summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/54175-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/54175-8.txt')
-rw-r--r--old/54175-8.txt3922
1 files changed, 0 insertions, 3922 deletions
diff --git a/old/54175-8.txt b/old/54175-8.txt
deleted file mode 100644
index 8953069..0000000
--- a/old/54175-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3922 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Mevr. Warren's Bedrijf, by George Bernard Shaw
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-
-Title: Mevr. Warren's Bedrijf
-
-Author: George Bernard Shaw
-
-Translator: J. A. Simons-Mees
-
-Release Date: February 16, 2017 [EBook #54175]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MEVR. WARREN'S BEDRIJF ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- WERELD BIBLIOTHEEK ONDER
- LEIDING·VAN·L. SIMONS
-
-
- GEORGE BERNARD SHAW
-
- Mevr. WARREN'S BEDRIJF
-
- VERTAALD DOOR
- J. A. SIMONS-MEES
- MET INLEIDING VAN L. S.
-
-
- (HET RECHT VAN VERTOONEN VOORBEHOUDEN
- VOLGENS DE WET OP HET AUTEURSRECHT)
-
-
- UITGEGEVEN·DOOR·DE MAATSCHAPPIJ·VOOR
- GOEDE·EN·GOEDKOOPE LECTUUR--AMSTERDAM
-
-
-
-
-
-
-
-
-INLEIDING.
-
-
-Mevr. Warren's Bedrijf is een vroegere arbeid van Shaw dan het
-dit voorjaar gepubliceerde blijspel: Je kunt nooit weten. Het stuk
-volgde spoedig op den eersteling, met den zonderlingen titel: Widowers
-Houses (letterlijk: Huizen van weduwnaars), en het is uit denzelfden
-levenskijk ontstaan. Men zou beiden stukken tot motto kunnen geven:
-"Dief en diefjesmaat" of "Oud lood om oud ijzer". De kritikus onzer
-maatschappij, de socialist Shaw, gaat erin uit van de bedoeling om
-duidelijk te doen blijken, dat het z. i. heelemaal onverschillig
-is, hoè men komt aan zgn. onafhankelijke (renteniers)inkomens; dat
-de wijze waarop de huisjesmelker en de hoerenwaardin rijk worden,
-misschien in graad maar niet in wezen verschilt van de methoden,
-waarop de hypotheekhouder, de aandeelhouder, de fabrikant aan hun hooge
-dividenden, tantièmes, directeurs-inkomen moeten geraken,--altemaal
-toe-eigening van overwaarden, alleen te verkrijgen ten koste van
-te hooge huren, te lage loonen, te lange werktijden: uitbuiting
-van anderen in het algemeen. Wie daarvan meeprofiteert is precies
-even verantwoordelijk als wie directelijk het vuile werk doet. En
-de eenige manier om in deze maatschappij zoover mogelijk buiten
-die verantwoordelijkheid te blijven, is, zelf hard te werken en
-alleen te willen leven van de opbrengst van dien eigen arbeid; niet
-van dividenden, en niet in luiheid en niets-doen, in op zichzelf
-ontzenuwende en ontaardende weelderigheid. In elk geval komt het er
-op aan, dit duidelijk in te zien en zich niet diets te maken dat het
-anders is. Een eerlijke schoelje is, als men de keus heeft, altijd
-nog verkieslijk boven iemand die zich wijs maakt dat zijn grauwheid
-een romantische blankheid vertoont.
-
-
-
-Aldus het gezichtspunt, van waaruit Shaw het ook in de fransche
-tooneelletterkunde van de tweede helft der 19e eeuw nogal eens graag
-behandelde onderwerp aanpakt van een jong mensch, die plotseling
-ontdekt dat zijn of haar moeder in nauwe betrekking staat tot den
-vulgairen drift. Hij heeft niet, op sentimenteele gronden, de sympathie
-voor de moeder zoeken op te wekken; hij is zelfs begonnen met haar meer
-dan onsympathiek te maken door haar niet maar als een zelf-overgegevene
-te schilderen, maar, erger, als een die jonge vrouwen in de val lokt,
-en houdt, en van de opbrengst van hun ontucht mooi weer speelt. Het
-ligt nu eenmaal in Shaw's neiging, voor geen uiterste terug te
-schrikken, en zijn thesis op den wijdsten grondslag op te bouwen. En
-natuurlijk ontkomt hij aldus niet aan het gevaar van te veel te willen
-bewijzen en dan toch ten slotte de consequentie van zijn uiterste
-niet zelf aan te durven; wèl in zijn uitvoerige voorredenen, maar
-niet in zijn stukken zelf. Als hij die voorredenen schrijft, kan hij
-zoo vlijmscherp ontleden en conclusies trekken, als zijn toegespitst
-vernuft maar veroorloven wil. Doch als auteur kan hij niet werken met
-abstracties, en hoe meer hij zijn beeldend dramatiseerend vermogen
-ontwikkelde, des te meer moest hij de abstractie loslaten om zijn
-menschen in hun verscheidenheid en inconsequenties te teekenen. In
-Mevr. Warren is hij losser van het "zelf aan de touwtjes-trekken"
-dan in het eerste stuk; men ziet hem wel achter de schermen, maar
-zijn figuren hebben toch al veel meer eigen leefkracht en zelf
-bewegingsvermogen. En zoo ontschieten ze nogal eens aan de logica van
-zijn thesis. Hij kan nu niet meer blind blijven voor de psychologische
-waarheid, dat al moge moraliter de mede-genieter mede-aansprakelijk
-blijven voor de wijze waarop geld bijeengebracht is, hij of zij, die
-het vuile werk zèlf doen, toch anders besmet worden dan wie er vrij
-van blijven. Hij leent mevr. Warren en Crofts zijn eigen dialectisch
-vernuft en maatschappelijke kritiek, om hùn wijze van geldmakerij te
-verdedigen met heel veel kracht en overtuiging, en niet zonder anderen,
-die vrij-uit plegen te gaan, te raken. Maar met dat al is Frank, hoewel
-een leeglooper en doeniet evengoed als Crofts, ook den schrijver zelf,
-heel wat sympathieker dan deze eerste aandeelhouder in mevr. Warren's
-huizen; en Vivie mag uit het veld geslagen worden door haar moeders
-maatschappelijke logica omtrent hamer of aambeeld, en door Crofts
-aanwijzing van haar indirecte mede-plichtigheid, de auteur kan immers
-zelf niet nalaten te doen blijken dat deze nuchtere, hard-werkende
-jonge vrouw niet van gelijk allooi is geworden als haar moeder en
-Crofts, ook al heeft zij haar opvoeding te danken aan op dezelfde
-methode verkregen gelden, als hún onguren rijkdom uitmaken. Ondanks al
-zijn socialisme is Shaw--hij zegt het zelf in zijn Inleiding tot John
-Bull's other Island (Ierland)--een protestantsch-individualist. Zonder
-individualiseeringskunst zou hij trouwens geen mensch-teekenaar
-kunnen zijn. En zoo worstelen in dit werk zijn levenstheorie en
-zijn kunstenaarsdrift voortdurend met elkaar. Het eind is dat de
-kunstenaar-individualist overwint. Mevr. Warren wordt, ondanks
-haar sterke argumenten, met vriend Crofts aan den dijk gezet; en
-Vivie blijft alleen achter om haar eigen redding te bewerken door
-harden arbeid, buiten alle romantiek en schoonheidsdrift, die immers
-met zinnelijkheid samenhangen en, in leegen rijkdom, tot wellust
-vergroeien, ten bate van ondernemingen als van mevr. Warren.
-
-
-
-De tweeslachtigheid in dit werk wordt gelukkig goedgemaakt door de zeer
-bizondere gaven van den puren dramaschrijver. Shaw teekent raak, slaat
-raak, en zoo geeft ook dit stuk, dat in zijn zuiver intellectualisme
-bijna alle ontroerend vermogen mist, ons een heel sterke intellectueele
-opfrissching. Het is knap gebouwd, en al voelen we in de dominésfiguur
-en in Frank's verhouding tot zijn vader de teekening tot overdrijving
-overslaan; al raakt Vivie's persoonlijkheid de bevriezings-temperatuur
-van het opzettelijk-bedachte, het geheel gaat toch voor ons leven uit
-eigen innerlijke kracht, en onder den stuw van mevr. Warrens volbloedig
-volkstemperament houdt het ons vast tot het eind. Crofts en Praeddie
-zijn allebei prachtig geslaagde figuren, en de tegenstelling van het
-cynisme van den éen tot de romantiek van den ander is geen oogenblik
-te dik; toont zich zonder opdringerigheid, zooals ook die van Franks
-fijnere losbol-gratie tot Croft's innerlijk grove verloopenheid.
-
-
-
-De titelkeus is bij vertaalster en mijzelf niet zonder lange overweging
-definitief geworden. Mrs. Warrens Profession is zeker letterlijk
-Mevr. Warrens Beroep, en in het laatste bedrijf schijnt Vivie voor
-Frank en Praed haar moeders qualificatie neer te schrijven. Maar
-het Engelsche woord profession heeft precies als ons beroep een
-schakeering die het meer toepasselijk maakt op professoren, musici,
-leeraren, dan op het hoofd eener vennootschap, zeker van het soort
-als de hare. Tusschen Mevr. W's beroep, bedrijf en onderneming hebben
-wij ten slot het middelste gekozen. 't Leek juister dan: beroep,
-en is korter dan onderneming. En hoe korter een titel, hoe beter.
-
-
-L. S.
-
-
-
-
-
-
-
-
-PERSONEN:
-
- Mevr. WARREN.
- VIVIE, haar dochter.
- Dominé GARDNER.
- FRANK, zijn zoon.
- Jhr. CROFTS.
- PRAED, Een architect.
-
-
-
-
-
-
-
-
-EERSTE BEDRIJF.
-
-
-Een zomernamiddag in den tuin van een villa op de oostelijke helling
-van een heuvel een weinig ten zuiden van Haslemere in Surrey. Opkijkend
-naar den heuvel, ziet men de villa in den linkerhoek van den tuin, met
-een rieten dak, 'n overdekten ingang en een groot venster met kleine
-ruitjes links van den ingang. Verder naar achteren is eene kleine
-vleugel uitgebouwd, die een hoek maakt met den rechterzijmuur. Van
-het eind van dien vleugel loopt een heining rechts en links, die den
-heelen tuin insluit. Rechts 'n opendraaiend hek. Het veld rijst naar
-boven, van het hek af tot aan den horizon. Links tegen de zijbank
-van den ingang staan een paar linnen vouwstoelen toegeklapt. Een
-damesrijwiel steunt tegen den muur onder 't raam. 'n Beetje naar
-rechts een hangmat tusschen twee palen. Een groote linnen parasol
-met den stok in den grond weert de zon van de hangmat, waarin een
-jong meisje ligt te lezen en aanteekeningen te maken; haar hoofd naar
-het huis en haar voeten naar den ingang van 't hek. Voor de hangmat
-staat, binnen het bereik van haar hand, 'n gewone keukenstoel met
-'n hoop studieboeken en 'n voorraad schrijfpapier er op.
-
-
-
-Van achter het huis komt 'n heer over 't veld aanwandelen. Hij is
-nauwelijks voorbij den middelbaren leeftijd met het uiterlijk van
-een kunstenaar; onconventioneel, maar keurig gekleed. Glad gezicht
-met uitzondering van een snor, 'n levendig en gevoelig gelaat,
-zeer vriendelijke en hoffelijke manieren. Zijn haar is zij-achtig
-zwart met wat grauwe lokken er tusschen; zijne wenkbrauwen zijn wit,
-zijn snor is zwart. Hij is niet zeker van z'n weg, kijkt over 't hek,
-monstert de plek en krijgt dan het jonge meisje in het oog.
-
-
-DE HEER (z'n hoed afnemend). Neemt u me niet kwalijk.--Kunt u me ook
-terecht wijzen naar de villa van mevrouw Alison?
-
-DE JONGE DAME (opkijkend van haar boek). Dat is hier. (Zij hervat
-haar lectuur).
-
-DE HEER. Och kom! Mag ik dan ook vragen ... bent u misschien juffrouw
-Vivie Warren?
-
-DE JONGE DAME (kortaf, terwijl zij zich omkeert op haar elboog om
-hem eens goed te bekijken). Ja.
-
-DE HEER (wat uit 't veld geslagen, op verzoenenden toon). Ik ben
-bang, dat ik wat indringerig lijk.-- M'n naam is Praed. (Vivie gooit
-dadelijk haar boek op den stoel en komt uit de hangmat). O, laat ik
-u alsjeblieft niet storen.
-
-VIVIE (gaat met groote stappen naar 't hek en opent 't voor hem). Kom
-binnen, mijnheer Praed. (Hij komt binnen). Blij u te zien.
-
-
-Zij strekt haar hand uit en neemt de zijne beet met 'n beslisten,
-vasten greep. Zij is een aantrekkelijk exemplaar van de
-verstandige, knappe, goed ontwikkelde jonge Engelsche vrouw van
-de middenklasse. Leeftijd: 22 jaar. Vlug, sterk, zelfbewust, vol
-zelfvertrouwen. Eenvoudig praktisch gekleed, maar niet burgerlijk
-of nonchalant. Draagt 'n chatelaine aan haar ceintuur, waaraan onder
-meer afhangen 'n vul-penhouder en vouwbeen.
-
-
-PRAED. Heel vriendelijk van u, juffrouw Warren. (Zij sluit 't hek met
-een krachtigen duw; hij komt nader tot in 't midden van den tuin,
-terwijl hij z'n vingers, die wat verdoofd zijn geworden door haar
-begroeting, heen en weer beweegt). Is uw moeder al gekomen?
-
-VIVIE (haastig, blijkbaar de lucht krijgend van 'n overval). Kòmt die?
-
-PRAED (verwonderd). Verwachtte u ons dan niet?
-
-VIVIE. Nee.
-
-PRAED. Lieve hemel, dan hoop ik maar niet, dat ik me in den dag heb
-vergist. Dat zou net iets voor mij zijn, weet u. Uw moeder maakte
-'t plan, dat zij van Londen zou komen en ik van Horsham om hier aan
-u voorgesteld te worden.
-
-VIVIE (in 't geheel niet in haar schik). Heeft ze dat gedaan? Zoo. M'n
-moeder heeft 'n hebbelijkheid om me te verrassen--ik vermoed om te zien
-hoe ik me gedraag, als zij er niet is.--Ik denk, dat ik m'n moeder een
-dezer dagen eens geweldig zal verrassen, als zij plannen maakt, die
-mij raken, zonder me van te voren te raadplegen.--Zij is nièt gekomen.
-
-PRAED (verlegen). Dat spijt me waarlijk heel erg.
-
-VIVIE (haar misnoegen van zich afgooiend). 't Is in ieder geval ùw
-schuld niet, mijnheer Praed. En ik ben heel blij dat u gekomen bent,
-geloof me. U bent de eenige van al m'n moeders vrienden, met wien ik
-haar verzocht heb me in kennis te brengen.
-
-PRAED (opgelucht en verheugd). Wel, dat is werkelijk heel lief van u,
-juffrouw Warren.
-
-VIVIE. Wilt u binnen komen? Of zit u liever buiten te praten?
-
-PRAED. Me dunkt, dat 't hier plezieriger is, dunkt u ook niet?
-
-VIVIE. Dan zal ik een stoel voor u krijgen. (Zij gaat naar den ingang
-van 't huis om 'n tuinstoel te halen).
-
-PRAED. O pardon. (Hij vat den stoel beet).
-
-VIVIE (laat hem den stoel nemen). Pas op uw vingers. Ze zijn
-verraderlijk die stoelen. (Zij gaat naar den stoel waarop haar boeken
-liggen, smijt die in de hangmat en brengt den stoel met een zwaai
-naar voren).
-
-PRAED (die zijn stoel juist uit elkaar heeft genomen). Toe, laat u
-mij dezen stoel nemen. Ik hoû van harde stoelen.
-
-VIVIE. Ik ook (zij gaat zitten). Ga zitten, mijnheer Praed. (Zij
-zegt dit met vriendelijke beslistheid, daar zijn bezorgdheid om haar
-aangenaam te zijn, haar blijkbaar treft als 'n teeken van zwakheid
-van karakter).
-
-PRAED. Maar--zouden we eigenlijk niet liever naar 't station gaan om
-uw moeder af te halen?
-
-VIVIE (koel). Waarom? Zij weet den weg. (Praed aarzelt en gaat dan
-zitten, wat uit 't veld geslagen). Ziet u, u bent juist zooals ik me
-had voorgesteld. Ik hoop, dat u geneigd bent vrienden met me te worden.
-
-PRAED (weer stralend). Dank u, m'n lieve juffrouw Warren. Dank u
-wel.--M'n hemel, ik ben zoo blij dat uw moeder u niet bedorven heeft.
-
-VIVIE. Hoe zoo?
-
-PRAED. Wel, door u conventioneel te maken. U moet weten, juffrouw
-Warren, ik ben 'n geboren anarchist. Ik haat gezag. Dat bederft
-de verhouding zoo tusschen ouders en kinderen,--zelfs die tusschen
-moeder en dochter. En nu ben ik altijd bang geweest, dat uw moeder
-al haar gezag zou aanwenden om ù conventioneel te maken. 't Is zoo
-'n verlichting om te merken, dat zij 't niet gedaan heeft.
-
-VIVIE. Zoo! Heb ik me dan ònconventioneel gedragen?
-
-PRAED. O nee, in 't geheel niet. Tenminste niet conventioneel
-onconventioneel, begrijpt u? (Zij knikt. Hij gaat verder, joviaal
-losbarstend). Maar 't was zoo allerliefst van u om te zeggen, dat
-u vrienden met me hoopte te worden. Jullie moderne vrouwen bent
-werkelijk verrukkelijk!
-
-VIVIE (twijfelend). Zoo?--(Zij observeert hem met 'n begin van
-teleurstelling over zijn verstand en karakter).
-
-PRAED. Toen ik zoo oud was als u, waren jonge mannen en
-jonge meisjes eenvoudig bang voor elkaar. Er bestond geen
-kameraadschappelijkheid,--niets echts.--Alleen hoffelijkheid,
-nagevolgd uit romans en zoo vulgair en gekunsteld mogelijk. Maagdelijke
-teruggetrokkenheid, mannelijke ridderlijkheid!--altijd neen zeggen
-als er ja bedoeld werd!--eenvoudig een hel voor eerlijke en schuchtere
-zielen.
-
-VIVIE. Ja, ik kan me voorstellen, dat er heel wat tijd verknoeid moet
-zijn geworden, vooral die van de vrouwen.
-
-PRAED. O, verspilling van 't heele leven, letterlijk van alles!--Maar
-we gaan vooruit!--U moet weten, ik ben bepaald opgewonden geweest
-door 't vooruitzicht van u te ontmoeten na uw schitterend succes in
-Cambridge, iets ongehoords in mijn tijd. 't Was prachtig dat u den
-derden prijs in wiskunde gehaald hebt. Dat is juist de goede prijs,
-weet u. Want de eerste prijswinner is altijd 'n droomerige, ziekelijke
-kerel, in wien de ambitie haast tot manie is geworden.
-
-VIVIE. 't Betaalt niet. Ik zou 't niet wèèr doen voor hetzelfde geld.
-
-PRAED (verstijfd van verbazing). Voor 't geld!?
-
-VIVIE. Ik heb 't gedaan voor 50 pond. U weet misschien niet hoe dat
-zat. Mevrouw Latham, m'n onderwijzeres, had m'n moeder verteld, dat
-ik me in wiskunde zou kunnen onderscheiden, als ik er ernstig voor
-ging werken. De kranten waren toen juist vol van Philippine Summers,
-die bij 't vergelijkend examen den eersten prijswinner verslagen
-had,--u herinnert u dat wel,--en m'n moeder wou toen niets liever,
-dan dat ik 't zelfde zou doen. Ik zei haar vierkant, dat 't voor mij
-'t blokken niet waard was, omdat ik niet in 't onderwijs zou gaan. Maar
-ik stelde haar voor om, voor 50 pond, een vierden prijs of zoo iets te
-halen. Daar ging ze, na wat gemopper, op in, en ik was tenslotte beter
-dan m'n woord.--Maar ik zou 't niet wèèr er voor doen.--Tweehonderd
-pond had 't minstens moeten zijn.
-
-PRAED (erg ontgoocheld). Heere bewaar me! Dat is een erg practische
-opvatting!
-
-VIVIE. Had u verwacht me ònpractisch te vinden?
-
-PRAED. Nee, nee.--Maar me dunkt dat 't practisch zou zijn om niet
-alleen in aanmerking te nemen het werk dat zoo'n prijs je kost,
-maar ook de ontwikkeling, die 't aanbrengt.
-
-VIVIE. Ontwikkeling! M'n goeie mijnheer Praed, weet u wat zoo'n
-examen in wiskunde beteekent? Dat beteekent blokken, blokken,
-blokken, van zes tot acht uur daags in mathematiek en niets als
-mathematiek.--'t Heet, dat ik ingewijd ben in de wetenschap, maar
-in werkelijkheid weet ik niets behalve de wiskunde, die er aan
-vast zit. Ik kan berekeningen maken voor ingenieurs, electriciens,
-assurantie-maatschappijen enz.,--maar ik weet zoo goed als niets van
-de dingen zelf,--van techniek of natuurkunde. Ik kan zelfs niet eens
-goed rekenen.--Behalve wiskunde, lawntennis, eten, slapen, fietsen en
-wandelen, ben ik een oneindig meer onwetende barbaar, dan eenige vrouw,
-die nièt voor die examens gewerkt heeft, mogelijkerwijs maar zijn kan.
-
-PRAED (verontwaardigd). Wat 'n afschuwelijk slecht, verachtelijk
-systeem! Ik wist 't wel! Ik heb dadelijk gevoeld dat 't alles wat
-vrouwelijkheid zoo bekoorlijk maakt, moet vernietigen.
-
-VIVIE. O, wat dàt betreft, kom ik er niet tegen op.--Ik zal er in
-ieder geval goed partij van trekken, dat beloof ik u.
-
-PRAED. Poeh!--Op wat voor manier?
-
-VIVIE. Ik ga een paar kamers nemen in de city en me vestigen als
-wiskunstig adviseur voor maatschappijen. Onder dien titel doe ik dan
-meteen wat zaakwaarnemerij met een oogje op de beurs. Ik ben hier ook
-alleen gekomen om een beetje wet te studeeren,--niet voor een vacantie,
-zooals m'n moeder gelooft. Ik haat vacanties.
-
-PRAED. Hè, u maakt me koud! Verlangt u dan naar geen romantiek,
-geen schoonheid in uw leven?
-
-VIVIE. Noch 't een noch 't ander, dat verzeker ik u.
-
-PRAED. Dat kunt u niet meenen.
-
-VIVIE. Zeker meen ik het. Ik hoû van werken en van er voor betaald te
-worden. Als ik moe ben van m'n werk, dan hoû ik van een makkelijken
-stoel, een sigaar en wat whisky en van 'n roman met een boeiend
-detective-verhaal er in.
-
-PRAED (in 'n woede van afkeuring). Dat geloof ik niet. Ik
-ben 'n artiest, en ik kàn 't niet gelooven. Ik weiger 't te
-gelooven. (Enthousiast) O, m'n beste juffrouw Warren, u hebt er nog
-geen begrip van, wat een wonderbare wereld de kunst voor u kan openen.
-
-VIVIE. Ja, dat heb ik wel. Verleden jaar Mei heb ik zes weken in
-Londen doorgebracht bij Honoria Fraser. Mama dacht, dat we er alles
-gingen zien, maar feitelijk was ik iederen dag op Honoria's kantoor
-in Chancery Lane, waar ik werkte aan wiskunstige berekeningen en haar
-hielp zoo goed als 'n groen als ik dat doen kon.--'s Avonds rookten
-en praatten we, en we droomden er nooit van om uit te gaan, behalve
-om wat beweging te nemen. En nooit heb ik m'n leven meer genoten dan
-toen.--Ik betaalde al m'n uitgaven en werd, zonder eenig leergeld,
-in de zaken ingewijd--op den koop toe.
-
-PRAED. Maar bij m'n ziel en m'n zaligheid, juffrouw Warren, noemt u
-dat: u op de hoogte stellen van kunst?
-
-VIVIE. Wacht even. Dat was 't begin niet. Ik ging naar Londen toe,
-naar aanleiding van 'n invitatie van 'n paar artistieke menschen
-uit de Fitzjohn's Avenue; één van de meisjes is 'n kameraad van
-me uit Newnham. Die namen me toen naar de National Gallery, naar de
-opera en naar 'n concert, waar 't orkest den heelen avond Beethoven,
-Wagner en zoo al meer speelde. Ik zou datzelfde niet nog eens willen
-doormaken, al bood u me ook ik weèt niet wàt er voor aan. Ik verdroeg
-'t uit beleefdheid tot den derden dag toe, maar toen zei ik botweg,
-dat ik 't niet meer uit kon houden en ging naar Chancery Lane.--Nu
-kent u dus het soort van door en door verrukkelijk moderne jonge dame,
-die ik ben.--Hoe denkt u nu dat ik met m'n moeder op zal schieten?
-
-PRAED (ontdaan). Wel.... è.... ik hoop.... è....
-
-VIVIE. 't Is niet zoozeer wat u hoopt, maar wel wat u gelooft, dat
-ik wil weten.
-
-PRAED. Wel, ronduit gezegd, ik ben bang, dat uw moeder wat
-teleurgesteld zal wezen. Niet wegens eenige tekortkomingen van uw kant,
-dàt meen ik niet, maar.... u bent zoo verschillend van haar ideaal.
-
-VIVIE. Wàt is dan haar ideaal?
