diff options
Diffstat (limited to 'old/54175-8.txt')
| -rw-r--r-- | old/54175-8.txt | 3922 |
1 files changed, 0 insertions, 3922 deletions
diff --git a/old/54175-8.txt b/old/54175-8.txt deleted file mode 100644 index 8953069..0000000 --- a/old/54175-8.txt +++ /dev/null @@ -1,3922 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Mevr. Warren's Bedrijf, by George Bernard Shaw - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - - -Title: Mevr. Warren's Bedrijf - -Author: George Bernard Shaw - -Translator: J. A. Simons-Mees - -Release Date: February 16, 2017 [EBook #54175] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MEVR. WARREN'S BEDRIJF *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - - - WERELD BIBLIOTHEEK ONDER - LEIDING·VAN·L. SIMONS - - - GEORGE BERNARD SHAW - - Mevr. WARREN'S BEDRIJF - - VERTAALD DOOR - J. A. SIMONS-MEES - MET INLEIDING VAN L. S. - - - (HET RECHT VAN VERTOONEN VOORBEHOUDEN - VOLGENS DE WET OP HET AUTEURSRECHT) - - - UITGEGEVEN·DOOR·DE MAATSCHAPPIJ·VOOR - GOEDE·EN·GOEDKOOPE LECTUUR--AMSTERDAM - - - - - - - - -INLEIDING. - - -Mevr. Warren's Bedrijf is een vroegere arbeid van Shaw dan het -dit voorjaar gepubliceerde blijspel: Je kunt nooit weten. Het stuk -volgde spoedig op den eersteling, met den zonderlingen titel: Widowers -Houses (letterlijk: Huizen van weduwnaars), en het is uit denzelfden -levenskijk ontstaan. Men zou beiden stukken tot motto kunnen geven: -"Dief en diefjesmaat" of "Oud lood om oud ijzer". De kritikus onzer -maatschappij, de socialist Shaw, gaat erin uit van de bedoeling om -duidelijk te doen blijken, dat het z. i. heelemaal onverschillig -is, hoè men komt aan zgn. onafhankelijke (renteniers)inkomens; dat -de wijze waarop de huisjesmelker en de hoerenwaardin rijk worden, -misschien in graad maar niet in wezen verschilt van de methoden, -waarop de hypotheekhouder, de aandeelhouder, de fabrikant aan hun hooge -dividenden, tantièmes, directeurs-inkomen moeten geraken,--altemaal -toe-eigening van overwaarden, alleen te verkrijgen ten koste van -te hooge huren, te lage loonen, te lange werktijden: uitbuiting -van anderen in het algemeen. Wie daarvan meeprofiteert is precies -even verantwoordelijk als wie directelijk het vuile werk doet. En -de eenige manier om in deze maatschappij zoover mogelijk buiten -die verantwoordelijkheid te blijven, is, zelf hard te werken en -alleen te willen leven van de opbrengst van dien eigen arbeid; niet -van dividenden, en niet in luiheid en niets-doen, in op zichzelf -ontzenuwende en ontaardende weelderigheid. In elk geval komt het er -op aan, dit duidelijk in te zien en zich niet diets te maken dat het -anders is. Een eerlijke schoelje is, als men de keus heeft, altijd -nog verkieslijk boven iemand die zich wijs maakt dat zijn grauwheid -een romantische blankheid vertoont. - - - -Aldus het gezichtspunt, van waaruit Shaw het ook in de fransche -tooneelletterkunde van de tweede helft der 19e eeuw nogal eens graag -behandelde onderwerp aanpakt van een jong mensch, die plotseling -ontdekt dat zijn of haar moeder in nauwe betrekking staat tot den -vulgairen drift. Hij heeft niet, op sentimenteele gronden, de sympathie -voor de moeder zoeken op te wekken; hij is zelfs begonnen met haar meer -dan onsympathiek te maken door haar niet maar als een zelf-overgegevene -te schilderen, maar, erger, als een die jonge vrouwen in de val lokt, -en houdt, en van de opbrengst van hun ontucht mooi weer speelt. Het -ligt nu eenmaal in Shaw's neiging, voor geen uiterste terug te -schrikken, en zijn thesis op den wijdsten grondslag op te bouwen. En -natuurlijk ontkomt hij aldus niet aan het gevaar van te veel te willen -bewijzen en dan toch ten slotte de consequentie van zijn uiterste -niet zelf aan te durven; wèl in zijn uitvoerige voorredenen, maar -niet in zijn stukken zelf. Als hij die voorredenen schrijft, kan hij -zoo vlijmscherp ontleden en conclusies trekken, als zijn toegespitst -vernuft maar veroorloven wil. Doch als auteur kan hij niet werken met -abstracties, en hoe meer hij zijn beeldend dramatiseerend vermogen -ontwikkelde, des te meer moest hij de abstractie loslaten om zijn -menschen in hun verscheidenheid en inconsequenties te teekenen. In -Mevr. Warren is hij losser van het "zelf aan de touwtjes-trekken" -dan in het eerste stuk; men ziet hem wel achter de schermen, maar -zijn figuren hebben toch al veel meer eigen leefkracht en zelf -bewegingsvermogen. En zoo ontschieten ze nogal eens aan de logica van -zijn thesis. Hij kan nu niet meer blind blijven voor de psychologische -waarheid, dat al moge moraliter de mede-genieter mede-aansprakelijk -blijven voor de wijze waarop geld bijeengebracht is, hij of zij, die -het vuile werk zèlf doen, toch anders besmet worden dan wie er vrij -van blijven. Hij leent mevr. Warren en Crofts zijn eigen dialectisch -vernuft en maatschappelijke kritiek, om hùn wijze van geldmakerij te -verdedigen met heel veel kracht en overtuiging, en niet zonder anderen, -die vrij-uit plegen te gaan, te raken. Maar met dat al is Frank, hoewel -een leeglooper en doeniet evengoed als Crofts, ook den schrijver zelf, -heel wat sympathieker dan deze eerste aandeelhouder in mevr. Warren's -huizen; en Vivie mag uit het veld geslagen worden door haar moeders -maatschappelijke logica omtrent hamer of aambeeld, en door Crofts -aanwijzing van haar indirecte mede-plichtigheid, de auteur kan immers -zelf niet nalaten te doen blijken dat deze nuchtere, hard-werkende -jonge vrouw niet van gelijk allooi is geworden als haar moeder en -Crofts, ook al heeft zij haar opvoeding te danken aan op dezelfde -methode verkregen gelden, als hún onguren rijkdom uitmaken. Ondanks al -zijn socialisme is Shaw--hij zegt het zelf in zijn Inleiding tot John -Bull's other Island (Ierland)--een protestantsch-individualist. Zonder -individualiseeringskunst zou hij trouwens geen mensch-teekenaar -kunnen zijn. En zoo worstelen in dit werk zijn levenstheorie en -zijn kunstenaarsdrift voortdurend met elkaar. Het eind is dat de -kunstenaar-individualist overwint. Mevr. Warren wordt, ondanks -haar sterke argumenten, met vriend Crofts aan den dijk gezet; en -Vivie blijft alleen achter om haar eigen redding te bewerken door -harden arbeid, buiten alle romantiek en schoonheidsdrift, die immers -met zinnelijkheid samenhangen en, in leegen rijkdom, tot wellust -vergroeien, ten bate van ondernemingen als van mevr. Warren. - - - -De tweeslachtigheid in dit werk wordt gelukkig goedgemaakt door de zeer -bizondere gaven van den puren dramaschrijver. Shaw teekent raak, slaat -raak, en zoo geeft ook dit stuk, dat in zijn zuiver intellectualisme -bijna alle ontroerend vermogen mist, ons een heel sterke intellectueele -opfrissching. Het is knap gebouwd, en al voelen we in de dominésfiguur -en in Frank's verhouding tot zijn vader de teekening tot overdrijving -overslaan; al raakt Vivie's persoonlijkheid de bevriezings-temperatuur -van het opzettelijk-bedachte, het geheel gaat toch voor ons leven uit -eigen innerlijke kracht, en onder den stuw van mevr. Warrens volbloedig -volkstemperament houdt het ons vast tot het eind. Crofts en Praeddie -zijn allebei prachtig geslaagde figuren, en de tegenstelling van het -cynisme van den éen tot de romantiek van den ander is geen oogenblik -te dik; toont zich zonder opdringerigheid, zooals ook die van Franks -fijnere losbol-gratie tot Croft's innerlijk grove verloopenheid. - - - -De titelkeus is bij vertaalster en mijzelf niet zonder lange overweging -definitief geworden. Mrs. Warrens Profession is zeker letterlijk -Mevr. Warrens Beroep, en in het laatste bedrijf schijnt Vivie voor -Frank en Praed haar moeders qualificatie neer te schrijven. Maar -het Engelsche woord profession heeft precies als ons beroep een -schakeering die het meer toepasselijk maakt op professoren, musici, -leeraren, dan op het hoofd eener vennootschap, zeker van het soort -als de hare. Tusschen Mevr. W's beroep, bedrijf en onderneming hebben -wij ten slot het middelste gekozen. 't Leek juister dan: beroep, -en is korter dan onderneming. En hoe korter een titel, hoe beter. - - -L. S. - - - - - - - - -PERSONEN: - - Mevr. WARREN. - VIVIE, haar dochter. - Dominé GARDNER. - FRANK, zijn zoon. - Jhr. CROFTS. - PRAED, Een architect. - - - - - - - - -EERSTE BEDRIJF. - - -Een zomernamiddag in den tuin van een villa op de oostelijke helling -van een heuvel een weinig ten zuiden van Haslemere in Surrey. Opkijkend -naar den heuvel, ziet men de villa in den linkerhoek van den tuin, met -een rieten dak, 'n overdekten ingang en een groot venster met kleine -ruitjes links van den ingang. Verder naar achteren is eene kleine -vleugel uitgebouwd, die een hoek maakt met den rechterzijmuur. Van -het eind van dien vleugel loopt een heining rechts en links, die den -heelen tuin insluit. Rechts 'n opendraaiend hek. Het veld rijst naar -boven, van het hek af tot aan den horizon. Links tegen de zijbank -van den ingang staan een paar linnen vouwstoelen toegeklapt. Een -damesrijwiel steunt tegen den muur onder 't raam. 'n Beetje naar -rechts een hangmat tusschen twee palen. Een groote linnen parasol -met den stok in den grond weert de zon van de hangmat, waarin een -jong meisje ligt te lezen en aanteekeningen te maken; haar hoofd naar -het huis en haar voeten naar den ingang van 't hek. Voor de hangmat -staat, binnen het bereik van haar hand, 'n gewone keukenstoel met -'n hoop studieboeken en 'n voorraad schrijfpapier er op. - - - -Van achter het huis komt 'n heer over 't veld aanwandelen. Hij is -nauwelijks voorbij den middelbaren leeftijd met het uiterlijk van -een kunstenaar; onconventioneel, maar keurig gekleed. Glad gezicht -met uitzondering van een snor, 'n levendig en gevoelig gelaat, -zeer vriendelijke en hoffelijke manieren. Zijn haar is zij-achtig -zwart met wat grauwe lokken er tusschen; zijne wenkbrauwen zijn wit, -zijn snor is zwart. Hij is niet zeker van z'n weg, kijkt over 't hek, -monstert de plek en krijgt dan het jonge meisje in het oog. - - -DE HEER (z'n hoed afnemend). Neemt u me niet kwalijk.--Kunt u me ook -terecht wijzen naar de villa van mevrouw Alison? - -DE JONGE DAME (opkijkend van haar boek). Dat is hier. (Zij hervat -haar lectuur). - -DE HEER. Och kom! Mag ik dan ook vragen ... bent u misschien juffrouw -Vivie Warren? - -DE JONGE DAME (kortaf, terwijl zij zich omkeert op haar elboog om -hem eens goed te bekijken). Ja. - -DE HEER (wat uit 't veld geslagen, op verzoenenden toon). Ik ben -bang, dat ik wat indringerig lijk.-- M'n naam is Praed. (Vivie gooit -dadelijk haar boek op den stoel en komt uit de hangmat). O, laat ik -u alsjeblieft niet storen. - -VIVIE (gaat met groote stappen naar 't hek en opent 't voor hem). Kom -binnen, mijnheer Praed. (Hij komt binnen). Blij u te zien. - - -Zij strekt haar hand uit en neemt de zijne beet met 'n beslisten, -vasten greep. Zij is een aantrekkelijk exemplaar van de -verstandige, knappe, goed ontwikkelde jonge Engelsche vrouw van -de middenklasse. Leeftijd: 22 jaar. Vlug, sterk, zelfbewust, vol -zelfvertrouwen. Eenvoudig praktisch gekleed, maar niet burgerlijk -of nonchalant. Draagt 'n chatelaine aan haar ceintuur, waaraan onder -meer afhangen 'n vul-penhouder en vouwbeen. - - -PRAED. Heel vriendelijk van u, juffrouw Warren. (Zij sluit 't hek met -een krachtigen duw; hij komt nader tot in 't midden van den tuin, -terwijl hij z'n vingers, die wat verdoofd zijn geworden door haar -begroeting, heen en weer beweegt). Is uw moeder al gekomen? - -VIVIE (haastig, blijkbaar de lucht krijgend van 'n overval). Kòmt die? - -PRAED (verwonderd). Verwachtte u ons dan niet? - -VIVIE. Nee. - -PRAED. Lieve hemel, dan hoop ik maar niet, dat ik me in den dag heb -vergist. Dat zou net iets voor mij zijn, weet u. Uw moeder maakte -'t plan, dat zij van Londen zou komen en ik van Horsham om hier aan -u voorgesteld te worden. - -VIVIE (in 't geheel niet in haar schik). Heeft ze dat gedaan? Zoo. M'n -moeder heeft 'n hebbelijkheid om me te verrassen--ik vermoed om te zien -hoe ik me gedraag, als zij er niet is.--Ik denk, dat ik m'n moeder een -dezer dagen eens geweldig zal verrassen, als zij plannen maakt, die -mij raken, zonder me van te voren te raadplegen.--Zij is nièt gekomen. - -PRAED (verlegen). Dat spijt me waarlijk heel erg. - -VIVIE (haar misnoegen van zich afgooiend). 't Is in ieder geval ùw -schuld niet, mijnheer Praed. En ik ben heel blij dat u gekomen bent, -geloof me. U bent de eenige van al m'n moeders vrienden, met wien ik -haar verzocht heb me in kennis te brengen. - -PRAED (opgelucht en verheugd). Wel, dat is werkelijk heel lief van u, -juffrouw Warren. - -VIVIE. Wilt u binnen komen? Of zit u liever buiten te praten? - -PRAED. Me dunkt, dat 't hier plezieriger is, dunkt u ook niet? - -VIVIE. Dan zal ik een stoel voor u krijgen. (Zij gaat naar den ingang -van 't huis om 'n tuinstoel te halen). - -PRAED. O pardon. (Hij vat den stoel beet). - -VIVIE (laat hem den stoel nemen). Pas op uw vingers. Ze zijn -verraderlijk die stoelen. (Zij gaat naar den stoel waarop haar boeken -liggen, smijt die in de hangmat en brengt den stoel met een zwaai -naar voren). - -PRAED (die zijn stoel juist uit elkaar heeft genomen). Toe, laat u -mij dezen stoel nemen. Ik hoû van harde stoelen. - -VIVIE. Ik ook (zij gaat zitten). Ga zitten, mijnheer Praed. (Zij -zegt dit met vriendelijke beslistheid, daar zijn bezorgdheid om haar -aangenaam te zijn, haar blijkbaar treft als 'n teeken van zwakheid -van karakter). - -PRAED. Maar--zouden we eigenlijk niet liever naar 't station gaan om -uw moeder af te halen? - -VIVIE (koel). Waarom? Zij weet den weg. (Praed aarzelt en gaat dan -zitten, wat uit 't veld geslagen). Ziet u, u bent juist zooals ik me -had voorgesteld. Ik hoop, dat u geneigd bent vrienden met me te worden. - -PRAED (weer stralend). Dank u, m'n lieve juffrouw Warren. Dank u -wel.--M'n hemel, ik ben zoo blij dat uw moeder u niet bedorven heeft. - -VIVIE. Hoe zoo? - -PRAED. Wel, door u conventioneel te maken. U moet weten, juffrouw -Warren, ik ben 'n geboren anarchist. Ik haat gezag. Dat bederft -de verhouding zoo tusschen ouders en kinderen,--zelfs die tusschen -moeder en dochter. En nu ben ik altijd bang geweest, dat uw moeder -al haar gezag zou aanwenden om ù conventioneel te maken. 't Is zoo -'n verlichting om te merken, dat zij 't niet gedaan heeft. - -VIVIE. Zoo! Heb ik me dan ònconventioneel gedragen? - -PRAED. O nee, in 't geheel niet. Tenminste niet conventioneel -onconventioneel, begrijpt u? (Zij knikt. Hij gaat verder, joviaal -losbarstend). Maar 't was zoo allerliefst van u om te zeggen, dat -u vrienden met me hoopte te worden. Jullie moderne vrouwen bent -werkelijk verrukkelijk! - -VIVIE (twijfelend). Zoo?--(Zij observeert hem met 'n begin van -teleurstelling over zijn verstand en karakter). - -PRAED. Toen ik zoo oud was als u, waren jonge mannen en -jonge meisjes eenvoudig bang voor elkaar. Er bestond geen -kameraadschappelijkheid,--niets echts.--Alleen hoffelijkheid, -nagevolgd uit romans en zoo vulgair en gekunsteld mogelijk. Maagdelijke -teruggetrokkenheid, mannelijke ridderlijkheid!--altijd neen zeggen -als er ja bedoeld werd!--eenvoudig een hel voor eerlijke en schuchtere -zielen. - -VIVIE. Ja, ik kan me voorstellen, dat er heel wat tijd verknoeid moet -zijn geworden, vooral die van de vrouwen. - -PRAED. O, verspilling van 't heele leven, letterlijk van alles!--Maar -we gaan vooruit!--U moet weten, ik ben bepaald opgewonden geweest -door 't vooruitzicht van u te ontmoeten na uw schitterend succes in -Cambridge, iets ongehoords in mijn tijd. 't Was prachtig dat u den -derden prijs in wiskunde gehaald hebt. Dat is juist de goede prijs, -weet u. Want de eerste prijswinner is altijd 'n droomerige, ziekelijke -kerel, in wien de ambitie haast tot manie is geworden. - -VIVIE. 't Betaalt niet. Ik zou 't niet wèèr doen voor hetzelfde geld. - -PRAED (verstijfd van verbazing). Voor 't geld!? - -VIVIE. Ik heb 't gedaan voor 50 pond. U weet misschien niet hoe dat -zat. Mevrouw Latham, m'n onderwijzeres, had m'n moeder verteld, dat -ik me in wiskunde zou kunnen onderscheiden, als ik er ernstig voor -ging werken. De kranten waren toen juist vol van Philippine Summers, -die bij 't vergelijkend examen den eersten prijswinner verslagen -had,--u herinnert u dat wel,--en m'n moeder wou toen niets liever, -dan dat ik 't zelfde zou doen. Ik zei haar vierkant, dat 't voor mij -'t blokken niet waard was, omdat ik niet in 't onderwijs zou gaan. Maar -ik stelde haar voor om, voor 50 pond, een vierden prijs of zoo iets te -halen. Daar ging ze, na wat gemopper, op in, en ik was tenslotte beter -dan m'n woord.--Maar ik zou 't niet wèèr er voor doen.--Tweehonderd -pond had 't minstens moeten zijn. - -PRAED (erg ontgoocheld). Heere bewaar me! Dat is een erg practische -opvatting! - -VIVIE. Had u verwacht me ònpractisch te vinden? - -PRAED. Nee, nee.--Maar me dunkt dat 't practisch zou zijn om niet -alleen in aanmerking te nemen het werk dat zoo'n prijs je kost, -maar ook de ontwikkeling, die 't aanbrengt. - -VIVIE. Ontwikkeling! M'n goeie mijnheer Praed, weet u wat zoo'n -examen in wiskunde beteekent? Dat beteekent blokken, blokken, -blokken, van zes tot acht uur daags in mathematiek en niets als -mathematiek.--'t Heet, dat ik ingewijd ben in de wetenschap, maar -in werkelijkheid weet ik niets behalve de wiskunde, die er aan -vast zit. Ik kan berekeningen maken voor ingenieurs, electriciens, -assurantie-maatschappijen enz.,--maar ik weet zoo goed als niets van -de dingen zelf,--van techniek of natuurkunde. Ik kan zelfs niet eens -goed rekenen.--Behalve wiskunde, lawntennis, eten, slapen, fietsen en -wandelen, ben ik een oneindig meer onwetende barbaar, dan eenige vrouw, -die nièt voor die examens gewerkt heeft, mogelijkerwijs maar zijn kan. - -PRAED (verontwaardigd). Wat 'n afschuwelijk slecht, verachtelijk -systeem! Ik wist 't wel! Ik heb dadelijk gevoeld dat 't alles wat -vrouwelijkheid zoo bekoorlijk maakt, moet vernietigen. - -VIVIE. O, wat dàt betreft, kom ik er niet tegen op.--Ik zal er in -ieder geval goed partij van trekken, dat beloof ik u. - -PRAED. Poeh!--Op wat voor manier? - -VIVIE. Ik ga een paar kamers nemen in de city en me vestigen als -wiskunstig adviseur voor maatschappijen. Onder dien titel doe ik dan -meteen wat zaakwaarnemerij met een oogje op de beurs. Ik ben hier ook -alleen gekomen om een beetje wet te studeeren,--niet voor een vacantie, -zooals m'n moeder gelooft. Ik haat vacanties. - -PRAED. Hè, u maakt me koud! Verlangt u dan naar geen romantiek, -geen schoonheid in uw leven? - -VIVIE. Noch 't een noch 't ander, dat verzeker ik u. - -PRAED. Dat kunt u niet meenen. - -VIVIE. Zeker meen ik het. Ik hoû van werken en van er voor betaald te -worden. Als ik moe ben van m'n werk, dan hoû ik van een makkelijken -stoel, een sigaar en wat whisky en van 'n roman met een boeiend -detective-verhaal er in. - -PRAED (in 'n woede van afkeuring). Dat geloof ik niet. Ik -ben 'n artiest, en ik kàn 't niet gelooven. Ik weiger 't te -gelooven. (Enthousiast) O, m'n beste juffrouw Warren, u hebt er nog -geen begrip van, wat een wonderbare wereld de kunst voor u kan openen. - -VIVIE. Ja, dat heb ik wel. Verleden jaar Mei heb ik zes weken in -Londen doorgebracht bij Honoria Fraser. Mama dacht, dat we er alles -gingen zien, maar feitelijk was ik iederen dag op Honoria's kantoor -in Chancery Lane, waar ik werkte aan wiskunstige berekeningen en haar -hielp zoo goed als 'n groen als ik dat doen kon.--'s Avonds rookten -en praatten we, en we droomden er nooit van om uit te gaan, behalve -om wat beweging te nemen. En nooit heb ik m'n leven meer genoten dan -toen.--Ik betaalde al m'n uitgaven en werd, zonder eenig leergeld, -in de zaken ingewijd--op den koop toe. - -PRAED. Maar bij m'n ziel en m'n zaligheid, juffrouw Warren, noemt u -dat: u op de hoogte stellen van kunst? - -VIVIE. Wacht even. Dat was 't begin niet. Ik ging naar Londen toe, -naar aanleiding van 'n invitatie van 'n paar artistieke menschen -uit de Fitzjohn's Avenue; één van de meisjes is 'n kameraad van -me uit Newnham. Die namen me toen naar de National Gallery, naar de -opera en naar 'n concert, waar 't orkest den heelen avond Beethoven, -Wagner en zoo al meer speelde. Ik zou datzelfde niet nog eens willen -doormaken, al bood u me ook ik weèt niet wàt er voor aan. Ik verdroeg -'t uit beleefdheid tot den derden dag toe, maar toen zei ik botweg, -dat ik 't niet meer uit kon houden en ging naar Chancery Lane.