summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/53476-8.txt5790
-rw-r--r--old/53476-8.zipbin123378 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h.zipbin603059 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/53476-h.htm7360
-rw-r--r--old/53476-h/images/book.pngbin364 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/card.pngbin249 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/einde.pngbin5411 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/external.pngbin172 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/frontispiece.jpgbin94219 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/letter-d.pngbin3886 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/letter-h.pngbin3996 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/new-cover-tn.jpgbin13144 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/new-cover.jpgbin57291 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/ornament.pngbin2691 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/ornament2.pngbin2569 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/ornament3.pngbin676 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/ornament4.pngbin598 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/p088.jpgbin72239 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/p105.jpgbin85392 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/p107.jpgbin94766 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53476-h/images/titlepage.pngbin25431 -> 0 bytes
24 files changed, 17 insertions, 13150 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..acc009a
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #53476 (https://www.gutenberg.org/ebooks/53476)
diff --git a/old/53476-8.txt b/old/53476-8.txt
deleted file mode 100644
index 7613902..0000000
--- a/old/53476-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,5790 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Het Yellowstone-Park, by Hugo De Vries
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Het Yellowstone-Park
-
-Author: Hugo De Vries
-
-Release Date: November 7, 2016 [EBook #53476]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET YELLOWSTONE-PARK ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/American Libraries.)
-
-
-
-
-
-
-
-
- WERELDBIBLIOTHEEK
-
- ONDER LEIDING VAN L. SIMONS
- Prof. Dr. HUGO DE VRIES
-
-
-
- HET YELLOWSTONE-PARK
-
- (MET VIER ILLUSTRATIES NAAR PHOTO'S VAN
- Dr. E. O. HOVEY te New York)
-
- EXPERIMENTEELE EVOLUTIE
-
-
-
- UITGEGEVEN VOOR DE MIJ
- VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE
- LECTUUR DOOR
- G. SCHREUDERS AMSTERDAM
-
-
-
-
-
-
-
-De Redactie der WERELD-BIBLIOTHEEK heeft haar bizonderen dank uit te
-spreken niet alleen aan den schrijver voor het afstaan van zijn in
-De Gids en Onze Eeuw verschenen stukken, maar ook aan Dr. E. O. Hovey
-te New-York, die zoo vriendelijk is geweest een viertal door hemzelf
-genomen photo's van het Yellowstone-Park ter opluistering van het
-eerste artikel te zenden.
-
-Voor de correctie en de enkele noten--ter verklaring van Engelsche
-uitdrukkingen--rust, bij verhindering van den schrijver, de
-verantwoordelijkheid op de redactie.
-
-
-
-
-
-
-
-I.
-
-HET PARK EN DE WARME BRONNEN.
-
-
-Het Yellowstone National Park is wellicht de meest merkwaardige
-plek in Amerika. Het is de hoogste plaats in het Rotsgebergte, de
-top van de wereld, zooals de Indianen het noemden. Tegelijkertijd is
-het de plaats, waar de inwendige warmte der aarde het dichtst bij de
-oppervlakte komt en hare werking het meest doet gevoelen. Weliswaar
-zijn er thans geen eigenlijke vulkanische uitbarstingen meer, maar in
-geologisch kort geleden tijden zijn deze hier veelvuldig geweest,
-en hare producten vormen de grondstof waaruit het landschap is
-opgebouwd. Thans vertoont zich de macht der centrale hitte in
-warme bronnen en geysers en al haar talrijke tusschenvormen en
-verscheidenheden. Nagenoeg het geheele park is als bezaaid met zulke
-plekken, waar de hitte der diepte een uitweg vindt. Hier en daar zijn
-de spleten en gaten en bronnen zóó dicht bij elkander opgehoopt,
-dat zij groote groepen vormen, vele honderden van zulke openingen
-omvattend. Zij bedekken dan de geheele oppervlakte van een dal,
-of de helling van een berg. In het eerste geval spreekt men van
-geyser-bassins; tot het tweede behooren de brullende berg of Roaring
-mountain, en de travertijn-rotsen van Mammoth Hot Springs. [1]
-
-Even nobel als de natuur, toont zich hier ook de menschelijke
-geest. Het Amerikaansche volk heeft deze geheele landstreek, meer
-dan 3000 vierkante mijlen omvattend, gemaakt tot een park, d.w.z. tot
-een plaats, waar industrie en landbouw buitengesloten zijn, en waar
-de natuur zooveel mogelijk ongeschonden bewaard moet blijven. De
-trotsche en zielsverheffende natuurverschijnselen mogen niet aan gewone
-doeleinden dienstbaar gemaakt worden, de groote bronnen van mechanische
-kracht, die zij in zich sluiten, mogen niet voor het voordeel van
-enkelen worden gebruikt. Het park moet ten allen tijde en uitsluitend
-bestemd blijven "for the benefit and the enjoyment of the people" [2]
-zooals het eerste artikel van de stichtingswet luidt en zooals het in
-steenen letters boven de poort aan den ingang bij Gardiner gegrift is.
-
-Voorloopig dient het park nog meer voor "the enjoyment" dan wel voor
-het nut van het volk. Tenminste op den gewonen toer krijgt men niet
-den indruk, dat het verhevene der natuurverschijnselen de Amerikanen
-bizonder treft, noch dat zij door de beschouwing dier verschijnselen
-tot een dieper inzicht in de hoofdlijnen van de geschiedenis dezer
-aarde trachten door te dringen. Het leven in de fijne hooge lucht en de
-heerlijke omgeving der dennebosschen is hun de hoofdzaak, en daarvan
-wordt veelvuldig gebruik gemaakt. De gewone toer, die minstens zes
-dagen duurt, wordt jaarlijks door minstens 10.000 personen van elken
-leeftijd en van elken rang en stand gemaakt. Daarenboven kampeeren
-ongetelde aantallen gedurende den zomer overal in de bosschen en
-trekken met eigen wagens rond. Deels om hun daarbij behulpzaam te
-zijn en deels met het oog op het brandgevaar, dat zeer groot is,
-heeft het landsbestuur overal aan de wegen door wegwijzers en borden
-de goede kampeerplaatsen aangewezen, en op andere schijnbaar geschikte
-plaatsen verboden tenten op te slaan.
-
-De geysers en de warme bronnen zijn voor de meesten nog slechts
-curiositeiten, die geen verder belang inboezemen en spoedig eentonig
-worden; de rotsen treffen hen door hunne steilheid en de grootte
-der neergestorte blokken, maar op het verschil in bouw wordt weinig
-gelet. Toch heeft de geheele streek zijn merkwaardigheid voor een
-groot deel er aan te danken, dat de bergen oude lavastroomen zijn,
-die over krijtachtige gesteenten heen vloeiden, en dat met de lava
-andere vulkanische gesteenten afgezet werden. Zoowel in de groote
-trekken van het landschap als hier en daar in de onbedekte rotsen
-kan men dit duidelijk zien.
-
-Waarom aan deze landstreek de naam van park gegeven is, is niet
-duidelijk. Want het is er verre vandaan, dat het op een park zou
-gelijken, of zelfs dat men zou willen trachten, het allengs in die
-richting te verbeteren. Integendeel, men wenscht juist de woeste
-en vrije natuur te bewaren. Zwitserland, met zijn goed verzorgde
-bosschen, gelijkt veel meer op een park dan Yellowstone, waar de
-afwezigheid van de zorgen der menschen juist het beoogde doel is. Ook
-is de naam park juist niet geschikt om een denkbeeld van de grootte
-van deze streek te geven. Men reist er zes dagen lang in wagens op
-goede wegen rond, en kan dan nog maar een zeer klein gedeelte van de
-geheele uitgestrektheid bezoeken.
-
-Natuurlijk zou een ongerepte toestand het bosch ontoegankelijk maken
-en het genot er van beperken tot slechts zeer enkelen. Vandaar dat de
-regeering voor een stel van goede rijwegen gezorgd heeft en dat een
-vereeniging zich de oprichting en exploitatie van het vereischte aantal
-hôtels en van de vervoermiddelen tot taak heeft gesteld. Voortdurend
-worden verbeteringen aangebracht en worden hier nieuwe bruggen gebouwd
-en ginds de bochten en hellingen der wegen door den aanleg van nieuwe
-gedeelten vereffend.
-
-Huizen mogen in het park overigens niet gebouwd worden en alleen nabij
-den heuvel der Mammoth Hot Springs, het hoofdstation van de gewone
-toeristenreis, en tevens het eerste station dat men met de rijtuigen
-bereikt, is voor militaire doeleinden een dorp aangelegd. De bezetting
-bestaat uit twee compagnieën ruiterij, waarvan de manschappen door
-het geheele park als politie dienst doen, zorgende, dat met vuur
-voorzichtig worde omgegaan, dat geen overblijfselen van gebruikte
-maaltijden of van nachtverblijven het park ontsieren en dat aan de
-gewrochten der natuur geen balddadige handen of geen verzamelaars van
-curiositeiten afbreuk doen. Om dit laatste doel nog beter te bereiken,
-zijn in de nabijheid van enkele hôtels kleine winkeltjes opgericht,
-waar natuurvoorwerpen kunnen worden gekocht. Het is een zeer bekende
-eigenschap der bronnen, om hetzij kalk, hetzij kiezel af te zetten,
-en zoo dus kleine voorwerpen daarin worden gelegd, worden zij allengs
-met een dun laagje van deze stoffen overtrokken. Takken en naalden
-van dennen kan men zoo vinden, maar ook kunstmatige voorwerpen
-worden evenzoo omkorst, en onder deze geven de Amerikanen vooral
-aan monogrammen de voorkeur. Op deze incrustatie, de wijze waarop
-zij plaats vindt en het aandeel dat zij aan het ontstaan der heuvels
-rondom de bronnen in den loop der tijden gehad heeft, kom ik trouwens
-later uitvoerig terug.
-
-Het klimaat van het park is, zooals men dit van een zoo hoog gelegen
-landstreek mag verwachten. Gedurende drie vierde gedeelten van het
-jaar is het diep met sneeuw bedekt en zoo goed als ontoegankelijk,
-zelfs vinden de herten en antilopen er dan dikwijls slechts met
-groote moeite hun voedsel. Gedurende de overige drie maanden is het
-klimaat dat van de hooge alpen, een zuivere frissche lucht en een
-heldere hemel, afgewisseld met hevige onweersbuien, die naar mijne
-zeer korte ervaring vooral rondom Mammoth Hot Springs zeer talrijk
-zijn. Trouwens de bergtop, waar rondom zij zich voornamelijk ontladen,
-draagt den naam van Electric Peak. [3] Twee malen ben ik daar omstreeks
-24 uren geweest, en in dien tijd heb ik drie zware onweersbuien met
-plasregens bijgewoond.
-
-De koude en de korte duur van den zomer maken de streek voor landbouw
-onbruikbaar. Als men er voor de hôtels groenten wil telen, moet
-dit in kassen gebeuren. Ook het hout is voor het grootste gedeelte
-als timmerhout ongeschikt. De dennebosschen, die alle hellingen en
-verreweg het grootste deel der vlakten en valleien bedekken, bestaan
-maar uit één soort van den, den Pinus contorta, var: Murrayana, die
-hier gewoonlijk black pine genoemd wordt. Deze naam is ontleend aan
-de zwarte bosschen die hij vormt. Hij heet ook wel lodge pine of pole
-pine, aanduidende dat men van de stammen huizen kan bouwen zonder ze
-tot planken te zagen, of dat men de stammen voor telegraafpalen en
-andere dergelijke doeleinden kan gebruiken. Maar het verdere gebruik
-beperkt zich tot het nut als brandstof. Daarentegen komen er hier en
-daar, en vooral in het noordelijk gedeelte, twee soorten van sparren
-voor, die voor timmer hout geschikt zijn. Het zijn de douglas-spar en
-de balsam-spar (Pseudotsuga Douglasii en Abies alpina); ik zag ze in de
-bosschen rondom Mammoth Hot Springs in groot aantal en in prachtige
-exemplaren, doch elders meest zeer verspreid en zeldzaam. Maar
-misschien zijn de meeste op de voor toeristen toegankelijke plaatsen
-reeds weggehaald voor de constructie van de bruggen en de hôtels.
-
-In vroegere tijden was deze ontoegankelijke landstreek zoo goed als
-onbewoond. De Indianen hadden voor "den top der wereld" een diep
-ontzag en begaven zich in deze streek, waar de natuurverschijnselen
-hun vrees inboezemden, slechts zeldzaam. Wel zijn door de hoofddalen
-hun voetpaden gevonden, en volgen de tegenwoordige rijwegen meestal
-zulke oude "Indian Trails", maar het is een bekend feit, dat in de
-tijden van de eigenlijke ontdekking van het park, nog geen 40 jaar
-geleden, het zoo goed als onmogelijk was indiaansche gidsen te vinden,
-die werkelijk overal den weg wisten. En het bleek dat deze gidsen
-bij het aanschouwen der geysers nog meer verbaasd en ontdaan waren
-dan de blanke natuuronderzoekers. Slechts een vreesachtige stam van
-de Shoshone-Indianen, de schaap-eters of Tukuarika, trok zich hier
-terug, maar ook zij kenden de geysers niet.
-
-De Indianen gaven aan de geheele streek den naam van de hoofdrivier,
-die er doorstroomt, en aan deze een naam, ontleend aan de kleur
-der rotsen in de canyons of ravijnen. Deze kleur is dikwijls helder
-geel, en uit het gele nu eens in het roode, dan weer in het grijze
-spelend. In het Grand-Canyon van de Yellowstone-rivier, waar men
-een uur langs de naakte rotswanden wandelt en de rivier, tusschen
-de windingen, hier en daar op groote diepte en als zeer in de verte
-onder zich ziet, is dit kleurenspel bizonder treffend. De indiaansche
-term voor Rock Yellow rivier is Mitsiadazi, in een der Siouxtalen,
-en vandaar stammen de tegenwoordige namen van Yellowstone-rivier en
-Yellowstone-park af. [4]
-
-Het park is geen eigenlijk bergland zooals Zwitserland. Ook mist het de
-sneeuwbergen. Het is een hoog plateau, doortrokken met lage heuvelen,
-die meest geheel met bosch bedekt, doch op steile hellingen en langs de
-doorsnijdingen der beken dikwijls rotsachtig en dan zeer schilderachtig
-zijn. Slechts hier en daar vindt men enkele hoogere toppen, en onder
-deze is de Mount Washburn, een halve dag reizen van het Hôtel der
-Mammoth Hot Springs gelegen, de voornaamste. Rondom is het park door
-hoogere gebergten omgeven, die ten deele buiten, doch ten deele ook
-binnen zijne wettelijke grenzen liggen. Deze omgeving geeft overal,
-waar het uitzicht niet door boomen of heuvelen belemmerd is, iets
-bizonder aantrekkelijks aan het landschap. Het allerfraaist is dit,
-als men op het uitgestrekte meer, dat de Yellowstone-rivier ongeveer
-in het midden van het park vormt, met de boot van de zuidelijke naar
-de noordwestelijke punt overvaart. Overal achter de groene bergen ziet
-men dan de kale toppen uitsteken. In het oosten de lange keten der
-Absaroka-mountains; in het zuiden de dubbele top der Teton-bergen
-en aan de overige zijden hier en daar lagere gebergten. Het zijn
-wel geen sneeuwtoppen, maar in de hoogste dalen en ravijnen lagen
-toch omstreeks half Augustus nog talrijke uitgestrekte sneeuwvelden,
-langzaam afsmeltend en den oorsprong gevend aan talrijke beken, die
-bruischend en schuimend door het park trekken, om zich ten slotte
-grootendeels in de Yellowstone-rivier te vereenigen. Het plateau ligt
-in het hart van het Rotsgebergte, en wordt als een typisch gedeelte
-daarvan beschouwd. Het is een streek waar veel regen en veel sneeuw
-vallen, en vormt daardoor een groene en bloemrijke oase te midden van
-de dorre wildernissen, de door watergebrek onbebouwbare "semi-arid
-regions" [5] van het Westen. Het ligt nagenoeg geheel in den staat
-Wyoming, met een paar smalle grensstrooken, die in Montana en in
-Idaho vallen. Trouwens het eerste wat de aandacht der toeristen na
-het binnenrijden door de ingangspoort treft is, omstreeks een half
-uur verder, de grenspaal, die aanwijst waar men uit het gebied van
-Montana in dat van Wyoming overgaat.
-
-De plantengroei van de omgevende woestijnen zet zich voor een deel
-op de hellingen van het park voort, waar deze van bosch ontbloot
-zijn. Zij vertoonen dan de eigenaardige grijsgrauwe kleur, die in
-zoo hooge mate tot het onaantrekkelijk karakter der wildernissen
-bijdraagt. Overal groeien de lage heestertjes van de Sage-brush
-(Salieplant: Artemisia tridentata e.a. soorten), die uiterst
-algemeene, zonderlinge en nuttelooze plant, zooals zij zoo gaarne
-genoemd wordt. Elk grijs bundeltje staat afzonderlijk, en uit de
-verte gezien heeft een vlakte of een helling daardoor een gevlekt
-aanzien. Dit is zóó kenmerkend, dat men zelfs op groote afstanden den
-Sage-brush gemakkelijk herkennen kan. Onwillekeurig rijst de vraag
-of die Sagebrush en de andere woestijnplanten die met haar samengaan,
-oorspronkelijk uit de woestijn naar het park, of uit de bosschen van
-het park naar de woestijn gegaan is. Maar op de bespreking van die
-vraag, die met tal van punten omtrent de verspreiding der planten en
-haar gemeenschappelijke afstamming samenhangt, mag ik hier niet ingaan.
-
-Op den bezoeker maakt de oase den indruk van een toevluchtsoord voor
-planten en dieren. Daar vinden vele, en daaronder de fraaiste en
-belangrijkste, wat hun elders ontzegd wordt. Over de planten zal ik
-later het een en ander mededeelen, maar het zal vermoedelijk velen
-mijner lezers belang inboezemen hier het een en ander omtrent de
-grootere dieren te vernemen. Daarbij moet men echter een onderscheid
-maken tusschen de opgaven in de gewone gidsboeken voor het park,
-en dat, wat de toerist werkelijk te zien krijgt. Onder de groote
-soorten verdienen vooral de bisons genoemd te worden, daar zij alleen
-hier nog werkelijk in het wild voorkomen. Evenals elders, zijn zij
-door hun woeste en weinig slimme natuur tot uitsterven veroordeeld,
-en het landsbestuur is op maatregelen bedacht om ze, door middel van
-omheiningen, des winters te dwingen op plaatsen te blijven, waar
-de sneeuw niet zoo diep ligt, en het gras dus voor hen bereikbaar
-is. Ook heeft men op het Dot-island in het Yellowstone-meer een
-troepje bisons ingevoerd met het doel om deze later, na genoegzame
-harding en vermenigvuldiging, des zomers vrij in de bosschen te laten
-zwerven. Behalve dit troepje, dat tijdens mijn bezoek uit een familie
-van een zestal exemplaren bestond, ziet de toerist natuurlijk geen
-bisons. En hetzelfde is het geval met de "elk" of eland, waarvan ik ook
-slechts het half dozijn exemplaren in het park op Dot-island zag. Men
-ziet de bisons en de elanden hier juist even goed en even natuurlijk
-als in den dierentuin te Amsterdam--afgezien van de omgeving.
-
-Volgens Chittenden's uitvoerig handboek over het park, dat in de
-meeste hôtels te koop aangeboden wordt, zijn bevers overvloedig in
-al de stroomen en zijn de door hen uitgevoerde bouwkundige werken
-overal te zien. Feitelijk wijst de gids u op den geheelen tocht op
-ééne plaats, die dan ook "beaver-lake" [6] heet, twee beverwoningen
-en een langen dam, die zigzagsgewijze dwars door den tot een meertje
-verbreeden stroom heen gebouwd is. Maar de dam is 16 jaren oud,
-en of de woningen nog bewoond zijn, wist niemand ons te vertellen.
-
-Omstreeks het jaar 1830 zijn de bevers, die vroeger zeer talrijk
-waren, in deze en de aangrenzende streken nagenoeg uitgeroeid. Het
-was in den tijd van de oprichting en de krachtigste werkzaamheid
-der bontmaatschappijen, die in scherpe rivaliteit alle bevers lieten
-vangen, die slechts te bemachtigen waren. Moge hierdoor ook al een
-der meest belangwekkende trekken van het landschap naar het schijnt
-voor goed verloren zijn, zoo moet men aan de andere zijde niet
-vergeten, dat de eigenlijke ontdekking van de wonderen der streek
-het gevolg is geweest van de onvermoeide en niets-ontziende tochten
-der beverjagers. Het was de eerste ontdekking van geysers en warme
-bronnen, van Canyons en landschapsschoonheden, die in Amerika bekend
-werd. Opgesierd met de verhalen die een rijke verbeelding en een
-onnauwkeurig geheugen rondom deze wonderen deden ontstaan, vonden de
-mededeelingen geen geloof. Toch waren zij de eerste bron van de kennis
-en de prikkel die tot latere, meer op onderzoek gerichte tochten en
-ten slotte tot de reserveering van het terrein als park aanleiding gaf.
-
-Een enkel verhaal moge een denkbeeld van deze overdrijving geven. Het
-is de eerste beschrijving van rotsen van vulcanisch glas, en wel
-van de rots, die thans Obsidiaan-cliff heet. Dit gesteente glinstert
-als glas, maar is gitzwart en ondoorzichtig. Een beverjager bevond
-zich in de nabijheid, maar zag de rots van glas niet. Daarentegen
-zag hij een hert, en schoot er op. Zeker van zijn schot, was hij ten
-hoogste verbaasd dat het hert kalm bleef grazen, en het schot niet
-eens scheen gemerkt te hebben. Hij schoot nog een paar malen, doch
-met hetzelfde gevolg. Toen wilde hij dichter bij gaan, maar stuitte
-tegen een glazen rotswand, waarachter het hert volkomen veilig was
-en waarop zijn kogels waren afgestuit.
-
-Natuurlijk vond dit verhaal geen geloof, ofschoon de Amerikanen anders
-lichtgeloovig genoeg zijn. Zoo vond een bewering dat het obsidiaan,
-omdat het zoo zwart is als steenkool, ook even goed moet branden,
-bij mijne reisgenooten vrij algemeenen bijval en werd ten minste niet
-tegengesproken, totdat een ander lid van het gezelschap verklaarde
-dat het woord obsidiaan toch een andere klank had dan steenkool en
-dus ook wel wat anders beteekenen zou.
-
-Van groote dieren ziet de toerist alleen de beren en de herten. De
-herten trekken in kudden rond, evenals in vele europeesche
-bosschen. Menigmaal zag ik ze, nu eens enkele, dan weer meer. De beren
-daarentegen worden u op eigenaardige wijze vertoond. Bij elk hôtel,
-behalve bij dat van Mammoth Hot Springs, is daartoe een bepaalde
-plaats bestemd, nu eens een klein dal, dan weer een open plek in een
-bosch. Hier worden al de geledigde blikjes en al de overige afval van
-het hôtel gebracht, en de beren komen des avonds zoeken, of daarin
-nog eenige lekkernij voor hen te vinden is. Op behoorlijken, maar
-vrij kleinen afstand is een ijzerdraad gespannen, en daarachter staan
-banken voor de toeristen om te zitten kijken. Schuw en bang komen de
-beren, omstreeks zeven of acht uur des avonds, een voor een uit het
-bosch te voorschijn, gaan op hun achterpooten staan en kijken overal
-rond of alles veilig is. Treft men luidruchtige reisgenooten, dan
-krijgt men niet veel te zien, daar de beren weldra omkeeren en naar
-het bosch teruggaan. Zochten zij de blikjes door, en vonden zij wat
-hun beviel, dan verkondigden zij dit door een luid gebrul; een zag
-ik er met een groot stuk in den bek snel den heuvel oploopen en in
-het bosch verdwijnen. Een ander klauterde in een boom en genoot daar
-klaarblijkelijk nog eens van het gevondene. Een moeder kwam met haar
-jong, beide gingen op de achterpooten staan om rond te kijken, en het
-was grappig om te zien hoe het jong de moeder in alles nadeed. Wel
-driemaal vonden zij het onveilig en gingen naar het bosch terug,
-eindelijk verstoutten zij zich en gingen eerst behoedzaam, daarna snel,
-den heuvel af naar de blikjes. Een oudere beer, die daar bezig was,
-misschien wel de vader, maakte toen voor hen plaats en ging om den hoop
-rondwandelen. Zoo kan men, na het middagmaal gebruikt te hebben, de
-levenswijze der beren, alhoewel onder zeer eigenaardige omstandigheden,
-uitvoerig gadeslaan. Maar hoewel ik een paar wandelingen door de
-bosschen gemaakt heb, ben ik er daar natuurlijk geen tegengekomen.
-
-Een enkele slang heb ik gezien en hier en daar op de rotsen een
-woodchuck, ook wel groundhog genoemd, een dier als een wombat,
-kruipende in of uit zijn hol. Algemeen zijn eigenlijk alleen
-eekhoorntjes, zoowel de bruine soort die op de boomen leeft, als
-de grijze, die met vier overlangsche zwarte strepen over kop en rug
-versierd is, als gevolg zegt men van de vier vingers van een godheid,
-die eenmaal trachtte dit onrustige dier tot rust te brengen. Maar het
-is nog altijd even onrustig en snelt over en langs de wegen. Ik zag
-ze in groot aantal, op één dag zelfs bijna honderd. Zij zijn door de
-wet volkomen beschermd en dus volstrekt niet vreesachtig, en ik kon
-ze herhaaldelijk van vlak nabij gadeslaan. Nieuwsgierig zitten zij,
-rechtop, aan den weg naar de voorbijgaande rijtuigen te kijken, met
-een pakje wortels of vruchten in hun voorpooten. Dikwijls ziet men
-ze hun holen in den grond opzoeken en daarin verdwijnen. Dicht naast
-mij, in het bosch bij Mammoth Hot Springs, zat een roode eekhoorn
-te knagen aan een groenen dennekegel, een vrij grooten van den Pinus
-flexilis, zoo groot ongeveer als die van onze zeedennen, maar niet zoo
-hard. Soms sprong hij op, met den kegel in zijn handen, ging dan weer
-zitten, en het was aardig om te zien hoe hij den kegel ronddraaide
-om de zaden te vinden. Eindelijk sprong hij op een tak en verdween,
-met groote sprongen van boom tot boom overwippende.
-
-Over leeuwen en andere verscheurende dieren, die de gidsboeken u
-opnoemen, zal ik maar niet spreken; die leven in de ontoegankelijke
-gedeelten der hoogere bergen, en men ziet ze natuurlijk nooit. Van
-visschen wekken alleen de trouts of forellen groote belangstelling,
-daar men ze in het heldere water der stroomen,--en op tafel--bijna
-elken dag zien kan. Het visschen is geoorloofd en behoort tot de
-voornaamste genoegens van het leven in het park.
-
-Een punt van belangstelling, dat echter op de kaart beter zichtbaar is
-dan in de werkelijkheid, is de "Continental divide". Dit is de lijn
-die men trekken kan tusschen de oorsprongsplaatsen van alle beken,
-wier water naar den Atlantischen Oceaan vloeit en van al die, welke
-naar den Pacific Oceaan uitwateren. De gewone toeristentocht ligt op
-het atlantische gedeelte van het gebergte, met uitzondering van een
-paar uren, die men aan de andere zijde rijdt. Men ziet dan de bergen
-naar het westen afhellen en in de verte het Shoshone-meer, waarvan
-het water, door bergstroomen omlaaggevoerd, naar de Columbia-rivier
-gaat, om door Oregon en langs Portland in zee te vloeien. Een
-paar naamborden wijzen de punten aan, waar men de scheidingslijn
-overgaat. Op een dezer beide punten ligt in de pas een groote plas,
-vol met gele waterplompen, en omlijnd door biezen en bloembiezen, als
-een hollandsch moerasje. Het water van deze plas weet niet, of het door
-de Columbia-rivier naar den Pacific-Oceaan, of door de Yellowstone en
-de Missouri naar de Atlantische zee zal gaan. Een moeilijke twijfel,
-want een kleine windstoot kan het water nu eens naar de eene zijde,
-dan weer naar de andere in de beek drijven en zóó de beslissing geven.
-
-Trouwens, in den loop der eeuwen kunnen ook groote meren in dit
-opzicht van meening veranderen. Het Yellowstone-meer, dat voor menig
-ander beroemd meer in grootte niet behoeft onder te doen, is daarvan
-een voorbeeld. In langvervlogen voorhistorische tijden liet het zijn
-water naar de Stille Zuidzee afvloeien. Maar in en na den ijstijd heeft
-het zich een uitweg naar het oosten gemaakt, den Grand Canyon als een
-diepe en enge sleuf in de rotsen ingravende. Het bereikte daardoor
-een nieuwen en tevens een beteren waterweg en kan sedert zooveel
-meer water afvoeren, dat zijn waterspiegel verscheiden tientallen van
-meters gedaald is. De vroegere "outlet" naar de Snake-rivier aan de
-westzijde is thans dus een vrij hooge, hoewel vlakke pas geworden.
-
-Een juist begrip van de bergen en van de vulkanische werkingen in
-het park moet natuurlijk uitgaan van de geologische gesteldheid. [7]
-Een zeer eenvoudig overzicht mag hier echter daartoe voldoende geacht
-worden. Het kan zich beperken tot den tijd, waarin de voornaamste
-uitstortingen van lava over het tegenwoordige park plaats vonden. In
-de krijt-periode was het park nog een gedeelte van de zee, die
-toen uitgestrekte streken van Amerika bedekte. Het was echter reeds
-omgeven door rotsen en gebergten en vormde waarschijnlijk een soort
-van golf, of een deel van een archipel van kleine eilanden. Door de
-werkzaamheid van koralen en andere diersoorten werden op den bodem dier
-zee kalkmassa's afgezet, die in den loop der tijden tot aanzienlijke
-lagen aangroeiden. Allengs werd echter, over de lijn die thans de
-kam van het Rotsgebergte is, de korst der aarde in verhouding tot
-de zee opgeheven, en omstreeks het einde der krijtperiode ging het
-park van zee over tot land. Dit leidt men daaruit af, dat na de kalk-
-of krijtlagen geen omvangrijke afzettingen meer hebben plaats gevonden.
-
-Lagen van kleinen omvang, in kleine zeeboezems of in meren gevormd,
-zijn gedurende den geheelen tertiairen tijd hier en daar afgezet,
-doch zij zijn voor ons tegenwoordig doel van geen beteekenis. Veel
-belangrijker is, dat gedurende al dien tijd het park de zetel van
-een vrij groot aantal vulkanen geweest is, die allengs het grootste
-gedeelte van de landstreek met lava en vulkanische asch bedekt
-hebben. Een dier kraters was de Mount Washburn, en deze vertoont
-op zijn top nog de ronde holte van den vroegeren kratermond. Thans
-echter is hij sinds lang uitgedoofd, evenals alle andere vulkanen
-van deze streek, en is de kratermonding met dennenbosschen dicht
-begroeid. De lava-stroomen vloeiden van uit die kraters in alle
-richtingen over het land; nu eens bleven zij afzonderlijk en vormden
-dan eigen bergruggen, dan weer vloeiden zij ineen, zoodat plateau's met
-talrijke uitloopers ontstonden. De meeste tegenwoordige heuvels zijn
-zulke oude lava-stroomen, terwijl de hoogere toppen waarschijnlijk de
-plaatsen der oude kraters aanduiden. De lava en de vulkanische asch,
-tot rotsen en gebergten vervormd, bedekt thans nagenoeg de geheele
-vlakte, en slechts hier en daar komen de oude lagen voor den dag.
-
-Over het algemeen is de lava een zacht gesteente, dat bij het verkoelen
-sterk gebarsten is en gemakkelijk verweert. Voeren de bergstroomen de
-verweerde deelen spoedig weg, zoo blijven de rotsen naakt en vertoonen,
-door de talrijke kloven en de dikwijls op ruïnen gelijkende toppen,
-bizonder fraaie en afwisselende vormen. Soms niet veel hooger dan
-de naburige dennenboomen nemen deze rotsen in andere dalen zeer
-indrukwekkende afmetingen aan. Alle overgangen tusschen gewone lava
-en glasachtige lava of obsidiaan zijn voorhanden, en hier en daar
-vindt men ook basalt-formaties. De basalt, die meest zeer regelmatig
-tot zeszijdige zuilen gebarsten is, levert een uitmuntende bouwsteen,
-en de poort aan den noordelijken ingang bij Gardiner is dan ook geheel
-uit deze steen opgetrokken.
-
-De lava levert natuurlijk het gesteente, waarvan de groote wegen
-worden gemaakt. Vooral de glasachtige soorten zijn daarvoor geschikt,
-daar zij harder zijn en minder snel tot stof vergaan. Om de blokken
-tot gruis te verwerken moet men hier echter een zeer bizonder middel
-gebruiken. De blokken worden in een vuur van dennenhout verhit en dan
-plotseling met koud water overgoten. Zij barsten dan juist in gruis
-van de gewenschte korrelgrootte uiteen. De zachtheid van de lava
-maakt echter, dat de wegen snel slijten en zeer stoffig zijn. Om aan
-dit bezwaar tegemoet te komen laat de regeering de wegen, overal waar
-voldoende water aanwezig is, regelmatig besproeien. Meest wordt het
-water van een hoogere berghelling in een pijp geleid, die eindigt boven
-de plaats waar een waterwagen gevuld moet worden. Zulke standpijpen
-ziet men in de bergstreken zeer veelvuldig. Is er geen berg dicht
-genoeg bij den weg, zoo moet het uit de beken worden opgepompt. De
-groote zorg, die hieraan besteed wordt, draagt zeer veel er toe bij
-om het rijden in een reeks van rijtuigen aangenamer te maken.
-
-Hoe de verkoelde lavastroomen op de krijt-lagen liggen, kan men
-dikwijls zien, als men de hellingen der grootere heuvels beschouwt. De
-hoogere heuvels zijn namelijk wel niet hooger dan de andere, maar
-het dal aan hun voet is door den bergstroom dieper uitgegraven. Van
-dit uitgraven kan men, op verschillende plaatsen, bijna alle stadiën
-zien. Is nu het dal zoo diep uitgegraven, dat de krijtlaag niet alleen
-bereikt is, maar dat daarenboven de kloof in deze indringt, en is dan
-de rots steil genoeg om niet door verweerden grond bedekt te zijn,
-zoo ziet men natuurlijk de lava op het krijt rusten. Sommige dalen
-zijn in het krijt zoo diep uitgehold, dat de bergen ter weerszijden
-geheel uit grijs-witte krijt-lagen schijnen te bestaan, slechts aan
-hun top door de roodbruine lava-massa's gekroond.
-
-Het is natuurlijk niet gemakkelijk om op zulk een tocht te zien, hoe
-de rivieren werken en hoe de dalen ontstaan. In den zomer is alles
-rustig en kalm, en zelfs de watervallen schijnen geen verandering
-in hun omgeving te brengen. Het eigenlijke werk geschiedt in den
-winter en vooral in het voorjaar, als de sneeuw, die het geheele
-park bedekt, snel begint te smelten en de beken dus tijdelijk zeer
-groote hoeveelheden water afvoeren. Niets is dan tegen hun geweld
-bestand, en rots voor rots wordt ondergraven en gebroken en ten val
-gebracht. Het eene jaar hier, het andere jaar daar verandert het
-landschap. De kleinere trekken verdwijnen, en slechts de hoofdlijnen
-blijven dezelfde, tot ook hare beurt zal komen om voor de macht van het
-water onder te doen. Maar de reiziger ziet van dit alles niets; hij kan
-niet onderscheiden of een naakte rotsvlakte jong of oud is, en of een
-rots vroeger hooger was dan nu, of door andere vormen gekroond. Toch
-zijn er verschijnselen, waaruit men kan afleiden wat er 's winters
-gebeurt. Dit zijn vooral oude wegen, die voor een zeker aantal jaren
-door geen nieuwen weg vervangen en sedert niet meer verzorgd zijn. Zulk
-een weg is o.a. die in de klove tusschen Livingston en Gardiner,
-kort vóór dat men het laatstgenoemde dorp bereikt. Dit Canyon voert
-den naam van Yankee Jim, en jaren voordat de spoorweg door dit enge
-dal gemaakt werd had James George hier een wagenweg aangelegd, die
-nagenoeg de eenige toegang tot het latere park was. Hij had het recht
-om op dien weg tol te heffen en genoot daarvan langen tijd een niet
-onbelangrijk inkomen. Eenige jaren geleden is echter de spoorweg, die
-toen slechts tot Cinnabar liep, door dit Canyon doorgetrokken tot aan
-Gardiner, d.w.z. tot aan den ingang van het park zelf. Verder kon hij
-niet gaan, daar de bepalingen omtrent de strekking en het onderhoud
-van het park den aanleg van spoorwegen daarin verbieden. Vroeger moest
-dus ieder, die te Cinnabar uitstapte, langs den weg van Yankee Jim
-naar Gardiner rijden; nu spoort men eenvoudig door. De weg is dus
-in onbruik geraakt, en het onderhoud niet meer waard. Maar van den
-trein uit kan men zien, wat in die enkele jaren gebeuren kon. Op
-talrijke plaatsen toch is de weg onder rotsstortingen bedolven,
-soms over een lengte van honderden meters. Geweldige aardmassa's en
-groote rotsblokken moeten in die weinige winters omlaag gekomen zijn,
-nieuwe hellingen vormend, en nieuwe rotswanden onthullend. Soms ligt de
-massa huizenhoog op den weg, en strekt zij zich tot in de rivier uit.
-
-Het neerstorten van zulke rotsmassa's is ten deele het gevolg van het
-afknagen van den voet door de bergstroomen. Maar deze alleen zouden
-niet zoo spoedig zulke groote hoeveelheden kunnen afbreken. Zij worden
-geholpen door het ijs. Overal is het inwendige der rotsen gebarsten,
-en in deze barsten dringt het water door, na als regen op het oppervlak
-gevallen en korter of langer tijd in de bovenste lagen vastgehouden
-geweest te zijn. In het najaar wordt het zoo koud, dat het water in
-deze spleten bevriest. Nu echter weet men, dat water bij het bevriezen
-met geweldige kracht uitzet. De barst wordt dan daardoor een weinig
-verwijd. Is dit juist zooveel, dat de steenmassa aan de vrije zijde
-daardoor losraakt, dan valt zij nog niet, want het ijs werkt ook als
-plakmiddel. Maar als dan in het voorjaar het ijs ontdooit, houdt het
-verband op, en de geheele steenmassa valt omlaag. Het is trouwens
-hetzelfde spel, dat zich in alle rotsachtige streken herhaalt, en
-waarvan men de verwoestende gevolgen ook in Zwitserland niet zelden
-waarnemen kan.
-
-De Canyons zijn in het algemeen kloven, die door de bergstroomen met
-behulp van dit proces in de gesteenten zijn uitgegraven. Het ijs werpt
-de rotsblokken omlaag, het water vervoert het gruis, en slijt de te
-groote blokken allengs af. Maar grootere en kleinere blokken, zoo groot
-als een kamer en meer, ziet men bijna overal in de rivieren liggen,
-soms zeer sierlijk met struikgewas begroeid. Langzaam wordt het dal
-dieper en breeder. Is het gesteente zacht, zooals in het Grand Canyon,
-dan wordt de kloof van boven betrekkelijk sterk verwijd; is het echter
-harder, zooals in de oude lava-stroomen en vooral in de basalt, dan
-is het dal dikwijls huizenhoog niet veel breeder dan waar de rivier
-er in stroomt. In deze twee gevallen ontstaan geheel verschillende
-landschappen, maar zoowel het eene als het andere oefenen op den
-bezoeker een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit.
-
-De kraters zijn uitgedoofd en de lava-stroomen verkoeld, en
-alleen de geysers en warme bronnen getuigen er nog van, dat de
-onderaardsche warmte hier dichter bij de oppervlakte komt, dan op
-de meeste overige plaatsen dezer wereld. Maar die uitdooving zelve
-is reeds van ouden datum. Na haar heeft hier, evenals elders, die
-bekende periode van koude geheerscht, waarin de gletschers geheele
-landstreken bedekten, en de hoofdrol in de geologische veranderingen
-van het aardoppervlak speelden. Voordat ik echter over deze ijsperiode
-spreek, is het misschien goed een vraag te vermelden, die de reiziger
-zich onwillekeurig stelt, en die vrij rechtstreeks tot een juiste
-voorstelling geleidt.
-
-Het Grand Canyon aan de Yellowstone-rivier, dat ik reeds eenige malen
-genoemd heb, is een klove van onovertrefbare schoonheid in vormen en
-kleuren, door de rivier in de vulcanische lagen gegraven. Het strekt
-zich over een twintigtal mijlen uit, en is op het schoonste gedeelte
-omstreeks 400 Meter diep. Het is een kloof in een uitgestrekt plateau,
-en een voortreffelijke rijweg voert op dit plateau langs den rand
-van den afgrond, terwijl in de diepte, waar de rivier bruist, het dal
-meest zoo eng is, dat er zelfs voor geen boom plaats is. Boven op dit
-plateau nu ligt, juist bij het meest imposante gedeelte van het Canyon,
-een eenzaam rotsblok, verscholen in het dennenbosch, half zoo hoog
-als de boomen. Maar het is thans een bekende curiositeit geworden,
-en de weg naar Inspiration-point voert er vlak langs. Gaat men even
-van den weg af om het nader te beschouwen, dan wordt men terstond
-getroffen door twee feiten. Ten eerste ligt het klaarblijkelijk los
-op den grond, zonder eenig verband met de onderliggende rotsen. Ten
-tweede echter bestaat het uit graniet, en geenszins uit vulkanische
-steen, zooals de geheele streek in de rondte. Het heeft een fraaie
-en gemakkelijk te herkennen granietstruktuur, die vooral daar goed
-te zien is, waar door het afvallen van kleine stukken, een gave
-breukvlakte aan den dag is gekomen.
-
-Van waar komt dit blok? Het ligt honderden meters boven de rivier, en
-is ook vele malen te groot en te zwaar om zelfs door den machtigsten
-stroom te kunnen worden vervoerd. Van waar komt het? Het moet
-natuurlijk eenmaal afgebroken zijn van een naburigen granietberg, en
-hierheen gebracht. Maar in den omtrek komen wel enkele hooge bergen
-voor, zooals Mount Washburn, maar die zijn uitgedoofde kraters en
-bestaan niet uit graniet.
-
-Uit graniet bestaan echter de Absaroka-gebergten, die ik ook reeds
-genoemd heb, en die op de oostelijke grenzen van het park gelegen
-zijn. Van uit het park ziet men ze, als het uitzicht vrij is, als een
-hooge keten van toppen, hier en daar op de hellingen met sneeuwvelden
-bedekt, op grooten afstand. Evenzoo vindt men hier en daar aan de
-andere zijden op en over de grenzen van het park granietgebergten. Maar
-dichterbij vindt men ze niet. Daaruit volgt dus met volkomen zekerheid
-de conclusie, dat dit blok van een der omliggende bergen, en wellicht
-juist van de Absaroka's, hierheen is gekomen.
-
-Zoo dit feit alleen stond, zou het natuurlijk moeilijk te gelooven
-zijn. Men zou zich niet goed een voorstelling van zulk een werking
-kunnen maken. Maar het staat volstrekt niet alleen. Zoodra men toch
-het park bij Gardiner binnen komt, rijdt men door een vallei, die
-met grootere en kleinere granietblokken als bezaaid is. Overal waar
-de weg in de heuvelhellingen is ingegraven, ziet men links en rechts
-dergelijke steenen in den grond. De geheele bodem bestaat hier uit
-een laag van granietsteenen, waarvan de tusschenruimten eenvoudig
-met verweerd graniet zijn aangevuld.
-
-Het vervoer van graniet heeft dus op zeer groote schaal plaats
-gevonden, en ging gepaard met een zeer aanzienlijke verweering van
-dit gesteente. Trouwens bijna in alle dalen van het park vindt men
-zulke blokken en zulke lagen, ofschoon natuurlijk geen van alle de
-afmetingen van dat beroemde blok bij Inspiration-point ook maar nabij
-komt. Er moet dus een werking geweest zijn, die in staat was bergen
-te splijten en den afval van alle kanten naar het park en over het
-park heen te vervoeren. Dat vervoer geschiedde in de richting waarin
-thans de beken en stroomen zich bewegen, en zich ten slotte alle te
-zamen vereenigd in Yellowstone-rivier, bij Gardiner uit het park naar
-het Noorden begeven. Want ook de vallei van deze rivier, tot voorbij
-Livingston, vertoont overal deze zelfde erratische [8] gesteenten.
-
-Om dit alles te verklaren, en in verband met hetgeen men omtrent de
-ijsperiode uit andere streken en landen weet, stelt men zich voor,
-dat in een tijd, toen het Grand Canyon nog niet bestond, en het
-plateau hier dus nog onafgebroken was, één enkele groote gletscher
-het geheele park bedekte. Ontstaande in de kloven en op de hellingen
-van alle omliggende bergen, bewoog zich dit ijs als een taaie maar
-buigzame massa over het park heen, en drong het door het enge Canyon
-van Yankee Jim in de vlakte van Cinnabar en Livingston. Waar het op de
-bergen langs de rotsen gleed, brokkelde het deze af, en beladen met de
-producten schoof het noordwaarts. Nu eens zullen de blokken bij dien
-val vergruizeld zijn, dan weer zal hetzelfde lot hen getroffen hebben,
-als zij ten slotte van het ijs afvielen, maar enkele blokken kunnen
-natuurlijk aan dit lot ontkomen zijn. Zulk een blok zou dan dat van
-"Inspiration-Point" zijn. En thans ligt het daar, om te getuigen van
-wat in lang vervlogen tijden, wellicht vóór er menschen in Amerika
-woonden, door de grootsche machten der natuur gewrocht is.
-
-Maar hoe verleidelijk het ook zij, ik mag hier niet over de ijsperiode
-uitweiden. Reeds lang genoeg heb ik mij met de geologische gesteldheid
-beziggehouden, en wil daarom hier de beschrijving en verklaring
-van wat ik gezien heb, eindigen om nog een enkel feit te vermelden,
-dat gebrek aan tijd mij belette te gaan aanschouwen. Maar het is te
-merkwaardig om het geheel onaangeroerd te laten.
-
-Op een plaats, genaamd Fossil Forests [9], doch niet aan de gewone
-touristen-route gelegen, heeft de rivier Lamar een diepe en enge
-spleet in den rotsachtigen grond gegraven. Daardoor zijn de boven
-elkander liggende lagen van deze rotsmassa plaatselijk zichtbaar
-geworden, en zij zijn het die de fossiele bosschen vertoonen. Stelt
-u voor, dat oudtijds een groot dennenbosch hier de vlakte bedekte,
-en dat dit plotseling door een lavastroom of door vulkanische asch
-bedolven werd. De stammen werden verkoold, doch konden door gebrek
-aan lucht niet verbranden. Eenmaal bedekt werden zij langzamerhand
-fossiel door het water dat het afgekoelde gesteente eeuwen lang
-doorsiepelde, en dat uit de steenmassa kiezelzuur oploste om
-dit weer in de stammen af te zetten. Van betrekkelijk zacht hout
-gingen zij in een glanzige steenmassa over, zoo hard als het beste
-vulcanische glas. Ondertusschen verweerden de bovenste lagen van de
-lava en vormden een grond, geschikt voor plantengroei. Een nieuw
-bosch ontstond boven op het oude, maar vroeg of laat zou ook dit
-weer door lava bedekt en versteend worden. Zoo ziet men hier in den
-vertikalen rotswand een aantal bosschen uit verschillende perioden
-boven elkander staan, gescheiden door lagen van verharde asch. Hier
-en daar zijn de stammen zeer goed bewaard gebleven. De stammen en de
-wortels ziet men van verre, van meer nabij onderscheidt men het hout
-en de schors; maar ook takken en dennennaalden, ja zelfs de gaten,
-die door rupsen in het hout geknaagd waren, kan men herkennen. Men kan
-de jaarringen tellen en vindt dan voor de dikste boomen een ouderdom
-van somwijlen 500 jaren, bij een diameter van 3 meter en meer. Op
-ééne plaats ziet men op den rotswand een grooten stam, die vóór de
-algemeene verwoesting omgevallen was, in horizontale richting tusschen
-de stompen liggen. Men heeft de opeenvolgende boschformaties geteld,
-en de ervaringen aan verschillende gedeelten vereenigend, is men tot
-de uitkomst geraakt dat ten minste negen- en waarschijnlijk twaalfmaal
-zulke bosschen bedolven en door nieuwe vervangen geworden zijn.
-
-Keeren wij echter terug tot het thans levende bosch, dat meer dan
-drievierde gedeelte van het park bedekt en nagenoeg overal, zoowel op
-de hellingen der bergen als op de vlakten, gezien wordt. Wat mij in dit
-bosch het meest trof, was de omstandigheid dat de grond overal bezaaid
-is met doode stammen en dat ook tusschen de levende boomen de doode nog
-staan blijven totdat zij omvallen. Soms ziet men de doode stammen bij
-honderden boven de toppen der levende uitsteken. In vergelijking met de
-dennenbosschen in Europa en met name in de Zwitsersche Alpen maken deze
-tallooze meest sterk gebleekte, soms bijna geheel vermolmde stammen
-een eigenaardigen indruk. Zonder twijfel behoort ook de dood tot de
-natuur, en is het sterven van boomen een zeer natuurlijk verschijnsel,
-een normaal bestanddeel van het wezen van een bosch. Toch is er iets
-weemoedigs en iets onvolkomens in al die afgestorven overblijfselen,
-iets wat den indruk sterk vermindert, en zoowel aan het liefelijke
-als aan het grootsche merkbaren afbreuk doet.
-
-Het dennenbosch bestaat geheel uit ééne soort van den, den reeds
-genoemden Pinus contorta var. Murrayana, die lodge pine, pole pine
-of black pine (zwarte den) genoemd wordt. Voor timmerhout zijn de
-stammen geheel zonder waarde, voor telegraafpalen en overeenkomstige
-doeleinden zijn zij bruikbaar, en natuurlijk ook voor brandhout. Maar
-in een onbevolkte streek zooals deze zou zelfs een verlof tot
-het wegvoeren der doode stammen in dit opzicht geen verbetering
-aanbrengen. Alleen rondom de hôtels zijn zij weggehaald, om voor
-brandstof te dienen. Daarbij komt nog een andere reden. In de droge
-maanden vormen deze liggende stammen groot gevaar met het oog op
-boschbranden, die door dit doode en droge hout sterker voortgeplant
-worden dan door de levende boomen.
-
-De zwarte den is een vreemde boom. Inplaats van de krachtige stammen
-en uitgespreide kronen van onze dennen heeft hij een dunnen slanken
-en zeer hoog opgroeienden stam, die van onderen tot boven met takken
-bezet is. Maar die takken zijn nagenoeg alle even zwaar en even lang,
-zoodat een kaarsvormige gedaante ontstaat, herinnerende aan die der
-Californische reuzenboomen. De naalden blijven langer aan de takken,
-en niet zelden ziet men stamgedeelten van 10 of meer jaren ouderdom
-nog met de naalden overdekt. De vruchten zijn talrijke, maar kleine
-kegels. Een zeer opvallende eigenschap is, dat vele stammen zich in
-twee gelijke, en bijna tegen elkander aan gedrukt omhoog groeiende
-takken splijten. Dit kan zich herhalen, zoodat niet zelden een stam,
-die van onderen enkelvoudig en betrekkelijk dun is, naar boven in zes
-of acht, of zelfs in tien tot twaalf rechtopstrevende armen gesplitst
-is. Overal zag ik die splitsingen; soms zoo talrijk, dat minstens
-elke vierde boom er een of meer vertoonde.
-
-Zeer gevoelig is de zwarte den voor vrijen stand. De bosschen zijn
-altijd ijl, doorzichtig, nooit een gesloten massa vormende zooals
-onze dennenbosschen. Elke boom staat dus op zich zelf. Maar dit is
-voor een zwarten den nog lang niet genoeg. Hij wenscht rondom de
-ruimte te hebben, en door geen soortgenoot of anderen boom belemmerd
-of beschaduwd te worden. Heeft hij zulk een stand van jongs af gehad,
-dan wordt de vorm zeer statig. In verhouding tot de hoogte wordt de
-stam dan dik, en hij blijft van onderen tot boven rondom met groene
-zijtakken omgeven. Het is nog wel niet de trotsche pyramide van onze
-sparren, maar nadert er toch zeer toe. Het verschil tusschen zulke
-vrijstaande exemplaren en de andere is zoo groot, dat leeken de beide
-vormen voor verschillende soorten houden.
-
-Maar zulk een stand is zeldzaam. Meest staan zij dicht opeen,
-en zelfs waar het jonge gras opschiet ziet men ze veel te dicht
-staan. Het gevolg is, dat de stammen zeer hoog en dun worden. Zij
-kunnen zoo dun worden, dat zij hun eigen kroon niet kunnen dragen,
-en slechts door hun buren rechtop gehouden worden. Komen die buren
-te vallen, dan buigt zulk een stam zich ter aarde, en ik zag er,
-die ongebroken, met de kroon op den grond lagen, terwijl de jonge
-toppen van de zijtakken zich weer alle omhoog gebogen hadden.
-
-Hier en daar is een boschbrand de schuld van het voorkomen van
-veel doode stammen, die dan kaal en naakt boven het opstaande
-jongere geslacht uitsteken. Maar overal ziet men in het bosch
-boomen sterven. Meestal zijn het de oudere, enkele malen ook
-jongere. Gewoonlijk sterven de takken van onderen af, door den te
-dichten stand, en allengs is alleen de topkroon nog groen. Later
-sterft ook die, zonder dat men de reden zien kan. In droge streken
-zou men meenen, dat watergebrek hierbij een rol speelt, en dat
-talrijke jonge en krachtige exemplaren het water zoo sterk tot zich
-kunnen trekken dat er voor de oudere en zwakkere niet genoeg meer
-overblijft. Maar hier is geen gebrek aan water. Het droge seizoen
-duurt slechts kort, en regens zijn in den zomer zeer talrijk, en
-geven, te oordeelen naar de onweersbuien die ik bijwoonde, een zeer
-voldoende hoeveelheid water. Ook is de den niet zeer gevoelig voor
-verschillen in watergehalte, want hij groeit zoowel op de hellingen
-en in de spleten van afgevallen rotsblokken, als aan den oever der
-meertjes en in de moerassige velden.
-
-In verband met het bovenstaande moge hier opgemerkt worden, dat
-het bosch geheel zonder menschelijke zorgen is. Het plant zich zelf
-voort. Overal ziet men dan ook jonge en oude exemplaren en dennen van
-alle leeftijden dooreen, en dit geeft natuurlijk een hoogen graad
-van onregelmatigheid en ijlte. De doode boomen vallen zooals zij
-kunnen en liggen dan ook dikwijls schuin met den stam in de kroon
-van andere. Andere boomsoorten zijn er maar weinig. Langs de randen
-en langs de beken en stroomen ziet men nog al eens sparren (Abies
-subalpina), met een grijsblauw loof, die daarom hier zilverspar heeten,
-maar die niet overeenkomen met hun hollandschen naamgenoot. Enkele
-andere soorten van sparren, nl. de Douglas-spar (Pseudotsuga mucronata)
-en de Engelmann-spar (Picea Engelmanni) zijn zoo zeldzaam, dat zij
-eigenlijk geen invloed op het landschap uitoefenen.
-
-Dit doen daarentegen een paar loofboomen wel. Het zijn populieren
-en wilgen, van elk ééne soort, en te zamen alle loofboomen van het
-geheele park uitmakende. De populier (Populus tremuloides) gelijkt
-sprekend op onze gewone klaterpopulier, maar heeft wat kleiner blad en
-wat slanker gestalte; hij vormt tegen de berghellingen soms geheele
-bosschen van een blauw-groene kleur, waartusschen dan de donkere
-dennen een scherpe tegenstelling vormen. De wilgen groeien langs de
-rivieren en in de moerassen; zij zijn meestal ternauwernood manshoog,
-maar bedekken uitgestrekte vlakten van den vochtigen bodem. Aan de
-zeer smalle bladeren zijn zij gemakkelijk te herkennen.
-
-Het bosch heeft, trots zijn doorzichtigheid, zeer weinig
-onderhout. Kleine, meest kruipende heestertjes vormen zoden op den
-grond, doch veelal is die kaal. De kruipende jeneverbes, hier kruipende
-ceder genoemd (Juniperus sibirica), is een zeer fraaie vorm, vooral
-als hij over rotsblokken als een gordijn omlaag hangt. Een andere
-soort van hetzelfde geslacht, de roode ceder (Juniperus scopulorum),
-groeit recht omhoog, en vormt, vooral bij Mammoth Hot Springs, hooge
-en zeer gevulde boompjes, vol bessen, die nu nog groen waren. Groene
-zoden van een meter en meer, plat op den grond liggend en dikwijls
-eveneens vol beladen met bessen, maar met ronde blaadjes, behooren
-tot de berenbes, zoo genoemd omdat de bessen, ten minste van sommige
-soorten van dit geslacht (Arctostaphylos), behaard zijn, terwijl bijna
-alle andere soorten van bessen een onbehaarde schil hebben. De bessen
-zijn eetbaar en zeer gezocht en waren den Indianen goed bekend; zij
-noemden ze Kinnikinick, en dien naam hebben deze planten ook nu nog
-behouden. Van de schors maakten de Indianen een soort van tabak. Andere
-lage besdragende heestertjes zijn er in talrijke soorten; ik noem
-daarvan een lage soort van Mahonia, wier blauwe bessen in trosjes
-uit de naakte rots schijnen te komen, en een zeer kleine boschbes,
-klein van struik en blad en klein van bes, maar uiterst algemeen,
-evenals onze gewone blauwe boschbes. De besjes zijn echter rood.
-
-Wilde bloemen zijn er in het eigenlijke bosch niet veel. Deze komen
-eerst aan den rand voor den dag, zooals de wilde roode roosjes,
-maar vooral op de graslanden, die hier en daar op de vlakte met het
-bosch afwisselen. Uitgestrekte weiden leveren een uitstekend voedsel
-voor wilde herten en antilopen en ten deele ook voor enkele kudden
-vee. Gramma-gras en buffalo-gras vormen er een groot gedeelte van, maar
-het bunch-gras is verreweg het belangrijkste en algemeenste. Enkele
-europeesche grassoorten spelen een belangrijke rol, zooals Festuca
-ovina en Koeleria cristata. Daartusschen ziet men tallooze bloemen in
-allerlei kleuren. Vóór allen de blauwe gentiaan, die een van de meest
-gewone sieraden dezer weilanden is (Gentiana detonsa). Groote blauwe
-bloemen op dunne slanke stelen, elk met vier wijduitstaande slippen
-prijkend, en niet zooals de groote gentianen bij ons, met een weinig
-geopende kroon. Maar de fraaie goudgele stippels en het donkere blauw
-van onze soort missen de amerikaansche, zij gelijken veel meer op
-een sterk vergroot beeld van onze kleine duin-gentianen. Afwisselend
-met deze zag ik de roode kwastjes der paint-brush, en de gele pluimen
-der guldenroeden. Alle drie deze soorten zijn zoo veelvuldig en zoo
-in het oog loopend, dat zij in groote bouquetten ter tafelversiering
-in de hôtels gebruikt worden.
-
-Donkere Aconieten en sierlijke akeleien groeien meer in het bosch
-(vooral Aconitum columbianum en Aquilegium flavescens), een soort van
-edelweiss, zeer gelijkend op onze inlandsche soort (Gnaphalium dioicum)
-en enkele immortellen vindt men eveneens overal. Lelieachtige gewassen,
-blauwe lupinen, paarsche asters, gele Doronicums, alpen-aardbeziën
-en allerlei andere, min of meer van hun europeesche geslachtsgenooten
-afwijkende vormen ziet men overal. Sierlijke, groenkronige orchideeën
-met gedraaide reeksen van bloemen vond ik soms dicht bij de randen
-der kokende Geysers.
-
-Tegenover deze typische en locale flora, waarvan ik gaarne nog
-allerlei andere voorbeelden zou opnoemen, staan enkele klaarblijkelijk
-europeesche indringers. Het gewone duizendblad (Achillea Millefolium)
-volgt de nieuwe wegen en zelfs de kamille zonder straalbloemen,
-die in Europa eerst in de laatste tientallen van jaren zich zoo snel
-uitbreidt, is hier tot in het hart van het park doorgedrongen. Ik zag
-ze rondom de hôtels, vooral in het Lower-Geyser-bassin. Merkwaardig
-is ook dat de wilgeroosjes (Epilobium angustifolium) met hun lange
-rechtopstaande trossen van roode bloemen, hier evenals bij ons op de
-heiden, zeer algemeen zijn.
-
-Yellowstone-Park is een hoog plateau. De bergen steken slechts
-weinig boven de vlakte uit. Eigenlijke sneeuwtoppen zijn er niet,
-maar toch ligt er in de canyons der hoogste bergen in Augustus nog
-vrij veel sneeuw. Op groote afstanden ziet men de schitterend witte
-velden en strepen. De bergen hebben meest glooiende, hoewel vrij
-steile hellingen, en deze zijn tot op de kammen met het dennenbosch
-begroeid. Slechts hier en daar ziet men naakte rotsen, of hellingen die
-met groote steenblokken bezaaid zijn. Doch daarover heb ik thans niet
-te spreken. Het hoogplateau is uit den aard der zaak moerassig. Nu
-eens vormt het uitgestrekte vochtige weilanden, met een natuurlijke
-draineering, dan weer echte moerassen met stroompjes en plassen en
-meren. Hier tiert een moeras-vegetatie in groote weelderigheid. In
-de geslachten komt zij met onze waterplanten overeen, en zelfs de
-gele waterleliën (Nuphar) ziet men hier veelvuldig en in groote
-aantallen. Biezen en bloembiezen, zeggen en grassen en allerlei
-gewone waterplanten vormen de hoofdmenigte. In enkele plassen
-zag ik de lidsteng of Hippuris in groote hoeveelheid, in andere
-vooral veen-vormende mossoorten. Zoutgrassen, overeenkomende met
-onze Triglochin's, maar grooter en frisscher, groeiden vooral op de
-natste plaatsen.
-
-Een van de meest aantrekkelijke zijden van het park is de rijkdom
-aan fraaie wilde bloemen, die groote overeenkomst vertoonen met de
-europeesche alpenplanten. Zij geven de kleuren en de afwisseling aan
-de hellingen en de vlakten. Moge het bosch zwart en eentonig zijn,
-de bloemen verlevendigen het in zoo hooge mate, dat zij de aandacht
-van alle toeristen trekken, en dat bouquetten plukken een der meest
-geliefde bezigheden is. Groote donkerblauwe gentianen kleuren de weiden
-in strepen en vlekken, of wisselen op de moerassige plaatsen met de
-rose-roode en oranje kwasten van de Indian paint brushes (Castilleia)
-af. Overal vindt men bloemen. Ternauwernood verdwijnt de sneeuw of
-zij verheffen hare hoofden, en in onafgebroken afwisseling blijven
-zij een sieraad van veld en boschrand, totdat, drie maanden later, de
-sneeuw wederom een einde aan haar leven maakt. Snel volgen de soorten
-elkander op, want de tijd is kort. Maar wat aan den duur ontbreekt,
-wordt door het aantal vergoed.
-
-Meest zijn het lage planten, of soorten die haar bloemen even boven
-het gras uitsteken. De manshooge bloemplanten, die in Zwitserland in de
-bosschen der lagere bergstreken een zoo belangrijke rol spelen, zag ik
-hier zoo goed als niet. Meest ook zijn de bloemen niet zeer groot en
-niet tot rijkbeladen trossen vereenigd. De grootte van vlasbloemen is
-hier wel de meest algemeene, maar het vlas zelf, hoewel zeer veelvuldig
-en blauw bloeiend, is een andere soort dan het onze, Linum perenne,
-en belangrijk om de vruchten, die openspringen en de zaden uitwerpen,
-terwijl het gekweekte vlas juist in het dichtblijven der vruchten een
-zoo uitstekend middel heeft, om het verlies van zaad vóór en bij het
-oogsten te voorkomen.
-
-Grootere bloemen vertoont het roode Bitter-Root, Lewisia rediviva,
-een voorjaarsplant, en vrij groote schermen van zwavelgele
-bloemen vertoonen de Eriogonums, die, in verschillende soorten, de
-berghellingen tijdens mijn bezoek bijna overal bedekten. Allerlei
-immortellen ziet men, witte, grijs-grauwe en gele, en onder deze is
-vooral de Everlasting of the East (Anaphalis) zeer algemeen. Gewone
-blauwe klokjes (Campanula rotundifolia), Penstemons, Geraniums,
-verschillende soorten van Oenothera's, Monkey-flowers of Mimulus en
-tal van andere zouden genoemd kunnen worden.
-
-De mooiste bloem die ik zag is de Mentzelia. Het zijn helder witte
-bloemen zoo groot als Papavers, en door een groot aantal meeldraden
-daaraan herinnerend, maar met talrijke smalle bloembladeren, die op
-een grijsgroen, sterk vertakt, doornachtig gewas groeien. Bij Mammoth
-Hot Springs, en vooral langs den weg die onderlangs dit dorpje voert,
-zag ik ze in groot aantal. Zij openden hun bloemen tegen den avond, en
-herinnerden dan in sterke mate aan den nachtcactus, met welks bloemen
-men ze op een afstand gemakkelijk kon verwarren. Maar zij behooren
-tot een geheel andere familie, namelijk tot die hevig brandende,
-meest met oranje bloemen versierde planten, die in onze tuinen soms
-als Loasa gekweekt worden. De Mentzelia's echter branden niet, maar
-treffen u door een rijken en aangenamen reuk, vooral des avonds, als
-de bloemen open zijn. De gelijkenis op den genoemden Cactus is oorzaak
-dat deze bloem, die ook in de omliggende woestijnen niet zeldzaam is,
-met den naam van Night blooming Cactus [10] wordt aangeduid.
-
-Omtrent het zooeven genoemde Bitter-Root valt nog op te merken,
-dat het in ongunstige jaren zeer zeldzaam, doch in betere jaren
-soms zeer algemeen is, vooral rondom Mammoth Hot Springs. Het heeft
-fraaie stervormige bloemen, die op korte stelen dicht boven den grond
-groeien. De Indianen gebruikten de wortels als voedsel, en later is
-deze bloem gekozen om de State-flower van Montana te zijn.
-
-Vergeetmijnietjes zijn vertegenwoordigd door Myosotis alpestris,
-Primula veris door een verwante soort, de Clematis gelijkt in
-hooge mate op onze heggeranken, ofschoon de soort een andere is
-(C. Douglasii). Zoo zou ik voort kunnen gaan, maar liever dan
-zulk een algemeen overzicht te geven, wil ik trachten den indruk te
-schetsen dien ik op een wandeling in het bosch en langs de boschbeken
-gekregen heb. Het was dicht bij het hôtel bij het meer. Rondom
-het Yellowstone-meer is het bosch mooier dan in de streek der
-geyser-bassins. De boomen zijn voller in hun groen; minder talrijke
-doode stammen ontsieren het bosch, en de flora is rijker. Wellicht
-staat dit in verband met de minder scherpe tegenstelling van dal en
-berg en met de talrijke beekjes, die hier van de bergen afvloeien. Die
-beekjes loopen dan niet over rotsblokken springend omlaag, maar vormen
-een smal dal, met drassigen bodem. Op dien bodem ziet men dan geen
-dennen, maar dicht gras. Deze smalle dalen zijn zoo moerassig, dat
-zij dikwijls moeilijk toegankelijk zijn, en de wegen, die er dwars
-overheen gaan, zag ik dan ook met dennenstammen hard gemaakt, evenals
-bij ons de oude veenwegen, die uit dwarsliggende dennenstammen gemaakt
-werden. In die dalen zijn de talrijke omgevallen dennenstammen voor
-den plantenzoeker dikwijls het eenige middel om zijn doel te bereiken,
-en van stam op stam stappende vond ik allerlei bloemen. Sterk werd
-ik herinnerd aan de overeenkomstige dalen in de Alpen en in het
-Schwarzwald.
-
-Ook op de hellingen liggen talrijke doode stammen. Het zijn meest de
-dunste en ijlste boomen van het bosch, en deze groote sterfte maakt
-dan den indruk van een zelfreiniging, waarbij de zware stammen meer
-ruimte voor hun groei krijgen. Merkwaardig is, dat bijna al deze
-stammen zonder schors zijn; de schors vergaat hier sneller dan het
-hout en de witgrijze tint, die het hout aanneemt, doet de stammen
-sterk in het oog vallen. Deze afwezigheid van de schors doet enkele
-eigenschappen van het hout gemakkelijk waarnemen. Allereerst den loop
-der vezels en der barsten. Deze is slechts in weinig stammen evenwijdig
-met de as, maar loopt er gewoonlijk in een schroeflijn om heen. En
-wel in talrijke windingen, iets wat natuurlijk voor de duurzaamheid
-van planken, die men er uit zou willen maken, zeer nadeelig is;
-daarenboven barst en scheurt het hout zeer sterk, en in de barsten
-en scheuren rot het spoedig, zoodat men dikwijls stammen vindt, die
-men met den voet in dunne plankjes uiteen kan drukken. Die plankjes
-loopen dan in de richting der beschreven barsten.
-
-Een andere bizonderheid van de dennen valt overal op, namelijk de
-neiging om heksenbezems en knoesten te maken. Of eigenlijk moet
-ik dit een vatbaarheid noemen voor de ziekten die de oorzaak van
-den afwijkenden groei zijn. De heksenbezems zijn takken die als
-dikke bezembundels vertakt langs den stam omlaag hangen en dikwijls
-vruchteloos trachten zich op te richten. Vlak bij den stam is zulk een
-tak dan knoestig. Tusschen de gezonde, dwars uitstaande en gelijkmatig
-omhoog gebogen takken vallen deze zonderlinge vormen zeer sterk in het
-oog. De knoesten ziet men meest aan de stammen, die zij op de vreemdste
-wijze doen draaien en opzwellen, en in het rustiek gebouwde Hôtel van
-het Upper-Geyser-bassin heeft men van die knoesten aan trapleuningen
-en zuilen een eigenaardig gebruik gemaakt, om daardoor het landelijke
-van dit bijna geheel uit ongezaagde boomstammen opgetrokken gebouw nog
-te verhoogen. Van de brosheid van het hout overtuigt men zich het best
-als men stammen ziet die omgevallen en daarbij in hun midden dwars
-doorgebroken zijn. Dit omvallen schijnt elken winter te gebeuren,
-en hier en daar zag ik de stammen nog schuin over de rijwegen in het
-bosch liggen.
-
-Aan kleine heesters is het bosch niet rijk. Kruisbessen, wier
-bessen niet grooter zijn dan erwten; Cotoneasters met even kleine
-mispelachtige vruchten; bloeiende roosjes, enkele berken en in de
-moerassige dalen vooral wilgen in verschillende soorten. Bizondere
-opmerkingen verdient de Elaeagnus of het zilverblad, kenbaar aan
-het zilver-overtreksel van de onderzijde der bladeren, dat met de
-loupe blijkt uit tallooze fijne stervormige schildjes te bestaan. Ik
-vond er hier geen vruchten aan, maar in Noordelijk Californië zag
-ik de takken beladen met de roode bessen, sierlijk gebogen onder
-dien last. De bessen zijn eetbaar, en zooals ik elders opmerkte,
-tracht Burbank ze te veredelen om ze tot een gewone tafelvrucht te
-maken. Overal over rotsblokken en omgevallen stammen, zoowel tegen
-de hellingen als in de moerassen, ziet men een heestertje dat groeit
-als de Azalea's der Alpen, en dat tot een bizonder geslacht, Ledum,
-behoort, omdat zijn vijf witte bloemblaadjes los van elkander op den
-bloembodem ingehecht zijn. Meest waren zij uitgebloeid, maar hier en
-daar zag ik toch nog de ronde, helder witte schermen der bloemen. Zeer
-kleine boschbessen, wier vruchten op roode kraaltjes gelijken, ziet
-men bijna overal in de menigte, en hier en daar ook eene andere soort,
-overeenkomende met de moeras-boschbes.
-
-Een groot aantal wilde planten herinnert sterk aan onze
-alpen-planten. Het zijn meest lage gewassen met groote bloemen
-of rijke tuilen of trossen. Langs kabbelende beekjes zag ik een
-rondbladerige steenbreek bloeien, gelijk aan onze Meniste-zusjes,
-maar met sappig blad. Donkerblauwe aconieten en lichtgele akelei;
-groote gele Trollius, talrijke soorten van Potentilla en van
-Geum, de hooge witte alpenklaver, allerlei soorten van eereprijs,
-bloembiezen, Hedysarum, witte en roode Geraniums, Composieten als
-Doronicum en Arnica, alpen-aardbeziën en allerlei andere soorten
-kunnen hier genoemd worden. Een veelknoop hield het midden tusschen
-onze dubbelgedraaide soort (Polygonum Bistorta) en de kleine verwanten
-der alpen (P. vivipara). De Primula's waren vertegenwoordigd door
-de fijne langstralige schermen van een witbloeiende Androsace. Van
-de Mimulus zag ik niet alleen de gele, maar ook een fraai paarsroode
-soort in menigte langs de beekjes.
-
-Typische geslachten ontbraken natuurlijk niet, deels zulke, als men
-bij ons niet ziet, deels die bij ons in botanische tuinen gekweekt
-worden. Onder de eerste noem ik de sierlijke roode penseeltoppen
-van den Indian paint brush (Castilleia), een andere soort dan aan
-de kusten van Californië, slanker en minder behaard, maar met toppen
-van roode schutbladen evenals deze. Verder een lichtgele Eriogonum,
-een der alleralgemeenste bloemplanten overal waar het bosch maar
-eenigszins open is. Onder de laatste groep verdient allereerst een
-Phlox genoemd te worden. Het is een laag kruipend plantje met vrij
-groote witte bloemen, die alleen staan, doch overigens met die van
-onze najaars-seringen overeenkomen. De bladeren zijn naaldvormig. De
-bloemen waren nu eens vijf- dan weer vierstralig. Een fijne soort van
-Polemonium met blauwe bloemen, en een soort van Phacelia met rozetten
-van wortelbladeren en opstijgende stengels, die kluwens van bleek
-purperen bloemen droegen, en eindelijk de meest gewone plant dezer
-bosschen, de blauwe lupinen, waarvan men overal de vingervormige
-bladeren en de blauwe bloemtrossen ziet. Van deze soort vond ik ook
-een wit en een rose exemplaar. Trouwens ook van de blauwe gentiaan
-en van de gewone blauwe klokjes trof ik in dit bosch een enkele maal
-een groepje met zuiver witte bloemen aan. De variabiliteit is hier
-dus al juist zooals bij ons.
-
-Een vrij groot aantal soorten komt met bij ons inheemsche wilde planten
-min of meer overeen. Onder deze trof mij vooral de Parnasbloem. Onze
-Parnassia heeft vijf groote, breede witte bloembladeren, die elk
-een straalvormig vertakt, groen en geel, schubvormig aanhangsel
-dragen. Die aanhangsels zien er uit als onechte meeldraden. Hier
-bloeide de Parnassia langs de beken met smalle witte bloembladeren,
-die ter weerszijden een fraaie witte franje droegen, en hadden zij
-elk een kort en onvertakt, groen en geel gekleurd kliertje. Overigens
-was de bouw van de bloem en de plant dezelfde als bij onze soort. Van
-het wintergroen of Pyrola bloeiden hier twee soorten. Een precies
-zoo als de onze, die in onze duinvalleien zoo heerlijk ruikt, maar
-hier had de plant vrij donker roode bloemen. De andere kwam meer
-met de Pyrola secunda overeen, daar alle bloemen naar eene zijde van
-den tros overhingen. Kleinbloemige witte Orchideeën waren talrijk,
-en een andere plant, een soort van Pedicularis, geleek sprekend op
-een roode Orchidee met smallen tros, b.v. op een Gymnadenia. Het was
-de Olifantsbloem, zoo genoemd omdat uit den groenen kelk een kroon
-uitsteekt, die precies op een olifantskop gelijkt. Men ziet den kop
-met den eerst omlaag, daarna omhoog gebogen, dunner uitloopenden
-snuit, en terweerszijden van den kop twee groote olifantsooren, maar
-van rose kleur. Enkele andere soorten mogen nog genoemd worden. Een
-kruisbloem als onze Sisymbriums viel op, doordat de lange groene
-hauwen steeds loodrecht langs den tros naar beneden hingen, inplaats
-van rechtop te staan. Verder zag ik Asters in alle kleuren, van zuiver
-blauw tot zuiver rood, zeer talrijk, maar steeds als lage planten,
-een plantje dat veel op Salomons-zegel geleek, maar niet bloeide
-(Smilacina), Gnaphalium's, beek-Veronica's, roodbloemige uien, gele
-Sedums, biezen en bloembiezen, wederikken en grassen, te veel om op
-te noemen. Langs de beken groeide een fijne smeerwortel met lange
-smalle helder blauwe bloemen.
-
-Mossen en korstmossen, gallen en vergroeningen zag ik hier en daar
-in vormen met de onze overeenkomende. Het schildmos of Peltigera, en
-het bekermos of Cladonia was van onze soorten niet te onderscheiden,
-evenmin het haarmos of Polytrichum. Op doode boomstammen groeide
-een fijn vertakt korstmos, als onze grijze Ramalina's, maar geheel
-zwavelgeel, en daardoor bizonder fraai. De wilgen droegen ronde gallen
-en door 't blad heen gegroeide, evenals er bij ons door bladwespen
-op gemaakt worden, en de meest merkwaardige vergroeningen van bloemen
-toonden het duizendblad en eenige andere planten.
-
-In het algemeen was de indruk van de flora in het begin als die
-van een geheel vreemde, maar veranderde die indruk bij het nader
-bezien der bloemen zeer spoedig. Dezelfde typen en dezelfde vormen,
-die wij uit ons eigen land en uit Duitschland en Zwitserland kennen,
-vindt men hier, maar bijna altijd met soortgelijke verschillen. Men
-herkent ze gemakkelijk en is toch getroffen door hun bizondere, soms
-zeer merkwaardige eigenschappen. Meer rijkdom dan bij ons schijnt de
-flora hier niet te bieden, terwijl het voorkomen van groote bloemen
-of bloemgroepen met treffende kleuren aan de valleien in onze duinen
-en op onze Noord-Hollandsche eilanden en verder aan de weilanden op
-de Alpen herinneren.
-
-
-
-Na deze beschrijving van de landstreek en haar bloementooi ga ik over
-tot de bespreking der warme bronnen en geysers, en begin met die,
-welke den naam Mammoth Hot Springs voeren. Zij vormen het eerste punt,
-dat de reiziger bezoekt, als hij van Gardiner, in het Noorden, het
-Yellowstone-park ingaat. Dit punt ligt ruim een uur rijden ten zuiden
-van den ingang van het park. Men vindt hier, zooals ik reeds opmerkte,
-een hôtel en het militaire station, dat het centrale punt voor den
-politie-dienst in het park is. De behoeften, daaruit ontsproten,
-hebben allengs rondom deze twee een klein dorp van winkeltjes en
-werkplaatsen doen ontstaan. Een post-bureau, een curiosity-shop [11]
-een winkel met kunstmatige versieringen uit de bronnen, en de stallen
-van de transportatie-maatschappij zijn daaronder voor de bezoekers
-de belangrijkste.
-
-De warme bronnen bevinden zich op de uitloopers van een der omliggende
-bergen. Voor het grootste gedeelte liggen zij verscholen in het
-bosch, maar schuin tegenover het hôtel is de berg, die ze draagt,
-bijna geheel zonder boomen, een krijt-witte, afgeronde massa vormend,
-die, van het hôtel uit gezien, onsierlijk is en in de zonnestralen
-te sterk schittert, maar die van nabij bezocht als het ware bezaaid
-is met de grootste wonderen der natuur.
-
-Deze bronnen kan men in de eerste plaats verdeelen in werkzame
-en uitgedroogde. Slechts een klein deel is feitelijk werkzaam, en
-daarvan zijn de meeste op den bedoelden heuvelrug vereenigd. Maar
-ook op dezen rug en op de hellingen bedekken zij niet het geheele
-oppervlak. Integendeel zou men kunnen zeggen dat de geheele berg uit
-opgedroogde bronnen bestaat, hier en daar afgewisseld met enkele
-werkzame. Men kan dan ook nagenoeg overal loopen en een aantal
-voetpaden doorkruisen de streek. Op die voetpaden moet men bij voorkeur
-blijven, want het gesteente is zacht en wordt gemakkelijk tot poeder
-vertrapt. Waar niet geloopen wordt, vertoont het daarentegen overal de
-gekronkelde lijnen, die eenmaal elk de omtrek waren van een bassintje
-met warm water. Zoo is de geheele berg, zoowel in het bosch als op
-de onbegroeide gedeelten.
-
-De bedoelde heuvel, waarop de meeste bronnen zijn, loopt langzaam
-op tot omstreeks 100 M. boven de vlakte van het dal, waarin
-het dorp gelegen is. Het is een uitlooper van een hoogeren berg,
-die er achter gelegen is. Deze berg zelf heeft geen warme bronnen,
-behalve in de onmiddellijke nabijheid van zijn voet. Maar er zijn nog
-meer zulke bronnen-rijke uitloopers, die, van het hôtel uit gezien,
-meer naar achteren liggen, en waarlangs de rijweg de toeristen eerst
-den volgenden dag voert. Op die uitloopers echter zijn de bronnen,
-met zeer enkele uitzonderingen, sinds eeuwen droog, en ziet men
-nog slechts de gesteenten die zij voortgebracht hebben. De hoogste
-uitlooper heet Terrace Mountain en is 500 M. hoog.
-
-Het gedeelte dat gewoonlijk bezocht wordt, wordt eenvoudig "the
-terraces" [12] genoemd, omdat de afzettingen rondom de bronnen steeds
-den vorm van terrassen aannemen en dit vooral dan duidelijk doen,
-als zij zich op een hellend gedeelte van den heuvel bevinden. Het
-beste denkbeeld van de uitgestrektheid dezer formatie verkrijgt men
-als men weet dat volle twee uren noodig zijn om de gewone wandeling
-langs de merkwaardigste punten van "the terraces" te maken, waarbij
-men dan Terrace Mountain slechts uit de verte ziet. Want de geheele
-formatie strekt zich over een lengte van ruim drie mijlen langs de
-Gardiner-rivier uit.
-
-Vele terras-groepen, en vooral die, welker bronnen op dit oogenblik
-werkzaam zijn, hebben afzonderlijke namen ontvangen, en door
-naambordjes wordt men hieromtrent ingelicht, als men zonder gids deze
-wonderen bezoekt. En dit doet men bij voorkeur, want ze zijn te schoon
-en te treffend, en vooral te rijk aan afwisseling om ze door de oogen
-van een ander te bekijken, en om daarbij niet wat verder te gaan dan
-de gewone routine.
-
-Een overzicht over de voornaamste bronnen moge eenig denkbeeld geven
-van wat de natuur hier biedt. Allereerst ziet men, van het hôtel uit,
-vóór den berg en vrij op de vlakte van het dal staande, een hoogst
-eigenaardigen kegel, den Liberty-cap [13]. Dit is eigenlijk meer een
-zuil met afgeronden top dan een kegel. De zuil is 17 meter hoog en
-7 meter in diameter en bestaat als het ware uit een aantal schotel-
-of panvormige schalen, die omgekeerd op elkander gestapeld zijn. De
-randen zijn door den tand des tijds ruw afgebroken en de bovenste
-schalen hebben den vorm, die aanleiding gegeven heeft tot den
-naam. Een weinig verder op, en leunend tegen den heuvelrand, staat
-een kleine dergelijke zuil met minder afgebroken schalen, en dus nog
-bijna geheel door de buitenste laag bedekt. De naam duidt ook hier
-eenigszins den vorm aan en luidt "Devil's thumb" [14]. Beide kegels
-zijn oude formaties en brokkelen voortdurend af. Het eerste blijkt
-uit de talrijke roodbruine korstmossen, waarmede zij begroeid zijn,
-en het laatste uit de afgevallen brokken der schalen, die rondom hen
-op den grond liggen.
-
-Gewoonlijk gaat men den heuvel aan de noordelijke zijde op, om langs
-de zuidelijke, dat is die waar hij aan de hoogere bergen aansluit,
-terug te komen. Men bezoekt dan de beide fraaiste terrassen het eerst,
-en krijgt, daar zij zeer verschillend zijn, een voorloopig overzicht
-over hun formatie. Het eerst bereikt men, halverwege de hoogte van den
-berg, het Minerva-terras, daarna, op het eind van den heuvelrug, het
-terras van Jupiter. Dit laatste geeft het beste denkbeeld. Het bestaat,
-als men het van een hoogeren bergtop beschouwt, uit twee donkerblauwe
-oogen. Het zijn twee groote natuurlijke vijvers, die bijna rond en
-met een prachtig doorschijnend donkerblauw water tot aan den rand toe
-gevuld zijn. De rand en de bodem, voor zoover men die zien kan, zijn
-van het zuiverste wit, en overal golvend. De kleurschakeeringen, die
-daardoor ontstaan, zijn onovertreffelijk schoon, en het is een groot
-genot in de heldere blauwe diepte te kijken. Telkens als ik kon, heb ik
-mijn weg zóó gekozen, dat ik langs dit terras kwam, en steeds boeide
-het mij in gelijke mate. Geysers heeft men spoedig afgezien, maar
-langs de warme bronnen zou men weken lang elken dag willen wandelen.
-
-In die twee vijvers kookt het water heftig. Of liever, de vorm is
-die van een trechter of trompet, en uit de diepte van de buis stijgen
-stoom en kokend water op. In elken vijver is een plaats waar men dit
-opborrelen op de oppervlakte reeds van verre ziet. Het opstijgende
-water vloeit dan over en door de voorhanden watermassa heen en
-houdt deze op een temperatuur, die aan die van kokend water nabij
-komt. Het vult de vijvers en doet ze overvloeien, en dit overvloeien
-is de eigenlijke bron van de terrasvormingen. Want de beide vijvers
-liggen op een vrij vlak plateau, en nemen daarvan het hoogste punt
-in. Het water vloeit dus overal over den rand en bedekt de vlakte in
-zeer ondiepe stroomen. In deze ontstaan lage dwarswalletjes, die het
-water tegenhouden. Deze volgen elkaar, op de weinig hellende vlakte,
-regelmatig op, en veranderen zoo het terrein in een stel van zuiver
-horizontale terrassen. Op elk terras staat een duimbreed water of
-iets meer, komt er nog meer in, dan vloeit dit naar het volgende
-terras over. Zoo is de geheele omgeving der beide groote blauwe oogen
-met ondiepe bassins bedekt, en slechts op een zeer enkele plaats kon
-men droogvoets er zoo dicht bijkomen, dat men in de diepte der oogen
-kijken kon.
-
-Ten slotte vloeit al dit water over den heuvelrand omlaag. Daar heeft
-het een vertikalen wand gevormd, waarlangs het met groote snelheid
-afglijdt. Dan komt het weer op een hellend gedeelte. Hier is de
-helling te steil voor de vorming van grootere bassins of bakken, en
-vloeit het water over talrijke, zeer kleine kommetjes gelijkmatig naar
-beneden. Ten slotte komt het tegen den rijweg aan en wordt daar door
-een greppel opgevangen en zijwaarts geleid. Het is dan nog zeer warm.
-
-Kabbelend vloeit het water en het vormt den bodem als het ware naar het
-beeld zijner beweging. Het natte rotsoppervlak is bedekt met tallooze,
-grootere en kleinere golvingen, die in de sierlijkste bochten dwars
-op de stroomrichting staan. De kleinere heuvellijnen worden door het
-water eenvoudig overstroomd, de grootere houden het een tijd lang tegen
-en worden zoodoende tot de randen der bassins. Ook op den vertikalen
-wand ziet men die dwarsche plooien, ofschoon hier de richting van
-het water meer aanleiding geeft tot het ontstaan van zuilen, die aan
-stalactieten of wel aan de naast elkander geplaatste pijpen van een
-orgel herinneren.
-
-Al dit gesteente bestaat uit kalk, die door het water wordt
-afgezet. Even als ons duinwater met kalk beladen is, en dit bij koken
-of bij lang staan aan de lucht als een dunne witte neerslag afzet,
-evenzoo wordt ook hier de opgeloste kalk uit het water in vasten vorm
-overgebracht. Maar de hoeveelheden zijn natuurlijk geheel andere, en
-de verschijnselen, die in ons land het bekende meertje van Rockanje
-vertoont, komen aan de kalkafzettingen uit de heete bronnen van het
-Yellowstone-park nog het dichtst bij.
-
-De afgezette kalk heeft een zeer eigenaardige, poreuze structuur,
-geheel anders dan die van gewone kalksteen. Zij draagt den
-bizonderen naam van travertijn. De geheele heuvelgroep bestaat uit
-dit travertijn. Deze poreuze structuur hangt, zooals wij weldra zien
-zullen, ten nauwste met de wijze van ontstaan samen en is de oorzaak
-van de snelle en gemakkelijke verweering van het gesteente.
-
-Het Minerva-terras onderscheidt zich van het Jupiter-terras zeer
-sterk. Het ligt op een sterk hellenden heuvelrand en bestaat uit een
-aantal vrij groote vijvers die trapsgewijze boven elkander liggen. In
-een der bovenste vijvers is de warme bron, en het overvloeiende
-water vult de lagere. Vele vijvers liggen een of twee meters boven
-hun lagere en evenveel onder hun hoogere buren. Zij zijn dan elk
-voorzien van een vertikalen wand met stalactieten en versteende
-orgelpijpen. Hierdoor ontstaat een systeem van grootere en kleinere
-terrassen, te zamen meer dan honderd in aantal en van onovertrefbare
-schoonheid. Natuurlijk vloeit het water niet over al die terrassen,
-want de minste breuk in een of anderen rand kan het bij voorkeur
-naar één zijde doen stroomen. Sommige terrassen zijn dus actief,
-andere droog. Tijdens mijn bezoek waren verreweg de meeste droog en
-toegankelijk, en stroomde het water slechts over een breeden band in
-het midden.
-
-Ook hier is het water weer donkerblauw en volkomen helder. Maar het
-bassintje waarin het opbruist en kookt, heeft slechts enkele meters
-in doorsnede en boeit niet zeer sterk. Het fraaist is de groep als
-men hem van ter zijde op korten afstand beschouwt.
-
-Al die wanden zijn, zooals ik reeds zeide, uit bros travertijn
-opgebouwd. Zij brokkelen voortdurend af. Grootere en kleinere brokken
-ziet men in de diepte, aan den voet der geheele formatie liggen. De
-toer door het park is zóó ingericht, dat men na vijf dagen te Mammoth
-Hot Springs terug komt. Ik heb dus het terras beide keeren bezocht,
-en daar ik den eersten keer een goed beeld in mij had opgenomen kon
-ik, na vijf dagen, zien hoe een halve wand voor aan de terrassen
-in dien tijd was afgebroken en uiteengevallen. De stukken lagen
-nog ter plaatse en pasten nog aan de versche breukvlakken. Maar
-voor mij werd daardoor de inwendige structuur op een zóó duidelijke
-wijze zichtbaar, als noch door een beschouwing van het uitwendige,
-noch door het onderzoek der oudere, steeds meer of min afgebrokkelde
-formatiën, kon worden verkregen. De geheele inwendige massa bestond
-als het ware uit een herhaling van het orgelpijpen-systeem, nu eens
-met pijpen zoo dik als een potlood, en dan weer met dikkere.
-
-Vlak achter het Jupiter-terras, dus op een uitgestrekt plateau,
-ligt een systeem van kronkellijnen als randen van vroegere, vlakke
-bassins. Maar dit alles is geheel droog en ten deele vertrapt en
-verweerd. Iets verder ziet men het terras van Cleopatra, uit een
-stelsel van vrij groote, maar lage bassins bestaande. Het heeft dit
-eigenaardige, dat al het water, dat in vrij groote hoeveelheid uit
-de bron in het bovenste bassin omhoog komt, ten slotte, na al de
-bassins gevuld te hebben, zich weer verzamelt en met groot geraas in
-een diepe spleet in de rotsmassa verdwijnt.
-
-Het terras van Cleopatra grenst aan het bosch, en de verdere formaties
-liggen meest alle in het bosch, zoo zij niet, door het bedekken van den
-grond met dikke kalklagen, dit bosch gedood hebben. Zulk een dood en
-aan de randen stervend bosch ziet men dicht bij, op de terrasvormige
-hellingen van een grooteren heuvel. Het is allermerkwaardigst om
-na te gaan hoe het kalkhoudende water zich, bij het voortbrengen
-van randen en bassins, aan de aanwezigheid van boomen en planten in
-het geheel niet gestoord heeft, maar eenvoudig met de productie der
-allerfraaiste, zuiver witte vormen is voortgegaan, alsof deze niet
-gemaskeerd en onderbroken werden door de doode, zwarte, bladerlooze
-stammen. Honderden van die boomen, op deze wijze gedood, ziet men
-hier te midden der terrassen van travertijn. Verderop ziet men overal
-op de wandeling hetzelfde, maar de formatiën zijn daar al zoo oud,
-dat de doode stammen verdwenen en door levende vervangen zijn, en dat
-een prachtig bosch de terrasvormingen overdekt en voor een groot deel
-aan het oog onttrekt. Nog werkzame bronnen zijn hier zeldzaam.
-
-Daarentegen komt hier een andere zijde van het verschijnsel voor
-den dag. Het zijn de rotsspleten. Over een lengte van verscheidene
-tientallen van meters, en soms veel meer, is de travertijn-rots
-opengespleten. De spleet kan nog open zijn, of door het afbrokkelen van
-haar randen gedeeltelijk weer gevuld. Zij kan werkzaam of onwerkzaam
-zijn. In het eerste geval ziet men een lange reeks van kleine bronnen
-uit haar te voorschijn komen; door het invallen van steenbrokken en
-door de formatie, die zij zelven afzetten, zijn dan die bronnen van
-elkander gescheiden. Soms zijn die bronnen kleine zichtbare vijvertjes
-vol water; soms echter ligt hun water in de diepte en kan men het
-niet of bijna niet zien; men hoort dan echter het koken en ziet de
-ontwijkende stoom. Vroeg of laat wordt zulk een barst, door dezelfde
-oorzaak die haar deed ontstaan, wijder of krijgt zij zijbarsten,
-en dan verdwijnt het water daardoor weer in de diepte en wordt de
-barst onwerkzaam en droog. Op het Angel-terrace, op het zuidelijk
-gedeelte van denzelfden heuveluitlooper, zag ik zulk een barst, die
-klaarblijkelijk oud was maar eerst onlangs weer opengebarsten. Een
-aantal kleine kegeltjes, zoo groot als omgekeerde emmers en grooter,
-waren op den barst ontstaan, doordat het overvloeiende water hun randen
-snel had doen groeien. Van binnen waren zij hol, en de zuiverheid van
-het binnenvlak deed vermoeden, dat zij nog niet lang geleden actief
-geweest waren. Maar de nieuwe barst had ze overlangs opengespleten,
-aan twee zijden van boven naar beneden, en zoodoende het water doen
-wegvloeien. In de kleinere was de spleet een handbreed of minder;
-maar in den grootsten kegel was zij zoo breed dat ik er door heen
-kon loopen en de inwendige kolk kon bereiken, zonder de randformatie
-te beschadigen.
-
-Veel oudere barsten zijn soms veel wijder. De wijdste die ik zag,
-wordt genoemd Devil's Kitchen [15]; men kan hierin door middel van
-een ladder tot op een diepte van een tiental meters afdalen. De
-diepere ruimte bevat lucht die met koolzuur sterk bezwangerd en dus
-doodelijk is, zooals uit de overgebleven gebeenten van allerlei dieren
-blijkt. Maar daar is de spleet zoo smal, dat men er niet in kan komen.
-
-Zulke barsten ziet men dikwijls in den vlakken grond, zoowel die met
-werkzame bronnen als met uitgedoofde. Maar ook komt het voor, dat een
-smalle heuvelring, die eenmaal uit travertijn werd opgebouwd, over zijn
-lengte gespleten en daardoor onwerkzaam geworden is. De Devil's Kitchen
-ligt in zulk een rug. Die ruggen zijn maar weinige meters breed en
-dikwijls meer hoog dan dik. De White Elephant is een der meest bekende
-formatiën van dien aard, en geeft door zijn naam den vorm vrij wel aan,
-als men alleen aan den romp van het dier denkt. Andere zulke ruggen
-zag ik rondom Angel terrace, en een zeer fraaien bij den pulsating [16]
-geyser, die geen geyser, maar een gewone warme bron is. Een uitvoerige
-beschrijving van een actieve en nog jonge spleet zal ik later geven,
-als ik mijn waarnemingen over den Orange-geyser bespreek.