-
-PRAED. Wel, u zult al eens opgemerkt hebben, juffrouw Warren, dat de
-menschen, die ontevreden zijn over hun eigen opvoeding, gewoonlijk
-gelooven, dat de wereld pas goed zou worden, als iedereen heel anders
-werd opgevoed! Nu is uw moeders leven.... è.... Ik vermoed, dat u
-wel weet....
-
-VIVIE. Ik weet niets. (Praed is geweldig ontdaan; zijn ontsteltenis
-neemt toe als zij voortgaat). Daarin zit juist de moeielijkheid. U
-vergeet, mijnheer Praed, dat ik m'n moeder haast niet ken. Van kind
-af heb ik in Engeland gewoond, op school of op kostschool, of bij
-menschen, die betaald werden om voor me te zorgen. Ik ben m'n heele
-leven uitbesteed geweest; en m'n moeder heeft in Brussel en Weenen
-gewoond en me nooit bij haar laten komen. Ik zie haar alleen als zij
-voor 'n paar dagen overkomt. Ik beklaag me niet; ik heb 'n goeien tijd
-gehad, want de menschen zijn heel lief voor me geweest en er was altijd
-overvloed van geld om alles makkelijk te maken. Maar beeld u niet in,
-dat ik ièts van m'n moeder afweet. Ik weet veel minder dan u.
-
-PRAED (heel weinig op z'n gemak). In dat geval.... (hij houdt op,
-geheel in de war. Dan, met 'n gedwongen poging tot vroolijkheid). Maar
-kom, wat 'n onzin praten we! Natuurlijk zult u en uw moeder uitstekend
-samen opschieten. (Hij staat op en kijkt naar 't uitzicht). Wat
-'n allerliefst plekje is het hier!
-
-VIVIE (koel). Als u denkt, dat u iets anders doet dan m'n ergste
-vermoedens bevestigen door op eens van onderwerp te veranderen,
-dan houdt u me wel voor 'n veel grooter domkop dan ik hoop te zijn.
-
-PRAED. Uw ergste vermoedens! O zegt u dat niet, toe nee.
-
-VIVIE. Waarom verdraagt m'n moeders leven geen bespreking?
-
-PRAED. Wel, denk eens 'n oogenblik na, juffrouw Warren. 't Is immers
-natuurlijk, dat ik 'n zekeren schroom moet voelen, om met de dochter
-van 'n oude vriendin stilletjes over haar moeder te praten.... U zult
-ruimschoots gelegenheid hebben er met haarzelf over te spreken, als
-zij hier is (bezorgd). Ik begrijp niet, waardoor zij opgehouden wordt.
-
-VIVIE. Nee; zij zal er evenmin over praten (opstaande). Intusschen,
-ik zal er niet bij u op aandringen. Onthoud alleen dit mijnheer Praed:
-ik heb 'n sterk vermoeden, dat zij en ik het duchtig aan den stok
-zullen krijgen, wanneer zij hoort van m'n Chancery Lane plan.
-
-PRAED (droevig). Daar ben ik ook bang voor.
-
-VIVIE. Ik zal het winnen, omdat ik niets anders noodig heb dan m'n
-reiskosten naar Londen, om daar morgen al m'n brood te gaan verdienen
-door te duivelstoejagen voor Honoria. Daarenboven heb ik niets geheim
-te houden en zij blijkbaar wèl. En ik zal van dàt voordeel over haar
-zoo noodig ook gebruik maken.
-
-PRAED (erg gechoqueerd). O nee, als 't u blieft niet. Zòò iets kunt
-u niet doen.
-
-VIVIE. Zeg me dan waarom niet.
-
-PRAED. Dat kàn ik werkelijk niet. Ik doe 'n beroep op uw
-fijngevoeligheid. (Zij glimlacht om z'n sentimentaliteit) U zoudt
-daarenboven ook te veel kunnen wagen. Uw moeder is niet iemand,
-die met zich spelen laat, wanneer zij boos is.
-
-VIVIE. U kunt mij niet bang maken, mijnheer Praed. Tijdens die ééne
-maand in Chancery Lane heb ík gelegenheid gehad om te zien, wat 'n paar
-vrouwen van 't slag van m'n moeder waard waren, die Honoria kwamen
-consulteeren. U kunt er van op aan, dat ik winnen zal. Maar als ik
-er in m'n onwetendheid harder op los sla, dan noodig is, vergeet dan
-niet, dat ú vergeten hebt me nader in te lichten. En laten we nu van
-'t onderwerp afstappen. (Zij neemt den stoel en plaatst dien weer
-bij de hangmat met denzelfden krachtigen zwaai als te voren).
-
-PRAED ('n wanhopig besluit nemend). Een paar woorden nog, juffrouw
-Warren. Ik deed beter met u te zeggen.... 't is heel moeielijk,
-maar....
-
-
-(Mevrouw Warren en Jonkheer George Crofts komen aan bij het
-hek. Mevrouw Warren is 'n vrouw van tusschen de 40 en 50; knap
-van uiterlijk, opzichtig gekleed met een veelkleurigen hoed en 'n
-dito blouse, nauw aansluitend over haar buste en geflankeerd door
-modieuse mouwen. Nogal bedorven en bevelend, maar over 't geheel een
-opgewekte en tamelijk presentabele koppelaarster van 'n vrouw. Crofts
-is 'n lange, forsch gebouwde man van ongeveer 50, modieus en jeugdig
-gekleed. Heeft 'n dun, scherp neusgeluid, zooals niet van z'n krachtig
-lichaam verwacht zou worden. Gladgeschoren bulldogkaken, groote,
-platte ooren en 'n dikke nek; een heerachtige combinatie van de
-brutaalste typen van 'n stadsmensch, sportman en doordraaier).
-
-
-VIVIE. Daar zijn ze. (Gaat naar hen toe, als ze binnenkomen), Hoe gaat
-'t ouwe vrouw? Mijnheer Praed heeft hier al 'n half uur op u gewacht.
-
-MEVR. WARREN. Ja, als je gewacht hebt, Praeddie, dan is 't je
-eigen schuld. Ik dacht, dat je zoo snugger zou geweest zijn, om te
-bedenken, dat ik met den trein van 3.10 zou komen. Vivie, zet je
-hoed op lieverd, je verbrandt anders zoo.--O, ik vergat nog je voor
-te stellen. Jhr. George Crofts,--m'n kleine Vivie. (Crofts gaat naar
-Vivie toe met zijn meest hoffelijk air. Zij knikt, maar maakt geen
-beweging om hem 'n hand te geven).
-
-CROFTS. Mag ik de hand drukken van 'n jonge dame, die ik al lang bij
-reputatie gekend heb als de dochter van een van m'n oudste vrienden?
-
-VIVIE (die hem scherp heeft opgenomen). Als u wilt. (Zij neemt zijn
-weder aangeboden hand en geeft die 'n kneep, die hem z'n oogen doet
-opensperren. Draait zich dan om en zegt tot haar moeder) Wilt u
-binnen komen of zal ik nog een paar stoelen krijgen? (Zij gaat naar
-den ingang voor de stoelen).
-
-MEVR. WARREN. Wel George, hoe vindt je haar nu?
-
-CROFTS (bedrukt). Zij heeft kracht in d'r handen.--Heb jij haar een
-hand gegeven, Praed?
-
-PRAED. 't Zal straks wel overgaan.
-
-CROFTS. Dat hoop ik. (Vivie verschijnt weer met twee stoelen. Hij
-snelt toe om haar te helpen). Permitteert u me.
-
-MEVR. WARREN (beschermend). Laat Jhr. Crofts je helpen, kindlief.
-
-VIVIE (de stoelen bijna in z'n armen smijtend). Daar dan. (Zij slaat
-haar handen af en wendt zich tot mevrouw Warren). U wilt zeker wel
-thee hebben, niet?
-
-MEVR. WARREN (gaat op Praeds stoel zitten en bewaait zichzelf). Ja,
-ik smacht naar een druppel drinken.
-
-VIVIE. Ik zal er voor zorgen. (Zij gaat de villa binnen. Jhr. Crofts
-is er intusschen in geslaagd om 'n stoel uit elkaar te vouwen en
-zet die naast Mevr. Warren aan haar linkerkant. Hij gooit den andere
-op het gras en gaat zitten,--terwijl hij er wat terneergeslagen en
-onnoozel uitziet,--met den knop van z'n stok in z'n mond. Praed,
-nog steeds niet op z'n gemak, scharrelt onrustig, rechts van hen,
-heen en weer door den tuin).
-
-MEVR. WARREN (tot Praed, terwijl zij naar Crofts kijkt). Kijk eens naar
-hem, Praeddie; ziet-ie er niet vroolijk uit? Daar heeft-ie me nou drie
-jaar lang het hoofd gek gemaakt om dat kind van me te mogen zien. En
-nou ik 't gedaan heb, is-ie heelemaal van streek (levendig). Kom,
-zit rechtop, George en neem die stok uit je mond. (Hij gehoorzaamt
-knorrig).
-
-PRAED. Ik geloof, zie je--je moet me niet kwalijk nemen als ik 't
-zeg--dat wij ons àf moeten wennen, om aan Vivie te denken als aan
-'n klein meisje. Ze heeft zich werkelijk onderscheiden en, ik ben
-niet zeker na hetgeen ik van haar gezien heb, dat ze niet ouder is
-dan een van ons allen.
-
-MEVR. WARREN (grootelijks geamuseerd). Hoor je hem, George! Ouder dan
-een van ons allen! Wel, wel, ze heeft je aardig weten te overduvelen
-met het besef van haar eigen gewichtigheid.
-
-PRAED. Jonge menschen zijn er bizonder gevoelig voor om op die manier
-behandeld te worden.
-
-MEVR. WARREN. Ja, en daarom moet al die nonsens er maar eens bij jonge
-menschen uitgetrommeld worden en nog 'n boel meer daarenboven. Bemoei
-jij er je niet mee, Praeddie. Ik weet hoe ik met m'n eigen kind moet
-omgaan, zoo goed als jij.
-
-(Ernstig hoofdschuddend, wandelt Praed den tuin in, met z'n handen
-achter op z'n rug. Mevr. Warren doet of ze lacht, maar kijkt hem na
-met zichtbare bezorgdheid, dan fluistert ze tegen Crofts) Wat is er
-aan de hand met hem? Waarom vat hij dat nou zoo op?
-
-CROFTS (knorrig). Je bent bang voor Praed.
-
-MEVR. WARREN. Wat? Ik?--Bang voor goeie, ouwe Praeddie?--'n Vlieg
-zou niet eens bang voor hem zijn.
-
-CROFTS. Jij bent bang voor hem.
-
-MEVR. WARREN (boos). Ik verzoek je je met je eigen zaken te bemoeien
-en niet je kwaaie humeur op mìj te luchten. Ik ben in ieder geval
-niet bang voor jóu. Als jij jezelf niet aangenamer weet te maken,
-ga dan liever naar huis toe. (Zij staat op en terwijl ze hem haar
-rug toedraait, staat ze ineens van aangezicht tot aangezicht met
-Praed). Kom, Praeddie, ik weet, dat 't alleen je goedhartigheid is. Je
-bent bang, dat ik haar te hard aan zal pakken.
-
-PRAED. M'n beste Kitty, je denkt dat ik beleedigd ben, maar heusch,
-dat is zoo niet. Je weet, dat ik dikwijls dingen oplet, die jou
-ontsnappen. En hoewel je nooit m'n raad opvolgt, moet je soms later
-wel eens toegeven, dat je 't wèl hadt moeten doen.
-
-MEVR. WARREN. Wel, en wat let je dan nou op?
-
-PRAED. Alleen maar, dat Vivie 'n volwassen vrouw is. Ik smeek je Kitty,
-behandel haar met alle respect.
-
-MEVR. WARREN (met echte verbazing). Respect! M'n eigen dochter met
-respect behandelen! Wat nog meer, asjeblieft!
-
-VIVIE (verschijnt aan de deur van de woning en roept tot
-Mevr. Warren). Moeder, wil u ook naar m'n kamer komen en uw hoed
-afzetten voor de thee?
-
-MEVR. WARREN. Ja lieverd. (Zij lacht toegevend tegen Praed en tikt
-hem op z'n wang als ze langs hem heen gaat op weg naar den ingang. Zij
-volgt Vivie naar binnen).
-
-CROFTS (haastig). Zeg, Praed.
-
-PRAED. Ja.
-
-CROFTS. Ik moetje nogal 'n eigenaardige vraag doen.
-
-PRAED. Ga je gang. (Hij neemt mevr. Warren's stoel en gaat vlak naast
-Crofts zitten).
-
-CROFTS. Juist; ze mochten ons eens hooren, door 't raam heen.--Zeg
-eens, heeft Kitty je ooit verteld wie de vader is van dat meisje?
-
-PRAED. Nooit.
-
-CROFTS. Heb je eenig vermoeden, wie 't zijn kan?
-
-PRAED. In 't minst niet.
-
-CROFTS (gelooft hem niet). Ik begrijp natuurlijk, dat jij je misschien
-verplicht kunt voelen om niets te zeggen, als zij je wat verteld
-had. Maar 't is heel onaangenaam om in onzekerheid te blijven, juist
-nu we 't meisje iederen dag zullen ontmoeten. Je weet niet precies
-hoe je tegenover haar staat.
-
-PRAED. Wat maakt dat voor onderscheid? We nemen haar voor wat ze zelf
-waard is. Wat komt 't er op aan wie haar vader was?
-
-CROFTS (wantrouwend). Dus je weet wie 't was?
-
-PRAED (even uit z'n humeur). Ik zei je toch van niet. Heb je dat
-niet gehoord?
-
-CROFTS. Kijk eens hier, Praed. Ik vraag 't je als 'n bizondere gunst:
-als je 't wèèt (beweging van protest van Praed).--Ik zeg alleen, als je
-'t weet, stel me dan tenminste gerust. De zaak is, dat ik me tot haar
-aangetrokken voel. O, maak je niet benauwd. 't Is 'n heel onschuldig
-gevoel, dat is 't juist wat me in de war brengt.--Heere bewaar me,
-voor zoover ik weet, kan ik wel haar vader zijn.
-
-PRAED. Jij! Onmogelijk! Welnee, onzin!
-
-CROFTS (hem slim trachtend te vangen). Weet je dan, dat ik 't nièt ben?
-
-PRAED. Ik weet er niets van, zeg ik je, zoo min als jij. Maar werkelijk
-Crofts--dàt is buiten de kwestie. Er is niet de minste gelijkenis.
-
-CROFTS. Wat dat betreft, is er geen gelijkenis tusschen haar en haar
-moeder, voor zoover ik zien kan. Ik veronderstel, dat ze niet jouw
-dochter is, hè?
-
-PRAED (verneemt die vraag met 'n verontwaardigden blik; dan herstelt
-hij zich met geweld en zegt zacht en ernstig). Hoor eens, m'n beste
-Crofts. Met dien kant van mevrouw Warrens leven heb ik niets te maken
-en nooit te maken gehad. Zij heeft er mij nooit over gesproken en
-natuurlijk heb ik 't haàr niet gedaan. Je kieschheid zal je vertellen,
-dat 'n knappe vrouw behoefte heeft aan 'n paar vrienden, die, wel
-... waarmee ze niet op dièn voet staat. Haar eigen schoonheid zou
-'n echte last voor haar worden, als zij er niet nu en dan eens aan
-ontkomen kon. Waarschijnlijk ben jij veel vertrouwelijker met Kitty
-dan ik. Je kunt haar dus stellig zelf die vraag doen.
-
-CROFTS (staat ongeduldig op). Ik hèb 't haar gevraagd,--dikwijls
-genoeg. Maar zij staat er zòò op om 't kind heelemaal voor zich te
-houden, dat ze, als ze kon, zelfs zou loochenen, dat 't ooit 'n vader
-gehad heeft.--Nee, uit haàr is niets te halen, niks geloofwaardigs
-tenminste.--Ik voel er me niks op m'n gemak over, Praed.
-
-PRAED. Wel, daar je in ieder geval oud genoeg bent om haar vader te
-zijn, kunnen we samen hièrin overeenkomen, om juffrouw Vivie vaderlijk
-te behandelen, als 'n meisje, dat we moeten helpen en beschermen. En
-dàt te meer, omdat haar werkelijke vader, wie die dan geweest mag zijn,
-waarschijnlijk 'n schurk was. Wat denk jij hiervan?
-
-CROFTS (nijdig). Ik ben niet ouder dan jij, als je daàrop doelt.
-
-PRAED. Dat ben je wel, ouwe jongen. Jij bent oud geboren. Ik ben
-jong geboren. Ik heb 't nooit zoover kunnen brengen in m'n leven,
-om het zelfvertrouwen te krijgen van 'n volwassen man.
-
-MEVR. WARREN (roept van 't huis uit). Praed...die! George!...
-Thee...e...ee!
-
-CROFTS (haastig). Ze roept ons.--(Hij snelt naar binnen. Praed
-schudt ongerust 't hoofd en wil langzaam volgen, als hij begroet
-wordt door 'n jongen man, die juist op 't veld verscheen, en
-naar 't hek toekomt. Hij is 'n aardige, knappe, smaakvol gekleede
-absolute-deugniet-van-'n-jongen, van even 20 jaar, met 'n allerliefste
-stem en grappige, familjare manieren. Hij draagt 'n klein jachtgeweer).
-
-DE JONGE MAN. Allo! Praed!
-
-PRAED. Wat! Frank Gardner! (Frank komt binnen en schudt hem hartelijk
-de hand). Wat ter wereld voer jij hier uit?
-
-FRANK. Ik ben bij m'n vader.
-
-PRAED. De romeinsche vader?
-
-FRANK (knikkend). Die is dominé hier.--Ik woon dezen zomer bij m'n
-familie,--uit zuinigheid. De zaken zijn in Juli tot 'n crisis gekomen,
-toen moest de romeinsche vader opdokken.--Hij is daardoor absoluut
-blut, net als ik.--Wat haal jij uit in deze buurt? Ken je hier de
-menschen?
-
-PRAED. Ja. Ik breng den dag door bij 'n zekere juffrouw Warren.
-
-FRANK (enthousiast). Wat! Ken je Vivie? Is ze geen leuke meid? Ik leer
-haar schieten, weet je (hij toont hem z'n geweer). Ik ben blij, dat zij
-jou kent. Jij bent juist 't soort van man, dien ze kennen moet. (Hij
-glimlacht en laat z'n welluidende stem zingend de hoogte ingaan,
-als hij uitroept). 't Is allemachtig leuk, je hier te ontmoeten,
-Praed,--vind je ook niet?
-
-PRAED. Ik ben 'n oude vriend van haar moeder. Mevrouw Warren liet me
-hierheen komen om kennis te maken met haar dochter.
-
-FRANK. Haar moeder! Is diè hier?
-
-PRAED. Ja, daarbinnen voor de thee....
-
-MEVR. WARREN (roepend van huis uit). Praeddie..ie..ie..ie..! De
-tulband wordt koud.
-
-PRAED (roepend). Ja mevrouw Warren. Dadelijk. Ik heb hier juist
-'n vriend ontmoet.
-
-MEVR. WARREN. 'n Wat?
-
-PRAED (harder). Een vriend.
-
-MEVR. WARREN. Breng hem binnen.
-
-PRAED. Goed (tot Frank). Neem je de invitatie aan?
-
-FRANK (ongeloovig, maar geweldig geamuseerd). Is dàt Vivie's moeder?
-
-PRAED. Ja.
-
-FRANK. Allemachtig! wat 'n grap! Denk je, dat ik in haar smaak
-zal vallen?
-
-PRAED. Ik twijfel niet of je zult jezelf, zooals gewoonlijk, aangenaam
-weten te maken. Kom mee en doe je best (gaat naar 't huis toe).
-
-FRANK. Wacht even (ernstig). Ik moet je iets in vertrouwen vertellen.
-
-PRAED. Nee, asjeblieft niet. 't Zal zeker weer 'n nieuwe dwaasheid
-zijn, zooals toen met die buffetjuffrouw van Redhill.
-
-FRANK. 't Is veel ernstiger dan toen.--Zei je, dat je Vivie nu voor
-'t eerst ontmoet hebt?
-
-PRAED. Ja.
-
-FRANK (verward). Dan kun je je ook geen idee maken wat voor meisje 't
-is. Wat 'n karakter! Wat 'n verstand! En haar knapheid! Goeie genade,
-Praed, ik kan je verzèkeren, dat zij knap is! En daarbij het liefste
-hartje dat je...
-
-CROFTS (steekt z'n hoofd uit 't raam). Zeg Praed, wat voer je uit? Kom
-dan toch (hij verdwijnt).
-
-FRANK. Allo! Net 't soort van kerel, die 'n prijs kon winnen op
-'n hondententoonstelling, niet? Wie is dat?
-
-PRAED. Jhr. George Crofts, 'n oud vriend van mevrouw Warren. Ik geloof
-dat we beter doen met naar binnen te gaan. (Op hun weg naar den ingang
-worden ze opgehouden door 'n roep van 't hek af. Zich omkeerend zien ze
-'n ouden dominé er overheen kijken).
-
-DE DOMINÉ (roepend). Frank!
-
-FRANK. Allo! (tot Praed). De romeinsche vader! (Tot den dominé)
-Jawel oude heer, dadelijk. (tot Praed) Zeg, Praed, ga jij maar thee
-drinken. Ik kom direct bij je.
-
-PRAED. Best. (Hij neemt z'n hoed af voor den dominé, die den groet
-koeltjes van uit de verte beantwoordt. Praed gaat 't huis binnen. De
-dominé blijft stijf staan buiten 't hek, met z'n handen er boven op.)
-
-
-De wel eerwaarde Samuel Gardner, een dominé van de staatskerk, is over
-de 50. Hij is 'n pretentieus, winderig, lawaaiig mensch, die zich op
-hopelooze wijze tracht te doen gelden als vader en als geestelijke,
-zonder in staat te zijn om in één van die twee kwaliteiten respect
-in te boezemen.
-
-
-DOMINÉ. Wel, jongmensch. Mag ik vragen wie je vrienden hier zijn?
-
-FRANK. O, dat is in orde, oude heer. Kom binnen.
-
-DOMINÉ. Nee seigneur. Niet vòòr ik weet wiens tuin ik binnenkom.
-
-FRANK. Da's in orde. 't Is de tuin van juffrouw Warren.
-
-DOMINÉ. Die heb ik niet in de kerk gezien, sinds ze hier is.
-
-FRANK. Natuurlijk niet. Ze heeft 'n derden prijs gehaald in
-wiskunde;--is allemachtig geleerd. Ze heeft 't verder gebracht dan
-jij. Waarom zou ze dan naar jouw gepreek komen luisteren?
-
-DOMINÉ. Wees niet oneerbiedig, jongmensch.
-
-FRANK. O! komt er niet op aan: niemand hoort ons. Kom binnen! (hij
-opent 't hek, op ongegeneerde wijze z'n vader met zich meetrekkend,
-den tuin in). Ik zal je aan haar voorstellen. We schieten kranig
-samen op; ze is allerliefst. Herinner je je nog den raad, dien je me
-verleden Juli gegeven hebt, oude heer?
-
-DOMINÉ (streng). Ja. Ik raadde je aan om je luiheid en onbezonnenheid
-te overwinnen en je in te werken in het een of ander eervol beroep
-en te trachten om daàrvan te leven, in plaats van mijn geld.
-
-FRANK. Nee, dàt heb je naderhand bedacht. Wat je eigenlijk zei, was,
-dat ik, omdat ik geen hersenen en geen geld heb, beter zou doen met
-partij te trekken van m'n knappe uiterlijk, door iemand te trouwen
-met allebei. Wel, kijk nou eens, juffrouw Warren heeft verstand,--dàt
-kun je niet loochenen.
-
-DOMINÉ. Verstand is niet alles.
-
-FRANK. Nee natuurlijk niet, er is geld ook noodig.
-
-DOMINÉ (hem op strengen toon onderbrekend). Ik dacht niet aan geld. Ik
-meende hoogere dingen,--'n maatschappelijke positie bijvoorbeeld.
-
-FRANK. Daar geef ik geen lor om.
-
-DOMINÉ. Maar ik wèl, jongenheer.
-
-FRANK. Wel, niemand vraagt ù om haar te trouwen. In ieder geval,--zij
-heeft zooveel als 'n universitairen graad en schijnt zooveel geld te
-kunnen krijgen als ze verlangt.
-
-DOMINÉ (met 'n zwakke poging tot grappigheid). Ik twijfel hard of ze
-zooveel geld zal hebben als jij verlangt.
-
-FRANK. Kom! Zoò verkwistend ben ik niet geweest. Ik leef zoo rustig
-mogelijk. Ik drink niet, ik wed haast niet en ik ga nooit zoo geregeld
-aan de rol, als jij deedt toen je zoo oud was als ik.
-
-DOMINÉ (hol bulderend). Zwijg, heerschap!
-
-FRANK. Wel, je hebt mezelf verteld, toen ik me zoo ezelachtig
-aanstelde met die buffetjuffrouw in Redhill, dat je eens 'n vrouw 50
-pond hadt aangeboden in ruil voor brieven, die je haar indertijd hadt
-geschreven, toen....
-
-DOMINÉ (doodelijk ontsteld). Sst, in 's hemelsnaam, Frank! (Hij kijkt
-angstig rond. Als hij niemand binnen z'n bereik ziet, vat hij weer moed
-en buldert opnieuw, maar wat gedempter nu). Je maakt 'n onedelmoedig
-misbruik van wat ik je eens heb toevertrouwd voor je eigen bestwil;
-om je te redden van 'n dwaling, die je je leven lang berouwd zoudt
-hebben! Spiegel je aan je vaders afdwalingen en maak ze geen excuus
-voor die van je zelf.
-
-FRANK. Heb je ooit 't verhaal gehoord van den Hertog van Wellington
-en z'n brieven?