--Nu -kent u dus het soort van door en door verrukkelijk moderne jonge dame, -die ik ben.--Hoe denkt u nu dat ik met m'n moeder op zal schieten? - -PRAED (ontdaan). Wel.... è.... ik hoop.... è.... - -VIVIE. 't Is niet zoozeer wat u hoopt, maar wel wat u gelooft, dat -ik wil weten. - -PRAED. Wel, ronduit gezegd, ik ben bang, dat uw moeder wat -teleurgesteld zal wezen. Niet wegens eenige tekortkomingen van uw kant, -dàt meen ik niet, maar.... u bent zoo verschillend van haar ideaal. - -VIVIE. Wàt is dan haar ideaal? - -PRAED. Wel, u zult al eens opgemerkt hebben, juffrouw Warren, dat de -menschen, die ontevreden zijn over hun eigen opvoeding, gewoonlijk -gelooven, dat de wereld pas goed zou worden, als iedereen heel anders -werd opgevoed! Nu is uw moeders leven.... è.... Ik vermoed, dat u -wel weet.... - -VIVIE. Ik weet niets. (Praed is geweldig ontdaan; zijn ontsteltenis -neemt toe als zij voortgaat). Daarin zit juist de moeielijkheid. U -vergeet, mijnheer Praed, dat ik m'n moeder haast niet ken. Van kind -af heb ik in Engeland gewoond, op school of op kostschool, of bij -menschen, die betaald werden om voor me te zorgen. Ik ben m'n heele -leven uitbesteed geweest; en m'n moeder heeft in Brussel en Weenen -gewoond en me nooit bij haar laten komen. Ik zie haar alleen als zij -voor 'n paar dagen overkomt. Ik beklaag me niet; ik heb 'n goeien tijd -gehad, want de menschen zijn heel lief voor me geweest en er was altijd -overvloed van geld om alles makkelijk te maken. Maar beeld u niet in, -dat ik ièts van m'n moeder afweet. Ik weet veel minder dan u. - -PRAED (heel weinig op z'n gemak). In dat geval.... (hij houdt op, -geheel in de war. Dan, met 'n gedwongen poging tot vroolijkheid). Maar -kom, wat 'n onzin praten we! Natuurlijk zult u en uw moeder uitstekend -samen opschieten. (Hij staat op en kijkt naar 't uitzicht). Wat -'n allerliefst plekje is het hier! - -VIVIE (koel). Als u denkt, dat u iets anders doet dan m'n ergste -vermoedens bevestigen door op eens van onderwerp te veranderen, -dan houdt u me wel voor 'n veel grooter domkop dan ik hoop te zijn. - -PRAED. Uw ergste vermoedens! O zegt u dat niet, toe nee. - -VIVIE. Waarom verdraagt m'n moeders leven geen bespreking? - -PRAED. Wel, denk eens 'n oogenblik na, juffrouw Warren. 't Is immers -natuurlijk, dat ik 'n zekeren schroom moet voelen, om met de dochter -van 'n oude vriendin stilletjes over haar moeder te praten.... U zult -ruimschoots gelegenheid hebben er met haarzelf over te spreken, als -zij hier is (bezorgd). Ik begrijp niet, waardoor zij opgehouden wordt. - -VIVIE. Nee; zij zal er evenmin over praten (opstaande). Intusschen, -ik zal er niet bij u op aandringen. Onthoud alleen dit mijnheer Praed: -ik heb 'n sterk vermoeden, dat zij en ik het duchtig aan den stok -zullen krijgen, wanneer zij hoort van m'n Chancery Lane plan. - -PRAED (droevig). Daar ben ik ook bang voor. - -VIVIE. Ik zal het winnen, omdat ik niets anders noodig heb dan m'n -reiskosten naar Londen, om daar morgen al m'n brood te gaan verdienen -door te duivelstoejagen voor Honoria. Daarenboven heb ik niets geheim -te houden en zij blijkbaar wèl. En ik zal van dàt voordeel over haar -zoo noodig ook gebruik maken. - -PRAED (erg gechoqueerd). O nee, als 't u blieft niet. Zòò iets kunt -u niet doen. - -VIVIE. Zeg me dan waarom niet. - -PRAED. Dat kàn ik werkelijk niet. Ik doe 'n beroep op uw -fijngevoeligheid. (Zij glimlacht om z'n sentimentaliteit) U zoudt -daarenboven ook te veel kunnen wagen. Uw moeder is niet iemand, -die met zich spelen laat, wanneer zij boos is. - -VIVIE. U kunt mij niet bang maken, mijnheer Praed. Tijdens die ééne -maand in Chancery Lane heb ík gelegenheid gehad om te zien, wat 'n paar -vrouwen van 't slag van m'n moeder waard waren, die Honoria kwamen -consulteeren. U kunt er van op aan, dat ik winnen zal. Maar als ik -er in m'n onwetendheid harder op los sla, dan noodig is, vergeet dan -niet, dat ú vergeten hebt me nader in te lichten. En laten we nu van -'t onderwerp afstappen. (Zij neemt den stoel en plaatst dien weer -bij de hangmat met denzelfden krachtigen zwaai als te voren). - -PRAED ('n wanhopig besluit nemend). Een paar woorden nog, juffrouw -Warren. Ik deed beter met u te zeggen.... 't is heel moeielijk, -maar.... - - -(Mevrouw Warren en Jonkheer George Crofts komen aan bij het -hek. Mevrouw Warren is 'n vrouw van tusschen de 40 en 50; knap -van uiterlijk, opzichtig gekleed met een veelkleurigen hoed en 'n -dito blouse, nauw aansluitend over haar buste en geflankeerd door -modieuse mouwen. Nogal bedorven en bevelend, maar over 't geheel een -opgewekte en tamelijk presentabele koppelaarster van 'n vrouw. Crofts -is 'n lange, forsch gebouwde man van ongeveer 50, modieus en jeugdig -gekleed. Heeft 'n dun, scherp neusgeluid, zooals niet van z'n krachtig -lichaam verwacht zou worden. Gladgeschoren bulldogkaken, groote, -platte ooren en 'n dikke nek; een heerachtige combinatie van de -brutaalste typen van 'n stadsmensch, sportman en doordraaier). - - -VIVIE. Daar zijn ze. (Gaat naar hen toe, als ze binnenkomen), Hoe gaat -'t ouwe vrouw? Mijnheer Praed heeft hier al 'n half uur op u gewacht. - -MEVR. WARREN. Ja, als je gewacht hebt, Praeddie, dan is 't je -eigen schuld. Ik dacht, dat je zoo snugger zou geweest zijn, om te -bedenken, dat ik met den trein van 3.10 zou komen. Vivie, zet je -hoed op lieverd, je verbrandt anders zoo.--O, ik vergat nog je voor -te stellen. Jhr. George Crofts,--m'n kleine Vivie. (Crofts gaat naar -Vivie toe met zijn meest hoffelijk air. Zij knikt, maar maakt geen -beweging om hem 'n hand te geven). - -CROFTS. Mag ik de hand drukken van 'n jonge dame, die ik al lang bij -reputatie gekend heb als de dochter van een van m'n oudste vrienden? - -VIVIE (die hem scherp heeft opgenomen). Als u wilt. (Zij neemt zijn -weder aangeboden hand en geeft die 'n kneep, die hem z'n oogen doet -opensperren. Draait zich dan om en zegt tot haar moeder) Wilt u -binnen komen of zal ik nog een paar stoelen krijgen? (Zij gaat naar -den ingang voor de stoelen). - -MEVR. WARREN. Wel George, hoe vindt je haar nu? - -CROFTS (bedrukt). Zij heeft kracht in d'r handen.--Heb jij haar een -hand gegeven, Praed? - -PRAED. 't Zal straks wel overgaan. - -CROFTS. Dat hoop ik. (Vivie verschijnt weer met twee stoelen. Hij -snelt toe om haar te helpen). Permitteert u me. - -MEVR. WARREN (beschermend). Laat Jhr. Crofts je helpen, kindlief. - -VIVIE (de stoelen bijna in z'n armen smijtend). Daar dan. (Zij slaat -haar handen af en wendt zich tot mevrouw Warren). U wilt zeker wel -thee hebben, niet? - -MEVR. WARREN (gaat op Praeds stoel zitten en bewaait zichzelf). Ja, -ik smacht naar een druppel drinken. - -VIVIE. Ik zal er voor zorgen. (Zij gaat de villa binnen. Jhr. Crofts -is er intusschen in geslaagd om 'n stoel uit elkaar te vouwen en -zet die naast Mevr. Warren aan haar linkerkant. Hij gooit den andere -op het gras en gaat zitten,--terwijl hij er wat terneergeslagen en -onnoozel uitziet,--met den knop van z'n stok in z'n mond. Praed, -nog steeds niet op z'n gemak, scharrelt onrustig, rechts van hen, -heen en weer door den tuin). - -MEVR. WARREN (tot Praed, terwijl zij naar Crofts kijkt). Kijk eens naar -hem, Praeddie; ziet-ie er niet vroolijk uit? Daar heeft-ie me nou drie -jaar lang het hoofd gek gemaakt om dat kind van me te mogen zien. En -nou ik 't gedaan heb, is-ie heelemaal van streek (levendig). Kom, -zit rechtop, George en neem die stok uit je mond. (Hij gehoorzaamt -knorrig). - -PRAED. Ik geloof, zie je--je moet me niet kwalijk nemen als ik 't -zeg--dat wij ons àf moeten wennen, om aan Vivie te denken als aan -'n klein meisje. Ze heeft zich werkelijk onderscheiden en, ik ben -niet zeker na hetgeen ik van haar gezien heb, dat ze niet ouder is -dan een van ons allen. - -MEVR. WARREN (grootelijks geamuseerd). Hoor je hem, George! Ouder dan -een van ons allen! Wel, wel, ze heeft je aardig weten te overduvelen -met het besef van haar eigen gewichtigheid. - -PRAED. Jonge menschen zijn er bizonder gevoelig voor om op die manier -behandeld te worden. - -MEVR. WARREN. Ja, en daarom moet al die nonsens er maar eens bij jonge -menschen uitgetrommeld worden en nog 'n boel meer daarenboven. Bemoei -jij er je niet mee, Praeddie. Ik weet hoe ik met m'n eigen kind moet -omgaan, zoo goed als jij. - -(Ernstig hoofdschuddend, wandelt Praed den tuin in, met z'n handen -achter op z'n rug. Mevr. Warren doet of ze lacht, maar kijkt hem na -met zichtbare bezorgdheid, dan fluistert ze tegen Crofts) Wat is er -aan de hand met hem? Waarom vat hij dat nou zoo op? - -CROFTS (knorrig). Je bent bang voor Praed. - -MEVR. WARREN. Wat? Ik?--Bang voor goeie, ouwe Praeddie?--'n Vlieg -zou niet eens bang voor hem zijn. - -CROFTS. Jij bent bang voor hem. - -MEVR. WARREN (boos). Ik verzoek je je met je eigen zaken te bemoeien -en niet je kwaaie humeur op mìj te luchten. Ik ben in ieder geval -niet bang voor jóu. Als jij jezelf niet aangenamer weet te maken, -ga dan liever naar huis toe. (Zij staat op en terwijl ze hem haar -rug toedraait, staat ze ineens van aangezicht tot aangezicht met -Praed). Kom, Praeddie, ik weet, dat 't alleen je goedhartigheid is. Je -bent bang, dat ik haar te hard aan zal pakken. - -PRAED. M'n beste Kitty, je denkt dat ik beleedigd ben, maar heusch, -dat is zoo niet. Je weet, dat ik dikwijls dingen oplet, die jou -ontsnappen. En hoewel je nooit m'n raad opvolgt, moet je soms later -wel eens toegeven, dat je 't wèl hadt moeten doen. - -MEVR. WARREN. Wel, en wat let je dan nou op? - -PRAED. Alleen maar, dat Vivie 'n volwassen vrouw is. Ik smeek je Kitty, -behandel haar met alle respect. - -MEVR. WARREN (met echte verbazing). Respect! M'n eigen dochter met -respect behandelen! Wat nog meer, asjeblieft! - -VIVIE (verschijnt aan de deur van de woning en roept tot -Mevr. Warren). Moeder, wil u ook naar m'n kamer komen en uw hoed -afzetten voor de thee? - -MEVR. WARREN. Ja lieverd. (Zij lacht toegevend tegen Praed en tikt -hem op z'n wang als ze langs hem heen gaat op weg naar den ingang. Zij -volgt Vivie naar binnen). - -CROFTS (haastig). Zeg, Praed. - -PRAED. Ja. - -CROFTS. Ik moetje nogal 'n eigenaardige vraag doen. - -PRAED. Ga je gang. (Hij neemt mevr. Warren's stoel en gaat vlak naast -Crofts zitten). - -CROFTS. Juist; ze mochten ons eens hooren, door 't raam heen.--Zeg -eens, heeft Kitty je ooit verteld wie de vader is van dat meisje? - -PRAED. Nooit. - -CROFTS. Heb je eenig vermoeden, wie 't zijn kan? - -PRAED. In 't minst niet. - -CROFTS (gelooft hem niet). Ik begrijp natuurlijk, dat jij je misschien -verplicht kunt voelen om niets te zeggen, als zij je wat verteld -had. Maar 't is heel onaangenaam om in onzekerheid te blijven, juist -nu we 't meisje iederen dag zullen ontmoeten. Je weet niet precies -hoe je tegenover haar staat. - -PRAED. Wat maakt dat voor onderscheid? We nemen haar voor wat ze zelf -waard is. Wat komt 't er op aan wie haar vader was? - -CROFTS (wantrouwend). Dus je weet wie 't was? - -PRAED (even uit z'n humeur). Ik zei je toch van niet. Heb je dat -niet gehoord? - -CROFTS. Kijk eens hier, Praed. Ik vraag 't je als 'n bizondere gunst: -als je 't wèèt (beweging van protest van Praed).--Ik zeg alleen, als je -'t weet, stel me dan tenminste gerust. De zaak is, dat ik me tot haar -aangetrokken voel. O, maak je niet benauwd. 't Is 'n heel onschuldig -gevoel, dat is 't juist wat me in de war brengt.--Heere bewaar me, -voor zoover ik weet, kan ik wel haar vader zijn. - -PRAED. Jij! Onmogelijk! Welnee, onzin! - -CROFTS (hem slim trachtend te vangen). Weet je dan, dat ik 't nièt ben? - -PRAED. Ik weet er niets van, zeg ik je, zoo min als jij. Maar werkelijk -Crofts--dàt is buiten de kwestie. Er is niet de minste gelijkenis. - -CROFTS. Wat dat betreft, is er geen gelijkenis tusschen haar en haar -moeder, voor zoover ik zien kan. Ik veronderstel, dat ze niet jouw -dochter is, hè? - -PRAED (verneemt die vraag met 'n verontwaardigden blik; dan herstelt -hij zich met geweld en zegt zacht en ernstig). Hoor eens, m'n beste -Crofts. Met dien kant van mevrouw Warrens leven heb ik niets te maken -en nooit te maken gehad. Zij heeft er mij nooit over gesproken en -natuurlijk heb ik 't haàr niet gedaan. Je kieschheid zal je vertellen, -dat 'n knappe vrouw behoefte heeft aan 'n paar vrienden, die, wel -... waarmee ze niet op dièn voet staat. Haar eigen schoonheid zou -'n echte last voor haar worden, als zij er niet nu en dan eens aan -ontkomen kon. Waarschijnlijk ben jij veel vertrouwelijker met Kitty -dan ik. Je kunt haar dus stellig zelf die vraag doen. - -CROFTS (staat ongeduldig op). Ik hèb 't haar gevraagd,--dikwijls -genoeg. Maar zij staat er zòò op om 't kind heelemaal voor zich te -houden, dat ze, als ze kon, zelfs zou loochenen, dat 't ooit 'n vader -gehad heeft.--Nee, uit haàr is niets te halen, niks geloofwaardigs -tenminste.--Ik voel er me niks op m'n gemak over, Praed. - -PRAED. Wel, daar je in ieder geval oud genoeg bent om haar vader te -zijn, kunnen we samen hièrin overeenkomen, om juffrouw Vivie vaderlijk -te behandelen, als 'n meisje, dat we moeten helpen en beschermen. En -dàt te meer, omdat haar werkelijke vader, wie die dan geweest mag zijn, -waarschijnlijk 'n schurk was. Wat denk jij hiervan? - -CROFTS (nijdig). Ik ben niet ouder dan jij, als je daàrop doelt. - -PRAED. Dat ben je wel, ouwe jongen. Jij bent oud geboren. Ik ben -jong geboren. Ik heb 't nooit zoover kunnen brengen in m'n leven, -om het zelfvertrouwen te krijgen van 'n volwassen man. - -MEVR. WARREN (roept van 't huis uit). Praed...die! George!... -Thee...e...ee! - -CROFTS (haastig). Ze roept ons.--(Hij snelt naar binnen. Praed -schudt ongerust 't hoofd en wil langzaam volgen, als hij begroet -wordt door 'n jongen man, die juist op 't veld verscheen, en -naar 't hek toekomt. Hij is 'n aardige, knappe, smaakvol gekleede -absolute-deugniet-van-'n-jongen, van even 20 jaar, met 'n allerliefste -stem en grappige, familjare manieren. Hij draagt 'n klein jachtgeweer). - -DE JONGE MAN. Allo! Praed! - -PRAED. Wat! Frank Gardner! (Frank komt binnen en schudt hem hartelijk -de hand). Wat ter wereld voer jij hier uit? - -FRANK. Ik ben bij m'n vader. - -PRAED. De romeinsche vader? - -FRANK (knikkend). Die is dominé hier.--Ik woon dezen zomer bij m'n -familie,--uit zuinigheid. De zaken zijn in Juli tot 'n crisis gekomen, -toen moest de romeinsche vader opdokken.--Hij is daardoor absoluut -blut, net als ik.--Wat haal jij uit in deze buurt? Ken je hier de -menschen? - -PRAED. Ja. Ik breng den dag door bij 'n zekere juffrouw Warren. - -FRANK (enthousiast). Wat! Ken je Vivie? Is ze geen leuke meid? Ik leer -haar schieten, weet je (hij toont hem z'n geweer). Ik ben blij, dat zij -jou kent. Jij bent juist 't soort van man, dien ze kennen moet. (Hij -glimlacht en laat z'n welluidende stem zingend de hoogte ingaan, -als hij uitroept). 't Is allemachtig leuk, je hier te ontmoeten, -Praed,--vind je ook niet? - -PRAED. Ik ben 'n oude vriend van haar moeder. Mevrouw Warren liet me -hierheen komen om kennis te maken met haar dochter. - -FRANK. Haar moeder! Is diè hier? - -PRAED. Ja, daarbinnen voor de thee.... - -MEVR. WARREN (roepend van huis uit). Praeddie..ie..ie..ie..! De -tulband wordt koud. - -PRAED (roepend). Ja mevrouw Warren. Dadelijk. Ik heb hier juist -'n vriend ontmoet. - -MEVR. WARREN. 'n Wat? - -PRAED (harder). Een vriend. - -MEVR. WARREN. Breng hem binnen. - -PRAED. Goed (tot Frank). Neem je de invitatie aan? - -FRANK (ongeloovig, maar geweldig geamuseerd). Is dàt Vivie's moeder? - -PRAED. Ja. - -FRANK. Allemachtig! wat 'n grap! Denk je, dat ik in haar smaak -zal vallen? - -PRAED. Ik twijfel niet of je zult jezelf, zooals gewoonlijk, aangenaam -weten te maken. Kom mee en doe je best (gaat naar 't huis toe). - -FRANK. Wacht even (ernstig). Ik moet je iets in vertrouwen vertellen. - -PRAED. Nee, asjeblieft niet. 't Zal zeker weer 'n nieuwe dwaasheid -zijn, zooals toen met die buffetjuffrouw van Redhill. - -FRANK. 't Is veel ernstiger dan toen.--Zei je, dat je Vivie nu voor -'t eerst ontmoet hebt? - -PRAED. Ja. - -FRANK (verward). Dan kun je je ook geen idee maken wat voor meisje 't -is. Wat 'n karakter! Wat 'n verstand! En haar knapheid! Goeie genade, -Praed, ik kan je verzèkeren, dat zij knap is! En daarbij het liefste -hartje dat je... - -CROFTS (steekt z'n hoofd uit 't raam). Zeg Praed, wat voer je uit? Kom -dan toch (hij verdwijnt). - -FRANK. Allo! Net 't soort van kerel, die 'n prijs kon winnen op -'n hondententoonstelling, niet? Wie is dat? - -PRAED. Jhr. George Crofts, 'n oud vriend van mevrouw Warren. Ik geloof -dat we beter doen met naar binnen te gaan. (Op hun weg naar den ingang -worden ze opgehouden door 'n roep van 't hek af. Zich omkeerend zien ze -'n ouden dominé er overheen kijken). - -DE DOMINÉ (roepend). Frank! - -FRANK. Allo! (tot Praed). De romeinsche vader! (Tot den dominé) -Jawel oude heer, dadelijk. (tot Praed) Zeg, Praed, ga jij maar thee -drinken. Ik kom direct bij je. - -PRAED. Best. (Hij neemt z'n hoed af voor den dominé, die den groet -koeltjes van uit de verte beantwoordt. Praed gaat 't huis binnen. De -dominé blijft stijf staan buiten 't hek, met z'n handen er boven op.) - - -De wel eerwaarde Samuel Gardner, een dominé van de staatskerk, is over -de 50. Hij is 'n pretentieus, winderig, lawaaiig mensch, die zich op -hopelooze wijze tracht te doen gelden als vader en als geestelijke, -zonder in staat te zijn om in één van die twee kwaliteiten respect -in te boezemen. - - -DOMINÉ. Wel, jongmensch. Mag ik vragen wie je vrienden hier zijn? - -FRANK. O, dat is in orde, oude heer. Kom binnen. - -DOMINÉ. Nee seigneur. Niet vòòr ik weet wiens tuin ik binnenkom. - -FRANK. Da's in orde. 