-
-Bath Lake [17] is een groote vijver of klein meertje, in een diep
-gedeelte van een der dalen tusschen de travertijn-heuvels gelegen,
-dat ook voor baden gebruikt wordt. De warme bron bevindt zich aan
-een der zijden, maar het meertje is zoo groot, dat het daardoor op
-een aangename temperatuur gehouden wordt. Het instroomende water
-vloeit ergens weer door een spleet weg. Hier als in de blauwe oogen
-van Jupiter overtreft de heerlijke doorschijnendheid van het water
-alles wat men zien kan. De kleine wolken aan den hemel worden op de
-oppervlakte teruggekaatst en in de diepte ziet men overeenkomstige,
-wolkachtige beelden van de zachte en glibberige, in allerlei bochten
-en rondingen omhoog dringende en groeiende travertijn-gesteenten. De
-fijnste trekken van dezen bron kan men op groote diepte zien, en
-allerlei voorwerpen, als takken en bladeren van boomen, ziet men er
-liggen, reeds bedekt door een fijne, groeiende kalklaag, maar nog
-goed herkenbaar. Hier en daar neemt het levende travertijn bruine en
-blauwe, gele en roode tinten aan, in onnoemelijke schakeeringen. Het
-kleurenspel is even zacht en boeiend als het onuitputtelijk is.
-
-Na deze zeer onvolledige beschrijving kom ik tot de bespreking van
-de verklaring der behandelde verschijnselen. Allereerst wil ik dan
-trachten de levenswerkingen van het travertijn te beschrijven, om
-eerst daarna de aandacht te vestigen op de bronnen van het water en
-van de kalk, en vooral op de bron van de warmte.
-
-In kalkhoudend water pleegt de kalk door middel van koolzuur te
-zijn opgelost. Verdwijnt dit, zoo slaat de kalk neer. Nu zijn er in
-het algemeen twee middelen, die het koolzuur uit water kunnen doen
-verdwijnen. Allereerst de gewone verdamping. Zooals iedereen weet
-verdampt uit ons duinwater het koolzuur, als dit water eenvoudig open
-aan de lucht staat, en wel des te sneller naarmate het warmer is. Uit
-het water der heete bronnen kan dus het koolzuur ontwijken, zoodra
-het aan de oppervlakte komt. Maar als er een overmaat van dit gas in
-het water is opgelost, behoeft de kalk dan nog niet neer te slaan,
-zooals zij bij het staan van duinwater aan de lucht doet, of zooals
-blijkt uit de ketelsteen, die zich bij het koken van water vormt.
-
-Het tweede groote middel, om koolzuur aan het water te onttrekken, is
-het leven van planten. Het hoofdverschijnsel toch van de voeding
-is juist het opnemen van dit gas en de verwerking er van tot
-organische stof. De planten zijn hongerig en zouden gaarne veel meer
-koolzuur nuttigen dan het water hun aanbiedt. Zij nemen dus ook de
-laatste sporen er van op. Dientengevolge doen zij de kalk volledig
-neerslaan. Dit neerslaan kan dan in of buiten de plant geschieden. Het
-weefsel kan met kalk doortrokken worden, of het geheele gewas wordt
-door een korst omgeven, of de kalk slaat in vlokken neer en zinkt op
-den bodem. Onze gewone kranswieren doortrekken hun lichaam met de
-neergeslagen kalk en worden daardoor witachtig en bros; men kan ze
-haast niet drogen zoo bros zijn ze. Allerlei andere wieren verkalken
-op deze wijze, zonder dat dit aan hun leven of aan hun groei schaadt,
-en aan de kusten van Normandië vindt men zelfs wieren, die er uitzien
-als witte en fijn vertakte koralen, en die geheel hard en kalkachtig
-schijnen te zijn. Maar het microscoop doet overal de levende cellen
-tusschen de afgezette kalkmassa's zien. Aan de kusten van warme zeeën
-vindt men zulke wiersoorten, die zooveel kalk bevatten, dat men ze
-eenvoudig voor een deel van den rotswand of voor steentjes in het
-zand houdt, en het geslacht Lithothamnion of steenwier is een van de
-meest bekende en vormenrijkste onder hen.
-
-Zoo is het ook in de bronnen van Mammoth Hot Springs. Nagenoeg alle
-kalk wordt door wieren afgezet, en het microscoop toont in de jonge
-groeiende lagen overal de groene, levende cellen.
-
-De geheele travertijn-rots, eenige mijlen lang en honderden meters
-hoog, is het product van de werkzaamheid dier wieren, evenals
-koraalriffen en de daaruit ontstane gebergten het resultaat van de
-werkzaamheid der koraaldieren zijn. Maar de wieren, die het travertijn
-voortbrengen, zijn over het algemeen zeer eenvoudig van structuur en
-behooren tot de laagste afdeelingen. Het zijn deels draadbacteriën,
-deels gekleurde vormen, die daarmede nauw verwant zijn.
-
-Een van de meest vreemde verschijnselen is, dat deze wieren bestand
-zijn tegen warmtegraden, die andere wieren en hoogere planten niet
-verdragen kunnen zonder te sterven. Elk blad en elke bloem sterft
-dadelijk, als men ze dompelt in het water der heete bronnen. Slap en
-verflenst komen zij er uit. Maar de kalkwieren dezer bronnen kunnen er
-tegen. Natuurlijk echter in zeer verschillende mate. Er zijn er enkele,
-die zelfs in het warmste, bijna kokende water groeien en tieren, en
-andere, die af moeten wachten tot het water afgekoeld is tot juist op
-die graden, die voor het gewone leven de uiterste grenzen vormen. Maar
-op die grenzen tieren zij dan ook bij voorkeur. In het algemeen kan men
-zeggen dat het de kleurlooze, witte of lichtgele draadbacteriën zijn,
-die die hoogere temperatuur verdragen, terwijl zoodra een groene
-of daarmede verwante kleur de organen voor de voeding doortrekt,
-de temperatuur niet hooger mag zijn, dan de hoogste grenzen voor het
-gewone plantenleven.
-
-De wanden der kokende vijvers en het eerste begin der overvloeibeekjes
-zijn dus het gebied der draadbacteriën, terwijl in de volgende
-bassins en in hun latere overvloeiïngen de groene en roode en bruine
-en gele wieren in alle schakeeringen van den regenboog, tot bijna
-zuiver zwart toe, welig tieren. Ginds het zuiverste wit, hoogstens
-in licht zwavelgeel overgaand, hier een rijkdom van fraaie en meestal
-schitterende kleuren, in de grootste wisseling die men zich denken kan.
-
-Het kookpunt van water ligt, op de hoogte waarop het geheele
-Yellowstone-park gelegen is, niet zooals bij ons, bij 100° C. of 212°
-Fahrenheit. Het is aanzienlijk lager en bedraagt slechts 92° C. of
-198° Fahr. De hoogste temperaturen, waarbij wieren levend gevonden
-werden, waren omstreeks 85° C. of 185° Fahr., dus slechts weinige
-graden lager dan het kookpunt. Het zijn verschillende soorten van
-draadvormige bacteriën, waarvan sommige de witte golvende wanden
-van de vijvertjes bekleeden, en andere in lange, buigzame en door de
-stroompjes heen en weer bewogen draden van meest bleek gele kleur in
-de overvloeibeekjes gezien worden. Onder de laatste speelt vooral
-de zwavel-bacterie of Beggiatoa (zoogenoemd naar een Italiaansch
-plantkundige) een hoofdrol. Zij ontleedt de zwavelzure zouten, maakt
-de zwavel vrij, zet die in korreltjes in haar cellen af en verkrijgt
-daardoor haar gele kleur. Zij leeft in water van 150--165°. Hoogere
-temperaturen verdragen Leptothrix laminosa (135--185° F. = 58°--85°
-C.) en Phormidium (165° F.)
-
-De gewone levensgrens voor planten ligt omstreeks 50° C. of 120°
-Fahr. Zoodra het water een lageren warmtegraad bereikt heeft,
-laat het den groei van eigenlijke wieren, met echt bladgroen,
-toe. Talrijke soorten, alle met een zeer eenvoudigen cellenbouw,
-worden dan aangetroffen. Zij behooren tot verschillende geslachten,
-als Chroöcoccus, Gloeocapsa en andere; ja, zelfs enkele met onze
-gewone flab verwante soorten van Conferva, zijn in heete bronnen
-waargenomen. Het zou mij echter te ver voeren hier op de namen of de
-kenmerken dier wieren te willen ingaan. Zij bestaan meest uit kleine
-ronde of rondachtige cellen, die onderling tot draden en vliezen
-vereenigd zijn. Voor hun beteekenis voor de warme bronnen is vooral
-van belang dat zij in soms dikke slijmlagen gehuld zijn, en het is
-een zeer merkwaardige ondervinding, als men de allerbuitenste laag
-van de travertijn-massa niet alleen gekleurd ziet, maar ook op het
-gevoel als een zachte gelei gewaar wordt. Maar men moet zijn vingers
-daartoe steken in water dat zoo heet is, dat men zich branden zou
-als men er even te lang in bleef.
-
-Al deze wieren nu maken samen het travertijn. En daar de eene soort
-draadvormig en de andere vliezig is, de een in opstaande lijsten en
-de ander in vlakke overtreksels groeit, daar er verder in stil water
-meer opstaande koraaltjes en in stroomend water meer lange draden
-ontstaan, en er allerlei andere kleine verschillen in hun levenswijze
-zijn, kan men de eigenaardigheden van randformatie en bassinvorming,
-van stalactieten en orgelpijpen en van allerlei andere zeer fraaie
-trekken gemakkelijk verklaren. Ik wensch dit echter uit te stellen
-tot de beschrijving van enkele der merkwaardigste bronnen.
-
-Over den oorsprong van het heete water wil ik kort zijn, te meer
-omdat ik daarop bij de bespreking der geysers uitvoerig terugkom. Op
-de hoogere bergen valt de regen, en het water wordt voor een deel
-in den humusachtigen bodem der bosschen teruggehouden. Hier belaadt
-het zich met het koolzuur dat in dien humus rijkelijk ontstaat. Een
-volgende regenbui doet het in den ondergrond verdwijnen, waar het door
-de spleten in de rotsen ver in de diepte kan komen. Bestaat nu dit
-rotsgesteente uit kalk, zoo belaadt zich het koolzuurhoudende water
-daarmede, terwijl het verder vloeit. Dringt het in lagen die door de
-onderaardsche warmte tot 100° C. en hooger verwarmd zijn, zoo kan het
-die temperaturen aannemen, en dus, als het later weer te voorschijn
-treedt, dit doen in den vorm van heete bronnen. Deze beweging van
-het water is, afgezien van de temperatuurverschijnselen, geheel
-overeenkomstig met wat elders, vooral in streken van kalkgebergten,
-gezien wordt. Iedereen weet dat in de Grotte de Han de rivier aan
-de eene zijde den berg instroomt, om door de onderaardsche grotten,
-gangen en spleten, aan de andere zijde weer te voorschijn te komen. Op
-dezelfde wijze verzamelen zich de wateren van Mammoth Hot Springs
-voor een groot deel in onderaardsche spleten, en bij het terras van
-Cleopatra kan men ze, zooals ik reeds gezegd heb, rechtstreeks daarin
-zien verdwijnen. Al dat water, dat tijdelijk aan de lucht geweest
-is, als het ware met het doel om zijn kalk af te zetten, verzamelt
-zich tot een onderaardschen stroom, die dwars onder de bergen door,
-met een verval van 200 meters en over een afstand van meer dan een
-mijl naar de Gardiner-rivier stroomt om zich daar als een waterval
-van heet water in dien hoofdstroom uit te storten. Die watervallen
-worden aan de toeristen onder den naam van Boiling-river [18] vertoond.
-
-Een zeer belangrijk punt is de vraag, waar de kalk vandaan komt. En
-wel vooral, waar zooveel kalk vandaan komt dat een gebergte van enkele
-mijlen gaans en van een hoogte van honderden meters daarvan in den
-loop der tijden kan zijn opgebouwd. Natuurlijk moet een ongeveer even
-groote rotsmassa daartoe opgelost en weggevoerd geworden zijn. Geheele
-gebergten moeten verbruikt zijn, om het materiaal voor de nieuwe
-travertijn-bergen te leveren. Dit is, hoe onverwacht misschien
-voor sommige lezers, toch een uiterst eenvoudige en volkomen zekere
-gevolgtrekking. Maar verder kan men zeggen, dat die oplossing in de
-diepte en niet aan de oppervlakte is geschied, daar het water zich
-daartoe steeds eerst in de humus-lagen van koolzuur moest voorzien. Er
-moeten dus uitgestrekte grotten ontstaan zijn, zooals die trouwens
-bijna overal in kalkgebergten worden aangetroffen. Wellicht bestaan
-er in den omtrek van Mammoth Hot Springs nog dergelijke grotten, en
-wellicht vormen zij, met hun stalactieten en stalagmieten, even groote
-wonderen als de Hot Springs zelven. Maar zij zijn nog niet ontdekt,
-en daar de zorgen voor het behoud van het park voor diepgaand onderzoek
-niet bevorderlijk zijn, zullen zij wellicht nog lang onbekend blijven.
-
-Zulke uitgestrekte grotten echter, als hier noodig geweest zijn,
-zullen wellicht gevolgd zijn door instortingen, die hun wanden
-en gewelven in groote steenblokken omlaag wierpen. Men zou dan
-een berghelling krijgen, overladen met huisgroote blokken, scherp
-gebroken en niet afgerond, uit lagen van kalk bestaande en nu eens
-met de lagen schuin, dan weer met de lagen vertikaal neergeworpen,
-te groot en te talrijk om op die wijze door een gletscher te zijn
-vervoerd. Werkelijk vertoont men u, op den rijweg ten zuiden van
-Mammoth Hot Springs, zulk een terrein. Een klein halfuur rijdt men
-tusschen die gevallen reuzen door. Het is de streek bekend als
-"Silvergate and the Hoodoos." Silvergate [19] om de glinsterend
-witte kleur der rotsblokken, die ter weerszijden van den weg op
-elkander gestapeld liggen. Hoodoos om de vreemde vormen, die in de
-avondschemering op sommigen den indruk van rondzwervende berggeesten
-kunnen maken. Over meer dan een halve vierkante mijl liggen deze
-blokken op de helling van den berg, als ruïnen van ongeziene trotsche
-zalen en gewelven.
-
-Van de plaatsen die men bezoekt, is alleen Mammoth Hot Springs
-op kalkgebergten gelegen; verder gaat de reis over en tusschen de
-vulkanische gesteenten, wier hoofdbestanddeel geen kalk maar kiezel
-is. Al de geysers en al de warme bronnen van het park, behalve deze
-eene groep, hebben dus kiezelhoudend water; zij zetten sinters af en
-geen travertijn.
-
-Daarmede is echter ook de boomgroei en de flora een andere, evenals ook
-in Europa de kalkstreken gemakkelijk aan zeer bizonderen, meest zeer
-bloemrijken plantengroei te herkennen zijn. De zwarte den, die elders
-de bosschen vormt, is hier zeldzaam; de soorten die elders zeldzaam
-zijn, vormen hier het eigenlijke bosch. De gewone boomen zijn hier
-de witte den, Pinus flexilis, met naalden in bundeltjes van vijf,
-met een witte schors en met kegels zoo groot als onze zee-den. Het
-is een heel werk voor een eekhoorntje zulk een kegel af te knagen;
-ik zag er een daarmede bezig, terwijl ik vlak bij hem bleef staan. De
-sparren zijn hier vooral Pseudotsuga mucronata of de Douglas-spar,
-met kleinere kegels met zeer fraaie aanhangsels aan de schubben. Als
-onderhout vindt men, manshoog en tot heele boomen opgroeiend, den
-rooden ceder of Juniperus virginiana, en verder een Elaeagnus met
-roode maar bittere bessen, een kruisbes met kleine, sterk zure bessen,
-een heesterachtige boschbes, gelijkende op den Vaccinium uliginosum,
-den kruipenden ceder of jeneverbes, Juniperus Sibirica, en een groot
-aantal kleine bloemplanten, die in Augustus echter grootendeels reeds
-uitgebloeid waren.
-
-Ik geef thans eene beschrijving van mijne eigen waarnemingen
-over den groei der wieren, en de wijze hoe zij de terrassen en de
-formatiën voortbrengen. Slechts een drietal dagen kon ik de bronnen
-bezoeken, en mijn bespreking is uit den aard der zaak onvolledig
-en oppervlakkig. Maar ik hoop, dat zij voldoende moge zijn, om aan
-mijn lezers een denkbeeld van dit hoogst merkwaardige verschijnsel
-te geven, waar de opbouw van rotsen en bergen het resultaat is van
-de nog steeds voortgaande werkzaamheid van het plantenleven.
-
-Verhit door de onderaardsche warmte en bezwangerd met kalk komt dus
-het water in de Mammoth Hot Springs te voorschijn. Door talrijke
-spleten komt het omhoog om over de oppervlakte weg te vloeien of
-vijvers te vormen, die door haar helder, donkerblauw water het oog
-boeien. In het midden van zulk een vijver of soms ook aan den rand,
-ziet men de heete bron, die opborrelt en kookt en zoodoende het water
-van den vijver verhit. Dit verdampt snel en dichte nevelen hangen
-over het watervlak of worden door den wind weggedreven. Onaangenaam
-warm als men te dicht in hunne nabijheid komt, zijn die nevelen nog
-op verren afstand zichtbaar.
-
-Het water koelt natuurlijk allengs af, snel waar het in een dunne
-laag over den grond wegvloeit, langzaam waar het als kokende
-beekjes stroomt, of in de vijvers en holten blijft staan. Bij dat
-afkoelen zet zich de kalk af, vooral ook omdat zij opgelost is
-door middel van koolzuur, dat uit het heete water verdampt. Maar de
-eigenaardige structuur van de oppervlakte der heuvels, waaruit deze
-bronnen te voorschijn komen, is niet aan die eenvoudige afzetting te
-danken. Integendeel, zij is het werk van levende planten, kleine,
-maar in geweldige massa voorkomende wiertjes, die de kalk in hun
-weefsel vast doen worden en zoo als het ware zichzelve doen versteenen.
-
-Van die wieren zijn de meeste bruin, andere zijn groen in
-verschillende tinten, van licht geel-groen tot helder groen en donker
-smaragd-groen. Al die kleuren ziet men op de door het heete water
-bevloeide vlakken in de bontste mengeling. Daarenboven komt nog
-een kleurloos of hoogstens bleek geelachtig gewas voor, dat geheel
-andere eigenschappen heeft en ook een geheel andere rol speelt. Het
-groeit in bundels van lange, slappe, in de stroompjes heen en weer
-wiegelende draden.
-
-Deze twee groepen zijn in vele opzichten verschillend. De
-eerstgenoemde, die de randen der bassins vormen en die ik dus
-randwieren zal noemen, leven bij temperaturen die wel hoog zijn,
-maar die toch door vele andere planten, zij het soms ook slechts
-tijdelijk, kunnen verdragen worden. Het zijn, zooals ik reeds zeide,
-temperaturen van 45-50° C. en lager. Ik zal water van die temperaturen
-warm noemen en wat daarboven is heet. Wel is 45-50° zeer warm en
-brandt men zijn vingers als men ze er een poosje in houdt, maar het
-is een gemakkelijke wijze om een duidelijk verschil te maken. In
-wat ik heet water noem sterven nagenoeg alle planten en ook vele
-randwieren. Maar daarin kunnen de draadwieren leven en wel tot graden,
-die soms vrij dicht bij het kookpunt van water komen. Dit kookpunt
-is hier trouwens, zooals ik reeds zeide, veel lager dan bij ons. Het
-is dus een zeer bizondere en in het plantenrijk zeldzame eigenschap,
-die de draadwieren in staat stelt in dit heete water te leven.
-
-De randwieren verdienen dien naam om de wijze waarop zij groeien. Deze
-groei toch is de oorzaak van de geheele formatie en vooral van het
-ontstaan van terrassen. De wieren groeien op den bodem der vijvers
-als erwtgroote geleiachtige vlokken, soms iets grooter wordende en
-gekleurd al naar gelang van de soort. Hier en daar zag ik die vlokken
-aan de oppervlakte drijven, tengevolge van kleine gasbelletjes, die de
-zuurstof bevatten, welke zij uit het koolzuur vrij maken. Soms hangen
-zij in een dichte laag tegen het watervlak aan. Ik zag dit vooral in
-Bathing lake, dat een vrij groot meertje is, waarvan de heete bron
-op een plaats aan den rand ligt. Op de meest verwijderde plaatsen is
-het water dus vrij koel en gaat de ontwikkeling der wieren langzaam,
-zoodat men de verschillende processen goed kan volgen.
-
-Zet nu zulk een wierkogeltje kalk af, doordat het het oplossingsmiddel
-der kalk, het koolzuur verbruikt, dan wordt het allengs zwaarder en
-zinkt het op den grond. Zinkt het diep, dan zal het de voorwaarden
-van zijn groei moeilijker vinden; is de plaats ondiep, dan zal het
-sneller groeien. Dit groeien bestaat dus in dubbele werkzaamheid van
-grooter worden en verharden. De meest ondiepe plaatsen zijn natuurlijk
-bij den rand, en zoo ontstaat langs den rand een soort van levende
-wal, die voortdurend groeit. Men heeft berekend, dat zulk een wal
-omstreeks 1 cM. in een maand hooger kan worden. Dit zal ten slotte er
-toe leiden, dat de rand boven het water gaat uitsteken. Maar de bron
-voert voortdurend meer water aan, en dus zal het water over den rand
-heen vloeien. Aanvankelijk is dit voor den groei van den rand gunstig,
-maar de rand kan onmogelijk overal even hoog blijven. Zoodra de lijn
-ongelijk wordt, vloeit het water bij voorkeur of uitsluitend over de
-lagere gedeelten, en zoo worden deze verhoogd. Op die wijze worden
-verschillen in de hoogte van den rand steeds door den groei der wieren
-zelven vereffend en groeit dus ten slotte de rand gelijkmatig omhoog.
-
-Tevens groeit de rand sneller dan de wieren op den bodem van
-den vijver en dit heeft ten gevolge, dat de vijver allengs dieper
-wordt. Feitelijk wordt hij niet dieper, daar zijn bodem steeds hooger
-wordt, maar aangezien de rand sterker toeneemt, wordt toch de waterlaag
-langzamerhand dikker.
-
-Dit beginsel van randvorming ziet men op de terrassen van de Hot
-Springs overal en in alle graden ontwikkeld. De meest eenvoudige en ook
-meest algemeene wijze is de vorming van verheven ribbels. Vloeit het
-kalkhoudend water over een zachte helling omlaag, zoodat het nergens
-blijft staan, dan bekleedt zich die helling geheel met de beschreven
-wieren. Eerst gelijkmatig, maar weldra uit zich de neiging om randen te
-maken en groepeeren zich de wieren in kronkelende en ineenslingerende
-lijnen, die het oppervlak in kleine mazen verdeden. Deze mazen zijn
-dikwijls kleiner dan een gulden, en altijd smal en links en rechts
-in punten uitloopend, want de dammetjes staan dwars op de richting
-waarin het water vloeit. Dit is juist de grondslag voor het maken van
-randen. Men kan gerust zeggen dat de geheele rotsmassa, die eenige
-bunders bedekt, met dit fijne netwerk overtrokken is. Men ziet het
-overal, waar het water in een dunne laag over de oppervlakte stroomt,
-hetzij deze zwak helt of steil omlaag gaat of zelfs een vertikalen wand
-vormt. Men ziet het in allerlei kleuren, meestal bruin en roodbruin,
-soms in de verschillende tinten van groen.
-
-Waar thans geen water vloeit, heeft dit vroeger gevloeid en is
-de oppervlakte met dezelfde ribbels dicht bedekt. Het is als een
-soort van fluweel. Blijft een gedeelte echter lang droog, dan slijt
-het oppervlak, deels door regen, deels door plantengroei, deels,
-en misschien vooral, door de menschen die er op loopen. Het wordt
-dan tot een krijtwitte, poederachtige massa. Maar dit slijten gaat
-niet zoo snel, of overal vindt men langs de voetwegen en ook er op,
-de sporen van de opstaande randen.
-
-Het is gemakkelijk te begrijpen, hoe een rand allengs in een terras
-verandert. Het doet er niet toe hoe groot de vijver is, maar de meeste
-dier vijvertjes zijn slechts enkele vierkante meters groot. Vloeit
-nu het water nu eens hier dan weer daar over den rand, dan is de
-rand de plaats van den snelsten groei. Het water wordt er als het
-ware even opgehouden door de glibberige, geleiachtige wiermassa,
-die er de kalk en het koolzuur grootendeels uithalen. Dan vloeit het
-water over den rand heen, loodrecht naar omlaag en dus veel sneller;
-daarenboven heeft het niet meer zooveel kalk in oplossing. De groei
-der wieren over die loodrechte vlakten gaat dus slechts langzaam,
-en terwijl de rand jaarlijks zeer merkbaar hooger wordt, groeit de
-wand onder hem haast niet aan. Men ziet nu, hoe dientengevolge de
-rand vertikaal omhoog groeit, en dit is dan ook een algemeen karakter,
-zoowel voor de tallooze handhooge randen, die overal op de hellingen
-voorkomen, als voor die eigenaardige terrasvorming, die zoozeer de
-aandacht trekt. Horizontale terrassen met vertikale wanden staan
-boven elkaar op de oude heuvelhelling, die zij in een reuzentrap,
-met treden van een meter en meer veranderen. Maar elk terras is een
-vijvertje, dat wel allengs zijn bodem met nieuwe kalkwierlagen bedekt,
-maar toch, zoolang alles levend blijft, met water gevuld blijft.
-
-De vertikale wanden van die terrassen zijn soms uiterst fraai. Meest
-wit of zeer licht bruin, omdat de groei der wieren er slechts
-langzaam is, en altijd met de tallooze dwarsribbeltjes bezet, die van
-nabij beschouwd week en bros, d.w.z. geleiachtig en met kalkkorrels
-doortrokken, en niet zelden rose van kleur zijn. Soms is de loodrechte
-wand overigens vrij vlak, soms echter ook gevormd als een orgel, met
-tallooze pijpen, of liever als een reeks van afhangende stalactieten
-op dunne en steile stalagmieten rustende. Want in hun midden vertoonen
-deze kolommen dikwijls eigenaardige versmallingen.
-
-Hier en daar ziet men de levende, nog vochtige terrassen met de warme
-bron of groep van bronnen die ze voedt, alles nog in vollen groei en
-in krachtige werking. Deze zijn het voornamelijk, die met bizondere
-namen worden aangeduid, en waarheen de bezoekers bij voorkeur worden
-geleid. Maar er zijn tallooze terrasvormingen die geheel droog en
-dood zijn, en waarin de vijvertjes nu eens nog diep, dan weer met
-afval en stuivende kalk aangevuld zijn. Ook slijten de wanden en
-de randen allengs, en gaat dus het fijne en sierlijke op den duur
-verloren. Heeft men eenmaal echter het verband tusschen die droge
-en de nog vochtige terrassen goed begrepen, dan vindt men dezelfde
-formatie op dezen geheelen berg telkens en telkens weer terug.
-
-Het warme water komt door spleten in de onderliggende rotsen
-omhoog. Elk gesteente is min of meer gespleten, maar het vermogen
-van water, om zoo het voldoende koolzuur bevat, een overeenkomstige
-hoeveelheid kalk op te lossen, maakt hier de spleten waarin het water
-loopt allengs wijder. Het worden geheele kloven en grotten. Trouwens
-alle kalk die hier op de oppervlakte wordt afgezet, moet ergens in
-de diepte zijn opgenomen. Vloeit het water nu uit zulk een spleet,
-hetzij in een vijver, hetzij over een helling, dan ondergaat die spleet
-voortdurend verandering. Want het oplossen van kalk verbrokkelt het
-gesteente, en doet blokken invallen. Zoo kan men zich voorstellen
-dat vroeg of laat een spleet verstopt raakt. Het water moet dan een
-anderen uitweg zoeken; de formatiën van de vroegere spleet drogen uit
-en groeien niet meer, en elders beginnen nieuwe zich te vormen. Dit
-kan natuurlijk gebeuren buiten het tegenwoordige gebied der gewone
-werkzaamheid, en dan krijgt men zulke geïsoleerde kraters als bv. den
-oranje-geyser, dien ik straks nader beschrijven zal. Of het gebeurt
-binnen het oude gebied, en de afgezette lagen worden door nieuwe
-barsten geopend.
-
-Daartoe bestaat trouwens alle gelegenheid. Want de werkzaamheid der
-randwieren leidt niet tot de vorming van een compacte rotsmassa, maar
-tot het ontstaan van dunne, meest niet meer dan vingerdikke schalen
-en lagen. Overal waar de grond afbrokkelt kan men dit zien. Het is
-waarschijnlijk een gevolg van de periodische werkzaamheid, die zelf
-weer een gevolg is van het feit dat het water over den wierenrand nu
-eens hier en dan weer daar overvloeit.
-
-De beschreven oorzaak moge de meest algemeene zijn voor de kleine
-spleten tusschen de schalen, voor de grootere en zeer groote spleten
-geeft zij geen voldoende verklaring. Deze moet gezocht worden in de
-neiging der randwieren om niet alleen vertikaal omhoog te groeien maar
-ook horizontaal over den vijver heen zich uit te breiden. Drijvende
-wiertjes aan den rand, die niet gaan zinken als zij zich met kalk
-beladen, maar aan den rand aansluiten en met dezen allengs vast
-worden, zijn het begin van deze vorming. Zij groeien op de wijze
-van die paddestoelen, die men zoo dikwijls uit rottende boomstammen
-ziet uitgroeien als platte korsten met een opbouw uit evenwijdige
-kringen. Hun rand is dan de laatste en jongste kring. Zoo is het
-ook hier. Dezelfde zonen ontstaan, met een witte rand en bruine
-binnenkringen in allerlei tinten. Op Minerva-terrace ziet men een bron,
-als een helderen blauwen en vrij diepen vijver, door een aantal stellen
-van zulke horizontaal groeiende randen omgeven; de meer verwijderde
-zijn ontstaan, toen het water nog hooger stond, en die aan het water
-grenzen natuurlijk het laatst.
-
-Deze horizontale groei neemt nu soms zeer aanzienlijke afmetingen
-aan. Ik zag daarvan verscheidene bewijzen. Het fraaist was echter een
-warme bron, vóór en lager dan het Minerva-terrace. Het water was weder
-helder en donker blauw, de vijver had verscheidene meters in omtrek
-en in zijn midden borrelde het kokende water omhoog. Maar dat midden
-was volgegroeid, er stond een kleine krater met een centrale holte
-waaruit stoom en water kwamen. Rondom was die krater ver uitgegroeid
-tot een vlies, dat over het water zich uitbreidde. Aan de eene zijde
-had dit vlies den rand van den vijver al bereikt. Gelukkig was alles
-nog overvloeid en in vollen groei, in witte en bruine en groene
-kringen. Want het was een broos oppervlak, dat bij betreden in zou
-zakken en plaats maken voor het kokende vocht. Doch het betreden van
-al deze natuurwonderen is verboden.
-
-Aan de andere helft van dezen vijver was het middenvlies over het
-water heen tot bijna aan den rand gekomen, een waterlijn van 10-40
-cM. breedte vrij latend. Door deze lijn heen kon men in de diepte
-kijken, en ook de groene vlokken van wieren aan de onderzijde van
-het vlies zien.
-
-Het vlies was aan den rand nog papierdun, doch naar het midden toe
-veel dikker, het groeide van boven en van onderen gelijkmatig aan,
-en het scheen niet lang meer te behoeven te duren, voordat deze vijver
-rondom gesloten zou zijn.
-
-Wordt nu vroeger of later de toevoer tot zulk een bron afgesloten, dan
-blijft de spleet. In grootere vijvers kunnen zulke spleten veel langer
-worden. Overal in het droge gesteente vindt men die spleten. Hier
-en daar zijn ze ingetrapt of door een andere oorzaak geopend zoodat
-men ze zien kan. En van zeer kleine tot zeer groote spleten ziet
-men alle overgangen. Overal vindt men ze, meest in schuine richting
-omlaag gaande. Cupid's Cave is zulk een spleet, die zijdelings in
-een loodrechten wand wijd openstaat, en Devil's Kitchen is er een,
-die ik reeds genoemd heb en die enkele tientallen meters lang is en
-omstreeks 13 meter diep. Van ons gezelschap klommen een aantal personen
-langs ladders in deze spleet af, die juist wijd genoeg daarvoor was. In
-zulke spleten is onderaan niet zelden een koolzuurrijke lucht aanwezig,
-die vogels en andere dieren kan doen verstikken en op bepaalde bronnen
-van koolzuur wijst. Trouwens koolzuuruitwasemingen uit den grond gaan
-zeer dikwijls met vulcanische werkingen gepaard.
-
-Hoe dik de kalkafzettingen van deze wieren zijn, vond ik niet
-opgegeven. Gewoonlijk meent men, dat de geheele berg zóó ontstaan
-is, en overal in den omtrek vindt men sporen van denzelfden bouw uit
-dunne lagen en schalen. De afzettingen liggen echter op het uiteinde
-van een uitlooper van een heuvelenreeks, en zijn dus waarschijnlijk
-op een heuvelkam ontstaan.
-
-Om op de vliesvorming op de oppervlakte van het water terug te komen,
-merk ik op dat dit vlies, zoover het met het heete water in aanraking
-is, bijna altijd geheel wit is. Dit wijst er op dat het niet de
-randwieren zijn, die het grootste aandeel aan den snellen groei van
-dit vlies hebben, maar de draadwieren. Men ziet dan ook dikwijls een
-draderige structuur, de draden loopen evenwijdig en naar den rand toe,
-zoodat de lengtegroei van elken draad tot de voortzetting van den
-rand bijdraagt. Op enkele plaatsen zag ik zoo van één punt uitgaande
-een waaier van draden over de oppervlakte uitstralen. Of liever over
-wat de oppervlakte geweest was, want de watertoevoer was, tijdens
-mijn bezoek, zoo klein, dat het vijvertje droog was. De bodem was
-vlak en bezaaid met koraalvormige wiergroepen, wit van de kalkmassa
-waarin zij zich gedompeld hadden. Het waaiervormige dradenvlies lag
-rustig op die koraaltjes. En dicht er bij waren dergelijke vormingen,
-deels jonger en nog bevloeid en groeiend, deels ouder en ten deele
-vergaan. Zulke fijne vormingen moeten wel vernietigd worden als zij
-door een hagelbui met grove hagelsteenen getroffen worden, zooals
-op den avond na mijn bezoek. En eveneens moeten de herhaalde heftige
-regens en onweersbuien veel tot het afslijten bijdragen.
-
-Vele spleten zag ik in de droge gedeelten. Maar een aantal vond
-ik ook op de bevloeide plaatsen, en dan daalde het water in een
-dikken stroom in de spleet af, om in den ondergrond te verdwijnen,
-en waarschijnlijk, met nieuwe kalk beladen, elders weer voor den dag
-te komen. Zoo bijvoorbeeld aan Marble-terrace.
-
-De fraaiste vijvers zijn die van het Jupiter-terrace. Het zijn
-twee groote diepe vijvers van prachtig donker blauw water, dat zoo
-heet is, dat het de boven beschreven dampen en nevels geeft, en dat
-overal in de vijvers, die tientallen van quadraat-meters groot zijn,
-de bodem en binnenranden zuiver wit zijn, en dus geen randwieren maar
-slechts draadwieren bevatten. Over de randen vloeit het water deels
-loodrecht omlaag, aan de andere zijde echter over een uitgebreide
-vlakte, waar het groote terrassen met lage randen maakt. Hier koelt
-het voldoende af, om den geheelen bodem zich met bruine en groene
-wieren te doen bedekken. Vallen in zulke koelere vijvertjes naalden
-of geheele takken van dennenboomen en roode ceders, dan worden die
-allengs met wieren overgroeid en met een kalklaagje omkleedt evenals
-bij ons in het meertje van Rockanje. Kunstmatig ingebrachte voorwerpen
-kan men op deze wijze ook laten incrusteeren. Verderop is het water
-soms zoover afgekoeld, dat grassen en lage soorten van biezen er aan
-groeien kunnen.
-
-De eigenaardige groeiwijze der randwieren geeft nog tot een ander
-merkwaardig verschijnsel aanleiding, als namelijk de randen zeer hoog
-worden. Het zijn de kegels en schoorsteenen. Kegels heeten zij als de
-holte betrekkelijk klein is, schoorsteenen als die in verhouding tot
-den rand groot is. De namen hebben betrekking op de droge toestanden,
-maar men vindt dezelfde gevallen ook met een warme bron er in. Een
-schoorsteen van omstreeks een meter hoogte wordt den toeristen
-vertoond, en kegels ziet men op verschillende plaatsen.
-
-Als de travertijnrotsen lang droog zijn en verweeren, herneemt de
-plantengroei zijn rechten. Eerst komen gras en kleine bloemplanten,
-daarna komen heesters en boomen, en geheele bosschen van den
-Yellowstone-den (Pinus Murrayana) staan op dezen berg. Maar als zich
-dan dicht bij en iets hooger dan het bosch een nieuwe spleet opent,
-en haar heete water over den grond van het bosch uitspreidt, kan
-zij het geheele bosch dooden. Niet door de warmte van het water,
-want dat is op dien afstand van de bron voldoende afgekoeld om
-onschadelijk te zijn. Maar omdat de grond met een verhardende korst
-van kalk wordt bedekt, die ten slotte den bodem geheel van de lucht
-afsluit zoodat daaronder de wortels sterven, en dus ook de boomen te
-gronde gaan. Angel's terrace is een droevig voorbeeld van dit geval,
-daar hier honderden groote dennenboomen geheel dood en kaal op den
-kalkgrond staan. Soms bereikte de kalklaag hunne onderste takken,
-maar soms liet zij den voet der wortels aan de stammen onbedekt,
-zoodat men gemakkelijk zien kon, dat zelfs een zeer dunne laag
-zóó moorddadig kon werken. Aan de randen van deze plaats zag ik de
-stervende en half gestorven boomen, die een toenemende uitbreiding
-van het euvel aanduidden. Merkwaardig vond ik het voorkomen van onze
-gewone europeesche blauwe klokjes (Campanula rotundifolia), die hier,
-te midden van die vreemde verschijnselen en die geheel bizondere flora,
-weelderig bloeiden en een aangename herinnering aan onze heiden boden.
-
-In een der boschrijke valleien achter de heuvelengroep, waarop
-de voornaamste bronnen der Mammoth Hot Springs gevonden worden,
-staat een groote kegel van travertijn, die den naam draagt van
-Orange-Geyser. Deze naam zou allicht doen vermoeden, dat men hier te
-doen had met een formatie, zooals die in de eigenlijke geyserbassins
-gevonden worden, en dat deze bron dus op dit gebied niet thuis
-behoorde. Men zou meenen dat zijn wateren kiezelzuur bevatten en dus
-sintel afzetten, terwijl de opgeloste stof in werkelijkheid hier
-koolzure kalk is, evenals in alle bronnen van deze omgeving. Ook
-springt de bron niet hoog op, zooals men het van een echten geyser
-verwachten zou.
-
-De kegel is stomp en van boven min of meer vlak. De kleur is aan de
-eene zijde krijtwit, aan de andere bruin en grijs; de eerste zijde is
-thans droog, en de kleuren der laatste worden door het overvloeiende
-water onderhouden. Op den vlakken top bevindt zich een bekken met
-water, in welks midden een bron kookt. Van uit het dal kan men dat
-niet zien, maar men hoort het geluid duidelijk en ziet de dampen
-opstijgen. Ik ben op een der bergen die het dal omgeven geklommen
-om het bekken te zien; het neemt slechts een klein deel van de
-topvlakte in.
-
-Die bron schijnt uit een opening van een onderaardsche spleet te komen,
-want aan de eene zijde van den hoogen kegel is een lage afzetting van
-travertijn, die den vorm van een vlakken heuvelrug heeft, op zijn kam
-een aantal kleine openingen en barsten dragend, waaruit heet water te
-voorschijn komt. Die lijn is slechts een twintigtal passen lang, en
-even groot is de afgezette kalkmassa, die links en rechts van haar den
-grond bedekt. Deze formatie is vrij gelijkmatig van oppervlakte, zoodat
-zij bijna overal door het afvloeiende water bevochtigd wordt. Het kwam
-mij belangrijk voor, deze openingen nader in oogenschouw te nemen en
-eenigszins uitvoerig te beschrijven, omdat zij veel kleiner zijn dan
-die der meeste andere heete bronnen, en te zamen een typisch beeld
-van den bovenrand van een onderaardsche barst geven.
-
-De opening, die het verste van den hoofdkegel gelegen is, is zoo
-groot als een vuist, en aan drie zijden met korsten van bruin en groen
-verkalkt wier overgroeid; het water, dat er in vrij groote hoeveelheid
-uitstroomt, is zeer heet. Vlak er naast staat een kegeltje met een
-opening zoo wijd als een vinger dik is, maar dit is nu droog. Het water
-uit de vuist-groote opening kookt met tallooze bellen op en vloeit
-dan omlaag in een smal stroompje. Daarin groeien de witte of bleekgele
-draadwieren in drie of vier bundels, wiegelend in den kleinen heeten,
-snelvlietenden stroom. Men brandt zijn vingers als men de wieren er
-uithaalt. Iets verder op vindt men zulke draden, die afgebroken en
-dus weggevoerd zijn, maar tegen een scherpen hoek van den rand zijn
-blijven hangen. Allengs koelt het water natuurlijk af, en weldra is
-het zooveel lager in temperatuur geworden, dat de groene en bruine
-wieren er in kunnen leven. Het beekje is dan breeder en minder diep
-geworden, en loopt over korsten van levend travertijn in allerlei
-kleuren, met een slijmerige, maar allengs verkalkende oppervlakte.
-
-Volgt men de vermoedelijke barstlijn, dan vindt men, ongeveer een
-meter verder en iets hooger op, een vingerdikke opening, waaruit
-voortdurend groote damp-blazen komen, die de opening telkens
-afsluiten. Er vloeit maar weinig water uit, doch ook daarin groeien
-de witte draadwierbundels. Het water verspreidt zich dan en is juist
-voldoende om een aanzienlijk deel der oppervlakte vochtig en warm te
-houden. Daar groeien de bruine en groene korsten, nog geleiachtig
-en bros, brekend bij het aanraken. Enkele voetstappen van vroegere
-bezoekers maken er kleine meertjes, waarin het water blijft staan;
-in de hoogste en warmste groeien de bleeke draadwieren, in de lagere
-de bruine en oranjegekleurde soorten.
-
-Een halven meter verder, op de overigens gesloten barstlijn, komt
-weer een vuistgroote opening, die wat hooger op het heuveltje ligt,
-en dus een sneller afvloeiend stroompje geeft. Die stroom is aan den
-rand zwart, in 't midden draderig wit, beide door de wieren die er
-in groeien.
-
-Nu stijgt de heuvelrug sneller en over een afstand van een meter
-liggen nog een vijftal dergelijke bronnetjes, elk met een wit of
-zwart stroompje, omgeven door een bruinen rand. Hooger op de lijn
-worden de vingergroote openingen talrijker en moeilijk te tellen, soms
-vloeien zij tot groepen inéén. Maar de beekjes en afzettingen zijn
-dezelfde. Een 25-tal zulke gaatjes liggen op een paar meter bijeen,
-een smalle lijn vormend. Dan volgt een duimdikke bron, die zijn water
-een hand hoog opspuit en in een bocht omlaag laat vallen. Rondom
-de opening en de plaats waar het water valt, vormen zich korsten,
-die aan den warmwaterkant wit, doch aan de andere zijde bruin zijn.
-
-De groep der actieve bronnetjes wordt thans afgewisseld door een
-onwerkzamen kegel, die een hand hoog boven het oppervlak uitsteekt,
-en de meeste andere dus in grootte overtreft. Water kon ik in de
-holte niet zien, doch ongetwijfeld was dit in de diepte voorhanden.
-
-Op dezen kegel volgt een spuitbronnetje, dat zoo dik is als een pink
-en door een gekorrelden rand omgeven. Het werpt groote druppels water
-omhoog, die telkens met bellen kokenden waterdamp afwisselen. De
-druppels vallen buiten den rand op de kalkafzetsels, die daar en vlak
-langs den rand wit zijn, maar op zeer kleinen afstand eene bruine
-kleur aannemen. Want daar helt het oppervlak sterk en vloeit dus het
-water snel in een dunne, verkoelde laag weg.
-
-Nu komen weer, altijd in de richting van den geyserkegel, een
-tiental vingerdikke gaten waarin het water kookt; zij vormen een
-kleine groep met een gemeenschappelijken rand, die echter aan de
-eene zijde van onderen gebarsten is, zoodat het heete water niet
-over, maar onder den rand afvloeit. Het is een handbreede spleet,
-die een even breed stroompje geeft, dat weer een zwarten bodem heeft
-en vol is met slingerende, bleekgele draden. Aan de randen groeien
-allengs korsten van bruine en witte wieren over het water heen; zij
-groeien van onderen sneller aan, daar zij aan de bovenzijde dikwijls
-droog worden, en hechten zich dus meer en meer aan de onderlaag vast,
-de bedding van den stroom vernauwend.
-
-Eindelijk volgt nog een veel grootere opening. Het is een kegel zoo
-groot als een hoofd, die van boven en aan de eene zijde open is,
-en waaruit een breede stroom van heet water omlaag vloeit. Zwarte
-vliezen en witte draden wisselen elkaar in dit water af, terwijl
-allerlei fijne koraalvormige gewassen zich aan den voet van den
-kegel in het warme water bevinden. Verder op wordt de bodem van dezen
-stroom breeder en licht roestbruin van kleur, en bedekt hij zich met
-tal van wierlijsten en van lepelvormige uitsteeksels, die het water
-plaatselijk en tijdelijk tegenhouden, een ontelbare menigte van kleine
-bekkentjes vormend.
-
-Boven dezen langen en breeden rug verheft zich de eigenlijke
-geyser-kegel nog drie meter hooger. Aan de beschreven zijde vloeit
-overal een dunne laag heet water over den rand, zwarte en witte en
-bruine strepen vormend, al naar gelang der wiersoorten. De bovenrand
-is afgerond door het overvloeiende water; daaronder vormen zich
-stalactieten, die als ribben vertikaal omhoog loopen. Dan volgt een
-gedeelte waar de kegel minder steil is, en hier hebben zich vooral
-de randwieren genesteld, tal van terrassen, elk met een vijvertje,
-vormend. Sommige dezer terrassen zijn ook reeds volgegroeid en
-het water vloeit eenvoudig over den rand van het horizontale vlak
-heen. Soms zijn deze terrassen groot, en telt men er slechts een
-tiental boven elkaar, soms zijn zij kleiner en vindt men er twintig
-en meer bij dezelfde daling. Overal is de geheele oppervlakte met de
-kronkelende dwarsribben der bruine wieren dicht bedekt. Het is als
-het ware een fijngolvende bodem onder de dunne waterlaag.
-
-Aan de tegenovergestelde zijde, de noordzijde van den kegel, vloeit,
-zooals ik reeds gezegd heb, tegenwoordig geen water meer af; hier
-en daar zijn zelfs groote stukken er uit gevallen, zoodat men iets
-van de inwendige structuur zien kan. Daarbij blijkt, dat de opbouw
-voortdurend ongeveer op dezelfde wijze heeft plaatsgevonden, waarop nu
-de afzetting aan de oppervlakte nog voortgaat. Want de massa bestaat
-uit vingerdikke schalen, die los en met smalle tusschenruimten over
-elkander liggen. Die tusschenruimten correspondeeren met de perioden,
-waarop dat gedeelte van het oppervlak droog was, terwijl de schalen
-natuurlijk des te dikker zijn, naarmate de plek langer onafgebroken
-bevloeid geworden is. Bij het drogen is de donkerbruine kleur der
-vochtige en levende massa in een licht geelachtig bruin veranderd.
-
-Rondom de beschreven formaties is een uitgebreid afvloei-terrein voor
-het water. Op dit terrein is alle vegetatie van andere planten dan
-wieren gedood, en het is met een travertijnlaag bedekt, die vlak bij
-den kegel vrij dik is, maar naar de randen toe dun uitloopt. Vlak
-langs den rand groeien echter allerlei planten, zoodat men precies
-zien kan, hoever de afzetting gegaan is. Onder die planten, die de
-oorspronkelijke flora van het dal vertegenwoordigen, komt vooral
-een lage soort van gulden roede vrij veelvuldig voor. Trouwens het
-geslacht der Solidago's of gulden roeden is in het geheele park, en
-verder over al de prairiën van het westen, aan de oostzijde der Rocky
-mountains, een der meest algemeene, zoowel wat rijkdom aan soorten,
-als wat de onafzienbare millioenen van individuen betreft. Verder
-vindt men langs den rand blauw bloeiende vlassoorten, gele Sedums,
-kleine Asters (een geslacht, dat in Amerika even rijk vertegenwoordigd
-is als de gulden roeden), immortellen, en aan den boschkant de kleine
-moeras-zonnebloemen.
-
-Zoover de kalkafzetting gaat, zijn ook de boomen gedood. Het zijn
-de reeds genoemde "red cedars," een soort van jeneverbessen, die
-hier overal veelvuldig groeien. Rondom den voet van den kegel staan
-die boomen in groepjes, tot manshoogte en meer opgegroeid en op de
-armsdikke stammen rijk vertakt. Maar thans zijn zij zonder loof,
-geheel dor en kaal, en ten deele is reeds de schors afgestorven
-en afgevallen. Uit den kegel zelf steken de toppen van een zestal
-zulke stammen nog omhoog; zij moeten reeds eeuwen geleden, in het
-begin der formatie, gedood zijn, en zijn sedert langzamerhand onder
-de aangroeiende travertijn-massa bedolven geraakt. Wat daarboven
-uitsteekt is kaal en bestaat alleen nog maar uit de dikste takken;
-al het overige is vergaan, en ook de schors is sedert lang verdwenen.
-
-Zijn deze stammen een treurig getuigenis van den strijd tusschen de
-kalkwieren en het oorspronkelijke bosch, iets verder op kan men dezen
-strijd nog in vollen gang zien. Hier zijn de roode ceders ten deele
-nog groen en vol bessen, ten deele dor en droog. Aan sommige is het
-gelukt den kalkhoudenden stroom tijdelijk af te wenden; de voorste
-stammen zijn in den strijd gevallen maar zij hebben de overige van
-het groepje beveiligd. Als een eilandje ligt zulk een plekje in den
-versteenenden stroom, en allerlei kleine planten hebben van de geboden
-beveiliging gebruik gemaakt, de plek tot een groenende en bloeiende
-oase in de kleine woestenij makend. Vooral een soort van distel en
-de Smilacina, die later in het najaar uiterst sierlijke trossen van
-roode besjes zal dragen, troffen mij hier, tusschen de zooeven reeds
-genoemde planten van den rand.
-
-Behalve de roode ceders, die den kegel omgeven, ziet men aan de nu
-droge voorzijde een paar hooge dennenstammen, wier voet ook reeds
-door het travertijn overdekt is, en die dus geheel dood zijn. Als kale
-pilaren met wijduitgespreide takken reiken zij boven den heuvel omhoog.
-
-Het is duidelijk, dat deze geheele formatie van de vlakte van het
-dal uit is opgewerkt. Er moet zich in het bosch een onderaardsche
-spleet gevormd hebben, die in verband stond met de watermassa,
-die hier van uit de hooge bergen naar het eigenlijke terrein der
-Mammoth Hot Springs vloeit. Uit die spleet is het kalkhoudende water
-te voorschijn getreden, rondom kalk afzettend en de oude vegetatie
-doodend. De spleet moet ontelbare jaren en wellicht eeuwenlang op
-dezelfde plaats werkzaam zijn geweest, met één hoofdopening, die den
-grooten kegel gevormd heeft, en met een reeks van kleinere voor het
-vlakke heuvelrugje, dat ik beschreven heb.
-
-Rondom heeft het dal den gewonen vorm, en zijn de hellingen met de
-gewone dennensoort dezer streek meest dichtbegroeid. In het dal is de
-beschreven spleet echter niet de eenige uitlaat voor het heete water
-geweest. Want een honderdtal passen verder op ligt een tweede kegel,
-veel lager en veel vlakker en breeder, maar zuiver kegelvormig. De
-hoogte bedraagt slechts een meter, maar de straal is verscheidene
-meters lang. In het midden, dus op den top van den vlakken kegel,
-ligt een uitgedoofde bron. Het is een kommetje vol water, iets kleiner
-dan een gewone waschkom. Dit water is lauw, en dus afkomstig van de
-onderaardsche spleten; ook ziet men in den bodem van het bekken een
-drietal gaten, waaruit dampen en luchtbellen omhoog bobbelen. De bodem
-van dit kommetje is met roodbruine wiervlokken bedekt, en dezelfde
-wieren, doortrokken met kalk en uitgedroogd, vormen klaarblijkelijk
-de geheele massa van den kegel, blijkens de lichtgrijze kleur.
-
-De geheele, vlakke kegel is kaal, maar toch begint de plantengroei
-hier en daar zijne rechten weer te laten gelden, en mossen, grassen,
-enkele gulden roeden en wolfsmelken met nog een paar andere soorten
-hebben al enkele punten vermeesterd, om van daaruit zich allengs uit
-te breiden. Ook een immortelle zag ik er bloeien. Op de oppervlakte
-van den kegel ziet men nog duidelijk de sporen van de gekronkelde
-wierranden, die eenmaal ook deze formatie terrasvormig gemaakt moeten
-hebben. Maar het meeste is toch reeds tot puin en poeder vergaan,
-wellicht grootendeels door belangstellende bezoekers vertrapt.
-
-Ook elders in de vallei zijn nog sporen van bronnen of onderaardsche
-spleten wier wanden zijn ingevallen, zoodat men dus in de diepte
-zien kan.
-
-In een naburig dal had ik de gelegenheid nog beter te zien hoe zulk
-een travertijn-massa er van binnen uitziet. Daar vond ik een kegel,
-juist zooals die van den Orange-Geyser, maar klaarblijkelijk sedert
-lange jaren droog en onwerkzaam. Hij is drie meter hoog, van boven niet
-merkbaar veranderd, maar zijdelings afbrokkelend. Deze geheele kegel
-bestaat uit meest vinger dikke schalen, die van boven bijna horizontaal
-liggen maar dan ombuigen en loodrecht omlaag gaan. Zij zijn zoo los
-aan elkander verbonden, dat zij afbladeren en afschilferen. Op zijn
-buitenvlak vertoont elke schaal een stalactietachtige structuur, en
-waar de schalen dwars doorgebroken zijn is de inwendige massa helder
-wit en grof-poreus. Sommige schalen zijn zoo dun als bordpapier,
-andere dikker, tot vingerdikte toe. Plaatselijk is de buitenvlakte van
-den geheelen kegel nog goed bewaard, vooral aan sommige zijden aan
-den voet, en hier ziet men haar bedekt door tallooze dwarsloopende
-ribbels, die thans grijs en droog zijn, maar die klaarblijkelijk
-door de bruine randwieren zijn gemaakt. Hoeveel eeuwen de wieren aan
-dezen kegel gebouwd hebben, is moeilijk na te gaan, maar alles pleit
-er voor, dat zij van den beginne af tot aan het einde op dezelfde
-wijze werkzaam geweest zijn. Uiterst eenvoudige beginselen brachten
-ook hier een rijke afwisseling in vorm en structuur teweeg.
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-DE GEYSERS.
-
-
-Verlaten wij thans de warme bronnen van Mammoth Hot Springs met
-hunne terrassen van kalksteen, om tot de eigenlijke geysers over te
-gaan. Deze liggen in het algemeen in de dalen tusschen de vulkanische
-gesteenten, en hunne afzettingen bestaan dan ook niet uit kalk maar in
-hoofdzaak uit kiezelzure gesteenten of silicaten. Deze formatie heet
-hier geyseriet, in tegenstelling met het travertijn der beschreven
-warme bronnen.
-
-Hoogopspringende bronnen ziet men op het kalkterrein niet. De geysers
-zijn echter juist het meest bekend om de enorme hoogten waartoe
-sommige van hen het kokende water opwerpen.
-
-Vanwaar die kracht, die stoom en water zoovele honderden meters omhoog
-kan werpen? Vanwaar dat vermogen, om een schijnbaar volkomen rust
-plotseling af te breken, om zulke geweldige verschijnselen voort te
-brengen, en dan weer, als of niets gebeurd ware, tot de vroegere rust
-terug te keeren? Het is de inwendige warmte der aarde, die dit teweeg
-brengt. Het zijn eenvoudig verschijnselen van koken, maar onder zeer
-bizondere omstandigheden. In een gewonen ketel bruist en borrelt en
-spat het water op. Kon op een of andere wijze plotseling het koken
-versneld worden, dan zou ook het opspatten van waterdruppels plotseling
-toenemen, zij zouden talrijker en hooger opgeworpen worden. Zoo moet
-men zich de geysers voorstellen. Enkele komen uit een diepe spleet,
-waarin men tijdens de rust het water niet zien kan, maar kort vóór
-de uitbarsting komt het toch omhoog. De meesten echter komen uit
-een kleinen kom of vijver, die tot aan den rand toe gevuld is met
-water. Een volkomen helder, maar donkerblauw water, dat in schoonheid
-en aantrekkelijkheid voor dat der andere warme bronnen van het park
-niet onderdoet.
-
-Men kan veilig zeggen, dat tusschen de voortdurend kokende bronnen
-en de machtigste geysers in de bassins van het Yellowstone-park alle
-overgangen voorkomen. Daarbij geldt de regel, dat gewoon kokend
-water betrekkelijk slechts weinig opspat, maar dat het opwerpen
-van hooge zuilen samenhangt met periodische rust. Hoe zeldzamer het
-opspatten is, des te hooger en des te machtiger kan het worden. De
-meest bekende geyser is de Old Faithful, die dien naam draagt, omdat
-hij, zoolang als men hem kent, nog nooit aan zijne belofte ontrouw
-geworden is. En die belofte, afgeleid uit een lange ervaring, is dat
-hij telkens, na ruim een uur, weer zal beginnen te "spelen," zooals
-de locale term luidt. Alle andere hoog opspuitende geysers van deze
-streek zijn zeldzamer in hun uitingen, zij werken elken dag eens,
-of om den anderen dag of om de 4 of 5 dagen. De tusschenpoozen van
-rust zijn wel ongeveer gelijk, voor elk van hen, maar toch niet zóó,
-dat men juist vooruit kan zeggen, wanneer het spel beginnen zal. Voor
-den reiziger, die op elk bassin slechts eenige uren vertoeft, hangt
-het dus geheel van het toeval af of hij de verschijnselen zien zal
-of niet. Maar de Old Faithful laat hem nooit in den steek.
-
-Vlak bij dezen geyser, op een afstand van omstreeks 300 Meters, is het
-hôtel gebouwd, dat zijn naam in de curieuse combinatie draagt. Het
-heet Old Faithful Inn, een naam, dien, buiten verband met de bron,
-menige Inn benijden zou. Het spel begint met het opstijgen van heet
-water uit de spleet en het overvloeien van groote hoeveelheden daarvan,
-terwijl voortdurend aanzienlijke hoeveelheden stoom in groote wolken
-in de lucht ontwijken. Heeft dit eenige minuten geduurd, dan begint
-het water sterker op te spatten, meters hoog en in verschillende
-richtingen schuin opstijgend, totdat ten slotte een zuil van wel
-twee voet in doorsnede tot een hoogte van 40-50 M. met geweldige
-snelheid omhoog stijgt. Deze zuil is echter, zoover ik zien kon,
-geen massieve waterkolom, maar gevormd uit een onnoemelijk aantal
-grootere en kleinere druppels. En de hoeveelheid water, die terstond
-daarna omlaag valt en den geheelen geyserkegel overdekt, komt met
-deze voorstelling goed overeen. Een uitvoerige beschrijving van dezen
-geyser en zijn spel zal ik echter eerst later geven.
-
-Juist op dezelfde wijze werken de talrijke geysers die met
-tusschenpoozen van een kleiner of grooter aantal minuten
-opspuiten. Hier kan men alles meer van nabij en dus nauwkeuriger
-zien. Een, twee of drie meters spat het water op. Zorgt men dat
-men ten opzichte van de windrichting ter zijde staat, zoo kan men
-soms veilig vlak aan den rand blijven staan. Onder den wind zou men
-natuurlijk door de heete stoomdampen omhuld worden, zonder snel genoeg
-een uitweg te kunnen vinden. Men ziet ook hier geen eigenlijke zuil
-van water. Uit de diepte van den helderen vijver stijgen plotseling
-groote stoomblazen in geweldig aantal op. Zij werpen het water dat
-boven hen is, en dat zij meevoeren met kracht omhoog, maar doen het
-daarbij snel en volkomen uiteenspatten.
-
-De Ginantess [20] speelt om de 12 uren, de Sawmill [21] 5 of 6
-maal daags, de Giant [22] eens in de week, de Castle [23]-geyser
-met tusschenpoozen van omstreeks 30 uren, en zoo zou men voor al de
-grootere geysers een lijst van hunne werkzaamheid kunnen geven. De
-Giant, die het zeldzaamst werkt, is ook de hoogste, zooals zijn naam
-trouwens aanduidt; zijn water wordt tot ruim 80 Meter hoog opgeworpen,
-dus bijna de dubbele hoogte van Old Faithful.
-
-Door dit overzicht van de kracht der uitbarstingen in verband met de
-lengte van de perioden van rust, komen wij tot de voorstelling, dat de
-machtige geysers gedurende die perioden eenvoudig hun kracht opsparen
-en ophoopen, om die dan, in den korten tijd van enkele minuten, op
-veel grootschere wijze te kunnen gebruiken. Als van zelf ontstaat
-dus de vraag, op welke wijze zij dit ophoopen kunnen tot stand brengen.
-
-Natuurlijk kan men in het inwendige der aarde niet gaan kijken, hoe
-het water daar eigenlijk kookt, noch ook hoe de ketel of ketels er
-uit zien, waarin dit gebeurt. Kon men door boringen zoo dicht bij de
-bronnen komen, dan zou men toch waarschijnlijk hun regelmatige werking
-storen. Men moet dus uit gewone natuurkundige verschijnselen, in
-verband met den bekenden bouw der gesteenten, en den gewonen loop van
-het water, dat in artesische putten en in overeenkomstige natuurlijke
-bronnen omhoog komt, trachten een voorstelling af te leiden.
-
-Zulk een voorstelling heeft de groote scheikundige Bunsen ontwikkeld
-en door laboratorium-proeven gesteund. Zij heeft algemeenen bijval
-gevonden, en hoewel door lateren hier en daar in de uitwerking wat
-veranderd is, is het beginsel toch steeds hetzelfde gebleven. Zoo groot
-is de vereering, die de bewonderaars der geysers voor Bunsen hebben,
-dat een der hoogste en fraaiste bergtoppen van het Yellowstone Park
-naar hem genoemd is. Het is de Bunsenpeak, de hoekige pyramidale
-berg, die vlak achter de Mammoth Hot Springs en tegenover de
-Terrace-mountains staat. De groote zijweg gaat tusschen hem en deze
-bergen door, en mijlen lang rijdt men rond om zijn voet, met het
-volle uitzicht op zijn rotsen en bosschen.
-
-Om mij echter niet te zeer in theoretische beschouwingen te begeven,
-zal ik beginnen met een korte schets van de beweging van het
-water in den grond in gewone gevallen. Ik knoop daarbij aan aan den
-gedachtengang, dien ik reeds bij de bespreking der travertijn-bronnen
-van Mammoth Hot Springs gegeven heb.
-
-Overal waar een kunstweg in het gesteente van een gebergte is
-uitgehouwen kan men zien, dat die steen niet gaaf is. Altijd is
-hij door spleten en barsten in verschillende richtingen in stukken
-gebroken. Men beweert dat nergens op aarde, noch aan de oppervlakte,
-noch in de diepte, een volkomen gaaf rotsblok van kubieken vorm met
-zijden van 3 Meters of meer zou te verkrijgen zijn. Die barsten zijn
-onafhankelijk van den laagsgewijzen bouw en in het algemeen het gevolg
-van plaatselijke opheffingen en verzakkingen. In het lava-gesteente
-van het Yellowstone Park komt daarbij het feit dat de lava bij het
-verkoelen natuurlijk sterk ingekrompen is. Zij is daarbij min of meer
-regelmatig gebarsten, in het geval van de basalt zelfs zeer regelmatig
-in de bekende zeszijdige zuilen.
-
-In die barsten ziet men somwijlen op de rotsen, maar meer nog op de
-zooeven bedoelde, bij het aanleggen van wegen kunstmatig gemaakte in-
-en doorsnijdingen, de wortels der planten doordringen. Dit is een
-studie op zichzelf, vooral omdat het een tastbare verklaring geeft
-hoe het komt, dat zoovele planten op schijnbaar naakt gesteente of op
-klaarblijkelijk uiterst droge hellingen leven kunnen. Meters ziet men
-de wortels omlaag dalen, en waarschijnlijk gaan zij nog veel dieper,
-maar de fijne takken en uiteinden zijn allicht beschadigd en gebroken
-en dus niet meer waarneembaar.
-
-Langs denzelfden weg sijpelt natuurlijk het regenwater in het gesteente
-omlaag. Het moge in de humuslagen langeren of korteren tijd zijn
-opgehouden, alles wat niet verdampt, of niet als beken langs de
-oppervlakte afvloeit, zinkt weg in de spleten. Het verzamelt zich
-in de diepte. Ging het gesteente met denzelfden bouw onbeperkt door,
-allicht zou het water onbeperkt kunnen wegzinken. Maar de lava rust op
-krijtlagen, en deze weer op andere formatiën. Storingen in de beweging
-van het water moeten dus het gevolg zijn, en zoo de lagen eenigszins
-hellen, zullen zij het water in bepaalde richtingen afvoeren. Zoo
-ontstaan onderaardsche beken en stroomen en hun aantal en macht is
-veel grooter dan men zich gewoonlijk voorstelt. Trouwens ook in ons
-eigen land speelt die onderaardsche beweging van het water een groote
-rol, een rol, die men thans, bij het aanleggen van waterleidingen
-hoe langer hoe meer waardeeren en bestudeeren gaat.
-
-Loopt nu een laag in een berg zóo, dat zij met haar laagsten rand in
-een dal uitkomt, dan zal het water, dat over de laag heen vloeit, in
-dit dal te voorschijn komen. Soms ziet men het rechtstreeks uit den
-rotswand sijpelen, maar waar deze met een dikke humuslaag bedekt is
-ziet men meestal, in het hoogste deel van het dal een klein moerasje,
-van waaruit een beek omlaag stroomt. Vloeit geen zichtbare beek in dit
-moerasje, dan is het duidelijk dat het door een of meer onzichtbare
-stroompjes gevoed wordt; zijn er echter een of meer aanvoerbeekjes,
-dan heeft de gewone beschouwer meest geen reden om ook nog aan
-onzichtbare te denken.
-
-Thans komen de artesische putten aan de orde. Hun water komt onder
-drukking uit de diepte te voorschijn, het moet dus daar onder
-drukking staan. De laag, die door talrijke en wijde spleten het
-water gemakkelijk vervoert, moet van boven en van onderen aan minder
-gespleten en minder doorlatende lagen grenzen. Evenzoo zijn het bij ons
-vooral grint- en zandlagen, die als het ware ingesloten zijn tusschen
-klei, die het water voor de opborrelende putten leveren. De put maakt
-men in een dal, op grooteren of kleineren afstand van een gebergte-
-of heuvelenreeks. Niemand zal verwachten dat in een put, geboord op
-den top van een berg, het water tot aan den rand zal opstijgen. Want
-terwijl de laag helt, is het het water in de heuvelen dat drukt op
-dat in de vlakte, en waar men boort tracht het natuurlijk even hoog
-op te stijgen, als het onder den heuvel staat. Het tracht eenvoudig
-het evenwicht te herstellen, want de put en de laag vormen een stel
-van communiceerende buizen, en eer het tot rust komt, moet het water
-dus in beiden even hoog staan. Is dus de monding der put lager dan
-de waterstand in den heuvel, dan blijft het water voortdurend vloeien
-en de bron is schijnbaar onuitputtelijk.
-
-In een zand- of grintlaag vloeit het water met een zachte helling
-in een regelmatigen stroom. In een gespleten gesteente hangt de weg
-geheel van de spleten af, en is dus uiterst onregelmatig. Dit heeft
-nu voor den loop over groote afstanden wel niet veel beteekenis,
-maar de aard van de uitmonding hangt daarvan natuurlijk geheel af. De
-laatste spleet, die waaruit het water te voorschijn komt, kan rechtop
-gaan of schuin of misschien bijna horizontaal liggen, en waar op het
-gebied der geysers heete stoom uit spleten te voorschijn dringt,
-zonder dat rondom de monding een vijvertje ontstaan is, ziet men
-de spleten dan ook in alle richtingen hellen. Monden zij in een
-vijver uit, dan kan men ze maar zelden zien, en liggen zij diep,
-dan werken zij onder water allicht toch als vertikale openingen, ook
-al zijn zij zeer schuin. Verder zullen de spleten natuurlijk nooit
-overal even wijd zijn, maar hier en daar zullen wijdere gedeelten,
-wellicht zelfs geheele grotten, met de nauwere spleten afwisselen.
-
-Het spreekt van zelf dat het water, dat uren ver door bepaalde lagen
-loopt, de temperatuur van die lagen zal aannemen. En komt het snel
-genoeg aan de oppervlakte, dan zal het dus daar dien warmtegraad, ten
-minste ongeveer, verraden. Nu is het Yellowstone-park in de laatste
-geologische tijden voortdurend een terrein van uitgebreide vulkanische
-werkzaamheid geweest, en moet men dus aannemen, dat de koude korst,
-die hier de inwendige warmte bedekt, dunner is dan wellicht op eenige
-andere plaats op aarde. Het water behoeft dus niet zoo heel diep af
-te dalen om in lagen te komen, wier temperatuur boven het kookpunt
-ligt. En het doorloopen van zulke warme aardlagen is klaarblijkelijk
-de eenige bron voor de warmte van het heete water.
-
-Hier komt nu een zeer belangrijke factor in het spel, namelijk de
-afhankelijkheid van het kookpunt van water van de drukking. Iedereen
-weet, dat op hooge gebergten het water bij een lagere temperatuur
-kookt dan bij ons, al ware het ook slechts uit de ervaring dat het
-koken van eieren in zulke streken langeren tijd vordert. Evenzeer
-weet iedereen dat in een Papiniaansche pot [24] het water tot ver
-boven 100° C. verhit kan worden, zonder tot stoom over te gaan. Het
-is de grootere drukking, die dit belet. Passen wij dit nu toe op onze
-onderaardsche stroomen, die op de beschreven wijze onder de zeer
-aanzienlijke drukking van het grondwater in de omringende heuvelen
-staan. Het zal dus bij 100° C. nog niet gaan koken, ja verscheidene
-graden hooger verhit kunnen worden, zonder dit te doen. Het kan dus
-een tijd lang in oververhitten toestand zich voortbewegen. Eindelijk
-echter nadert het de openingen der spleten, en dus de plaats waar
-geen overmaat van drukking er meer op rusten zal. Is het dan toch nog
-warmer dan 100° C., dan zal het gaan koken, plotseling of langzaam,
-al naar gelang van de wijze waarop het toestroomt. Bij den overgang
-tot stoom zet het zich geweldig uit, en perst dus al het water dat
-er boven staat voor zich uit.
-
-Zoo ontstaan de kokende bronnen. In oververhitten toestand wordt het
-water in een zeer langzamen stroom toegevoerd. Houdt dan de drukking
-op, dan gaat het koken, en de stoom verhit het water in den vijver,
-tot ook dit het kookpunt nadert, waarna de stoom, in grootere en
-kleinere bellen ongehinderd doorgaat, bruisend en barstend aan de
-oppervlakte komend. Veel kleine geysers, die heftig koken, voeren
-alleen stoom en geen water omhoog, en men ziet hun rand dan ook niet
-overvloeien; een van de grootere heeft zelfs, om het typisch zuinige
-van dit verschijnsel, den naam van Economy-geyser ontvangen.
-
-Zijn nu de onderaardsche spleten regelmatig, zoo zal de bron
-gelijkelijk door blijven koken. Onregelmatigheden in de spleten kunnen
-echter tot plaatselijke ophoopingen van stoom aanleiding geven. Een
-gewelfvormige spleet, die alleen van onderen toe- en afvoergangen
-heeft, zal zich b.v. allengs met stoom vullen, en deze zal onder de
-drukking van de zuil water tusschen het gewelf en de oppervlakte
-van den uitmondings-vijver staan. Langzaam neemt de stoom toe,
-tot hij eindelijk de geheele holte vult. Ontstaat er nu nog meer,
-dan moet deze ontwijken, en drukt dus de zuil water boven zich
-weg. Men ziet den kraterrand overvloeien, meest schoksgewijze. Maar
-stoom weegt minder dan water, en het wegpersen van de waterkolom
-ontheft den stoom in het onderaardsche gewelf van den druk, die
-hem daar samenperste. Plotseling zet hij zich geweldig uit, en
-slingert nu alles wat nog in het te doorloopen kanaal gebleven was,
-en misschien zelfs al het water van den vijver, met groote kracht voor
-zich uit. In plaats van af te nemen, neemt de kracht op den weg toe,
-daar de drukking vermindert. Zoo worden in weinige minuten nagenoeg
-al de stoom en al het water hoog in de lucht opgeworpen.
-
-Dan echter is de kracht gebroken. Wat in den vijver neerviel vloeit
-thans kalm in de buis terug, en de onderaardsche aanvoer vult het
-gewelf en de gangen met water. Langzaam begint de stoom zich weer
-op te hoopen, tot hij eindelijk weer ontsnapt, onder dezelfde hevige
-verschijnselen.
-
-Uit deze door Bunsen gegeven voorstelling volgt nu als vanzelf,
-dat spleten zonder zulke gewelven een regelmatig kokenden geyser
-zullen geven, en dat de aanwezigheid van gewelven daarentegen de
-periodische werking kan teweeg brengen. Hoe grooter de gewelven, des
-te langer zal het duren voordat zij voldoende met stoom gevuld zijn,
-en des te langer zullen dus de perioden van rust zijn. Maar des te
-heviger zal ook de uitbarsting worden.
-
-Men moet zich dus de toevoerbuis van elken geyser als een
-onregelmatigen, langzaam schuin omhoog stijgenden barst voorstellen,
-waarvan de onregelmatigheden nu eens zonder beteekenis, dan weer,
-door de vorming van van boven gesloten gewelven, geheel beslissend
-voor het verschijnsel worden.
-
-In de verschillende spleten loopt het water meest onafhankelijk van de
-overige, soms zelfs van zeer naburige bronnen. Dit blijkt allereerst
-daaruit dat de vijvers op de hellingen van een heuvel op zeer ongelijke
-hoogten plegen te liggen. Waren er communiceerende buizen, zoo zouden
-de hoogere natuurlijk leegloopen en de lagere overvuld worden. Verder
-blijkt het uit het feit dat de uitbarstingen van naburige geysers
-van elkander geheel onafhankelijk zijn, de meest woeste uiting van
-den een kan de volkomen rust van zijn buurman volstrekt niet storen.
-
-Laat ons thans de heftige maar voorbijgaande werkingen verlaten,
-om ons met de kalmere en schijnbaar onaanzienlijke, maar de eeuwen
-trotseerende afzettingen rondom de geysers bezig te houden.
-
-De geysers, en in dien naam zal ik thans gemakshalve de overeenkomstige
-kokende bronnen mede begrijpen, liggen overal in de dalen van het
-Yellowstone-park. Soms liggen zij eenzaam, meest zijn zij tot groepen,
-enkele malen tot groote groepen vereenigd. In het laatste geval noemt
-men het geheele dal een geyser-bassin, en het Norris-bassin, de Lower-,
-Midway- en Upper- [25]bassins zijn daaronder de meest bekende. Maar
-ook elders, zelfs aan de oevers van het Yellowstone-meer, vindt men
-zulke bassins.
-
-De term bassin is in zekere mate misleidend. Allereerst om de reeds
-besproken onderlinge onafhankelijkheid der geysers en om het feit
-dat er bijna nooit twee uit denzelfden vijver omhoog springen. Elke
-geyser heeft als het ware zijn eigen monding gemaakt, het zij die
-vol water is of niet. Er is dus geen gemeenschappelijk bassin, noch
-onder den grond, noch er boven. Het is alleen een waterrijk dal,
-dat vele bronnen omsluit. Verder is de naam van bassin misleidend,
-omdat de geysers zich altijd op een soort van heuvel bevinden. Midden
-in het dal ligt zulk een heuvel, van eigenaardige vorm en formatie,
-en de vijvers, spleten, heete bronnen en geysers liggen bovenop
-of op de hellingen van dien heuvel. De heuvel is laag en breed, de
-hellingen zacht glooiend. Soms vult hij plaatselijk het dal over de
-geheele breedte en sluit dan aan de aangrenzende bergen aan, maar
-altijd met een lageren rand, waarlangs het geyserwater kan wegvloeien.
-
-Deze vlakke heuvels zijn het product der geysers; zij bestaan
-uit een bizonder gesteente, dat den naam van geyseriet draagt. In
-tegenstelling met het travertijn der Mammoth Hot Springs, dat een
-kalkgesteente is, is het geyseriet een kiezelgesteente. Zooals ik
-reeds meermalen opgemerkt heb, liggen de geysers in de dalen tusschen
-heuvels en bergen die voornamelijk uit lava bestaan, en is de lava
-zelf weer in hoofdzaak uit kiezelmassa's gevormd. Het water, dat van
-die bergen naar de geysers stroomt, vindt dus in de spleten op zijn
-weg geen kalk maar kiezelzuur om op te lossen. Dit is echter op verre
-na niet zoo gemakkelijk oplosbaar als kalk, en het water neemt er dus,
-ook bij een langen loop, maar weinig van op.
-
-Dit opgeloste kiezelzuur nu wordt bij het uitstorten van het water
-en dus rondom de heete bronnen afgezet. Het vormt het geyseriet, en
-het heeft dus, in den loop der eeuwen, de geheele geyserietheuvels
-in de dalen tot stand gebracht. Moge men ook uren lang op die
-"bassins" rondwandelen, toch moet men bedenken, dat deze geheele
-steenmassa eenmaal vloeibaar was. Niet alles tegelijkertijd, maar
-achtereenvolgens, eeuw na eeuw en laag na laag.
-
-De vastlegging van dit kiezelzuur nu geschiedt uitsluitend door
-wieren. Noch de verkoeling van het water, noch de betrekkelijk geringe
-verdamping kunnen het kiezelzuur doen neerslaan; zonder de wieren
-zou het even rijk daaraan afvloeien als het omhoog gekomen was.
-
-De afzetting van kiezelzuur door levende planten is geenszins een
-verschijnsel dat tot de geyserietvormingen beperkt is. Integendeel,
-het is in het plantenrijk zeer algemeen, veel algemeener dan
-de afzetting van kalk. Sommige planten zijn er zeer rijk aan en
-hebben er een bizondere hardheid en ruwheid aan te danken, zooals
-b.v. onze schuurbiezen, wier schurend vermogen juist aan deze stof
-te wijten is. Opgelost kiezelzuur, of liever oplosbaar kiezelzuur
-heet in den handel waterglas, de oplossing ziet er uit als water,
-maar gaat bij volledige verdamping in een glasachtige massa over,
-die dan niet weer door water kan worden opgenomen. In de planten
-wordt het opgenomen kiezelzuur eerst als een gelei-achtige massa in
-de celwanden gebonden, zoodat het die geheel doortrekt, voornamelijk
-in de buitenste weefsellagen. Grassen en granen zijn er zeer rijk
-aan. Allengs wordt het harder, maar blijft met de celwanden zoo
-vereenigd dat men het daarin niet zien kan. Maar toch kan men het
-gemakkelijk vinden daar het onbrandbaar is en dus als een skelet
-achterblijft als men de weefsels voorzichtig verbrandt.
-
-Onder de wieren is er een groep, die om dit kiezelgehalte zeer
-bekend is. Het zijn de kristalwieren of Diatomeeën, beide namen die
-op hun vorm en niet op hun inwendigen bouw betrekking hebben. Zulke
-kristalwieren groeien ook bij ons overal in allerlei wateren, waar
-zij dikwijls een dicht, vlokkig of geleiachtig bekleedsel rondom de
-stengels der waterplanten vormen, voor zooverre deze onder het water
-groeien. Zulke Diatomeeën spelen nu bij de vorming van het geyseriet
-een belangrijke rol, maar zij verdragen de groote hitte van het
-opbruisende water niet en zijn dus beperkt tot de bassins, die rondom
-de eigenlijke kraters door het overvloeien ontstaan. Aanzienlijke
-lagen van Diatomeeën vindt men b.v. rondom "Black Sand Pool" en
-voornamelijk op den bodem van het Specimen lake, dat daaraan zijn
-water ontleent. Soorten van de bekende geslachten Navicula, Epithemia,
-Cocconema en andere nemen aan die formatie deel. Zij zouden even goed
-voor polijstaarde kunnen worden gebruikt als sommige Diatomeeën-lagen
-in Europa.
-
-Toch zijn deze kristalwieren slechts van locale beteekenis. Zij
-vormen de hoofdmassa's van het geyseriet niet. Dit doen wiersoorten
-van een veel eenvoudigeren lichaamsbouw. In het algemeen zijn het
-dezelfde geslachten en ten deele ook dezelfde soorten als in de
-travertijn-formatiën. In verband daarmede ziet men hier dan ook
-overeenkomstige kleurschakeeringen en kleuren. De wanden der kokende
-vijvers zijn ook hier wit of zeer licht geel, en de bruine of roode,
-groene of blauwe, lichte en donkere, soms geheel zwarte overtrekselen
-ziet men slechts in de omringende bassins, waar het water reeds meer of
-min afgekoeld is. De wieren groeien snel, maar het kiezelzuurgehalte
-van het water is gering, zoodat op veel organische stof weinig
-sintelmassa komt. Voor een deel ten gevolge daarvan is het geyseriet
-later, als het dood en droog is, een veel lichter gesteente dan het
-travertijn, terwijl toch anders de kiezelgesteenten juist niet tot de
-lichtste behooren. Ook verweert het zeer gemakkelijk, en ziet men op de
-oppervlakte der geyserietheuvels de overblijfselen der oorspronkelijke
-structuur niet zoo veelvuldig en zoo fraai als op de travertijnrotsen.
-
-Onder de lagere wieren, die hier een rol spelen, mogen er hier enkele
-genoemd worden. Ten deele zijn zij dezelfde, die ik bij de beschrijving
-der Mammoth Hot Springs reeds heb aangevoerd. De voornaamste geslachten
-zijn Leptothrix, Phormidium, Calothrix, Gloeocapsa en andere. De
-eerste zijn bleek en verdragen hooge temperaturen, de Gloeocapsa is
-blauwgroen en vormt soms aan de buitenzijde der geyserkegels zwarte
-geleiachtig-vliezige en soms vingerdikke overtreksels. De kleur
-schijnt overigens zeer veranderlijk te zijn, want als men van een
-bruin of zwart overtreksel in een warm stroompje of bassintje deelen
-los maakt, ziet men de onderzijde dikwijls groen of blauwgroen.
-
-De wijze waarop deze wieren de formatie tot stand brengen hoop ik
-weldra, naar aanleiding van mijn bezoek aan het Upper Geyser-bassin,
-uitvoerig te schilderen.
-
-Vooraf moge echter het een en ander omtrent de voornaamste bassins
-gezegd worden. Zij liggen dicht bijeen, op een bijna recht van het
-zuiden naar het noorden loopende lijn. De toerist bezoekt ze in
-zoodanige volgorde, dat hij met de minst belangrijke begint, om met
-de groep der krachtigste geysers te eindigen.
-
-Het meest noordelijke of Norris bassin omvat een aantal geysers,
-bronnen en stoomspleten, deels in het dal, deels op de hellingen
-der heuvels gelegen. Onder hen speelt de Constant om de minuut, zijn
-waterdroppels eenige meters omhoog werpende. De Congress is gewoonlijk
-een groote, blauwe, kokende vijver, maar geeft op onverwachte tijden
-geweldige uitbarstingen.
-
-Overal in den grond ziet men spleten en gaten, waaruit stoom komt en
-waaronder men het rommelen hooren kan. Soms zijn die gaten met een
-dunne korst van geyseriet bedekt en onzichtbaar; op zulke plekken moet
-men bij het loopen zeer voorzichtig zijn, daar de korst te dun is, om
-het gewicht van een mensch te dragen. Men doet beter op de planken te
-blijven, die hier de voetpaden vormen. Een zeer breede, ternauwernood
-vingerdiepe stroom voert het warme water uit al deze bronnen weg,
-vloeiend over een laag van kleurig en levend, voortdurend aangroeiend
-geyseriet. Hooger op den berg liggen geweldige stoomspleten, die een
-oorverdoovend geraas maken, en nog iets hooger de Black Growler, [26]
-waarvan de kegelvormige opening geheel leeg, maar tot aan den bovenrand
-met zwarte koraalvormige wiergroeiïngen bedekt was. Ik wachtte een
-poosje en zag langzaam het water in den trechter opstijgen. Het
-bereikte een zekere hoogte en zonk toen weer weg. Daarna stijgt het
-gewoonlijk weer, nu eens hooger, dan weer lager, nu eens alle wieren
-bevochtigend en overvloeiend over den rand, dan weer onvermogend om ook
-maar de helft van het koraal-oppervlak te bedekken. De naam Growler
-duidt op het geruisch, dat hij bij al die bewegingen maakt. New
-Crater, Gibbon-Geyser en vele andere zou ik kunnen noemen; ik wil
-echter alleen de grijze-verfpotten vermelden, die vol met een grauw
-troebel water zijn, dat over de geheele oppervlakte kookt.
-
-In het Lower Geyser-bassin vindt men heldere bronnen, rond en blauw als
-een oog en omgeven met een bruinen rand, die met blauwe Convolvulussen
-vergeleken worden en daarom, met den engelschen naam dier bloemen,
-Morning glories worden genoemd. Verder grijze-verfpotten, stoomspleten
-en geysers, en allerlei andere vormen van stoom-uitlaten. Great
-Fountain is hier een der meest bekende geysers.
-
-Het Midway Geyser-bassin vertoont het uitgestrekte meer van den
-Excelsior Geyser en verder den Turquoise Spring en het Prismatic lake.
-
-Het Upper Geyser-bassin is het belangrijkste. Het ligt zoo, dat
-men het van uit het hôtel nagenoeg geheel kan overzien. Rechts ligt
-Old Faithful, springend om het uur. Midden door het bassin loopt de
-Firehole-rivier, zijn bedding ingravend in het geyseriet en de heete
-wateren der bronnen overal opnemend. Soms ziet men ze vlak aan den rand
-der rivier opkoken, soms stroomt het warme water langs de helling over
-afstanden van honderden meters omlaag. De rivier is rijk aan forellen,
-en vandaar het verhaal dat men hier, zonder zijn plaats te veranderen,
-een forel vangen kan en hem dan aan den hengel in de heete bron kan
-houden om hem te koken.
-
-Aan de overzijde der rivier liggen tal van kleine, voortdurend, maar
-betrekkelijk zwak werkende geysers, als Beehive [27], Sponge [28],
-Beach [29], Surprise [30] en andere. Aan de zijde van den rijweg liggen
-vooral Castle en Giant, over wier werkingen ik reeds gesproken heb,
-en verder een groot aantal kleinere. Ook vindt men hier lange reeksen
-van uitgedoofde kraters, die meest geheel droog zijn.
-
-Aan beide zijden is het dal ingesloten tusschen heuvelreeksen die met
-uitgestrekte dennebosschen begroeid zijn, en bijna van alle plaatsen
-kan men Old Faithful zien, als hij aan het einde van elk uur zijn
-water en zijn stoommassa hoog in de lucht werpt.
-
-Maar ik zou kans loopen, eenvoudig een uittreksel uit mijn gids-boekjes
-te geven, als ik deze beschrijving wilde vervolgen. Het medegedeelde
-echter meen ik, dat noodig is voor een juist begrip van de bespreking,
-die ik thans op grond van mijn eigen bezoek wensch te geven.
-
-Ik begin daartoe met de voornaamste groep van geysers die den naam van
-Upper-Geyser-bassin voert. En onder hen is de belangrijkste geyser
-die van de Old Faithful, die vlak bij het hôtel is dat daarnaar
-den reeds genoemden naam van Old Faithful Inn draagt. Hij springt,
-of speelt zooals men het daar noemt, om het uur, en de reizigers die
-slechts een halven dag in dit bassin vertoeven, kunnen dus alleen op
-hem met zekerheid rekenen om de werking van een machtigen geyser te
-zien. Hij is zoo trouw in zijn uitbarstingen, dat men telkens vooraf
-kan berekenen, wanneer er weer een komen zal. En zijne periode van een
-uur heeft hij onveranderlijk behouden gedurende al de--weinige--jaren,
-dat men hem kent.
-
-Nauwkeuriger gezegd duren de perioden gemiddeld 65 minuten, waarbij dan
-de tijd van rust en de tijd van werkzaamheid telkens als één periode
-samen gerekend zijn. Ik begaf mij dus op het juiste oogenblik uit
-het hôtel naar den geyser, beschouwde hem eerst in den rusttoestand,
-zag daarna in de diepte van de krateropening het heete water omhoog
-komen en ging toen op een bank zitten om het verdere verloop te
-aanschouwen. Het ging langzaam genoeg om de volgende aanteekeningen
-te maken.
-
-De krater is een zeer vlakke kegel met een zeer fraaie
-terrassen-formatie met tal van zijbekkens, waarin het water blijft
-staan. Die bekkens zijn omgeven door armsdikke gekronkelde randen. De
-hoogere, waarin het heete water rechtstreeks valt, hebben krijtwitte
-randen, de lagere, waarin het water na gedeeltelijke afkoeling vloeit,
-hebben meest lichtbruine randen, vooral waar zij nog nat zijn. In de
-eerste bekkens ziet men witte en lichtgele afzettingen, die den bodem
-met een eigenaardig gevariëerde vegetatie van sintelwieren bedekken;
-hier zijn de randen hoog opgegroeid en de bekkens dus vrij diep. De
-koelere bekkens zijn vlakker, minder diep en vol bruine afzettingen in
-allerlei tinten. Nog verder af, waar de helling veel geringer wordt,
-zijn vlakke terrassen zonder opstaande randen, trapgewijze afdalend;
-het water vloeit hier eenvoudig langzaam in een dunne laag over de
-geheele sintelmassa heen.
-
-Soms is die vlakte te droog; dat hangt er grootendeels van af of
-de wind de geyserkolom naar de eene zijde of naar de andere zijde
-waait en dichterbij of verder af doet neervallen. Want de uitbarsting
-moet elk uur het noodige water voor het overvloeien in het volgend
-uur leveren. Op dit breede terrassenvlak komen groote vlokken van
-zwarte geleiachtige wiermassa's voor, die het terrein hier en daar
-zoo glibberig maken, dat het gevaarlijk is er op te loopen.
-
-Old Faithful staat niet alleen; rondom hem ziet men nog ruim een
-half dozijn kraters van ongeveer gelijken bouw en ontwikkeling. Zij
-staan allen op denzelfden breeden heuvelrug, vlak langs de rivier,
-waarheen dan ook het geyserwater afvloeit. Maar al die buren zijn
-sinds lang uitgedoofd en onwerkzaam geworden.
-
-De krater is een diep gat op den top van den vlakken heuvel. Rondom de
-eigenlijke opening is een dikke wal opgegroeid, sierlijk geteekend met
-randen en lijsten als aanduiding van de werkzaamheid der wieren. In
-het gat ziet men in de rustperiode geen water, doch voortdurend
-komen er heete dampen uit te voorschijn. Aan de noordzijde is de rand
-hoog en onregelmatig, omstreeks een halven meter hoog. Hij bestaat
-uit een grijswitte steenmassa met ronde vormen, en overal ziet men
-de fijne ribbelingen van den wiergroei. Naast den krater en hier
-en daar over den heuvel verspreid zijn een aantal kleinere gaten,
-waarin water kookt of waaruit stoom komt. Voortdurend hoort men de
-onderaardsche opborrelingen.
-
-Langzaam wordt nu de stoommassa in den hoofdkrater dichter en van
-tijd tot tijd stijgt zij wat hooger op, terwijl de wind de nevels
-zuidwaarts drijft. Voor enkele minuten zag ik den krater nog leeg,
-nu spuit hij herhaaldelijk groote druppels heet water omhoog, en rust
-dan schijnbaar weer eenigen tijd. Maar het onderaardsche geluid hoort
-men nu voortdurend, het wordt langzaam sterker.
-
-Plotseling wordt een watermassa tot een hoogte van een meter in
-druppels opgeworpen, en weer volgt schijnbare rust. Dan volgt weer
-zulk een kleine, voorloopige uitbarsting. Allengs worden deze talrijker
-en krachtiger, doch de pauzen duren soms nog eenige minuten. Nog eens
-wordt de dampzuil hooger en voller, dan weer lager en zwakker, en van
-tijd tot tijd worden weer gulpen waterdruppels omhoog geworpen. Dit
-voorspel duurt ruim een kwartier, dan volgt weer schijnbare rust,
-ofschoon de stoom en het geluid voortduren.
-
-Plotseling volgt nu de uitbarsting. Huizen hoog wordt het water in
-een dikken straal van druppels omhoog gezonden, schok volgt op schok,
-en de fijne nevel, die alles omgeeft, wordt door den wind voldoende
-op zijde geschoven, om het geheele spel te laten zien. Geen straal of
-zuil van water komt er omhoog, alles is stof-fijn verdeeld in grootere
-en kleinere druppels, in onnoemelijk aantal. De druppels verplaatst de
-zachte wind maar weinig; zij vallen rondom neer, en over den geheelen
-geyserheuvel vloeit nu voor een korte pooze het heete water. Na een
-paar minuten wordt de zuil van druppels iets lager, maar dan duurt
-het nog geruimen tijd vóór zij sterk vermindert. Telkens komen er
-nog schokken, die de druppels weer wat hooger opwerpen. Eerst na
-ongeveer vijf minuten houdt het spel op. Ik ging er terstond heen,
-maar de krater was leeg, zoover ik in zijne diepte kon zien, en alleen
-met dwarrelende stoom gevuld.
-
-Toen volgde weer ruim een half uur van rust en daarna begon allengs
-het voorspel. Dit duurt, met de uitbarsting zelve, bijna een half
-uur. Zoo gaat het jaar uit jaar in, met de groote regelmatigheid,
-die er den naam van Old Faithful aan heeft doen geven.
-
-Ik had op dien namiddag nog verscheidene malen het voorrecht de
-uitbarsting te zien, maar telkens bevond ik mij op een anderen afstand
-en min of meer aan een andere zijde. Telkens ook woei de wind anders,
-en werd de wolkenzuil, die de druppelmassa omgaf, of ter plaatse
-gehouden of in andere richting en op andere wijze weggedreven. Eenmaal
-kon ik, op aanzienlijken afstand staande, de hoogte van de rookzuil
-goed vergelijken met de hoogte der boomen in het bosch er achter;
-de rook dreef in horizontale richting weg, ver boven de toppen
-der dennen. Over het algemeen ziet men de trotsche trekken van het
-verschijnsel pas op eenigen afstand goed; eerst hier is het werkelijk
-indrukwekkend. De bizonderheden treden op den achtergrond en vooral het
-voorspel, dat betrekkelijk zoo lang duurt, ziet men niet. Plotseling
-en zonder voorbereiding ziet men de geweldige zuil van damp en water
-omhoog stijgen in al de schittering van het zonlicht, en kort daarop
-verdwijnt zij even plotseling en keert de volle rust van het landschap
-weer terug.
-
-Na de uitbarsting van Old Faithful gadegeslagen te hebben volgde
-ik den stroom van zijn water naar de Firehole [31]-rivier en ging
-over een brug naar de andere zijde, waar op een uitgestrekt, een
-weinig golvend terrein een groot aantal der kleinere geysers bijeen
-liggen. Hier had ik een gunstige gelegenheid om vele bizonderheden
-te leeren kennen, zoowel omtrent het koken van het water als vooral
-omtrent de werkzaamheid der sintelwieren, die de randen en de
-kraterkegels opbouwen.