-
-DOMINÉ. Nee seigneur, en ik verlang het niet te hooren ook.
-
-FRANK. De oude ijzeren hertog, smeet gèen 50 pond weg; diè niet,
-hoor! Hij schreef alleen: "Lieve Jenny, publiceer en stik, je
-toegenegen Wellington." Dat behoorde jij ook gedaan te hebben.
-
-DOMINÉ (beklaaglijk). Frank, m'n jongen! Toen ik die brieven schreef,
-plaatste ik mezelf in de macht van die vrouw. En toen ik jou van haar
-vertelde, plaatste ik mezelf--'t spijt me, dat ik 't zeggen moet--tot
-op zekere hoogte in jouw macht. Zij weigerde m'n geld met de woorden,
-die ik nooit vergeten zal: "Weten is macht, en nooit verkoop ik
-macht." Dat is nu meer dan twintig jaar geleden en ze heeft nooit
-misbruik gemaakt van haar macht of me zelfs 'n oogenblik van onrust
-bezorgd. Jij gedraagt je slechter tegenover me dan zij, Frank.
-
-FRANK. Ja, dat is wel mogelijk... Preekte je ooit tegen haar, zooals
-je iederen dag tegen mij preekt?
-
-DOMINÉ (gekwetst tot schreiens toe). Ik ga weg, jongen. Je bent
-onverbeterlijk. (Hij keert zich om naar 't hek).
-
-FRANK (volmaakt onbewogen). Wees 'n goeie kerel en zeg thuis, dat ik
-niet terug kom voor thee, wil je, ouwe heer? (Hij gaat naar de deur
-van de woning en komt Vivie tegen, die er juist uitkomt, gevolgd door
-Praed, Crofts en Mevrouw Warren).
-
-VIVIE (tot Frank). Is dat je vader, Frank? Ik verlang om kennis met
-hem te maken.
-
-FRANK. Zeker. (Z'n vader achterna roepend). Ouwe heer! (De dominé keert
-om bij 't hek, zenuwachtig aan z'n hoed frommelend; Praed komt den
-tuin in van den tegenovergestelden kant, stralend in 't vooruitzicht
-van de komende plichtplegingen. Crofts sluipt rond bij de hangmat
-en port die met z'n stok, om ze te laten schommelen. Mevrouw Warren
-blijft op den drempel staan, strak turend naar den dominé). Laat me
-je eens voorstellen: mijn vader, juffrouw Warren.
-
-VIVIE (gaat naar den dominé en geeft hem de hand). Doet me
-plezier u te zien, mijnheer Gardner. Laat me iedereen aan elkaar
-voorstellen. Mijnheer Gardner--mijnheer Frank Gardner, mijnheer Praed,
-jonkheer George Crofts en.... (terwijl de heeren de hoeden voor elkaar
-afnemen, wordt Vivie onderbroken door een kreet van haar moeder,
-die losschiet op den dominé).
-
-MEVR. WARREN. Wel! 't Is Sam Gardner, die dominé geworden is! Ken je
-ons niet meer, Sam? Dit is George Crofts, in levenden lijve en zoo
-jolig als ooit. Herinner je je mij niet meer?
-
-DOMINÉ (heel rood). Werkelijk...è...
-
-MEVR. WARREN. Natuurlijk doe je. Kom, ik heb nog 'n album vol met
-brieven van je. Ik kreeg ze 'n paar dagen geleden nog toevallig
-in handen.
-
-DE DOMINÉ (droevig verlegen). Juffrouw Vasavour, geloof ik.
-
-MEVR. WARREN (verbetert hem snel, luid fluisterend). Sst, ben je
-mal! Mevrouw Warren--Zie je m'n dochter daar niet?
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE BEDRIJF.
-
-
-In de villa na donker. Naar 't Oosten kijkend van binnen uit,
-in plaats van naar 't Westen van buiten af, ziet men het raam
-met kleine ruitjes waarvoor de gordijnen zijn dichtgetrokken, nu
-midden in den voormuur van het villatje, met de entreedeur links er
-van. In den linkermuur is de deur, die naar den uitbouw leidt. Op
-den achtergrond tegen denzelfden muur is 'n klein plat buffet met
-'n kaars en lucifers er op, en Franks geweer, waarvan de loop in
-'n bordenrek rust, er tegen aangezet. In het midden een tafel met
-'n aangestoken lamp er op. Vivie's boeken en schrijfgerei liggen op
-'n tafel rechts van 't raam, tegen den muur aan. De haard is rechts
-met 'n klein bankje er voor; er is geen vuur in. Twee van de stoelen
-zijn rechts en links van de tafel geplaatst.
-
-De entree-deur gaat open, waardoor men buiten 'n mooie sterrenlucht
-ziet, en mevrouw Warren gewikkeld in 'n shawl van Vivie, komt binnen,
-gevolgd door Frank. Ze heeft genoeg van wandelen en blaast 'n zucht
-van verlichting uit, terwijl zij de pennen uit haar hoed neemt, die
-daarna afzet, de pennen door den bol steekt en den hoed op tafel legt.
-
-
-MEVR. WARREN. O Heere! Ik weet niet wàt 't ergste is van 't buiten
-zijn; het wandelen of 't thuiszitten zonder iets uit te voeren. Ik
-zou nou veel geven voor 'n whisky met spuitwater, als er zoo iets
-maar te krijgen was in dit gat.
-
-FRANK (helpt haar om haar shawl af te doen en geeft onder de hand
-haar schouders eventjes 'n lichte liefkoozing). Misschien heeft Vivie
-wel wat.
-
-MEVR. WARREN (keert zich om en kijkt even naar hem van uit den hoek
-van haar oog, als ze het kneepje voelt). Gekheid! Wat zou 'n jong
-meisje als zij daarmee doen.--Enfin, komt er niet op aan. (Ze valt
-vermoeid neer op 'n stoel bij de tafel). Ik begrijp niet hoe ze haar
-tijd hier zoek brengt. Ik zou veel liever in Weenen zitten.
-
-FRANK. Laat mij u daar mee naar toenemen. (Hij vouwt de shawl netjes
-op, hangt die over den rug van den anderen stoel en gaat tegenover
-haar zitten).
-
-MEVR. WARREN. Loop heen! Bij jou is 't geloof ik ook: 'n aardje naar
-z'n vaartje.
-
-FRANK. Precies de oude heer, hè?
-
-MEVR. WARREN. Houd je daar buiten. Wat weet je van die dingen af? Je
-bent nog maar 'n kuiken.
-
-FRANK. Toe, ga met me mee naar Weenen. 't Zou zoo allemachtig leuk
-zijn.
-
-MEVR. WARREN. Dank je wel. Weenen is geen plaats voor jou, tenminste
-niet vòòr je wat ouder bent. (Zij knikt tegen hem om kracht bij
-te zetten aan deze raadgeving. Hij zet 'n kwasi-droevig gezicht,
-terwijl z'n oogen lachen. Zij kijkt hem aan, staat dan op en komt
-naar hem toe). Kijk 'ns hier, kleine vent--(neemt z'n gezicht en licht
-'t op). Ik ken je van haver tot gort door de gelijkenis met je vader,
-beter dan jij jezelf kent. Haal je nou, wat mìj betreft, geen dwaze
-ideeën in je kop, versta je?
-
-FRANK (haar galant 't hof makend met z'n stem). Kan 't niet helpen,
-lieve mevrouw Warren, 't zit in 't bloed. (Zij doet alsof ze hem om
-z'n ooren wil slaan; kijkt dan, 'n oogenblik in verzoeking gebracht,
-naar 't lachende, aardige, naar haar toegewende gezicht;--ten slotte
-kust ze hem en wendt zich onmiddellijk af, knorrig op zichzelf).
-
-MEVR. WARREN. Daar! Dat had ik niet moeten doen. Ik bèn ook
-slecht.--Neem er maar geen notitie van jongenlief, 't was maar 'n
-moederlijke zoen. Ga heen en flirt met Vivie.
-
-FRANK. Dat doe ik al.
-
-MEVR. WARREN (keert zich haastig naar hem toe met 'n scherpen toon
-van angst in haar stem). Wat?
-
-FRANK. Vivie en ik zijn dikke vrinden.
-
-MEVR. WARREN. Wat meen je daarmee? Hoor ès; ik duld niet, dat eenige
-kwajongen scharrelt met mijn kleine meid. Begrepen? Dat wil ik
-nièt hebben.
-
-FRANK (in 't minst niet beschaamd). M'n beste mevrouw Warren, wees
-toch niet zoo ontdaan. Ik heb eerlijke bedoelingen, zoo eerlijk
-mogelijk. En jouw kleine meid is best in staat om op zich zelf te
-passen. Je hoeft haar lang niet zoo onder 'n stolpje te zetten als
-haar moeder. Ze is niet zoo mooi, weet je.
-
-MEVR. WARREN (perplext van z'n zekerheid). Nou, jij hebt ook 'n flinke,
-aardige, twee-duim-dikke-laag brutaligheid over je. Van wièn je 't
-hebt weet ik niet,--van je vader zeker niet. (Stemmen en voetstappen
-bij den ingang). Sst! Ik hoor de anderen binnen komen. (Zij gaat
-haastig zitten). Onthoud 't nou; je bent gewaarschuwd (De eerwaarde
-Samuel komt binnen gevolgd door Crofts). Zoo, wat hebben jullie
-uitgevoerd? En waar zijn Praeddie en Vivie?
-
-CROFTS (zet zijn hoed op het bankje en z'n stok in den hoek van den
-schoorsteen). Zij zijn den heuvel opgegaan. En wij 't dorp in. Ik had
-'n hartversterking noodig. (Hij gaat op de bank zitten).
-
-MEVR. WARREN. Nou, ze moest er niet zoo van doorgaan, zonder me iets
-te zeggen (tot Frank). Krijg 'n stoel voor je vader; waar zijn je
-manieren? (Frank springt op en biedt z'n vader op hoffelijke wijze
-een stoel aan. Krijgt dan 'n andere van den muur vandaan en gaat
-midden aan de tafel zitten, met z'n vader rechts en mevrouw Warren
-links van hem). George, waar zul jij van nacht blijven? Hier kunnen
-wij je niet bergen. En wat zal Praeddie doen?
-
-CROFTS. Gardner brengt me onder dak.
-
-MEVR. WARREN. O natuurlijk. Jij zult wel voor jezelf gezorgd
-hebben. Maar waar blijft Praeddie?
-
-CROFTS. 'k Weet niet. Ik veronderstel, dat hij in 't logement kan
-slapen.
-
-MEVR. WARREN. Heb jij geen plaats voor hem, Sam?
-
-DOMINÉ. Wel... è... als dominé hier weet je, ben ik niet vrij om te
-doen wat ik precies wil... è... Wat is Praed z'n maatschappelijke
-positie?
-
-MEVR. WARREN. O, laat dat maar loopen; hij is 'n architect. Wat
-'n oude sok ben je toch, Sam.
-
-FRANK. Ja, dat 's in orde, oude heer. Hij heeft dat ding gebouwd,
-daar in Monmouthshire voor den hertog van Beaufort. Tintern Abbey heet
-'t. Je zult er wel van gehoord hebben. (Hij wenkt mevr. Warren toe
-met bliksemsnelle behendigheid en ziet z'n vader onschuldig aan).
-
-DOMINÉ. O, in dat geval zal 't ons natuurlijk zeer aangenaam wezen. Ik
-vermoed, dat hij den hertog van Beaufort persoonlijk kent?
-
-FRANK. O... heel intiem zelfs! We kunnen hem in Georgina's oude
-kamer plakken.
-
-MEVR. WARREN. Zoo, dat is dus afgesproken. Als nou die twee maar
-wouen komen en wij ons soupé konden hebben. 't Komt niet te pas,
-om zoo lang na donker uit te blijven.
-
-CROFTS (ruziemakerig). Wat voor kwaad doen ze je?
-
-MEVR. WARREN. Kwaad of niet, 't bevalt me niet.
-
-FRANK. U doet beter met niet op hen te wachten, mevrouw Warren. Praed
-zal zoo lang mogelijk uitblijven. Hij heeft nooit geweten, wat 't
-zeggen wil om op 'n zomernacht over de hei te dwalen met mijn Vivie.
-
-CROFTS (gaat ontsteld overeind zitten). Zeg is even...!
-
-DOMINÉ (uit z'n professionneele manieren opgeschrikt tot echte kracht
-en ernst). Frank, eens en voor al, dat is buiten de kwestie. Mevrouw
-Warren zal je vertellen, dat daar niet aan te denken valt.
-
-CROFTS. Natuurlijk niet.
-
-FRANK (met innemende kalmte). Is dat zoo, mevrouw Warren?
-
-MEVR. WARREN (nadenkend). Wel, ik weet 't niet, Sam. Als 't kind wil
-trouwen, kan er geen goed van komen om haar òngetrouwd te laten.
-
-DOMINÉ (perplext). Maar getrouwd met hèm! Jouw dochter met mijn
-zoon. Denk dan toch eens: dat is onmogelijk.
-
-CROFTS. Natuurlijk is 't onmogelijk. Wees niet mal, Kitty.
-
-MEVR. WARREN (geprikkeld). Waarom niet? Is mijn dochter niet goed
-genoeg voor jouw zoon?
-
-DOMINÉ. Maar waarlijk, beste mevrouw Warren, je weet toch de reden....
-
-MEVR. WARREN (uitdagend). Ik weèt van geen reden. Als jìj er een weet,
-kun je hem aan den jongen vertellen, of aan haàr, of aan je gemeente,
-als je wilt.
-
-DOMINÉ (hulpeloos). Je weet heel goed, dat ik niemand de reden
-vertellen kan. Maar m'n jongen zal me wel gelooven, als ik hem zeg,
-dát er redenen zijn.
-
-FRANK. Zeker oude, dat zal hij. Maar heeft jouw jongen zich ooit
-laten leiden door jouw redenen?
-
-CROFTS. Je kùnt haar niet trouwen, en daarmee uit. (Hij staat op
-en gaat voor den haard staan, met z'n rug er naar toe, beslist
-wenkbrauwfronsend).
-
-MEVR. WARREN (zich vinnig naar hem omkeerend). Wat heb jij er mee te
-maken, zeg?
-
-FRANK (met z'n liefelijksten lyrischen stemval). Juist wat ik u wou
-vragen op m'n eigen, beminnelijke manier.
-
-CROFTS (tot mevr. Warren). Ik vermoed, dat je je dochter niet verlangt
-te laten trouwen met 'n man jonger dan zij,--zonder 'n beroep, of
-'n duit geld om haar te onderhouden. Vraag 't Sam, als je mij niet
-wilt gelooven (tot den dominé). Hoeveel geld denk je hem mee te geven?
-
-DOMINÉ. Geen cent. Hij heeft z'n erfdeel al gehad en het laatste
-ervan opgemaakt in Juli. (Mevrouw Warren's gezicht betrekt).
-
-CROFTS (haar observeerend). Heb ik 't je niet gezegd? (Hij herneemt
-z'n plaats op de bank en zet z'n beenen weer op de zitting, alsof nu
-voor goed met 't onderwerp is afgedaan).
-
-FRANK (beklaaglijk). Dat is nou echt kruieniersachtig. Denk je,
-dat juffrouw Warren om geld wil trouwen? Als wij van elkaar houden....
-
-MEVR. WARREN. Wel bedankt. Je liefde is 'n aardig, goedkoop artikel,
-jongenlief. Als jij niet de middelen hebt om 'n vrouw te onderhouden,
-dan is de zaak beslist; dan krijg je Vivie niet.
-
-FRANK (hoogelijk geamuseerd). Wat zeg jij er van oude heer, hè?
-
-DOMINÉ. Ik ben 't met mevrouw Warren eens.
-
-FRANK. En die goeie, oude Crofts heeft z'n meening al gezegd.
-
-CROFTS (wendt zich boos om op z'n elboog). Hoor 'ns: ik ben niet
-gediend van jouw onbeschaamdheid.
-
-FRANK (gevat). 't Spijt me verbazend, dat ik je onaangenaam ben
-Crofts,--maar jij permitteerde jezelf daarnet de vrijheid om als
-'n vader tegen me te spreken. Eén vader is genoeg, wel bedankt hoor.
-
-CROFTS (verachtelijk). Phoe! (Hij draait zich weer om).
-
-FRANK (opstaand). Mevrouw Warren,--ik kan geen afstand doen van Vivie,
-zelfs niet ter wille van u.
-
-MEVR. WARREN (mompelend). Zoo'n kwajongen!
-
-FRANK. En daar u ongetwijfeld van plan bent om andere vooruitzichten
-voor haar te openen, zal ik geen tijd verliezen met m'n zaak bij
-haar te bepleiten. (Zij staren allemaal naar hem, en hij begint op
-bekoorlijke wijze te declameeren):
-
-
- "Of wel hij vreest zijn lot te zeer,
- Of acht zijn waarde kleen,
- Wie niet den worp waagt: op òf neer,
- Zijn àl op éénen steen!"
-
-
-(De voordeur wordt geopend, terwijl hij reciteert en Vivie en Praed
-komen binnen. Hij houdt op. Praed legt z'n hoed op 't buffetje. Er
-is onmiddellijk 'n verbetering merkbaar in de manieren van het
-gezelschap. Crofts neemt z'n beenen van de bank af en gaat overeind
-zitten, als Praed zich bij hem voegt bij den haard. Mevrouw Warren
-verliest haar losheid van manieren en verschuilt zich in knorrigheid).
-
-MEVR. WARREN. Waar ter wereld ben je geweest, Vivie?
-
-VIVIE (neemt haar hoed af en gooit hem achteloos op tafel). Den
-heuvel op.
-
-MEVR. WARREN. Nou, je behoorde niet zoo weg te loopen, zonder me
-iets te laten zeggen. Hoe kon ik weten, wat er van je geworden was,
-en dat nogal bijna in den nacht!
-
-VIVIE (gaat naar de deur van de binnenkamer en opent die zonder op
-haar moeder te letten). En nu 't soupé!--Ik ben bang, dat we hier
-nogal opgepropt zullen zitten.
-
-MEVR. WARREN. Hoorde je niet, wat ik zei, Vivie?
-
-VIVIE (kalm). Ja moeder. (Weer terugkomend op de moeielijkheid van
-'t soupé) Met de hoevelen zijn we? (tellende). Een, twee, drie, vier,
-vijf, zes.... Wel, twee zullen er moeten wachten tot de rest klaar
-is. Juffrouw Alison heeft maar borden en messen voor vier.
-
-PRAED. O, voor mij komt 't er niet opaan. Ik....
-
-VIVIE. U hebt 'n lange wandeling gemaakt en u hebt honger, mijnheer
-Praed; u zult dàdelijk soupeeren. 't Is noodig, dat er een met me
-wacht. Frank, heb jij honger?
-
-FRANK. In 't minst niet;--absoluut geen trek zelfs.
-
-MEVR. WARREN. En jij ook niet George. Jij kan wachten.
-
-CROFTS. Och, loop heen. Ik heb niets gegeten sinds theetijd. Kan Sam
-'t niet doen?
-
-FRANK. Wou u m'n arme vader laten verhongeren?
-
-DOMINÉ (knorrig). Sta me toe voor me zelf te spreken, jongmensch.
-
-VIVIE (beslist). Dat hoeft niet. Er zijn er maar twee noodig. (Ze opent
-de deur naar de binnenkamer). Wilt u m'n moeder mee naar binnen nemen,
-mijnheer Gardner? (de dominé geleidt mevrouw Warren en gaat met haar
-naar de andere kamer. Praed en Crofts volgen. Allen, behalve Praed,
-zijn blijkbaar weinig ingenomen met deze schikking, maar weten niet
-hoe er zich tegen te verzetten. Vivie blijft bij de deur staan en
-kijkt naar hen). Kunt u u doorpersen tot aan dien hoek, mijnheer
-Praed,--'t past maar net aan. Pas op voor uw jas tegen de gewitte
-muur,--mooi zoo. Zit u nu allemaal goed?
-
-PRAED (van binnen af). Heel goed, dank u.
-
-MEVR. WARREN (van binnen af). Laat de deur open, liefje. (Frank
-kijkt naar Vivie, sluipt dan naar de buitendeur en zet die zachtjes
-wijd open). O Heere, wat 'n tocht! Doe hem toch maar liever dicht,
-kind. (Vivie sluit de deur dadelijk, Frank sluit zachtjes de
-buitendeur).
-
-FRANK (juichend). Ha! Ze kwijtgeraakt! Vivie, wat vind je van m'n
-ouden heer?
-
-VIVIE (gepreoccupeerd en ernstig). Ik heb hem ternauwernood
-gesproken. Hij geeft me niet den indruk van 'n bizonder intelligent
-man.
-
-FRANK. Och, weet je, de oude is, over 't geheel genomen, niet zòò dwaas
-als hij er uitziet. Je moet denken, hij is nou eenmaal dominé hier,
-en doordat hij 't ook wil schijnen, stelt hij zich veel stommer aan
-dan hij eigenlijk is. Nee, de oude heer is zoo kwaad niet, en ik heb
-volstrekt 't land zoo niet aan hem als je misschien zou denken. Hij
-meent 't goed. Hoe denk je, dat je met hem op zult schieten?
-
-VIVIE (bijtend sarcastisch). Ik geloof niet, dat hij 'n groote plaats
-in m'n toekomstig leven zal innemen, noch een van m'n moeders ouden
-kring, behalve Praed misschien. Wat denk jij van m'n moeder?
-
-FRANK. Eerlijk en oprecht?
-
-VIVIE. Ja, eerlijk en oprecht.
-
-FRANK. Wel, ze is allemachtig leuk.--Maar 't is me er eentje, niet? En
-Crofts. Groote goden, die Crofts!
-
-VIVIE. Wat 'n troep, Frank!
-
-FRANK. Wat 'n zootje!
-
-VIVIE (met de diepste verachting voor hen). Als ik dacht, dat ik
-zòò was, dat ik 'n doorbrengster zou worden, die doelloos haar tijd
-verslabakt van den eenen maaltijd tot den anderen, zonder karakter
-en zonder pit in me,--dan zou ik me 'n aâr openen en me dood laten
-bloeden, zonder 'n oogenblik aarzelen.
-
-FRANK. Welnee, dat zou je niet. Waarom zouden zij aan den zwoeg gaan,
-als ze 't niet hoèven te doen? Ik wou, dat ìk zoo gelukkig was. Nee,
-waar ik op tegen heb, dat zijn hun manieren. 't Is niet de leeglooperij
-zelf. Hun manieren zijn schunnig, echt ordinair.
-
-VIVIE. Geloof je, dat jouw manieren 'n haar beter zullen wezen,
-als je zoo oud zult zijn als Crofts,--wanneer je niet werkt?
-
-FRANK. Natuurlijk geloof ik dat,--oneindig veel beter. Vivums moet
-niet preeken; haar kleine jongen is onverbeterlijk. (Hij tracht haar
-gezicht liefkoozend tusschen z'n handen te nemen).
-
-VIVIE. Weg er mee! Vivums is niet in de stemming om haar jongentje
-te vertroetelen.
-
-FRANK. Hoe onvriendelijk!
-
-VIVIE (stampend). Wees ernstig. Ik ben ernstig.
-
-FRANK. Goed. Laten we geleerd spreken. Juffrouw Warren, weet u wel,
-dat al de meest liberale denkers hièrin overeenstemmen, dat de helft
-van de ziekten der moderne beschaving moeten toegeschreven worden
-aan verhongering der affecties in de jeugd? Ik nu...
-
-VIVIE (hem kortaf onderbrekend). Je wordt vervelend. (Zij opent
-de binnendeur.) Is er nog plaats voor Frank? Hij klaagt dat hij
-verhongert.
-
-MEVR. WARREN (van binnenaf). Zeker is er. (Gekletter van messen en
-glazen, als zij die op tafel verschuift). Hier, er is nù plaats naast
-mij. Kom, Frank!
-
-FRANK (zachtjes tot Vivie als hij gaat). D'r kleine jongen zal dit
-z'n Vivums goed betaald zetten. (Hij gaat de andere kamer binnen).
-
-MEVR. WARREN (van binnenuit). Hier Vivie, kom jij ook binnen, kind. Je
-zult wel uitgehongerd zijn. (Zij komt binnen, gevolgd door Crofts,
-die de deur voor Vivie openhoudt met kennelijk ontzag. Zij gaat heen
-zonder hem aan te zien en hij sluit de deur achter haar). Wel George,
-jij kunt nog niet klaar zijn. Je hebt niks gegeten.
-
-GEORGE. O, ik had alleen maar trek om wat te drinken. (Hij steekt
-z'n handen in z'n zakken en begint door de kamer te draaien, onrustig
-en stuursch).
-
-MEVR. WARREN. Nou, ik hoû er van om genoeg te krijgen,--maar met wat
-koud vleesch, met sla en kaas, kom je al 'n heel eind. (Met 'n zucht
-van slechts halve verzadiging gaat ze lui neerzitten bij de tafel).
-
-CROFTS. Waarom blijf je die snotneus aanmoedigen?
-
-MEVR. WARREN (dadelijk op haar qui-vive). Hoor is George: wat wìl
-je nou met m'n dochter? Ik heb gezien op wat voor manier je haar
-aankijkt. Weet wel: ik ken je en ik weet wat je blikken beteekenen.
-
-CROFTS. 't Kan toch geen kwaad om naar d'r te kijken, wel?
-
-MEVR. WARREN. Ik zou je heel gauw de deur uitzetten en naar Londen
-terugsturen als ik iets van jouw onzin in de gaten kreeg. Mijn dochters
-pink is me meer waard dan jouw heele lichaam en ziel. (Crofts hoort
-dit aan met 'n grijns. Mevrouw Warren, even blozend door haar onmacht
-om indruk op hem te maken als 'n theatrale moeder vol toewijding,
-voegt er zachtjes aan toe): Wees maar gerust, de jonge snotneus heeft
-niet meer kans dan jij.