't Is de tuin van juffrouw Warren. - -DOMINÉ. Die heb ik niet in de kerk gezien, sinds ze hier is. - -FRANK. Natuurlijk niet. Ze heeft 'n derden prijs gehaald in -wiskunde;--is allemachtig geleerd. Ze heeft 't verder gebracht dan -jij. Waarom zou ze dan naar jouw gepreek komen luisteren? - -DOMINÉ. Wees niet oneerbiedig, jongmensch. - -FRANK. O! komt er niet op aan: niemand hoort ons. Kom binnen! (hij -opent 't hek, op ongegeneerde wijze z'n vader met zich meetrekkend, -den tuin in). Ik zal je aan haar voorstellen. We schieten kranig -samen op; ze is allerliefst. Herinner je je nog den raad, dien je me -verleden Juli gegeven hebt, oude heer? - -DOMINÉ (streng). Ja. Ik raadde je aan om je luiheid en onbezonnenheid -te overwinnen en je in te werken in het een of ander eervol beroep -en te trachten om daàrvan te leven, in plaats van mijn geld. - -FRANK. Nee, dàt heb je naderhand bedacht. Wat je eigenlijk zei, was, -dat ik, omdat ik geen hersenen en geen geld heb, beter zou doen met -partij te trekken van m'n knappe uiterlijk, door iemand te trouwen -met allebei. Wel, kijk nou eens, juffrouw Warren heeft verstand,--dàt -kun je niet loochenen. - -DOMINÉ. Verstand is niet alles. - -FRANK. Nee natuurlijk niet, er is geld ook noodig. - -DOMINÉ (hem op strengen toon onderbrekend). Ik dacht niet aan geld. Ik -meende hoogere dingen,--'n maatschappelijke positie bijvoorbeeld. - -FRANK. Daar geef ik geen lor om. - -DOMINÉ. Maar ik wèl, jongenheer. - -FRANK. Wel, niemand vraagt ù om haar te trouwen. In ieder geval,--zij -heeft zooveel als 'n universitairen graad en schijnt zooveel geld te -kunnen krijgen als ze verlangt. - -DOMINÉ (met 'n zwakke poging tot grappigheid). Ik twijfel hard of ze -zooveel geld zal hebben als jij verlangt. - -FRANK. Kom! Zoò verkwistend ben ik niet geweest. Ik leef zoo rustig -mogelijk. Ik drink niet, ik wed haast niet en ik ga nooit zoo geregeld -aan de rol, als jij deedt toen je zoo oud was als ik. - -DOMINÉ (hol bulderend). Zwijg, heerschap! - -FRANK. Wel, je hebt mezelf verteld, toen ik me zoo ezelachtig -aanstelde met die buffetjuffrouw in Redhill, dat je eens 'n vrouw 50 -pond hadt aangeboden in ruil voor brieven, die je haar indertijd hadt -geschreven, toen.... - -DOMINÉ (doodelijk ontsteld). Sst, in 's hemelsnaam, Frank! (Hij kijkt -angstig rond. Als hij niemand binnen z'n bereik ziet, vat hij weer moed -en buldert opnieuw, maar wat gedempter nu). Je maakt 'n onedelmoedig -misbruik van wat ik je eens heb toevertrouwd voor je eigen bestwil; -om je te redden van 'n dwaling, die je je leven lang berouwd zoudt -hebben! Spiegel je aan je vaders afdwalingen en maak ze geen excuus -voor die van je zelf. - -FRANK. Heb je ooit 't verhaal gehoord van den Hertog van Wellington -en z'n brieven? - -DOMINÉ. Nee seigneur, en ik verlang het niet te hooren ook. - -FRANK. De oude ijzeren hertog, smeet gèen 50 pond weg; diè niet, -hoor! Hij schreef alleen: "Lieve Jenny, publiceer en stik, je -toegenegen Wellington." Dat behoorde jij ook gedaan te hebben. - -DOMINÉ (beklaaglijk). Frank, m'n jongen! Toen ik die brieven schreef, -plaatste ik mezelf in de macht van die vrouw. En toen ik jou van haar -vertelde, plaatste ik mezelf--'t spijt me, dat ik 't zeggen moet--tot -op zekere hoogte in jouw macht. Zij weigerde m'n geld met de woorden, -die ik nooit vergeten zal: "Weten is macht, en nooit verkoop ik -macht." Dat is nu meer dan twintig jaar geleden en ze heeft nooit -misbruik gemaakt van haar macht of me zelfs 'n oogenblik van onrust -bezorgd. Jij gedraagt je slechter tegenover me dan zij, Frank. - -FRANK. Ja, dat is wel mogelijk... Preekte je ooit tegen haar, zooals -je iederen dag tegen mij preekt? - -DOMINÉ (gekwetst tot schreiens toe). Ik ga weg, jongen. Je bent -onverbeterlijk. (Hij keert zich om naar 't hek). - -FRANK (volmaakt onbewogen). Wees 'n goeie kerel en zeg thuis, dat ik -niet terug kom voor thee, wil je, ouwe heer? (Hij gaat naar de deur -van de woning en komt Vivie tegen, die er juist uitkomt, gevolgd door -Praed, Crofts en Mevrouw Warren). - -VIVIE (tot Frank). Is dat je vader, Frank? Ik verlang om kennis met -hem te maken. - -FRANK. Zeker. (Z'n vader achterna roepend). Ouwe heer! (De dominé keert -om bij 't hek, zenuwachtig aan z'n hoed frommelend; Praed komt den -tuin in van den tegenovergestelden kant, stralend in 't vooruitzicht -van de komende plichtplegingen. Crofts sluipt rond bij de hangmat -en port die met z'n stok, om ze te laten schommelen. Mevrouw Warren -blijft op den drempel staan, strak turend naar den dominé). Laat me -je eens voorstellen: mijn vader, juffrouw Warren. - -VIVIE (gaat naar den dominé en geeft hem de hand). Doet me -plezier u te zien, mijnheer Gardner. Laat me iedereen aan elkaar -voorstellen. Mijnheer Gardner--mijnheer Frank Gardner, mijnheer Praed, -jonkheer George Crofts en.... (terwijl de heeren de hoeden voor elkaar -afnemen, wordt Vivie onderbroken door een kreet van haar moeder, -die losschiet op den dominé). - -MEVR. WARREN. Wel! 't Is Sam Gardner, die dominé geworden is! Ken je -ons niet meer, Sam? Dit is George Crofts, in levenden lijve en zoo -jolig als ooit. Herinner je je mij niet meer? - -DOMINÉ (heel rood). Werkelijk...è... - -MEVR. WARREN. Natuurlijk doe je. Kom, ik heb nog 'n album vol met -brieven van je. Ik kreeg ze 'n paar dagen geleden nog toevallig -in handen. - -DE DOMINÉ (droevig verlegen). Juffrouw Vasavour, geloof ik. - -MEVR. WARREN (verbetert hem snel, luid fluisterend). Sst, ben je -mal! Mevrouw Warren--Zie je m'n dochter daar niet? - - - - - - - - -TWEEDE BEDRIJF. - - -In de villa na donker. Naar 't Oosten kijkend van binnen uit, -in plaats van naar 't Westen van buiten af, ziet men het raam -met kleine ruitjes waarvoor de gordijnen zijn dichtgetrokken, nu -midden in den voormuur van het villatje, met de entreedeur links er -van. In den linkermuur is de deur, die naar den uitbouw leidt. Op -den achtergrond tegen denzelfden muur is 'n klein plat buffet met -'n kaars en lucifers er op, en Franks geweer, waarvan de loop in -'n bordenrek rust, er tegen aangezet. In het midden een tafel met -'n aangestoken lamp er op. Vivie's boeken en schrijfgerei liggen op -'n tafel rechts van 't raam, tegen den muur aan. De haard is rechts -met 'n klein bankje er voor; er is geen vuur in. Twee van de stoelen -zijn rechts en links van de tafel geplaatst. - -De entree-deur gaat open, waardoor men buiten 'n mooie sterrenlucht -ziet, en mevrouw Warren gewikkeld in 'n shawl van Vivie, komt binnen, -gevolgd door Frank. Ze heeft genoeg van wandelen en blaast 'n zucht -van verlichting uit, terwijl zij de pennen uit haar hoed neemt, die -daarna afzet, de pennen door den bol steekt en den hoed op tafel legt. - - -MEVR. WARREN. O Heere! Ik weet niet wàt 't ergste is van 't buiten -zijn; het wandelen of 't thuiszitten zonder iets uit te voeren. Ik -zou nou veel geven voor 'n whisky met spuitwater, als er zoo iets -maar te krijgen was in dit gat. - -FRANK (helpt haar om haar shawl af te doen en geeft onder de hand -haar schouders eventjes 'n lichte liefkoozing). Misschien heeft Vivie -wel wat. - -MEVR. WARREN (keert zich om en kijkt even naar hem van uit den hoek -van haar oog, als ze het kneepje voelt). Gekheid! Wat zou 'n jong -meisje als zij daarmee doen.--Enfin, komt er niet op aan. (Ze valt -vermoeid neer op 'n stoel bij de tafel). Ik begrijp niet hoe ze haar -tijd hier zoek brengt. Ik zou veel liever in Weenen zitten. - -FRANK. Laat mij u daar mee naar toenemen. (Hij vouwt de shawl netjes -op, hangt die over den rug van den anderen stoel en gaat tegenover -haar zitten). - -MEVR. WARREN. Loop heen! Bij jou is 't geloof ik ook: 'n aardje naar -z'n vaartje. - -FRANK. Precies de oude heer, hè? - -MEVR. WARREN. Houd je daar buiten. Wat weet je van die dingen af? Je -bent nog maar 'n kuiken. - -FRANK. Toe, ga met me mee naar Weenen. 't Zou zoo allemachtig leuk -zijn. - -MEVR. WARREN. Dank je wel. Weenen is geen plaats voor jou, tenminste -niet vòòr je wat ouder bent. (Zij knikt tegen hem om kracht bij -te zetten aan deze raadgeving. Hij zet 'n kwasi-droevig gezicht, -terwijl z'n oogen lachen. Zij kijkt hem aan, staat dan op en komt -naar hem toe). Kijk 'ns hier, kleine vent--(neemt z'n gezicht en licht -'t op). Ik ken je van haver tot gort door de gelijkenis met je vader, -beter dan jij jezelf kent. Haal je nou, wat mìj betreft, geen dwaze -ideeën in je kop, versta je? - -FRANK (haar galant 't hof makend met z'n stem). Kan 't niet helpen, -lieve mevrouw Warren, 't zit in 't bloed. (Zij doet alsof ze hem om -z'n ooren wil slaan; kijkt dan, 'n oogenblik in verzoeking gebracht, -naar 't lachende, aardige, naar haar toegewende gezicht;--ten slotte -kust ze hem en wendt zich onmiddellijk af, knorrig op zichzelf). - -MEVR. WARREN. Daar! Dat had ik niet moeten doen. Ik bèn ook -slecht.--Neem er maar geen notitie van jongenlief, 't was maar 'n -moederlijke zoen. Ga heen en flirt met Vivie. - -FRANK. Dat doe ik al. - -MEVR. WARREN (keert zich haastig naar hem toe met 'n scherpen toon -van angst in haar stem). Wat? - -FRANK. Vivie en ik zijn dikke vrinden. - -MEVR. WARREN. Wat meen je daarmee? Hoor ès; ik duld niet, dat eenige -kwajongen scharrelt met mijn kleine meid. Begrepen? Dat wil ik -nièt hebben. - -FRANK (in 't minst niet beschaamd). M'n beste mevrouw Warren, wees -toch niet zoo ontdaan. Ik heb eerlijke bedoelingen, zoo eerlijk -mogelijk. En jouw kleine meid is best in staat om op zich zelf te -passen. Je hoeft haar lang niet zoo onder 'n stolpje te zetten als -haar moeder. Ze is niet zoo mooi, weet je. - -MEVR. WARREN (perplext van z'n zekerheid). Nou, jij hebt ook 'n flinke, -aardige, twee-duim-dikke-laag brutaligheid over je. Van wièn je 't -hebt weet ik niet,--van je vader zeker niet. (Stemmen en voetstappen -bij den ingang). Sst! Ik hoor de anderen binnen komen. (Zij gaat -haastig zitten). Onthoud 't nou; je bent gewaarschuwd (De eerwaarde -Samuel komt binnen gevolgd door Crofts). Zoo, wat hebben jullie -uitgevoerd? En waar zijn Praeddie en Vivie? - -CROFTS (zet zijn hoed op het bankje en z'n stok in den hoek van den -schoorsteen). Zij zijn den heuvel opgegaan. En wij 't dorp in. Ik had -'n hartversterking noodig. (Hij gaat op de bank zitten). - -MEVR. WARREN. Nou, ze moest er niet zoo van doorgaan, zonder me iets -te zeggen (tot Frank). Krijg 'n stoel voor je vader; waar zijn je -manieren? (Frank springt op en biedt z'n vader op hoffelijke wijze -een stoel aan. Krijgt dan 'n andere van den muur vandaan en gaat -midden aan de tafel zitten, met z'n vader rechts en mevrouw Warren -links van hem). George, waar zul jij van nacht blijven? Hier kunnen -wij je niet bergen. En wat zal Praeddie doen? - -CROFTS. Gardner brengt me onder dak. - -MEVR. WARREN. O natuurlijk. Jij zult wel voor jezelf gezorgd -hebben. Maar waar blijft Praeddie? - -CROFTS. 'k Weet niet. Ik veronderstel, dat hij in 't logement kan -slapen. - -MEVR. WARREN. Heb jij geen plaats voor hem, Sam? - -DOMINÉ. Wel... è... als dominé hier weet je, ben ik niet vrij om te -doen wat ik precies wil... è... Wat is Praed z'n maatschappelijke -positie? - -MEVR. WARREN. O, laat dat maar loopen; hij is 'n architect. Wat -'n oude sok ben je toch, Sam. - -FRANK. Ja, dat 's in orde, oude heer. Hij heeft dat ding gebouwd, -daar in Monmouthshire voor den hertog van Beaufort. Tintern Abbey heet -'t. Je zult er wel van gehoord hebben. (Hij wenkt mevr. Warren toe -met bliksemsnelle behendigheid en ziet z'n vader onschuldig aan). - -DOMINÉ. O, in dat geval zal 't ons natuurlijk zeer aangenaam wezen. Ik -vermoed, dat hij den hertog van Beaufort persoonlijk kent? - -FRANK. O... heel intiem zelfs! We kunnen hem in Georgina's oude -kamer plakken. - -MEVR. WARREN. Zoo, dat is dus afgesproken. Als nou die twee maar -wouen komen en wij ons soupé konden hebben. 't Komt niet te pas, -om zoo lang na donker uit te blijven. - -CROFTS (ruziemakerig). Wat voor kwaad doen ze je? - -MEVR. WARREN. Kwaad of niet, 't bevalt me niet. - -FRANK. U doet beter met niet op hen te wachten, mevrouw Warren. Praed -zal zoo lang mogelijk uitblijven. Hij heeft nooit geweten, wat 't -zeggen wil om op 'n zomernacht over de hei te dwalen met mijn Vivie. - -CROFTS (gaat ontsteld overeind zitten). Zeg is even...! - -DOMINÉ (uit z'n professionneele manieren opgeschrikt tot echte kracht -en ernst). Frank, eens en voor al, dat is buiten de kwestie. Mevrouw -Warren zal je vertellen, dat daar niet aan te denken valt. - -CROFTS. Natuurlijk niet. - -FRANK (met innemende kalmte). Is dat zoo, mevrouw Warren? - -MEVR. WARREN (nadenkend). Wel, ik weet 't niet, Sam. Als 't kind wil -trouwen, kan er geen goed van komen om haar òngetrouwd te laten. - -DOMINÉ (perplext). Maar getrouwd met hèm! Jouw dochter met mijn -zoon. Denk dan toch eens: dat is onmogelijk. - -CROFTS. Natuurlijk is 't onmogelijk. Wees niet mal, Kitty. - -MEVR. WARREN (geprikkeld). Waarom niet? Is mijn dochter niet goed -genoeg voor jouw zoon? - -DOMINÉ. Maar waarlijk, beste mevrouw Warren, je weet toch de reden.... - -MEVR. WARREN (uitdagend). Ik weèt van geen reden. Als jìj er een weet, -kun je hem aan den jongen vertellen, of aan haàr, of aan je gemeente, -als je wilt. - -DOMINÉ (hulpeloos). Je weet heel goed, dat ik niemand de reden -vertellen kan. Maar m'n jongen zal me wel gelooven, als ik hem zeg, -dát er redenen zijn. - -FRANK. Zeker oude, dat zal hij. Maar heeft jouw jongen zich ooit -laten leiden door jouw redenen? - -CROFTS. Je kùnt haar niet trouwen, en daarmee uit. (Hij staat op -en gaat voor den haard staan, met z'n rug er naar toe, beslist -wenkbrauwfronsend). - -MEVR. WARREN (zich vinnig naar hem omkeerend). Wat heb jij er mee te -maken, zeg? - -FRANK (met z'n liefelijksten lyrischen stemval). Juist wat ik u wou -vragen op m'n eigen, beminnelijke manier. - -CROFTS (tot mevr. Warren). Ik vermoed, dat je je dochter niet verlangt -te laten trouwen met 'n man jonger dan zij,--zonder 'n beroep, of -'n duit geld om haar te onderhouden. Vraag 't Sam, als je mij niet -wilt gelooven (tot den dominé). Hoeveel geld denk je hem mee te geven? - -DOMINÉ. Geen cent. Hij heeft z'n erfdeel al gehad en het laatste -ervan opgemaakt in Juli. (Mevrouw Warren's gezicht betrekt). - -CROFTS (haar observeerend). Heb ik 't je niet gezegd? (Hij herneemt -z'n plaats op de bank en zet z'n beenen weer op de zitting, alsof nu -voor goed met 't onderwerp is afgedaan). - -FRANK (beklaaglijk). Dat is nou echt kruieniersachtig. Denk je, -dat juffrouw Warren om geld wil trouwen? Als wij van elkaar houden.... - -MEVR. WARREN. Wel bedankt. Je liefde is 'n aardig, goedkoop artikel, -jongenlief. Als jij niet de middelen hebt om 'n vrouw te onderhouden, -dan is de zaak beslist; dan krijg je Vivie niet. - -FRANK (hoogelijk geamuseerd). Wat zeg jij er van oude heer, hè? - -DOMINÉ. Ik ben 't met mevrouw Warren eens. - -FRANK. En die goeie, oude Crofts heeft z'n meening al gezegd. - -CROFTS (wendt zich boos om op z'n elboog). Hoor 'ns: ik ben niet -gediend van jouw onbeschaamdheid. - -FRANK (gevat). 't Spijt me verbazend, dat ik je onaangenaam ben -Crofts,--maar jij permitteerde jezelf daarnet de vrijheid om als -'n vader tegen me te spreken. Eén vader is genoeg, wel bedankt hoor. - -CROFTS (verachtelijk). Phoe! (Hij draait zich weer om). - -FRANK (opstaand). Mevrouw Warren,--ik kan geen afstand doen van Vivie, -zelfs niet ter wille van u. - -MEVR. WARREN (mompelend). Zoo'n kwajongen! - -FRANK. En daar u ongetwijfeld van plan bent om andere vooruitzichten -voor haar te openen, zal ik geen tijd verliezen met m'n zaak bij -haar te bepleiten. (Zij staren allemaal naar hem, en hij begint op -bekoorlijke wijze te declameeren): - - - "Of wel hij vreest zijn lot te zeer, - Of acht zijn waarde kleen, - Wie niet den worp waagt: op òf neer, - Zijn àl op éénen steen!" - - -(De voordeur wordt geopend, terwijl hij reciteert en Vivie en Praed -komen binnen. Hij houdt op. Praed legt z'n hoed op 't buffetje. Er -is onmiddellijk 'n verbetering merkbaar in de manieren van het -gezelschap. Crofts neemt z'n beenen van de bank af en gaat overeind -zitten, als Praed zich bij hem voegt bij den haard. Mevrouw Warren -verliest haar losheid van manieren en verschuilt zich in knorrigheid). - -MEVR. WARREN. Waar ter wereld ben je geweest, Vivie? - -VIVIE (neemt haar hoed af en gooit hem achteloos op tafel). Den -heuvel op. - -MEVR. WARREN. Nou, je behoorde niet zoo weg te loopen, zonder me -iets te laten zeggen. Hoe kon ik weten, wat er van je geworden was, -en dat nogal bijna in den nacht! - -VIVIE (gaat naar de deur van de binnenkamer en opent die zonder op -haar moeder te letten). En nu 't soupé!--Ik ben bang, dat we hier -nogal opgepropt zullen zitten. - -MEVR. WARREN. Hoorde je niet, wat ik zei, Vivie? - -VIVIE (kalm). Ja moeder. (Weer terugkomend op de moeielijkheid van -'t soupé) Met de hoevelen zijn we? (tellende). Een, twee, drie, vier, -vijf, zes.... Wel, twee zullen er moeten wachten tot de rest klaar -is. Juffrouw Alison heeft maar borden en messen voor vier. - -PRAED. O, voor mij komt 't er niet opaan. Ik.... - -VIVIE. U hebt 'n lange wandeling gemaakt en u hebt honger, mijnheer -Praed; u zult dàdelijk soupeeren. 't Is noodig, dat er een met me -wacht. Frank, heb jij honger? - -FRANK. In 't minst niet;--absoluut geen trek zelfs. - -MEVR. WARREN. En jij ook niet George. Jij kan wachten. - -CROFTS. Och, loop heen. Ik heb niets gegeten sinds theetijd. Kan Sam -'t niet doen? - -FRANK. Wou u m'n arme vader laten verhongeren? - -DOMINÉ (knorrig). Sta me toe voor me zelf te spreken, jongmensch. - -VIVIE (beslist). Dat hoeft niet. Er zijn er maar twee noodig. (Ze opent -de deur naar de binnenkamer). Wilt u m'n moeder mee naar binnen nemen, -mijnheer Gardner? (de dominé geleidt mevrouw Warren en gaat met haar -naar de andere kamer. Praed en Crofts volgen. Allen, behalve Praed, -zijn blijkbaar weinig ingenomen met deze schikking, maar weten niet -hoe er zich tegen te verzetten. Vivie blijft bij de deur staan en -kijkt naar hen). Kunt u u doorpersen tot aan dien hoek, mijnheer -Praed,--'t past maar net aan. Pas op voor uw jas tegen de gewitte -muur,--mooi zoo. Zit u nu allemaal goed? - -PRAED (van binnen af). Heel goed, dank u. - -MEVR. WARREN (van binnen af). Laat de deur open, liefje. (Frank -kijkt naar Vivie, sluipt dan naar de buitendeur en zet die zachtjes -wijd open). O Heere, wat 'n tocht! Doe hem toch maar liever dicht, -kind. (Vivie sluit de deur dadelijk, Frank sluit zachtjes de -buitendeur). - -FRANK (juichend). Ha! Ze kwijtgeraakt! Vivie, wat vind je van m'n -ouden heer? - -VIVIE (gepreoccupeerd en ernstig). Ik heb hem ternauwernood -gesproken. Hij geeft me niet den indruk van 'n bizonder intelligent -man. - -FRANK. Och, weet je, de oude is, over 't geheel genomen, niet zòò dwaas -als hij er uitziet. Je moet denken, hij is nou eenmaal dominé hier, -en doordat hij 't ook wil schijnen, stelt hij zich veel stommer aan -dan hij eigenlijk is. Nee, de oude heer is zoo kwaad niet, en ik heb -volstrekt 't land zoo niet aan hem als je misschien zou denken. Hij -meent 't goed. Hoe denk je, dat je met hem op zult schieten? - -VIVIE (bijtend sarcastisch). Ik geloof niet, dat hij 'n groote plaats -in m'n toekomstig leven zal innemen, noch een van m'n moeders ouden -kring, behalve Praed misschien. Wat denk jij van m'n moeder? - -FRANK. Eerlijk en oprecht? - -VIVIE. Ja, eerlijk en oprecht. - -FRANK. Wel, ze is allemachtig leuk.--Maar 't is me er eentje, niet? En -Crofts. Groote goden, die Crofts! - -VIVIE. Wat 'n troep, Frank! - -FRANK. Wat 'n zootje! - -VIVIE (met de diepste verachting voor hen). Als ik dacht, dat ik -zòò was, dat ik 'n doorbrengster zou worden, die doelloos haar tijd -verslabakt van den eenen maaltijd tot den anderen, zonder karakter -en zonder pit in me,--dan zou ik me 'n aâr openen en me dood laten -bloeden, zonder 'n oogenblik aarzelen. - -FRANK. Welnee, dat zou je niet. Waarom zouden zij aan den zwoeg gaan, -als ze 't niet hoèven te doen? Ik wou, dat ìk zoo gelukkig was. Nee, -waar ik op tegen heb, dat zijn hun manieren. 't Is niet de leeglooperij -zelf. Hun manieren zijn schunnig, echt ordinair. - -VIVIE. Geloof je, dat jouw manieren 'n haar beter zullen wezen, -als je zoo oud zult zijn als Crofts,--wanneer je niet werkt? - -FRANK. Natuurlijk geloof ik dat,--oneindig veel beter. Vivums moet -niet preeken; haar kleine jongen is onverbeterlijk. (Hij tracht haar -gezicht liefkoozend tusschen z'n handen te nemen). - -VIVIE. Weg er mee! Vivums is niet in de stemming om haar jongentje -te vertroetelen. - -FRANK. Hoe onvriendelijk! - -VIVIE (stampend). Wees ernstig. Ik ben ernstig. - -FRANK. Goed. Laten we geleerd spreken. Juffrouw Warren, weet u wel, -dat al de meest liberale denkers hièrin overeenstemmen, dat de helft -van de ziekten der moderne beschaving moeten toegeschreven worden -aan verhongering der affecties in de jeugd? Ik nu... - -VIVIE (hem kortaf onderbrekend). Je wordt vervelend. (Zij opent -de binnendeur.) Is er nog plaats voor Frank? Hij klaagt dat hij -verhongert. - -MEVR. WARREN (van binnenaf). Zeker is er. (Gekletter van messen en -glazen, als zij die op tafel verschuift). Hier, er is nù plaats naast -mij. Kom, Frank! - -FRANK (zachtjes tot Vivie als hij gaat). D'r kleine jongen zal dit -z'n Vivums goed betaald zetten. (Hij gaat de andere kamer binnen). - -MEVR. WARREN (van binnenuit). Hier Vivie, kom jij ook binnen, kind. Je -zult wel uitgehongerd zijn. (Zij komt binnen, gevolgd door Crofts, -die de deur voor Vivie openhoudt met kennelijk ontzag. Zij gaat heen -zonder hem aan te zien en hij sluit de deur achter haar). Wel George, -jij kunt nog niet klaar zijn. Je hebt niks gegeten. - -GEORGE. O, ik had alleen maar trek om wat te drinken. (Hij steekt -z'n handen in z'n zakken en begint door de kamer te draaien, onrustig -en stuursch). - -MEVR. WARREN. Nou, ik hoû er van om genoeg te krijgen,--maar met wat -koud vleesch, met sla en kaas, kom je al 'n heel eind. (Met 'n zucht -van slechts halve verzadiging gaat ze lui neerzitten bij de tafel). - -CROFTS. Waarom blijf je die snotneus aanmoedigen? - -MEVR. WARREN (dadelijk op haar qui-vive). Hoor is George: wat wìl -je nou met m'n dochter? Ik heb gezien op wat voor manier je haar -aankijkt. Weet wel: ik ken je en ik weet wat je blikken beteekenen. - -CROFTS. 