-
-Tea Kettle [32] is een ronde ketel van 2-3 meter doorsnede, met een
-lagen opstaanden rand, die zich niet meer dan een paar decimeters
-boven den ketel verheft. De rand is dik en van boven naar binnen toe
-omgebogen. Het water vult den ketel met een heldere, doorschijnende,
-donkerblauwe massa, en ergens in den bodem, op eenigen afstand van
-het midden, is een gat, waaruit het voortdurend heftig opkookt. De
-ketelrand heeft een overlaat en een lek. Het lek ligt iets lager en
-daaruit vloeit voortdurend water. Het is een horizontale spleet in
-den overigens gaven wand. Het is de oorsprong van een beekje, met
-witte wierafzetsels in 't midden doch met zwarte, glibberige, levende
-randen. Verder op, waar 't water minder heet is, worden de witte
-wieren door oranjeroode soorten vervangen. De overlaat is bizonder
-fraai gebouwd, daar de geheele meer dan handbreede oppervlakte er van
-met kleine koraalvormingen dicht bezet is. Aan de buitenzijde is een
-klein vijvertje, dat somtijds een afvloeibeekje heeft, maar dit was
-tijdens mijn bezoek droog. Die koraalvormingen in den overlaat zijn
-een begin van herstel der opening en leeren dus hoe de geheele wand is
-opgebouwd. Let men hier op, dan ziet men aan die zijde van den ketel,
-waar de winden van tijd tot tijd het water over den rand kunnen waaien,
-juist dezelfde koraalvormingen, maar kleiner, dikker en meer tot een
-dichte massa aaneensluitend. Zij staan in groepjes, die de richting
-van het overvloeiende water volgen en dus dwars over den ketelwand
-gaan; op de buitenvlakte zijn de koralen langer en met zuiverder,
-meer levende toppen dan op den bovenkant. Elders op den rand is de
-droge oppervlakte klaarblijkelijk afgesleten, maar vertoont toch nog
-dezelfde structuur. Ook zijn de openingen tusschen de wierkoralen
-hier door nieuwere formaties grootendeels toegegroeid. Hier en daar
-is door deze vormingen de wand fijn getand of gegolfd of gekarteld,
-maar zelfs in die tanden en kartelingen is de massa zoo hard als
-steen. De witte wiermassa is dus hier niet eerst een dikke gelei,
-maar verkiezelt nagenoeg in gelijke mate als zij groeit.
-
-Topaas-pool is een jonger voorbeeld van dezelfde ketelvorming. Zij
-is van boven nog wijder open en zoo breed, dat zij aan haar rand
-voldoende afgekoeld is voor den groei der bruine wieren. Dit heeft
-haar klaarblijkelijk haar naam doen geven. Het opborrelende water
-stroomt in een breede beek snel weg, terwijl het over verscheidene
-meters van den weg in zijn midden nog te heet is om den groei der
-bruine wieren toe te laten.
-
-Vlak er naast is een breed gat, zoo breed dat men er bijna in
-zou kunnen afdalen. Heel in de diepte ziet en hoort men het water
-koken. Zulke gaten, kleine heete bronnen, kleine kokende vijvertjes en
-kleine geysers zijn hier talloos over den geheelen geyserietheuvel
-verspreid, veel te talrijk om ze afzonderlijk op te noemen. Zij
-vertoonen alle een zekere periodiciteit, de een meer, de ander
-minder. In intervallen van enkele minuten pleegt het water nu eens
-harder en dan weer zachter te koken en soms bijna geheel zonder
-beweging te zijn.
-
-De vormen der vijvertjes zijn zeer verschillend, maar naderen meestal
-tot het cirkelronde of wijken daarvan alleen om plaatselijke redenen
-af. Eén, twee of drie meters middellijn is de gewone grootte.
-
-Beach is de naam van een diepen ketel, omgeven door een breeden
-vlakken rand. Op dezen rand staat het water maar een vingerdikte
-hoog, en een kleine lijst beveiligt het tegen wegvloeien. Die lijst
-is echter zeer onregelmatig, zoodat het water bij de minste golvende
-beweging overvloeien kan. Tusschen den diepen ketel en den vlakken
-vijver er rondom is ook een sintelrand, die boven het water uitsteekt,
-maar waarover het toch telkens bij het koken wordt heen geworpen. De
-bodem van den vlakken vijver is met brosse, korrelige wiermassa's
-dicht begroeid; zij zijn lichtgeel van kleur. In den diepen ketel is
-het water helder blauw en in de diepte ziet men de vooruit groeiende
-gedeelten van den levenden wand als ronde witte rotsblokken.
-
-Juist had ik deze beschrijving gemaakt, toen het water in den ketel,
-dat zoolang rustig geweest was, heftig begon op te koken. Dit
-duurde echter slechts kort, daarna kwam weer rust, ofschoon nu
-en dan afgebroken door het opstijgen van groote stoomblazen. Nu
-begint het weer heftiger te koken en talrijke groote stoombellen
-komen uit de diepte te voorschijn. Ook schijnt de watermassa toe te
-nemen. Allengs worden de stoombellen zoo talrijk en zoo krachtig,
-dat zij waterdruppels meenemen en in de lucht slingeren. In golven
-stroomt het water over den rand van den ketel in den omringenden
-vlakken vijver, maar toch is slechts een zeer geringe overvloei van
-dien vijver er het gevolg van, en allengs komt de kokende massa weer
-tot rust. De onderaardsche spleet werpt dus hier veel stoom maar
-slechts weinig water omhoog.
-
-Kleinere poeltjes zijn in het algemeen duidelijker van bouw dan de
-grootere. Men ziet dat de geheele wand, tot zoo diep het oog reiken
-kan, met groeiende steenmassa's bekleed is. De wieren daarin groeien
-niet in vlakke lagen, maar maken overal vooruitstekende hoorntjes,
-die zich soms tot groote halve bollen vereenigen, soms kartelranden
-maken en in het algemeen een zeer groote verscheidenheid van vormen
-voortbrengen. Dikwijls groeien zij in verdiepingen van lijsten, de
-bovenste aan de oppervlakte van het water, de overige trapsgewijze
-lager.
-
-Dichtbij was een trechtervormige put, die geheel met een geelbruin
-wier bekleed was. Alleen de randen waren grijs, en de kleurverdeeling
-was dus juist andersom dan in de meeste overige gevallen. Toch was
-ook hier het water kokend heet. Vlak er naast zag ik een diepe,
-met heet water gevulde kloof met zuiver witte, koraalachtige wanden.
-
-Lion, Lioness en Cubs [33] zijn namen van dergelijke grijswandige
-formaties, die reeds een hoogeren ketelrand om zich heen gevormd
-hebben. Hun water kookt hevig, zij staan dicht bijeen op een heuveltop
-met vrij steile wanden. Bee-hive, een der meest bekende kleine geysers,
-heeft rondom zijn krater een wand gemaakt die sterk op een bijenkorf
-gelijkt, maar van boven open is. De korf is ongeveer een meter hoog.
-
-Na deze groep van kleine geysers en vijvertjes beschouwd en nog
-een laatsten blik over het periodisch opspuiten van het water
-geworpen te hebben, begaf ik mij weer naar de andere zijde van de
-Firehole-rivier. Hier verheft zich de Castle als een kasteel boven
-op een grooten, vlakken geyseriet-heuvel.
-
-De Castle is een der grootste geysers, werpt zijn waterdruppelzuil
-vele malen hooger en in veel dikkere massa op dan Old Faithful, maar
-wisselt dan ook zijn werkzaamheid met perioden van rust af, die langer
-dan een dag duren. Ik had niet het voorrecht een uitbarsting te zien,
-maar daarentegen wel de gelegenheid om de formatie zeer nauwkeurig
-te bestudeeren. Deze biedt hier meer afwisseling dan bij de meeste
-andere geysers. Op den geyseriet-heuvel, dicht bij den Castle-geyser
-bevindt zich een vrij groot, ondiep meertje "Crest" [34] of "pool"
-[35] geheeten, en verder ziet men er een aantal andere poeltjes en
-spleten met kokend water of met stoom.
-
-Het kasteel is een bijna zuilvormige kraterwand, ongeveer manshoog
-en even breed; het wierp tijdens mijn bezoek voortdurend stoom en
-ongeveer om de minuut een smalle maar hooge zuil van waterdruppels
-uit. Aan de westzijde is de wand steil en de voet rond, aan de
-oostzijde echter bestaat de voet, onder de zuil, uit een trapsgewijs
-gebouw van terrassen, waarop het water, dat het kasteel uitwerpt,
-neervalt. De geheele heuvel is grijs, en van terras naar terras
-stroomen breede beekjes vol heet water. De randen der terrassen golven
-sterk en zijn geheel met koraalvormingen bedekt, en dus van nabij
-gezien uiterst fraai. Op een afstand maakt dit alles zeer sterk den
-indruk eener oude ruïne. En deze indruk wordt nog versterkt door de
-vele gaten en holten, openingen die door uitgroeiingen der wierranden
-overwelfd zijn, en die aan dezen krater een zeer eigenaardig karakter
-geven. Aan den steileren kant vloeit het water sneller af, en hier
-zijn de koraalvormingen dus veel minder ontwikkeld. Ook brokkelt en
-schaalt die massa hier voortdurend af, waarschijnlijk omdat zij te
-dikwijls droog is. Rondom den voet, waar het overvloeiende water al
-afgekoeld is, is de grond evenzeer van een schaalachtigen bouw, met
-een geribbelde oppervlakte maar zonder de eigenlijke koraalvormingen.
-
-Kon men van den eigenlijken kraterwand een stuk zoo groot als
-een hoofd afnemen en afzonderlijk vertoonen, zoo zou het zeer
-gemakkelijk met een echt koraal verward kunnen worden, zoo groot
-is de gelijkenis. Ik bedoel met die soorten van koralen, die als
-bollen van een dichte vertakte massa opgroeien, zoodat de oppervlakte
-voortdurend met tallooze kleine opstaande takjes bedekt is, terwijl
-de massa daaronder aaneengegroeid en steenhard geworden is. Dezelfde
-eigenaardige verdeeling in vakken en groepen vindt men ook hier.
-
-Op den breeden voet, waarop dit kasteel rust, liggen de schalen
-tamelijk los op elkander. Sommige schalen zijn zoo dik als papier,
-andere zoo dik als een vinger; overal vertoonen zij de ribbelingen
-der randwieren, dikwijls in zeer fraaie teekeningen.
-
-De overvloeiende watermassa stroomt in talrijke groote en kleine
-beekjes langzaam naar beneden en vereenigt zich hier en daar
-met het water der andere heete bronnen van dezen heuvel. Op eene
-plaats vormen zij een breeden poel, die geheel met de oranje-roode
-wiersoort volgegroeid is, afgezien van smalle gekronkelde lijnen,
-waarin het water in dezen poel omlaag stroomt. Het water is zoo heet,
-dat torren, libellen en andere insecten er in sterven als zij er bij
-ongeluk in vliegen; toch tieren de roodbruine wieren hier welig. Langs
-de stroompjes ziet men ze in lange, fijne, sterk vertakte draden,
-boomvormig als de stroom ze vrij laat, en als natte penseelen overal,
-waar de stroom ze heen en weer wiegelt. Op den bodem vormen zij een
-zeer sierlijke teekening, een bekleeding die fluweelachtig naar een
-zelfde richting heenvloeit. In de diepte helderbruin, zijn zij dichter
-bij het oppervlak donkerder van kleur en tevens meer geleiachtig. Waar
-het water, tusschen de stroompjes, stilstaat, groeien zij omhoog,
-zoodat zij er een sierlijk netwerk van walletjes van een vrij
-vaste gelei vormen. Die walletjes houden het water tegen en doen het
-stilstaan, trots de zwakke helling van den bodem aan den poel. Nu eens
-omsluiten die walletjes kleinere, en dan weer grootere watervakken.
-
-Is het water door den groei dier walletjes dieper geworden, dan groeien
-de oranje bruine wieren als dunne boompjes omhoog, om zich eerst
-aan de oppervlakte uit te breiden. Zij zien er dan uit als tallooze
-kleine paddestoelen, wier koppen op dunne stelen rusten en allengs
-tegen elkander aan gaan sluiten, zoodat zij een dicht vlies over het
-water vormen. Zinkt nu de oppervlakte van het water, hetzij doordat
-de toevoer vermindert, hetzij doordat tijdelijk een betere afvoer tot
-stand komt, dan wordt deze oranje massa allengs geheel wit, maar blijft
-nog staan als een harde geleikorst. Verdroogt zij dan ten slotte, zoo
-wordt de grond weer begaanbaar, en maken de kiezelwieren het geheel
-bros en korrelig, zoodat het weldra in een zanderige massa verandert.
-
-Het beschreven poeltje is klaarblijkelijk van jonge vorming en grenst
-aan de eene zijde aan een ouder gedeelte, dat met grassen, asters,
-gulden roeden en andere kleine, meest bloeiende planten begroeid
-is. Enkele vooruitspringende grasplanten zag ik door het heete
-water gedood.
-
-Langzamerhand ontstaat in dit poeltje een laag van een zeer poreuze
-structuur, die in verhouding tot het kiezelzuur, dat uit het water
-wordt afgezet, rijk is aan organische stof maar ook rijk aan die
-zouten, die voor het leven en den groei der wieren noodig zijn. Deze
-stoffen zijn dezelfde, die ook het voedsel voor de bloemplanten
-vormen, en daaruit volgt, dat als eenmaal dit poeltje opgedroogd
-zal zijn, de grond voor allerlei plantengroei bizonder geschikt
-moet worden. Dit verklaart ons op een zeer eenvoudige wijze waarom
-de heuvels van geyseriet over het algemeen zoo spoedig met gras en
-andere planten begroeid worden. Er is daartoe niet veel anders noodig
-dan dat de heete waterstroom tijdelijk naar een andere zijde wordt
-afgeleid. Het verklaart ons tevens, hoe de dennen bijna even gaarne
-op deze gesteenten van jongen vulcanischen oorsprong groeien als op de
-lava's, die overal rondom deze vallei de boschbedekte bergen vormen. Op
-deze is het verweerend gesteente rijk aan minerale voedingsstoffen,
-terwijl de geyserietheuvels niet alleen uit kiezelzuur bestaan,
-maar ook uit die andere bestanddeelen, die hier niet door verweering
-ontstaan, maar rechtstreeks door den groei der wieren vastgelegd zijn.
-
-De verandering der levende wieren in dit vruchtbare gesteente
-verdient nog een nadere beschouwing. Zij vormen een vlies, dat aan
-de onderzijde langzamerhand verkiezelt; zij plegen daar meest vast
-met den onderliggenden bodem te zijn verbonden, daar zij slechts
-een voortzetting van den groei en de transformatie van dien bodem
-zijn. Doch soms laat de bovenste korst in kleine stukjes min of meer
-gemakkelijk los; en dan blijken die stukjes op de breukvlakte groen
-te zijn. En dit zoowel als de bovenkant donkerbruin is, als wanneer
-zij zoo bleek is, dat men er geen wierleven in vermoeden zou. Het
-groen is blauwachtig in allerlei tinten, zoodat men daaruit mag
-afleiden dat hier soorten uit de groep der Blauwwieren de hoofdrol
-spelen. De losgelaten stukjes bevatten vrij veel kiezelzuur maar
-zijn nog bros en het was gemakkelijk ze tot een fijn poeder te
-wrijven. In de onmiddellijke nabijheid der geyserbekkens en der
-heete bronnen droogt deze korst veelal langzaam op, en ik vond haar
-op verschillende plaatsen afschilferend. Dan was de droge bovenkant
-der schilfers hard en grijs, maar de onderkant was nog geleiachtig en
-groen. Daar ging dus het leven nog voort, en kon het telkens, als de
-bron er water overheen werpt, opnieuw werkzaam worden en kiezelzuur
-vastleggen. De kale, harde, schijnbaar rotsachtige grond is dus hier
-overal levend en groeiend. Hoe diep deze gelei nog vochtig genoeg
-blijft om te leven, en hoe dik dus de laag is die nog groeien kan,
-is moeilijk na te gaan. De geheel losgeraakte schilfers, waarmede
-de geyserietheuvels overal bedekt zijn, zijn natuurlijk ook aan de
-onderzijde grijs, al bevatten zij misschien hier en daar nog levende
-overblijfselen van wieren.
-
-Evenals de bruine wieren vond ik ook de zwarte gelei op den bodem der
-koelere beekjes van onderen groen en hard. Aan de randen der heete
-bronnen drogen de wiervliezen niet zelden op, zonder nog versteend te
-zijn, en worden zij dus min of meer leerachtig. Ook deze vond ik, als
-ze nog vochtig waren, aan de onderzijde groen, terwijl de bovenkant
-bruin of zwart was. Hier en daar zag ik ook, hoe de diepere beekjes
-soms gleuven in den grond maken, en waar de wanden schuin overhellen
-en dus een onderkant hebben, is deze dan duidelijk groen. En dit ook
-daar, waar het water nog zeer heet was.
-
-Een zeer eigenaardig geval van den groei der kiezelwieren zag ik aan
-den rijweg dicht bij den Castle-geyser. Een deel van het water uit deze
-bron wordt in een kunstmatige greppel verzameld en van deze uit door
-een houten goot naar een grooten houten bak naast den weg geleid. In
-de goot is het water nog zeer heet, in den bak nog warm. De bodem van
-die goot is bekleed met de bruine wieren, die er deels in vlokken en
-deels in draden groeien, en die, als men ze wegveegt, van onderen
-weer blijken groen te zijn. Zij zetten nog laatste overblijfselen
-van het opgeloste kiezelzuur uit het water af en vormen dus allengs
-een verhardende korst tegen de binnenzijde van den wand der goot.
-
-Tusschen al deze lage en breede geyserietheuvels, met hun
-tallooze bekken en spleten, stroomt de Firehole-rivier in sierlijke
-kronkelingen. Soms hellen de heuvels zoo sterk, dat zij het water nog
-heet in de rivier brengen; soms zijn zij zoo vlak en wordt het water
-zoo breed uitgespreid, dat het afkoelt en een soort van moeras vormt,
-waarin gras en biezen en talrijke bloemen welig tieren. Vlak langs de
-rivier vindt men somwijlen ook heete bronnen, soms ook kegelvormige
-kraters rondom kokende poeltjes. Meest zijn zij grijswit, soms met
-bruine wieren zoo sterk overgroeid, dat de toeristen ze met den naam
-van chocolade-potten bestempelen. Enkele kraters liggen niet hooger
-dan de rivier zelf; kokend en in een breeden stroom zag ik hier het
-water in de rivier vloeien zoodat plaatselijk alle groei van hoogere
-planten belet werd. Zelfs hoog opspringende geysers vindt men aan
-den rand van den stroom, bijna in de rivier zelve.
-
-Rondom zijn de bergen met het donkere dennebosch bedekt, of ziet
-men op de hellingen de tallooze kleine gewassen, die ze met een
-dicht en overal bloeiend gazon bekleeden. In de moerasachtige
-gedeelten langs de rivier, tusschen het hooge gras, schitteren de
-blauwe sterbloemen der Sisyrrhynchium's, de gele Mimulus, paarsche
-asters, lange witte bloemtrossen van Orchideeën en tal van andere
-fraai bloeiende planten. Overal heerscht leven en prijken bonte
-kleuren. Maar de grond waarop zij groeien is grootendeels zelf een
-product van het leven, zij het dan ook van allerlaagst georganiseerde
-wezens en van een groei onder de meest vreemde omstandigheden. Onder
-en boven den grond wedijveren de wieren en de bloemplanten. Maar
-terwijl de laatste telken jaren verdwijnen, hoopen de kleine wieren
-in den loop der eeuwen hunnen arbeid op, en stichten zij de kraters en
-geyserietheuvels. Zoodoende herinneren zij ons levendig aan Harting's
-woord: De macht van het kleine.
-
-Reeds meermalen heb ik opgemerkt, dat volstrekt niet alle geysers hun
-water tot aanzienlijke hoogte opwerpen. Integendeel, verreweg de meeste
-zijn slechts warme bronnen, waarin het water wel kookt en opbruist,
-maar slechts tot een geringe hoogte opspat. Ik kom daarom thans tot een
-beschouwing van de warme bronnen en de stoomspleten. Wat de geysers
-ook vóór mogen hebben door hun geweldige werkingen, de warme bronnen
-winnen het verre van hen in schoonheid. De namen Gem [36], Jewel [37],
-Emerald [38] pool, Morning glory--de engelsche naam voor den blauwen
-Convolvulus,--en talrijke andere bewijzen dit ten duidelijkste. De
-stoomspleten vinden weinig aandacht, zij zijn uitermate talrijk en
-meest kleine, soms zeer kleine gaten in den gewonen beganen grond. Soms
-spuiten zij stoom uit, soms hoort men er een borrelend geluid in en
-soms ziet men in de diepte wat kokend water. Maar eigenlijke open
-vijvertjes vormen zij niet; dit is het type der warme bronnen.
-
-De vijvertjes zijn meest alle nagenoeg even groot, en eenige weinige
-meters in diameter; soms echter zijn twee of meer naburige vijvertjes
-ineengevloeid en toonen zij biscuitvormige gedaanten. Het oppervlak is
-meestal cirkelrond of daartoe naderend. De bodem is soms panvormig,
-soms trechtervormig en soms meer trompetvormig. In het eerste geval
-ziet men in de diepte een aantal plaatsen, waar de stoomblazen in het
-water opstijgen; terwijl in de trechter- en trompetvormige bronnen
-de stoom bijna uitsluitend of tenminste in hoofdzaak uit de diepte
-van het midden te voorschijn komt.
-
-Het water is zeer helder en de wanden zijn meestal wit, terwijl in het
-diepste gedeelte de bodem niet gezien kan worden. De kleur van het
-water is blauw, het diepste gedeelte bijna zwart. Deze kleur is zoo
-zuiver, dat zij alleen voldoende zou zijn om de bronnen tot juweelen en
-edelgesteenten te stempelen, maar zeer dikwijls zijn deze nog gevat in
-een ring van goud of van zilver. Dit is dan het geval, wanneer de rand
-zich zeer vlak uitspreidt, wat vooral bij de trompetvormige voorkomt;
-dan groeien daarin oranjebruine of zilverwitte wieren, die een
-gelijkmatig overtreksel over den vlakken bodem van den ondiepen rand
-vormen, wat dan den indruk van een ring rondom een edelen steen maakt.
-
-Uit de duistere en raadselachtige diepte stijgt de stoom in blazen
-op. Nu eens in enkele groote, dan weer in talrijke kleine. Valt
-het licht gunstig in, dan schitteren deze blazen in de diepte als
-zilver of als goud, en worden dan soms, om hun beweeglijkheid, met
-vlammen vergeleken. Omhoog stijgende doen zij het water opborrelen
-en koken. Met den stoom wordt ook heet water opgevoerd, doch in
-zeer wisselende hoeveelheden. Men leidt dit af uit het feit, dat de
-vijvertjes voortdurend overvloeien; het overtollige water loopt dan
-over den rand weg. Want elk vijvertje neemt in den regel het hoogste
-punt van den vlakken heuvel in, waarop het voorkomt. Sommige nu
-vloeien sterk over, andere weinig, nog andere in het geheel niet.
-
-Tot de helderheid van het water en de overweldigend schoone kleuren
-draagt de bouw van den trechterwand zeer veel bij. Deze wand toch is
-meestal zeer zuiver wit. Zelden is hij vlak, of volgt hij nauwkeurig
-de bochten van den trechter, trompet of pan. Meestal ziet men hier
-en daar grootere en kleinere vooruitstekende bochten, die aanleiding
-geven, dat op de betrekkelijk eenvoudige thema's, zooals ik ze aangaf,
-tallooze varianten voorkomen. Bedenkt men daarbij dat de donkere diepte
-soms rond, soms ovaal en soms spleetvormig is, en dat de bovenste
-en buitenste rand in hooge mate van de omgeving afhankelijk is, dan
-kan men zich gemakkelijk voorstellen dat geen twee van die bronnen
-precies aan elkaar gelijk zijn.
-
-Trots de groote hitte is de geheele wand levend. Hij bestaat uit
-microscopisch kleine wieren, die zich voeden met de opgeloste
-bestanddeelen van het water en die het kiezelzuur er uit vast
-leggen. Deze wiertjes zijn geleiachtig en slaan het kiezel ook
-als gelei neer, maar zij worden spoedig zoo hard, dat men de
-weeke oppervlakte ternauwernood voelen of zien kan: deze vormt
-slechts een dun overtreksel van de steenharde, maar toch levende
-massa. De temperatuur van het water komt, tot aan den rand, nabij het
-kookpunt. Ik nam in eenige bronnen 86-90° C. waar, terwijl ik den bol
-van mijn thermometer tegen de levende wieren aandrukte. Het kookpunt
-van water is op deze hoogte slechts 92° C.; het hangt, zooals men
-weet, van de drukking der lucht, of van den barometerstand, zooals men
-het noemt, af. Men kan dus veilig zeggen, dat de geheele warme bron
-nagenoeg kokend water bevat, en dat de wieren dus aan deze temperatuur
-blootgesteld zijn. Wat ze niet belet om krachtig te groeien.
-
-Al naar gelang van de soorten der wieren en van de bizondere
-omstandigheden, groeien zij bij voorkeur als randen of als koralen. In
-het eerste geval vormen zij talrijke ribbels, wier richting dwars
-op de richting staat, waarin het water over hen heenvloeit. In het
-laatste geval vormen zij korte, opstaande zuiltjes, zoo dik als een
-pink of dunner, en die zich veelal naar boven toe vertakken. Maar
-veel hooger dan een centimeter worden die zuiltjes niet, omdat zij
-zich van onderen snel verbreeden en daar dus tot een samenhangende
-massa inéén groeien. Overeenkomstige groeiwijzen vindt men trouwens
-ook bij de stoomspleten en rondom de geysers. Zeer fraaie, gitzwarte
-koraalvormingen bekleeden den geheelen binnenwand van den Black
-Growler, die daaraan dan ook zijn naam ontleent. Het is een groote,
-wijde spleet waarin het water nu eens tot onzichtbare diepte wegzakt,
-en dan weer opbruist, totdat het den smallen trechter geheel of
-ten deele vult. Vult het hem geheel, dan bevochtigt het het geheele
-zwarte koraalvlak en vloeit over, maar talrijker zijn de perioden
-dat het minder hoog opborrelt en dus den bovensten rand alleen met
-stoom bevochtigt.
-
-Het overvloeiende water vormt de geyseriet-heuvels evenals bij de
-geysers. Overal, waar de grond vochtig is, groeien de kiezelwieren,
-en leggen zij het kiezelzuur en de minerale bestanddeelen uit
-het water vast, zoodoende den grond met een nieuwe steenschaal
-bekleedende. Vloeit het water dan weer eens aan een andere zijde over
-den rand, dan wordt de eerste vlakte droog en verbrokkelt zijn nieuwe
-schaal, zoodat bijna overal de geyserietvlakten met zulke verbrokkelde
-gesteenten bedekt zijn.
-
-Waar dit heete water over een helling vloeit die met planten begroeid
-is, doodt het ze. Niet alleen door de hitte, maar vooral door de
-vorming van een harde en ondoordringbare kiezellaag, die de lucht van
-de wortels afsluit en deze daardoor doet sterven. Telkens en telkens
-ziet men boomen die zóó gedood zijn, en zoowel in het Norris-bassin als
-op andere plaatsen zijn soms geheele bosschen op deze wijze te gronde
-gericht. De kale, gebleekte stammen getuigen dan nog jaren lang van
-de ramp. Soms vallen die boomen in een bron of over den rand, en dan
-worden zij geheel met een kiezellaag overtrokken. Ook kleinere takken
-en losse naalden worden zoo verkiezeld, en naast een bron vond ik,
-toen ik een stukje steen opnam en omkeerde, aan de onderzijde een
-paar dennenaalden op deze wijze uiterst fraai versteend.
-
-Zeer kenmerkend voor de warme bronnen is de neiging van de korstwieren
-van den rand om in een dunne laag over het water heen, en dus naar het
-midden der bron toe te groeien. Bij den ingang van het Elk-Park zag ik
-een vrij groote, langwerpige bron die over de eene helft met zulk een
-laag bedekt was, de andere was nog open en liet het diepe en helder
-blauwe water zien. Soms brokkelen deze randen af en dan kan men hun
-inwendigen bouw uit schalen duidelijk waarnemen. Meestal nemen zij
-allengs in dikte toe en vernauwen den vijver. Zoo zijn wellicht de
-kleinere waterhoudende gaten door het gedeeltelijk dichtgroeien van
-vroegere vijvertjes ontstaan.
-
-In zeer enkele heete bronnen is het water troebel en modderachtig. Zoo
-b.v. in de paint-potten, die op grijze verfpotten gelijken, en over
-de geheele oppervlakte koken. Trouwens, allerlei afwijkingen van het
-gegeven beeld komen voor. Van deze wensch ik hier alleen te wijzen op
-den Excelsior-geyser, die een kuil van vele meters diepte in de oude
-geyseriet-lagen gemaakt heeft en daarin een meertje vormt, zoo groot,
-dat men door de heete nevelen heen de overzijde niet zien kan. En
-eindelijk het Prismatic-lake, daar dicht bij, waar de geheele bodem,
-zoover ik zien kon, uit groote schuin geplaatste schotsen van een licht
-groene kleur en een geleiachtig draderige structuur bestond. Bizondere
-soorten van wieren geven aan zulke meren en plassen een zeer bizonderen
-kleur en vorm, zoodat zij dan ook telkens en telkens op den bezoeker
-een anderen indruk maken.
-
-
-Chicago, Aug. 1904.
-
-
-
-
-
-
-
-EXPERIMENTEELE EVOLUTIE
-
-
-De volgende bladzijden bevatten de feestrede, door mij uitgesproken bij
-de opening van het laboratorium voor experimenteele evolutie van het
-Carnegie-Institution, eenigszins gewijzigd en op verschillende punten
-ten behoeve eener nadere toelichting der voorgedragen denkbeelden
-uitgebreid. Het is misschien niet van belang ontbloot, daaraan
-enkele mededeelingen omtrent de stichting van dit laboratorium te
-laten voorafgaan.
-
-Voor een aantal jaren werd door den heer Carnegie een instituut
-gesticht met het doel, zooveel mogelijk de studie der natuur te
-bevorderen. Dit Carnegie-Institution is gevestigd te Washington
-en beschikt over zeer rijke hulpmiddelen, waardoor het nu eens
-bestaande wetenschappelijke ondernemingen steunen en dan weer
-andere zelf op touw kan zetten. Het sticht dan afdeelingen of
-zoogenoemde departementen. Enkele daarvan, zooals het departement
-voor sterrenkunde, blijven te Washington en hebben daar hunne
-observatoriën en laboratoriën. Andere onderzoekingen zijn aan
-bepaalde plaatsen gebonden en worden dus daar uitgevoerd, waar de
-omstandigheden voor hen het gunstigst zijn. Zoo werd voor een paar
-jaren het woestijn-laboratorium te Tuscon (spr. Toesonne) in Arizona
-gesticht, welk laboratorium ik in den loop der maand Juni het voorrecht
-had te bezoeken. Het heeft ten doel, het planten- en dierenleven te
-bestudeeren onder de eigendommelijke omstandigheden, die de woestijn
-met zich brengt. Het is wel geen eigenlijke woestijn, in den zin van
-een dorre en van plantengroei nagenoeg ontbloote vlakte, zooals ik ze
-in het zuiden van Californië zag. Het is een streek, waar de regenval
-geringer is dan de verdamping, en waar dus altijd gebrek aan water
-bestaat. Dit gebrek aan water beperkt den plantengroei tot drie groepen
-van gewassen. Ten eerste de kleine, kortlevende eenjarige soorten,
-die in 't eind van den winter, als er wat regen valt, ontkiemen,
-en die haar zaad rijpen vóór dat het korte natte seizoen voorbij
-is en de droogte intreedt. In de tweede plaats vindt men hier de
-cactussoorten, wier geribd lichaam bij den minsten regen zich vol zuigt
-met water en de plooien tusschen de ribben bijna uitwischt, zoodat
-het volume sterk toeneemt, en die dan bij aanhoudende droogte allengs
-inkrimpen, zoodat eindelijk hun takken slap langs den stam hangen,
-en het geheel er uitziet als afgestorven. Tal van boomachtige cacti,
-[39] tot weinige soorten en geslachten behoorend, zag ik in dezen
-toestand. Naast deze beide groepen staan de kleine, half-manshooge tot
-manshooge heesters, met zeer kleine bladeren of ook wel zonder blad
-en met groene stammen en takken, die hun leven behouden, dank zij de
-zeer geringe verdamping en de bijna ongelooflijke lengte der wortels,
-waardoor zij uit de onderste, soms meer dan 10 meter diepe lagen,
-nog in de droogste jaargetijden het noodige water kunnen opzuigen.
-
-Verdamping en wortelgroei zijn voor dit laboratorium dus een
-hoofdonderwerp voor studie; daarnaast komt de vraag, welke soorten
-in de woestijn kunnen leven en waarom zij alleen dit kunnen, en
-tevens de verdere vraag naar den invloed, dien in de woestijn de
-bizondere samenstelling van den grond op verschillende plaatsen op
-den plantengroei oefent. Het spreekt van zelf, dat deze zaken alleen
-ter plaatse bestudeerd kunnen worden.
-
-Zoo is het ook met de experimenteele evolutie gesteld. Niet in of
-nabij een groote stad vindt men in den regel de omstandigheden,
-die voor de studie daarvan het meest geschikt zijn. Vandaar dat
-het Carnegie-Institution eerst een uitvoerig onderzoek heeft doen
-instellen naar de meest geschikt gelegen plaats.
-
-De keuze is daarbij gevallen op Long-Island, het lange, smalle eiland,
-dat zich ten Oosten van New-York uitstrekt en op welks meest westelijke
-punt de voorstad Brooklyn gelegen is. Voorbij Brooklyn vertoont
-het de talrijke kleinere en grootere villa's en buitenplaatsen van
-velen onder New-York's rijke handelslieden, de plaatsen waar dezen
-des Zondags de rust en de kalmte komen genieten, die nu eenmaal in
-het al te dicht bevolkte handelsgedeelte van New-York niet te vinden
-zijn. Nog verderop liggen een aantal kleine steden en dorpen, en onder
-deze munt Cold Spring door zijn allerheerlijkste ligging te midden
-van boschbegroeide heuvelen uit. Het ligt aan de noordzijde van het
-eiland, ongeveer op een uur afstand van de kust, die hier een inham
-of natuurlijke haven vormt. Deze plaats heet Cold Spring Harbor. [40]
-Aan den oever van de kleine golf zijn de heuvelen bedekt met bosschen
-en buitenplaatsen, onder welke laatste die van President Roosevelt
-hier verdient vermeld te worden. Deze golf was sinds jaren bekend
-als bizonder geschikt voor de studie van het leven van allerlei
-zeedieren. Men vindt ze ten deele aan de houten havenwerken, ten
-deele op de lagere plaatsen van een breede zandbank, die zich van den
-westelijken oever tot dicht bij den oostelijken, dwars door de baai
-uitstrekt. Hier leeft de reusachtige eenstaartskreeft, waarvan ik
-honderden van exemplaren in het ondiepe water vlak bij mij kon zien,
-velen van hen bezig met eieren leggen. Hier leeft de bijna onzichtbare
-kleine springstaart, en soort van het geslacht Columbula. Om ze te zien
-moet men een stuk wit papier op het strand leggen. Dadelijk is dit
-bedekt met een groot aantal heele kleine zwarte puntjes, die lustig
-op en neer en heen en weer springen. Allerlei andere diersoorten kan
-men hier bestudeeren, waaronder een heel gewone kleine zee-anemoon,
-behoorende tot het geslacht Sagartia.
-
-Sinds jaren was dan ook aan deze kust een Marine Laboratory
-gesticht, dat echter, bij gebrek aan fondsen, eigenlijk alleen des
-zomers in gebruik was. Van deze bizondere omstandigheden en deze
-uitmuntende gelegenheid heeft nu het Carnegie-Institution gebruik
-gemaakt voor de stichting van zijn nieuw laboratorium. Het heeft de
-beschikking verworven over de voorhanden gebouwen, bestaande in de
-directeurswoning, den Library-Hall [41] en het eigenlijke laboratorium,
-die, op korten afstand van elkander, aan den westelijken oever,
-dicht bij het zuidelijke uiteinde van de baai gelegen zijn. Het heeft
-tevens den directeur van het Marine Biological Laboratory tot directeur
-van de nieuwe stichting benoemd, hem daarbij opdragende, niet alleen
-enkele weken des zomers, gedurende de vacantie, te Cold Spring Harbor
-te vertoeven, maar zich daar voor goed met der woon te vestigen.
-
-De heer Davenport, algemeen bekend om zijn statistische onderzoekingen
-over de veranderlijkheid van dieren in verband met de plaatsen waar zij
-leven en met de waarschijnlijke wijze van hun ontstaan, was sinds vele
-jaren hoogleeraar in de dierkunde aan de Universiteit van Chicago,
-en tevens belast met het bestuur van het zee-laboratorium. Zijne
-echtgenoote stond hem in dit laatste krachtig ter zijde, en heeft
-een aantal onderzoekingen over de dieren van den Cold Spring Harbor
-het licht doen zien, onder andere een zeer belangwekkende studie over
-den invloed van de vermenigvuldiging door deeling op het aantal armen
-van de bovengenoemde zee-anemonen.
-
-Het oude laboratorium voldeed echter niet aan de eischen der nieuwe
-stichting. Het was slechts voor enkele weken of maanden des jaars
-ingericht, en daarenboven alleen voor zoölogische studiën. De evolutie
-der levende wezens moet echter zoowel aan planten als aan dieren
-bestudeerd worden, en bij den tegenwoordigen stand der wetenschap biedt
-het onderzoek van planten de grootste kansen op spoedige en belangrijke
-resultaten. Er werden daarom plannen gemaakt voor een nieuw gebouw,
-voldoende aan alle eischen van den tegenwoordigen tijd en voor een
-uitgebreiden proeftuin in de onmiddellijke nabijheid. Tijdens mijn
-bezoek, in Juni van dit jaar, was men met den bouw gevorderd tot aan
-de eerste verdieping, en was de proeftuin afgepaald en met voorloopige
-culturen bezet, wier doel echter vooralsnog in hoofdzaak was, om door
-voortdurende bewerking den grond te zuiveren van de wortelstokken
-en zaden van de wilde soorten, die daar vroeger gegroeid hadden. De
-eigenlijke proeven zouden eerst later begonnen worden, maar de zaden
-daartoe waren reeds grootendeels bijeengebracht.
-
-In de maand Mei bracht de nieuwe directeur zijne huishouding van
-Chicago naar Cold Spring Harbor over, en begon de verandering van de
-oude in de nieuwe stichting. Toen deze naar wensch gevorderd was en
-alles zoover was geregeld, dat aan bezoekers een voldoend denkbeeld
-kon gegeven worden van de plannen en methoden van werken, werd het
-tijdstip gunstig geoordeeld om het nieuwe laboratorium plechtig te
-openen. Het ontving den naam van Laboratory for experimental evolution
-[42] en den rang van een departement van het Carnegie-Institution
-te Washington. Behalve den directeur zijn daaraan verbonden
-twee assistenten en een secretaris. Als assistent belast met het
-plantkundige gedeelte treedt op de heer Dr. G. Shull, die te Chicago
-onder leiding van Davenport studeerde, terwijl de heer Luts met het
-zoölogisch gedeelte belast is. Secretaris of "stenographer" zooals
-het in Amerika heet, is Miss Luts, wier naam slechts bij toeval en
-niet door verwantschap met dien van den laatstgenoemden assistent
-overeenkomt.
-
-De plechtige opening was bepaald op Zaterdag 11 Juni. Uitgenoodigd
-waren allen, die te New-York en elders in ontwikkelingsgeschiedenis
-belangstellen, en een tachtigtal van hen, meest onderzoekers van naam
-of professoren of instructoren aan bekende inrichtingen van onderwijs,
-hadden aan de uitnoodiging gevolg gegeven. Enkelen waren daartoe zelfs
-uit Washington en andere meer verwijderde plaatsen overgekomen. Zij
-allen werden verzocht hunne namen te plaatsen in een album, dat als
-gedenkboek van de stichting daartoe gecalligrapheerd was. Behalve
-deze geleerden waren de bewoners der omliggende buitenplaatsen en
-villa's talrijk opgekomen, deels uit belangstelling in de nieuwe
-stichting, deels omdat zij reeds te voren van die belangstelling de
-meest ondubbelzinnige bewijzen hadden gegeven. Terwijl namelijk de
-gelden voor de stichting door het Carnegie-Institution werden gegeven,
-was het terrein voor het nieuwe gebouw en de proeftuin en de noodige
-grond voor eventueele latere uitbreidingen door een aantal der rijke
-naburen aan de stichting aangeboden.
-
-Omstreeks twaalf uur kwam de eerste groep van genoodigden aan het
-station te Cold Spring aan, van waar men in een langen stoet van
-rijtuigen door het heerlijke bosch en ten deele langs de beek, die
-in de baai uitstroomt naar het laboratorium reed. Voor hun vervoer
-waren door de Long-Island Spoorwegmaatschappij de noodige bizondere
-wagens kosteloos ter beschikking gesteld. Een dezer wagens kwam
-van New-York, de andere van Brooklyn, beide vereenigden zich aan
-het station Jamaica. De gasten werden in de woning van den directeur
-Davenport ontvangen en gebruikten aldaar, deels in de versierde kamers,
-deels op het ruime balkon, het luncheon. Daarna begaf men zich naar
-den Library Hall, het grootste der beschikbare localen, dat voor deze
-gelegenheid ten deele ontruimd en van een spreekplaats voorzien was.
-
-De plechtigheid werd geopend door den heer Davenport, die er op wees,
-dat studiën over evolutie en vooral proefondervindelijke studiën niet
-van dien aard zijn, dat zij spoedige uitkomsten beloven, en dat de
-stichters en belangstellenden dus geduldig moeten afwachten wat men
-eenmaal bereiken zou. Het nieuwe laboratorium is wel eenig in zijn
-opvatting en in het doel van zijn streven, toch zal het zich zooveel
-mogelijk in verbinding stellen met andere inrichtingen, die hetzij
-in Amerika, hetzij elders, de studie der ontwikkelingsgeschiedenis
-beoogen. Ten slotte bracht de directeur zijn dank aan de directeuren
-van het Brooklyn-Institute of Arts and Sciences, [43] de vroegere
-stichters van het Marine Biological Laboratory, die dit geheele
-laboratorium met al zijn inrichtingen aan de Carnegie-Institution
-ten geschenke aangeboden hadden, aan de gevers van het voor de
-vergrooting benoodigde land, en aan de locale Wawepex-Society,
-die de stichting door een echt Amerikaansche bijdrage in de kosten
-grootelijks bevorderd had.
-
-Daarna hield de voorzitter der Wawepex-Society een toespraak, aan
-het einde van welke hij de eigendomsbewijzen aan den heer Billings
-als vertegenwoordiger der Carnegie-Institution ter hand stelde. Hij
-schetste de geschiedkundige ontwikkeling van het dorpje Cold Spring
-Harbor. Vroeger was dit een haven voor walvischvangers en zeer
-welvarend, later was dit echter, ten deele door het verzanden van
-de haven, ten deele door het gebruik van grootere schepen en door
-andere oorzaken allengs afgenomen, en thans hebben de walvischvangers
-andere havens opgezocht en is het dorp in verval geraakt. Het bestaat
-nu voornamelijk door de aanwezigheid van zoo talrijke New-Yorkers in
-den omtrek.
-
-Dr. Billings nam de bedoelde papieren met een kort antwoord
-aan, waarin hij er op wees hoe grooten invloed de studie der
-ontwikkelingsgeschiedenis op de philosophie en op de theologie
-gehad hebben, en hoe groote resultaten men daarvan ook op sociaal
-gebied verwachten mag. Hij sprak ten slotte eenige woorden tot den
-directeur en verklaarde zich ten volle bewust van den langzamen gang,
-dien het onderzoek noodzakelijk moest gaan. Laat ons hopen, zeide hij,
-dat bij de viering van den vijftigsten verjaardag van deze stichting
-de bewijzen ruimschoots zullen voorhanden zijn, dat de stap dien wij
-thans doen, wijs en gerechtvaardigd was.
-
-Na hem werd nog een woord van welkom namens de buren van het nieuwe
-laboratorium gesproken door den heer F. W. Hooper, die kortelijks
-aan de verdiensten van de heeren Deane en Conn, de beide voorgangers
-van den tegenwoordigen directeur, herinnerde. Daarna werd het woord
-gegeven aan schrijver dezes, voor het houden van de volgende feestrede.
-
-
-
-De evolutie der organische wezens was tot nu toe eensdeels een voorwerp
-van diepe bewondering, en anderdeels van vergelijkende studie. Uit de
-algemeene verschijnselen die de verwantschap van planten en dieren ons
-overal in de natuur doet zien, meende men den gang der ontwikkeling
-zelve te kunnen afleiden.
-
-Thans is dit anders geworden. Men is niet meer tevreden met de kennis
-van de groote lijnen van het proces, men wil tot in de fijnste
-bizonderheden daarvan doordringen. Men wil nieuwe soorten zien
-ontstaan, en onderzoeken door welke wetten haar ontstaan beheerscht
-wordt, en van welke invloeden het afhankelijk is. Men wil trachten deze
-kennis zóó uit te breiden, dat het eenmaal mogelijk zal zijn, zelf in
-de verandering der soorten in te grijpen. Het is niet voldoende, ons
-deel te hebben in de vruchten van het werk der natuur; wij willen ook
-ons deel in het werk zelf hebben. Ja, wij willen trachten het werk te
-beheerschen en te leiden, ten einde nog betere vruchten te verkrijgen.
-
-Ongetwijfeld is dit een hoog en verheven doel. Maar door den bouw
-van dit laboratorium zijn de voorbereidingen getroffen, die noodig
-zijn om het te bereiken. De grondslagen voor een onderzoek zijn op
-breede schaal gelegd, met het vaste voornemen aan de natuur geheimen
-te ontwringen, die tot nu toe onschendbaar schenen.
-
-De ontwikkelingsgeschiedenis van het planten- en dierenrijk moet een
-proefondervindelijke wetenschap worden. Eerst moet zij grondig worden
-bestudeerd en zooveel mogelijk gecontroleerd, daarna moet zij in haar
-tegenwoordigen voortgang worden geleid, om eindelijk op verschillende
-punten ten nutte der menschheid te worden veranderd.
-
-Deze denkbeelden zijn reeds voor een bepaalde richting uitgesproken
-en uitgewerkt door den heer Davenport, die thans tot directeur
-van dit laboratorium is benoemd. Zijn werk draagt den titel
-"Experimenteele Morphologie", een combinatie van begrippen, die
-aanvankelijk zeer gewaagd scheen, maar die sedert allengs burgerrecht
-verkregen heeft. Proefondervindelijke vormleer is echter nog geen
-experimenteele evolutie. De eerste bepaalt zich tot de studie
-der oorzaken, die het verschijnen van de reeds gegeven vormen der
-soort in de bepaalde gevallen beheerschen, de tweede vraagt naar de
-oorzaken van het ontstaan van nieuwe eigenschappen. De aardappelplant
-maakt uit het onderste gedeelte van haar stam uitloopers, die onder
-gewone omstandigheden aan hun top elk een aardappel voortbrengen,
-maar die in andere gevallen boven den grond groeien en tot groene,
-bebladerde stengels worden kunnen. De experimenteele morphologie vraagt
-waarom nu eens aardappelen en dan weer stengels ontstaan, van welke
-omstandigheden en oorzaken dit afhangt, en hoe men het verschijnsel
-naar willekeur kan regelen. De experimenteele evolutie daarentegen
-vraagt hoe het komt, dat onder de talrijke soorten van het geslacht
-Solaum er één is die aardappelen voortbrengt, welke oorzaken en wetten,
-en welke bizondere omstandigheden het allereerste ontstaan van dit
-vermogen beheerschen, en hoe men, misschien, bij andere soorten van
-hetzelfde geslacht, of wellicht zelfs in andere geslachten, eveneens
-een vermogen om aardappelen te maken zou kunnen te voorschijn roepen.
-
-Om zulke vragen te beantwoorden, wordt natuurlijk veel tijd en
-veel studie vereischt. Maar het nieuwe laboratorium is voorzien van
-de noodige inrichtingen, van uitgebreide cultuurvelden en van het
-vereischte personeel, om dit onderzoek aan te vangen. Langzaam en
-geleidelijk moet het beginnen, en de moeilijkheden zullen in den
-aanvang uiterst talrijk zijn. Maar alles wijst er op, dat de hoop
-gegrond is, dat het ten slotte gelukken zal ze te overwinnen, en
-wetten te ontdekken, wier toepassing in wetenschap en praktijk voor
-het menschdom een zegen zal worden.
-
-Op het gebied der evolutie gaat het onderzoek in Amerika en in
-Europa thans hand in hand. Moge jaren geleden het zwaartepunt in
-de oude wereld gelegen zijn, in de laatste tijden is een snelle
-verandering duidelijk te bespeuren. Talrijker en talrijker worden
-de bijdragen uit de nieuwe wereld, en meer en meer raken zij de
-dieper gelegen, ja de moeielijkste vraagstukken. In Amerika hebben
-de leer der bevruchting, de rol van het mannelijk element daarbij,
-ja zelfs de uiterst moeielijke vraag naar de oorzaken, die het
-geslacht van het nieuwe individu bepalen, door de ontdekking van zeer
-belangrijke feiten een geheel onverwachten steun gekregen en is ook
-de rol der cel-kernen en haar aandeel aan de bepaling der erfelijke
-eigenschappen onlangs uit het speculatieve stadium van onderzoek
-tot dat van rechtstreeksche microscopische waarneming overgegaan. Op
-talrijke andere punten is een toenemende vooruitgang te bespeuren,
-en daarom heb ik er bizonderen prijs op gesteld, dat bij de opening
-van dezen nieuwen weg van onderzoek het houden der feestrede aan mij
-is opgedragen. Dit toch getuigt van een streven naar samenwerking,
-dat dezerzijds natuurlijk hoogelijk gewaardeerd wordt.
-
-De taak, die ik op mij heb genomen, sluit in zich, een denkbeeld te
-geven van wat ik mij voorstel, dat op het gebied der experimenteele
-evolutie, zoowel in de eerste als in de latere jaren, te onderzoeken
-zal zijn, welke methoden daarbij kunnen worden gevolgd, en welke
-uitkomsten, wellicht, mogen worden verwacht.
-
-Uit den aard der zaak is deze taak deels een zeer reëele, deels een
-uitermate bespiegelende, bijna gelijk aan een droom. Wat voor de
-eerste jaren het werk en de verwachtingen zijn, laat zich op vaste
-grondslagen en tot in vrij fijne bizonderheden uitwerken. Maar wat de
-verre toekomst eens brengen zal, kunnen wij thans nog ternauwernood
-vermoeden. Slechts wat wij hopen en gaarne verwezenlijkt zouden zien,
-laat zich schetsen, en zelfs dit nog in zeer grove trekken. Toch is
-dit het oogenblik, waarop het bespreken van dergelijke verwachtingen
-geoorloofd en noodig is, en waarop misschien uit een zeer vage hoop en
-een droomerig denkbeeld een middel kan ontstaan, dat, aan de ervaring
-getoetst, den weg wijst tot geheel nieuwe middelen van onderzoek en
-tot te voren onverwachte uitkomsten.
-
-Vergunt mij het onzekere aan het zekere te doen voorafgaan, en eerst
-de verdere toekomst te beschouwen, om daarna tot het werkplan voor
-de eerstvolgende jaren over te gaan. Vergunt mij tevens daarbij een
-beeld te gebruiken, ten einde mijne bedoelingen op gemakkelijker
-wijze duidelijk te maken.
-
-De wetenschap is een veld van licht, te midden van bijna
-ondoordringbare duisternis. Helder schijnt het licht op de menschheid,
-verlossing brengende van onkunde en onmacht, van twijfel en vrees. Door
-gestadigen en harden arbeid en door de toewijding van velen wordt
-het licht onderhouden en zijn gebied allengs vergroot, en dringen de
-zegeningen van ervaring en macht over de natuur allengs in grooter
-kringen door. Amerika is rijk aan stichtingen, die de middelen geven
-tot onderzoek en onderwijs, tot verdieping en verspreiding van kennis,
-en iedereen weet, hoe naijverig Europa op de mogelijkheid van zulke
-schenkingen, en op den edelen, vaderlandslievenden en het menschdom
-bevoordeelenden geest is, die daaraan ten grondslag ligt.
-
-In ons beeld kan de vermeerdering van kennis op tweeërlei wijzen
-plaats vinden. Ten eerste door gestadig en zorgvuldig werk in het
-lichtveld zelf. De grond moet worden beploegd en de grenzen moeten
-worden uitgebreid, en honderden en duizenden van onderzoekers zijn
-onvermoeid bezig alle leemten aan te vullen en aan alle kanten op de
-eenmaal vaststaande grondslagen voort te werken.
-
-Daarnaast staat het tweede middel van vooruitgang. Van uit het groote
-veld worden lichtpunten uitgeworpen in de omringende duisternis. Hun
-kansen om uitgedoofd te worden, en zonder gevolgen voorbij te gaan zijn
-natuurlijk voor de hand liggend, en tallooze pogingen leiden dan ook
-niet tot de gewenschte uitkomst. Maar van tijd tot tijd verwerven zij
-vasten voet en staan zij als bakens, ver in de donkere omgeving. Dan
-wijzen zij den weg voor een veel snelleren vooruitgang. Rondom de
-bakens kan het licht zich uitbreiden, en tusschen hen en het groote
-lichtveld wordt de duisternis van twee kanten bestreden, zoodat het
-vroeg of laat gelukken moet, de bakens met het lichtveld te verbinden,
-en al het terrein tusschen hen beiden te veroveren en toegankelijk
-te maken. Zoo worden de uitgeworpen lichtpunten de middelen tot een
-snelleren vooruitgang in bepaalde richtingen.
-
-Vandaar dat zulke lichtpunten de groote feiten geworden zijn, die de
-geschiedenis van het natuurkundig onderzoek ons bewaart. Zij maken
-den naam van de mannen, die ze uitwerpen onsterfelijk, zij zijn als
-het ware de keerpunten der historie. Baco en Newton, Lyell en Darwin
-staan onder allen vooraan, en in den tegenwoordigen tijd wijden Edison
-en Marconi, Röntgen en Curie den arbeid van hun genie aan de belangen
-der menschheid.
-
-Met deze opvatting van de beide hoofdbeginselen van vooruitgang
-op het gebied van kennis en wetenschap vereenigt zich het
-Carnegie-Institution ten volle. Te Washington heeft het zijn zetel;
-hier werkt het regelmatig en gestadig voor de bevordering der algemeene
-wetenschappelijke belangen. Daarnaast heeft het een eerste lichtpunt
-uitgeworpen ver in de dorre woestijn, om een baken te worden van
-onderzoek in de talrijke vragen van theoretisch en practisch belang,
-die de woestijn ons aanbiedt. De oorsprong van de flora en de fauna van
-die waterarme streken moet worden nagegaan. Hoe zijn sommige planten en
-dieren er toe gekomen, bij voorkeur daar te leven? Waardoor zijn zij in
-staat gesteld, in millioenen van exemplaren zich te vermenigvuldigen,
-waar andere soorten noodzakelijk zouden te gronde gaan? Hebben zij bij
-dien overgang hun natuur veranderd, of zijn zij slechts uitgezocht
-uit vele anderen, en zijn alleen zij toegelaten, die reeds van den
-aanvang af geschikt werden bevonden? Hoe kan de mensch in dit proces
-ingrijpen? Is hij beperkt tot de werken van irrigatie en tot de keus
-van elders bekende, maar toevallig voor de nieuw te ontginnen landen
-passende soorten van land en tuinbouwgewassen?
-
-Deze en tallooze andere vragen moeten worden beantwoord. Om daartoe bij
-te dragen heeft het Carnegie-Institution een laboratorium ingericht,
-midden in de woestijn. Het is gebouwd op de heuvelenreeks nabij
-Tucson in Arizona, een der oudste Spaansche stichtingen in die
-bijna onbewoonbare landstreek, en thans een bloeiende en zich snel
-ontwikkelende stad, met groote industrieën en een levendigen handel
-op Mexico, en met toenemenden landbouw, gegrondvest op kunstmatige
-irrigatie.
-
-Het woestijn-laboratorium staat onder het toezicht van de plantkundigen
-Coville te Washington en MacDougal te New-York, terwijl Dr. Cannon,
-met den titel van "resident-investigator" [44] de werkzaamheden
-leidt. De hoop op een wetenschappelijke en praktische verovering
-der woestijn is de grondslag van het werk, en alles wijst er op,
-dat deze hoop ten volle gewettigd is.
-
-Heden wordt een tweede lichtpunt door het Carnegie-Institution in
-de omringende duisternis uitgeworpen. Het is het laboratorium, dat
-wij thans inwijden. Het moet een baken worden in een veel dichter
-duisternis; het moet veel moeilijker vraagstukken aanvatten, en kan
-daarbij slechts op een veel zwakkeren grondslag van voorafgaande
-kennis steunen. Het heeft een veel hooger doel, en streeft naar
-vruchten van meer algemeen belang. Het moet een leidster worden op
-een gebied van geheel onverwachte feiten en ontdekkingen en een bron
-voor geheel nieuwe methoden van verbetering van onze huisdieren en
-landbouwplanten. Het heeft een veel zwaarderen arbeid voor zich en
-zal eerst na jaren van voorbereidende studie de groote praktische
-problemen rechtstreeks kunnen aanvatten.
-
-Maar hoelang deze periode van stillen arbeid ook moge duren, er kan
-geen twijfel zijn, of het doel zal eenmaal worden bereikt. De geheele
-inrichting, de rijke middelen, maar vooral de persoon van den directeur
-en de keuze van zijn staf beloven een glansrijke toekomst. Welke
-die toekomst zal zijn, laat zich natuurlijk niet in bizonderheden
-omschrijven. Toch is het wenschelijk, de verwachtingen eenigszins
-nader uit te werken, welke de tot nu toe genomen maatregelen met
-recht kunnen doen ontstaan.
-
-Zulke verwachtingen binden niet, want 's werelds loop laat zich niet
-voorspellen. Maar ik zie geen bezwaar in een schets, daar ik ten volle
-overtuigd ben, dat de uitkomst toch eenmaal de meest schitterende
-verwachtingen overtreffen zal.
-
-Meer in bizonderheden gaande, kunnen wij ook hier ons beeld van het
-lichtveld der wetenschap toepassen. Ook dit laboratorium moet zulk een
-veld worden, dat door vlijtigen arbeid zich steeds vergroot, maar van
-waaruit tevens losse lichtpunten in de omringende duisternis worden
-uitgeworpen. Hoe het werk op het veld moet geschieden, laat zich
-ten minste in groote trekken berekenen; wat de bakens zullen kunnen
-bereiken laat zich ternauwernood gissen. Het is als een droom. Maar
-het is een zeer verleidelijke droom, en ik vind geen reden, om aan die
-verleiding weerstand te bieden. Daarom zal ik trachten te schetsen,
-wat ik in dien droom heb meenen te zien, en welke hoop het denkbeeld
-van experimenteele evolutie, in verband met de groote ontdekkingen
-van onzen tijd op verwant gebied, in mij opwekt.
-
-Mijn droom is uitgegaan van de oude vraag, wat er in een ei is,
-dat dit in staat stelt al de eigenschappen van een vogel allengs te
-ontwikkelen. Waarom wordt uit het eene ei een kip, en uit het andere
-een fazant geboren? Welke eigenschappen hebben de ouders daarin
-gelegd, die met klaarblijkelijke noodzakelijkheid de ontwikkeling
-in een bepaalde richting leiden? Natuurlijk moet er in het eigenlijk
-levende deel van het ei, het zoogenaamde kiemvlekje iets anders zijn,
-zoo er een kip, en iets anders zoo er een fazant uit ontstaan zal. De
-dooier en het eiwit zijn slechts voedsel, en daarin kan de oorzaak van
-het verschil dus moeilijk liggen. Nog grooter verschillen moeten er
-zijn tusschen het ei van een vogel en van een slang, en veel grooter
-natuurlijk tusschen die en de eieren van zeesterren en zeeappels, die
-bekende soorten, die zoo dikwijls door de zee op ons strand worden
-geworpen, en wier eieren en larven een zoo zeer gezocht materiaal
-voor de studie der ontwikkelings-verschijnselen geworden zijn.
-
-Nu zouden wij kunnen trachten, ons een voorstelling te maken van
-den aard dezer onzichtbare verschillen. Wij zouden kunnen vragen,
-wat wellicht het microscoop ons openbaren zal, wanneer het zijn
-gebied nog verder zal uitgebreid hebben en deeltjes, die thans nog
-onzichtbaar zijn, zoo zal kunnen vergrooten, dat wij ze rechtstreeks
-kunnen waarnemen. Maar op deze vraag wil ik thans niet ingaan. Liever
-wil ik vragen, of het mogelijk zou kunnen zijn, in de samenstelling van
-die kiemen willekeurig veranderingen te weeg te brengen, zóó, dat het
-dier dat uit het ei ontstond, andere eigenschappen zou vertoonen dan
-zijne ouders. Natuurlijk bedoel ik niet, dat men zou kunnen trachten
-uit een zeesterren-ei een slang, of uit een schildpadden-ei een vogel
-te maken. Die verschillen zijn veel te groot. Aanvankelijk zal men
-wel met de allerkleinste veranderingen tevreden moeten zijn. Laat ons
-daarom een voorbeeld kiezen van zulk een zeer kleine en schijnbaar
-onbeteekenende wijziging.
-
-De gewone pauw heeft een witte variëteit, die de schitterende kleuren
-van de gewone soort mist. Uit de eieren dezer variëteit komen steeds
-weer witte pauwen. Er moet dus tusschen het ei van een gewone en
-dat van een witte pauw een verschil zijn dat het verschil in kleur
-bewerkt. Dit verschil echter kan eenvoudig zoo beschouwd worden, dat
-men zegt, dat de kleuren in het eene geval vrij tot ontwikkeling komen,
-terwijl zij in het andere daarin door een of andere oorzaak worden
-belemmerd. Wat is nu deze oorzaak, en hoe zou men die kunstmatig
-kunnen nabootsen? Met andere woorden, zou het mogelijk zijn, een
-middel te ontdekken dat in het ei van een gewone pauw, de kleuren
-kan beletten tijdens den lateren groei te voorschijn te treden?
-
-Wij moeten natuurlijk aannemen, dat in het ei voor elke eigenschap
-en dus ook voor de kleuren, bepaalde deeltjes voorhanden zijn, die
-die eigenschap als het ware vertegenwoordigen, en die door zich te
-vermenigvuldigen, tijdens de ontwikkeling van het jonge dier ten
-slotte de kleuren doen ontstaan. Kon men die deeltjes nu dooden,
-of ook slechts zóó verzwakken, dat zij, in vergelijking met andere
-achterlijk bleven, dan zou misschien uit een gewoon pauwenei, in eens
-en kunstmatig, de witte variëteit kunnen verkregen worden.
-
-Overlegt men de zaak op deze wijze, dan schijnt het dat men met
-heele kleine veranderingen in een ei, zeer groote wijzigingen in een
-organisme zou kunnen teweeg brengen. Een witte variëteit van de pauw
-zou slechts een herhaling zijn van iets dat reeds bestond. Maar het
-is duidelijk, dat dezelfde redeneering van toepassing zou zijn op
-vogels en andere dieren, waarvan zulk een variëteit nog niet bestaat,
-zoodat men werkelijk iets nieuws zou krijgen. Ja men zou het beginsel
-misschien ook op bloemen kunnen toepassen. Witte afwijkingen van
-soorten met blauwe of roode bloemen komen zoo algemeen voor, dat
-het slechts natuurlijk schijnt om aan te nemen, dat elke rood- of
-blauwbloemige plant er eene zou kunnen hebben. Toch is dit nog niet
-het geval, en zijn er tuinplanten, waarvan een witte vorm nog steeds
-te vergeefs gezocht is en zeker, zoo zij gevonden of voortgebracht kon
-worden, door kruising met andere, tot een belangrijke vermeerdering
-der vormen zou kunnen bijdragen. Ik noem slechts de bloeiende canna's,
-wier kleur rood is, doch met geel vermengd. Verlies van het rood zou
-ze zuiver geel doen worden, verlies van het geel zuiver karmijnrood,
-terwijl een verlies van beide kleuren noodig zou zijn, om de zoo zeer
-gewenschte witte variëteit te doen ontstaan. Maar men heeft haar nog
-niet gevonden, en kan haar voorshands ook nog niet maken.
-
-Is het mij gelukt duidelijk te maken, wat men in zulk een bepaald geval
-door vernietiging of verzwakking der vertegenwoordigende deeltjes
-in een ei van een dier of in een zaadknop van een plant wellicht
-eenmaal zou kunnen bereiken, dan mogen wij dit denkbeeld natuurlijk
-uitbreiden. De kleuren dienden ons slechts als voorbeeld. Juist
-dezelfde beschouwing zou men ook op allerlei andere eigenschappen
-kunnen toepassen. Doornlooze en onbehaarde variëteiten worden
-dikwijls als verdere voorbeelden aangehaald. Verlies van het meel in
-het zaad onderscheidt de suikererwten en de suikermais van de gewone
-soorten. Er zijn aardbeziën die geen uitloopers en Acacia's die geen
-gevinde bladeren maken. Dit zijn natuurlijk slechts onbelangrijke
-wijzigingen, maar het is duidelijk dat als men die kunstmatig kon
-maken, men allengs tot meer belangrijke zou kunnen overgaan. Groote
-verbeteringen onzer nuttige dieren, of van land- en tuinbouwplanten
-zouden ten slotte mogen worden verwacht.
-
-Gaarne geef ik toe, dat wij van het bereiken van dit doel nog ver af
-zijn. Maar bij de stichting van een nieuw laboratorium met een nieuwe
-richting van onderzoek komt het mij toch wenschelijk voor zulk een
-blik in de toekomst te slaan. Natuurlijk kan men niet voorspellen
-wat later eenmaal zal worden ontdekt. Maar het is van groot belang,
-een heldere voorstelling van de mogelijkheden op dit gebied te hebben,
-teneinde van elke toevallige vondst terstond de waarde en de beteekenis
-te kunnen beoordeelen. Zonder die voorzorg zou allicht een kleine
-ontdekking kunnen verloren gaan, die toch het punt van uitgang had
-kunnen worden, van waaruit ten slotte de oplossing van het raadsel
-had kunnen bereikt worden.
-
-Daarom wensch ik thans na te gaan, welke kansen er zijn, om in eieren
-zulke veranderingen teweeg te brengen. Ik stel daarbij voorop, dat
-alles, wat men tot nu toe omtrent de physiologie van de eieren der
-meest verschillende soorten van dieren onderzocht heeft, en alle
-veranderingen, die men daarbij feitelijk in de kiemen teweeg heeft
-gebracht, grof is in vergelijking met het verschijnsel dat ons thans
-voor den geest zweeft. Een kleurverandering in de veeren van een pauw
-zou natuurlijk volkomen onzichtbaar blijven, zoolang het kuiken in het
-ei ligt, en zelfs nog geruimen tijd daarna. En zoo zou het met allerlei
-andere eigenschappen zijn. Zichtbare veranderingen in de kiem en het
-kuiken komen ons, van dit standpunt, voor als grove monstrositeiten,
-die wel belangrijk, maar niet het doel van ons streven zijn. Wat
-men thans moet zoeken zijn onzichtbare, en zich eerst veel later
-verradende wijzigingen.
-
-Het dooden van enkele vertegenwoordigende deeltjes in een ei is
-misschien het beste voorbeeld, ofschoon het allicht in de praktijk nog
-te grof zal blijken. Men zou kunnen trachten het te bereiken met een
-methode, die door Engelmann voor andere doeleinden gebruikt is. Ligt
-een levende cel onder het microscoop, zoo kan men het licht dat haar
-beschijnt, door een lens laten gaan, en die lens zoo kiezen en zoo
-plaatsen, dat haar brandpunt juist in het veld van het microscoop
-valt. Is de lens aan een eigen, beweeglijk statief bevestigd,
-dan zou men dit brandpunt zich onder het microscoop kunnen doen
-verplaatsen. Men zou dan in een vrij donker veld een helder lichtend
-punt als het ware kunnen laten wandelen. Is het klein genoeg om een
-enkele bladgroenkorrel, of een celkern, of zelfs een deel van een
-kern te treffen, zoo zou men alleen dat punt kunnen verlichten. Op
-deze wijze heeft Engelmann rechtstreeks aangetoond dat het licht in de
-groene deelen der cellen zijn koolzuur-ontledende werking uitoefent,
-en niet in de kleurlooze gedeelten van het levend protoplasma.
-
-Nu concentreert een lens natuurlijk niet alleen de licht- maar ook
-de warmtestralen. Iedereen weet, dat voorwerpen, in het brandpunt
-geplaatst, verhit worden; vandaar trouwens de naam. Past men dit onder
-het microscoop toe, dan zou men dus een klein deel van een cel sterk
-kunnen verwarmen, zonder de overige deelen te beschadigen. Spoedig
-zou daarbij de warmte zoo groot worden, dat het getroffen deel
-afstierf. Zoo kan men enkele bladgroenkorrels dooden, terwijl de
-overige deelen der cel levend blijven. Als men nu voorzichtig een
-celkern, of een deel daarvan tot dicht bij de temperatuurgrens van
-het leven verwarmde, zou men mogen verwachten, dat die grens niet
-voor alle deeltjes dezelfde is. Enkele zouden eerder sterven, andere
-later. In een gunstig geval zou men dus de meest gevoelige kunnen
-dooden, maar de overige sparen.
-
-Gesteld nu, dat men er enkele trof, die voor de ontwikkeling niet
-volstrekt noodzakelijk waren, dan zou men misschien, langs dezen
-weg, een variëteit kunnen tot stand brengen. Natuurlijk zou er nog
-heel wat te bestudeeren en te beproeven zijn, vóórdat men zoover kon
-komen. Doch dit is thans niet de zaak die ons bezighoudt. Het kwam
-er slechts opaan, aan te toonen, dat er een weg is, die de kans op
-zulk een ingrijpen opent.
-
-Waarschijnlijk zal het volstrekt niet noodig zijn, bepaalde deeltjes
-in een ei te dooden, om zichtbare veranderingen in het daaruit groeiend
-organisme teweeg te brengen. Veel natuurlijker schijnt het ze eenvoudig
-in meerdere of mindere mate te verzwakken, hetzij tijdelijk, hetzij
-op den duur. Door een tijdelijke verzwakking zou men kunnen hopen
-ze achterlijk te maken in vergelijking met de overige factoren van
-het ontwikkelingsproces en daardoor misschien de fijnst mogelijke
-wijziging te erlangen.
-
-Een eerste middel dat zich daarbij aanbiedt is het bedwelmen. Aether
-en chloroform werken op dierlijke en plantaardige cellen op
-overeenkomstige wijze als op het menschelijk organisme, en wellicht
-zou men daarvan gebruik kunnen maken, om geringe storingen in
-de allereerste ontwikkeling te doen optreden. Reeds zijn een
-aantal feiten bekend, die de uitgesproken hoop wettigen, of ten
-minste steunen. Wat eieren betreft, gebruikt men bij voorkeur die
-van zee-egels en zee-appels, die deels om hun doorschijnendheid,
-deels om hun taaiheid, deels om allerlei andere redenen voor
-onderzoekingen bizonder geschikt zijn. Wilson heeft nu vóór, tijdens,
-en na de bevruchting aether op zulke eieren laten inwerken. Zichtbare
-afwijkingen van het normale proces waren daarvan het gevolg. Zoo kan
-de mannelijke kern belet worden met de vrouwelijke te copuleeren,
-doch daarbij op eigen gelegenheid voortgaan met groeien. Ook kunnen de
-stralen-sphaeren, die gewoonlijk van de kernen uitgaan, en waarlangs
-zij vermoedelijk haren invloed op de cel oefenen, door de werking van
-aether tijdelijk worden uitgewischt, of ten minste onzichtbaar gemaakt,
-zonder dat daardoor de levensverschijnselen en met name de deelingen
-in de kernen merkbaar worden gestoord. Dan kunnen de kernen zich
-vermenigvuldigen, zonder dat dit door de overeenkomstige celdeelingen
-wordt gevolgd en er ontstaan veelkernige cellen. Wilson kon soms 64
-kernen in een enkele cel tellen, terwijl het normale aantal niet meer
-dan één bedraagt. Eindelijk kunnen de celdeelingen zoo onregelmatig
-worden, dat zij, inplaats van tusschen de kernen door te gaan, langs
-deze den nieuwen wand maken, zoodat de eene helft geen en de andere
-beide of alle jonge kernen krijgt. Zulke kernlooze cellen vertoonen
-dan natuurlijk allerlei afwijkende verschijnselen.
-
-De meeste van de beschreven afwijkingen zijn van voorbijgaanden aard,
-zoo de bedwelming slechts kort genoeg duurt. Is het nog mogelijk, dan
-keert daarna de kiem tot het normale ontwikkelingsproces terug. Maar
-misschien blijft er toch nog iets over, dat, aanvankelijk onzichtbaar,
-en dus tot nu toe niet opgemerkt, in het latere leven zich zou
-verraden, en dan juist wijzigingen geven, zooals wij die zouden
-wenschen te zien ontstaan. Een ruim veld van waarneming en onderzoek
-ligt hier voor ons open.
-
-Dat bedwelming werkelijk veel fijnere wijzigingen in den groei en de
-ontwikkeling kan te weeg brengen is, ten minste voor planten, door
-de merkwaardige studiën van Johannsen bewezen. Aan dezen gelukte
-het, door een voorbijgaande bedwelming, slapende knoppen wakker te
-maken. Het resultaat was geheel onverwacht, en toch kan iedereen zich
-gemakkelijk van de juistheid overtuigen. Onze boomen en heesters,
-onze bloembollen en knolgewassen hebben 's winters een periode
-van rust, die niet eenvoudig het gevolg van de koude is. Dit blijkt
-terstond wanneer men bedenkt, dat de term winterrust het verschijnsel
-eigenlijk zeer onvolkomen uitdrukt. Want hyacinten en tulpen en tal van
-andere bolgewassen rusten eigenlijk des zomers. Als in het voorjaar
-hun bloemen uitgebloeid zijn, kunnen zij nog zaad maken, en moeten
-zij, b.v. een maand lang, door middel hunner bladeren het voedsel
-maken dat voor het verdere leven van den bol, tijdens de periode
-van rust, noodig is. Maar juist als de ware zomermaanden intreden,
-beginnen zij deze periode, en daaruit volgt, dat gebrek aan warmte
-daarvan klaarblijkelijk niet de oorzaak is. Zoo is het met tal van
-voorjaarsplanten, waarvan men de bladeren nog eenigen tijd in den
-zomer ziet, maar die vroeg of laat ter ruste gaan, lang vóór het
-einde van den herfst.
-
-Er moeten dus inwendige, van het jaargetijde onafhankelijke oorzaken
-zijn, die deze rust bewerken. Daarnaast kan 's winters de koude de
-ontwikkeling vertragen, en iedereen weet dat enkele te vroege en te
-warme voorjaarsdagen de knoppen er toe brengen kunnen vóór hun tijd
-uit te loopen. Maar dit kan wel in het voorjaar, doch niet in den
-eigenlijken winter, vooral niet in 't begin daarvan geschieden. Men
-kan dit bewijzen door takken van allerlei boomen en heesters af te
-snijden en, in wat water, in een warme kamer te plaatsen. Doet men dit
-in Februari of Maart, dan ziet men weldra de meeste knoppen zwellen,
-en een aantal er van open barsten en hun bladeren en bloemknoppen
-ontplooien. Doet men het in October of November, zoo blijven de
-takken echter werkeloos. Toch is alles of ten minste nagenoeg alles
-in hen voor het hernieuwde leven gereed. Dit blijkt juist uit de
-aether-proeven van Johannsen. Want wat men door eenvoudig verwarmen
-niet kan bereiken, kan men daardoor wel verkrijgen na een voorbijgaand
-bedwelmen. Men zet de takken, na ze afgesneden te hebben, en liefst
-zonder water, in een groote metalen kist met goed sluitend deksel,
-of ook onder een glazen stolp of in een flesch met wijden hals,
-en voegt daaraan een afgemeten hoeveelheid aether toe. Men laat ze
-er twee dagen in, en herhaalt daarna zoo noodig de bewerking nog
-eens. Zet men ze nu in wat water op een verwarmde plaats dan ziet
-men ze spoedig uitloopen, ten minste verscheidene soorten, want de
-vereischte hoeveelheid aether is niet voor alle dezelfde. Dit proces,
-dat in het klein zeer verrassende uitkomsten geeft, heeft in de laatste
-jaren in het groot in de praktijk ingang gevonden voor het forceeren
-van seringen. Want het is daardoor mogelijk geworden, den bloei
-dezer struiken in Januari en December eenige weken te vervroegen, en
-zoodoende omstreeks Kerstmis en Nieuwjaar daarvan groote hoeveelheden
-bloemtrossen in den handel te brengen. En merkwaardiger wijze groeien
-de trossen na het aetheriseeren zooveel sneller dan bij het gewone
-forceeren, dat de meerdere kosten van de installatie en toepassing van
-dit proces geheel opgewogen worden door de besparing aan brandstof,
-die het kortere forceeren in de kassen natuurlijk met zich voert.
-
-Zoo hebben wij in aether--en hetzelfde geldt van chloroform--een zeer
-merkwaardig middel om allerlei wijzigingen in het ontwikkelingsproces
-te voorschijn te roepen, en het spreekt van zelf, dat na zulke
-onverwachte en uiteenloopende feiten, als die van Wilson en van
-Johannsen, nog een lange reeks van ontdekkingen op dit gebied mag
-worden verwacht.
-
-Van geheel anderen aard zijn de studiën van Loeb in Californië
-en van Delage in Parijs omtrent den invloed van opgeloste stoffen
-en van gassen op de ontwikkeling van eieren. Ook zij gebruiken bij
-voorkeur eieren van zee-sterren en zee-egels. Als zulke eieren bevrucht
-worden, gebeurt er tweeërlei. Eensdeels brengt het mannelijk element
-de eigenschappen van den vader op de kiem over, en bewerkt zoo de
-gelijkenis der kinderen op hem, wat bij ons menschen zeer bekend is,
-en bij bastaarden een zeer belangrijke rol speelt, maar wat natuurlijk
-overal bij planten en dieren het meest wezenlijke deel der bevruchting
-is. Maar dit is volstrekt niet het eenige, wat de mannelijke cel
-bewerkt. Het ei bevindt zich in rustenden toestand, en moet daaruit
-worden opgewekt, om zich verder te gaan ontwikkelen. Dit gebeurt nu
-niet door die overbrenging der erfelijke eigenschappen, maar door
-een afzonderlijke werking. Bij sommige planten en met name bij vele
-orchideeën vindt zulk een werking zelfs reeds vóór de bevruchting
-plaats, en gaat er van de stuifmeelkorrels en haar buizen iets uit,
-wat den groei der zaadknoppen bevordert. Zonder dien prikkel worden
-zij in die gevallen nooit normaal en voor de bevruchting geschikt.
-
-Men kan nu, dank zij de onderzoekingen der genoemde geleerden, die
-twee belangrijke werkingen van elkander scheiden. Want men kan den
-groeiprikkel, als ik het zoo eens noemen mag, die van het mannelijk
-element uitgaat, vervangen door iets anders. Dan zal het ei zich
-ontwikkelen, zonder in den eigenlijken zin van het woord bevrucht te
-zijn, en daarom pleegt men dit proces parthenogenesis, en wel in dit
-bizondere geval, kunstmatige parthenogenesis te noemen.
-
-Loeb ontdekte dit door het gebruik van opgeloste zouten, en met
-name van chloormagnesium, dat in het zeewater wel aanwezig is,
-maar natuurlijk niet in voldoende hoeveelheid om die onnatuurlijke
-ontwikkeling te bewerken. Voegt men er echter wat grootere hoeveelheden
-van aan het zeewater toe, waarin de eieren van zee-sterren, zee-egels
-en zee-appels liggen, dan ziet men deze tot jonge larven worden, ook
-zonder bevruchting. Eenige andere zouten zijn eveneens in staat, dit
-gevolg te bewerken. Het maakt den indruk alsof het ei rustend gehouden
-werd door een of andere onbekende maar op den groei belemmerend
-werkende oorzaak. Het mannelijk element en de genoemde zouten heffen
-die oorzaak op, lossen haar misschien eenvoudig op, zoo zij een
-bepaalde stof is, en veroorloven zoo den voortgang der ontwikkeling.
-
-Delage heeft nu aangetoond, dat behalve zouten ook gassen, en met
-name koolzuur, zulk eene werking hebben. Gasvormige lichamen hebben
-bij zulke proeven allerlei voordeden boven opgeloste zouten. Men
-behoeft slechts een stroom van koolzuur uit een ontwikkelingsflesch,
-of uit een gewonen syphon van koolzuurhoudend mineraalwater te leiden,
-om de eieren, die er in liggen, tot ontwikkeling te doen komen zonder
-bevruchting. Zouten werken altijd op een aantal eieren schadelijk,
-maar koolzuur kan ze bij honderden doen groeien, zonder dat er een
-enkel verloren gaat of ook slechts achterlijk blijft. Daardoor geeft
-het koolzuur een middel aan de hand, om de onbevruchte eieren in
-hun verderen levensloop te bestudeeren, iets wat op dit oogenblik
-nog zeer moeilijk is, daar men met de vereischten van het leven van
-jonge zee-appels, ook na bevruchting der eieren, in een aquarium
-nog zeer onvoldoende bekend is. In een aquarium moet men het water
-voortdurend in beweging houden, en daarenboven moet men zorgen,
-dat voedsel in overvloed voorhanden zij. Dit voedsel nu bestaat in
-allerkleinste organismen, bijna onzichtbaar klein, die in het zeewater
-in onnoemelijk aantal voorkomen, en die door de larven der zeesterren
-worden gegeten. Deze plantaardige en dierlijke, microscopisch kleine
-wezens vormen een deel van de in de bovenste lagen der zee drijvende
-of liever zwevende wereld, die men tegenwoordig gewoon is het plankton
-te noemen. Dit plankton, waarop ik trouwens later nog terug zal moeten
-komen, is de groote bron van het voedsel voor alles wat in zee leeft,
-tenminste wat het dierenrijk betreft, en grootere planten zijn in de
-zee zooals men weet betrekkelijk zeldzaam, en eigenlijk beperkt tot de
-kusten en tot de enkele, drijvende sargasso-zeeën. Dit microscopische
-voedsel moet men vermengen met het zeewater, waarin de larven leven,
-en dit heeft, bij hun vraatzucht, groote moeielijkheden, doch het is
-hier de plaats niet, daarop nader in te gaan.
-
-Genoeg zij het, er op gewezen te hebben, dat eieren zonder bevruchting
-tot larven kunnen worden. En kunnen zij dit, zoo zouden zij het
-wellicht ook met een gedeeltelijke bevruchting kunnen, en misschien
-met een gemis van slechts enkele der vertegenwoordigende deeltjes
-van de erfelijke eigenschappen van den vader.
-
-Evenals van chloormagnesium, zou men ook de werking van zwakke
-vergiften op den aanvang van het ontwikkelingsproces kunnen
-bestudeeren. Davenport heeft aangetoond, dat er een zeer groote
-mate van overeenkomst bestaat tusschen de werking van vergiften
-op het menschelijk lichaam en op verschillende soorten van lagere
-dieren. Met name kunnen in vele gevallen dieren aan bepaalde vergiften
-gewend worden, door de dosis langzaam te doen toenemen. Er ontstaat
-dan een soort van immuniteit, en deze treedt, al naar gelang der
-onderzochte voorwerpen, nu eens vroeger, dan weer later in. Zoo men
-nu aan mag nemen, dat bij een fijner uitwerken van dit beginsel,
-ook de vertegenwoordigende deeltjes der erfelijke eigenschappen in
-een ei in verschillende mate gevoelig zullen blijken te zijn voor
-zulke vergiften, dan ontstaat de kans dat men daardoor sommige kan
-elimineeren, zonder de overige al te zeer te schaden. Zoodoende zou
-men allicht, in de ontwikkeling van de kiem en van het jonge dier
-uit het ei, enkele bepaalde eigenschappen kunnen onderdrukken.
-
-Allerlei andere invloeden zouden kunnen worden bestudeerd, en onder
-deze bieden wellicht de stralen van Röntgen, en de radio-activiteit
-van het nieuwe element radium, bizondere kansen van slagen aan. Van
-beide zijn reeds uiterst belangrijke werkingen op het levend organisme
-bekend, die deels als genezing, deels als schadelijke veranderingen
-van beteekenis zijn. Ook is in sommige gevallen hun invloed op
-de ontwikkeling van jonge dieren uit het ei nagegaan. Zoo kan de
-groei der organen van de donderpadden, die uit de kikvorsch-eieren
-ontstaan, op belangrijke punten gewijzigd worden door de stralen
-die van radium-bromide en andere radium-zouten uitgaat. In normale
-gevallen verandert b.v. de vorm van den kop na omstreeks acht dagen,
-de hals wordt onduidelijk en de uitwendige ademhalingsorganen
-worden door inwendige vervangen. Maar de radium-stralen belemmeren
-deze processen, en inplaats van te verdwijnen, wordt de hals door
-het ontstaan van huidplooien duidelijker. In jonge zee-appels,
-die zich uit eieren ontwikkelen, kan het radium den geheelen bouw
-der ingewandsholte wijzigen. Wijzigt men nu de intensiteit van de
-inwerking van het radium, zoo verandert ook de uitwerking, en voor
-zoover de waarnemingen thans reeds een inzicht veroorloven, kan men
-zeggen dat zwakke werkingen dikwijls de levensfunctiën bevorderen,
-terwijl sterkere ze vertragen of belemmeren. Zeer sterk behoeft de
-werking dan ook niet te worden, om plaatselijk enkele organen of cellen
-geheel te dooden. Ook in dit opzicht gedragen zich verschillende cellen
-verschillend, en onlangs heeft Soddy voorgesteld om de radio-activiteit
-van het thorium, die zooveel zwakker is dan die van het radium zelf,
-te gebruiken om de microben der longtering binnen in het lichaam te
-dooden. De longen zouden daarbij zoo goed als onbeschadigd blijven. Hoe
-dit ook zij, de hoofdzaak is voor ons dat ook hier, evenals in de
-vorige gevallen, krachten aanwezig zijn, die bepaalde deeltjes meer en
-andere veel minder in hun levensfunctie en ontwikkeling tegenwerken,
-en evenals wij dit reeds herhaaldelijk gedaan hebben, kunnen wij
-ons ook hier voorstellen dat een fijnere uitwerking van het beginsel
-eenmaal tot een scheiding onder de vertegenwoordigende deeltjes der
-erfelijke eigenschappen in het ei zal kunnen leiden.
-
-Maar ik heb wellicht reeds te veel feiten en verschijnselen uit te
-zeer uiteenloopende deelen der natuurwetenschap aangehaald. Bij de
-volkomen onzekerheid die hier uit den aard der zaak nog heerscht,
-zou een verdere beschouwing van dit punt allicht al te vermoeiend
-worden. Mijn doel was dan ook slechts aan te toonen, dat de
-zuster-wetenschappen, vooral in haar nieuwste ontdekkingen, een schat
-van feiten aanbieden, die als uitgangspunten voor onderzoekingen op
-het gebied der experimenteele evolutie kunnen dienst doen.
-
-Daarom is een der eerste vereischten voor den goeden gang van de
-werkzaamheden op dit nieuwe laboratorium, dat men zooveel mogelijk op
-de hoogte blijve van het nieuwste wat in alle andere wetenschappen
-ontdekt wordt. Natuurlijk kan niet alles van toepassing zijn. Maar
-men weet vooruit niet, op welken weg een ontdekking zal te vinden
-zijn. De eene poging kan mislukken, terwijl de andere gelukt. Het
-komt er slechts op aan, de gunstige gelegenheden niet voorbij te laten
-gaan. En om daarvoor te zorgen moet men op alles voorbereid zijn. Zeer
-dikwijls hangt een belangrijke ontdekking af van een toevallige
-kennismaking met een of ander nieuw feit, of een of andere nieuwe
-gedachte, die plotseling blijkt van toepassing te kunnen worden op
-het werk waarmede men juist bezig is. Is dan dit werk in vollen gang,
-en beschikt het over alle methoden en hulpmiddelen die noodig zijn om
-het nieuwe gezichtspunt terstond aan de ervaring te toetsen, dan is
-wellicht de ontdekking ineens gedaan en misschien tevens al halverwege
-voltooid. Is men echter òf niet voldoende voorbereid in eigen werk,
-òf niet voortdurend op den uitkijk naar wat het toeval soms brengt,
-dan gaat de gelegenheid ongemerkt voorbij, en jaren kunnen verloopen,
-eer zich een tweede voordoet. Naast grondigen arbeid acht ik daarom
-een voortdurende algemeene oriënteering een eerste vereischte voor
-welslagen.
-
-De experimenteele evolutie kan echter nog van geheel andere
-gezichtspunten uitgaan dan de tot nu toe ontwikkelde, en daarbij
-geheel andere wegen van onderzoek inslaan. Zulk een weg is die, welke
-men vroeger algemeen de studie der generatio spontanea noemde. Maar
-toen had men, omtrent wat men mocht verwachten, nog slechts uiterst
-vage en grootendeels onjuiste voorstellingen. Pasteur's ontdekking
-der bacteriën heeft hier veel verkeerde denkbeelden opgeruimd. Want
-mogen de bacteriën ook nog zoo klein zijn, en voor het gewapend
-oog een ook nog zoo eenvoudigen bouw vertoonen, toch leeren ons hun
-zoo uiterst verscheidene, scheikundige en physiologische werkingen,
-dat hun binnenst maaksel volstrekt niet zoo primitief zijn kan. Men
-is dan ook reeds lang van het vermoeden terug gekomen, onder hen
-de meest oorspronkelijke wezens te zoeken. Vooral heeft daartoe de
-overweging bijgedragen, dat zij alle òf van de weefsels van hoogere
-planten en dieren, òf tenminste van hunne afvalproducten leven. Zij
-zijn dus in hun geheele bestaan van deze afhankelijk en men kan zich
-dus moeilijk voorstellen, dat zij, in het begin van den biologischen
-tijd, aan deze zouden zijn voorafgegaan.
-
-Hierdoor komen wij als van zelve tot de vraag, waar men zich dan
-voorstellen moet, dat het eerste leven ontstaan is. Dit nu is uit
-den aard der zaak een quaestie die thuis behoort op het gebied
-van het verre verleden, en dus in de palaeontologie. De leer der
-voorwereldlijke planten en dieren antwoordt op onze kwestie echter
-met een groot bezwaar. In fossielen toestand kan men natuurlijk
-niet verwachten, dat van de bedoelde verschijnselen iets zal zijn
-overgebleven. Integendeel, er is in het algemeen al een vrij hooge
-graad van organisatie noodig, zal een plant of dier kans hebben om zijn
-overblijfselen of indrukken in de gesteenten achter te laten. En die
-hoogere bouw, gepaard gaande met een grootte, die de eerste levende
-wezens zeer zeker niet bereikt kunnen hebben, sluit de studie van
-het bedoelde verschijnsel op palaeontologisch gebied geheel van de
-ervaring uit.
-
-Wij komen dus hier op een gebied van reine fantasie. Maar niet van een
-vrije fantasie. Want zij is gebonden aan de bekende feiten, die haar
-binnen vrij enge grenzen beperken. En met deze beperking kan zij ons
-van groot nut zijn om ons een nieuwen weg te wijzen, waarlangs wellicht
-de studie der experimenteele evolutie zou kunnen worden aangevat.
-
-Ik wil thans trachten duidelijk te maken, welke gezichtspunten ons
-door zulke beschouwingen worden geopend. Daartoe wensch ik een kort
-beeld te ontwerpen van de theorie van Brooks omtrent het leven op
-aarde gedurende de oudste tijden, waarvan geen fossielen tot ons
-zijn gekomen. Deze beschouwing komt mij voor zoo eenvoudig en zoo
-gemakkelijk te begrijpen te zijn, dat ik geen bezwaar zie haar hier
-eenigszins in bizonderheden te volgen. Zij gaat natuurlijk uit van
-hetgeen feitelijk bekend is omtrent de alleroudste fossiele fauna,
-die van de cambrische lagen.
-
-Allereerst een enkel woord omtrent den tijd. Men stelt zich thans
-algemeen voor, dat het leven op aards geenszins onbegrensd lange
-tijden geduurd heeft. De ontwikkeling op de hoofdlijnen van den
-stamboom van het dieren- en plantenrijk behoeft niet zoo onmerkbaar
-langzaam geweest te zijn, als men voor een tiental jaren nog algemeen
-geloofde. Hubrecht heeft ons geleerd de tallooze vertakkingen van
-den stamboom beter te beoordeelen en veel, wat men vroeger meende dat
-een plaats op de hoofdlijnen moest hebben, wordt thans beschouwd als
-te behooren tot de zijtakken. Daardoor wordt, in onze voorstelling,
-het geheele proces der evolutie aanzienlijk verkort. Wat men vroeger
-meende, dat na elkander moest gebeuren, ziet men thans in, dat voor
-een groot deel naast elkander geschied kan zijn. Daarnaast komt de
-overtuiging, dat een ontstaan van soorten zoo langzaam, dat eeuwen
-noodig zouden zijn om merkbare verschillen teweeg te brengen, allengs
-moet wijken voor de meening dat de vooruitgang stapsgewijze geschiedt,
-en dat nu eens talrijke stappen elkander snel hebben opgevolgd,
-terwijl in andere gevallen, zooals bij de zoetwatermosselen, lange
-geologische tijden zijn voorbijgegaan, zonder dat eenige merkbare
-vooruitgang, ja zelfs zonder dat eenige belangrijke wijziging in de
-organisatie tot stand kwam. Men meent thans dat eenige millioenen van
-jaren geheel voldoende kunnen worden geacht voor de verklaring van
-het geheele evolutie-proces. Hoeveel millioenen doet er natuurlijk
-niet veel toe, daar ons voorstellingsvermogen toch niet in staat is
-op zulk een ontzaggelijke uitgebreidheid verschillen duidelijk te
-waardeeren. Meestal schat men den duur van het leven op tusschen
-de 20 en 40 millioen jaren, of, bij enger beperking, doch nog met
-een voldoenden graad van waarschijnlijkheid, tusschen de 20 en 30
-millioen jaren.
-
-In dien tijd zouden dus tevens nagenoeg alle geologische lagen zijn
-afgezet. De dikte van deze, voor de verschillende perioden van de
-ontwikkelings-geschiedenis der aarde, geeft een in 't groot goed
-vertrouwbaren maatstaf voor de verdeeling van den zooeven aangenomen
-tijd over die verschillende perioden. De oudste lagen zijn verreweg
-de dikste, de perioden duurden dus in den aanvang het langste en
-dit wil zeggen, dat toen de veranderingen in de aardschors, in
-de verdeeling van land en zee, en in de organisatie der levende
-wezens uiterst langzaam geschiedde in vergelijking met de latere
-tijden. Groote eentonigheid en groote gelijkvormigheid moet er
-in den beginne overal op aarde geheerscht hebben. En, naar alle
-waarschijnlijkheid heeft het ongeveer de helft van den geologischen
-tijd geduurd, voordat hierin eenige merkbare verandering kwam. Sedert
-zijn de veranderingen sneller en sneller, en de perioden dus korter
-en talrijker geworden. Daaruit volgt echter nog niet dat de totale
-vooruitgang ook in die tweede helft de grootste is geweest. Doch eer
-ik hierop in ga moet ik eerst de palaeontologische feiten vermelden,
-waarop de theorie van Brooks steunt.
-
-De periode in de ontwikkeling der aardschors die het keerpunt in
-de geheele ontwikkelings-geschiedenis schijnt te zijn, draagt den
-naam van den cambrischen tijd. Deze komt ongeveer met het midden van
-alle geologische lagen, en dus met het midden van den geheelen duur
-van het leven op aarde overeen. Vóór het cambrium moeten dus 10 à
-20 millioen jaren zijn verloopen, sedert de eerste levende wezens
-ontstonden, en daarna ongeveer evenveel. De cambrische periode
-echter is de oudste, waaruit fossielen bekend zijn geworden, en wij
-mogen dus zeggen dat wij van de eerste helft van de ontwikkeling
-van het leven op aarde feitelijk niets weten. Daartegenover staat,
-dat na het cambrium het voorkomen van fossielen in de gesteenten
-regelmatig is toegenomen. Leemten zijn er in onze kennis natuurlijk
-nog zeer talrijke, doch zij betreffen meer de fijnere trekken der
-ontwikkelingsgeschiedenis. Omtrent de hoofdlijnen mogen wij zeggen
-dat de ervaring ons voldoende uitsluitsel geeft.
-
-Geheel juist is het echter niet, zooals ik zooeven zeide, dat wij
-omtrent de eerste helft van den biologischen tijd niets weten. Mogen
-de feiten ook ontbreken, toch is het duidelijk dat de fauna van den
-cambrischen tijd als het product der voorafgegane evolutie mag worden
-beschouwd, en dat deze dus zoodanig moet geweest zijn, als met dat
-product overeenkomt.
-
-Daarom willen wij thans die cambrische fauna nader in oogenschouw
-nemen. Ik doe dit aan de hand van Brooks, die in zijn boek over de
-"Foundations of Zoology" een uiterst aantrekkelijke beschrijving van
-het leven in de zee, in dien tijd en in den tegenwoordigen tijd,
-geeft. Zooals iedereen weet, is de zee veel rijker aan fraaie en
-vreemde vormen, aan de meest treffende en boeiende kleur-schakeeringen,
-dan eenige vegetatie op het land. Zelfs de tropische bosschen kunnen
-met het leven op den bodem der zee op verre na niet wedijveren.