-
-CROFTS. Mag 'n man zich dan niet voor 'n meisje interesseeren?
-
-MEVR. WARREN. Niet 'n man als jij.
-
-CROFTS. Hoe oud is ze?
-
-MEVR. WARREN. Dat gaat je niet an.
-
-CROFTS. Waarom maak je daar zoo'n geheim van?
-
-MEVR. WARREN. Omdat ik 't verkies.
-
-CROFTS. Nou, ik ben nog geen vijftig. En m'n bezittingen zijn in
-zoo'n goeien staat als ooit....
-
-MEVR. WARREN (hem in de rede vallend). Ja, omdat je even gierig als
-gemeen bent.
-
-CROFTS (vervolgend). En 'n jonkheer is niet iederen dag te
-krijgen. Niet één andere man in mijn positie zou genoegen nemen met
-'n schoonmoeder als jij. Waarom zou ze me niet trouwen?
-
-MEVR. WARREN. Jou?
-
-CROFTS. We zouden met z'n drieën lekkertjes kunnen leven. Ik zou vòòr
-haar sterven en haar achterlaten als 'n zwierig weeuwtje met overvloed
-van geld. Waarom niet? De gedachte daaraan is aldoor sterker in me
-geworden, terwijl ik met dien gek van daarbinnen liep te wandelen.
-
-MEVR. WARREN (in opstand komend). Ja, juist 't soort van gedachte om
-in joù op te komen. (Hij houdt op met rondsluipen en de twee kijken
-elkaar aan; zij vast, met 'n zekeren angst verscholen achter haar
-verachting en afschuw, hij heimelijk met 'n zinnelijken grijns en
-oogenglimp, waarmee hij haar tracht te verlokken).
-
-CROFTS (wordt plotseling bezorgd en dringend, als hij geen teeken van
-sympathie bij haar ziet). Hoor 'is Kitty, je bent 'n verstandige vrouw,
-stel je nou niet braaf an.--Ik zal niet meer vragen en jij hoeft niet
-meer te antwoorden. Ik zal m'n heele bezitting op haar vastzetten. En
-als jij op den huwelijksdag voor jezelf 'n wissel verlangt, dan kun
-je de som noemen, die jezelf wilt,--altijd in 't redelijke.
-
-MEVR. WARREN. Bah! Daartoe is 't dus met je gekomen, George, net als
-met alle andere afgesjouwde ouwe kerels.
-
-CROFTS (woest). Verdomd! (Zij staat op en keert zich heftig naar
-hem toe,--maar de deur van de binnenkamer wordt dan juist geopend en
-men hoort de stemmen van de anderen, die terugkomen. Crofts, niet in
-staat zich te beheerschen, snelt naar buiten. De dominé komt terug).
-
-DE DOMINÉ (rondkijkend). Waar is Jhr. George?
-
-MEVR. WARREN. Naar buiten gegaan om z'n pijp te rooken. (Zij gaat
-naar den haard, met haar rug naar hem toe, om tot bedaren te komen. De
-dominé gaat naar de tafel om z'n hoed te krijgen. Onderwijl komt Vivie
-binnen, gevolgd door Frank, die met 'n vertoon van diepe uitputting
-in den meest nabijzijnden stoel neervalt. Mevrouw Warren kijkt rond
-naar Vivie en zegt met haar affectatie van moederlijke bezorgdheid
-nog gemaakter dan gewoonlijk). Wel lieverd, heb je lekker gesoupeerd?
-
-VIVIE. U weet wat juffrouw Alisons soupé's waard zijn! (Zij keert
-zich tot Frank en troetelt hem). Arme Frank, was al 't vleesch dan
-op? Heeft hij niets gehad dan brood en kaas en gemberbier? (weer
-ernstig, alsof ze al genoeg gekheid heeft gemaakt voor één avond). Haar
-boter is heusch afschuwelijk. Ik moet wat boter van Londen laten komen.
-
-FRANK. Doe dat in 's hemelsnaam. (Vivie gaat naar de schrijftafel en
-noteert de bestelling van de boter. Praed komt binnen van de andere
-kamer,--z'n zakdoek opvouwend, die hij als servet gebruikt had).
-
-DOMINÉ. Frank, m'n jongen, 't is tijd voor ons om naar huis te gaan. Je
-moeder weet nog niet, dat we gasten krijgen.
-
-PRAED. Ik ben bang, dat we moeite zullen geven.
-
-FRANK. In 't minst niet, Praed; m'n moeder zal 't heerlijk vinden om
-kennis met je te maken. Ze is 'n echt intellectueele, artistieke vrouw,
-en ziet hier niemand van 't begin tot 't eind van het jaar behalve den
-ouden heer. Je kunt je dus voorstellen hoe suf dat voor haar is (tot
-den dominé). Jij bent niet intellectueel of artistiek, wel piepa? Neem
-Praed dus dadelijk mee naar huis; dan zal ik hier blijven om mevrouw
-Warren gezelschap te houden. Je zult Crofts in den tuin vinden. Hij
-zal uitstekend gezelschap zijn voor onzen jongen bulhond.
-
-PRAED (neemt z'n hoed van het buffetje en komt dicht naar Frank
-toe). Kom met ons mee, Frank. Mevrouw Warren heeft juffrouw Vivie
-in zoo lang niet gezien en tot nu toe hebben wij ze belet om maar
-'n oogenblik samen te zijn.
-
-Frank (geheel verteederd, kijkt op naar Praed met romantische
-bewondering). Natuurlijk, dat vergat ik. Wel bedankt voor je
-vermaning. Bent 'n echte gentleman, Praeddie. Altijd geweest--m'n
-levensideaal! (Hij staat op om te gaan, maar blijft 'n oogenblik staan
-tusschen de twee oude heeren en legt z'n hand op Praeds schouder). Och,
-als jij maar m'n vader was geweest, inplaats van dezen onwaardigen,
-ouden man! (Hij legt z'n andere hand op z'n vaders schouder).
-
-DOMINÉ (lawaaiig). Zwijg jongmensch, zwijg; je bent profaan.
-
-MEVR. WARREN (lacht hartelijk). Je moest hem beter in toom houden,
-Sam. Goeie nacht. Hier, geef George z'n hoed en stok met m'n
-complimenten.
-
-DOMINÉ (ze aannemend). Goeien nacht. (Zij geven elkaar de hand. Als
-hij langs Vivie gaat, geeft hij die ook de hand en zegt haar goeden
-nacht. Daarna, bulderend commandeerend tot Frank): Komaan jongmensch,
-vlug wat. (Hij gaat heen. Frank heeft onderwijl z'n pet van de aanrecht
-genomen en z'n geweer uit het rek. Praed geeft mevrouw Warren en Vivie
-de hand en gaat heen,--mevrouw Warren begeleidt hem op haar gemak en
-kijkt hem achterna door den tuin. Frank bedelt stilletjes om 'n kus
-van Vivie, maar zij zendt hem weg met 'n strengen blik, neemt dan 'n
-paar boeken en wat papier van de schrijftafel en gaat er mee zitten
-aan de tafel, in 't midden, om het schijnsel van de lamp te hebben).
-
-FRANK (bij de deur, vat mevrouw Warrens hand). Goeie nacht, liève
-mevrouw Warren. (Hij knijpt haar hand. Zij trekt die haastig weg,
-klemt haar lippen samen en ziet er meer dan half geneigd uit om hem
-om z'n ooren te slaan. Hij lacht ondeugend en rent weg, de deur achter
-zich toeslaand).
-
-MEVR. WARREN (keert terug naar haar plaats aan de tafel, tegenover
-Vivie, blijkbaar berustend in 't vooruitzicht van 'n vervelenden avond,
-na het vertrek van de heeren). Heb je ooit in je leven iemand zòò
-hooren kakelen? (zij gaat zitten). Wat 'n plaag is 't-ie, hè? Nou
-ik er aan denk liefje, moedig jij hem niet an, hoor. Ik ben zeker,
-dat hij 'n echte deugniet is.
-
-VIVIE. Ja, ik ben wel bang, dat hij 'n echte deugniet is. Ik zal
-hem moeten zien kwijt te raken. Maar 't zal me erg voor hem spijten,
-al is hij 't niet waard, de arme jongen.--Die Crofts schijnt me ook
-niet veel zaaks te zijn, wel?
-
-MEVR. WARREN (gekwetst door haar toon). Wat weet jij van de mannen af,
-kind, om op die manier over ze te praten? Je kunt je er op voorbereiden
-om Jhr. George hier dikwijls te zien,--omdat hij 'n vrind van me is.
-
-VIVIE (volmaakt koel). Waarom? Verwacht u, dat we veel samen zullen
-zijn,--u en ik, meen ik?
-
-MEVR. WARREN (haar aanstarend). Natuurlijk, totdat je getrouwd bent. Je
-gaat niet meer naar je colleges terug.
-
-VIVIE. Gelooft u dan, dat mijn manier van leven u zou bevallen? Ik
-betwijfel het.
-
-MEVR. WARREN. Jouw manier van leven? Wat meen je?
-
-VIVIE (terwijl zij 'n pagina van haar boek opensnijdt met het vouwbeen
-van haar chatelaine). Is 't heusch nooit bij u opgekomen, moeder,
-dat ik 'n manier van leven heb zoo goed als andere menschen?
-
-MEVR. WARREN. Wat 'n onzin probeer je nou te praten! Wil je me soms
-je onafhankelijkheid toonen, omdat je nou op school 'n persoontje
-van belang bent geworden? Wees niet mal, kind.
-
-VIVIE (op toegevenden toon). Is dat alles wat u over het onderwerp
-te zeggen hebt, moeder?
-
-MEVR. WARREN (verbijsterd, daarna boos). Ga nou niet door me zoo te
-ondervragen (heftig). Hoû je mond. (Vivie gaat door met haar werk,
-zonder tijd te verliezen of iets te zeggen). Jij met je manier van
-leven! Wat nog meer? (Zij kijkt naar Vivie; geen antwoord). Jouw
-manier van leven zal zijn wat mij bevalt;--dàt zal-die (weer 'n
-pauze). Ik heb die pretenties van je al opgelet, van af dat je die
-tripos gekregen hebt, of hoe dat examen heeten mag.--Als je denkt,
-dat ik daarmee genoegen neem, dan vergis je je, en hoe eerder je
-dat merkt, des te beter (pruttelend). Al wat ìk er over te zeggen
-heb,--wel zeker! (weer haar stem verheffend, boos). Weet je wel,
-tegen wie je spreekt, juffertje?
-
-VIVIE (haar aankijkend, zonder haar hoofd van haar boek op te
-heffen). Nee. Wie bent u? Wàt bent u?
-
-MEVR. WARREN (staat ademloos op). Jouw brutaal nest!
-
-VIVIE. Iedereen kent mìjn reputatie, mìjn maatschappelijke positie
-en het beroep, dat ik wil volgen. Ik daarentegen weet niets van u
-af. Wat is dat soort van leven, dat u verlangt, dat ik deelen zal
-met u en Jhr. George?
-
-MEVR. WARREN. Pas op! Ik zal iets doen, waar ik later spijt van zal
-hebben, en jij ook.
-
-VIVIE (haar boek op zij schuivend met koele beslistheid). Wel, laten
-we dan 't onderwerp laten rusten, tot u 't beter aan zult durven
-(bekijkt haar moeder kritisch). U moet eens flink wandelen en tennissen
-om weer op streek te komen. U bent in 'n allertreurigste conditie;
-u was vandaag niet eens in staat om twintig meter te klimmen zonder
-te hijgen;--en uw polsen zijn net rolletjes vet. Kijk de mijne eens
-(zij steekt haar polsen uit).
-
-MEVR. WARREN (ziet haar eerst hulpeloos aan, begint dan te
-huilen). Vivie....
-
-VIVIE (springt haastig op). Begin nou asjeblieft niet te huilen. Alles
-liever dan dat. Ik kan wezenlijk geen gegrien verdragen. Als u dat
-doet, zal ik de kamer uitgaan.
-
-MEVR. WARREN (beklaaglijk). O m'n lieveling, hoe kàn je zoo hard
-tegen me zijn? Heb ik dan geen rechten op je als moeder?
-
-VIVIE. Bènt u m'n moeder?
-
-MEVR. WARREN (hevig ontdaan). Bèn ik je moeder! O Vivie!
-
-VIVIE. Waar zijn dan m'n bloedverwanten, m'n vader--onze
-familievrienden? U eischt de rechten van 'n moeder; het recht om me
-'n dwaas en 'n kind te noemen, om tegen me te spreken, zooals niet
-één vrouw, die boven me stond op school, ooit tegen me durfde te
-spreken,--om me een levenswijs voor te schrijven en me de kennismaking
-op te dringen van 'n vent, van wien iedereen kan zien, dat hij tot
-het gemeenste soort van viveurs behoort. Vòòr ik mezelf nu de moeite
-geef om me tegen die eischen te verzetten, doe ik, dunkt me, beter,
-er eerst achter te komen of ze eenig recht van bestaan hebben.
-
-MEVR. WARREN (op haar knieën neervallend). O nee, nee, hoû op, hou
-op! Ik bèn je moeder, ik zweer het! O je zult je toch niet tègen me
-willen keeren,--m'n eigen kind;--'t is niet natuurlijk! Je gelooft me,
-niet waar? Zeg dat je me gelooft?
-
-VIVIE. Wie was m'n vader?
-
-MEVR. WARREN. Je weet niet wat je vraagt. Dat kan ik je niet vertellen.
-
-VIVIE (beslist). O ja, dat kunt u wel, als u wilt. Ik heb 't recht
-dat te weten.--En u weet heel goed, dat ik dat recht hèb. U kunt
-weigeren om 't me te zeggen, als u verkiest,--maar àls u dat doet,
-zult u me morgenochtend voor 't laatst gezien hebben.
-
-MEVR. WARREN. O, 't is vreeselijk je zòò te hooren praten. Je zoudt
-me niet.... je kùnt me niet verlaten.
-
-VIVIE (meedoogenloos). Ja, zonder 'n oogenblik te aarzelen, als u me
-op dàt punt aan 't lijntje blijft houden (rillend van afschuw). Hoe
-kan ik zeker zijn, dat ik niet 't bedorven bloed van dien gemeenen
-doorbrenger in m'n lichaam heb?
-
-MEVR. WARREN. Nee, nee. Ik zweer je, dat hij 't niet is, zoomin
-als een van de andere die je ontmoet hebt. Daàrvan tenminste ben
-ik zeker. (Vivie's oogen vestigen zich streng op haar moeder als de
-beteekenis hiervan voor haar opgaat).
-
-VIVIE (langzaam). "Daarvan tenminste bent u zeker." Ah! U meent,
-dat dàt 't eenige is, waar u zeker van bent (peinzend). Ik begrijp
-'t. (Mevrouw Warren verbergt haar gezicht in haar handen). Doe dat
-niet moeder;--u weet, dat u 't volstrekt zoo niet voelt. (Mevrouw
-Warren neemt haar handen weg en kijkt droevig op naar Vivie, die haar
-horloge uithaalt en zegt) Nu, dat is genoeg voor van avond.--Hoe laat
-wilt u ontbijten? Is half negen te vroeg voor u?
-
-MEVR. WARREN (verbijsterd). M'n God, wat voor soort van vrouw ben je?
-
-VIVIE (koel). Van 't soort, waar de wereld voor 't meerendeel uit
-bestaat, hoop ik. Anders begrijp ik niet hoe ze d'r werk gedaan zou
-krijgen. Kom, (vat haar moeder bij de polsen en trekt haar op;--met
-beslistheid) 'n beetje flink nu. Zoo is 't goed.
-
-MEVR. WARREN (knorrig). Je bent erg ruw tegen me, Vivie.
-
-VIVIE. Gekheid. Wat denkt u van naar bed gaan? 't Is over tienen.
-
-MEVR. WARREN (hartstochtelijk). Wat geeft 't of ik naar bed ga. Denk
-je, dat ik zou kunnen slapen?
-
-VIVIE. Waarom niet? Ik wel.
-
-MEVR. WARREN. Jij! Je hebt geen hart! (plotseling barst zij heftig los
-in haar eigen spraak: het dialect van 'n vrouw uit het volk,--al haar
-affectaties van moederlijk gezag en conventioneele manieren verdwenen,
-en met 'n overstelpende inspiratie van echte overtuiging en toorn). O,
-ik verdraàg 't niet langer! Ik bedank voor die onrechtvaardigheid! Wat
-voor recht heb jij om je zoo boven me te plaatsen? Je bluft tegen me
-op wat je bent, tegen mij, die je in staat heb gesteld om te wòrden
-wat je bent. Welke kans had ik? Je moest je schamen om zoo'n slechte
-dochter en ingebeelde preutsche juf te zijn!
-
-VIVIE (koel en beslist, maar niet langer met zelfvertrouwen, want haar
-antwoorden, die haar tot dusver overtuigend verstandig en krachtig
-hebben toegeschenen, beginnen nu tamelijk houterig en pedant te
-klinken tegenover den nieuwen toon van haar moeder). Geloof u geen
-oogenblik, dat ik me op eenigerlei wijs boven u plaats. U viel me
-aan met het conventioneele gezag van 'n moeder, en ìk verdedigde me
-met de conventioneele meerderheid van 'n fatsoenlijke vrouw. Ronduit
-gezegd, ben ik niet van plan, om iets van uw onzin te verdragen,
-en wanneer ù die laat schieten, verlang ik niet van u, dat u iets
-van de mijne verdraagt.--Ik zal altijd eerbiedigen het recht dat u
-hebt op uw eigen meeningen en uw eigen manier van leven.
-
-MEVR. WARREN. M'n eigen meeningen en m'n eigen manier van leven! Hoor
-d'r is an!--Denk je, dat ik groot ben gebracht als jij,--in staat om
-m'n eigen manier van leven te zoeken en te kiezen? Denk je, dat ik
-deê, wàt ik deê, omdat ik 't prettig of goed vond, of dat ik niet
-liever na school zou zijn gegaan en 'n dametje geweest zijn, as ik
-er kans toe gezien had?
-
-VIVIE. Ieder mensch heeft eènige keus, moeder. De armste meid ter
-wereld mag niet in staat zijn om te kiezen of ze koningin van Engeland
-of hoofd van 'n school wil worden, maar ze kan wèl kiezen tusschen
-lompen uitzoeken en bloemen verkoopen, alnaar dat haar smaak is. De
-menschen geven altijd de schuld aan de omstandigheden voor wat ze
-zijn. Ik geloof niet aan de omstandigheden. De menschen, die vooruit
-komen in de wereld, zijn de menschen die opstaan en uitkijken naar
-de omstandigheden die ze noodig hebben,--en vinden ze die niet,
-dan maken zij ze.
-
-MEVR. WARREN. O, praten is makkelijk, heel gemakkelijk, hè? Nou! Wil
-je weten wat mijn omstandigheden waren?
-
-VIVIE. Ja, 't is beter, dat u 't me vertelt. Wilt u niet gaan zitten?
-
-MEVR. WARREN. Ja, ik zàl gaan zitten; wees maar gerust. (Zij plant haar
-stoel meer naar voren neer met ijzeren energie en gaat zitten. Vivie
-komt, ondanks haarzelf, onder den indruk). Weet je wie je groomoe was?
-
-VIVIE. Nee.
-
-MEVR. WARREN. Nee, dat weet je niet. Ik wel. Ze noemde d'r eigen een
-weduwvrouw en ze had 'n winkel van gebakken visch ergens bij de Munt
-en daar onderhield ze d'r eigen en d'r vier dochters van. Twee van
-ons ware zusters, dat ware Lies en ik, en we zage d'r allebei goed
-uit, met knappe figure. Ik vermoed, dat onze vader 'n goedgevoede man
-was. Moeder beweerde, dat 't een heer was, maar dà weet ik niet. De
-andere twee ware maar halfzusters: kleine, leelijke, magere, slovende,
-eerlijke onderkruipsels. Lies en ik zouen ze half vermoord hebben,
-als moeder òns niet half vermoord had, om onze handen van ze af te
-houden. Zij waren de fatsoenlijken van ons. Nou, weet je wat ze kregen
-voor d'r fatsoen? De eene werkte in 'n loodwitfabriek,--12 uur daags
-voor 9 shilling in de week, totdat ze stierf an loodwitvergiftiging. Ze
-dacht, dat ze alleen maar d'r handen wat verlamd zou krijgen, maar
-ze ging er van dood. De ander werd ons altijd voorgehouden als 'n
-voorbeeld, omdat ze met 'n werkman van de rijkswerf trouwde en d'r
-kamer en d'r drie kinderen netjes en zuiver hield van 18 shilling in
-de week, totdat hij aan de drank raakte. Dat was de moeite waard om
-fatsoenlijk voor te zijn, niet?
-
-VIVIE (nu pensief-aandachtig). Dachten u en uw zuster dat?
-
-MEVR. WARREN. Lies niet, dat kan ik je vertellen, diè was wijzer. We
-gingen allebei na 'n kerkelijke school,--dat hoorde zoo bij de
-damesachtige manieren die we ons gaven om meer te zijn dan de
-kinderen, die niks wisten en nergens heengingen,--en daar bleven we,
-totdat Lies eens op 'n nacht wegliep en nooit terug kwam. Ik weet,
-dat de schooljuffrouw dacht, dat ik wel gauw d'r voorbeeld zou
-volgen,--want de dominé waarschuwde me aldoor, dat Lies zou eindigen
-met van Waterloo-brug af te springen.--Arme hals,--dat was àl wat
-hij er van wist! Maar ik had meer angst voor de loodwitfabriek dan
-voor de rivier, en dat zou jij ook gehad hebben in mijn plaats.--De
-dominé wist 'n betrekking voor me te krijgen, as bijhulp in de keuken
-van 'n afschaffersrestauratie, waar ze uitzonden met alles wat je
-hebben wou.--Toen ben ik kellnerin geworden en daarna ging ik an 't
-buffet van 't Waterloostation,--veertien uur per dag drank bedienen
-en glazen omwasschen voor 4 shillings in de week en de kost. Dat
-werd toen beschouwd as 'n groote vooruitgang voor me.--Nou, op
-'n kouwe, ellendige nacht, toen ik zòò moe was, dat ik nauwelijks
-wakker kon blijven, wie denk je dat er binnen kwam voor 'n halve
-schotsche? Lizzie;--in 'n lange, bonte mantel, elegant en lekker,
-met 'n hoop goudstukke in d'r beurs!
-
-VIVIE (grimmig). Tante Lizzie.
-
-MEVR. WARREN. Ja, en 'n beste tante òok om te hebben. Ze woont
-nou in Winchester, vlak bij de kathedraal, een van de meest
-geziene dames dáar.--Ze begeleidt jonge meisjes naar 't bal van de
-gouverneur,--asjeblieft hoor! Geen rivier voor Lies, dank je wel.--Jij
-doet me wat an Lies denken: ze was 'n eerste zakevrouw,--spaarde geld
-op van de beginne af,--liet nooit te veel zien wat ze was,--raakte
-nooit 'r hoofd kwijt, of liet 'n gelegenheid voorbijgaan.--Toen ze
-zag, dat ik knap op zou groeien, zei ze tegen me, zoo over de toonbank
-heen: "Wat doe jij hier, malle meid,--je gezondheid en je uiterlijk
-verwoesten voor 'n andermans profijt?" Lies was toen an 't opsparen,
-om 'n huis voor d'r eigen te nemen, in Brussel, en ze dacht, dat we
-samen gauwer zouen sparen, dan ieder voor zich. Daarom leende ze me wat
-geld en hielp me aan de gang; en ik spaarde geregeld an en betaalde d'r
-eerst af en begon toen 'n zaak met haàr als deelgenoot. Waarom zou ik
-'t nièt gedaan hebben? 't Huis in Brussel was er een van de eerste
-rang,--'n heel wat beter plaats voor 'n vrouw, dan de fabriek, waar
-Annemie vergiftigd werd. Geen één van onze meisjes werd ooit behandeld
-zoo als ik behandeld werd in de bijkeuken van die afschaffersboel,
-of as an 't buffet,--of as thuis: Had je gewild dat ik daar was
-gebleven en 'n afgewerkte ouwe sloof was geworden vòòr m'n 40ste jaar?
-
-VIVIE (nu geweldig geïnteresseerd). Nee, maar waarom koos u diè
-zaak. Met spaarzaamheid en goed beheer kun je elke zaak er boven
-op werken.
-
-MEVR. WARREN. Ja, geld opsparen. Maar in welke zaak kàn 'n vrouw geld
-opspare? Zou jij kenne sparen van 4 shillings in de week en je d'r
-van kleeje ook? Jij niet. Natuurlijk, as je 'n dood gewoon mensch
-ben en niks anders kan verdienen, of as je idee heb in muziek of
-'t tooneel, of krantegeschrijf,--dan is 't iets anders. Maar zoomin
-Lies as ik hadden eenig benul van die dingen; alles wat wij hadden
-was ons uiterlijk en onze slag om de mannen in te pakken. Denk je,
-dat wij zulke gekken waren, om andere menschen zaken te laten doen
-met ònze mooie oogen, door òns te gebruiken as winkelmeisjes, of
-buffetjuffrouwen, of kellnerinnen, as wij zèlf er zaken mee konden doen
-en al 't profijt in ònze zak steken, inplaats van hongerloonen? Wìj
-niet, hoor.
-
-VIVIE. U was zeker volkomen gerechtvaardigd uit 'n zakenoogpunt.
