelijken tijd; eene methode, die ook buiten den Islâm in -de middeleeuwen vele aanhangers had. In het stelsel, dat omstreeks -900 zijne definitieve afronding verkreeg, bleef deze toepassing -van materieele machtsmiddelen de eerste plaats innemen, ook nadat -de veranderde tijdsomstandigheden die in de practijk zoo goed als -onmogelijk gemaakt hadden. Feitelijk moest men zich in nieuwere -tijden steeds meer beperken tot eene andere soort van propaganda, -die van oudsher naast de gewelddadige aanbevolen en ook beoefend was: -vreedzame overreding, die gewoonlijk den vorm aannam van assimilatie, -vooral van primitieve volken, door kooplieden en avonturiers, -die in hun eigen belang met die volken verkeerden. De leer van den -heiligen oorlog, door de schriftgeleerden onveranderd overgeleverd -en bij het mindere volk altijd geliefd, bleef daarbij gereed om zich -onder gunstige omstandigheden te doen gelden. Zoo niet zelden bij pas -bekeerde volksstammen, die hunne heidensche rasgenooten met geweld -tot den Islâm brachten. - -Altijd was het hoofdoogmerk snelle vermeerdering van het aantal -Moslims, terwijl de opvoeding der bekeerden naar de beginselen en -voorschriften van den Islâm aan de toekomst overgelaten bleef en -met weinig ijver en ondoelmatige middelen beproefd werd. Onder de -aangewende middelen van overreding speelden in systeem en practijk -die van stoffelijken aard steeds de hoofdrol. Van missie met zuiver -geestelijke middelen doen zich in ouderen tijd sporadisch gevallen -voor; het meerdere, dat in onze dagen daarvan voor den dag komt, -dankt zijn ontstaan meestal aan reactie tegen en concurrentie met -Christelijke zending, die onder Moslims werkt. - - - - -Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel hervormd. - -Bij het licht der geschiedenis van de Moslimsche propaganda en harer -resultaten begrijpt men zonder moeite den afstand, die overal, waar -de Islâm beleden wordt, te constateeren valt tusschen de leer en -de wet eenerzijds en anderzijds het leven, vooral het leven van -de massa des volks. Zonder dat licht begrijpt men er niets van -en komt men gemakkelijk tot valsche oordeelen. Zoo onlangs een -onzer volksvertegenwoordigers, die in dagbladartikelen en in eene -parlementaire redevoering de stoute bewering deed vernemen, dat van de -vijf en dertig millioen Nederlandsche onderdanen, die officieel als -Mohammedanen te boek staan, slechts ongeveer zes millioen werkelijk -belijders van den Islâm zijn. - - - - -De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde vertrouwen -beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis. - -Het is altijd gevaarlijk voor een buitenstaander, met een zelfgemaakten -maatstaf te gaan bepalen, in hoeverre menschengroepen, die zich bij -eene godsdienstige belijdenis indeelen, terecht daartoe gerekend -worden. Hoevele millioenen Europeanen, wier namen in Christelijke -doopregisters voorkomen, zou men op die wijze niet de buiten de -gemeenschap der Christenen kunnen plaatsen omdat zij van den godsdienst -vervreemd zijn of omdat zij geene kennis hebben van hun geloof en -bevangen zijn in heidensche superstitie en practijken van animistischen -oorsprong? Wat zou er op die wijze overblijven van het Christen-zijn -van vele gedoopte Inlanders? Het eenig bruikbare criterium zal toch -wel zijn, hoe de menschen zichzelve genoemd willen hebben, vooral omdat -alleen daaruit blijken kan, waar zij hun vertrouwen hebben geplaatst. - -Bepalen wij onze aandacht eens bij Java als uit het oogpunt van -bevolking verreweg het belangrijkste eiland van Nederlandsch-Indië. Met -uitzondering van de kleine groepen der Badoei's en der Tenggereezen -en van kleine Christengemeenten onder Europeesche leiding, noemt de -geheele bevolking zich Mohammedaansch. Vooral op Midden-Java is van -leer en wet van den Islâm in het leven van den kleinen man nog weinig -doorgedrongen, terwijl zeden en bijgeloof er algemeen getuigen van de -heerschappij van oud-animistische begrippen, min of meer gewijzigd -door den invloed van het vroeger ingedrongen Hindoeisme. Toch zou -een Hindoesch pandit thans evenveel moeite hebben om bij de bevolking -gehoor te vinden als een zendeling van het Christendom. - - - - -De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf. - -Zeker, van de millioenen zijn het slechts tienduizenden, die aan de -over geheel Java verspreide pesantrèns kennis van eenige beteekenis -opdoen van de dogmatiek en de wet van den Islâm. Evenals in andere -Mohammedaansche landen zien ook hier die schriftgeleerden minachtend -op de onwetende schare neer, en doen zij uiterst weinig om ze uit hare -onwetendheid op te heffen. Maar evenals elders ziet ook hier die schare -op naar die geleerden als naar degenen, die haar vertrouwen verdienen, -waar het gaat om hare hoogste belangen. - -Goede of slechte geestelijke waar, die haar geboden wordt, beoordeelt -de bevolking in de eerste plaats naar het Mohammedaansche merk, waarmee -zij voorzien is. Mist zij dit, dan beschouwt zij haar zonder onderzoek -met achterdocht en wantrouwen. Laster is het, wanneer men zegt, dat -de Regeering door bestuursmaatregelen deze gezindheid heeft bevorderd -of in het leven geroepen. Zij bestaat van de dagen der Compagnie -af, Raffles constateerde haar in het begin der negentiende eeuw, -en de uiterst geringe verandering, die in den geestelijken staat -der Javaansche landbouwers is gekomen, heeft ook haar ongewijzigd -gelaten. De bevolking van Java evenzeer als de Atjèhers, de Maleiers, -Boegineezen, Makassaren en wie zich verder in Indonesië naar Mohammed -noemen, zijn Mohammedanen, of men moet dien naam tevens ontzeggen aan -de Berbers, de Egyptenaren, de Syriërs, ja zelfs aan de meerderheid -der Arabieren. - - - - -De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending der -godsdienstvrijheid. - -De Regeering kan dit erkennen zonder zich daardoor te laten weerhouden -van ook maar één enkelen bestuursmaatregel, die het belang van land -en volk gebiedt. Maar Zij kan niet--zoolang Zij aanspraak maakt op -den naam eener eerlijke regeering--medegaan met den wensch, dien -de afgevaardigde van daarstraks namens onverstandige vrienden der -Christelijke zending uitsprak, eenige millioenen Mohammedanen tot -heidenen of pantheïsten verklaren, en daaraan vrijheid ontleenen -om de zending meer direct te steunen door op die tot heidenen -gestempelde Inlanders maatregelen toe te passen, die men tegenover -Mohammedanen voor ongeoorloofd zou houden. Zulke steun zou ook beneden -de waardigheid der Christelijke zending zijn. Men zou er bovendien het -tegendeel van hetgeen men beoogde door bewerken: men zou aanleiding -geven tot fanatiek verzet. - -Wel doet de Regeering wijs door hare volle aandacht te schenken -aan het veelszins gelukkige feit, dat onder een groot deel van de -Mohammedanen van Nederlandsch-Indië de beginselen van het stelsel -van den Islâm nog weinig diepe wortels hebben geschoten, waardoor zij -veel toegankelijker zijn voor andere cultuurinvloeden dan anders het -geval zou wezen. Hiervan behoort in het belang der bevolking zelve -partij getrokken te worden voordat het te laat is; voordat nog de -aan wezenlijke beschaving vijandige elementen, die den Islâm als -eene uit hare middeleeuwsche periode overgebleven kwaal aankleven, -gelegenheid vinden op die dusver gespaarde Inlanders in te werken, -moet men alle kracht inspannen om ze daartegen immuun te maken. Dat -dit geschieden kan in volkomen eerlijkheid en zonder valsche listen, -hoop ik in het vervolg aan te toonen. - - - - - - - - -II. - -KENSCHETSING VAN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM. - - -Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde volken. - -In mijne vorige voordracht gewaagde ik meer dan eens van het stelsel -van den Islâm, dat ongeveer drie eeuwen na Mohammed zijn definitieven -vorm had verkregen, en wees ik erop, dat het heel andere dingen bevatte -dan waarvan men in Mohammeds dagen ook maar een flauw voorgevoel kon -hebben. Dit sprak in verband met de ontzagwekkende gebiedsuitbreiding -van het Mohammedanisme geheel van zelf. - -Het schijnt ons reeds een wonder, dat die halfbarbaarsche Arabieren -als in een ommezien niet slechts de volken van Zuid-Spanje tot de -Westelijke grens van China wisten te onderwerpen, maar tevens aan de -meesten hunner, waaronder naties met eene oude, hooge cultuur, hunnen -nuchteren, nieuwen godsdienst wisten op te dringen, de Arabische taal -in de plaats wisten te stellen van de talen der veroverde landen of -althans haar den voorrang daarboven te verzekeren, de afstamming van de -zonen der woestijn te doen erkennen als de hoogste aristocratie. Maar -zonder eene groote mate van aanpassing zou dit alles toch geheel -onmogelijk zijn geweest. - -Voor de regeling van het staatsbestuur in die oude cultuurlanden, van -grondbezit, handel en verkeer in zulk een wereldrijk, om niet meer te -noemen, waren de sobere, naieve wetgevende gedeelten der Qoerânische -openbaring volstrekt ontoereikend. Nu had echter in de oudste gemeente -deze overtuiging diep wortel geschoten, dat alle levensverhoudingen, -groot of klein, zonder uitzondering geregeld moesten worden door Allahs -woord, toegelicht door Allahs gezant. Zoo was het geweest te Medina -zoolang Mohammed als levend orgaan der openbaring in het midden der -zijnen had verkeerd, en zoo behoorde het te blijven na zijn dood in -het door hem gestichte rijk. - - - - -De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften van -den Profeet ingelijfd. - -Hoe nu de geheel andere eischen der practijk in overeenstemming te -brengen met die als eene levensvoorwaarde van den Islâm beschouwde -beperking der bron van alle wijsheid tot eenige uitspraken, bestemd -om in de vrij primitieve maatschappij van Medina de gewenschte orde -te handhaven of te herstellen? Waar het voor heiligschennis gold, -te meenen, dat de woorden van Allah en Zijnen Gezant aanvulling -behoefden, schoot er niet veel anders over dan door vrome fictie aan -Mohammed in den mond te leggen, hetgeen hij vermoedelijk gezegd zou -hebben, indien hem een blik in de toekomst gegund ware geweest. Elke -vraag, die rees gedurende en na de groote verovering der landen, -gaf aanleiding tot het ontstaan van eene of meer overleveringen over -iets, dat de profeet had gezegd of gedaan, en waaraan men voor het -gegeven geval licht kon ontleenen. Later werd die steeds aangroeiende -massa van tradities door schifting in omvang beperkt, door ordelijke -rangschikking handelbaar gemaakt, en zoo verkreeg men de kanonieke -traditie-verzamelingen. Zij vormden niet een zoo streng afgesloten -geheel als de verzameling der woorden Gods in den Qoerân, zij lieten -veel meer plaats voor aanvulling en verschillende uitlegging, maar -eene verdere ontwikkeling der wetgeving, die naar ons spraakgebruik -dien naam zou verdienen, maakten zij dan toch zoo goed als onmogelijk. - -Goed- of kwaadschiks moest de Islâm in de eerste twee eeuwen van zijn -bestaan de grootste plooibaarheid ontwikkelen, waartoe hij in staat -was: langs verschillende wegen nam hij instellingen en denkbeelden -in zich op, die ons op ondubbelzinnige wijze hunne herkomst uit -Griekenland, Rome, Perzië en Hindostan openbaren, al hebben zij zich -gehuld in het monotone, grauwe kleed van profetische traditie. Zonder -deze veelsoortige toespijzen en sterke kruiden zou de digestie van de -gulzig opgezwolgen landen en volken hem te machtig zijn geworden. Maar -toen was dan ook de grens zijner spankracht bereikt; ongeveer duizend -jaren geleden was dus de geschiktheid van den Islâm om zich aan te -passen aan andere tijden dan de dusver doorleefde, aan andere plaatsen -dan de dusver ingenomene zoo goed als geheel verbruikt. - - - - -De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente. - -Het stelsel, zooals het toen reeds tot in kleine détails was -uitgewerkt, werd afgesloten door de leer van de onfeilbaarheid -der Moslimsche gemeente als geheel, vertegenwoordigd door hare -schriftgeleerden. Omtrent den Qoerân en zijne uitlegging, de kanonieke -overleving en hare verklaring, de uit die bronnen af te leiden -theologie en wet, was dus al hetgeen, waarover de schriftgeleerden tot -eenstemmigheid waren geraakt, boven verdere discussie verheven. Stevig -zaten die resultaten van drie eeuwen geestelijken arbeid vast in de -vesting der onfeilbaarheid. Die vastheid van het systeem was echter -tevens de oorzaak van zijn kwijning; hoe langer hoe meer verloor het -den samenhang met het leven. - -Dit bezwaar zou belangrijk verminderen, wanneer gezaghebbende -schriftgeleerden die leer van den onfeilbaren consensus gebruikten -als middel juist om door hen wenschelijk geachte hervormingen in -te voeren. In de laatste jaren is dit, vooral in Egypte, en ook wel -in Turkije, door kundige oelamâ beproefd. Zij gelden echter bij de -groote meerderheid nog als gevaarlijke modernisten, en het is zeer -de vraag, of het hun gelukken zal, op den duur een zoo grooten kring -van moeqallids (erkenners van hun gezag) te vormen, dat hunne opinies -voor de vaststelling van den consensus gaan medetellen. - - - - -Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der Hidjrah -zeer moeielijk. - -Immers hetgeen daar voor duizend jaren werd vastgelegd, dat was -niet een geheel van beginselen, maar een stel van op goddelijk en -profetisch gezag berustende voorschriften, die tot in het kleine en -bijzondere het staatkundige, maatschappelijke en individueele leven -der geloovigen bonden voor alle gevallen, waarop men bedacht was -geweest. Nu hebben sinds dien tijd de verschillende Mohammedaansche -landen in menig opzicht onafhankelijk van elkander ieder hun eigen -leven geleid, daar de politieke, economische en andere toestanden vaak -hemelsbreed verschilden; maar hetgeen hen onderling bleef verbinden, -dat was juist, behalve eenige geloofsformules, de gemeenschappelijke -erkenning van het goddelijk karakter dier wet, die in elk van hare -deelen hare Arabische geboorte en hare opvoeding in het Westen van -Azië gedurende de zevende, achtste en negende eeuw verried. Al mag -men gedurende de tien eeuwen, die daarna volgden, kunnen wijzen op -concessies der wet aan behoeften, die zich algemeen deden gelden, -de moeite, die het kostte, ze erkend te krijgen, bewijst beter dan -iets anders, hoe stroef het systeem van den Islâm geworden was. - -Wie toch eene zekere mate van plooibaarheid aan dit stelsel wil -toekennen, wijst terecht op het gewicht, dat vele schriftgeleerde -autoriteiten toekennen aan het belang der geloovigen als motief -voor wettelijke bepalingen, of aan den drang der omstandigheden, -die volgens Moslimsche autoriteiten gedeelten der heilige wet buiten -werking kan stellen, maar zulk beroep komt bij de meest gezaghebbende -schriftgeleerden slechts voor om den loop van de ontwikkeling der -wet in het verleden of ook uitzonderingen van tijdelijken aard te -rechtvaardigen, daarentegen zelden om wegen te openen voor eene -toekomstige ontwikkeling, die het vroeger met onfeilbaar gezag -vastgestelde zou wijzigen. De door de schriftgeleerden der eerste -eeuwen na eenige aarzeling aanvaarde, maar binnen enge perken gehouden -redeneering bij analogie kan evenmin als hervormend beginsel werken: -zij mag alleen dienen om uit de bestaande bepalingen voor dusver -onbekende gevallen nieuwe deducties te maken. - -Hoe men de zaak ook beschouwe, elke poging om de wet in het bijzondere -te verbeteren bedreigt het heele, eeuwenoude gebouw met ineenstorting, -en ieder streven naar fundamenteele herziening brengt hem, die ermee -voor den dag komt, in verdenking van ongeloof. Tegen het een zoowel -als tegen het ander kan men gewoonlijk rekenen op den fellen tegenstand -van de meerderheid der schriftgeleerden, gesteund door de instinctief -bij haar zich aansluitende massa des volks. - - - -De stroefheid van den Islâm, die in zijne eerste periode eene -wijle voor den onweerstaanbaren drang der omstandigheden week, -werd dan van de derde eeuw der Hidjrah af een zijner sprekendste -karaktertrekken. Een "positieve" openbaringsgodsdienst, die uit den -Hemel voorschriften verlangt over alle détails van het leven, kan op -den duur dit lot niet ontgaan. - - - - -Het stelsel splitst zich in geloofsleer en wet. - -Ik sprak meermalen van het stelsel van den Islâm, en inderdaad was -het in den beginne formeel één geheel, werden alle levensvragen door -ééne en dezelfde klasse van deskundigen behandeld en opgelost. Weldra -verdeelde zich de stof in twee hoofddeelen, de geloofsquaesties, -de dogmatische vragen, die door theologen in den engeren zin, en -de vragen betreffende de plichten, die door wetgeleerden behandeld -werden. Beide vakken bleven met elkaar in innig verband, maar zij -onderscheidden zich toch van elkaar in doel, in middelen, in methode. - -Over de dogmatiek kunnen wij hier kort zijn. Eene geloofsleer -wordt uit strijd over de ontwikkeling van het dogma geboren, en -tracht in scherp belijnde formules de bovendrijvende stellingen -voor altijd te bevestigen. Voor zoover men haar onfeilbaar of toch -boven revisie verheven acht, komt zij in een volgend tijdperk der -ontwikkeling van het menschelijke denken noodwendig in strijd met de -begrippen van een deel dergenen, die zij onder hare vleugelen wil -houden. Deze verwijdering kan echter zonder belangrijke practische -gevolgen intreden, wanneer ten minste de geloofsleer zich binnen -hare eigene grenzen houdt en niet te zeer ingrijpt in het gebied -van het handelen. Zoo is het in den Islâm gegaan. Toen de hitte van -den strijd der eerste drie eeuwen over geloofsformules afgekoeld en -het resultaat in den vorm eener rechtzinnige dogmatiek bezonken was, -nam de belangstelling voor deze dingen buiten de enge vakkringen af. - - - - -De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang voor -de practijk. - -De vragen, waarover men getwist en elkander verketterd had, vertoonden -veel overeenkomst met die, welke in de Christelijke kerk de gemoederen -hadden bewogen. De praedestinatie, tegenover de aanhangers der leer -van den vrijen wil tot een hoofddogma verheven, werd in den Islâm niet -fatalistischer opgevat dan elders. De streng gehandhaafde eenheid Gods -werd met de veelheid Zijner in den Qoerân genoemde eigenschappen in -een verband gebracht, dat het middelmatige verstand zoowel als het -populaire openbaringsgeloof bevredigde. De leer van de eeuwigheid -der hellestraf voor ongeloovigen in verband met die der eindelijke -zaligheid aller geloovigen verscherpte in den geest der middeleeuwen -de grenslijn tusschen Mohammedanen en niet-Mohammedanen. Het dogma -der zaligmaking door het geloof alleen--geloof opgevat in den zin van -eerbiedige erkenning der almacht van den door Mohammed gepredikten -Allah, ongeveer zoo als een willig onderdaan zijnen vorst erkent, -waarbij de werken dienen om dat geloof schooner en volkomener te maken -en den geloovige meer aanspraak te geven op spoedige toelating in het -Paradijs--, dit dogma was dienstig om de zwakken niet af te schrikken -en de propaganda te bevorderen. Er zou veel meer te noemen zijn, maar -voor de practijk van het leven, die ons hier bovenal belang inboezemt, -is het eene van niet veel meer gewicht dan het andere. - -Al was het stelsel óók ten aanzien van dit schema der geloofsleer -in de laatste duizend jaren stroef en afkeerig van alle pogingen tot -herziening, het denken der Islâmbelijders werd daardoor niet ernstig -belemmerd. De in hooge sferen zich bewegende geesten gingen erboven uit -of begaven zich op zijwegen; het vulgus bleef met allen eerbied voor -de theologische leuzen aan zijn, slechts in vorm ietwat gewijzigde, -oude bijgeloof hangen. Wie bij al die afwijkingen geene uitdagende -houding aannam, had zelden veel te vreezen. - - - - -Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms beroering. - -Eén hoofdstuk der dogmatiek vraagt soms de aandacht ook van hen, die -voor de bespiegeling over leerstukken zonder direct practisch gevolg -weinig belangstelling hebben: het is de eschatologie. De messiaansche -verwachtingen, die in de Moslimsche leer ingang gevonden hebben, -met name de verwachting, tegen het einde der dagen, van eenen mahdî -(eenen met Allahs bijzondere leiding begunstigden opperbestuurder), -die het stelsel van den Islâm opnieuw tot eere brengen en de -ongeloovigen verdelgen zal, verontrusten de gemoederen der minst -ontwikkelde Mohammedanen, zoo dikwijls als het aan opruiers gelukt, -eene bevolking te doen gelooven, dat de opstanding nabij is, of haar -in een bepaald persoon den mahdî of een van diens wegbereiders te -doen zien. De stemming jegens andersdenkenden wordt in zulke gevallen -hatelijk, en soms komt het tot fanatieke daden. Maar hiermede is dan -ook alles gezegd. - -Al wordt dus de rechtzinnige geloofsleer op de pesantrèns van -Java en op dergelijke scholen (de soerau's van Soematra enz.) in de -buitenbezittingen veel, soms zelfs met overdreven voorliefde beoefend, -toch mogen wij bij de beschouwing van het stelsel in zijne werking -in het algemeen zoowel als op de Indonesiërs in het bijzonder, dit -gedeelte verder ter zijde laten. De wet verlangt in veel hooger mate -onze aandacht. - - - - -Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in ééne hand. - -Wij leerden haar daarstraks kennen als, wel veel meer later ingedrongen -elementen van vreemden oorsprong bevattend dan zijzelve ons wil doen -gelooven, maar sedert hare volgroeidheid bijzonder stroef. De keerzijde -van die stroefheid was, dat het werkelijke leven in vele opzichten -buiten haar om zijn eigen weg ging. Deze voor de wet ongunstige -verhouding werd ook door andere oorzaken zeer in de hand gewerkt, -voornamelijk doordien reeds enkele tientallen jaren na Mohammeds -dood de machthebbers in den Islâm en de uitleggers der wet niet -meer samenwerkten, maar twee jegens elkander meestal wantrouwende en -naijverige groepen vormden. Dat is sedert aldus gebleven: de bezitters -van het gezag waren even ongeneigd om zich in alles onder de vaak -lastige controle van de wetgeleerden te stellen als dezen om zich door -de vorsten der wereld den critischen mond te laten snoeren. Des te -vrijer konden die juristen zich aan hunne casuïstische liefhebberijen -overgeven, en daar zij, gelijk wij vroeger zagen, op de onwetende -schare minachtend neerzagen, waren zij allerminst doordrongen van -het besef, dat hunne uitlegging der onfeilbare wet rekening diende -te houden met de practische eischen der maatschappij. - - - - -De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde gesteld. - -De samenhang van theorie en practijk liet reeds zeer veel te wenschen -over in de eerste drie eeuwen van wording van het systeem, en in de -landen zelve, waar die groei tot stand kwam; hoeveel te meer in later -eeuwen en in landen, die van dat oorspronkelijke centraalgebied ver -af gelegen waren. Gewoonterecht en willekeur der bestuurders deden -alom ten aanzien van menig hoofdstuk der wet bijna vergeten, dat het -eene andere bestemming had dan die van bestudeerd te worden. Het -qâdhî-ambt, ingesteld ter beslechting van alle geschillen volgens -de wet Gods, ontaardde weldra, deels omdat het meegesleept werd -in de algemeene corruptie der staatsambten, deels omdat het in de -vrijheid zijner functie belemmerd werd door zijne afhankelijkheid -van het bestuur. Om hunne gemoedsrust te kunnen bewaren bij het -onloochenbare feit, dat Allahs geboden op elk gebied veronachtzaamd -werden, namen de schriftgeleerden aan, dat deze wereld te slecht -was voor eene zoo volmaakte wet, die hare volle kracht slechts kon -ontwikkelen in het gulden verleden van Mohammed en zijne eerste -opvolgers en in het toekomstige messiaansche tijdperk, wanneer de -mahdî, de door Allah geleide, aan het hoofd der gemeente zou staan en -de wereld zou vervullen met gerechtigheid gelijk zij thans vervuld -was met onrecht. Dat het zoo gaan zou, werd zelfs in den vorm eener -voorspelling aan Mohammed in den mond gelegd. - - - - -Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen der wet. - -Theoretische erkenning hebben de wetgeleerden aan hun werk in -de geheele Mohammedaansche wereld weten te verzekeren; wie de -verbindbaarheid ook maar van een enkel door den onfeilbaren consensus -der gemeente gestempeld wettelijk voorschrift in twijfel trok, werd -daardoor een rebel tegen den Almachtige, wie haar loochende, een kâfir. - -Juist hierom mogen wij dus toch weer van bijna geen deel der wet -zeggen, dat het ontbloot is van alle beteekenis voor het leven der -Mohammedanen; wel kan men naar het verschil in graad van de waarde -voor de practijk verschillende bestanddeelen dier wet onderscheiden. - - - - -De zuiver godsdienstige bestanddeelen. - -De vijf hoofdplichten der geloovigen jegens Allah, de zoogenaamde -vijf zuilen van den Islâm, met welker behandeling ieder leerboek -der wet begint, hebben groote beteekenis voor het individueele -godsdienstige leven, in onzen tijd zelfs meer dan in de middeleeuwen, -toen nog vaak de vervulling dier voorschriften door bestuur en politie -bevorderd werd. Thans wordt die ook in landen onder Mohammedaansch -bestuur meestal aan den eigen aandrang der Moslims overgelaten, -zoodat men duidelijker dan voorheen kan onderscheiden, welke soort -van godsdienstige verrichtingen in eene bepaalde streek de hoogste -waardeering geniet. Voor de vraag, of men eene bevolking al of niet bij -de Mohammedanen zal indeelen, heeft, gelijk ons bleek, die relatieve -waardeering evenwel geen groot belang. - -In den Indischen Archipel loopt die waardeering plaatselijk ver -uiteen. In Atjèh wordt de çalât lang niet met denzelfden ijver -waargenomen als in Banten; het vastengebod wordt op Midden-Java -door een groot deel der bevolking veronachtzaamd. Op West-Java -daarentegen overschat men dikwijls deze verplichting door haar -getrouwer na te komen dan die der ritueele godsdienstoefening. Aan -het zakâtvoorschrift houden zich de Soendaneezen veel strenger dan -de andere bewoners van Java, terwijl de ijver voor de bedevaart naar -Mekka in de meeste eilanden van den Archipel in vergelijking met -andere landen overdreven wordt. - - - - -Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen. - -Onder de overige hoofdstukken der wet, die de verhouding der menschen -onderling als onderdanen van den staat, als leden van maatschappij en -gezin regelen, zijn er verscheidene, die onze belangstelling slechts -in zoover verdienen als zij kunnen bijdragen tot de kenschetsing van -den geest van het geheel of omdat zij den historicus van den Islâm -in staat stellen na te gaan, uit wat voor vreemde bronnen de oudste -bewerkers der Mohammedaansche wet de magere Arabische stof aangevuld -hebben. Overigens bezitten die hoofdstukken, daar zij zoo goed als -nergens op den duur kracht van wet hebben gehad, alleen paedagogische -waarde voor de betrekkelijk kleine kringen, die van de geheele wet -studie maken en wier ideaal van een vroom leven mede daardoor wordt -bepaald. - -Dit geldt bijv., behoudens uitzonderingen, van de leer der contracten, -van het strafrecht en van zoo menig ander onderdeel, dat door de -casuïsten tot in de uiterste consequenties is uitgewerkt, als ware -het heil der menschheid ermee gemoeid. - - - - -Bepalingen die als moreele voorschriften werken. - -Er zijn echter ook een aantal onderwerpen, waaromtrent bepalingen in de -goddelijke wet voorkomen, die in wijde kringen bekend zijn en welker -overtreding de geloovige zich als zonde aanrekent. Meestal zijn het -verbodsbepalingen, en wel liefst zulke, die op eene ondubbelzinnige -uitspraak van Allahs eigen woord berusten. Deze soort heeft dus voor -de Mohammedanen veel hoogere moreele waarde dan de laatst genoemde -categorie. - -Geen Moslim heeft gemoedsbezwaar tegen het sluiten van koop- en -huurcontracten volgens andere regelen en in andere vormen dan die -de goddelijke wet daarvoor aangeeft; maar wanneer hij zich laat -vinden tot het aangaan eener overeenkomst, waarbij rentebeding -in een of anderen vorm te pas komt, dan voelt hij zich schuldig -tegenover Allah, en wanneer hij eene assurantie sluit, is zijn -geweten niet veel geruster. Dat komt omdat het leenen tegen rente in -den Qoerân streng verboden en met de zwaarste straffen in de andere -wereld bedreigd wordt, terwijl de Mohammedaansche schriftgeleerden -verzekeringsovereenkomsten als hasardcontracten beschouwen, en het -hasardspel in Allahs woord tot het werk van den Duivel gerekend wordt. - -Van een koopcontract, waarbij de voorschriften der heilige wet niet -in acht genomen zijn, kan men uit het oogpunt van het kanonieke recht -de geldigheid betwisten; maar, indien beide partijen zich erdoor -gebonden achten, meer nog indien eene besturende macht die opvatting -deelt en waar noodig handhaaft, dan heeft die afwijking voor geen -der betrokkenen schadelijke gevolgen noch van materieelen, noch van -moreelen aard. Anders staat het met rechtshandelingen, die Allah -verboden en strafbaar gesteld heeft. Het sluiten van een contract -met rentebeding bijv. is uit een godsdienstig-zedelijk oogpunt te -vergelijken met het drinken van wijn of het plegen van ontucht. - -Eene als onfeilbaar geldende wet, die zonder beperking van tijd of -plaats rechtshandelingen verbiedt welke, voor eene normale ontwikkeling -van menschelijken handel en verkeer op den duur onmisbaar zijn, -dwingt de menschen, zich op de eene of andere wijze van haar te -emancipeeren. Dit kan gebeuren door overtreding, die dan door hare -algemeenheid en frequentie ten slotte haar afschrikwekkend karakter -verliest, of door ontduiking, waarbij de schijn van gehoorzaamheid -aan het voorschrift wordt bewaard. Beide wijzen van doen ondermijnen -den waren eerbied voor de wet. Dat de Moslimsche wet dagelijks aldus -door de geloovige Mohammedanen behandeld wordt, moet geweten worden -aan het principieele euvel, waarmee die wet reeds behebt was, toen -zij van Arabië uit haren tocht door de wereld begon, het voor alle -tijden gelijkstellen van hetgeen de tijd noodwendig verandert. - - - - -Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht van wet -hadden. - -Een natuurlijk gevolg van dezen loop der zaken is het weer, dat de -wetgeleerden zelve het niet slechts hunne taak achten, de bepalingen -uit te leggen en uit te werken, maar ook de wegen te wijzen, waarlangs -men de in den tijd niet passende voorschriften kan ontduiken. - -Een Duitsch vergelijkend rechtsgeleerde heeft gemeend, uit die gewoonte -der Mohammedaansche wetgeleerden de gevolgtrekking te mogen maken, dat -het recht van den Islâm werkelijk het leven heeft beheerscht; volgens -hem moeten die wetten wel in volle kracht gewerkt hebben, wanneer -men het noodig achtte, ze op omslachtige wijze te ontduiken. Hij -vergat, dat die noodzakelijkheid zich evenzeer opdringt, waar men te -doen heeft met eene gedétailleerde kanonieke wet, die met de eischen -van het leven telkens in conflict komt, maar waaraan men goddelijken -oorsprong toeschrijft, ja dat die ontduikingsmiddelen evenzeer gezocht -worden ten aanzien eener onveranderlijke moraal, die uit voorschriften -in plaats van uit beginselen bestaat. Ook als de historie ons niet -op elke bladzijde getuigen maakte van de botsingen van het leven der -Mohammedanen met de door hen theoretisch als onfeilbaar erkende wet, -dan nog zou de vergelijkende rechtswetenschap hare bevoegdheid te -buiten gaan door uit de wijze, waarop die wet in de school behandeld -werd, conclusies te trekken ten aanzien harer verhouding tot de -practijk. - - - - -Werkelijk geldende hoofdstukken der wet. - -De vierde categorie van onderdeelen der wet, die wij van ons -gezichtspunt te onderscheiden hebben, behandelt onderwerpen, waarvan -men om deze of gene reden altijd van oordeel is gebleven, dat zij -geheel door het goddelijke recht geregeld moesten zijn, ook in het -lange tijdperk na de gouden dertig jaren der rechtzinnige chaliefen -en vóór het aanbreken der messiaansche periode van den mahdî. - - - - -Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht. - -Hiertoe behoort in de eerste plaats het personen-, huwelijks-, familie- -en erfrecht. Geen Mohammedaansch besturend hoofd heeft er ooit aan -gedacht, de beslissing van geschillen, die daarop betrekking hebben, -aan de jurisdictie van den qâdhî te onttrekken. De voorwaarden en -de grondslagen van een huwelijkscontract kunnen de twee betrokken -partijen reeds daarom niet naar eigen goedvinden regelen, omdat Allah -elke moedwillige afwijking van de door hem daarvoor gestelde regelen -tot ontucht gestempeld en met de zwaarste straffen in dit leven en in -het namaals bedreigd heeft. Maar ook afgezien hiervan, het huisgezin -is wel in elke op godsdienstige grondslagen berustende maatschappij -als een onaantastbaar heiligdom beschouwd, welks inrichting niet aan -den invloed van menschelijke willekeur onderworpen mocht zijn. In -den Islâm met zijne ons bekende neiging tot détailregeling, die zelfs -de bijzonderheden van kleeding en toilet, van beleefdheidsvormen en -uitingen van gemoedsaandoening wilde binden aan van tijd en plaats -onafhankelijke voorschriften, in den Islâm sprak het van zelf, dat -de familie over zijn geheele gebied hetzelfde type moest vertoonen -en dat hij ten aanzien hiervan voor transactie met de ethnische -eigenaardigheden zijner belijders ontoegankelijk was. - -Naast deze, voor alle Mohammedanen verreweg belangrijkste kapittels -der heilige wet, hebben wij in dit verband nog te letten op een aantal -andere, waarmede uit den aard der zaak lang niet ieder practisch -te doen krijgt, maar die toch dit met de voorschriften betreffende -personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht gemeen hebben, dat zij -de daarin behandelde onderwerpen ook feitelijk beheerschen. - - - - -Vrome stichtingen. - -Niet ieder verkeert in de gelukkige omstandigheden, vrome stichtingen -ten behoeve van eeredienst, onderwijs of andere zaken van algemeen -nut in het aanzijn te kunnen roepen; maar wie dat doen kan en wil, -denkt er natuurlijk niet aan, het op eene andere wijze te doen dan -die in Allahs wet daarvoor is aangegeven. Hij zou immers daardoor -het voornaamste resultaat, dat men zichzelf van zulke vrijgevigheid -belooft: de verwerving van Allahs genade in het namaals, in gevaar -brengen. Al is het dus mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk, dat de -wet betreffende de waqfgoederen in den tijd der aanpassing van den -Islâm onder sterken invloed van het recht der veroverde landen haar -beslag heeft gekregen, zóó als zij daar nu in het voltooide systeem -voor ons ligt, vertoont zij zich aan de geloovigen als afkomstig -uit dezelfde onfeilbare bronnen, waaruit de met historisch recht -aan Mohammed toegeschreven inzettingen gevloeid zijn, en geen Moslim -wijkt er willens en wetens van af, wanneer hij zijn credit in Allahs -grootboek wenscht te vermeerderen door een deel van zijn eigendom in -de doode hand te brengen. - - - - -Geloften. - -Hetzelfde kan men tot op zekere hoogte zeggen van de geloften, waarbij -de geloovige, al of niet onder de voorwaarde van het plaatsgrijpen -eener door hem gewenschte gebeurtenis, aan Allah eene of andere -prestatie in den vorm van een Hem welgevallig werk belooft. Echter is -op dit gebied de heerschappij der geopenbaarde wet niet zoo onbeperkt -als ten aanzien der eerst genoemde onderwerpen. Terwijl men met de -stichting van een waqf in de eerste plaats eene verhooging van zijnen -rang in de andere wereld op het oog heeft, wil men door geloften -meestal aardsche doeleinden bereiken: de meest gewoone voorwaarden, -waaraan de vervulling eener gelofte gebonden wordt, zijn genezing -van zieken, erlanging van den huwelijkszegen, van geluk in den -handel of in de ambtelijke loopbaan, en wat dies meer zij. Daar nu -de geïslamiseerde volken ook vóór hunne bekeering allerlei magische -middelen tot verkrijging van zulke wenschen plachten aan te wenden en -de paedagogische werking van den Islâm nergens sterk genoeg geweest -is om zulk volksgeloof uit te roeien, dingen hier nog altijd de -oude beproefde recepten van heidenschen oorsprong met de in streng -monotheïstischen zin gereinigde der officieele leer om den voorrang, -en dan winnen de eerste het meestal bij de ongeletterde massa. - - - - -Voorschriften over de rechtspraak. - -De bepalingen over de rechtspraak, die de Mohammedaansche wet bevat, -hebben werkelijk ingang gevonden en hare werking behouden, voor -zoover die rechtspraak zelve niet door eene andere, wereldlijke is -verdrongen. Dat wil dus zeggen, dat bij de beslechting van al zulke -geschillen, welker behandeling de besturende autoriteiten niet aan zich -getrokken hebben, dus alweer bovenal in zaken betreffende personen-, -huwelijks-, familie-, en erfrecht, de procedure volgens de regelen der -heilige wet geschiedt, de door haar aangegeven bewijsmiddelen alleen -in aanmerking komen, dat getuigen en partijen daarbij zonder eenigen -dwang het woord moeten voeren, dat het getuigenis van vrouwen weinig, -dat van niet-Mohammedanen volstrekt geene waarde heeft, dat de eed -alleen aan partijen en niet aan getuigen kan worden opgelegd, dat -aan het schriftelijk bewijs geene waarde toegekend mag worden. Alles -geheel anders dus dan bij de berechting der vele zaken, die in den -loop der tijden aan de qâdhîs onttrokken en naar gewoonterecht of -willekeur door de bestuurders behandeld werden. - - - - -Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen. - -De wettelijke voorschriften, die bestemd zijn om de verhouding van -den Moslimschen staat tegenover het "gebied van den oorlog", van de -belijders van den Islâm tegenover ongeloovigen te bepalen, hebben -eeuwenlang de werkelijkheid beheerscht, zij het ook vaak met eene -zekere vrijheid in het bijzondere, die zich vanzelf verklaart wanneer -men bedenkt, dat de uitvoering lag in de handen der vorsten en hunner -dienaren, niet der schriftgeleerden. Ook toen de staatkundige roem -van den Islâm al geweldig getaand was, hield men nog lang vast aan -zulke middeleeuwsche beginselen als dat een Moslimsch staatshoofd -nooit duurzamen vrede met een niet-Moslimsch land mocht sluiten, -ja zelfs een wapenstilstand niet langer dan tien jaren mocht duren. - -Nog in onze dagen, kan men, gelijk ons reeds bleek, de leer van -den heiligen oorlog en hetgeen daarmee verband houdt niet als voor -de practijk onverschillig beschouwen, al is hare werking van geheel -anderen aard dan die van in eigenlijken zin nageleefde wetten zooals -de huwelijkswet. - - - - -De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen codificatie. - -Dit overzicht zal voldoende zijn ter bevordering eener klare -voorstelling der beteekenis, die het stelsel van den Islâm gehad heeft -en die het nog bezit voor het leven zijner belijders. Toch zou onze -schets aan duidelijkheid te wenschen overlaten, indien wij er niet -iets aan toevoegden over den aard der bronnen, waaruit dat systeem, -inzonderheid in zijne legislatieve bestanddeelen, gekend wordt. Het -kan daarbij niet de bedoeling zijn, de in den laatsten tijd meermalen -door mij gegeven uiteenzetting van de wordingsgeschiedenis der -Mohammedaansche wet nogmaals te herhalen, maar wel om scherp te doen -uitkomen, dat het bij deze wet nooit gekomen is tot eene eigenlijke -codificatie, en dat, naar het schijnt, ook in de toekomst elke poging -om daartoe te geraken van te voren als mislukt moet worden aangemerkt. - - - - -Qoerân en Soennah. - -In den allereersten tijd hebben de leiders der Mohammedaansche -gemeente getracht, de geheele wet te beschouwen als berustend op -de eigen woorden van Allah, zich daarvoor o.a. beroepende op het -Qoerânvers (VI : 38): "Wij hebben in het Boek niets veronachtzaamd", -openbaringswoorden, die blijkens het verband iets geheel anders wilden -zeggen. Men was huiverig voor het stellen van menschelijk gezag als -ongeveer gelijkwaardig naast dat van God. - -Niet lang kon men echter blind blijven voor de waarheid, dat de Qoerân -van het eerste begin af doorgaans de verklaring en aanvulling zijner -sobere wetgevende uitspraken door woord en voorbeeld van den Gezant -Gods onderstelt. De Soennah, de wijze van doen, van Mohammed, werd -derhalve als tweede bron van wetgeving naast den Qoerân erkend. Deze -Soennah had boven den weldra na Mohammeds dood voor altijd schriftelijk -vastgestelden Qoerân eene zekere rekbaarheid voor, waarvan bij de -vroeger genoemde aanpassing der wet aan de onafwijsbare behoeften -der veroverde landen een ruim gebruik gemaakt werd. De overlevering -(hadîth) omtrent den inhoud der Soennah bleef gedurende een paar eeuwen -vloeiend, en zoo vond men gelegenheid om de meeste vreemde elementen, -die de Moslimsche wet niet missen kon, door tradities over Mohammeds -woorden en daden te sanctionneeren. - -De Overlevering, al hield ook hare rekbaarheid na ongeveer drie eeuwen -op, heeft nooit zoo vasten vorm verkregen als de Openbaring. Uit het -ontelbaar aantal tradities, die elk een of ander klein détail der wet -tot onderwerp hadden, kozen gezaghebbende geleerden, ieder volgens -zijne eigene critische beginselen, de "echte" uit, en zij rangschikten -die in hunne verzamelwerken min of meer naar den inhoud of naar de -herkomst. Ofschoon nu sommige van die verzamelingen eene soort van -kanonieke waarde hebben verkregen, bleef toch de weg altijd open voor -verschillende relatieve waardeering der enkele tradities, die daarin -eene plaats gevonden hadden, en tevens voor gelijke waardeering van -andere, die in die collecties niet waren opgenomen. De uitlegging van -al die overleveringen was natuurlijk voor latere geslachten vooral -niet minder aan discussie onderhevig dan die van Allahs eigen woord. - - - - -Losmaking der wet van hare bronnen. - -De wettelijke bepalingen, die men uit deze bronnen kon afleiden, -werden vervolgens stelselmatig en met weglating van het betoog, door de -schriftgeleerden (faqîhs) geordend en aldus verwerkt tot hetgeen men -zou kunnen noemen handboeken der plichtenleer, leerboeken, waarin de -geheele wet voor de weetgierigen werd uiteengezet met zooveel gezag als -de naam van ieder auteur vertegenwoordigde. Het verschil in opvatting, -dat bij die behandeling der stof aan den dag kwam, betrof meestal -dingen, die wij bijzaken zouden noemen, en het verminderde bovendien -nog met den tijd. Toch werd volkomen eenstemmigheid ten aanzien van -geen enkel hoofdstuk der wet bereikt, zelfs niet binnen de grenzen -van eene der rechtsscholen, waarvan thans nog vier--de Hanafitische, -de Malikitische, de Sjafi'itische en de Hanbalitische--over zijn, -die dat meeningsverschil vertegenwoordigen. Dit doet geen afbreuk aan -de katholiciteit van het systeem van den Islâm, daar het totaal van -de resultaten der legislatieve werkzaamheid van de eerste eeuwen als -onaantastbaar gewaarborgd wordt door de onfeilbaarheid der gemeente, -die dat alles, de verschillen incluis, voor hare rekening heeft -genomen. - - - - -De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan. - -Deze loop der zaken, men begrijpt het licht, verzet zich tegen het -denkbeeld eener algemeen aanvaarde codificatie, zelfs van hetgeen -in ééne en dezelfde school op dit gebied als waarheid geldt. Zij zou -niet kunnen geschieden zonder dat daarbij telkens van verschillende, -gelijkwaardige inzichten enkele voor goed ter zijde werden gesteld. Ook -heeft de onfeilbaarheid van den consensus van oudsher alleen zóó -gewerkt, dat eene volgende generatie op bepaalde resultaten der -werkzaamheid eener vorige het stempel harer goedkeuring drukte, -maar er is nooit een lichaam of eene vergadering geweest, die zich -bevoegd achtte, op een gegeven oogenblik over bepaalde quaesties in -naam der onfeilbare gemeente uitspraak te doen. Eene commissie van -geleerden eener rechtsschool (madhab) te belasten met de codificatie -van de Moslimsche wet, zou dus, afgezien van de moeilijkheid harer -samenstelling in verband met de verspreiding der aanhangers van -zulk eene school over den aardbodem, een absoluut novum zijn, en men -weet hoe vijandig bovenal de wetgeleerdheid tegen nieuwigheden is, -gedachtig aan de uitspraak, die op naam van den Profeet overgeleverd -wordt: "hoedt u voor nieuwe dingen: want elke nieuwe zaak is eene -ketterij, elke ketterij eene dwaling, en elke dwaling behoort in het -helsche vuur". - -Gesteld eens, dat men de waarlijk niet geringe bezwaren, die ik al -noemde, ter zijde wist te stellen, dan nog zou de aanvaarding van de -meest zorgvuldige codificatie op haast onoverkomelijke gemoedsbezwaren -stuiten. Men zou in den codex niet veel anders mogen zien dan een nieuw -leerboek naast de vele bestaande, niet een wetboek. Al hebben feitelijk -de handboeken der verschillende scholen de bronnen der wet verdrongen, -zoodat het niemand meer vrijstaat, die bronnen onafhankelijk van de -rechtsscholen te gebruiken, terwijl ook het recht der geleerde critiek -op de uitspraken van gezaghebbende handboeken uiterst beperkt is, -toch ziet men in ieder dier met autoriteit bekleede auteurs slechts -iemand, die op gezag alweer van oudere voorgangers den inhoud van -Qoerân en Overlevering verklaart, zonder zijn werk voor die gewijde -bronnen in de plaats te stellen. Geen Mohammedaansch concilie--gesteld -eens dat het mogelijk ware, er een samen te stellen--zou het wagen, -voor zijn werk op zulk eene plaats aanspraak te maken. - - - - -Poging tot codificatie in Algerië. - -In Algiers wil de Regeering het beproeven. De Délégation financière des -Colons sprak in hare zitting van 18 Maart 1904 de wenschelijkheid eener -codificatie van het in de kolonie geldende Mohammedaansche recht uit, -dewijl het ontbreken van eenen voor Europeesch gebruik geschikten -codex tot allerlei moeielijkheden aanleiding gaf, en vooral het -totstandkomen eener dergelijke regeling der grondrechten belemmerde. De -Gouverneur-Generaal gaf aan dien wensch gehoor door bij besluit van 22 -Maart 1905 eene commissie in te stellen bestaande uit 11 leden, waarvan -5 Inlandsche en 6 Fransche ambtenaren, afgevaardigden en geleerden, -met het doel om te bestudeeren "eene codificatie der bepalingen -van het Mohammedaansch recht, die op de Moslimsche inboorlingen van -Algerië toepasselijk zijn". Daaronder vallen, zooals nader blijkt, het -personen- en familierecht, het erfrecht en de bepalingen betreffende -vrome stichtingen, het zakelijke recht betreffende onroerend goed, -de bewijsleer. - -De koloniale regeering van Algerië zoowel als de commissie hebben op -voorbeeldige wijze zorg gedragen, dat de voorbereidende werkzaamheden -bij het volste daglicht door iedereen gezien en beoordeeld konden -worden. Onder den algemeenen titel "Projet de codification du droit -musulman" verschenen van 1906 tot 1909 vijf deeltjes, waarin een -getrouw verslag wordt gegeven van de ongunstige zoowel als van de -gunstige adviezen van tal van Fransche en Inlandsche deskundigen, -waarin verder de notulen van de vergaderingen der commissie en de door -een harer leden uitgewerkte wetsontwerpen met de door anderen daarop -voorgestelde verbeteringen worden medegedeeld. Hoogst belangrijk blijft -die verzameling documenten, zelfs al moest de poging tot codificatie -ten slotte op niets uitloopen. Dan toch zou, duidelijker dan een -betoog a priori dit vermag, bewezen zijn, dat ook de samenwerking -van hoogst bekwame mannen niet in staat is, de hinderpalen tegen de -uitvoering van zulk een plan weg te nemen. - - - - -De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen. - -Voor mij, ik zeide het reeds, is de uitslag niet twijfelachtig. De -overtuiging, die ik altijd heb gekoesterd, dat het Moslimsche recht -geene codificeering toelaat, wordt zelfs versterkt door den inhoud -der zooeven genoemde publicaties der commissie van Algiers, ofschoon -de leden dier commissie zelve nog volharden bij hun optimisme. - -De drang tot codificatie kwam geheel en uitsluitend van Europeesche -zijde. Fransche rechters, die zich soms belast zien met de -beslechting in eerste of tweede instantie van geschillen, waarbij -het Mohammedaansche recht geldt, weten in de Arabische handboeken -den sleutel tot de oplossing vaak niet te vinden en snakken naar eene -samenvatting der bepalingen naar de methode en in den vorm, waaraan -zij in hun eigen recht gewoon zijn. Europeesche kolonisten verlangen -eene vaststelling der rechten van Inlanders op onroerend goed, die hen -bij hun verkeer met Inlandsche grondbezitters voor onzekerheid behoedt. - -De Europeesche adviseurs zijn over de mogelijkheid van het voldoen -aan deze wenschen zeer verdeeld. Onder de Inlandsche autoriteiten, -die adviezen gaven, zijn een belangrijk aantal besliste tegenstanders -van de codificatie, en dit aantal zou ongetwijfeld toenemen, als men -ook adviezen inwon van ambtelooze schriftgeleerden, die in zaken van -dezen aard in veel hooger mate de vox populi vertegenwoordigen dan -zij, die door ambtelijke banden aan de Regeering gebonden zijn. Van -de Inlandsche adviezen die door de commissie onder de gunstige -gerangschikt zijn, maken vele het voorbehoud, dat de codificatie -zich strikt beperken zal tot eene voor Europeanen meer bruikbare -rangschikking van den inhoud der algemeene gebruikelijke Arabische -handboeken, zonder aan geest of letter van dien inhoud te raken. De -onvoorwaardelijke voorstanders onder de Inlanders zijn blijkbaar alleen -zulken, die onder Europeeschen invloed van de tradities van hun volk -min of meer los geworden zijn, en wier advies derhalve in eene zoo -delikate quaestie als deze met groote behoedzaamheid gebruikt dient -te worden. - - - - -Ten onrechte beroept men zich op voorgangers. - -De voorbeelden, waarop de commissie zich beroept om de rechtmatigheid -van haar plan te betoogen, namelijk hetgeen in deze richting in -Turkije, in Egypte en in Tunesië tot stand gebracht is, kunnen den -verlangden dienst niet bewijzen, zoolang niet is aangetoond--en die -aantooning zou niet licht gelukken--dat de officieele verzamelingen -van beginselen en bepalingen der Moslimsche wet, die op last van de -Turksche en Egyptische regeeringen uitgegeven zijn, in de practijk der -rechtspraak dier landen de handboeken en fetwa's, die van ouds door -de rechters als grondslag voor hunne beslissingen gebruikt werden, -verdrongen hebben, en wat Tunesië aangaat, dat men daar met het -codificatiewerk, wat de belangrijkste hoofdstukken van het Moslimsche -recht betreft, verder gekomen is dan tot projecten. - - - - -Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien verdacht. - -En dan moet men nog twee zaken bedenken, die de uitvoering van -het plan voor eene niet-Mohammedaansche regeering als de Fransche -heel wat bezwaarlijker zouden maken dan voor Mohammedaansche als -de Turksche en Egyptische. In alle opzichten, maar vooral waar het -aankomt op de behandeling der heilige wet, heeft de minst aanzienlijke -Mohammedaansche bestuurder voor eene bevolking, die dien godsdienst -belijdt, een gezag, waarmee dat van den machtigsten niet-Moslimschen -staat nooit kan wedijveren. Ging de Gouverneur-Generaal van Algiers -er inderdaad toe over, bij decreet verbindende kracht toe te kennen -aan eenen codex van het Mohammedaansche recht, die door eene commissie -van eenige Fransche deskundigen en eenige Mohammedaansche ambtenaren -van de Fransche regeering was samengesteld, dan zou zulk eene wet -reeds om haren oorsprong in de oogen van alle vrome Moslims verdacht -zijn. Kwam daar nog bij, dat bij die codificatie gestreefd was, -uit de leerstellingen der verschillende rechtsscholen van den Islâm -datgene bijeen te lezen, wat zich het best leende voor aanpassing aan -moderne rechtsbegrippen--en hiernaar streeft inderdaad de commissie van -Algiers--dan zou de gehoorzame aanvaarding van zulk eenen codex door -eene Moslimsche bevolking eenvoudig bewijzen, dat de Fransche Regeering -over haar een zoo onbeperkt gezag had, dat zij bijna even gemakkelijk -het geheele Mohammedaansche recht door een ander had kunnen vervangen. - - - - -De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche afwijken. - -Het tweede, niet minder ernstige bezwaar is hierin gelegen dat het -recht niet alleen zijn eigen inhoud heeft, dien men volgens de meening -der Mohammedanen alleen door steeds vernieuwde raadpleging der door -den consensus gewaarmerkte handboeken mag leeren kennen, kennen, maar -dat bovendien rechters en moefti's (gezaghebbende uitleggers der wet) -bij de toepassing en verklaring dier wet gebonden zijn aan methoden, -die ver afwijken van die der Europeesche juristen. Een door een -Europeesch rechter geveld vonnis kan door hem op volkomen logische -wijze zijn gebaseerd op een artikel van zijnen Mohammedaanschen codex -en toch rechtmatige ergernis geven aan Mohammedanen, die tegen den -inhoud van het artikel zelfs geen enkel bezwaar hebben. - - - - -Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven ongewenscht. - -Eenige Fransche adviseurs der Regeering van Algiers, die evenals -ik eene bevredigende codificatie van het Moslimsche recht niet -mogelijk achten, spreken zich daarenboven tegen de wenschelijkheid -van zulk een vastleggen van bepalingen dier wet uit. Zij wijzen erop, -dat de Fransche Regeering zoo doende aan inzettingen, die zij niet -goedkeurt, maar alleen om historische redenen ter wille van eene groep -harer onderdanen tolereert, een langduriger bestaan verzekeren zou -dan deze, aan zichzelve overgelaten in den strijd tegen de moderne -levensopvatting, zouden bereiken. Wel verre van in het ontbreken van -eenen codex eene lastige leemte te zien, beschouwen zij dat veeleer -als een groot voordeel, daar Fransche rechters en bestuurders nu -bij allerlei gelegenheden hunnen invloed kunnen aanwenden om de -practijk der Mohammedanen geleidelijk met nieuwere beginselen in -overeenstemming te brengen, hetgeen zij zeer dikwijls met succes -gedaan hebben. De codex, dien men bezig is te ontwerpen, zou daarom -voor een deel reeds bij zijne geboorte verouderd zijn, en voor het -overige de zoo gewenschte ontwikkeling der Moslimsche maatschappij -uit hare middeleeuwsche windselen zeer bemoeilijken. - - - - -Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie vernomen. - -In Nederlandsch-Indië zijn meer dan eens stemmen opgegaan voor -eene codificatie van die gedeelten der Mohammedaansche wet, die -voor de rechtspraak over Inlanders van practisch belang zijn. Onze -wetgeving heeft den omvang hiervan nergens zoo nauwkeurig bepaald -als dit in Algerië geschied is, maar de natuurlijke loop der zaken -heeft dien feitelijk hier tot dezelfde onderwerpen beperkt als daar; -het huwelijks-, familie-, personen- en het erfrecht staan bovenaan, -de waqf-instellingen worden uit den aard der zaak volgens de heilige -wet behandeld, en de Moslimsche leer van het bewijs, die in zoo -menig opzicht van moderne opvattingen afwijkt, is de eenige, welke -de handhaver der wet van den Islâm bij zijn onderzoek mag volgen. - -Degenen, die ten onzent op codificatie aandrongen, behoorden -ongeveer tot dezelfde groepen, die in Algerië zulk eenen mijns -inziens onvervulbaren wensch uitten: vooral rechterlijke ambtenaren, -die inzagen, dat de Regeering zich op den duur niet mag onttrekken -aan alle toezicht op de Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak, en dat -zulk toezicht niet beperkt kan blijven tot de wettige samenstelling -der rechtbanken en tot de quaestie der competentie, maar zich ook -behoort uit te strekken tot den inhoud der vonnissen, daar anders de -justitiabelen overgeleverd worden aan de willekeur van niet of slecht -bezoldigde rechters, die toch door de Regeering worden aangesteld. Die -Europeesche juristen achtten evenwel de doelmatige uitoefening van -zulk toezicht niet mogelijk, wanneer zij daarvoor niet beschikten -over een codex, die voor hen, bruikbaar en tevens met onbetwist gezag -bekleed was. - - - - -Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren. - -De principieele bezwaren tegen dit desideratum behoeven wij na al -hetgeen naar aanleiding der in Algiers op touw gezette codificatie -werd opgemerkt niet meer te herhalen. Kon men--wat ik ontken--die -algemeene hinderpalen overwinnen, dan nog zou, naar ik vermoed, onze -Regeering, die zich terecht verplicht acht, de volksinstellingen -der door Haar bestuurde Oosterlingen, vooral wanneer zij eenen -godsdienstigen grondslag hebben, te tolereeren, in hooger mate dan -die van Algiers door gemoedsbezwaren weerhouden worden van het door -officieele codificatie min of meer consacreeren van instellingen als -de polygamie met hetgeen daaruit voortvloeit, om niet meer te noemen. - - - - -Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen. - -Ook zou eene codificatie van het Moslimsche recht, om te voldoen aan de -eischen der meest deskundige Mohammedaansche Inlanders, verschillende -instellingen, die in het inheemsche volksrecht gegrond zijn en waarmede -vele rechters naar den Islâm rekening plegen te houden, moeten negeeren -en zoo hare afschaffing voorbereiden, terwijl juist hare handhaving -aanbeveling verdient. Ik noem slechts het op nagenoeg geheel Java en -Madoera geldende instituut der voorwaardelijke verstooting na elk -huwelijk, waardoor de positie der gehuwde vrouw belangrijk sterker -wordt dan door eenvoudige toepassing der Mohammedaansche wet het geval -zou zijn; verder de in een groot deel dier eilanden gebruikelijke -verdeeling der staande het huwelijk verworven goederen tusschen de -echtgenooten bij ontbinding van den echt. - -Een der meest gezaghebbende Mohammedaansche schriftgeleerden -in Nederlandsch-Indië, Sajjid Oethmân bin Jahja te Batavia, -heeft door de samenstelling van zijnen verdienstelijken gids -voor de priesterraden (onder den titel: al-Qawânîn as-Sjar'ijjah) -zijdelings de onmogelijkheid eener codificatie aangetoond. Hij wist -uit rijke ervaring van vele jaren, welke quaesties aan die geestelijke -rechtbanken op Java en Madoera plegen te worden voorgelegd; zijn -streven was, uit de beste werken der doctores van het Sjafi'itische -recht bijeen te lezen, hetgeen de leden van die rechtbanken anders in -eene bibliotheek van handboeken zouden moeten zoeken. Inderdaad gaf -hij al wat iemand, die met de materie vertrouwd is, billijkerwijze -verwachten kon: geene codificatie dus, maar een nieuw, voor bijzondere -behoeften berekend leerboek, dat evenwel telkens den gebruiker -noodzaakt, voor een te behandelen geval zijn licht te ontsteken bij -een anderen auteur. Van volksrecht, dat niet met de kanonieke wet -overeenstemde, nam hij natuurlijk alleen notitie om het met alle -kracht te bestrijden. - - - - -Beteekenis der mystiek in den Islâm. - -Onze vluchtige karakterschets van het systeem van den Islâm -zou al te onvolledig zijn, als we de mystiek geheel stilzwijgend -voorbijgingen. Voor hem, die den Islâm van alle zijden wil bezien, -is dit zelfs juist een onderwerp, dat verleidt om er lang bij stil te -staan, want in de mystiek heeft het Mohammedanisme het middel gevonden -om zich te verheffen tot eene hoogte, van waar hij boven zijn eigen, -eng begrensden horizon uit kon zien. - -Die geesten onder de Moslims, voor welke het keurslijf der wettelijke -voorschriften en der dogmata van den Islâm te eng was, hebben in de -periode, waarin hij zich aan de door hem veroverde wereld aanpaste, -aan denkbeelden van eene andere orde binnen zijne grenzen een zeker -burgerrecht weten te verzekeren. In hunnen kring werkten ascese en -wijsgeerige diepzinnigheid van Griekschen, Perzischen en Indischen -oorsprong samen om de wet en de dogmatiek te vervluchtigen tot de -eerste, meest elementaire middelen om te geraken tot vereeniging van -mensch en God. Soms ging die vervluchtiging zoo ver, dat er van de -specifieke voorschriften en leerstellingen van den Islâm niet veel meer -overbleef. Natuurlijk begon dan van de andere zijde de ketterjacht, -en daarom vermeden vele mystieken het dan ook, de ondergeschiktheid -van wet en geloofsleer aan hoogere doeleinden tot de consequentie van -opheffing dezer beide uit te werken. Dit alles behoort echter meer -tot het terrein van godsdienst en wijsbegeerte, dat ons hier slechts -in zooverre bezighoudt als het voor de practijk belangrijke directe -gevolgen heeft. - - - - -Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te verwachten. - -In één opzicht raakt de mystiek toch onze tegenwoordige sfeer van -belangstelling. Overal, en ook in den Islâm, onderscheidt zij zich -door neiging om den godsdienst boven zijne vormen te verheffen, -dus ook door verdraagzaamheid; zij heeft, als ik het zoo eens -noemen mag, iets interreligionaals. Nu hebben sommigen daarom de -Mohammedaansche mystiek beschouwd als bestemd om den Islâm uit zijn -geestelijk isolement te verlossen en hem de gewenschte verzoening met -de moderne cultuur mogelijk te maken. Als deze verwachting gegrond -was, dan zou zij voor de Mohammedanen van den Indischen Archipel -bijzondere beteekenis hebben, want daar heeft vooral in den aanvang -der Islamiseering de mystieke opvatting diepe wortels geschoten. De -bodem was daartoe met name op Java, maar ook elders, door het vroeger -heerschende Hindoeïsme uitnemend voorbereid, en de eerste predikers -van den Islâm waren zelf weer geïslamiseerde Hindoes, die veel van -den ouden zuurdeesem behouden hadden. - -Voor het proces der inlijving van Javanen en Maleiers bij de moderne -beschaving is deze omstandigheid zonder twijfel gunstig, althans -daar, waar niet in lateren tijd de invloed van West- en Zuid-Arabië, -van Mekka en Hadhramaut, met succes tegen te zwakke waardeering van -wet en leer gereageerd hebben. Maar dan toch alleen in dezen zin, -dat die Indonesiërs daardoor minder dan vele andere Islâmbelijders -zich tegen de inwerking van vreemden geestelijken invloed zullen -verzetten; niet zoo, dat zij kans hebben om meegesleept te worden in -eene algemeene hervorming van den Islâm in de richting der mystiek. - -De verwachting van zulk eene beweging laat zich namelijk op redelijke -gronden niet rechtvaardigen. De mystiek van den Islâm heeft nooit -propaganda onder het volk gemaakt, zij bleef steeds beperkt tot -enkele kringen, die zich als geestelijk bevoorrechten beschouwden en -nog dieper haast dan de schriftgeleerden en de dogmatici op de schare -neerzagen. De mystieken werden door de massa beschouwd òf als ketters -òf als godsmannen, die wonderen deden, maar wier denken en doen gewone -menschen zich niet tot voorbeeld mochten nemen. Hunne beschouwing van -wereld en leven mist dus al hetgeen zou kunnen dienen om de menigte -te boeien of aan te trekken. - - - - -De mystieke broederschappen. - -Wel is er ook eene populaire soort van mystiek ontstaan, die in de -zoogenaamde geestelijke broederschappen, de tarîqah's, haren vasten -vorm heeft gevonden, maar van deze verwacht wel niemand hervormende -kracht, want zij heeft zelve hare kracht gezocht in streeling van de -vulgaire behoefte aan menschenvereering en allerlei bijgeloof. Noch -de vaak verheven, maar meestal hoovaardige denkheiligheid der -mystieke leer van den Islâm, noch de op de lagere neigingen der -menschen speculeerende tarîqah's kunnen aan het Mohammedanisme de -geestelijke emancipatie brengen, die het geschikt moet maken voor -het internationale geestelijke verkeer. - - - - - - - - -III. - -DE NEDERLANDSCHE KOLONIALE REGEERING EN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM. - - -De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek. - -Sinds ongeveer zeven eeuwen heeft op de bevolking van onzen Indischen -Archipel de in onze eerste voordracht geschetste propaganda ingewerkt; -sinds ongeveer vier eeuwen heeft hare overgroote meerderheid den Islâm -aangenomen, dat wil zeggen zich opengesteld voor den invloed van het -in onze tweede voordracht behandelde systeem en zich daarmee tevens -voor andere cultuurinvloeden minder toegankelijk gemaakt, zij het -ook dat de hervormende en opvoedende factoren van dat stelsel zich -in vele streken nog weinig deden gelden. Vijfendertig millioenen -Nederlandsche onderdanen belijden den Mohammedaanschen godsdienst, -dus ongeveer een zevende deel van het geschatte totaal aller Moslims; -daar gaat niet veel af, integendeel, er komt veel bij, zoowel omdat de -bevolking snel vermeerdert, als omdat het toegenomen internationale -verkeer, waaraan ook de Indonesiërs op hunne wijze deelnemen, hier -gelijk overal de strekking heeft om plaatselijke eigenaardigheden op -te ruimen, terwijl de Islâm de beste kansen heeft verworven om bij -die opruiming eene hoofdrol te spelen. - -Sinds Nederland tot het bewustzijn is ontwaakt, dat het zijne taak -is, de volken van den Archipel naar hunnen aard voor deelname aan -het moderne cultuur- en verkeersleven geschikt te maken, heeft het -dus evenals elke niet-Mohammedaansche staat met Moslimsche onderdanen -zijne eigene Islâmquaestie, eene levensvraag, welker oplossing elken -Nederlander, die vooruitkijkt, ter harte moet gaan, waaraan bovenal -de Regeering en Hare ambtenaren hunne ernstige belangstelling niet -mogen onthouden. - -Dat bij elke oplossing der vele vragen, die zich hier om een antwoord -aanmelden, de volkomen eerlijke eerbiediging van de vrijheid der -godsdienstige belijdenis van alle onderdanen ongerept moeten blijven, -behoeft gelukkig geen uitvoerig betoog meer. De kleine groep van -kortzichtigen, die den Islâm der Inlanders een deuk zouden willen -geven door hem voor vijf zesden weg te cijferen, verdient de eer -eener omstandige weerlegging niet. - -Maar daar de Islâm nu eens een stelsel is geworden, dat zich niet -tevredenstelt met de regeling der verhouding zijner belijders tot het -Opperwezen, veeleer zijne bemoeienis opdringt met hunne betrekkingen -tot het staatsgezag en tot hunne medeonderdanen van denzelfden staat, -en tot in de geringste bijzonderheden al hunne levensuitingen wil -binden aan zijne voorschriften, daar kan noch mag de staat, die -millioenen Mohammedanen tot onderdanen heeft, hiervoor onverschillig -blijven. Al ware het tegen wil en dank, hij is verplicht een scheiding -te maken, die de Islâm zelf theoretisch niet maken kan, eene scheiding -tusschen een gebied, waarbinnen hij zulk een imperium in imperio ter -wille der gewetensvrijheid dulden kan, en een ander gebied, waarin de -onbelemmerde werking van zulk eene macht met hoogere en algemeenere -belangen niet te rijmen ware. - - - - -Jegens het dogma en de zuiver godsdienstige voorschriften der wet -moet zij neutraal zijn. - -Aan de eigenlijke geloofsdogmata van den Islâm behoort de -Regeering in geen enkel opzicht te raken; zij zijn trouwens -voor den staat even ongevaarlijk als die van eenige andere der -gezindten, welker vrijheid van belijdenis door hem gewaarborgd -wordt. Zelfs van het eschatologische gedeelte moet dit gezegd worden, -want oproerige bewegingen, die soms daaraan--inzonderheid aan de -mahdî-verwachting--vastgeknoopt worden, sleepen alleen onontwikkelden -uit misverstand mede. Waar zij zich voordoen, zal men ze altijd met -geweld moeten onderdrukken; preventief werkt daartegen opvoeding der -bevolking tot een hooger intellectueel peil. - -Niet minder zal de staat zich hebben te onthouden van alle belemmering -van verrichtingen, die de Moslim beschouwt als te behooren tot zijnen -godsdienst in den engeren zin van dat woord. - -Overal, maar het meest daar, waar de Islâm niet meer den hoofdtoon -aangeeft, brengt rigoureuze trouw aan hetgeen hij zijnen belijders -als hoofdplichten voorschrijft--de zoogenaamde vijf zuilen van den -Islâm--de geloovigen dikwijls in moeilijkheid bij intensieve deelname -aan het tegenwoordige verkeer. De reinheidswetten, de vijfmaaldaagsche -godsdienstoefeningen, het strenge vasten gedurende eene geheele -maand van ieder jaar, dat alles maakt den ambtenaar, den koopman, -den industrieel, den werkman der twintigste eeuw, die zich eraan -gebonden acht, het leven vaak bedenkelijk zwaar. Dit blijkt wel het -best uit het feit, dat zelfs in landen onder Mohammedaansch bestuur -die verschillende klassen der maatschappij zich meer en meer van die -knellende banden emancipeeren. - -Onze koloniale Regeering zal zich hierdoor evenmin als de Fransche in -Algerië of de Britsche in Indië gerechtigd achten op die natuurlijke -evolutie vooruit te loopen door gebrek aan consideratie jegens hen, -die zich nog tot inachtneming dier verouderende godsdienstige gebruiken -verplicht achten. Elke directe of verkapte drang tot slapheid in zulke -observanties is onverstandig, al ware het slechts omdat de evolutie -daardoor met vertraging wordt bedreigd; immers alwat aan aanval -blootstaat, stijgt in de waardeering van wie het bezit. Bovendien is -zulk optreden van de Regeering of Hare ambtenaren met het beginsel -der godsdienstvrijheid in stelligen strijd. - -Minder groot is het gevaar van dit beginsel aan te randen ten -aanzien van de zakât genoemde godsdienstige belasting, welker -opbrengst mede als eene der vijf hoofdzuilen van het gebouw van -den Islâm geldt. De Moslimsche wet zelve, rekening houdende met -het feit, dat het staatsbestuur in Mohammedaansche landen al eeuwen -lang niet overeenkomstig hare voorschriften is ingericht, bevat de -noodige bepalingen voor het geval, waarin de vervulling van dezen -plicht, zonder bemoeienis van vertegenwoordigers van het gezag, -geheel aan het vrije initiatief der geloovigen is overgelaten. De -Nederlandsch-Indische Regeering heeft reeds vele jaren geleden ten -opzichte van deze instelling het eenig juiste standpunt ingenomen -door aan hare ambtenaren mede te deelen, dat zij de zakât beschouwd -wenschte te zien als eene vrijwillige liefdegave, tot welke niemand -onder haar bestuur mocht worden gedwongen, evenmin als aan de naleving -van dat godsdienstige voorschrift moeielijkheden in den weg gelegd -behoorden te worden. - - - - -Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen onverstandig -zijn. - -Anders staat het met de vijfde zuil, de door iederen Moslim, die -physiek en finantieel daartoe in staat is, eenmaal in het leven -te verrichten bedevaart naar Mekka. Dit onderwerp is door mij bij -verschillende gelegenheden met zooveel uitvoerigheid behandeld, -dat ik mij hier wel tot resumtie der hoofdzaken mag bepalen. Zelfs -dit zou overbodig geacht kunnen worden, indien niet telkens weer met -dezelfde versleten argumenten, drang op de Regeering uitgeoefend werd -om toch eindelijk eens maatregelen te nemen tot tegengang van den hadj. - -Het laatst trad als orgaan van dien aandrang op hetzelfde -parlementslid, dat de Islâmquaestie wilde vereenvoudigen door zijn -voorstel om vijf zesden der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, -die door hem gewogen, maar voor den Islâm te licht bevonden waren, -eenvoudig uit de registers der Islâmbelijders te schrappen. Natuurlijk -bleef hij in gebreke aan te geven, hoe de Regeering, zonder de vrijheid -van godsdienst en van beweging Harer onderdanen aan te randen, aan -zijnen wensch gevolg zou kunnen geven. Hij vergenoegde zich ermede, -aan zijne met Indië minder bekende medeburgers voor het bedevaartspook -schrik aan te jagen met behulp van een paar beweringen, die van de -waarheid evenver verwijderd waren als van de welvoegelijkheid. - -Of wat zegt gij, die bij ervaring weet, dat Mohammedaansch fanatisme -in Oost-Indië evenzeer onder ongetulbande Inlanders als onder hadji's -voorkomt, en dat tienduizenden hadji's in Nederlandsch-Indië als -rustige onderdanen van het Gouvernement leven, van deze uitspraak -van onzen volksvertegenwoordiger: "de bedevaartganger--ook als -Mohammedaan niet gevaarlijk vóór zijne reis--is beslist een opruier -tegen het Gouvernement, wanneer hij de bedevaart naar wensch heeft -volbracht?" En wat dunkt u, lettende op het feit, dat bijna alle -leden der Javaansche aristocratie naaste bloedverwanten hebben, die -de bedevaart naar Mekka hebben verricht, en dat onder hen steeds meer -kennis genomen wordt van hetgeen in onze pers en in ons parlement -betreffende de Inlandsche wereld gezegd wordt, wat dunkt u van -zijn ander orakel, dat die Inlanders na terugkeer van hunnen tocht -naar Arabië gelijk stelt met reizigers, die in hun land terugkomen -"gewapend met dynamiet en wapenen (sic) om de gebouwen in de lucht -te doen vliegen en onze medeburgers ad patres te helpen?" - -De nuchtere werkelijkheid komt hierop neer, dat, al verzuimen vele -Nederlandsch-Indische Moslims, die volgens hunne wet in de termen -zouden vallen tot het verrichten der bedevaart, de vervulling van dien -godsdienstigen plicht toch, vergeleken met de vele andere landen van -den Islâm, hun ijver voor den hadj betrekkelijk groot is, grooter ook -dan hun ijver in de volbrenging van andere plichten, die de Moslimsche -wet hun minstens even na aan het hart legt. - -De oorzaken van dit verschijnsel zijn velerlei. De verzoenende kracht -voor vroegere zonden, die aan de volbrenging der bedevaart toegekend -wordt, doet haar bijzonder waardeeren door hen, die in trouw aan de -dagelijks en jaarlijks terugkeerende ritueele verplichtingen van den -Moslim zoo veel tekortschieten. Zekere onderscheiding, die de hadji's -van hunne landgenooten genieten, draagt tot de voorliefde ook iets -bij, al werkt deze prikkel door de toeneming van hun aantal steeds -minder sterk. Voor de groote meerderheid der Inlanders is de reis -naar Arabië bijna het eenige, en wel een vrij gemakkelijk en niet te -kostbaar middel om hun isolement van de buitenwereld te verbreken en -ook eens iets van andere landen te zien. Bij deze en andere motieven -komt ongetwijfeld ook de aanmoediging vanwege de belanghebbenden te -Mekka, het hadjiwerven, zooals men het pleegt te noemen. Hiertegen -valt evenwel weinig te doen, want de eigenlijke wervers, die met -de desalieden in aanraking komen, zijn geene vreemdelingen, aan -wie men, met eenige willekeur om bestwil, den toegang zou kunnen -ontzeggen, neen het zijn in den regel Inlanders uit de streek zelve, -die door hadjisjeichs en dergelijken bij het aanbrengen van klanten -geïnteresseerd zijn. - - - - -Politieke beteekenis van den hadji. - -De uit een politiek oogpunt te overwegen gevolgen van van het -verkeer met Mekka komen niet bij de groote massa der pelgrims aan -den dag. Dezen komen terug even wijs of onwetend, even fanatiek -of verdraagzaam als zij enkele maanden tevoren de reis aanvaard -hebben. Van belang is hoofdzakelijk het feit, dat sedert ongeveer -twee en eene halve eeuw een nog al aanzienlijk getal Inlanders te -Mekka jaren doorbrengt om er te studeeren. Deze omstandigheid heeft -ten gevolge gehad, dat de daar heerschende methoden van studie -en onderwijs gaandeweg de vroeger van Voor-Indië geimporteerde -hebben verdrongen, en wat nog meer zegt, dat de--gelukkig niet -de meerderheid vormende--hiervoor vatbare studeerenden in dat -internationaal-Mohammedaansche milieu met panislamitische denkbeelden -kennis maken, die op hunne gezindheid jegens het Europeesche bestuur -van hun vaderland ongunstig kunnen werken. Tot nog toe heeft niemand -het middel weten aan te wijzen om dien sedert eeuwen bestaanden, en -vooral sedert de stoomvaart toegenomen stroom direct te keeren. De -eenige middelen, die zich aanbevelen, zijn indirecte, langzaam maar -zeker werkende, die den zin der Inlanders in andere richting leiden. Al -wat de opvoeding van het volk bevordert, kan daartoe strekken. Elke -stap, dien men de inlanders verder brengt in de richting onzer cultuur, -leidt hen evenver af van de bedevaartzucht. - - - - -Economische gevolgen van den hadj. - -Het economisch nadeel van den hadj voor de Inlandsche maatschappij -is niet denkbeeldig, al wordt het wel eens breeder uitgemeten dan het -verdient. Dat laat ons zeggen vijf millioen gulden [1], die jaarlijks -in den vorm van reis- en verblijfkosten en vrome gaven van pelgrims den -Archipel verlaten, mogen voor een deel aan de Nederlandsche scheepvaart -ten goede komen, in het ware belang der bevolking zagen wij die som -gaarne beter besteed. In verband met het bevolkingscijfer en met de -vele andere finantieele aftappingen, die Indië ondergaat zonder er -zelf profijt van te hebben, maakt dat bedrag echter niet meer zóó'n -enormen indruk als op het eerste gezicht. - -In ieder geval staat het vast, dat elke regeeringsmaatregel, die -ten doel zou hebben, de bedevaart te verhinderen of te belemmeren, -dat doel zou missen, den ijver veeleer zou prikkelen en een storm -van verontwaardiging zou ontketenen in de geheele Moslimsche wereld, -waar de Nederlandsche Regeering nu reeds bekend staat als geneigd -tot onbillijkheid jegens Mohammedanen. - -Tegenover de dogmatische overtuiging zoowel als tegenover de eigenlijk -godsdienstige wetten Harer Moslimsche onderdanen past der Regeering -en Haren ambtenaren onder alle omstandigheden geen ander richtsnoer -dan dat der onvoorwaardelijke en strikt eerlijke handhaving der -godsdienstvrijheid, zonder eenig voorbehoud betreffende den graad -hunner islamiseering, de beweegredenen, die hen ten opzichte van een -of ander voorschrift tot bijzondere trouw of zelfs tot overdrijving -brengen. Elke schending van dit beginsel brengt zijne straf mede, -en alleen onverantwoordelijke stuurlui aan den wal zullen eene andere -methode durven aanbevelen. - - - - -Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm eischt -eerbiediging. - -Uit onze vroegere beschouwingen is gebleken, dat sommige gedeelten van -het stelsel van den Islâm, die bij ons krachtens haar onderwerp tot het -recht gerekend zouden worden, even stellig als de leer van het geloof -en die der godsdienstplichten aanspraak maken op eerbiediging. Zoo -in de eerste plaats het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht -en hetgeen daarmee het nauwst samenhangt. - -Men ontwaart dit wel het duidelijkst uit de nagenoeg volstrekt -algemeene receptie dezer bestanddeelen van de wet door alle -Mohammedanen der wereld, en voorts uit de zeer bijzondere consideratie, -die alle staten met Mohammedaansche onderdanen juist daarvoor getoond -hebben. Noch Frankrijk noch Groot-Brittannië hebben er ooit aan -gedacht, aan eene dier zaken te tornen; bij alle hervormingsplannen -stond het boven bedenking, dat die wetten onaangetast zouden blijven. - -In den allerlaatsten tijd worden enkele stemmen vernomen, die met -name voor een groot deel van Java willen betoogen, dat daar de in -hare practijk meer heidensch dan Moslimsch gezinde bevolking zeer -wel de invoering door de Regeering van een Westersch familierecht -zou toelaten, daar zij toch van de Moslimsche instellingen noch goed -op de hoogte, noch daaraan bijzonder gehecht was, en die alleen in -zoover betrachtte, als de hoofden en de zoogenaamde geestelijkheid -er de hand aan hielden. - -Ik kan in die redeneering niet anders zien dan eene van perfidie niet -vrije drogreden, die een nog meer afstootenden indruk maakt, wanneer -het heet, dat zij moet dienen om de prediking van het Evangelie wat -gemakkelijker te maken. Non tali auxilio! zal ieder eerlijk Christen -met weerzin daarbij uitroepen. - -De kleine man, de desabewoner in een groot deel van Java, bezit weinig -of geene kennis van het familie- en personenrecht van den Islâm, en hij -heeft dit nooit om zijne bij vergelijking met andere wetten gebleken -voortreffelijkheid aanvaard. Neen, de fellâh van Egypte evenmin, -en het gros der bevolking van Constantinopel en Mekka deelen met hen -die onkunde. Maar zij allen weten wel, wie onder hen de kenners van -die inzettingen zijn, en dezen staan onmiddellijk, wanneer daarop -een aanval beraamd wordt, gereed om die onwetenden te waarschuwen, -dat hunne religie in gevaar komt, dat het niet alleen gaat om een -door de vaderen aanvaard en van hen geerfd goed, maar om geboden van -den Allerhoogste, welker miskenning afval van het geloof in zich sluit. - -Alleen de grofste onkunde kan zoo slechte raadgevingen eenigszins -verontschuldigen. Diezelfde onbekendheid met de meest elementaire -gegevens, die ons parlementslid (den man van de schrapping der vijf -zesden) deed beweren, dat de Nederlandsche Regeering hare Indonesische -onderdanen bestuurt naar Mohammedaansche rechtsbeginselen en zoo -bij hen de meening doet post vatten, dat Zij hunne bekeering tot den -Islâm gaarne ziet. - -Dat eenig deel van onze voor Inlanders geldende wetgeving ook maar -een spoor van Mohammedaansche rechtsbeginselen vertoont, zal zelfs -die volksvertegenwoordiger niet durven zeggen. Zijne uitspraak kan dus -alleen betrekking hebben op dat personen- en familierecht met aankleve, -hetwelk, zoolang wij Oost-Indische eilanden bezitten, gegolden heeft -als door de inheemsche Moslimsche bevolking gerecipieerd, en ook -wegens zijn intiemen samenhang met hunne religie te eerbiedigen. Dit -nooit weersproken feit vertoont zich nu opeens aan ons Kamerlid als -eene dwaling, die haar ontstaan dankt aan angst voor of sympathie met -den Islâm, die de Regeering van de wijs gebracht zouden hebben. En -voor deze ongehoorde stelling voert hij niets anders aan dan de niet -verder gespecificeerde autoriteit van drie geleerden, van welke twee -zich nooit op dit terrein bewogen noch in dezen zin geuit hebben, -terwijl de derde zich bij meer dan eene gelegenheid in zeer beslist -positieven zin over de receptie van bedoelde hoofdstukken van het -Moslimsch recht door de Inlandsche Mohammedanen heeft uitgesproken. Wij -mogen bij deze dwaasheden niet langer stilstaan. - - - - -De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open. - -Intusschen, de eerlijke erkenning van de aanspraken dezer -Mohammedaansch-Inlandsche inzettingen op volkomen eerbiediging sluit -geenszins ingenomenheid in zich met die inzettingen zelve. In menig -opzicht passen zij beter bij den beschavingstoestand van de oudheid -of van de middeleeuwen dan bij dien van onzen tijd. De polygamie, -de groote losheid van den huwelijksband, de hulpeloosheid der vrouw -tegenover willekeur en onrecht van haren man, om maar enkele hoofdzaken -te noemen, verhinderen de normale ontwikkeling van het gezin; -ook vele détailregelingen zou men thans geheel anders wenschen. De -Islâm heeft hier weer aan het tijdelijke blijvende kracht gegeven, -aan voorschriften, die in eene bepaalde periode voor bepaalde landen -wellicht geschikt waren, eeuwig onfeilbaar gezag toegekend. Zoolang -men eene bevolking van wingewesten exploiteert, kan men voor de -heerschappij van zulke instituten onverschillig blijven; eene -regeering, die al hare onderdanen naar ethische beginselen wil -besturen, mag dit niet zijn. Zonder ooit de bijzondere teerheid -voorbij te zien van door de religie gewijde regelen, die het leven -van het individu en van de familie betreffen, moet zij den weg -eener gewenschte evolutie open houden, banen als het noodig is, -en de menschen daarheen lokken als zij dat vermag. - - - - -Codificatie derhalve ongewenscht. - -Codificatie van het gerecipieerde deel van het Moslimsche recht, -al ware zij niet op zichzelve onmogelijk, zou eene der grofste -fouten zijn, die de Regeering kon begaan. Men zou daardoor voor -onafzienbaren tijd vastleggen, hetgeen men juist hoopt, dat zich zal -wijzigen. Bovendien is de receptie van dat recht, die hier vrijwillig -tot stand kwam, niet volledig noch ongeschonden geweest, en menige -adat, die zich plaatselijk tusschen de regelen van het gewijde recht -wist in te dringen, heeft aanspraak op officieele bescherming. Het -is dus van het grootste belang, de beslissing omtrent hetgeen het -Inlandsch-Mohammedaansche recht in de te behandelen gevallen leert, -telkens over te laten aan de vrije, door geen officieel erkend -geschrift gebonden overweging van degenen, die met deze rechtspraak -belast zijn, en verder, deze functie op te dragen aan personen, die -bij de bevolking gezag hebben, en van wie de Regeering vertrouwen kan, -dat zij niet alleen de noodige kennis der Moslimsche wet bezitten, -maar vooral ook op de hoogte zijn van hunnen tijd, zoodat zij de -eischen eener gezonde evolutie verstaan. - - - - -De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene fout. - -Daarom is de instelling der priesterraden, die in 1882 van -Regeeringswege geschiedde, eene betreurenswaardige fout geweest. De -Mohammedaansche rechtspraak op Java en Madoera was in handen van -de panghoeloes, bijgestaan door het hun ondergeschikte personeel -en somtijds ook door deskundigen daarbuiten, en onderworpen aan het -toezicht van de regenten. Ten onrechte heeft men toen gemeend, het -bestaande verbeterend te bevestigen door de ondergeschikte helpers van -den éénen rechter te maken tot een college van stemgerechtigde leden, -die door de Regeering benoemd en wat hunne rechtspraak betreft van -elk hooger toezicht ontslagen werden. De misbruiken zijn daardoor eer -toe- dan afgenomen, te meer, daar deze rechters door de Regeering wel -benoemd, maar niet bezoldigd worden. Betrouwbaarheid kan men toch -moeielijk verwachten van rechters, die over de intiemste belangen -der bevolking te beslissen hebben, en wier eenige belooning bestaat -in de nergens geregelde emolumenten van hun ambt. Voor de keuze der -leden was men aangewezen op personen, die aan Inlandsche pesantrèns -of in Arabië eene zekere kennis van den inhoud der handboeken over -de Mohammedaansche wet hadden opgedaan; gewoonlijk vrij bekrompen -menschen, die met de practijk des levens weinig aanraking hebben. De -stem van het Inlandsche gezonde verstand, die vroeger door de -bemoeienis van den regent dikwijls dan doorslag gaf, werd gesmoord, -zoodat rechtsverkrachting gemakkelijker, evolutie veel moeilijker -was geworden. - - - - -Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel gewenscht. - -Op zichzelf was het feit, dat in 1882 eene regeling der -Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak door de Regeering ondernomen -werd, een verblijdende stap in eene richting, die men vroeger, -evenzeer uit angstvalligheid als uit onverschilligheid, placht -te schuwen. Uitgaande van het juiste beginsel, dat inmenging in -godsdienstige aangelegenheden verkeerd was, vergat men, dat in -het stelsel van den Islâm een aantal zaken met den godsdienst in -onverbrekelijk verband staan, aan welker regeling een behoorlijk -bestuur onmogelijk vreemd kan blijven. - - - - -Moskeefondsen. - -Werden moskeefondsen, die aan het initiatief van regenten hun ontstaan -te danken hadden, met medewerking dikwijls van Inlandsche en ook van -Europeesche ambtenaren op ergerlijke wijze misbruikt, om het zacht -uit te drukken, dan vond de Regeering elk ingrijpen gevaarlijk, omdat -het hier den godsdienst der Inlanders betrof. Dezelfde bedenking deed -zich gelden, wanneer de panghoeloes en hunne consorten voor de hun -krachtens aloude herkomsten opgedragen bemoeienis met de sluiting en -ontbinding van huwelijken, met boedelscheidingen, met de rechtspraak, -voor de bevolking drukkende honoraria eischten. Bedenkelijk werd het -zelfs geacht, wanneer een bestuursambtenaar zich van de inrichting -van Inlandsche godsdienstscholen door eigen aanschouwing op de hoogte -wilde stellen. - -Al deze beschouwingen waren erfgoed uit den tijd, toen de Inlandsche -bevolking voor het Gouvernement in de eerste plaats een instrument -was om verhandelbare producten te cultiveeren, en zij hebben nog lang -nagewerkt, nadat de exploitatieleer in beginsel opgegeven was. Dat is -nu anders geworden; men acht het nu niet meer de hoogste wijsheid, -de Inlandsche maatschappij zooveel doenlijk in haar eigen sop -te laten gaarkoken, en men begrijpt, dat ook op het gebied, waar -de volksinstellingen en gebruiken, van godsdienstigen of anderen -oorsprong, het leven dier maatschappij nog beheerschen, de Regeering -verplicht is te zorgen, dat niemand onherstelbaar onrecht worde -aangedaan, allerminst door beambten, die Zijzelve aanstelt of erkent. - - - - -Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs. - -Zoo is dan de administratie der moskeefondsen van hooger hand -aan regelen onderworpen en onder toezicht gesteld, de van ouds -gebruikelijke deskundige hulp en toezicht bij de sluiting en -ontbinding van huwelijken der Inlandsche Mohammedanen ter vermijding -van onzekerheid en ter voorkoming van misbruiken op vastere grondslagen -gevestigd, het Mohammedaansche godsdienstonderwijs, zonder inmenging -in den godsdienst zelf, onder controle genomen op een wijze, die bij -goede uitvoering waarborgen bevat voor de handhaving der openbare orde, -terwijl de Regeering behoorlijk op de hoogte kan zijn van de invloeden, -waaraan vele harer Moslimsche onderdanen zich onderwerpen. - -Ik sprak daar van eene goede uitvoering, en naar aanleiding -hiervan mag ik te dezer plaatse de opmerking niet terughouden, dat -daaraan vaak veel heeft ontbroken. Was het de ongewoonte om zich -aan deze soort van belangen der bevolking veel gelegen te laten -zijn of overlading met ander werk, of hield eene andere oorzaak de -Europeesche bestuursambtenaren van de behoorlijke toepassing van -eenvoudige, ondubbelzinnige, door de Regeering herhaaldelijk gegeven -en ingescherpte voorschriften af? Op deze vragen weet ik het juiste -antwoord niet, maar dit moet ik zeggen, dat ik u ware geschiedenissen -zou kunnen verhalen van gewesten, waar gedurende jaren zelfs met de -eerste voorbereiding der uitvoering van de stelligste bevelen geen -aanvang was gemaakt, waar de herhaaldelijk in herinnering gebrachte -voorschriften niet slechts papieren voorschriften bleven, maar zelfs -het papier na eenigen tijd niet meer te vinden was. - -Het schijnt, dat deze onoverwinnelijke ambtelijke apathie tegenover -bevelen der Regeering in het bijzonder zaken betreft, die op den Islâm -betrekking hebben. Althans bleek het tot dusver eveneens niet mogelijk, -de zoogenaamde Mekkapassen, waarvan het bestuur de vertrekkende hadji's -moet voorzien, eenigszins behoorlijk ingevuld te krijgen, en verklaart -de Consul der Nederlanden te Djeddah, zelf Indisch bestuursambtenaar, -telkens met smart, dat onder de duizenden passen, die hij jaarlijks te -controleeren heeft, de enkele goed ingevulde hem bijna doen schrikken -van wege hunne zeldzaamheid. - -Ten aanzien der priesterradenverordening van 1882, die in tijdsorde aan -al de andere daarstraks genoemde regelingen voorafging, kan men over -die gebrekkige uitvoering niet klagen. De instelling dier geestelijke -rechtbanken en de benoeming harer leden gingen van het centrale gezag -uit en kwamen tijdig en ordelijk tot stand. Ongelukkig was echter deze -in beginsel prijzenswaardige stap op het gebied der Mohammedaansche -volksinstellingen om de daarstraks genoemde redenen een misstap. - - - - -Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren. - -Te verhelpen schijnt mij dit euvel op geene andere wijze dan door -die te onzaliger ure geschapen colleges geheel af te schaffen en de -beslissing der rechtsvragen, die hun thans worden voorgelegd, op te -dragen aan den gewonen Inlandschen rechter. De voorzorgsmaatregelen, -die bij die operatie in acht genomen moeten worden, zijn: voor zulke -quaesties aan het advies van den panghoeloe, die anders vaak slechts -schijn-adviseur en beëediger van getuigen is, zeer hooge waarde toe -te kennen, en aan de meestal uit haren aard urgente gedingen, die -het familierecht betreffen, die snelle behandeling te verzekeren, -waarop zij aanspraak hebben, en die vooralsnog bij de priesterraden -beter dan bij de landraden gewaarborgd is. - -Draagt men dan meer, dan dusver vaak geschied is, zorg voor de -benoeming tot het panghoeloe-ambt van menschen, wier aanbeveling niet -alleen in hunne studie van eenige kitabs en in den door hen gedragen -tulband gelegen is, maar die ook over wat algemeene ontwikkeling -en levenservaring beschikken, dan is de voortwoekering der enorme -misbruiken, die de zoogenaamde geestelijke rechtspraak aankleven, -goeddeels bezworen en de weg tot geleidelijke evolutie der daarbij -betrokken soort van volksinstellingen wijd opengehouden. - - - - -Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen. - -Waar ik de houding besprak, die mijns inziens de Regeering -moet aannemen tegenover de Moslimsche volksinstellingen van -Nederlandsch-Indië, bepaalde zich de gedachte meestal als vanzelf -bij den toestand op Java en Madoera. Men zal dit zonder veel uitleg -verstaan. Daar is de intensiteit van ons bestuur, ook te dezen aanzien, -veel verder gevorderd dan elders; daar is het bevolkingscijfer -der Mohammedaansche bevolking zoo belangrijk veel hooger dan op al -de andere eilanden saam; en hetgeen zich voor de eilanden op dit -gebied laat vaststellen, kan met geringe wijziging naar plaatselijke -omstandigheden op de Mohammedanen der Buitenbezittingen worden -toegepast, want hoe groot het ethnologisch en cultuurhistorisch -verschil overigens zij, in den Islâm hebben wij met eenen factor te -doen, die daar en hier op soortgelijke, alleen in graad verschillende -wijze inwerkt. - -Ten opzichte van de vele hoofdstukken der wet, waarvan de eene -Inlandsche Moslim zich veel, de ander zich weinig of zelfs niets -aantrekt, en die buiten alle bemoeienis van geestelijke rechters of -andere godsdienstbeambten blijven, is het standpunt der Regeering -vanzelf volstrekt neutraal. Dat er zijn, die op religieuze gronden -zich onthouden van het sluiten van contracten met rentebeding of met -risico, assuranties enz., behoeft het bestuur evenmin bezig te houden -als de uiteenloopende waardeering van het verbod van geestrijke dranken -bij verschillende Mohammedanen. De voor den nieuweren tijd en zijn -verkeer al te knellende banden, die de Moslimsche wet om het leven der -Islâmbelijders slingert, raken vanzelf los, zoodra ons cultuurleven in -een of ander opzicht hen krachtiger tot zich trekt. De drang daartoe -moet echter van binnen naar buiten werken, niet omgekeerd. - - - - -Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen. - -Er is een ander gebied, waarop de Regeering zich niet mag bepalen tot -belangstellend, maar lijdelijk toezien, wat de toekomstige evolutie -brengen zal. Het omvat al hetgeen een staatkundig karakter heeft of -dit licht kan aannemen. Chalifaat, panislamisme, heilige oorlog zijn -de woorden, die bij den hoorder de voorstelling der voornaamste zaken -wekken, waarom het hier gaat. - -In den aanvang waren de chaliefen, zooals hun naam het zegt, de -"opvolgers" van Mohammed, namelijk in de leiding en het bestuur -der gemeente. Naarmate de verovering der landen door den Islâm -zich uitbreidde en bevestigde, ontwikkelde het chalifaat zich -tot eene vorstelijke dynastie, die een wereldrijk beheerschte -en die zich theoretisch de heerschappij over de heele wereld -aanmatigde. Wij herinnerden er vroeger reeds aan, hoe diep die -theorie wortel heeft geschoten èn in het systeem van den Islâm èn in -de populaire voorstellingen zijner belijders. Zelfs nadat de politieke -verbrokkeling, die al spoedig intrad, haar toppunt had bereikt, bleef -men aan de fictie der eenheid vasthouden, en de van alle werkelijke -macht verstoken chaliefen bleven van die eenheid het symbool, al -moesten zij zich ertoe bepalen, met hunne diploma's te bezegelen, -hetgeen buiten hunnen invloed tot stand gekomen was. - - - - -De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst. - -In die fictie behielden echter de chaliefen den naam van hetgeen hunne -voorgangers werkelijk geweest waren: zij heetten bestuurders van het -gansche door den Islâm ingenomen gebied, geenszins geestelijke hoofden, -wier bemoeienis tot specifiek godsdienstige belangen beperkt was. Het -systeem was immers sedert ongeveer de tiende eeuw voltooid, en zijne -verdere toepassing vond, evenals tevoren zijne eerste ontwikkeling, -plaats onder de leiding der schriftgeleerden; niemand verwachtte -die van het werkelijke of fictieve centrale gezag. Noch Moslimsche -staatslieden, noch geleerden of leeken hebben ooit in den chalief -iets anders gezien dan den rechtmatigen aanvoerder en beheerscher -aller geloovigen. - -Nadat gedurende eeuwen de feitelijke onmacht der latere Abbasidische -chaliefen de aanmatigende leer van het chalifaat te schande scheen -te hebben gemaakt, wisten de Turken in de zestiende eeuw de eenheid -van naam en werkelijkheid op dit gebied te herstellen. Sterk door de -kracht hunner wapenen, dwongen zij hunne erkenning als chaliefen van -de meerderheid der rechtzinnige Mohammedanen af, en verstonden zij het, -de hun niet passende eischen, die de wet en de publieke opinie voorheen -aan den chalief hadden gesteld, zooals de afstamming van Qoeraisj, -om niet meer te noemen, te doen vergeten. In zake staatsleer steeds -meer dan op eenig ander gebied gewoon, zich voor de macht der feiten -te buigen, aanvaardde de Moslimsche wereld de verandering zonder veel -protest, zelfs in die landen, die nooit met het Turksche staatsbestuur -in aanraking kwamen. Tot in het Verre Oosten, waartoe onze Indische -Archipel behoort, werd de Turksche Soeltan onder den naam van Radja -Roem of ook van Soeltan Istamboel, de vereerde held der populaire -chalifaatslegende, en verbreidde zich onder de Mohammedaansche -schriftgeleerden de meening dat de vorsten van Constantinopel de -wettige wereldbeheerschers waren, terwijl de overige koningen en -keizers der aarde òf hunne vasallen òf hunne vijanden moesten zijn. - -Het is waar, de overgroote meerderheid der Inlandsche Mohammedanen -vindt geene aanleiding om zich met zulke vragen van hoogere politiek -het hoofd te breken; zij hebben al genoeg te stellen met hunne -eigene dorpsautoriteiten, districtshoofden, regenten of vorsten en -met hunne Europeesche bestuurders om voor de verdeeling der macht -in de grootere wereld onverschillig te blijven. Dit neemt niet weg, -dat bij intellectueel hooger ontwikkelde Indonesische Moslims, -die wél belang stellen in de bepaling der plaats van hun volk in -de internationale samenleving, somtijds eene bedenkelijke neiging -bestaat om hunne verhouding tot ons bestuur als een in wezen abnormaal, -tijdelijk overgangsstadium te beschouwen, in welke opvatting zij door -geloofsgenooten uit andere landen nu en dan worden versterkt. - - - - -Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche mogendheid -met Mohammedaansche onderdanen. - -Gedachten zijn tolvrij. De Regeering zou echter roekeloos handelen -door tegenover uitingen van deze soort gedachten onverschillig te -zijn. Wie in Haren dienst zijn, behooren te weten, dat elke vorm -van panislamisme met eene eerlijke opvatting van hun ambt of hunne -bediening onvereenigbaar is. Van het klassieke panislamisme, dat -de onderwerping der geheele wereld aan het gezag van den Islâm als -een doel voorstelt, hetwelk de geloovigen nooit uit het oog mogen -verliezen, en in welks richting zij bij elke gunstige gelegenheid -stappen moeten doen, spreekt dit zoo geheel vanzelf, dat elk betoog -overbodig mag worden geacht. Maar ook in den vorm, waarin min of -meer gemoderniseerde Mohammedanen het omzetten, dien van onderlinge -aaneensluiting aller Moslims om onder leiding van het chalifaat, -dat wil zeggen van den invloedrijksten Mohammedaanschen vorst, -te bevorderen al hetgeen zij in hun gemeenschappelijk belang -achten, ook in dien vorm is het voor eene niet-Mohammedaansche -regeering volstrekt onaannemelijk, en verdient het onvoorwaardelijke -bestrijding. Iedere transactie met zulk een streven zou beteekenen -het dulden van vreemde inmenging in de verhouding van den staat tot -zijne onderdanen, en dat niet van eene vreemde geestelijke macht, -die opkwam voor de godsdienstige belangen der geloofsgenooten, maar -van een vreemden staat, die verouderde, met den Mohammedaanschen -godsdienst samenhangende aspiraties van politieken aard niet vermocht -los te laten. - -De groote mogendheden, die Mohammedaansche onderdanen hebben, -spraken zich, zoover ik weet, nooit scherp en klaar over dit vraagstuk -uit. Wanneer men let op hare houding in bijzondere gevallen, dan zou -men zeggen, dat de Engelsche Regeering meestal geneigd is om tegen de -erkenning van het chalifaat door hare onderdanen niet veel bezwaar te -maken, ja, dat zij bij hare Moslimsche onderdanen gaarne den naam heeft -van met hunnen chalief bijzonder bevriend te zijn; natuurlijk stelt -zij zich daarbij dan op het historisch zoowel als systematisch onjuiste -standpunt, dat diens waardigheid slechts eene soort van oppertoezicht -over de Mohammedaansche kerk zou beteekenen. De Fransche regeering -schijnt te dezen opzichte beter ingelicht te zijn, en, waar het pas -geeft, elke inmenging van dien kant, ook al stelt zij zich, pour le -besoin de la cause, met den naam van geestelijk toezicht tevreden, -beslist af te wijzen. Hoe dit ook zij, de Nederlandsche regeering -mag in eene zaak als deze niet schromen, den weg te bewandelen, -dien haar belang en dat harer onderdanen haar wijzen. - - - - -Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met afwijzing -van elke vreemde inmenging. - -De meest volledige vrijheid van uitoefening van hunnen godsdienst kan -zij aan hare Mohammedaansche onderdanen schenken en tevens aan Turksche -of andere bemoeiing met hetgeen die onderdanen betreft op besliste -wijze weerstand bieden. Wat de Islâm ooit aan centrale organisatie -bezeten heeft of nog bezit, dat is van staatkundigen aard; iets, dat -zich met het pausdom of algemeene kerkvergaderingen laat vergelijken, -heeft hij niet gekend. De zuiver geestelijke zaken van den Islâm -worden sinds dertien eeuwen behandeld door de schriftgeleerden van -de verschillende landen, die van het door hunne confraters in andere -landen ontstoken licht alle partij kunnen trekken, die zij wenschen, -maar door geene oecumenische vertegenwoordiging aller Moslims tot -iets verplicht kunnen worden. - - - - -Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren. - -De keuze der landen, van waar onze Indische Moslims hunne wijsheid -ontvingen, werd vanzelf bepaald door de rechtsschool, waarbij zij -zich onder leiding der eerste Voor-Indische predikers van den Islâm -in den Archipel aansloten: de Sjafi'itische. Hunne handboeken der wet -zijn dus de meest bekende van dien ritus, geschreven meestal door -auteurs, die in West-Arabië, in Egypte, in Hadhramaut, eene enkele -maal door schrijvers, die in Voor-Indië gevestigd waren, of wel zij -zijn uit die hoofdwerken gecompileerd of samengetrokken. Voor hetgeen -buiten de studie der wet valt, voorzagen zij zich van leerboeken op -diezelfde markten, die hun hunne litteratuur over de wet leverden. Waar -het mondeling onderricht, dat het eigen land hun bood, naar hunne -schatting tekortschoot, vulden degenen, die zich die weelde konden -veroorloven, dit in den regel te Mekka, bij uitzondering ook wel te -Caïro, aan. De in Indië gevestigde Hadhramitische deskundigen hielpen -mede aan de vraag naar buitenlandsche voorlichting voldoen. Wij kunnen -het betreuren, dat tegenover al dien vreemden invloed geen krachtiger -nationaal geestelijk leven zich bij de Inlanders deed gelden of wist te -handhaven; veranderen of voor de toekomst verhinderen kunnen wij dat -niet. Maar tegen elken invloed met rechtstreeksche of zijdelingsche -politieke strekking behooren wij ons zoo schrap mogelijk te zetten. - -Dus: uitsluiting van elke soort van meegaandheid tegenover het -optreden van Turksche consuls als agenten van het chalifaat en -beschermers der belangen van Mohammedaansche Inlanders; nalating aller -officieuze begunstiging van geldinzamelingen voor spoorwegaanleg -in den Hidjâz, voor door een of anderen Turkschen oorlog verarmde -soldaten of voor de weduwen en weezen van gesneuvelden; tegengang -van de gebeden voor de Turksche soeltans in de Vrijdagsdiensten, -althans zoodra die niet te beschouwen zijn als het gevolg der -gedachtelooze voorlezing van onbegrepen formulieren, maar als uiting -eener politieke geloofsbelijdenis. Verder bij het toezicht op het -Inlandsch-Mohammedaansche godsdienstonderwijs waakzaamheid tegen alle -propaganda voor panislamitische denkbeelden. De leer betreffende den -heiligen oorlog en hetgeen daarmede samenhangt, mag in pesantrèns en -soerau's evenmin behandeld worden als die betreffende het chalifaat; -trouwens de meeste goeroe's zijn uit eigen beweging zoo verstandig, -dit na te laten. - - - - -Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische -verwachtingen. - -Het in abnormale beweging brengen van de gemoederen der lichtgeloovige -massa door verspreiding van verhalen of voorspellingen, die de -eschatologie betreffen, worde bijtijds voorkomen. Is de emotie eenmaal -gewekt en grijpt zij om zich heen, dan loopt het gewoonlijk uit op -woelingen, die met geweld onderdrukt moeten worden en waarbij misleide -onnoozelen het gelag met hun leven of hunne vrijheid betalen. Het -bestuur late zich dus niet bedriegen door de schijnbare onbeduidendheid -van den inhoud der chronisch onder de bevolking verspreide, in -een droomgezicht te Medina medegedeelde vermaningen van Mohammed, -of van vraagboekjes in verband met de verschijning van den Mahdî, -of van personen, die als wegbereiders van dezen Mohammedaanschen -messias willen gelden. Voor het naieve verstand der gewone Inlandsche -Moslims hebben al deze dingen en menschen groote beteekenis, en zij -richten onder hen dezelfde soort van onrust en verwarring aan als -die het gevolg is van propaganda voor een of anderen vorm van de -panislamitische gedachte. - - - - -Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid zweemt. - -Met hoe meer klem nu echter de Regeering Hare autonomie in het bestuur -harer Inlandsche onderdanen handhaaft tegenover pogingen tot inmenging -van buitenaf, des te ernstiger behoort zij te waken tegen al wat zweemt -naar inbreuk op de godsdienstvrijheid ook van hare Mohammedaansche -onderdanen. Het kan vreemd schijnen, hierop aan te dringen, waar juist -dikwijls in meer of minder verwijtenden toon van Haar beweerd wordt, -dat Zij den Islâm veel meer dan noodig of wenschelijk was beschermd -en zelfs vertroeteld heeft, om nu maar niet meer te spreken van de -onzinnige beschuldiging, dat Zij eene bevolking van twijfelachtig -Mohammedaansche belijdenis naar Mohammedaansche rechtsbeginselen -zou hebben bestuurd. Toch is dat zoo vreemd niet, gelijk reeds -hieruit blijken kan, dat in Mohammedaansche landen buiten Oost-Indië -de Nederlandsch-Indische Regeering den naam heeft van op fanatieke -wijze den Islâm te vervolgen en te onderdrukken. Beide beschouwingen -berusten op onkundige overdrijving. - - - - -Ongunstige beoordeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de -panislamitische pers. - -Hoe komt het, dat in de Mohammedaansche dagbladpers onze Regeering -vaak gehoond is als de vijandin der Moslims, en in geographische -leerboekjes, die op Turksch-Arabische scholen gebruikt worden, -Nederland kort aangeduid wordt, als eene met het beginsel der -verdraagzaamheid onbekende mogendheid, onder welks juk millioenen -van Mohammedanen zuchten? Voornamelijk uit tweeërlei oorzaak is dit -verschijnsel te verklaren. - -Telkens wanneer in Nederlandsch-Indië woelingen plaats grepen, -die door opruiers met behulp van aan den Islâm ontleende motieven -waren gewekt, dan bleek achteraf, dat vele bestuursambtenaren door -onbekendheid met deze factoren van het volksleven tekortgeschoten -waren in waakzaamheid ten aanzien van verschijnselen, die toch -wel binnen den kring hunner waarneming gevallen waren. Dan werd -men onzacht wakker geschud, met het gevolg, dat door onkundige en -onbezadigde bestuurders plotseling allerlei overdreven maatregelen -werden genomen onder den invloed van eene zeer slechte raadgeefster, -domme vrees. De meest onschuldige Mohammedaansche godsdienstleeraars, -leerlingen aan pesantrèns, bedienaren van den eeredienst werden dan -na eene periode van verwaarloozing met een dwaselijk generaliseerend -wantrouwen bejegend, vaak gesteld onder een toezicht, dat zich het -best laat vergelijken met hetgeen men in Rusland zou doen ten opzichte -van iemand, dien men verdacht, een anarchist van de daad te zijn. In -zulke tijden huldigde menig bestuurder de onlangs door het meermalen -aangehaalde parlementslid verkondigde zotheid, dat de Mekkagangers -als het ware met dynamietbommen gewapend in hun land terugkeeren, -dat iedere hadji een opruier is. - -Te Mekka, waar Mohammedanen uit verschillende deelen van den Archipel -elkaar ontmoeten, vernamen dezen van elkander het relaas van leed en -onrecht, dat men hier en daar in zulke schrikperioden geleden had, -en van daaruit werden die geruchten tevens over andere landen van den -Islâm verbreid. Dat men in die kringen de tijdelijke uitspattingen van -een aantal ambtenaren verwarde met beginselen van regeeringsbeleid, -is noch te verwonderen noch kwalijk te nemen. - - - - -Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren. - -Een ander feit, waaraan de bijzonder ongunstige beoordeeling van ons -koloniaal bestuur in vele Mohammedaansche landen zich vastknoopte, was -de, om een zacht woord te gebruiken, beginsellooze politiek, die wij -gedurende tientallen van jaren volgden, en ook nu, na de zoogenaamde -hervorming, nog niet geheel hebben losgelaten tegenover de Vreemde -Oosterlingen, van welke natuurlijk voor ons geval hoofdzakelijk de -Arabieren in aanmerking komen. De in Nederlandsch-Indië verkeerende -of zich vestigende Arabieren zijn voor de overgroote meerderheid -afkomstig uit Hadhramaut, een doodarm land met onderling door -eindelooze bloedveeten verdeelde roofridders en in hunnen dienst -vechtende slaven, met meerendeels fanatieke afstammelingen van den -Profeet, met verdrukte burgers; een gebied zonder regelmatig bestuur, -zonder eenheid of orde, zonder welvaart. De menschen, die van daar naar -Oost-Indië emigreeren, brengen noch kapitaal noch bepaalde vaardigheden -of andere gewenschte eigenschappen mede, behalve deze ééne, dat zij -zich aan de hier heerschende ordelijke toestanden wonderwel weten -aan te passen en aan politie of justitie geene bijzondere moeite geven. - -Indien onze Regeering overwoog, dat deze zonen van het dorre land -voor Indië op geene enkele wijze nuttig, in sommige opzichten -daarentegen schadelijk zijn, zou niemand Haar euvel kunnen duiden, -dat zij de verdere immigratie dezer Arabieren verbood, alleen -uitzonderingen toelatende, die billijkerwijze voortvloeiden uit -verkregen rechten en aanspraken. Allerminst zou Hadhramaut zelf zich -hierover kunnen beklagen, daar dit land zich hardnekkig sluit voor -alle niet-Mohammedanen, terwijl de politieke toestand er elke normale -betrekking met andere natiën uitsluit. - -Dezen voor een oogenblik harden, maar verstandigen en rechtvaardigen -maatregel heeft de Regeering niet genomen; wat erger is, steeds heeft -Zij de Hadhramieten noch buitengesloten noch flinkweg toegelaten. In -naam hadden zij toegang, maar eenmaal binnengetreden, werden zij op -vaak ondragelijke wijze in de vrijheid hunner beweging belemmerd, -onderworpen aan allerlei bepalingen, die, al waren zij zoo kwaad niet -bedoeld, in de uitvoering werkelijk vexatoir werden, te meer, daar -veel overgelaten bleef aan het inzicht der verschillende plaatselijke -ambtenaren, die telkens wisselen. Zelfs op regelmatigheid in hetgeen -hij als plagerij ondervond, kon de Arabier in Indië niet rekenen. - -De invloedrijke Arabieren hebben dientengevolge sinds vele -jaren achtereenvolgens alle wegen bewandeld, waarvan goede -vrienden hun verzekerden, dat zij konden leiden tot het doel: -hunne emancipatie van de bepalingen, die hunnen handel en verkeer -belemmerden in een land, waar zij toch theoretisch tot handel en -verkeer waren toegelaten. Ten slotte kwamen zij bij het chalifaat -en de Mohammedaansche dagbladpers terecht en vervulden de lucht met -hunne jammerklachten. Overdreven waren deze dikwijls, maar men zegt, -dat het niet alleen de Hadhramieten zijn, die, als zij eenmaal diep -gevoelde en lang verkropte grieven uiten, wel eens meer beweren dan -zij strikt genomen kunnen verantwoorden. - - - - -Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de Islâmpolitiek -der Regeering. - -Ziedaar de twee hoofdoorzaken van het in zeer wijden kring verbreide -oordeel, dat onze Regeering de Mohammedanen onverdraagzaam en onbillijk -bejegent. Van waar nu echter die lijnrecht tegenovergestelde opinie, -die men alleen in Nederland nu en dan hoort uiten, volgens welke de -Regeering den Islâm op in het oog vallende wijze begunstigt, zooals -men het nu en dan uitdrukt, met hem coquetteert? - -Het was, men weet het, steeds uit sommige kringen van zendingsvrienden, -dat deze klacht vernomen werd. Allen, die zich actief op het terrein -der zending bewogen, ondervonden het, dat het Christendom in zijn -pogen om zielen te winnen nergens op ernstiger bezwaren stuit dan -daar, waar het achter den Islâm aankomt. Verschillende oorzaken van -dit verschijnsel werden in onze eerste voordracht aangeduid. Niet -slechts in Nederlandsch-Indië, over de geheele wereld brengt de -Islâm de Christelijke missie bijna tot vertwijfeling. Nu ziet de -zendingsvriend in Indië bijv., dat de Islâm een deel zijner kracht -ontleent aan zijn internationaal karakter, aan de aanrakingen met -geloofsgenooten uit de overige wereld, waartoe in het bijzonder de -bedevaart naar Mekka aanleiding geeft, en zoo komt hij tot de vraag: -zou de Regeering tegen dat euvel niets kunnen doen door het deelnemen -aan die bedevaart te bemoeielijken? Hij ziet verder, dat de kleine man, -die overigens toch zoo gemakkelijk te leiden is, juist op het punt van -zijnen door hem toch zoo gebrekkig gekenden godsdienst onhandelbaar -blijft, omdat zoogenaamde geestelijken of godsdienstleeraars hem -drijven of intimideeren, en wederom vraagt hij zich af: ligt het niet -in de macht der Regeering, den invloed dier leiders en leeraars wat te -breidelen? Dit zijn slechts een paar gevallen van vele, waarin mannen -der missie, zoekende naar middelen om de Evangelieprediking ook in -den onvruchtbaarsten bodem te doen gedijen, in arren moede wel eens -aankloppen daar, waar die niet te vinden zijn, en de onmogelijkheid der -bevrediging hunner wenschen in hunnen vurigen ijver voorbijzien. Dat -onze Mohammedanen, ook zonder de willekeurige maatregelen, waartoe die -ijveraars de Regeering zouden willen verleiden, reeds grieven hebben, -die, al overdrijven zij ze soms, toch verre van denkbeeldig zijn, -ontsnapt aan hunne eenzijdige waarneming. - -Verstandige zendingsvrienden zouden bovendien van ongeestelijken steun, -zooals de daareven bedoelde ijveraars dien wenschen, niet gediend zijn, -al ware het slechts omdat zij te goed weten, dat de antipathie tegen -het Evangelie erdoor versterkt zou worden. - - - - -Slotsom. - -Van welken kant wij de zaak ook bezien, de slotsom blijft, dat de -eenige wijze en rechtvaardige houding, die aan de Regeering tegenover -den Islâm past, bestaat in de meest strikte en oprechte handhaving -der vrijheid van godsdienst, zij het dan met belangrijk voorbehoud -ten aanzien van de staatkundige zijde van het Moslimsche stelsel en -met openhouding van alle wegen, die de Mohammedanen kunnen leiden -tot maatschappelijke evolutie, ook boven het stelsel van hunnen -godsdienst uit. - -De Mohammedanen zelve kunnen daarmede vrede hebben, want zóóveel -rekening houden hunne leer en wet wel met de werkelijkheid, dat zij -hun den weg wijzen om ook onder een vreemd régime hunnen godsdienst -te belijden en te beoefenen. De "noodzakelijkheid", mits van buiten -hun opgelegd, heft voor hen vele bezwaren op, zoolang zij maar hun -intiemste leven naar hunne godsdienstige wetten mogen inrichten, -en dan billijken zij het ook, dat de vreemde macht, die Allah over -hen gesteld heeft, de regelen stelt, die hare eigene natuur haar -voorschrijft. In de geheele Mohammedaansche wereld kent men gezag toe -aan de uitspraak: "Een koninkrijk kan wel van duur zijn bij ongeloof, -maar niet bij ongerechtigheid". - - - - - - - - -IV. - -NEDERLAND EN ZIJNE MOHAMMEDANEN. - - -De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten. - -De echte voorstanders eener ethische koloniale politiek, zullen, -naar ik mij vlei, geene ernstige bedenkingen hebben tegen de door -mij voorgedragen beschouwingen over onze Nederlandsche Islâmquaestie -en hare oplossing; toch zullen zij denkelijk met de slotsommen, -waartoe wij tot dusver kwamen, niet tevreden zijn. Ook mijzelf voldoen -zij volstrekt niet. Immers, in het leven der Nederlandsch-Indische -Mohammedanen, zoover dat aan den invloed van het stelsel van den -Islâm onderworpen of blootgesteld is, bakenden wij één gebied, het -zuiver godsdienstige, af, waarop de Regeering en Hare ambtenaren -volstrekte vrijheid moeten handhaven; een ander, het politieke, -waarop die vrijheid in aller belang zeer beperkt behoort te worden; -weder een ander, dat van het met de religie op het innigste verbonden -gedeelte van het Mohammedaansche recht, waarin allerminst willekeurig -mag worden ingegrepen, maar waarbij toch de weg der evolutie zoo -wijd opengehouden dient te blijven als de omstandigheden het maar -veroorlooven. De modus vivendi, die door dit alles bereikt wordt, -heeft evenwel voornamelijk negatieve verdiensten: het kwade wordt -vermeden, zonder dat men zeker is, het goede te naderen. - -Wij kunnen het echter niet laten bij maatregelen, die dienen om -ontevredenheid en verzet bij de bevolking te voorkomen en zoo ons -gezag te bevestigen. Niet de voorheen zoo geprezen rust is ons doel, -maar beweging. Ons gezag zal zijne rechtvaardiging moeten vinden in -de opheffing der Inlanders tot een hooger peil; onder onze leiding -moeten zij onder de volken de plaats gaan innemen, waartoe hun aanleg -hen in staat stelt. - - - - -Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het Islâmstelsel -te emancipeeren. - -Opvoeding en onderwijs zijn de middelen, waarmede dat doel kan -worden bereikt. Zelfs in landen van veel oudere Moslimsche cultuur -dan onze Archipel zien wij die met goeden uitslag aan het werk om -de Mohammedanen te verlossen van een deel van den middeleeuwschen -rommel, dien de Islâm reeds al te lang achter zich aan sleept. Wel -blijft dan het stelsel op de vroeger ontwikkelde historische gronden -onvatbaar voor eene afdoende hervorming, hetzij door moderniseering -der wet, hetzij door populariseering der mystiek; maar de Moslimsche -maatschappij schrijdt nochtans voort in de richting der moderne -cultuur, buiten het systeem om, doodzwijgend hetgeen zij niet durft -aantasten. Zoo gaat het in Turkije, in Egypte, in Syrië. - -Als opvoeders en onderwijzers van de Oost-Indische Mohammedanen -vinden wij nu tal van factoren in ons voordeel, die men in die andere -landen niet of in mindere mate aantreft. De betrekkelijk korte tijd, -waarin het stelsel van den Islâm hier gewerkt heeft, waardoor het -vele bestanddeelen van het leven onaangetast heeft moeten laten, -vergemakkelijkt de opname van nieuwe cultuurelementen, wanneer -maar theoretische bestrijding van de godsdienstige basis achterwege -blijft. De eeuwenoude gewoonte der Inlanders, vooral op Java, om zich -met