-
-De fauna van de onderste lagen van de cambrische periode, die dus de
-alleroudste is, waaromtrent de fossielen ons iets leeren, was rijk
-en verscheiden, en de meeste tegenwoordige typen van het dierlijk
-leven hadden hun vertegenwoordigers reeds in dien tijd, terwijl er
-daarnaast toen geen eenigszins belangrijke typen gevonden werden, die
-thans geen levende nakomelingen meer zouden hebben. Gewervelde dieren
-en bloemplanten waren er toen nog niet, maar van de lagere dieren,
-en zoover men na kan gaan van de wieren, waren de hoofdtypen toen
-reeds allen aanwezig. Men kent omstreeks 150 soorten van dieren uit
-die onderste cambrische lagen, maar deze zijn zeer gelijkelijk verdeeld
-over de orden en familiën, die thans nog op den bodem der zee leven.
-
-Die 150 soorten maken daarenboven niet den indruk van allerprimitiefste
-voorvaderen te zijn van de tegenwoordige typen. Integendeel, de
-specialisatie en organisatie mogen toen in bizonderheden anders
-geweest zijn dan nu, zij stonden volstrekt niet merkbaar lager dan
-thans. In geologischen zin de alleroudste waren zij volgens zoölogische
-opvatting even modern als de tegenwoordig levende wereld. Binnen in
-elke groep is het aantal soorten en vormen in de sedert vervlogen
-tijden uitermate toegenomen, en is er een verscheidenheid ontwikkeld
-zooals die toen, naar alle waarschijnlijkheid, op verre na niet
-bestond. Maar deze differentiëering geldt eigenlijk slechts bijzaken,
-terwijl de hoofdzaken nagenoeg onveranderd zijn gebleven. Allerlei
-levensomstandigheden, deels voortspringende uit de ongelijkheden van
-den bodem der zee en de verschillende diepten, voornamelijk echter
-te wijten aan de overal afwijkende eischen van den strijd met andere
-wezens en van den grooten wedstrijd om voedsel, hebben talrijke
-speciale adaptatiën doen ontstaan, en een enormen rijkdom van vormen
-teweeggebracht, waarvan de gewone mensch zich geen voorstelling kan
-maken. Maar de hoofdtrekken van de organisatie waren toen dezelfde
-als thans, de kenmerken van de hoofdgroepen van het dierenrijk zijn
-al die millioenen van jaren vrij wel onveranderd gebleven.
-
-Deze moeten dus in de vóór-cambrische tijden ontstaan zijn, terwijl
-de tallooze bizondere aanpassingen van lateren datum zijn.
-
-Wil men nu trachten zich een voorstelling te maken van het leven
-gedurende die vóór-cambrische tijden en van de veranderingen, die zoo
-plotseling het ontstaan van fossielen mogelijk maakten, dan moet men
-natuurlijk geheel van zoölogische, in plaats van palaeontologische
-gegevens uitgaan. Het wordt dan een vergelijkende studie, waartoe de
-tegenwoordig levende wereld het materiaal moet leveren.
-
-Er zijn in de levensgeschiedenis der aarde klaarblijkelijk perioden van
-langzame en tijden van snellere verandering geweest. Voor de fossiele
-kruipende dieren was de tijd van den Ichthyosaurus zulk een tijdperk
-van snelle ontwikkeling. De allerlaatste tijden toonen een toenemend
-overwicht van intellectueelen vooruitgang, en onder de landdieren
-geldt thans vrij algemeen list meer dan kracht. De fossielen leeren
-ons, dat de gemiddelde grootte van de meeste typen van landdieren
-sinds het midden van de tertiaire periode is afgenomen, maar dat de
-verhouding van den inhoud van de hersenpan tot de lichaamsgrootte
-aanzienlijk is toegenomen. Naar een globale schatting is het gewicht
-der hersenen in vergelijking met dat van het lichaam in die latere
-geologische tijden meer dan verdubbeld.
-
-Brooks neemt nu aan, dat het begin der cambrische periode ook zulk
-een tijd van snellen vooruitgang in een bepaalde richting was, en
-wel in de richting van die vaste kalkachtige lichaamsdeelen, die in
-fossielen staat zijn overgebleven. De reden, waarom uit oudere tijden
-geen fossielen bekend zijn, zou dan eenvoudig deze zijn, dat alle
-lichaamsdeelen nog week en voor fossilisatie ongeschikt waren. En de
-oorzaak van die verandering zoekt hij in den overgang van het leven
-uit de hoogere lagen der zee naar den bodem.
-
-Om de bedoeling van deze voorstelling duidelijk te maken, moeten
-wij dus trachten een denkbeeld te geven van die twee, zoo uiterst
-verschillende fauna's.
-
-Bestudeert men de ontwikkelingsgeschiedenis van tegenwoordig levende
-dieren uit de meest verschillende afdeelingen van het dierenrijk,
-dan komt men tot de overtuiging dat zij moeten afstammen van kleine
-en eenvoudig gebouwde voorvaderen, die echter reeds het kenmerkende
-type der afdeeling in zich droegen. De gemeenschappelijke afstamming
-van die groepen moet dus plaats gevonden hebben in een zeer ver
-verwijderden tijd, toen alle dieren nog zeer klein en eenvoudig van
-bouw waren. Zulke zeer kleine en eenvoudig gebouwde diertjes leven
-tegenwoordig talloos in zee, maar niet op den bodem, doch drijvende
-of zwemmende in de golven. De bovenste lagen van het water onzer
-zeeën moet men zich bevolkt denken met een onnoemelijk aantal uiterst
-kleine levende wezens, waarvan velen zelfs microscopisch klein en
-voor het ongewapend oog onzichtbaar zijn, terwijl de anderen niet
-veel grooter zijn, dan zoo, dat zij juist nog even gezien kunnen
-worden. Deze zwevende wereld, die tot een diepte van verscheidene
-meters onder de oppervlakte gaat, zoover als het licht en de zuurstof
-en het koolzuur der lucht nog ruimschoots kunnen binnendringen, is
-het plankton, waarvan ik bij een vorige gelegenheid als van voedsel
-voor grootere zeedieren, reeds met een enkel woord heb melding gemaakt.
-
-Dit plankton nu bestaat deels uit plantjes, deels uit diertjes,
-maar allen van een zeer eenvoudigen bouw. De planten behooren tot
-verschillende groepen van lagere wieren, de dieren daarentegen omvatten
-vertegenwoordigers van nagenoeg alle afdeelingen van het dierenrijk,
-zoover zij zeedieren omvatten, en met uitzondering natuurlijk van
-de gewervelde dieren. De verschillen, die reeds in het plankton de
-groote afdeelingen van het dierenrijk van elkander onderscheiden,
-worden algemeen als veel diepergaande en als van veel grooter
-systematische beteekenis geacht dan alle de tallooze verschillen binnen
-die afdeelingen zelven. In het plankton vormen de microscopische
-wiertjes niet alleen het voedsel voor alle dieren daarin, maar
-tevens voor nagenoeg het geheele leven in zee, met uitzondering van
-de kust. Natuurlijk niet rechtstreeks, maar middellijk. De wieren
-behooren maar tot een klein aantal typen en soorten, maar deze
-komen dan ook in ontelbare millioenen van individuen voor. De meeste
-gewone vormen behooren tot de Protococcen of oudste celvormen; het
-zijn microscopisch kleine, kogelronde groen eencellige wezens. Zij
-vermenigvuldigen zich door deeling, maar zoodra een cel op deze wijze
-er twee gevormd heeft, laten deze elkander los, om afzonderlijk te
-gaan leven. Zij voeden zich in hoofdzaak met het opgeloste koolzuur,
-dat zij ontleden en waaruit zij de organische stof maken. Hoe fijner
-zij in het water verdeeld zijn, des te gemakkelijker kunnen zij
-dit koolzuur natuurlijk opnemen, daarmede hangt hun microscopische
-kleinheid, hun eencellige bouw en hun gemis van bizondere organen
-samen. Dit alles toch zou in de eentonige en gelijkmatige omgeving
-van het zeewater slechts last en omslag zijn. Alles is ingericht voor
-een snelle en rijkelijke vermenigvuldiging, maar ook nagenoeg alleen
-daarvoor. Behalve groene protococcen komen ook diatomeeën en enkele
-andere vormen van eencellige wieren in ontelbare hoeveelheden in het
-plankton voor, maar over deze behoef ik hier niet uit te wijden.
-
-Opgegeten worden is in zee de levensregel, en voor dat de protococcen
-tot een geschikt voedsel voor haaien en andere groote visschen
-geworden zijn, moeten zij, als ik het zoo eens zeggen mag, tallooze
-malen opgegeten zijn. Ik bedoel natuurlijk dat zij door zeer kleine
-diertjes worden gegeten, deze weer door grootere, die op hun beurt
-aan nog grootere tot voedsel strekken, en zoo vervolgens. De eersten
-in deze reeks zijn de globigerinen en radiolarien of straaldiertjes,
-fijne, slijmerige wezens met naalden van kiezel of andere harde
-deeltjes van uiterst fraaie structuur in hun overigens schijnbaar
-structuurloos lichaam. Bijna even talrijk als de protococcen, maar
-zonder het vermogen om zich met koolzuur te voeden, leven zij van
-deze, om zelven weer aan tal van andere, grootendeels wat hooger
-georganiseerde maar toch nog uiterst kleine wezens ten prooi te
-vallen. Zoo klimt de organische stof, die de zee-planten oorspronkelijk
-maken, langzamerhand in het dierenrijk op.
-
-Ofschoon nu opgegeten worden de regel is, spreekt het wel van zelf, dat
-daaraan ten slotte een grens komt. Kleinere en grootere aantallen van
-diertjes sterven af, zonder aan anderen tot voedsel te strekken. Deze
-zullen allengs gaan zinken. En moge hun aantal ook slechts een klein
-deel vormen van wat er in de bovenste lagen der zee blijft leven, toch
-zal het ten slotte zijn als een regen van voedsel, die uit deze lagen
-langzaam omlaag daalt. Wanneer dit begonnen is, en welke graad van
-organisatie vereischt was, om dit verschijnsel van eenige beteekenis
-te doen worden, is moeilijk na te gaan. Maar het is een feit, dat
-tegenwoordig die onderzeesche regen van organisch voedsel de groote
-en nagenoeg de eenige bron van het leven op den bodem der zee is.
-
-Het licht wordt door het zeewater geabsorbeerd. Het dringt tientallen
-van meters in, maar wordt voortdurend verzwakt. Overal waar de zee niet
-al te ondiep is, heerscht op den bodem volkomen duisternis. Planten
-kunnen daar niet groeien, want die leven niet zonder licht. Organisch
-voedsel wordt er dus niet gemaakt; alles wat er noodig is, moet
-uit de hoogere lagen neerdalen. Toch pleegt die bodem met een rijke
-vegetatie van koralen en van allerlei andere dieren bedekt te zijn. De
-een leeft van den ander, en ook hier moet dezelfde organische stof
-achtereenvolgens in tal van lichamen dienst doen. Maar het spreekt
-van zelf dat er een bron moet zijn, waarmee dit alles begint. Het
-is geen kringloop. Het is een langzaam en zuinig gebruik van wat er
-voorhanden is, maar al die dieren ademen toch en verbruiken daartoe
-een deel van het opgenomen voedsel. Een bron moet er dus zijn, en
-wel een rijke en altijd vloeiende bron.
-
-Die bron is de zooeven bedoelde regen van voedsel uit de bovenste
-lagen, de lijken der diertjes die daar geleefd hebben, en die zich,
-rechtstreeks of indirect, met de daar levende groene wieren hebben
-gevoed.
-
-Op den bodem der zee is nu het leven natuurlijk geheel anders dan boven
-in de golven. Daar ontstaan vastzittende en zwemmende vormen. Daar
-is kleinheid en eencelligheid geen voordeel meer. Allereerst komt
-het beginsel van kolonie-vorming en van uitbreiding over de vlakte,
-want dit vergroot natuurlijk de kans, om het neerdalende voedsel te
-bemachtigen. Dan komt het belang van over anderen heen te groeien, en
-het voedsel als het ware te onderscheppen. Zoo ontstaan de stamvormende
-en vertakte koralen. Eindelijk is het klaarblijkelijk een voordeel
-om liever niet rechtstreeks op den voedselregen te teren, maar de
-dieren te verslinden, die zich zoo gevoed hebben. Dit is de bron
-van de plaatsbeweging, van kruipen en zwemmen, ten einde de prooi te
-bereiken. Zoo kan men gemakkelijk verder gaan, en opklimmen tot hoogere
-en hoogere organisatie, ja tot die lichtende zeedieren, die zich zelven
-in hun strooptochten in de duisternis kunnen bijlichten. In één woord,
-het leven op den bodem is de bron van differentiëering en aanpassing
-aan tallooze verschillende behoeften van het leven. Het is een strijd
-om het voedsel, en strijd is de grondslag van den vooruitgang. In de
-bovenste lagen der zee daarentegen is het voedsel in overvloed aanwezig
-en zijn de levensomstandigheden zoo eenvoudig als men zich maar denken
-kan. Daar mogen wij dus niet die aanpassing en die ontwikkeling van
-tallooze nuttige en doelmatige inrichtingen verwachten, daar blijft
-eenvoudigheid de hoofdleus.
-
-Het plankton, of het zwevend leven, is nu niet alleen de eenige groote
-bron van het organisch voedsel in zee, het is uit den aard der zaak
-ook de oorspronkelijke bron, en dus de meest oorspronkelijke vorm van
-het leven. Daarmede komen wij terug, van den tegenwoordigen toestand,
-zooals ik dien nu geschetst heb, tot Brook's voorstelling van het
-leven in de vóór-cambrische tijden.
-
-Het leven op den bodem en de ontwikkeling van grootere organismen
-is geheel afhankelijk van het plankton. Het spreekt dus van zelf
-dat het niet zonder dit bestaan kan en dus jonger moet zijn dan
-dit. De fossiele overblijfselen in de cambrische lagen, waarvan ik
-reeds gesproken heb, vertoonen ons koralen en allerlei diertypen,
-zooals zij tegenwoordig op den bodem der zee leven. Natuurlijk niet
-dezelfde soorten, maar toch zoo nauw verwant, dat men ze gemakkelijk
-herkennen en beoordeelen kan. In oudere lagen vindt men zulke
-overblijfselen niet. Toch is er in den bouw der gesteenten niets
-wat zou doen vermoeden dat zij hier wel geweest, maar sedert door
-latere veranderingen weer verdwenen zouden zijn. Zulke veranderingen
-hebben de alleroudste lagen zonder twijfel ondergaan, maar het komt
-hier natuurlijk alleen aan op die, welke in de laatste periode vóór
-de cambrische afgezet zijn. Daaruit nu moet men besluiten dat er
-in die periode nog geen leven op den bodem der zee was. Is deze
-conclusie juist, dan is het cambrische tijdperk het begin van alle
-hoogere organisatie, van alle vastzittende planten en dieren, en
-van de tallooze soorten die rond waren om zich ten koste van deze
-te voeden. Dan is de cambrische periode tevens het begin van het
-ontstaan van grootere diervormen met vaste skeletachtige deelen,
-die in fossielen toestand bewaard kunnen blijven. Dan is ten
-slotte de cambrische periode het slot van eenvoud en kleinheid en
-gelijkvormigheid, terwijl in alle vóór-cambrische tijden deze drie
-hoofdbeginselen altijd het geheele leven op aarde beheerscht hebben.
-
-Ik kom nu terug op de bovengegeven tijdsbeschouwing. Deze leerde ons,
-dat het cambrium omstreeks het midden van den biologischen tijd
-ligt. De helft van den beschikbaren tijd, meer dan tien millioen
-jaren, moet het leven in dien eenvoudigen zwevenden toestand bestaan
-hebben. Al de groote rijkdom van vormen, dien wij thans overal rondom
-ons bewonderen, moet het product zijn van de tweede helft.
-
-Maar nutteloos voor den vooruitgang is de eerste helft volstrekt
-niet geweest. Juist integendeel moet men aannemen, dat toen de breede
-grondslag gelegd is, waarop de trotsche bouw van het dierenrijk in het
-cambrium kon worden opgetrokken, of waarop ten minste met dien bouw een
-omvangrijk en in vele opzichten beslissend begin kon worden gemaakt.
-
-Wat in den voortijd geschied is weten wij niet, maar wij moeten
-het afleiden uit wat van de onderste cambrische lagen tot ons is
-gekomen. Ik heb reeds gezegd dat het een 150-tal soorten zijn, maar dat
-deze, met uitzondering van de bloemplanten en de gewervelde dieren,
-alle hoofdgroepen van het latere leven omvatten. De eigenschappen
-van die hoofdgroepen waren dus toen al voorhanden. De thema's waren
-gegeven, waarop tallooze nuanceeringen konden worden gegrond. In die
-lange plankton-periode moeten dus deze fundamenteele eigenschappen,
-deze grondverschillen tusschen schelpdieren en gelede dieren, tusschen
-kwallen en zeesterren en al die andere groote typen, reeds tot stand
-gebracht zijn. De organismen bleven klein, hun omgeving stelde aan hen
-geen uiteenloopende eischen, maar daarentegen hadden eigenschappen,
-die geen aanpassing, maar de grondslag van principieele verschillen
-in den bouw zijn, al den tijd om zich te ontwikkelen.
-
-Het is zeer moeilijk zich daarvan een nauwkeurige voorstelling te
-maken, en zelfs de vraag of men die ontwikkeling als snel of als
-langzaam moet beschouwen in vergelijking van wat er sedert gebeurd
-is, is onbeteekenend tegenover de millioenen van jaren die voor dit
-proces beschikbaar waren.
-
-Een rijk drijvend leven van uiterst kleine wezens, maar een kale
-zeebodem en kale kusten, en hier en daar wat land dat eveneens zonder
-leven was, ziedaar ons beeld van de alleroudste tijden. De totale
-massa der levende stof was misschien niet noemenswaard kleiner, dan zij
-thans is, nu wij er zooveel meer van zien. Maar er was toen niets dat
-fossiel kon worden; geen overblijfselen er van zijn tot ons gekomen.
-
-Laat ons thans op den ingeslagen weg nog een stap verder gaan. Als
-het oudste leven dat van het plankton was, dan volgt daaruit dat
-het leven ook in dien vorm aanvankelijk moet zijn ontstaan. Niet op
-het vaste land, noch aan de kusten, noch op den bodem der zee is het
-begin van het leven te zoeken. Drijvend in de golven moet het ontstaan
-zijn. Verder is het gemakkelijk in te zien, dat de eerste levende
-wezens niet ten koste van andere geleefd kunnen hebben. Zij kunnen
-dus geen dieren geweest zijn, want deze leven òf van andere dieren
-òf van planten. Alleen de eencellige wieren van het plankton zijn
-in hun bestaan van andere levende wezens geheel onafhankelijk, daar
-zij zich met het opgeloste koolzuur en met opgeloste zouten voeden,
-en dan, behalve water en licht, ook niets anders noodig hebben. En
-onder de eencellige wieren hebben nu de protococcen verreweg den
-eenvoudigsten bouw. Kogelvormig en met niet meer dan de strikt
-noodzakelijke bestanddeelen van een cel, bestaan zij eigenlijk alleen
-uit het levend protoplasma, de kern, den celwand, en het groene orgaan
-hunner voeding. Het is duidelijk dat er tijden geweest kunnen zijn,
-dat zij alleen het geheele plankton vormden, maar ook dat dit van
-geen der andere soorten, en met name van geen der dieren beweerd
-kan worden. Eerst nadat de zee over uitgestrekte streken dicht met
-groene protococcen bevolkt was, konden andere vormen van planten en
-dieren optreden.
-
-Hieruit leiden wij af, dat de protococcen de oudste bekende levende
-wezens zijn. Deze stelling kan, trots het gebrek aan fossiele
-overblijfselen, aan geen twijfel onderhevig zijn. Mogen wij daaruit
-ook afleiden dat zij de oudste van alle levende wezens geweest
-zijn? Hiertegen vormt hun wel is waar eenvoudige, maar toch nog voor
-ontleding vatbare bouw een bezwaar. Alle analogie pleit er voor,
-dat het eerste tevens het allereenvoudigste geweest moet zijn. Een
-cel zou kunnen leven zonder celwand en zonder celkern, en zelfs de
-differentiëering in groene en kleurlooze deelen sluit het denkbeeld
-van hoogsten eenvoud uit. Wij zouden ons een levende gelei willen
-voorstellen, die het vermogen van groei had, maar ook niets meer. Een
-vermogen dus om koolzuur om te zetten in dezelfde stof, waaruit de
-gelei reeds bestaat, zoodat voortdurende vergrooting plaats vond,
-maar ook niets meer. Eerst daaruit zouden dan later, in den loop van
-lange tijden, door geleidelijke differentiëering de groene eencellige
-wiertjes ontstaan zijn.
-
-Zou zulk een gelei nog ergens bestaan? Zou zij misschien nog
-voortdurend ontstaan, maar thans spoedig aan allerlei dieren ten prooi
-vallen, en dus nog slechts een zeer ondergeschikte rol spelen? Wij
-weten het natuurlijk niet. Maar aan de andere zijde is het niet erg
-waarschijnlijk, dat de omstandigheden op zee voor twintig of dertig
-millioen jaren zoo geheel anders geweest zouden zijn, dan zij sedert
-waren en nu nog zijn. Het is slechts een gissing, maar het komt
-mij volstrekt niet onmogelijk voor, dat diezelfde gelei ook thans
-nog hier en daar ontstaan zou. Haar ontstaan zoude het eenvoudigst
-denkbare geval van generatio spontanea, van een geboorte zonder ouders
-zijn. En het is duidelijk, dat het in de hoogste mate de moeite waard
-moet geacht worden, naar dit verschijnsel te zoeken.
-
-Is deze voorstelling juist, en gelukt het die oorspronkelijke
-levensgelei te vinden, dan zou men natuurlijk een van de merkwaardigste
-uitgangspunten voor een experimenteele studie der evolutie in handen
-hebben. Dan zou allereerst de vraag onder het oog moeten worden gezien
-hoe zulk een gelei ontstaan kan, welke stoffen en welke krachten
-daartoe samen moeten werken. Men zou natuurlijk de hoop koesteren,
-het proces kunstmatig na te leeren bootsen, en zoodoende eindelijk
-het zoo dikwijls besproken denkbeeld van een experimenteele generatio
-spontanea te kunnen verwezenlijken. Maar men zou ook willen weten,
-hoe in die gelei de differentiëeringen tot stand gekomen zijn, die
-tot het eerste optreden van cellen geleid hebben. En als men ook hier
-de experimenteele methoden wilde toepassen, zou men ten minste niet
-zoo in den blinde behoeven rond te tasten, als thans het geval is. In
-één woord, het historische uitgangspunt van het leven zou tevens het
-wetenschappelijke uitgangspunt voor een geheel nieuwe richting van
-bestudeering van het leven kunnen worden.
-
-
-
-Maar ik ben reeds veel te ver verdwaald op het gebied van vermoedens
-en van verwachtingen, wier vervulling, zoo zij al mogelijk zal zijn,
-toch niet voor de naaste tijden is weggelegd. Het is thans noodig
-terug te keeren tot vasteren bodem, en tot die uitgangspunten voor
-onderzoek, die rechtstreeks door de bekende feiten worden aangeboden.
-
-Daarmede springen wij in eens over tot het andere uiterste van de
-geschiedenis van het leven op aarde. Hadden de gegeven beschouwingen
-ten doel, te trachten een slip op te lichten van den sluier, die het
-begin bedekt, thans richten wij onzen blik naar het einde. Maar een
-eigenlijk einde is het niet. Geen reden bestaat er om aan te nemen, dat
-de evolutie der levende wezens vóór of in onzen tijd reeds opgehouden
-zou hebben. Misschien gaat zij langzamer vooruit dan vroeger, maar
-misschien ligt het ook slechts aan onze kortzichtigheid, dat wij haar
-niet meer bemerken.
-
-Land- en tuinbouw en evenzoo de tegenwoordige historie onzer
-huisdieren wijzen er echter duidelijk op, dat de levende vormen
-geenszins onveranderlijk zijn. Overal is er afwisseling, telkens
-ontstaat iets nieuws en de praktijk heeft daaruit slechts te kiezen
-wat voor haar van nut kan zijn. Het ligt voor de hand om aan te
-nemen, dat wat de huisdieren en cultuurplanten ons vertoonen, ook in
-de vrije natuur moet gebeuren. Ginds wordt het gezien en opgemerkt,
-omdat groote belangen er rechtstreeks mede gemoeid zijn, in het wild
-gaat het voorbij, zonder dat men er zich om bekommert.
-
-Gelukkig is hierin in den laatsten tijd verandering gekomen. Men
-begint in te zien, dat de verschijnselen, aan land- en tuinbouwplanten
-waargenomen, dikwerf slechts zeer onvolledig bespied zijn, en dat
-zij daarenboven, door invoer van andere rassen uit andere streken, of
-door kruisingen der bastaardeeringen dikwijls zoo samengesteld zijn,
-dat een juiste beoordeeling niet meer mogelijk is. Daarbij komt dat
-de overtuiging veld wint, dat vele der zoogenaamd nieuwe variëteiten
-en soorten van land- en tuinbouwgewassen eigenlijk niet in de cultuur
-ontstaan zijn. Vele belangrijke rassen schijnen overoud te zijn, maar
-eerst sedert omstreeks het midden der vorige eeuw is men begonnen ze op
-te merken en te isoleeren. Vele tuinbouwgewassen, die zich voordoen als
-variëteiten van bekende soorten, zijn niet op kweekerijen ontstaan,
-maar toevallig ergens in 't wild aangetroffen. Met name geldt dit
-voor heesters en boomen, die door hun langer leven meer kans hebben
-om ten slotte te worden opgemerkt dan variëteiten van kruiden en met
-name van een- of tweejarige gewassen.
-
-Sedert Darwin het voorbeeld gegeven heeft, al dergelijke gevallen uit
-de praktijk zorgvuldig bijeen te verzamelen, om uit het geheel der
-verschijnselen die kennis af te leiden, die de gebrekkige waarneming
-der afzonderlijke gevallen niet zou kunnen opleveren, is deze arbeid
-door verschillende schrijvers voortgezet. Voor enkele jaren heeft met
-name Korshinsky, een helaas te vroeg overleden russisch plantkundige,
-een volledig historisch overzicht van de eerste vondsten van tal van
-tuinbouwplanten gegeven. En al deze feiten wijzen te zamen op een
-zeer bepaalde wijze van het ontstaan van soorten en variëteiten. De
-algemeene voorstelling, die men uit hen moet afleiden, is een
-zoo scherpe, dat zij als van zelf tot de conclusie leidt, dat een
-experimenteele behandeling der evolutie ten minste op dit gebied
-reeds thans mogelijk moet zijn.
-
-Variabiliteit is een uiterst vaag en veel omvattend begrip. Het
-omvat zoowel rijkdom aan voorhanden verschillen, als het ontstaan van
-deze verschillen zelf. In het eerste geval is het gelijkluidend met
-veelvormigheid of polymorphie, in het laatste met verandering. En op
-beiderlei gebied zijn er dan weer twee hoofdtypen te onderscheiden. Op
-het gebied der veelvormigheid heeft men eensdeels de tallooze vormen,
-ondersoorten en variëteiten, die een zelfde soort ons aanbiedt, maar
-die feitelijk van elkander onafhankelijk zijn, en naast elkander
-een volkomen eigen leven leiden. Zoo hebben de tuin-papavers, de
-latherussen en andere bloemplanten tientallen van variëteiten, die
-uit zaad geheel constant zijn en nooit in elkander overgaan, maar die
-te zamen den zoo zeer aantrekkelijken rijkdom van vormen in die soort
-bepalen. Zoo bestaan tarwe, mais, bieten en allerlei cultuurplanten uit
-tal van constante en van elkander scherp gescheiden rassen. Daarnaast
-staan de vormverschillen die binnen elk ras, en dikwerf ook tusschen de
-deelen van eenzelfde individu te zien zijn. Op een paardenkastanje-boom
-hebben de bloemen volstrekt niet allen denzelfden bouw. Afgezien van
-het feit dat sommige kastanjes kunnen maken en andere niet, is ook het
-aantal meeldraden aan voortdurende wisselingen onderhevig. Meestal
-is het 7; nu eens wordt het 8 of 9, dan weer 6 of 5, en in enkele
-gevallen worden zelfs deze grenzen overschreden. Heen en weer slingert
-het aantal, nu eens meer dan weer minder, soms in enkele trossen zeer
-sterk, dan weer een verschil tusschen de afzonderlijke trossen teweeg
-brengend. Van daar de naam fluctueerende variabiliteit die aan dit
-verschijnsel wordt gegeven. Het zijn veranderingen, die schijnbaar
-voortdurend ontstaan, maar die toch altijd weer op dezelfde wijze
-terugkeeren. Het zijn voortdurende schommelingen om een gemiddelde,
-dat in hoofdzaak steeds hetzelfde blijft.
-
-Uit deze beschouwingen volgt, dat de studie der variabiliteit op dit
-laboratorium twee hoofdrichtingen te volgen heeft. En daar zoowel
-de heen en weer schommelende als de toevallige en schoksgewijze
-variabiliteit zich èn bij dieren, èn bij planten voordoen, kunnen
-hieruit vier hoofdafdeelingen voor den te ondernemen arbeid worden
-afgeleid. Nu zou het natuurlijk te veel tijd kosten elk dezer vier
-richtingen in bizonderheden na te gaan, en den weg te schetsen,
-waarlangs de onderzoekingen voornamelijk zullen moeten gaan, om tot
-de gewenschte uitkomsten te geraken. Beter komt het mij voor, onder
-die allen er een uit te kiezen, en daarvan te schetsen wat gedaan
-behoort te worden, en wat met recht mag worden verwacht. Uit den
-aard der zaak kies ik daartoe het plotseling ontstaan van soorten en
-variëteiten in het plantenrijk.
-
-Mac Dougal heeft, door een reeks van culturen, de aandacht der
-Amerikaansche biologen op de veranderlijkheid van de grootbloemige
-Teunisbloemen of Oenothera Lamarckiana gevestigd. Naast de
-soort zelve heeft hij enkelen der daaruit in Europa ontstane
-nieuwe vormen gekweekt, en aan het oordeel zijner vakgenooten
-onderworpen. Voornamelijk de Oenothera rubrinervis en de dwergvorm
-of O. nanella werden door hem in een aantal exemplaren gekweekt,
-en gedurende al haar ontwikkelingstoestanden onderling en met de
-moedersoort vergeleken. Zij werden onderworpen aan het oordeel van
-stelselkundigen, die de waarde der kenmerken en de scherpe scheiding
-van de moedersoort erkenden, en aan de nieuwe vormen dezelfde
-rechten als aan andere zelfstandige typen toekenden. Door een aantal
-afbeeldingen werd verder het goed recht der nieuwe soorten gestaafd.
-
-Het spreekt echter van zelf, dat het vermogen, om jaarlijks een zeker
-aantal nieuwe soorten voort te brengen, noch tot de Oenothera's,
-noch tot de planten der oude wereld kan beperkt zijn. Het ligt voor
-de hand aan te nemen, dat tegenwoordig ook andere soorten in dien
-zelfden toestand van veranderlijkheid verkeeren. Misschien zijn het
-er vele, misschien slechts enkele. In elk geval ontsnappen zij tot
-nu toe om een of andere reden aan de waarneming. Het komt er dus op
-aan, middelen te vinden ze op te sporen. Want de mogelijkheid bestaat
-natuurlijk, dat de Oenothera's nog slechts een zeer eenzijdig beeld
-van die soortenvormende veranderlijkheid geven, en dat andere planten
-ons verschijnselen en wetten zullen doen kennen, die de studie der
-Teunisbloemen ons niet ontsluieren kan. En wanneer het doel is, ten
-slotte de wetten dezer veranderlijkheid voor alle levende wezens te
-leeren kennen, dan is het natuurlijk noodzakelijk, de verschijnselen
-van zoo verschillend mogelijke kanten aan te vatten.
-
-De eerste taak is dus om te zoeken naar nieuwe muteerende
-soorten. Het beste doet men, dit zoeken te beperken tot de wilde
-soorten der naaste omgeving of van landen met een overeenkomstig
-klimaat. Gekweekte planten bieden voorloopig weinig kans. Ten deele
-is hare veranderlijkheid al zoo lang op de proef gesteld, dat men die
-vrij wel als uitgeput kan beschouwen. Anderdeels zijn zeer talrijke
-cultuurplanten niet meer van zuiveren oorsprong, maar zijn zij nu eens
-meer, dan weer minder, door kruisingen verontreinigd. Nu heeft men
-in den laatsten tijd in de kennis van de gevolgen der kruisingen wel
-groote vorderingen gemaakt, maar deze zijn juist groot genoeg om ons te
-waarschuwen, dat bastaardrassen nog allerlei verschijnselen vertoonen
-en vertoonen kunnen, die men thans nog niet begrijpt. Hoe licht zou men
-niet de zoogenaamde bastaard-splitsingen met het ontstaan van nieuwe
-soorten kunnen verwarren, als men een ras onderzoekt, waarvan men
-niet weet of het zuiver is, dan wel aan bastaardeering zijn oorsprong
-dankt. Wilde soorten kruisen nu in 't algemeen zeer zelden, vooral
-als men de enkele, aan bastaarden rijke en overbekende geslachten,
-zooals wilgen, anjelieren, vingerhoedskruid en eenige andere uitsluit.
-
-Tot de planten van het eigen klimaat moet men zich beperken, omdat de
-zaaisels in het groot moeten geschieden. Duizenden en tienduizenden
-van zaailingen moeten van elke soort vergeleken worden. Dit kan
-bezwaarlijk in kassen geschieden, vooral omdat de kenmerken der te
-verwachten nieuwe soorten misschien eerst op lateren leeftijd zichtbaar
-zullen worden, en de culturen dus veel ruimte zullen vereischen. Vele
-soorten zullen opgekweekt moeten worden tot zij gaan bloeien, en van
-soorten met zaadarme vruchten of met weinig vruchten op elke plant
-zal men slechts door vrij omvangrijke culturen het noodige zaad voor
-de uitzaaisels kunnen winnen.
-
-Men kan de culturen beginnen met planten of met zaad. Het zal in
-den regel niet noodig zijn, die in het wild in groote hoeveelheid
-te verzamelen. Voldoende is het ze aanvankelijk in den tuin zooveel
-mogelijk te vermenigvuldigen.
-
-Een belangrijke vraag is natuurlijk met hoeveel soorten men beginnen
-moet. Dit hangt natuurlijk van de kansen af die men meent te
-hebben. Hier nu tast men voorloopig nog in den blinde. De Oenothera
-Lamarckiana werd gevonden door een honderdtal wilde planten in
-cultuur te nemen. Daarvan werd de eene op grootere, en de andere
-natuurlijk op kleinere schaal gekweekt. Bij voorkeur werden zaden
-van afwijkende exemplaren genomen, maar het verzamelen van zaad in
-het wild is een werk dat slechts zelden meevalt, en dat daardoor de
-keus zeer sterk beperkt. Verder zijn boomen en heesters uitgesloten,
-en zal men bij voorkeur ook niet die overblijvende soorten kiezen,
-die telkens eenige jaren gekweekt moeten worden, voordat zij gaan
-bloeien. Zoodoende wordt allengs de keus zoo klein, dat men tevreden
-mag zijn, als men van een honderdtal bruikbare soorten zaden bijeen
-heeft gebracht. Heeft men dan ook van sommige soorten slechts enkele
-zaadkorrels, dan kan dit nog voldoende zijn, om de cultuur te beginnen.
-
-Opmerking verdient vooral, dat de schoksgewijze veranderlijkheid
-niet een eigenschap is, die vermoedelijk aan bepaalde soorten kleeft,
-maar dat men aannemen mag, dat zij van geheel locaal voorkomen is. Een
-soort, die op de eene groeiplaats onveranderlijk is, kan op een andere
-misschien volop bezig zijn, nieuwe soorten voort te brengen. Daaruit
-volgt, dat men bijna evenveel kans heeft, als men zaden van twee
-of meer, onderling voldoend verwijderde groeiplaatsen van ééne
-soort bestudeert, als wanneer men een gelijk aantal verschillende
-soorten kweekt. Daaruit volgt tevens, dat men vooral niet de zaden
-van verschillende groeiplaatsen vermengen mag, maar dat elke cultuur
-zuiver van een enkele vondst moet uitgaan.
-
-Het voornemen bestaat, dit zoeken op zoo groot mogelijke schaal
-aan te vangen. Hiertoe zijn reeds van een honderdtal wilde planten
-zaden verzameld en uitgezaaid. De meeste soorten zijn natuurlijk
-uit New York en de aangrenzende streken der Unie genomen, maar ook
-uit Europa werden zaden gezonden. In Nederland zijn zaden van een
-tiental soorten speciaal voor dit doel in het wild verzameld; zij
-kunnen dus reeds dezen zomer in den proeftuin van het laboratorium
-met de Amerikaansche concurreeren.
-
-Welke kansen heeft men, om bij dit zoeken te vinden wat men wenscht? Om
-dit na te gaan moet men trachten zich een denkbeeld te maken van
-wat er in de vrije natuur gebeurt. En dan treffen wij allereerst den
-strijd voor het leven aan. Deze strijd, die in onze theorieën een zoo
-belangrijke rol speelt als het groote orgaan van den vooruitgang, heeft
-echter onder gewone omstandigheden, in onze onmiddellijke omgeving,
-slechts een zeer conservatieve taak. Want ten slotte komt het geheele
-begrip neer op den vroegtijdigen dood van alle individuen, die in een
-of ander opzicht zeer merkbaar van het gemiddelde type afwijken. De
-meeste planten toch hebben zich hun tegenwoordige groeiplaatsen zoo
-uitgekozen, dat de gemiddelde eigenschappen der soort, of anders
-van het locale ras, daarvoor het best passen. Afwijkingen kunnen
-natuurlijk onschadelijk, ja soms misschien voordeelig zijn, maar
-als regel volgt uit het zooeven vooropgestelde dat zij als nadeelig
-moeten worden beschouwd. Zij zullen dus in den strijd voor het leven
-te gronde gaan. En deze gevolgtrekking geldt natuurlijk even goed
-voor de afwijkingen, die telken jare door de gewone of fluctueerende
-variabiliteit ontstaan, als voor de zeldzamere schoksgewijze gevallen
-van het ontstaan van nieuwe soorten en variëteiten.
-
-Tallooze afwijkingen kunnen dus ontstaan en in de eerste jeugd
-te gronde gaan, zonder dat men er ooit iets van bemerkt. Treft de
-schadelijke verandering de kiemplanten, of de bladeren, of den groei
-der stengels, zoo is de kans dat zij zichtbaar worden zoo goed als
-nul; treffen zij de bloemen of de vruchten, zoo worden zij licht met
-monstrositeiten verward en dan veelal niet nader bestudeerd. Zelfs
-wanneer een zelfde afwijking in een aantal van exemplaren en jaren
-achtereen op nieuw ontstaat, is haar kans om ontdekt te worden nog
-maar klein. Daarbij komt, dat onze gewoonten in de studie van wilde
-planten allengs zeer bepaalde zijn geworden. De invloed van Linné laat
-zich hier nog steeds sterk gevoelen. Voor de verschillen tusschen
-systematische soorten zijn wij zeer gevoelig, en elke nieuwe soort
-trekt terstond onze aandacht. Voor geringere verschillen echter zijn
-wij veel minder gevoelig, ja in zekere mate onverschillig geworden,
-en deze worden dus allicht over het hoofd gezien.
-
-Daaruit nu volgen twee regels voor het zoeken naar muteerende
-planten. Allereerst moet de strijd voor het leven worden uitgesloten,
-en dan moet men zich oefenen om ook zeer kleine en schijnbaar
-onbeteekenende verschillen op te merken.
-
-Het uitsluiten van den strijd voor het bestaan omvat zelf weer twee
-punten. Het eene spreekt van zelf. De zaden moeten zoo ruim gezaaid
-worden, dat allen de volle gelegenheid wordt gegeven om te groeien
-en hun kenmerken te ontplooien. Dit eischt natuurlijk, bij duizende
-zaden, voor elke soort veel ruimte. Echter komt in vele gevallen
-de natuur zelve aan dit bezwaar voor een groot deel tegemoet. Als
-de verschilpunten in de kiemplanten of in de bladeren gelegen zijn,
-kan men dit na een paar maanden dikwijls reeds voldoende beoordeelen,
-zoodat men door het regelmatig uitrooien der onveranderde voortdurend
-plaats voor de nakiemers kan maken, en zoodoende op een zelfde bed
-achtereenvolgens groote aantallen van individuen kan vergelijken.
-
-Het tweede punt ligt minder voor de hand. Het vindt zijn oorsprong in
-de vraag, of alle zaden van een plant, ten opzichte der variabiliteit,
-gelijkwaardig zijn. Tijdens den volsten bloei plegen de bloemen
-grooter en fraaier te zijn, dan in het najaar. Eveneens brengen de
-zwakkere takken op vele planten kleiner en minder diep gekleurde
-bloemen voort. Soms wijken ook de eerste bloemen af. De onderste
-bloemen van trossen, en de buitenste bloemen van hoofdjes en schermen
-zijn dikwijls anders dan de daarop volgende, en het is een zeer gewoon
-verschijnsel dat de top of het centrum een geheel afwijkenden vorm van
-bloem voortbrengt. Op menige plant is b.v. de eindbloem viertallig
-als de zijbloemen vijftallig zijn. Hebben nu de zaden van al zulke
-bloemen gelijke kansen om toevallig iets nieuws voort te brengen? Men
-weet het natuurlijk nog niet, en zoolang men het niet weet, zou
-het zeer onvoorzichtig zijn alleen het beste zaad tot ontwikkeling
-te laten komen, te verzamelen en te zaaien, en het zwakkere te
-verwaarloozen. Want misschien zijn juist de zwakke kiemen gevoeliger
-voor de nog onbekende invloeden, die deze veranderingen bewerken.
-
-In de vrije natuur worden die zwakke zaden grootendeels onderdrukt. Of
-wel de takken ontstaan niet, of zij dragen geen bloem, of het zaad
-wordt niet rijp, of eindelijk worden de kiemplanten verdrongen zoodra
-zij zich ontplooien. Daarom kan men in het wild slechts het zaad
-verzamelen dat voor het begin der cultuur noodig is, maar moet men
-in den proeftuin, bij wijden stand en rijke vertakking, elke plant
-zooveel mogelijk zaden laten maken. Daarom ook bieden soorten, die
-door het klimaat in haar groei vertraagd worden, over het algemeen
-minder kans van slagen.
-
-Zijn deze voorzorgen genomen, dan komt de oefening in het waardeeren
-van kleine verschillen. Deze eisch heeft ten gevolge, dat men niet
-verwachten mag in een eersten zomer te kunnen beslissen of een ras
-muteert of niet. Aanvankelijk is de kans om de nieuwigheden over het
-hoofd te zien, zeer groot. Slechts allengs leert men zijne planten
-zoo kennen, dat men een open oog voor haar onderlinge afwijkingen
-krijgt. Daarbij komt, dat de producten van de fluctueerende
-variabiliteit en van de mutatie niet gemakkelijk van elkander
-te onderscheiden zijn, ja dikwijls zóó ineen loopen, dat eerst
-in een volgende generatie een werkelijke beslissing kan worden
-genomen. Verder ontstaan er door parasieten, door allerlei insecten,
-door toevallige verwondingen en verschillende andere oorzaken soms
-belangrijke afwijkingen, die niets met de eigenlijke variabiliteit
-te maken hebben, en dan ook volstrekt niet erfelijk, ja zelfs in het
-individu niet eens blijvend zijn.
-
-Min of meer op goed geluk af moet men dus alle individuen die eenige
-duidelijke afwijking vertoonen, beschouwen als de dragers van de
-kansen van slagen. Al de overige kan men allengs uitrooien, maar
-deze moet men met zorg behandelen. Dit eischt allereerst, dat zij
-van het gedrang, waarin zij natuurlijk staan, worden bevrijd, hetzij
-door rondom hen ruimte te maken, hetzij door ze te verplanten. Dit
-laatste heeft het voordeel, dat de hoofdcultuur er niet onder lijdt,
-en dat de planten zelven goed bemest en onder alle vereischte zorgen
-opgekweekt kunnen worden, zoodat een snelle en volledige ontplooiing
-van hun afwijkende kenmerken zoo goed mogelijk wordt verzekerd. Bij
-honderden zoekt men zulke exemplaren uit, want velen onder hen zullen
-natuurlijk later blijken, niet aan de verwachting te voldoen. Dit
-echter ziet men dan dikwijls eerst tijdens den bloei, en soms zelfs
-pas in de volgende generatie.
-
-Het is duidelijk, dat dit zoeken naar mutatiën veel werk
-vereischt. Maar daarnaast blijkt, dat het, meer dan iets anders,
-een zaak is van oefening. Daarom moet het jaren lang worden
-voortgezet. Telken jare moeten de culturen der reeds gekweekte
-soorten worden uitgebreid, en telken jare moeten nieuwe soorten in
-het wild worden verzameld. Zoo neemt allengs de kans toe, en zal
-men ten slotte ook tot een voorstelling kunnen komen van den omvang,
-dien het verschijnsel in de omgevende natuur feitelijk heeft.
-
-Het werk zou in hooge mate vereenvoudigd kunnen worden, zoo men een
-leiddraad had, om uit de waarnemingen in de vrije natuur eenigszins
-af te leiden, welke soorten meer, en welke minder kans van slagen
-hebben. Het toeval, gesteund door oefening, kan natuurlijk zulke
-aanwijzingen aan de hand doen, en de Oenothera Lamarckiana vertoont,
-op haar oorspronkelijke vindplaats bij Hilversum, nagenoeg telken
-jare enkele afwijkende individuen, die aan den ingewijde terstond
-haar toestand van mutabiliteit zouden kunnen verraden. Dit schijnt
-hier, en eveneens in enkele andere gevallen, samen te hangen met de
-gelegenheid tot snelle uitbreiding, waardoor hier en daar zwakke zaden
-en zwakke kiemplanten aan den strijd voor het leven worden onttrokken,
-zoodat vormen zich ontplooien kunnen, die anders vroegtijdig te gronde
-zouden gaan.
-
-Dergelijke waarnemingen zijn enkele malen meer gedaan. Zoo
-beschrijft Darwin een geval, dat hij bij een wilde kleinbloemige
-soort van Geranium (G. pyrenaicum) heeft gezien. Deze was ergens in
-Staffordshire van uit een tuin ontsnapt en had zich in den loop van
-eenige jaren verbazend sterk vermenigvuldigd, waarbij natuurlijk
-telken jare een groot aantal zaden moesten voortgebracht worden en
-ontkiemen. Daarbij was de soort sterk gaan varieeren, in bijna alle
-organen en eigenschappen en in de meest verschillende richtingen. Een
-zoo sterke variabiliteit was vroeger bij deze soort nooit waargenomen,
-en het is dus zeer waarschijnlijk, dat zij, hoewel aanwezig, toch
-door het voortdurend mislukken van het overgroote aantal van zaden
-en kiemen eenvoudig was verborgen gebleven. Over de grens van de
-veranderlijkheid mag men dus bij geen plant een oordeel vellen,
-voordat zij onder een dergelijke snelle vermenigvuldiging van het
-aantal individuen is beoordeeld geworden.
-
-Daar tegenover staat, dat snelle vermenigvuldiging volstrekt niet
-altijd met het vertoonen van zulk een hoogen graad van variabiliteit
-gepaard gaat. Zij is het middel, om haar te toonen als zij er is,
-maar niet de oorzaak die haar doet ontstaan. Dit ziet men bij ons te
-lande, als na het droog leggen van een polder bepaalde soorten snel den
-nieuwen grond overwoekeren, en hem soms met een dichten plantengroei
-bedekken, voordat de verschillende stukken in cultuur kunnen worden
-genomen. De Zilte of Aster Tripolium, verschillende soorten van melde
-en andere bekende gewassen zouden hier kunnen genoemd worden. Onder
-millioenen van exemplaren zoekt men tevergeefs naar afwijkingen. Een
-variëteit van de gewone kamille, gekenmerkt door het gemis van de
-witte lintbloemen, breidt zich sedert enkele tientallen van jaren
-op sommige plaatsen van Europa en Noord-Amerika geweldig snel uit,
-zonder dat daarbij iets van bizondere veranderlijkheid gebleken is. De
-Erigeron canadense, die in Europa uit Canada is ingevoerd, treedt
-soms op zandige gronden plotseling in millioenen van exemplaren op,
-de Diplotaxis teuifolia, een kruisbloem met fraaie groote gele bloemen,
-verspreidt zich talloos langs sommige wegen, en zoo zouden een aantal
-andere voorbeelden kunnen worden aangehaald. Zij blijven even trouw aan
-hun type, als of zij slechts oude en kleine groeiplaatsen bewoonden.
-
-Een belangrijk punt omtrent het zaaien van wilde planten verdient
-nog besproken te worden. Als men erwten zaait, verwacht men dat
-elke afzonderlijke erwt zal opkomen; als men zaad van tuinbloemen
-zaait, rekent men er op dat tenminste verreweg het grootste deel
-planten zal leveren. Bij wilde soorten is deze kans nu veel minder
-gunstig. Dikwijls kiemen op honderden zaden slechts eenige weinige. De
-overigen zijn dan niet dood, maar vinden niet de vereischten voor
-hun groei. Laat men ze in den grond, dan wachten zij een jaar, en in
-'t volgend voorjaar komt weer een deel op. Anderen wachten langer,
-en soms kan men na 5 tot 6 jaren de oude zaden nog zien kiemen. Hoe
-meer zorg men aan het uitzaaien besteed, des te meer zaden kiemen
-er van elke honderd, en er bestaat natuurlijk een kans dat juist de
-achterblijvenden de afwijkende vormen zullen voortbrengen. Daarom is
-het dikwijls beter, niet in den tuin te zaaien, maar in zaaischotels
-in goede tuinaarde in een goed verlichte kas. Men moet dan echter
-daarna de planten uitplanten, en dit vereischt veel werk, tenzij
-reeds in de schotels een keus gedaan kan worden.
-
-Nemen wij thans aan, dat het door al deze zorgen gelukt is een of meer
-soorten te ontdekken, die hetzelfde verschijnsel van veranderlijkheid
-vertoonen als de Oenothera Lamarckiana. Wat moet er dan met die
-planten gedaan worden?
-
-Allereerst moet worden nagegaan, welke nieuwe soorten zij voortbrengen,
-en welke eigenschappen deze vertoonen. Die eigenschappen hebben deels
-betrekking op den vorm, en deels op de erfelijkheid. De vormen van
-twee soorten kan men echter niet volledig vergelijken zoolang men van
-een van beiden slechts een of slechts weinige exemplaren bezit. Dit
-kan natuurlijk wel, als er zeer groote verschillen in het spel zijn,
-zooals bij het onderscheiden en omschrijven van soorten die uit vroeger
-niet onderzochte landen en zeeën worden medegebracht. In ons geval
-echter hebben wij uit den aard van de zaak steeds met zeer kleine
-verschillen te doen, verschillen die dikwerf niet duidelijk buiten het
-gebied der gewone of fluctueerende variabiliteit vallen. Men moet dus
-van de afwijkende exemplaren zaad winnen en dit uitzaaien, teneinde
-een juist beeld en een volledige beschrijving van het gemiddelde
-type te kunnen geven. Daar men nu voor de studie der erfelijkheid
-toch ook zaaien moet, zoo is het noodig thans eenigen tijd bij deze
-werkzaamheden stil te staan.
-
-Het is om de waardeering van kleine verschillen te doen. Daaruit
-volgt, dat twee exemplaren, die schijnbaar aan elkander gelijk zijn,
-toch in werkelijkheid nog kunnen verschillen, terwijl omgekeerd
-de fluctueerende variabiliteit verschillen kan doen waarnemen bij
-individuen, die eigenlijk tot eenzelfde type behooren. Deze overweging
-leidt tot de conclusie dat men de zaden van elk exemplaar afzonderlijk
-moet oogsten en afzonderlijk moet zaaien. Want alleen zóó kan men
-zeker zijn, zuivere rassen te verkrijgen. Elke variatie in een groep
-van kinderen van ouders, wier zaad gemengd werd uitgezaaid, kan het
-gevolg van die menging zijn. Zijn de kinderen eenvormig, dan is het
-bewijs natuurlijk van die voorzorgen onafhankelijk, maar bij het minste
-verschil zou de vertrouwbaarheid der uitkomsten kunnen wegvallen. Een
-varieerend bed zou een mengsel kunnen zijn van twee verschillende
-constante rassen, of van een varieerend en een constant ras. Waren
-beide deelen variabel, dan zou nog die variabiliteit verschillend
-kunnen zijn, zoodat enkele der vormen van de eene, en andere van de
-andere moeder afstamden. Al zulke onzekerheden kunnen alleen door
-een individueele zaadoogst voorkomen worden, en deze moet dan ook bij
-wetenschappelijke studiën over erfelijkheid en variabiliteit als een
-eerste beginsel worden voorop gesteld.
-
-Het moge in den aanvang een al te zware eisch schijnen, elk afwijkend
-individu op deze wijze op zijne erfelijkheid te onderzoeken. Heeft een
-proef eenmaal een gunstig gevolg, dan komen licht een 50 tot 60, soms
-misschien een honderdtal zulke planten voor. De ondervinding met de
-Teunisbloemen leert echter, dat het zeer goed uitvoerbaar is, op zulke
-groepen het beginsel toe te passen, en vooral leert zij, dat alle werk
-zonder dit beginsel zeer groote kans heeft verloren te zijn en tot geen
-betrouwbare uitkomst te leiden. Wanneer de planten eerst tijdens den
-bloei te onderscheiden zijn, drukken deze bezwaren natuurlijk met hun
-volle gewicht. Maar wanneer de verschillen reeds in de jeugd, b.v. 2
-of 3 maanden na het zaaien zich vertoonen, dan kan men de planten in
-de zaaischotels of in de speenbakjes laten, tot deze toestand bereikt
-is, en zoodoende het werk zeer aanzienlijk verminderen. Bij volkomen
-erfelijkheid is het dan dikwijls voldoende op deze wijze in eenige
-honderden van zaailingen het nieuwe kenmerk waar te nemen, terwijl
-daarvan dan slechts zoovele behoeven te worden uitgeplant, als toch
-noodig zijn, om een voldoende zaadoogst te verkrijgen. Zoo bestudeert
-men hun latere eigenschappen en zorgt er tevens voor, dat de contrôle
-nog een of meer generatiën kan worden voortgezet. Bij onvolkomen
-erfelijkheid kan men in de zaaischotels en speenbakken met groote
-nauwkeurigheid de getalsverhouding der afzonderlijke typen bepalen,
-terwijl men dan weer van elk type slechts een betrekkelijk klein aantal
-exemplaren als zaaddragers uitplant. Door middel van hun zaad kan men
-dan verder zien of deze typen op den duur even veranderlijk blijven,
-of dat sommigen onder hen weer standvastig worden.
-
-Heeft men op deze wijze het verschijnsel der schoksgewijze
-veranderlijkheid zoo volledig mogelijk leeren kennen, dan treedt
-daarnaast de vraag naar de oorzaken op den voorgrond. Als regel zal
-men waarschijnlijk vinden, dat van een veranderlijke plant slechts
-enkele zaden nieuwe soorten geven, terwijl verreweg de meerderheid
-aan het ouderlijke type getrouw blijven. De vraag ontstaat dus,
-welke zaden afwijken, en waarom juist zij dit doen en niet de anderen.
-
-De oorzaak daarvan kan deels gelegen zijn in de plaats van de zaden
-op de plant, deels in de uitwendige omstandigheden waaronder het
-zaad ontstond en bevrucht werd en waaronder de kiem in het zaad zich
-vormde. Die oorzaken moeten dus worden nagegaan, en daarbij moet
-natuurlijk niet alleen met de zaden, maar ook met het bevruchtende
-stuifmeel rekening worden gehouden. Om dit te doen is het in
-het algemeen wenschelijk, elke bloem met haar eigen stuifmeel te
-bevruchten. Daartoe worden de trossen of bloemgroepen omhuld met
-zakken van geprepareerd papier, die onder den tros rondom den tak
-worden dichtgebonden. Insekten kunnen dan de bloemen niet bezoeken, en
-dus geen stuifmeel van ongecontroleerde herkomst aanbrengen. Menige
-plant drukt zelf haar meeldraden tegen haar stempel, en zoo dit
-bevruchting geeft, behoeft zij natuurlijk verder geen hulp. Anders
-moeten de zakken van tijd tot tijd geopend worden, ten behoeve eener
-kunstmatige bestuiving. Sommige soorten geven alleen dan zaad, als
-twee individuen onderling worden bevrucht, en in dit geval krijgt
-men natuurlijk meer samengestelde bewerkingen.
-
-Onder deze voorzorgen zal men nu allereerst de verschillende
-vruchten op een plant onderling moeten vergelijken. De zijtakken van
-verschillenden rang, de hoogere en lagere vruchten van een tros, kunnen
-misschien in verschillenden graad neiging tot muteeren hebben. Kon
-men hieromtrent een regel vinden, dan zou de geheele studie op dit
-gebied zeer vereenvoudigd kunnen worden, daar men dan voortaan bij
-het zoeken naar veranderlijke soorten, zich tot de keuze van bepaalde
-takken en bepaalde groepen van vruchten zou kunnen beperken.
-
-In de tweede plaats zal men de levensomstandigheden vóór, tijdens,
-en na de bevruchting kunstmatig moeten wijzigen. Hebben krachtige
-individuen een grooter of wel een kleiner aantal afwijkende
-nakomelingen dan zwakke? Heeft de vruchtbaarheid van den bodem op dit
-verschijnsel een bevorderenden dan wel een belemmerenden invloed? Hoe
-gedragen zich de mest en hare afzonderlijke bestanddeelen? Is goede
-verlichting gunstig of ongunstig? Kan men door snoeien het voedsel zoo
-in bepaalde richtingen leiden, dat zichtbare gevolgen ontstaan? Deze
-en al dergelijke vragen wijzen den weg, dien het onderzoek heeft in
-te slaan. Zij leeren tevens, dat de ontdekking van een of meer nieuwe
-veranderlijke soorten slechts als het uitgangspunt te beschouwen is,
-en dat zeer omvangrijke studiën vereischt zullen zijn, om van die
-uitgangspunten uit tot belangrijke ontdekkingen te geraken.
-
-Maar langs dezen weg zal men toch ten slotte een macht over de planten
-verkrijgen, die allereerst ons in staat zal stellen, het aantal
-muteerende zaden belangrijk te vergrooten, en die het daarna mogelijk
-zal maken ook den omvang der mutabiliteit te verwijden. Nieuwe en
-onverwachte soorten zullen dan verschijnen, en wat men thans weet,
-zal blijken slechts een eerste begin te zijn van een wetenschap,
-die zoowel voor de theorie als voor de praktijk geheel nieuwe
-gezichtspunten zal openen.
-
-Een alzijdige en zoo volledig mogelijke kennis van het geheele
-verschijnsel van het ontstaan van soorten en variëteiten is het
-doel, dat in de eerste jaren behoort te worden nagestreefd. De keus
-der onderzoekers, die met dit werk belast zijn, de inrichtingen en
-de middelen waarover het nieuwe laboratorium beschikt, wettigen de
-verwachting, dat ook hier de leer zal gelden: onvermoeide arbeid komt
-alles te boven. De methoden zijn duidelijk, en zoodra dus een bruikbaar
-materiaal gevonden zal zijn, moeten de wetten, die de verschijnselen
-beheerschen, aan het licht komen.
-
-Om tot zulk een volledig inzicht te komen is echter nog een ander
-beginsel noodig. Dit is het boekhouden. Mutatiën komen onverwacht,
-en wat men dan van haar weten wil, betreft minder haar zelven dan
-wel hare ouders en voorouders. Deze moet men elk afzonderlijk kennen,
-en een geheele stamboom moet ontworpen kunnen worden, zoodra zulk een
-nieuwe soort optreedt. Van de voorouders moet steeds een volledige
-beschrijving voorhanden zijn, al hunne kenmerken moeten met die van
-den nieuwen vorm nauwkeurig kunnen worden vergeleken. Maar dit is nog
-geenszins de hoofdzaak. Bovenal moet men ingelicht zijn, of zich kunnen
-inlichten omtrent hun erfelijkheidsverschijnselen. Zijn zij in elk jaar
-zuiver bevrucht, en zoo het stuifmeel van een andere plant herkomstig
-was, welke was deze, en welke was hare afstamming? Hebben onder de
-kinderen dier voorouders reeds vroeger mutatiën plaats gevonden,
-en zoo ja, hoe dikwijls en in welke richting?
-
-Al deze zaken moeten nauwkeurig opgeteekend zijn, en daarenboven moet
-van iedere individueele plant zooveel zaad bewaard zijn, dat men den
-graad van zuiverheid van hare nakomelingschap zoo noodig nog door
-nieuwe proeven kan controleeren. Hiertoe moet iedere plant natuurlijk
-een nummer hebben, aangevende het jaar en het ras, het zaaisel en het
-individu, en haar zaad moet onder dit nummer worden bewaard. Goed
-droog bewaarde zaden blijven vele jaren kiembaar, en kunnen dus na
-langen tijd nog voor het onderzoek dienen, maar het bewaren van het
-zaad eischt natuurlijk bizondere inrichtingen en voorzorgen.
-
-Op deze wijze moet nagenoeg de geheele familie van een muteerende
-plant bekend zijn, want eerst dan heeft men de gegevens in handen,
-om de verandering volledig te beoordeelen. Wenschelijk is het ook,
-dat de cultuurvoorwaarden, de invloeden van klimaat en weder, zooveel
-mogelijk zijn opgeteekend, omdat uit de kennis daarvan allicht
-vermoedens omtrent de oorzaak der mutatie kunnen worden afgeleid.
-
-Elke proef moet eens een begin hebben. Men kan aanvangen met een plant
-of met een groepje planten, of met eenig zaad, dat men in 't wild
-verzameld heeft. Omtrent de daaraan voorafgaande geschiedenis van
-zulk een ras weet men in den regel niets. De kennis der wilde flora
-geeft in het algemeen enkele aanwijzingen omtrent standvastigheid
-of variabiliteit; eveneens kan men nagaan of men soms een bizondere
-elementaire soort als uitgangspunt heeft gekozen. Maar men zou ook
-toevallig een bastaardras in handen hebben kunnen krijgen, en zoo
-dit voldoende constant is, is er tegenwoordig nog geen middel om
-hieromtrent zekerheid te verwerven. Heeft men een vermoeden omtrent
-bepaalde ouders dan zou men de kruising kunnen herhalen; heeft men
-echter zulk een gissing niet, dan is het bezwaarlijk om de vraag
-te beantwoorden.
-
-En daar men niet weet, waar en wanneer een mutatie zal ontstaan, is
-men wel gedwongen, om dit boekhouden op al zijn culturen en al zijn
-planten toe te passen, en voor allen al datgene op te teekenen, wat men
-in de enkele gunstig afloopende gevallen wenscht te weten. Hierdoor
-wordt het werk wel zeer omvangrijk en moeilijk, maar toch is het de
-eenige weg om met voldoende zekerheid vooruit te komen.
-
-Met al deze studiën zal dan toch volstrekt nog niet alles bereikt
-zijn. Want wat men ten slotte wenscht te weten is niet hoe de soorten
-ontstaan, en van welke oorzaken dit afhangt, maar hoe men kunstmatig
-en willekeurig nieuwe soorten kan doen ontstaan. Zoolang men dit niet
-weet, staat men tegenover alle soorten, die thans niet in een periode
-van onveranderlijkheid verkeeren, natuurlijk machteloos. Alles wijst
-er op, dat de groote meerderheid der soorten thans standvastig is,
-en dat slechts enkele veranderen. Die enkele veranderlijke kunnen
-ons wel als voorbeeld en als materiaal van studie dienen, maar daarom
-is het ten slotte toch niet te doen. Men moet trachten soorten, die
-thans reeds door bepaalde eigenschappen nuttig zijn, op andere punten
-zoo veranderlijk te maken, dat zij schadelijke trekken verliezen, of
-andere gunstige afwijkingen er bij krijgen. Eerst dan zal de wetenschap
-der mutabiliteit ten volle aan de belangen der menschheid dienstbaar
-gemaakt worden; eerst dan zal het doel van dit laboratorium in dit
-opzicht worden bereikt.
-
-Wat er vereischt zal worden, om in die richting vooruit te komen,
-laat zich thans nog niet voorspellen. De bizondere gevallen, die men
-vinden zal, moeten het uitmaken. In zekeren zin zal het werk moeten
-samenvloeien met hetgeen ik zooeven geschetst heb, en misschien geeft
-de voltooiing van het een van zelf de oplossing van het andere.
-
-Veel, ja zeer veel is er nog te doen, en het arbeidsveld is bijna
-onafzienbaar. Maar van tijd tot tijd komt een gelukkige vondst of een
-invallende gedachte den weg bekorten, en daarom is er geen reden om
-aan een volledig slagen in niet al te langen tijd te wanhopen.
-
-Hoofdzaak is, dat het werk worde aangevangen, dat men voor zichzelf het
-te bereiken doel nauwkeurig en zoo zorgvuldig mogelijk vaststelle,
-en dat alle middelen ten dienste staan, die voor die bereiking
-noodig zijn.
-
-Daarom acht ik de stichting van dit laboratorium van het allerhoogste
-belang. Gedurende een halve eeuw heeft de afstammingsleer aller
-aandacht tot zich getrokken, en op het gebied van stelselleer,
-vergelijkende morphologie en vergelijkende ontleedkunde, vooral ook in
-de studie der ontwikkelingsgeschiedenis der afzonderlijke organismen,
-een krachtigen stoot tot snellen vooruitgang gegeven. De experimenteele
-wetenschap is daarbij achtergebleven. Nog steeds zoekt de physioloog
-zijn materiaal in de ervaringen van land- en tuinbouw. Thans is de
-tijd gekomen, dat die rijke, maar steeds min of meer vage en door
-twijfel omhulde bron door een andere worde vervangen. Het zuiver
-proefondervindelijke onderzoek, met een volledige kennis van alles
-wat voor een juiste beoordeeling der feiten noodig is, moet op den
-voorgrond treden. Zoo enkelvoudig mogelijk moeten de verschijnselen
-worden uitgekozen en zóó geleid, dat alle vragen kunnen worden
-beantwoord. Eerst dan zal de leer der erfelijkheid een wetenschap
-worden, die, ontdaan van al de poëtische beschouwingen waarin zij
-thans bevangen is, den waren aard van het leven in zuivere trekken
-aan ons openbaart. Eerst dan zal zij de grondslag worden voor die
-echte poëzie en die verhevene levensopvatting, die nu eenmaal alleen
-door een grondige studie der natuur kunnen worden bereikt.
-
-
-
-Het Carnegie-Institution te Washington heeft heden een stoot gegeven
-in een richting, die niet nalaten kan spoedig in hare volle waarde
-erkend te worden. Dan zal zijn voorbeeld worden gevolgd, en zullen
-talrijke andere gelijksoortige inrichtingen worden gesticht. Het is
-het voorrecht van Amerika op deze wijze te kunnen voorgaan en bakens te
-plaatsen op een gebied, waarop nog geen ander zich durft te wagen. Moge
-de uitkomst bewijzen, dat hier een weg is ingeslagen, die eenmaal een
-roem voor het land, en een zegen voor de geheele menschheid zal worden.
-
-
- EINDE
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Reuzen Warme Bronnen.
-
-[2] "Voor het nut en genot van het volk".
-
-[3] Electrische top.
-
-[4] Gele-steen-rivier en -park.
-
-[5] Half-droge streken.
-
-[6] Bever-meer.
-
-[7] Behalve de gidsen, door de Northern Pacific- en de Union
-Pacific-Spoorwegmaatschappijen in den vorm van hunne time-tables of
-folders uitgegeven, wordt door de toeristen gewoonlijk Haynes Guide to
-the Yellowstone-park gebruikt. Dit is een boekje in zak-formaat. Voor
-een grondiger studie van wat men op de reis zien kan wordt vooral
-gebruikt Chittenden, The Yellowstone National Park, historical and
-descriptive 1903. Voor een meer wetenschappelijke studie worden de
-verhandelingen van Weed, Davis (Science, July 1897), Tilden (Botan,
-Gazette, Sept. 1897), Harshberger (Am. J. A. Pharmacy, Dec. 1897),
-Setchell (over de wieren in de warme bronnen) e. a. aanbevolen.
-
-[8] Verdwaalde.
-
-[9] Bosch-der-Versteeningen.
-
-[10] Nachtelijk bloeiende cactus.
-
-[11] Verkoopgelegenheid voor curiositeiten.
-
-[12] Terrassen.
-
-[13] Vrijheids-Kegel.
-
-[14] Duivelsduim.
-
-[15] Duivelskeuken.
-
-[16] Borrelende.
-
-[17] Het Badmeer.
-
-[18] Kokende Rivier.
-
-[19] Zilverpoort.
-
-[20] De Reuzin.
-
-[21] De Zaagmolen.
-
-[22] De Reus.
-
-[23] De Kasteel-geyser.
-
-[24] Papiniaansche pot.--Aldus genoemd naar dr. Papin, een Fransch
-natuurkundige, die onder leiding van onzen Christiaan Huyghens werkte,
-en in 1680 voor den dag kwam met zijn ontdekking van stoom onder druk
-in een hermetisch gesloten pot.
-
-[25] Lager-, Midden- en Boven-bassins.
-
-[26] Zwarte Rommelaar.
-
-[27] Bijenkorf.
-
-[28] Spons.
-
-[29] Kust.
-
-[30] Verrassing.
-
-[31] Vuurhol.
-
-[32] Thee-ketel.
-
-[33] Leeuw, Leeuwin en Welpen.
-
-[34] Kruin.
-
-[35] Spreek uit Poel.
-
-[36] Edelsteen.
-
-[37] Juweel.
-
-[38] Smaragd.
-
-[39] Cacti. Meervoud van cactus.
-
-[40] Koude-Bron-Haven.
-
-[41] Bibliotheek-zaal.
-
-[42] Onderzoek-inrichting voor de proefondervindelijke
-ontwikkelingsgeschiedenis.
-
-[43] Instituut voor Kunsten en Wetenschappen te Brooklijn.
-
-[44] Inwonend onderzoeker.
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Het Yellowstone-Park, by Hugo De Vries
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET YELLOWSTONE-PARK ***
-
-***** This file should be named 53476-8.txt or 53476-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/3/4/7/53476/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/American Libraries.)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
diff --git a/old/53476-8.zip b/old/53476-8.zip
deleted file mode 100644
index ab19644..0000000
--- a/old/53476-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h.zip b/old/53476-h.zip
deleted file mode 100644
index ee948c3..0000000
--- a/old/53476-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/53476-h.htm b/old/53476-h/53476-h.htm
deleted file mode 100644
index d087534..0000000
--- a/old/53476-h/53476-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,7360 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
-"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2016-11-06T14:32:53Z. -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta name="generator" content=
-"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
-<title>Het Yellowstone-park; Experimenteele Evolutie</title>
-<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii">
-<meta name="generator" content=
-"tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Hugo de Vries (1848&ndash;1935)">
-<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href=
-"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Hugo de Vries (1848&ndash;1935)">
-<meta name="DC.Title" content=
-"Het Yellowstone-park; Experimenteele Evolutie">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="Natural history">
-<meta name="DC:Subject" content="Evolution (Biology)">
-<meta name="DC:Subject" content="Yellowstone National Park">
-<style type="text/css">
-body {
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-font-size: 100%;
-line-height: 1.2em;
-text-align: left;
-}
-.div0 {
-padding-top: 5.6em;
-}
-.div1 {
-padding-top: 4.8em;
-}
-.div2 {
-padding-top: 3.6em;
-}
-.div3, .div4, .div5 {
-padding-top: 2.4em;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument
-{
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-padding-top: 2.4em;
-padding-bottom: 1.6em;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-.pagenum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.abbr {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-height: 1px;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-width: 45%;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5em;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-line-height: 1em;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.40em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.71em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0em 0.05em 0 0;
-padding: 0px;
-line-height: 0.8em;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.advertisment {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-a.noteref, a.pseudonoteref {
-font-size: 80%;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .label, .par.footnote .label {
-float: left;
-width: 2em;
-height: 12pt;
-display: block;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0%;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0%;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.indextoc {
-text-align: center;
-}
-.transcribernote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.correctiontable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0% 7em 0%;
-padding: 5em 10% 6em 10%;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 3.5em;
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0% 0em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTop, .figBottom {
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-tr, td, th {
-vertical-align: top;
-}
-tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
-vertical-align: bottom;
-}
-td.label, tr.label td {
-font-weight: bold;
-}
-td.unit, tr.unit td {
-font-style: italic;
-}
-span.sum {
-padding-top: 2px;
-border-top: solid black 1px;
-}
-table.borderOutside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderOutside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-}
-table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.verticalBorderInside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border-left: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
-border-left: 0px solid black;
-}
-table.borderAll {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderAll td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
-border-top: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
-border-right: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
-border-top: 1px solid black !important;
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
-border-right: 1px solid black !important;
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
-border: 1px solid black !important;
-}
-tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
-border-top: none !important;
-}
-tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
-border-right: none !important;
-}
-tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
-border-left: none !important;
-}
-tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
-border-top: none !important;
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
-border-right: none !important;
-border-left: none !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
-border: none !important;
-}
-.cellDoubleUp {
-border: 0px solid black !important;
-width: 1em;
-}
-td.alignDecimalIntegerPart {
-text-align: right;
-border-right: none !important;
-padding-right: 0 !important;
-margin-right: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalFractionPart {
-text-align: left;
-border-left: none !important;
-padding-left: 0 !important;
-margin-left: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalNotNumber {
-text-align: center;
-}
-table.intralinear {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-}
-table.intralinear td {
-font-size: small;
-text-align: center;
-}
-table.ditto {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-vertical-align: bottom;
-}
-table.ditto tr.s {
-height: 0;
-color: white;
-line-height: 0;
-}
-table.ditto tr.s td {
-padding: 0px;
-border-style: none;
-}
-table.ditto tr.d td {
-text-align: center;
-line-height: 10pt;
-border-style: none;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-repeat: no-repeat;
-background-position: right center;
-}
-.pglink {
-background-image: url(images/book.png);
-padding-right: 18px;
-}
-.catlink {
-background-image: url(images/card.png);
-padding-right: 17px;
-}
-.exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-image: url(images/external.png);
-padding-right: 13px;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, .h1 {
-padding-bottom: 5em;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum
-{
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteref:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}.pagenum, .linenum {
-speak: none;
-}
-</style>
-
-<style type="text/css">
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.xd23e1829
-{
-text-align:right;
-}
-.xd23e1875
-{
-width:16%;
-}
-.xd23e100width
-{
-width:480px;
-}
-.xd23e106
-{
-text-align:center;
-}
-.xd23e110
-{
-text-align:center;font-size:small;
-}
-.xd23e117width
-{
-width:441px;
-}
-.xd23e156width
-{
-width:586px;
-}
-.xd23e172width
-{
-width:586px;
-}
-.xd23e177width
-{
-width:720px;
-}
-.xd23e192
-{
-background: url(images/letter-h.png) no-repeat top left;
-}
-.xd23e192init
-{
-float: left;
-width: 150px;
-height: 150px;
-background: url(images/letter-h.png) no-repeat;
-text-align: right;
-color: white;
-font-size: 1px;
-}
-.xd23e771width
-{
-width:196px;
-}
-.xd23e793width
-{
-width:720px;
-}
-.xd23e953width
-{
-width:546px;
-}
-.xd23e976width
-{
-width:720px;
-}
-.xd23e1146
-{
-background: url(images/letter-d.png) no-repeat top left;
-}
-.xd23e1146init
-{
-float: left;
-width: 150px;
-height: 150px;
-background: url(images/letter-d.png) no-repeat;
-text-align: right;
-color: white;
-font-size: 1px;
-}
-.xd23e1783width
-{
-width:348px;
-}
-.xd23e1792width
-{
-width:104px;
-}
-.xd23e1793
-{
-font-size:xx-large; text-align:center;
-}
-.xd23e1795
-{
-font-size:x-large; text-align:center;
-}
-.xd23e1796width
-{
-width:155px;
-}
-.xd23e2107width
-{
-width:196px;
-}
-@media handheld
-{
-.xd23e192
-{
-background-image: none;
-padding-top: 0;
-}
-.xd23e192init
-{
-float: none;
-width: auto;
-height: auto;
-background-image: none;
-text-align: right;
-color: inherit;
-font-size: inherit;
-}
-.xd23e1146
-{
-background-image: none;
-padding-top: 0;
-}
-.xd23e1146init
-{
-float: none;
-width: auto;
-height: auto;
-background-image: none;
-text-align: right;
-color: inherit;
-font-size: inherit;
-}
-}
-</style>
-</head>
-<body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of Het Yellowstone-Park, by Hugo De Vries
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Het Yellowstone-Park
-
-Author: Hugo De Vries
-
-Release Date: November 7, 2016 [EBook #53476]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ASCII
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET YELLOWSTONE-PARK ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/American Libraries.)
-
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first"></p>
-<div class="figure xd23e100width"><img src="images/new-cover.jpg" alt=
-"Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div>
-<p class="par"></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first xd23e106">HET YELLOWSTONE-PARK</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 imprint"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first xd23e110"><span class="sc">Druk N. V. voorheen
-Nonhebel &amp; Co.&mdash;Hilversum</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first"></p>
-<div class="figure xd23e117width"><img src="images/titlepage.png" alt=
-"Oorspronkelijke titelpagina." width="441" height="720"></div>
-<p class="par"></p>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">WERELDBIBLIOTHEEK</div>
-</div>
-<div class="byline">ONDER LEIDING VAN L. SIMONS<br>
-<span class="docAuthor"><span class="sc">Prof. Dr.</span> HUGO DE
-VRIES</span></div>
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">HET YELLOWSTONE-PARK</div>
-</div>
-<div class="byline">(MET VIER ILLUSTRATIES NAAR PHOTO&rsquo;S VAN<br>
-<span class="sc">Dr. E. O. HOVEY te New York</span>)</div>
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">EXPERIMENTEELE EVOLUTIE</div>
-</div>
-<div class="docImprint">UITGEGEVEN VOOR DE M<sup>IJ</sup> VOOR GOEDE EN
-GOEDKOOPE LECTUUR DOOR G. SCHREUDERS AMSTERDAM</div>
-</div>
-<div class="div1 preface"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first"></p>
-<div class="figure xd23e156width"><img src="images/ornament.png" alt=""
-width="586" height="33"></div>
-<p class="par"></p>
-<p class="par">De Redactie der WERELD-BIBLIOTHEEK heeft haar bizonderen
-dank uit te spreken niet alleen aan den schrijver voor het afstaan van
-zijn in <span class="ex">De Gids</span> en <span class="ex">Onze
-Eeuw</span> verschenen stukken, maar ook aan <span class="ex">Dr. E. O.
-Hovey</span> te New-York, die zoo vriendelijk is geweest een viertal
-door hemzelf genomen photo&rsquo;s van het Yellowstone-Park ter
-opluistering van het eerste artikel te zenden.</p>
-<p class="par">Voor de correctie en de enkele noten&mdash;ter
-verklaring van Engelsche uitdrukkingen&mdash;rust, bij verhindering van
-den schrijver, de verantwoordelijkheid op de redactie.</p>
-<p class="par"></p>
-<div class="figure xd23e172width"><img src="images/ornament.png" alt=""
-width="586" height="33"></div>
-<p class="par"></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frontispiece"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first"></p>
-<div class="figure xd23e177width"><img src="images/frontispiece.jpg"
-alt="De Benedenval, Yellowstone-rivier." width="720" height="575">
-<div class="figAnnotation xd23e177width"><span class=
-"figBottomLeft"><i>E. O. Hovey, Photo.</i></span><span class=
-"figTop">&nbsp;</span></div>
-<p class="figureHead">De Benedenval, Yellowstone-rivier.</p>
-</div>
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name=
-"pb5">5</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="pt1" class="div0 part">
-<div id="ch1" class="div1 frontispiece"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="label">I.</h2>
-<h2 class="main">HET PARK EN DE WARME BRONNEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par xd23e192"><span class="xd23e192init">H</span>et
-Yellowstone National Park is wellicht de meest merkwaardige plek in
-Amerika. Het is de hoogste plaats in het Rotsgebergte, de top van de
-wereld, zooals de Indianen het noemden. Tegelijkertijd is het de
-plaats, waar de inwendige warmte der aarde het dichtst bij de
-oppervlakte komt en hare werking het meest doet gevoelen. Weliswaar
-zijn er thans geen eigenlijke vulkanische uitbarstingen meer, maar in
-geologisch kort geleden tijden zijn deze hier veelvuldig geweest, en
-hare producten vormen de grondstof waaruit het landschap is opgebouwd.
-Thans vertoont zich de macht der centrale hitte in warme bronnen en
-geysers en al haar talrijke tusschenvormen en verscheidenheden.
-Nagenoeg het geheele park is als bezaaid met zulke plekken, waar de
-hitte der diepte een uitweg vindt. Hier en daar zijn de spleten en
-gaten en bronnen z&oacute;&oacute; dicht bij elkander opgehoopt, dat
-zij groote groepen vormen, vele honderden van zulke openingen
-omvattend. Zij bedekken dan de <span class="pagenum">[<a id="pb6" href=
-"#pb6" name="pb6">6</a>]</span>geheele oppervlakte van een dal, of de
-helling van een berg. In het eerste geval spreekt men van
-geyser-bassins; tot het tweede behooren de brullende berg of Roaring
-mountain, en de travertijn-rotsen van Mammoth Hot Springs.<a class=
-"noteref" id="xd23e196src" href="#xd23e196" name=
-"xd23e196src">1</a></p>
-<p class="par">Even nobel als de natuur, toont zich hier ook de
-menschelijke geest. Het Amerikaansche volk heeft deze geheele
-landstreek, meer dan 3000 vierkante mijlen omvattend, gemaakt tot een
-park, d.w.z. tot een plaats, waar industrie en landbouw buitengesloten
-zijn, en waar de natuur zooveel mogelijk ongeschonden bewaard moet
-blijven. De trotsche en zielsverheffende natuurverschijnselen mogen
-niet aan gewone doeleinden dienstbaar gemaakt worden, de groote bronnen
-van mechanische kracht, die zij in zich sluiten, mogen niet voor het
-voordeel van enkelen worden gebruikt. Het park moet ten allen tijde en
-uitsluitend bestemd blijven &ldquo;<span lang="en">for the benefit and
-the enjoyment of the people</span>&rdquo;<a class="noteref" id=
-"xd23e204src" href="#xd23e204" name="xd23e204src">2</a> zooals het
-eerste artikel van de stichtingswet luidt en zooals het in steenen
-letters boven de poort aan den ingang bij Gardiner gegrift is.</p>
-<p class="par">Voorloopig dient het park nog meer voor &ldquo;the
-enjoyment&rdquo; dan wel voor het nut van het volk. Tenminste op den
-gewonen toer krijgt men niet den indruk, dat het verhevene der
-natuurverschijnselen de Amerikanen bizonder treft, noch dat zij door de
-beschouwing dier verschijnselen tot een dieper inzicht in de
-hoofdlijnen van de geschiedenis dezer aarde trachten door te dringen.
-Het leven in de fijne hooge lucht en de heerlijke omgeving der
-dennebosschen is <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name=
-"pb7">7</a>]</span>hun de hoofdzaak, en daarvan wordt veelvuldig
-gebruik gemaakt. De gewone toer, die minstens zes dagen duurt, wordt
-jaarlijks door minstens 10.000 personen van elken leeftijd en van elken
-rang en stand gemaakt. Daarenboven kampeeren ongetelde aantallen
-gedurende den zomer overal in de bosschen en trekken met eigen wagens
-rond. Deels om hun daarbij behulpzaam te zijn en deels met het oog op
-het brandgevaar, dat zeer groot is, heeft het landsbestuur overal aan
-de wegen door wegwijzers en borden de goede kampeerplaatsen aangewezen,
-en op andere schijnbaar geschikte plaatsen verboden tenten op te
-slaan.</p>
-<p class="par">De geysers en de warme bronnen zijn voor de meesten nog
-slechts curiositeiten, die geen verder belang inboezemen en spoedig
-eentonig worden; de rotsen treffen hen door hunne steilheid en de
-grootte der neergestorte blokken, maar op het verschil in bouw wordt
-weinig gelet. Toch heeft de geheele streek zijn merkwaardigheid voor
-een groot deel er aan te danken, dat de bergen oude lavastroomen zijn,
-die over krijtachtige gesteenten heen vloeiden, en dat met de lava
-andere vulkanische gesteenten afgezet werden. Zoowel in de groote
-trekken van het landschap als hier en daar in de onbedekte rotsen kan
-men dit duidelijk zien.</p>
-<p class="par">Waarom aan deze landstreek de naam van park gegeven is,
-is niet duidelijk. Want het is er verre vandaan, dat het op een park
-zou gelijken, of zelfs dat men zou willen trachten, het allengs in die
-richting te verbeteren. Integendeel, men wenscht juist de woeste en
-vrije natuur te bewaren. Zwitserland, met zijn goed verzorgde bosschen,
-gelijkt veel meer op een park dan Yellowstone, waar de afwezigheid van
-<span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name=
-"pb8">8</a>]</span>de zorgen der menschen juist het beoogde doel is.
-Ook is de naam park juist niet geschikt om een denkbeeld van de grootte
-van deze streek te geven. Men reist er zes dagen lang in wagens op
-goede wegen rond, en kan dan nog maar een zeer klein gedeelte van de
-geheele uitgestrektheid bezoeken.</p>
-<p class="par">Natuurlijk zou een ongerepte toestand het bosch
-ontoegankelijk maken en het genot er van beperken tot slechts zeer
-enkelen. Vandaar dat de regeering voor een stel van goede rijwegen
-gezorgd heeft en dat een vereeniging zich de oprichting en exploitatie
-van het vereischte aantal h&ocirc;tels en van de vervoermiddelen tot
-taak heeft gesteld. Voortdurend worden verbeteringen aangebracht en
-worden hier nieuwe bruggen gebouwd en ginds de bochten en hellingen der
-wegen door den aanleg van nieuwe gedeelten vereffend.</p>
-<p class="par">Huizen mogen in het park overigens niet gebouwd worden
-en alleen nabij den heuvel der Mammoth Hot Springs, het hoofdstation
-van de gewone toeristenreis, en tevens het eerste station dat men met
-de rijtuigen bereikt, is voor militaire doeleinden een dorp aangelegd.
-De bezetting bestaat uit twee compagnie&euml;n ruiterij, waarvan de
-manschappen door het geheele park als politie dienst doen, zorgende,
-dat met vuur voorzichtig worde omgegaan, dat geen overblijfselen van
-gebruikte maaltijden of van nachtverblijven het park ontsieren en dat
-aan de gewrochten der natuur geen balddadige handen of geen
-verzamelaars van curiositeiten afbreuk doen. Om dit laatste doel nog
-beter te bereiken, zijn in de nabijheid van enkele h&ocirc;tels kleine
-winkeltjes opgericht, waar natuurvoorwerpen kunnen worden gekocht. Het
-is een zeer bekende eigenschap der bronnen, om hetzij kalk, hetzij
-kiezel af te zetten, en <span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9"
-name="pb9">9</a>]</span>zoo dus kleine voorwerpen daarin worden gelegd,
-worden zij allengs met een dun laagje van deze stoffen overtrokken.
-Takken en naalden van dennen kan men zoo vinden, maar ook kunstmatige
-voorwerpen worden evenzoo omkorst, en onder deze geven de Amerikanen
-vooral aan monogrammen de voorkeur. Op deze incrustatie, de wijze
-waarop zij plaats vindt en het aandeel dat zij aan het ontstaan der
-heuvels rondom de bronnen in den loop der tijden gehad heeft, kom ik
-trouwens later uitvoerig terug.</p>
-<p class="par">Het klimaat van het park is, zooals men dit van een zoo
-hoog gelegen landstreek mag verwachten. Gedurende drie vierde gedeelten
-van het jaar is het diep met sneeuw bedekt en zoo goed als
-ontoegankelijk, zelfs vinden de herten en antilopen er dan dikwijls
-slechts met groote moeite hun voedsel. Gedurende de overige drie
-maanden is het klimaat dat van de hooge alpen, een zuivere frissche
-lucht en een heldere hemel, afgewisseld met hevige onweersbuien, die
-naar mijne zeer korte ervaring vooral rondom Mammoth Hot Springs zeer
-talrijk zijn. Trouwens de bergtop, waar rondom zij zich voornamelijk
-ontladen, draagt den naam van Electric Peak.<a class="noteref" id=
-"xd23e225src" href="#xd23e225" name="xd23e225src">3</a> Twee malen ben
-ik daar omstreeks 24 uren geweest, en in dien tijd heb ik drie zware
-onweersbuien met plasregens bijgewoond.</p>
-<p class="par">De koude en de korte duur van den zomer maken de streek
-voor landbouw onbruikbaar. Als men er voor de h&ocirc;tels groenten wil
-telen, moet dit in kassen gebeuren. Ook het hout is voor het grootste
-gedeelte als timmerhout ongeschikt. De dennebosschen, die alle
-hellingen en verreweg het grootste deel der vlakten <span class=
-"pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>en
-valleien bedekken, bestaan maar uit &eacute;&eacute;n soort van den,
-den Pinus contorta, var: Murrayana, die hier gewoonlijk black pine
-genoemd wordt. Deze naam is ontleend aan de zwarte bosschen die hij
-vormt. Hij heet ook wel lodge pine of pole pine, aanduidende dat men
-van de stammen huizen kan bouwen zonder ze tot planken te zagen, of dat
-men de stammen voor telegraafpalen en andere dergelijke doeleinden kan
-gebruiken. Maar het verdere gebruik beperkt zich tot het nut als
-brandstof. Daarentegen komen er hier en daar, en vooral in het
-noordelijk gedeelte, twee soorten van sparren voor, die voor timmer
-hout geschikt zijn. Het zijn de douglas-spar en de balsam-spar
-(<span class="ex">Pseudotsuga Douglasii</span> en <span class=
-"ex">Abies alpina</span>); ik zag ze in de bosschen rondom Mammoth Hot
-Springs in groot aantal en in prachtige exemplaren, doch elders meest
-zeer verspreid en zeldzaam. Maar misschien zijn de meeste op de voor
-toeristen toegankelijke plaatsen reeds weggehaald voor de constructie
-van de bruggen en de h&ocirc;tels.</p>
-<p class="par">In vroegere tijden was deze ontoegankelijke landstreek
-zoo goed als onbewoond. De Indianen hadden voor &ldquo;den top der
-wereld&rdquo; een diep ontzag en begaven zich in deze streek, waar de
-natuurverschijnselen hun vrees inboezemden, slechts zeldzaam. Wel zijn
-door de hoofddalen hun voetpaden gevonden, en volgen de tegenwoordige
-rijwegen meestal zulke oude &ldquo;Indian Trails&rdquo;, maar het is
-een bekend feit, dat in de tijden van de eigenlijke ontdekking van het
-park, nog geen 40 jaar geleden, het zoo goed als onmogelijk was
-indiaansche gidsen te vinden, die werkelijk overal den weg wisten. En
-het bleek dat deze gidsen bij het aanschouwen der geysers nog meer
-verbaasd en <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name=
-"pb11">11</a>]</span>ontdaan waren dan de blanke natuuronderzoekers.
-Slechts een vreesachtige stam van de Shoshone-Indianen, de schaap-eters
-of Tukuarika, trok zich hier terug, maar ook zij kenden de geysers
-niet.</p>
-<p class="par">De Indianen gaven aan de geheele streek den naam van de
-hoofdrivier, die er doorstroomt, en aan deze een naam, ontleend aan de
-kleur der rotsen in de canyons of ravijnen. Deze kleur is dikwijls
-helder geel, en uit het gele nu eens in het roode, dan weer in het
-grijze spelend. In het Grand-Canyon van de Yellowstone-rivier, waar men
-een uur langs de naakte rotswanden wandelt en de rivier, tusschen de
-windingen, hier en daar op groote diepte en als zeer in de verte onder
-zich ziet, is dit kleurenspel bizonder treffend. De indiaansche term
-voor Rock Yellow rivier is Mitsiadazi, in een der Siouxtalen, en
-vandaar stammen de tegenwoordige namen van Yellowstone-rivier en
-Yellowstone-park af.<a class="noteref" id="xd23e245src" href=
-"#xd23e245" name="xd23e245src">4</a></p>
-<p class="par">Het park is geen eigenlijk bergland zooals Zwitserland.
-Ook mist het de sneeuwbergen. Het is een hoog plateau, doortrokken met
-lage heuvelen, die meest geheel met bosch bedekt, doch op steile
-hellingen en langs de doorsnijdingen der beken dikwijls rotsachtig en
-dan zeer schilderachtig zijn. Slechts hier en daar vindt men enkele
-hoogere toppen, en onder deze is de Mount Washburn, een halve dag
-reizen van het H&ocirc;tel der Mammoth Hot Springs gelegen, de
-voornaamste. Rondom is het park door hoogere gebergten omgeven, die ten
-deele buiten, doch ten deele ook binnen zijne wettelijke grenzen
-liggen. Deze omgeving geeft overal, waar het uitzicht niet door boomen
-of <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name=
-"pb12">12</a>]</span>heuvelen belemmerd is, iets bizonder
-aantrekkelijks aan het landschap. Het allerfraaist is dit, als men op
-het uitgestrekte meer, dat de Yellowstone-rivier ongeveer in het midden
-van het park vormt, met de boot van de zuidelijke naar de
-noordwestelijke punt overvaart. Overal achter de groene bergen ziet men
-dan de kale toppen uitsteken. In het oosten de lange keten der
-Absaroka-mountains; in het zuiden de dubbele top der Teton-bergen en
-aan de overige zijden hier en daar lagere gebergten. Het zijn wel geen
-sneeuwtoppen, maar in de hoogste dalen en ravijnen lagen toch omstreeks
-half Augustus nog talrijke uitgestrekte sneeuwvelden, langzaam
-afsmeltend en den oorsprong gevend aan talrijke beken, die bruischend
-en schuimend door het park trekken, om zich ten slotte grootendeels in
-de Yellowstone-rivier te vereenigen. Het plateau ligt in het hart van
-het Rotsgebergte, en wordt als een typisch gedeelte daarvan beschouwd.
-Het is een streek waar veel regen en veel sneeuw vallen, en vormt
-daardoor een groene en bloemrijke oase te midden van de dorre
-wildernissen, de door watergebrek onbebouwbare &ldquo;semi-arid
-regions&rdquo;<a class="noteref" id="xd23e254src" href="#xd23e254"
-name="xd23e254src">5</a> van het Westen. Het ligt nagenoeg geheel in
-den staat Wyoming, met een paar smalle grensstrooken, die in Montana en
-in Idaho vallen. Trouwens het eerste wat de aandacht der toeristen na
-het binnenrijden door de ingangspoort treft is, omstreeks een half uur
-verder, de grenspaal, die aanwijst waar men uit het gebied van Montana
-in dat van Wyoming overgaat.</p>
-<p class="par">De plantengroei van de omgevende woestijnen zet zich
-voor een deel op de hellingen van het park voort, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>waar
-deze van bosch ontbloot zijn. Zij vertoonen dan de eigenaardige
-grijsgrauwe kleur, die in zoo hooge mate tot het onaantrekkelijk
-karakter der wildernissen bijdraagt. Overal groeien de lage heestertjes
-van de Sage-brush (Salieplant: <span class="ex">Artemisia
-tridentata</span> e.a. soorten), die uiterst algemeene, zonderlinge en
-nuttelooze plant, zooals zij zoo gaarne genoemd wordt. Elk grijs
-bundeltje staat afzonderlijk, en uit de verte gezien heeft een vlakte
-of een helling daardoor een gevlekt aanzien. Dit is z&oacute;&oacute;
-kenmerkend, dat men zelfs op groote afstanden den Sage-brush
-gemakkelijk herkennen kan. Onwillekeurig rijst de vraag of die
-Sagebrush en de andere woestijnplanten die met haar samengaan,
-oorspronkelijk uit de woestijn naar het park, of uit de bosschen van
-het park naar de woestijn gegaan is. Maar op de bespreking van die
-vraag, die met tal van punten omtrent de verspreiding der planten en
-haar gemeenschappelijke afstamming samenhangt, mag ik hier niet
-ingaan.</p>
-<p class="par">Op den bezoeker maakt de oase den indruk van een
-toevluchtsoord voor planten en dieren. Daar vinden vele, en daaronder
-de fraaiste en belangrijkste, wat hun elders ontzegd wordt. Over de
-planten zal ik later het een en ander mededeelen, maar het zal
-vermoedelijk velen mijner lezers belang inboezemen hier het een en
-ander omtrent de grootere dieren te vernemen. Daarbij moet men echter
-een onderscheid maken tusschen de opgaven in de gewone gidsboeken voor
-het park, en dat, wat de toerist werkelijk te zien krijgt. Onder de
-groote soorten verdienen vooral de bisons genoemd te worden, daar zij
-alleen hier nog werkelijk in het wild voorkomen. Evenals elders, zijn
-zij door hun woeste en weinig slimme natuur tot <span class=
-"pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name=
-"pb14">14</a>]</span>uitsterven veroordeeld, en het landsbestuur is op
-maatregelen bedacht om ze, door middel van omheiningen, des winters te
-dwingen op plaatsen te blijven, waar de sneeuw niet zoo diep ligt, en
-het gras dus voor hen bereikbaar is. Ook heeft men op het Dot-island in
-het Yellowstone-meer een troepje bisons ingevoerd met het doel om deze
-later, na genoegzame harding en vermenigvuldiging, des zomers vrij in
-de bosschen te laten zwerven. Behalve dit troepje, dat tijdens mijn
-bezoek uit een familie van een zestal exemplaren bestond, ziet de
-toerist natuurlijk geen bisons. En hetzelfde is het geval met de
-&ldquo;elk&rdquo; of eland, waarvan ik ook slechts het half dozijn
-exemplaren in het park op Dot-island zag. Men ziet de bisons en de
-elanden hier juist even goed en even natuurlijk als in den dierentuin
-te Amsterdam&mdash;afgezien van de omgeving.</p>
-<p class="par">Volgens Chittenden&rsquo;s uitvoerig handboek over het
-park, dat in de meeste h&ocirc;tels te koop aangeboden wordt, zijn
-bevers overvloedig in al de stroomen en zijn de door hen uitgevoerde
-bouwkundige werken overal te zien. Feitelijk wijst de gids u op den
-geheelen tocht op &eacute;&eacute;ne plaats, die dan ook
-&ldquo;beaver-lake&rdquo;<a class="noteref" id="xd23e270src" href=
-"#xd23e270" name="xd23e270src">6</a> heet, twee beverwoningen en een
-langen dam, die zigzagsgewijze dwars door den tot een meertje
-verbreeden stroom heen gebouwd is. Maar de dam is 16 jaren oud, en of
-de woningen nog bewoond zijn, wist niemand ons te vertellen.</p>
-<p class="par">Omstreeks het jaar 1830 zijn de bevers, die vroeger zeer
-talrijk waren, in deze en de aangrenzende streken nagenoeg uitgeroeid.