't Kan toch geen kwaad om naar d'r te kijken, wel? - -MEVR. WARREN. Ik zou je heel gauw de deur uitzetten en naar Londen -terugsturen als ik iets van jouw onzin in de gaten kreeg. Mijn dochters -pink is me meer waard dan jouw heele lichaam en ziel. (Crofts hoort -dit aan met 'n grijns. Mevrouw Warren, even blozend door haar onmacht -om indruk op hem te maken als 'n theatrale moeder vol toewijding, -voegt er zachtjes aan toe): Wees maar gerust, de jonge snotneus heeft -niet meer kans dan jij. - -CROFTS. Mag 'n man zich dan niet voor 'n meisje interesseeren? - -MEVR. WARREN. Niet 'n man als jij. - -CROFTS. Hoe oud is ze? - -MEVR. WARREN. Dat gaat je niet an. - -CROFTS. Waarom maak je daar zoo'n geheim van? - -MEVR. WARREN. Omdat ik 't verkies. - -CROFTS. Nou, ik ben nog geen vijftig. En m'n bezittingen zijn in -zoo'n goeien staat als ooit.... - -MEVR. WARREN (hem in de rede vallend). Ja, omdat je even gierig als -gemeen bent. - -CROFTS (vervolgend). En 'n jonkheer is niet iederen dag te -krijgen. Niet één andere man in mijn positie zou genoegen nemen met -'n schoonmoeder als jij. Waarom zou ze me niet trouwen? - -MEVR. WARREN. Jou? - -CROFTS. We zouden met z'n drieën lekkertjes kunnen leven. Ik zou vòòr -haar sterven en haar achterlaten als 'n zwierig weeuwtje met overvloed -van geld. Waarom niet? De gedachte daaraan is aldoor sterker in me -geworden, terwijl ik met dien gek van daarbinnen liep te wandelen. - -MEVR. WARREN (in opstand komend). Ja, juist 't soort van gedachte om -in joù op te komen. (Hij houdt op met rondsluipen en de twee kijken -elkaar aan; zij vast, met 'n zekeren angst verscholen achter haar -verachting en afschuw, hij heimelijk met 'n zinnelijken grijns en -oogenglimp, waarmee hij haar tracht te verlokken). - -CROFTS (wordt plotseling bezorgd en dringend, als hij geen teeken van -sympathie bij haar ziet). Hoor 'is Kitty, je bent 'n verstandige vrouw, -stel je nou niet braaf an.--Ik zal niet meer vragen en jij hoeft niet -meer te antwoorden. Ik zal m'n heele bezitting op haar vastzetten. En -als jij op den huwelijksdag voor jezelf 'n wissel verlangt, dan kun -je de som noemen, die jezelf wilt,--altijd in 't redelijke. - -MEVR. WARREN. Bah! Daartoe is 't dus met je gekomen, George, net als -met alle andere afgesjouwde ouwe kerels. - -CROFTS (woest). Verdomd! (Zij staat op en keert zich heftig naar -hem toe,--maar de deur van de binnenkamer wordt dan juist geopend en -men hoort de stemmen van de anderen, die terugkomen. Crofts, niet in -staat zich te beheerschen, snelt naar buiten. De dominé komt terug). - -DE DOMINÉ (rondkijkend). Waar is Jhr. George? - -MEVR. WARREN. Naar buiten gegaan om z'n pijp te rooken. (Zij gaat -naar den haard, met haar rug naar hem toe, om tot bedaren te komen. De -dominé gaat naar de tafel om z'n hoed te krijgen. Onderwijl komt Vivie -binnen, gevolgd door Frank, die met 'n vertoon van diepe uitputting -in den meest nabijzijnden stoel neervalt. Mevrouw Warren kijkt rond -naar Vivie en zegt met haar affectatie van moederlijke bezorgdheid -nog gemaakter dan gewoonlijk). Wel lieverd, heb je lekker gesoupeerd? - -VIVIE. U weet wat juffrouw Alisons soupé's waard zijn! (Zij keert -zich tot Frank en troetelt hem). Arme Frank, was al 't vleesch dan -op? Heeft hij niets gehad dan brood en kaas en gemberbier? (weer -ernstig, alsof ze al genoeg gekheid heeft gemaakt voor één avond). Haar -boter is heusch afschuwelijk. Ik moet wat boter van Londen laten komen. - -FRANK. Doe dat in 's hemelsnaam. (Vivie gaat naar de schrijftafel en -noteert de bestelling van de boter. Praed komt binnen van de andere -kamer,--z'n zakdoek opvouwend, die hij als servet gebruikt had). - -DOMINÉ. Frank, m'n jongen, 't is tijd voor ons om naar huis te gaan. Je -moeder weet nog niet, dat we gasten krijgen. - -PRAED. Ik ben bang, dat we moeite zullen geven. - -FRANK. In 't minst niet, Praed; m'n moeder zal 't heerlijk vinden om -kennis met je te maken. Ze is 'n echt intellectueele, artistieke vrouw, -en ziet hier niemand van 't begin tot 't eind van het jaar behalve den -ouden heer. Je kunt je dus voorstellen hoe suf dat voor haar is (tot -den dominé). Jij bent niet intellectueel of artistiek, wel piepa? Neem -Praed dus dadelijk mee naar huis; dan zal ik hier blijven om mevrouw -Warren gezelschap te houden. Je zult Crofts in den tuin vinden. Hij -zal uitstekend gezelschap zijn voor onzen jongen bulhond. - -PRAED (neemt z'n hoed van het buffetje en komt dicht naar Frank -toe). Kom met ons mee, Frank. Mevrouw Warren heeft juffrouw Vivie -in zoo lang niet gezien en tot nu toe hebben wij ze belet om maar -'n oogenblik samen te zijn. - -Frank (geheel verteederd, kijkt op naar Praed met romantische -bewondering). Natuurlijk, dat vergat ik. Wel bedankt voor je -vermaning. Bent 'n echte gentleman, Praeddie. Altijd geweest--m'n -levensideaal! (Hij staat op om te gaan, maar blijft 'n oogenblik staan -tusschen de twee oude heeren en legt z'n hand op Praeds schouder). Och, -als jij maar m'n vader was geweest, inplaats van dezen onwaardigen, -ouden man! (Hij legt z'n andere hand op z'n vaders schouder). - -DOMINÉ (lawaaiig). Zwijg jongmensch, zwijg; je bent profaan. - -MEVR. WARREN (lacht hartelijk). Je moest hem beter in toom houden, -Sam. Goeie nacht. Hier, geef George z'n hoed en stok met m'n -complimenten. - -DOMINÉ (ze aannemend). Goeien nacht. (Zij geven elkaar de hand. Als -hij langs Vivie gaat, geeft hij die ook de hand en zegt haar goeden -nacht. Daarna, bulderend commandeerend tot Frank): Komaan jongmensch, -vlug wat. (Hij gaat heen. Frank heeft onderwijl z'n pet van de aanrecht -genomen en z'n geweer uit het rek. Praed geeft mevrouw Warren en Vivie -de hand en gaat heen,--mevrouw Warren begeleidt hem op haar gemak en -kijkt hem achterna door den tuin. Frank bedelt stilletjes om 'n kus -van Vivie, maar zij zendt hem weg met 'n strengen blik, neemt dan 'n -paar boeken en wat papier van de schrijftafel en gaat er mee zitten -aan de tafel, in 't midden, om het schijnsel van de lamp te hebben). - -FRANK (bij de deur, vat mevrouw Warrens hand). Goeie nacht, liève -mevrouw Warren. (Hij knijpt haar hand. Zij trekt die haastig weg, -klemt haar lippen samen en ziet er meer dan half geneigd uit om hem -om z'n ooren te slaan. Hij lacht ondeugend en rent weg, de deur achter -zich toeslaand). - -MEVR. WARREN (keert terug naar haar plaats aan de tafel, tegenover -Vivie, blijkbaar berustend in 't vooruitzicht van 'n vervelenden avond, -na het vertrek van de heeren). Heb je ooit in je leven iemand zòò -hooren kakelen? (zij gaat zitten). Wat 'n plaag is 't-ie, hè? Nou -ik er aan denk liefje, moedig jij hem niet an, hoor. Ik ben zeker, -dat hij 'n echte deugniet is. - -VIVIE. Ja, ik ben wel bang, dat hij 'n echte deugniet is. Ik zal -hem moeten zien kwijt te raken. Maar 't zal me erg voor hem spijten, -al is hij 't niet waard, de arme jongen.--Die Crofts schijnt me ook -niet veel zaaks te zijn, wel? - -MEVR. WARREN (gekwetst door haar toon). Wat weet jij van de mannen af, -kind, om op die manier over ze te praten? Je kunt je er op voorbereiden -om Jhr. George hier dikwijls te zien,--omdat hij 'n vrind van me is. - -VIVIE (volmaakt koel). Waarom? Verwacht u, dat we veel samen zullen -zijn,--u en ik, meen ik? - -MEVR. WARREN (haar aanstarend). Natuurlijk, totdat je getrouwd bent. Je -gaat niet meer naar je colleges terug. - -VIVIE. Gelooft u dan, dat mijn manier van leven u zou bevallen? Ik -betwijfel het. - -MEVR. WARREN. Jouw manier van leven? Wat meen je? - -VIVIE (terwijl zij 'n pagina van haar boek opensnijdt met het vouwbeen -van haar chatelaine). Is 't heusch nooit bij u opgekomen, moeder, -dat ik 'n manier van leven heb zoo goed als andere menschen? - -MEVR. WARREN. Wat 'n onzin probeer je nou te praten! Wil je me soms -je onafhankelijkheid toonen, omdat je nou op school 'n persoontje -van belang bent geworden? Wees niet mal, kind. - -VIVIE (op toegevenden toon). Is dat alles wat u over het onderwerp -te zeggen hebt, moeder? - -MEVR. WARREN (verbijsterd, daarna boos). Ga nou niet door me zoo te -ondervragen (heftig). Hoû je mond. (Vivie gaat door met haar werk, -zonder tijd te verliezen of iets te zeggen). Jij met je manier van -leven! Wat nog meer? (Zij kijkt naar Vivie; geen antwoord). Jouw -manier van leven zal zijn wat mij bevalt;--dàt zal-die (weer 'n -pauze). Ik heb die pretenties van je al opgelet, van af dat je die -tripos gekregen hebt, of hoe dat examen heeten mag.--Als je denkt, -dat ik daarmee genoegen neem, dan vergis je je, en hoe eerder je -dat merkt, des te beter (pruttelend). Al wat ìk er over te zeggen -heb,--wel zeker! (weer haar stem verheffend, boos). Weet je wel, -tegen wie je spreekt, juffertje? - -VIVIE (haar aankijkend, zonder haar hoofd van haar boek op te -heffen). Nee. Wie bent u? Wàt bent u? - -MEVR. WARREN (staat ademloos op). Jouw brutaal nest! - -VIVIE. Iedereen kent mìjn reputatie, mìjn maatschappelijke positie -en het beroep, dat ik wil volgen. Ik daarentegen weet niets van u -af. Wat is dat soort van leven, dat u verlangt, dat ik deelen zal -met u en Jhr. George? - -MEVR. WARREN. Pas op! Ik zal iets doen, waar ik later spijt van zal -hebben, en jij ook. - -VIVIE (haar boek op zij schuivend met koele beslistheid). Wel, laten -we dan 't onderwerp laten rusten, tot u 't beter aan zult durven -(bekijkt haar moeder kritisch). U moet eens flink wandelen en tennissen -om weer op streek te komen. U bent in 'n allertreurigste conditie; -u was vandaag niet eens in staat om twintig meter te klimmen zonder -te hijgen;--en uw polsen zijn net rolletjes vet. Kijk de mijne eens -(zij steekt haar polsen uit). - -MEVR. WARREN (ziet haar eerst hulpeloos aan, begint dan te -huilen). Vivie.... - -VIVIE (springt haastig op). Begin nou asjeblieft niet te huilen. Alles -liever dan dat. Ik kan wezenlijk geen gegrien verdragen. Als u dat -doet, zal ik de kamer uitgaan. - -MEVR. WARREN (beklaaglijk). O m'n lieveling, hoe kàn je zoo hard -tegen me zijn? Heb ik dan geen rechten op je als moeder? - -VIVIE. Bènt u m'n moeder? - -MEVR. WARREN (hevig ontdaan). Bèn ik je moeder! O Vivie! - -VIVIE. Waar zijn dan m'n bloedverwanten, m'n vader--onze -familievrienden? U eischt de rechten van 'n moeder; het recht om me -'n dwaas en 'n kind te noemen, om tegen me te spreken, zooals niet -één vrouw, die boven me stond op school, ooit tegen me durfde te -spreken,--om me een levenswijs voor te schrijven en me de kennismaking -op te dringen van 'n vent, van wien iedereen kan zien, dat hij tot -het gemeenste soort van viveurs behoort. Vòòr ik mezelf nu de moeite -geef om me tegen die eischen te verzetten, doe ik, dunkt me, beter, -er eerst achter te komen of ze eenig recht van bestaan hebben. - -MEVR. WARREN (op haar knieën neervallend). O nee, nee, hoû op, hou -op! Ik bèn je moeder, ik zweer het! O je zult je toch niet tègen me -willen keeren,--m'n eigen kind;--'t is niet natuurlijk! Je gelooft me, -niet waar? Zeg dat je me gelooft? - -VIVIE. Wie was m'n vader? - -MEVR. WARREN. Je weet niet wat je vraagt. Dat kan ik je niet vertellen. - -VIVIE (beslist). O ja, dat kunt u wel, als u wilt. Ik heb 't recht -dat te weten.--En u weet heel goed, dat ik dat recht hèb. U kunt -weigeren om 't me te zeggen, als u verkiest,--maar àls u dat doet, -zult u me morgenochtend voor 't laatst gezien hebben. - -MEVR. WARREN. O, 't is vreeselijk je zòò te hooren praten. Je zoudt -me niet.... je kùnt me niet verlaten. - -VIVIE (meedoogenloos). Ja, zonder 'n oogenblik te aarzelen, als u me -op dàt punt aan 't lijntje blijft houden (rillend van afschuw). Hoe -kan ik zeker zijn, dat ik niet 't bedorven bloed van dien gemeenen -doorbrenger in m'n lichaam heb? - -MEVR. WARREN. Nee, nee. Ik zweer je, dat hij 't niet is, zoomin -als een van de andere die je ontmoet hebt. Daàrvan tenminste ben -ik zeker. (Vivie's oogen vestigen zich streng op haar moeder als de -beteekenis hiervan voor haar opgaat). - -VIVIE (langzaam). "Daarvan tenminste bent u zeker." Ah! U meent, -dat dàt 't eenige is, waar u zeker van bent (peinzend). Ik begrijp -'t. (Mevrouw Warren verbergt haar gezicht in haar handen). Doe dat -niet moeder;--u weet, dat u 't volstrekt zoo niet voelt. (Mevrouw -Warren neemt haar handen weg en kijkt droevig op naar Vivie, die haar -horloge uithaalt en zegt) Nu, dat is genoeg voor van avond.--Hoe laat -wilt u ontbijten? Is half negen te vroeg voor u? - -MEVR. WARREN (verbijsterd). M'n God, wat voor soort van vrouw ben je? - -VIVIE (koel). Van 't soort, waar de wereld voor 't meerendeel uit -bestaat, hoop ik. Anders begrijp ik niet hoe ze d'r werk gedaan zou -krijgen. Kom, (vat haar moeder bij de polsen en trekt haar op;--met -beslistheid) 'n beetje flink nu. Zoo is 't goed. - -MEVR. WARREN (knorrig). Je bent erg ruw tegen me, Vivie. - -VIVIE. Gekheid. Wat denkt u van naar bed gaan? 't Is over tienen. - -MEVR. WARREN (hartstochtelijk). Wat geeft 't of ik naar bed ga. Denk -je, dat ik zou kunnen slapen? - -VIVIE. Waarom niet? Ik wel. - -MEVR. WARREN. Jij! Je hebt geen hart! (plotseling barst zij heftig los -in haar eigen spraak: het dialect van 'n vrouw uit het volk,--al haar -affectaties van moederlijk gezag en conventioneele manieren verdwenen, -en met 'n overstelpende inspiratie van echte overtuiging en toorn). O, -ik verdraàg 't niet langer! Ik bedank voor die onrechtvaardigheid! Wat -voor recht heb jij om je zoo boven me te plaatsen? Je bluft tegen me -op wat je bent, tegen mij, die je in staat heb gesteld om te wòrden -wat je bent. Welke kans had ik? Je moest je schamen om zoo'n slechte -dochter en ingebeelde preutsche juf te zijn! - -VIVIE (koel en beslist, maar niet langer met zelfvertrouwen, want haar -antwoorden, die haar tot dusver overtuigend verstandig en krachtig -hebben toegeschenen, beginnen nu tamelijk houterig en pedant te -klinken tegenover den nieuwen toon van haar moeder). Geloof u geen -oogenblik, dat ik me op eenigerlei wijs boven u plaats. U viel me -aan met het conventioneele gezag van 'n moeder, en ìk verdedigde me -met de conventioneele meerderheid van 'n fatsoenlijke vrouw. Ronduit -gezegd, ben ik niet van plan, om iets van uw onzin te verdragen, -en wanneer ù die laat schieten, verlang ik niet van u, dat u iets -van de mijne verdraagt.--Ik zal altijd eerbiedigen het recht dat u -hebt op uw eigen meeningen en uw eigen manier van leven. - -MEVR. WARREN. M'n eigen meeningen en m'n eigen manier van leven! Hoor -d'r is an!--Denk je, dat ik groot ben gebracht als jij,--in staat om -m'n eigen manier van leven te zoeken en te kiezen? Denk je, dat ik -deê, wàt ik deê, omdat ik 't prettig of goed vond, of dat ik niet -liever na school zou zijn gegaan en 'n dametje geweest zijn, as ik -er kans toe gezien had? - -VIVIE. Ieder mensch heeft eènige keus, moeder. De armste meid ter -wereld mag niet in staat zijn om te kiezen of ze koningin van Engeland -of hoofd van 'n school wil worden, maar ze kan wèl kiezen tusschen -lompen uitzoeken en bloemen verkoopen, alnaar dat haar smaak is. De -menschen geven altijd de schuld aan de omstandigheden voor wat ze -zijn. Ik geloof niet aan de omstandigheden. De menschen, die vooruit -komen in de wereld, zijn de menschen die opstaan en uitkijken naar -de omstandigheden die ze noodig hebben,--en vinden ze die niet, -dan maken zij ze. - -MEVR. WARREN. O, praten is makkelijk, heel gemakkelijk, hè? Nou! Wil -je weten wat mijn omstandigheden waren? - -VIVIE. Ja, 't is beter, dat u 't me vertelt. Wilt u niet gaan zitten? - -MEVR. WARREN. Ja, ik zàl gaan zitten; wees maar gerust. (Zij plant haar -stoel meer naar voren neer met ijzeren energie en gaat zitten. Vivie -komt, ondanks haarzelf, onder den indruk). Weet je wie je groomoe was? - -VIVIE. Nee. - -MEVR. WARREN. Nee, dat weet je niet. Ik wel. Ze noemde d'r eigen een -weduwvrouw en ze had 'n winkel van gebakken visch ergens bij de Munt -en daar onderhield ze d'r eigen en d'r vier dochters van. Twee van -ons ware zusters, dat ware Lies en ik, en we zage d'r allebei goed -uit, met knappe figure. Ik vermoed, dat onze vader 'n goedgevoede man -was. Moeder beweerde, dat 't een heer was, maar dà weet ik niet. De -andere twee ware maar halfzusters: kleine, leelijke, magere, slovende, -eerlijke onderkruipsels. Lies en ik zouen ze half vermoord hebben, -als moeder òns niet half vermoord had, om onze handen van ze af te -houden. Zij waren de fatsoenlijken van ons. Nou, weet je wat ze kregen -voor d'r fatsoen? De eene werkte in 'n loodwitfabriek,--12 uur daags -voor 9 shilling in de week, totdat ze stierf an loodwitvergiftiging. Ze -dacht, dat ze alleen maar d'r handen wat verlamd zou krijgen, maar -ze ging er van dood. De ander werd ons altijd voorgehouden als 'n -voorbeeld, omdat ze met 'n werkman van de rijkswerf trouwde en d'r -kamer en d'r drie kinderen netjes en zuiver hield van 18 shilling in -de week, totdat hij aan de drank raakte. Dat was de moeite waard om -fatsoenlijk voor te zijn, niet? - -VIVIE (nu pensief-aandachtig). Dachten u en uw zuster dat? - -MEVR. WARREN. Lies niet, dat kan ik je vertellen, diè was wijzer. We -gingen allebei na 'n kerkelijke school,--dat hoorde zoo bij de -damesachtige manieren die we ons gaven om meer te zijn dan de -kinderen, die niks wisten en nergens heengingen,--en daar bleven we, -totdat Lies eens op 'n nacht wegliep en nooit terug kwam. Ik weet, -dat de schooljuffrouw dacht, dat ik wel gauw d'r voorbeeld zou -volgen,--want de dominé waarschuwde me aldoor, dat Lies zou eindigen -met van Waterloo-brug af te springen.--Arme hals,--dat was àl wat -hij er van wist! Maar ik had meer angst voor de loodwitfabriek dan -voor de rivier, en dat zou jij ook gehad hebben in mijn plaats.--De -dominé wist 'n betrekking voor me te krijgen, as bijhulp in de keuken -van 'n afschaffersrestauratie, waar ze uitzonden met alles wat je -hebben wou.--Toen ben ik kellnerin geworden en daarna ging ik an 't -buffet van 't Waterloostation,--veertien uur per dag drank bedienen -en glazen omwasschen voor 4 shillings in de week en de kost. Dat -werd toen beschouwd as 'n groote vooruitgang voor me.--Nou, op -'n kouwe, ellendige nacht, toen ik zòò moe was, dat ik nauwelijks -wakker kon blijven, wie denk je dat er binnen kwam voor 'n halve -schotsche? Lizzie;--in 'n lange, bonte mantel, elegant en lekker, -met 'n hoop goudstukke in d'r beurs! - -VIVIE (grimmig). Tante Lizzie. - -MEVR. WARREN. Ja, en 'n beste tante òok om te hebben. Ze woont -nou in Winchester, vlak bij de kathedraal, een van de meest -geziene dames dáar.--Ze begeleidt jonge meisjes naar 't bal van de -gouverneur,--asjeblieft hoor! Geen rivier voor Lies, dank je wel.--Jij -doet me wat an Lies denken: ze was 'n eerste zakevrouw,--spaarde geld -op van de beginne af,--liet nooit te veel zien wat ze was,--raakte -nooit 'r hoofd kwijt, of liet 'n gelegenheid voorbijgaan.--Toen ze -zag, dat ik knap op zou groeien, zei ze tegen me, zoo over de toonbank -heen: "Wat doe jij hier, malle meid,--je gezondheid en je uiterlijk -verwoesten voor 'n andermans profijt?" Lies was toen an 't opsparen, -om 'n huis voor d'r eigen te nemen, in Brussel, en ze dacht, dat we -samen gauwer zouen sparen, dan ieder voor zich. Daarom leende ze me wat -geld en hielp me aan de gang; en ik spaarde geregeld an en betaalde d'r -eerst af en begon toen 'n zaak met haàr als deelgenoot. Waarom zou ik -'t nièt gedaan hebben? 