zeer uiteenloopende rassen en beschavingen te verstaan, heeft hen -bewaard voor de bekrompenheid, die het gevolg is van isolement. Men -zal moeilijk op aarde een volk vinden, dat in volgzaamheid jegens -zijne hoofden de Javanen overtreft, en even moeielijk inheemsche -bestuurders van een door vreemden overheerscht volk, williger dan de -Javaansche aristocratie om te gaan in de wegen, die de uitheemsche -regeeringsambtenaren hun wijzen. - - - - -Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in Oost-Indië, -vooral op Java. - -Inzonderheid wat betreft de aan hunne kinderen te geven opleiding -winnen de Inlandsche ambtenaren gaarne den raad der Europeesche -in niet alleen, maar zij volgen dien ook met bijna aandoenlijk -vertrouwen op. Vroeger gaven dezen hun meestal het advies, aan -hunne zonen slechts eene vrij primitieve opleiding te laten geven, -daar het opdoen der kennis, die Europeanen noodig hadden om door de -wereld te komen, voor hen bij hunnen beperkten werkkring geen nut -zou opleveren. Zelfs zulke raad werd gehoorzaam ter harte genomen, -al dacht menigeen er meesmuilend het zijne van. Sedert de kentering -in de Europeesche opinie over de intellectueele, welhaast ook over de -moreele waarde van den Inlander, aan wiens vorming de noodige zorg -besteed wordt, bleek de lust der hoogere klassen op Java om zich -geheel in de richting der hedendaagsche beschaving te ontwikkelen -buitengewoon groot, veel te groot alras voor de gelegenheid, die hun -van regeeringswege daartoe geboden werd. - -Nadat eenmaal een zeker aantal jonge Inlanders zich aan de vruchten -van den boom der kennis verzadigd hadden, volgden anderen in scharen, -die nog veel grooter zouden zijn, indien niet te diep ingewortelde -behoudzucht der Europeesche bureaucratie den stroom voorloopig weer -had gestuit. - - - - -Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom. - -Men heeft hier een nieuw droevig voorbeeld van datzelfde gebrek aan -organiseerend talent, diezelfde halfheid en besluiteloosheid, die wij -bij de beschouwing der Vreemde-Oosterlingen-politiek ontmoetten, die -telkens in ons koloniaal bestuur aan den dag treedt, wanneer de bakens -verzet moeten worden, die de koloniale regeering daar, waar eene kloeke -beslissing dringend vereischt wordt, na vele adviezen en jaren durende -overwegingen doet komen tot een antwoord, dat noch ja noch neen zegt. - -Toen de aandrang van Inlandsche kinderen naar de Europeesche lagere -scholen groot werd, weerde men hen op gronden, die, als zij ernstig -bedoeld waren, tevens tal van kinderen van Europeesche afstamming -van die scholen verwijderd zouden moeten houden, gronden dus, die den -indruk van voorwendsels maakten. Men troostte de teruggedrongenen door -voor hen scholen van eene nieuwe soort op te richten, die in geenen -deele aan de behoefte voldeden. Met betrekkelijk milde hand gaf men op -onderwijsgebied aan de Chineezen, die brutaal schreeuwend eischten, -terwijl hetgeen aan de bescheiden vragende Inlanders ten deel viel, -doet denken aan het stuk beschimmeld roggebrood uit Gellerts fabel, -dat door den rijkaard met verheven gebaar aan den hongerigen bedelaar -werd toegeworpen. - -Zou men nu uit zulke feiten de gevolgtrekking willen maken, dat -de Regeering onverschillig was voor den snel toegenomen drang der -Inlandsche wereld naar hoogere geestesontwikkeling, dan stonden -daartegenover herhaalde officieele uitingen van ingenomenheid met en -aanmoediging van diezelfde intellectueele beweging. Zoo eerlijk gemeend -als die betuigingen van welwillendheid waren, zoo onoverwinnelijk was -de indolentie der regeeringsorganen, die de strooming hadden moeten -bevorderen en leiden. Het pijnlijkst kwam die tegenstelling uit in -de behandeling van verscheidene jongelieden, die den nieuwen koers -met succes, zoover het van hen afhing, gevolgd waren. - - - - -Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid. - -Iemand van Inlandsche geboorte, maar zoo goed als geheel Europeesche -opvoeding, wordt na afgelegd examen voor ambtenaar bij het Europeesche -corps voor eene benoeming als zoodanig ter beschikking van den -Landvoogd gesteld. Hij treedt inderdaad als bestuursambtenaar -op, maar wordt na korten tijd bij den specialen diensttak van -het landbouwcrediet onder dak gebracht. Een ander, die na hem -denzelfden weg van opleiding was gevolgd, werd van den aanvang af -bij het credietwezen geplaatst, zoodat het niet verwonderen kan, -dat in de Inlandsche ambtenaarswereld de meening post vatte, -als wilde de Regeering alle Inlanders, die aan de eischen van -het grootambtenaarsexamen voldaan hadden, tot specialiteiten in -credietzaken maken. Die zich met die hoop vleiden, hadden evenwel -wederom buiten den waard gerekend, want nu volgde er een jeugdige -Inlander, die na een zeer goed grootambtenaarsexamen te hebben -afgelegd, al zijne Europeesche kameraden, die boven en beneden hem -op de ranglijst voorkwamen, met hunne plaatsing kon gelukwenschen, -zonder dat van zijn bestaan ook maar de geringste notitie werd -genomen. Ten slotte gelukte het hem, na veel getob, eene matige -plaatsing bij het Inlandsche bestuur te krijgen, die natuurlijk bij -vele zijner landgenooten de vraag deed rijzen, of het wel de moeite -loonde, hunne zoons op zoo kostbare wijze te laten opleiden, wanneer -toch de Regeering daaraan zoo weinig waarde scheen te hechten. - -Men begrijpe mij niet verkeerd. De wenschelijkheid der plaatsing -van Inlanders bij het Europeesche bestuurscorps wil ik geenszins -betoogen. Maar wanneer de wettelijke bepalingen die plaatsing toelaten -en de gelegenheid om de daarvoor vereischte kennis op te doen en -daarvan bij examen te doen blijken aan Inlanders geschonken wordt, -dan is eene behandeling van drie geslaagde candidaten op de daareven -genoemde wijze niet te verantwoorden. - -Een ander zeer begaafd jong Inlander wilde in de rechten gaan -studeeren, wanneer hij zekerheid had, dat hij na aan alle wettelijke -eischen te hebben voldaan, niet om zijnen landaard uitgesloten zou zijn -van eene plaatsing bij de rechterlijke macht in zijn vaderland. Een -jaar voordat hij over de keuze zijner studierichting moest beslissen, -vroeg men voor hem dienaangaande bij de Regeering om inlichting. Twee -jaren van overweging had de Regeering noodig om een antwoord te geven, -waarbij de hoofdquaestie eigenlijk nog onopgelost bleef. - -Onvoldoende, immers voorloopig en voorwaardelijk was eveneens het -bescheid, dat ten deel viel aan eenen Inlander, die voor ingenieur -wilde studeeren en officieele zekerheid wenschte te hebben omtrent -zijne vooruitzichten bij den staatsdienst in dat vak. - -Een enkele daad der Regeering, die scheen te wijzen op een ontwakend -besef van Hare plichten in verband met de intellectueele beweging -onder Hare Inlandsche onderdanen, was de oprichting der Rechtsschool -voor Inlanders. Kort na de geboorte gaf Zij echter dit jeugdige -wezen aan verkwijning prijs door trots allen aandrang na te laten, de -vooruitzichten der geslaagde kweekelingen dezer instelling behoorlijk -te regelen, zoodat vaders niet met gegronde gerustheid hunne zoons -van goeden aanleg aan haar konden toevertrouwen. - -Hetgeen andere koloniale mogendheden met veel moeite aan hare -onderdanen trachten op te dringen: eene opvoeding, die hen geschikt -maakt om op hunne wijze het leven hunner overheerschers mee te leven, -dat wordt van ons op Java en in een deel der Buitenbezittingen door -de inheemsche bevolking afgesmeekt. Zou het niet eene onuitwischbare -schande zijn voor ons koloniaal bestuur, indien wij die geestelijke -goudmijn lieten liggen, zooals een concessionaris zonder kapitaal, -die zijn zaakje schijnbaar aan den gang houdt, totdat een energiek -syndicaat het van hem komt overnemen? - - - - -In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing der -Islâmquaestie. - -Wat deze dingen nu eigenlijk met de Islâmquaestie van Nederland te -maken hebben? Niet minder dan alles. De eenige ware oplossing van dat -probleem ligt in de associatie der Mohammedaansche onderdanen van den -Nederlandschen staat aan de Nederlanders. Gelukt deze, dan bestaat er -geene Islâmquaestie meer; dan is er genoeg eenheid van cultuur tusschen -de onderdanen der Koningin van Nederland aan het Noordzeestrand en die -van Insulinde om aan het verschil in godsdienstige belijdenis zijne -politieke en sociale beteekenis te ontnemen. Moest zij mislukken, -dan zou de onvermijdelijk toenemende intellectueele ontwikkeling der -Indonesiërs hen noodwendig hoe langer hoe verder van ons af voeren, -want dan zouden anderen dan wij de leiding in handen krijgen. - - - - -De openbare meening in Nederland behoort in die richting krachtig -te spreken. - -De opgedane ervaring verbiedt ons, het totstandbrengen dier oplossing -alleen of in de eerste plaats van de Regeering te verwachten; het -ontbreekt Haar daartoe niet aan de noodige sympathie voor de zaak, -maar wel aan de vereischte kracht. Hoe het komt, kunnen wij daarlaten, -maar Zij is nu eenmaal een log lichaam, waarin in den regel slechts -ruwe schokken wat beweging vermogen te brengen. Een krijgszang van -Max Havelaar, een alarmkreet van Wekker in de Avondpost lokken -maatregelen uit, die het daarvóór aan bezadigde vertoogen niet -gelukte te voorschijn te roepen; half-oproerige Chineezen zien -wenschen vervuld, die kalm berustende Inlanders vergeefs slaken. Er -is echter nog een andere weg, die met minder rumoer en misschien iets -minder snel tot het doel kan leiden, maar die toch op den duur niet -vruchteloos bewandeld wordt: de eindelijk onweerstaanbare druk, dien -eene krachtige openbare meening op de Regeering pleegt uit te oefenen. - -Eerst moet dus in wijde kringen van het Nederlandsche volk de -overtuiging zijn doorgedrongen, dat associatie van het leven der -Inlandsche bevolking van den Indischen Archipel aan het onze in -beider belang tot stand gebracht behoort te worden, en dat de -tegenwoordige intellectueele beweging van de hoogere klassen der -Inlandsche maatschappij de krachtige bevordering dier associatie -onzerzijds urgent maakt, dat er periculum in mora is. En dan mag het -niet blijven bij uiting dier overtuiging in woorden, er moet ook in -die richting gewerkt worden, wij moeten er offers voor over hebben -in geld en in arbeid. Als de Regeering het alleen moest doen, dan zou -het gevaar te groot te worden, dat zij met het haar eigen gebrek aan -besluitvaardigheid ten slotte door de omstandigheden overrompeld werd, -nadat de goede tijd om de leiding der beweging in handen te nemen en -te houden voorbij was, om niet terug te keeren. - - - - -De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de zendingsvrienden. - -Tot dusver is het inzicht, dat wij hier met een dringend volksbelang te -doen hebben, bij ons tot vrij enge kringen beperkt, en zijn eigenlijk -de eenigen, die blijk geven, het levendig te beseffen, de actieve -zendingsvrienden. Of liever: zij streven naar eene associatie van -veel hoogere orde dan de zooeven door ons bedoelde, eene eenheid, die, -als zij tot stand kwam, alle belemmeringen der eenheid van beschaving -en nationaal bewustzijn tusschen het Oosterlijk en het Westelijk deel -van het rijk der Nederlanden zou opheffen. - -Als zij tot stand kwam! Maar de groote bewondering, waarmee wij den -zelfopofferenden arbeid der zendelingen gadeslaan, en onze groote -waardeering van de offervaardigheid, waarmede velen in het moederland -dien arbeid steunen, mag ons niet doen vergeten, hoe gering het -uitzicht op belangrijk succes voor de Christelijke zending is in -landen, waarop de adem van den Islâm neergestreken is. Zelfs de -verstandige mannen der zending maken zich daaromtrent geene illusie, -al geven zij daarom het werk niet op. In geen geval mag er voor ons -volk en onze regeering sprake van zijn, de taak der associatie aan -de Christelijke zending over te laten, met veronachtzaming der voor -hare vervulling zoo uiterst gunstige beweging in de Inlandsche wereld, -die thans in gang is. - - - - -De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale, geen -religieuze associatie. - -Die beweging wijst ondubbelzinnig op de practische mogelijkheid -der verwezenlijking eener schoone politieke en nationale gedachte, -namelijk die der wording van een Nederlandschen staat, bestaande uit -twee geographisch ver uiteenliggende, maar geestelijk innig verbonden -deelen, het eene in Noordwest-Europa, het andere in Zuidoost-Azië. Dit -is geen utopistisch ideaal, maar een doel, waarvan Regeering en volk -van Nederland het zich duurzaam zouden verwijten, het niet bijtijds -in het oog gevat te hebben, wanneer zij de thans zich opdringende -gelegenheid om het na te streven ongebruikt lieten voorbijgaan. Hier -en nu geldt in volle kracht het woord van Goethe: - - - "Was du ererbt von deinen Vatern hast, - Erwirb es, um es zu besitzen". - - -Onze erfenis, die hier bedoeld wordt, dat waren schoone en rijke -wingewesten; de staatkundige band, die ze met ons verbonden hield, was -overheersching. Wil de eenheid tegen de stormen van den tijd bestand -blijken, dan moet nu de materieele inlijving door de geestelijke -gevolgd worden. - - - - -Hoe ver kan de associatie gaan? - -Om teleurstelling en verwarring te voorkomen is het noodig, dat -wij ons onbevangen rekenschap geven van de grenzen, waarbinnen de -geestelijke annexatie uitvoerbaar is. De godsdienst, hoe gewichtig -ook voor ons volks- en staatsleven, is zelfs in het kleine Westelijke -Nederland de band niet, die ons samenhoudt. Onze eenheid wortelt -in algemeenere cultuurgedachten, tot welker vorming het Christendom -ongetwijfeld veel heeft bijgedragen, maar onder welker heerschappij -niet slechts Christenen van de meest uiteenloopende confessies, maar -ook Joden en vrijdenkers, met gelijke aanspraken op eerbiediging van -hetgeen aan elke dier categorieën in het bijzonder eigen is, zich thuis -gevoelen. Thuis gevoelen in die mate, dat zij zich verzetten met alle -kracht, zelfs met opoffering van goed en bloed, tegen iedere poging -om hen tot eene andere nationaliteit of tot een ander staatsverband -te doen overgaan. - -Hieruit vloeit vanzelf voort, dat noch van onzen staat, noch -van ons volk eene propaganda kan uitgaan, die zich voorstelt, de -Mohammedaansche Inlanders over te halen tot eene religie, die onder -ons eenen, zij het nog zoo grooten, kring van belijders telt. Eene -poging om de grondslagen te ondermijnen van het Islâmstelsel, dat -het leven der Inlanders deels beheerscht, en gaarne geheel zou willen -beheerschen, kan alleen van eene religieuze gemeenschap, eene kerk of -eene vereeniging voor zending, uitgaan; de staat kan daarbij slechts -toezien, dat niemand in zijne vrijheid van beweging belemmerd worde. - -Niet ongeoorloofd noch misplaatst is daarentegen in het gegeven geval -eene actie, die bedoelt, de Inlanders op veel steviger wijze dan tot -dusver het geval is, bij ons staatsverband en bij onze nationaliteit -in te lijven. Immers, een eigen zelfstandig politiek of nationaal -leven hebben zij al sinds eeuwen niet meer; en wij, die hun lang -geleden ontnamen, wat zij van die aard bezeten mogen hebben, hun -daarbij eerbiediging hunner godsdienstige instellingen belovende, -wij aanvaardden daarmede tevens de moreele verplichting om hen tot -deelname aan ons staats- en volksleven op te voeden. Hunnerzijds ruimen -zij elk voorwendsel voor uitstel van het vervullen dier verplichting -uit den weg, waar zij zelve op die geestelijke annexatie in toenemende -mate bij ons aandringen. Men geeft er zich onder ons lang niet genoeg -rekenschap van, hoe sterk die aandrang inderdaad wel is. Het zijn niet -alleen de Inlandsche ambtenaren en in het algemeen de aristocratie, die -hunne kinderen in de eerste plaats Nederlandsch willen laten leeren, -en vervolgens zooveel mogelijk van hetgeen, waartoe de kennis dier taal -hun den weg effent; zelfs onder de Mohammedaansche schriftgeleerden -neemt het aantal toe dergenen, die hunne zoons voor onderwijs en -opvoeding liever geheel aan Europeesche leiding toevertrouwen dan dat -zij hen laten opleiden in de wetenschappen van den Islâm. Telkens kan -men van Inlanders op Java vernemen, dat de toeloop naar de pesantrèns -sterk afneemt en dat alles tegenwoordig heendringt naar de school. De -vroeger in eenigszins vrome kringen vaak gekoesterde vrees, dat zulke -toenadering tot de Hollandsche cultuur het van de vaderen geërfde -geloof in gevaar zou brengen, maakt meer en meer plaats voor de -overtuiging, dat men aan de religieuze denkbeelden en gebruiken van -voorheen getrouw kan blijven zonder in de oude onwetendheid voort te -leven, en dat er geen beter middel is om van deze laatste verlost -te worden dan zich met vol vertrouwen over te geven aan opleiding -in de Europeesche school, ja, als de omstandigheden het toelaten, -tevens aan opvoeding in het Europeesche gezin. - - - - -Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen -deelneming aan het godsdienstonderwijs. - -Niet onvoorwaardelijk is dit vertrouwen, wanneer de Inlander zich -wegens gebrek aan plaats op andere scholen of om finantieele redenen -genoopt ziet, zijne kinderen te zenden naar eene Christelijke school, -waar het deelnemen aan het godsdienstonderwijs voor alle leerlingen -verplichtend is. Dat velen over dit bezwaar heenstappen, is wel een -krachtig bewijs voor de diep gevoelde behoefte aan onderwijs. Het zou -gevaarlijk zijn, er andere conclusies aan vast te knoopen. Als een -bezwaar wordt het wel degelijk gevoeld, en de omstandigheid, dat velen -dit door den nood gedwongen terzijde stellen, mag niet verleiden tot -de verwachting, dat gesubsidieerde Christelijke scholen van de zooeven -bedoelde soort het geschikte middel zullen vormen om aan de enorme -vraag naar Europeesch onderwijs voor Inlanders op Java te voldoen. - -Het is waar, de aan onverschilligheid grenzende religieuze tolerantie -van de groote meerderheid der Javaansche aristocratie, gepaard met -de eeuwenoude gewoonte der lagere klassen van de bevolking aan het -verkeer met menschen van allerlei ras en geloof, maakt, dat de zending -hier vele moeilijkheden, die zich in vele andere Moslimsche landen aan -haar in den weg plegen te stellen, niet of toch in mindere mate dan -elders ondervindt. De meerderheid der Mohammedaansche schriftgeleerden -daarentegen, hoewel gewend om zich in den regel binnen hare eigen -enge sfeer te houden, wordt door eene krachtige missionnaire actie -tot reactie geprikkeld. Zij ziet in dat pogen om Mohammedanen tot -Christenen te maken een streven der Europeesche wereld om, nadat zij -den Inlanders al zoovele aardsche bezittingen ontnomen heeft, hen nu -ook van datgene te berooven, dat Allah in de andere wereld voor hen -heeft weggelegd. Zou de Regeering nu hen, die onderwijs in Westerschen -zin zoeken, naar uit de staatskas ondersteunde scholen drijven, waar -aan de leerlingen Christelijk godsdienstonderwijs opgedrongen werd, -dan kan men zeker zijn, dat weldra een voor de zaak der associatie -hoogst bedenkelijke tegenstand zou ontstaan, die òf de beweging in de -richting onzer cultuur zou stuiten òf voor het minst zou uitloopen -op den nadrukkelijken eisch, dat indien aan gesubsidieerde scholen -met eene specifiek godsdienstige kleur ook voor Inlanders de voorkeur -werd geschonken, de kleur voor de Mohammedaansche Inlanders die van -den Islâm zou zijn. - -Hoogstens zou men daardoor komen tot eene belangrijke tempering -van den drang naar intellectueele ontwikkeling, daar de Inlandsche -maatschappij vooralsnog niet over de middelen beschikt om op groote -schaal scholen te stichten, die zich om subsidie konden aanmelden. Van -deze omstandigheid misbruik te maken om aan de Inlandsche Mohammedanen -inrichtingen van onderwijs op te dringen, die voor een goed deel -uit door hen opgebrachte belastingpenningen bekostigd werden en die -mede dienstbaar waren aan directe propaganda voor het Christendom, -dat zou, dunkt mij, noch met het beginsel der vrije school, noch met -eene wijze staatkunde overeen te brengen zijn. - -Nog eens: de sterke neiging om in ons cultuurleven te worden opgenomen, -die de Inlandsche maatschappij in de jongste kwarteeuw aan den dag -legt, werkt geheel buiten het gebied van den godsdienst. Wij hebben -ons erin te verheugen, dat de Inlanders zich door het stelsel van -den Islâm, dat eigenlijk tegen zulke associatie gericht is, niet -laten weerhouden van het zoeken dier ook voor ons zoo gewenschte -toenadering. Als volk en als staat moeten wij hun daartoe de hand -reiken op in godsdienstig opzicht neutraal terrein, het zoeken van -toenadering van veel hoogeren en intiemeren aard overlatende aan de -verschillende lichamen en instellingen, tot welker bijzondere roeping -dit behoort. - - - - -Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere klassen -der Inlandsche maatschappij in het oog vatten. - -Onderwijs dus en opvoeding in Europeeschen zin, aangepast zooveel -noodig aan de bijzondere behoeften der Mohammedaansche Inlanders, -dat zijn de aangewezen en tevens de door henzelve gevraagde middelen, -niet om den Islâm te bestrijden, niet om zijne belijders tot eene -andere religie over te halen, maar om hen te steunen in hunne -zelfbevrijding van die gedeelten van zijn stelsel, die zonder tot -het specifiek-godsdienstige domein te behooren, het deelnemen aan -het tegenwoordige beschavingsleven der volken belemmeren, zoo niet -onmogelijk maken. Blijft de vraag, hoe en aan wie men die middelen -in de eerste plaats zal hebben toe te dienen. - -Bij de beantwoording dezer vraag willen wij ons stellen op het nuchtere -standpunt der practijk, en ons niet begeven in casusposities, welker -oplossing voor het oogenblik niet als dringend te beschouwen is. - -Men hoort tegen de meening, dat voldoening aan de steeds luidere -vraag van meer ontwikkelde Javanen en Maleiers naar beter onderwijs -een urgente plicht van ons volk is, wel eens de tegenwerping, dat men -daardoor alleen de hoogere klassen der bevolking bereikt, terwijl de -oneindig veel breedere schare der kleine luiden onaangeraakt blijft, -en men wijst er dan bovendien op, dat daardoor eene vroeger ongekende -kloof ontstaat tusschen de beschavingshoogte der aristocratie en die -der groote menigte, zoodat het onderling verband erbij verloren dreigt -te gaan. - -Het zou ongetwijfeld gunstig zijn voor den goeden uitslag van het werk, -als men van alle zijden tegelijk kon beginnen; als men de wegen kende -en over de middelen beschikte om in denzelfden tijd door doelmatig -onderwijs de massa der kleine Javaansche landbouwers tot een hooger -intellectueel peil te verheffen en de aristocratie van Java zoo dicht -mogelijk naar onze eigen geestelijke atmosfeer heen te trekken. Dit -gaat echter boven onze kracht, al ware het alleen omdat de psychologie -van den kleinen man ons daartoe te vele, voor het oogenblik niet -oplosbare raadselen biedt; bij gebrek aan de noodige gegevens voor -eene betrouwbare diagnose kon het recept wel eens glad verkeerd -uitvallen. Bij iedere poging, die wij in de bestaande omstandigheden -kunnen doen om den desaman tot een hoogeren graad van beschaving te -brengen, loopen wij veel gevaar hem iets op te dringen, dat hij niet -wenscht, zonder dat wij de stellige overtuiging mogen koesteren, -dat het voor hem deugen zal. - - - - -De onlangs opgerichte desascholen. - -Van inrichtingen als de onlangs opgerichte desascholen heb ik -geene hooge verwachting; kwaad zullen zij wel niet teweegbrengen, -maar als een reuzenschrede in de richting der associatie zal ook -de grootste optimist deze instelling niet beschouwen. Belangrijke -nieuwe proefnemingen op dit gebied zag ik liefst uitgesteld totdat wij -daarbij gebruik kunnen maken van de voorlichting eener talrijke groep -van hoog ontwikkelde Javanen, die aan Westersche wijsheid Oostersche -ervaring paren; dezen zullen met minder gevaar van dwaling dan wij -kunnen vaststellen, hoe de kleine landbouwers onder hunne rasgenooten -gebracht kunnen worden tot deelname aan het huidige verkeersleven -binnen de grenzen, die de natuur voor hen daaraan stelt. - -Men begint een werk toch liefst van die zijde, die de grootste kans -van slagen biedt; bij de hoogere klassen der bevolking van Java heeft -men van den uitslag genoegzame zekerheid, mits men de middelen, -die de ervaring nu reeds als probaat deed kennen, op veel ruimere -schaal dan tot nog toe geschiedde aanwendt, en ze tevens meer aan de -bijzondere plaatselijke behoeften aanpast. - - - - -Studie van begaafde Inlanders in Nederland. - -De meest belovenden onder het jongere geslacht moedige men aan en -steune men om die hoogere studiën, waartoe hun vaderland nog geene -gelegenheid biedt, in Nederland te maken; men bouwt dan voort op -reeds bestaande grondslagen, want hier te lande studeeren al eenige -tientallen Inlanders aan verschillende inrichtingen van hooger -onderwijs, zonder dat ooit aan een hunner van Regeeringswege tot -het inslaan van dien weg aanleiding gegeven werd. Vooral zorge men -ervoor, dat die studeerenden hier vertrouwde raadslieden vinden en -sympathieke, degelijke kringen om in te verkeeren en wake men tegen het -gevaar, waaraan zij allen hier blootstaan, dat er namelijk in allerlei -opzichten met hen gesold wordt, dat men ze als curiositeiten aangaapt -of aan het bewonderende publiek vertoont, dat men ze verlokt tot -optreden in kringen, waarin zij nog niet behooren, tot schrijven over -onderwerpen, die zij nog niet kunnen beheerschen, eene behandeling, -tengevolge waarvan begaafde Inlanders begrijpelijkerwijze wel eens -uit hun evenwicht geraakt en moreel te gronde gegaan zijn. - - - - -Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven. - -In Indië opene men voor hen zoo wijd mogelijk alle, vooral de beste, -inrichtingen van Europeesch onderwijs; ook daardoor drukt men -slechts het stempel der goedkeuring op hetgeen de Inlanders zelve -tot stand brachten, want tot nu toe hebben zij de deuren van alle -scholen om zoo te zeggen geforceerd, en was het er zeer ver vandaan, -dat de autoriteiten hen dwongen om in te gaan. Soms had het er al -te veel van, alsof zij die pioniers op het pad der associatie als -rustverstoorders beschouwden. Men richte bovendien speciaal voor hunne -behoeften berekende scholen van middelbaar en technisch onderwijs op, -maar men berekene niet te angstvallig en vooral niet te lang, opdat -niet in afwachting van het resultaat generaties van de gewenschte -opleiding verstoken blijven. Beter eene school, die niet dadelijk aan -alle op den duur te stellen eischen voldoet, dan in het geheel geene. - -Goede lagere Europeesche scholen stelle men in grooten getale tot -hunne beschikking, zoodat de velen, die dit wenschen, gelegenheid -vinden om Nederlandsch zóó te leeren, dat in die taal het werktuig -vinden om zich in verschillende richtingen verder te ontwikkelen. - - - - -Opvoeding buiten de school. - -Dikwijls draagt het onderwijs, dat Inlandsche kinderen en jongelieden -genieten, niet de gewenschte vruchten omdat zij buiten de schooltijden -verkeeren in eene omgeving, die voor hunne opvoeding eer schadelijk -dan bevorderlijk is. Eene doelmatige huisvesting is, vooral uit dit -oogpunt bezien, voor hen van overwegend belang. Vooralsnog, in deze -eerste periode der associatiebeweging, zal men hun die niet licht -anders dan in een degelijk Europeesch gezin kunnen verschaffen. Dit -is eene der grootste moeilijkheden, die de bevorderaars der associatie -te overwinnen hebben, maar onoverkomelijk mag zij niet zijn. - - - - -De zending zou hiertoe kunnen medewerken. - -Hier zou ik bijna geneigd zijn, al is het onbevoegd, een verzoek -te doen, ja tevens een raad te geven aan de mannen en de vrouwen, -die zich aan zendingswerk wijden. De zending werkt terecht -dikwijls langs philanthropische omwegen: onderwijs, geneeskunde, -landbouw worden door haar gebezigd als middelen om Inlanders met het -Christendom in aanraking te brengen. Onderwijs is als zendingsmiddel -in Mohammedaansche landen, naar ik meen, niet bijzonder effectief -bevonden, althans niet in dien zin, dat bekeeringen er het gevolg -van waren, ofschoon de Moslims, wier eigen onderwijs zeer achterlijk -is, er gaarne gebruik van maken, vooral wanneer de leerlingen niet -gehouden worden aan het Christelijke godsdienstonderwijs deel te -nemen. Toch gaat men in die richting voort, aanvankelijk tevreden met -verbreiding van den Christelijken geest onder hen, die van de leer des -Christendoms nog niet gediend zijn. Met de medische zending is het vaak -niet anders. Nu zijn op Java, en weldra ook elders in den Archipel -huisgezinnen en hospitia noodig om ernstige leiding te geven aan de -opvoeding der steeds talrijker jongelieden uit Inlandsche familiën, -die de verschillende inrichtingen van onderwijs bezoeken. Ligt het -niet op den weg der zending, in dien nood te helpen voorzien? Te -helpen zorgen, dat die jongelui tegen matige betaling opname kunnen -vinden in eenvoudig levende, Christelijke gezinnen, geschikt en -bereid om hen te gewennen aan het leven in eene atmosfeer, waar de -practische geest van het Christendom heerscht, zonder dat de leer aan -andersdenkende huisgenooten wordt opgedrongen? Mij wil het voorkomen, -dat de missie hier een veelbelovend arbeidsveld zou vinden. - - - - -De Inlandsche vrouw en hare opvoeding. - -Aan dit ongevraagd advies voeg ik nog een ander toe. De hoofdreden, -waarom in dezen eersten tijd voor jonge Inlanders, die door onderwijs -op den weg der associatie gebracht worden, het verblijf in een -degelijk Europeesch gezin dringend gewenscht is, ligt hierin, dat -het Inlandsche gezin nog niet geschikt is om aan de naar Europeeschen -trant opgeleide jeugd den noodigen moreelen steun te verleenen. Dit -moet anders worden, maar daartoe is in de eerste plaats verhooging -noodig van het opvoedingspeil der vrouw. - -De Inlandsche vrouw moet beter onderwezen, maar bovenal beter gevormd -en in moreelen zin ontwikkeld worden. Hiertoe kan de school iets -bijdragen, maar het meeste moet komen van de persoonlijke leiding -van degelijke Europeesche vrouwen. Tot dusver zijn er wel een zeker -aantal meisjes uit voorname Inlandsche familiën, die gedurende -eenige jaren Europeesche scholen bezoeken, maar de bekendheid met -het Nederlandsch en met Europeesche maatschappelijke vormen, die ze -mee naar huis nemen, is in den regel niet veel meer dan een vernis, -dat dient om haar niet al te misplaatst te doen zijn als echtgenooten -van Westersch opgevoede Inlanders. Zij verlaten de school veel te vroeg -en buiten de school wordt aan hare karaktervorming veel te weinig zorg -besteed om er waardige levensgezellinnen dier Inlanders van te maken, -die met hare mannen zullen samenwerken om het Inlandsche gezin te -brengen tot associatie aan ons familiewezen. Zonder geestelijk hoog -ontwikkelde Inlandsche vrouwen is deze associatie onuitvoerbaar; -met hare hulp mag men die verzekerd achten. Wie wil medewerken aan -de vorming van eenige honderden meisjes van Java in dezen geest, die -mag zich vleien met de gegronde hoop, later als vrucht van zijn werk -het monogame leven op Java als het normale in de Inlandsche wereld -erkend te zien, en Javaansche ouders ernstig te zien arbeiden aan -den opbouw van het leven hunner kinderen. - -Is deze taak niet schoon genoeg om vrouwelijke zendingskrachten aan te -lokken tot zelfopofferende toewijding, zelfopofferend ook in dien zin, -dat zij bij dezen arbeid haar oogmerk willen bepalen tot de zeker -bereikbare staatkundig-nationale associatie, en die niet in gevaar -willen brengen door ontijdige pogingen tot bekeering? - -Wie op de kerstening der Inlandsche Mohammedanen hoopt--ik zeide reeds, -waarom ik die verwachting niet kan deelen--moet de politiek-nationale -annexatie dier Nederlandsche onderdanen als een eersten stap in de -door hem gewilde richting toejuichen en de gelegenheid om zelf daaraan -mede te werken met beide handen aangrijpen. De zendeling zal, zoowel -als ieder ander Nederlander, onverschillig van welke levenssfeer, -zich aan geassocieerde Inlanders gemakkelijker verstaanbaar kunnen -maken dan aan de overheerschten van het oude régime, dat, naar wij -hopen, zijnen tijd gehad heeft. - - - - -Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel in den -Staatsdienst verzekerd worden. - -Niet minder urgent dan de snelle vermenigvuldiging der gelegenheden -voor Inlanders om de door hen verlangde hoogere vorming te -verkrijgen, is het voor de Regeering, de verdeeling van den arbeid der -staatsdienaren zóó te herzien, dat al het werk, dat door die modern -ontwikkelde kinderen des lands verricht kan worden, ook inderdaad -aan hen worde toevertrouwd. - -Het gaat niet aan, den bestaanden toestand te bestendigen, waarbij -de jonge Inlanders, die als de beste producten der nieuwe richting -voor den dag komen, door de bureauchefs in Indië als schrikbeelden -worden beschouwd, die men na lange aarzeling in een of anderen hoek -duwt om niet langer door hunnen aanblik verontrust te worden. Zij -vallen immers niet als meteoorsteenen uit de lucht, men ziet ze jaren -tevoren aankomen, en men heeft dus geene enkele verontschuldiging, -wanneer men zich onvoorbereid door hen laat verrassen. De Indische -Regeering mag aan de departementen van Binnenlandsch Bestuur en van -Onderwijs geene rust gunnen, voordat zij de hiermede samenhangende -vraagstukken tot eene bevredigende oplossing hebben gebracht. Bezwaren -opperen is gemakkelijk genoeg; ze uit den weg te ruimen, dat is de -taak der leidende ambtenaren in de kolonie. - - - - -Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie. - -Kleinmoedigen hebben vaak getracht, den voorstanders van de associatie -schrik aan te jagen door de voorzegging, dat het voortgaan op den -door hen gewezen weg dit rampzalige gevolg zal hebben, dat er eene -klasse van Inlanders zal ontstaan, die hun evenwicht kwijt zijn, die -uit den band springen, die den samenhang met hunne eigen maatschappij -verloren hebben, zonder in een ander sociaal geheel te passen. - -Zulke bedenkingen zijn van oudsher overal vernomen, waar eene -menschengroep zich uit eene levenssfeer, die haar te eng werd, -naar boven trachtte te werken, maar nooit hebben zij bewerkt, dat de -eenmaal ontwaakte drang naar licht bezworen werd. Ook onder ons hebben -wijzigingen in het politieke en sociale leven in de werkelijkheid -niet zoo kalm en geleidelijk plaats als zij op het papier ontworpen -waren. Bij die tochten naar de hoogte maken altijd sommige deelnemers -ongedachte, duizelingwekkende sprongen, die oogenblikken van algemeene -verwarring teweegbrengen. Wij zijn erop voorbereid, dat dit ook in -Oost-Indië zal gebeuren, en dat de waarzeggers van daareven dan gereed -zullen staan om triomfantelijk daarop te wijzen als op de vervulling -hunner sombere profetie. De zeldzaam vredelievende aard der Inlanders -doet ons alleen hopen, dat het geene al te groote vaart zal loopen, -en dat onder wijze leiding het evenwicht spoedig herwonnen zal zijn. - - - - -Stuiting der beweging niet mogelijk. - -Men stelle echter de zaak niet voor, alsof wij ons nu nog bij een -kruispunt in de ontwikkelingsgeschiedenis van de Indonesiërs bevonden, -en de beslissing, of het verder links of rechts zal gaan, van den -wil van onze Regeering afhankelijk ware. Het proces is begonnen -zonder dat de Regeering of het volk van Nederland het uitlokten, -ja deels in weerwil van officieuze tegenwerking. Het is niet langer -de vraag, of de voor hooger ontwikkeling meest toegankelijke deelen -der bevolking van den Archipel ons op intellectueel gebied al of niet -op zijde zullen streven, de vraag is alleen nog, of de voortzetting -der krachtig begonnen beweging zal geschieden met onze medewerking -en onder onze leiding, dan wel in weerwil van onzen tegenstand, -en dan onder leiding van anderen, die zich niet lang zullen laten -wachten. Mij dunkt, het antwoord op deze vraag kan geen onderwerp -eener langdurige discussie zijn. - - - - -Samenvatting onzer beschouwingen. - -Wij naderen het einde van onzen gemeenschappelijken tocht, waarop -ik naar vermogen getracht heb, u achtereenvolgens de voornaamste -problemen te laten zien, die de Islâmbelijdenis van vijfendertig -millioen Nederlandsche onderdanen aan onze Regeering en aan ons volk -voorlegt, en tevens de richting aan te geven, waarin de oplossing dier -vragen te vinden zal zijn. Het zij mij vergund, in eenen terugblik -op den afgelegden weg onze uitkomsten nog eens samen te vatten. - -Onze beschouwing van de wijze, waarop de Islâm zich over de aarde -verbreid heeft, maakte ons verschillende daarmee samenhangende of -daaruit voortgevloeide verschijnselen verklaarbaar: de scherpte zijner -positie tegenover al hetgeen aan zijnen invloed weerstand biedt; -zijn militant karakter; de gemakkelijkheid, waarmede hij het getal -zijner aanhangers weet te vergrooten, en daarentegen de traagheid, -waarmede hij aan hunne geestelijke opvoeding werkt; de gehechtheid -der Moslims aan hunne religie en hunne geslotenheid voor invloeden -van buiten, ook waar de kennis van de geloofsleer en de practische -beoefening der wet nog alles te wenschen overlaten. - -Van het stelsel van den Islâm, zooals dat ongeveer drie eeuwen -na den dood van den Profeet zijnen in hoofdzaak definitieven vorm -verkregen heeft, ontvingen wij den indruk van groote stroefheid, -gebrek aan accommodatievermogen. In zijne eerste periode gedwongen, -vele vreemde cultuurelementen in zich op te nemen, deed het dit -met onverholen weerzin, en verloochende het die verrijking zooveel -mogelijk door vrome fictie; omstreeks duizend jaren geleden sloot -het zich naar alle zijden af, met de pretensie, dat het nu voor alle -volgende eeuwen het geheele gelooven, handelen en denken der menschen -aan voorschriften van onfeilbaar gezag gebonden had. Wij constateerden -de in verband hiermee onvermijdelijke botsing tusschen de theorie en -het werkelijke leven; zij gaf ons aanleiding, ten aanzien der alles -regelende wet te onderscheiden tusschen gedeelten, die de practijk -inderdaad zijn blijven beheerschen, en andere, die voor het leven -meer of minder of zelfs in het geheel geene beteekenis hebben behouden. - -De geloofsleer der Mohammedanen kwam ons voor, op het doen en denken -slechts ondergeschikten invloed te oefenen. Ten aanzien der wet, die -den groei van het leven der Islâmbelijders steeds minder geregeld dan -belemmerd heeft, en waarvan de inhoud met de eischen van den tijd in -toenemend conflict geraakt, vonden wij noch in haar stelsel noch in -de geschiedenis der Mohammedaansche volken grond voor de hoop, dat -zij zich zou kunnen hervormen. Evenmin konden wij de illusie deelen -dergenen, die meenen, dat de voor de emancipatie en de evolutie van -den geest der Mohammedanen vereischte hervorming op het gebied der -mystiek haar beslag zou krijgen. - -Wij hebben daarop gepoogd, den graad te bepalen der inwerking van -de verschillende bestanddeelen van het systeem van den Islâm op het -leven der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, en in verband daarmee -de houding vast te stellen, die Nederland, in de eerste plaats de -Nederlandsche Regeering en Hare ambtenaren, tegenover elke der onder -den invloed van den Islâm gekomen levensuitingen der Oost-Indische -bevolking behooren aan te nemen. Onvoorwaardelijke eerbiediging van -al hetgeen ligt binnen het gebied der religie in den engeren zin des -woords; eerbiediging ook van de gerecipieerde hoofdstukken van het -recht, die de intiemste, meest met den godsdienst verknochte zijden van -het leven der familie en van het individu raken, evenwel met zorgvuldig -openhouden der wegen, die kunnen leiden tot evolutie of emancipatie, -en met niet minder zorgvuldige vermijding van wat tot vastlegging en -versteening dezer instellingen zou strekken; terzijdestelling van alle -deelen van het systeem, die buiten de hier aangeduide sfeer vallen, -met uitzondering van de politieke elementen van leer en wet, tegenover -welke de Regeering zich onverzoenlijk schrap behoort te zetten. - -Ten slotte kwamen wij tot de overtuiging, dat aldus wel de -gedragslijn was aangegeven, die de Regeering met gerustheid jegens -den in Oost-Indië beleden Islâm kon volgen, maar dat Nederland -ten opzichte van zijne Mohammedanen nog eene veel verder reikende -taak te vervullen had, dat het hen te leiden had naar de voor hen -geschikte plaats onder de volken. Wij bevonden verder, dat de bij -Mohammedanen zoo licht post vattende panislamitische gedachte wel -als de grootste hinderpaal te beschouwen is tegen de aanpassing van -een Moslimsch volk aan het moderne cultuurleven, een struikelblok, -waartegen zelfs de Moslimsche hervormers in de oude landen van den -Islâm telkens aanstooten. Voor ons zagen wij die belemmeringen voor -een goed deel reeds door de Inlanders zelve uit den weg geruimd, -waar de hoogere klassen onder hen in de laatste tientallen jaren -geheel spontaan heensturen naar hunne geestelijke inlijving bij de -Westersche cultuur in haren Nederlandschen vorm. De eerste stappen op -den weg der associatie van hun geestelijke leven aan het onze hebben -zij reeds zoo goed als zonder onze hulp gedaan; het is dus hoog tijd, -dat wij de leiding in handen nemen en hen verder brengen. - -De Regeering vonden wij ten opzichte van dit, voor ons nationale -leven zoowel als voor dat der Inlanders zoo uiterst gewichtige punt -zwak en onbeslist, in plaats van beheerscheres vaak speelbal der -omstandigheden, telkens verrast door dingen, die zich langzaam voor -ieders oogen ontwikkelden. De Christelijke zending ijverig werkzaam -naar een program, waarvan de uitvoering zeker de gewenschte emancipatie -en evolutie brengen zou, maar dat gericht is tegen de godsdienstige -hartader van het Islâmsysteem; een program dus, dat blijkens de -ervaring weinig uitzicht op succes biedt, maar, ook daarvan afgezien, -voor de Regeering en voor ons volk in zijn geheel als richtsnoer -onbruikbaar is. - -Volk en Regeering kunnen alleen om het stelsel van den Islâm heen -de Islâmbelijdende Inlanders helpen om den door hen gezochten -weg ter geestelijke associatie te vinden; de door hen bevorderde -associatie moet buiten het gebied der religie blijven, mag alleen -eene politiek-nationale zijn. De zending, al stelt zij zich een -veel verder en hooger liggend doel, kan toch ook in deze richting -medewerken, hetgeen te meer te wenschen is, daar zij voor al haar werk -arbeiders heeft, wier toewijding van hoogere orde is dan de ijver, -dien politiek-nationale motieven in den regel vermogen te wekken. - - - - -De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur ontneemt -aan het panislamisme alle kracht. - -De panislamitische gedachte, die thans op de aristocratie van Java -en op de met haar gelijk te stellen klassen der Mohammedanen op de -Buitenbezittingen nog weinig vat heeft, verliest alle kans daarop voor -de toekomst, zoodra hare leden vrije deelgenooten van onze cultuur -geworden zijn. Zou er dan, wat lang niet uitgesloten is, gevaar komen -te dreigen voor besmetting met die kwaal van een deel der millioenen, -wier dagelijksch werk als kleine landbouwers hun intellect weinig -gelegenheid biedt om zich boven de sfeer der rijstvelden te verheffen, -hunne aan de beschaving van onzen tijd geassocieerde landgenooten -zullen er het grootste belang bij hebben, ons te helpen om de dreigende -epidemie te bezweren. Ook de verdere emancipatie van het Islâmstelsel, -zoover die zonder verandering van belijdenis mogelijk is, wordt bij -eene verruiming van ons politiek-nationale leven, die aan Inlanders de -hun daarin toekomende plaats verzekert, alleen nog eene quaestie van -tijd, die zich zonder onwelkomen aandrang van buiten van zelve regelt. - - - - -Andere heilzame gevolgen der associatie. - -Wij bezagen hier natuurlijk de gevolgen der begonnen associatie uit -het beperkte gezichtspunt der Islâmpolitiek. Maar wij mogen daar toch -wel even aan toevoegen, dat zij ook in zoovele andere opzichten de -oplossing vormt van het probleem der toekomstige verhouding van de -bevolking van den Indischen Archipel tot ons. Ook uit een algemeen -staatkundig oogpunt is het ons levensbelang, dat wij niet wachten -totdat verrassende omstandigheden ons ten behoeve der Inlanders komen -afdwingen, wat wij hun nu nog vrijwillig in den door ons meest geschikt -geachten vorm kunnen geven. - -Dr. Van Hoëvell wenschte vele jaren geleden, dat Nederland het gevaar -van binnenlandsche woelingen op Java, liever dan door het aanleggen van -bentengs, zou bezweren door zich vestingen van dankbaarheid te bouwen -in de harten der Javanen. Zulk idealisme is te edel en te schoon voor -de werkelijkheid. Een volk is nooit dankbaar zelfs voor de grootste -weldaden, die het zich door vreemden opgedrongen zag. Is daarentegen -door van beide zijden gezochte associatie het gemeenschappelijk -geestesgebied der Javanen en der Nederlanders tot zijne grootst -bereikbare uitgebreidheid gekomen, dan behoeft van dankbaarheid aan -vreemden niet meer gesproken te worden, omdat hetgeen vreemd was, -eigen is geworden, omdat er nog slechts Oostelijke en Westelijke -Nederlanders zijn, in politieken en nationalen zin eene eenheid -vormend, waaraan het rasverschil niet te kort doet. - - - - -Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie. - -Wat zou aan de verwezenlijking van dit denkbeeld in den weg -staan? Verschil in huidskleur en afkomst? Maar uit hoevele landen -van Europa en Azië zijn niet de voorouders van vele Nederlanders -samengekomen, en wat is er meer onwaar en verwaand dan het "van -vreemde smetten vrij" in ons volkslied? Met het Indonesische ras -is onze bloedsmenging al sinds eeuwen in zoo vollen gang, dat alle -nuances van huidskleur tusschen blank en bruin onder Nederlanders -vertegenwoordigd zijn. - -Al te groote afstand in beschaving en levensbeschouwing dan? De -hoogere klassen der Inlanders willen immers juist niets liever dan dien -afstand tot de onmerkbaarste afmetingen terugbrengen. Hunne studenten, -die te Leiden, te Delft en te Amsterdam met ons verkeeren, staan u en -mij geestelijk oneindig veel nader dan gansche klassen van ons eigen -land- en zeevolk. Zóó groote geesteseenheid is echter nooit de band, -die een geheel volk omstrengelt. Een gemeenschappelijk verleden houdt -het veelzins ongelijksoortige bijeen; dit geldt voor de verschillende -klassen van ons volk, het geldt ook voor ons volk als geheel ten -opzichte van Indonesië, al is het bewustzijn dezer eenheid nog niet -in alle lagen onzer natie doorgedrongen. - -Islâm en Christendom kunnen zich in de practijk van het nationale -leven zeer wel met elkander verdragen, als maar de panislamitische -idee terzijde wordt gesteld, en wij zagen, hoe gunstig hiervoor in -ons geval de voorwaarden zijn. In verdraagzaamheid kunnen velen onzer -bij de meerderheid der Inlanders een lesje nemen. - -Als student hoorde ik eens eene voordracht van Ernest Renan over -de vraag: "wat maakt eigenlijk eene natie?" Het antwoord kwam in -hoofdzaak hierop neer: het waarlijk constitueerende element eener -natie, dat is noch ras noch huidskleur, noch taal noch godsdienst noch -natuurlijke grens, het is: "le désir d'être ensemble". Met deze phrase -moge lang niet alles gezegd zijn, een deel der waarheid bevat zij toch -ongetwijfeld. Ook wij kennen dat gevoel, trots verschil in afstamming, -in levenssfeer, in hoogte van beschaving, en in weerwil van alle -getwist op staatkundig en godsdienstig gebied, als het erop aankomt, -toch als Nederlanders bijeen te willen blijven. Welnu: de edelste -vertegenwoordigers van eene groote volkengroep, die sinds lang onder -ons staatsbestuur staat, vragen ons met aandrang, hen en de hunnen als -adoptieve kinderen in ons nationale gezin op te nemen. Reiken wij hun -de hand, en laat ons dan het wederzijdsche verlangen naar nationaal -samenleven, "le désir d'être ensemble", omzetten in flinke daden, -die toonen, dat ons kleine volk nog altijd tot iets groots in staat is. - - - - - - - - -V. - -DUITSCHLAND EN DE HEILIGE OORLOG (1914). - - -De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen. - -Ruim tien jaren geleden had ik met eenen Turk van hooge intellectueele -ontwikkeling een gesprek over godsdienstig fanatisme en den invloed -daarvan op politieke verhoudingen. Hij besloot zijne beschouwingen -over dit onderwerp ongeveer als volgt: "In vroegere eeuwen plachten de -menschen in de beschaafde wereld elkander het leven te benemen wegens -verschil van meening over de geheimen der andere wereld. Thans is de -menschheid, lof zij Allah, over die barbaarschheid heen en ieder mag -gelooven, wat hij wil. Maar wat helpt ons dit, zoolang over economische -en politieke belangen oorlogen gevoerd worden, die in fanatisme voor -de vinnigste godsdienstoorlogen niet onderdoen, terwijl de reusachtige -vorderingen der techniek de moorddadige uitwerking van den strijd -steeds verhoogen? Van een kalm genieten der met moeite verkregen -gewetensvrijheid kan daarbij geen sprake zijn." - -Deze ontboezeming komt telkens weer in mijne herinnering naar voren in -verband met hetgeen wij nu beleven. Nadat de groote menschengroepen, -die door verschil van politieke en economische belangen uiteengehouden -worden, jarenlang een belangrijk deel van hun intellectueel en -materieel vermogen besteed hebben aan het uitdenken van middelen om -in de volheid des tijds elkander te vernietigen, is eindelijk de -lang verwachte vonk in de opeengehoopte brandstof gevallen. Al de -strijdenden gruwen van het denkbeeld der verantwoordelijkheid voor -de misdrijven tegen de menschelijke samenleving, die zij gezamenlijk -plegen, en het eenige, waarin zich de overigens non-actief gestelde -gemeenschappelijke cultuur nog uit, is eene vervelende reeks van -betoogen, waarin ieder den ander de schuld geeft van hetgeen allen -samen met zorg hebben voorbereid. De sceptische ironie van mijn -Turkschen vriend was niet ongegrond. Wij leeren er trouwens niets -nieuws uit. Alleen in zóóverre mag zijne uitspraak voor diegenen onder -ons, die de Mohammedaansche wereld weinig kennen, iets verrassends -hebben, als daarin door een Turk de algemeene godsdienstvrede en -gewetensvrijheid zoo zonder voorbehoud als een verworven zegen erkend -wordt. Uit dit oogpunt beschouwd hebben de aangehaalde woorden te -hooger waarde, omdat zij de meening van alle Turksche intellectueelen -over het vraagstuk van den godsdienst vrij nauwkeurig uitdrukken. - - - - -Contrast dier meening met de wet van den Islâm. - -Deze verdraagzaamheid schijnt onvereenigbaar met hetgeen de -Mohammedaansche wet omtrent de verhouding tot aanhangers van -andere godsdiensten voorschrijft. Volgens die wet, die in haar -geheel aanspraak maakt op goddelijk gezag, moet immers de geheele -menschenwereld aan de Mohammedaansche gemeenschap onderworpen, zooveel -mogelijk ook in geestelijken zin bij haar ingelijfd worden. Ter -bereiking van dit doel behoort de gemeente der geloovigen djihâd -te doen, d. i. "heiligen oorlog" te voeren tegen allen, die nog -buiten de sfeer van haar gezag leven. De leiding van den djihâd, de -bepaling van tijd, plaats en middelen, is een der hoofdplichten van het -hoofd der gemeente, den chalief, den opvolger van Mohammed in diens -hoedanigheid van opperbestuurder, opperrechter en opperbevelhebber -der Moslims. Al naar mate de belangen van den Islâm het volgens zijn -inzicht medebrengen, voere hij dien krijg met meer of minder kracht -of late hij dien zelfs tijdelijk rusten. Tot eene staking van het -offensief tegen eene ongeloovige mogendheid voor meer dan tien jaren -mag hij zich onder geene omstandigheden verbinden. Aan belijders van -den Joodschen, Christelijken en daarmee gelijkgestelde godsdiensten -wordt, mits zij zich aan het Mohammedaansche staatsgezag onderwerpen -en met de positie van onderdanen zonder burgerrecht genoegen nemen, met -zekere beperkingen de uitoefening van hunnen godsdienst toegestaan; bij -eigenlijke heidenen moet de onderwerping met bekeering gepaard gaan. - - - - -De grondslagen van het program van den heiligen oorlog. - -Het djihâd-program gaat uit van de onderstelling, dat de Mohammedanen -voortdurend, evenals bij hun eerste optreden in de wereld, een gesloten -geheel vormen onder éénhoofdige leiding. Deze toestand heeft evenwel -in de werkelijkheid zóó kort bestaan, het gebied van den Islâm is zóó -spoedig in een steeds grooter aantal vorstendommen uiteengevallen, -het oppergezag van den zoogenaamden chalief is na korten bloei zóózeer -tot een ijdelen naam geworden, dat ook de djihâd-voorschriften zich -aan de gezagsverbrokkeling hebben moeten aanpassen. Gelijk in de -meeste andere opzichten, zoo ook ten aanzien van het voeren van den -heiligen oorlog draagt dan de wet de bevoegdheden en plichten van den -éénen chalief aan de verschillende landshoofden op, ieder voor zijn -machtsgebied. Nu spreekt het vanzelf, dat deze overdracht van het -gezag van éénen op velen zeer vereenvoudigend werkt voor al hetgeen -het bestuur binnenslands betreft; maar even duidelijk is het, dat die -verbrokkeling de voortzetting van den wereldveroveringsoorlog, zooals -die in de eerste eeuw van den Islâm was ingezet, onmogelijk maakte. - -Er waren trouwens nog tal van andere oorzaken, die de eerst toomlooze -vaart der Moslimsche legerscharen stuitten. Men kwam tot grenzen, waar -de geboden weerstand niet zoo dadelijk te breken viel, en het genot van -het verkregene verslapte de energie. De veroveringsdaden der eerste -geslachten werden toen in de verbeelding der lateren geïdealiseerd, -gereinigd van hetgeen ze ontsierde, en de theorie harer gewenschte -voortzetting werd uitgewerkt, in te meer casuïstische bijzonderheden, -naar mate de toepassing verder buiten de sfeer van het mogelijke -kwam te vallen. Het oorlogsrecht kenmerkte zich door een streng -in-het-oog-houden van het doel: uitbreiding van den waren godsdienst -of anders toch van het gezag zijner vertegenwoordigers, en verder -door het vermijden van alle wreedheid in de keuze der middelen. Alleen -waar een Mohammedaansch gebied wordt aangevallen door eene ongeloovige -macht, daar wordt aan de geheele bevolking de plicht der verdediging -opgelegd. Offensief optreden is slechts dan gerechtvaardigd, -wanneer het bevel ertoe en de regeling ervan uitgaan van een erkend -staatshoofd. Waar ongeloovigen erin slagen, eene Moslimsche bevolking -te onderwerpen, moet deze niet in een toestand van ondergeschiktheid -berusten, maar de eerste gelegenheid aangrijpen om òf het juk af te -schudden òf te emigreeren naar een zelfstandig Moslimsch land, zoowel -om het gevaar, waarmêe het eigen geloof bedreigd wordt, af te wenden, -als om de gelederen der geloovigen tot den strijd tegen den vijand, -d. i. de niet-onderworpen andersgeloovigen, te versterken. Al duurt de -onmogelijkheid van afdoend verzet en van emigratie ook eeuwen lang, -toch mag men de daardoor ontstane verhouding van afhankelijkheid van -een niet-Mohammedaansch staatsgezag niet anders dan als voorloopig -en abnormaal aanvaarden. - - - - -Middeleeuwsch karakter van dat program. - -Het geheele samenstel van wetten, dat volgens den Islâm de verhouding -van geloovigen tot ongeloovigen zou moeten beheerschen, is de meest -consequente uitwerking, die men zich denken kan, van de vermenging -van godsdienst en politiek in haar middeleeuwschen vorm. Dat hij, die -de materieele macht heeft, ook over de geesten dwang uitoefent, geldt -daarbij als volkomen natuurlijk; de mogelijkheid van het samenleven -der belijders van verschillende godsdiensten als gelijkgerechtigde -burgers van éénen staat, acht men uitgesloten. Zoo was het in de -middeleeuwen niet alleen bij de Mohammedanen; vóór en zelfs nog -lang na de reformatie dachten onze voorouders er niet veel anders -over. Het verschil ligt voornamelijk hierin, dat de Islâm al die -middeleeuwsche gedragsregelen in den vorm van eeuwig geldende wetten -heeft vastgelegd, zoodat dus een later geslacht, ook al wijzigt -zich het inzicht, zich niet gemakkelijk ervan emancipeeren kan. Te -moeielijker werd die losmaking, omdat èn de groote menigte èn het gros -der schriftgeleerden zich te steviger aan dat bedenkelijke erfdeel -van het voorgeslacht vastklemden, hoe meer de omstandigheden met de -verwerkelijking van dit gewelddadige program schenen te spotten. Aan -de opvoeding der menigte is nu eenmaal in de landen van den Islâm alle -eeuwen door weinig zorg besteed, en het denkbeeld eener toekomstige -wereldbeheersching was te vleiend voor hare ijdelheid om dit zoo maar -prijs te geven. De wetgeleerden hadden in hunne bekrompenheid geen -deel aan de volheid van het werkelijke leven; angstvallig bewaarden -zij de vormen der oude idealen, zonder zelfs te bemerken, dat de -inhoud eraan ontvloden was. Voor hen gold en geldt de waardeering der -godsdienstvrijheid door intellectueele Turken gelijk mijn vriend van -daarstraks als eene lichtzinnige concessie aan den verdorven tijdgeest. - - - - -Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed. - -Toch ging de beweging der geesten haren gang, in de laatste eeuw met -vaak verrassende snelheid. Juist door de stroefheid der Mohammedaansche -samenleving en de achterlijkheid en corruptheid der Mohammedaansche -staatsbesturen kwam gaandeweg het geheele gebied van den Islâm, in -tegenstelling met zijn zelfbewust program van wereldverovering, onder -den invloed van Europa. Het is al zoover gekomen, dat meer dan 90% -van alle Mohammedanen in wingewesten of protectoraten onder politieke -leiding van Europeesche mogendheden leven, terwijl de zelfstandigheid -van het overblijvende gebied, voornamelijk Turkije, alleen in schijn -gehandhaafd wordt door zekere handigheid in het balanceeren tusschen -de groote mogendheden, die elkander de voogdij betwisten. - -Al die aanrakingen tusschen het gebied van den Islâm en -de buitenwereld, die op dit totale verlies zijner politieke -onafhankelijkheid zijn uitgeloopen, danken haar eerste ontstaan aan -de behoefte van Europa aan economische expansie, aan het eigenbelang -dus der volken, die het middeleeuwsche stof wisten af te schudden en de -Mohammedanen in geestelijken en materieelen zin voorbijstreefden. Eerst -later maakte het bekrompen denkbeeld der exploitatie plaats voor -dat der annexatie, straks dat der volle inlijving van de veroverde -landen in dezen zin, dat de bevolking moest worden opgevoed tot -de voor haar bereikbare en gewenschte deelname aan de cultuur der -overheerschers. Dit ging niet ineens; de strijd tusschen het egoïsme -der voogden en hun plichtbesef jegens hunne pupillen is nog in vollen -gang. Maar de Europeesche voogden, zelfs zulke, wien de consequente -toepassing der nieuwere beginselen nog vaak te zwaar valt, schamen -zich nu reeds voor het belijden van een ander bestuursbeginsel -dan dat der zuivere harmonie van alle belangen van twee volken, -waarvan de geschiedenis het eene heeft gesteld onder leiding van het -andere. De Mohammedanen onder direct of indirect Europeesch bestuur -hebben hiervan al veel voordeel gehad, en men mag zeggen, dat zij er -in het algemeen beter aan toe zijn dan hunne geloofsgenooten in de -quasi-zelfstandige staten, waar zij de nadeelen ondervinden zoowel -van een corrupt bestuur als van den wedijver om economische winste -tusschen de groote machthebbers van het Westen. De druk, waaronder -in een land als Turkije de bevolking zucht, heeft evenwel toch ook -de zucht naar geestelijke ontwikkeling geprikkeld; de Jong-Turksche -beweging der laatste jaren getuigt er luide van. - -In de hooger ontwikkelde kringen van alle Mohammedaansche landen is -het besef algemeen geworden, dat de middeleeuwsche vermenging van -godsdienst en politiek, welke het stelsel van den Islâm voor altijd -wilde handhaven, niet van onzen tijd is. Zoozeer zijn de Mohammedanen -in de wereld de staatkundig en maatschappelijk minderen geworden, dat -het denkbeeld eener op hunnen godsdienst gegronde wereldheerschappij -alleen voor de onwetenden iets van zijne bekoring kon behouden. De -overigen schamen zich bijna voor de aanmatiging, die ons uit de leer -van den djihâd tegenklinkt, en geven zich alle moeite om te betoogen, -dat de wet zelve de toepassing ervan beperkt tot omstandigheden, -die zich nu niet meer voordoen. - - - - -Chalifaat en Djihâd. - -De les der verdraagzaamheid prentte zich het moeielijkst in bij die -volken, die in het politieke glorietijdperk van den Islâm vooraan -gestaan hadden, het allermoeielijkst bij de Turken, die in het -laatste roemtooneel de hoofdrol speelden. Toen in 1258 Bagdad door -de Mongolen verwoest en het daar sedert ruim vijf eeuwen gevestigde -Abbasiedenchalifaat weggeveegd werd, geraakte de Mohammedaansche wereld -niet uit hare voegen, zooals geschied zou zijn, indien dat chalifaat -nog iets met de centrale leiding van de gemeenschap der Mohammedanen te -maken gehad had. Inderdaad had dit vorstenhuis al drie en een halve -eeuw op den flauwen naglans van zijn kortstondigen roem geleefd, -en dat het in dien tijd niet door een der vele machtige soeltans -verdrongen werd, dat dankte het voor een goed deel juist aan zijne -practische onbeduidendheid. Zóó onbeduidend waren de naamchaliefen -geworden, dat Europeesche schrijvers zich soms hebben laten verleiden, -hen als eene soort van kerkvorsten van den Islâm voor te stellen, -die willens of onwillens hun wereldlijk gezag aan de vele landvorsten -van het wijde gebied van den Islâm hadden overgedragen. De totale -afwezigheid van wereldlijk gezag scheen hun, in verband met den -toch vaak gebleken eerbied des Moslims voor het chalifaat, alleen -bij de onderstelling van een geestelijk gezag, van eene soort van -Mohammedaansch pausdom denkbaar. Toch heeft zoo iets nooit bestaan, -en de Islâm, die priesters noch sacramenten kent, zou er ook geen -plaats voor gehad hebben. De menigte had daar, gelijk elders, -de legende liever dan de werkelijkheid: zij dacht zich den over de -gansche Moslimsche gemeente wakenden opvolger van den Profeet, zooals -die in de eerste twee eeuwen na de Hidjrah volgens de historische -overlevering werkelijk had bestaan, als voortbestaande, lang nadat -het instituut van het chalifaat in de politieke ontaarding van den -Islâm was ondergegaan. Maar niet als paus stelde zij zich hem voor, -neen als opperregeerder, vooral als amier al-moe'minien, aanvoerder -van de legerscharen van den Islâm, die eenmaal de heele wereld voor -zijn gezag zouden doen buigen. - -De chalief, de stedehouder van den Gezant van Allah, en de djihâd, -de heilige oorlog tegen de gansche wereld buiten den Islâm: aan deze -beide namen was onafscheidelijk de herinnering van die schitterende -tweehonderd jaren verbonden, waarin de loop der gebeurtenissen aan de -pretensie van wereldverovering door het Mohammedanisme gelijk scheen -te geven. Wat in de werkelijkheid onderging, bleef in de legende -voortleven; de vereering der schimchaliefen van Bagdad maakte het voor -vele Mohammedanen gemakkelijker, de verijdeling van hun staatkundig -ideaal te vergeten. - - - - -Het chalifaat der Turksche soeltans. - -Toen Bagdad gevallen en een groot deel der Abbasiedenfamilie uitgemoord -was, bleef dat politieke fetisisme nog nawerken; de Soeltans van Egypte -trokken er partij van door een der aan den moord ontkomenen in hunne -hoofdplaats de traditie van het schijnchalifaat te doen voortzetten -en zoo den indruk te vestigen, dat hun gebied nu het middelpunt -van den Islâm geworden was. Maar deze schaduw van een schaduw -moest geheel verbleeken, toen de zon der Osmanen hare middaghoogte -bereikte. Onder hunne leiding deed de Islâm zijne laatste poging om, -wel niet de wereld te onderwerpen, maar toch eene wereldmacht van -den eersten rang te worden. Hun gelukte het, Constantinopel (1452) te -veroveren, waaraan de grootste Moslimsche vorsten van voorheen hunne -krachten vergeefs hadden beproefd. Toen zij nu in 1517 Egypte, en in -het gevolg daarvan ook de provincie der heilige steden van Arabië, -Mekka en Medina, onderworpen hadden, vonden zij zich sterk genoeg om -te pogen, de traditie van het werkelijke chalifaat te doen herleven -of althans de rol van feties zelf op zich te nemen. Hiervan weerhield -hen zelfs niet het uitdrukkelijke voorschrift der wet, dat afstamming -van den edelen Arabischen stam van Qoraisj als vereischte stelt aan -hem, die het chalifaat zal bekleeden. Drogredenen van gedienstige -wetgeleerden hielpen hun om dit bezwaar ter zijde te stellen, en de -menigte verzette zich tegen deze kunstgrepen niet, nu de droombeelden, -die zij met het chalifaat verbond, werkelijkheid schenen te worden. Wie -Klein-Azië, Syrië, Egypte, West-Arabië en Mesopotamië beheerschte, het -Byzantijnsche rijk veroverd had, en door een groot deel van Europa als -een geduchte vijand beschouwd werd, mocht gerust zijn zwaard als feties -in de plaats stellen van den krachteloozen stamboom der Abbasieden. - -Het aldus herboren chalifaat miste derhalve traditioneele kenmerken -van beteekenis, en het kon ook in andere opzichten niet als de -regelmatige voortzetting van het oude beschouwd worden. Van de oudste -Mohammedaansche landen bleven verscheidene geheel buiten de Turksche -invloedssfeer; en dat niet alleen zulke, waar zooals in Perzië eene -aan de Turken vijandige dynastie de vaan der ketterij ontplooide, -maar bovendien volkomen orthodoxe rijken in Centraal-Azië, in Indië, -in Noordwest-Afrika, waar het Turksche zwaard geene gelegenheid vond -zich te doen gelden. In Marokko werd zelfs het Turksche chalifaat -rechtstreeks verloochend doordien de locale vorsten, afstammelingen van -den Profeet, zelf den hoogsten titel aannemen. Elders weer ontstonden -gelijktijdig met of na de opkomst der Osmanen nieuwe Mohammedaansche -rijken, die nooit met eenig werkelijk of vermeend politiek centrum -van den Islâm in contact gekomen zijn; zoo in het Verre Oosten van -Azië en in Centraal-Afrika. - - - - -Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen. - -De aanmatiging van den chaliefentitel door de Osmanen-soeltans -had inderdaad slechts deze beteekenis, dat zij in hunne politieke -glansperiode zoo ondubbelzinnig mogelijk vastgesteld wilden zien, dat -geen ander Moslimsch vorst zich in beteekenis met hen kon meten. Dit -kon niet doelmatiger geschieden dan door de toevoeging aan al hunne -wijdsche Turksche en Perzische titels van den naam van het hoogste -ambt, dat ooit in den Islâm bestaan had. Aan hunne macht heeft die -eeretitel van chalief nooit iets toegedaan; zij beheerschten alleen -hetgeen hunne legers veroverd hadden en oefenden buiten dat gebied -niet den minsten invloed. - -Het Turksche zwaard verloor weldra veel van zijne scherpte; lang -vóórdat de politiek der Europeesche groote mogendheden het eene -stuk na het andere van het Osmanenrijk afknabbelde, hadden zich -verscheidene provinciën tot zelfstandige leenrijken onder erfelijke -dynastiën ontwikkeld. Sedert Turkije, in zijn politiek gedrag geheel -van niet-Mohammedaansche mogendheden afhankelijk, nog slechts ongeveer -5% van de Mohammedanen der wereld zijne onderdanen noemt, zou het -hoogst belachelijk klinken, den soeltan van dat rijk "Stedehouder van -den Gezant Gods, Opperbevelhebber der Geloovigen" te hooren noemen, -indien men niet ook buiten Turkije aan veel traditioneele dwaasheid -in vorstelijke titels gewoon was. - - - - -Panislamitisch streven van Abdoelhamied. - -Juist in de laatste eeuw is het aan de Turken door een samenloop van -omstandigheden soms gelukt, uit dien met twijfelachtig recht gevoerden, -zinledig geworden titel wat kleine munt te slaan. - -De duizendvoudig vermeerderde verkeersmiddelen hebben ook -Mohammedaansche volken, die vroeger elkanders bestaan niet of -nauwelijks kenden, met elkaar in aanraking gebracht. De ongeveer -230 millioen Moslims, die onder niet-Moslimsch bestuur leven, -beschikken meerendeels niet over genoeg historisch geheugen om te -begrijpen, dat de bestuursverandering voor hen eene verbetering -geweest is. Het politieke verleden van den Islâm zien zij enkel door -den sluier der legende, en wanneer het heden hun tot grieven en -bezwaren stof biedt--en waar ontbreken die?--, dan zijn zij licht -geneigd te gelooven, dat al die klachten verholpen zouden zijn, -wanneer slechts de Heer der Geloovigen zich met hunne belangen kon -bemoeien. Van het wanbestuur, waaronder de werkelijke onderdanen des -Soeltans van Turkije zuchten, hooren zij weinig en ondervinden zij -niets. En de Soeltan, die het in dit opzicht het ergst gemaakt heeft, -totdat hij in 1909 door zijne onderdanen afgezet en verbannen werd, -heeft met meer ijver en met meer succes dan een zijner voorgangers aan -de verbreiding der valsche droombeelden omtrent het Chalifaat onder de -Mohammedanen gewerkt. Zijne listige, maar kortzichtige politiek, die -zijn eigen rijk steeds nader bij den ondergang bracht, zocht troost -voor menigen tegenslag in panislamitische intrigues, op touw gezet -door gewetenlooze, maar meestal onkundige en onhandige handlangers, -die aan de goedgeloovigen een ideaal chaliefenbeeld vertoonden en -beweerden, dat dit het welgelijkend portret van Abdoelhamied was. - - - - -Geene organisatie van het panislamisme. - -Men heeft vaak gesproken van eene organisatie van het panislamisme -onder leiding van Abdoelhamied. Ten onrechte. In 1897 heb ik, naar -aanleiding van eenige vuile, in het geheim verspreide pamfletten, -die de intiemste raadgevers van den Soeltan in hun wedijver om diens -gunst tegen elkander losgelaten hadden, gepoogd een beeld te geven -van de geestelijke atmosfeer, waarin die despoot leefde [2], en toen -ik in 1908 de eerste twee maanden der revolutie te Constantinopel -bijwoonde, vond ik van de juistheid van dat beeld de volle bevestiging -[3]. Die bende van bekrompen kuipers was allerminst geschikt om eene -ernstige internationale beweging te leiden. Zij exploiteerden de met -enkele Mohammedanen van aanzien uit niet-Turksch gebied aangeknoopte -betrekkingen tot verhooging van eigen aanzien en voordeel, zonder -werkelijk nut voor de wederopwekking van het doode chalifaat. De -vestiging van eenige Turksche consulaten in Mohammedaansche landen -onder Europeesch bestuur trof evenmin doel. Men vergat gewoonlijk -den consuls hunne tractementen uit te betalen; de consuls kenden niet -eens de talen der bevolkingen, waaronder zij leefden, en deden geen -moeite om ze te leeren. Hunne meestal zeer "vrijzinnige" levenswijze -diende niet om het respect voor hunnen zender te verhoogen. - -Het panislamisme kan nu eenmaal niet met een ander program werken -dan met het versletene, voor verwezenlijking onvatbaar geblekene -der wereldverovering door den Islâm en dit heeft op de verstandige -belijders van den Islâm geen vat meer, terwijl het onder de domme -menigte, die nog voor de bekoring van den strijd tegen alle kafirs -vatbaar is, alleen verwarring en onrust stichten kan. Het kan hoogstens -plaatselijke stoornis verwekken, nooit in eenigen zin opbouwend werken. - - - - -De chalief geen kerkvorst. - -Denkelijk zonder het te bedoelen hebben sommige Europeesche -staatslieden en schrijvers aan de panislamitische gedachte zekeren -steun gegeven door hunne op volslagen misverstand berustende -beschouwing van het chalifaat als eene soort van Mohammedaansch -pausdom. Vooral in Engeland vond die voorstelling aanhangers in den -tijd, toen dit land nog gold als de beschermer van den Turk tegen van -Rusland dreigend gevaar. Men achtte het nuttig, de Britsch-Indische -Moslims te doen gelooven, dat de Britsche Regeering met hunnen -kerkvorst op voet van intieme vriendschap leefde. Turksche staatslieden -maakten van deze dwaling een handig gebruik. De ware leer van het -chalifaat met zijne taak van vereeniging aller geloovigen onder zijne -vaan om dan den strijd tegen alle kafirs aan te binden, konden zij -natuurlijk tegenover hunne Europeesche vrienden niet belijden. Des -te meer verheugde het hen, te zien, dat dezen zich van dat instituut -eene weliswaar valsche, maar juist daarom voor niet-Mohammedanen -aannemelijke voorstelling vormden. Zij wachtten zich er wel voor, -deze te verbeteren, want het was hun genoeg, zich tegenover hunne -geloofsgenooten erop te kunnen beroepen, dat de pretensie der Osmanen -op het chalifaat zelfs bij niet-Mohammedaansche groote mogendheden -wel erkenning vond. - - - - -De Turksche omwenteling en het panislamisme. - -Al was het panislamisme niet georganiseerd, het stelde zich niettemin -dikwijls in Mohammedaansch gebied onder Europeesch bestuur aan de -normale ontwikkeling eener voor beide partijen gewenschte verhouding -tusschen bestuurders en bestuurden in den weg; speculeerend op alle -vormen van ontevredenheid, werkte het heimelijk als vredeverstoorder, -zonder dat de gewekte of geprikkelde tweedracht eenig uitzicht op -verbetering kon openen. - -Bij alle Europeesche mogendheden moest het als een welkom gevolg van -de revolutie van 1908 begroet worden, dat de Jong-Turken, die het -herstel der constitutie afdwongen, met de middeleeuwsche vermenging -van godsdienst en politiek wilden breken. De handhaving van den -Islâm als staatsgodsdienst was hunnerzijds eene concessie aan de -oude overlevering, die aan de volkomen gelijkstelling der belijders -van alle godsdiensten als burgers van het Turksche rijk niet tekort -mocht doen. Het herboren Turkije moest een moderne rechtsstaat zijn -in den vollen zin des woords. Voor chalifaat en djihâd was in zulk -eenen staat geene plaats. Turken en Arabieren, Grieken, Armeniërs, -Joden, en wie nog verder onder de Halve Maan samenleefden, moesten in -vrijheid, gelijkheid en broederschap samenwerken om Jong-Turkije tot -eenen in het internationale leven geëerbiedigden staat te maken. Met de -onder niet-Mohammedaansch bestuur levende geloofsgenooten der Turken -zou het Osmanenrijk zich geene bemoeienis aanmatigen. Hoogstens -zou de regeering, ingeval dezulken over miskenning hunner rechten -te klagen hadden, wellicht vertoogen doen hooren van dezelfde soort -als die Christelijke mogendheden zoo vaak tot Turkije gericht hadden -naar aanleiding van vermeende verdrukking van Christenvolken onder -Turksch bestuur. - -Weldra bleken deze idealen vooralsnog veel te hoog gegrepen. De -hebzucht der Europeesche mogendheden gunde aan Jong-Turkije niet -de voor inwendige hervorming noodige rust. Op de geestdriftvolle -harmonie van de eerste dagen der verlossing uit de klauwen van het -despotisme volgde spoedig de herleving van den ouden binnenlandschen -strijd, nu niet meer door gemeenschappelijke vrees voor den tyran -in toom gehouden. Het Comité van Eenheid en Vooruitgang, dat voor -of achter de schermen de zaken leidde, zag zich genoopt, eensdeels -de gehate bestuursmiddelen van het despotisme weer aan te wenden, -anderdeels ten koste van zijn eigen program vele concessies te doen, -ook aan de Moslimsche orthodoxie en aan het geloof en bijgeloof der -menigte. De feties van het chalifaat moest weer uit het museum van -oudheden, waarin men het voorloopig had opgeborgen, voor den dag -gehaald worden. Wat het daarmêe eng verbonden denkbeeld van djihâd -betreft, de Europeesche mogendheden zorgden ervoor, dat dit niet -vergeten werd. Turkije werd voortdurend tot djihâd gedwongen. - - - - -Djihâd en heilige oorlog. - -Wanneer wij het woord djihâd door "heilige oorlog" weergeven, -dan geschiedt dit met recht, in zooverre zulk een strijd voor de -Mohammedanen, die hem voeren, een heilig, een godsdienstig karakter -heeft. Maar men vergist zich, als men zich voorstelt, dat daarnevens -iets als een onheilige of profane oorlog zou bestaan. De Islâm kent, -afgezien van de als een politiemaatregel te beschouwen aanwending van -het leger tot bedwinging van opstand tegen het wettig gezag, geen -anderen oorlog dan den djihâd, en geen ander doel van den djihâd -dan de verdediging der belangen van den Islâm tegen aanranding -door niet-Mohammedanen of de uitbreiding van het gebied van den -Islâm ten koste van de Dâr al-Harb, het gebied der ongeloovigen. De -oorlogen, die Turkije onder Abdoel-Hamied tegen Rusland en tegen -Griekenland te voeren had, zijn door Turken en Arabieren nooit -anders dan djihâd genoemd, al was men voorzichtig genoeg om het -gebruik dier middeleeuwsch-fanatieke benaming in het verkeer met -Europeanen te vermijden. Hetzelfde geldt van den oorlog met Italië -om Tripoli en van dien met de Balkanstaten. Voor de Mohammedanen, -die op de oude wijze voortgaan, godsdienst en politiek te vermengen, -bestaat geen andere oorlog dan godsdienstoorlog. Dat er een bijzonder -edict van den Soeltan-Chalief noodig zou zijn om eenen oorlog van -Turkije tot djihâd te stempelen, is alweer eene dier belachelijke -wanvoorstellingen omtrent Mohammedaansche zaken, zooals er zoovele -in Europa tot gangbare munt zijn geworden. De Turken plegen zulke -domheden niet te bestrijden, maar zich in den omgang met Europeanen -erbij aan te sluiten, als hun belang dit medebrengt. Voor geen Moslim -ter wereld heeft echter, wanneer Turkije in een oorlog gewikkeld -is, de vraag, of de Soeltan den heiligen oorlog heeft afgekondigd, -een redelijken zin. Dit alles behoort men wel te bedenken, wil men -de politieke gebeurtenissen der laatste dagen, voor zoover Turkije -daarbij betrokken is, recht verstaan. - - - - -Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije. Hugo Grothe. - -Er zijn over die gebeurtenissen in Duitschland vlugschriften -verschenen, die in sommige opzichten ook buiten Duitschland wel -eenige aandacht verdienen. "Deutschland, die Türkei und der Islâm" -heet het geschrift van Hugo Grothe, die op economisch gebied als -competent geldt, en wiens vroegere werken de resultaten mededeelen -van zijne onderzoekingsreizen in Europeesch en Aziatisch Turkije, in -Perzië en Tripolitanië. Deze brochure maakt deel uit van eene reeks -"Zwischen Krieg und Frieden", onder redactie van Irmer, Lamprecht -en von Liszt, politieke opstellen voor het groote publiek; onder de -medewerkers komt Fürst von Bülow voor. - - - - -Misverstand bij Grothe. - -Waar Grothe het gebied der economische politiek verlaat, toont -hij zich dadelijk vreemdeling. Het politieke Islâmvraagstuk staat -hem bijv. niet duidelijk voor den geest. Het chalifaat noemt hij -de wereldlijke vertegenwoordiging van de godsdienstige gemeenschap -der Mohammedanen, eene wel wat flauwe uitdrukking van het denkbeeld, -dat alle Mohammedanen in politieken zin rechtens onderdanen van den -chalief zijn, die evenwel in de uitoefening zijner bestuursrechten ten -aanzien van tegenwoordig 95% dier onderdanen verhinderd wordt door -ongeloovige vorsten, wier gezag uit zijnen aard onwettig is. Maar -nu citeert Grothe op eene andere bladzijde uit eene 8 Augustus door -den Keizerlijken Gouverneur van Kameroen aan de Inlandsche bevolking -gerichte proclamatie deze woorden: "Uns hilft ferner der Sultan in -Stambul, der in Glaubenssachen der Oberherr aller Mohammedaner ist", -en wel verre van de noodige correctie aan te brengen, noemt hij dezen -officieelen onzin "von Interesse". Grothe's voorstelling, dat in het -begin van den tegenwoordigen oorlog de "djihâd van Duitschland" het -onderwerp van besprekingen en gebeden in de moskeeën van Turkije was, -behoort wellicht tot de dichterlijke inkleeding, want wél vertalen wij -djihâd ongeveer juist door "heilige oorlog", maar óns "heilige oorlog", -zooals dat thans door iedere krijgvoerende partij op haar eigen strijd -wordt toegepast, wordt geenszins door het Arabisch-Mohammedaansche -djihâd weergegeven. Waar ouderwetsch vrome Mohammedanen dezen oorlog -in het gebed gedenken, daar zal het gebed ongeveer aldus luiden: -"Wij danken U, Allah, dat Gij de legerscharen des Duivels tegen -zichzelve verdeeld hebt en dat Uw almacht sommigen hunner dwingt, -de verdedigers van den Islâm met hunne wapenen en hunne mannen te -steunen. Schik dit alles, o Heer, tot eene nabijzijnde zegepraal der -geloovigen en tot ondergang van allen, die ongehoorzaam zijn aan U en -Uwen Gezant." Zóó en zoo alleen is de opvatting van zúlke Moslims, -die door de geschiedenis nog niet genoeg ontnuchterd zijn om het -inzicht te deelen van den Turk, wiens woorden ik in den aanhef van -dit opstel citeerde. - - - - -Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije. - -Dichterlijke inkleeding van Grothe is het ook, wanneer hij een te -Konia, Bundur en Sparta waargenomen aardbeving laat medewerken om -de Turken te brengen tot het juiste inzicht in de beteekenis der -catastrophe, die wij beleven; inkleeding, wanneer hij op zijne reizen -Turken, Arabieren, Koerden en Anatoliërs steeds hoort getuigen van -hunne sympathie voor Duitschland en denkbeelden over de politiek -van den dag hoort uiten, die ook geen haarbreed van die van Grothe -afwijken. Hoort uiten in talen, waarvan hij niets verstaat, want de -twee Turksche uitdrukkingen, die Grothe te pas brengt, zijn in strijd -met het idioom [4]. - -Dichter blijven wij bij de aarde, wanneer wij Grothe volgen in -zijn overzicht van de economisch-politieke betrekkingen tusschen -Turkije en Duitschland, zooals die zich sedert 1880 ontwikkeld -hebben. Duitschland, zegt hij, is door een samenloop van ongunstige -omstandigheden erg achteraan gekomen in het deelnemen aan den -wedstrijd der Europeesche mogendheden om de economische en commercieele -voordelen, die in het gebied van Turkije te behalen zijn. Eigenlijk -zette de gunstige keer pas in met de concessie van den Anatolischen -spoorweg aan een Duitsch syndicaat (1888), waarop later die van den -Bagdadspoorweg volgde. Van de snelheid der beweging krijgt men eenige -voorstelling door de cijfers van in- en uitvoerhandel tezamen tusschen -Duitschland en Turkije voor 1888: 14 millioen, en voor 1913: 200-250 -millioen mark. De concurrentie met Engeland, Frankrijk en Rusland -maakte ook hier eene afbakening der belangensferen voor alle partijen -gewenscht. Vóór den oorlog was het overleg zoo ver gevorderd, dat men -in dit jaar het totstandkomen eener overeenkomst verwachtte, waarbij -Engeland Zuid-Mesopotamië als economisch gebied zou krijgen, Frankrijk -Syrië, Duitschland het gedeelte van Mesopotamië en Klein-Azië, dat -ongeveer begrensd wordt ten Noorden door den 34sten en den 41sten -graad Oosterlengte, en ten Zuiden door den 36sten en den 39sten graad -Noorderbreedte, terwijl het Noorden van Klein-Azië voor spoorwegaanleg -aan eene Fransch-Russische combinatie overgegeven zou worden. - - - - -Duitschland de redder van Turkije. - -Duitschland zou in die economische invloedssfeer wel een weinig -dankbaar, maar toch lang niet voldaan zijn geweest. Sedert Augustus is -het begonnen, zich heel andere grenzen af te bakenen, altijd voor het -geval, dat zijne gunstige verwachting van de krijgskans niet beschaamd -wordt. Het heeft daartoe, volgens Grothe, het volste recht. Want men -mag als zeker aannemen, dat in het voor Duitschland ongunstige geval -Rusland niet aarzelen zou, het Turksche rijk te vernietigen. Nu -Rusland den voor zijne ontwikkeling noodigen ijsvrijen zeeweg in -het Verre Oosten niet kan vinden zonder conflict met Japan, in de -Perzische Golf niet zonder strijd met Engelsche belangen, staat het -voor het Tsarenrijk meer dan ooit vast, dat het Constantinopel moet -bezitten. Engeland, dat zich vroeger steeds hiertegen verzet heeft, -zou thans daartoe medewerken; het zou daarvoor Mesopotamië en Arabië -als zijn gebied mogen beschouwen. - -Alleen Duitschland kan Turkije redden, en het heeft daarbij -een reusachtig belang, want alleen het behoud van de volkomen -integriteit van het rijk der Osmanen maakt het voor Duitschland -mogelijk, zijne daar verkregen economische positie te beschermen en -te verhoogen. Bovendien is Duitschland onder de groote mogendheden, -waarmee Turkije te rekenen heeft, de eenige, die geen duimbreed van -dit land zou willen, of zelfs zou kunnen annexeeren. Duitschlands -geographische ligging zou het verhinderen, zulk bezit afdoende tegen -aanvallen te verdedigen en er profijt van te trekken. Daarom is -Duitschland gedurende de kwarteeuw van zijne intieme relaties met -Turkije altijd de eenige betrouwbare vriend van het rijk van den -Soeltan-Chalief geweest. Er bestaat tusschen beide landen, buiten -alle gevoelsquaesties, eene in den aard der zaken gegronde gemeenschap -van belangen, terwijl de belangen van alle andere groote mogendheden -slechts ten koste van Turkije's welzijn, ja eindelijk van zijn bestaan, -te bevorderen zijn. - -Turkije heeft dit niet altijd ten volle zoo ingezien; er viel een zeker -wantrouwen te overwinnen, gekweekt door de oneerlijke concurrentie van -Duitschlands benijders en deels ook bevorderd door Duitschlands vaak -te zwakke politiek. Maar nu zijn den Jong-Turken, die het roer van -den staat in handen hebben, de schellen van de oogen gevallen. Men -schijnt te Constantinopel nog slechts op Duitsche overwinningen -in Noord-Frankrijk en Galicië te wachten--Grothe schreef vóór de -Turksche oorlogsverklaring--om zich met Duitschland en Oostenrijk -tegen de Verbonden Mogendheden te vereenigen. Het Turksche leger, dat -reeds zooveel voor zijne organisatie aan Duitsche leering en leiding -te danken heeft, zal, om zijne taak te volbrengen, groote behoefte -hebben aan Duitsche hulp en steun, maar dan zal het ook een niet te -versmaden medewerker zijn. Dit laatste vooral, indien de Chalief den -"grooten heiligen oorlog", den djihâd afkondigt. - - - - -De door Grothe gewenschte djihâd. - -Hier raakt nu Grothe te eenen male de kluts kwijt, daar hij niet -weet, dat elke door Turkije gevoerde oorlog voor Mohammedanen van den -ouden stempel, die de intellectueele beweging van het Mohammedaansche -Oosten der laatste jaren niet medegemaakt hebben, een djihâd is. De -vraag is voor dezulken niet: "djihâd of profane oorlog?" maar: "aan -wien wordt door Turkije de djihâd verklaard?" En dan, gesteld, dat -het antwoord luidt, zooals Grothe zich dat voorstelt, namelijk djihâd -"tegen alle mogendheden, die Mohammedaansche landen hebben opgeslokt en -den Islâm aldus van zijnen glans hebben beroofd," dan blijft de vraag, -of inderdaad, zooals Grothe hoopt en verwacht, de Mohammedaansche -volken onder Europeesch bestuur zóózeer onder de betoovering van de -namens Soeltan Mehmed Resjâd gedane oproeping tot den krijg zullen -komen, dat zij hunne meesters "hier heimlich und verschlagen, dort mit -fanatischer Kühnheit" op het lijf zullen vallen. Grothe ziet in zijne -verbeelding reeds, hoe "der so aufgerollte Glaubenskrieg"--zoo noemt -hij het zonder omwegen--voor Engeland "den Niedergang seiner Grösse" -beteekenen zal. - - - - -De fetwa over den heiligen oorlog. - -Wij weten, dat Turkije op dit oogenblik bezig is, de door Grothe -en zijne geestverwanten aanbevolen proef te nemen met zulk eenen -godsdienstoorlog. De hoogste wetgeleerde autoriteit te Constantinopel, -de Sjeich oel-Islâm, die sedert de revolutie van 1908 steeds een -creatuur en een werktuig is van het Jong-Turksche Comité, heeft -met "Ja" geantwoord op eene reeks van vragen, die hem voorgelegd -zijn door den onbeduidenden opvolger van Abdoel-Hamied, met wien de -leiders van het Jong-Turksche Comité alles doen, wat zij willen. In -werkelijkheid vormen die vragen en antwoorden [5] samen eenvoudig -eene proclamatie van Enver en Talaät, de leidende Comité-ministers, -en doen de vrager (de Soeltan) en degene, die het antwoord geeft -(de Sjeich oel-Islâm), daarbij den dienst van marionetten. Die -proclamatie van de mannen van het Comité van Eenheid en Vooruitgang -(waarmeê N.B. oorspronkelijk de eenheid der verschillende naties onder -de Halve Maan en haar vooruitgang als moderne staat bedoeld werden) -komt hierop neer, dat, wanneer de Vorst aller Mohammedanen den heiligen -oorlog verklaart aan den vijanden van den Islâm, die de landen van den -Islâm plunderen, en de bevolking dier landen slachten of tot slaven -maken, het de plicht van alle Mohammedanen in de wereld is, met goed -en bloed aan dien oorlog deel te nemen, dat dus inzonderheid ook de -Mohammedaansche onderdanen van Frankrijk, Rusland en Engeland tot -zulke deelname verplicht zijn, dat zij, die dezen plicht verzuimen -en den strijd vermijden, zich den toorn Gods op den hals halen, dat -echter Mohammedanen, die onder het bestuur der genoemde mogendheden -of hunner bondgenooten leven en met dezen samen oorlog voeren tegen -Duitschland en Oostenrijk, de helpers van Turkije, eene groote -zonde begaan, die zeker Gods toorn medebrengt. Deze kennisgeving -van hetgeen de Goddelijke wet volgens den rijksuitlegger derzelve in -hare toepassing op den politieken toestand van het oogenblik leert, -diende als grondslag voor een op 12 November uitgegeven manifest van -den Soeltan tot leger en vloot. - - - - -Het manifest van den Soeltan. - -Dit manifest stelt voorop, dat Rusland, met Engeland en Frankrijk, -de vijandelijkheden begonnen is, dat Turkije dus tot het opvatten -der wapenen gedwongen werd, dat Rusland trouwens reeds drie eeuwen -lang geene gelegenheid ongebruikt liet om Turkije te benadeelen, -dat millioenen Mohammedanen onder het tyrannieke bestuur der genoemde -mogendheden zuchten, dat daarom de heilige oorlog verklaard is, van -welks uitslag niet alleen het welzijn van het Turksche rijk, maar -ook het leven en de toekomst van 300 millioenen Mohammedanen--deze -schatting is overgenomen uit de rede, die de Duitsche Keizer in 1898 -bij het graf van Saladijn te Damascus hield; de bevolking schijnt dus -in de sedert verloopen 16 jaren niet toegenomen te zijn--afhangen. De -genade van Allah en de bijstand van den Profeet zullen de in de -samenwerking met Duitschland en Oostenrijk ondernomen bestrijding -van de vijanden van den Islâm tot overwinning voeren. - - - - -De groote demonstratie. - -Constantinopel zou Constantinopel niet zijn, wanneer deze extravagante -uitingen van het Comité niet gevolgd waren door eene betooging, eene -numâjesj. Toen ik in 1908 de eerste twee maanden der door militairen -onder leiding van het Comité bewerkte revolutie bijwoonde, ging er -geen dag voorbij zonder een aantal van die numâjesj; menschenmassa's, -die achter een paar vlaggen met "Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap" -aanholden, bij sommige publieke gebouwen of woningen van autoriteiten -halt hielden en daar redevoeringen toejuichten, waarvan niemand -iets verstaan kon. Vroeg men aan de toejuichers, waarom het ging, -dan kreeg men ten antwoord: "revolutie, vrijheid, de politie is -immers afgeschaft" en dergelijke. Zoo hebben ook nu de Comitémannen -de bevolking op 14 November gedurende acht volle uren op een numâjesj -onthaald. - -In de moskee van Mehmed den Veroveraar, die herinnert aan de grootste -overwinning der Turken op het Christendom, de verovering van Byzantium -in 1452, werden de hierboven geresumeerde vragen en antwoorden -voorgelezen, de fetwa dus over den heiligen oorlog. Gebeden werden -uitgesproken, lange toespraken gehouden, aan het gejuich kwam geen -eind. De stoet trok door de voornaamste wijken der stad, maakte zijne -opwachting bij den Groot-Wezier en den Soeltan, en..... demonstreerde -voor de Duitsche en Oostenrijksche gezantschappen. Nazim-bey en -Moechtar-bey, trouwe Comité-mannen, complimenteerden respectievelijk -den Duitschen en den Oostenrijkschen Gezant, en hunne redevoeringen -werden door de ambassadeurs beantwoord. De in de Duitsche ambassade -gewisselde toespraken zouden door Dr. Grothe niet anders zijn -opgesteld. De Duitsche Gezant sprak namelijk niet alleen van -Duitschland en Turkije, maar van hun gemeenschappelijken strijd -voor het wezenlijk heil der Mohammedaansche wereld, van de Duitsche -vriendschap voor het Osmanenrijk, maar vooral voor de belijders van -den Islâm, welke allen na de overwinning der Duitsche en Turksche -wapenen eene schitterende toekomst tegemoet gaan. De Oostenrijksche -Gezant is iets voorzichtiger en minder Mohammedaansch geweest in zijn -antwoord en heeft alleen gesproken van den heiligen oorlog, dien het -Osmanenrijk gezamenlijk met Oostenrijk voerde, en van de sympathie, -die Oostenrijk met Turkije verbond. Maar de geheele vertooning heeft -toch op die Mohammedanen, die niet als wij daarbij bovenal aan eene -Offenbach-operette herinnerd werden, zoo eenigen, dan alleen dezen -indruk kunnen maken, dat Duitschland en Oostenrijk zich in dienst van -Turkije gesteld hadden voor het voeren van een djihâd, want uit eigen -hoofde kan van de drie alleen Turkije in djihâd gewikkeld zijn. Eenen -oorlog tusschen kafirs onderling met den naam djihâd te bestempelen, -is voor goede Mohammedanen godlasterlijk of bespottelijk. - - - - -Becker's voorstelling der zaak. - -Grothe heeft dus niet alleen waar hij de economisch-politieke -betrekkingen van Duitschland in het naaste verleden en in de toekomst -besprak, maar ook waar hij over het opwekken van het sluimerende -Mohammedaansche fanatisme in het belang van Duitschland handelde, het -gevoelen van heerschende kringen in zijn vaderland weergegeven. Dit -maakt het mij iets minder onverklaarbaar, dat ook mijn waarde -vakgenoot, Prof. C. H. Becker te Bonn, die tot vóór korten tijd -de Islâmwetenschap aan het Kolonial Institut te Hamburg met eere -vertegenwoordigde, in den onwaarschijnlijken djihâd-roes, die thans -de Duitsche politici schijnt te bezielen, is medegesleept. Zijn -vlugschrift "Deutschland und der Islâm" [6] ademt denzelfden geest -als dat van Grothe, al onderscheidt het zich gunstig hiervan door meer -bezadigden toon en vooral, het spreekt wel vanzelf, door kennis van den -Islâm. Becker vult verder Grothe's toekomstbeeld van de betrekkingen -tusschen Duitschland en Turkije belangrijk aan door in zijn program van -de bescherming der integriteit van Turkije op te nemen de militaire -en politieke wedergeboorte van het rijk der Halve Maan, zóó dat het -herschapen worde in een modernen rechtsstaat met een eerbiedwekkend -leger. Niet alleen Duitsche fabrikaten en kapitaal, neen ook Duitsche -geest moet in Turkije gaan werken. Dit laatste volgens eene betere -methode dan de door Frankrijk of door Engeland in hunne koloniën -toegepaste: "eine gesunde Volksschulbildung nach modernen Methoden, -aber auf der Basis des überlieferten orientalischen Bildungsinhalts -und getragen von den besten Kräften der islâmischen Religion." Hierop -komen wij nog terug. Eerst nog een paar opmerkingen in verband met de -voorstelling, die men aan de geschriften van Grothe en Becker samen -ontleenen kan, van de ontwikkeling der politieke harmonie tusschen -Duitschland en Turkije, met terzijdestelling voorloopig van hetgeen -zich met het chalifaat en het Moslimsch fanatisme laat bewerken. - - - - -De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije. - -Het laat zich best begrijpen, dat Duitschland bij de snel aangegroeide -belangen, die het in Turkije heeft verkregen, gaarne de gevaren en de -moeilijkheden, die uit de actie van mededingers kunnen voortspruiten, -tot de kleinste afmetingen teruggebracht zou zien. Even verklaarbaar -is het, dat Turkije op den duur van de concurreerende mogendheden nog -het liefst met Duitschland te doen had, daar bij deze aanraking niet -zoo licht verlies van gebied te vreezen viel. "Op den duur" zeg ik met -voordacht, want er zijn wel oogenblikken geweest, waarop de Soeltan -of het Comité moesten denken: Waar blijft nu de vriendschap? In den -tijd van Abdoel-Hamied uitte zich de Duitsche genegenheid alleen jegens -hem, die alle macht in zich bevatte, maar die thans algemeen beschouwd -wordt als de grootste vijand, dien zijn volk gekend heeft. Van 1888 tot -1908 negeerde Duitschland het Turksche volk, daar het Duitschland niet -van nut kon zijn. Wie den aard van Europeesche politieke vriendschap -een weinig kent, zal zich hierover evenmin verbazen als over Keizer -Wilhelm's geringe belangstelling in het lot van den vroeger zoo -geliefden Abdoel-Hamied, toen deze door het Comité eerst gedwongen -werd, voor vrijheidsvriend te spelen, daarna te verdwijnen. - -Wie sedert 1908 gunst of voordeel zocht in Turkije, moest die afdwingen -of afbedelen van het Comité. Dit kon, zooals ook onze Duitsche -schrijvers opmerken, Duitschland niet dadelijk vertrouwen, daar de -vrijzinnige Turken, die vóór de revolutie hun land ontvloden, in -Duitschland geweerd werden ter wille van den bevrienden despoot. Toen -Oostenrijk van de algemeene verwarring na de revolutie gebruik maakte, -eerst om Bulgarije geheel van Turkije te helpen losmaken, daarna om -zelf een stuk Turksch gebied te annexeeren, stak Duitschland geen -vinger uit om zijn bondgenoot van die voor Turkije zoo pijnlijke -amputatie terug te houden. Later nam Italië Tripoli, en Turkije kon -Duitschlands verdienste, de eenige in den driebond te zijn, die niets -wegnam, maar half waardeeren, omdat het de natuurlijke beletselen -van zulk eene toeeigening even goed kende als ieder ander. Waar zulke -beletselen niet bestonden, nam Duitschland even gretig zijn deel als -de anderen, en in Afrika heeft het zelfs twee millioen Mohammedanen -aan zijn gezag onderworpen, een gezag, dat door de betrokkenen toch -niet minder tyranniek gevonden zal worden dan de Britsch-Indische -en Noord-Afrikaansche Mohammedanen volgens Soeltan Mehmed Resjâd en -volgens Becker het Britsche en het Fransche bestuur vinden. - - - - -Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika. - -Nu moge Becker zeggen: die Mohammedanen hadden wij al toen onze groote -ingenomenheid met Turkije en den Islâm begon, en bovendien tellen -die pikzwarte Moslims zelfs in de oogen van Turken en Arabieren -maar voor half, maar dat is geen ernstig antwoord op de bedenking, -te minder daar de Islâm die geringschatting der negers niet alleen -theoretisch verwerpt, maar ook practisch voor begaafde negers in de -Moslimsche maatschappij alle wegen steeds veel wijder opengestaan -hebben dan in Christelijke landen. Wel heeft Becker de verdrukte -Mohammedanen, die nu door Duitschland geholpen moeten worden, slechts -op 150 millioen begroot, zoodat alleen Rusland, Engeland en Frankrijk -als de verdrukkers gelden, maar de Soeltan heeft in zijn manifest -de volle 300 millioen, waarop de Keizer de Islâmbelijders taxeerde, -als te bevrijden verdrukten aangeduid, en dus bij vergissing de twee -millioen Duitsche onderdanen, en de Moslims onder Oostenrijksch en -Italiaansch gezag, om niet meer te noemen, meegeteld. - -In den Balkanoorlog stond Turkije's zelfstandigheid zeker niet minder -ernstig op het spel dan thans vóór de verklaring van den djihâd het -geval was; maar ook toen heeft het van zijn Duitschen vriend weinig -steun ondervonden. Grothe merkt op, dat het moeielijk geweest zou zijn, -in Duitschland voor de Turksche zaak alléén het voor een oorlog noodige -enthousiasme te wekken, terwijl dit nu, waar het tegen de concurrenten: -Engeland en Rusland gaat, zoo gemakkelijk valt. Men zal dan toch moeten -toegeven, dat het effect van de beide bezoeken van Keizer Wilhelm -aan den Soeltan, waarmee volgens Becker en Grothe de welbewuste -Islâmpolitiek van Duitschland werd ingeluid, zich niet geleidelijk -ontwikkeld heeft, dat het lang bijzonder latent is gebleven. - - - - -De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer op het -protectoraat over Turkije. - -Al deze herinneringen mogen het ietwat eenzijdig karakter der Duitsche -belangenpolitiek nog duidelijker doen uitkomen dan dit in geschriften -als die van Becker en Grothe al geschiedt, zij nemen de mogelijkheid -niet weg, dat bij de tegenwoordige politieke constellatie Turkije -door het bondgenootschap met Duitschland ook zelf groot gewin kan -erlangen. Maar, stellen wij ons dan die toekomst voor, zooals de -Duitsche schrijvers haar wenschen, dan komt de zaak, naakt ontkleed, -toch hierop neer, dat Turkije, door Duitschland verlost van alle -lastige inmenging van Engeland, Frankrijk en Rusland, komt te -staan onder Duitsche voogdij, dat het met zorgvuldige vermijding -van den naam, zal worden een Duitsch protectoraat. Zijn leger, zijn -bestuur, zijne finantiën, alles zal door Duitschland grondig hervormd -moeten worden. De verhouding zal slechts in vorm verschillen van het -protectoraat van Frankrijk over Marokko of van dat van Britannië over -menig Mohammedaansch vorstendom in Indië. Het heeft in Duitschland, -in kalmere tijden, nooit ontbroken aan warme lofredenaars op de -wijze, waarop Engeland in Indië, Frankrijk in Noord-Afrika hunne -Mohammedanen bestuurden, al ontbrak het natuurlijk ook nooit aan -critiek en aan ergernis, wanneer Duitsche belangen in het gedrang -kwamen. Men sprak van de pax Britannica en van de pax Gallica, die in -de plaats gekomen waren van de vroegere onveiligheid, verwarring en -corruptheid. Zelfs Engelands werk in Egypte werd gewaardeerd, en men -vernam gunstige oordeelvellingen over de Islâmpolitiek van Rusland -in Centraal-Azië. Wij hebben geene reden om van een protectoraat der -Duitschers over Turkije minder gunstige resultaten te verwachten, -ja het zou zelfs kunnen zijn, dat zij vele fouten hunner voorgangers -wisten te vermijden, en dat de uitkomst den Turkschen landen ten zegen -werd. Maar zeer zeker zouden zij ondervinden, dat de dankbaarheid -der Turken ophield, wanneer het volstrekt onvermijdelijke ingrijpen -goed begon, ook al mocht men de voorgenomen geleidelijkheid daarbij -niet uit het oog verliezen. - - - - -Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en thans: -Marquart, Hartmann, Becker. - -Overigens zijn, of waren althans vóór dezen oorlog, de meeningen -van Duitsche deskundigen over Turkije en over den Islâm, met -name over beider vatbaarheid voor hervorming, lang niet algemeen -dezelfde, die thans door Grothe en Becker warm verdedigd worden -[7]. Prof. Jos. Marquart, thans hoogleeraar te Berlijn, spot in -het Vorwort van zijn werk "die Beninsammlung des Reichsmuseums für -Völkerkunde in Leiden" (1913) met "die angebliche Rolle des Islâms als -Kulturträger", en met bijtende ironie spreekt hij van de "Segnungen des -Dschihâd, des zur religiösen Pflicht gemachten Raubmordes auf dem Pfade -Allahs", d. i. dus die plicht, die thans door Duitschland aan Turkije -weer is ingescherpt. Niet alleen in Duitsche zendingskringen werd -de Islâm als de vijand beschouwd, dien men bovenal bestrijden moest, -maar op een Duitsch Kolonialkongress werd de resolutie aangenomen: "Da -von der Ausbreitung des Islam der Entwicklung unserer Kolonien ernste -Gefahr droht, rät der Kolonialkongress zu sorgsamer Beachtung, etc." - -Prof. Martin Hartmann, die de Islâm-wetenschap aan het Seminar für -Orientalische Sprachen te Berlijn doceert en wiens vruchtbare pen tal -van lezenswaarde geschriften over den Islâm en over Turkije leverde -[8], wordt niet moede erop te wijzen, dat de Moslims vooral door de -instellingen van den Islâm, die de vrouw veracht en andersdenkenden -verfoeit, van deelname aan de cultuur weerhouden worden. Hij -noemt het chalifaat der Osmanensoeltans eene aanmatiging, die zij -alleen met geringschatting der heilige traditie konden plegen, een -"Agitationsmittel" een "bequemes Mittel, in den Augen der Islamwelt -als eine Art Fetisch zu dienen", zegt, dat "diese Doppelstellung (van -den Soeltan-Chalief) von den Kulturstaaten nie anerkannt worden ist", -en dat het eerlijk opgeven van dien titel Turkije veeleer versterken -dan verzwakken zou. Natuurlijk is ook hij over den heiligen oorlog -niet goed te spreken. Hierover schreef hij opzettelijk, toen het woord -djihâd in den strijd met Italië over Tripoli te berde werd gebracht -door sommige Turken, en gebruikt daarbij deze thans weer actueele -uitdrukking: "...... die Androhung des Heiligen Krieges, d. h. des -Kampfes gegen alle Ungläubigen, ausgenommen die vom Leiter des Islam -der Gemeinde ausdrücklich als Freunde des Islam bezeichneten. Dieser -Gedanke ist Wahnwitz". Daar de zetel van de agitatie toen te Berlijn -was, voegt hij hieraan toe: "Es sei hiermit gewarnt, durch Erregung -des religiösen Fanatismus Unruhe herbeizuführen. Gegen jeden solchen -Versuch werden alle Kulturstaaten einmütig zusammenstehen". Vellen -druks van denzelfden inhoud zou ik kunnen aanhalen; tot slot nog dit -eene: "Der Islâm ist eine Religion Hasses und des Krieges. Es darf -unter keinen Umständen geduldet werden, dass er in einem Staate der -Kulturmenschheit das normgebende Prinzip ist". - -Minstens even talrijke uitspraken van denzelfden schrijver zou ik -kunnen citeeren, die den indruk geven, dat de Turken de minst geschikte -natie van het Turkenrijk zijn om iets goeds voor de ontwikkeling van -hun land te doen. Overal, waar het Turkenelement zich aan andere -Mohammedanen met het zwaard opdrong, heeft het "den Kulturbesitz -vernichtet und an kulturellen Werten nichts, absolut nichts -geschaffen". Hun religieuze eigenwaan is nog onverdragelijker dan -hun nationale. De Turken van Constantinopel zijn "ein schauderhaftes -Gesindel", en de "biedere Anatolier" (die ook bij Grothe voorkomt) -een product der legende. En zulk eene minderwaardige natie "will -in dem grossen Reiche von Skutari und Prevesa bis Wan und Basra das -herrschende Element sein!" - -Prof. Hartmann heeft een bijzonder levendig temperament, en ik denk -er niet aan, zijne meeningen te onderschrijven of zijne uitdrukkingen -van overdrijving vrij te pleiten. Maar in zaakkennis staat hij verre -boven Grothe, en wat Turkije betreft, ook boven Becker, naast wien hij -de hoofdvertegenwoordiger der Islâm-studie in Duitschland is. Trouwens -Becker zelf heeft zich vroeger, zij het in gematigder vorm en ietwat -anders genuanceerd, over de Islâm-quaestie ongeveer in denzelfden -zin uitgelaten. Becker heeft natuurlijk zelf het eerst den strijd -gevoeld tusschen zijn medeschermen, in zijne jongste geschriften, met -de begrippen chalief en djihâd en zijne in vroegere tijden van rustigen -wetenschappelijken arbeid uitgesproken meeningen. Zelf herhaalt hij de -slotphrase van eene in 1910 door hem te Parijs gehouden voordracht: -"Si la solidarité de l'Islam est un phantôme, la solidarité de la -race blanche est une réalité", maar thans om den indruk dier woorden -te verzwakken, en ze te beperken tot den Islâm der negers in Afrika, -die het hoofdonderwerp zijner rede vormden. Waarschijnlijk heeft -geen der hoorders die beperking begrepen, daar aan de geciteerde -woorden deze onmiddellijk voorafgingen: "de vrees, dat de eene -mogendheid zich met den Islâm zou verbinden om de plannen der andere -te dwarsboomen, schijnt mij niet zeer gegrond". Bovendien had Becker -vroeger, bijv. in 1904 in een artikel over het Panislamisme [9] de -panislamitische gedachte als in strijd met de wezenlijke belangen -van Turkije voorgesteld, "Die Jungtürken hatten gehofft (na den -Russisch-Turkschen oorlog van 1878) durch ihre Reformen gerade -jenes religiöse Moment auszutilgen, das den Sultan in erster Linie -zum Chalifen, zum Vorkämpfer des Islam machte und so eine gesunde -Entwicklung des doch zum grossen Teile aus Christen bestehenden -Otmanischen Reiches ausschloss". En in de Duitsche vertaling [10] der -zooeven genoemde in 1910 te Parijs gehouden voordracht komt nog het -volgende voor: "Das Kalifat des Sultans von Konstantinopel war bis zur -jungtürkischen Revolution der Ausgang der türkischen Islampolitik. Zwar -hat die junge Turkei die Kalifatansprüche nicht aufgegeben, aber wenn -sie sich überhaupt zu einem Verfassungsstaat entwickeln will, wird -sie möglichst wenig Gebrauch davon machen mussen..... Eine starke -Türkei wird selbstverstandlich nie die politische Oberhoheit über -die islamischen Untertanen anderer Mächte beanspruchen....." - - - - -Beckers recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer Wilhelm -aan Turkije. - -In zijne recente brochure "Deutschland und der Islam" erkent trouwens -Becker zijne onlangs tot stand gekomen bekeering en de onjuistheid -van zijn vroeger jarenlang gekoesterd inzicht. Zoowel hij als Grothe -staan uitvoerig stil bij de twee bezoeken (1889 en 1898) van Keizer -Wilhelm aan den Soeltan Abdoel-Hamied, de tweede maal gecombineerd -met hetgeen Grothe noemt "eine politische Pilgerfahrt nach dem -Heiligen Lande". De wereld heeft die bezoeken, waarvan het eerste -een jaar na de verleening der Anatolische spoorwegconcessie, dus -in 1889, plaats greep, beschouwd als overluisterrijke demonstraties -van de industrieele en commercieele belangstelling van Duitschland -in Turkije. De wijze van uitvoering gaf velen, ook in Duitschland, -aanleiding tot schouderophalen. Vooreerst scheen Abdoel-Hamied, -de "bloeddrinkende" tyran, aan wiens misdaden toch reeds de groote -mogendheden min of meer medeplichtig werden door hetgeen Bérard, en -Martin Hartmann met hem, "la conspiration du silence" noemden, een -vreemd gekozen object voor de zóó hartelijke vriendschapsbetuiging, -die als herinnering te Constantinopel eene plompe, volgens deskundigen -met allen kunstsmaak spottende fontein achterliet. Verder was de indruk -van het bezoek op de Moslimsche wereld geenszins de bedoelde. Wel -vond men het merkwaardig, dat de monarch van een machtig Europeesch -rijk den Soeltan tweemaal zijne hulde kwam bewijzen, te meer, dat -men wist, dat geene tegenbezoeken van den Soeltan daarop volgden; de -bezoeker deed zich dus aan de Oostersche voorstelling als den mindere -kennen, en eenvoudige Mohammedaansche zielen, die hunne kennis van -de wereldkaart en van de wereldgeschiedenis meer uit de legende dan -uit de werkelijkheid putten, zagen daarin eene bevestiging hunner -opvatting, dat de heele aarde aan den machtigsten Moslimschen soeverein -onderworpen is en dat alle andere vorsten zijne, zij het dan deels zeer -ongehoorzame, vasallen zijn. Tot den roem van Duitschland in het Oosten -droegen die huldebewijzen allerminst bij, wat ook vleiers daarvan aan -Duitsche reizigers op den mouw mochten spelden. Den allerzonderlingsten -indruk echter maakte op alle kenners van den Islâm de toespraak, -die de Keizer op zijne tweede reis (1898) te Damascus bij het graf -van Saladijn hield, waar hij tevens eene krans deponeerde. - - - - -De rede op het graf van Saladijn. - -Saladijn is in Europa door de geschiedenis der Kruistochten en vooral -door Lessing populair geworden; in het Mohammedaansche Oosten is zijn -naam lang vergeten, behalve bij de weinige beoefenaars van geschiedenis -en letterkunde. Dezen kennen hem als een gewetenloos politicus, die -door ontrouw en verraad tot hooge macht is opgeklommen, en wien men -veel vergeeft omdat hij een streng orthodox kafirhater geweest is; -niet als het toonbeeld van 18de-eeuwsche verdraagzaamheid, dat Lessing -in zijnen Nathan van hem maakte. Op het graf dan van dezen hater des -Christendoms sprak de Keizer van een wereldrijk, dat, zooals Becker -herinnert, het Christendom tot staatsgodsdienst heeft, deze woorden: -"Die dreihundert Millionen Mohammedaner, die in der Welt zerstreut -sind, mögen dessen versichert sein, dass ewig [11] der Deutsche -Kaiser ihr Freund sein wird". Dit gedeelte der vertooning heeft -in de Moslimsche wereld even weinig blijvenden indruk gemaakt als -Saladijn zelf, en Duitsche geleerden namen er destijds hoofdschuddend -kennis van. Nu doen zij echter plotseling opgeld: Grothe en Becker -geven er hunne exegese van, en men heeft er de Turken zoo krachtig -aan herinnerd, dat Nazim-bey ze in zijne toespraak aan den Duitschen -Gezant citeerde, en dat de Soeltan er bij vergissing de inmiddels reeds -vaak verbeterde, en in ieder geval sterk verouderde volkstelling der -Mohammedanen uit overnam in zijn manifest. - -Becker heeft tot voor korten tijd, "aus Unkenntnis" zooals hij het -thans verklaart, deze "Betonung des Kalifentitels durch Deutschland -als einen Fehler beurteilt", maar nu, na hetgeen Fürst von Bülow in -"Deutschland unter Kaiser Wilhelm II" uiteengezet heeft, ziet hij -daarin met blijdschap de eerste krachtige uiting van eene "bewusste -deutsche Islampolitik" en het bewijs, "dass die deutsche Politik -von Anfang an mit dem Islam als internationalem Factor gerechnet -hat". Beckers wetenschappelijke geweten is bij deze bekeering en -bij zijne verdediging der opname van het chalifaat onder de factoren -der internationale politiek niet zoo gerust als dat van Grothe, die -van het groteske dezer Islâmpolitiek niets schijnt te voelen. Becker -zegt althans, dat hij over de verhouding van Turkije tot den Islâm -niet geacht wil worden eenig oordeel te hebben uitgesproken, dat -hij zich ertoe bepaalt, te constateeren, dat die verhouding bestaat, -dat nu eenmaal millioenen ontevreden Mohammedaansche onderdanen van -Europeesche staten hunne redding van Turkije verwachten, en dat het -uur voor Duitschland gekomen is om van die stemming partij te trekken. - - - -Redding van Turkije! Het rijk, waarvan Martin Hartmann nog kort geleden -zeide, dat "die Ausschaltung der islamisch-türkischen Herrschaft -aus Europa bevorsteht"; of elders, dat "schon längst über sie (die -Türkei) hätte verhängt werden sollen: die Stellung unter Kuratel", of -nogmaals: "so tritt nur schneller das ein, was doch einmal kommen muss: -das Entfallen der politischen Macht aus den Händen des absterbenden -Türkentums"; van Turkije, dat volgens Becker herboren moet worden en -onder krachtige leiding van Duitschland omgeschapen tot een modernen -cultuurstaat, hetgeen hij eenige jaren geleden slechts dan uitvoerbaar -verklaarde, wanneer de chalifaatsidee of geheel werd opgegeven of -zoo weinig mogelijk naar voren gebracht werd! - - - - -Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van Moslimsch -fanatisme. - -Hoe komt het, dat nu opeens voor Turkije mogelijk wordt geacht, -wat tot dus dusver als eene ongerijmdheid werd terzijde gesteld, dat -thans voor dat rijk als nuttig wordt aangeprezen datgene, waarin men -tot vóór korten tijd zijn zekeren ondergang gelegen achtte? Hartmann -heeft, toen hij in zijn "Ultimatum des Panislamismus" de agitatoren -geeselde, die aan het Turksch-Italiaansche conflict het karakter van -eenen godsdienstoorlog wilden geven, meteen de scherpste critiek, -die men zich denken kan, geleverd van de tegenwoordige poging van -Duitschland om het middeleeuwsche fanatisme der Mohammedaansche wereld, -dat aan het uitsterven was, nieuw leven in te blazen. "Die Türkei -kann nur ausrufen: "Himmel bewahre mich vor meinen Freunden!"" zeide -hij toen terecht. En wat moet Turkije nu uitroepen, nu zijn beste -vriend hem prikkelt tot eenen wereldgodsdienstoorlog, en hem alvast -de Mohammedaansche krijgsgevangenen, die tegen Duitschland vochten, -uitlevert om hen te onderwerpen aan eene godsdienstig-politieke -bekeeringskuur? - -Wij kunnen dit alles slechts toeschrijven aan de jammerlijke verstoring -van het evenwicht, ook in de geestelijke atmosfeer van hetgeen wij -de beschaafde wereld plachten te noemen. Immers, in normale tijden -kennen wij de Duitschers als veel te bezonnen en te logisch om den -enormen onzin te verduwen, dat hetgeen in het algemeen als een schande -voor de menschheid en als eene ramp voor Turkije zou gelden, goed en -aanbevelenswaardig wordt, zoodra Duitschland zich achter of naast -de Halve Maan plaatst. Wij weten van niet vele der tegenwoordige -verschrikkelijke gebeurtenissen, waarop zij zullen uitloopen, maar -dit meen ik nu reeds met zekerheid te mogen voorspellen, dat binnen -niet langen tijd tal van Duitsche geschriften zullen getuigen van -de ook in Duitschland ontwaakte ergernis over het onwaardige spel, -dat thans met het chalifaat en den heiligen oorlog gespeeld wordt. - -Gewaagd zou het zijn, nu de feiten zoo spoedig hunne onweerlegbare -taal zullen spreken, te willen voorzeggen, in hoeverre de poging -om een Mohammedaanschen godsdienstoorlog op groote schaal te doen -ontvlammen en daarmede onafzienbare verwarring der internationale -verhoudingen te doen ontstaan, slagen kan. Hartmann heeft die -mogenlijkheid indertijd met volle overtuiging betwist: ".... sobald -die Vertreter der verschiedenen islamischen Gruppen über gemeinsame -Schritte beraten, zeigt sich die ungeheure Verschiedenheit der -völkischen, wirtschaftlichen und geistigen Tendenzen, die sich -unter den zweihundert Millionen Muslimen finden" zeide hij. Becker, -die vroeger "die Solidarität des Islam ein Phantom" noemde, zegt nu: -"Der grosse Krieg, der so viel aufdeckt und entscheidet, wird auch den -Beweis erbringen, ob der so oft besprochene internationale Zusammenhang -des Islam ein realer Faktor ist oder ein Hirngespinst". - -Zeker zal het, indien Duitschland bij zijne "Islampolitik" van dit -oogenblik volhardt, niet ontbreken aan allerlei maatregelen om in de -Mohammedaansche wereld bekendheid te geven aan de geschiedenis van het -ontstaan dier politiek en aan de nieuwe verhouding van vasal, waarin -de herboren Soeltan-Chalief zich tegenover Duitschland geplaatst zou -zien, wanneer de Duitsche idealen verwezenlijkt werden. Tegen eenen -Heer der Geloovigen onder eenen ongeloovigen voogd zullen echter -ook Mohammedanen van den ouden stempel, die anders mogelijk dupen -van de comedie zouden worden, hunne ernstige bedenkingen hebben. Het -hoofdargument voor de aanspraak der Osmanen-soeltans op den titel van -Chalief was hun zwaard, maar niet een zwaard, dat getrokken en in de -scheede gestoken werd op de bevelen van een ongeloovigen "bondgenoot". - - - - -Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog. - -Uit vertrouwbare bron vernam ik onlangs, dat de drukkerij van het -Turksche dagblad Tanîn een pamflet over den heiligen oorlog heeft -uitgegeven en verspreid, waarin ook de Mohammedaansche onderdanen van -staten, die ten opzichte van den tegenwoordigen oorlog neutraal zijn, -tot verzet tegen hunne regeeringen opgehitst worden. O. a. moet daarin -sprake zijn van de veertig millioen Mohammedanen, die gebukt gaan onder -het juk der halfbeschaafde Hollanders. Hierdoor is zeker gehandeld -tegen de bedoeling van den Duitschen voogd; maar slechte hartstochten -laten zich gemakkelijker opwekken dan binnen perken houden. - -Gelukkig behoeven wij ons over onze Nederlandsch-Indische -Mohammedanen niet bezorgd te maken. Zij namen den Islâm aan, -toen het Turksche rijk reeds bestond, maar zonder dat Turkije er -iets van bemerkte, en zij hebben met het rijk der Halve Maan nooit -eenige aanraking gehad. De Soeltan van Roem, zooals zij den Grooten -Heer van Constantinopel noemen, is voor hen een legendarisch wezen -gebleven. De panislamitische gedachte is wel naar den Oost-Indischen -Archipel overgewaaid, maar heeft er slechts weinig vatbaren bodem -gevonden. De groote massa der lagere klassen bleef onaangedaan, en de -meerderheid der hoogere standen is tegenover dit religieus-politieke -mengsel van bedrog en zotheid volslagen immuun. En wij mogen gegronde -hoop koesteren, dat die immuniteit zich steeds zal uitbreiden. Want, -heeft Duitschland pas onlangs met de door ons aangeduide vertooningen -zijne "bewusste Islampolitik" geinaugureerd, wij hebben al eenige -jaren langer tegenover de door de geschiedenis aan onze zorgen -toevertrouwde Inlandsche bevolking onze welbewuste opvoedingspolitiek, -en dáártegen zijn chalifaat en heilige oorlog en andere middeleeuwsche -ongerechtigheden gelukkig machteloos. Wanneer wij maar onwrikbaar -vasthouden aan de sedert eeuwen aan onze Mohammedanen gewaarborgde -volledige godsdienstvrijheid en tevens de ingeslagen richting van -educatie in steeds sneller tempo blijven volgen, dan behoeven wij de -eigenaardige soort van "geistige Waffen", die thans voor het eerst -met het merk "made in Germany" in omloop gebracht worden, nooit te -vreezen. Toch blijven wij in het belang der menschheid hopen, dat -Duitschland eerlang dit nieuwe product uit den handel terugneemt. - - - -De heilige oorlog van den Islâm is, zooals wij meermalen herinnerden, -een door en door middeleeuwsch instituut, waaraan zelfs de -Mohammedaansche wereld bezig was te ontgroeien. Ééne eigenaardigheid -van dit instituut kunnen wij ongeveinsd bewonderen: heilige oorlog -tegen medeleden der Mohammedaansche gemeenschap is door de wet van -den Islâm absoluut uitgesloten. De beperking van de levensgemeenschap -tot Mohammedanen, tot hen, die hetzelfde dogma over het Hiernamaals -belijden, is middeleeuwsch, maar de beschouwing van strijd binnen de -sfeer der levensgemeenschap als goddeloos biedt een voortreffelijk -aanknoopingspunt voor de hoogste sociale beschaving en is voor de -moderne wereld ietwat beschamend. Hooren wij, wat Martin Hartmann in -zijn opgewonden toon daarover schreef: "Im Gegensatze zum Islam, wo -grundsätzlich der Krieg auf den Kampf gegen die Andersgläubigen als -"Ungläubige" beschränkt ist, wird in den christlichen Ländern an dem -Kriege gegen Glaubensgenossen von niemand Anstoss genommen, und hier -sind nicht selten die Diener der Kirche der Liebe die Eifrigsten im -Schüren, also in der Verleugnung des Evangeliums; sie prästieren auf -Kommando die patriotische Geberde, die in diesem Falle eine Verletzung -des fünften Gebotes darstellt, nicht zu sprechen von jenem andern: -Du sollst deinen Nächsten lieben als dich selbst". - -Inderdaad, in den Islâm behoeft men slechts de middeleeuwsche beperking -van het volledige bestaansrecht tot de geloofsgenooten op te heffen, -en de levensgemeenschap tot de gansche menschheid uit te breiden, -om den algemeenen wereldvrede tot een absoluut voorschrift der -Moslimsche wet te stempelen. Voor moderne staten, die Mohammedanen -als onderdanen, beschermden of bondgenooten hebben, is de schoone -taak weggelegd om dezen, en zichzelve tevens, tot die hooge opvatting -der menschelijke samenleving op te leiden; liever dan hen in eigen -belang terug te voeren in de wegen van middeleeuwschen geloofshaat, -die zij juist bezig waren te verlaten. - - - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] Dit bedrag moet thans 1914 aanzienlijk hooger gesteld worden, -daar in de allerlaatste jaren het aantal dergenen, die jaarlijks uit -Nederlandsch-Indië aan den hadj deelnemen, ongeveer verdubbeld is. - -[2] "Eenige Arabische strijdschriften besproken" (Tijdschrift van -het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, Deel XXXIX, -blz. 379-427). - -[3] In "De Gids" van Januari 1909 deed ik verslag van mijne daar -opgedane ervaringen. - -[4] Grothe werd op zijne reizen door Turken telkens in zijne -hoedanigheid van Duitscher als "onze vriend" aangeduid, hetgeen hij -met bizim dost in plaats van dostumuz weergeeft, en als Turksch -voor Duitscher schrijft hij steeds Alemanly in plaats van Alman -of Almanjaly. - -[5] Zij zijn, in het Turksch afgedrukt, te vinden in Beckers -tijdschrift "Der Islam", Bd. V, Heft 4, met vertaling, en in -M. Hartmanns "Islampolitik" in "Koloniale Rundschau", 1914, Heft 11-12, -met vertaling en uitvoerige toelichting. In dit laatste artikel, dat -mij eerst na het afdrukken der eerste uitgave van dit opstel onder -de oogen kwam, maakt ook Hartmann tabula rasa van veel van hetgeen -hij vroeger over den Islâm en de Turken geschreven heeft, en toont -zich, met een zeker voorbehoud, bekeerd tot den heiligen oorlog niet -alleen, maar verwijt aan anderen, dat zij vroeger zoo gedacht hebben -als hij zelf deed. Hij merkt op, dat de woorden van Keizer Wilhelm -bij het graf van Saladijn te meer indruk moesten maken, omdat de -Mohammedanen vroeger niet veel dergelijks te hooren kregen. "Die -anderen Grossmächte haben fast immer nur verächtliche Worte für -die Türken und den Islam gehabt, zum Teil haben verantwortliche -Staatsmänner sich mit einer Schärfe gegen den Islam ausgesprochen, -die aus dem beschränkten Gesichtskreis, in dem sie aufgewachsen sind, -und der ihren Lande mit seinem Dünkel der Gottesstaatsidee eigen -ist, zu erklären, aber nicht zu entschuldigen ist. Wir haben nicht -den geringsten Grund, von der bisher beobachteten Haltung abzugehen, -etc." Deze woorden, uit de pen van een geleerde, van wiens ontelbare -uitspraken tegen Turkije en den Islâm in de volgende bladzijden eene -kleine bloemlezing gegeven wordt, zouden ons tot stomme verbazing -brengen, als niet zoovele andere verschijnselen ons met de psychose -van den oorlog vertrouwd gemaakt hadden. - -[6] Het behoort tot eene lange reeks van "Politische Flugschriften", -die door Ernst Jäckh worden uitgegeven, en waartoe alweder Fürst -von Bülow en andere beroemdheden bijdragen leveren. Becker gaf -verder in de verzameling "Bonner Vaterländische Reden und Vorträge -während des Krieges" eene voordracht over "Deutsch-Türkische -Interessengemeinschaft", in de Süddeutsche Monatshefte een opstel -"England und Egypten", en in "Das Grössere Deutschland" een artikel -"England und der Islâm". - -[7] Wij citeeren hier slechts enkele uitlatingen van oriëntalisten, -en laten de vele gelijksoortige uitspraken van geleerden, wier -studievakken hen slechts van ter zijde met het Oosten in aanraking -brachten, zooals bijv. H. von Treitschke, ter zijde. - -[8] Ik geef hier eene kleine bloemlezing van titels van M. Hartmann's -geschriften, uit de allerlaatste jaren: "Der Islam 1908" (in: -Mitteilungen des Seminars für Orient. Spr. in Berlin, Jahrg. XII, -Abt. II, 1909), "Die Arabische Frage", Leipzig 1909, "Der Islam", -Leipzig 1909, "Die neuere Literatur zum turkischen Problem" -in: Zeitschrift für Politik 1909, "Unpolitische Briefe aus der -Türkei", Leipzig 1910, "Islam, Mission und Politik", Leipzig 1912, -"Fünf Vorträge über den Islam", Leipzig 1912, "Das Ultimatum des -Panislamismus" (over den heiligen oorlog tegen Italië) in: Das Freie -Wort Jahrg. XI, No. 16, "Mission und Kolonialpolitik" in: Koloniale -Rundschau, Heft 3, März 1911. - -[9] "Panislamismus" (in: Archiv für Religionswissenschaft, Bd. VII, -1904). - -[10] "Der Islam und die Kolonisierung Afrika's" in: Internat. -Wochenschrift für Wissenschaft, Kunst und Technik, 19 Febr. 1910. - -[11] Wel een passend attribuut voor politieke vriendschap! - - - - - - -End of Project Gutenberg's Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM *** - -***** This file should be named 54810-0.txt or 54810-0.