-Het was in den tijd van de <span class="pagenum">[<a id="pb15" href=
-"#pb15" name="pb15">15</a>]</span>oprichting en de krachtigste
-werkzaamheid der bontmaatschappijen, die in scherpe rivaliteit alle
-bevers lieten vangen, die slechts te bemachtigen waren. Moge hierdoor
-ook al een der meest belangwekkende trekken van het landschap naar het
-schijnt voor goed verloren zijn, zoo moet men aan de andere zijde niet
-vergeten, dat de eigenlijke ontdekking van de wonderen der streek het
-gevolg is geweest van de onvermoeide en niets-ontziende tochten der
-beverjagers. Het was de eerste ontdekking van geysers en warme bronnen,
-van Canyons en landschapsschoonheden, die in Amerika bekend werd.
-Opgesierd met de verhalen die een rijke verbeelding en een onnauwkeurig
-geheugen rondom deze wonderen deden ontstaan, vonden de mededeelingen
-geen geloof. Toch waren zij de eerste bron van de kennis en de prikkel
-die tot latere, meer op onderzoek gerichte tochten en ten slotte tot de
-reserveering van het terrein als park aanleiding gaf.</p>
-<p class="par">Een enkel verhaal moge een denkbeeld van deze
-overdrijving geven. Het is de eerste beschrijving van rotsen van
-vulcanisch glas, en wel van de rots, die thans Obsidiaan-cliff heet.
-Dit gesteente glinstert als glas, maar is gitzwart en ondoorzichtig.
-Een beverjager bevond zich in de nabijheid, maar zag de rots van glas
-niet. Daarentegen zag hij een hert, en schoot er op. Zeker van zijn
-schot, was hij ten hoogste verbaasd dat het hert kalm bleef grazen, en
-het schot niet eens scheen gemerkt te hebben. Hij schoot nog een paar
-malen, doch met hetzelfde gevolg. Toen wilde hij dichter bij gaan, maar
-stuitte tegen een glazen rotswand, waarachter het hert volkomen veilig
-was en waarop zijn kogels waren afgestuit.</p>
-<p class="par">Natuurlijk vond dit verhaal geen geloof, ofschoon
-<span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name=
-"pb16">16</a>]</span>de Amerikanen anders lichtgeloovig genoeg zijn.
-Zoo vond een bewering dat het obsidiaan, omdat het zoo zwart is als
-steenkool, ook even goed moet branden, bij mijne reisgenooten vrij
-algemeenen bijval en werd ten minste niet tegengesproken, totdat een
-ander lid van het gezelschap verklaarde dat het woord obsidiaan toch
-een andere klank had dan steenkool en dus ook wel wat anders beteekenen
-zou.</p>
-<p class="par">Van groote dieren ziet de toerist alleen de beren en de
-herten. De herten trekken in kudden rond, evenals in vele europeesche
-bosschen. Menigmaal zag ik ze, nu eens enkele, dan weer meer. De beren
-daarentegen worden u op eigenaardige wijze vertoond. Bij elk
-h&ocirc;tel, behalve bij dat van Mammoth Hot Springs, is daartoe een
-bepaalde plaats bestemd, nu eens een klein dal, dan weer een open plek
-in een bosch. Hier worden al de geledigde blikjes en al de overige
-afval van het h&ocirc;tel gebracht, en de beren komen des avonds
-zoeken, of daarin nog eenige lekkernij voor hen te vinden is. Op
-behoorlijken, maar vrij kleinen afstand is een ijzerdraad gespannen, en
-daarachter staan banken voor de toeristen om te zitten kijken. Schuw en
-bang komen de beren, omstreeks zeven of acht uur des avonds, een voor
-een uit het bosch te voorschijn, gaan op hun achterpooten staan en
-kijken overal rond of alles veilig is. Treft men luidruchtige
-reisgenooten, dan krijgt men niet veel te zien, daar de beren weldra
-omkeeren en naar het bosch teruggaan. Zochten zij de blikjes door, en
-vonden zij wat hun beviel, dan verkondigden zij dit door een luid
-gebrul; een zag ik er met een groot stuk in den bek snel den heuvel
-oploopen en in het bosch verdwijnen. Een ander klauterde in een boom en
-genoot daar klaarblijkelijk <span class="pagenum">[<a id="pb17" href=
-"#pb17" name="pb17">17</a>]</span>nog eens van het gevondene. Een
-moeder kwam met haar jong, beide gingen op de achterpooten staan om
-rond te kijken, en het was grappig om te zien hoe het jong de moeder in
-alles nadeed. Wel driemaal vonden zij het onveilig en gingen naar het
-bosch terug, eindelijk verstoutten zij zich en gingen eerst behoedzaam,
-daarna snel, den heuvel af naar de blikjes. Een oudere beer, die daar
-bezig was, misschien wel de vader, maakte toen voor hen plaats en ging
-om den hoop rondwandelen. Zoo kan men, na het middagmaal gebruikt te
-hebben, de levenswijze der beren, alhoewel onder zeer eigenaardige
-omstandigheden, uitvoerig gadeslaan. Maar hoewel ik een paar
-wandelingen door de bosschen gemaakt heb, ben ik er daar natuurlijk
-geen tegengekomen.</p>
-<p class="par">Een enkele slang heb ik gezien en hier en daar op de
-rotsen een woodchuck, ook wel groundhog genoemd, een dier als een
-wombat, kruipende in of uit zijn hol. Algemeen zijn eigenlijk alleen
-eekhoorntjes, zoowel de bruine soort die op de boomen leeft, als de
-grijze, die met vier overlangsche zwarte strepen over kop en rug
-versierd is, als gevolg zegt men van de vier vingers van een godheid,
-die eenmaal trachtte dit onrustige dier tot rust te brengen. Maar het
-is nog altijd even onrustig en snelt over en langs de wegen. Ik zag ze
-in groot aantal, op &eacute;&eacute;n dag zelfs bijna honderd. Zij zijn
-door de wet volkomen beschermd en dus volstrekt niet vreesachtig, en ik
-kon ze herhaaldelijk van vlak nabij gadeslaan. Nieuwsgierig zitten zij,
-rechtop, aan den weg naar de voorbijgaande rijtuigen te kijken, met een
-pakje wortels of vruchten in hun voorpooten. Dikwijls ziet men ze hun
-holen in den grond opzoeken en daarin verdwijnen. Dicht naast mij, in
-het bosch <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name=
-"pb18">18</a>]</span>bij Mammoth Hot Springs, zat een roode eekhoorn te
-knagen aan een groenen dennekegel, een vrij grooten van den Pinus
-flexilis, zoo groot ongeveer als die van onze zeedennen, maar niet zoo
-hard. Soms sprong hij op, met den kegel in zijn handen, ging dan weer
-zitten, en het was aardig om te zien hoe hij den kegel ronddraaide om
-de zaden te vinden. Eindelijk sprong hij op een tak en verdween, met
-groote sprongen van boom tot boom overwippende.</p>
-<p class="par">Over leeuwen en andere verscheurende dieren, die de
-gidsboeken u opnoemen, zal ik maar niet spreken; die leven in de
-ontoegankelijke gedeelten der hoogere bergen, en men ziet ze natuurlijk
-nooit. Van visschen wekken alleen de trouts of forellen groote
-belangstelling, daar men ze in het heldere water der stroomen,&mdash;en
-op tafel&mdash;bijna elken dag zien kan. Het visschen is geoorloofd en
-behoort tot de voornaamste genoegens van het leven in het park.</p>
-<p class="par">Een punt van belangstelling, dat echter op de kaart
-beter zichtbaar is dan in de werkelijkheid, is de &ldquo;Continental
-divide&rdquo;. Dit is de lijn die men trekken kan tusschen de
-oorsprongsplaatsen van alle beken, wier water naar den Atlantischen
-Oceaan vloeit en van al die, welke naar den Pacific Oceaan uitwateren.
-De gewone toeristentocht ligt op het atlantische gedeelte van het
-gebergte, met uitzondering van een paar uren, die men aan de andere
-zijde rijdt. Men ziet dan de bergen naar het westen afhellen en in de
-verte het Shoshone-meer, waarvan het water, door bergstroomen
-omlaaggevoerd, naar de Columbia-rivier gaat, om door Oregon en langs
-Portland in zee te vloeien. Een paar naamborden wijzen de punten aan,
-waar men de scheidingslijn overgaat. Op een dezer beide punten ligt
-<span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name=
-"pb19">19</a>]</span>in de pas een groote plas, vol met gele
-waterplompen, en omlijnd door biezen en bloembiezen, als een hollandsch
-moerasje. Het water van deze plas weet niet, of het door de
-Columbia-rivier naar den Pacific-Oceaan, of door de Yellowstone en de
-Missouri naar de Atlantische zee zal gaan. Een moeilijke twijfel, want
-een kleine windstoot kan het water nu eens naar de eene zijde, dan weer
-naar de andere in de beek drijven en z&oacute;&oacute; de beslissing
-geven.</p>
-<p class="par">Trouwens, in den loop der eeuwen kunnen ook groote meren
-in dit opzicht van meening veranderen. Het Yellowstone-meer, dat voor
-menig ander beroemd meer in grootte niet behoeft onder te doen, is
-daarvan een voorbeeld. In langvervlogen voorhistorische tijden liet het
-zijn water naar de Stille Zuidzee afvloeien. Maar in en na den ijstijd
-heeft het zich een uitweg naar het oosten gemaakt, den Grand Canyon als
-een diepe en enge sleuf in de rotsen ingravende. Het bereikte daardoor
-een nieuwen en tevens een beteren waterweg en kan sedert zooveel meer
-water afvoeren, dat zijn waterspiegel verscheiden tientallen van meters
-gedaald is. De vroegere &ldquo;outlet&rdquo; naar de Snake-rivier aan
-de westzijde is thans dus een vrij hooge, hoewel vlakke pas
-geworden.</p>
-<p class="par">Een juist begrip van de bergen en van de vulkanische
-werkingen in het park moet natuurlijk uitgaan van de geologische
-gesteldheid.<a class="noteref" id="xd23e302src" href="#xd23e302" name=
-"xd23e302src">7</a> Een zeer eenvoudig overzicht mag hier echter
-daartoe voldoende geacht <span class="pagenum">[<a id="pb20" href=
-"#pb20" name="pb20">20</a>]</span>worden. Het kan zich beperken tot den
-tijd, waarin de voornaamste uitstortingen van lava over het
-tegenwoordige park plaats vonden. In de krijt-periode was het park nog
-een gedeelte van de zee, die toen uitgestrekte streken van Amerika
-bedekte. Het was echter reeds omgeven door rotsen en gebergten en
-vormde waarschijnlijk een soort van golf, of een deel van een archipel
-van kleine eilanden. Door de werkzaamheid van koralen en andere
-diersoorten werden op den bodem dier zee kalkmassa&rsquo;s afgezet, die
-in den loop der tijden tot aanzienlijke lagen aangroeiden. Allengs werd
-echter, over de lijn die thans de kam van het Rotsgebergte is, de korst
-der aarde in verhouding tot de zee opgeheven, en omstreeks het einde
-der krijtperiode ging het park van zee over tot land. Dit leidt men
-daaruit af, dat na de kalk- of krijtlagen geen omvangrijke afzettingen
-meer hebben plaats gevonden.</p>
-<p class="par">Lagen van kleinen omvang, in kleine zeeboezems of in
-meren gevormd, zijn gedurende den geheelen tertiairen tijd hier en daar
-afgezet, doch zij zijn voor ons tegenwoordig doel van geen beteekenis.
-Veel belangrijker is, dat gedurende al dien tijd het park de zetel van
-een vrij groot aantal vulkanen geweest is, die allengs het grootste
-gedeelte van de landstreek met lava en vulkanische asch bedekt
-<span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name=
-"pb21">21</a>]</span>hebben. Een dier kraters was de Mount Washburn, en
-deze vertoont op zijn top nog de ronde holte van den vroegeren
-kratermond. Thans echter is hij sinds lang uitgedoofd, evenals alle
-andere vulkanen van deze streek, en is de kratermonding met
-dennenbosschen dicht begroeid. De lava-stroomen vloeiden van uit die
-kraters in alle richtingen over het land; nu eens bleven zij
-afzonderlijk en vormden dan eigen bergruggen, dan weer vloeiden zij
-ineen, zoodat plateau&rsquo;s met talrijke uitloopers ontstonden. De
-meeste tegenwoordige heuvels zijn zulke oude lava-stroomen, terwijl de
-hoogere toppen waarschijnlijk de plaatsen der oude kraters aanduiden.
-De lava en de vulkanische asch, tot rotsen en gebergten vervormd,
-bedekt thans nagenoeg de geheele vlakte, en slechts hier en daar komen
-de oude lagen voor den dag.</p>
-<p class="par">Over het algemeen is de lava een zacht gesteente, dat
-bij het verkoelen sterk gebarsten is en gemakkelijk verweert. Voeren de
-bergstroomen de verweerde deelen spoedig weg, zoo blijven de rotsen
-naakt en vertoonen, door de talrijke kloven en de dikwijls op
-ru&iuml;nen gelijkende toppen, bizonder fraaie en afwisselende vormen.
-Soms niet veel hooger dan de naburige dennenboomen nemen deze rotsen in
-andere dalen zeer indrukwekkende afmetingen aan. Alle overgangen
-tusschen gewone lava en glasachtige lava of obsidiaan zijn voorhanden,
-en hier en daar vindt men ook basalt-formaties. De basalt, die meest
-zeer regelmatig tot zeszijdige zuilen gebarsten is, levert een
-uitmuntende bouwsteen, en de poort aan den noordelijken ingang bij
-Gardiner is dan ook geheel uit deze steen opgetrokken.</p>
-<p class="par">De lava levert natuurlijk het gesteente, waarvan de
-<span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name=
-"pb22">22</a>]</span>groote wegen worden gemaakt. Vooral de glasachtige
-soorten zijn daarvoor geschikt, daar zij harder zijn en minder snel tot
-stof vergaan. Om de blokken tot gruis te verwerken moet men hier echter
-een zeer bizonder middel gebruiken. De blokken worden in een vuur van
-dennenhout verhit en dan plotseling met koud water overgoten. Zij
-barsten dan juist in gruis van de gewenschte korrelgrootte uiteen. De
-zachtheid van de lava maakt echter, dat de wegen snel slijten en zeer
-stoffig zijn. Om aan dit bezwaar tegemoet te komen laat de regeering de
-wegen, overal waar voldoende water aanwezig is, regelmatig besproeien.
-Meest wordt het water van een hoogere berghelling in een pijp geleid,
-die eindigt boven de plaats waar een waterwagen gevuld moet worden.
-Zulke standpijpen ziet men in de bergstreken zeer veelvuldig. Is er
-geen berg dicht genoeg bij den weg, zoo moet het uit de beken worden
-opgepompt. De groote zorg, die hieraan besteed wordt, draagt zeer veel
-er toe bij om het rijden in een reeks van rijtuigen aangenamer te
-maken.</p>
-<p class="par">Hoe de verkoelde lavastroomen op de krijt-lagen liggen,
-kan men dikwijls zien, als men de hellingen der grootere heuvels
-beschouwt. De hoogere heuvels zijn namelijk wel niet hooger dan de
-andere, maar het dal aan hun voet is door den bergstroom dieper
-uitgegraven. Van dit uitgraven kan men, op verschillende plaatsen,
-bijna alle stadi&euml;n zien. Is nu het dal zoo diep uitgegraven, dat
-de krijtlaag niet alleen bereikt is, maar dat daarenboven de kloof in
-deze indringt, en is dan de rots steil genoeg om niet door verweerden
-grond bedekt te zijn, zoo ziet men natuurlijk de lava op het krijt
-rusten. Sommige dalen zijn in het krijt zoo diep uitgehold, dat de
-bergen ter <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name=
-"pb23">23</a>]</span>weerszijden geheel uit grijs-witte krijt-lagen
-schijnen te bestaan, slechts aan hun top door de roodbruine
-lava-massa&rsquo;s gekroond.</p>
-<p class="par">Het is natuurlijk niet gemakkelijk om op zulk een tocht
-te zien, hoe de rivieren werken en hoe de dalen ontstaan. In den zomer
-is alles rustig en kalm, en zelfs de watervallen schijnen geen
-verandering in hun omgeving te brengen. Het eigenlijke werk geschiedt
-in den winter en vooral in het voorjaar, als de sneeuw, die het geheele
-park bedekt, snel begint te smelten en de beken dus tijdelijk zeer
-groote hoeveelheden water afvoeren. Niets is dan tegen hun geweld
-bestand, en rots voor rots wordt ondergraven en gebroken en ten val
-gebracht. Het eene jaar hier, het andere jaar daar verandert het
-landschap. De kleinere trekken verdwijnen, en slechts de hoofdlijnen
-blijven dezelfde, tot ook hare beurt zal komen om voor de macht van het
-water onder te doen. Maar de reiziger ziet van dit alles niets; hij kan
-niet onderscheiden of een naakte rotsvlakte jong of oud is, en of een
-rots vroeger hooger was dan nu, of door andere vormen gekroond. Toch
-zijn er verschijnselen, waaruit men kan afleiden wat er &rsquo;s
-winters gebeurt. Dit zijn vooral oude wegen, die voor een zeker aantal
-jaren door geen nieuwen weg vervangen en sedert niet meer verzorgd
-zijn. Zulk een weg is o.a. die in de klove tusschen Livingston en
-Gardiner, kort v&oacute;&oacute;r dat men het laatstgenoemde dorp
-bereikt. Dit Canyon voert den naam van Yankee Jim, en jaren voordat de
-spoorweg door dit enge dal gemaakt werd had James George hier een
-wagenweg aangelegd, die nagenoeg de eenige toegang tot het latere park
-was. Hij had het recht om op dien weg tol te heffen en genoot daarvan
-langen <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name=
-"pb24">24</a>]</span>tijd een niet onbelangrijk inkomen. Eenige jaren
-geleden is echter de spoorweg, die toen slechts tot Cinnabar liep, door
-dit Canyon doorgetrokken tot aan Gardiner, d.w.z. tot aan den ingang
-van het park zelf. Verder kon hij niet gaan, daar de bepalingen omtrent
-de strekking en het onderhoud van het park den aanleg van spoorwegen
-daarin verbieden. Vroeger moest dus ieder, die te Cinnabar uitstapte,
-langs den weg van Yankee Jim naar Gardiner rijden; nu spoort men
-eenvoudig door. De weg is dus in onbruik geraakt, en het onderhoud niet
-meer waard. Maar van den trein uit kan men zien, wat in die enkele
-jaren gebeuren kon. Op talrijke plaatsen toch is de weg onder
-rotsstortingen bedolven, soms over een lengte van honderden meters.
-Geweldige aardmassa&rsquo;s en groote rotsblokken moeten in die weinige
-winters omlaag gekomen zijn, nieuwe hellingen vormend, en nieuwe
-rotswanden onthullend. Soms ligt de massa huizenhoog op den weg, en
-strekt zij zich tot in de rivier uit.</p>
-<p class="par">Het neerstorten van zulke rotsmassa&rsquo;s is ten deele
-het gevolg van het afknagen van den voet door de bergstroomen. Maar
-deze alleen zouden niet zoo spoedig zulke groote hoeveelheden kunnen
-afbreken. Zij worden geholpen door het ijs. Overal is het inwendige der
-rotsen gebarsten, en in deze barsten dringt het water door, na als
-regen op het oppervlak gevallen en korter of langer tijd in de bovenste
-lagen vastgehouden geweest te zijn. In het najaar wordt het zoo koud,
-dat het water in deze spleten bevriest. Nu echter weet men, dat water
-bij het bevriezen met geweldige kracht uitzet. De barst wordt dan
-daardoor een weinig verwijd. Is dit juist zooveel, dat de steenmassa
-<span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name=
-"pb25">25</a>]</span>aan de vrije zijde daardoor losraakt, dan valt zij
-nog niet, want het ijs werkt ook als plakmiddel. Maar als dan in het
-voorjaar het ijs ontdooit, houdt het verband op, en de geheele
-steenmassa valt omlaag. Het is trouwens hetzelfde spel, dat zich in
-alle rotsachtige streken herhaalt, en waarvan men de verwoestende
-gevolgen ook in Zwitserland niet zelden waarnemen kan.</p>
-<p class="par">De Canyons zijn in het algemeen kloven, die door de
-bergstroomen met behulp van dit proces in de gesteenten zijn
-uitgegraven. Het ijs werpt de rotsblokken omlaag, het water vervoert
-het gruis, en slijt de te groote blokken allengs af. Maar grootere en
-kleinere blokken, zoo groot als een kamer en meer, ziet men bijna
-overal in de rivieren liggen, soms zeer sierlijk met struikgewas
-begroeid. Langzaam wordt het dal dieper en breeder. Is het gesteente
-zacht, zooals in het Grand Canyon, dan wordt de kloof van boven
-betrekkelijk sterk verwijd; is het echter harder, zooals in de oude
-lava-stroomen en vooral in de basalt, dan is het dal dikwijls
-huizenhoog niet veel breeder dan waar de rivier er in stroomt. In deze
-twee gevallen ontstaan geheel verschillende landschappen, maar zoowel
-het eene als het andere oefenen op den bezoeker een onweerstaanbare
-aantrekkingskracht uit.</p>
-<p class="par">De kraters zijn uitgedoofd en de lava-stroomen verkoeld,
-en alleen de geysers en warme bronnen getuigen er nog van, dat de
-onderaardsche warmte hier dichter bij de oppervlakte komt, dan op de
-meeste overige plaatsen dezer wereld. Maar die uitdooving zelve is
-reeds van ouden datum. Na haar heeft hier, evenals elders, die bekende
-periode van koude geheerscht, waarin de gletschers geheele landstreken
-<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name=
-"pb26">26</a>]</span>bedekten, en de hoofdrol in de geologische
-veranderingen van het aardoppervlak speelden. Voordat ik echter over
-deze ijsperiode spreek, is het misschien goed een vraag te vermelden,
-die de reiziger zich onwillekeurig stelt, en die vrij rechtstreeks tot
-een juiste voorstelling geleidt.</p>
-<p class="par">Het Grand Canyon aan de Yellowstone-rivier, dat ik reeds
-eenige malen genoemd heb, is een klove van onovertrefbare schoonheid in
-vormen en kleuren, door de rivier in de vulcanische lagen gegraven. Het
-strekt zich over een twintigtal mijlen uit, en is op het schoonste
-gedeelte omstreeks 400 Meter diep. Het is een kloof in een uitgestrekt
-plateau, en een voortreffelijke rijweg voert op dit plateau langs den
-rand van den afgrond, terwijl in de diepte, waar de rivier bruist, het
-dal meest zoo eng is, dat er zelfs voor geen boom plaats is. Boven op
-dit plateau nu ligt, juist bij het meest imposante gedeelte van het
-Canyon, een eenzaam rotsblok, verscholen in het dennenbosch, half zoo
-hoog als de boomen. Maar het is thans een bekende curiositeit geworden,
-en de weg naar Inspiration-point voert er vlak langs. Gaat men even van
-den weg af om het nader te beschouwen, dan wordt men terstond getroffen
-door twee feiten. Ten eerste ligt het klaarblijkelijk los op den grond,
-zonder eenig verband met de onderliggende rotsen. Ten tweede echter
-bestaat het uit graniet, en geenszins uit vulkanische steen, zooals de
-geheele streek in de rondte. Het heeft een fraaie en gemakkelijk te
-herkennen granietstruktuur, die vooral daar goed te zien is, waar door
-het afvallen van kleine stukken, een gave breukvlakte aan den dag is
-gekomen.</p>
-<p class="par">Van waar komt dit blok? Het ligt honderden meters
-<span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name=
-"pb27">27</a>]</span>boven de rivier, en is ook vele malen te groot en
-te zwaar om zelfs door den machtigsten stroom te kunnen worden
-vervoerd. Van waar komt het? Het moet natuurlijk eenmaal afgebroken
-zijn van een naburigen granietberg, en hierheen gebracht. Maar in den
-omtrek komen wel enkele hooge bergen voor, zooals Mount Washburn, maar
-die zijn uitgedoofde kraters en bestaan niet uit graniet.</p>
-<p class="par">Uit graniet bestaan echter de Absaroka-gebergten, die ik
-ook reeds genoemd heb, en die op de oostelijke grenzen van het park
-gelegen zijn. Van uit het park ziet men ze, als het uitzicht vrij is,
-als een hooge keten van toppen, hier en daar op de hellingen met
-sneeuwvelden bedekt, op grooten afstand. Evenzoo vindt men hier en daar
-aan de andere zijden op en over de grenzen van het park
-granietgebergten. Maar dichterbij vindt men ze niet. Daaruit volgt dus
-met volkomen zekerheid de conclusie, dat dit blok van een der
-omliggende bergen, en wellicht juist van de Absaroka&rsquo;s, hierheen
-is gekomen.</p>
-<p class="par">Zoo dit feit alleen stond, zou het natuurlijk moeilijk
-te gelooven zijn. Men zou zich niet goed een voorstelling van zulk een
-werking kunnen maken. Maar het staat volstrekt niet alleen. Zoodra men
-toch het park bij Gardiner binnen komt, rijdt men door een vallei, die
-met grootere en kleinere granietblokken als bezaaid is. Overal waar de
-weg in de heuvelhellingen is ingegraven, ziet men links en rechts
-dergelijke steenen in den grond. De geheele bodem bestaat hier uit een
-laag van granietsteenen, waarvan de tusschenruimten eenvoudig met
-verweerd graniet zijn aangevuld.</p>
-<p class="par">Het vervoer van graniet heeft dus op zeer groote schaal
-plaats gevonden, en ging gepaard met een <span class="pagenum">[<a id=
-"pb28" href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span>zeer aanzienlijke
-verweering van dit gesteente. Trouwens bijna in alle dalen van het park
-vindt men zulke blokken en zulke lagen, ofschoon natuurlijk geen van
-alle de afmetingen van dat beroemde blok bij Inspiration-point ook maar
-nabij komt. Er moet dus een werking geweest zijn, die in staat was
-bergen te splijten en den afval van alle kanten naar het park en over
-het park heen te vervoeren. Dat vervoer geschiedde in de richting
-waarin thans de beken en stroomen zich bewegen, en zich ten slotte alle
-te zamen vereenigd in Yellowstone-rivier, bij Gardiner uit het park
-naar het Noorden begeven. Want ook de vallei van deze rivier, tot
-voorbij Livingston, vertoont overal deze zelfde erratische<a class=
-"noteref" id="xd23e358src" href="#xd23e358" name="xd23e358src">8</a>
-gesteenten.</p>
-<p class="par">Om dit alles te verklaren, en in verband met hetgeen men
-omtrent de ijsperiode uit andere streken en landen weet, stelt men zich
-voor, dat in een tijd, toen het Grand Canyon nog niet bestond, en het
-plateau hier dus nog onafgebroken was, &eacute;&eacute;n enkele groote
-gletscher het geheele park bedekte. Ontstaande in de kloven en op de
-hellingen van alle omliggende bergen, bewoog zich dit ijs als een taaie
-maar buigzame massa over het park heen, en drong het door het enge
-Canyon van Yankee Jim in de vlakte van Cinnabar en Livingston. Waar het
-op de bergen langs de rotsen gleed, brokkelde het deze af, en beladen
-met de producten schoof het noordwaarts. Nu eens zullen de blokken bij
-dien val vergruizeld zijn, dan weer zal hetzelfde lot hen getroffen
-hebben, als zij ten slotte van het ijs afvielen, maar enkele blokken
-kunnen natuurlijk aan dit lot ontkomen zijn. Zulk een blok zou dan dat
-van <span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" name=
-"pb29">29</a>]</span>&ldquo;Inspiration-Point&rdquo; zijn. En thans
-ligt het daar, om te getuigen van wat in lang vervlogen tijden,
-wellicht v&oacute;&oacute;r er menschen in Amerika woonden, door de
-grootsche machten der natuur gewrocht is.</p>
-<p class="par">Maar hoe verleidelijk het ook zij, ik mag hier niet over
-de ijsperiode uitweiden. Reeds lang genoeg heb ik mij met de
-geologische gesteldheid beziggehouden, en wil daarom hier de
-beschrijving en verklaring van wat ik gezien heb, eindigen om nog een
-enkel feit te vermelden, dat gebrek aan tijd mij belette te gaan
-aanschouwen. Maar het is te merkwaardig om het geheel onaangeroerd te
-laten.</p>
-<p class="par">Op een plaats, genaamd Fossil Forests<a class="noteref"
-id="xd23e369src" href="#xd23e369" name="xd23e369src">9</a>, doch niet
-aan de gewone touristen-route gelegen, heeft de rivier Lamar een diepe
-en enge spleet in den rotsachtigen grond gegraven. Daardoor zijn de
-boven elkander liggende lagen van deze rotsmassa plaatselijk zichtbaar
-geworden, en zij zijn het die de fossiele bosschen vertoonen. Stelt u
-voor, dat oudtijds een groot dennenbosch hier de vlakte bedekte, en dat
-dit plotseling door een lavastroom of door vulkanische asch bedolven
-werd. De stammen werden verkoold, doch konden door gebrek aan lucht
-niet verbranden. Eenmaal bedekt werden zij langzamerhand fossiel door
-het water dat het afgekoelde gesteente eeuwen lang doorsiepelde, en dat
-uit de steenmassa kiezelzuur oploste om dit weer in de stammen af te
-zetten. Van betrekkelijk zacht hout gingen zij in een glanzige
-steenmassa over, zoo hard als het beste vulcanische glas. Ondertusschen
-verweerden de bovenste lagen van de lava en vormden een grond, geschikt
-voor plantengroei. <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30"
-name="pb30">30</a>]</span>Een nieuw bosch ontstond boven op het oude,
-maar vroeg of laat zou ook dit weer door lava bedekt en versteend
-worden. Zoo ziet men hier in den vertikalen rotswand een aantal
-bosschen uit verschillende perioden boven elkander staan, gescheiden
-door lagen van verharde asch. Hier en daar zijn de stammen zeer goed
-bewaard gebleven. De stammen en de wortels ziet men van verre, van meer
-nabij onderscheidt men het hout en de schors; maar ook takken en
-dennennaalden, ja zelfs de gaten, die door rupsen in het hout geknaagd
-waren, kan men herkennen. Men kan de jaarringen tellen en vindt dan
-voor de dikste boomen een ouderdom van somwijlen 500 jaren, bij een
-diameter van 3 meter en meer. Op &eacute;&eacute;ne plaats ziet men op
-den rotswand een grooten stam, die v&oacute;&oacute;r de algemeene
-verwoesting omgevallen was, in horizontale richting tusschen de stompen
-liggen. Men heeft de opeenvolgende boschformaties geteld, en de
-ervaringen aan verschillende gedeelten vereenigend, is men tot de
-uitkomst geraakt dat ten minste negen- en waarschijnlijk twaalfmaal
-zulke bosschen bedolven en door nieuwe vervangen geworden zijn.</p>
-<p class="par">Keeren wij echter terug tot het thans levende bosch, dat
-meer dan drievierde gedeelte van het park bedekt en nagenoeg overal,
-zoowel op de hellingen der bergen als op de vlakten, gezien wordt. Wat
-mij in dit bosch het meest trof, was de omstandigheid dat de grond
-overal bezaaid is met doode stammen en dat ook tusschen de levende
-boomen de doode nog staan blijven totdat zij omvallen. Soms ziet men de
-doode stammen bij honderden boven de toppen der levende uitsteken. In
-vergelijking met de dennenbosschen in Europa en met name in de
-Zwitsersche Alpen maken <span class="pagenum">[<a id="pb31" href=
-"#pb31" name="pb31">31</a>]</span>deze tallooze meest sterk gebleekte,
-soms bijna geheel vermolmde stammen een eigenaardigen indruk. Zonder
-twijfel behoort ook de dood tot de natuur, en is het sterven van boomen
-een zeer natuurlijk verschijnsel, een normaal bestanddeel van het wezen
-van een bosch. Toch is er iets weemoedigs en iets onvolkomens in al die
-afgestorven overblijfselen, iets wat den indruk sterk vermindert, en
-zoowel aan het liefelijke als aan het grootsche merkbaren afbreuk
-doet.</p>
-<p class="par">Het dennenbosch bestaat geheel uit &eacute;&eacute;ne
-soort van den, den reeds genoemden Pinus contorta var. Murrayana, die
-lodge pine, pole pine of black pine (zwarte den) genoemd wordt. Voor
-timmerhout zijn de stammen geheel zonder waarde, voor telegraafpalen en
-overeenkomstige doeleinden zijn zij bruikbaar, en natuurlijk ook voor
-brandhout. Maar in een onbevolkte streek zooals deze zou zelfs een
-verlof tot het wegvoeren der doode stammen in dit opzicht geen
-verbetering aanbrengen. Alleen rondom de h&ocirc;tels zijn zij
-weggehaald, om voor brandstof te dienen. Daarbij komt nog een andere
-reden. In de droge maanden vormen deze liggende stammen groot gevaar
-met het oog op boschbranden, die door dit doode en droge hout sterker
-voortgeplant worden dan door de levende boomen.</p>
-<p class="par">De zwarte den is een vreemde boom. Inplaats van de
-krachtige stammen en uitgespreide kronen van onze dennen heeft hij een
-dunnen slanken en zeer hoog opgroeienden stam, die van onderen tot
-boven met takken bezet is. Maar die takken zijn nagenoeg alle even
-zwaar en even lang, zoodat een kaarsvormige gedaante ontstaat,
-herinnerende aan die der Californische reuzenboomen. De naalden blijven
-langer aan <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name=
-"pb32">32</a>]</span>de takken, en niet zelden ziet men stamgedeelten
-van 10 of meer jaren ouderdom nog met de naalden overdekt. De vruchten
-zijn talrijke, maar kleine kegels. Een zeer opvallende eigenschap is,
-dat vele stammen zich in twee gelijke, en bijna tegen elkander aan
-gedrukt omhoog groeiende takken splijten. Dit kan zich herhalen, zoodat
-niet zelden een stam, die van onderen enkelvoudig en betrekkelijk dun
-is, naar boven in zes of acht, of zelfs in tien tot twaalf
-rechtopstrevende armen gesplitst is. Overal zag ik die splitsingen;
-soms zoo talrijk, dat minstens elke vierde boom er een of meer
-vertoonde.</p>
-<p class="par">Zeer gevoelig is de zwarte den voor vrijen stand. De
-bosschen zijn altijd ijl, doorzichtig, nooit een gesloten massa
-vormende zooals onze dennenbosschen. Elke boom staat dus op zich zelf.
-Maar dit is voor een zwarten den nog lang niet genoeg. Hij wenscht
-rondom de ruimte te hebben, en door geen soortgenoot of anderen boom
-belemmerd of beschaduwd te worden. Heeft hij zulk een stand van jongs
-af gehad, dan wordt de vorm zeer statig. In verhouding tot de hoogte
-wordt de stam dan dik, en hij blijft van onderen tot boven rondom met
-groene zijtakken omgeven. Het is nog wel niet de trotsche pyramide van
-onze sparren, maar nadert er toch zeer toe. Het verschil tusschen zulke
-vrijstaande exemplaren en de andere is zoo groot, dat leeken de beide
-vormen voor verschillende soorten houden.</p>
-<p class="par">Maar zulk een stand is zeldzaam. Meest staan zij dicht
-opeen, en zelfs waar het jonge gras opschiet ziet men ze veel te dicht
-staan. Het gevolg is, dat de stammen zeer hoog en dun worden. Zij
-kunnen zoo dun worden, dat zij hun eigen kroon niet kunnen <span class=
-"pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>dragen,
-en slechts door hun buren rechtop gehouden worden. Komen die buren te
-vallen, dan buigt zulk een stam zich ter aarde, en ik zag er, die
-ongebroken, met de kroon op den grond lagen, terwijl de jonge toppen
-van de zijtakken zich weer alle omhoog gebogen hadden.</p>
-<p class="par">Hier en daar is een boschbrand de schuld van het
-voorkomen van veel doode stammen, die dan kaal en naakt boven het
-opstaande jongere geslacht uitsteken. Maar overal ziet men in het bosch
-boomen sterven. Meestal zijn het de oudere, enkele malen ook jongere.
-Gewoonlijk sterven de takken van onderen af, door den te dichten stand,
-en allengs is alleen de topkroon nog groen. Later sterft ook die,
-zonder dat men de reden zien kan. In droge streken zou men meenen, dat
-watergebrek hierbij een rol speelt, en dat talrijke jonge en krachtige
-exemplaren het water zoo sterk tot zich kunnen trekken dat er voor de
-oudere en zwakkere niet genoeg meer overblijft. Maar hier is geen
-gebrek aan water. Het droge seizoen duurt slechts kort, en regens zijn
-in den zomer zeer talrijk, en geven, te oordeelen naar de onweersbuien
-die ik bijwoonde, een zeer voldoende hoeveelheid water. Ook is de den
-niet zeer gevoelig voor verschillen in watergehalte, want hij groeit
-zoowel op de hellingen en in de spleten van afgevallen rotsblokken, als
-aan den oever der meertjes en in de moerassige velden.</p>
-<p class="par">In verband met het bovenstaande moge hier opgemerkt
-worden, dat het bosch geheel zonder menschelijke zorgen is. Het plant
-zich zelf voort. Overal ziet men dan ook jonge en oude exemplaren en
-dennen van alle leeftijden dooreen, en dit geeft natuurlijk een hoogen
-graad van onregelmatigheid en ijlte. De doode <span class=
-"pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>boomen
-vallen zooals zij kunnen en liggen dan ook dikwijls schuin met den stam
-in de kroon van andere. Andere boomsoorten zijn er maar weinig. Langs
-de randen en langs de beken en stroomen ziet men nog al eens sparren
-(Abies subalpina), met een grijsblauw loof, die daarom hier zilverspar
-heeten, maar die niet overeenkomen met hun hollandschen naamgenoot.
-Enkele andere soorten van sparren, nl. de Douglas-spar (Pseudotsuga
-mucronata) en de Engelmann-spar (Picea Engelmanni) zijn zoo zeldzaam,
-dat zij eigenlijk geen invloed op het landschap uitoefenen.</p>
-<p class="par">Dit doen daarentegen een paar loofboomen wel. Het zijn
-populieren en wilgen, van elk &eacute;&eacute;ne soort, en te zamen
-alle loofboomen van het geheele park uitmakende. De populier (Populus
-tremuloides) gelijkt sprekend op onze gewone klaterpopulier, maar heeft
-wat kleiner blad en wat slanker gestalte; hij vormt tegen de
-berghellingen soms geheele bosschen van een blauw-groene kleur,
-waartusschen dan de donkere dennen een scherpe tegenstelling vormen. De
-wilgen groeien langs de rivieren en in de moerassen; zij zijn meestal
-ternauwernood manshoog, maar bedekken uitgestrekte vlakten van den
-vochtigen bodem. Aan de zeer smalle bladeren zijn zij gemakkelijk te
-herkennen.</p>
-<p class="par">Het bosch heeft, trots zijn doorzichtigheid, zeer weinig
-onderhout. Kleine, meest kruipende heestertjes vormen zoden op den
-grond, doch veelal is die kaal. De kruipende jeneverbes, hier kruipende
-ceder genoemd (Juniperus sibirica), is een zeer fraaie vorm, vooral als
-hij over rotsblokken als een gordijn omlaag hangt. Een andere soort van
-hetzelfde geslacht, de roode ceder (Juniperus scopulorum), groeit recht
-<span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name=
-"pb35">35</a>]</span>omhoog, en vormt, vooral bij Mammoth Hot Springs,
-hooge en zeer gevulde boompjes, vol bessen, die nu nog groen waren.
-Groene zoden van een meter en meer, plat op den grond liggend en
-dikwijls eveneens vol beladen met bessen, maar met ronde blaadjes,
-behooren tot de berenbes, zoo genoemd omdat de bessen, ten minste van
-sommige soorten van dit geslacht (Arctostaphylos), behaard zijn,
-terwijl bijna alle andere soorten van bessen een onbehaarde schil
-hebben. De bessen zijn eetbaar en zeer gezocht en waren den Indianen
-goed bekend; zij noemden ze Kinnikinick, en dien naam hebben deze
-planten ook nu nog behouden. Van de schors maakten de Indianen een
-soort van tabak. Andere lage besdragende heestertjes zijn er in
-talrijke soorten; ik noem daarvan een lage soort van Mahonia, wier
-blauwe bessen in trosjes uit de naakte rots schijnen te komen, en een
-zeer kleine boschbes, klein van struik en blad en klein van bes, maar
-uiterst algemeen, evenals onze gewone blauwe boschbes. De besjes zijn
-echter rood.</p>
-<p class="par">Wilde bloemen zijn er in het eigenlijke bosch niet veel.
-Deze komen eerst aan den rand voor den dag, zooals de wilde roode
-roosjes, maar vooral op de graslanden, die hier en daar op de vlakte
-met het bosch afwisselen. Uitgestrekte weiden leveren een uitstekend
-voedsel voor wilde herten en antilopen en ten deele ook voor enkele
-kudden vee. Gramma-gras en buffalo-gras vormen er een groot gedeelte
-van, maar het bunch-gras is verreweg het belangrijkste en algemeenste.
-Enkele europeesche grassoorten spelen een belangrijke rol, zooals
-Festuca ovina en Koeleria cristata. Daartusschen ziet men tallooze
-bloemen in allerlei kleuren. V&oacute;&oacute;r allen de blauwe
-gentiaan, die een van de meest <span class="pagenum">[<a id="pb36"
-href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>gewone sieraden dezer weilanden
-is (Gentiana detonsa). Groote blauwe bloemen op dunne slanke stelen,
-elk met vier wijduitstaande slippen prijkend, en niet zooals de groote
-gentianen bij ons, met een weinig geopende kroon. Maar de fraaie
-goudgele stippels en het donkere blauw van onze soort missen de
-amerikaansche, zij gelijken veel meer op een sterk vergroot beeld van
-onze kleine duin-gentianen. Afwisselend met deze zag ik de roode
-kwastjes der paint-brush, en de gele pluimen der guldenroeden. Alle
-drie deze soorten zijn zoo veelvuldig en zoo in het oog loopend, dat
-zij in groote bouquetten ter tafelversiering in de h&ocirc;tels
-gebruikt worden.</p>
-<p class="par">Donkere Aconieten en sierlijke akeleien groeien meer in
-het bosch (vooral Aconitum columbianum en Aquilegium flavescens), een
-soort van edelweiss, zeer gelijkend op onze inlandsche soort
-(Gnaphalium dioicum) en enkele immortellen vindt men eveneens overal.
-Lelieachtige gewassen, blauwe lupinen, paarsche asters, gele
-Doronicums, alpen-aardbezi&euml;n en allerlei andere, min of meer van
-hun europeesche geslachtsgenooten afwijkende vormen ziet men overal.
-Sierlijke, groenkronige orchidee&euml;n met gedraaide reeksen van
-bloemen vond ik soms dicht bij de randen der kokende Geysers.</p>
-<p class="par">Tegenover deze typische en locale flora, waarvan ik
-gaarne nog allerlei andere voorbeelden zou opnoemen, staan enkele
-klaarblijkelijk europeesche indringers. Het gewone duizendblad
-(Achillea Millefolium) volgt de nieuwe wegen en zelfs de kamille zonder
-straalbloemen, die in Europa eerst in de laatste tientallen van jaren
-zich zoo snel uitbreidt, is hier tot in het hart van het park
-doorgedrongen. Ik zag ze <span class="pagenum">[<a id="pb37" href=
-"#pb37" name="pb37">37</a>]</span>rondom de h&ocirc;tels, vooral in het
-Lower-Geyser-bassin. Merkwaardig is ook dat de wilgeroosjes (Epilobium
-angustifolium) met hun lange rechtopstaande trossen van roode bloemen,
-hier evenals bij ons op de heiden, zeer algemeen zijn.</p>
-<p class="par">Yellowstone-Park is een hoog plateau. De bergen steken
-slechts weinig boven de vlakte uit. Eigenlijke sneeuwtoppen zijn er
-niet, maar toch ligt er in de canyons der hoogste bergen in Augustus
-nog vrij veel sneeuw. Op groote afstanden ziet men de schitterend witte
-velden en strepen. De bergen hebben meest glooiende, hoewel vrij steile
-hellingen, en deze zijn tot op de kammen met het dennenbosch begroeid.
-Slechts hier en daar ziet men naakte rotsen, of hellingen die met
-groote steenblokken bezaaid zijn. Doch daarover heb ik thans niet te
-spreken. Het hoogplateau is uit den aard der zaak moerassig. Nu eens
-vormt het uitgestrekte vochtige weilanden, met een natuurlijke
-draineering, dan weer echte moerassen met stroompjes en plassen en
-meren. Hier tiert een moeras-vegetatie in groote weelderigheid. In de
-geslachten komt zij met onze waterplanten overeen, en zelfs de gele
-waterleli&euml;n (Nuphar) ziet men hier veelvuldig en in groote
-aantallen. Biezen en bloembiezen, zeggen en grassen en allerlei gewone
-waterplanten vormen de hoofdmenigte. In enkele plassen zag ik de
-lidsteng of Hippuris in groote hoeveelheid, in andere vooral
-veen-vormende mossoorten. Zoutgrassen, overeenkomende met onze
-Triglochin&rsquo;s, maar grooter en frisscher, groeiden vooral op de
-natste plaatsen.</p>
-<p class="par">Een van de meest aantrekkelijke zijden van het park is
-de rijkdom aan fraaie wilde bloemen, die groote overeenkomst vertoonen
-met de europeesche alpenplanten. <span class="pagenum">[<a id="pb38"
-href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>Zij geven de kleuren en de
-afwisseling aan de hellingen en de vlakten. Moge het bosch zwart en
-eentonig zijn, de bloemen verlevendigen het in zoo hooge mate, dat zij
-de aandacht van alle toeristen trekken, en dat bouquetten plukken een
-der meest geliefde bezigheden is. Groote donkerblauwe gentianen kleuren
-de weiden in strepen en vlekken, of wisselen op de moerassige plaatsen
-met de rose-roode en oranje kwasten van de Indian paint brushes
-(Castilleia) af. Overal vindt men bloemen. Ternauwernood verdwijnt de
-sneeuw of zij verheffen hare hoofden, en in onafgebroken afwisseling
-blijven zij een sieraad van veld en boschrand, totdat, drie maanden
-later, de sneeuw wederom een einde aan haar leven maakt. Snel volgen de
-soorten elkander op, want de tijd is kort. Maar wat aan den duur
-ontbreekt, wordt door het aantal vergoed.</p>
-<p class="par">Meest zijn het lage planten, of soorten die haar bloemen
-even boven het gras uitsteken. De manshooge bloemplanten, die in
-Zwitserland in de bosschen der lagere bergstreken een zoo belangrijke
-rol spelen, zag ik hier zoo goed als niet. Meest ook zijn de bloemen
-niet zeer groot en niet tot rijkbeladen trossen vereenigd. De grootte
-van vlasbloemen is hier wel de meest algemeene, maar het vlas zelf,
-hoewel zeer veelvuldig en blauw bloeiend, is een andere soort dan het
-onze, Linum perenne, en belangrijk om de vruchten, die openspringen en
-de zaden uitwerpen, terwijl het gekweekte vlas juist in het
-dichtblijven der vruchten een zoo uitstekend middel heeft, om het
-verlies van zaad v&oacute;&oacute;r en bij het oogsten te
-voorkomen.</p>
-<p class="par">Grootere bloemen vertoont het roode Bitter-Root, Lewisia
-rediviva, een voorjaarsplant, en vrij groote <span class=
-"pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>schermen
-van zwavelgele bloemen vertoonen de Eriogonums, die, in verschillende
-soorten, de berghellingen tijdens mijn bezoek bijna overal bedekten.
-Allerlei immortellen ziet men, witte, grijs-grauwe en gele, en onder
-deze is vooral de Everlasting of the East (Anaphalis) zeer algemeen.
-Gewone blauwe klokjes (Campanula rotundifolia), Penstemons, Geraniums,
-verschillende soorten van Oenothera&rsquo;s, Monkey-flowers of Mimulus
-en tal van andere zouden genoemd kunnen worden.</p>
-<p class="par">De mooiste bloem die ik zag is de Mentzelia. Het zijn
-helder witte bloemen zoo groot als Papavers, en door een groot aantal
-meeldraden daaraan herinnerend, maar met talrijke smalle bloembladeren,
-die op een grijsgroen, sterk vertakt, doornachtig gewas groeien. Bij
-Mammoth Hot Springs, en vooral langs den weg die onderlangs dit dorpje
-voert, zag ik ze in groot aantal. Zij openden hun bloemen tegen den
-avond, en herinnerden dan in sterke mate aan den nachtcactus, met welks
-bloemen men ze op een afstand gemakkelijk kon verwarren. Maar zij
-behooren tot een geheel andere familie, namelijk tot die hevig
-brandende, meest met oranje bloemen versierde planten, die in onze
-tuinen soms als Loasa gekweekt worden. De Mentzelia&rsquo;s echter
-branden niet, maar treffen u door een rijken en aangenamen reuk, vooral
-des avonds, als de bloemen open zijn. De gelijkenis op den genoemden
-Cactus is oorzaak dat deze bloem, die ook in de omliggende woestijnen
-niet zeldzaam is, met den naam van Night blooming Cactus<a class=
-"noteref" id="xd23e428src" href="#xd23e428" name="xd23e428src">10</a>
-wordt aangeduid.</p>
-<p class="par">Omtrent het zooeven genoemde Bitter-Root valt nog
-<span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name=
-"pb40">40</a>]</span>op te merken, dat het in ongunstige jaren zeer
-zeldzaam, doch in betere jaren soms zeer algemeen is, vooral rondom
-Mammoth Hot Springs. Het heeft fraaie stervormige bloemen, die op korte
-stelen dicht boven den grond groeien. De Indianen gebruikten de wortels
-als voedsel, en later is deze bloem gekozen om de State-flower van
-Montana te zijn.</p>
-<p class="par">Vergeetmijnietjes zijn vertegenwoordigd door Myosotis
-alpestris, Primula veris door een verwante soort, de Clematis gelijkt
-in hooge mate op onze heggeranken, ofschoon de soort een andere is (C.
-Douglasii). Zoo zou ik voort kunnen gaan, maar liever dan zulk een
-algemeen overzicht te geven, wil ik trachten den indruk te schetsen
-dien ik op een wandeling in het bosch en langs de boschbeken gekregen
-heb. Het was dicht bij het <span class="corr" id="xd23e437" title=
-"Bron: H&ocirc;tel">h&ocirc;tel</span> bij het meer. Rondom het
-Yellowstone-meer is het bosch mooier dan in de streek der
-geyser-bassins. De boomen zijn voller in hun groen; minder talrijke
-doode stammen ontsieren het bosch, en de flora is rijker. Wellicht
-staat dit in verband met de minder scherpe tegenstelling van dal en
-berg en met de talrijke beekjes, die hier van de bergen afvloeien. Die
-beekjes loopen dan niet over rotsblokken springend omlaag, maar vormen
-een smal dal, met drassigen bodem. Op dien bodem ziet men dan geen
-dennen, maar dicht gras. Deze smalle dalen zijn zoo moerassig, dat zij
-dikwijls moeilijk toegankelijk zijn, en de wegen, die er dwars overheen
-gaan, zag ik dan ook met dennenstammen hard gemaakt, evenals bij ons de
-oude veenwegen, die uit dwarsliggende dennenstammen gemaakt werden. In
-die dalen zijn de talrijke omgevallen dennenstammen voor den
-plantenzoeker dikwijls het eenige middel om zijn doel te bereiken,
-<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name=
-"pb41">41</a>]</span>en van stam op stam stappende vond ik allerlei
-bloemen. Sterk werd ik herinnerd aan de overeenkomstige dalen in de
-Alpen en in het Schwarzwald.</p>
-<p class="par">Ook op de hellingen liggen talrijke doode stammen. Het
-zijn meest de dunste en ijlste boomen van het bosch, en deze groote
-sterfte maakt dan den indruk van een zelfreiniging, waarbij de zware
-stammen meer ruimte voor hun groei krijgen. Merkwaardig is, dat bijna
-al deze stammen zonder schors zijn; de schors vergaat hier sneller dan
-het hout en de witgrijze tint, die het hout aanneemt, doet de stammen
-sterk in het oog vallen. Deze afwezigheid van de schors doet enkele
-eigenschappen van het hout gemakkelijk waarnemen. Allereerst den loop
-der vezels en der barsten. Deze is slechts in weinig stammen evenwijdig
-met de as, maar loopt er gewoonlijk in een schroeflijn om heen. En wel
-in talrijke windingen, iets wat natuurlijk voor de duurzaamheid van
-planken, die men er uit zou willen maken, zeer nadeelig is; daarenboven
-barst en scheurt het hout zeer sterk, en in de barsten en scheuren rot
-het spoedig, zoodat men dikwijls stammen vindt, die men met den voet in
-dunne plankjes uiteen kan drukken. Die plankjes loopen dan in de
-richting der beschreven barsten.</p>
-<p class="par">Een andere bizonderheid van de dennen valt overal op,
-namelijk de neiging om heksenbezems en knoesten te maken. Of eigenlijk
-moet ik dit een vatbaarheid noemen voor de ziekten die de oorzaak van
-den afwijkenden groei zijn. De heksenbezems zijn takken die als dikke
-bezembundels vertakt langs den stam omlaag hangen en dikwijls
-vruchteloos trachten zich op te richten. Vlak bij den stam is zulk een
-tak dan knoestig. Tusschen de gezonde, dwars uitstaande en gelijkmatig
-<span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name=
-"pb42">42</a>]</span>omhoog gebogen takken vallen deze zonderlinge
-vormen zeer sterk in het oog. De knoesten ziet men meest aan de
-stammen, die zij op de vreemdste wijze doen draaien en opzwellen, en in
-het rustiek gebouwde H&ocirc;tel van het Upper-Geyser-bassin heeft men
-van die knoesten aan trapleuningen en zuilen een eigenaardig gebruik
-gemaakt, om daardoor het landelijke van dit bijna geheel uit ongezaagde
-boomstammen opgetrokken gebouw nog te verhoogen. Van de brosheid van
-het hout overtuigt men zich het best als men stammen ziet die
-omgevallen en daarbij in hun midden dwars doorgebroken zijn. Dit
-omvallen schijnt elken winter te gebeuren, en hier en daar zag ik de
-stammen nog schuin over de rijwegen in het bosch liggen.</p>
-<p class="par">Aan kleine heesters is het bosch niet rijk. Kruisbessen,
-wier bessen niet grooter zijn dan erwten; Cotoneasters met even kleine
-mispelachtige vruchten; bloeiende roosjes, enkele berken en in de
-moerassige dalen vooral wilgen in verschillende soorten. Bizondere
-opmerkingen verdient de Elaeagnus of het zilverblad, kenbaar aan het
-zilver-overtreksel van de onderzijde der bladeren, dat met de loupe
-blijkt uit tallooze fijne stervormige schildjes te bestaan. Ik vond er
-hier geen vruchten aan, maar in Noordelijk Californi&euml; zag ik de
-takken beladen met de roode bessen, sierlijk gebogen onder dien last.
-De bessen zijn eetbaar, en zooals ik elders opmerkte, tracht Burbank ze
-te veredelen om ze tot een gewone tafelvrucht te maken. Overal over
-rotsblokken en omgevallen stammen, zoowel tegen de hellingen als in de
-moerassen, ziet men een heestertje dat groeit als de Azalea&rsquo;s der
-Alpen, en dat tot een bizonder geslacht, Ledum, behoort, omdat zijn
-vijf witte bloemblaadjes los van elkander op den <span class=
-"pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name=
-"pb43">43</a>]</span>bloembodem ingehecht zijn. Meest waren zij
-uitgebloeid, maar hier en daar zag ik toch nog de ronde, helder witte
-schermen der bloemen. Zeer kleine boschbessen, wier vruchten op roode
-kraaltjes gelijken, ziet men bijna overal in de menigte, en hier en
-daar ook eene andere soort, overeenkomende met de moeras-boschbes.</p>
-<p class="par">Een groot aantal wilde planten herinnert sterk aan onze
-alpen-planten. Het zijn meest lage gewassen met groote bloemen of rijke
-tuilen of trossen. Langs kabbelende beekjes zag ik een rondbladerige
-steenbreek bloeien, gelijk aan onze Meniste-zusjes, maar met sappig
-blad. Donkerblauwe aconieten en lichtgele akelei; groote gele Trollius,
-talrijke soorten van Potentilla en van Geum, de hooge witte
-alpenklaver, allerlei soorten van eereprijs, bloembiezen, Hedysarum,
-witte en roode Geraniums, Composieten als Doronicum en Arnica,
-alpen-aardbezi&euml;n en allerlei andere soorten kunnen hier genoemd
-worden. Een veelknoop hield het midden tusschen onze dubbelgedraaide
-soort (Polygonum Bistorta) en de kleine verwanten der alpen (P.
-vivipara). De Primula&rsquo;s waren vertegenwoordigd door de fijne
-langstralige schermen van een witbloeiende Androsace. Van de Mimulus
-zag ik niet alleen de gele, maar ook een fraai paarsroode soort in
-menigte langs de beekjes.</p>
-<p class="par">Typische geslachten ontbraken natuurlijk niet, deels
-zulke, als men bij ons niet ziet, deels die bij ons in botanische
-tuinen gekweekt worden. Onder de eerste noem ik de sierlijke roode
-penseeltoppen van den Indian paint brush (Castilleia), een andere soort
-dan aan de kusten van Californi&euml;, slanker en minder behaard, maar
-met toppen van roode schutbladen <span class="pagenum">[<a id="pb44"
-href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>evenals deze. Verder een
-lichtgele Eriogonum, een der alleralgemeenste bloemplanten overal waar
-het bosch maar eenigszins open is. Onder de laatste groep verdient
-allereerst een Phlox genoemd te worden. Het is een laag kruipend
-plantje met vrij groote witte bloemen, die alleen staan, doch overigens
-met die van onze najaars-seringen overeenkomen. De bladeren zijn
-naaldvormig. De bloemen waren nu eens vijf- dan weer vierstralig. Een
-fijne soort van Polemonium met blauwe bloemen, en een soort van
-Phacelia met rozetten van wortelbladeren en opstijgende stengels, die
-kluwens van bleek purperen bloemen droegen, en eindelijk de meest
-gewone plant dezer bosschen, de blauwe lupinen, waarvan men overal de
-vingervormige bladeren en de blauwe bloemtrossen ziet. Van deze soort
-vond ik ook een wit en een rose exemplaar. Trouwens ook van de blauwe
-gentiaan en van de gewone blauwe klokjes trof ik in dit bosch een
-enkele maal een groepje met zuiver witte bloemen aan. De variabiliteit
-is hier dus al juist zooals bij ons.</p>
-<p class="par">Een vrij groot aantal soorten komt met bij ons
-inheemsche wilde planten min of meer overeen. Onder deze trof mij
-vooral de Parnasbloem. Onze Parnassia heeft vijf groote, breede witte
-bloembladeren, die elk een straalvormig vertakt, groen en geel,
-schubvormig aanhangsel dragen. Die aanhangsels zien er uit als onechte
-meeldraden. Hier bloeide de Parnassia langs de beken met smalle witte
-bloembladeren, die ter weerszijden een fraaie witte franje droegen, en
-hadden zij elk een kort en onvertakt, groen en geel gekleurd kliertje.
-Overigens was de bouw van de bloem en de plant dezelfde als bij onze
-soort. Van het wintergroen of Pyrola bloeiden hier twee soorten. Een
-precies zoo <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name=
-"pb45">45</a>]</span>als de onze, die in onze duinvalleien zoo heerlijk
-ruikt, maar hier had de plant vrij donker roode bloemen. De andere kwam
-meer met de Pyrola secunda overeen, daar alle bloemen naar eene zijde
-van den tros overhingen. Kleinbloemige witte Orchidee&euml;n waren
-talrijk, en een andere plant, een soort van Pedicularis, geleek
-sprekend op een roode Orchidee met smallen tros, b.v. op een
-Gymnadenia. Het was de Olifantsbloem, zoo genoemd omdat uit den groenen
-kelk een kroon uitsteekt, die precies op een olifantskop gelijkt. Men
-ziet den kop met den eerst omlaag, daarna omhoog gebogen, dunner
-uitloopenden snuit, en terweerszijden van den kop twee groote
-olifantsooren, maar van rose kleur. Enkele andere soorten mogen nog
-genoemd worden. Een kruisbloem als onze Sisymbriums viel op, doordat de
-lange groene hauwen steeds loodrecht langs den tros naar beneden
-hingen, inplaats van rechtop te staan. Verder zag ik Asters in alle
-kleuren, van zuiver blauw tot zuiver rood, zeer talrijk, maar steeds
-als lage planten, een plantje dat veel op Salomons-zegel geleek, maar
-niet bloeide (Smilacina), Gnaphalium&rsquo;s, beek-Veronica&rsquo;s,
-roodbloemige uien, gele Sedums, biezen en bloembiezen, wederikken en
-grassen, te veel om op te noemen. Langs de beken groeide een fijne
-smeerwortel met lange smalle helder blauwe bloemen.</p>
-<p class="par">Mossen en korstmossen, gallen en vergroeningen zag ik
-hier en daar in vormen met de onze overeenkomende. Het schildmos of
-Peltigera, en het bekermos of Cladonia was van onze soorten niet te
-onderscheiden, evenmin het haarmos of Polytrichum. Op doode boomstammen
-groeide een fijn vertakt korstmos, als onze grijze Ramalina&rsquo;s,
-maar geheel zwavelgeel, en daardoor <span class="pagenum">[<a id="pb46"
-href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>bizonder fraai. De wilgen
-droegen ronde gallen en door &rsquo;t blad heen gegroeide, evenals er
-bij ons door bladwespen op gemaakt worden, en de meest merkwaardige
-vergroeningen van bloemen toonden het duizendblad en eenige andere
-planten.</p>
-<p class="par">In het algemeen was de indruk van de flora in het begin
-als die van een geheel vreemde, maar veranderde die indruk bij het
-nader bezien der bloemen zeer spoedig. Dezelfde typen en dezelfde
-vormen, die wij uit ons eigen land en uit Duitschland en Zwitserland
-kennen, vindt men hier, maar bijna altijd met soortgelijke verschillen.
-Men herkent ze gemakkelijk en is toch getroffen door hun bizondere,
-soms zeer merkwaardige eigenschappen. Meer rijkdom dan bij ons schijnt
-de flora hier niet te bieden, terwijl het voorkomen van groote bloemen
-of bloemgroepen met treffende kleuren aan de valleien in onze duinen en
-op onze Noord-Hollandsche eilanden en verder aan de weilanden op de
-Alpen herinneren.</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">Na deze beschrijving van de landstreek en haar
-bloementooi ga ik over tot de bespreking der warme bronnen en geysers,
-en begin met die, welke den naam <span class="ex">Mammoth Hot
-Springs</span> voeren. Zij vormen het eerste punt, dat de reiziger
-bezoekt, als hij van Gardiner, in het Noorden, het Yellowstone-park
-ingaat. Dit punt ligt ruim een uur rijden ten zuiden van den ingang van
-het park. Men vindt hier, zooals ik reeds opmerkte, een h&ocirc;tel en
-het militaire station, dat het centrale punt voor den politie-dienst in
-het park is. De behoeften, daaruit ontsproten, hebben allengs rondom
-deze twee een klein dorp van winkeltjes en werkplaatsen doen ontstaan.
-Een post-bureau, een curiosity-shop<a class="noteref" id="xd23e476src"
-href="#xd23e476" name="xd23e476src">11</a> <span class=
-"pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>een
-winkel met kunstmatige versieringen uit de bronnen, en de stallen van
-de transportatie-maatschappij zijn daaronder voor de bezoekers de
-belangrijkste.</p>
-<p class="par">De warme bronnen bevinden zich op de uitloopers van een
-der omliggende bergen. Voor het grootste gedeelte liggen zij verscholen
-in het bosch, maar schuin tegenover het h&ocirc;tel is de berg, die ze
-draagt, bijna geheel zonder boomen, een krijt-witte, afgeronde massa
-vormend, die, van het h&ocirc;tel uit gezien, onsierlijk is en in de
-zonnestralen te sterk schittert, maar die van nabij bezocht als het
-ware bezaaid is met de grootste wonderen der natuur.</p>
-<p class="par">Deze bronnen kan men in de eerste plaats verdeelen in
-werkzame en uitgedroogde. Slechts een klein deel is feitelijk werkzaam,
-en daarvan zijn de meeste op den bedoelden heuvelrug vereenigd. Maar
-ook op dezen rug en op de hellingen bedekken zij niet het geheele
-oppervlak. Integendeel zou men kunnen zeggen dat de geheele berg uit
-opgedroogde bronnen bestaat, hier en daar afgewisseld met enkele
-werkzame. Men kan dan ook nagenoeg overal loopen en een aantal
-voetpaden doorkruisen de streek. Op die voetpaden moet men bij voorkeur
-blijven, want het gesteente is zacht en wordt gemakkelijk tot poeder
-vertrapt. Waar niet geloopen wordt, vertoont het daarentegen overal de
-gekronkelde lijnen, die eenmaal elk de omtrek waren van een bassintje
-met warm water. Zoo is de geheele berg, zoowel in het bosch als op de
-onbegroeide gedeelten.</p>
-<p class="par">De bedoelde heuvel, waarop de meeste bronnen zijn,
-<span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name=
-"pb48">48</a>]</span>loopt langzaam op tot omstreeks 100 M. boven de
-vlakte van het dal, waarin het dorp gelegen is. Het is een uitlooper
-van een hoogeren berg, die er achter gelegen is. Deze berg zelf heeft
-geen warme bronnen, behalve in de onmiddellijke nabijheid van zijn
-voet. Maar er zijn nog meer zulke bronnen-rijke uitloopers, die, van
-het h&ocirc;tel uit gezien, meer naar achteren liggen, en waarlangs de
-rijweg de toeristen eerst den volgenden dag voert. Op die uitloopers
-echter zijn de bronnen, met zeer enkele uitzonderingen, sinds eeuwen
-droog, en ziet men nog slechts de gesteenten die zij voortgebracht
-hebben. De hoogste uitlooper heet Terrace Mountain en is 500 M.
-hoog.</p>
-<p class="par">Het gedeelte dat gewoonlijk bezocht wordt, wordt
-eenvoudig &ldquo;the terraces&rdquo;<a class="noteref" id="xd23e491src"
-href="#xd23e491" name="xd23e491src">12</a> genoemd, omdat de
-afzettingen rondom de bronnen steeds den vorm van terrassen aannemen en
-dit vooral dan duidelijk doen, als zij zich op een hellend gedeelte van
-den heuvel bevinden. Het beste denkbeeld van de uitgestrektheid dezer
-formatie verkrijgt men als men weet dat volle twee uren noodig zijn om
-de gewone wandeling langs de merkwaardigste punten van &ldquo;the
-terraces&rdquo; te maken, waarbij men dan Terrace Mountain slechts uit
-de verte ziet. Want de geheele formatie strekt zich over een lengte van
-ruim drie mijlen langs de Gardiner-rivier uit.</p>
-<p class="par">Vele terras-groepen, en vooral die, welker bronnen op
-dit oogenblik werkzaam zijn, hebben afzonderlijke namen ontvangen, en
-door naambordjes wordt men hieromtrent ingelicht, als men zonder gids
-deze wonderen bezoekt. En dit doet men bij voorkeur, want ze zijn te
-schoon en te treffend, en vooral te rijk aan <span class=
-"pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name=
-"pb49">49</a>]</span>afwisseling om ze door de oogen van een ander te
-bekijken, en om daarbij niet wat verder te gaan dan de gewone
-routine.</p>
-<p class="par">Een overzicht over de voornaamste bronnen moge eenig
-denkbeeld geven van wat de natuur hier biedt. Allereerst ziet men, van
-het h&ocirc;tel uit, v&oacute;&oacute;r den berg en vrij op de vlakte
-van het dal staande, een hoogst eigenaardigen kegel, den
-Liberty-cap<a class="noteref" id="xd23e500src" href="#xd23e500" name=
-"xd23e500src">13</a>. Dit is eigenlijk meer een zuil met afgeronden top
-dan een kegel. De zuil is 17 meter hoog en 7 meter in diameter en
-bestaat als het ware uit een aantal schotel- of panvormige schalen, die
-omgekeerd op elkander gestapeld zijn. De randen zijn door den tand des
-tijds ruw afgebroken en de bovenste schalen hebben den vorm, die
-aanleiding gegeven heeft tot den naam. Een weinig verder op, en leunend
-tegen den heuvelrand, staat een kleine dergelijke zuil met minder
-afgebroken schalen, en dus nog bijna geheel door de buitenste laag
-bedekt. De naam duidt ook hier eenigszins den vorm aan en luidt
-&ldquo;Devil&rsquo;s thumb&rdquo;<a class="noteref" id="xd23e503src"
-href="#xd23e503" name="xd23e503src">14</a>. Beide kegels zijn oude
-formaties en brokkelen voortdurend af. Het eerste blijkt uit de
-talrijke roodbruine korstmossen, waarmede zij begroeid zijn, en het
-laatste uit de afgevallen brokken der schalen, die rondom hen op den
-grond liggen.</p>
-<p class="par">Gewoonlijk gaat men den heuvel aan de noordelijke zijde
-op, om langs de zuidelijke, dat is die waar hij aan de hoogere bergen
-aansluit, terug te komen. Men bezoekt dan de beide fraaiste terrassen
-het eerst, en krijgt, daar zij zeer verschillend zijn, een voorloopig
-<span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name=
-"pb50">50</a>]</span>overzicht over hun formatie. Het eerst bereikt
-men, halverwege de hoogte van den berg, het Minerva-terras, daarna, op
-het eind van den heuvelrug, het terras van Jupiter. Dit laatste geeft
-het beste denkbeeld. Het bestaat, als men het van een hoogeren bergtop
-beschouwt, uit twee donkerblauwe oogen. Het zijn twee groote
-natuurlijke vijvers, die bijna rond en met een prachtig doorschijnend
-donkerblauw water tot aan den rand toe gevuld zijn. De rand en de
-bodem, voor zoover men die zien kan, zijn van het zuiverste wit, en
-overal golvend. De kleurschakeeringen, die daardoor ontstaan, zijn
-onovertreffelijk schoon, en het is een groot genot in de heldere blauwe
-diepte te kijken. Telkens als ik kon, heb ik mijn weg z&oacute;&oacute;
-gekozen, dat ik langs dit terras kwam, en steeds boeide het mij in
-gelijke mate. Geysers heeft men spoedig afgezien, maar langs de warme
-bronnen zou men weken lang elken dag willen wandelen.</p>
-<p class="par">In die twee vijvers kookt het water heftig. Of liever,
-de vorm is die van een trechter of trompet, en uit de diepte van de
-buis stijgen stoom en kokend water op. In elken vijver is een plaats
-waar men dit opborrelen op de oppervlakte reeds van verre ziet. Het
-opstijgende water vloeit dan over en door de voorhanden watermassa heen
-en houdt deze op een temperatuur, die aan die van kokend water nabij
-komt. Het vult de vijvers en doet ze overvloeien, en dit overvloeien is
-de eigenlijke bron van de terrasvormingen. Want de beide vijvers liggen
-op een vrij vlak plateau, en nemen daarvan het hoogste punt in. Het
-water vloeit dus overal over den rand en bedekt de vlakte in zeer
-ondiepe stroomen. In deze ontstaan lage dwarswalletjes, die het water
-tegenhouden. Deze volgen <span class="pagenum">[<a id="pb51" href=
-"#pb51" name="pb51">51</a>]</span>elkaar, op de weinig hellende vlakte,
-regelmatig op, en veranderen zoo het terrein in een stel van zuiver
-horizontale terrassen. Op elk terras staat een duimbreed water of iets
-meer, komt er nog meer in, dan vloeit dit naar het volgende terras
-over. Zoo is de geheele omgeving der beide groote blauwe oogen met
-ondiepe bassins bedekt, en slechts op een zeer enkele plaats kon men
-droogvoets er zoo dicht bijkomen, dat men in de diepte der oogen kijken
-kon.</p>
-<p class="par">Ten slotte vloeit al dit water over den heuvelrand
-omlaag. Daar heeft het een vertikalen wand gevormd, waarlangs het met
-groote snelheid afglijdt. Dan komt het weer op een hellend gedeelte.
-Hier is de helling te steil voor de vorming van grootere bassins of
-bakken, en vloeit het water over talrijke, zeer kleine kommetjes
-gelijkmatig naar beneden. Ten slotte komt het tegen den rijweg aan en
-wordt daar door een greppel opgevangen en zijwaarts geleid. Het is dan
-nog zeer warm.</p>
-<p class="par">Kabbelend vloeit het water en het vormt den bodem als
-het ware naar het beeld zijner beweging. Het natte rotsoppervlak is
-bedekt met tallooze, grootere en kleinere golvingen, die in de
-sierlijkste bochten dwars op de stroomrichting staan. De kleinere
-heuvellijnen worden door het water eenvoudig overstroomd, de grootere
-houden het een tijd lang tegen en worden zoodoende tot de randen der
-bassins. Ook op den vertikalen wand ziet men die dwarsche plooien,
-ofschoon hier de richting van het water meer aanleiding geeft tot het
-ontstaan van zuilen, die aan stalactieten of wel aan de naast elkander
-geplaatste pijpen van een orgel herinneren.</p>
-<p class="par">Al dit gesteente bestaat uit kalk, die door het water
-<span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name=
-"pb52">52</a>]</span>wordt afgezet. Even als ons duinwater met kalk
-beladen is, en dit bij koken of bij lang staan aan de lucht als een
-dunne witte neerslag afzet, evenzoo wordt ook hier de opgeloste kalk
-uit het water in vasten vorm overgebracht. Maar de hoeveelheden zijn
-natuurlijk geheel andere, en de verschijnselen, die in ons land het
-bekende meertje van Rockanje vertoont, komen aan de kalkafzettingen uit
-de heete bronnen van het Yellowstone-park nog het dichtst bij.</p>
-<p class="par">De afgezette kalk heeft een zeer eigenaardige, poreuze
-structuur, geheel anders dan die van gewone kalksteen. Zij draagt den
-bizonderen naam van <span class="ex">travertijn</span>. De geheele
-heuvelgroep bestaat uit dit travertijn. Deze poreuze structuur hangt,
-zooals wij weldra zien zullen, ten nauwste met de wijze van ontstaan
-samen en is de oorzaak van de snelle en gemakkelijke verweering van het
-gesteente.</p>
-<p class="par">Het Minerva-terras onderscheidt zich van het
-Jupiter-terras zeer sterk. Het ligt op een sterk hellenden heuvelrand
-en bestaat uit een aantal vrij groote vijvers die trapsgewijze boven
-elkander liggen. In een der bovenste vijvers is de warme bron, en het
-overvloeiende water vult de lagere. Vele vijvers liggen een of twee
-meters boven hun lagere en evenveel onder hun hoogere buren. Zij zijn
-dan elk voorzien van een vertikalen wand met stalactieten en versteende
-orgelpijpen. Hierdoor ontstaat een systeem van grootere en kleinere
-terrassen, te zamen meer dan honderd in aantal en van onovertrefbare
-schoonheid. Natuurlijk vloeit het water niet over al die terrassen,
-want de minste breuk in een of anderen rand kan het bij voorkeur naar
-&eacute;&eacute;n zijde doen stroomen. Sommige terrassen zijn dus
-actief, <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name=
-"pb53">53</a>]</span>andere droog. Tijdens mijn bezoek waren verreweg
-de meeste droog en toegankelijk, en stroomde het water slechts over een
-breeden band in het midden.</p>
-<p class="par">Ook hier is het water weer donkerblauw en volkomen
-helder. Maar het bassintje waarin het opbruist en kookt, heeft slechts
-enkele meters in doorsnede en boeit niet zeer sterk. Het fraaist is de
-groep als men hem van ter zijde op korten afstand beschouwt.</p>
-<p class="par">Al die wanden zijn, zooals ik reeds zeide, uit bros
-travertijn opgebouwd. Zij brokkelen voortdurend af. Grootere en
-kleinere brokken ziet men in de diepte, aan den voet der geheele
-formatie liggen. De toer door het park is z&oacute;&oacute; ingericht,
-dat men na vijf dagen te Mammoth Hot Springs terug komt. Ik heb dus het
-terras beide keeren bezocht, en daar ik den eersten keer een goed beeld
-in mij had opgenomen kon ik, na vijf dagen, zien hoe een halve wand
-voor aan de <span class="corr" id="xd23e536" title=
-"Bron: terrasen">terrassen</span> in dien tijd was afgebroken en
-uiteengevallen. De stukken lagen nog ter plaatse en pasten nog aan de
-versche breukvlakken. Maar voor mij werd daardoor de inwendige
-structuur op een z&oacute;&oacute; duidelijke wijze zichtbaar, als noch
-door een beschouwing van het uitwendige, noch door het onderzoek der
-oudere, steeds meer of min afgebrokkelde formati&euml;n, kon worden
-verkregen. De geheele inwendige massa bestond als het ware uit een
-herhaling van het orgelpijpen-systeem, nu eens met pijpen zoo dik als
-een potlood, en dan weer met dikkere.</p>
-<p class="par">Vlak achter het Jupiter-terras, dus op een uitgestrekt
-plateau, ligt een systeem van kronkellijnen als randen van vroegere,
-vlakke bassins. Maar dit alles is geheel droog en ten deele vertrapt en
-verweerd. Iets verder ziet men het terras van Cleopatra, uit een
-stelsel van <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name=
-"pb54">54</a>]</span>vrij groote, maar lage bassins bestaande. Het
-heeft dit eigenaardige, dat al het water, dat in vrij groote
-hoeveelheid uit de bron in het bovenste bassin omhoog komt, ten slotte,
-na al de bassins gevuld te hebben, zich weer verzamelt en met groot
-geraas in een diepe spleet in de rotsmassa verdwijnt.</p>
-<p class="par">Het terras van Cleopatra grenst aan het bosch, en de
-verdere formaties liggen meest alle in het bosch, zoo zij niet, door
-het bedekken van den grond met dikke kalklagen, dit bosch gedood
-hebben. Zulk een dood en aan de randen stervend bosch ziet men dicht
-bij, op de terrasvormige hellingen van een grooteren heuvel. Het is
-allermerkwaardigst om na te gaan hoe het kalkhoudende water zich, bij
-het voortbrengen van randen en bassins, aan de aanwezigheid van boomen
-en planten in het geheel niet gestoord heeft, maar eenvoudig met de
-productie der allerfraaiste, zuiver witte vormen is voortgegaan, alsof
-deze niet gemaskeerd en onderbroken werden door de doode, zwarte,
-bladerlooze stammen. Honderden van die boomen, op deze wijze gedood,
-ziet men hier te midden der terrassen van travertijn. Verderop ziet men
-overal op de wandeling hetzelfde, maar de formati&euml;n zijn daar al
-zoo oud, dat de doode stammen verdwenen en door levende vervangen zijn,
-en dat een prachtig bosch de terrasvormingen overdekt en voor een groot
-deel aan het oog onttrekt. Nog werkzame bronnen zijn hier zeldzaam.</p>
-<p class="par">Daarentegen komt hier een andere zijde van het
-verschijnsel voor den dag. Het zijn de rotsspleten. Over een lengte van
-verscheidene tientallen van meters, en soms veel meer, is de
-travertijn-rots opengespleten. De spleet kan nog open zijn, of door het
-afbrokkelen van haar randen gedeeltelijk weer gevuld. Zij kan
-<span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name=
-"pb55">55</a>]</span>werkzaam of onwerkzaam zijn. In het eerste geval
-ziet men een lange reeks van kleine bronnen uit haar te voorschijn
-komen; door het invallen van steenbrokken en door de formatie, die zij
-zelven afzetten, zijn dan die bronnen van elkander gescheiden. Soms
-zijn die bronnen kleine zichtbare vijvertjes vol water; soms echter
-ligt hun water in de diepte en kan men het niet of bijna niet zien; men
-hoort dan echter het koken en ziet de ontwijkende stoom. Vroeg of laat
-wordt zulk een barst, door dezelfde oorzaak die haar deed ontstaan,
-wijder of krijgt zij zijbarsten, en dan verdwijnt het water daardoor
-weer in de diepte en wordt de barst onwerkzaam en droog. Op het
-Angel-terrace, op het zuidelijk gedeelte van denzelfden
-heuveluitlooper, zag ik zulk een barst, die klaarblijkelijk oud was
-maar eerst onlangs weer opengebarsten. Een aantal kleine kegeltjes, zoo
-groot als omgekeerde emmers en grooter, waren op den barst ontstaan,
-doordat het overvloeiende water hun randen snel had doen groeien. Van
-binnen waren zij hol, en de zuiverheid van het binnenvlak deed
-vermoeden, dat zij nog niet lang geleden actief geweest waren. Maar de
-nieuwe barst had ze overlangs opengespleten, aan twee zijden van boven
-naar beneden, en zoodoende het water doen wegvloeien. In de kleinere
-was de spleet een handbreed of minder; maar in den grootsten kegel was
-zij zoo breed dat ik er door heen kon loopen en de inwendige kolk kon
-bereiken, zonder de randformatie te beschadigen.</p>
-<p class="par">Veel oudere barsten zijn soms veel wijder. De wijdste
-die ik zag, wordt genoemd Devil&rsquo;s Kitchen<a class="noteref" id=
-"xd23e552src" href="#xd23e552" name="xd23e552src">15</a>; men kan
-<span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name=
-"pb56">56</a>]</span>hierin door middel van een ladder tot op een
-diepte van een tiental meters afdalen. De diepere ruimte bevat lucht
-die met koolzuur sterk bezwangerd en dus doodelijk is, zooals uit de
-overgebleven gebeenten van allerlei dieren blijkt. Maar daar is de
-spleet zoo smal, dat men er niet in kan komen.</p>
-<p class="par">Zulke barsten ziet men dikwijls in den vlakken grond,
-zoowel die met werkzame bronnen als met uitgedoofde. Maar ook komt het
-voor, dat een smalle heuvelring, die eenmaal uit travertijn werd
-opgebouwd, over zijn lengte gespleten en daardoor onwerkzaam geworden
-is. De Devil&rsquo;s Kitchen ligt in zulk een rug. Die ruggen zijn maar
-weinige meters breed en dikwijls meer hoog dan dik. De White Elephant
-is een der meest bekende formati&euml;n van dien aard, en geeft door
-zijn naam den vorm vrij wel aan, als men alleen aan den romp van het
-dier denkt. Andere zulke ruggen zag ik rondom Angel terrace, en een
-zeer fraaien bij den pulsating<a class="noteref" id="xd23e559src" href=
-"#xd23e559" name="xd23e559src">16</a> geyser, die geen geyser, maar een
-gewone warme bron is. Een uitvoerige beschrijving van een actieve en
-nog jonge spleet zal ik later geven, als ik mijn waarnemingen over den
-Orange-geyser bespreek.</p>
-<p class="par">Bath Lake<a class="noteref" id="xd23e564src" href=
-"#xd23e564" name="xd23e564src">17</a> is een groote vijver of klein
-meertje, in een diep gedeelte van een der dalen tusschen de
-travertijn-heuvels gelegen, dat ook voor baden gebruikt wordt. De warme
-bron bevindt zich aan een der zijden, maar het meertje is zoo groot,
-dat het daardoor op een aangename temperatuur gehouden wordt. Het
-instroomende water vloeit ergens weer door een spleet weg. Hier als in
-de blauwe oogen van Jupiter <span class="pagenum">[<a id="pb57" href=
-"#pb57" name="pb57">57</a>]</span>overtreft de heerlijke
-doorschijnendheid van het water alles wat men zien kan. De kleine
-wolken aan den hemel worden op de oppervlakte teruggekaatst en in de
-diepte ziet men overeenkomstige, wolkachtige beelden van de zachte en
-glibberige, in allerlei bochten en rondingen omhoog dringende en
-groeiende travertijn-gesteenten. De fijnste trekken van dezen bron kan
-men op groote diepte zien, en allerlei voorwerpen, als takken en
-bladeren van boomen, ziet men er liggen, reeds bedekt door een fijne,
-groeiende kalklaag, maar nog goed herkenbaar. Hier en daar neemt het
-levende travertijn bruine en blauwe, gele en roode tinten aan, in
-onnoemelijke schakeeringen. Het kleurenspel is even zacht en boeiend
-als het onuitputtelijk is.</p>
-<p class="par">Na deze zeer onvolledige beschrijving kom ik tot de
-bespreking van de verklaring der behandelde verschijnselen. Allereerst
-wil ik dan trachten de levenswerkingen van het travertijn te
-beschrijven, om eerst daarna de aandacht te vestigen op de bronnen van
-het water en van de kalk, en vooral op de bron van de warmte.</p>
-<p class="par">In kalkhoudend water pleegt de kalk door middel van
-koolzuur te zijn opgelost. Verdwijnt dit, zoo slaat de kalk neer. Nu
-zijn er in het algemeen twee middelen, die het koolzuur uit water
-kunnen doen verdwijnen. Allereerst de gewone verdamping. Zooals
-iedereen weet verdampt uit ons duinwater het koolzuur, als dit water
-eenvoudig open aan de lucht staat, en wel des te sneller naarmate het
-warmer is. Uit het water der heete bronnen kan dus het koolzuur
-ontwijken, zoodra het aan de oppervlakte komt. Maar als er een overmaat
-van dit gas in het water is opgelost, behoeft de kalk <span class=
-"pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>dan nog
-niet neer te slaan, zooals zij bij het staan van duinwater aan de lucht
-doet, of zooals blijkt uit de ketelsteen, die zich bij het koken van
-water vormt.</p>
-<p class="par">Het tweede groote middel, om koolzuur aan het water te
-onttrekken, is het leven van planten. Het hoofdverschijnsel toch van de
-voeding is juist het opnemen van dit gas en de verwerking er van tot
-organische stof. De planten zijn hongerig en zouden gaarne veel meer
-koolzuur nuttigen dan het water hun aanbiedt. Zij nemen dus ook de
-laatste sporen er van op. Dientengevolge doen zij de kalk volledig
-neerslaan. Dit neerslaan kan dan in of buiten de plant geschieden. Het
-weefsel kan met kalk doortrokken worden, of het geheele gewas wordt
-door een korst omgeven, of de kalk slaat in vlokken neer en zinkt op
-den bodem. Onze gewone kranswieren doortrekken hun lichaam met de
-neergeslagen kalk en worden daardoor witachtig en bros; men kan ze
-haast niet drogen zoo bros zijn ze. Allerlei andere wieren verkalken op
-deze wijze, zonder dat dit aan hun leven of aan hun groei schaadt, en
-aan de kusten van Normandi&euml; vindt men zelfs wieren, die er uitzien
-als witte en fijn vertakte koralen, en die geheel hard en kalkachtig
-schijnen te zijn. Maar het microscoop doet overal de levende cellen
-tusschen de afgezette kalkmassa&rsquo;s zien. Aan de kusten van warme
-zee&euml;n vindt men zulke wiersoorten, die zooveel kalk bevatten, dat
-men ze eenvoudig voor een deel van den rotswand of voor steentjes in
-het zand houdt, en het geslacht <span class="corr" id="xd23e577" title=
-"Bron: Lithothammion">Lithothamnion</span> of steenwier is een van de
-meest bekende en vormenrijkste onder hen.</p>
-<p class="par">Zoo is het ook in de bronnen van Mammoth Hot Springs.
-Nagenoeg alle kalk wordt door wieren afgezet, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>en het
-microscoop toont in de jonge groeiende lagen overal de groene, levende
-cellen.</p>
-<p class="par">De geheele travertijn-rots, eenige mijlen lang en
-honderden meters hoog, is het product van de werkzaamheid dier wieren,
-evenals koraalriffen en de daaruit ontstane gebergten het resultaat van
-de werkzaamheid der koraaldieren zijn. Maar de wieren, die het
-travertijn voortbrengen, zijn over het algemeen zeer eenvoudig van
-structuur en behooren tot de laagste afdeelingen. Het zijn deels
-draadbacteri&euml;n, deels gekleurde vormen, die daarmede nauw verwant
-zijn.</p>
-<p class="par">Een van de meest vreemde verschijnselen is, dat deze
-wieren bestand zijn tegen warmtegraden, die andere wieren en hoogere
-planten niet verdragen kunnen zonder te sterven. Elk blad en elke bloem
-sterft dadelijk, als men ze dompelt in het water der heete bronnen.
-Slap en verflenst komen zij er uit. Maar de kalkwieren dezer bronnen
-kunnen er tegen. Natuurlijk echter in zeer verschillende mate. Er zijn
-er enkele, die zelfs in het warmste, bijna kokende water groeien en
-tieren, en andere, die af moeten wachten tot het water afgekoeld is tot
-juist op die graden, die voor het gewone leven de uiterste grenzen
-vormen. Maar op die grenzen tieren zij dan ook bij voorkeur. In het
-algemeen kan men zeggen dat het de kleurlooze, witte of lichtgele
-draadbacteri&euml;n zijn, die die hoogere temperatuur verdragen,
-terwijl zoodra een groene of daarmede verwante kleur de organen voor de
-voeding doortrekt, de temperatuur niet hooger mag zijn, dan de hoogste
-grenzen voor het gewone plantenleven.</p>
-<p class="par">De wanden der kokende vijvers en het eerste begin der
-overvloeibeekjes zijn dus het gebied der draadbacteri&euml;n, terwijl
-in de volgende bassins en in hun <span class="pagenum">[<a id="pb60"
-href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span>latere overvloei&iuml;ngen de
-groene en roode en bruine en gele wieren in alle schakeeringen van den
-regenboog, tot bijna zuiver zwart toe, welig tieren. Ginds het
-zuiverste wit, hoogstens in licht zwavelgeel overgaand, hier een
-rijkdom van fraaie en meestal schitterende kleuren, in de grootste
-wisseling die men zich denken kan.</p>
-<p class="par">Het kookpunt van water ligt, op de hoogte waarop het
-geheele Yellowstone-park gelegen is, niet zooals bij ons, bij 100&deg;
-C. of 212&deg; Fahrenheit. Het is aanzienlijk lager en bedraagt slechts
-92&deg; C. of 198&deg; Fahr. De hoogste temperaturen, waarbij wieren
-levend gevonden werden, waren omstreeks 85&deg; C. of 185&deg; Fahr.,
-dus slechts weinige graden lager dan het kookpunt. Het zijn
-verschillende soorten van draadvormige bacteri&euml;n, waarvan sommige
-de witte golvende wanden van de vijvertjes bekleeden, en andere in
-lange, buigzame en door de stroompjes heen en weer bewogen draden van
-meest bleek gele kleur in de overvloeibeekjes gezien worden. Onder de
-laatste speelt vooral de zwavel-bacterie of Beggiatoa (zoogenoemd naar
-een Italiaansch plantkundige) een hoofdrol. Zij ontleedt de zwavelzure
-zouten, maakt de zwavel vrij, zet die in korreltjes in haar cellen af
-en verkrijgt daardoor haar gele kleur. Zij leeft in water van
-150&mdash;165&deg;. Hoogere temperaturen verdragen Leptothrix laminosa
-(135&mdash;185&deg; F. = 58&deg;&mdash;85&deg; C.) en Phormidium
-(165&deg; F.)</p>
-<p class="par">De gewone levensgrens voor planten ligt omstreeks
-50&deg; C. of 120&deg; Fahr. Zoodra het water een lageren warmtegraad
-bereikt heeft, laat het den groei van eigenlijke wieren, met echt
-bladgroen, toe. Talrijke soorten, alle met een zeer eenvoudigen
-cellenbouw, worden dan aangetroffen. Zij behooren tot verschillende
-<span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name=
-"pb61">61</a>]</span>geslachten, als Chro&ouml;coccus, Gloeocapsa en
-andere; ja, zelfs enkele met onze gewone flab verwante soorten van
-Conferva, zijn in heete bronnen waargenomen. Het zou mij echter te ver
-voeren hier op de namen of de kenmerken dier wieren te willen ingaan.
-Zij bestaan meest uit kleine ronde of rondachtige cellen, die onderling
-tot draden en vliezen vereenigd zijn. Voor hun beteekenis voor de warme
-bronnen is vooral van belang dat zij in soms dikke slijmlagen gehuld
-zijn, en het is een zeer merkwaardige ondervinding, als men de
-allerbuitenste laag van de travertijn-massa niet alleen gekleurd ziet,
-maar ook op het gevoel als een zachte gelei gewaar wordt. Maar men moet
-zijn vingers daartoe steken in water dat zoo heet is, dat men zich
-branden zou als men er even te lang in bleef.</p>
-<p class="par">Al deze wieren nu maken samen het travertijn. En daar de
-eene soort draadvormig en de andere vliezig is, de een in opstaande
-lijsten en de ander in vlakke overtreksels groeit, daar er verder in
-stil water meer opstaande koraaltjes en in stroomend water meer lange
-draden ontstaan, en er allerlei andere kleine verschillen in hun
-levenswijze zijn, kan men de eigenaardigheden van randformatie en
-bassinvorming, van stalactieten en orgelpijpen en van allerlei andere
-zeer fraaie trekken gemakkelijk verklaren. Ik wensch dit echter uit te
-stellen tot de beschrijving van enkele der merkwaardigste bronnen.</p>
-<p class="par">Over den oorsprong van het heete water wil ik kort zijn,
-te meer omdat ik daarop bij de bespreking der geysers uitvoerig
-terugkom. Op de hoogere bergen valt de regen, en het water wordt voor
-een deel in den humusachtigen bodem der bosschen teruggehouden. Hier
-belaadt het zich met het koolzuur dat in dien <span class=
-"pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" name="pb62">62</a>]</span>humus
-rijkelijk ontstaat. Een volgende regenbui doet het in den ondergrond
-verdwijnen, waar het door de spleten in de rotsen ver in de diepte kan
-komen. Bestaat nu dit rotsgesteente uit kalk, zoo belaadt zich het
-koolzuurhoudende water daarmede, terwijl het verder vloeit. Dringt het
-in lagen die door de onderaardsche warmte tot 100&deg; C. en hooger
-verwarmd zijn, zoo kan het die temperaturen aannemen, en dus, als het
-later weer te voorschijn treedt, dit doen in den vorm van heete
-bronnen. Deze beweging van het water is, afgezien van de
-temperatuurverschijnselen, geheel overeenkomstig met wat elders, vooral
-in streken van kalkgebergten, gezien wordt. Iedereen weet dat in de
-Grotte de Han de rivier aan de eene zijde den berg instroomt, om door
-de onderaardsche grotten, gangen en spleten, aan de andere zijde weer
-te voorschijn te komen. Op dezelfde wijze verzamelen zich de wateren
-van Mammoth Hot Springs voor een groot deel in onderaardsche spleten,
-en bij het terras van Cleopatra kan men ze, zooals ik reeds gezegd heb,
-rechtstreeks daarin zien verdwijnen. Al dat water, dat tijdelijk aan de
-lucht geweest is, als het ware met het doel om zijn kalk af te zetten,
-verzamelt zich tot een onderaardschen stroom, die dwars onder de bergen
-door, met een verval van 200 meters en over een afstand van meer dan
-een mijl naar de Gardiner-rivier stroomt om zich daar als een waterval
-van heet water in dien hoofdstroom uit te storten. Die watervallen
-worden aan de toeristen onder den naam van Boiling-river<a class=
-"noteref" id="xd23e605src" href="#xd23e605" name="xd23e605src">18</a>
-vertoond.</p>
-<p class="par">Een zeer belangrijk punt is de vraag, waar de kalk
-vandaan komt. En wel vooral, waar zooveel kalk <span class=
-"pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span>vandaan
-komt dat een gebergte van enkele mijlen gaans en van een hoogte van
-honderden meters daarvan in den loop der tijden kan zijn opgebouwd.