't Huis in Brussel was er een van de eerste -rang,--'n heel wat beter plaats voor 'n vrouw, dan de fabriek, waar -Annemie vergiftigd werd. Geen één van onze meisjes werd ooit behandeld -zoo als ik behandeld werd in de bijkeuken van die afschaffersboel, -of as an 't buffet,--of as thuis: Had je gewild dat ik daar was -gebleven en 'n afgewerkte ouwe sloof was geworden vòòr m'n 40ste jaar? - -VIVIE (nu geweldig geïnteresseerd). Nee, maar waarom koos u diè -zaak. Met spaarzaamheid en goed beheer kun je elke zaak er boven -op werken. - -MEVR. WARREN. Ja, geld opsparen. Maar in welke zaak kàn 'n vrouw geld -opspare? Zou jij kenne sparen van 4 shillings in de week en je d'r -van kleeje ook? Jij niet. Natuurlijk, as je 'n dood gewoon mensch -ben en niks anders kan verdienen, of as je idee heb in muziek of -'t tooneel, of krantegeschrijf,--dan is 't iets anders. Maar zoomin -Lies as ik hadden eenig benul van die dingen; alles wat wij hadden -was ons uiterlijk en onze slag om de mannen in te pakken. Denk je, -dat wij zulke gekken waren, om andere menschen zaken te laten doen -met ònze mooie oogen, door òns te gebruiken as winkelmeisjes, of -buffetjuffrouwen, of kellnerinnen, as wij zèlf er zaken mee konden doen -en al 't profijt in ònze zak steken, inplaats van hongerloonen? Wìj -niet, hoor. - -VIVIE. U was zeker volkomen gerechtvaardigd uit 'n zakenoogpunt. - -MEVR. WARREN. Ja, en uit ieder ànder oogpunt ook. Waartoe wordt -ieder fatsoenlijk meisje anders grootgebracht als om 'n rijke man -in te palmen en het voordeel van z'n geld te hebben door hem te -trouwen? Asof 'n huwelijksceremonie eenig verschil maakt in het goeie -of het slechte van de zaak! O, de huichelarij van de wereld maakt me -misselijk! Lies en ik hadden te werke en te spare en te berekene net -zoo goed als andere menschen; anders zouen we nou even arm zijn als -iedere nikswaardige dronken doorbrengster van 'n vrouw, die denkt dat -d'r goeie tijd altijd zal duren (met groote energie). Ik veracht dat -soort menschen;--ze hebben geen karakter. En as d'r iets is, dat ik -haat in 'n vrouw, dan is 't gebrek an karakter. - -VIVIE. Kom nou, moeder, wees 'ns eerlijk! Is 't niet voor 'n deel -wat je noemt karakter in 'n vrouw, dat haar die afschuw moet geven -van dèze manier van geld verdienen. - -MEVR. WARREN. O natuurlijk. Iedereen vindt 't onaangenaam om te moeten -werken en geld te verdienen, maar d'r is geen keus. Waarachtig, -ik weet wel, dat ik dikwijls genoeg meêlijen heb gehad met 'n arm -meisje, dat moe was en landerig, als ze probeeren moest 'n man te -amuseeren, om wie ze niks niemendal gaf--zoo'n halfdronken idioot, -die denkt, dat ie zich aangenaam maakt wanneer hij 'n vrouw plaagt -en lastig valt en half doet walgen, op 'n manier, die met geen gèld -is goed te maken. Maar ze heeft die onaangename dingen nou eenmaal -te verdrage, en 't zoete zoowel as 't zure te slikke, net even goed -als 'n ziekenhuis-zuster of ieder ander. De hemel mag wete, dat 't -geen werk is, dat eenige vrouw voor d'r plezier zou doen, al zou je, -as je de vromen hoort praten, denken dat 't 'n bed van rozen was. - -VIVIE. U beschouwt het toch als de moeite waard. Het betaalt. - -MEVR. WARREN. Natuurlijk is 't de moeite waard voor 'n arm meisje, -dat d'r eigen niet weggooit en er goed uitziet en zich verstandig en -netjes gedraagt. 't Is oneindig beter dan eenige andere betrekking, die -ze hebben kan. Ik heb altijd gevonden dat dat zoo niet moest zijn. 't -Kàn niet rechtvaardig zijn, Vivie, dat 'n vrouw geen betere kansen zou -hebben. Ik blijf er bij: dat is verkeerd. Maar goed of verkeerd, 't is -eenmaal zoo, en 'n meisje moet 't neme zooas 't is. Maar natuurlijk is -'t niet de moeite waard voor 'n dame. Als jij die kant uitging, zou je -dwaas zijn; maar ìk zou dwaas geweest zijn, as ik 't nièt had gedaan. - -VIVIE (meer en meer werkelijk ontroerd). Moeder, veronderstel eens, -dat we allebei zoo arm waren als ù was in die ellendige dagen van -vroeger, bent u zeker, dat u me dan niet raden zou om 't stationsbuffet -te probeeren, of om 'n werkman te trouwen, of om zelfs in 'n fabriek -te gaan? - -MEVR. WARREN (verontwaardigd). Natuurlijk niet. Voor wat voor soort -moeder zie je me an! Hoe zou jij je zelfrespect kenne beware bij zòò -'n hongerlijë en gesloof. En wat is 'n vrouw waard, wat is 't lèven -waard, zonder zelfrespect? Waarom ben ik onafhankelijk en in staat om -m'n dochter 'n piekfijne opvoeding te geven, terwijl andere vrouwen, -die net dezelfde kansen hadden, nou in de goot legge? Omdat ik m'n -eigen altijd heb wete te respecteere en te beheersche. Waarom kijke -ze op tegen Lies in 'n vrome stad? Om dezelfde reden. En waar zouden -we nou an toe zijn, als we ons gestoord hadden an de malligheid van -die dominé? An vloeren schrobben voor anderhalve shilling per dag en -niks in 't vooruitzicht as 't armhuis. Laat jij je niet van de wijs -brengen door menschen die de wereld niet kennen. De eenige manier voor -'n vrouw om fatsoenlijk voor d'r eigen te zorgen is om goed te zijn -voor 'n man, die 't betalen kan om goed voor haar te wezen. Als ze van -zìjn stand is, laat ze dan zorgen, dat-ie haar trouwt, maar is ze dat -niet, dan kan ze dat niet verwachten.--Hoe zou ze? 't Zou niet voor d'r -eigen geluk weze. Vraag-t-er iedere dame in de Londensche wereld na, -die dochters heeft,--en ze zal je hetzelfde zegge,--behalve dat ik 't -je ronduit zeg, en zij verdraaid.--Daarin zit 'em 't eenige verschil. - -VIVIE (geboeid,--staart haar aan). Beste moeder,--u bent 'n -merkwaardige vrouw, u bent sterker dan heel Engeland. En voelt u -nu werkelijk en waarachtig niet 'n sikkepitje twijfel ... of ... of -schaamte? - -MEVR. WARREN. Wel natuurlijk, lieverd,--'t hoort er zoo bij om je -te schame,--dat wordt eenmaal verwacht van 'n vrouw. Vrouwen moeten -zich altijd houe of ze 'n heeleboel voele wat ze niet doen. Lies was -dikwijls kwaad op me, as ik zoo botweg de waarheid er over zei. Zij -zei altijd, dat, omdat iedere vrouw genoeg kon leere van wat ze voor -d'r ooge in de wereld ziet gebeure, 't nergens toe dient om er over -te prate. Maar Lies was ook op en top 'n dame. Ze had er 't echte -instinct van; terwijl je an mijn altijd m'n lage kom-af kon merken: -Ik plach zoo in m'n schik te zijn, wanneer je me je portretten zond -en ik zag, dat je opgroeide als Lies. Je hebt nèt haar damesachtige, -positieve manier van doen.--Maar ik kan 't niet uitstaan, om 't -ééne te zeggen, als iedereen weet, dat ik 't andere meen. Waar dient -dat gehuichel toe? Als de menschen de wereld op diè manier voor de -vrouwen inrichten, geeft 't niks om net te doen, of ze anders is -ingericht. Ronduit gezegd heb ik me nooit in 't minst geschaamd. Ik -beweer, dat ik 't recht heb om trotsch te zijn, dat we alles zoo goed -bedistelden, en er nooit iets op ons te zeggen was, en dat de meisjes -zoo goed behandeld werden. 'n Paar ervan kwamen best terecht: één -trouwde er met 'n gezant. Maar natuurlijk, daar mag ik nou niet meer -van spreken, wat zouen ze wel van me denken! (Zij geeuwt). O Heere, -ik geloof, dat ik tenslotte toch slaperig ben geworden. (Zij rekt -zichzelf luid uit, echt opgelucht door haar uitbarsting, en kalmpjes -bereid voor haar nachtrust). - -VIVIE. Ik geloof, dat ik 't zal zijn, die nu niet zal kunnen -slapen. (Zij gaat naar 't buffetje en steekt de kaars aan. Dan doet -ze de lamp uit, waardoor de kamer veel donkerder wordt). We zullen -wat frissche lucht in laten vòòr we sluiten. (Zij opent de buitendeur -en ziet dat 't heldere maan is). Kijk eens! (Zij trekt de gordijnen -van 't raam open. Men ziet het landschap badend in de stralen van -'n nazomermaan, die boven Blackdown rijst). - -MEVR. WARREN (met 'n vluchtigen blik naar buiten). Ja liefje, maar -pas op, dat je geen kou vat van de nachtlucht. - -VIVIE (minachtend). Gekheid! - -MEVR. WARREN (knorrig). Welzeker, alles wat ik zeg is gekheid -volgens jou. - -VIVIE (keert zich haastig naar haar toe). Nee, dat is volstrekt -niet waar, moeder. U hebt 't vannacht totaal van me gewonnen, hoewel -ìk gewild had, dat 't andersom zou zijn geweest. Laten we nu goeie -vrienden zijn. - -MEVR. WARREN (wat droevig haar hoofd schuddend). Dus 't is andersom -geweest. Maar tòch zal ik wel de kleinste motten wezen. Ik trok met -Lies altijd an 't kortste eindje, en ik denk, dat 't nou wel 'tzelfde -met jou zal worden. - -VIVIE. Dat hindert niet... Kom, goeie nacht goeie, oude moeder. (Zij -omarmt haar moeder). - -MEVR. WARREN (teeder). Ik heb je goed grootgebracht, heb ik niet, -lieverd? - -VIVIE. Ja, dat hebt u. - -MEVR. WARREN. En je zult goed zijn voor je arme, ouwe moeder, -niet waar? - -VIVIE. Zeker moederlief (kust haar). Goeie nacht. - -MEVR. WARREN (zalvend). M'n zegen over m'n eigen lieveling!--'n -moeders zegen! (Zij omhelst haar dochter beschermend, terwijl zij -opziet naar boven, alsof zij 'n zegening over Vivie af wil smeeken). - - - - - - - - -DERDE BEDRIJF. - - -In den tuin van de pastorie, den volgenden morgen. De zon schijnt, -de vogels zingen lustig. De tuinmuur heeft 'n houten hek, breed -genoeg om 'n rijtuig door te laten. Naast het hek hangt 'n bel aan -'n gekronkelden spiraal die in verbinding staat met 'n trekker er -buiten. Het rijpad loopt tot aan het midden van den tuin en buigt -dan naar links, waar het eindigt in 'n kleine begrinte ronde plaats -tegenover den overdekten ingang naar de pastorie. Aan den anderen -kant van het hek ziet men den stoffigen straatweg, parallel aan den -muur en aan de verste zij afgezet door 'n grasrand en 'n ònomheind -dennenbosch. Op het grasveld, tusschen het huis en den rijweg, staat -'n gesnoeide taxusboom, waaronder in de schaduw een tuinbank. Aan den -tegenovergestelden kant is de tuin ingesloten door 'n palmhaag; op -het grasveld staat een zonnewijzer en daarnaast een ijzeren stoel. Een -smal paadje voert, achter den zonnewijzer, door de palmhaag heen. - -Frank zit op den stoel bij den zonnewijzer, waarop hij de ochtendbladen -gelegd heeft en leest de Standard, (conservatief Londensch blad). Zijn -vader komt 't huis uit, rillerig en met roode oogen;--en ontmoet -Franks blik wat onzeker. - - -FRANK (kijkt op z'n horloge). Half twaalf, 'n Mooi uur voor 'n dominé -om te komen ontbijten. - -DOMINÉ SAM. Spot niet Frank, spot niet. Ik ben 'n beetje .... è ... -(hij rilt). - -FRANK. Katterig? - -DOMINÉ. Nee jongmensch;--ongesteld van ochtend. Waar is je moeder? - -FRANK. Schrik niet, die is hier niet. Naar stad gegaan met Bessie -met den trein van 11.13. Heeft verscheiden boodschappen voor je -achtergelaten. Voel je je in staat om ze nu aan te hooren, of wil ik -wachten tot je ontbeten hebt? - -DOMINÉ. Ik hèb ontbeten, sinjeur. 't Verwondert me, dat je moeder -naar de stad is gegaan, terwijl we logé's hebben. Die zullen 't heel -vreemd vinden. - -FRANK. Daar zal ze mogelijk wel aan gedacht hebben. In ieder geval, -als Crofts hier nog blijft en jij iederen nacht tot vier uur toe -met hem op blijft zitten, om herinneringen uit je vurige jeugd op te -halen, dan is 't natuurlijk m'n moeders plicht om naar stad te gaan en -'n vat whisky en 'n paar honderd flesschen spuitwater te bestellen. - -DOMINÉ. Ik heb niet opgemerkt, dat Jhr. George bizonder veel heeft -gedronken. - -FRANK. Daar was je niet toe in staat, ouwe heer. - -DOMINÉ. Wil je te kennen geven, dat ik...? - -FRANK (kalm). Nog nooit heb ik 'n weleerwaarden dominé minder sober -gezien. De anekdoten uit je vroegere leven, die je verteld hebt, -waren zòò schandelijk, dat ik zeker geloof, dat Praed den nacht niet -onder je dak zou hebben doorgebracht, als 't niet was geweest, dat -hij en moeder zoo goed met elkaar waren opgeschoten. - -DOMINÉ. Gekheid, jongmensch. Ik ben Jhr. George z'n gastheer. Ik moet -toch over iets met hem praten, en hij heeft maar één onderwerp. Waar -is mijnheer Praed nu? - -FRANK. Die rijdt met m'n moeder en Bessie naar 't station. - -DOMINÉ. Is Crofts al op? - -FRANK. O, al lang. Die is zoo frisch als 'n hoen; hij is veel -beter geoefend dan jij:--heeft de training waarschijnlijk tot nu -toe bijgehouden. Hij is ergens gaan rooken. (Frank neemt z'n krant -weer op. De dominé wendt zich ontstemd naar het hek toe en komt dan -besluiteloos terug). - -DOMINÉ. E.... Frank. - -FRANK. Ja. - -DOMINÉ. Geloof je, dat de Warren's verwachten hier geïnviteerd te -worden, na gisteravond? - -FRANK. Ze zijn al geïnviteerd. Crofts vertelde ons aan 't ontbijt, -dat je hem gezegd hadt om mevrouw Warren en Vivie vandaag hier te -brengen en hun te verzoeken dit huis als het hunne te beschouwen. 't -Was na diè mededeeling, dat moeder bedacht, dat ze naar stad moest -met den trein van 11.13. - -DOMINÉ (met wanhopige heftigheid). Ik heb die invitatie niet gedaan. Ik -heb noòit aan zoo iets gedacht. - -FRANK (medelijdend). Hoe kun je weten, ouwe heer, wàt je gisterennacht -gezegd en gedacht hebt? Allo! Hier is Praed terug. - -PRAED (komt binnen door 't hek). Goeie morgen. - -DOMINÉ. Goeien morgen. Ik moet me verontschuldigen, dat ik u niet aan -'t ontbijt heb gezien. Ik heb 'n lichte aanval van... van... - -FRANK. Dominé's keelpijn, Praed. Gelukkig niet chronisch. - -PRAED (van onderwerp veranderend). Wel, ik moet zeggen, uw huis is -allerliefst gelegen, werkelijk allerliefst. - -DOMINÉ. Ja, dat is 't ook. Als u wilt, zal Frank 'n eindje met u gaan -wandelen. Ik hoop dat u me zult excuseeren: ik moet de gelegenheid -waarnemen om m'n preek te schrijven, terwijl mevrouw Gardner weg is -en m'n gasten zich amuseeren. U neemt me niet kwalijk, niet waar? - -PRAED. Zeker niet, u moet voor mij niet de minste complimenten maken. - -DOMINÉ. Dank u. Ik zal... è... è... (stamelend gaat hij naar den -ingang en verdwijnt in huis). - -PRAED (gaat op 't gras zitten en pakt z'n enkels beet). Wonderlijk -moet dat zijn om iedere week 'n preek te schrijven. - -FRANK. Heel wonderlijk als hij 't deèd. Hij koopt ze. Hij is nou -spuitwater gaan drinken. - -PRAED. Beste jongen, ik wou dat je meer respect toonde tegenover je -vader. Je weet zelf hoe aardig je kunt zijn als je wìlt. - -FRANK. M'n goeie Praeddie, je vergeet dat ik met den ouden heer moet -lèven. Als twee menschen samen wonen--'t doet er niet toe of ze -vader en zoon, man en vrouw of broeder en zuster zijn--dan kunnen -ze onmogelijk de beleefde voor-den-gek-houderij volhouden, die zoo -makkelijk valt voor 'n minuut of tien op 'n middagvisite. De oude -heer nou, die aan veel bewonderenswaardige huiselijke hoedanigheden -paart de besluiteloosheid van 'n schaap met de opgeblazenheid en de -ongemakkelijkheid van 'n jakhals... - -PRAED. Nee, asjeblieft, beste Frank. Bedenk toch, dat hij je vader is. - -FRANK. Daar geef ik hem alle eer van.--Maar stel je voor, dat hij -Crofts gezegd heeft om de Warrens hier te brengen!! Hij moet totaal -weg zijn geweest. Je weet beste Praeddie, dat m'n moeder haar dadelijk -weg zou kijken. Vivie moet hier niet komen, vòòrdat zij naar de stad -terug is. - -PRAED. Maar je moeder weèt toch niets van mevrouw Warren, wel? - -FRANK. Ik weet 't niet. Haar gaan naar de stad doet me denken van -wel. Niet, dat 't m'n moeder in 't algemeèn zou kunnen schelen. Zij -heeft 't dikwijls kranig opgenomen voor 'n massa vrouwen, die in -moeilijkheden waren geraakt. Maar dat waren allemaal behoòrlijke -vrouwen. Daarin zit 'em het verschil. Mevrouw Warren heeft zeker haar -eigenaardige verdiensten, maar ze is zoo allemachtig lawaaiig,--en m'n -moeder zou haar eenvoudig niet kunnen dulden. Daarom... Allo! (Deze -uitroep wordt veroorzaakt door de wederverschijning van den dominé, -die haastig en ontsteld z'n huis uitkomt). - -DOMINÉ. Frank, mevrouw Warren en haar dochter komen de hei over met -Crofts. Ik zag ze van uit m'n studeerkamer. Wat moèt ik zeggen van -je moeder? - -FRANK (energiek opspringend). Plak je hoed op je hoofd en ga hen -tegemoet en zeg hoe allerplezierigst je 't vindt om ze te zien;--en -dat Frank in den tuin is, en dat moeder en Bessie zijn weggeroepen -bij 'n ziek familielid, en dat 't hun zoo speet dat ze niet konden -blijven, en dat je hoopt, dat mevrouw Warren goed geslapen heeft -en... en... zeg hun àl 't mogelijke behalve de waarheid en laat de -rest aan onzen lieven Heer over. - -DOMINÉ. Maar hoe moeten we hen later kwijt raken? - -FRANK. Daar is nou geen tijd voor om over te denken. Hier! (Hij vliegt -'t huis in en keert onmiddellijk terug met 'n vilten dominé's hoed, die -hij z'n vader op 't hoofd duwt). Maak nu, dat je weg komt. Praed en ik -zullen hier wachten, om het zaakje 'n ongezocht aanzien te geven. (De -dominé, beduusd maar gehoorzaam, snelt weg door 't hek. Praed staat -op en stoft zichzelf af). - -FRANK. We moeten de oude dame op de een of andere manier naar de stad -terugzenden, Praed. Toe, zeg 'ns eerlijk, Praeddie, hoû jij er van -om ze samen te zien: Vivie en de ouwe dame? - -PRAED. Och, waarom niet? - -FRANK (z'n tanden op elkaar). Krijg jij er geen kippenvel van? Die -kwaje oude duvel, in staat tot àlles wat gemeen is, en Vivie.... brr! - -PRAED. Sst, asjeblieft. Daar komen ze. (De dominé en Crofts komen -samen het rijpad op, gevolgd door Mevrouw Warren en Vivie, die heel -innig met elkaar loopen.) - -FRANK. Kijk, ze heeft waarachtig haar arm om het middel van de oude -vrouw. 't Is haar rechterarm; zij moet er mee begonnen zijn. God in -den hemel, ze is sentimenteel geworden! Ai! jai! Krijg je nou geen -kippenvel? (De dominé opent het hek en mevrouw Warren en Vivie gaan -hem voorbij en blijven in het midden van den tuin naar 't huis staan -kijken. Frank, in 'n extase van veinzerij, wendt zich vroolijk naar -mevrouw Warren toe en roept uit): Alleraangenaamst om u te zien, -mevrouw Warren,--deze rustige, oude pastorie-tuin flatteert u bizonder. - -MEVR. WARREN. Wel, heb je ooit! Hoor je dat George? Hij zegt dat ik -er zoo goed uitzie in 'n rustigen, ouden pastorie-tuin. - -DOMINÉ (houdt het hek nog open voor Crofts, die er met 'n bizonder -landerig air doorheen slentert). U ziet er overal goed uit, mevrouw -Warren. - -FRANK. Bravo, ouwe heer. Luister 'ns,--laten we nou 'n gezelligen -tijd er van maken vóór lunch. Eerst gaan we de kerk bekijken. Die -behoort iedereen te zien. 't Is 'n typische oude, dertiende-eeuwsche -kerk, weet je. De oude heer voelt er erg voor, omdat hij indertijd -'n restauratiefonds op touw heeft gezet,--en ze zes jaar geleden -totaal verbouwd is geworden. Praed zal er jullie de merkwaardigheden -van aantoonen. - -DOMINÉ (allerminzaamst glimlachend tegen het gezelschap). 't Zal -me bizonder aangenaam zijn, als Jhr. George en mevrouw Warren er -werkelijk lust toe voelen. - -MEVR. WARREN. Wel ja, laten we maar gaan en 't afdoen: 't Zal George -goed doen; de kerk zal van hèm niet veel last hebben, wed ik. - -CROFTS (terugkeerend naar 't hek). Ik heb er niets tegen. - -DOMINÉ. Neen, die weg niet. We zullen door 't veld gaan, als u 't -goed vindt. Dèzen kant uit. - -CROFTS. O, mij goed. (Hij gaat met den dominé. Praed volgt met mevrouw -Warren. Vivie beweegt zich niet, maar kijkt hen na met de lijnen van -vastberadenheid scherp geteekend op haar gezicht). - -FRANK. Kom je niet? - -VIVIE. Nee. Ik wil je 'n waarschuwing geven, Frank. Je stak daarnet den -draak met m'n moeder, toen je dat zei over den pastorie-tuin. Dat is -voortaan taboe. Behandel m'n moeder asjeblieft met hetzelfde respect -waarmee je je eigen moeder behandelt. - -FRANK. M'n beste Vivie, dat zou ze niet apprecieëren. Ze is heel -anders dan m'n moeder: dezelfde behandeling zou voor die twee niet -deugen. Maar wat ter wereld is er met je gebeurd? Gisterenavond waren -we 't samen volmaakt eens over je moeder en haar kliek. En van morgen -stel je je sentimenteel aan met je arm om haar middel heen. - -VIVIE (rood wordend). Me aanstellen! - -FRANK. Dièn indruk maakte 't op me. Den eèrsten keer dat ik je iets -zag doen van twijfelachtig allooi. - -VIVIE (zichzelf bedwingend). Ja, Frank; er heèft 'n verandering met me -plaats gehad, maar ik geloof niet 'n verandering ten kwade. Gisteren -was ik 'n ingebeeld nest. - -FRANK. En vandaag? - -VIVIE (haar gezicht vertrekt pijnlijk, dan ziet ze hem vast -aan). Vandaag ken ik m'n moeder beter dan jij. - -FRANK. De hemel beware je daarvoor. - -VIVIE. Wat bedoel je daarmee? - -FRANK. Viv,--er bestaat 'n vrijmetselarij tusschen -door-en-door-onzedelijke menschen, waar jij niets van afweet. Jij -hebt te veel karakter. Maar dàt is de band tusschen je moeder en mij; -en dat is ook de reden, dat ik haar beter ken dan jij ooit zult doen. - -VIVIE. Je vergist je, je weet niets van haar af. Als je de -omstandigheden kende, waarmee m'n moeder te worstelen heeft gehad.... - -FRANK (ad rem haar zin voor haar afmakend). Dan zou ik weten waàrom -ze is geworden, wàt ze is,--is 't zoo niet? Wat zou er dat toe -doen? Omstandigheden of geen omstandigheden Viv,--je zult nooit met -je moeder kunnen opschieten. - -VIVIE (heel boos). Waarom niet? - -FRANK. Omdat ze 'n slecht wijf is, Viv. Als je ooit weer in mijn -bijzijn je arm om haar middel slaat, dan schiet ik me op de plaats -zelf voor m'n kop,--als 'n protest tegen 'n vertooning, die me in -opstand brengt. - -VIVIE. Moet ik dus kiezen tusschen jou en m'n moeder? - -FRANK. Dat zou de oude dame 'n veel te slechte kans geven. Nee, Viv, -je verwaande jongentje zal je in geen geval aan je lot overlaten. Maar -daarom moet hij ook zorgen, dat je geen vergissingen begaat.