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/4/8/1/54810/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg (This file was produced from images generously -made available by The Internet Archive/Canadian Libraries) - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/54810-0.zip b/old/54810-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index d9a36ee..0000000 --- a/old/54810-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/54810-h.zip b/old/54810-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 24ad6cd..0000000 --- a/old/54810-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/54810-h/54810-h.htm b/old/54810-h/54810-h.htm deleted file mode 100644 index eef8672..0000000 --- a/old/54810-h/54810-h.htm +++ /dev/null @@ -1,8206 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" -"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>Nederland en de Islâm</title> - -<style type="text/css"> - -body { -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -font-size: 100%; -line-height: 1.2em; -text-align: left; -} -.div0 { -padding-top: 5.6em; -} -.div1 { -padding-top: 4.8em; -} -.div2 { -padding-top: 3.6em; -} -.div3, .div4, .div5 { -padding-top: 2.4em; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument -{ -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -padding-top: 2.4em; -padding-bottom: 1.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -sup { -line-height: 6pt; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -height: 1px; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -width: 45%; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5em; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -line-height: 1em; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.40em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.71em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0em 0.05em 0 0; -padding: 0px; -line-height: 0.8em; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.advertisment { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -a.noteref, a.pseudonoteref { -font-size: 80%; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .label, .par.footnote .label { -float: left; -width: 2em; -height: 12pt; -display: block; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0%; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0%; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.indextoc { -text-align: center; -} -.transcribernote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.correctiontable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -.titlePage { -border: #DDDDDD 2px solid; -margin: 3em 0% 7em 0%; -padding: 5em 10% 6em 10%; -text-align: center; -} -.titlePage .docTitle { -line-height: 3.5em; -margin: 2em 0% 2em 0%; -font-weight: bold; -} -.titlePage .docTitle .mainTitle { -font-size: 1.8em; -} -.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, -.titlePage .docTitle .volumeTitle { -font-size: 1.44em; -} -.titlePage .byline { -margin: 2em 0% 2em 0%; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.72em; -} -.titlePage .byline .docAuthor { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -.titlePage .figure { -margin: 2em 0% 2em 0%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.titlePage .docImprint { -margin: 4em 0% 0em 0%; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.72em; -} -.titlePage .docImprint .docDate { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTop, .figBottom { -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -.lgouter { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -display: table; -} -.lg { -text-align: left; -padding: .5em 0% .5em 0%; -} -.lg h4, .lgouter h4 { -font-weight: normal; -} -.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum { -color: #777; -font-size: 90%; -left: 16%; -margin: 0; -position: absolute; -text-align: center; -text-indent: 0; -top: auto; -width: 1.75em; -} -p.line, .par.line { -margin: 0 0% 0 0%; -} -span.hemistich { -visibility: hidden; -} -.versenum { -font-weight: bold; -} -.speaker { -font-weight: bold; -margin-bottom: 0.4em; -} -.sp .line { -margin: 0 10%; -text-align: left; -} -.castlist, .castitem { -list-style-type: none; -} -.castGroupTable { -border-collapse: collapse; -} -.castGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.castGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -span.ditto { -display: inline-block; -vertical-align: middle; -text-align: center; -} -span.ditto span.s { -height: 0; -visibility: hidden; -line-height: 0; -} -span.ditto span.d { -display: block; -text-align: center; -line-height: 8pt; -} -span.ditto span.i { -position: relative; -top: -2px; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pagenum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -line-height: 1.2em; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, .h1 { -padding-bottom: 5em; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum -{ -color: #660000; -} -.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteref:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -}.pagenum, .linenum { -speak: none; -} -</style> - -<style type="text/css"> -.flushRight { -float: right; -text-align: right; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.cover-imagewidth { -width:480px; -} -.xd25e111 { -text-align:center; -} -.titlepage-imagewidth { -width:451px; -} -.logo-ejbwidth { -width:112px; -} -.xd25e3973 { -text-align:center; font-size:small; -} -</style> -</head> -<body> - - -<pre> - -The Project Gutenberg EBook of Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Nederland en de Islâm - -Author: C. Snouck Hurgronje - -Release Date: May 30, 2017 [EBook #54810] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg (This file was produced from images generously -made available by The Internet Archive/Canadian Libraries) - - - - - - -</pre> - -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" -alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div> -</div> -</div> -<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="first xd25e111">NEDERLAND EN DE ISLÂM.</p> -</div> -</div> -<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="451" -height="720"></div> -</div> -</div> -<div class="titlePage"> -<div class="docTitle"> -<div class="mainTitle">NEDERLAND EN DE ISLÂM</div> -</div> -<div class="byline">DOOR<br> -D<sup>R</sup>. <span class="docAuthor">C. SNOUCK HURGRONJE</span><br> -Hoogleeraar a. d. Rijks-Universiteit te Leiden.</div> -<div class="docImprint">2<sup>e</sup> VERMEERDERDE DRUK -<div class="figure logo-ejbwidth"><img src="images/logo-ejb.jpg" alt="Uitgeverslogo E. J. Brill: Tuta sub aegide Pallas." width="112" -height="183"></div> -<br> -N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ<br> -VOORH. <i>E. J. BRILL</i> LEIDEN<br> -<span class="docDate">1915</span></div> -</div> -<div class="div1 imprint"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="first xd25e111">BOEKDRUKKERIJ voorheen E. J. -BRILL.—LEIDEN. <span class="pagenum">[<a id="xd25e172" href="#xd25e172" name="xd25e172">V</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="preface" class="div1 preface"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e287">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">VOORREDE.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Bijna vier jaren geleden leidde ik de eerste uitgave -van dit thans voor de tweede maal verschijnende werkje met de hieronder -volgende woorden bij den lezer in:</p> -<blockquote> -<p class="first">“Op uitnoodiging mijner mede-curatoren der -Nederlandsch-Indische Bestuursacademie sprak ik in Maart 1911 voor de -aan die Academie studeerende ambtenaren de vier voordrachten uit, die -hier in druk eenen grooteren kring van lezers aangeboden worden. Deze -omstandigheid moge ter verklaring dienen van hetgeen sommigen hier te -kort, anderen weder te wijdloopig behandeld mochten vinden”.</p> -<p>“Gerekend is immers op toehoorders, voor wie de Islâm -èn door hunne vroegere opleiding, èn door hunne -ambtelijke ervaring geen onbekende grootheid was, maar voor wie toch -ook weer, daar de gelegenheid tot diepere studie van de Mohammedaansche -cultuur hun had ontbroken, eene beknopte herinnering aan het vroeger -geleerde of waargenomene niet onwelkom kon zijn. Verder mocht bij hen -in den regel bekendheid door eigen aanschouwing met het leven van -Indonesische Mohammedanen ondersteld worden. Toch heb ik gemeend voor -mijn betoog de aandacht te mogen vragen ook van anderen, die hetzij -voor de voornaamste vraagstukken der koloniale politiek, hetzij voor de -problemen, die de Islâm aan de <span class="pagenum">[<a id="xd25e183" href="#xd25e183" name="xd25e183">VI</a>]</span>Westersche -wereld ter oplossing voorlegt, eenige belangstelling over -hebben”.</p> -<p>“De richting, waarin ik de oplossing van het -Islâm-probleem voor Nederland vond, werd natuurlijk gewezen door -het beginsel, dat naar mijne overtuiging in het algemeen de verhouding -moet bepalen tusschen moederland en koloniën, tusschen de aan -Westersch gezag onderworpen volken en degenen, aan wie de geschiedenis -het gezag over hen in handen heeft gegeven. Daar tegenwoordig in ons -vaderland alle politieke partijen te dezen aanzien in hoofdzaak -ééne lijn trekken, heb ik het onnoodig geacht, daarover -opzettelijk uit te weiden. Al mogen de opvattingen in het bijzondere -nog verschillen, er is eenheid in het noodigste, namelijk in de -erkenning van de ethische koloniale politiek als de eenig -mogelijke”.</p> -<p>“Nu zijn mij echter van zeer geachte zijde naar aanleiding -mijner voordrachten een paar vragen gesteld, die mij nopen, mijn -algemeene uitgangspunt bij het onderzoek der hier door mij behandelde -vraagstukken, gelijk bij alle andere, die de koloniale politiek -betreffen, wat scherper te formuleeren”.</p> -<p>“De vragen kwamen in hoofdzaak hierop neer, of dan niet het -verwerven en behouden van koloniën bovenal voordeelen voor het -moederland ten doel moest hebben, en of niet de door mij en anderen -bepleite krachtige bevordering van de associatie der Inlandsche -maatschappij aan onze beschaving op den duur tot het verlies onzer -koloniën zou leiden”.</p> -<p>“Het zij mij vergund, met allen eerbied ook voor opvattingen, -die aan de tijden der Compagnie en van het cultuurstelsel doen denken, -mijne zienswijze zonder verder betoog apodictisch uit te -spreken”.</p> -<p>“De exploitatie-theorie behoort tot een verleden, <span class="pagenum">[<a id="xd25e195" href="#xd25e195" name="xd25e195">VII</a>]</span>dat wij niet terugwenschen en dat wij, al -wenschten wij het, niet uit den dood kunnen doen verrijzen, zelfs niet -in een nieuwen vorm. Zelfs al zou men eenzijdig voordeel voor het -moederland als hoogste doelwit van het koloniale bestuur ook in onzen -tijd willen laten gelden, dan toch zou een staatsman, die wat ver voor -zich uit ziet, dat voordeel nergens anders kunnen ontdekken dan in eene -toekomst, waarin de inboorlingen der koloniën door ons op de -hoogste plaats gebracht zijn, die hun aanleg hen in staat stelt, in te -nemen. Heeft die verheffing der inheemsche bevolking, die zijzelve -zoekt en dus ook vinden zal, <i>onder onze krachtige leiding</i> -plaats, dan hebben wij de grootst denkbare kans, dat het moederland er -in uitbreiding evenveel bij winnen zal als de vroeger overheerschten, -nu geassocieerden, in hoogte”.</p> -<p>“Wat de aardbol over een eeuw te zien zal geven, dat laat zich -noch van het standpunt der ethische, noch van dat der -exploitatie-politiek waarnemen. Vraagt men mij echter, onder welk der -beide régimes het verlies van Oostersche wingewesten binnen de -honderd jaren waarschijnlijker is, dan zeg ik zonder eenige aarzeling: -niets kan zulk verlies zekerder verhaasten dan zelfzuchtige koloniale -staatkunde van de soort, die ons uit de annalen der Oost-Indische -Compagnie en van het cultuurstelsel van al te nabij bekend is, en -welker doodvonnis door het hooggerechtshof der geschiedenis geruimen -tijd geleden bekrachtigd werd”.</p> -</blockquote> -<p>De redactie van de “<i lang="fr">Revue du Monde -Musulman</i>” liet deze voordrachten voor haar tijdschrift in het -Fransch vertalen, en stelde die vertaling ook afzonderlijk verkrijgbaar -<span class="pagenum">[<a id="xd25e208" href="#xd25e208" name="xd25e208">VIII</a>]</span>onder den titel “<i lang="fr">Politique Musulmane de la Hollande</i>”. Maar ook in ons -land hadden zij zich niet te beklagen over gebrek aan belangstelling, -en de hoofdgedachten, die eraan ten grondslag lagen, vonden in wijden -kring instemming.</p> -<p>Dit laatste was voor den schrijver bijzonder aangenaam, en het -alleraangenaamst trof het hem, dat die instemming kwam uit kringen van -zeer uiteenloopende staatkundige en godsdienstige richting. Het is -werkelijk dringend noodig, dat wij voor de vervulling onzer nationale -pedagogische taak jegens de Mohammedaansche onderdanen van den -Nederlandschen staat eene gedragslijn vinden, die voor de beweging van -die verschillende richtingen ruimte laat. Indien dit onmogelijk bleek, -dan waren de dagen van ons bestaan als koloniale mogendheid geteld. Die -gemeenschappelijke gedragslijn, de grootst gemeene deeler van aller -wenschen, die dan door ieder voor zich met een eigen factor -vermenigvuldigd mag worden, <i>is</i> te vinden, wanneer men -gezamenlijk ernstig er naar zoeken wil, niet, wanneer ieder, star voor -zich uit kijkend, zijn eigen stokpaardje blijft berijden, onder -voortdurend aanbotsen tegen de andere ruiters. De grootste voldoening -gaven mij de bewijzen van sympathie, die ik uit de kringen van -zendelingen en zendingsvrienden mocht ontvangen, omdat, zooals ik in -mijne vierde voordracht opmerkte, het besef van de taak, die ons volk -ten aanzien der Inlandsche maatschappij te vervullen heeft, -dáár het levendigst is. Het spreekt wel van zelf, dat -diegenen onder hen, die zelf practisch op dat gebied werkzaam zijn, en -aldus ervaring opdoen van allerlei bezwaren, waarover de -zendingsvrienden in het moederland vaak luchtig heen redeneeren, meer -neiging vertoonen dan deze laatsten om met vollen ernst te luisteren -naar voorstellen betreffende een compromis, waartoe het in de -werkelijkheid, zooals zij wél <span class="pagenum">[<a id="xd25e218" href="#xd25e218" name="xd25e218">IX</a>]</span>weten, toch -altijd komen moet. Daarom had de waardeering, die ik juist van hunne -zijde ruimschoots mocht ondervinden, voor mij dubbele waarde, en hielp -zij mij om de ook niet ontbrekende wanklanken zonder ontmoediging te -vernemen. Dit werd mij trouwens in het bijzonder gemakkelijk gemaakt -door zulke besprekers, die blijk gaven, dat hun godsdienstig denken -door politieke partijschap in bedenkelijke mate geinfecteerd was. Zoo -bijv. een schrijver in “<i>Stemmen des Tijds</i>”, die niet -alleen dikwijls eene geheel scheeve voorstelling van mijn bedoeling -gaf, maar naief genoeg was om te verklaren, dat hij bij eerste lezing -mijner voordrachten gemeend had, dat “wij het werk met vereende -krachten konden doen”, maar dat hij vervolgens door de debatten -in de Tweede Kamer tot een juister inzicht werd gebracht. Duidelijker -kan men niet uitkomen voor de verpolitieking zijner inzichten over de -groote vraagstukken van “Oost en West”, die ons volk zich -ter oplossing voorgelegd ziet.</p> -<p>Wie zich bij de behandeling <i>dier</i> problemen niet weet te -verheffen boven het kleinzielige partijleven van onze vaderlandsche -politiek, die blijve er af; zijn arbeid, hetzij voor de Christelijke, -hetzij voor de nationale zending in onze koloniën, is van tevoren -met onvruchtbaarheid geslagen.</p> -<hr class="tb"> -<p>Juist toen ik gereed was met het aanbrengen van enkele verbeteringen -en aanvullingen voor de tweede uitgave mijner voordrachten, gaven de -jongste gebeurtenissen op het groote wereldtooneel mij aanleiding tot -het schrijven van een Gidsartikel over de wijze, waarop Duitschland -onlangs begonnen is te trachten, het Mohammedaansche fanatisme aan -zijne belangen dienstbaar te maken. Het kwam mij voor, dat bedoeld -opstel, met een paar kleine toevoegingen, als vijfde hoofdstuk van -<span class="pagenum">[<a id="xd25e232" href="#xd25e232" name="xd25e232">X</a>]</span>dit boekje niet misplaatst zou zijn. Mijn -ondertitel “<i>Vier Voordrachten, gehouden in de -Nederlandsch-Indische Bestuursacademie</i>” moest dan natuurlijk -vervallen, maar “<i>Nederland en de Islâm</i>” mocht -het geheel ook nu blijven heeten, want ook voor de Nederlandsche -Islâmpolitiek is het van hoog belang, zich rekenschap te geven -van de wegen, waarin groote mogendheden van Europa het politieke leven -van de Mohammedanen pogen te leiden en van de houding, die ons ten -aanzien dier pogingen past.</p> -<hr class="tb"> -<p>Eerst na het afdrukken van dit hoofdstuk is mijne aandacht gevestigd -op eene vergissing, die mij eene uitdrukking van Becker onjuist deed -interpreteeren. Bladz. 133, regel 12–14 moet als volgt gelezen -worden: <i>Becker heeft tot voor korten tijd deze “<span lang="de">Betonung des Kalifats als einen Fehler aus Unkenntnis -beurteilt</span>”, enz.</i> Ik had ten onrechte de woorden -“<i lang="de">aus Unkenntnis</i>” als bepaling van <i lang="de">beurteilt</i> in plaats van bepaling van <i lang="de">Fehler</i> -opgevat.</p> -<p>Sommigen mijner Duitsche vrienden—ik teeken uitdrukkelijk aan, -dat anderen mij hunne geheele of gedeeltelijke instemming met mijne -uiteenzetting betuigden—hebben de bedoeling van dit artikel -misverstaan, en daarin een verholen partijkiezen tegen Duitschland als -oorlogvoerende partij willen zien. Dat zulk eene bedoeling mij geheel -ten onrechte toegedicht werd, behoef ik aan onbevangen lezers niet -uitdrukkelijk te verzekeren. De weinige regels, die (op bladz. -102–3) in het algemeen over dezen ellendigen wereldstrijd -handelen, geven duidelijk genoeg te kennen, dat ik te dien aanzien -geheel neutraal denk, niet omdat ik burger ben van een neutralen staat, -maar omdat ik mij oprecht en van harte onbevoegd verklaar, de eene -partij voor meer of minder schuldig te houden aan de ontbranding dan de -andere. <span class="pagenum">[<a id="xd25e261" href="#xd25e261" name="xd25e261">XI</a>]</span>Overigens heb ik mij streng bepaald tot mijn -onderwerp, de bespreking van het gebruik, dat Duitschland in den -laatsten tijd tracht te maken van de voor den Islâm vroeger zoo -gewichtige ideeën van het chalifaat en van den heiligen -oorlog.</p> -<p>De behandeling hiervan lag op mijnen weg, en ik mocht mij daaraan -niet onttrekken, zoowel omdat ik mijn leven goeddeels gewijd heb aan de -studie van den Islâm, vooral ook in zijne beteekenis voor onze -dagen, als ook, omdat elke poging om het bijna gebluschte vuur der -middeleeuwsche politieke idealen van den Islâm weer te doen -opflikkeren ook voor de Mohammedaansche bevolking der Nederlandsche -koloniën gevaarlijk kan worden. Zooals ik bij vele gelegenheden -betoogd heb, het panislamisme is <i>niet</i> in staat, aan den -Islâm zijne middeleeuwsche positie van eene door de overige -wereld gevreesde wereldmacht te hergeven. Maar wat het <i>wel</i> -vermag, dat is tijdelijk en plaatselijk beperkte stoornissen te weeg te -brengen, ten nadeele van de Mohammedanen zelve en van de Europeesche -naties, die Mohammedaansche onderdanen hebben. Zulke stoornissen uit te -lokken, het allengs uitstervende Mohammedaansche fanatisme tot -ontwaking te prikkelen, dat acht ik misdadig, en mijne Duitsche -vakgenooten, die zich over dit vraagstuk uitlieten, dachten er steeds -evenzoo over. Dat sommigen hunner in de laatste maanden opeens van -meening veranderd zijn, kan niemand meer betreuren dan ik, die aan de -Duitsche wetenschap zooveel te danken heb en die in geen vreemd land -meer beproefde vrienden heb dan in Duitschland. Ik ben er zeker van, -dat wij hier te doen hebben met een voorbijgaand ziekteproces, -veroorzaakt door de ook in andere oorlogvoerende landen waar te nemen -verstoring van het moreele en intellectueele evenwicht. Zoolang echter -het herstel nog niet is <span class="pagenum">[<a id="xd25e271" href="#xd25e271" name="xd25e271">XII</a>]</span>ingetreden, behooren wij dat -proces nauwlettend gade te slaan, en voor onszelve op voorzorg bedacht -te zijn. Niets zou mij aangenamer zijn, dan dat zich spoedig de -behoefte aan eene derde uitgave van dit boekje deed gevoelen, en dat -dan inmiddels de orkaan, die thans ook op geestelijk gebied aan het -woeden is, gestild en zoo een herdruk der bespreking dezer afdwaling -overbodig geworden was.</p> -<p class="dateline"><span class="sc">Leiden</span>, Januari 1915. -<span class="pagenum">[<a id="xd25e277" href="#xd25e277" name="xd25e277">XIII</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="toc" class="div1 contents"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">INHOUD.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"> <span class="tocPageNum">Bladz.</span></p> -<p><a href="#preface" id="xd25e287" name="xd25e287">Voorrede</a> - <span class="tocPageNum"><span class="sc">V–XII</span></span></p> -<p><a href="#ch1" id="xd25e295" name="xd25e295">HOOFDSTUK I.</a></p> -<p>De verbreiding van den Islâm.<br> -Inzonderheid in den Oost-Indischen Archipel.</p> -<table class="tocList"> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.1" id="xd25e304" -name="xd25e304">De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van -zijn stelsel in den Archipel</a></td> -<td class="tocPageNum">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.2" id="xd25e311" -name="xd25e311">Karakter van Mohammeds godsdienst</a></td> -<td class="tocPageNum">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.3" id="xd25e318" -name="xd25e318">Beteekenis der Hidjrah</a></td> -<td class="tocPageNum">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.4" id="xd25e325" -name="xd25e325">Gewelddadige islamiseering van Arabië</a></td> -<td class="tocPageNum">4</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.5" id="xd25e332" -name="xd25e332">De Islâm wil de geheele wereld aan zich -onderwerpen</a></td> -<td class="tocPageNum">4</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.6" id="xd25e339" -name="xd25e339">Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken -bewerkten de macht van den Islâm</a></td> -<td class="tocPageNum">5</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.7" id="xd25e346" -name="xd25e346">De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het -voorname middel</a></td> -<td class="tocPageNum">7</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.8" id="xd25e353" -name="xd25e353">Het systeem van den Islâm getuigt -hiervan</a></td> -<td class="tocPageNum">7</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.9" id="xd25e360" -name="xd25e360">Gebied van den Islâm en gebied van den -oorlog</a></td> -<td class="tocPageNum">8</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.10" id="xd25e367" -name="xd25e367">Nederlandsch-Indië gebied van den -Islâm</a></td> -<td class="tocPageNum">8</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.11" id="xd25e374" -name="xd25e374">De heilige oorlog</a></td> -<td class="tocPageNum">9</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.12" id="xd25e382" -name="xd25e382">De leer van den heiligen oorlog berust niet op -misverstand</a></td> -<td class="tocPageNum">9</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.13" id="xd25e389" -name="xd25e389">De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover -eens</a></td> -<td class="tocPageNum">11</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.14" id="xd25e396" -name="xd25e396">De andere opvatting is ver in de minderheid</a></td> -<td class="tocPageNum">12</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.15" id="xd25e403" -name="xd25e403">Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in -den Islâm</a></td> -<td class="tocPageNum">12</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.16" id="xd25e410" -name="xd25e410">Zachtere methoden van bekeering worden ook -toegepast</a></td> -<td class="tocPageNum">13</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.17" id="xd25e417" -name="xd25e417">De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt</a></td> -<td class="tocPageNum">14</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.18" id="xd25e424" -name="xd25e424">Geene priesterschap noch geordende -heidenmissie</a></td> -<td class="tocPageNum">15</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.19" id="xd25e431" -name="xd25e431">Leekenpropaganda</a></td> -<td class="tocPageNum">15</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.20" id="xd25e438" -name="xd25e438">Moslimsche propaganda vergeleken met -Christelijke</a></td> -<td class="tocPageNum">16</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.21" id="xd25e445" -name="xd25e445">Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims -is weinig gedaan</a> <span class="pagenum">[<a id="xd25e451" href="#xd25e451" name="xd25e451">XIV</a>]</span></td> -<td class="tocPageNum">17</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.22" id="xd25e454" -name="xd25e454">Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de -cultuur beheerschen</a></td> -<td class="tocPageNum">18</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.23" id="xd25e462" -name="xd25e462">In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam -binnen</a></td> -<td class="tocPageNum">19</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.24" id="xd25e469" -name="xd25e469">De verbreiders kan men niet met Christelijke -zendelingen vergelijken</a></td> -<td class="tocPageNum">19</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.25" id="xd25e476" -name="xd25e476">De Regeering bevordert de propaganda als Zij -Mohammedaansche ambtenaren in heidensche streken invoert</a></td> -<td class="tocPageNum">20</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.26" id="xd25e483" -name="xd25e483">Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in -Oost-Indië gewelddadig uit</a></td> -<td class="tocPageNum">21</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.27" id="xd25e490" -name="xd25e490">De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische -invloed begon pas later te werken</a></td> -<td class="tocPageNum">21</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.28" id="xd25e497" -name="xd25e497">Samenvatting</a></td> -<td class="tocPageNum">22</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.29" id="xd25e504" -name="xd25e504">Het leven overal in slechts geringe mate naar het -stelsel hervormd</a></td> -<td class="tocPageNum">23</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.30" id="xd25e511" -name="xd25e511">De graad van het in de autoriteiten van den Islâm -gestelde vertrouwen beste maatstaf voor de Moslimsche -belijdenis</a></td> -<td class="tocPageNum">23</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.31" id="xd25e518" -name="xd25e518">De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen -maatstaf</a></td> -<td class="tocPageNum">24</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.32" id="xd25e525" -name="xd25e525">De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder -schending der godsdienstvrijheid</a></td> -<td class="tocPageNum">25</td> -</tr> -</table> -<p><a href="#ch2" id="xd25e532" name="xd25e532">HOOFDSTUK II.</a></p> -<p>Kenschetsing van het stelsel van den Islâm.</p> -<table class="tocList"> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.1" id="xd25e539" -name="xd25e539">Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door -hem veroverde volken</a></td> -<td class="tocPageNum">26</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.2" id="xd25e546" -name="xd25e546">De vreemde elementen met behulp van fictie bij de -voorschriften van den Profeet ingelijfd</a></td> -<td class="tocPageNum">27</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.3" id="xd25e553" -name="xd25e553">De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche -gemeente</a></td> -<td class="tocPageNum">28</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.4" id="xd25e560" -name="xd25e560">Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde -eeuw der Hidjrah zoo goed als uitgesloten</a></td> -<td class="tocPageNum">28</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.5" id="xd25e567" -name="xd25e567">Het stelsel spitst zich in geloofsleer en wet</a></td> -<td class="tocPageNum">30</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.6" id="xd25e574" -name="xd25e574">De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt -belang voor de practijk</a></td> -<td class="tocPageNum">31</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.7" id="xd25e581" -name="xd25e581">Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken -soms beroering</a></td> -<td class="tocPageNum">31</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.8" id="xd25e588" -name="xd25e588">Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet -lang in ééne hand</a></td> -<td class="tocPageNum">32</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.9" id="xd25e595" -name="xd25e595">De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde -gesteld</a></td> -<td class="tocPageNum">33</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.10" id="xd25e602" -name="xd25e602">Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen -der wet</a></td> -<td class="tocPageNum">33</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.11" id="xd25e609" -name="xd25e609">De zuiver godsdienstige bestanddeelen</a></td> -<td class="tocPageNum">34</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.12" id="xd25e617" -name="xd25e617">Voor de practijk weinig beduidende -bestanddeelen</a></td> -<td class="tocPageNum">34</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.13" id="xd25e624" -name="xd25e624">Bepalingen, die als moreele voorschriften -werken</a></td> -<td class="tocPageNum">35</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.14" id="xd25e631" -name="xd25e631">Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij -kracht van wet hadden</a></td> -<td class="tocPageNum">36</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.15" id="xd25e638" -name="xd25e638">Werkelijk geldende hoofdstukken der wet</a> -<span class="pagenum">[<a id="xd25e644" href="#xd25e644" name="xd25e644">XV</a>]</span></td> -<td class="tocPageNum">37</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.16" id="xd25e647" -name="xd25e647">Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht</a></td> -<td class="tocPageNum">37</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.17" id="xd25e654" -name="xd25e654">Vrome stichtingen</a></td> -<td class="tocPageNum">38</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.18" id="xd25e661" -name="xd25e661">Geloften</a></td> -<td class="tocPageNum">39</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.19" id="xd25e668" -name="xd25e668">Voorschriften over de rechtspraak</a></td> -<td class="tocPageNum">39</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.20" id="xd25e675" -name="xd25e675">Bepalingen over de verhouding tot -niet-Mohammedanen</a></td> -<td class="tocPageNum">40</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.21" id="xd25e682" -name="xd25e682">De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen -codificatie</a></td> -<td class="tocPageNum">40</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.22" id="xd25e689" -name="xd25e689">Qoerân en Soennah</a></td> -<td class="tocPageNum">41</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.23" id="xd25e697" -name="xd25e697">Losmaking der wet van hare bronnen</a></td> -<td class="tocPageNum">42</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.24" id="xd25e704" -name="xd25e704">De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan</a></td> -<td class="tocPageNum">42</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.25" id="xd25e711" -name="xd25e711">Poging tot codificatie in Algerië</a></td> -<td class="tocPageNum">43</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.26" id="xd25e718" -name="xd25e718">De adviezen zijn minder gunstig dan zij -schijnen</a></td> -<td class="tocPageNum">44</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.27" id="xd25e725" -name="xd25e725">Ten onrechte beroept men zich op voorgangers</a></td> -<td class="tocPageNum">45</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.28" id="xd25e732" -name="xd25e732">Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding -bovendien verdacht</a></td> -<td class="tocPageNum">46</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.29" id="xd25e739" -name="xd25e739">De toepassing der wet volgt methoden, die van de -Westersche afwijken</a></td> -<td class="tocPageNum">46</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.30" id="xd25e746" -name="xd25e746">Sommige Fransche adviseurs achten codificatie -daarenboven ongewenscht</a></td> -<td class="tocPageNum">47</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.31" id="xd25e753" -name="xd25e753">Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar -codificatie vernomen</a></td> -<td class="tocPageNum">47</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.32" id="xd25e760" -name="xd25e760">Bij de overige bedenkingen komen nog -gemoedsbezwaren</a></td> -<td class="tocPageNum">48</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.33" id="xd25e767" -name="xd25e767">Codificatie zou den invloed van volksrecht -verminderen</a></td> -<td class="tocPageNum">49</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.34" id="xd25e775" -name="xd25e775">Beteekenis der mystiek in den Islâm</a></td> -<td class="tocPageNum">49</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.35" id="xd25e782" -name="xd25e782">Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te -verwachten</a></td> -<td class="tocPageNum">50</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.36" id="xd25e789" -name="xd25e789">De mystieke broederschappen</a></td> -<td class="tocPageNum">51</td> -</tr> -</table> -<p><a href="#ch3" id="xd25e796" name="xd25e796">HOOFDSTUK III.</a></p> -<p>De Nederlandsche Koloniale Regeering en het stelsel van den -Islâm.</p> -<table class="tocList"> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.1" id="xd25e803" -name="xd25e803">De Nederlandsche Regeering kan niet buiten -Islâmpolitiek</a></td> -<td class="tocPageNum">53</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.2" id="xd25e810" -name="xd25e810">Jegens het dogma en de zuivere godsdienstige -voorschriften der wet moet zij neutraal zijn</a></td> -<td class="tocPageNum">54</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.3" id="xd25e817" -name="xd25e817">Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen -onverstandig zijn</a></td> -<td class="tocPageNum">56</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.4" id="xd25e824" -name="xd25e824">Politieke beteekenis van den hadj</a></td> -<td class="tocPageNum">58</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.5" id="xd25e831" -name="xd25e831">Economische gevolgen van den hadj</a></td> -<td class="tocPageNum">59</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.6" id="xd25e838" -name="xd25e838">Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den -Islâm eischt eerbiediging</a></td> -<td class="tocPageNum">59</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.7" id="xd25e845" -name="xd25e845">De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd -open</a></td> -<td class="tocPageNum">61</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.8" id="xd25e852" -name="xd25e852">Codificatie derhalve ongewenscht</a></td> -<td class="tocPageNum">62</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.9" id="xd25e859" -name="xd25e859">De instelling der priesterraden op Java en Madoera was -eene fout</a></td> -<td class="tocPageNum">62</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.10" id="xd25e866" -name="xd25e866">Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen -principieel gewenscht</a> <span class="pagenum">[<a id="xd25e872" href="#xd25e872" name="xd25e872">XVI</a>]</span></td> -<td class="tocPageNum">63</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.11" id="xd25e875" -name="xd25e875">Moskeefondsen</a></td> -<td class="tocPageNum">63</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.12" id="xd25e883" -name="xd25e883">Mohammedaansche huwelijken; -godsdienstonderwijs</a></td> -<td class="tocPageNum">64</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.13" id="xd25e890" -name="xd25e890">Hoe de rechtspraak der priesterraden te -verbeteren</a></td> -<td class="tocPageNum">65</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.14" id="xd25e897" -name="xd25e897">Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera -bepalen</a></td> -<td class="tocPageNum">66</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.15" id="xd25e904" -name="xd25e904">Uit staatkundig oogpunt belangrijke -bestanddeelen</a></td> -<td class="tocPageNum">67</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.16" id="xd25e911" -name="xd25e911">De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen -kerkvorst</a></td> -<td class="tocPageNum">68</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.17" id="xd25e918" -name="xd25e918">Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene -Europeesche mogendheid met Mohammedaansche onderdanen</a></td> -<td class="tocPageNum">69</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.18" id="xd25e925" -name="xd25e925">Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen -met afwijzing van elke vreemde inmenging</a></td> -<td class="tocPageNum">70</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.19" id="xd25e932" -name="xd25e932">Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims -waren</a></td> -<td class="tocPageNum">71</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.20" id="xd25e939" -name="xd25e939">Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van -eschatologische verwachtingen</a></td> -<td class="tocPageNum">72</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.21" id="xd25e946" -name="xd25e946">Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de -godsdienstvrijheid zweemt</a></td> -<td class="tocPageNum">72</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.22" id="xd25e953" -name="xd25e953">Ongunstige beoordeeling der Nederlandsche -Islâmpolitiek in de panislamitische pers</a></td> -<td class="tocPageNum">73</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.23" id="xd25e961" -name="xd25e961">Klachten der in Oost-Indië gevestigde -Arabieren</a></td> -<td class="tocPageNum">74</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.24" id="xd25e968" -name="xd25e968">Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de -Islâmpolitiek der Regeering</a></td> -<td class="tocPageNum">75</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3.25" id="xd25e975" -name="xd25e975">Slotsom</a></td> -<td class="tocPageNum">76</td> -</tr> -</table> -<p><a href="#ch4" id="xd25e982" name="xd25e982">HOOFDSTUK IV.</a></p> -<p>Nederland en zijne Mohammedanen.</p> -<table class="tocList"> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.1" id="xd25e989" -name="xd25e989">De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve -resultaten</a></td> -<td class="tocPageNum">78</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.2" id="xd25e996" -name="xd25e996">Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van -het Islâmstelsel te emancipeeren</a></td> -<td class="tocPageNum">79</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.3" id="xd25e1003" -name="xd25e1003">Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in -Oost-Indië, vooral op Java</a></td> -<td class="tocPageNum">80</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.4" id="xd25e1010" -name="xd25e1010">Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen -stroom</a></td> -<td class="tocPageNum">80</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.5" id="xd25e1017" -name="xd25e1017">Voorbeelden van betreurenswaardige -onbeslistheid</a></td> -<td class="tocPageNum">81</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.6" id="xd25e1024" -name="xd25e1024">In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de -oplossing der Islâmquastie</a></td> -<td class="tocPageNum">83</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.7" id="xd25e1031" -name="xd25e1031">De openbare meening in Nederland behoort in die -richting krachtig te spreken</a></td> -<td class="tocPageNum">83</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.8" id="xd25e1038" -name="xd25e1038">De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de -zendingsvrienden</a></td> -<td class="tocPageNum">84</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.9" id="xd25e1045" -name="xd25e1045">De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en -nationale, geen religieuze associatie</a></td> -<td class="tocPageNum">85</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.10" id="xd25e1052" -name="xd25e1052">Hoe ver kan de associatie gaan?</a></td> -<td class="tocPageNum">85</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.11" id="xd25e1059" -name="xd25e1059">Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met -gedwongen deelneming aan het godsdienstonderwijs</a> <span class="pagenum">[<a id="xd25e1065" href="#xd25e1065" name="xd25e1065">XVII</a>]</span></td> -<td class="tocPageNum">87</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.12" id="xd25e1069" -name="xd25e1069">Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de -hoogere klassen der Inlandsche maatschappij in het oog vatten</a></td> -<td class="tocPageNum">89</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.13" id="xd25e1076" -name="xd25e1076">De onlangs opgerichte desascholen</a></td> -<td class="tocPageNum">90</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.14" id="xd25e1083" -name="xd25e1083">Studie van begaafde Inlanders in Nederland</a></td> -<td class="tocPageNum">91</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.15" id="xd25e1090" -name="xd25e1090">Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis -blijven</a></td> -<td class="tocPageNum">91</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.16" id="xd25e1097" -name="xd25e1097">Opvoeding buiten de school</a></td> -<td class="tocPageNum">92</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.17" id="xd25e1104" -name="xd25e1104">De zending zou hiertoe kunnen medewerken</a></td> -<td class="tocPageNum">92</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.18" id="xd25e1111" -name="xd25e1111">De Inlandsche vrouw en hare opvoeding</a></td> -<td class="tocPageNum">93</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.19" id="xd25e1118" -name="xd25e1118">Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk -aandeel in den staatsdienst verzekerd worden</a></td> -<td class="tocPageNum">94</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.20" id="xd25e1125" -name="xd25e1125">Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie</a></td> -<td class="tocPageNum">95</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.21" id="xd25e1132" -name="xd25e1132">Stuiting der beweging niet mogelijk</a></td> -<td class="tocPageNum">96</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.22" id="xd25e1139" -name="xd25e1139">Samenvatting onzer beschouwingen</a></td> -<td class="tocPageNum">96</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.23" id="xd25e1147" -name="xd25e1147">De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze -cultuur ontneemt aan het panislamisme alle kracht</a></td> -<td class="tocPageNum">99</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.24" id="xd25e1154" -name="xd25e1154">Andere heilzame gevolgen der associatie</a></td> -<td class="tocPageNum">100</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4.25" id="xd25e1161" -name="xd25e1161">Weerlegging der bezwaren tegen nationale -associatie</a></td> -<td class="tocPageNum">100</td> -</tr> -</table> -<p><a href="#ch5" id="xd25e1169" name="xd25e1169">HOOFDSTUK V.</a></p> -<p>Duitschland en de heilige oorlog.</p> -<table class="tocList"> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.1" id="xd25e1176" -name="xd25e1176">De godsdienstvrijheid volgens Turksche -intellectueelen</a></td> -<td class="tocPageNum">102</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.2" id="xd25e1183" -name="xd25e1183">Contrast dier meening met de wet van den -Islâm</a></td> -<td class="tocPageNum">103</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.3" id="xd25e1190" -name="xd25e1190">De grondslagen van het program van den heiligen -oorlog</a></td> -<td class="tocPageNum">104</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.4" id="xd25e1197" -name="xd25e1197">Middeleeuwsch karakter van dat program</a></td> -<td class="tocPageNum">105</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.5" id="xd25e1204" -name="xd25e1204">Wijziging der beschouwing onder vreemden -invloed</a></td> -<td class="tocPageNum">106</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.6" id="xd25e1211" -name="xd25e1211">Chalifaat en Djihâd</a></td> -<td class="tocPageNum">108</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.7" id="xd25e1218" -name="xd25e1218">Het chalifaat der Turksche soeltans</a></td> -<td class="tocPageNum">109</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.8" id="xd25e1225" -name="xd25e1225">Beteekenis van den chaliefentitel voor de -Osmanen</a></td> -<td class="tocPageNum">110</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.9" id="xd25e1232" -name="xd25e1232">Panislamitisch streven van Abdoelhamied</a></td> -<td class="tocPageNum">111</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.10" id="xd25e1239" -name="xd25e1239">Geene organisatie van het panislamisme</a></td> -<td class="tocPageNum">112</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.11" id="xd25e1246" -name="xd25e1246">De chalief geen kerkvorst</a></td> -<td class="tocPageNum">113</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.12" id="xd25e1254" -name="xd25e1254">De Turksche omwenteling en het panislamisme</a></td> -<td class="tocPageNum">113</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.13" id="xd25e1261" -name="xd25e1261">Djihâd en heilige oorlog</a></td> -<td class="tocPageNum">115</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.14" id="xd25e1268" -name="xd25e1268">Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije. -Hugo Grothe</a></td> -<td class="tocPageNum">116</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.15" id="xd25e1275" -name="xd25e1275">Misverstand bij Grothe</a></td> -<td class="tocPageNum">116</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.16" id="xd25e1282" -name="xd25e1282">Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije</a></td> -<td class="tocPageNum">117</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.17" id="xd25e1289" -name="xd25e1289">Duitschland de redder van Turkije</a></td> -<td class="tocPageNum">118</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.18" id="xd25e1296" -name="xd25e1296">De door Grothe gewenschte Djihâd</a></td> -<td class="tocPageNum">119</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.19" id="xd25e1303" -name="xd25e1303">De fetwa over den heiligen oorlog</a></td> -<td class="tocPageNum">120</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.20" id="xd25e1310" -name="xd25e1310">Het manifest van den Soeltan</a></td> -<td class="tocPageNum">122</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.21" id="xd25e1317" -name="xd25e1317">De groote demonstratie</a> <span class="pagenum">[<a id="xd25e1323" href="#xd25e1323" name="xd25e1323">XVIII</a>]</span></td> -<td class="tocPageNum">122</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.22" id="xd25e1326" -name="xd25e1326">Becker’s voorstelling der zaak</a></td> -<td class="tocPageNum">123</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.23" id="xd25e1334" -name="xd25e1334">De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije</a></td> -<td class="tocPageNum">125</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.24" id="xd25e1341" -name="xd25e1341">Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika.</a></td> -<td class="tocPageNum">126</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.25" id="xd25e1348" -name="xd25e1348">De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt -<span class="corr" id="xd25e1350" title="Bron: meer">neer</span> op het -protectoraat over Turkije</a></td> -<td class="tocPageNum">127</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.26" id="xd25e1358" -name="xd25e1358">Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm -voorheen en thans: Marquart, Hartman, Becker</a></td> -<td class="tocPageNum">128</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.27" id="xd25e1365" -name="xd25e1365">Becker’s recente wijziging van inzicht. Bezoeken -van Keizer Wilhelm aan Turkije</a></td> -<td class="tocPageNum">131</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.28" id="xd25e1372" -name="xd25e1372">De rede op het graf van Saladijn</a></td> -<td class="tocPageNum">132</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.29" id="xd25e1379" -name="xd25e1379">Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking -van Moslimsch fanatisme</a></td> -<td class="tocPageNum">134</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5.30" id="xd25e1386" -name="xd25e1386">Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog</a></td> -<td class="tocPageNum">136</td> -</tr> -</table> -<span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e295">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="label">I.</h2> -<h2 class="main">DE VERBREIDING VAN DEN ISLÂM.</h2> -<h2 class="sub">Inzonderheid in den Oost-Indischen Archipel.</h2> -<div id="ch1.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e304">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De <span class="corr" id="xd25e1404" title="Bron: Islam">Islâm</span> kwam eerst na volledige ontwikkeling -van zijn stelsel in de Archipel.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Omstreeks 1200 na Christus begon het Mohammedanisme in -eenigszins belangrijke mate zielen te winnen op Soematra, op Java en -vervolgens op de meer Oostelijk gelegen eilanden. De val van Madjapait -in de eerste helft 16<sup>de</sup> eeuw bezegelde de islamiseering van -heel Java, en het was eveneens in den loop der zestiende eeuw, dat voor -de voornaamste andere eilanden, waarin de Islâm doordrong, het -pleit beslist werd.</p> -<p>Hieruit volgt, dat de Islâm zijn vollen wasdom reeds ver te -boven was, toen hij zich voor het eerst in dit Verre Oosten vertoonde. -Om het Mohammedanisme der Indonesiërs in zijne eigenaardigheden te -verstaan, hebben wij ons dus slechts weinig te verdiepen in de -wordingsgeschiedenis van den Islâm als godsdienst en als -beschavingsvorm, maar mogen wij ons voornamelijk bepalen tot de -beschouwing van het stelsel zooals dat ongeveer drie eeuwen na de -Hidjrah zijnen in de hoofdzaken definitieven vorm had verkregen, en van -het leven der Mohammedaansche volken zooals dat zich, mede maar niet -alleen onder den invloed van het stelsel, na dien tijd vertoonde.</p> -<p>Klaar dient ons daarbij voor oogen te staan, dat die Islâm tot -den godsdienst van Mohammed stond als de door een leven van druk -verkeer onder allerlei volken gerijpte wereldburger tot het stijve -boerenjongentje, dat hij was in zijne jeugd. <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" name="pb2">2</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch1.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e311">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Karakter van Mohammeds godsdienst.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Mohammed heeft voor zijne prediking nooit aanspraak -gemaakt op oorspronkelijkheid. Integendeel: hij beroemde zich erop, dat -hetgeen hem, den ongeletterden profeet, door Allah geopenbaard werd, -volkomen overeenstemde met den inhoud der oudere openbaringen. Hij -dacht zich de menschenwereld verdeeld in groepen, die hij, zonder klare -voorstelling van den grondslag der verdeeling, <i>oemmah’s</i> -noemde, volken of gemeenten zouden wij zeggen, die door woonplaats, -taal en uiterlijke kenmerken van elkaar verschilden. Aan sommige van -die oemmah’s, zooals bijv. die der Joden en die der Christenen, -had Allah uit hun eigen midden profeten gezonden om hun Zijne leer en -wet te openbaren. Andere, zooals die der Arabieren, waartoe Mohammed -zelf behoorde, wandelden nog in de duisternis, zonder zich zelf daarvan -bewust te zijn, daar zij het licht niet kenden. Mohammed heeft zich ten -slotte door Allah geroepen gevoeld, dat licht in <span class="corr" id="xd25e1426" title="Bron: Arabie">Arabië</span> te doen -schijnen.</p> -<p>Historisch beschouwd, doet zijne openbaring zich aan ons voor als -samengesteld uit de gegevens, die hij gaandeweg, toen hij eenmaal over -de waarde van het leven was gaan nadenken, uit vrij troebele, Joodsche -en Christelijke bronnen had bijeengegaard. Hij verwerkte die op zijne -wijze, zoodat zij pasten in het simpele geheel zijner voorstellingen, -en eindelijk projecteerde hij het resultaat van dat proces uit zijn -binnenste naar boven, zoodat het zich aan zijn zesde, profetische -zintuig vertoonde als iets objectiefs, als iets, dat uit den hemel tot -hem kwam, woorden Gods, die in gerijmd proza, in verhevener stijl dan -die van het dagelijksch gesprek, hem de hoogste waarheid -openbaarden.</p> -<p>De leer der opstanding uit de dooden en het daarop volgende gericht, -dat Allah zou houden over heel de menschheid, met paradijs en hel op -den achtergrond, die leer vormde het middelpunt van zijn geloof. Tevens -lag daarin de scherpste tegenstelling met de wereldbeschouwing der -Arabieren, tot wie hij de boodschap van Allah moest brengen, want deze -hield zich alleen met het aardsche leven bezig, kende geen eeuwig geluk -noch eeuwige verdoemenis aan gene zijde van het graf. <span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span></p> -<p>Een groot aardsch potentaat duldt niet, dat een deel zijner -onderdanen zich als van hem onafhankelijk gedragen of andere heeren -naast hem erkennen; nog veel minder gedoogt Allah, de schepper, -wetgever en rechter der geheele <span class="corr" id="xd25e1436" -title="Bron: menscheid">menschheid</span>, dat menschen leven zonder -<i>islâm</i>, d. i. onderwerping, aan Hem en Hem -alléén uit te spreken en in daden te betoonen.</p> -<p>Hij verlangt van hen eerbiedige huldiging in vastgestelde vormen van -eeredienst, de <i>çalât</i>, in naam en vorm gebootst naar -het model, dat Mohammed van Joden en Oostersche Christenen had -waargenomen. Voorts wil Hij, dat Zijne schepselen op bepaalde tijden -zullen <i>vasten</i>, en dat zij <i>milddadigheid</i> zullen beoefenen -als eene hoofddeugd, zoowel om den nood van anderen te lenigen als om -hunne eigene losheid van het aardsche te toonen. En in hunne -verhoudingen tot elkander behooren zij wetten en regelen te volgen, die -Allah hun geeft en die met menig geliefkoosd gebruik van Mohammeds -rasgenooten in onverzoenlijken strijd waren.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e318">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Beteekenis der Hidjrah.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De twaalf jaren lang onverdroten voortgezette -prediking van openbaringen in dezen zin stuitte bij Mohammeds -stamgenooten af op hun even onverzettelijken, sceptischen spot; een -paar familieleden, eenige misdeelden, enkele voor hoogere indrukken -vatbare mannen van beteekenis vormden de geheele gemeente der -geloovigen. Toen keerde hij met zijne getrouwen toornig zijner -vaderstad den rug toe, haar overlatend aan Gods wrekende gerechtigheid. -Hij deed <i>hidjrah</i>, d. i.—niet <i>vlucht</i>, zooals vele -Europeesche schrijvers het weergeven, maar—<i>afsnijding</i> van -alle banden, die hem met de ongeloovigen onder zijne stamgenooten -verbonden, en hij vestigde te Medina eene nieuwe gemeenschap, die niet -aan eenheid van bloed, maar aan eenheid des geloofs hare kracht -ontleende.</p> -<p>Die afsnijding was naar Arabische begrippen op zichzelve reeds eene -daad van vijandschap tegen Mohammeds stamgenooten. Toen nu zijn arbeid -te Medina in korten tijd geleid had tot de vorming van eene talrijke -gemeente, en deze door nieuwe, wetgevende openbaringen zoowel -<span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>als door Mohammeds persoonlijke leiding voorloopig -voldoende vastheid van organisatie had verkregen, ontwikkelde zich uit -die vijandschap een oorlogstoestand, waarin welhaast heel Arabië -werd meegesleept. Op den duur bleef het succes aan de zijde van Allahs -Gezant; acht jaren na de Hidjrah werd Mekka door hem veroverd, en in de -twee levensjaren, die Mohammed daarna nog restten, wist hij de -onderwerping van het Arabische schiereiland aan zijn gezag bijna te -voltooien.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e325">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Gewelddadige islamiseering van Arabië.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Gedurende die jaren van strijd breidde zich met -Mohammeds macht tevens het programma uit van hetgeen hij door middel -van geweld trachtte te bereiken. Eerst was het louter de verdediging -van de belangen der gemeente, die weldra ook met offensief optreden -gepaard mocht gaan; ten slotte een aanvallende krijg tegen allen, die -met meer of minder recht tot de vijanden der gemeente, dus van het rijk -Gods, werden gerekend. Na 630, het jaar der verovering van Mekka, -verschilde het feitelijk niet meer van eenen strijd tot onderwerping -van geheel Arabië aan de tucht van Allah en Zijnen Gezant. Voor de -heidensche Arabieren kon die onderwerping alleen door volledigen -<i>islâm</i>, erkenning van Mohammed als bode Gods, plaats -hebben. Voor de Joden en de Christenen, op wier getuigenis van de -waarheid Mohammed zich in den aanvang van zijn optreden beroepen had, -kon zulk een eisch niet gelden. Daar zij Mohammed teleurgesteld hadden -door tegen in plaats van vóór zijne goddelijke zending te -getuigen, maakte hij zich van hen onafhankelijk door hun vervalsching -van hunne eigene leer en schrift te verwijten en eindigde met van hen -te verlangen, dat zij zich aan zijn <i>gezag</i> zouden onderwerpen, al -wilden zij zijne <i>openbaringen</i> niet aanvaarden.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch1.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e332">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De Islâm wil de geheele wereld aan zich -onderwerpen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Of nu Mohammed tegen zijn levenseinde zoover gegaan -is, om de hem opgedragen missie te beschouwen als gericht ook tot de -niet-Arabische wereld, of zelfs tot de menschheid in haar geheel, is -moeielijk met zekerheid uit te maken. Voor ons doel is dit betrekkelijk -onverschillig, daar het vaststaat, dat zijne gemeente na zijnen -<span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>dood spoedig en zonder veel aarzelen dien weg -opgegaan is, en in latere jaren geen geloovige eraan getwijfeld heeft, -dat de wonderbaarlijke verovering in ééne eeuw van de -landen tusschen Gibraltar en de grenzen van het Chineesche rijk -geschied was op bevel van Allahs Gezant.</p> -<p>Lang heeft men zich in Europa van dien zegetocht van den Islâm -door een groot deel der wereld voorgesteld, dat hij was uitgevoerd door -benden van woedende fanatieken, die met den Qoerân in de eene, -het zwaard in de andere hand, slechts de keus lieten tusschen den dood -en de aanneming van het Mohammedaansche geloof. Van verschillende -zijden is die voorstelling van den gang der zaak bestreden; het -krachtigst en met bijzonder veel talent door T. W. Arnold, hoogleeraar -eerst te Aligarh in Britsch-Indië, thans te Londen, in zijn werk -“<i lang="en">The Preaching of Islam, a history of the -propagation of the Muslim faith</i>”.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e339">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken -bewerkten de macht van den Islâm.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Met eene bij Engelsche geleerden niet alledaagsche -belezenheid in Oostersche zoowel als Westersche bronnen betoogt die -geleerde, dat de Islâm zijne belangrijkste triomfen als -godsdienst te danken heeft, niet aan de zegepraal zijner wapenen, maar -aan de groote missionaire kracht, die hem eigen is en die hem in staat -stelt, in hoogere mate dan andere wereldgodsdiensten, zonder eenig -geweld in korten tijd vele adepten te winnen.</p> -<p>Terwijl nu Professor Arnold bij de bekeering der volken tot den -Islâm aan den godsdienstigen factor toch altijd de eerste plaats -blijft toekennen, hebben zich in den laatsten tijd geleerden doen -hooren, die deze zoo niet wegcijferen, dan toch vrij gering aanslaan. -Zij willen de geweldige uitstrooming van menschen uit het Arabische -schiereiland in de zevende eeuw en de plotselinge verovering van oude -cultuurlanden door die halfbarbaren zoo goed als geheel uit economische -oorzaken verklaren, even natuurnoodwendig als de zwelling der rivieren -na de smelting der Alpensneeuw. Mohammeds godsdienst zou daarbij niet -veel meer dan een begeleidend verschijnsel geweest zijn. De -Italiaansche prins Caetani en de hoogleeraar Becker (vroeger te -Hamburg, thans te <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span>Bonn) zijn wel de talentvolste woordvoerders dezer -theorie. De gesteldheid van den Arabischen bodem dwingt telkens opnieuw -de bewoners van dat waterarme land eenen uitweg daarbuiten te zoeken. -Chronisch kookt de Arabische ketel over, en de omliggende landen worden -dan aan de overstrooming ten prooi, tenzij zij krachtig genoeg zijn om -met geweld het deksel gesloten te houden. Mohammeds prediking was -slechts eene aanleiding, en het politieke verval van de twee toenmalige -wereldrijken, het Perzische en het Oostromeinsche, hadden de gunstige -bedding voor den stroom bereid, die vervolgens zonder moeite ook nog -verder zijnen weg vond.</p> -<p>Beide beschouwingen, de missionaire en de economische, als ik ze zoo -eens mag noemen, hebben de verdienste van de aandacht te bepalen bij -feiten, die men vroeger dikwijls heeft voorbijgezien. Zoo is het -onweersprekelijk waar, dat de eerste Moslimsche veroveraars met veel -meer ijver streefden naar uitbreiding van het <i>gebied</i> van den -Islâm dan naar vermeerdering van het aantal der -<i>bekeerlingen</i> tot hunnen godsdienst, dat de belastingen, die de -getolereerde schriftbezitters opbrachten, hun vaak minstens even welkom -waren als hunne erkenning der goddelijke zending van Mohammed. Vele -Mohammedaansche staatslieden waren geneigd om de aan de -schriftbezitters gewaarborgde tolerantie uit te strekken, niet alleen -tot de Perzische vuuraanbidders, maar ook tot Hindoes en anderen, die -men met de noodige welwillendheid tot de openbaringsvolken kon rekenen. -Men vindt in de middeleeuwen in Mohammedaansche landen groote en -welvarende gemeenten van niet-Mohammedanen (vooral Joden en -Christenen), die eene mate van bescherming genieten, zooals men die -destijds in Christelijke landen aan andersdenkenden niet verleende. De -bekeering tot den Islâm van de massa der bevolking in Perzië -of in Christelijke landen als Egypte en Syrië vond langzamerhand, -en geruimen tijd na de verovering plaats, volgens de missionaire -beschouwing door de innerlijke kracht der Mohammedaansche zending, -volgens de economische alweder door motieven van economischen aard. -<span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name="pb7">7</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch1.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e346">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was -het voorname middel.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Men kan echter vol recht laten <span class="corr" id="xd25e1523" title="Bron: wederwaren">wedervaren</span> aan alle feiten, -die door de voorstanders der beide theorieën naar den voorgrond -gebracht zijn, zonder eene dier toch al te eenzijdige verklaringen te -aanvaarden, zonder de geheel eenige beteekenis der door Mohammed -gewekte religieuze beweging voorbij te zien, en ook zonder te -ontkennen, dat geweld tot de ongehoord snelle uitbreiding van den -Islâm zeer belangrijk heeft bijgedragen. Eene onbevangen -beschouwing der historische feiten is al voldoende om dit in te -zien.</p> -<p>Zoo moge men de bekeering der massa van de Christenbevolkingen van -Syrië, Egypte en Noord-Afrika tot den Islâm eene vrijwillige -noemen, zij was dan toch door de verovering hunner landen voorafgegaan -en voorbereid. Na de annexatie bij het Moslimsch gebied genoten zij wel -eene met middeleeuwschen maatstaf gemeten vrij groote tolerantie, maar -de vrijheid hunner levensuitingen was dan toch zeer beperkt en in alles -moesten zij zich de minderen van de ingedrongen overheerschers toonen. -Al gingen sommige Mohammedaansche bestuurders zeer ver in de -begunstiging van Joodsche of Christelijke individuën, het -meerendeel der belijders van deze getolereerde godsdiensten had veel te -lijden van het misbruik, dat het Mohammedaansche plebs maakte van zijne -kunstmatige maatschappelijke meerderheid.</p> -<p>Zeker was het voor de Moslimsche propaganda eene begunstigende -omstandigheid, dat de Oostersche kerk in een allerjammerlijksten -toestand van geestelijk verval verkeerde, zoodat sommige Europeesche -geleerden in den Islâm met zijne eenvoudige leer zonder clerus of -dogmatische haarkloverij eene welkome geestelijke verlossing hebben -gezien voor de Monophysieten, Nestorianen of hoe verder de Christelijke -secten van het Oosten heeten. Maar het is dan toch duidelijk, dat zij -die verlossing nooit gezocht zouden hebben, wanneer niet directe en -indirecte dwang hen uit de kerk naar de moskee gedreven had.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e353">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Het systeem van den Islâm getuigt hiervan.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het sterkst en ondubbelzinnigst uit zich die dwang in -het stelsel van den Islâm zooals dat ongeveer sinds de derde eeuw -van de Hidjrah bestaat en door de geheele Mohammedaansche wereld is -erkend. Men vindt het uiteengezet <span class="pagenum">[<a id="pb8" -href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>in de gezaghebbende leerboeken over -de wet. De wijze, waarop de Islâm zich behoort uit te breiden, -wordt daar aangegeven in de hoofdstukken over den heiligen oorlog en -verwante onderwerpen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e360">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Gebied van den Islâm en gebied van den -oorlog.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De aarde heeft men volgens die leer te beschouwen als -verdeeld in <i>gebied van den Islâm</i> en <i>gebied van den -oorlog</i>.</p> -<p>Het gebied van den Islâm staat onder het gezag van het hoofd -der geheele Moslimsche gemeente, den <i>imâm</i> (leider) of -<i>chalief</i> (opvolger), namelijk van den Gezant van Allah in diens -hoedanigheid van bestuurder der geloovigen. De bewoners van dit gebied -zijn òf Mohammedanen òf getolereerde schriftbezitters, -die onder allerlei beperkende en vernederende voorwaarden de -bescherming van leven en have door den Moslimschen staat genieten.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e367">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Nederlandsch-Indië gebied van den -Islâm.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Theoretisch rekent men tot de “dâr -al-Islâm” ook zulke landen, van welke men aanneemt, dat zij -vroeger onder Mohammedaansch gezag gestaan hebben, al worden zij thans -door niet-Mohammedanen bestuurd. Zoo gelden dus Britsch- en -Nederlandsch-Indië, voor zoover zij door Mohammedanen bewoond -worden, als gebied van den Islâm. Ten onrechte hebben W. Hunter -en andere Britsche staatslieden zich hierover verheugd, daar zij -meenden, dat deze leer opstanden van Britsch-Indische Moslims tegen het -Engelsche gezag tot onwettige woelingen stempelde. IJdele illusie! -Werden die Oostersche wingewesten, evenals bijv. Engeland en Nederland -zelf, door de Moslimsche wet bij het gebied van den oorlog ingedeeld, -dan zou als regel, zij het niet geheel zonder uitzonderingen, gelden, -dat vijandige handelingen van Mohammedanen tegen zulke landen slechts -mochten ondernomen worden krachtens machtiging van het hoofd der -Moslimsche gemeenschap. In gebied van den Islâm daarentegen zijn -niet-Moslimsche overheerschers abnormale verschijnselen, die men -slechts dulden mag zoolang men zich buiten staat acht ertegen te -reageeren.</p> -<p>Het gedeelte der aarde, dat buiten het gebied van den Islâm -valt, is in zijn geheel gebied van den oorlog, dat wil zeggen bestemd -om met den spoed, dien de omstandigheden <span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span>toelaten, door middel van -geweld tot gebied van den Islâm gemaakt te worden. Voor volslagen -heidenen kan die onderwerping slechts geschieden in den vorm van -bekeering tot het geloof aan Allah en Zijnen Gezant; degenen, die eenen -door den Islâm erkenden godsdienst belijden, mogen volstaan met -erkenning van het Moslimsche staatsgezag als hunne overheid.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e374">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De heilige oorlog.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Dit zijn de hoofdlijnen van het systeem; men ziet, dat -van de legende van den Moslim met het zwaard in de eene, den -Qoerân in de andere hand toch dit overblijft, dat de -Mohammedaansche wet de alleenheerschappij van hetgeen zij voor de -waarheid houdt door den sterken arm verzekerd wil zien, dat de ware -zending in den geest der wet bestaat in de onderwerping van -andersdenkenden door de Moslimsche legermacht. Verdienstelijk maken -zich ongetwijfeld Mohammedaansche kooplieden of kolonisten in -heidensche landen, waarin Moslimsche legers nog niet konden -doordringen, door als pioniers langs vreedzamen weg aanhangers voor hun -geloof te winnen, en even prijzenswaard wordt het geacht, wanneer -anderen onder de gedulde Joden, Christenen, enz. bekeerlingen trachten -te maken. Dit alles neemt niet weg, dat het middel bij uitnemendheid -tot verbreiding des geloofs naar de letter en den geest van de heilige -wet gezocht moet worden in maatregelen van geweld. Die wet beschouwt -alle niet-Moslims als vijanden der groote monarchie van Allah, wier -weerstand tegen Zijne alleenheerschappij door de Mohammedanen gebroken -moet worden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e382">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De leer van den heiligen oorlog berust niet op -misverstand.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het staat ons niet vrij, met Prof. Arnold in strijd -met de uitspraken der Moslimsche wetgeleerden van alle eeuwen, te -beweren, dat dit stelsel niet het ware is, dat het berust op onjuiste -opvatting van eenige Qoerânverzen, dat de ware Islâm -uitbreiding van het geloof alleen door overtuiging verlangt. Wel stemt -eene kleine groep van moderne Mohammedanen met die aanpassing van den -Islâm aan nieuwerwetsche begrippen in, maar zij vertegenwoordigen -al evenmin de leer van den godsdienst, waarin zij geboren werden, als -de modernisten die der Katholieke kerk. <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span></p> -<p>Meer waarde zou men geneigd kunnen zijn toe te kennen aan het -argument, dat, zoo ergens, dan zeker in den Islâm, theorie en -practijk, stelsel en leven vaak wijd uiteenloopen. Inderdaad hebben -menigmaal Moslimsche bestuurders tegenover niet-Mohammedanen in en -buiten hun gebied eene veel transigentere houding aangenomen dan die -het systeem hun voorschreef. Aan den anderen kant ging het mindere volk -zich jegens de getolereerden vaak te buiten op eene wijze, die de -Mohammedaansche wet streng afkeurt. Maar van veel meer beteekenis dan -zulke afwijkingen ter rechter of ter linker zijde is het onbetwistbare -feit, dat de leer van den heiligen oorlog en hetgeen daarbij behoort -zich volkomen logisch ontwikkeld heeft uit beginselen, die wij van de -verovering van Mekka door Mohammed af tot in de derde eeuw der Hidjrah -toe zien voortwerken. Zonder sprongen of tegenstellingen, zonder sporen -van principieele ontleening van buiten sluit zich hier het volgende -steeds bij het voorgaande aan.</p> -<p>Mohammed is in de laatste jaren van zijn leven op niets meer bedacht -dan op middelen om het aantal der geloovigen uit te breiden, waarbij -natuurlijk steeds minder op bewijzen van innigheid des geloofs kan -worden gelet. De door hem onderworpen Arabieren vallen dan ook na -zijnen dood voor een groot deel weder af, maar Aboe Bakr, die hem als -hoofd der gemeente opvolgt, beschouwt, geheel in Mohammeds geest, de -wederonderwerping dier ontrouwen als eerste en voornaamste taak der -geloovigen, en onder zijne leiding wordt die taak op schitterende wijze -volbracht. En daarop volgt onmiddellijk de verovering van een -belangrijk deel der wereld door de nu definitief geïslamiseerde -Arabieren. Geheel evenwijdig met dezen loop der zaken beweegt zich de -theorie der wetgeleerden, die vooral in de eerste eeuw van den -Islâm het deelnemen aan den heiligen oorlog bijna tot een -hoofdplicht voor alle geloovigen willen maken en geen heerlijker einde -van een vroom leven kennen dan den dood op het slagveld als getuige des -geloofs, als martelaar (<i>sjahîd</i>). Drongen in de eerste -eeuwen onzer <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span>jaartelling vele Christenen naar eene gelegenheid -om zich de kroon van het <i>passieve</i> martelaarschap te verwerven, -vele malen grooter was het aantal der oudste Islâmbelijders, die -als <i>actieve</i> geloofsgetuigen met ijver den dood op het slagveld -zochten in den strijd met hen, die het gezag van Allah en Zijnen Gezant -weerstonden.</p> -<p>Deze overdrijving der waarde van het oorlogsbedrijf kon evenmin -duurzaam zijn als de zegevierende tochten van den Islâm door de -wereld; toen die veroveringen hare voorloopige grenzen bereikt hadden, -kwam weldra in de school de kalmere beschouwing tot heerschappij, -volgens welke de vrome ook door levenslange uitoefening van een -vreedzaam bedrijf aanspraak op den eerenaam van geloofsgetuige kan -verwerven. De heilige oorlog bezonk in het stelsel als eene solidaire -verplichting der gemeente in haar geheel, waaraan slechts zoovele -geloovigen behoefden deel te nemen als de omstandigheden volgens het -oordeel van het staatsbestuur telkens vereischten. Maar de -oorlogstoestand mocht dan toch niet als geëindigd worden beschouwd -voordat het door Allah gewezen doel: onderwerping der gansche wereld -aan den Islâm, bereikt zou zijn.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e389">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover -eens.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Over de hoofdzaken van deze leer bestaat tusschen de -wetgeleerden der verschillende scholen en perioden geen verschil van -meening, en zij is meer wellicht dan eenig ander deel der wet populair -geworden ook bij de leeken, bij de groote onwetende schare zelfs. Zij -is het kort begrip van de actie van den Islâm naar buiten in het -glansrijkste tijdperk, dat hij beleefd heeft, omgezet in een voor alle -tijden geldend voorschrift. Zij vleit in hooge mate de ijdelheid der -menigte: men behoeft slechts de dubbele geloofsbelijdenis te hebben -uitgesproken om zeker te zijn, dat men behoort tot de gemeenschap, aan -welke Allah de heerschappij over de wereld heeft beloofd. Zij werkt na, -ook sedert de wereldgeschiedenis den spot is gaan drijven met hare -hoovaardige pretentie: in de scholen der wetgeleerdheid blijft men haar -voordragen omdat zij, gelijk de geheele wet, als van onfeilbaar gezag -geldt voor alle tijden, en het gemeene volk blijft daaraan <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span>kracht -ontleenen voor zijne ijdele verwachtingen, gepaard met haat jegens -“ongeloovigen”.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e396">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De andere opvatting is ver in de minderheid.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De Jong-Turken en andere modern gevormde Mohammedanen -hebben wel eens gewenscht, dat zij die geheele leer van den -djihâd konden opbergen in het museum hunner staatkundige -antiquiteiten, en vele niet modern ontwikkelde wereldwijzen deelen om -zuiver practische redenen dien wensch. Toch kan niemand hunner de -verhouding van den Islâm tot andere godsdiensten principieel op -nieuwe grondslagen trachten te vestigen zonder het vertrouwen van de -meerderheid te verbeuren en met veler instemming beschuldigd te worden -van ongeloof.</p> -<p>Toen in 1908 de aanvoerders der Jong-Turksche revolutie in hun -eerste élan de woorden: “vrijheid, gelijkheid en -broederschap” in hunne vanen schreven, werd hun weldra met -instemming van de massa der bevolking door de schriftgeleerden beduid, -dat die gelijkheid alleen mocht bestaan in gelijke aanspraken op -bescherming van rechten, welke rechten zelve echter voor de belijders -der verschillende godsdiensten niet gelijk waren; en de broederschap, -die heeft men later, als al te aanstootelijk, maar geschrapt.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch1.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e403">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in -den Islâm.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De billijkheid gebiedt, dat wij ons hierbij -herinneren, hoe ook in de Christenwereld, met name in de middeleeuwen, -staatsmacht en godsdienst bedenkelijke bondgenootschappen gesloten -hebben. Christenvorsten en -volken hebben met geweld heidenen bekeerd, -ongeloovigen en ketters ter eere Gods gefolterd en gedood, Joden op -onmenschelijke wijze behandeld. Maar nooit heeft men uit de -Christelijke heilige schriften voor alle tijden geldende voorschriften -afgeleid, die zulke practijken sanctioneerden. Het is het ongeluk van -den Islâm geweest, dat hij gemeend heeft eens voor altijd met -onfeilbaar gezag regelen te moeten geven, die alle handelingen der -geloovigen tot in de geringste bijzonderheden bepaalden, en dat hij -deze onmogelijke taak kwam te vervullen juist in een tijdperk, waarin -onverdraagzaamheid zoowel in het Westen als in het Oosten heerschappij -<span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>voerde. De leer, dat men voor hetgeen men als de -waarheid beschouwt met geweld aanhangers moet winnen, bleef dus als -eene erfelijke ziekte aan het eene geslacht na het andere der belijders -van den Islâm eigen.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch1.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e410">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Zachtere methoden van bekeering worden ook -toegepast.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De geheele opvatting van godsdienstige zending wordt -in den Islâm door deze leer beheerscht. Zeker, men vindt onder -Mohammedanen zeer uiteenloopende geestelijke typen, en daaronder ook -zulke, die zich uit deernis met de toekomstige eeuwige ellende der -heidenen geroepen voelen, hun de waarheid te prediken; maar het type -van den Moslimschen propagandist vertoonen dezulken niet. De echte -ijveraar voor de uitbreiding van het Mohammedaansche geloof beschouwt -het veeleer als zijne taak, als een trouw soldaat van zijnen God, diens -rijk op aarde te helpen vergrooten door verdelging van Zijne vijanden -en vermeerdering van het aantal Zijner trouwe onderdanen. Dit laatste -kan, behalve door geweld, ook door overreding gebeuren. De wet wijst -ook daarin den weg. Zij wil in aansluiting weder aan hetgeen Mohammed -deed in zijne laatste levensjaren, dat men ongeloovigen door wereldsch -voordeel verlokke tot Islâm, tot onderwerping aan Allah en Zijnen -Gezant; zelfs is een deel van zekere staatsinkomsten (van de -<i>zakât</i> genoemde godsdienstige belasting) uitdrukkelijk voor -dit doel aangewezen. Met een niet ongerechtvaardigd beroep op Mohammeds -handelwijze ten aanzien van de voorname Qoeraisjieten na hunne -gedwongen bekeering tengevolge der verovering van Mekka, leert de wet, -dat men vooral bekeerlingen van hoogen rang en stand door wereldsch -voordeel blijvend aan den Islâm moet trachten te binden, ook om -door dit voorbeeld aantrekkend te werken op hunsgelijken en op degenen, -over wie zij gezag hadden. De geloovige, die door persoonlijke -bemoeienis menschen voor den Islâm weet te winnen met behulp van -prikkeling en bevrediging hunner begeerlijkheid naar rijkdom of eer, -maakt zich daardoor uitermate verdienstelijk, en niemand denkt eraan, -hem vermenging van materieele en geestelijke dingen te verwijten. -<span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span></p> -<p>Soortgelijke middelen van propaganda zijn in vroeger en later tijd -in de Christelijke wereld niet zelden aangewend. Het verschil is echter -weer, dat die methode in den Islâm in de periode van haren bloei -met onfeilbaar geacht gezag voor altijd tot wet is verheven.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch1.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e417">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het spreekt wel van zelf, dat in den gedachtengang, -die deze wijze van uitbreiding van den Islâm beheerscht, het -stellen van belangrijke eischen van voorbereiding aan degenen, die tot -de gemeente willen toetreden, uitgesloten is. Men zou daardoor de -bovenal gewenschte vermeerdering van het aantal der Moslims in gevaar -brengen.</p> -<p>In de eerste tijden is er wel eenige aarzeling geweest in de -beantwoording der vraag, met welk minimum van naleving der wet men nog -als Mohammedaan kon gelden. De wet stelt in hare positieve en negatieve -geboden lang niet lichte eischen aan het individu, maar men was het er -al vroeg over eens, dat de geloovige trots vele zonden van nalatigheid -en overtreding mocht hopen op Allahs genade, en dat in ieder geval de -straf, die hij in de hel zou hebben te boeten, eens een einde zou -nemen, waarna hij het paradijs zou beërven. Het kwam er dus maar -op aan, te weten, door welke daden men afvallig werd. Ten slotte heeft -deze opvatting gezegevierd, dat alwie de belijdenis, dat er geen god is -dan Allah en dat Mohammed Allahs gezant is, heeft uitgesproken met -volle bewustheid van hetgeen hij deed, als Moslim beschouwd moet -worden, en dat hij dit blijft, zoolang hij die belijdenis niet heeft -herroepen noch een van de geboden van Allahs wet voor ongeldig heeft -verklaard, ook al volbrengt hij geen van alle. De bedenking, dat men -aldus gevaar loopt, schijngeloovigen te kweeken, wordt weerlegd met de -herinnering, dat alleen aan Allah het oordeel toekomt over de echtheid -van iemands geloof, terwijl de menschen elkander slechts naar -uiterlijke kenmerken kunnen beoordeelen. Het uiterlijke kenmerk nu van -hen, die tot de gemeente van Mohammed behooren, is het uitspreken der -geloofsbelijdenis, niet gevolgd door woorden of daden, die deze -uitspraak van kracht berooven. <span class="pagenum">[<a id="pb15" -href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span></p> -<p>Heeft men dit geheele stelsel der Moslimsche propaganda wel -begrepen, dan heeft men tevens den sleutel tot het geheim der vaak -bewonderde missionaire kracht, die in den Islâm woont, en die hem -tot een zoo gevreesd mededinger maakt voor de Christelijke zending, -vooral waar beiden onder volken van lage beschaving werken. Den -menschelijksten aller openbaringsgodsdiensten heeft een Duitsch -oriëntalist den Islâm genoemd. Inderdaad tracht hij als -zendingsgodsdienst een menschelijk doel met geheel menschelijke -middelen te bereiken.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e424">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Geen priesterschap noch geordende heidenmissie.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Ieder Moslim, hoe onwetend hij overigens zij, kan te -allen tijde iederen ongeloovige, die Mohammedaan wil worden, den weg -wijzen om onverwijld en zonder ceremoniën in den Islâm te -worden opgenomen. Sacramenten kent de Islâm niet, derhalve -evenmin priesters of andere gewijde of geordende personen, die deze -hebben uit te deelen. Zendelingen van beroep zijn er ook niet. De -uitspraak, dat ieder Mohammedaan op zijnen tijd een zendeling is, moge -overdreven zijn, als men daaronder wil verstaan, dat allen vervuld zijn -van fanatieken ijver tot verbreiding van hun geloof, zij is waar in -dezen zin, dat niemand door de gemeente of eenig ander lichaam voor de -missie wordt afgevaardigd, maar dat de meesten als de gelegenheid zich -biedt, gaarne medewerken om leden te winnen voor de gemeenschap, -waartoe zij behooren.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e431">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Leekenpropaganda.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Voor kolonisten of kooplieden, die zich duurzaam of -tijdelijk vestigen in een land met heidensche bevolking, is dit zelfs -geboden door eigenbelang. Zij willen daar een eigen milieu hebben, in -de eerste plaats een eigen gezin, maar dan verder een eigen wijderen -kring, hoe wijder hoe liever. Dit alles gaat niet zonder het maken van -bekeerlingen. Met eene heidensche vrouw mag de Mohammedaan niet -trouwen, in een anderen godsdienst dan de Islâm zijne kinderen -niet laten opvoeden. De vreemdeling maakt dus der vrouw zijner keuze -den overgang tot zijne gemeenschap zoo gemakkelijk mogelijk en tracht -ook de hem verzwagerden te winnen. Zoo gaat het verder, en er ontstaat -weldra een groep van geloovigen <span class="pagenum">[<a id="pb16" -href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span>van eenigszins gemengd bloed, -die zich door wereldkennis, ontwikkeling van den geest en onderling -verband voordeelig onderscheidt van de overige bevolking. De niet -bekeerde bevolking ziet tegen de bekeerden op; door den Islâm aan -te nemen voelen die heidenen zich, ook maatschappelijk, omhoog -gaan.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e438">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Moslimsche propaganda vergeleken met -Christelijke.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Hier hebben wij weder eene omstandigheid, die -gedeeltelijk verklaart, waarom de Mohammedaansche propaganda sneller -pleegt te slagen dan de Christelijke. In den Islâm volgt de -grootst mogelijke assimilatie onmiddellijk op de bekeering; de -Christelijke zendeling, hoe vol toewijding ook, blijft met zijne -rasgenooten voor de primitieve bevolking, waaronder hij werkt, -vreemdeling. Met recht vestigt professor Arnold hierop bijzonder de -aandacht, en dit doen de meesten, die den voortgang van den Islâm -bijv. in Midden-Afrika waargenomen hebben. Een Engelsch zendeling -aldaar, die dezen ban wilde breken en met eene negerin trouwde, -verwekte zulk eene ergernis met deze toepassing der eenheid in het -geloof, dat hij zich genoodzaakt zag, de kolonie te verlaten.</p> -<p>Maar, wij zagen het al, er komt nog zooveel verlokkelijks bij. De -nieuwbekeerde, wiens overgang hem geen moeite kost, heeft aanspraak op -de gunsten zijner nieuwe broeders, en deze aanspraken worden in de -practijk gaarne erkend. Hoe weinig hij ook aanvankelijk van den inhoud -van het door hem aangenomen geloof moge leeren, hoe weinig van de -voorschriften der wet hij moge naleven, hij mag zich dadelijk koesteren -in het bewustzijn, te behooren tot degenen, die bestemd zijn om over -alle anderen te heerschen en die het recht hebben ten nadeele van -niet-Mohammedanen die heerschappij te helpen bespoedigen. Bij zulk een -sprong naar boven geldt het slechts als een gering bezwaar, dat de -gewoonte—niet de wet—in de meeste gevallen verlangt, dat de -bekeerling zich spoedig onderwerpe aan de besnijdenis.</p> -<p>De populariteit van de leer van den heiligen oorlog doet zich nu bij -zulke primitieve volken, wanneer zij gedeeltelijk door vreemde -kolonisten of kooplui geïslamiseerd zijn, vaak in dien zin gelden, -dat zij hunne nog <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" -name="pb17">17</a>]</span>niet bekeerde rasgenooten om hun ongeloof -gaan bestrijden. De neigingen van min beschaafde menschen worden -daarbij op voor hen aangename wijze geprikkeld en vinden eene welkome -speelruimte. Met anderen geweld aan te doen, te plunderen of tot slaven -te maken weten zij nu een Gode welgevallig werk te verrichten, mits die -anderen heidenen zijn. De menschelijke ijdelheid en hebzucht worden -gestreeld en gesteld in dienst van de propaganda. Het bezwaar, dat men -op die manier heiligen oorlog van offensieven aard voert zonder de -machtiging van den chalief, die hiervoor in den regel vereischt is, -wordt ondervangen door de leer, dat in streken, die wegens verren -afstand of om andere redenen buiten het bereik van het centrale gezag -liggen, invloedrijke hoofden mogen doen hetgeen des chaliefs is.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch1.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e445">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims -is weinig gedaan.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Al heeft dus de Islâm, in de plaats van het -evangelische “<i>onderwijst al de volken</i>”, het bevel -“<i>onderwerpt al de volken</i>” als een hoofdgebod voorop -gesteld, hij is daarmee geenszins tevreden, maar wil, dat op de -onderwerping onderwijzing volge. Het bovenal streven naar uitbreiding -van gebied en vermeerdering van het aantal dergenen, die de -geloofsbelijdenis hebben uitgesproken, heeft echter vanzelf tot eene -minder krachtige werking in de diepte geleid. Nog tal van andere -omstandigheden komen daarbij, die maken dat de geestelijke opvoeding -der voor den Islâm gewonnenen in den regel veel te wenschen -overlaat.</p> -<p>Reeds vroeg zijn de schriftgeleerden zich gaan verdiepen in -dogmatische en juridische spitsvondigheden, en in de drukte van hun -onderlingen strijd vonden zij niet veel tijd om zich met de geestelijke -belangen der ongeletterden bezig te houden. Voor hen scheen het nu -eenmaal in de natuur der dingen te liggen, dat eene kleine uitgelezen -schare van kenners der wet met zelfgenoegzame minachting neerzag op de -menigte der onwetenden. Van eenig gevoel van medeverantwoordelijkheid -voor dien toestand vindt men bij hen zelden eenig spoor. <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span></p> -<p>De minderheid der bevolking, die eenig onderwijs genoot, ontving dit -in den meest onpractischen vorm. In de eerste eeuwen van den -Islâm kon men nog de illusie koesteren, dat in alle -Mohammedaansche landen de oude landtalen het veld zouden ruimen voor -het Arabisch. Op deze later onhoudbaar gebleken onderstelling is bijna -geheel het elementaire godsdienstonderwijs gebaseerd. Wie iets leeren -wil, wordt ondersteld, Arabisch, en wel liefst klassiek Arabisch te -verstaan. Eerst later werden schoorvoetend kleine concessies aan de -moedertalen der geloovigen gedaan. Toch bleef eene kennis der wet, die -iets beduidde, zonder bedrevenheid in het Arabisch zoo goed als -onmogelijk. De leeken moesten het doen met een werktuigelijk leeren -opdreunen van den Qoerân in het oorspronkelijk en met eenige even -werktuigelijke oefening in het ritueel. Het plebs bleef meerendeels -zelfs hiervan verstoken.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e454">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de -cultuur beheerschen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Geen wonder dus, dat in nagenoeg alle Mohammedaansche -landen de geestelijke gedachtensfeer, waarin de eigenlijke bevolking -leeft, meer oorspronkelijk heidensche dan Mohammedaansche elementen in -zich bevat. Men neme kennis van de beschrijvingen van de populaire -zeden en gebruiken en van het volksbijgeloof, dat in het leven de -hoofdrol speelt, in Noordwest-Afrika, in Egypte, in Syrië, ja in -het stamland van den Islâm, in Arabië zelf, overal ziet men -de eenheid van Allah verscholen achter een onnoemelijk aantal levende -en doode heilige personen en voorwerpen, die de hoogste vereering -genieten, overal de middelen, die de wet aangeeft om Allahs gunst te -verwerven, verdrongen door magische practijken, die van -vóór den Islâm dateeren. Het Moslimsche bepaalt -zich bij de menigte voor de vromeren tot eenige ritueele -uiterlijkheden, voor de meerderheid tot eenige leuzen en phrasen, soms -bovendien het daarstraks door mij beschreven gevoel van deel uit te -maken van de tot heerschappij geroepen gemeenschap.</p> -<p>Is dit alles zoo in het stamland van den Islâm en in de -landen, die hij het eerst aan zich onderwierp, het spreekt van zelf, -dat de officieele leer en het volksleven <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span>nog veel verder van -elkander verwijderd moeten zijn daar, waar de Islâm eerst later -binnendrong, en zeer geleidelijk <span class="corr" id="xd25e1693" -title="Bron: veldwon">veld won</span> door de assimileerende kracht van -vreemdelingen, die om zich heen propaganda maakten, ten slotte gevolgd -door vreedzame of gewelddadige uitbreiding van het geloof door het -bekeerde deel der inheemsche bevolking zelve.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch1.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e462">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam -binnen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was op de laatst bedoelde wijze, dat het -Mohammedanisme zijne belijders in den Indischen Archipel verkreeg. -Mohammedaansche kooplieden uit Voor-Indië, het eeuwenoude spoor -hunner Hindoesche landgenooten volgend, vestigden zich tijdelijk of -voor goed in eenige kustplaatsen dezer eilanden. Deze kleine -koloniën oefenden de gewone aantrekkingskracht, zelfs op Java, -ofschoon hier het Hindoeisme al eeuwen lang de cultuur beheerschte. Men -vergete hierbij niet, dat het Hindoeisme hier niet zoo diepe wortels -kon schieten als in zijn vaderland, waarbuiten het zich in den regel -niet verbreidt, en dat de Hindoecultuur hare geestelijke verfijning -niet mededeelt aan de tot lagere kasten gerekende massa, zoodat voor -eene groote meerderheid juist onder het Hindoeistisch régime -veel aanleiding kan bestaan om in den Islâm verlossing te zoeken -uit zijn staat van vernedering.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e469">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De verbreiders kan men niet met Christelijke -zendelingen vergelijken.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De propaganda was voor die vreemdelingen stellig vaker -middel dan doel. Men kan er zeker van zijn, dat de meesten hunner meer -van avonturiers dan van missionarissen weg hadden, al heeft de -volkslegende hunne nagedachtenis met stralenkransen van heiligheid -omgeven. Ook in Mohammedaansche landen waren het destijds niet in de -eerste plaats de deugdzamen, die in het Verre Oosten hunne fortuin -gingen zoeken. Nog in onze dagen gaat de Moslimsche propaganda onder de -heidenen van Oost-Indië steeds in de eerste plaats van zulke -gelukzoekers uit. Daarom is het zoo dwaas, wanneer onhandige -zendingsvrienden deze soort van missie gaan vergelijken met die van -geordende zendelingen des Christendoms, en dan der Regeering verwijten, -dat Zij Mohammedaansche zendelingen niet aan een soortgelijk -<span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name="pb20">20</a>]</span>toezicht onderwerpt als Christelijke. Ik laat de -vraag geheel ter zijde, of het noodig is, de werkzaamheid der -Christelijke zendelingen te binden aan de voorwaarde eener bijzondere -toelating zooals het vigeerende Regeeringsreglement die voorschrijft. -Maar ten opzichte van Mohammedanen zou iets dergelijks volstrekt -onmogelijk zijn, daar ieder Mohammedaansch handelaar, die met heidenen -zaken doet, indien hem zulks gelegen komt, aanhangers voor zijnen -godsdienst wint. De Europeesche koopman, gesteld dat hij er neiging toe -had, zou dit niet <i>kunnen</i> doen, daar hem èn de bekwaamheid -tot het geven van het voorbereidend onderricht, èn, wat meer is, -de bevoegdheid tot het toedienen van het onmisbare sacrament van den -doop ontbreekt. Het eene zoowel als het andere is voor eene bekeering -tot den Islâm overbodig: tot dezen godsdienst bekeert de heiden -na bekomen inlichting zonder iemands bijstand zichzelf. Aan -Mohammedaansche kooplieden, die heidensche streken bezoeken, te -verbieden, die inlichting te verstrekken, dat zou strijden met elk -beginsel van godsdienstvrijheid en het verbod zou bovendien practisch -niet te handhaven zijn.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e476">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De Regeering bevordert de propaganda als Zij -Mohammedaansche ambtenaren in heidensche streken invoert.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wel verdient het voor de Regeering aanbeveling, bij -het onder geregeld bestuur brengen van heidensch gebied zooveel -doenlijk te waken tegen onwillekeurige bevordering der uitbreiding van -den Islâm, die licht het gevolg is van den invoer van -Inlandsch-Mohammedaansche staatsdienaren. Ook het Duitsche koloniale -bestuur in Oost-Afrika heeft met deze moeielijkheid te kampen, en bij -ons is de verleiding bijzonder groot, daar de Inlandsche ambtenaren van -Java in den regel de best ontwikkelde, met onze bestuursbeginselen -meest vertrouwde zijn, terwijl overdreven godsdienstijver onder hen -zelden voorkomt. Toch strekt hunne plaatsing in heidensche landen op -den duur, evenzeer als de immigratie van Mohammedaansche avonturiers, -tot verbreiding van den door hen beleden godsdienst, en kan zij aldus -ten gevolge hebben, dat de bevolking, onder welke zij werken, gewonnen -wordt voor een stelsel, waaraan de Javanen zelve bezig zijn te -ontgroeien. Moslimsche kooplieden <span class="pagenum">[<a id="pb21" -href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>uit eenig deel van den Archipel -te weren, omdat zij de propaganda in de hand werken, dat zou zonder -onverdedigbare willekeur niet gaan; daarentegen is het met eenig beleid -wel te voorkomen, dat men zelfs indirect de islamiseering van -niet-Mohammedanen zou gaan bevorderen.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch1.26" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e483">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in -Oost-Indië <span class="corr" id="xd25e1725" title="Bron: geweldadig">gewelddadig</span> uit.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het door vreemde avonturiers begonnen werk der -islamiseering van de Oost-Indische eilanden werd door de bekeerde -Inlanders zelve voortgezet. In het midden der veertiende eeuw prijst de -Arabische reiziger Ibn Baṭṭoeṭah den Moslimschen -vorst van Soematra-Pasè om de heilige oorlogen, die hij voerde -tegen de heidenen in het binnenland van het eiland. De Mohammedaansche -koloniën aan de Noordkust van Java ontwikkelden zich tot rijkjes, -die ten slotte deels door aantrekking, deels door strijd Madjapait en -Padjadjaran overweldigden. Van Java uit verbreidde zich de Islâm -over Zuid-Soematra, deelen van Borneo en van Celebes en meer Oostelijk -gelegen eilanden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.27" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e490">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische -invloed begon pas later te werken.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Onder de uit Indië afkomstige eerste invoerders -van den Islâm in den Archipel waren er met Arabische stamboomen -van twijfelachtige echtheid, en ook wel enkele van onverdacht Arabische -afkomst. Dit neemt niet weg, dat hun Islâm een ontwijfelbaar -Indisch karakter vertoonde, en zich dus met name op Java uitnemend -aansloot bij de <span class="corr" id="xd25e1735" title="Bron: Hindoeïstische">Hindoeistische</span> elementen, die zich -daar lang te voren met het oorspronkelijke animisme vermengd hadden. -Eigenlijk Arabische invloed deed zich eerst later gelden. Het waren -Arabische gelukzoekers van voorname geboorte in Ḥadhramaut, die -de kustrijkjes van Siak op Soematra en van Pontianak op Borneo -stichtten. Emigranten uit dat Zuid-Arabische gebied vestigden zich -sinds anderhalve eeuw in Palembang en verschillende handelshavens van -Java en Madoera. De geletterden onder hen deden hun best om zoowel de -specifiek Voor-Indische elementen van den hier ingevoerden Islâm -als de voor hen meest aanstootelijke bestanddeelen van Hindoeistischen -en animistischen oorsprong uit geloof en <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>zeden der inheemsche -Mohammedanen te verwijderen. Eene veel krachtiger werking in dergelijke -richting ging echter van Mekka uit, niet zoozeer omdat zich ook enkele -Mekkanen in Oost-Indië vestigden, als wel omdat in verband met de -bedevaarten naar het heilige land sinds ongeveer twee en eene halve -eeuw vele Inlanders te Mekka hunne studiën maakten of voltooiden. -De vreedzame verdringing van de aan de Indische Mohammedanen ontleende -methoden en denkwijzen door Arabische, die door de werkzaamheid der uit -Mekka volleerd teruggekeerden begon, is nog niet afgeloopen, maar wint -geleidelijk veld.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch1.28" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e497">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Samenvatting.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wij hebben nu, denk ik, in hoofdtrekken het beeld voor -ons van de wijze, waarop de Islâm getracht heeft, zijn ideaal van -heerschappij over heel de menschheid te verwezenlijken en van de soort -van zending, die een groot deel van den Indischen Archipel voor dezen -godsdienst won. Van het jaar 630 af zocht hij de bereiking van zijn -doel bovenal in onderwerping van de grootst mogelijke menschengroepen -in den kortst mogelijken tijd; eene methode, die ook buiten den -Islâm in de middeleeuwen vele aanhangers had. In het -<i>stelsel</i>, dat omstreeks 900 zijne definitieve afronding verkreeg, -bleef deze toepassing van materieele machtsmiddelen de eerste plaats -innemen, ook nadat de veranderde tijdsomstandigheden die in de -<i>practijk</i> zoo goed als onmogelijk gemaakt hadden. Feitelijk moest -men zich in nieuwere tijden steeds meer beperken tot eene andere soort -van propaganda, die van oudsher naast de gewelddadige aanbevolen en ook -beoefend was: vreedzame overreding, die gewoonlijk den vorm aannam van -assimilatie, vooral van primitieve volken, door kooplieden en -avonturiers, die in hun eigen belang met die volken verkeerden. De leer -van den heiligen oorlog, door de schriftgeleerden onveranderd -overgeleverd en bij het mindere volk altijd geliefd, bleef daarbij -gereed om zich onder gunstige omstandigheden te doen gelden. Zoo niet -zelden bij pas bekeerde <span class="corr" id="xd25e1753" title="Bron: volkstammen">volksstammen</span>, die hunne heidensche -rasgenooten met geweld tot den Islâm brachten. <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name="pb23">23</a>]</span></p> -<p>Altijd was het hoofdoogmerk snelle vermeerdering van het aantal -Moslims, terwijl de opvoeding der bekeerden naar de beginselen en -voorschriften van den Islâm aan de toekomst overgelaten bleef en -met weinig ijver en ondoelmatige middelen beproefd werd. Onder de -aangewende middelen van overreding speelden in systeem en practijk die -van stoffelijken aard steeds de hoofdrol. Van missie met zuiver -geestelijke middelen doen zich in ouderen tijd sporadisch gevallen -voor; het meerdere, dat in onze dagen daarvan voor den dag komt, dankt -zijn ontstaan meestal aan reactie tegen en concurrentie met -Christelijke zending, die onder Moslims werkt.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch1.29" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e504">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Het leven overal in slechts geringe mate naar het -stelsel hervormd.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Bij het licht der geschiedenis van de Moslimsche -propaganda en harer resultaten begrijpt men zonder moeite den afstand, -die overal, waar de Islâm beleden wordt, te constateeren valt -tusschen <i>de leer en de wet</i> eenerzijds en anderzijds <i>het -leven</i>, vooral het leven van de massa des volks. Zonder dat licht -begrijpt men er niets van en komt men gemakkelijk tot valsche -oordeelen. Zoo onlangs een onzer volksvertegenwoordigers, die in -dagbladartikelen en in eene parlementaire redevoering de stoute -bewering deed vernemen, dat van de vijf en dertig millioen -Nederlandsche onderdanen, die officieel als Mohammedanen te boek staan, -slechts ongeveer zes millioen werkelijk belijders van den Islâm -zijn.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.30" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e511">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De graad van het in de autoriteiten van den -Islâm gestelde vertrouwen beste maatstaf voor de Moslimsche -belijdenis.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het is altijd gevaarlijk voor een buitenstaander, met -een zelfgemaakten maatstaf te gaan bepalen, in hoeverre -menschengroepen, die zich bij eene godsdienstige belijdenis indeelen, -terecht daartoe gerekend worden. Hoevele millioenen Europeanen, wier -namen in Christelijke doopregisters voorkomen, zou men op die wijze -niet de buiten de gemeenschap der Christenen kunnen plaatsen omdat zij -van den godsdienst vervreemd zijn of omdat zij geene kennis hebben van -hun geloof en bevangen zijn in heidensche superstitie en practijken van -animistischen oorsprong<span class="corr" id="xd25e1777" title="Bron: .">?</span> Wat zou er op die wijze overblijven van het -Christen-zijn van vele gedoopte Inlanders? Het eenig <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>bruikbare criterium zal toch wel zijn, hoe de -menschen zichzelve genoemd willen hebben, vooral omdat alleen daaruit -blijken kan, <i>waar zij hun vertrouwen hebben geplaatst</i>.</p> -<p>Bepalen wij onze aandacht eens bij Java als uit het oogpunt van -bevolking verreweg het belangrijkste eiland van -Nederlandsch-Indië. Met uitzondering van de kleine groepen der -Badoei’s en der Tĕnggĕreezen en van kleine -Christengemeenten onder Europeesche leiding, noemt de geheele bevolking -zich Mohammedaansch. Vooral op Midden-Java is van leer en wet van den -Islâm in het leven van den kleinen man nog weinig doorgedrongen, -terwijl zeden en bijgeloof er algemeen getuigen van de heerschappij van -oud-animistische begrippen, min of meer gewijzigd door den invloed van -het vroeger ingedrongen Hindoeisme. Toch zou een Hindoesch pandit thans -evenveel moeite hebben om bij de bevolking gehoor te vinden als een -zendeling van het Christendom.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.31" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e518">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen -maatstaf.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Zeker, van de millioenen zijn het slechts -tienduizenden, die aan de over geheel Java verspreide -pĕsantrèns kennis van eenige beteekenis opdoen van de -dogmatiek en de wet van den Islâm. Evenals in andere -Mohammedaansche landen zien ook hier die schriftgeleerden minachtend op -de onwetende schare neer, en doen zij uiterst weinig om ze uit hare -onwetendheid op te heffen. Maar evenals elders ziet ook hier die schare -op naar die geleerden als naar degenen, die haar vertrouwen verdienen, -waar het gaat om hare hoogste belangen.</p> -<p>Goede of slechte geestelijke waar, die haar geboden wordt, -beoordeelt de bevolking in de eerste plaats naar het Mohammedaansche -merk, waarmee zij voorzien is. Mist zij dit, dan beschouwt zij haar -zonder onderzoek met achterdocht en wantrouwen. Laster is het, wanneer -men zegt, dat de Regeering door bestuursmaatregelen deze gezindheid -heeft bevorderd of in het leven geroepen. Zij bestaat van de dagen der -Compagnie af, Raffles constateerde haar in het begin der negentiende -eeuw, en de uiterst geringe verandering, die in den geestelijken staat -der Javaansche landbouwers is gekomen, heeft ook haar <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>ongewijzigd gelaten. De bevolking van Java -evenzeer als de Atjèhers, de Maleiers, Boegineezen, Makassaren -en wie zich verder in Indonesië naar Mohammed noemen, zijn -Mohammedanen, of men moet dien naam tevens ontzeggen aan de Berbers, de -Egyptenaren, de Syriërs, ja zelfs aan de meerderheid der -Arabieren.</p> -</div> -</div> -<div id="ch1.32" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e525">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder -schending der godsdienstvrijheid.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De Regeering kan dit erkennen zonder zich daardoor te -laten weerhouden van ook maar één enkelen -bestuursmaatregel, die het belang van land en volk gebiedt. Maar Zij -kan niet—zoolang Zij aanspraak maakt op den naam eener eerlijke -regeering—medegaan met den wensch, dien de afgevaardigde van -daarstraks namens onverstandige vrienden der Christelijke zending -uitsprak, eenige millioenen Mohammedanen tot heidenen of -pantheïsten verklaren, en daaraan vrijheid ontleenen om de zending -meer direct te steunen door op die tot heidenen gestempelde Inlanders -maatregelen toe te passen, die men tegenover Mohammedanen voor -ongeoorloofd zou houden. Zulke steun zou ook beneden de waardigheid der -Christelijke zending zijn. Men zou er bovendien het tegendeel van -hetgeen men beoogde door bewerken: men zou aanleiding geven tot -fanatiek verzet.</p> -<p>Wel doet de Regeering wijs door hare volle aandacht te schenken aan -het veelszins gelukkige feit, dat onder een groot deel van de -Mohammedanen van Nederlandsch-Indië de beginselen van het stelsel -van den Islâm nog weinig diepe wortels hebben geschoten, waardoor -zij veel toegankelijker zijn voor andere cultuurinvloeden dan anders -het geval zou wezen. Hiervan behoort in het belang der bevolking zelve -partij getrokken te worden voordat het te laat is; voordat nog de aan -wezenlijke beschaving vijandige elementen, die den Islâm als eene -uit hare middeleeuwsche periode overgebleven kwaal aankleven, -gelegenheid vinden op die dusver gespaarde Inlanders in te werken, moet -men alle kracht inspannen om ze daartegen immuun te maken. Dat dit -geschieden kan in volkomen eerlijkheid en zonder valsche listen, hoop -ik in het vervolg aan te toonen. <span class="pagenum">[<a id="pb26" -href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e532">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="label">II.</h2> -<h2 class="main">KENSCHETSING VAN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM.</h2> -<div id="ch2.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e539">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door -hem veroverde volken.