-Natuurlijk moet een ongeveer even groote rotsmassa daartoe opgelost en
-weggevoerd geworden zijn. Geheele gebergten moeten verbruikt zijn, om
-het materiaal voor de nieuwe travertijn-bergen te leveren. Dit is, hoe
-onverwacht misschien voor sommige lezers, toch een uiterst eenvoudige
-en volkomen zekere gevolgtrekking. Maar verder kan men zeggen, dat die
-oplossing in de diepte en niet aan de oppervlakte is geschied, daar het
-water zich daartoe steeds eerst in de humus-lagen van koolzuur moest
-voorzien. Er moeten dus uitgestrekte grotten ontstaan zijn, zooals die
-trouwens bijna overal in kalkgebergten worden aangetroffen. Wellicht
-bestaan er in den omtrek van Mammoth Hot Springs nog dergelijke
-grotten, en wellicht vormen zij, met hun stalactieten en stalagmieten,
-even groote wonderen als de Hot Springs zelven. Maar zij zijn nog niet
-ontdekt, en daar de zorgen voor het behoud van het park voor diepgaand
-onderzoek niet bevorderlijk zijn, zullen zij wellicht nog lang onbekend
-blijven.</p>
-<p class="par">Zulke uitgestrekte grotten echter, als hier noodig
-geweest zijn, zullen wellicht gevolgd zijn door instortingen, die hun
-wanden en gewelven in groote steenblokken omlaag wierpen. Men zou dan
-een berghelling krijgen, overladen met huisgroote blokken, scherp
-gebroken en niet afgerond, uit lagen van kalk bestaande en nu eens met
-de lagen schuin, dan weer met de lagen vertikaal neergeworpen, te groot
-en te talrijk om op die wijze door een gletscher te zijn vervoerd.
-Werkelijk vertoont men u, op den rijweg ten zuiden van Mammoth Hot
-Springs, zulk een terrein. Een klein <span class="pagenum">[<a id=
-"pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>halfuur rijdt men
-tusschen die gevallen reuzen door. Het is de streek bekend als
-&ldquo;Silvergate and the Hoodoos.&rdquo; Silvergate<a class="noteref"
-id="xd23e616src" href="#xd23e616" name="xd23e616src">19</a> om de
-glinsterend witte kleur der rotsblokken, die ter weerszijden van den
-weg op elkander gestapeld liggen. Hoodoos om de vreemde vormen, die in
-de avondschemering op sommigen den indruk van rondzwervende berggeesten
-kunnen maken. Over meer dan een halve vierkante mijl liggen deze
-blokken op de helling van den berg, als ru&iuml;nen van ongeziene
-trotsche zalen en gewelven.</p>
-<p class="par">Van de plaatsen die men bezoekt, is alleen Mammoth Hot
-Springs op kalkgebergten gelegen; verder gaat de reis over en tusschen
-de vulkanische gesteenten, wier hoofdbestanddeel geen kalk maar kiezel
-is. Al de geysers en al de warme bronnen van het park, behalve deze
-eene groep, hebben dus kiezelhoudend water; zij zetten sinters af en
-geen travertijn.</p>
-<p class="par">Daarmede is echter ook de boomgroei en de flora een
-andere, evenals ook in Europa de kalkstreken gemakkelijk aan zeer
-bizonderen, meest zeer bloemrijken plantengroei te herkennen zijn. De
-zwarte den, die elders de bosschen vormt, is hier zeldzaam; de soorten
-die elders zeldzaam zijn, vormen hier het eigenlijke bosch. De gewone
-boomen zijn hier de witte den, Pinus flexilis, met naalden in
-bundeltjes van vijf, met een witte schors en met kegels zoo groot als
-onze zee-den. Het is een heel werk voor een eekhoorntje zulk een kegel
-af te knagen; ik zag er een daarmede bezig, terwijl ik vlak bij hem
-bleef staan. De sparren zijn hier vooral Pseudotsuga mucronata of de
-Douglas-spar, met kleinere kegels met zeer fraaie aanhangsels aan de
-<span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name=
-"pb65">65</a>]</span>schubben. Als onderhout vindt men, manshoog en tot
-heele boomen opgroeiend, den rooden ceder of Juniperus virginiana, en
-verder een Elaeagnus met roode maar bittere bessen, een kruisbes met
-kleine, sterk zure bessen, een heesterachtige boschbes, gelijkende op
-den Vaccinium uliginosum, den kruipenden ceder of jeneverbes, Juniperus
-Sibirica, en een groot aantal kleine bloemplanten, die in Augustus
-echter grootendeels reeds uitgebloeid waren.</p>
-<p class="par">Ik geef thans eene beschrijving van mijne eigen
-waarnemingen over den groei der wieren, en de wijze hoe zij de
-terrassen en de formati&euml;n voortbrengen. Slechts een drietal dagen
-kon ik de bronnen bezoeken, en mijn bespreking is uit den aard der zaak
-onvolledig en oppervlakkig. Maar ik hoop, dat zij voldoende moge zijn,
-om aan mijn lezers een denkbeeld van dit hoogst merkwaardige
-verschijnsel te geven, waar de opbouw van rotsen en bergen het
-resultaat is van de nog steeds voortgaande werkzaamheid van het
-plantenleven.</p>
-<p class="par">Verhit door de onderaardsche warmte en bezwangerd met
-kalk komt dus het water in de Mammoth Hot Springs te voorschijn. Door
-talrijke spleten komt het omhoog om over de oppervlakte weg te vloeien
-of vijvers te vormen, die door haar helder, donkerblauw water het oog
-boeien. In het midden van zulk een vijver of soms ook aan den rand,
-ziet men de heete bron, die opborrelt en kookt en zoodoende het water
-van den vijver verhit. Dit verdampt snel en dichte nevelen hangen over
-het watervlak of worden door den wind weggedreven. Onaangenaam warm als
-men te dicht in hunne nabijheid komt, zijn die nevelen nog op verren
-afstand zichtbaar.</p>
-<p class="par">Het water koelt natuurlijk allengs af, snel waar het
-<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name=
-"pb66">66</a>]</span>in een dunne laag over den grond wegvloeit,
-langzaam waar het als kokende beekjes stroomt, of in de vijvers en
-holten blijft staan. Bij dat afkoelen zet zich de kalk af, vooral ook
-omdat zij opgelost is door middel van koolzuur, dat uit het heete water
-verdampt. Maar de eigenaardige structuur van de oppervlakte der
-heuvels, waaruit deze bronnen te voorschijn komen, is niet aan die
-eenvoudige afzetting te danken. Integendeel, zij is het werk van
-levende planten, kleine, maar in geweldige massa voorkomende wiertjes,
-die de kalk in hun weefsel vast doen worden en zoo als het ware
-zichzelve doen versteenen.</p>
-<p class="par">Van die wieren zijn de meeste bruin, andere zijn groen
-in verschillende tinten, van licht geel-groen tot helder groen en
-donker smaragd-groen. Al die kleuren ziet men op de door het heete
-water bevloeide vlakken in de bontste mengeling. Daarenboven komt nog
-een kleurloos of hoogstens bleek geelachtig gewas voor, dat geheel
-andere eigenschappen heeft en ook een geheel andere rol speelt. Het
-groeit in bundels van lange, slappe, in de stroompjes heen en weer
-wiegelende draden.</p>
-<p class="par">Deze twee groepen zijn in vele opzichten verschillend.
-De eerstgenoemde, die de randen der bassins vormen en die ik dus
-randwieren zal noemen, leven bij temperaturen die wel hoog zijn, maar
-die toch door vele andere planten, zij het soms ook slechts tijdelijk,
-kunnen verdragen worden. Het zijn, zooals ik reeds zeide, temperaturen
-van 45&ndash;50&deg; C. en lager. Ik zal water van die temperaturen
-warm noemen en wat daarboven is heet. Wel is 45&ndash;50&deg; zeer warm
-en brandt men zijn vingers als men ze er een poosje in houdt, maar het
-is een gemakkelijke wijze om een duidelijk verschil te <span class=
-"pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span>maken.
-In wat ik heet water noem sterven nagenoeg alle planten en ook vele
-randwieren. Maar daarin kunnen de draadwieren leven en wel tot graden,
-die soms vrij dicht bij het kookpunt van water komen. Dit kookpunt is
-hier trouwens, zooals ik reeds zeide, veel lager dan bij ons. Het is
-dus een zeer bizondere en in het plantenrijk zeldzame eigenschap, die
-de draadwieren in staat stelt in dit heete water te leven.</p>
-<p class="par">De randwieren verdienen dien naam om de wijze waarop zij
-groeien. Deze groei toch is de oorzaak van de geheele formatie en
-vooral van het ontstaan van terrassen. De wieren groeien op den bodem
-der vijvers als erwtgroote geleiachtige vlokken, soms iets grooter
-wordende en gekleurd al naar gelang van de soort. Hier en daar zag ik
-die vlokken aan de oppervlakte drijven, tengevolge van kleine
-gasbelletjes, die de zuurstof bevatten, welke zij uit het koolzuur vrij
-maken. Soms hangen zij in een dichte laag tegen het watervlak aan. Ik
-zag dit vooral in Bathing lake, dat een vrij groot meertje is, waarvan
-de heete bron op een plaats aan den rand ligt. Op de meest verwijderde
-plaatsen is het water dus vrij koel en gaat de ontwikkeling der wieren
-langzaam, zoodat men de verschillende processen goed kan volgen.</p>
-<p class="par">Zet nu zulk een wierkogeltje kalk af, doordat het het
-oplossingsmiddel der kalk, het koolzuur verbruikt, dan wordt het
-allengs zwaarder en zinkt het op den grond. Zinkt het diep, dan zal het
-de voorwaarden van zijn groei moeilijker vinden; is de plaats ondiep,
-dan zal het sneller groeien. Dit groeien bestaat dus in dubbele
-werkzaamheid van grooter worden en verharden. De meest ondiepe plaatsen
-zijn natuurlijk bij den rand, en zoo ontstaat langs den rand een soort
-<span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name=
-"pb68">68</a>]</span>van levende wal, die voortdurend groeit. Men heeft
-berekend, dat zulk een wal omstreeks 1 cM. in een maand hooger kan
-worden. Dit zal ten slotte er toe leiden, dat de rand boven het water
-gaat uitsteken. Maar de bron voert voortdurend meer water aan, en dus
-zal het water over den rand heen vloeien. Aanvankelijk is dit voor den
-groei van den rand gunstig, maar de rand kan onmogelijk overal even
-hoog blijven. Zoodra de lijn ongelijk wordt, vloeit het water bij
-voorkeur of uitsluitend over de lagere gedeelten, en zoo worden deze
-verhoogd. Op die wijze worden verschillen in de hoogte van den rand
-steeds door den groei der wieren zelven vereffend en groeit dus ten
-slotte de rand gelijkmatig omhoog.</p>
-<p class="par">Tevens groeit de rand sneller dan de wieren op den bodem
-van den vijver en dit heeft ten gevolge, dat de vijver allengs dieper
-wordt. Feitelijk wordt hij niet dieper, daar zijn bodem steeds hooger
-wordt, maar aangezien de rand sterker toeneemt, wordt toch de waterlaag
-langzamerhand dikker.</p>
-<p class="par">Dit beginsel van randvorming ziet men op de terrassen
-van de Hot Springs overal en in alle graden ontwikkeld. De meest
-eenvoudige en ook meest algemeene wijze is de vorming van verheven
-ribbels. Vloeit het kalkhoudend water over een zachte helling omlaag,
-zoodat het nergens blijft staan, dan bekleedt zich die helling geheel
-met de beschreven wieren. Eerst gelijkmatig, maar weldra uit zich de
-neiging om randen te maken en groepeeren zich de wieren in kronkelende
-en ineenslingerende lijnen, die het oppervlak in kleine mazen verdeden.
-Deze mazen zijn dikwijls kleiner dan een gulden, en altijd smal en
-links en rechts in punten uitloopend, want de dammetjes staan dwars op
-de <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name=
-"pb69">69</a>]</span>richting waarin het water vloeit. Dit is juist de
-grondslag voor het maken van randen. Men kan gerust zeggen dat de
-geheele rotsmassa, die eenige bunders bedekt, met dit fijne netwerk
-overtrokken is. Men ziet het overal, waar het water in een dunne laag
-over de oppervlakte stroomt, hetzij deze zwak helt of steil omlaag gaat
-of zelfs een vertikalen wand vormt. Men ziet het in allerlei kleuren,
-meestal bruin en roodbruin, soms in de verschillende tinten van
-groen.</p>
-<p class="par">Waar thans geen water vloeit, heeft dit vroeger gevloeid
-en is de oppervlakte met dezelfde ribbels dicht bedekt. Het is als een
-soort van fluweel. Blijft een gedeelte echter lang droog, dan slijt het
-oppervlak, deels door regen, deels door plantengroei, deels, en
-misschien vooral, door de menschen die er op loopen. Het wordt dan tot
-een krijtwitte, poederachtige massa. Maar dit slijten gaat niet zoo
-snel, of overal vindt men langs de voetwegen en ook er op, de sporen
-van de opstaande randen.</p>
-<p class="par">Het is gemakkelijk te begrijpen, hoe een rand allengs in
-een terras verandert. Het doet er niet toe hoe groot de vijver is, maar
-de meeste dier vijvertjes zijn slechts enkele vierkante meters groot.
-Vloeit nu het water nu eens hier dan weer daar over den rand, dan is de
-rand de plaats van den snelsten groei. Het water wordt er als het ware
-even opgehouden door de glibberige, geleiachtige wiermassa, die er de
-kalk en het koolzuur grootendeels uithalen. Dan vloeit het water over
-den rand heen, loodrecht naar omlaag en dus veel sneller; daarenboven
-heeft het niet meer zooveel kalk in oplossing. De groei der wieren over
-die loodrechte vlakten gaat dus slechts langzaam, en terwijl de rand
-jaarlijks zeer merkbaar hooger wordt, groeit de wand onder hem
-<span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name=
-"pb70">70</a>]</span>haast niet aan. Men ziet nu, hoe dientengevolge de
-rand vertikaal omhoog groeit, en dit is dan ook een algemeen karakter,
-zoowel voor de tallooze handhooge randen, die overal op de hellingen
-voorkomen, als voor die eigenaardige terrasvorming, die zoozeer de
-aandacht trekt. Horizontale terrassen met vertikale wanden staan boven
-elkaar op de oude heuvelhelling, die zij in een reuzentrap, met treden
-van een meter en meer veranderen. Maar elk terras is een vijvertje, dat
-wel allengs zijn bodem met nieuwe kalkwierlagen bedekt, maar toch,
-zoolang alles levend blijft, met water gevuld blijft.</p>
-<p class="par">De vertikale wanden van die terrassen zijn soms uiterst
-fraai. Meest wit of zeer licht bruin, omdat de groei der wieren er
-slechts langzaam is, en altijd met de tallooze dwarsribbeltjes bezet,
-die van nabij beschouwd week en bros, d.w.z. geleiachtig en met
-kalkkorrels doortrokken, en niet zelden rose van kleur zijn. Soms is de
-loodrechte wand overigens vrij vlak, soms echter ook gevormd als een
-orgel, met tallooze pijpen, of liever als een reeks van afhangende
-stalactieten op dunne en steile stalagmieten rustende. Want in hun
-midden vertoonen deze kolommen dikwijls eigenaardige versmallingen.</p>
-<p class="par">Hier en daar ziet men de levende, nog vochtige terrassen
-met de warme bron of groep van bronnen die ze voedt, alles nog in
-vollen groei en in krachtige werking. Deze zijn het voornamelijk, die
-met bizondere namen worden aangeduid, en waarheen de bezoekers bij
-voorkeur worden geleid. Maar er zijn tallooze terrasvormingen die
-geheel droog en dood zijn, en waarin de vijvertjes nu eens nog diep,
-dan weer met afval en stuivende kalk aangevuld zijn. Ook slijten de
-wanden <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name=
-"pb71">71</a>]</span>en de randen allengs, en gaat dus het fijne en
-sierlijke op den duur verloren. Heeft men eenmaal echter het verband
-tusschen die droge en de nog vochtige terrassen goed begrepen, dan
-vindt men dezelfde formatie op dezen geheelen berg telkens en telkens
-weer terug.</p>
-<p class="par">Het warme water komt door spleten in de onderliggende
-rotsen omhoog. Elk gesteente is min of meer gespleten, maar het
-vermogen van water, om zoo het voldoende koolzuur bevat, een
-overeenkomstige hoeveelheid kalk op te lossen, maakt hier de spleten
-waarin het water loopt allengs wijder. Het worden geheele kloven en
-grotten. Trouwens alle kalk die hier op de oppervlakte wordt afgezet,
-moet ergens in de diepte zijn opgenomen. Vloeit het water nu uit zulk
-een spleet, hetzij in een vijver, hetzij over een helling, dan
-ondergaat die spleet voortdurend verandering. Want het oplossen van
-kalk verbrokkelt het gesteente, en doet blokken invallen. Zoo kan men
-zich voorstellen dat vroeg of laat een spleet verstopt raakt. Het water
-moet dan een anderen uitweg zoeken; de formati&euml;n van de vroegere
-spleet drogen uit en groeien niet meer, en elders beginnen nieuwe zich
-te vormen. Dit kan natuurlijk gebeuren buiten het tegenwoordige gebied
-der gewone werkzaamheid, en dan krijgt men zulke ge&iuml;soleerde
-kraters als bv. den oranje-geyser, dien ik straks nader beschrijven
-zal. Of het gebeurt binnen het oude gebied, en de afgezette lagen
-worden door nieuwe barsten geopend.</p>
-<p class="par">Daartoe bestaat trouwens alle gelegenheid. Want de
-werkzaamheid der randwieren leidt niet tot de vorming van een compacte
-rotsmassa, maar tot het ontstaan van dunne, meest niet meer dan
-vingerdikke schalen en lagen. Overal waar de grond afbrokkelt kan men
-<span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name=
-"pb72">72</a>]</span>dit zien. Het is waarschijnlijk een gevolg van de
-periodische werkzaamheid, die zelf weer een gevolg is van het feit dat
-het water over den wierenrand nu eens hier en dan weer daar
-overvloeit.</p>
-<p class="par">De beschreven oorzaak moge de meest algemeene zijn voor
-de kleine spleten tusschen de schalen, voor de grootere en zeer groote
-spleten geeft zij geen voldoende verklaring. Deze moet gezocht worden
-in de neiging der randwieren om niet alleen vertikaal omhoog te groeien
-maar ook horizontaal over den vijver heen zich uit te breiden.
-Drijvende wiertjes aan den rand, die niet gaan zinken als zij zich met
-kalk beladen, maar aan den rand aansluiten en met dezen allengs vast
-worden, zijn het begin van deze vorming. Zij groeien op de wijze van
-die paddestoelen, die men zoo dikwijls uit rottende boomstammen ziet
-uitgroeien als platte korsten met een opbouw uit evenwijdige kringen.
-Hun rand is dan de laatste en jongste kring. Zoo is het ook hier.
-Dezelfde zonen ontstaan, met een witte rand en bruine binnenkringen in
-allerlei tinten. Op Minerva-terrace ziet men een bron, als een helderen
-blauwen en vrij diepen vijver, door een aantal stellen van zulke
-horizontaal groeiende randen omgeven; de meer verwijderde zijn
-ontstaan, toen het water nog hooger stond, en die aan het water grenzen
-natuurlijk het laatst.</p>
-<p class="par">Deze horizontale groei neemt nu soms zeer aanzienlijke
-afmetingen aan. Ik zag daarvan verscheidene bewijzen. Het fraaist was
-echter een warme bron, v&oacute;&oacute;r en lager dan het
-Minerva-terrace. Het water was weder helder en donker blauw, de vijver
-had verscheidene meters in omtrek en in zijn midden borrelde het
-kokende water omhoog. Maar dat midden was volgegroeid, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>er stond
-een kleine krater met een centrale holte waaruit stoom en water kwamen.
-Rondom was die krater ver uitgegroeid tot een vlies, dat over het water
-zich uitbreidde. Aan de eene zijde had dit vlies den rand van den
-vijver al bereikt. Gelukkig was alles nog overvloeid en in vollen
-groei, in witte en bruine en groene kringen. Want het was een broos
-oppervlak, dat bij betreden in zou zakken en plaats maken voor het
-kokende vocht. Doch het betreden van al deze natuurwonderen is
-verboden.</p>
-<p class="par">Aan de andere helft van dezen vijver was het middenvlies
-over het water heen tot bijna aan den rand gekomen, een waterlijn van
-10&ndash;40 cM. breedte vrij latend. Door deze lijn heen kon men in de
-diepte kijken, en ook de groene vlokken van wieren aan de onderzijde
-van het vlies zien.</p>
-<p class="par">Het vlies was aan den rand nog papierdun, doch naar het
-midden toe veel dikker, het groeide van boven en van onderen
-gelijkmatig aan, en het scheen niet lang meer te behoeven te duren,
-voordat deze vijver rondom gesloten zou zijn.</p>
-<p class="par">Wordt nu vroeger of later de toevoer tot zulk een bron
-afgesloten, dan blijft de spleet. In grootere vijvers kunnen zulke
-spleten veel langer worden. Overal in het droge gesteente vindt men die
-spleten. Hier en daar zijn ze ingetrapt of door een andere oorzaak
-geopend zoodat men ze zien kan. En van zeer kleine tot zeer groote
-spleten ziet men alle overgangen. Overal vindt men ze, meest in schuine
-richting omlaag gaande. Cupid&rsquo;s Cave is zulk een spleet, die
-zijdelings in een loodrechten wand wijd openstaat, en Devil&rsquo;s
-Kitchen is er een, die ik reeds genoemd heb en die enkele tientallen
-meters lang is en omstreeks 13 meter diep. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span>Van ons
-gezelschap klommen een aantal personen langs ladders in deze spleet af,
-die juist wijd genoeg daarvoor was. In zulke spleten is onderaan niet
-zelden een koolzuurrijke lucht aanwezig, die vogels en andere dieren
-kan doen verstikken en op bepaalde bronnen van koolzuur wijst. Trouwens
-koolzuuruitwasemingen uit den grond gaan zeer dikwijls met vulcanische
-werkingen gepaard.</p>
-<p class="par">Hoe dik de kalkafzettingen van deze wieren zijn, vond ik
-niet opgegeven. Gewoonlijk meent men, dat de geheele berg
-z&oacute;&oacute; ontstaan is, en overal in den omtrek vindt men sporen
-van denzelfden bouw uit dunne lagen en schalen. De afzettingen liggen
-echter op het uiteinde van een uitlooper van een heuvelenreeks, en zijn
-dus waarschijnlijk op een heuvelkam ontstaan.</p>
-<p class="par">Om op de vliesvorming op de oppervlakte van het water
-terug te komen, merk ik op dat dit vlies, zoover het met het heete
-water in aanraking is, bijna altijd geheel wit is. Dit wijst er op dat
-het niet de randwieren zijn, die het grootste aandeel aan den snellen
-groei van dit vlies hebben, maar de draadwieren. Men ziet dan ook
-dikwijls een draderige structuur, de draden loopen evenwijdig en naar
-den rand toe, zoodat de lengtegroei van elken draad tot de voortzetting
-van den rand bijdraagt. Op enkele plaatsen zag ik zoo van
-&eacute;&eacute;n punt uitgaande een waaier van draden over de
-oppervlakte uitstralen. Of liever over wat de oppervlakte geweest was,
-want de watertoevoer was, tijdens mijn bezoek, zoo klein, dat het
-vijvertje droog was. De bodem was vlak en bezaaid met koraalvormige
-wiergroepen, wit van de kalkmassa waarin zij zich gedompeld hadden. Het
-waaiervormige dradenvlies lag rustig op die koraaltjes. En dicht er bij
-waren dergelijke <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name=
-"pb75">75</a>]</span>vormingen, deels jonger en nog bevloeid en
-groeiend, deels <span class="corr" id="xd23e691" title=
-"Bron: onder">ouder</span> en ten deele vergaan. Zulke fijne vormingen
-moeten wel vernietigd worden als zij door een hagelbui met grove
-hagelsteenen getroffen worden, zooals op den avond na mijn bezoek. En
-eveneens moeten de herhaalde heftige regens en onweersbuien veel tot
-het afslijten bijdragen.</p>
-<p class="par">Vele spleten zag ik in de droge gedeelten. Maar een
-aantal vond ik ook op de bevloeide plaatsen, en dan daalde het water in
-een dikken stroom in de spleet af, om in den ondergrond te verdwijnen,
-en waarschijnlijk, met nieuwe kalk beladen, elders weer voor den dag te
-komen. Zoo bijvoorbeeld aan Marble-terrace.</p>
-<p class="par">De fraaiste vijvers zijn die van het Jupiter-terrace.
-Het zijn twee groote diepe vijvers van prachtig donker blauw water, dat
-zoo heet is, dat het de boven beschreven dampen en nevels geeft, en dat
-overal in de vijvers, die tientallen van quadraat-meters groot zijn, de
-bodem en binnenranden zuiver wit zijn, en dus geen randwieren maar
-slechts draadwieren bevatten. Over de randen vloeit het water deels
-loodrecht omlaag, aan de andere zijde echter over een uitgebreide
-vlakte, waar het groote terrassen met lage randen maakt. Hier koelt het
-voldoende af, om den geheelen bodem zich met bruine en groene wieren te
-doen bedekken. Vallen in zulke koelere vijvertjes naalden of geheele
-takken van dennenboomen en roode ceders, dan worden die allengs met
-wieren overgroeid en met een kalklaagje omkleedt evenals bij ons in het
-meertje van Rockanje. Kunstmatig ingebrachte voorwerpen kan men op deze
-wijze ook laten incrusteeren. Verderop is het water soms zoover
-afgekoeld, dat grassen en lage soorten van biezen er aan groeien
-kunnen. <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name=
-"pb76">76</a>]</span></p>
-<p class="par">De eigenaardige groeiwijze der randwieren geeft nog tot
-een ander merkwaardig verschijnsel aanleiding, als namelijk de randen
-zeer hoog worden. Het zijn de kegels en schoorsteenen. Kegels heeten
-zij als de holte betrekkelijk klein is, schoorsteenen als die in
-verhouding tot den rand groot is. De namen hebben betrekking op de
-droge toestanden, maar men vindt dezelfde gevallen ook met een warme
-bron er in. Een schoorsteen van omstreeks een meter hoogte wordt den
-toeristen vertoond, en kegels ziet men op verschillende plaatsen.</p>
-<p class="par">Als de travertijnrotsen lang droog zijn en verweeren,
-herneemt de plantengroei zijn rechten. Eerst komen gras en kleine
-bloemplanten, daarna komen heesters en boomen, en geheele bosschen van
-den Yellowstone-den (Pinus Murrayana) staan op dezen berg. Maar als
-zich dan dicht bij en iets hooger dan het bosch een nieuwe spleet
-opent, en haar heete water over den grond van het bosch uitspreidt, kan
-zij het geheele bosch dooden. Niet door de warmte van het water, want
-dat is op dien afstand van de bron voldoende afgekoeld om onschadelijk
-te zijn. Maar omdat de grond met een verhardende korst van kalk wordt
-bedekt, die ten slotte den bodem geheel van de lucht afsluit zoodat
-daaronder de wortels sterven, en dus ook de boomen te gronde gaan.
-Angel&rsquo;s terrace is een droevig voorbeeld van dit geval, daar hier
-honderden groote dennenboomen geheel dood en kaal op den kalkgrond
-staan. Soms bereikte de kalklaag hunne onderste takken, maar soms liet
-zij den voet der wortels aan de stammen onbedekt, zoodat men
-gemakkelijk zien kon, dat zelfs een zeer dunne laag z&oacute;&oacute;
-moorddadig kon werken. Aan de randen van deze plaats zag ik de
-<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name=
-"pb77">77</a>]</span>stervende en half gestorven boomen, die een
-toenemende uitbreiding van het euvel aanduidden. Merkwaardig vond ik
-het voorkomen van onze gewone europeesche blauwe klokjes (Campanula
-rotundifolia), die hier, te midden van die vreemde verschijnselen en
-die geheel bizondere flora, weelderig bloeiden en een aangename
-herinnering aan onze heiden boden.</p>
-<p class="par">In een der boschrijke valleien achter de heuvelengroep,
-waarop de voornaamste bronnen der Mammoth Hot Springs gevonden worden,
-staat een groote kegel van travertijn, die den naam draagt van
-Orange-Geyser. Deze naam zou allicht doen vermoeden, dat men hier te
-doen had met een formatie, zooals die in de eigenlijke geyserbassins
-gevonden worden, en dat deze bron dus op dit gebied niet thuis
-behoorde. Men zou meenen dat zijn wateren kiezelzuur bevatten en dus
-sintel afzetten, terwijl de opgeloste stof in werkelijkheid hier
-koolzure kalk is, evenals in alle bronnen van deze omgeving. Ook
-springt de bron niet hoog op, zooals men het van een echten geyser
-verwachten zou.</p>
-<p class="par">De kegel is stomp en van boven min of meer vlak. De
-kleur is aan de eene zijde krijtwit, aan de andere bruin en grijs; de
-eerste zijde is thans droog, en de kleuren der laatste worden door het
-overvloeiende water onderhouden. Op den vlakken top bevindt zich een
-bekken met water, in welks midden een bron kookt. Van uit het dal kan
-men dat niet zien, maar men hoort het geluid duidelijk en ziet de
-dampen opstijgen. Ik ben op een der bergen die het dal omgeven
-geklommen om het bekken te zien; het neemt slechts een klein deel van
-de topvlakte in.</p>
-<p class="par">Die bron schijnt uit een opening van een onderaardsche
-<span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name=
-"pb78">78</a>]</span>spleet te komen, want aan de eene zijde van den
-hoogen kegel is een lage afzetting van travertijn, die den vorm van een
-vlakken heuvelrug heeft, op zijn kam een aantal kleine openingen en
-barsten dragend, waaruit heet water te voorschijn komt. Die lijn is
-slechts een twintigtal passen lang, en even groot is de afgezette
-kalkmassa, die links en rechts van haar den grond bedekt. Deze formatie
-is vrij gelijkmatig van oppervlakte, zoodat zij bijna overal door het
-afvloeiende water bevochtigd wordt. Het kwam mij belangrijk voor, deze
-openingen nader in oogenschouw te nemen en eenigszins uitvoerig te
-beschrijven, omdat zij veel kleiner zijn dan die der meeste andere
-heete bronnen, en te zamen een typisch beeld van den bovenrand van een
-onderaardsche barst geven.</p>
-<p class="par">De opening, die het verste van den hoofdkegel gelegen
-is, is zoo groot als een vuist, en aan drie zijden met korsten van
-bruin en groen verkalkt wier overgroeid; het water, dat er in vrij
-groote hoeveelheid uitstroomt, is zeer heet. Vlak er naast staat een
-kegeltje met een opening zoo wijd als een vinger dik is, maar dit is nu
-droog. Het water uit de vuist-groote opening kookt met tallooze bellen
-op en vloeit dan omlaag in een smal stroompje. Daarin groeien de witte
-of bleekgele draadwieren in drie of vier bundels, wiegelend in den
-kleinen heeten, snelvlietenden stroom. Men brandt zijn vingers als men
-de wieren er uithaalt. Iets verder op vindt men zulke draden, die
-afgebroken en dus weggevoerd zijn, maar tegen een scherpen hoek van den
-rand zijn blijven hangen. Allengs koelt het water natuurlijk af, en
-weldra is het zooveel lager in temperatuur geworden, dat de groene en
-bruine wieren er in kunnen leven. Het beekje is dan breeder en
-<span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name=
-"pb79">79</a>]</span>minder diep geworden, en loopt over korsten van
-levend travertijn in allerlei kleuren, met een slijmerige, maar allengs
-verkalkende oppervlakte.</p>
-<p class="par">Volgt men de vermoedelijke barstlijn, dan vindt men,
-ongeveer een meter verder en iets hooger op, een vingerdikke opening,
-waaruit voortdurend groote damp-blazen komen, die de opening telkens
-afsluiten. Er vloeit maar weinig water uit, doch ook daarin groeien de
-witte draadwierbundels. Het water verspreidt zich dan en is juist
-voldoende om een aanzienlijk deel der oppervlakte vochtig en warm te
-houden. Daar groeien de bruine en groene korsten, nog geleiachtig en
-bros, brekend bij het aanraken. Enkele voetstappen van vroegere
-bezoekers maken er kleine meertjes, waarin het water blijft staan; in
-de hoogste en warmste groeien de bleeke draadwieren, in de lagere de
-bruine en oranjegekleurde soorten.</p>
-<p class="par">Een halven meter verder, op de overigens gesloten
-barstlijn, komt weer een vuistgroote opening, die wat hooger op het
-heuveltje ligt, en dus een sneller afvloeiend stroompje geeft. Die
-stroom is aan den rand zwart, in &rsquo;t midden draderig wit, beide
-door de wieren die er in groeien.</p>
-<p class="par">Nu stijgt de heuvelrug sneller en over een afstand van
-een meter liggen nog een vijftal dergelijke bronnetjes, elk met een wit
-of zwart stroompje, omgeven door een bruinen rand. Hooger op de lijn
-worden de vingergroote openingen talrijker en moeilijk te tellen, soms
-vloeien zij tot groepen in&eacute;&eacute;n. Maar de beekjes en
-afzettingen zijn dezelfde. Een 25-tal zulke gaatjes liggen op een paar
-meter bijeen, een smalle lijn vormend. Dan volgt een duimdikke bron,
-die zijn water een hand hoog opspuit en in een bocht omlaag laat
-vallen. <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name=
-"pb80">80</a>]</span>Rondom de opening en de plaats waar het water
-valt, vormen zich korsten, die aan den warmwaterkant wit, doch aan de
-andere zijde bruin zijn.</p>
-<p class="par">De groep der actieve bronnetjes wordt thans afgewisseld
-door een onwerkzamen kegel, die een hand hoog boven het oppervlak
-uitsteekt, en de meeste andere dus in grootte overtreft. Water kon ik
-in de holte niet zien, doch ongetwijfeld was dit in de diepte
-voorhanden.</p>
-<p class="par">Op dezen kegel volgt een spuitbronnetje, dat zoo dik is
-als een pink en door een gekorrelden rand omgeven. Het werpt groote
-druppels water omhoog, die telkens met bellen kokenden waterdamp
-afwisselen. De druppels vallen buiten den rand op de kalkafzetsels, die
-daar en vlak langs den rand wit zijn, maar op zeer kleinen afstand eene
-bruine kleur aannemen. Want daar helt het oppervlak sterk en vloeit dus
-het water snel in een dunne, verkoelde laag weg.</p>
-<p class="par">Nu komen weer, altijd in de richting van den
-geyserkegel, een tiental vingerdikke gaten waarin het water kookt; zij
-vormen een kleine groep met een gemeenschappelijken rand, die echter
-aan de eene zijde van onderen gebarsten is, zoodat het heete water niet
-over, maar onder den rand afvloeit. Het is een handbreede spleet, die
-een even breed stroompje geeft, dat weer een zwarten bodem heeft en vol
-is met slingerende, bleekgele draden. Aan de randen groeien allengs
-korsten van bruine en witte wieren over het water heen; zij groeien van
-onderen sneller aan, daar zij aan de bovenzijde dikwijls droog worden,
-en hechten zich dus meer en meer aan de onderlaag vast, de bedding van
-den stroom vernauwend.</p>
-<p class="par">Eindelijk volgt nog een veel grootere opening. Het is
-<span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name=
-"pb81">81</a>]</span>een kegel zoo groot als een hoofd, die van boven
-en aan de eene zijde open is, en waaruit een breede stroom van heet
-water omlaag vloeit. Zwarte vliezen en witte draden wisselen elkaar in
-dit water af, terwijl allerlei fijne koraalvormige gewassen zich aan
-den voet van den kegel in het warme water bevinden. Verder op wordt de
-bodem van dezen stroom breeder en licht roestbruin van kleur, en bedekt
-hij zich met tal van wierlijsten en van lepelvormige uitsteeksels, die
-het water plaatselijk en tijdelijk tegenhouden, een ontelbare menigte
-van kleine bekkentjes vormend.</p>
-<p class="par">Boven dezen langen en breeden rug verheft zich de
-eigenlijke geyser-kegel nog drie meter hooger. Aan de beschreven zijde
-vloeit overal een dunne laag heet water over den rand, zwarte en witte
-en bruine strepen vormend, al naar gelang der wiersoorten. De bovenrand
-is afgerond door het overvloeiende water; daaronder vormen zich
-stalactieten, die als ribben vertikaal omhoog loopen. Dan volgt een
-gedeelte waar de kegel minder <span class="corr" id="xd23e739" title=
-"Bron: stijl">steil</span> is, en hier hebben zich vooral de randwieren
-genesteld, tal van terrassen, elk met een vijvertje, vormend. Sommige
-dezer terrassen zijn ook reeds volgegroeid en het water vloeit
-eenvoudig over den rand van het horizontale vlak heen. Soms zijn deze
-terrassen groot, en telt men er slechts een tiental boven elkaar, soms
-zijn zij kleiner en vindt men er twintig en meer bij dezelfde daling.
-Overal is de geheele oppervlakte met de kronkelende dwarsribben der
-bruine wieren dicht bedekt. Het is als het ware een fijngolvende bodem
-onder de dunne waterlaag.</p>
-<p class="par">Aan de tegenovergestelde zijde, de noordzijde van den
-kegel, vloeit, zooals ik reeds gezegd heb, tegenwoordig geen water meer
-af; hier en daar zijn zelfs <span class="pagenum">[<a id="pb82" href=
-"#pb82" name="pb82">82</a>]</span>groote stukken er uit gevallen,
-zoodat men iets van de inwendige structuur zien kan. Daarbij blijkt,
-dat de opbouw voortdurend ongeveer op dezelfde wijze heeft
-plaatsgevonden, waarop nu de afzetting aan de oppervlakte nog
-voortgaat. Want de massa bestaat uit vingerdikke schalen, die los en
-met smalle tusschenruimten over elkander liggen. Die tusschenruimten
-correspondeeren met de perioden, waarop dat gedeelte van het oppervlak
-droog was, terwijl de schalen natuurlijk des te dikker zijn, naarmate
-de plek langer onafgebroken bevloeid geworden is. Bij het drogen is de
-donkerbruine kleur der vochtige en levende massa in een licht
-geelachtig bruin veranderd.</p>
-<p class="par">Rondom de beschreven formaties is een uitgebreid
-afvloei-terrein voor het water. Op dit terrein is alle vegetatie van
-andere planten dan wieren gedood, en het is met een travertijnlaag
-bedekt, die vlak bij den kegel vrij dik is, maar naar de randen toe dun
-uitloopt. Vlak langs den rand groeien echter allerlei planten, zoodat
-men precies zien kan, hoever de afzetting gegaan is. Onder die planten,
-die de oorspronkelijke flora van het dal vertegenwoordigen, komt vooral
-een lage soort van gulden roede vrij veelvuldig voor. Trouwens het
-geslacht der Solidago&rsquo;s of gulden roeden is in het geheele park,
-en verder over al de prairi&euml;n van het westen, aan de oostzijde der
-Rocky mountains, een der meest algemeene, zoowel wat rijkdom aan
-soorten, als wat de onafzienbare millioenen van individuen betreft.
-Verder vindt men langs den rand blauw bloeiende vlassoorten, gele
-Sedums, kleine Asters (een geslacht, dat in Amerika even rijk
-vertegenwoordigd is als de gulden roeden), immortellen, en aan den
-boschkant de kleine moeras-zonnebloemen. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span></p>
-<p class="par">Zoover de kalkafzetting gaat, zijn ook de boomen gedood.
-Het zijn de reeds genoemde &ldquo;red cedars,&rdquo; een soort van
-jeneverbessen, die hier overal veelvuldig groeien. Rondom den voet van
-den kegel staan die boomen in groepjes, tot manshoogte en meer
-opgegroeid en op de armsdikke stammen rijk vertakt. Maar thans zijn zij
-zonder loof, geheel dor en kaal, en ten deele is reeds de schors
-afgestorven en afgevallen. Uit den kegel zelf steken de toppen van een
-zestal zulke stammen nog omhoog; zij moeten reeds eeuwen geleden, in
-het begin der formatie, gedood zijn, en zijn sedert langzamerhand onder
-de aangroeiende travertijn-massa bedolven geraakt. Wat daarboven
-uitsteekt is kaal en bestaat alleen nog maar uit de dikste takken; al
-het overige is vergaan, en ook de schors is sedert lang verdwenen.</p>
-<p class="par">Zijn deze stammen een treurig getuigenis van den strijd
-tusschen de kalkwieren en het oorspronkelijke bosch, iets verder op kan
-men dezen strijd nog in vollen gang zien. Hier zijn de roode ceders ten
-deele nog groen en vol bessen, ten deele dor en droog. Aan sommige is
-het gelukt den kalkhoudenden stroom tijdelijk af te wenden; de voorste
-stammen zijn in den strijd gevallen maar zij hebben de overige van het
-groepje beveiligd. Als een eilandje ligt zulk een plekje in den
-versteenenden stroom, en allerlei kleine planten hebben van de geboden
-beveiliging gebruik gemaakt, de plek tot een groenende en bloeiende
-oase in de kleine woestenij makend. Vooral een soort van distel en de
-Smilacina, die later in het najaar uiterst sierlijke trossen van roode
-besjes zal dragen, troffen mij hier, tusschen de zooeven reeds genoemde
-planten van den rand.</p>
-<p class="par">Behalve de roode ceders, die den kegel omgeven, ziet
-<span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name=
-"pb84">84</a>]</span>men aan de nu droge voorzijde een paar hooge
-dennenstammen, wier voet ook reeds door het travertijn overdekt is, en
-die dus geheel dood zijn. Als kale pilaren met wijduitgespreide takken
-reiken zij boven den heuvel omhoog.</p>
-<p class="par">Het is duidelijk, dat deze geheele formatie van de
-vlakte van het dal uit is opgewerkt. Er moet zich in het bosch een
-onderaardsche spleet gevormd hebben, die in verband stond met de
-watermassa, die hier van uit de hooge bergen naar het eigenlijke
-terrein der Mammoth Hot Springs vloeit. Uit die spleet is het
-kalkhoudende water te voorschijn getreden, rondom kalk afzettend en de
-oude vegetatie doodend. De spleet moet ontelbare jaren en wellicht
-eeuwenlang op dezelfde plaats werkzaam zijn geweest, met
-&eacute;&eacute;n hoofdopening, die den grooten kegel gevormd heeft, en
-met een reeks van kleinere voor het vlakke heuvelrugje, dat ik
-beschreven heb.</p>
-<p class="par">Rondom heeft het dal den gewonen vorm, en zijn de
-hellingen met de gewone dennensoort dezer streek meest dichtbegroeid.
-In het dal is de beschreven spleet echter niet de eenige uitlaat voor
-het heete water geweest. Want een honderdtal passen verder op ligt een
-tweede kegel, veel lager en veel vlakker en breeder, maar zuiver
-kegelvormig. De hoogte bedraagt slechts een meter, maar de straal is
-verscheidene meters lang. In het midden, dus op den top van den vlakken
-kegel, ligt een uitgedoofde bron. Het is een kommetje vol water, iets
-kleiner dan een gewone waschkom. Dit water is lauw, en dus afkomstig
-van de onderaardsche spleten; ook ziet men in den bodem van het bekken
-een drietal gaten, waaruit dampen en luchtbellen omhoog bobbelen. De
-bodem van dit kommetje <span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85"
-name="pb85">85</a>]</span>is met roodbruine wiervlokken bedekt, en
-dezelfde wieren, doortrokken met kalk en uitgedroogd, vormen
-klaarblijkelijk de geheele massa van den kegel, blijkens de lichtgrijze
-kleur.</p>
-<p class="par">De geheele, vlakke kegel is kaal, maar toch begint de
-plantengroei hier en daar zijne rechten weer te laten gelden, en
-mossen, grassen, enkele gulden roeden en wolfsmelken met nog een paar
-andere soorten hebben al enkele punten vermeesterd, om van daaruit zich
-allengs uit te breiden. Ook een immortelle zag ik er bloeien. Op de
-oppervlakte van den kegel ziet men nog duidelijk de sporen van de
-gekronkelde wierranden, die eenmaal ook deze formatie terrasvormig
-gemaakt moeten hebben. Maar het meeste is toch reeds tot puin en poeder
-vergaan, wellicht grootendeels door belangstellende bezoekers
-vertrapt.</p>
-<p class="par">Ook elders in de vallei zijn nog sporen van bronnen of
-onderaardsche spleten wier wanden zijn ingevallen, zoodat men dus in de
-diepte zien kan.</p>
-<p class="par">In een naburig dal had ik de gelegenheid nog beter te
-zien hoe zulk een travertijn-massa er van binnen uitziet. Daar vond ik
-een kegel, juist zooals die van den Orange-Geyser, maar klaarblijkelijk
-sedert lange jaren droog en onwerkzaam. Hij is drie meter hoog, van
-boven niet merkbaar veranderd, maar zijdelings afbrokkelend. Deze
-geheele kegel bestaat uit meest vinger dikke schalen, die van boven
-bijna horizontaal liggen maar dan ombuigen en loodrecht omlaag gaan.
-Zij zijn zoo los aan elkander verbonden, dat zij afbladeren en
-afschilferen. Op zijn buitenvlak vertoont elke schaal een
-stalactietachtige structuur, en waar de schalen dwars doorgebroken zijn
-is de inwendige massa helder wit en grof-poreus. Sommige schalen zijn
-<span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name=
-"pb86">86</a>]</span>zoo dun als bordpapier, andere dikker, tot
-vingerdikte toe. Plaatselijk is de buitenvlakte van den geheelen kegel
-nog goed bewaard, vooral aan sommige zijden aan den voet, en hier ziet
-men haar bedekt door tallooze dwarsloopende ribbels, die thans grijs en
-droog zijn, maar die klaarblijkelijk door de bruine randwieren zijn
-gemaakt. Hoeveel eeuwen de wieren aan dezen kegel gebouwd hebben, is
-moeilijk na te gaan, maar alles pleit er voor, dat zij van den beginne
-af tot aan het einde op dezelfde wijze werkzaam geweest zijn. Uiterst
-eenvoudige beginselen brachten ook hier een rijke afwisseling in vorm
-en structuur teweeg.</p>
-<div class="figure xd23e771width"><img src="images/ornament2.png" alt=
-"Ornament." width="196" height="139"></div>
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name=
-"pb87">87</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e196" href="#xd23e196src" name="xd23e196">1</a></span> Reuzen
-Warme Bronnen.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e196src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e204" href="#xd23e204src" name="xd23e204">2</a></span> &ldquo;Voor
-het nut en genot van het volk&rdquo;.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e204src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e225" href="#xd23e225src" name="xd23e225">3</a></span> Electrische
-top.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e225src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e245" href="#xd23e245src" name="xd23e245">4</a></span>
-Gele-steen-rivier en -park<span class="corr" id="xd23e247" title=
-"Niet in bron">.</span>&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e245src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e254" href="#xd23e254src" name="xd23e254">5</a></span> Half-droge
-streken.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e254src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e270" href="#xd23e270src" name="xd23e270">6</a></span>
-Bever-meer.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e270src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e302" href="#xd23e302src" name="xd23e302">7</a></span> Behalve de
-gidsen, door de Northern Pacific- en de Union
-Pacific-Spoorwegmaatschappijen in den vorm van hunne time-tables of
-folders uitgegeven, wordt door de toeristen gewoonlijk Haynes Guide to
-the Yellowstone-park gebruikt. Dit is een boekje in zak-formaat. Voor
-een grondiger studie van wat men op de reis zien kan wordt vooral
-gebruikt <i>Chittenden</i>, The Yellowstone National Park, historical
-and descriptive 1903. Voor een meer wetenschappelijke studie worden de
-verhandelingen van Weed, Davis (Science<span class="corr" id="xd23e309"
-title="Niet in bron">,</span> July 1897), Tilden (Botan, Gazette, Sept.
-1897), Harshberger (Am. J. A. Pharmacy, Dec. 1897), Setchell (over de
-wieren in de warme bronnen) e. a. aanbevolen.&nbsp;<a class="fnarrow"
-href="#xd23e302src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e358" href="#xd23e358src" name="xd23e358">8</a></span>
-Verdwaalde.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e358src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e369" href="#xd23e369src" name="xd23e369">9</a></span>
-Bosch-der-Versteeningen.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e369src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e428" href="#xd23e428src" name="xd23e428">10</a></span> Nachtelijk
-bloeiende cactus.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e428src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e476" href="#xd23e476src" name="xd23e476">11</a></span>
-Verkoopgelegenheid voor curiositeiten.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e476src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e491" href="#xd23e491src" name="xd23e491">12</a></span>
-Terrassen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e491src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e500" href="#xd23e500src" name="xd23e500">13</a></span>
-Vrijheids-Kegel.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e500src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e503" href="#xd23e503src" name="xd23e503">14</a></span>
-Duivelsduim.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e503src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e552" href="#xd23e552src" name="xd23e552">15</a></span>
-Duivelskeuken.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e552src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e559" href="#xd23e559src" name="xd23e559">16</a></span>
-Borrelende.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e559src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e564" href="#xd23e564src" name="xd23e564">17</a></span> Het
-Badmeer.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e564src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e605" href="#xd23e605src" name="xd23e605">18</a></span> Kokende
-Rivier.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e605src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e616" href="#xd23e616src" name="xd23e616">19</a></span>
-Zilverpoort.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e616src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 frontispiece"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="label">II.</h2>
-<h2 class="main">DE GEYSERS.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">Verlaten wij thans de warme bronnen van Mammoth
-Hot Springs met hunne terrassen van kalksteen, om tot de eigenlijke
-geysers over te gaan. Deze liggen in het algemeen in de dalen tusschen
-de vulkanische gesteenten, en hunne afzettingen bestaan dan ook niet
-uit kalk maar in hoofdzaak uit kiezelzure gesteenten of silicaten. Deze
-formatie heet hier geyseriet, in tegenstelling met het travertijn der
-beschreven warme bronnen.</p>
-<p class="par">Hoogopspringende bronnen ziet men op het kalkterrein
-niet. De geysers zijn echter juist het meest bekend om de enorme
-hoogten waartoe sommige van hen het kokende water opwerpen.</p>
-<p class="par">Vanwaar die kracht, die stoom en water zoovele honderden
-meters omhoog kan werpen? Vanwaar dat vermogen, om een schijnbaar
-volkomen rust plotseling af te breken, om zulke geweldige
-verschijnselen voort te brengen, en dan weer, als of niets gebeurd
-ware, tot de vroegere rust terug te keeren? Het is de inwendige warmte
-der aarde, die dit teweeg brengt. Het zijn eenvoudig verschijnselen van
-koken, maar onder zeer bizondere omstandigheden. In een gewonen ketel
-bruist <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name=
-"pb88">88</a>]</span>en borrelt en spat het water op. Kon op een of
-andere wijze plotseling het koken versneld worden, dan zou ook het
-opspatten van waterdruppels plotseling toenemen, zij zouden talrijker
-en hooger opgeworpen worden. Zoo moet men zich de geysers voorstellen.
-Enkele komen uit een diepe spleet, waarin men tijdens de rust het water
-niet zien kan, maar kort v&oacute;&oacute;r de uitbarsting komt het
-toch omhoog. De meesten echter komen uit een kleinen kom of vijver, die
-tot aan den rand toe gevuld is met water. Een volkomen helder, maar
-donkerblauw water, dat in schoonheid en aantrekkelijkheid voor dat der
-andere warme bronnen van het park niet onderdoet.</p>
-<p class="par">Men kan veilig zeggen, dat tusschen de voortdurend
-kokende bronnen en de machtigste geysers in de bassins van het
-Yellowstone-park alle overgangen voorkomen. Daarbij geldt de regel, dat
-gewoon kokend water betrekkelijk slechts weinig opspat, maar dat het
-opwerpen van hooge zuilen samenhangt met periodische rust. Hoe
-zeldzamer het opspatten is, des te hooger en des te machtiger kan het
-worden. De meest bekende geyser is de Old Faithful, die dien naam
-draagt, omdat hij, zoolang als men hem kent, nog nooit aan zijne
-belofte ontrouw geworden is. En die belofte, afgeleid uit een lange
-ervaring, is dat hij telkens, na ruim een uur, weer zal beginnen te
-&ldquo;spelen,&rdquo; zooals de locale term luidt. Alle andere hoog
-opspuitende geysers van deze streek zijn zeldzamer in hun uitingen, zij
-werken elken dag eens, of om den anderen dag of om de 4 of 5 dagen. De
-tusschenpoozen van rust zijn wel ongeveer gelijk, voor elk van hen,
-maar toch niet z&oacute;&oacute;, dat men juist vooruit kan zeggen,
-wanneer het spel beginnen zal. Voor den reiziger, die <span class=
-"pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>op elk
-bassin slechts eenige uren vertoeft, hangt het dus geheel van het
-toeval af of hij de verschijnselen zien zal of niet. Maar de Old
-Faithful laat hem nooit in den steek.</p>
-<div class="figure xd23e793width"><img src="images/p088.jpg" alt=
-"Krater van den Old Faithful-geyser." width="720" height="556">
-<div class="figAnnotation xd23e793width"><span class=
-"figBottomLeft"><i>E. O. Horey, photo.</i></span><span class=
-"figTop">&nbsp;</span></div>
-<p class="figureHead">Krater van den Old Faithful-geyser.</p>
-</div>
-<p class="par"></p>
-<p class="par">Vlak bij dezen geyser, op een afstand van omstreeks 300
-Meters, is het h&ocirc;tel gebouwd, dat zijn naam in de curieuse
-combinatie draagt. Het heet Old Faithful Inn, een naam, dien, buiten
-verband met de bron, menige Inn benijden zou. Het spel begint met het
-opstijgen van heet water uit de spleet en het overvloeien van groote
-hoeveelheden daarvan, terwijl voortdurend aanzienlijke hoeveelheden
-stoom in groote wolken in de lucht ontwijken. Heeft dit eenige minuten
-geduurd, dan begint het water sterker op te spatten, meters hoog en in
-verschillende richtingen schuin opstijgend, totdat ten slotte een zuil
-van wel twee voet in doorsnede tot een hoogte van 40&ndash;50 M. met
-geweldige snelheid omhoog stijgt. Deze zuil is echter, zoover ik zien
-kon, geen massieve waterkolom, maar gevormd uit een onnoemelijk aantal
-grootere en kleinere druppels. En de hoeveelheid water, die terstond
-daarna omlaag valt en den geheelen geyserkegel overdekt, komt met deze
-voorstelling goed overeen. Een uitvoerige beschrijving van dezen geyser
-en zijn spel zal ik echter eerst later geven.</p>
-<p class="par">Juist op dezelfde wijze werken de talrijke geysers die
-met tusschenpoozen van een kleiner of grooter aantal minuten opspuiten.
-Hier kan men alles meer van nabij en dus nauwkeuriger zien. Een, twee
-of drie meters spat het water op. Zorgt men dat men ten opzichte van de
-windrichting ter zijde staat, zoo kan men soms veilig vlak aan den rand
-blijven staan. Onder den wind zou men natuurlijk door de heete
-<span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name=
-"pb90">90</a>]</span>stoomdampen omhuld worden, zonder snel genoeg een
-uitweg te kunnen vinden. Men ziet ook hier geen eigenlijke zuil van
-water. Uit de diepte van den helderen vijver stijgen plotseling groote
-stoomblazen in geweldig aantal op. Zij werpen het water dat boven hen
-is, en dat zij meevoeren met kracht omhoog, maar doen het daarbij snel
-en volkomen uiteenspatten.</p>
-<p class="par">De Ginantess<a class="noteref" id="xd23e808src" href=
-"#xd23e808" name="xd23e808src">1</a> speelt om de 12 uren, de
-Sawmill<a class="noteref" id="xd23e813src" href="#xd23e813" name=
-"xd23e813src">2</a> 5 of 6 maal daags, de Giant<a class="noteref" id=
-"xd23e816src" href="#xd23e816" name="xd23e816src">3</a> eens in de
-week, de Castle<a class="noteref" id="xd23e819src" href="#xd23e819"
-name="xd23e819src">4</a>-geyser met tusschenpoozen van omstreeks 30
-uren, en zoo zou men voor al de grootere geysers een lijst van hunne
-werkzaamheid kunnen geven. De Giant, die het zeldzaamst werkt, is ook
-de hoogste, zooals zijn naam trouwens aanduidt; zijn water wordt tot
-ruim 80 Meter hoog opgeworpen, dus bijna de dubbele hoogte van Old
-Faithful.</p>
-<p class="par">Door dit overzicht van de kracht der uitbarstingen in
-verband met de lengte van de perioden van rust, komen wij tot de
-voorstelling, dat de machtige geysers gedurende die perioden eenvoudig
-hun kracht opsparen en ophoopen, om die dan, in den korten tijd van
-enkele minuten, op veel grootschere wijze te kunnen gebruiken. Als van
-zelf ontstaat dus de vraag, op welke wijze zij dit ophoopen kunnen tot
-stand brengen.</p>
-<p class="par">Natuurlijk kan men in het inwendige der aarde niet gaan
-kijken, hoe het water daar eigenlijk kookt, noch ook hoe de ketel of
-ketels er uit zien, waarin dit gebeurt. Kon men door boringen zoo dicht
-bij de bronnen komen, dan zou men toch waarschijnlijk hun regelmatige
-werking storen. Men moet dus uit gewone <span class="pagenum">[<a id=
-"pb91" href="#pb91" name="pb91">91</a>]</span>natuurkundige
-verschijnselen, in verband met den bekenden bouw der gesteenten, en den
-gewonen loop van het water, dat in artesische putten en in
-overeenkomstige natuurlijke bronnen omhoog komt, trachten een
-voorstelling af te leiden.</p>
-<p class="par">Zulk een voorstelling heeft de groote scheikundige
-Bunsen ontwikkeld en door laboratorium-proeven gesteund. Zij heeft
-algemeenen bijval gevonden, en hoewel door lateren hier en daar in de
-uitwerking wat veranderd is, is het beginsel toch steeds hetzelfde
-gebleven. Zoo groot is de vereering, die de bewonderaars der geysers
-voor Bunsen hebben, dat een der hoogste en fraaiste bergtoppen van het
-Yellowstone Park naar hem genoemd is. Het is de Bunsenpeak, de hoekige
-pyramidale berg, die vlak achter de Mammoth Hot Springs en tegenover de
-Terrace-mountains staat. De groote zijweg gaat tusschen hem en deze
-bergen door, en mijlen lang rijdt men rond om zijn voet, met het volle
-uitzicht op zijn rotsen en bosschen.</p>
-<p class="par">Om mij echter niet te zeer in theoretische beschouwingen
-te begeven, zal ik beginnen met een korte schets van de beweging van
-het water in den grond in gewone gevallen. Ik knoop daarbij aan aan den
-gedachtengang, dien ik reeds bij de bespreking der travertijn-bronnen
-van Mammoth Hot Springs gegeven heb.</p>
-<p class="par">Overal waar een kunstweg in het gesteente van een
-gebergte is uitgehouwen kan men zien, dat die steen niet gaaf is.
-Altijd is hij door spleten en barsten in verschillende richtingen in
-stukken gebroken. Men beweert dat nergens op aarde, noch aan de
-oppervlakte, noch in de diepte, een volkomen gaaf rotsblok van kubieken
-vorm met zijden van 3 Meters of meer zou te <span class=
-"pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name=
-"pb92">92</a>]</span>verkrijgen zijn. Die barsten zijn onafhankelijk
-van den laagsgewijzen bouw en in het algemeen het gevolg van
-plaatselijke opheffingen en verzakkingen. In het lava-gesteente van het
-Yellowstone Park komt daarbij het feit dat de lava bij het verkoelen
-natuurlijk sterk ingekrompen is<span class="corr" id="xd23e837" title=
-"Niet in bron">.</span> Zij is daarbij min of meer regelmatig
-gebarsten, in het geval van de basalt zelfs zeer regelmatig in de
-bekende zeszijdige zuilen.</p>
-<p class="par">In die barsten ziet men somwijlen op de rotsen, maar
-meer nog op de zooeven bedoelde, bij het aanleggen van wegen kunstmatig
-gemaakte in- en doorsnijdingen, de wortels der planten doordringen. Dit
-is een studie op zichzelf, vooral omdat het een tastbare verklaring
-geeft hoe het komt, dat zoovele planten op schijnbaar naakt gesteente
-of op klaarblijkelijk uiterst droge hellingen leven kunnen. Meters ziet
-men de wortels omlaag dalen, en waarschijnlijk gaan zij nog veel
-dieper, maar de fijne takken en uiteinden zijn allicht beschadigd en
-gebroken en dus niet meer waarneembaar.</p>
-<p class="par">Langs denzelfden weg sijpelt natuurlijk het regenwater
-in het gesteente omlaag. Het moge in de humuslagen langeren of korteren
-tijd zijn opgehouden, alles wat niet verdampt, of niet als beken langs
-de oppervlakte afvloeit, zinkt weg in de spleten. Het verzamelt zich in
-de diepte. Ging het gesteente met denzelfden bouw onbeperkt door,
-allicht zou het water onbeperkt kunnen wegzinken. Maar de lava rust op
-krijtlagen, en deze weer op andere formati&euml;n. Storingen in de
-beweging van het water moeten dus het gevolg zijn, en zoo de lagen
-eenigszins hellen, zullen zij het water in bepaalde richtingen
-afvoeren. Zoo ontstaan onderaardsche beken en stroomen en hun aantal en
-macht <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name=
-"pb93">93</a>]</span>is veel grooter dan men zich gewoonlijk voorstelt.
-Trouwens ook in ons eigen land speelt die onderaardsche beweging van
-het water een groote rol, een rol, die men thans, bij het aanleggen van
-waterleidingen hoe langer hoe meer waardeeren en bestudeeren gaat.</p>
-<p class="par">Loopt nu een laag in een berg z&oacute;o, dat zij met
-haar laagsten rand in een dal uitkomt, dan zal het water, dat over de
-laag heen vloeit, in dit dal te voorschijn komen. Soms ziet men het
-rechtstreeks uit den rotswand sijpelen, maar waar deze met een dikke
-humuslaag bedekt is ziet men meestal, in het hoogste deel van het dal
-een klein moerasje, van waaruit een beek omlaag stroomt. Vloeit geen
-zichtbare beek in dit moerasje, dan is het duidelijk dat het door een
-of meer onzichtbare stroompjes gevoed wordt; zijn er echter een of meer
-aanvoerbeekjes, dan heeft de gewone beschouwer meest geen reden om ook
-nog aan onzichtbare te denken.</p>
-<p class="par">Thans komen de artesische putten aan de orde. Hun water
-komt onder drukking uit de diepte te voorschijn, het moet dus daar
-onder drukking staan. De laag, die door talrijke en wijde spleten het
-water gemakkelijk vervoert, moet van boven en van onderen aan minder
-gespleten en minder doorlatende lagen grenzen. Evenzoo zijn het bij ons
-vooral grint- en zandlagen, die als het ware ingesloten zijn tusschen
-klei, die het water voor de opborrelende putten leveren. De put maakt
-men in een dal, op grooteren of kleineren afstand van een gebergte- of
-heuvelenreeks. Niemand zal verwachten dat in een put, geboord op den
-top van een berg, het water tot aan den rand zal opstijgen. Want
-terwijl de laag helt, is het het water in de heuvelen dat drukt op
-<span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name=
-"pb94">94</a>]</span>dat in de vlakte, en waar men boort tracht het
-natuurlijk even hoog op te stijgen, als het onder den heuvel staat. Het
-tracht eenvoudig het evenwicht te herstellen, want de put en de laag
-vormen een stel van communiceerende buizen, en eer het tot rust komt,
-moet het water dus in beiden even hoog staan. Is dus de monding der put
-lager dan de waterstand in den heuvel, dan blijft het water voortdurend
-vloeien en de bron is schijnbaar onuitputtelijk.</p>
-<p class="par">In een zand- of grintlaag vloeit het water met een
-zachte helling in een regelmatigen stroom. In een gespleten gesteente
-hangt de weg geheel van de spleten af, en is dus uiterst onregelmatig.
-Dit heeft nu voor den loop over groote afstanden wel niet veel
-beteekenis, maar de aard van de uitmonding hangt daarvan natuurlijk
-geheel af. De laatste spleet, die waaruit het water te voorschijn komt,
-kan rechtop gaan of schuin of misschien bijna horizontaal liggen, en
-waar op het gebied der geysers heete stoom uit spleten te voorschijn
-dringt, zonder dat rondom de monding een vijvertje ontstaan is, ziet
-men de spleten dan ook in alle richtingen hellen. Monden zij in een
-vijver uit, dan kan men ze maar zelden zien, en liggen zij diep, dan
-werken zij onder water allicht toch als vertikale openingen, ook al
-zijn zij zeer schuin. Verder zullen de spleten natuurlijk nooit overal
-even wijd zijn, maar hier en daar zullen wijdere gedeelten, wellicht
-zelfs geheele grotten, met de nauwere spleten afwisselen.</p>
-<p class="par">Het spreekt van zelf dat het water, dat uren ver door
-bepaalde lagen loopt, de temperatuur van die lagen zal aannemen. En
-komt het snel genoeg aan de oppervlakte, dan zal het dus daar dien
-warmtegraad, ten minste ongeveer, verraden. Nu is het Yellowstone-park
-<span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name=
-"pb95">95</a>]</span>in de laatste geologische tijden voortdurend een
-terrein van uitgebreide vulkanische werkzaamheid geweest, en moet men
-dus aannemen, dat de koude korst, die hier de inwendige warmte bedekt,
-dunner is dan wellicht op eenige andere plaats op aarde. Het water
-behoeft dus niet zoo heel diep af te dalen om in lagen te komen, wier
-temperatuur boven het kookpunt ligt. En het doorloopen van zulke warme
-aardlagen is klaarblijkelijk de eenige bron voor de warmte van het
-heete water.</p>
-<p class="par">Hier komt nu een zeer belangrijke factor in het spel,
-namelijk de afhankelijkheid van het kookpunt van water van de drukking.
-Iedereen weet, dat op hooge gebergten het water bij een lagere
-temperatuur kookt dan bij ons, al ware het ook slechts uit de ervaring
-dat het koken van eieren in zulke streken langeren tijd vordert.
-Evenzeer weet iedereen dat in een Papiniaansche pot<a class="noteref"
-id="xd23e860src" href="#xd23e860" name="xd23e860src">5</a> het water
-tot ver boven 100&deg; C. verhit kan worden, zonder tot stoom over te
-gaan. Het is de grootere drukking, die dit belet. Passen wij dit nu toe
-op onze onderaardsche stroomen, die op de beschreven wijze onder de
-zeer aanzienlijke drukking van het grondwater in de omringende heuvelen
-staan. Het zal dus bij 100&deg; C. nog niet gaan koken, ja verscheidene
-graden hooger verhit kunnen worden, zonder dit te doen. Het kan dus een
-tijd lang in oververhitten toestand zich voortbewegen. Eindelijk echter
-nadert het de openingen der spleten, en dus de plaats waar geen
-<span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name=
-"pb96">96</a>]</span>overmaat van drukking er meer op rusten zal. Is
-het dan toch nog warmer dan 100&deg; C., dan zal het gaan koken,
-plotseling of langzaam, al naar gelang van de wijze waarop het
-toestroomt. Bij den overgang tot stoom zet het zich geweldig uit, en
-perst dus al het water dat er boven staat voor zich uit.</p>
-<p class="par">Zoo ontstaan de kokende bronnen. In oververhitten
-toestand wordt het water in een zeer langzamen stroom toegevoerd. Houdt
-dan de drukking op, dan gaat het koken, en de stoom verhit het water in
-den vijver, tot ook dit het kookpunt nadert, waarna de stoom, in
-grootere en kleinere bellen ongehinderd doorgaat, bruisend en barstend
-aan de oppervlakte komend. Veel kleine geysers, die heftig koken,
-voeren alleen stoom en geen water omhoog, en men ziet hun rand dan ook
-niet overvloeien; een van de grootere heeft zelfs, om het typisch
-zuinige van dit verschijnsel, den naam van Economy-geyser
-ontvangen.</p>
-<p class="par">Zijn nu de onderaardsche spleten regelmatig, zoo zal de
-bron gelijkelijk door blijven koken. Onregelmatigheden in de spleten
-kunnen echter tot plaatselijke ophoopingen van stoom aanleiding geven.
-Een gewelfvormige spleet, die alleen van onderen toe- en afvoergangen
-heeft, zal zich b.v. allengs met stoom vullen, en deze zal onder de
-drukking van de zuil water tusschen het gewelf en de oppervlakte van
-den uitmondings-vijver staan. Langzaam neemt de stoom toe, tot hij
-eindelijk de geheele holte vult. Ontstaat er nu nog meer, dan moet deze
-ontwijken, en drukt dus de zuil water boven zich weg. Men ziet den
-kraterrand overvloeien, meest schoksgewijze. Maar stoom weegt minder
-dan water, en het wegpersen van de waterkolom ontheft den stoom in het
-onderaardsche gewelf van den <span class="pagenum">[<a id="pb97" href=
-"#pb97" name="pb97">97</a>]</span>druk, die hem daar samenperste.
-Plotseling zet hij zich geweldig uit, en slingert nu alles wat nog in
-het te doorloopen kanaal gebleven was, en misschien zelfs al het water
-van den vijver, met groote kracht voor zich uit. In plaats van af te
-nemen, neemt de kracht op den weg toe, daar de drukking vermindert. Zoo
-worden in weinige minuten nagenoeg al de stoom en al het water hoog in
-de lucht opgeworpen.</p>
-<p class="par">Dan echter is de kracht gebroken. Wat in den vijver
-neerviel vloeit thans kalm in de buis terug, en de onderaardsche
-aanvoer vult het gewelf en de gangen met water. Langzaam begint de
-stoom zich weer op te hoopen, tot hij eindelijk weer ontsnapt, onder
-dezelfde hevige verschijnselen.</p>
-<p class="par">Uit deze door Bunsen gegeven voorstelling volgt nu als
-vanzelf, dat spleten zonder zulke gewelven een regelmatig kokenden
-geyser zullen geven, en dat de aanwezigheid van gewelven daarentegen de
-periodische werking kan teweeg brengen. Hoe grooter de gewelven, des te
-langer zal het duren voordat zij voldoende met stoom gevuld zijn, en
-des te langer zullen dus de perioden van rust zijn. Maar des te heviger
-zal ook de uitbarsting worden.</p>
-<p class="par">Men moet zich dus de toevoerbuis van elken geyser als
-een onregelmatigen, langzaam schuin omhoog stijgenden barst
-voorstellen, waarvan de onregelmatigheden nu eens zonder beteekenis,
-dan weer, door de vorming van van boven gesloten gewelven, geheel
-beslissend voor het verschijnsel worden.</p>
-<p class="par">In de verschillende spleten loopt het water meest
-onafhankelijk van de overige, soms zelfs van zeer naburige bronnen. Dit
-blijkt allereerst daaruit dat de vijvers op de hellingen van een heuvel
-op zeer ongelijke <span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98"
-name="pb98">98</a>]</span>hoogten plegen te liggen. Waren er
-communiceerende buizen, zoo zouden de hoogere natuurlijk leegloopen en
-de lagere overvuld worden. Verder blijkt het uit het feit dat de
-uitbarstingen van naburige geysers van elkander geheel onafhankelijk
-zijn, de meest woeste uiting van den een kan de volkomen rust van zijn
-buurman volstrekt niet storen.</p>
-<p class="par">Laat ons thans de heftige maar voorbijgaande werkingen
-verlaten, om ons met de kalmere en schijnbaar onaanzienlijke, maar de
-eeuwen trotseerende afzettingen rondom de geysers bezig te houden.</p>
-<p class="par">De geysers, en in dien naam zal ik thans gemakshalve de
-overeenkomstige kokende bronnen mede begrijpen, liggen overal in de
-dalen van het Yellowstone-park. Soms liggen zij eenzaam, meest zijn zij
-tot groepen, enkele malen tot groote groepen vereenigd. In het laatste
-geval noemt men het geheele dal een geyser-bassin, en het
-Norris-bassin, de Lower-, Midway- en Upper-<a class="noteref" id=
-"xd23e886src" href="#xd23e886" name="xd23e886src">6</a>bassins zijn
-daaronder de meest bekende. Maar ook elders, zelfs aan de oevers van
-het Yellowstone-meer, vindt men zulke bassins.</p>
-<p class="par">De term bassin is in zekere mate misleidend. Allereerst
-om de reeds besproken onderlinge onafhankelijkheid der geysers en om
-het feit dat er bijna nooit twee uit denzelfden vijver omhoog springen.
-Elke geyser heeft als het ware zijn eigen monding gemaakt, het zij die
-vol water is of niet. Er is dus geen gemeenschappelijk bassin, noch
-onder den grond, noch er boven. Het is alleen een waterrijk dal, dat
-vele bronnen omsluit. Verder is de naam van bassin misleidend, omdat de
-geysers zich altijd op een soort van heuvel <span class=
-"pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name=
-"pb99">99</a>]</span>bevinden. Midden in het dal ligt zulk een heuvel,
-van eigenaardige vorm en formatie, en de vijvers, spleten, heete
-bronnen en geysers liggen bovenop of op de hellingen van dien heuvel.
-De heuvel is laag en breed, de hellingen zacht glooiend. Soms vult hij
-plaatselijk het dal over de geheele breedte en sluit dan aan de
-aangrenzende bergen aan, maar altijd met een lageren rand, waarlangs
-het geyserwater kan wegvloeien.</p>
-<p class="par">Deze vlakke heuvels zijn het product der geysers; zij
-bestaan uit een bizonder gesteente, dat den naam van geyseriet draagt.
-In tegenstelling met het travertijn der Mammoth Hot Springs, dat een
-kalkgesteente is, is het geyseriet een kiezelgesteente. Zooals ik reeds
-meermalen opgemerkt heb, liggen de geysers in de dalen tusschen heuvels
-en bergen die voornamelijk uit lava bestaan, en is de lava zelf weer in
-hoofdzaak uit kiezelmassa&rsquo;s gevormd. Het water, dat van die
-bergen naar de geysers stroomt, vindt dus in de spleten op zijn weg
-geen kalk maar kiezelzuur om op te lossen. Dit is echter op verre na
-niet zoo gemakkelijk oplosbaar als kalk, en het water neemt er dus, ook
-bij een langen loop, maar weinig van op.</p>
-<p class="par">Dit opgeloste kiezelzuur nu wordt bij het uitstorten van
-het water en dus rondom de heete bronnen afgezet. Het vormt het
-geyseriet, en het heeft dus, in den loop der eeuwen, de geheele
-geyserietheuvels in de dalen tot stand gebracht. Moge men ook uren lang
-op die &ldquo;bassins&rdquo; rondwandelen, toch moet men bedenken, dat
-deze geheele steenmassa eenmaal vloeibaar was. Niet alles
-tegelijkertijd, maar achtereenvolgens, eeuw na eeuw en laag na
-laag.</p>
-<p class="par">De vastlegging van dit kiezelzuur nu geschiedt
-uitsluitend door wieren. Noch de verkoeling van het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name=
-"pb100">100</a>]</span>water, noch de betrekkelijk geringe verdamping
-kunnen het kiezelzuur doen neerslaan; zonder de wieren zou het even
-rijk daaraan afvloeien als het omhoog gekomen was.</p>
-<p class="par">De afzetting van kiezelzuur door levende planten is
-geenszins een verschijnsel dat tot de geyserietvormingen beperkt is.
-Integendeel, het is in het plantenrijk zeer algemeen, veel algemeener
-dan de afzetting van kalk. Sommige planten zijn er zeer rijk aan en
-hebben er een bizondere hardheid en ruwheid aan te danken, zooals b.v.
-onze schuurbiezen, wier schurend vermogen juist aan deze stof te wijten
-is. Opgelost kiezelzuur, of liever oplosbaar kiezelzuur heet in den
-handel waterglas, de oplossing ziet er uit als water, maar gaat bij
-volledige verdamping in een glasachtige massa over, die dan niet weer
-door water kan worden opgenomen. In de planten wordt het opgenomen
-kiezelzuur eerst als een gelei-achtige massa in de celwanden gebonden,
-zoodat het die geheel doortrekt, voornamelijk in de buitenste
-weefsellagen. Grassen en granen zijn er zeer rijk aan. Allengs wordt
-het harder, maar blijft met de celwanden zoo vereenigd dat men het
-daarin niet zien kan. Maar toch kan men het gemakkelijk vinden daar het
-onbrandbaar is en dus als een skelet achterblijft als men de weefsels
-voorzichtig verbrandt.</p>
-<p class="par">Onder de wieren is er een groep, die om dit
-kiezelgehalte zeer bekend is. Het zijn de kristalwieren of
-Diatomee&euml;n, beide namen die op hun vorm en niet op hun inwendigen
-bouw betrekking hebben. Zulke kristalwieren groeien ook bij ons overal
-in allerlei wateren, waar zij dikwijls een dicht, vlokkig of
-geleiachtig bekleedsel rondom de stengels der waterplanten vormen, voor
-zooverre deze onder het water groeien. Zulke <span class=
-"pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name=
-"pb101">101</a>]</span>Diatomee&euml;n spelen nu bij de vorming van het
-geyseriet een belangrijke rol, maar zij verdragen de groote hitte van
-het opbruisende water niet en zijn dus beperkt tot de bassins, die
-rondom de eigenlijke kraters door het overvloeien ontstaan.
-Aanzienlijke lagen van Diatomee&euml;n vindt men b.v. rondom
-&ldquo;Black Sand Pool&rdquo; en voornamelijk op den bodem van het
-Specimen lake, dat daaraan zijn water ontleent. Soorten van de bekende
-geslachten Navicula, Epithemia, Cocconema en andere nemen aan die
-formatie deel. Zij zouden even goed voor polijstaarde kunnen worden
-gebruikt als sommige Diatomee&euml;n-lagen in Europa.</p>
-<p class="par">Toch zijn deze kristalwieren slechts van locale
-beteekenis. Zij vormen de hoofdmassa&rsquo;s van het geyseriet niet.
-Dit doen wiersoorten van een veel eenvoudigeren lichaamsbouw. In het
-algemeen zijn het dezelfde geslachten en ten deele ook dezelfde soorten
-als in de travertijn-formati&euml;n. In verband daarmede ziet men hier
-dan ook overeenkomstige kleurschakeeringen en kleuren. De wanden der
-kokende vijvers zijn ook hier wit of zeer licht geel, en de bruine of
-roode, groene of blauwe, lichte en donkere, soms geheel zwarte
-overtrekselen ziet men slechts in de omringende bassins, waar het water
-reeds meer of min afgekoeld is. De wieren groeien snel, maar het
-kiezelzuurgehalte van het water is gering, zoodat op veel organische
-stof weinig sintelmassa komt. Voor een deel ten gevolge daarvan is het
-geyseriet later, als het dood en droog is, een veel lichter gesteente
-dan het travertijn, terwijl toch anders de kiezelgesteenten juist niet
-tot de lichtste behooren. Ook verweert het zeer gemakkelijk, en ziet
-men op de oppervlakte der geyserietheuvels de overblijfselen der
-oorspronkelijke structuur niet zoo veelvuldig <span class=
-"pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name="pb102">102</a>]</span>en
-zoo fraai als op de travertijnrotsen.</p>
-<p class="par">Onder de lagere wieren, die hier een rol spelen, mogen
-er hier enkele genoemd worden. Ten deele zijn zij dezelfde, die ik bij
-de beschrijving der Mammoth Hot Springs reeds heb aangevoerd. De
-voornaamste geslachten zijn Leptothrix, Phormidium, Calothrix,
-Gloeocapsa en andere. De eerste zijn bleek en verdragen hooge
-temperaturen, de Gloeocapsa is blauwgroen en vormt soms aan de
-buitenzijde der geyserkegels zwarte geleiachtig-vliezige en soms
-vingerdikke overtreksels. De kleur schijnt overigens zeer veranderlijk
-te zijn, want als men van een bruin of zwart overtreksel in een warm
-stroompje of bassintje deelen los maakt, ziet men de onderzijde
-dikwijls groen of blauwgroen.</p>
-<p class="par">De wijze waarop deze wieren de formatie tot stand
-brengen hoop ik weldra, naar aanleiding van mijn bezoek aan het Upper
-Geyser-bassin, uitvoerig te schilderen.</p>
-<p class="par">Vooraf moge echter het een en ander omtrent de
-voornaamste bassins gezegd worden. Zij liggen dicht bijeen, op een
-bijna recht van het zuiden naar het noorden loopende lijn. De toerist
-bezoekt ze in zoodanige volgorde, dat hij met de minst belangrijke
-begint, om met de groep der krachtigste geysers te eindigen.</p>
-<p class="par">Het meest noordelijke of Norris bassin omvat een aantal
-geysers, bronnen en stoomspleten, deels in het dal, deels op de
-hellingen der heuvels gelegen. Onder hen speelt de Constant om de
-minuut, zijn waterdroppels eenige meters omhoog werpende. De Congress
-is gewoonlijk een groote, blauwe, kokende vijver, maar geeft op
-onverwachte tijden geweldige uitbarstingen. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span></p>
-<p class="par">Overal in den grond ziet men spleten en gaten, waaruit
-stoom komt en waaronder men het rommelen hooren kan. Soms zijn die
-gaten met een dunne korst van geyseriet bedekt en onzichtbaar; op zulke
-plekken moet men bij het loopen zeer voorzichtig zijn, daar de korst te
-dun is, om het gewicht van een mensch te dragen. Men doet beter op de
-planken te blijven, die hier de voetpaden vormen. Een zeer breede,
-ternauwernood vingerdiepe stroom voert het warme water uit al deze
-bronnen weg, vloeiend over een laag van kleurig en levend, voortdurend
-aangroeiend geyseriet. Hooger op den berg liggen geweldige
-stoomspleten, die een oorverdoovend geraas maken, en nog iets hooger de
-Black Growler,<a class="noteref" id="xd23e923src" href="#xd23e923"
-name="xd23e923src">7</a> waarvan de kegelvormige opening geheel leeg,
-maar tot aan den bovenrand met zwarte koraalvormige wiergroei&iuml;ngen
-bedekt was. Ik wachtte een poosje en zag langzaam het water in den
-trechter opstijgen. Het bereikte een zekere hoogte en zonk toen weer
-weg. Daarna stijgt het gewoonlijk weer, nu eens hooger, dan weer lager,
-nu eens alle wieren bevochtigend en overvloeiend over den rand, dan
-weer onvermogend om ook maar de helft van het koraal-oppervlak te
-bedekken. De naam Growler duidt op het geruisch, dat hij bij al die
-bewegingen maakt. New Crater, Gibbon-Geyser en vele andere zou ik
-kunnen noemen; ik wil echter alleen de grijze-verfpotten vermelden, die
-vol met een grauw troebel water zijn, dat over de geheele oppervlakte
-kookt.</p>
-<p class="par">In het Lower Geyser-bassin vindt men heldere bronnen,
-rond en blauw als een oog en omgeven met een bruinen rand, die met
-blauwe Convolvulussen vergeleken <span class="pagenum">[<a id="pb104"
-href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span>worden en daarom, met den
-engelschen naam dier bloemen, Morning glories worden genoemd. Verder
-grijze-verfpotten, stoomspleten en geysers, en allerlei andere vormen
-van stoom-uitlaten. Great Fountain is hier een der meest bekende
-geysers.</p>
-<p class="par">Het Midway Geyser-bassin vertoont het uitgestrekte meer
-van den Excelsior Geyser en verder den Turquoise Spring en het
-Prismatic lake.</p>
-<p class="par">Het Upper Geyser-bassin is het belangrijkste. Het ligt
-zoo, dat men het van uit het h&ocirc;tel nagenoeg geheel kan overzien.
-Rechts ligt Old Faithful, springend om het uur. Midden door het bassin
-loopt de Firehole-rivier, zijn bedding ingravend in het geyseriet en de
-heete wateren der bronnen overal opnemend. Soms ziet men ze vlak aan
-den rand der rivier opkoken, soms stroomt het warme water langs de
-helling over afstanden van honderden meters omlaag. De rivier is rijk
-aan forellen, en vandaar het verhaal dat men hier, zonder zijn plaats
-te veranderen, een forel vangen kan en hem dan aan den hengel in de
-heete bron kan houden om hem te koken.</p>
-<p class="par">Aan de overzijde der rivier liggen tal van kleine,
-voortdurend, maar betrekkelijk zwak werkende geysers, als
-Beehive<a class="noteref" id="xd23e937src" href="#xd23e937" name=
-"xd23e937src">8</a>, Sponge<a class="noteref" id="xd23e940src" href=
-"#xd23e940" name="xd23e940src">9</a>, Beach<a class="noteref" id=
-"xd23e943src" href="#xd23e943" name="xd23e943src">10</a>,
-Surprise<a class="noteref" id="xd23e946src" href="#xd23e946" name=
-"xd23e946src">11</a> en andere. Aan de zijde van den rijweg liggen
-vooral Castle en Giant, over wier werkingen ik reeds gesproken heb, en
-verder een groot aantal kleinere. Ook vindt men hier lange reeksen van
-uitgedoofde kraters, die meest geheel droog zijn.</p>
-<p class="par">Aan beide zijden is het dal ingesloten tusschen
-heuvelreeksen die met uitgestrekte dennebosschen begroeid <span class=
-"pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name=
-"pb105">105</a>]</span>zijn, en bijna van alle plaatsen kan men Old
-Faithful zien, als hij aan het einde van elk uur zijn water en zijn
-stoommassa hoog in de lucht werpt.</p>
-<div class="figure xd23e953width"><img src="images/p105.jpg" alt=
-"Trouts- (forellen) vangst in het Yellowstone-Park." width="546"
-height="720">
-<div class="figAnnotation xd23e953width"><span class=
-"figBottomLeft"><i>E. O. Hovey, photo.</i></span><span class=
-"figTop">&nbsp;</span></div>
-<p class="figureHead">Trouts- (forellen) vangst in het
-Yellowstone-Park.</p>
-</div>
-<p class="par"></p>
-<p class="par">Maar ik zou kans loopen, eenvoudig een uittreksel uit
-mijn gids-boekjes te geven, als ik deze beschrijving wilde vervolgen.
-Het medegedeelde echter meen ik, dat noodig is voor een juist begrip
-van de bespreking, die ik thans op grond van mijn eigen bezoek wensch
-te geven.</p>
-<p class="par">Ik begin daartoe met de voornaamste groep van geysers
-die den naam van Upper-Geyser-bassin voert. En onder hen is de
-belangrijkste geyser die van de Old Faithful, die vlak bij het
-<span class="corr" id="xd23e964" title="Bron: hotel">h&ocirc;tel</span>
-is dat daarnaar den reeds genoemden naam van Old Faithful Inn draagt.
-Hij springt, of speelt zooals men het daar noemt, om het uur, en de
-reizigers die slechts een halven dag in dit bassin vertoeven, kunnen
-dus alleen op hem met zekerheid rekenen om de werking van een machtigen
-geyser te zien. Hij is zoo trouw in zijn uitbarstingen, dat men telkens
-vooraf kan berekenen, wanneer er weer een komen zal. En zijne periode
-van een uur heeft hij onveranderlijk behouden gedurende al
-de&mdash;weinige&mdash;jaren, dat men hem kent.</p>
-<p class="par">Nauwkeuriger gezegd duren de perioden gemiddeld 65
-minuten, waarbij dan de tijd van rust en de tijd van werkzaamheid
-telkens als &eacute;&eacute;n periode samen gerekend zijn. Ik begaf mij
-dus op het juiste oogenblik uit het h&ocirc;tel naar den geyser,
-beschouwde hem eerst in den rusttoestand, zag daarna in de diepte van
-de krateropening het heete water omhoog komen en ging toen op een bank
-zitten om het verdere verloop te aanschouwen. Het ging langzaam genoeg
-om de volgende aanteekeningen te maken. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb106" href="#pb106" name="pb106">106</a>]</span></p>
-<p class="par">De krater is een zeer vlakke kegel met een zeer fraaie
-terrassen-formatie met tal van zijbekkens, waarin het water blijft
-staan. Die bekkens zijn omgeven door armsdikke gekronkelde randen. De
-hoogere, waarin het heete water rechtstreeks valt, hebben krijtwitte
-randen, de lagere, waarin het water na gedeeltelijke afkoeling vloeit,
-hebben meest lichtbruine randen, vooral waar zij nog nat zijn. In de
-eerste bekkens ziet men witte en lichtgele afzettingen, die den bodem
-met een eigenaardig gevari&euml;erde vegetatie van sintelwieren
-bedekken; hier zijn de randen hoog opgegroeid en de bekkens dus vrij
-diep. De koelere bekkens zijn vlakker, minder diep en vol bruine
-afzettingen in allerlei tinten. Nog verder af, waar de helling veel
-geringer wordt, zijn vlakke terrassen zonder opstaande randen,
-trapgewijze afdalend; het water vloeit hier eenvoudig langzaam in een
-dunne laag over de geheele sintelmassa heen.</p>
-<p class="par">Soms is die vlakte te droog; dat hangt er grootendeels
-van af of de wind de geyserkolom naar de eene zijde of naar de andere
-zijde waait en dichterbij of verder af doet neervallen. Want de
-uitbarsting moet elk uur het noodige water voor het overvloeien in het
-volgend uur leveren. Op dit breede terrassenvlak komen groote vlokken
-van zwarte geleiachtige wiermassa&rsquo;s voor, die het terrein hier en
-daar zoo glibberig maken, dat het gevaarlijk is er op te loopen.</p>
-<p class="par">Old Faithful staat niet alleen; rondom hem ziet men nog
-ruim een half dozijn kraters van ongeveer gelijken bouw en
-ontwikkeling. Zij staan allen op denzelfden breeden heuvelrug, vlak
-langs de rivier, waarheen dan ook het geyserwater afvloeit. Maar al die
-buren zijn sinds lang uitgedoofd en onwerkzaam geworden.</p>
-<div class="figure xd23e976width"><img src="images/p107.jpg" alt=
-"De Old Faithful-geyser in uitbarsting." width="720" height="583">
-<div class="figAnnotation xd23e976width"><span class=
-"figBottomLeft"><i>E. O. Horey, photo.</i></span><span class=
-"figTop">&nbsp;</span></div>
-<p class="figureHead">De Old Faithful-geyser in uitbarsting.</p>
-</div>
-<p class="par"></p>
-<p class="par">De krater is een diep gat op den top van den vlakken
-<span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name=
-"pb107">107</a>]</span>heuvel. Rondom de eigenlijke opening is een
-dikke wal opgegroeid, sierlijk geteekend met randen en lijsten als
-aanduiding van de werkzaamheid der wieren. In het gat ziet men in de
-rustperiode geen water, doch voortdurend komen er heete dampen uit te
-voorschijn. Aan de noordzijde is de rand hoog en onregelmatig,
-omstreeks een halven meter hoog. Hij bestaat uit een grijswitte
-steenmassa met ronde vormen, en overal ziet men de fijne ribbelingen
-van den wiergroei. Naast den krater en hier en daar over den heuvel
-verspreid zijn een aantal kleinere gaten, waarin water kookt of waaruit
-stoom komt. Voortdurend hoort men de onderaardsche opborrelingen.</p>
-<p class="par">Langzaam wordt nu de stoommassa in den hoofdkrater
-dichter en van tijd tot tijd stijgt zij wat hooger op, terwijl de wind
-de nevels zuidwaarts drijft. Voor enkele minuten zag ik den krater nog
-leeg, nu spuit hij herhaaldelijk groote druppels heet water omhoog, en
-rust dan schijnbaar weer eenigen tijd. Maar het onderaardsche geluid
-hoort men nu voortdurend, het wordt langzaam sterker.</p>
-<p class="par">Plotseling wordt een watermassa tot een hoogte van een
-meter in druppels opgeworpen, en weer volgt schijnbare rust. Dan volgt
-weer zulk een kleine, voorloopige uitbarsting. Allengs worden deze
-talrijker en krachtiger, doch de pauzen duren soms nog eenige minuten.
-Nog eens wordt de dampzuil hooger en voller, dan weer lager en zwakker,
-en van tijd tot tijd worden weer gulpen waterdruppels omhoog geworpen.
-Dit voorspel duurt ruim een kwartier, dan volgt weer schijnbare rust,
-ofschoon de stoom en het geluid voortduren.</p>
-<p class="par">Plotseling volgt nu de uitbarsting. Huizen hoog wordt
-<span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name=
-"pb108">108</a>]</span>het water in een dikken straal van druppels
-omhoog gezonden, schok volgt op schok, en de fijne nevel, die alles
-omgeeft, wordt door den wind voldoende op zijde geschoven, om het
-geheele spel te laten zien. Geen straal of zuil van water komt er
-omhoog, alles is stof-fijn verdeeld in grootere en kleinere druppels,
-in onnoemelijk aantal. De druppels verplaatst de zachte wind maar
-weinig; zij vallen rondom neer, en over den geheelen geyserheuvel
-vloeit nu voor een korte pooze het heete water. Na een paar minuten
-wordt de zuil van druppels iets lager, maar dan duurt het nog geruimen
-tijd v&oacute;&oacute;r zij sterk vermindert. Telkens komen er nog
-schokken, die de druppels weer wat hooger opwerpen. Eerst na ongeveer
-vijf minuten houdt het spel op. Ik ging er terstond heen, maar de
-krater was leeg, zoover ik in zijne diepte kon zien, en alleen met
-dwarrelende stoom gevuld.</p>
-<p class="par">Toen volgde weer ruim een half uur van rust en daarna
-begon allengs het voorspel. Dit duurt, met de uitbarsting zelve, bijna
-een half uur. Zoo gaat het jaar uit jaar in, met de groote
-regelmatigheid, die er den naam van Old Faithful aan heeft doen
-geven.</p>
-<p class="par">Ik had op dien namiddag nog verscheidene malen het
-voorrecht de uitbarsting te zien, maar telkens bevond ik mij op een
-anderen afstand en min of meer aan een andere zijde. Telkens ook woei
-de wind anders, en werd de wolkenzuil, die de druppelmassa omgaf, of
-ter plaatse gehouden of in andere richting en op andere wijze
-weggedreven. Eenmaal kon ik, op aanzienlijken afstand staande, de
-hoogte van de rookzuil goed vergelijken met de hoogte der boomen in het
-bosch er achter; de rook dreef in horizontale richting weg, ver boven
-de toppen der dennen. Over het <span class="pagenum">[<a id="pb109"
-href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span>algemeen ziet men de trotsche
-trekken van het verschijnsel pas op eenigen afstand goed; eerst hier is
-het werkelijk indrukwekkend. De bizonderheden treden op den achtergrond
-en vooral het voorspel, dat betrekkelijk zoo lang duurt, ziet men niet.