-
-MEVR. WARREN. Ja, en uit ieder ànder oogpunt ook. Waartoe wordt
-ieder fatsoenlijk meisje anders grootgebracht als om 'n rijke man
-in te palmen en het voordeel van z'n geld te hebben door hem te
-trouwen? Asof 'n huwelijksceremonie eenig verschil maakt in het goeie
-of het slechte van de zaak! O, de huichelarij van de wereld maakt me
-misselijk! Lies en ik hadden te werke en te spare en te berekene net
-zoo goed als andere menschen; anders zouen we nou even arm zijn als
-iedere nikswaardige dronken doorbrengster van 'n vrouw, die denkt dat
-d'r goeie tijd altijd zal duren (met groote energie). Ik veracht dat
-soort menschen;--ze hebben geen karakter. En as d'r iets is, dat ik
-haat in 'n vrouw, dan is 't gebrek an karakter.
-
-VIVIE. Kom nou, moeder, wees 'ns eerlijk! Is 't niet voor 'n deel
-wat je noemt karakter in 'n vrouw, dat haar die afschuw moet geven
-van dèze manier van geld verdienen.
-
-MEVR. WARREN. O natuurlijk. Iedereen vindt 't onaangenaam om te moeten
-werken en geld te verdienen, maar d'r is geen keus. Waarachtig,
-ik weet wel, dat ik dikwijls genoeg meêlijen heb gehad met 'n arm
-meisje, dat moe was en landerig, als ze probeeren moest 'n man te
-amuseeren, om wie ze niks niemendal gaf--zoo'n halfdronken idioot,
-die denkt, dat ie zich aangenaam maakt wanneer hij 'n vrouw plaagt
-en lastig valt en half doet walgen, op 'n manier, die met geen gèld
-is goed te maken. Maar ze heeft die onaangename dingen nou eenmaal
-te verdrage, en 't zoete zoowel as 't zure te slikke, net even goed
-als 'n ziekenhuis-zuster of ieder ander. De hemel mag wete, dat 't
-geen werk is, dat eenige vrouw voor d'r plezier zou doen, al zou je,
-as je de vromen hoort praten, denken dat 't 'n bed van rozen was.
-
-VIVIE. U beschouwt het toch als de moeite waard. Het betaalt.
-
-MEVR. WARREN. Natuurlijk is 't de moeite waard voor 'n arm meisje,
-dat d'r eigen niet weggooit en er goed uitziet en zich verstandig en
-netjes gedraagt. 't Is oneindig beter dan eenige andere betrekking, die
-ze hebben kan. Ik heb altijd gevonden dat dat zoo niet moest zijn. 't
-Kàn niet rechtvaardig zijn, Vivie, dat 'n vrouw geen betere kansen zou
-hebben. Ik blijf er bij: dat is verkeerd. Maar goed of verkeerd, 't is
-eenmaal zoo, en 'n meisje moet 't neme zooas 't is. Maar natuurlijk is
-'t niet de moeite waard voor 'n dame. Als jij die kant uitging, zou je
-dwaas zijn; maar ìk zou dwaas geweest zijn, as ik 't nièt had gedaan.
-
-VIVIE (meer en meer werkelijk ontroerd). Moeder, veronderstel eens,
-dat we allebei zoo arm waren als ù was in die ellendige dagen van
-vroeger, bent u zeker, dat u me dan niet raden zou om 't stationsbuffet
-te probeeren, of om 'n werkman te trouwen, of om zelfs in 'n fabriek
-te gaan?
-
-MEVR. WARREN (verontwaardigd). Natuurlijk niet. Voor wat voor soort
-moeder zie je me an! Hoe zou jij je zelfrespect kenne beware bij zòò
-'n hongerlijë en gesloof. En wat is 'n vrouw waard, wat is 't lèven
-waard, zonder zelfrespect? Waarom ben ik onafhankelijk en in staat om
-m'n dochter 'n piekfijne opvoeding te geven, terwijl andere vrouwen,
-die net dezelfde kansen hadden, nou in de goot legge? Omdat ik m'n
-eigen altijd heb wete te respecteere en te beheersche. Waarom kijke
-ze op tegen Lies in 'n vrome stad? Om dezelfde reden. En waar zouden
-we nou an toe zijn, als we ons gestoord hadden an de malligheid van
-die dominé? An vloeren schrobben voor anderhalve shilling per dag en
-niks in 't vooruitzicht as 't armhuis. Laat jij je niet van de wijs
-brengen door menschen die de wereld niet kennen. De eenige manier voor
-'n vrouw om fatsoenlijk voor d'r eigen te zorgen is om goed te zijn
-voor 'n man, die 't betalen kan om goed voor haar te wezen. Als ze van
-zìjn stand is, laat ze dan zorgen, dat-ie haar trouwt, maar is ze dat
-niet, dan kan ze dat niet verwachten.--Hoe zou ze? 't Zou niet voor d'r
-eigen geluk weze. Vraag-t-er iedere dame in de Londensche wereld na,
-die dochters heeft,--en ze zal je hetzelfde zegge,--behalve dat ik 't
-je ronduit zeg, en zij verdraaid.--Daarin zit 'em 't eenige verschil.
-
-VIVIE (geboeid,--staart haar aan). Beste moeder,--u bent 'n
-merkwaardige vrouw, u bent sterker dan heel Engeland. En voelt u
-nu werkelijk en waarachtig niet 'n sikkepitje twijfel ... of ... of
-schaamte?
-
-MEVR. WARREN. Wel natuurlijk, lieverd,--'t hoort er zoo bij om je
-te schame,--dat wordt eenmaal verwacht van 'n vrouw. Vrouwen moeten
-zich altijd houe of ze 'n heeleboel voele wat ze niet doen. Lies was
-dikwijls kwaad op me, as ik zoo botweg de waarheid er over zei. Zij
-zei altijd, dat, omdat iedere vrouw genoeg kon leere van wat ze voor
-d'r ooge in de wereld ziet gebeure, 't nergens toe dient om er over
-te prate. Maar Lies was ook op en top 'n dame. Ze had er 't echte
-instinct van; terwijl je an mijn altijd m'n lage kom-af kon merken:
-Ik plach zoo in m'n schik te zijn, wanneer je me je portretten zond
-en ik zag, dat je opgroeide als Lies. Je hebt nèt haar damesachtige,
-positieve manier van doen.--Maar ik kan 't niet uitstaan, om 't
-ééne te zeggen, als iedereen weet, dat ik 't andere meen. Waar dient
-dat gehuichel toe? Als de menschen de wereld op diè manier voor de
-vrouwen inrichten, geeft 't niks om net te doen, of ze anders is
-ingericht. Ronduit gezegd heb ik me nooit in 't minst geschaamd. Ik
-beweer, dat ik 't recht heb om trotsch te zijn, dat we alles zoo goed
-bedistelden, en er nooit iets op ons te zeggen was, en dat de meisjes
-zoo goed behandeld werden. 'n Paar ervan kwamen best terecht: één
-trouwde er met 'n gezant. Maar natuurlijk, daar mag ik nou niet meer
-van spreken, wat zouen ze wel van me denken! (Zij geeuwt). O Heere,
-ik geloof, dat ik tenslotte toch slaperig ben geworden. (Zij rekt
-zichzelf luid uit, echt opgelucht door haar uitbarsting, en kalmpjes
-bereid voor haar nachtrust).
-
-VIVIE. Ik geloof, dat ik 't zal zijn, die nu niet zal kunnen
-slapen. (Zij gaat naar 't buffetje en steekt de kaars aan. Dan doet
-ze de lamp uit, waardoor de kamer veel donkerder wordt). We zullen
-wat frissche lucht in laten vòòr we sluiten. (Zij opent de buitendeur
-en ziet dat 't heldere maan is). Kijk eens! (Zij trekt de gordijnen
-van 't raam open. Men ziet het landschap badend in de stralen van
-'n nazomermaan, die boven Blackdown rijst).
-
-MEVR. WARREN (met 'n vluchtigen blik naar buiten). Ja liefje, maar
-pas op, dat je geen kou vat van de nachtlucht.
-
-VIVIE (minachtend). Gekheid!
-
-MEVR. WARREN (knorrig). Welzeker, alles wat ik zeg is gekheid
-volgens jou.
-
-VIVIE (keert zich haastig naar haar toe). Nee, dat is volstrekt
-niet waar, moeder. U hebt 't vannacht totaal van me gewonnen, hoewel
-ìk gewild had, dat 't andersom zou zijn geweest. Laten we nu goeie
-vrienden zijn.
-
-MEVR. WARREN (wat droevig haar hoofd schuddend). Dus 't is andersom
-geweest. Maar tòch zal ik wel de kleinste motten wezen. Ik trok met
-Lies altijd an 't kortste eindje, en ik denk, dat 't nou wel 'tzelfde
-met jou zal worden.
-
-VIVIE. Dat hindert niet... Kom, goeie nacht goeie, oude moeder. (Zij
-omarmt haar moeder).
-
-MEVR. WARREN (teeder). Ik heb je goed grootgebracht, heb ik niet,
-lieverd?
-
-VIVIE. Ja, dat hebt u.
-
-MEVR. WARREN. En je zult goed zijn voor je arme, ouwe moeder,
-niet waar?
-
-VIVIE. Zeker moederlief (kust haar). Goeie nacht.
-
-MEVR. WARREN (zalvend). M'n zegen over m'n eigen lieveling!--'n
-moeders zegen! (Zij omhelst haar dochter beschermend, terwijl zij
-opziet naar boven, alsof zij 'n zegening over Vivie af wil smeeken).
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE BEDRIJF.
-
-
-In den tuin van de pastorie, den volgenden morgen. De zon schijnt,
-de vogels zingen lustig. De tuinmuur heeft 'n houten hek, breed
-genoeg om 'n rijtuig door te laten. Naast het hek hangt 'n bel aan
-'n gekronkelden spiraal die in verbinding staat met 'n trekker er
-buiten. Het rijpad loopt tot aan het midden van den tuin en buigt
-dan naar links, waar het eindigt in 'n kleine begrinte ronde plaats
-tegenover den overdekten ingang naar de pastorie. Aan den anderen
-kant van het hek ziet men den stoffigen straatweg, parallel aan den
-muur en aan de verste zij afgezet door 'n grasrand en 'n ònomheind
-dennenbosch. Op het grasveld, tusschen het huis en den rijweg, staat
-'n gesnoeide taxusboom, waaronder in de schaduw een tuinbank. Aan den
-tegenovergestelden kant is de tuin ingesloten door 'n palmhaag; op
-het grasveld staat een zonnewijzer en daarnaast een ijzeren stoel. Een
-smal paadje voert, achter den zonnewijzer, door de palmhaag heen.
-
-Frank zit op den stoel bij den zonnewijzer, waarop hij de ochtendbladen
-gelegd heeft en leest de Standard, (conservatief Londensch blad). Zijn
-vader komt 't huis uit, rillerig en met roode oogen;--en ontmoet
-Franks blik wat onzeker.
-
-
-FRANK (kijkt op z'n horloge). Half twaalf, 'n Mooi uur voor 'n dominé
-om te komen ontbijten.
-
-DOMINÉ SAM. Spot niet Frank, spot niet. Ik ben 'n beetje .... è ...
-(hij rilt).
-
-FRANK. Katterig?
-
-DOMINÉ. Nee jongmensch;--ongesteld van ochtend. Waar is je moeder?
-
-FRANK. Schrik niet, die is hier niet. Naar stad gegaan met Bessie
-met den trein van 11.13. Heeft verscheiden boodschappen voor je
-achtergelaten. Voel je je in staat om ze nu aan te hooren, of wil ik
-wachten tot je ontbeten hebt?
-
-DOMINÉ. Ik hèb ontbeten, sinjeur. 't Verwondert me, dat je moeder
-naar de stad is gegaan, terwijl we logé's hebben. Die zullen 't heel
-vreemd vinden.
-
-FRANK. Daar zal ze mogelijk wel aan gedacht hebben. In ieder geval,
-als Crofts hier nog blijft en jij iederen nacht tot vier uur toe
-met hem op blijft zitten, om herinneringen uit je vurige jeugd op te
-halen, dan is 't natuurlijk m'n moeders plicht om naar stad te gaan en
-'n vat whisky en 'n paar honderd flesschen spuitwater te bestellen.
-
-DOMINÉ. Ik heb niet opgemerkt, dat Jhr. George bizonder veel heeft
-gedronken.
-
-FRANK. Daar was je niet toe in staat, ouwe heer.
-
-DOMINÉ. Wil je te kennen geven, dat ik...?
-
-FRANK (kalm). Nog nooit heb ik 'n weleerwaarden dominé minder sober
-gezien. De anekdoten uit je vroegere leven, die je verteld hebt,
-waren zòò schandelijk, dat ik zeker geloof, dat Praed den nacht niet
-onder je dak zou hebben doorgebracht, als 't niet was geweest, dat
-hij en moeder zoo goed met elkaar waren opgeschoten.
-
-DOMINÉ. Gekheid, jongmensch. Ik ben Jhr. George z'n gastheer. Ik moet
-toch over iets met hem praten, en hij heeft maar één onderwerp. Waar
-is mijnheer Praed nu?
-
-FRANK. Die rijdt met m'n moeder en Bessie naar 't station.
-
-DOMINÉ. Is Crofts al op?
-
-FRANK. O, al lang. Die is zoo frisch als 'n hoen; hij is veel
-beter geoefend dan jij:--heeft de training waarschijnlijk tot nu
-toe bijgehouden. Hij is ergens gaan rooken. (Frank neemt z'n krant
-weer op. De dominé wendt zich ontstemd naar het hek toe en komt dan
-besluiteloos terug).
-
-DOMINÉ. E.... Frank.
-
-FRANK. Ja.
-
-DOMINÉ. Geloof je, dat de Warren's verwachten hier geïnviteerd te
-worden, na gisteravond?
-
-FRANK. Ze zijn al geïnviteerd. Crofts vertelde ons aan 't ontbijt,
-dat je hem gezegd hadt om mevrouw Warren en Vivie vandaag hier te
-brengen en hun te verzoeken dit huis als het hunne te beschouwen. 't
-Was na diè mededeeling, dat moeder bedacht, dat ze naar stad moest
-met den trein van 11.13.
-
-DOMINÉ (met wanhopige heftigheid). Ik heb die invitatie niet gedaan. Ik
-heb noòit aan zoo iets gedacht.
-
-FRANK (medelijdend). Hoe kun je weten, ouwe heer, wàt je gisterennacht
-gezegd en gedacht hebt? Allo! Hier is Praed terug.
-
-PRAED (komt binnen door 't hek). Goeie morgen.
-
-DOMINÉ. Goeien morgen. Ik moet me verontschuldigen, dat ik u niet aan
-'t ontbijt heb gezien. Ik heb 'n lichte aanval van... van...
-
-FRANK. Dominé's keelpijn, Praed. Gelukkig niet chronisch.
-
-PRAED (van onderwerp veranderend). Wel, ik moet zeggen, uw huis is
-allerliefst gelegen, werkelijk allerliefst.
-
-DOMINÉ. Ja, dat is 't ook. Als u wilt, zal Frank 'n eindje met u gaan
-wandelen. Ik hoop dat u me zult excuseeren: ik moet de gelegenheid
-waarnemen om m'n preek te schrijven, terwijl mevrouw Gardner weg is
-en m'n gasten zich amuseeren. U neemt me niet kwalijk, niet waar?
-
-PRAED. Zeker niet, u moet voor mij niet de minste complimenten maken.
-
-DOMINÉ. Dank u. Ik zal... è... è... (stamelend gaat hij naar den
-ingang en verdwijnt in huis).
-
-PRAED (gaat op 't gras zitten en pakt z'n enkels beet). Wonderlijk
-moet dat zijn om iedere week 'n preek te schrijven.
-
-FRANK. Heel wonderlijk als hij 't deèd. Hij koopt ze. Hij is nou
-spuitwater gaan drinken.
-
-PRAED. Beste jongen, ik wou dat je meer respect toonde tegenover je
-vader. Je weet zelf hoe aardig je kunt zijn als je wìlt.
-
-FRANK. M'n goeie Praeddie, je vergeet dat ik met den ouden heer moet
-lèven. Als twee menschen samen wonen--'t doet er niet toe of ze
-vader en zoon, man en vrouw of broeder en zuster zijn--dan kunnen
-ze onmogelijk de beleefde voor-den-gek-houderij volhouden, die zoo
-makkelijk valt voor 'n minuut of tien op 'n middagvisite. De oude
-heer nou, die aan veel bewonderenswaardige huiselijke hoedanigheden
-paart de besluiteloosheid van 'n schaap met de opgeblazenheid en de
-ongemakkelijkheid van 'n jakhals...
-
-PRAED. Nee, asjeblieft, beste Frank. Bedenk toch, dat hij je vader is.
-
-FRANK. Daar geef ik hem alle eer van.--Maar stel je voor, dat hij
-Crofts gezegd heeft om de Warrens hier te brengen!! Hij moet totaal
-weg zijn geweest. Je weet beste Praeddie, dat m'n moeder haar dadelijk
-weg zou kijken. Vivie moet hier niet komen, vòòrdat zij naar de stad
-terug is.
-
-PRAED. Maar je moeder weèt toch niets van mevrouw Warren, wel?
-
-FRANK. Ik weet 't niet. Haar gaan naar de stad doet me denken van
-wel. Niet, dat 't m'n moeder in 't algemeèn zou kunnen schelen. Zij
-heeft 't dikwijls kranig opgenomen voor 'n massa vrouwen, die in
-moeilijkheden waren geraakt. Maar dat waren allemaal behoòrlijke
-vrouwen. Daarin zit 'em het verschil. Mevrouw Warren heeft zeker haar
-eigenaardige verdiensten, maar ze is zoo allemachtig lawaaiig,--en m'n
-moeder zou haar eenvoudig niet kunnen dulden. Daarom... Allo! (Deze
-uitroep wordt veroorzaakt door de wederverschijning van den dominé,
-die haastig en ontsteld z'n huis uitkomt).
-
-DOMINÉ. Frank, mevrouw Warren en haar dochter komen de hei over met
-Crofts. Ik zag ze van uit m'n studeerkamer. Wat moèt ik zeggen van
-je moeder?
-
-FRANK (energiek opspringend). Plak je hoed op je hoofd en ga hen
-tegemoet en zeg hoe allerplezierigst je 't vindt om ze te zien;--en
-dat Frank in den tuin is, en dat moeder en Bessie zijn weggeroepen
-bij 'n ziek familielid, en dat 't hun zoo speet dat ze niet konden
-blijven, en dat je hoopt, dat mevrouw Warren goed geslapen heeft
-en... en... zeg hun àl 't mogelijke behalve de waarheid en laat de
-rest aan onzen lieven Heer over.
-
-DOMINÉ. Maar hoe moeten we hen later kwijt raken?
-
-FRANK. Daar is nou geen tijd voor om over te denken. Hier! (Hij vliegt
-'t huis in en keert onmiddellijk terug met 'n vilten dominé's hoed, die
-hij z'n vader op 't hoofd duwt). Maak nu, dat je weg komt. Praed en ik
-zullen hier wachten, om het zaakje 'n ongezocht aanzien te geven. (De
-dominé, beduusd maar gehoorzaam, snelt weg door 't hek. Praed staat
-op en stoft zichzelf af).
-
-FRANK. We moeten de oude dame op de een of andere manier naar de stad
-terugzenden, Praed. Toe, zeg 'ns eerlijk, Praeddie, hoû jij er van
-om ze samen te zien: Vivie en de ouwe dame?
-
-PRAED. Och, waarom niet?
-
-FRANK (z'n tanden op elkaar). Krijg jij er geen kippenvel van? Die
-kwaje oude duvel, in staat tot àlles wat gemeen is, en Vivie.... brr!
-
-PRAED. Sst, asjeblieft. Daar komen ze. (De dominé en Crofts komen
-samen het rijpad op, gevolgd door Mevrouw Warren en Vivie, die heel
-innig met elkaar loopen.)
-
-FRANK. Kijk, ze heeft waarachtig haar arm om het middel van de oude
-vrouw. 't Is haar rechterarm; zij moet er mee begonnen zijn. God in
-den hemel, ze is sentimenteel geworden! Ai! jai! Krijg je nou geen
-kippenvel? (De dominé opent het hek en mevrouw Warren en Vivie gaan
-hem voorbij en blijven in het midden van den tuin naar 't huis staan
-kijken. Frank, in 'n extase van veinzerij, wendt zich vroolijk naar
-mevrouw Warren toe en roept uit): Alleraangenaamst om u te zien,
-mevrouw Warren,--deze rustige, oude pastorie-tuin flatteert u bizonder.
-
-MEVR. WARREN. Wel, heb je ooit! Hoor je dat George? Hij zegt dat ik
-er zoo goed uitzie in 'n rustigen, ouden pastorie-tuin.
-
-DOMINÉ (houdt het hek nog open voor Crofts, die er met 'n bizonder
-landerig air doorheen slentert). U ziet er overal goed uit, mevrouw
-Warren.
-
-FRANK. Bravo, ouwe heer. Luister 'ns,--laten we nou 'n gezelligen
-tijd er van maken vóór lunch. Eerst gaan we de kerk bekijken. Die
-behoort iedereen te zien. 't Is 'n typische oude, dertiende-eeuwsche
-kerk, weet je. De oude heer voelt er erg voor, omdat hij indertijd
-'n restauratiefonds op touw heeft gezet,--en ze zes jaar geleden
-totaal verbouwd is geworden. Praed zal er jullie de merkwaardigheden
-van aantoonen.
-
-DOMINÉ (allerminzaamst glimlachend tegen het gezelschap). 't Zal
-me bizonder aangenaam zijn, als Jhr. George en mevrouw Warren er
-werkelijk lust toe voelen.
-
-MEVR. WARREN. Wel ja, laten we maar gaan en 't afdoen: 't Zal George
-goed doen; de kerk zal van hèm niet veel last hebben, wed ik.
-
-CROFTS (terugkeerend naar 't hek). Ik heb er niets tegen.
-
-DOMINÉ. Neen, die weg niet. We zullen door 't veld gaan, als u 't
-goed vindt. Dèzen kant uit.
-
-CROFTS. O, mij goed. (Hij gaat met den dominé. Praed volgt met mevrouw
-Warren. Vivie beweegt zich niet, maar kijkt hen na met de lijnen van
-vastberadenheid scherp geteekend op haar gezicht).
-
-FRANK. Kom je niet?
-
-VIVIE. Nee. Ik wil je 'n waarschuwing geven, Frank. Je stak daarnet den
-draak met m'n moeder, toen je dat zei over den pastorie-tuin. Dat is
-voortaan taboe. Behandel m'n moeder asjeblieft met hetzelfde respect
-waarmee je je eigen moeder behandelt.
-
-FRANK. M'n beste Vivie, dat zou ze niet apprecieëren. Ze is heel
-anders dan m'n moeder: dezelfde behandeling zou voor die twee niet
-deugen. Maar wat ter wereld is er met je gebeurd? Gisterenavond waren
-we 't samen volmaakt eens over je moeder en haar kliek. En van morgen
-stel je je sentimenteel aan met je arm om haar middel heen.
-
-VIVIE (rood wordend). Me aanstellen!
-
-FRANK. Dièn indruk maakte 't op me. Den eèrsten keer dat ik je iets
-zag doen van twijfelachtig allooi.
-
-VIVIE (zichzelf bedwingend). Ja, Frank; er heèft 'n verandering met me
-plaats gehad, maar ik geloof niet 'n verandering ten kwade. Gisteren
-was ik 'n ingebeeld nest.
-
-FRANK. En vandaag?
-
-VIVIE (haar gezicht vertrekt pijnlijk, dan ziet ze hem vast
-aan). Vandaag ken ik m'n moeder beter dan jij.
-
-FRANK. De hemel beware je daarvoor.
-
-VIVIE. Wat bedoel je daarmee?
-
-FRANK. Viv,--er bestaat 'n vrijmetselarij tusschen
-door-en-door-onzedelijke menschen, waar jij niets van afweet. Jij
-hebt te veel karakter. Maar dàt is de band tusschen je moeder en mij;
-en dat is ook de reden, dat ik haar beter ken dan jij ooit zult doen.
-
-VIVIE. Je vergist je, je weet niets van haar af. Als je de
-omstandigheden kende, waarmee m'n moeder te worstelen heeft gehad....
-
-FRANK (ad rem haar zin voor haar afmakend). Dan zou ik weten waàrom
-ze is geworden, wàt ze is,--is 't zoo niet? Wat zou er dat toe
-doen? Omstandigheden of geen omstandigheden Viv,--je zult nooit met
-je moeder kunnen opschieten.
-
-VIVIE (heel boos). Waarom niet?
-
-FRANK. Omdat ze 'n slecht wijf is, Viv. Als je ooit weer in mijn
-bijzijn je arm om haar middel slaat, dan schiet ik me op de plaats
-zelf voor m'n kop,--als 'n protest tegen 'n vertooning, die me in
-opstand brengt.
-
-VIVIE. Moet ik dus kiezen tusschen jou en m'n moeder?
-
-FRANK. Dat zou de oude dame 'n veel te slechte kans geven. Nee, Viv,
-je verwaande jongentje zal je in geen geval aan je lot overlaten. Maar
-daarom moet hij ook zorgen, dat je geen vergissingen begaat.--'t
-Geeft allemaal niks, Viv, je moeder ìs eenmaal onmogelijk. Ze mag in
-haar soort niet kwaad zijn,--maar 't soort zelf ìs slecht, door en
-door slecht.
-
-VIVIE (heftig). Frank! (Hij blijft kalm. Zij wendt zich af en gaat
-zitten op de bank onder den taxus, worstelend om haar zelfbeheersching
-te herkrijgen. Dan zegt ze). Moet ze door iedereen verlaten worden,
-omdat ze eenmaal is wat jij "'n slecht soort" noemt? Heeft ze geen
-recht om te leven?
-
-FRANK. Daar hoef je niet bang voor te wezen, Viv; zij zal nooit
-verlaten zijn. (Hij gaat naast haar zitten op de bank).