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In mijne vorige voordracht gewaagde ik meer dan eens -van het stelsel van den Islâm, dat ongeveer drie eeuwen na -Mohammed zijn definitieven vorm had verkregen, en wees ik erop, dat het -heel andere dingen bevatte dan waarvan men in Mohammeds dagen ook maar -een flauw voorgevoel kon hebben. Dit sprak in verband met de -ontzagwekkende gebiedsuitbreiding van het Mohammedanisme geheel van -zelf.</p> -<p>Het schijnt ons reeds een wonder, dat die halfbarbaarsche Arabieren -als in een ommezien niet slechts de volken van Zuid-Spanje tot de -Westelijke grens van China wisten te onderwerpen, maar tevens aan de -meesten hunner, waaronder naties met eene oude, hooge cultuur, hunnen -nuchteren, nieuwen godsdienst wisten op te dringen, de Arabische taal -in de plaats wisten te stellen van de talen der veroverde landen of -althans haar den voorrang daarboven te verzekeren, de afstamming van de -zonen der woestijn te doen erkennen als de hoogste aristocratie. Maar -zonder eene groote mate van aanpassing zou dit alles toch geheel -onmogelijk zijn geweest.</p> -<p>Voor de regeling van het staatsbestuur in die oude cultuurlanden, -van grondbezit, handel en verkeer in zulk een wereldrijk, om niet meer -te noemen, waren de sobere, naieve wetgevende gedeelten der -Qoerânische openbaring volstrekt ontoereikend. Nu had echter in -de oudste gemeente <i>deze</i> overtuiging diep wortel geschoten, dat -alle <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>levensverhoudingen, groot of klein, zonder -uitzondering geregeld moesten worden door Allahs woord, toegelicht door -Allahs gezant. Zoo was het geweest te Medina zoolang Mohammed als -levend orgaan der openbaring in het midden der zijnen had verkeerd, en -zoo behoorde het te blijven na zijn dood in het door hem gestichte -rijk.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e546">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De vreemde elementen met behulp van fictie bij de -voorschriften van den Profeet ingelijfd.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Hoe nu de geheel andere eischen der practijk in -overeenstemming te brengen met die als eene levensvoorwaarde van den -Islâm beschouwde beperking der bron van alle wijsheid tot eenige -uitspraken, bestemd om in de vrij primitieve maatschappij van Medina de -gewenschte orde te handhaven of te herstellen? Waar het voor -heiligschennis gold, te meenen, dat de woorden van Allah en Zijnen -Gezant aanvulling behoefden, schoot er niet veel anders over dan door -vrome fictie aan Mohammed in den mond te leggen, hetgeen hij -vermoedelijk gezegd zou hebben, indien hem een blik in de toekomst -gegund ware geweest. Elke vraag, die rees gedurende en na de groote -verovering der landen, gaf aanleiding tot het ontstaan van eene of meer -overleveringen over iets, dat de profeet had gezegd of gedaan, en -waaraan men voor het gegeven geval licht kon ontleenen. Later werd die -steeds aangroeiende massa van tradities door schifting in omvang -beperkt, door ordelijke rangschikking handelbaar gemaakt, en zoo -verkreeg men de kanonieke traditie-verzamelingen. Zij vormden niet een -zoo streng afgesloten geheel als de verzameling der woorden Gods in den -Qoerân, zij lieten veel meer plaats voor aanvulling en -verschillende uitlegging, maar eene verdere ontwikkeling der wetgeving, -die naar ons spraakgebruik dien naam zou verdienen, maakten zij dan -toch zoo goed als onmogelijk.</p> -<p>Goed- of kwaadschiks moest de Islâm in de eerste twee eeuwen -van zijn bestaan de grootste plooibaarheid ontwikkelen, waartoe hij in -staat was: langs verschillende wegen nam hij instellingen en -denkbeelden in zich op, die ons op ondubbelzinnige wijze hunne herkomst -uit Griekenland, Rome, Perzië en Hindostan openbaren, al hebben -zij zich gehuld in het monotone, grauwe kleed van profetische traditie. -Zonder deze veelsoortige toespijzen <span class="pagenum">[<a id="pb28" -href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span>en sterke kruiden zou de -digestie van de gulzig opgezwolgen landen en volken hem te machtig zijn -geworden. Maar toen was dan ook de grens zijner spankracht bereikt; -ongeveer duizend jaren geleden was dus de geschiktheid van den -Islâm om zich aan te passen aan andere tijden dan de dusver -doorleefde, aan andere plaatsen dan de dusver ingenomene zoo goed als -geheel verbruikt.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e553">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche -gemeente.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het stelsel, zooals het toen reeds tot in kleine -détails was uitgewerkt, werd afgesloten door de leer van <i>de -onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente</i> als geheel, vertegenwoordigd -door hare schriftgeleerden. Omtrent den Qoerân en zijne -uitlegging, de kanonieke overleving en hare verklaring, de uit die -bronnen af te leiden theologie en wet, was dus al hetgeen, waarover de -schriftgeleerden tot eenstemmigheid waren geraakt, boven verdere -discussie verheven. Stevig zaten die resultaten van drie eeuwen -geestelijken arbeid vast in de vesting der onfeilbaarheid. Die vastheid -van het systeem was echter tevens de oorzaak van zijn kwijning; hoe -langer hoe meer verloor het den samenhang met het leven.</p> -<p>Dit bezwaar zou belangrijk verminderen, wanneer gezaghebbende -schriftgeleerden die leer van den onfeilbaren consensus gebruikten als -middel juist om door hen wenschelijk geachte hervormingen in te voeren. -In de laatste jaren is dit, vooral in Egypte, en ook wel in Turkije, -door kundige <i>oelamâ</i> beproefd. Zij gelden echter bij de -groote meerderheid nog als gevaarlijke modernisten, en het is zeer de -vraag, of het hun gelukken zal, op den duur een zoo grooten kring van -<i>moeqallids</i> (erkenners van hun gezag) te vormen, dat hunne -opinies voor de vaststelling van den consensus gaan medetellen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e560">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde -eeuw der Hidjrah zeer moeielijk.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Immers hetgeen daar voor duizend jaren werd -vastgelegd, dat was niet een geheel van <i>beginselen</i>, maar een -stel van op goddelijk en profetisch gezag berustende -<i>voorschriften</i>, die tot in het kleine en bijzondere het -staatkundige, maatschappelijke en individueele leven der geloovigen -bonden voor alle gevallen, waarop men bedacht was geweest. Nu hebben -sinds dien tijd de verschillende <span class="pagenum">[<a id="pb29" -href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span>Mohammedaansche landen in menig -opzicht onafhankelijk van elkander ieder hun eigen leven geleid, daar -de politieke, economische en andere toestanden vaak hemelsbreed -verschilden; maar hetgeen hen onderling bleef verbinden, dat was juist, -behalve eenige geloofsformules, de gemeenschappelijke erkenning van het -goddelijk karakter dier wet, die in elk van hare deelen hare Arabische -geboorte en hare opvoeding in het Westen van Azië gedurende de -zevende, achtste en negende eeuw verried. Al mag men gedurende de tien -eeuwen, die daarna volgden, kunnen wijzen op concessies der wet aan -behoeften, die zich algemeen deden gelden, de moeite, die het kostte, -ze erkend te krijgen, bewijst beter dan iets anders, hoe stroef het -systeem van den Islâm geworden was.</p> -<p>Wie toch eene zekere mate van plooibaarheid aan dit stelsel wil -toekennen, wijst terecht op het gewicht, dat vele schriftgeleerde -autoriteiten toekennen aan <i>het belang der geloovigen</i> als motief -voor wettelijke bepalingen, of aan <i>den drang der omstandigheden</i>, -die volgens Moslimsche autoriteiten gedeelten der heilige wet buiten -werking kan stellen, maar zulk beroep komt bij de meest gezaghebbende -schriftgeleerden slechts voor om den loop van de ontwikkeling der wet -<i>in het verleden</i> of ook uitzonderingen <i>van tijdelijken -aard</i> te rechtvaardigen, daarentegen zelden om wegen te openen voor -eene toekomstige ontwikkeling, die het vroeger met onfeilbaar gezag -vastgestelde zou wijzigen. De door de schriftgeleerden der eerste -eeuwen na eenige aarzeling aanvaarde, maar binnen enge perken gehouden -redeneering bij analogie kan evenmin als hervormend beginsel werken: -zij mag alleen dienen om uit de bestaande bepalingen voor dusver -onbekende gevallen nieuwe deducties te maken.</p> -<p>Hoe men de zaak ook beschouwe, elke poging om de wet <i>in het -bijzondere</i> te verbeteren bedreigt het heele, eeuwenoude gebouw met -ineenstorting, en ieder streven naar <i>fundamenteele</i> herziening -brengt hem, die ermee voor den dag komt, in verdenking van ongeloof. -Tegen het een zoowel als tegen het ander kan men gewoonlijk rekenen op -den fellen tegenstand van de meerderheid <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>der schriftgeleerden, -gesteund door de instinctief bij haar zich aansluitende massa des -volks.</p> -<hr class="tb"> -<p>De stroefheid van den Islâm, die in zijne eerste periode eene -wijle voor den onweerstaanbaren drang der omstandigheden week, werd dan -van de derde eeuw der Hidjrah af een zijner sprekendste -karaktertrekken. Een “positieve” openbaringsgodsdienst, die -uit den Hemel voorschriften verlangt over alle détails van het -leven, kan op den duur dit lot niet ontgaan.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e567">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Het stelsel splitst zich in geloofsleer en wet.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Ik sprak meermalen van <i>het</i> stelsel van den -Islâm, en inderdaad was het in den beginne formeel -één geheel, werden alle levensvragen door -ééne en dezelfde klasse van deskundigen behandeld en -opgelost. Weldra verdeelde zich de stof in twee hoofddeelen, <i>de -geloofsquaesties</i>, de dogmatische vragen, die door <i>theologen</i> -in den engeren zin, en de vragen betreffende <i>de plichten</i>, die -door <i>wetgeleerden</i> behandeld werden. Beide vakken bleven met -elkaar in innig verband, maar zij onderscheidden zich toch van elkaar -in doel, in middelen, in methode.</p> -<p>Over de <i>dogmatiek</i> kunnen wij hier kort zijn. Eene geloofsleer -wordt uit strijd over de ontwikkeling van het dogma geboren, en tracht -in scherp belijnde formules de bovendrijvende stellingen voor altijd te -bevestigen. Voor zoover men haar onfeilbaar of toch boven revisie -verheven acht, komt zij in een volgend tijdperk der ontwikkeling van -het menschelijke denken noodwendig in strijd met de begrippen van een -deel dergenen, die zij onder hare vleugelen wil houden. Deze -verwijdering kan echter zonder belangrijke practische gevolgen -intreden, wanneer ten minste de geloofsleer zich binnen hare eigene -grenzen houdt en niet te zeer ingrijpt in het gebied van het handelen. -Zoo is het in den Islâm gegaan. Toen de hitte van den strijd der -eerste drie eeuwen over geloofsformules afgekoeld en het resultaat in -den vorm eener rechtzinnige dogmatiek bezonken was, nam de -belangstelling voor deze dingen buiten de enge vakkringen af. -<span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch2.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e574">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt -belang voor de practijk.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De vragen, waarover men getwist en elkander verketterd -had, vertoonden veel overeenkomst met die, welke in de Christelijke -kerk de gemoederen hadden bewogen. De praedestinatie, tegenover de -aanhangers der leer van den vrijen wil tot een hoofddogma verheven, -werd in den Islâm niet fatalistischer opgevat dan elders. De -streng gehandhaafde eenheid Gods werd met de veelheid Zijner in den -Qoerân genoemde eigenschappen in een verband gebracht, dat het -middelmatige verstand zoowel als het populaire openbaringsgeloof -bevredigde. De leer van de eeuwigheid der hellestraf voor ongeloovigen -in verband met die der eindelijke zaligheid aller geloovigen -verscherpte in den geest der middeleeuwen de grenslijn tusschen -Mohammedanen en niet-Mohammedanen. Het dogma der zaligmaking door het -geloof alleen—geloof opgevat in den zin van eerbiedige erkenning -der almacht van den door Mohammed gepredikten Allah, ongeveer zoo als -een willig onderdaan zijnen vorst erkent, waarbij de werken dienen om -dat geloof schooner en volkomener te maken en den geloovige meer -aanspraak te geven op spoedige toelating in het Paradijs—, dit -dogma was dienstig om de zwakken niet af te schrikken en de propaganda -te bevorderen. Er zou veel meer te noemen zijn, maar voor de practijk -van het leven, die ons hier bovenal belang inboezemt, is het eene van -niet veel meer gewicht dan het andere.</p> -<p>Al was het stelsel óók ten aanzien van dit schema der -geloofsleer in de laatste duizend jaren stroef en afkeerig van alle -pogingen tot herziening, het denken der Islâmbelijders werd -daardoor niet ernstig belemmerd. De in hooge sferen zich bewegende -geesten gingen erboven uit of begaven zich op zijwegen; het vulgus -bleef met allen eerbied voor de theologische leuzen aan zijn, slechts -in vorm ietwat gewijzigde, oude bijgeloof hangen. Wie bij al die -afwijkingen geene uitdagende houding aannam, had zelden veel te -vreezen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e581">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken -soms beroering.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Eén hoofdstuk der dogmatiek vraagt soms de -aandacht ook van hen, die voor de bespiegeling over leerstukken zonder -direct practisch gevolg weinig belangstelling hebben: het is de -eschatologie. De messiaansche <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>verwachtingen, die in de Moslimsche -leer ingang gevonden hebben, met name de verwachting, tegen het einde -der dagen, van eenen mahdî (eenen met Allahs bijzondere leiding -begunstigden opperbestuurder), die het stelsel van den Islâm -opnieuw tot eere brengen en de ongeloovigen verdelgen zal, verontrusten -de gemoederen der minst ontwikkelde Mohammedanen, zoo dikwijls als het -aan opruiers gelukt, eene bevolking te doen gelooven, dat de opstanding -nabij is, of haar in een bepaald persoon den mahdî of een van -diens wegbereiders te doen zien. De stemming jegens andersdenkenden -wordt in zulke gevallen hatelijk, en soms komt het tot fanatieke daden. -Maar hiermede is dan ook alles gezegd.</p> -<p>Al wordt dus de rechtzinnige geloofsleer op de -pĕsantrèns van Java en op dergelijke scholen (de -soerau’s van Soematra enz.) in de buitenbezittingen veel, soms -zelfs met overdreven voorliefde beoefend, toch mogen wij bij de -beschouwing van het stelsel in zijne werking in het algemeen zoowel als -op de Indonesiërs in het bijzonder, dit gedeelte verder ter zijde -laten. <i>De wet</i> verlangt in veel hooger mate onze aandacht.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e588">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet -lang in ééne hand.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wij leerden haar daarstraks kennen als, wel veel meer -later ingedrongen elementen van vreemden oorsprong bevattend dan -zijzelve ons wil doen gelooven, maar sedert hare volgroeidheid -bijzonder stroef. De keerzijde van die stroefheid was, dat het -werkelijke leven in vele opzichten buiten haar om zijn eigen weg ging. -Deze voor de wet ongunstige verhouding werd ook door andere oorzaken -zeer in de hand gewerkt, voornamelijk doordien reeds enkele tientallen -jaren na Mohammeds dood de machthebbers in den Islâm en de -uitleggers der wet niet meer samenwerkten, maar twee jegens elkander -meestal wantrouwende en naijverige groepen vormden. Dat is sedert aldus -gebleven: de bezitters van het gezag waren even ongeneigd om zich in -alles onder de vaak lastige controle van de wetgeleerden te stellen als -dezen om zich door de vorsten der wereld den critischen mond te laten -snoeren. Des te vrijer konden die juristen zich aan hunne -casuïstische liefhebberijen overgeven, en daar <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>zij, -gelijk wij vroeger zagen, op de onwetende schare minachtend neerzagen, -waren zij allerminst doordrongen van het besef, dat hunne uitlegging -der onfeilbare wet rekening diende te houden met de practische eischen -der maatschappij.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e595">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De wet theoretisch erkend, practisch veelszins -terzijde gesteld.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De samenhang van theorie en practijk liet reeds zeer -veel te wenschen over in de eerste drie eeuwen van wording van het -systeem, en in de landen zelve, waar die groei tot stand kwam; hoeveel -te meer in later eeuwen en in landen, die van dat oorspronkelijke -centraalgebied ver af gelegen waren. Gewoonterecht en willekeur der -bestuurders deden alom ten aanzien van menig hoofdstuk der wet bijna -vergeten, dat het eene andere bestemming had dan die van bestudeerd te -worden. Het qâdhî-ambt, ingesteld ter beslechting van alle -geschillen volgens de wet Gods, ontaardde weldra, deels omdat het -meegesleept werd in de algemeene corruptie der staatsambten, deels -omdat het in de vrijheid zijner functie belemmerd werd door zijne -afhankelijkheid van het bestuur. Om hunne gemoedsrust te kunnen bewaren -bij het onloochenbare feit, dat Allahs geboden op elk gebied -veronachtzaamd werden, namen de schriftgeleerden aan, dat deze wereld -te slecht was voor eene zoo volmaakte wet, die hare volle kracht -slechts kon ontwikkelen in het gulden verleden van Mohammed en zijne -eerste opvolgers en in het toekomstige messiaansche tijdperk, wanneer -de mahdî, de door Allah geleide, aan het hoofd der gemeente zou -staan en de wereld zou vervullen met gerechtigheid gelijk zij thans -vervuld was met onrecht. Dat het zoo gaan zou, werd zelfs in den vorm -eener voorspelling aan Mohammed in den mond gelegd.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e602">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen -der wet.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"><i>Theoretische</i> erkenning hebben de wetgeleerden -aan hun werk in de geheele Mohammedaansche wereld weten te verzekeren; -wie de verbindbaarheid ook maar van een enkel door den onfeilbaren -consensus der gemeente gestempeld wettelijk voorschrift in twijfel -trok, werd daardoor een rebel tegen den Almachtige, wie haar loochende, -een kâfir. <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span></p> -<p>Juist hierom mogen wij dus toch weer van bijna geen deel der wet -zeggen, dat het ontbloot is van alle beteekenis voor het leven der -Mohammedanen; wel kan men naar het verschil in graad van de waarde voor -de practijk verschillende bestanddeelen dier wet onderscheiden.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e609">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De zuiver godsdienstige bestanddeelen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De vijf hoofdplichten der geloovigen jegens Allah, de -zoogenaamde vijf zuilen van den Islâm, met welker behandeling -ieder leerboek der wet begint, hebben groote beteekenis voor het -individueele godsdienstige leven, in onzen tijd zelfs meer dan in de -middeleeuwen, toen nog vaak de vervulling dier voorschriften door -bestuur en politie bevorderd werd. Thans wordt die ook in landen onder -Mohammedaansch bestuur meestal aan den eigen aandrang der Moslims -overgelaten, zoodat men duidelijker dan voorheen kan onderscheiden, -welke soort van godsdienstige verrichtingen in eene bepaalde streek de -hoogste waardeering geniet. Voor de vraag, of men eene bevolking al of -niet bij de Mohammedanen zal indeelen, heeft, gelijk ons bleek, die -relatieve waardeering evenwel geen groot belang.</p> -<p>In den Indischen Archipel loopt die waardeering plaatselijk ver -uiteen. In Atjèh wordt de çalât lang niet met -denzelfden ijver waargenomen als in Bantĕn; het vastengebod wordt -op Midden-Java door een groot deel der bevolking veronachtzaamd. Op -West-Java daarentegen overschat men dikwijls deze verplichting door -haar getrouwer na te komen dan die der ritueele godsdienstoefening. Aan -het zakâtvoorschrift houden zich de Soendaneezen veel strenger -dan de andere bewoners van Java, terwijl de ijver voor de bedevaart -naar Mekka in de meeste eilanden van den Archipel in vergelijking met -andere landen overdreven wordt.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e617">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Onder de overige hoofdstukken der wet, die de -verhouding der menschen onderling als onderdanen van den staat, als -leden van maatschappij en gezin regelen, zijn er verscheidene, die onze -belangstelling slechts in zoover <span class="pagenum">[<a id="pb35" -href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>verdienen als zij kunnen -bijdragen tot de kenschetsing van den geest van het geheel of omdat zij -den historicus van den Islâm in staat stellen na te gaan, uit wat -voor vreemde bronnen de oudste bewerkers der Mohammedaansche wet de -magere Arabische stof aangevuld hebben. Overigens bezitten die -hoofdstukken, daar zij zoo goed als nergens op den duur kracht van wet -hebben gehad, alleen paedagogische waarde voor de betrekkelijk kleine -kringen, die van de geheele wet studie maken en wier ideaal van een -vroom leven mede daardoor wordt bepaald.</p> -<p>Dit geldt bijv., behoudens uitzonderingen, van de leer der -contracten, van het strafrecht en van zoo menig ander onderdeel, dat -door de casuïsten tot in de uiterste consequenties is uitgewerkt, -als ware het heil der menschheid ermee gemoeid.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e624">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Bepalingen die als moreele voorschriften werken.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Er zijn echter ook een aantal onderwerpen, waaromtrent -bepalingen in de goddelijke wet voorkomen, die in wijde kringen bekend -zijn en welker overtreding de geloovige zich als zonde aanrekent. -Meestal zijn het verbodsbepalingen, en wel liefst zulke, die op eene -ondubbelzinnige uitspraak van Allahs eigen woord berusten. Deze soort -heeft dus voor de Mohammedanen veel hoogere moreele waarde dan de -laatst genoemde categorie.</p> -<p>Geen Moslim heeft gemoedsbezwaar tegen het sluiten van koop- en -huurcontracten volgens andere regelen en in andere vormen dan die de -goddelijke wet daarvoor aangeeft; maar wanneer hij zich laat vinden tot -het aangaan eener overeenkomst, waarbij rentebeding in een of anderen -vorm te pas komt, dan voelt hij zich schuldig tegenover Allah, en -wanneer hij eene assurantie sluit, is zijn geweten niet veel geruster. -Dat komt omdat het leenen tegen rente in den Qoerân streng -verboden en met de zwaarste straffen in de andere wereld bedreigd -wordt, terwijl de Mohammedaansche schriftgeleerden -verzekeringsovereenkomsten als hasardcontracten beschouwen, en het -hasardspel in Allahs woord tot het werk van den Duivel gerekend wordt. -<span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span></p> -<p>Van een koopcontract, waarbij de voorschriften der heilige wet niet -in acht genomen zijn, kan men uit het oogpunt van het kanonieke recht -de <i>geldigheid</i> betwisten; maar, indien beide partijen zich erdoor -gebonden achten, meer nog indien eene besturende macht die opvatting -deelt en waar noodig handhaaft, dan heeft die afwijking voor geen der -betrokkenen schadelijke gevolgen noch van materieelen, noch van -moreelen aard. Anders staat het met rechtshandelingen, die Allah -verboden en strafbaar gesteld heeft. Het sluiten van een contract met -rentebeding bijv. is uit een godsdienstig-zedelijk oogpunt te -vergelijken met het drinken van wijn of het plegen van ontucht.</p> -<p>Eene als onfeilbaar geldende wet, die zonder beperking van tijd of -plaats rechtshandelingen verbiedt welke, voor eene normale ontwikkeling -van menschelijken handel en verkeer op den duur onmisbaar zijn, dwingt -de menschen, zich op de eene of andere wijze van haar te emancipeeren. -Dit kan gebeuren door overtreding, die dan door hare algemeenheid en -frequentie ten slotte haar afschrikwekkend karakter verliest, of door -ontduiking, waarbij de schijn van gehoorzaamheid aan het voorschrift -wordt bewaard. Beide wijzen van doen ondermijnen den waren eerbied voor -de wet. Dat de Moslimsche wet dagelijks aldus door de geloovige -Mohammedanen behandeld wordt, moet geweten worden aan het principieele -euvel, waarmee die wet reeds behebt was, toen zij van Arabië uit -haren tocht door de wereld begon, het voor alle tijden gelijkstellen -van hetgeen de tijd noodwendig verandert.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e631">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij -kracht van wet hadden.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Een natuurlijk gevolg van dezen loop der zaken is het -weer, dat de wetgeleerden zelve het niet slechts hunne taak achten, de -bepalingen uit te leggen en uit te werken, maar ook de wegen te wijzen, -waarlangs men de in den tijd niet passende voorschriften kan -ontduiken.</p> -<p>Een Duitsch vergelijkend rechtsgeleerde heeft gemeend, uit die -gewoonte der Mohammedaansche wetgeleerden de gevolgtrekking te mogen -maken, dat het recht van den Islâm werkelijk het leven heeft -beheerscht; volgens <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" -name="pb37">37</a>]</span>hem moeten die wetten wel in volle kracht -gewerkt hebben, wanneer men het noodig achtte, ze op omslachtige wijze -te ontduiken. Hij vergat, dat die noodzakelijkheid zich evenzeer -opdringt, waar men te doen heeft met eene gedétailleerde -kanonieke wet, die met de eischen van het leven telkens in conflict -komt, maar waaraan men goddelijken oorsprong toeschrijft, ja dat die -ontduikingsmiddelen evenzeer gezocht worden ten aanzien eener -onveranderlijke moraal, die uit voorschriften in plaats van uit -beginselen bestaat. Ook als de historie ons niet op elke bladzijde -getuigen maakte van de botsingen van het leven der Mohammedanen met de -door hen theoretisch als onfeilbaar erkende wet, dan nog zou de -vergelijkende rechtswetenschap hare bevoegdheid te buiten gaan door uit -de wijze, waarop die wet in de school behandeld werd, conclusies te -trekken ten aanzien harer verhouding tot de practijk.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e638">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Werkelijk geldende hoofdstukken der wet.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De vierde categorie van onderdeelen der wet, die wij -van ons gezichtspunt te onderscheiden hebben, behandelt onderwerpen, -waarvan men om deze of gene reden altijd van oordeel is gebleven, dat -zij geheel door het goddelijke recht geregeld moesten zijn, ook in het -lange tijdperk na de gouden dertig jaren der rechtzinnige chaliefen en -vóór het aanbreken der messiaansche periode van den -mahdî.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e647">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Hiertoe behoort in de eerste plaats het personen-, -huwelijks-, familie- en erfrecht. Geen Mohammedaansch besturend hoofd -heeft er ooit aan gedacht, de beslissing van geschillen, die daarop -betrekking hebben, aan de jurisdictie van den qâdhî te -onttrekken. De voorwaarden en de grondslagen van een <span class="corr" -id="xd25e2021" title="Bron: huwelijkscontrat">huwelijkscontract</span> -kunnen de twee betrokken partijen reeds daarom niet naar eigen -goedvinden regelen, omdat Allah elke moedwillige afwijking van de door -hem daarvoor gestelde regelen tot ontucht gestempeld en met de zwaarste -straffen in dit leven en in het namaals bedreigd heeft. Maar ook -afgezien hiervan, het huisgezin is wel in elke op godsdienstige -grondslagen berustende maatschappij als een onaantastbaar heiligdom -beschouwd, welks inrichting niet aan den invloed <span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>van -menschelijke willekeur onderworpen mocht zijn. In den Islâm met -zijne ons bekende neiging tot détailregeling, die zelfs de -bijzonderheden van kleeding en toilet, van beleefdheidsvormen en -uitingen van gemoedsaandoening wilde binden aan van tijd en plaats -onafhankelijke voorschriften, in den Islâm sprak het van zelf, -dat de familie over zijn geheele gebied hetzelfde type moest vertoonen -en dat hij ten aanzien <i>hiervan</i> voor transactie met de ethnische -eigenaardigheden zijner belijders ontoegankelijk was.</p> -<p>Naast deze, voor alle Mohammedanen verreweg belangrijkste kapittels -der heilige wet, hebben wij in dit verband nog te letten op een aantal -andere, waarmede uit den aard der zaak lang niet ieder practisch te -doen krijgt, maar die toch dit met de voorschriften betreffende -personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht gemeen hebben, dat zij de -daarin behandelde onderwerpen ook feitelijk beheerschen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e654">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Vrome stichtingen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Niet ieder verkeert in de gelukkige omstandigheden, -vrome stichtingen ten behoeve van eeredienst, onderwijs of andere zaken -van algemeen nut in het aanzijn te kunnen roepen; maar wie dat doen kan -en wil, denkt er natuurlijk niet aan, het op eene andere wijze te doen -dan die in Allahs wet daarvoor is aangegeven. Hij zou immers daardoor -het voornaamste resultaat, dat men zichzelf van zulke vrijgevigheid -belooft: de verwerving van Allahs genade in het namaals, in gevaar -brengen. Al is het dus mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk, dat de -wet betreffende de waqfgoederen in den tijd der aanpassing van den -Islâm onder sterken invloed van het recht der veroverde landen -haar beslag heeft gekregen, zóó als zij daar nu in het -voltooide systeem voor ons ligt, vertoont zij zich aan de geloovigen -als afkomstig uit dezelfde onfeilbare bronnen, waaruit de met -historisch recht aan Mohammed toegeschreven inzettingen gevloeid zijn, -en geen Moslim wijkt er willens en wetens van af, wanneer hij zijn -credit in Allahs grootboek wenscht te vermeerderen door een deel van -zijn eigendom in de doode hand te brengen. <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch2.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e661">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Geloften.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Hetzelfde kan men tot op zekere hoogte zeggen van de -geloften, waarbij de geloovige, al of niet onder de voorwaarde van het -plaatsgrijpen eener door hem gewenschte gebeurtenis, aan Allah eene of -andere prestatie in den vorm van een Hem welgevallig werk belooft. -Echter is op dit gebied de heerschappij der geopenbaarde wet niet zoo -onbeperkt als ten aanzien der eerst genoemde onderwerpen. Terwijl men -met de stichting van een waqf in de eerste plaats eene verhooging van -zijnen rang <i>in de andere wereld</i> op het oog heeft, wil men door -geloften meestal <i>aardsche doeleinden</i> <span class="corr" id="xd25e2049" title="Bron: bereikten">bereiken</span>: de meest gewoone -voorwaarden, waaraan de vervulling eener gelofte gebonden wordt, zijn -genezing van zieken, erlanging van den huwelijkszegen, van geluk in den -handel of in de ambtelijke loopbaan, en wat dies meer zij. Daar nu de -geïslamiseerde volken ook vóór hunne bekeering -allerlei magische middelen tot verkrijging van zulke wenschen plachten -aan te wenden en de paedagogische werking van den Islâm nergens -sterk genoeg geweest is om zulk volksgeloof uit te roeien, dingen hier -nog altijd de oude beproefde recepten van heidenschen oorsprong met de -in streng monotheïstischen zin gereinigde der officieele leer om -den voorrang, en dan winnen de eerste het meestal bij de ongeletterde -massa.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e668">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Voorschriften over de rechtspraak.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De bepalingen over de rechtspraak, die de -Mohammedaansche wet bevat, hebben werkelijk ingang gevonden en hare -werking behouden, voor zoover die rechtspraak zelve niet door eene -andere, wereldlijke is verdrongen. Dat wil dus zeggen, dat bij de -beslechting van al zulke geschillen, welker behandeling de besturende -autoriteiten niet aan zich getrokken hebben, dus alweer bovenal in -zaken betreffende personen-, huwelijks-, familie-, en erfrecht, de -procedure volgens de regelen der heilige wet geschiedt, de door haar -aangegeven bewijsmiddelen alleen in aanmerking komen, dat getuigen en -partijen daarbij zonder eenigen dwang het woord moeten voeren, dat het -getuigenis van vrouwen weinig, dat van niet-Mohammedanen volstrekt -geene waarde heeft, dat de eed alleen aan partijen en niet aan getuigen -kan worden opgelegd, <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" -name="pb40">40</a>]</span>dat aan het schriftelijk bewijs geene waarde -toegekend mag worden. Alles geheel anders dus dan bij de berechting der -vele zaken, die in den loop der tijden aan de qâdhîs -onttrokken en naar gewoonterecht of willekeur door de bestuurders -behandeld werden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e675">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Bepalingen over de verhouding tot -niet-Mohammedanen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De wettelijke voorschriften, die bestemd zijn om de -verhouding van den Moslimschen staat tegenover het “gebied van -den oorlog”, van de belijders van den Islâm tegenover -ongeloovigen te bepalen, hebben eeuwenlang de werkelijkheid beheerscht, -zij het ook vaak met eene zekere vrijheid in het bijzondere, die zich -vanzelf verklaart wanneer men bedenkt, dat de uitvoering lag in de -handen der vorsten en hunner dienaren, niet der schriftgeleerden. Ook -toen de staatkundige roem van den Islâm al geweldig getaand was, -hield men nog lang vast aan zulke middeleeuwsche beginselen als dat een -Moslimsch staatshoofd nooit duurzamen vrede met een niet-Moslimsch land -mocht sluiten, ja zelfs een wapenstilstand niet langer dan tien jaren -mocht duren.</p> -<p>Nog in onze dagen, kan men, gelijk ons reeds bleek, de leer van den -heiligen oorlog en hetgeen daarmee verband houdt niet als voor de -practijk onverschillig beschouwen, al is hare werking van geheel -anderen aard dan die van in eigenlijken zin nageleefde wetten zooals de -huwelijkswet.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e682">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen -codificatie.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Dit overzicht zal voldoende zijn ter bevordering eener -klare voorstelling der beteekenis, die het stelsel van den Islâm -gehad heeft en die het nog bezit voor het leven zijner belijders. Toch -zou onze schets aan duidelijkheid te wenschen overlaten, indien wij er -niet iets aan toevoegden over den aard der bronnen, waaruit dat -systeem, inzonderheid in zijne legislatieve bestanddeelen, gekend -wordt. Het kan daarbij niet de bedoeling zijn, de in den laatsten tijd -meermalen door mij gegeven uiteenzetting van de wordingsgeschiedenis -der Mohammedaansche wet nogmaals te herhalen, maar wel om scherp te -doen uitkomen, dat het bij deze wet nooit gekomen is tot eene -eigenlijke <i>codificatie</i>, en dat, naar het schijnt, ook in de -toekomst <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span>elke poging om daartoe te geraken van te voren als -mislukt moet worden aangemerkt.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e689">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Qoerân en Soennah.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In den allereersten tijd hebben de leiders der -Mohammedaansche gemeente getracht, de geheele wet te beschouwen als -berustend op de eigen woorden van Allah, zich daarvoor o.a. beroepende -op het Qoerânvers (VI : 38): “<i>Wij hebben in het Boek -niets veronachtzaamd</i>”, openbaringswoorden, die blijkens het -verband iets geheel anders wilden zeggen. Men was huiverig voor het -stellen van menschelijk gezag als ongeveer gelijkwaardig naast dat van -God.</p> -<p>Niet lang kon men echter blind blijven voor de waarheid, dat de -Qoerân van het eerste begin af doorgaans de verklaring en -aanvulling zijner sobere wetgevende uitspraken door woord en voorbeeld -van den Gezant Gods onderstelt. De Soennah, de wijze van doen, van -Mohammed, werd derhalve als tweede bron van wetgeving naast den -Qoerân erkend. Deze Soennah had boven den weldra na Mohammeds -dood voor altijd schriftelijk vastgestelden Qoerân eene zekere -rekbaarheid voor, waarvan bij de vroeger genoemde aanpassing der wet -aan de onafwijsbare behoeften der veroverde landen een ruim gebruik -gemaakt werd. De overlevering (<i>hadîth</i>) omtrent den inhoud -der Soennah bleef gedurende een paar eeuwen vloeiend, en zoo vond men -gelegenheid om de meeste vreemde elementen, die de Moslimsche wet niet -missen kon, door tradities over Mohammeds woorden en daden te -sanctionneeren.</p> -<p>De Overlevering, al hield ook <i>hare</i> rekbaarheid na ongeveer -drie eeuwen op, heeft nooit zoo vasten vorm verkregen als de -Openbaring. Uit het ontelbaar aantal tradities, die elk een of ander -klein détail der wet tot onderwerp hadden, kozen gezaghebbende -geleerden, ieder volgens zijne eigene critische beginselen, de -“echte” uit, en zij rangschikten die in hunne -verzamelwerken min of meer naar den inhoud of naar de herkomst. -Ofschoon nu sommige van die verzamelingen eene soort van kanonieke -waarde hebben verkregen, bleef toch de weg altijd open voor -verschillende relatieve waardeering der enkele <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span>tradities, die daarin eene plaats gevonden hadden, -en tevens voor gelijke waardeering van andere, die in die collecties -niet waren opgenomen. De uitlegging van al die overleveringen was -natuurlijk voor latere geslachten vooral niet minder aan discussie -onderhevig dan die van Allahs eigen woord.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e697">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Losmaking der wet van hare bronnen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De wettelijke bepalingen, die men uit deze bronnen kon -afleiden, werden vervolgens stelselmatig en met weglating van het -betoog, door de schriftgeleerden (<i>faqîhs</i>) geordend en -aldus verwerkt tot hetgeen men zou kunnen noemen handboeken der -plichtenleer, leerboeken, waarin de geheele wet voor de weetgierigen -werd uiteengezet met zooveel gezag als de naam van ieder auteur -vertegenwoordigde. Het verschil in opvatting, dat bij die behandeling -der stof aan den dag kwam, betrof meestal dingen, die wij bijzaken -zouden noemen, en het verminderde bovendien nog met den tijd. Toch werd -volkomen eenstemmigheid ten aanzien van geen enkel hoofdstuk der wet -bereikt, zelfs niet binnen de grenzen van eene der rechtsscholen, -waarvan thans nog vier—de Hanafitische, de Malikitische, de -Sjafi’itische en de Hanbalitische—over zijn, die dat -meeningsverschil vertegenwoordigen. Dit doet geen afbreuk aan de -katholiciteit van het systeem van den Islâm, daar het totaal van -de resultaten der legislatieve werkzaamheid van de eerste eeuwen als -onaantastbaar gewaarborgd wordt door de onfeilbaarheid der gemeente, -die dat alles, de verschillen incluis, voor hare rekening heeft -genomen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e704">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Deze loop der zaken, men begrijpt het licht, verzet -zich tegen het denkbeeld eener algemeen aanvaarde codificatie, zelfs -van hetgeen in ééne en dezelfde school op dit gebied als -waarheid geldt. Zij zou niet kunnen geschieden zonder dat daarbij -telkens van verschillende, gelijkwaardige inzichten enkele voor goed -ter zijde werden gesteld. Ook heeft de onfeilbaarheid van den consensus -van oudsher alleen zóó gewerkt, dat eene volgende -generatie op bepaalde resultaten der werkzaamheid eener vorige het -stempel harer goedkeuring drukte, maar er is <span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>nooit -een lichaam of eene vergadering geweest, die zich bevoegd achtte, op -een gegeven oogenblik over bepaalde quaesties in naam der onfeilbare -gemeente uitspraak te doen. Eene commissie van geleerden eener -<span class="corr" id="xd25e2116" title="Bron: rechtschool">rechtsschool</span> (<i>maḍhab</i>) te -belasten met de codificatie van de Moslimsche wet, zou dus, afgezien -van de moeilijkheid harer samenstelling in verband met de verspreiding -der aanhangers van zulk eene school over den aardbodem, een absoluut -novum zijn, en men weet hoe vijandig bovenal de wetgeleerdheid tegen -nieuwigheden is, gedachtig aan de uitspraak, die op naam van den -Profeet overgeleverd wordt: “<i>hoedt u voor nieuwe dingen: want -elke nieuwe zaak is eene ketterij, elke ketterij eene dwaling, en elke -dwaling behoort in het helsche vuur</i>”.</p> -<p>Gesteld eens, dat men de waarlijk niet geringe bezwaren, die ik al -noemde, ter zijde wist te stellen, dan nog zou de aanvaarding van de -meest zorgvuldige codificatie op haast onoverkomelijke gemoedsbezwaren -stuiten. Men zou in den codex niet veel anders mogen zien dan een nieuw -leerboek naast de vele bestaande, niet een wetboek. Al hebben feitelijk -de handboeken der verschillende scholen de bronnen der wet verdrongen, -zoodat het niemand meer vrijstaat, die bronnen onafhankelijk van de -rechtsscholen te gebruiken, terwijl ook het recht der geleerde critiek -op de uitspraken van gezaghebbende handboeken uiterst beperkt is, toch -ziet men in ieder dier met autoriteit bekleede auteurs slechts iemand, -die op gezag alweer van oudere voorgangers den inhoud van Qoerân -en Overlevering verklaart, zonder zijn werk voor die gewijde bronnen in -de plaats te stellen. Geen Mohammedaansch concilie—gesteld eens -dat het mogelijk ware, er een samen te stellen—zou het wagen, -voor zijn werk op zulk eene plaats aanspraak te maken.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e711">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Poging tot codificatie in Algerië.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In Algiers wil de Regeering het beproeven. De <i lang="fr">Délégation financière des Colons</i> sprak in -hare zitting van 18 Maart 1904 de wenschelijkheid eener codificatie van -het in de kolonie geldende Mohammedaansche recht uit, dewijl het -ontbreken van eenen voor Europeesch gebruik <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>geschikten codex tot allerlei moeielijkheden -aanleiding gaf, en vooral het totstandkomen eener dergelijke regeling -der grondrechten belemmerde. De Gouverneur-Generaal gaf aan dien wensch -gehoor door bij besluit van 22 Maart 1905 eene commissie in te stellen -bestaande uit 11 leden, waarvan 5 Inlandsche en 6 Fransche ambtenaren, -afgevaardigden en geleerden, met het doel om te bestudeeren -“<i>eene codificatie der bepalingen van het Mohammedaansch recht, -die op de Moslimsche inboorlingen van Algerië toepasselijk -zijn</i>”. Daaronder vallen, zooals nader blijkt, het personen- -en familierecht, het erfrecht en de bepalingen betreffende vrome -stichtingen, het zakelijke recht betreffende onroerend goed, de -bewijsleer.</p> -<p>De koloniale regeering van Algerië zoowel als de commissie -hebben op voorbeeldige wijze zorg gedragen, dat de voorbereidende -werkzaamheden bij het volste daglicht door iedereen gezien en -beoordeeld konden worden. Onder den algemeenen titel “<i lang="fr">Projet de codification du droit musulman</i>” verschenen van -1906 tot 1909 vijf deeltjes, waarin een getrouw verslag wordt gegeven -van de ongunstige zoowel als van de gunstige adviezen van tal van -Fransche en Inlandsche deskundigen, waarin verder de notulen van de -vergaderingen der commissie en de door een harer leden uitgewerkte -wetsontwerpen met de door anderen daarop voorgestelde verbeteringen -worden medegedeeld. Hoogst belangrijk blijft die verzameling -documenten, zelfs al moest de poging tot codificatie ten slotte op -niets uitloopen. Dan toch zou, duidelijker dan een betoog a priori dit -vermag, bewezen zijn, dat ook de samenwerking van hoogst bekwame mannen -niet in staat is, de hinderpalen tegen de uitvoering van zulk een plan -weg te nemen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.26" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e718">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Voor mij, ik zeide het reeds, is de uitslag niet -twijfelachtig. De overtuiging, die ik altijd heb gekoesterd, dat het -Moslimsche recht geene codificeering toelaat, wordt zelfs versterkt -door den inhoud der zooeven genoemde publicaties der commissie van -Algiers, ofschoon de leden<a id="xd25e2152" name="xd25e2152"></a> dier -commissie zelve nog volharden bij hun optimisme. <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span></p> -<p>De drang tot codificatie kwam geheel en uitsluitend van Europeesche -zijde. Fransche rechters, die zich soms belast zien met de beslechting -in eerste of tweede instantie van geschillen, waarbij het -Mohammedaansche recht geldt, weten in de Arabische handboeken den -sleutel tot de oplossing vaak niet te vinden en snakken naar eene -samenvatting der bepalingen naar de methode en in den vorm, waaraan zij -in hun eigen recht gewoon zijn. Europeesche kolonisten verlangen eene -vaststelling der rechten van Inlanders op onroerend goed, die hen bij -hun verkeer met Inlandsche grondbezitters voor onzekerheid behoedt.</p> -<p>De Europeesche adviseurs zijn over de mogelijkheid van het voldoen -aan deze wenschen zeer verdeeld. Onder de Inlandsche autoriteiten, die -adviezen gaven, zijn een belangrijk aantal besliste tegenstanders van -de codificatie, en dit aantal zou ongetwijfeld toenemen, als men ook -adviezen inwon van ambtelooze schriftgeleerden, die in zaken van dezen -aard in veel hooger mate de <i>vox populi</i> vertegenwoordigen dan -zij, die door ambtelijke banden aan de Regeering gebonden zijn. Van de -Inlandsche adviezen die door de commissie onder de gunstige -<span class="corr" id="xd25e2162" title="Bron: ge-gerangschikt">gerangschikt</span> zijn, maken vele het -voorbehoud, dat de codificatie zich strikt beperken zal tot eene voor -Europeanen meer bruikbare rangschikking van den inhoud der algemeene -gebruikelijke Arabische handboeken, zonder aan geest of letter van dien -inhoud te raken. De onvoorwaardelijke voorstanders onder de Inlanders -zijn blijkbaar alleen zulken, die onder Europeeschen invloed van de -tradities van hun volk min of meer los geworden zijn, en wier advies -derhalve in eene zoo delikate quaestie als deze met groote -behoedzaamheid gebruikt dient te worden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.27" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e725">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Ten onrechte beroept men zich op voorgangers.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De voorbeelden, waarop de commissie zich beroept om de -rechtmatigheid van haar plan te betoogen, namelijk hetgeen in deze -richting in Turkije, in Egypte en in Tunesië tot stand gebracht -is, kunnen den verlangden dienst niet bewijzen, zoolang niet is -aangetoond—en die aantooning zou niet licht gelukken—dat de -officieele <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>verzamelingen van beginselen en bepalingen der -Moslimsche wet, die op last van de Turksche en Egyptische regeeringen -uitgegeven zijn, in de practijk der rechtspraak dier landen de -handboeken en fetwa’s, die van ouds door de rechters als -grondslag voor hunne beslissingen gebruikt werden, verdrongen hebben, -en wat Tunesië aangaat, dat men daar met het codificatiewerk, wat -de belangrijkste hoofdstukken van het Moslimsche recht betreft, verder -gekomen is dan tot projecten.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.28" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e732">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding -bovendien verdacht.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">En dan moet men nog twee zaken bedenken, die de -uitvoering van het plan voor eene niet-Mohammedaansche regeering als de -Fransche heel wat bezwaarlijker zouden maken dan voor Mohammedaansche -als de Turksche en Egyptische. In alle opzichten, maar vooral waar het -aankomt op de behandeling der heilige wet, heeft de minst aanzienlijke -Mohammedaansche bestuurder voor eene bevolking, die dien godsdienst -belijdt, een gezag, waarmee dat van den machtigsten niet-Moslimschen -staat nooit kan wedijveren. Ging de <span class="corr" id="xd25e2177" -title="Bron: Goeverneur-Generaal">Gouverneur-Generaal</span> van -Algiers er inderdaad toe over, bij decreet verbindende kracht toe te -kennen aan eenen codex van het Mohammedaansche recht, die door eene -commissie van eenige Fransche deskundigen en eenige Mohammedaansche -ambtenaren van de Fransche regeering was samengesteld, dan zou zulk -eene wet reeds om haren oorsprong in de oogen van alle vrome Moslims -verdacht zijn. Kwam daar nog bij, dat bij die codificatie gestreefd -was, uit de leerstellingen der verschillende rechtsscholen van den -Islâm datgene bijeen te lezen, wat zich het best leende voor -aanpassing aan moderne rechtsbegrippen—en hiernaar streeft -inderdaad de commissie van Algiers—dan zou de gehoorzame -aanvaarding van zulk eenen codex door eene Moslimsche bevolking -eenvoudig bewijzen, dat de Fransche Regeering over haar een zoo -onbeperkt gezag had, dat zij bijna even gemakkelijk het geheele -Mohammedaansche recht door een ander had kunnen vervangen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.29" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e739">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De toepassing der wet volgt methoden, die van de -Westersche</h3> -<p><span class="pagenum">[<a id="pb47h" href="#pb47h" name="pb47h">47</a>]</span></p> -afwijken.</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het tweede, niet minder ernstige bezwaar is hierin -gelegen dat het recht niet alleen zijn eigen <i>inhoud</i> heeft, dien -men volgens de meening der Mohammedanen alleen <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>door -steeds vernieuwde raadpleging der door den consensus gewaarmerkte -handboeken mag leeren kennen, kennen, maar dat bovendien rechters en -moefti’s (gezaghebbende uitleggers der wet) bij de toepassing en -verklaring dier wet gebonden zijn aan <i>methoden</i>, die ver afwijken -van die der Europeesche juristen. Een door een Europeesch rechter -geveld vonnis kan door hem op volkomen logische wijze zijn gebaseerd op -een artikel van zijnen Mohammedaanschen codex en toch rechtmatige -ergernis geven aan Mohammedanen, die tegen den inhoud van het artikel -zelfs geen enkel bezwaar hebben.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.30" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e746">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Sommige Fransche adviseurs achten codificatie -daarenboven ongewenscht.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Eenige Fransche adviseurs der Regeering van Algiers, -die evenals ik eene bevredigende codificatie van het Moslimsche recht -<i>niet mogelijk</i> achten, spreken zich daarenboven tegen de -<i>wenschelijkheid</i> van zulk een vastleggen van bepalingen dier wet -uit. Zij wijzen erop, dat de Fransche Regeering zoo doende aan -inzettingen, die <span class="corr" id="xd25e2206" title="Bron: Zij">zij</span> niet goedkeurt, maar alleen om historische -redenen ter wille van eene groep harer onderdanen tolereert, een -langduriger bestaan verzekeren zou dan deze, aan zichzelve overgelaten -in den strijd tegen de moderne levensopvatting, zouden bereiken. Wel -verre van in het ontbreken van eenen codex eene lastige leemte te zien, -beschouwen zij dat veeleer als een groot voordeel, daar Fransche -rechters en bestuurders nu bij allerlei gelegenheden hunnen invloed -kunnen aanwenden om de practijk der Mohammedanen geleidelijk met -nieuwere beginselen in overeenstemming te brengen, hetgeen zij zeer -dikwijls met succes gedaan hebben. De codex, dien men bezig is te -ontwerpen, zou daarom voor een deel reeds bij zijne geboorte verouderd -zijn, en voor het overige de zoo gewenschte ontwikkeling der Moslimsche -maatschappij uit hare middeleeuwsche windselen zeer bemoeilijken.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.31" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e753">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar -codificatie vernomen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In Nederlandsch-Indië zijn meer dan eens stemmen -opgegaan voor eene codificatie van die gedeelten der Mohammedaansche -wet, die voor de rechtspraak over Inlanders van practisch belang zijn. -Onze wetgeving heeft den omvang hiervan nergens zoo nauwkeurig -<span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name="pb48">48</a>]</span>bepaald als dit in Algerië geschied is, maar -de natuurlijke loop der zaken heeft dien feitelijk hier tot dezelfde -onderwerpen beperkt als daar; het huwelijks-, familie-, personen- en -het erfrecht staan bovenaan, de waqf-instellingen worden uit den aard -der zaak volgens de heilige wet behandeld, en de Moslimsche leer van -het bewijs, die in zoo menig opzicht van moderne opvattingen afwijkt, -is de eenige, welke de handhaver der wet van den Islâm bij zijn -onderzoek mag volgen.</p> -<p>Degenen, die ten onzent op codificatie aandrongen, behoorden -ongeveer tot dezelfde groepen, die in Algerië zulk eenen mijns -inziens onvervulbaren wensch uitten: vooral rechterlijke ambtenaren, -die inzagen, dat de Regeering zich op den duur niet mag onttrekken aan -alle toezicht op de Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak, en dat zulk -toezicht niet beperkt kan blijven tot de wettige samenstelling der -rechtbanken en tot de quaestie der competentie, maar zich ook behoort -uit te strekken tot den inhoud der vonnissen, daar anders de -justitiabelen overgeleverd worden aan de willekeur van niet of slecht -bezoldigde rechters, die toch door de Regeering worden aangesteld. Die -Europeesche juristen achtten evenwel de doelmatige uitoefening van zulk -toezicht niet mogelijk, wanneer zij daarvoor niet beschikten over een -codex, die voor hen, bruikbaar en tevens met onbetwist gezag bekleed -was.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.32" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e760">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Bij de overige bedenkingen komen nog -gemoedsbezwaren.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De principieele bezwaren tegen dit desideratum -behoeven wij na al hetgeen naar aanleiding der in Algiers op touw -gezette codificatie werd opgemerkt niet meer te herhalen. Kon -men—wat ik ontken—die algemeene hinderpalen overwinnen, dan -nog zou, naar ik vermoed, onze Regeering, die zich terecht verplicht -acht, de volksinstellingen der door Haar bestuurde Oosterlingen, vooral -wanneer zij eenen godsdienstigen grondslag hebben, te -<i>tolereeren</i>, in hooger mate dan die van Algiers door -gemoedsbezwaren weerhouden worden van het door officieele codificatie -min of meer <i>consacreeren</i> van instellingen als de polygamie met -hetgeen daaruit voortvloeit, om niet meer te noemen. <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch2.33" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e767">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Codificatie zou den invloed van volksrecht -verminderen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Ook zou eene codificatie van het Moslimsche recht, om -te voldoen aan de eischen der meest deskundige Mohammedaansche -Inlanders, verschillende instellingen, die in het inheemsche volksrecht -gegrond zijn en waarmede vele rechters naar den Islâm rekening -plegen te houden, moeten negeeren en zoo hare afschaffing voorbereiden, -terwijl juist hare handhaving aanbeveling verdient. Ik noem slechts het -op nagenoeg geheel Java en Madoera geldende instituut der -voorwaardelijke verstooting na elk huwelijk, waardoor de positie der -gehuwde vrouw belangrijk sterker wordt dan door eenvoudige toepassing -der Mohammedaansche wet het geval zou zijn; verder de in een groot deel -dier eilanden gebruikelijke verdeeling der staande het huwelijk -verworven goederen tusschen de echtgenooten bij ontbinding van den -echt.</p> -<p>Een der meest gezaghebbende Mohammedaansche schriftgeleerden in -Nederlandsch-Indië, Sajjid Oethmân bin Jaḥja te -Batavia, heeft door de samenstelling van zijnen verdienstelijken gids -voor de priesterraden (onder den titel: <i>al-Qawânîn -as-Sjar’ijjah</i>) zijdelings de onmogelijkheid eener codificatie -aangetoond. Hij wist uit rijke ervaring van vele jaren, welke quaesties -aan die geestelijke rechtbanken op Java en Madoera plegen te worden -voorgelegd; zijn streven was, uit de beste werken der doctores van het -Sjafi’itische recht bijeen te lezen, hetgeen de leden van die -rechtbanken anders in eene bibliotheek van handboeken zouden moeten -zoeken. Inderdaad gaf hij al wat iemand, die met de materie vertrouwd -is, billijkerwijze verwachten kon: geene codificatie dus, maar een -nieuw, voor bijzondere behoeften berekend leerboek, dat evenwel telkens -den gebruiker noodzaakt, voor een te behandelen geval zijn licht te -ontsteken bij een anderen auteur. Van volksrecht, dat niet met de -kanonieke wet overeenstemde, nam hij natuurlijk alleen notitie om het -met alle kracht te bestrijden.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch2.34" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e775">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Beteekenis der mystiek in den Islâm.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Onze vluchtige karakterschets van het systeem van den -Islâm zou al te onvolledig zijn, als we de <i>mystiek</i> geheel -stilzwijgend voorbijgingen. Voor hem, die den <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span>Islâm van alle zijden wil bezien, is dit -zelfs juist een onderwerp, dat verleidt om er lang bij stil te staan, -want in de mystiek heeft het Mohammedanisme het middel gevonden om zich -te verheffen tot eene hoogte, van waar hij boven zijn eigen, eng -begrensden horizon uit kon zien.</p> -<p>Die geesten onder de Moslims, voor welke het keurslijf der -wettelijke voorschriften en der dogmata van den Islâm te eng was, -hebben in de periode, waarin hij zich aan de door hem veroverde wereld -aanpaste, aan denkbeelden van eene andere orde binnen zijne grenzen een -zeker burgerrecht weten te verzekeren. In hunnen kring werkten -<span class="corr" id="xd25e2258" title="Bron: askese">ascese</span> en -wijsgeerige diepzinnigheid van Griekschen, Perzischen en Indischen -oorsprong samen om de wet en de dogmatiek te vervluchtigen tot de -eerste, meest elementaire middelen om te geraken tot vereeniging van -mensch en God. Soms ging die vervluchtiging zoo ver, dat er van de -specifieke voorschriften en leerstellingen van den Islâm niet -veel meer overbleef. Natuurlijk begon dan van de andere zijde de -ketterjacht, en daarom vermeden vele mystieken het dan ook, de -ondergeschiktheid van wet en geloofsleer aan hoogere doeleinden tot de -consequentie van opheffing dezer beide uit te werken. Dit alles behoort -echter meer tot het terrein van godsdienst en wijsbegeerte, dat ons -hier slechts in zooverre bezighoudt als het voor de practijk -belangrijke directe gevolgen heeft.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.35" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e782">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te -verwachten.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In één opzicht raakt de mystiek toch -onze tegenwoordige sfeer van belangstelling. Overal, en ook in den -Islâm, onderscheidt zij zich door neiging om den godsdienst boven -zijne vormen te verheffen, dus ook door verdraagzaamheid; zij heeft, -als ik het zoo eens noemen mag, iets interreligionaals. Nu hebben -sommigen daarom de Mohammedaansche mystiek beschouwd als bestemd om den -Islâm uit zijn geestelijk isolement te verlossen en hem de -gewenschte verzoening met de moderne cultuur mogelijk te maken. Als -deze verwachting gegrond was, dan zou zij voor de Mohammedanen van den -Indischen Archipel bijzondere beteekenis hebben, want daar heeft -<span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span>vooral in den aanvang der Islamiseering de -mystieke opvatting diepe wortels geschoten. De bodem was daartoe met -name op Java, maar ook elders, door het vroeger heerschende -Hindoeïsme uitnemend voorbereid, en de eerste predikers van den -Islâm waren zelf weer geïslamiseerde Hindoes, die veel van -den ouden zuurdeesem behouden hadden.</p> -<p>Voor het proces der inlijving van Javanen en Maleiers bij de moderne -beschaving is deze omstandigheid zonder twijfel gunstig, althans daar, -waar niet in lateren tijd de invloed van West- en Zuid-Arabië, van -Mekka en Ḥadhramaut, met succes tegen te zwakke waardeering van -wet en leer gereageerd hebben. Maar dan toch alleen in dezen zin, dat -die Indonesiërs daardoor minder dan vele andere -Islâmbelijders zich tegen de inwerking van vreemden geestelijken -invloed zullen verzetten; niet zoo, dat zij kans hebben om meegesleept -te worden in eene algemeene hervorming van den Islâm in de -richting der mystiek.</p> -<p>De verwachting van zulk eene beweging laat zich namelijk op -redelijke gronden niet rechtvaardigen. De mystiek van den Islâm -heeft nooit propaganda onder het volk gemaakt, zij bleef steeds beperkt -tot enkele kringen, die zich als geestelijk bevoorrechten beschouwden -en nog dieper haast dan de schriftgeleerden en de dogmatici op de -schare neerzagen. De mystieken werden door de massa beschouwd òf -als ketters òf als godsmannen, die wonderen deden, maar wier -denken en doen gewone menschen zich niet tot voorbeeld mochten nemen. -Hunne beschouwing van wereld en leven mist dus al hetgeen zou kunnen -dienen om de menigte te boeien of aan te trekken.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2.36" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e789">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De mystieke broederschappen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wel is er ook eene populaire soort van mystiek -ontstaan, die in de zoogenaamde geestelijke broederschappen, de -ṭarîqah’s, haren vasten vorm heeft gevonden, maar van -deze verwacht wel niemand hervormende kracht, want zij heeft zelve hare -kracht gezocht in streeling van de vulgaire behoefte aan -menschenvereering en allerlei bijgeloof. Noch de vaak verheven, maar -meestal hoovaardige <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" -name="pb52">52</a>]</span>denkheiligheid der mystieke leer van den -Islâm, noch de op de lagere neigingen der menschen speculeerende -ṭarîqah’s kunnen aan het Mohammedanisme de -geestelijke emancipatie brengen, die het geschikt moet maken voor het -internationale geestelijke verkeer. <span class="pagenum">[<a id="pb53" -href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e796">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="label">III.</h2> -<h2 class="main">DE NEDERLANDSCHE KOLONIALE REGEERING EN HET STELSEL -VAN DEN ISLÂM.</h2> -<div id="ch3.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e803">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De Nederlandsche Regeering kan niet buiten -Islâmpolitiek.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Sinds ongeveer zeven eeuwen heeft op de bevolking van -onzen Indischen Archipel de in onze eerste voordracht geschetste -propaganda ingewerkt; sinds ongeveer vier eeuwen heeft hare overgroote -meerderheid den Islâm aangenomen, dat wil zeggen zich opengesteld -voor den invloed van het in onze tweede voordracht behandelde systeem -en zich daarmee tevens voor andere cultuurinvloeden minder toegankelijk -gemaakt, zij het ook dat de hervormende en opvoedende factoren van dat -stelsel zich in vele streken nog weinig deden gelden. Vijfendertig -millioenen Nederlandsche onderdanen belijden den Mohammedaanschen -godsdienst, dus ongeveer een zevende deel van het geschatte totaal -aller Moslims; daar gaat niet veel af, integendeel, er komt veel bij, -zoowel omdat de bevolking snel vermeerdert, als omdat het toegenomen -internationale verkeer, waaraan ook de Indonesiërs op hunne wijze -deelnemen, hier gelijk overal de strekking heeft om plaatselijke -eigenaardigheden op te ruimen, terwijl de Islâm de beste kansen -heeft verworven om bij die opruiming eene hoofdrol te spelen.</p> -<p>Sinds Nederland tot het bewustzijn is ontwaakt, dat het zijne taak -is, de volken van den Archipel naar hunnen aard voor deelname aan het -moderne cultuur- en verkeersleven geschikt te maken, heeft het dus -evenals elke niet-Mohammedaansche staat met Moslimsche onderdanen zijne -eigene Islâmquaestie, eene levensvraag, welker oplossing elken -Nederlander, die vooruitkijkt, ter harte <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>moet gaan, waaraan -bovenal de Regeering en Hare ambtenaren hunne ernstige belangstelling -niet mogen onthouden.</p> -<p>Dat bij elke oplossing der vele vragen, die zich hier om een -antwoord aanmelden, de volkomen eerlijke eerbiediging van de vrijheid -der godsdienstige belijdenis van alle onderdanen ongerept moeten -blijven, behoeft gelukkig geen uitvoerig betoog meer. De kleine groep -van kortzichtigen, die den Islâm der Inlanders een deuk zouden -willen geven door hem voor vijf zesden weg te cijferen, verdient de eer -eener omstandige weerlegging niet.</p> -<p>Maar daar de Islâm nu eens een stelsel is geworden, dat zich -niet tevredenstelt met de regeling der verhouding zijner belijders tot -het Opperwezen, veeleer zijne bemoeienis opdringt met hunne -betrekkingen tot het staatsgezag en tot hunne medeonderdanen van -denzelfden staat, en tot in de geringste bijzonderheden al hunne -levensuitingen wil binden aan zijne voorschriften, daar kan noch mag de -staat, die millioenen Mohammedanen tot onderdanen heeft, hiervoor -onverschillig blijven. Al ware het tegen wil en dank, hij is verplicht -een scheiding te maken, die de Islâm zelf theoretisch niet maken -kan, eene scheiding tusschen een gebied, waarbinnen hij zulk een -<i>imperium in imperio</i> ter wille der gewetensvrijheid dulden kan, -en een ander gebied, waarin de onbelemmerde werking van zulk eene macht -met hoogere en algemeenere belangen niet te rijmen ware.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch3.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e810">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Jegens het dogma en de zuiver godsdienstige -voorschriften der wet moet zij neutraal zijn.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Aan de eigenlijke <i>geloofsdogmata</i> van den -Islâm behoort de Regeering in geen enkel opzicht te raken; zij -zijn trouwens voor den staat even ongevaarlijk als die van eenige -andere der gezindten, welker vrijheid van belijdenis door hem -gewaarborgd wordt. Zelfs van het eschatologische gedeelte moet dit -gezegd worden, want oproerige bewegingen, die soms -daaraan—inzonderheid aan de -mahdî-verwachting—vastgeknoopt worden, sleepen alleen -onontwikkelden uit misverstand mede. Waar zij zich voordoen, zal men ze -altijd met geweld moeten onderdrukken; preventief werkt daartegen -opvoeding <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span>der bevolking tot een hooger intellectueel -peil.</p> -<p>Niet minder zal de staat zich hebben te onthouden van alle -belemmering van <i>verrichtingen</i>, die de Moslim beschouwt als te -behooren tot zijnen <i>godsdienst in den engeren zin</i> van dat -woord.</p> -<p>Overal, maar het meest daar, waar de Islâm niet meer den -hoofdtoon aangeeft, brengt rigoureuze trouw aan hetgeen hij zijnen -belijders als hoofdplichten voorschrijft—de zoogenaamde vijf -zuilen van den Islâm—de geloovigen dikwijls in moeilijkheid -bij intensieve deelname aan het tegenwoordige verkeer. De -reinheidswetten, de vijfmaaldaagsche godsdienstoefeningen, het strenge -vasten gedurende eene geheele maand van ieder jaar, dat alles maakt den -ambtenaar, den koopman, den industrieel, den werkman der twintigste -eeuw, die zich eraan gebonden acht, het leven vaak bedenkelijk zwaar. -Dit blijkt wel het best uit het feit, dat zelfs in landen onder -Mohammedaansch bestuur die verschillende klassen der maatschappij zich -meer en meer van die knellende banden emancipeeren.</p> -<p>Onze koloniale Regeering zal zich hierdoor evenmin als de Fransche -in Algerië of de Britsche in Indië gerechtigd achten op die -natuurlijke evolutie vooruit te loopen door gebrek aan consideratie -jegens hen, die zich nog tot inachtneming dier verouderende -godsdienstige gebruiken verplicht achten. Elke directe of verkapte -drang tot slapheid in zulke observanties is onverstandig, al ware het -slechts omdat de evolutie daardoor met vertraging wordt bedreigd; -immers alwat aan aanval blootstaat, stijgt in de waardeering van wie -het bezit. Bovendien is zulk optreden van de Regeering of Hare -ambtenaren met het beginsel der godsdienstvrijheid in stelligen -strijd.</p> -<p>Minder groot is het gevaar van dit beginsel aan te randen ten -aanzien van de <i>zakât</i> genoemde godsdienstige belasting, -welker opbrengst mede als eene der vijf hoofdzuilen van het gebouw van -den Islâm geldt. De Moslimsche wet zelve, rekening houdende met -het feit, dat het staatsbestuur in Mohammedaansche landen al eeuwen -<span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span>lang niet overeenkomstig hare voorschriften is -ingericht, bevat de noodige bepalingen voor het geval, waarin de -vervulling van dezen plicht, zonder bemoeienis van vertegenwoordigers -van het gezag, geheel aan het vrije initiatief der geloovigen is -overgelaten. De Nederlandsch-Indische Regeering heeft reeds vele jaren -geleden ten opzichte van deze instelling het eenig juiste standpunt -ingenomen door aan hare ambtenaren mede te deelen, dat zij de -zakât beschouwd wenschte te zien als eene vrijwillige liefdegave, -tot welke niemand onder haar bestuur mocht worden gedwongen, evenmin -als aan de naleving van dat godsdienstige voorschrift moeielijkheden in -den weg gelegd behoorden te worden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e817">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend -ingrijpen onverstandig zijn.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Anders staat het met de vijfde zuil, de door iederen -Moslim, die physiek en finantieel daartoe in staat is, eenmaal in het -leven te verrichten bedevaart naar Mekka. Dit onderwerp is door mij bij -verschillende gelegenheden met zooveel uitvoerigheid behandeld, dat ik -mij hier wel tot resumtie der hoofdzaken mag bepalen. Zelfs dit zou -overbodig geacht kunnen worden, indien niet telkens weer met dezelfde -versleten argumenten, drang op de Regeering uitgeoefend werd om toch -eindelijk eens maatregelen te nemen tot tegengang van den hadj.</p> -<p>Het laatst trad als orgaan van dien aandrang op hetzelfde -parlementslid, dat de Islâmquaestie wilde vereenvoudigen door -zijn voorstel om vijf zesden der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, -die door hem gewogen, maar voor den Islâm te licht bevonden -waren, eenvoudig uit de registers der Islâmbelijders te -schrappen. Natuurlijk bleef hij in gebreke aan te geven, hoe de -Regeering, zonder de vrijheid van godsdienst en van beweging Harer -onderdanen aan te randen, aan zijnen wensch gevolg zou kunnen geven. -Hij vergenoegde zich ermede, aan zijne met Indië minder bekende -medeburgers voor het bedevaartspook schrik aan te jagen met behulp van -een paar beweringen, die van de waarheid evenver verwijderd waren als -van de welvoegelijkheid.</p> -<p>Of wat zegt gij, die bij ervaring weet, dat Mohammedaansch fanatisme -in Oost-Indië evenzeer onder ongetulbande <span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>Inlanders als onder hadji’s voorkomt, en dat -tienduizenden hadji’s in Nederlandsch-Indië als rustige -onderdanen van het Gouvernement leven, van deze uitspraak van onzen -volksvertegenwoordiger: “de bedevaartganger—ook als -Mohammedaan niet gevaarlijk vóór zijne reis—is -beslist een opruier tegen het Gouvernement, wanneer hij de bedevaart -naar wensch heeft volbracht?” En wat dunkt u, lettende op het -feit, dat bijna alle leden der Javaansche aristocratie naaste -bloedverwanten hebben, die de bedevaart naar Mekka hebben verricht, en -dat onder hen steeds meer kennis genomen wordt van hetgeen in onze pers -en in ons parlement betreffende de Inlandsche wereld gezegd wordt, wat -dunkt u van zijn ander orakel, dat die Inlanders na terugkeer van -hunnen tocht naar Arabië gelijk stelt met reizigers, die in hun -land terugkomen “gewapend met dynamiet en wapenen (<i>sic</i>) om -de gebouwen in de lucht te doen vliegen en onze medeburgers ad patres -te helpen?”</p> -<p>De nuchtere werkelijkheid komt hierop neer, dat, al verzuimen vele -Nederlandsch-Indische Moslims, die volgens hunne wet in de termen -zouden vallen tot het verrichten der bedevaart, de vervulling van dien -godsdienstigen plicht toch, vergeleken met de vele andere landen van -den Islâm, hun ijver voor den hadj betrekkelijk groot is, grooter -ook dan hun ijver in de volbrenging van andere plichten, die de -Moslimsche wet hun minstens even na aan het hart legt.</p> -<p>De oorzaken van dit verschijnsel zijn velerlei. De verzoenende -kracht voor vroegere zonden, die aan de volbrenging der bedevaart -toegekend wordt, doet haar bijzonder waardeeren door hen, die in trouw -aan de dagelijks en jaarlijks terugkeerende ritueele verplichtingen van -den Moslim zoo veel tekortschieten. Zekere onderscheiding, die de -hadji’s van hunne landgenooten genieten, draagt tot de voorliefde -ook iets bij, al werkt deze prikkel door de toeneming van hun aantal -steeds minder sterk. Voor de groote meerderheid der Inlanders is de -reis naar Arabië bijna het eenige, en wel een vrij gemakkelijk en -niet te kostbaar middel om hun isolement van de <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>buitenwereld te verbreken en ook eens iets van -andere landen te zien. Bij deze en andere motieven komt ongetwijfeld -ook de aanmoediging vanwege de belanghebbenden te Mekka, het -hadjiwerven, zooals men het pleegt te noemen. Hiertegen valt evenwel -weinig te doen, want de eigenlijke wervers, die met de desalieden in -aanraking komen, zijn geene vreemdelingen, aan wie men, met eenige -willekeur om bestwil, den toegang zou kunnen ontzeggen, neen het zijn -in den regel Inlanders uit de streek zelve, die door hadjisjeichs en -dergelijken bij het aanbrengen van klanten <span class="corr" id="xd25e2352" title="Bron: geinteresseerd">geïnteresseerd</span> -zijn.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e824">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Politieke beteekenis van den hadji.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De uit een politiek oogpunt te overwegen gevolgen van -van het verkeer met Mekka komen niet bij de groote massa der pelgrims -aan den dag. Dezen komen terug even wijs of onwetend, even fanatiek of -verdraagzaam als zij enkele maanden tevoren de reis aanvaard hebben. -Van belang is hoofdzakelijk het feit, dat sedert ongeveer twee en eene -halve eeuw een nog al aanzienlijk getal Inlanders te Mekka jaren -doorbrengt om er te studeeren. Deze omstandigheid heeft ten gevolge -gehad, dat de daar heerschende methoden van studie en onderwijs -gaandeweg de vroeger van Voor-Indië geimporteerde hebben -verdrongen, en wat nog meer zegt, dat de—gelukkig niet de -meerderheid vormende—<i>hiervoor vatbare</i> studeerenden in dat -internationaal-Mohammedaansche milieu met panislamitische denkbeelden -kennis maken, die op hunne gezindheid jegens het Europeesche bestuur -van hun vaderland ongunstig kunnen werken. Tot nog toe heeft niemand -het middel weten aan te wijzen om dien sedert eeuwen bestaanden, en -vooral sedert de stoomvaart toegenomen stroom direct te keeren. De -eenige middelen, die zich aanbevelen, zijn indirecte, langzaam maar -zeker werkende, die den zin der Inlanders in andere richting leiden. Al -wat de opvoeding van het volk bevordert, kan daartoe strekken. Elke -stap, dien men de inlanders verder brengt in de richting onzer cultuur, -leidt hen evenver af van de bedevaartzucht.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e831">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Economische gevolgen van den hadj.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het economisch nadeel van den hadj voor de Inlandsche -maatschappij is niet denkbeeldig, al wordt het wel eens <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>breeder -uitgemeten dan het verdient. <span class="corr" id="xd25e2370" title="Bron: De">Dat</span> laat ons zeggen vijf millioen gulden<a class="noteref" id="xd25e2373src" href="#xd25e2373" name="xd25e2373src">1</a>, die jaarlijks in den vorm van reis- en -verblijfkosten en vrome gaven van pelgrims den Archipel verlaten, mogen -voor een deel aan de Nederlandsche scheepvaart ten goede komen, in het -ware belang der bevolking zagen wij die som gaarne beter besteed. In -verband met het bevolkingscijfer en met de vele andere finantieele -aftappingen, die Indië ondergaat zonder er zelf profijt van te -hebben, maakt dat bedrag echter niet meer zóó’n -enormen indruk als op het eerste gezicht.</p> -<p>In ieder geval staat het vast, dat elke regeeringsmaatregel, die ten -doel zou hebben, de bedevaart te verhinderen of te belemmeren, dat doel -zou missen, den ijver veeleer zou prikkelen en een storm van -verontwaardiging zou ontketenen in de geheele Moslimsche wereld, waar -de Nederlandsche Regeering nu reeds bekend staat als geneigd tot -onbillijkheid jegens Mohammedanen.</p> -<p>Tegenover de dogmatische overtuiging zoowel als tegenover de -eigenlijk godsdienstige wetten Harer Moslimsche onderdanen past der -Regeering en Haren ambtenaren onder alle omstandigheden geen ander -richtsnoer dan dat der onvoorwaardelijke en strikt eerlijke handhaving -der godsdienstvrijheid, zonder eenig voorbehoud betreffende den graad -hunner islamiseering, de beweegredenen, die hen ten opzichte van een of -ander voorschrift tot bijzondere trouw of zelfs tot overdrijving -brengen. Elke schending van dit beginsel brengt zijne straf mede, en -alleen onverantwoordelijke stuurlui aan den wal zullen eene andere -methode durven aanbevelen.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch3.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e838">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van -den Islâm eischt eerbiediging.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Uit onze vroegere beschouwingen is gebleken, dat -sommige gedeelten van het stelsel van den Islâm, die bij ons -krachtens haar onderwerp tot het recht gerekend zouden worden, even -stellig als de leer van het geloof en die der godsdienstplichten -aanspraak maken op eerbiediging. Zoo in de eerste plaats het -<i>huwelijks-, familie-, personen- <span class="pagenum">[<a id="pb60" -href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span>en erfrecht</i> en hetgeen -daarmee het nauwst samenhangt.</p> -<p>Men ontwaart dit wel het duidelijkst uit de nagenoeg volstrekt -algemeene receptie dezer bestanddeelen van de wet door alle -Mohammedanen der wereld, en voorts uit de zeer bijzondere consideratie, -die alle staten met Mohammedaansche onderdanen juist daarvoor getoond -hebben. Noch Frankrijk noch Groot-Brittannië hebben er ooit aan -gedacht, aan eene dier zaken te tornen; bij alle hervormingsplannen -stond het boven bedenking, dat <i>die</i> wetten onaangetast zouden -blijven.</p> -<p>In den allerlaatsten tijd worden enkele stemmen vernomen, die met -name voor een groot deel van Java willen betoogen, dat daar de in hare -practijk meer heidensch dan Moslimsch gezinde bevolking zeer wel de -invoering door de Regeering van een Westersch familierecht zou -toelaten, daar zij toch van de Moslimsche instellingen noch goed op de -hoogte, noch daaraan bijzonder gehecht was, en die alleen in zoover -betrachtte, als de hoofden en de zoogenaamde geestelijkheid er de hand -aan hielden.</p> -<p>Ik kan in die redeneering niet anders zien dan eene van perfidie -niet vrije drogreden, die een nog meer afstootenden indruk maakt, -wanneer het heet, dat zij moet dienen om de prediking van het Evangelie -wat gemakkelijker te maken. <i lang="la">Non tali auxilio!</i> zal -ieder eerlijk Christen met weerzin daarbij uitroepen.</p> -<p>De kleine man, de desabewoner in een groot deel van Java, bezit -weinig of geene kennis van het familie- en personenrecht van den -Islâm, en hij heeft dit nooit om zijne bij vergelijking met -andere wetten gebleken voortreffelijkheid aanvaard. Neen, de -fellâḥ van Egypte evenmin, en het gros der bevolking van -Constantinopel en Mekka deelen met hen die onkunde. Maar zij allen -weten wel, wie onder hen de kenners van die inzettingen zijn, en dezen -staan onmiddellijk, wanneer daarop een aanval beraamd wordt, gereed om -die onwetenden te waarschuwen, dat hunne religie in gevaar komt, dat -het niet alleen gaat om een door de vaderen aanvaard en van hen geerfd -goed, maar om geboden van den Allerhoogste, welker miskenning afval van -het geloof in zich sluit. <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span></p> -<p>Alleen de grofste onkunde kan zoo slechte raadgevingen eenigszins -verontschuldigen. Diezelfde onbekendheid met de meest elementaire -gegevens, die ons parlementslid (den man van de schrapping der vijf -zesden) deed beweren, dat de Nederlandsche Regeering hare Indonesische -onderdanen bestuurt naar Mohammedaansche rechtsbeginselen en zoo bij -hen de meening doet post vatten, dat Zij hunne bekeering tot den -Islâm gaarne ziet.</p> -<p>Dat eenig deel van onze voor Inlanders geldende wetgeving ook maar -een spoor van Mohammedaansche rechtsbeginselen vertoont, zal zelfs die -volksvertegenwoordiger niet durven zeggen. Zijne uitspraak kan dus -alleen betrekking hebben op dat personen- en familierecht met aankleve, -hetwelk, zoolang wij Oost-Indische eilanden bezitten, gegolden heeft -als door de inheemsche Moslimsche bevolking gerecipieerd, en ook wegens -zijn intiemen samenhang met hunne religie te eerbiedigen. Dit nooit -weersproken feit vertoont zich nu opeens aan ons Kamerlid als eene -dwaling, die haar ontstaan dankt aan angst voor of sympathie met den -Islâm, die de Regeering van de wijs gebracht zouden hebben. En -voor deze ongehoorde stelling voert hij niets anders aan dan de niet -verder gespecificeerde autoriteit van drie geleerden, van welke twee -zich nooit op dit terrein bewogen noch in dezen zin geuit hebben, -terwijl de derde zich bij meer dan eene gelegenheid in zeer beslist -positieven zin over de receptie van bedoelde hoofdstukken van het -Moslimsch recht door de Inlandsche Mohammedanen heeft uitgesproken. Wij -mogen bij deze dwaasheden niet langer stilstaan.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch3.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e845">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd -open.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Intusschen, de eerlijke erkenning van de aanspraken -dezer Mohammedaansch-Inlandsche inzettingen op volkomen eerbiediging -sluit geenszins ingenomenheid in zich met die inzettingen zelve. In -menig opzicht passen zij beter bij den beschavingstoestand van de -oudheid of van de middeleeuwen dan bij dien van onzen tijd. De -polygamie, de groote losheid van den huwelijksband, de hulpeloosheid -der vrouw tegenover willekeur en onrecht van haren man, om maar enkele -hoofdzaken te noemen, <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" -name="pb62">62</a>]</span>verhinderen de normale ontwikkeling van het -gezin; ook vele détailregelingen zou men thans geheel anders -wenschen. De Islâm heeft hier weer aan het tijdelijke blijvende -kracht gegeven, aan voorschriften, die in eene bepaalde periode voor -bepaalde landen wellicht geschikt waren, eeuwig onfeilbaar gezag -toegekend. Zoolang men eene bevolking van wingewesten exploiteert, kan -men voor de heerschappij van zulke instituten onverschillig blijven; -eene regeering, die al hare onderdanen naar ethische beginselen wil -besturen, mag dit niet zijn. Zonder ooit de bijzondere teerheid voorbij -te zien van door de religie gewijde regelen, die het leven van het -individu en van de familie betreffen, moet zij den weg eener gewenschte -evolutie open houden, banen als het noodig is, en de menschen daarheen -lokken als zij dat vermag.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e852">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Codificatie derhalve ongewenscht.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Codificatie van het gerecipieerde deel van het -Moslimsche recht, al ware zij niet op zichzelve onmogelijk, zou eene -der grofste fouten zijn, die de Regeering kon begaan. Men zou daardoor -voor onafzienbaren tijd vastleggen, hetgeen men juist hoopt, dat zich -zal wijzigen. Bovendien is de receptie van dat recht, die hier -vrijwillig tot stand kwam, niet volledig noch ongeschonden geweest, en -menige adat, die zich plaatselijk tusschen de regelen van het gewijde -recht wist in te dringen, heeft aanspraak op officieele bescherming. -Het is dus van het grootste belang, de beslissing omtrent hetgeen het -Inlandsch-Mohammedaansche recht in de te behandelen gevallen leert, -telkens over te laten aan de vrije, door geen officieel erkend -geschrift gebonden overweging van degenen, die met deze rechtspraak -belast zijn, en verder, deze functie op te dragen aan personen, die bij -de bevolking gezag hebben, en van wie de Regeering vertrouwen kan, dat -zij niet alleen de noodige kennis der Moslimsche wet bezitten, maar -vooral ook op de hoogte zijn van hunnen tijd, zoodat zij de eischen -eener gezonde evolutie verstaan.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e859">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De instelling der priesterraden op Java en Madoera was -eene fout.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Daarom is de instelling der priesterraden, die in 1882 -van Regeeringswege geschiedde, eene betreurenswaardige fout geweest. De -Mohammedaansche rechtspraak op Java en Madoera was in handen van de -panghoeloes, bijgestaan <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span>door het hun ondergeschikte personeel -en somtijds ook door deskundigen daarbuiten, en onderworpen aan het -toezicht van de regenten. Ten onrechte heeft men toen gemeend, het -bestaande verbeterend te bevestigen door de ondergeschikte helpers van -den éénen rechter te maken tot een college van -stemgerechtigde leden, die door de Regeering benoemd en wat hunne -rechtspraak betreft van elk hooger toezicht ontslagen werden. De -misbruiken zijn daardoor eer toe- dan afgenomen, te meer, daar deze -rechters door de Regeering wel benoemd, maar niet bezoldigd worden. -Betrouwbaarheid kan men toch moeielijk verwachten van rechters, die -over de intiemste belangen der bevolking te beslissen hebben, en wier -eenige belooning bestaat in de nergens geregelde emolumenten van hun -ambt. Voor de keuze der leden was men aangewezen op personen, die aan -Inlandsche pĕsantrèns of in Arabië eene zekere kennis -van den inhoud der handboeken over de Mohammedaansche wet hadden -opgedaan; gewoonlijk vrij bekrompen menschen, die met de practijk des -levens weinig aanraking hebben. De stem van het Inlandsche gezonde -verstand, die vroeger door de bemoeienis van den regent dikwijls dan -doorslag gaf, werd gesmoord, zoodat rechtsverkrachting gemakkelijker, -evolutie veel moeilijker was geworden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e866">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen -principieel gewenscht.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Op zichzelf was het feit, dat in 1882 eene regeling -der Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak door de Regeering ondernomen -werd, een verblijdende stap in eene richting, die men vroeger, evenzeer -uit angstvalligheid als uit onverschilligheid, placht te schuwen. -Uitgaande van het juiste beginsel, dat inmenging in godsdienstige -aangelegenheden verkeerd was, vergat men, dat in het stelsel van den -Islâm een aantal zaken met den godsdienst in onverbrekelijk -verband staan, aan welker regeling een behoorlijk bestuur onmogelijk -vreemd kan blijven.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e875">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Moskeefondsen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Werden moskeefondsen, die aan het initiatief van -regenten hun ontstaan te danken hadden, met medewerking dikwijls van -Inlandsche en ook van Europeesche ambtenaren op ergerlijke wijze -misbruikt, om het zacht <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>uit te drukken, dan vond de Regeering -elk ingrijpen gevaarlijk, omdat het hier den godsdienst der Inlanders -betrof. Dezelfde bedenking deed zich gelden, wanneer de panghoeloes en -hunne consorten voor de hun krachtens aloude herkomsten opgedragen -bemoeienis met de sluiting en ontbinding van huwelijken, met -boedelscheidingen, met de rechtspraak, voor de bevolking drukkende -honoraria eischten. Bedenkelijk werd het zelfs geacht, wanneer een -bestuursambtenaar zich van de inrichting van Inlandsche -godsdienstscholen door eigen aanschouwing op de hoogte wilde -stellen.</p> -<p>Al deze beschouwingen waren erfgoed uit den tijd, toen de Inlandsche -bevolking voor het Gouvernement in de eerste plaats een instrument was -om verhandelbare producten te cultiveeren, en zij hebben nog lang -nagewerkt, nadat de exploitatieleer in beginsel opgegeven was. Dat is -nu anders geworden; men acht het nu niet meer de hoogste wijsheid, de -Inlandsche maatschappij zooveel doenlijk in haar eigen sop te laten -gaarkoken, en men begrijpt, dat ook op het gebied, waar de -volksinstellingen en gebruiken, van godsdienstigen of anderen -oorsprong, het leven dier maatschappij nog beheerschen, de Regeering -verplicht is te zorgen, dat niemand onherstelbaar onrecht worde -aangedaan, allerminst door beambten, die Zijzelve aanstelt of -erkent.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e883">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Zoo is dan de administratie der moskeefondsen van -hooger hand aan regelen onderworpen en onder toezicht gesteld, de van -ouds gebruikelijke deskundige hulp en toezicht bij de sluiting en -ontbinding van huwelijken der Inlandsche Mohammedanen ter vermijding -van onzekerheid en ter voorkoming van misbruiken op vastere grondslagen -gevestigd, het Mohammedaansche godsdienstonderwijs, zonder inmenging in -den godsdienst zelf, onder controle genomen op een wijze, die bij goede -uitvoering waarborgen bevat voor de handhaving der openbare orde, -terwijl de Regeering behoorlijk op de hoogte kan zijn van de invloeden, -waaraan vele harer Moslimsche onderdanen zich onderwerpen.</p> -<p>Ik sprak daar van eene goede uitvoering, en naar aanleiding -<span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name="pb65">65</a>]</span>hiervan mag ik te dezer plaatse de opmerking niet -terughouden, dat daaraan vaak veel heeft ontbroken. Was het de -ongewoonte om zich aan deze soort van belangen der bevolking veel -gelegen te laten zijn of overlading met ander werk, of hield eene -andere oorzaak de Europeesche <span class="corr" id="xd25e2456" title="Bron: bestuurambtenaren">bestuursambtenaren</span> van de behoorlijke -toepassing van eenvoudige, ondubbelzinnige, door de Regeering -herhaaldelijk gegeven en ingescherpte voorschriften af? Op deze vragen -weet ik het juiste antwoord niet, maar dit moet ik zeggen, dat ik u -ware geschiedenissen zou kunnen verhalen van gewesten, waar gedurende -jaren zelfs met de eerste voorbereiding der uitvoering van de -stelligste bevelen geen aanvang was gemaakt, waar de herhaaldelijk in -herinnering gebrachte voorschriften niet slechts papieren voorschriften -bleven, maar zelfs het papier na eenigen tijd niet meer te vinden -was.</p> -<p>Het schijnt, dat deze onoverwinnelijke ambtelijke apathie tegenover -bevelen der Regeering in het bijzonder zaken betreft, die op den -Islâm betrekking hebben. Althans bleek het tot dusver eveneens -niet mogelijk, de zoogenaamde Mekkapassen, waarvan het bestuur de -vertrekkende hadji’s moet voorzien, eenigszins behoorlijk -ingevuld te krijgen, en verklaart de Consul der Nederlanden te Djeddah, -zelf Indisch bestuursambtenaar, telkens met smart, dat onder de -duizenden passen, die hij jaarlijks te controleeren heeft, de enkele -goed ingevulde hem bijna doen schrikken van wege hunne -zeldzaamheid.</p> -<p>Ten aanzien der priesterradenverordening van 1882, die in tijdsorde -aan al de andere daarstraks genoemde regelingen voorafging, kan men -over die gebrekkige uitvoering niet klagen. De instelling dier -geestelijke rechtbanken en de benoeming harer leden gingen van het -centrale gezag uit en kwamen tijdig en ordelijk tot stand. Ongelukkig -was echter deze in beginsel prijzenswaardige stap op het gebied der -Mohammedaansche volksinstellingen om de daarstraks genoemde redenen een -misstap.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e890">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Hoe de rechtspraak der priesterraden te -verbeteren.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Te verhelpen schijnt mij dit euvel op geene andere -wijze dan door die te onzaliger ure geschapen colleges geheel af te -schaffen en de beslissing der rechtsvragen, <span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>die hun -thans worden voorgelegd, op te dragen aan den gewonen Inlandschen -rechter. De voorzorgsmaatregelen, die bij die operatie in acht genomen -moeten worden, zijn: voor zulke quaesties aan het advies van den -panghoeloe, die anders vaak slechts schijn-adviseur en beëediger -van getuigen is, zeer hooge waarde toe te kennen, en aan de meestal uit -haren aard urgente gedingen, die het familierecht betreffen, die snelle -behandeling te verzekeren, waarop zij aanspraak hebben, en die -vooralsnog bij de priesterraden beter dan bij de landraden gewaarborgd -is.</p> -<p>Draagt men dan meer, dan dusver vaak geschied is, zorg voor de -benoeming tot het panghoeloe-ambt van menschen, wier aanbeveling niet -alleen in hunne studie van eenige kitabs en in den door hen gedragen -tulband gelegen is, maar die ook over wat algemeene ontwikkeling en -levenservaring beschikken, dan is de voortwoekering der enorme -misbruiken, die de zoogenaamde geestelijke rechtspraak aankleven, -goeddeels bezworen en de weg tot geleidelijke evolutie der daarbij -betrokken soort van volksinstellingen wijd opengehouden.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch3.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e897">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera -bepalen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Waar ik de houding besprak, die mijns inziens de -Regeering moet aannemen tegenover de Moslimsche volksinstellingen van -Nederlandsch-Indië, bepaalde zich de gedachte meestal als vanzelf -bij den toestand op Java en Madoera. Men zal dit zonder veel uitleg -verstaan. Daar is de intensiteit van ons bestuur, ook te dezen aanzien, -veel verder gevorderd dan elders; daar is het bevolkingscijfer der -Mohammedaansche bevolking zoo belangrijk veel hooger dan op al de -andere eilanden saam; en hetgeen zich voor de eilanden op dit gebied -laat vaststellen, kan met geringe wijziging naar plaatselijke -omstandigheden op de Mohammedanen der Buitenbezittingen worden -toegepast, want hoe groot het ethnologisch en cultuurhistorisch -verschil overigens zij, in den Islâm hebben wij met eenen factor -te doen, die daar en hier op soortgelijke, alleen in graad -verschillende wijze inwerkt. <span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span></p> -<p>Ten opzichte van de vele <i>hoofdstukken der wet</i>, waarvan de -eene Inlandsche Moslim zich veel, de ander zich weinig of zelfs niets -aantrekt, en <i>die buiten alle bemoeienis van geestelijke rechters of -andere godsdienstbeambten blijven</i>, is het standpunt der Regeering -vanzelf volstrekt neutraal. Dat er zijn, die op religieuze gronden zich -onthouden van het sluiten van contracten met rentebeding of met risico, -assuranties enz., behoeft het bestuur evenmin bezig te houden als de -uiteenloopende waardeering van het verbod van geestrijke dranken bij -verschillende Mohammedanen. De voor den nieuweren tijd en zijn verkeer -al te knellende banden, die de Moslimsche wet om het leven der -Islâmbelijders slingert, raken vanzelf los, zoodra ons -cultuurleven in een of ander opzicht hen krachtiger tot zich trekt. De -drang daartoe moet echter van binnen naar buiten werken, niet -omgekeerd.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch3.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e904">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Uit staatkundig oogpunt belangrijke -bestanddeelen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Er is een ander gebied, waarop de Regeering zich niet -mag bepalen tot belangstellend, maar lijdelijk toezien, wat de -toekomstige evolutie brengen zal. Het omvat <i>al hetgeen een -staatkundig karakter heeft</i> of dit licht kan aannemen. Chalifaat, -panislamisme, heilige oorlog zijn de woorden, die bij den hoorder de -voorstelling der voornaamste zaken wekken, waarom het hier gaat.</p> -<p>In den aanvang waren de chaliefen, zooals hun naam het zegt, de -“opvolgers” van Mohammed, namelijk in de leiding en het -bestuur der gemeente. Naarmate de verovering der landen door den -Islâm zich uitbreidde en bevestigde, ontwikkelde het chalifaat -zich tot eene vorstelijke dynastie, die een wereldrijk beheerschte en -die zich theoretisch de heerschappij over de heele wereld aanmatigde. -Wij herinnerden er vroeger reeds aan, hoe diep die theorie wortel heeft -geschoten èn in het systeem van den Islâm èn in de -populaire voorstellingen zijner belijders. Zelfs nadat de politieke -verbrokkeling, die al spoedig intrad, haar toppunt had bereikt, bleef -men aan de fictie der eenheid vasthouden, en de van alle werkelijke -macht verstoken chaliefen bleven van die eenheid het symbool, al -moesten zij zich ertoe bepalen, met hunne <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span>diploma’s te -bezegelen, hetgeen buiten hunnen invloed tot stand gekomen was.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e911">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen -kerkvorst.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In die fictie behielden echter de chaliefen den -<i>naam</i> van hetgeen hunne voorgangers <i>werkelijk</i> geweest -waren: zij heetten <i>bestuurders</i> van het gansche door den -Islâm ingenomen gebied, <i>geenszins geestelijke hoofden</i>, -wier bemoeienis tot specifiek godsdienstige belangen beperkt was. Het -systeem was immers sedert ongeveer de tiende eeuw voltooid, en zijne -verdere toepassing vond, evenals tevoren zijne eerste ontwikkeling, -plaats onder de leiding der schriftgeleerden; niemand verwachtte die -van het werkelijke of fictieve centrale gezag. Noch Moslimsche -staatslieden, noch geleerden of leeken hebben ooit in den chalief iets -anders gezien dan den rechtmatigen aanvoerder en beheerscher aller -geloovigen.</p> -<p>Nadat gedurende eeuwen de feitelijke onmacht der latere Abbasidische -chaliefen de aanmatigende leer van het chalifaat te schande scheen te -hebben gemaakt, wisten de Turken in de zestiende eeuw de eenheid van -naam en werkelijkheid op dit gebied te herstellen. Sterk door de kracht -hunner wapenen, dwongen zij hunne erkenning als chaliefen van de -meerderheid der rechtzinnige Mohammedanen af, en verstonden zij het, de -hun niet passende eischen, die de wet en de publieke opinie voorheen -aan den chalief hadden gesteld, zooals de afstamming van Qoeraisj, om -niet meer te noemen, te doen vergeten. In zake staatsleer steeds meer -dan op eenig ander gebied gewoon, zich voor de macht der feiten te -buigen, aanvaardde de Moslimsche wereld de verandering zonder veel -protest, zelfs in die landen, die nooit met het Turksche staatsbestuur -in aanraking kwamen. Tot in het Verre Oosten, waartoe onze Indische -Archipel behoort, werd de Turksche Soeltan onder den naam van Radja -Roem of ook van Soeltan Istamboel, de vereerde held der populaire -chalifaatslegende, en verbreidde zich onder de Mohammedaansche -schriftgeleerden de meening dat de vorsten van Constantinopel de -wettige wereldbeheerschers waren, terwijl de overige koningen en -keizers der aarde òf hunne vasallen òf hunne vijanden -moesten zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span></p> -<p>Het is waar, de overgroote meerderheid der Inlandsche Mohammedanen -vindt geene aanleiding om zich met zulke vragen van hoogere politiek -het hoofd te breken; zij hebben al genoeg te stellen met hunne eigene -dorpsautoriteiten, districtshoofden, regenten of vorsten en met hunne -Europeesche bestuurders om voor de verdeeling der macht in de grootere -wereld onverschillig te blijven. Dit neemt niet weg, dat bij -intellectueel hooger ontwikkelde Indonesische Moslims, die wél -belang stellen in de bepaling der plaats van hun volk in de -internationale samenleving, somtijds eene bedenkelijke neiging bestaat -om hunne verhouding tot ons bestuur als een in wezen abnormaal, -tijdelijk overgangsstadium te beschouwen, in welke opvatting zij door -geloofsgenooten uit andere landen nu en dan worden versterkt.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e918">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene -Europeesche mogendheid met Mohammedaansche onderdanen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Gedachten zijn tolvrij. De Regeering zou echter -roekeloos handelen door tegenover <i>uitingen</i> van deze soort -gedachten onverschillig te zijn. Wie in Haren dienst zijn, behooren te -weten, dat elke vorm van panislamisme met eene eerlijke opvatting van -hun ambt of hunne bediening onvereenigbaar is. Van het <i>klassieke</i> -panislamisme, dat de onderwerping der geheele wereld aan het gezag van -den Islâm als een doel voorstelt, hetwelk de geloovigen nooit uit -het oog mogen verliezen, en in welks richting zij bij elke gunstige -gelegenheid stappen moeten doen, spreekt dit zoo geheel vanzelf, dat -elk betoog overbodig mag worden geacht. Maar ook in den vorm, waarin -min of meer <i>gemoderniseerde</i> Mohammedanen het omzetten, dien van -onderlinge aaneensluiting aller Moslims om onder leiding van het -chalifaat, dat wil zeggen van den invloedrijksten Mohammedaanschen -vorst, te bevorderen al hetgeen zij in hun gemeenschappelijk belang -achten, ook in dien vorm is het voor eene niet-Mohammedaansche -regeering volstrekt onaannemelijk, en verdient het onvoorwaardelijke -bestrijding. Iedere transactie met zulk een streven zou beteekenen het -dulden van vreemde inmenging in de verhouding van den staat tot zijne -onderdanen, en dat niet van eene vreemde geestelijke macht, die opkwam -voor de godsdienstige belangen <span class="pagenum">[<a id="pb70" -href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span>der geloofsgenooten, maar van -een vreemden staat, die verouderde, met den Mohammedaanschen godsdienst -samenhangende aspiraties van politieken aard niet vermocht los te -laten.</p> -<p>De groote mogendheden, die Mohammedaansche onderdanen hebben, -spraken zich, zoover ik weet, nooit scherp en klaar over dit vraagstuk -uit. Wanneer men let op hare houding in bijzondere gevallen, dan zou -men zeggen, dat de Engelsche Regeering meestal geneigd is om tegen de -erkenning van het chalifaat door hare onderdanen niet veel bezwaar te -maken, ja, dat zij bij hare Moslimsche onderdanen gaarne den naam heeft -van met hunnen chalief bijzonder bevriend te zijn; natuurlijk stelt zij -zich daarbij dan op het historisch zoowel als systematisch onjuiste -standpunt, dat diens waardigheid slechts eene soort van oppertoezicht -over de Mohammedaansche <i>kerk</i> zou beteekenen. De Fransche -regeering schijnt te dezen opzichte beter ingelicht te zijn, en, waar -het pas geeft, elke inmenging van dien kant, ook al stelt zij zich, -pour le besoin de la cause, met den naam van geestelijk toezicht -tevreden, beslist af te wijzen. Hoe dit ook zij, de Nederlandsche -regeering mag in eene zaak als deze niet schromen, den weg te -bewandelen, dien haar belang en dat harer onderdanen haar wijzen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e925">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche -onderdanen met afwijzing van elke vreemde inmenging.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De meest volledige vrijheid van uitoefening van hunnen -godsdienst kan zij aan hare Mohammedaansche onderdanen schenken en -tevens aan Turksche of andere bemoeiing met hetgeen die onderdanen -betreft op besliste wijze weerstand bieden. Wat de Islâm ooit aan -centrale organisatie bezeten heeft of nog bezit, dat is van -staatkundigen aard; iets, dat zich met het pausdom of algemeene -kerkvergaderingen laat vergelijken, heeft hij niet gekend. De zuiver -geestelijke zaken van den Islâm worden sinds dertien eeuwen -behandeld door de schriftgeleerden van de verschillende landen, die van -het door hunne confraters in andere landen ontstoken licht alle partij -kunnen trekken, die zij wenschen, maar door geene oecumenische -vertegenwoordiging aller Moslims tot iets verplicht kunnen worden. -<span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name="pb71">71</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch3.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e932">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische -Moslims waren.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De keuze der landen, van waar onze Indische Moslims -hunne wijsheid ontvingen, werd vanzelf bepaald door de rechtsschool, -waarbij zij zich onder leiding der eerste Voor-Indische predikers van -den Islâm in den Archipel aansloten: de Sjafi’itische. -Hunne handboeken der wet zijn dus de meest bekende van dien ritus, -geschreven meestal door auteurs, die in West-Arabië, in Egypte, in -Ḥadhramaut, eene enkele maal door schrijvers, die in -Voor-Indië gevestigd waren, of wel zij zijn uit die hoofdwerken -gecompileerd of samengetrokken. Voor hetgeen buiten de studie der wet -valt, voorzagen zij zich van leerboeken op diezelfde markten, die hun -hunne litteratuur over de wet leverden. Waar het mondeling onderricht, -dat het eigen land hun bood, naar hunne schatting tekortschoot, vulden -degenen, die zich die weelde konden veroorloven, dit in den regel te -Mekka, bij uitzondering ook wel te Caïro, aan. De in Indië -gevestigde Ḥadhramitische deskundigen hielpen mede aan de vraag -naar buitenlandsche voorlichting voldoen. Wij kunnen het betreuren, dat -tegenover al dien vreemden invloed geen krachtiger nationaal geestelijk -leven zich bij de Inlanders deed gelden of wist te handhaven; -veranderen of voor de toekomst verhinderen kunnen wij dat niet. Maar -tegen elken invloed met rechtstreeksche of zijdelingsche politieke -strekking behooren wij ons zoo schrap mogelijk te zetten.</p> -<p>Dus: uitsluiting van elke soort van meegaandheid tegenover het -optreden van Turksche consuls als agenten van het chalifaat en -beschermers der belangen van Mohammedaansche Inlanders; nalating aller -officieuze begunstiging van geldinzamelingen voor spoorwegaanleg in den -Hidjâz, voor door een of anderen Turkschen oorlog verarmde -soldaten of voor de weduwen en weezen van gesneuvelden; tegengang van -de gebeden voor de Turksche soeltans in de Vrijdagsdiensten, althans -zoodra die niet te beschouwen zijn als het gevolg der gedachtelooze -voorlezing van onbegrepen formulieren, maar als uiting eener politieke -geloofsbelijdenis. Verder bij het toezicht op het -Inlandsch-Mohammedaansche godsdienstonderwijs waakzaamheid tegen alle -propaganda voor <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>panislamitische denkbeelden. De leer betreffende -den heiligen oorlog en hetgeen daarmede samenhangt, mag in -pĕsantrèns en soerau’s evenmin behandeld worden als -die betreffende het chalifaat; trouwens de meeste goeroe’s zijn -uit eigen beweging zoo verstandig, dit na te laten.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e939">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van -eschatologische verwachtingen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het in abnormale beweging brengen van de gemoederen -der lichtgeloovige massa door verspreiding van verhalen of -voorspellingen, die de eschatologie betreffen, worde bijtijds -voorkomen. Is de emotie eenmaal gewekt en grijpt zij om zich heen, dan -loopt het gewoonlijk uit op woelingen, die met geweld onderdrukt moeten -worden en waarbij misleide onnoozelen het gelag met hun leven of hunne -vrijheid betalen. Het bestuur late zich dus niet bedriegen door de -schijnbare onbeduidendheid van den inhoud der chronisch onder de -bevolking verspreide, in een droomgezicht te Medina medegedeelde -vermaningen van Mohammed, of van vraagboekjes in verband met de -verschijning van den Mahdî, of van personen, die als wegbereiders -van dezen Mohammedaanschen messias willen gelden. Voor het naieve -verstand der gewone Inlandsche Moslims hebben al deze dingen en -menschen groote beteekenis, en zij richten onder hen dezelfde soort van -onrust en verwarring aan als die het gevolg is van propaganda voor een -of anderen vorm van de panislamitische gedachte.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch3.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e946">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de -godsdienstvrijheid zweemt.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Met hoe meer klem nu echter de Regeering Hare -autonomie in het bestuur harer Inlandsche onderdanen handhaaft -tegenover pogingen tot inmenging van buitenaf, des te ernstiger behoort -zij te waken tegen al wat zweemt naar inbreuk op de godsdienstvrijheid -ook van hare Mohammedaansche onderdanen. Het kan vreemd schijnen, -hierop aan te dringen, waar juist dikwijls in meer of minder -verwijtenden toon van Haar beweerd wordt, dat Zij den Islâm veel -meer dan noodig of wenschelijk was beschermd en zelfs vertroeteld -heeft, om nu maar niet meer te spreken van de onzinnige beschuldiging, -dat Zij eene bevolking van twijfelachtig Mohammedaansche belijdenis -<span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>naar Mohammedaansche rechtsbeginselen zou hebben -bestuurd. Toch is dat zoo vreemd niet, gelijk reeds hieruit blijken -kan, dat in Mohammedaansche landen buiten Oost-Indië de -Nederlandsch-Indische Regeering den naam heeft van op fanatieke wijze -den Islâm te vervolgen en te onderdrukken. Beide beschouwingen -berusten op onkundige overdrijving.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e953">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Ongunstige beoordeling der Nederlandsche -Islâmpolitiek in de panislamitische pers.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Hoe komt het, dat in de Mohammedaansche dagbladpers -onze Regeering vaak gehoond is <span class="corr" id="xd25e2581" title="Bron: al">als</span> de vijandin der Moslims, en in geographische -leerboekjes, die op Turksch-Arabische scholen gebruikt worden, -Nederland kort aangeduid wordt, als eene met het beginsel der -verdraagzaamheid onbekende mogendheid, onder welks juk millioenen van -Mohammedanen zuchten? Voornamelijk uit tweeërlei oorzaak is dit -verschijnsel te verklaren.</p> -<p>Telkens wanneer in Nederlandsch-Indië woelingen plaats grepen, -die door opruiers met behulp van aan den Islâm ontleende motieven -waren gewekt, dan bleek achteraf, dat vele bestuursambtenaren door -onbekendheid met deze factoren van het volksleven tekortgeschoten waren -in waakzaamheid ten aanzien van verschijnselen, die toch wel binnen den -kring hunner waarneming gevallen waren. Dan werd men onzacht wakker -geschud, met het gevolg, dat door onkundige en onbezadigde bestuurders -plotseling allerlei overdreven maatregelen werden genomen onder den -invloed van eene zeer slechte raadgeefster, domme vrees. De meest -onschuldige Mohammedaansche godsdienstleeraars, leerlingen aan -pĕsantrèns, bedienaren van den eeredienst werden dan na -eene periode van verwaarloozing met een dwaselijk generaliseerend -wantrouwen bejegend, vaak gesteld onder een toezicht, dat zich het best -laat vergelijken met hetgeen men in Rusland zou doen ten opzichte van -iemand, dien men verdacht, een anarchist van de daad te zijn. In zulke -tijden huldigde menig bestuurder de onlangs door het meermalen -aangehaalde parlementslid verkondigde zotheid, dat de Mekkagangers als -het <span class="corr" id="xd25e2586" title="Bron: waren">ware</span> -met dynamietbommen gewapend in hun land terugkeeren, dat iedere hadji -een opruier is. <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span></p> -<p>Te Mekka, waar Mohammedanen uit verschillende deelen van den -Archipel elkaar ontmoeten, vernamen dezen van elkander het relaas van -leed en onrecht, dat men hier en daar in zulke schrikperioden geleden -had, en van daaruit werden die geruchten tevens over andere landen van -den Islâm verbreid. Dat men in die kringen de tijdelijke -uitspattingen van een aantal ambtenaren verwarde met beginselen van -regeeringsbeleid, is noch te verwonderen noch kwalijk te nemen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e961">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Klachten der in Oost-Indië gevestigde -Arabieren.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Een ander feit, waaraan de bijzonder ongunstige -beoordeeling van ons koloniaal bestuur in vele Mohammedaansche landen -zich vastknoopte, was de, om een zacht woord te gebruiken, -beginsellooze politiek, die wij gedurende tientallen van jaren volgden, -en ook nu, na de zoogenaamde hervorming, nog niet geheel hebben -losgelaten tegenover de Vreemde Oosterlingen, van welke natuurlijk voor -ons geval hoofdzakelijk de Arabieren in aanmerking komen. De in -Nederlandsch-Indië verkeerende of zich vestigende Arabieren zijn -voor de overgroote meerderheid afkomstig uit Ḥadhramaut, een -doodarm land met onderling door eindelooze bloedveeten verdeelde -roofridders en in hunnen dienst vechtende slaven, met meerendeels -fanatieke afstammelingen van den Profeet, met verdrukte burgers; een -gebied zonder regelmatig bestuur, zonder eenheid of orde, zonder -welvaart. De menschen, die van daar naar Oost-Indië emigreeren, -brengen noch kapitaal noch bepaalde vaardigheden of andere gewenschte -eigenschappen mede, behalve deze ééne, dat zij zich aan -de hier heerschende ordelijke toestanden wonderwel weten aan te passen -en aan politie of justitie geene bijzondere moeite geven.</p> -<p>Indien onze Regeering overwoog, dat deze zonen van het dorre land -voor Indië op geene enkele wijze nuttig, in sommige opzichten -daarentegen schadelijk zijn, zou niemand Haar euvel kunnen duiden, dat -zij de verdere immigratie dezer Arabieren verbood, alleen -uitzonderingen toelatende, die billijkerwijze voortvloeiden uit -verkregen rechten en aanspraken. Allerminst zou Ḥadhramaut zelf -zich hierover kunnen beklagen, daar dit land zich hardnekkig -<span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span>sluit voor alle niet-Mohammedanen, terwijl de -politieke toestand er elke normale betrekking met andere natiën -uitsluit.</p> -<p>Dezen voor een oogenblik harden, maar verstandigen en rechtvaardigen -maatregel heeft de Regeering niet genomen; wat erger is, steeds heeft -Zij de Ḥadhramieten noch buitengesloten noch flinkweg toegelaten. -In naam hadden zij toegang, maar eenmaal binnengetreden, werden zij op -vaak ondragelijke wijze in de vrijheid hunner beweging belemmerd, -onderworpen aan allerlei bepalingen, die, al waren zij zoo kwaad niet -bedoeld, in de uitvoering werkelijk vexatoir werden, te meer, daar veel -overgelaten bleef aan het inzicht der verschillende plaatselijke -ambtenaren, die telkens wisselen. Zelfs op regelmatigheid in hetgeen -hij als plagerij ondervond, kon de Arabier in Indië niet -rekenen.</p> -<p>De invloedrijke Arabieren hebben dientengevolge sinds vele jaren -achtereenvolgens alle wegen bewandeld, waarvan goede vrienden hun -verzekerden, dat zij konden leiden tot het doel: hunne emancipatie van -de bepalingen, die hunnen handel en verkeer belemmerden in een land, -waar zij toch theoretisch tot handel en verkeer waren toegelaten. Ten -slotte kwamen zij bij het chalifaat en de Mohammedaansche dagbladpers -terecht en vervulden de lucht met hunne jammerklachten. Overdreven -waren deze dikwijls, maar men zegt, dat het niet alleen de -Ḥadhramieten zijn, die, als zij eenmaal diep gevoelde en lang -verkropte grieven uiten, wel eens meer beweren dan zij strikt genomen -kunnen verantwoorden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e968">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de -Islâmpolitiek der Regeering.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Ziedaar de twee hoofdoorzaken van het in zeer wijden -kring verbreide oordeel, dat onze Regeering de Mohammedanen -onverdraagzaam en onbillijk bejegent. Van waar nu echter die lijnrecht -tegenovergestelde opinie, die men alleen in Nederland nu en dan hoort -uiten, volgens welke de Regeering den Islâm op in het oog -vallende wijze begunstigt, zooals men het nu en dan uitdrukt, met hem -coquetteert?