-Plotseling en zonder voorbereiding ziet men de geweldige zuil van damp
-en water omhoog stijgen in al de schittering van het zonlicht, en kort
-daarop verdwijnt zij even plotseling en keert de volle rust van het
-landschap weer terug.</p>
-<p class="par">Na de uitbarsting van Old Faithful gadegeslagen te
-hebben volgde ik den stroom van zijn water naar de Firehole<a class=
-"noteref" id="xd23e1004src" href="#xd23e1004" name=
-"xd23e1004src">12</a>-rivier en ging over een brug naar de andere
-zijde, waar op een uitgestrekt, een weinig golvend terrein een groot
-aantal der kleinere geysers bijeen liggen. Hier had ik een gunstige
-gelegenheid om vele bizonderheden te leeren kennen, zoowel omtrent het
-koken van het water als vooral omtrent de werkzaamheid der
-sintelwieren, die de randen en de kraterkegels opbouwen.</p>
-<p class="par">Tea Kettle<a class="noteref" id="xd23e1009src" href=
-"#xd23e1009" name="xd23e1009src">13</a> is een ronde ketel van
-2&ndash;3 meter doorsnede, met een lagen opstaanden rand, die zich niet
-meer dan een paar decimeters boven den ketel verheft. De rand is dik en
-van boven naar binnen toe omgebogen. Het water vult den ketel met een
-heldere, doorschijnende, donkerblauwe massa, en ergens in den bodem, op
-eenigen afstand van het midden, is een gat, waaruit het voortdurend
-heftig opkookt. De ketelrand heeft een overlaat en een lek. Het lek
-ligt iets lager en daaruit vloeit voortdurend water. Het is een
-horizontale spleet in den overigens gaven wand. Het is <span class=
-"pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span>de
-oorsprong van een beekje, met witte wierafzetsels in &rsquo;t midden
-doch met zwarte, glibberige, levende randen. Verder op, waar &rsquo;t
-water minder heet is, worden de witte wieren door oranjeroode soorten
-vervangen. De overlaat is bizonder fraai gebouwd, daar de geheele meer
-dan handbreede oppervlakte er van met kleine koraalvormingen dicht
-bezet is. Aan de buitenzijde is een klein vijvertje, dat somtijds een
-afvloeibeekje heeft, maar dit was tijdens mijn bezoek droog. Die
-koraalvormingen in den overlaat zijn een begin van herstel der opening
-en leeren dus hoe de geheele wand is opgebouwd. Let men hier op, dan
-ziet men aan die zijde van den ketel, waar de winden van tijd tot tijd
-het water over den rand kunnen waaien, juist dezelfde koraalvormingen,
-maar kleiner, dikker en meer tot een dichte massa aaneensluitend. Zij
-staan in groepjes, die de richting van het overvloeiende water volgen
-en dus dwars over den ketelwand gaan; op de buitenvlakte zijn de
-koralen langer en met zuiverder, meer levende toppen dan op den
-bovenkant. Elders op den rand is de droge oppervlakte klaarblijkelijk
-afgesleten, maar vertoont toch nog dezelfde structuur. Ook zijn de
-openingen tusschen de wierkoralen hier door nieuwere formaties
-grootendeels toegegroeid. Hier en daar is door deze vormingen de wand
-fijn getand of gegolfd of gekarteld, maar zelfs in die tanden en
-kartelingen is de massa zoo hard als steen. De witte wiermassa is dus
-hier niet eerst een dikke gelei, maar verkiezelt nagenoeg in gelijke
-mate als zij groeit.</p>
-<p class="par">Topaas-pool is een jonger voorbeeld van dezelfde
-ketelvorming. Zij is van boven nog wijder open en zoo breed, dat zij
-aan haar rand voldoende afgekoeld <span class="pagenum">[<a id="pb111"
-href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span>is voor den groei der bruine
-wieren. Dit heeft haar klaarblijkelijk haar naam doen geven. Het
-opborrelende water stroomt in een breede beek snel weg, terwijl het
-over verscheidene meters van den weg in zijn midden nog te heet is om
-den groei der bruine wieren toe te laten.</p>
-<p class="par">Vlak er naast is een breed gat, zoo breed dat men er
-bijna in zou kunnen afdalen. Heel in de diepte ziet en hoort men het
-water koken. Zulke gaten, kleine heete bronnen, kleine kokende
-vijvertjes en kleine geysers zijn hier talloos over den geheelen
-geyserietheuvel verspreid, veel te talrijk om ze afzonderlijk op te
-noemen. Zij vertoonen alle een zekere periodiciteit, de een meer, de
-ander minder. In intervallen van enkele minuten pleegt het water nu
-eens harder en dan weer zachter te koken en soms bijna geheel zonder
-beweging te zijn.</p>
-<p class="par">De vormen der vijvertjes zijn zeer verschillend, maar
-naderen meestal tot het cirkelronde of wijken daarvan alleen om
-plaatselijke redenen af. E&eacute;n, twee of drie meters middellijn is
-de gewone grootte.</p>
-<p class="par">Beach is de naam van een diepen ketel, omgeven door een
-breeden vlakken rand. Op dezen rand staat het water maar een
-vingerdikte hoog, en een kleine lijst beveiligt het tegen wegvloeien.
-Die lijst is echter zeer onregelmatig, zoodat het water bij de minste
-golvende beweging overvloeien kan. Tusschen den diepen ketel en den
-vlakken vijver er rondom is ook een sintelrand, die boven het water
-uitsteekt, maar waarover het toch telkens bij het koken wordt heen
-geworpen. De bodem van den vlakken vijver is met brosse, korrelige
-wiermassa&rsquo;s dicht begroeid; zij zijn lichtgeel van kleur. In den
-diepen ketel is het water <span class="pagenum">[<a id="pb112" href=
-"#pb112" name="pb112">112</a>]</span>helder blauw en in de diepte ziet
-men de vooruit groeiende gedeelten van den levenden wand als ronde
-witte rotsblokken.</p>
-<p class="par">Juist had ik deze beschrijving gemaakt, toen het water
-in den ketel, dat zoolang rustig geweest was, heftig begon op te koken.
-Dit duurde echter slechts kort, daarna kwam weer rust, ofschoon nu en
-dan afgebroken door het opstijgen van groote stoomblazen. Nu begint het
-weer heftiger te koken en talrijke groote stoombellen komen uit de
-diepte te voorschijn. Ook schijnt de watermassa toe te nemen. Allengs
-worden de stoombellen zoo talrijk en zoo krachtig, dat zij
-waterdruppels meenemen en in de lucht slingeren. In golven stroomt het
-water over den rand van den ketel in den omringenden vlakken vijver,
-maar toch is slechts een zeer geringe overvloei van dien vijver er het
-gevolg van, en allengs komt de kokende massa weer tot rust. De
-onderaardsche spleet werpt dus hier veel stoom maar slechts weinig
-water omhoog.</p>
-<p class="par">Kleinere poeltjes zijn in het algemeen duidelijker van
-bouw dan de grootere. Men ziet dat de geheele wand, tot zoo diep het
-oog reiken kan, met groeiende steenmassa&rsquo;s bekleed is. De wieren
-daarin groeien niet in vlakke lagen, maar maken overal vooruitstekende
-hoorntjes, die zich soms tot groote halve bollen vereenigen, soms
-kartelranden maken en in het algemeen een zeer groote verscheidenheid
-van vormen voortbrengen. Dikwijls groeien zij in verdiepingen van
-lijsten, de bovenste aan de oppervlakte van het water, de overige
-trapsgewijze lager.</p>
-<p class="par">Dichtbij was een trechtervormige put, die geheel met een
-geelbruin wier bekleed was. Alleen de randen waren grijs, en de
-kleurverdeeling was dus juist <span class="pagenum">[<a id="pb113"
-href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>andersom dan in de meeste
-overige gevallen. Toch was ook hier het water kokend heet. Vlak er
-naast zag ik een diepe, met heet water gevulde kloof met zuiver witte,
-koraalachtige wanden.</p>
-<p class="par">Lion, Lioness en Cubs<a class="noteref" id=
-"xd23e1037src" href="#xd23e1037" name="xd23e1037src">14</a> zijn namen
-van dergelijke grijswandige formaties, die reeds een hoogeren ketelrand
-om zich heen gevormd hebben. Hun water kookt hevig, zij staan dicht
-bijeen op een heuveltop met vrij steile wanden. Bee-hive, een der meest
-bekende kleine geysers, heeft rondom zijn krater een wand gemaakt die
-sterk op een bijenkorf gelijkt, maar van boven open is. De korf is
-ongeveer een meter hoog.</p>
-<p class="par">Na deze groep van kleine geysers en vijvertjes beschouwd
-en nog een laatsten blik over het periodisch opspuiten van het water
-geworpen te hebben, begaf ik mij weer naar de andere zijde van de
-Firehole-rivier. Hier verheft zich de Castle als een kasteel boven op
-een grooten, vlakken geyseriet-heuvel.</p>
-<p class="par">De Castle is een der grootste geysers, werpt zijn
-waterdruppelzuil vele malen hooger en in veel dikkere massa op dan Old
-Faithful, maar wisselt dan ook zijn werkzaamheid met perioden van rust
-af, die langer dan een dag duren. Ik had niet het voorrecht een
-uitbarsting te zien, maar daarentegen wel de gelegenheid om de formatie
-zeer nauwkeurig te bestudeeren. Deze biedt hier meer afwisseling dan
-bij de meeste andere geysers. Op den geyseriet-heuvel, dicht bij den
-Castle-geyser bevindt zich een vrij groot, ondiep meertje
-&ldquo;Crest&rdquo;<a class="noteref" id="xd23e1044src" href=
-"#xd23e1044" name="xd23e1044src">15</a> of &ldquo;pool&rdquo;<a class=
-"noteref" id="xd23e1047src" href="#xd23e1047" name=
-"xd23e1047src">16</a> geheeten, en verder ziet <span class=
-"pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span>men
-er een aantal andere poeltjes en spleten met kokend water of met
-stoom.</p>
-<p class="par">Het kasteel is een bijna zuilvormige kraterwand,
-ongeveer manshoog en even breed; het wierp tijdens mijn bezoek
-voortdurend stoom en ongeveer om de minuut een smalle maar hooge zuil
-van waterdruppels uit. Aan de westzijde is de wand steil en de voet
-rond, aan de oostzijde echter bestaat de voet, onder de zuil, uit een
-trapsgewijs gebouw van terrassen, waarop het water, dat het kasteel
-uitwerpt, neervalt. De geheele heuvel is grijs, en van terras naar
-terras stroomen breede beekjes vol heet water. De randen der terrassen
-golven sterk en zijn geheel met koraalvormingen bedekt, en dus van
-nabij gezien uiterst fraai. Op een afstand maakt dit alles zeer sterk
-den indruk eener oude ru&iuml;ne. En deze indruk wordt nog versterkt
-door de vele gaten en holten, openingen die door uitgroeiingen der
-wierranden overwelfd zijn, en die aan dezen krater een zeer eigenaardig
-karakter geven. Aan den steileren kant vloeit het water sneller af, en
-hier zijn de koraalvormingen dus veel minder ontwikkeld. Ook brokkelt
-en schaalt die massa hier voortdurend af, waarschijnlijk omdat zij te
-dikwijls droog is. Rondom den voet, waar het overvloeiende water al
-afgekoeld is, is de grond evenzeer van een schaalachtigen bouw, met een
-geribbelde oppervlakte maar zonder de eigenlijke koraalvormingen.</p>
-<p class="par">Kon men van den eigenlijken kraterwand een stuk zoo
-groot als een hoofd afnemen en afzonderlijk vertoonen, zoo zou het zeer
-gemakkelijk met een echt koraal verward kunnen worden, zoo groot is de
-gelijkenis. Ik bedoel met die soorten van koralen, die als bollen van
-een dichte vertakte massa opgroeien, <span class="pagenum">[<a id=
-"pb115" href="#pb115" name="pb115">115</a>]</span>zoodat de oppervlakte
-voortdurend met tallooze kleine opstaande takjes bedekt is, terwijl de
-massa daaronder aaneengegroeid en steenhard geworden is. Dezelfde
-eigenaardige verdeeling in vakken en groepen vindt men ook hier.</p>
-<p class="par">Op den breeden voet, waarop dit kasteel rust, liggen de
-schalen tamelijk los op elkander. Sommige schalen zijn zoo dik als
-papier, andere zoo dik als een vinger; overal vertoonen zij de
-ribbelingen der randwieren, dikwijls in zeer fraaie teekeningen.</p>
-<p class="par">De overvloeiende watermassa stroomt in talrijke groote
-en kleine beekjes langzaam naar beneden en vereenigt zich hier en daar
-met het water der andere heete bronnen van dezen heuvel. Op eene plaats
-vormen zij een breeden poel, die geheel met de oranje-roode wiersoort
-volgegroeid is, afgezien van smalle gekronkelde lijnen, waarin het
-water in dezen poel omlaag stroomt. Het water is zoo heet, dat torren,
-libellen en andere insecten er in sterven als zij er bij ongeluk in
-vliegen; toch tieren de roodbruine wieren hier welig. Langs de
-stroompjes ziet men ze in lange, fijne, sterk vertakte draden,
-boomvormig als de stroom ze vrij laat, en als natte penseelen overal,
-waar de stroom ze heen en weer wiegelt. Op den bodem vormen zij een
-zeer sierlijke teekening, een bekleeding die fluweelachtig naar een
-zelfde richting heenvloeit. In de diepte helderbruin, zijn zij dichter
-bij het oppervlak donkerder van kleur en tevens meer geleiachtig. Waar
-het water, tusschen de stroompjes, stilstaat, groeien zij omhoog,
-zoodat zij er een sierlijk netwerk van walletjes van een vrij vaste
-gelei vormen. Die walletjes houden het water tegen en doen het
-stilstaan, trots de zwakke helling van den bodem <span class=
-"pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>aan
-den poel. Nu eens omsluiten die walletjes kleinere, en dan weer
-grootere watervakken.</p>
-<p class="par">Is het water door den groei dier walletjes dieper
-geworden, dan groeien de oranje bruine wieren als dunne boompjes
-omhoog, om zich eerst aan de oppervlakte uit te breiden. Zij zien er
-dan uit als tallooze kleine paddestoelen, wier koppen op dunne stelen
-rusten en allengs tegen elkander aan gaan sluiten, zoodat zij een dicht
-vlies over het water vormen. Zinkt nu de oppervlakte van het water,
-hetzij doordat de toevoer vermindert, hetzij doordat tijdelijk een
-betere afvoer tot stand komt, dan wordt deze oranje massa allengs
-geheel wit, maar blijft nog staan als een harde geleikorst. Verdroogt
-zij dan ten slotte, zoo wordt de grond weer begaanbaar, en maken de
-kiezelwieren het geheel bros en korrelig, zoodat het weldra in een
-zanderige massa verandert.</p>
-<p class="par">Het beschreven poeltje is klaarblijkelijk van jonge
-vorming en grenst aan de eene zijde aan een ouder gedeelte, dat met
-grassen, asters, gulden roeden en andere kleine, meest bloeiende
-planten begroeid is. Enkele vooruitspringende grasplanten zag ik door
-het heete water gedood.</p>
-<p class="par">Langzamerhand ontstaat in dit poeltje een laag van een
-zeer poreuze structuur, die in verhouding tot het kiezelzuur, dat uit
-het water wordt afgezet, rijk is aan organische stof maar ook rijk aan
-die zouten, die voor het leven en den groei der wieren noodig zijn.
-Deze stoffen zijn dezelfde, die ook het voedsel voor de bloemplanten
-vormen, en daaruit volgt, dat als eenmaal dit poeltje opgedroogd zal
-zijn, de grond voor allerlei plantengroei bizonder geschikt moet
-worden. Dit verklaart ons op een zeer eenvoudige wijze waarom
-<span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name=
-"pb117">117</a>]</span>de heuvels van geyseriet over het algemeen zoo
-spoedig met gras en andere planten begroeid worden. Er is daartoe niet
-veel anders noodig dan dat de heete waterstroom tijdelijk naar een
-andere zijde wordt afgeleid. Het verklaart ons tevens, hoe de dennen
-bijna even gaarne op deze gesteenten van jongen vulcanischen oorsprong
-groeien als op de lava&rsquo;s, die overal rondom deze vallei de
-boschbedekte bergen vormen. Op deze is het verweerend gesteente rijk
-aan minerale voedingsstoffen, terwijl de geyserietheuvels niet alleen
-uit kiezelzuur bestaan, maar ook uit die andere bestanddeelen, die hier
-niet door verweering ontstaan, maar rechtstreeks door den groei der
-wieren vastgelegd zijn.</p>
-<p class="par">De verandering der levende wieren in dit vruchtbare
-gesteente verdient nog een nadere beschouwing. Zij vormen een vlies,
-dat aan de onderzijde langzamerhand verkiezelt; zij plegen daar meest
-vast met den onderliggenden bodem te zijn verbonden, daar zij slechts
-een voortzetting van den groei en de transformatie van dien bodem zijn.
-Doch soms laat de bovenste korst in kleine stukjes min of meer
-gemakkelijk los; en dan blijken die stukjes op de breukvlakte groen te
-zijn. En dit zoowel als de bovenkant donkerbruin is, als wanneer zij
-zoo bleek is, dat men er geen wierleven in vermoeden zou. Het groen is
-blauwachtig in allerlei tinten, zoodat men daaruit mag afleiden dat
-hier soorten uit de groep der Blauwwieren de hoofdrol spelen. De
-losgelaten stukjes bevatten vrij veel kiezelzuur maar zijn nog bros en
-het was gemakkelijk ze tot een fijn poeder te wrijven. In de
-onmiddellijke nabijheid der geyserbekkens en der heete bronnen droogt
-deze korst veelal langzaam op, en ik vond haar <span class=
-"pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name="pb118">118</a>]</span>op
-verschillende plaatsen afschilferend. Dan was de droge bovenkant der
-schilfers hard en grijs, maar de onderkant was nog geleiachtig en
-groen. Daar ging dus het leven nog voort, en kon het telkens, als de
-bron er water overheen werpt, opnieuw werkzaam worden en kiezelzuur
-vastleggen. De kale, harde, schijnbaar rotsachtige grond is dus hier
-overal levend en groeiend. Hoe diep deze gelei nog vochtig genoeg
-blijft om te leven, en hoe dik dus de laag is die nog groeien kan, is
-moeilijk na te gaan. De geheel losgeraakte schilfers, waarmede de
-geyserietheuvels overal bedekt zijn, zijn natuurlijk ook aan de
-onderzijde grijs, al bevatten zij misschien hier en daar nog levende
-overblijfselen van wieren.</p>
-<p class="par">Evenals de bruine wieren vond ik ook de zwarte gelei op
-den bodem der koelere beekjes van onderen groen en hard. Aan de randen
-der heete bronnen drogen de wiervliezen niet zelden op, zonder nog
-versteend te zijn, en worden zij dus min of meer leerachtig. Ook deze
-vond ik, als ze nog vochtig waren, aan de onderzijde groen, terwijl de
-bovenkant bruin of zwart was. Hier en daar zag ik ook, hoe de diepere
-beekjes soms gleuven in den grond maken, en waar de wanden schuin
-overhellen en dus een onderkant hebben, is deze dan duidelijk groen. En
-dit ook daar, waar het water nog zeer heet was.</p>
-<p class="par">Een zeer eigenaardig geval van den groei der
-kiezelwieren zag ik aan den rijweg dicht bij den Castle-geyser. Een
-deel van het water uit deze bron wordt in een kunstmatige greppel
-verzameld en van deze uit door een houten goot naar een grooten houten
-bak naast den weg geleid. In de goot is het water nog zeer heet, in den
-bak nog warm. De bodem van die goot is <span class="pagenum">[<a id=
-"pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span>bekleed met de bruine
-wieren, die er deels in vlokken en deels in draden groeien, en die, als
-men ze wegveegt, van onderen weer blijken groen te zijn. Zij zetten nog
-laatste overblijfselen van het opgeloste kiezelzuur uit het water af en
-vormen dus allengs een verhardende korst tegen de binnenzijde van den
-wand der goot.</p>
-<p class="par">Tusschen al deze lage en breede geyserietheuvels, met
-hun tallooze bekken en spleten, stroomt de Firehole-rivier in sierlijke
-kronkelingen. Soms hellen de heuvels zoo sterk, dat zij het water nog
-heet in de rivier brengen; soms zijn zij zoo vlak en wordt het water
-zoo breed uitgespreid, dat het afkoelt en een soort van moeras vormt,
-waarin gras en biezen en talrijke bloemen welig tieren. Vlak langs de
-rivier vindt men somwijlen ook heete bronnen, soms ook kegelvormige
-kraters rondom kokende poeltjes. Meest zijn zij grijswit, soms met
-bruine wieren zoo sterk overgroeid, dat de toeristen ze met den naam
-van chocolade-potten bestempelen. Enkele kraters liggen niet hooger dan
-de rivier zelf; kokend en in een breeden stroom zag ik hier het water
-in de rivier vloeien zoodat plaatselijk alle groei van hoogere planten
-belet werd. Zelfs hoog opspringende geysers vindt men aan den rand van
-den stroom, bijna in de rivier zelve.</p>
-<p class="par">Rondom zijn de bergen met het donkere dennebosch bedekt,
-of ziet men op de hellingen de tallooze kleine gewassen, die ze met een
-dicht en overal bloeiend gazon bekleeden. In de moerasachtige gedeelten
-langs de rivier, tusschen het hooge gras, schitteren de blauwe
-sterbloemen der Sisyrrhynchium&rsquo;s, de gele Mimulus, paarsche
-asters, lange witte bloemtrossen van Orchidee&euml;n en tal van andere
-fraai bloeiende <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120"
-name="pb120">120</a>]</span>planten. Overal heerscht leven en prijken
-bonte kleuren. Maar de grond waarop zij groeien is grootendeels zelf
-een product van het leven, zij het dan ook van allerlaagst
-georganiseerde wezens en van een groei onder de meest vreemde
-omstandigheden. Onder en boven den grond wedijveren de wieren en de
-bloemplanten. Maar terwijl de laatste telken jaren verdwijnen, hoopen
-de kleine wieren in den loop der eeuwen hunnen arbeid op, en stichten
-zij de kraters en geyserietheuvels. Zoodoende herinneren zij ons
-levendig aan Harting&rsquo;s woord: De macht van het kleine.</p>
-<p class="par">Reeds meermalen heb ik opgemerkt, dat volstrekt niet
-alle geysers hun water tot aanzienlijke hoogte opwerpen. Integendeel,
-verreweg de meeste zijn slechts warme bronnen, waarin het water wel
-kookt en opbruist, maar slechts tot een geringe hoogte opspat. Ik kom
-daarom thans tot een beschouwing van de warme bronnen en de
-stoomspleten. Wat de geysers ook v&oacute;&oacute;r mogen hebben door
-hun geweldige werkingen, de warme bronnen winnen het verre van hen in
-schoonheid. De namen Gem<a class="noteref" id="xd23e1091src" href=
-"#xd23e1091" name="xd23e1091src">17</a>, Jewel<a class="noteref" id=
-"xd23e1094src" href="#xd23e1094" name="xd23e1094src">18</a>,
-Emerald<a class="noteref" id="xd23e1097src" href="#xd23e1097" name=
-"xd23e1097src">19</a> pool, Morning glory&mdash;de engelsche naam voor
-den blauwen Convolvulus,&mdash;en talrijke andere bewijzen dit ten
-duidelijkste. De stoomspleten vinden weinig aandacht, zij zijn
-uitermate talrijk en meest kleine, soms zeer kleine gaten in den
-gewonen beganen grond. Soms spuiten zij stoom uit, soms hoort men er
-een borrelend geluid in en soms ziet men in de diepte wat kokend water.
-Maar eigenlijke open vijvertjes vormen zij niet; dit is het type der
-warme bronnen.</p>
-<p class="par">De vijvertjes zijn meest alle nagenoeg even groot,
-<span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name=
-"pb121">121</a>]</span>en eenige weinige meters in diameter; soms
-echter zijn twee of meer naburige vijvertjes ineengevloeid en toonen
-zij biscuitvormige gedaanten. Het oppervlak is meestal cirkelrond of
-daartoe naderend. De bodem is soms panvormig, soms trechtervormig en
-soms meer trompetvormig. In het eerste geval ziet men in de diepte een
-aantal plaatsen, waar de stoomblazen in het water opstijgen; terwijl in
-de trechter- en trompetvormige bronnen de stoom bijna uitsluitend of
-tenminste in hoofdzaak uit de diepte van het midden te voorschijn
-komt.</p>
-<p class="par">Het water is zeer helder en de wanden zijn meestal wit,
-terwijl in het diepste gedeelte de bodem niet gezien kan worden. De
-kleur van het water is blauw, het diepste gedeelte bijna zwart. Deze
-kleur is zoo zuiver, dat zij alleen voldoende zou zijn om de bronnen
-tot juweelen en edelgesteenten te stempelen, maar zeer dikwijls zijn
-deze nog gevat in een ring van goud of van zilver. Dit is dan het
-geval, wanneer de rand zich zeer vlak uitspreidt, wat vooral bij de
-trompetvormige voorkomt; dan groeien daarin oranjebruine of zilverwitte
-wieren, die een gelijkmatig overtreksel over den vlakken bodem van den
-ondiepen rand vormen, wat dan den indruk van een ring rondom een edelen
-steen maakt.</p>
-<p class="par">Uit de duistere en raadselachtige diepte stijgt de stoom
-in blazen op. Nu eens in enkele groote, dan weer in talrijke kleine.
-Valt het licht gunstig in, dan schitteren deze blazen in de diepte als
-zilver of als goud, en worden dan soms, om hun beweeglijkheid, met
-vlammen vergeleken. Omhoog stijgende doen zij het water opborrelen en
-koken. Met den stoom wordt ook heet water opgevoerd, doch in zeer
-wisselende <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name=
-"pb122">122</a>]</span>hoeveelheden. Men leidt dit af uit het feit, dat
-de vijvertjes voortdurend overvloeien; het overtollige water loopt dan
-over den rand weg. Want elk vijvertje neemt in den regel het hoogste
-punt van den vlakken heuvel in, waarop het voorkomt. Sommige nu vloeien
-sterk over, andere weinig, nog andere in het geheel niet.</p>
-<p class="par">Tot de helderheid van het water en de overweldigend
-schoone kleuren draagt de bouw van den trechterwand zeer veel bij. Deze
-wand toch is meestal zeer zuiver wit. Zelden is hij vlak, of volgt hij
-nauwkeurig de bochten van den trechter, trompet of pan. Meestal ziet
-men hier en daar grootere en kleinere vooruitstekende bochten, die
-aanleiding geven, dat op de betrekkelijk eenvoudige thema&rsquo;s,
-zooals ik ze aangaf, tallooze varianten voorkomen. Bedenkt men daarbij
-dat de donkere diepte soms rond, soms ovaal en soms spleetvormig is, en
-dat de bovenste en buitenste rand in hooge mate van de omgeving
-afhankelijk is, dan kan men zich gemakkelijk voorstellen dat geen twee
-van die bronnen precies aan elkaar gelijk zijn.</p>
-<p class="par">Trots de groote hitte is de geheele wand levend. Hij
-bestaat uit microscopisch kleine wieren, die zich voeden met de
-opgeloste bestanddeelen van het water en die het kiezelzuur er uit vast
-leggen. Deze wiertjes zijn geleiachtig en slaan het kiezel ook als
-gelei neer, maar zij worden spoedig zoo hard, dat men de weeke
-oppervlakte ternauwernood voelen of zien kan: deze vormt slechts een
-dun overtreksel van de steenharde, maar toch levende massa. De
-temperatuur van het water komt, tot aan den rand, nabij het kookpunt.
-Ik nam in eenige bronnen 86&ndash;90&deg; C. waar, terwijl ik den bol
-van mijn thermometer tegen de levende wieren <span class=
-"pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name=
-"pb123">123</a>]</span>aandrukte. Het kookpunt van water is op deze
-hoogte slechts 92&deg; C.; het hangt, zooals men weet, van de drukking
-der lucht, of van den barometerstand, zooals men het noemt, af. Men kan
-dus veilig zeggen, dat de geheele warme bron nagenoeg kokend water
-bevat, en dat de wieren dus aan deze temperatuur blootgesteld zijn. Wat
-ze niet belet om krachtig te groeien.</p>
-<p class="par">Al naar gelang van de soorten der wieren en van de
-bizondere omstandigheden, groeien zij bij voorkeur als randen of als
-koralen. In het eerste geval vormen zij talrijke ribbels, wier richting
-dwars op de richting staat, waarin het water over hen heenvloeit. In
-het laatste geval vormen zij korte, opstaande zuiltjes, zoo dik als een
-pink of dunner, en die zich veelal naar boven toe vertakken. Maar veel
-hooger dan een centimeter worden die zuiltjes niet, omdat zij zich van
-onderen snel verbreeden en daar dus tot een samenhangende massa
-in&eacute;&eacute;n groeien. Overeenkomstige groeiwijzen vindt men
-trouwens ook bij de stoomspleten en rondom de geysers. Zeer fraaie,
-gitzwarte koraalvormingen bekleeden den geheelen binnenwand van den
-Black Growler, die daaraan dan ook zijn naam ontleent. Het is een
-groote, wijde spleet waarin het water nu eens tot onzichtbare diepte
-wegzakt, en dan weer opbruist, totdat het den smallen trechter geheel
-of ten deele vult. Vult het hem geheel, dan bevochtigt het het geheele
-zwarte koraalvlak en vloeit over, maar talrijker zijn de perioden dat
-het minder hoog opborrelt en dus den bovensten rand alleen met stoom
-bevochtigt.</p>
-<p class="par">Het overvloeiende water vormt de geyseriet-heuvels
-evenals bij de geysers. Overal, waar de grond vochtig <span class=
-"pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span>is,
-groeien de kiezelwieren, en leggen zij het kiezelzuur en de minerale
-bestanddeelen uit het water vast, zoodoende den grond met een nieuwe
-steenschaal bekleedende. Vloeit het water dan weer eens aan een andere
-zijde over den rand, dan wordt de eerste vlakte droog en verbrokkelt
-zijn nieuwe schaal, zoodat bijna overal de geyserietvlakten met zulke
-verbrokkelde gesteenten bedekt zijn.</p>
-<p class="par">Waar dit heete water over een helling vloeit die met
-planten begroeid is, doodt het ze. Niet alleen door de hitte, maar
-vooral door de vorming van een harde en ondoordringbare kiezellaag, die
-de lucht van de wortels afsluit en deze daardoor doet sterven. Telkens
-en telkens ziet men boomen die z&oacute;&oacute; gedood zijn, en zoowel
-in het Norris-bassin als op andere plaatsen zijn soms geheele bosschen
-op deze wijze te gronde gericht. De kale, gebleekte stammen getuigen
-dan nog jaren lang van de ramp. Soms vallen die boomen in een bron of
-over den rand, en dan worden zij geheel met een kiezellaag overtrokken.
-Ook kleinere takken en losse naalden worden zoo verkiezeld, en naast
-een bron vond ik, toen ik een stukje steen opnam en omkeerde, aan de
-onderzijde een paar dennenaalden op deze wijze uiterst fraai
-versteend.</p>
-<p class="par">Zeer kenmerkend voor de warme bronnen is de neiging van
-de korstwieren van den rand om in een dunne laag over het water heen,
-en dus naar het midden der bron toe te groeien. Bij den ingang van het
-Elk-Park zag ik een vrij groote, langwerpige bron die over de eene
-helft met zulk een laag bedekt was<span class="corr" id="xd23e1127"
-title="Niet in bron">,</span> de andere was nog open en liet het diepe
-en helder blauwe water zien. Soms brokkelen deze randen af en dan kan
-men hun inwendigen bouw uit schalen <span class="pagenum">[<a id=
-"pb125" href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>duidelijk waarnemen.
-Meestal nemen zij allengs in dikte toe en vernauwen den vijver. Zoo
-zijn wellicht de kleinere waterhoudende gaten door het gedeeltelijk
-dichtgroeien van vroegere vijvertjes ontstaan.</p>
-<p class="par">In zeer enkele heete bronnen is het water troebel en
-modderachtig. Zoo b.v. in de paint-potten, die op <span class="corr"
-id="xd23e1134" title="Bron: grijze-verfpotten">grijze verfpotten</span>
-gelijken, en over de geheele oppervlakte koken. Trouwens, allerlei
-afwijkingen van het gegeven beeld komen voor. Van deze wensch ik hier
-alleen te wijzen op den Excelsior-geyser, die een kuil van vele meters
-diepte in de oude geyseriet-lagen gemaakt heeft en daarin een meertje
-vormt, zoo groot, dat men door de heete nevelen heen de overzijde niet
-zien kan. En eindelijk het Prismatic-lake, daar dicht bij, waar de
-geheele bodem, zoover ik zien kon, uit groote schuin geplaatste
-schotsen van een licht groene kleur en een geleiachtig draderige
-structuur bestond. Bizondere soorten van wieren geven aan zulke meren
-en plassen een zeer bizonderen kleur en vorm, zoodat zij dan ook
-telkens en telkens op den bezoeker een anderen indruk maken.</p>
-<p class="par dateline"><span class="ex">Chicago</span>, Aug. 1904.
-<span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name=
-"pb127">127</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e808" href="#xd23e808src" name="xd23e808">1</a></span> De
-Reuzin<span class="corr" id="xd23e810" title=
-"Bron: ,">.</span>&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e808src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e813" href="#xd23e813src" name="xd23e813">2</a></span> De
-Zaagmolen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e813src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e816" href="#xd23e816src" name="xd23e816">3</a></span> De
-Reus.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e816src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e819" href="#xd23e819src" name="xd23e819">4</a></span> De
-Kasteel-geyser.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e819src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e860" href="#xd23e860src" name="xd23e860">5</a></span>
-Papiniaansche pot.&mdash;Aldus genoemd naar dr. Papin, een Fransch
-natuurkundige, die onder leiding van onzen Christiaan Huyghens werkte,
-en in 1680 voor den dag kwam met zijn ontdekking van stoom onder druk
-in een hermetisch gesloten pot.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e860src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e886" href="#xd23e886src" name="xd23e886">6</a></span> Lager-,
-Midden- en Boven-bassins.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e886src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e923" href="#xd23e923src" name="xd23e923">7</a></span> Zwarte
-Rommelaar.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e923src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e937" href="#xd23e937src" name="xd23e937">8</a></span>
-Bijenkorf.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e937src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e940" href="#xd23e940src" name="xd23e940">9</a></span>
-Spons.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e940src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e943" href="#xd23e943src" name="xd23e943">10</a></span>
-Kust.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e943src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e946" href="#xd23e946src" name="xd23e946">11</a></span>
-Verrassing.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e946src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1004" href="#xd23e1004src" name="xd23e1004">12</a></span>
-Vuurhol.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e1004src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1009" href="#xd23e1009src" name="xd23e1009">13</a></span>
-Thee-ketel.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e1009src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1037" href="#xd23e1037src" name="xd23e1037">14</a></span> Leeuw,
-Leeuwin en Welpen.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e1037src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1044" href="#xd23e1044src" name="xd23e1044">15</a></span>
-Kruin.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e1044src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1047" href="#xd23e1047src" name="xd23e1047">16</a></span> Spreek
-uit Poel.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e1047src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1091" href="#xd23e1091src" name="xd23e1091">17</a></span>
-Edelsteen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e1091src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1094" href="#xd23e1094src" name="xd23e1094">18</a></span>
-Juweel.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e1094src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1097" href="#xd23e1097src" name="xd23e1097">19</a></span>
-Smaragd.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd23e1097src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="pt2" class="div0 part">
-<h2 class="main">EXPERIMENTEELE EVOLUTIE</h2>
-<p><span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name=
-"pb129">129</a>]</span></p>
-<p class="par xd23e1146"><span class="xd23e1146init">D</span>e volgende
-bladzijden bevatten de feestrede, door mij uitgesproken bij de opening
-van het laboratorium voor experimenteele evolutie van het
-Carnegie-Institution, eenigszins gewijzigd en op verschillende punten
-ten behoeve eener nadere toelichting der voorgedragen denkbeelden
-uitgebreid. Het is misschien niet van belang ontbloot, daaraan enkele
-mededeelingen omtrent de stichting van dit laboratorium te laten
-voorafgaan.</p>
-<p class="par">Voor een aantal jaren werd door den heer <span class=
-"ex">Carnegie</span> een instituut gesticht met het doel, zooveel
-mogelijk de studie der natuur te bevorderen. Dit Carnegie-Institution
-is gevestigd te Washington en beschikt over zeer rijke hulpmiddelen,
-waardoor het nu eens bestaande wetenschappelijke ondernemingen steunen
-en dan weer andere zelf op touw kan zetten. Het sticht dan afdeelingen
-of zoogenoemde departementen. Enkele daarvan, zooals het departement
-<span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name=
-"pb130">130</a>]</span>voor sterrenkunde, blijven te Washington en
-hebben daar hunne observatori&euml;n en laboratori&euml;n. Andere
-onderzoekingen zijn aan bepaalde plaatsen gebonden en worden dus daar
-uitgevoerd, waar de omstandigheden voor hen het gunstigst zijn. Zoo
-werd voor een paar jaren het woestijn-laboratorium te Tuscon (spr.
-<span class="ex">Toesonne</span>) in Arizona gesticht, welk
-laboratorium ik in den loop der maand Juni het voorrecht had te
-bezoeken. Het heeft ten doel, het planten- en dierenleven te
-bestudeeren onder de eigendommelijke omstandigheden, die de woestijn
-met zich brengt. Het is wel geen eigenlijke woestijn, in den zin van
-een dorre en van plantengroei nagenoeg ontbloote vlakte, zooals ik ze
-in het zuiden van Californi&euml; zag. Het is een streek, waar de
-regenval geringer is dan de verdamping, en waar dus altijd gebrek aan
-water bestaat. Dit gebrek aan water beperkt den plantengroei tot drie
-groepen van gewassen. Ten eerste de kleine, kortlevende eenjarige
-soorten, die in &rsquo;t eind van den winter, als er wat regen valt,
-ontkiemen, en die haar zaad rijpen v&oacute;&oacute;r dat het korte
-natte seizoen voorbij is en de droogte intreedt. In de tweede plaats
-vindt men hier de cactussoorten, wier <span class="corr" id="xd23e1158"
-title="Bron: geribt">geribd</span> lichaam bij den minsten regen zich
-vol zuigt met water en de plooien tusschen de ribben bijna uitwischt,
-zoodat het volume sterk toeneemt, en die dan bij aanhoudende droogte
-allengs inkrimpen, zoodat eindelijk hun takken slap langs den stam
-hangen, en het geheel er uitziet als afgestorven. Tal van boomachtige
-cacti,<a class="noteref" id="xd23e1161src" href="#xd23e1161" name=
-"xd23e1161src">1</a> tot weinige soorten en geslachten behoorend, zag
-ik in dezen toestand. Naast deze beide groepen staan de <span class=
-"pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name=
-"pb131">131</a>]</span>kleine, half-manshooge tot manshooge heesters,
-met zeer kleine bladeren of ook wel zonder blad en met groene stammen
-en takken, die hun leven behouden, dank zij de zeer geringe verdamping
-en de bijna ongelooflijke lengte der wortels, waardoor zij uit de
-onderste, soms meer dan 10 meter diepe lagen, nog in de droogste
-jaargetijden het noodige water kunnen opzuigen.</p>
-<p class="par">Verdamping en wortelgroei zijn voor dit laboratorium dus
-een hoofdonderwerp voor studie; daarnaast komt de vraag, welke soorten
-in de woestijn kunnen leven en waarom zij alleen dit kunnen, en tevens
-de verdere vraag naar den invloed, dien in de woestijn de bizondere
-samenstelling van den grond op verschillende plaatsen op den
-plantengroei oefent. Het spreekt van zelf, dat deze zaken alleen ter
-plaatse bestudeerd kunnen worden.</p>
-<p class="par">Zoo is het ook met de experimenteele evolutie gesteld.
-Niet in of nabij een groote stad vindt men in den regel de
-omstandigheden, die voor de studie daarvan het meest geschikt zijn.
-Vandaar dat het Carnegie-Institution eerst een uitvoerig onderzoek
-heeft doen instellen naar de meest geschikt gelegen plaats.</p>
-<p class="par">De keuze is daarbij gevallen op Long-Island, het lange,
-smalle eiland, dat zich ten Oosten van New-York uitstrekt en op welks
-meest westelijke punt de voorstad Brooklyn gelegen is. Voorbij Brooklyn
-vertoont het de talrijke kleinere en grootere villa&rsquo;s en
-buitenplaatsen van velen onder New-York&rsquo;s rijke handelslieden, de
-plaatsen waar dezen des Zondags de rust en de kalmte komen genieten,
-die nu eenmaal in het al te dicht bevolkte handelsgedeelte van New-York
-<span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name=
-"pb132">132</a>]</span>niet te vinden zijn. Nog verderop liggen een
-aantal kleine steden en dorpen, en onder deze munt Cold Spring door
-zijn allerheerlijkste ligging te midden van boschbegroeide heuvelen
-uit. Het ligt aan de noordzijde van het eiland, ongeveer op een uur
-afstand van de kust, die hier een inham of natuurlijke haven vormt.
-Deze plaats heet Cold Spring Harbor.<a class="noteref" id=
-"xd23e1175src" href="#xd23e1175" name="xd23e1175src">2</a> Aan den
-oever van de kleine golf zijn de heuvelen bedekt met bosschen en
-buitenplaatsen, onder welke laatste die van President <span class=
-"ex">Roosevelt</span> hier verdient vermeld te worden. Deze golf was
-sinds jaren bekend als bizonder geschikt voor de studie van het leven
-van allerlei zeedieren. Men vindt ze ten deele aan de houten
-havenwerken, ten deele op de lagere plaatsen van een breede zandbank,
-die zich van den westelijken oever tot dicht bij den oostelijken, dwars
-door de baai uitstrekt. Hier leeft de reusachtige eenstaartskreeft,
-waarvan ik honderden van exemplaren in het ondiepe water vlak bij mij
-kon zien, velen van hen bezig met eieren leggen. Hier leeft de bijna
-onzichtbare kleine springstaart, en soort van het geslacht Columbula.
-Om ze te zien moet men een stuk wit papier op het strand leggen.
-Dadelijk is dit bedekt met een groot aantal heele kleine zwarte
-puntjes, die lustig op en neer en heen en weer springen. Allerlei
-andere diersoorten kan men hier bestudeeren, waaronder een heel gewone
-kleine zee-anemoon, behoorende tot het geslacht Sagartia.</p>
-<p class="par">Sinds jaren was dan ook aan deze kust een Marine
-Laboratory gesticht, dat echter, bij gebrek aan fondsen, eigenlijk
-alleen des zomers in gebruik was. Van <span class="pagenum">[<a id=
-"pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>deze bizondere
-omstandigheden en deze uitmuntende gelegenheid heeft nu het
-Carnegie-Institution gebruik gemaakt voor de stichting van zijn nieuw
-laboratorium. Het heeft de beschikking verworven over de voorhanden
-gebouwen, bestaande in de directeurswoning, den Library-Hall<a class=
-"noteref" id="xd23e1185src" href="#xd23e1185" name="xd23e1185src">3</a>
-en het eigenlijke laboratorium, die, op korten afstand van elkander,
-aan den westelijken oever, dicht bij het zuidelijke uiteinde van de
-baai gelegen zijn. Het heeft tevens den directeur van het Marine
-Biological Laboratory tot directeur van de nieuwe stichting benoemd,
-hem daarbij opdragende, niet alleen enkele weken des zomers, gedurende
-de vacantie, te Cold Spring Harbor te vertoeven, maar zich daar voor
-goed met der woon te vestigen.</p>
-<p class="par">De heer <span class="ex">Davenport</span>, algemeen
-bekend om zijn statistische onderzoekingen over de veranderlijkheid van
-dieren in verband met de plaatsen waar zij leven en met de
-waarschijnlijke wijze van hun ontstaan, was sinds vele jaren
-hoogleeraar in de dierkunde aan de Universiteit van Chicago, en tevens
-belast met het bestuur van het zee-laboratorium. Zijne echtgenoote
-stond hem in dit laatste krachtig ter zijde, en heeft een aantal
-onderzoekingen over de dieren van den Cold Spring Harbor het licht doen
-zien, onder andere een zeer belangwekkende studie over den invloed van
-de vermenigvuldiging door deeling op het aantal armen van de
-bovengenoemde zee-anemonen.</p>
-<p class="par">Het oude laboratorium voldeed echter niet aan de eischen
-der nieuwe stichting. Het was slechts voor enkele weken of maanden des
-jaars ingericht, en daarenboven alleen voor zo&ouml;logische
-studi&euml;n. De <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134"
-name="pb134">134</a>]</span>evolutie der levende wezens moet echter
-zoowel aan planten als aan dieren bestudeerd worden, en bij den
-tegenwoordigen stand der wetenschap biedt het onderzoek van planten de
-grootste kansen op spoedige en belangrijke resultaten. Er werden daarom
-plannen gemaakt voor een nieuw gebouw, voldoende aan alle eischen van
-den tegenwoordigen tijd en voor een uitgebreiden proeftuin in de
-onmiddellijke nabijheid. Tijdens mijn bezoek, in Juni van dit jaar, was
-men met den bouw gevorderd tot aan de eerste verdieping, en was de
-proeftuin afgepaald en met voorloopige culturen bezet, wier doel echter
-vooralsnog in hoofdzaak was, om door voortdurende bewerking den grond
-te zuiveren van de wortelstokken en zaden van de wilde soorten, die
-daar vroeger gegroeid hadden. De eigenlijke proeven zouden eerst later
-begonnen worden, maar de zaden daartoe waren reeds grootendeels
-bijeengebracht.</p>
-<p class="par">In de maand Mei bracht de nieuwe directeur zijne
-huishouding van Chicago naar Cold Spring Harbor over, en begon de
-verandering van de oude in de nieuwe stichting. Toen deze naar wensch
-gevorderd was en alles zoover was geregeld, dat aan bezoekers een
-voldoend denkbeeld kon gegeven worden van de plannen en methoden van
-werken, werd het tijdstip gunstig geoordeeld om het nieuwe laboratorium
-plechtig te openen. Het ontving den naam van Laboratory for
-experimental evolution<a class="noteref" id="xd23e1199src" href=
-"#xd23e1199" name="xd23e1199src">4</a> en den rang van een departement
-van het Carnegie-Institution te Washington. Behalve den directeur zijn
-daaraan verbonden <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135"
-name="pb135">135</a>]</span>twee assistenten en een secretaris. Als
-assistent belast met het plantkundige gedeelte treedt op de heer
-<span class="ex">Dr. G. Shull</span>, die te Chicago onder leiding van
-<span class="ex">Davenport</span> studeerde, terwijl de heer
-<span class="ex">Luts</span> met het zo&ouml;logisch gedeelte belast
-is. Secretaris of &ldquo;stenographer&rdquo; zooals het in Amerika
-heet, is Miss <span class="ex">Luts</span>, wier naam slechts bij
-toeval en niet door verwantschap met dien van den laatstgenoemden
-assistent overeenkomt.</p>
-<p class="par">De plechtige opening was bepaald op Zaterdag 11 Juni.
-Uitgenoodigd waren allen, die te New-York en elders in
-ontwikkelingsgeschiedenis belangstellen, en een tachtigtal van hen,
-meest onderzoekers van naam of professoren of instructoren aan bekende
-inrichtingen van onderwijs, hadden aan de uitnoodiging gevolg gegeven.
-Enkelen waren daartoe zelfs uit Washington en andere meer verwijderde
-plaatsen overgekomen. Zij allen werden verzocht hunne namen te plaatsen
-in een album, dat als gedenkboek van de stichting daartoe
-gecalligrapheerd was. Behalve deze geleerden waren de bewoners der
-omliggende buitenplaatsen en villa&rsquo;s talrijk opgekomen, deels uit
-belangstelling in de nieuwe stichting, deels omdat zij reeds te voren
-van die belangstelling de meest ondubbelzinnige bewijzen hadden
-gegeven. Terwijl namelijk de gelden voor de stichting door het
-Carnegie-Institution werden gegeven, was het terrein voor het nieuwe
-gebouw en de proeftuin en de noodige grond voor eventueele latere
-uitbreidingen door een aantal der rijke naburen aan de stichting
-aangeboden.</p>
-<p class="par">Omstreeks twaalf uur kwam de eerste groep van
-genoodigden aan het station te Cold Spring aan, van waar men in een
-langen stoet van rijtuigen door het <span class="pagenum">[<a id=
-"pb136" href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>heerlijke bosch en
-ten deele langs de beek, die in de baai uitstroomt naar het
-laboratorium reed. Voor hun vervoer waren door de Long-Island
-Spoorwegmaatschappij de noodige bizondere wagens kosteloos ter
-beschikking gesteld. Een dezer wagens kwam van New-York, de andere van
-Brooklyn, beide vereenigden zich aan het station Jamaica. De gasten
-werden in de woning van den directeur <span class="ex">Davenport</span>
-ontvangen en gebruikten aldaar, deels in de versierde kamers, deels op
-het ruime balkon, het luncheon. Daarna begaf men zich naar den Library
-Hall, het grootste der beschikbare localen, dat voor deze gelegenheid
-ten deele ontruimd en van een spreekplaats voorzien was.</p>
-<p class="par">De plechtigheid werd geopend door den heer <span class=
-"ex">Davenport</span>, die er op wees, dat studi&euml;n over evolutie
-en vooral proefondervindelijke studi&euml;n niet van dien aard zijn,
-dat zij spoedige uitkomsten beloven, en dat de stichters en
-belangstellenden dus geduldig moeten afwachten wat men eenmaal bereiken
-zou. Het nieuwe laboratorium is wel eenig in zijn opvatting en in het
-doel van zijn streven, toch zal het zich zooveel mogelijk in verbinding
-stellen met andere inrichtingen, die hetzij in Amerika, hetzij elders,
-de studie der ontwikkelingsgeschiedenis beoogen. Ten slotte bracht de
-directeur zijn dank aan de directeuren van het Brooklyn-Institute of
-Arts and Sciences,<a class="noteref" id="xd23e1232src" href=
-"#xd23e1232" name="xd23e1232src">5</a> de vroegere stichters van het
-Marine Biological Laboratory, die dit geheele laboratorium met al zijn
-inrichtingen aan de Carnegie-Institution ten geschenke aangeboden
-hadden, aan de gevers van het voor de <span class="pagenum">[<a id=
-"pb137" href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span>vergrooting
-benoodigde land, en aan de locale Wawepex-Society, die de stichting
-door een echt Amerikaansche bijdrage in de kosten grootelijks bevorderd
-had.</p>
-<p class="par">Daarna hield de voorzitter der Wawepex-Society een
-toespraak, aan het einde van welke hij de eigendomsbewijzen aan den
-heer <span class="ex">Billings</span> als vertegenwoordiger der
-Carnegie-Institution ter hand stelde. Hij schetste de geschiedkundige
-ontwikkeling van het dorpje Cold Spring Harbor. Vroeger was dit een
-haven voor walvischvangers en zeer welvarend, later was dit echter, ten
-deele door het verzanden van de haven, ten deele door het gebruik van
-grootere schepen en door andere oorzaken allengs afgenomen, en thans
-hebben de walvischvangers andere havens opgezocht en is het dorp in
-verval geraakt. Het bestaat nu voornamelijk door de aanwezigheid van
-zoo talrijke New-Yorkers in den omtrek.</p>
-<p class="par"><span class="ex">Dr. Billings</span> nam de bedoelde
-papieren met een kort antwoord aan, waarin hij er op wees hoe grooten
-invloed de studie der ontwikkelingsgeschiedenis op de philosophie en op
-de theologie gehad hebben, en hoe groote resultaten men daarvan ook op
-sociaal gebied verwachten mag. Hij sprak ten slotte eenige woorden tot
-den directeur en verklaarde zich ten volle bewust van den langzamen
-gang, dien het onderzoek noodzakelijk moest gaan. Laat ons hopen, zeide
-hij, dat bij de viering van den vijftigsten verjaardag van deze
-stichting de bewijzen ruimschoots zullen voorhanden zijn, dat de stap
-dien wij thans doen, wijs en gerechtvaardigd was.</p>
-<p class="par">Na hem werd nog een woord van welkom namens de buren van
-het nieuwe laboratorium gesproken door <span class="pagenum">[<a id=
-"pb138" href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span>den heer <span class=
-"ex">F. W. Hooper</span>, die kortelijks aan de verdiensten van de
-heeren <span class="ex">Deane</span> en <span class="ex">Conn</span>,
-de beide voorgangers van den tegenwoordigen directeur, herinnerde.
-Daarna werd het woord gegeven aan schrijver dezes, voor het houden van
-de volgende feestrede.</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">De evolutie der organische wezens was tot nu toe
-eensdeels een voorwerp van diepe bewondering, en anderdeels van
-vergelijkende studie. Uit de algemeene verschijnselen die de
-verwantschap van planten en dieren ons overal in de natuur doet zien,
-meende men den gang der ontwikkeling zelve te kunnen afleiden.</p>
-<p class="par">Thans is dit anders geworden. Men is niet meer tevreden
-met de kennis van de groote lijnen van het proces, men wil tot in de
-fijnste bizonderheden daarvan doordringen. Men wil nieuwe soorten zien
-ontstaan, en onderzoeken door welke wetten haar ontstaan beheerscht
-wordt, en van welke invloeden het afhankelijk is. Men wil trachten deze
-kennis z&oacute;&oacute; uit te breiden, dat het eenmaal mogelijk zal
-zijn, zelf in de verandering der soorten in te grijpen. Het is niet
-voldoende, ons deel te hebben in de vruchten van het werk der natuur;
-wij willen ook ons deel in het werk zelf hebben. Ja, wij willen
-trachten het werk te beheerschen en te leiden, ten einde nog betere
-vruchten te verkrijgen.</p>
-<p class="par">Ongetwijfeld is dit een hoog en verheven doel. Maar door
-den bouw van dit laboratorium zijn de voorbereidingen getroffen, die
-noodig zijn om het te bereiken. <span class="pagenum">[<a id="pb139"
-href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>De grondslagen voor een
-onderzoek zijn op breede schaal gelegd, met het vaste voornemen aan de
-natuur geheimen te ontwringen, die tot nu toe onschendbaar schenen.</p>
-<p class="par">De ontwikkelingsgeschiedenis van het planten- en
-dierenrijk moet een proefondervindelijke wetenschap worden. Eerst moet
-zij grondig worden bestudeerd en zooveel mogelijk gecontroleerd, daarna
-moet zij in haar tegenwoordigen voortgang worden geleid, om eindelijk
-op verschillende punten ten nutte der menschheid te worden
-veranderd.</p>
-<p class="par">Deze denkbeelden zijn reeds voor een bepaalde richting
-uitgesproken en uitgewerkt door den heer <span class=
-"ex">Davenport</span>, die thans tot directeur van dit laboratorium is
-benoemd. Zijn werk draagt den titel &ldquo;Experimenteele
-Morphologie&rdquo;, een combinatie van begrippen, die aanvankelijk zeer
-gewaagd scheen, maar die sedert allengs burgerrecht verkregen heeft.
-Proefondervindelijke vormleer is echter nog geen experimenteele
-evolutie. De eerste bepaalt zich tot de studie der oorzaken, die het
-verschijnen van de reeds gegeven vormen der soort in de bepaalde
-gevallen beheerschen, de tweede vraagt naar de oorzaken van het
-ontstaan van nieuwe eigenschappen. De aardappelplant maakt uit het
-onderste gedeelte van haar stam uitloopers, die onder gewone
-omstandigheden aan hun top elk een aardappel voortbrengen, maar die in
-andere gevallen boven den grond groeien en tot groene, bebladerde
-stengels worden kunnen. De experimenteele morphologie vraagt waarom nu
-eens aardappelen en dan weer stengels ontstaan, van welke
-omstandigheden en oorzaken dit afhangt, en hoe men het verschijnsel
-naar willekeur kan regelen. <span class="pagenum">[<a id="pb140" href=
-"#pb140" name="pb140">140</a>]</span>De experimenteele evolutie
-daarentegen vraagt hoe het komt, dat onder de talrijke soorten van het
-geslacht Solaum er &eacute;&eacute;n is die aardappelen voortbrengt,
-welke oorzaken en wetten, en welke bizondere omstandigheden het
-allereerste ontstaan van dit vermogen beheerschen, en hoe men,
-misschien, bij andere soorten van hetzelfde geslacht, of wellicht zelfs
-in andere geslachten, eveneens een vermogen om aardappelen te maken zou
-kunnen te voorschijn roepen.</p>
-<p class="par">Om zulke vragen te beantwoorden, wordt natuurlijk veel
-tijd en veel studie vereischt. Maar het nieuwe laboratorium is voorzien
-van de noodige inrichtingen, van uitgebreide cultuurvelden en van het
-vereischte personeel, om dit onderzoek aan te vangen. Langzaam en
-geleidelijk moet het beginnen, en de moeilijkheden zullen in den
-aanvang uiterst talrijk zijn. Maar alles wijst er op, dat de hoop
-gegrond is, dat het ten slotte gelukken zal ze te overwinnen, en wetten
-te ontdekken, wier toepassing in wetenschap en praktijk voor het
-menschdom een zegen zal worden.</p>
-<p class="par">Op het gebied der evolutie gaat het onderzoek in Amerika
-en in Europa thans hand in hand. Moge jaren geleden het zwaartepunt in
-de oude wereld gelegen zijn, in de laatste tijden is een snelle
-verandering duidelijk te bespeuren. Talrijker en talrijker worden de
-bijdragen uit de nieuwe wereld, en meer en meer raken zij de dieper
-gelegen, ja de moeielijkste vraagstukken. In Amerika hebben de leer der
-bevruchting, de rol van het mannelijk element daarbij, ja zelfs de
-uiterst moeielijke vraag naar de oorzaken, die het geslacht van het
-nieuwe individu bepalen, door de ontdekking van zeer belangrijke feiten
-een geheel onverwachten steun gekregen en is ook de rol der
-<span class="pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name=
-"pb141">141</a>]</span>cel-kernen en haar aandeel aan de bepaling der
-erfelijke eigenschappen onlangs uit het speculatieve stadium van
-onderzoek tot dat van rechtstreeksche microscopische waarneming
-overgegaan. Op talrijke andere punten is een toenemende vooruitgang te
-bespeuren, en daarom heb ik er bizonderen prijs op gesteld, dat bij de
-opening van dezen nieuwen weg van onderzoek het houden der feestrede
-aan mij is opgedragen. Dit toch getuigt van een streven naar
-samenwerking, dat dezerzijds natuurlijk hoogelijk gewaardeerd
-wordt.</p>
-<p class="par">De taak, die ik op mij heb genomen, sluit in zich, een
-denkbeeld te geven van wat ik mij voorstel, dat op het gebied der
-experimenteele evolutie, zoowel in de eerste als in de latere jaren, te
-onderzoeken zal zijn, welke methoden daarbij kunnen worden gevolgd, en
-welke uitkomsten, wellicht, mogen worden verwacht.</p>
-<p class="par">Uit den aard der zaak is deze taak deels een zeer
-re&euml;ele, deels een uitermate bespiegelende, bijna gelijk aan een
-droom. Wat voor de eerste jaren het werk en de verwachtingen zijn, laat
-zich op vaste grondslagen en tot in vrij fijne bizonderheden uitwerken.
-Maar wat de verre toekomst eens brengen zal, kunnen wij thans nog
-ternauwernood vermoeden. Slechts wat wij hopen en gaarne verwezenlijkt
-zouden zien, laat zich schetsen, en zelfs dit nog in zeer grove
-trekken. Toch is dit het oogenblik, waarop het bespreken van dergelijke
-verwachtingen geoorloofd en noodig is, en waarop misschien uit een zeer
-vage hoop en een droomerig denkbeeld een middel kan ontstaan, dat, aan
-de ervaring getoetst, den weg wijst tot geheel nieuwe middelen van
-onderzoek en tot te voren onverwachte uitkomsten. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span></p>
-<p class="par">Vergunt mij het onzekere aan het zekere te doen
-voorafgaan, en eerst de verdere toekomst te beschouwen, om daarna tot
-het werkplan voor de eerstvolgende jaren over te gaan. Vergunt mij
-tevens daarbij een beeld te gebruiken, ten einde mijne bedoelingen op
-gemakkelijker wijze duidelijk te maken.</p>
-<p class="par">De wetenschap is een veld van licht, te midden van bijna
-ondoordringbare duisternis. Helder schijnt het licht op de menschheid,
-verlossing brengende van onkunde en onmacht, van twijfel en vrees. Door
-gestadigen en harden arbeid en door de toewijding van velen wordt het
-licht onderhouden en zijn gebied allengs vergroot, en dringen de
-zegeningen van ervaring en macht over de natuur allengs in grooter
-kringen door. Amerika is rijk aan stichtingen, die de middelen geven
-tot onderzoek en onderwijs, tot verdieping en verspreiding van kennis,
-en iedereen weet, hoe naijverig Europa op de mogelijkheid van zulke
-schenkingen, en op den edelen, vaderlandslievenden en het menschdom
-bevoordeelenden geest is, die daaraan ten grondslag ligt.</p>
-<p class="par">In ons beeld kan de vermeerdering van kennis op
-twee&euml;rlei wijzen plaats vinden. Ten eerste door gestadig en
-zorgvuldig werk in het lichtveld zelf. De grond moet worden beploegd en
-de grenzen moeten worden uitgebreid, en honderden en duizenden van
-onderzoekers zijn onvermoeid bezig alle leemten aan te vullen en aan
-alle kanten op de eenmaal vaststaande grondslagen voort te werken.</p>
-<p class="par">Daarnaast staat het tweede middel van vooruitgang. Van
-uit het groote veld worden lichtpunten uitgeworpen in de omringende
-duisternis. Hun kansen om uitgedoofd te worden, en zonder gevolgen
-voorbij te <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name=
-"pb143">143</a>]</span>gaan zijn natuurlijk voor de hand liggend, en
-tallooze pogingen leiden dan ook niet tot de gewenschte uitkomst. Maar
-van tijd tot tijd verwerven zij vasten voet en staan zij als bakens,
-ver in de donkere omgeving. Dan wijzen zij den weg voor een veel
-snelleren vooruitgang. Rondom de bakens kan het licht zich uitbreiden,
-en tusschen hen en het groote lichtveld wordt de duisternis van twee
-kanten bestreden, zoodat het vroeg of laat gelukken moet, de bakens met
-het lichtveld te verbinden, en al het terrein tusschen hen beiden te
-veroveren en toegankelijk te maken. Zoo worden de uitgeworpen
-lichtpunten de middelen tot een snelleren vooruitgang in bepaalde
-richtingen.</p>
-<p class="par">Vandaar dat zulke lichtpunten de groote feiten geworden
-zijn, die de geschiedenis van het natuurkundig onderzoek ons bewaart.
-Zij maken den naam van de mannen, die ze uitwerpen onsterfelijk, zij
-zijn als het ware de keerpunten der historie. <span class=
-"ex">Baco</span> en <span class="ex">Newton</span>, <span class=
-"ex">Lyell</span> en <span class="ex">Darwin</span> staan onder allen
-vooraan, en in den tegenwoordigen tijd wijden <span class=
-"ex">Edison</span> en <span class="ex">Marconi</span>, <span class=
-"ex">R&ouml;ntgen</span> en <span class="ex">Curie</span> den arbeid
-van hun genie aan de belangen der menschheid.</p>
-<p class="par">Met deze opvatting van de beide hoofdbeginselen van
-vooruitgang op het gebied van kennis en wetenschap vereenigt zich het
-Carnegie-Institution ten volle. Te Washington heeft het zijn zetel;
-hier werkt het regelmatig en gestadig voor de bevordering der algemeene
-wetenschappelijke belangen. Daarnaast heeft het een eerste lichtpunt
-uitgeworpen ver in de dorre woestijn, om een baken te worden van
-onderzoek in de talrijke vragen van theoretisch en practisch belang,
-die de woestijn ons aanbiedt. De oorsprong van de flora en de fauna van
-die waterarme streken <span class="pagenum">[<a id="pb144" href=
-"#pb144" name="pb144">144</a>]</span>moet worden nagegaan. Hoe zijn
-sommige planten en dieren er toe gekomen, bij voorkeur daar te leven?
-Waardoor zijn zij in staat gesteld, in millioenen van exemplaren zich
-te vermenigvuldigen, waar andere soorten noodzakelijk zouden te gronde
-gaan? Hebben zij bij dien overgang hun natuur veranderd, of zijn zij
-slechts uitgezocht uit vele anderen, en zijn alleen zij toegelaten, die
-reeds van den aanvang af geschikt werden bevonden? Hoe kan de mensch in
-dit proces ingrijpen? Is hij beperkt tot de werken van irrigatie en tot
-de keus van elders bekende, maar toevallig voor de nieuw te ontginnen
-landen passende soorten van land en tuinbouwgewassen?</p>
-<p class="par">Deze en tallooze andere vragen moeten worden beantwoord.
-Om daartoe bij te dragen heeft het Carnegie-Institution een
-laboratorium ingericht, midden in de woestijn. Het is gebouwd op de
-heuvelenreeks nabij Tucson in Arizona, een der oudste Spaansche
-stichtingen in die bijna onbewoonbare landstreek, en thans een
-bloeiende en zich snel ontwikkelende stad, met groote industrie&euml;n
-en een levendigen handel op Mexico, en met toenemenden landbouw,
-gegrondvest op kunstmatige irrigatie.</p>
-<p class="par">Het woestijn-laboratorium staat onder het toezicht van
-de plantkundigen <span class="ex">Coville</span> te Washington en
-<span class="ex">MacDougal</span> te New-York, terwijl <span class=
-"ex">Dr. Cannon</span>, met den titel van
-&ldquo;resident-investigator&rdquo;<a class="noteref" id="xd23e1345src"
-href="#xd23e1345" name="xd23e1345src">6</a> de werkzaamheden leidt. De
-hoop op een wetenschappelijke en praktische verovering der woestijn is
-de grondslag van het werk, en alles wijst er op, dat deze hoop ten
-volle gewettigd is. <span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145"
-name="pb145">145</a>]</span></p>
-<p class="par">Heden wordt een tweede lichtpunt door het
-Carnegie-Institution in de omringende duisternis uitgeworpen. Het is
-het laboratorium, dat wij thans inwijden. Het moet een baken worden in
-een veel dichter duisternis; het moet veel moeilijker vraagstukken
-aanvatten, en kan daarbij slechts op een veel zwakkeren grondslag van
-voorafgaande kennis steunen. Het heeft een veel hooger doel, en streeft
-naar vruchten van meer algemeen belang. Het moet een leidster worden op
-een gebied van geheel onverwachte feiten en ontdekkingen en een bron
-voor geheel nieuwe methoden van verbetering van onze huisdieren en
-landbouwplanten. Het heeft een veel zwaarderen arbeid voor zich en zal
-eerst na jaren van voorbereidende studie de groote praktische problemen
-rechtstreeks kunnen aanvatten.</p>
-<p class="par">Maar hoelang deze periode van stillen arbeid ook moge
-duren, er kan geen twijfel zijn, of het doel zal eenmaal worden
-bereikt. De geheele inrichting, de rijke middelen, maar vooral de
-persoon van den directeur en de keuze van zijn staf beloven een
-glansrijke toekomst. Welke die toekomst zal zijn, laat zich natuurlijk
-niet in bizonderheden omschrijven. Toch is het wenschelijk, de
-verwachtingen eenigszins nader uit te werken, welke de tot nu toe
-genomen maatregelen met recht kunnen doen ontstaan.</p>
-<p class="par">Zulke verwachtingen binden niet, want &rsquo;s werelds
-loop laat zich niet voorspellen. Maar ik zie geen bezwaar in een
-schets, daar ik ten volle overtuigd ben, dat de uitkomst toch eenmaal
-de meest schitterende verwachtingen overtreffen zal.</p>
-<p class="par">Meer in bizonderheden gaande, kunnen wij ook hier ons
-beeld van het lichtveld der wetenschap toepassen. Ook dit laboratorium
-moet zulk een veld worden, dat <span class="pagenum">[<a id="pb146"
-href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>door vlijtigen arbeid zich
-steeds vergroot, maar van waaruit tevens losse lichtpunten in de
-omringende duisternis worden uitgeworpen. Hoe het werk op het veld moet
-geschieden, laat zich ten minste in groote trekken berekenen; wat de
-bakens zullen kunnen bereiken laat zich ternauwernood gissen. Het is
-als een droom. Maar het is een zeer verleidelijke droom, en ik vind
-geen reden, om aan die verleiding weerstand te bieden. Daarom zal ik
-trachten te schetsen, wat ik in dien droom heb meenen te zien, en welke
-hoop het denkbeeld van experimenteele evolutie, in verband met de
-groote ontdekkingen van onzen tijd op verwant gebied, in mij
-opwekt.</p>
-<p class="par">Mijn droom is uitgegaan van de oude vraag, wat er in een
-ei is, dat dit in staat stelt al de eigenschappen van een vogel allengs
-te ontwikkelen. Waarom wordt uit het eene ei een kip, en uit het andere
-een fazant geboren? Welke eigenschappen hebben de ouders daarin gelegd,
-die met klaarblijkelijke noodzakelijkheid de ontwikkeling in een
-bepaalde richting leiden? Natuurlijk moet er in het eigenlijk levende
-deel van het ei, het zoogenaamde kiemvlekje iets anders zijn, zoo er
-een kip, en iets anders zoo er een fazant uit ontstaan zal. De dooier
-en het eiwit zijn slechts voedsel, en daarin kan de oorzaak van het
-verschil dus moeilijk liggen. Nog grooter verschillen moeten er zijn
-tusschen het ei van een vogel en van een slang, en veel grooter
-natuurlijk tusschen die en de eieren van zeesterren en zeeappels, die
-bekende soorten, die zoo dikwijls door de zee op ons strand worden
-geworpen, en wier eieren en larven een zoo zeer gezocht materiaal voor
-de studie der ontwikkelings-verschijnselen geworden zijn. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span></p>
-<p class="par">Nu zouden wij kunnen trachten, ons een voorstelling te
-maken van den aard dezer onzichtbare verschillen. Wij zouden kunnen
-vragen, wat wellicht het microscoop ons openbaren zal, wanneer het zijn
-gebied nog verder zal uitgebreid hebben en deeltjes, die thans nog
-onzichtbaar zijn, zoo zal kunnen vergrooten, dat wij ze rechtstreeks
-kunnen waarnemen. Maar op deze vraag wil ik thans niet ingaan. Liever
-wil ik vragen, of het mogelijk zou kunnen zijn, in de samenstelling van
-die kiemen willekeurig veranderingen te weeg te brengen,
-z&oacute;&oacute;, dat het dier dat uit het ei ontstond, andere
-eigenschappen zou vertoonen dan zijne ouders. Natuurlijk bedoel ik
-niet, dat men zou kunnen trachten uit een zeesterren-ei een slang, of
-uit een schildpadden-ei een vogel te maken. Die verschillen zijn veel
-te groot. Aanvankelijk zal men wel met de allerkleinste veranderingen
-tevreden moeten zijn. Laat ons daarom een voorbeeld kiezen van zulk een
-zeer kleine en schijnbaar onbeteekenende wijziging.</p>
-<p class="par">De gewone pauw heeft een witte vari&euml;teit, die de
-schitterende kleuren van de gewone soort mist. Uit de eieren dezer
-vari&euml;teit komen steeds weer witte pauwen. Er moet dus tusschen het
-ei van een gewone en dat van een witte pauw een verschil zijn dat het
-verschil in kleur bewerkt. Dit verschil echter kan eenvoudig zoo
-beschouwd worden, dat men zegt, dat de kleuren in het eene geval vrij
-tot ontwikkeling komen, terwijl zij in het andere daarin door een of
-andere oorzaak worden belemmerd. Wat is nu deze oorzaak, en hoe zou men
-die kunstmatig kunnen nabootsen? Met andere woorden, zou het mogelijk
-zijn, een middel te ontdekken dat in het ei van een gewone <span class=
-"pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name=
-"pb148">148</a>]</span>pauw, de kleuren kan beletten tijdens den
-lateren groei te voorschijn te treden?</p>
-<p class="par">Wij moeten natuurlijk aannemen, dat in het ei voor elke
-eigenschap en dus ook voor de kleuren, bepaalde deeltjes voorhanden
-zijn, die die eigenschap als het ware vertegenwoordigen, en die door
-zich te vermenigvuldigen, tijdens de ontwikkeling van het jonge dier
-ten slotte de kleuren doen ontstaan. Kon men die deeltjes nu dooden, of
-ook slechts z&oacute;&oacute; verzwakken, dat zij, in vergelijking met
-andere achterlijk bleven, dan zou misschien uit een gewoon pauwenei, in
-eens en kunstmatig, de witte vari&euml;teit kunnen verkregen
-worden.</p>
-<p class="par">Overlegt men de zaak op deze wijze, dan schijnt het dat
-men met heele kleine veranderingen in een ei, zeer groote wijzigingen
-in een organisme zou kunnen teweeg brengen. Een witte vari&euml;teit
-van de pauw zou slechts een herhaling zijn van iets dat reeds bestond.
-Maar het is duidelijk, dat dezelfde redeneering van toepassing zou zijn
-op vogels en andere dieren, waarvan zulk een vari&euml;teit nog niet
-bestaat, zoodat men werkelijk iets nieuws zou krijgen. Ja men zou het
-beginsel misschien ook op bloemen kunnen toepassen. Witte afwijkingen
-van soorten met blauwe of roode bloemen komen zoo algemeen voor, dat
-het slechts natuurlijk schijnt om aan te nemen, dat elke rood- of
-blauwbloemige plant er eene zou kunnen hebben. Toch is dit nog niet het
-geval, en zijn er tuinplanten, waarvan een witte vorm nog steeds te
-vergeefs gezocht is en zeker, zoo zij gevonden of voortgebracht kon
-worden, door kruising met andere, tot een belangrijke vermeerdering der
-vormen zou kunnen bijdragen. Ik noem slechts de bloeiende
-canna&rsquo;s, wier kleur rood <span class="pagenum">[<a id="pb149"
-href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span>is, doch met geel vermengd.
-Verlies van het rood zou ze zuiver geel doen worden, verlies van het
-geel zuiver karmijnrood, terwijl een verlies van beide kleuren noodig
-zou zijn, om de zoo zeer gewenschte witte vari&euml;teit te doen
-ontstaan. Maar men heeft haar nog niet gevonden, en kan haar voorshands
-ook nog niet maken.</p>
-<p class="par">Is het mij gelukt duidelijk te maken, wat men in zulk
-een bepaald geval door vernietiging of verzwakking der
-vertegenwoordigende deeltjes in een ei van een dier of in een zaadknop
-van een plant wellicht eenmaal zou kunnen bereiken, dan mogen wij dit
-denkbeeld natuurlijk uitbreiden. De kleuren dienden ons slechts als
-voorbeeld. Juist dezelfde beschouwing zou men ook op allerlei andere
-eigenschappen kunnen toepassen. Doornlooze en onbehaarde
-vari&euml;teiten worden dikwijls als verdere voorbeelden aangehaald.
-Verlies van het meel in het zaad onderscheidt de suikererwten en de
-suikermais van de gewone soorten. Er zijn aardbezi&euml;n die geen
-uitloopers en Acacia&rsquo;s die geen gevinde bladeren maken. Dit zijn
-natuurlijk slechts onbelangrijke wijzigingen, maar het is duidelijk dat
-als men die kunstmatig kon maken, men allengs tot meer belangrijke zou
-kunnen overgaan. Groote verbeteringen onzer nuttige dieren, of van
-land- en tuinbouwplanten zouden ten slotte mogen worden verwacht.</p>
-<p class="par">Gaarne geef ik toe, dat wij van het bereiken van dit
-doel nog ver af zijn. Maar bij de stichting van een nieuw laboratorium
-met een nieuwe richting van onderzoek komt het mij toch wenschelijk
-voor zulk een blik in de toekomst te slaan. Natuurlijk kan men niet
-voorspellen wat later eenmaal zal worden ontdekt. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name="pb150">150</a>]</span>Maar
-het is van groot belang, een heldere voorstelling van de mogelijkheden
-op dit gebied te hebben, teneinde van elke toevallige vondst terstond
-de waarde en de beteekenis te kunnen beoordeelen. Zonder die voorzorg
-zou allicht een kleine ontdekking kunnen verloren gaan, die toch het
-punt van uitgang had kunnen worden, van waaruit ten slotte de oplossing
-van het raadsel had kunnen bereikt worden.</p>
-<p class="par">Daarom wensch ik thans na te gaan, welke kansen er zijn,
-om in eieren zulke veranderingen teweeg te brengen. Ik stel daarbij
-voorop, dat alles, wat men tot nu toe omtrent de physiologie van de
-eieren der meest verschillende soorten van dieren onderzocht heeft, en
-alle veranderingen, die men daarbij feitelijk in de kiemen teweeg heeft
-gebracht, grof is in vergelijking met het verschijnsel dat ons thans
-voor den geest zweeft. Een kleurverandering in de veeren van een pauw
-zou natuurlijk volkomen onzichtbaar blijven, zoolang het kuiken in het
-ei ligt, en zelfs nog geruimen tijd daarna. En zoo zou het met allerlei
-andere eigenschappen zijn. Zichtbare veranderingen in de kiem en het
-kuiken komen ons, van dit standpunt, voor als grove monstrositeiten,
-die wel belangrijk, maar niet het doel van ons streven zijn. Wat men
-thans moet zoeken zijn onzichtbare, en zich eerst veel later verradende
-wijzigingen.</p>
-<p class="par">Het dooden van enkele vertegenwoordigende deeltjes in
-een ei is misschien het beste voorbeeld, ofschoon het allicht in de
-praktijk nog te grof zal blijken. Men zou kunnen trachten het te
-bereiken met een methode, die door <span class="ex">Engelmann</span>
-voor andere doeleinden gebruikt is. Ligt een levende cel onder het
-microscoop, zoo kan men het licht dat haar beschijnt, door een
-<span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name=
-"pb151">151</a>]</span>lens laten gaan, en die lens zoo kiezen en zoo
-plaatsen, dat haar brandpunt juist in het veld van het microscoop valt.
-Is de lens aan een eigen, beweeglijk statief bevestigd, dan zou men dit
-brandpunt zich onder het microscoop kunnen doen verplaatsen. Men zou
-dan in een vrij donker veld een helder lichtend punt als het ware
-kunnen laten wandelen. Is het klein genoeg om een enkele
-bladgroenkorrel, of een celkern, of zelfs een deel van een kern te
-treffen, zoo zou men alleen dat punt kunnen verlichten. Op deze wijze
-heeft <span class="ex">Engelmann</span> rechtstreeks aangetoond dat het
-licht in de groene deelen der cellen zijn koolzuur-ontledende werking
-uitoefent, en niet in de kleurlooze gedeelten van het levend
-protoplasma.</p>
-<p class="par">Nu concentreert een lens natuurlijk niet alleen de
-licht- maar ook de warmtestralen. Iedereen weet, dat voorwerpen, in het
-brandpunt geplaatst, verhit worden; vandaar trouwens de naam. Past men
-dit onder het microscoop toe, dan zou men dus een klein deel van een
-cel sterk kunnen verwarmen, zonder de overige deelen te beschadigen.
-Spoedig zou daarbij de warmte zoo groot worden, dat het getroffen deel
-afstierf. Zoo kan men enkele bladgroenkorrels dooden, terwijl de
-overige deelen der cel levend blijven. Als men nu voorzichtig een
-celkern, of een deel daarvan tot dicht bij de temperatuurgrens van het
-leven verwarmde, zou men mogen verwachten, dat die grens niet voor alle
-deeltjes dezelfde is. Enkele zouden eerder sterven, andere later. In
-een gunstig geval zou men dus de meest gevoelige kunnen dooden, maar de
-overige sparen.</p>
-<p class="par">Gesteld nu, dat men er enkele trof, die voor de
-ontwikkeling niet volstrekt noodzakelijk waren, dan <span class=
-"pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>zou
-men misschien, langs dezen weg, een vari&euml;teit kunnen tot stand
-brengen. Natuurlijk zou er nog heel wat te bestudeeren en te beproeven
-zijn, v&oacute;&oacute;rdat men zoover kon komen. Doch dit is thans
-niet de zaak die ons bezighoudt. Het kwam er slechts opaan, aan te
-toonen, dat er een weg is, die de kans op zulk een ingrijpen opent.</p>
-<p class="par">Waarschijnlijk zal het volstrekt niet noodig zijn,
-bepaalde deeltjes in een ei te dooden, om zichtbare veranderingen in
-het daaruit groeiend organisme teweeg te brengen. Veel natuurlijker
-schijnt het ze eenvoudig in meerdere of mindere mate te verzwakken,
-hetzij tijdelijk, hetzij op den duur. Door een tijdelijke verzwakking
-zou men kunnen hopen ze achterlijk te maken in vergelijking met de
-overige factoren van het ontwikkelingsproces en daardoor misschien de
-fijnst mogelijke wijziging te erlangen.</p>
-<p class="par">Een eerste middel dat zich daarbij aanbiedt is het
-bedwelmen. Aether en chloroform werken op dierlijke en plantaardige
-cellen op overeenkomstige wijze als op het menschelijk organisme, en
-wellicht zou men daarvan gebruik kunnen maken, om geringe storingen in
-de allereerste ontwikkeling te doen optreden. Reeds zijn een aantal
-feiten bekend, die de uitgesproken hoop wettigen, of ten minste
-steunen. Wat eieren betreft, gebruikt men bij voorkeur die van
-zee-egels en zee-appels, die deels om hun doorschijnendheid, deels om
-hun taaiheid, deels om allerlei andere redenen voor onderzoekingen
-bizonder geschikt zijn. <span class="ex">Wilson</span> heeft nu
-v&oacute;&oacute;r, tijdens, en na de bevruchting aether op zulke
-eieren laten inwerken. Zichtbare afwijkingen van het normale proces
-waren daarvan het gevolg. Zoo kan de mannelijke kern belet <span class=
-"pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name=
-"pb153">153</a>]</span>worden met de vrouwelijke te copuleeren, doch
-daarbij op eigen gelegenheid voortgaan met groeien. Ook kunnen de
-stralen-sphaeren, die gewoonlijk van de kernen uitgaan, en waarlangs
-zij vermoedelijk haren invloed op de cel oefenen, door de werking van
-aether tijdelijk worden uitgewischt, of ten minste onzichtbaar gemaakt,
-zonder dat daardoor de levensverschijnselen en met name de deelingen in
-de kernen merkbaar worden gestoord. Dan kunnen de kernen zich
-vermenigvuldigen, zonder dat dit door de overeenkomstige celdeelingen
-wordt gevolgd en er ontstaan veelkernige cellen. <span class=
-"ex">Wilson</span> kon soms 64 kernen in een enkele cel tellen, terwijl
-het normale aantal niet meer dan &eacute;&eacute;n bedraagt. Eindelijk
-kunnen de celdeelingen zoo onregelmatig worden, dat zij, inplaats van
-tusschen de kernen door te gaan, langs deze den nieuwen wand maken,
-zoodat de eene helft geen en de andere beide of alle jonge kernen
-krijgt. Zulke kernlooze cellen vertoonen dan natuurlijk allerlei
-afwijkende verschijnselen.</p>
-<p class="par">De meeste van de beschreven afwijkingen zijn van
-voorbijgaanden aard, zoo de bedwelming slechts kort genoeg duurt. Is
-het nog mogelijk, dan keert daarna de kiem tot het normale
-ontwikkelingsproces terug. Maar misschien blijft er toch nog iets over,
-dat, aanvankelijk onzichtbaar, en dus tot nu toe niet opgemerkt, in het
-latere leven zich zou verraden, en dan juist wijzigingen geven, zooals
-wij die zouden wenschen te zien ontstaan. Een ruim veld van waarneming
-en onderzoek ligt hier voor ons open.</p>
-<p class="par">Dat bedwelming werkelijk veel fijnere wijzigingen in den
-groei en de ontwikkeling kan te weeg brengen is, ten minste voor
-planten, door de merkwaardige <span class="pagenum">[<a id="pb154"
-href="#pb154" name="pb154">154</a>]</span>studi&euml;n van <span class=
-"ex">Johannsen</span> bewezen. Aan dezen gelukte het, door een
-voorbijgaande bedwelming, slapende knoppen wakker te maken. Het
-resultaat was geheel onverwacht, en toch kan iedereen zich gemakkelijk
-van de juistheid overtuigen. Onze boomen en heesters, onze bloembollen
-en knolgewassen hebben &rsquo;s winters een periode van rust, die niet
-eenvoudig het gevolg van de koude is. Dit blijkt terstond wanneer men
-bedenkt, dat de term winterrust het verschijnsel eigenlijk zeer
-onvolkomen uitdrukt. Want hyacinten en tulpen en tal van andere
-bolgewassen rusten eigenlijk des zomers. Als in het voorjaar hun
-bloemen uitgebloeid zijn, kunnen zij nog zaad maken, en moeten zij,
-b.v. een maand lang, door middel hunner bladeren het voedsel maken dat
-voor het verdere leven van den bol, tijdens de periode van rust, noodig
-is. Maar juist als de ware zomermaanden intreden, beginnen zij deze
-periode, en daaruit volgt, dat gebrek aan warmte daarvan
-klaarblijkelijk niet de oorzaak is. Zoo is het met tal van
-voorjaarsplanten, waarvan men de bladeren nog eenigen tijd in den zomer
-ziet, maar die vroeg of laat ter ruste gaan, lang v&oacute;&oacute;r
-het einde van den herfst.</p>
-<p class="par">Er moeten dus inwendige, van het jaargetijde
-onafhankelijke oorzaken zijn, die deze rust bewerken. Daarnaast kan
-&rsquo;s winters de koude de ontwikkeling vertragen, en iedereen weet
-dat enkele te vroege en te warme voorjaarsdagen de knoppen er toe
-brengen kunnen v&oacute;&oacute;r hun tijd uit te loopen. Maar dit kan
-wel in het voorjaar, doch niet in den eigenlijken winter, vooral niet
-in &rsquo;t begin daarvan geschieden. Men kan dit bewijzen door takken
-van allerlei boomen en heesters af te snijden en, in wat water, in een
-warme <span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name=
-"pb155">155</a>]</span>kamer te plaatsen. Doet men dit in Februari of
-Maart, dan ziet men weldra de meeste knoppen zwellen, en een aantal er
-van open barsten en hun bladeren en bloemknoppen ontplooien. Doet men
-het in October of November, zoo blijven de takken echter werkeloos.
-Toch is alles of ten minste nagenoeg alles in hen voor het hernieuwde
-leven gereed. Dit blijkt juist uit de aether-proeven van <span class=
-"ex">Johannsen</span>. Want wat men door eenvoudig verwarmen niet kan
-bereiken, kan men daardoor wel verkrijgen na een voorbijgaand
-bedwelmen. Men zet de takken, na ze afgesneden te hebben, en liefst
-zonder water, in een groote metalen kist met goed sluitend deksel, of
-ook onder een glazen stolp of in een flesch met wijden hals, en voegt
-daaraan een afgemeten hoeveelheid aether toe. Men laat ze er twee dagen
-in, en herhaalt daarna zoo noodig de bewerking nog eens. Zet men ze nu
-in wat water op een verwarmde plaats dan ziet men ze spoedig uitloopen,
-ten minste verscheidene soorten, want de vereischte hoeveelheid aether
-is niet voor alle dezelfde. Dit proces, dat in het klein zeer
-verrassende uitkomsten geeft, heeft in de laatste jaren in het groot in
-de praktijk ingang gevonden voor het forceeren van seringen. Want het
-is daardoor mogelijk geworden, den bloei dezer struiken in Januari en
-December eenige weken te vervroegen, en zoodoende omstreeks Kerstmis en
-Nieuwjaar daarvan groote hoeveelheden bloemtrossen in den handel te
-brengen. En merkwaardiger wijze groeien de trossen na het aetheriseeren
-zooveel sneller dan bij het gewone forceeren, dat de meerdere kosten
-van de installatie en toepassing van dit proces geheel opgewogen worden
-door de besparing aan brandstof, die het kortere <span class=
-"pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name=
-"pb156">156</a>]</span>forceeren in de kassen natuurlijk met zich
-voert.</p>
-<p class="par">Zoo hebben wij in aether&mdash;en hetzelfde geldt van
-chloroform&mdash;een zeer merkwaardig middel om allerlei wijzigingen in
-het ontwikkelingsproces te voorschijn te roepen, en het spreekt van
-zelf, dat na zulke onverwachte en uiteenloopende feiten, als die van
-<span class="ex">Wilson</span> en van <span class=
-"ex">Johannsen</span>, nog een lange reeks van ontdekkingen op dit
-gebied mag worden verwacht.</p>
-<p class="par">Van geheel anderen aard zijn de studi&euml;n van
-<span class="ex">Loeb</span> in Californi&euml; en van <span class=
-"ex">Delage</span> in Parijs omtrent den invloed van opgeloste stoffen
-en van gassen op de ontwikkeling van eieren. Ook zij gebruiken bij
-voorkeur eieren van zee-sterren en zee-egels. Als zulke eieren bevrucht
-worden, gebeurt er twee&euml;rlei. Eensdeels brengt het mannelijk
-element de eigenschappen van den vader op de kiem over, en bewerkt zoo
-de gelijkenis der kinderen op hem, wat bij ons menschen zeer bekend is,
-en bij bastaarden een zeer belangrijke rol speelt, maar wat natuurlijk
-overal bij planten en dieren het meest wezenlijke deel der bevruchting
-is. Maar dit is volstrekt niet het eenige, wat de mannelijke cel
-bewerkt. Het ei bevindt zich in rustenden toestand, en moet daaruit
-worden opgewekt, om zich verder te gaan ontwikkelen. Dit gebeurt nu
-niet door die overbrenging der erfelijke eigenschappen, maar door een
-afzonderlijke werking. Bij sommige planten en met name bij vele
-orchidee&euml;n vindt zulk een werking zelfs reeds v&oacute;&oacute;r
-de bevruchting plaats, en gaat er van de stuifmeelkorrels en haar
-buizen iets uit, wat den groei der zaadknoppen bevordert. Zonder dien
-prikkel worden zij in die gevallen nooit normaal en voor de bevruchting
-geschikt.</p>
-<p class="par">Men kan nu, dank zij de onderzoekingen der genoemde
-<span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157" name=
-"pb157">157</a>]</span>geleerden, die twee belangrijke werkingen van
-elkander scheiden. Want men kan den groeiprikkel, als ik het zoo eens
-noemen mag, die van het mannelijk element uitgaat, vervangen door iets
-anders. Dan zal het ei zich ontwikkelen, zonder in den eigenlijken zin
-van het woord bevrucht te zijn, en daarom pleegt men dit proces
-parthenogenesis, en wel in dit bizondere geval, kunstmatige
-parthenogenesis te noemen.</p>
-<p class="par"><span class="ex">Loeb</span> ontdekte dit door het
-gebruik van opgeloste zouten, en met name van chloormagnesium, dat in
-het zeewater wel aanwezig is, maar natuurlijk niet in voldoende
-hoeveelheid om die onnatuurlijke ontwikkeling te bewerken. Voegt men er
-echter wat grootere hoeveelheden van aan het zeewater toe, waarin de
-eieren van zee-sterren, zee-egels en zee-appels liggen, dan ziet men
-deze tot jonge larven worden, ook zonder bevruchting. Eenige andere
-zouten zijn eveneens in staat, dit gevolg te bewerken. Het maakt den
-indruk alsof het ei rustend gehouden werd door een of andere onbekende
-maar op den groei belemmerend werkende oorzaak. Het mannelijk element
-en de genoemde zouten heffen die oorzaak op, lossen haar misschien
-eenvoudig op, zoo zij een bepaalde stof is, en veroorloven zoo den
-voortgang der ontwikkeling.</p>
-<p class="par"><span class="ex">Delage</span> heeft nu aangetoond, dat
-behalve zouten ook gassen, en met name koolzuur, zulk eene werking
-hebben. Gasvormige lichamen hebben bij zulke proeven allerlei voordeden
-boven opgeloste zouten. Men behoeft slechts een stroom van koolzuur uit
-een ontwikkelingsflesch, of uit een gewonen syphon van koolzuurhoudend
-mineraalwater te leiden, om de eieren, die er in liggen, tot
-ontwikkeling te doen komen <span class="pagenum">[<a id="pb158" href=
-"#pb158" name="pb158">158</a>]</span>zonder bevruchting. Zouten werken
-altijd op een aantal eieren schadelijk, maar koolzuur kan ze bij
-honderden doen groeien, zonder dat er een enkel verloren gaat of ook
-slechts achterlijk blijft. Daardoor geeft het koolzuur een middel aan
-de hand, om de onbevruchte eieren in hun verderen levensloop te
-bestudeeren, iets wat op dit oogenblik nog zeer moeilijk is, daar men
-met de vereischten van het leven van jonge zee-appels, ook na
-bevruchting der eieren, in een aquarium nog zeer onvoldoende bekend is.
-In een aquarium moet men het water voortdurend in beweging houden, en
-daarenboven moet men zorgen, dat voedsel in overvloed voorhanden zij.
-Dit voedsel nu bestaat in allerkleinste organismen, bijna onzichtbaar
-klein, die in het zeewater in onnoemelijk aantal voorkomen, en die door
-de larven der zeesterren worden gegeten. Deze plantaardige en
-dierlijke, microscopisch kleine wezens vormen een deel van de in de
-bovenste lagen der zee drijvende of liever zwevende wereld, die men
-tegenwoordig gewoon is het plankton te noemen. Dit plankton, waarop ik
-trouwens later nog terug zal moeten komen, is de groote bron van het
-voedsel voor alles wat in zee leeft, tenminste wat het dierenrijk
-betreft, en grootere planten zijn in de zee zooals men weet
-betrekkelijk zeldzaam, en eigenlijk beperkt tot de kusten en tot de
-enkele, drijvende sargasso-zee&euml;n. Dit microscopische voedsel moet
-men vermengen met het zeewater, waarin de larven leven, en dit heeft,
-bij hun vraatzucht, groote moeielijkheden, doch het is hier de plaats
-niet, daarop nader in te gaan.</p>
-<p class="par">Genoeg zij het, er op gewezen te hebben, dat eieren
-zonder bevruchting tot larven kunnen worden. En kunnen zij dit, zoo
-zouden zij het wellicht ook met <span class="pagenum">[<a id="pb159"
-href="#pb159" name="pb159">159</a>]</span>een gedeeltelijke bevruchting
-kunnen, en misschien met een gemis van slechts enkele der
-vertegenwoordigende deeltjes van de erfelijke eigenschappen van den
-vader.</p>
-<p class="par">Evenals van chloormagnesium, zou men ook de werking van
-zwakke vergiften op den aanvang van het ontwikkelingsproces kunnen
-bestudeeren. <span class="ex">Davenport</span> heeft aangetoond, dat er
-een zeer groote mate van overeenkomst bestaat tusschen de werking van
-vergiften op het menschelijk lichaam en op verschillende soorten van
-lagere dieren. Met name kunnen in vele gevallen dieren aan bepaalde
-vergiften gewend worden, door de dosis langzaam te doen toenemen. Er
-ontstaat dan een soort van immuniteit, en deze treedt, al naar gelang
-der onderzochte voorwerpen, nu eens vroeger, dan weer later in. Zoo men
-nu aan mag nemen, dat bij een fijner uitwerken van dit beginsel, ook de
-vertegenwoordigende deeltjes der erfelijke eigenschappen in een ei in
-verschillende mate gevoelig zullen blijken te zijn voor zulke
-vergiften, dan ontstaat de kans dat men daardoor sommige kan
-elimineeren, zonder de overige al te zeer te schaden. Zoodoende zou men
-allicht, in de ontwikkeling van de kiem en van het jonge dier uit het
-ei, enkele bepaalde eigenschappen kunnen onderdrukken.</p>
-<p class="par">Allerlei andere invloeden zouden kunnen worden
-bestudeerd, en onder deze bieden wellicht de stralen van <span class=
-"ex">R&ouml;ntgen</span>, en de radio-activiteit van het nieuwe element
-radium, bizondere kansen van slagen aan. Van beide zijn reeds uiterst
-belangrijke werkingen op het levend organisme bekend, die deels als
-genezing, deels als schadelijke veranderingen van beteekenis zijn. Ook
-is in sommige gevallen hun invloed op de <span class="pagenum">[<a id=
-"pb160" href="#pb160" name="pb160">160</a>]</span>ontwikkeling van
-jonge dieren uit het ei nagegaan. Zoo kan de groei der organen van de
-donderpadden, die uit de kikvorsch-eieren ontstaan, op belangrijke
-punten gewijzigd worden door de stralen die van radium-bromide en
-andere radium-zouten uitgaat. In normale gevallen verandert b.v. de
-vorm van den kop na omstreeks acht dagen, de hals wordt onduidelijk en
-de uitwendige ademhalingsorganen worden door inwendige vervangen. Maar
-de radium-stralen belemmeren deze processen, en inplaats van te
-verdwijnen, wordt de hals door het ontstaan van huidplooien
-duidelijker. In jonge zee-appels, die zich uit eieren ontwikkelen, kan
-het radium den geheelen bouw der ingewandsholte wijzigen. Wijzigt men
-nu de intensiteit van de inwerking van het radium, zoo verandert ook de
-uitwerking, en voor zoover de waarnemingen thans reeds een inzicht
-veroorloven, kan men zeggen dat zwakke werkingen dikwijls de
-levensfuncti&euml;n bevorderen, terwijl sterkere ze vertragen of
-belemmeren. Zeer sterk behoeft de werking dan ook niet te worden, om
-plaatselijk enkele organen of cellen geheel te dooden. Ook in dit
-opzicht gedragen zich verschillende cellen verschillend, en onlangs
-heeft <span class="ex">Soddy</span> voorgesteld om de radio-activiteit
-van het thorium, die zooveel zwakker is dan die van het radium zelf, te
-gebruiken om de microben der longtering binnen in het lichaam te
-dooden. De longen zouden daarbij zoo goed als onbeschadigd blijven. Hoe
-dit ook zij, de hoofdzaak is voor ons dat ook hier, evenals in de
-vorige gevallen, krachten aanwezig zijn, die bepaalde deeltjes meer en
-andere veel minder in hun levensfunctie en ontwikkeling tegenwerken, en
-evenals wij dit reeds herhaaldelijk gedaan hebben, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name=
-"pb161">161</a>]</span>kunnen wij ons ook hier voorstellen dat een
-fijnere uitwerking van het beginsel eenmaal tot een scheiding onder de
-vertegenwoordigende deeltjes der erfelijke eigenschappen in het ei zal
-kunnen leiden.</p>
-<p class="par">Maar ik heb wellicht reeds te veel feiten en
-verschijnselen uit te zeer uiteenloopende deelen der natuurwetenschap
-aangehaald. Bij de volkomen onzekerheid die hier uit den aard der zaak
-nog heerscht, zou een verdere beschouwing van dit punt allicht al te
-vermoeiend worden. Mijn doel was dan ook slechts aan te toonen, dat de
-zuster-wetenschappen, vooral in haar nieuwste ontdekkingen, een schat
-van feiten aanbieden, die als uitgangspunten voor onderzoekingen op het
-gebied der experimenteele evolutie kunnen dienst doen.</p>
-<p class="par">Daarom is een der eerste vereischten voor den goeden
-gang van de werkzaamheden op dit nieuwe laboratorium, dat men zooveel
-mogelijk op de hoogte blijve van het nieuwste wat in alle andere
-wetenschappen ontdekt wordt. Natuurlijk kan niet alles van toepassing
-zijn. Maar men weet vooruit niet, op welken weg een ontdekking zal te
-vinden zijn. De eene poging kan mislukken, terwijl de andere gelukt.