--'t -Geeft allemaal niks, Viv, je moeder ìs eenmaal onmogelijk. Ze mag in -haar soort niet kwaad zijn,--maar 't soort zelf ìs slecht, door en -door slecht. - -VIVIE (heftig). Frank! (Hij blijft kalm. Zij wendt zich af en gaat -zitten op de bank onder den taxus, worstelend om haar zelfbeheersching -te herkrijgen. Dan zegt ze). Moet ze door iedereen verlaten worden, -omdat ze eenmaal is wat jij "'n slecht soort" noemt? Heeft ze geen -recht om te leven? - -FRANK. Daar hoef je niet bang voor te wezen, Viv; zij zal nooit -verlaten zijn. (Hij gaat naast haar zitten op de bank). - -VIVIE. Maar ik moet haàr zeker verlaten. - -FRANK (sust haar op babyachtige manier en vleit haar met z'n -stem). Moèt niet met haar leven. Familiegroepje van moeder en dochter -zou geen succes zijn. Zou òns groepje bederven. - -VIVIE (onder de bekoring komend). Welk groepje? - -FRANK. De babies in 't bosch; Vivie en haar kleine Frank. (Hij -glijdt z'n arm om haar middel en nestelt zich tegen haar aan als -'n moe kind). Laten we mekaar toedekken met dorre blaâren. - -VIVIE (hem zachtjes wiegend als 'n moeder). Vast in slaap, hand in -hand, onder de boomen. - -FRANK. Het wijze kleine meisje en naar dwaze kleine jongentje. - -VIVIE. Het lieve kleine jongentje, met het zielige kleine meisje. - -FRANK. Heel, hèèl rustig en bevrijd van de idiotigheid van den vader -van 't jongentje en de rarigheid van de moe.... - -VIVIE (het woord smorend tegen haar borst aan). St. st. stst! 't -Kleine meisje wil alles vergeten van haar moeder. (Zij zwijgen eenige -oogenblikken elkaar wiegend. Dan komt Vivie plotseling tot bezinning en -roept uit): Wat 'n paar gekken zijn we! Kom, zit overeind. Goeie hemel, -je haar! (Zij strijkt 't glad). Ik zou wel eens willen weten of alle -groote menschen zoo kinderachtig doen, als er niemand bij is. Ik heb -'t nooit gedaan als kind. - -FRANK. Ik ook niet. Jij bent m'n eerste speelkameraad. (Hij vat -haar hand en wil die kussen, maar houdt eerst even op om rond te -kijken. Heel onverwacht verschijnt Crofts door de palmhaag). O verdomd! - -VIVIE. Waarom, verdomd? - -FRANK (fluisterend). Sst! Daar komt die fielt van 'n Crofts aan. (Hij -gaat verder van haar af zitten met 'n heel onschuldig gezicht). - -VIVIE. Wees niet lomp tegen hem, Frank. Ik wil erg m'n best doen om -beleefd tegen hem te zijn. Dat zal m'n moeder plezier doen. (Frank -trekt 'n leelijk gezicht). - -CROFTS. Mag ik 'n paar woorden met u spreken, juffrouw Warren? - -VIVIE. Zeker. - -CROFTS (tot Frank). Je excuseert me wel, Gardner.--Ze wachten op je -in de kerk, als je er niets tegen hebt. - -FRANK (staat op). Ik wil je graag van dienst zijn, Crofts, behalve -met naar de kerk te gaan. Als je iets noodig hebt, Vivie, bel dan aan -'t hek, dan verschijnt een van de dienstboden. (Hij gaat 't huis in -met kalme beminnelijkheid). - -CROFTS. (Kijkt hem met 'n sluwe uitdrukking nà, terwijl ie verdwijnt, -en spreekt dan tot Vivie op 'n toon alsof hij op vertrouwelijken voet -met haar is). 'n Aardige jongen, juffrouw Vivie. Jammer, dat hij geen -geld heeft, hè? - -VIVIE. Vindt u? - -CROFTS. Wel, wat moet hij uitvoeren? Heeft geen betrekking en geen -fortuin.--Waar dient hij toe? - -VIVIE. Ik zie volkomen goed z'n zwakke punten, Jhr. George. - -CROFTS ('n beetje van z'n stuk gebracht, omdat hij zoo volmaakt -doorzien wordt). O zòò meen ik 't niet, Maar zoolang we eenmaal op -deze wereld zijn, moeten we er ook rekening mee houden,--en geld is -geld. (Vivie antwoordt niet). 'n Mooie dag, vindt u niet? - -VIVIE (met ternauwernood bedwongen minachting voor z'n poging tot -conversatie). Heel mooi. - -CROFTS (met brutale jovialiteit, alsof hij haar flinkheid -bewondert). Wel, daarover wou ik anders niet praten (met voorgewende -openhartigheid). Luister 'ns, juffrouw Vivie. Ik ben me volkomen -bewust, dat ik geen man voor dames ben. - -VIVIE. Heusch niet? - -CROFTS. Nee; en om u de waarheid te zeggen, dat wil ik ook niet -zijn. Maar als ik wat zeg, dan meen ik het;--als ik iets voel, dan -voel ik 't ècht,--en wat ik graag wil hebben, daar wil ik ook goed -voor betalen. Dàt soort van man ben ik. - -VIVIE. Dat doet u alle eer aan. - -CROFTS. O, ik wil m'n eigen lof niet zingen. De hemel weet, dat ik -m'n fouten heb;--geen man ziet die beter dan ik. Ik weet, dat ik niet -volmaakt ben: die zelfkennis is een van de voordeelen van 'n man van -middelbaren leeftijd;--want ik bèn niet jong meer en daar geef ik me -niet voor uit ook. Mìjn moraal is heel eenvoudig en ik geloof goed: -Eergevoel tusschen man en man, trouw tusschen man en vrouw en geen -malle praatjes over den een of anderen godsdienst, maar 'n eerlijk -geloof, dat de wereld geleidelijk vooruitgaat. - -VIVIE (snijdend ironisch). "Een macht, niet wijzelf, die -rechtvaardigheid wil." - -CROFTS (haar au sérieux nemend). O zeker, wijzelf natuurlijk niet. U -begrijpt wat ik bedoel. (Hij gaat naast haar zitten, op 'n wijze -alsof hij 'n verwante ziel had gevonden). En nu, wat practische zaken -betreft. U zult misschien meenen, dat ik m'n geld heb weggegooid, -maar dat is zoo niet. Ik ben vandaag rijker, dan toen ik indertijd m'n -fortuin in handen kreeg. Ik heb van m'n wereldkennis geprofiteerd, -om m'n geld te steken in zaken, die andere menschen over 't hoofd -hebben gezien; en wàt ik ook wezen mag, op 't punt van geld ben ik -'n betrouwbaar man. - -VIVIE. 't Is heel vriendelijk van u, me dat allemaal te vertellen. - -CROFTS. Kom nou, juffrouw Vivie,--u hoeft u niet te houden, alsof -u niet weet, waar ik heen wil. Ik verlang om me te vestigen met 'n -"Lady Crofts".--Ik vermoed, dat u me wel erg botaf vindt? - -VIVIE. Volstrekt niet. Ik ben er u heel dankbaar voor, dat u zoo -kort en zakelijk bent. Ik stel uw aanbod zeer op prijs: het geld, -de positie, Lady Crofts en zoo al meer. Maar, met uw welnemen, zal -ik toch maar "nee" zeggen. Liever niet. (Zij staat en drentelt naar -den zonnewijzer, om wat uit z'n onmiddellijke nabijheid te zijn). - -CROFTS (in 't minst niet ontmoedigd, gebruik makend van de meerdere -plaats op de bank om er zich gemakkelijk op uit te strekken, vat -het op alsof 'n paar voorloopige weigeringen 'n onvermijdelijk deel -uitmaakten van den gewonen gang van 'n huwelijksaanzoek). Ik heb -geen haast. Ik wou u dit alleen maar laten weten, voor 't geval dat -de jonge Gardner mocht probeeren u te vangen. Denk er eens over na. - -VIVIE (scherp). Mijn neen blijft neen. Ik kom er niet op terug. (Zij -ziet hem aan van uit de hoogte. Hij grijnst; buigt zich voorover met -z'n elbogen op z'n knieën om met z'n stok naar 'n ongelukkig insect -in 't gras te prikken. Hij kijkt haar sluw aan. Ongeduldig wendt zij -zich af). - -CROFTS. Ik ben 'n goed beetje ouder dan u,--vijf en twintig jaar, -'n kwart eeuw. Ik heb 't eeuwige leven niet, en ik zal zorgen, dat -u goed achterblijft, als ik er niet meer zijn zal. - -VIVIE. Zelfs tegen diè verleiding ben ik bestand, Jhr. George. Gelooft -u niet, dat u beter zoudt doen met m'n antwoord te accepteeren? Er -is niet de minste kans, dat ik veranderen zal. - -CROFTS (staat op, na 'n laatsten slag naar 'n madeliefje en -begint heen en weer te loopen.) Wel, 't hindert niet. Ik zou u -dingen kunnen vertellen, die u gauw genoeg van gedachten zouden doen -veranderen,--maar dat wil ik niet, omdat ik u liever wil zien te winnen -door eerlijke liefde. Ik ben 'n goeie vriend voor uw moeder geweest, -vraag haar dat maar eens. Zij zou nooit 't geld verdiend hebben, -dat uw opvoeding betaald heeft, als ìk haar niet geraden en geholpen -had. Om niet te spreken van het geld, dat ik haar heb voorgeschoten. Er -zijn niet veel menschen, die haar gesteund zouden hebben, zooals ìk -'t heb gedaan. Ik heb van 't begin tot 't laatst toe niet minder dan -40,000 pond in haar zaak gestoken. - -VIVIE (hem aanstarend). Wilt u zeggen, dat u m'n moeders deelgenoot -geweest bent? - -CROFTS. Ja. Bedenk dus nou 'ns wat 'n last en explicaties 't besparen -zou, als wij 't heele geval onder ons hielden, om zoo te zeggen. Vraag -uw moeder maar eens of zij 't prettig zou vinden om uitlegging van -d'r zaken te geven aan 'n totaal vreemde. - -VIVIE. Daar zie ik de bezwaren niet van in, nu de zaken toch aan kant -zijn gedaan en het geld belegd is. - -CROFTS (blijft plotseling verbaasd staan). Aan kant gedaan? Een -onderneming aan kant doen, die 35 percent uitkeert in de slechtste -jaren?! Niet waarschijnlijk, hoor. Wie heeft u dàt verteld? - -VIVIE (plotseling verbleekend). Bedoelt u dat ze nog...? (Zij houdt -op eens stil en legt haar hand op den zonnewijzer om zichzelf te -ondersteunen. Dan loopt ze haastig naar den ijzeren stoel en gaat -zitten). Over welke onderneming spreekt u? - -CROFTS. Wel, de kwestie is, dat ze nou niet precies als 'n zaak van -den eersten rang beschouwd wordt in mijn kringen, de voorname kringen, -weet u;--die ònze kringen zullen worden, als u anders over m'n aanzoek -gaat denken. Niet, dat er iets niet in den haak mee is, dat moet u -niet denken. U begrijpt door het feit, dat uw moeder er in is, dat -ze volkomen fair en eerlijk is. Ik heb haar jaren lang gekend en ik -weet van haar, dat ze liever haar hand zou afslaan, dan met iets te -doen te hebben, wat niet heelemaal behoorlijk is. Als u wilt zal ik -er u alles van vertellen. Ik weet niet of u wel eens ondervonden hebt, -als u op reis was, hoe moeilijk 't is, om 'n werkelijk goèd ingericht -familiehotel te vinden. - -VIVIE (wendt haar gezicht af met walging.) Ja,--ga door. - -CROFTS. Nu, dat is alles. Uw moeder heeft 'n zeldzame gave om die -dingen te besturen. We hebben er twee in Brussel, één in Berlijn, -één in Weenen en twee in Buda-Pest.--Natuurlijk zijn er nog anderen -behalve wij in de zaak, maar wìj hebben er het meeste kapitaal in,--en -uw moeder is onmisbaar als directrice. U hebt zeker wel gemerkt, -dat zij veel reist.--Maar u begrijpt,--over zulke dingen kun je in -gezelschap niet spreken. Noem 't woord "hotel" maar eens en iedereen -zegt, dat je 'n publiek huis houdt. U zoudt toch niet willen, dat -ze dàt van uw moeder zouden zeggen, wel? Daarom houden we 't zoo -stil. Wat ik zeggen wil, u zult 't ook wel voòr u houden, niet? Nu -'t al zòòlang 'n geheim is geweest, is 't beter dat 't dat ook blijft. - -VIVIE. En dit is dus de onderneming, waar u wilt, dat ik deel in -zal nemen! - -CROFTS. Welnee. Mijn vrouw zal niets met zaken te maken hebben. U -zult er niet meer mee te maken hebben dan u altijd gedaan hebt. - -VIVIE. Altijd gedaan heb! Wat bedoelt u? - -CROFTS. Alleen maar dat u er altijd van geleefd hebt. Ze heeft betaald -voor uw opvoeding en voor de japon die u aan uw lijf hebt. Trek uw -neus maar niet op voor zaken, juffrouw Vivie. Wat zou er van uw mooie -scholen worden zonder geld? - -VIVIE (staat op, half buiten zichzelf). Pas op. Ik weet wàt voor zaak -'t is. - -CROFTS (opschrikkend, met 'n onderdrukte vloek). Wie heeft u dat -verteld? - -VIVIE. Uw compagnon--m'n moeder. - -CROFTS (zwart van woede). Die ouwe.... (Vivie ziet hem haastig -aan. Hij slikt 't woord in en staat stilletjes voor zich te razen -en te vloeken. Dan bedenkt hij zich, dat hij sympathiek moet zijn en -hij neemt z'n toevlucht tot 'n edele verontwaardiging). Zij behoorde -u meer te hebben ontzien. Ik zou 't u nooit verteld hebben. - -VIVIE. Ik denk, dat u waarschijnlijk gewacht zoudt hebben tot we -getrouwd waren. Het zou 'n makkelijk wapen voor u geweest zijn om me -mee klein te krijgen. - -CROFTS (heel oprecht). Ik had 't nooit willen doen. Op m'n woord -niet. (Vivie ziet hem verwonderd aan. Haar gevoel voor de ironie van -zijn protest kalmeert haar en geeft haar kracht. Zij antwoordt met -minachtende zelfbeheersching.) - -VIVIE. 't Doet er niet toe. Ik veronderstel dat u begrijpt, dat wanneer -wij vandaag van hier weggaan, onze kennismaking tot 'n eind komt. - -CROFTS. Waarom? Omdat ik u moeder geholpen heb? - -VIVIE. Mijn moeder was 'n arme vrouw die geen keus had om anders te -handelen dan ze gedaan heeft. Maar ù was rijk en u deed hetzelfde -terwille van 35 percent. U bent mijns inziens 'n gewone, echte -schurk. Dàt is m'n opinie van u. - -CROFTS (staart haar even aan,--volstrekt niet gekwetst, en veel meer -op z'n gemak, nu ze op dezen ongegeneerden voet met elkaar zijn, -dan toen ze eerst wat vormelijk waren). Ha, ha, ha, ha! ga je gang, -juffie, geef er me van langs; 't hindert me niet en 't amuseert me. Wat -weerga, waarom zou ik m'n geld niet op die manier beleggen? Ik neem -de interest van 'n kapitaal net als alle andere menschen. Ik hoop -niet, dat je vindt, dat ik er m'n eigen handen mee vuil maak. Zeg -'ns zelf: je zoudt toch niet weigeren om kennis te maken met m'n -moeders neef, den hertog van Belgravia, omdat sommige van de renten, -die hij ontvangt, op 'n wat wonderlijke wijze verdiend worden? Je -zoudt vermoedelijk den aartsbisschop van Canterbury niet negeeren -omdat de leden van de kerkelijke commissies enkele kroeghouders en -zondaren onder hun huurders hebben? Herinner je je de Croftsbeurs in -Newnham? Nu, die is gesticht door m'n broer, het parlementslid. Hij -krijgt z'n 22 percent van 'n fabriek met 600 meisjes, waarvan er niet -één genoeg verdient om van te leven. Hoe stel je je voor, dat die -rondscharrelen? Vraag 't je moeder maar eens. En verwacht je dan, -dat ik bedanken zou voor 35 percent, terwijl andere menschen in hun -zak steken wàt ze maar kunnen, als verstandige lui? Zòò gek ben ik -niet. Als je je kennissen wilt kiezen en uitzoeken volgens zedelijke -principes, dan kun je 't land wel uittrekken, tenzij je jezelf buiten -de heele fatsoenlijke maatschappij wilt houden. - -VIVIE (met gewetenswroeging). U kunt er verder nog op wijzen, dat -ik zelfs nooit gevraagd heb, waar 't geld, dat ik uitgaf, vandaan -kwam. Ik geloof, dat ik net even slecht ben als u. - -CROFTS (geheel gerustgesteld). Natuurlijk,--en dat is maar -goed ook. Wat voor kwaad doet 't ten slotte? (met een familiare -grappigheid). Nou je er verder over nadenkt, zul je me zoo'n schurk -wel niet meer vinden, wèl? - -VIVIE. Ik heb dezelfde voordeelen met u gedeeld, en ik ben al zoo ver -gegaan van u op vertrouwelijke wijze te vertellen wàt ik van u denk. - -CROFTS (met serieuze minzaamheid). Zeker, dat heb je ook.--Je -zult me zoo'n kwaje niet vinden. Ik geef me niet uit voor iemand -met een prima intellect, maar ik heb een goeie dozis eerlijk, -humaan gevoel; en het oude ras van de Croften komt uìt in 'n zekere -instinctmatige haat van alles wat min is,--waarin je zeker met me zult -sympathiseeren. Geloof me, juffrouw Vivie, de wereld is zoo kwaad niet, -als sommige schreeuwers wel beweren. Zoo lang je de maatschappij niet -openlijk trotseert, zal ze je ook geen lastige vragen doen;--en ze -maakt korte metten met de ploerten, die 't wèl doen. Er blijven geen -geheimen beter bewaard, dan dìè, die half bekend zijn. In de kringen, -waarin ik je zal introduceeren, zal geen heer of dame zich zòò ver -vergeten om de zaken van mij of je moeder te bespreken. Geen man kan je -'n veiliger positie aanbieden. - -VIVIE. Ik geloof dat u heusch denkt, dat u uitstekend met me opschiet. - -CROFTS. Wel, ik geloof, dat ik mezelf mag vleien, dat je beter over -me denkt, dan je eerst hebt gedaan. - -VIVIE (kalm). Ik vind u nu nauwelijks de moeite waard, om over te -denken. (Zij staat op en gaat naar het hek toe, onderweg stilhoudend om -hem te bekijken en om bijna zachtzinnig maar met diepe overtuiging tot -hem te zeggen): Als ik denk aan de maatschappij die ù duldt, en de wet -die ù beschermt,--als ik bedenk hoe hulpeloos overgeleverd negen van -de tien meisjes zullen zijn in de handen van u en van m'n moeder:--van -de vrouw met het onnoembare bedrijf en haar kapitalist-slavenjager.... - -CROFTS (wit van woede). Verdomd! - -VIVIE. U hoèft me niet meer te verdoemen. Ik voel al of ik onder -de verdoemden leef. (Zij licht den klink van 't hek op, om het te -openen en er door te gaan. Hij volgt haar en legt z'n hand zwaar op -den hoogsten dwarsbalk om te beletten, dat 't hek geopend wordt). - -CROFTS (hijgend van woede). Denk je, dat ik dit alles van je verdraag, -jij kleine duivel? - -VIVIE (koel). Wees bedaard. Er zal iemand komen in antwoord op -de bel. (Zonder even te aarzelen slaat zij tegen de bel met den -rug van haar hand. 't Klinkt hard, en Crofts schrikt onwilkeurig -terug. Bijna onmiddellijk verschijnt Frank in den ingang van 't huis -met z'n geweer). - -FRANK (met opgewekte beleefdheid). Wil jij 't geweer hebben Viv, -of zal ik 't gebruiken? - -VIVIE. Heb je geluisterd, Frank? - -FRANK. Alleen maar naar de bel, ik verzeker 't je,--zoodat je niet -zoudt hoeven te wachten. Ik geloof, dat ik je karakter goed heb -doorzien, Crofts. - -CROFTS. Voor 'n kleinigheid zou ik dat geweer van je overnemen en -'t kapot slaan op je hoofd. - -FRANK (voorzichtig naar hem toesluipend). Doe dat niet. Ik ga -heel onhandig met vuurwapenen om. Er zou stellig 'n noodlottig -ongeluk plaats hebben met later 'n waarschuwing van de jury voor -m'n onachtzaamheid. - -VIVIE. Zet 't geweer weg, Frank, 't is volmaakt onnoodig. - -FRANK. Groot gelijk, Viv. Veel beter jagersmanier om hem in 'n val -te vangen. (Crofts, die de beleediging begrijpt, maakt 'n dreigende -beweging). Crofts, er zijn vijftien kogels in 't magazijn en ik ben 'n -zekere treffer van 'n afstand als deze, op 'n schijf van jouw omvang. - -CROFTS. O je hoeft niet bang te zijn. Ik zal je niet aanraken. - -FRANK. Heel grootmoedig van je onder de omstandigheden. Wel bedankt. - -CROFTS. Ik wil jullie dit nog zeggen vòor ik heenga. 't Zal je -misschien interesseeren, omdat jullie zoo op elkaar gesteld bent. Sta -me toe, Frank, je voor te stellen aan je halfzuster, de oudste dochter -van den eerwaarden Samuel Gardner. Juffrouw Vivie, uw halfbroer. Goeie -morgen. (Hij gaat door 't hek heen den weg op). - -FRANK (na 'n pauze van ontdaanheid, neemt z'n geweer op). Viv, je -zult voor den rechter getuigen, dat 't een ongeluk was. (Hij mikt op -de verdwijnende figuur van Crofts. Vivie grijpt den loop en draait -die rond, tegen haar borst aan). - -VIVIE. Schiet nou. Nu mag je. - -FRANK (laat 't eind van z'n geweer haastig vallen). Halt! Pas op! (Zij -laat 't gaan. 't Valt op den grond). O, wat heb je je jongentje laten -schrikken! Stel je voor, dat 't af was gegaan.... O! (geheel ontdaan -valt hij op de bank neer). - -VIVIE. Ja, stel je dat voor. Begrijp je niet, dat 't een verlichting -voor me geweest zou zijn om 'n felle lichamelijke pijn in me te -voelen scheuren? - -FRANK (vleiend). Trek 't je niet zoo aan, beste Viv. Bedenk maar, dat -àls m'n geweer den vent zòò heeft verschrikt, dat hij voor 't eerst -in z'n leven de waarheid gezegd heeft, 't ons dan in èrnst maakt tot -de babies in 't bosch. (Hij houdt z'n armen voor haar open). Kom, -laten we ons weer toedekken met blaâren. - -VIVIE (met 'n kreet van afschuw). O, dat niet, dat niet! Je laat -me rillen! - -FRANK. Waarom,--wat scheelt je? - -VIVIE. Adieu! (Zij gaat heen door 't hek). - -FRANK (opspringend). Allo! Wacht even! Viv! Viv! (Zij draait zich om -bij 't hek). Waar ga je naar toe? Waar kan ik je vinden? - -VIVIE. Op Honoria Frasers kantoor, Chancery Lane 67,--voor de rest van -m'n leven. (Zij gaat heen in de tegenovergestelde richting van Crofts). - -FRANK. Maar hoor dan toch 'ns... wacht even... Wat drommel! (hij rent -haar achterna). - - - - - - - - -VIERDE BEDRIJF. - - -De kamers van Honoria Fraser in Chancery Lane. Een kantoor op de -hoogste verdieping met een raam van spiegelglas; geverfde muren, -electrisch licht en een vulkachel. Zaterdagmiddag. Men ziet de -schoorsteenen van Lincoln's Inn en den hemel daarachter in 't Westen, -door het venster. Er staat 'n dubbel schrijfbureau in het midden van -de kamer met een kistje sigaren, aschbakjes en een verplaatsbare -electrische lamp, de laatste half verborgen onder hoopen papier -en boeken. Dit schrijfbureau heeft gaten voor de knieën, rechts -en links ervan staan stoelen.--Het ziet er heel slordig uit. Het -bureau van den klerk, gesloten en netjes, met 'n hoogen stoel er -voor, staat tegen den muur aan, dicht bij 'n deur, die in verbinding -staat tot de binnenkamer. In den tegenovergestelden muur is de deur, -die voert naar de algemeene gang. Zijn bovenpaneel is van matglas, -waarop met zwarte letters aan den buitenkant "Fraser en Warren". Een -groen baaien scherm verbergt den hoek tusschen die deur en het venster. - -Frank, in 'n modieus licht sport-reispak met zijn stok, handschoenen -en witte hoed in z'n handen, loopt heen en weer in 't kantoor. Iemand -probeert de deur open te maken, met 'n sleutel. - - -FRANK (roept). Binnen! 