</p> -<p>Het was, men weet het, steeds uit sommige kringen van -zendingsvrienden, dat deze klacht vernomen werd. <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span>Allen, -die zich actief op het terrein der zending bewogen, ondervonden het, -dat het Christendom in zijn pogen om zielen te winnen nergens op -ernstiger bezwaren stuit dan daar, waar het achter den Islâm -aankomt. Verschillende oorzaken van dit verschijnsel werden in onze -eerste voordracht aangeduid. Niet slechts in Nederlandsch-Indië, -over de geheele wereld brengt de Islâm de Christelijke missie -bijna tot vertwijfeling. Nu ziet de zendingsvriend in Indië bijv., -dat de Islâm een deel zijner kracht ontleent aan zijn -internationaal karakter, aan de aanrakingen met geloofsgenooten uit de -overige wereld, waartoe in het bijzonder de bedevaart naar Mekka -aanleiding geeft, en zoo komt hij tot de vraag: zou de Regeering tegen -dat euvel niets kunnen doen door het deelnemen aan die bedevaart te -bemoeielijken? Hij ziet verder, dat de kleine man, die overigens toch -zoo gemakkelijk te leiden is, juist op het punt van zijnen door hem -toch zoo gebrekkig gekenden godsdienst onhandelbaar blijft, omdat -zoogenaamde geestelijken of godsdienstleeraars hem drijven of -intimideeren, en wederom vraagt hij zich af: ligt het niet in de macht -der Regeering, den invloed dier leiders en leeraars wat te breidelen? -Dit zijn slechts een paar gevallen van vele, waarin mannen der missie, -zoekende naar middelen om de Evangelieprediking ook in den -onvruchtbaarsten bodem te doen gedijen, in arren moede wel eens -aankloppen daar, waar die niet te vinden zijn, en de onmogelijkheid der -bevrediging hunner wenschen in hunnen vurigen ijver voorbijzien. Dat -onze Mohammedanen, ook zonder de willekeurige maatregelen, waartoe die -ijveraars de Regeering zouden willen verleiden, reeds grieven hebben, -die, al overdrijven zij ze soms, toch verre van denkbeeldig zijn, -ontsnapt aan hunne eenzijdige waarneming.</p> -<p>Verstandige zendingsvrienden zouden bovendien van ongeestelijken -steun, zooals de daareven bedoelde ijveraars dien wenschen, niet -gediend zijn, al ware het slechts omdat zij te goed weten, dat de -antipathie tegen het Evangelie erdoor versterkt zou worden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e975">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Slotsom.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Van welken kant wij de zaak ook bezien, de slotsom -<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span>blijft, dat de eenige wijze en rechtvaardige -houding, die aan de Regeering tegenover den Islâm past, bestaat -in de meest strikte en oprechte handhaving der vrijheid van -<i>godsdienst</i>, zij het dan met belangrijk voorbehoud ten aanzien -van de <i>staatkundige</i> zijde van het Moslimsche stelsel en met -openhouding van alle wegen, die de Mohammedanen kunnen leiden tot -<i>maatschappelijke</i> evolutie, ook boven het stelsel van hunnen -godsdienst uit.</p> -<p>De Mohammedanen zelve kunnen daarmede vrede hebben, want -zóóveel rekening houden hunne leer en wet wel met de -werkelijkheid, dat zij hun den weg wijzen om ook onder een vreemd -régime hunnen godsdienst te belijden en te beoefenen. De -“noodzakelijkheid”, mits van buiten hun opgelegd, heft voor -hen vele bezwaren op, zoolang zij maar hun intiemste leven naar hunne -godsdienstige wetten mogen inrichten, en dan billijken zij het ook, dat -de vreemde macht, die Allah over hen gesteld heeft, de regelen stelt, -die hare eigene natuur haar voorschrijft. In de geheele Mohammedaansche -wereld kent men gezag toe aan de uitspraak: “Een koninkrijk kan -wel van duur zijn bij ongeloof, maar niet bij ongerechtigheid”. -<span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e2373" href="#xd25e2373src" name="xd25e2373">1</a></span> Dit -bedrag moet thans 1914 aanzienlijk hooger gesteld worden, daar in de -allerlaatste jaren het aantal dergenen, die jaarlijks uit -Nederlandsch-Indië aan den hadj deelnemen, ongeveer verdubbeld -is. <a class="fnarrow" href="#xd25e2373src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e982">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="label">IV.</h2> -<h2 class="main">NEDERLAND EN ZIJNE MOHAMMEDANEN.</h2> -<div id="ch4.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e989">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve -resultaten.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De echte voorstanders eener ethische koloniale -politiek, zullen, naar ik mij vlei, geene ernstige bedenkingen hebben -tegen de door mij voorgedragen beschouwingen over onze Nederlandsche -Islâmquaestie en hare oplossing; toch zullen zij denkelijk met de -slotsommen, waartoe wij tot dusver kwamen, niet tevreden zijn. Ook -mijzelf voldoen zij volstrekt niet. Immers, in het leven der -Nederlandsch-Indische Mohammedanen, zoover dat aan den invloed van het -stelsel van den Islâm onderworpen of blootgesteld is, bakenden -wij één gebied, het zuiver godsdienstige, af, waarop de -Regeering en Hare ambtenaren volstrekte vrijheid moeten handhaven; een -ander, het politieke, waarop die vrijheid in aller belang zeer beperkt -behoort te worden; weder een ander, dat van het met de religie op het -innigste verbonden gedeelte van het Mohammedaansche recht, waarin -allerminst willekeurig mag worden ingegrepen, maar waarbij toch de weg -der evolutie zoo wijd opengehouden dient te blijven als de -omstandigheden het maar veroorlooven. De modus vivendi, die door dit -alles bereikt wordt, heeft evenwel voornamelijk negatieve verdiensten: -het kwade wordt vermeden, zonder dat men zeker is, het goede te -naderen.</p> -<p>Wij kunnen het echter niet laten bij maatregelen, die dienen om -ontevredenheid en verzet bij de bevolking te voorkomen en zoo ons gezag -te bevestigen. Niet de voorheen zoo geprezen rust is ons doel, maar -beweging. <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>Ons gezag zal zijne rechtvaardiging moeten vinden -in de opheffing der Inlanders tot een hooger peil; onder onze leiding -moeten zij onder de volken de plaats gaan innemen, waartoe hun aanleg -hen in staat stelt.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e996">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van -het Islâmstelsel te emancipeeren.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Opvoeding en onderwijs zijn de middelen, waarmede dat -doel kan worden bereikt. Zelfs in landen van veel oudere Moslimsche -cultuur dan onze Archipel zien wij die met goeden uitslag aan het werk -om de Mohammedanen te verlossen van een deel van den middeleeuwschen -rommel, dien de Islâm reeds al te lang achter zich aan sleept. -Wel blijft dan <i>het stelsel</i> op de vroeger ontwikkelde historische -gronden onvatbaar voor eene afdoende hervorming, hetzij door -moderniseering der wet, hetzij door populariseering der mystiek; maar -<i>de Moslimsche maatschappij</i> schrijdt nochtans voort in de -richting der moderne cultuur, buiten het systeem om, doodzwijgend -hetgeen zij niet durft aantasten. Zoo gaat het in Turkije, in Egypte, -in Syrië.</p> -<p>Als opvoeders en onderwijzers van de Oost-Indische Mohammedanen -vinden wij nu tal van factoren in ons voordeel, die men in die andere -landen niet of in mindere mate aantreft. De betrekkelijk korte tijd, -waarin het stelsel van den Islâm hier gewerkt heeft, waardoor het -vele bestanddeelen van het leven onaangetast heeft moeten laten, -vergemakkelijkt de opname van nieuwe cultuurelementen, wanneer maar -theoretische bestrijding van de godsdienstige basis achterwege blijft. -De eeuwenoude gewoonte der Inlanders, vooral op Java, om zich met zeer -uiteenloopende rassen en beschavingen te verstaan, heeft hen bewaard -voor de bekrompenheid, die het gevolg is van isolement. Men zal -moeilijk op aarde een volk vinden, dat in volgzaamheid jegens zijne -hoofden de Javanen overtreft, en even moeielijk inheemsche bestuurders -van een door vreemden overheerscht volk, williger dan de Javaansche -aristocratie om te gaan in de wegen, die de uitheemsche -regeeringsambtenaren hun wijzen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1003">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Gunstige voorwaarden voor de werking</h3> -<p><span class="pagenum">[<a id="pb80h" href="#pb80h" name="pb80h">80</a>]</span></p> -dier middelen in Oost-Indië, vooral op Java.</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Inzonderheid wat betreft de aan hunne kinderen te -geven opleiding winnen de Inlandsche ambtenaren gaarne <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span>den raad -der Europeesche in niet alleen, maar zij volgen dien ook met bijna -aandoenlijk vertrouwen op. Vroeger gaven dezen hun meestal het advies, -aan hunne zonen slechts eene vrij primitieve opleiding te laten geven, -daar het opdoen der kennis, die Europeanen noodig hadden om door de -wereld te komen, voor hen bij hunnen beperkten werkkring geen nut zou -opleveren. Zelfs zulke raad werd gehoorzaam ter harte genomen, al dacht -menigeen er meesmuilend het zijne van. Sedert de kentering in de -Europeesche opinie over de intellectueele, welhaast ook over de moreele -waarde van den Inlander, aan wiens vorming de noodige zorg besteed -wordt, bleek de lust der hoogere klassen op Java om zich geheel in de -richting der hedendaagsche beschaving te ontwikkelen buitengewoon -groot, veel te groot alras voor de gelegenheid, die hun van -regeeringswege daartoe geboden werd.</p> -<p>Nadat eenmaal een zeker aantal jonge Inlanders zich aan de vruchten -van den boom der kennis verzadigd hadden, volgden anderen in scharen, -die nog veel grooter zouden zijn, indien niet te diep ingewortelde -behoudzucht der Europeesche bureaucratie den stroom voorloopig weer had -gestuit.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1010">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen -stroom.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Men heeft hier een nieuw droevig voorbeeld van -datzelfde gebrek aan organiseerend talent, diezelfde halfheid en -besluiteloosheid, die wij bij de beschouwing der -Vreemde-Oosterlingen-politiek ontmoetten, die telkens in ons koloniaal -bestuur aan den dag treedt, wanneer de bakens verzet moeten worden, die -de koloniale regeering daar, waar eene kloeke beslissing dringend -vereischt wordt, na vele adviezen en jaren durende overwegingen doet -komen tot een antwoord, dat noch ja noch neen zegt.</p> -<p>Toen de aandrang van Inlandsche kinderen naar de Europeesche lagere -scholen groot werd, weerde men hen op gronden, die, als zij ernstig -bedoeld waren, tevens tal van kinderen van Europeesche afstamming van -die scholen verwijderd zouden moeten houden, gronden dus, die den -indruk van voorwendsels maakten. Men troostte de teruggedrongenen door -voor hen scholen van eene nieuwe soort op te richten, die in geenen -deele aan de <span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>behoefte voldeden. Met betrekkelijk milde hand gaf -men op onderwijsgebied aan de Chineezen, die brutaal schreeuwend -eischten, terwijl hetgeen aan de bescheiden vragende Inlanders ten deel -viel, doet denken aan het stuk beschimmeld roggebrood uit Gellerts -fabel, dat door den rijkaard met verheven gebaar aan den hongerigen -bedelaar werd toegeworpen.</p> -<p>Zou men nu uit zulke feiten de gevolgtrekking willen maken, dat de -Regeering onverschillig was voor den snel toegenomen drang der -Inlandsche wereld naar hoogere geestesontwikkeling, dan stonden -daartegenover herhaalde officieele uitingen van ingenomenheid met en -aanmoediging van diezelfde intellectueele beweging. Zoo eerlijk gemeend -als die betuigingen van welwillendheid waren, zoo onoverwinnelijk was -de indolentie der regeeringsorganen, die de strooming hadden moeten -bevorderen en leiden. Het pijnlijkst kwam die tegenstelling uit in de -behandeling van verscheidene jongelieden, die den nieuwen koers met -succes, zoover het van hen afhing, gevolgd waren.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1017">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Iemand van Inlandsche geboorte, maar zoo goed als -geheel Europeesche opvoeding, wordt na afgelegd examen voor ambtenaar -bij het Europeesche corps voor eene benoeming als zoodanig ter -beschikking van den Landvoogd gesteld. Hij treedt inderdaad als -bestuursambtenaar op, maar wordt na korten tijd bij den specialen -diensttak van het landbouwcrediet onder dak gebracht. Een ander, die na -hem denzelfden weg van opleiding was gevolgd, werd van den aanvang af -bij het credietwezen geplaatst, zoodat het niet verwonderen kan, dat in -de Inlandsche ambtenaarswereld de <span class="corr" id="xd25e2689" -title="Bron: meenig">meening</span> post vatte, als wilde de Regeering -alle Inlanders, die aan de eischen van het grootambtenaarsexamen -voldaan hadden, tot specialiteiten in credietzaken maken. Die zich met -die hoop vleiden, hadden evenwel wederom buiten den waard gerekend, -want nu volgde er een jeugdige Inlander, die na een zeer goed -grootambtenaarsexamen te hebben afgelegd, al zijne Europeesche -kameraden, die boven en beneden hem op de ranglijst voorkwamen, met -hunne plaatsing kon gelukwenschen, <span class="pagenum">[<a id="pb82" -href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span>zonder dat van zijn bestaan ook -maar de geringste notitie werd genomen. Ten slotte gelukte het hem, na -veel getob, eene matige plaatsing bij het Inlandsche bestuur te -krijgen, die natuurlijk bij vele zijner landgenooten de vraag deed -rijzen, of het wel de moeite loonde, hunne zoons op zoo kostbare wijze -te laten opleiden, wanneer toch de Regeering daaraan zoo weinig waarde -scheen te hechten.</p> -<p>Men begrijpe mij niet verkeerd. De wenschelijkheid der plaatsing van -Inlanders bij het Europeesche bestuurscorps wil ik geenszins betoogen. -Maar wanneer de wettelijke bepalingen die plaatsing toelaten en de -gelegenheid om de daarvoor vereischte kennis op te doen en daarvan bij -examen te doen blijken aan Inlanders geschonken wordt, dan is eene -behandeling van drie geslaagde candidaten op de daareven genoemde wijze -niet te verantwoorden.</p> -<p>Een ander zeer begaafd jong Inlander wilde in de rechten gaan -studeeren, wanneer hij zekerheid had, dat hij na aan alle wettelijke -eischen te hebben voldaan, niet om zijnen landaard uitgesloten zou zijn -van eene plaatsing bij de rechterlijke macht in zijn vaderland. Een -jaar voordat hij over de keuze zijner studierichting moest beslissen, -vroeg men voor hem dienaangaande bij de Regeering om inlichting. Twee -jaren van overweging had de Regeering noodig om een antwoord te geven, -waarbij de hoofdquaestie eigenlijk nog onopgelost bleef.</p> -<p>Onvoldoende, immers voorloopig en voorwaardelijk was eveneens het -bescheid, dat ten deel viel aan eenen Inlander, die voor ingenieur -wilde studeeren en officieele zekerheid wenschte te hebben omtrent -zijne vooruitzichten bij den staatsdienst in dat vak.</p> -<p>Een enkele daad der Regeering, die scheen te wijzen op een ontwakend -besef van Hare plichten in verband met de intellectueele beweging onder -Hare Inlandsche onderdanen, was de oprichting der Rechtsschool voor -Inlanders. Kort na de geboorte gaf Zij echter dit jeugdige wezen aan -verkwijning prijs door trots allen aandrang na te laten, de -vooruitzichten der geslaagde kweekelingen <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>dezer instelling -behoorlijk te regelen, zoodat vaders niet met gegronde gerustheid hunne -zoons van goeden aanleg aan haar konden toevertrouwen.</p> -<p>Hetgeen andere koloniale mogendheden met veel moeite aan hare -onderdanen trachten op te dringen: eene opvoeding, die hen geschikt -maakt om op hunne wijze het leven hunner overheerschers mee te leven, -dat wordt van ons op Java en in een deel der Buitenbezittingen door de -inheemsche bevolking afgesmeekt. Zou het niet eene onuitwischbare -schande zijn voor ons koloniaal bestuur, indien wij die geestelijke -goudmijn lieten liggen, zooals een concessionaris zonder kapitaal, die -zijn zaakje schijnbaar aan den gang houdt, totdat een energiek -syndicaat het van hem komt overnemen?</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch4.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1024">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de -oplossing der Islâmquaestie.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wat deze dingen nu eigenlijk met de -Islâmquaestie van Nederland te maken hebben? Niet minder dan -alles. De eenige ware oplossing van dat probleem ligt in de associatie -der Mohammedaansche onderdanen van den Nederlandschen staat aan de -Nederlanders. Gelukt deze, dan bestaat er geene Islâmquaestie -meer; dan is er genoeg eenheid van cultuur tusschen de onderdanen der -Koningin van Nederland aan het Noordzeestrand en die van Insulinde om -aan het verschil in godsdienstige belijdenis zijne politieke en sociale -beteekenis te ontnemen. Moest zij mislukken, dan zou de onvermijdelijk -toenemende intellectueele ontwikkeling der Indonesiërs hen -noodwendig hoe langer hoe verder van ons af voeren, want dan zouden -anderen dan wij de leiding in handen krijgen.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch4.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1031">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De openbare meening in Nederland behoort in die -richting krachtig te spreken.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De opgedane ervaring verbiedt ons, het totstandbrengen -dier oplossing alleen of in de eerste plaats van de Regeering te -verwachten; het ontbreekt Haar daartoe niet aan de noodige sympathie -voor de zaak, maar wel aan de vereischte kracht. Hoe het komt, kunnen -wij daarlaten, maar Zij is nu eenmaal een log lichaam, waarin in den -regel slechts ruwe schokken wat beweging vermogen te brengen. Een -krijgszang van Max Havelaar, een alarmkreet van Wekker in de Avondpost -lokken <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>maatregelen uit, die het daarvóór -aan bezadigde vertoogen niet gelukte te voorschijn te roepen; -half-oproerige Chineezen zien wenschen vervuld, die kalm berustende -Inlanders vergeefs slaken. Er is echter nog een andere weg, die met -minder rumoer en misschien iets minder snel tot het doel kan leiden, -maar die toch op den duur niet vruchteloos bewandeld wordt: de -eindelijk onweerstaanbare druk, dien eene krachtige openbare meening op -de Regeering pleegt uit te oefenen.</p> -<p>Eerst moet dus in wijde kringen van het Nederlandsche volk de -overtuiging zijn doorgedrongen, dat associatie van het leven der -Inlandsche bevolking van den Indischen Archipel aan het onze in beider -belang tot stand gebracht behoort te worden, en dat de tegenwoordige -intellectueele beweging van de hoogere klassen der Inlandsche -maatschappij de krachtige bevordering dier associatie onzerzijds urgent -maakt, dat er <i>periculum in mora</i> is. En dan mag het niet blijven -bij uiting dier overtuiging in woorden, er moet ook in die richting -gewerkt worden, wij moeten er offers voor over hebben in geld en in -arbeid. Als de Regeering het alleen moest doen, dan zou het gevaar te -groot te worden, dat zij met het haar eigen gebrek aan -besluitvaardigheid ten slotte door de omstandigheden overrompeld werd, -nadat de goede tijd om de leiding der beweging in handen te nemen en te -houden voorbij was, om niet terug te keeren.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch4.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1038">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de -zendingsvrienden.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Tot dusver is het inzicht, dat wij hier met een -dringend volksbelang te doen hebben, bij ons tot vrij enge kringen -beperkt, en zijn eigenlijk de eenigen, die blijk geven, het levendig te -beseffen, de actieve zendingsvrienden. Of liever: zij streven naar eene -associatie van veel hoogere orde dan de zooeven door ons bedoelde, eene -eenheid, die, als zij tot stand kwam, alle belemmeringen der eenheid -van beschaving en nationaal bewustzijn tusschen het Oosterlijk en het -Westelijk deel van het rijk der Nederlanden zou opheffen.</p> -<p>Als zij tot stand kwam! Maar de groote bewondering, waarmee wij den -zelfopofferenden arbeid der zendelingen <span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span>gadeslaan, en onze groote -waardeering van de offervaardigheid, waarmede velen in het moederland -dien arbeid steunen, mag ons niet doen vergeten, hoe gering het -uitzicht op belangrijk succes voor de Christelijke zending is in -landen, waarop de adem van den Islâm neergestreken is. Zelfs de -verstandige mannen der zending maken zich daaromtrent geene illusie, al -geven zij daarom het werk niet op. In geen geval mag er voor ons volk -en onze regeering sprake van zijn, de taak der associatie aan de -Christelijke zending over te laten, met veronachtzaming der voor hare -vervulling zoo uiterst gunstige beweging in de Inlandsche wereld, die -thans in gang is.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1045">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en -nationale, geen religieuze associatie.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Die beweging wijst ondubbelzinnig op de practische -mogelijkheid der verwezenlijking eener schoone <i>politieke</i> en -<i>nationale</i> gedachte, namelijk die der wording van een -Nederlandschen staat, bestaande uit twee geographisch ver -uiteenliggende, maar geestelijk innig verbonden deelen, het eene in -Noordwest-Europa, het andere in Zuidoost-Azië. Dit is geen -utopistisch ideaal, maar een doel, waarvan Regeering en volk van -Nederland het zich duurzaam zouden verwijten, het niet bijtijds in het -oog gevat te hebben, wanneer zij de thans zich opdringende gelegenheid -om het na te streven ongebruikt lieten voorbijgaan. Hier en nu geldt in -volle kracht het woord van Goethe:</p> -<div lang="de" class="lgouter"> -<p class="line">“Was du ererbt von deinen Vatern hast,</p> -<p class="line">Erwirb es, um es zu besitzen”.</p> -</div> -<p class="first">Onze erfenis, die hier bedoeld wordt, dat waren -schoone en rijke wingewesten; de staatkundige band, die ze met ons -verbonden hield, was overheersching. Wil de eenheid tegen de stormen -van den tijd bestand blijken, dan moet nu de materieele inlijving door -de geestelijke gevolgd worden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1052">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Hoe ver kan de associatie gaan?</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Om teleurstelling en verwarring te voorkomen is het -noodig, dat wij ons onbevangen rekenschap geven van de grenzen, -waarbinnen de geestelijke annexatie uitvoerbaar is. De godsdienst, hoe -gewichtig ook voor ons volks- en staatsleven, is zelfs in het kleine -Westelijke Nederland de band niet, die ons samenhoudt. Onze eenheid -<span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>wortelt in algemeenere cultuurgedachten, tot -welker vorming het Christendom ongetwijfeld veel heeft bijgedragen, -maar onder welker heerschappij niet slechts Christenen van de meest -uiteenloopende confessies, maar ook Joden en vrijdenkers, met gelijke -aanspraken op eerbiediging van hetgeen aan elke dier categorieën -in het bijzonder eigen is, zich thuis gevoelen. Thuis gevoelen in die -mate, dat zij zich verzetten met alle kracht, zelfs met opoffering van -goed en bloed, tegen iedere poging om hen tot eene andere nationaliteit -of tot een ander staatsverband te doen overgaan.</p> -<p>Hieruit vloeit vanzelf voort, dat noch van onzen staat, noch van ons -volk eene propaganda kan uitgaan, die zich voorstelt, de -Mohammedaansche Inlanders over te halen tot eene religie, die onder ons -eenen, zij het nog zoo grooten, kring van belijders telt. Eene poging -om <i>de grondslagen te ondermijnen</i> van het Islâmstelsel, dat -het leven der Inlanders deels beheerscht, en gaarne geheel zou willen -beheerschen, kan alleen van eene religieuze gemeenschap, eene kerk of -eene vereeniging voor zending, uitgaan; de staat kan daarbij slechts -toezien, dat niemand in zijne vrijheid van beweging belemmerd -worde.</p> -<p>Niet ongeoorloofd noch misplaatst is daarentegen in het gegeven -geval eene actie, die bedoelt, de Inlanders op veel steviger wijze dan -tot dusver het geval is, bij ons staatsverband en bij onze -nationaliteit in te lijven. Immers, een eigen zelfstandig politiek of -nationaal leven hebben zij al sinds eeuwen niet meer; en wij, die hun -lang geleden ontnamen, wat zij van die aard bezeten mogen hebben, hun -daarbij eerbiediging hunner godsdienstige instellingen belovende, wij -aanvaardden daarmede tevens de moreele verplichting om hen tot deelname -aan <i>ons</i> staats- en volksleven op te voeden. Hunnerzijds ruimen -zij elk voorwendsel voor uitstel van het vervullen dier verplichting -uit den weg, waar zij zelve op die geestelijke annexatie in toenemende -mate bij ons aandringen. Men geeft er zich onder ons lang niet genoeg -rekenschap van, hoe sterk die aandrang inderdaad wel is. Het zijn niet -alleen de Inlandsche ambtenaren en in <span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>het algemeen de -aristocratie, die hunne kinderen in de eerste plaats Nederlandsch -willen laten leeren, en vervolgens zooveel mogelijk van hetgeen, -waartoe de kennis dier taal hun den weg effent; zelfs onder de -Mohammedaansche schriftgeleerden neemt het aantal toe dergenen, die -hunne zoons voor onderwijs en opvoeding liever <span class="corr" id="xd25e2776" title="Bron: ge heel">geheel</span> aan Europeesche leiding -toevertrouwen dan dat zij hen laten opleiden in de wetenschappen van -den Islâm. Telkens kan men van Inlanders op Java vernemen, dat de -toeloop naar de <i>pĕsantrèns</i> sterk afneemt en dat -alles tegenwoordig heendringt naar de <i>school</i>. De vroeger in -eenigszins vrome kringen vaak gekoesterde vrees, dat zulke toenadering -tot de Hollandsche cultuur het van de vaderen geërfde geloof in -gevaar zou brengen, maakt meer en meer plaats voor de overtuiging, dat -men aan de religieuze denkbeelden en gebruiken van voorheen getrouw kan -blijven zonder in de oude onwetendheid voort te leven, en dat er geen -beter middel is om van deze laatste verlost te worden dan zich met vol -vertrouwen over te geven aan opleiding in de Europeesche school, ja, -als de omstandigheden het toelaten, tevens aan opvoeding in het -Europeesche gezin.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1059">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met -gedwongen deelneming aan het godsdienstonderwijs.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Niet onvoorwaardelijk is dit vertrouwen, wanneer de -Inlander zich wegens gebrek aan plaats op andere scholen of om -finantieele redenen genoopt ziet, zijne kinderen te zenden naar eene -Christelijke school, <i>waar het deelnemen aan het godsdienstonderwijs -voor alle leerlingen verplichtend is</i>. Dat velen over dit bezwaar -heenstappen, is wel een krachtig bewijs voor de diep gevoelde behoefte -aan onderwijs. Het zou gevaarlijk zijn, er andere conclusies aan vast -te knoopen. Als een bezwaar wordt het wel degelijk gevoeld, en de -omstandigheid, dat velen dit door den nood gedwongen terzijde stellen, -mag niet verleiden tot de verwachting, dat gesubsidieerde Christelijke -scholen van de zooeven bedoelde soort het geschikte middel zullen -vormen om aan de enorme vraag naar Europeesch onderwijs voor Inlanders -op Java te voldoen.</p> -<p>Het is waar, de aan onverschilligheid grenzende religieuze -tolerantie van de groote meerderheid der Javaansche <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>aristocratie, gepaard met de eeuwenoude gewoonte -der lagere klassen van de bevolking aan het verkeer met menschen van -allerlei ras en geloof, maakt, dat de zending hier vele moeilijkheden, -die zich in vele andere Moslimsche landen aan haar in den weg plegen te -stellen, niet of toch in mindere mate dan elders ondervindt. De -meerderheid der Mohammedaansche schriftgeleerden daarentegen, hoewel -gewend om zich in den regel binnen hare eigen enge sfeer te houden, -wordt door eene krachtige missionnaire actie tot reactie geprikkeld. -Zij ziet in dat pogen om Mohammedanen tot Christenen te maken een -streven der Europeesche wereld om, nadat zij den Inlanders al zoovele -aardsche bezittingen ontnomen heeft, hen nu ook van datgene te -berooven, dat Allah in de andere wereld voor hen heeft weggelegd. Zou -de Regeering nu hen, die onderwijs in Westerschen zin zoeken, naar uit -de staatskas ondersteunde scholen drijven, <i>waar aan de leerlingen -Christelijk godsdienstonderwijs opgedrongen werd</i>, dan kan men zeker -zijn, dat weldra een voor de zaak der associatie hoogst bedenkelijke -tegenstand zou ontstaan, die òf de beweging in de richting onzer -cultuur zou stuiten òf voor het minst zou uitloopen op den -nadrukkelijken eisch, dat indien aan gesubsidieerde scholen met eene -specifiek godsdienstige kleur ook voor Inlanders de voorkeur werd -geschonken, de kleur voor de Mohammedaansche Inlanders die van den -Islâm zou zijn.</p> -<p>Hoogstens zou men daardoor komen tot eene belangrijke tempering van -den drang naar intellectueele ontwikkeling, daar de Inlandsche -maatschappij vooralsnog niet over de middelen beschikt om op groote -schaal scholen te stichten, die zich om subsidie konden aanmelden. Van -deze omstandigheid misbruik te maken om aan de Inlandsche Mohammedanen -inrichtingen van onderwijs op te dringen, die voor een goed deel uit -door hen opgebrachte belastingpenningen bekostigd werden en die mede -dienstbaar waren aan directe propaganda voor het Christendom, dat zou, -dunkt mij, noch met het beginsel der vrije school, noch met eene wijze -staatkunde overeen te brengen zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb89" -href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span></p> -<p>Nog eens: de sterke neiging om in ons cultuurleven te worden -opgenomen, die de Inlandsche maatschappij in de jongste kwarteeuw aan -den dag legt, werkt geheel <i>buiten het gebied van den godsdienst</i>. -Wij hebben ons erin te verheugen, dat de Inlanders zich door het -stelsel van den Islâm, dat eigenlijk tegen zulke associatie -gericht is, niet laten weerhouden van het zoeken dier ook voor ons zoo -gewenschte toenadering. Als volk en als staat moeten wij hun daartoe de -hand reiken op in godsdienstig opzicht neutraal terrein, het zoeken van -toenadering van veel hoogeren en intiemeren aard overlatende aan de -verschillende lichamen en instellingen, tot welker bijzondere roeping -dit behoort.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch4.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1069">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de -hoogere klassen der Inlandsche maatschappij in het oog vatten.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Onderwijs dus en opvoeding in Europeeschen zin, -aangepast zooveel noodig aan de bijzondere behoeften der -Mohammedaansche Inlanders, dat zijn de aangewezen en tevens de door -henzelve gevraagde middelen, niet om den Islâm te bestrijden, -niet om zijne belijders tot eene andere religie over te halen, maar om -hen te steunen in hunne zelfbevrijding van die gedeelten van zijn -stelsel, die zonder tot het specifiek-godsdienstige domein te behooren, -het deelnemen aan het tegenwoordige beschavingsleven der volken -belemmeren, zoo niet onmogelijk maken. Blijft de vraag, hoe en aan wie -men die middelen in de eerste plaats zal hebben toe te dienen.</p> -<p>Bij de beantwoording dezer vraag willen wij ons stellen op het -nuchtere standpunt der practijk, en ons niet begeven in casusposities, -welker oplossing voor het oogenblik niet als dringend te beschouwen -is.</p> -<p>Men hoort tegen de meening, dat voldoening aan de steeds luidere -vraag van meer ontwikkelde Javanen en Maleiers naar beter onderwijs een -urgente plicht van ons volk is, wel eens de tegenwerping, dat men -daardoor alleen de hoogere klassen der bevolking bereikt, terwijl de -oneindig veel breedere schare der kleine luiden onaangeraakt blijft, en -men wijst er dan bovendien op, dat daardoor eene vroeger ongekende -kloof ontstaat tusschen de beschavingshoogte der aristocratie en die -der groote <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>menigte, zoodat het onderling verband erbij -verloren dreigt te gaan.</p> -<p>Het zou ongetwijfeld gunstig zijn voor den goeden uitslag van het -werk, als men van alle zijden tegelijk kon beginnen; als men de wegen -kende en over de middelen beschikte om in denzelfden tijd door -doelmatig onderwijs de massa der kleine Javaansche landbouwers tot een -hooger intellectueel peil te verheffen en de aristocratie van Java zoo -dicht mogelijk naar onze eigen geestelijke atmosfeer heen te trekken. -Dit gaat echter boven onze kracht, al ware het alleen omdat de -psychologie van den kleinen man ons daartoe te vele, voor het oogenblik -niet oplosbare raadselen biedt; bij gebrek aan de noodige gegevens voor -eene betrouwbare diagnose kon het recept wel eens glad verkeerd -uitvallen. Bij iedere poging, die wij in de bestaande omstandigheden -kunnen doen om den desaman tot een hoogeren graad van beschaving te -brengen, loopen wij veel gevaar hem iets op te dringen, dat hij niet -wenscht, zonder dat wij de stellige overtuiging mogen koesteren, dat -het voor hem deugen zal.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1076">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De onlangs opgerichte desascholen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Van inrichtingen als de onlangs opgerichte desascholen -heb ik geene hooge verwachting; kwaad zullen zij wel niet -teweegbrengen, maar als een reuzenschrede in de richting der associatie -zal ook de grootste optimist deze instelling niet beschouwen. -Belangrijke nieuwe proefnemingen op dit gebied zag ik liefst uitgesteld -totdat wij daarbij gebruik kunnen maken van de voorlichting eener -talrijke groep van hoog ontwikkelde Javanen, die aan Westersche -wijsheid Oostersche ervaring paren; dezen zullen met minder gevaar van -dwaling dan wij kunnen vaststellen, hoe de kleine landbouwers onder -hunne rasgenooten gebracht kunnen worden tot deelname aan het huidige -verkeersleven binnen de grenzen, die de natuur voor hen daaraan -stelt.</p> -<p>Men begint een werk toch liefst van die zijde, die de grootste kans -van slagen biedt; bij de hoogere klassen der bevolking van Java heeft -men van den uitslag genoegzame zekerheid, mits men de middelen, die de -ervaring <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name="pb91">91</a>]</span>nu reeds als probaat deed kennen, op veel ruimere -schaal dan tot nog toe geschiedde aanwendt, en ze tevens meer aan de -bijzondere plaatselijke behoeften aanpast.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1083">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Studie van begaafde Inlanders in Nederland.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De meest belovenden onder het jongere geslacht moedige -men aan en steune men om die hoogere studiën, waartoe hun -vaderland nog geene gelegenheid biedt, in Nederland te maken; men bouwt -dan voort op reeds bestaande grondslagen, want hier te lande studeeren -al eenige tientallen Inlanders aan verschillende inrichtingen van -hooger onderwijs, zonder dat ooit aan een hunner van Regeeringswege tot -het inslaan van dien weg aanleiding gegeven werd. Vooral zorge men -ervoor, dat die studeerenden hier vertrouwde raadslieden vinden en -sympathieke, degelijke kringen om in te verkeeren en wake men tegen het -gevaar, waaraan zij allen hier blootstaan, dat er namelijk in allerlei -opzichten met hen gesold wordt, dat men ze als curiositeiten aangaapt -of aan het bewonderende publiek vertoont, dat men ze verlokt tot -optreden in kringen, waarin zij nog niet behooren, tot schrijven over -onderwerpen, die zij nog niet kunnen beheerschen, eene behandeling, -tengevolge waarvan begaafde Inlanders begrijpelijkerwijze wel eens uit -hun evenwicht geraakt en moreel te gronde gegaan zijn.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1090">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis -blijven.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In Indië opene men voor hen zoo wijd mogelijk -alle, vooral de beste, inrichtingen van Europeesch onderwijs; ook -daardoor drukt men slechts het stempel der goedkeuring op hetgeen de -Inlanders zelve tot stand brachten, want tot nu toe hebben zij de -deuren van alle scholen om zoo te zeggen geforceerd, en was het er zeer -ver vandaan, dat de autoriteiten hen dwongen om in te gaan. Soms had -het er al te veel van, alsof zij die pioniers op het pad der associatie -als rustverstoorders beschouwden. Men richte bovendien speciaal voor -hunne behoeften berekende scholen van middelbaar en technisch onderwijs -op, maar men berekene niet te angstvallig en vooral niet te lang, opdat -niet in afwachting van het resultaat generaties van de gewenschte -opleiding verstoken blijven. Beter eene school, die niet dadelijk aan -alle op den duur te stellen eischen voldoet, dan in het geheel geene. -<span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span></p> -<p>Goede lagere Europeesche scholen stelle men in grooten getale tot -hunne beschikking, zoodat de velen, die dit wenschen, gelegenheid -vinden om Nederlandsch zóó te leeren, dat in die taal het -werktuig vinden om zich in verschillende richtingen verder te -ontwikkelen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1097">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Opvoeding buiten de school.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Dikwijls draagt het onderwijs, dat Inlandsche kinderen -en jongelieden genieten, niet de gewenschte vruchten omdat zij buiten -de schooltijden verkeeren in eene omgeving, die voor hunne opvoeding -eer schadelijk dan bevorderlijk is. Eene doelmatige huisvesting is, -vooral uit dit oogpunt bezien, voor hen van overwegend belang. -Vooralsnog, in deze eerste periode der associatiebeweging, zal men hun -die niet licht anders dan in een degelijk Europeesch gezin kunnen -verschaffen. Dit is eene der grootste moeilijkheden, die de -bevorderaars der associatie te overwinnen hebben, maar onoverkomelijk -mag zij niet zijn.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch4.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1104">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De zending zou hiertoe kunnen medewerken.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Hier zou ik bijna geneigd zijn, <span class="corr" id="xd25e2857" title="Bron: als">al</span> is het onbevoegd, een verzoek -te doen, ja tevens een raad te geven aan de mannen en de vrouwen, die -zich aan zendingswerk wijden. De zending werkt terecht dikwijls langs -philanthropische omwegen: onderwijs, geneeskunde, landbouw worden door -haar gebezigd als middelen om Inlanders met het Christendom in -aanraking te brengen. Onderwijs is als zendingsmiddel in -Mohammedaansche landen, naar ik meen, niet bijzonder effectief -bevonden, althans niet in dien zin, dat bekeeringen er het gevolg van -waren, ofschoon de Moslims, wier eigen onderwijs zeer achterlijk is, er -gaarne gebruik van maken, vooral wanneer de leerlingen niet gehouden -worden aan het Christelijke godsdienstonderwijs deel te nemen. Toch -gaat men in die richting<a id="xd25e2860" name="xd25e2860"></a> voort, -aanvankelijk tevreden met verbreiding van den <i>Christelijken -geest</i> onder hen, die van de <i>leer</i> des Christendoms nog niet -gediend zijn. Met de medische zending is het vaak niet anders. Nu zijn -op Java, en weldra ook elders in den Archipel huisgezinnen en hospitia -noodig om ernstige leiding te geven aan de opvoeding der steeds -talrijker jongelieden uit Inlandsche <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span>familiën, die de -verschillende inrichtingen van onderwijs bezoeken. Ligt het niet op den -weg der zending, in dien nood te helpen voorzien? Te helpen zorgen, dat -die jongelui tegen matige betaling opname kunnen vinden in eenvoudig -levende, Christelijke gezinnen, geschikt en bereid om hen te gewennen -aan het leven in eene atmosfeer, waar de practische geest van het -Christendom heerscht, zonder dat de leer aan andersdenkende -huisgenooten wordt opgedrongen? Mij wil het voorkomen, dat de missie -hier een veelbelovend arbeidsveld zou vinden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1111">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De Inlandsche vrouw en hare opvoeding.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Aan dit ongevraagd advies voeg ik nog een ander toe. -De hoofdreden, waarom in dezen eersten tijd voor jonge Inlanders, die -door onderwijs op den weg der associatie gebracht worden, het verblijf -in een degelijk Europeesch gezin dringend gewenscht is, ligt hierin, -dat het Inlandsche gezin nog niet geschikt is om aan de naar -Europeeschen trant opgeleide jeugd den noodigen moreelen steun te -verleenen. Dit moet anders worden, maar daartoe is in de eerste plaats -verhooging noodig van het opvoedingspeil der vrouw.</p> -<p>De Inlandsche vrouw moet beter onderwezen, maar bovenal beter -gevormd en in moreelen zin ontwikkeld worden. Hiertoe kan de school -iets bijdragen, maar het meeste moet komen van de persoonlijke leiding -van degelijke Europeesche vrouwen. Tot dusver zijn er wel een zeker -aantal meisjes uit voorname Inlandsche familiën, die gedurende -eenige jaren Europeesche scholen bezoeken, maar de bekendheid met het -Nederlandsch en met Europeesche maatschappelijke vormen, die ze mee -naar huis nemen, is in den regel niet veel meer dan een vernis, dat -dient om haar niet al te misplaatst te doen zijn als echtgenooten van -Westersch opgevoede Inlanders. Zij verlaten de school veel te vroeg en -buiten de school wordt aan hare karaktervorming veel te weinig zorg -besteed om er waardige levensgezellinnen dier Inlanders van te maken, -die met hare mannen zullen samenwerken om het Inlandsche gezin te -brengen tot associatie aan ons familiewezen. <i>Zonder</i> geestelijk -hoog <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span>ontwikkelde Inlandsche vrouwen is deze associatie -onuitvoerbaar; <i>met</i> hare hulp mag men die verzekerd achten. Wie -wil medewerken aan de vorming van eenige honderden meisjes van Java in -dezen geest, die mag zich vleien met de gegronde hoop, later als vrucht -van zijn werk het monogame leven op Java als het normale in de -Inlandsche wereld erkend te zien, en Javaansche ouders ernstig te zien -arbeiden aan den opbouw van het leven hunner kinderen.</p> -<p>Is deze taak niet schoon genoeg om vrouwelijke zendingskrachten aan -te lokken tot zelfopofferende toewijding, zelfopofferend ook in dien -zin, dat zij bij dezen arbeid haar oogmerk willen bepalen tot de zeker -bereikbare staatkundig-nationale associatie, en die niet in gevaar -willen brengen door ontijdige pogingen tot bekeering?</p> -<p>Wie op de kerstening der Inlandsche Mohammedanen hoopt—ik -zeide reeds, waarom ik die verwachting niet kan deelen—moet de -politiek-nationale annexatie dier Nederlandsche onderdanen als een -eersten stap in de door hem gewilde richting toejuichen en de -gelegenheid om zelf daaraan mede te werken met beide handen aangrijpen. -De zendeling zal, zoowel als ieder ander Nederlander, onverschillig van -welke levenssfeer, zich aan geassocieerde Inlanders gemakkelijker -verstaanbaar kunnen maken dan aan de overheerschten van het oude -régime, dat, naar wij hopen, zijnen tijd gehad heeft.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch4.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1118">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk -aandeel in den Staatsdienst verzekerd worden.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Niet minder urgent dan de snelle vermenigvuldiging der -gelegenheden voor Inlanders om de door hen verlangde hoogere vorming te -verkrijgen, is het voor de Regeering, de verdeeling van den arbeid der -staatsdienaren zóó te herzien, dat al het werk, dat door -die modern ontwikkelde kinderen des lands verricht kan worden, ook -inderdaad aan hen worde toevertrouwd.</p> -<p>Het gaat niet aan, den bestaanden toestand te bestendigen, waarbij -de jonge Inlanders, die als de beste producten der nieuwe richting voor -den dag komen, door de bureauchefs in Indië als schrikbeelden -worden beschouwd, die men na lange aarzeling in een of anderen -<span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span>hoek duwt om niet langer door hunnen aanblik -verontrust te worden. Zij vallen immers niet als meteoorsteenen uit de -lucht, men ziet ze jaren tevoren aankomen, en men heeft dus geene -enkele verontschuldiging, wanneer men zich onvoorbereid door hen laat -verrassen. De Indische Regeering mag aan de departementen van -Binnenlandsch Bestuur en van Onderwijs geene rust gunnen, voordat zij -de hiermede samenhangende vraagstukken tot eene bevredigende oplossing -hebben gebracht. Bezwaren opperen is gemakkelijk genoeg; ze uit den weg -te ruimen, dat is de taak der leidende ambtenaren in de kolonie.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch4.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1125">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Kleinmoedigen hebben vaak getracht, den voorstanders -van de associatie schrik aan te jagen door de voorzegging, dat het -voortgaan op den door hen gewezen weg dit rampzalige gevolg zal hebben, -dat er eene klasse van Inlanders zal ontstaan, die hun evenwicht kwijt -zijn, die uit den band springen, die den samenhang met hunne eigen -maatschappij verloren hebben, zonder in een ander sociaal geheel te -passen.</p> -<p>Zulke bedenkingen zijn van oudsher overal vernomen, waar eene -menschengroep zich uit eene levenssfeer, die haar te eng werd, naar -boven trachtte te werken, maar nooit hebben zij bewerkt, dat de eenmaal -ontwaakte drang naar licht bezworen werd. Ook onder ons hebben -wijzigingen in het politieke en sociale leven in de werkelijkheid niet -zoo kalm en geleidelijk plaats als zij op het papier ontworpen waren. -Bij die tochten naar de hoogte maken altijd sommige deelnemers -ongedachte, duizelingwekkende sprongen, die oogenblikken van algemeene -verwarring teweegbrengen. Wij zijn erop voorbereid, dat dit ook in -Oost-Indië zal gebeuren, en dat de waarzeggers van daareven dan -gereed zullen staan om triomfantelijk daarop te wijzen als op de -vervulling hunner sombere profetie. De zeldzaam vredelievende aard der -Inlanders doet ons alleen hopen, dat het geene al te groote vaart zal -loopen, en dat onder wijze leiding het evenwicht spoedig herwonnen zal -zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch4.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1132">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Stuiting der beweging niet mogelijk.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Men stelle echter de zaak niet voor, alsof wij ons nu -nog bij een kruispunt in de ontwikkelingsgeschiedenis van de -Indonesiërs bevonden, en de beslissing, of het verder links of -rechts zal gaan, van den wil van onze Regeering afhankelijk ware. Het -proces is begonnen zonder dat de Regeering of het volk van Nederland -het uitlokten, ja deels in weerwil van officieuze tegenwerking. Het is -niet langer de vraag, of de voor hooger ontwikkeling meest -toegankelijke deelen der bevolking van den Archipel ons op -intellectueel gebied al of niet op zijde zullen streven, de vraag is -alleen nog, of de voortzetting der krachtig begonnen beweging zal -geschieden met onze medewerking en onder onze leiding, dan wel in -weerwil van onzen tegenstand, en dan onder leiding van anderen, die -zich niet lang zullen laten wachten. Mij dunkt, het antwoord op deze -vraag kan geen onderwerp eener langdurige discussie zijn.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1139">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Samenvatting onzer beschouwingen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wij naderen het einde van onzen gemeenschappelijken -tocht, waarop ik naar vermogen getracht heb, u achtereenvolgens de -voornaamste problemen te laten zien, die de Islâmbelijdenis van -vijfendertig millioen Nederlandsche onderdanen aan onze Regeering en -aan ons volk voorlegt, en tevens de richting aan te geven, waarin de -oplossing dier vragen te vinden zal zijn. Het zij mij vergund, in eenen -terugblik op den afgelegden weg onze uitkomsten nog eens samen te -vatten.</p> -<p>Onze beschouwing van de wijze, waarop de Islâm zich over de -aarde verbreid heeft, maakte ons verschillende daarmee samenhangende of -daaruit voortgevloeide verschijnselen verklaarbaar: de scherpte zijner -positie <span class="corr" id="xd25e2924" title="Bron: tegen over">tegenover</span> al hetgeen aan zijnen invloed -weerstand biedt; zijn militant karakter; de gemakkelijkheid, waarmede -hij het getal zijner aanhangers weet te vergrooten, en daarentegen de -traagheid, waarmede hij aan hunne geestelijke opvoeding werkt; de -gehechtheid der Moslims aan hunne religie en hunne geslotenheid voor -invloeden van buiten, ook waar de kennis van de geloofsleer en de -practische beoefening der wet nog alles te wenschen overlaten.</p> -<p>Van het stelsel van den Islâm, zooals dat ongeveer -<span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span>drie eeuwen na den dood van den Profeet zijnen in -hoofdzaak definitieven vorm verkregen heeft, ontvingen wij den indruk -van groote stroefheid, gebrek aan <span class="corr" id="xd25e2931" -title="Bron: accomodatievermogen">accommodatievermogen</span>. In zijne -eerste periode gedwongen, vele vreemde cultuurelementen in zich op te -nemen, deed het dit met onverholen weerzin, en verloochende het die -verrijking zooveel mogelijk door vrome fictie; omstreeks duizend jaren -geleden sloot het zich naar alle zijden af, met de pretensie, dat het -nu voor alle volgende eeuwen het geheele gelooven, handelen en denken -der menschen aan voorschriften van onfeilbaar gezag gebonden had. Wij -constateerden de in verband hiermee onvermijdelijke botsing tusschen de -theorie en het werkelijke leven; zij gaf ons aanleiding, ten aanzien -der alles regelende wet te onderscheiden tusschen gedeelten, die de -practijk inderdaad zijn blijven beheerschen, en andere, die voor het -leven meer of minder of zelfs in het geheel geene beteekenis hebben -behouden.</p> -<p>De geloofsleer der Mohammedanen kwam ons voor, op het doen en denken -slechts ondergeschikten invloed te oefenen. Ten aanzien der wet, die -den groei van het leven der Islâmbelijders steeds minder geregeld -dan belemmerd heeft, en waarvan de inhoud met de eischen van den tijd -in toenemend conflict geraakt, vonden wij noch in haar stelsel noch in -de geschiedenis der Mohammedaansche volken grond voor de hoop, dat zij -zich zou kunnen hervormen. Evenmin konden wij de illusie deelen -dergenen, die meenen, dat de voor de emancipatie en de evolutie van den -geest der Mohammedanen vereischte hervorming op het gebied der mystiek -haar beslag zou krijgen.</p> -<p>Wij hebben daarop gepoogd, den graad te bepalen der inwerking van de -verschillende bestanddeelen van het systeem van den Islâm op het -leven der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, en in verband daarmee de -houding vast te stellen, die Nederland, in de eerste plaats de -Nederlandsche Regeering en Hare ambtenaren, tegenover elke der onder -den invloed van den Islâm gekomen levensuitingen der -Oost-Indische bevolking behooren aan te nemen. Onvoorwaardelijke -eerbiediging van al hetgeen <span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>ligt binnen het gebied der religie in -den engeren zin des woords; eerbiediging ook van de gerecipieerde -hoofdstukken van het recht, die de intiemste, meest met den godsdienst -verknochte zijden van het leven der familie en van het individu raken, -evenwel met zorgvuldig openhouden der wegen, die kunnen leiden tot -evolutie of emancipatie, en met niet minder zorgvuldige vermijding van -wat tot vastlegging en versteening dezer instellingen zou strekken; -terzijdestelling van alle deelen van het systeem, die buiten de hier -aangeduide sfeer vallen, met uitzondering van de politieke elementen -van leer en wet, tegenover welke de Regeering zich onverzoenlijk schrap -behoort te zetten.</p> -<p>Ten slotte kwamen wij tot de overtuiging, dat aldus wel de -gedragslijn was aangegeven, die <i>de Regeering</i> met gerustheid -jegens den in Oost-Indië beleden Islâm kon volgen, maar dat -<i>Nederland</i> ten opzichte van zijne Mohammedanen nog eene veel -verder reikende taak te vervullen had, dat het hen te leiden had naar -de voor hen geschikte plaats onder de volken. Wij bevonden verder, dat -de bij Mohammedanen zoo licht post vattende panislamitische gedachte -wel als de grootste hinderpaal te beschouwen is tegen de aanpassing van -een Moslimsch volk aan het moderne cultuurleven, een struikelblok, -waartegen zelfs de Moslimsche hervormers in de oude landen van den -Islâm telkens aanstooten. Voor ons zagen wij die belemmeringen -voor een goed deel reeds door de Inlanders zelve uit den weg geruimd, -waar de hoogere klassen onder hen in de laatste tientallen jaren geheel -spontaan heensturen naar hunne geestelijke inlijving bij de Westersche -cultuur in haren Nederlandschen vorm. De eerste stappen op den weg der -associatie van hun geestelijke leven aan het onze hebben zij reeds zoo -goed als zonder onze hulp gedaan; het is dus hoog tijd, dat wij de -leiding in handen nemen en hen verder brengen.</p> -<p>De Regeering vonden wij ten opzichte van dit, voor ons nationale -leven zoowel als voor dat der Inlanders zoo uiterst gewichtige punt -zwak en onbeslist, in plaats van beheerscheres vaak speelbal der -omstandigheden, telkens verrast door dingen, die zich langzaam voor -ieders <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>oogen ontwikkelden. De Christelijke zending -ijverig werkzaam naar een program, waarvan de uitvoering zeker de -gewenschte emancipatie en evolutie brengen zou, maar dat gericht is -tegen de godsdienstige hartader van het Islâmsysteem; een program -dus, dat blijkens de ervaring weinig uitzicht op succes biedt, maar, -ook daarvan afgezien, voor de Regeering en voor ons volk in zijn geheel -als richtsnoer onbruikbaar is.</p> -<p>Volk en Regeering kunnen alleen om het stelsel van den Islâm -heen de Islâmbelijdende Inlanders helpen om den door hen -gezochten weg ter geestelijke associatie te vinden; de door hen -bevorderde associatie moet buiten het gebied der religie blijven, mag -alleen eene politiek-nationale zijn. De zending, al stelt zij zich een -veel verder en hooger liggend doel, kan toch ook in deze richting -medewerken, hetgeen te meer te wenschen is, daar zij voor al haar werk -arbeiders heeft, wier toewijding van hoogere orde is dan de ijver, dien -politiek-nationale motieven in den regel vermogen te wekken.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch4.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1147">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze -cultuur ontneemt aan het panislamisme alle kracht.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De panislamitische gedachte, die thans op de -aristocratie van Java en op de met haar gelijk te stellen klassen der -Mohammedanen op de Buitenbezittingen nog weinig vat heeft, verliest -alle kans daarop voor de toekomst, zoodra hare leden vrije deelgenooten -van onze cultuur geworden zijn. Zou er dan, wat lang niet uitgesloten -is, gevaar komen te dreigen voor besmetting met die kwaal van een deel -der millioenen, wier dagelijksch werk als kleine landbouwers hun -intellect weinig gelegenheid biedt om zich boven de sfeer der -rijstvelden te verheffen, hunne aan de beschaving van onzen tijd -geassocieerde landgenooten zullen er het grootste belang bij hebben, -ons te helpen om de dreigende epidemie te bezweren. Ook de verdere -emancipatie van het Islâmstelsel, zoover die zonder verandering -van belijdenis mogelijk is, wordt bij eene verruiming van ons -politiek-nationale leven, die aan Inlanders de hun daarin toekomende -plaats verzekert, alleen nog eene quaestie van tijd, die zich zonder -onwelkomen aandrang van buiten van zelve regelt. <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch4.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1154">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Andere heilzame gevolgen der associatie.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wij bezagen hier natuurlijk de gevolgen der begonnen -associatie uit het beperkte gezichtspunt der Islâmpolitiek. Maar -wij mogen daar toch wel even aan toevoegen, dat zij ook in zoovele -andere opzichten de oplossing vormt van het probleem der toekomstige -verhouding van de bevolking van den Indischen Archipel tot ons. Ook uit -een algemeen staatkundig oogpunt is het ons levensbelang, dat wij niet -wachten totdat verrassende omstandigheden ons ten behoeve der Inlanders -komen afdwingen, wat wij hun nu nog vrijwillig in den door ons meest -geschikt geachten vorm kunnen geven.</p> -<p>Dr. Van Hoëvell wenschte vele jaren geleden, dat Nederland het -gevaar van binnenlandsche woelingen op Java, liever dan door het -aanleggen van bentengs, zou bezweren door zich vestingen van -dankbaarheid te bouwen in de harten der Javanen. Zulk idealisme is te -edel en te schoon voor de werkelijkheid. Een volk is nooit dankbaar -zelfs voor de grootste weldaden, die het zich door vreemden opgedrongen -zag. Is daarentegen door van beide zijden gezochte associatie het -gemeenschappelijk geestesgebied der Javanen en der Nederlanders tot -zijne grootst bereikbare uitgebreidheid gekomen, dan behoeft van -dankbaarheid aan vreemden niet meer gesproken te worden, omdat hetgeen -vreemd was, eigen is geworden, omdat er nog slechts Oostelijke en -Westelijke Nederlanders zijn, in politieken en nationalen zin eene -eenheid vormend, waaraan het rasverschil niet te kort doet.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1161">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Weerlegging der bezwaren tegen nationale -associatie.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wat zou aan de verwezenlijking van dit denkbeeld in -den weg staan? Verschil in huidskleur en afkomst? Maar uit hoevele -landen van Europa en Azië zijn niet de voorouders van vele -Nederlanders samengekomen, en wat is er meer onwaar en verwaand dan het -“van vreemde smetten vrij” in ons volkslied? Met het -Indonesische ras is onze bloedsmenging al sinds eeuwen in zoo vollen -gang, dat alle nuances van huidskleur tusschen blank en bruin onder -Nederlanders vertegenwoordigd zijn.</p> -<p>Al te groote afstand in beschaving en levensbeschouwing dan? De -hoogere klassen der Inlanders willen immers juist niets liever dan dien -afstand tot de onmerkbaarste <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>afmetingen terugbrengen. Hunne -studenten, die te Leiden, te Delft en te Amsterdam met ons verkeeren, -staan u en mij geestelijk oneindig veel nader dan gansche klassen van -ons eigen land- en zeevolk. Zóó groote geesteseenheid is -echter nooit de band, die een geheel volk omstrengelt. Een -gemeenschappelijk verleden houdt het veelzins ongelijksoortige bijeen; -dit geldt voor de verschillende klassen van ons volk, het geldt ook -voor ons volk als geheel ten opzichte van Indonesië, al is het -bewustzijn dezer eenheid nog niet in alle lagen onzer natie -doorgedrongen.</p> -<p>Islâm en Christendom kunnen zich in de practijk van het -nationale leven zeer wel met elkander verdragen, als maar de -panislamitische idee terzijde wordt gesteld, en wij zagen, hoe gunstig -hiervoor in ons geval de voorwaarden zijn. In verdraagzaamheid kunnen -velen onzer bij de meerderheid der Inlanders een lesje nemen.</p> -<p>Als student hoorde ik eens eene voordracht van Ernest Renan over de -vraag: “wat maakt eigenlijk eene natie?” Het antwoord kwam -in hoofdzaak hierop neer: het waarlijk constitueerende element eener -natie, dat is noch ras noch huidskleur, noch taal noch godsdienst noch -natuurlijke grens, het is: “<span lang="fr">le désir -d’être ensemble</span>”. Met deze phrase moge lang -niet alles gezegd zijn, een deel der waarheid bevat zij toch -ongetwijfeld. Ook wij kennen dat gevoel, trots verschil in afstamming, -in levenssfeer, in hoogte van beschaving, en in weerwil van alle -getwist op staatkundig en godsdienstig gebied, als het erop aankomt, -toch als Nederlanders bijeen te willen blijven. Welnu: de edelste -vertegenwoordigers van eene groote volkengroep, die sinds lang onder -ons staatsbestuur staat, vragen ons met aandrang, hen en de hunnen als -adoptieve kinderen in ons nationale gezin op te nemen. Reiken wij hun -de hand, en laat ons dan het wederzijdsche verlangen naar nationaal -samenleven, “<span lang="fr">le désir d’être -ensemble</span>”, omzetten in flinke daden, die toonen, dat ons -kleine volk nog altijd tot iets groots in staat is. <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name="pb102">102</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1169">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="label">V.</h2> -<h2 class="main">DUITSCHLAND EN DE HEILIGE OORLOG (1914).</h2> -<div id="ch5.1" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1176">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De godsdienstvrijheid volgens Turksche -intellectueelen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Ruim tien jaren geleden had ik met eenen Turk van -hooge intellectueele ontwikkeling een gesprek over godsdienstig -fanatisme en den invloed daarvan op politieke verhoudingen. Hij besloot -zijne beschouwingen over dit onderwerp ongeveer als volgt: “In -vroegere eeuwen plachten de menschen in de beschaafde wereld elkander -het leven te benemen wegens verschil van meening over de geheimen der -andere wereld. Thans is de menschheid, lof zij Allah, over die -barbaarschheid heen en ieder mag gelooven, wat hij wil. Maar wat helpt -ons dit, zoolang over economische en politieke belangen oorlogen -gevoerd worden, die in fanatisme voor de vinnigste godsdienstoorlogen -niet onderdoen, terwijl de reusachtige vorderingen der techniek de -moorddadige uitwerking van den strijd steeds verhoogen? Van een kalm -genieten der met moeite verkregen gewetensvrijheid kan daarbij geen -sprake zijn.”</p> -<p>Deze ontboezeming komt telkens weer in mijne herinnering naar voren -in verband met hetgeen wij nu beleven. Nadat de groote menschengroepen, -die door verschil van politieke en economische belangen uiteengehouden -worden, jarenlang een belangrijk deel van hun intellectueel en -materieel vermogen besteed hebben aan het uitdenken van middelen om in -de volheid des tijds elkander te vernietigen, is eindelijk de lang -verwachte vonk in de opeengehoopte brandstof gevallen. Al de -strijdenden gruwen van het denkbeeld der verantwoordelijkheid -<span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span>voor de misdrijven tegen de menschelijke -samenleving, die zij gezamenlijk plegen, en het eenige, waarin zich de -overigens non-actief gestelde gemeenschappelijke cultuur nog uit, is -eene vervelende reeks van betoogen, waarin ieder den ander de schuld -geeft van hetgeen allen samen met zorg hebben voorbereid. De sceptische -ironie van mijn Turkschen vriend was niet ongegrond. Wij leeren er -trouwens niets nieuws uit. Alleen in zóóverre mag zijne -uitspraak voor diegenen onder ons, die de Mohammedaansche wereld weinig -kennen, iets verrassends hebben, als daarin door een Turk de algemeene -godsdienstvrede en gewetensvrijheid zoo zonder voorbehoud als een -verworven zegen erkend wordt. Uit dit oogpunt beschouwd hebben de -aangehaalde woorden te hooger waarde, omdat zij de meening van alle -Turksche intellectueelen over het vraagstuk van den godsdienst vrij -nauwkeurig uitdrukken.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.2" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1183">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Contrast dier meening met de wet van den -Islâm.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Deze verdraagzaamheid schijnt onvereenigbaar met -hetgeen de Mohammedaansche wet omtrent de verhouding tot aanhangers van -andere godsdiensten voorschrijft. Volgens die wet, die in haar geheel -aanspraak maakt op goddelijk gezag, moet immers de geheele -menschenwereld aan de Mohammedaansche gemeenschap onderworpen, zooveel -mogelijk ook in geestelijken zin bij haar ingelijfd worden. Ter -bereiking van dit doel behoort de gemeente der geloovigen -<i>djihâd</i> te doen, d. i. “<i>heiligen oorlog</i>” -te voeren tegen allen, die nog buiten de sfeer van haar gezag leven. De -leiding van den <i>djihâd</i>, de bepaling van tijd, plaats en -middelen, is een der hoofdplichten van het hoofd der gemeente, den -<i>chalief</i>, den opvolger van Mohammed in diens hoedanigheid van -opperbestuurder, opperrechter en opperbevelhebber der Moslims. Al naar -mate de belangen van den Islâm het volgens zijn inzicht -medebrengen, voere hij dien krijg met meer of minder kracht of late hij -dien zelfs tijdelijk rusten. Tot eene staking van het offensief tegen -eene ongeloovige mogendheid voor meer dan tien jaren mag hij zich onder -geene omstandigheden verbinden. Aan belijders van den Joodschen, -Christelijken en daarmee gelijkgestelde godsdiensten wordt, mits zij -zich aan het <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span>Mohammedaansche staatsgezag onderwerpen en met -de positie van onderdanen zonder burgerrecht genoegen nemen, met zekere -beperkingen de uitoefening van hunnen godsdienst toegestaan; bij -eigenlijke heidenen moet de onderwerping met bekeering gepaard -gaan.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch5.3" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1190">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De grondslagen van het program van den heiligen -oorlog.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het djihâd-program gaat uit van de -onderstelling, dat de Mohammedanen voortdurend, evenals bij hun eerste -optreden in de wereld, een gesloten geheel vormen onder -éénhoofdige leiding. Deze toestand heeft evenwel in de -werkelijkheid zóó kort bestaan, het gebied van den -Islâm is zóó spoedig in een steeds grooter aantal -vorstendommen uiteengevallen, het oppergezag van den zoogenaamden -chalief is na korten bloei zóózeer tot een ijdelen naam -geworden, dat ook de djihâd-voorschriften zich aan de -gezagsverbrokkeling hebben moeten aanpassen. Gelijk in de meeste andere -opzichten, zoo ook ten aanzien van het voeren van den heiligen oorlog -draagt dan de wet de bevoegdheden en plichten van den -éénen chalief aan de verschillende landshoofden op, ieder -voor zijn machtsgebied. Nu spreekt het vanzelf, dat deze overdracht van -het gezag van éénen op velen zeer vereenvoudigend werkt -voor al hetgeen het bestuur <i>binnenslands</i> betreft; maar even -duidelijk is het, dat die verbrokkeling de voortzetting van den -wereldveroveringsoorlog, zooals die in de eerste eeuw van den -Islâm was ingezet, onmogelijk maakte.</p> -<p>Er waren trouwens nog tal van andere oorzaken, die de eerst -toomlooze vaart der Moslimsche legerscharen stuitten. Men kwam tot -grenzen, waar de geboden weerstand niet zoo dadelijk te breken viel, en -het genot van het verkregene verslapte de energie. De veroveringsdaden -der eerste geslachten werden toen in de verbeelding der lateren -geïdealiseerd, gereinigd van hetgeen ze ontsierde, en de theorie -harer gewenschte voortzetting werd uitgewerkt, in te meer -casuïstische bijzonderheden, naar mate de toepassing verder buiten -de sfeer van het mogelijke kwam te vallen. Het oorlogsrecht kenmerkte -zich door een streng in-het-oog-houden van het doel: uitbreiding -<span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name="pb105">105</a>]</span>van den waren godsdienst of anders toch van het -gezag zijner vertegenwoordigers, en verder door het vermijden van alle -wreedheid in de keuze der middelen. Alleen waar een Mohammedaansch -gebied wordt aangevallen door eene ongeloovige macht, daar wordt aan de -geheele bevolking de plicht der verdediging opgelegd. Offensief -optreden is slechts dan gerechtvaardigd, wanneer het bevel ertoe en de -regeling ervan uitgaan van een erkend staatshoofd. Waar ongeloovigen -erin slagen, eene Moslimsche bevolking te onderwerpen, moet deze niet -in een toestand van ondergeschiktheid berusten, maar de eerste -gelegenheid aangrijpen om òf het juk af te schudden òf te -emigreeren naar een zelfstandig Moslimsch land, zoowel om het gevaar, -waarmêe het eigen geloof bedreigd wordt, af te wenden, als om de -gelederen der geloovigen tot den strijd tegen den vijand, d. i. de -niet-onderworpen andersgeloovigen, te versterken. Al duurt de -onmogelijkheid van afdoend verzet en van emigratie ook eeuwen lang, -toch mag men de daardoor ontstane verhouding van afhankelijkheid van -een niet-Mohammedaansch staatsgezag niet anders dan als voorloopig en -abnormaal aanvaarden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.4" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1197">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Middeleeuwsch karakter van dat program.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het geheele samenstel van wetten, dat volgens den -Islâm de verhouding van geloovigen tot ongeloovigen zou moeten -beheerschen, is de meest consequente uitwerking, die men zich denken -kan, van de vermenging van godsdienst en politiek in haar -middeleeuwschen vorm. Dat hij, die de materieele macht heeft, ook over -de geesten dwang uitoefent, geldt daarbij als volkomen natuurlijk; de -mogelijkheid van het samenleven der belijders van verschillende -godsdiensten als gelijkgerechtigde burgers van éénen -staat, acht men uitgesloten. Zoo was het in de middeleeuwen niet alleen -bij de Mohammedanen; vóór en zelfs nog lang na de -reformatie dachten onze voorouders er niet veel anders over. Het -verschil ligt voornamelijk hierin, dat de Islâm al die -middeleeuwsche gedragsregelen in den vorm van eeuwig geldende wetten -heeft vastgelegd, zoodat dus een later geslacht, ook al wijzigt zich -het inzicht, zich niet gemakkelijk ervan emancipeeren <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name="pb106">106</a>]</span>kan. -Te moeielijker werd die losmaking, omdat èn de groote menigte -èn het gros der schriftgeleerden zich te steviger aan dat -bedenkelijke erfdeel van het voorgeslacht vastklemden, hoe meer de -omstandigheden met de verwerkelijking van dit gewelddadige program -schenen te spotten. Aan de opvoeding der menigte is nu eenmaal in de -landen van den Islâm alle eeuwen door weinig zorg besteed, en het -denkbeeld eener toekomstige wereldbeheersching was te vleiend voor hare -ijdelheid om dit zoo maar prijs te geven. De wetgeleerden hadden in -hunne bekrompenheid geen deel aan de volheid van het werkelijke leven; -angstvallig bewaarden zij de vormen der oude idealen, zonder zelfs te -bemerken, dat de inhoud eraan ontvloden was. Voor hen gold en geldt de -waardeering der godsdienstvrijheid door intellectueele Turken gelijk -mijn vriend van daarstraks als eene lichtzinnige concessie aan den -verdorven tijdgeest.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.5" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1204">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Toch ging de beweging der geesten haren gang, in de -laatste eeuw met vaak verrassende snelheid. Juist door de stroefheid -der Mohammedaansche samenleving en de achterlijkheid en corruptheid der -Mohammedaansche staatsbesturen kwam gaandeweg het geheele gebied van -den Islâm, in tegenstelling met zijn zelfbewust program van -wereldverovering, onder den invloed van Europa. Het is al zoover -gekomen, dat meer dan 90% van alle Mohammedanen in wingewesten of -protectoraten onder politieke leiding van Europeesche mogendheden -leven, terwijl de zelfstandigheid van het overblijvende gebied, -voornamelijk Turkije, alleen in schijn gehandhaafd wordt door zekere -handigheid in het balanceeren tusschen de groote mogendheden, die -elkander de voogdij betwisten.</p> -<p>Al die aanrakingen tusschen het gebied van den Islâm en de -buitenwereld, die op dit totale verlies zijner politieke -onafhankelijkheid zijn uitgeloopen, danken haar eerste ontstaan aan de -behoefte van Europa aan economische expansie, aan het eigenbelang dus -der volken, die het middeleeuwsche stof wisten af te schudden en de -Mohammedanen in geestelijken en materieelen zin voorbijstreefden. Eerst -later maakte het bekrompen denkbeeld <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span>der exploitatie -plaats voor dat der annexatie, straks dat der volle inlijving van de -veroverde landen in dezen zin, dat de bevolking moest worden opgevoed -tot de voor haar bereikbare en gewenschte deelname aan de cultuur der -overheerschers. Dit ging niet ineens; de strijd tusschen het -egoïsme der voogden en hun plichtbesef jegens hunne pupillen is -nog in vollen gang. Maar de Europeesche voogden, zelfs zulke, wien de -consequente <i>toepassing</i> der nieuwere beginselen nog vaak te zwaar -valt, schamen zich nu reeds voor het <i>belijden</i> van een ander -bestuursbeginsel dan dat der zuivere harmonie van alle belangen van -twee volken, waarvan de geschiedenis het eene heeft gesteld onder -leiding van het andere. De Mohammedanen onder direct of indirect -Europeesch bestuur hebben hiervan al veel voordeel gehad, en men mag -zeggen, dat zij er in het algemeen beter aan toe zijn dan hunne -geloofsgenooten in de quasi-zelfstandige staten, waar zij de nadeelen -ondervinden zoowel van een corrupt bestuur als van den wedijver om -economische winste tusschen de groote machthebbers van het Westen. De -druk, waaronder in een land als Turkije de bevolking zucht, heeft -evenwel toch ook de zucht naar geestelijke ontwikkeling geprikkeld; de -Jong-Turksche beweging der laatste jaren getuigt er luide van.</p> -<p>In de hooger ontwikkelde kringen van alle Mohammedaansche landen is -het besef algemeen geworden, dat de middeleeuwsche vermenging van -godsdienst en politiek, welke het stelsel van den Islâm voor -altijd wilde handhaven, niet van onzen tijd is. Zoozeer zijn de -Mohammedanen in de wereld de staatkundig en maatschappelijk minderen -geworden, dat het denkbeeld eener op hunnen godsdienst gegronde -wereldheerschappij alleen voor de onwetenden iets van zijne bekoring -kon behouden. De overigen schamen zich bijna voor de aanmatiging, die -ons uit de leer van den djihâd tegenklinkt, en geven zich alle -moeite om te betoogen, dat de wet zelve de toepassing ervan beperkt tot -omstandigheden, die zich nu niet meer voordoen. <span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch5.6" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1211">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Chalifaat en Djihâd.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De les der verdraagzaamheid prentte zich het -moeielijkst in bij die volken, die in het politieke glorietijdperk van -den Islâm vooraan gestaan hadden, het allermoeielijkst bij de -Turken, die in het laatste roemtooneel de hoofdrol speelden. Toen in -1258 Bagdad door de Mongolen verwoest en het daar sedert ruim vijf -eeuwen gevestigde Abbasiedenchalifaat weggeveegd werd, geraakte de -Mohammedaansche wereld niet uit hare voegen, zooals geschied zou zijn, -indien dat chalifaat nog iets met de centrale leiding van de -gemeenschap der Mohammedanen te maken gehad had. Inderdaad had dit -vorstenhuis al drie en een halve eeuw op den flauwen naglans van zijn -kortstondigen roem geleefd, en dat het in dien tijd niet door een der -vele machtige soeltans verdrongen werd, dat dankte het voor een goed -deel juist aan zijne practische onbeduidendheid. Zóó -onbeduidend waren de naamchaliefen geworden, dat Europeesche schrijvers -zich soms hebben laten verleiden, hen als eene soort van kerkvorsten -van den Islâm voor te stellen, die willens of onwillens hun -wereldlijk gezag aan de vele landvorsten van het wijde gebied van den -Islâm hadden overgedragen. De totale afwezigheid van wereldlijk -gezag scheen hun, in verband met den toch vaak gebleken eerbied des -Moslims voor het chalifaat, alleen bij de onderstelling van een -geestelijk gezag, van eene soort van Mohammedaansch pausdom denkbaar. -Toch heeft zoo iets nooit bestaan, en de Islâm, die priesters -noch sacramenten kent, zou er ook geen plaats voor gehad hebben. De -menigte had daar, gelijk elders, de legende liever dan de -werkelijkheid: zij dacht zich den over de gansche Moslimsche gemeente -wakenden opvolger van den Profeet, zooals die in de eerste twee eeuwen -na de Hidjrah volgens de historische overlevering werkelijk had -bestaan, als voortbestaande, lang nadat het instituut van het chalifaat -in de politieke ontaarding van den Islâm was ondergegaan. Maar -niet als paus stelde zij zich hem voor, neen als opperregeerder, vooral -als <i>amier al-moe’minien</i>, aanvoerder van de legerscharen -van den Islâm, die eenmaal de heele wereld voor zijn gezag zouden -doen buigen. <span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span></p> -<p>De <i>chalief</i>, de stedehouder van den Gezant van Allah, en de -<i>djihâd</i>, de heilige oorlog tegen de gansche wereld buiten -den Islâm: aan deze beide namen was onafscheidelijk de -herinnering van die schitterende tweehonderd jaren verbonden, waarin de -loop der gebeurtenissen aan de pretensie van wereldverovering door het -Mohammedanisme gelijk scheen te geven. Wat in de werkelijkheid -onderging, bleef in de legende voortleven; de vereering der -schimchaliefen van Bagdad maakte het voor vele Mohammedanen -gemakkelijker, de verijdeling van hun staatkundig ideaal te -vergeten.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.7" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1218">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Het chalifaat der Turksche soeltans.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Toen Bagdad gevallen en een groot deel der -Abbasiedenfamilie uitgemoord was, bleef dat politieke fetisisme nog -nawerken; de Soeltans van Egypte trokken er partij van door een der aan -den moord ontkomenen in hunne hoofdplaats de traditie van het -schijnchalifaat te doen voortzetten en zoo den indruk te vestigen, dat -hun gebied nu het middelpunt van den Islâm geworden was. Maar -deze schaduw van een schaduw moest geheel verbleeken, toen de zon der -Osmanen hare middaghoogte bereikte. Onder hunne leiding deed de -Islâm zijne laatste poging om, wel niet de wereld te onderwerpen, -maar toch eene wereldmacht van den eersten rang te worden. Hun gelukte -het, Constantinopel (1452) te veroveren, waaraan de grootste Moslimsche -vorsten van voorheen hunne krachten vergeefs hadden beproefd. Toen zij -nu in 1517 Egypte, en in het gevolg daarvan ook de provincie der -heilige steden van Arabië, Mekka en Medina, onderworpen hadden, -vonden zij zich sterk genoeg om te pogen, de traditie van het -werkelijke chalifaat te doen herleven of althans de rol van feties zelf -op zich te nemen. Hiervan weerhield hen zelfs niet het uitdrukkelijke -voorschrift der wet, dat afstamming van den edelen Arabischen stam van -Qoraisj als vereischte stelt aan hem, die het chalifaat zal bekleeden. -Drogredenen van gedienstige wetgeleerden hielpen hun om dit bezwaar ter -zijde te stellen, en de menigte verzette zich tegen deze kunstgrepen -niet, nu de droombeelden, die zij met het chalifaat verbond, -werkelijkheid schenen te worden. Wie <span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span>Klein-Azië, -Syrië, Egypte, West-Arabië en Mesopotamië beheerschte, -het Byzantijnsche rijk veroverd had, en door een groot deel van Europa -als een geduchte vijand beschouwd werd, mocht gerust zijn zwaard als -feties in de plaats stellen van den krachteloozen stamboom der -Abbasieden.</p> -<p>Het aldus herboren chalifaat miste derhalve traditioneele kenmerken -van beteekenis, en het kon ook in andere opzichten niet als de -regelmatige voortzetting van het oude beschouwd worden. Van de oudste -<span class="corr" id="xd25e3090" title="Bron: Mohamedaansche">Mohammedaansche</span> landen bleven -verscheidene geheel buiten de Turksche invloedssfeer; en dat niet -alleen zulke, waar zooals in Perzië eene aan de Turken vijandige -dynastie de vaan der ketterij ontplooide, maar bovendien volkomen -orthodoxe rijken in Centraal-Azië, in Indië, in -Noordwest-Afrika, waar het Turksche zwaard geene gelegenheid vond zich -te doen gelden. In Marokko werd zelfs het Turksche chalifaat -rechtstreeks verloochend doordien de locale vorsten, afstammelingen van -den Profeet, zelf den hoogsten titel aannemen. Elders weer ontstonden -gelijktijdig met of na de opkomst der Osmanen nieuwe Mohammedaansche -rijken, die nooit met eenig werkelijk of vermeend politiek centrum van -den Islâm in contact gekomen zijn; zoo in het Verre Oosten van -Azië en in Centraal-Afrika.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.8" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1225">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Beteekenis van den chaliefentitel voor de -Osmanen.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De aanmatiging van den chaliefentitel door de -Osmanen-soeltans had inderdaad slechts deze beteekenis, dat zij in -hunne politieke glansperiode zoo ondubbelzinnig mogelijk vastgesteld -wilden zien, dat geen ander Moslimsch vorst zich in beteekenis met hen -kon meten. Dit kon niet doelmatiger geschieden dan door de toevoeging -aan al hunne wijdsche Turksche en Perzische titels van den naam van het -hoogste ambt, dat ooit in den Islâm bestaan had. Aan hunne macht -heeft die eeretitel van chalief nooit iets toegedaan; zij beheerschten -alleen hetgeen hunne legers veroverd hadden en oefenden buiten dat -gebied niet den minsten invloed.</p> -<p>Het Turksche zwaard verloor weldra veel van zijne scherpte; lang -vóórdat de politiek der Europeesche groote mogendheden -het eene stuk na het andere van het <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span>Osmanenrijk -afknabbelde, hadden zich verscheidene provinciën tot zelfstandige -leenrijken onder erfelijke <span class="corr" id="xd25e3102" title="Bron: dynastien">dynastiën</span> ontwikkeld. Sedert Turkije, in -zijn politiek gedrag geheel van niet-Mohammedaansche mogendheden -afhankelijk, nog slechts ongeveer 5% van de Mohammedanen der wereld -zijne onderdanen noemt, zou het hoogst belachelijk klinken, den soeltan -van dat rijk “Stedehouder van den Gezant Gods, Opperbevelhebber -der Geloovigen” te hooren noemen, indien men niet ook buiten -Turkije aan veel traditioneele dwaasheid in vorstelijke titels gewoon -was.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch5.9" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1232">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Panislamitisch streven van Abdoelhamied.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Juist in de laatste eeuw is het aan de Turken door een -samenloop van omstandigheden soms gelukt, uit dien met twijfelachtig -recht gevoerden, zinledig geworden titel wat kleine munt te slaan.</p> -<p>De duizendvoudig vermeerderde verkeersmiddelen hebben ook -Mohammedaansche volken, die vroeger elkanders bestaan niet of -nauwelijks kenden, met elkaar in aanraking gebracht. De ongeveer 230 -millioen Moslims, die onder niet-Moslimsch bestuur leven, beschikken -meerendeels niet over genoeg historisch geheugen om te begrijpen, dat -de bestuursverandering voor hen eene verbetering geweest is. Het -politieke verleden van den Islâm zien zij enkel door den sluier -der legende, en wanneer het heden hun tot grieven en bezwaren stof -biedt—en waar ontbreken die?—, dan zijn zij licht geneigd -te gelooven, dat al die klachten verholpen zouden zijn, wanneer slechts -de Heer der Geloovigen zich met hunne belangen kon bemoeien. Van het -wanbestuur, waaronder de werkelijke onderdanen des Soeltans van Turkije -zuchten, hooren zij weinig en ondervinden zij niets. En de Soeltan, die -het in dit opzicht het ergst gemaakt heeft, totdat hij in 1909 door -zijne onderdanen afgezet en verbannen werd, heeft met meer ijver en met -meer succes dan een zijner voorgangers aan de verbreiding der valsche -droombeelden omtrent het Chalifaat onder de Mohammedanen gewerkt. Zijne -listige, maar kortzichtige politiek, die zijn eigen rijk steeds nader -bij den ondergang bracht, zocht troost voor menigen tegenslag in -panislamitische <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" -name="pb112">112</a>]</span>intrigues, op touw gezet door gewetenlooze, -maar meestal onkundige en onhandige handlangers, die aan de -goedgeloovigen een ideaal chaliefenbeeld vertoonden en beweerden, dat -dit het welgelijkend portret van Abdoelhamied was.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.10" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1239">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Geene organisatie van het panislamisme.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Men heeft vaak gesproken van eene organisatie van het -panislamisme onder leiding van Abdoelhamied. Ten onrechte. In 1897 heb -ik, naar aanleiding van eenige vuile, in het geheim verspreide -pamfletten, die de intiemste raadgevers van den Soeltan in hun wedijver -om diens gunst tegen elkander losgelaten hadden, gepoogd een beeld te -geven van de geestelijke atmosfeer, waarin die despoot leefde<a class="noteref" id="xd25e3122src" href="#xd25e3122" name="xd25e3122src">1</a>, en toen ik in 1908 de eerste twee maanden der -revolutie te Constantinopel bijwoonde, vond ik van de juistheid van dat -beeld de volle bevestiging<a class="noteref" id="xd25e3128src" href="#xd25e3128" name="xd25e3128src">2</a>. Die bende van bekrompen kuipers -was allerminst geschikt om eene ernstige internationale beweging te -leiden. Zij exploiteerden de met enkele Mohammedanen van aanzien uit -niet-Turksch gebied aangeknoopte betrekkingen tot verhooging van eigen -aanzien en voordeel, zonder werkelijk nut voor de wederopwekking van -het doode chalifaat. De vestiging van eenige Turksche consulaten in -Mohammedaansche landen onder Europeesch bestuur trof evenmin doel. Men -vergat gewoonlijk den consuls hunne tractementen uit te betalen; de -consuls kenden niet eens de talen der bevolkingen, waaronder zij -leefden, en deden geen moeite om ze te leeren. Hunne meestal zeer -“vrijzinnige” levenswijze diende niet om het respect voor -hunnen zender te verhoogen.</p> -<p>Het panislamisme kan nu eenmaal niet met een ander program werken -dan met het versletene, voor verwezenlijking onvatbaar geblekene der -wereldverovering door den Islâm en dit heeft op de verstandige -belijders van <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>den Islâm geen vat meer, terwijl het onder -de domme menigte, die nog voor de bekoring van den strijd tegen alle -kafirs vatbaar is, alleen verwarring en onrust stichten kan. Het kan -hoogstens plaatselijke stoornis verwekken, nooit in eenigen zin -opbouwend werken.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.11" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1246">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De chalief geen kerkvorst.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Denkelijk zonder het te bedoelen hebben sommige -Europeesche staatslieden en schrijvers aan de panislamitische gedachte -zekeren steun gegeven door hunne op volslagen misverstand berustende -beschouwing van het chalifaat als eene soort van Mohammedaansch -pausdom. Vooral in Engeland vond die voorstelling aanhangers in den -tijd, toen dit land nog gold als de beschermer van den Turk tegen van -Rusland dreigend gevaar. Men achtte het nuttig, de Britsch-Indische -Moslims te doen gelooven, dat de Britsche Regeering met hunnen -kerkvorst op voet van intieme vriendschap leefde. Turksche staatslieden -maakten van deze dwaling een handig gebruik. De ware leer van het -chalifaat met zijne taak van vereeniging aller geloovigen onder zijne -vaan om dan den strijd tegen alle kafirs aan te binden, konden zij -natuurlijk tegenover hunne Europeesche vrienden niet belijden. Des te -meer verheugde het hen, te zien, dat dezen zich van dat instituut eene -weliswaar valsche, maar juist daarom voor niet-Mohammedanen -aannemelijke voorstelling vormden. Zij wachtten zich er wel voor, deze -te verbeteren, want het was hun genoeg, zich tegenover hunne -geloofsgenooten erop te kunnen beroepen, dat de pretensie der Osmanen -op het chalifaat zelfs bij niet-Mohammedaansche groote mogendheden wel -erkenning vond.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch5.12" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1254">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De Turksche omwenteling en het panislamisme.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Al was het panislamisme niet georganiseerd, het stelde -zich niettemin dikwijls in Mohammedaansch gebied onder Europeesch -bestuur aan de normale ontwikkeling eener voor beide partijen -gewenschte verhouding tusschen bestuurders en bestuurden in den weg; -speculeerend op alle vormen van ontevredenheid, werkte het heimelijk -als vredeverstoorder, zonder dat de gewekte of geprikkelde tweedracht -eenig uitzicht op verbetering kon openen.</p> -<p>Bij alle Europeesche mogendheden moest het als een <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span>welkom gevolg van de revolutie van 1908 begroet -worden, dat de Jong-Turken, die het herstel der constitutie afdwongen, -met de middeleeuwsche vermenging van godsdienst en politiek wilden -breken. De handhaving van den Islâm als staatsgodsdienst was -hunnerzijds eene concessie aan de oude overlevering, die aan de -volkomen gelijkstelling der belijders van alle godsdiensten als burgers -van het Turksche rijk niet tekort mocht doen. Het herboren Turkije -moest een moderne rechtsstaat zijn in den vollen zin des woords. Voor -<i>chalifaat</i> en <i>djihâd</i> was in zulk eenen staat geene -plaats. Turken en Arabieren, Grieken, Armeniërs, Joden, en wie nog -verder onder de Halve Maan samenleefden, moesten in vrijheid, -gelijkheid en broederschap samenwerken om Jong-Turkije tot eenen in het -internationale leven geëerbiedigden staat te maken. Met de onder -niet-Mohammedaansch bestuur levende geloofsgenooten der Turken zou het -Osmanenrijk zich geene bemoeienis aanmatigen. Hoogstens zou de -regeering, ingeval dezulken over miskenning hunner rechten te klagen -hadden, wellicht vertoogen doen hooren van dezelfde soort als die -Christelijke mogendheden zoo vaak tot Turkije gericht hadden naar -aanleiding van vermeende verdrukking van Christenvolken onder Turksch -bestuur.</p> -<p>Weldra bleken deze idealen vooralsnog veel te hoog gegrepen. De -hebzucht der Europeesche mogendheden gunde aan Jong-Turkije niet de -voor inwendige hervorming noodige rust. Op de geestdriftvolle harmonie -van de eerste dagen der verlossing uit de klauwen van het despotisme -volgde spoedig de herleving van den ouden binnenlandschen strijd, nu -niet meer door gemeenschappelijke vrees voor den tyran in toom -gehouden. Het Comité van Eenheid en Vooruitgang, dat voor of -achter de schermen de zaken leidde, zag zich genoopt, eensdeels de -gehate bestuursmiddelen van het despotisme weer aan te wenden, -anderdeels ten koste van zijn eigen program vele concessies te doen, -ook aan de Moslimsche orthodoxie en aan het geloof en bijgeloof der -menigte. De feties van het chalifaat moest weer uit het museum van -oudheden, waarin men het voorloopig had opgeborgen, <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name="pb115">115</a>]</span>voor -den dag gehaald worden. Wat het daarmêe eng verbonden denkbeeld -van <i>djihâd</i> betreft, de Europeesche mogendheden zorgden -ervoor, dat dit niet vergeten werd. Turkije werd voortdurend tot -<i>djihâd</i> gedwongen.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch5.13" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1261">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Djihâd en heilige oorlog.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wanneer wij het woord <i>djihâd</i> door -“heilige oorlog” weergeven, dan geschiedt dit met recht, in -zooverre zulk een strijd voor de Mohammedanen, die hem voeren, een -heilig, een godsdienstig karakter heeft. Maar men vergist zich, als men -zich voorstelt, dat daarnevens iets als een onheilige of profane oorlog -zou bestaan. De Islâm kent, afgezien van de als een -politiemaatregel te beschouwen aanwending van het leger tot bedwinging -van opstand tegen het wettig gezag, geen anderen oorlog dan den -<i>djihâd</i>, en geen ander doel van den <i>djihâd</i> dan -de verdediging der belangen van den Islâm tegen aanranding door -niet-Mohammedanen of de uitbreiding van het gebied van den Islâm -ten koste van de Dâr al-Harb, het gebied der ongeloovigen. De -oorlogen, die Turkije onder Abdoel-Hamied tegen Rusland en tegen -Griekenland te voeren had, zijn door Turken en Arabieren nooit anders -dan <i>djihâd</i> genoemd, al was men voorzichtig genoeg om het -gebruik dier middeleeuwsch-fanatieke benaming in het verkeer met -Europeanen te vermijden. Hetzelfde geldt van den oorlog met Italië -om Tripoli en van dien met de Balkanstaten. Voor de Mohammedanen, die -op de oude wijze voortgaan, godsdienst en politiek te vermengen, -bestaat geen andere oorlog dan godsdienstoorlog. Dat er een bijzonder -edict van den Soeltan-Chalief noodig zou zijn om eenen oorlog van -Turkije tot <i>djihâd</i> te stempelen, is alweer eene dier -belachelijke wanvoorstellingen omtrent Mohammedaansche zaken, zooals er -zoovele in Europa tot gangbare munt zijn geworden. De Turken plegen -zulke domheden niet te bestrijden, maar zich in den omgang met -Europeanen erbij aan te sluiten, als hun belang dit medebrengt. Voor -geen Moslim ter wereld heeft echter, wanneer Turkije in een oorlog -gewikkeld is, de vraag, of de Soeltan den heiligen oorlog heeft -<span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>afgekondigd, een redelijken zin. Dit alles -behoort men wel te bedenken, wil men de politieke gebeurtenissen der -laatste dagen, voor zoover Turkije daarbij betrokken is, recht -verstaan.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch5.14" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1268">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije. -Hugo Grothe.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Er zijn over die gebeurtenissen in Duitschland -vlugschriften verschenen, die in sommige opzichten ook buiten -Duitschland wel eenige aandacht verdienen. “<i lang="de">Deutschland, die Türkei und der Islâm</i>” heet -het geschrift van <i>Hugo Grothe</i>, die op economisch gebied als -competent geldt, en wiens vroegere werken de resultaten mededeelen van -zijne onderzoekingsreizen in Europeesch en Aziatisch Turkije, in -Perzië en Tripolitanië. Deze brochure maakt deel uit van eene -reeks “<i lang="de">Zwischen Krieg und Frieden</i>”, onder -redactie van <i>Irmer</i>, <i>Lamprecht</i> en <i>von Liszt</i>, -politieke opstellen voor het groote publiek; onder de medewerkers komt -<i lang="de">Fürst von Bülow</i> voor.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.15" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1275">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Misverstand bij Grothe.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Waar Grothe het gebied der economische politiek -verlaat, toont hij zich dadelijk vreemdeling. Het politieke -Islâmvraagstuk staat hem bijv. niet duidelijk voor den geest. Het -chalifaat noemt hij de wereldlijke vertegenwoordiging van de -godsdienstige gemeenschap der Mohammedanen, eene wel wat flauwe -uitdrukking van het denkbeeld, dat alle Mohammedanen in politieken zin -rechtens onderdanen van den chalief zijn, die evenwel in de uitoefening -zijner bestuursrechten ten aanzien van tegenwoordig 95% dier onderdanen -verhinderd wordt door ongeloovige vorsten, wier gezag uit zijnen aard -onwettig is. Maar nu citeert Grothe op eene andere bladzijde uit eene 8 -Augustus door den Keizerlijken <span class="corr" id="xd25e3226" title="Bron: Goeverneur">Gouverneur</span> van Kameroen aan de Inlandsche -bevolking gerichte proclamatie deze woorden: “<i lang="de">Uns -hilft ferner der Sultan in Stambul, der <span class="ex">in -Glaubenssachen</span> der Oberherr aller Mohammedaner ist</i>”, -en wel verre van de noodige correctie aan te brengen, noemt hij dezen -officieelen onzin “<i lang="de">von Interesse</i>”. -Grothe’s voorstelling, dat in het begin van den tegenwoordigen -oorlog de “<i>djihâd</i> van Duitschland” het -onderwerp van besprekingen en gebeden in de moskeeën van Turkije -was, behoort <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span>wellicht tot de dichterlijke inkleeding, want -wél vertalen wij <i>djihâd</i> ongeveer juist door -“heilige oorlog”, maar óns “heilige -oorlog”, zooals dat thans door iedere krijgvoerende partij op -haar eigen strijd wordt toegepast, wordt geenszins door het -Arabisch-Mohammedaansche <i>djihâd</i> weergegeven. Waar -ouderwetsch vrome Mohammedanen dezen oorlog in het gebed gedenken, daar -zal het gebed ongeveer aldus luiden: “Wij danken U, Allah, dat -Gij de legerscharen des Duivels tegen zichzelve verdeeld hebt en dat Uw -almacht sommigen hunner dwingt, de verdedigers van den Islâm met -hunne wapenen en hunne mannen te steunen. Schik dit alles, o Heer, tot -eene nabijzijnde zegepraal der geloovigen en tot ondergang van -<i>allen</i>, die ongehoorzaam zijn aan U en Uwen Gezant.” -Zóó en zoo alleen is de opvatting van zúlke -Moslims, die door de geschiedenis nog niet genoeg ontnuchterd zijn om -het inzicht te deelen van den Turk, wiens woorden ik in den aanhef van -dit opstel citeerde.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.16" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1282">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Dichterlijke inkleeding van Grothe is het ook, wanneer -hij een te Konia, Bundur en Sparta waargenomen aardbeving laat -medewerken om de Turken te brengen tot het juiste inzicht in de -beteekenis der catastrophe, die wij beleven; inkleeding, wanneer hij op -zijne reizen Turken, Arabieren, Koerden en Anatoliërs steeds hoort -getuigen van hunne sympathie voor Duitschland en denkbeelden over de -politiek van den dag hoort uiten, die ook geen haarbreed van die van -Grothe afwijken. Hoort uiten in talen, waarvan hij niets verstaat, want -de twee Turksche uitdrukkingen, die Grothe te pas brengt, zijn in -strijd met het idioom<a class="noteref" id="xd25e3258src" href="#xd25e3258" name="xd25e3258src">3</a>.</p> -<p>Dichter blijven wij bij de aarde, wanneer wij Grothe volgen in zijn -overzicht van de economisch-politieke betrekkingen tusschen Turkije en -Duitschland, zooals die zich sedert 1880 ontwikkeld hebben. -Duitschland, zegt hij, is door een samenloop van ongunstige -omstandigheden erg <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" -name="pb118">118</a>]</span>achteraan gekomen in het deelnemen aan den -wedstrijd der Europeesche mogendheden om de economische en commercieele -voordelen, die in het gebied van Turkije te behalen zijn. Eigenlijk -zette de gunstige keer pas in met de concessie van den Anatolischen -spoorweg aan een Duitsch syndicaat (1888), waarop later die van den -Bagdadspoorweg volgde. Van de snelheid der beweging krijgt men eenige -voorstelling door de cijfers van in- en uitvoerhandel tezamen tusschen -Duitschland en Turkije voor 1888: 14 millioen, en voor 1913: -200–250 millioen mark. De concurrentie met Engeland, Frankrijk en -Rusland maakte ook hier eene afbakening der belangensferen voor alle -partijen gewenscht. Vóór den oorlog was het overleg zoo -ver gevorderd, dat men in dit jaar het totstandkomen eener overeenkomst -verwachtte, waarbij Engeland Zuid-Mesopotamië als economisch -gebied zou krijgen, Frankrijk Syrië, Duitschland het gedeelte van -Mesopotamië en Klein-Azië, dat ongeveer begrensd wordt ten -Noorden door den 34<sup>sten</sup> en den 41<sup>sten</sup> graad -Oosterlengte, en ten Zuiden door den 36<sup>sten</sup> en den -39<sup>sten</sup> graad Noorderbreedte, terwijl het Noorden van -Klein-Azië voor spoorwegaanleg aan eene Fransch-Russische -combinatie overgegeven zou worden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.17" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1289">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Duitschland de redder van Turkije.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Duitschland zou in die economische invloedssfeer wel -een weinig dankbaar, maar toch lang niet voldaan zijn geweest. Sedert -Augustus is het begonnen, zich heel andere grenzen af te bakenen, -altijd voor het geval, dat zijne gunstige verwachting van de krijgskans -niet beschaamd wordt. Het heeft daartoe, volgens Grothe, het volste -recht. Want men mag als zeker aannemen, dat in het voor Duitschland -ongunstige geval Rusland niet aarzelen zou, het Turksche rijk te -vernietigen. Nu Rusland den voor zijne ontwikkeling noodigen ijsvrijen -zeeweg in het Verre Oosten niet kan vinden zonder conflict met Japan, -in de Perzische Golf niet zonder strijd met Engelsche belangen, staat -het voor het Tsarenrijk meer dan ooit vast, dat het Constantinopel moet -bezitten. Engeland, dat zich vroeger steeds hiertegen verzet heeft, zou -thans daartoe medewerken; het zou daarvoor Mesopotamië en -Arabië als zijn gebied mogen beschouwen. <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span></p> -<p>Alleen Duitschland kan Turkije redden, en het heeft daarbij een -reusachtig belang, want alleen het behoud van de volkomen integriteit -van het rijk der Osmanen maakt het voor Duitschland mogelijk, zijne -daar verkregen economische positie te beschermen en te verhoogen. -Bovendien is Duitschland onder de groote mogendheden, waarmee Turkije -te rekenen heeft, de eenige, die geen duimbreed van dit land zou -willen, of zelfs zou kunnen annexeeren. Duitschlands geographische -ligging zou het verhinderen, zulk bezit afdoende tegen aanvallen te -verdedigen en er profijt van te trekken. Daarom is Duitschland -gedurende de kwarteeuw van zijne intieme relaties met Turkije altijd de -eenige betrouwbare vriend van het rijk van den Soeltan-Chalief geweest. -Er bestaat tusschen beide landen, buiten alle gevoelsquaesties, eene in -den aard der zaken gegronde gemeenschap van belangen, terwijl de -belangen van alle andere groote mogendheden slechts ten koste van -Turkije’s welzijn, ja eindelijk van zijn bestaan, te bevorderen -zijn.</p> -<p>Turkije heeft dit niet altijd ten volle zoo ingezien; er viel een -zeker wantrouwen te overwinnen, gekweekt door de oneerlijke -concurrentie van Duitschlands benijders en deels ook bevorderd door -Duitschlands vaak te zwakke politiek. Maar nu zijn den Jong-Turken, die -het roer van den staat in handen hebben, de schellen van de oogen -gevallen. Men schijnt te Constantinopel nog slechts op Duitsche -overwinningen in Noord-Frankrijk en Galicië te -wachten—Grothe schreef vóór de Turksche -oorlogsverklaring—om zich met Duitschland en Oostenrijk tegen de -Verbonden Mogendheden te vereenigen. Het Turksche leger, dat reeds -zooveel voor zijne organisatie aan Duitsche leering en leiding te -danken heeft, zal, om zijne taak te volbrengen, groote behoefte hebben -aan Duitsche hulp en steun, maar dan zal het ook een niet te versmaden -medewerker zijn. Dit laatste vooral, indien de Chalief den -“<i>grooten heiligen oorlog</i>”, den <i>djihâd</i> -afkondigt.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch5.18" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1296">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De door Grothe gewenschte djihâd.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Hier raakt nu Grothe te eenen male de kluts kwijt, -daar hij niet weet, dat elke door Turkije gevoerde oorlog <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span>voor -Mohammedanen van den ouden stempel, die de intellectueele beweging van -het Mohammedaansche Oosten der laatste jaren niet medegemaakt hebben, -een <i>djihâd</i> is. De vraag is voor dezulken niet: -“djihâd of profane oorlog?” maar: “aan -<i>wien</i> wordt door Turkije de djihâd verklaard?” En -dan, gesteld, dat het antwoord luidt, zooals Grothe zich dat voorstelt, -namelijk djihâd “tegen alle mogendheden, die -Mohammedaansche landen hebben opgeslokt en den Islâm aldus van -zijnen glans hebben beroofd,” dan blijft de vraag, of inderdaad, -zooals Grothe hoopt en verwacht, de Mohammedaansche volken onder -Europeesch bestuur zóózeer onder de betoovering van de -namens Soeltan Mehmed Resjâd gedane oproeping tot den krijg -zullen komen, dat zij hunne meesters “<i lang="de">hier heimlich -und verschlagen, dort mit fanatischer Kühnheit</i>” op het -lijf zullen vallen. Grothe ziet in zijne verbeelding reeds, hoe -“<i lang="de">der so aufgerollte -Glaubenskrieg</i>”—zoo noemt hij het zonder -omwegen—voor Engeland “<i lang="de">den Niedergang seiner -Grösse</i>” beteekenen zal.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.19" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1303">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De fetwa over den heiligen oorlog.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wij weten, dat Turkije op dit oogenblik bezig is, de -door Grothe en zijne geestverwanten aanbevolen proef te nemen met zulk -eenen godsdienstoorlog. De hoogste wetgeleerde autoriteit te -Constantinopel, de Sjeich oel-Islâm, die sedert de revolutie van -1908 steeds een creatuur en een werktuig is van het Jong-Turksche -Comité, heeft met “Ja” geantwoord op eene reeks van -vragen, die hem voorgelegd zijn door den onbeduidenden opvolger van -Abdoel-Hamied, met wien de leiders van het Jong-Turksche Comité -alles doen, wat zij willen. In werkelijkheid vormen die vragen en -antwoorden<a class="noteref" id="xd25e3338src" href="#xd25e3338" name="xd25e3338src">4</a> samen eenvoudig <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span>eene proclamatie van -Enver en Talaät, de leidende Comité-ministers, en doen de -vrager (de Soeltan) en degene, die het antwoord geeft (de Sjeich -oel-Islâm), daarbij den dienst van marionetten. Die proclamatie -van de mannen van het Comité van Eenheid en Vooruitgang -(waarmeê N.B. oorspronkelijk de eenheid der verschillende naties -onder de Halve Maan en haar vooruitgang als moderne staat bedoeld -werden) komt hierop neer, dat, wanneer de Vorst aller Mohammedanen den -heiligen oorlog verklaart aan den vijanden van den Islâm, die de -landen van den Islâm plunderen, en de bevolking dier landen -slachten of tot slaven maken, het de plicht van alle Mohammedanen in de -wereld is, met goed en bloed aan dien oorlog deel te nemen, dat dus -inzonderheid ook de Mohammedaansche onderdanen van Frankrijk, Rusland -en Engeland tot zulke deelname verplicht zijn, dat zij, die dezen -plicht verzuimen en den strijd vermijden, zich den toorn Gods op den -hals halen, dat echter Mohammedanen, die onder het bestuur der genoemde -mogendheden of hunner bondgenooten leven en met dezen samen oorlog -voeren tegen Duitschland en Oostenrijk, de helpers van Turkije, eene -groote zonde begaan, die zeker Gods toorn medebrengt. Deze kennisgeving -van hetgeen de Goddelijke wet volgens den rijksuitlegger derzelve in -hare toepassing op den politieken toestand <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span>van -het oogenblik leert, diende als grondslag voor een op 12 November -uitgegeven manifest van den Soeltan tot leger en vloot.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.20" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1310">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Het manifest van den Soeltan.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Dit manifest stelt voorop, dat Rusland, met Engeland -en Frankrijk, de vijandelijkheden begonnen is, dat Turkije dus tot het -opvatten der wapenen gedwongen werd, dat Rusland trouwens reeds drie -eeuwen lang geene gelegenheid ongebruikt liet om Turkije te benadeelen, -dat millioenen Mohammedanen onder het tyrannieke bestuur der genoemde -mogendheden zuchten, dat daarom de heilige oorlog verklaard is, van -welks uitslag niet alleen het welzijn van het Turksche rijk, maar ook -het leven en de toekomst van 300 millioenen Mohammedanen—deze -schatting is overgenomen uit de rede, die de Duitsche Keizer in 1898 -bij het graf van Saladijn te Damascus hield; de bevolking schijnt dus -in de sedert verloopen 16 jaren niet toegenomen te zijn—afhangen. -De genade van Allah en de bijstand van den Profeet zullen de in de -samenwerking met Duitschland en Oostenrijk ondernomen bestrijding van -de vijanden van den Islâm tot overwinning voeren.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch5.21" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1317">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De groote demonstratie.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Constantinopel zou Constantinopel niet zijn, wanneer -deze extravagante uitingen van het Comité niet gevolgd waren -door eene betooging, eene <i>numâjesj</i>. Toen ik in 1908 de -eerste twee maanden der door militairen onder leiding van het -Comité bewerkte revolutie bijwoonde, ging er geen dag voorbij -zonder een aantal van die <i>numâjesj</i>; menschenmassa’s, -die achter een paar vlaggen met “Vrijheid, Gelijkheid en -Broederschap” aanholden, bij sommige publieke gebouwen of -woningen van autoriteiten halt hielden en daar redevoeringen -toejuichten, waarvan niemand iets verstaan kon. Vroeg men aan de -toejuichers, waarom het ging, dan kreeg men ten antwoord: -“revolutie, vrijheid, de politie is immers afgeschaft” en -dergelijke. Zoo hebben ook nu de Comitémannen de bevolking op 14 -November gedurende acht volle uren op een <i>numâjesj</i> -onthaald.</p> -<p>In de moskee van Mehmed den Veroveraar, die <span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span>herinnert aan de grootste overwinning der Turken -op het Christendom, de verovering van Byzantium in 1452, werden de -hierboven geresumeerde vragen en antwoorden voorgelezen, de -<i>fetwa</i> dus over den heiligen oorlog. Gebeden werden uitgesproken, -lange toespraken gehouden, aan het gejuich kwam geen eind. De stoet -trok door de voornaamste wijken der stad, maakte zijne opwachting bij -den Groot-Wezier en den Soeltan, en ….. demonstreerde voor -de Duitsche en Oostenrijksche gezantschappen. Nazim-bey en -Moechtar-bey, trouwe Comité-mannen, complimenteerden -respectievelijk den Duitschen en den Oostenrijkschen Gezant, en hunne -redevoeringen werden door de ambassadeurs beantwoord. De in de Duitsche -ambassade gewisselde toespraken zouden door Dr. Grothe niet anders zijn -opgesteld. De Duitsche Gezant sprak namelijk niet alleen van -Duitschland en Turkije, maar van hun gemeenschappelijken strijd voor -het wezenlijk heil der Mohammedaansche wereld, van de Duitsche -vriendschap voor het Osmanenrijk, maar vooral voor de belijders van den -Islâm, welke <i>allen</i> na de overwinning der Duitsche en -Turksche wapenen eene schitterende toekomst tegemoet gaan. De -Oostenrijksche Gezant is iets voorzichtiger en minder Mohammedaansch -geweest in zijn antwoord en heeft alleen gesproken van den heiligen -oorlog, dien het Osmanenrijk gezamenlijk met Oostenrijk voerde, en van -de sympathie, die Oostenrijk met Turkije verbond. Maar de geheele -vertooning heeft toch op die Mohammedanen, die niet als wij daarbij -bovenal aan eene Offenbach-operette herinnerd werden, zoo eenigen, dan -alleen dezen indruk kunnen maken, dat Duitschland en Oostenrijk zich in -dienst van Turkije gesteld hadden voor het voeren van een -<i>djihâd</i>, want uit eigen hoofde kan van de drie alleen -Turkije in <i>djihâd</i> gewikkeld zijn. Eenen oorlog tusschen -<i>kafirs</i> onderling met den naam <i>djihâd</i> te -bestempelen, is voor goede Mohammedanen godlasterlijk of -bespottelijk.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.22" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1326">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Becker’s voorstelling der zaak.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Grothe heeft dus niet alleen waar hij de -economisch-politieke betrekkingen van Duitschland in het naaste -verleden en in de toekomst besprak, maar ook waar hij <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span>over -het opwekken van het <span class="corr" id="xd25e3421" title="Bron: sluimerde">sluimerende</span> Mohammedaansche fanatisme in het -belang van Duitschland handelde, het gevoelen van heerschende kringen -in zijn vaderland weergegeven. Dit maakt het mij iets minder -onverklaarbaar, dat ook mijn waarde vakgenoot, Prof. C. H. Becker te -Bonn, die tot vóór korten tijd de Islâmwetenschap -aan het Kolonial Institut te Hamburg met eere vertegenwoordigde, in den -onwaarschijnlijken djihâd-roes, die thans de Duitsche politici -schijnt te bezielen, is medegesleept. Zijn vlugschrift “<i lang="de">Deutschland und der Islâm</i>”<a class="noteref" id="xd25e3427src" href="#xd25e3427" name="xd25e3427src">5</a> ademt -denzelfden geest als dat van Grothe, al onderscheidt het zich gunstig -hiervan door meer bezadigden toon en vooral, het spreekt wel vanzelf, -door kennis van den Islâm. Becker vult verder Grothe’s -toekomstbeeld van de betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije -belangrijk aan door in zijn program van de bescherming der integriteit -van Turkije op te nemen de militaire en politieke wedergeboorte van het -rijk der Halve Maan, zóó dat het herschapen worde in een -modernen rechtsstaat met een eerbiedwekkend leger. Niet alleen Duitsche -fabrikaten en kapitaal, neen ook Duitsche geest moet in Turkije gaan -werken. Dit laatste volgens eene betere methode dan de door Frankrijk -of door Engeland in hunne koloniën toegepaste: “<i lang="de">eine gesunde Volksschulbildung nach modernen Methoden, aber auf -der Basis des überlieferten orientalischen Bildungsinhalts und -getragen von den besten Kräften der islâmischen -Religion</i>.” Hierop komen wij nog terug. Eerst nog een paar -opmerkingen in verband met de voorstelling, die men aan de geschriften -van Grothe en Becker samen ontleenen kan, van de ontwikkeling der -politieke harmonie tusschen Duitschland en Turkije, met -terzijdestelling <span class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" -name="pb125">125</a>]</span>voorloopig van hetgeen zich met het -chalifaat en het Moslimsch fanatisme laat bewerken.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch5.23" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1334">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het laat zich best begrijpen, dat Duitschland bij de -snel aangegroeide belangen, die het in Turkije heeft verkregen, gaarne -de gevaren en de moeilijkheden, die uit de actie van mededingers kunnen -voortspruiten<span class="corr" id="xd25e3468" title="Bron: ;">,</span> -tot de kleinste afmetingen teruggebracht zou zien. Even verklaarbaar is -het, dat Turkije op den duur van de concurreerende mogendheden nog het -liefst met Duitschland te doen had, daar bij deze aanraking niet zoo -licht verlies van gebied te vreezen viel. “Op den duur” zeg -ik met voordacht, want er zijn wel oogenblikken geweest, waarop de -Soeltan of het Comité moesten denken: Waar blijft nu de -vriendschap? In den tijd van Abdoel-Hamied uitte zich de Duitsche -genegenheid alleen jegens hem, die alle macht in zich bevatte, maar die -thans algemeen beschouwd wordt als de grootste vijand, dien zijn volk -gekend heeft. Van 1888 tot 1908 negeerde Duitschland het Turksche volk, -daar het Duitschland niet van nut kon zijn. Wie den aard van -Europeesche politieke vriendschap een weinig kent, zal zich hierover -evenmin verbazen als over Keizer Wilhelm’s geringe belangstelling -in het lot van den vroeger zoo geliefden Abdoel-Hamied, toen deze door -het Comité eerst gedwongen werd, voor vrijheidsvriend te spelen, -daarna te verdwijnen.</p> -<p>Wie sedert 1908 gunst of voordeel zocht in Turkije, moest die -afdwingen of afbedelen van het Comité. Dit kon, zooals ook onze -Duitsche schrijvers opmerken, Duitschland niet dadelijk vertrouwen, -daar de vrijzinnige Turken, die vóór de revolutie hun -land ontvloden, in Duitschland geweerd werden ter wille van den -bevrienden despoot. Toen Oostenrijk van de algemeene verwarring na de -revolutie gebruik maakte, eerst om Bulgarije geheel van Turkije te -helpen losmaken, daarna om zelf een stuk Turksch gebied te annexeeren, -stak Duitschland geen vinger uit om zijn bondgenoot van die voor -Turkije zoo pijnlijke amputatie terug te houden. Later nam Italië -Tripoli, en Turkije kon Duitschlands verdienste, de eenige <span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span>in -den driebond te zijn, die niets wegnam, maar half waardeeren, omdat het -de natuurlijke beletselen van zulk eene toeeigening even goed kende als -ieder ander. Waar zulke beletselen niet bestonden, nam Duitschland even -gretig zijn deel als de anderen, en in Afrika heeft het zelfs twee -millioen Mohammedanen aan zijn gezag onderworpen, een gezag, dat door -de betrokkenen toch niet minder tyranniek gevonden zal worden dan de -Britsch-Indische en Noord-Afrikaansche Mohammedanen volgens Soeltan -Mehmed Resjâd en volgens Becker het Britsche en het Fransche -bestuur vinden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.24" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1341">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Nu moge Becker zeggen: die Mohammedanen hadden wij al -toen onze groote ingenomenheid met Turkije en den Islâm begon, en -bovendien tellen die pikzwarte Moslims zelfs in de oogen van Turken en -Arabieren maar voor half, maar dat is geen ernstig antwoord op de -bedenking, te minder daar de Islâm die geringschatting der negers -niet alleen theoretisch verwerpt, maar ook practisch voor begaafde -negers in de Moslimsche maatschappij alle wegen steeds veel wijder -opengestaan hebben dan in Christelijke landen. Wel heeft Becker de -<i>verdrukte</i> Mohammedanen, die nu door Duitschland geholpen moeten -worden, slechts op 150 millioen begroot, zoodat alleen Rusland, -Engeland en Frankrijk als de verdrukkers gelden, maar de Soeltan heeft -in zijn manifest de volle 300 millioen, waarop de Keizer de -Islâmbelijders taxeerde, als te bevrijden verdrukten aangeduid, -en dus bij vergissing de twee millioen Duitsche onderdanen, en de -Moslims onder Oostenrijksch en Italiaansch gezag, om niet meer te -noemen, meegeteld.</p> -<p>In den Balkanoorlog stond Turkije’s zelfstandigheid zeker niet -minder ernstig op het spel dan thans vóór de verklaring -van den <i>djihâd</i> het geval was; maar ook toen heeft het van -zijn Duitschen vriend weinig steun ondervonden. Grothe merkt op, dat -het moeielijk geweest zou zijn, in Duitschland voor de Turksche zaak -alléén het voor een oorlog noodige enthousiasme te -wekken, terwijl dit nu, waar het tegen de concurrenten: Engeland en -Rusland gaat, zoo gemakkelijk valt. Men zal dan toch <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span>moeten toegeven, dat het effect van de beide -bezoeken van Keizer Wilhelm aan den Soeltan, waarmee volgens Becker en -Grothe de welbewuste Islâmpolitiek van Duitschland werd ingeluid, -zich niet geleidelijk ontwikkeld heeft, dat het lang bijzonder latent -is gebleven.