-
-VIVIE. Maar ik moet haàr zeker verlaten.
-
-FRANK (sust haar op babyachtige manier en vleit haar met z'n
-stem). Moèt niet met haar leven. Familiegroepje van moeder en dochter
-zou geen succes zijn. Zou òns groepje bederven.
-
-VIVIE (onder de bekoring komend). Welk groepje?
-
-FRANK. De babies in 't bosch; Vivie en haar kleine Frank. (Hij
-glijdt z'n arm om haar middel en nestelt zich tegen haar aan als
-'n moe kind). Laten we mekaar toedekken met dorre blaâren.
-
-VIVIE (hem zachtjes wiegend als 'n moeder). Vast in slaap, hand in
-hand, onder de boomen.
-
-FRANK. Het wijze kleine meisje en naar dwaze kleine jongentje.
-
-VIVIE. Het lieve kleine jongentje, met het zielige kleine meisje.
-
-FRANK. Heel, hèèl rustig en bevrijd van de idiotigheid van den vader
-van 't jongentje en de rarigheid van de moe....
-
-VIVIE (het woord smorend tegen haar borst aan). St. st. stst! 't
-Kleine meisje wil alles vergeten van haar moeder. (Zij zwijgen eenige
-oogenblikken elkaar wiegend. Dan komt Vivie plotseling tot bezinning en
-roept uit): Wat 'n paar gekken zijn we! Kom, zit overeind. Goeie hemel,
-je haar! (Zij strijkt 't glad). Ik zou wel eens willen weten of alle
-groote menschen zoo kinderachtig doen, als er niemand bij is. Ik heb
-'t nooit gedaan als kind.
-
-FRANK. Ik ook niet. Jij bent m'n eerste speelkameraad. (Hij vat
-haar hand en wil die kussen, maar houdt eerst even op om rond te
-kijken. Heel onverwacht verschijnt Crofts door de palmhaag). O verdomd!
-
-VIVIE. Waarom, verdomd?
-
-FRANK (fluisterend). Sst! Daar komt die fielt van 'n Crofts aan. (Hij
-gaat verder van haar af zitten met 'n heel onschuldig gezicht).
-
-VIVIE. Wees niet lomp tegen hem, Frank. Ik wil erg m'n best doen om
-beleefd tegen hem te zijn. Dat zal m'n moeder plezier doen. (Frank
-trekt 'n leelijk gezicht).
-
-CROFTS. Mag ik 'n paar woorden met u spreken, juffrouw Warren?
-
-VIVIE. Zeker.
-
-CROFTS (tot Frank). Je excuseert me wel, Gardner.--Ze wachten op je
-in de kerk, als je er niets tegen hebt.
-
-FRANK (staat op). Ik wil je graag van dienst zijn, Crofts, behalve
-met naar de kerk te gaan. Als je iets noodig hebt, Vivie, bel dan aan
-'t hek, dan verschijnt een van de dienstboden. (Hij gaat 't huis in
-met kalme beminnelijkheid).
-
-CROFTS. (Kijkt hem met 'n sluwe uitdrukking nà, terwijl ie verdwijnt,
-en spreekt dan tot Vivie op 'n toon alsof hij op vertrouwelijken voet
-met haar is). 'n Aardige jongen, juffrouw Vivie. Jammer, dat hij geen
-geld heeft, hè?
-
-VIVIE. Vindt u?
-
-CROFTS. Wel, wat moet hij uitvoeren? Heeft geen betrekking en geen
-fortuin.--Waar dient hij toe?
-
-VIVIE. Ik zie volkomen goed z'n zwakke punten, Jhr. George.
-
-CROFTS ('n beetje van z'n stuk gebracht, omdat hij zoo volmaakt
-doorzien wordt). O zòò meen ik 't niet, Maar zoolang we eenmaal op
-deze wereld zijn, moeten we er ook rekening mee houden,--en geld is
-geld. (Vivie antwoordt niet). 'n Mooie dag, vindt u niet?
-
-VIVIE (met ternauwernood bedwongen minachting voor z'n poging tot
-conversatie). Heel mooi.
-
-CROFTS (met brutale jovialiteit, alsof hij haar flinkheid
-bewondert). Wel, daarover wou ik anders niet praten (met voorgewende
-openhartigheid). Luister 'ns, juffrouw Vivie. Ik ben me volkomen
-bewust, dat ik geen man voor dames ben.
-
-VIVIE. Heusch niet?
-
-CROFTS. Nee; en om u de waarheid te zeggen, dat wil ik ook niet
-zijn. Maar als ik wat zeg, dan meen ik het;--als ik iets voel, dan
-voel ik 't ècht,--en wat ik graag wil hebben, daar wil ik ook goed
-voor betalen. Dàt soort van man ben ik.
-
-VIVIE. Dat doet u alle eer aan.
-
-CROFTS. O, ik wil m'n eigen lof niet zingen. De hemel weet, dat ik
-m'n fouten heb;--geen man ziet die beter dan ik. Ik weet, dat ik niet
-volmaakt ben: die zelfkennis is een van de voordeelen van 'n man van
-middelbaren leeftijd;--want ik bèn niet jong meer en daar geef ik me
-niet voor uit ook. Mìjn moraal is heel eenvoudig en ik geloof goed:
-Eergevoel tusschen man en man, trouw tusschen man en vrouw en geen
-malle praatjes over den een of anderen godsdienst, maar 'n eerlijk
-geloof, dat de wereld geleidelijk vooruitgaat.
-
-VIVIE (snijdend ironisch). "Een macht, niet wijzelf, die
-rechtvaardigheid wil."
-
-CROFTS (haar au sérieux nemend). O zeker, wijzelf natuurlijk niet. U
-begrijpt wat ik bedoel. (Hij gaat naast haar zitten, op 'n wijze
-alsof hij 'n verwante ziel had gevonden). En nu, wat practische zaken
-betreft. U zult misschien meenen, dat ik m'n geld heb weggegooid,
-maar dat is zoo niet. Ik ben vandaag rijker, dan toen ik indertijd m'n
-fortuin in handen kreeg. Ik heb van m'n wereldkennis geprofiteerd,
-om m'n geld te steken in zaken, die andere menschen over 't hoofd
-hebben gezien; en wàt ik ook wezen mag, op 't punt van geld ben ik
-'n betrouwbaar man.
-
-VIVIE. 't Is heel vriendelijk van u, me dat allemaal te vertellen.
-
-CROFTS. Kom nou, juffrouw Vivie,--u hoeft u niet te houden, alsof
-u niet weet, waar ik heen wil. Ik verlang om me te vestigen met 'n
-"Lady Crofts".--Ik vermoed, dat u me wel erg botaf vindt?
-
-VIVIE. Volstrekt niet. Ik ben er u heel dankbaar voor, dat u zoo
-kort en zakelijk bent. Ik stel uw aanbod zeer op prijs: het geld,
-de positie, Lady Crofts en zoo al meer. Maar, met uw welnemen, zal
-ik toch maar "nee" zeggen. Liever niet. (Zij staat en drentelt naar
-den zonnewijzer, om wat uit z'n onmiddellijke nabijheid te zijn).
-
-CROFTS (in 't minst niet ontmoedigd, gebruik makend van de meerdere
-plaats op de bank om er zich gemakkelijk op uit te strekken, vat
-het op alsof 'n paar voorloopige weigeringen 'n onvermijdelijk deel
-uitmaakten van den gewonen gang van 'n huwelijksaanzoek). Ik heb
-geen haast. Ik wou u dit alleen maar laten weten, voor 't geval dat
-de jonge Gardner mocht probeeren u te vangen. Denk er eens over na.
-
-VIVIE (scherp). Mijn neen blijft neen. Ik kom er niet op terug. (Zij
-ziet hem aan van uit de hoogte. Hij grijnst; buigt zich voorover met
-z'n elbogen op z'n knieën om met z'n stok naar 'n ongelukkig insect
-in 't gras te prikken. Hij kijkt haar sluw aan. Ongeduldig wendt zij
-zich af).
-
-CROFTS. Ik ben 'n goed beetje ouder dan u,--vijf en twintig jaar,
-'n kwart eeuw. Ik heb 't eeuwige leven niet, en ik zal zorgen, dat
-u goed achterblijft, als ik er niet meer zijn zal.
-
-VIVIE. Zelfs tegen diè verleiding ben ik bestand, Jhr. George. Gelooft
-u niet, dat u beter zoudt doen met m'n antwoord te accepteeren? Er
-is niet de minste kans, dat ik veranderen zal.
-
-CROFTS (staat op, na 'n laatsten slag naar 'n madeliefje en
-begint heen en weer te loopen.) Wel, 't hindert niet. Ik zou u
-dingen kunnen vertellen, die u gauw genoeg van gedachten zouden doen
-veranderen,--maar dat wil ik niet, omdat ik u liever wil zien te winnen
-door eerlijke liefde. Ik ben 'n goeie vriend voor uw moeder geweest,
-vraag haar dat maar eens. Zij zou nooit 't geld verdiend hebben,
-dat uw opvoeding betaald heeft, als ìk haar niet geraden en geholpen
-had. Om niet te spreken van het geld, dat ik haar heb voorgeschoten. Er
-zijn niet veel menschen, die haar gesteund zouden hebben, zooals ìk
-'t heb gedaan. Ik heb van 't begin tot 't laatst toe niet minder dan
-40,000 pond in haar zaak gestoken.
-
-VIVIE (hem aanstarend). Wilt u zeggen, dat u m'n moeders deelgenoot
-geweest bent?
-
-CROFTS. Ja. Bedenk dus nou 'ns wat 'n last en explicaties 't besparen
-zou, als wij 't heele geval onder ons hielden, om zoo te zeggen. Vraag
-uw moeder maar eens of zij 't prettig zou vinden om uitlegging van
-d'r zaken te geven aan 'n totaal vreemde.
-
-VIVIE. Daar zie ik de bezwaren niet van in, nu de zaken toch aan kant
-zijn gedaan en het geld belegd is.
-
-CROFTS (blijft plotseling verbaasd staan). Aan kant gedaan? Een
-onderneming aan kant doen, die 35 percent uitkeert in de slechtste
-jaren?! Niet waarschijnlijk, hoor. Wie heeft u dàt verteld?
-
-VIVIE (plotseling verbleekend). Bedoelt u dat ze nog...? (Zij houdt
-op eens stil en legt haar hand op den zonnewijzer om zichzelf te
-ondersteunen. Dan loopt ze haastig naar den ijzeren stoel en gaat
-zitten). Over welke onderneming spreekt u?
-
-CROFTS. Wel, de kwestie is, dat ze nou niet precies als 'n zaak van
-den eersten rang beschouwd wordt in mijn kringen, de voorname kringen,
-weet u;--die ònze kringen zullen worden, als u anders over m'n aanzoek
-gaat denken. Niet, dat er iets niet in den haak mee is, dat moet u
-niet denken. U begrijpt door het feit, dat uw moeder er in is, dat
-ze volkomen fair en eerlijk is. Ik heb haar jaren lang gekend en ik
-weet van haar, dat ze liever haar hand zou afslaan, dan met iets te
-doen te hebben, wat niet heelemaal behoorlijk is. Als u wilt zal ik
-er u alles van vertellen. Ik weet niet of u wel eens ondervonden hebt,
-als u op reis was, hoe moeilijk 't is, om 'n werkelijk goèd ingericht
-familiehotel te vinden.
-
-VIVIE (wendt haar gezicht af met walging.) Ja,--ga door.
-
-CROFTS. Nu, dat is alles. Uw moeder heeft 'n zeldzame gave om die
-dingen te besturen. We hebben er twee in Brussel, één in Berlijn,
-één in Weenen en twee in Buda-Pest.--Natuurlijk zijn er nog anderen
-behalve wij in de zaak, maar wìj hebben er het meeste kapitaal in,--en
-uw moeder is onmisbaar als directrice. U hebt zeker wel gemerkt,
-dat zij veel reist.--Maar u begrijpt,--over zulke dingen kun je in
-gezelschap niet spreken. Noem 't woord "hotel" maar eens en iedereen
-zegt, dat je 'n publiek huis houdt. U zoudt toch niet willen, dat
-ze dàt van uw moeder zouden zeggen, wel? Daarom houden we 't zoo
-stil. Wat ik zeggen wil, u zult 't ook wel voòr u houden, niet? Nu
-'t al zòòlang 'n geheim is geweest, is 't beter dat 't dat ook blijft.
-
-VIVIE. En dit is dus de onderneming, waar u wilt, dat ik deel in
-zal nemen!
-
-CROFTS. Welnee. Mijn vrouw zal niets met zaken te maken hebben. U
-zult er niet meer mee te maken hebben dan u altijd gedaan hebt.
-
-VIVIE. Altijd gedaan heb! Wat bedoelt u?
-
-CROFTS. Alleen maar dat u er altijd van geleefd hebt. Ze heeft betaald
-voor uw opvoeding en voor de japon die u aan uw lijf hebt. Trek uw
-neus maar niet op voor zaken, juffrouw Vivie. Wat zou er van uw mooie
-scholen worden zonder geld?
-
-VIVIE (staat op, half buiten zichzelf). Pas op. Ik weet wàt voor zaak
-'t is.
-
-CROFTS (opschrikkend, met 'n onderdrukte vloek). Wie heeft u dat
-verteld?
-
-VIVIE. Uw compagnon--m'n moeder.
-
-CROFTS (zwart van woede). Die ouwe.... (Vivie ziet hem haastig
-aan. Hij slikt 't woord in en staat stilletjes voor zich te razen
-en te vloeken. Dan bedenkt hij zich, dat hij sympathiek moet zijn en
-hij neemt z'n toevlucht tot 'n edele verontwaardiging). Zij behoorde
-u meer te hebben ontzien. Ik zou 't u nooit verteld hebben.
-
-VIVIE. Ik denk, dat u waarschijnlijk gewacht zoudt hebben tot we
-getrouwd waren. Het zou 'n makkelijk wapen voor u geweest zijn om me
-mee klein te krijgen.
-
-CROFTS (heel oprecht). Ik had 't nooit willen doen. Op m'n woord
-niet. (Vivie ziet hem verwonderd aan. Haar gevoel voor de ironie van
-zijn protest kalmeert haar en geeft haar kracht. Zij antwoordt met
-minachtende zelfbeheersching.)
-
-VIVIE. 't Doet er niet toe. Ik veronderstel dat u begrijpt, dat wanneer
-wij vandaag van hier weggaan, onze kennismaking tot 'n eind komt.
-
-CROFTS. Waarom? Omdat ik u moeder geholpen heb?
-
-VIVIE. Mijn moeder was 'n arme vrouw die geen keus had om anders te
-handelen dan ze gedaan heeft. Maar ù was rijk en u deed hetzelfde
-terwille van 35 percent. U bent mijns inziens 'n gewone, echte
-schurk. Dàt is m'n opinie van u.
-
-CROFTS (staart haar even aan,--volstrekt niet gekwetst, en veel meer
-op z'n gemak, nu ze op dezen ongegeneerden voet met elkaar zijn,
-dan toen ze eerst wat vormelijk waren). Ha, ha, ha, ha! ga je gang,
-juffie, geef er me van langs; 't hindert me niet en 't amuseert me. Wat
-weerga, waarom zou ik m'n geld niet op die manier beleggen? Ik neem
-de interest van 'n kapitaal net als alle andere menschen. Ik hoop
-niet, dat je vindt, dat ik er m'n eigen handen mee vuil maak. Zeg
-'ns zelf: je zoudt toch niet weigeren om kennis te maken met m'n
-moeders neef, den hertog van Belgravia, omdat sommige van de renten,
-die hij ontvangt, op 'n wat wonderlijke wijze verdiend worden? Je
-zoudt vermoedelijk den aartsbisschop van Canterbury niet negeeren
-omdat de leden van de kerkelijke commissies enkele kroeghouders en
-zondaren onder hun huurders hebben? Herinner je je de Croftsbeurs in
-Newnham? Nu, die is gesticht door m'n broer, het parlementslid. Hij
-krijgt z'n 22 percent van 'n fabriek met 600 meisjes, waarvan er niet
-één genoeg verdient om van te leven. Hoe stel je je voor, dat die
-rondscharrelen? Vraag 't je moeder maar eens. En verwacht je dan,
-dat ik bedanken zou voor 35 percent, terwijl andere menschen in hun
-zak steken wàt ze maar kunnen, als verstandige lui? Zòò gek ben ik
-niet. Als je je kennissen wilt kiezen en uitzoeken volgens zedelijke
-principes, dan kun je 't land wel uittrekken, tenzij je jezelf buiten
-de heele fatsoenlijke maatschappij wilt houden.
-
-VIVIE (met gewetenswroeging). U kunt er verder nog op wijzen, dat
-ik zelfs nooit gevraagd heb, waar 't geld, dat ik uitgaf, vandaan
-kwam. Ik geloof, dat ik net even slecht ben als u.
-
-CROFTS (geheel gerustgesteld). Natuurlijk,--en dat is maar
-goed ook. Wat voor kwaad doet 't ten slotte? (met een familiare
-grappigheid). Nou je er verder over nadenkt, zul je me zoo'n schurk
-wel niet meer vinden, wèl?
-
-VIVIE. Ik heb dezelfde voordeelen met u gedeeld, en ik ben al zoo ver
-gegaan van u op vertrouwelijke wijze te vertellen wàt ik van u denk.
-
-CROFTS (met serieuze minzaamheid). Zeker, dat heb je ook.--Je
-zult me zoo'n kwaje niet vinden. Ik geef me niet uit voor iemand
-met een prima intellect, maar ik heb een goeie dozis eerlijk,
-humaan gevoel; en het oude ras van de Croften komt uìt in 'n zekere
-instinctmatige haat van alles wat min is,--waarin je zeker met me zult
-sympathiseeren. Geloof me, juffrouw Vivie, de wereld is zoo kwaad niet,
-als sommige schreeuwers wel beweren. Zoo lang je de maatschappij niet
-openlijk trotseert, zal ze je ook geen lastige vragen doen;--en ze
-maakt korte metten met de ploerten, die 't wèl doen. Er blijven geen
-geheimen beter bewaard, dan dìè, die half bekend zijn. In de kringen,
-waarin ik je zal introduceeren, zal geen heer of dame zich zòò ver
-vergeten om de zaken van mij of je moeder te bespreken. Geen man kan je
-'n veiliger positie aanbieden.
-
-VIVIE. Ik geloof dat u heusch denkt, dat u uitstekend met me opschiet.
-
-CROFTS. Wel, ik geloof, dat ik mezelf mag vleien, dat je beter over
-me denkt, dan je eerst hebt gedaan.
-
-VIVIE (kalm). Ik vind u nu nauwelijks de moeite waard, om over te
-denken. (Zij staat op en gaat naar het hek toe, onderweg stilhoudend om
-hem te bekijken en om bijna zachtzinnig maar met diepe overtuiging tot
-hem te zeggen): Als ik denk aan de maatschappij die ù duldt, en de wet
-die ù beschermt,--als ik bedenk hoe hulpeloos overgeleverd negen van
-de tien meisjes zullen zijn in de handen van u en van m'n moeder:--van
-de vrouw met het onnoembare bedrijf en haar kapitalist-slavenjager....
-
-CROFTS (wit van woede). Verdomd!
-
-VIVIE. U hoèft me niet meer te verdoemen. Ik voel al of ik onder
-de verdoemden leef. (Zij licht den klink van 't hek op, om het te
-openen en er door te gaan. Hij volgt haar en legt z'n hand zwaar op
-den hoogsten dwarsbalk om te beletten, dat 't hek geopend wordt).
-
-CROFTS (hijgend van woede). Denk je, dat ik dit alles van je verdraag,
-jij kleine duivel?
-
-VIVIE (koel). Wees bedaard. Er zal iemand komen in antwoord op
-de bel. (Zonder even te aarzelen slaat zij tegen de bel met den
-rug van haar hand. 't Klinkt hard, en Crofts schrikt onwilkeurig
-terug. Bijna onmiddellijk verschijnt Frank in den ingang van 't huis
-met z'n geweer).
-
-FRANK (met opgewekte beleefdheid). Wil jij 't geweer hebben Viv,
-of zal ik 't gebruiken?
-
-VIVIE. Heb je geluisterd, Frank?
-
-FRANK. Alleen maar naar de bel, ik verzeker 't je,--zoodat je niet
-zoudt hoeven te wachten. Ik geloof, dat ik je karakter goed heb
-doorzien, Crofts.
-
-CROFTS. Voor 'n kleinigheid zou ik dat geweer van je overnemen en
-'t kapot slaan op je hoofd.
-
-FRANK (voorzichtig naar hem toesluipend). Doe dat niet. Ik ga
-heel onhandig met vuurwapenen om. Er zou stellig 'n noodlottig
-ongeluk plaats hebben met later 'n waarschuwing van de jury voor
-m'n onachtzaamheid.
-
-VIVIE. Zet 't geweer weg, Frank, 't is volmaakt onnoodig.
-
-FRANK. Groot gelijk, Viv. Veel beter jagersmanier om hem in 'n val
-te vangen. (Crofts, die de beleediging begrijpt, maakt 'n dreigende
-beweging). Crofts, er zijn vijftien kogels in 't magazijn en ik ben 'n
-zekere treffer van 'n afstand als deze, op 'n schijf van jouw omvang.
-
-CROFTS. O je hoeft niet bang te zijn. Ik zal je niet aanraken.
-
-FRANK. Heel grootmoedig van je onder de omstandigheden. Wel bedankt.
-
-CROFTS. Ik wil jullie dit nog zeggen vòor ik heenga. 't Zal je
-misschien interesseeren, omdat jullie zoo op elkaar gesteld bent. Sta
-me toe, Frank, je voor te stellen aan je halfzuster, de oudste dochter
-van den eerwaarden Samuel Gardner. Juffrouw Vivie, uw halfbroer. Goeie
-morgen. (Hij gaat door 't hek heen den weg op).
-
-FRANK (na 'n pauze van ontdaanheid, neemt z'n geweer op). Viv, je
-zult voor den rechter getuigen, dat 't een ongeluk was. (Hij mikt op
-de verdwijnende figuur van Crofts. Vivie grijpt den loop en draait
-die rond, tegen haar borst aan).
-
-VIVIE. Schiet nou. Nu mag je.
-
-FRANK (laat 't eind van z'n geweer haastig vallen). Halt! Pas op! (Zij
-laat 't gaan. 't Valt op den grond). O, wat heb je je jongentje laten
-schrikken! Stel je voor, dat 't af was gegaan.... O! (geheel ontdaan
-valt hij op de bank neer).
-
-VIVIE. Ja, stel je dat voor. Begrijp je niet, dat 't een verlichting
-voor me geweest zou zijn om 'n felle lichamelijke pijn in me te
-voelen scheuren?
-
-FRANK (vleiend). Trek 't je niet zoo aan, beste Viv. Bedenk maar, dat
-àls m'n geweer den vent zòò heeft verschrikt, dat hij voor 't eerst
-in z'n leven de waarheid gezegd heeft, 't ons dan in èrnst maakt tot
-de babies in 't bosch. (Hij houdt z'n armen voor haar open). Kom,
-laten we ons weer toedekken met blaâren.
-
-VIVIE (met 'n kreet van afschuw). O, dat niet, dat niet! Je laat
-me rillen!
-
-FRANK. Waarom,--wat scheelt je?
-
-VIVIE. Adieu! (Zij gaat heen door 't hek).
-
-FRANK (opspringend). Allo! Wacht even! Viv! Viv! (Zij draait zich om
-bij 't hek). Waar ga je naar toe? Waar kan ik je vinden?
-
-VIVIE. Op Honoria Frasers kantoor, Chancery Lane 67,--voor de rest van
-m'n leven. (Zij gaat heen in de tegenovergestelde richting van Crofts).
-
-FRANK. Maar hoor dan toch 'ns... wacht even... Wat drommel! (hij rent
-haar achterna).
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE BEDRIJF.
-
-
-De kamers van Honoria Fraser in Chancery Lane. Een kantoor op de
-hoogste verdieping met een raam van spiegelglas; geverfde muren,
-electrisch licht en een vulkachel. Zaterdagmiddag. Men ziet de
-schoorsteenen van Lincoln's Inn en den hemel daarachter in 't Westen,
-door het venster. Er staat 'n dubbel schrijfbureau in het midden van
-de kamer met een kistje sigaren, aschbakjes en een verplaatsbare
-electrische lamp, de laatste half verborgen onder hoopen papier
-en boeken. Dit schrijfbureau heeft gaten voor de knieën, rechts
-en links ervan staan stoelen.--Het ziet er heel slordig uit. Het
-bureau van den klerk, gesloten en netjes, met 'n hoogen stoel er
-voor, staat tegen den muur aan, dicht bij 'n deur, die in verbinding
-staat tot de binnenkamer. In den tegenovergestelden muur is de deur,
-die voert naar de algemeene gang. Zijn bovenpaneel is van matglas,
-waarop met zwarte letters aan den buitenkant "Fraser en Warren". Een
-groen baaien scherm verbergt den hoek tusschen die deur en het venster.
-
-Frank, in 'n modieus licht sport-reispak met zijn stok, handschoenen
-en witte hoed in z'n handen, loopt heen en weer in 't kantoor. Iemand
-probeert de deur open te maken, met 'n sleutel.
-
-
-FRANK (roept). Binnen! 't Is niet gesloten. (Vivie komt binnen met
-hoed op en mantel aan. Zij blijft staan en staart hem aan).
-
-VIVIE (streng). Wat voer je hier uit?
-
-FRANK. Op je wachten. Ik hen hier al uren geweest. Is dat de manier
-om op je zaken te passen? (Hij legt zijn hoed en stok op tafel, gaat
-met 'n sprong boven op de klerks kruk zitten, en kijkt haar aan met
-al de symptomen van 'n onrustige, plagerige, lichtzinnige stemming).