't Is niet gesloten. (Vivie komt binnen met -hoed op en mantel aan. Zij blijft staan en staart hem aan). - -VIVIE (streng). Wat voer je hier uit? - -FRANK. Op je wachten. Ik hen hier al uren geweest. Is dat de manier -om op je zaken te passen? (Hij legt zijn hoed en stok op tafel, gaat -met 'n sprong boven op de klerks kruk zitten, en kijkt haar aan met -al de symptomen van 'n onrustige, plagerige, lichtzinnige stemming). - -VIVIE. Ik ben precies twintig minuten weg geweest om 'n kop thee te -drinken. (Zij neemt haar hoed en mantel af en hangt die achter het -scherm). Hoe ben je binnen gekomen? - -FRANK. Het personeel was er nog toen ik kwam. 't Is weggegaan om -cricket te spelen op Primrose-hill. Waarom heb je geen vrouw in je -dienst en geef je op die manier je sekse een kansje? - -VIVIE. Waarom ben je gekomen? - -FRANK (springt van zijn kruk af en komt naar haar toe). Viv, laten we -uitgaan en ergens van den halven Zaterdagschen vacantiedag genieten, -net als 't personeel.--Wat denk je van Richmond, en daarna een -tingeltangel en 'n gezellig soupétje? - -VIVIE. Ik kan 't niet bekostigen. Ik zal nog 'n uur of zes werken, -vòòr ik naar bed ga. - -FRANK. Niet bekostigen, hè? Aha! Kijk 'ns hier. (Hij neemt 'n handvol -goudstukken uit z'n zak en rammelt er mee). Goud, Viv, goud! - -VIVIE. Hoe ben je daaraan gekomen? - -FRANK. Met spelen, Viv;--met spelen: Poker. - -VIVIE. Bah! Dat is minner dan stelen. Nee; ik kom nièt. (Zij gaat -aan de tafel zitten om te werken, met haar rug naar de glazen deur -en begint in de papieren te bladeren.) - -FRANK (beklaaglijk protesteerend). Maar beste Viv, ik moet heusch -'ns heel ernstig met je spreken. - -VIVIE. Best. Ga dan op Honoria's stoel zitten en praat. (Hij -moppert). Pruttelen helpt niet; ik ben onvermurwbaar. (Hij neemt -mistroostig den tegenoverstaanden stoel). Geef me dat sigarenkistje -eens aan, wil je? - -FRANK (het kistje naar haar toeschuivend). Akelige -vrouwengewoonte. Nette mannen doen 't niet meer. - -VIVIE. Ja, die maken bezwaar tegen de reuk in 't kantoor,--en daarom -moeten wij ons met cigaretten behelpen. Kijk! (Zij doet 't kistje open, -neemt er 'n cigaret uit en steekt die aan. Zij biedt er hem een aan, -maar hij schudt z'n hoofd met 'n zuur gezicht. Zij gaat nu gemakkelijk -in haar stoel zitten rooken). Ga je gang. - -FRANK. Wel, ik verlang te weten, wat je gedaan hebt--welke schikkingen -je gemaakt hebt. - -VIVIE. Alles was geregeld in twintig minuten, nadat ik hier was -gekomen. Honoria heeft dit jaar gemerkt, dat de zaak te veel voor -haar werd en stond juist op 't punt om me te laten komen en me -'n vennootschap voor te stellen, toen ik naar binnen kwam wandelen -en haar vertelde, dat ik geen cent in de wereld bezat. Toen heb ik -mezelf geïnstalleerd en haar weggestuurd voor 'n veertiendaagsche -vacantie.--Wat is er in Haslemere gebeurd, nadat ik heen was gegaan? - -FRANK. Absoluut niets. Ik zei dat je naar de stad was gegaan voor -particuliere aangelegenheden. - -VIVIE. En! - -FRANK. Wel, ze waren òf te verbouwereerd om iets te zeggen òf Crofts -had je moeder al voorbereid. In ieder geval, zij zei niets, en Crofts -zei niets en Praeddie zette alleen groote oogen op.--Na de thee gingen -ze weg en ik heb ze na dien tijd niet meer gezien. - -VIVIE (knikt kalm, met haar ééne oog op 'n rookkringetje -gericht). Uitstekend. - -FRANK (verachtelijk rondkijkend). Ben je van plan om in deze -onmogelijke plaats te blijven? - -VIVIE (blaast den rookkring op besliste manier weg en gaat overeind -zitten). Ja. Deze twee dagen hebben me al m'n kracht en zelfvertrouwen -teruggegeven. Ik neem nooit meer 'n dag vacantie, zoolang als ik leef. - -FRANK (met 'n heel zuur gezicht). Phoe!--Je ziet erg in je schik, -en zoo hard als 'n bikkel. - -VIVIE (streng). Goed, dat ik dat ben! - -FRANK (staat op). Hoor 'ns Viv, we moeten tot 'n verklaring met elkaar -komen. Wij zijn verleden van elkaar gegaan, onder den indruk van -'n totaal misverstand. - -VIVIE (legt haar sigaret neer). Nou, helder 't dan op. - -FRANK. Je herinnert je wat Crofts zei? - -VIVIE. Ja. - -FRANK. Die onthulling werd verondersteld 'n absolute verandering -teweeg te brengen in den aard van onze gevoelens voor elkaar. Ze -plaatste ons op den voet van broer en zuster. - -VIVIE. Ja. - -FRANK. Heb jij ooit 'n broer gehad? - -VIVIE. Nee. - -FRANK. Dan weet je ook niet hoe 't voèlt om broer en zuster te -zijn. Nou, ik heb 'n massa zusters. Jessie en Georgina en de rest. Het -broedergevoel is iets heel bekends voor me;--en ik verzeker je dat -m'n gevoel voor jou er niets mee gemeen heeft. De meisjes zullen hùn -weg gaan, ik den mijnen en het zal ons niets kunnen schelen, of we -elkaar ooit meer terug zien. Dàt is broer- en zuster-zijn. Maar wat -joù betreft ben ik niet op m'n gemak als er 'n week voorbij gaat, -zonder dat ik je zie. Dat is nièt broer- en zuster-zijn. 't Is precies -wat ik voelde 'n uur vòòrdat Crofts z'n onthulling deed. In 't kort, -beste Viv, 't is echte, jonge liefde. - -VIVIE (bijtend). Hetzelfde gevoel Frank, dat jouw vader aan m'n -moeders voeten bracht, niet waar? - -FRANK (verontwaardigd). Ik kom er met kracht tegen op Viv, om mìjn -gevoelens te vergelijken met eenige, die de eerwaarde Samuel in staat -is om te koesteren, en ik protesteer nog meèr tegen eene vergelijking -van jou met je moeder. Daarenboven geloof ik niets van de heele -geschiedenis. Ik heb er mijn vader de duimschroeven voor aangezet en -van hem verkregen wat ik synoniem beschouw met 'n ontkenning. - -VIVIE. Wat zei ie? - -FRANK. Hij zei, dat hij zeker was, dat het 'n vergissing moest zijn. - -VIVIE. Geloof je hem? - -FRANK. Ik neem aan, om zìjn woord te gelooven tegenover dat van Crofts. - -VIVIE. Maakt dat eenig verschil? Ik meen in je verbeelding of voor -je geweten;--want natuurlijk maakt het geen verschil in werkelijkheid. - -FRANK (hoofdschuddend). Voor mij in 't minst niet. - -VIVIE. Voor mij ook niet. - -FRANK (haar aanstarend). Maar dat is al heel merkwaardig! Ik dacht -dat in jouw verbeelding en voor je geweten, zooals je het daarnet -noemde, onze verhouding totaal was veranderd, van het oogenblik af, -dat die woorden uit 't monster zijn muil waren gekomen. - -VIVIE. Nee, dàt was 't niet. Ik geloofde hem niet. Ik wou dat ik -'t kon. - -FRANK. Wat? - -VIVIE. Ik vind dat broer en zuster een heele geschikte verhouding -voor ons zou zijn. - -FRANK. Meen je dat heusch? - -VIVIE. Ja. 't Is de eenige verhouding, waar ik voor voel, zelfs als we -'n andere konden bekostigen. Dat meen ik. - -FRANK. (Trekt z'n wenkbrauwen op als iemand wien 'n licht opgaat en -zegt dan met 'n ontboezeming van ridderlijk gevoel). M'n beste Viv, -waarom heb je dat niet eer gezegd? 't Spijt me zoo, dat ik je lastig -ben gevallen. Ik begrijp 't nu natuurlijk. - -VIVIE (niet begrijpend). Wàt begrijp je? - -FRANK. O, ik ben geen dwaas in den gewonen zin, alleen maar in den -bijbelschen zin van 't woord; dat ik nl. al de dingen doe die de -wijze man voor dwaasheid uitmaakt, nadat hijzelf ze eerst allemaal -op de meest uitvoerige manier had onderzocht.--Ik merk, dat ik niet -langer Vivums jongetje ben.--Wees maar niet bang,--ik zal je nooit -meer Vivums noemen,--tenminste.... tenzij je genoeg mocht krijgen -van je nieuwe jongetje, wie hij ook zijn mag. - -VIVIE. M'n nieuwe jongetje? - -FRANK (met overtuiging). Er moèt een nieuw jongetje zijn. Gaat altijd -zoo op die manier. Iets anders is onmogelijk. - -VIVIE. Geen een, dien jij kent,--gelukkig voor je. (Er wordt aan de -deur geklopt). - -FRANK. Vervloekt, die bezoeker, wie hij ook zijn mag. - -VIVIE. 't Is Praed. Hij gaat naar Italië en wou me goeiendag zeggen. Ik -heb hem gevraagd om van middag te komen. Doe hem even open. - -FRANK. We kunnen ons gesprek voortzetten na z'n vertrek. Ik zal -wachten tot hij weg is. (Hij gaat naar de deur en opent die). Hoe gaat -'t Praeddie?--Prettig je te zien. Kom binnen. (Praed, gekleed voor -de reis, komt binnen in 'n opgewekte stemming, opgewonden door het -vooruitzicht van de reis). - -PRAED. Hoe gaat 't u, juffrouw Warren? (Zij drukt hem hartelijk de -hand, hoewel 'n zekere sentimentaliteit in zijn verhoogde stemming haar -pijnlijk aandoet). Ik vertrek over 'n uur van Holborn Viaduct. Ik wou, -dat ik u kon overhalen om mee naar Italië te gaan. - -VIVIE. Waarom? - -PRAED. Wel, om u te verzadigen aan schoonheid en romantiek -natuurlijk. (Vivie, met 'n rilling, draait haar stoel naar de tafel -toe, alsof het werk, dat haar daar wacht, 'n troost en steun voor -haar is. Frank plaatst 'n stoel juist achter Vivie en valt er lui en -nonchalant op neer,--terwijl hij tot haar spreekt over z'n schouder -heen). - -FRANK. Geeft niets, Praeddie. Viv is 'n kleine Philistijn. Ze is -onverschillig voor mìjn romantiek en ongevoelig voor m'n schoonheid. - -VIVIE. Eens vooral, mijnheer Praed, er bestàat voor mij geen schoonheid -en geen romantiek in het leven. Het leven is wat het eenmaal is;--en -ik heb me voorgenomen het als zoodanig te nemen. - -PRAED (enthousiast). Dat zoudt u niet zeggen, als u naar Verona en -Venetië kwam. U zoudt schreien van verrukking om in zoo'n mooie wereld -te leven. - -FRANK. Heel welsprekend, Praeddie. Ga zoo door. - -PRAED. O, ik verzeker u, dat ik gehuild heb--en ik hoop het weer -te doen--op m'n vijftigste jaar! Op uw leeftijd, juffrouw Warren, -zoudt u niet eens zoo ver hoeven te gaan als Verona. Bij het zien van -Ostende al, zou uw ziel z'n vleugels uitslaan;--en u zoudt verrukt -wezen over de vroolijkheid, de levendigheid, de heerlijk lichte lucht -van Brussel. (Vivie schrikt terug). Wat scheelt u? - -FRANK. Allo Viv! - -VIVIE (tot Praed met diep verwijt). Kunt u geen beter voorbeeld van -schoonheid en romantiek voor me vinden dan Brussel? - -PRAED (niet begrijpend). Natuurlijk,--'t is heel verschillend van -Verona. Ik beweer geen oogenblik, dat.... - -VIVIE (bitter). Waarschijnlijk zullen de schoonheid en de romantiek -zoowat op hetzelfde neerkomen in die twee plaatsen. - -PRAED (nu totaal ontnuchterd en heel bezorgd). M'n beste juffrouw -Warren, ik.... (ziet Frank vragend aan). Is er iets gebeurd? - -FRANK. Zij vindt je enthousiasme lichtzinnig, Praeddie. Er is haar -iets heel ernstigs overkomen. - -VIVIE (scherp). Hoû je mond, Frank. Wees niet mal. - -FRANK (kalm). Noem je dàt nu goede manieren, Praed? - -PRAED (bezorgd en vriendelijk). Zal ik hem meenemen, juffrouw -Warren? Ik ben er zeker van, dat we u gehinderd hebben in uw werk. (Hij -wil opstaan). - -VIVIE. Blijft u zitten; ik zal vooreerst niet aan het werk gaan. U -denkt allebei, dat ik 'n aanval heb van zenuwachtigheid. Geen kwestie -van. Maar er zijn twee onderwerpen, die ik, met uw goedvinden, -niet aangeroerd wil hebben. Het eene is: (tot Frank) jonge liefde, -in welken vorm ook, en het andere: (tot Praed) de romantiek en de -schoonheid van het leven,--vooral wanneer de vroolijkheid van Brussel -er bij tot voorbeeld wordt genomen.--Ik gun u graag alle illusies, die -u ten opzichte van deze onderwerpen mag hebben,--ik heb er geen. Als -wij drieën vrienden willen blijven, moet ik behandeld worden als -'n vrouw van zaken,--onherroepelijk eenzaam (dit tot Frank) en -onherroepelijk onromantisch (dit tot Praed). - -FRANK. Ik zal ook "onherroepelijk eenzaam" blijven, totdat je van -opinie verandert. Praeddie, kies 'n ander onderwerp;--wees welsprekend -over iets anders. - -PRAED (beschroomd). Ik vrees dat er niets anders ter wereld, is, -waar ik over kàn spreken. Het evangelie van de kunst is het eenige, -dat ik preeken kan. Ik weet, dat juffrouw Warren een vurige aanhangster -is van de leer: "om vooruit te komen";--maar daàrover kunnen we niet -spreken zonder jouw gevoelens te kwetsen, Frank, aangezien jij besloten -bent om nièt vooruit te komen. - -FRANK. O, bekommer je niet om mìjn gevoelens. Geef me voor mijn part -wat heilzamen raad. Dat zal me goed doen. Probeer nog maar eens om een -voorspoedig man van me te maken, Viv. Kom, laat 't me allemaal nog -'ns hooren; energie, zuinigheid, overleg, zelfrespect, karakter. Je -haat immers menschen, die geen karakter hebben, is 't niet Viv? - -VIVIE (pijnlijk). O, hoû op, hoû op; niet meer van die afschuwelijke -frases. Mijnheer Praed, als er werkelijk alleen maar deze twee -evangelie's in de wereld zijn, dan doen we beter met ons allemaal -van kant te maken, want hetzelfde bederf is in allebei. - -FRANK (haar kritisch aanziend). Er is vandaag 'n waas van poëzie over -je, Viv, dat je vroeger steeds ontbroken heeft. - -PRAED (vermanend). M'n beste Frank, ben je niet 'n beetje onsympathiek? - -VIVIE (zonder genade voor zichzelf). Nee, 't is goed voor me. 't -Weerhoudt me van sentimenteel te worden. - -FRANK (haar plagend). Houdt je krachtige, natuurlijke neiging in dat -opzicht wat in toom, niet? - -VIVIE (bijna hysterisch). Ja, ja, ga door; spaar me niet. Eèns in m'n -leven ben ik, voor één oogenblik, sentimenteel geweest,--verrukkelijk -sentimenteel bij maanlicht. En nu.... - -FRANK (haastig). Zeg 'ns Viv, pas op. Verpraat je eigen niet. - -VIVIE. O, denk je, dat mijnheer Praed niet alles van m'n moeder -af weet? (tot Praed). U hadt beter gedaan me dien ochtend alles te -vertellen, mijnheer Praed. U bent tenslotte erg ouderwetsch geweest -met al uw fijngevoeligheid. - -PRAED. Me dunkt, dat ù wat ouderwetsch bent in uw vooroordeelen, -juffrouw Warren. Ik voel me verplicht u te zeggen, sprekend als -artiest, en overtuigd dat de innigste familiebanden ver buiten en boven -het bereik van de wet staan, dat ik, hoewel ik weet, dat uw moeder -ongetrouwd is, haar daarom niets minder respecteer. Ik respecteer er -haar integendeel te meer om. - -FRANK (luchtig). Luister, luister. - -VIVIE (hem aanstarend). Is dat alles wat u weet? - -PRAED. Zeker, dat is alles. - -VIVIE. Dan weet u geen van beiden iets. Uw gissingen zijn de onschuld -zelf vergeleken bij de werkelijkheid. - -PRAED (verschrikt en verontwaardigd, bewaart met moeite zijn -beleefdheid). Ik hoop 't niet (met meer nadruk). Ik hoop 't niet, -juffrouw Warren. (Franks gezicht toont nu, dat hij Praeds ongeloof -niet deelt, Vivie geeft 'n uitroep van ongeduld. Praeds ridderlijkheid -zakt neer tegenover hun overtuiging). Als er iets erger is... ik meen -iets anders, bent u dan wel zeker, of u er goed aan doet het ons te -vertellen, juffrouw Warren? - -VIVIE. Ik ben zeker, dat àls ik den moed er toe had, ik de rest van m'n -leven zou doorbrengen met het iedereen te vertellen, met het er bij -hen in te stampen en te branden, totdat ze hun deel van de schaamte -en afschuw erover zouden voelen, zoo goed als ik. Er is niets wat -ik meer veracht dan de verkeerde conventie, die die dingen beschermt -door 'n vrouw te verbieden om er over te spreken. En tòch kan ik 't -u niet zeggen. De twee afschuwelijke woorden, die uitdrukken wàt m'n -moeder is, klinken in m'n ooren en branden me op m'n tong, en ik kàn -ze niet uitspreken: m'n instinct is me te sterk. (Zij begraaft haar -gezicht in haar handen. De twee staren verbaasd, eerst elkaar aan, -dan haar. Zij licht haar hoofd weer op en neemt 'n vel papier en -'n pen). Kijk dan: ik zal 'n prospectus voor u opstellen. - -FRANK. O, ze is gek. Hoor je dat, Viv, gek. Kom, kom, niet bij de -pakken neerzitten. - -VIVIE. Dat zul je zien. (Zij schrijft). "Gestort kapitaal: niet -minder dan 40.000 pond op naam van Jhr. George Crofts, de voornaamste -aandeelhouder. Wat komt er dan? Ik heb 't vergeten.--O ja: perceelen -in Brussel, Berlijn, Weenen en Budapesth. De directeur: mevrouw -Warren."--En laat ik nu vooral haar titel niet vergeten,--de twee -woorden. Daar! (Zij schuift 't papier naar hen toe). O, nee, nee, -lees 't niet. (Zij trekt 't terug en scheurt het in stukjes. Frank, -die over haar schouder heen nauwkeurig heeft gezien wat zij schreef en -er met groote oogen naar gestaard heeft, neemt 'n kaartje uit z'n zak, -krabbelt er 'n paar woorden op en geeft het zwijgend aan Praed, die 't -met verbazing leest. Frank buigt zich dan berouwvol over Vivie heen). - -FRANK (fluistert teeder). Beste Viv;--'t is in orde. Ik heb gelezen -watje schreef; en Praeddie ook. We begrijpen het allebei. En we -blijven je, met dit al, èven toegewijd als vroeger. (Vivie licht -langzaam haar hoofd op). - -PRAED. Ja, dat doen we zeker, juffrouw Warren. Ik moet zeggen, u -bent de bewonderenswaardigste, moedigste vrouw, die ik ooit ontmoet -heb. (Dit sentimenteele compliment geeft Vivie kracht. Zij schudt -het ongeduldig van zich af, en dwingt zichzelf om op te staan, hoewel -niet zonder eenigen steun van de tafel). - -FRANK. Beweeg je niet, Viv, als het je moeilijk valt. Hoû je gemak. - -VIVIE. Dankje. Je kunt altijd op me rekenen met twee dingen: dat ik -niet huilen zal en niet flauw vallen. (Zij gaat een paar stappen naar -de deur van de binnenkamer en houdt stil dicht bij Praed, om hem te -zeggen:) Ik zal meer moed noodig hebben dan nu, als ik m'n moeder -vertel dat onze wegen zich voortaan zullen scheiden. En nu, als u -'t goed vindt, ga ik 'n oogenblik naar binnen om me wat op te knappen. - -PRAED. Willen wij heengaan? - -VIVIE. Nee, ik ben dadelijk terug. 'n Oogenblik maar. (Zij gaat de -andere kamer in, waarvan Praed de deur voor haar opent). - -PRAED. Wat een merkwaardige onthulling! 't Valt me verbazend van -Crofts tegen; dat doet 't werkelijk. - -FRANK. Mij in 't minst niet. Ik heb het gevoel, dat nu eindelijk bij -hem de aap uit de mouw is gekomen. Maar wat 'n tegenvaller voor mij, -Praeddie! Ik kan haar niet trouwen. - -PRAED (streng). Frank! (Beiden zien elkaar aan, Frank bedaard, Praed -diep verontwaardigd). Ik moet je zeggen, Gardner, dat, als je haar -nu laat zitten, je je allermìnst gedraagt. - -FRANK. Goeie, oude Praeddie! Altijd ridderlijk! Maar je vergist je: -'t is niet de moreele kwestie van het geval,--'t is de geldkwestie. Ik -zou er waarachtig nu niet toe kunnen komen om het geld van de ouwe -vrouw aan te raken. - -PRAED. En zou je daàrop getrouwd zijn? - -FRANK. Waarop anders? Ik heb geen geld, noch de minste kans om het te -verdienen. Als ik nu met Vivie trouwde, zou zij me moeten onderhouden, -en ik zou haar meer kosten dan ik waard ben. - -PRAED. Maar me dunkt, dat 'n knappe, verstandige jongen als jij, -toch zeker wel iets met z'n eigen hersenen kan verdienen. - -FRANK. O jawel,--'n kleinigheid (hij haalt z'n geld weer te -voorschijn). Dat heb ik gisteren allemaal verdiend,--in anderhalf uur -tijds,--in 'n hoogst speculatieve onderneming. Nee, beste Praeddie, -zelfs wanneer Jessie en Georgine met millionnairs trouwden en de oude -heer stierf na ze met 'n shilling te hebben afgescheept, dàn nog zou -ik maar vier honderd pond 's jaars krijgen.--En hij zàl niet sterven, -vóor hij de zeven kruisjes gehaald heeft; daar is ie niet origineel -genoeg voor. Ik zal op zwart zaad zitten voor de eerste twintig -jaar.--Geen zwart zaad voor Viv, als ik 't kan helpen. Ik trek me -met gratie terug en laat de plaats vrij voor de jeunesse dorée van -Engeland.--Dat is dus afgesproken.--Ik zal er haar niet over lastig -vallen,--ik zal haar alleen een paar regels zenden, nadat we weg zijn -gegaan. Dat zal ze wel begrijpen. - -PRAED (z'n hand grijpend). Je bent 'n beste jongen, Frank; ik vraag -je van harte vergeving. Maar zul je haar nooit weerzien? - -FRANK. Haar nooit weerzien! Wat weerga, gebruik toch je verstand. Ik -zal zoo dikwijls mogelijk bij haar aankomen en een soort van broer -voor haar wezen. Ik begrijp niet die dwaze gevolgtrekkingen, die -jullie romantische lui maken van de meest gewone dingen. (Er wordt -geklopt). Wie zou dat zijn? Zou jij de deur willen opendoen? Als het -'n cliënt is zal het 'n beteren indruk maken, dan wanneer ik verschijn. - -PRAED. Wel zeker. (Hij gaat naar de deur en opent die. Frank gaat op -Vivie's stoel zitten om 'n paar regels te krabbelen). M'n beste Kitty, -kom binnen, kom binnen. - - -(Mevrouw Warren komt binnen, angstig rondkijkend naar Vivie. Zij heeft -haar best gedaan om er moederlijk en deftig uit te zien. De opzichtige -hoed is vervangen door 'n bescheiden kapotje, en de bonte blouse is -bedekt door 'n kostbare zwart zijden mantel. Zij is droeviglijk-angstig -en weinig op haar gemak,--blijkbaar hevig ontdaan). - - -MEVR. WARREN (tot Frank). Wat! Jij hier! - -FRANK (ronddraaiend op z'n stoel, zonder op te staan). Ja, en bizonder -verheugd om u te zien. U komt binnen als 'n lentebries. - -MEVR. WARREN (tot Frank). Och, scheì uit met je onzin (zachtjes). Waar -is Vivie? - -FRANK (wijst nadrukkelijk op de deur van de binnenkamer, maar zegt -niets). - -MEVR. WARREN (gaat plotseling zitten en begint half te -schreien). Praeddie, denk je, dat ze mij niet zal willen zien? - -PRAED. M'n beste Kitty, maak jezelf niet van streek. Waarom zou ze -dat niet? - -MEVR. WARREN. Och, jij begrijpt niet waarom; jij bent te -goedig. Mijnheer Frank, heeft ze ù iets gezegd? - -FRANK (zijn briefje dichtvouwend). Zij moèt u zien, als (met groote -nadruk) u wacht tot ze binnenkomt. - -MEVR. WARREN (verschrikt). Waarom zou ik niet wachten? (Frank kijkt -haar op komieke wijze aan; legt z'n briefje zorgvuldig op den inktpot, -zoodat Vivie het moèt vinden als ze haar pen indoopt; staat dan op en -wijdt z'n attentie geheel aan Mevr. Warren). M'n beste Mevr. Warren, -veronderstel eens, dat u 'n musch was, zoo'n heel klein, aardig -muschje, dat over den weg trippelt, en u zag in uw richting 'n groote -stoompletrol aankomen, zoudt u er dan op wachten? - -MEVR. WARREN. Och, zeur niet met je musschen.