</p> -<hr class="tb"></div> -</div> -<div id="ch5.25" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1348">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt -neer op het protectoraat over Turkije.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Al deze herinneringen mogen het ietwat eenzijdig -karakter der Duitsche belangenpolitiek nog duidelijker doen uitkomen -dan dit in geschriften als die van Becker en Grothe al geschiedt, zij -nemen de mogelijkheid niet weg, dat bij de tegenwoordige politieke -constellatie Turkije door het bondgenootschap met Duitschland ook zelf -groot gewin kan erlangen. Maar, stellen wij ons dan die toekomst voor, -zooals de Duitsche schrijvers haar wenschen, dan komt de zaak, naakt -ontkleed, toch hierop neer, dat Turkije, door Duitschland verlost van -alle lastige inmenging van Engeland, Frankrijk en Rusland, komt te -staan onder Duitsche voogdij, dat het met zorgvuldige vermijding van -den naam, zal worden een <i>Duitsch protectoraat</i>. Zijn leger, zijn -bestuur, zijne finantiën, alles zal door Duitschland grondig -hervormd moeten worden. De verhouding zal slechts in vorm verschillen -van het protectoraat van Frankrijk over Marokko of van dat van -Britannië over menig Mohammedaansch vorstendom in Indië. Het -heeft in Duitschland, in kalmere tijden, nooit ontbroken aan warme -lofredenaars op de wijze, waarop Engeland in Indië, Frankrijk in -Noord-Afrika hunne Mohammedanen bestuurden, al ontbrak het natuurlijk -ook nooit aan critiek en aan ergernis, wanneer Duitsche belangen in het -gedrang kwamen. Men sprak van de <i>pax Britannica</i> en van de <i>pax -Gallica</i>, die in de plaats gekomen waren van de vroegere -onveiligheid, verwarring en corruptheid. Zelfs Engelands werk in Egypte -werd gewaardeerd, en men vernam gunstige oordeelvellingen over de -Islâmpolitiek van Rusland in Centraal-Azië. Wij hebben geene -reden om van een protectoraat der Duitschers over Turkije minder -gunstige resultaten te verwachten, ja het zou zelfs kunnen zijn, dat -zij vele fouten hunner voorgangers wisten te vermijden, en dat de -uitkomst den <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span>Turkschen landen ten zegen werd. Maar zeer zeker -zouden zij ondervinden, dat de dankbaarheid der Turken ophield, wanneer -het volstrekt onvermijdelijke ingrijpen goed begon, ook al mocht men de -voorgenomen geleidelijkheid daarbij niet uit het oog verliezen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.26" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1358">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm -voorheen en thans: Marquart, Hartmann, Becker.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Overigens zijn, of waren althans vóór -dezen oorlog, de meeningen van Duitsche deskundigen over Turkije en -over den Islâm, met name over beider vatbaarheid voor hervorming, -lang niet algemeen dezelfde, die thans door Grothe en Becker warm -verdedigd worden<a class="noteref" id="xd25e3513src" href="#xd25e3513" -name="xd25e3513src">6</a>. Prof. Jos. Marquart, thans hoogleeraar te -Berlijn, spot in het <i lang="de">Vorwort</i> van zijn werk -“<i lang="de">die Beninsammlung des Reichsmuseums für -Völkerkunde in Leiden</i>” (1913) met “<i lang="de">die angebliche Rolle des Islâms als -Kulturträger</i>”, en met bijtende ironie spreekt hij van de -“<i lang="de">Segnungen des Dschihâd, des zur -religiösen Pflicht gemachten Raubmordes auf dem Pfade -Allahs</i>”, d. i. dus die plicht, die thans door Duitschland aan -Turkije weer is ingescherpt. Niet alleen in Duitsche zendingskringen -werd de Islâm als de vijand beschouwd, dien men bovenal -bestrijden moest, maar op een Duitsch Kolonialkongress werd de -resolutie aangenomen: “<i lang="de">Da von der Ausbreitung des -Islam der Entwicklung unserer Kolonien ernste Gefahr droht, rät -der Kolonialkongress zu sorgsamer Beachtung</i>, etc.”</p> -<p>Prof. Martin Hartmann, die de Islâm-wetenschap aan het Seminar -für Orientalische Sprachen te Berlijn doceert en wiens vruchtbare -pen tal van lezenswaarde geschriften over den Islâm en over -Turkije leverde<a class="noteref" id="xd25e3537src" href="#xd25e3537" -name="xd25e3537src">7</a>, wordt niet <span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>moede erop te wijzen, -dat de Moslims vooral door de instellingen van den Islâm, die de -vrouw veracht en andersdenkenden verfoeit, van deelname aan de cultuur -weerhouden worden. Hij noemt het chalifaat der Osmanensoeltans eene -aanmatiging, die zij alleen met geringschatting der heilige traditie -konden plegen, een “<i lang="de">Agitationsmittel</i>” een -“<i lang="de">bequemes Mittel, in den Augen der Islamwelt als -eine Art Fetisch zu dienen</i>”, zegt, dat “<i lang="de">diese Doppelstellung</i> (van den Soeltan-Chalief) <i lang="de">von den Kulturstaaten nie anerkannt worden ist</i>”, en dat -het eerlijk opgeven van dien titel Turkije veeleer versterken dan -verzwakken zou. Natuurlijk is ook hij over den heiligen oorlog niet -goed te spreken. Hierover schreef hij opzettelijk, toen het woord -<i>djihâd</i> in den strijd met Italië over Tripoli te berde -werd gebracht door sommige Turken, en gebruikt daarbij deze thans weer -actueele uitdrukking: “<i lang="de">…… die -Androhung des Heiligen Krieges, d. h. des Kampfes gegen alle -Ungläubigen, ausgenommen die vom Leiter des Islam der Gemeinde -ausdrücklich als Freunde des Islam bezeichneten. Dieser Gedanke -ist Wahnwitz</i>”. Daar de zetel van de agitatie toen te Berlijn -was, voegt hij hieraan toe: “<i lang="de">Es sei hiermit gewarnt, -durch Erregung des religiösen Fanatismus Unruhe -herbeizuführen. Gegen jeden solchen Versuch werden alle -Kulturstaaten einmütig zusammenstehen</i>”. Vellen druks van -denzelfden inhoud zou ik kunnen aanhalen; tot slot nog dit eene: -“<i lang="de">Der Islâm ist eine Religion Hasses und des -Krieges. Es darf unter keinen Umständen geduldet werden, dass er -in einem Staate der Kulturmenschheit das normgebende Prinzip -ist</i>”.</p> -<p>Minstens even talrijke uitspraken van denzelfden schrijver zou ik -kunnen citeeren, die den indruk geven, dat de Turken de minst geschikte -natie van het Turkenrijk zijn om iets goeds voor de ontwikkeling van -hun land te doen. Overal, waar het Turkenelement zich aan andere -Mohammedanen met het zwaard opdrong, heeft het “<i lang="de">den -Kulturbesitz vernichtet und an kulturellen Werten nichts, <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name="pb130">130</a>]</span>absolut nichts geschaffen</i>”. Hun -religieuze eigenwaan is nog onverdragelijker dan hun nationale. De -Turken van Constantinopel zijn “<i lang="de">ein schauderhaftes -Gesindel</i>”, en de “<i lang="de">biedere -Anatolier</i>” (die ook bij Grothe voorkomt) een product der -legende. En zulk eene minderwaardige natie “<i lang="de">will in -dem grossen Reiche von Skutari und Prevesa bis Wan und Basra das -herrschende Element sein!</i>”</p> -<p>Prof. Hartmann heeft een bijzonder levendig temperament, en ik denk -er niet aan, zijne meeningen te onderschrijven of zijne uitdrukkingen -van overdrijving vrij te pleiten. Maar in zaakkennis staat hij verre -boven Grothe, en wat Turkije betreft, ook boven Becker, naast wien hij -de hoofdvertegenwoordiger der Islâm-studie in Duitschland is. -Trouwens Becker zelf heeft zich vroeger, zij het in gematigder vorm en -ietwat anders genuanceerd, over de Islâm-quaestie ongeveer in -denzelfden zin uitgelaten. Becker heeft natuurlijk zelf het eerst den -strijd gevoeld tusschen zijn medeschermen, in zijne jongste -geschriften, met de begrippen <i>chalief</i> en <i>djihâd</i> en -zijne in vroegere tijden van rustigen wetenschappelijken arbeid -uitgesproken meeningen. Zelf herhaalt hij de slotphrase van eene in -1910 door hem te Parijs gehouden voordracht: “<i lang="fr">Si la -solidarité de l’Islam est un phantôme, la -solidarité de la race blanche est une -réalité</i>”, maar thans om den indruk dier woorden -te verzwakken, en ze te beperken tot den Islâm der negers in -Afrika, die het hoofdonderwerp zijner rede vormden. Waarschijnlijk -heeft geen der hoorders die beperking begrepen, daar aan de geciteerde -woorden deze onmiddellijk voorafgingen: “de vrees, dat de eene -mogendheid zich met den Islâm zou verbinden om de plannen der -andere te dwarsboomen, schijnt mij niet zeer gegrond”. Bovendien -had Becker vroeger, bijv. in 1904 in een artikel over het -Panislamisme<a class="noteref" id="xd25e3640src" href="#xd25e3640" -name="xd25e3640src">8</a> de panislamitische gedachte als in strijd met -de wezenlijke belangen van Turkije voorgesteld, “<i lang="de">Die -Jungtürken hatten gehofft</i> (na den Russisch-Turkschen oorlog -van 1878) <i lang="de">durch ihre Reformen gerade jenes religiöse -Moment auszutilgen, <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" -name="pb131">131</a>]</span>das den Sultan in erster Linie zum -Chalifen, zum Vorkämpfer des Islam machte und so</i> <b lang="de">eine gesunde Entwicklung des doch zum grossen Teile aus Christen -bestehenden Otmanischen Reiches ausschloss</b>”. En in de -Duitsche vertaling<a class="noteref" id="xd25e3661src" href="#xd25e3661" name="xd25e3661src">9</a> der zooeven genoemde in 1910 te -Parijs gehouden voordracht komt nog het volgende voor: “<i lang="de">Das Kalifat des Sultans von Konstantinopel war bis zur -jungtürkischen Revolution der Ausgang der türkischen -Islampolitik. Zwar hat die junge Turkei die Kalifatansprüche nicht -aufgegeben</i>, <b lang="de">aber wenn sie sich überhaupt zu einem -Verfassungsstaat entwickeln will, wird sie möglichst wenig -Gebrauch davon machen mussen ….. Eine starke Türkei -wird selbstverstandlich nie die politische Oberhoheit über die -islamischen Untertanen anderer Mächte -beanspruchen …..</b>”</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.27" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1365">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Beckers recente wijziging van inzicht. Bezoeken van -Keizer Wilhelm aan Turkije.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In zijne recente brochure “<i lang="de">Deutschland und der Islam</i>” erkent trouwens Becker zijne -onlangs tot stand gekomen bekeering en de onjuistheid van zijn vroeger -jarenlang gekoesterd inzicht. Zoowel hij als Grothe staan uitvoerig -stil bij de twee bezoeken (1889 en 1898) van Keizer Wilhelm aan den -Soeltan <span class="corr" id="xd25e3684" title="Bron: Abdoe-Hamied">Abdoel-Hamied</span>, de tweede maal gecombineerd -met hetgeen Grothe noemt “<i lang="de">eine politische -Pilgerfahrt nach dem Heiligen Lande</i>”. De wereld heeft die -bezoeken, waarvan het eerste een jaar na de verleening der Anatolische -spoorwegconcessie, dus in 1889, plaats greep, beschouwd als -overluisterrijke demonstraties van de industrieele en commercieele -belangstelling van Duitschland in Turkije. De wijze van uitvoering gaf -velen, ook in Duitschland, aanleiding tot schouderophalen. Vooreerst -scheen Abdoel-Hamied, de “bloeddrinkende” tyran, aan wiens -misdaden toch reeds de groote mogendheden min of meer medeplichtig -werden door hetgeen Bérard, en Martin Hartmann met hem, -“<i lang="fr">la conspiration du silence</i>” noemden, een -vreemd gekozen object voor de zóó hartelijke -vriendschapsbetuiging, die als herinnering te Constantinopel eene -plompe, <span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span>volgens deskundigen met allen kunstsmaak -spottende fontein achterliet. Verder was de indruk van het bezoek op de -Moslimsche wereld geenszins de bedoelde. Wel vond men het merkwaardig, -dat de monarch van een machtig Europeesch rijk den Soeltan tweemaal -zijne hulde kwam bewijzen, te meer, dat men wist, dat geene -tegenbezoeken van den Soeltan daarop volgden; <i>de bezoeker</i> deed -zich dus aan de Oostersche voorstelling als <i>den mindere</i> kennen, -en eenvoudige Mohammedaansche zielen, die hunne kennis van de -wereldkaart en van de wereldgeschiedenis meer uit de legende dan uit de -werkelijkheid putten, zagen daarin eene bevestiging hunner opvatting, -dat de heele aarde aan den machtigsten Moslimschen soeverein -onderworpen is en dat alle andere vorsten zijne, zij het dan deels zeer -ongehoorzame, vasallen zijn. Tot den roem van Duitschland in het Oosten -droegen die huldebewijzen allerminst bij, wat ook vleiers daarvan aan -Duitsche reizigers op den mouw mochten spelden. Den allerzonderlingsten -indruk echter maakte op alle kenners van den Islâm de toespraak, -die de Keizer op zijne tweede reis (1898) te Damascus bij het graf van -Saladijn hield, waar hij tevens eene krans deponeerde.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.28" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1372">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">De rede op het graf van Saladijn.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Saladijn is in Europa door de geschiedenis der -Kruistochten en vooral door Lessing populair geworden; in het -Mohammedaansche Oosten is zijn naam lang vergeten, behalve bij de -weinige beoefenaars van geschiedenis en letterkunde. Dezen kennen hem -als een gewetenloos politicus, die door ontrouw en verraad tot hooge -macht is opgeklommen, en wien men veel vergeeft omdat hij een streng -orthodox <i>kafirhater</i> geweest is; niet als het toonbeeld van -18<sup>de</sup>-eeuwsche verdraagzaamheid, dat Lessing in zijnen Nathan -van hem maakte. Op het graf dan van dezen hater des Christendoms sprak -de Keizer van een wereldrijk, dat, zooals Becker herinnert, het -Christendom tot staatsgodsdienst heeft, deze woorden: “<i lang="de">Die dreihundert Millionen Mohammedaner, die in der Welt zerstreut -sind, mögen dessen versichert sein, dass ewig<a class="noteref" -id="xd25e3715src" href="#xd25e3715" name="xd25e3715src">10</a> -<span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>der Deutsche Kaiser ihr Freund sein -wird</i>”. Dit gedeelte der vertooning heeft in de Moslimsche -wereld even weinig blijvenden indruk gemaakt als Saladijn zelf, en -Duitsche geleerden namen er destijds hoofdschuddend kennis van. Nu doen -zij echter plotseling opgeld: Grothe en Becker geven er hunne exegese -van, en men heeft er de Turken zoo krachtig aan herinnerd, dat -Nazim-bey ze in zijne toespraak aan den Duitschen Gezant citeerde, en -dat de Soeltan er bij vergissing de inmiddels reeds vaak verbeterde, en -in ieder geval sterk verouderde volkstelling der Mohammedanen uit -overnam in zijn manifest.</p> -<p>Becker heeft tot voor korten tijd, “<span lang="de">aus -Unkenntnis</span>” zooals hij het thans verklaart, deze -“<i lang="de">Betonung des Kalifentitels durch Deutschland als -einen Fehler beurteilt</i>”, maar nu, na hetgeen Fürst von -Bülow in “<i lang="de">Deutschland unter Kaiser Wilhelm -II</i>” uiteengezet heeft, ziet hij daarin met blijdschap de -eerste krachtige uiting van eene “<i lang="de">bewusste deutsche -Islampolitik</i>” en het bewijs, “<i lang="de">dass die -deutsche Politik von Anfang an mit dem <span class="corr" id="xd25e3737" title="Bron: Islâm">Islam</span> als internationalem -Factor gerechnet hat</i>”. Beckers wetenschappelijke geweten is -bij deze bekeering en bij zijne verdediging der opname van het -chalifaat onder de factoren der internationale politiek niet zoo gerust -als dat van Grothe, die van het groteske dezer Islâmpolitiek -niets schijnt te voelen. Becker zegt althans, dat hij over de -verhouding van Turkije tot den Islâm niet geacht wil worden eenig -oordeel te hebben uitgesproken, dat hij zich ertoe bepaalt, te -constateeren, dat die verhouding bestaat, dat nu eenmaal millioenen -ontevreden Mohammedaansche onderdanen van Europeesche staten hunne -redding van Turkije verwachten, en dat het uur voor Duitschland gekomen -is om van die stemming partij te trekken.</p> -<hr class="tb"> -<p>Redding van Turkije! Het rijk, waarvan Martin Hartmann nog kort -geleden zeide, dat “<i lang="de">die Ausschaltung der -islamisch-türkischen Herrschaft aus Europa bevorsteht</i>”; -of elders, dat “<span lang="de"><i>schon längst über -sie</i> (die Türkei) <i>hätte verhängt werden sollen: -die Stellung unter Kuratel</i></span>”, of <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>nogmaals: “<i lang="de">so tritt nur -schneller das ein, was doch einmal kommen muss: das Entfallen der -politischen Macht aus den Händen des absterbenden -Türkentums</i>”; van Turkije, dat volgens Becker herboren -moet worden en onder krachtige leiding van Duitschland omgeschapen tot -een modernen cultuurstaat, hetgeen hij eenige jaren geleden slechts dan -uitvoerbaar verklaarde, wanneer de chalifaatsidee of geheel werd -opgegeven of zoo weinig mogelijk naar voren gebracht werd!</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.29" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1379">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking -van Moslimsch fanatisme.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Hoe komt het, dat nu opeens voor Turkije mogelijk -wordt geacht, wat tot dus dusver als eene ongerijmdheid werd terzijde -gesteld, dat thans voor dat rijk als nuttig wordt aangeprezen datgene, -waarin men tot vóór korten tijd zijn zekeren ondergang -gelegen achtte? Hartmann heeft, toen hij in zijn “<i lang="de">Ultimatum des Panislamismus</i>” de agitatoren geeselde, die -aan het Turksch-Italiaansche conflict het karakter van eenen -godsdienstoorlog wilden geven, meteen de scherpste critiek, die men -zich denken kan, geleverd van de tegenwoordige poging van Duitschland -om het middeleeuwsche fanatisme der Mohammedaansche wereld, dat aan het -uitsterven was, nieuw leven in te blazen. “<i lang="de">Die -Türkei kann nur ausrufen: “Himmel bewahre mich vor meinen -Freunden!”</i>” zeide hij toen terecht. En wat moet Turkije -nu uitroepen, nu zijn beste vriend hem prikkelt tot eenen -wereldgodsdienstoorlog, en hem alvast de Mohammedaansche -krijgsgevangenen, die tegen Duitschland vochten, uitlevert om hen te -onderwerpen aan eene godsdienstig-politieke bekeeringskuur?</p> -<p>Wij kunnen dit alles slechts toeschrijven aan de jammerlijke -verstoring van het evenwicht, ook in de geestelijke atmosfeer van -hetgeen wij de beschaafde wereld plachten te noemen. Immers, in normale -tijden kennen wij de Duitschers als veel te bezonnen en te logisch om -den enormen onzin te verduwen, dat hetgeen in het algemeen als een -schande voor de menschheid en als eene ramp voor Turkije zou gelden, -goed en aanbevelenswaardig wordt, zoodra Duitschland zich achter of -naast de Halve Maan <span class="corr" id="xd25e3774" title="Bron: plaats">plaatst</span>. Wij weten van niet vele <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span>der -tegenwoordige verschrikkelijke gebeurtenissen, waarop zij zullen -uitloopen, maar dit meen ik nu reeds met zekerheid te mogen -voorspellen, dat binnen niet langen tijd tal van Duitsche geschriften -zullen getuigen van de ook in Duitschland ontwaakte ergernis over het -onwaardige spel, dat thans met het chalifaat en den heiligen oorlog -gespeeld wordt.</p> -<p>Gewaagd zou het zijn, nu de feiten zoo spoedig hunne onweerlegbare -taal zullen spreken, te willen voorzeggen, in hoeverre de poging om een -Mohammedaanschen godsdienstoorlog op groote schaal te doen ontvlammen -en daarmede onafzienbare verwarring der internationale verhoudingen te -doen ontstaan, slagen kan. Hartmann heeft die mogenlijkheid indertijd -met volle overtuiging betwist: “<i lang="de">…. sobald die -Vertreter der verschiedenen islamischen Gruppen über gemeinsame -Schritte beraten, zeigt sich die ungeheure Verschiedenheit der -völkischen, wirtschaftlichen und geistigen Tendenzen, die sich -unter den zweihundert Millionen Muslimen finden</i>” zeide hij. -Becker, die vroeger “<i lang="de">die Solidarität des Islam -ein Phantom</i>” noemde, zegt nu: “<i lang="de">Der grosse -Krieg, der so viel aufdeckt und entscheidet, wird auch den Beweis -erbringen, ob der so oft besprochene internationale Zusammenhang des -Islam ein realer Faktor ist oder ein Hirngespinst</i>”.</p> -<p>Zeker zal het, indien Duitschland bij zijne -“Islampolitik” van dit oogenblik volhardt, niet ontbreken -aan allerlei maatregelen om in de Mohammedaansche wereld bekendheid te -geven aan de geschiedenis van het ontstaan dier politiek en aan de -nieuwe verhouding van vasal, waarin de herboren Soeltan-Chalief zich -tegenover Duitschland geplaatst zou zien, wanneer de Duitsche idealen -verwezenlijkt werden. Tegen eenen Heer der Geloovigen onder eenen -ongeloovigen voogd zullen echter ook Mohammedanen van den ouden -stempel, die anders mogelijk dupen van de comedie zouden worden, hunne -ernstige bedenkingen hebben. Het hoofdargument voor de aanspraak der -Osmanen-soeltans op den titel van Chalief was <i>hun</i> zwaard, maar -niet een zwaard, dat getrokken <span class="pagenum">[<a id="pb136" -href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>en in de scheede gestoken -werd op de bevelen van een ongeloovigen “bondgenoot”.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5.30" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#xd25e1386">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog.</h3> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Uit vertrouwbare bron vernam ik onlangs, dat de -drukkerij van het Turksche dagblad <i>Ṭanîn</i> een pamflet -over den heiligen oorlog heeft uitgegeven en verspreid, waarin ook de -Mohammedaansche onderdanen van staten, die ten opzichte van den -tegenwoordigen oorlog neutraal zijn, tot verzet tegen hunne regeeringen -opgehitst worden. O. a. moet daarin sprake zijn van de veertig millioen -Mohammedanen, die gebukt gaan onder het juk der halfbeschaafde -Hollanders. Hierdoor is zeker gehandeld tegen de bedoeling van den -Duitschen voogd; maar slechte hartstochten laten zich gemakkelijker -opwekken dan binnen perken houden.</p> -<p>Gelukkig behoeven wij ons over onze Nederlandsch-Indische -Mohammedanen niet bezorgd te maken. Zij namen den Islâm aan, toen -het Turksche rijk reeds bestond, maar zonder dat Turkije er iets van -bemerkte, en zij hebben met het rijk der Halve Maan nooit eenige -aanraking gehad. De Soeltan van Roem, zooals zij den Grooten Heer van -Constantinopel noemen, is voor hen een legendarisch wezen gebleven. De -panislamitische gedachte is wel naar den Oost-Indischen Archipel -overgewaaid, maar heeft er slechts weinig vatbaren bodem gevonden. De -groote massa der lagere klassen bleef onaangedaan, en de meerderheid -der hoogere standen is tegenover dit religieus-politieke mengsel van -bedrog en zotheid volslagen immuun. En wij mogen gegronde hoop -koesteren, dat die immuniteit zich steeds zal uitbreiden. Want, heeft -Duitschland pas onlangs met de door ons aangeduide vertooningen zijne -“<i lang="de">bewusste Islampolitik</i>” geinaugureerd, wij -hebben al eenige jaren langer tegenover de door de geschiedenis aan -onze zorgen toevertrouwde Inlandsche bevolking onze welbewuste -opvoedingspolitiek, en dáártegen zijn chalifaat en -heilige oorlog en andere middeleeuwsche ongerechtigheden gelukkig -machteloos. Wanneer wij maar onwrikbaar vasthouden aan de sedert eeuwen -aan onze Mohammedanen gewaarborgde volledige godsdienstvrijheid en -tevens de ingeslagen richting van <span class="pagenum">[<a id="pb137" -href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span>educatie in steeds sneller -tempo blijven volgen, dan behoeven wij de eigenaardige soort van -“<i lang="de">geistige Waffen</i>”, die thans voor het -eerst met het merk “<i lang="en">made in Germany</i>” in -omloop gebracht worden, nooit te vreezen. Toch blijven wij in het -belang der menschheid hopen, dat Duitschland eerlang dit nieuwe product -uit den handel terugneemt.</p> -<hr class="tb"> -<p>De heilige oorlog van den Islâm is, zooals wij meermalen -herinnerden, een door en door middeleeuwsch instituut, waaraan zelfs de -Mohammedaansche wereld bezig was te ontgroeien. Ééne -eigenaardigheid van dit instituut kunnen wij ongeveinsd bewonderen: -heilige oorlog tegen medeleden der Mohammedaansche gemeenschap is door -de wet van den Islâm absoluut uitgesloten. De beperking van de -levensgemeenschap tot Mohammedanen, tot hen, die hetzelfde dogma over -het Hiernamaals belijden, is middeleeuwsch, maar de beschouwing van -strijd binnen de sfeer der levensgemeenschap als goddeloos biedt een -voortreffelijk aanknoopingspunt voor de hoogste sociale beschaving en -is voor de moderne wereld ietwat beschamend. Hooren wij, wat Martin -Hartmann in zijn opgewonden toon daarover schreef: “<i lang="de">Im Gegensatze zum Islam, wo grundsätzlich der Krieg auf den -Kampf gegen die Andersgläubigen als “Ungläubige” -beschränkt ist, wird in den christlichen Ländern an dem -Kriege gegen Glaubensgenossen von niemand Anstoss genommen, und hier -sind nicht selten die Diener der Kirche der Liebe die Eifrigsten im -Schüren, also in der Verleugnung des Evangeliums; sie -prästieren auf Kommando die patriotische Geberde, die in diesem -Falle eine Verletzung des fünften Gebotes darstellt, nicht zu -sprechen von jenem andern: Du sollst deinen Nächsten lieben als -dich selbst</i>”.</p> -<p>Inderdaad, in den Islâm behoeft men slechts de middeleeuwsche -beperking van het volledige bestaansrecht tot de geloofsgenooten op te -heffen, en de levensgemeenschap tot de gansche menschheid uit te -breiden, om den algemeenen wereldvrede tot een absoluut voorschrift -<span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span>der Moslimsche wet te stempelen. Voor moderne -staten, die Mohammedanen als onderdanen, beschermden of bondgenooten -hebben, is de schoone taak weggelegd om dezen, en zichzelve tevens, tot -die hooge opvatting der menschelijke samenleving op te leiden; liever -dan hen in eigen belang terug te voeren in de wegen van middeleeuwschen -geloofshaat, die zij juist bezig waren te verlaten. <span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3122" href="#xd25e3122src" name="xd25e3122">1</a></span> -“<i>Eenige Arabische strijdschriften besproken</i>” -(Tijdschrift van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en -Wetenschappen, Deel XXXIX, blz. 379–427). <a class="fnarrow" -href="#xd25e3122src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3128" href="#xd25e3128src" name="xd25e3128">2</a></span> In -“De Gids” van Januari 1909 deed ik verslag van mijne daar -opgedane ervaringen. <a class="fnarrow" href="#xd25e3128src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3258" href="#xd25e3258src" name="xd25e3258">3</a></span> Grothe -werd op zijne reizen door Turken telkens in zijne hoedanigheid van -Duitscher als “onze vriend” aangeduid, hetgeen hij met -<i>bizim dost</i> in plaats van <i>dostumuz</i> weergeeft, en als -Turksch voor Duitscher schrijft hij steeds <i>Alemanly</i> in plaats -van <i>Alman</i> of <i>Almanjaly</i>. <a class="fnarrow" href="#xd25e3258src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3338" href="#xd25e3338src" name="xd25e3338">4</a></span> Zij -zijn, in het Turksch afgedrukt, te vinden in Beckers tijdschrift -“<i lang="de">Der Islam</i>”, Bd. V, Heft 4, met vertaling, -en in M. Hartmanns “<i lang="de">Islampolitik</i>” in -“<i lang="de">Koloniale Rundschau</i>”, 1914, Heft -11–12, met vertaling en uitvoerige toelichting. In dit laatste -artikel, dat mij eerst na het afdrukken der eerste uitgave van dit -opstel onder de oogen kwam, maakt ook Hartmann <i>tabula rasa</i> van -veel van hetgeen hij vroeger over den Islâm en de Turken -geschreven heeft, en toont zich, met een zeker voorbehoud, bekeerd tot -den heiligen oorlog niet alleen, maar verwijt aan anderen, dat zij -vroeger zoo <span class="pagenum">[<a id="pb121n" href="#pb121n" name="pb121n">121</a>]</span>gedacht hebben als hij zelf deed. Hij merkt op, -dat de woorden van Keizer Wilhelm bij het graf van Saladijn te meer -indruk moesten maken, omdat de Mohammedanen vroeger niet veel -dergelijks te hooren kregen. “<i lang="de">Die anderen -Grossmächte haben fast immer nur verächtliche Worte für -die Türken und den Islam gehabt, zum Teil haben verantwortliche -Staatsmänner sich mit einer Schärfe gegen den Islam -ausgesprochen, die aus dem beschränkten Gesichtskreis, in dem sie -aufgewachsen sind, und der <span class="corr" id="xd25e3357" title="Bron: ihrem">ihren</span> Lande mit seinem Dünkel der -Gottesstaatsidee eigen ist, zu erklären, aber nicht zu -entschuldigen ist. Wir haben nicht den geringsten Grund, von der bisher -beobachteten Haltung abzugehen, etc.</i>” Deze woorden, uit de -pen van een geleerde, van wiens ontelbare uitspraken tegen Turkije en -den <span class="corr" id="xd25e3361" title="Bron: Islam">Islâm</span> in de volgende bladzijden eene kleine -bloemlezing gegeven wordt, zouden ons tot stomme verbazing brengen, als -niet zoovele andere verschijnselen ons met de psychose van den oorlog -vertrouwd gemaakt hadden. <a class="fnarrow" href="#xd25e3338src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3427" href="#xd25e3427src" name="xd25e3427">5</a></span> Het -behoort tot eene lange reeks van “<i lang="de">Politische -Flugschriften</i>”, die door <i>Ernst Jäckh</i> worden -uitgegeven, en waartoe alweder Fürst von Bülow en andere -beroemdheden bijdragen leveren. Becker gaf verder in de verzameling -“<i lang="de">Bonner Vaterländische Reden und Vorträge -während des Krieges</i>” eene voordracht over -“<i lang="de">Deutsch-Türkische -Interessengemeinschaft</i>”, in de <i lang="de">Süddeutsche -Monatshefte</i> een opstel “<i lang="de">England und -Egypten</i>”, en in “<i lang="de">Das Grössere -Deutschland</i>” een artikel “<i lang="de">England und der -Islâm</i>”. <a class="fnarrow" href="#xd25e3427src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3513" href="#xd25e3513src" name="xd25e3513">6</a></span> Wij -citeeren hier slechts enkele uitlatingen van <span class="corr" id="xd25e3515" title="Bron: orientalisten">oriëntalisten</span>, en -laten de vele gelijksoortige uitspraken van geleerden, wier -studievakken hen slechts van ter zijde met het Oosten in aanraking -brachten, zooals bijv. H. von Treitschke, ter zijde. <a class="fnarrow" href="#xd25e3513src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3537" href="#xd25e3537src" name="xd25e3537">7</a></span> Ik geef -hier eene kleine bloemlezing van titels van M. Hartmann’s -geschriften, uit de allerlaatste jaren: “<i lang="de">Der Islam -1908</i>” (in: <span lang="de">Mitteilungen des Seminars für -Orient. Spr. in Berlin, Jahrg. XII, Abt. II, 1909</span>), -“<i lang="de">Die Arabische Frage</i>”, Leipzig 1909, -“<i lang="de">Der Islam</i>”, Leipzig 1909, “<i lang="de">Die neuere Literatur zum turkischen Problem</i>” in: -<span lang="de">Zeitschrift für Politik 1909</span>, -“<i lang="de">Unpolitische Briefe aus der Türkei</i>”, -Leipzig 1910, “<i lang="de">Islam, Mission und -Politik</i>”, Leipzig 1912, “<i lang="de">Fünf -Vorträge über den Islam</i>”, Leipzig 1912, -“<i lang="de">Das Ultimatum des Panislamismus</i>” (over -den heiligen oorlog tegen <span class="pagenum">[<a id="pb129n" href="#pb129n" name="pb129n">129</a>]</span>Italië) in: <span lang="de">Das Freie Wort Jahrg. XI, N<sup>o</sup>. 16</span>, -“<i lang="de">Mission und Kolonialpolitik</i>” in: -<span lang="de">Koloniale Rundschau, Heft 3, März -1911</span>. <a class="fnarrow" href="#xd25e3537src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3640" href="#xd25e3640src" name="xd25e3640">8</a></span> -“<i lang="de">Panislamismus</i>” (in: <span lang="de">Archiv für Religionswissenschaft, Bd. VII, -1904</span>). <a class="fnarrow" href="#xd25e3640src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd25e3661" href="#xd25e3661src" name="xd25e3661">9</a></span> -“<i lang="de">Der Islam und die Kolonisierung -Afrika’s</i>” in: <span lang="de">Internat. Wochenschrift -für Wissenschaft, Kunst und Technik, 19 Febr. -1910</span>. <a class="fnarrow" href="#xd25e3661src">↑</a></p> -<p class="footnote" lang="nl"><span class="label"><a class="noteref" -id="xd25e3715" href="#xd25e3715src" name="xd25e3715">10</a></span> Wel -een passend attribuut voor politieke vriendschap! <a class="fnarrow" href="#xd25e3715src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1 ads"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="first">Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen:</p> -<p lang="de"><b>Juynboll, Th. W.</b>, Handbuch des Islamischen Gesetzes -nach der Lehre der Schâfi’itischen Schule, nebst einer -allgemeinen Einleitung. 8<sup>o</sup>. <span class="flushRight">ƒ -5.25</span></p> -<p>Gebonden <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 5.75</span></p> -<p><b>Snouck Hurgronje, C.</b>, Het Gajōland en zijne bewoners. -Met eene overzichtskaart van de Gajō- en Alaslanden. Uitgegeven op -last der Regeering. Batavia. (Met 24 platen en 1 kaart in afzonderlijke -mappe). gr. in-8<sup>o</sup>. Cart. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 5.—</span></p> -<p lang="en"><b>Snouck Hurgronje, C.</b>, The Achehnese. Translated by -the late A. W. S. O’Sullivan. With an Index by R. J. Wilkinson. 2 -vol. (With Titleplates, 2 Charts and text-illustr.). roy. -in-8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 17.50</span></p> -<p>Gebonden <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 19.25</span></p> -<p><b>Snouck Hurgronje, C.</b>, Arabië en Oost-Indië. Rede -uitgesproken 23 Januari 1907. 8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 0.40</span></p> -<p><b>Snouck Hurgronje, C.</b>, Michaël Jan de -Goeje.—<span lang="fr">Traduction française de Madeleine -Chauvin. (<abbr title="Avec Portrait">Av. Portr.</abbr>). -8<sup>o</sup>.</span> <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 1.50</span></p> -<p><b>Thomas, Th.</b>, Eenige opmerkingen naar aanleiding van het -pachtstelsel op Java. 8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 1.25</span></p> -<p><b>Vollenhoven, C. van</b>, Het adatrecht van -Nederlandsch-Indië. Afl. 1–5 <span class="flushRight">à <span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 0.80</span></p> -<p>Kompleet in 15 afleveringen.</p> -<p><b>Vollenhoven, C. van</b>, Miskenningen van het adatrecht, vier -voordrachten aan de Nederlandsch-Indische bestuursacademie. -8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 1.—</span></p> -<p><b>Vollenhoven, C. van</b>, Een adatwetboekje voor heel Indië. -8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 0.75</span></p> -<p><b>Willinck, G. D.</b>, Het rechtsleven bij de Minangkabausche -Maleiërs. 8<sup>o</sup>. <span class="flushRight"><span class="ditto"><span class="s">ƒ</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> 10.—</span></p> -<p class="xd25e3973">BOEKDRUKKERIJ VOORHEEN E. J. -BRILL—LEIDEN.</p> -</div> -</div> -<div class="transcribernote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctiontable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1350">XVIII</a></td> -<td class="width40 bottom">meer</td> -<td class="width40 bottom">neer</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1404">1</a>, -<a class="pageref" href="#xd25e3361">121</a></td> -<td class="width40 bottom">Islam</td> -<td class="width40 bottom">Islâm</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1426">2</a></td> -<td class="width40 bottom">Arabie</td> -<td class="width40 bottom">Arabië</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1436">3</a></td> -<td class="width40 bottom">menscheid</td> -<td class="width40 bottom">menschheid</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1523">7</a></td> -<td class="width40 bottom">wederwaren</td> -<td class="width40 bottom">wedervaren</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1693">19</a></td> -<td class="width40 bottom">veldwon</td> -<td class="width40 bottom">veld won</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1725">21</a></td> -<td class="width40 bottom">geweldadig</td> -<td class="width40 bottom">gewelddadig</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1735">21</a></td> -<td class="width40 bottom">Hindoeïstische</td> -<td class="width40 bottom">Hindoeistische</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1753">22</a></td> -<td class="width40 bottom">volkstammen</td> -<td class="width40 bottom">volksstammen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e1777">23</a></td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="width40 bottom">?</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2021">37</a></td> -<td class="width40 bottom">huwelijkscontrat</td> -<td class="width40 bottom">huwelijkscontract</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2049">39</a></td> -<td class="width40 bottom">bereikten</td> -<td class="width40 bottom">bereiken</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2116">43</a></td> -<td class="width40 bottom">rechtschool</td> -<td class="width40 bottom">rechtsschool</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2152">44</a>, -<a class="pageref" href="#xd25e2860">92</a></td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2162">45</a></td> -<td class="width40 bottom">ge-gerangschikt</td> -<td class="width40 bottom">gerangschikt</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2177">46</a></td> -<td class="width40 bottom">Goeverneur-Generaal</td> -<td class="width40 bottom">Gouverneur-Generaal</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2206">47</a></td> -<td class="width40 bottom">Zij</td> -<td class="width40 bottom">zij</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2258">50</a></td> -<td class="width40 bottom">askese</td> -<td class="width40 bottom">ascese</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2352">58</a></td> -<td class="width40 bottom">geinteresseerd</td> -<td class="width40 bottom">geïnteresseerd</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2370">59</a></td> -<td class="width40 bottom">De</td> -<td class="width40 bottom">Dat</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2456">65</a></td> -<td class="width40 bottom">bestuurambtenaren</td> -<td class="width40 bottom">bestuursambtenaren</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2581">73</a></td> -<td class="width40 bottom">al</td> -<td class="width40 bottom">als</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2586">73</a></td> -<td class="width40 bottom">waren</td> -<td class="width40 bottom">ware</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2689">81</a></td> -<td class="width40 bottom">meenig</td> -<td class="width40 bottom">meening</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2776">87</a></td> -<td class="width40 bottom">ge heel</td> -<td class="width40 bottom">geheel</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2857">92</a></td> -<td class="width40 bottom">als</td> -<td class="width40 bottom">al</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2924">96</a></td> -<td class="width40 bottom">tegen over</td> -<td class="width40 bottom">tegenover</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e2931">97</a></td> -<td class="width40 bottom">accomodatievermogen</td> -<td class="width40 bottom">accommodatievermogen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3090">110</a></td> -<td class="width40 bottom">Mohamedaansche</td> -<td class="width40 bottom">Mohammedaansche</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3102">111</a></td> -<td class="width40 bottom">dynastien</td> -<td class="width40 bottom">dynastiën</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3226">116</a></td> -<td class="width40 bottom">Goeverneur</td> -<td class="width40 bottom">Gouverneur</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3357">121</a></td> -<td class="width40 bottom">ihrem</td> -<td class="width40 bottom">ihren</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3421">124</a></td> -<td class="width40 bottom">sluimerde</td> -<td class="width40 bottom">sluimerende</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3468">125</a></td> -<td class="width40 bottom">;</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3515">128</a></td> -<td class="width40 bottom">orientalisten</td> -<td class="width40 bottom">oriëntalisten</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3684">131</a></td> -<td class="width40 bottom">Abdoe-Hamied</td> -<td class="width40 bottom">Abdoel-Hamied</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3737">133</a></td> -<td class="width40 bottom">Islâm</td> -<td class="width40 bottom">Islam</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd25e3774">134</a></td> -<td class="width40 bottom">plaats</td> -<td class="width40 bottom">plaatst</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Afkortingen</h3> -<p>Overzicht van gebruikte afkortingen.</p> -<table class="abbreviationtable" summary="Overzicht van gebruikte afkortingen."> -<tr> -<th>Afkorting</th> -<th>Uitgeschreven</th> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">a. d.</td> -<td class="bottom">aan de</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">Av. Portr.</td> -<td class="bottom">Avec Portrait</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">N. V.</td> -<td class="bottom">Naamloze Vennootschap</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">VOORH.</td> -<td class="bottom">VOORHEEN</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> - - - - - - - -<pre> - - - - - -End of Project Gutenberg's Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM *** - -***** This file should be named 54810-h.htm or 54810-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/4/8/1/54810/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg (This file was produced from images generously -made available by The Internet Archive/Canadian Libraries) - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - - -</pre> - -</body> -</html> diff --git a/old/54810-h/images/logo-ejb.jpg b/old/54810-h/images/logo-ejb.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8e777cb..0000000 --- a/old/54810-h/images/logo-ejb.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/54810-h/images/new-cover-tn.jpg b/old/54810-h/images/new-cover-tn.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index da48196..0000000 --- a/old/54810-h/images/new-cover-tn.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/54810-h/images/new-cover.jpg b/old/54810-h/images/new-cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8248d5d..0000000 --- a/old/54810-h/images/new-cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/54810-h/images/titlepage.png b/old/54810-h/images/titlepage.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 6dbb174..0000000 --- a/old/54810-h/images/titlepage.png +++ /dev/null diff --git a/old/old/54810-8.txt b/old/old/54810-8.txt deleted file mode 100644 index 92fc050..0000000 --- a/old/old/54810-8.txt +++ /dev/null @@ -1,6230 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Nederland en de Islâm - -Author: C. Snouck Hurgronje - -Release Date: May 30, 2017 [EBook #54810] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg (This file was produced from images generously -made available by The Internet Archive/Canadian Libraries) - - - - - - - - - NEDERLAND EN DE ISLÂM - - DOOR - DR. C. SNOUCK HURGRONJE - - Hoogleeraar a. d. Rijks-Universiteit te Leiden. - - - 2e VERMEERDERDE DRUK - - N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ - VOORH. E. J. BRILL LEIDEN - - 1915 - - - - - - - - -VOORREDE. - - -Bijna vier jaren geleden leidde ik de eerste uitgave van dit thans -voor de tweede maal verschijnende werkje met de hieronder volgende -woorden bij den lezer in: - - - "Op uitnoodiging mijner mede-curatoren der Nederlandsch-Indische - Bestuursacademie sprak ik in Maart 1911 voor de aan die Academie - studeerende ambtenaren de vier voordrachten uit, die hier in - druk eenen grooteren kring van lezers aangeboden worden. Deze - omstandigheid moge ter verklaring dienen van hetgeen sommigen hier - te kort, anderen weder te wijdloopig behandeld mochten vinden". - - "Gerekend is immers op toehoorders, voor wie de Islâm èn door - hunne vroegere opleiding, èn door hunne ambtelijke ervaring geen - onbekende grootheid was, maar voor wie toch ook weer, daar de - gelegenheid tot diepere studie van de Mohammedaansche cultuur hun - had ontbroken, eene beknopte herinnering aan het vroeger geleerde - of waargenomene niet onwelkom kon zijn. Verder mocht bij hen in - den regel bekendheid door eigen aanschouwing met het leven van - Indonesische Mohammedanen ondersteld worden. Toch heb ik gemeend - voor mijn betoog de aandacht te mogen vragen ook van anderen, die - hetzij voor de voornaamste vraagstukken der koloniale politiek, - hetzij voor de problemen, die de Islâm aan de Westersche wereld - ter oplossing voorlegt, eenige belangstelling over hebben". - - "De richting, waarin ik de oplossing van het Islâm-probleem - voor Nederland vond, werd natuurlijk gewezen door het beginsel, - dat naar mijne overtuiging in het algemeen de verhouding moet - bepalen tusschen moederland en koloniën, tusschen de aan Westersch - gezag onderworpen volken en degenen, aan wie de geschiedenis - het gezag over hen in handen heeft gegeven. Daar tegenwoordig - in ons vaderland alle politieke partijen te dezen aanzien - in hoofdzaak ééne lijn trekken, heb ik het onnoodig geacht, - daarover opzettelijk uit te weiden. Al mogen de opvattingen in - het bijzondere nog verschillen, er is eenheid in het noodigste, - namelijk in de erkenning van de ethische koloniale politiek als - de eenig mogelijke". - - "Nu zijn mij echter van zeer geachte zijde naar aanleiding - mijner voordrachten een paar vragen gesteld, die mij nopen, - mijn algemeene uitgangspunt bij het onderzoek der hier door mij - behandelde vraagstukken, gelijk bij alle andere, die de koloniale - politiek betreffen, wat scherper te formuleeren". - - "De vragen kwamen in hoofdzaak hierop neer, of dan niet het - verwerven en behouden van koloniën bovenal voordeelen voor het - moederland ten doel moest hebben, en of niet de door mij en - anderen bepleite krachtige bevordering van de associatie der - Inlandsche maatschappij aan onze beschaving op den duur tot het - verlies onzer koloniën zou leiden". - - "Het zij mij vergund, met allen eerbied ook voor opvattingen, die - aan de tijden der Compagnie en van het cultuurstelsel doen denken, - mijne zienswijze zonder verder betoog apodictisch uit te spreken". - - "De exploitatie-theorie behoort tot een verleden, dat wij niet - terugwenschen en dat wij, al wenschten wij het, niet uit den dood - kunnen doen verrijzen, zelfs niet in een nieuwen vorm. Zelfs al - zou men eenzijdig voordeel voor het moederland als hoogste doelwit - van het koloniale bestuur ook in onzen tijd willen laten gelden, - dan toch zou een staatsman, die wat ver voor zich uit ziet, dat - voordeel nergens anders kunnen ontdekken dan in eene toekomst, - waarin de inboorlingen der koloniën door ons op de hoogste - plaats gebracht zijn, die hun aanleg hen in staat stelt, in te - nemen. Heeft die verheffing der inheemsche bevolking, die zijzelve - zoekt en dus ook vinden zal, onder onze krachtige leiding plaats, - dan hebben wij de grootst denkbare kans, dat het moederland er in - uitbreiding evenveel bij winnen zal als de vroeger overheerschten, - nu geassocieerden, in hoogte". - - "Wat de aardbol over een eeuw te zien zal geven, dat laat - zich noch van het standpunt der ethische, noch van dat der - exploitatie-politiek waarnemen. Vraagt men mij echter, - onder welk der beide régimes het verlies van Oostersche - wingewesten binnen de honderd jaren waarschijnlijker is, dan - zeg ik zonder eenige aarzeling: niets kan zulk verlies zekerder - verhaasten dan zelfzuchtige koloniale staatkunde van de soort, - die ons uit de annalen der Oost-Indische Compagnie en van het - cultuurstelsel van al te nabij bekend is, en welker doodvonnis - door het hooggerechtshof der geschiedenis geruimen tijd geleden - bekrachtigd werd". - - -De redactie van de "Revue du Monde Musulman" liet deze voordrachten -voor haar tijdschrift in het Fransch vertalen, en stelde die vertaling -ook afzonderlijk verkrijgbaar onder den titel "Politique Musulmane de -la Hollande". Maar ook in ons land hadden zij zich niet te beklagen -over gebrek aan belangstelling, en de hoofdgedachten, die eraan ten -grondslag lagen, vonden in wijden kring instemming. - -Dit laatste was voor den schrijver bijzonder aangenaam, en het -alleraangenaamst trof het hem, dat die instemming kwam uit kringen -van zeer uiteenloopende staatkundige en godsdienstige richting. Het -is werkelijk dringend noodig, dat wij voor de vervulling onzer -nationale pedagogische taak jegens de Mohammedaansche onderdanen -van den Nederlandschen staat eene gedragslijn vinden, die voor de -beweging van die verschillende richtingen ruimte laat. Indien dit -onmogelijk bleek, dan waren de dagen van ons bestaan als koloniale -mogendheid geteld. Die gemeenschappelijke gedragslijn, de grootst -gemeene deeler van aller wenschen, die dan door ieder voor zich met -een eigen factor vermenigvuldigd mag worden, is te vinden, wanneer -men gezamenlijk ernstig er naar zoeken wil, niet, wanneer ieder, -star voor zich uit kijkend, zijn eigen stokpaardje blijft berijden, -onder voortdurend aanbotsen tegen de andere ruiters. De grootste -voldoening gaven mij de bewijzen van sympathie, die ik uit de kringen -van zendelingen en zendingsvrienden mocht ontvangen, omdat, zooals ik -in mijne vierde voordracht opmerkte, het besef van de taak, die ons -volk ten aanzien der Inlandsche maatschappij te vervullen heeft, dáár -het levendigst is. Het spreekt wel van zelf, dat diegenen onder hen, -die zelf practisch op dat gebied werkzaam zijn, en aldus ervaring -opdoen van allerlei bezwaren, waarover de zendingsvrienden in het -moederland vaak luchtig heen redeneeren, meer neiging vertoonen -dan deze laatsten om met vollen ernst te luisteren naar voorstellen -betreffende een compromis, waartoe het in de werkelijkheid, zooals -zij wél weten, toch altijd komen moet. Daarom had de waardeering, -die ik juist van hunne zijde ruimschoots mocht ondervinden, voor -mij dubbele waarde, en hielp zij mij om de ook niet ontbrekende -wanklanken zonder ontmoediging te vernemen. Dit werd mij trouwens -in het bijzonder gemakkelijk gemaakt door zulke besprekers, die -blijk gaven, dat hun godsdienstig denken door politieke partijschap -in bedenkelijke mate geinfecteerd was. Zoo bijv. een schrijver in -"Stemmen des Tijds", die niet alleen dikwijls eene geheel scheeve -voorstelling van mijn bedoeling gaf, maar naief genoeg was om te -verklaren, dat hij bij eerste lezing mijner voordrachten gemeend -had, dat "wij het werk met vereende krachten konden doen", maar dat -hij vervolgens door de debatten in de Tweede Kamer tot een juister -inzicht werd gebracht. Duidelijker kan men niet uitkomen voor de -verpolitieking zijner inzichten over de groote vraagstukken van -"Oost en West", die ons volk zich ter oplossing voorgelegd ziet. - -Wie zich bij de behandeling dier problemen niet weet te verheffen -boven het kleinzielige partijleven van onze vaderlandsche politiek, -die blijve er af; zijn arbeid, hetzij voor de Christelijke, hetzij -voor de nationale zending in onze koloniën, is van tevoren met -onvruchtbaarheid geslagen. - - - -Juist toen ik gereed was met het aanbrengen van enkele verbeteringen -en aanvullingen voor de tweede uitgave mijner voordrachten, gaven de -jongste gebeurtenissen op het groote wereldtooneel mij aanleiding tot -het schrijven van een Gidsartikel over de wijze, waarop Duitschland -onlangs begonnen is te trachten, het Mohammedaansche fanatisme aan -zijne belangen dienstbaar te maken. Het kwam mij voor, dat bedoeld -opstel, met een paar kleine toevoegingen, als vijfde hoofdstuk van dit -boekje niet misplaatst zou zijn. Mijn ondertitel "Vier Voordrachten, -gehouden in de Nederlandsch-Indische Bestuursacademie" moest dan -natuurlijk vervallen, maar "Nederland en de Islâm" mocht het geheel ook -nu blijven heeten, want ook voor de Nederlandsche Islâmpolitiek is het -van hoog belang, zich rekenschap te geven van de wegen, waarin groote -mogendheden van Europa het politieke leven van de Mohammedanen pogen -te leiden en van de houding, die ons ten aanzien dier pogingen past. - - - -Eerst na het afdrukken van dit hoofdstuk is mijne aandacht gevestigd -op eene vergissing, die mij eene uitdrukking van Becker onjuist deed -interpreteeren. Bladz. 133, regel 12-14 moet als volgt gelezen worden: -Becker heeft tot voor korten tijd deze "Betonung des Kalifats als einen -Fehler aus Unkenntnis beurteilt", enz. Ik had ten onrechte de woorden -"aus Unkenntnis" als bepaling van beurteilt in plaats van bepaling -van Fehler opgevat. - -Sommigen mijner Duitsche vrienden--ik teeken uitdrukkelijk aan, -dat anderen mij hunne geheele of gedeeltelijke instemming met -mijne uiteenzetting betuigden--hebben de bedoeling van dit artikel -misverstaan, en daarin een verholen partijkiezen tegen Duitschland -als oorlogvoerende partij willen zien. Dat zulk eene bedoeling -mij geheel ten onrechte toegedicht werd, behoef ik aan onbevangen -lezers niet uitdrukkelijk te verzekeren. De weinige regels, die -(op bladz. 102-3) in het algemeen over dezen ellendigen wereldstrijd -handelen, geven duidelijk genoeg te kennen, dat ik te dien aanzien -geheel neutraal denk, niet omdat ik burger ben van een neutralen staat, -maar omdat ik mij oprecht en van harte onbevoegd verklaar, de eene -partij voor meer of minder schuldig te houden aan de ontbranding dan -de andere. Overigens heb ik mij streng bepaald tot mijn onderwerp, -de bespreking van het gebruik, dat Duitschland in den laatsten tijd -tracht te maken van de voor den Islâm vroeger zoo gewichtige ideeën -van het chalifaat en van den heiligen oorlog. - -De behandeling hiervan lag op mijnen weg, en ik mocht mij daaraan -niet onttrekken, zoowel omdat ik mijn leven goeddeels gewijd heb -aan de studie van den Islâm, vooral ook in zijne beteekenis voor -onze dagen, als ook, omdat elke poging om het bijna gebluschte vuur -der middeleeuwsche politieke idealen van den Islâm weer te doen -opflikkeren ook voor de Mohammedaansche bevolking der Nederlandsche -koloniën gevaarlijk kan worden. Zooals ik bij vele gelegenheden -betoogd heb, het panislamisme is niet in staat, aan den Islâm zijne -middeleeuwsche positie van eene door de overige wereld gevreesde -wereldmacht te hergeven. Maar wat het wel vermag, dat is tijdelijk en -plaatselijk beperkte stoornissen te weeg te brengen, ten nadeele van de -Mohammedanen zelve en van de Europeesche naties, die Mohammedaansche -onderdanen hebben. Zulke stoornissen uit te lokken, het allengs -uitstervende Mohammedaansche fanatisme tot ontwaking te prikkelen, -dat acht ik misdadig, en mijne Duitsche vakgenooten, die zich over -dit vraagstuk uitlieten, dachten er steeds evenzoo over. Dat sommigen -hunner in de laatste maanden opeens van meening veranderd zijn, kan -niemand meer betreuren dan ik, die aan de Duitsche wetenschap zooveel -te danken heb en die in geen vreemd land meer beproefde vrienden heb -dan in Duitschland. Ik ben er zeker van, dat wij hier te doen hebben -met een voorbijgaand ziekteproces, veroorzaakt door de ook in andere -oorlogvoerende landen waar te nemen verstoring van het moreele en -intellectueele evenwicht. Zoolang echter het herstel nog niet is -ingetreden, behooren wij dat proces nauwlettend gade te slaan, en -voor onszelve op voorzorg bedacht te zijn. Niets zou mij aangenamer -zijn, dan dat zich spoedig de behoefte aan eene derde uitgave van dit -boekje deed gevoelen, en dat dan inmiddels de orkaan, die thans ook -op geestelijk gebied aan het woeden is, gestild en zoo een herdruk -der bespreking dezer afdwaling overbodig geworden was. - - - Leiden, Januari 1915. - - - - - - - - -INHOUD. - - - Bladz. - -Voorrede V-XII - - -HOOFDSTUK I. - -De verbreiding van den Islâm. Inzonderheid in den Oost-Indischen -Archipel. - - De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel - in den Archipel 1 - Karakter van Mohammeds godsdienst 2 - Beteekenis der Hidjrah 3 - Gewelddadige islamiseering van Arabië 4 - De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen 4 - Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten - de macht van den Islâm 5 - De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het - voorname middel 7 - Het systeem van den Islâm getuigt hiervan 7 - Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog 8 - Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm 8 - De heilige oorlog 9 - De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand 9 - De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens 11 - De andere opvatting is ver in de minderheid 12 - Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in - den Islâm 12 - Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast 13 - De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt 14 - Geene priesterschap noch geordende heidenmissie 15 - Leekenpropaganda 15 - Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke 16 - Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is - weinig gedaan 17 - Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de - cultuur beheerschen 18 - In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen 19 - De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen - vergelijken 19 - De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche - ambtenaren in heidensche streken invoert 20 - Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië - gewelddadig uit 21 - De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon - pas later te werken 21 - Samenvatting 22 - Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel - hervormd 23 - De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde - vertrouwen beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis 23 - De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf 24 - De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending - der godsdienstvrijheid 25 - - -HOOFDSTUK II. - -Kenschetsing van het stelsel van den Islâm. - - Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde - volken 26 - De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften - van den Profeet ingelijfd 27 - De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente 28 - Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der - Hidjrah zoo goed als uitgesloten 28 - Het stelsel spitst zich in geloofsleer en wet 30 - De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang - voor de practijk 31 - Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms - beroering 31 - Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in - ééne hand 32 - De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde - gesteld 33 - Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen - der wet 33 - De zuiver godsdienstige bestanddeelen 34 - Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen 34 - Bepalingen, die als moreele voorschriften werken 35 - Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht - van wet hadden 36 - Werkelijk geldende hoofdstukken der wet 37 - Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht 37 - Vrome stichtingen 38 - Geloften 39 - Voorschriften over de rechtspraak 39 - Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen 40 - De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen - codificatie 40 - Qoerân en Soennah 41 - Losmaking der wet van hare bronnen 42 - De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan 42 - Poging tot codificatie in Algerië 43 - De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen 44 - Ten onrechte beroept men zich op voorgangers 45 - Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien - verdacht 46 - De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche - afwijken 46 - Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven - ongewenscht 47 - Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie - vernomen 47 - Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren 48 - Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen 49 - Beteekenis der mystiek in den Islâm 49 - Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te - verwachten 50 - De mystieke broederschappen 51 - - -HOOFDSTUK III. - -De Nederlandsche Koloniale Regeering en het stelsel van den Islâm. - - De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek 53 - Jegens het dogma en de zuivere godsdienstige voorschriften - der wet moet zij neutraal zijn 54 - Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen - onverstandig zijn 56 - Politieke beteekenis van den hadj 58 - Economische gevolgen van den hadj 59 - Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm - eischt eerbiediging 59 - De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open 61 - Codificatie derhalve ongewenscht 62 - De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene - fout 62 - Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel - gewenscht 63 - Moskeefondsen 63 - Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs 64 - Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren 65 - Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen 66 - Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen 67 - De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst 68 - Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche - mogendheid met Mohammedaansche onderdanen 69 - Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met - afwijzing van elke vreemde inmenging 70 - Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren 71 - Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische - verwachtingen 72 - Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid - zweemt 72 - Ongunstige beoordeeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de - panislamitische pers 73 - Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren 74 - Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de - Islâmpolitiek der Regeering 75 - Slotsom 76 - - -HOOFDSTUK IV. - -Nederland en zijne Mohammedanen. - - De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten 78 - Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het - Islâmstelsel te emancipeeren 79 - Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in - Oost-Indië, vooral op Java 80 - Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom 80 - Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid 81 - In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing - der Islâmquastie 83 - De openbare meening in Nederland behoort in die richting - krachtig te spreken 83 - De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de - zendingsvrienden 84 - De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale, - geen religieuze associatie 85 - Hoe ver kan de associatie gaan? 85 - Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen - deelneming aan het godsdienstonderwijs 87 - Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere - klassen der Inlandsche maatschappij in het oog vatten 89 - De onlangs opgerichte desascholen 90 - Studie van begaafde Inlanders in Nederland 91 - Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven 91 - Opvoeding buiten de school 92 - De zending zou hiertoe kunnen medewerken 92 - De Inlandsche vrouw en hare opvoeding 93 - Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel - in den staatsdienst verzekerd worden 94 - Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie 95 - Stuiting der beweging niet mogelijk 96 - Samenvatting onzer beschouwingen 96 - De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur - ontneemt aan het panislamisme alle kracht 99 - Andere heilzame gevolgen der associatie 100 - Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie 100 - - -HOOFDSTUK V. - -Duitschland en de heilige oorlog. - - De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen 102 - Contrast dier meening met de wet van den Islâm 103 - De grondslagen van het program van den heiligen oorlog 104 - Middeleeuwsch karakter van dat program 105 - Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed 106 - Chalifaat en Djihâd 108 - Het chalifaat der Turksche soeltans 109 - Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen 110 - Panislamitisch streven van Abdoelhamied 111 - Geene organisatie van het panislamisme 112 - De chalief geen kerkvorst 113 - De Turksche omwenteling en het panislamisme 113 - Djihâd en heilige oorlog 115 - Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije. - Hugo Grothe 116 - Misverstand bij Grothe 116 - Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije 117 - Duitschland de redder van Turkije 118 - De door Grothe gewenschte Djihâd 119 - De fetwa over den heiligen oorlog 120 - Het manifest van den Soeltan 122 - De groote demonstratie 122 - Becker's voorstelling der zaak 123 - De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije 125 - Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika. 126 - De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer - op het protectoraat over Turkije 127 - Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en - thans: Marquart, Hartman, Becker 128 - Becker's recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer - Wilhelm aan Turkije 131 - De rede op het graf van Saladijn 132 - Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van - Moslimsch fanatisme 134 - Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog 136 - - - - - - - - -I. - -DE VERBREIDING VAN DEN ISLÂM. - -INZONDERHEID IN DEN OOST-INDISCHEN ARCHIPEL. - - -De Islâm kwam eerst na volledige ontwikkeling van zijn stelsel in -de Archipel. - -Omstreeks 1200 na Christus begon het Mohammedanisme in eenigszins -belangrijke mate zielen te winnen op Soematra, op Java en vervolgens -op de meer Oostelijk gelegen eilanden. De val van Madjapait in de -eerste helft 16de eeuw bezegelde de islamiseering van heel Java, en het -was eveneens in den loop der zestiende eeuw, dat voor de voornaamste -andere eilanden, waarin de Islâm doordrong, het pleit beslist werd. - -Hieruit volgt, dat de Islâm zijn vollen wasdom reeds ver te boven -was, toen hij zich voor het eerst in dit Verre Oosten vertoonde. Om -het Mohammedanisme der Indonesiërs in zijne eigenaardigheden -te verstaan, hebben wij ons dus slechts weinig te verdiepen -in de wordingsgeschiedenis van den Islâm als godsdienst en als -beschavingsvorm, maar mogen wij ons voornamelijk bepalen tot de -beschouwing van het stelsel zooals dat ongeveer drie eeuwen na de -Hidjrah zijnen in de hoofdzaken definitieven vorm had verkregen, en -van het leven der Mohammedaansche volken zooals dat zich, mede maar -niet alleen onder den invloed van het stelsel, na dien tijd vertoonde. - -Klaar dient ons daarbij voor oogen te staan, dat die Islâm tot -den godsdienst van Mohammed stond als de door een leven van druk -verkeer onder allerlei volken gerijpte wereldburger tot het stijve -boerenjongentje, dat hij was in zijne jeugd. - - - - -Karakter van Mohammeds godsdienst. - -Mohammed heeft voor zijne prediking nooit aanspraak gemaakt op -oorspronkelijkheid. Integendeel: hij beroemde zich erop, dat hetgeen -hem, den ongeletterden profeet, door Allah geopenbaard werd, volkomen -overeenstemde met den inhoud der oudere openbaringen. Hij dacht zich de -menschenwereld verdeeld in groepen, die hij, zonder klare voorstelling -van den grondslag der verdeeling, oemmah's noemde, volken of gemeenten -zouden wij zeggen, die door woonplaats, taal en uiterlijke kenmerken -van elkaar verschilden. Aan sommige van die oemmah's, zooals bijv. die -der Joden en die der Christenen, had Allah uit hun eigen midden -profeten gezonden om hun Zijne leer en wet te openbaren. Andere, -zooals die der Arabieren, waartoe Mohammed zelf behoorde, wandelden -nog in de duisternis, zonder zich zelf daarvan bewust te zijn, daar -zij het licht niet kenden. Mohammed heeft zich ten slotte door Allah -geroepen gevoeld, dat licht in Arabië te doen schijnen. - -Historisch beschouwd, doet zijne openbaring zich aan ons voor als -samengesteld uit de gegevens, die hij gaandeweg, toen hij eenmaal over -de waarde van het leven was gaan nadenken, uit vrij troebele, Joodsche -en Christelijke bronnen had bijeengegaard. Hij verwerkte die op zijne -wijze, zoodat zij pasten in het simpele geheel zijner voorstellingen, -en eindelijk projecteerde hij het resultaat van dat proces uit zijn -binnenste naar boven, zoodat het zich aan zijn zesde, profetische -zintuig vertoonde als iets objectiefs, als iets, dat uit den hemel tot -hem kwam, woorden Gods, die in gerijmd proza, in verhevener stijl dan -die van het dagelijksch gesprek, hem de hoogste waarheid openbaarden. - -De leer der opstanding uit de dooden en het daarop volgende gericht, -dat Allah zou houden over heel de menschheid, met paradijs en hel op -den achtergrond, die leer vormde het middelpunt van zijn geloof. Tevens -lag daarin de scherpste tegenstelling met de wereldbeschouwing der -Arabieren, tot wie hij de boodschap van Allah moest brengen, want -deze hield zich alleen met het aardsche leven bezig, kende geen eeuwig -geluk noch eeuwige verdoemenis aan gene zijde van het graf. - -Een groot aardsch potentaat duldt niet, dat een deel zijner onderdanen -zich als van hem onafhankelijk gedragen of andere heeren naast hem -erkennen; nog veel minder gedoogt Allah, de schepper, wetgever en -rechter der geheele menschheid, dat menschen leven zonder islâm, -d. i. onderwerping, aan Hem en Hem alléén uit te spreken en in daden -te betoonen. - -Hij verlangt van hen eerbiedige huldiging in vastgestelde vormen van -eeredienst, de çalât, in naam en vorm gebootst naar het model, dat -Mohammed van Joden en Oostersche Christenen had waargenomen. Voorts wil -Hij, dat Zijne schepselen op bepaalde tijden zullen vasten, en dat zij -milddadigheid zullen beoefenen als eene hoofddeugd, zoowel om den nood -van anderen te lenigen als om hunne eigene losheid van het aardsche -te toonen. En in hunne verhoudingen tot elkander behooren zij wetten -en regelen te volgen, die Allah hun geeft en die met menig geliefkoosd -gebruik van Mohammeds rasgenooten in onverzoenlijken strijd waren. - - - - -Beteekenis der Hidjrah. - -De twaalf jaren lang onverdroten voortgezette prediking van -openbaringen in dezen zin stuitte bij Mohammeds stamgenooten af op -hun even onverzettelijken, sceptischen spot; een paar familieleden, -eenige misdeelden, enkele voor hoogere indrukken vatbare mannen -van beteekenis vormden de geheele gemeente der geloovigen. Toen -keerde hij met zijne getrouwen toornig zijner vaderstad den rug toe, -haar overlatend aan Gods wrekende gerechtigheid. Hij deed hidjrah, -d. i.--niet vlucht, zooals vele Europeesche schrijvers het weergeven, -maar--afsnijding van alle banden, die hem met de ongeloovigen onder -zijne stamgenooten verbonden, en hij vestigde te Medina eene nieuwe -gemeenschap, die niet aan eenheid van bloed, maar aan eenheid des -geloofs hare kracht ontleende. - -Die afsnijding was naar Arabische begrippen op zichzelve reeds eene -daad van vijandschap tegen Mohammeds stamgenooten. Toen nu zijn arbeid -te Medina in korten tijd geleid had tot de vorming van eene talrijke -gemeente, en deze door nieuwe, wetgevende openbaringen zoowel als -door Mohammeds persoonlijke leiding voorloopig voldoende vastheid van -organisatie had verkregen, ontwikkelde zich uit die vijandschap een -oorlogstoestand, waarin welhaast heel Arabië werd meegesleept. Op den -duur bleef het succes aan de zijde van Allahs Gezant; acht jaren na -de Hidjrah werd Mekka door hem veroverd, en in de twee levensjaren, -die Mohammed daarna nog restten, wist hij de onderwerping van het -Arabische schiereiland aan zijn gezag bijna te voltooien. - - - - -Gewelddadige islamiseering van Arabië. - -Gedurende die jaren van strijd breidde zich met Mohammeds macht tevens -het programma uit van hetgeen hij door middel van geweld trachtte -te bereiken. Eerst was het louter de verdediging van de belangen der -gemeente, die weldra ook met offensief optreden gepaard mocht gaan; -ten slotte een aanvallende krijg tegen allen, die met meer of minder -recht tot de vijanden der gemeente, dus van het rijk Gods, werden -gerekend. Na 630, het jaar der verovering van Mekka, verschilde het -feitelijk niet meer van eenen strijd tot onderwerping van geheel Arabië -aan de tucht van Allah en Zijnen Gezant. Voor de heidensche Arabieren -kon die onderwerping alleen door volledigen islâm, erkenning van -Mohammed als bode Gods, plaats hebben. Voor de Joden en de Christenen, -op wier getuigenis van de waarheid Mohammed zich in den aanvang van -zijn optreden beroepen had, kon zulk een eisch niet gelden. Daar zij -Mohammed teleurgesteld hadden door tegen in plaats van vóór zijne -goddelijke zending te getuigen, maakte hij zich van hen onafhankelijk -door hun vervalsching van hunne eigene leer en schrift te verwijten -en eindigde met van hen te verlangen, dat zij zich aan zijn gezag -zouden onderwerpen, al wilden zij zijne openbaringen niet aanvaarden. - - - - -De Islâm wil de geheele wereld aan zich onderwerpen. - -Of nu Mohammed tegen zijn levenseinde zoover gegaan is, om de hem -opgedragen missie te beschouwen als gericht ook tot de niet-Arabische -wereld, of zelfs tot de menschheid in haar geheel, is moeielijk -met zekerheid uit te maken. Voor ons doel is dit betrekkelijk -onverschillig, daar het vaststaat, dat zijne gemeente na zijnen dood -spoedig en zonder veel aarzelen dien weg opgegaan is, en in latere -jaren geen geloovige eraan getwijfeld heeft, dat de wonderbaarlijke -verovering in ééne eeuw van de landen tusschen Gibraltar en de grenzen -van het Chineesche rijk geschied was op bevel van Allahs Gezant. - -Lang heeft men zich in Europa van dien zegetocht van den Islâm door -een groot deel der wereld voorgesteld, dat hij was uitgevoerd door -benden van woedende fanatieken, die met den Qoerân in de eene, het -zwaard in de andere hand, slechts de keus lieten tusschen den dood en -de aanneming van het Mohammedaansche geloof. Van verschillende zijden -is die voorstelling van den gang der zaak bestreden; het krachtigst -en met bijzonder veel talent door T. W. Arnold, hoogleeraar eerst te -Aligarh in Britsch-Indië, thans te Londen, in zijn werk "The Preaching -of Islam, a history of the propagation of the Muslim faith". - - - - -Noch missionaire arbeid noch economische oorzaken bewerkten de macht -van den Islâm. - -Met eene bij Engelsche geleerden niet alledaagsche belezenheid in -Oostersche zoowel als Westersche bronnen betoogt die geleerde, dat -de Islâm zijne belangrijkste triomfen als godsdienst te danken heeft, -niet aan de zegepraal zijner wapenen, maar aan de groote missionaire -kracht, die hem eigen is en die hem in staat stelt, in hoogere mate -dan andere wereldgodsdiensten, zonder eenig geweld in korten tijd -vele adepten te winnen. - -Terwijl nu Professor Arnold bij de bekeering der volken tot den Islâm -aan den godsdienstigen factor toch altijd de eerste plaats blijft -toekennen, hebben zich in den laatsten tijd geleerden doen hooren, -die deze zoo niet wegcijferen, dan toch vrij gering aanslaan. Zij -willen de geweldige uitstrooming van menschen uit het Arabische -schiereiland in de zevende eeuw en de plotselinge verovering van -oude cultuurlanden door die halfbarbaren zoo goed als geheel uit -economische oorzaken verklaren, even natuurnoodwendig als de zwelling -der rivieren na de smelting der Alpensneeuw. Mohammeds godsdienst -zou daarbij niet veel meer dan een begeleidend verschijnsel geweest -zijn. De Italiaansche prins Caetani en de hoogleeraar Becker (vroeger -te Hamburg, thans te Bonn) zijn wel de talentvolste woordvoerders -dezer theorie. De gesteldheid van den Arabischen bodem dwingt telkens -opnieuw de bewoners van dat waterarme land eenen uitweg daarbuiten -te zoeken. Chronisch kookt de Arabische ketel over, en de omliggende -landen worden dan aan de overstrooming ten prooi, tenzij zij krachtig -genoeg zijn om met geweld het deksel gesloten te houden. Mohammeds -prediking was slechts eene aanleiding, en het politieke verval van de -twee toenmalige wereldrijken, het Perzische en het Oostromeinsche, -hadden de gunstige bedding voor den stroom bereid, die vervolgens -zonder moeite ook nog verder zijnen weg vond. - -Beide beschouwingen, de missionaire en de economische, als ik ze -zoo eens mag noemen, hebben de verdienste van de aandacht te bepalen -bij feiten, die men vroeger dikwijls heeft voorbijgezien. Zoo is het -onweersprekelijk waar, dat de eerste Moslimsche veroveraars met veel -meer ijver streefden naar uitbreiding van het gebied van den Islâm -dan naar vermeerdering van het aantal der bekeerlingen tot hunnen -godsdienst, dat de belastingen, die de getolereerde schriftbezitters -opbrachten, hun vaak minstens even welkom waren als hunne erkenning -der goddelijke zending van Mohammed. Vele Mohammedaansche staatslieden -waren geneigd om de aan de schriftbezitters gewaarborgde tolerantie -uit te strekken, niet alleen tot de Perzische vuuraanbidders, maar -ook tot Hindoes en anderen, die men met de noodige welwillendheid -tot de openbaringsvolken kon rekenen. Men vindt in de middeleeuwen -in Mohammedaansche landen groote en welvarende gemeenten van -niet-Mohammedanen (vooral Joden en Christenen), die eene mate van -bescherming genieten, zooals men die destijds in Christelijke landen -aan andersdenkenden niet verleende. De bekeering tot den Islâm van de -massa der bevolking in Perzië of in Christelijke landen als Egypte en -Syrië vond langzamerhand, en geruimen tijd na de verovering plaats, -volgens de missionaire beschouwing door de innerlijke kracht der -Mohammedaansche zending, volgens de economische alweder door motieven -van economischen aard. - - - - -De godsdienstige factor gaf den stoot en geweld was het voorname -middel. - -Men kan echter vol recht laten wedervaren aan alle feiten, die door -de voorstanders der beide theorieën naar den voorgrond gebracht zijn, -zonder eene dier toch al te eenzijdige verklaringen te aanvaarden, -zonder de geheel eenige beteekenis der door Mohammed gewekte religieuze -beweging voorbij te zien, en ook zonder te ontkennen, dat geweld tot -de ongehoord snelle uitbreiding van den Islâm zeer belangrijk heeft -bijgedragen. Eene onbevangen beschouwing der historische feiten is -al voldoende om dit in te zien. - -Zoo moge men de bekeering der massa van de Christenbevolkingen van -Syrië, Egypte en Noord-Afrika tot den Islâm eene vrijwillige noemen, -zij was dan toch door de verovering hunner landen voorafgegaan en -voorbereid. Na de annexatie bij het Moslimsch gebied genoten zij wel -eene met middeleeuwschen maatstaf gemeten vrij groote tolerantie, -maar de vrijheid hunner levensuitingen was dan toch zeer beperkt en in -alles moesten zij zich de minderen van de ingedrongen overheerschers -toonen. Al gingen sommige Mohammedaansche bestuurders zeer ver in de -begunstiging van Joodsche of Christelijke individuën, het meerendeel -der belijders van deze getolereerde godsdiensten had veel te lijden -van het misbruik, dat het Mohammedaansche plebs maakte van zijne -kunstmatige maatschappelijke meerderheid. - -Zeker was het voor de Moslimsche propaganda eene begunstigende -omstandigheid, dat de Oostersche kerk in een allerjammerlijksten -toestand van geestelijk verval verkeerde, zoodat sommige Europeesche -geleerden in den Islâm met zijne eenvoudige leer zonder clerus of -dogmatische haarkloverij eene welkome geestelijke verlossing hebben -gezien voor de Monophysieten, Nestorianen of hoe verder de Christelijke -secten van het Oosten heeten. Maar het is dan toch duidelijk, dat zij -die verlossing nooit gezocht zouden hebben, wanneer niet directe en -indirecte dwang hen uit de kerk naar de moskee gedreven had. - - - - -Het systeem van den Islâm getuigt hiervan. - -Het sterkst en ondubbelzinnigst uit zich die dwang in het stelsel -van den Islâm zooals dat ongeveer sinds de derde eeuw van de Hidjrah -bestaat en door de geheele Mohammedaansche wereld is erkend. Men vindt -het uiteengezet in de gezaghebbende leerboeken over de wet. De wijze, -waarop de Islâm zich behoort uit te breiden, wordt daar aangegeven -in de hoofdstukken over den heiligen oorlog en verwante onderwerpen. - - - - -Gebied van den Islâm en gebied van den oorlog. - -De aarde heeft men volgens die leer te beschouwen als verdeeld in -gebied van den Islâm en gebied van den oorlog. - -Het gebied van den Islâm staat onder het gezag van het hoofd der -geheele Moslimsche gemeente, den imâm (leider) of chalief (opvolger), -namelijk van den Gezant van Allah in diens hoedanigheid van bestuurder -der geloovigen. De bewoners van dit gebied zijn òf Mohammedanen -òf getolereerde schriftbezitters, die onder allerlei beperkende en -vernederende voorwaarden de bescherming van leven en have door den -Moslimschen staat genieten. - - - - -Nederlandsch-Indië gebied van den Islâm. - -Theoretisch rekent men tot de "dâr al-Islâm" ook zulke landen, -van welke men aanneemt, dat zij vroeger onder Mohammedaansch -gezag gestaan hebben, al worden zij thans door niet-Mohammedanen -bestuurd. Zoo gelden dus Britsch- en Nederlandsch-Indië, voor zoover -zij door Mohammedanen bewoond worden, als gebied van den Islâm. Ten -onrechte hebben W. Hunter en andere Britsche staatslieden zich -hierover verheugd, daar zij meenden, dat deze leer opstanden van -Britsch-Indische Moslims tegen het Engelsche gezag tot onwettige -woelingen stempelde. IJdele illusie! Werden die Oostersche wingewesten, -evenals bijv. Engeland en Nederland zelf, door de Moslimsche wet bij -het gebied van den oorlog ingedeeld, dan zou als regel, zij het niet -geheel zonder uitzonderingen, gelden, dat vijandige handelingen van -Mohammedanen tegen zulke landen slechts mochten ondernomen worden -krachtens machtiging van het hoofd der Moslimsche gemeenschap. In -gebied van den Islâm daarentegen zijn niet-Moslimsche overheerschers -abnormale verschijnselen, die men slechts dulden mag zoolang men zich -buiten staat acht ertegen te reageeren. - -Het gedeelte der aarde, dat buiten het gebied van den Islâm valt, is -in zijn geheel gebied van den oorlog, dat wil zeggen bestemd om met -den spoed, dien de omstandigheden toelaten, door middel van geweld -tot gebied van den Islâm gemaakt te worden. Voor volslagen heidenen -kan die onderwerping slechts geschieden in den vorm van bekeering -tot het geloof aan Allah en Zijnen Gezant; degenen, die eenen door -den Islâm erkenden godsdienst belijden, mogen volstaan met erkenning -van het Moslimsche staatsgezag als hunne overheid. - - - - -De heilige oorlog. - -Dit zijn de hoofdlijnen van het systeem; men ziet, dat van de -legende van den Moslim met het zwaard in de eene, den Qoerân in -de andere hand toch dit overblijft, dat de Mohammedaansche wet de -alleenheerschappij van hetgeen zij voor de waarheid houdt door den -sterken arm verzekerd wil zien, dat de ware zending in den geest der -wet bestaat in de onderwerping van andersdenkenden door de Moslimsche -legermacht. Verdienstelijk maken zich ongetwijfeld Mohammedaansche -kooplieden of kolonisten in heidensche landen, waarin Moslimsche legers -nog niet konden doordringen, door als pioniers langs vreedzamen weg -aanhangers voor hun geloof te winnen, en even prijzenswaard wordt -het geacht, wanneer anderen onder de gedulde Joden, Christenen, -enz. bekeerlingen trachten te maken. Dit alles neemt niet weg, dat het -middel bij uitnemendheid tot verbreiding des geloofs naar de letter en -den geest van de heilige wet gezocht moet worden in maatregelen van -geweld. Die wet beschouwt alle niet-Moslims als vijanden der groote -monarchie van Allah, wier weerstand tegen Zijne alleenheerschappij -door de Mohammedanen gebroken moet worden. - - - - -De leer van den heiligen oorlog berust niet op misverstand. - -Het staat ons niet vrij, met Prof. Arnold in strijd met de uitspraken -der Moslimsche wetgeleerden van alle eeuwen, te beweren, dat dit -stelsel niet het ware is, dat het berust op onjuiste opvatting -van eenige Qoerânverzen, dat de ware Islâm uitbreiding van het -geloof alleen door overtuiging verlangt. Wel stemt eene kleine -groep van moderne Mohammedanen met die aanpassing van den Islâm aan -nieuwerwetsche begrippen in, maar zij vertegenwoordigen al evenmin de -leer van den godsdienst, waarin zij geboren werden, als de modernisten -die der Katholieke kerk. - -Meer waarde zou men geneigd kunnen zijn toe te kennen aan het argument, -dat, zoo ergens, dan zeker in den Islâm, theorie en practijk, -stelsel en leven vaak wijd uiteenloopen. Inderdaad hebben menigmaal -Moslimsche bestuurders tegenover niet-Mohammedanen in en buiten -hun gebied eene veel transigentere houding aangenomen dan die het -systeem hun voorschreef. Aan den anderen kant ging het mindere volk -zich jegens de getolereerden vaak te buiten op eene wijze, die de -Mohammedaansche wet streng afkeurt. Maar van veel meer beteekenis dan -zulke afwijkingen ter rechter of ter linker zijde is het onbetwistbare -feit, dat de leer van den heiligen oorlog en hetgeen daarbij behoort -zich volkomen logisch ontwikkeld heeft uit beginselen, die wij van -de verovering van Mekka door Mohammed af tot in de derde eeuw der -Hidjrah toe zien voortwerken. Zonder sprongen of tegenstellingen, -zonder sporen van principieele ontleening van buiten sluit zich hier -het volgende steeds bij het voorgaande aan. - -Mohammed is in de laatste jaren van zijn leven op niets meer bedacht -dan op middelen om het aantal der geloovigen uit te breiden, waarbij -natuurlijk steeds minder op bewijzen van innigheid des geloofs kan -worden gelet. De door hem onderworpen Arabieren vallen dan ook na -zijnen dood voor een groot deel weder af, maar Aboe Bakr, die hem als -hoofd der gemeente opvolgt, beschouwt, geheel in Mohammeds geest, de -wederonderwerping dier ontrouwen als eerste en voornaamste taak der -geloovigen, en onder zijne leiding wordt die taak op schitterende -wijze volbracht. En daarop volgt onmiddellijk de verovering van -een belangrijk deel der wereld door de nu definitief geïslamiseerde -Arabieren. Geheel evenwijdig met dezen loop der zaken beweegt zich de -theorie der wetgeleerden, die vooral in de eerste eeuw van den Islâm -het deelnemen aan den heiligen oorlog bijna tot een hoofdplicht voor -alle geloovigen willen maken en geen heerlijker einde van een vroom -leven kennen dan den dood op het slagveld als getuige des geloofs, als -martelaar (sjahîd). Drongen in de eerste eeuwen onzer jaartelling vele -Christenen naar eene gelegenheid om zich de kroon van het passieve -martelaarschap te verwerven, vele malen grooter was het aantal der -oudste Islâmbelijders, die als actieve geloofsgetuigen met ijver den -dood op het slagveld zochten in den strijd met hen, die het gezag -van Allah en Zijnen Gezant weerstonden. - -Deze overdrijving der waarde van het oorlogsbedrijf kon evenmin -duurzaam zijn als de zegevierende tochten van den Islâm door de wereld; -toen die veroveringen hare voorloopige grenzen bereikt hadden, kwam -weldra in de school de kalmere beschouwing tot heerschappij, volgens -welke de vrome ook door levenslange uitoefening van een vreedzaam -bedrijf aanspraak op den eerenaam van geloofsgetuige kan verwerven. De -heilige oorlog bezonk in het stelsel als eene solidaire verplichting -der gemeente in haar geheel, waaraan slechts zoovele geloovigen -behoefden deel te nemen als de omstandigheden volgens het oordeel -van het staatsbestuur telkens vereischten. Maar de oorlogstoestand -mocht dan toch niet als geëindigd worden beschouwd voordat het door -Allah gewezen doel: onderwerping der gansche wereld aan den Islâm, -bereikt zou zijn. - - - - -De schriftgeleerden en de volksmassa zijn het hierover eens. - -Over de hoofdzaken van deze leer bestaat tusschen de wetgeleerden der -verschillende scholen en perioden geen verschil van meening, en zij -is meer wellicht dan eenig ander deel der wet populair geworden ook -bij de leeken, bij de groote onwetende schare zelfs. Zij is het kort -begrip van de actie van den Islâm naar buiten in het glansrijkste -tijdperk, dat hij beleefd heeft, omgezet in een voor alle tijden -geldend voorschrift. Zij vleit in hooge mate de ijdelheid der menigte: -men behoeft slechts de dubbele geloofsbelijdenis te hebben uitgesproken -om zeker te zijn, dat men behoort tot de gemeenschap, aan welke Allah -de heerschappij over de wereld heeft beloofd. Zij werkt na, ook sedert -de wereldgeschiedenis den spot is gaan drijven met hare hoovaardige -pretentie: in de scholen der wetgeleerdheid blijft men haar voordragen -omdat zij, gelijk de geheele wet, als van onfeilbaar gezag geldt voor -alle tijden, en het gemeene volk blijft daaraan kracht ontleenen voor -zijne ijdele verwachtingen, gepaard met haat jegens "ongeloovigen". - - - - -De andere opvatting is ver in de minderheid. - -De Jong-Turken en andere modern gevormde Mohammedanen hebben wel eens -gewenscht, dat zij die geheele leer van den djihâd konden opbergen -in het museum hunner staatkundige antiquiteiten, en vele niet modern -ontwikkelde wereldwijzen deelen om zuiver practische redenen dien -wensch. Toch kan niemand hunner de verhouding van den Islâm tot andere -godsdiensten principieel op nieuwe grondslagen trachten te vestigen -zonder het vertrouwen van de meerderheid te verbeuren en met veler -instemming beschuldigd te worden van ongeloof. - -Toen in 1908 de aanvoerders der Jong-Turksche revolutie in hun -eerste élan de woorden: "vrijheid, gelijkheid en broederschap" in -hunne vanen schreven, werd hun weldra met instemming van de massa der -bevolking door de schriftgeleerden beduid, dat die gelijkheid alleen -mocht bestaan in gelijke aanspraken op bescherming van rechten, welke -rechten zelve echter voor de belijders der verschillende godsdiensten -niet gelijk waren; en de broederschap, die heeft men later, als al -te aanstootelijk, maar geschrapt. - - - - -Geweld als bekeeringsmiddel in het Christendom en in den Islâm. - -De billijkheid gebiedt, dat wij ons hierbij herinneren, hoe ook in de -Christenwereld, met name in de middeleeuwen, staatsmacht en godsdienst -bedenkelijke bondgenootschappen gesloten hebben. Christenvorsten -en -volken hebben met geweld heidenen bekeerd, ongeloovigen en -ketters ter eere Gods gefolterd en gedood, Joden op onmenschelijke -wijze behandeld. Maar nooit heeft men uit de Christelijke heilige -schriften voor alle tijden geldende voorschriften afgeleid, die zulke -practijken sanctioneerden. Het is het ongeluk van den Islâm geweest, -dat hij gemeend heeft eens voor altijd met onfeilbaar gezag regelen te -moeten geven, die alle handelingen der geloovigen tot in de geringste -bijzonderheden bepaalden, en dat hij deze onmogelijke taak kwam te -vervullen juist in een tijdperk, waarin onverdraagzaamheid zoowel in -het Westen als in het Oosten heerschappij voerde. De leer, dat men -voor hetgeen men als de waarheid beschouwt met geweld aanhangers moet -winnen, bleef dus als eene erfelijke ziekte aan het eene geslacht na -het andere der belijders van den Islâm eigen. - - - - -Zachtere methoden van bekeering worden ook toegepast. - -De geheele opvatting van godsdienstige zending wordt in den Islâm -door deze leer beheerscht. Zeker, men vindt onder Mohammedanen zeer -uiteenloopende geestelijke typen, en daaronder ook zulke, die zich -uit deernis met de toekomstige eeuwige ellende der heidenen geroepen -voelen, hun de waarheid te prediken; maar het type van den Moslimschen -propagandist vertoonen dezulken niet. De echte ijveraar voor de -uitbreiding van het Mohammedaansche geloof beschouwt het veeleer -als zijne taak, als een trouw soldaat van zijnen God, diens rijk -op aarde te helpen vergrooten door verdelging van Zijne vijanden en -vermeerdering van het aantal Zijner trouwe onderdanen. Dit laatste -kan, behalve door geweld, ook door overreding gebeuren. De wet -wijst ook daarin den weg. Zij wil in aansluiting weder aan hetgeen -Mohammed deed in zijne laatste levensjaren, dat men ongeloovigen door -wereldsch voordeel verlokke tot Islâm, tot onderwerping aan Allah -en Zijnen Gezant; zelfs is een deel van zekere staatsinkomsten (van -de zakât genoemde godsdienstige belasting) uitdrukkelijk voor dit -doel aangewezen. Met een niet ongerechtvaardigd beroep op Mohammeds -handelwijze ten aanzien van de voorname Qoeraisjieten na hunne -gedwongen bekeering tengevolge der verovering van Mekka, leert de wet, -dat men vooral bekeerlingen van hoogen rang en stand door wereldsch -voordeel blijvend aan den Islâm moet trachten te binden, ook om door -dit voorbeeld aantrekkend te werken op hunsgelijken en op degenen, -over wie zij gezag hadden. De geloovige, die door persoonlijke -bemoeienis menschen voor den Islâm weet te winnen met behulp van -prikkeling en bevrediging hunner begeerlijkheid naar rijkdom of eer, -maakt zich daardoor uitermate verdienstelijk, en niemand denkt eraan, -hem vermenging van materieele en geestelijke dingen te verwijten. - -Soortgelijke middelen van propaganda zijn in vroeger en later tijd in -de Christelijke wereld niet zelden aangewend. Het verschil is echter -weer, dat die methode in den Islâm in de periode van haren bloei met -onfeilbaar geacht gezag voor altijd tot wet is verheven. - - - - -De bekeering uiterst gemakkelijk gemaakt. - -Het spreekt wel van zelf, dat in den gedachtengang, die deze wijze -van uitbreiding van den Islâm beheerscht, het stellen van belangrijke -eischen van voorbereiding aan degenen, die tot de gemeente willen -toetreden, uitgesloten is. Men zou daardoor de bovenal gewenschte -vermeerdering van het aantal der Moslims in gevaar brengen. - -In de eerste tijden is er wel eenige aarzeling geweest in de -beantwoording der vraag, met welk minimum van naleving der wet men -nog als Mohammedaan kon gelden. De wet stelt in hare positieve en -negatieve geboden lang niet lichte eischen aan het individu, maar -men was het er al vroeg over eens, dat de geloovige trots vele zonden -van nalatigheid en overtreding mocht hopen op Allahs genade, en dat -in ieder geval de straf, die hij in de hel zou hebben te boeten, eens -een einde zou nemen, waarna hij het paradijs zou beërven. Het kwam er -dus maar op aan, te weten, door welke daden men afvallig werd. Ten -slotte heeft deze opvatting gezegevierd, dat alwie de belijdenis, -dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Allahs gezant is, -heeft uitgesproken met volle bewustheid van hetgeen hij deed, als -Moslim beschouwd moet worden, en dat hij dit blijft, zoolang hij die -belijdenis niet heeft herroepen noch een van de geboden van Allahs wet -voor ongeldig heeft verklaard, ook al volbrengt hij geen van alle. De -bedenking, dat men aldus gevaar loopt, schijngeloovigen te kweeken, -wordt weerlegd met de herinnering, dat alleen aan Allah het oordeel -toekomt over de echtheid van iemands geloof, terwijl de menschen -elkander slechts naar uiterlijke kenmerken kunnen beoordeelen. Het -uiterlijke kenmerk nu van hen, die tot de gemeente van Mohammed -behooren, is het uitspreken der geloofsbelijdenis, niet gevolgd door -woorden of daden, die deze uitspraak van kracht berooven. - -Heeft men dit geheele stelsel der Moslimsche propaganda wel begrepen, -dan heeft men tevens den sleutel tot het geheim der vaak bewonderde -missionaire kracht, die in den Islâm woont, en die hem tot een zoo -gevreesd mededinger maakt voor de Christelijke zending, vooral waar -beiden onder volken van lage beschaving werken. Den menschelijksten -aller openbaringsgodsdiensten heeft een Duitsch oriëntalist den Islâm -genoemd. Inderdaad tracht hij als zendingsgodsdienst een menschelijk -doel met geheel menschelijke middelen te bereiken. - - - - -Geen priesterschap noch geordende heidenmissie. - -Ieder Moslim, hoe onwetend hij overigens zij, kan te allen -tijde iederen ongeloovige, die Mohammedaan wil worden, den weg -wijzen om onverwijld en zonder ceremoniën in den Islâm te worden -opgenomen. Sacramenten kent de Islâm niet, derhalve evenmin priesters -of andere gewijde of geordende personen, die deze hebben uit te -deelen. Zendelingen van beroep zijn er ook niet. De uitspraak, dat -ieder Mohammedaan op zijnen tijd een zendeling is, moge overdreven -zijn, als men daaronder wil verstaan, dat allen vervuld zijn van -fanatieken ijver tot verbreiding van hun geloof, zij is waar in -dezen zin, dat niemand door de gemeente of eenig ander lichaam voor -de missie wordt afgevaardigd, maar dat de meesten als de gelegenheid -zich biedt, gaarne medewerken om leden te winnen voor de gemeenschap, -waartoe zij behooren. - - - - -Leekenpropaganda. - -Voor kolonisten of kooplieden, die zich duurzaam of tijdelijk -vestigen in een land met heidensche bevolking, is dit zelfs geboden -door eigenbelang. Zij willen daar een eigen milieu hebben, in de -eerste plaats een eigen gezin, maar dan verder een eigen wijderen -kring, hoe wijder hoe liever. Dit alles gaat niet zonder het maken -van bekeerlingen. Met eene heidensche vrouw mag de Mohammedaan niet -trouwen, in een anderen godsdienst dan de Islâm zijne kinderen niet -laten opvoeden. De vreemdeling maakt dus der vrouw zijner keuze den -overgang tot zijne gemeenschap zoo gemakkelijk mogelijk en tracht ook -de hem verzwagerden te winnen. Zoo gaat het verder, en er ontstaat -weldra een groep van geloovigen van eenigszins gemengd bloed, die zich -door wereldkennis, ontwikkeling van den geest en onderling verband -voordeelig onderscheidt van de overige bevolking. De niet bekeerde -bevolking ziet tegen de bekeerden op; door den Islâm aan te nemen -voelen die heidenen zich, ook maatschappelijk, omhoog gaan. - - - - -Moslimsche propaganda vergeleken met Christelijke. - -Hier hebben wij weder eene omstandigheid, die gedeeltelijk verklaart, -waarom de Mohammedaansche propaganda sneller pleegt te slagen dan de -Christelijke. In den Islâm volgt de grootst mogelijke assimilatie -onmiddellijk op de bekeering; de Christelijke zendeling, hoe vol -toewijding ook, blijft met zijne rasgenooten voor de primitieve -bevolking, waaronder hij werkt, vreemdeling. Met recht vestigt -professor Arnold hierop bijzonder de aandacht, en dit doen de meesten, -die den voortgang van den Islâm bijv. in Midden-Afrika waargenomen -hebben. Een Engelsch zendeling aldaar, die dezen ban wilde breken -en met eene negerin trouwde, verwekte zulk eene ergernis met deze -toepassing der eenheid in het geloof, dat hij zich genoodzaakt zag, -de kolonie te verlaten. - -Maar, wij zagen het al, er komt nog zooveel verlokkelijks bij. De -nieuwbekeerde, wiens overgang hem geen moeite kost, heeft aanspraak -op de gunsten zijner nieuwe broeders, en deze aanspraken worden in -de practijk gaarne erkend. Hoe weinig hij ook aanvankelijk van den -inhoud van het door hem aangenomen geloof moge leeren, hoe weinig -van de voorschriften der wet hij moge naleven, hij mag zich dadelijk -koesteren in het bewustzijn, te behooren tot degenen, die bestemd zijn -om over alle anderen te heerschen en die het recht hebben ten nadeele -van niet-Mohammedanen die heerschappij te helpen bespoedigen. Bij -zulk een sprong naar boven geldt het slechts als een gering bezwaar, -dat de gewoonte--niet de wet--in de meeste gevallen verlangt, dat de -bekeerling zich spoedig onderwerpe aan de besnijdenis. - -De populariteit van de leer van den heiligen oorlog doet zich nu -bij zulke primitieve volken, wanneer zij gedeeltelijk door vreemde -kolonisten of kooplui geïslamiseerd zijn, vaak in dien zin gelden, -dat zij hunne nog niet bekeerde rasgenooten om hun ongeloof gaan -bestrijden. De neigingen van min beschaafde menschen worden daarbij -op voor hen aangename wijze geprikkeld en vinden eene welkome -speelruimte. Met anderen geweld aan te doen, te plunderen of tot -slaven te maken weten zij nu een Gode welgevallig werk te verrichten, -mits die anderen heidenen zijn. De menschelijke ijdelheid en hebzucht -worden gestreeld en gesteld in dienst van de propaganda. Het bezwaar, -dat men op die manier heiligen oorlog van offensieven aard voert zonder -de machtiging van den chalief, die hiervoor in den regel vereischt -is, wordt ondervangen door de leer, dat in streken, die wegens verren -afstand of om andere redenen buiten het bereik van het centrale gezag -liggen, invloedrijke hoofden mogen doen hetgeen des chaliefs is. - - - - -Aan de geestelijke opvoeding van de massa der Moslims is weinig gedaan. - -Al heeft dus de Islâm, in de plaats van het evangelische "onderwijst -al de volken", het bevel "onderwerpt al de volken" als een hoofdgebod -voorop gesteld, hij is daarmee geenszins tevreden, maar wil, dat -op de onderwerping onderwijzing volge. Het bovenal streven naar -uitbreiding van gebied en vermeerdering van het aantal dergenen, die -de geloofsbelijdenis hebben uitgesproken, heeft echter vanzelf tot -eene minder krachtige werking in de diepte geleid. Nog tal van andere -omstandigheden komen daarbij, die maken dat de geestelijke opvoeding -der voor den Islâm gewonnenen in den regel veel te wenschen overlaat. - -Reeds vroeg zijn de schriftgeleerden zich gaan verdiepen in dogmatische -en juridische spitsvondigheden, en in de drukte van hun onderlingen -strijd vonden zij niet veel tijd om zich met de geestelijke belangen -der ongeletterden bezig te houden. Voor hen scheen het nu eenmaal in -de natuur der dingen te liggen, dat eene kleine uitgelezen schare van -kenners der wet met zelfgenoegzame minachting neerzag op de menigte -der onwetenden. Van eenig gevoel van medeverantwoordelijkheid voor -dien toestand vindt men bij hen zelden eenig spoor. - -De minderheid der bevolking, die eenig onderwijs genoot, ontving -dit in den meest onpractischen vorm. In de eerste eeuwen van den -Islâm kon men nog de illusie koesteren, dat in alle Mohammedaansche -landen de oude landtalen het veld zouden ruimen voor het Arabisch. Op -deze later onhoudbaar gebleken onderstelling is bijna geheel het -elementaire godsdienstonderwijs gebaseerd. Wie iets leeren wil, -wordt ondersteld, Arabisch, en wel liefst klassiek Arabisch te -verstaan. Eerst later werden schoorvoetend kleine concessies aan de -moedertalen der geloovigen gedaan. Toch bleef eene kennis der wet, -die iets beduidde, zonder bedrevenheid in het Arabisch zoo goed als -onmogelijk. De leeken moesten het doen met een werktuigelijk leeren -opdreunen van den Qoerân in het oorspronkelijk en met eenige even -werktuigelijke oefening in het ritueel. Het plebs bleef meerendeels -zelfs hiervan verstoken. - - - - -Het oude heidendom blijft overal voor een goed deel de cultuur -beheerschen. - -Geen wonder dus, dat in nagenoeg alle Mohammedaansche landen de -geestelijke gedachtensfeer, waarin de eigenlijke bevolking leeft, -meer oorspronkelijk heidensche dan Mohammedaansche elementen in zich -bevat. Men neme kennis van de beschrijvingen van de populaire zeden -en gebruiken en van het volksbijgeloof, dat in het leven de hoofdrol -speelt, in Noordwest-Afrika, in Egypte, in Syrië, ja in het stamland -van den Islâm, in Arabië zelf, overal ziet men de eenheid van Allah -verscholen achter een onnoemelijk aantal levende en doode heilige -personen en voorwerpen, die de hoogste vereering genieten, overal de -middelen, die de wet aangeeft om Allahs gunst te verwerven, verdrongen -door magische practijken, die van vóór den Islâm dateeren. Het -Moslimsche bepaalt zich bij de menigte voor de vromeren tot eenige -ritueele uiterlijkheden, voor de meerderheid tot eenige leuzen en -phrasen, soms bovendien het daarstraks door mij beschreven gevoel -van deel uit te maken van de tot heerschappij geroepen gemeenschap. - -Is dit alles zoo in het stamland van den Islâm en in de landen, die hij -het eerst aan zich onderwierp, het spreekt van zelf, dat de officieele -leer en het volksleven nog veel verder van elkander verwijderd moeten -zijn daar, waar de Islâm eerst later binnendrong, en zeer geleidelijk -veld won door de assimileerende kracht van vreemdelingen, die om -zich heen propaganda maakten, ten slotte gevolgd door vreedzame of -gewelddadige uitbreiding van het geloof door het bekeerde deel der -inheemsche bevolking zelve. - - - - -In Oost-Indië drong de Islâm vreedzaam binnen. - -Het was op de laatst bedoelde wijze, dat het Mohammedanisme zijne -belijders in den Indischen Archipel verkreeg. Mohammedaansche -kooplieden uit Voor-Indië, het eeuwenoude spoor hunner Hindoesche -landgenooten volgend, vestigden zich tijdelijk of voor goed in eenige -kustplaatsen dezer eilanden. Deze kleine koloniën oefenden de gewone -aantrekkingskracht, zelfs op Java, ofschoon hier het Hindoeisme al -eeuwen lang de cultuur beheerschte. Men vergete hierbij niet, dat -het Hindoeisme hier niet zoo diepe wortels kon schieten als in zijn -vaderland, waarbuiten het zich in den regel niet verbreidt, en dat de -Hindoecultuur hare geestelijke verfijning niet mededeelt aan de tot -lagere kasten gerekende massa, zoodat voor eene groote meerderheid -juist onder het Hindoeistisch régime veel aanleiding kan bestaan om -in den Islâm verlossing te zoeken uit zijn staat van vernedering. - - - - -De verbreiders kan men niet met Christelijke zendelingen vergelijken. - -De propaganda was voor die vreemdelingen stellig vaker middel -dan doel. Men kan er zeker van zijn, dat de meesten hunner meer -van avonturiers dan van missionarissen weg hadden, al heeft de -volkslegende hunne nagedachtenis met stralenkransen van heiligheid -omgeven. Ook in Mohammedaansche landen waren het destijds niet in de -eerste plaats de deugdzamen, die in het Verre Oosten hunne fortuin -gingen zoeken. Nog in onze dagen gaat de Moslimsche propaganda -onder de heidenen van Oost-Indië steeds in de eerste plaats van -zulke gelukzoekers uit. Daarom is het zoo dwaas, wanneer onhandige -zendingsvrienden deze soort van missie gaan vergelijken met die van -geordende zendelingen des Christendoms, en dan der Regeering verwijten, -dat Zij Mohammedaansche zendelingen niet aan een soortgelijk toezicht -onderwerpt als Christelijke. Ik laat de vraag geheel ter zijde, -of het noodig is, de werkzaamheid der Christelijke zendelingen -te binden aan de voorwaarde eener bijzondere toelating zooals het -vigeerende Regeeringsreglement die voorschrijft. Maar ten opzichte van -Mohammedanen zou iets dergelijks volstrekt onmogelijk zijn, daar ieder -Mohammedaansch handelaar, die met heidenen zaken doet, indien hem zulks -gelegen komt, aanhangers voor zijnen godsdienst wint. De Europeesche -koopman, gesteld dat hij er neiging toe had, zou dit niet kunnen -doen, daar hem èn de bekwaamheid tot het geven van het voorbereidend -onderricht, èn, wat meer is, de bevoegdheid tot het toedienen van -het onmisbare sacrament van den doop ontbreekt. Het eene zoowel als -het andere is voor eene bekeering tot den Islâm overbodig: tot dezen -godsdienst bekeert de heiden na bekomen inlichting zonder iemands -bijstand zichzelf. Aan Mohammedaansche kooplieden, die heidensche -streken bezoeken, te verbieden, die inlichting te verstrekken, dat -zou strijden met elk beginsel van godsdienstvrijheid en het verbod -zou bovendien practisch niet te handhaven zijn. - - - - -De Regeering bevordert de propaganda als Zij Mohammedaansche ambtenaren -in heidensche streken invoert. - -Wel verdient het voor de Regeering aanbeveling, bij het onder -geregeld bestuur brengen van heidensch gebied zooveel doenlijk te -waken tegen onwillekeurige bevordering der uitbreiding van den Islâm, -die licht het gevolg is van den invoer van Inlandsch-Mohammedaansche -staatsdienaren. Ook het Duitsche koloniale bestuur in Oost-Afrika -heeft met deze moeielijkheid te kampen, en bij ons is de verleiding -bijzonder groot, daar de Inlandsche ambtenaren van Java in den regel de -best ontwikkelde, met onze bestuursbeginselen meest vertrouwde zijn, -terwijl overdreven godsdienstijver onder hen zelden voorkomt. Toch -strekt hunne plaatsing in heidensche landen op den duur, evenzeer als -de immigratie van Mohammedaansche avonturiers, tot verbreiding van -den door hen beleden godsdienst, en kan zij aldus ten gevolge hebben, -dat de bevolking, onder welke zij werken, gewonnen wordt voor een -stelsel, waaraan de Javanen zelve bezig zijn te ontgroeien. Moslimsche -kooplieden uit eenig deel van den Archipel te weren, omdat zij de -propaganda in de hand werken, dat zou zonder onverdedigbare willekeur -niet gaan; daarentegen is het met eenig beleid wel te voorkomen, -dat men zelfs indirect de islamiseering van niet-Mohammedanen zou -gaan bevorderen. - - - - -Eenmaal gevestigd, breidde de Islâm zich ook in Oost-Indië gewelddadig -uit. - -Het door vreemde avonturiers begonnen werk der islamiseering van -de Oost-Indische eilanden werd door de bekeerde Inlanders zelve -voortgezet. In het midden der veertiende eeuw prijst de Arabische -reiziger Ibn Battoetah den Moslimschen vorst van Soematra-Pasè om de -heilige oorlogen, die hij voerde tegen de heidenen in het binnenland -van het eiland. De Mohammedaansche koloniën aan de Noordkust van Java -ontwikkelden zich tot rijkjes, die ten slotte deels door aantrekking, -deels door strijd Madjapait en Padjadjaran overweldigden. Van Java -uit verbreidde zich de Islâm over Zuid-Soematra, deelen van Borneo -en van Celebes en meer Oostelijk gelegen eilanden. - - - - -De eerste invoerders waren Indiërs; Arabische invloed begon pas later -te werken. - -Onder de uit Indië afkomstige eerste invoerders van den Islâm in den -Archipel waren er met Arabische stamboomen van twijfelachtige echtheid, -en ook wel enkele van onverdacht Arabische afkomst. Dit neemt niet weg, -dat hun Islâm een ontwijfelbaar Indisch karakter vertoonde, en zich dus -met name op Java uitnemend aansloot bij de Hindoeistische elementen, -die zich daar lang te voren met het oorspronkelijke animisme vermengd -hadden. Eigenlijk Arabische invloed deed zich eerst later gelden. Het -waren Arabische gelukzoekers van voorname geboorte in Hadhramaut, -die de kustrijkjes van Siak op Soematra en van Pontianak op Borneo -stichtten. Emigranten uit dat Zuid-Arabische gebied vestigden zich -sinds anderhalve eeuw in Palembang en verschillende handelshavens van -Java en Madoera. De geletterden onder hen deden hun best om zoowel de -specifiek Voor-Indische elementen van den hier ingevoerden Islâm als -de voor hen meest aanstootelijke bestanddeelen van Hindoeistischen en -animistischen oorsprong uit geloof en zeden der inheemsche Mohammedanen -te verwijderen. Eene veel krachtiger werking in dergelijke richting -ging echter van Mekka uit, niet zoozeer omdat zich ook enkele Mekkanen -in Oost-Indië vestigden, als wel omdat in verband met de bedevaarten -naar het heilige land sinds ongeveer twee en eene halve eeuw vele -Inlanders te Mekka hunne studiën maakten of voltooiden. De vreedzame -verdringing van de aan de Indische Mohammedanen ontleende methoden -en denkwijzen door Arabische, die door de werkzaamheid der uit Mekka -volleerd teruggekeerden begon, is nog niet afgeloopen, maar wint -geleidelijk veld. - - - - -Samenvatting. - -Wij hebben nu, denk ik, in hoofdtrekken het beeld voor ons van de -wijze, waarop de Islâm getracht heeft, zijn ideaal van heerschappij -over heel de menschheid te verwezenlijken en van de soort van zending, -die een groot deel van den Indischen Archipel voor dezen godsdienst -won. Van het jaar 630 af zocht hij de bereiking van zijn doel bovenal -in onderwerping van de grootst mogelijke menschengroepen in den -kortst mogelijken tijd; eene methode, die ook buiten den Islâm in -de middeleeuwen vele aanhangers had. In het stelsel, dat omstreeks -900 zijne definitieve afronding verkreeg, bleef deze toepassing -van materieele machtsmiddelen de eerste plaats innemen, ook nadat -de veranderde tijdsomstandigheden die in de practijk zoo goed als -onmogelijk gemaakt hadden. Feitelijk moest men zich in nieuwere -tijden steeds meer beperken tot eene andere soort van propaganda, -die van oudsher naast de gewelddadige aanbevolen en ook beoefend was: -vreedzame overreding, die gewoonlijk den vorm aannam van assimilatie, -vooral van primitieve volken, door kooplieden en avonturiers, -die in hun eigen belang met die volken verkeerden. De leer van den -heiligen oorlog, door de schriftgeleerden onveranderd overgeleverd -en bij het mindere volk altijd geliefd, bleef daarbij gereed om zich -onder gunstige omstandigheden te doen gelden. Zoo niet zelden bij pas -bekeerde volksstammen, die hunne heidensche rasgenooten met geweld -tot den Islâm brachten. - -Altijd was het hoofdoogmerk snelle vermeerdering van het aantal -Moslims, terwijl de opvoeding der bekeerden naar de beginselen en -voorschriften van den Islâm aan de toekomst overgelaten bleef en -met weinig ijver en ondoelmatige middelen beproefd werd. Onder de -aangewende middelen van overreding speelden in systeem en practijk -die van stoffelijken aard steeds de hoofdrol. Van missie met zuiver -geestelijke middelen doen zich in ouderen tijd sporadisch gevallen -voor; het meerdere, dat in onze dagen daarvan voor den dag komt, -dankt zijn ontstaan meestal aan reactie tegen en concurrentie met -Christelijke zending, die onder Moslims werkt. - - - - -Het leven overal in slechts geringe mate naar het stelsel hervormd. - -Bij het licht der geschiedenis van de Moslimsche propaganda en harer -resultaten begrijpt men zonder moeite den afstand, die overal, waar -de Islâm beleden wordt, te constateeren valt tusschen de leer en -de wet eenerzijds en anderzijds het leven, vooral het leven van -de massa des volks. Zonder dat licht begrijpt men er niets van -en komt men gemakkelijk tot valsche oordeelen. Zoo onlangs een -onzer volksvertegenwoordigers, die in dagbladartikelen en in eene -parlementaire redevoering de stoute bewering deed vernemen, dat van de -vijf en dertig millioen Nederlandsche onderdanen, die officieel als -Mohammedanen te boek staan, slechts ongeveer zes millioen werkelijk -belijders van den Islâm zijn. - - - - -De graad van het in de autoriteiten van den Islâm gestelde vertrouwen -beste maatstaf voor de Moslimsche belijdenis. - -Het is altijd gevaarlijk voor een buitenstaander, met een zelfgemaakten -maatstaf te gaan bepalen, in hoeverre menschengroepen, die zich bij -eene godsdienstige belijdenis indeelen, terecht daartoe gerekend -worden. Hoevele millioenen Europeanen, wier namen in Christelijke -doopregisters voorkomen, zou men op die wijze niet de buiten de -gemeenschap der Christenen kunnen plaatsen omdat zij van den godsdienst -vervreemd zijn of omdat zij geene kennis hebben van hun geloof en -bevangen zijn in heidensche superstitie en practijken van animistischen -oorsprong? Wat zou er op die wijze overblijven van het Christen-zijn -van vele gedoopte Inlanders? Het eenig bruikbare criterium zal toch -wel zijn, hoe de menschen zichzelve genoemd willen hebben, vooral omdat -alleen daaruit blijken kan, waar zij hun vertrouwen hebben geplaatst. - -Bepalen wij onze aandacht eens bij Java als uit het oogpunt van -bevolking verreweg het belangrijkste eiland van Nederlandsch-Indië. Met -uitzondering van de kleine groepen der Badoei's en der Tenggereezen -en van kleine Christengemeenten onder Europeesche leiding, noemt de -geheele bevolking zich Mohammedaansch. Vooral op Midden-Java is van -leer en wet van den Islâm in het leven van den kleinen man nog weinig -doorgedrongen, terwijl zeden en bijgeloof er algemeen getuigen van de -heerschappij van oud-animistische begrippen, min of meer gewijzigd -door den invloed van het vroeger ingedrongen Hindoeisme. Toch zou -een Hindoesch pandit thans evenveel moeite hebben om bij de bevolking -gehoor te vinden als een zendeling van het Christendom. - - - - -De graad van bekendheid met leer en wet vormt geenen maatstaf. - -Zeker, van de millioenen zijn het slechts tienduizenden, die aan de -over geheel Java verspreide pesantrèns kennis van eenige beteekenis -opdoen van de dogmatiek en de wet van den Islâm. Evenals in andere -Mohammedaansche landen zien ook hier die schriftgeleerden minachtend -op de onwetende schare neer, en doen zij uiterst weinig om ze uit hare -onwetendheid op te heffen. Maar evenals elders ziet ook hier die schare -op naar die geleerden als naar degenen, die haar vertrouwen verdienen, -waar het gaat om hare hoogste belangen. - -Goede of slechte geestelijke waar, die haar geboden wordt, beoordeelt -de bevolking in de eerste plaats naar het Mohammedaansche merk, waarmee -zij voorzien is. Mist zij dit, dan beschouwt zij haar zonder onderzoek -met achterdocht en wantrouwen. Laster is het, wanneer men zegt, dat -de Regeering door bestuursmaatregelen deze gezindheid heeft bevorderd -of in het leven geroepen. Zij bestaat van de dagen der Compagnie -af, Raffles constateerde haar in het begin der negentiende eeuw, -en de uiterst geringe verandering, die in den geestelijken staat -der Javaansche landbouwers is gekomen, heeft ook haar ongewijzigd -gelaten. De bevolking van Java evenzeer als de Atjèhers, de Maleiers, -Boegineezen, Makassaren en wie zich verder in Indonesië naar Mohammed -noemen, zijn Mohammedanen, of men moet dien naam tevens ontzeggen aan -de Berbers, de Egyptenaren, de Syriërs, ja zelfs aan de meerderheid -der Arabieren. - - - - -De Regeering kan Hare taak geheel vervullen zonder schending der -godsdienstvrijheid. - -De Regeering kan dit erkennen zonder zich daardoor te laten weerhouden -van ook maar één enkelen bestuursmaatregel, die het belang van land -en volk gebiedt. Maar Zij kan niet--zoolang Zij aanspraak maakt op -den naam eener eerlijke regeering--medegaan met den wensch, dien -de afgevaardigde van daarstraks namens onverstandige vrienden der -Christelijke zending uitsprak, eenige millioenen Mohammedanen tot -heidenen of pantheïsten verklaren, en daaraan vrijheid ontleenen -om de zending meer direct te steunen door op die tot heidenen -gestempelde Inlanders maatregelen toe te passen, die men tegenover -Mohammedanen voor ongeoorloofd zou houden. Zulke steun zou ook beneden -de waardigheid der Christelijke zending zijn. Men zou er bovendien het -tegendeel van hetgeen men beoogde door bewerken: men zou aanleiding -geven tot fanatiek verzet. - -Wel doet de Regeering wijs door hare volle aandacht te schenken -aan het veelszins gelukkige feit, dat onder een groot deel van de -Mohammedanen van Nederlandsch-Indië de beginselen van het stelsel -van den Islâm nog weinig diepe wortels hebben geschoten, waardoor zij -veel toegankelijker zijn voor andere cultuurinvloeden dan anders het -geval zou wezen. Hiervan behoort in het belang der bevolking zelve -partij getrokken te worden voordat het te laat is; voordat nog de -aan wezenlijke beschaving vijandige elementen, die den Islâm als -eene uit hare middeleeuwsche periode overgebleven kwaal