-
-VIVIE. Ik ben precies twintig minuten weg geweest om 'n kop thee te
-drinken. (Zij neemt haar hoed en mantel af en hangt die achter het
-scherm). Hoe ben je binnen gekomen?
-
-FRANK. Het personeel was er nog toen ik kwam. 't Is weggegaan om
-cricket te spelen op Primrose-hill. Waarom heb je geen vrouw in je
-dienst en geef je op die manier je sekse een kansje?
-
-VIVIE. Waarom ben je gekomen?
-
-FRANK (springt van zijn kruk af en komt naar haar toe). Viv, laten we
-uitgaan en ergens van den halven Zaterdagschen vacantiedag genieten,
-net als 't personeel.--Wat denk je van Richmond, en daarna een
-tingeltangel en 'n gezellig soupétje?
-
-VIVIE. Ik kan 't niet bekostigen. Ik zal nog 'n uur of zes werken,
-vòòr ik naar bed ga.
-
-FRANK. Niet bekostigen, hè? Aha! Kijk 'ns hier. (Hij neemt 'n handvol
-goudstukken uit z'n zak en rammelt er mee). Goud, Viv, goud!
-
-VIVIE. Hoe ben je daaraan gekomen?
-
-FRANK. Met spelen, Viv;--met spelen: Poker.
-
-VIVIE. Bah! Dat is minner dan stelen. Nee; ik kom nièt. (Zij gaat
-aan de tafel zitten om te werken, met haar rug naar de glazen deur
-en begint in de papieren te bladeren.)
-
-FRANK (beklaaglijk protesteerend). Maar beste Viv, ik moet heusch
-'ns heel ernstig met je spreken.
-
-VIVIE. Best. Ga dan op Honoria's stoel zitten en praat. (Hij
-moppert). Pruttelen helpt niet; ik ben onvermurwbaar. (Hij neemt
-mistroostig den tegenoverstaanden stoel). Geef me dat sigarenkistje
-eens aan, wil je?
-
-FRANK (het kistje naar haar toeschuivend). Akelige
-vrouwengewoonte. Nette mannen doen 't niet meer.
-
-VIVIE. Ja, die maken bezwaar tegen de reuk in 't kantoor,--en daarom
-moeten wij ons met cigaretten behelpen. Kijk! (Zij doet 't kistje open,
-neemt er 'n cigaret uit en steekt die aan. Zij biedt er hem een aan,
-maar hij schudt z'n hoofd met 'n zuur gezicht. Zij gaat nu gemakkelijk
-in haar stoel zitten rooken). Ga je gang.
-
-FRANK. Wel, ik verlang te weten, wat je gedaan hebt--welke schikkingen
-je gemaakt hebt.
-
-VIVIE. Alles was geregeld in twintig minuten, nadat ik hier was
-gekomen. Honoria heeft dit jaar gemerkt, dat de zaak te veel voor
-haar werd en stond juist op 't punt om me te laten komen en me
-'n vennootschap voor te stellen, toen ik naar binnen kwam wandelen
-en haar vertelde, dat ik geen cent in de wereld bezat. Toen heb ik
-mezelf geïnstalleerd en haar weggestuurd voor 'n veertiendaagsche
-vacantie.--Wat is er in Haslemere gebeurd, nadat ik heen was gegaan?
-
-FRANK. Absoluut niets. Ik zei dat je naar de stad was gegaan voor
-particuliere aangelegenheden.
-
-VIVIE. En!
-
-FRANK. Wel, ze waren òf te verbouwereerd om iets te zeggen òf Crofts
-had je moeder al voorbereid. In ieder geval, zij zei niets, en Crofts
-zei niets en Praeddie zette alleen groote oogen op.--Na de thee gingen
-ze weg en ik heb ze na dien tijd niet meer gezien.
-
-VIVIE (knikt kalm, met haar ééne oog op 'n rookkringetje
-gericht). Uitstekend.
-
-FRANK (verachtelijk rondkijkend). Ben je van plan om in deze
-onmogelijke plaats te blijven?
-
-VIVIE (blaast den rookkring op besliste manier weg en gaat overeind
-zitten). Ja. Deze twee dagen hebben me al m'n kracht en zelfvertrouwen
-teruggegeven. Ik neem nooit meer 'n dag vacantie, zoolang als ik leef.
-
-FRANK (met 'n heel zuur gezicht). Phoe!--Je ziet erg in je schik,
-en zoo hard als 'n bikkel.
-
-VIVIE (streng). Goed, dat ik dat ben!
-
-FRANK (staat op). Hoor 'ns Viv, we moeten tot 'n verklaring met elkaar
-komen. Wij zijn verleden van elkaar gegaan, onder den indruk van
-'n totaal misverstand.
-
-VIVIE (legt haar sigaret neer). Nou, helder 't dan op.
-
-FRANK. Je herinnert je wat Crofts zei?
-
-VIVIE. Ja.
-
-FRANK. Die onthulling werd verondersteld 'n absolute verandering
-teweeg te brengen in den aard van onze gevoelens voor elkaar. Ze
-plaatste ons op den voet van broer en zuster.
-
-VIVIE. Ja.
-
-FRANK. Heb jij ooit 'n broer gehad?
-
-VIVIE. Nee.
-
-FRANK. Dan weet je ook niet hoe 't voèlt om broer en zuster te
-zijn. Nou, ik heb 'n massa zusters. Jessie en Georgina en de rest. Het
-broedergevoel is iets heel bekends voor me;--en ik verzeker je dat
-m'n gevoel voor jou er niets mee gemeen heeft. De meisjes zullen hùn
-weg gaan, ik den mijnen en het zal ons niets kunnen schelen, of we
-elkaar ooit meer terug zien. Dàt is broer- en zuster-zijn. Maar wat
-joù betreft ben ik niet op m'n gemak als er 'n week voorbij gaat,
-zonder dat ik je zie. Dat is nièt broer- en zuster-zijn. 't Is precies
-wat ik voelde 'n uur vòòrdat Crofts z'n onthulling deed. In 't kort,
-beste Viv, 't is echte, jonge liefde.
-
-VIVIE (bijtend). Hetzelfde gevoel Frank, dat jouw vader aan m'n
-moeders voeten bracht, niet waar?
-
-FRANK (verontwaardigd). Ik kom er met kracht tegen op Viv, om mìjn
-gevoelens te vergelijken met eenige, die de eerwaarde Samuel in staat
-is om te koesteren, en ik protesteer nog meèr tegen eene vergelijking
-van jou met je moeder. Daarenboven geloof ik niets van de heele
-geschiedenis. Ik heb er mijn vader de duimschroeven voor aangezet en
-van hem verkregen wat ik synoniem beschouw met 'n ontkenning.
-
-VIVIE. Wat zei ie?
-
-FRANK. Hij zei, dat hij zeker was, dat het 'n vergissing moest zijn.
-
-VIVIE. Geloof je hem?
-
-FRANK. Ik neem aan, om zìjn woord te gelooven tegenover dat van Crofts.
-
-VIVIE. Maakt dat eenig verschil? Ik meen in je verbeelding of voor
-je geweten;--want natuurlijk maakt het geen verschil in werkelijkheid.
-
-FRANK (hoofdschuddend). Voor mij in 't minst niet.
-
-VIVIE. Voor mij ook niet.
-
-FRANK (haar aanstarend). Maar dat is al heel merkwaardig! Ik dacht
-dat in jouw verbeelding en voor je geweten, zooals je het daarnet
-noemde, onze verhouding totaal was veranderd, van het oogenblik af,
-dat die woorden uit 't monster zijn muil waren gekomen.
-
-VIVIE. Nee, dàt was 't niet. Ik geloofde hem niet. Ik wou dat ik
-'t kon.
-
-FRANK. Wat?
-
-VIVIE. Ik vind dat broer en zuster een heele geschikte verhouding
-voor ons zou zijn.
-
-FRANK. Meen je dat heusch?
-
-VIVIE. Ja. 't Is de eenige verhouding, waar ik voor voel, zelfs als we
-'n andere konden bekostigen. Dat meen ik.
-
-FRANK. (Trekt z'n wenkbrauwen op als iemand wien 'n licht opgaat en
-zegt dan met 'n ontboezeming van ridderlijk gevoel). M'n beste Viv,
-waarom heb je dat niet eer gezegd? 't Spijt me zoo, dat ik je lastig
-ben gevallen. Ik begrijp 't nu natuurlijk.
-
-VIVIE (niet begrijpend). Wàt begrijp je?
-
-FRANK. O, ik ben geen dwaas in den gewonen zin, alleen maar in den
-bijbelschen zin van 't woord; dat ik nl. al de dingen doe die de
-wijze man voor dwaasheid uitmaakt, nadat hijzelf ze eerst allemaal
-op de meest uitvoerige manier had onderzocht.--Ik merk, dat ik niet
-langer Vivums jongetje ben.--Wees maar niet bang,--ik zal je nooit
-meer Vivums noemen,--tenminste.... tenzij je genoeg mocht krijgen
-van je nieuwe jongetje, wie hij ook zijn mag.
-
-VIVIE. M'n nieuwe jongetje?
-
-FRANK (met overtuiging). Er moèt een nieuw jongetje zijn. Gaat altijd
-zoo op die manier. Iets anders is onmogelijk.
-
-VIVIE. Geen een, dien jij kent,--gelukkig voor je. (Er wordt aan de
-deur geklopt).
-
-FRANK. Vervloekt, die bezoeker, wie hij ook zijn mag.
-
-VIVIE. 't Is Praed. Hij gaat naar Italië en wou me goeiendag zeggen. Ik
-heb hem gevraagd om van middag te komen. Doe hem even open.
-
-FRANK. We kunnen ons gesprek voortzetten na z'n vertrek. Ik zal
-wachten tot hij weg is. (Hij gaat naar de deur en opent die). Hoe gaat
-'t Praeddie?--Prettig je te zien. Kom binnen. (Praed, gekleed voor
-de reis, komt binnen in 'n opgewekte stemming, opgewonden door het
-vooruitzicht van de reis).
-
-PRAED. Hoe gaat 't u, juffrouw Warren? (Zij drukt hem hartelijk de
-hand, hoewel 'n zekere sentimentaliteit in zijn verhoogde stemming haar
-pijnlijk aandoet). Ik vertrek over 'n uur van Holborn Viaduct. Ik wou,
-dat ik u kon overhalen om mee naar Italië te gaan.
-
-VIVIE. Waarom?
-
-PRAED. Wel, om u te verzadigen aan schoonheid en romantiek
-natuurlijk. (Vivie, met 'n rilling, draait haar stoel naar de tafel
-toe, alsof het werk, dat haar daar wacht, 'n troost en steun voor
-haar is. Frank plaatst 'n stoel juist achter Vivie en valt er lui en
-nonchalant op neer,--terwijl hij tot haar spreekt over z'n schouder
-heen).
-
-FRANK. Geeft niets, Praeddie. Viv is 'n kleine Philistijn. Ze is
-onverschillig voor mìjn romantiek en ongevoelig voor m'n schoonheid.
-
-VIVIE. Eens vooral, mijnheer Praed, er bestàat voor mij geen schoonheid
-en geen romantiek in het leven. Het leven is wat het eenmaal is;--en
-ik heb me voorgenomen het als zoodanig te nemen.
-
-PRAED (enthousiast). Dat zoudt u niet zeggen, als u naar Verona en
-Venetië kwam. U zoudt schreien van verrukking om in zoo'n mooie wereld
-te leven.
-
-FRANK. Heel welsprekend, Praeddie. Ga zoo door.
-
-PRAED. O, ik verzeker u, dat ik gehuild heb--en ik hoop het weer
-te doen--op m'n vijftigste jaar! Op uw leeftijd, juffrouw Warren,
-zoudt u niet eens zoo ver hoeven te gaan als Verona. Bij het zien van
-Ostende al, zou uw ziel z'n vleugels uitslaan;--en u zoudt verrukt
-wezen over de vroolijkheid, de levendigheid, de heerlijk lichte lucht
-van Brussel. (Vivie schrikt terug). Wat scheelt u?
-
-FRANK. Allo Viv!
-
-VIVIE (tot Praed met diep verwijt). Kunt u geen beter voorbeeld van
-schoonheid en romantiek voor me vinden dan Brussel?
-
-PRAED (niet begrijpend). Natuurlijk,--'t is heel verschillend van
-Verona. Ik beweer geen oogenblik, dat....
-
-VIVIE (bitter). Waarschijnlijk zullen de schoonheid en de romantiek
-zoowat op hetzelfde neerkomen in die twee plaatsen.
-
-PRAED (nu totaal ontnuchterd en heel bezorgd). M'n beste juffrouw
-Warren, ik.... (ziet Frank vragend aan). Is er iets gebeurd?
-
-FRANK. Zij vindt je enthousiasme lichtzinnig, Praeddie. Er is haar
-iets heel ernstigs overkomen.
-
-VIVIE (scherp). Hoû je mond, Frank. Wees niet mal.
-
-FRANK (kalm). Noem je dàt nu goede manieren, Praed?
-
-PRAED (bezorgd en vriendelijk). Zal ik hem meenemen, juffrouw
-Warren? Ik ben er zeker van, dat we u gehinderd hebben in uw werk. (Hij
-wil opstaan).
-
-VIVIE. Blijft u zitten; ik zal vooreerst niet aan het werk gaan. U
-denkt allebei, dat ik 'n aanval heb van zenuwachtigheid. Geen kwestie
-van. Maar er zijn twee onderwerpen, die ik, met uw goedvinden,
-niet aangeroerd wil hebben. Het eene is: (tot Frank) jonge liefde,
-in welken vorm ook, en het andere: (tot Praed) de romantiek en de
-schoonheid van het leven,--vooral wanneer de vroolijkheid van Brussel
-er bij tot voorbeeld wordt genomen.--Ik gun u graag alle illusies, die
-u ten opzichte van deze onderwerpen mag hebben,--ik heb er geen. Als
-wij drieën vrienden willen blijven, moet ik behandeld worden als
-'n vrouw van zaken,--onherroepelijk eenzaam (dit tot Frank) en
-onherroepelijk onromantisch (dit tot Praed).
-
-FRANK. Ik zal ook "onherroepelijk eenzaam" blijven, totdat je van
-opinie verandert. Praeddie, kies 'n ander onderwerp;--wees welsprekend
-over iets anders.
-
-PRAED (beschroomd). Ik vrees dat er niets anders ter wereld, is,
-waar ik over kàn spreken. Het evangelie van de kunst is het eenige,
-dat ik preeken kan. Ik weet, dat juffrouw Warren een vurige aanhangster
-is van de leer: "om vooruit te komen";--maar daàrover kunnen we niet
-spreken zonder jouw gevoelens te kwetsen, Frank, aangezien jij besloten
-bent om nièt vooruit te komen.
-
-FRANK. O, bekommer je niet om mìjn gevoelens. Geef me voor mijn part
-wat heilzamen raad. Dat zal me goed doen. Probeer nog maar eens om een
-voorspoedig man van me te maken, Viv. Kom, laat 't me allemaal nog
-'ns hooren; energie, zuinigheid, overleg, zelfrespect, karakter. Je
-haat immers menschen, die geen karakter hebben, is 't niet Viv?
-
-VIVIE (pijnlijk). O, hoû op, hoû op; niet meer van die afschuwelijke
-frases. Mijnheer Praed, als er werkelijk alleen maar deze twee
-evangelie's in de wereld zijn, dan doen we beter met ons allemaal
-van kant te maken, want hetzelfde bederf is in allebei.
-
-FRANK (haar kritisch aanziend). Er is vandaag 'n waas van poëzie over
-je, Viv, dat je vroeger steeds ontbroken heeft.
-
-PRAED (vermanend). M'n beste Frank, ben je niet 'n beetje onsympathiek?
-
-VIVIE (zonder genade voor zichzelf). Nee, 't is goed voor me. 't
-Weerhoudt me van sentimenteel te worden.
-
-FRANK (haar plagend). Houdt je krachtige, natuurlijke neiging in dat
-opzicht wat in toom, niet?
-
-VIVIE (bijna hysterisch). Ja, ja, ga door; spaar me niet. Eèns in m'n
-leven ben ik, voor één oogenblik, sentimenteel geweest,--verrukkelijk
-sentimenteel bij maanlicht. En nu....
-
-FRANK (haastig). Zeg 'ns Viv, pas op. Verpraat je eigen niet.
-
-VIVIE. O, denk je, dat mijnheer Praed niet alles van m'n moeder
-af weet? (tot Praed). U hadt beter gedaan me dien ochtend alles te
-vertellen, mijnheer Praed. U bent tenslotte erg ouderwetsch geweest
-met al uw fijngevoeligheid.
-
-PRAED. Me dunkt, dat ù wat ouderwetsch bent in uw vooroordeelen,
-juffrouw Warren. Ik voel me verplicht u te zeggen, sprekend als
-artiest, en overtuigd dat de innigste familiebanden ver buiten en boven
-het bereik van de wet staan, dat ik, hoewel ik weet, dat uw moeder
-ongetrouwd is, haar daarom niets minder respecteer. Ik respecteer er
-haar integendeel te meer om.
-
-FRANK (luchtig). Luister, luister.
-
-VIVIE (hem aanstarend). Is dat alles wat u weet?
-
-PRAED. Zeker, dat is alles.
-
-VIVIE. Dan weet u geen van beiden iets. Uw gissingen zijn de onschuld
-zelf vergeleken bij de werkelijkheid.
-
-PRAED (verschrikt en verontwaardigd, bewaart met moeite zijn
-beleefdheid). Ik hoop 't niet (met meer nadruk). Ik hoop 't niet,
-juffrouw Warren. (Franks gezicht toont nu, dat hij Praeds ongeloof
-niet deelt, Vivie geeft 'n uitroep van ongeduld. Praeds ridderlijkheid
-zakt neer tegenover hun overtuiging). Als er iets erger is... ik meen
-iets anders, bent u dan wel zeker, of u er goed aan doet het ons te
-vertellen, juffrouw Warren?
-
-VIVIE. Ik ben zeker, dat àls ik den moed er toe had, ik de rest van m'n
-leven zou doorbrengen met het iedereen te vertellen, met het er bij
-hen in te stampen en te branden, totdat ze hun deel van de schaamte
-en afschuw erover zouden voelen, zoo goed als ik. Er is niets wat
-ik meer veracht dan de verkeerde conventie, die die dingen beschermt
-door 'n vrouw te verbieden om er over te spreken. En tòch kan ik 't
-u niet zeggen. De twee afschuwelijke woorden, die uitdrukken wàt m'n
-moeder is, klinken in m'n ooren en branden me op m'n tong, en ik kàn
-ze niet uitspreken: m'n instinct is me te sterk. (Zij begraaft haar
-gezicht in haar handen. De twee staren verbaasd, eerst elkaar aan,
-dan haar. Zij licht haar hoofd weer op en neemt 'n vel papier en
-'n pen). Kijk dan: ik zal 'n prospectus voor u opstellen.
-
-FRANK. O, ze is gek. Hoor je dat, Viv, gek. Kom, kom, niet bij de
-pakken neerzitten.
-
-VIVIE. Dat zul je zien. (Zij schrijft). "Gestort kapitaal: niet
-minder dan 40.000 pond op naam van Jhr. George Crofts, de voornaamste
-aandeelhouder. Wat komt er dan? Ik heb 't vergeten.--O ja: perceelen
-in Brussel, Berlijn, Weenen en Budapesth. De directeur: mevrouw
-Warren."--En laat ik nu vooral haar titel niet vergeten,--de twee
-woorden. Daar! (Zij schuift 't papier naar hen toe). O, nee, nee,
-lees 't niet. (Zij trekt 't terug en scheurt het in stukjes. Frank,
-die over haar schouder heen nauwkeurig heeft gezien wat zij schreef en
-er met groote oogen naar gestaard heeft, neemt 'n kaartje uit z'n zak,
-krabbelt er 'n paar woorden op en geeft het zwijgend aan Praed, die 't
-met verbazing leest. Frank buigt zich dan berouwvol over Vivie heen).
-
-FRANK (fluistert teeder). Beste Viv;--'t is in orde. Ik heb gelezen
-watje schreef; en Praeddie ook. We begrijpen het allebei. En we
-blijven je, met dit al, èven toegewijd als vroeger. (Vivie licht
-langzaam haar hoofd op).
-
-PRAED. Ja, dat doen we zeker, juffrouw Warren. Ik moet zeggen, u
-bent de bewonderenswaardigste, moedigste vrouw, die ik ooit ontmoet
-heb. (Dit sentimenteele compliment geeft Vivie kracht. Zij schudt
-het ongeduldig van zich af, en dwingt zichzelf om op te staan, hoewel
-niet zonder eenigen steun van de tafel).
-
-FRANK. Beweeg je niet, Viv, als het je moeilijk valt. Hoû je gemak.
-
-VIVIE. Dankje. Je kunt altijd op me rekenen met twee dingen: dat ik
-niet huilen zal en niet flauw vallen. (Zij gaat een paar stappen naar
-de deur van de binnenkamer en houdt stil dicht bij Praed, om hem te
-zeggen:) Ik zal meer moed noodig hebben dan nu, als ik m'n moeder
-vertel dat onze wegen zich voortaan zullen scheiden. En nu, als u
-'t goed vindt, ga ik 'n oogenblik naar binnen om me wat op te knappen.
-
-PRAED. Willen wij heengaan?
-
-VIVIE. Nee, ik ben dadelijk terug. 'n Oogenblik maar. (Zij gaat de
-andere kamer in, waarvan Praed de deur voor haar opent).
-
-PRAED. Wat een merkwaardige onthulling! 't Valt me verbazend van
-Crofts tegen; dat doet 't werkelijk.
-
-FRANK. Mij in 't minst niet. Ik heb het gevoel, dat nu eindelijk bij
-hem de aap uit de mouw is gekomen. Maar wat 'n tegenvaller voor mij,
-Praeddie! Ik kan haar niet trouwen.
-
-PRAED (streng). Frank! (Beiden zien elkaar aan, Frank bedaard, Praed
-diep verontwaardigd). Ik moet je zeggen, Gardner, dat, als je haar
-nu laat zitten, je je allermìnst gedraagt.
-
-FRANK. Goeie, oude Praeddie! Altijd ridderlijk! Maar je vergist je:
-'t is niet de moreele kwestie van het geval,--'t is de geldkwestie. Ik
-zou er waarachtig nu niet toe kunnen komen om het geld van de ouwe
-vrouw aan te raken.
-
-PRAED. En zou je daàrop getrouwd zijn?
-
-FRANK. Waarop anders? Ik heb geen geld, noch de minste kans om het te
-verdienen. Als ik nu met Vivie trouwde, zou zij me moeten onderhouden,
-en ik zou haar meer kosten dan ik waard ben.
-
-PRAED. Maar me dunkt, dat 'n knappe, verstandige jongen als jij,
-toch zeker wel iets met z'n eigen hersenen kan verdienen.
-
-FRANK. O jawel,--'n kleinigheid (hij haalt z'n geld weer te
-voorschijn). Dat heb ik gisteren allemaal verdiend,--in anderhalf uur
-tijds,--in 'n hoogst speculatieve onderneming. Nee, beste Praeddie,
-zelfs wanneer Jessie en Georgine met millionnairs trouwden en de oude
-heer stierf na ze met 'n shilling te hebben afgescheept, dàn nog zou
-ik maar vier honderd pond 's jaars krijgen.--En hij zàl niet sterven,
-vóor hij de zeven kruisjes gehaald heeft; daar is ie niet origineel
-genoeg voor. Ik zal op zwart zaad zitten voor de eerste twintig
-jaar.--Geen zwart zaad voor Viv, als ik 't kan helpen. Ik trek me
-met gratie terug en laat de plaats vrij voor de jeunesse dorée van
-Engeland.--Dat is dus afgesproken.--Ik zal er haar niet over lastig
-vallen,--ik zal haar alleen een paar regels zenden, nadat we weg zijn
-gegaan. Dat zal ze wel begrijpen.
-
-PRAED (z'n hand grijpend). Je bent 'n beste jongen, Frank; ik vraag
-je van harte vergeving. Maar zul je haar nooit weerzien?
-
-FRANK. Haar nooit weerzien! Wat weerga, gebruik toch je verstand. Ik
-zal zoo dikwijls mogelijk bij haar aankomen en een soort van broer
-voor haar wezen. Ik begrijp niet die dwaze gevolgtrekkingen, die
-jullie romantische lui maken van de meest gewone dingen. (Er wordt
-geklopt). Wie zou dat zijn? Zou jij de deur willen opendoen? Als het
-'n cliënt is zal het 'n beteren indruk maken, dan wanneer ik verschijn.
-
-PRAED. Wel zeker. (Hij gaat naar de deur en opent die. Frank gaat op
-Vivie's stoel zitten om 'n paar regels te krabbelen). M'n beste Kitty,
-kom binnen, kom binnen.
-
-
-(Mevrouw Warren komt binnen, angstig rondkijkend naar Vivie. Zij heeft
-haar best gedaan om er moederlijk en deftig uit te zien. De opzichtige
-hoed is vervangen door 'n bescheiden kapotje, en de bonte blouse is
-bedekt door 'n kostbare zwart zijden mantel. Zij is droeviglijk-angstig
-en weinig op haar gemak,--blijkbaar hevig ontdaan).
-
-
-MEVR. WARREN (tot Frank). Wat! Jij hier!
-
-FRANK (ronddraaiend op z'n stoel, zonder op te staan). Ja, en bizonder
-verheugd om u te zien. U komt binnen als 'n lentebries.
-
-MEVR. WARREN (tot Frank). Och, scheì uit met je onzin (zachtjes). Waar
-is Vivie?