--Waarom is ze op die -manier van Haslemere weggeloopen? - -FRANK. Ik ben bang, dat ze het u vertellen zal, wanneer u wacht tot -ze terugkomt. - -MEVR. WARREN. Wil je dan dat ik heenga? - -FRANK. Nee. Ik verlang altijd dat u blijft. Maar ik raad u aan om -heen te gaan. - -MEVR. WARREN. Wat! En haar nooit terugzien? - -FRANK. Juist. - -MEVR. WARREN (weer schreiend). Praeddie,--laat hij toch niet zoo wreed -tegen me zijn! (Zij bedwingt haastig haar tranen en veegt haar oogen -af). Ze zal zoo boos zijn, als ze ziet, dat ik gehuild heb. - -FRANK (met werkelijk medelijden in z'n luchtige teederheid). U weet, -Mevr. Warren, dat Praeddie 'n toonbeeld van goedheid is. Praeddie, -wat zeg jij: weggaan of blijven? - -PRAED (tot Mevr. Warren). Het zou me werkelijk erg spijten om u -onnoodig pijn te moeten doen;--maar ik geloof tòch misschien, dat u -beter zou doen met niet te wachten. De zaak is.... (Men hoort Vivie -aan de binnendeur). - -FRANK. Sst--te laat.--Ze komt. - -MEVR. WARREN. Zeg haar niet, dat ik gehuild heb. (Vivie komt -binnen. Zij blijft ernstig staan, als ze Mevr. Warren ziet, die -haar begroet met hysterische opgewektheid). Wel lieverd, daar ben je -dus eindelijk. - -VIVIE. Ik ben blij, dat u gekomen bent; ik wou u graag spreken. Je zei, -geloof ik, dat je heenging, hè Frank? - -FRANK. Ja. Gaat u mee, mevrouw Warren? Wat zegt u van 'n uitstapje -naar Richmond en van avond 'n theater? In Richmond bent u veilig; -daàr is geen stoompletrol. - -VIVIE. Gekheid, Frank. M'n moeder blijft hier. - -MEVR. WARREN (verschrikt). Ik weet niet;--misschien doe ik beter met -heen te gaan. We hinderen je in je werk. - -VIVIE (met kalme beslistheid). Mijnheer Praed, neemt u Frank, als 't u -blieft, mee. Ga zitten moeder. (Mevrouw Warren gehoorzaamt hulpeloos). - -PRAED. Kom Frank. Adieu, juffrouw Vivie. - -VIVIE (hem de hand gevend). Adieu. Plezierige reis. - -PRAED. Dank u, dank u,--dat hoop ik. - -FRANK (tot mevrouw Warren). Adieu. U hadt beter gedaan met m'n raad te -volgen. (Hij geeft haar de hand, dan luchtig tot Vivie). Boujour, Viv. - -VIVIE. Adieu. (Hij gaat vroolijk heen zonder haar de hand te -geven. Praed volgt. Vivie, bedaard en hoogst ernstig, gaat op Honoria's -stoel zitten en wacht tot haar moeder begint te spreken. Mevrouw -Warren, beangst voor een pauze, verliest geen tijd voor ze begint). - -MEVR. WARREN. Wel Vivie, waarom ben je op die manier van me -weggeloopen, zonder 'n woord te zeggen? Hoe kòn je zoo iets doen? En -wat heb je met dien armen George uitgevoerd? Ik had gewild, dat -hij mee was gegaan, maar hij zocht er zich van af te maken. Ik kon -merken, dat hij echt bang was. En verbeeld je--hij wou niet, dat ìk -zou gaan. (bevend). Alsof ik bang zou zijn van jòu, lieverd. (Vivie -wordt nog ernstiger). Maar natuurlijk zei ik hem, dat alles uitstekend -tusschen ons in orde was en dat we beste maatjes waren (verliest -opeens haar zelfbeheersching). Vivie, wat beteekent dit? (Zij neemt -'n papier uit 'n enveloppe, gaat naar de tafel en reikt het daarover -heen aan Vivie). Dat kreeg ik van ochtend van de bank. - -VIVIE. 't Is mijn maandelijksche toelage. Ze zonden me die gisteren -zooals gewoonlijk. Ik heb ze toen eenvoudig teruggezonden, om in -uw credit te laten boeken, en gevraagd of ze u de quitantie er van -wilden sturen. Ik zal in de toekomst mezelf onderhouden. - -MEVR. WARREN (haast niet durvende begrijpen). Was het niet -genoeg? Waarom heb je me dat niet gezegd? (met 'n sluwen glans in haar -oog). Ik zal 't verdubbelen; 't was m'n plan al om dat te doen. Zeg -me alleen maar, hoeveel je noodig hebt. - -VIVIE. U weet heel goed, dat dat er niets mee te maken heeft. Van -nu af aan ga ik m'n eigen weg, in m'n eigen zaak en met m'n eigen -vrienden. En u kunt den uwen gaan (zij staat op). Adieu. - -MEVR. WARREN (ontdaan). Adieu?! - -VIVIE. Ja, adieu. Kom, laten we geen noodelooze scène maken, u begrijpt -me volmaakt goed. Jhr. George Crofts heeft me alles verteld. - -MEVR. WARREN (boos). Zotte, ouwe... (zij slikt 't woord in, en wordt -wit van schrik, dat zij het bijna heeft uitgesproken). Z'n tong moest -hem afgesneden worden!--Maar ik had je alles toch uitgelegd en je zei, -dat je er niets om gaf. - -VIVIE (vast). Pardon, ik geef er wèl om. U hebt me uitgelegd hoe de -zaak tot stand kwam. Maar dat verandert er niets aan. (Mevrouw Warren, -voor 'n oogenblik tot zwijgen gebracht, kijkt uit-'t-veld-geslagen -naar Vivie, die zit als 'n standbeeld, in stilte hopend dat de strijd -voorbij is. Maar de slimme uitdrukking komt terug op Mevr. Warren's -gelaat; en zij buigt over de tafel heen, sluw en dringend, terwijl -ze fluistert:) - -MEVR. WARREN. Weet je hoe rijk ik ben, Vivie? - -VIVIE. Ik twijfel er niet aan, dat u hèèl rijk bent. - -MEVR. WARREN. Maar je weet niet wat dat allemaal beteekent; daar -ben je te jong voor. 't Beteekent: iederen dag 'n nieuwe japon,--'t -beteekent, avond aan avond naar theaters en bals;--'t beteekent dat -je de eerste heeren van heel Europa aan je voeten kunt hebben,--'t -beteekent 'n prachtig huis en 'n sleep van bedienden; 't beteekent het -fijnste eten en drinken,--'t beteekent alles wat je maar verlangt, -alles wat je noodig hebt, alles wat je maar bedenken kunt.--En wat -ben je hier?--Een echte sloof, die van vroeg tot laat moet sjouwen en -zwoegen alleen voor d'r kost en d'r twee japonnetjes in 't jaar. Denk -daar is over. (sussend). Ik weet 't wel, je bent gechoqueerd. Ik kan -d'er best in komen in je gevoelens,--ze doen je alle eer aan. Maar -geloof me, niemand zal jòu er om hard vallen,--daar geef ik je m'n -woord op. Ik weet wat jonge meisjes zijn; en ik weet dat je er anders -over zal gaan denken, als je nog eens nagedacht heb. - -VIVIE. Dus op dèze manier wordt het gedaan, hê? U moet dit alles al -aan heel wat vrouwen gezegd hebben, moeder, dat 't u zoo vlot afgaat. - -MEVR. WARREN (hartstochtelijk). Wat voor kwaad vraag ik je om te -doen? (Vivie wendt zich minachtend af. Mevrouw Warren volgt haar -wanhopig). Vivie, luister naar me, je begrijpt 't allemaal niet. Ze -hebben je met opzet verkeerd ingelicht; je weet niet wat de wereld -eigenlijk is. - -VIVIE (staan blijvend). Met opzet verkeerd ingelicht! Wat bedoelt u? - -MEVR. WARREN. Ik bedoel, dat je al je kansen wilt weggooien voor -niks. Je gelooft, dat de menschen zijn, zooals ze zich voordoen,--dat -wat ze je op school als goed en behoorlijk hebben leeren beschouwen, -dat ook werkelijk zoo ìs. Maar dat is zoo nièt;--'t is alleen maar -'n verzinsel om de laffe, slaafsche gewone soort van menschen d'r -ònder te houden. Moet je daar pas achter komen, net als andere -vrouwen, op je veertigste jaar, als je je eigen hebt weggegooid, -en je kansen verkeken hebt, inplaats dat je het intijds aanneemt -van je eigen moeder, die van je houdt en je zweert dat het waarheid -is. De waarachtige waarheid? (dringend). Vivie, de groote lui, en de -knappe lui, en de lui die zaken doen, ze weten 't allemaal. Die doen -net wat ìk doe, en die denken wat ìk denk. Ik ken er verscheidene -van. Ik ken ze om met ze te praten, en om ze an je voor te stellen, -en om ze met je bevrind te maken. Ik meen niks kwaads; dat wil je maar -niet begrijpen. Je hebt je hoofd vol met onnoozele ideeën over me. Wat -weten de menschen, die jou onderricht hebben, van 't leven af en van -menschen als ik? Wanneer hebben ze me ooit ontmoet, of met me gepraat, -of van anderen over me gehoord? de gekken! Zouden ze ooit iets voor -je gedaan hebben, als ìk ze niet betàald had? Heb ik je niet verteld, -dat ik wil, dat je fatsoenlijk zal zijn? Heb ik je niet gròotgebracht -om fatsoenlijk te wezen? En hoe kan je dat blijven zonder m'n geld -en m'n invloed en Lizzie's vrinden? Begrijpt je dan niet, dat je je -eigen nek breekt en mijn hart er bij,--als je me de rug toedraait? - -VIVIE. Dat is Crofts levenswijsheid, moeder. Ik heb 't allemaal van -hèm al gehoord, dien dag bij de Gardner's. - -MEVR. WARREN. Je denkt, geloof ik, dat ik je dien verloopen ouden -gek wil opdringen. Maar dat wil ik niet, Vivie, op m'n woord niet. - -VIVIE. 't Zou niet geven, of u 't deed. 't Zou u toch niet -lukken. (Mevr. Warrens gezicht vertrekt pijnlijk, ze is diep -gekwetst door de kennelijke onverschilligheid tegenover haar goede -bedoeling. Vivie, die dit òf niet begrijpt, òf wie 't niet schelen -kan, gaat kalm verder). U begrijpt in 't minst niet, moeder, wat -voor soort van mensch ik ben. Ik heb niets meér tegen Crofts, dan -tegen iederen anderen ordinairen man van zìjn slag. Eerlijk gezegd -bewonder ik hem zelfs wat, omdat hij kracht genoeg heeft om z'n -leven te genieten op z'n eigen manier en flink geld te verdienen, -inplaats van het gewone leventje te leiden van: jagen, schieten, -uit-dineeren-gaan, toilet maken en slenteren, alleen maar omdat de -rest van z'n kliek dat eenmaal doet. En ik ben me volmaakt bewust, -dat wanneer ik in dezelfde omstandigheden was geweest als m'n tante -Lize, ik precies eender als zij gehandeld zou hebben. Ik geloof niet, -dat ik meer bevooroordeeld of bekrompen ben dan u;--ik geloof, dat ik -'t minder ben. Ik ben zèker minder sentimenteel. Ik weet heel goed, -dat de wereldsche moraliteit maar 'n voor-de-gek-houderij is, en -dat, als ik uw geld aannam en m'n verdere leven doorbracht met het -op rijkelui's manier te verteren, ik even nutteloos en slecht zou -kunnen zijn, als de zotste vrouw maar zou kunnen verlangen, zonder -'n woord er over te hooren. Maar ik wil niet nutteloos wezen. Ik zou -geen plezier hebben, als ik 't park ronddraafde om reclame te maken -voor m'n naaister en m'n rijtuigfabrikant, of als ik me verveelde in -de opera om 'n hoop diamanten uit te stallen. - -MEVR. WARREN (verbluft). Maar.... - -VIVIE. Wacht even, ik ben nog niet klaar. Zeg me eens waarom u uw zaak -nog voortzet, terwijl u er toch onafhankelijk door bent? Uw zuster, -hebt u me zelf verteld, heeft met dat alles afgedaan. Waarom doet u -dat ook niet? - -MEVR. WARREN. O, dat is alles goed en wel voor Liz; die houdt -van fijn gezelschap en ziet er uit als 'n dame. Maar stel je mij -voor in 'n vrome stad? M'n hemel, de kraaien in de boomen zouden -me zelfs in de gaten krijgen, laat staan nog, dat ik de verveling -niet zou kunnen verdragen. Nee, ìk moet werk en opwinding hebben, -anders zou ik gek worden van sikkeneurigheid. En wat moet ik anders -uitvoeren? Het leven bevalt me, ik ben er voor geschikt, en niet voor -iets anders. Als ik 't niet deed, zou 'n ander het doen,--dus echt -kwaad doe ik er niet mee. En dan brengt 't geld in;--en ik hoû er van -om geld te verdienen. Nee, dat geeft allemaal niks;--opgeven kan ik -'t niet;--voor niemand.--Maar wat hoef jìj er van af te weten? Ik zal -er je nooit iets over zeggen. Ik zal Crofts uit den weg houden. Ik zal -je ook niet dikwijls lastig vallen. Je moet denken, dat ik voortdurend -rondtrek van de eene plaats naar de andere. Als ik dood ga, zul je -voor goed met me afgedaan hebben. - -VIVIE. Nee, ik ben m'n moeders dochter. Ik ben net als u: ik moet -werk hebben en meer geld verdienen, dan ik uitgeef. Maar ùw werk -is mìjn werk niet, en mijn weg niet de uwe. We moeten van elkaar -scheiden. Heel veel verschil zal 't niet voor ons maken: in plaats -dat we elkaar misschien 'n paar maanden zien in twintig jaar tijds, -zien we elkaar nu heelemaal niet meer, dat is alles. - -MEVR. WARREN (met 'n door tranen verstikte stem). 't Was m'n bedoeling -geweest om meer met je samen te zijn, Vivie; dat was 't waarachtig. - -VIVIE. Dat gaat niet, moeder. Ik laat me niet van m'n stuk brengen -terwille van wat goedkoope tranen en smeekbeden, zoomin als u, daar -ben ik zeker van. - -MEVR. WARREN (heftig). Noem je de tranen van een moeder goedkoop? - -VIVIE. Ze kosten ù niets; en u vraagt mij om in ruil daarvoor de -vrede en de rust van m'n heele leven te geven? Wat zou m'n gezelschap -u waard zijn, als u 't had? Wat hebben wij twee gemeen, dat één van -ons gelukkig zou maken, wanneer we bij elkaar waren? - -MEVR. WARREN (vervalt in haar dialect). We zijn moeder en dochter. Ik -wil me dochter hebbe. Ik heb recht op je. Wie mot er voor me zorge -as ik oud wor'? 'n massa meisjes hebbe zich an me gehecht as dochters -en hebbe gehuild as ze van me af moste. Maar ik heb ze allemaal late -gaan, omdat ik an joù dacht. Ik ben alléen gebleven om jou. Je heb -'t recht niet om me nou de rug toe te draaie en te weigere je plicht -as dochter te doen. - -VIVIE (geprikkeld en vijandig, door de echo van de achterbuurten, die -ze in haar moeders stem hoort). M'n plicht als dochter! Ik dacht wel, -dat 't dààrtoe zou komen! Eens vooral nu, moeder: u verlangt naar -'n dochter en Frank naar 'n vrouw. Maar ik bedànk voor 'n moeder en -ik bedank voor 'n man. Ik heb noch hem, noch mezelf gespaard, toen -ik hem wegzond. Denkt u nu, dat ik ù zal sparen? - -MEVR. WARREN (hevig). O, ik weet wat je d'r voor één bent; zonder -genade voor jezelf of voor een ander. Ik weet 't. M'n ondervinding -heeft me dàt tenminste geleerd: dat ik de vrome, huichelachtige, -harde, zelfzuchtige vrouw kèn als ik d'r tegenkom. Wel, veel plezier -met jezelf; ìk heb je niet noodig. Maar luister hier nou is na: Weet -je wat ik met je doen zou, als je weer 'n kind was, zoo waarachtig -als er 'n hemel boven ons is? - -VIVIE. Me wurgen misschien. - -MEVR. WARREN. Nee; ik zou je grootbrengen als 'n èchte dochter van -me en niet als wat je nou ben, met je trots en je vooroordeelen en -je fijne opvoeding, die je van me gestolen heb, ja gestolen, ontken -'t maar als je kan. Wat was 't anders dan stelen? Ik zou je groot -brengen in m'n eigen huis, dàt zou ik. - -VIVIE (rustig). In één van uw eigen huizen. - -MEVR. WARREN (schreeuwend). Hoor d'r ís an! Hoor es hoe ze spuwt -op d'r moeders grijze haren! O, ik hoop, dat je beleven mag, dat -je eigen dochter je zal verscheuren, en vertrappen, zooals je mij -vertrapt hebt! En dat zal je, dat zal je! Geen vrouw had ooit geluk, -die door haar moeder vervloekt werd. - -VIVIE. Ik wou, dat u niet zoo te keer ging, moeder. Dat verhardt -me alleen maar. Kom, ik vermoed, dat ik de eenige jonge vrouw ben, -die u ooit in uw macht had en waar u goed voor geweest bent. Bederf -'t nu niet allemaal. - -MEVR. WARREN. Ja, de hemel vergeve me, dat is zoo. En jij bent de -eenige, die zich van me af heeft gekeerd. O, de onrechtvaardigheid -ervan, de onrechtvaardigheid! Ik heb altijd 'n goeie vrouw willen -zijn. Ik heb het met fatsoenlijk werk geprobeerd en ik werd zoo -afgejakkerd, dat ik de dag vervloekte, waarop ik van fatsoenlijk -werk gehoord had. Ik ben 'n goeie moeder geweest, en omdat ik van -m'n dochter 'n fatsoenlijke vrouw heb gemaakt, stuurt ze me nou -van d'r weg, alsof ik de pest heb. O! als ik me leven nog maar es -kon overleven! Dan zou ik die leugen-dominé van de Zondagsschool me -meening 'ns zeggen! Van nou af an--de hemel mag me bestaan in m'n -laatste uurtje--zal ik alleen maar doen wat slecht is; dàt zal ik. En -daar zal ik bij gedijen. - -VIVIE. Ja, 't is beter, dat u uw eigen richting kiest en dààr langs -verder gaat. Als ik ù was geweest moeder, zou ik misschien gedaan -hebben, wat ù hebt gedaan, maar ik zou niet het ééne leven leiden en -gelooven in het andere. U bent in uw hàrt 'n conventioneele vrouw en -daarom neem ik nu afscheid van u. Ik heb gelijk, niet waar? - -MEVR. WARREN (van haar stuk gebracht). Gelijk, dat je al m'n geld -weggooit! - -VIVIE. Nee, gelijk dat ik van u af wil. Ik zou dwaas zijn, als 'k -niet deed,--is 't niet zoo? - -MEVR. WARREN (norsch). Nou ja,--wat dat aangaat, misschien wel. Maar -de Heer mag de wereld bijstaan, als iedereen alleen ging doen wat -goed en verstandig was.--En nou ga ik liever heen, dan dat ik blijf -waar ik niet gewenscht ben (zij wendt zich naar de deur). - -VIVIE (vriendelijk). Wilt u me geen hand geven? - -MEVR. WARREN (na haar 'n oogenblik fel te hebben aangezien, met 'n -heftig verlangen, om haar 'n slag te geven). Nee, dank je. Goeien dag. - -VIVIE (op gewoon-zakelijken toon). Goeien dag. (Mevr. Warren gaat -heen en slaat de deur achter zich toe. De spanning op Vivie's gelaat -verslapt; de ernstige uitdrukking er van gaat over in een van blije -tevredenheid; zij blaast haar adem uit 'n halven snik, halven lach -van innige verluchting. Opgewekt gaat ze naar haar plaats aan de -schrijftafel, schuift de electrische lamp wat op zij, verlegt 'n -groote hoop papier en wil juist haar pen in den inkt doopen, als ze -Franks briefje vindt. Ze opent het onverschillig, en leest het vlug, -even lachend om 'n eigenaardige expressie er in). En adieu Frank. (Zij -verscheurt het briefje en gooit de stukjes in de papiermand, zonder -zich te bedenken. Dan plonst ze zich in haar werk en is gauw geheel -verdiept in haar cijfers). - - - EINDE. - - - - - - - - -In de NED. BIBLIOTHEEK en WERELD-BIBLIOTHEEK zijn de volgende -Tooneelstukken verschenen. - - -W. B. 70. ARISTOPHANES, De Ridders. Metrische vertaling Dr. H. C. - Muller. -W. B. 36/37. BJ. BJÖRNSON, Boven Menschelijke Kracht. Tooneelspel in - twee deelen door Marg. Meyboom. -N. B. XXXV. INA BOUDIER-BAKKER, 't Hoogste Recht. Tooneelspel in 4 - bedrijven. -W. B. 43. GERHART HAUPTMANN, De Verdronken Klok. Sprookjes-drama - vertaald door Mr. Isidore Hen. -W. B. 19. FRIEDRICH HEBBEL, Maria Magdalena. Vertaling van Louis - Landry. -W. B. 4. HENRIK IBSEN, Steunpilaren der Maatschappij. Vertaling - F. Kapteyn. -W. B. 40. HENRIK IBSEN, Een Poppenhuis (Nora). Tooneelspel in drie - bedrijven vert. door Marg. Meyboom. -W. B. 73. HENRIK IBSEN, Een Vijand van 't Volk. Vertaling van - Marg. Meyboom. -W. B. 16. MOLIÈRE, De Schelmenstreken van Scapin. Klucht in drie - bedrijven. Vert. S. J. Bouberg Wilson. -W. B. 67. MOLIÈRE, Geleerde Dames.--Vertaling van W. J. Wendel. -N. B. XVIII. MULTATULI's Vorstenschool. Met een inleiding van Mevr. - Douwes Dekker-Schepel. 4e druk. -W. B. 21. WILLIAM SHAKESPEARE, Coriolanus. Treurspel in vijf - bedrijven. Vertaling Dr. Edw. B. Koster. -W. B. 77. WILLIAM SHAKESPEARE, Macbeth. Vertaling van Dr. Edw. B. - Koster. -W. B. 90. WILLIAM SHAKESPEARE, Othello. Vertaling van Dr. Edw. B. - Koster. -W. B. 81. BERNARD SHAW, Je kunt 't nooit weten. Komedie in 4 - bedrijven. Vertaling van Ph. G. Gunning. -N. B. I. J. A. SIMONS-MEES, De Veroveraar. -N. B. XXIII. J. A. SIMONS-MEES, Atie's Huwelijk. -W.B. 44. SOPHOCLES' Antigone. Nieuwe vertaling van Dr. H. C. - Muller. -N. B. LI. JOOST VAN DE VONDEL, Adam in Ballingschap. Inleiding en - Aanteekeningen van L. S. - - -Met uitzondering van 36/37, elk stuk 20 cts. ingenaaid, 30 cts. in -carton, 40 cts. in linnen. - - - Mij. van GOEDE en GOEDKOOPE LECTUUR, AMSTERDAM. - - - - - - - - -End of Project Gutenberg's Mevr. Warren's Bedrijf, by George Bernard Shaw - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MEVR. WARREN'S BEDRIJF *** - -***** This file should be named 54175-8.txt or 54175-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/4/1/7/54175/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -http://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at http://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit http://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: http://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - http://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