aankleven, -gelegenheid vinden op die dusver gespaarde Inlanders in te werken, -moet men alle kracht inspannen om ze daartegen immuun te maken. Dat -dit geschieden kan in volkomen eerlijkheid en zonder valsche listen, -hoop ik in het vervolg aan te toonen. - - - - - - - - -II. - -KENSCHETSING VAN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM. - - -Aanpassing van den Islâm aan de cultuur der door hem veroverde volken. - -In mijne vorige voordracht gewaagde ik meer dan eens van het stelsel -van den Islâm, dat ongeveer drie eeuwen na Mohammed zijn definitieven -vorm had verkregen, en wees ik erop, dat het heel andere dingen bevatte -dan waarvan men in Mohammeds dagen ook maar een flauw voorgevoel kon -hebben. Dit sprak in verband met de ontzagwekkende gebiedsuitbreiding -van het Mohammedanisme geheel van zelf. - -Het schijnt ons reeds een wonder, dat die halfbarbaarsche Arabieren -als in een ommezien niet slechts de volken van Zuid-Spanje tot de -Westelijke grens van China wisten te onderwerpen, maar tevens aan de -meesten hunner, waaronder naties met eene oude, hooge cultuur, hunnen -nuchteren, nieuwen godsdienst wisten op te dringen, de Arabische taal -in de plaats wisten te stellen van de talen der veroverde landen of -althans haar den voorrang daarboven te verzekeren, de afstamming van de -zonen der woestijn te doen erkennen als de hoogste aristocratie. Maar -zonder eene groote mate van aanpassing zou dit alles toch geheel -onmogelijk zijn geweest. - -Voor de regeling van het staatsbestuur in die oude cultuurlanden, van -grondbezit, handel en verkeer in zulk een wereldrijk, om niet meer te -noemen, waren de sobere, naieve wetgevende gedeelten der Qoerânische -openbaring volstrekt ontoereikend. Nu had echter in de oudste gemeente -deze overtuiging diep wortel geschoten, dat alle levensverhoudingen, -groot of klein, zonder uitzondering geregeld moesten worden door Allahs -woord, toegelicht door Allahs gezant. Zoo was het geweest te Medina -zoolang Mohammed als levend orgaan der openbaring in het midden der -zijnen had verkeerd, en zoo behoorde het te blijven na zijn dood in -het door hem gestichte rijk. - - - - -De vreemde elementen met behulp van fictie bij de voorschriften van -den Profeet ingelijfd. - -Hoe nu de geheel andere eischen der practijk in overeenstemming te -brengen met die als eene levensvoorwaarde van den Islâm beschouwde -beperking der bron van alle wijsheid tot eenige uitspraken, bestemd -om in de vrij primitieve maatschappij van Medina de gewenschte orde -te handhaven of te herstellen? Waar het voor heiligschennis gold, -te meenen, dat de woorden van Allah en Zijnen Gezant aanvulling -behoefden, schoot er niet veel anders over dan door vrome fictie aan -Mohammed in den mond te leggen, hetgeen hij vermoedelijk gezegd zou -hebben, indien hem een blik in de toekomst gegund ware geweest. Elke -vraag, die rees gedurende en na de groote verovering der landen, -gaf aanleiding tot het ontstaan van eene of meer overleveringen over -iets, dat de profeet had gezegd of gedaan, en waaraan men voor het -gegeven geval licht kon ontleenen. Later werd die steeds aangroeiende -massa van tradities door schifting in omvang beperkt, door ordelijke -rangschikking handelbaar gemaakt, en zoo verkreeg men de kanonieke -traditie-verzamelingen. Zij vormden niet een zoo streng afgesloten -geheel als de verzameling der woorden Gods in den Qoerân, zij lieten -veel meer plaats voor aanvulling en verschillende uitlegging, maar -eene verdere ontwikkeling der wetgeving, die naar ons spraakgebruik -dien naam zou verdienen, maakten zij dan toch zoo goed als onmogelijk. - -Goed- of kwaadschiks moest de Islâm in de eerste twee eeuwen van zijn -bestaan de grootste plooibaarheid ontwikkelen, waartoe hij in staat -was: langs verschillende wegen nam hij instellingen en denkbeelden -in zich op, die ons op ondubbelzinnige wijze hunne herkomst uit -Griekenland, Rome, Perzië en Hindostan openbaren, al hebben zij zich -gehuld in het monotone, grauwe kleed van profetische traditie. Zonder -deze veelsoortige toespijzen en sterke kruiden zou de digestie van de -gulzig opgezwolgen landen en volken hem te machtig zijn geworden. Maar -toen was dan ook de grens zijner spankracht bereikt; ongeveer duizend -jaren geleden was dus de geschiktheid van den Islâm om zich aan te -passen aan andere tijden dan de dusver doorleefde, aan andere plaatsen -dan de dusver ingenomene zoo goed als geheel verbruikt. - - - - -De leer van de onfeilbaarheid der Moslimsche gemeente. - -Het stelsel, zooals het toen reeds tot in kleine détails was -uitgewerkt, werd afgesloten door de leer van de onfeilbaarheid -der Moslimsche gemeente als geheel, vertegenwoordigd door hare -schriftgeleerden. Omtrent den Qoerân en zijne uitlegging, de kanonieke -overleving en hare verklaring, de uit die bronnen af te leiden -theologie en wet, was dus al hetgeen, waarover de schriftgeleerden tot -eenstemmigheid waren geraakt, boven verdere discussie verheven. Stevig -zaten die resultaten van drie eeuwen geestelijken arbeid vast in de -vesting der onfeilbaarheid. Die vastheid van het systeem was echter -tevens de oorzaak van zijn kwijning; hoe langer hoe meer verloor het -den samenhang met het leven. - -Dit bezwaar zou belangrijk verminderen, wanneer gezaghebbende -schriftgeleerden die leer van den onfeilbaren consensus gebruikten -als middel juist om door hen wenschelijk geachte hervormingen in -te voeren. In de laatste jaren is dit, vooral in Egypte, en ook wel -in Turkije, door kundige oelamâ beproefd. Zij gelden echter bij de -groote meerderheid nog als gevaarlijke modernisten, en het is zeer -de vraag, of het hun gelukken zal, op den duur een zoo grooten kring -van moeqallids (erkenners van hun gezag) te vormen, dat hunne opinies -voor de vaststelling van den consensus gaan medetellen. - - - - -Belangrijke ontwikkeling van het stelsel na de derde eeuw der Hidjrah -zeer moeielijk. - -Immers hetgeen daar voor duizend jaren werd vastgelegd, dat was -niet een geheel van beginselen, maar een stel van op goddelijk en -profetisch gezag berustende voorschriften, die tot in het kleine en -bijzondere het staatkundige, maatschappelijke en individueele leven -der geloovigen bonden voor alle gevallen, waarop men bedacht was -geweest. Nu hebben sinds dien tijd de verschillende Mohammedaansche -landen in menig opzicht onafhankelijk van elkander ieder hun eigen -leven geleid, daar de politieke, economische en andere toestanden vaak -hemelsbreed verschilden; maar hetgeen hen onderling bleef verbinden, -dat was juist, behalve eenige geloofsformules, de gemeenschappelijke -erkenning van het goddelijk karakter dier wet, die in elk van hare -deelen hare Arabische geboorte en hare opvoeding in het Westen van -Azië gedurende de zevende, achtste en negende eeuw verried. Al mag -men gedurende de tien eeuwen, die daarna volgden, kunnen wijzen op -concessies der wet aan behoeften, die zich algemeen deden gelden, -de moeite, die het kostte, ze erkend te krijgen, bewijst beter dan -iets anders, hoe stroef het systeem van den Islâm geworden was. - -Wie toch eene zekere mate van plooibaarheid aan dit stelsel wil -toekennen, wijst terecht op het gewicht, dat vele schriftgeleerde -autoriteiten toekennen aan het belang der geloovigen als motief -voor wettelijke bepalingen, of aan den drang der omstandigheden, -die volgens Moslimsche autoriteiten gedeelten der heilige wet buiten -werking kan stellen, maar zulk beroep komt bij de meest gezaghebbende -schriftgeleerden slechts voor om den loop van de ontwikkeling der -wet in het verleden of ook uitzonderingen van tijdelijken aard te -rechtvaardigen, daarentegen zelden om wegen te openen voor eene -toekomstige ontwikkeling, die het vroeger met onfeilbaar gezag -vastgestelde zou wijzigen. De door de schriftgeleerden der eerste -eeuwen na eenige aarzeling aanvaarde, maar binnen enge perken gehouden -redeneering bij analogie kan evenmin als hervormend beginsel werken: -zij mag alleen dienen om uit de bestaande bepalingen voor dusver -onbekende gevallen nieuwe deducties te maken. - -Hoe men de zaak ook beschouwe, elke poging om de wet in het bijzondere -te verbeteren bedreigt het heele, eeuwenoude gebouw met ineenstorting, -en ieder streven naar fundamenteele herziening brengt hem, die ermee -voor den dag komt, in verdenking van ongeloof. Tegen het een zoowel -als tegen het ander kan men gewoonlijk rekenen op den fellen tegenstand -van de meerderheid der schriftgeleerden, gesteund door de instinctief -bij haar zich aansluitende massa des volks. - - - -De stroefheid van den Islâm, die in zijne eerste periode eene -wijle voor den onweerstaanbaren drang der omstandigheden week, -werd dan van de derde eeuw der Hidjrah af een zijner sprekendste -karaktertrekken. Een "positieve" openbaringsgodsdienst, die uit den -Hemel voorschriften verlangt over alle détails van het leven, kan op -den duur dit lot niet ontgaan. - - - - -Het stelsel splitst zich in geloofsleer en wet. - -Ik sprak meermalen van het stelsel van den Islâm, en inderdaad was -het in den beginne formeel één geheel, werden alle levensvragen door -ééne en dezelfde klasse van deskundigen behandeld en opgelost. Weldra -verdeelde zich de stof in twee hoofddeelen, de geloofsquaesties, -de dogmatische vragen, die door theologen in den engeren zin, en -de vragen betreffende de plichten, die door wetgeleerden behandeld -werden. Beide vakken bleven met elkaar in innig verband, maar zij -onderscheidden zich toch van elkaar in doel, in middelen, in methode. - -Over de dogmatiek kunnen wij hier kort zijn. Eene geloofsleer -wordt uit strijd over de ontwikkeling van het dogma geboren, en -tracht in scherp belijnde formules de bovendrijvende stellingen -voor altijd te bevestigen. Voor zoover men haar onfeilbaar of toch -boven revisie verheven acht, komt zij in een volgend tijdperk der -ontwikkeling van het menschelijke denken noodwendig in strijd met de -begrippen van een deel dergenen, die zij onder hare vleugelen wil -houden. Deze verwijdering kan echter zonder belangrijke practische -gevolgen intreden, wanneer ten minste de geloofsleer zich binnen -hare eigene grenzen houdt en niet te zeer ingrijpt in het gebied -van het handelen. Zoo is het in den Islâm gegaan. Toen de hitte van -den strijd der eerste drie eeuwen over geloofsformules afgekoeld en -het resultaat in den vorm eener rechtzinnige dogmatiek bezonken was, -nam de belangstelling voor deze dingen buiten de enge vakkringen af. - - - - -De dogmatiek na hare vaststelling van ondergeschikt belang voor -de practijk. - -De vragen, waarover men getwist en elkander verketterd had, vertoonden -veel overeenkomst met die, welke in de Christelijke kerk de gemoederen -hadden bewogen. De praedestinatie, tegenover de aanhangers der leer -van den vrijen wil tot een hoofddogma verheven, werd in den Islâm niet -fatalistischer opgevat dan elders. De streng gehandhaafde eenheid Gods -werd met de veelheid Zijner in den Qoerân genoemde eigenschappen in -een verband gebracht, dat het middelmatige verstand zoowel als het -populaire openbaringsgeloof bevredigde. De leer van de eeuwigheid -der hellestraf voor ongeloovigen in verband met die der eindelijke -zaligheid aller geloovigen verscherpte in den geest der middeleeuwen -de grenslijn tusschen Mohammedanen en niet-Mohammedanen. Het dogma -der zaligmaking door het geloof alleen--geloof opgevat in den zin van -eerbiedige erkenning der almacht van den door Mohammed gepredikten -Allah, ongeveer zoo als een willig onderdaan zijnen vorst erkent, -waarbij de werken dienen om dat geloof schooner en volkomener te maken -en den geloovige meer aanspraak te geven op spoedige toelating in het -Paradijs--, dit dogma was dienstig om de zwakken niet af te schrikken -en de propaganda te bevorderen. Er zou veel meer te noemen zijn, maar -voor de practijk van het leven, die ons hier bovenal belang inboezemt, -is het eene van niet veel meer gewicht dan het andere. - -Al was het stelsel óók ten aanzien van dit schema der geloofsleer -in de laatste duizend jaren stroef en afkeerig van alle pogingen tot -herziening, het denken der Islâmbelijders werd daardoor niet ernstig -belemmerd. De in hooge sferen zich bewegende geesten gingen erboven uit -of begaven zich op zijwegen; het vulgus bleef met allen eerbied voor -de theologische leuzen aan zijn, slechts in vorm ietwat gewijzigde, -oude bijgeloof hangen. Wie bij al die afwijkingen geene uitdagende -houding aannam, had zelden veel te vreezen. - - - - -Alleen enkele eschatologische voorstellingen verwekken soms beroering. - -Eén hoofdstuk der dogmatiek vraagt soms de aandacht ook van hen, die -voor de bespiegeling over leerstukken zonder direct practisch gevolg -weinig belangstelling hebben: het is de eschatologie. De messiaansche -verwachtingen, die in de Moslimsche leer ingang gevonden hebben, -met name de verwachting, tegen het einde der dagen, van eenen mahdî -(eenen met Allahs bijzondere leiding begunstigden opperbestuurder), -die het stelsel van den Islâm opnieuw tot eere brengen en de -ongeloovigen verdelgen zal, verontrusten de gemoederen der minst -ontwikkelde Mohammedanen, zoo dikwijls als het aan opruiers gelukt, -eene bevolking te doen gelooven, dat de opstanding nabij is, of haar -in een bepaald persoon den mahdî of een van diens wegbereiders te -doen zien. De stemming jegens andersdenkenden wordt in zulke gevallen -hatelijk, en soms komt het tot fanatieke daden. Maar hiermede is dan -ook alles gezegd. - -Al wordt dus de rechtzinnige geloofsleer op de pesantrèns van -Java en op dergelijke scholen (de soerau's van Soematra enz.) in de -buitenbezittingen veel, soms zelfs met overdreven voorliefde beoefend, -toch mogen wij bij de beschouwing van het stelsel in zijne werking -in het algemeen zoowel als op de Indonesiërs in het bijzonder, dit -gedeelte verder ter zijde laten. De wet verlangt in veel hooger mate -onze aandacht. - - - - -Het staatsgezag en de uitlegging der wet bleven niet lang in ééne hand. - -Wij leerden haar daarstraks kennen als, wel veel meer later ingedrongen -elementen van vreemden oorsprong bevattend dan zijzelve ons wil doen -gelooven, maar sedert hare volgroeidheid bijzonder stroef. De keerzijde -van die stroefheid was, dat het werkelijke leven in vele opzichten -buiten haar om zijn eigen weg ging. Deze voor de wet ongunstige -verhouding werd ook door andere oorzaken zeer in de hand gewerkt, -voornamelijk doordien reeds enkele tientallen jaren na Mohammeds -dood de machthebbers in den Islâm en de uitleggers der wet niet -meer samenwerkten, maar twee jegens elkander meestal wantrouwende en -naijverige groepen vormden. Dat is sedert aldus gebleven: de bezitters -van het gezag waren even ongeneigd om zich in alles onder de vaak -lastige controle van de wetgeleerden te stellen als dezen om zich door -de vorsten der wereld den critischen mond te laten snoeren. Des te -vrijer konden die juristen zich aan hunne casuïstische liefhebberijen -overgeven, en daar zij, gelijk wij vroeger zagen, op de onwetende -schare minachtend neerzagen, waren zij allerminst doordrongen van -het besef, dat hunne uitlegging der onfeilbare wet rekening diende -te houden met de practische eischen der maatschappij. - - - - -De wet theoretisch erkend, practisch veelszins terzijde gesteld. - -De samenhang van theorie en practijk liet reeds zeer veel te wenschen -over in de eerste drie eeuwen van wording van het systeem, en in de -landen zelve, waar die groei tot stand kwam; hoeveel te meer in later -eeuwen en in landen, die van dat oorspronkelijke centraalgebied ver -af gelegen waren. Gewoonterecht en willekeur der bestuurders deden -alom ten aanzien van menig hoofdstuk der wet bijna vergeten, dat het -eene andere bestemming had dan die van bestudeerd te worden. Het -qâdhî-ambt, ingesteld ter beslechting van alle geschillen volgens -de wet Gods, ontaardde weldra, deels omdat het meegesleept werd -in de algemeene corruptie der staatsambten, deels omdat het in de -vrijheid zijner functie belemmerd werd door zijne afhankelijkheid -van het bestuur. Om hunne gemoedsrust te kunnen bewaren bij het -onloochenbare feit, dat Allahs geboden op elk gebied veronachtzaamd -werden, namen de schriftgeleerden aan, dat deze wereld te slecht -was voor eene zoo volmaakte wet, die hare volle kracht slechts kon -ontwikkelen in het gulden verleden van Mohammed en zijne eerste -opvolgers en in het toekomstige messiaansche tijdperk, wanneer de -mahdî, de door Allah geleide, aan het hoofd der gemeente zou staan en -de wereld zou vervullen met gerechtigheid gelijk zij thans vervuld -was met onrecht. Dat het zoo gaan zou, werd zelfs in den vorm eener -voorspelling aan Mohammed in den mond gelegd. - - - - -Onderscheid in waardeering van de verschillende deelen der wet. - -Theoretische erkenning hebben de wetgeleerden aan hun werk in -de geheele Mohammedaansche wereld weten te verzekeren; wie de -verbindbaarheid ook maar van een enkel door den onfeilbaren consensus -der gemeente gestempeld wettelijk voorschrift in twijfel trok, werd -daardoor een rebel tegen den Almachtige, wie haar loochende, een kâfir. - -Juist hierom mogen wij dus toch weer van bijna geen deel der wet -zeggen, dat het ontbloot is van alle beteekenis voor het leven der -Mohammedanen; wel kan men naar het verschil in graad van de waarde -voor de practijk verschillende bestanddeelen dier wet onderscheiden. - - - - -De zuiver godsdienstige bestanddeelen. - -De vijf hoofdplichten der geloovigen jegens Allah, de zoogenaamde -vijf zuilen van den Islâm, met welker behandeling ieder leerboek -der wet begint, hebben groote beteekenis voor het individueele -godsdienstige leven, in onzen tijd zelfs meer dan in de middeleeuwen, -toen nog vaak de vervulling dier voorschriften door bestuur en politie -bevorderd werd. Thans wordt die ook in landen onder Mohammedaansch -bestuur meestal aan den eigen aandrang der Moslims overgelaten, -zoodat men duidelijker dan voorheen kan onderscheiden, welke soort -van godsdienstige verrichtingen in eene bepaalde streek de hoogste -waardeering geniet. Voor de vraag, of men eene bevolking al of niet bij -de Mohammedanen zal indeelen, heeft, gelijk ons bleek, die relatieve -waardeering evenwel geen groot belang. - -In den Indischen Archipel loopt die waardeering plaatselijk ver -uiteen. In Atjèh wordt de çalât lang niet met denzelfden ijver -waargenomen als in Banten; het vastengebod wordt op Midden-Java -door een groot deel der bevolking veronachtzaamd. Op West-Java -daarentegen overschat men dikwijls deze verplichting door haar -getrouwer na te komen dan die der ritueele godsdienstoefening. Aan -het zakâtvoorschrift houden zich de Soendaneezen veel strenger dan -de andere bewoners van Java, terwijl de ijver voor de bedevaart naar -Mekka in de meeste eilanden van den Archipel in vergelijking met -andere landen overdreven wordt. - - - - -Voor de practijk weinig beduidende bestanddeelen. - -Onder de overige hoofdstukken der wet, die de verhouding der menschen -onderling als onderdanen van den staat, als leden van maatschappij en -gezin regelen, zijn er verscheidene, die onze belangstelling slechts -in zoover verdienen als zij kunnen bijdragen tot de kenschetsing van -den geest van het geheel of omdat zij den historicus van den Islâm -in staat stellen na te gaan, uit wat voor vreemde bronnen de oudste -bewerkers der Mohammedaansche wet de magere Arabische stof aangevuld -hebben. Overigens bezitten die hoofdstukken, daar zij zoo goed als -nergens op den duur kracht van wet hebben gehad, alleen paedagogische -waarde voor de betrekkelijk kleine kringen, die van de geheele wet -studie maken en wier ideaal van een vroom leven mede daardoor wordt -bepaald. - -Dit geldt bijv., behoudens uitzonderingen, van de leer der contracten, -van het strafrecht en van zoo menig ander onderdeel, dat door de -casuïsten tot in de uiterste consequenties is uitgewerkt, als ware -het heil der menschheid ermee gemoeid. - - - - -Bepalingen die als moreele voorschriften werken. - -Er zijn echter ook een aantal onderwerpen, waaromtrent bepalingen in de -goddelijke wet voorkomen, die in wijde kringen bekend zijn en welker -overtreding de geloovige zich als zonde aanrekent. Meestal zijn het -verbodsbepalingen, en wel liefst zulke, die op eene ondubbelzinnige -uitspraak van Allahs eigen woord berusten. Deze soort heeft dus voor -de Mohammedanen veel hoogere moreele waarde dan de laatst genoemde -categorie. - -Geen Moslim heeft gemoedsbezwaar tegen het sluiten van koop- en -huurcontracten volgens andere regelen en in andere vormen dan die -de goddelijke wet daarvoor aangeeft; maar wanneer hij zich laat -vinden tot het aangaan eener overeenkomst, waarbij rentebeding -in een of anderen vorm te pas komt, dan voelt hij zich schuldig -tegenover Allah, en wanneer hij eene assurantie sluit, is zijn -geweten niet veel geruster. Dat komt omdat het leenen tegen rente in -den Qoerân streng verboden en met de zwaarste straffen in de andere -wereld bedreigd wordt, terwijl de Mohammedaansche schriftgeleerden -verzekeringsovereenkomsten als hasardcontracten beschouwen, en het -hasardspel in Allahs woord tot het werk van den Duivel gerekend wordt. - -Van een koopcontract, waarbij de voorschriften der heilige wet niet -in acht genomen zijn, kan men uit het oogpunt van het kanonieke recht -de geldigheid betwisten; maar, indien beide partijen zich erdoor -gebonden achten, meer nog indien eene besturende macht die opvatting -deelt en waar noodig handhaaft, dan heeft die afwijking voor geen -der betrokkenen schadelijke gevolgen noch van materieelen, noch van -moreelen aard. Anders staat het met rechtshandelingen, die Allah -verboden en strafbaar gesteld heeft. Het sluiten van een contract -met rentebeding bijv. is uit een godsdienstig-zedelijk oogpunt te -vergelijken met het drinken van wijn of het plegen van ontucht. - -Eene als onfeilbaar geldende wet, die zonder beperking van tijd of -plaats rechtshandelingen verbiedt welke, voor eene normale ontwikkeling -van menschelijken handel en verkeer op den duur onmisbaar zijn, -dwingt de menschen, zich op de eene of andere wijze van haar te -emancipeeren. Dit kan gebeuren door overtreding, die dan door hare -algemeenheid en frequentie ten slotte haar afschrikwekkend karakter -verliest, of door ontduiking, waarbij de schijn van gehoorzaamheid -aan het voorschrift wordt bewaard. Beide wijzen van doen ondermijnen -den waren eerbied voor de wet. Dat de Moslimsche wet dagelijks aldus -door de geloovige Mohammedanen behandeld wordt, moet geweten worden -aan het principieele euvel, waarmee die wet reeds behebt was, toen -zij van Arabië uit haren tocht door de wereld begon, het voor alle -tijden gelijkstellen van hetgeen de tijd noodwendig verandert. - - - - -Ontduiking van voorschriften bewijst niet, dat zij kracht van wet -hadden. - -Een natuurlijk gevolg van dezen loop der zaken is het weer, dat de -wetgeleerden zelve het niet slechts hunne taak achten, de bepalingen -uit te leggen en uit te werken, maar ook de wegen te wijzen, waarlangs -men de in den tijd niet passende voorschriften kan ontduiken. - -Een Duitsch vergelijkend rechtsgeleerde heeft gemeend, uit die gewoonte -der Mohammedaansche wetgeleerden de gevolgtrekking te mogen maken, dat -het recht van den Islâm werkelijk het leven heeft beheerscht; volgens -hem moeten die wetten wel in volle kracht gewerkt hebben, wanneer -men het noodig achtte, ze op omslachtige wijze te ontduiken. Hij -vergat, dat die noodzakelijkheid zich evenzeer opdringt, waar men te -doen heeft met eene gedétailleerde kanonieke wet, die met de eischen -van het leven telkens in conflict komt, maar waaraan men goddelijken -oorsprong toeschrijft, ja dat die ontduikingsmiddelen evenzeer gezocht -worden ten aanzien eener onveranderlijke moraal, die uit voorschriften -in plaats van uit beginselen bestaat. Ook als de historie ons niet -op elke bladzijde getuigen maakte van de botsingen van het leven der -Mohammedanen met de door hen theoretisch als onfeilbaar erkende wet, -dan nog zou de vergelijkende rechtswetenschap hare bevoegdheid te -buiten gaan door uit de wijze, waarop die wet in de school behandeld -werd, conclusies te trekken ten aanzien harer verhouding tot de -practijk. - - - - -Werkelijk geldende hoofdstukken der wet. - -De vierde categorie van onderdeelen der wet, die wij van ons -gezichtspunt te onderscheiden hebben, behandelt onderwerpen, waarvan -men om deze of gene reden altijd van oordeel is gebleven, dat zij -geheel door het goddelijke recht geregeld moesten zijn, ook in het -lange tijdperk na de gouden dertig jaren der rechtzinnige chaliefen -en vóór het aanbreken der messiaansche periode van den mahdî. - - - - -Personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht. - -Hiertoe behoort in de eerste plaats het personen-, huwelijks-, familie- -en erfrecht. Geen Mohammedaansch besturend hoofd heeft er ooit aan -gedacht, de beslissing van geschillen, die daarop betrekking hebben, -aan de jurisdictie van den qâdhî te onttrekken. De voorwaarden en -de grondslagen van een huwelijkscontract kunnen de twee betrokken -partijen reeds daarom niet naar eigen goedvinden regelen, omdat Allah -elke moedwillige afwijking van de door hem daarvoor gestelde regelen -tot ontucht gestempeld en met de zwaarste straffen in dit leven en in -het namaals bedreigd heeft. Maar ook afgezien hiervan, het huisgezin -is wel in elke op godsdienstige grondslagen berustende maatschappij -als een onaantastbaar heiligdom beschouwd, welks inrichting niet aan -den invloed van menschelijke willekeur onderworpen mocht zijn. In -den Islâm met zijne ons bekende neiging tot détailregeling, die zelfs -de bijzonderheden van kleeding en toilet, van beleefdheidsvormen en -uitingen van gemoedsaandoening wilde binden aan van tijd en plaats -onafhankelijke voorschriften, in den Islâm sprak het van zelf, dat -de familie over zijn geheele gebied hetzelfde type moest vertoonen -en dat hij ten aanzien hiervan voor transactie met de ethnische -eigenaardigheden zijner belijders ontoegankelijk was. - -Naast deze, voor alle Mohammedanen verreweg belangrijkste kapittels -der heilige wet, hebben wij in dit verband nog te letten op een aantal -andere, waarmede uit den aard der zaak lang niet ieder practisch -te doen krijgt, maar die toch dit met de voorschriften betreffende -personen-, huwelijks-, familie- en erfrecht gemeen hebben, dat zij -de daarin behandelde onderwerpen ook feitelijk beheerschen. - - - - -Vrome stichtingen. - -Niet ieder verkeert in de gelukkige omstandigheden, vrome stichtingen -ten behoeve van eeredienst, onderwijs of andere zaken van algemeen -nut in het aanzijn te kunnen roepen; maar wie dat doen kan en wil, -denkt er natuurlijk niet aan, het op eene andere wijze te doen dan -die in Allahs wet daarvoor is aangegeven. Hij zou immers daardoor -het voornaamste resultaat, dat men zichzelf van zulke vrijgevigheid -belooft: de verwerving van Allahs genade in het namaals, in gevaar -brengen. Al is het dus mogelijk en zelfs zeer waarschijnlijk, dat de -wet betreffende de waqfgoederen in den tijd der aanpassing van den -Islâm onder sterken invloed van het recht der veroverde landen haar -beslag heeft gekregen, zóó als zij daar nu in het voltooide systeem -voor ons ligt, vertoont zij zich aan de geloovigen als afkomstig -uit dezelfde onfeilbare bronnen, waaruit de met historisch recht -aan Mohammed toegeschreven inzettingen gevloeid zijn, en geen Moslim -wijkt er willens en wetens van af, wanneer hij zijn credit in Allahs -grootboek wenscht te vermeerderen door een deel van zijn eigendom in -de doode hand te brengen. - - - - -Geloften. - -Hetzelfde kan men tot op zekere hoogte zeggen van de geloften, waarbij -de geloovige, al of niet onder de voorwaarde van het plaatsgrijpen -eener door hem gewenschte gebeurtenis, aan Allah eene of andere -prestatie in den vorm van een Hem welgevallig werk belooft. Echter is -op dit gebied de heerschappij der geopenbaarde wet niet zoo onbeperkt -als ten aanzien der eerst genoemde onderwerpen. Terwijl men met de -stichting van een waqf in de eerste plaats eene verhooging van zijnen -rang in de andere wereld op het oog heeft, wil men door geloften -meestal aardsche doeleinden bereiken: de meest gewoone voorwaarden, -waaraan de vervulling eener gelofte gebonden wordt, zijn genezing -van zieken, erlanging van den huwelijkszegen, van geluk in den -handel of in de ambtelijke loopbaan, en wat dies meer zij. Daar nu -de geïslamiseerde volken ook vóór hunne bekeering allerlei magische -middelen tot verkrijging van zulke wenschen plachten aan te wenden en -de paedagogische werking van den Islâm nergens sterk genoeg geweest -is om zulk volksgeloof uit te roeien, dingen hier nog altijd de -oude beproefde recepten van heidenschen oorsprong met de in streng -monotheïstischen zin gereinigde der officieele leer om den voorrang, -en dan winnen de eerste het meestal bij de ongeletterde massa. - - - - -Voorschriften over de rechtspraak. - -De bepalingen over de rechtspraak, die de Mohammedaansche wet bevat, -hebben werkelijk ingang gevonden en hare werking behouden, voor -zoover die rechtspraak zelve niet door eene andere, wereldlijke is -verdrongen. Dat wil dus zeggen, dat bij de beslechting van al zulke -geschillen, welker behandeling de besturende autoriteiten niet aan zich -getrokken hebben, dus alweer bovenal in zaken betreffende personen-, -huwelijks-, familie-, en erfrecht, de procedure volgens de regelen der -heilige wet geschiedt, de door haar aangegeven bewijsmiddelen alleen -in aanmerking komen, dat getuigen en partijen daarbij zonder eenigen -dwang het woord moeten voeren, dat het getuigenis van vrouwen weinig, -dat van niet-Mohammedanen volstrekt geene waarde heeft, dat de eed -alleen aan partijen en niet aan getuigen kan worden opgelegd, dat -aan het schriftelijk bewijs geene waarde toegekend mag worden. Alles -geheel anders dus dan bij de berechting der vele zaken, die in den -loop der tijden aan de qâdhîs onttrokken en naar gewoonterecht of -willekeur door de bestuurders behandeld werden. - - - - -Bepalingen over de verhouding tot niet-Mohammedanen. - -De wettelijke voorschriften, die bestemd zijn om de verhouding van -den Moslimschen staat tegenover het "gebied van den oorlog", van de -belijders van den Islâm tegenover ongeloovigen te bepalen, hebben -eeuwenlang de werkelijkheid beheerscht, zij het ook vaak met eene -zekere vrijheid in het bijzondere, die zich vanzelf verklaart wanneer -men bedenkt, dat de uitvoering lag in de handen der vorsten en hunner -dienaren, niet der schriftgeleerden. Ook toen de staatkundige roem -van den Islâm al geweldig getaand was, hield men nog lang vast aan -zulke middeleeuwsche beginselen als dat een Moslimsch staatshoofd -nooit duurzamen vrede met een niet-Moslimsch land mocht sluiten, -ja zelfs een wapenstilstand niet langer dan tien jaren mocht duren. - -Nog in onze dagen, kan men, gelijk ons reeds bleek, de leer van -den heiligen oorlog en hetgeen daarmee verband houdt niet als voor -de practijk onverschillig beschouwen, al is hare werking van geheel -anderen aard dan die van in eigenlijken zin nageleefde wetten zooals -de huwelijkswet. - - - - -De ontwikkelingsgeschiedenis der wet verzet zich tegen codificatie. - -Dit overzicht zal voldoende zijn ter bevordering eener klare -voorstelling der beteekenis, die het stelsel van den Islâm gehad heeft -en die het nog bezit voor het leven zijner belijders. Toch zou onze -schets aan duidelijkheid te wenschen overlaten, indien wij er niet -iets aan toevoegden over den aard der bronnen, waaruit dat systeem, -inzonderheid in zijne legislatieve bestanddeelen, gekend wordt. Het -kan daarbij niet de bedoeling zijn, de in den laatsten tijd meermalen -door mij gegeven uiteenzetting van de wordingsgeschiedenis der -Mohammedaansche wet nogmaals te herhalen, maar wel om scherp te doen -uitkomen, dat het bij deze wet nooit gekomen is tot eene eigenlijke -codificatie, en dat, naar het schijnt, ook in de toekomst elke poging -om daartoe te geraken van te voren als mislukt moet worden aangemerkt. - - - - -Qoerân en Soennah. - -In den allereersten tijd hebben de leiders der Mohammedaansche -gemeente getracht, de geheele wet te beschouwen als berustend op -de eigen woorden van Allah, zich daarvoor o.a. beroepende op het -Qoerânvers (VI : 38): "Wij hebben in het Boek niets veronachtzaamd", -openbaringswoorden, die blijkens het verband iets geheel anders wilden -zeggen. Men was huiverig voor het stellen van menschelijk gezag als -ongeveer gelijkwaardig naast dat van God. - -Niet lang kon men echter blind blijven voor de waarheid, dat de Qoerân -van het eerste begin af doorgaans de verklaring en aanvulling zijner -sobere wetgevende uitspraken door woord en voorbeeld van den Gezant -Gods onderstelt. De Soennah, de wijze van doen, van Mohammed, werd -derhalve als tweede bron van wetgeving naast den Qoerân erkend. Deze -Soennah had boven den weldra na Mohammeds dood voor altijd schriftelijk -vastgestelden Qoerân eene zekere rekbaarheid voor, waarvan bij de -vroeger genoemde aanpassing der wet aan de onafwijsbare behoeften -der veroverde landen een ruim gebruik gemaakt werd. De overlevering -(hadîth) omtrent den inhoud der Soennah bleef gedurende een paar eeuwen -vloeiend, en zoo vond men gelegenheid om de meeste vreemde elementen, -die de Moslimsche wet niet missen kon, door tradities over Mohammeds -woorden en daden te sanctionneeren. - -De Overlevering, al hield ook hare rekbaarheid na ongeveer drie eeuwen -op, heeft nooit zoo vasten vorm verkregen als de Openbaring. Uit het -ontelbaar aantal tradities, die elk een of ander klein détail der wet -tot onderwerp hadden, kozen gezaghebbende geleerden, ieder volgens -zijne eigene critische beginselen, de "echte" uit, en zij rangschikten -die in hunne verzamelwerken min of meer naar den inhoud of naar de -herkomst. Ofschoon nu sommige van die verzamelingen eene soort van -kanonieke waarde hebben verkregen, bleef toch de weg altijd open voor -verschillende relatieve waardeering der enkele tradities, die daarin -eene plaats gevonden hadden, en tevens voor gelijke waardeering van -andere, die in die collecties niet waren opgenomen. De uitlegging van -al die overleveringen was natuurlijk voor latere geslachten vooral -niet minder aan discussie onderhevig dan die van Allahs eigen woord. - - - - -Losmaking der wet van hare bronnen. - -De wettelijke bepalingen, die men uit deze bronnen kon afleiden, -werden vervolgens stelselmatig en met weglating van het betoog, door de -schriftgeleerden (faqîhs) geordend en aldus verwerkt tot hetgeen men -zou kunnen noemen handboeken der plichtenleer, leerboeken, waarin de -geheele wet voor de weetgierigen werd uiteengezet met zooveel gezag als -de naam van ieder auteur vertegenwoordigde. Het verschil in opvatting, -dat bij die behandeling der stof aan den dag kwam, betrof meestal -dingen, die wij bijzaken zouden noemen, en het verminderde bovendien -nog met den tijd. Toch werd volkomen eenstemmigheid ten aanzien van -geen enkel hoofdstuk der wet bereikt, zelfs niet binnen de grenzen -van eene der rechtsscholen, waarvan thans nog vier--de Hanafitische, -de Malikitische, de Sjafi'itische en de Hanbalitische--over zijn, -die dat meeningsverschil vertegenwoordigen. Dit doet geen afbreuk aan -de katholiciteit van het systeem van den Islâm, daar het totaal van -de resultaten der legislatieve werkzaamheid van de eerste eeuwen als -onaantastbaar gewaarborgd wordt door de onfeilbaarheid der gemeente, -die dat alles, de verschillen incluis, voor hare rekening heeft -genomen. - - - - -De onfeilbare gemeente heeft geen vast orgaan. - -Deze loop der zaken, men begrijpt het licht, verzet zich tegen het -denkbeeld eener algemeen aanvaarde codificatie, zelfs van hetgeen -in ééne en dezelfde school op dit gebied als waarheid geldt. Zij zou -niet kunnen geschieden zonder dat daarbij telkens van verschillende, -gelijkwaardige inzichten enkele voor goed ter zijde werden gesteld. Ook -heeft de onfeilbaarheid van den consensus van oudsher alleen zóó -gewerkt, dat eene volgende generatie op bepaalde resultaten der -werkzaamheid eener vorige het stempel harer goedkeuring drukte, -maar er is nooit een lichaam of eene vergadering geweest, die zich -bevoegd achtte, op een gegeven oogenblik over bepaalde quaesties in -naam der onfeilbare gemeente uitspraak te doen. Eene commissie van -geleerden eener rechtsschool (madhab) te belasten met de codificatie -van de Moslimsche wet, zou dus, afgezien van de moeilijkheid harer -samenstelling in verband met de verspreiding der aanhangers van -zulk eene school over den aardbodem, een absoluut novum zijn, en men -weet hoe vijandig bovenal de wetgeleerdheid tegen nieuwigheden is, -gedachtig aan de uitspraak, die op naam van den Profeet overgeleverd -wordt: "hoedt u voor nieuwe dingen: want elke nieuwe zaak is eene -ketterij, elke ketterij eene dwaling, en elke dwaling behoort in het -helsche vuur". - -Gesteld eens, dat men de waarlijk niet geringe bezwaren, die ik al -noemde, ter zijde wist te stellen, dan nog zou de aanvaarding van de -meest zorgvuldige codificatie op haast onoverkomelijke gemoedsbezwaren -stuiten. Men zou in den codex niet veel anders mogen zien dan een nieuw -leerboek naast de vele bestaande, niet een wetboek. Al hebben feitelijk -de handboeken der verschillende scholen de bronnen der wet verdrongen, -zoodat het niemand meer vrijstaat, die bronnen onafhankelijk van de -rechtsscholen te gebruiken, terwijl ook het recht der geleerde critiek -op de uitspraken van gezaghebbende handboeken uiterst beperkt is, -toch ziet men in ieder dier met autoriteit bekleede auteurs slechts -iemand, die op gezag alweer van oudere voorgangers den inhoud van -Qoerân en Overlevering verklaart, zonder zijn werk voor die gewijde -bronnen in de plaats te stellen. Geen Mohammedaansch concilie--gesteld -eens dat het mogelijk ware, er een samen te stellen--zou het wagen, -voor zijn werk op zulk eene plaats aanspraak te maken. - - - - -Poging tot codificatie in Algerië. - -In Algiers wil de Regeering het beproeven. De Délégation financière des -Colons sprak in hare zitting van 18 Maart 1904 de wenschelijkheid eener -codificatie van het in de kolonie geldende Mohammedaansche recht uit, -dewijl het ontbreken van eenen voor Europeesch gebruik geschikten -codex tot allerlei moeielijkheden aanleiding gaf, en vooral het -totstandkomen eener dergelijke regeling der grondrechten belemmerde. De -Gouverneur-Generaal gaf aan dien wensch gehoor door bij besluit van 22 -Maart 1905 eene commissie in te stellen bestaande uit 11 leden, waarvan -5 Inlandsche en 6 Fransche ambtenaren, afgevaardigden en geleerden, -met het doel om te bestudeeren "eene codificatie der bepalingen -van het Mohammedaansch recht, die op de Moslimsche inboorlingen van -Algerië toepasselijk zijn". Daaronder vallen, zooals nader blijkt, het -personen- en familierecht, het erfrecht en de bepalingen betreffende -vrome stichtingen, het zakelijke recht betreffende onroerend goed, -de bewijsleer. - -De koloniale regeering van Algerië zoowel als de commissie hebben op -voorbeeldige wijze zorg gedragen, dat de voorbereidende werkzaamheden -bij het volste daglicht door iedereen gezien en beoordeeld konden -worden. Onder den algemeenen titel "Projet de codification du droit -musulman" verschenen van 1906 tot 1909 vijf deeltjes, waarin een -getrouw verslag wordt gegeven van de ongunstige zoowel als van de -gunstige adviezen van tal van Fransche en Inlandsche deskundigen, -waarin verder de notulen van de vergaderingen der commissie en de door -een harer leden uitgewerkte wetsontwerpen met de door anderen daarop -voorgestelde verbeteringen worden medegedeeld. Hoogst belangrijk blijft -die verzameling documenten, zelfs al moest de poging tot codificatie -ten slotte op niets uitloopen. Dan toch zou, duidelijker dan een -betoog a priori dit vermag, bewezen zijn, dat ook de samenwerking -van hoogst bekwame mannen niet in staat is, de hinderpalen tegen de -uitvoering van zulk een plan weg te nemen. - - - - -De adviezen zijn minder gunstig dan zij schijnen. - -Voor mij, ik zeide het reeds, is de uitslag niet twijfelachtig. De -overtuiging, die ik altijd heb gekoesterd, dat het Moslimsche recht -geene codificeering toelaat, wordt zelfs versterkt door den inhoud -der zooeven genoemde publicaties der commissie van Algiers, ofschoon -de leden dier commissie zelve nog volharden bij hun optimisme. - -De drang tot codificatie kwam geheel en uitsluitend van Europeesche -zijde. Fransche rechters, die zich soms belast zien met de -beslechting in eerste of tweede instantie van geschillen, waarbij -het Mohammedaansche recht geldt, weten in de Arabische handboeken -den sleutel tot de oplossing vaak niet te vinden en snakken naar eene -samenvatting der bepalingen naar de methode en in den vorm, waaraan -zij in hun eigen recht gewoon zijn. Europeesche kolonisten verlangen -eene vaststelling der rechten van Inlanders op onroerend goed, die hen -bij hun verkeer met Inlandsche grondbezitters voor onzekerheid behoedt. - -De Europeesche adviseurs zijn over de mogelijkheid van het voldoen -aan deze wenschen zeer verdeeld. Onder de Inlandsche autoriteiten, -die adviezen gaven, zijn een belangrijk aantal besliste tegenstanders -van de codificatie, en dit aantal zou ongetwijfeld toenemen, als men -ook adviezen inwon van ambtelooze schriftgeleerden, die in zaken van -dezen aard in veel hooger mate de vox populi vertegenwoordigen dan -zij, die door ambtelijke banden aan de Regeering gebonden zijn. Van -de Inlandsche adviezen die door de commissie onder de gunstige -gerangschikt zijn, maken vele het voorbehoud, dat de codificatie -zich strikt beperken zal tot eene voor Europeanen meer bruikbare -rangschikking van den inhoud der algemeene gebruikelijke Arabische -handboeken, zonder aan geest of letter van dien inhoud te raken. De -onvoorwaardelijke voorstanders onder de Inlanders zijn blijkbaar alleen -zulken, die onder Europeeschen invloed van de tradities van hun volk -min of meer los geworden zijn, en wier advies derhalve in eene zoo -delikate quaestie als deze met groote behoedzaamheid gebruikt dient -te worden. - - - - -Ten onrechte beroept men zich op voorgangers. - -De voorbeelden, waarop de commissie zich beroept om de rechtmatigheid -van haar plan te betoogen, namelijk hetgeen in deze richting in -Turkije, in Egypte en in Tunesië tot stand gebracht is, kunnen den -verlangden dienst niet bewijzen, zoolang niet is aangetoond--en die -aantooning zou niet licht gelukken--dat de officieele verzamelingen -van beginselen en bepalingen der Moslimsche wet, die op last van de -Turksche en Egyptische regeeringen uitgegeven zijn, in de practijk der -rechtspraak dier landen de handboeken en fetwa's, die van ouds door -de rechters als grondslag voor hunne beslissingen gebruikt werden, -verdrongen hebben, en wat Tunesië aangaat, dat men daar met het -codificatiewerk, wat de belangrijkste hoofdstukken van het Moslimsche -recht betreft, verder gekomen is dan tot projecten. - - - - -Codificatie onder niet-Mohammedaansche leiding bovendien verdacht. - -En dan moet men nog twee zaken bedenken, die de uitvoering van -het plan voor eene niet-Mohammedaansche regeering als de Fransche -heel wat bezwaarlijker zouden maken dan voor Mohammedaansche als -de Turksche en Egyptische. In alle opzichten, maar vooral waar het -aankomt op de behandeling der heilige wet, heeft de minst aanzienlijke -Mohammedaansche bestuurder voor eene bevolking, die dien godsdienst -belijdt, een gezag, waarmee dat van den machtigsten niet-Moslimschen -staat nooit kan wedijveren. Ging de Gouverneur-Generaal van Algiers -er inderdaad toe over, bij decreet verbindende kracht toe te kennen -aan eenen codex van het Mohammedaansche recht, die door eene commissie -van eenige Fransche deskundigen en eenige Mohammedaansche ambtenaren -van de Fransche regeering was samengesteld, dan zou zulk eene wet -reeds om haren oorsprong in de oogen van alle vrome Moslims verdacht -zijn. Kwam daar nog bij, dat bij die codificatie gestreefd was, -uit de leerstellingen der verschillende rechtsscholen van den Islâm -datgene bijeen te lezen, wat zich het best leende voor aanpassing aan -moderne rechtsbegrippen--en hiernaar streeft inderdaad de commissie van -Algiers--dan zou de gehoorzame aanvaarding van zulk eenen codex door -eene Moslimsche bevolking eenvoudig bewijzen, dat de Fransche Regeering -over haar een zoo onbeperkt gezag had, dat zij bijna even gemakkelijk -het geheele Mohammedaansche recht door een ander had kunnen vervangen. - - - - -De toepassing der wet volgt methoden, die van de Westersche afwijken. - -Het tweede, niet minder ernstige bezwaar is hierin gelegen dat het -recht niet alleen zijn eigen inhoud heeft, dien men volgens de meening -der Mohammedanen alleen door steeds vernieuwde raadpleging der door -den consensus gewaarmerkte handboeken mag leeren kennen, kennen, maar -dat bovendien rechters en moefti's (gezaghebbende uitleggers der wet) -bij de toepassing en verklaring dier wet gebonden zijn aan methoden, -die ver afwijken van die der Europeesche juristen. Een door een -Europeesch rechter geveld vonnis kan door hem op volkomen logische -wijze zijn gebaseerd op een artikel van zijnen Mohammedaanschen codex -en toch rechtmatige ergernis geven aan Mohammedanen, die tegen den -inhoud van het artikel zelfs geen enkel bezwaar hebben. - - - - -Sommige Fransche adviseurs achten codificatie daarenboven ongewenscht. - -Eenige Fransche adviseurs der Regeering van Algiers, die evenals -ik eene bevredigende codificatie van het Moslimsche recht niet -mogelijk achten, spreken zich daarenboven tegen de wenschelijkheid -van zulk een vastleggen van bepalingen dier wet uit. Zij wijzen erop, -dat de Fransche Regeering zoo doende aan inzettingen, die zij niet -goedkeurt, maar alleen om historische redenen ter wille van eene groep -harer onderdanen tolereert, een langduriger bestaan verzekeren zou -dan deze, aan zichzelve overgelaten in den strijd tegen de moderne -levensopvatting, zouden bereiken. Wel verre van in het ontbreken van -eenen codex eene lastige leemte te zien, beschouwen zij dat veeleer -als een groot voordeel, daar Fransche rechters en bestuurders nu -bij allerlei gelegenheden hunnen invloed kunnen aanwenden om de -practijk der Mohammedanen geleidelijk met nieuwere beginselen in -overeenstemming te brengen, hetgeen zij zeer dikwijls met succes -gedaan hebben. De codex, dien men bezig is te ontwerpen, zou daarom -voor een deel reeds bij zijne geboorte verouderd zijn, en voor het -overige de zoo gewenschte ontwikkeling der Moslimsche maatschappij -uit hare middeleeuwsche windselen zeer bemoeilijken. - - - - -Ook in Nederlandsch-Indië werd de wensch naar codificatie vernomen. - -In Nederlandsch-Indië zijn meer dan eens stemmen opgegaan voor -eene codificatie van die gedeelten der Mohammedaansche wet, die -voor de rechtspraak over Inlanders van practisch belang zijn. Onze -wetgeving heeft den omvang hiervan nergens zoo nauwkeurig bepaald -als dit in Algerië geschied is, maar de natuurlijke loop der zaken -heeft dien feitelijk hier tot dezelfde onderwerpen beperkt als daar; -het huwelijks-, familie-, personen- en het erfrecht staan bovenaan, -de waqf-instellingen worden uit den aard der zaak volgens de heilige -wet behandeld, en de Moslimsche leer van het bewijs, die in zoo -menig opzicht van moderne opvattingen afwijkt, is de eenige, welke -de handhaver der wet van den Islâm bij zijn onderzoek mag volgen. - -Degenen, die ten onzent op codificatie aandrongen, behoorden -ongeveer tot dezelfde groepen, die in Algerië zulk eenen mijns -inziens onvervulbaren wensch uitten: vooral rechterlijke ambtenaren, -die inzagen, dat de Regeering zich op den duur niet mag onttrekken -aan alle toezicht op de Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak, en dat -zulk toezicht niet beperkt kan blijven tot de wettige samenstelling -der rechtbanken en tot de quaestie der competentie, maar zich ook -behoort uit te strekken tot den inhoud der vonnissen, daar anders de -justitiabelen overgeleverd worden aan de willekeur van niet of slecht -bezoldigde rechters, die toch door de Regeering worden aangesteld. Die -Europeesche juristen achtten evenwel de doelmatige uitoefening van -zulk toezicht niet mogelijk, wanneer zij daarvoor niet beschikten -over een codex, die voor hen, bruikbaar en tevens met onbetwist gezag -bekleed was. - - - - -Bij de overige bedenkingen komen nog gemoedsbezwaren. - -De principieele bezwaren tegen dit desideratum behoeven wij na al -hetgeen naar aanleiding der in Algiers op touw gezette codificatie -werd opgemerkt niet meer te herhalen. Kon men--wat ik ontken--die -algemeene hinderpalen overwinnen, dan nog zou, naar ik vermoed, onze -Regeering, die zich terecht verplicht acht, de volksinstellingen -der door Haar bestuurde Oosterlingen, vooral wanneer zij eenen -godsdienstigen grondslag hebben, te tolereeren, in hooger mate dan -die van Algiers door gemoedsbezwaren weerhouden worden van het door -officieele codificatie min of meer consacreeren van instellingen als -de polygamie met hetgeen daaruit voortvloeit, om niet meer te noemen. - - - - -Codificatie zou den invloed van volksrecht verminderen. - -Ook zou eene codificatie van het Moslimsche recht, om te voldoen aan de -eischen der meest deskundige Mohammedaansche Inlanders, verschillende -instellingen, die in het inheemsche volksrecht gegrond zijn en waarmede -vele rechters naar den Islâm rekening plegen te houden, moeten negeeren -en zoo hare afschaffing voorbereiden, terwijl juist hare handhaving -aanbeveling verdient. Ik noem slechts het op nagenoeg geheel Java en -Madoera geldende instituut der voorwaardelijke verstooting na elk -huwelijk, waardoor de positie der gehuwde vrouw belangrijk sterker -wordt dan door eenvoudige toepassing der Mohammedaansche wet het geval -zou zijn; verder de in een groot deel dier eilanden gebruikelijke -verdeeling der staande het huwelijk verworven goederen tusschen de -echtgenooten bij ontbinding van den echt. - -Een der meest gezaghebbende Mohammedaansche schriftgeleerden -in Nederlandsch-Indië, Sajjid Oethmân bin Jahja te Batavia, -heeft door de samenstelling van zijnen verdienstelijken gids -voor de priesterraden (onder den titel: al-Qawânîn as-Sjar'ijjah) -zijdelings de onmogelijkheid eener codificatie aangetoond. Hij wist -uit rijke ervaring van vele jaren, welke quaesties aan die geestelijke -rechtbanken op Java en Madoera plegen te worden voorgelegd; zijn -streven was, uit de beste werken der doctores van het Sjafi'itische -recht bijeen te lezen, hetgeen de leden van die rechtbanken anders in -eene bibliotheek van handboeken zouden moeten zoeken. Inderdaad gaf -hij al wat iemand, die met de materie vertrouwd is, billijkerwijze -verwachten kon: geene codificatie dus, maar een nieuw, voor bijzondere -behoeften berekend leerboek, dat evenwel telkens den gebruiker -noodzaakt, voor een te behandelen geval zijn licht te ontsteken bij -een anderen auteur. Van volksrecht, dat niet met de kanonieke wet -overeenstemde, nam hij natuurlijk alleen notitie om het met alle -kracht te bestrijden. - - - - -Beteekenis der mystiek in den Islâm. - -Onze vluchtige karakterschets van het systeem van den Islâm -zou al te onvolledig zijn, als we de mystiek geheel stilzwijgend -voorbijgingen. Voor hem, die den Islâm van alle zijden wil bezien, -is dit zelfs juist een onderwerp, dat verleidt om er lang bij stil te -staan, want in de mystiek heeft het Mohammedanisme het middel gevonden -om zich te verheffen tot eene hoogte, van waar hij boven zijn eigen, -eng begrensden horizon uit kon zien. - -Die geesten onder de Moslims, voor welke het keurslijf der wettelijke -voorschriften en der dogmata van den Islâm te eng was, hebben in de -periode, waarin hij zich aan de door hem veroverde wereld aanpaste, -aan denkbeelden van eene andere orde binnen zijne grenzen een zeker -burgerrecht weten te verzekeren. In hunnen kring werkten ascese en -wijsgeerige diepzinnigheid van Griekschen, Perzischen en Indischen -oorsprong samen om de wet en de dogmatiek te vervluchtigen tot de -eerste, meest elementaire middelen om te geraken tot vereeniging van -mensch en God. Soms ging die vervluchtiging zoo ver, dat er van de -specifieke voorschriften en leerstellingen van den Islâm niet veel meer -overbleef. Natuurlijk begon dan van de andere zijde de ketterjacht, -en daarom vermeden vele mystieken het dan ook, de ondergeschiktheid -van wet en geloofsleer aan hoogere doeleinden tot de consequentie van -opheffing dezer beide uit te werken. Dit alles behoort echter meer -tot het terrein van godsdienst en wijsbegeerte, dat ons hier slechts -in zooverre bezighoudt als het voor de practijk belangrijke directe -gevolgen heeft. - - - - -Hervorming van het stelsel is van de mystiek niet te verwachten. - -In één opzicht raakt de mystiek toch onze tegenwoordige sfeer van -belangstelling. Overal, en ook in den Islâm, onderscheidt zij zich -door neiging om den godsdienst boven zijne vormen te verheffen, -dus ook door verdraagzaamheid; zij heeft, als ik het zoo eens -noemen mag, iets interreligionaals. Nu hebben sommigen daarom de -Mohammedaansche mystiek beschouwd als bestemd om den Islâm uit zijn -geestelijk isolement te verlossen en hem de gewenschte verzoening met -de moderne cultuur mogelijk te maken. Als deze verwachting gegrond -was, dan zou zij voor de Mohammedanen van den Indischen Archipel -bijzondere beteekenis hebben, want daar heeft vooral in den aanvang -der Islamiseering de mystieke opvatting diepe wortels geschoten. De -bodem was daartoe met name op Java, maar ook elders, door het vroeger -heerschende Hindoeïsme uitnemend voorbereid, en de eerste predikers -van den Islâm waren zelf weer geïslamiseerde Hindoes, die veel van -den ouden zuurdeesem behouden hadden. - -Voor het proces der inlijving van Javanen en Maleiers bij de moderne -beschaving is deze omstandigheid zonder twijfel gunstig, althans -daar, waar niet in lateren tijd de invloed van West- en Zuid-Arabië, -van Mekka en Hadhramaut, met succes tegen te zwakke waardeering van -wet en leer gereageerd hebben. Maar dan toch alleen in dezen zin, -dat die Indonesiërs daardoor minder dan vele andere Islâmbelijders -zich tegen de inwerking van vreemden geestelijken invloed zullen -verzetten; niet zoo, dat zij kans hebben om meegesleept te worden in -eene algemeene hervorming van den Islâm in de richting der mystiek. - -De verwachting van zulk eene beweging laat zich namelijk op redelijke -gronden niet rechtvaardigen. De mystiek van den Islâm heeft nooit -propaganda onder het volk gemaakt, zij bleef steeds beperkt tot -enkele kringen, die zich als geestelijk bevoorrechten beschouwden en -nog dieper haast dan de schriftgeleerden en de dogmatici op de schare -neerzagen. De mystieken werden door de massa beschouwd òf als ketters -òf als godsmannen, die wonderen deden, maar wier denken en doen gewone -menschen zich niet tot voorbeeld mochten nemen. Hunne beschouwing van -wereld en leven mist dus al hetgeen zou kunnen dienen om de menigte -te boeien of aan te trekken. - - - - -De mystieke broederschappen. - -Wel is er ook eene populaire soort van mystiek ontstaan, die in de -zoogenaamde geestelijke broederschappen, de tarîqah's, haren vasten -vorm heeft gevonden, maar van deze verwacht wel niemand hervormende -kracht, want zij heeft zelve hare kracht gezocht in streeling van de -vulgaire behoefte aan menschenvereering en allerlei bijgeloof. Noch -de vaak verheven, maar meestal hoovaardige denkheiligheid der -mystieke leer van den Islâm, noch de op de lagere neigingen der -menschen speculeerende tarîqah's kunnen aan het Mohammedanisme de -geestelijke emancipatie brengen, die het geschikt moet maken voor -het internationale geestelijke verkeer. - - - - - - - - -III. - -DE NEDERLANDSCHE KOLONIALE REGEERING EN HET STELSEL VAN DEN ISLÂM. - - -De Nederlandsche Regeering kan niet buiten Islâmpolitiek. - -Sinds ongeveer zeven eeuwen heeft op de bevolking van onzen Indischen -Archipel de in onze eerste voordracht geschetste propaganda ingewerkt; -sinds ongeveer vier eeuwen heeft hare overgroote meerderheid den Islâm -aangenomen, dat wil zeggen zich opengesteld voor den invloed van het -in onze tweede voordracht behandelde systeem en zich daarmee tevens -voor andere cultuurinvloeden minder toegankelijk gemaakt, zij het -ook dat de hervormende en opvoedende factoren van dat stelsel zich -in vele streken nog weinig deden gelden. Vijfendertig millioenen -Nederlandsche onderdanen belijden den Mohammedaanschen godsdienst, -dus ongeveer een zevende deel van het geschatte totaal aller Moslims; -daar gaat niet veel af, integendeel, er komt veel bij, zoowel omdat de -bevolking snel vermeerdert, als omdat het toegenomen internationale -verkeer, waaraan ook de Indonesiërs op hunne wijze deelnemen, hier -gelijk overal de strekking heeft om plaatselijke eigenaardigheden op -te ruimen, terwijl de Islâm de beste kansen heeft verworven om bij -die opruiming eene hoofdrol te spelen. - -Sinds Nederland tot het bewustzijn is ontwaakt, dat het zijne taak -is, de volken van den Archipel naar hunnen aard voor deelname aan -het moderne cultuur- en verkeersleven geschikt te maken, heeft het -dus evenals elke niet-Mohammedaansche staat met Moslimsche onderdanen -zijne eigene Islâmquaestie, eene levensvraag, welker oplossing elken -Nederlander, die vooruitkijkt, ter harte moet gaan, waaraan bovenal -de Regeering en Hare ambtenaren hunne ernstige belangstelling niet -mogen onthouden. - -Dat bij elke oplossing der vele vragen, die zich hier om een antwoord -aanmelden, de volkomen eerlijke eerbiediging van de vrijheid der -godsdienstige belijdenis van alle onderdanen ongerept moeten blijven, -behoeft gelukkig geen uitvoerig betoog meer. De kleine groep van -kortzichtigen, die den Islâm der Inlanders een deuk zouden willen -geven door hem voor vijf zesden weg te cijferen, verdient de eer -eener omstandige weerlegging niet. - -Maar daar de Islâm nu eens een stelsel is geworden, dat zich niet -tevredenstelt met de regeling der verhouding zijner belijders tot het -Opperwezen, veeleer zijne bemoeienis opdringt met hunne betrekkingen -tot het staatsgezag en tot hunne medeonderdanen van denzelfden staat, -en tot in de geringste bijzonderheden al hunne levensuitingen wil -binden aan zijne voorschriften, daar kan noch mag de staat, die -millioenen Mohammedanen tot onderdanen heeft, hiervoor onverschillig -blijven. Al ware het tegen wil en dank, hij is verplicht een scheiding -te maken, die de Islâm zelf theoretisch niet maken kan, eene scheiding -tusschen een gebied, waarbinnen hij zulk een imperium in imperio ter -wille der gewetensvrijheid dulden kan, en een ander gebied, waarin de -onbelemmerde werking van zulk eene macht met hoogere en algemeenere -belangen niet te rijmen ware. - - - - -Jegens het dogma en de zuiver godsdienstige voorschriften der wet -moet zij neutraal zijn. - -Aan de eigenlijke geloofsdogmata van den Islâm behoort de -Regeering in geen enkel opzicht te raken; zij zijn trouwens -voor den staat even ongevaarlijk als die van eenige andere der -gezindten, welker vrijheid van belijdenis door hem gewaarborgd -wordt. Zelfs van het eschatologische gedeelte moet dit gezegd worden, -want oproerige bewegingen, die soms daaraan--inzonderheid aan de -mahdî-verwachting--vastgeknoopt worden, sleepen alleen onontwikkelden -uit misverstand mede. Waar zij zich voordoen, zal men ze altijd met -geweld moeten onderdrukken; preventief werkt daartegen opvoeding der -bevolking tot een hooger intellectueel peil. - -Niet minder zal de staat zich hebben te onthouden van alle belemmering -van verrichtingen, die de Moslim beschouwt als te behooren tot zijnen -godsdienst in den engeren zin van dat woord. - -Overal, maar het meest daar, waar de Islâm niet meer den hoofdtoon -aangeeft, brengt rigoureuze trouw aan hetgeen hij zijnen belijders -als hoofdplichten voorschrijft--de zoogenaamde vijf zuilen van den -Islâm--de geloovigen dikwijls in moeilijkheid bij intensieve deelname -aan het tegenwoordige verkeer. De reinheidswetten, de vijfmaaldaagsche -godsdienstoefeningen, het strenge vasten gedurende eene geheele -maand van ieder jaar, dat alles maakt den ambtenaar, den koopman, -den industrieel, den werkman der twintigste eeuw, die zich eraan -gebonden acht, het leven vaak bedenkelijk zwaar. Dit blijkt wel het -best uit het feit, dat zelfs in landen onder Mohammedaansch bestuur -die verschillende klassen der maatschappij zich meer en meer van die -knellende banden emancipeeren. - -Onze koloniale Regeering zal zich hierdoor evenmin als de Fransche in -Algerië of de Britsche in Indië gerechtigd achten op die natuurlijke -evolutie vooruit te loopen door gebrek aan consideratie jegens hen, -die zich nog tot inachtneming dier verouderende godsdienstige gebruiken -verplicht achten. Elke directe of verkapte drang tot slapheid in zulke -observanties is onverstandig, al ware het slechts omdat de evolutie -daardoor met vertraging wordt bedreigd; immers alwat aan aanval -blootstaat, stijgt in de waardeering van wie het bezit. Bovendien is -zulk optreden van de Regeering of Hare ambtenaren met het beginsel -der godsdienstvrijheid in stelligen strijd. - -Minder groot is het gevaar van dit beginsel aan te randen ten -aanzien van de zakât genoemde godsdienstige belasting, welker -opbrengst mede als eene der vijf hoofdzuilen van het gebouw van -den Islâm geldt. De Moslimsche wet zelve, rekening houdende met -het feit, dat het staatsbestuur in Mohammedaansche landen al eeuwen -lang niet overeenkomstig hare voorschriften is ingericht, bevat de -noodige bepalingen voor het geval, waarin de vervulling van dezen -plicht, zonder bemoeienis van vertegenwoordigers van het gezag, -geheel aan het vrije initiatief der geloovigen is overgelaten. De -Nederlandsch-Indische Regeering heeft reeds vele jaren geleden ten -opzichte van deze instelling het eenig juiste standpunt ingenomen -door aan hare ambtenaren mede te deelen, dat zij de zakât beschouwd -wenschte te zien als eene vrijwillige liefdegave, tot welke niemand -onder haar bestuur mocht worden gedwongen, evenmin als aan de naleving -van dat godsdienstige voorschrift moeielijkheden in den weg gelegd -behoorden te worden. - - - - -Ook ten aanzien der bedevaart zou belemmerend ingrijpen onverstandig -zijn. - -Anders staat het met de vijfde zuil, de door iederen Moslim, die -physiek en finantieel daartoe in staat is, eenmaal in het leven -te verrichten bedevaart naar Mekka. Dit onderwerp is door mij bij -verschillende gelegenheden met zooveel uitvoerigheid behandeld, -dat ik mij hier wel tot resumtie der hoofdzaken mag bepalen. Zelfs -dit zou overbodig geacht kunnen worden, indien niet telkens weer met -dezelfde versleten argumenten, drang op de Regeering uitgeoefend werd -om toch eindelijk eens maatregelen te nemen tot tegengang van den hadj. - -Het laatst trad als orgaan van dien aandrang op hetzelfde -parlementslid, dat de Islâmquaestie wilde vereenvoudigen door zijn -voorstel om vijf zesden der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, -die door hem gewogen, maar voor den Islâm te licht bevonden waren, -eenvoudig uit de registers der Islâmbelijders te schrappen. Natuurlijk -bleef hij in gebreke aan te geven, hoe de Regeering, zonder de vrijheid -van godsdienst en van beweging Harer onderdanen aan te randen, aan -zijnen wensch gevolg zou kunnen geven. Hij vergenoegde zich ermede, -aan zijne met Indië minder bekende medeburgers voor het bedevaartspook -schrik aan te jagen met behulp van een paar beweringen, die van de -waarheid evenver verwijderd waren als van de welvoegelijkheid. - -Of wat zegt gij, die bij ervaring weet, dat Mohammedaansch fanatisme -in Oost-Indië evenzeer onder ongetulbande Inlanders als onder hadji's -voorkomt, en dat tienduizenden hadji's in Nederlandsch-Indië als -rustige onderdanen van het Gouvernement leven, van deze uitspraak -van onzen volksvertegenwoordiger: "de bedevaartganger--ook als -Mohammedaan niet gevaarlijk vóór zijne reis--is beslist een opruier -tegen het Gouvernement, wanneer hij de bedevaart naar wensch heeft -volbracht?" En wat dunkt u, lettende op het feit, dat bijna alle -leden der Javaansche aristocratie naaste bloedverwanten hebben, die -de bedevaart naar Mekka hebben verricht, en dat onder hen steeds meer -kennis genomen wordt van hetgeen in onze pers en in ons parlement -betreffende de Inlandsche wereld gezegd wordt, wat dunkt u van -zijn ander orakel, dat die Inlanders na terugkeer van hunnen tocht -naar Arabië gelijk stelt met reizigers, die in hun land terugkomen -"gewapend met dynamiet en wapenen (sic) om de gebouwen in de lucht -te doen vliegen en onze medeburgers ad patres te helpen?" - -De nuchtere werkelijkheid komt hierop neer, dat, al verzuimen vele -Nederlandsch-Indische Moslims, die volgens hunne wet in de termen -zouden vallen tot het verrichten der bedevaart, de vervulling van dien -godsdienstigen plicht toch, vergeleken met de vele andere landen van -den Islâm, hun ijver voor den hadj betrekkelijk groot is, grooter ook -dan hun ijver in de volbrenging van andere plichten, die de Moslimsche -wet hun minstens even na aan het hart legt. - -De oorzaken van dit verschijnsel zijn velerlei. De verzoenende kracht -voor vroegere zonden, die aan de volbrenging der bedevaart toegekend -wordt, doet haar bijzonder waardeeren door hen, die in trouw aan de -dagelijks en jaarlijks terugkeerende ritueele verplichtingen van den -Moslim zoo veel tekortschieten. Zekere onderscheiding, die de hadji's -van hunne landgenooten genieten, draagt tot de voorliefde ook iets -bij, al werkt deze prikkel door de toeneming van hun aantal steeds -minder sterk. Voor de groote meerderheid der Inlanders is de reis -naar Arabië bijna het eenige, en wel een vrij gemakkelijk en niet te -kostbaar middel om hun isolement van de buitenwereld te verbreken en -ook eens iets van andere landen te zien. Bij deze en andere motieven -komt ongetwijfeld ook de aanmoediging vanwege de belanghebbenden te -Mekka, het hadjiwerven, zooals men het pleegt te noemen. Hiertegen -valt evenwel weinig te doen, want de eigenlijke wervers, die met -de desalieden in aanraking komen, zijn geene vreemdelingen, aan -wie men, met eenige willekeur om bestwil, den toegang zou kunnen -ontzeggen, neen het zijn in den regel Inlanders uit de streek zelve, -die door hadjisjeichs en dergelijken bij het aanbrengen van klanten -geïnteresseerd zijn. - - - - -Politieke beteekenis van den hadji. - -De uit een politiek oogpunt te overwegen gevolgen van van het -verkeer met Mekka komen niet bij de groote massa der pelgrims aan -den dag. Dezen komen terug even wijs of onwetend, even fanatiek -of verdraagzaam als zij enkele maanden tevoren de reis aanvaard -hebben. Van belang is hoofdzakelijk het feit, dat sedert ongeveer -twee en eene halve eeuw een nog al aanzienlijk getal Inlanders te -Mekka jaren doorbrengt om er te studeeren. Deze omstandigheid heeft -ten gevolge gehad, dat de daar heerschende methoden van studie -en onderwijs gaandeweg de vroeger van Voor-Indië geimporteerde -hebben verdrongen, en wat nog meer zegt, dat de--gelukkig niet -de meerderheid vormende--hiervoor vatbare studeerenden in dat -internationaal-Mohammedaansche milieu met panislamitische denkbeelden -kennis maken, die op hunne gezindheid jegens het Europeesche bestuur -van hun vaderland ongunstig kunnen werken. Tot nog toe heeft niemand -het middel weten aan te wijzen om dien sedert eeuwen bestaanden, en -vooral sedert de stoomvaart toegenomen stroom direct te keeren. De -eenige middelen, die zich aanbevelen, zijn indirecte, langzaam maar -zeker werkende, die den zin der Inlanders in andere richting leiden. Al -wat de opvoeding van het volk bevordert, kan daartoe strekken. Elke -stap, dien men de inlanders verder brengt in de richting onzer cultuur, -leidt hen evenver af van de bedevaartzucht. - - - - -Economische gevolgen van den hadj. - -Het economisch nadeel van den hadj voor de Inlandsche maatschappij -is niet denkbeeldig, al wordt het wel eens breeder uitgemeten dan het -verdient. Dat laat ons zeggen vijf millioen gulden [1], die jaarlijks -in den vorm van reis- en verblijfkosten en vrome gaven van pelgrims den -Archipel verlaten, mogen voor een deel aan de Nederlandsche scheepvaart -ten goede komen, in het ware belang der bevolking zagen wij die som -gaarne beter besteed. In verband met het bevolkingscijfer en met de -vele andere finantieele aftappingen, die Indië ondergaat zonder er -zelf profijt van te hebben, maakt dat bedrag echter niet meer zóó'n -enormen indruk als op het eerste gezicht. - -In ieder geval staat het vast, dat elke regeeringsmaatregel, die -ten doel zou hebben, de bedevaart te verhinderen of te belemmeren, -dat doel zou missen, den ijver veeleer zou prikkelen en een storm -van verontwaardiging zou ontketenen in de geheele Moslimsche wereld, -waar de Nederlandsche Regeering nu reeds bekend staat als geneigd -tot onbillijkheid jegens Mohammedanen. - -Tegenover de dogmatische overtuiging zoowel als tegenover de eigenlijk -godsdienstige wetten Harer Moslimsche onderdanen past der Regeering -en Haren ambtenaren onder alle omstandigheden geen ander richtsnoer -dan dat der onvoorwaardelijke en strikt eerlijke handhaving der -godsdienstvrijheid, zonder eenig voorbehoud betreffende den graad -hunner islamiseering, de beweegredenen, die hen ten opzichte van een -of ander voorschrift tot bijzondere trouw of zelfs tot overdrijving -brengen. Elke schending van dit beginsel brengt zijne straf mede, -en alleen onverantwoordelijke stuurlui aan den wal zullen eene andere -methode durven aanbevelen. - - - - -Het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht van den Islâm eischt -eerbiediging. - -Uit onze vroegere beschouwingen is gebleken, dat sommige gedeelten van -het stelsel van den Islâm, die bij ons krachtens haar onderwerp tot het -recht gerekend zouden worden, even stellig als de leer van het geloof -en die der godsdienstplichten aanspraak maken op eerbiediging. Zoo -in de eerste plaats het huwelijks-, familie-, personen- en erfrecht -en hetgeen daarmee het nauwst samenhangt. - -Men ontwaart dit wel het duidelijkst uit de nagenoeg volstrekt -algemeene receptie dezer bestanddeelen van de wet door alle -Mohammedanen der wereld, en voorts uit de zeer bijzondere consideratie, -die alle staten met Mohammedaansche onderdanen juist daarvoor getoond -hebben. Noch Frankrijk noch Groot-Brittannië hebben er ooit aan -gedacht, aan eene dier zaken te tornen; bij alle hervormingsplannen -stond het boven bedenking, dat die wetten onaangetast zouden blijven. - -In den allerlaatsten tijd worden enkele stemmen vernomen, die met -name voor een groot deel van Java willen betoogen, dat daar de in -hare practijk meer heidensch dan Moslimsch gezinde bevolking zeer -wel de invoering door de Regeering van een Westersch familierecht -zou toelaten, daar zij toch van de Moslimsche instellingen noch goed -op de hoogte, noch daaraan bijzonder gehecht was, en die alleen in -zoover betrachtte, als de hoofden en de zoogenaamde geestelijkheid -er de hand aan hielden. - -Ik kan in die redeneering niet anders zien dan eene van perfidie niet -vrije drogreden, die een nog meer afstootenden indruk maakt, wanneer -het heet, dat zij moet dienen om de prediking van het Evangelie wat -gemakkelijker te maken. Non tali auxilio! zal ieder eerlijk Christen -met weerzin daarbij uitroepen. - -De kleine man, de desabewoner in een groot deel van Java, bezit weinig -of geene kennis van het familie- en personenrecht van den Islâm, en hij -heeft dit nooit om zijne bij vergelijking met andere wetten gebleken -voortreffelijkheid aanvaard. Neen, de fellâh van Egypte evenmin, -en het gros der bevolking van Constantinopel en Mekka deelen met hen -die onkunde. Maar zij allen weten wel, wie onder hen de kenners van -die inzettingen zijn, en dezen staan onmiddellijk, wanneer daarop -een aanval beraamd wordt, gereed om die onwetenden te waarschuwen, -dat hunne religie in gevaar komt, dat het niet alleen gaat om een -door de vaderen aanvaard en van hen geerfd goed, maar om geboden van -den Allerhoogste, welker miskenning afval van het geloof in zich sluit. - -Alleen de grofste onkunde kan zoo slechte raadgevingen eenigszins -verontschuldigen. Diezelfde onbekendheid met de meest elementaire -gegevens, die ons parlementslid (den man van de schrapping der vijf -zesden) deed beweren, dat de Nederlandsche Regeering hare Indonesische -onderdanen bestuurt naar Mohammedaansche rechtsbeginselen en zoo -bij hen de meening doet post vatten, dat Zij hunne bekeering tot den -Islâm gaarne ziet. - -Dat eenig deel van onze voor Inlanders geldende wetgeving ook maar -een spoor van Mohammedaansche rechtsbeginselen vertoont, zal zelfs -die volksvertegenwoordiger niet durven zeggen. Zijne uitspraak kan dus -alleen betrekking hebben op dat personen- en familierecht met aankleve, -hetwelk, zoolang wij Oost-Indische eilanden bezitten, gegolden heeft -als door de inheemsche Moslimsche bevolking gerecipieerd, en ook -wegens zijn intiemen samenhang met hunne religie te eerbiedigen. Dit -nooit weersproken feit vertoont zich nu opeens aan ons Kamerlid als -eene dwaling, die haar ontstaan dankt aan angst voor of sympathie met -den Islâm, die de Regeering van de wijs gebracht zouden hebben. En -voor deze ongehoorde stelling voert hij niets anders aan dan de niet -verder gespecificeerde autoriteit van drie geleerden, van welke twee -zich nooit op dit terrein bewogen noch in dezen zin geuit hebben, -terwijl de derde zich bij meer dan eene gelegenheid in zeer beslist -positieven zin over de receptie van bedoelde hoofdstukken van het -Moslimsch recht door de Inlandsche Mohammedanen heeft uitgesproken. Wij -mogen bij deze dwaasheden niet langer stilstaan. - - - - -De Regeering houde echter den weg ter evolutie wijd open. - -Intusschen, de eerlijke erkenning van de aanspraken dezer -Mohammedaansch-Inlandsche inzettingen op volkomen eerbiediging sluit -geenszins ingenomenheid in zich met die inzettingen zelve. In menig -opzicht passen zij beter bij den beschavingstoestand van de oudheid -of van de middeleeuwen dan bij dien van onzen tijd. De polygamie, -de groote losheid van den huwelijksband, de hulpeloosheid der vrouw -tegenover willekeur en onrecht van haren man, om maar enkele hoofdzaken -te noemen, verhinderen de normale ontwikkeling van het gezin; -ook vele détailregelingen zou men thans geheel anders wenschen. De -Islâm heeft hier weer aan het tijdelijke blijvende kracht gegeven, -aan voorschriften, die in eene bepaalde periode voor bepaalde landen -wellicht geschikt waren, eeuwig onfeilbaar gezag toegekend. Zoolang -men eene bevolking van wingewesten exploiteert, kan men voor de -heerschappij van zulke instituten onverschillig blijven; eene -regeering, die al hare onderdanen naar ethische beginselen wil -besturen, mag dit niet zijn. Zonder ooit de bijzondere teerheid -voorbij te zien van door de religie gewijde regelen, die het leven -van het individu en van de familie betreffen, moet zij den weg -eener gewenschte evolutie open houden, banen als het noodig is, -en de menschen daarheen lokken als zij dat vermag. - - - - -Codificatie derhalve ongewenscht. - -Codificatie van het gerecipieerde deel van het Moslimsche recht, -al ware zij niet op zichzelve onmogelijk, zou eene der grofste -fouten zijn, die de Regeering kon begaan. Men zou daardoor voor -onafzienbaren tijd vastleggen, hetgeen men juist hoopt, dat zich zal -wijzigen. Bovendien is de receptie van dat recht, die hier vrijwillig -tot stand kwam, niet volledig noch ongeschonden geweest, en menige -adat, die zich plaatselijk tusschen de regelen van het gewijde recht -wist in te dringen, heeft aanspraak op officieele bescherming. Het -is dus van het grootste belang, de beslissing omtrent hetgeen het -Inlandsch-Mohammedaansche recht in de te behandelen gevallen leert, -telkens over te laten aan de vrije, door geen officieel erkend -geschrift gebonden overweging van degenen, die met deze rechtspraak -belast zijn, en verder, deze functie op te dragen aan personen, die -bij de bevolking gezag hebben, en van wie de Regeering vertrouwen kan, -dat zij niet alleen de noodige kennis der Moslimsche wet bezitten, -maar vooral ook op de hoogte zijn van hunnen tijd, zoodat zij de -eischen eener gezonde evolutie verstaan. - - - - -De instelling der priesterraden op Java en Madoera was eene fout. - -Daarom is de instelling der priesterraden, die in 1882 van -Regeeringswege geschiedde, eene betreurenswaardige fout geweest. De -Mohammedaansche rechtspraak op Java en Madoera was in handen van -de panghoeloes, bijgestaan door het hun ondergeschikte personeel -en somtijds ook door deskundigen daarbuiten, en onderworpen aan het -toezicht van de regenten. Ten onrechte heeft men toen gemeend, het -bestaande verbeterend te bevestigen door de ondergeschikte helpers van -den éénen rechter te maken tot een college van stemgerechtigde leden, -die door de Regeering benoemd en wat hunne rechtspraak betreft van -elk hooger toezicht ontslagen werden. De misbruiken zijn daardoor eer -toe- dan afgenomen, te meer, daar deze rechters door de Regeering wel -benoemd, maar niet bezoldigd worden. Betrouwbaarheid kan men toch -moeielijk verwachten van rechters, die over de intiemste belangen -der bevolking te beslissen hebben, en wier eenige belooning bestaat -in de nergens geregelde emolumenten van hun ambt. Voor de keuze der -leden was men aangewezen op personen, die aan Inlandsche pesantrèns -of in Arabië eene zekere kennis van den inhoud der handboeken over -de Mohammedaansche wet hadden opgedaan; gewoonlijk vrij bekrompen -menschen, die met de practijk des levens weinig aanraking hebben. De -stem van het Inlandsche gezonde verstand, die vroeger door de -bemoeienis van den regent dikwijls dan doorslag gaf, werd gesmoord, -zoodat rechtsverkrachting gemakkelijker, evolutie veel moeilijker -was geworden. - - - - -Bemoeienis der Regeering met zulke onderwerpen principieel gewenscht. - -Op zichzelf was het feit, dat in 1882 eene regeling der -Inlandsch-Mohammedaansche rechtspraak door de Regeering ondernomen -werd, een verblijdende stap in eene richting, die men vroeger, -evenzeer uit angstvalligheid als uit onverschilligheid, placht -te schuwen. Uitgaande van het juiste beginsel, dat inmenging in -godsdienstige aangelegenheden verkeerd was, vergat men, dat in -het stelsel van den Islâm een aantal zaken met den godsdienst in -onverbrekelijk verband staan, aan welker regeling een behoorlijk -bestuur onmogelijk vreemd kan blijven. - - - - -Moskeefondsen. - -Werden moskeefondsen, die aan het initiatief van regenten hun ontstaan -te danken hadden, met medewerking dikwijls van Inlandsche en ook van -Europeesche ambtenaren op ergerlijke wijze misbruikt, om het zacht -uit te drukken, dan vond de Regeering elk ingrijpen gevaarlijk, omdat -het hier den godsdienst der Inlanders betrof. Dezelfde bedenking deed -zich gelden, wanneer de panghoeloes en hunne consorten voor de hun -krachtens aloude herkomsten opgedragen bemoeienis met de sluiting en -ontbinding van huwelijken, met boedelscheidingen, met de rechtspraak, -voor de bevolking drukkende honoraria eischten. Bedenkelijk werd het -zelfs geacht, wanneer een bestuursambtenaar zich van de inrichting -van Inlandsche godsdienstscholen door eigen aanschouwing op de hoogte -wilde stellen. - -Al deze beschouwingen waren erfgoed uit den tijd, toen de Inlandsche -bevolking voor het Gouvernement in de eerste plaats een instrument -was om verhandelbare producten te cultiveeren, en zij hebben nog lang -nagewerkt, nadat de exploitatieleer in beginsel opgegeven was. Dat is -nu anders geworden; men acht het nu niet meer de hoogste wijsheid, -de Inlandsche maatschappij zooveel doenlijk in haar eigen sop -te laten gaarkoken, en men begrijpt, dat ook op het gebied, waar -de volksinstellingen en gebruiken, van godsdienstigen of anderen -oorsprong, het leven dier maatschappij nog beheerschen, de Regeering -verplicht is te zorgen, dat niemand onherstelbaar onrecht worde -aangedaan, allerminst door beambten, die Zijzelve aanstelt of erkent. - - - - -Mohammedaansche huwelijken; godsdienstonderwijs. - -Zoo is dan de administratie der moskeefondsen van hooger hand -aan regelen onderworpen en onder toezicht gesteld, de van ouds -gebruikelijke deskundige hulp en toezicht bij de sluiting en -ontbinding van huwelijken der Inlandsche Mohammedanen ter vermijding -van onzekerheid en ter voorkoming van misbruiken op vastere grondslagen -gevestigd, het Mohammedaansche godsdienstonderwijs, zonder inmenging -in den godsdienst zelf, onder controle genomen op een wijze, die bij -goede uitvoering waarborgen bevat voor de handhaving der openbare orde, -terwijl de Regeering behoorlijk op de hoogte kan zijn van de invloeden, -waaraan vele harer Moslimsche onderdanen zich onderwerpen. - -Ik sprak daar van eene goede uitvoering, en naar aanleiding -hiervan mag ik te dezer plaatse de opmerking niet terughouden, dat -daaraan vaak veel heeft ontbroken. Was het de ongewoonte om zich -aan deze soort van belangen der bevolking veel gelegen te laten -zijn of overlading met ander werk, of hield eene andere oorzaak de -Europeesche bestuursambtenaren van de behoorlijke toepassing van -eenvoudige, ondubbelzinnige, door de Regeering herhaaldelijk gegeven -en ingescherpte voorschriften af? Op deze vragen weet ik het juiste -antwoord niet, maar dit moet ik zeggen, dat ik u ware geschiedenissen -zou kunnen verhalen van gewesten, waar gedurende jaren zelfs met de -eerste voorbereiding der uitvoering van de stelligste bevelen geen -aanvang was gemaakt, waar de herhaaldelijk in herinnering gebrachte -voorschriften niet slechts papieren voorschriften bleven, maar zelfs -het papier na eenigen tijd niet meer te vinden was. - -Het schijnt, dat deze onoverwinnelijke ambtelijke apathie tegenover -bevelen der Regeering in het bijzonder zaken betreft, die op den Islâm -betrekking hebben. Althans bleek het tot dusver eveneens niet mogelijk, -de zoogenaamde Mekkapassen, waarvan het bestuur de vertrekkende hadji's -moet voorzien, eenigszins behoorlijk ingevuld te krijgen, en verklaart -de Consul der Nederlanden te Djeddah, zelf Indisch bestuursambtenaar, -telkens met smart, dat onder de duizenden passen, die hij jaarlijks te -controleeren heeft, de enkele goed ingevulde hem bijna doen schrikken -van wege hunne zeldzaamheid. - -Ten aanzien der priesterradenverordening van 1882, die in tijdsorde aan -al de andere daarstraks genoemde regelingen voorafging, kan men over -die gebrekkige uitvoering niet klagen. De instelling dier geestelijke -rechtbanken en de benoeming harer leden gingen van het centrale gezag -uit en kwamen tijdig en ordelijk tot stand. Ongelukkig was echter deze -in beginsel prijzenswaardige stap op het gebied der Mohammedaansche -volksinstellingen om de daarstraks genoemde redenen een misstap. - - - - -Hoe de rechtspraak der priesterraden te verbeteren. - -Te verhelpen schijnt mij dit euvel op geene andere wijze dan door -die te onzaliger ure geschapen colleges geheel af te schaffen en de -beslissing der rechtsvragen, die hun thans worden voorgelegd, op te -dragen aan den gewonen Inlandschen rechter. De voorzorgsmaatregelen, -die bij die operatie in acht genomen moeten worden, zijn: voor zulke -quaesties aan het advies van den panghoeloe, die anders vaak slechts -schijn-adviseur en beëediger van getuigen is, zeer hooge waarde toe -te kennen, en aan de meestal uit haren aard urgente gedingen, die -het familierecht betreffen, die snelle behandeling te verzekeren, -waarop zij aanspraak hebben, en die vooralsnog bij de priesterraden -beter dan bij de landraden gewaarborgd is. - -Draagt men dan meer, dan dusver vaak geschied is, zorg voor de -benoeming tot het panghoeloe-ambt van menschen, wier aanbeveling niet -alleen in hunne studie van eenige kitabs en in den door hen gedragen -tulband gelegen is, maar die ook over wat algemeene ontwikkeling -en levenservaring beschikken, dan is de voortwoekering der enorme -misbruiken, die de zoogenaamde geestelijke rechtspraak aankleven, -goeddeels bezworen en de weg tot geleidelijke evolutie der daarbij -betrokken soort van volksinstellingen wijd opengehouden. - - - - -Waarom wij de aandacht vooral bij Java en Madoera bepalen. - -Waar ik de houding besprak, die mijns inziens de Regeering -moet aannemen tegenover de Moslimsche volksinstellingen van -Nederlandsch-Indië, bepaalde zich de gedachte meestal als vanzelf -bij den toestand op Java en Madoera. Men zal dit zonder veel uitleg -verstaan. Daar is de intensiteit van ons bestuur, ook te dezen aanzien, -veel verder gevorderd dan elders; daar is het bevolkingscijfer -der Mohammedaansche bevolking zoo belangrijk veel hooger dan op al -de andere eilanden saam; en hetgeen zich voor de eilanden op dit -gebied laat vaststellen, kan met geringe wijziging naar plaatselijke -omstandigheden op de Mohammedanen der Buitenbezittingen worden -toegepast, want hoe groot het ethnologisch en cultuurhistorisch -verschil overigens zij, in den Islâm hebben wij met eenen factor te -doen, die daar en hier op soortgelijke, alleen in graad verschillende -wijze inwerkt. - -Ten opzichte van de vele hoofdstukken der wet, waarvan de eene -Inlandsche Moslim zich veel, de ander zich weinig of zelfs niets -aantrekt, en die buiten alle bemoeienis van geestelijke rechters of -andere godsdienstbeambten blijven, is het standpunt der Regeering -vanzelf volstrekt neutraal. Dat er zijn, die op religieuze gronden -zich onthouden van het sluiten van contracten met rentebeding of met -risico, assuranties enz., behoeft het bestuur evenmin bezig te houden -als de uiteenloopende waardeering van het verbod van geestrijke dranken -bij verschillende Mohammedanen. De voor den nieuweren tijd en zijn -verkeer al te knellende banden, die de Moslimsche wet om het leven der -Islâmbelijders slingert, raken vanzelf los, zoodra ons cultuurleven in -een of ander opzicht hen krachtiger tot zich trekt. De drang daartoe -moet echter van binnen naar buiten werken, niet omgekeerd. - - - - -Uit staatkundig oogpunt belangrijke bestanddeelen. - -Er is een ander gebied, waarop de Regeering zich niet mag bepalen tot -belangstellend, maar lijdelijk toezien, wat de toekomstige evolutie -brengen zal. Het omvat al hetgeen een staatkundig karakter heeft of -dit licht kan aannemen. Chalifaat, panislamisme, heilige oorlog zijn -de woorden, die bij den hoorder de voorstelling der voornaamste zaken -wekken, waarom het hier gaat. - -In den aanvang waren de chaliefen, zooals hun naam het zegt, de -"opvolgers" van Mohammed, namelijk in de leiding en het bestuur -der gemeente. Naarmate de verovering der landen door den Islâm -zich uitbreidde en bevestigde, ontwikkelde het chalifaat zich -tot eene vorstelijke dynastie, die een wereldrijk beheerschte -en die zich theoretisch de heerschappij over de heele wereld -aanmatigde. Wij herinnerden er vroeger reeds aan, hoe diep die -theorie wortel heeft geschoten èn in het systeem van den Islâm èn in -de populaire voorstellingen zijner belijders. Zelfs nadat de politieke -verbrokkeling, die al spoedig intrad, haar toppunt had bereikt, bleef -men aan de fictie der eenheid vasthouden, en de van alle werkelijke -macht verstoken chaliefen bleven van die eenheid het symbool, al -moesten zij zich ertoe bepalen, met hunne diploma's te bezegelen, -hetgeen buiten hunnen invloed tot stand gekomen was. - - - - -De chalief bestuurder der Mohammedanen, geen kerkvorst. - -In die fictie behielden echter de chaliefen den naam van hetgeen hunne -voorgangers werkelijk geweest waren: zij heetten bestuurders van het -gansche door den Islâm ingenomen gebied, geenszins geestelijke hoofden, -wier bemoeienis tot specifiek godsdienstige belangen beperkt was. Het -systeem was immers sedert ongeveer de tiende eeuw voltooid, en zijne -verdere toepassing vond, evenals tevoren zijne eerste ontwikkeling, -plaats onder de leiding der schriftgeleerden; niemand verwachtte -die van het werkelijke of fictieve centrale gezag. Noch Moslimsche -staatslieden, noch geleerden of leeken hebben ooit in den chalief -iets anders gezien dan den rechtmatigen aanvoerder en beheerscher -aller geloovigen. - -Nadat gedurende eeuwen de feitelijke onmacht der latere Abbasidische -chaliefen de aanmatigende leer van het chalifaat te schande scheen -te hebben gemaakt, wisten de Turken in de zestiende eeuw de eenheid -van naam en werkelijkheid op dit gebied te herstellen. Sterk door de -kracht hunner wapenen, dwongen zij hunne erkenning als chaliefen van -de meerderheid der rechtzinnige Mohammedanen af, en verstonden zij het, -de hun niet passende eischen, die de wet en de publieke opinie voorheen -aan den chalief hadden gesteld, zooals de afstamming van Qoeraisj, -om niet meer te noemen, te doen vergeten. In zake staatsleer steeds -meer dan op eenig ander gebied gewoon, zich voor de macht der feiten -te buigen, aanvaardde de Moslimsche wereld de verandering zonder veel -protest, zelfs in die landen, die nooit met het Turksche staatsbestuur -in aanraking kwamen. Tot in het Verre Oosten, waartoe onze Indische -Archipel behoort, werd de Turksche Soeltan onder den naam van Radja -Roem of ook van Soeltan Istamboel, de vereerde held der populaire -chalifaatslegende, en verbreidde zich onder de Mohammedaansche -schriftgeleerden de meening dat de vorsten van Constantinopel de -wettige wereldbeheerschers waren, terwijl de overige koningen en -keizers der aarde òf hunne vasallen òf hunne vijanden moesten zijn. - -Het is waar, de overgroote meerderheid der Inlandsche Mohammedanen -vindt geene aanleiding om zich met zulke vragen van hoogere politiek -het hoofd te breken; zij hebben al genoeg te stellen met hunne -eigene dorpsautoriteiten, districtshoofden, regenten of vorsten en -met hunne Europeesche bestuurders om voor de verdeeling der macht -in de grootere wereld onverschillig te blijven. Dit neemt niet weg, -dat bij intellectueel hooger ontwikkelde Indonesische Moslims, -die wél belang stellen in de bepaling der plaats van hun volk in -de internationale samenleving, somtijds eene bedenkelijke neiging -bestaat om hunne verhouding tot ons bestuur als een in wezen abnormaal, -tijdelijk overgangsstadium te beschouwen, in welke opvatting zij door -geloofsgenooten uit andere landen nu en dan worden versterkt. - - - - -Geen vorm van panislamisme aannemelijk voor eene Europeesche mogendheid -met Mohammedaansche onderdanen. - -Gedachten zijn tolvrij. De Regeering zou echter roekeloos handelen -door tegenover uitingen van deze soort gedachten onverschillig te -zijn. Wie in Haren dienst zijn, behooren te weten, dat elke vorm -van panislamisme met eene eerlijke opvatting van hun ambt of hunne -bediening onvereenigbaar is. Van het klassieke panislamisme, dat -de onderwerping der geheele wereld aan het gezag van den Islâm als -een doel voorstelt, hetwelk de geloovigen nooit uit het oog mogen -verliezen, en in welks richting zij bij elke gunstige gelegenheid -stappen moeten doen, spreekt dit zoo geheel vanzelf, dat elk betoog -overbodig mag worden geacht. Maar ook in den vorm, waarin min of -meer gemoderniseerde Mohammedanen het omzetten, dien van onderlinge -aaneensluiting aller Moslims om onder leiding van het chalifaat, -dat wil zeggen van den invloedrijksten Mohammedaanschen vorst, -te bevorderen al hetgeen zij in hun gemeenschappelijk belang -achten, ook in dien vorm is het voor eene niet-Mohammedaansche -regeering volstrekt onaannemelijk, en verdient het onvoorwaardelijke -bestrijding. Iedere transactie met zulk een streven zou beteekenen -het dulden van vreemde inmenging in de verhouding van den staat tot -zijne onderdanen, en dat niet van eene vreemde geestelijke macht, -die opkwam voor de godsdienstige belangen der geloofsgenooten, maar -van een vreemden staat, die verouderde, met den Mohammedaanschen -godsdienst samenhangende aspiraties van politieken aard niet vermocht -los te laten. - -De groote mogendheden, die Mohammedaansche onderdanen hebben, -spraken zich, zoover ik weet, nooit scherp en klaar over dit vraagstuk -uit. Wanneer men let op hare houding in bijzondere gevallen, dan zou -men zeggen, dat de Engelsche Regeering meestal geneigd is om tegen de -erkenning van het chalifaat door hare onderdanen niet veel bezwaar te -maken, ja, dat zij bij hare Moslimsche onderdanen gaarne den naam heeft -van met hunnen chalief bijzonder bevriend te zijn; natuurlijk stelt -zij zich daarbij dan op het historisch zoowel als systematisch onjuiste -standpunt, dat diens waardigheid slechts eene soort van oppertoezicht -over de Mohammedaansche kerk zou beteekenen. De Fransche regeering -schijnt te dezen opzichte beter ingelicht te zijn, en, waar het pas -geeft, elke inmenging van dien kant, ook al stelt zij zich, pour le -besoin de la cause, met den naam van geestelijk toezicht tevreden, -beslist af te wijzen. Hoe dit ook zij, de Nederlandsche regeering -mag in eene zaak als deze niet schromen, den weg te bewandelen, -dien haar belang en dat harer onderdanen haar wijzen. - - - - -Vrijheid van godsdienst voor Mohammedaansche onderdanen met afwijzing -van elke vreemde inmenging. - -De meest volledige vrijheid van uitoefening van hunnen godsdienst kan -zij aan hare Mohammedaansche onderdanen schenken en tevens aan Turksche -of andere bemoeiing met hetgeen die onderdanen betreft op besliste -wijze weerstand bieden. Wat de Islâm ooit aan centrale organisatie -bezeten heeft of nog bezit, dat is van staatkundigen aard; iets, dat -zich met het pausdom of algemeene kerkvergaderingen laat vergelijken, -heeft hij niet gekend. De zuiver geestelijke zaken van den Islâm -worden sinds dertien eeuwen behandeld door de schriftgeleerden van -de verschillende landen, die van het door hunne confraters in andere -landen ontstoken licht alle partij kunnen trekken, die zij wenschen, -maar door geene oecumenische vertegenwoordiging aller Moslims tot -iets verplicht kunnen worden. - - - - -Wie de geestelijke leidslieden der Indonesische Moslims waren. - -De keuze der landen, van waar onze Indische Moslims hunne wijsheid -ontvingen, werd vanzelf bepaald door de rechtsschool, waarbij zij -zich onder leiding der eerste Voor-Indische predikers van den Islâm -in den Archipel aansloten: de Sjafi'itische. Hunne handboeken der wet -zijn dus de meest bekende van dien ritus, geschreven meestal door -auteurs, die in West-Arabië, in Egypte, in Hadhramaut, eene enkele -maal door schrijvers, die in Voor-Indië gevestigd waren, of wel zij -zijn uit die hoofdwerken gecompileerd of samengetrokken. Voor hetgeen -buiten de studie der wet valt, voorzagen zij zich van leerboeken op -diezelfde markten, die hun hunne litteratuur over de wet leverden. Waar -het mondeling onderricht, dat het eigen land hun bood, naar hunne -schatting tekortschoot, vulden degenen, die zich die weelde konden -veroorloven, dit in den regel te Mekka, bij uitzondering ook wel te -Caïro, aan. De in Indië gevestigde Hadhramitische deskundigen hielpen -mede aan de vraag naar buitenlandsche voorlichting voldoen. Wij kunnen -het betreuren, dat tegenover al dien vreemden invloed geen krachtiger -nationaal geestelijk leven zich bij de Inlanders deed gelden of wist te -handhaven; veranderen of voor de toekomst verhinderen kunnen wij dat -niet. Maar tegen elken invloed met rechtstreeksche of zijdelingsche -politieke strekking behooren wij ons zoo schrap mogelijk te zetten. - -Dus: uitsluiting van elke soort van meegaandheid tegenover het -optreden van Turksche consuls als agenten van het chalifaat en -beschermers der belangen van Mohammedaansche Inlanders; nalating aller -officieuze begunstiging van geldinzamelingen voor spoorwegaanleg -in den Hidjâz, voor door een of anderen Turkschen oorlog verarmde -soldaten of voor de weduwen en weezen van gesneuvelden; tegengang -van de gebeden voor de Turksche soeltans in de Vrijdagsdiensten, -althans zoodra die niet te beschouwen zijn als het gevolg der -gedachtelooze voorlezing van onbegrepen formulieren, maar als uiting -eener politieke geloofsbelijdenis. Verder bij het toezicht op het -Inlandsch-Mohammedaansche godsdienstonderwijs waakzaamheid tegen alle -propaganda voor panislamitische denkbeelden. De leer betreffende den -heiligen oorlog en hetgeen daarmede samenhangt, mag in pesantrèns en -soerau's evenmin behandeld worden als die betreffende het chalifaat; -trouwens de meeste goeroe's zijn uit eigen beweging zoo verstandig, -dit na te laten. - - - - -Bestrijding der kunstmatige verlevendiging van eschatologische -verwachtingen. - -Het in abnormale beweging brengen van de gemoederen der lichtgeloovige -massa door verspreiding van verhalen of voorspellingen, die de -eschatologie betreffen, worde bijtijds voorkomen. Is de emotie eenmaal -gewekt en grijpt zij om zich heen, dan loopt het gewoonlijk uit op -woelingen, die met geweld onderdrukt moeten worden en waarbij misleide -onnoozelen het gelag met hun leven of hunne vrijheid betalen. Het -bestuur late zich dus niet bedriegen door de schijnbare onbeduidendheid -van den inhoud der chronisch onder de bevolking verspreide, in -een droomgezicht te Medina medegedeelde vermaningen van Mohammed, -of van vraagboekjes in verband met de verschijning van den Mahdî, -of van personen, die als wegbereiders van dezen Mohammedaanschen -messias willen gelden. Voor het naieve verstand der gewone Inlandsche -Moslims hebben al deze dingen en menschen groote beteekenis, en zij -richten onder hen dezelfde soort van onrust en verwarring aan als -die het gevolg is van propaganda voor een of anderen vorm van de -panislamitische gedachte. - - - - -Vermijding van al hetgeen naar inbreuk op de godsdienstvrijheid zweemt. - -Met hoe meer klem nu echter de Regeering Hare autonomie in het bestuur -harer Inlandsche onderdanen handhaaft tegenover pogingen tot inmenging -van buitenaf, des te ernstiger behoort zij te waken tegen al wat zweemt -naar inbreuk op de godsdienstvrijheid ook van hare Mohammedaansche -onderdanen. Het kan vreemd schijnen, hierop aan te dringen, waar juist -dikwijls in meer of minder verwijtenden toon van Haar beweerd wordt, -dat Zij den Islâm veel meer dan noodig of wenschelijk was beschermd -en zelfs vertroeteld heeft, om nu maar niet meer te spreken van de -onzinnige beschuldiging, dat Zij eene bevolking van twijfelachtig -Mohammedaansche belijdenis naar Mohammedaansche rechtsbeginselen -zou hebben bestuurd. Toch is dat zoo vreemd niet, gelijk reeds -hieruit blijken kan, dat in Mohammedaansche landen buiten Oost-Indië -de Nederlandsch-Indische Regeering den naam heeft van op fanatieke -wijze den Islâm te vervolgen en te onderdrukken. Beide beschouwingen -berusten op onkundige overdrijving. - - - - -Ongunstige beoordeling der Nederlandsche Islâmpolitiek in de -panislamitische pers. - -Hoe komt het, dat in de Mohammedaansche dagbladpers onze Regeering -vaak gehoond is als de vijandin der Moslims, en in geographische -leerboekjes, die op Turksch-Arabische scholen gebruikt worden, -Nederland kort aangeduid wordt, als eene met het beginsel der -verdraagzaamheid onbekende mogendheid, onder welks juk millioenen -van Mohammedanen zuchten? Voornamelijk uit tweeërlei oorzaak is dit -verschijnsel te verklaren. - -Telkens wanneer in Nederlandsch-Indië woelingen plaats grepen, -die door opruiers met behulp van aan den Islâm ontleende motieven -waren gewekt, dan bleek achteraf, dat vele bestuursambtenaren door -onbekendheid met deze factoren van het volksleven tekortgeschoten -waren in waakzaamheid ten aanzien van verschijnselen, die toch -wel binnen den kring hunner waarneming gevallen waren. Dan werd -men onzacht wakker geschud, met het gevolg, dat door onkundige en -onbezadigde bestuurders plotseling allerlei overdreven maatregelen -werden genomen onder den invloed van eene zeer slechte raadgeefster, -domme vrees. De meest onschuldige Mohammedaansche godsdienstleeraars, -leerlingen aan pesantrèns, bedienaren van den eeredienst werden dan -na eene periode van verwaarloozing met een dwaselijk generaliseerend -wantrouwen bejegend, vaak gesteld onder een toezicht, dat zich het -best laat vergelijken met hetgeen men in Rusland zou doen ten opzichte -van iemand, dien men verdacht, een anarchist van de daad te zijn. In -zulke tijden huldigde menig bestuurder de onlangs door het meermalen -aangehaalde parlementslid verkondigde zotheid, dat de Mekkagangers -als het ware met dynamietbommen gewapend in hun land terugkeeren, -dat iedere hadji een opruier is. - -Te Mekka, waar Mohammedanen uit verschillende deelen van den Archipel -elkaar ontmoeten, vernamen dezen van elkander het relaas van leed en -onrecht, dat men hier en daar in zulke schrikperioden geleden had, -en van daaruit werden die geruchten tevens over andere landen van den -Islâm verbreid. Dat men in die kringen de tijdelijke uitspattingen van -een aantal ambtenaren verwarde met beginselen van regeeringsbeleid, -is noch te verwonderen noch kwalijk te nemen. - - - - -Klachten der in Oost-Indië gevestigde Arabieren. - -Een ander feit, waaraan de bijzonder ongunstige beoordeeling van ons -koloniaal bestuur in vele Mohammedaansche landen zich vastknoopte, was -de, om een zacht woord te gebruiken, beginsellooze politiek, die wij -gedurende tientallen van jaren volgden, en ook nu, na de zoogenaamde -hervorming, nog niet geheel hebben losgelaten tegenover de Vreemde -Oosterlingen, van welke natuurlijk voor ons geval hoofdzakelijk de -Arabieren in aanmerking komen. De in Nederlandsch-Indië verkeerende -of zich vestigende Arabieren zijn voor de overgroote meerderheid -afkomstig uit Hadhramaut, een doodarm land met onderling door -eindelooze bloedveeten verdeelde roofridders en in hunnen dienst -vechtende slaven, met meerendeels fanatieke afstammelingen van den -Profeet, met verdrukte burgers; een gebied zonder regelmatig bestuur, -zonder eenheid of orde, zonder welvaart. De menschen, die van daar naar -Oost-Indië emigreeren, brengen noch kapitaal noch bepaalde vaardigheden -of andere gewenschte eigenschappen mede, behalve deze ééne, dat zij -zich aan de hier heerschende ordelijke toestanden wonderwel weten -aan te passen en aan politie of justitie geene bijzondere moeite geven. - -Indien onze Regeering overwoog, dat deze zonen van het dorre land -voor Indië op geene enkele wijze nuttig, in sommige opzichten -daarentegen schadelijk zijn, zou niemand Haar euvel kunnen duiden, -dat zij de verdere immigratie dezer Arabieren verbood, alleen -uitzonderingen toelatende, die billijkerwijze voortvloeiden uit -verkregen rechten en aanspraken. Allerminst zou Hadhramaut zelf zich -hierover kunnen beklagen, daar dit land zich hardnekkig sluit voor -alle niet-Mohammedanen, terwijl de politieke toestand er elke normale -betrekking met andere natiën uitsluit. - -Dezen voor een oogenblik harden, maar verstandigen en rechtvaardigen -maatregel heeft de Regeering niet genomen; wat erger is, steeds heeft -Zij de Hadhramieten noch buitengesloten noch flinkweg toegelaten. In -naam hadden zij toegang, maar eenmaal binnengetreden, werden zij op -vaak ondragelijke wijze in de vrijheid hunner beweging belemmerd, -onderworpen aan allerlei bepalingen, die, al waren zij zoo kwaad niet -bedoeld, in de uitvoering werkelijk vexatoir werden, te meer, daar -veel overgelaten bleef aan het inzicht der verschillende plaatselijke -ambtenaren, die telkens wisselen. Zelfs op regelmatigheid in hetgeen -hij als plagerij ondervond, kon de Arabier in Indië niet rekenen. - -De invloedrijke Arabieren hebben dientengevolge sinds vele -jaren achtereenvolgens alle wegen bewandeld, waarvan goede -vrienden hun verzekerden, dat zij konden leiden tot het doel: -hunne emancipatie van de bepalingen, die hunnen handel en verkeer -belemmerden in een land, waar zij toch theoretisch tot handel en -verkeer waren toegelaten. Ten slotte kwamen zij bij het chalifaat -en de Mohammedaansche dagbladpers terecht en vervulden de lucht met -hunne jammerklachten. Overdreven waren deze dikwijls, maar men zegt, -dat het niet alleen de Hadhramieten zijn, die, als zij eenmaal diep -gevoelde en lang verkropte grieven uiten, wel eens meer beweren dan -zij strikt genomen kunnen verantwoorden. - - - - -Ongunstig oordeel van sommige zendingsvrienden over de Islâmpolitiek -der Regeering. - -Ziedaar de twee hoofdoorzaken van het in zeer wijden kring verbreide -oordeel, dat onze Regeering de Mohammedanen onverdraagzaam en onbillijk -bejegent. Van waar nu echter die lijnrecht tegenovergestelde opinie, -die men alleen in Nederland nu en dan hoort uiten, volgens welke de -Regeering den Islâm op in het oog vallende wijze begunstigt, zooals -men het nu en dan uitdrukt, met hem coquetteert? - -Het was, men weet het, steeds uit sommige kringen van zendingsvrienden, -dat deze klacht vernomen werd. Allen, die zich actief op het terrein -der zending bewogen, ondervonden het, dat het Christendom in zijn -pogen om zielen te winnen nergens op ernstiger bezwaren stuit dan -daar, waar het achter den Islâm aankomt. Verschillende oorzaken van -dit verschijnsel werden in onze eerste voordracht aangeduid. Niet -slechts in Nederlandsch-Indië, over de geheele wereld brengt de -Islâm de Christelijke missie bijna tot vertwijfeling. Nu ziet de -zendingsvriend in Indië bijv., dat de Islâm een deel zijner kracht -ontleent aan zijn internationaal karakter, aan de aanrakingen met -geloofsgenooten uit de overige wereld, waartoe in het bijzonder de -bedevaart naar Mekka aanleiding geeft, en zoo komt hij tot de vraag: -zou de Regeering tegen dat euvel niets kunnen doen door het deelnemen -aan die bedevaart te bemoeielijken? Hij ziet verder, dat de kleine man, -die overigens toch zoo gemakkelijk te leiden is, juist op het punt van -zijnen door hem toch zoo gebrekkig gekenden godsdienst onhandelbaar -blijft, omdat zoogenaamde geestelijken of godsdienstleeraars hem -drijven of intimideeren, en wederom vraagt hij zich af: ligt het niet -in de macht der Regeering, den invloed dier leiders en leeraars wat te -breidelen? Dit zijn slechts een paar gevallen van vele, waarin mannen -der missie, zoekende naar middelen om de Evangelieprediking ook in -den onvruchtbaarsten bodem te doen gedijen, in arren moede wel eens -aankloppen daar, waar die niet te vinden zijn, en de onmogelijkheid der -bevrediging hunner wenschen in hunnen vurigen ijver voorbijzien. Dat -onze Mohammedanen, ook zonder de willekeurige maatregelen, waartoe die -ijveraars de Regeering zouden willen verleiden, reeds grieven hebben, -die, al overdrijven zij ze soms, toch verre van denkbeeldig zijn, -ontsnapt aan hunne eenzijdige waarneming. - -Verstandige zendingsvrienden zouden bovendien van ongeestelijken steun, -zooals de daareven bedoelde ijveraars dien wenschen, niet gediend zijn, -al ware het slechts omdat zij te goed weten, dat de antipathie tegen -het Evangelie erdoor versterkt zou worden. - - - - -Slotsom. - -Van welken kant wij de zaak ook bezien, de slotsom blijft, dat de -eenige wijze en rechtvaardige houding, die aan de Regeering tegenover -den Islâm past, bestaat in de meest strikte en oprechte handhaving -der vrijheid van godsdienst, zij het dan met belangrijk voorbehoud -ten aanzien van de staatkundige zijde van het Moslimsche stelsel en -met openhouding van alle wegen, die de Mohammedanen kunnen leiden -tot maatschappelijke evolutie, ook boven het stelsel van hunnen -godsdienst uit. - -De Mohammedanen zelve kunnen daarmede vrede hebben, want zóóveel -rekening houden hunne leer en wet wel met de werkelijkheid, dat zij -hun den weg wijzen om ook onder een vreemd régime hunnen godsdienst -te belijden en te beoefenen. De "noodzakelijkheid", mits van buiten -hun opgelegd, heft voor hen vele bezwaren op, zoolang zij maar hun -intiemste leven naar hunne godsdienstige wetten mogen inrichten, -en dan billijken zij het ook, dat de vreemde macht, die Allah over -hen gesteld heeft, de regelen stelt, die hare eigene natuur haar -voorschrijft. In de geheele Mohammedaansche wereld kent men gezag toe -aan de uitspraak: "Een koninkrijk kan wel van duur zijn bij ongeloof, -maar niet bij ongerechtigheid". - - - - - - - - -IV. - -NEDERLAND EN ZIJNE MOHAMMEDANEN. - - -De dusver bereikte slotsom leidt niet tot positieve resultaten. - -De echte voorstanders eener ethische koloniale politiek, zullen, -naar ik mij vlei, geene ernstige bedenkingen hebben tegen de door -mij voorgedragen beschouwingen over onze Nederlandsche Islâmquaestie -en hare oplossing; toch zullen zij denkelijk met de slotsommen, -waartoe wij tot dusver kwamen, niet tevreden zijn. Ook mijzelf voldoen -zij volstrekt niet. Immers, in het leven der Nederlandsch-Indische -Mohammedanen, zoover dat aan den invloed van het stelsel van den -Islâm onderworpen of blootgesteld is, bakenden wij één gebied, het -zuiver godsdienstige, af, waarop de Regeering en Hare ambtenaren -volstrekte vrijheid moeten handhaven; een ander, het politieke, -waarop die vrijheid in aller belang zeer beperkt behoort te worden; -weder een ander, dat van het met de religie op het innigste verbonden -gedeelte van het Mohammedaansche recht, waarin allerminst willekeurig -mag worden ingegrepen, maar waarbij toch de weg der evolutie zoo -wijd opengehouden dient te blijven als de omstandigheden het maar -veroorlooven. De modus vivendi, die door dit alles bereikt wordt, -heeft evenwel voornamelijk negatieve verdiensten: het kwade wordt -vermeden, zonder dat men zeker is, het goede te naderen. - -Wij kunnen het echter niet laten bij maatregelen, die dienen om -ontevredenheid en verzet bij de bevolking te voorkomen en zoo ons -gezag te bevestigen. Niet de voorheen zoo geprezen rust is ons doel, -maar beweging. Ons gezag zal zijne rechtvaardiging moeten vinden in -de opheffing der Inlanders tot een hooger peil; onder onze leiding -moeten zij onder de volken de plaats gaan innemen, waartoe hun aanleg -hen in staat stelt. - - - - -Opvoeding en onderwijs zijn in staat, de Moslims van het Islâmstelsel -te emancipeeren. - -Opvoeding en onderwijs zijn de middelen, waarmede dat doel kan -worden bereikt. Zelfs in landen van veel oudere Moslimsche cultuur -dan onze Archipel zien wij die met goeden uitslag aan het werk om -de Mohammedanen te verlossen van een deel van den middeleeuwschen -rommel, dien de Islâm reeds al te lang achter zich aan sleept. Wel -blijft dan het stelsel op de vroeger ontwikkelde historische gronden -onvatbaar voor eene afdoende hervorming, hetzij door moderniseering -der wet, hetzij door populariseering der mystiek; maar de Moslimsche -maatschappij schrijdt nochtans voort in de richting der moderne -cultuur, buiten het systeem om, doodzwijgend hetgeen zij niet durft -aantasten. Zoo gaat het in Turkije, in Egypte, in Syrië. - -Als opvoeders en onderwijzers van de Oost-Indische Mohammedanen -vinden wij nu tal van factoren in ons voordeel, die men in die andere -landen niet of in mindere mate aantreft. De betrekkelijk korte tijd, -waarin het stelsel van den Islâm hier gewerkt heeft, waardoor het -vele bestanddeelen van het leven onaangetast heeft moeten laten, -vergemakkelijkt de opname van nieuwe cultuurelementen, wanneer -maar theoretische bestrijding van de godsdienstige basis achterwege -blijft. De eeuwenoude gewoonte der Inlanders, vooral op Java, om zich -met zeer uiteenloopende rassen en beschavingen te verstaan, heeft hen -bewaard voor de bekrompenheid, die het gevolg is van isolement. Men -zal moeilijk op aarde een volk vinden, dat in volgzaamheid jegens -zijne hoofden de Javanen overtreft, en even moeielijk inheemsche -bestuurders van een door vreemden overheerscht volk, williger dan de -Javaansche aristocratie om te gaan in de wegen, die de uitheemsche -regeeringsambtenaren hun wijzen. - - - - -Gunstige voorwaarden voor de werking dier middelen in Oost-Indië, -vooral op Java. - -Inzonderheid wat betreft de aan hunne kinderen te geven opleiding -winnen de Inlandsche ambtenaren gaarne den raad der Europeesche -in niet alleen, maar zij volgen dien ook met bijna aandoenlijk -vertrouwen op. Vroeger gaven dezen hun meestal het advies, aan -hunne zonen slechts eene vrij primitieve opleiding te laten geven, -daar het opdoen der kennis, die Europeanen noodig hadden om door de -wereld te komen, voor hen bij hunnen beperkten werkkring geen nut -zou opleveren. Zelfs zulke raad werd gehoorzaam ter harte genomen, -al dacht menigeen er meesmuilend het zijne van. Sedert de kentering -in de Europeesche opinie over de intellectueele, welhaast ook over de -moreele waarde van den Inlander, aan wiens vorming de noodige zorg -besteed wordt, bleek de lust der hoogere klassen op Java om zich -geheel in de richting der hedendaagsche beschaving te ontwikkelen -buitengewoon groot, veel te groot alras voor de gelegenheid, die hun -van regeeringswege daartoe geboden werd. - -Nadat eenmaal een zeker aantal jonge Inlanders zich aan de vruchten -van den boom der kennis verzadigd hadden, volgden anderen in scharen, -die nog veel grooter zouden zijn, indien niet te diep ingewortelde -behoudzucht der Europeesche bureaucratie den stroom voorloopig weer -had gestuit. - - - - -Gebrek aan krachtige leiding van den gunstigen stroom. - -Men heeft hier een nieuw droevig voorbeeld van datzelfde gebrek aan -organiseerend talent, diezelfde halfheid en besluiteloosheid, die wij -bij de beschouwing der Vreemde-Oosterlingen-politiek ontmoetten, die -telkens in ons koloniaal bestuur aan den dag treedt, wanneer de bakens -verzet moeten worden, die de koloniale regeering daar, waar eene kloeke -beslissing dringend vereischt wordt, na vele adviezen en jaren durende -overwegingen doet komen tot een antwoord, dat noch ja noch neen zegt. - -Toen de aandrang van Inlandsche kinderen naar de Europeesche lagere -scholen groot werd, weerde men hen op gronden, die, als zij ernstig -bedoeld waren, tevens tal van kinderen van Europeesche afstamming -van die scholen verwijderd zouden moeten houden, gronden dus, die den -indruk van voorwendsels maakten. Men troostte de teruggedrongenen door -voor hen scholen van eene nieuwe soort op te richten, die in geenen -deele aan de behoefte voldeden. Met betrekkelijk milde hand gaf men op -onderwijsgebied aan de Chineezen, die brutaal schreeuwend eischten, -terwijl hetgeen aan de bescheiden vragende Inlanders ten deel viel, -doet denken aan het stuk beschimmeld roggebrood uit Gellerts fabel, -dat door den rijkaard met verheven gebaar aan den hongerigen bedelaar -werd toegeworpen. - -Zou men nu uit zulke feiten de gevolgtrekking willen maken, dat -de Regeering onverschillig was voor den snel toegenomen drang der -Inlandsche wereld naar hoogere geestesontwikkeling, dan stonden -daartegenover herhaalde officieele uitingen van ingenomenheid met en -aanmoediging van diezelfde intellectueele beweging. Zoo eerlijk gemeend -als die betuigingen van welwillendheid waren, zoo onoverwinnelijk was -de indolentie der regeeringsorganen, die de strooming hadden moeten -bevorderen en leiden. Het pijnlijkst kwam die tegenstelling uit in -de behandeling van verscheidene jongelieden, die den nieuwen koers -met succes, zoover het van hen afhing, gevolgd waren. - - - - -Voorbeelden van betreurenswaardige onbeslistheid. - -Iemand van Inlandsche geboorte, maar zoo goed als geheel Europeesche -opvoeding, wordt na afgelegd examen voor ambtenaar bij het Europeesche -corps voor eene benoeming als zoodanig ter beschikking van den -Landvoogd gesteld. Hij treedt inderdaad als bestuursambtenaar -op, maar wordt na korten tijd bij den specialen diensttak van -het landbouwcrediet onder dak gebracht. Een ander, die na hem -denzelfden weg van opleiding was gevolgd, werd van den aanvang af -bij het credietwezen geplaatst, zoodat het niet verwonderen kan, -dat in de Inlandsche ambtenaarswereld de meening post vatte, -als wilde de Regeering alle Inlanders, die aan de eischen van -het grootambtenaarsexamen voldaan hadden, tot specialiteiten in -credietzaken maken. Die zich met die hoop vleiden, hadden evenwel -wederom buiten den waard gerekend, want nu volgde er een jeugdige -Inlander, die na een zeer goed grootambtenaarsexamen te hebben -afgelegd, al zijne Europeesche kameraden, die boven en beneden hem -op de ranglijst voorkwamen, met hunne plaatsing kon gelukwenschen, -zonder dat van zijn bestaan ook maar de geringste notitie werd -genomen. Ten slotte gelukte het hem, na veel getob, eene matige -plaatsing bij het Inlandsche bestuur te krijgen, die natuurlijk bij -vele zijner landgenooten de vraag deed rijzen, of het wel de moeite -loonde, hunne zoons op zoo kostbare wijze te laten opleiden, wanneer -toch de Regeering daaraan zoo weinig waarde scheen te hechten. - -Men begrijpe mij niet verkeerd. De wenschelijkheid der plaatsing -van Inlanders bij het Europeesche bestuurscorps wil ik geenszins -betoogen. Maar wanneer de wettelijke bepalingen die plaatsing toelaten -en de gelegenheid om de daarvoor vereischte kennis op te doen en -daarvan bij examen te doen blijken aan Inlanders geschonken wordt, -dan is eene behandeling van drie geslaagde candidaten op de daareven -genoemde wijze niet te verantwoorden. - -Een ander zeer begaafd jong Inlander wilde in de rechten gaan -studeeren, wanneer hij zekerheid had, dat hij na aan alle wettelijke -eischen te hebben voldaan, niet om zijnen landaard uitgesloten zou zijn -van eene plaatsing bij de rechterlijke macht in zijn vaderland. Een -jaar voordat hij over de keuze zijner studierichting moest beslissen, -vroeg men voor hem dienaangaande bij de Regeering om inlichting. Twee -jaren van overweging had de Regeering noodig om een antwoord te geven, -waarbij de hoofdquaestie eigenlijk nog onopgelost bleef. - -Onvoldoende, immers voorloopig en voorwaardelijk was eveneens het -bescheid, dat ten deel viel aan eenen Inlander, die voor ingenieur -wilde studeeren en officieele zekerheid wenschte te hebben omtrent -zijne vooruitzichten bij den staatsdienst in dat vak. - -Een enkele daad der Regeering, die scheen te wijzen op een ontwakend -besef van Hare plichten in verband met de intellectueele beweging -onder Hare Inlandsche onderdanen, was de oprichting der Rechtsschool -voor Inlanders. Kort na de geboorte gaf Zij echter dit jeugdige -wezen aan verkwijning prijs door trots allen aandrang na te laten, de -vooruitzichten der geslaagde kweekelingen dezer instelling behoorlijk -te regelen, zoodat vaders niet met gegronde gerustheid hunne zoons -van goeden aanleg aan haar konden toevertrouwen. - -Hetgeen andere koloniale mogendheden met veel moeite aan hare -onderdanen trachten op te dringen: eene opvoeding, die hen geschikt -maakt om op hunne wijze het leven hunner overheerschers mee te leven, -dat wordt van ons