-
-FRANK (wijst nadrukkelijk op de deur van de binnenkamer, maar zegt
-niets).
-
-MEVR. WARREN (gaat plotseling zitten en begint half te
-schreien). Praeddie, denk je, dat ze mij niet zal willen zien?
-
-PRAED. M'n beste Kitty, maak jezelf niet van streek. Waarom zou ze
-dat niet?
-
-MEVR. WARREN. Och, jij begrijpt niet waarom; jij bent te
-goedig. Mijnheer Frank, heeft ze ù iets gezegd?
-
-FRANK (zijn briefje dichtvouwend). Zij moèt u zien, als (met groote
-nadruk) u wacht tot ze binnenkomt.
-
-MEVR. WARREN (verschrikt). Waarom zou ik niet wachten? (Frank kijkt
-haar op komieke wijze aan; legt z'n briefje zorgvuldig op den inktpot,
-zoodat Vivie het moèt vinden als ze haar pen indoopt; staat dan op en
-wijdt z'n attentie geheel aan Mevr. Warren). M'n beste Mevr. Warren,
-veronderstel eens, dat u 'n musch was, zoo'n heel klein, aardig
-muschje, dat over den weg trippelt, en u zag in uw richting 'n groote
-stoompletrol aankomen, zoudt u er dan op wachten?
-
-MEVR. WARREN. Och, zeur niet met je musschen.--Waarom is ze op die
-manier van Haslemere weggeloopen?
-
-FRANK. Ik ben bang, dat ze het u vertellen zal, wanneer u wacht tot
-ze terugkomt.
-
-MEVR. WARREN. Wil je dan dat ik heenga?
-
-FRANK. Nee. Ik verlang altijd dat u blijft. Maar ik raad u aan om
-heen te gaan.
-
-MEVR. WARREN. Wat! En haar nooit terugzien?
-
-FRANK. Juist.
-
-MEVR. WARREN (weer schreiend). Praeddie,--laat hij toch niet zoo wreed
-tegen me zijn! (Zij bedwingt haastig haar tranen en veegt haar oogen
-af). Ze zal zoo boos zijn, als ze ziet, dat ik gehuild heb.
-
-FRANK (met werkelijk medelijden in z'n luchtige teederheid). U weet,
-Mevr. Warren, dat Praeddie 'n toonbeeld van goedheid is. Praeddie,
-wat zeg jij: weggaan of blijven?
-
-PRAED (tot Mevr. Warren). Het zou me werkelijk erg spijten om u
-onnoodig pijn te moeten doen;--maar ik geloof tòch misschien, dat u
-beter zou doen met niet te wachten. De zaak is.... (Men hoort Vivie
-aan de binnendeur).
-
-FRANK. Sst--te laat.--Ze komt.
-
-MEVR. WARREN. Zeg haar niet, dat ik gehuild heb. (Vivie komt
-binnen. Zij blijft ernstig staan, als ze Mevr. Warren ziet, die
-haar begroet met hysterische opgewektheid). Wel lieverd, daar ben je
-dus eindelijk.
-
-VIVIE. Ik ben blij, dat u gekomen bent; ik wou u graag spreken. Je zei,
-geloof ik, dat je heenging, hè Frank?
-
-FRANK. Ja. Gaat u mee, mevrouw Warren? Wat zegt u van 'n uitstapje
-naar Richmond en van avond 'n theater? In Richmond bent u veilig;
-daàr is geen stoompletrol.
-
-VIVIE. Gekheid, Frank. M'n moeder blijft hier.
-
-MEVR. WARREN (verschrikt). Ik weet niet;--misschien doe ik beter met
-heen te gaan. We hinderen je in je werk.
-
-VIVIE (met kalme beslistheid). Mijnheer Praed, neemt u Frank, als 't u
-blieft, mee. Ga zitten moeder. (Mevrouw Warren gehoorzaamt hulpeloos).
-
-PRAED. Kom Frank. Adieu, juffrouw Vivie.
-
-VIVIE (hem de hand gevend). Adieu. Plezierige reis.
-
-PRAED. Dank u, dank u,--dat hoop ik.
-
-FRANK (tot mevrouw Warren). Adieu. U hadt beter gedaan met m'n raad te
-volgen. (Hij geeft haar de hand, dan luchtig tot Vivie). Boujour, Viv.
-
-VIVIE. Adieu. (Hij gaat vroolijk heen zonder haar de hand te
-geven. Praed volgt. Vivie, bedaard en hoogst ernstig, gaat op Honoria's
-stoel zitten en wacht tot haar moeder begint te spreken. Mevrouw
-Warren, beangst voor een pauze, verliest geen tijd voor ze begint).
-
-MEVR. WARREN. Wel Vivie, waarom ben je op die manier van me
-weggeloopen, zonder 'n woord te zeggen? Hoe kòn je zoo iets doen? En
-wat heb je met dien armen George uitgevoerd? Ik had gewild, dat
-hij mee was gegaan, maar hij zocht er zich van af te maken. Ik kon
-merken, dat hij echt bang was. En verbeeld je--hij wou niet, dat ìk
-zou gaan. (bevend). Alsof ik bang zou zijn van jòu, lieverd. (Vivie
-wordt nog ernstiger). Maar natuurlijk zei ik hem, dat alles uitstekend
-tusschen ons in orde was en dat we beste maatjes waren (verliest
-opeens haar zelfbeheersching). Vivie, wat beteekent dit? (Zij neemt
-'n papier uit 'n enveloppe, gaat naar de tafel en reikt het daarover
-heen aan Vivie). Dat kreeg ik van ochtend van de bank.
-
-VIVIE. 't Is mijn maandelijksche toelage. Ze zonden me die gisteren
-zooals gewoonlijk. Ik heb ze toen eenvoudig teruggezonden, om in
-uw credit te laten boeken, en gevraagd of ze u de quitantie er van
-wilden sturen. Ik zal in de toekomst mezelf onderhouden.
-
-MEVR. WARREN (haast niet durvende begrijpen). Was het niet
-genoeg? Waarom heb je me dat niet gezegd? (met 'n sluwen glans in haar
-oog). Ik zal 't verdubbelen; 't was m'n plan al om dat te doen. Zeg
-me alleen maar, hoeveel je noodig hebt.
-
-VIVIE. U weet heel goed, dat dat er niets mee te maken heeft. Van
-nu af aan ga ik m'n eigen weg, in m'n eigen zaak en met m'n eigen
-vrienden. En u kunt den uwen gaan (zij staat op). Adieu.
-
-MEVR. WARREN (ontdaan). Adieu?!
-
-VIVIE. Ja, adieu. Kom, laten we geen noodelooze scène maken, u begrijpt
-me volmaakt goed. Jhr. George Crofts heeft me alles verteld.
-
-MEVR. WARREN (boos). Zotte, ouwe... (zij slikt 't woord in, en wordt
-wit van schrik, dat zij het bijna heeft uitgesproken). Z'n tong moest
-hem afgesneden worden!--Maar ik had je alles toch uitgelegd en je zei,
-dat je er niets om gaf.
-
-VIVIE (vast). Pardon, ik geef er wèl om. U hebt me uitgelegd hoe de
-zaak tot stand kwam. Maar dat verandert er niets aan. (Mevrouw Warren,
-voor 'n oogenblik tot zwijgen gebracht, kijkt uit-'t-veld-geslagen
-naar Vivie, die zit als 'n standbeeld, in stilte hopend dat de strijd
-voorbij is. Maar de slimme uitdrukking komt terug op Mevr. Warren's
-gelaat; en zij buigt over de tafel heen, sluw en dringend, terwijl
-ze fluistert:)
-
-MEVR. WARREN. Weet je hoe rijk ik ben, Vivie?
-
-VIVIE. Ik twijfel er niet aan, dat u hèèl rijk bent.
-
-MEVR. WARREN. Maar je weet niet wat dat allemaal beteekent; daar
-ben je te jong voor. 't Beteekent: iederen dag 'n nieuwe japon,--'t
-beteekent, avond aan avond naar theaters en bals;--'t beteekent dat
-je de eerste heeren van heel Europa aan je voeten kunt hebben,--'t
-beteekent 'n prachtig huis en 'n sleep van bedienden; 't beteekent het
-fijnste eten en drinken,--'t beteekent alles wat je maar verlangt,
-alles wat je noodig hebt, alles wat je maar bedenken kunt.--En wat
-ben je hier?--Een echte sloof, die van vroeg tot laat moet sjouwen en
-zwoegen alleen voor d'r kost en d'r twee japonnetjes in 't jaar. Denk
-daar is over. (sussend). Ik weet 't wel, je bent gechoqueerd. Ik kan
-d'er best in komen in je gevoelens,--ze doen je alle eer aan. Maar
-geloof me, niemand zal jòu er om hard vallen,--daar geef ik je m'n
-woord op. Ik weet wat jonge meisjes zijn; en ik weet dat je er anders
-over zal gaan denken, als je nog eens nagedacht heb.
-
-VIVIE. Dus op dèze manier wordt het gedaan, hê? U moet dit alles al
-aan heel wat vrouwen gezegd hebben, moeder, dat 't u zoo vlot afgaat.
-
-MEVR. WARREN (hartstochtelijk). Wat voor kwaad vraag ik je om te
-doen? (Vivie wendt zich minachtend af. Mevrouw Warren volgt haar
-wanhopig). Vivie, luister naar me, je begrijpt 't allemaal niet. Ze
-hebben je met opzet verkeerd ingelicht; je weet niet wat de wereld
-eigenlijk is.
-
-VIVIE (staan blijvend). Met opzet verkeerd ingelicht! Wat bedoelt u?
-
-MEVR. WARREN. Ik bedoel, dat je al je kansen wilt weggooien voor
-niks. Je gelooft, dat de menschen zijn, zooals ze zich voordoen,--dat
-wat ze je op school als goed en behoorlijk hebben leeren beschouwen,
-dat ook werkelijk zoo ìs. Maar dat is zoo nièt;--'t is alleen maar
-'n verzinsel om de laffe, slaafsche gewone soort van menschen d'r
-ònder te houden. Moet je daar pas achter komen, net als andere
-vrouwen, op je veertigste jaar, als je je eigen hebt weggegooid,
-en je kansen verkeken hebt, inplaats dat je het intijds aanneemt
-van je eigen moeder, die van je houdt en je zweert dat het waarheid
-is. De waarachtige waarheid? (dringend). Vivie, de groote lui, en de
-knappe lui, en de lui die zaken doen, ze weten 't allemaal. Die doen
-net wat ìk doe, en die denken wat ìk denk. Ik ken er verscheidene
-van. Ik ken ze om met ze te praten, en om ze an je voor te stellen,
-en om ze met je bevrind te maken. Ik meen niks kwaads; dat wil je maar
-niet begrijpen. Je hebt je hoofd vol met onnoozele ideeën over me. Wat
-weten de menschen, die jou onderricht hebben, van 't leven af en van
-menschen als ik? Wanneer hebben ze me ooit ontmoet, of met me gepraat,
-of van anderen over me gehoord? de gekken! Zouden ze ooit iets voor
-je gedaan hebben, als ìk ze niet betàald had? Heb ik je niet verteld,
-dat ik wil, dat je fatsoenlijk zal zijn? Heb ik je niet gròotgebracht
-om fatsoenlijk te wezen? En hoe kan je dat blijven zonder m'n geld
-en m'n invloed en Lizzie's vrinden? Begrijpt je dan niet, dat je je
-eigen nek breekt en mijn hart er bij,--als je me de rug toedraait?
-
-VIVIE. Dat is Crofts levenswijsheid, moeder. Ik heb 't allemaal van
-hèm al gehoord, dien dag bij de Gardner's.
-
-MEVR. WARREN. Je denkt, geloof ik, dat ik je dien verloopen ouden
-gek wil opdringen. Maar dat wil ik niet, Vivie, op m'n woord niet.
-
-VIVIE. 't Zou niet geven, of u 't deed. 't Zou u toch niet
-lukken. (Mevr. Warrens gezicht vertrekt pijnlijk, ze is diep
-gekwetst door de kennelijke onverschilligheid tegenover haar goede
-bedoeling. Vivie, die dit òf niet begrijpt, òf wie 't niet schelen
-kan, gaat kalm verder). U begrijpt in 't minst niet, moeder, wat
-voor soort van mensch ik ben. Ik heb niets meér tegen Crofts, dan
-tegen iederen anderen ordinairen man van zìjn slag. Eerlijk gezegd
-bewonder ik hem zelfs wat, omdat hij kracht genoeg heeft om z'n
-leven te genieten op z'n eigen manier en flink geld te verdienen,
-inplaats van het gewone leventje te leiden van: jagen, schieten,
-uit-dineeren-gaan, toilet maken en slenteren, alleen maar omdat de
-rest van z'n kliek dat eenmaal doet. En ik ben me volmaakt bewust,
-dat wanneer ik in dezelfde omstandigheden was geweest als m'n tante
-Lize, ik precies eender als zij gehandeld zou hebben. Ik geloof niet,
-dat ik meer bevooroordeeld of bekrompen ben dan u;--ik geloof, dat ik
-'t minder ben. Ik ben zèker minder sentimenteel. Ik weet heel goed,
-dat de wereldsche moraliteit maar 'n voor-de-gek-houderij is, en
-dat, als ik uw geld aannam en m'n verdere leven doorbracht met het
-op rijkelui's manier te verteren, ik even nutteloos en slecht zou
-kunnen zijn, als de zotste vrouw maar zou kunnen verlangen, zonder
-'n woord er over te hooren. Maar ik wil niet nutteloos wezen. Ik zou
-geen plezier hebben, als ik 't park ronddraafde om reclame te maken
-voor m'n naaister en m'n rijtuigfabrikant, of als ik me verveelde in
-de opera om 'n hoop diamanten uit te stallen.
-
-MEVR. WARREN (verbluft). Maar....
-
-VIVIE. Wacht even, ik ben nog niet klaar. Zeg me eens waarom u uw zaak
-nog voortzet, terwijl u er toch onafhankelijk door bent? Uw zuster,
-hebt u me zelf verteld, heeft met dat alles afgedaan. Waarom doet u
-dat ook niet?
-
-MEVR. WARREN. O, dat is alles goed en wel voor Liz; die houdt
-van fijn gezelschap en ziet er uit als 'n dame. Maar stel je mij
-voor in 'n vrome stad? M'n hemel, de kraaien in de boomen zouden
-me zelfs in de gaten krijgen, laat staan nog, dat ik de verveling
-niet zou kunnen verdragen. Nee, ìk moet werk en opwinding hebben,
-anders zou ik gek worden van sikkeneurigheid. En wat moet ik anders
-uitvoeren? Het leven bevalt me, ik ben er voor geschikt, en niet voor
-iets anders. Als ik 't niet deed, zou 'n ander het doen,--dus echt
-kwaad doe ik er niet mee. En dan brengt 't geld in;--en ik hoû er van
-om geld te verdienen. Nee, dat geeft allemaal niks;--opgeven kan ik
-'t niet;--voor niemand.--Maar wat hoef jìj er van af te weten? Ik zal
-er je nooit iets over zeggen. Ik zal Crofts uit den weg houden. Ik zal
-je ook niet dikwijls lastig vallen. Je moet denken, dat ik voortdurend
-rondtrek van de eene plaats naar de andere. Als ik dood ga, zul je
-voor goed met me afgedaan hebben.
-
-VIVIE. Nee, ik ben m'n moeders dochter. Ik ben net als u: ik moet
-werk hebben en meer geld verdienen, dan ik uitgeef. Maar ùw werk
-is mìjn werk niet, en mijn weg niet de uwe. We moeten van elkaar
-scheiden. Heel veel verschil zal 't niet voor ons maken: in plaats
-dat we elkaar misschien 'n paar maanden zien in twintig jaar tijds,
-zien we elkaar nu heelemaal niet meer, dat is alles.
-
-MEVR. WARREN (met 'n door tranen verstikte stem). 't Was m'n bedoeling
-geweest om meer met je samen te zijn, Vivie; dat was 't waarachtig.
-
-VIVIE. Dat gaat niet, moeder. Ik laat me niet van m'n stuk brengen
-terwille van wat goedkoope tranen en smeekbeden, zoomin als u, daar
-ben ik zeker van.
-
-MEVR. WARREN (heftig). Noem je de tranen van een moeder goedkoop?
-
-VIVIE. Ze kosten ù niets; en u vraagt mij om in ruil daarvoor de
-vrede en de rust van m'n heele leven te geven? Wat zou m'n gezelschap
-u waard zijn, als u 't had? Wat hebben wij twee gemeen, dat één van
-ons gelukkig zou maken, wanneer we bij elkaar waren?
-
-MEVR. WARREN (vervalt in haar dialect). We zijn moeder en dochter. Ik
-wil me dochter hebbe. Ik heb recht op je. Wie mot er voor me zorge
-as ik oud wor'? 'n massa meisjes hebbe zich an me gehecht as dochters
-en hebbe gehuild as ze van me af moste. Maar ik heb ze allemaal late
-gaan, omdat ik an joù dacht. Ik ben alléen gebleven om jou. Je heb
-'t recht niet om me nou de rug toe te draaie en te weigere je plicht
-as dochter te doen.
-
-VIVIE (geprikkeld en vijandig, door de echo van de achterbuurten, die
-ze in haar moeders stem hoort). M'n plicht als dochter! Ik dacht wel,
-dat 't dààrtoe zou komen! Eens vooral nu, moeder: u verlangt naar
-'n dochter en Frank naar 'n vrouw. Maar ik bedànk voor 'n moeder en
-ik bedank voor 'n man. Ik heb noch hem, noch mezelf gespaard, toen
-ik hem wegzond. Denkt u nu, dat ik ù zal sparen?
-
-MEVR. WARREN (hevig). O, ik weet wat je d'r voor één bent; zonder
-genade voor jezelf of voor een ander. Ik weet 't. M'n ondervinding
-heeft me dàt tenminste geleerd: dat ik de vrome, huichelachtige,
-harde, zelfzuchtige vrouw kèn als ik d'r tegenkom. Wel, veel plezier
-met jezelf; ìk heb je niet noodig. Maar luister hier nou is na: Weet
-je wat ik met je doen zou, als je weer 'n kind was, zoo waarachtig
-als er 'n hemel boven ons is?
-
-VIVIE. Me wurgen misschien.
-
-MEVR. WARREN. Nee; ik zou je grootbrengen als 'n èchte dochter van
-me en niet als wat je nou ben, met je trots en je vooroordeelen en
-je fijne opvoeding, die je van me gestolen heb, ja gestolen, ontken
-'t maar als je kan. Wat was 't anders dan stelen? Ik zou je groot
-brengen in m'n eigen huis, dàt zou ik.
-
-VIVIE (rustig). In één van uw eigen huizen.
-
-MEVR. WARREN (schreeuwend). Hoor d'r ís an! Hoor es hoe ze spuwt
-op d'r moeders grijze haren! O, ik hoop, dat je beleven mag, dat
-je eigen dochter je zal verscheuren, en vertrappen, zooals je mij
-vertrapt hebt! En dat zal je, dat zal je! Geen vrouw had ooit geluk,
-die door haar moeder vervloekt werd.
-
-VIVIE. Ik wou, dat u niet zoo te keer ging, moeder. Dat verhardt
-me alleen maar. Kom, ik vermoed, dat ik de eenige jonge vrouw ben,
-die u ooit in uw macht had en waar u goed voor geweest bent. Bederf
-'t nu niet allemaal.
-
-MEVR. WARREN. Ja, de hemel vergeve me, dat is zoo. En jij bent de
-eenige, die zich van me af heeft gekeerd. O, de onrechtvaardigheid
-ervan, de onrechtvaardigheid! Ik heb altijd 'n goeie vrouw willen
-zijn. Ik heb het met fatsoenlijk werk geprobeerd en ik werd zoo
-afgejakkerd, dat ik de dag vervloekte, waarop ik van fatsoenlijk
-werk gehoord had. Ik ben 'n goeie moeder geweest, en omdat ik van
-m'n dochter 'n fatsoenlijke vrouw heb gemaakt, stuurt ze me nou
-van d'r weg, alsof ik de pest heb. O! als ik me leven nog maar es
-kon overleven! Dan zou ik die leugen-dominé van de Zondagsschool me
-meening 'ns zeggen! Van nou af an--de hemel mag me bestaan in m'n
-laatste uurtje--zal ik alleen maar doen wat slecht is; dàt zal ik. En
-daar zal ik bij gedijen.
-
-VIVIE. Ja, 't is beter, dat u uw eigen richting kiest en dààr langs
-verder gaat. Als ik ù was geweest moeder, zou ik misschien gedaan
-hebben, wat ù hebt gedaan, maar ik zou niet het ééne leven leiden en
-gelooven in het andere. U bent in uw hàrt 'n conventioneele vrouw en
-daarom neem ik nu afscheid van u. Ik heb gelijk, niet waar?
-
-MEVR. WARREN (van haar stuk gebracht). Gelijk, dat je al m'n geld
-weggooit!
-
-VIVIE. Nee, gelijk dat ik van u af wil. Ik zou dwaas zijn, als 'k
-niet deed,--is 't niet zoo?
-
-MEVR. WARREN (norsch). Nou ja,--wat dat aangaat, misschien wel. Maar
-de Heer mag de wereld bijstaan, als iedereen alleen ging doen wat
-goed en verstandig was.--En nou ga ik liever heen, dan dat ik blijf
-waar ik niet gewenscht ben (zij wendt zich naar de deur).
-
-VIVIE (vriendelijk). Wilt u me geen hand geven?
-
-MEVR. WARREN (na haar 'n oogenblik fel te hebben aangezien, met 'n
-heftig verlangen, om haar 'n slag te geven). Nee, dank je. Goeien dag.
-
-VIVIE (op gewoon-zakelijken toon). Goeien dag. (Mevr. Warren gaat
-heen en slaat de deur achter zich toe. De spanning op Vivie's gelaat
-verslapt; de ernstige uitdrukking er van gaat over in een van blije
-tevredenheid; zij blaast haar adem uit 'n halven snik, halven lach
-van innige verluchting. Opgewekt gaat ze naar haar plaats aan de
-schrijftafel, schuift de electrische lamp wat op zij, verlegt 'n
-groote hoop papier en wil juist haar pen in den inkt doopen, als ze
-Franks briefje vindt. Ze opent het onverschillig, en leest het vlug,
-even lachend om 'n eigenaardige expressie er in). En adieu Frank. (Zij
-verscheurt het briefje en gooit de stukjes in de papiermand, zonder
-zich te bedenken. Dan plonst ze zich in haar werk en is gauw geheel
-verdiept in haar cijfers).
-
-
- EINDE.
-
-
-
-
-
-
-
-
-In de NED. BIBLIOTHEEK en WERELD-BIBLIOTHEEK zijn de volgende
-Tooneelstukken verschenen.
-
-
-W. B. 70. ARISTOPHANES, De Ridders. Metrische vertaling Dr. H. C.
- Muller.
-W. B. 36/37. BJ. BJÖRNSON, Boven Menschelijke Kracht. Tooneelspel in
- twee deelen door Marg. Meyboom.
-N. B. XXXV. INA BOUDIER-BAKKER, 't Hoogste Recht. Tooneelspel in 4
- bedrijven.
-W. B. 43. GERHART HAUPTMANN, De Verdronken Klok. Sprookjes-drama
- vertaald door Mr. Isidore Hen.
-W. B. 19. FRIEDRICH HEBBEL, Maria Magdalena. Vertaling van Louis
- Landry.
-W. B. 4. HENRIK IBSEN, Steunpilaren der Maatschappij. Vertaling
- F. Kapteyn.
-W. B. 40. HENRIK IBSEN, Een Poppenhuis (Nora). Tooneelspel in drie
- bedrijven vert. door Marg. Meyboom.
-W. B. 73. HENRIK IBSEN, Een Vijand van 't Volk. Vertaling van
- Marg. Meyboom.
-W. B. 16. MOLIÈRE, De Schelmenstreken van Scapin. Klucht in drie
- bedrijven. Vert. S. J. Bouberg Wilson.
-W. B. 67. MOLIÈRE, Geleerde Dames.--Vertaling van W. J. Wendel.
-N. B. XVIII. MULTATULI's Vorstenschool. Met een inleiding van Mevr.
- Douwes Dekker-Schepel. 4e druk.
-W. B. 21. WILLIAM SHAKESPEARE, Coriolanus. Treurspel in vijf
- bedrijven. Vertaling Dr. Edw. B. Koster.
-W. B. 77. WILLIAM SHAKESPEARE, Macbeth. Vertaling van Dr. Edw. B.
- Koster.
-W. B. 90. WILLIAM SHAKESPEARE, Othello. Vertaling van Dr. Edw. B.
- Koster.
-W. B. 81. BERNARD SHAW, Je kunt 't nooit weten. Komedie in 4
- bedrijven. Vertaling van Ph. G. Gunning.
-N. B. I. J. A. SIMONS-MEES, De Veroveraar.
-N. B. XXIII. J. A. SIMONS-MEES, Atie's Huwelijk.
-W.B. 44. SOPHOCLES' Antigone. Nieuwe vertaling van Dr. H. C.
- Muller.
-N. B. LI. JOOST VAN DE VONDEL, Adam in Ballingschap. Inleiding en
- Aanteekeningen van L. S.
-
-
-Met uitzondering van 36/37, elk stuk 20 cts. ingenaaid, 30 cts. in
-carton, 40 cts. in linnen.
-
-
- Mij. van GOEDE en GOEDKOOPE LECTUUR, AMSTERDAM.
-
-
-
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Mevr. Warren's Bedrijf, by George Bernard Shaw
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MEVR. WARREN'S BEDRIJF ***
-
-***** This file should be named 54175-8.txt or 54175-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/4/1/7/54175/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-http://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at http://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit http://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- http://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.