-Het komt er slechts op aan, de gunstige gelegenheden niet voorbij te
-laten gaan. En om daarvoor te zorgen moet men op alles voorbereid zijn.
-Zeer dikwijls hangt een belangrijke ontdekking af van een toevallige
-kennismaking met een of ander nieuw feit, of een of andere nieuwe
-gedachte, die plotseling blijkt van toepassing te kunnen worden op het
-werk waarmede men juist bezig is. Is dan dit werk in vollen gang, en
-beschikt het over alle methoden en hulpmiddelen die noodig zijn om het
-nieuwe gezichtspunt terstond aan de <span class="pagenum">[<a id=
-"pb162" href="#pb162" name="pb162">162</a>]</span>ervaring te toetsen,
-dan is wellicht de ontdekking ineens gedaan en misschien tevens al
-halverwege voltooid. Is men echter &ograve;f niet voldoende voorbereid
-in eigen werk, &ograve;f niet voortdurend op den uitkijk naar wat het
-toeval soms brengt, dan gaat de gelegenheid ongemerkt voorbij, en jaren
-kunnen verloopen, eer zich een tweede voordoet. Naast grondigen arbeid
-acht ik daarom een voortdurende algemeene ori&euml;nteering een eerste
-vereischte voor welslagen.</p>
-<p class="par">De experimenteele evolutie kan echter nog van geheel
-andere gezichtspunten uitgaan dan de tot nu toe ontwikkelde, en daarbij
-geheel andere wegen van onderzoek inslaan. Zulk een weg is die, welke
-men vroeger algemeen de studie der generatio spontanea noemde. Maar
-toen had men, omtrent wat men mocht verwachten, nog slechts uiterst
-vage en grootendeels onjuiste voorstellingen. <span class=
-"ex">Pasteur</span>&rsquo;s ontdekking der bacteri&euml;n heeft hier
-veel verkeerde denkbeelden opgeruimd. Want mogen de bacteri&euml;n ook
-nog zoo klein zijn, en voor het gewapend oog een ook nog zoo
-eenvoudigen bouw vertoonen, toch leeren ons hun zoo uiterst
-verscheidene, scheikundige en physiologische werkingen, dat hun
-binnenst maaksel volstrekt niet zoo primitief zijn kan. Men is dan ook
-reeds lang van het vermoeden terug gekomen, onder hen de meest
-oorspronkelijke wezens te zoeken. Vooral heeft daartoe de overweging
-bijgedragen, dat zij alle &ograve;f van de weefsels van hoogere planten
-en dieren, &ograve;f tenminste van hunne afvalproducten leven. Zij zijn
-dus in hun geheele bestaan van deze afhankelijk en men kan zich dus
-moeilijk voorstellen, dat zij, in het begin van den biologischen tijd,
-aan deze zouden zijn voorafgegaan. <span class="pagenum">[<a id="pb163"
-href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span></p>
-<p class="par">Hierdoor komen wij als van zelve tot de vraag, waar men
-zich dan voorstellen moet, dat het eerste leven ontstaan is. Dit nu is
-uit den aard der zaak een quaestie die thuis behoort op het gebied van
-het verre verleden, en dus in de palaeontologie. De leer der
-voorwereldlijke planten en dieren antwoordt op onze kwestie echter met
-een groot bezwaar. In fossielen toestand kan men natuurlijk niet
-verwachten, dat van de bedoelde verschijnselen iets zal zijn
-overgebleven. Integendeel, er is in het algemeen al een vrij hooge
-graad van organisatie noodig, zal een plant of dier kans hebben om zijn
-overblijfselen of indrukken in de gesteenten achter te laten. En die
-hoogere bouw, gepaard gaande met een grootte, die de eerste levende
-wezens zeer zeker niet bereikt kunnen hebben, sluit de studie van het
-bedoelde verschijnsel op palaeontologisch gebied geheel van de ervaring
-uit.</p>
-<p class="par">Wij komen dus hier op een gebied van reine fantasie.
-Maar niet van een vrije fantasie. Want zij is gebonden aan de bekende
-feiten, die haar binnen vrij enge grenzen beperken. En met deze
-beperking kan zij ons van groot nut zijn om ons een nieuwen weg te
-wijzen, waarlangs wellicht de studie der experimenteele evolutie zou
-kunnen worden aangevat.</p>
-<p class="par">Ik wil thans trachten duidelijk te maken, welke
-gezichtspunten ons door zulke beschouwingen worden geopend. Daartoe
-wensch ik een kort beeld te ontwerpen van de theorie van <span class=
-"ex">Brooks</span> omtrent het leven op aarde gedurende de oudste
-tijden, waarvan geen fossielen tot ons zijn gekomen. Deze beschouwing
-komt mij voor zoo eenvoudig en zoo gemakkelijk te begrijpen te zijn,
-dat ik geen bezwaar zie haar hier eenigszins in bizonderheden te
-volgen. Zij gaat natuurlijk <span class="pagenum">[<a id="pb164" href=
-"#pb164" name="pb164">164</a>]</span>uit van hetgeen feitelijk bekend
-is omtrent de alleroudste fossiele fauna, die van de cambrische
-lagen.</p>
-<p class="par">Allereerst een enkel woord omtrent den tijd. Men stelt
-zich thans algemeen voor, dat het leven op aards geenszins onbegrensd
-lange tijden geduurd heeft. De ontwikkeling op de hoofdlijnen van den
-stamboom van het dieren- en plantenrijk behoeft niet zoo onmerkbaar
-langzaam geweest te zijn, als men voor een tiental jaren nog algemeen
-geloofde. <span class="ex">Hubrecht</span> heeft ons geleerd de
-tallooze vertakkingen van den stamboom beter te beoordeelen en veel,
-wat men vroeger meende dat een plaats op de hoofdlijnen moest hebben,
-wordt thans beschouwd als te behooren tot de zijtakken. Daardoor wordt,
-in onze voorstelling, het geheele proces der evolutie aanzienlijk
-verkort. Wat men vroeger meende, dat na elkander moest gebeuren, ziet
-men thans in, dat voor een groot deel naast elkander geschied kan zijn.
-Daarnaast komt de overtuiging, dat een ontstaan van soorten zoo
-langzaam, dat eeuwen noodig zouden zijn om merkbare verschillen teweeg
-te brengen, allengs moet wijken voor de meening dat de vooruitgang
-stapsgewijze geschiedt, en dat nu eens talrijke stappen elkander snel
-hebben opgevolgd, terwijl in andere gevallen, zooals bij de
-zoetwatermosselen, lange geologische tijden zijn voorbijgegaan, zonder
-dat eenige merkbare vooruitgang, ja zelfs zonder dat eenige belangrijke
-wijziging in de organisatie tot stand kwam. Men meent thans dat eenige
-millioenen van jaren geheel voldoende kunnen worden geacht voor de
-verklaring van het geheele evolutie-proces. Hoeveel millioenen doet er
-natuurlijk niet veel toe, daar ons voorstellingsvermogen toch niet in
-staat is op zulk <span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165"
-name="pb165">165</a>]</span>een ontzaggelijke uitgebreidheid
-verschillen duidelijk te waardeeren. Meestal schat men den duur van het
-leven op tusschen de 20 en 40 millioen jaren, of, bij enger beperking,
-doch nog met een voldoenden graad van waarschijnlijkheid, tusschen de
-20 en 30 millioen jaren.</p>
-<p class="par">In dien tijd zouden dus tevens nagenoeg alle geologische
-lagen zijn afgezet. De dikte van deze, voor de verschillende perioden
-van de ontwikkelings-geschiedenis der aarde, geeft een in &rsquo;t
-groot goed vertrouwbaren maatstaf voor de verdeeling van den zooeven
-aangenomen tijd over die verschillende perioden. De oudste lagen zijn
-verreweg de dikste, de perioden duurden dus in den aanvang het langste
-en dit wil zeggen, dat toen de veranderingen in de aardschors, in de
-verdeeling van land en zee, en in de organisatie der levende wezens
-uiterst langzaam geschiedde in vergelijking met de latere tijden.
-Groote eentonigheid en groote gelijkvormigheid moet er in den beginne
-overal op aarde geheerscht hebben. En, naar alle waarschijnlijkheid
-heeft het ongeveer de helft van den geologischen tijd geduurd, voordat
-hierin eenige merkbare verandering kwam. Sedert zijn de veranderingen
-sneller en sneller, en de perioden dus korter en talrijker geworden.
-Daaruit volgt echter nog niet dat de totale vooruitgang ook in die
-tweede helft de grootste is geweest. Doch eer ik hierop in ga moet ik
-eerst de palaeontologische feiten vermelden, waarop de theorie van
-<span class="ex">Brooks</span> steunt.</p>
-<p class="par">De periode in de ontwikkeling der aardschors die het
-keerpunt in de geheele ontwikkelings-geschiedenis schijnt te zijn,
-draagt den naam van den cambrischen tijd. Deze komt ongeveer met het
-midden van alle <span class="pagenum">[<a id="pb166" href="#pb166"
-name="pb166">166</a>]</span>geologische lagen, en dus met het midden
-van den geheelen duur van het leven op aarde overeen.
-V&oacute;&oacute;r het cambrium moeten dus 10 &agrave; 20 millioen
-jaren zijn verloopen, sedert de eerste levende wezens ontstonden, en
-daarna ongeveer evenveel. De cambrische periode echter is de oudste,
-waaruit fossielen bekend zijn geworden, en wij mogen dus zeggen dat wij
-van de eerste helft van de ontwikkeling van het leven op aarde
-feitelijk niets weten. Daartegenover staat, dat na het cambrium het
-voorkomen van fossielen in de gesteenten regelmatig is toegenomen.
-Leemten zijn er in onze kennis natuurlijk nog zeer talrijke, doch zij
-betreffen meer de fijnere trekken der ontwikkelingsgeschiedenis.
-Omtrent de hoofdlijnen mogen wij zeggen dat de ervaring ons voldoende
-uitsluitsel geeft.</p>
-<p class="par">Geheel juist is het echter niet, zooals ik zooeven
-zeide, dat wij omtrent de eerste helft van den biologischen tijd niets
-weten. Mogen de feiten ook ontbreken, toch is het duidelijk dat de
-fauna van den cambrischen tijd als het product der voorafgegane
-evolutie mag worden beschouwd, en dat deze dus zoodanig moet geweest
-zijn, als met dat product overeenkomt.</p>
-<p class="par">Daarom willen wij thans die cambrische fauna nader in
-oogenschouw nemen. Ik doe dit aan de hand van <span class=
-"ex">Brooks</span>, die in zijn boek over de &ldquo;<span lang=
-"en">Foundations of Zoology</span>&rdquo; een uiterst aantrekkelijke
-beschrijving van het leven in de zee, in dien tijd en in den
-tegenwoordigen tijd, geeft. Zooals iedereen weet, is de zee veel rijker
-aan fraaie en vreemde vormen, aan de meest treffende en boeiende
-kleur-schakeeringen, dan eenige vegetatie op het land. Zelfs de
-tropische bosschen kunnen met het leven op den bodem der zee op verre
-na niet wedijveren. <span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167"
-name="pb167">167</a>]</span></p>
-<p class="par">De fauna van de onderste lagen van de cambrische
-periode, die dus de alleroudste is, waaromtrent de fossielen ons iets
-leeren, was rijk en verscheiden, en de meeste tegenwoordige typen van
-het dierlijk leven hadden hun vertegenwoordigers reeds in dien tijd,
-terwijl er daarnaast toen geen eenigszins belangrijke typen gevonden
-werden, die thans geen levende nakomelingen meer zouden hebben.
-Gewervelde dieren en bloemplanten waren er toen nog niet, maar van de
-lagere dieren, en zoover men na kan gaan van de wieren, waren de
-hoofdtypen toen reeds allen aanwezig. Men kent omstreeks 150 soorten
-van dieren uit die onderste cambrische lagen, maar deze zijn zeer
-gelijkelijk verdeeld over de orden en famili&euml;n, die thans nog op
-den bodem der zee leven.</p>
-<p class="par">Die 150 soorten maken daarenboven niet den indruk van
-allerprimitiefste voorvaderen te zijn van de tegenwoordige typen.
-Integendeel, de specialisatie en organisatie mogen toen in
-bizonderheden anders geweest zijn dan nu, zij stonden volstrekt niet
-merkbaar lager dan thans. In geologischen zin de alleroudste waren zij
-volgens zo&ouml;logische opvatting even modern als de tegenwoordig
-levende wereld. Binnen in elke groep is het aantal soorten en vormen in
-de sedert vervlogen tijden uitermate toegenomen, en is er een
-verscheidenheid ontwikkeld zooals die toen, naar alle
-waarschijnlijkheid, op verre na niet bestond. Maar deze
-differenti&euml;ering geldt eigenlijk slechts bijzaken, terwijl de
-hoofdzaken nagenoeg onveranderd zijn gebleven. Allerlei
-levensomstandigheden, deels voortspringende uit de ongelijkheden van
-den bodem der zee en de verschillende diepten, voornamelijk echter te
-wijten aan de overal afwijkende eischen van den strijd met <span class=
-"pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" name=
-"pb168">168</a>]</span>andere wezens en van den grooten wedstrijd om
-voedsel, hebben talrijke speciale adaptati&euml;n doen ontstaan, en een
-enormen rijkdom van vormen teweeggebracht, waarvan de gewone mensch
-zich geen voorstelling kan maken. Maar de hoofdtrekken van de
-organisatie waren toen dezelfde als thans, de kenmerken van de
-hoofdgroepen van het dierenrijk zijn al die millioenen van jaren vrij
-wel onveranderd gebleven.</p>
-<p class="par">Deze moeten dus in de v&oacute;&oacute;r-cambrische
-tijden ontstaan zijn, terwijl de tallooze bizondere aanpassingen van
-lateren datum zijn.</p>
-<p class="par">Wil men nu trachten zich een voorstelling te maken van
-het leven gedurende die v&oacute;&oacute;r-cambrische tijden en van de
-veranderingen, die zoo plotseling het ontstaan van fossielen mogelijk
-maakten, dan moet men natuurlijk geheel van zo&ouml;logische, in plaats
-van palaeontologische gegevens uitgaan. Het wordt dan een vergelijkende
-studie, waartoe de tegenwoordig levende wereld het materiaal moet
-leveren.</p>
-<p class="par">Er zijn in de levensgeschiedenis der aarde
-klaarblijkelijk perioden van langzame en tijden van snellere
-verandering geweest. Voor de fossiele kruipende dieren was de tijd van
-den Ichthyosaurus zulk een tijdperk van snelle ontwikkeling. De
-allerlaatste tijden toonen een toenemend overwicht van intellectueelen
-vooruitgang, en onder de landdieren geldt thans vrij algemeen list meer
-dan kracht. De fossielen leeren ons, dat de gemiddelde grootte van de
-meeste typen van landdieren sinds het midden van de tertiaire periode
-is afgenomen, maar dat de verhouding van den inhoud van de hersenpan
-tot de lichaamsgrootte aanzienlijk is toegenomen. Naar een globale
-schatting <span class="pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169" name=
-"pb169">169</a>]</span>is het gewicht der hersenen in vergelijking met
-dat van het lichaam in die latere geologische tijden meer dan
-verdubbeld.</p>
-<p class="par"><span class="ex">Brooks</span> neemt nu aan, dat het
-begin der cambrische periode ook zulk een tijd van snellen vooruitgang
-in een bepaalde richting was, en wel in de richting van die vaste
-kalkachtige lichaamsdeelen, die in fossielen staat zijn overgebleven.
-De reden, waarom uit oudere tijden geen fossielen bekend zijn, zou dan
-eenvoudig deze zijn, dat alle lichaamsdeelen nog week en voor
-fossilisatie ongeschikt waren. En de oorzaak van die verandering zoekt
-hij in den overgang van het leven uit de hoogere lagen der zee naar den
-bodem.</p>
-<p class="par">Om de bedoeling van deze voorstelling duidelijk te
-maken, moeten wij dus trachten een denkbeeld te geven van die twee, zoo
-uiterst verschillende fauna&rsquo;s.</p>
-<p class="par">Bestudeert men de ontwikkelingsgeschiedenis van
-tegenwoordig levende dieren uit de meest verschillende afdeelingen van
-het dierenrijk, dan komt men tot de overtuiging dat zij moeten
-afstammen van kleine en eenvoudig gebouwde voorvaderen, die echter
-reeds het kenmerkende type der afdeeling in zich droegen. De
-gemeenschappelijke afstamming van die groepen moet dus plaats gevonden
-hebben in een zeer ver verwijderden tijd, toen alle dieren nog zeer
-klein en eenvoudig van bouw waren. Zulke zeer kleine en eenvoudig
-gebouwde diertjes leven tegenwoordig talloos in zee, maar niet op den
-bodem, doch drijvende of zwemmende in de golven. De bovenste lagen van
-het water onzer zee&euml;n moet men zich bevolkt denken met een
-onnoemelijk aantal uiterst kleine levende wezens, waarvan velen zelfs
-microscopisch klein en voor het ongewapend oog onzichtbaar zijn,
-terwijl de anderen <span class="pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170"
-name="pb170">170</a>]</span>niet veel grooter zijn, dan zoo, dat zij
-juist nog even gezien kunnen worden. Deze zwevende wereld, die tot een
-diepte van verscheidene meters onder de oppervlakte gaat, zoover als
-het licht en de zuurstof en het koolzuur der lucht nog ruimschoots
-kunnen binnendringen, is het plankton, waarvan ik bij een vorige
-gelegenheid als van voedsel voor grootere zeedieren, reeds met een
-enkel woord heb melding gemaakt.</p>
-<p class="par">Dit plankton nu bestaat deels uit plantjes, deels uit
-diertjes, maar allen van een zeer eenvoudigen bouw. De planten behooren
-tot verschillende groepen van lagere wieren, de dieren daarentegen
-omvatten vertegenwoordigers van nagenoeg alle afdeelingen van het
-dierenrijk, zoover zij zeedieren omvatten, en met uitzondering
-natuurlijk van de gewervelde dieren. De verschillen, die reeds in het
-plankton de groote afdeelingen van het dierenrijk van elkander
-onderscheiden, worden algemeen als veel diepergaande en als van veel
-grooter systematische beteekenis geacht dan alle de tallooze
-verschillen binnen die afdeelingen zelven. In het plankton vormen de
-microscopische wiertjes niet alleen het voedsel voor alle dieren
-daarin, maar tevens voor nagenoeg het geheele leven in zee, met
-uitzondering van de kust. Natuurlijk niet rechtstreeks, maar
-middellijk. De wieren behooren maar tot een klein aantal typen en
-soorten, maar deze komen dan ook in ontelbare millioenen van individuen
-voor. De meeste gewone vormen behooren tot de Protococcen of oudste
-celvormen; het zijn microscopisch kleine, kogelronde groen eencellige
-wezens. Zij vermenigvuldigen zich door deeling, maar zoodra een cel op
-deze wijze er twee gevormd heeft, laten deze elkander los, om
-afzonderlijk te gaan leven. Zij voeden zich in <span class=
-"pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" name=
-"pb171">171</a>]</span>hoofdzaak met het opgeloste koolzuur, dat zij
-ontleden en waaruit zij de organische stof maken. Hoe fijner zij in het
-water verdeeld zijn, des te gemakkelijker kunnen zij dit koolzuur
-natuurlijk opnemen, daarmede hangt hun microscopische kleinheid, hun
-eencellige bouw en hun gemis van bizondere organen samen. Dit alles
-toch zou in de eentonige en gelijkmatige omgeving van het zeewater
-slechts last en omslag zijn. Alles is ingericht voor een snelle en
-rijkelijke vermenigvuldiging, maar ook nagenoeg alleen daarvoor.
-Behalve groene protococcen komen ook diatomee&euml;n en enkele andere
-vormen van eencellige wieren in ontelbare hoeveelheden in het plankton
-voor, maar over deze behoef ik hier niet uit te wijden.</p>
-<p class="par">Opgegeten worden is in zee de levensregel, en voor dat
-de protococcen tot een geschikt voedsel voor haaien en andere groote
-visschen geworden zijn, moeten zij, als ik het zoo eens zeggen mag,
-tallooze malen opgegeten zijn. Ik bedoel natuurlijk dat zij door zeer
-kleine diertjes worden gegeten, deze weer door grootere, die op hun
-beurt aan nog grootere tot voedsel strekken, en zoo vervolgens. De
-eersten in deze reeks zijn de globigerinen en radiolarien of
-straaldiertjes, fijne, slijmerige wezens met naalden van kiezel of
-andere harde deeltjes van uiterst fraaie structuur in hun overigens
-schijnbaar structuurloos lichaam. Bijna even talrijk als de
-protococcen, maar zonder het vermogen om zich met koolzuur te voeden,
-leven zij van deze, om zelven weer aan tal van andere, grootendeels wat
-hooger georganiseerde maar toch nog uiterst kleine wezens ten prooi te
-vallen. Zoo klimt de organische stof, die de zee-planten oorspronkelijk
-maken, langzamerhand in het dierenrijk op. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name="pb172">172</a>]</span></p>
-<p class="par">Ofschoon nu opgegeten worden de regel is, spreekt het
-wel van zelf, dat daaraan ten slotte een grens komt. Kleinere en
-grootere aantallen van diertjes sterven af, zonder aan anderen tot
-voedsel te strekken. Deze zullen allengs gaan zinken. En moge hun
-aantal ook slechts een klein deel vormen van wat er in de bovenste
-lagen der zee blijft leven, toch zal het ten slotte zijn als een regen
-van voedsel, die uit deze lagen langzaam omlaag daalt. Wanneer dit
-begonnen is, en welke graad van organisatie vereischt was, om dit
-verschijnsel van eenige beteekenis te doen worden, is moeilijk na te
-gaan. Maar het is een feit, dat tegenwoordig die onderzeesche regen van
-organisch voedsel de groote en nagenoeg de eenige bron van het leven op
-den bodem der zee is.</p>
-<p class="par">Het licht wordt door het zeewater geabsorbeerd. Het
-dringt tientallen van meters in, maar wordt voortdurend verzwakt.
-Overal waar de zee niet al te ondiep is, heerscht op den bodem volkomen
-duisternis. Planten kunnen daar niet groeien, want die leven niet
-zonder licht. Organisch voedsel wordt er dus niet gemaakt; alles wat er
-noodig is, moet uit de hoogere lagen neerdalen. Toch pleegt die bodem
-met een rijke vegetatie van koralen en van allerlei andere dieren
-bedekt te zijn. De een leeft van den ander, en ook hier moet dezelfde
-organische stof achtereenvolgens in tal van lichamen dienst doen. Maar
-het spreekt van zelf dat er een bron moet zijn, waarmee dit alles
-begint. Het is geen kringloop. Het is een langzaam en zuinig gebruik
-van wat er voorhanden is, maar al die dieren ademen toch en verbruiken
-daartoe een deel van het opgenomen voedsel. Een bron moet er dus zijn,
-en wel een rijke en altijd vloeiende bron. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name="pb173">173</a>]</span></p>
-<p class="par">Die bron is de zooeven bedoelde regen van voedsel uit de
-bovenste lagen, de lijken der diertjes die daar geleefd hebben, en die
-zich, rechtstreeks of indirect, met de daar levende groene wieren
-hebben gevoed.</p>
-<p class="par">Op den bodem der zee is nu het leven natuurlijk geheel
-anders dan boven in de golven. Daar ontstaan vastzittende en zwemmende
-vormen. Daar is kleinheid en eencelligheid geen voordeel meer.
-Allereerst komt het beginsel van kolonie-vorming en van uitbreiding
-over de vlakte, want dit vergroot natuurlijk de kans, om het
-neerdalende voedsel te bemachtigen. Dan komt het belang van over
-anderen heen te groeien, en het voedsel als het ware te onderscheppen.
-Zoo ontstaan de stamvormende en vertakte koralen. Eindelijk is het
-klaarblijkelijk een voordeel om liever niet rechtstreeks op den
-voedselregen te teren, maar de dieren te verslinden, die zich zoo
-gevoed hebben. Dit is de bron van de plaatsbeweging, van kruipen en
-zwemmen, ten einde de prooi te bereiken. Zoo kan men gemakkelijk verder
-gaan, en opklimmen tot hoogere en hoogere organisatie, ja tot die
-lichtende zeedieren, die zich zelven in hun strooptochten in de
-duisternis kunnen bijlichten. In &eacute;&eacute;n woord, het leven op
-den bodem is de bron van differenti&euml;ering en aanpassing aan
-tallooze verschillende behoeften van het leven. Het is een strijd om
-het voedsel, en strijd is de grondslag van den vooruitgang. In de
-bovenste lagen der zee daarentegen is het voedsel in overvloed aanwezig
-en zijn de levensomstandigheden zoo eenvoudig als men zich maar denken
-kan. Daar mogen wij dus niet die aanpassing en die ontwikkeling van
-tallooze nuttige en doelmatige inrichtingen verwachten, daar blijft
-eenvoudigheid de hoofdleus. <span class="pagenum">[<a id="pb174" href=
-"#pb174" name="pb174">174</a>]</span></p>
-<p class="par">Het plankton, of het zwevend leven, is nu niet alleen de
-eenige groote bron van het organisch voedsel in zee, het is uit den
-aard der zaak ook de oorspronkelijke bron, en dus de meest
-oorspronkelijke vorm van het leven. Daarmede komen wij terug, van den
-tegenwoordigen toestand, zooals ik dien nu geschetst heb, tot
-<span class="ex">Brook</span>&rsquo;s voorstelling van het leven in de
-v&oacute;&oacute;r-cambrische tijden.</p>
-<p class="par">Het leven op den bodem en de ontwikkeling van grootere
-organismen is geheel afhankelijk van het plankton. Het spreekt dus van
-zelf dat het niet zonder dit bestaan kan en dus jonger moet zijn dan
-dit. De fossiele overblijfselen in de cambrische lagen, waarvan ik
-reeds gesproken heb, vertoonen ons koralen en allerlei diertypen,
-zooals zij tegenwoordig op den bodem der zee leven. Natuurlijk niet
-dezelfde soorten, maar toch zoo nauw verwant, dat men ze gemakkelijk
-herkennen en beoordeelen kan. In oudere lagen vindt men zulke
-overblijfselen niet. Toch is er in den bouw der gesteenten niets wat
-zou doen vermoeden dat zij hier wel geweest, maar sedert door latere
-veranderingen weer verdwenen zouden zijn. Zulke veranderingen hebben de
-alleroudste lagen zonder twijfel ondergaan, maar het komt hier
-natuurlijk alleen aan op die, welke in de laatste periode
-v&oacute;&oacute;r de cambrische afgezet zijn. Daaruit nu moet men
-besluiten dat er in die periode nog geen leven op den bodem der zee
-was. Is deze conclusie juist, dan is het cambrische tijdperk het begin
-van alle hoogere organisatie, van alle vastzittende planten en dieren,
-en van de tallooze soorten die rond waren om zich ten koste van deze te
-voeden. Dan is de cambrische periode tevens het begin van het ontstaan
-van <span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175" name=
-"pb175">175</a>]</span>grootere diervormen met vaste skeletachtige
-deelen, die in fossielen toestand bewaard kunnen blijven. Dan is ten
-slotte de cambrische periode het slot van eenvoud en kleinheid en
-gelijkvormigheid, terwijl in alle v&oacute;&oacute;r-cambrische tijden
-deze drie hoofdbeginselen altijd het geheele leven op aarde beheerscht
-hebben.</p>
-<p class="par">Ik kom nu terug op de bovengegeven tijdsbeschouwing.
-Deze leerde ons, dat het cambrium omstreeks het midden van den
-biologischen tijd ligt. De helft van den beschikbaren tijd, meer dan
-tien millioen jaren, moet het leven in dien eenvoudigen zwevenden
-toestand bestaan hebben. Al de groote rijkdom van vormen, dien wij
-thans overal rondom ons bewonderen, moet het product zijn van de tweede
-helft.</p>
-<p class="par">Maar nutteloos voor den vooruitgang is de eerste helft
-volstrekt niet geweest. Juist integendeel moet men aannemen, dat toen
-de breede grondslag gelegd is, waarop de trotsche bouw van het
-dierenrijk in het cambrium kon worden opgetrokken, of waarop ten minste
-met dien bouw een omvangrijk en in vele opzichten beslissend begin kon
-worden gemaakt.</p>
-<p class="par">Wat in den voortijd geschied is weten wij niet, maar wij
-moeten het afleiden uit wat van de onderste cambrische lagen tot ons is
-gekomen. Ik heb reeds gezegd dat het een 150-tal soorten zijn, maar dat
-deze, met uitzondering van de bloemplanten en de gewervelde dieren,
-alle hoofdgroepen van het latere leven omvatten. De eigenschappen van
-die hoofdgroepen waren dus toen al voorhanden. De thema&rsquo;s waren
-gegeven, waarop tallooze nuanceeringen konden worden gegrond. In die
-lange plankton-periode moeten dus deze fundamenteele eigenschappen,
-deze grondverschillen tusschen schelpdieren en gelede dieren,
-<span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name=
-"pb176">176</a>]</span>tusschen kwallen en zeesterren en al die andere
-groote typen, reeds tot stand gebracht zijn. De organismen bleven
-klein, hun omgeving stelde aan hen geen uiteenloopende eischen, maar
-daarentegen hadden eigenschappen, die geen aanpassing, maar de
-grondslag van principieele verschillen in den bouw zijn, al den tijd om
-zich te ontwikkelen.</p>
-<p class="par">Het is zeer moeilijk zich daarvan een nauwkeurige
-voorstelling te maken, en zelfs de vraag of men die ontwikkeling als
-snel of als langzaam moet beschouwen in vergelijking van wat er sedert
-gebeurd is, is onbeteekenend tegenover de millioenen van jaren die voor
-dit proces beschikbaar waren.</p>
-<p class="par">Een rijk drijvend leven van uiterst kleine wezens, maar
-een kale zeebodem en kale kusten, en hier en daar wat land dat eveneens
-zonder leven was, ziedaar ons beeld van de alleroudste tijden. De
-totale massa der levende stof was misschien niet noemenswaard kleiner,
-dan zij thans is, nu wij er zooveel meer van zien. Maar er was toen
-niets dat fossiel kon worden; geen overblijfselen er van zijn tot ons
-gekomen.</p>
-<p class="par">Laat ons thans op den ingeslagen weg nog een stap verder
-gaan. Als het oudste leven dat van het plankton was, dan volgt daaruit
-dat het leven ook in dien vorm aanvankelijk moet zijn ontstaan. Niet op
-het vaste land, noch aan de kusten, noch op den bodem der zee is het
-begin van het leven te zoeken. Drijvend in de golven moet het ontstaan
-zijn. Verder is het gemakkelijk in te zien, dat de eerste levende
-wezens niet ten koste van andere geleefd kunnen hebben. Zij kunnen dus
-geen dieren geweest zijn, want deze leven &ograve;f van andere dieren
-&ograve;f van planten. Alleen de eencellige wieren van het plankton
-zijn in <span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name=
-"pb177">177</a>]</span>hun bestaan van andere levende wezens geheel
-onafhankelijk, daar zij zich met het opgeloste koolzuur en met
-opgeloste zouten voeden, en dan, behalve water en licht, ook niets
-anders noodig hebben. En onder de eencellige wieren hebben nu de
-protococcen verreweg den eenvoudigsten bouw. Kogelvormig en met niet
-meer dan de strikt noodzakelijke bestanddeelen van een cel, bestaan zij
-eigenlijk alleen uit het levend protoplasma, de kern, den celwand, en
-het groene orgaan hunner voeding. Het is duidelijk dat er tijden
-geweest kunnen zijn, dat zij alleen het geheele plankton vormden, maar
-ook dat dit van geen der andere soorten, en met name van geen der
-dieren beweerd kan worden. Eerst nadat de zee over uitgestrekte streken
-dicht met groene protococcen bevolkt was, konden andere vormen van
-planten en dieren optreden.</p>
-<p class="par">Hieruit leiden wij af, dat de protococcen de oudste
-bekende levende wezens zijn. Deze stelling kan, trots het gebrek aan
-fossiele overblijfselen, aan geen twijfel onderhevig zijn. Mogen wij
-daaruit ook afleiden dat zij de oudste van alle levende wezens geweest
-zijn? Hiertegen vormt hun wel is waar eenvoudige, maar toch nog voor
-ontleding vatbare bouw een bezwaar. Alle analogie pleit er voor, dat
-het eerste tevens het allereenvoudigste geweest moet zijn. Een cel zou
-kunnen leven zonder celwand en zonder celkern, en zelfs de
-differenti&euml;ering in groene en kleurlooze deelen sluit het
-denkbeeld van hoogsten eenvoud uit. Wij zouden ons een levende gelei
-willen voorstellen, die het vermogen van groei had, maar ook niets
-meer. Een vermogen dus om koolzuur om te zetten in dezelfde stof,
-waaruit de gelei reeds bestaat, zoodat voortdurende <span class=
-"pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name=
-"pb178">178</a>]</span>vergrooting plaats vond, maar ook niets meer.
-Eerst daaruit zouden dan later, in den loop van lange tijden, door
-geleidelijke differenti&euml;ering de groene eencellige wiertjes
-ontstaan zijn.</p>
-<p class="par">Zou zulk een gelei nog ergens bestaan? Zou zij misschien
-nog voortdurend ontstaan, maar thans spoedig aan allerlei dieren ten
-prooi vallen, en dus nog slechts een zeer ondergeschikte rol spelen?
-Wij weten het natuurlijk niet. Maar aan de andere zijde is het niet erg
-waarschijnlijk, dat de omstandigheden op zee voor twintig of dertig
-millioen jaren zoo geheel anders geweest zouden zijn, dan zij sedert
-waren en nu nog zijn. Het is slechts een gissing, maar het komt mij
-volstrekt niet onmogelijk voor, dat diezelfde gelei ook thans nog hier
-en daar ontstaan zou. Haar ontstaan zoude het eenvoudigst denkbare
-geval van generatio spontanea, van een geboorte zonder ouders zijn. En
-het is duidelijk, dat het in de hoogste mate de moeite waard moet
-geacht worden, naar dit verschijnsel te zoeken.</p>
-<p class="par">Is deze voorstelling juist, en gelukt het die
-oorspronkelijke levensgelei te vinden, dan zou men natuurlijk een van
-de merkwaardigste uitgangspunten voor een experimenteele studie der
-evolutie in handen hebben. Dan zou allereerst de vraag onder het oog
-moeten worden gezien hoe zulk een gelei ontstaan kan, welke stoffen en
-welke krachten daartoe samen moeten werken. Men zou natuurlijk de hoop
-koesteren, het proces kunstmatig na te leeren bootsen, en zoodoende
-eindelijk het zoo dikwijls besproken denkbeeld van een experimenteele
-generatio spontanea te kunnen verwezenlijken. Maar men zou ook willen
-weten, hoe in die gelei de differenti&euml;eringen tot stand gekomen
-<span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name=
-"pb179">179</a>]</span>zijn, die tot het eerste optreden van cellen
-geleid hebben. En als men ook hier de experimenteele methoden wilde
-toepassen, zou men ten minste niet zoo in den blinde behoeven rond te
-tasten, als thans het geval is. In &eacute;&eacute;n woord, het
-historische uitgangspunt van het leven zou tevens het wetenschappelijke
-uitgangspunt voor een geheel nieuwe richting van bestudeering van het
-leven kunnen worden.</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">Maar ik ben reeds veel te ver verdwaald op het gebied
-van vermoedens en van verwachtingen, wier vervulling, zoo zij al
-mogelijk zal zijn, toch niet voor de naaste tijden is weggelegd. Het is
-thans noodig terug te keeren tot vasteren bodem, en tot die
-uitgangspunten voor onderzoek, die rechtstreeks door de bekende feiten
-worden aangeboden.</p>
-<p class="par">Daarmede springen wij in eens over tot het andere
-uiterste van de geschiedenis van het leven op aarde. Hadden de gegeven
-beschouwingen ten doel, te trachten een slip op te lichten van den
-sluier, die het begin bedekt, thans richten wij onzen blik naar het
-einde. Maar een eigenlijk einde is het niet. Geen reden bestaat er om
-aan te nemen, dat de evolutie der levende wezens v&oacute;&oacute;r of
-in onzen tijd reeds opgehouden zou hebben. Misschien gaat zij langzamer
-vooruit dan vroeger, maar misschien ligt het ook slechts aan onze
-kortzichtigheid, dat wij haar niet meer bemerken.</p>
-<p class="par">Land- en tuinbouw en evenzoo de tegenwoordige historie
-onzer huisdieren wijzen er echter duidelijk op, dat de levende vormen
-geenszins onveranderlijk zijn. Overal is er afwisseling, telkens
-ontstaat iets nieuws en de praktijk heeft daaruit slechts te kiezen wat
-voor haar van nut kan zijn. Het ligt voor de hand om aan <span class=
-"pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180" name="pb180">180</a>]</span>te
-nemen, dat wat de huisdieren en cultuurplanten ons vertoonen, ook in de
-vrije natuur moet gebeuren. Ginds wordt het gezien en opgemerkt, omdat
-groote belangen er rechtstreeks mede gemoeid zijn, in het wild gaat het
-voorbij, zonder dat men er zich om bekommert.</p>
-<p class="par">Gelukkig is hierin in den laatsten tijd verandering
-gekomen. Men begint in te zien, dat de verschijnselen, aan land- en
-tuinbouwplanten waargenomen, dikwerf slechts zeer onvolledig bespied
-zijn, en dat zij daarenboven, door invoer van andere rassen uit andere
-streken, of door kruisingen der bastaardeeringen dikwijls zoo
-samengesteld zijn, dat een juiste beoordeeling niet meer mogelijk is.
-Daarbij komt dat de overtuiging veld wint, dat vele der zoogenaamd
-nieuwe vari&euml;teiten en soorten van land- en tuinbouwgewassen
-eigenlijk niet in de cultuur ontstaan zijn. Vele belangrijke rassen
-schijnen overoud te zijn, maar eerst sedert omstreeks het midden der
-vorige eeuw is men begonnen ze op te merken en te isoleeren. Vele
-tuinbouwgewassen, die zich voordoen als vari&euml;teiten van bekende
-soorten, zijn niet op kweekerijen ontstaan, maar toevallig ergens in
-&rsquo;t wild aangetroffen. Met name geldt dit voor heesters en boomen,
-die door hun langer leven meer kans hebben om ten slotte te worden
-opgemerkt dan vari&euml;teiten van kruiden en met name van
-een<span class="corr" id="xd23e1623" title="Niet in bron">-</span> of
-tweejarige gewassen.</p>
-<p class="par">Sedert <span class="ex">Darwin</span> het voorbeeld
-gegeven heeft, al dergelijke gevallen uit de praktijk zorgvuldig bijeen
-te verzamelen, om uit het geheel der verschijnselen die kennis af te
-leiden, die de gebrekkige waarneming der afzonderlijke gevallen niet
-zou kunnen opleveren, is deze arbeid door verschillende schrijvers
-voortgezet. <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name=
-"pb181">181</a>]</span>Voor enkele jaren heeft met name <span class=
-"ex">Korshinsky</span>, een helaas te vroeg overleden russisch
-plantkundige, een volledig historisch overzicht van de eerste vondsten
-van tal van tuinbouwplanten gegeven. En al deze feiten wijzen te zamen
-op een zeer bepaalde wijze van het ontstaan van soorten en
-vari&euml;teiten. De algemeene voorstelling, die men uit hen moet
-afleiden, is een zoo scherpe, dat zij als van zelf tot de conclusie
-leidt, dat een experimenteele behandeling der evolutie ten minste op
-dit gebied reeds thans mogelijk moet zijn.</p>
-<p class="par">Variabiliteit is een uiterst vaag en veel omvattend
-begrip. Het omvat zoowel rijkdom aan voorhanden verschillen, als het
-ontstaan van deze verschillen zelf. In het eerste geval is het
-gelijkluidend met veelvormigheid of polymorphie, in het laatste met
-verandering. En op beiderlei gebied zijn er dan weer twee hoofdtypen te
-onderscheiden. Op het gebied der veelvormigheid heeft men eensdeels de
-tallooze vormen, ondersoorten en vari&euml;teiten, die een zelfde soort
-ons aanbiedt, maar die feitelijk van elkander onafhankelijk zijn, en
-naast elkander een volkomen eigen leven leiden. Zoo hebben de
-tuin-papavers, de latherussen en andere bloemplanten tientallen van
-vari&euml;teiten, die uit zaad geheel constant zijn en nooit in
-elkander overgaan, maar die te zamen den zoo zeer aantrekkelijken
-rijkdom van vormen in die soort bepalen. Zoo bestaan tarwe, mais,
-bieten en allerlei cultuurplanten uit tal van constante en van elkander
-scherp gescheiden rassen. Daarnaast staan de vormverschillen die binnen
-elk ras, en dikwerf ook tusschen de deelen van eenzelfde individu te
-zien zijn. Op een paardenkastanje-boom hebben de bloemen volstrekt niet
-allen denzelfden <span class="pagenum">[<a id="pb182" href="#pb182"
-name="pb182">182</a>]</span>bouw. Afgezien van het feit dat sommige
-kastanjes kunnen maken en andere niet, is ook het aantal meeldraden aan
-voortdurende wisselingen onderhevig. Meestal is het 7; nu eens wordt
-het 8 of 9, dan weer 6 of 5, en in enkele gevallen worden zelfs deze
-grenzen overschreden. Heen en weer slingert het aantal, nu eens meer
-dan weer minder, soms in enkele trossen zeer sterk, dan weer een
-verschil tusschen de afzonderlijke trossen teweeg brengend. Van daar de
-naam fluctueerende variabiliteit die aan dit verschijnsel wordt
-gegeven. Het zijn veranderingen, die schijnbaar voortdurend ontstaan,
-maar die toch altijd weer op dezelfde wijze terugkeeren. Het zijn
-voortdurende schommelingen om een gemiddelde, dat in hoofdzaak steeds
-hetzelfde blijft.</p>
-<p class="par">Uit deze beschouwingen volgt, dat de studie der
-variabiliteit op dit laboratorium twee hoofdrichtingen te volgen heeft.
-En daar zoowel de heen en weer schommelende als de toevallige en
-schoksgewijze variabiliteit zich &egrave;n bij dieren, &egrave;n bij
-planten voordoen, kunnen hieruit vier hoofdafdeelingen voor den te
-ondernemen arbeid worden afgeleid. Nu zou het natuurlijk te veel tijd
-kosten elk dezer vier richtingen in bizonderheden na te gaan, en den
-weg te schetsen, waarlangs de onderzoekingen voornamelijk zullen moeten
-gaan, om tot de gewenschte uitkomsten te geraken. Beter komt het mij
-voor, onder die allen er een uit te kiezen, en daarvan te schetsen wat
-gedaan behoort te worden, en wat met recht mag worden verwacht. Uit den
-aard der zaak kies ik daartoe het plotseling ontstaan van soorten en
-vari&euml;teiten in het plantenrijk.</p>
-<p class="par"><span class="ex">Mac Dougal</span> heeft, door een reeks
-van culturen, <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name=
-"pb183">183</a>]</span>de aandacht der Amerikaansche biologen op de
-veranderlijkheid van de grootbloemige Teunisbloemen of Oenothera
-Lamarckiana gevestigd. Naast de soort zelve heeft hij enkelen der
-daaruit in Europa ontstane nieuwe vormen gekweekt, en aan het oordeel
-zijner vakgenooten onderworpen. Voornamelijk de Oenothera rubrinervis
-en de dwergvorm of O. nanella werden door hem in een aantal exemplaren
-gekweekt, en gedurende al haar ontwikkelingstoestanden onderling en met
-de moedersoort vergeleken. Zij werden onderworpen aan het oordeel van
-stelselkundigen, die de waarde der kenmerken en de scherpe scheiding
-van de moedersoort erkenden, en aan de nieuwe vormen dezelfde rechten
-als aan andere zelfstandige typen toekenden. Door een aantal
-afbeeldingen werd verder het goed recht der nieuwe soorten
-gestaafd.</p>
-<p class="par">Het spreekt echter van zelf, dat het vermogen, om
-jaarlijks een zeker aantal nieuwe soorten voort te brengen, noch tot de
-Oenothera&rsquo;s, noch tot de planten der oude wereld kan beperkt
-zijn. Het ligt voor de hand aan te nemen, dat tegenwoordig ook andere
-soorten in dien zelfden toestand van veranderlijkheid verkeeren.
-Misschien zijn het er vele, misschien slechts enkele. In elk geval
-ontsnappen zij tot nu toe om een of andere reden aan de waarneming. Het
-komt er dus op aan, middelen te vinden ze op te sporen. Want de
-mogelijkheid bestaat natuurlijk, dat de Oenothera&rsquo;s nog slechts
-een zeer eenzijdig beeld van die soortenvormende veranderlijkheid
-geven, en dat andere planten ons verschijnselen en wetten zullen doen
-kennen, die de studie der Teunisbloemen ons niet ontsluieren kan. En
-wanneer het doel is, ten slotte de wetten dezer veranderlijkheid voor
-alle levende <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" name=
-"pb184">184</a>]</span>wezens te leeren kennen, dan is het natuurlijk
-noodzakelijk, de verschijnselen van zoo verschillend mogelijke kanten
-aan te vatten.</p>
-<p class="par">De eerste taak is dus om te zoeken naar nieuwe
-muteerende soorten. Het beste doet men, dit zoeken te beperken tot de
-wilde soorten der naaste omgeving of van landen met een overeenkomstig
-klimaat. Gekweekte planten bieden voorloopig weinig kans. Ten deele is
-hare veranderlijkheid al zoo lang op de proef gesteld, dat men die vrij
-wel als uitgeput kan beschouwen. Anderdeels zijn zeer talrijke
-cultuurplanten niet meer van zuiveren oorsprong, maar zijn zij nu eens
-meer, dan weer minder, door kruisingen verontreinigd. Nu heeft men in
-den laatsten tijd in de kennis van de gevolgen der kruisingen wel
-groote vorderingen gemaakt, maar deze zijn juist groot genoeg om ons te
-waarschuwen, dat bastaardrassen nog allerlei verschijnselen vertoonen
-en vertoonen kunnen, die men thans nog niet begrijpt. Hoe licht zou men
-niet de zoogenaamde bastaard-splitsingen met het ontstaan van nieuwe
-soorten kunnen verwarren, als men een ras onderzoekt, waarvan men niet
-weet of het zuiver is, dan wel aan bastaardeering zijn oorsprong dankt.
-Wilde soorten kruisen nu in &rsquo;t algemeen zeer zelden, vooral als
-men de enkele, aan bastaarden rijke en overbekende geslachten, zooals
-wilgen, anjelieren, vingerhoedskruid en eenige andere uitsluit.</p>
-<p class="par">Tot de planten van het eigen klimaat moet men zich
-beperken, omdat de zaaisels in het groot moeten geschieden. Duizenden
-en tienduizenden van zaailingen moeten van elke soort vergeleken
-worden. Dit kan bezwaarlijk in kassen geschieden, vooral omdat
-<span class="pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185" name=
-"pb185">185</a>]</span>de kenmerken der te verwachten nieuwe soorten
-misschien eerst op lateren leeftijd zichtbaar zullen worden, en de
-culturen dus veel ruimte zullen vereischen. Vele soorten zullen
-opgekweekt moeten worden tot zij gaan bloeien, en van soorten met
-zaadarme vruchten of met weinig vruchten op elke plant zal men slechts
-door vrij omvangrijke culturen het noodige zaad voor de uitzaaisels
-kunnen winnen.</p>
-<p class="par">Men kan de culturen beginnen met planten of met zaad.
-Het zal in den regel niet noodig zijn, die in het wild in groote
-hoeveelheid te verzamelen. Voldoende is het ze aanvankelijk in den tuin
-zooveel mogelijk te vermenigvuldigen.</p>
-<p class="par">Een belangrijke vraag is natuurlijk met hoeveel soorten
-men beginnen moet. Dit hangt natuurlijk van de kansen af die men meent
-te hebben. Hier nu tast men voorloopig nog in den blinde. De Oenothera
-Lamarckiana werd gevonden door een honderdtal wilde planten in cultuur
-te nemen. Daarvan werd de eene op grootere, en de andere natuurlijk op
-kleinere schaal gekweekt. Bij voorkeur werden zaden van afwijkende
-exemplaren genomen, maar het verzamelen van zaad in het wild is een
-werk dat slechts zelden meevalt, en dat daardoor de keus zeer sterk
-beperkt. Verder zijn boomen en heesters uitgesloten, en zal men bij
-voorkeur ook niet die overblijvende soorten kiezen, die telkens eenige
-jaren gekweekt moeten worden, voordat zij gaan bloeien. Zoodoende wordt
-allengs de keus zoo klein, dat men tevreden mag zijn, als men van een
-honderdtal bruikbare soorten zaden bijeen heeft gebracht. Heeft men dan
-ook van sommige soorten slechts enkele zaadkorrels, dan kan dit nog
-voldoende zijn, om de cultuur te beginnen. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb186" href="#pb186" name="pb186">186</a>]</span></p>
-<p class="par">Opmerking verdient vooral, dat de schoksgewijze
-veranderlijkheid niet een eigenschap is, die vermoedelijk aan bepaalde
-soorten kleeft, maar dat men aannemen mag, dat zij van geheel locaal
-voorkomen is. Een soort, die op de eene groeiplaats onveranderlijk is,
-kan op een andere misschien volop bezig zijn, nieuwe soorten voort te
-brengen. Daaruit volgt, dat men bijna evenveel kans heeft, als men
-zaden van twee of meer, onderling voldoend verwijderde groeiplaatsen
-van &eacute;&eacute;ne soort bestudeert, als wanneer men een gelijk
-aantal verschillende soorten kweekt. Daaruit volgt tevens, dat men
-vooral niet de zaden van verschillende groeiplaatsen vermengen mag,
-maar dat elke cultuur zuiver van een enkele vondst moet uitgaan.</p>
-<p class="par">Het voornemen bestaat, dit zoeken op zoo groot mogelijke
-schaal aan te vangen. Hiertoe zijn reeds van een honderdtal wilde
-planten zaden verzameld en uitgezaaid. De meeste soorten zijn
-natuurlijk uit New York en de aangrenzende streken der Unie genomen,
-maar ook uit Europa werden zaden gezonden. In Nederland zijn zaden van
-een tiental soorten speciaal voor dit doel in het wild verzameld; zij
-kunnen dus reeds dezen zomer in den proeftuin van het laboratorium met
-de Amerikaansche concurreeren.</p>
-<p class="par">Welke kansen heeft men, om bij dit zoeken te vinden wat
-men wenscht? Om dit na te gaan moet men trachten zich een denkbeeld te
-maken van wat er in de vrije natuur gebeurt. En dan treffen wij
-allereerst den strijd voor het leven aan. Deze strijd, die in onze
-theorie&euml;n een zoo belangrijke rol speelt als het groote orgaan van
-den vooruitgang, heeft echter onder gewone omstandigheden, in onze
-onmiddellijke omgeving, <span class="pagenum">[<a id="pb187" href=
-"#pb187" name="pb187">187</a>]</span>slechts een zeer conservatieve
-taak. Want ten slotte komt het geheele begrip neer op den vroegtijdigen
-dood van alle individuen, die in een of ander opzicht zeer merkbaar van
-het gemiddelde type afwijken. De meeste planten toch hebben zich hun
-tegenwoordige groeiplaatsen zoo uitgekozen, dat de gemiddelde
-eigenschappen der soort, of anders van het locale ras, daarvoor het
-best passen. Afwijkingen kunnen natuurlijk onschadelijk, ja soms
-misschien voordeelig zijn, maar als regel volgt uit het zooeven
-vooropgestelde dat zij als nadeelig moeten worden beschouwd. Zij zullen
-dus in den strijd voor het leven te gronde gaan. En deze gevolgtrekking
-geldt natuurlijk even goed voor de afwijkingen, die telken jare door de
-gewone of fluctueerende variabiliteit ontstaan, als voor de zeldzamere
-schoksgewijze gevallen van het ontstaan van nieuwe soorten en
-vari&euml;teiten.</p>
-<p class="par">Tallooze afwijkingen kunnen dus ontstaan en in de eerste
-jeugd te gronde gaan, zonder dat men er ooit iets van bemerkt. Treft de
-schadelijke verandering de kiemplanten, of de bladeren, of den groei
-der stengels, zoo is de kans dat zij zichtbaar worden zoo goed als nul;
-treffen zij de bloemen of de vruchten, zoo worden zij licht met
-monstrositeiten verward en dan veelal niet nader bestudeerd. Zelfs
-wanneer een zelfde afwijking in een aantal van exemplaren en jaren
-achtereen op nieuw ontstaat, is haar kans om ontdekt te worden nog maar
-klein. Daarbij komt, dat onze gewoonten in de studie van wilde planten
-allengs zeer bepaalde zijn geworden. De invloed van <span class=
-"ex">Linn&eacute;</span> laat zich hier nog steeds sterk gevoelen. Voor
-de verschillen tusschen systematische soorten zijn wij zeer gevoelig,
-en elke nieuwe soort trekt terstond onze <span class="pagenum">[<a id=
-"pb188" href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span>aandacht. Voor
-geringere verschillen echter zijn wij veel minder gevoelig, ja in
-zekere mate onverschillig geworden, en deze worden dus allicht over het
-hoofd gezien.</p>
-<p class="par">Daaruit nu volgen twee regels voor het zoeken naar
-muteerende planten. Allereerst moet de strijd voor het leven worden
-uitgesloten, en dan moet men zich oefenen om ook zeer kleine en
-schijnbaar onbeteekenende verschillen op te merken.</p>
-<p class="par">Het uitsluiten van den strijd voor het bestaan omvat
-zelf weer twee punten. Het eene spreekt van zelf. De zaden moeten zoo
-ruim gezaaid worden, dat allen de volle gelegenheid wordt gegeven om te
-groeien en hun kenmerken te ontplooien. Dit eischt natuurlijk, bij
-duizende zaden, voor elke soort veel ruimte. Echter komt in vele
-gevallen de natuur zelve aan dit bezwaar voor een groot deel tegemoet.
-Als de verschilpunten in de kiemplanten of in de bladeren gelegen zijn,
-kan men dit na een paar maanden dikwijls reeds voldoende beoordeelen,
-zoodat men door het regelmatig uitrooien der onveranderde voortdurend
-plaats voor de nakiemers kan maken, en zoodoende op een zelfde bed
-achtereenvolgens groote aantallen van individuen kan vergelijken.</p>
-<p class="par">Het tweede punt ligt minder voor de hand. Het vindt zijn
-oorsprong in de vraag, of alle zaden van een plant, ten opzichte der
-variabiliteit, gelijkwaardig zijn. Tijdens den volsten bloei plegen de
-bloemen grooter en fraaier te zijn, dan in het najaar. Eveneens brengen
-de zwakkere takken op vele planten kleiner en minder diep gekleurde
-bloemen voort. Soms wijken ook de eerste bloemen af. De onderste
-bloemen van trossen, en de buitenste bloemen van hoofdjes en schermen
-<span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189" name=
-"pb189">189</a>]</span>zijn dikwijls anders dan de daarop volgende, en
-het is een zeer gewoon verschijnsel dat de top of het centrum een
-geheel afwijkenden vorm van bloem voortbrengt. Op menige plant is b.v.
-de eindbloem viertallig als de zijbloemen vijftallig zijn. Hebben nu de
-zaden van al zulke bloemen gelijke kansen om toevallig iets nieuws
-voort te brengen? Men weet het natuurlijk nog niet, en zoolang men het
-niet weet, zou het zeer onvoorzichtig zijn alleen het beste zaad tot
-ontwikkeling te laten komen, te verzamelen en te zaaien, en het
-zwakkere te verwaarloozen. Want misschien zijn juist de zwakke kiemen
-gevoeliger voor de nog onbekende invloeden, die deze veranderingen
-bewerken.</p>
-<p class="par">In de vrije natuur worden die zwakke zaden grootendeels
-onderdrukt. Of wel de takken ontstaan niet, of zij dragen geen bloem,
-of het zaad wordt niet rijp, of eindelijk worden de kiemplanten
-verdrongen zoodra zij zich ontplooien. Daarom kan men in het wild
-slechts het zaad verzamelen dat voor het begin der cultuur noodig is,
-maar moet men in den proeftuin, bij wijden stand en rijke vertakking,
-elke plant zooveel mogelijk zaden laten maken. Daarom ook bieden
-soorten, die door het klimaat in haar groei vertraagd worden, over het
-algemeen minder kans van slagen.</p>
-<p class="par">Zijn deze voorzorgen genomen, dan komt de oefening in
-het waardeeren van kleine verschillen. Deze eisch heeft ten gevolge,
-dat men niet verwachten mag in een eersten zomer te kunnen beslissen of
-een ras muteert of niet. Aanvankelijk is de kans om de nieuwigheden
-over het hoofd te zien, zeer groot. Slechts allengs leert men zijne
-planten zoo kennen, dat men een open oog voor haar onderlinge
-afwijkingen krijgt. <span class="pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190"
-name="pb190">190</a>]</span>Daarbij komt, dat de producten van de
-fluctueerende variabiliteit en van de mutatie niet gemakkelijk van
-elkander te onderscheiden zijn, ja dikwijls z&oacute;&oacute; ineen
-loopen, dat eerst in een volgende generatie een werkelijke beslissing
-kan worden genomen. Verder ontstaan er door parasieten, door allerlei
-insecten, door toevallige verwondingen en verschillende andere oorzaken
-soms belangrijke afwijkingen, die niets met de eigenlijke variabiliteit
-te maken hebben, en dan ook volstrekt niet erfelijk, ja zelfs in het
-individu niet eens blijvend zijn.</p>
-<p class="par">Min of meer op goed geluk af moet men dus alle
-individuen die eenige duidelijke afwijking vertoonen, beschouwen als de
-dragers van de kansen van slagen. Al de overige kan men allengs
-uitrooien, maar deze moet men met zorg behandelen. Dit eischt
-allereerst, dat zij van het gedrang, waarin zij natuurlijk staan,
-worden bevrijd, hetzij door rondom hen ruimte te maken, hetzij door ze
-te verplanten. Dit laatste heeft het voordeel, dat de hoofdcultuur er
-niet onder lijdt, en dat de planten zelven goed bemest en onder alle
-vereischte zorgen opgekweekt kunnen worden, zoodat een snelle en
-volledige ontplooiing van hun afwijkende kenmerken zoo goed mogelijk
-wordt verzekerd. Bij honderden zoekt men zulke exemplaren uit, want
-velen onder hen zullen natuurlijk later blijken, niet aan de
-verwachting te voldoen. Dit echter ziet men dan dikwijls eerst tijdens
-den bloei, en soms zelfs pas in de volgende generatie.</p>
-<p class="par">Het is duidelijk, dat dit zoeken naar mutati&euml;n veel
-werk vereischt. Maar daarnaast blijkt, dat het, meer dan iets anders,
-een zaak is van oefening. Daarom moet het jaren lang worden voortgezet.
-Telken jare <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191" name=
-"pb191">191</a>]</span>moeten de culturen der reeds gekweekte soorten
-worden uitgebreid, en telken jare moeten nieuwe soorten in het wild
-worden verzameld. Zoo neemt allengs de kans toe, en zal men ten slotte
-ook tot een voorstelling kunnen komen van den omvang, dien het
-verschijnsel in de omgevende natuur feitelijk heeft.</p>
-<p class="par">Het werk zou in hooge mate vereenvoudigd kunnen worden,
-zoo men een leiddraad had, om uit de waarnemingen in de vrije natuur
-eenigszins af te leiden, welke soorten meer, en welke minder kans van
-slagen hebben. Het toeval, gesteund door oefening, kan natuurlijk zulke
-aanwijzingen aan de hand doen, en de Oenothera Lamarckiana vertoont, op
-haar oorspronkelijke vindplaats bij Hilversum, nagenoeg telken jare
-enkele afwijkende individuen, die aan den ingewijde terstond haar
-toestand van mutabiliteit zouden kunnen verraden. Dit schijnt hier, en
-eveneens in enkele andere gevallen, samen te hangen met de gelegenheid
-tot snelle uitbreiding, waardoor hier en daar zwakke zaden en zwakke
-kiemplanten aan den strijd voor het leven worden onttrokken, zoodat
-vormen zich ontplooien kunnen, die anders vroegtijdig te gronde zouden
-gaan.</p>
-<p class="par">Dergelijke waarnemingen zijn enkele malen meer gedaan.
-Zoo beschrijft <span class="ex">Darwin</span> een geval, dat hij bij
-een wilde kleinbloemige soort van Geranium (G. pyrenaicum) heeft
-gezien. Deze was ergens in Staffordshire van uit een tuin ontsnapt en
-had zich in den loop van eenige jaren verbazend sterk vermenigvuldigd,
-waarbij natuurlijk telken jare een groot aantal zaden moesten
-voortgebracht worden en ontkiemen. Daarbij was de soort sterk gaan
-varieeren, in bijna alle organen en eigenschappen en in de meest
-<span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name=
-"pb192">192</a>]</span>verschillende richtingen. Een zoo sterke
-variabiliteit was vroeger bij deze soort nooit waargenomen, en het is
-dus zeer waarschijnlijk, dat zij, hoewel aanwezig, toch door het
-voortdurend mislukken van het overgroote aantal van zaden en kiemen
-eenvoudig was verborgen gebleven. Over de grens van de veranderlijkheid
-mag men dus bij geen plant een oordeel vellen, voordat zij onder een
-dergelijke snelle vermenigvuldiging van het aantal individuen is
-beoordeeld geworden.</p>
-<p class="par">Daar tegenover staat, dat snelle vermenigvuldiging
-volstrekt niet altijd met het vertoonen van zulk een hoogen graad van
-variabiliteit gepaard gaat. Zij is het middel, om haar te toonen als
-zij er is, maar niet de oorzaak die haar doet ontstaan. Dit ziet men
-bij ons te lande, als na het droog leggen van een polder bepaalde
-soorten snel den nieuwen grond overwoekeren, en hem soms met een
-dichten plantengroei bedekken, voordat de verschillende stukken in
-cultuur kunnen worden genomen. De Zilte of Aster Tripolium,
-verschillende soorten van melde en andere bekende gewassen zouden hier
-kunnen genoemd worden. Onder millioenen van exemplaren zoekt men
-tevergeefs naar afwijkingen. Een vari&euml;teit van de gewone kamille,
-gekenmerkt door het gemis van de witte lintbloemen, breidt zich sedert
-enkele tientallen van jaren op sommige plaatsen van Europa en
-Noord-Amerika geweldig snel uit, zonder dat daarbij iets van bizondere
-veranderlijkheid gebleken is. De Erigeron canadense, die in Europa uit
-Canada is ingevoerd, treedt soms op zandige gronden plotseling in
-millioenen van exemplaren op, de Diplotaxis teuifolia, een kruisbloem
-met fraaie groote gele bloemen, verspreidt zich talloos langs
-<span class="pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193" name=
-"pb193">193</a>]</span>sommige wegen, en zoo zouden een aantal andere
-voorbeelden kunnen worden aangehaald. Zij blijven even trouw aan hun
-type, als of zij slechts oude en kleine groeiplaatsen bewoonden.</p>
-<p class="par">Een belangrijk punt omtrent het zaaien van wilde planten
-verdient nog besproken te worden. Als men erwten zaait, verwacht men
-dat elke afzonderlijke erwt zal opkomen; als men zaad van tuinbloemen
-zaait, rekent men er op dat tenminste verreweg het grootste deel
-planten zal leveren. Bij wilde soorten is deze kans nu veel minder
-gunstig. Dikwijls kiemen op honderden zaden slechts eenige weinige. De
-overigen zijn dan niet dood, maar vinden niet de vereischten voor hun
-groei. Laat men ze in den grond, dan wachten zij een jaar, en in
-&rsquo;t volgend voorjaar komt weer een deel op. Anderen wachten
-langer, en soms kan men na 5 tot 6 jaren de oude zaden nog zien kiemen.
-Hoe meer zorg men aan het uitzaaien besteed, des te meer zaden kiemen
-er van elke honderd, en er bestaat natuurlijk een kans dat juist de
-achterblijvenden de afwijkende vormen zullen voortbrengen. Daarom is
-het dikwijls beter, niet in den tuin te zaaien, maar in zaaischotels in
-goede tuinaarde in een goed verlichte kas. Men moet dan echter daarna
-de planten uitplanten, en dit vereischt veel werk, tenzij reeds in de
-schotels een keus gedaan kan worden.</p>
-<p class="par">Nemen wij thans aan, dat het door al deze zorgen gelukt
-is een of meer soorten te ontdekken, die hetzelfde verschijnsel van
-veranderlijkheid vertoonen als de Oenothera Lamarckiana. Wat moet er
-dan met die planten gedaan worden?</p>
-<p class="par">Allereerst moet worden nagegaan, welke nieuwe soorten
-zij voortbrengen, en welke eigenschappen deze <span class=
-"pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name=
-"pb194">194</a>]</span>vertoonen. Die eigenschappen hebben deels
-betrekking op den vorm, en deels op de erfelijkheid. De vormen van twee
-soorten kan men echter niet volledig vergelijken zoolang men van een
-van beiden slechts een of slechts weinige exemplaren bezit. Dit kan
-natuurlijk wel, als er zeer groote verschillen in het spel zijn, zooals
-bij het onderscheiden en omschrijven van soorten die uit vroeger niet
-onderzochte landen en zee&euml;n worden medegebracht. In ons geval
-echter hebben wij uit den aard van de zaak steeds met zeer kleine
-verschillen te doen, verschillen die dikwerf niet duidelijk buiten het
-gebied der gewone of fluctueerende variabiliteit vallen. Men moet dus
-van de afwijkende exemplaren zaad winnen en dit uitzaaien, teneinde een
-juist beeld en een volledige beschrijving van het gemiddelde type te
-kunnen geven. Daar men nu voor de studie der erfelijkheid toch ook
-zaaien moet, zoo is het noodig thans eenigen tijd bij deze
-werkzaamheden stil te staan.</p>
-<p class="par">Het is om de waardeering van kleine verschillen te doen.
-Daaruit volgt, dat twee exemplaren, die schijnbaar aan elkander gelijk
-zijn, toch in werkelijkheid nog kunnen verschillen, terwijl omgekeerd
-de fluctueerende variabiliteit verschillen kan doen waarnemen bij
-individuen, die eigenlijk tot eenzelfde type behooren. Deze overweging
-leidt tot de conclusie dat men de zaden van elk exemplaar afzonderlijk
-moet oogsten en afzonderlijk moet zaaien. Want alleen z&oacute;&oacute;
-kan men zeker zijn, zuivere rassen te verkrijgen. Elke variatie in een
-groep van kinderen van ouders, wier zaad gemengd werd uitgezaaid, kan
-het gevolg van die menging zijn. Zijn de kinderen eenvormig, dan is het
-bewijs natuurlijk van die voorzorgen onafhankelijk, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name="pb195">195</a>]</span>maar
-bij het minste verschil zou de vertrouwbaarheid der uitkomsten kunnen
-wegvallen. Een varieerend bed zou een mengsel kunnen zijn van twee
-verschillende constante rassen, of van een varieerend en een constant
-ras. Waren beide deelen variabel, dan zou nog die variabiliteit
-verschillend kunnen zijn, zoodat enkele der vormen van de eene, en
-andere van de andere moeder afstamden. Al zulke onzekerheden kunnen
-alleen door een individueele zaadoogst voorkomen worden, en deze moet
-dan ook bij wetenschappelijke studi&euml;n over erfelijkheid en
-variabiliteit als een eerste beginsel worden voorop gesteld.</p>
-<p class="par">Het moge in den aanvang een al te zware eisch schijnen,
-elk afwijkend individu op deze wijze op zijne erfelijkheid te
-onderzoeken. Heeft een proef eenmaal een gunstig gevolg, dan komen
-licht een 50 tot 60, soms misschien een honderdtal zulke planten voor.
-De ondervinding met de Teunisbloemen leert echter, dat het zeer goed
-uitvoerbaar is, op zulke groepen het beginsel toe te passen, en vooral
-leert zij, dat alle werk zonder dit beginsel zeer groote kans heeft
-verloren te zijn en tot geen betrouwbare uitkomst te leiden. Wanneer de
-planten eerst tijdens den bloei te onderscheiden zijn, drukken deze
-bezwaren natuurlijk met hun volle gewicht. Maar wanneer de verschillen
-reeds in de jeugd, b.v. 2 of 3 maanden na het zaaien zich vertoonen,
-dan kan men de planten in de zaaischotels of in de speenbakjes laten,
-tot deze toestand bereikt is, en zoodoende het werk zeer aanzienlijk
-verminderen. Bij volkomen erfelijkheid is het dan dikwijls voldoende op
-deze wijze in eenige honderden van zaailingen het nieuwe kenmerk waar
-te nemen, terwijl daarvan dan slechts zoovele behoeven te worden
-<span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name=
-"pb196">196</a>]</span>uitgeplant, als toch noodig zijn, om een
-voldoende zaadoogst te verkrijgen. Zoo bestudeert men hun latere
-eigenschappen en zorgt er tevens voor, dat de contr&ocirc;le nog een of
-meer generati&euml;n kan worden voortgezet. Bij onvolkomen erfelijkheid
-kan men in de zaaischotels en speenbakken met groote nauwkeurigheid de
-getalsverhouding der afzonderlijke typen bepalen, terwijl men dan weer
-van elk type slechts een betrekkelijk klein aantal exemplaren als
-zaaddragers uitplant. Door middel van hun zaad kan men dan verder zien
-of deze typen op den duur even veranderlijk blijven, of dat sommigen
-onder hen weer standvastig worden.</p>
-<p class="par">Heeft men op deze wijze het verschijnsel der
-schoksgewijze veranderlijkheid zoo volledig mogelijk leeren kennen, dan
-treedt daarnaast de vraag naar de oorzaken op den voorgrond. Als regel
-zal men waarschijnlijk vinden, dat van een veranderlijke plant slechts
-enkele zaden nieuwe soorten geven, terwijl verreweg de meerderheid aan
-het ouderlijke type getrouw blijven. De vraag ontstaat dus, welke zaden
-afwijken, en waarom juist zij dit doen en niet de anderen.</p>
-<p class="par">De oorzaak daarvan kan deels gelegen zijn in de plaats
-van de zaden op de plant, deels in de uitwendige omstandigheden
-waaronder het zaad ontstond en bevrucht werd en waaronder de kiem in
-het zaad zich vormde. Die oorzaken moeten dus worden nagegaan, en
-daarbij moet natuurlijk niet alleen met de zaden, maar ook met het
-bevruchtende stuifmeel rekening worden gehouden. Om dit te doen is het
-in het algemeen wenschelijk, elke bloem met haar eigen stuifmeel te
-bevruchten. Daartoe worden de trossen of bloemgroepen omhuld met zakken
-van <span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name=
-"pb197">197</a>]</span>geprepareerd papier, die onder den tros rondom
-den tak worden dichtgebonden. Insekten kunnen dan de bloemen niet
-bezoeken, en dus geen stuifmeel van ongecontroleerde herkomst
-aanbrengen. Menige plant drukt zelf haar meeldraden tegen haar stempel,
-en zoo dit bevruchting geeft, behoeft zij natuurlijk verder geen hulp.
-Anders moeten de zakken van tijd tot tijd geopend worden, ten behoeve
-eener kunstmatige bestuiving. Sommige soorten geven alleen dan zaad,
-als twee individuen onderling worden bevrucht, en in dit geval krijgt
-men natuurlijk meer samengestelde bewerkingen.</p>
-<p class="par">Onder deze voorzorgen zal men nu allereerst de
-verschillende vruchten op een plant onderling moeten vergelijken. De
-zijtakken van verschillenden rang, de hoogere en lagere vruchten van
-een tros, kunnen misschien in verschillenden graad neiging tot muteeren
-hebben. Kon men hieromtrent een regel vinden, dan zou de geheele studie
-op dit gebied zeer vereenvoudigd kunnen worden, daar men dan voortaan
-bij het zoeken naar veranderlijke soorten, zich tot de keuze van
-bepaalde takken en bepaalde groepen van vruchten zou kunnen
-beperken.</p>
-<p class="par">In de tweede plaats zal men de levensomstandigheden
-v&oacute;&oacute;r, tijdens, en na de bevruchting kunstmatig moeten
-wijzigen. Hebben krachtige individuen een grooter of wel een kleiner
-aantal afwijkende nakomelingen dan zwakke? Heeft de vruchtbaarheid van
-den bodem op dit verschijnsel een bevorderenden dan wel een
-belemmerenden invloed? Hoe gedragen zich de mest en hare afzonderlijke
-bestanddeelen? Is goede verlichting gunstig of ongunstig? Kan men door
-snoeien het voedsel zoo in bepaalde richtingen leiden, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span>dat
-zichtbare gevolgen ontstaan? Deze en al dergelijke vragen wijzen den
-weg, dien het onderzoek heeft in te slaan. Zij leeren tevens, dat de
-ontdekking van een of meer nieuwe veranderlijke soorten slechts als het
-uitgangspunt te beschouwen is, en dat zeer omvangrijke studi&euml;n
-vereischt zullen zijn, om van die uitgangspunten uit tot belangrijke
-ontdekkingen te geraken.</p>
-<p class="par">Maar langs dezen weg zal men toch ten slotte een macht
-over de planten verkrijgen, die allereerst ons in staat zal stellen,
-het aantal muteerende zaden belangrijk te vergrooten, en die het daarna
-mogelijk zal maken ook den omvang der mutabiliteit te verwijden. Nieuwe
-en onverwachte soorten zullen dan verschijnen, en wat men thans weet,
-zal blijken slechts een eerste begin te zijn van een wetenschap, die
-zoowel voor de theorie als voor de praktijk geheel nieuwe
-gezichtspunten zal openen.</p>
-<p class="par">Een alzijdige en zoo volledig mogelijke kennis van het
-geheele verschijnsel van het ontstaan van soorten en vari&euml;teiten
-is het doel, dat in de eerste jaren behoort te worden nagestreefd. De
-keus der onderzoekers, die met dit werk belast zijn, de inrichtingen en
-de middelen waarover het nieuwe laboratorium beschikt, wettigen de
-verwachting, dat ook hier de leer zal gelden: onvermoeide arbeid komt
-alles te boven. De methoden zijn duidelijk, en zoodra dus een bruikbaar
-materiaal gevonden zal zijn, moeten de wetten, die de verschijnselen
-beheerschen, aan het licht komen.</p>
-<p class="par">Om tot zulk een volledig inzicht te komen is echter nog
-een ander beginsel noodig. Dit is het boekhouden. Mutati&euml;n komen
-onverwacht, en wat men dan van <span class="pagenum">[<a id="pb199"
-href="#pb199" name="pb199">199</a>]</span>haar weten wil, betreft
-minder haar zelven dan wel hare ouders en voorouders. Deze moet men elk
-afzonderlijk kennen, en een geheele stamboom moet ontworpen kunnen
-worden, zoodra zulk een nieuwe soort optreedt. Van de voorouders moet
-steeds een volledige beschrijving voorhanden zijn, al hunne kenmerken
-moeten met die van den nieuwen vorm nauwkeurig kunnen worden
-vergeleken. Maar dit is nog geenszins de hoofdzaak. Bovenal moet men
-ingelicht zijn, of zich kunnen inlichten omtrent hun
-erfelijkheidsverschijnselen. Zijn zij in elk jaar zuiver bevrucht, en
-zoo het stuifmeel van een andere plant herkomstig was, welke was deze,
-en welke was hare afstamming? Hebben onder de kinderen dier voorouders
-reeds vroeger mutati&euml;n plaats gevonden, en zoo ja, hoe dikwijls en
-in welke richting?</p>
-<p class="par">Al deze zaken moeten nauwkeurig opgeteekend zijn, en
-daarenboven moet van iedere individueele plant zooveel zaad bewaard
-zijn, dat men den graad van zuiverheid van hare nakomelingschap zoo
-noodig nog door nieuwe proeven kan controleeren. Hiertoe moet iedere
-plant natuurlijk een nummer hebben, aangevende het jaar en het ras, het
-zaaisel en het individu, en haar zaad moet onder dit nummer worden
-bewaard. Goed droog bewaarde zaden blijven vele jaren kiembaar, en
-kunnen dus na langen tijd nog voor het onderzoek dienen, maar het
-bewaren van het zaad eischt natuurlijk bizondere inrichtingen en
-voorzorgen.</p>
-<p class="par">Op deze wijze moet nagenoeg de geheele familie van een
-muteerende plant bekend zijn, want eerst dan heeft men de gegevens in
-handen, om de verandering volledig te beoordeelen. Wenschelijk is het
-ook, dat de cultuurvoorwaarden, de invloeden van klimaat en
-<span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name=
-"pb200">200</a>]</span>weder, zooveel mogelijk zijn opgeteekend, omdat
-uit de kennis daarvan allicht vermoedens omtrent de oorzaak der mutatie
-kunnen worden afgeleid.</p>
-<p class="par">Elke proef moet eens een begin hebben. Men kan aanvangen
-met een plant of met een groepje planten, of met eenig zaad, dat men in
-&rsquo;t wild verzameld heeft. Omtrent de daaraan voorafgaande
-geschiedenis van zulk een ras weet men in den regel niets. De kennis
-der wilde flora geeft in het algemeen enkele aanwijzingen omtrent
-standvastigheid of variabiliteit; eveneens kan men nagaan of men soms
-een bizondere elementaire soort als uitgangspunt heeft gekozen. Maar
-men zou ook toevallig een bastaardras in handen hebben kunnen krijgen,
-en zoo dit voldoende constant is, is er tegenwoordig nog geen middel om
-hieromtrent zekerheid te verwerven. Heeft men een vermoeden omtrent
-bepaalde ouders dan zou men de kruising kunnen herhalen; heeft men
-echter zulk een gissing niet, dan is het bezwaarlijk om de vraag te
-beantwoorden.</p>
-<p class="par">En daar men niet weet, waar en wanneer een mutatie zal
-ontstaan, is men wel gedwongen, om dit boekhouden op al zijn culturen
-en al zijn planten toe te passen, en voor allen al datgene op te
-teekenen, wat men in de enkele gunstig afloopende gevallen wenscht te
-weten. Hierdoor wordt het werk wel zeer omvangrijk en moeilijk, maar
-toch is het de eenige weg om met voldoende zekerheid vooruit te
-komen.</p>
-<p class="par">Met al deze studi&euml;n zal dan toch volstrekt nog niet
-alles bereikt zijn. Want wat men ten slotte wenscht te weten is niet
-hoe de soorten ontstaan, en van welke oorzaken dit afhangt, maar hoe
-men kunstmatig en willekeurig nieuwe soorten kan doen ontstaan. Zoolang
-<span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name=
-"pb201">201</a>]</span>men dit niet weet, staat men tegenover alle
-soorten, die thans niet in een periode van onveranderlijkheid
-verkeeren, natuurlijk machteloos. Alles wijst er op, dat de groote
-meerderheid der soorten thans standvastig is, en dat slechts enkele
-veranderen. Die enkele veranderlijke kunnen ons wel als voorbeeld en
-als materiaal van studie dienen, maar daarom is het ten slotte toch
-niet te doen. Men moet trachten soorten, die thans reeds door bepaalde
-eigenschappen nuttig zijn, op andere punten zoo veranderlijk te maken,
-dat zij schadelijke trekken verliezen, of andere gunstige afwijkingen
-er bij krijgen. Eerst dan zal de wetenschap der mutabiliteit ten volle
-aan de belangen der menschheid dienstbaar gemaakt worden; eerst dan zal
-het doel van dit laboratorium in dit opzicht worden bereikt.</p>
-<p class="par">Wat er vereischt zal worden, om in die richting vooruit
-te komen, laat zich thans nog niet voorspellen. De bizondere gevallen,
-die men vinden zal, moeten het uitmaken. In zekeren zin zal het werk
-moeten samenvloeien met hetgeen ik zooeven geschetst heb, en misschien
-geeft de voltooiing van het een van zelf de oplossing van het
-andere.</p>
-<p class="par">Veel, ja zeer veel is er nog te doen, en het arbeidsveld
-is bijna onafzienbaar. Maar van tijd tot tijd komt een gelukkige vondst
-of een invallende gedachte den weg bekorten, en daarom is er geen reden
-om aan een volledig slagen in niet al te langen tijd te wanhopen.</p>
-<p class="par">Hoofdzaak is, dat het werk worde aangevangen, dat men
-voor zichzelf het te bereiken doel nauwkeurig en zoo zorgvuldig
-mogelijk vaststelle, en dat alle middelen ten dienste staan, die voor
-die bereiking noodig zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb202" href=
-"#pb202" name="pb202">202</a>]</span></p>
-<p class="par">Daarom acht ik de stichting van dit laboratorium van het
-allerhoogste belang. Gedurende een halve eeuw heeft de afstammingsleer
-aller aandacht tot zich getrokken, en op het gebied van stelselleer,
-vergelijkende morphologie en vergelijkende ontleedkunde, vooral ook in
-de studie der ontwikkelingsgeschiedenis der afzonderlijke organismen,
-een krachtigen stoot tot snellen <span class="corr" id="xd23e1774"
-title="Bron: voortuitgang">vooruitgang</span> gegeven. De
-experimenteele wetenschap is daarbij achtergebleven. Nog steeds zoekt
-de physioloog zijn materiaal in de ervaringen van land- en tuinbouw.
-Thans is de tijd gekomen, dat die rijke, maar steeds min of meer vage
-en door twijfel omhulde bron door een andere worde vervangen. Het
-zuiver proefondervindelijke onderzoek, met een volledige kennis van
-alles wat voor een juiste beoordeeling der feiten noodig is, moet op
-den voorgrond treden. Zoo enkelvoudig mogelijk moeten de verschijnselen
-worden uitgekozen en z&oacute;&oacute; geleid, dat alle vragen kunnen
-worden beantwoord. Eerst dan zal de leer der erfelijkheid een
-wetenschap worden, die, ontdaan van al de po&euml;tische beschouwingen
-waarin zij thans bevangen is, den waren aard van het leven in zuivere
-trekken aan ons openbaart. Eerst dan zal zij de grondslag worden voor
-die echte po&euml;zie en die verhevene levensopvatting, die nu eenmaal
-alleen door een grondige studie der natuur kunnen worden bereikt.</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">Het Carnegie-Institution te Washington heeft heden een
-stoot gegeven in een richting, die niet nalaten kan spoedig in hare
-volle waarde erkend te worden. Dan zal zijn voorbeeld worden gevolgd,
-en zullen talrijke andere gelijksoortige inrichtingen worden
-<span class="pagenum">[<a id="pb203" href="#pb203" name=
-"pb203">203</a>]</span>gesticht. Het is het voorrecht van Amerika op
-deze wijze te kunnen voorgaan en bakens te plaatsen op een gebied,
-waarop nog geen ander zich durft te wagen. Moge de uitkomst bewijzen,
-dat hier een weg is ingeslagen, die eenmaal een roem voor het land, en
-een zegen voor de geheele menschheid zal worden.</p>
-<div class="figure xd23e1783width"><img src="images/einde.png" alt=
-"EINDE" width="348" height="112">
-<p class="figureHead">EINDE</p>
-</div>
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name=
-"pb205">205</a>]</span></p>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1161" href="#xd23e1161src" name="xd23e1161">1</a></span> Cacti.
-Meervoud van cactus.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e1161src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1175" href="#xd23e1175src" name="xd23e1175">2</a></span>
-Koude-Bron-Haven.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e1175src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1185" href="#xd23e1185src" name="xd23e1185">3</a></span>
-Bibliotheek-zaal.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e1185src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1199" href="#xd23e1199src" name="xd23e1199">4</a></span>
-Onderzoek-inrichting voor de proefondervindelijke
-ontwikkelingsgeschiedenis.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e1199src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1232" href="#xd23e1232src" name="xd23e1232">5</a></span>
-Instituut voor Kunsten en Wetenschappen te Brooklijn.&nbsp;<a class=
-"fnarrow" href="#xd23e1232src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1345" href="#xd23e1345src" name="xd23e1345">6</a></span> Inwonend
-onderzoeker.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e1345src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1 ads"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR <img src=
-"images/ornament4.png" alt="" width="104" height="20"></h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first xd23e1793">WERELDBIBLIOTHEEK</p>
-<p class="par xd23e1795"><img src="images/ornament3.png" alt="" width=
-"155" height="21"> ONDER LEIDING VAN L. SIMONS.</p>
-<p class="par">PER NUMMER:</p>
-<div class="par">
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop">Ingenaaid</td>
-<td class="cellRight cellTop">20 Ct.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">Gecartonneerd</td>
-<td class="cellRight">30
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Ct.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom">In linnen band</td>
-<td class="cellRight cellBottom">40
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Ct.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<p class="par">ABONNEMENT PER JAAR:</p>
-<div class="par">
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop">20</td>
-<td class="cellTop">nummers, in carton</td>
-<td class="cellTop">f</td>
-<td class="xd23e1829 cellRight cellTop">5,20</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">20</td>
-<td>
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>nummers,</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-in linnen</td>
-<td>-</td>
-<td class="xd23e1829 cellRight">7,50</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">30</td>
-<td>
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>nummers,</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-in carton</td>
-<td>-</td>
-<td class="xd23e1829 cellRight">7,50</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom">30</td>
-<td class="cellBottom">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>nummers,</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-in linnen</td>
-<td class="cellBottom">-</td>
-<td class="xd23e1829 cellRight cellBottom">10,&mdash;</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div class="par">
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft cellTop"></td>
-<td class="cellRight cellTop"><i>DE EERSTE NUMMERS VAN DE
-WERELDBIBLIOTHEEK</i></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">No. 1 en 2.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex"><a class="pglink xd23e43" title=
-"Link naar Project Gutenberg eboek" href=
-"https://www.gutenberg.org/ebooks/10400">Historie van Mejuffrouw Sara
-Burgerhart</a></span>, door <span class="sc">E. Bekker</span> en
-<span class="sc">A. Deken</span>. Met portret en gravures. Inleiding en
-aanteekeningen van Prof. dr. <span class="sc">L. Knappert</span>
-(5e&ndash;8e duizend. Tweede druk).<span class="pagenum">[<a id="pb206"
-href="#pb206" name="pb206">206</a>]</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">No. 3.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex"><a class="pglink xd23e43" title=
-"Link naar Project Gutenberg eboek" href=
-"https://www.gutenberg.org/ebooks/33719">Martelaren van
-Rusland</a></span>, door <span class="sc">Jules Michelet</span>,
-vertaling van <span class="sc">S. J. Bouberg Wilson</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-4.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex">Steunpilaren der
-Maatschappij</span>, door <span class="sc">H. Ibsen</span>, vertaling
-van <span class="sc">F. Kapteyn</span>, inleiding van <span class=
-"sc">L. Simons</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-5 en 6.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex">Inleiding tot de Nieuwe Ned.
-Dichtkunst</span> (1880&ndash;1900), door <span class="sc">Albert
-Verwey</span>, met aanhaling uit de voornaamste werken.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-7.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex"><a class="pglink xd23e43" title=
-"Link naar Project Gutenberg eboek" href=
-"https://www.gutenberg.org/ebooks/45696">Aladdin en de
-Wonderlamp</a></span> (voor jongeren), door <span class="sc">J. W.
-Gerhard</span>, met 24 illustraties van <span class="sc">Sidney H.
-Heath</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-8</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex"><a class="pglink xd23e43" title=
-"Link naar Project Gutenberg eboek" href=
-"https://www.gutenberg.org/ebooks/43919">Ali Baba en de veertig
-Dieven</a></span> (voor jongeren), door <span class="sc">J. W.
-Gerhard</span>, met 25 illustraties van <span class="sc">H. Granville
-Fell</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-9 en 10</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex">Herinneringen van een Witten
-Olifant</span>, door <span class="sc">Judith Gautier</span>, met platen
-van <span class="sc">Mucha</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-11 en 12.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex">De Waterkindertjes</span>, van
-<span class="sc">Charles Kingsley</span>, bewerkt door <span class=
-"sc">M. v. Eeden-van Vloten</span>, met 10 illustraties van
-<span class="sc">G. v. d. Wall-Pern&eacute;</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-13.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex">Het Yellowstone Park</span>,
-geysers en warme bronnen, en <span class="ex">Experimenteele
-Evolutie</span>, door Prof. <span class="sc">Hugo de Vries</span>, met
-4 fototypi&euml;n naar foto&rsquo;s van Prof. <span class=
-"sc">Hovey</span> van New-York.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">No. 14.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex">De Geest van Japan</span>, door
-<span class="sc">Okakura-Yoshisaburo</span>, met inleiding van
-<span class="sc">George Meredith</span>, uit het Engelsch door
-<span class="sc">J. K. Rensburg</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-15.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex"><a class="pglink xd23e43" title=
-"Link naar Project Gutenberg eboek" href=
-"https://www.gutenberg.org/ebooks/28560">Een Kerstlied</a></span>, van
-<span class="sc">Charles Dickens</span> uit het Engelsch door
-<span class="sc">J. Kuylman</span>.<span class="pagenum">[<a id="pb207"
-href="#pb207" name="pb207">207</a>]</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-16.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex">De Schelmenstreken van
-Scapin</span>, door <span class="sc">Moli&egrave;re</span>. Inleiding
-en vertaling van <span class="sc">S. J. Bouberg Wilson</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-17 en 18.</td>
-<td class="cellRight"><span class="ex">Getrouwd</span>, door
-<span class="sc">G. van Hulzen</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd23e1875 cellLeft cellBottom">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>No.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-19.</td>
-<td class="cellRight cellBottom"><span class="ex">Het Gevloekte
-Kind</span> (novelle), door <span class="sc">Hon. de Balzac</span>,
-vertaald en met een inleiding voorzien door C. en <span class="sc">M.
-Scharten-Antink</span>.</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<p class="par"></p>
-<div class="figure xd23e2107width"><img src="images/ornament2.png" alt=
-"Ornament." width="196" height="139"></div>
-<p class="par"></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#pt1">HET
-YELLOWSTONE-PARK</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#pt1">5</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">I.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch1">HET PARK EN DE WARME
-BRONNEN.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">5</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">II.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch2">DE GEYSERS.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">87</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#pt2">EXPERIMENTEELE
-EVOLUTIE</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#pt2">127</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcribernote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="par first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
-overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
-kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
-<a class="seclink xd23e43" title="Externe link" href=
-"https://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg
-Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd23e43"
-title="Externe link" href=
-"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
-<p class="par">Dit eBoek is geproduceerd door het on-line
-gedistribueerd correctieteam op <a class="exlink xd23e43" title=
-"Externe link" href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
-<p>Gerelateerde Library of Congress catalogus pagina: <a class=
-"catlink" href="https://lccn.loc.gov/43029914">43029914</a>.</p>
-<p>Gerelateerde Open Library catalogus pagina (voor bron): <a class=
-"catlink" href=
-"https://openlibrary.org/books/OL25574114M">OL25574114M</a>.</p>
-<p>Gerelateerde Open Library catalogus pagina (voor werk): <a class=
-"catlink" href=
-"https://openlibrary.org/works/OL16999859W">OL16999859W</a>.</p>
-<p>Gerelateerde WorldCat catalogus pagina: <a class="catlink" href=
-"https://www.worldcat.org/oclc/373530435">373530435</a>.</p>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="par first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke
-schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn
-stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
-verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het
-einde van dit boek.</p>
-<p class="par">Scans van dit werk zijn te verkrijgen bij het Internet
-Archive (exemplaar <a class="seclink xd23e43" title="Externe link"
-href="https://archive.org/details/hetyellowstonepa00vrie">1</a>).</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2016-11-02 Begonnen.</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
-dat deze links voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctiontable" summary=
-"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e247">11</a>,
-<a class="pageref" href="#xd23e837">92</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e309">n.v.t.</a>,
-<a class="pageref" href="#xd23e1127">124</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e437">40</a></td>
-<td class="width40 bottom">H&ocirc;tel</td>
-<td class="width40 bottom">h&ocirc;tel</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e536">53</a></td>
-<td class="width40 bottom">terrasen</td>
-<td class="width40 bottom">terrassen</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e577">58</a></td>
-<td class="width40 bottom">Lithothammion</td>
-<td class="width40 bottom">Lithothamnion</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e691">75</a></td>
-<td class="width40 bottom">onder</td>
-<td class="width40 bottom">ouder</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e739">81</a></td>
-<td class="width40 bottom">stijl</td>
-<td class="width40 bottom">steil</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e810">90</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e964">105</a></td>
-<td class="width40 bottom">hotel</td>
-<td class="width40 bottom">h&ocirc;tel</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1134">125</a></td>
-<td class="width40 bottom">grijze-verfpotten</td>
-<td class="width40 bottom">grijze verfpotten</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1158">130</a></td>
-<td class="width40 bottom">geribt</td>
-<td class="width40 bottom">geribd</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1623">180</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1774">202</a></td>
-<td class="width40 bottom">voortuitgang</td>
-<td class="width40 bottom">vooruitgang</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Het Yellowstone-Park, by Hugo De Vries
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET YELLOWSTONE-PARK ***
-
-***** This file should be named 53476-h.htm or 53476-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/3/4/7/53476/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg (This file was produced from images generously
-made available by The Internet Archive/American Libraries.)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/53476-h/images/book.png b/old/53476-h/images/book.png
deleted file mode 100644
index 963d165..0000000
--- a/old/53476-h/images/book.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/card.png b/old/53476-h/images/card.png
deleted file mode 100644
index 1ffbe1a..0000000
--- a/old/53476-h/images/card.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/einde.png b/old/53476-h/images/einde.png
deleted file mode 100644
index 08e1ff9..0000000
--- a/old/53476-h/images/einde.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/external.png b/old/53476-h/images/external.png
deleted file mode 100644
index ba4f205..0000000
--- a/old/53476-h/images/external.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/frontispiece.jpg b/old/53476-h/images/frontispiece.jpg
deleted file mode 100644
index 5faa708..0000000
--- a/old/53476-h/images/frontispiece.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/letter-d.png b/old/53476-h/images/letter-d.png
deleted file mode 100644
index ee8cb1b..0000000
--- a/old/53476-h/images/letter-d.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/letter-h.png b/old/53476-h/images/letter-h.png
deleted file mode 100644
index c00eff1..0000000
--- a/old/53476-h/images/letter-h.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/new-cover-tn.jpg b/old/53476-h/images/new-cover-tn.jpg
deleted file mode 100644
index 3e9f148..0000000
--- a/old/53476-h/images/new-cover-tn.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/new-cover.jpg b/old/53476-h/images/new-cover.jpg
deleted file mode 100644
index 7e14ffe..0000000
--- a/old/53476-h/images/new-cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/ornament.png b/old/53476-h/images/ornament.png
deleted file mode 100644
index 8a09129..0000000
--- a/old/53476-h/images/ornament.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/ornament2.png b/old/53476-h/images/ornament2.png
deleted file mode 100644
index 8e65ad7..0000000
--- a/old/53476-h/images/ornament2.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/ornament3.png b/old/53476-h/images/ornament3.png
deleted file mode 100644
index d748700..0000000
--- a/old/53476-h/images/ornament3.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/ornament4.png b/old/53476-h/images/ornament4.png
deleted file mode 100644
index 0fa74c1..0000000
--- a/old/53476-h/images/ornament4.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/p088.jpg b/old/53476-h/images/p088.jpg
deleted file mode 100644
index 9f0eae5..0000000
--- a/old/53476-h/images/p088.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/p105.jpg b/old/53476-h/images/p105.jpg
deleted file mode 100644
index d264e8b..0000000
--- a/old/53476-h/images/p105.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/p107.jpg b/old/53476-h/images/p107.jpg
deleted file mode 100644
index 352dac4..0000000
--- a/old/53476-h/images/p107.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53476-h/images/titlepage.png b/old/53476-h/images/titlepage.png
deleted file mode 100644
index 33d9388..0000000
--- a/old/53476-h/images/titlepage.png
+++ /dev/null
Binary files differ