op Java en in een deel der Buitenbezittingen door -de inheemsche bevolking afgesmeekt. Zou het niet eene onuitwischbare -schande zijn voor ons koloniaal bestuur, indien wij die geestelijke -goudmijn lieten liggen, zooals een concessionaris zonder kapitaal, -die zijn zaakje schijnbaar aan den gang houdt, totdat een energiek -syndicaat het van hem komt overnemen? - - - - -In associatie der Inlanders aan onze cultuur ligt de oplossing der -Islâmquaestie. - -Wat deze dingen nu eigenlijk met de Islâmquaestie van Nederland te -maken hebben? Niet minder dan alles. De eenige ware oplossing van dat -probleem ligt in de associatie der Mohammedaansche onderdanen van den -Nederlandschen staat aan de Nederlanders. Gelukt deze, dan bestaat er -geene Islâmquaestie meer; dan is er genoeg eenheid van cultuur tusschen -de onderdanen der Koningin van Nederland aan het Noordzeestrand en die -van Insulinde om aan het verschil in godsdienstige belijdenis zijne -politieke en sociale beteekenis te ontnemen. Moest zij mislukken, -dan zou de onvermijdelijk toenemende intellectueele ontwikkeling der -Indonesiërs hen noodwendig hoe langer hoe verder van ons af voeren, -want dan zouden anderen dan wij de leiding in handen krijgen. - - - - -De openbare meening in Nederland behoort in die richting krachtig -te spreken. - -De opgedane ervaring verbiedt ons, het totstandbrengen dier oplossing -alleen of in de eerste plaats van de Regeering te verwachten; het -ontbreekt Haar daartoe niet aan de noodige sympathie voor de zaak, -maar wel aan de vereischte kracht. Hoe het komt, kunnen wij daarlaten, -maar Zij is nu eenmaal een log lichaam, waarin in den regel slechts -ruwe schokken wat beweging vermogen te brengen. Een krijgszang van -Max Havelaar, een alarmkreet van Wekker in de Avondpost lokken -maatregelen uit, die het daarvóór aan bezadigde vertoogen niet -gelukte te voorschijn te roepen; half-oproerige Chineezen zien -wenschen vervuld, die kalm berustende Inlanders vergeefs slaken. Er -is echter nog een andere weg, die met minder rumoer en misschien iets -minder snel tot het doel kan leiden, maar die toch op den duur niet -vruchteloos bewandeld wordt: de eindelijk onweerstaanbare druk, dien -eene krachtige openbare meening op de Regeering pleegt uit te oefenen. - -Eerst moet dus in wijde kringen van het Nederlandsche volk de -overtuiging zijn doorgedrongen, dat associatie van het leven der -Inlandsche bevolking van den Indischen Archipel aan het onze in -beider belang tot stand gebracht behoort te worden, en dat de -tegenwoordige intellectueele beweging van de hoogere klassen der -Inlandsche maatschappij de krachtige bevordering dier associatie -onzerzijds urgent maakt, dat er periculum in mora is. En dan mag het -niet blijven bij uiting dier overtuiging in woorden, er moet ook in -die richting gewerkt worden, wij moeten er offers voor over hebben -in geld en in arbeid. Als de Regeering het alleen moest doen, dan zou -het gevaar te groot te worden, dat zij met het haar eigen gebrek aan -besluitvaardigheid ten slotte door de omstandigheden overrompeld werd, -nadat de goede tijd om de leiding der beweging in handen te nemen en -te houden voorbij was, om niet terug te keeren. - - - - -De eenigen, die blijk geven het te beseffen, zijn de zendingsvrienden. - -Tot dusver is het inzicht, dat wij hier met een dringend volksbelang te -doen hebben, bij ons tot vrij enge kringen beperkt, en zijn eigenlijk -de eenigen, die blijk geven, het levendig te beseffen, de actieve -zendingsvrienden. Of liever: zij streven naar eene associatie van -veel hoogere orde dan de zooeven door ons bedoelde, eene eenheid, die, -als zij tot stand kwam, alle belemmeringen der eenheid van beschaving -en nationaal bewustzijn tusschen het Oosterlijk en het Westelijk deel -van het rijk der Nederlanden zou opheffen. - -Als zij tot stand kwam! Maar de groote bewondering, waarmee wij den -zelfopofferenden arbeid der zendelingen gadeslaan, en onze groote -waardeering van de offervaardigheid, waarmede velen in het moederland -dien arbeid steunen, mag ons niet doen vergeten, hoe gering het -uitzicht op belangrijk succes voor de Christelijke zending is in -landen, waarop de adem van den Islâm neergestreken is. Zelfs de -verstandige mannen der zending maken zich daaromtrent geene illusie, -al geven zij daarom het werk niet op. In geen geval mag er voor ons -volk en onze regeering sprake van zijn, de taak der associatie aan -de Christelijke zending over te laten, met veronachtzaming der voor -hare vervulling zoo uiterst gunstige beweging in de Inlandsche wereld, -die thans in gang is. - - - - -De Moslimsche Inlanders wenschen wel politieke en nationale, geen -religieuze associatie. - -Die beweging wijst ondubbelzinnig op de practische mogelijkheid -der verwezenlijking eener schoone politieke en nationale gedachte, -namelijk die der wording van een Nederlandschen staat, bestaande uit -twee geographisch ver uiteenliggende, maar geestelijk innig verbonden -deelen, het eene in Noordwest-Europa, het andere in Zuidoost-Azië. Dit -is geen utopistisch ideaal, maar een doel, waarvan Regeering en volk -van Nederland het zich duurzaam zouden verwijten, het niet bijtijds -in het oog gevat te hebben, wanneer zij de thans zich opdringende -gelegenheid om het na te streven ongebruikt lieten voorbijgaan. Hier -en nu geldt in volle kracht het woord van Goethe: - - - "Was du ererbt von deinen Vatern hast, - Erwirb es, um es zu besitzen". - - -Onze erfenis, die hier bedoeld wordt, dat waren schoone en rijke -wingewesten; de staatkundige band, die ze met ons verbonden hield, was -overheersching. Wil de eenheid tegen de stormen van den tijd bestand -blijken, dan moet nu de materieele inlijving door de geestelijke -gevolgd worden. - - - - -Hoe ver kan de associatie gaan? - -Om teleurstelling en verwarring te voorkomen is het noodig, dat -wij ons onbevangen rekenschap geven van de grenzen, waarbinnen de -geestelijke annexatie uitvoerbaar is. De godsdienst, hoe gewichtig -ook voor ons volks- en staatsleven, is zelfs in het kleine Westelijke -Nederland de band niet, die ons samenhoudt. Onze eenheid wortelt -in algemeenere cultuurgedachten, tot welker vorming het Christendom -ongetwijfeld veel heeft bijgedragen, maar onder welker heerschappij -niet slechts Christenen van de meest uiteenloopende confessies, maar -ook Joden en vrijdenkers, met gelijke aanspraken op eerbiediging van -hetgeen aan elke dier categorieën in het bijzonder eigen is, zich thuis -gevoelen. Thuis gevoelen in die mate, dat zij zich verzetten met alle -kracht, zelfs met opoffering van goed en bloed, tegen iedere poging -om hen tot eene andere nationaliteit of tot een ander staatsverband -te doen overgaan. - -Hieruit vloeit vanzelf voort, dat noch van onzen staat, noch -van ons volk eene propaganda kan uitgaan, die zich voorstelt, de -Mohammedaansche Inlanders over te halen tot eene religie, die onder -ons eenen, zij het nog zoo grooten, kring van belijders telt. Eene -poging om de grondslagen te ondermijnen van het Islâmstelsel, dat -het leven der Inlanders deels beheerscht, en gaarne geheel zou willen -beheerschen, kan alleen van eene religieuze gemeenschap, eene kerk of -eene vereeniging voor zending, uitgaan; de staat kan daarbij slechts -toezien, dat niemand in zijne vrijheid van beweging belemmerd worde. - -Niet ongeoorloofd noch misplaatst is daarentegen in het gegeven geval -eene actie, die bedoelt, de Inlanders op veel steviger wijze dan tot -dusver het geval is, bij ons staatsverband en bij onze nationaliteit -in te lijven. Immers, een eigen zelfstandig politiek of nationaal -leven hebben zij al sinds eeuwen niet meer; en wij, die hun lang -geleden ontnamen, wat zij van die aard bezeten mogen hebben, hun -daarbij eerbiediging hunner godsdienstige instellingen belovende, -wij aanvaardden daarmede tevens de moreele verplichting om hen tot -deelname aan ons staats- en volksleven op te voeden. Hunnerzijds ruimen -zij elk voorwendsel voor uitstel van het vervullen dier verplichting -uit den weg, waar zij zelve op die geestelijke annexatie in toenemende -mate bij ons aandringen. Men geeft er zich onder ons lang niet genoeg -rekenschap van, hoe sterk die aandrang inderdaad wel is. Het zijn niet -alleen de Inlandsche ambtenaren en in het algemeen de aristocratie, die -hunne kinderen in de eerste plaats Nederlandsch willen laten leeren, -en vervolgens zooveel mogelijk van hetgeen, waartoe de kennis dier taal -hun den weg effent; zelfs onder de Mohammedaansche schriftgeleerden -neemt het aantal toe dergenen, die hunne zoons voor onderwijs en -opvoeding liever geheel aan Europeesche leiding toevertrouwen dan dat -zij hen laten opleiden in de wetenschappen van den Islâm. Telkens kan -men van Inlanders op Java vernemen, dat de toeloop naar de pesantrèns -sterk afneemt en dat alles tegenwoordig heendringt naar de school. De -vroeger in eenigszins vrome kringen vaak gekoesterde vrees, dat zulke -toenadering tot de Hollandsche cultuur het van de vaderen geërfde -geloof in gevaar zou brengen, maakt meer en meer plaats voor de -overtuiging, dat men aan de religieuze denkbeelden en gebruiken van -voorheen getrouw kan blijven zonder in de oude onwetendheid voort te -leven, en dat er geen beter middel is om van deze laatste verlost -te worden dan zich met vol vertrouwen over te geven aan opleiding -in de Europeesche school, ja, als de omstandigheden het toelaten, -tevens aan opvoeding in het Europeesche gezin. - - - - -Bezwaar tegen gesubsidieerde Christelijke scholen met gedwongen -deelneming aan het godsdienstonderwijs. - -Niet onvoorwaardelijk is dit vertrouwen, wanneer de Inlander zich -wegens gebrek aan plaats op andere scholen of om finantieele redenen -genoopt ziet, zijne kinderen te zenden naar eene Christelijke school, -waar het deelnemen aan het godsdienstonderwijs voor alle leerlingen -verplichtend is. Dat velen over dit bezwaar heenstappen, is wel een -krachtig bewijs voor de diep gevoelde behoefte aan onderwijs. Het zou -gevaarlijk zijn, er andere conclusies aan vast te knoopen. Als een -bezwaar wordt het wel degelijk gevoeld, en de omstandigheid, dat velen -dit door den nood gedwongen terzijde stellen, mag niet verleiden tot -de verwachting, dat gesubsidieerde Christelijke scholen van de zooeven -bedoelde soort het geschikte middel zullen vormen om aan de enorme -vraag naar Europeesch onderwijs voor Inlanders op Java te voldoen. - -Het is waar, de aan onverschilligheid grenzende religieuze tolerantie -van de groote meerderheid der Javaansche aristocratie, gepaard met -de eeuwenoude gewoonte der lagere klassen van de bevolking aan het -verkeer met menschen van allerlei ras en geloof, maakt, dat de zending -hier vele moeilijkheden, die zich in vele andere Moslimsche landen aan -haar in den weg plegen te stellen, niet of toch in mindere mate dan -elders ondervindt. De meerderheid der Mohammedaansche schriftgeleerden -daarentegen, hoewel gewend om zich in den regel binnen hare eigen -enge sfeer te houden, wordt door eene krachtige missionnaire actie -tot reactie geprikkeld. Zij ziet in dat pogen om Mohammedanen tot -Christenen te maken een streven der Europeesche wereld om, nadat zij -den Inlanders al zoovele aardsche bezittingen ontnomen heeft, hen nu -ook van datgene te berooven, dat Allah in de andere wereld voor hen -heeft weggelegd. Zou de Regeering nu hen, die onderwijs in Westerschen -zin zoeken, naar uit de staatskas ondersteunde scholen drijven, waar -aan de leerlingen Christelijk godsdienstonderwijs opgedrongen werd, -dan kan men zeker zijn, dat weldra een voor de zaak der associatie -hoogst bedenkelijke tegenstand zou ontstaan, die òf de beweging in de -richting onzer cultuur zou stuiten òf voor het minst zou uitloopen -op den nadrukkelijken eisch, dat indien aan gesubsidieerde scholen -met eene specifiek godsdienstige kleur ook voor Inlanders de voorkeur -werd geschonken, de kleur voor de Mohammedaansche Inlanders die van -den Islâm zou zijn. - -Hoogstens zou men daardoor komen tot eene belangrijke tempering -van den drang naar intellectueele ontwikkeling, daar de Inlandsche -maatschappij vooralsnog niet over de middelen beschikt om op groote -schaal scholen te stichten, die zich om subsidie konden aanmelden. Van -deze omstandigheid misbruik te maken om aan de Inlandsche Mohammedanen -inrichtingen van onderwijs op te dringen, die voor een goed deel -uit door hen opgebrachte belastingpenningen bekostigd werden en die -mede dienstbaar waren aan directe propaganda voor het Christendom, -dat zou, dunkt mij, noch met het beginsel der vrije school, noch met -eene wijze staatkunde overeen te brengen zijn. - -Nog eens: de sterke neiging om in ons cultuurleven te worden opgenomen, -die de Inlandsche maatschappij in de jongste kwarteeuw aan den dag -legt, werkt geheel buiten het gebied van den godsdienst. Wij hebben -ons erin te verheugen, dat de Inlanders zich door het stelsel van -den Islâm, dat eigenlijk tegen zulke associatie gericht is, niet -laten weerhouden van het zoeken dier ook voor ons zoo gewenschte -toenadering. Als volk en als staat moeten wij hun daartoe de hand -reiken op in godsdienstig opzicht neutraal terrein, het zoeken van -toenadering van veel hoogeren en intiemeren aard overlatende aan de -verschillende lichamen en instellingen, tot welker bijzondere roeping -dit behoort. - - - - -Ons onderwijs en onze opvoeding moeten vooreerst de hoogere klassen -der Inlandsche maatschappij in het oog vatten. - -Onderwijs dus en opvoeding in Europeeschen zin, aangepast zooveel -noodig aan de bijzondere behoeften der Mohammedaansche Inlanders, -dat zijn de aangewezen en tevens de door henzelve gevraagde middelen, -niet om den Islâm te bestrijden, niet om zijne belijders tot eene -andere religie over te halen, maar om hen te steunen in hunne -zelfbevrijding van die gedeelten van zijn stelsel, die zonder tot -het specifiek-godsdienstige domein te behooren, het deelnemen aan -het tegenwoordige beschavingsleven der volken belemmeren, zoo niet -onmogelijk maken. Blijft de vraag, hoe en aan wie men die middelen -in de eerste plaats zal hebben toe te dienen. - -Bij de beantwoording dezer vraag willen wij ons stellen op het nuchtere -standpunt der practijk, en ons niet begeven in casusposities, welker -oplossing voor het oogenblik niet als dringend te beschouwen is. - -Men hoort tegen de meening, dat voldoening aan de steeds luidere -vraag van meer ontwikkelde Javanen en Maleiers naar beter onderwijs -een urgente plicht van ons volk is, wel eens de tegenwerping, dat men -daardoor alleen de hoogere klassen der bevolking bereikt, terwijl de -oneindig veel breedere schare der kleine luiden onaangeraakt blijft, -en men wijst er dan bovendien op, dat daardoor eene vroeger ongekende -kloof ontstaat tusschen de beschavingshoogte der aristocratie en die -der groote menigte, zoodat het onderling verband erbij verloren dreigt -te gaan. - -Het zou ongetwijfeld gunstig zijn voor den goeden uitslag van het werk, -als men van alle zijden tegelijk kon beginnen; als men de wegen kende -en over de middelen beschikte om in denzelfden tijd door doelmatig -onderwijs de massa der kleine Javaansche landbouwers tot een hooger -intellectueel peil te verheffen en de aristocratie van Java zoo dicht -mogelijk naar onze eigen geestelijke atmosfeer heen te trekken. Dit -gaat echter boven onze kracht, al ware het alleen omdat de psychologie -van den kleinen man ons daartoe te vele, voor het oogenblik niet -oplosbare raadselen biedt; bij gebrek aan de noodige gegevens voor -eene betrouwbare diagnose kon het recept wel eens glad verkeerd -uitvallen. Bij iedere poging, die wij in de bestaande omstandigheden -kunnen doen om den desaman tot een hoogeren graad van beschaving te -brengen, loopen wij veel gevaar hem iets op te dringen, dat hij niet -wenscht, zonder dat wij de stellige overtuiging mogen koesteren, -dat het voor hem deugen zal. - - - - -De onlangs opgerichte desascholen. - -Van inrichtingen als de onlangs opgerichte desascholen heb ik -geene hooge verwachting; kwaad zullen zij wel niet teweegbrengen, -maar als een reuzenschrede in de richting der associatie zal ook -de grootste optimist deze instelling niet beschouwen. Belangrijke -nieuwe proefnemingen op dit gebied zag ik liefst uitgesteld totdat wij -daarbij gebruik kunnen maken van de voorlichting eener talrijke groep -van hoog ontwikkelde Javanen, die aan Westersche wijsheid Oostersche -ervaring paren; dezen zullen met minder gevaar van dwaling dan wij -kunnen vaststellen, hoe de kleine landbouwers onder hunne rasgenooten -gebracht kunnen worden tot deelname aan het huidige verkeersleven -binnen de grenzen, die de natuur voor hen daaraan stelt. - -Men begint een werk toch liefst van die zijde, die de grootste kans -van slagen biedt; bij de hoogere klassen der bevolking van Java heeft -men van den uitslag genoegzame zekerheid, mits men de middelen, -die de ervaring nu reeds als probaat deed kennen, op veel ruimere -schaal dan tot nog toe geschiedde aanwendt, en ze tevens meer aan de -bijzondere plaatselijke behoeften aanpast. - - - - -Studie van begaafde Inlanders in Nederland. - -De meest belovenden onder het jongere geslacht moedige men aan en -steune men om die hoogere studiën, waartoe hun vaderland nog geene -gelegenheid biedt, in Nederland te maken; men bouwt dan voort op -reeds bestaande grondslagen, want hier te lande studeeren al eenige -tientallen Inlanders aan verschillende inrichtingen van hooger -onderwijs, zonder dat ooit aan een hunner van Regeeringswege tot -het inslaan van dien weg aanleiding gegeven werd. Vooral zorge men -ervoor, dat die studeerenden hier vertrouwde raadslieden vinden en -sympathieke, degelijke kringen om in te verkeeren en wake men tegen het -gevaar, waaraan zij allen hier blootstaan, dat er namelijk in allerlei -opzichten met hen gesold wordt, dat men ze als curiositeiten aangaapt -of aan het bewonderende publiek vertoont, dat men ze verlokt tot -optreden in kringen, waarin zij nog niet behooren, tot schrijven over -onderwerpen, die zij nog niet kunnen beheerschen, eene behandeling, -tengevolge waarvan begaafde Inlanders begrijpelijkerwijze wel eens -uit hun evenwicht geraakt en moreel te gronde gegaan zijn. - - - - -Europeesch onderwijs voor Inlanders, die tehuis blijven. - -In Indië opene men voor hen zoo wijd mogelijk alle, vooral de beste, -inrichtingen van Europeesch onderwijs; ook daardoor drukt men -slechts het stempel der goedkeuring op hetgeen de Inlanders zelve -tot stand brachten, want tot nu toe hebben zij de deuren van alle -scholen om zoo te zeggen geforceerd, en was het er zeer ver vandaan, -dat de autoriteiten hen dwongen om in te gaan. Soms had het er al -te veel van, alsof zij die pioniers op het pad der associatie als -rustverstoorders beschouwden. Men richte bovendien speciaal voor hunne -behoeften berekende scholen van middelbaar en technisch onderwijs op, -maar men berekene niet te angstvallig en vooral niet te lang, opdat -niet in afwachting van het resultaat generaties van de gewenschte -opleiding verstoken blijven. Beter eene school, die niet dadelijk aan -alle op den duur te stellen eischen voldoet, dan in het geheel geene. - -Goede lagere Europeesche scholen stelle men in grooten getale tot -hunne beschikking, zoodat de velen, die dit wenschen, gelegenheid -vinden om Nederlandsch zóó te leeren, dat in die taal het werktuig -vinden om zich in verschillende richtingen verder te ontwikkelen. - - - - -Opvoeding buiten de school. - -Dikwijls draagt het onderwijs, dat Inlandsche kinderen en jongelieden -genieten, niet de gewenschte vruchten omdat zij buiten de schooltijden -verkeeren in eene omgeving, die voor hunne opvoeding eer schadelijk -dan bevorderlijk is. Eene doelmatige huisvesting is, vooral uit dit -oogpunt bezien, voor hen van overwegend belang. Vooralsnog, in deze -eerste periode der associatiebeweging, zal men hun die niet licht -anders dan in een degelijk Europeesch gezin kunnen verschaffen. Dit -is eene der grootste moeilijkheden, die de bevorderaars der associatie -te overwinnen hebben, maar onoverkomelijk mag zij niet zijn. - - - - -De zending zou hiertoe kunnen medewerken. - -Hier zou ik bijna geneigd zijn, al is het onbevoegd, een verzoek -te doen, ja tevens een raad te geven aan de mannen en de vrouwen, -die zich aan zendingswerk wijden. De zending werkt terecht -dikwijls langs philanthropische omwegen: onderwijs, geneeskunde, -landbouw worden door haar gebezigd als middelen om Inlanders met het -Christendom in aanraking te brengen. Onderwijs is als zendingsmiddel -in Mohammedaansche landen, naar ik meen, niet bijzonder effectief -bevonden, althans niet in dien zin, dat bekeeringen er het gevolg -van waren, ofschoon de Moslims, wier eigen onderwijs zeer achterlijk -is, er gaarne gebruik van maken, vooral wanneer de leerlingen niet -gehouden worden aan het Christelijke godsdienstonderwijs deel te -nemen. Toch gaat men in die richting voort, aanvankelijk tevreden met -verbreiding van den Christelijken geest onder hen, die van de leer des -Christendoms nog niet gediend zijn. Met de medische zending is het vaak -niet anders. Nu zijn op Java, en weldra ook elders in den Archipel -huisgezinnen en hospitia noodig om ernstige leiding te geven aan de -opvoeding der steeds talrijker jongelieden uit Inlandsche familiën, -die de verschillende inrichtingen van onderwijs bezoeken. Ligt het -niet op den weg der zending, in dien nood te helpen voorzien? Te -helpen zorgen, dat die jongelui tegen matige betaling opname kunnen -vinden in eenvoudig levende, Christelijke gezinnen, geschikt en -bereid om hen te gewennen aan het leven in eene atmosfeer, waar de -practische geest van het Christendom heerscht, zonder dat de leer aan -andersdenkende huisgenooten wordt opgedrongen? Mij wil het voorkomen, -dat de missie hier een veelbelovend arbeidsveld zou vinden. - - - - -De Inlandsche vrouw en hare opvoeding. - -Aan dit ongevraagd advies voeg ik nog een ander toe. De hoofdreden, -waarom in dezen eersten tijd voor jonge Inlanders, die door onderwijs -op den weg der associatie gebracht worden, het verblijf in een -degelijk Europeesch gezin dringend gewenscht is, ligt hierin, dat -het Inlandsche gezin nog niet geschikt is om aan de naar Europeeschen -trant opgeleide jeugd den noodigen moreelen steun te verleenen. Dit -moet anders worden, maar daartoe is in de eerste plaats verhooging -noodig van het opvoedingspeil der vrouw. - -De Inlandsche vrouw moet beter onderwezen, maar bovenal beter gevormd -en in moreelen zin ontwikkeld worden. Hiertoe kan de school iets -bijdragen, maar het meeste moet komen van de persoonlijke leiding -van degelijke Europeesche vrouwen. Tot dusver zijn er wel een zeker -aantal meisjes uit voorname Inlandsche familiën, die gedurende -eenige jaren Europeesche scholen bezoeken, maar de bekendheid met -het Nederlandsch en met Europeesche maatschappelijke vormen, die ze -mee naar huis nemen, is in den regel niet veel meer dan een vernis, -dat dient om haar niet al te misplaatst te doen zijn als echtgenooten -van Westersch opgevoede Inlanders. Zij verlaten de school veel te vroeg -en buiten de school wordt aan hare karaktervorming veel te weinig zorg -besteed om er waardige levensgezellinnen dier Inlanders van te maken, -die met hare mannen zullen samenwerken om het Inlandsche gezin te -brengen tot associatie aan ons familiewezen. Zonder geestelijk hoog -ontwikkelde Inlandsche vrouwen is deze associatie onuitvoerbaar; -met hare hulp mag men die verzekerd achten. Wie wil medewerken aan -de vorming van eenige honderden meisjes van Java in dezen geest, die -mag zich vleien met de gegronde hoop, later als vrucht van zijn werk -het monogame leven op Java als het normale in de Inlandsche wereld -erkend te zien, en Javaansche ouders ernstig te zien arbeiden aan -den opbouw van het leven hunner kinderen. - -Is deze taak niet schoon genoeg om vrouwelijke zendingskrachten aan te -lokken tot zelfopofferende toewijding, zelfopofferend ook in dien zin, -dat zij bij dezen arbeid haar oogmerk willen bepalen tot de zeker -bereikbare staatkundig-nationale associatie, en die niet in gevaar -willen brengen door ontijdige pogingen tot bekeering? - -Wie op de kerstening der Inlandsche Mohammedanen hoopt--ik zeide reeds, -waarom ik die verwachting niet kan deelen--moet de politiek-nationale -annexatie dier Nederlandsche onderdanen als een eersten stap in de -door hem gewilde richting toejuichen en de gelegenheid om zelf daaraan -mede te werken met beide handen aangrijpen. De zendeling zal, zoowel -als ieder ander Nederlander, onverschillig van welke levenssfeer, -zich aan geassocieerde Inlanders gemakkelijker verstaanbaar kunnen -maken dan aan de overheerschten van het oude régime, dat, naar wij -hopen, zijnen tijd gehad heeft. - - - - -Aan hooger ontwikkelde Inlanders moet een belangrijk aandeel in den -Staatsdienst verzekerd worden. - -Niet minder urgent dan de snelle vermenigvuldiging der gelegenheden -voor Inlanders om de door hen verlangde hoogere vorming te -verkrijgen, is het voor de Regeering, de verdeeling van den arbeid der -staatsdienaren zóó te herzien, dat al het werk, dat door die modern -ontwikkelde kinderen des lands verricht kan worden, ook inderdaad -aan hen worde toevertrouwd. - -Het gaat niet aan, den bestaanden toestand te bestendigen, waarbij -de jonge Inlanders, die als de beste producten der nieuwe richting -voor den dag komen, door de bureauchefs in Indië als schrikbeelden -worden beschouwd, die men na lange aarzeling in een of anderen hoek -duwt om niet langer door hunnen aanblik verontrust te worden. Zij -vallen immers niet als meteoorsteenen uit de lucht, men ziet ze jaren -tevoren aankomen, en men heeft dus geene enkele verontschuldiging, -wanneer men zich onvoorbereid door hen laat verrassen. De Indische -Regeering mag aan de departementen van Binnenlandsch Bestuur en van -Onderwijs geene rust gunnen, voordat zij de hiermede samenhangende -vraagstukken tot eene bevredigende oplossing hebben gebracht. Bezwaren -opperen is gemakkelijk genoeg; ze uit den weg te ruimen, dat is de -taak der leidende ambtenaren in de kolonie. - - - - -Kleinmoedige bezwaren tegen de associatie. - -Kleinmoedigen hebben vaak getracht, den voorstanders van de associatie -schrik aan te jagen door de voorzegging, dat het voortgaan op den -door hen gewezen weg dit rampzalige gevolg zal hebben, dat er eene -klasse van Inlanders zal ontstaan, die hun evenwicht kwijt zijn, die -uit den band springen, die den samenhang met hunne eigen maatschappij -verloren hebben, zonder in een ander sociaal geheel te passen. - -Zulke bedenkingen zijn van oudsher overal vernomen, waar eene -menschengroep zich uit eene levenssfeer, die haar te eng werd, -naar boven trachtte te werken, maar nooit hebben zij bewerkt, dat de -eenmaal ontwaakte drang naar licht bezworen werd. Ook onder ons hebben -wijzigingen in het politieke en sociale leven in de werkelijkheid -niet zoo kalm en geleidelijk plaats als zij op het papier ontworpen -waren. Bij die tochten naar de hoogte maken altijd sommige deelnemers -ongedachte, duizelingwekkende sprongen, die oogenblikken van algemeene -verwarring teweegbrengen. Wij zijn erop voorbereid, dat dit ook in -Oost-Indië zal gebeuren, en dat de waarzeggers van daareven dan gereed -zullen staan om triomfantelijk daarop te wijzen als op de vervulling -hunner sombere profetie. De zeldzaam vredelievende aard der Inlanders -doet ons alleen hopen, dat het geene al te groote vaart zal loopen, -en dat onder wijze leiding het evenwicht spoedig herwonnen zal zijn. - - - - -Stuiting der beweging niet mogelijk. - -Men stelle echter de zaak niet voor, alsof wij ons nu nog bij een -kruispunt in de ontwikkelingsgeschiedenis van de Indonesiërs bevonden, -en de beslissing, of het verder links of rechts zal gaan, van den -wil van onze Regeering afhankelijk ware. Het proces is begonnen -zonder dat de Regeering of het volk van Nederland het uitlokten, -ja deels in weerwil van officieuze tegenwerking. Het is niet langer -de vraag, of de voor hooger ontwikkeling meest toegankelijke deelen -der bevolking van den Archipel ons op intellectueel gebied al of niet -op zijde zullen streven, de vraag is alleen nog, of de voortzetting -der krachtig begonnen beweging zal geschieden met onze medewerking -en onder onze leiding, dan wel in weerwil van onzen tegenstand, -en dan onder leiding van anderen, die zich niet lang zullen laten -wachten. Mij dunkt, het antwoord op deze vraag kan geen onderwerp -eener langdurige discussie zijn. - - - - -Samenvatting onzer beschouwingen. - -Wij naderen het einde van onzen gemeenschappelijken tocht, waarop -ik naar vermogen getracht heb, u achtereenvolgens de voornaamste -problemen te laten zien, die de Islâmbelijdenis van vijfendertig -millioen Nederlandsche onderdanen aan onze Regeering en aan ons volk -voorlegt, en tevens de richting aan te geven, waarin de oplossing dier -vragen te vinden zal zijn. Het zij mij vergund, in eenen terugblik -op den afgelegden weg onze uitkomsten nog eens samen te vatten. - -Onze beschouwing van de wijze, waarop de Islâm zich over de aarde -verbreid heeft, maakte ons verschillende daarmee samenhangende of -daaruit voortgevloeide verschijnselen verklaarbaar: de scherpte zijner -positie tegenover al hetgeen aan zijnen invloed weerstand biedt; -zijn militant karakter; de gemakkelijkheid, waarmede hij het getal -zijner aanhangers weet te vergrooten, en daarentegen de traagheid, -waarmede hij aan hunne geestelijke opvoeding werkt; de gehechtheid -der Moslims aan hunne religie en hunne geslotenheid voor invloeden -van buiten, ook waar de kennis van de geloofsleer en de practische -beoefening der wet nog alles te wenschen overlaten. - -Van het stelsel van den Islâm, zooals dat ongeveer drie eeuwen -na den dood van den Profeet zijnen in hoofdzaak definitieven vorm -verkregen heeft, ontvingen wij den indruk van groote stroefheid, -gebrek aan accommodatievermogen. In zijne eerste periode gedwongen, -vele vreemde cultuurelementen in zich op te nemen, deed het dit -met onverholen weerzin, en verloochende het die verrijking zooveel -mogelijk door vrome fictie; omstreeks duizend jaren geleden sloot -het zich naar alle zijden af, met de pretensie, dat het nu voor alle -volgende eeuwen het geheele gelooven, handelen en denken der menschen -aan voorschriften van onfeilbaar gezag gebonden had. Wij constateerden -de in verband hiermee onvermijdelijke botsing tusschen de theorie en -het werkelijke leven; zij gaf ons aanleiding, ten aanzien der alles -regelende wet te onderscheiden tusschen gedeelten, die de practijk -inderdaad zijn blijven beheerschen, en andere, die voor het leven -meer of minder of zelfs in het geheel geene beteekenis hebben behouden. - -De geloofsleer der Mohammedanen kwam ons voor, op het doen en denken -slechts ondergeschikten invloed te oefenen. Ten aanzien der wet, die -den groei van het leven der Islâmbelijders steeds minder geregeld dan -belemmerd heeft, en waarvan de inhoud met de eischen van den tijd in -toenemend conflict geraakt, vonden wij noch in haar stelsel noch in -de geschiedenis der Mohammedaansche volken grond voor de hoop, dat -zij zich zou kunnen hervormen. Evenmin konden wij de illusie deelen -dergenen, die meenen, dat de voor de emancipatie en de evolutie van -den geest der Mohammedanen vereischte hervorming op het gebied der -mystiek haar beslag zou krijgen. - -Wij hebben daarop gepoogd, den graad te bepalen der inwerking van -de verschillende bestanddeelen van het systeem van den Islâm op het -leven der Nederlandsch-Indische Mohammedanen, en in verband daarmee -de houding vast te stellen, die Nederland, in de eerste plaats de -Nederlandsche Regeering en Hare ambtenaren, tegenover elke der onder -den invloed van den Islâm gekomen levensuitingen der Oost-Indische -bevolking behooren aan te nemen. Onvoorwaardelijke eerbiediging van -al hetgeen ligt binnen het gebied der religie in den engeren zin des -woords; eerbiediging ook van de gerecipieerde hoofdstukken van het -recht, die de intiemste, meest met den godsdienst verknochte zijden van -het leven der familie en van het individu raken, evenwel met zorgvuldig -openhouden der wegen, die kunnen leiden tot evolutie of emancipatie, -en met niet minder zorgvuldige vermijding van wat tot vastlegging en -versteening dezer instellingen zou strekken; terzijdestelling van alle -deelen van het systeem, die buiten de hier aangeduide sfeer vallen, -met uitzondering van de politieke elementen van leer en wet, tegenover -welke de Regeering zich onverzoenlijk schrap behoort te zetten. - -Ten slotte kwamen wij tot de overtuiging, dat aldus wel de -gedragslijn was aangegeven, die de Regeering met gerustheid jegens -den in Oost-Indië beleden Islâm kon volgen, maar dat Nederland -ten opzichte van zijne Mohammedanen nog eene veel verder reikende -taak te vervullen had, dat het hen te leiden had naar de voor hen -geschikte plaats onder de volken. Wij bevonden verder, dat de bij -Mohammedanen zoo licht post vattende panislamitische gedachte wel -als de grootste hinderpaal te beschouwen is tegen de aanpassing van -een Moslimsch volk aan het moderne cultuurleven, een struikelblok, -waartegen zelfs de Moslimsche hervormers in de oude landen van den -Islâm telkens aanstooten. Voor ons zagen wij die belemmeringen voor -een goed deel reeds door de Inlanders zelve uit den weg geruimd, -waar de hoogere klassen onder hen in de laatste tientallen jaren -geheel spontaan heensturen naar hunne geestelijke inlijving bij de -Westersche cultuur in haren Nederlandschen vorm. De eerste stappen op -den weg der associatie van hun geestelijke leven aan het onze hebben -zij reeds zoo goed als zonder onze hulp gedaan; het is dus hoog tijd, -dat wij de leiding in handen nemen en hen verder brengen. - -De Regeering vonden wij ten opzichte van dit, voor ons nationale -leven zoowel als voor dat der Inlanders zoo uiterst gewichtige punt -zwak en onbeslist, in plaats van beheerscheres vaak speelbal der -omstandigheden, telkens verrast door dingen, die zich langzaam voor -ieders oogen ontwikkelden. De Christelijke zending ijverig werkzaam -naar een program, waarvan de uitvoering zeker de gewenschte emancipatie -en evolutie brengen zou, maar dat gericht is tegen de godsdienstige -hartader van het Islâmsysteem; een program dus, dat blijkens de -ervaring weinig uitzicht op succes biedt, maar, ook daarvan afgezien, -voor de Regeering en voor ons volk in zijn geheel als richtsnoer -onbruikbaar is. - -Volk en Regeering kunnen alleen om het stelsel van den Islâm heen -de Islâmbelijdende Inlanders helpen om den door hen gezochten -weg ter geestelijke associatie te vinden; de door hen bevorderde -associatie moet buiten het gebied der religie blijven, mag alleen -eene politiek-nationale zijn. De zending, al stelt zij zich een -veel verder en hooger liggend doel, kan toch ook in deze richting -medewerken, hetgeen te meer te wenschen is, daar zij voor al haar werk -arbeiders heeft, wier toewijding van hoogere orde is dan de ijver, -dien politiek-nationale motieven in den regel vermogen te wekken. - - - - -De associatie der Inlandsche maatschappij aan onze cultuur ontneemt -aan het panislamisme alle kracht. - -De panislamitische gedachte, die thans op de aristocratie van Java -en op de met haar gelijk te stellen klassen der Mohammedanen op de -Buitenbezittingen nog weinig vat heeft, verliest alle kans daarop voor -de toekomst, zoodra hare leden vrije deelgenooten van onze cultuur -geworden zijn. Zou er dan, wat lang niet uitgesloten is, gevaar komen -te dreigen voor besmetting met die kwaal van een deel der millioenen, -wier dagelijksch werk als kleine landbouwers hun intellect weinig -gelegenheid biedt om zich boven de sfeer der rijstvelden te verheffen, -hunne aan de beschaving van onzen tijd geassocieerde landgenooten -zullen er het grootste belang bij hebben, ons te helpen om de dreigende -epidemie te bezweren. Ook de verdere emancipatie van het Islâmstelsel, -zoover die zonder verandering van belijdenis mogelijk is, wordt bij -eene verruiming van ons politiek-nationale leven, die aan Inlanders de -hun daarin toekomende plaats verzekert, alleen nog eene quaestie van -tijd, die zich zonder onwelkomen aandrang van buiten van zelve regelt. - - - - -Andere heilzame gevolgen der associatie. - -Wij bezagen hier natuurlijk de gevolgen der begonnen associatie uit -het beperkte gezichtspunt der Islâmpolitiek. Maar wij mogen daar toch -wel even aan toevoegen, dat zij ook in zoovele andere opzichten de -oplossing vormt van het probleem der toekomstige verhouding van de -bevolking van den Indischen Archipel tot ons. Ook uit een algemeen -staatkundig oogpunt is het ons levensbelang, dat wij niet wachten -totdat verrassende omstandigheden ons ten behoeve der Inlanders komen -afdwingen, wat wij hun nu nog vrijwillig in den door ons meest geschikt -geachten vorm kunnen geven. - -Dr. Van Hoëvell wenschte vele jaren geleden, dat Nederland het gevaar -van binnenlandsche woelingen op Java, liever dan door het aanleggen van -bentengs, zou bezweren door zich vestingen van dankbaarheid te bouwen -in de harten der Javanen. Zulk idealisme is te edel en te schoon voor -de werkelijkheid. Een volk is nooit dankbaar zelfs voor de grootste -weldaden, die het zich door vreemden opgedrongen zag. Is daarentegen -door van beide zijden gezochte associatie het gemeenschappelijk -geestesgebied der Javanen en der Nederlanders tot zijne grootst -bereikbare uitgebreidheid gekomen, dan behoeft van dankbaarheid aan -vreemden niet meer gesproken te worden, omdat hetgeen vreemd was, -eigen is geworden, omdat er nog slechts Oostelijke en Westelijke -Nederlanders zijn, in politieken en nationalen zin eene eenheid -vormend, waaraan het rasverschil niet te kort doet. - - - - -Weerlegging der bezwaren tegen nationale associatie. - -Wat zou aan de verwezenlijking van dit denkbeeld in den weg -staan? Verschil in huidskleur en afkomst? Maar uit hoevele landen -van Europa en Azië zijn niet de voorouders van vele Nederlanders -samengekomen, en wat is er meer onwaar en verwaand dan het "van -vreemde smetten vrij" in ons volkslied? Met het Indonesische ras -is onze bloedsmenging al sinds eeuwen in zoo vollen gang, dat alle -nuances van huidskleur tusschen blank en bruin onder Nederlanders -vertegenwoordigd zijn. - -Al te groote afstand in beschaving en levensbeschouwing dan? De -hoogere klassen der Inlanders willen immers juist niets liever dan dien -afstand tot de onmerkbaarste afmetingen terugbrengen. Hunne studenten, -die te Leiden, te Delft en te Amsterdam met ons verkeeren, staan u en -mij geestelijk oneindig veel nader dan gansche klassen van ons eigen -land- en zeevolk. Zóó groote geesteseenheid is echter nooit de band, -die een geheel volk omstrengelt. Een gemeenschappelijk verleden houdt -het veelzins ongelijksoortige bijeen; dit geldt voor de verschillende -klassen van ons volk, het geldt ook voor ons volk als geheel ten -opzichte van Indonesië, al is het bewustzijn dezer eenheid nog niet -in alle lagen onzer natie doorgedrongen. - -Islâm en Christendom kunnen zich in de practijk van het nationale -leven zeer wel met elkander verdragen, als maar de panislamitische -idee terzijde wordt gesteld, en wij zagen, hoe gunstig hiervoor in -ons geval de voorwaarden zijn. In verdraagzaamheid kunnen velen onzer -bij de meerderheid der Inlanders een lesje nemen. - -Als student hoorde ik eens eene voordracht van Ernest Renan over -de vraag: "wat maakt eigenlijk eene natie?" Het antwoord kwam in -hoofdzaak hierop neer: het waarlijk constitueerende element eener -natie, dat is noch ras noch huidskleur, noch taal noch godsdienst noch -natuurlijke grens, het is: "le désir d'être ensemble". Met deze phrase -moge lang niet alles gezegd zijn, een deel der waarheid bevat zij toch -ongetwijfeld. Ook wij kennen dat gevoel, trots verschil in afstamming, -in levenssfeer, in hoogte van beschaving, en in weerwil van alle -getwist op staatkundig en godsdienstig gebied, als het erop aankomt, -toch als Nederlanders bijeen te willen blijven. Welnu: de edelste -vertegenwoordigers van eene groote volkengroep, die sinds lang onder -ons staatsbestuur staat, vragen ons met aandrang, hen en de hunnen als -adoptieve kinderen in ons nationale gezin op te nemen. Reiken wij hun -de hand, en laat ons dan het wederzijdsche verlangen naar nationaal -samenleven, "le désir d'être ensemble", omzetten in flinke daden, -die toonen, dat ons kleine volk nog altijd tot iets groots in staat is. - - - - - - - - -V. - -DUITSCHLAND EN DE HEILIGE OORLOG (1914). - - -De godsdienstvrijheid volgens Turksche intellectueelen. - -Ruim tien jaren geleden had ik met eenen Turk van hooge intellectueele -ontwikkeling een gesprek over godsdienstig fanatisme en den invloed -daarvan op politieke verhoudingen. Hij besloot zijne beschouwingen -over dit onderwerp ongeveer als volgt: "In vroegere eeuwen plachten de -menschen in de beschaafde wereld elkander het leven te benemen wegens -verschil van meening over de geheimen der andere wereld. Thans is de -menschheid, lof zij Allah, over die barbaarschheid heen en ieder mag -gelooven, wat hij wil. Maar wat helpt ons dit, zoolang over economische -en politieke belangen oorlogen gevoerd worden, die in fanatisme voor -de vinnigste godsdienstoorlogen niet onderdoen, terwijl de reusachtige -vorderingen der techniek de moorddadige uitwerking van den strijd -steeds verhoogen? Van een kalm genieten der met moeite verkregen -gewetensvrijheid kan daarbij geen sprake zijn." - -Deze ontboezeming komt telkens weer in mijne herinnering naar voren in -verband met hetgeen wij nu beleven. Nadat de groote menschengroepen, -die door verschil van politieke en economische belangen uiteengehouden -worden, jarenlang een belangrijk deel van hun intellectueel en -materieel vermogen besteed hebben aan het uitdenken van middelen om -in de volheid des tijds elkander te vernietigen, is eindelijk de -lang verwachte vonk in de opeengehoopte brandstof gevallen. Al de -strijdenden gruwen van het denkbeeld der verantwoordelijkheid voor -de misdrijven tegen de menschelijke samenleving, die zij gezamenlijk -plegen, en het eenige, waarin zich de overigens non-actief gestelde -gemeenschappelijke cultuur nog uit, is eene vervelende reeks van -betoogen, waarin ieder den ander de schuld geeft van hetgeen allen -samen met zorg hebben voorbereid. De sceptische ironie van mijn -Turkschen vriend was niet ongegrond. Wij leeren er trouwens niets -nieuws uit. Alleen in zóóverre mag zijne uitspraak voor diegenen onder -ons, die de Mohammedaansche wereld weinig kennen, iets verrassends -hebben, als daarin door een Turk de algemeene godsdienstvrede en -gewetensvrijheid zoo zonder voorbehoud als een verworven zegen erkend -wordt. Uit dit oogpunt beschouwd hebben de aangehaalde woorden te -hooger waarde, omdat zij de meening van alle Turksche intellectueelen -over het vraagstuk van den godsdienst vrij nauwkeurig uitdrukken. - - - - -Contrast dier meening met de wet van den Islâm. - -Deze verdraagzaamheid schijnt onvereenigbaar met hetgeen de -Mohammedaansche wet omtrent de verhouding tot aanhangers van -andere godsdiensten voorschrijft. Volgens die wet, die in haar -geheel aanspraak maakt op goddelijk gezag, moet immers de geheele -menschenwereld aan de Mohammedaansche gemeenschap onderworpen, zooveel -mogelijk ook in geestelijken zin bij haar ingelijfd worden. Ter -bereiking van dit doel behoort de gemeente der geloovigen djihâd -te doen, d. i. "heiligen oorlog" te voeren tegen allen, die nog -buiten de sfeer van haar gezag leven. De leiding van den djihâd, de -bepaling van tijd, plaats en middelen, is een der hoofdplichten van het -hoofd der gemeente, den chalief, den opvolger van Mohammed in diens -hoedanigheid van opperbestuurder, opperrechter en opperbevelhebber -der Moslims. Al naar mate de belangen van den Islâm het volgens zijn -inzicht medebrengen, voere hij dien krijg met meer of minder kracht -of late hij dien zelfs tijdelijk rusten. Tot eene staking van het -offensief tegen eene ongeloovige mogendheid voor meer dan tien jaren -mag hij zich onder geene omstandigheden verbinden. Aan belijders van -den Joodschen, Christelijken en daarmee gelijkgestelde godsdiensten -wordt, mits zij zich aan het Mohammedaansche staatsgezag onderwerpen -en met de positie van onderdanen zonder burgerrecht genoegen nemen, met -zekere beperkingen de uitoefening van hunnen godsdienst toegestaan; bij -eigenlijke heidenen moet de onderwerping met bekeering gepaard gaan. - - - - -De grondslagen van het program van den heiligen oorlog. - -Het djihâd-program gaat uit van de onderstelling, dat de Mohammedanen -voortdurend, evenals bij hun eerste optreden in de wereld, een gesloten -geheel vormen onder éénhoofdige leiding. Deze toestand heeft evenwel -in de werkelijkheid zóó kort bestaan, het gebied van den Islâm is zóó -spoedig in een steeds grooter aantal vorstendommen uiteengevallen, -het oppergezag van den zoogenaamden chalief is na korten bloei zóózeer -tot een ijdelen naam geworden, dat ook de djihâd-voorschriften zich -aan de gezagsverbrokkeling hebben moeten aanpassen. Gelijk in de -meeste andere opzichten, zoo ook ten aanzien van het voeren van den -heiligen oorlog draagt dan de wet de bevoegdheden en plichten van den -éénen chalief aan de verschillende landshoofden op, ieder voor zijn -machtsgebied. Nu spreekt het vanzelf, dat deze overdracht van het -gezag van éénen op velen zeer vereenvoudigend werkt voor al hetgeen -het bestuur binnenslands betreft; maar even duidelijk is het, dat die -verbrokkeling de voortzetting van den wereldveroveringsoorlog, zooals -die in de eerste eeuw van den Islâm was ingezet, onmogelijk maakte. - -Er waren trouwens nog tal van andere oorzaken, die de eerst toomlooze -vaart der Moslimsche legerscharen stuitten. Men kwam tot grenzen, waar -de geboden weerstand niet zoo dadelijk te breken viel, en het genot van -het verkregene verslapte de energie. De veroveringsdaden der eerste -geslachten werden toen in de verbeelding der lateren geïdealiseerd, -gereinigd van hetgeen ze ontsierde, en de theorie harer gewenschte -voortzetting werd uitgewerkt, in te meer casuïstische bijzonderheden, -naar mate de toepassing verder buiten de sfeer van het mogelijke -kwam te vallen. Het oorlogsrecht kenmerkte zich door een streng -in-het-oog-houden van het doel: uitbreiding van den waren godsdienst -of anders toch van het gezag zijner vertegenwoordigers, en verder -door het vermijden van alle wreedheid in de keuze der middelen. Alleen -waar een Mohammedaansch gebied wordt aangevallen door eene ongeloovige -macht, daar wordt aan de geheele bevolking de plicht der verdediging -opgelegd. Offensief optreden is slechts dan gerechtvaardigd, -wanneer het bevel ertoe en de regeling ervan uitgaan van een erkend -staatshoofd. Waar ongeloovigen erin slagen, eene Moslimsche bevolking -te onderwerpen, moet deze niet in een toestand van ondergeschiktheid -berusten, maar de eerste gelegenheid aangrijpen om òf het juk af te -schudden òf te emigreeren naar een zelfstandig Moslimsch land, zoowel -om het gevaar, waarmêe het eigen geloof bedreigd wordt, af te wenden, -als om de gelederen der geloovigen tot den strijd tegen den vijand, -d. i. de niet-onderworpen andersgeloovigen, te versterken. Al duurt de -onmogelijkheid van afdoend verzet en van emigratie ook eeuwen lang, -toch mag men de daardoor ontstane verhouding van afhankelijkheid van -een niet-Mohammedaansch staatsgezag niet anders dan als voorloopig -en abnormaal aanvaarden. - - - - -Middeleeuwsch karakter van dat program. - -Het geheele samenstel van wetten, dat volgens den Islâm de verhouding -van geloovigen tot ongeloovigen zou moeten beheerschen, is de meest -consequente uitwerking, die men zich denken kan, van de vermenging -van godsdienst en politiek in haar middeleeuwschen vorm. Dat hij, die -de materieele macht heeft, ook over de geesten dwang uitoefent, geldt -daarbij als volkomen natuurlijk; de mogelijkheid van het samenleven -der belijders van verschillende godsdiensten als gelijkgerechtigde -burgers van éénen staat, acht men uitgesloten. Zoo was het in de -middeleeuwen niet alleen bij de Mohammedanen; vóór en zelfs nog -lang na de reformatie dachten onze voorouders er niet veel anders -over. Het verschil ligt voornamelijk hierin, dat de Islâm al die -middeleeuwsche gedragsregelen in den vorm van eeuwig geldende wetten -heeft vastgelegd, zoodat dus een later geslacht, ook al wijzigt -zich het inzicht, zich niet gemakkelijk ervan emancipeeren kan. Te -moeielijker werd die losmaking, omdat èn de groote menigte èn het gros -der schriftgeleerden zich te steviger aan dat bedenkelijke erfdeel -van het voorgeslacht vastklemden, hoe meer de omstandigheden met de -verwerkelijking van dit gewelddadige program schenen te spotten. Aan -de opvoeding der menigte is nu eenmaal in de landen van den Islâm alle -eeuwen door weinig zorg besteed, en het denkbeeld eener toekomstige -wereldbeheersching was te vleiend voor hare ijdelheid om dit zoo maar -prijs te geven. De wetgeleerden hadden in hunne bekrompenheid geen -deel aan de volheid van het werkelijke leven; angstvallig bewaarden -zij de vormen der oude idealen, zonder zelfs te bemerken, dat de -inhoud eraan ontvloden was. Voor hen gold en geldt de waardeering der -godsdienstvrijheid door intellectueele Turken gelijk mijn vriend van -daarstraks als eene lichtzinnige concessie aan den verdorven tijdgeest. - - - - -Wijziging der beschouwing onder vreemden invloed. - -Toch ging de beweging der geesten haren gang, in de laatste eeuw met -vaak verrassende snelheid. Juist door de stroefheid der Mohammedaansche -samenleving en de achterlijkheid en corruptheid der Mohammedaansche -staatsbesturen kwam gaandeweg het geheele gebied van den Islâm, in -tegenstelling met zijn zelfbewust program van wereldverovering, onder -den invloed van Europa. Het is al zoover gekomen, dat meer dan 90% -van alle Mohammedanen in wingewesten of protectoraten onder politieke -leiding van Europeesche mogendheden leven, terwijl de zelfstandigheid -van het overblijvende gebied, voornamelijk Turkije, alleen in schijn -gehandhaafd wordt door zekere handigheid in het balanceeren tusschen -de groote mogendheden, die elkander de voogdij betwisten. - -Al die aanrakingen tusschen het gebied van den Islâm en -de buitenwereld, die op dit totale verlies zijner politieke -onafhankelijkheid zijn uitgeloopen, danken haar eerste ontstaan aan -de behoefte van Europa aan economische expansie, aan het eigenbelang -dus der volken, die het middeleeuwsche stof wisten af te schudden en de -Mohammedanen in geestelijken en materieelen zin voorbijstreefden. Eerst -later maakte het bekrompen denkbeeld der exploitatie plaats voor -dat der annexatie, straks dat der volle inlijving van de veroverde -landen in dezen zin, dat de bevolking moest worden opgevoed tot -de voor haar bereikbare en gewenschte deelname aan de cultuur der -overheerschers. Dit ging niet ineens; de strijd tusschen het egoïsme -der voogden en hun plichtbesef jegens hunne pupillen is nog in vollen -gang. Maar de Europeesche voogden, zelfs zulke, wien de consequente -toepassing der nieuwere beginselen nog vaak te zwaar valt, schamen -zich nu reeds voor het belijden van een ander bestuursbeginsel -dan dat der zuivere harmonie van alle belangen van twee volken, -waarvan de geschiedenis het eene heeft gesteld onder leiding van het -andere. De Mohammedanen onder direct of indirect Europeesch bestuur -hebben hiervan al veel voordeel gehad, en men mag zeggen, dat zij er -in het algemeen beter aan toe zijn dan hunne geloofsgenooten in de -quasi-zelfstandige staten, waar zij de nadeelen ondervinden zoowel -van een corrupt bestuur als van den wedijver om economische winste -tusschen de groote machthebbers van het Westen. De druk, waaronder -in een land als Turkije de bevolking zucht, heeft evenwel toch ook -de zucht naar geestelijke ontwikkeling geprikkeld; de Jong-Turksche -beweging der laatste jaren getuigt er luide van. - -In de hooger ontwikkelde kringen van alle Mohammedaansche landen is -het besef algemeen geworden, dat de middeleeuwsche vermenging van -godsdienst en politiek, welke het stelsel van den Islâm voor altijd -wilde handhaven, niet van onzen tijd is. Zoozeer zijn de Mohammedanen -in de wereld de staatkundig en maatschappelijk minderen geworden, dat -het denkbeeld eener op hunnen godsdienst gegronde wereldheerschappij -alleen voor de onwetenden iets van zijne bekoring kon behouden. De -overigen schamen zich bijna voor de aanmatiging, die ons uit de leer -van den djihâd tegenklinkt, en geven zich alle moeite om te betoogen, -dat de wet zelve de toepassing ervan beperkt tot omstandigheden, -die zich nu niet meer voordoen. - - - - -Chalifaat en Djihâd. - -De les der verdraagzaamheid prentte zich het moeielijkst in bij die -volken, die in het politieke glorietijdperk van den Islâm vooraan -gestaan hadden, het allermoeielijkst bij de Turken, die in het -laatste roemtooneel de hoofdrol speelden. Toen in 1258 Bagdad door -de Mongolen verwoest en het daar sedert ruim vijf eeuwen gevestigde -Abbasiedenchalifaat weggeveegd werd, geraakte de Mohammedaansche wereld -niet uit hare voegen, zooals geschied zou zijn, indien dat chalifaat -nog iets met de centrale leiding van de gemeenschap der Mohammedanen te -maken gehad had. Inderdaad had dit vorstenhuis al drie en een halve -eeuw op den flauwen naglans van zijn kortstondigen roem geleefd, -en dat het in dien tijd niet door een der vele machtige soeltans -verdrongen werd, dat dankte het voor een goed deel juist aan zijne -practische onbeduidendheid. Zóó onbeduidend waren de naamchaliefen -geworden, dat Europeesche schrijvers zich soms hebben laten verleiden, -hen als eene soort van kerkvorsten van den Islâm voor te stellen, -die willens of onwillens hun wereldlijk gezag aan de vele landvorsten -van het wijde gebied van den Islâm hadden overgedragen. De totale -afwezigheid van wereldlijk gezag scheen hun, in verband met den -toch vaak gebleken eerbied des Moslims voor het chalifaat, alleen -bij de onderstelling van een geestelijk gezag, van eene soort van -Mohammedaansch pausdom denkbaar. Toch heeft zoo iets nooit bestaan, -en de Islâm, die priesters noch sacramenten kent, zou er ook geen -plaats voor gehad hebben. De menigte had daar, gelijk elders, -de legende liever dan de werkelijkheid: zij dacht zich den over de -gansche Moslimsche gemeente wakenden opvolger van den Profeet, zooals -die in de eerste twee eeuwen na de Hidjrah volgens de historische -overlevering werkelijk had bestaan, als voortbestaande, lang nadat -het instituut van het chalifaat in de politieke ontaarding van den -Islâm was ondergegaan. Maar niet als paus stelde zij zich hem voor, -neen als opperregeerder, vooral als amier al-moe'minien, aanvoerder -van de legerscharen van den Islâm, die eenmaal de heele wereld voor -zijn gezag zouden doen buigen. - -De chalief, de stedehouder van den Gezant van Allah, en de djihâd, -de heilige oorlog tegen de gansche wereld buiten den Islâm: aan deze -beide namen was onafscheidelijk de herinnering van die schitterende -tweehonderd jaren verbonden, waarin de loop der gebeurtenissen aan de -pretensie van wereldverovering door het Mohammedanisme gelijk scheen -te geven. Wat in de werkelijkheid onderging, bleef in de legende -voortleven; de vereering der schimchaliefen van Bagdad maakte het voor -vele Mohammedanen gemakkelijker, de verijdeling van hun staatkundig -ideaal te vergeten. - - - - -Het chalifaat der Turksche soeltans. - -Toen Bagdad gevallen en een groot deel der Abbasiedenfamilie uitgemoord -was, bleef dat politieke fetisisme nog nawerken; de Soeltans van Egypte -trokken er partij van door een der aan den moord ontkomenen in hunne -hoofdplaats de traditie van het schijnchalifaat te doen voortzetten -en zoo den indruk te vestigen, dat hun gebied nu het middelpunt -van den Islâm geworden was. Maar deze schaduw van een schaduw -moest geheel verbleeken, toen de zon der Osmanen hare middaghoogte -bereikte. Onder hunne leiding deed de Islâm zijne laatste poging om, -wel niet de wereld te onderwerpen, maar toch eene wereldmacht van -den eersten rang te worden. Hun gelukte het, Constantinopel (1452) te -veroveren, waaraan de grootste Moslimsche vorsten van voorheen hunne -krachten vergeefs hadden beproefd. Toen zij nu in 1517 Egypte, en in -het gevolg daarvan ook de provincie der heilige steden van Arabië, -Mekka en Medina, onderworpen hadden, vonden zij zich sterk genoeg om -te pogen, de traditie van het werkelijke chalifaat te doen herleven -of althans de rol van feties zelf op zich te nemen. Hiervan weerhield -hen zelfs niet het uitdrukkelijke voorschrift der wet, dat afstamming -van den edelen Arabischen stam van Qoraisj als vereischte stelt aan -hem, die het chalifaat zal bekleeden. Drogredenen van gedienstige -wetgeleerden hielpen hun om dit bezwaar ter zijde te stellen, en de -menigte verzette zich tegen deze kunstgrepen niet, nu de droombeelden, -die zij met het chalifaat verbond, werkelijkheid schenen te worden. Wie -Klein-Azië, Syrië, Egypte, West-Arabië en Mesopotamië beheerschte, het -Byzantijnsche rijk veroverd had, en door een groot deel van Europa als -een geduchte vijand beschouwd werd, mocht gerust zijn zwaard als feties -in de plaats stellen van den krachteloozen stamboom der Abbasieden. - -Het aldus herboren chalifaat miste derhalve traditioneele kenmerken -van beteekenis, en het kon ook in andere opzichten niet als de -regelmatige voortzetting van het oude beschouwd worden. Van de oudste -Mohammedaansche landen bleven verscheidene geheel buiten de Turksche -invloedssfeer; en dat niet alleen zulke, waar zooals in Perzië eene -aan de Turken vijandige dynastie de vaan der ketterij ontplooide, -maar bovendien volkomen orthodoxe rijken in Centraal-Azië, in Indië, -in Noordwest-Afrika, waar het Turksche zwaard geene gelegenheid vond -zich te doen gelden. In Marokko werd zelfs het Turksche chalifaat -rechtstreeks verloochend doordien de locale vorsten, afstammelingen van -den Profeet, zelf den hoogsten titel aannemen. Elders weer ontstonden -gelijktijdig met of na de opkomst der Osmanen nieuwe Mohammedaansche -rijken, die nooit met eenig werkelijk of vermeend politiek centrum -van den Islâm in contact gekomen zijn; zoo in het Verre Oosten van -Azië en in Centraal-Afrika. - - - - -Beteekenis van den chaliefentitel voor de Osmanen. - -De aanmatiging van den chaliefentitel door de Osmanen-soeltans -had inderdaad slechts deze beteekenis, dat zij in hunne politieke -glansperiode zoo ondubbelzinnig mogelijk vastgesteld wilden zien, dat -geen ander Moslimsch vorst zich in beteekenis met hen kon meten. Dit -kon niet doelmatiger geschieden dan door de toevoeging aan al hunne -wijdsche Turksche en Perzische titels van den naam van het hoogste -ambt, dat ooit in den Islâm bestaan had. Aan hunne macht heeft die -eeretitel van chalief nooit iets toegedaan; zij beheerschten alleen -hetgeen hunne legers veroverd hadden en oefenden buiten dat gebied -niet den minsten invloed. - -Het Turksche zwaard verloor weldra veel van zijne scherpte; lang -vóórdat de politiek der Europeesche groote mogendheden het eene -stuk na het andere van het Osmanenrijk afknabbelde, hadden zich -verscheidene provinciën tot zelfstandige leenrijken onder erfelijke -dynastiën ontwikkeld. Sedert Turkije, in zijn politiek gedrag geheel -van niet-Mohammedaansche mogendheden afhankelijk, nog slechts ongeveer -5% van de Mohammedanen der wereld zijne onderdanen noemt, zou het -hoogst belachelijk klinken, den soeltan van dat rijk "Stedehouder van -den Gezant Gods, Opperbevelhebber der Geloovigen" te hooren noemen, -indien men niet ook buiten Turkije aan veel traditioneele dwaasheid -in vorstelijke titels gewoon was. - - - - -Panislamitisch streven van Abdoelhamied. - -Juist in de laatste eeuw is het aan de Turken door een samenloop van -omstandigheden soms gelukt, uit dien met twijfelachtig recht gevoerden, -zinledig geworden titel wat kleine munt te slaan. - -De duizendvoudig vermeerderde verkeersmiddelen hebben ook -Mohammedaansche volken, die vroeger elkanders bestaan niet of -nauwelijks kenden, met elkaar in aanraking gebracht. De ongeveer -230 millioen Moslims, die onder niet-Moslimsch bestuur leven, -beschikken meerendeels niet over genoeg historisch geheugen om te -begrijpen, dat de bestuursverandering voor hen eene verbetering -geweest is. Het politieke verleden van den Islâm zien zij enkel door -den sluier der legende, en wanneer het heden hun tot grieven en -bezwaren stof biedt--en waar ontbreken die?--, dan zijn zij licht -geneigd te gelooven, dat al die klachten verholpen zouden zijn, -wanneer slechts de Heer der Geloovigen zich met hunne belangen kon -bemoeien. Van het wanbestuur, waaronder de werkelijke onderdanen des -Soeltans van Turkije zuchten, hooren zij weinig en ondervinden zij -niets. En de Soeltan, die het in dit opzicht het ergst gemaakt heeft, -totdat hij in 1909 door zijne onderdanen afgezet en verbannen werd, -heeft met meer ijver en met meer succes dan een zijner voorgangers aan -de verbreiding der valsche droombeelden omtrent het Chalifaat onder de -Mohammedanen gewerkt. Zijne listige, maar kortzichtige politiek, die -zijn eigen rijk steeds nader bij den ondergang bracht, zocht troost -voor menigen tegenslag in panislamitische intrigues, op touw gezet -door gewetenlooze, maar meestal onkundige en onhandige handlangers, -die aan de goedgeloovigen een ideaal chaliefenbeeld vertoonden en -beweerden, dat dit het welgelijkend portret van Abdoelhamied was. - - - - -Geene organisatie van het panislamisme. - -Men heeft vaak gesproken van eene organisatie van het panislamisme -onder leiding van Abdoelhamied. Ten onrechte. In 1897 heb ik, naar -aanleiding van eenige vuile, in het geheim verspreide pamfletten, -die de intiemste raadgevers van den Soeltan in hun wedijver om diens -gunst tegen elkander losgelaten hadden, gepoogd een beeld te geven -van de geestelijke atmosfeer, waarin die despoot leefde [2], en toen -ik in 1908 de eerste twee maanden der revolutie te Constantinopel -bijwoonde, vond ik van de juistheid van dat beeld de volle bevestiging -[3]. Die bende van bekrompen kuipers was allerminst geschikt om eene -ernstige internationale beweging te leiden. Zij exploiteerden de met -enkele Mohammedanen van aanzien uit niet-Turksch gebied aangeknoopte -betrekkingen tot verhooging van eigen aanzien en voordeel, zonder -werkelijk nut voor de wederopwekking van het doode chalifaat. De -vestiging van eenige Turksche consulaten in Mohammedaansche landen -onder Europeesch bestuur trof evenmin doel. Men vergat gewoonlijk -den consuls hunne tractementen uit te betalen; de consuls kenden niet -eens de talen der bevolkingen, waaronder zij leefden, en deden geen -moeite om ze te leeren. Hunne meestal zeer "vrijzinnige" levenswijze -diende niet om het respect voor hunnen zender te verhoogen. - -Het panislamisme kan nu eenmaal niet met een ander program werken -dan met het versletene, voor verwezenlijking onvatbaar geblekene -der wereldverovering door den Islâm en dit heeft op de verstandige -belijders van den Islâm geen vat meer, terwijl het onder de domme -menigte, die nog voor de bekoring van den strijd tegen alle kafirs -vatbaar is, alleen verwarring en onrust stichten kan. Het kan hoogstens -plaatselijke stoornis verwekken, nooit in eenigen zin opbouwend werken. - - - - -De chalief geen kerkvorst. - -Denkelijk zonder het te bedoelen hebben sommige Europeesche -staatslieden en schrijvers aan de panislamitische gedachte zekeren -steun gegeven door hunne op volslagen misverstand berustende -beschouwing van het chalifaat als eene soort van Mohammedaansch -pausdom. Vooral in Engeland vond die voorstelling aanhangers in den -tijd, toen dit land nog gold als de beschermer van den Turk tegen van -Rusland dreigend gevaar. Men achtte het nuttig, de Britsch-Indische -Moslims te doen gelooven, dat de Britsche Regeering met hunnen -kerkvorst op voet van intieme vriendschap leefde. Turksche staatslieden -maakten van deze dwaling een handig gebruik. De ware leer van het -chalifaat met zijne taak van vereeniging aller geloovigen onder zijne -vaan om dan den strijd tegen alle kafirs aan te binden, konden zij -natuurlijk tegenover hunne Europeesche vrienden niet belijden. Des -te meer verheugde het hen, te zien, dat dezen zich van dat instituut -eene weliswaar valsche, maar juist daarom voor niet-Mohammedanen -aannemelijke voorstelling vormden. Zij wachtten zich er wel voor, -deze te verbeteren, want het was hun genoeg, zich tegenover hunne -geloofsgenooten erop te kunnen beroepen, dat de pretensie der Osmanen -op het chalifaat zelfs bij niet-Mohammedaansche groote mogendheden -wel erkenning vond. - - - - -De Turksche omwenteling en het panislamisme. - -Al was het panislamisme niet georganiseerd, het stelde zich niettemin -dikwijls in Mohammedaansch gebied onder Europeesch bestuur aan de -normale ontwikkeling eener voor beide partijen gewenschte verhouding -tusschen bestuurders en bestuurden in den weg; speculeerend op alle -vormen van ontevredenheid, werkte het heimelijk als vredeverstoorder, -zonder dat de gewekte of geprikkelde tweedracht eenig uitzicht op -verbetering kon openen. - -Bij alle Europeesche mogendheden moest het als een welkom gevolg van -de revolutie van 1908 begroet worden, dat de Jong-Turken, die het -herstel der constitutie afdwongen, met de middeleeuwsche vermenging -van godsdienst en politiek wilden breken. De handhaving van den -Islâm als staatsgodsdienst was hunnerzijds eene concessie aan de -oude overlevering, die aan de volkomen gelijkstelling der belijders -van alle godsdiensten als burgers van het Turksche rijk niet tekort -mocht doen. Het herboren Turkije moest een moderne rechtsstaat zijn -in den vollen zin des woords. Voor chalifaat en djihâd was in zulk -eenen staat geene plaats. Turken en Arabieren, Grieken, Armeniërs, -Joden, en wie nog verder onder de Halve Maan samenleefden, moesten in -vrijheid, gelijkheid en broederschap samenwerken om Jong-Turkije tot -eenen in het internationale leven geëerbiedigden staat te maken. Met de -onder niet-Mohammedaansch bestuur levende geloofsgenooten der Turken -zou het Osmanenrijk zich geene bemoeienis aanmatigen. Hoogstens -zou de regeering, ingeval dezulken over miskenning hunner rechten -te klagen hadden, wellicht vertoogen doen hooren van dezelfde soort -als die Christelijke mogendheden zoo vaak tot Turkije gericht hadden -naar aanleiding van vermeende verdrukking van Christenvolken onder -Turksch bestuur. - -Weldra bleken deze idealen vooralsnog veel te hoog gegrepen. De -hebzucht der Europeesche mogendheden gunde aan Jong-Turkije niet -de voor inwendige hervorming noodige rust. Op de geestdriftvolle -harmonie van de eerste dagen der verlossing uit de klauwen van het -despotisme volgde spoedig de herleving van den ouden binnenlandschen -strijd, nu niet meer door gemeenschappelijke vrees voor den tyran -in toom gehouden. Het Comité van Eenheid en Vooruitgang, dat voor -of achter de schermen de zaken leidde, zag zich genoopt, eensdeels -de gehate bestuursmiddelen van het despotisme weer aan te wenden, -anderdeels ten koste van zijn eigen program vele concessies te doen, -ook aan de Moslimsche orthodoxie en aan het geloof en bijgeloof der -menigte. De feties van het chalifaat moest weer uit het museum van -oudheden, waarin men het voorloopig had opgeborgen, voor den dag -gehaald worden. Wat het daarmêe eng verbonden denkbeeld van djihâd -betreft, de Europeesche mogendheden zorgden ervoor, dat dit niet -vergeten werd. Turkije werd voortdurend tot djihâd gedwongen. - - - - -Djihâd en heilige oorlog. - -Wanneer wij het woord djihâd door "heilige oorlog" weergeven, -dan geschiedt dit met recht, in zooverre zulk een strijd voor de -Mohammedanen, die hem voeren, een heilig, een godsdienstig karakter -heeft. Maar men vergist zich, als men zich voorstelt, dat daarnevens -iets als een onheilige of profane oorlog zou bestaan. De Islâm kent, -afgezien van de als een politiemaatregel te beschouwen aanwending van -het leger tot bedwinging van opstand tegen het wettig gezag, geen -anderen oorlog dan den djihâd, en geen ander doel van den djihâd -dan de verdediging der belangen van den Islâm tegen aanranding -door niet-Mohammedanen of de uitbreiding van het gebied van den -Islâm ten koste van de Dâr al-Harb, het gebied der ongeloovigen. De -oorlogen, die Turkije onder Abdoel-Hamied tegen Rusland en tegen -Griekenland te voeren had, zijn door Turken en Arabieren nooit -anders dan djihâd genoemd, al was men voorzichtig genoeg om het -gebruik dier middeleeuwsch-fanatieke benaming in het verkeer met -Europeanen te vermijden. Hetzelfde geldt van den oorlog met Italië -om Tripoli en van dien met de Balkanstaten. Voor de Mohammedanen, -die op de oude wijze voortgaan, godsdienst en politiek te vermengen, -bestaat geen andere oorlog dan godsdienstoorlog. Dat er een bijzonder -edict van den Soeltan-Chalief noodig zou zijn om eenen oorlog van -Turkije tot djihâd te stempelen, is alweer eene dier belachelijke -wanvoorstellingen omtrent Mohammedaansche zaken, zooals er zoovele -in Europa tot gangbare munt zijn geworden. De Turken plegen zulke -domheden niet te bestrijden, maar zich in den omgang met Europeanen -erbij aan te sluiten, als hun belang dit medebrengt. Voor geen Moslim -ter wereld heeft echter, wanneer Turkije in een oorlog gewikkeld -is, de vraag, of de Soeltan den heiligen oorlog heeft afgekondigd, -een redelijken zin. Dit alles behoort men wel te bedenken, wil men -de politieke gebeurtenissen der laatste dagen, voor zoover Turkije -daarbij betrokken is, recht verstaan. - - - - -Duitsche vlugschriften over de houding van Turkije. Hugo Grothe. - -Er zijn over die gebeurtenissen in Duitschland vlugschriften -verschenen, die in sommige opzichten ook buiten Duitschland wel -eenige aandacht verdienen. "Deutschland, die Türkei und der Islâm" -heet het geschrift van Hugo Grothe, die op economisch gebied als -competent geldt, en wiens vroegere werken de resultaten mededeelen -van zijne onderzoekingsreizen in Europeesch en Aziatisch Turkije, in -Perzië en Tripolitanië. Deze brochure maakt deel uit van eene reeks -"Zwischen Krieg und Frieden", onder redactie van Irmer, Lamprecht -en von Liszt, politieke opstellen voor het groote publiek; onder de -medewerkers komt Fürst von Bülow voor. - - - - -Misverstand bij Grothe. - -Waar Grothe het gebied der economische politiek verlaat, toont -hij zich dadelijk vreemdeling. Het politieke Islâmvraagstuk staat -hem bijv. niet duidelijk voor den geest. Het chalifaat noemt hij -de wereldlijke vertegenwoordiging van de godsdienstige gemeenschap -der Mohammedanen, eene wel wat flauwe uitdrukking van het denkbeeld, -dat alle Mohammedanen in politieken zin rechtens onderdanen van den -chalief zijn, die evenwel in de uitoefening zijner bestuursrechten ten -aanzien van tegenwoordig 95% dier onderdanen verhinderd wordt door -ongeloovige vorsten, wier gezag uit zijnen aard onwettig is. Maar -nu citeert Grothe op eene andere bladzijde uit eene 8 Augustus door -den Keizerlijken Gouverneur van Kameroen aan de Inlandsche bevolking -gerichte proclamatie deze woorden: "Uns hilft ferner der Sultan in -Stambul, der in Glaubenssachen der Oberherr aller Mohammedaner ist", -en wel verre van de noodige correctie aan te brengen, noemt hij dezen -officieelen onzin "von Interesse". Grothe's voorstelling, dat in het -begin van den tegenwoordigen oorlog de "djihâd van Duitschland" het -onderwerp van besprekingen en gebeden in de moskeeën van Turkije was, -behoort wellicht tot de dichterlijke inkleeding, want wél vertalen wij -djihâd ongeveer juist door "heilige oorlog", maar óns "heilige oorlog", -zooals dat thans door iedere krijgvoerende partij op haar eigen strijd -wordt toegepast, wordt geenszins door het Arabisch-Mohammedaansche -djihâd weergegeven. Waar ouderwetsch vrome Mohammedanen dezen oorlog -in het gebed gedenken, daar zal het gebed ongeveer aldus luiden: -"Wij danken U, Allah, dat Gij de legerscharen des Duivels tegen -zichzelve verdeeld hebt en dat Uw almacht sommigen hunner dwingt, -de verdedigers van den Islâm met hunne wapenen en hunne mannen te -steunen. Schik dit alles, o Heer, tot eene nabijzijnde zegepraal der -geloovigen en tot ondergang van allen, die ongehoorzaam zijn aan U en -Uwen Gezant." Zóó en zoo alleen is de opvatting van zúlke Moslims, -die door de geschiedenis nog niet genoeg ontnuchterd zijn om het -inzicht te deelen van den Turk, wiens woorden ik in den aanhef van -dit opstel citeerde. - - - - -Betrekkingen tusschen Duitschland en Turkije. - -Dichterlijke inkleeding van Grothe is het ook, wanneer hij een te -Konia, Bundur en Sparta waargenomen aardbeving laat medewerken om -de Turken te brengen tot het juiste inzicht in de beteekenis der -catastrophe, die wij beleven; inkleeding, wanneer hij op zijne reizen -Turken, Arabieren, Koerden en Anatoliërs steeds hoort getuigen van -hunne sympathie voor Duitschland en denkbeelden over de politiek -van den dag hoort uiten, die ook geen haarbreed van die van Grothe -afwijken. Hoort uiten in talen, waarvan hij niets verstaat, want de -twee Turksche uitdrukkingen, die Grothe te pas brengt, zijn in strijd -met het idioom [4]. - -Dichter blijven wij bij de aarde, wanneer wij Grothe volgen in -zijn overzicht van de economisch-politieke betrekkingen tusschen -Turkije en Duitschland, zooals die zich sedert 1880 ontwikkeld -hebben. Duitschland, zegt hij, is door een samenloop van ongunstige -omstandigheden erg achteraan gekomen in het deelnemen aan den -wedstrijd der Europeesche mogendheden om de economische en commercieele -voordelen, die in het gebied van Turkije te behalen zijn. Eigenlijk -zette de gunstige keer pas in met de concessie van den Anatolischen -spoorweg aan een Duitsch syndicaat (1888), waarop later die van den -Bagdadspoorweg volgde. Van de snelheid der beweging krijgt men eenige -voorstelling door de cijfers van in- en uitvoerhandel tezamen tusschen -Duitschland en Turkije voor 1888: 14 millioen, en voor 1913: 200-250 -millioen mark. De concurrentie met Engeland, Frankrijk en Rusland -maakte ook hier eene afbakening der belangensferen voor alle partijen -gewenscht. Vóór den oorlog was het overleg zoo ver gevorderd, dat men -in dit jaar het totstandkomen eener overeenkomst verwachtte, waarbij -Engeland Zuid-Mesopotamië als economisch gebied zou krijgen, Frankrijk -Syrië, Duitschland het gedeelte van Mesopotamië en Klein-Azië, dat -ongeveer begrensd wordt ten Noorden door den 34sten en den 41sten -graad Oosterlengte, en ten Zuiden door den 36sten en den 39sten graad -Noorderbreedte, terwijl het Noorden van Klein-Azië voor spoorwegaanleg -aan eene Fransch-Russische combinatie overgegeven zou worden. - - - - -Duitschland de redder van Turkije. - -Duitschland zou in die economische invloedssfeer wel een weinig -dankbaar, maar toch lang niet voldaan zijn geweest. Sedert Augustus is -het begonnen, zich heel andere grenzen af te bakenen, altijd voor het -geval, dat zijne gunstige verwachting van de krijgskans niet beschaamd -wordt. Het heeft daartoe, volgens Grothe, het volste recht. Want men -mag als zeker aannemen, dat in het voor Duitschland ongunstige geval -Rusland niet aarzelen zou, het Turksche rijk te vernietigen. Nu -Rusland den voor zijne ontwikkeling noodigen ijsvrijen zeeweg in -het Verre Oosten niet kan vinden zonder conflict met Japan, in de -Perzische Golf niet zonder strijd met Engelsche belangen, staat het -voor het Tsarenrijk meer dan ooit vast, dat het Constantinopel moet -bezitten. Engeland, dat zich vroeger steeds hiertegen verzet heeft, -zou thans daartoe medewerken; het zou daarvoor Mesopotamië en Arabië -als zijn gebied mogen beschouwen. - -Alleen Duitschland kan Turkije redden, en het heeft daarbij -een reusachtig belang, want alleen het behoud van de volkomen -integriteit van het rijk der Osmanen maakt het voor Duitschland -mogelijk, zijne daar verkregen economische positie te beschermen en -te verhoogen. Bovendien is Duitschland onder de groote mogendheden, -waarmee Turkije te rekenen heeft, de eenige, die geen duimbreed van -dit land zou willen, of zelfs zou kunnen annexeeren. Duitschlands -geographische ligging zou het verhinderen, zulk bezit afdoende tegen -aanvallen te verdedigen en er profijt van te trekken. Daarom is -Duitschland gedurende de kwarteeuw van zijne intieme relaties met -Turkije altijd de eenige betrouwbare vriend van het rijk van den -Soeltan-Chalief geweest. Er bestaat tusschen beide landen, buiten -alle gevoelsquaesties, eene in den aard der zaken gegronde gemeenschap -van belangen, terwijl de belangen van alle andere groote mogendheden -slechts ten koste van Turkije's welzijn, ja eindelijk van zijn bestaan, -te bevorderen zijn. - -Turkije heeft dit niet altijd ten volle zoo ingezien; er viel een zeker -wantrouwen te overwinnen, gekweekt door de oneerlijke concurrentie van -Duitschlands benijders en deels ook bevorderd door Duitschlands vaak -te zwakke politiek. Maar nu zijn den Jong-Turken, die het roer van -den staat in handen hebben, de schellen van de oogen gevallen. Men -schijnt te Constantinopel nog slechts op Duitsche overwinningen -in Noord-Frankrijk en Galicië te wachten--Grothe schreef vóór de -Turksche oorlogsverklaring--om zich met Duitschland en Oostenrijk -tegen de Verbonden Mogendheden te vereenigen. Het Turksche leger, dat -reeds zooveel voor zijne organisatie aan Duitsche leering en leiding -te danken heeft, zal, om zijne taak te volbrengen, groote behoefte -hebben aan Duitsche hulp en steun, maar dan zal het ook een niet te -versmaden medewerker zijn. Dit laatste vooral, indien de Chalief den -"grooten heiligen oorlog", den djihâd afkondigt. - - - - -De door Grothe gewenschte djihâd. - -Hier raakt nu Grothe te eenen male de kluts kwijt, daar hij niet -weet, dat elke door Turkije gevoerde oorlog voor Mohammedanen van den -ouden stempel, die de intellectueele beweging van het Mohammedaansche -Oosten der laatste jaren niet medegemaakt hebben, een djihâd is. De -vraag is voor dezulken niet: "djihâd of profane oorlog?" maar: "aan -wien wordt door Turkije de djihâd verklaard?" En dan, gesteld, dat -het antwoord luidt, zooals Grothe zich dat voorstelt, namelijk djihâd -"tegen alle mogendheden, die Mohammedaansche landen hebben opgeslokt en -den Islâm aldus van zijnen glans hebben beroofd," dan blijft de vraag, -of inderdaad, zooals Grothe hoopt en verwacht, de Mohammedaansche -volken onder Europeesch bestuur zóózeer onder de betoovering van de -namens Soeltan Mehmed Resjâd gedane oproeping tot den krijg zullen -komen, dat zij hunne meesters "hier heimlich und verschlagen, dort mit -fanatischer Kühnheit" op het lijf zullen vallen. Grothe ziet in zijne -verbeelding reeds, hoe "der so aufgerollte Glaubenskrieg"--zoo noemt -hij het zonder omwegen--voor Engeland "den Niedergang seiner Grösse" -beteekenen zal. - - - - -De fetwa over den heiligen oorlog. - -Wij weten, dat Turkije op dit oogenblik bezig is, de door Grothe -en zijne geestverwanten aanbevolen proef te nemen met zulk eenen -godsdienstoorlog. De hoogste wetgeleerde autoriteit te Constantinopel, -de Sjeich oel-Islâm, die sedert de revolutie van 1908 steeds een -creatuur en een werktuig is van het Jong-Turksche Comité, heeft -met "Ja" geantwoord op eene reeks van vragen, die hem voorgelegd -zijn door den onbeduidenden opvolger van Abdoel-Hamied, met wien de -leiders van het Jong-Turksche Comité alles doen, wat zij willen. In -werkelijkheid vormen die vragen en antwoorden [5] samen eenvoudig -eene proclamatie van Enver en Talaät, de leidende Comité-ministers, -en doen de vrager (de Soeltan) en degene, die het antwoord geeft -(de Sjeich oel-Islâm), daarbij den dienst van marionetten. Die -proclamatie van de mannen van het Comité van Eenheid en Vooruitgang -(waarmeê N.B. oorspronkelijk de eenheid der verschillende naties onder -de Halve Maan en haar vooruitgang als moderne staat bedoeld werden) -komt hierop neer, dat, wanneer de Vorst aller Mohammedanen den heiligen -oorlog verklaart aan den vijanden van den Islâm, die de landen van den -Islâm plunderen, en de bevolking dier landen slachten of tot slaven -maken, het de plicht van alle Mohammedanen in de wereld is, met goed -en bloed aan dien oorlog deel te nemen, dat dus inzonderheid ook de -Mohammedaansche onderdanen van Frankrijk, Rusland en Engeland tot -zulke deelname verplicht zijn, dat zij, die dezen plicht verzuimen -en den strijd vermijden, zich den toorn Gods op den hals halen, dat -echter Mohammedanen, die onder het bestuur der genoemde mogendheden -of hunner bondgenooten leven en met dezen samen oorlog voeren tegen -Duitschland en Oostenrijk, de helpers van Turkije, eene groote -zonde begaan, die zeker Gods toorn medebrengt. Deze kennisgeving -van hetgeen de Goddelijke wet volgens den rijksuitlegger derzelve in -hare toepassing op den politieken toestand van het oogenblik leert, -diende als grondslag voor een op 12 November uitgegeven manifest van -den Soeltan tot leger en vloot. - - - - -Het manifest van den Soeltan. - -Dit manifest stelt voorop, dat Rusland, met Engeland en Frankrijk, -de vijandelijkheden begonnen is, dat Turkije dus tot het opvatten -der wapenen gedwongen werd, dat Rusland trouwens reeds drie eeuwen -lang geene gelegenheid ongebruikt liet om Turkije te benadeelen, -dat millioenen Mohammedanen onder het tyrannieke bestuur der genoemde -mogendheden zuchten, dat daarom de heilige oorlog verklaard is, van -welks uitslag niet alleen het welzijn van het Turksche rijk, maar -ook het leven en de toekomst van 300 millioenen Mohammedanen--deze -schatting is overgenomen uit de rede, die de Duitsche Keizer in 1898 -bij het graf van Saladijn te Damascus hield; de bevolking schijnt dus -in de sedert verloopen 16 jaren niet toegenomen te zijn--afhangen. De -genade van Allah en de bijstand van den Profeet zullen de in de -samenwerking met Duitschland en Oostenrijk ondernomen bestrijding -van de vijanden van den Islâm tot overwinning voeren. - - - - -De groote demonstratie. - -Constantinopel zou Constantinopel niet zijn, wanneer deze extravagante -uitingen van het Comité niet gevolgd waren door eene betooging, eene -numâjesj. Toen ik in 1908 de eerste twee maanden der door militairen -onder leiding van het Comité bewerkte revolutie bijwoonde, ging er -geen dag voorbij zonder een aantal van die numâjesj; menschenmassa's, -die achter een paar vlaggen met "Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap" -aanholden, bij sommige publieke gebouwen of woningen van autoriteiten -halt hielden en daar redevoeringen toejuichten, waarvan niemand -iets verstaan kon. Vroeg men aan de toejuichers, waarom het ging, -dan kreeg men ten antwoord: "revolutie, vrijheid, de politie is -immers afgeschaft" en dergelijke. Zoo hebben ook nu de Comitémannen -de bevolking op 14 November gedurende acht volle uren op een numâjesj -onthaald. - -In de moskee van Mehmed den Veroveraar, die herinnert aan de grootste -overwinning der Turken op het Christendom, de verovering van Byzantium -in 1452, werden de hierboven geresumeerde vragen en antwoorden -voorgelezen, de fetwa dus over den heiligen oorlog. Gebeden werden -uitgesproken, lange toespraken gehouden, aan het gejuich kwam geen -eind. De stoet trok door de voornaamste wijken der stad, maakte zijne -opwachting bij den Groot-Wezier en den Soeltan, en..... demonstreerde -voor de Duitsche en Oostenrijksche gezantschappen. Nazim-bey en -Moechtar-bey, trouwe Comité-mannen, complimenteerden respectievelijk -den Duitschen en den Oostenrijkschen Gezant, en hunne redevoeringen -werden door de ambassadeurs beantwoord. De in de Duitsche ambassade -gewisselde toespraken zouden door Dr. Grothe niet anders zijn -opgesteld. De Duitsche Gezant sprak namelijk niet alleen van -Duitschland en Turkije, maar van hun gemeenschappelijken strijd -voor het wezenlijk heil der Mohammedaansche wereld, van de Duitsche -vriendschap voor het Osmanenrijk, maar vooral voor de belijders van -den Islâm, welke allen na de overwinning der Duitsche en Turksche -wapenen eene schitterende toekomst tegemoet gaan. De Oostenrijksche -Gezant is iets voorzichtiger en minder Mohammedaansch geweest in zijn -antwoord en heeft alleen gesproken van den heiligen oorlog, dien het -Osmanenrijk gezamenlijk met Oostenrijk voerde, en van de sympathie, -die Oostenrijk met Turkije verbond. Maar de geheele vertooning heeft -toch op die Mohammedanen, die niet als wij daarbij bovenal aan eene -Offenbach-operette herinnerd werden, zoo eenigen, dan alleen dezen -indruk kunnen maken, dat Duitschland en Oostenrijk zich in dienst van -Turkije gesteld hadden voor het voeren van een djihâd, want uit eigen -hoofde kan van de drie alleen Turkije in djihâd gewikkeld zijn. Eenen -oorlog tusschen kafirs onderling met den naam djihâd te bestempelen, -is voor goede Mohammedanen godlasterlijk of bespottelijk. - - - - -Becker's voorstelling der zaak. - -Grothe heeft dus niet alleen waar hij de economisch-politieke -betrekkingen van Duitschland in het naaste verleden en in de toekomst -besprak, maar ook waar hij over het opwekken van het sluimerende -Mohammedaansche fanatisme in het belang van Duitschland handelde, het -gevoelen van heerschende kringen in zijn vaderland weergegeven. Dit -maakt het mij iets minder onverklaarbaar, dat ook mijn waarde -vakgenoot, Prof. C. H. Becker te Bonn, die tot vóór korten tijd -de Islâmwetenschap aan het Kolonial Institut te Hamburg met eere -vertegenwoordigde, in den onwaarschijnlijken djihâd-roes, die thans -de Duitsche politici schijnt te bezielen, is medegesleept. Zijn -vlugschrift "Deutschland und der Islâm" [6] ademt denzelfden geest -als dat van Grothe, al onderscheidt het zich gunstig hiervan door meer -bezadigden toon en vooral, het spreekt wel vanzelf, door kennis van den -Islâm. Becker vult verder Grothe's toekomstbeeld van de betrekkingen -tusschen Duitschland en Turkije belangrijk aan door in zijn program van -de bescherming der integriteit van Turkije op te nemen de militaire -en politieke wedergeboorte van het rijk der Halve Maan, zóó dat het -herschapen worde in een modernen rechtsstaat met een eerbiedwekkend -leger. Niet alleen Duitsche fabrikaten en kapitaal, neen ook Duitsche -geest moet in Turkije gaan werken. Dit laatste volgens eene betere -methode dan de door Frankrijk of door Engeland in hunne koloniën -toegepaste: "eine gesunde Volksschulbildung nach modernen Methoden, -aber auf der Basis des überlieferten orientalischen Bildungsinhalts -und getragen von den besten Kräften der islâmischen Religion." Hierop -komen wij nog terug. Eerst nog een paar opmerkingen in verband met de -voorstelling, die men aan de geschriften van Grothe en Becker samen -ontleenen kan, van de ontwikkeling der politieke harmonie tusschen -Duitschland en Turkije, met terzijdestelling voorloopig van hetgeen -zich met het chalifaat en het Moslimsch fanatisme laat bewerken. - - - - -De aard der Duitsche vriendschap voor Turkije. - -Het laat zich best begrijpen, dat Duitschland bij de snel aangegroeide -belangen, die het in Turkije heeft verkregen, gaarne de gevaren en de -moeilijkheden, die uit de actie van mededingers kunnen voortspruiten, -tot de kleinste afmetingen teruggebracht zou zien. Even verklaarbaar -is het, dat Turkije op den duur van de concurreerende mogendheden nog -het liefst met Duitschland te doen had, daar bij deze aanraking niet -zoo licht verlies van gebied te vreezen viel. "Op den duur" zeg ik met -voordacht, want er zijn wel oogenblikken geweest, waarop de Soeltan -of het Comité moesten denken: Waar blijft nu de vriendschap? In den -tijd van Abdoel-Hamied uitte zich de Duitsche genegenheid alleen jegens -hem, die alle macht in zich bevatte, maar die thans algemeen beschouwd -wordt als de grootste vijand, dien zijn volk gekend heeft. Van 1888 tot -1908 negeerde Duitschland het Turksche volk, daar het Duitschland niet -van nut kon zijn. Wie den aard van Europeesche politieke vriendschap -een weinig kent, zal zich hierover evenmin verbazen als over Keizer -Wilhelm's geringe belangstelling in het lot van den vroeger zoo -geliefden Abdoel-Hamied, toen deze door het Comité eerst gedwongen -werd, voor vrijheidsvriend te spelen, daarna te verdwijnen. - -Wie sedert 1908 gunst of voordeel zocht in Turkije, moest die afdwingen -of afbedelen van het Comité. Dit kon, zooals ook onze Duitsche -schrijvers opmerken, Duitschland niet dadelijk vertrouwen, daar de -vrijzinnige Turken, die vóór de revolutie hun land ontvloden, in -Duitschland geweerd werden ter wille van den bevrienden despoot. Toen -Oostenrijk van de algemeene verwarring na de revolutie gebruik maakte, -eerst om Bulgarije geheel van Turkije te helpen losmaken, daarna om -zelf een stuk Turksch gebied te annexeeren, stak Duitschland geen -vinger uit om zijn bondgenoot van die voor Turkije zoo pijnlijke -amputatie terug te houden. Later nam Italië Tripoli, en Turkije kon -Duitschlands verdienste, de eenige in den driebond te zijn, die niets -wegnam, maar half waardeeren, omdat het de natuurlijke beletselen -van zulk eene toeeigening even goed kende als ieder ander. Waar zulke -beletselen niet bestonden, nam Duitschland even gretig zijn deel als -de anderen, en in Afrika heeft het zelfs twee millioen Mohammedanen -aan zijn gezag onderworpen, een gezag, dat door de betrokkenen toch -niet minder tyranniek gevonden zal worden dan de Britsch-Indische -en Noord-Afrikaansche Mohammedanen volgens Soeltan Mehmed Resjâd en -volgens Becker het Britsche en het Fransche bestuur vinden. - - - - -Duitschland en zijne Mohammedanen in Afrika. - -Nu moge Becker zeggen: die Mohammedanen hadden wij al toen onze groote -ingenomenheid met Turkije en den Islâm begon, en bovendien tellen -die pikzwarte Moslims zelfs in de oogen van Turken en Arabieren -maar voor half, maar dat is geen ernstig antwoord op de bedenking, -te minder daar de Islâm die geringschatting der negers niet alleen -theoretisch verwerpt, maar ook practisch voor begaafde negers in de -Moslimsche maatschappij alle wegen steeds veel wijder opengestaan -hebben dan in Christelijke landen. Wel heeft Becker de verdrukte -Mohammedanen, die nu door Duitschland geholpen moeten worden, slechts -op 150 millioen begroot, zoodat alleen Rusland, Engeland en Frankrijk -als de verdrukkers gelden, maar de Soeltan heeft in zijn manifest -de volle 300 millioen, waarop de Keizer de Islâmbelijders taxeerde, -als te bevrijden verdrukten aangeduid, en dus bij vergissing de twee -millioen Duitsche onderdanen, en de Moslims onder Oostenrijksch en -Italiaansch gezag, om niet meer te noemen, meegeteld. - -In den Balkanoorlog stond Turkije's zelfstandigheid zeker niet minder -ernstig op het spel dan thans vóór de verklaring van den djihâd het -geval was; maar ook toen heeft het van zijn Duitschen vriend weinig -steun ondervonden. Grothe merkt op, dat het moeielijk geweest zou zijn, -in Duitschland voor de Turksche zaak alléén het voor een oorlog noodige -enthousiasme te wekken, terwijl dit nu, waar het tegen de concurrenten: -Engeland en Rusland gaat, zoo gemakkelijk valt. Men zal dan toch moeten -toegeven, dat het effect van de beide bezoeken van Keizer Wilhelm -aan den Soeltan, waarmee volgens Becker en Grothe de welbewuste -Islâmpolitiek van Duitschland werd ingeluid, zich niet geleidelijk -ontwikkeld heeft, dat het lang bijzonder latent is gebleven. - - - - -De thans door Duitschland gewenschte verhouding komt neer op het -protectoraat over Turkije. - -Al deze herinneringen mogen het ietwat eenzijdig karakter der Duitsche -belangenpolitiek nog duidelijker doen uitkomen dan dit in geschriften -als die van Becker en Grothe al geschiedt, zij nemen de mogelijkheid -niet weg, dat bij de tegenwoordige politieke constellatie Turkije -door het bondgenootschap met Duitschland ook zelf groot gewin kan -erlangen. Maar, stellen wij ons dan die toekomst voor, zooals de -Duitsche schrijvers haar wenschen, dan komt de zaak, naakt ontkleed, -toch hierop neer, dat Turkije, door Duitschland verlost van alle -lastige inmenging van Engeland, Frankrijk en Rusland, komt te -staan onder Duitsche voogdij, dat het met zorgvuldige vermijding -van den naam, zal worden een Duitsch protectoraat. Zijn leger, zijn -bestuur, zijne finantiën, alles zal door Duitschland grondig hervormd -moeten worden. De verhouding zal slechts in vorm verschillen van het -protectoraat van Frankrijk over Marokko of van dat van Britannië over -menig Mohammedaansch vorstendom in Indië. Het heeft in Duitschland, -in kalmere tijden, nooit ontbroken aan warme lofredenaars op de -wijze, waarop Engeland in Indië, Frankrijk in Noord-Afrika hunne -Mohammedanen bestuurden, al ontbrak het natuurlijk ook nooit aan -critiek en aan ergernis, wanneer Duitsche belangen in het gedrang -kwamen. Men sprak van de pax Britannica en van de pax Gallica, die in -de plaats gekomen waren van de vroegere onveiligheid, verwarring en -corruptheid. Zelfs Engelands werk in Egypte werd gewaardeerd, en men -vernam gunstige oordeelvellingen over de Islâmpolitiek van Rusland -in Centraal-Azië. Wij hebben geene reden om van een protectoraat der -Duitschers over Turkije minder gunstige resultaten te verwachten, -ja het zou zelfs kunnen zijn, dat zij vele fouten hunner voorgangers -wisten te vermijden, en dat de uitkomst den Turkschen landen ten zegen -werd. Maar zeer zeker zouden zij ondervinden, dat de dankbaarheid -der Turken ophield, wanneer het volstrekt onvermijdelijke ingrijpen -goed begon, ook al mocht men de voorgenomen geleidelijkheid daarbij -niet uit het oog verliezen. - - - - -Duitsche oordeelen over Turkije en den Islâm voorheen en thans: -Marquart, Hartmann, Becker. - -Overigens zijn, of waren althans vóór dezen oorlog, de meeningen -van Duitsche deskundigen over Turkije en over den Islâm, met -name over beider vatbaarheid voor hervorming, lang niet algemeen -dezelfde, die thans door Grothe en Becker warm verdedigd worden -[7]. Prof. Jos. Marquart, thans hoogleeraar te Berlijn, spot in -het Vorwort van zijn werk "die Beninsammlung des Reichsmuseums für -Völkerkunde in Leiden" (1913) met "die angebliche Rolle des Islâms als -Kulturträger", en met bijtende ironie spreekt hij van de "Segnungen des -Dschihâd, des zur religiösen Pflicht gemachten Raubmordes auf dem Pfade -Allahs", d. i. dus die plicht, die thans door Duitschland aan Turkije -weer is ingescherpt. Niet alleen in Duitsche zendingskringen werd -de Islâm als de vijand beschouwd, dien men bovenal bestrijden moest, -maar op een Duitsch Kolonialkongress werd de resolutie aangenomen: "Da -von der Ausbreitung des Islam der Entwicklung unserer Kolonien ernste -Gefahr droht, rät der Kolonialkongress zu sorgsamer Beachtung, etc." - -Prof. Martin Hartmann, die de Islâm-wetenschap aan het Seminar für -Orientalische Sprachen te Berlijn doceert en wiens vruchtbare pen tal -van lezenswaarde geschriften over den Islâm en over Turkije leverde -[8], wordt niet moede erop te wijzen, dat de Moslims vooral door de -instellingen van den Islâm, die de vrouw veracht en andersdenkenden -verfoeit, van deelname aan de cultuur weerhouden worden. Hij -noemt het chalifaat der Osmanensoeltans eene aanmatiging, die zij -alleen met geringschatting der heilige traditie konden plegen, een -"Agitationsmittel" een "bequemes Mittel, in den Augen der Islamwelt -als eine Art Fetisch zu dienen", zegt, dat "diese Doppelstellung (van -den Soeltan-Chalief) von den Kulturstaaten nie anerkannt worden ist", -en dat het eerlijk opgeven van dien titel Turkije veeleer versterken -dan verzwakken zou. Natuurlijk is ook hij over den heiligen oorlog -niet goed te spreken. Hierover schreef hij opzettelijk, toen het woord -djihâd in den strijd met Italië over Tripoli te berde werd gebracht -door sommige Turken, en gebruikt daarbij deze thans weer actueele -uitdrukking: "...... die Androhung des Heiligen Krieges, d. h. des -Kampfes gegen alle Ungläubigen, ausgenommen die vom Leiter des Islam -der Gemeinde ausdrücklich als Freunde des Islam bezeichneten. Dieser -Gedanke ist Wahnwitz". Daar de zetel van de agitatie toen te Berlijn -was, voegt hij hieraan toe: "Es sei hiermit gewarnt, durch Erregung -des religiösen Fanatismus Unruhe herbeizuführen. Gegen jeden solchen -Versuch werden alle Kulturstaaten einmütig zusammenstehen". Vellen -druks van denzelfden inhoud zou ik kunnen aanhalen; tot slot nog dit -eene: "Der Islâm ist eine Religion Hasses und des Krieges. Es darf -unter keinen Umständen geduldet werden, dass er in einem Staate der -Kulturmenschheit das normgebende Prinzip ist". - -Minstens even talrijke uitspraken van denzelfden schrijver zou ik -kunnen citeeren, die den indruk geven, dat de Turken de minst geschikte -natie van het Turkenrijk zijn om iets goeds voor de ontwikkeling van -hun land te doen. Overal, waar het Turkenelement zich aan andere -Mohammedanen met het zwaard opdrong, heeft het "den Kulturbesitz -vernichtet und an kulturellen Werten nichts, absolut nichts -geschaffen". Hun religieuze eigenwaan is nog onverdragelijker dan -hun nationale. De Turken van Constantinopel zijn "ein schauderhaftes -Gesindel", en de "biedere Anatolier" (die ook bij Grothe voorkomt) -een product der legende. En zulk eene minderwaardige natie "will -in dem grossen Reiche von Skutari und Prevesa bis Wan und Basra das -herrschende Element sein!" - -Prof. Hartmann heeft een bijzonder levendig temperament, en ik denk -er niet aan, zijne meeningen te onderschrijven of zijne uitdrukkingen -van overdrijving vrij te pleiten. Maar in zaakkennis staat hij verre -boven Grothe, en wat Turkije betreft, ook boven Becker, naast wien hij -de hoofdvertegenwoordiger der Islâm-studie in Duitschland is. Trouwens -Becker zelf heeft zich vroeger, zij het in gematigder vorm en ietwat -anders genuanceerd, over de Islâm-quaestie ongeveer in denzelfden -zin uitgelaten. Becker heeft natuurlijk zelf het eerst den strijd -gevoeld tusschen zijn medeschermen, in zijne jongste geschriften, met -de begrippen chalief en djihâd en zijne in vroegere tijden van rustigen -wetenschappelijken arbeid uitgesproken meeningen. Zelf herhaalt hij de -slotphrase van eene in 1910 door hem te Parijs gehouden voordracht: -"Si la solidarité de l'Islam est un phantôme, la solidarité de la -race blanche est une réalité", maar thans om den indruk dier woorden -te verzwakken, en ze te beperken tot den Islâm der negers in Afrika, -die het hoofdonderwerp zijner rede vormden. Waarschijnlijk heeft -geen der hoorders die beperking begrepen, daar aan de geciteerde -woorden deze onmiddellijk voorafgingen: "de vrees, dat de eene -mogendheid zich met den Islâm zou verbinden om de plannen der andere -te dwarsboomen, schijnt mij niet zeer gegrond". Bovendien had Becker -vroeger, bijv. in 1904 in een artikel over het Panislamisme [9] de -panislamitische gedachte als in strijd met de wezenlijke belangen -van Turkije voorgesteld, "Die Jungtürken hatten gehofft (na den -Russisch-Turkschen oorlog van 1878) durch ihre Reformen gerade -jenes religiöse Moment auszutilgen, das den Sultan in erster Linie -zum Chalifen, zum Vorkämpfer des Islam machte und so eine gesunde -Entwicklung des doch zum grossen Teile aus Christen bestehenden -Otmanischen Reiches ausschloss". En in de Duitsche vertaling [10] der -zooeven genoemde in 1910 te Parijs gehouden voordracht komt nog het -volgende voor: "Das Kalifat des Sultans von Konstantinopel war bis zur -jungtürkischen Revolution der Ausgang der türkischen Islampolitik. Zwar -hat die junge Turkei die Kalifatansprüche nicht aufgegeben, aber wenn -sie sich überhaupt zu einem Verfassungsstaat entwickeln will, wird -sie möglichst wenig Gebrauch davon machen mussen..... Eine starke -Türkei wird selbstverstandlich nie die politische Oberhoheit über -die islamischen Untertanen anderer Mächte beanspruchen....." - - - - -Beckers recente wijziging van inzicht. Bezoeken van Keizer Wilhelm -aan Turkije. - -In zijne recente brochure "Deutschland und der Islam" erkent trouwens -Becker zijne onlangs tot stand gekomen bekeering en de onjuistheid -van zijn vroeger jarenlang gekoesterd inzicht. Zoowel hij als Grothe -staan uitvoerig stil bij de twee bezoeken (1889 en 1898) van Keizer -Wilhelm aan den Soeltan Abdoel-Hamied, de tweede maal gecombineerd -met hetgeen Grothe noemt "eine politische Pilgerfahrt nach dem -Heiligen Lande". De wereld heeft die bezoeken, waarvan het eerste -een jaar na de verleening der Anatolische spoorwegconcessie, dus -in 1889, plaats greep, beschouwd als overluisterrijke demonstraties -van de industrieele en commercieele belangstelling van Duitschland -in Turkije. De wijze van uitvoering gaf velen, ook in Duitschland, -aanleiding tot schouderophalen. Vooreerst scheen Abdoel-Hamied, -de "bloeddrinkende" tyran, aan wiens misdaden toch reeds de groote -mogendheden min of meer medeplichtig werden door hetgeen Bérard, en -Martin Hartmann met hem, "la conspiration du silence" noemden, een -vreemd gekozen object voor de zóó hartelijke vriendschapsbetuiging, -die als herinnering te Constantinopel eene plompe, volgens deskundigen -met allen kunstsmaak spottende fontein achterliet. Verder was de indruk -van het bezoek op de Moslimsche wereld geenszins de bedoelde. Wel -vond men het merkwaardig, dat de monarch van een machtig Europeesch -rijk den Soeltan tweemaal zijne hulde kwam bewijzen, te meer, dat -men wist, dat geene tegenbezoeken van den Soeltan daarop volgden; de -bezoeker deed zich dus aan de Oostersche voorstelling als den mindere -kennen, en eenvoudige Mohammedaansche zielen, die hunne kennis van -de wereldkaart en van de wereldgeschiedenis meer uit de legende dan -uit de werkelijkheid putten, zagen daarin eene bevestiging hunner -opvatting, dat de heele aarde aan den machtigsten Moslimschen soeverein -onderworpen is en dat alle andere vorsten zijne, zij het dan deels zeer -ongehoorzame, vasallen zijn. Tot den roem van Duitschland in het Oosten -droegen die huldebewijzen allerminst bij, wat ook vleiers daarvan aan -Duitsche reizigers op den mouw mochten spelden. Den allerzonderlingsten -indruk echter maakte op alle kenners van den Islâm de toespraak, -die de Keizer op zijne tweede reis (1898) te Damascus bij het graf -van Saladijn hield, waar hij tevens eene krans deponeerde. - - - - -De rede op het graf van Saladijn. - -Saladijn is in Europa door de geschiedenis der Kruistochten en vooral -door Lessing populair geworden; in het Mohammedaansche Oosten is zijn -naam lang vergeten, behalve bij de weinige beoefenaars van geschiedenis -en letterkunde. Dezen kennen hem als een gewetenloos politicus, die -door ontrouw en verraad tot hooge macht is opgeklommen, en wien men -veel vergeeft omdat hij een streng orthodox kafirhater geweest is; -niet als het toonbeeld van 18de-eeuwsche verdraagzaamheid, dat Lessing -in zijnen Nathan van hem maakte. Op het graf dan van dezen hater des -Christendoms sprak de Keizer van een wereldrijk, dat, zooals Becker -herinnert, het Christendom tot staatsgodsdienst heeft, deze woorden: -"Die dreihundert Millionen Mohammedaner, die in der Welt zerstreut -sind, mögen dessen versichert sein, dass ewig [11] der Deutsche -Kaiser ihr Freund sein wird". Dit gedeelte der vertooning heeft -in de Moslimsche wereld even weinig blijvenden indruk gemaakt als -Saladijn zelf, en Duitsche geleerden namen er destijds hoofdschuddend -kennis van. Nu doen zij echter plotseling opgeld: Grothe en Becker -geven er hunne exegese van, en men heeft er de Turken zoo krachtig -aan herinnerd, dat Nazim-bey ze in zijne toespraak aan den Duitschen -Gezant citeerde, en dat de Soeltan er bij vergissing de inmiddels reeds -vaak verbeterde, en in ieder geval sterk verouderde volkstelling der -Mohammedanen uit overnam in zijn manifest. - -Becker heeft tot voor korten tijd, "aus Unkenntnis" zooals hij het -thans verklaart, deze "Betonung des Kalifentitels durch Deutschland -als einen Fehler beurteilt", maar nu, na hetgeen Fürst von Bülow in -"Deutschland unter Kaiser Wilhelm II" uiteengezet heeft, ziet hij -daarin met blijdschap de eerste krachtige uiting van eene "bewusste -deutsche Islampolitik" en het bewijs, "dass die deutsche Politik -von Anfang an mit dem Islam als internationalem Factor gerechnet -hat". Beckers wetenschappelijke geweten is bij deze bekeering en -bij zijne verdediging der opname van het chalifaat onder de factoren -der internationale politiek niet zoo gerust als dat van Grothe, die -van het groteske dezer Islâmpolitiek niets schijnt te voelen. Becker -zegt althans, dat hij over de verhouding van Turkije tot den Islâm -niet geacht wil worden eenig oordeel te hebben uitgesproken, dat -hij zich ertoe bepaalt, te constateeren, dat die verhouding bestaat, -dat nu eenmaal millioenen ontevreden Mohammedaansche onderdanen van -Europeesche staten hunne redding van Turkije verwachten, en dat het -uur voor Duitschland gekomen is om van die stemming partij te trekken. - - - -Redding van Turkije! Het rijk, waarvan Martin Hartmann nog kort geleden -zeide, dat "die Ausschaltung der islamisch-türkischen Herrschaft -aus Europa bevorsteht"; of elders, dat "schon längst über sie (die -Türkei) hätte verhängt werden sollen: die Stellung unter Kuratel", of -nogmaals: "so tritt nur schneller das ein, was doch einmal kommen muss: -das Entfallen der politischen Macht aus den Händen des absterbenden -Türkentums"; van Turkije, dat volgens Becker herboren moet worden en -onder krachtige leiding van Duitschland omgeschapen tot een modernen -cultuurstaat, hetgeen hij eenige jaren geleden slechts dan uitvoerbaar -verklaarde, wanneer de chalifaatsidee of geheel werd opgegeven of -zoo weinig mogelijk naar voren gebracht werd! - - - - -Oorzaak der poging van Duitschland tot wederopwekking van Moslimsch -fanatisme. - -Hoe komt het, dat nu opeens voor Turkije mogelijk wordt geacht, -wat tot dus dusver als eene ongerijmdheid werd terzijde gesteld, dat -thans voor dat rijk als nuttig wordt aangeprezen datgene, waarin men -tot vóór korten tijd zijn zekeren ondergang gelegen achtte? Hartmann -heeft, toen hij in zijn "Ultimatum des Panislamismus" de agitatoren -geeselde, die aan het Turksch-Italiaansche conflict het karakter van -eenen godsdienstoorlog wilden geven, meteen de scherpste critiek, -die men zich denken kan, geleverd van de tegenwoordige poging van -Duitschland om het middeleeuwsche fanatisme der Mohammedaansche wereld, -dat aan het uitsterven was, nieuw leven in te blazen. "Die Türkei -kann nur ausrufen: "Himmel bewahre mich vor meinen Freunden!"" zeide -hij toen terecht. En wat moet Turkije nu uitroepen, nu zijn beste -vriend hem prikkelt tot eenen wereldgodsdienstoorlog, en hem alvast -de Mohammedaansche krijgsgevangenen, die tegen Duitschland vochten, -uitlevert om hen te onderwerpen aan eene godsdienstig-politieke -bekeeringskuur? - -Wij kunnen dit alles slechts toeschrijven aan de jammerlijke verstoring -van het evenwicht, ook in de geestelijke atmosfeer van hetgeen wij -de beschaafde wereld plachten te noemen. Immers, in normale tijden -kennen wij de Duitschers als veel te bezonnen en te logisch om den -enormen onzin te verduwen, dat hetgeen in het algemeen als een schande -voor de menschheid en als eene ramp voor Turkije zou gelden, goed en -aanbevelenswaardig wordt, zoodra Duitschland zich achter of naast -de Halve Maan plaatst. Wij weten van niet vele der tegenwoordige -verschrikkelijke gebeurtenissen, waarop zij zullen uitloopen, maar -dit meen ik nu reeds met zekerheid te mogen voorspellen, dat binnen -niet langen tijd tal van Duitsche geschriften zullen getuigen van -de ook in Duitschland ontwaakte ergernis over het onwaardige spel, -dat thans met het chalifaat en den heiligen oorlog gespeeld wordt. - -Gewaagd zou het zijn, nu de feiten zoo spoedig hunne onweerlegbare -taal zullen spreken, te willen voorzeggen, in hoeverre de poging -om een Mohammedaanschen godsdienstoorlog op groote schaal te doen -ontvlammen en daarmede onafzienbare verwarring der internationale -verhoudingen te doen ontstaan, slagen kan. Hartmann heeft die -mogenlijkheid indertijd met volle overtuiging betwist: ".... sobald -die Vertreter der verschiedenen islamischen Gruppen über gemeinsame -Schritte beraten, zeigt sich die ungeheure Verschiedenheit der -völkischen, wirtschaftlichen und geistigen Tendenzen, die sich -unter den zweihundert Millionen Muslimen finden" zeide hij. Becker, -die vroeger "die Solidarität des Islam ein Phantom" noemde, zegt nu: -"Der grosse Krieg, der so viel aufdeckt und entscheidet, wird auch den -Beweis erbringen, ob der so oft besprochene internationale Zusammenhang -des Islam ein realer Faktor ist oder ein Hirngespinst". - -Zeker zal het, indien Duitschland bij zijne "Islampolitik" van dit -oogenblik volhardt, niet ontbreken aan allerlei maatregelen om in de -Mohammedaansche wereld bekendheid te geven aan de geschiedenis van het -ontstaan dier politiek en aan de nieuwe verhouding van vasal, waarin -de herboren Soeltan-Chalief zich tegenover Duitschland geplaatst zou -zien, wanneer de Duitsche idealen verwezenlijkt werden. Tegen eenen -Heer der Geloovigen onder eenen ongeloovigen voogd zullen echter -ook Mohammedanen van den ouden stempel, die anders mogelijk dupen -van de comedie zouden worden, hunne ernstige bedenkingen hebben. Het -hoofdargument voor de aanspraak der Osmanen-soeltans op den titel van -Chalief was hun zwaard, maar niet een zwaard, dat getrokken en in de -scheede gestoken werd op de bevelen van een ongeloovigen "bondgenoot". - - - - -Nederlandsch-Indië en de heilige oorlog. - -Uit vertrouwbare bron vernam ik onlangs, dat de drukkerij van het -Turksche dagblad Tanîn een pamflet over den heiligen oorlog heeft -uitgegeven en verspreid, waarin ook de Mohammedaansche onderdanen van -staten, die ten opzichte van den tegenwoordigen oorlog neutraal zijn, -tot verzet tegen hunne regeeringen opgehitst worden. O. a. moet daarin -sprake zijn van de veertig millioen Mohammedanen, die gebukt gaan onder -het juk der halfbeschaafde Hollanders. Hierdoor is zeker gehandeld -tegen de bedoeling van den Duitschen voogd; maar slechte hartstochten -laten zich gemakkelijker opwekken dan binnen perken houden. - -Gelukkig behoeven wij ons over onze Nederlandsch-Indische -Mohammedanen niet bezorgd te maken. Zij namen den Islâm aan, -toen het Turksche rijk reeds bestond, maar zonder dat Turkije er -iets van bemerkte, en zij hebben met het rijk der Halve Maan nooit -eenige aanraking gehad. De Soeltan van Roem, zooals zij den Grooten -Heer van Constantinopel noemen, is voor hen een legendarisch wezen -gebleven. De panislamitische gedachte is wel naar den Oost-Indischen -Archipel overgewaaid, maar heeft er slechts weinig vatbaren bodem -gevonden. De groote massa der lagere klassen bleef onaangedaan, en de -meerderheid der hoogere standen is tegenover dit religieus-politieke -mengsel van bedrog en zotheid volslagen immuun. En wij mogen gegronde -hoop koesteren, dat die immuniteit zich steeds zal uitbreiden. Want, -heeft Duitschland pas onlangs met de door ons aangeduide vertooningen -zijne "bewusste Islampolitik" geinaugureerd, wij hebben al eenige -jaren langer tegenover de door de geschiedenis aan onze zorgen -toevertrouwde Inlandsche bevolking onze welbewuste opvoedingspolitiek, -en dáártegen zijn chalifaat en heilige oorlog en andere middeleeuwsche -ongerechtigheden gelukkig machteloos. Wanneer wij maar onwrikbaar -vasthouden aan de sedert eeuwen aan onze Mohammedanen gewaarborgde -volledige godsdienstvrijheid en tevens de ingeslagen richting van -educatie in steeds sneller tempo blijven volgen, dan behoeven wij de -eigenaardige soort van "geistige Waffen", die thans voor het eerst -met het merk "made in Germany" in omloop gebracht worden, nooit te -vreezen. Toch blijven wij in het belang der menschheid hopen, dat -Duitschland eerlang dit nieuwe product uit den handel terugneemt. - - - -De heilige oorlog van den Islâm is, zooals wij meermalen herinnerden, -een door en door middeleeuwsch instituut, waaraan zelfs de -Mohammedaansche wereld bezig was te ontgroeien. Ééne eigenaardigheid -van dit instituut kunnen wij ongeveinsd bewonderen: heilige oorlog -tegen medeleden der Mohammedaansche gemeenschap is door de wet van -den Islâm absoluut uitgesloten. De beperking van de levensgemeenschap -tot Mohammedanen, tot hen, die hetzelfde dogma over het Hiernamaals -belijden, is middeleeuwsch, maar de beschouwing van strijd binnen de -sfeer der levensgemeenschap als goddeloos biedt een voortreffelijk -aanknoopingspunt voor de hoogste sociale beschaving en is voor de -moderne wereld ietwat beschamend. Hooren wij, wat Martin Hartmann in -zijn opgewonden toon daarover schreef: "Im Gegensatze zum Islam, wo -grundsätzlich der Krieg auf den Kampf gegen die Andersgläubigen als -"Ungläubige" beschränkt ist, wird in den christlichen Ländern an dem -Kriege gegen Glaubensgenossen von niemand Anstoss genommen, und hier -sind nicht selten die Diener der Kirche der Liebe die Eifrigsten im -Schüren, also in der Verleugnung des Evangeliums; sie prästieren auf -Kommando die patriotische Geberde, die in diesem Falle eine Verletzung -des fünften Gebotes darstellt, nicht zu sprechen von jenem andern: -Du sollst deinen Nächsten lieben als dich selbst". - -Inderdaad, in den Islâm behoeft men slechts de middeleeuwsche beperking -van het volledige bestaansrecht tot de geloofsgenooten op te heffen, -en de levensgemeenschap tot de gansche menschheid uit te breiden, -om den algemeenen wereldvrede tot een absoluut voorschrift der -Moslimsche wet te stempelen. Voor moderne staten, die Mohammedanen -als onderdanen, beschermden of bondgenooten hebben, is de schoone -taak weggelegd om dezen, en zichzelve tevens, tot die hooge opvatting -der menschelijke samenleving op te leiden; liever dan hen in eigen -belang terug te voeren in de wegen van middeleeuwschen geloofshaat, -die zij juist bezig waren te verlaten. - - - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] Dit bedrag moet thans 1914 aanzienlijk hooger gesteld worden, -daar in de allerlaatste jaren het aantal dergenen, die jaarlijks uit -Nederlandsch-Indië aan den hadj deelnemen, ongeveer verdubbeld is. - -[2] "Eenige Arabische strijdschriften besproken" (Tijdschrift van -het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, Deel XXXIX, -blz. 379-427). - -[3] In "De Gids" van Januari 1909 deed ik verslag van mijne daar -opgedane ervaringen. - -[4] Grothe werd op zijne reizen door Turken telkens in zijne -hoedanigheid van Duitscher als "onze vriend" aangeduid, hetgeen hij -met bizim dost in plaats van dostumuz weergeeft, en als Turksch -voor Duitscher schrijft hij steeds Alemanly in plaats van Alman -of Almanjaly. - -[5] Zij zijn, in het Turksch afgedrukt, te vinden in Beckers -tijdschrift "Der Islam", Bd. V, Heft 4, met vertaling, en in -M. Hartmanns "Islampolitik" in "Koloniale Rundschau", 1914, Heft 11-12, -met vertaling en uitvoerige toelichting. In dit laatste artikel, dat -mij eerst na het afdrukken der eerste uitgave van dit opstel onder -de oogen kwam, maakt ook Hartmann tabula rasa van veel van hetgeen -hij vroeger over den Islâm en de Turken geschreven heeft, en toont -zich, met een zeker voorbehoud, bekeerd tot den heiligen oorlog niet -alleen, maar verwijt aan anderen, dat zij vroeger zoo gedacht hebben -als hij zelf deed. Hij merkt op, dat de woorden van Keizer Wilhelm -bij het graf van Saladijn te meer indruk moesten maken, omdat de -Mohammedanen vroeger niet veel dergelijks te hooren kregen. "Die -anderen Grossmächte haben fast immer nur verächtliche Worte für -die Türken und den Islam gehabt, zum Teil haben verantwortliche -Staatsmänner sich mit einer Schärfe gegen den Islam ausgesprochen, -die aus dem beschränkten Gesichtskreis, in dem sie aufgewachsen sind, -und der ihren Lande mit seinem Dünkel der Gottesstaatsidee eigen -ist, zu erklären, aber nicht zu entschuldigen ist. Wir haben nicht -den geringsten Grund, von der bisher beobachteten Haltung abzugehen, -etc." Deze woorden, uit de pen van een geleerde, van wiens ontelbare -uitspraken tegen Turkije en den Islâm in de volgende bladzijden eene -kleine bloemlezing gegeven wordt, zouden ons tot stomme verbazing -brengen, als niet zoovele andere verschijnselen ons met de psychose -van den oorlog vertrouwd gemaakt hadden. - -[6] Het behoort tot eene lange reeks van "Politische Flugschriften", -die door Ernst Jäckh worden uitgegeven, en waartoe alweder Fürst -von Bülow en andere beroemdheden bijdragen leveren. Becker gaf -verder in de verzameling "Bonner Vaterländische Reden und Vorträge -während des Krieges" eene voordracht over "Deutsch-Türkische -Interessengemeinschaft", in de Süddeutsche Monatshefte een opstel -"England und Egypten", en in "Das Grössere Deutschland" een artikel -"England und der Islâm". - -[7] Wij citeeren hier slechts enkele uitlatingen van oriëntalisten, -en laten de vele gelijksoortige uitspraken van geleerden, wier -studievakken hen slechts van ter zijde met het Oosten in aanraking -brachten, zooals bijv. H. von Treitschke, ter zijde. - -[8] Ik geef hier eene kleine bloemlezing van titels van M. Hartmann's -geschriften, uit de allerlaatste jaren: "Der Islam 1908" (in: -Mitteilungen des Seminars für Orient. Spr. in Berlin, Jahrg. XII, -Abt. II, 1909), "Die Arabische Frage", Leipzig 1909, "Der Islam", -Leipzig 1909, "Die neuere Literatur zum turkischen Problem" -in: Zeitschrift für Politik 1909, "Unpolitische Briefe aus der -Türkei", Leipzig 1910, "Islam, Mission und Politik", Leipzig 1912, -"Fünf Vorträge über den Islam", Leipzig 1912, "Das Ultimatum des -Panislamismus" (over den heiligen oorlog tegen Italië) in: Das Freie -Wort Jahrg. XI, No. 16, "Mission und Kolonialpolitik" in: Koloniale -Rundschau, Heft 3, März 1911. - -[9] "Panislamismus" (in: Archiv für Religionswissenschaft, Bd. VII, -1904). - -[10] "Der Islam und die Kolonisierung Afrika's" in: Internat. -Wochenschrift für Wissenschaft, Kunst und Technik, 19 Febr. 1910. - -[11] Wel een passend attribuut voor politieke vriendschap! - - - - - - -End of Project Gutenberg's Nederland en de Islâm, by C. Snouck Hurgronje - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEDERLAND EN DE ISLÂM *** - -***** This file should be named 54810-8.txt or 54810-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/4/8/1/54810/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg (This file was produced from images generously -made available by The Internet Archive/Canadian Libraries) - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - diff --git a/old/old/54810-8.zip b/old/old/54810-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 953ee42..0000000 --- a/old/old/54810-8.zip +++ /dev/null |
